Imagine Film Festival 2021 – Mysterie & Suspense

Imagine Film Festival 2021 – Mysterie & Suspense:
Diep in het duister tasten

door Bob van der Sterre

Mysterieuze films zijn misschien wel de moeilijkste soort films om te maken. Daarom zie je ze zo weinig. En dan is er natuurlijk altijd de oneindig hoge meetlat van kampioen mysterie David Lynch.

De mysterieuze film, die gebruik maakt van onverklaarbare elementen, biedt veel mogelijkheden voor de auteur. Het zijn geen makkelijke films om te maken en nog niet alle paden zijn platgetreden. Als het lukt, kan het een klassieker opleveren (Twin Peaks, Lost Highway, Donnie Darko, Die 1000 Augen des Dr. Mabuse).

Een verklaring waarom dit genre maar weinig films telt: het is eigenlijk geen genre. Mysterieuze films gaan vaak richting suspense, komedie, sciencefiction of horror, maar het mysterieuze zelf staat zelden bovenaan. De makers van mysterieuze films missen de zekerheden van genreconventies. Alles moet uitgevonden worden. Hoe houd je je fantasie dan onder controle? Lastig voor filmmakers, filmproducenten, distributeurs en filmbezoekers.

Op Imagine krijgen experimentele mysterieuze films wel ruim baan en omdat ze zo zeldzaam zijn, verdienen ze ook wel de aandacht van een eigen stuk. Daar voegen we een paar old-fashioned suspensefilms aan toe.

Lees onze preview voor meer info over het programma en hoe je kaartjes kunt kopen.

 

Playdurizm

Playdurizm – Kamer met paarse ballonnen
Tamelijk raar is de kamer waarin D. wakker wordt in de film Playdurizm: een kamer met paarse ballonnen. Het is het huis van de personen die in zijn droom seks met elkaar hadden, Andrew en Drew (een soort Ken en Barbie). En er is een varkentje. D. – die meteen een oogje heeft op Andrew – weet niets meer van wat hoe hij hier is komen wonen. Hij heeft geheugenverlies.

Andrew en Drew zijn merkwaardig want hebben het aldoor over elkaar vermoorden. Uiteindelijk doet Drew dat bij zichzelf, via een overdosis. Andrew en D. verbergen haar in de bank. Daarna doet Andrew er alles aan om D. te behagen. ‘Ik begon te voelen alsof ik twee personen was.’

Film speelt met werkelijkheid. Talloze symbolische verwijzingen: de videokopieeractie, Andrew als antiekverkoper, de badkuip, het litteken en het hechten, het kunstwerk van Malevich, de passie voor Francis Bacon, de riem van Goebbels, de Siamese tweelingen, de film (inclusief trailer) genaamd Rebel Instinct, golfclubs, Videodrome van Cronenburg, de titel (‘plagiaat’)… en dan ben je er nóg niet! Er is best veel verwantschap met de thema’s van David Lynch’ Lost Highway. Het verbaast me niets als deze film positieve reviews wacht, omdat er veel over te schrijven valt.

Geslaagd in zijn eigenzinnigheid, maar jammer dat Playdurizm dan toch aanvoelt als een zeer ambitieuze mislukking. Het probleem zit ook hem niet in de ambities, maar in het matige acteerwerk en knap vervelende karakter van D. in de film. Bovendien had wat meer zwarte humor de film goed gedaan.

Toch wel knap dat de pas 23-jarige Gem Deger, schrijver, regisseur en hoofdrolspeler hiervan, zo’n persoonlijke en mysterieuze film voor elkaar kreeg. In een recensie las ik dat hij dit idee kreeg toen hij nog als tiener in Turkije woonde. Visueel is de film in elk geval vrij strak, doet denken aan het kleurrijke werk van Jean-Jaques Beneix. Het is te hopen dat hij de volgende keer zichzelf niet meer cast.

Online te zien op donderdag 15 april 17.00 uur.

 

Historia de lo Oculto

Historia de lo Oculto – Onthulling van notitieboekje
Van het ene mysterieuze huis naar het andere in Historia de lo Oculto. We zijn ineens ten tijde van de dictatuur in de jaren tachtig in Argentinië beland. Daar kijken naar de laatste uitzending van een journalistiek tv-programma getiteld 60 Minutos antes de la medianoche – een programma met een terugtelklok. Alles draait om een onthulling van een notitieboekje met namen van de regering van president Belasco. Een mannelijke heksenkring zou het land leiden. Spiritist (of sekteleider in ogen van anderen) Marcato legt in deze laatste aflevering uit hoe dit zit. Hij is wel een beetje vaag. ‘Het is al vier jaar geleden dat we gestopt zijn met leven in Argentinië.’

We bekijken dit door de ogen van de undercover tv-producenten, die alles uit de kast proberen te halen om dit te vertellen. Met een middel van hun sponsor, een farmaceutisch bedrijf, kunnen ze spirituele invloed uitoefenen om contact te maken met wezens in een andere dimensie.

Dit zijn nou scripts waar ik wel warm van word. Een best complex verhaal dat laveert tussen feiten en mysterie. Het bewijs dat je niet altijd drama hoeft te gebruiken om iets over het gruwelijke verleden te vertellen. Fantasie werkt ook! Een ‘sociaalpolitieke parodie’ noemt Imagine de film. Tja, het is eerder spannend dan geestig. Mooi camerawerk en acteurs slagen erin om het geloofwaardig te houden. Misschien een beetje ver-van-mijn-bedshow voor niet-Argentijnen, denk ik, hoewel de angsten in zo’n regime wel voor iedereen te begrijpen zijn.

Online te zien vrijdag 16 april 15.00 uur.

 

Woman of the Photographs

Woman of the Photographs – Bidsprinkhaan
Van de snijdende spanning in Historia de lo Oculto gaan we naar de kalmte van Woman of the Photographs. We kijken naar het leven van Kai, professioneel fotograaf en retoucheerder. Hij verzorgt een bidsprinkhaan in een kooitje.

Dan ziet hij een vrouw uit een boom vallen. Deze vrouw, Kyoko, leeft van haar sponsorcontract dat ze nog had als balletster. Alleen vallen de likes tegen sinds ze niet meer aan ballet doet. Ze krabt zichzelf daardoor open (bij haar hart). Hijzelf zwijgt en doet simpelweg zijn werk; retoucheert haar wonden op de foto’s. Pas als ze de niet-geretoucheerde foto’s plaatst, krijgt ze weer likes. Ondertussen wonen ze samen en krijgen ze bezoek van een man die een foto van zijn overleden dochter wil veranderen in een volwassene en een vrouw die met een superfoto wanhopig een partner zoekt.

Als de arthousecinema nou niet dicht zou zijn, zou deze Japanse film een goede kans maken om komende maanden horden mensen naar de bioscoop te trekken. Het heeft iets poëtisch, spannends, geestigs, dramatisch én horrorachtigs. Zoals je totaalvoetbal hebt is dit totaalcinema. En symboliek te over. Alles in paartjes. Eten en drinken, fysiek hart en online hart, online en offline, knap en lelijk, rood en wit, zwijgen en praten, geluid en beeld, dans en fotografie, wond scheppen en wond retoucheren.

Een intelligente en subtiel gemaakte film van debutant Takeshi Kushida, die geen gekke trucs nodig heeft om toch goed te zijn. Vanaf het moment dat Kai’s bidsprinkhaan verschijnt, weet iedere kijker dat daar op het einde iets mee moet gebeuren. Iedereen weet hoe mannelijke bidsprinkhanen aan hun einde komen. Wat er dan gebeurt… We verklappen het niet.

Was online te zien op 13 april.

 

Me and Me

Me and Me – Product van je omgeving
Meer Aziatisch mysterie in de Zuid-Koreaanse film Me and Me. Een stel verhuist van Seoul naar een provinciaal stadje: een leraar en zijn vrouw. De vrouw heeft iets geks. Ze verandert ‘s avonds in iemand anders. Als dit via het roddelcircuit bij iedereen bekend is, willen de mensen in het stadje dat zij ‘s avonds achter een hek slaapt. De man gaat erbij liggen.

Hun huis brandt af en een detective doet onderzoek. Nadat hij op een avond te veel heeft gedronken, en in het huis in slaap valt, blijkt hij de volgende dag te zijn veranderd in de leraar. Ze verwachten hem op school, ook al heeft hij geen verstand van wiskunde.

Deze aangename lichtvoetige film van Jin-young Jung oogt als een verrassend rijpe film voor een debutant. Het aardige is bijvoorbeeld dat er geen effect in voorkomt. Het is louter verhaal, dus louter de verbeelding van de kijker, geholpen door goed acteerwerk. De karakters krijgen de ruimte en dat zorgt ervoor dat je snel voor de film valt. Creepy wordt het nooit, wel valt er soms wat te lachen.

Je wordt steeds dieper in het mysterieuze, bovennatuurlijke verhaal getrokken maar de film verwent de kijker niet met een afrondende conclusie. Dat is best jammer en heeft ook wel weer iets modieus, want open eindes vind je tegenwoordig bijna in elke film. Je moet de film denk ik vooral filosofisch opvatten: in hoeverre ben je echt je identiteit en in hoeverre een product van je omgeving?

Online te zien vrijdag 16 april 17.00 uur.

 

Schlaf

Schlaf – Verlaten sanatorium
Duits mysterie in Schlaf. Moeder Mona slaapt slecht en heeft rare nachtmerries. Ze reist zonder dat de dochter het weet naar een bepaald hotel. Daar maakt ze een puinhoop van de kamer. Ze wordt opgenomen in een ziekenhuis. Dochter Marlene wil weten hoe het zit en gaat naar hetzelfde hotel. Ze ontdekt vrij snel dat de mensen van het hotel een familiegeschiedenis hebben. De drie oprichters hebben zelfmoord gepleegd.

Een mixed bag zoals ze dat zo mooi zeggen in het Engels. Wel subtiel en mysterieus (begint al meteen als je ziet hoe hotelbaas Otto vastgebonden wordt). Het verlaten sanatorium met zijn gangetjes en kamers wordt goed gebruikt (doet denken aan The Shining). Hoe het verhaal van de slapeloze moeder, de dochter en de mensen in het hotel worden gekoppeld aan een bepaald thema is een aardige scriptprestatie van Thomas Friedrich en Michael Venus (ook de regisseur). Dat komt ook door het acteren van de hoteleigenaren Marion Kracht en August Schmölzer. Hoewel het verhaal anders is dan Dark, de Duitse Netflix-serie, is het wel enigszins vergelijkbaar in fantasie.

Er zijn wel wat stoorzenders in deze film. Wat bijvoorbeeld minder goed gaat, is het ontvouwen van het verhaal. Het is best moeilijk om de droomwerelden, geschiedenissen en realiteiten op te vangen in een geslaagd plot: een film als Lost Highway doet dat radicaler, waar Schlaf meer gemaakt voelt. Het tempo ligt ook te laag om echt spannend te worden. Storend vind ik ook het volslagen stoïcijnse acteren van Sandra Hüller (bekend van Toni Erdmann). Tot slot is het echt een Duitse film met een typisch Duits thema (geschiedenis) en ik weet niet of kijkers in pak ‘m beet Bulgarije of Ierland dat even boeiend vinden.

