Camera Obscura: Ben ik de dader?

Ben ik de dader?

door Bob van der Sterre

Le Voleur des Crimes ♦ The Blue Gardenia ♦ Nightmare

 

Je hebt veel domme moordenaars in films, maar een van de allerdomste soort is wel de man of de vrouw die het niet heeft gedaan maar ervan overtuigd is dat hij of zij het wel heeft gedaan. Met name Amerikanen blijken goed overweg te kunnen met zulke verhalen.

In Le Voleur des Crimes uit 1969 zien we de geesteszieke Jean (Jean-Louis Trintignant) een jonge vrouw bespieden. Ze hadden een vaag afspraakje gemaakt, vandaar dat hij daar staat. Dan pleegt ze zelfmoord door haar auto in een ravijn te rijden.

Opscheppende maniak
Jean schrijft brieven naar de krant waarin hij opschept over de moord, waarschuwt de politie dat bij een zwembad weer een moord gepleegd wordt (en hij is daar dan ook) en oefent alvast hoe het is om met zijn handen geboeid te zijn. ‘Ik kan jullie onderdanigheid niet meer verdragen, jullie zijn allemaal slaven.’ Zulke gedachten gaan door het asociale hoofd van Jean. Het helpt natuurlijk niet dat sommige vrouwen gefascineerd raken door ‘de romantische geest’ van de maniak.

Jean betrekt zelfs zijn beste vriend in zijn misdadige fantasietjes. Hij droomt van een heldenrol tijdens een rechtszaak. Krantenkoppen met chocoladeletters: ‘De politie heeft de maniak omsingeld.’ Hij geniet ervan. Als hij een vrouw achtervolgt, zegt hij: ‘Haar angst was de mijne, we waren partners in haar moord.’ Aardig om te zien hoe hij zijn eigen getekende profielschets aanpast in een versie die meer gelijkenis heeft.

De film, geschreven en gefilmd door Nadine Trintignant – de vrouw van Jean-Louis – is redelijk maf maar toch net niet briljant. Toch, in een door mannen gedomineerde wereld, is het wel eens aardig om een thriller van een vrouw terug te zien. De score met Latijnse gezangen in een jarenzestigrockjasje is in elk geval eigenzinnig genoeg.

Verrassend actueel is de film ook – sinds Netflix een hausse van series over twijfelachtige bekentenissen over ons uitstort. Een ander pluspunt is de sleutelrol van Florinda Balkan (in de film ook Florinda, lekker makkelijk) – die zo’n mooie en belangrijke rol had in Indagine su un cittadino al di sopra di ogni sospetto. Haar oogopslag behoort tot het meest sensuele die cinema te bieden heeft.

Vergeetachtige vrouw
In The Blue Gardenia (1953) zien we hoe Norah Larkin (Anne Baxter) na een lange nacht twijfelt of zij misschien de dader is. Op een avond eet ze alleen, maar met de foto van haar verloofde (in Korea gestationeerd). Dat is gezellig tot ze een brief van hem leest dat hij met een ander is.

Het romantische ideaal is zo kapot geknald dat ze spontaan een date accepteert met Harry Prebble. Tekenaar van vrouwen op haar werk (telefooncentrale) en geroutineerde vrouwenversierder. Een date in de Blue Gardenia, waar ze een gelijknamige bloem krijgt uitgereikt. Ze raakt stomdronken door de cocktails die Prebble aan de lopende band blijft trakteren.

De volgende dag is Prebble dood. Norah weet vrijwel zeker dat zij hem vermoord heeft, want toen hij haar wilde kussen, verzette zij zich. Maar het moment van de moord kan ze zich niet herinneren. Ze praat erover met de beroemde journalist Casey Mayo. ‘Kan ik je vertrouwen?’ ‘Natuurlijk kun je me vertrouwen!’

In deze film van Fritz Lang vind je een paar verrassende beelden van onder invloed zijn (spel met lenzen), mooie zwart-witstudioshots, sterke vrouwenrollen, een paar grappige dialogen, een klassieker van Nat King Cole en de drie telefonistes die samen in een huis wonen: een film die dus erg prettig wegkijkt. Niet echt briljant, Fritz Lang heeft betere films gemaakt, meer ‘aardig’. Hier en daar word je wel verrast met snedige oneliners: ‘Lucky girl… living a life of passion and violence.’ Of: ‘What’s the problem with your modern men… you can’t hold your liquor.’ En natuurlijk de klassieke zin: ‘Polynesian Pearl Diver and don’t spare the rum’ (gequoot in Django Unchained).

Melodie in nachtmerrie
In Nightmare (1956) denkt jazzmuzikant Stan Grayson (Kevin McCarthy) dat hij een moordenaar is na een nachtmerrie om u tegen te zeggen: een ruimte met alleen spiegels, waar hij een man met het stelen van iets betrapt, in gevecht raakt, hem doodt, zichzelf verbergt, in een zwart gat valt en… badend in het zweet wakker wordt.

Hield Grayson het maar bij een droom, maar nee, hij ‘gaat op onderzoek uit’, wat wij horen via zijn gedachten. Dat komt door duimafdrukken die hij bij zijn keel vindt, beetje bloed op zijn pols en het vinden van een onbekende sleutel. Gelukkig is zijn zwager detective Rene Bressard (Edward G. Robinson). Die reageert nuchter: ‘Je bent zo’n kunstenaar met een artistiek temperament, je drinkt te veel.’ Advies: ‘Neem een vakantie.’

Grayson hoorde ook een melodie in de nachtmerrie. Hij gaat alle bars langs: geen succes. In een huis waar ze zich verbergen tegen de regen, hoort hij toevallig die tune als de plaat langzamer wordt afgespeeld. En daar ook ineens de kamer met de spiegels! Heeft Grayson misschien toch een moord gepleegd? En heeft zijn mysterieuze buurman er toevallig iets mee te maken?

De titel is weliswaar te gewoon voor woorden en de film leunt hevig op het toen populaire noir-genre; toch is er ook veel moois. Een fantastische opening. Originele locatie: New Orleans. De film imiteert soms een swingende stijl (diagonale shots, hysterische jazzmuziek, losse dialogen) en ook al is het allemaal verre van Orson Welles, vergelijk het eens met The Stranger van tien jaar ervoor, vind ik dat voor 1956 toch al heel wat.

En dan nog wat smakelijke dialogen:
– Sorry, ik dacht dat je iemand anders was.
– Niet echt origineel, maar voor een begin is het oké.
– Nee, ik dacht echt dat je…
– …iemand anders was. En dan zeg ik: is dat zo? En dan zeg jij: ja. Die kennis van mij lijkt sprekend op jou.
– Van de rug gezien.
– Van de rug gezien, natuurlijk! En snel daarna zit je naast me en drinken we een glaasje samen. Waarom slaan we de opening niet gewoon over?

De zelfbeschuldigers van moord zijn er als de kippen bij om de schuld op zich te nemen, maar een gratis drankje slaat niemand af.

 

10 februari 2020

 

The Blue Gardenia


Alle Camera Obscura

Een glaasje teveel

Een glaasje teveel

door Bob van der Sterre

Wanda ♦ Tales of Ordinary Madness ♦ Absinthe

 

Bij de overgang naar een nieuw jaar vloeit de drank meestal rijkelijk: wijn, champagne, wat dan ook. Tijd dus voor films over drank. Daarbij ligt zelfdestructie altijd op de loer – en ook bovengemiddelde acteerprestaties. 

Wanda uit 1970 is een portret van een merkwaardige vrouw. Ze is persoonlijkheidsloos. Op een dag valt ze in slaap in de bioscoop, komt terecht in een bar die net beroofd wordt en gaat mee met de haar commanderende berover, een man met gezondheidsklachten. Ook al zegt hij nooit iets vriendelijks, ze blijft bij hem.

Verrassend somber
De film focust aldoor op haar: een verre van heldhaftige vrouwenrol. Hoe ongelooflijk nonchalant zoals ze zegt: ‘Bezwaar tegen de scheiding?’ ‘Nee hoor. De kinderen zijn beter af met hem.’

Waar doet dit me toch aan denken? Ja: het lijkt verdomd veel op de moderne arthouse. Een persoon constant in beeld. Die persoon torst veel leed met zich mee. Tempo ligt laag. Charmante karakters? Uitgesloten. Het is wel frappant dat mensen in verschillende tijden precies dezelfde stijl nastreven. Alleen was dit nog het pure werk.

Desondanks is het best een opmerkelijke film over een vrouw die alle plezier in het leven verloren lijkt en voor wie alcohol nog het enige redmiddel is. Dat is wel een bijzonder onderwerp. Verrassend somber bovendien; de treurnis spat ervan af. Iets té somber naar mijn smaak.

