InDeBioscoop dit jaar niet aanwezig bij IDFA

Van 12 tot en met 22 november in Amsterdam
InDeBioscoop dit jaar niet aanwezig bij IDFA

door Bob van der Sterre

Door nieuwe criteria van IDFA hebben wij dit jaar geen perskaarten gekregen. Dat betekent dat InDeBioscoop IDFA (12-22 november) véél beperkter zal verslaan dan normaal. We maken geen preview, geen Q&A en minder reviews.

Indebioscoop.com verslaat al ruim tien jaar alle grote filmfestivals. Dat doen we vrij uitvoerig, met tiplijsten, Q&A’s en reviews. We bezoeken IDFA, IFFR, Imagine, LIFF, CinemAsia, Movies that Matter, Film Fest Gent en vele andere. Op dit punt hebben we best een goede reputatie ontwikkeld.

IDFA 2026: openingsfilm White Tiger Column

Openingsfilm IDFA 2026: White Tiger Column

Voor het eerst in dertien jaar werd een accreditatie voor een perskaart bij IDFA niet ingewilligd. De toelichting was: We moeten behoudend zijn met persaccreditaties dit jaar. In de formele afwijzing stond: Press access is only granted to professional journalists who will report extensively on the festival.

Uit berichten in de media blijkt de echte reden: IDFA moet vanwege de gestegen kosten bezuinigen. Lees dit artikel in Het Parool voor meer context.

Hoewel we begrip hebben voor de positie van IDFA, zijn de argumenten waarom de perskaarten worden geweigerd wel wat vreemd voor ons:

1. Geen professionele journalisten: in ons team zitten bijna allemaal professionele redacteuren. We geven meer context bij documentaires dan zelfs journalisten van grote bladen. We staan op Picl tussen recensies van de Volkskrant en NRC.

2. Niet veel over het festival schrijven: Indebioscoop.com biedt vermoedelijk al jarenlang de meest uitvoerige aandacht aan IDFA van álle media in Nederland. In totaal hebben we in dertien jaar meer dan 120 artikelen geschreven waarin we naar schatting 750 documentaires bespraken, ook veel documentaires die nergens anders zijn besproken. Bekijk ons archief.

3. Minder perskaarten ivm bezuinigen: Ook het financiële argument is apart omdat een accreditatie niet gratis is: je moet er als redacteur juist geld voor betalen. IDFA doelt waarschijnlijk op het hoge percentage ‘no-show’ van pers- en industriepersonen bij publieke voorstellingen. Dat kost de plek van een betalende bezoeker. Maar bij mijn weten is er ook een maximum aan pers & industriekaarten per publieke voorstelling.

Het is dus best bijzonder dat onze redactie niet eens één perskaart krijgt. Daarin zijn we erg teleurgesteld in IDFA als festival, alsof onze staat van dienst geen enkele rol speelde.

Volgens ons helpt deze beslissing ook meer verschraling in de hand aangezien het nooit goed is als de filmkritiek door een paar grote bladen wordt bepaald. Die hebben bovendien abonnementen te verkopen terwijl InDeBioscoop écht onafhankelijk is, en echt passie heeft voor films en documentaires.

Dit is waarom InDeBioscoop dit jaar weinig aandacht gaat besteden aan IDFA. Ook onze veelbekeken tiplijst blijft achterwege.

Wij zien je als lezer graag terug bij de festivals waar we nog wel welkom zijn als pers, zoals LIFF, Imagine, Gent en IFFR!

 

31 oktober 2026

 

MEER FILMFESTIVAL

Imagine 2026 – Deel 4: Mysterie, Suspense & SF

Imagine 2026 – Deel 4: Mysterie, Suspense & SF
Pesten op een Zweeds eiland en rare kunstenaarshuizen

door Bob van der Sterre

Mysterieuze films maken goede tijden door. Ze zitten vaak tegen horror en fantasie aan maar het mysterieuze idee staat voorop. Eerder dit jaar had je bijvoorbeeld de films Exit 8 en Backdoors. Bij Imagine halen de films dat niveau niet maar de liefhebber komt wel aan zijn of haar trekken.

 

Arkipelag

Arkipelag – Pesten op een schoolreisje loopt uit de hand
Een groep Zweedse kinderen gaat op schoolreis naar een eiland, maar om een of andere reden zonder docenten. Er zijn begeleiders op het eiland. En drie vaders – Bill, Bobo en Pontus – gaan ook mee.

Daar aangekomen blijken de begeleiders jong en meer bezig met zichzelf dan de kinderen begeleiden. Zo komen de drie ouders terecht in een lastige klasdynamiek, met een joch dat gepest wordt. Bill voelt zich geroepen om in te grijpen maar zijn dochter waarschuwt: “Het is een raar joch, iedereen haat hem.” Dan zijn de pesters al teruggestuurd. Reactie decaan van de school: “Dat waren zijn enige vrienden.”

Het doel voor Bill was ook om te gaan ‘bonden’ met zijn dochter maar hij stelt haar alleen vragen over het gepeste joch.

Pesten gebeurt ook op een ander niveau, merkt Bill als hij in de maling wordt genomen door Bobo en Pontus als ze een spelletje spelen. Alle drie de vaders lijken problemen te hebben gehad met hun eigen opvoeding. Misschien is er wel iets mis met het eiland, want de stapelbedden waren al ondergekalkt door wanhopige scholieren die hier in eerdere jaren zaten.

Als je ‘cringe’ net zo erg vindt als horror, moet je deze aardige debuutfilm van podcaster Alex Schulman niet kijken. Er is heel veel plaatsvervangende schaamte, met name bij de onhandig optredende Bill. De casting heeft slimme tegenpolen gevonden in Gustaf Skarsgård (Bill) en een acteur die ook regelmatig gangsters speelt: Fares Fares (Bobo).

Ik las ergens dat Schulman passie heeft voor het onderwerp opvoeding (podcasts en boeken). Dat is mooi. Alleen is de verteltoon in Arkipelag een probleem, want het zit tussen horror, suspense, humor en arthouse in, zonder echt ergens voor te gaan, en dat wreekt zich een beetje op het einde. Toch zou dit weleens een kraker in de bioscopen kunnen worden met ouders die het vermoedelijk maar al te herkenbaar vinden.

Kijk wanneer deze film draait.

 

Recluse

Recluse – Enge geluiden in een kunstenaarshuis
Joan is terug bij het enorme huis van haar vader. Die ligt na een incident zwaar verbrand in het bed van een gigantisch huis vol bizarre beelden en schilderijen. Hij mompelt onverstaanbare dingen. “Zijn kunst is een fascinerende vertaling van zijn eigen leven”, aldus de tuinman (zoon van de huishoudster).

Joan is geluidstechnicus en luistert door het hele huis op een bepaalde frequentie. Ze hoort kraakjes, bliepjes en soms iets wat op stemmen lijkt. Geesten?

Ze praat over de negatieve energie van het huis met de huishoudster en de verzorgster. “Hier is altijd rare shit gebeurd.” Mensen die van trappen vallen, geëlektrocuteerd raken. Haar broer en moeder zijn ook al beide omgekomen. De rode draad is die aparte vader.

Waarom blijft de huishoudster hem verdedigen? En wat is de geschiedenis van de verzorgster? Wat zit er in de kelder?

De film van Henry Chaisson focust zich op subtiele spanning, altijd griezeliger dan een doorsnee horror. Een hoofdrol voor geluid, dus de audiofiel komt aan zijn trekken. Het heeft met het landhuis en het kabbelende tempo ook wel iets van een jaren zeventig-film. Misschien neemt het wel iets te veel tijd om op te bouwen maar dat is ook een vorm van filmonthaasting.

Kijk wanneer deze film draait.

 

The Glorious Dead

The Glorious Dead – Sheriff Deb kan het niet meer bolwerken
Schoten in de natuur, bloed uit kranen. Poezen, honden, vissen, koeien zijn spoorloos. Hier en daar worden zelfs mensen vermist. Een monster van vlees? Geen gewone werkdag voor sheriff Deb.

Overal zien mensen kuilen in de grond. “Het is een soort anus.” Dode mensen komen opeens weer tot leven. Elders peuzelt een monster op de benen van een man die maar niet sterft. En dan zijn er de vigilantes die het recht in eigen hand nemen.

The Glorious Dead van John Adams en Toby Poser heeft niet zoveel verhaal, wel flair en zwarte humor. Mooi zijn de bossen, besneeuwde wegen, lokale karakters, metalmuziek en tussenkopjes. Vooral in het eerste deel werkt dat goed. Bij een man die uit een kist is opgestaan en voor een spiegel staat: “Hij zit vol formaldehyde, sheriff.”

Minder is dat de film snel zijn kruit verschiet, en zonder verhaal steeds B-film-achtiger wordt. Van het mysterie is aan het eind weinig meer over. Jammer, want de film had op dat gebied wel veel potentie.

Kijk wanneer deze film draait.

 

Godhead

Godhead – Priester moet beslissen over leven en dood
Een priester heeft een kerkje waar bijna geen bezoekers meer komen. Op een dag loopt er een tweeling in witte trainingspakken binnen, genaamd First Born en Second Born. Ze zeggen dat ze de heilige geest zijn en eisen dat de priester een van hen doodt voor morgenochtend.

First Born is de vlotte van de twee, Second Born is de angstige. De priester krijgt het pistool en het verandert zijn manier van doen. Hij bedenkt van alles om van de twee af te komen. “Als ik deze trekker overhaal, gaat de wereld op zwart.” Probleem: er is alleen een jochie in huis. “Je bent een priester met een geheim.”

De film van Mark H. Rapaport (Hippo, 2024) begint sterk en mysterieus. Aardige desoriënterende cameravoering met groothoeklenzen, zwart-wit, lichtspel; dat maakt een film altijd al aardig om naar te kijken. De acteurs passen bij die stijl, met name Al Warren als priester en Sarah Coffey als First Born.

Het wordt na een uur wat moeizamer zoals je je kunt voorstellen met een film die zich alsmaar in een kleine ruimte afspeelt en niet helemaal weet wat het met het verhaal moet doen.

Kijk wanneer deze film draait.

 

Out There

Out There – UFO’s in een achtertuin in Wales
Maz weet het zeker: haar vader is ongeveer tien jaar geleden bij een experiment meegenomen door aliens. Zelf heeft ze ook een vliegende schotel gezien.

Ze gaat samen met Elis en een twijfelachtige UFO-connaisseur op zoek naar de waarheid. Dat betekent inbreken in een legerbasis. Al snel zit het leger achter hen aan.

Uiteindelijk blijkt dat Maz toch gelijk heeft… of niet. Het is haar moeder die moet accepteren dat het verleden nog niet verwerkt is.

Redelijk luchtige productie uit Wales van Simon Ryninks heeft iets weg van Safety not Guaranteed maar mist tegelijkertijd ook iets oorspronkelijks. Het verhaal oogt wat te bekend, ook al is de locatie anders, het blijft een vrij gewoon recept, en jammer genoeg werkt het niet zo heel komisch.

Een van de pleziertjes die de film wel heeft, is acteur Michael Sheen als sjamaan Shifty. Die dacht ook een keer een buitenaards wezen te zien: “Ik zag het eikels eten!” “Was het soms een eekhoorn?” “Dat zou ook kunnen…”

Voor wat SF betreft, waren er afgelopen jaar al sterke series als Silo, Pluribus en Dark Matter – en daarnaast nog de film Project Hail Mary. Is er een SF-revival begonnen? Deze Imagine had wat minder te bieden, vandaar dat we ook geen apart artikel doen.

Kijk wanneer deze film draait.

 

Shorts

Headphones
Eddie heeft een oude walkman op en luistert naar muziek tijdens zijn snackbar-baan. Opeens klinkt er een stem en die vertelt wat er gaat gebeuren, en hoe hij met een stuk fruit het leven van zijn collega kan redden. Verzorgde korte film van Steven Arriagada.

Adventum
Twee belangrijke personen van een kolonie op de planeet Callisto (dat ligt bij Jupiter) praten over kunstmatige intelligentie. “Toch handig dat ze nu onze gedachten kunnen lezen.” Aardig opzetje, deze Nederlandse film van Ion Adrian, zoiets kan bij wijze van spreken een hele serie worden à la The Expanse.

The Malthus Law
Ook Nederlands is The Malthus Law. Een nieuwe wet is uitgevaardigd die AI volmacht geeft over wie mag blijven leven en wie niet, wat goed zou zijn voor de vooruitgang van de maatschappij. De wachtenden hebben discussies met elkaar. Aardig uitgangspunt voor een korte film, het acteren kan beter maar er is bijna geen Nederlandse film waar dat niet voor geldt.

 

30 oktober 2026

 

Imagine 2026 – Deel 1: Krabben, hacken, rugpijn en zwanger van aliens 
Imagine 2026 – Deel 2: In ‘The Devils’ draagt de duivel een kardinaalsmuts
Imagine 2026 – Deel 3: Levende lijken en geesten die bang zijn voor andere geesten

 

MEER FILMFESTIVAL

Imagine 2026 – Deel 3: Horror

Imagine 2026 – Deel 3: Horror
Levende lijken en geesten die bang zijn voor andere geesten

door Bob van der Sterre

Je kunt het bijna niet voorstellen maar horror lijkt ieder jaar weer ietsje populairder te worden. Eerder dit jaar maakte Obsession er al een mooi horrorfeest van, maar er zijn nog meer interessante horrorprojecten op Imagine.

 

Sanguine

Sanguine – Jongvolwassenen veranderen in monsters
Margot is arts in opleiding en behandelt een dame met een rare uitslag. Ze zegt dat ze hevig bloedverlies heeft. Een paar dagen later heeft Margot datzelfde enorme bloedverlies. Het is het begin van een grote uitslag op haar rug, die alleen met zware alcohol weg te branden is.

Ze gaat het onderzoeken en ze ziet dat meer jonge mensen getroffen worden. Ze lijken te veranderen in een nieuwe ‘soort’, zelfs hun DNA wordt aangetast. En die soort is spijkerhard, supercynisch, gewelddadig.

Liefhebbers van bodyhorror in de zaal? Deze film heeft plenty op dat gebied. Niet mijn kop thee, maar wat de film zo aardig maakt, zijn de inventieve cameratrucs, zeker tegen het einde aan toe, met de ‘chestcam’, die altijd wordt ingezet om karakters groggy of buiten-de-werkelijkheid te laten ogen.

De film van Marion Le Coroller wil gezien het plot iets zeggen over de generatie 18-25 jaar die (denk ik?) aan hoge werkdruk ten onder zou gaan. Dat begint met een vermakelijk gemonteerde openingsscène in een snacktent, een bijna korte film op zichzelf, waarbij een verkoper aan alle kanten onder druk wordt gezet: “Royal King… Royal King…Royal King…Royal King…”

Ik weet niet hoe terecht dit punt is, want deze werkdruk lijkt mij vrij generatieloos, maar de film doet in elk geval zijn best niet zomaar ‘horror’ te zijn.

Kijk wanneer deze film draait.

 

The Cycle

The Cycle – Een lijk dat niet kan doodgaan
Megan is een patholoog-anatoom en gespecialiseerd in het lezen van ‘leftovers’ van mensen. “Mijn werk is om het leven terugwaarts te begrijpen.”

