Camera Obscura Special:
Berlijnse cinema
door Bob van der Sterre
Berlijn is de stad waar de geschiedenis van afspat. De Berlijnse films weerspiegelen dan ook vaak de geschiedenis van de stad. Dit is de zevende Camera Obscura Special over films in wereldsteden.
Berlijn is met Parijs en Londen een van de meest gefilmde Europese steden. De Muur, het Olympiastadion, de Brandenburger Tor, Checkpoint Charlie, Alexanderplatz, Kurfürstendamm, de Siegessäule, Tempelhof. Die plaatsen met politieke geschiedenissen komen in menig film voor.

Berlijn is daardoor een unieke filmstad. De stad is getekend door de moderne geschiedenis en dat kwam ook terecht in films. Hierdoor besef je pas goed dat de Berlijnse geschiedenis verder gaat dan het zijn van een mooie filmsetting: het heeft tot op vandaag de dag invloed op de stad.
Het leven was er niet eenvoudig. Goede Duitse films over het Berlijnse leven van na de jaren zestig zijn spaarzamer dan je zou mogen verwachten. Pas na de Wende begint het een beetje te stromen en beseffen de Berlijners in wat voor rare stad ze hebben geleefd. De Oost-Berlijnse cinema, jarenlang grotendeels genegeerd, kreeg ook opeens weer wat meer belangstelling.
Tegenwoordig is de stad vooral een hip decor in blockbusters. The Bourne Supremacy, Spiderman, The Man from U.N.C.L.E., Valkyrie, Captain America: Civil War; allemaal hebben ze scènes in Berlijn opgenomen. Maar met het Berlijnse leven heeft het niet veel te maken.
Wat je daarin mist, zijn de wijken (de kiez). Er is bijna geen Europese hoofdstad te vinden waar de bewoners zo aan hun eigen wijken gehecht zijn: Kreuzberg, Friedrichshain, Prenzlauer Berg, Spandau, Mitte, Neukölln, Pankow, Schöneberg. Berlijners komen vaak amper hun eigen wijken uit – het zijn kleine steden binnen een grote stad.
Let op: dit zijn geen recensies of analyses van films. Ook geen top tien. Ik wil alleen een verhaal vertellen over de samenhang tussen film en stad en kies daarvoor per decennium een passende film. Ik heb niet alle films ter wereld gezien, dus hier en daar zal ik een uitstekende film gemist hebben.
Dit artikel is gratis. Graag hoop ik dat de lezer zich als tegenprestatie wil opgeven voor de nieuwsbrief, of zich verdiept in culturele longreads.
Bekijk ook de vorige episodes: Parijs, Amsterdam, New York, Londen, Rio de Janeiro en Tokio.

Berlin. Hallesches Thor (1896): Berlijn in de Pruisische tijd
In dit filmpje van Auguste en Louis Lumière rijden trammetjes langs. De een naar Nollendorfplatz, de ander naar Alexanderplatz. Je ziet mensen in en uit de rijdende tram springen, want trams reden nog niet zo snel. Ze werden ook nog regelmatig door paarden voortgetrokken.
Wat Berlijn allemaal te wachten stond in de komende eeuw!
Wil je meer zien van Berlijn in de Pruisische keizertijd? Er zit anderhalf uur documentaire op je te wachten, op het Berlin Channel op YouTube. Weinig bronvermelding maar wel context over het Berlijnse leven van ruim een eeuw geleden.
Film: https://www.youtube.com/watch?v=2U8D-2cux6Y

Erste U-Bahn in Berlin (1902): hoe je een metrotunnel bouwt
De Hochbahngesellschaft opende de eerste U-Bahn-lijn voor het publiek op 18 februari 1902. Dat is het traject tussen Stralauer Thor en Potsdamer Platz (wat nu de U1 is).
We zien een metro vertrekken bij een station en iemand die wil instappen, is net te laat en draait een pirouette. Dan zien we nog wat losse beelden van de bouwers die onder de grond de tunnel bouwen en een station.
Wie deze video heeft gemaakt en of die echt van 1902 is, kan ik nergens bevestigd vinden, maar het is wel interessant hoe herkenbaar het is; het is alsof deze metro er gisteren nog reed.
Ook aardig is dat de ‘geboorte’ van de beroemde S-Bahn van Berlijn ook in cinema is vastgelegd. In de film Die Verrufenen uit 1925, over arme Berlijners, zien de karakters die eerste S-Bahn rijden.
Film: https://www.youtube.com/watch?v=6d_t3ZSR_dw
Meer lezen: https://www.morgenpost.de/berlin/article401495498/u-bahn-berlin-bahnhoefe-historisch-geschichte-fotos-postkarten.html

Schuhpalast Pinkus (1916): even lachen tijdens de Eerste Wereldoorlog
Sally Pinkus, een flierefluiter, moet naar school, flirt met een meisje, komt te laat, faalt met gymnastiek en draagt alle boeken van meisjes mee naar huis tot zijn vader hem ziet en hem een draai om zijn oren geeft.
Zijn rapport staat vol termen als mangelhaft (slecht) en unbefriedigend (onbevredigend). Hij krijgt alleen een ‘goed’ voor zingen.
Ook in de schoenenzaak lapswanst hij de meeste tijd. Ontslag volgt. Krijgt een nieuwe baan in een schoenenwarenhuis. Hij heeft weer alleen interesse in vrouwelijke klanten en kietelt hun voeten als hij de kans krijgt. En hij faalt opwaarts want via een rijke vrouw wordt hij zelf een grote schoenenverkoper. Hij innoveert zelfs met een catwalk voor schoenen.
Deze tiende film van Ernst Lubitsch (toen pas vierentwintig) is een leuke curiositeit. Een mooi voorbeeld van de mild-satirische stijl die je later ook in de films van Lubitsch zal terugzien. Mooi om te zien hoe deze slapstick zou leiden tot een paar prachtige komedies, zoals bijvoorbeeld To Be or Not to Be en Ninotchka. Aardig: Lubitsch speelt Pinkus zelf.
Van Berlijn zien we niet veel meer dan wat anonieme straten. De schoenenwinkelscènes waren in een echt Berlijnse winkel: Emil Jacobi, op de hoek van de Friedrichstrasse en Taubenstrasse. Deze winkel van een joodse ondernemer zou de nazi’s niet overleven. Lubitsch zou dan zelf al lang in de VS zitten, gevlucht, zoals vele anderen.
Film: https://www.youtube.com/watch?v=AGN4ZmOhS4w
Meer lezen: https://www.jstor.org/stable/j.ctv173f0pn

Berlin – Die Sinfonie der Großstadt (1927): het ritme van de stad
Eén Berlijnse dag in vijf akten. Rustig wakker worden. Al snel ontwaakt de stad, reist men naar een bestemming, gaat men werken. Daarna de lunch. Dan meer werk. Avond: tijd om uit te gaan. De broodbakkers, verkeersregelaars, arbeiders, horecaklanten, daklozen, krantenverkopers, kinderen: ze gaan mee in het ritme van de stad.