Barbara Loden – getrouwd met de legendarische producer Elia Kazan – schreef en regisseerde Wanda én speelde de hoofdrol. Ook dat is tamelijk uitzonderlijk. Ze had in feite maar in twee films gespeeld, tot ze plotseling met pensioen ging als actrice. Dat werd in 1970 ineens onderbroken om terug te keren met deze totaal eigenzinnige film – de enige die ze ooit maakte.

Charles Bukowski
In Tales of Ordinary Madness uit 1981 volgen we Charles Bukowski (alias dichter Charles Serking) op zijn pad van seks en drank.

Dat gaat niet altijd goed. Een vrouw, Vera, nodigt hem uit voor seks en beschuldigt hem van misbruik. Weer uit de cel komt hij Cass tegen (Ornella Muti). Ze is depressief door haar akelige huwelijk, hij door zijn situatie. Zelfdestructief zijn ze allebei. Vanaf dat moment horen ze bij elkaar als kop en schotel.

Ook al gaat de film over een dronkenlap, dat betekent niet dat menselijke gewoonten barbaars zijn. Een typische Bukowski-scène is als hij Cass meeneemt naar het huis waar zijn ex-vrouw nog woont. Voor niemand een probleem. Op een ander moment komt hij er binnen om iets alcoholisch te zoeken terwijl ze met haar nieuwe vrijer in bed ligt. Geen ruzie. De nonchalance in deze film komt heel aardig overeen met die in Wanda.

Tales of Ordinary Madness vind ik een van de betere Bukowski-romans, aangezien hij wat harder treft in de emoties dan anders. Soms erg lief en teder, soms schokkend en gewelddadig – maar nooit als je het verwacht. Even onvoorspelbaar als een dronkenlap.

Tel daarbij op het geweldige acteerwerk van Ben Gazzara (vooral bekend van zijn bijrol als Jackie Treehorn in The Big Lebowski) en je hebt een erg goede film in huis. Hij zwalkt niet alleen overtuigend, maar is ook levensecht van de wereld, zoals hij op een kantoor blikjes gaat gooien, of gewoon bij een huis binnenloopt om seks te hebben.

Gazzara (overleden in 2012) is nu zowat vergeten maar was een echte filmster in zijn tijd, in de subtop van Hollywood. Vooral met John Cassavetes was hij een sterk duo: The Killing of a Chinese Bookie, Opening Night en Husbands. Ornella Muti als Cass, vaak gebruikt als seksfilmactrice, paste ook verrassend goed in deze film.

Bukowski was zelf niet zo tevreden over deze film. Terwijl hij alle redenen had om het wel te zijn. Al was het niet om hoe Ben Gazzara speelt, dan wel om de regie van Marco Ferreri, die heel wat mafs heeft gemaakt in zijn leven (denk aan Dillinger è Morto, La Grande Bouffe of Storia di Piera) maar hier zijn talent functioneel opstelt ten opzichte van het verhaal.

Drinken voor inspiratie
En dan de (denk ik) oudste film over drankverslaving: Absinthe. De film uit 1914 – een tijdgenoot van Cabiria en Chaplins Caught in the Rain – was een poos spoorloos totdat Eye Filmmuseum het terugvond.

De film vertelt in amper twaalf minuten een verhaal over een kunstenaar, Jean Dumas, die met zijn vrienden graag meegaat naar een kroeg. Hij bezwijkt daar voor de verleidingen van absint.

Jean Dumas trouwt met een vrouw die hem bewondert. Als hij geen inspiratie heeft, is absint drinken met zijn vriendjes wederom een goede oplossing. Op een dag laat hij zijn vrouw zitten en dat vindt ze niet leuk. Ze laat haar ring liggen bij het café. ‘Bewijs maar dat je liefde voor mij groter is dan je verslaafdheid aan absint.’

Een internationale productie. Deze film van de Ierse regisseur Herbert Brenon was de eerste Amerikaanse film die in Frankrijk is gemaakt. Je ziet er overigens niet meer van dan een Frans café.

Is het goed voor 1914-begrippen? Behoorlijk theatraal, en het verhaal het niveau van een Postbus 51-spot (maar met plot!). King Baggot speelt de drankverslaafde vooral erg intens en Leah Baird speelt zijn boze vrouw, tja, boos. Baggot en Brenon waren al aan elkaar gekoppeld in het vermoedelijk wat betere Ivanhoe van een jaar eerder.

Aardig zijn de beelden van wat men toen onder een atelier verstond, vol mensen en modellen. En hoe rommelig de huizen eruitzagen!

Maar absint dus, toen het nog niet verboden was, net zoals nu weer. Dat bewijst hoe lang alcohol al is verbonden aan cinema.

 

7 januari 2020

 

Tales of Ordinary Madness

 

Alle Camera Obscura

Deerskin

****
recensie Deerskin

Praten met je jas

door Bob van der Sterre

Na Realité (film van het jaar 2014 bij Indebioscoop.com) waren de verwachtingen rondom muzikant/regisseur Quentin Dupieux hooggespannen. De misdaadkomedie Au Poste (met Benoit van Poelvoorde) is redelijk geruisloos langs iedereen geslopen maar met Deerskin (originele titel Le Daim) keert hij weer terug op zijn inmiddels vertrouwelijke absurdistische plek in het filmhuis.

Georges koopt een jas van origineel hertenleer à € 7.500. ‘Wow! Geweldig! Godverdomme!’ Hij krijgt er een camera bij. Georges is net gescheiden en neemt in een dorp in de Alpen een kamer in het lokale hotel. ‘Wat ben je van beroep?’ ‘Filmmaker.’

Deerskin

In de kamer begint de jas tegen hem te praten – met de stem van Georges zelf. Hij wil het enige jack van de planeet zijn. ‘Ik wil met jou over straat lopen zonder andere jacks tegen te komen.’ ‘Dat is grappig: ik wil de enige persoon ter wereld zijn die een jack draagt.’

Wel een lastige missie voor Georges, maar hij houdt zo van zijn jas dat hij voor een film mensen hun jassen laat uitdoen (en ermee wegrijdt). Alle jassen ter wereld verzamelen, gaat wel tijd kosten, legt hij aan zijn eigen ongeduldige jas uit.

Hij laat zijn resultaten van zijn filmpjes zien aan afgestudeerd filmstudent Denise. Ze ‘snapt waar hij heen wil’ en doet hem een broek van hertenleer cadeau. ‘Wow! Geweldig! Godverdomme!’

Absurdisme en symboliek
De film zal vooral in de smaak vallen bij mensen die dol zijn op absurdisme en symboliek. De film gaat over jagen – zoveel is duidelijk. Neem het incident met de hotelreceptionist, of het uitschakelen van het toekijkende joch, het volgen van mensen, of wat er later in de film allemaal gebeurt.

Daar past ook bij hoe wereldvreemd Georges is. Hij begrijpt niets van dingen als seks, kunst, geld. Je ‘normaal’ gedragen als mens; hij weet niet hoe hij dat moet doen. Het lijkt of hij voor het eerst hoort over computers. Eten? Hij voedt zichzelf met wat hij hier en daar bij elkaar schooiert. Georges lijkt langzaam van een angstig hert te veranderen in een predator – juist nu hij zijn hertenleer aan heeft.

Hoe je alles moet interpreteren – en hoe fatalistisch dit einde wel weer is – dat is aan de kijker zelf. Een bekwaam essayist kan hier denk ik wel wat met thema’s als man/vrouw, kapitalisme, filmkunst (ook hier weer een film in film), lichaam/vacht. Met de jas als mensenvacht en ‘eten of gegeten worden’ (dog-eat-dog-world) kun je ook leuk spelen in je essay.

Details zijn goed verzorgd, zoals acteurs en muziek. Jean Dujardin speelt een gedenkwaardige hoofdrol als jassenprater Georges. De rol laat zien dat hij veel soorten komedie aan kan, na rollen als simpele surfer in Brice de Nice, uitgerangeerd filmster in The Artist, dwaze spion in de OSS-films en dronken schrijver in Le Bruit Des Glacons. Adèle Haenel past ook goed in de film als zijn vlijtige student. En Dupieux, als muzikant, kiest ook geweldige muziek uit. Dit keer een hoofdrol voor de fraaie track The Long Wait van Morton Stevens (1969).

Deerskin

Loop
De verbazingwekkende scripts trekken toch de meeste aandacht. Het is frappant hoe in films van Quentin Dupieux het einde sterk met het begin te maken heeft – alsof het alsmaar blijft doorgaan in een loop. Dat zag je ook in Realité en in Wrong. Een film verloopt chronologisch maar je hoeft het niet chronologisch te vertellen. De verwijzing naar Pulp Fiction in deze film is ook allerminst toevallig.

Is Deerskin dan de film van 2019 zoals Realité dat was in 2014? Nee. Misschien is het jammer dat er maar een dominante scriptlijn is (het verhaal van de jas) waar er in Realité veel meer scriptlijnen waren, wat meer tempo en variatie bood. Deerskin is in dat opzicht wat trager. Toch werkt Dupieux zo gestaag verder aan een fascinerend oeuvre van absurde, mysterieuze verhalen als ‘De David Lynch van de comedy’, zoals zijn bijnaam luidt. Je kunt toch niet snel een andere film verzinnen over een hertenleerverslaafde gek die met jassen praat.