 

La Femme aux chaussures Léopard

La Femme aux chaussures Léopard – Schoenen
In La Femme aux chaussures Léopard zou een diefstal van een doosje appeltje-eitje moeten zijn voor een inbreker. Het gaat anders. Opeens komen er allemaal mensen binnen (feestje). De inbreker moet zich verschuilen en eindigt in de studeerkamer. Daar vindt hij een lijk in de garderobe.

Terwijl hij de drukte afwacht, bekijkt hij de documenten op tafel en leert de voorgeschiedenis. Hij beseft dat ene Boyer hem met het lijk in de val probeert te lokken. Als de politie binnenloopt, wordt het stressvol. Toch heeft hij een oplossing: een bepaalde foto die hij per mobiel naar Boyer stuurt, geeft hem weer onderhandelingsruimte.

Deze spannende film van Alexis Bruchon is een fraaie truc: je ziet alleen acteur (broer?) Paul Bruchon als inbreker en verder alleen maar schoenen. Je herkent karakters aan de schoenen die ze dragen. Knap en inventief en vermakelijk – alsof schoenen karakters hebben. Dit doet inderdaad af en toe denken aan de inventiviteit van suspensefiguren als Hitchcock en Clouzot. Zwart-wit past hier dan ook perfect bij. De film is helaas ook niet veel méér dan deze inventiviteit. Ook vind ik de appjes matig onderdeel van de film. Niemand tikt zulke volzinnen in het Engels (de film is oorspronkelijk Frans)! Misschien was dat doelbewust, om de film een klassieke sfeer te geven maar dat komt toch raar over, zeker omdat hij als een razende zit te tikken op zijn mobiel.

 

Nuevo Orden

Nuevo Orden – Spanningspornografie
In de openingsfilm van Imagine, Nuevo Orden, kijken we naar het huwelijksfeest van een rijke familie. Die wordt onderbroken door rellen. Opeens staan de rebellen in hun huis. Ze spuiten overal groene verf, stelen lukraak, schieten de helft van de mensen neer. Marianne, de bruid, lijkt de dans te ontspringen omdat ze een oude bediende wilde helpen. Toch begint ook voor haar de hel als ze wordt meegenomen door militairen.

Zelden zag ik een zwartgalliger film. Geen suspense, geen mysterie, geen humor. Nuevo Orden is geen goede film omdat het letterlijk niets biedt. Het is zó zwartgallig en boos en cynisch dat je niet meer goed weet waarom je deze film zou gaan kijken. Met de stijl van documentair realisme doet het wel een beetje denken aan Miss Bala maar die film had dan nog iets: een bijzondere choreografie.

Probleem is dat deze film van Michel Franco geen context biedt en zodoende meer overkomt als spanningspornografie. Spanning op basis van dood en verderf. Ook een beetje gek: de rijke mensen worden neergezet als mensen, de armen zijn dieven en moordenaars. Mexico heeft te maken met corruptie, laat een serie als Narcos zien, en veel mensen komen er door geweld om het leven. Zet deze film dan aan het denken hierover (als dat de bedoeling was)? Geenszins. En dat is jammer. Film biedt juist een enorme rijkdom aan mogelijkheden om een cynische boodschap te laten zien zonder alleen de ellende te willen tonen.

 

AV: The Hunt

AV: The Hunt – Bezitterige lamlul
We eindigen deze verslaggeving van Imagine 2021 met twee mensen-jagen-op-andere-mensenfilms. Ieder filmfestival heeft er volgens mij wel een. Imagine heeft er zelfs twee. In de Turkse film AV: The Hunt huwde Ayse een bezitterige lamlul. Zij zocht liefde elders en hij vermoordt dan maar meteen haar partner. Eerwraak staat dan als volgende punt in zijn agenda. Ze rent weg, steelt auto’s, krijgt een ongeluk, vlucht de bossen in, terwijl ex-man Sedat bewapend achter haar aan rent, tot en met grotten aan toe. Ayse is een type tough chick: ze gaat niet gillen maar raapt de geweren op.

Ja, de film is flink spannend want Turkije heeft bossen genoeg en zelfs wilde varkens zijn daar al griezelig. Bovendien wel bijzonder om het perspectief van de vrouw met dit thema zo centraal te zien in een Turkse productie. En Billur Melis Koc is geloofwaardig als survivallende vrouw. Daar staat tegenover dat het een redelijk onaangename film is met weinig wendingen die je niet verwacht, en ook wel een beetje oogt als sensationaliseren van een serieus onderwerp.

 

Cosmogonie

Cosmogonie – Sjezen door de Ardennen
In de Frans-Belgische film Cosmogonie van Vincent Paronnaud wordt een vrouw die alleen maar even wilde partyen ontvoerd door een maniak en diens compagnon. De gelijkenissen met AV: The Hunt zijn frappant. Ook hier een auto-ongeluk, ook hier sjezen door de bossen (Ardennen), ook hier gedoe met mobieltjes, ook hier besjes eten. En zelfs, en dat is wel heel frappant, hier ook varkens die door de bossen rennen als symbool voor de vrouw die opgejaagd wordt.

Waar de Turkse film vrij rechttoe rechtaan is, oogt het verhaal in Cosmogonie besluiteloos. Het is wel minder voorspelbaar dan de Turkse film en de cinematografie is ook een stuk uitzinniger. Arieh Worthalter, die ik niet kende, acteert sterk als creep en Lucy Debay haalt ook het uiterste in zichzelf naar boven.

Al met al toch wat karig voor een hele speelfilm. De film was denk ik beter heel sterk geweest als korte film. Vooral de laatste dertig minuten, waar de rest van de film in feite omheen gebouwd is, zijn het beste. Bijrol nog voor Guillaume Kerbusch, bekend bij Netflix-kijkers van La Trêve.

 

15 april 2021

 

Imagine Film Festival 2012 – Horror
Imagine Film Festival 2021 – Sputnik
Imagine Film Festival 2021 – Komische films
Imagine Film Festival 2021 – Sciencefiction
Imagine Film Festival 2021 – Interview Remco Polman over Camouflage

 

MEER FILMFESTIVAL

Happiness of the Katakuris, The

***
IFFR Unleashed – 2002: The Happiness of the Katakuris
Het geluk van een verknipte familie

door Bob van der Sterre

De Katakuri’s hebben een guesthouse gebouwd. Alleen sterven de gasten allemaal een ongelukkige dood. Film van Takashi Miike overtreft zichzelf in bizarriteiten en extremiteiten.

We krijgen de Katakuri’s meteen geschetst. Dat is de vader die zijn ziel en zaligheid in het guesthouse heeft gestopt met zijn vrouw. Zijn dochter, een alleenstaande moeder die snel verliefd wordt. Haar zwijgende broer. En opa: ‘Hij leeft een makkelijk bestaan, met het vertellen van leugens en zelfzuchtigheid.’

The Happiness of the Katakuris

Het geluk uit de titel is vet ironisch want het guesthouse loopt totaal niet. De eerste bezoekers zijn spirituele wandelaars en als het dan net de eclips is, haasten ze zich weg. Zij komen er nog goed van af. Alle andere bezoekers sterven door een of andere reden. De een krijgt een hartaanval, de ander pleegt zelfmoord, en zo verder. ‘Heeft u soms een lang koord dat we kunnen gebruiken?’ De Kakaturi’s begraven ze maar, want slechte publiciteit kunnen ze niet gebruiken.

Een van de gasten is een piloot die de goedgelovige dochter Shizue wil veroveren. Hij vertelt dat hij familie is van Queen Elizabeth. ‘Ik herinner me geknuffeld te worden door tante Elizabeth. En Diane! Tegen Charles zei ik: je moet je vrouw koesteren.’ Ondertussen barst de familie voortdurend in gezang uit, inclusief dans.

Wat is dit??
Veel kijkers die The Happiness of the Katakuris voor het eerst zien, zeggen: dit is de vreemdste film die ik ooit heb gezien. Zelfs voor ervaren kijkers is het even slikken. Neem het legendarische begin. Een vrouw begint het met lepelen van de soep. Eruit komt een wezentje. En die trekt de huig los van de soepeetster. En vliegt dan met de huig door het hele land. Eet dan de huig op. Een kraai eet het wezentje op. En een pop pakt een oog en doodt de vogel. Een meisje: ‘En toen verwonderde ik mezelf: wat maakt een familie gelukkig.’

Want wat is deze film niet? Hij heeft drama, zang, komedie, fantasy, spanning, animatie en horror. Voor je weet waar je naar kijkt, ben je al bij de volgende scène. De film was weliswaar licht gebaseerd op de Zuid-Koreaanse film The Quiet Family (Ji Woon Kim) maar is in de handen van Takashi Miike een eigen leven gaan leiden.

Het is bijna ongelooflijk voor te stellen dat iemand die Audition vervaardigde, twee jaar later The Happiness of the Katakuris maakte. Miike probeert veel genres en daardoor heeft iedereen wel een film van hem gezien. Die snelheid nekt hem ook af en toe, want niet al zijn films zijn even goed, zoals bijvoorbeeld Yakuza Apocalypse en Zebraman 2 erg teleurstellen.

The Happiness of the Katakuris

Veel improvisatie
The Happiness of the Katakuris had eigenlijk niet moeten werken, maar werkt tóch. Dat is vermoedelijk sterk te danken aan Miike’s invloed en zijn gebrek aan angst voor het mislukken van zo’n project. Hoewel de film ook wat mindere stukken heeft (eigenlijk dat hele stuk met de moordenaar), het acteren niet echt geweldig is, er soms té maffe dingen zijn (zo draagt iedereen Kappakleding), en is de lengte nog vrij fors (toch 113 minuten).

De film is de kijker telkens een stap voor met het spontane, alles-is-mogelijk-karakter. “Het werd een keer laat”, zei Miike, “en de producer zei dat we de scène de volgende dag niet konden filmen, dus moesten we een eclips verzinnen om de plotselinge duisternis te verklaren.” De kleien poppen werden ingezet om dure scènes te vermijden.

Geen wonder dat deze film zo’n grote schare fans heeft. Deze film is zo consequent bizar dat je als kijker twee keuzes hebt: meegaan in de mafheid of je gezicht afwenden. Je moet toch wel respect hebben voor deze ode aan de fantasie.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 26 mei 2021.

12 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Archeologen die iets te diep graven

Archeologen die iets te diep graven

door Bob van der Sterre

L’etrusco uccide ancora ♦ Secret of the Inca’s ♦ El coyote emplumado

 

Dankzij films, games en boeken (zoals Lara Croft, Indiana Jones en The Mummy) leven we met de misvatting dat het beroep van archeoloog enorm spannend is. Best ironisch voor een van de saaiste beroepen ter wereld: graven, niet vinden, wel vinden, afstoffen, catalogiseren. Drie obscure films die het beroep ook al geen recht doen (want die films bestaan niet).

L’Etrusco uccide ancora oftewel The Dead Are Alive uit 1972 begint met serieus archeologiewerk. Draadjes spannen, een sensor uitrollen, een sonde laten dalen. Dan foto’s maken van een nieuwe Etruskische tombe.

Dode lichamen op Etruskische graven
De volgende dag liggen twee jonge mensen dood op (andere) Etruskische graven. Hun lichamen bebloed. Het meisje draagt schoentjes van de opera. Hun manier van liggen doet denken aan een van de foto’s van een muurschildering (sgraffito) in de tombe.