Berlin – Die Sinfonie der Großstadt loopt iets te lekker in de montage om allemaal echt te zijn. Mensen doen het echte leven na. De montage is wel van een hoog niveau. Zo zie je hoe beelden soms reageren op elkaar, zoals hoe de copieuze maaltijd overgaat naar een leeuw die op bot loopt te kluiven. En ja, regisseur Walter Ruttmann had het geluk dat allerlei partijen meewerkten aan deze artistieke vorm van stadsmarketing. Toch werden ook diverse beelden in het geniep gefilmd.
Ruttmann begon ooit als kunstenaar, maakte animaties (de eerste in de Duitse cinema) en de oudste abstracte film ooit: Opus I (1921). Hij stapte over op cinema. In Duitsland was die al jaren op een hoog niveau. Films als Metropolis van Fritz Lang en Der Letzte Mann van F.W. Murnau verlegden grenzen en zouden lang impact hebben.
Ruttmann hield ervan om snelheid weer te geven. Het was ook de tijd van de kunststroming genaamd het ‘futurisme’, dat ook draaide om dynamiek en snelheid. Deze film doet denken aan Dziga Vertovs Man with a Movie Camera van twee jaar later – een nog briljanter montagefeest – terwijl Ruttmann ironisch genoeg juist door hem beïnvloed was.
De film bevat veel beelden van rijdende auto’s in het donker, neonlichten, snelheid en machines. Die beeldtaal werd later vaak nagedaan in films. Op een gegeven moment zie je flitsende kranten in beeld en je denkt: hé, Citizen Kane. Zo invloedrijk is Ruttmanns film. In de Camera Obscura Special over Amsterdam kun je lezen hoe Regen van Joris Ivens door deze film was geïnspireerd.
Dit is vooroorlogs Berlijn: niet minder dan een derde van deze stad bestond niet meer na de oorlog. Hier zie je nog het Anhalter Bahnhof (komen we later nog tegen met acteur Peter Falk) of het beroemde hotel Excelsior. De algehele vibe, zoals je dat ervaart in deze film, was ook veel meer mondain, klassiek, meer Parijs-achtig. Dat is voor eeuwig verdwenen – behalve in deze film.
Ruttmann hield van het onderwerp, volgens het boek Berlin Replayed: “Berlijn, de interessantste stad van allemaal, omdat het de jongste is van alle metropolen ter wereld, omdat de stad nog steeds in wording is en niet al verstikt is geraakt achter de gevels, gebukt onder haar eigen monumentaliteit; Berlijn, een stad vol alomtegenwoordige ambitie, is het middelpunt, thema en de enige hoofdrolspeler van mijn symfonisch werk.”
Later maakte Ruttmann nog speelfilms én commerciële films. Hij begon ook aan Triumph des Willens, maar Hitler zette hem opzij omdat zijn versie te veel ging over de geschiedenis van de partij, en niet hemzelf (Hitler dus). De opdracht ging vervolgens naar Leni Riefenstahl, die aanvankelijk niet zoveel interesse had omdat ze al bezig was met een film.
Deze film, die je gerust een paar keer kunt zien, paste bij de glorietijd van de Duitse cinema. Het was de tijd van de chaotische Weimar-republiek, met grote problemen in de economie (hyperinflatie) en hoog niveau van kunst, die nog jaren de wereld zou beïnvloeden.
Houd je niet van oude films? Dan kun je ook terecht bij de 2001-versie van deze film, van Thomas Schadt, die Berlin: Sinfonie einer Großstadt heet. Ook al maakte Schadt duidelijk dat zijn film los stond van het origineel, lukte hem dat toch niet echt goed volgens het boek Berlin Replayed: “Schadts nadruk op de uiteenlopende stadsgezichten benadrukte het onherstelbare verlies van de metropool uit de jaren twintig alleen maar nog meer.”
Wie 4,5 uur de tijd heeft, kan terecht bij het cynische – en ook briljante – portret van deze tijd:Dr. Mabuse der Spieler (1922) van Fritz Lang. Speelt zich af in Berlijn maar je ziet vooral studio. Bekijk de film op YouTube. Als het je bevalt, kun je meteen Das Testament der Dr. Mabuse erachteraan kijken (werd in 1933 direct verboden door de nazi’s).
De Weimarrepubliek was een geweldige filmtijd. Maar het was niet alleen groots; sommige films gingen juist over het kleine:
• Der Letzte Mann (1924): de laatste hotelportier ziet zijn baan overbodig worden; vernieuwende klassieker van F. W. Murnau, met veel studio maar ook een paar straatscènes
• Varieté (1925): over een variététheater in het Wintergarten-Theater aan de Potsdamer Straße in Mitte (bestaat nog steeds)
• Zuflucht (1928): schetst het ondergrondse leven van de U-Bahn
• Asphalt (1929): een film noir-klassieker over misdaad in Berlijn van Joe May
Film: https://www.youtube.com/watch?v=MBCGTp3egbc
Meer lezen: https://difarchiv.deutsches-filminstitut.de/dt2tp0051.htm

Menschen am Sonntag (1930): versieren in Berlijn
Locaties: Zehlendorff, Mitte
Vijf jonge, zorgeloze mensen op een vrije zondag. Een platenverkoopster, een extra in films, een wijnverkoper, een taxichauffeur en een model. Ze dollen met elkaar rondom het strand bij Wannsee – Nikolassee – minus het model dat in bed blijft liggen. En gaan weer naar huis.
Deze luchtige film is als het ware een vervolgstap na Berlin – Die Sinfonie der Großstadt. Dit is ook één dag in het bestaan van de levendige stad Berlijn. Maar luchtiger. Het schetst een zomerzondag, als de zorgen weg zijn en het flirten begint. Vier mensen genieten van een zonnige dag in een grote stad.
Van Berlijn zien we stations (Bahnhof Hausvogteiplatz, Zoo), kledingzaken (Julius Sachs Junior op de gevel), bushaltes, appartementen (boven en achter), begraafplaatsen, parken, musea (Museumsinsel), terrasjes, boten, fabrieken. Maar ook topattracties als de Siegessäule en de Brandenburger Tor. Uiteindelijk hebben ze lol bij een meer.
Een vriendelijke en ontspannen film met hier en daar wat onverwachte beelden. Na 44 minuten zien we bijvoorbeeld een prachtige reeks close-ups van badbezoekers. Glimlachende jochies. Een stuurs kijkende volwassen vrouw. Baby. Man met camera. Een vrouw die haar haar doet. Man die bierpul drinkt. Overgang naar foto’s. Overgang naar mannen en vrouwen in badpakken.
Wat een beetje frivoliteit al kan doen voor je carrière! Menschen am Sonntag trampolineerde de vijf betrokken filmmakers naar Hollywood. Regisseur Robert Siodmak had succes met Phantom Lady en The Killers; zijn broer en schrijver-regisseur Curt Siodmak met I Walked with a Zombie; Fred Zinnemann met High Noon en The Day of the Jackal; Billy Wilder met te veel films om op te noemen (zie de special op InDeBioscoop) en Edgar G. Ulmer met B-films met horrorlegende Bella Lugosi.
Zo opgewekt als deze film zou het niet lang blijven. De opkomst van de nazi’s in 1933 betekende een schok voor iedereen die iets met cultuur had. De bekendste Berlijnse film uit de jaren dertig is hierdoor Triumph des Willens: het portret van Leni Riefenstahl van de Olympische Spelen van 1936 met veel wapperende swastikavlaggen.
