Journalisten in de ring

Journalisten in de ring

door Bob van der Sterre

Call Northside 777 ♦ Le Crime de Monsieur Lange ♦ Sbatti il mostro in prima pagina

 

Journalisten worden vaak heldhaftig geportretteerd, zoals in The Post. Dat is best vervreemdend voor mensen die echt met journalisten te maken hebben gehad. Ze zijn minstens even zo vaak onuitstaanbaar, cynisch en arrogant. Drie films die geen al te fraai beeld schetsen van het beroep.

In Call Northside 777 uit 1948 zien we journalist P.J. McNeal van de Chicago Times. Een cynische kerel. Een moordzaak die 11 jaar eerder plaatsvond en hij weet wel hoe het zat. ‘Ik heb de file gelezen en ze zijn hartstikke schuldig.’ Zijn chef wil dat McNeal toch de dader in de gevangenis opzoekt.

Onschuldig achter de tralies?
McNeal is de arrogante, sarcastische know-it-all, zoals we journalisten helaas maar al te goed kennen. ‘Als je schuldig bent, dan hoef je niet je moeder vloeren laten schrobben.’ Die met tegenzin schrijft over de human interest-factor, zoals: ‘Ex-vrouw gelooft in onschuld Wiecek’. Argument: ‘Met mass appeal en een sob story krijgen we aandacht!’

Wiecek is not amused en McNeal belooft dan pas echt onderzoek. Dat brengt hem in archieven van politiebureaus. Hij vindt gekke dingen. En gaat geloven in Wieceks onschuld.

Een soort Netflix true-crime drama avant la lettre. Wiecek was gebaseerd op de zaak Majczek in 1932. De vermoorde agent heette Lundy i.p.v. Bundy. En de Poolse wijk werd realistisch in beeld gebracht. Dit is ook de eerste Hollywoodfilm die helemaal in Chicago werd opgenomen. Geen gierende trompetten of scheurende auto’s, meer rustige suspense à la de films die Sidney Lumet later zou maken. Het gaat hier om puur onderzoekswerk met twee gedreven hoofdrolspelers (James Stewart en Richard Conte).

In het oog springen de mooie locaties: gevangenissen, politiebureaus, gettohuisjes en vooral de Poolse bars. De regie van de film is van Henry Hathaway. Hoewel hij groot werd met westerns, maakte hij in de jaren veertig aan de lopende band semidocumentaires in fictievorm. Dit was Hathaways vijfde film in deze stijl. Dat verklaart waarom de film niet zo noir oogt als veel andere films in die tijd; afgezien van de typische voice-over.

Hathaway had oog voor de hitech-dingen in 1948. We zien een schakelbord, een telex, een drukpers, een leugendetector (gloednieuw), een fotovergroting… En het maffe is dat hij na deze interessante film gewoon weer terugkeerde bij avonturenfilms en oorlogsfilms. Wie hem beter wil leren kennen: The Last Movie van Dennis Hopper gaat deels over zijn ervaringen met Hathaway.

Knollen voor citroenen
In Le Crime de Monsieur Lange (1936) komen we een ander journalistiek karakter tegen: bladenmaker Batala. Wat een karakter is dat! Batala accepteert voorschotten voor tijdschriften bij de vleet… maar levert ze zelden. Zulke mensen bestaan ook in de mediawereld: de mensen met een vlotte babbel die knollen voor citroenen verkopen.

Batala’s enige droom is een weekblad vol met true-crime verhalen. Het is nog niet van de grond gekomen, het geld wel al verbrast. Hij dempt leningen met andere leningen en manipuleert vrouwen voor zijn zaken. ‘Hij houdt van brunettes. Dus als je aardig wilt zijn, neem je de taxi en eh…’

Hij gebruikt ook meneer Lange om van een van zijn schuldeisers af te komen. Want die schrijft het westernverhaal Arizona Jim. Dat biedt commerciële mogelijkheden. ‘Stel je voor als Don Quixote Ranimax zou hebben kunnen slikken!’ Zonder overleg komt de pil in het verhaal voor – de enige reden dat Batala het blaadje uitgeeft.

Als Batala van het toneel verdwijnt, vinden meneer Lange en Valentine elkaar. ‘Mijn naam is Valentine.’ ‘De mijne Amedee.’ ‘Zullen we een keertje eten?’ ‘Goed.’ Ze besluiten om een coöperatie op te richten. Lang leve de gezelligheid van gelijkdenkenden! Het leven zonder baas bevalt iedereen uitstekend. De vraag is: komt Batala terug?

Een film die je best een paar keer kunt herzien. Soms zie je hier zelfs al de mozaïekstijl, veertig jaar voordat regisseur Robert Altman er bekend mee zou worden. Het socialistische ideaal van een coöperatie is best verrassend. En opvallend: de aardige hoeveelheid (geïnsinueerde) seks. Een film van Jean Renoir én een script van Jacques Prévert: dat is goud.

Acteurs zijn erg goed – Jules Berry is zelfs uitzonderlijk als de even irritante als charmante Batala – ik ken eigenlijk geen hedendaagse acteur die dit ook zo goed zou kunnen. Ook de vrouwen zijn hier heel goed, Florelle als Valentine en Sylvia Bataille in een bijrol als de verliefde Edith.

Niet alle kranten zijn nobel
De derde film móet wel een Italiaanse film uit de jaren zeventig zijn. In het spoor van La dolce vita zijn er begin jaren zeventig nogal wat mediaspeurders op celluloid vastgelegd. Il gatto a nove code (1971), La corta notte delle bambole di vetro (1971) en No il caso è felicemente risolto (1973). We kiezen voor Sbatti il mostro in prima pagina uit 1972, dat in het Engels net zo mooi klinkt: Slap the monster on page one.

Niet alle kranten en bladen zijn nobel. Vooral niet het Milanese dagblad Il Giornale. Dat is zo rechts als rechts maar rechts kan worden. Tijdens rellen van communisten vliegt er een molotovcocktail naar binnen. Hoofdredacteur Bizanti weet hoe hij dat moet misbruiken. Gauw nog even foto’s maken, dan pas blussen. En op pagina 1 uitleggen hoe dit de schuld is van de linksen.

Bizanti leert over de moord op een jong meisje. Een maagd bovendien. Hij manipuleert een oudere en psychisch instabiele vrouw. Daarna tipt hij de politie dat haar socialistische vriendje de dader is. Er volgen arrestaties. De krantenkoppen vullen zich dagelijks met beschuldigingen aan die ‘doorgeslagen’ socialisten. Het enige is dat Bizanti de jonge en ambitieuze journalist Roveda onderschat. ‘Je maakt hier een smerig beroep van.’ ’Oh, en welke beroepen zijn dan niet smerig?’

Deze film van Marco Bellocchio geeft de journalistiek verrassend realistisch weer. Redactievergaderingen waarbij iedereen even zijn zegje mag doen waarna de hoofdredacteur de knopen doorhakt. Het ruimte plannen voor artikelen, het belang van ‘boven de vouw’. Hoe kranten de waarheid sturen door redactionele keuzes. Daarnaast laat de film via verschillende locaties de krant van binnenuit zien.

De rol van de perssmiecht wordt voortreffelijk vertolt door Gian Maria Volontè. Ook deze cynische thriller past bij die andere toppers in Volontè’s loopbaan uit die tijd. En dan is dit nog niet eens zijn beste film… dat is Indagine su un cittadino al di sopra do ogni sospetto (zie Camera Obscura over prutsende agenten).

Gelukkig was Bizanti vooral een uitzondering. Hoe onuitstaanbaar journalisten soms ook zijn, ze onthullen dingen die anderen liever niet onthuld zien worden. En dat blijft bewonderenswaardig.

 

20 juli 2021

 

Sbatti il mostro in prima pagina

 
Alle Camera Obscura

Gunda

****
recensie Gunda

Geknor als dialoog

door Bob van der Sterre

Gunda van Viktor Kossakovsky is een prachtige film over varkens, kippen en koeien. Net als in veel speelfilms is er komedie, drama en zijn er dialogen, alleen verstaan we dit keer de talen niet en is er geen ondertiteling.

Het zijn de ogen die je het meest bijblijven in de film. De blik van Gunda, het varken, van de kippen, en van de koeien – ze staren je aan en spreken ermee. Dat katten en honden dat doen, weten de meeste mensen wel. Maar wie had wel eens in de mooie ogen van een koe gekeken zoals deze film doet?

Gunda

Een Kossakovsky-film kun je niet beschouwen zonder de auteur erbij te halen. En hij is gretig in het geven van interviews dus het is niet lastig om zijn visie te achterhalen. Kossakovsky is (net als ondergetekende trouwens) al lang vegetariër. Als vierjarige was hij getraumatiseerd dat een varkentje dat zijn vriendje was geworden werd gebruikt voor een maaltijd. Hij zag naar eigen zeggen toen al in dat ze emoties hadden.

In 1997 kwam hij plotseling op het idee om een film te maken over de ‘heilige drie-eenheid kippen, varkens en koeien’. Het duurde twintig jaar voor hij de financiën rondkreeg. Het idee van een documentaire in zwart-wit, over dieren, dat ging er niet makkelijk in. Olifanten, apen, ja, daar kijken mensen naar. Hij vindt dat maar niets. “Waarom niet over varkens? We kennen ze al duizenden jaren. We eten ze maar verder kijken we nooit naar ze.”

Vier biggetjes, schouder aan schouder
Gunda biedt deze beesten zoals je vermoedelijk niet eerder zag in een film. Je ziet biggetjes sabbelen aan tepels (en hoe Gunda dat moet ondergaan). Biggetjes die regen uit de lucht happen. Mooi beeld: de vier biggetjes die voor de schuur buiten staan, letterlijk vier op een rij, schouder tegen schouder, om daarna een voor een de stal binnen te gaan. Kippen die hun ‘jungle’ verkennen. Koeien die nergens in het bijzonder heen denderen, gezellig bij elkaar, als een soort voetbaltraining.

In een interview met Het Parool vertelt Kossakovsky dat hij zes maanden had uitgetrokken voor de voorbereiding. Ze hadden verwacht maanden bezig te zijn met het zoeken naar een protagonist. “Al op de eerste boerderij die we bezochten was het raak. Gunda kwam zelf op ons af stappen, we hadden direct contact. Er was zo veel te lezen in haar ogen.”

Daarna dus filmen: om 4:00 bij de schuur, tot zonsondergang. Alles draaide om het vertrouwen van de dieren, legt hij uit in interviews. “Een grote camera is geen probleem. Ze vertrouwen je snel. De makkelijkste film die ik ooit heb gemaakt.”

Geen propaganda, wel waarheid
Vleeseters kunnen rustig naar de film: dit is géén propaganda voor vegetariërs. Kossakovsky wilde geen enkel beeld manipuleren en wil ook niemand overtuigen. Ook kleur ontbreekt: de film is zwart-wit. Met reden natuurlijk: “In zwart-wit focus je op de ogen, waarmee je dus veel meer aandacht hebt voor die persoonlijkheden.” En ook geen muziek zoals vrijwel standaard is in dierendocumentaires. “Je kijkt naar de waarheid.”