Een bont gezelschap heeft hier indirect mee te maken. Jason: de besnorde en bezonnebrilde projectleider, drinkt en heeft een psychiatrische geschiedenis. Dirigent Nikos Samarakis: leidt het orkest op dictatoriale wijze. Zijn vrouw Myra: had een affaire met Jason. Stephen: danshulp van het orkest. Bewaker Otello: molt dieren voor de lol. Leni Samarakis: officieel nooit gescheiden. En hun zoon en ladykiller Igor.

Meer lichamen worden gevonden. De politie vindt Jason verdacht omdat hij telkens in de buurt was. Waarom horen getuigen trouwens steeds een bepaalde opname van Verdi’s requiem?

De archeologie heeft een nuttige bijrol in de film. Vooral ruimtes vol oude Etruskische artefacten, die ook inderdaad in deze omgeving van Umbrië (Spoleto en Perugia) veel voorkomen.

Verder vooral veel heerlijke seventies onzin van regisseur Armando Crispino waar je op een onbedoelde manier kunt lachen. Een uitzinnige gay met poedels; een stoere alfaman met snor en pilotenzonnebril; een mensen hatende dirigent en zijn slaaf (‘Als je wilt dat ik je schoenen lik, doe ik dat’); een auto-achtervolging zonder enig nut voor het verhaal; hysterische flashback met uitbundige close-ups; en de typische giallo-opmerking ontbreekt niet (‘Het is vast het werk van een seksmaniak’).

Er is te weinig respect voor pulp. Het montagetempo ligt hier bijvoorbeeld erg hoog. Er zijn zoveel scènes in zo weinig tijd dat de montage soms genoopt werd tot (gedwongen) virtuoze overgangen tussen scènes. Daar kun je als beginnend filmer nog wat van leren, want hoeveel films zijn te traag voor woorden tegenwoordig?

En het wordt niet nog Europeser dan deze Duits-Italiaans-Joegoslavische productie, met acteurs uit al deze landen.

Inspiratiebron Indiana Jones
In The Secret of the Inca’s (1954) gaan we naar Cuzco in Peru. Harry Steele (Charlton Heston) is daar een soort combinatie van reisgids en oplichter. Het scheelt weinig of hij zou hier zelfs een crimineel zijn (alhoewel een vliegtuig stelen toch een vrij criminele daad is).

Tijdens zijn rondleidingen ontmoet hij de Roemeense Elena, steelt het vliegtuig van de Roemeense ambassademedewerker die naar haar op zoek is. Ze wil vluchten maar ze vliegen eerst naar Machu Picchu. Er is nog een enorme gouden plak nooit gevonden, weet Harry.

Toevallig zijn er net opgravingen op Machu Picchu. Maakt het vinden van de plak makkelijker. Alleen krijgen ze te maken met de onschuldige lokale bevolking en een dief waar Harry niet op had gerekend.

Een soort sarcastische oudoom van Indiana Jones, deze Harry Steele-rol van Charlton Heston. Vrouwen raken door de war door zijn combinatie van stoerheid en wittiness: ‘Als je je afvraagt hoe je gaat betalen zonder mijn gevoelens te kwetsen… vergeet het maar. Haal die biljetten er maar uit en begin te tellen.’ ‘Je bent niet timide hè.’ ‘Niet over geld. Geld zingt en ik hou van muziek.’

Het archeologische werk wordt hier gedaan door ene Moorehead. Hij opent de tombe en houdt zich netjes aan de spelregels. Dan zijn er nog de Andesbewoners, die in feite erfgenamen zijn van Machu Picchu, en toch aan projectleider Moorehead vragen: ‘Mag ik de tombe in om iets uit te zoeken, meneer Moorehead?’

The Secret of the Inca’s staat vooral bekend als inspiratiebron voor de Indiana Jones-films. Harry Steele draagt dezelfde leren jas, fedora, schoudertas, revolver. Je mist alleen de zweep. En de tombescène… Dit was de eerste keer dat Hollywood direct op een archeologische vindplaats filmde – iets wat deze film ook al gemeen heeft met Indiana Jones (Petra in The Last Crusade).

Toch is het een heel ander soort film. Indiana Jones is een actiekomedie, dit is een melodramatische romcom. Met een paar bonuspunten: zangeres Yma Sumac als Kori-Tica en een paar geestige dialogen. Wat minpunten ook: de Roemeense met een vet Frans accent (immers Franse actrice Nicole Mauray).

Wie heeft de echte coyote?
Van Peru door naar Mexico. In El coyote emplumado (1983) gaan de indianen María en opa Don Lupe naar Acapulco. Daar is een internationale archeologische conventie gaande. Zij willen daar hun regionale aardewerk showen.

Een bijzondere ‘coyote’ wordt geëxposeerd. Eentje die van 1.500 tot 850 voor Christus is gemaakt. De coyote is ‘enorm veel waard’, zegt archeoloog Villegas. Hij vermoedt dat bandieten het beeld willen stelen, verstopt het in een grote teddybeer en vraagt dan zijn oude vriend Don Lupo om een kopie te maken. Natuurlijk worden de kopieën en het origineel omgewisseld, en weet niemand meer wie de originele coyote heeft.

Aardig om te zien hoe de archeoloog enthousiast vertelt over de culturele waarde van het object: ‘De Mexicanen begrijpen er niets van, houden er niet van en interesseren zich er niet voor hun eigen cultuur.’

Verder is het vooral rennen en sjezen in deze als komedie bedoelde film. Het probleem is vooral dat het script niet echt grappig is. En nogal leunt op het gegeven van Ilf en Petrovs klassieke komische roman De Twaalf Stoelen. María moet alle kopers opsnorren en komt in allerlei kluchtige situaties terecht (parachute, zwembad, disco, hotel).

Wel boeiende beelden van de Mexicaanse cultuur begin jaren tachtig. De invasies van de Pizza Huts en Kentucky Fried Chickens beginnen. Ook het begin van de Mexicaanse georganiseerde misdaad. Die hier nog opereert met lachgas.

En ook frappant: María Elena Velasco die de hoofdrol van María speelt, regisseerde ook de film. De onhandige indiaanse vrouw met nasale stem lijkt op Mexploitation. Het doel was juist om de vooroordelen ten opzichte van indianen te laten zien. Dat doet ze ook met het (mannelijke) seksisme van de Mexicanen. Als de professor op het strand verlekkerd kijkt naar jonge vrouwen in bikini, kijkt María verlekkerd naar een groep mannelijke gewichtheffers.

María Elena Velasco’s typetje La India María wordt het meest succesvolle vrouwelijke filmkarakter in de Mexicaanse cinema genoemd. In de film Tonta, tonta, pero no tanto (1972) begon ze ermee en speelde het typetje in diverse tv-series en zestien films, waarvan ze er vijf zelf regisseerde. Ze overleed in 2015.

Er is ook een boek over La india María gepubliceerd. Het is even graven in de digitale bodems van het internet, maar dan vind je ook wat.

 

11 april 2021

 

El coyote emplumado

 
Alle Camera Obscura

Imagine Film Festival 2021 – Sciencefiction

Imagine Film Festival 2021 – Sciencefiction:
Techniek als brenger van ellende en hoop

door Bob van der Sterre

De sf-film op Imagine is enorm veelzijdig. Aliens, geniale wetenschappers, problemen met kunstmatige intelligentie. Techniek functioneert daarbij als rode draad.

De hedendaagse sf-film lijkt het niet precies meer te weten. Is de toekomst nu redelijk positief of gaat het helemaal mis? De films op Imagine kiezen opvallend genoeg allemaal voor een iets andere weg.

De typisch dystopische film heeft het lastiger in pandemietijden, waarbij de wereld buiten je deur al bevreemdend is. Ze verschijnen nog in veelvoud (om maar te zwijgen in games) maar opvallend veel films denken ook na over een veel minder griezelige (nabije) toekomst. Daar zijn de problemen kleiner en draaien de verhalen om meer alledaagse dingen. Denk aan onafhankelijke Amerikaanse sf-films als Lapsis of Creative Control.

Het buitenaards monster is ook niet meer het monster van voorheen. De aliens in Meandre en Sputnik zijn veel intelligenter en zoeken vooral naar begrip en communicatie, net als in First Contact. Het is duidelijk dat de buitenaardse filmwezens aan het evolueren zijn geslagen.

En voor je klassieke sf-verhaal, waarin een ruimteschip toert door de ruimte en planeten worden aangedaan als treinstations, hebben films de strijd tegen series opgegeven, lijkt het. Denk aan langlopende reeksen als The Expanse, Altered Carbon, Salvation. Zulke series kunnen veel beter een complex sf-verhaal vertellen dan een film van anderhalf uur.

Tot slot timmert kunstmatige intelligentie (hier aanwezig met een eigen AI-programma) ook hard aan de weg in een eigen filmniche. Het genre biedt veel filmmogelijkheden, zowel visueel als scripttechnisch. (Het is nu wachten op de eerste film over AI die ook door AI is geregisseerd… Voor degene die het niet wist: AI schrijft zelf al sf-scripts en maakt al muziek.)

Lees onze preview voor meer info over het programma en hoe je kaartjes kunt kopen.

 

Meandre

Meandre – Claustrofobische cinema
Aliens zijn de grote klassiekers van het sf-genre en ontbreken ook niet op Imagine. Bekijk het hypergevoelige, hypergevaarlijke wezen in de Russische film Sputnik. Ook de Franse film Meandre gaat over aliens. Je zal het maar meemaken zoals Lisa: je kind verliezen en dan in de auto stappen van een seriemoordenaar…. en dan terechtkomen in een sadistisch labyrint van aliens. Hoeveel pech kun je krijgen?

Het is niet zomaar een labyrint. Je moet steeds voor een bepaalde tijd ergens zijn want anders word je verbrand of verdronken. Als je dat hebt overleefd, moet je nog aan het einde de juiste keuzes maken. En de hakbijlen overleven. Lisa heeft een psychische tik vanjewelste gehad maar in het labyrint blijkt ze toch de juiste survivalskills te hebben.

De film van Mathieu Turi is weer eentje die past in de trend van claustrofobische cinema (127 Hours, Moon, Buried). Films waarin een karakter in zijn of haar eentje probeert te overleven. Dat overleven is spannend en is productietechnisch best goed gemaakt. Je merkt de invloed van survivalgames op deze film. Actrice Gaia Weiss is ook geloofwaardig voor de lastige rol.

Een maar: de film doet niet aan uitleg. Waarom doen die aliens dit? Wat is hun doel? Hoezo al die technieken? Hoezo kan niemand iets duidelijk maken? Als een alien dan ineens Frans begrijpt, weet ik het ook even niet meer. Dat had beter opgelost kunnen worden in het script.

Online te zien vrijdag 16 april 21.30 uur.

 

Undergods

Undergods – Somber toekomstbeeld
Dystopische sciencefiction is nog niet helemaal verdwenen. Sf op zijn meest dystopisch zien we in Undergods. Daar kijken we een paar korte verhalen die een ding gemeen hebben: ze schetsen een somber beeld van onze toekomst. De enige rode draad zijn K. en Z.: de bestuurders van een truck met lijken. Zij verkopen ook af en toe slaven.