 

16 december 2019

 

ALLE RECENSIES

Seksfilms die geen seksfilms zijn… of toch wel?

Seksfilms die geen seksfilms zijn… of toch wel?

door Bob van der Sterre

Le journal intime d’une nymphomane ♦ Misty ♦ Thundercrack

 

Het is een curieus genre: de artistiek bedoelde seksfilm. Zijn het films die met veel bloot een menselijk verhaal vertellen, of toch een excuus voor pornografie? Drie films die dat raadsel niet oplossen.

In Le journal intime d’une nymphomane uit 1973 is Linda Vargas stripper. Ze laat zich na haar werk trakteren door ene Ortiz. Hij valt in slaap, zij belt de politie dat er een meisje dood is aangetroffen. En snijdt vervolgens haar eigen keel door.

Een dode nymfomane
Mevrouw Ortiz gelooft in zijn onschuld. Ze bezoekt een hertogin die Linda goed kende. Linda zou nymfomane zijn geweest. Alles staat in een dagboek. Dat ligt bij een vriendin – eentje die vaker naakt rondloopt dan gekleed – en die maakt mevrouw Ortiz duidelijk dat Linda Vargas een hels leven heeft geleid. Dat kan haar daad verklaren.

De kenner van ‘eurotika’ heeft al door wie de regisseur van deze film was: de zes jaar geleden overleden Jess Franco. De man die zo’n 180 films maakte – gemiddeld zes per jaar – en ook materiaal van de ene film in de andere gebruikte.

Le journal intime d'une nymphomane

Oftewel: een (ranzige) Ed Wood van de jaren zestig en zeventig. Dus… camera (per ongeluk?) achter een glas. Mensen die in de camera staren (en zwaaien). Linda staat achter een raam, loopt naar voren, vervolgens staat ze weer achter het raam. Monserrat Prous moet een meisje spelen (draagt paardenstaarten) maar is een volwassen vrouw. Zinnen als: ‘Wanneer ik depressief ben, denk ik aan een enorme erectie.’

Is de film dan misschien wel een geslaagde studie van een nymfomane? Je leert er niets van. Een erotisch meesterwerk? Ook niet. Wat je wel ziet, is niet erotisch. Zelden zag je een regisseur met minder talent voor een genre consequent films blijven maken in dat genre.

Toch is de film ook op een bepaalde manier grandioos. Franco wist knappe vrouwen als Montserrat Prous, Jacqueline Laurent en Anne Libert aan zich te binden. De muziek is ook aantrekkelijk. Vladimir Cosma en Jean-Bernard Raiteux verspilden hun talenten aan deze film. En Gérard Brisseau biedt als cinematograaf af en toe best leuke shots. Zoals de close-up van de hertogin met haar zonnebril op en de scène in een reuzenrad met zicht op een Spaans betonnen dorp.

Een zwervende dame
Misty uit 1976 biedt een heel ander soort verhaal. Misty is een zwervende dame die op een dag komt binnenlopen in een soort commune. Ze is op zoek haar moeder die daar ooit woonde. Die is er niet maar een boel andere mensen wel.

Ze krijgt contact met een van de bewoners: een biseksuele kunstenaar. Daarna met haar vriend. En daarna met haar vriendin. En dan met nog meer mensen. Kortom: Misty maakt wat los bij mensen.

De acteurs zijn redelijk beperkt en het verhaaltje is simpel – toch is Misty bijna een hoogvlieger in het seksfilmsgenre. Dit is namelijk een film met een hart: lieve mensen en hun gevoelens. Mary Mendum speelt ook prima als Misty, zoals ze ook deed in The Image van Ralph Metzger een jaar later. Geen wonder: ze was ooit theateractrice. Frappant dat dit praktisch haar laatste rol was – kennelijk vond ze het wel genoeg.

Misty

En ja, af en toe hebben de acteurs (echt) seks met elkaar. Maar dan zonder smerige details. Een soort pornografie zonder de verplichte figuren. Bovendien heeft Misty ook van-mens-tot-mens-gesprekken en zie je karakters met passies voor kunst en religie.

Typisch een film van Joseph W. Sarno – een van de weinige seksfilmregisseurs die aandacht van critici kreeg (net als Randy Metzger trouwens). Sin in the Suburbs (1964) en Confessions of a Young American Housewife (1974) zijn een paar klassiekers van zijn hand. Zou het karakter Harvey Wasserman in de serie The Deuce op hem zijn gebaseerd?

Zes mensen op de prairie
Van het lieve Misty naar de gekte van Thundercrack! (1975). Een film die soms in de bakken van de arthouse terecht komt, soms in die van de pornografie. De kenners zijn het er nog steeds niet over eens.

Een zestal mensen is gestrand in een huis in de prairie. Ze zoeken dekking voor een wilde gorilla. Een dame, type (bijna) knettergek, belooft eten klaar te maken voor de gestrande mensen. Na een onderonsje in de huiskamer willen ze zich opfrissen in de badkamer. De een na de ander gaat tekeer op deze badkamer. Daarna vertellen ze over hun levens en gaan ze op andere plaatsen ook weer tekeer met elkaar.

Thundercrack! is soms best grappig (de over de top dialogen) en soms het materiaal van nachtmerries. Dat laatste komt door de ranzige inhoud, de immens slechte kwaliteit en de griezelige vrouw des huizes (actrice Marion Eaton met rare wenkbrauwen). Voeg daar heftig besnorde jaren zeventig mannen aan toe, een claustrofobisch gevoel, experimentele ‘muziek’, parodieën op psychologische trauma’s en je nachtmerrie is daar. Had je het zo willen maken, zou het je nooit lukken.

Het zou aanvankelijk alleen maar een korte pornofilm worden. Dat veranderde na de komst van schrijver/pornoregisseur George Kuchar. Die schreef een soort pornohorrorkomedie van bijna drie uur. Een one of a kind – vooral omdat het nauwelijks na te doen is. Neem de maffe dialogen: “What have you got against beatniks?” “Well, for one thing, their bongo drums.” / “My son… OUR son no longer exists.” “Oh, I’m really sorry. I didn’t realize that tragedy had struck you twice. Is he dead, then?” ”No. He does not exist.”

En daarnaast dus ook de combinatie van hardcore pornografie – de hele film door – met karakters die zich ontwikkelen als mensen. De Time Out noemde het treffend ‘a very horny soap’.

Een legendarische film. De regisseur, Curt McDowell, werd conciërge in een bioscoop waar zijn eigen film werd gedraaid. Een van de actrices is spoorloos sinds de jaren zeventig. Een script dat een notitieblok was van 192 handgeschreven bladzijden (in een jeugdherberg). Ga zo maar door.

Toch: de acteurs zien er gelukkig uit in deze films. En ook daar gaat het om, in de grote filmfamilie. Die wijst namelijk niemand af. Hoe bizar de smaak ook is.

 

13 december 2019


Alle Camera Obscura

Top 10 van het Millennium – Deel 4: Bob van der Sterre

Deel 4: Bob van der Sterre
Top 10 van het Millennium

O Brother, Where Art Thou (2000)

O Brother, Where Art Thou (2000)

Het is even schrikken, als je van de afgelopen twintig jaar de beste tien films moet noemen. Je bekijkt je dvd-kast en denkt: hoe kan ik met goed fatsoen hier een selectie van maken? Elke dag is anders, elke stemming is anders. Bovendien besef je ineens wat je allemaal niet hebt gezien. Al die Koreaanse, Japanse, Chinese films die ik heb gemist. En dan de tijd die verstrijkt! Van Before Sunrise naar Before Midnight; samen met Julie Delpy en Ethan Hawke word je ouder. Toch maar een keuze maken dan. Bij deze een top tien, die morgen weer zo anders kan zijn.

Bob van der Sterre   door Bob van der Sterre

O Brother, Where Art Thou (2000)
De Coen-brothers: ze zijn flink gelauwerd voor hun films van de afgelopen twee decennia maar hun beste werk maakten ze toch, vind ik, in de jaren negentig. Die gouden periode eindigde voor mij met deze parel in het jaar 2000: O Brother, Where Art Thou. De Odyssee van Homerus verplaatst naar het VS van de jaren dertig. Geschiedenis, taal, humor, muziek en acteerwerk zijn hier in een bijzondere harmonie.

Werckmeister harmóniák (2000)
Arthouse zoals het echt bedoeld is. Deze film van Béla Tarr zit vol mysterie en eigenzinnigheid en is zo anders dan anders. 39 shots in twee uur. Twee minuten lang alleen maar lopende mannen – dat iemand dat durft! Een film om nog eens en nog eens te bekijken en er dan rustig over na te denken. De walvis, de Prins, de vernielingen? Frappant is de tijdloosheid van de film: je zweert de hele tijd dat ie rond 1968 gemaakt moet zijn.