Het meest schurende stukje is vermoedelijk van de kippen die hun hele leven opgesloten zijn geweest, en ineens de kans krijgen om de wereld om hen heen te ontdekken. Je ziet de angst in de ogen van de kippen. Ook al stond het deurtje van de kooi open, duurde het volgens Kossakovsky een uur voor de eerste kip eruit durfde te gaan.

Een met een poot hippende kip, bevrijd uit gevangenschap, nieuwsgierig rondkijkend in wat zijn wereld had moeten zijn: dat is natuurlijk prachtige, ontroerende cinema. Kossakovsky vertelde dat hij hier nog een mooi stuk had weggelaten, namelijk dat de tweede kip uit angst terugkeerde in de kooi. “Dat was mooi maar zou het tempo uit de film hebben gehaald en te politiek hebben gemaakt.”

Dan blijkt dat ook Kossakovsky een mens is en tegen zijn eigen regels in een documentaire maakt met een boodschap. “Ja, het werd tijd voor een boodschap. Vergeef me.” In praktisch alle interviews die hij doet, somt hij ook de lugubere cijfers op: Elk jaar (!) eten we anderhalf miljard varkens, 66 miljard kippen, bijna een half miljard koeien en ontelbare vissen. En dan nog paarden, schapen, konijnen, eenden…

Gunda

Een snaar geraakt buiten Europa
De film raakt de snaar die je kunt indenken dat ie raakt. Kossakovsky vertelt hoe hij bedolven wordt onder de post van ontroerde mensen. Recensies zijn méér dan lovend: The New York Times, The Guardian, The Wall Street Journal, Rolling Stone, ga zo maar door, ze strooien met complimenten.

De jubelrecensies gaan eerlijk gezegd in veel gevallen niet veel verder dan platitudes dan dat ze beschrijven wat ze er zo vernieuwend aan vinden. Deze film past goed bij Kosakovsky’s kenmerkende onvoorspelbaarheid, zoals ook in zijn vorige film: Aquarela (iets beter dan Gunda, hoewel het appels met peren vergelijken is).

Een groot verschil met andere films is dat de Verenigde Staten nu ook de eigenzinnige documentairemaker lijken te ontdekken. Dat is iets nieuws voor de Russische filmmaker, die wel bekend was in Europa, maar daarbuiten niet zo. Het hielp voor de bekendheid van deze film ook dat Joaquin Phoenix – een van de bekendste veganisten in de VS – er als producer bij aangesloten was.

We hoeven Kossakovsky nu niet te verdenken van snode commerciële belangen met dit project, want zijn hele carrière maakt hij films die nauwelijks geld opbrachten, en dat heeft hem nooit tegengehouden. Gunda kan wel eens zijn knaller zijn – en dat is hem gegund.

En Gunda? Ze zal in elk geval na een mooi leven sterven van ouderdom.

Meer over dieren en emoties? Bekijk dan de website: Indipendenza.nl.

 

19 juni 2021

 

ALLE RECENSIES

Jaartallen

Jaartallen

door Bob van der Sterre

1871 ♦ 1984 ♦ 1. April 2000

 

Er is iets enorm stijlvols van een jaartal als filmtitel. 1917 was echt niet de eerste. Er zijn er véél meer. Zijn er ook minder bekende varianten? Ja dus.

Jaartallen en filmtitels: een gouden duo. Je ziet die vier cijfers en denkt: dat moet wel iets goeds zijn. Denk aan redelijk bekende titels als 1870 (uit 1972), 1900 (1976), 1941 (1979), 1984 (1984), 2010 (1984), 1969 (1988), 1939 (1989). Allemaal klassetitels.

Communes in Parijs
De eenentwintigste eeuw melkt het trucje uit: 2046, 1408, 1981, 2012, 2084, 1987, 1945, 1922, 1985, 2050, 1986, 3022, 1917, en nog veel meer. Zelfs series, zoals de Italiaanse serie 1992, 1993 en 1994. Er is nóg een serie genaamd 1994 en eentje genaamd 1986. En dan heb je tegenwoordig ook filmtitels met een jaartal erachter, zoals Wonder Woman 1984 en Blade Runner 2049.

Laten we beginnen met 1871 (oftewel 1990, immers jaar van opname).

In deze film kijken we naar het verhaal over de communes in Parijs. Wat dat was? Lees het hier terug. We volgen deze roerige Parijse jaren aan de hand van één theater. Dat begint met burleske shows en vrolijke komedies, afglijdt via oorlog ophitsende musicals en eindigt als basis van de lokale commune.

Een Britse aristocraat en een Schotse socialist houden intussen van dezelfde Franse vrouw, actrice en communestrijder. ‘Ik hou van haar.’ ‘Maar ik kan haar betalen.’ Wat wil zij?

Film van Ken McMullen is geen film die je voor het verhaal kijkt, maar voor de sfeer en de artistieke ambities, die verrassend goed lukken. Een film die theater en film mengt op een manier die ik niet vaak heb gezien. Het theater is hier zelf de hoofdrolspeler: hier komen alle karakters tezamen, vinden alle scènes plaats, zie je zowel het drama als de komedie, begint en eindigt de opstand. De film is ook in akten ingedeeld.

Interessant maar taalkundig wel tricky. Je hoort Engels, Frans en Duits door elkaar. Portugese actrices Maria de Medeiros en Ana Padrão spelen Franse vrouwen. Mannenrollen zijn Britten, uitgezonderd Fransman Dominique Pinon (bekend van Amélie) als Napoleon III. Film werd ook door Britten in Portugal opgenomen. Wat een chaos moet dat zijn geweest op de set! Je hebt er gelukkig geen last van bij het kijken.

Big Brother propageert de haat
In 1984 keren we terug naar de toekomst in 1956. Partijmedewerker Winston Smith krijgt te maken met toenemende irritatie over Big Brother. Die hem niet alleen tijdens werk in de gaten houdt, maar ook thuis, met een ‘telescreen’.

Als uitvlucht schrijft hij een dagboek. Big Brother propageert de haat (zoals haat-twee-minuten en de haatweek) naar eigen zeggen omdat de Euraziërs aan de poorten van hun fraaie Oceanië staan te rammelen.

Op een dag ontdekt hij dat een vrouw (Julia) hem leuk vindt. Zeer tegen de wensen van het ministerie van Liefde in gaan ze samen hokken, in een kamertje boven een antiekzaak. Winston wil strijden tegen Big Brother, en beseft op een dag dat zijn baas O’Connor dat ook wil. Via hem treden ze toe tot de ondergrondse. Dat is gevaarlijk, want Big Brother, en met hem de Thought Police, is overal.

De bekende 1984 van Michael Radford, uit 1984 zelf, met John Hurt, Richard Burton en Suzanna Hamilton, had een voorganger uit 1956. Film van Michael Anderson was zeven jaar na het schrijven van het boek gemaakt (1948, de laatste cijfers draaide George Orwell om voor de titel).

1984 uit 1984 is veel griezeliger. Meer aandacht voor set-design en grimmige details. Daar zien we al decors die we later gewoon zijn gaan vinden in films (green screens) en games. De psychologische stress uit 1956 was niet genoeg meer in 1984 (het jaar). Maar bij 1984 uit 1956 hoef je niet naar John Hurt te kijken (wel een solide Edmond O’Brien) en in 1956 was de oorlog maar tien jaar voorbij, Stalin maar drie jaar geleden overleden en stond het communisme nog niet op instorten – meer realistische angst dus.

Deze 1984 uit 1956 had trouwens twee eindes: een Britse en een Amerikaanse versie. Hoe dan ook zijn het begin en einde verrassend sterk (je ziet invloeden op diverse films, bijvoorbeeld A Clockwork Orange) en is juist het middenstuk waar iets te flinke stappen worden genomen. Nog een grappig feitje over deze film: waarom heet Winstons baas O’Connor in de ene film en O’Brien in de andere? Antwoord: omdat acteur Edmond O’Brien toevallig al zo heette.

Oostenrijkse toekomstvisie van 1952
En 1. April 2000, herinnert u zich die datum nog? Toen de Global World Union aan de macht was en Oostenrijk niet zelfstandig? Toen de Global World Union President persoonlijk in een vliegende schotel naar Oostenrijk kwam vliegen om de rebelse president in het gareel te brengen? En dat de president tijdens de rechtszaak die volgt diverse video’s laat zien over de geschiedenis van Oostenrijk.

We zien historische scènes met Maria Theresia, keizer Maximiliaan, het tegenhouden van de Turken. En dan alle Oostenrijkse evergreens: Mozart, wijn, walsen, volksliedjes. Ondanks alles blijven alle Oostenrijkers goedgemutst, positief en vrolijk. Topvolk!

Uiteindelijk is de Global World Union ook niet ongevoelig voor al die charme. De Oostenrijkse president is zo’n innemende persoonlijkheid en het volk zo zelfstandig en aardig. Al die gemütlichkeit!

Huh, welke krant heb ik niet gelezen? Nee, dit was de Oostenrijkse toekomstvisie van 1952. De Oostenrijkse overheid van toen vond de situatie met vier mogendheden belabberd. En bedacht deze nationalistische film om hun zaak te bepleiten. Anders dan ze dachten zou de Oostenrijkse onafhankelijkheid drie jaar na de film volgen (maar dat wisten ze toen nog niet)… Lees het boeiende verhaal over de productie van de film.

Het is wel echt een raaaaaare film… Neem hoe geschiedenis, toekomst en heden in deze film door elkaar lopen. Satirische sciencefiction als politiek middel, ongewoon. Michelinmannetjes als soldaten. Na 28 minuten doet een verslaggever reportage door in zijn horloge te praten (vroege smartwatches?). Pijnlijk: alle acteurs zijn gewoon Oostenrijkers, dus is de afgevaardigde van Afrika een blackface en de dame van Latijns-Amerika superwulps…

De propaganda zit de film in de weg. De film is oubollig, traag, gedateerd en veel té nationalistisch voor niet-Oostenrijkers, die hiermee juist overtuigd moesten worden (dacht ik?).

Toch blijft toekomst een raar ding – misschien vinden mensen deze film in 2121 weer geniaal. En natuurlijk heeft iemand al een serie bedacht met die titel…

 

12 juni 2021

 

1871

 
Alle Camera Obscura

IFFR 2021 (juni-editie) – Heden en verleden

IFFR 2021 (juni-editie) – Deel 2:
Een soep van heden en verleden

door Bob van der Sterre

Heden en verleden liggen dichtbij elkaar in het Regained-programma van IFFR. Oude films gaan over toekomst en nieuwe films over het verleden. IFFR biedt een paar fraaie voorbeelden uit Zwitserland en Iran.

 

Der 10. Mai

Der 10. Mai – Zwitsers in oorlogstijd
Zwitserland en 1940… Hoe zat dat eigenlijk? Het blijkt dat de Zwitsers hem knepen op Der 10. Mai toen de nazi’s Nederland en België binnenvielen. Waarom zouden ze Zwitserland dan wel met rust laten?

In Zürich wachten ze in spanning op de inval, terwijl er ook Duitsers al vluchtend hun kant op gaan. Zoals Werner, die mazzel heeft met een paar aardige Zwitsers, totdat hij de zwager van zijn Zwitserse penvriendin tegenkomt. ‘Je weet waar je jezelf moet aangeven.’

