IDFA 2019 – Deel 7

IDFA 2019 – Deel 7:
Het experiment op IDFA 2019

door Bob van der Sterre

Documentaires met iets meer experimenteerdrift dan gemiddeld, ze vallen niet zo op in het maatschappijkritische lawaai van IDFA. Toch zijn ze er wel. Hierbij vier IDFA-films die grenzen verleggen met beelden belangrijker vonden dan de mens centraal stellen.

 

Barzakh

Barzakh
Het is niet altijd even eenvoudig, pers zijn op IDFA. Als je zoals ondergetekende te laat bij Barzakh binnenkomt, krijg je eerst een langdurend donker beeld met een uitspraak uit de Koran; daarna een vaag duister beeld van rotsen; na een minuut zie je een jongen passeren met lampion; na tien minuten volgt het eerste daglicht (en je kunt zitten).

Dat spreekt ook wel voor deze documentaire, die consequent gebruik maakt van het maanlicht – en daarmee talloze sublieme shots brengt van de jongens die hier overleven in de bergen, op de punt van Marokko, wachtend tot ze met zelfgemaakte vlotten de overtocht gaan maken. Zo leven dus sommige mensen terwijl je gewoon thuis je serie aanzet en een zak chips plundert. Tegelijk raakt het ook niet echt, omdat deze jongens niet veel te vertellen hebben, en ietwat geforceerd beginnen te praten over hun toekomst, de overtocht, hun dorp, enz…

Deze overstekers in spe lijken meer een beetje verplichte kost om de mooie, mysterieuze shots van bergen, zee en maanlicht te kunnen maken, want dat is wat deze documentaire van Alejandro Salgado (die natuurlijk wel wat vertrouwen moest winnen van de vluchters, dat is ook knap) boeiend maakt. Een van de weinige films die het denk ik beter zou doen in het Omiversum dan in een bioscoop.

 

Selfie

Selfie
Napels en omgeving blijkt een immer inspirerend onderwerp. Speelfilms als Reality, Gomorrah, Piranhas; series als Gomorra; documentaires als Camorra, Dark Corner, Robinù. Het is duidelijk waar het zwaartepunt ligt: de misdaad. Ook in Selfie draait het om een moord, die op Davide, jeugdvriend van de twee hoofdrolspelers, per ongeluk neergeschoten door de politie.

Waar is de experimenteerdrift dan? Die zit hem in het idee om de twee hoofdrolspelers uit te rusten met een mobiele camera. Met een selfiestick filmen ze zichzelf en hun wijk, Traiano. Dat maakt een film wel wat makkelijker en de mensen uit de wijk toegankelijker. Overigens wel al vaker gedaan (op dit festival alleen al Tiny Souls) maar dit is een mogelijke trend voor de toekomst – temeer de kwaliteit van smartphonecamera’s steeds meer toeneemt.

Dat levert soms boeiende beelden op. Het spontane zangoptreden, een pistool leegschieten in de natuur, scooterrijden door de stad (met een broodje in een plastic doosje). Het meisje dat zich verwondert of het nog de moeite waard is om te trouwen als haar man 20 jaar moet zitten (bij 10 jaar heeft ze geen twijfel).

Het aardige is dat deze film, anders dan bijvoorbeeld Robinù, geen minigangsters neemt in de hoofdrol. Nee, Alessandro en Pietro zijn zestien maar de een werkt in een bar, de ander wil kapper worden. Geen sensationele docu dus, ze zijn zelfs aandoenlijk, Napolitanen zijn nou eenmaal op hun zestiende al emotioneel ontwikkeld en deinzen niet terug voor wat geknuffel en gekus. Heel af en toe kreeg ik een La Haine-vibe, waar deze film wel wat van weg heeft. Wel is het resultaat een beetje wat je verwacht van zestienjarigen. Had een stuk korter gekund.

 

Ridge

Ridge
Van Napels naar het platteland in Zweden. John Skoog heeft een achtergrond als beeldend kunstenaar en dat kan de reden zijn dat hij deze film helemaal anders aanpakte. Negen van de tien documentairemakers hadden iemand gevolgd, dialogen gefilmd, en we hadden per se moeten meeleven. In deze film speelt het beeld de hoofdrol en leren we de mensen achter het beeld amper kennen.

De film heeft wel wat ankerpunten met menselijke interactie maar die zijn alleen een vage rode draad tussen de beelden van mensen die ‘s avonds met zaklampen slakken vangen (van bovenaf, je ziet hun lichtjes rondgaan), verdwaalde koeien, een wapperend korenveld (met techno), een hooibalenmachine in close-up en een dronken tiener die tussen de varens zijn roes uitslaapt. Met deze associatie vul je zelf de ontbrekende lijnen in. De techniek is misschien niet nieuw, maar de stijl wel fraai. Eindelijk een film die het durft om niet de mens, maar de beelden voorop te zetten. Ik vond zelf dat de film nog wel wat handtekening had mogen hebben – bijvoorbeeld met muziek – dan was het nog meer een visueel kunstwerk geworden.

De concentratie op dit boerenland doet voor Skoog wat de film Microcosmos doet voor het leven der mieren: het beperkt de artiest en dat pakt bijna altijd goed uit. Sterk debuut.

 

Marshawn Lynch: A History

Marshawn Lynch: A History
Deze film van David Shields gaat wel en niet over American Footballspeler Marshawn Lynch. Het is het type documentaire dat iets kleins als aanleiding neemt om iets enorms te willen vertellen. En slaagt daarin net zo goed wel als niet.

Marshawn Lynch is zeer eigenwijs, staat op tijdens het Mexicaanse volkslied en blijft zitten bij het Amerikaanse. Zijn eigenwijsheid is aanstekelijk. Een van de vele persconferenties die hij frustreert. Vraag. ‘I’m thankful.’ Vraag. ‘I’m thankful.’ Vraag. ‘I’m thankful.’ Dit doet hij in talloze varianten en hij krijgt een stempel mee: moeilijke jongen. Wel het ‘hart’ van American Football omdat hij in het veld ook soms ‘onbrave’ dingen laat zien.

Montage, daar draait deze film om. Suggestieve montage vooral. Via videosampling (je krijgt 700 beeldfragmenten voor je kiezen) wordt Marshawn Lynch gekoppeld aan zaken als slavernij, maatschappelijke ongelijkheid, armoede en racisme. Soms best vindingrijk, zoals met quotes van The Cat in the Hat van Dr. Seuss, of het portret van alle eigenwijze mensen uit Oakland. ‘Hij rent met zijn woede’, is zo’n mooie quote.

Soms vliegt de film totaal de suggestieve bocht uit, door het aan elkaar lijmen van quotes van bijvoorbeeld Malcolm X., Trump, Louis CK, Richard Pryor en Dave Chapelle, met beelden van Ferguson. Ik snap het idee, maar nee, dit is meer het niveau studentenfilm. Terwijl ik eigenlijk denk dat de film op geestige manier de onzin van sportcommentaar had kunnen aankaarten. Dat onderwerp was blijkbaar te licht voor de makers.

 

2 december 2019

 

IDFA 2019 – Deel 1
IDFA 2019 – Deel 2
IDFA 2019 – Deel 3
IDFA 2019 – Deel 4
IDFA 2019 – Deel 5
IDFA 2019 – Deel 6
IDFA 2019 – Deel 8
IDFA 2019 – Deel 9

 
MEER FILMFESTIVAL

IDFA 2019 – Deel 5

IDFA 2019 – Deel 5:
Invloed van Netflix?

door Bob van der Sterre

Waar zou het aan liggen, de hausse aan documentaires over drama uit het verleden? Is het de invloed van Netflix of was de hausse er altijd al en valt het nu pas op? Hoe dan ook, vier docu’s met dat uitgangspunt.

 

The Death of Antonio Sanchez

The Death of Antonio Sanchez
Een van de laatste maquitos (‘mannen van de bergen’) was Antonio Sanchez Lomas. Dat wil zeggen: daarmee was het laatste verzet (in 1952) tegen de fascistische Spaanse regering gebroken. Antonio werd neergeschoten en daarna op de rug van een ezel naar het dorp Frigiliana gedragen. Een herinnering die nog steeds wonden openscheurt in het dorp, onder andere omdat ook een paar onschuldige jongens werden vermoord, die deze ‘Mannen van de Bergen’ zouden hebben gekend

Films met dit soort titels doen het altijd goed. Toch hoef je geen spannende misdaaddocu te verwachten. Meer een theatrale interpretatie. Want de lokale conciërge (een in dit stadje weggepeste socialistische politicus) en regisseurs Ramón en Salvador Gieling zetten alles à la Oppenheimers The act of Killing in scène. Ook hier een confrontatie: tussen de oude fascistische burgemeester en een getraumatiseerde nabestaande. Daarnaast kan de conciërge zijn eigen trauma’s wegspoelen, gezien zijn fanatieke acteerwerk als guardia civil van de jaren vijftig (speelt ook nog het lijk van Sanchez Lomas).

Onderhoudende Nederlandse productie die wel beklijft door het in scène zetten van alles, maar daarmee niet iets nieuws uitvindt. Bovendien stoorde ik me ook wel door het gemakzuchtige herhalen van Schuberts Opus 100, die zelfs beelden van een vuilniszakken smijtende vuilnisman nog ontroerend zou maken .

 

Black Box BRD

Black Box BRD
Film uit 2001 in het kader van het It Still Hurts-programma, over drama in onze post-WO II-wereld. Andreas Veiels film is een klassieker over twee geschiedenissen in de jaren zeventig: die van de voortvluchtige RAF-man Wolfgang Grams en bankier Alfred Herrhausen, die werd vermoord door de RAF. Beiden hebben een geschiedenis in de Bondsrepubliek die niet méér verschillend kan zijn. De terreur (linkse terreur toen nog) versus het kapitalisme: hier vind je achtergrond op de krantenkoppen van die tijd.

Je ziet de bekende pratende hoofden (partners, vrienden, ouders), archiefbeelden maar ook niet-journalistieke beelden ter ondersteuning, zoals rijdende Mercedessen of mensen die iets doen (schoonmaken). Het probleem van veel moderne documentaires is dat ze dit soort esthetische beelden weglaten, hoewel die juist lucht geven aan een film.

Ander sterk punt is dat de film niet oordeelt en je zelf laat nadenken over de levens van deze twee. Met deze aanpak kan Black Box BRD nog steeds makkelijk de vergelijking aan met gelikte documentaireseries op Netflix. (En niet verder vertellen maar de film staat compleet op YouTube.)