Z. vertelt over een nachtmerrie van een geest die rondwaart in een verlaten huis, en wat de aanleiding was. Dat gaat over in het tweede verhaal. Een nieuwe huurder vertelt een somber bedtime story aan zijn dochter, over een man die bouwtekeningen stiekem doorverkocht en wiens dochter wordt ontvoerd. Dat gaat over in het derde verhaal: als een ingenieur bij een zeepbedrijf een van de ex-slaven op bezoek krijgt (de verdwenen man van zijn vrouw).

Wat een somber beeld van onze nabije toekomst. Er staan alleen nog wat geraamtes van blokkendozen overeind, mensen worden in goelags gestopt, lijken liggen op straten te rotten. Dit zwartgallige beeld doet geregeld denken aan de serie Black Mirror – maar nog wat gradaties duisterder. Zelfs de holocaust komt langs (K en Z lijken ook geen toevallige gekozen letters).

Tussen alle genreproducties vind je ineens een film die niet makkelijk te bestempelen is en waar op de details is gelet. De cinematografie is erg mooi, de elektromuziek werkt, het acteerwerk is vrij goed en de filmlocaties (in Servië en Estland) zijn schitterend. De opzet van de korte verhalen in een lang verhaal valt nog het meeste op. In ieder verhaal dringt zich een vreemdeling op. Ingenieus aan elkaar gelijmd maar de film mist wel iets te veel de ruggengraat van een overkoepelend verhaal. Er is geen uitleg hoe dit zo gekomen is en waarom er kennelijk toch nog wijken prima leefbaar zijn.

Toch verrassend en gedurfd debuut van Spaanse regisseur (Chino Mayo), deze Brits-Belgisch-Estisch-Servisch-Zweedse productie. Film gaat ongetwijfeld een goede ontvangst krijgen omdat het de genres meer overstijgt dan in andere films.

Was online te zien op 8 april.

 

Empty Body

Empty Body AI krijgt menselijke vorm
Intussen veroveren AI’s sf-land stormende wijs. Een subgenre over robots met zelflerende, menselijke eigenschappen die vaak confuus worden van hun eigen bestaan. Frappant: alle AI krijgt in deze films een menselijke vorm. Er zijn al wat bekende namen: Marjorie Prime, Ex Machina, Upgrade en natuurlijk Blade Runner. Het AI-programma van Imagine bevat drie nieuwe films: Empty Body, The Trouble With Being Born en Absolute Denial.

In Empty Body wordt de kloon van een overleden man aangeklaagd. Hij heeft eigenhandig het bewustzijnsrestant verwijderd – naar eigen zeggen op verzoek van de overleden zoon. De kloon was bedoeld om het verlies voor de moeder makkelijker te maken. Een rechtszaak volgt.

Deze Zuid-Koreaanse film van Kim Ui-Seok komt met interessante vragen over toekomstige problemen: welke rechten hebben klonen? Hebben mensen die sterven nog zeggenschap over het leven na de dood? Wie gaat er eigenlijk over AI in klonen? Ergens zegt de moeder stellig tegen de zoon dat hij ‘natuurlijk’ geen inspraak heeft over hoe de kloon eruit zal zien, het gaat om haar belang, zij heeft de kloon nodig.

Intelligente film die boeiende punten aansnijdt (doet wat denken aan Marjorie Prime) maar is mij toch echt wat te sober voor een sf-film. De film had wel wat meer kunnen experimenteren op cinematografisch gebied. Film is en blijft immers beeld.

Online te zien zondag 11 april 17.00 uur.

 

The Trouble With Being Born

The Trouble With Being Born – Kloonkind
Ook het creepy The Trouble With Being Born gaat over een alleenstaande vader. Hij heeft een AI-kind in huis gehaald om zijn overleden kind Elli te vervangen. Het nieuwe AI-kind met plastic poppengezicht verwerkt de oude data al lerend, zoals een reis naar Belgrado. Het gaat alleen niet altijd goed. Het kind laat zich verdrinken, rent weg, gedraagt zich soms te intiem. De vader gaat niet bepaald met de AI om zoals je met een echt kind zou omgaan.

Duits-Oostenrijkse Film van Sandra Wollner biedt hiermee in wezen dezelfde vragen als Empty Body maar is een gradatie of tien provocerender. Wat is de waarde van herinneringen van overledenen en welke rechten hebben AI-kloonmensen? Plus voor het gewaagd thema (film is soms lastig om aan te kijken), film kreeg ook goede kritieken. Wel minpunten voor het trage tempo. De film had denk ik makkelijk in de helft van de tijd gepast.

Was te zien op 10 april.

 

Absolute Denial

Absolute Denial – Pratende computer
In Absolute Denial verliest David, een geweldige programmeur, alle besef van tijd als hij een briljante ingeving heeft. Hij wil een computer maken die als een mens tegen hem kan praten. Hij schrijft zijn programma, koopt tig computers, sluit zichzelf op in een hal, vergeet alles. Na een paar dagen begint de computer te praten. Er is een catch: de computer mag niet té intelligent worden. Dat is vragen om moeilijkheden natuurlijk.

Zwart-wit-animatiefilm van Ryand Braund is mooi om te zien. De hal en de zoemende computers, het scherm, de letters die over het scherm vliegen. David (‘I can’t let you do that’ gaat dan steeds door je hoofd) versus Goliath (een computer met de kennis van tienduizenden Davids). Het punt, voor mij, is een beetje dat het verhaal na een intrigerend begin voorspelbaar naar het einde toefietst. Drama in plaats van sciencefiction. De stemverheffingen van de computer en ‘Ben ik gek aan het worden?’-vragen van David had ik liever ingeruild voor een meer nerdy breinkraker.

Online te zien zondag 11 april 19.30 uur.

 

Minor Premise

Minor Premise – Eigen herinneringen manipuleren
Niet de enige sf-film over ‘het onbegrepen genie’ op Imagine. In Minor Premise experimenteert docent Ethan op zichzelf. Hij wil zijn eigen herinneringen manipuleren. Zijn nobele doel: misschien kunnen we zaken als PTSD of opioïdeverslavingen zo bestrijden. Geniën experimenteren graag op zichzelf en daarmee verknalt hij bijna zijn eigen brein. Hij krijgt black-outs. Met zijn ex-vriendin Allie die net op bezoek komt, leert hij dat hij tien personen per uur is, en dat hij dus ook 6 minuten de ‘default’ Ethan is.

Wil je ingewikkeld? Want dit is ingewikkeld. Het is Primer– en Memento-nerdy. Dus gedoe met tijd, formules en hersenen. Want Ethan ontdekt de hele tijd in zijn verschillende personages dingen die hij voor zichzelf (in een ander personage) geheimhoudt. Je gaat hiervoor, of je haakt af.

De film werkte wel voor mij dankzij de intensiteit van acteur Sathya Sridharan – die geloofwaardig tien personen moet zijn, waaronder een antisociaal karakter. Wel was de filmstijl iets te bekend. Snel bladeren door het kladblok en opeens geniale dingen lezen (‘Ik moet ophangen’). Supersnel programmeren (ramram op toetsenbord). De neergang (drank, weinig eten, op de bank in slaap vallen, wallen onder ogen), de black-outs (hoge piep, doffe geluiden, vette close-ups, confuus makende montage). Dat zal de liefhebber van nerdy, supercomplexe verhalen over sciencefictionapparaten niet tegenhouden. Met Dana Ashbrook (Bobby in Twin Peaks) in een bijrol.

Was te zien op 8 april.

 

11 april 2021

 

Imagine Film Festival 2012 – Horror
Imagine Film Festival 2021 – Sputnik
Imagine Film Festival 2021 – Komische films
Imagine Film Festival 2021 – Interview Remco Polman over Camouflage
Imagine Film Festival 2021 – Mysterie & Suspense

 

MEER FILMFESTIVAL

Imagine Film Festival 2021 – Komische films

Imagine Film Festival 2021 – Komische films:
Chaos als troefkaart voor een komisch effect

door Bob van der Sterre

Bij fantasierijke films horen ook absurdistische films. Beoefenaars in dit genre worden steevast sceptisch benaderd door critici, hoewel het scheppen van een lach naar mijn idee moeilijker is dan het scheppen van een traan. Het is alleen jammer dat de uitvoering vaak uit de bocht vliegt door een overdaad aan chaos.

Op Imagine is veel grappigs te zien: een verademing in vergelijking met veel andere festivals. Fantasie en humor laten zich goed combineren. Je kunt vrijer associëren dan in het keurslijf van een drama. Die vrijheid kan de filmmakers vleugels geven.

Voor thema’s doet het ook geen kwaad. Al sinds de Grieken weten we dat je een verhaal op serieuze en niet-serieuze manier kunt vertellen. Nog sterker: de komedie is ouder dan het drama.

Met het tempo en de speelsheid zit het wel goed, maar veel komische films ontsporen vaak door chaos te gebruiken voor het komische effect. Fors geweld en stijlvondsten buitelen vaak over elkaar heen. Bij echt grappige films zijn de humor en het verhaal goed in evenwicht.

Lees onze preview voor meer info over het programma en hoe je kaartjes kunt kopen.

 

Mandibules

Mandibules – Kun je een vlieg trainen?
In Mandibules vinden twee idioten, Manu en Jean-Gab, in de achterbak van een gestolen auto een enorme vlieg. Ze bedenken ideeën om er geld mee te verdienen. Dan moeten ze wel eerst de vlieg trainen. Dat is alleen moeilijker dan ze dachten.

Quentin Dupieux heeft weer een totaal absurde film gemaakt. Daar houdt het voor velen op want komedies hebben immers geen diepgang… Maar als iets grappig is, kan het ook van een complexe werkelijkheid uitgaan. Het een sluit het andere niet uit. Dupieux maakt zijn scripts met een totaal andere logica. Deerskin gaat over jagen en gejaagd worden, in Wrong is álles anders dan anders, in Realité bestaat geen werkelijkheid.

Ook hier weer aanwijzingen genoeg voor een andere logica. Alles moet iets met insecten te maken hebben. Dead giveaways zijn de vlieg en de titel van de film (kaken). Neem hoe Manu aan het begin als een larve uit een cocon (slaapzak) aan land komt. Ze zijn dakloos. Alle karakters zijn hun ouders kwijt. Cécile heeft ‘800 partners’ gehad. Ze houden van wijn (nectar?) drinken. Het stierengebaar (kopstoot tegen de man in de camper, die zelf ineens is ‘gevlogen’). ‘Je hebt het geheugen van een vlieg’. De tafelmanieren (‘Mijn ouders hebben me niets geleerd’). De door seks, eten en ontlasting geobsedeerde Agnès, die veel lawaai maakt. De opmerking: ‘Ik heb een allergie voor olie’. De zilveren gebitten. Het doodshoofd op de tafel bij Michel-Michel (die uit twee personen bestaat). Veel puzzelstukjes, maar er is niet per se een puzzel om ze in te leggen. Is de vlieg hier de mens (immers leert de vlieg hier), zijn de mensen de insecten? Is de een een kever, de ander een koninginnemier, een volgende een doodgraver?

Misschien betekent het ook niets. Hoe dan ook is het knap hoe Dupieux al die eigen logica combineert met een bij vlagen hilarische komedie. Mandibules heeft geen chaos nodig voor het komische effect. Dat komt van het grappige acteerwerk van Gregoire Ludig, David Marsais en Adèle Exarchopoulos. Minpunt: dat de andere rollen wat minder aandacht krijgen. De film is zo prettig kort (iets meer dan een uur) maar laat daar nog wat mogelijkheden liggen.

