Sombere mannen

Sombere mannen

door Bob van der Sterre

Hoffman ♦ La Tregua ♦ Vincent, François, Paul et les autres

 

Mannen met depressies: een lastig onderwerp in cinema. Ze zijn vaak psychopathisch of heldhaftig (kan soms hetzelfde zijn) maar zelden ordinair somber. Hieronder drie films die dat niet uit de weg zijn gegaan.

Hoffman (1970) beschrijft het leven van Hoffman. Hij is erg, erg somber. Zo somber dat hij het niet meer raar vindt om zijn secretaresse te ontvoeren en af te persen om zijn zin te krijgen: een weekend met haar door te brengen.

Ongemakkelijke humor met Peter Sellers
Ze heeft er natuurlijk totaal geen zin in. Dat levert pijnlijke opmerkingen van Hoffman op als: ‘Elke man die lijdt aan grote seksuele frustratie zou gek zijn als hij het meisje van zijn dromen niet helemaal… ten volle gebruikt.’ En: ‘Miss Smith, je bent hier om twee armen, twee benen, een gezicht te zijn, en wat in het midden zit.’

Pittig verhaal, dit script van Hoffman. Afpersing, onvrijwillige seks. De ongemakkelijke humor doet denken aan The Office. Dat komt vooral door de dialogen, geschreven door Ernest Gebler, die geweldig klinken dankzij de acteerkwaliteiten van Peter Sellers.

Soms is het wrange humor op zijn best:
– Miss Smith. Ik wil een brief dicteren.
– Nu?
– Ja nu! Aan Miss Janet Smith. Beste Miss Smith, ga naar bed. Hoogachtend. Mr Benjamin Hoffman.

Depressief als hij is, spaart hij zichzelf ook niet: ‘Vrouwen over de hele wereld raken gestrest van mannen met mijn gezichtsuitdrukking.’

Dat Sellers de rol van Hoffman zo sterk speelt, trekt de film omhoog naar een niveau waar het met een andere acteur niet snel zou zijn gekomen. Maar het kwam daarmee ook iets te dichtbij. Zijn portret deed Sellers aan zichzelf denken. Hij probeerde de rechten van de film van Alvin Rekoff te kopen zodat hij zelf de film opnieuw kon verfilmen. Dat mislukte. Resultaat: Sellers werd zelf depressief.

Hoewel ik zijn reactie wel begrijp, moeten we er eigenlijk gelukkig mee zijn dat het niet lukte. Er zijn maar weinig eerlijke portretten van ongelukkige mannen. Met drank als remedie tegen lastige, serieuze emoties waar ook een komediant ook geen raad mee weet.

Menselijke kletsfilm
La Tregua (1974) pakt de somberheid veel meer onderhuids aan. In deze Argentijnse film (naar een boek van de Uruguayaanse schrijver Mario Benedetti) kijken we naar weduwnaar Martin. Hij heeft moeite met het feit dat zijn leven grotendeels voorbij is.

Zijn leven gaat vooral dóór. Een saaie kantoorbaan en moeizame relatie thuis met zijn drie kinderen (Esteban, Laura, Jaime). Zijn bestaan wordt erdoor vergald. Op het werk door flauwe, roddelende collega’s. En thuis door een generatiekloof van jewelste. Een probleem is dat zijn kinderen nog thuis wonen door de economische crisis. Dat levert stress op. Zeker wanneer Jaime homoseksueel blijkt te zijn.

Martin kan niet naar links, niet naar rechts. Het maakt hem immens somber. Een nieuwe generatie haalt hem bovendien in. Enig lichtpuntje nog is Blanca, op wie hij een oogje heeft.

Een menselijke kletsfilm zonder politieke inhoud, die meer zegt over de Uruguayaanse maatschappij van de jaren zestig dan die van Argentinië van de jaren zeventig. Dat is wel een beetje raar. Alsof je een Franse roman zou verfilmen in Amsterdam maar alles verder intact zou houden (zonder er bijvoorbeeld af en toe een ‘Houd je kanis, klootzak’ in te gooien).

De somberheid ligt er niet dik op – eerder het tegendeel. Dat komt dankzij de sterke hoofdrol van Hector Alterio, die hier zijn Martin een echt mooie sombere uitdrukking meegeeft. De somberheid is onderhuids voelbaar. Sergio Renan gaf als regisseur sowieso veel ruimte aan de acteurs, die allen een theatrale achtergrond hadden.

De Argentijnse censors van het fascistische regime lagen blijkbaar niet echt wakker van dit drama. De film werd in 1975 zelfs ingezonden voor de Oscars.

Maar liefst drie sombere mannen
En in Vincent, François, Paul… et les autres uit 1974 zien we niet één, maar drie mannen worstelen met hun somberheid. Vincent: populaire eigenaar van een fabriekje maar niet zo goed in zijn boekhouding. François: arts die gezwicht is voor het grote geld en wiens vrouw met jan en alleman naar bed gaat. En Paul… (daar is ie weer): schrijver die door een blokkade niet meer schrijft en zijn vrouw heeft genoeg van zijn gezeik.