 

1982

1982
Het jaar van de oorlog om de Falklandeilanden. Het Argentijnse dictatorschap van Leopoldo Galtieri versus Margaret Thatcher. En dat om een eilandengroep met amper 30.000 mensen. Deze vooral symbolische oorlog verliep voorspelbaar: de Argentijnen bezetten de eilanden maar waren geen partij voor de militair veel sterkere Britten.

Vrijwel alle beelden van 1982 komen van het Argentijnse 60 minutos. Dat nieuwsprogramma berichtte uiteraard enorm eenzijdig. De Argentijnen waren immer aan de winnende hand, de bevolking stond massaal achter de soldaten, die op hun beurt dolgraag hun levens wilden opofferen voor dit koude stukje land. 1982 legt uit hoe televisieberichtgeving werkt in een land waar je geen vrije media hebt – en dat is best herkenbaar in onze tijden van Facebookhokjesgeest. Het is wel een enorme gok voor dat soort regimes. Als je verliest, is de bevolking woedend omdat ze zich verraden voelt. Twee jaar na de nederlaag viel dan ook deze dictatuur.

Docu biedt hier en daar wat fascinerende momenten (het inpakken van de dozen, de verkleumde soldaten op het eiland) en doet denken aan The Autobiography of Nicolae Ceaușescu uit 2010 van Andrej Ujica, die hetzelfde idee had: aan elkaar gemonteerde archiefbeelden zeggen soms meer dan een journalistieke documentaire.

 

Shooting the Mafia

Shooting the Mafia
De minst gelukte film van het festival is Shooting the Mafia. Ik verwachtte veel van dit portret van Letizia Battaglia. Ik bewonder haar werk en moed. Ze fotografeerde de misdaad in de jaren vijftig, zestig en zeventig voor een Siciliaans dagblad en was later politica. Daarbij had ze ook oog voor de armoede op Sicilië – die foto’s zijn misschien nog mooier. Ze had een soort geluk en pech in deze periode fotograaf te zijn.

Afgezien van de esthetische kwaliteiten van haar foto’s, is ze bekend om haar eigenzinnigheid. Ze vond de romantisering van misdaad in films en series als The Godfather en The Sopranos simpelweg vreselijk.

De documentaire had ruimte genoeg om dit uit te zoeken, maar je krijgt een fotogalerie met duizelingwekkend veel lijken, een samenvatting van haar liefdesleven en een complete maffiageschiedenis. En daarnaast, als een jukebox van Italiaanse muziek, liedjes als Volare die denk ik niks met Battaglia te maken hebben. Gemiste kans! In de eerder besproken La mafia non è più quella di una volta krijg je een leuker en spontaner beeld van Battaglia, ook al is ze daar korter in beeld. Ik meen hier zelfs dezelfde demonstratie te zien als die ze in de andere film bezoekt!

 

1 december 2019

 

IDFA 2019 – Deel 1
IDFA 2019 – Deel 2
IDFA 2019 – Deel 3
IDFA 2019 – Deel 4
IDFA 2019 – Deel 6
IDFA 2019 – Deel 7
IDFA 2019 – Deel 8
IDFA 2019 – Deel 9

 
MEER FILMFESTIVAL

IDFA 2019 – Deel 1

IDFA 2019 – Deel 1:
Luchtige en warme documentaires

door Bob van der Sterre

We trappen ons verslag van het International Documentary Festival Amsterdam (IDFA) 2019 af met documentaires die moeilijke onderwerpen net even anders benaderen.

 

La mafia non è più quella di una volta

La mafia non è più quella di una volta
La mafia non è più quella di una volta (liever dan de Engelstalige titel Maffia is not what it used to be) is nu al mijn favoriete film van het festival. De film is enorm chaotisch maar biedt aan de andere kant een hoop hilariteit. Regisseur Franco Maresco had geen zin in een serieuze documentaire en heeft de les ‘Wees een vlieg aan de muur’ bij de documentaireschool overgeslagen. Hij vernedert zijn geïnterviewden geregeld (‘Borsalino heengegaan? Hij is vermoord!’), monteert in het wilde weg en ratelt de spaarzame pauzes nog aaneen met een voice-over.

Mij bekroop dat gedachte dat als Nanni Moretti documentaires zou maken, het ongeveer zo zou worden. Het doel: een portret van de Siciliaanse artiesten die optreden voor een (treurig) feest ter nagedachtenis van antimaffiarechters Borsalino en Falcone. Maar geen van allen wil de maffia afvallen. ‘Waarom kun je het niet zeggen?’ ‘Ik heb zo mijn redenen.’ ‘En wat als Jezus Christus het aan je zou vragen?’ ‘Dan ook niet.’

Vreemde toestanden passeren het scherm in hoog tempo. De organisator (Ciccio Mira) die zich langzaam terugvecht als een ouderwetse (anti)held. Zijn protegé (‘Hij is een beetje off-key’) Christian Miscel die doorslaat en later in een psychiatrische instelling staat te dansen met gezicht op oneindig. Dan is er nog de middelvinger omhoog stekende Letizia Battaglia, legendarische fotograaf van 84 (over haar meer in de ook op IDFA draaiende documentaire Shooting the Mafia). Of de prostituee die ineens onderdeel wordt van de film.

Alles bij elkaar is Maresco’s film rommelig maar past het toch op zo’n onnavolgbare, Zuid-Italiaanse manier, en krijg je zelfs wat mee van de angst die velen hebben voor de maffia. Met name als de angstige producent iets te heftig door de angst gegrepen wordt en later met aliens communiceert… Want ja, dit is zo’n film.

 

LA Tea Time

LA Tea Time
Over een andere boeg gooit Sophie Bedard Marcotte het, een Quebecoise kunstenares, die van Quebec naar Los Angeles reist, waar haar idool Miranda July (van de hit Me and You and Everyone We Know) woont en werkt. Ze wil met haar afspreken voor een kopje thee. Ze beleeft natuurlijk van alles onderweg, geholpen door wat fantasie die ook in July’s films terugkomt. Een wijze levensles van Chantal Akerman uit de hemel, een seksistische prullenverkoper en een verdwaalwandeling door de woestijn.

De film heeft zo zijn momenten, zoals de grap met copyright, en de overgangen zijn geslaagd, maar al met al is de film met deze lengte (82 minuten) te mager. Dit zijn van die films waarbij stevig had moeten worden ingegrepen met de montage en je had een fantasierijke docuroadmovie van een half uur overgehouden. Dan was het problematische slot ook wat minder erg geweest. Zoals dat heet: een gemiste kans.

 

King of the Cruise

King of the Cruise
In King of the Cruise, een film van Sophie Dros, zien we de Schotse baron Ronald Busch Reisinger op een cruiseschip. Hij stelt zich voor en we volgen hem op het schip, bij de manicure, in de discotheek, bij het opstaan, in de ziekenboeg. Hoe spreekt hij zo goed Amerikaans als Schotse baron? ‘Als ik zeg dat ik baron ben, heb ik al een opmaat voor een interessant gesprek.’ Maar Ronald Reisinger laat eerlijk zien dat hij ook best eenzaam is. ‘Natuurlijk is mijn vrouw met mij getrouwd op mijn geld! Het zou raar zijn als ze dat niet had gedaan.’ Hij worstelt ook met zijn jeugd en overeet zich geregeld.

Misschien was dit wat mager geweest voor een hele film maar je krijgt er ook de cruisetocht voor terug. Enorm decadent zoals je verwacht (‘indoor droneracing’) en opmerkelijk cultuurloos. De kapitein is een Griek; bij de bar tref je een Indonesiër; een Jamaicaanse en een Hondurees geven je (zingend) koffie. De cultuur op het schip is van niemand en dat onpersoonlijke spreekt juist velen aan, denk ik. Daarin gedijt Ronald Busch met zijn sterke verhalen, maar ook een rijke Russische dame die zichzelf meteen uitnodigt op zijn kasteel (als dat al bestaat). Vakkundige, onderhoudende film (professionele intro en outro, mooie shots, passende muziek, aandacht voor belettering) die alleen niet zo heel diep raakt en daardoor niet beklijft, maar misschien past dat juist goed bij het fenomeen cruises.

 

Once the Dust Settles

Once the Dust Settles
Hier had de film My Darling Supermarket eigenlijk bij moeten staan – een film waar ik wel naar uitkeek –  maar soms gooit een lastige programmering roet in het eten. When the Dust Settles is weliswaar niet echt luchtig maar past er toch bij als voorbeeld van hoe je moeilijke onderwerpen anders kunt benaderen. Film van John Appel, maker van films als Zij Gelooft in Mij en The Last Victory, heeft een simpel maar pakkend gegeven: hoe zien steden eruit ná het drama. Dit is een film over wat er na het grote nieuws gebeurt. Als de media weer opdonderen en je met de zooi zit.

Drie uiteenlopende plaatsen met drie verschillende protagonisten (priester van Armatrice, gids in Aleppo en oud-medewerker van Tsjernobyl) laten dat zien en zorgen voor een goede, onderhoudende film, zonder al teveel ellende. De zakdoekjes kun je in je zak houden. Des te ontroerender is het soms. Met name de oud-medewerker van Tsjernobyl is een boeiend karakter die na lang depressief te zijn geweest nu kunstenaar is geworden.

De film zit goed in elkaar, is wel conventioneel, en dat is wel jammer. Het einde is absurdistisch als je een groep oude van de dagen in Aleppo de brokstukken ziet bekijken. Je verwacht avonturiers maar zeker geen mensen die je normaal in Venetië of Rome hun rondjes achter een gids ziet slenteren. Hoe komen die figuren daar en beseffen ze wel in welk land ze rondlopen? Erg ontroerend vond ik het beeld van een arbeider in de laatste seconden van de film – met dat soort dingen moet je als documentairemaker gewoon veel geluk hebben.

 

26 november 2019

 

IDFA 2019 – Deel 2
IDFA 2019 – Deel 3
IDFA 2019 – Deel 4
IDFA 2019 – Deel 5
IDFA 2019 – Deel 6
IDFA 2019 – Deel 7
IDFA 2019 – Deel 8
IDFA 2019 – Deel 9

 

MEER FILMFESTIVAL

IDFA 2019 – Preview 3

IDFA 2019 – Preview 3:
Van media tot muziek

door Bob van der Sterre

In onze derde voorbeschouwing over het programma van het documentairefestival IDFA 2019 zoomen we in op natuur & spiritualiteit, oorlogsellende, recht & politiek, reizen, sport, vluchtelingen & discriminatie, wetenschap en experimenteel & auteursfilms. Het IDFA begint 20 november; InDeBioscoop doet met drie collega’s verslag.