Mulholland Drive (2001)
Ik heb al een essay over geschreven over de emotionele sensaties die deze film teweegbrengt. Daar laat ik het bij.

Adaptation. (2002)
Zoals mensen naar stadions gaan om Messi te zien voetballen, kijk ik in cinema graag naar de verhalen van het prachtige absurde brein van Charlie Kaufman. Lastig kiezen tussen Eternal Sunshine… en Synecdoche New York en deze film. Deze wint want de gave van de homo sapiens om je aan te passen is een mooi, zeldzaam thema, en het verhaal is prachtig maf tot en met het vaak onbegrepen einde aan toe.

Cargo 200 (2007)
Aleksej Balabanov – hij leeft niet meer helaas – laat een gevarieerd oeuvre achter. Cargo 200 is een fascinerende film over de jaren tachtig in Sovjet-Rusland met veel cynische, zwarte humor. En vond je dit al schokkend? “Het leven was nog veel erger dan wat je in deze film ziet”, zei Balabanov. Net als Kochegar (2010) vind je meer achter die cynische oppervlakte dan je aanvankelijk denkt. Balabanov geeft je de puzzelstukjes maar geeft geen handleiding hoe je de puzzel moet maken (en of er eigenlijk wel een puzzel is).

You, the Living (2008)
Roy Andersson maakt cinematografische schilderijen met veel droge humor. Iedere scène is minutieus voorbereid vanuit stilstaande frames. Timing is essentieel. Zo krijg je pareltjes van korte films die samen een hele film vormen. Welke te kiezen tussen Songs from the Second Floor (2000), You the Living (2008), A Pigeon Sat on a Branch Reflecting on Existence (2014)? Eigenlijk doet het er niet toe.

Amer (2009)

Amer (2009)

Amer (2009)
Héél weinig filmmakers verdiepen zich echt in stijl. Het verwijt ‘style over substance’ ligt dan altijd op de loer (terwijl je het verwijt ‘substance over style’ toch zelden hoort). Hélène Cattet en Bruno Forzani zijn de uitzonderingen op de regel – maar ik had hier ook Peter Strickland (Duke of Burgundy, Berberian Sound Studio) kunnen noemen. Ik geniet enorm van hun antisoberheid. Jammer dat Cattet en Forzani nooit gekoppeld worden aan een echt goede scriptschrijver. Dat het er subliem uit zou zien lijdt geen twijfel.

Holy Motors (2012)
Een film is ook acteerwerk, je zou het met alle montage en cgi-trucs soms bijna vergeten. Dit is een tour de force van een acteur: Denis Lavant. Hij acteert dat hij acteert. Zijn metamorfose van zwerver die bloemen eet tot rijke stervende man is indrukwekkend. Deze volslagen eigenzinnige film van Leos Carax biedt met zijn mysterieuze verhaal veel ruimte voor je eigen interpretatie als kijker. Dat maak je veel te weinig mee in film. Mooi moment als hij na het sterven weer opstaat uit bed… ‘Sorry, ik heb nog een afspraak.’

La grande bellezza (2013)
Oef, wat een plezier straalt deze film uit… Een openingsscène die briljant de toon zet. En dan volgt een smeuïge satire met veel visuele schittering. Zeer smakelijk acteerwerk van Toni Servillo als schrijver Jep Gamperdella. Camerawerk, kleur, muziek: allemaal mooi. Veel films houden zich in – La grande bellezza gaat er helemaal voor. Een complete film van Sorrentino, die later ook met Youth en Loro zowel pers als publiek blij wist te maken.

Realité (2014)
Een half uur totale onduidelijkheid doorstaan, betaalt zich uit in een cinematografisch Escherschilderij. Hoe je dit verhaal ook ontrafelt, je zal nooit de echte werkelijkheid vinden. Tegelijkertijd voelt het ook aan als een cynisch commentaar. Een afrekening met de rol van geld in cinema. Zwijnen die video’s inslikken; de cameraman die neergeschoten wordt; de presentator met ‘eczeem van binnen’; de producer die wacht op iets geniaals. Het gaat hier om een eigen, onzichtbare logica van Quentin Dupieux – die doet denken aan de romans van Raymond Queneau.

 

12 december 2019

 

Deel 1: Cor Oliemeulen
Deel 2: Tim Bouwhuis
Deel 3: Michel Rensen
Deel 5: Ries Jacobs
Deel 6: Sjoerd van Wijk
Deel 7: Yordan Coban
Deel 8: Ralph Evers
Deel 9: Alfred Bos

IDFA 2019 – Deel 7

IDFA 2019 – Deel 7:
Het experiment op IDFA 2019

door Bob van der Sterre

Documentaires met iets meer experimenteerdrift dan gemiddeld, ze vallen niet zo op in het maatschappijkritische lawaai van IDFA. Toch zijn ze er wel. Hierbij vier IDFA-films die grenzen verleggen met beelden belangrijker vonden dan de mens centraal stellen.

 

Barzakh

Barzakh
Het is niet altijd even eenvoudig, pers zijn op IDFA. Als je zoals ondergetekende te laat bij Barzakh binnenkomt, krijg je eerst een langdurend donker beeld met een uitspraak uit de Koran; daarna een vaag duister beeld van rotsen; na een minuut zie je een jongen passeren met lampion; na tien minuten volgt het eerste daglicht (en je kunt zitten).

Dat spreekt ook wel voor deze documentaire, die consequent gebruik maakt van het maanlicht – en daarmee talloze sublieme shots brengt van de jongens die hier overleven in de bergen, op de punt van Marokko, wachtend tot ze met zelfgemaakte vlotten de overtocht gaan maken. Zo leven dus sommige mensen terwijl je gewoon thuis je serie aanzet en een zak chips plundert. Tegelijk raakt het ook niet echt, omdat deze jongens niet veel te vertellen hebben, en ietwat geforceerd beginnen te praten over hun toekomst, de overtocht, hun dorp, enz…

Deze overstekers in spe lijken meer een beetje verplichte kost om de mooie, mysterieuze shots van bergen, zee en maanlicht te kunnen maken, want dat is wat deze documentaire van Alejandro Salgado (die natuurlijk wel wat vertrouwen moest winnen van de vluchters, dat is ook knap) boeiend maakt. Een van de weinige films die het denk ik beter zou doen in het Omiversum dan in een bioscoop.

 

Selfie

Selfie
Napels en omgeving blijkt een immer inspirerend onderwerp. Speelfilms als Reality, Gomorrah, Piranhas; series als Gomorra; documentaires als Camorra, Dark Corner, Robinù. Het is duidelijk waar het zwaartepunt ligt: de misdaad. Ook in Selfie draait het om een moord, die op Davide, jeugdvriend van de twee hoofdrolspelers, per ongeluk neergeschoten door de politie.

Waar is de experimenteerdrift dan? Die zit hem in het idee om de twee hoofdrolspelers uit te rusten met een mobiele camera. Met een selfiestick filmen ze zichzelf en hun wijk, Traiano. Dat maakt een film wel wat makkelijker en de mensen uit de wijk toegankelijker. Overigens wel al vaker gedaan (op dit festival alleen al Tiny Souls) maar dit is een mogelijke trend voor de toekomst – temeer de kwaliteit van smartphonecamera’s steeds meer toeneemt.

Dat levert soms boeiende beelden op. Het spontane zangoptreden, een pistool leegschieten in de natuur, scooterrijden door de stad (met een broodje in een plastic doosje). Het meisje dat zich verwondert of het nog de moeite waard is om te trouwen als haar man 20 jaar moet zitten (bij 10 jaar heeft ze geen twijfel).

Het aardige is dat deze film, anders dan bijvoorbeeld Robinù, geen minigangsters neemt in de hoofdrol. Nee, Alessandro en Pietro zijn zestien maar de een werkt in een bar, de ander wil kapper worden. Geen sensationele docu dus, ze zijn zelfs aandoenlijk, Napolitanen zijn nou eenmaal op hun zestiende al emotioneel ontwikkeld en deinzen niet terug voor wat geknuffel en gekus. Heel af en toe kreeg ik een La Haine-vibe, waar deze film wel wat van weg heeft. Wel is het resultaat een beetje wat je verwacht van zestienjarigen. Had een stuk korter gekund.

 

Ridge

Ridge
Van Napels naar het platteland in Zweden. John Skoog heeft een achtergrond als beeldend kunstenaar en dat kan de reden zijn dat hij deze film helemaal anders aanpakte. Negen van de tien documentairemakers hadden iemand gevolgd, dialogen gefilmd, en we hadden per se moeten meeleven. In deze film speelt het beeld de hoofdrol en leren we de mensen achter het beeld amper kennen.