En dus de anderen… Een stroom aan kennissen en vrienden van Vincent, François en Paul. Het is heel gezellig allemaal. Samen op jacht, samen een brandende hut blussen, samen naar een bokswedstrijd.

Ondertussen, achter de schermen, zoals in het echte leven, trekken de vrouwen aan de touwtjes. Hier Julia, Lucie en Catherine. Dat kan het leven voor een man soms erg complex maken. Zoals in het geval van Vincent. Zijn minnares verlaat hem, hij wil zijn ex weer terug en wil zijn eigen bedrijf ook niet kwijt. Het maakt hem radeloos.

Vincent, François, Paul… et les autres is een film die maar een ding wil zeggen: het volwassen leven is moeilijk. In deze film geen oplossingen, geen levenslessen. Dat maakt de film sterk. We lezen het verdriet alleen in de droopy ogen van Yves Montand die Vincent speelt. Is de film daarmee ook goed? Dat is lastiger te zeggen.

Je hebt er iemand als Claude Sautet voor nodig om dat in wezen simpel drama geloofwaardig en menselijk neer te zetten, zonder dat het al té dramatisch wordt, waar modern drama vaak een handje van heeft. Een kenmerk van deze twintig jaar geleden overleden regisseur, die meer van zulk mooi drama maakte, zoals César et Rosalie en Un Mauvais Fils.

1974: een tijd dat Gérard Depardieu nog in de schaduw speelde van andere grootheden, Yves Montand, Serge Reggiani en Michel Piccoli (onlangs aan ons ontvallen). Zo fit (toen nog) dat Depardieu geloofwaardig voor een amateurbokser door kon gaan. En dit waren tijden dat men zoveel pafte dat ik deze film ervan verdenk zichzelf te financieren met sluikreclame.

Ook lekker seventies is de de bokswedstrijd waarmee de film relaxed nog een minuut of twintig duurt. Misschien was de editor ook even levensmoe en liet ie de filmkraan maar lekker lopen. Waar is het toch allemaal goed voor, alles, immers?

 

7 september 2020

 

Hoffman (1970)

 

 
Alle Camera Obscura

Eigenwijze meisjes

Eigenwijze meisjes

door Bob van der Sterre

Das Schrecklichen Mädchen ♦ All Men are Liars ♦ Galls

 

Meisjes en vrouwen: vaak problematisch in cinema. Te perfect, te oppervlakkig, te stoer. Waar zien we eerlijke portretten van leuke en eigenwijze vrouwen? Er zijn een paar voorbeelden in de obscure hoek. 

In Das Schrecklichen Mädchen uit 1989 is de brave Sonja een modelleerling. Ze schrijft een essay, wint een prijs, versiert de leraar en haar broers en zussen krijgen aldoor te horen: Schrijf ook een boek zoals Sonja.

Foute burgemeester
Haar tweede essay heeft een lastiger onderwerp: haar dorp Pfilzing in de Tweede Wereldoorlog. Ze maakt heel wat los in haar zoektocht naar de waarheid achter de foute burgemeester Zumtobel. Daarbij prikt ze op een plekje waar de lokale oudere Duitsers niet graag geprikt willen worden: oorlogsgeschiedenis. Ze loopt het ene archief in en het andere uit. Het krijgen van twee kinderen stopt haar niet om verder te werken aan dit project.

Het leuke van Das Schrecklichen Mädchen is dat het verhaal totaal niet voorspelbaar is. Het is typisch Duits in de zin dat het gaat over geschiedenis en politiek. Bijna een whodunnitmysterie over wat er veertig jaar eerder in de oorlog gebeurd is. Haar strijd voor de waarheid levert veel negatieve reacties en bedreigingen op.

Ook is de stijl van deze namaakdocumentaire niet zo gewoon als je denkt: het is erg losjes en bevat volop komische knipoogjes, zoals dat Charlie Zumtobel – afstammeling van een in de oorlog foute Zumtobel – een chocoladefabriek heeft. Héél losjes is de bank met tafel die om een markt rijdt (alsof ze in hun huiskamer zitten). De truc schiet zijn doel voorbij maar laat zien dat de makers wel lef hadden. Of denk aan de persmensen die in haar huiskamer op haar afspringen. Of het enorme tempo. In veertig minuten zie je al meer dan in menig complete speelfilm.

Een leuk portret van een getalenteerde, eigenwijze vrouw. Zo zie je maar dat het best goed kan komen met je stoutheid als anderen je de stuut van de klas noemen. Eigenwijsheid zit aan de binnenkant. Bovendien is deze satire van 1989 nu nog steeds van toepassing.