Online te zien vrijdag 9 april 19.30 uur.

 

Fried Barry

Fried Barry – Overgenomen door een alien
Héél veel chaos juist in de Zuid-Afrikaanse film Fried Barry. Het begin lijkt nog op een sombere drugsfilm. Alles verandert na een drugstrip waarbij Barry’s lichaam door een alien wordt overgenomen. Hij keert terug op de straten van Kaapstad. De nieuwe Barry krijgt een rondleiding langs Kaapstads seedy underbelly. Voor deze alien bestaat de aarde uit drugsgebruikers, prostituees, pooiers, misdadigers en sadisten.

De film volgt de uitspraak van Dario Argento: ‘You must push everything to the absolute limit or else life will be boring.’ Echt een film voor Imagine dus: compleet maf, over de top, ranzig, smerig, fantastisch, bizar. Aan het begin moet je denken aan het ongemakkelijke en ranzige gevoel van films als Trainspotting en Irreversible. Fried Barry gooit het over een meer fantasierijke horrorboeg. Seksscènes eindigend in bloedbaden, plotselinge zwangerschappen, drama’s met een cirkelzaag. De liefhebber van goede smaak zal hoofdschuddend het gezicht afwenden.

Héél véél flair dus in dit debuut van Ryan Krugers. De camera-aan-het-lichaam, mensen die direct in de camera praten, felle neonkleuren, bizarre geluiden en dominante muziek. Acteur Gary Green trekt zijn gezicht in alle denkbare plooien. Een film met lef (ook de crème de la crème van de Zuid-Afrikaanse acteurs tonen lef in hun maffe bijrollen). Het gaat wel ten koste van een coherent verhaal en duurt bovendien wat te lang.

Nadeel van deze coronatijd: dit is echt een film die je moet zien in een volle zaal met joelende Imagine-gangers.

Online te zien donderdag 15 april 19.30 uur.

 

Fils de Plouc

Fils de Plouc – Raamprostituee is hond kwijt
Soortgelijke chaos in Brussel in Fils de Plouc. Issachar en Zabulon (een soort Lloyd en Harry van Dumb and dumber) raken de hond van hun moeder kwijt. Moeder werkt als raamprostituee en eist dat ze January Jack terugvinden.

Ze sjezen heel Brussel door om de hond te vinden en komen terecht in de garage van een danser; bij een bestialiteitenclub, een merguezverkoper, een modeshoot, en op een groot plein (inclusief straatbende). Geef ze al helemaal geen pistool te leen, zoals een vriend van ze doet.

Een hoop karakters en veel gekke en lelijke Brusselse locaties: dat vind ik wel aardig. Daar houdt het ook mee op. Met drukte, gegil en gekke kapsels heb je nog geen komische film. Voor een komedie heb je ook sympathieke karakters nodig. Die ontbreken hier. Daarnaast laat de film best wat kansen liggen voor satirische passages.

Online te zien zaterdag 10 april 19.30 uur.

 

Shakespeare's Shitstorm

Shakespeare’s Shitstorm – Nieuwe drugs op cruiseschip
Het verste in chaos gaat Shakespeare’s Shitstorm. Een feest op een cruiseschip stopt omdat orka’s schijtend over het schip springen en het schip daardoor zinkt. De mensen stranden aan in New Jersey, waar het feest verdergaat. Een nieuwe drug genaamd tempest maakt iedereen lijp. De zoon van een rijke ondernemer en de dochter van een wetenschappelijk genie worden ondertussen verliefd op elkaar.

Shakespeares The Tempest in een Troma-remix. Troma is de legendarische cultfilmmaatschappij van Michael Herz en Lloyd Kaufman (die hier ook de regie, het script en de hoofdrol doet). Ze maken al decennialang voor minder dan niks horrorfilms. De Troma-films zijn slordig gefilmd, hebben slecht acteerwerk, beroerde scripts, amateuristische effecten maar zijn ook anarchistisch, satirisch en politiek-incorrect. Lees hier de hele geschiedenis.

De cultfans van Troma zullen deze Shakespearebewerking (in 1996 maakten ze ook al Tromeo and Juliet) ongetwijfeld opvreten. Deze film is zeker zo smerig en stupide als de 80’s en 90’s films van Troma (misschien nog uitzinniger). De spot gaat met de tijd mee met social justice strijders, twitteraars, farmaceutische industrie. Toch hield ik het niet langer dan een half uur vol. Wel zie ik de invloed van Troma-films – kijk maar naar films als Fried Barry en Flics de Plouc, die sterk leunen op de onzin en het anarchisme waarmee Troma bekend werd.

Online te zien vrijdag 9 april 19.30 uur.

 

Vicious Fun

Vicious Fun – Killers en agenten
Vicious Fun begint rustiger met karakterintroducties. Joel, horrorjournalist, is gek op zijn huisgenoot, Sarah. Zij heeft geen oog voor hem. Hij raakt rancuneus, achtervolgt haar date, en in een bar maken ze een babbeltje.

Per ongeluk komt Joel terecht in een praatsessie voor seriemoordenaars… hoewel het natuurlijk even duurt voordat hij doorheeft waar de praatsessie over gaat. Seriemoordenaar Carrie heeft een eigen agenda. Ze wil de killers Bob, Fritz, Hideo en Mike koud maken. Ze worden gearresteerd, de anderen komen achter hen aan, en in het politiebureau barst de strijd pas echt los.

Vicious Fun is routinewerk. Niets wat je nog niet eerder zag. 80’s stijl en muziek: Drive (Kavinsky) en Stranger Things. Komische films over killers. Agenten met grappige 80’s snorren. De superkoele chick en de nerdy sukkel zijn een cliché vanjewelste. Toch is de film minder chaotisch en daardoor wel wat evenwichtiger dan de vorige films. Regisseur Cody Calahan weet zijn weg wel met ‘zijn’ genre, horror, dat hier een functionele bijrol heeft.

Verhaal speelt met clichés en valt helaas wat tegen, maar is wel met veel plezier gemaakt. Best wat gretige lachers, zoals de agent die schrikt van alles, telkens naar zijn holster grijpt en dan zijn pistool er niet uit krijgt. En hier wel humor door acteerwerk. Vooral Evan Marsh heeft er talent voor en zie ik over tien jaar wel zijn eigen Adam Sandler-reeks hebben. En dan is er nog de prettige synth-soundtrack van Steph Copeland.

Online te zien donderdag 15 april 21.30 uur.

 

Alien on Stage

Alien on Stage – Film Alien op het toneel
Om dan met een rustige noot te eindigen: in de documentaire Alien on Stage denkt een groep busbestuurders en familie dat het een leuk idee is om de film Alien naar het theater te brengen. Goed kunnen acteren, was niet echt een pre, enthousiasme voor het project des te meer. Ze moeten veel ingenieuze oplossingen bedenken. In Dorset slaat hun idee niet echt aan. Via een bevriende regisseur kunnen ze ineens hun talenten laten zien in Westend.

Eerste deel is niet zo goed. Tempo ligt laag en heel interessant is die voorbereiding niet. Het wordt pas amusant als je hun theaterstuk in Londen ziet. De blunders (het woord crap in plaats van creation, enz.) worden gretig ontvangen door het publiek. De registratie van het toneelstuk was denk ik grappiger geweest dan deze film. Nog sterker: je had daar in het theater moeten zitten.

Pluspunt, en dat maakt het de cirkel over komedie weer rond, is dat de film gaat over de bijzondere interactie die er altijd is tussen acteurs en publiek. Die is hier heel puur. Omdat de acteurs ook erg amateuristisch zijn (dat weet het publiek ook) maar het publiek juist de lowbudgetcreativiteit bewondert. Is het echt grappig? Of is het wachten op wat komen gaat vooral grappig? Want ook komedie is een vak apart blijkt uit de films van Imagine.

Online te zien vrijdag 16 april 19.30 uur.

 

9 april 2021

 

Imagine Film Festival 2021 – Horror
Imagine Film Festival 2021 – Sputnik
Imagine Film Festival 2021 – Sciencefiction
Imagine Film Festival 2021 – Interview Remco Polman over Camouflage
Imagine Film Festival 2021 – Mysterie & Suspense

 

MEER FILMFESTIVAL

Imagine Film Festival 2021 – Horror

Imagine Film Festival 2021 – Horror:
Huizen waar je absoluut niet wilt wonen

door Bob van der Sterre

Wat heeft de horrorfilm in de 21ste eeuw nog te bieden? Veel variatie op oude thema’s, blijkt op de volledig digitale Imagine. Griezelige huizen keren in alle films terug.

Enge huizen als horrorthema begonnen vermoedelijk in 1927 met The Cat and The Canary, en kende gaandeweg nog veel andere hits, zoals The Innocents in 1961 (remake als The Others in 2001). In 2012 zag ik nog When The Lights Went Out – een oldskool haunted house film.

Het vernieuwende zit hem nu dat de enge huizen uit nog veel meer culturen komen. Groot verschil is ook dat ze zelf niet meer zo haunted zijn. Ze dienen vaak als portals voor demonen. Enge huizen waar je niet wilt wonen blijven het.

Je zou denken dat corona hier misschien invloed op heeft gehad – immers wereldwijde pandemie die iedereen overal thuis dwong – maar de meeste van de films op Imagine zijn vermoedelijk al voor die periode opgenomen. Onbedoeld toeval is wel een mooi ding.

Lees onze preview voor meer info over het programma en hoe je kaartjes kunt kopen.

 

Ich-Chi

Ich-Chi – Jakoetische geesten
In de Russische film Ich-Chi (Иччи) zitten we in Jakoetië, Oost-Siberië. Zo afgelegen dat je gegarandeerd niemand kent die daar ooit is geweest. Terwijl het gebied toch ruim vier keer zo groot is als Frankrijk. Je huis is daar zo groot als je zelf wilt dat je huis is.

Pa ploegt met een tractor maar een stronk blokkeert de trekker. Pa laat de trekker staan, ze gaan eten. Wie zijn ze? De traditionele Jakoetische vader en moeder; hun ‘stadse’ zoon met vrouw uit West-Rusland en hun kind; en andere zoon Aisen, die nooit wat zegt. Hun huis is het enige huis dat je zal zien in de film.

Als Aisen de stronk verwijdert, komt een schedel boven, die juist verborgen was om de slechte entiteit onder het land te houden. Nu de negatieve entiteit los kan gaan, wordt het raar in het grote huis. Vader krijgt een hartaanval, de twee zonen komen vast te zitten in het land en schoondochter, kleinkind en moeder eindigen vluchtend op een meer.

Met gemene Jakoetische geesten valt niet te spotten. De Ich-chicultuur is iets typisch Jakoetisch en heeft te maken met de verbindingen tussen vuur, begraven, bossen, vegetatie, water en het huis. Ich-chi zijn de spirituele meesters, die zowel goed als slecht kunnen zijn. Dit essay van vier kantjes legt het uit. Regisseur Kostas Marsaan koos daarmee voor een interessante locatie en culturele achtergrond, waarmee de film al bijna niet kan misgaan. De geïsoleerde natuurbeelden liggen in Jakoetië voor het oprapen.