Langs de kust worden er drie lichamen gevonden, een moeder en dochter en een man. De man is Megans vader die ze dertig jaar niet heeft gezien. Ondanks deze link willen ze graag haar specialistische kennis inzetten.

Het rare is dat de man morsdood is maar niet vergaat. En de volgende dag is een van de agenten overleden en is het lijk ervandoor. Tegelijk blijkt er iets aan de hand te zijn met het olieplatform waar haar vader heeft gewerkt.

Zonder te veel te willen verklappen kan ik wel zeggen dat The Cycle niet de kant op gaat die je verwacht op basis van het begin. Aardig is dat regisseur en schrijver Jordan Downey kiest voor niet-digitale effecten die knipogen naar jaren ‘80 cultfilms. Ze hebben de juiste cinemaspirit maar zijn ook weinig griezelig. Dit kan een publieksfavoriet worden op Imagine, maar het is wel zonde van de sfeervolle spannende politiethriller waarmee het begon.

Kijk wanneer deze film draait.

 

Never After Dark

Never After Dark – Als de ene geest te bang is om de andere geest te bestrijden
Airi verloor haar zus in een ongeluk. Maar die is nog bij haar – in spiegels. Ze helpt Airi bij haar werk als geestenopruimer en gebruikt daarbij wat kennis van haar zus. Maar… “nooit als het donker is”.

Ze zitten in een afgelegen hotel. Die mensen van het hotel moeten wel opdonderen want ze kan niet werken met pottenkijkers. Maar haar zus is geen fan van deze geestenverdrijving. “Het is een moeilijke geest.”

Als Airi via een techniek de gene zijde betreedt, ziet ze een man die aan een luikje krabt. We komen er langzaam achter wat deze geest wil en waarom Airi’s zusje zegt dat ze gevaar loopt.

De film van Dave Boyle (Man From Reno, 2014) heeft een paar aardige zaken voor een horrorfilm. Zo heeft het iets wat je vaak mist in andere horrorfilms: ook niet enge stukken. Als ze ‘s avonds muziek draait, danst en drinkt, gebeurt er niets engs. Menig horrorfilm had daar wel wat stress in gestopt. Griezelen gaat vaak het beste als je niets móet. Ook vond ik het plot wel bijzonder – wat kan ik niet uitleggen zonder het te verklappen. In elk geval een aanrader voor als je meer dan hapslikweggegriezel wilt.

Kijk wanneer deze film draait.

 

Shorts

Breathwork
Deze film van Erik Westerström bewijst dat je zelfs van een yogasessie iets creepy’s kunt maken. Zeker als je het mixt met The Exorcist. Aardige korte film.

Vape Glow
Mike paft van een intussen teruggeroepen vape-pen. Als het licht uitgaat, is de gloed van de pen zijn enige licht. Hij moet flink doorvapen om licht te blijven houden. Film van Steven Schloss vertelt het verhaal inventief met een camera op de vape-pen.

 

29 oktober 2026

 

Imagine 2026 – Deel 1: Krabben, hacken, rugpijn en zwanger van aliens
Imagine 2026 – Deel 2: In ‘The Devils’ draagt de duivel een kardinaalsmuts
Imagine 2026 – Deel 4: Pesten op een Zweeds eiland en rare kunstenaarshuizen

 

MEER FILMFESTIVAL

Imagine 2026 – Deel 1: Luchtig

Imagine 2026 – Deel 1: Luchtig
Krabben, hacken, rugpijn en zwanger van aliens

door Bob van der Sterre

Imagine is een festival waar nog hard gelachen mag worden. Vaak in de mix met andere genres. Vier luchtige films en drie shorts.

 

The Peril at Pincer Point

The Peril at Pincer Point – Met krabben op zoek naar het geweldigste geluid van de wereld
Op de dertigste verdieping van een Londense woning vindt Jim een krab. Hij probeert het dier te pakken en wordt gebeten. Jim is een vrij gemiddelde geluidsman bij een studio. Indruk maakt hij niet met zijn werk. “Waar heb je die geluiden van?” “Ik heb ze van overal en nergens.” Hij luistert naar motivatietapes. “Mijn microfoon is mijn derde arm.”

Zijn baas, regisseur P.W. Griffin, zoekt naar ‘het geluid dat nooit eerder is gehoord’. Hij zoekt specifiek een dame die sandwiches maakte en een schitterende stem had. Ze is alleen teruggegaan naar het eiland waar ze woont, Pincer Point. De geluidsman mag naar haar op zoek. Ze is vermist, zeggen lokale bewoners. Ondertussen krijgt hij te maken met krabben ‘zo groot als honden’ die met hem praten.

Weird eiland en weirde film, deze productie van Jake Kuhn en Noah Stratton-Twine. De toon is luchtig en ironisch en er zijn veel cinematografische verwijzingen. Grof zwartwit (een mix tussen jaren vijftig Bert Haanstra en indieklassieker In The Soup denk ik aan). P.W. Griffin misschien een verwijzing naar D.W. Griffith (The Birth of a Nation)? Een scène die sprekend lijkt op een klassieke Hollywoodfilm. Dan is er nog de link met scripts, acteurs en vooral audio.

De mensen op het eiland ogen letterlijk als rollen in een film. De kapitein met zijn archaïsche manier van spreken, de kamerverhuurder ‘die ook wel een vrouwenstem kan doen’, de twee jongens op strandstoeltjes die opeens synchroon een krabbendansje doen.

Aardige productie, had misschien met iets minder ironie kunnen doen en iets meer, wel, gewoon.

Kijk wanneer deze film draait.

 

Drag

Drag – Rugpijn tijdens een inbraak
Twee zussen zitten in een auto voor een groot huis. Het doel is inbreken. “Ik ben terug voor je het weet”, zegt de ene zus tegen de andere. De andere zus baalt ervan dat ze gezegd heeft op wacht te zullen staan. “Je bent een crimineel die een beetje barkeepen erbij doet.”

Als de inbrekende zus ineens niet meer antwoordt, komt de andere zus haar opzoeken. Ze ligt met rugpijn in de badkuip. Hoe komt ze het huis uit? Slepen maar…

Dat gaat goed totdat er een uitsteeksel op de vloer ligt. Ducttape, een trap, kunstwerken die kapot vallen: de ellende escaleert snel. De eigenaar keert terug – ontvangt een date – en ze verbergen zich in de kelder. Daar zien ze een lijk en beseffen ze dat hij een seriemoordenaar is. Ze bespreken hun opties. “Hem knockout slaan met een koekenpan, ben je gek?” “Wat kan er misgaan met een koekenpan?” “Wat als ik hem sla op een verkeerde plek en hij sterft?” “Pfffttt… Je durft ook niets.”

Vermakelijke dialogen en acteerwerk van Lizzy Caplan en Lucy DeVito (inderdaad dochter van). De verzorgde film van Raviv Ullnan en Gren Yagolnitzer is niet serieus, bevat best wat suspense en body horror en oogt af en toe met het gevoel voor sfeer en details zelfs als een luchtige Hitchcock.

Des te spijtiger dat de film zoals zoveel andere films ontspoort met bloed en geweld. Een ‘spetterende finale’ laten we maar zeggen.

Kijk wanneer deze film draait.

 

Mum, I'm Alien Pregnant

Mum, I’m Alien Pregnant – Wat doe je als je zwanger bent van een alien?
Mary is werkloos en woont nog bij haar moeder (Cynthia), die niet weet wat grenzen respecteren is. Op een dag ontmoet ze de nieuwe buurjongen. Ze heeft gehoord dat er iets met zijn penis is. Of ie hem wil laten zien. Dat wil ie uiteindelijk wel. “Maar eh… het heeft tentakels.” Ze heeft zelf wel iets met hentai en raakt er opgewonden van. Het loopt wat uit de hand en wat van zijn alien-zaad komt op Mary terecht.

Ze begint zich raar te voelen. Naar de dokter en gynaecoloog, waar ze na een dag al ‘twaalf weken’ zwanger blijkt te zijn. Ze probeert het er tevergeefs uit te duwen.

Het is niet moeilijk om te raden waar deze uitzinnige film heengaat: een lang en absurd verhaal over haar alien-zwangerschap. Met portretten van de vier hoofdpersonen, die allen triest zijn op hun eigen manier. Zoals de duffe zoon met het alien-gereedschap en de moeder die ontvoerd is geweest door aliens maar er niet graag over praat.

Dat weten we ook omdat het al een korte film is geweest die ook in 2024 bij Imagine te zien was: Help, I’m Alien Pregnant. De makers, Sean Wallace en Jordan Mark Windsor, hadden genoeg materiaal voor een langere film. En terecht, want de extra sausjes, geestige bijrollen, vindingrijke effecten, humor (verhouding tussen moeders en hun thuiswonende kinderen) en dialogen maken het tot een af en toe hilarische film. Hannah Lynch speelde de rol van Mary in de korte film ook al en wist dus precies hoe ze de rol moest aanpakken.

De droogkomische Nieuw-Zeelandse humor is sowieso iets voor fijnproevers. Denk aan Flight of the Concords, Clarke and Dawe, What We Do in the Shadows, Eagle vs. Shark, etc. Mum, I’m Alien Pregnant past in dezelfde categorie.

Kijk wanneer deze film draait.

 

O Rei da Internet

O Rei da Internet – Hoe een vijftienjarige een geduchte hacker werd
Daniel Nascimento is een tiener die naar eigen zeggen “nooit ergens goed was in zijn leven”. Hij wordt dagelijks gepest. Meisjes zien hem niet zitten. Zijn vader heeft geen respect voor hem. Alles verandert als hij merkt dat hij handig is met computers en zo wel erkenning krijgt.

Het begint met een relatief onschuldige hack die ervoor zorgt dat hij allerlei tijdschriften thuis krijgt gestuurd. Daarna gaat het snel: “Ik hackte bijna elke site, die ik hier niet mag noemen, omdat de producers bang zijn om juridisch vervolgd te worden.” En creditcards… Zijn vader vindt dat wel verdacht als hij met een dure zonnebril rondloopt. “Je hebt wel veel mazzel de laatste tijd.”

Hij hackt de telefoonlijn en gaat verder dan ooit. “Ik kreeg BrassNET op zijn knieën maar ik sneed ook het noordoosten van Brazilië van het internet af.” Hij ontmoet een echte hacker, Noturno, en vanaf dat moment glijdt de pas 15-jarige Daniel steeds meer de misdaad in.

De film van Fabricio Bitter – gebaseerd op een waargebeurd verhaal – heeft die lichtvoetige stijl die je sinds Amélie kunt dromen. Voice-overs (veel), hysterische montage, funky muziek, koeienletters op het scherm. Er zit bijna geen normale scène bij. Neem een scène als deze: opzwepende muziek, auto vertrekt uit schuur, ze gaan partyen, klok telt van 23:00 naar 03:00, daarna een beeld hoe ze de auto terug de schuur in duwen. Best vermakelijk allemaal maar ook weinig nieuws onder de zon.

Kijk wanneer deze film draait.

 

Shorts

A Little Dead
De kleine dood hobbelt achter moeder dood aan en lijkt weinig zin te hebben in leren hoe je mensen doodmaakt. Het zit de hele tijd in de weg van moeder die haar werk probeert te doen. Ze raakt gedeprimeerd. Dan komt het toch nog goed. Charmante animatie van Leto Meade en Jonathan Rockefeller waarbij de dood iets vriendelijks is in plaats van iets engs.

Bye Bye Garbage
Het is een zootje bij Aba thuis. Maar dat zootje gaat samen klitten en wordt een levend wezen van vuilnis. Dat wezen zit bij haar aan de keukentafel, leert woorden en neemt een douche. Dan komen de kinderen en treffen de woning van Aba in verregaande staat van smerigheid aan. Terwijl het gewoon een mooie vriendschap was tussen een oudere vrouw en haar vuilnis. Sympathieke en creatieve film van het Iraanse duo Bahman and Bahram Ark.

Mi Juego
Man werkt in een videotheek en ziet het leven niet meer zitten. Hij heeft een spelletje: pakken ze de oranje video, dan schiet hij de klant neer. Pakken ze de blauwe video, dan schiet hij zichzelf neer. Een spannend spel dat regelmatig maar net goed afloopt. Productie van David Bravo bevat diverse filmverwijzingen en is mooi geanimeerd in blauw, oranje en wit.

 

27 oktober 2026

 
Imagine 2026 – Deel 2: In ‘The Devils’ draagt de duivel een kardinaalsmuts
Imagine 2026 – Deel 3: Levende lijken en geesten die bang zijn voor andere geesten
Imagine 2026 – Deel 4: Pesten op een Zweeds eiland en rare kunstenaarshuizen

 

MEER FILMFESTIVAL

Imagine 2026 – Preview: Veel fantasie en horror

Imagine 2026 – Preview:
Veel fantasie en horror

door Bob van der Sterre

Imagine is hét festival voor de liefhebber van onbezoldigd escapisme. En toch zie je nergens anders zoveel innovatieve filmideeën, fantasierijke scripts en acteerwerk dat de grenzen opzoekt. Ook dit jaar heeft Imagine weer veel weirdness te bieden.

Wat kun je verwachten tijdens het festival?
Imagine duurt van 29 oktober t/m 8 november. De kaartverkoop is al van start gegaan. De twee hoofdfilmlocaties van het festival zijn de FilmHallen en LAB111 in Amsterdam. In Hal West vindt het VR-programma plaats.

Hot Spot (foto: Focus Features)

Deze drie thema’s komen aan bod:

  • Ghost in the Feed: over angsten en verlangens bij iedere nieuwe vorm van mediatechnologie.
  • Magisch realisme in Latijns-Amerikaanse cinema: over de opkomst van een nieuwe generatie Latijns-Amerikaanse filmmakers die door een magisch-realistische bril kijken naar wat er in hun eigen continent is gebeurd.
  • The New Flesh: over hoe onze levens en hersenen het beeldscherm worden ingezogen.

Waar staat het programma?
Dat staat hier.

Wat doen we bij InDeBioscoop aan Imagine?
InDeBioscoop bekijkt het programma in meerdere delen: horror, mysterie/spanning/sciencefiction en humor. We nemen zowel het featureprogramma als de korte films door.

Volg InDeBioscoop om op te hoogte te blijven van het festival!

Meer weten?

 

 

26 oktober 2026

 

MEER FILMFESTIVAL

Filmmarathon: Michael Caine

5 onbekende films van bekende Britse acteur
Filmmarathon: Michael Caine
Twee redacteuren van InDeBioscoop dompelen zich een weekend lang onder in de goede dingen des levens en vijf relatief onbekende films van de Britse acteur Michael Caine.

Filmmarathon Michael Caine

 

1. The Ipcress File (1965)

COR:
Na Franse en Amerikaanse acteurs en actrices is het tijd voor een Britse acteur in onze jaarlijkse filmmarathon. De meeste lezers kennen hem van zijn rol als butler annex vaderfiguur van Bruce Wayne in de Batman-trilogie van Christopher Nolan. Daarin vallen vooral zijn nuchterheid en droge humor op. Hoe zit dat in zijn minder bekende films?

Gelukkig heeft Bob opnieuw zijn barre fietstocht naar het zuiden des lands getrotseerd, ondanks een lekke band en een zuidwesterstorm die de nazomer probeert te verzieken. Met een heerlijk gevulde courgette (al zeg ik het zelf) achter de kiezen beginnen we met de doorbraakfilm van Sir Michael Caine – in 1933 in Londen geboren als Maurice Micklewhite.