De meest interessante films zitten aan de vroegere kant van de jaren dertig, die samen met eind jaren twintig een bijzondere filmperiode vormen. Denk bijvoorbeeld aan: Emil und die Detektive (1931). Een veelgeroemde avonturenfilm voor kinderen van Gerhard Lamprecht. Of Kuhle Wampe (1932) waarbij een arbeidersgezin het moeilijk heeft met de crisis tijdens de Weimarrepubliek en hun Berlijnse appartement moet verlaten. Script van Bertolt Brecht. Werd in 1933 verboden door de nazi’s.
Film: https://www.youtube.com/watch?v=1hg_vL6lQ6I
Meer lezen: https://canary.weimarcinema.org/essay/Isenberg

A Foreign Affair (1948): lachen tussen de puinhopen van Berlijn
Een congreslid uit Iowa landt met andere congresleden in Berlijn. Haar doel: controleren of alles volgens de regels verloopt. Maar Amerikaanse soldaten hebben links en rechts illegale handeltjes en Duitse vriendinnetjes.
Ze wil één soldaat die een relatie heeft met een nachtclubzangeres ontmaskeren. Daarvoor vraagt ze kapitein John Pringle. Die heeft dan het probleem dat hij zichzelf moet ontmaskeren. Zijn oplossing: het congreslid kussen. Haar gedachte: romantiek.
Een romantische komedie à la de screwball comedy, die toen heel populair was. Ik heb me diverse keren rotgelachen om de scherpe en komische dialogen. “Kom mee naar naar mijn huis, het is maar een paar ruïnes verder.” “Waarom zakt die jurk niet af? Komt zeker door de Duitse wilskracht.” Er zitten ook heel wat satirische schimpscheuten in naar de Amerikaanse politiek.
De actrices stelen de show. Jean Arthur is ontzettend grappig als puriteins Republikeins congreslid. En ook Marlène Dietrich is erg vermakelijk als cabaretzangeres en ex-minnares van een hoge nazi. (Madeline Kahn zou er veel inspiratie uithalen voor haar rol als Lili von Shtüpp in Blazing Saddles (1974)). Voor beide actrices heeft Wilder zijn uiterste best moeten doen om over te halen – Jean Arthur was bijvoorbeeld al met acteerpensioen – en er zat ook wel wat competitie tussen de twee, maar het leverde heel veel moois op.
Het was iets na de oorlog en Berlijn was nog steeds een ruïne met 500.000 kapotte huizen en een serieuze zwarte markt. Deze passage uit de film met luchtopnamen laat zien hoeveel er kapot was. Regisseur Wilder en zijn crew maakten een maand lang opnamen op straat en veel daarvan kwam in de film terecht. De film is nu een slimme montage van studio-opnames en beelden op locatie.
In alles bevat de film de handtekening van de maker: Billy Wilder, wiens naam bijna synoniem is met de Berlijnse cinema. Wilder (geboren Samuel Wilder) werd geboren in een Pools stadje (Sucha Beskidzka), verhuisde later met zijn familie naar Wenen en ging daarna werken in Berlijn. Dat duurde tot de nazi’s het onmogelijk maakten en hij in 1934 naar de VS ging. Hij werkte in Berlijn dus voor de oorlog (Menschen am Sonntag), na de oorlog (A Foreign Affair) en tijdens de Koude Oorlog (One, Two, Three).
Wilder was de perfecte man voor de film. Iemand die de humor tegenover de ellende kon laten werken. Berlijn was maar liefst 26% van de bevolking verloren in WO II. Een op de vier bewoners was er dus niet meer. Verre van lollig, maar dat is nu juist de kern van komedies: je moet ze over ieder onderwerp kunnen maken.
De ruïnes van Berlijn inspireerden veel filmmakers:
• Die Mörder sind under uns (1946): wederom ruïnes van Berlijn (en studio) in wraakfilm over de oorlog
• Und über uns der Himmel (1947): drama van Josef von Báky, geeft een beeld van het overleven in naoorlogs Berlijn, met Hans Alders in de hoofdrol. Bekijk de indrukwekkende ruïnes op YouTube
• Germania anno zero (1948): beroemde maar ook wel hard aankomende film van Roberto Rossellini die het zware leven van Berlijners ná de oorlog schetst, met veel buitenscènes en ruïnes. De film staat op YouTube
• Berliner Ballade (1948): vermakelijke en soms satirische film over wat een veteraan die terugkeert in Berlijn allemaal meemaakt, van Robert A. Stemmie. Bekijk deze passage om een idee te krijgen
Meer lezen: https://offscreen.com/view/billy-wilders-a-foreign-affair

Berlin – Ecke Schönhauser (1958): rock-‘n’-roll in pré-Muur Berlijn
Locaties: Mitte (DDR) en Mitte (WDR)
De Schönhauser Allee verbindt het Rosa-Luxemburg-Platz in Mitte met Pankow in het noorden. Daar kwam de lokale ‘rebelse’ DDR-jeugd bijeen (in Nederland werden ze nozems genoemd). Beetje uitdagend rock-‘n-rolldansen op straat.
Een weddenschap over het kapotgooien van een straatlamp zet een keten van gebeurtenissen in actie. De Oost-Berlijnse volkspolitie (“vopo”) is er als de kippen bij. De hele groep wordt meegenomen naar het bureau. Wat is hun beroep, wat zijn hun plannen?
Twee van hen, Kohle en Angela, vinden elkaar interessant. Ze gaan uit. Dan steelt Karl-Heinz een Ausweis en Kohle krijgt de schuld. Wat te doen? Vluchten naar het westen. Daar is alleen maar ellende te vinden in de opvangplek waar ze in stapelbedden zitten. Mensen zijn ook nog onvriendelijk. En vrijheid is niet fijn als zijn vriendinnetje achterblijft…
In pré-Muur Berlijn woonden mensen in zones. De Franse, Amerikaanse, Britse en Russische zone. Met een beetje handigheid kon je wel naar de meeste zones maar van en naar de Russische zone hadden mensen een speciale ‘Ausweis’ nodig, wat in deze film een belangrijke rol speelt.
De film bevat subtiele propaganda. Het westen is hier vooral een onprettige zone, met misdaad en drukte. Karl-Heinz wil ook wel weer terug. Als we het Westen zien, begint dat met een druk winkelgebied rondom het station. En dan de ruïnes van de Kaiser-Wilhelm-Gedächtniskirche. Propaganda of niet, het was een populaire film waar bijna twee miljoen Oost-Duitsers heengingen in vier maanden tijd.
De opening rondom de Schönhauser Allee is sterk, later wordt het meer een indoorfilm, met veel kamertjes en deuren en mensen die naar elkaar op zoek zijn.
Zoals met meer Oost-Duitse films gingen er pittige discussies aan vooraf of het niet ‘té’ was. Filmmaken in Oost-Duitsland moet echt gevoeld hebben als een roulette. In dit geval won Gerhard Klein met zijn gok om de jeugd wat afstotend, rebels af te schilderen. Een paar maanden later waren er al meer dan een miljoen mensen heen gegaan. Het hielp dat er nog een film over jongeren werd gemaakt: Eine Berliner Romanze (1956), een romantische film uit Oost-Duitsland.