De film heeft wel wat ankerpunten met menselijke interactie maar die zijn alleen een vage rode draad tussen de beelden van mensen die ‘s avonds met zaklampen slakken vangen (van bovenaf, je ziet hun lichtjes rondgaan), verdwaalde koeien, een wapperend korenveld (met techno), een hooibalenmachine in close-up en een dronken tiener die tussen de varens zijn roes uitslaapt. Met deze associatie vul je zelf de ontbrekende lijnen in. De techniek is misschien niet nieuw, maar de stijl wel fraai. Eindelijk een film die het durft om niet de mens, maar de beelden voorop te zetten. Ik vond zelf dat de film nog wel wat handtekening had mogen hebben – bijvoorbeeld met muziek – dan was het nog meer een visueel kunstwerk geworden.

De concentratie op dit boerenland doet voor Skoog wat de film Microcosmos doet voor het leven der mieren: het beperkt de artiest en dat pakt bijna altijd goed uit. Sterk debuut.

 

Marshawn Lynch: A History

Marshawn Lynch: A History
Deze film van David Shields gaat wel en niet over American Footballspeler Marshawn Lynch. Het is het type documentaire dat iets kleins als aanleiding neemt om iets enorms te willen vertellen. En slaagt daarin net zo goed wel als niet.

Marshawn Lynch is zeer eigenwijs, staat op tijdens het Mexicaanse volkslied en blijft zitten bij het Amerikaanse. Zijn eigenwijsheid is aanstekelijk. Een van de vele persconferenties die hij frustreert. Vraag. ‘I’m thankful.’ Vraag. ‘I’m thankful.’ Vraag. ‘I’m thankful.’ Dit doet hij in talloze varianten en hij krijgt een stempel mee: moeilijke jongen. Wel het ‘hart’ van American Football omdat hij in het veld ook soms ‘onbrave’ dingen laat zien.

Montage, daar draait deze film om. Suggestieve montage vooral. Via videosampling (je krijgt 700 beeldfragmenten voor je kiezen) wordt Marshawn Lynch gekoppeld aan zaken als slavernij, maatschappelijke ongelijkheid, armoede en racisme. Soms best vindingrijk, zoals met quotes van The Cat in the Hat van Dr. Seuss, of het portret van alle eigenwijze mensen uit Oakland. ‘Hij rent met zijn woede’, is zo’n mooie quote.

Soms vliegt de film totaal de suggestieve bocht uit, door het aan elkaar lijmen van quotes van bijvoorbeeld Malcolm X., Trump, Louis CK, Richard Pryor en Dave Chapelle, met beelden van Ferguson. Ik snap het idee, maar nee, dit is meer het niveau studentenfilm. Terwijl ik eigenlijk denk dat de film op geestige manier de onzin van sportcommentaar had kunnen aankaarten. Dat onderwerp was blijkbaar te licht voor de makers.

 

2 december 2019

 

IDFA 2019 – Deel 1
IDFA 2019 – Deel 2
IDFA 2019 – Deel 3
IDFA 2019 – Deel 4
IDFA 2019 – Deel 5
IDFA 2019 – Deel 6
IDFA 2019 – Deel 8
IDFA 2019 – Deel 9

 
MEER FILMFESTIVAL

IDFA 2019 – Deel 5

IDFA 2019 – Deel 5:
Invloed van Netflix?

door Bob van der Sterre

Waar zou het aan liggen, de hausse aan documentaires over drama uit het verleden? Is het de invloed van Netflix of was de hausse er altijd al en valt het nu pas op? Hoe dan ook, vier docu’s met dat uitgangspunt.

 

The Death of Antonio Sanchez

The Death of Antonio Sanchez
Een van de laatste maquitos (‘mannen van de bergen’) was Antonio Sanchez Lomas. Dat wil zeggen: daarmee was het laatste verzet (in 1952) tegen de fascistische Spaanse regering gebroken. Antonio werd neergeschoten en daarna op de rug van een ezel naar het dorp Frigiliana gedragen. Een herinnering die nog steeds wonden openscheurt in het dorp, onder andere omdat ook een paar onschuldige jongens werden vermoord, die deze ‘Mannen van de Bergen’ zouden hebben gekend

Films met dit soort titels doen het altijd goed. Toch hoef je geen spannende misdaaddocu te verwachten. Meer een theatrale interpretatie. Want de lokale conciërge (een in dit stadje weggepeste socialistische politicus) en regisseurs Ramón en Salvador Gieling zetten alles à la Oppenheimers The act of Killing in scène. Ook hier een confrontatie: tussen de oude fascistische burgemeester en een getraumatiseerde nabestaande. Daarnaast kan de conciërge zijn eigen trauma’s wegspoelen, gezien zijn fanatieke acteerwerk als guardia civil van de jaren vijftig (speelt ook nog het lijk van Sanchez Lomas).

Onderhoudende Nederlandse productie die wel beklijft door het in scène zetten van alles, maar daarmee niet iets nieuws uitvindt. Bovendien stoorde ik me ook wel door het gemakzuchtige herhalen van Schuberts Opus 100, die zelfs beelden van een vuilniszakken smijtende vuilnisman nog ontroerend zou maken .

 

Black Box BRD

Black Box BRD
Film uit 2001 in het kader van het It Still Hurts-programma, over drama in onze post-WO II-wereld. Andreas Veiels film is een klassieker over twee geschiedenissen in de jaren zeventig: die van de voortvluchtige RAF-man Wolfgang Grams en bankier Alfred Herrhausen, die werd vermoord door de RAF. Beiden hebben een geschiedenis in de Bondsrepubliek die niet méér verschillend kan zijn. De terreur (linkse terreur toen nog) versus het kapitalisme: hier vind je achtergrond op de krantenkoppen van die tijd.

Je ziet de bekende pratende hoofden (partners, vrienden, ouders), archiefbeelden maar ook niet-journalistieke beelden ter ondersteuning, zoals rijdende Mercedessen of mensen die iets doen (schoonmaken). Het probleem van veel moderne documentaires is dat ze dit soort esthetische beelden weglaten, hoewel die juist lucht geven aan een film.

Ander sterk punt is dat de film niet oordeelt en je zelf laat nadenken over de levens van deze twee. Met deze aanpak kan Black Box BRD nog steeds makkelijk de vergelijking aan met gelikte documentaireseries op Netflix. (En niet verder vertellen maar de film staat compleet op YouTube.)

 

1982

1982
Het jaar van de oorlog om de Falklandeilanden. Het Argentijnse dictatorschap van Leopoldo Galtieri versus Margaret Thatcher. En dat om een eilandengroep met amper 30.000 mensen. Deze vooral symbolische oorlog verliep voorspelbaar: de Argentijnen bezetten de eilanden maar waren geen partij voor de militair veel sterkere Britten.

Vrijwel alle beelden van 1982 komen van het Argentijnse 60 minutos. Dat nieuwsprogramma berichtte uiteraard enorm eenzijdig. De Argentijnen waren immer aan de winnende hand, de bevolking stond massaal achter de soldaten, die op hun beurt dolgraag hun levens wilden opofferen voor dit koude stukje land. 1982 legt uit hoe televisieberichtgeving werkt in een land waar je geen vrije media hebt – en dat is best herkenbaar in onze tijden van Facebookhokjesgeest. Het is wel een enorme gok voor dat soort regimes. Als je verliest, is de bevolking woedend omdat ze zich verraden voelt. Twee jaar na de nederlaag viel dan ook deze dictatuur.

Docu biedt hier en daar wat fascinerende momenten (het inpakken van de dozen, de verkleumde soldaten op het eiland) en doet denken aan The Autobiography of Nicolae Ceaușescu uit 2010 van Andrej Ujica, die hetzelfde idee had: aan elkaar gemonteerde archiefbeelden zeggen soms meer dan een journalistieke documentaire.

 

Shooting the Mafia

Shooting the Mafia
De minst gelukte film van het festival is Shooting the Mafia. Ik verwachtte veel van dit portret van Letizia Battaglia. Ik bewonder haar werk en moed. Ze fotografeerde de misdaad in de jaren vijftig, zestig en zeventig voor een Siciliaans dagblad en was later politica. Daarbij had ze ook oog voor de armoede op Sicilië – die foto’s zijn misschien nog mooier. Ze had een soort geluk en pech in deze periode fotograaf te zijn.

Afgezien van de esthetische kwaliteiten van haar foto’s, is ze bekend om haar eigenzinnigheid. Ze vond de romantisering van misdaad in films en series als The Godfather en The Sopranos simpelweg vreselijk.

De documentaire had ruimte genoeg om dit uit te zoeken, maar je krijgt een fotogalerie met duizelingwekkend veel lijken, een samenvatting van haar liefdesleven en een complete maffiageschiedenis. En daarnaast, als een jukebox van Italiaanse muziek, liedjes als Volare die denk ik niks met Battaglia te maken hebben. Gemiste kans! In de eerder besproken La mafia non è più quella di una volta krijg je een leuker en spontaner beeld van Battaglia, ook al is ze daar korter in beeld. Ik meen hier zelfs dezelfde demonstratie te zien als die ze in de andere film bezoekt!