De film uit 1957 laat met veel theatraal melodrama zien hoe lastig het leven was voor ‘de goede beambte’, een Joodse familie, een Duitse vluchteling. Maar ook soldaten die wisten dat ze geen kans zouden hebben tegen het Duitse leger. De film geeft af en toe een spottend portret van de eetlustige, formele en volkse Duitstalige Zwitsers. Die zie en hoor je ook niet vaak in films: ‘Ich haab nichts gefunden dass besser smek as esse’.

De eerste Zwitserse widescreenfilm (regie Franz Schnyder) is een curiositeit die Zwitsers ongetwijfeld koesteren, maar in 1957 waren andere landen natuurlijk al een stuk verder op hun filmontdekkingstocht. Hoe Zwitsers sindsdien kijken naar hun oorlogsperiode kan ik niet zeggen, maar mijn instinct zegt dat ze steeds kritischer zijn geworden op hun eigen verleden.

 

La Suisse s’interroge

La Suisse s’interroge – Zelfreflectie in 1964
Eveneens een Zwitserse curiosum is het twintig minuten durende La Suisse s’interroge uit 1964. De film van Henry Brandt was onderdeel van de nationale expositie in Lausanne. De bedoeling was om met vijf filmpjes zelfreflectie te tonen aan de bezoekende Zwitsers. De film werd in 2017 gerestaureerd door Cinematheque Suisse.

We beginnen met teksten als ‘Zwitserland is mooi’, ‘Zwitserland kent voorspoed’, ‘Alles loopt op rolletjes’… om dan een paginagrote vraag tegen te komen: Maar loopt alles echt op rolletjes? En dan de screen title: Problemen. Die zijn er ook genoeg in 1964: discriminatie; bejaardenoverschot; dure woningen; gebrek aan allerlei beroepen: ingenieurs, artsen, zusters, wetenschappers, docenten, technici; milieuproblemen.

Het mooiste segment is ‘De weg naar geluk’, waarbij ik meteen een Tosca Niterink en Arjan Ederveen-gevoel bij krijg. Het kan bijna niet uit 1964 komen maar dat doet het toch. Die kinderogen op het einde en dan die tekst…

De film heeft iets tijdloos en zit tegelijk ook muurvast in het wereldbeeld van 1964 (dat was ook de opzet natuurlijk). Goed werk, vooral met de interessante montage.

 

The Deer

The Deer – Kritisch over bewind sjah
Ook heden en verleden zien we in Masoud Kimiai’s The Deer uit 1974. Een Iraans misdaaddrama van de new wave-generatie (zie The Cow) is weliswaar gerestaureerd maar nog steeds verboden in Iran.

De misdaadfilm neemt de tijd met en een kalm verteltempo met veel dialogen. De bankovervaller Ghodrat is gewond en bezoekt zijn oude vriend, Seyed. Die is tegenwoordig een junkie. Hij wil hem wel helpen met zijn wond. Daarvoor moet hij zijn vriendin bij het theater ophalen. Die helpt hem en ze praten over Seyeds problemen. De huisbaas moet ook nog afbetaald worden en een dealer mee afgerekend.

Een klassieker in Iran, hoewel de film zwaar gecensureerd was. De film voelt aan als een soort Waiting for Godot. Sterk punt: de close-ups, de gezichten, de uitdrukkingen. De drie hoofdpersonen hebben mooie gezichten. De film die over loyaliteit en vriendschap gaat, buit alle drama uit. De sterfscène van de dealer duurt bijvoorbeeld rustig tien minuten. Het omstreden originele einde werd vervangen in de Iraanse versie.

De film is vooral beroemd om z’n sociale betekenis: het was kritisch over het sjahbewind. Dat had veel gevolgen, want er was al veel onrust. Hoe? Dat zien we in de laatste film van dit verslag.

 

Careless Crime

Careless Crime – Bioscopen doel brandstichting
In de jaren zeventig waren bioscopen in Iran regelmatig doelwit van brandstichting. Daarmee wilden de daders protesteren tegen de invloed van westerse cultuur en de regering van de sjah. En de pech was dat ze al vaak overbezet waren omdat ze hun prijzen niet mochten verhogen. Bij een brand in Cinema Rex in Abadan in 1978 vielen bijna 500 slachtoffers. Tijdens het kijken van welke film? Juist… The Deer.

De film van Shahram Mokri zit boordevol cinematografische verwijzingen met drie verhaallijnen die door elkaar lopen. Niet zomaar een film dus, maar een soort Christopher Nolan-achtige mindfuck op zijn Iraans, die bovenstaande film als kern heeft. De film won dan ook de prijs voor het beste script bij het filmfestival in Venetië vorig jaar.

Een verhaallijn is die van Takbali, die een middel zoekt tegen zijn angsten. Hij is een van de vier mannen die brand willen stichten in een bioscoop. Dan kijken we naar de bioscoop waar The Deer vertoond gaat worden. Jongeren discussiëren over de film. En we zien deze film (Careless Crime uit 2020), over een raket die midden in het landschap is gevonden, soldaten die vastzitten door een lekke band, en twee goochelende vrouwen die The Deer willen vertonen in het bos.

Het is onduidelijk welke tijd waarbij hoort en of er echt logica achter alles schuilt, weet ik ook niet. Dat is denk ik ook de bedoeling: de tijden en logica van de diverse momenten zijn vloeiend, meer tijdloos dan tijdsgebonden. Een soort mysterieuze soep van heden en verleden. Zoals het begin als Takbali in het museum van Cinema zijn middel komt ophalen en dan in het museum het verhaal hoort over het drama van de brandstichting. We zien dan ook een volledige zwijgende film over brand in de film. En dan komt hij terecht in een duistere kelder (met spiegelbeeld).

Een complexe film voor geduldige mensen… Dat zijn de mensen die Tenet kijken net zo goed. Al denk ik niet dat ze deze film gaan kijken, hoewel de film ook in de VS gedistribueerd gaat worden, dus je weet maar nooit.

 

6 juni 2021

 

IFFR 2021 (juni-editie) – Terug naar de bioscoop (?)
IFFR 2021 (juni-editie) – Dicht op elkaar

 
MEER FILMFESTIVAL

Burgerwachten met vuisten

Burgerwachten met vuisten

door Bob van der Sterre

Badge 373 ♦ Un Condé ♦ Vigilante

 

Wat als de wet niet werkt? Dan ben je zelf maar rechter en beul tegelijk. Puik materiaal voor films en genoeg klassiekers in dit genre (Point Blank, Get Carter, Death Wish). Uiteraard zijn er ook een paar minder bekende films.

In Badge 373 uit 1973 wordt Eddy eervol ontslagen nadat hij een man van het dak laat vallen. Hij wordt barman. Zijn oude maat komt wat drinken. En wordt die avond vermoord.

Robert Duvall neemt wraak
Dat kan Eddy niet over zich heen laten gaan. Badge of geen badge (het laatste dus), hij wil weten zitten hoe het zit. Er is iets met een Puerto Ricaanse bende, geleid door een Puerto Ricaanse onafhankelijkheidsstrijder. En ene Sweet Williams, een twijfelachtige zakenman (doet ook in wapens), ook al van Puerto Ricaanse afkomst. Eddy moet hem te grazen nemen.

Robert Duvall speelt de hoofdrol in Badge 737, maar dat maakt deze film nog niet goed. Eerder het tegenovergestelde. Robert Duvall had er duidelijk geen zin in. Af en toe schreeuwt hij ineens heel hard om zijn twijfelachtige acteerwerk te compenseren.

De film overleeft alleen dankzij zijn cultreputatie. Dialogen zijn moeizaam. De film is gemonteerd alsof de editor met vakantie was. En al die onbedoeld hilarische che?-momenten. Dat hij met zijn linkerhand leert schieten (rechts zit in het gips). Dat de badguy zijn zonnebril niet afdoet zelfs als hij ‘s avonds een hijskraan beklimt. Dat Duvall uit een raam springt en meteen in de Hudson belandt (praktisch). En hij kaapt een complete stadsbus om te ontkomen aan zijn belagers.

Mr. Egan alias Popeye een bekende karakternaam? Dat klopt, dat was een echte detective uit New York die de inspiratie was voor Doyle in The French Connection (1971). Betwijfel of hij ooit een stadsbus heeft gekaapt voor een achtervolging.

Franse Dirty Harry
In Un Condé (1970) loopt het ook allemaal de spuigaten uit met een paar brutale gangsters. Die werken voor misdaadbaas Tavernier en smijten Robert Dassa van het dak van zijn nachtclub. Zus Hélène Dassa neemt de nachtclub over. Ook zij wordt lastiggevallen door dezelfde gangsters, die haar meer dood dan levend achterlaten in de nachtclub.

Hélènes vriend Dan Rover (was bevriend met Robert) gaat met zijn maat Viletti als echte burgerwachten op zoek naar wraak. De gangsters moeten eraan! Ze pompen Tavernier vol lood. Dan begint de ellende pas. Want twee detectives (Favenin en Barnero) zitten ze achterna. Een van de burgerwachten schiet inspecteur Barnero neer. Dat vindt Favenin niet leuk. Hij gaat op een wraaktocht zonder weerga. ‘Weet je wat dit is?’ ‘Een silencer?’ ‘Ja, en daarmee ga ik je neerschieten.’ ‘Ik heb kinderen!’ ‘En Barnero? Hij had ook kinderen.’

Een clusterfuck van wraakcomplexen. De burgerwachten die achterna worden gezeten door een ‘tough cop’. Favenin hangt zelfs een man op in zijn badkamer om namen uit te slaan.

Vrijwel elk artikel over deze film noemt Dirty Harry, omdat je dit nauwelijks anders kunt zien dan een Franse Dirty Harry. Bouquets emotieloze blik maakt het heel intens en geloofwaardig, misschien wel geloofwaardiger dan de overdreven stoere rol van Clint Eastwood. Thuis is hij nog steeds de brave burgerman, die tevreden knort bij de gerechten van zijn vrouw. Pas ‘s avonds, als hij op stap gaat, verandert hij in een agent-beest.

De film (naar een boek van Pierro Lesou) is grof en intens. Steeds op onverwachte momenten. Met de sobere filmstijl (Yves Boisset, fan van Melville) komen die scènes wel aan. Je moet wel een beetje in de stemming zijn voor bot geweld van een typische ‘tough cop’. Want de martelscène was zo schokkend dat ie werd gecensureerd (en de Franse censuur was toch redelijk liberaal) en is pas sinds de blu-ray-release te zien.

Fabrieksarbeider pakt tuig
In Vigilante (1982) zien we het scum van de aarde: figuren die voor de lol de akeligste dingen uithalen. Zelfs betalen voor tanken, vinden ze onder hun niveau. Ze spuiten de tankeigenaar onder de benzine. Een vrouw die ze dan een klap geeft, staat meteen op een lijst om nog eens iets tegen te ondernemen. En dat gebeurt dan ook.