Programma IDFA 2019 - Hi AI

 

Natuur, spiritualiteit en religie

Ayahuasca – A Kosmik Journey (45 min.)
Is het een film? Is het een trip? Jan Kounen die een trip visualiseert, what else is new? Hij heeft nu een ayahuascatrip gevisualiseerd en het ziet er… maf uit? Te zien bij het ‘waterfront’ van Eye – we moeten afwachten wat dat inhoudt. 

Buddha in Africa (93 min.)
Film over een wonderlijke combinatie: boeddhisten en weeskinderen in Malawi. De kinderen krijgen Chinese les en komen in aanraking met een totaal vreemde cultuur. Die ook kansen biedt. Klinkt als bemoedigende, interessante productie. Meer films over jonge boeddhisten? Sing me a Song gaat over jonge boeddhisten in Bhutan. Film vertelt hoe de moderne tijd ook hun levens verandert.

Faith and Fury (103 min.)
Hoe in Brazilië religie en conservatisme steeds meer één worden, maar ook hoe bendes religie gebruiken ‘voor hun werk’. Het gaat hier om de neocharismatische beweging. Dominees en gangsters vertellen over deze religie. Belooft veel onthullende beelden.

Faith (94 min.)
Religieuze kungfuvechters. Of Bijbelse shaolinknokkers? Sektarische relivechtsporters? In elk geval een portret van een groep mensen die al deze dingen combineren. Moet wel ongewoon zijn – alsof je tussen hen in zit. De trailer oogt niet anders als een doodgewone discotheek maar er zal vast meer te zien zijn. 

Ridge (71 min.)
Vermoedelijk (afgaand op de trailer) artistieke film over een Zweeds plattelandsdorp. Een blik op boeren en landbouw. Geen film die iets wil zeggen maar die op een mooie manier registreert – en dat is wat je vaak mist in documentaires. Ook (enigszins) in dit genre is het portret van boeren in Martinique: You Think the Earth Is a Dead Thing.

 

Oorlogsellende

The Cave (95 min.)
Voor de liefhebber van écht hartverwarmende menselijkheid in een oorlogssituatie. In Oost-Ghouta in Syrië is er een ondergronds ziekenhuis. Deze documentaire legt die wereld bloot. Interessant, schokkend, sentimenteel, naargeestig; dat is vermoedelijk wat je kunt verwachten van deze Deense documentaire.

For Sama (95 min.)
Waad al-Kataeb filmde de opstand in Aleppo. Tegelijk is ze een jonge moeder van zesentwintig jaar en heet haar dochter Sama, voor wie deze film dus is. Vermoedelijk bij de strot grijpend materiaal met de rare nuchterheid van oorlogen. Zou wel eens hoog kunnen scoren bij het publiek.

 

Recht en politiek

Advocate
Altijd een raadsel: wie wil terroristen verdedigen in een rechtszaak? Lea Tsemel verdedigt Palestijnen in Israël omdat ze als mensenrechtenadvocaat gelooft in gelijke rechten. Ze staat bekend als devil’s advocate en lijkt de geuzennaam best aardig te vinden. Verwacht een portret van een sterke vrouw die tegen de maatschappelijke stroom inroeit. 

After Your Revolt, Your Vote!
Na de revolutie van 2014 gaat Burkina Faso stemmen. Belooft een fascinerende antropologisch onderzoek te zijn naar hoe verkiezingen in Afrika verlopen. Ik verwacht chaotische scènes met door elkaar roepende mensen en gepassioneerdheid bij geïnterviewden. Zie het kopje ‘maatschappelijk engagement’ voor nog twee documentaires over Burkina Faso. 

The Brink (91 min.)
Portret van Steve Bannon en zijn poging om nationale populisten internationaal te laten samenwerken. Film van Alyson Klayman, die houdt van provocerende onderwerpen (onder andere Ai Wei Wei en de pillenindustrie), belooft een onthullend portret te zijn in het denken van deze invloedrijke persoon. 

Citizen K (126 min.)
Alex Gibney met weer een spraakmakend portret. Na James Brown, Steve Jobs, Elizabeth Holmes en Fela Kuti, maakt hij nu een film over Chodorkovski, wiens levensverhaal menigeen wel bekend is (de oligarch die tien jaar in een Siberisch strafkamp zat). Gibney is een type onthullende documentairemaker – hij maakte ook Zero Days over Stuxnet. Benieuwd hoe de combinatie met hem en Rusland en Chodorkovski uitpakt. Wel een lange zit met ruim twee uur. 

Shadow Flowers (109 min.)
Noord-Koreaanse kwam per toeval (?) in Zuid-Korea terecht en wil terug naar Noord-Korea (waar haar familie zit). Aparte situatie die tot vreemde momenten leidt – aangezien de Zuid-Koreanen dat evenmin toelaten als andersom. Doet klein beetje denken aan Spielbergs speelfilm The Terminal.

 

Reizen

African Mirror (84 min.)
Deze film belooft een fraaie tijdcapsule te worden. René Gardi, een Zwitserse documentairemaker, ging in de jaren vijftig naar Afrika. Hij vergelijkt Kameroeners met Zwitsers. Zijn utopische schets van Afrika zorgde voor een enorme toerismeboost, met alle gevolgen van dien. 

LA Tea Time (82 min.)
Documentaires met humor, ja graag! Deze lichtvoetige documentaire gaat over de Quebecoise filmmaker Sophie Bedard Marcotte, die op zoek gaat naar Miranda July, regisseur van de aangename komedie Me and You and Everyone We Know. Met Chantal Akerman als gids. De premisse is daarmee al geslaagd – hopelijk levert dat ook de geestige roadmovie op waar je dan op hoopt.

Suspension (75 min.)
Strikt gezien geen reis maar wel het einde van een route: een onvoltooide betonnen brug in Colombia. Over de strijd van natuur versus mens. Ziet eruit als een interessant onderwerp, deze debuutfilm. De liefhebber van dit onderwerp wordt in de watten gelegd met nog twee films over bouwconstructies en bouwprojecten: Tension Structures (Parijs) en A Tunnel (Georgië).

 

Sport

Khartoum Offside (76 min.)
Voetballende vrouwen in een achtergesteld land? Hebben we dat niet al eerder gezien? Ja, over het Afghaanse vrouwenvoetbalelftal (Afghan Girls Can Kick) en het Libische vrouwenvoetbalelftal (Freedom Fields). Deze film doet het nog eens schaamteloos over, maar dan in Soedan. Welke landen kunnen we daarna nog doen?

Marshawn Lynch: A History (84 min.)
Als deze naam je niets zegt, ben je vermoedelijk ook geen fan van American Football. Ondergetekende is dat ook niet maar ik heb wel eens van Lynch gehoord als eigenzinnig persoon binnen dat wereldje. Deze film legt dat bloot met veel video-anekdotiek en ook een portret van waar hij vandaan komt (Oakland). Kan boeiend zijn.

 

Vluchtelingen en discriminatie

Again – Live
Iraaks vluchteling Al-Aziz wordt na een incident in een supermarkt aan een boom vastgebonden. Wat ging eraan vooraf, door welke hetze liep het zo uit hand? Hier zien we een heropvoering van de gebeurtenis. Racisme ligt op de loer in Oost-Duitsland is de les. 

Born in Evin (98 min.)
Duitse actrice wil meer weten over de Iraanse achtergrond van haar familie. Ze filmt alles en iedereen en vraagt zich suf over deze traumatische nationale geschiedenis – die ze blijkt te delen met anderen. Een tweedegeneratiefilm. 

Europa, Based on a True Story (92 min.)
Tijdens het maken van een speelfilm in Londen, filmt de Rwandese regisseur Kivu Ruhorahoza ook wel eens buiten de deur. Zijn ‘documentaire binnen een speelfilm’ gaat over xenofobie en een streng immigratiebeleid.

Moving so Slowly (76 min.)
Vluchteling zijn heeft nog een andere kant: de bureaucratische. Dit portret van de Costa Ricaanse immigratiedienst belooft wat gegrinnik van tijd tot tijd, om de onnozelheid die nu eenmaal gepaard gaat met bureaucratie. Voor de liefhebber van films over bureaucratie (zijn die er?) is er ook Smog Town. 

Tiny Souls (86 min.)
Portret van Syrische vluchtelingen, vooral twee kinderen, die in Jordanië in vluchtelingenkampen wonen. Ze kregen een camera van de regisseur (Dina Naser) en filmen hun leven van binnenuit. Dat moet wel een emotioneel pittig verhaal zijn om te kijken, eentje die vast de juiste snaar zal raken bij het IDFA-publiek. Ik zie de tweets nu al op het scherm passeren: ‘Net Tiny Souls gezien. Mooi en indrukwekkend.’

 

Wetenschap

Hi AI (88 min.)
Wat is de toekomst van mensen en AI? Dat is het onderzoeksdoel van deze docu. Ik verwacht een luchtige documentaire, met veel lachsalvo’s en ook wat aandoenlijke momenten over eenzaamheid. En natuurlijk met een griezelig tintje. In dit genre ook: iHuman.

Hunting for Hedonia (87 min.)
Door hersenprikkelingen kunnen we mensen genezen van ellendige ziekten. Hoe werkt dit en waar komt dit vandaan? Wat zijn de risico’s? Vermoedelijk interessante Deense film over een onderwerp waar je zelden wat over hoort als je niet in dat wereldje zit.

 

Experimenteel + auteursfilms

Bile (64 min.)
De moeder van de regisseuse overlijdt aan kanker. Dat het startschot van een essay over het menselijk lichaam, maar ook geschiedenis en politiek. Pittige, filosofische film waarvoor je in de stemming moet zijn. 

Earth (115 min.)
Een film over het verbouwen van natuur voor de ontwikkeling van de mens. Typisch een onderwerp voor Nikolaus Geyrhalter, die aantrekkelijke rustige films maakt over interessante onderwerpen. Hij weet mensen op ontspannende wijze vast te leggen. Zijn vorige film, The Border Fence, draaide ook op IDFA. Ook in deze stijl maakte hij Abendland, Pripyat, Homo Sapiens.

Letter to the Editor (88 min.)
Duizenden foto’s uit The New York Times aan elkaar gemonteerd? In elk geval een foto-essay over fotografie en journalistiek, project van documentairemaker Alain Berliner. Kan interessant zijn maar misschien ook een beetje traag. 

Selfie (78 min.)
Twee Napolitaanse tieners met een selfiecamera. Op zich een geniaal simpel idee om zo een wereld te ontsluiten, met misdaad en de eeuwig gepassioneerde Napolitanen (denk aan de geweldige docu van vorig jaar: Dark Corner). Lichtvoetig en experimenteel maar vermoedelijk een tikje langdradig en ideeënloos naar het einde toe. 