Harry Palmer, zoals hij heet in The Ipcress File en de vier mindere vervolgfilms, is een tegenhanger van 007. Een beetje net als jij, Bob. Hij draagt soms een bril, doet boodschappen en kookt zelf. Bond-producent Harry Saltzman nam voor deze film Bond-medewerkers mee, zoals componist John Barry en editor Peter Hunt.

Wat direct opvalt is de manier van filmen: de camera staat vaak opvallend laag en kijkt langs of door voorwerpen, zoals lampenkappen en zelfs een sleutelgat. Alsof iemand geheim agent Palmer vanuit een verborgen plek observeert. De film krijgt zo een gevoel van paranoia. Die beklemmende sfeer versterkt als Palmer in een ‘programming box’ wordt gestopt. Projectoren, flitsend licht en vervormd geluid dienen om hem te hersenspoelen.

Die hallucinerende scène doet denken aan The Manchurian Candidate van enkele jaren eerder, maar toch is ook The Ipcress File volgens mij een vroeg voorbeeld van de paranoïde spionagethriller. Het plot over de ontvoering van een wetenschapper is minder origineel.

 

The Ipcress FileBOB:
Ik de tegenhanger van 007? Een compliment of een verborgen dis? Het klopt denk ik wel, hoewel ik James Bond nog nooit met windkracht 4 op de fiets heb zien ploeteren en voor een lekke band heb zien klooien met bandenlichters.

Nog sterker: door die sterretjes uit zijn Aston Martin zullen een hoop fietsers lekrijden. Want iets opruimen doet Bond nooit.

Nu ik erover nadenk: Michael Caine is misschien wel de beste niet-Bond ooit!

Ik laat me weer afleiden. Terug naar de film. Inderdaad niet alles was geweldig (met name de vrij afgezaagde tunes van John Barry) maar ik genoot er vele malen meer van dan de verseriede versie in 2022. Aan die twee zie je goed het verschil. De persoon die moderne series en films gewend is, zal zich bij deze film regelmatig afvragen: waarom dit diagonale beeld? Waarom dit shot vanuit de hoek van de kamer? Waarom een schouderpartij op de voorgrond? Een shot door de bekkens van een drumstel?

Het is voor mij wat de 20e-eeuwse cinema zoveel beter maakt dan de moderne. Het avontuur, de speelsheid, het gevoel voor stijl en choreografie en de humor in beelden. De slotbeelden in firstperson-look doen mij zelfs denken aan moderne games. Mooi mooi mooi!

Verder geniet ik van Caine’s energie. Samen met films als Alfie en Funeral in Berlin (vervolg van The Ipcress File) is hij hier op zijn allerCainst. Koppig, levenslustig, zwijgend, cool. Het is het archetype waar Caine’s hele acteerwerk op is gebouwd, maar daar komen we zo nog op terug. De bijrollen zijn hier trouwens frappant goed: Guy Doleman als Colonel Ross, Nigel Green als Major Dalby en Sue Lloyd als Jean Courney. Ze zijn ietsje overdreven maar dat maakt ze juist zo memorabel.

Van al die thee in de film krijg ik dorst. Ik ga nu maar even elders koffiedrinken – als Uden tenminste ergens een espressoapparaat heeft…

 

2. The Black Windmill (1974)

BOB:
Is dit nou die film met de hovercraft? Er is een Caine-film die ik me alleen herinner door die hovercraft…

We beginnen in elk geval met een kidnapping. Caine is spion en zijn zoon wordt meegenomen. Caine wordt hierdoor gechanteerd om dingen voor een bende te doen. Zijn bazen volgen hem. Caine is niet happy: “It is myyy sonnn!!”

In deze film is de brutale Caine ingewisseld door een boze, bezorgde Caine. Een van de vele afsplitsingen van zijn archetype. Hij is vooral aan het rondrennen in een verder vrij warrig spionageverhaal.

En dan opeens: de hovercraft! Een soort supergrote opblaasboot die tot 2000 over het water ‘hoverde’ van Calais naar Ramsgate. Geloof je het niet? Bekijk z’n geschiedenis.

Ik ben bang dat de hovercraft voor mij vooral het hoogtepunt is in deze film van Don Siegel. De andere acteurs – ‘veelwerkers’ als Donald Pleasance en John Vernon (bekend van Italiaanse pulpfilms) – zijn redelijk vermakelijk maar ook niet meer dan dat. Vernon wedijvert met Caine hier in een kampioenschap stuurse blikken.

Btw: heb je al aan je vriend Chat gevraagd wat de commerciële kansen zijn voor een gezonde-shakes-winkel in Uden? Volgens mij weet niemand er meer van dan jij! Ik bewonder je geduld om het te maken… Geef mij toch maar een vers broodje uit jouw jaren vijftig-oven.

 

The Black WindmillCOR:
Zo gemaakt hoor, zo’n shake: mik wat groenten, fruit, zaden, noten, pitten en water in de blender en je drinkt iets gezonds én lekkers. Heel anders dan die onverteerbare brij die Don Siegel in The Black Windmill je voorzet. Alleen al de titel van de film is absurd: de kidnapping eindigt bij twee windmolens die geen van beide zwart zijn!

Caine acteert heel ingehouden, maar daaronder zit veel woede. Bovendien is het tempo nog stroperiger dan die brij van Siegel en is het verhaal over onze geheim agent die zelf wordt verdacht van de ontvoering niet bijster origineel.

Zelfs de actiescènes hebben weinig vaart – als een hovercraft die doelloos boven het water blijft hangen. Het geheel oogt nogal houterig. Juist van Don Siegel, bekend om zijn strakke actiethrillers als The Killers (1964) en Dirty Harry (1971), hadden we best wat meer mogen verwachten.

Caine zelf vond achteraf dat de Engelse gereserveerdheid Siegel had besmet: de film was volgens hem te sentimenteel en te ingewikkeld geworden.

 

3. Without a Clue (1988)

COR:
Een filmparodie is vaak vragen om moeilijkheden. Zo verscheen in 1978 The Hounds of Baskerville met Peter Cook en Dudley Moore, een parodie op Sherlock Holmes die door kijkers en critici werd afgefakkeld. Dat weerhield regisseur Thom Eberhardt er niet van om het ook eens te proberen.

Maar in Without a Clue draait hij de rollen om: Dr. Watson is de briljante speurder en Sherlock Holmes is zijn hulpje. Laatstgenoemde is niet zo snugger en bovendien regelmatig dronken.

Het laat zich raden dat Michael Caine in de huid kroop van Holmes. In werkelijkheid is hij een matige B-acteur die door Watson (Ben Kingsley) wordt ingehuurd om die rol te spelen. Watson publiceert namelijk zijn eigen speurwerk in een tijdschrift en gebruikt daarvoor de door hem verzonnen Holmes. Maar als het publiek die beroemde detective in levende lijve wil ontmoeten, huurt Watson de B-acteur in. Na de nodige flaters raakt hij niet meer van hem af.

Ik denk dat de acteurs zelf de grootste lol hadden tijdens de opnamen, maar echt geslaagd vind ik de film niet. Caine valt wat tegen, maar dat ligt vooral aan het scenario, dat vooral flauwe grappen aaneenrijgt. Voor dit type spoofs heeft hij niet het talent, de timing en het droogkomische voorkomen van Peter Sellers, die zelfs met het zwakste verhaal een hilarische dubieuze speurneus neerzette.

Ondertussen vraag ik me af, Bob, of wij een goede Holmes & Watson zouden zijn.

 

Without a ClueBOB:
Ha, maar wie is dan Watson en wie Holmes? In ons geval, we zijn beiden schrijvers, ben ik bang dat er twee Watsons zijn. En loopt er ook een Moriarty van ons rond? Of is dat gewoon de ontlezing van de hele maatschappij?

Ben er mee eens: deze komische variant van Caine’s archetype is niet zijn beste punt. Neemt niet weg dat ik goed begrijp dat hij het wilde proberen, beetje buiten zijn comfortzone en zo, wat hem in hetzelfde jaar in Dirty Rotten Scoundrels wat beter af ging. Ben Kingsley trekt hier toch meer de aandacht en is, als je eerlijk bent, een veelzijdiger acteur. En het is ook het te flauwe scenario inderdaad: zonder humor vaart geen enkele parodie wel. Buster Keaton en Mel Brooks hebben trouwens ook pogingen gedaan.

Caine leerde zichzelf als acteur. Ik vertelde al dat ik op de fiets luisterde naar een interview dat Michael Caine hield in 1992 met Fresh Air. Hij vertelt daarin hoe hij zonder theaterachtergrond van vele andere Britse acteurs van zijn generatie alles gewoon ‘on the fly’ moest leren. Hij had daarbij extra veel aandacht voor zijn ogen (hij knipperde nooit, geleerd van Marlene Dietrich) en zijn stem (zie deze hilarische scène uit The Trip!). “Ik heb het meeste mezelf aangeleerd”, zegt hij in die podcast.

Een rol was te ver buiten zijn comfortzone, vertelde hij in dat interview. Dat was toen Hitchcock hem vroeg om de moordenaar in Frenzy te spelen. Hij kende de moordenaar uit de kranten en vond hem te verschrikkelijk om te spelen. “Hitchcock heeft nooit meer met mij gepraat.”

 

4. Last Orders (2001)

BOB:
Een groepje vrienden in de kroeg neemt afscheid van een van hen, Jack. Hij was een charmante en extraverte slager en zit nu in een urn op de bar.

Zijn vrienden gaan samen met zijn zoon zijn ‘last orders’ uitvoeren: zijn as uitstrooien in Margate. Enige dingetje: dat is aan de andere kant van het land. Ze rijden er met vijf mannen in de auto heen en Jacks vrouw, Amy, blijft achter.

Er wordt flink agressief in geflashbackt en door elkaar gemixt, waarbij soms zelfs zinnen in andere tijden worden afgemaakt. We leren in een aantal tijdlijnen alle achtergronden: geldproblemen, affaires en vriendschappen die onder druk staan. Gelukkig dat jij een beetje kunt rekenen, Cor, en ik nu snap dat de film zich in 1989 moet afspelen.

Het script heeft wel wat betere dialogen dan gemiddeld – vermoedelijk omdat het gemaakt is op basis van een roman van Graham Swift die in 1996 de Booker Prize won.

Wel is het een wat te beproefd arthousemodel, de roadmovie met conflicterende karakters, een beetje humor en een beetje drama. Op een dag als vandaag – het nazomeren is begonnen! – is het zeker te doorstaan.

 

Last OrdersCOR:
Ja, het was een goed idee om weer eens een flinke wandeling te maken, met een bezoekje aan Natuurcentrum De Maashorst, en het slalommen tussen de wisenten en wilde paarden in het stiltegebied.

Na onze eigen roadmovie is Last Orders een mooie aanvulling, zeker door de topcast! Naast Helen Mirren als Jacks vrouw, kun je je nauwelijks betere Britse filmvrienden wensen dan Michael Caine, Bob Hoskins, Tom Courtenay, David Hemmings en Ray Winstone. Hemmings had ik niet eens herkend, maar is ook als norse ex-bokser uitstekend. Heerlijk hoe vooral de altijd wat nerveuze Hoskins en Winstone hun zo herkenbare acteerstijlen inzetten en het gezelschap daarmee extra kleur geven.

Met Winstone (hij speelt Jacks zoon Vince) moet je sowieso geen ruzie krijgen. Ik kreeg een flashback van Nil by Mouth. Een bordje met die tekst hing achter het bed van de zieke Jack in het ziekenhuis en betekent dat je niets mag eten en drinken. In de film met die titel speelt Winstone op zijn agressiefst als hoofd van een disfunctionele familie in een Londense arbeiderswijk vol alcohol, drugs, geweld en expliciet taalgebruik: ‘fuck’ is maar liefst 428 te horen en ‘cunt’ scoort 82 keer. Vergeleken met dat is hij in Last Orders erg braaf.

Prima film over vriendschap en de vergankelijkheid van het leven, waarin iemand sterft op zijn hoogtepunt. De dialogen zijn inderdaad dik de moeite waard, zoals de opmerking dat ‘Jack in the box’ zit in de rit naar Margate.

 

5. The Great Escaper (2023)

COR:
Wat opvalt aan alle films met Michael Caine die ik heb gezien is dat hij ogenschijnlijk moeiteloos en met weinig nadruk acteert. Een blik, een droge opmerking of een korte stilte is vaak genoeg. Zijn stem is al bijna net zo herkenbaar als zijn gezicht: laag, licht nasaal en met een droge, relaxte manier van spreken. Toen iedereen in de Engelse cinema van de jaren 60 heel keurig praatte, gebruikte Caine een vet accent uit het arbeidersmilieu van Zuid-Londen. Hij noemde het zelf Cockney. Ja, die imitatiescène uit The Trip die je noemde is geweldig!

Zijn Oscars voor Hannah and Her Sisters (1986) en The Cider House Rules (1999) zijn het bewijs van een groot acteur, die wel degelijk over nuances beschikt. Dat geldt ook voor The Great Escaper, dat zich vooral laat kijken als zijn laatste filmoptreden. Caine was toen al 90 en oogt fragiel en kwetsbaar.

Ideaal voor de rol van Bernie, een oorlogsveteraan die stiekem het verzorgingshuis ontvlucht om in Frankrijk zeventig jaar na dato de herdenking van D-Day bij te wonen. Achter zijn koppigheid maakt hij zijn verdriet en traumatische oorlogservaringen voelbaar. Zo is zijn spontane ontmoeting met oude Duitse veteranen misschien een tikkeltje sentimenteel, maar vooral aangrijpend en geloofwaardig.

Ondertussen maakt Bernie’s achtergebleven vrouw Irene zich zorgen, zonder haar gevoel voor humor en sarcasme te verliezen. Ook een mooie rol voor Glenda Jackson, die vijftig jaar eerder al met Michael Caine samenspeelde in The Romantic Englishwoman (1975) van Joseph Losey. Jackson overleed nog voordat The Great Escaper in première ging.

 

The Great EscaperBOB:
Ik ben geen fan van drama zoals je weet. En hoewel deze film ook erg leunt op arthousetrucjes gaat ie er toch wel in. Ik moest wel meteen aan The Straight Story denken, ook oudjes, ook een roadmovie (hier een boatmovie) en ook charmant.

Zijn ouderen in films per definitie aandoenlijk? Met grapjes over leeftijd, zwarte humor, curieuze geschiedenissen. Dat is toch niet zo. In deze serie hebben we er al eerder een gezien – toen met Jane Fonda – en die werkte een stuk minder goed.

Het oorlogsverhaal geeft het verhaal wat vaart maar is niet het sterkste punt, want dat is het ingetogen acteerwerk van Caine, wat je de meest bescheiden variant van zijn acteur-archetype kunt noemen. De emoties zijn wiebeliger en brozer dan ooit, maar ja, wat wil je, hij is 90! Wat hij er dan nog uithaalt van achter zijn rollator, is best gaaf. Net als Glenda Jackson, zoals jij terecht opmerkt.