Overigens betekende dat niet dat Klein voor altijd de roulette had gewonnen: in 1965 kwam de film alsnog op de lijst van verboden films en na 1967 zou Klein nooit meer een film maken. Hij werd ziek en overleed in 1970.
Ook in de West-Duitse cinema zaten opstandige jongeren. In Die Halbstarken (1956) zien we een portret van een jeugdbende. Horst Buchholz, later beroemd acteur, brak hiermee door. Buchholz zien we in 1958 terug in Berlijn in de romantische film Endstation Liebe – ook over jongeren. En hij speelt ook de hoofdrol in Nasser Asphalt, een spannend journalistenverhaal in Berlijn. Typisch Berlijns is dit terloopse bezoekje aan ruïnes in die film, terwijl het al jaren na het einde van WO II is.
Veel meer Berlijn zien we in het merkwaardige Frühling in Berlin (1957). Een vaag verhaal over bankovervallers is een excuus voor een film boordevol mooie en kleurrijke straatbeelden van West- én Oost-Berlijn. Neem deze toeristische rondrit door West-Berlijn; elders rent een man over de Stalinallee in Oost-Berlijn. Eindelijk een film die alles laat zien: de Funkturm, Potsdam, Alexanderplatz, Zoologischer Garten, Olympisch stadion, Tempelhof, etc. Met metro’s, treinen, straten, woningen. Veel nog beschadigd door de oorlog (de Brandenburger Tor in de steigers). Aardig om te zien maar wat een stom verhaal! Der Spiegel zei het treffend: “Regisseur Arthur Maria Rabenalt produceerde een Berlijnse brochure in mooie kleuren.”
De completist mag ook de Berlijnse buitenscènes in The Man Between (1953) niet missen. Carol Reed en James Mason in een sfeervolle thriller met diverse scènes op locatie.

Jahrgang 45 (1965/1990) – scheiden in de DDR
Locaties: Prenzlauer Berg, Mitte
Het loopt niet meer tussen het getrouwde stel Alfred (Al) en Lisa (Li). Beiden zijn geboren in 1945. Hij is een monteur met vakantie (‘die nietsnut van boven’), zij verloskundige. Alfred vertelt tijdens een metrorit nonchalant dat hij op zichzelf gaat wonen. Vervolgens leest bijna iedereen hem de les, zijn vrienden, zijn moeder. Zelfs zijn vakbond.
Jahrgang 45 is een soort arthouse avant la lettre. Zij ligt op bed, hij nodigt haar uit om samen film te kijken, ze draait zich om. Hij rookt een sigaartje en verveelt zich. Hij leeft in het moment, daar gaat de film over. Een soort reclame voor De Kracht van het Nu van Eckhart Tolle.
Een mooie scène is de (illegale) opname als hij met twee vrienden op de trappen van de Gendarmenmarkt zit. Ze bekijken de toeristen, die hen weer observeren. Werelden apart.
Was deze film in 1965 in West-Duitsland gemaakt, dan had geen hond hem gezien en was het nu vermoedelijk vergeten. Maar dit is een film over Oost-Duitsers. Je ziet DDR-straten, DDR-metro’s, DDR-supermarkten, DDR-winkels, DDR-auto’s, DDR-huiskamers, DDR-motorjeugd, DDR-feestjes, DDR-milkshakes. Veel werd in guerrillastijl en zonder toestemming gefilmd.
Jürgen Böttcher was documentairemaker (eigenlijk schilder, maar daar viel helemaal geen eer aan te behalen) en je ziet die ervaringen terug in zijn enige speelfilm. Böttcher, jaren later in een interview: “Wij filmden die straatscènes heimelijk vanuit een bouwkeet, vandaar ook dat er bij die scène geen geluid is. Het is voor mij een erg dierbare passage want het geeft heel sterk het opgesloten gevoel in de DDR weer.”
Politiek komt er niet in voor, maar die ongecontroleerde stijl van filmen was een gruwel voor DDR-bureaucraten en de film kwam niet verder dan de planken van het filmarchief.
De communisten misten volgens mij een kans. Ze hadden dit verhaal kunnen gebruiken als propaganda hoe rustig het leven in de DDR was. Waar genieten mensen nog zo van het draaien van een plaat? Waar ter wereld wil je werkgever rustig praten over je privéleven? Zingen ze een liedje op een flat in aanbouw? Slow voor het een hype was.
In 1990 werd op het Berlijnse filmfestival Berlinale voor het eerst een werkkopie van deze film vertoond. Nu geldt de film als een buitenkansje om het leven in de DDR ‘te ervaren’. Diverse acteurs hebben de film helaas nooit zelf gezien. Acteur Rolf Römer die Alfred speelt (was eigenlijk generatie ‘35) overleed in 2000 en heeft nauwelijks iets met zijn passie voor acteren kunnen doen.
Dit lot gold voor meer Oost-Berlijnse films. Zoals Das Kaninchen bin ich (1965), een licht-kritische film over het Oost-Duitse rechtssysteem. Ook deze film kon je pas in 1990 in de bioscoop zien.
De jaren zestig boden uiteenlopende cinema over Berlijn. One, Two, Three (1961) is verreweg de meest komische Berlijn-film ooit gemaakt. Wie anders dan wederom Billy Wilder filmde dit verhaal over een manager van Coca Cola in Berlijn die de dochter van de baas, Wendell Hazeltine, op bezoek krijgt. Ze keert terug van een trip met Otto Ludwig Piffl, een communist (opnieuw Horst Buchholz). Dat levert hilariteit op in een tempo dat je geregeld naar adem doet happen.
Iets heel anders was Zwei unter Millionen (1961), een romantisch verhaal over twee Oost-Berlijners die naar het Westen vluchten pal voor de Muur wordt gebouwd. Zie hier hoe simpel dat ging. De film van Wieland Liebske en Victor Vicas legt ook uit dat hun leven ná de vlucht niet eenvoudig was.
Der Geteilte Himmel (1964) van Konrad Wolff was een DDR-film met invloeden uit de nouvelle vague. Kwam moeizaam tot stand maar was toch te zien in de DDR-bioscoop.
Noemenswaardig vind ik ook Der Kerl liebt mich – und das soll ich glauben? (1969). Een West-Duitse film over een jonge vrouw (Uschi Glas) die met een crimineel omgaat. Ze gaat van Berlijn naar München en weer terug. Met een mooie openingsscène in een kleurrijke 60’s flatwijk die ik niet kon identificeren.
Aan de andere kant had je Ein Lord am Alexanderplatz (1967): een Oost-Duitse film over een oplichter, met onder andere de Häckischer Höfe in de DDR-tijd.
En het was ook dé tijd voor… spionage.
Meer lezen: https://www.berliner-zeitung.de/archiv/interview-mit-juergen-boettcher-ein-zensierter-ddr-film-birgt-jede-menge-aktualitaet-li.576188 en https://www.youtube.com/watch?v=GrMkBfeDRW8
Special in een special: spionage in Berlijn
Met de verdeling van Berlijn in vier sectoren kwamen ook vier geheime diensten mee – en diverse andere. Een vaak spannende situatie. Vervolgens dachten schrijvers en filmmakers: dat is interessant. Het levert spannende cinema op met tunnels, grensovergangen, verboden bezoeken aan ‘de andere kant’, enzovoort. De stress van de verdeelde stad.