Speak So I Can See You (73 min.)
Radio. We zien hier alle kanten van de radiozender Radio Belgrado. Archieven, kabels, telefoons. Ziet er fraai uit, deze documentaire, die van vooral geluid vooral beeld maakt. Dit zal een van die onderschatte films op IDFA zijn, vermoed ik.

 

17 november 2019

 

Preview IDFA 2019 – Deel 1
Preview IDFA 2019 – Deel 2

 


MEER FILMFESTIVAL

De 1%

De 1%

door Bob van der Sterre

The Palm Beach Story ♦ Austernprinzessin ♦ Something for Everyone

 

Steenrijke families (de 1%) zijn het doelwit van spot zolang film bestaat. Klassieke Hollywoodkomedies zoals The Philadelphia Story, Holiday, The Lady Eve en My Man Godfrey zijn verrukkelijk dankzij die spot. Maar er is meer!

In Palm Beach Story (1942) zijn de Hackensackers de 1%. Dat maakt ze niet minder aimabel. Integendeel. JD Hackensacker III (Rudy Vallee) reist incognito tweedeklas met de trein, maar kan de trein net zo goed kopen. Hij is een bescheiden man die elke uitgave opschrijft – voor de lol. En zijn zus, prinses Centimillia (Mary Astor), is de vrolijke, vrijgevochten dame die zeer snel de namen vergeet van de mannen met wie ze is geweest. Haar nieuwste vlam, Toto, ‘uit Belujistan geloof ik’, zegt alleen maar ‘nitz’ en ‘greetz’, en is al gedegradeerd tot huisgast.

Broer en zus?
Het gaat niet om deze 1%, die woont in prachtige huizen, prachtige jachten erft en alles maar kan kopen wat ze wil. Het gaat om een man en vrouw – wier huwelijk onder druk staat door het gebrek aan inkomsten – die toevallig in aanraking komen met de Hackensackers en waarvan de vrouwelijke wederhelft ook nog eens vertelt dat ze broer en zus zijn. Dat opent de weg voor zowel de prinses als JD Hackensacker III.

Het tempo, de grapjes, de satire, de dialogen, het acteren – wie Preston Sturges alleen van horen zeggen kent, heeft een goede aan deze film. De stempel van de meester van comedy (schreef ook het script) zit in alles. Zoals in de snedige oneliners. ‘Er zijn meer onhandigheden aan het hebben van een jacht die mensen niet weten.’ ‘Ridderlijkheid is niet dood. Alleen ontbonden.’ ‘Dat is het trieste. De mannen die een pak slaag het meest verdienen, zijn altijd gigantisch.’ ‘Niets is permanent in deze wereld, behalve Roosevelt.’ ‘Ik blijf op mensen plakken als mos.’

De film is relatief bekend, maar dan vooral onder fans van screwball comedy. Mary Astor en Rudy Vallee zijn al het kijken waard. Ik ken weinig moderne acteurs die dit niveau van comedy halen. Claudette Colbert en Joel McCrea zijn ook sterk als hoofdrolspelers.

Er is veel seksuele innuendo, natuurlijk, dat hoort bij het genre. Zelfs zinnen die tien jaar later vermoedelijk niet meer mochten: ‘Seks heeft er altijd wel iets mee te maken.’ Als je houdt van komedie, hoort deze film bij je klassieken.

Vrouwen die weten wat ze willen
Die Austernprinzessin
(1919) is de dochter van een steenrijke Amerikaanse oesterkoning Quaker. Hij heeft tachtig bedienden. De een draagt zijn koffiekopje, de ander zijn sigaar; een wilde reiger loopt rond in een fontein; er is een lege salon zo groot als een gymzaal. Bedienden wensen je een ‘gelukkige reis’ als je alleen maar de slaapkamer zoekt.

Wil je baden? Twintig bediendes helpen je ermee. Jezelf afdrogen? Rare gedachte als zes bedienden dat tegelijk kunnen doen. Vader Quakers vaste opmerking is dan ook: ‘Ik ben niet onder de indruk.’

Deze 1% heeft het goed, op dochter na, die soms een aanval van razernij heeft. ‘Waarom gooi je kranten naar mijn hoofd?’ ‘Omdat de vazen allemaal al kapot zijn!’ Als duidelijk is dat ze jaloers is op een pasgetrouwde vrouw, zegt vader: ‘Oh, ik koop wel een prins voor je.’ Niet veel later mokt het verwende nest alweer. ‘Ik wacht al anderhalf uur en ik heb nog steeds geen man. Als ik niet binnen vijf minuten een man heb, maak ik het hele huis kapot!’

Moeder shopt bij een huwelijksbemiddelaar, die, als een vroege tinder de muur heeft behangen met foto’s van mannen waar je uit kunt kiezen. Maar het moet niet te veel kosten. ‘Die is scheel!’ ‘Voor die prijs hebben ze allemaal wel een klein gebrek.’ Het wordt dan maar de 26-jarige pijp rokende en monocle dragende prins Nucki, met een vermogen dat bestaat uit ‘schulden en nog eens schulden’.

Vanaf het eerste shot met de oesterkoning zuigend aan een gigantische bolknak, weet je al dat je gebeiteld zit met deze film van Ernst Lubitsch. Een grappige, spottende film over rijkdom. Fraai is bijvoorbeeld als Nucki in het park steeds op een bankje een andere kornuit achterlaat en alleen overblijft. Verder is er dans, verwarring, eten en decadentie. Victor Janson als vader Quaker en Ossi Oswalda als ‘Ossi’ zijn erg grappig in deze film.

En hoezo is 1919 oud? Hier zien we vrouwen die weten wat ze willen, aan het boksen zijn, mannen die alleen maar stompzinnig doen, en, als je erover nadenkt, een plot dat nu niemand meer durft grappig te vinden.

Failliet in een kasteel
Niet alle 1% vergaat het even voorspoedig. In Something for Everyone uit 1970 is hertogin Herthe von Ornstein een voorbeeld van de oude 1%. Wonend op een enorm kasteel, maar… zo goed als failliet. Sinds de dood van haar man verdwijnt de extreme luxe als sneeuw voor de zon. Het aantal bedienden is geslonken tot maar een handjevol. Wat een afgang!

Een jongen genaamd Konrad wil op het kasteel werken, wordt afgepoeierd, maar dan kennen ze Konrad nog niet. Een geslepen figuur. Behalve dat hij het hoofd op hol laat slaan van Anneliese Pleschke, de dochter van een steenrijke zakenman, verovert hij ook de harten van de zoon (Helmuth) en dochter (Lotte) van de hertogin. Dan bekokstooft hij zijn plannetje om de twee te koppelen en zo het geld te laten stromen in het kasteel. In geslepenheid vinden Konrad en de hertogin elkaar.

De echte rijken zijn hier de volkse Pleschkes. Zij zijn de moderne 1%, die de oude 1%, de hertogin, allang in geld hebben overvleugeld, maar de stijl noch de hersenen hebben van de oude 1%. Dat blijkt als het testament wordt getekend en het duistere opzetje van Konrad en de hertogin echt contouren krijgt.

Deze film van de dit jaar overleden Amerikaanse regisseur Harold Prince is een van de twee films die hij maakte. Hij was theaterregisseur. Dat geeft deze film ook een ongewoon theatergevoel en laat actrice Angela Lansbury schitteren zoals je haar zelden zag; namelijk alsof ze voor je staat op een podium. En het kasteel? We kijken naar het fameuze Neuschwanstein in Schwangau, bekend in filmland, want het figureerde ook in films als The Great Escape en Ludwig.

Drie films die weer eens bewijzen dat film het perfecte medium is voor wraak op mensen die hebben wat anderen niet hebben.

 

17 november 2019

 

The Palm Beach Story

 

Alle Camera Obscura

IDFA 2019 – Preview 2

IDFA 2019 – Preview 2:
Van media tot muziek

door Bob van der Sterre

In onze tweede voorbeschouwing over het programma van het documentairefestival IDFA 2019 richten wij ons op journalistiek & media, klassiekers, kunsten & kunstenaars, lange zit, maatschappelijk engagement, misdaad en muziek.

Programma IDFA 2019 - Behind the Blood

 

Journalistiek & media

Collective (109 min.)
Deze film laat zien wat er gebeurde na de brand in de nachtclub Colectiv in Boekarest. Dat leidde tot de val van de Roemeense regering. Ik vermoed een schandalige film, veel onthullingen, veel corruptie, veel frustrerende gevoelens.

How To Steal a Country (87 min.)
Over de te innige banden tussen de steenrijke familie Gupta en de Zuid-Afrikaanse regering van Zuma. Dit belooft veel sappige schandalen van een niveau dat wij ons hier moeilijk kunnen voorstellen. Onderzoeksjournalistiek van de bovenste plank.

Radio Silence (77 min.)
Carmen Aristegui is radiopresentator in Mexico en niet op haar mondje gevallen. Ze spreekt zich uit tegen de drugshandel. Met haar enorme populariteit lukt het haar om mensen te laten geloven in een betere toekomst. Doet me enigszins denken aan Reportero uit 2012, ook al van die Mexicaanse helden. 

This Is Not a Movie (106 min.)
Portret van buitenlandcorrespondent Robert Fisk, die vertelt over zijn vak. Hij was journalist in het Midden-Oosten. Voor wannabe-correspondenten – of mensen die willen weten hoe dat nou is –  vermoedelijk een zeer interessante film. Of dat ook zo is voor de rest van het publiek, moet nog blijken.

 

Klassiekers

The Battle of Chile: The Insurrection of the Bourgeosie (96 min.) / The Battle of Chile: Coup d’État (88 min.) / The Battle of Chile: Popular Power (79 min.)
Trilogie over de staatsgreep in Chili in 1973. Films uit 1975 (conflicten), 1976 (staatsgreep) en 1979 (laatste jaar Allende). Maker is regisseur Patricio Guzmán, ook de gast van deze IDFA. Als documentairemaker zag hij alles voor zijn neus gebeuren. Voor de liefhebber is er ook nog zijn Chileense film uit 1997, Chile, Obstinate Memory, over de trauma’s die deze tijd heeft losgemaakt, en The Cordillera of Dreams, zijn nieuwste film, over getuigen van de recente Chileense geschiedenis.

Don’t Look Back (96 min.)
Wie wil terug naar 1967? D.A. Pennebaker legde in 1965 de tour van Bob Dylan vast. Voor de liefhebber. Hoort bij de special A Tribute to Pennebaker and Hegedus.