 

1 december 2019

 

IDFA 2019 – Deel 1
IDFA 2019 – Deel 2
IDFA 2019 – Deel 3
IDFA 2019 – Deel 4
IDFA 2019 – Deel 6
IDFA 2019 – Deel 7
IDFA 2019 – Deel 8
IDFA 2019 – Deel 9

 
MEER FILMFESTIVAL

IDFA 2019 – Deel 1

IDFA 2019 – Deel 1:
Luchtige en warme documentaires

door Bob van der Sterre

We trappen ons verslag van het International Documentary Festival Amsterdam (IDFA) 2019 af met documentaires die moeilijke onderwerpen net even anders benaderen.

 

La mafia non è più quella di una volta

La mafia non è più quella di una volta
La mafia non è più quella di una volta (liever dan de Engelstalige titel Maffia is not what it used to be) is nu al mijn favoriete film van het festival. De film is enorm chaotisch maar biedt aan de andere kant een hoop hilariteit. Regisseur Franco Maresco had geen zin in een serieuze documentaire en heeft de les ‘Wees een vlieg aan de muur’ bij de documentaireschool overgeslagen. Hij vernedert zijn geïnterviewden geregeld (‘Borsalino heengegaan? Hij is vermoord!’), monteert in het wilde weg en ratelt de spaarzame pauzes nog aaneen met een voice-over.

Mij bekroop dat gedachte dat als Nanni Moretti documentaires zou maken, het ongeveer zo zou worden. Het doel: een portret van de Siciliaanse artiesten die optreden voor een (treurig) feest ter nagedachtenis van antimaffiarechters Borsalino en Falcone. Maar geen van allen wil de maffia afvallen. ‘Waarom kun je het niet zeggen?’ ‘Ik heb zo mijn redenen.’ ‘En wat als Jezus Christus het aan je zou vragen?’ ‘Dan ook niet.’

Vreemde toestanden passeren het scherm in hoog tempo. De organisator (Ciccio Mira) die zich langzaam terugvecht als een ouderwetse (anti)held. Zijn protegé (‘Hij is een beetje off-key’) Christian Miscel die doorslaat en later in een psychiatrische instelling staat te dansen met gezicht op oneindig. Dan is er nog de middelvinger omhoog stekende Letizia Battaglia, legendarische fotograaf van 84 (over haar meer in de ook op IDFA draaiende documentaire Shooting the Mafia). Of de prostituee die ineens onderdeel wordt van de film.

Alles bij elkaar is Maresco’s film rommelig maar past het toch op zo’n onnavolgbare, Zuid-Italiaanse manier, en krijg je zelfs wat mee van de angst die velen hebben voor de maffia. Met name als de angstige producent iets te heftig door de angst gegrepen wordt en later met aliens communiceert… Want ja, dit is zo’n film.

 

LA Tea Time

LA Tea Time
Over een andere boeg gooit Sophie Bedard Marcotte het, een Quebecoise kunstenares, die van Quebec naar Los Angeles reist, waar haar idool Miranda July (van de hit Me and You and Everyone We Know) woont en werkt. Ze wil met haar afspreken voor een kopje thee. Ze beleeft natuurlijk van alles onderweg, geholpen door wat fantasie die ook in July’s films terugkomt. Een wijze levensles van Chantal Akerman uit de hemel, een seksistische prullenverkoper en een verdwaalwandeling door de woestijn.

De film heeft zo zijn momenten, zoals de grap met copyright, en de overgangen zijn geslaagd, maar al met al is de film met deze lengte (82 minuten) te mager. Dit zijn van die films waarbij stevig had moeten worden ingegrepen met de montage en je had een fantasierijke docuroadmovie van een half uur overgehouden. Dan was het problematische slot ook wat minder erg geweest. Zoals dat heet: een gemiste kans.

 

King of the Cruise

King of the Cruise
In King of the Cruise, een film van Sophie Dros, zien we de Schotse baron Ronald Busch Reisinger op een cruiseschip. Hij stelt zich voor en we volgen hem op het schip, bij de manicure, in de discotheek, bij het opstaan, in de ziekenboeg. Hoe spreekt hij zo goed Amerikaans als Schotse baron? ‘Als ik zeg dat ik baron ben, heb ik al een opmaat voor een interessant gesprek.’ Maar Ronald Reisinger laat eerlijk zien dat hij ook best eenzaam is. ‘Natuurlijk is mijn vrouw met mij getrouwd op mijn geld! Het zou raar zijn als ze dat niet had gedaan.’ Hij worstelt ook met zijn jeugd en overeet zich geregeld.

Misschien was dit wat mager geweest voor een hele film maar je krijgt er ook de cruisetocht voor terug. Enorm decadent zoals je verwacht (‘indoor droneracing’) en opmerkelijk cultuurloos. De kapitein is een Griek; bij de bar tref je een Indonesiër; een Jamaicaanse en een Hondurees geven je (zingend) koffie. De cultuur op het schip is van niemand en dat onpersoonlijke spreekt juist velen aan, denk ik. Daarin gedijt Ronald Busch met zijn sterke verhalen, maar ook een rijke Russische dame die zichzelf meteen uitnodigt op zijn kasteel (als dat al bestaat). Vakkundige, onderhoudende film (professionele intro en outro, mooie shots, passende muziek, aandacht voor belettering) die alleen niet zo heel diep raakt en daardoor niet beklijft, maar misschien past dat juist goed bij het fenomeen cruises.

 

Once the Dust Settles

Once the Dust Settles
Hier had de film My Darling Supermarket eigenlijk bij moeten staan – een film waar ik wel naar uitkeek –  maar soms gooit een lastige programmering roet in het eten. When the Dust Settles is weliswaar niet echt luchtig maar past er toch bij als voorbeeld van hoe je moeilijke onderwerpen anders kunt benaderen. Film van John Appel, maker van films als Zij Gelooft in Mij en The Last Victory, heeft een simpel maar pakkend gegeven: hoe zien steden eruit ná het drama. Dit is een film over wat er na het grote nieuws gebeurt. Als de media weer opdonderen en je met de zooi zit.

Drie uiteenlopende plaatsen met drie verschillende protagonisten (priester van Armatrice, gids in Aleppo en oud-medewerker van Tsjernobyl) laten dat zien en zorgen voor een goede, onderhoudende film, zonder al teveel ellende. De zakdoekjes kun je in je zak houden. Des te ontroerender is het soms. Met name de oud-medewerker van Tsjernobyl is een boeiend karakter die na lang depressief te zijn geweest nu kunstenaar is geworden.

De film zit goed in elkaar, is wel conventioneel, en dat is wel jammer. Het einde is absurdistisch als je een groep oude van de dagen in Aleppo de brokstukken ziet bekijken. Je verwacht avonturiers maar zeker geen mensen die je normaal in Venetië of Rome hun rondjes achter een gids ziet slenteren. Hoe komen die figuren daar en beseffen ze wel in welk land ze rondlopen? Erg ontroerend vond ik het beeld van een arbeider in de laatste seconden van de film – met dat soort dingen moet je als documentairemaker gewoon veel geluk hebben.

 

26 november 2019

 

IDFA 2019 – Deel 2
IDFA 2019 – Deel 3
IDFA 2019 – Deel 4
IDFA 2019 – Deel 5
IDFA 2019 – Deel 6
IDFA 2019 – Deel 7
IDFA 2019 – Deel 8
IDFA 2019 – Deel 9

 

MEER FILMFESTIVAL

IDFA 2019 – Preview 3

IDFA 2019 – Preview 3:
Van media tot muziek

door Bob van der Sterre

In onze derde voorbeschouwing over het programma van het documentairefestival IDFA 2019 zoomen we in op natuur & spiritualiteit, oorlogsellende, recht & politiek, reizen, sport, vluchtelingen & discriminatie, wetenschap en experimenteel & auteursfilms. Het IDFA begint 20 november; InDeBioscoop doet met drie collega’s verslag.

Programma IDFA 2019 - Hi AI

 

Natuur, spiritualiteit en religie

Ayahuasca – A Kosmik Journey (45 min.)
Is het een film? Is het een trip? Jan Kounen die een trip visualiseert, what else is new? Hij heeft nu een ayahuascatrip gevisualiseerd en het ziet er… maf uit? Te zien bij het ‘waterfront’ van Eye – we moeten afwachten wat dat inhoudt. 

Buddha in Africa (93 min.)
Film over een wonderlijke combinatie: boeddhisten en weeskinderen in Malawi. De kinderen krijgen Chinese les en komen in aanraking met een totaal vreemde cultuur. Die ook kansen biedt. Klinkt als bemoedigende, interessante productie. Meer films over jonge boeddhisten? Sing me a Song gaat over jonge boeddhisten in Bhutan. Film vertelt hoe de moderne tijd ook hun levens verandert.