De beste spionagefilms over Berlijn verschenen allemaal in een tijdsbestek van drie jaar, toen de Koude Oorlog (al twintig jaar gaande op dat punt) vlak na de Cuba-crisis bijna bevroren was:
• The Spy Who Came in from the Cold (1965): is letterlijk wat er de eerste drie minuten gebeurt. Richard Burton is zo gedesillusioneerd als hij wordt ontslagen vanwege een mislukte operatie, dat hij voor veel geld een boekje open wil doen voor de vijand. “Ik geloof niet in de kerstman, God of Karl Marx.” Een stukje Scheveningen en Berlijnse Muur in de studio. Plotwendingen alom in het eerste boek van de beroemde spionageschrijver John Le Carré. Hij laat Burton zeggen: “Spionnen zijn ambtenaren die hun rottige levens willen opfleuren.”
• Funeral in Berlin (1966): Len Deighton was schrijver van talloze boeken over spionage. Harry Palmer was zijn Britse MI5-held. Michael Caine brengt Palmers eendimensionale stoere karakter tot leven: dit is de meerwaarde die acteurs kunnen hebben. Hij is de hoofdpersoon van vijf films (allemaal gespeeld door Michael Caine). Van die films zijn vooral Ipcress File en Funeral in Berlin interessant. In Funeral in Berlin zien we hem van het ene in het andere subplot terechtkomen rondom een Rus die wil overlopen. Warrig scenario, mooie Berlijnse decors. Ipcress File is ook prachtig voor de liefhebber van spionagefilms en nog vrij recent in een serie omgezet.
• The Quiller Memorandum (1966): mijn favoriet onder de Berlijnse spionagefilms komt wat traag op gang maar heeft sterke dialogen van Harold Pinter, oog voor sfeer en acteurs die wat kunnen, zoals George Segal, Alec Guinness, Senta Berger en Max von Sydow (excellente rol als spion October). Filmische Berlijnse locaties: Hausvogteiplatz, Kurfürstendamm en het fraaie U-Bahnstation Schlesisches Tor.
• Torn Curtain (1966): Hitchcocks spionagefilm in Berlijn is een van de mindere uit zijn oeuvre. Toch de moeite waard, al vind je niet veel van Berlijn zelf.
• Casino Royale (1967): spionageparodie, waar Billy Wilder, Ben Hecht én Woody Allen nog aan meeschreven. Bonds dochter moet naar Oost-Berlijn om te infiltreren. Ondanks alle schrijverspower is het niet echt een gelukte film.
• A Dandy in Aspic (1968): Kraznevin (Laurence Harvey) moet zichzelf omleggen in Berlijn. Mia Farrow komt hem als toerist vervolgens overal in Berlijn tegen. De film heeft onverwacht luchtige momenten: “Dit is een oud-Russisch spreekwoord, dat ik vanochtend heb verzonnen.” “Je was dood toen je geboren was, je dood zal alleen maar een formaliteit zijn.” We zien de Berliner Funkturm, de Kaiser-Wilhelm Gedächtniskirche aan de Kurfürstendamm, het oude AVUS-circuit en S-Bahnhalte Friedrichstraße (in werkelijkheid station Gleisdreieck). Reelstreets geeft alle locaties.
Belangrijk onderdeel in deze wereld was een spionnenbrug, waar spionnen werden uitgeruild, de Glienickebrug. Onderwerp van Bridge of Spies (2015) van Steven Spielberg. En natuurlijk moeten we dan ook de James Bond noemen die in Berlijn is opgenomen: Octopussy (1983). Wie een spionageverhaal van de andere kant wil ervaren, kan terecht bij de DDR-film Streng Geheim (1963).

Bildnis einer Trinkerin (1979) – drinkend de dag doorkomen
Locaties: Tiergarten, Zehlendorff
Een vrouw, knalrood gekleed, stapt het vliegtuig uit. Ze drinkt wijn in een casino. Cognac in een bar/bakkerij. Witte wijn in de hotelkamer. Champagne in het theater. Cognac en Jägermeister in een bar. Wijn op haar werk. Bier in een Berlijnse ‘Stube’.
Daarna ‘adopteert’ ze een dakloze vrouw als haar (drink)partner. Ondertussen komt ze overal drie moralistische vrouwen tegen die wél hun monden open doen. “Het loslaten van sluitingstijden opent de deur naar misdaad.” “De homoseksuele subcultuur is eigenlijk een recreatief tijdverdrijf.”
Deze extreem eigenzinnige film van Ulrike Ottinger (deed ook de cameravoering) is er eentje waarvoor je rustig moet zitten want er is weinig gids van een verhaal. Je moet dat loslaten en genieten van dingen als het gortdroge spel van actrice (en partner van Ottinger in die tijd) Tabea Blumenschein; de soms aan Jacques Tati herinnerende momenten (het begin met de onwillige deur); de vele surrealistische ideeën (de man met de broodjas, dromen met de kleine man). Ottinger heeft een geschiedenis als pop-art-kunstenares en dat zie je ook af aan het design.
Noemenswaardig zijn ook bijrolletjes van culthelden als Nina Hagen, Eddie Constantine, Günter Meisner en Magdalena Montezuma.
Van Berlijn zien we veel terloopse locaties, bars, tunnels, bruggen, winkels. Herkenbaar is alleen de Siegessäule. Wel is er een interessant stuk met de Wannsee en de Glienicker Brücke (de eerder genoemde spionnenbrug). De enorme sanering van die omgeving is vastgelegd in deze film. Ook filmisch is het stuk op het verlaten spoorwegemplacement.
Liefhebbers van queer- en feministische cinema kwamen sowieso in de jaren zeventig aan hun trekken in de Berlijnse cinema. Want regisseur Rosa von Praunheim maakte in de jaren zeventig een vergelijkbare film over de West-Berlijnse queergemeenschap. Die is al briljant vanwege de titel: Nicht der Homosexuelle ist pervers, sondern die Situation, in der er lebt (1971).
Dit decennium was verder mager vergeleken met de golf artistieke films in andere delen van de wereld; er verschenen vooral stapels seksfilms en misdaadfilms. En dan ook nog uit andere steden: Hamburg (Blutiger Freitag, Supermarkt, Rocker), Düsseldorf (Die Katze) en München (de tv-serie Derrick). Berlijn had de misdaadfilm Die Knacker (1974), waarbij een goedkope bankovervalfilm wordt onderbroken door klagende producers. De regisseur neemt de benen en wil een echte overval plannen. “Ik dacht dat ik met een misdaadfilm de tv’s kon laten springen! Wat wij maken, is eigenlijk slaapmiddel, kauwgom.” Véél Berlijn. Bahnhof Zoologischer Garten, hotels, bars, straten, taxi’s, auto’s, rondvaartboten. Het is zoals zo vaak in misdaadfilms allemaal vrij anoniem, kleurloos en onherkenbaar – met af en toe casual de Muur op de achtergrond.