Fabrieksarbeider Eddie Martino, de man van deze moedige vrouw, krijgt geen genoegdoening via het recht. Hij wil het tuig terugpakken. Dan blijkt dat collega-arbeiders een ‘vigilantengroep’ zijn begonnen. Ze staan onder leiding van ene Nick. Die heeft al lang zijn ogen gericht op de hoogste baas in het wereldje: ‘Mr. T’ Stokes. Die verdient goed aan de ellende in deze New Yorkse wijken.

Ja, deze film gaat er goed in hoewel het plot op vakantie is. Pluspunten voor de vele geweldige locaties in Brooklyn en de Bronx. De film is dan ook van Bronx-New Yorker William Lustig, die ook al in Maniac (1980) oog voor zulke locaties had. Die slasherfilm is veel bekender dan deze film (mede door de remake uit 2012). Lustig (toen pas 25) bewijst dat je ook een normale filmloopbaan kunt beginnen als pornoregisseur, want dat soort films maakte hij hiervoor.

De film heeft minpunten. Robert Forster is de binnenvetter der binnenvetters. Die emotieloze acteerstijl paste beter bij de latere rollen die hij speelde (zoals Jackie Brown en Better Call Saul). Bij dit drama verwacht je toch wat meer emotie dan wat je nu ziet. Soms neigt de film ook wel naar geweldskitsch (doorzeven van auto’s in slow motion).

Vigilante is ook weer zo’n productie vol verhalen. Neem de acteur die Eddie lastig valt in de bajes: hij werd later echt veroordeeld wegens moord. De advocaat die te laat komt, was echt veel te laat voor de opnamen (ze hadden voor hem talloze hotels afgezocht). De auto-achtervolging, geïnspireerd door The French Connection, was gefilmd zonder vergunningen. Populaire salsazanger Willie Colon (gangster Rico) deed vooral mee voor de soundtrack.

En hoewel de film het goed deed, verdiende Lustig er geen cent aan. De producent ervan vluchtte in 1985 met het geld uit de VS. Door rechtszaken verloor Lustig er zelfs geld op.

Zo zijn er vast nog honderden gevallen. Je zou er bijna filmvigilant van worden.

 

9 mei 2021

 

Un Condé (1970)

 
Alle Camera Obscura

Imagine Film Festival 2021 – Mysterie & Suspense

Imagine Film Festival 2021 – Mysterie & Suspense:
Diep in het duister tasten

door Bob van der Sterre

Mysterieuze films zijn misschien wel de moeilijkste soort films om te maken. Daarom zie je ze zo weinig. En dan is er natuurlijk altijd de oneindig hoge meetlat van kampioen mysterie David Lynch.

De mysterieuze film, die gebruik maakt van onverklaarbare elementen, biedt veel mogelijkheden voor de auteur. Het zijn geen makkelijke films om te maken en nog niet alle paden zijn platgetreden. Als het lukt, kan het een klassieker opleveren (Twin Peaks, Lost Highway, Donnie Darko, Die 1000 Augen des Dr. Mabuse).

Een verklaring waarom dit genre maar weinig films telt: het is eigenlijk geen genre. Mysterieuze films gaan vaak richting suspense, komedie, sciencefiction of horror, maar het mysterieuze zelf staat zelden bovenaan. De makers van mysterieuze films missen de zekerheden van genreconventies. Alles moet uitgevonden worden. Hoe houd je je fantasie dan onder controle? Lastig voor filmmakers, filmproducenten, distributeurs en filmbezoekers.

Op Imagine krijgen experimentele mysterieuze films wel ruim baan en omdat ze zo zeldzaam zijn, verdienen ze ook wel de aandacht van een eigen stuk. Daar voegen we een paar old-fashioned suspensefilms aan toe.

Lees onze preview voor meer info over het programma en hoe je kaartjes kunt kopen.

 

Playdurizm

Playdurizm – Kamer met paarse ballonnen
Tamelijk raar is de kamer waarin D. wakker wordt in de film Playdurizm: een kamer met paarse ballonnen. Het is het huis van de personen die in zijn droom seks met elkaar hadden, Andrew en Drew (een soort Ken en Barbie). En er is een varkentje. D. – die meteen een oogje heeft op Andrew – weet niets meer van wat hoe hij hier is komen wonen. Hij heeft geheugenverlies.

Andrew en Drew zijn merkwaardig want hebben het aldoor over elkaar vermoorden. Uiteindelijk doet Drew dat bij zichzelf, via een overdosis. Andrew en D. verbergen haar in de bank. Daarna doet Andrew er alles aan om D. te behagen. ‘Ik begon te voelen alsof ik twee personen was.’

Film speelt met werkelijkheid. Talloze symbolische verwijzingen: de videokopieeractie, Andrew als antiekverkoper, de badkuip, het litteken en het hechten, het kunstwerk van Malevich, de passie voor Francis Bacon, de riem van Goebbels, de Siamese tweelingen, de film (inclusief trailer) genaamd Rebel Instinct, golfclubs, Videodrome van Cronenburg, de titel (‘plagiaat’)… en dan ben je er nóg niet! Er is best veel verwantschap met de thema’s van David Lynch’ Lost Highway. Het verbaast me niets als deze film positieve reviews wacht, omdat er veel over te schrijven valt.

Geslaagd in zijn eigenzinnigheid, maar jammer dat Playdurizm dan toch aanvoelt als een zeer ambitieuze mislukking. Het probleem zit ook hem niet in de ambities, maar in het matige acteerwerk en knap vervelende karakter van D. in de film. Bovendien had wat meer zwarte humor de film goed gedaan.

Toch wel knap dat de pas 23-jarige Gem Deger, schrijver, regisseur en hoofdrolspeler hiervan, zo’n persoonlijke en mysterieuze film voor elkaar kreeg. In een recensie las ik dat hij dit idee kreeg toen hij nog als tiener in Turkije woonde. Visueel is de film in elk geval vrij strak, doet denken aan het kleurrijke werk van Jean-Jaques Beneix. Het is te hopen dat hij de volgende keer zichzelf niet meer cast.

Online te zien op donderdag 15 april 17.00 uur.

 

Historia de lo Oculto

Historia de lo Oculto – Onthulling van notitieboekje
Van het ene mysterieuze huis naar het andere in Historia de lo Oculto. We zijn ineens ten tijde van de dictatuur in de jaren tachtig in Argentinië beland. Daar kijken naar de laatste uitzending van een journalistiek tv-programma getiteld 60 Minutos antes de la medianoche – een programma met een terugtelklok. Alles draait om een onthulling van een notitieboekje met namen van de regering van president Belasco. Een mannelijke heksenkring zou het land leiden. Spiritist (of sekteleider in ogen van anderen) Marcato legt in deze laatste aflevering uit hoe dit zit. Hij is wel een beetje vaag. ‘Het is al vier jaar geleden dat we gestopt zijn met leven in Argentinië.’

We bekijken dit door de ogen van de undercover tv-producenten, die alles uit de kast proberen te halen om dit te vertellen. Met een middel van hun sponsor, een farmaceutisch bedrijf, kunnen ze spirituele invloed uitoefenen om contact te maken met wezens in een andere dimensie.

Dit zijn nou scripts waar ik wel warm van word. Een best complex verhaal dat laveert tussen feiten en mysterie. Het bewijs dat je niet altijd drama hoeft te gebruiken om iets over het gruwelijke verleden te vertellen. Fantasie werkt ook! Een ‘sociaalpolitieke parodie’ noemt Imagine de film. Tja, het is eerder spannend dan geestig. Mooi camerawerk en acteurs slagen erin om het geloofwaardig te houden. Misschien een beetje ver-van-mijn-bedshow voor niet-Argentijnen, denk ik, hoewel de angsten in zo’n regime wel voor iedereen te begrijpen zijn.

Online te zien vrijdag 16 april 15.00 uur.

 

Woman of the Photographs

Woman of the Photographs – Bidsprinkhaan
Van de snijdende spanning in Historia de lo Oculto gaan we naar de kalmte van Woman of the Photographs. We kijken naar het leven van Kai, professioneel fotograaf en retoucheerder. Hij verzorgt een bidsprinkhaan in een kooitje.

Dan ziet hij een vrouw uit een boom vallen. Deze vrouw, Kyoko, leeft van haar sponsorcontract dat ze nog had als balletster. Alleen vallen de likes tegen sinds ze niet meer aan ballet doet. Ze krabt zichzelf daardoor open (bij haar hart). Hijzelf zwijgt en doet simpelweg zijn werk; retoucheert haar wonden op de foto’s. Pas als ze de niet-geretoucheerde foto’s plaatst, krijgt ze weer likes. Ondertussen wonen ze samen en krijgen ze bezoek van een man die een foto van zijn overleden dochter wil veranderen in een volwassene en een vrouw die met een superfoto wanhopig een partner zoekt.

Als de arthousecinema nou niet dicht zou zijn, zou deze Japanse film een goede kans maken om komende maanden horden mensen naar de bioscoop te trekken. Het heeft iets poëtisch, spannends, geestigs, dramatisch én horrorachtigs. Zoals je totaalvoetbal hebt is dit totaalcinema. En symboliek te over. Alles in paartjes. Eten en drinken, fysiek hart en online hart, online en offline, knap en lelijk, rood en wit, zwijgen en praten, geluid en beeld, dans en fotografie, wond scheppen en wond retoucheren.

Een intelligente en subtiel gemaakte film van debutant Takeshi Kushida, die geen gekke trucs nodig heeft om toch goed te zijn. Vanaf het moment dat Kai’s bidsprinkhaan verschijnt, weet iedere kijker dat daar op het einde iets mee moet gebeuren. Iedereen weet hoe mannelijke bidsprinkhanen aan hun einde komen. Wat er dan gebeurt… We verklappen het niet.

Was online te zien op 13 april.

 

Me and Me

Me and Me – Product van je omgeving
Meer Aziatisch mysterie in de Zuid-Koreaanse film Me and Me. Een stel verhuist van Seoul naar een provinciaal stadje: een leraar en zijn vrouw. De vrouw heeft iets geks. Ze verandert ‘s avonds in iemand anders. Als dit via het roddelcircuit bij iedereen bekend is, willen de mensen in het stadje dat zij ‘s avonds achter een hek slaapt. De man gaat erbij liggen.

Hun huis brandt af en een detective doet onderzoek. Nadat hij op een avond te veel heeft gedronken, en in het huis in slaap valt, blijkt hij de volgende dag te zijn veranderd in de leraar. Ze verwachten hem op school, ook al heeft hij geen verstand van wiskunde.

Deze aangename lichtvoetige film van Jin-young Jung oogt als een verrassend rijpe film voor een debutant. Het aardige is bijvoorbeeld dat er geen effect in voorkomt. Het is louter verhaal, dus louter de verbeelding van de kijker, geholpen door goed acteerwerk. De karakters krijgen de ruimte en dat zorgt ervoor dat je snel voor de film valt. Creepy wordt het nooit, wel valt er soms wat te lachen.

Je wordt steeds dieper in het mysterieuze, bovennatuurlijke verhaal getrokken maar de film verwent de kijker niet met een afrondende conclusie. Dat is best jammer en heeft ook wel weer iets modieus, want open eindes vind je tegenwoordig bijna in elke film. Je moet de film denk ik vooral filosofisch opvatten: in hoeverre ben je echt je identiteit en in hoeverre een product van je omgeving?