The Fog of War (95 min.)
Errol Morris (zie zijn profiel) is gespecialiseerd in een bepaald soort interview. Dit interview hield hij met Robert McNamara, Amerikaans minister van Defensie in de jaren zestig. Errol Morris’ interviews zijn altijd sterk. De vraag is alleen of het niet te ver van ons Nederlandse bed is.

General Idi Amin: A Self Portrait (92 min.)
Idi Amin in een portret van regisseur Barbet Schroeder. Het verhaal is bizar en het resultaat een klassieker in de documentairewereld. Dit is de versie die na het overlijden van Idi Amin in 2003 werd gemaakt – de versie ervoor… Nou ja, met een dictator is het lastig zakendoen, laten we maar zeggen. 

La Jetée (28 min.)
Amper een half uur maar zeer beroemde ‘documentaire’ van Chris Marker. Postapocalyptisch (gaat over de wereld na de Derde Wereldoorlog) en artistiek.

 

Kunsten & kunstenaars

Andrey Tarkovsky. A Cinema Prayer (93 min.)

Het leven van Tarkovski, door hemzelf verteld, door zijn zoon samengesteld. Klinkt als voer voor de fans. Toevallig (niet echt denk ik) is er ook een Tarkovski-special in Eye. Lees ook ons interview met de zoon van Tarkovski op InDeBioscoop!
In dit genre nog twee filmregisseursfilms: Forman vs. Forman (over Milos Forman van Amadeus, The Fireman’s Ball en One Flew over the Cuckoo’s Nest) en Varda by Agnès (over Agnes Varda, die een film over zichzelf maakte, in het jaar dat ze ook overleed).

Lil’Buck: Real Swan (85 min.)
Lil’Buck is een danser ‘van de straat’. Nee, echt, letterlijk van de getto’s naar optredens met Yo Yo Ma. Ik had nog nooit gehoord van jookin’ maar over die straatdans in Memphis gaat deze film. Voor fans van dansfilms is er ook Cunningham.

Margaret Atwood: a Word After a Word After a Word is Power (92 min.)
Geldt voor alle schrijversbiografieën: je moet wel fan zijn, anders wordt het saai. Ik heb zelf niet veel met Atwood maar voor de fans zal dit vermoedelijk geweldig materiaal zijn. Ook in dit genre, maar met een heel ander verhaal uiteraard: Toni Morrison: The Pieces I Am. 

Max Richter’s Sleep (99 min.)
Componist Max Richter wilde juist wel dat mensen in slaap zouden vallen bij zijn optreden. Dat was de bedoeling van Sleep, dat met bedden en al in Los Angeles werd opgevoerd. In deze documentaire meer context bij dit evenement/deze performance. 

True Copy (80 min.)
Het is wel grappig dat vervalsers meer onderwerp van documentaires zijn dan echte kunstenaars. Denk aan een film als Arts and Craft. Nu is Geert Jan Jansen onderwerp van de film. Of is de film wel echt? Of net zo in scène gezet als de stunt van toneelgroep Berlin rondom een in de Kunsthal gestolen Picasso?

 

Lange zit

Heimat is a Space in Time (218 min.)
Documenten, brieven, cv’s, dagboeken. Via veel voorleeswerk krijgen we een beeld van de geschiedenis van Duitsland. Dat gaat samen met voorbij glijdende beelden van de genoemde locaties in het heden. Ruim drie uur experimentele film van Thomas Heise.

Warheads (182 min.)
Beroemde docu uit 1992 over huursoldaten van Romuald Karmakar. Docu fascineert omdat je mensen aan het woord ziet die je verder zelden hoort of ziet. Er is wel zitvlees voor vereist met zijn bijna drie uur lengte.

 

Maatschappelijk engagement

Balolé, the Golden Wolf (65 min.)
Een steengroeve in de buurt van Ouagadougou, de hoofdstad van Burkina Faso. Hoe is het leven van de mensen die dat werk doen? Een pittig bestaan, maar een betere vraag is: hoe blijf je positief in die situatie? Er is trouwens (toeval?) nog een docu over Burkina Faso en zwaar fysiek werk (goudmijnen): No Gold for Kalsaka.

Blow it to Bits (109 min.)
Regisseur Lech Kowalski bezoekt arbeiders die een fabriek ‘gijzelen’. Hij filmt de arbeiders. Vermoedelijk een sympathiek portret van hardwerkende arbeiders die ingehaald worden door de moderne tijd en hun frustratie daarover uiten.

Máxima (88 min.)
Nee, niet die, maar een boerin uit Peru, die ten strijde trekt tegen het grootkapitaal, dat het op haar en andere boerderijen heeft voorzien (ze wonen dichtbij een goudmijn). Ongetwijfeld veel boze gevoelens om de arrogantie van de macht in deze film maar ook bewondering voor de helden die dan ook altijd opstaan. 

Punks (90 min.)
Tieners die niet meer te handhaven zijn, wat moet je ermee? Naar Frankrijk, naar een boerderij om zichzelf ‘op het rechte pad’ te krijgen. Vermoedelijk veel pijnlijke, wrange scènes over moeilijke kinderen, type ‘lach en een traan’. Nederlandse documentaire van Maasja Ooms zal er bij het publiek ingaan als koek. Enigszins verwant aan Carroussel, over criminelen die in Rotterdam een tweede kans krijgen. 

Push (92 min.)
Gentrificatie (beter bekend als gentrification) is een probleem. Daar ben ik van overtuigd, en veel anderen met mij. Interessant onderwerp dus waar veel over gepraat wordt maar tot nu toe niet over nagedacht wat de gevolgen zijn, hoe woonsteden in feite veranderen in hotelsteden. Zweedse documentaire reist de wereld rond om meer te weten te komen van dit fenomeen.

 

Misdaad

Always in Season (89 min.)
De dood van Lennon Lacy werd aanvankelijk zelfmoord genoemd, maar het bleek anders gegaan te zijn. De FBI ging zich ermee bemoeien. Jacqueline Olive ging diep op de zaak in. Geen docu om vrolijk van te worden, wel spannend. 

Behind the Blood (86 min.)
De in Honduras geboren Loretta van der Horst gaat terug naar Honduras. Ze filmt een priester die zich midden in het bendegeweld begeeft, een journalist die reportages maakt en een huurmoordenaar. Vermoedelijk een beklemmende, dappere film. 

Prison for Profit (83 min.)
Geprivatiseerde gevangenissen beter dan niet-geprivatiseerde? Dat zou je zeker niet denken als je deze docu kijkt die misstanden laat zien in een geprivatiseerde Zuid-Afrikaanse gevangenis (de Mangaung-gevangenis). Geen film om blij van te worden. Meer gevangenisfilms op IDFA: Arcana (portret van een gevangenis in Valparaiso in Chili uit 2006), The Cause (gevangenis in Venezuela die gedurende vijf jaar werd gefilmd), Sunless Shadows (jonge vrouwen in Iran in de gevangenis), en die verwant is aan de stopmotion-animatie (met echte geluidsbanden) The Unseen, over vrouwelijke daklozen in Iran die ook vaak in de gevangenis eindigen.

Chasing Yehoshua (82 min.)
Yehoshua Elitzer is veroordeeld voor een moord op een Palestijnse taxichauffeur. Hij ontsnapte.  Documentairemaker Shay Fogelman was vijf jaar bezig met hem te vinden, daar gaat deze documentaire over. Hollende camera’s, mensen die geen vragen willen beantwoorden en een fascinerend plot? 

Mafia is Not What it Used to Be (105 min.)
Falcone en Borsalino, de twee vermoorde maffiarechters, worden in Palermo herdacht via een parade. Deze parade is het begin van een portret van mensen die hiermee te maken hebben, als kritisch persoon (fotografe Letizia Bataglia) of als artiest bij de parade. Dit kan wel interessant zijn, omdat de film maffia alleen als beginpunt neemt, maar niet als onderwerp van een journalistieke documentaire. Er is trouwens op IDFA ook een film over Letizia Bataglia zelf, waar ik erg nieuwsgierig naar ben, want ze behoort toch wel tot een van mijn fotografische helden.

 

Muziek

All I Can Say (102 min.)
Je bent popster, het is 1995 en je bent 28 jaar. Dan sterf je aan een overdosis. Dat overkwam Shannon Hoon, zanger van Blind Melon, die met Hi8-camera veel films van zijn leven maakte. Belooft een pijnlijke film, die tegelijk een interessante tijdreis naar die heerlijke 90’s biedt. 

Inna de Yard: The Soul of Jamaica (99 min.)
Reggae-artiesten nemen hun reggaehits nogmaals op, maar dan akoestisch. Dat is het gegeven van deze docu, die veel interessante figuren, mooie muziek en levenswijsheid belooft.

Marianne & Leonard: Words of Love (102 min.)
Nick Broomfield, die diverse pittige docu’s maakte (over Biggie & Tupac; Kurt & Courtney; seriemoordenaar in LA), gaat nu aan de gang met een softer onderwerp: de lastige relatie tussen Leonard Cohen en Marianne Ihlen. Zij was onderwerp van het beroemde liedje So Long, Marianne en, pikant genoeg, later ook partner van Broomfield op het artistieke vakantie-eiland Hydros. 

Once Aurora (71 min.)
Als kindster werd de Noorse Aurora Aksnes een groot succes maar zit nu, begin twintig, in haar eerste midlifecrisis. De film volgt haar bij die momenten. Ik betwijfel of dit echt interessant is als documentaire, ‘de tol van de roem’, maar er zijn vast fans die reikhalzend uitkijken naar deze docu. Het is misschien interessant om deze documentaire af te zetten tegenover een ander zangtalent, in India, dat moet optreden voor rijke mensen (Pearl of the desert). 

Once Were Brothers: Robbie Robertson and the Band (100 min.)
The Last Waltz van Scorsese, anyone? Deze legendarische band was het onderwerp van die film. De leadzanger (uiteraard Robbie Robertson) kijkt samen met anderen terug op hun succes en zijn eigen leven.

 

14 november 2019

 

Preview IDFA 2019 – Deel 1
Preview IDFA 2019 – Deel 3

 


MEER FILMFESTIVAL

IDFA 2019 – Preview 1

IDFA 2019 – Preview 1:
Van bijzondere levens tot families

door Bob van der Sterre

Het 32e International Documentary Film Festival Amsterdam (IDFA) is meer dan ooit het festival van de inclusiviteit – helemaal volgens de idealen van IDFA. Dus meer gendergelijkheid dan ooit, bijna evenveel vrouwelijke als mannelijke regisseurs. 