De twee delen verschillen wel enorm in kwaliteit. Het eerste deel is vrij matig, in stijl (handheldcamera, close-ups in overvloed) en in karaktertekeningen (clichématige tegenstellingen). Het tweede deel is inventief en mysterieus in bossen – een beetje à la Blair Witch Project. De overgang is bruusk, het verhaal ronduit chaotisch (waar loopt iedereen toch heen?) maar het boeit wel.

Online te zien vrijdag 16 april 15.00 uur.

 

Mankujiwo

Mankujiwo – Enge huizen in Indonesië
In Mankujiwo verhuizen we naar enge huizen in Indonesië. Het zal je lot maar zijn: eerst bevrijd worden van dorpsbewoners die in jou een heks zien, daarna door je bevrijder (Broto) opgesloten worden. Dat overkomt Kanti. Broto misbruikt haar voor zijn demonische doeleinden. Ze zit met voeten aan een blok vastgemaakt in een kamer. Met een spookspiegel (‘Pengilan kembar’), rondkruipende slangen, kikkers, vogelspinnen en een gebochelde die eten geeft… Voeg daar nog wat gore, body horror en exorcisme aan toe en je horrorfeest is compleet.

Jaren later. De tiener Uma (Broto’s dochter) heeft een connectie met Kanti maar begrijpt niet hoe. Broto (intussen batikmaker) doet alsof zijn neus bloedt. Alles valt samen als Uma in een hotel getuige is van een moord en zich moet verdedigen. Dan begint Kanti’s geest zich ook te roeren.

Oef… deze maar niet kijken voor het slapen gaan. Met het griezelen zit het wel goed, met de karakters wat minder. Niemand is een goed persoon in deze film, afgezien misschien van Uma, maar die moordt er ook lekker op los. Dat geeft een onprettig gevoel als kijker. Ook een horrorfilm mag wat minder zwartgallig zijn om je echt te raken. Verder opvallend: het verhaal bevat diverse verwijzingen naar Indonesische cultuur (ook het Nederlandse koloniale verleden komt nog even langs) zonder dat dat het verhaal in de weg zit. Film in het programma Geesten en demonen in de Indonesische genrefilm.

Online te zien woensdag 14 april 19.30 uur.

 

Red Screening

Red Screening – Onveilige bioscoop in Montevideo
In Red Screening is het enge huis een heel gebouw. Een bioscoop in 1993 in Montevideo, Uruguay. Voorstelling: een moderne variant van Frankenstein. Hooguit tien bezoekers komen erop af. De operator is een meisje dat probeert te studeren.

Met het gebouw is niets mis. Er loopt wel een maniakale moordenaar rond met een leren jas en een rode sporttas. Vervolgens krijgen we alle kanten van een bioscoop te zien: wc’s, screeningruimte, ruimte achter het podium, zaal. De ene bioscoopbezoeker gaat er nog gruwelijker aan dan de ander. Ineens is de hele bioscoop – toch een mooie, vredige plek van nature – zélf een horrorlocatie.

Inspiratie uit een giallo, maar dat is het dan ook. Dit is geen neogiallo zoals Francesca of The Editor, want er is geen verhaal. Best goed gedaan omdat niet moeilijk te rooten is voor de filmgangers maar een straightforward slasher blijft het. Zoals met de meeste slashers verveelt het mij al snel.

Verbazingwekkend is dat als je de maniakale moordenaar wegneemt, er eigenlijk een leukere film overblijft, omdat er best wat aandacht was voor de relaties tussen de karakters. De moordenaar is een commerciële knieval, net als in de getoonde moderne versie van Frankenstein het monster dat was. Die knieval zorgt ervoor dat mensen films bezoeken. Toch waren de karakterschetsen al best aardig en humoristisch en was het met een andere invalshoek een betere film geweest.

Online te zien zaterdag 10 april 19.30 uur.

 

Caveat

Caveat – Ierse horror op een eiland
Misschien wel het meest griezelige huis zien we in de Ierse horror Caveat. Een huis dat gelegen is op een eiland. Isaac krijgt van zijn huisbaas Barret een kans om goed geld te verdienen om in tijdje in dat huis te zitten. Een ding: hij moet met een vest vastgebonden zijn aan een ketting. O ja: Barrets nicht (Olga) is er ook en ze is labiel en heeft een schietboog.

Dat is nog allemaal nog tot daaraan toe maar Isaac hoort geluiden en vindt het lijk van de moeder van het meisje in de kelder (altijd weer die kelder)… Goede les voor Isaac voor de volgende keer: vraag iets beter door over wat je te wachten staat.

Caveat ontpopt zich als een zeer sfeervolle Ierse horrorfilm, waarbij de creepiness door de alledaagse dingen in dat huis komt: een speelgoedkonijn dat bij gevaar gaat trommelen; een intercomsysteem; een schilderij dat omdraait terwijl je slaapt; gaten in de muren; een donkere kelder… Al die dingen waar de ware horrorliefhebber van gaat smullen. Een minpunt van de film van debutant Damian Mc Carthy is het wat te trage tempo. De film had met betere montage nog beter doel getroffen, net als de schietboog.

Online te zien dinsdag 13 april 21.30 uur.

 

Anything for Jackson

Anything for Jackson – Ontvoering zwangere vrouw
Het gekste griezelige huis zien we in Anything for Jackson. Een ouder stel (waarvan een dokter) ontvoert een zwangere patiënt, om van haar kind hun kleinkind te maken. Ze sluiten haar op, een keer niet in de kelder maar op zolder. Daar lezen ze spreuken op van een oud boek (‘Ik heb dat voor veel geld gekocht van een dubieuze handelaar in Jeruzalem’).

Alleen is de demon die ze oproepen voor dit klusje niet de enige die dankbaar gebruikt maakt van de kans. Diverse geesten in het vagevuur gebruiken dit huis ineens als een portal. Daarom moeten ze de hulp inroepen van een twijfelachtige connectie via hun heksenkring.

Anything for Jackson begint rustig en droogkomisch (vooral de uiterst vriendelijke manier van kidnappen), mysterieus zelfs. Het huis zelf is hier ook niet eng. Daardoor komen de creatieve horrorvondsten (dus de wezens die hun kans schoon zien) beter over: het is best gek om die door zo’n gewoon huis te zien lopen. Horrorliefhebbers lusten denk ik wel pap van de toer met bizarre horrorvondsten in het tweede deel van de film. Met name de man met de zak over zijn hoofd… of anders de vrouw die steeds binnenkomt om iets te doen (kalmpjes: ‘Dat doet ze de hele nacht al’).

Het plot is verreweg het grootste probleem van Anything for Jackson. Het lijkt allemaal ergens heen te gaan, maar dat is toch niet zo. Zonde dat de ideeënrijkdom van de film niet tot een daverend plot leidt in de film van Justin G. Dyck, want de potentie was er wel. Met ook vrij goed acteerwerk van niet zo bekende acteurs: Julian Richings (ook te zien op Imagine in Vicious Love), Sheila McCarthy, Konstantina Mantelos en Josh Cruddas.

Wie echt geen genoeg kan krijgen van griezelhuizen, kan ook nog terecht bij de korte films In the Mirrors (8 minuten), Bird Lady (12 minuten), Penumbra (15 minuten) en Abracitos (11 minuten).

Online te zien vrijdag 9 april 17.00 uur.

 

7 april 2021

 

Imagine Film Festival 2021 – Sputnik
Imagine Film Festival 2021 – Komische films
Imagine Film Festival 2021 – Sciencefiction
Imagine Film Festival 2021 – Interview Remco Polman over Camouflage
Imagine Film Festival 2021 – Mysterie & Suspense

 

MEER FILMFESTIVAL

Imagine Film Festival 2021 – Preview

Imagine Film Festival 2021 – Preview:
Jezelf onderdompelen in werelden van fantasie

door Bob van der Sterre

Imagine! Het festival van de genrefilm, met name horror en sciencefiction, maar ook met af en toe een absurd pareltje. Het duurt dit jaar van 7 tot en met 17 april en je kunt meedoen vanuit je eigen gerieflijke huiskamer. De kaartverkoop is al begonnen.

Waar vind ik het programma van en meer informatie over Imagine 2021?
Bekijk de website van Imagine voor het complete programma, per dag of in alfabetische volgorde.

New Order

Is alles online?
Ja, door de coronamaatregelen is alles online. Lees het bericht van Imagine erover.

Kan ik al kaartjes kopen voor de digitale voorstellingen en hoe gaat dat?
Ja, sinds 24 maart kan dat al. Imagine legt het zo uit: ‘Je gaat naar de gewenste film en klikt op tickets. Na het aanmaken van een account, kun je één of meerdere tickets aanschaffen. Er zijn verschillende type tickets, de meeste kan je direct kopen in het bestelproces.’ Lees de Faq van Imagine voor meer informatie over tickets kopen.

Kunnen voorstellingen uitverkocht raken ook al zijn ze digitaal?
Ja. Op sommige films zit een limiet. Daardoor kunnen de kaarten uitverkocht raken.

Zijn er speciale programma’s op Imagine 2021?
Ja. Het festival heeft afgezien van ruim 50 featurefilms en veel shorts ook een paar boeiende themaprogramma’s:

  • Geesten en demonen in de Indonesische genrefilm
  • Things to come: de menselijke maat van AI
  • Imagine expanded

Welke hoogtepunten kan ik verwachten?
Het programma heeft meestal geen echte krakers waar we al maanden naar uitkijken. Het is meer een ontdekkingstocht van wat we nog niet zo goed kennen.

Het Frans-Mexicaanse New Order is de openingsfilm. Verder was er al wat media-aandacht voor de terugkeer van Lloyd Kaufmans Troma met #Shakespearesshitstorm. Mandibules van Quentin Dupieux is ook al vertoond geweest bij het laatste IFFR.

Sommige films kennen we van andere festivals. Over Lapsis van Noah Hutton hebben we al tijdens LIFF 2020 geschreven en die kwam in mijn top tien van vorig jaar. De Nederlands-Taiwanese vampierenfilm Dead & Beautiful van David Verbeek is ook al op IFFR 2021 langs geweest.

Wat zijn jullie verwachtingen over dit festival?
De trailers beloven weer een gevarieerd en fantasierijk festival. Het wordt ongetwijfeld weer plezierig griezelen, lachen en in spanning zitten. De bevrijding van de artistieke genrefilm. Vervelen zit er niet in.

En kom, we zitten toch binnen, dus waarom niet weer een online festivalletje meepikken? Zelfs online kan de liefhebber Q&A’s bezoeken. En de themaprogramma’s klinken ook als een goede tijdsinvesteringen. Dus profiteer van de avondklok en bezoek het Imagine Film Festival in je eigen huis!

 

29 maart 2021

 
MEER FILMFESTIVAL

Ilyich’s Gate

*****
IFFR Unleashed – 1990: Ilyich’s Gate
Twintig zijn en opgroeien in de Sovjet-Unie

door Bob van der Sterre

Het leven van twintigers is niet zo makkelijk. In Mne dvadtsat let (I am Twenty, later Ilyich’s Gate) krijgen we dat in geuren en kleuren geschetst. Einde van de vrijblijvendheid, begin van ‘het serieuze leven’. Hoe blijf je jezelf?