Een uitzondering was Fassbinders Die Dritte Generation uit 1973. Maar weinig Berlijn. We kijken de hele tijd vanuit een flatgebouw uit op de Gedächtniskirche (lijkt op hetzelfde gebouw als in The Quiller Memorandum).
En de Oost-Berlijnse cinema? Die probeerde via menselijke films over het Berlijnse leven de communistische boodschap uit te dragen. Denk aan titels als He, du! (1970), Solo Sunny (1980), Liebeserklärung an Berlin (1977), Das Versteck (1978) en de opmerkelijke DDR-hippiefilm Die Legende von Paul und Paula (1973).

Der Himmel über Berlin (1987): het trauma van Berlijners
Locaties: Tiergarten, Mitte, Prenzlauer Berg
Engelen luisteren onze gedachten af. In dit Berlijn lopen twee engelen dat te doen. Hebben we nog hoop of zitten we in zak en as en moet de engel ingrijpen met een snufje optimisme? Er zijn nogal wat getroebleerde geesten om naar uit te kijken. Dat lukt vaak, maar niet altijd.
Ze hangen rond bij een circus, een bibliotheek en bij opnamen van een oorlogsfilm, waar de Amerikaanse acteur Peter Falk aan meedoet, die soms ook rondloopt (“Hé is dat Columbo?”). Of de engelen geloven in hun ‘werk’ leren we niet echt, maar het willen helpen is sterker dan henzelf.
Marion is als trapeze-artieste verkleed als engel. In zichzelf zegt ze: “Berlijn, ik ben een buitenstaander, en toch is het allemaal herkenbaar. Je kunt niet verdwalen want je loopt altijd tegen de Muur aan.” De engel krijgt gevoelens voor haar en zou graag weer ontengeld zijn.
Bijzondere film van Wim Wenders. De film mixt archiefbeelden, monologen en improvisatie zonder dat het ergens irriteert. En verweeft net zo knap de eigenzinnige met meer gewone, herkenbare scènes. Het script kwam van de schrijver Peter Handke, en dat geeft de film – door de zorgvuldig geformuleerde monologen – geregeld een literair gevoel. Zoals wanneer de twee elkaar bij de bar tegenkomen en zij eerst een immense monoloog houdt voor hij haar mag kussen.
Der Himmel über Berlin is met het gewandel door Berlijn een van de beste films met een cinematografische blik op de gebroken stad van toen. Een prachtpassage waarbij een oude man het oude gapende gat dat Potsdamer Platz heet bezoekt, inclusief Muur. Fascinerend is de weg die doodloopt op de Muur. Een blik op het verlaten Ostbahnhof. Peter Falk die bij de leftovers van het Anhalter Bahnhof loopt. De engel die onder de U-Bahn doorloopt. De bunker waar filmopnamen zijn (nu al jaren een galerie).
Het leven langs de Muur – dat is de route van de film – ging zijn gang. We zien mensen joggen, een Berlijnse nachtclub, een wasserette, een stadsbus, een metrostation, een concert van Nick Cave. Als romance is het even diep als romances gaan, maar het geeft wel energie aan de film.
De inventiviteit van Wenders’ cinema blijkt als de camera over de westerse kant van de Muur (met de iconische hoofden van Muurschilder Thierry Noir) naar de oosterse kant glijdt. Nette witte muren en Oost-Duitse grenssoldaten. Het duurt even voor je beseft dat dit niet kon in 1987. Een stukje Oost-Duitse muur werd nagebouwd in een studio. Maar er zitten wel echte clandestiene beelden in van Oost-Berlijnse straten van Prenzlauer Berg, gemaakt door cinematograaf Thomas Plenert. Je herkent ze aan de Trabantjes.
De film was een groot succes in 1987. Een Gouden Beer in Berlijn en een nog grotere status voor Wim Wenders, die toch niet misselijk was na Paris, Texas. Het is een verhaal over trauma, schrijft The Guardian in een analyse, met die naar verdriet luisterende engelen. En dat is ook wel logisch – gezien het feit wat Berlijners allemaal hebben moeten doormaken, dat leren we al uit alle voorgaande Berlijnse cinema.
Geschiedenis is volgens mij opzettelijk de rode draad in de film. Een grote rol voor de bibliotheek (een van mijn favoriete passages). “Iedere straat heeft zijn eigen grens”, hoor je op gegeven moment iemand zeggen. Er zijn archiefbeelden en de film switcht een paar keer van zwart-wit naar kleur.
Daarom vermoedelijk ook beelden van plaatsen die in Ruttmanns film Berlin – Die Sinfonie der Großstadt nog heel waren: Anhalter Bahnhof en Potsdamer Platz. “Ik kan Potsdamer Platz niet vinden”, zegt iemand. In 1993 verscheen een veel minder bekend vervolg van Wim Wenders: In weiter Ferne, so nah!. Met onder andere Willem Dafoe en… Horst Buchholz.
Films over Berlijn in de jaren tachtig waren pover in kwaliteit maar er kwamen wel wijken aan bod die zelden eerder in films te zien waren. De topproductie van het decennium was Berlin Alexanderplatz (1980), de serie van Fassbinder naar het boek van Doblin. Verder vind ik Cycling the Frame (1988) een aardige curiositeit. Actrice Tilda Swinton fietst langs de muur en uit gedachten. Film van Cynthia Beatt staat op YouTube. In 2009 deden ze de route opnieuw in The Invisible Frame.
Special in een special 2: Berlijn in crisis
De jaren tachtig waren zoals voor veel Europese steden ook een bleek decennium voor Berlijn. West-Duitsland wordt eind jaren zeventig getroffen door een heroïnegolf. Junkies worden onderdeel van het stadsbeeld. Ze bevinden zich in Berlijn vooral rondom het station Zoologischer Garten.
Christiane F.: Wir Kinder vom Bahnhof Zoo van Uli Edel was gebaseerd op memoires van de gelijknamige vrouw, die ze met journalisten had geschreven. Boek en film beschrijven hoe een generatie tieners verslaafd raakt aan harddrugs en zich prostitueerden rondom station Zoologischer Garten. De film ging voor realisme en de scènes met naalden in armen zijn bijna niet te tellen.
De echte Christiane F. en Detlev vind je op Wikipedia of in documentaires op YouTube. In 2021 is er ook een tv-serie over gemaakt, Wir Kinder vom Bahnhof Zoo.
Er waren meer typische 80’s-films over Berlijn zoals Neonstadt (1982) van Wolfgang Büld, Dominik Graf en Hans Schmid en Decoder (1983) van Muscha. Ze gaan alle drie over de muziek van die tijd. Opmerkelijk is dat Christiane F. bij alle drie de films betrokken was. In zekere zin past Possession (1981), een duistere monsterfilm van de Poolse regisseur Andrzej Żuławski over een huis bij de Muur, daar ook bij.
Niet letterlijk (want het was een Oost-Duitse film) maar de crisis zie je ook een beetje terug in Insel der Schwäne (1982). Een jongen verhuist van een klein stadje naar de Oost-Berlijnse flatwijk Marzahn en moet daar zien te overleven. Kanakerbraut (1983) schetst de sombere kant aan de andere kant van de Muur. De film van Uwe Schrader gaat over de Kreuzbergmicropolis van werkloze, arme en geregeld bezopen mensen. Enigszins vergelijkbaar is Wedding (1989): jongeren met schulden en gebroken families ontmoeten elkaar weer in de wijk waar ze opgroeiden: Wedding.