Het is eigenlijk best bijzonder dat je de evolutie van een mens kunt volgen via een acteur in films. Acht decennia films maakte Caine mee: dat is bijna de hele filmgeschiedenis! Ik geniet van zijn energie in The Ipcress File maar als je een eerlijk portret van een mens wilt, hoort de broze Caine van The Great Escaper er ook bij. En vergeet niet: dik in de zeventig speelde hij nog in krakers als Youth, Interstellar, Batman, The Prestige, Harry Brown, Inception… Misschien is Caine als acteur zelf ook wel een great escaper… Hoe dan ook een passende film om een indrukwekkende acteercarrière mee af te sluiten. En wij onze zesde filmmarathon!

Wat dacht je van een speciale Michael Caine-shake in je shake-bar? Gegarandeerd top tot dik na je tachtigste.

 

4 oktober 2026

 


Meer filmmarathons

The Cat and the Canary (1927)

De Herfst van de Stomme Film
Deze september blikken we in De Herfst van de Stomme Film terug op klassiekers uit de maanden voordat The Jazz Singer in oktober 1927 de geluidsfilm inluidde. Een laatste oogst van tien films voordat Hollywood begon te praten. Hieronder de vierde film.

 

The Cat and the Canary (Verenigde Staten, augustus 1927)
Laat je niet gek maken door een spookhuis

door Bob van der Sterre

Verdelingen van erfenissen: altijd een dankbaar onderwerp voor films. In The Cat and the Canary is het de basis voor een heerlijk avondje exquis griezelen.

Superrijk zijn heeft ook nadelen als je hebzuchtige familieleden hebt. Dat maakt Cyrus West mee. We zien de miljonair in kwestie op een stoel tussen reusachtige lege flessen en katten om zich heen. “Zijn hebzuchtige familieleden, die waren als katten bij een kanarie en hadden hem op de rand van waanzin gebracht.”

Maar hij krijgt ze nog wel.

Zijn envelop met de erfenis mag pas twintig jaar na zijn dood worden geopend. Twintig jaar lang wachten – dan klopt de notaris aan. Die vraagt aan de voormalige verzorgster, genaamd Mummy Pleasant: “Het moet hier wel eenzaam zijn geweest, twintig jaar lang.” Haar antwoord: “Ik heb de levenden niet nodig.”

The Cat and the Canary (1927)

Een levende mot: vals spel
Een weird huis dus van een weirde miljonair. Toch melden alle hebzuchtige familieleden zich op de bijzondere dag bij het kasteel. Eenmaal bij elkaar valt het schilderij van Cyrus West op de grond. Mummy Pleasant kijkt hen vuil aan als ze het schilderij meeneemt en zegt: “Iets vreselijks gaat hier gebeuren.”

Als Annabelle West (rol Laura La Plante) vervolgens de erfenis krijgt, is de enige voorwaarde dat ze ‘gezond’ verklaard moet worden door een dokter. Dat valt wel mee, denk je. Hoewel… In de tweede envelop staat wie anders de erfenis krijgt. Probleem: de enveloppen waren al gezien door iemand want er zat een levende mot in de kluis! Die persoon hoeft haar dus alleen nog maar waanzinnig te laten verklaren om steenrijk te worden. Maar als de notaris wil onthullen wie hij is, grijpt een klauw hem van achteren en is hij weg.

Dan komt er ook nog een agent binnen: “Een gestoorde is ontsnapt en hij moet hier ergens op het terrein zitten. Een maniak die denkt dat hij een kat is en verscheurt zijn slachtoffers als kanaries!” Vanaf dat moment doolt hij rond in het kasteel van de overleden miljonair.

De chaos neemt alsmaar toe want de West-diamanten van Annabelle, nét gevonden dankzij een hint van de overleden miljonair, zijn opeens gestolen. Ze legt het uit aan de andere mogelijke erfgenamen: “Een hand, als een klauw of een spin, kwam opeens uit de muur en stal de ketting die ik droeg.” De anderen beginnen haar steeds meer gestoord te vinden. Maar bij hen begint de spanning ook op te lopen. Zal de dokter Annabelle gezond verklaren?

Ontbrekende stemmen laten je focussen op het beeld
Waarom is deze film een stuk entertainender dan de versies die later verschenen? Het antwoord ligt voor de hand: het ontbreken van stemmen. Doordat je je focust op beeld, werkt sfeer zoveel beter.

We worden ook wel erg verwend met veel speelsheid in The Cat and the Canary, zoals close-ups van pratende monden, wapperende gordijnen, gezichten met lichtval van onderen, letters die in beeld dansen, enorme schaduwen, vervormde gezichten (speciale lenzen), of de hamertjes van een klok die dwars door het beeld van kletsende familieleden is te zien. Leni had intussen een boel trucs geleerd en paste ze allemaal toe.

De visualisatie van de tekst draagt bij aan soms komische momenten waar de film ook wel bekend om is. Zo worden we als een tante haar mond opent getrakteerd op een explosie van tekens – een visualisatie van een serie vloeken zoals je die kent uit strips. Hilarisch moment! Ook aardig: knalgroot HELP!! als er gegild wordt, of SUSAN! als zij opeens wegrent.

Paul Leni: een vindingrijke expressionist
Niet zo raar, al deze vindingrijkheid, want regisseur Paul Leni had een achtergrond als schilder, ontwierp filmsets (en kostuums) en begon in 1913 met films maken. Hij werd een belangrijk persoon in de Duitse expressionistische cinema, met films als Hintertreppe (1921) en Waxworks (1924). Dat is waarom je in deze film misschien soms denkt aan de horrorklassieker des horrorklassiekers: Nosferatu (waar hij trouwens niet aan meewerkte).

The Cat and the Canary (1927)

Na successen in Duitsland kwam Leni in 1927 op uitnodiging naar Hollywood en maakte de film zonder zelfs Engels te kunnen spreken (de schrijver van het script, Robert F. Hill, sprak gelukkig Duits). Het is een film die nu wordt gezien als een van de klassiekers in het haunted-house-genre en die de voorbode was van de hausse van films hierover in de jaren vijftig, zestig.

Leni maakte in 1928 ook het voortreffelijke The Man Who Laughs (met Conrad Veidt) en overleed helaas al heel jong in 1929, 44 jaar oud. Dat was nog in de tijd dat mensen veel vaker stierven aan sepsis door een tandinfectie, wat hem dus ook overkwam.

Toneelstuk als voorloper
Hij had ook wel veel baat bij het feit dat het een toneelstuk was geweest (van John Willars). Het helpt het tempo en zorgt dat er een goed evenwicht is tussen beeld en verhaal. Dit script gaf Leni de kans om de art design een grote rol te geven. Met acteurs die de sfeer van het art design als het ware voortrekken in de karakters die ze speelden, zoals de streng ogende Martha Mattox als ‘Mummy Pleasant’, of Lucien Littlefield als de creepy dokter Ira Lazar.

Hierna zou het verhaal nog vijf keer verfilmd worden, maar ze zijn (logisch) veel prateriger en missen het toch wel het af en toe briljante visuele talent in Leni’s versie.

Er valt wel wat voor te zeggen dat de film iets te veel ‘style over substance’ is – zeker als je vergelijkt met een aantal van zijn Duitse tijdgenoten (Metropolis, Der Letzte Mann, Dr. Mabuse). Er zijn ook wel wat moderne critici die de film om deze reden wat minder interessant vinden. Toch is dat ook een kwestie van smaak: wat is een film als er visueel niets te genieten valt?

Het blijft zonde dat zoveel zwijgende films nog steeds ondergewaardeerd zijn – zeker bij de moderne generatie die alles van voor 2000 ‘oud’ vindt. Er valt zoveel aan deze vroege cinema te ontdekken. Meer weten? Lees dan ook mijn stuk over de misvattingen van zwijgende films!

Deze film is gratis te zien op YouTube.

 

12 september 2026

 

THEMAMAAND ‘De Herfst van de Stomme Film’

Camera Obscura Special: Berlijn

Camera Obscura Special:
Berlijnse cinema

door Bob van der Sterre

Berlijn is de stad waar de geschiedenis van afspat. De Berlijnse films weerspiegelen dan ook vaak de geschiedenis van de stad. Dit is de zevende Camera Obscura Special over films in wereldsteden.

Berlijn is met Parijs en Londen een van de meest gefilmde Europese steden. De Muur, het Olympiastadion, de Brandenburger Tor, Checkpoint Charlie, Alexanderplatz, Kurfürstendamm, de Siegessäule, Tempelhof. Die plaatsen met politieke geschiedenissen komen in menig film voor.

De beste films over en in Berlijn: Good Bye Lenin! (2003)

Berlijn is daardoor een unieke filmstad. De stad is getekend door de moderne geschiedenis en dat kwam ook terecht in films. Hierdoor besef je pas goed dat de Berlijnse geschiedenis verder gaat dan het zijn van een mooie filmsetting: het heeft tot op vandaag de dag invloed op de stad.

Het leven was er niet eenvoudig. Goede Duitse films over het Berlijnse leven van na de jaren zestig zijn spaarzamer dan je zou mogen verwachten. Pas na de Wende begint het een beetje te stromen en beseffen de Berlijners in wat voor rare stad ze hebben geleefd. De Oost-Berlijnse cinema, jarenlang grotendeels genegeerd, kreeg ook opeens weer wat meer belangstelling.

Tegenwoordig is de stad vooral een hip decor in blockbusters. The Bourne Supremacy, Spiderman, The Man from U.N.C.L.E., Valkyrie, Captain America: Civil War; allemaal hebben ze scènes in Berlijn opgenomen. Maar met het Berlijnse leven heeft het niet veel te maken.

Wat je daarin mist, zijn de wijken (de kiez). Er is bijna geen Europese hoofdstad te vinden waar de bewoners zo aan hun eigen wijken gehecht zijn: Kreuzberg, Friedrichshain, Prenzlauer Berg, Spandau, Mitte, Neukölln, Pankow, Schöneberg. Berlijners komen vaak amper hun eigen wijken uit – het zijn kleine steden binnen een grote stad.

Let op: dit zijn geen recensies of analyses van films. Ook geen top tien. Ik wil alleen een verhaal vertellen over de samenhang tussen film en stad en kies daarvoor per decennium een passende film. Ik heb niet alle films ter wereld gezien, dus hier en daar zal ik een uitstekende film gemist hebben.

Dit artikel is gratis. Graag hoop ik dat de lezer zich als tegenprestatie wil opgeven voor de nieuwsbrief, of zich verdiept in culturele longreads.

Bekijk ook de vorige episodes: Parijs, Amsterdam, New York, Londen, Rio de Janeiro en Tokio.

 

Berlin. Hallesches Thor (1896)

Berlin. Hallesches Thor (1896): Berlijn in de Pruisische tijd
In dit filmpje van Auguste en Louis Lumière rijden trammetjes langs. De een naar Nollendorfplatz, de ander naar Alexanderplatz. Je ziet mensen in en uit de rijdende tram springen, want trams reden nog niet zo snel. Ze werden ook nog regelmatig door paarden voortgetrokken.

Wat Berlijn allemaal te wachten stond in de komende eeuw!

Wil je meer zien van Berlijn in de Pruisische keizertijd? Er zit anderhalf uur documentaire op je te wachten, op het Berlin Channel op YouTube. Weinig bronvermelding maar wel context over het Berlijnse leven van ruim een eeuw geleden.

Film: https://www.youtube.com/watch?v=2U8D-2cux6Y

 

Erste U-Bahn in Berlin (1902)

Erste U-Bahn in Berlin (1902): hoe je een metrotunnel bouwt
De Hochbahngesellschaft opende de eerste U-Bahn-lijn voor het publiek op 18 februari 1902. Dat is het traject tussen Stralauer Thor en Potsdamer Platz (wat nu de U1 is).

We zien een metro vertrekken bij een station en iemand die wil instappen, is net te laat en draait een pirouette. Dan zien we nog wat losse beelden van de bouwers die onder de grond de tunnel bouwen en een station.

Wie deze video heeft gemaakt en of die echt van 1902 is, kan ik nergens bevestigd vinden, maar het is wel interessant hoe herkenbaar het is; het is alsof deze metro er gisteren nog reed.

Ook aardig is dat de ‘geboorte’ van de beroemde S-Bahn van Berlijn ook in cinema is vastgelegd. In de film Die Verrufenen uit 1925, over arme Berlijners, zien de karakters die eerste S-Bahn rijden.

Film: https://www.youtube.com/watch?v=6d_t3ZSR_dw
Meer lezen: https://www.morgenpost.de/berlin/article401495498/u-bahn-berlin-bahnhoefe-historisch-geschichte-fotos-postkarten.html

 

Schuhpalast Pinkus

Schuhpalast Pinkus (1916): even lachen tijdens de Eerste Wereldoorlog
Sally Pinkus, een flierefluiter, moet naar school, flirt met een meisje, komt te laat, faalt met gymnastiek en draagt alle boeken van meisjes mee naar huis tot zijn vader hem ziet en hem een draai om zijn oren geeft.

Zijn rapport staat vol termen als mangelhaft (slecht) en unbefriedigend (onbevredigend). Hij krijgt alleen een ‘goed’ voor zingen.

Ook in de schoenenzaak lapswanst hij de meeste tijd. Ontslag volgt. Krijgt een nieuwe baan in een schoenenwarenhuis. Hij heeft weer alleen interesse in vrouwelijke klanten en kietelt hun voeten als hij de kans krijgt. En hij faalt opwaarts want via een rijke vrouw wordt hij zelf een grote schoenenverkoper. Hij innoveert zelfs met een catwalk voor schoenen.

Deze tiende film van Ernst Lubitsch (toen pas vierentwintig) is een leuke curiositeit. Een mooi voorbeeld van de mild-satirische stijl die je later ook in de films van Lubitsch zal terugzien. Mooi om te zien hoe deze slapstick zou leiden tot een paar prachtige komedies, zoals bijvoorbeeld To Be or Not to Be en Ninotchka. Aardig: Lubitsch speelt Pinkus zelf.

Van Berlijn zien we niet veel meer dan wat anonieme straten. De schoenenwinkelscènes waren in een echt Berlijnse winkel: Emil Jacobi, op de hoek van de Friedrichstrasse en Taubenstrasse. Deze winkel van een joodse ondernemer zou de nazi’s niet overleven. Lubitsch zou dan zelf al lang in de VS zitten, gevlucht, zoals vele anderen.

Film: https://www.youtube.com/watch?v=AGN4ZmOhS4w
Meer lezen: https://www.jstor.org/stable/j.ctv173f0pn

 

Berlin – Die Sinfonie der Großstadt (1927)

Berlin – Die Sinfonie der Großstadt (1927): het ritme van de stad
Eén Berlijnse dag in vijf akten. Rustig wakker worden. Al snel ontwaakt de stad, reist men naar een bestemming, gaat men werken. Daarna de lunch. Dan meer werk. Avond: tijd om uit te gaan. De broodbakkers, verkeersregelaars, arbeiders, horecaklanten, daklozen, krantenverkopers, kinderen: ze gaan mee in het ritme van de stad.

Berlin – Die Sinfonie der Großstadt loopt iets te lekker in de montage om allemaal echt te zijn. Mensen doen het echte leven na. De montage is wel van een hoog niveau. Zo zie je hoe beelden soms reageren op elkaar, zoals hoe de copieuze maaltijd overgaat naar een leeuw die op bot loopt te kluiven. En ja, regisseur Walter Ruttmann had het geluk dat allerlei partijen meewerkten aan deze artistieke vorm van stadsmarketing. Toch werden ook diverse beelden in het geniep gefilmd.