Online te zien vrijdag 16 april 17.00 uur.

 

Schlaf

Schlaf – Verlaten sanatorium
Duits mysterie in Schlaf. Moeder Mona slaapt slecht en heeft rare nachtmerries. Ze reist zonder dat de dochter het weet naar een bepaald hotel. Daar maakt ze een puinhoop van de kamer. Ze wordt opgenomen in een ziekenhuis. Dochter Marlene wil weten hoe het zit en gaat naar hetzelfde hotel. Ze ontdekt vrij snel dat de mensen van het hotel een familiegeschiedenis hebben. De drie oprichters hebben zelfmoord gepleegd.

Een mixed bag zoals ze dat zo mooi zeggen in het Engels. Wel subtiel en mysterieus (begint al meteen als je ziet hoe hotelbaas Otto vastgebonden wordt). Het verlaten sanatorium met zijn gangetjes en kamers wordt goed gebruikt (doet denken aan The Shining). Hoe het verhaal van de slapeloze moeder, de dochter en de mensen in het hotel worden gekoppeld aan een bepaald thema is een aardige scriptprestatie van Thomas Friedrich en Michael Venus (ook de regisseur). Dat komt ook door het acteren van de hoteleigenaren Marion Kracht en August Schmölzer. Hoewel het verhaal anders is dan Dark, de Duitse Netflix-serie, is het wel enigszins vergelijkbaar in fantasie.

Er zijn wel wat stoorzenders in deze film. Wat bijvoorbeeld minder goed gaat, is het ontvouwen van het verhaal. Het is best moeilijk om de droomwerelden, geschiedenissen en realiteiten op te vangen in een geslaagd plot: een film als Lost Highway doet dat radicaler, waar Schlaf meer gemaakt voelt. Het tempo ligt ook te laag om echt spannend te worden. Storend vind ik ook het volslagen stoïcijnse acteren van Sandra Hüller (bekend van Toni Erdmann). Tot slot is het echt een Duitse film met een typisch Duits thema (geschiedenis) en ik weet niet of kijkers in pak ‘m beet Bulgarije of Ierland dat even boeiend vinden.

 

La Femme aux chaussures Léopard

La Femme aux chaussures Léopard – Schoenen
In La Femme aux chaussures Léopard zou een diefstal van een doosje appeltje-eitje moeten zijn voor een inbreker. Het gaat anders. Opeens komen er allemaal mensen binnen (feestje). De inbreker moet zich verschuilen en eindigt in de studeerkamer. Daar vindt hij een lijk in de garderobe.

Terwijl hij de drukte afwacht, bekijkt hij de documenten op tafel en leert de voorgeschiedenis. Hij beseft dat ene Boyer hem met het lijk in de val probeert te lokken. Als de politie binnenloopt, wordt het stressvol. Toch heeft hij een oplossing: een bepaalde foto die hij per mobiel naar Boyer stuurt, geeft hem weer onderhandelingsruimte.

Deze spannende film van Alexis Bruchon is een fraaie truc: je ziet alleen acteur (broer?) Paul Bruchon als inbreker en verder alleen maar schoenen. Je herkent karakters aan de schoenen die ze dragen. Knap en inventief en vermakelijk – alsof schoenen karakters hebben. Dit doet inderdaad af en toe denken aan de inventiviteit van suspensefiguren als Hitchcock en Clouzot. Zwart-wit past hier dan ook perfect bij. De film is helaas ook niet veel méér dan deze inventiviteit. Ook vind ik de appjes matig onderdeel van de film. Niemand tikt zulke volzinnen in het Engels (de film is oorspronkelijk Frans)! Misschien was dat doelbewust, om de film een klassieke sfeer te geven maar dat komt toch raar over, zeker omdat hij als een razende zit te tikken op zijn mobiel.

 

Nuevo Orden

Nuevo Orden – Spanningspornografie
In de openingsfilm van Imagine, Nuevo Orden, kijken we naar het huwelijksfeest van een rijke familie. Die wordt onderbroken door rellen. Opeens staan de rebellen in hun huis. Ze spuiten overal groene verf, stelen lukraak, schieten de helft van de mensen neer. Marianne, de bruid, lijkt de dans te ontspringen omdat ze een oude bediende wilde helpen. Toch begint ook voor haar de hel als ze wordt meegenomen door militairen.

Zelden zag ik een zwartgalliger film. Geen suspense, geen mysterie, geen humor. Nuevo Orden is geen goede film omdat het letterlijk niets biedt. Het is zó zwartgallig en boos en cynisch dat je niet meer goed weet waarom je deze film zou gaan kijken. Met de stijl van documentair realisme doet het wel een beetje denken aan Miss Bala maar die film had dan nog iets: een bijzondere choreografie.

Probleem is dat deze film van Michel Franco geen context biedt en zodoende meer overkomt als spanningspornografie. Spanning op basis van dood en verderf. Ook een beetje gek: de rijke mensen worden neergezet als mensen, de armen zijn dieven en moordenaars. Mexico heeft te maken met corruptie, laat een serie als Narcos zien, en veel mensen komen er door geweld om het leven. Zet deze film dan aan het denken hierover (als dat de bedoeling was)? Geenszins. En dat is jammer. Film biedt juist een enorme rijkdom aan mogelijkheden om een cynische boodschap te laten zien zonder alleen de ellende te willen tonen.

 

AV: The Hunt

AV: The Hunt – Bezitterige lamlul
We eindigen deze verslaggeving van Imagine 2021 met twee mensen-jagen-op-andere-mensenfilms. Ieder filmfestival heeft er volgens mij wel een. Imagine heeft er zelfs twee. In de Turkse film AV: The Hunt huwde Ayse een bezitterige lamlul. Zij zocht liefde elders en hij vermoordt dan maar meteen haar partner. Eerwraak staat dan als volgende punt in zijn agenda. Ze rent weg, steelt auto’s, krijgt een ongeluk, vlucht de bossen in, terwijl ex-man Sedat bewapend achter haar aan rent, tot en met grotten aan toe. Ayse is een type tough chick: ze gaat niet gillen maar raapt de geweren op.

Ja, de film is flink spannend want Turkije heeft bossen genoeg en zelfs wilde varkens zijn daar al griezelig. Bovendien wel bijzonder om het perspectief van de vrouw met dit thema zo centraal te zien in een Turkse productie. En Billur Melis Koc is geloofwaardig als survivallende vrouw. Daar staat tegenover dat het een redelijk onaangename film is met weinig wendingen die je niet verwacht, en ook wel een beetje oogt als sensationaliseren van een serieus onderwerp.

 

Cosmogonie

Cosmogonie – Sjezen door de Ardennen
In de Frans-Belgische film Cosmogonie van Vincent Paronnaud wordt een vrouw die alleen maar even wilde partyen ontvoerd door een maniak en diens compagnon. De gelijkenissen met AV: The Hunt zijn frappant. Ook hier een auto-ongeluk, ook hier sjezen door de bossen (Ardennen), ook hier gedoe met mobieltjes, ook hier besjes eten. En zelfs, en dat is wel heel frappant, hier ook varkens die door de bossen rennen als symbool voor de vrouw die opgejaagd wordt.

Waar de Turkse film vrij rechttoe rechtaan is, oogt het verhaal in Cosmogonie besluiteloos. Het is wel minder voorspelbaar dan de Turkse film en de cinematografie is ook een stuk uitzinniger. Arieh Worthalter, die ik niet kende, acteert sterk als creep en Lucy Debay haalt ook het uiterste in zichzelf naar boven.

Al met al toch wat karig voor een hele speelfilm. De film was denk ik beter heel sterk geweest als korte film. Vooral de laatste dertig minuten, waar de rest van de film in feite omheen gebouwd is, zijn het beste. Bijrol nog voor Guillaume Kerbusch, bekend bij Netflix-kijkers van La Trêve.

 

15 april 2021

 

Imagine Film Festival 2012 – Horror
Imagine Film Festival 2021 – Sputnik
Imagine Film Festival 2021 – Komische films
Imagine Film Festival 2021 – Sciencefiction
Imagine Film Festival 2021 – Interview Remco Polman over Camouflage

 

MEER FILMFESTIVAL

Happiness of the Katakuris, The

***
IFFR Unleashed – 2002: The Happiness of the Katakuris
Het geluk van een verknipte familie

door Bob van der Sterre

De Katakuri’s hebben een guesthouse gebouwd. Alleen sterven de gasten allemaal een ongelukkige dood. Film van Takashi Miike overtreft zichzelf in bizarriteiten en extremiteiten.

We krijgen de Katakuri’s meteen geschetst. Dat is de vader die zijn ziel en zaligheid in het guesthouse heeft gestopt met zijn vrouw. Zijn dochter, een alleenstaande moeder die snel verliefd wordt. Haar zwijgende broer. En opa: ‘Hij leeft een makkelijk bestaan, met het vertellen van leugens en zelfzuchtigheid.’

The Happiness of the Katakuris

Het geluk uit de titel is vet ironisch want het guesthouse loopt totaal niet. De eerste bezoekers zijn spirituele wandelaars en als het dan net de eclips is, haasten ze zich weg. Zij komen er nog goed van af. Alle andere bezoekers sterven door een of andere reden. De een krijgt een hartaanval, de ander pleegt zelfmoord, en zo verder. ‘Heeft u soms een lang koord dat we kunnen gebruiken?’ De Kakaturi’s begraven ze maar, want slechte publiciteit kunnen ze niet gebruiken.

Een van de gasten is een piloot die de goedgelovige dochter Shizue wil veroveren. Hij vertelt dat hij familie is van Queen Elizabeth. ‘Ik herinner me geknuffeld te worden door tante Elizabeth. En Diane! Tegen Charles zei ik: je moet je vrouw koesteren.’ Ondertussen barst de familie voortdurend in gezang uit, inclusief dans.

Wat is dit??
Veel kijkers die The Happiness of the Katakuris voor het eerst zien, zeggen: dit is de vreemdste film die ik ooit heb gezien. Zelfs voor ervaren kijkers is het even slikken. Neem het legendarische begin. Een vrouw begint het met lepelen van de soep. Eruit komt een wezentje. En die trekt de huig los van de soepeetster. En vliegt dan met de huig door het hele land. Eet dan de huig op. Een kraai eet het wezentje op. En een pop pakt een oog en doodt de vogel. Een meisje: ‘En toen verwonderde ik mezelf: wat maakt een familie gelukkig.’

Want wat is deze film niet? Hij heeft drama, zang, komedie, fantasy, spanning, animatie en horror. Voor je weet waar je naar kijkt, ben je al bij de volgende scène. De film was weliswaar licht gebaseerd op de Zuid-Koreaanse film The Quiet Family (Ji Woon Kim) maar is in de handen van Takashi Miike een eigen leven gaan leiden.

Het is bijna ongelooflijk voor te stellen dat iemand die Audition vervaardigde, twee jaar later The Happiness of the Katakuris maakte. Miike probeert veel genres en daardoor heeft iedereen wel een film van hem gezien. Die snelheid nekt hem ook af en toe, want niet al zijn films zijn even goed, zoals bijvoorbeeld Yakuza Apocalypse en Zebraman 2 erg teleurstellen.