Wat zijn de trends van het programma? Natuurlijk, met meer vrouwelijke regisseurs ook meer portretten van sterke vrouwen en vrouwen op zoek naar roots. Verrassend dit jaar is dat films over de oorlogen in Syrië en Oekraïne uit de mode lijken. Ook films over vluchtelingen lijken iets minder vertegenwoordigd, net als films over wetenschap en economie (de ergernis over de crisis is wat weggezakt).

King of the Cruise

Toegenomen zijn juist films over geschiedenis, maar dat heeft ook met de themaprogramma’s te maken (Villain, It still hurts en Re-releasing history). Ook traumaverwerking komt vaak terug. Films over gevangenissen. En opvallend veel films over families en zoeken naar het verleden. Zelfs de bekende Engelse documentaire-regisseur Nick Broomfield is op zoek naar zijn eigen jeugd.

InDeBioscoop tipt de best ogende kandidaten per genre, in drie delen.

 

Bijzondere levens 

The Amazing Johnathan Documentary (92 min.)
De extreme goochelaar The Amazing Johnathan werd nog drie maanden te leven verklaard in 2014. Maar hij leeft nog steeds. Ben Bergman wilde een documentaire over hem maken, maar hier komt de twist: zo nog vier anderen. Klinkt als de ideale tragikomedie.

Jawline (93 min.)
Hoe ziet het leven van een YouTube-ster er eigenlijk uit? Dat is de premisse van deze film, die draait om het succes van de zestienjarige Austyn Tester. Volgens mij een redelijk bizarre film die een indruk geeft van een wereld waarvan de meesten van ons geen idee hebben.

The Journey of Monalisa (98 min.)
Zo blijkt je oude studievriend in Chili ineens genderneutrale prostituee te zijn in New York. Dit is vast een portret met veel seks, drugs en straatscènes. Ik gok op minstens drie keer hard rennen met schokkende camera’s.

I Walk (90 min.)
Hoeveel mensen zijn sportjournalist en dichter? Hoeveel van die mensen gaan dan wonen op Haïti? Hoeveel van die mensen hebben psychische problemen en gaan naar Laos om daar een kunstwerk te maken (in de jungle)? Klinkt als een roman met veel fantasie maar dit is het unieke leven van Jørgen Leth.

The Kingmaker (100 min.)
Portret van Imelda Marcos. Meer hoef je eigenlijk niet te zeggen, een instantdocuklassieker is (wellicht) geboren. Intussen is ze negentig maar nog even omstreden. Wat ik verwacht: een afstandelijk en puissant rijk persoon die geforceerd haar menselijkheid probeert te benadrukken. 

 

Families

Belissime (90 min.)
Drie Italiaanse vrouwen, zussen, kindmodellen. Het is niet makkelijk om door te breken tot de modellenelite. Hun coach is hun moeder. In deze film zijn we via homevideo’s getuige van hun honger naar succes en pogingen om het te maken.

I Owe You a Letter About Brazil (90 min.)
Cesar Benjamin heeft geleden onder de Braziliaanse dictatuur. Maar praat er nooit over. Zijn dochter Carol Benjamin wil haar familie beter begrijpen en reist naar Zweden, want hij kwam vrij met hulp van Zweedse mensenrechtenactivisten.

Deze IDFA biedt opmerkelijk veel films met dit thema: Adriana’s Pact (Lisette Orozco onderzoekt de rol van haar tante tijdens het regime van Pinochet); Ibrahim: A Fate To Define (Lina Al-Abed wil meer weten van haar vader, lid van een radicale Palestijnse organisatie die vermoedelijk vermoord is); In Mansourah, You Seperated Us (Myriam Kellou gaat met vader op zoek naar hun verleden); Let’s Talk (regisseur Marianne Khoury praat over het verleden met haar dochter, Sara, ook regisseur); Norie (Yuki Kawamura gaat op zoek naar familie en vrienden van zijn overleden moeder); One Child Nation (Nanfu Wang keert vanuit de VS terug naar haar geboortedorp) en Wintopia (dochter maakt film af van vader, met eigen beeldmateriaal).

Love Child (112 min.)
Scheiden mag niet in sommige samenlevingen. Twee Iraniërs vluchtten met hun kind naar Turkije om daar te gaan wonen en hopelijk hun scheidingen dan wel huwelijk te kunnen regelen. Daarbij worden ze gevolgd door een regisseur uit Denemarken. Een andere film over scheidingen op IDFA over een heel ander land (Zwitserland): Where We Belong.

Midnight Family ( 81 min.)
Wie wil weten hoe een stad met geprivatiseerde ambulances (Mexico-Stad) eruitziet, moet deze docu gaan kijken. Een familie baat een ambulance uit en komt daarbij geregeld in rare situaties terecht. De chauffeur die op topsnelheid rijdt: de 17-jarige zoon. Klinkt wel als een energieke documentaire.

Private Fiction (79 min.)
Zoon erft brieven en laat acteurs zijn intussen overleden ouders spelen. Vermoedelijk een mooie, intieme documentaire – zo uitgaand op het concept, in elk geval niet iemand die op zoek is naar ‘identiteit’. 

 

Feelgood

Fat Front (87 min.)
Dikke Zweedse vrouwen die zich niet schamen, daar gaat deze documentaire over. Vermoedelijk een film die makkelijk wegkijkt en waar je een goed gevoel aan over houdt – al dat positivisme en die schaamteloosheid! 

King of the Cruise (74 min.)
Vermoedelijk diverse lachsalvo’s oproepende documentaire van Nederlandse bodem (Sophie Dros). Ronald Reisinger is een rijke Schotse baron en een geweldige protagonist voor een film over het belegen leven op een cruiseschip.

Lessons of Love (72 min.)
Poolse vrouw (69) verlaat haar vervelende man en begint een nieuw leven – een grote stap op die leeftijd. Twee vrouwelijke regisseurs filmden haar nieuwe leven, haar vriendinnen en dochter. Ongetwijfeld hartverwarmende publiekslieveling. 

La Mami (80 min.)
Ook een potentiële winnaar van de publieksprijs: portret van een eigenwijs wc-dametje, dat in een Mexicaanse club over haar leven vertelt. Ik gok op veel anekdotes over merkwaardige mensen en een geregeld hard lachende zaal. Mooi idee om een documentaire in die ene beklemmende ruimte te laten afspelen. 

My Darling Supermarket (80 min.)
Een heerlijk niemendalletje tussen alle ‘serieuze’ documentaires. Deze film gaat over medewerkers van een grote supermarkt in Brazilië en hun persoonlijke levens. Vermoedelijk prettige film met wat gegrinnik van tijd tot tijd.

 

Feelbad

A Comedian in a Syrian Tragedy (95 min.)
Een Syrische komediant steunt de opstand en vlucht naar Parijs. We zien zijn leven. Als dit niet de tranentrekker van het festival wordt, weet ik het ook niet meer. 

The Euphoria of Being (84 min.)
Danseres vroeg aan een andere danseres of ze met een 90-jarige vrouw een voorstelling wil maken. De vrouw verloor al haar familieleden in Auschwitz. Dit belooft ook heel wat tranen te trekken. 

I Love You, I miss You, I Hope I See You Before You Die (76 min.)
Deense regisseuse maakt een portret van een jonge tienermoeder (twee kinderen) in Colorado, die leeft ‘op de grens van hoop en wanhoop’. Een film waar er volgens mij al talloze van zijn geweest – je moet ervan houden – maar rechter voor zijn raap wordt het niet. Wie meer houdt van een setting in de Britse arbeidersklasse: in Scheme Birds zien we de jonge Schotse Gemma proberen te overleven met haar pasgeboren kind.

Lost in Memories (71 min.)
Soms is een Nederlandse boer heel triest, vooral als hij zijn geheugen verliest. Dit portret gemaakt door de zoon van deze boer zal er door zijn rechtdoorzee karakter bij menig kijker in hakken. 

That Which Does Not Kill (85 min.)
Belgisch-Franse film waarin zowel mannen als vrouwen vertellen over verkrachting en hoe ze ermee zijn omgegaan. Pittig onderwerp, tranen gegarandeerd. Ook in dit genre: M.

 

Gender & seksualiteit

XY Manning (92 min.)
Portret van een van de beroemdste transgenders van de wereld: Chelsea Manning. Een curieus persoon: eerst klokkenluider, daarna van man naar vrouw. Wie meer wil weten van het nieuws achter het nieuws heeft een goede aan deze film. 

Searching Eva (84 min.)
Lastige film denk ik, dit portret van een lesbische, prostituerende, instagrammende, bloggende muzikale anarchist. De een vindt dit een uiterst interessante film over een extreme persoonlijkheid, de ander haalt zijn schouders op en gaat verder met de krant lezen. Portretten van mensen die leven aan de zelfkant blijft een taai filmonderwerp – ik blijf hier vermoedelijk Siberisch onder.

The Two Lives of Li Ermao
Transgenders hebben het al niet makkelijk, laat staan als je een transgender bent in China. Li Ermao is er zo een. Deze film vertelt haar verhaal dat zo aandoenlijk is dat ook de regisseur niet onbewogen blijft.

 

Geschiedenis

The Atomic Cafe (87 min.)
Documentaire uit 1982 die instructies gaf ‘in het geval van oorlog’. Erg absurd, erg satirisch, was een knaller toen hij uitkwam. De film van Kevin Rafferty, Jayne Loader en Pierce Rafferty is nu weer te zien en belooft een bijzondere ervaring. 

The Danube Exodus (60 min.)
Een kapitein die in 1939 films maakte van een joodse gemeenschap die per schip van Bratislava naar Palestina vlucht. Regisseur Pèter Forgács maakte een film van deze found footage. Duurt niet al te lang. 

Desert one (108 min.)
Na de Iraanse Revolutie (1978) zaten gegijzelde Amerikanen vast in hun ambassade in hoofdstad Teheran. President Jimmy Carter wilde ze via een militaire reddingsactie bevrijden. Babara Kopple (Miss Sharon Jones!, American Dream, The Nation) verfilmde dit verhaal met animatie en pratende hoofden. Het is niet het meest bekendste stukje Amerikaanse geschiedenis, kan interessant zijn.

Immortal (61 min.)
De Russische stad Apatity was vroeger een goelag. Esten en Letten maakten hier een portret van. De kern van het verhaal: een totalitair systeem dat zich herhaalt. Film met vermoedelijk pittige verhalen bevat denk ik wel mooie beelden. Over communisme gesproken: The Secretary of Ideology gaat over een 16-jarige communist die in het heden carrière wil maken en oogt een stuk minder zwaar. En State Funeral focust met archiefbeelden op de begrafenis van Stalin (film van de ervaren regisseur Sergei Loznitsa, ook bekend van speelfilms als Donbass, A Gentle Creature, My Joy). En wie uit is op een mini-communismefestival: The Sugar Curtain beschrijft de communistische jeugd in Cuba (film uit 2006). 