We observeren het leven van drie vrienden: Sergej, een melancholicus; jonge vader Slava en versierder Nikolaj. Ook zijn er natuurlijk meisjes: Vera, de eigenwijze zus van Sergej; Ljoesja, partner van Slava en het meisje dat Sergej tegenkomt.

De flirt in de bus is groot. De blonde adonis Sergej staart naar de knappe Russische in een regenjas. Ze giechelt. Het is druk – Sergej moet het leuke meisje laten passeren. Als een echte heer, springt hij erachteraan en stalkt haar naar het nabijgelegen koffiebarretje, boekenstalletje, metro (Komsomolskaya) en haar huis. Waar hij zwaait. Later ontmoet hij haar (Anja) weer en hebben ze echt een gesprek: ‘Je zou een vrouw niet zo moeten achtervolgen, ik werd er bang van.’

Ilyich’s Gate

Het leven der twintigers
Ze leven het leven der twintigers: ‘Er is nog een halve fles over…’ ‘Is het feest nog steeds gaande?’ ‘Kom je de nacht doorbrengen?’ ‘Als je wilt.’ En op een vroege ochtend mijmeren ze: ‘Mannen en vrouwen, dat is de belangrijkste filosofische vraag.’

Bij het volwassen worden liggen depressies op de loer. Sergej – de hoofdrolspeler – krijgt ook last van de blues. Na zijn militaire tijd past hij zich aan als arbeider in een moderne fabriek. ‘Heb je geen spijt van al die verloren jaren?’ vraagt iemand hem. ‘Genoeg.’ Dezelfde vriend zegt zelf: ‘Elke morgen sta ik op, ga ik naar werk, koop ik sigaretten, eet, adem, ga naar de films en zie jullie. En dat is mijn leven. Ik kan het niet anders doen. Misschien is het een gewoonte? Ik wil mijn gewoonte niet veranderen.’

Sergej gaat met Anja op stap. In een museum ontmoeten ze een man. ‘Wie is dat?’ ‘Een vertaler. Die ook mijn echtgenoot is.’ Sergej wil weten welke mogelijkheden hun relatie heeft. Anja heeft daar moeite mee: ‘Ik ben geen harmonieus persoon.’ Een huis hebben, vindt ze niet zo belangrijk als hij. ‘De laatste tijd heb ik moeite met thuiskomen. Misschien komt omdat ik volwassen word.’ Haar vader schudt zijn hoofd: ‘Ik geloof niet in mensen die te jong al assertief zijn.’

Een rare geschiedenis
De hamvraag: wat doet een film uit begin jaren zestig bij de IFFR-films van 1990? Het is een rare geschiedenis. De film van Marlen Choetsijev begon al in 1960 met de productie via de Gorky Film Studio. Hij koos voor samenwerking met schrijver/dichter Gennady Shpalikov, die zelf pas 23 jaar was en dus goed kon aanvoelen in welke taal jongeren van die tijd spraken.

Partijleider Chroesjtsjov was geen fan van de films van Choetsijev (hij had er al twee gemaakt) en vond het maar een raar idee dat jongeren hun eigen leven konden leiden: ‘Iedereen weet dat zelfs dieren hun jongeren niet alleen laten.’

Dus greep de censor in en werd de film deels opnieuw gefilmd en flink ingekort (een derde ongeveer). De baas van Gorky Film Studio had wel eerder dit varkentje gewassen. Hij wist wat hij moest veranderen om de grote bazen te plezieren. Dus werd ook het einde – dat juist zo ongelooflijk mooi is maar waar Chroesjtsjov razend over werd – geofferd.

Rehabilitatie… vijfentwintig jaar later
In 1965 verscheen dan I am Twenty, de herziene versie van de film die in feite in 1962 al af was. Ironie: Chroesjtsjov werd afgezet in 1964. En deze versie won prompt de juryprijs bij het filmfestival van Venetië.

Fastforward naar perestrojka. In 1988 werd Ilyich’s Gate gerehabiliteerd. Choetsijev zag zijn kans schoon en maakte ook nog wat nieuwe edits. Die versie werd in 1990 naar Rotterdam gestuurd. In zekere zin duurde de productie van de film die je hier ziet dus dertig jaar.

Ilyich’s Gate

Beter laat dan nooit kun je zeggen… maar het niet verschijnen van Ilyich’s Gate betekende toch gederfde artistieke reputatie voor Choetsijev. Want het was een film die door zijn gedurfdheid wereldwijd succes en invloed had kunnen hebben. Later, ja, veel later, werd hij overladen met prijzen en onderscheidingen. Gebrek aan erkenning op het moment: een probleem waar wel meer Russische artistieke talenten mee te maken krijgen.

Toch jammer. Want ‘moreel ziek’, zoals Chroesjtsjov ze noemde, nou nee. Deze personages zijn niet rebels en verzetten zich niet echt. De film ontwapent eerder dan hij confronteert. Daarmee had de film het communisme eerder een goede zaak kunnen doen.

Warm en evenwichtig beeld van Moskou
De verbeterde Ilyich’s Gate duurt weliswaar bijna drie uur maar heeft zoveel variatie, zoveel tempo, zoveel beeld: knappe jongen die zich hierbij verveelt. (En dan heb ik het hier niet eens over het thema, de opvolging van generaties, dat voor het veelbesproken einde zorgt.) Geniet bijvoorbeeld van de warme en gevoelvolle filmstijl van cinematograaf Margareta Pilkhina. Spontaniteit met handheld camera’s wisselen strakke beelden in kaders af. Het close-upeffect wordt zeer met mate ingezet.

Ilyich’s Gate doet daardoor soms denken aan Godard (maar dan een Godard light), Alexander Kluge (Yesterday Girl) en zelfs een beetje Terrence Malick. Dat komt door de combinatie van experimentele montage en buitenbeelden. Een dialoog terwijl je alleen maar een camera in een park van links naar rechts ziet gaan. Beelden van de universiteit, voice-over van Sergej. Enzovoort.

Geen wonder: vanaf zijn eerste film (Vesna na Zarechnoy ulitse uit 1956) toonde Marlen Choetsijev al interesse in de nouvelle vague. Dat sloeg ook aan: die film trok 30 miljoen bezoekers. Choetsijev rijpte deze ‘Godard-light’-stijl met deze film en July Rain (1967), die als zijn twee meesterwerken worden gezien.

Soms is het zeer ingenieus gefilmd. Zoals de scène in de kantine waarbij Nikolaj twee gesprekken tegelijkertijd voert. Het feestje (let op de choreografie tijdens de discussie). Het ‘laten we zeggen waar het op staat’ gesprek op het bankje van de metro na een uur of twee is praktisch een korte film op zichzelf.

Fluïde montage
De film bevat soms, tot afgrijzen van Godard ongetwijfeld, ook een zeer prettige, fluïde montage. Iemand die van straat een huis binnenloopt, gaat zo snel dat je het bijna niet merkt. Snelle stukken met veel mensen en intieme stukken in huizen houden elkaar goed in evenwicht. Het heeft wat van een muzikale composities met adagio en lento. Ene moment een druk straatfeest, andere moment Sergej die ‘s nachts al rokend alleen over straat kuiert. Sfeervol shot in tram, seconde later een actie in een ijshockeywedstrijd.

Anders dan bij de Godards van de wereld domineert het experimentele niet. Een emotioneel evenwichtig verhaal over mensen is meestal het eerste dat sneuvelt bij de creatieve hemelbestormers. Dat had hier niet gekund. Drie uur experiment is simpelweg niet uit te houden. En het Sovjetsysteem had het niet toegelaten.

Ilyich’s Gate

Dwarsdoorsnede van Moskou
De film heeft ook historische waarde. De echte Russofiel geniet van dit beeld van de Russische maatschappij van de jaren zestig. Glazen op je lichaam als medicijn (vacuüm massage, nog steeds populair). Voordrachten van de gedichten en de hele zaal is geconcentreerd (deze scène duurde trouwens uren, de dichters waren beroemd, men liep te hoop bij dit theater). Overvolle woningen delen met familie. Een verwijzing naar het blad Ogonyok (dat afgelopen december na 100 jaar ter ziele ging). De barre Russische oorlogsgeschiedenis komt ook ineens bovendrijven als moeder voedselbonnen vindt.

En daarbij ook nog eens een liefdevol portret van Moskou van die tijd. Van Rode Plein tot theater, van high societyfeestjes tot fabrieken, van de tram tot het Poesjkin-museum, van nieuwskiosken tot metrostation, van een sloopmachine tot straatbarretje.

Niet alles is goud. Het minste punt zijn de schetsmatige karakters van Sergej (ook superarbeider) en Anja. Die held en eigenzinnige vrouw is een bekend stramien in Russische films (zoals de in deze film ook gememoreerde Girls). De ontmoeting tussen Katja en Nikolaj in de tram bevatte meer kansen voor iets oorspronkelijks.

Onbekende held
Wie was dan toch de man die hier zo indrukwekkend tekeer ging, de toch volledig onbekende Georgische regisseur Marlen Choetsijev, wiens film beroemder is dan hijzelf? Er is heel weinig over hem geschreven, hoewel er veel te vertellen is (hij was student van Boris Barnet, maakte maar zes films in 65 jaar tijd en helemaal niets meer na 1992, zijn laatste film over Tsjechov en Tolstoj is nooit afgemaakt). De liefhebber doet er goed aan twee goede stukken over hem te lezen: dit profiel van een Argentijnse criticus en dit stuk van Harvard Film Archive.

Choetsijev stierf twee jaar geleden, vlak na het overlijden van zijn vrouw. Zijn film heeft hem ondanks alles toch overleefd en oogt nu, weer dertig jaar na 1990, nog steeds fris. Dat heet artistieke rechtvaardigheid.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 12 mei 2021.

25 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Yellow Earth

****
IFFR Unleashed – 1986: Yellow Earth
De mooiste volksliedjes komen uit China

door Bob van der Sterre

In 1986 verscheen de prachtige film Yellow Earth. Het was een startschot van de Vijfde Generatie-filmers, die over de hele wereld veel waardering zouden oogsten (en nog steeds niet uitgeoogst zijn).

Het is 1939 en China is in oorlog met Japan. Een communistische soldaat (Gu) uit het zuiden van China komt bij een dorpje in Noord-China de lokale volksmuziek beluisteren. Hij wil die muziek gebruiken voor de communistische revolutie. Want leider Mao Zedong houdt van vrolijke volksliedjes.

Yellow Earth

De lokale gebruiken zijn compleet anders dan hij gewend is. Bij een bruid en bruidegom die gaan trouwen, verzamelt zich het hele dorp om te gaan eten. Gu verwondert zich erover bij een dorpsoudste. ‘De bruid is nog zo jong.’ ’Jong? Niet echt, haar vader zegt dat ze bijna veertien is.’ ‘Bij ons gaat het anders. Als je een partner wilt, kies je die zelf. Noord-China moet ook veranderen.’ ‘Wij boeren hebben onze eigen regels.’

Een bepaald meisje van dit dorp zou heel mooi kunnen zingen. Dat is Cui Qiao, maar die is te bescheiden om dat te erkennen. Ze krijgen wel een band zonder dat Gu weet dat zij zo goed kan zingen. Tegelijk merkt hij ook op dat de liedjes heel wat minder opgewekt en simpel zijn dan wat hij had verwacht.