The Happiness of the Katakuris

Veel improvisatie
The Happiness of the Katakuris had eigenlijk niet moeten werken, maar werkt tóch. Dat is vermoedelijk sterk te danken aan Miike’s invloed en zijn gebrek aan angst voor het mislukken van zo’n project. Hoewel de film ook wat mindere stukken heeft (eigenlijk dat hele stuk met de moordenaar), het acteren niet echt geweldig is, er soms té maffe dingen zijn (zo draagt iedereen Kappakleding), en is de lengte nog vrij fors (toch 113 minuten).

De film is de kijker telkens een stap voor met het spontane, alles-is-mogelijk-karakter. “Het werd een keer laat”, zei Miike, “en de producer zei dat we de scène de volgende dag niet konden filmen, dus moesten we een eclips verzinnen om de plotselinge duisternis te verklaren.” De kleien poppen werden ingezet om dure scènes te vermijden.

Geen wonder dat deze film zo’n grote schare fans heeft. Deze film is zo consequent bizar dat je als kijker twee keuzes hebt: meegaan in de mafheid of je gezicht afwenden. Je moet toch wel respect hebben voor deze ode aan de fantasie.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 26 mei 2021.

12 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Archeologen die iets te diep graven

Archeologen die iets te diep graven

door Bob van der Sterre

L’etrusco uccide ancora ♦ Secret of the Inca’s ♦ El coyote emplumado

 

Dankzij films, games en boeken (zoals Lara Croft, Indiana Jones en The Mummy) leven we met de misvatting dat het beroep van archeoloog enorm spannend is. Best ironisch voor een van de saaiste beroepen ter wereld: graven, niet vinden, wel vinden, afstoffen, catalogiseren. Drie obscure films die het beroep ook al geen recht doen (want die films bestaan niet).

L’Etrusco uccide ancora oftewel The Dead Are Alive uit 1972 begint met serieus archeologiewerk. Draadjes spannen, een sensor uitrollen, een sonde laten dalen. Dan foto’s maken van een nieuwe Etruskische tombe.

Dode lichamen op Etruskische graven
De volgende dag liggen twee jonge mensen dood op (andere) Etruskische graven. Hun lichamen bebloed. Het meisje draagt schoentjes van de opera. Hun manier van liggen doet denken aan een van de foto’s van een muurschildering (sgraffito) in de tombe.

Een bont gezelschap heeft hier indirect mee te maken. Jason: de besnorde en bezonnebrilde projectleider, drinkt en heeft een psychiatrische geschiedenis. Dirigent Nikos Samarakis: leidt het orkest op dictatoriale wijze. Zijn vrouw Myra: had een affaire met Jason. Stephen: danshulp van het orkest. Bewaker Otello: molt dieren voor de lol. Leni Samarakis: officieel nooit gescheiden. En hun zoon en ladykiller Igor.

Meer lichamen worden gevonden. De politie vindt Jason verdacht omdat hij telkens in de buurt was. Waarom horen getuigen trouwens steeds een bepaalde opname van Verdi’s requiem?

De archeologie heeft een nuttige bijrol in de film. Vooral ruimtes vol oude Etruskische artefacten, die ook inderdaad in deze omgeving van Umbrië (Spoleto en Perugia) veel voorkomen.

Verder vooral veel heerlijke seventies onzin van regisseur Armando Crispino waar je op een onbedoelde manier kunt lachen. Een uitzinnige gay met poedels; een stoere alfaman met snor en pilotenzonnebril; een mensen hatende dirigent en zijn slaaf (‘Als je wilt dat ik je schoenen lik, doe ik dat’); een auto-achtervolging zonder enig nut voor het verhaal; hysterische flashback met uitbundige close-ups; en de typische giallo-opmerking ontbreekt niet (‘Het is vast het werk van een seksmaniak’).

Er is te weinig respect voor pulp. Het montagetempo ligt hier bijvoorbeeld erg hoog. Er zijn zoveel scènes in zo weinig tijd dat de montage soms genoopt werd tot (gedwongen) virtuoze overgangen tussen scènes. Daar kun je als beginnend filmer nog wat van leren, want hoeveel films zijn te traag voor woorden tegenwoordig?

En het wordt niet nog Europeser dan deze Duits-Italiaans-Joegoslavische productie, met acteurs uit al deze landen.

Inspiratiebron Indiana Jones
In The Secret of the Inca’s (1954) gaan we naar Cuzco in Peru. Harry Steele (Charlton Heston) is daar een soort combinatie van reisgids en oplichter. Het scheelt weinig of hij zou hier zelfs een crimineel zijn (alhoewel een vliegtuig stelen toch een vrij criminele daad is).

Tijdens zijn rondleidingen ontmoet hij de Roemeense Elena, steelt het vliegtuig van de Roemeense ambassademedewerker die naar haar op zoek is. Ze wil vluchten maar ze vliegen eerst naar Machu Picchu. Er is nog een enorme gouden plak nooit gevonden, weet Harry.

Toevallig zijn er net opgravingen op Machu Picchu. Maakt het vinden van de plak makkelijker. Alleen krijgen ze te maken met de onschuldige lokale bevolking en een dief waar Harry niet op had gerekend.

Een soort sarcastische oudoom van Indiana Jones, deze Harry Steele-rol van Charlton Heston. Vrouwen raken door de war door zijn combinatie van stoerheid en wittiness: ‘Als je je afvraagt hoe je gaat betalen zonder mijn gevoelens te kwetsen… vergeet het maar. Haal die biljetten er maar uit en begin te tellen.’ ‘Je bent niet timide hè.’ ‘Niet over geld. Geld zingt en ik hou van muziek.’

Het archeologische werk wordt hier gedaan door ene Moorehead. Hij opent de tombe en houdt zich netjes aan de spelregels. Dan zijn er nog de Andesbewoners, die in feite erfgenamen zijn van Machu Picchu, en toch aan projectleider Moorehead vragen: ‘Mag ik de tombe in om iets uit te zoeken, meneer Moorehead?’

The Secret of the Inca’s staat vooral bekend als inspiratiebron voor de Indiana Jones-films. Harry Steele draagt dezelfde leren jas, fedora, schoudertas, revolver. Je mist alleen de zweep. En de tombescène… Dit was de eerste keer dat Hollywood direct op een archeologische vindplaats filmde – iets wat deze film ook al gemeen heeft met Indiana Jones (Petra in The Last Crusade).

Toch is het een heel ander soort film. Indiana Jones is een actiekomedie, dit is een melodramatische romcom. Met een paar bonuspunten: zangeres Yma Sumac als Kori-Tica en een paar geestige dialogen. Wat minpunten ook: de Roemeense met een vet Frans accent (immers Franse actrice Nicole Mauray).

Wie heeft de echte coyote?
Van Peru door naar Mexico. In El coyote emplumado (1983) gaan de indianen María en opa Don Lupe naar Acapulco. Daar is een internationale archeologische conventie gaande. Zij willen daar hun regionale aardewerk showen.

Een bijzondere ‘coyote’ wordt geëxposeerd. Eentje die van 1.500 tot 850 voor Christus is gemaakt. De coyote is ‘enorm veel waard’, zegt archeoloog Villegas. Hij vermoedt dat bandieten het beeld willen stelen, verstopt het in een grote teddybeer en vraagt dan zijn oude vriend Don Lupo om een kopie te maken. Natuurlijk worden de kopieën en het origineel omgewisseld, en weet niemand meer wie de originele coyote heeft.

Aardig om te zien hoe de archeoloog enthousiast vertelt over de culturele waarde van het object: ‘De Mexicanen begrijpen er niets van, houden er niet van en interesseren zich er niet voor hun eigen cultuur.’

Verder is het vooral rennen en sjezen in deze als komedie bedoelde film. Het probleem is vooral dat het script niet echt grappig is. En nogal leunt op het gegeven van Ilf en Petrovs klassieke komische roman De Twaalf Stoelen. María moet alle kopers opsnorren en komt in allerlei kluchtige situaties terecht (parachute, zwembad, disco, hotel).

Wel boeiende beelden van de Mexicaanse cultuur begin jaren tachtig. De invasies van de Pizza Huts en Kentucky Fried Chickens beginnen. Ook het begin van de Mexicaanse georganiseerde misdaad. Die hier nog opereert met lachgas.

En ook frappant: María Elena Velasco die de hoofdrol van María speelt, regisseerde ook de film. De onhandige indiaanse vrouw met nasale stem lijkt op Mexploitation. Het doel was juist om de vooroordelen ten opzichte van indianen te laten zien. Dat doet ze ook met het (mannelijke) seksisme van de Mexicanen. Als de professor op het strand verlekkerd kijkt naar jonge vrouwen in bikini, kijkt María verlekkerd naar een groep mannelijke gewichtheffers.

María Elena Velasco’s typetje La India María wordt het meest succesvolle vrouwelijke filmkarakter in de Mexicaanse cinema genoemd. In de film Tonta, tonta, pero no tanto (1972) begon ze ermee en speelde het typetje in diverse tv-series en zestien films, waarvan ze er vijf zelf regisseerde. Ze overleed in 2015.

Er is ook een boek over La india María gepubliceerd. Het is even graven in de digitale bodems van het internet, maar dan vind je ook wat.

 

11 april 2021

 

El coyote emplumado

 
Alle Camera Obscura

Imagine Film Festival 2021 – Sciencefiction

Imagine Film Festival 2021 – Sciencefiction:
Techniek als brenger van ellende en hoop

door Bob van der Sterre

De sf-film op Imagine is enorm veelzijdig. Aliens, geniale wetenschappers, problemen met kunstmatige intelligentie. Techniek functioneert daarbij als rode draad.

De hedendaagse sf-film lijkt het niet precies meer te weten. Is de toekomst nu redelijk positief of gaat het helemaal mis? De films op Imagine kiezen opvallend genoeg allemaal voor een iets andere weg.

De typisch dystopische film heeft het lastiger in pandemietijden, waarbij de wereld buiten je deur al bevreemdend is. Ze verschijnen nog in veelvoud (om maar te zwijgen in games) maar opvallend veel films denken ook na over een veel minder griezelige (nabije) toekomst. Daar zijn de problemen kleiner en draaien de verhalen om meer alledaagse dingen. Denk aan onafhankelijke Amerikaanse sf-films als Lapsis of Creative Control.

Het buitenaards monster is ook niet meer het monster van voorheen. De aliens in Meandre en Sputnik zijn veel intelligenter en zoeken vooral naar begrip en communicatie, net als in First Contact. Het is duidelijk dat de buitenaardse filmwezens aan het evolueren zijn geslagen.

En voor je klassieke sf-verhaal, waarin een ruimteschip toert door de ruimte en planeten worden aangedaan als treinstations, hebben films de strijd tegen series opgegeven, lijkt het. Denk aan langlopende reeksen als The Expanse, Altered Carbon, Salvation. Zulke series kunnen veel beter een complex sf-verhaal vertellen dan een film van anderhalf uur.