Faith and Fury (103 min.)
Hoe in Brazilië religie en conservatisme steeds meer één worden, maar ook hoe bendes religie gebruiken ‘voor hun werk’. Het gaat hier om de neocharismatische beweging. Dominees en gangsters vertellen over deze religie. Belooft veel onthullende beelden.

Faith (94 min.)
Religieuze kungfuvechters. Of Bijbelse shaolinknokkers? Sektarische relivechtsporters? In elk geval een portret van een groep mensen die al deze dingen combineren. Moet wel ongewoon zijn – alsof je tussen hen in zit. De trailer oogt niet anders als een doodgewone discotheek maar er zal vast meer te zien zijn. 

Ridge (71 min.)
Vermoedelijk (afgaand op de trailer) artistieke film over een Zweeds plattelandsdorp. Een blik op boeren en landbouw. Geen film die iets wil zeggen maar die op een mooie manier registreert – en dat is wat je vaak mist in documentaires. Ook (enigszins) in dit genre is het portret van boeren in Martinique: You Think the Earth Is a Dead Thing.

 

Oorlogsellende

The Cave (95 min.)
Voor de liefhebber van écht hartverwarmende menselijkheid in een oorlogssituatie. In Oost-Ghouta in Syrië is er een ondergronds ziekenhuis. Deze documentaire legt die wereld bloot. Interessant, schokkend, sentimenteel, naargeestig; dat is vermoedelijk wat je kunt verwachten van deze Deense documentaire.

For Sama (95 min.)
Waad al-Kataeb filmde de opstand in Aleppo. Tegelijk is ze een jonge moeder van zesentwintig jaar en heet haar dochter Sama, voor wie deze film dus is. Vermoedelijk bij de strot grijpend materiaal met de rare nuchterheid van oorlogen. Zou wel eens hoog kunnen scoren bij het publiek.

 

Recht en politiek

Advocate
Altijd een raadsel: wie wil terroristen verdedigen in een rechtszaak? Lea Tsemel verdedigt Palestijnen in Israël omdat ze als mensenrechtenadvocaat gelooft in gelijke rechten. Ze staat bekend als devil’s advocate en lijkt de geuzennaam best aardig te vinden. Verwacht een portret van een sterke vrouw die tegen de maatschappelijke stroom inroeit. 

After Your Revolt, Your Vote!
Na de revolutie van 2014 gaat Burkina Faso stemmen. Belooft een fascinerende antropologisch onderzoek te zijn naar hoe verkiezingen in Afrika verlopen. Ik verwacht chaotische scènes met door elkaar roepende mensen en gepassioneerdheid bij geïnterviewden. Zie het kopje ‘maatschappelijk engagement’ voor nog twee documentaires over Burkina Faso. 

The Brink (91 min.)
Portret van Steve Bannon en zijn poging om nationale populisten internationaal te laten samenwerken. Film van Alyson Klayman, die houdt van provocerende onderwerpen (onder andere Ai Wei Wei en de pillenindustrie), belooft een onthullend portret te zijn in het denken van deze invloedrijke persoon. 

Citizen K (126 min.)
Alex Gibney met weer een spraakmakend portret. Na James Brown, Steve Jobs, Elizabeth Holmes en Fela Kuti, maakt hij nu een film over Chodorkovski, wiens levensverhaal menigeen wel bekend is (de oligarch die tien jaar in een Siberisch strafkamp zat). Gibney is een type onthullende documentairemaker – hij maakte ook Zero Days over Stuxnet. Benieuwd hoe de combinatie met hem en Rusland en Chodorkovski uitpakt. Wel een lange zit met ruim twee uur. 

Shadow Flowers (109 min.)
Noord-Koreaanse kwam per toeval (?) in Zuid-Korea terecht en wil terug naar Noord-Korea (waar haar familie zit). Aparte situatie die tot vreemde momenten leidt – aangezien de Zuid-Koreanen dat evenmin toelaten als andersom. Doet klein beetje denken aan Spielbergs speelfilm The Terminal.

 

Reizen

African Mirror (84 min.)
Deze film belooft een fraaie tijdcapsule te worden. René Gardi, een Zwitserse documentairemaker, ging in de jaren vijftig naar Afrika. Hij vergelijkt Kameroeners met Zwitsers. Zijn utopische schets van Afrika zorgde voor een enorme toerismeboost, met alle gevolgen van dien. 

LA Tea Time (82 min.)
Documentaires met humor, ja graag! Deze lichtvoetige documentaire gaat over de Quebecoise filmmaker Sophie Bedard Marcotte, die op zoek gaat naar Miranda July, regisseur van de aangename komedie Me and You and Everyone We Know. Met Chantal Akerman als gids. De premisse is daarmee al geslaagd – hopelijk levert dat ook de geestige roadmovie op waar je dan op hoopt.

Suspension (75 min.)
Strikt gezien geen reis maar wel het einde van een route: een onvoltooide betonnen brug in Colombia. Over de strijd van natuur versus mens. Ziet eruit als een interessant onderwerp, deze debuutfilm. De liefhebber van dit onderwerp wordt in de watten gelegd met nog twee films over bouwconstructies en bouwprojecten: Tension Structures (Parijs) en A Tunnel (Georgië).

 

Sport

Khartoum Offside (76 min.)
Voetballende vrouwen in een achtergesteld land? Hebben we dat niet al eerder gezien? Ja, over het Afghaanse vrouwenvoetbalelftal (Afghan Girls Can Kick) en het Libische vrouwenvoetbalelftal (Freedom Fields). Deze film doet het nog eens schaamteloos over, maar dan in Soedan. Welke landen kunnen we daarna nog doen?

Marshawn Lynch: A History (84 min.)
Als deze naam je niets zegt, ben je vermoedelijk ook geen fan van American Football. Ondergetekende is dat ook niet maar ik heb wel eens van Lynch gehoord als eigenzinnig persoon binnen dat wereldje. Deze film legt dat bloot met veel video-anekdotiek en ook een portret van waar hij vandaan komt (Oakland). Kan boeiend zijn.

 

Vluchtelingen en discriminatie

Again – Live
Iraaks vluchteling Al-Aziz wordt na een incident in een supermarkt aan een boom vastgebonden. Wat ging eraan vooraf, door welke hetze liep het zo uit hand? Hier zien we een heropvoering van de gebeurtenis. Racisme ligt op de loer in Oost-Duitsland is de les. 

Born in Evin (98 min.)
Duitse actrice wil meer weten over de Iraanse achtergrond van haar familie. Ze filmt alles en iedereen en vraagt zich suf over deze traumatische nationale geschiedenis – die ze blijkt te delen met anderen. Een tweedegeneratiefilm. 

Europa, Based on a True Story (92 min.)
Tijdens het maken van een speelfilm in Londen, filmt de Rwandese regisseur Kivu Ruhorahoza ook wel eens buiten de deur. Zijn ‘documentaire binnen een speelfilm’ gaat over xenofobie en een streng immigratiebeleid.

Moving so Slowly (76 min.)
Vluchteling zijn heeft nog een andere kant: de bureaucratische. Dit portret van de Costa Ricaanse immigratiedienst belooft wat gegrinnik van tijd tot tijd, om de onnozelheid die nu eenmaal gepaard gaat met bureaucratie. Voor de liefhebber van films over bureaucratie (zijn die er?) is er ook Smog Town. 

Tiny Souls (86 min.)
Portret van Syrische vluchtelingen, vooral twee kinderen, die in Jordanië in vluchtelingenkampen wonen. Ze kregen een camera van de regisseur (Dina Naser) en filmen hun leven van binnenuit. Dat moet wel een emotioneel pittig verhaal zijn om te kijken, eentje die vast de juiste snaar zal raken bij het IDFA-publiek. Ik zie de tweets nu al op het scherm passeren: ‘Net Tiny Souls gezien. Mooi en indrukwekkend.’

 

Wetenschap

Hi AI (88 min.)
Wat is de toekomst van mensen en AI? Dat is het onderzoeksdoel van deze docu. Ik verwacht een luchtige documentaire, met veel lachsalvo’s en ook wat aandoenlijke momenten over eenzaamheid. En natuurlijk met een griezelig tintje. In dit genre ook: iHuman.

Hunting for Hedonia (87 min.)
Door hersenprikkelingen kunnen we mensen genezen van ellendige ziekten. Hoe werkt dit en waar komt dit vandaan? Wat zijn de risico’s? Vermoedelijk interessante Deense film over een onderwerp waar je zelden wat over hoort als je niet in dat wereldje zit.

 

Experimenteel + auteursfilms

Bile (64 min.)
De moeder van de regisseuse overlijdt aan kanker. Dat het startschot van een essay over het menselijk lichaam, maar ook geschiedenis en politiek. Pittige, filosofische film waarvoor je in de stemming moet zijn. 