Ruttmann begon ooit als kunstenaar, maakte animaties (de eerste in de Duitse cinema) en de oudste abstracte film ooit: Opus I (1921). Hij stapte over op cinema. In Duitsland was die al jaren op een hoog niveau. Films als Metropolis van Fritz Lang en Der Letzte Mann van F.W. Murnau verlegden grenzen en zouden lang impact hebben.

Ruttmann hield ervan om snelheid weer te geven. Het was ook de tijd van de kunststroming genaamd het ‘futurisme’, dat ook draaide om dynamiek en snelheid. Deze film doet denken aan Dziga Vertovs Man with a Movie Camera van twee jaar later – een nog briljanter montagefeest – terwijl Ruttmann ironisch genoeg juist door hem beïnvloed was.

De film bevat veel beelden van rijdende auto’s in het donker, neonlichten, snelheid en machines. Die beeldtaal werd later vaak nagedaan in films. Op een gegeven moment zie je flitsende kranten in beeld en je denkt: hé, Citizen Kane. Zo invloedrijk is Ruttmanns film. In de Camera Obscura Special over Amsterdam kun je lezen hoe Regen van Joris Ivens door deze film was geïnspireerd.

Dit is vooroorlogs Berlijn: niet minder dan een derde van deze stad bestond niet meer na de oorlog. Hier zie je nog het Anhalter Bahnhof (komen we later nog tegen met acteur Peter Falk) of het beroemde hotel Excelsior. De algehele vibe, zoals je dat ervaart in deze film, was ook veel meer mondain, klassiek, meer Parijs-achtig. Dat is voor eeuwig verdwenen – behalve in deze film.

Ruttmann hield van het onderwerp, volgens het boek Berlin Replayed: “Berlijn, de interessantste stad van allemaal, omdat het de jongste is van alle metropolen ter wereld, omdat de stad nog steeds in wording is en niet al verstikt is geraakt achter de gevels, gebukt onder haar eigen monumentaliteit; Berlijn, een stad vol alomtegenwoordige ambitie, is het middelpunt, thema en de enige hoofdrolspeler van mijn symfonisch werk.”

Later maakte Ruttmann nog speelfilms én commerciële films. Hij begon ook aan Triumph des Willens, maar Hitler zette hem opzij omdat zijn versie te veel ging over de geschiedenis van de partij, en niet hemzelf (Hitler dus). De opdracht ging vervolgens naar Leni Riefenstahl, die aanvankelijk niet zoveel interesse had omdat ze al bezig was met een film.

Deze film, die je gerust een paar keer kunt zien, paste bij de glorietijd van de Duitse cinema. Het was de tijd van de chaotische Weimar-republiek, met grote problemen in de economie (hyperinflatie) en hoog niveau van kunst, die nog jaren de wereld zou beïnvloeden.

Houd je niet van oude films? Dan kun je ook terecht bij de 2001-versie van deze film, van Thomas Schadt, die Berlin: Sinfonie einer Großstadt heet. Ook al maakte Schadt duidelijk dat zijn film los stond van het origineel, lukte hem dat toch niet echt goed volgens het boek Berlin Replayed: “Schadts nadruk op de uiteenlopende stadsgezichten benadrukte het onherstelbare verlies van de metropool uit de jaren twintig alleen maar nog meer.”

Wie 4,5 uur de tijd heeft, kan terecht bij het cynische – en ook briljante – portret van deze tijd:Dr. Mabuse der Spieler (1922) van Fritz Lang. Speelt zich af in Berlijn maar je ziet vooral studio. Bekijk de film op YouTube. Als het je bevalt, kun je meteen Das Testament der Dr. Mabuse erachteraan kijken (werd in 1933 direct verboden door de nazi’s).

De Weimarrepubliek was een geweldige filmtijd. Maar het was niet alleen groots; sommige films gingen juist over het kleine:

• Der Letzte Mann (1924): de laatste hotelportier ziet zijn baan overbodig worden; vernieuwende klassieker van F. W. Murnau, met veel studio maar ook een paar straatscènes
• Varieté (1925): over een variététheater in het Wintergarten-Theater aan de Potsdamer Straße in Mitte (bestaat nog steeds)
• Zuflucht (1928): schetst het ondergrondse leven van de U-Bahn
• Asphalt (1929): een film noir-klassieker over misdaad in Berlijn van Joe May

Film: https://www.youtube.com/watch?v=MBCGTp3egbc
Meer lezen: https://difarchiv.deutsches-filminstitut.de/dt2tp0051.htm

 

Menschen am Sonntag (1930)

Menschen am Sonntag (1930): versieren in Berlijn

Locaties: Zehlendorff, Mitte

Vijf jonge, zorgeloze mensen op een vrije zondag. Een platenverkoopster, een extra in films, een wijnverkoper, een taxichauffeur en een model. Ze dollen met elkaar rondom het strand bij Wannsee – Nikolassee – minus het model dat in bed blijft liggen. En gaan weer naar huis.

Deze luchtige film is als het ware een vervolgstap na Berlin – Die Sinfonie der Großstadt. Dit is ook één dag in het bestaan van de levendige stad Berlijn. Maar luchtiger. Het schetst een zomerzondag, als de zorgen weg zijn en het flirten begint. Vier mensen genieten van een zonnige dag in een grote stad.

Van Berlijn zien we stations (Bahnhof Hausvogteiplatz, Zoo), kledingzaken (Julius Sachs Junior op de gevel), bushaltes, appartementen (boven en achter), begraafplaatsen, parken, musea (Museumsinsel), terrasjes, boten, fabrieken. Maar ook topattracties als de Siegessäule en de Brandenburger Tor. Uiteindelijk hebben ze lol bij een meer.

Een vriendelijke en ontspannen film met hier en daar wat onverwachte beelden. Na 44 minuten zien we bijvoorbeeld een prachtige reeks close-ups van badbezoekers. Glimlachende jochies. Een stuurs kijkende volwassen vrouw. Baby. Man met camera. Een vrouw die haar haar doet. Man die bierpul drinkt. Overgang naar foto’s. Overgang naar mannen en vrouwen in badpakken.

Wat een beetje frivoliteit al kan doen voor je carrière! Menschen am Sonntag trampolineerde de vijf betrokken filmmakers naar Hollywood. Regisseur Robert Siodmak had succes met Phantom Lady en The Killers; zijn broer en schrijver-regisseur Curt Siodmak met I Walked with a Zombie; Fred Zinnemann met High Noon en The Day of the Jackal; Billy Wilder met te veel films om op te noemen (zie de special op InDeBioscoop) en Edgar G. Ulmer met B-films met horrorlegende Bella Lugosi.

Zo opgewekt als deze film zou het niet lang blijven. De opkomst van de nazi’s in 1933 betekende een schok voor iedereen die iets met cultuur had. De bekendste Berlijnse film uit de jaren dertig is hierdoor Triumph des Willens: het portret van Leni Riefenstahl van de Olympische Spelen van 1936 met veel wapperende swastikavlaggen.

De meest interessante films zitten aan de vroegere kant van de jaren dertig, die samen met eind jaren twintig een bijzondere filmperiode vormen. Denk bijvoorbeeld aan: Emil und die Detektive (1931). Een veelgeroemde avonturenfilm voor kinderen van Gerhard Lamprecht. Of Kuhle Wampe (1932) waarbij een arbeidersgezin het moeilijk heeft met de crisis tijdens de Weimarrepubliek en hun Berlijnse appartement moet verlaten. Script van Bertolt Brecht. Werd in 1933 verboden door de nazi’s.

Film: https://www.youtube.com/watch?v=1hg_vL6lQ6I
Meer lezen: https://canary.weimarcinema.org/essay/Isenberg

 

A Foreign Affair (1948)

A Foreign Affair (1948): lachen tussen de puinhopen van Berlijn
Een congreslid uit Iowa landt met andere congresleden in Berlijn. Haar doel: controleren of alles volgens de regels verloopt. Maar Amerikaanse soldaten hebben links en rechts illegale handeltjes en Duitse vriendinnetjes.

Ze wil één soldaat die een relatie heeft met een nachtclubzangeres ontmaskeren. Daarvoor vraagt ze kapitein John Pringle. Die heeft dan het probleem dat hij zichzelf moet ontmaskeren. Zijn oplossing: het congreslid kussen. Haar gedachte: romantiek.

Een romantische komedie à la de screwball comedy, die toen heel populair was. Ik heb me diverse keren rotgelachen om de scherpe en komische dialogen. “Kom mee naar naar mijn huis, het is maar een paar ruïnes verder.” “Waarom zakt die jurk niet af? Komt zeker door de Duitse wilskracht.” Er zitten ook heel wat satirische schimpscheuten in naar de Amerikaanse politiek.

De actrices stelen de show. Jean Arthur is ontzettend grappig als puriteins Republikeins congreslid. En ook Marlène Dietrich is erg vermakelijk als cabaretzangeres en ex-minnares van een hoge nazi. (Madeline Kahn zou er veel inspiratie uithalen voor haar rol als Lili von Shtüpp in Blazing Saddles (1974)). Voor beide actrices heeft Wilder zijn uiterste best moeten doen om over te halen – Jean Arthur was bijvoorbeeld al met acteerpensioen – en er zat ook wel wat competitie tussen de twee, maar het leverde heel veel moois op.

Het was iets na de oorlog en Berlijn was nog steeds een ruïne met 500.000 kapotte huizen en een serieuze zwarte markt. Deze passage uit de film met luchtopnamen laat zien hoeveel er kapot was. Regisseur Wilder en zijn crew maakten een maand lang opnamen op straat en veel daarvan kwam in de film terecht. De film is nu een slimme montage van studio-opnames en beelden op locatie.

In alles bevat de film de handtekening van de maker: Billy Wilder, wiens naam bijna synoniem is met de Berlijnse cinema. Wilder (geboren Samuel Wilder) werd geboren in een Pools stadje (Sucha Beskidzka), verhuisde later met zijn familie naar Wenen en ging daarna werken in Berlijn. Dat duurde tot de nazi’s het onmogelijk maakten en hij in 1934 naar de VS ging. Hij werkte in Berlijn dus voor de oorlog (Menschen am Sonntag), na de oorlog (A Foreign Affair) en tijdens de Koude Oorlog (One, Two, Three).

Wilder was de perfecte man voor de film. Iemand die de humor tegenover de ellende kon laten werken. Berlijn was maar liefst 26% van de bevolking verloren in WO II. Een op de vier bewoners was er dus niet meer. Verre van lollig, maar dat is nu juist de kern van komedies: je moet ze over ieder onderwerp kunnen maken.

De ruïnes van Berlijn inspireerden veel filmmakers:

• Die Mörder sind under uns (1946): wederom ruïnes van Berlijn (en studio) in wraakfilm over de oorlog
• Und über uns der Himmel (1947): drama van Josef von Báky, geeft een beeld van het overleven in naoorlogs Berlijn, met Hans Alders in de hoofdrol. Bekijk de indrukwekkende ruïnes op YouTube
• Germania anno zero (1948): beroemde maar ook wel hard aankomende film van Roberto Rossellini die het zware leven van Berlijners ná de oorlog schetst, met veel buitenscènes en ruïnes. De film staat op YouTube
• Berliner Ballade (1948): vermakelijke en soms satirische film over wat een veteraan die terugkeert in Berlijn allemaal meemaakt, van Robert A. Stemmie. Bekijk deze passage om een idee te krijgen

Meer lezen: https://offscreen.com/view/billy-wilders-a-foreign-affair

 

Berlin - Ecke Schönhauser (1958)

Berlin – Ecke Schönhauser (1958): rock-‘n’-roll in pré-Muur Berlijn

Locaties: Mitte (DDR) en Mitte (WDR)

De Schönhauser Allee verbindt het Rosa-Luxemburg-Platz in Mitte met Pankow in het noorden. Daar kwam de lokale ‘rebelse’ DDR-jeugd bijeen (in Nederland werden ze nozems genoemd). Beetje uitdagend rock-‘n-rolldansen op straat.

Een weddenschap over het kapotgooien van een straatlamp zet een keten van gebeurtenissen in actie. De Oost-Berlijnse volkspolitie (“vopo”) is er als de kippen bij. De hele groep wordt meegenomen naar het bureau. Wat is hun beroep, wat zijn hun plannen?

Twee van hen, Kohle en Angela, vinden elkaar interessant. Ze gaan uit. Dan steelt Karl-Heinz een Ausweis en Kohle krijgt de schuld. Wat te doen? Vluchten naar het westen. Daar is alleen maar ellende te vinden in de opvangplek waar ze in stapelbedden zitten. Mensen zijn ook nog onvriendelijk. En vrijheid is niet fijn als zijn vriendinnetje achterblijft…

In pré-Muur Berlijn woonden mensen in zones. De Franse, Amerikaanse, Britse en Russische zone. Met een beetje handigheid kon je wel naar de meeste zones maar van en naar de Russische zone hadden mensen een speciale ‘Ausweis’ nodig, wat in deze film een belangrijke rol speelt.

De film bevat subtiele propaganda. Het westen is hier vooral een onprettige zone, met misdaad en drukte. Karl-Heinz wil ook wel weer terug. Als we het Westen zien, begint dat met een druk winkelgebied rondom het station. En dan de ruïnes van de Kaiser-Wilhelm-Gedächtniskirche. Propaganda of niet, het was een populaire film waar bijna twee miljoen Oost-Duitsers heengingen in vier maanden tijd.

De opening rondom de Schönhauser Allee is sterk, later wordt het meer een indoorfilm, met veel kamertjes en deuren en mensen die naar elkaar op zoek zijn.

Zoals met meer Oost-Duitse films gingen er pittige discussies aan vooraf of het niet ‘té’ was. Filmmaken in Oost-Duitsland moet echt gevoeld hebben als een roulette. In dit geval won Gerhard Klein met zijn gok om de jeugd wat afstotend, rebels af te schilderen. Een paar maanden later waren er al meer dan een miljoen mensen heen gegaan. Het hielp dat er nog een film over jongeren werd gemaakt: Eine Berliner Romanze (1956), een romantische film uit Oost-Duitsland.

Overigens betekende dat niet dat Klein voor altijd de roulette had gewonnen: in 1965 kwam de film alsnog op de lijst van verboden films en na 1967 zou Klein nooit meer een film maken. Hij werd ziek en overleed in 1970.

Ook in de West-Duitse cinema zaten opstandige jongeren. In Die Halbstarken (1956) zien we een portret van een jeugdbende. Horst Buchholz, later beroemd acteur, brak hiermee door. Buchholz zien we in 1958 terug in Berlijn in de romantische film Endstation Liebe – ook over jongeren. En hij speelt ook de hoofdrol in Nasser Asphalt, een spannend journalistenverhaal in Berlijn. Typisch Berlijns is dit terloopse bezoekje aan ruïnes in die film, terwijl het al jaren na het einde van WO II is.