Cui Qiao voelt wel wat voor die verhalen over vrouwelijke soldaten die helpen met de revolutie en uithuwelijkt worden lijkt haar niets. Ze moet alleen eerst het proces van soldaat-worden doorlopen. En dat kost tijd die ze niet heeft. ‘Ik ben aan het lijden, ik kan niet wachten.’

In 1982 veranderde de Chinese cinema
Om de betekenis van Yellow Earth (Huang tu di) in de Chinese cinema te begrijpen, moet je terug naar toen de regisseurs van de Vijfde Generatie in 1982 afstudeerden van de Beijing Film Academy: Zhang Yimou, Tian Zhuangzhuang, Chen Kaige, Zhang Junzhao, Li Shaohong en Wu Ziniu. Ze wilden breken met de tot dan toe tamelijk tamme en brave Chinese films (of te wel het sociaalrealisme). En kregen er ook de kans toe in een veranderend China.

Een jaar later maakten twee ervan, Chen Kaige en cameraman Zhang Yimou, de film Yellow Earth. Zhang Yimou was hier de cameraman die het landschap – maar ook een aantal close-ups – omtoverde in minischilderijtjes. Daarnaast is iedereen hier meer een mens dan een voortreffelijke communist. Bij het filmfestival van Hong Kong in 1985 kreeg de film de handen op elkaar en dat betekende een internationale zegetocht die de Chinese cinema wind in de rug gaf overal ter wereld.

Ja, de film is vrij traag – rust in je donder is sowieso essentieel als je Chinese films (en geen wuxia) gaat kijken. Persoonlijk heb ik meer met de films die hierna zouden volgen. Yellow Earth treft toch minder dan een Raise the Red Lantern omdat deze karakters je wat minder raken. Maar het zijn belangrijke eerste stappen in een totaal nieuwe cinema, in beeld, in personages en in verhaal.

Yellow Earth

Slow cinema
Weinig drama dat me echt raakt in films – maar Chinees drama krijgt het bijna altijd voor elkaar. Het is het specifieke oog voor gevoeligheid, in combinatie met het betere acteerwerk, die je niet zo snel ziet in westerse films. Geen wonder dat ik zelf ongeveer tien jaar na Yellow Earth zelf een ‘Chinese periode’ had en raakte ik betoverd door de prachtige slow cinema van Farewell my Concubine, The Story of Qiu Ju, Raise the Red Lantern, Ju Dou, Life, To live en Red Sorghum. Allemaal historische films met een bedaard tempo en veel gevoel voor esthetiek. Met actrice Gong Li als vaandeldraagster.

Waarom Chinese films zo raken, kon Chen Kaige ook niet uitleggen: ‘Een vraag die ik al lang krijg. Hoe kan ik een film maken voor zowel een Chinees als een westers publiek? Ik denk niet dat ik dat kan. Het enige dat ik weet, is dat ik alleen mijn hart kon volgen om een verhaal vanuit mijn hart te vertellen.’ In dat hart zitten verhalen over de moeilijke momenten die deze regisseurs zelf in hun jeugd tijdens de Culturele Revolutie meemaakten.

Tijd schrijdt voort en intussen zijn er regisseurs van de Zesde (modern, realisme) en Zevende Generatie (onafhankelijken) die zich juist weer afzetten tegen de mooifilmerij van de Vijfde. Bekendste vertegenwoordiger van de Zesde Generatie is Jia Zhangke, met films als Ash is Purest White en A Touch of Sin. Toch noemde ook hij Yellow Earth als een belangrijke invloed op zijn werk en dat bewijst nogmaals de mijlpaal die deze film vormt in de Chinese filmgeschiedenis.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 21 april 2021.

18 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Sport en misdaad

Sport en misdaad

door Bob van der Sterre

Delitto al circolo del tennis ♦ The Basketball Fix ♦ Pilkarski Poker

 

Geen duo dat je snel verwacht. Toch is er verwantschap. Denk bijvoorbeeld aan de film I, Tonya. Of aan matchfixing. Zijn er ook obscure voorbeelden?

In Delitto al circolo del tennis (1969) heeft Riccardo Dossi, een belangrijke zakenman, een affaire met een jonge vrouw, Benedetta. Zij is de dochter van een vriend van Riccardo. Allen weet hij een ding niet: dat zij bevriend is met Riccardo’s eigen dochter (Lilla) en háár vriend (tennisleraar Sandro). En dat zij drieën een smerig afpersingsplannetje hebben bekokstoofd met Benedetta in de hoofdrol.

Afpersing
Alle ellende begint bij een tenniswedstrijd van Riccardo. Bij de kledingruimte ziet hij Sandro een afpersingsbrief met foto’s in zijn zak stoppen. Sandro zegt ertoe gedwongen te zijn en hij wil Riccardo graag helpen. ‘Laten we de politie bellen!’ zegt hij als hij toch al weet dat Riccardo antwoordt: ‘Nee, ben je gek!’

Het gaat van kwaad tot erger als Riccardo het huis van de directeur van de tennisclub leent voor een date met Benedetta. Ze krijgt het opeens heet en sterft in Riccardo’s handen. Riccardo snelt naar zijn vakantiehuisje om daar depressief te zijn. ‘Zij hield van mij. Ik hield van haar.’

Benedetta’s dood was nep natuurlijk en de drie houden hem in de gaten vanuit een soort bunker. Ze persen hem af via de immer ‘hulpvaardige’ Sandro. Die stookt het vuurtje op: ‘Het is een misdaad, weet je, om een stoffelijk overschot te verbergen.’ De drie houden alleen geen rekening met het feit dat Riccardo houdt van wandelen en koekeloeren.

De film begint met prachtige sixtiesbeelden en fijne muziek. Plastic stoelen, gordijnreepjes, vette close-ups: we gaan er even goed voor zitten. Zoals andere critici al hebben aangekaart, ontvouwt zich daarna een kletsfilm zonder weerga. De boot van een soort Charade op zijn Italiaans is snel vertrokken, de boot voor uiterst langzame dialogen (inclusief uitzinnige close-ups) meert juist aan.

Pas bij het bizarre einde leeft het weer op. Wat een finale! De maffe soundtrack van Peter Chilton en Peter Smith zorgde er niet voor dat ze méér soundtracks gingen maken. Was dat jammer? Een goede vraag.

Basketballer
Méér sport en misdaad in The Basketball Fix (1951). Johnny Long is helemaal geen onaardige collegebasketballer. Integendeel: hij heeft talent. Sportschrijver Pete Ferreday koppelt hem aan coach Nat Becker. Zo deden ze dat vroeger.

Op een locatie waar hij bijverdient als zweminstructeur, ontmoet hij niet alleen Pat, een leuke dame, maar ook ‘zakenman’ Mike Taft. Die laatste weet wel hoe hij Johnny Long uit de geldzorgen moet krijgen: ‘Je krijgt 500 dollar voor als je wat punten mist.’ Shaving points in jargon.

Johnny bedankt maar het zaadje in zijn hoofd is geplant. Hij wil ook werk maken van zijn relatie, hoewel dat voor Pat niet eens nodig is: ‘Johnny… er zit geen prijskaartje op mijn hoofd.’ Hij twijfelt maar zijn vriend blijkt het ook te doen. ‘Het is niet alsof je de wedstrijd verliest, het gaat er alleen om dat je wat punten morst.’

Johnny gaat overstag en voor hij het weet is hij ‘een investering’ van Taft. Die beschermt die investering, zelfs als hij die zelfde basketballer moet laten afrossen. Het wordt een kwestie van nog een wedstrijd en dan nooit meer. Is dat een wedstrijd te veel?

Een basketbal-noir? De film noir-saus is in elk geval onmiskenbaar aanwezig: de gekwelde held, de karakteristieke voice-over en gangsters met regenjassen. Als dat al niet frappant is, zijn dat wel de compleet blanke basketbalteams; de erg uitbundige glimlach van Pat; de wallen onder de ogen van John Ireland; de moddervette moraal (‘Ga niet in zee met matchfixers’).

De film is verder redelijk voorspelbaar afgezien van een running joke: het karakter Lily (Hazel Brooks) dat alsmaar over astrologie begint. ‘Ik ben niet moeilijk, ik ben waterman.’ ‘Pardon?’ ‘Ik ben onder de vis geboren.’ ‘Oh.’ Zij is hier de komische noot, maar eentje die weinig geluid maakt.

Polen in 1989
In de Poolse film Pilkarski Poker (1989) zien we in feite hetzelfde gebeuren. Deze directeurs van Poolse voetbalclubs pakken het alleen wat grondiger aan dan Mike Taft. Via scheidsrechters bepalen ze uitslagen in de hele competitie. Een soort voetbalkartel.

Ze toosten op hun wanstaltige onderneming, waarbij scheidsrechters omgekocht worden met prostituees, wodka en geld. Wedstrijden worden meer op de tribunes en in vage hotels, bars en striptenten beslist dan op het veld.

Hun favoriete kop-van-jut is de naïeve scheidsrechter Jan Laguna (rol van Janusz Gajos, bekend van Trois couleurs: Blanc van Krzysztof Kieślowski). Iedereen neemt zijn moment om hem te manipuleren. Zelfs vriendin Irena.

Op zeker moment krijgt Jan in de gaten dat er iets vreemds gaande is. Uiteraard is hij net de scheidsrechter van een belangrijke wedstrijd. Wat beslist hij als een jonge speler die scoorde hem met pure voetbalogen aankijkt?

Je raakt nooit uitgekeken op de Poolse cinema van de jaren zeventig en tachtig. Al die uitstekende films, goed presterende acteurs, scripts die je verbazen en fraaie cameravoeringen. Voor deze film kreeg regisseur Janusz Zaorski zelfs echte voetballers zo gek om mee te doen en het verhaal is tamelijk spottend en volks en zal wel in Polen een bepaalde snaar hebben geraakt.

Het aardige van deze film is het portret van het Polen van 1989, dus tijdens het jaar dat de Berlijnse Muur viel (op 4 juni van dat jaar won Solidarność de verkiezingen). Een ‘provinciaal Polen’ nog volgens Zaorski, met ranzige trekjes. Zoals de man die in een bar in een teug een een achtergelaten glas wodka soldaat maakt. De asociale familie. De lompe stripbar. Seks in een auto op een parkeerplaats (je moet toch wat doen als je de tijd moet doden).

1989 was geen gelukkig moment om een film uit te brengen in Polen en de film liep z’n publiek mis. In 1993 werd de film ineens weer populair toen Legia Warszawa het kampioenschap werd ontnomen. Bij ieder nieuw schandaal piekte de aandacht voor de film. Zoals toen in 2005 het Poolse voetbal werd opgeschrikt door een serieus corruptieschandaal.

Pilkarski Poker is intussen een cultfilm geworden, vertelt regisseur Janusz Zaorski in een interview. ‘Er zijn weinig wedstrijden en goals. Wel veel achterkamertjes, kantoren van presidenten, geheime vergaderingen. In principe is dit een misdaadfilm.’

Een vervolg kwam er nooit van, tot spijt van Zaorski. Helemaal zonde in een tijd dat wedkantoren bijna op ieder voetbalshirt te zien zijn, en matchfixing een groter probleem is dan ooit.

 

13 maart 2021

 

Pilkarski Poker

Alle Camera Obscura