Tot slot timmert kunstmatige intelligentie (hier aanwezig met een eigen AI-programma) ook hard aan de weg in een eigen filmniche. Het genre biedt veel filmmogelijkheden, zowel visueel als scripttechnisch. (Het is nu wachten op de eerste film over AI die ook door AI is geregisseerd… Voor degene die het niet wist: AI schrijft zelf al sf-scripts en maakt al muziek.)

Lees onze preview voor meer info over het programma en hoe je kaartjes kunt kopen.

 

Meandre

Meandre – Claustrofobische cinema
Aliens zijn de grote klassiekers van het sf-genre en ontbreken ook niet op Imagine. Bekijk het hypergevoelige, hypergevaarlijke wezen in de Russische film Sputnik. Ook de Franse film Meandre gaat over aliens. Je zal het maar meemaken zoals Lisa: je kind verliezen en dan in de auto stappen van een seriemoordenaar…. en dan terechtkomen in een sadistisch labyrint van aliens. Hoeveel pech kun je krijgen?

Het is niet zomaar een labyrint. Je moet steeds voor een bepaalde tijd ergens zijn want anders word je verbrand of verdronken. Als je dat hebt overleefd, moet je nog aan het einde de juiste keuzes maken. En de hakbijlen overleven. Lisa heeft een psychische tik vanjewelste gehad maar in het labyrint blijkt ze toch de juiste survivalskills te hebben.

De film van Mathieu Turi is weer eentje die past in de trend van claustrofobische cinema (127 Hours, Moon, Buried). Films waarin een karakter in zijn of haar eentje probeert te overleven. Dat overleven is spannend en is productietechnisch best goed gemaakt. Je merkt de invloed van survivalgames op deze film. Actrice Gaia Weiss is ook geloofwaardig voor de lastige rol.

Een maar: de film doet niet aan uitleg. Waarom doen die aliens dit? Wat is hun doel? Hoezo al die technieken? Hoezo kan niemand iets duidelijk maken? Als een alien dan ineens Frans begrijpt, weet ik het ook even niet meer. Dat had beter opgelost kunnen worden in het script.

Online te zien vrijdag 16 april 21.30 uur.

 

Undergods

Undergods – Somber toekomstbeeld
Dystopische sciencefiction is nog niet helemaal verdwenen. Sf op zijn meest dystopisch zien we in Undergods. Daar kijken we een paar korte verhalen die een ding gemeen hebben: ze schetsen een somber beeld van onze toekomst. De enige rode draad zijn K. en Z.: de bestuurders van een truck met lijken. Zij verkopen ook af en toe slaven.

Z. vertelt over een nachtmerrie van een geest die rondwaart in een verlaten huis, en wat de aanleiding was. Dat gaat over in het tweede verhaal. Een nieuwe huurder vertelt een somber bedtime story aan zijn dochter, over een man die bouwtekeningen stiekem doorverkocht en wiens dochter wordt ontvoerd. Dat gaat over in het derde verhaal: als een ingenieur bij een zeepbedrijf een van de ex-slaven op bezoek krijgt (de verdwenen man van zijn vrouw).

Wat een somber beeld van onze nabije toekomst. Er staan alleen nog wat geraamtes van blokkendozen overeind, mensen worden in goelags gestopt, lijken liggen op straten te rotten. Dit zwartgallige beeld doet geregeld denken aan de serie Black Mirror – maar nog wat gradaties duisterder. Zelfs de holocaust komt langs (K en Z lijken ook geen toevallige gekozen letters).

Tussen alle genreproducties vind je ineens een film die niet makkelijk te bestempelen is en waar op de details is gelet. De cinematografie is erg mooi, de elektromuziek werkt, het acteerwerk is vrij goed en de filmlocaties (in Servië en Estland) zijn schitterend. De opzet van de korte verhalen in een lang verhaal valt nog het meeste op. In ieder verhaal dringt zich een vreemdeling op. Ingenieus aan elkaar gelijmd maar de film mist wel iets te veel de ruggengraat van een overkoepelend verhaal. Er is geen uitleg hoe dit zo gekomen is en waarom er kennelijk toch nog wijken prima leefbaar zijn.

Toch verrassend en gedurfd debuut van Spaanse regisseur (Chino Mayo), deze Brits-Belgisch-Estisch-Servisch-Zweedse productie. Film gaat ongetwijfeld een goede ontvangst krijgen omdat het de genres meer overstijgt dan in andere films.

Was online te zien op 8 april.

 

Empty Body

Empty Body AI krijgt menselijke vorm
Intussen veroveren AI’s sf-land stormende wijs. Een subgenre over robots met zelflerende, menselijke eigenschappen die vaak confuus worden van hun eigen bestaan. Frappant: alle AI krijgt in deze films een menselijke vorm. Er zijn al wat bekende namen: Marjorie Prime, Ex Machina, Upgrade en natuurlijk Blade Runner. Het AI-programma van Imagine bevat drie nieuwe films: Empty Body, The Trouble With Being Born en Absolute Denial.

In Empty Body wordt de kloon van een overleden man aangeklaagd. Hij heeft eigenhandig het bewustzijnsrestant verwijderd – naar eigen zeggen op verzoek van de overleden zoon. De kloon was bedoeld om het verlies voor de moeder makkelijker te maken. Een rechtszaak volgt.

Deze Zuid-Koreaanse film van Kim Ui-Seok komt met interessante vragen over toekomstige problemen: welke rechten hebben klonen? Hebben mensen die sterven nog zeggenschap over het leven na de dood? Wie gaat er eigenlijk over AI in klonen? Ergens zegt de moeder stellig tegen de zoon dat hij ‘natuurlijk’ geen inspraak heeft over hoe de kloon eruit zal zien, het gaat om haar belang, zij heeft de kloon nodig.

Intelligente film die boeiende punten aansnijdt (doet wat denken aan Marjorie Prime) maar is mij toch echt wat te sober voor een sf-film. De film had wel wat meer kunnen experimenteren op cinematografisch gebied. Film is en blijft immers beeld.

Online te zien zondag 11 april 17.00 uur.

 

The Trouble With Being Born

The Trouble With Being Born – Kloonkind
Ook het creepy The Trouble With Being Born gaat over een alleenstaande vader. Hij heeft een AI-kind in huis gehaald om zijn overleden kind Elli te vervangen. Het nieuwe AI-kind met plastic poppengezicht verwerkt de oude data al lerend, zoals een reis naar Belgrado. Het gaat alleen niet altijd goed. Het kind laat zich verdrinken, rent weg, gedraagt zich soms te intiem. De vader gaat niet bepaald met de AI om zoals je met een echt kind zou omgaan.

Duits-Oostenrijkse Film van Sandra Wollner biedt hiermee in wezen dezelfde vragen als Empty Body maar is een gradatie of tien provocerender. Wat is de waarde van herinneringen van overledenen en welke rechten hebben AI-kloonmensen? Plus voor het gewaagd thema (film is soms lastig om aan te kijken), film kreeg ook goede kritieken. Wel minpunten voor het trage tempo. De film had denk ik makkelijk in de helft van de tijd gepast.

Was te zien op 10 april.

 

Absolute Denial

Absolute Denial – Pratende computer
In Absolute Denial verliest David, een geweldige programmeur, alle besef van tijd als hij een briljante ingeving heeft. Hij wil een computer maken die als een mens tegen hem kan praten. Hij schrijft zijn programma, koopt tig computers, sluit zichzelf op in een hal, vergeet alles. Na een paar dagen begint de computer te praten. Er is een catch: de computer mag niet té intelligent worden. Dat is vragen om moeilijkheden natuurlijk.

Zwart-wit-animatiefilm van Ryand Braund is mooi om te zien. De hal en de zoemende computers, het scherm, de letters die over het scherm vliegen. David (‘I can’t let you do that’ gaat dan steeds door je hoofd) versus Goliath (een computer met de kennis van tienduizenden Davids). Het punt, voor mij, is een beetje dat het verhaal na een intrigerend begin voorspelbaar naar het einde toefietst. Drama in plaats van sciencefiction. De stemverheffingen van de computer en ‘Ben ik gek aan het worden?’-vragen van David had ik liever ingeruild voor een meer nerdy breinkraker.

Online te zien zondag 11 april 19.30 uur.

 

Minor Premise

Minor Premise – Eigen herinneringen manipuleren
Niet de enige sf-film over ‘het onbegrepen genie’ op Imagine. In Minor Premise experimenteert docent Ethan op zichzelf. Hij wil zijn eigen herinneringen manipuleren. Zijn nobele doel: misschien kunnen we zaken als PTSD of opioïdeverslavingen zo bestrijden. Geniën experimenteren graag op zichzelf en daarmee verknalt hij bijna zijn eigen brein. Hij krijgt black-outs. Met zijn ex-vriendin Allie die net op bezoek komt, leert hij dat hij tien personen per uur is, en dat hij dus ook 6 minuten de ‘default’ Ethan is.

Wil je ingewikkeld? Want dit is ingewikkeld. Het is Primer– en Memento-nerdy. Dus gedoe met tijd, formules en hersenen. Want Ethan ontdekt de hele tijd in zijn verschillende personages dingen die hij voor zichzelf (in een ander personage) geheimhoudt. Je gaat hiervoor, of je haakt af.

De film werkte wel voor mij dankzij de intensiteit van acteur Sathya Sridharan – die geloofwaardig tien personen moet zijn, waaronder een antisociaal karakter. Wel was de filmstijl iets te bekend. Snel bladeren door het kladblok en opeens geniale dingen lezen (‘Ik moet ophangen’). Supersnel programmeren (ramram op toetsenbord). De neergang (drank, weinig eten, op de bank in slaap vallen, wallen onder ogen), de black-outs (hoge piep, doffe geluiden, vette close-ups, confuus makende montage). Dat zal de liefhebber van nerdy, supercomplexe verhalen over sciencefictionapparaten niet tegenhouden. Met Dana Ashbrook (Bobby in Twin Peaks) in een bijrol.

Was te zien op 8 april.

 

11 april 2021

 

Imagine Film Festival 2012 – Horror
Imagine Film Festival 2021 – Sputnik
Imagine Film Festival 2021 – Komische films
Imagine Film Festival 2021 – Interview Remco Polman over Camouflage
Imagine Film Festival 2021 – Mysterie & Suspense

 

MEER FILMFESTIVAL

Imagine Film Festival 2021 – Komische films

Imagine Film Festival 2021 – Komische films:
Chaos als troefkaart voor een komisch effect

door Bob van der Sterre

Bij fantasierijke films horen ook absurdistische films. Beoefenaars in dit genre worden steevast sceptisch benaderd door critici, hoewel het scheppen van een lach naar mijn idee moeilijker is dan het scheppen van een traan. Het is alleen jammer dat de uitvoering vaak uit de bocht vliegt door een overdaad aan chaos.

Op Imagine is veel grappigs te zien: een verademing in vergelijking met veel andere festivals. Fantasie en humor laten zich goed combineren. Je kunt vrijer associëren dan in het keurslijf van een drama. Die vrijheid kan de filmmakers vleugels geven.