Veel meer Berlijn zien we in het merkwaardige Frühling in Berlin (1957). Een vaag verhaal over bankovervallers is een excuus voor een film boordevol mooie en kleurrijke straatbeelden van West- én Oost-Berlijn. Neem deze toeristische rondrit door West-Berlijn; elders rent een man over de Stalinallee in Oost-Berlijn. Eindelijk een film die alles laat zien: de Funkturm, Potsdam, Alexanderplatz, Zoologischer Garten, Olympisch stadion, Tempelhof, etc. Met metro’s, treinen, straten, woningen. Veel nog beschadigd door de oorlog (de Brandenburger Tor in de steigers). Aardig om te zien maar wat een stom verhaal! Der Spiegel zei het treffend: “Regisseur Arthur Maria Rabenalt produceerde een Berlijnse brochure in mooie kleuren.”

De completist mag ook de Berlijnse buitenscènes in The Man Between (1953) niet missen. Carol Reed en James Mason in een sfeervolle thriller met diverse scènes op locatie.

Meer lezen: https://germanhistorydocs.org/en/occupation-and-the-emergence-of-two-states-1945-1961/berlin-ecke-schoenhauser-a-defa-film-about-young-people-1957

 

Jahrgang 45 (1965/1990)

Jahrgang 45 (1965/1990) – scheiden in de DDR

Locaties: Prenzlauer Berg, Mitte

Het loopt niet meer tussen het getrouwde stel Alfred (Al) en Lisa (Li). Beiden zijn geboren in 1945. Hij is een monteur met vakantie (‘die nietsnut van boven’), zij verloskundige. Alfred vertelt tijdens een metrorit nonchalant dat hij op zichzelf gaat wonen. Vervolgens leest bijna iedereen hem de les, zijn vrienden, zijn moeder. Zelfs zijn vakbond.

Jahrgang 45 is een soort arthouse avant la lettre. Zij ligt op bed, hij nodigt haar uit om samen film te kijken, ze draait zich om. Hij rookt een sigaartje en verveelt zich. Hij leeft in het moment, daar gaat de film over. Een soort reclame voor De Kracht van het Nu van Eckhart Tolle.

Een mooie scène is de (illegale) opname als hij met twee vrienden op de trappen van de Gendarmenmarkt zit. Ze bekijken de toeristen, die hen weer observeren. Werelden apart.

Was deze film in 1965 in West-Duitsland gemaakt, dan had geen hond hem gezien en was het nu vermoedelijk vergeten. Maar dit is een film over Oost-Duitsers. Je ziet DDR-straten, DDR-metro’s, DDR-supermarkten, DDR-winkels, DDR-auto’s, DDR-huiskamers, DDR-motorjeugd, DDR-feestjes, DDR-milkshakes. Veel werd in guerrillastijl en zonder toestemming gefilmd.

Jürgen Böttcher was documentairemaker (eigenlijk schilder, maar daar viel helemaal geen eer aan te behalen) en je ziet die ervaringen terug in zijn enige speelfilm. Böttcher, jaren later in een interview: “Wij filmden die straatscènes heimelijk vanuit een bouwkeet, vandaar ook dat er bij die scène geen geluid is. Het is voor mij een erg dierbare passage want het geeft heel sterk het opgesloten gevoel in de DDR weer.”

Politiek komt er niet in voor, maar die ongecontroleerde stijl van filmen was een gruwel voor DDR-bureaucraten en de film kwam niet verder dan de planken van het filmarchief.

De communisten misten volgens mij een kans. Ze hadden dit verhaal kunnen gebruiken als propaganda hoe rustig het leven in de DDR was. Waar genieten mensen nog zo van het draaien van een plaat? Waar ter wereld wil je werkgever rustig praten over je privéleven? Zingen ze een liedje op een flat in aanbouw? Slow voor het een hype was.

In 1990 werd op het Berlijnse filmfestival Berlinale voor het eerst een werkkopie van deze film vertoond. Nu geldt de film als een buitenkansje om het leven in de DDR ‘te ervaren’. Diverse acteurs hebben de film helaas nooit zelf gezien. Acteur Rolf Römer die Alfred speelt (was eigenlijk generatie ‘35) overleed in 2000 en heeft nauwelijks iets met zijn passie voor acteren kunnen doen.

Dit lot gold voor meer Oost-Berlijnse films. Zoals Das Kaninchen bin ich (1965), een licht-kritische film over het Oost-Duitse rechtssysteem. Ook deze film kon je pas in 1990 in de bioscoop zien.

De jaren zestig boden uiteenlopende cinema over Berlijn. One, Two, Three (1961) is verreweg de meest komische Berlijn-film ooit gemaakt. Wie anders dan wederom Billy Wilder filmde dit verhaal over een manager van Coca Cola in Berlijn die de dochter van de baas, Wendell Hazeltine, op bezoek krijgt. Ze keert terug van een trip met Otto Ludwig Piffl, een communist (opnieuw Horst Buchholz). Dat levert hilariteit op in een tempo dat je geregeld naar adem doet happen.

Iets heel anders was Zwei unter Millionen (1961), een romantisch verhaal over twee Oost-Berlijners die naar het Westen vluchten pal voor de Muur wordt gebouwd. Zie hier hoe simpel dat ging. De film van Wieland Liebske en Victor Vicas legt ook uit dat hun leven ná de vlucht niet eenvoudig was.

Der Geteilte Himmel (1964) van Konrad Wolff was een DDR-film met invloeden uit de nouvelle vague. Kwam moeizaam tot stand maar was toch te zien in de DDR-bioscoop.

Noemenswaardig vind ik ook Der Kerl liebt mich – und das soll ich glauben? (1969). Een West-Duitse film over een jonge vrouw (Uschi Glas) die met een crimineel omgaat. Ze gaat van Berlijn naar München en weer terug. Met een mooie openingsscène in een kleurrijke 60’s flatwijk die ik niet kon identificeren.

Aan de andere kant had je Ein Lord am Alexanderplatz (1967): een Oost-Duitse film over een oplichter, met onder andere de Häckischer Höfe in de DDR-tijd.

En het was ook dé tijd voor… spionage.

Meer lezen: https://www.berliner-zeitung.de/archiv/interview-mit-juergen-boettcher-ein-zensierter-ddr-film-birgt-jede-menge-aktualitaet-li.576188 en https://www.youtube.com/watch?v=GrMkBfeDRW8

 

Special in een special: spionage in Berlijn
Met de verdeling van Berlijn in vier sectoren kwamen ook vier geheime diensten mee – en diverse andere. Een vaak spannende situatie. Vervolgens dachten schrijvers en filmmakers: dat is interessant. Het levert spannende cinema op met tunnels, grensovergangen, verboden bezoeken aan ‘de andere kant’, enzovoort. De stress van de verdeelde stad.

De beste spionagefilms over Berlijn verschenen allemaal in een tijdsbestek van drie jaar, toen de Koude Oorlog (al twintig jaar gaande op dat punt) vlak na de Cuba-crisis bijna bevroren was:

• The Spy Who Came in from the Cold (1965): is letterlijk wat er de eerste drie minuten gebeurt. Richard Burton is zo gedesillusioneerd als hij wordt ontslagen vanwege een mislukte operatie, dat hij voor veel geld een boekje open wil doen voor de vijand. “Ik geloof niet in de kerstman, God of Karl Marx.” Een stukje Scheveningen en Berlijnse Muur in de studio. Plotwendingen alom in het eerste boek van de beroemde spionageschrijver John Le Carré. Hij laat Burton zeggen: “Spionnen zijn ambtenaren die hun rottige levens willen opfleuren.”
• Funeral in Berlin (1966): Len Deighton was schrijver van talloze boeken over spionage. Harry Palmer was zijn Britse MI5-held. Michael Caine brengt Palmers eendimensionale stoere karakter tot leven: dit is de meerwaarde die acteurs kunnen hebben. Hij is de hoofdpersoon van vijf films (allemaal gespeeld door Michael Caine). Van die films zijn vooral Ipcress File en Funeral in Berlin interessant. In Funeral in Berlin zien we hem van het ene in het andere subplot terechtkomen rondom een Rus die wil overlopen. Warrig scenario, mooie Berlijnse decors. Ipcress File is ook prachtig voor de liefhebber van spionagefilms en nog vrij recent in een serie omgezet.
• The Quiller Memorandum (1966): mijn favoriet onder de Berlijnse spionagefilms komt wat traag op gang maar heeft sterke dialogen van Harold Pinter, oog voor sfeer en acteurs die wat kunnen, zoals George Segal, Alec Guinness, Senta Berger en Max von Sydow (excellente rol als spion October). Filmische Berlijnse locaties: Hausvogteiplatz, Kurfürstendamm en het fraaie U-Bahnstation Schlesisches Tor.
• Torn Curtain (1966): Hitchcocks spionagefilm in Berlijn is een van de mindere uit zijn oeuvre. Toch de moeite waard, al vind je niet veel van Berlijn zelf.
• Casino Royale (1967): spionageparodie, waar Billy Wilder, Ben Hecht én Woody Allen nog aan meeschreven. Bonds dochter moet naar Oost-Berlijn om te infiltreren. Ondanks alle schrijverspower is het niet echt een gelukte film.
• A Dandy in Aspic (1968): Kraznevin (Laurence Harvey) moet zichzelf omleggen in Berlijn. Mia Farrow komt hem als toerist vervolgens overal in Berlijn tegen. De film heeft onverwacht luchtige momenten: “Dit is een oud-Russisch spreekwoord, dat ik vanochtend heb verzonnen.” “Je was dood toen je geboren was, je dood zal alleen maar een formaliteit zijn.” We zien de Berliner Funkturm, de Kaiser-Wilhelm Gedächtniskirche aan de Kurfürstendamm, het oude AVUS-circuit en S-Bahnhalte Friedrichstraße (in werkelijkheid station Gleisdreieck). Reelstreets geeft alle locaties.

Belangrijk onderdeel in deze wereld was een spionnenbrug, waar spionnen werden uitgeruild, de Glienickebrug. Onderwerp van Bridge of Spies (2015) van Steven Spielberg. En natuurlijk moeten we dan ook de James Bond noemen die in Berlijn is opgenomen: Octopussy (1983). Wie een spionageverhaal van de andere kant wil ervaren, kan terecht bij de DDR-film Streng Geheim (1963).

 

Bildnis einer Trinkerin (1979)

Bildnis einer Trinkerin (1979) – drinkend de dag doorkomen

Locaties: Tiergarten, Zehlendorff

Een vrouw, knalrood gekleed, stapt het vliegtuig uit. Ze drinkt wijn in een casino. Cognac in een bar/bakkerij. Witte wijn in de hotelkamer. Champagne in het theater. Cognac en Jägermeister in een bar. Wijn op haar werk. Bier in een Berlijnse ‘Stube’.

Daarna ‘adopteert’ ze een dakloze vrouw als haar (drink)partner. Ondertussen komt ze overal drie moralistische vrouwen tegen die wél hun monden open doen. “Het loslaten van sluitingstijden opent de deur naar misdaad.” “De homoseksuele subcultuur is eigenlijk een recreatief tijdverdrijf.”

Deze extreem eigenzinnige film van Ulrike Ottinger (deed ook de cameravoering) is er eentje waarvoor je rustig moet zitten want er is weinig gids van een verhaal. Je moet dat loslaten en genieten van dingen als het gortdroge spel van actrice (en partner van Ottinger in die tijd) Tabea Blumenschein; de soms aan Jacques Tati herinnerende momenten (het begin met de onwillige deur); de vele surrealistische ideeën (de man met de broodjas, dromen met de kleine man). Ottinger heeft een geschiedenis als pop-art-kunstenares en dat zie je ook af aan het design.

Noemenswaardig zijn ook bijrolletjes van culthelden als Nina Hagen, Eddie Constantine, Günter Meisner en Magdalena Montezuma.

Van Berlijn zien we veel terloopse locaties, bars, tunnels, bruggen, winkels. Herkenbaar is alleen de Siegessäule. Wel is er een interessant stuk met de Wannsee en de Glienicker Brücke (de eerder genoemde spionnenbrug). De enorme sanering van die omgeving is vastgelegd in deze film. Ook filmisch is het stuk op het verlaten spoorwegemplacement.

Liefhebbers van queer- en feministische cinema kwamen sowieso in de jaren zeventig aan hun trekken in de Berlijnse cinema. Want regisseur Rosa von Praunheim maakte in de jaren zeventig een vergelijkbare film over de West-Berlijnse queergemeenschap. Die is al briljant vanwege de titel: Nicht der Homosexuelle ist pervers, sondern die Situation, in der er lebt (1971).

Dit decennium was verder mager vergeleken met de golf artistieke films in andere delen van de wereld; er verschenen vooral stapels seksfilms en misdaadfilms. En dan ook nog uit andere steden: Hamburg (Blutiger Freitag, Supermarkt, Rocker), Düsseldorf (Die Katze) en München (de tv-serie Derrick). Berlijn had de misdaadfilm Die Knacker (1974), waarbij een goedkope bankovervalfilm wordt onderbroken door klagende producers. De regisseur neemt de benen en wil een echte overval plannen. “Ik dacht dat ik met een misdaadfilm de tv’s kon laten springen! Wat wij maken, is eigenlijk slaapmiddel, kauwgom.” Véél Berlijn. Bahnhof Zoologischer Garten, hotels, bars, straten, taxi’s, auto’s, rondvaartboten. Het is zoals zo vaak in misdaadfilms allemaal vrij anoniem, kleurloos en onherkenbaar – met af en toe casual de Muur op de achtergrond.

Een uitzondering was Fassbinders Die Dritte Generation uit 1973. Maar weinig Berlijn. We kijken de hele tijd vanuit een flatgebouw uit op de Gedächtniskirche (lijkt op hetzelfde gebouw als in The Quiller Memorandum).

En de Oost-Berlijnse cinema? Die probeerde via menselijke films over het Berlijnse leven de communistische boodschap uit te dragen. Denk aan titels als He, du! (1970), Solo Sunny (1980), Liebeserklärung an Berlin (1977), Das Versteck (1978) en de opmerkelijke DDR-hippiefilm Die Legende von Paul und Paula (1973).

 

Der Himmel über Berlin (1987)

Der Himmel über Berlin (1987): het trauma van Berlijners

Locaties: Tiergarten, Mitte, Prenzlauer Berg

Engelen luisteren onze gedachten af. In dit Berlijn lopen twee engelen dat te doen. Hebben we nog hoop of zitten we in zak en as en moet de engel ingrijpen met een snufje optimisme? Er zijn nogal wat getroebleerde geesten om naar uit te kijken. Dat lukt vaak, maar niet altijd.

Ze hangen rond bij een circus, een bibliotheek en bij opnamen van een oorlogsfilm, waar de Amerikaanse acteur Peter Falk aan meedoet, die soms ook rondloopt (“Hé is dat Columbo?”). Of de engelen geloven in hun ‘werk’ leren we niet echt, maar het willen helpen is sterker dan henzelf.

Marion is als trapeze-artieste verkleed als engel. In zichzelf zegt ze: “Berlijn, ik ben een buitenstaander, en toch is het allemaal herkenbaar. Je kunt niet verdwalen want je loopt altijd tegen de Muur aan.” De engel krijgt gevoelens voor haar en zou graag weer ontengeld zijn.