Earth (115 min.)
Een film over het verbouwen van natuur voor de ontwikkeling van de mens. Typisch een onderwerp voor Nikolaus Geyrhalter, die aantrekkelijke rustige films maakt over interessante onderwerpen. Hij weet mensen op ontspannende wijze vast te leggen. Zijn vorige film, The Border Fence, draaide ook op IDFA. Ook in deze stijl maakte hij Abendland, Pripyat, Homo Sapiens.

Letter to the Editor (88 min.)
Duizenden foto’s uit The New York Times aan elkaar gemonteerd? In elk geval een foto-essay over fotografie en journalistiek, project van documentairemaker Alain Berliner. Kan interessant zijn maar misschien ook een beetje traag. 

Selfie (78 min.)
Twee Napolitaanse tieners met een selfiecamera. Op zich een geniaal simpel idee om zo een wereld te ontsluiten, met misdaad en de eeuwig gepassioneerde Napolitanen (denk aan de geweldige docu van vorig jaar: Dark Corner). Lichtvoetig en experimenteel maar vermoedelijk een tikje langdradig en ideeënloos naar het einde toe. 

Speak So I Can See You (73 min.)
Radio. We zien hier alle kanten van de radiozender Radio Belgrado. Archieven, kabels, telefoons. Ziet er fraai uit, deze documentaire, die van vooral geluid vooral beeld maakt. Dit zal een van die onderschatte films op IDFA zijn, vermoed ik.

 

17 november 2019

 

Preview IDFA 2019 – Deel 1
Preview IDFA 2019 – Deel 2

 


MEER FILMFESTIVAL

De 1%

De 1%

door Bob van der Sterre

The Palm Beach Story ♦ Austernprinzessin ♦ Something for Everyone

 

Steenrijke families (de 1%) zijn het doelwit van spot zolang film bestaat. Klassieke Hollywoodkomedies zoals The Philadelphia Story, Holiday, The Lady Eve en My Man Godfrey zijn verrukkelijk dankzij die spot. Maar er is meer!

In Palm Beach Story (1942) zijn de Hackensackers de 1%. Dat maakt ze niet minder aimabel. Integendeel. JD Hackensacker III (Rudy Vallee) reist incognito tweedeklas met de trein, maar kan de trein net zo goed kopen. Hij is een bescheiden man die elke uitgave opschrijft – voor de lol. En zijn zus, prinses Centimillia (Mary Astor), is de vrolijke, vrijgevochten dame die zeer snel de namen vergeet van de mannen met wie ze is geweest. Haar nieuwste vlam, Toto, ‘uit Belujistan geloof ik’, zegt alleen maar ‘nitz’ en ‘greetz’, en is al gedegradeerd tot huisgast.

Broer en zus?
Het gaat niet om deze 1%, die woont in prachtige huizen, prachtige jachten erft en alles maar kan kopen wat ze wil. Het gaat om een man en vrouw – wier huwelijk onder druk staat door het gebrek aan inkomsten – die toevallig in aanraking komen met de Hackensackers en waarvan de vrouwelijke wederhelft ook nog eens vertelt dat ze broer en zus zijn. Dat opent de weg voor zowel de prinses als JD Hackensacker III.

Het tempo, de grapjes, de satire, de dialogen, het acteren – wie Preston Sturges alleen van horen zeggen kent, heeft een goede aan deze film. De stempel van de meester van comedy (schreef ook het script) zit in alles. Zoals in de snedige oneliners. ‘Er zijn meer onhandigheden aan het hebben van een jacht die mensen niet weten.’ ‘Ridderlijkheid is niet dood. Alleen ontbonden.’ ‘Dat is het trieste. De mannen die een pak slaag het meest verdienen, zijn altijd gigantisch.’ ‘Niets is permanent in deze wereld, behalve Roosevelt.’ ‘Ik blijf op mensen plakken als mos.’

De film is relatief bekend, maar dan vooral onder fans van screwball comedy. Mary Astor en Rudy Vallee zijn al het kijken waard. Ik ken weinig moderne acteurs die dit niveau van comedy halen. Claudette Colbert en Joel McCrea zijn ook sterk als hoofdrolspelers.

Er is veel seksuele innuendo, natuurlijk, dat hoort bij het genre. Zelfs zinnen die tien jaar later vermoedelijk niet meer mochten: ‘Seks heeft er altijd wel iets mee te maken.’ Als je houdt van komedie, hoort deze film bij je klassieken.

Vrouwen die weten wat ze willen
Die Austernprinzessin
(1919) is de dochter van een steenrijke Amerikaanse oesterkoning Quaker. Hij heeft tachtig bedienden. De een draagt zijn koffiekopje, de ander zijn sigaar; een wilde reiger loopt rond in een fontein; er is een lege salon zo groot als een gymzaal. Bedienden wensen je een ‘gelukkige reis’ als je alleen maar de slaapkamer zoekt.

Wil je baden? Twintig bediendes helpen je ermee. Jezelf afdrogen? Rare gedachte als zes bedienden dat tegelijk kunnen doen. Vader Quakers vaste opmerking is dan ook: ‘Ik ben niet onder de indruk.’

Deze 1% heeft het goed, op dochter na, die soms een aanval van razernij heeft. ‘Waarom gooi je kranten naar mijn hoofd?’ ‘Omdat de vazen allemaal al kapot zijn!’ Als duidelijk is dat ze jaloers is op een pasgetrouwde vrouw, zegt vader: ‘Oh, ik koop wel een prins voor je.’ Niet veel later mokt het verwende nest alweer. ‘Ik wacht al anderhalf uur en ik heb nog steeds geen man. Als ik niet binnen vijf minuten een man heb, maak ik het hele huis kapot!’

Moeder shopt bij een huwelijksbemiddelaar, die, als een vroege tinder de muur heeft behangen met foto’s van mannen waar je uit kunt kiezen. Maar het moet niet te veel kosten. ‘Die is scheel!’ ‘Voor die prijs hebben ze allemaal wel een klein gebrek.’ Het wordt dan maar de 26-jarige pijp rokende en monocle dragende prins Nucki, met een vermogen dat bestaat uit ‘schulden en nog eens schulden’.

Vanaf het eerste shot met de oesterkoning zuigend aan een gigantische bolknak, weet je al dat je gebeiteld zit met deze film van Ernst Lubitsch. Een grappige, spottende film over rijkdom. Fraai is bijvoorbeeld als Nucki in het park steeds op een bankje een andere kornuit achterlaat en alleen overblijft. Verder is er dans, verwarring, eten en decadentie. Victor Janson als vader Quaker en Ossi Oswalda als ‘Ossi’ zijn erg grappig in deze film.

En hoezo is 1919 oud? Hier zien we vrouwen die weten wat ze willen, aan het boksen zijn, mannen die alleen maar stompzinnig doen, en, als je erover nadenkt, een plot dat nu niemand meer durft grappig te vinden.

Failliet in een kasteel
Niet alle 1% vergaat het even voorspoedig. In Something for Everyone uit 1970 is hertogin Herthe von Ornstein een voorbeeld van de oude 1%. Wonend op een enorm kasteel, maar… zo goed als failliet. Sinds de dood van haar man verdwijnt de extreme luxe als sneeuw voor de zon. Het aantal bedienden is geslonken tot maar een handjevol. Wat een afgang!

Een jongen genaamd Konrad wil op het kasteel werken, wordt afgepoeierd, maar dan kennen ze Konrad nog niet. Een geslepen figuur. Behalve dat hij het hoofd op hol laat slaan van Anneliese Pleschke, de dochter van een steenrijke zakenman, verovert hij ook de harten van de zoon (Helmuth) en dochter (Lotte) van de hertogin. Dan bekokstooft hij zijn plannetje om de twee te koppelen en zo het geld te laten stromen in het kasteel. In geslepenheid vinden Konrad en de hertogin elkaar.

De echte rijken zijn hier de volkse Pleschkes. Zij zijn de moderne 1%, die de oude 1%, de hertogin, allang in geld hebben overvleugeld, maar de stijl noch de hersenen hebben van de oude 1%. Dat blijkt als het testament wordt getekend en het duistere opzetje van Konrad en de hertogin echt contouren krijgt.

Deze film van de dit jaar overleden Amerikaanse regisseur Harold Prince is een van de twee films die hij maakte. Hij was theaterregisseur. Dat geeft deze film ook een ongewoon theatergevoel en laat actrice Angela Lansbury schitteren zoals je haar zelden zag; namelijk alsof ze voor je staat op een podium. En het kasteel? We kijken naar het fameuze Neuschwanstein in Schwangau, bekend in filmland, want het figureerde ook in films als The Great Escape en Ludwig.

Drie films die weer eens bewijzen dat film het perfecte medium is voor wraak op mensen die hebben wat anderen niet hebben.

 

17 november 2019

 

The Palm Beach Story

 

Alle Camera Obscura