Eind jaren tachtig was Oost-Duitsland vrijwel failliet en stond er opeens alleen voor. Na een paar bizarre ontwikkelingen viel in november 1989 opeens de Muur – het symbool van de verdeelde stad die Berlijn was. In 1990 werd het land, en dus Berlijn ook, weer een.

Sonnenallee (1999): een Oost-Duitse straat vol spot
Locatie: Neukölln (studio)
Bij de uitkijk van de Sonnenallee staan de West-Berlijners te kijken naar de jonge Oost-Berlijners achter de muur. “Hé kijk, Ossi’s! Mag ik je voeren?” Op hun beurt rennen de Oost-Berlijners achter een toeristenbus aan met West-Duitse toeristen, om hen de stuipen op het lijf te jagen: “Honger! Honger!”
De Sonnenallee is een lange weg achter Tempelhof in de wijk Neukölln. Daar was in de DDR-tijd ook een checkpoint, zie deze kaart op Wikipedia. We volgen Micha en zijn vrienden. Hij is scholier, opstandig, verliefd op Miriam, voor wie hij alles over heeft.
Sonnenallee is een van die energieke jarennegentigfilms met jonge acteurs, geestige scripts en onvervalste satire. DDR-controle bij de grens: “Lychees! Moeten jullie dat eten in het Westen?” Een pijnlijke stilte als de wachtmeester op bezoek komt. DDR-drugs: pillen van de drogist fijnstampen en dan mengen met cola. Rudi Carrell op West-Duitse tv kijken: “Die dingen op de band moeten de mensen onthouden, en dan mogen ze die mee naar huis nemen.” (Totaal verbaasd:) “Mee naar huis nemen?” Een Stasibuurman die elke opmerking verdacht vindt.
Details krijgen veel aandacht. Posters, kleding, de ‘minetta’-radio, een onuitklapbare tafel, vreemde T-shirts, zelfkritiek op een FDJ-jongerendag (in outfit), Krönung-koffie, telefooncellen, auto’s, westerse muziek die jaren na dato publiek bereikt, etc..
Het kan bijna niet anders dan dat het een feest van herkenning was voor iedere Ossi. Negen jaar na de Wende zal het nog fris in het geheugen zijn geweest.
Het tempo ligt goed hoog, zoals het hoort bij een komedie. Deze zin is bijvoorbeeld erg humoristisch (in een discussie hoe vrij de Oost-Duitsers zijn): “In Thüringen mogen we overal gaan en staan waar we willen!” Het Oost-Duitse feest waarbij iedereen binnenloopt, is een van de grappigste passages. De acteurs werden goed geregisseerd in hun komische werk, de moeder, de oom, de illegale platenverkoper, etc.. De regie was van Leander Haußmann, ook bekend van Herr Lehmann en Stasikomödie.
Minder is dat de hoofdpersoon een naïeve jongen is die de hele tijd achter één populair meisje aanrent, wat vaak vaak heel wat minder grappig is dan de schrijvers zelf denken.
Sonnenallee (allemaal studio-Berlijn trouwens) is een van de vroegere films van de Ostalgie-golf in de Duitse cinema. Lang niet zo succesvol als de wat meer gelikte arthousekraker Good Bye Lenin! vier jaar later maar wel een stuk grappiger. Dat is ook niet in het minst te danken aan de hoofdrolspeler, Alexander Scheer. Bij ons vrijwel onbekend maar hij heeft een komisch talent. Nu speelt hij vooral beroemdheden, zoals David Bowie in de serie Wir Kinder vom Bahnhof Zoo (2021) en Andy Warhol in Fassbinders biopic Enfant Terrible (2020). De perfecte persoon voor de hoofdrol in Sonnenallee want hij was zelf ook achter de Muur in Oost-Berlijn geboren. “Het was niet beter, slechter, maar compleet iets anders”, zegt hij in dit interview.
De jaren negentig was de tijd van grote verandering in Berlijn. Zo kreeg de wijk Mitte opeens weer kleur op het gelaat want het kon na de val van de Muur weer aan elkaar geplakt worden. Dat betekende een heleboel bouw- en saneringsprojecten. Berlijn stond bekend als de grootste bouwput van Europa. Je krijgt een idee via de korte film (twee minuten) Neues Berlin op YouTube.
En ook de Berlijnse cinema veranderde. Spionage, Muur, spanning, Oost-Duitse films: allemaal opeens weg. Er was verandering. Eind jaren negentig was er wat meer geld om in de nieuwe hoofdstad te filmen. En zoals zo vaak, maakten die Berlijnse films creatief gebruik van de achtergrond die de stad bood:
• Die Mauer (1990): Jurgen Böttcher (van Jahrgang 45) maakte deze film over de afbraak van de Muur
• Berlin – Prenzlauer Berg (1990): de veranderingen in deze Oost-Berlijnse wijk gingen snel en Petra Tschörtner legde het vast
• Nie Wieder Schlafen (1992): drie vrouwen herontdekken herenigd Berlijn in een soort lokale Sex and the City
• Das Leben ist ein Baustelle (1997): slimme romantische komedie van Wolfgang Becker met de grote bouwprojecten in Berlijn als achtergrond
• Lola Rennt (1998): bekende arthousefilm in drie varianten waarin Lola de hele stad doorrent (film van Tom Tykwer)
• Die leere Mitte (1998): obscure film van Hito Steyerl over Mitte. Kwam pas in 2022 in de bioscoop
• Ich Chef, Du Turnschuh (1998): over een Armeense vluchteling die in de bouw gaat werken
Meer lezen: https://www.epd-film.de/filmkritiken/sonnenallee

Berlin is in Germany (2001): aanpassen is niet makkelijk
Locaties: Mitte, Friedrichshain
Martin – oud-Ossi – komt na elf jaar gevangenisperiode vrij. Martin wil zijn zoon weer zien, zoekt werk en doet aan therapie (schilderen). De wereld is anders. Er is vrijheid en techno. Maar ook Plattenbau (prefab-bouw) met racistische buren.
Zijn ex-vrouw (anders dan je vaak in films ziet) wil hem helpen. Ze is intussen onderdeel geworden van de culturele elite. Als hij op bezoek komt, weten de elitaire Berlijners niet wie hij is. “Heb jij gehoord wat hij deed? Nee ik dacht dat hij misschien een schrijver is.”
Hij kan bij een oude vriend in een seksvideotheek met liveshows werken. Daar ontstaat een warme relatie met seksartiest Ludmilla. Hij gaat studeren voor een taxi-examen. Dat is lastig want diverse straten in het oosten hebben andere namen gekregen. “Fritz Heckertstrasse is Engeldamm, Ho Chi Minh-strasse is Weissenseerweg, Helmut Juststrasse is Behmstrasse, Otto Grotewohlstrasse is Wilhelmstrasse…” Na zijn examen blijkt dat Martin met zijn strafblad geen taxichauffeur mag zijn. Wat nu?