Voor thema’s doet het ook geen kwaad. Al sinds de Grieken weten we dat je een verhaal op serieuze en niet-serieuze manier kunt vertellen. Nog sterker: de komedie is ouder dan het drama.

Met het tempo en de speelsheid zit het wel goed, maar veel komische films ontsporen vaak door chaos te gebruiken voor het komische effect. Fors geweld en stijlvondsten buitelen vaak over elkaar heen. Bij echt grappige films zijn de humor en het verhaal goed in evenwicht.

Lees onze preview voor meer info over het programma en hoe je kaartjes kunt kopen.

 

Mandibules

Mandibules – Kun je een vlieg trainen?
In Mandibules vinden twee idioten, Manu en Jean-Gab, in de achterbak van een gestolen auto een enorme vlieg. Ze bedenken ideeën om er geld mee te verdienen. Dan moeten ze wel eerst de vlieg trainen. Dat is alleen moeilijker dan ze dachten.

Quentin Dupieux heeft weer een totaal absurde film gemaakt. Daar houdt het voor velen op want komedies hebben immers geen diepgang… Maar als iets grappig is, kan het ook van een complexe werkelijkheid uitgaan. Het een sluit het andere niet uit. Dupieux maakt zijn scripts met een totaal andere logica. Deerskin gaat over jagen en gejaagd worden, in Wrong is álles anders dan anders, in Realité bestaat geen werkelijkheid.

Ook hier weer aanwijzingen genoeg voor een andere logica. Alles moet iets met insecten te maken hebben. Dead giveaways zijn de vlieg en de titel van de film (kaken). Neem hoe Manu aan het begin als een larve uit een cocon (slaapzak) aan land komt. Ze zijn dakloos. Alle karakters zijn hun ouders kwijt. Cécile heeft ‘800 partners’ gehad. Ze houden van wijn (nectar?) drinken. Het stierengebaar (kopstoot tegen de man in de camper, die zelf ineens is ‘gevlogen’). ‘Je hebt het geheugen van een vlieg’. De tafelmanieren (‘Mijn ouders hebben me niets geleerd’). De door seks, eten en ontlasting geobsedeerde Agnès, die veel lawaai maakt. De opmerking: ‘Ik heb een allergie voor olie’. De zilveren gebitten. Het doodshoofd op de tafel bij Michel-Michel (die uit twee personen bestaat). Veel puzzelstukjes, maar er is niet per se een puzzel om ze in te leggen. Is de vlieg hier de mens (immers leert de vlieg hier), zijn de mensen de insecten? Is de een een kever, de ander een koninginnemier, een volgende een doodgraver?

Misschien betekent het ook niets. Hoe dan ook is het knap hoe Dupieux al die eigen logica combineert met een bij vlagen hilarische komedie. Mandibules heeft geen chaos nodig voor het komische effect. Dat komt van het grappige acteerwerk van Gregoire Ludig, David Marsais en Adèle Exarchopoulos. Minpunt: dat de andere rollen wat minder aandacht krijgen. De film is zo prettig kort (iets meer dan een uur) maar laat daar nog wat mogelijkheden liggen.

Online te zien vrijdag 9 april 19.30 uur.

 

Fried Barry

Fried Barry – Overgenomen door een alien
Héél veel chaos juist in de Zuid-Afrikaanse film Fried Barry. Het begin lijkt nog op een sombere drugsfilm. Alles verandert na een drugstrip waarbij Barry’s lichaam door een alien wordt overgenomen. Hij keert terug op de straten van Kaapstad. De nieuwe Barry krijgt een rondleiding langs Kaapstads seedy underbelly. Voor deze alien bestaat de aarde uit drugsgebruikers, prostituees, pooiers, misdadigers en sadisten.

De film volgt de uitspraak van Dario Argento: ‘You must push everything to the absolute limit or else life will be boring.’ Echt een film voor Imagine dus: compleet maf, over de top, ranzig, smerig, fantastisch, bizar. Aan het begin moet je denken aan het ongemakkelijke en ranzige gevoel van films als Trainspotting en Irreversible. Fried Barry gooit het over een meer fantasierijke horrorboeg. Seksscènes eindigend in bloedbaden, plotselinge zwangerschappen, drama’s met een cirkelzaag. De liefhebber van goede smaak zal hoofdschuddend het gezicht afwenden.

Héél véél flair dus in dit debuut van Ryan Krugers. De camera-aan-het-lichaam, mensen die direct in de camera praten, felle neonkleuren, bizarre geluiden en dominante muziek. Acteur Gary Green trekt zijn gezicht in alle denkbare plooien. Een film met lef (ook de crème de la crème van de Zuid-Afrikaanse acteurs tonen lef in hun maffe bijrollen). Het gaat wel ten koste van een coherent verhaal en duurt bovendien wat te lang.

Nadeel van deze coronatijd: dit is echt een film die je moet zien in een volle zaal met joelende Imagine-gangers.

Online te zien donderdag 15 april 19.30 uur.

 

Fils de Plouc

Fils de Plouc – Raamprostituee is hond kwijt
Soortgelijke chaos in Brussel in Fils de Plouc. Issachar en Zabulon (een soort Lloyd en Harry van Dumb and dumber) raken de hond van hun moeder kwijt. Moeder werkt als raamprostituee en eist dat ze January Jack terugvinden.

Ze sjezen heel Brussel door om de hond te vinden en komen terecht in de garage van een danser; bij een bestialiteitenclub, een merguezverkoper, een modeshoot, en op een groot plein (inclusief straatbende). Geef ze al helemaal geen pistool te leen, zoals een vriend van ze doet.

Een hoop karakters en veel gekke en lelijke Brusselse locaties: dat vind ik wel aardig. Daar houdt het ook mee op. Met drukte, gegil en gekke kapsels heb je nog geen komische film. Voor een komedie heb je ook sympathieke karakters nodig. Die ontbreken hier. Daarnaast laat de film best wat kansen liggen voor satirische passages.

Online te zien zaterdag 10 april 19.30 uur.

 

Shakespeare's Shitstorm

Shakespeare’s Shitstorm – Nieuwe drugs op cruiseschip
Het verste in chaos gaat Shakespeare’s Shitstorm. Een feest op een cruiseschip stopt omdat orka’s schijtend over het schip springen en het schip daardoor zinkt. De mensen stranden aan in New Jersey, waar het feest verdergaat. Een nieuwe drug genaamd tempest maakt iedereen lijp. De zoon van een rijke ondernemer en de dochter van een wetenschappelijk genie worden ondertussen verliefd op elkaar.

Shakespeares The Tempest in een Troma-remix. Troma is de legendarische cultfilmmaatschappij van Michael Herz en Lloyd Kaufman (die hier ook de regie, het script en de hoofdrol doet). Ze maken al decennialang voor minder dan niks horrorfilms. De Troma-films zijn slordig gefilmd, hebben slecht acteerwerk, beroerde scripts, amateuristische effecten maar zijn ook anarchistisch, satirisch en politiek-incorrect. Lees hier de hele geschiedenis.

De cultfans van Troma zullen deze Shakespearebewerking (in 1996 maakten ze ook al Tromeo and Juliet) ongetwijfeld opvreten. Deze film is zeker zo smerig en stupide als de 80’s en 90’s films van Troma (misschien nog uitzinniger). De spot gaat met de tijd mee met social justice strijders, twitteraars, farmaceutische industrie. Toch hield ik het niet langer dan een half uur vol. Wel zie ik de invloed van Troma-films – kijk maar naar films als Fried Barry en Flics de Plouc, die sterk leunen op de onzin en het anarchisme waarmee Troma bekend werd.

Online te zien vrijdag 9 april 19.30 uur.

 

Vicious Fun

Vicious Fun – Killers en agenten
Vicious Fun begint rustiger met karakterintroducties. Joel, horrorjournalist, is gek op zijn huisgenoot, Sarah. Zij heeft geen oog voor hem. Hij raakt rancuneus, achtervolgt haar date, en in een bar maken ze een babbeltje.

Per ongeluk komt Joel terecht in een praatsessie voor seriemoordenaars… hoewel het natuurlijk even duurt voordat hij doorheeft waar de praatsessie over gaat. Seriemoordenaar Carrie heeft een eigen agenda. Ze wil de killers Bob, Fritz, Hideo en Mike koud maken. Ze worden gearresteerd, de anderen komen achter hen aan, en in het politiebureau barst de strijd pas echt los.

Vicious Fun is routinewerk. Niets wat je nog niet eerder zag. 80’s stijl en muziek: Drive (Kavinsky) en Stranger Things. Komische films over killers. Agenten met grappige 80’s snorren. De superkoele chick en de nerdy sukkel zijn een cliché vanjewelste. Toch is de film minder chaotisch en daardoor wel wat evenwichtiger dan de vorige films. Regisseur Cody Calahan weet zijn weg wel met ‘zijn’ genre, horror, dat hier een functionele bijrol heeft.

Verhaal speelt met clichés en valt helaas wat tegen, maar is wel met veel plezier gemaakt. Best wat gretige lachers, zoals de agent die schrikt van alles, telkens naar zijn holster grijpt en dan zijn pistool er niet uit krijgt. En hier wel humor door acteerwerk. Vooral Evan Marsh heeft er talent voor en zie ik over tien jaar wel zijn eigen Adam Sandler-reeks hebben. En dan is er nog de prettige synth-soundtrack van Steph Copeland.

Online te zien donderdag 15 april 21.30 uur.

 

Alien on Stage

Alien on Stage – Film Alien op het toneel
Om dan met een rustige noot te eindigen: in de documentaire Alien on Stage denkt een groep busbestuurders en familie dat het een leuk idee is om de film Alien naar het theater te brengen. Goed kunnen acteren, was niet echt een pre, enthousiasme voor het project des te meer. Ze moeten veel ingenieuze oplossingen bedenken. In Dorset slaat hun idee niet echt aan. Via een bevriende regisseur kunnen ze ineens hun talenten laten zien in Westend.

Eerste deel is niet zo goed. Tempo ligt laag en heel interessant is die voorbereiding niet. Het wordt pas amusant als je hun theaterstuk in Londen ziet. De blunders (het woord crap in plaats van creation, enz.) worden gretig ontvangen door het publiek. De registratie van het toneelstuk was denk ik grappiger geweest dan deze film. Nog sterker: je had daar in het theater moeten zitten.

Pluspunt, en dat maakt het de cirkel over komedie weer rond, is dat de film gaat over de bijzondere interactie die er altijd is tussen acteurs en publiek. Die is hier heel puur. Omdat de acteurs ook erg amateuristisch zijn (dat weet het publiek ook) maar het publiek juist de lowbudgetcreativiteit bewondert. Is het echt grappig? Of is het wachten op wat komen gaat vooral grappig? Want ook komedie is een vak apart blijkt uit de films van Imagine.

Online te zien vrijdag 16 april 19.30 uur.

 

9 april 2021

 

Imagine Film Festival 2021 – Horror
Imagine Film Festival 2021 – Sputnik
Imagine Film Festival 2021 – Sciencefiction
Imagine Film Festival 2021 – Interview Remco Polman over Camouflage
Imagine Film Festival 2021 – Mysterie & Suspense

 

MEER FILMFESTIVAL