Once the Dust Settles (85 min.)
John Appel (onder andere bekend van de André Hazes-documentaire) heeft een boeiend uitgangspunt voor zijn nieuwe documentaire genomen: het toerisme van rampplaatsen, zoals Amatrice (door aardbeving verwoest), Tsjernobyl (kernramp) en Aleppo (oorlog). Best vreemd als je erover nadenkt: de littekens van rampen bewonderen. Er zit iets pervers in die belangstelling. Over Fukushima, dat hier ontbreekt, is ook een film te zien: Rising from the Tsunami.

 

11 november 2019

 

Preview IDFA 2019 – Deel 2
Preview IDFA 2019 – Deel 3

 

MEER FILMFESTIVAL

Volgt iemand me… of niet?

Volgt iemand me… of niet?

door Bob van der Sterre

Balkanski Spyjun ♦ Un papillon sur l’épaule ♦ El techo de Cristal

 

In Amerikaanse films als The Parallax View, Klute, The Conversation, Seconds ontrafelen de protagonisten cynische complotten. Welke minder bekende paranoiafilms uit andere delen van de wereld heeft iedereen over het hoofd gezien?

In Balkanski Spijun uit 1984, naam zegt het al, worden we paranoia in voormalig Joegoslavië. Ilija Cvorovic vooral. Hij krijgt een oproep om zich te melden bij de politie. Pure routine. Niet voor Ilija. Die is benauwd voor een nieuwe gevangenisstraf. Hij wil zo min mogelijk verdacht zijn.

Joegoslavisch jeugdsentiment
Ilija denkt dat hun nieuwe huurder een voor de politie verdacht figuur is omdat hij in Parijs heeft gewoond. Als de nieuwe huurder met andere mensen naar een winkelruimte zoekt, ziet Ilija plannetjes voor een aanslag. Iemand die verkeerd nummer belt? De huurder die een trui over de hoorn doet. Een orkestje voor de deur? Spionnen! Ze gaan naar de opera om daar hun geheimen te overleggen. ‘Tijdens het zingen hoort niemand ze.’

Zijn vrouw Danica gelooft het niet zo. Tijdens een presentatie van Ilija’s ‘spionagefoto’s’ waagt zij hem tegen te spreken. ‘Jij bent zo naïef!’ Zijn broer gelooft hem wel onmiddellijk.

Ilija is het klassieke voorbeeld van iemand bij wie de paranoia toeslaat. Hij weet zeker dat de huurder slinkse zaakjes doet met de Franse ambassade. De broer stopt alvast twee vrienden van de huurder in zijn kelder voor ondervragingen.

De film is mateloos populair als Joegoslavisch jeugdsentiment, net als The Marathon Family, waar hier acteurs van terugkeren. Vooral omdat de film zo genadeloos is in zijn spot. De gepassioneerde speech op het einde kan er alleen maar zo mooi uitkomen in een Balkanfilm.

Sterk is ook de schets van de neerwaartse economische spiraal. De hyperinflatie zorgt ervoor dat ze alleen een roodgekleurde gloeilamp kunnen laten branden. Eten en drinken zijn schreeuwend duur. Iemand die het Joegoslavië van 1984 heeft meegemaakt, ziet hier vast de humor van in.

Verkeerde deur op verkeerde moment
In Un Papillon sur l’épaule (1978) blijven we in Europa als Roland Fériaud, oftewel acteur Lino Ventura, aankomt in een hotel in Barcelona. Hij hoort een geluid in de kamer naast hem. Een normaal mens bemoeit zich nergens mee en belt de receptie. Niet Fériaud. Die gaat ‘een kijkje nemen’. En ziet een lijk. En wordt neergeslagen. En wordt wakker in een sanatorium.

In het sanatorium loopt een dokter rond en een verwarde patiënt – ook uit het hotel – die praat tegen een denkbeeldige vlinder op zijn schouder (zie de titel). Fériaud ontsnapt, ontmoet de vrouw van de overleden man die hem nog net de sleutel van een kluisje geeft voor ze wordt aangereden. Daarin zit een tas… die iedereen wil hebben.

Hij wil zijn spullen ophalen in het hotel en ziet weer een moord! Naar de politie gaan heeft geen zin – hij doet het toch en uiteraard geloven ze er geen snars van – ‘Twee moorden? Kidnapping?’ – en bovendien blijkt het sanatorium ineens verlaten, op de man met de vlinder op zijn schouder na.

Een mysterieuze vrouw vertelt dat Fériaud de verkeerde deur op het verkeerde moment heeft geopend.

Oef, belangrijker dan het moeilijke verhaal is dat je goed meekrijgt hoe paranoia werkt. Het script schetst alles vanuit de blik van Fériaud, die er zelf ook niets van snapt, waardoor je als kijker in het duister tast wat er nu gebeurt. Dat is aardig, gebrek aan uitleg, zouden moderne films een lesje van kunnen leren.

Fériaud is hier dan ook een aldoor zeer verbaasde man – een rol die je niet van de meestal bazige Lino Ventura gewend bent maar die wel past. Een van de beste passages van de film is het trippy stukje in het begin, waarbij Fériaud met zichzelf geconfronteerd wordt. Daar had best meer van in gemogen want de rest is wel wat voorzichtig.

De film van Jack Deray (Un Homme est Mort, script van schrijver Jean-Claude Carrière), speelt zich trouwens af in Barcelona. Wat uiteraard geregeld taalproblemen oplevert die opgelost worden door de Spanjaarden bijna allemaal vloeiend Frans te laten spreken.

Paranoia kan zomaar toeslaan
Soms kan een gebouw al genoeg zijn om paranoia te laten toeslaan. In El techo de Cristal (1976) weten we nog niet waar alles heen gaat als Marta mysterieuze voetstappen boven haar hoort. Haar buurvrouw vertelde eerder dat haar vriend uit de stad was – net als die van Marta trouwens. Wie is dit dan?

Aangezien Marta niet echt terecht kan bij haar man, krijgt ze contact met de huisbaas, een vriendelijke kunstenaar, die ook al wat heeft met het melkmeisje. Hij helpt haar, gaat met haar vissen en paardrijden.

Toch vertrouwt Marta haar buurvrouw Julia niet. Heeft ze niet haar man in stukjes gesneden en voert ze zo niet de varkens? Marta raakt steeds meer verward. Ze vindt een verdwaalde schoen in het brandhout, waar je ook een lijkengeur ruikt. ‘s Nachts gaat ze op onderzoek uit en… er valt een dode muis uit de schoen.

El techo de Cristal

De film gaat over hoe paranoia zomaar kan toeslaan. Daarbij neemt de film wel de tijd. Een paar mooie vrouwen maken nog geen film maar tegen het plot krijg je wel voldoening, want dat is best verrassend.

De regisseur hiervan is de intussen overleden Eloy de la Iglesia. Provocerende films waren zijn handelsmerk. Die gingen over drugs (waar hij ook zelf aan verslaafd was). Als je zijn andere films kent (Cannibal Man, The Creature) is dit een zeer kalme, bedaagde film.

Zou hij de vader zijn van de evenzo provocerende en tegendraadse Alex (El Dia de la Bestia)? Ik kan dat nergens bevestigd vinden. Je zou er paranoia van worden.

 

12 oktober 2019


Alle Camera Obscura

Communistische gangsterfilms

Communistische gangsterfilms

door Bob van der Sterre

Cu mâinile curate ♦ Vabank ♦ Dögkeselyü

 

Al die bergen gangsterfilms uit de VS, Verenigd Koninkrijk, Hongkong of Japan. Is het niet leuk om een keer gangsterfilms uit Roemenië, Hongarije en Polen te gaan kijken? Drie communistische gangsterfilms die de ogen van de liefhebber kunnen openen.

In Cu mâinile curate (1972) zien we wat Roemeense misdaad eind jaren veertig behelsde: met een tank een bank overvallen. Maar eerst naar het begin: Mihaj Roman krijgt de functie van hoofdcommissaris toegespeeld. Daar heeft hij maar weinig zin in. Zo komt hij in contact met de bestrijders van de harde misdaad, waaronder commissaris Miclovan. Een eigenzinnig maar eerlijk figuur.

Zoveel moois
De misdaad tierde hevig in de jaren veertig. Gangsters die vanuit een juwelier schieten met machinegeweren. Ze zijn omsingeld door de politie… En dan… ‘Godverdomme, een tank.’ ‘Waar komt die vandaan?’ ‘Misschien lieten de Duitsers die achter.’

Een commissaris blijkt ineens niet zo fris te zijn geweest in de oorlog. ‘Je liet me vier dagen en nachten niet slapen.’  ‘Ik deed mijn werk.’ ‘Je werk?’ ‘Jij haat mij, ik ben onverschillig tegenover jou.’ Later zegt Roman het zo: ‘Als mens zal ik je nooit vergeven. Als commissaris heb ik me verkeerd tegen je gedragen.’ De man moet hem helpen op jacht naar topcrimineel Scortea.

Er is zoveel moois aan deze film. Alleen al dat regisseur Sergiu Nicolaescu echt deed waar hij plezier uit haalde: het maken van stijlvolle misdaadfilms. Hij speelt zelf Miclovan, maar heeft hier een bijrol naast de rechtschapen Roman – die fraai wordt neergezet door Ilarion Ciobanu. Er is meer. Het fraaie portret van de armzaligen in de bar. Achtervolgingen op straat met Roemeense jazzmuziek.

Dan heb je nog het tweede deel van Cu mâinile curate: Ultimul Cartus (1973). En de fan is dan nog niet uitgekeken! Zo zijn er nog de prima misdaadfilms Un Comizar Acuza (1974) en Duelul (1981). Het knappe was dat Nicolaescu zijn films politiek min of meer neutraal houdt in plaats van dat het communistische pamfletten worden. Dat maakt de films op gekke manier juist realistisch.

Zwijgzame bankkraker
In Vabank (1981) komen we terecht in de jaren dertig in Warschau. De befaamde kluizenkraker Henryk Kwinto komt vrij. Slecht nieuws voor bankpresident Kramer, een oude vriend die Kwinto destijds heeft aangegeven bij de politie.

Kramer wil het goed maken met geld maar Kwinto is uit op wraak. Temeer Kramer naar hij vermoedt zijn oude vriend Tadeusz uit het raam heeft laten gooien. Het moest zelfmoord voorstellen maar Kwinto weet wel beter.