Vriendelijke, menselijke film van Hannes Stöhr, die leunt op het overtuigende acteren van de hoofdrolspelers, vooral Jörg Schüttauf als Martin. Geen stereotype arthousedrama – daarvoor is het wat te onvoorspelbaar – maar gewoon een mooie film over een man die probeert om zijn leven op te pakken. Waarbij je ook veel van Berlijn ziet, met de Fernsehturm van Alexanderplatz als een Eiffeltoren aldoor op de achtergrond (net als in Good Bye Lenin! is het een soort permanent referentiekader). Het enige wat de film mist, is een plot om het rond te maken. Dat is wel spijtig.
In deze tijd ligt de nadruk wat minder op de stad Berlijn, maar zien we meer van de rauwe kant van het bestaan in diverse buurten:
• Die Unberührbare (2000): drama van Oskar Roehler
• Planet Alex (2001): verhalen rondom Alexanderplatz, veel buitenscènes, guerrillastijl
• Alltag (2003): met de grootste gemeenschap Turken buiten Turkije in Berlijn (vooral Kreuzberg), duurde het nog een tijd voor er een echte film over verscheen. Film van Neco Çelik
• Herr Lehmann (2003): amusant portret van Kreuzberg tijdens de jaren tachtig van Leander Haussmann (regisseur van Sonnenallee)
• Die fetten Jahre sind vorbei (2004): antikapitalisten bezoeken het rijke stadsdeel Zehlendorf en gaan mensen ontvoeren en de les lezen
• Sommer vorm Balkon (2005): aardige buurtfilm van twee vrouwen in Prenzlauer Berg
• Netto (2005): man in Prenzlauer Berg krijgt zoon in huis
• Knallhart (2006): een soort La Haine maar dan in Neukölln
Meer lezen: https://www.filmportal.de/film/berlin-is-in-germany_283c6c29d554490d9dda78e106ac4d6a
Laatste special in een special: Berlijn en geschiedenis
Nog een special? Ja! Want het moet. Berlijn is de ideale stad om te leren kennen via films. Duitsers hebben zelf al meer dan gemiddelde interesse in hun geschiedenis. Er is zelfs een (Poolse) film gemaakt over de konijnen die leefden in het niemandsland van de twee verdeelde steden: Rabbit à la Berlin (2009). Daarom deze laatste special:
• De Spartakusopstand in 1919 eindigt in een bloedbad onder communisten: Rosa Luxemburg (1986)
• De Weimarrepubliek van de jaren twintig levert bijzondere cultuur én economische chaos op: I am a Camera (1955), Cabaret (1972), Fabian (1980) en Comedian Harmonists (1997)
• Nazi-Duitsland verliest de oorlog en Berlijn wordt kapot geschoten in april en mei 1945: The Last Ten Days (1955), Hitler: The Last Ten Days (1973), The Death of Adolf Hitler (1973), The Bunker (1981) en Der Untergang (2004)
• In 1948 blokkeren de Sovjets de aanvoer naar de geallieerde zones in Berlijn en een luchtbrug wordt opgezet: The Big Lift (1950) en The Airlift (2005)
• De stad wordt vanaf 1949 verdeeld, in 1961 wordt de Muur gebouwd, en mensen proberen met gevaar voor eigen leven te ontsnappen: Escape from East Berlin (1962), Der geteilte Himmel (1964), Berlin Tunnel 21 (1981), Night Crossing (1982), The Innocent (1993), The Tunnel (2001) en West (2013)
• Oost-Duitsland is een dictatuur waarbij iedereen elkaar bespioneert: Das Leben der Anderen (2006)
• Berlijners leven decennialang gescheiden van elkaar en dat zorgde voor persoonlijk drama: Romance in Berlin (1956), Familie Rechlin (1982), Das Versprechen (1995), Der Himmel über Berlin (1987) en Salmonberries (1991)
• De Muur gaat neer in 1989 en Duitsland is weer een. De stad verandert in een grote bouwput: Boomtown Berlin (serie 1996 – 2003), Das Leben ist eine Baustelle (1997), Lola Rennt (1997) en Berlin Babylon (2001)
• En wordt dé partystad van Europa (Szenetriffen heet dat in onvervalst Berlijns): Angel Express (1998), Berlin Calling (2008) en Victoria (2015)
• Diverse Oost-Duitsers krijgen te maken met ‘Ostalgie’, Oost-Duitse cultuur: Sonnenallee (1999), Good Bye Lenin! (2003), Meine schönsten Jahre (2004) en Liebe Mauer (2009)
• Voor ‘Ossies’ is de aanpassing aan de stijl van het westen sowieso niet simpel: Die Unberührbare (2000), Berlin is in Germany (2001) en Du bist nicht allein (2007)
• Net als veel andere grote steden zien Berlijners hun huren stijgen in de 21ste eeuw: Welcome Goodbye en Mietrebellen (beide 2014)
Deze unieke Berlijnse geschiedenissen bieden natuurlijk ook kansen voor series die personages langere tijd volgden. Met name in de 21ste eeuw verschenen ze aan de lopende band. We gaan er verder niet op in, maar de liefhebber van series bingen én Berlijnse geschiedenis heeft keuze genoeg:
• Liebling Kreuzberg (1986 – 1991)
• Dogs of Berlin (2018)
• Babylon Berlin (2017 – 2025)
• Berlin, Berlin (2002 – 2005)
• Deutschland 83 / 86 / 89 (2015, 2018, 2020)
• Ku’damm 56 / 59 / 63 / 77 (2016, 2018, 2021, 2025)
Houd je meer van gamen? Dan kun je al spelend de Berlijnse geschiedenis meemaken via de game The Berlin Apartment.
Kortom…
De schatkamer van de Berlijnse cinema – en de geschiedenis van de stad – is bijna onuitputtelijk. Er zijn altijd nisjes waar je nog niet eerder had gekeken. De website Filmfriend.de heeft bijvoorbeeld nog allerlei oudere films over Duitsland en Berlijn, zie de links hieronder.
Ondertussen blijft het gekke Berlijn zelf ook steeds weer veranderen van karakter. Het is een van de weinige steden die cultureel enorm veel te bieden heeft, zelfs in tijden dat de huizenprijzen stijgen. Het is bijna een blinde liefde die je tussen kijker en maker voelt: als Berlijn in een film voorkomt, dan móet het wel iets moois zijn…
Overige bronnen
• Filmfriend over Oost-Duitse films: https://www.filmfriend.de/en/collections/once-upon-a-time-in-east-germany
• Filmfriend over Berlijnse films: https://www.filmfriend.de/en/collections/berlin-film-ballads
• The Guardian en top 10: https://www.theguardian.com/travel/2011/aug/17/top-10-films-set-in-berlin
• Video-essay op YouTube: https://www.youtube.com/watch?v=rjFf41DePhk
• Wikipedia: https://en.wikipedia.org/wiki/List_of_films_set_in_Berlin
• Boek: Brigitta B. Wagner: Berlin Replayed, University of Minnesota Press
30 juli 2026
Deel 1: Camera Obscura Special: Parijs
Deel 2: Camera Obscura Special: New York
Deel 3: Camera Obscura Special: Londen
Deel 4: Camera Obscura Special: Tokio
Deel 5: Camera Obscura Special: Amsterdam
Deel 6: Camera Obscura Special: Rio de Janeiro

