Bijzondere film van Wim Wenders. De film mixt archiefbeelden, monologen en improvisatie zonder dat het ergens irriteert. En verweeft net zo knap de eigenzinnige met meer gewone, herkenbare scènes. Het script kwam van de schrijver Peter Handke, en dat geeft de film – door de zorgvuldig geformuleerde monologen – geregeld een literair gevoel. Zoals wanneer de twee elkaar bij de bar tegenkomen en zij eerst een immense monoloog houdt voor hij haar mag kussen.

Der Himmel über Berlin is met het gewandel door Berlijn een van de beste films met een cinematografische blik op de gebroken stad van toen. Een prachtpassage waarbij een oude man het oude gapende gat dat Potsdamer Platz heet bezoekt, inclusief Muur. Fascinerend is de weg die doodloopt op de Muur. Een blik op het verlaten Ostbahnhof. Peter Falk die bij de leftovers van het Anhalter Bahnhof loopt. De engel die onder de U-Bahn doorloopt. De bunker waar filmopnamen zijn (nu al jaren een galerie).

Het leven langs de Muur – dat is de route van de film – ging zijn gang. We zien mensen joggen, een Berlijnse nachtclub, een wasserette, een stadsbus, een metrostation, een concert van Nick Cave. Als romance is het even diep als romances gaan, maar het geeft wel energie aan de film.

De inventiviteit van Wenders’ cinema blijkt als de camera over de westerse kant van de Muur (met de iconische hoofden van Muurschilder Thierry Noir) naar de oosterse kant glijdt. Nette witte muren en Oost-Duitse grenssoldaten. Het duurt even voor je beseft dat dit niet kon in 1987. Een stukje Oost-Duitse muur werd nagebouwd in een studio. Maar er zitten wel echte clandestiene beelden in van Oost-Berlijnse straten van Prenzlauer Berg, gemaakt door cinematograaf Thomas Plenert. Je herkent ze aan de Trabantjes.

De film was een groot succes in 1987. Een Gouden Beer in Berlijn en een nog grotere status voor Wim Wenders, die toch niet misselijk was na Paris, Texas. Het is een verhaal over trauma, schrijft The Guardian in een analyse, met die naar verdriet luisterende engelen. En dat is ook wel logisch – gezien het feit wat Berlijners allemaal hebben moeten doormaken, dat leren we al uit alle voorgaande Berlijnse cinema.

Geschiedenis is volgens mij opzettelijk de rode draad in de film. Een grote rol voor de bibliotheek (een van mijn favoriete passages). “Iedere straat heeft zijn eigen grens”, hoor je op gegeven moment iemand zeggen. Er zijn archiefbeelden en de film switcht een paar keer van zwart-wit naar kleur.

Daarom vermoedelijk ook beelden van plaatsen die in Ruttmanns film Berlin – Die Sinfonie der Großstadt nog heel waren: Anhalter Bahnhof en Potsdamer Platz. “Ik kan Potsdamer Platz niet vinden”, zegt iemand. In 1993 verscheen een veel minder bekend vervolg van Wim Wenders: In weiter Ferne, so nah!. Met onder andere Willem Dafoe en… Horst Buchholz.

Films over Berlijn in de jaren tachtig waren pover in kwaliteit maar er kwamen wel wijken aan bod die zelden eerder in films te zien waren. De topproductie van het decennium was Berlin Alexanderplatz (1980), de serie van Fassbinder naar het boek van Doblin. Verder vind ik Cycling the Frame (1988) een aardige curiositeit. Actrice Tilda Swinton fietst langs de muur en uit gedachten. Film van Cynthia Beatt staat op YouTube. In 2009 deden ze de route opnieuw in The Invisible Frame.

 

Special in een special 2: Berlijn in crisis
De jaren tachtig waren zoals voor veel Europese steden ook een bleek decennium voor Berlijn. West-Duitsland wordt eind jaren zeventig getroffen door een heroïnegolf. Junkies worden onderdeel van het stadsbeeld. Ze bevinden zich in Berlijn vooral rondom het station Zoologischer Garten.

Christiane F.: Wir Kinder vom Bahnhof Zoo van Uli Edel was gebaseerd op memoires van de gelijknamige vrouw, die ze met journalisten had geschreven. Boek en film beschrijven hoe een generatie tieners verslaafd raakt aan harddrugs en zich prostitueerden rondom station Zoologischer Garten. De film ging voor realisme en de scènes met naalden in armen zijn bijna niet te tellen.

De echte Christiane F. en Detlev vind je op Wikipedia of in documentaires op YouTube. In 2021 is er ook een tv-serie over gemaakt, Wir Kinder vom Bahnhof Zoo.

Er waren meer typische 80’s-films over Berlijn zoals Neonstadt (1982) van Wolfgang Büld, Dominik Graf en Hans Schmid en Decoder (1983) van Muscha. Ze gaan alle drie over de muziek van die tijd. Opmerkelijk is dat Christiane F. bij alle drie de films betrokken was. In zekere zin past Possession (1981), een duistere monsterfilm van de Poolse regisseur Andrzej Żuławski over een huis bij de Muur, daar ook bij.

Niet letterlijk (want het was een Oost-Duitse film) maar de crisis zie je ook een beetje terug in Insel der Schwäne (1982). Een jongen verhuist van een klein stadje naar de Oost-Berlijnse flatwijk Marzahn en moet daar zien te overleven. Kanakerbraut (1983) schetst de sombere kant aan de andere kant van de Muur. De film van Uwe Schrader gaat over de Kreuzbergmicropolis van werkloze, arme en geregeld bezopen mensen. Enigszins vergelijkbaar is Wedding (1989): jongeren met schulden en gebroken families ontmoeten elkaar weer in de wijk waar ze opgroeiden: Wedding.

Eind jaren tachtig was Oost-Duitsland vrijwel failliet en stond er opeens alleen voor. Na een paar bizarre ontwikkelingen viel in november 1989 opeens de Muur – het symbool van de verdeelde stad die Berlijn was. In 1990 werd het land, en dus Berlijn ook, weer een.

 

Sonnenallee (1999)

Sonnenallee (1999): een Oost-Duitse straat vol spot

Locatie: Neukölln (studio)

Bij de uitkijk van de Sonnenallee staan de West-Berlijners te kijken naar de jonge Oost-Berlijners achter de muur. “Hé kijk, Ossi’s! Mag ik je voeren?” Op hun beurt rennen de Oost-Berlijners achter een toeristenbus aan met West-Duitse toeristen, om hen de stuipen op het lijf te jagen: “Honger! Honger!”

De Sonnenallee is een lange weg achter Tempelhof in de wijk Neukölln. Daar was in de DDR-tijd ook een checkpoint, zie deze kaart op Wikipedia. We volgen Micha en zijn vrienden. Hij is scholier, opstandig, verliefd op Miriam, voor wie hij alles over heeft.

Sonnenallee is een van die energieke jarennegentigfilms met jonge acteurs, geestige scripts en onvervalste satire. DDR-controle bij de grens: “Lychees! Moeten jullie dat eten in het Westen?” Een pijnlijke stilte als de wachtmeester op bezoek komt. DDR-drugs: pillen van de drogist fijnstampen en dan mengen met cola. Rudi Carrell op West-Duitse tv kijken: “Die dingen op de band moeten de mensen onthouden, en dan mogen ze die mee naar huis nemen.” (Totaal verbaasd:) “Mee naar huis nemen?” Een Stasibuurman die elke opmerking verdacht vindt.

Details krijgen veel aandacht. Posters, kleding, de ‘minetta’-radio, een onuitklapbare tafel, vreemde T-shirts, zelfkritiek op een FDJ-jongerendag (in outfit), Krönung-koffie, telefooncellen, auto’s, westerse muziek die jaren na dato publiek bereikt, etc..

Het kan bijna niet anders dan dat het een feest van herkenning was voor iedere Ossi. Negen jaar na de Wende zal het nog fris in het geheugen zijn geweest.

Het tempo ligt goed hoog, zoals het hoort bij een komedie. Deze zin is bijvoorbeeld erg humoristisch (in een discussie hoe vrij de Oost-Duitsers zijn): “In Thüringen mogen we overal gaan en staan waar we willen!” Het Oost-Duitse feest waarbij iedereen binnenloopt, is een van de grappigste passages. De acteurs werden goed geregisseerd in hun komische werk, de moeder, de oom, de illegale platenverkoper, etc.. De regie was van Leander Haußmann, ook bekend van Herr Lehmann en Stasikomödie.

Minder is dat de hoofdpersoon een naïeve jongen is die de hele tijd achter één populair meisje aanrent, wat vaak vaak heel wat minder grappig is dan de schrijvers zelf denken.

Sonnenallee (allemaal studio-Berlijn trouwens) is een van de vroegere films van de Ostalgie-golf in de Duitse cinema. Lang niet zo succesvol als de wat meer gelikte arthousekraker Good Bye Lenin! vier jaar later maar wel een stuk grappiger. Dat is ook niet in het minst te danken aan de hoofdrolspeler, Alexander Scheer. Bij ons vrijwel onbekend maar hij heeft een komisch talent. Nu speelt hij vooral beroemdheden, zoals David Bowie in de serie Wir Kinder vom Bahnhof Zoo (2021) en Andy Warhol in Fassbinders biopic Enfant Terrible (2020). De perfecte persoon voor de hoofdrol in Sonnenallee want hij was zelf ook achter de Muur in Oost-Berlijn geboren. “Het was niet beter, slechter, maar compleet iets anders”, zegt hij in dit interview.

De jaren negentig was de tijd van grote verandering in Berlijn. Zo kreeg de wijk Mitte opeens weer kleur op het gelaat want het kon na de val van de Muur weer aan elkaar geplakt worden. Dat betekende een heleboel bouw- en saneringsprojecten. Berlijn stond bekend als de grootste bouwput van Europa. Je krijgt een idee via de korte film (twee minuten) Neues Berlin op YouTube.

En ook de Berlijnse cinema veranderde. Spionage, Muur, spanning, Oost-Duitse films: allemaal opeens weg. Er was verandering. Eind jaren negentig was er wat meer geld om in de nieuwe hoofdstad te filmen. En zoals zo vaak, maakten die Berlijnse films creatief gebruik van de achtergrond die de stad bood:

• Die Mauer (1990): Jurgen Böttcher (van Jahrgang 45) maakte deze film over de afbraak van de Muur
• Berlin – Prenzlauer Berg (1990): de veranderingen in deze Oost-Berlijnse wijk gingen snel en Petra Tschörtner legde het vast
• Nie Wieder Schlafen (1992): drie vrouwen herontdekken herenigd Berlijn in een soort lokale Sex and the City
• Das Leben ist ein Baustelle (1997): slimme romantische komedie van Wolfgang Becker met de grote bouwprojecten in Berlijn als achtergrond
• Lola Rennt (1998): bekende arthousefilm in drie varianten waarin Lola de hele stad doorrent (film van Tom Tykwer)
• Die leere Mitte (1998): obscure film van Hito Steyerl over Mitte. Kwam pas in 2022 in de bioscoop
• Ich Chef, Du Turnschuh (1998): over een Armeense vluchteling die in de bouw gaat werken

Meer lezen: https://www.epd-film.de/filmkritiken/sonnenallee

 

Berlin is in Germany (2001)

Berlin is in Germany (2001): aanpassen is niet makkelijk

Locaties: Mitte, Friedrichshain

Martin – oud-Ossi – komt na elf jaar gevangenisperiode vrij. Martin wil zijn zoon weer zien, zoekt werk en doet aan therapie (schilderen). De wereld is anders. Er is vrijheid en techno. Maar ook Plattenbau (prefab-bouw) met racistische buren.

Zijn ex-vrouw (anders dan je vaak in films ziet) wil hem helpen. Ze is intussen onderdeel geworden van de culturele elite. Als hij op bezoek komt, weten de elitaire Berlijners niet wie hij is. “Heb jij gehoord wat hij deed? Nee ik dacht dat hij misschien een schrijver is.”

Hij kan bij een oude vriend in een seksvideotheek met liveshows werken. Daar ontstaat een warme relatie met seksartiest Ludmilla. Hij gaat studeren voor een taxi-examen. Dat is lastig want diverse straten in het oosten hebben andere namen gekregen. “Fritz Heckertstrasse is Engeldamm, Ho Chi Minh-strasse is Weissenseerweg, Helmut Juststrasse is Behmstrasse, Otto Grotewohlstrasse is Wilhelmstrasse…” Na zijn examen blijkt dat Martin met zijn strafblad geen taxichauffeur mag zijn. Wat nu?

Vriendelijke, menselijke film van Hannes Stöhr, die leunt op het overtuigende acteren van de hoofdrolspelers, vooral Jörg Schüttauf als Martin. Geen stereotype arthousedrama – daarvoor is het wat te onvoorspelbaar – maar gewoon een mooie film over een man die probeert om zijn leven op te pakken. Waarbij je ook veel van Berlijn ziet, met de Fernsehturm van Alexanderplatz als een Eiffeltoren aldoor op de achtergrond (net als in Good Bye Lenin! is het een soort permanent referentiekader). Het enige wat de film mist, is een plot om het rond te maken. Dat is wel spijtig.

In deze tijd ligt de nadruk wat minder op de stad Berlijn, maar zien we meer van de rauwe kant van het bestaan in diverse buurten:

• Die Unberührbare (2000): drama van Oskar Roehler
• Planet Alex (2001): verhalen rondom Alexanderplatz, veel buitenscènes, guerrillastijl
• Alltag (2003): met de grootste gemeenschap Turken buiten Turkije in Berlijn (vooral Kreuzberg), duurde het nog een tijd voor er een echte film over verscheen. Film van Neco Çelik
• Herr Lehmann (2003): amusant portret van Kreuzberg tijdens de jaren tachtig van Leander Haussmann (regisseur van Sonnenallee)
• Die fetten Jahre sind vorbei (2004): antikapitalisten bezoeken het rijke stadsdeel Zehlendorf en gaan mensen ontvoeren en de les lezen
• Sommer vorm Balkon (2005): aardige buurtfilm van twee vrouwen in Prenzlauer Berg
• Netto (2005): man in Prenzlauer Berg krijgt zoon in huis
• Knallhart (2006): een soort La Haine maar dan in Neukölln

Meer lezen: https://www.filmportal.de/film/berlin-is-in-germany_283c6c29d554490d9dda78e106ac4d6a

 

Laatste special in een special: Berlijn en geschiedenis
Nog een special? Ja! Want het moet. Berlijn is de ideale stad om te leren kennen via films. Duitsers hebben zelf al meer dan gemiddelde interesse in hun geschiedenis. Er is zelfs een (Poolse) film gemaakt over de konijnen die leefden in het niemandsland van de twee verdeelde steden: Rabbit à la Berlin (2009). Daarom deze laatste special:

• De Spartakusopstand in 1919 eindigt in een bloedbad onder communisten: Rosa Luxemburg (1986)
• De Weimarrepubliek van de jaren twintig levert bijzondere cultuur én economische chaos op: I am a Camera (1955), Cabaret (1972), Fabian (1980) en Comedian Harmonists (1997)
• Nazi-Duitsland verliest de oorlog en Berlijn wordt kapot geschoten in april en mei 1945: The Last Ten Days (1955), Hitler: The Last Ten Days (1973), The Death of Adolf Hitler (1973), The Bunker (1981) en Der Untergang (2004)
• In 1948 blokkeren de Sovjets de aanvoer naar de geallieerde zones in Berlijn en een luchtbrug wordt opgezet: The Big Lift (1950) en The Airlift (2005)
• De stad wordt vanaf 1949 verdeeld, in 1961 wordt de Muur gebouwd, en mensen proberen met gevaar voor eigen leven te ontsnappen: Escape from East Berlin (1962), Der geteilte Himmel (1964), Berlin Tunnel 21 (1981), Night Crossing (1982), The Innocent (1993), The Tunnel (2001) en West (2013)
• Oost-Duitsland is een dictatuur waarbij iedereen elkaar bespioneert: Das Leben der Anderen (2006)
• Berlijners leven decennialang gescheiden van elkaar en dat zorgde voor persoonlijk drama: Romance in Berlin (1956), Familie Rechlin (1982), Das Versprechen (1995), Der Himmel über Berlin (1987) en Salmonberries (1991)
• De Muur gaat neer in 1989 en Duitsland is weer een. De stad verandert in een grote bouwput: Boomtown Berlin (serie 1996 – 2003), Das Leben ist eine Baustelle (1997), Lola Rennt (1997) en Berlin Babylon (2001)
• En wordt dé partystad van Europa (Szenetriffen heet dat in onvervalst Berlijns): Angel Express (1998), Berlin Calling (2008) en Victoria (2015)
• Diverse Oost-Duitsers krijgen te maken met ‘Ostalgie’, Oost-Duitse cultuur: Sonnenallee (1999), Good Bye Lenin! (2003), Meine schönsten Jahre (2004) en Liebe Mauer (2009)
• Voor ‘Ossies’ is de aanpassing aan de stijl van het westen sowieso niet simpel: Die Unberührbare (2000), Berlin is in Germany (2001) en Du bist nicht allein (2007)
• Net als veel andere grote steden zien Berlijners hun huren stijgen in de 21ste eeuw: Welcome Goodbye en Mietrebellen (beide 2014)

Deze unieke Berlijnse geschiedenissen bieden natuurlijk ook kansen voor series die personages langere tijd volgden. Met name in de 21ste eeuw verschenen ze aan de lopende band. We gaan er verder niet op in, maar de liefhebber van series bingen én Berlijnse geschiedenis heeft keuze genoeg:

• Liebling Kreuzberg (1986 – 1991)
• Dogs of Berlin (2018)
• Babylon Berlin (2017 – 2025)
• Berlin, Berlin (2002 – 2005)
• Deutschland 83 / 86 / 89 (2015, 2018, 2020)
• Ku’damm 56 / 59 / 63 / 77 (2016, 2018, 2021, 2025)

Houd je meer van gamen? Dan kun je al spelend de Berlijnse geschiedenis meemaken via de game The Berlin Apartment.

 

Kortom…
De schatkamer van de Berlijnse cinema – en de geschiedenis van de stad – is bijna onuitputtelijk. Er zijn altijd nisjes waar je nog niet eerder had gekeken. De website Filmfriend.de heeft bijvoorbeeld nog allerlei oudere films over Duitsland en Berlijn, zie de links hieronder.

Ondertussen blijft het gekke Berlijn zelf ook steeds weer veranderen van karakter. Het is een van de weinige steden die cultureel enorm veel te bieden heeft, zelfs in tijden dat de huizenprijzen stijgen. Het is bijna een blinde liefde die je tussen kijker en maker voelt: als Berlijn in een film voorkomt, dan móet het wel iets moois zijn…

 

Overige bronnen

• Filmfriend over Oost-Duitse films: https://www.filmfriend.de/en/collections/once-upon-a-time-in-east-germany
• Filmfriend over Berlijnse films: https://www.filmfriend.de/en/collections/berlin-film-ballads
• The Guardian en top 10: https://www.theguardian.com/travel/2011/aug/17/top-10-films-set-in-berlin
• Video-essay op YouTube: https://www.youtube.com/watch?v=rjFf41DePhk
• Wikipedia: https://en.wikipedia.org/wiki/List_of_films_set_in_Berlin
• Boek: Brigitta B. Wagner: Berlin Replayed, University of Minnesota Press

 

30 juli 2026

 

 

Deel 1: Camera Obscura Special: Parijs
Deel 2: Camera Obscura Special: New York
Deel 3: Camera Obscura Special: Londen
Deel 4: Camera Obscura Special: Tokio
Deel 5: Camera Obscura Special: Amsterdam
Deel 6: Camera Obscura Special: Rio de Janeiro

A pied d’oeuvre

***
recensie A pied d’oeuvre
De schrijver die liever klusjesman wilde zijn

door Bob van der Sterre

Paul Marquet was fotograaf en kon er goed van leven. En is nu schrijver. Maar hij is vooral klusjesman. Voor twintig euro kun je hem inhuren om je kelder leeg te ruimen.

Het ging Marquet voor de wind als duurbetaalde fotograaf. Maar het verandert als hij zelf beslist dat hij schrijver wil worden. Zijn kinderen zijn bij zijn ex-vrouw en hij ziet ze vrijwel nooit want ze wonen in de VS. ‘Ze hebben een ander rolmodel nodig op die leeftijd.’

Het kiezen voor het schrijverschap gaat met offers. Hij gaat van een prachtig appartement naar een goedkope, bedompte kelder. En van geld bij de vleet naar bijna niks meer. ‘Ze krijgen mooie kritieken maar de verkoop valt tegen.’

A pied d'oeuvre

App voor klusjesmannen
Paul heeft geld nodig en schrijft zich in bij een app voor klusjesmannen, die je helpt als je onmiddellijke nood hebt met koelkasten, trappen plaatsen, verstoppingen, elektriciteit. Of als je planten weg wilt doen, een taxichauffeur zoekt, meubels uit elkaar wilt halen, een spiegel ophangen, glazen laat wassen of een kelder laten leegruimen. Klusjes van 20 tot 30 euro met een ratingsysteem. Een oude schoolvriend: ‘Je had ook consultant kunnen zijn.’

Hij past zich aan. ‘Ik trek één velletje van het wc-papier, zet de temperatuur wat lager. Er is altijd iets op te offeren als je met weinig moet leven.’

Het budgettair lijden bevalt hem eigenlijk zo goed dat hij nog maar weinig interesse heeft in het schrijven van een nieuwe roman. Iedereen raadt hem dat trouwens toch af. Met name zijn vader vindt het maar niets: ‘Waarom kies je dit leven? Wat wil je bewijzen? En wat schrijven? Waarom? Je bent al op televisie geweest en het leidt nergens naar.’ Zijn vrouw: ‘Kun je alsjeblieft stoppen met mij vermelden in je boeken? Het is toegestaan om het niet te willen…’

Waarom eigenlijk?
En eerlijk gezegd, na het kijken van de film snap je als kijker ook niet zo goed waarom hij stopte met zijn blijkbaar commercieel erg succesvolle fotografie. Was het niet mogelijk gewoon iets minder te werken? En waar is het grote geld dat hij ermee verdiende heengegaan? En dan krijgt hij nog 250 aan royalty’s, wat een mazzelaar!

Als droog drama is het best goed, de klussen zijn een sterk stuk in de film, maar als komedie is er niets te zien. Het is ook moeilijk houden van iemand waar net zoveel persoonlijkheid in zit als een krant. In geen enkel beeld raak je overtuigd van een verborgen talent. Hij zegt en denkt bijna niets.

A pied d’oeuvre van Valérie Donzelli (gefilmd naar een boek van Franck Courtes) gaat uit van iets waar je sowieso weinig van leert: hoe andere mensen jouw keuzes beoordelen. En dan nog bevestigt het op het einde precies waar het niet om leek te draaien: succes. Ja, zo is het wel makkelijk plots verzinnen.

A pied d'oeuvre

Geen Antoine Doinel
De film doet met de klusjes wat denken aan een klassieke antiheld met dezelfde vreemde baantjes en passies: Antoine Doinel. Bekend van Truffauts beroemde vijf films over dit karakter.

Maar waar de films van Antoine Doinel vreemder, vlotter, satirischer en grappiger zijn (dialogen, karakters, acteren en scènes – en dat is dan nota bene vijftig jaar geleden), is deze film vrij humorloos, statisch en weinig biedend wat afwijkt van het arthousegemiddelde. Ook in stijl: talloze close-ups van de nietszeggende blik van de hoofdpersoon. Waarom dat een trend is in arthouseland heb ik nooit begrepen.

Het meest verdrietig is dat het geschetste schrijversleven altijd een romantisch bestaan is – met een alwetende en supportende uitgever – en meesterwerken die uit de lucht komen vallen. Je hoopt toch weer elke keer op een film die het schrijverschap écht weergeeft, dus met uitgevers als geldwolven, recensenten als ijdele slijmerds en feestjes waarbij iedereen de meest belezene wil zijn.

Voorbeelden zijn er genoeg als je de serie Privé-domein van de Arbeiderspers leest, met schrijvers in alle soorten dramatische situaties, maar de vloek van de romantiek rondom dat beroep blijft zo’n eerlijk beeld altijd verhinderen.

 

17 juni 2021

 

ALLE RECENSIES

Het hart van Amsterdam

****
recensie Het hart van Amsterdam
Veertig jaar penoze in een fascinerend insidersbeeld

door Bob van der Sterre

Begin jaren tachtig begonnen filmmakers Arnold-Jan Scheer en Roy Dames op de Wallen de Amsterdamse penoze te filmen. Veertig jaar later werkten ze na een crowdfundingsactie deze beelden uit in het geslaagde portret Het hart van Amsterdam. 

Wie wil dat nou niet, een film over de Amsterdamse penoze? We kijken naar het vroege soort penoze dat in softdrugs deed, nog niet zo over lijken ging als de  georganiseerde misdaad die toen langzaam opkwam, maar zich vooral presenteerde als een vriend van de buurt.

Het hart van Amsterdam

De Wallen als concentratie van kleine misdaad
Deze criminelen zaten in softdrugs, prostitutie en casino’s. Ze concentreerden zich rondom de Wallen in de Nieuwmarktbuurt. Een sportschool met sterke jongens was voldoende om overal druk uit te oefenen.

De mooiste namen vliegen je om de oren: Mooie Manus, Frits van de Wereld, Zwarte Joop, Parijse Leen, Utrechtse Gonnie, de Bollenbakker. Ze zaten gezellig jenevers te klokken in een barretje aan de Zeedijk. “Vroeger was een andere tijd. Als er wat gebeurde, was het elkaar een paar stompen geven en daarna zaten ze een biertje te drinken.”

De Wallen waren lang een eigen ecosysteem binnen Amsterdam met veel (klein) misdadige rafelrandjes. Journalist Bas van Hout groeide er op en legt het als volgt uit: “Er was geen wetgeving, het was een soort sociaal vacuüm waar alles kon. Niemand die aan mij vroeg: wat doe jij eigenlijk?” Henk de Vries, uitbater van The Bulldog: “Je liep amper buiten de Nieuwmarkt en je werd verguisd en vergald als: Je komt uit een smerig getto.”

Een pittig wereldje waar hardheid de boventoon voerde. “Mijn vader was ook lief… Maar af en toe sloeg ie me de tering.” Met een eigen logica: “De een hep het een beetje beter gedaan, de ander heeft het wat slechter gekregen.” En: “Vroeger dachten we dat wij de boeffies waren. Nu zijn we de netste en fatsoenlijkste mensen die hier in de buurt rondlopen.”

We kijken ook naar souteneurs en sekswerkers die rondom de Wallen opereerden. Zoals de twee zussen Louise en Martine Fokkens die uitleggen hoe uitpezen werkte. Of sekswerker Rob die het twintig keer per dag zeven dagen per week deed op een podium: “Ik voelde me net een Febo-kroket.”

Frits van de Wereld en Zwarte Joop
De film focust zich vooral op de twee criminelen die gedijden bij het gebrek aan aandacht van de politie voor deze buurt. Frits van de Wereld – die rondom de Zeedijk opereerde – en Zwarte Joop – die Casa Rosso begon op de Oudezijds Achterburgwal. En of Frits nou in heroïne zat? Zelf ontkende hij dat ten stelligste: “Als ik ooit 1 gulden aan heroïne verdiend hep, hoop ik dat ze me twintig jaar lik geeffe.”

Zwarte Joop introduceerde seksbars als Casa Rosso en later ook luxe casino’s. Hij was een ‘innovatieve’ penoze. “Het was toen half illegaal, we hadden een alarmsysteem voor als er iemand van de zedenpolitie kwam, dan werd de porno vervangen door een tekenfilm.”

De verhalen rondom deze casino’s zijn bijna een speelfilm, zegt Bas van Hout, die er middenin zat. Hij begon er al op zijn twaalfde als croupier en herkende veel toen hij Casino zag. “Ik heb miljoenen naar Zwitserland gebracht.” Frits van de Wereld reageerde met zijn eigen gokhuis: Mata Hari.

Soms was het toch wel grimmig, zoals met een grote brand in een van de casino’s, die aangestoken werd door een ex-werknemer. Daarnaast klopte de meer georganiseerde misdaad van Klaas Bruinsma steeds meer op de deur. Dat zou uitlopen op de gangsteroorlogen in de jaren negentig.

Het hart van Amsterdam

Bar en boos: de jaren tachtig en de Zeedijk
De geplande documentaire in de jaren tachtig van Scheer en Dames kwam nooit af. Maar het laten sudderen van het materiaal kan soms goud waard zijn. Want ze bleven filmen, deden nog diverse interviews later en rondden het project af, waardoor je een vrij compleet en fascinerend insiders-beeld krijgt van de Amsterdamse penoze.

Een voordeel hiervan is bijvoorbeeld dat de film diverse unieke beelden bevat van de jaren tachtig, toen het echt bar en boos was rondom de Zeedijk. Een typisch beeld is als ‘Petertje’ bij ‘ome Frits’ geld komt vragen voor zijn verslaving. “Hij was een van de vriendjes van m’n soon.”

De buurt raakte verpauperd. Frits van de Wereld geeft zelf een rondleiding. “Alles is verrot en kapotgemaakt.” Ingevallen huizen, overal hout voor de ramen, restaurants en cafés gingen dicht. Maar wel overal junks en dealers. “Het was de hele dag: Bruin-wit… Dan zeg ik: de bakker is daar.”

Een serie?
Journalistiek is het nooit goed om te dicht op je onderwerp te zitten. Je krijgt al snel weinig-kritisch ouwe-jongens-krentenbrood.

Maar ook dat levert een fascinerend beeld op van een subcultuur die niet vaak aan het woord is. Er is veel genietbaars aan een passieproject als deze film. Bijna alles is goud, het Amsterdams, de karakters, de dialogen, de archiefbeelden. En zelfs wel wat gevoelige momenten, zoals de verhalen van de kleinzoon van Frits van de Wereld.

Een nadeel is wel dat er veel in weinig tijd wordt geperst. Het verhaal gaat hierdoor aldoor alle kanten op met heel veel karakters en geschiedenissen. Ik zeg het niet snel maar een serie had hier wonderen gedaan. Met hoofdstukken over softdrugspenoze, casino’s, prostitutie, georganiseerde misdaad, jaren tachtig heroïnegolf, heden, etc.; dat zou nog meer smullen zijn geweest.

 

22 mei 2026

 

Meer Amsterdam? Lees Camera Obscura Special: Filmstad Amsterdam.

 

 

ALLE RECENSIES