Kwinto, type zwijgzame bankkraker, vindt nieuwe medecriminelen – bewonderaars van hem. Hij wil nog een grote kraak doen in Kramers bank. Die schept immers op dat zijn bank onberoofbaar is. Zoals in elke heistfilm maakt dat de uitdaging voor Kwinto en zijn makkers er alleen maar groter op.

In Vabank is stukken meer aandacht aan stijl dan in je doorsnee-gangsterfilm. Zo hoort film te zijn, met aandacht voor cinematografie, setdecoratie, mode, muziek, details! Een stijlvolle vorm van escapisme.

Denk aan de briljant gefilmde zelfmoordpoging (vanuit het perspectief van een ondersteboven kijkende straatacrobaat); de handheldcamera met verrassende close-ups af en toe; de geweldige acteurs (Jan Machulski als Kwinto; Leonard Pietraszak als Kramer; vrijwel alle bijrollen).

Met de oude auto’s, hoeden en bossen krijg je al snel flashbacks naar een Poolse versie van Miller’s Crossing. Zouden de Coen-broers die tien jaar later hun film maakten deze film ook hebben gezien? Ze kunnen ook het vervolg uit 1985 hebben gezien: Vabank 2. Hoe dan ook: fans van misdaadfilms kunnen deze film simpelweg niet negeren. De film van Juliusz Machulski (ruim tien jaar geleden overleden) is té goed. Machulski schreef het script, speelt Kwinto en lijkt daarmee een soort Poolse variant van Nicolaescu. Ook weer persoonlijk betrokken en stijlvol.

Oude, stelende dametjes
Na Roemenië en Polen laat ook Hongarije zien dat het ten tijde van het communisme een beste misdaadfilm kon produceren. Dat gebeurt met Dögkeselyü (1982).

Een taxirit in een Lada. Het laatste wat je verwacht van twee oude kletsende dametjes is dat ze de taxichauffeur (Simon) zijn geld ongemerkt stelen. En dat terwijl hij schulden heeft.

De politie neemt Simons probleem niet zo serieus. Net zo min als zijn collega’s. Maar hij heeft het geld nodig. Met wat geslepen detectivewerk achterhaalt hij wie de oude dametjes zijn. Via chantage wil hij ze straffen, onder andere met de ontvoering van de dochter van een van de twee dames.

Spektakel. Achtervolgingen door de straten van Budapest (inclusief Naked Gun-sirene), autodiefstal, ontvoering. Simons verhaal valt ook samen met de tragische verhalen van de andere karakters, die ook in 1982 proberen te overleven in de Hongaarse maatschappij. De een met seks, de ander met kaartspelletjes, een volgende met puur verdriet.

Dögkeselyü oogt modern. De film van Ferenc András (die een keer niet in de film zelf speelt) zou ook nu nog wel succes hebben in het filmhuis. Coole Hongaren, zonnebrillen en zomerhoedjes, barretjes. Check bijvoorbeeld de prachtige, coole poster. Die is helemaal van deze tijd.

Maar ook het gewaagde subthema van ongelukkige Hongaren raakt als het drama van een moderne film. De film doet zelfs een beetje denken aan een Hongaarse versie van Falling Down. Het is dezelfde boosheid die hetzelfde drama teweegbrengt.

Wie had dat gedacht, dat communistische misdaadfilms eigenlijk verrassend goed zijn? Wie zijn vinger opsteekt, jokt, of is een echte fijnproever.

 

13 september 2019

 

Alle Camera Obscura

Zwembadfilms

Zwembadfilms

door Bob van der Sterre

The Swimmer ♦ Lac aux Dames ♦ Deep End

 

Ook behoefte aan afkoeling? Tijd om te gaan zwemmen en daarna films over zwemmers en zwembaden te kijken. Swimming Pool is intussen de moderne klassieker in dit genre (uit 2003) maar er is meer. De films zijn – misschien weinig verrassend – allemaal rete-broeierig en gaan over seksualiteit.

Op een dag in de zomer van 1968 duikt Ned Merrill ineens in zijn zwembroek op bij een oude bekende. Hij duikt ongevraagd in hun zwembad – wat een vrolijkerd is hij toch! Geintjes makend verrast hij zijn oude buurvrouw. ‘Dit is de dag dat Ned Merrill de hele county door gaat zwemmen!’ Zo begint The Swimmer.

Vrolijke ontmoetingen worden onvriendelijk
Ned gaat bij allerlei bekenden langs en duikt in al hun zwembaden. Bij de Grahams, de Lears, de Bunkers, de Biswangers, Mrs. Hammar én Shirley Abbott (ex-minnares). Hij haalt herinneringen bij hen op. ‘Herinner je dat? Dat transparante, lichtgroene water. Het voelde anders. God, wat een heerlijk gevoel. We konden de hele wereld rondzwemmen in die tijd.’

Vrouwen uit zijn leven komen langs in zijn zwemtocht. ‘Ga mee over een rivier van saffieren zwembaden!’ Zijn ex-minnares Shirley Abbott; de stilletjes verliefde babysitter Julie Ann Hooper; vriendin Joan.

De ontmoetingen rondom het zwembad beginnen vrolijk maar worden steeds minder vriendelijk. Ned oogt gepijnigd en vermoeid. Op een paar plaatsen is hij niet welkom meer. Het weer betrekt ook. Dan beginnen de puzzelstukjes in elkaar te vallen.

The Swimmer is veel meer dan alleen een interessante film over een scene, het is een duister verhaal. Mooie karakterschetsen, sterke hoofdrol en een applaus voor de dialogen. ‘Moeten we hem niet helpen?’ ‘Vrienden zijn niet aftrekbaar van de belastingen.’

De verhalen rondom de productie zijn in 2014 vastgelegd in de documentaire The Story of The Swimmer. Dit was Burt Lancasters, die Ned Merrill speelt, eigen favoriete film. En dat terwijl Lancaster – toch een legende in zijn tijd – slechts de vijfde keuze voor deze film was.

Wereld van knappe, interessante vrouwen
In Lac aux Dames (1934) gaat Eric Heller (een werkloos ingenieur) voor een zomer als zweminstructeur werken bij de Wolfgangsee in Oostenrijk. Aldaar bevindt zich een wereld van knappe, interessante vrouwen die wakker worden van zijn brede bast. De rijke Danny Lyssenhop; de zingende en artistieke Puck en zijn oude geliefde – en oplichtster – Anoutschka. Dat is ook niet moeilijk met de Playgirl-achtige poster die van hem is gemaakt als sportinstructeur.

Als Puck elke avond een vlag ophangt als signaal dat hij welkom is, wordt de zweminstructeur ‘the talk of the town’. Danny Lyssenhop blijft geduldig op hem inpraten. ‘Ik had goede redenen om afwezig te zijn, Danny.’ ‘Waren ze blond of brunette, die redenen?’

Deze verfilmde roman van Oostenrijkse schrijfster Vicki Baum (ook bekend van Grand Hotel) en dialogen van Collette draagt duidelijk een vrouwelijk stempel. Zoals mannelijke schrijvers zich vaak focussen op ideale vrouwen, is deze Eric lang, knap, blond, atletisch, goedhartig en een romantische dromer op de koop toe.

Collettes dialogen (geschreven vlak na het schrijven van haar beroemde La Chatte) schetsen geestig hoe de drie vrouwen met seksualiteit omgaan. Met name de rol van Puck, zowel naïef als wild, is interessant. Of hoe zijn ex Anouschka (rol Illa Meery) naakt in Erics bed zit en niet van plan is te vertrekken. ‘Dit is toch niet de eerste keer dat ik met jou slaap!’ Als hij Daniele in zijn handen heeft: ‘Je bent van goud. Je benen, je armen, een standbeeld van goud!’ ‘Mooi, laten we het nu meteen regelen dan.’

Een op momenten opmerkelijke film. Een zo’n moment is de onverwachte naaktscène van Illa Meery. Ook de rollen van Simone Simon (Puck) en Michel Simon (rijke zakenman Lyssenhop) verheffen de film boven het gemiddelde.

Toch mis je door het vele melodrama wel iets unieks, iets extra’s. Zoals een satirisch portret van de geportretteerde elite. Dat maakt de film van lopendebandfilmer Marc Allegret wel goed maar niet top.

Cultreputatie
In Deep End (1970) zitten we in een Londens zwembad. Een volwassen vrouw (Sue) werkt samen met een jongen van vijftien (Mike). Ze werken allebei in het plaatselijke zwembad. Bij hun werk bij de privébaden zijn seksuele dingen normaal. De jongen doet dat tegen zijn zin in en de vrouw duikt met haar minnaar af en toe mannenkleedhokjes in.

De jongen raakt al snel verslingerd aan de vrouw. Hij volgt haar en probeert haar verloofde tegen te werken. Ze vindt het best grappig en speelt het spelletje mee. De volgende dag zijn ze weer samen aan het werk. Als hij haar diamanten ring kwijt maakt, verliest het spel definitief zijn onschuld.

Deep End heeft met recht een cultreputatie. De regisseur, Jerzy Skolimowski, leek een eenvoudige, lieve coming-of-agefilm te maken tot plots de film over obsessies en seks gaat. Muziek van Cat Stevens en krautrockband Can helpt bij het neerzetten van die sfeer.

Fascinerende scènes volop. Het gesprek met de hoer met een been in het gips; als hij met een cardboard cutout van haar figuur in de metro stapt; de zwembadleraar met zijn ongewenste intimiteiten; de vrouwelijke klant die het aldoor heeft over voetbal en George Best; het bezoek aan de seksbioscoop.

Veel symboliek ook. Zoals wanneer hij ineens met haar in het zwembad zwemt, of zij hem een poster voorhoudt met een man die zwanger is, of hij aldoor hotdogs eet.

John Moulder-Brown (Mike) was pas zeventien maar is sterk in zijn rol (hij speelde een paar jaar ervoor een soortgelijke rol als Luis in La Residencia. Ook Jane Asher (Sue) heeft de losheid die nodig is bij de rol. Ze zijn ogenschijnlijk zichzelf. Daarom kun je al snel geloven in hoe ze met elkaar omgaan.

Londen speelt ook een belangrijke bijrol. Vooral de smerige kant van de stad: privéclubs, seksbioscopen, hoerenkamers. Zelfs Sue staat ergens geparkeerd (haar cardboard cutout dan). Sommige kijkers – en ik kan daar wel in meegaan – denken dan ook dat het Londen is door de ogen van een louter aan seks denkende tiener. Deep End is gelukkig geen film die maar ruimte voor één conclusie laat.

Nu een frisse duik om deze hitte weer kwijt te raken.

 

9 augustus 2019

 

Lac aux Dames


Alle Camera Obscura