Alle mannen liegen
In All Men are Liars uit 1995 zijn er een aantal eigenwijze meisjes. Ze vormen een toerende meisjesband. Op een dag komen ze aan in een klein stadje. De meisjesband ontslaat daar de enige man (hij loog en ging met twee bandleden tegelijk) en zoekt een vrouw, om voor eens en voor altijd van die mannen af te zijn.

De meisjes in de band hebben geen man nodig. Hoewel natuurlijk niet iedereen lesbisch is, en sommigen toch de aanrakingen wensen van een man, zoals bijvoorbeeld de zachtaardige Angela.

In het stadje woont de even zachtaardige Mick, die vrouwelijke trekken heeft. Zijn moeder neemt de benen (voor de zoveelste keer). De druppel: zijn vader die zonder wat te zeggen de piano heeft verkocht.

De meisjesband biedt kansen voor Micks muziekcarrière. Maar een man willen ze dus niet meer. Opgejut door zijn broertje verkleedt hij zich als Michelle en dringt tot de band door. Maar natuurlijk niet tot het hart van het Angela, die juist een beetje haar ‘wilde’ kant aan het ontdekken was. Ze datet Micks vader en kust Mick als Michelle. Maar alle mannen liegen, komt ze achter.

Ik hou van Australische films. Ze zijn niet zo hemelbestormend of origineel. Wel hebben ze meer het hart op de juiste plaats dan de meeste Amerikaanse films. Een maf hart meestal – je moet ervan houden – maar dat is beter dan film als een herhaalbare truc te benaderen.

Ze gaan zo vaak over halvegaren – zoals Barry in deze film ook weer is. Niet alleen idioten spelen vaak een grote rol. Ook travestie. Denk aan Priscilla, Queen of the Desert of Dame Edna. Van die onderwerpen waar we in Nederland al decennia eerder stopten met om te moeten gniffelen.

Frappant is dat juist deze schattige ninetiesfilm een carrièrekiller was voor iedereen, op John Jarratt (vader Barry) na. Regisseur Gerard Lee schreef pas twintig jaar later weer een filmscript (en niet lang daarna de populaire serie Top of the Lake). Hoofdpersonen Toni Pearen en David Price hadden met hun charmante spel en knappe gezichten een mooie loopbaan in het vooruitzicht. Maar speelden nooit meer in een film!

Een hut, aardappelsoep en liefde
In Gals (1961) komt Tosya, een zeldzaam eigenwijs meisje, aan in een Siberisch gehucht. Jonge mannen hakken daar hout, vrouwen bereiden het eten. Dat staat in het Sovjetplan. ‘Van 1 kubieke meter hout kun je 200 kilo papier maken. Jouw handschoenen zijn niet van wol… maar van dennenhout.’

In dit sneeuwrijke Sovjetdorp is het hard werken voor Tosya. Het is haar eerste baan. ‘Heb je geen kussen mee? Wat kom je hier doen dan?’ Ze moet takken rapen in het bos en ze is de kok.

Tosya is flink eigenwijs. Ze gaat tekeer tegen apparatsjiks, laat zich door niemand iets aanpraten. ‘We laten je niet gaan.’ ‘O, je hebt geen recht, ik ben oud genoeg, ik heb een paspoort, ik loop wel blootsvoets door de sneeuw!’

Dat trekt de aandacht van jongens. Ilya, topdammer, wedt er een bontmuts om dat ze binnen een week de zijne zal zijn. Maar hij gaat meer voelen.

Een charmante, mooi gefilmde en ook volslagen oubollige komedie over meisjes en jongens. Zegt in zijn oubolligheid veel over deze tijd in Sovjet Rusland. Dit is een Sovjetideaal (maar goed, romcoms zijn per definitie romantisch, en dit blijft natuurlijk een communistische productie). Een hut, aardappelsoep en liefde, meer heb je niet nodig.

De rolpatronen zijn wel even een stap terug voor mensen in onze tijd en maatschappij. Vrouwen doen het simpele werk, mannen zijn hardcore. En ze drinken bier (maar altijd iets minder dan in de werkelijkheid).

Het eigenwijze kind is ook wel onuitstaanbaar, doet alles gehaast en emotioneel. Anfisa geeft alleen haar eerlijke mening (liefde bestaat niet) en Tosya slaat er meteen op los! De flirtles die daarop volgt van Anfisa is indrukwekkend… De film vergeet daar even zijn braafheid.

Kortom: eigenwijsheid is leuk maar zoals met alles…  met mate!

 

18 januari 2020

 

All Men are Liars

 

 
Alle Camera Obscura

Camera Obscura Quiz

Welkom bij de grote Camera Obscura Quiz!

Voor de duidelijkheid: deze quiz is niet heel serieus, zoals de rubriek Camera Obscura ook niet zo heel serieus is. Bob van der Sterre, die deze rubriek al 10 jaar maakt, stelde de quiz samen.

De vragen zijn uiteraard obscuur, zoals je bij een obscure quiz niet anders zou mogen verwachten. Wil je het toch proberen? Ga je gang!
Het zijn 40 vragen, je bent er ongeveer een kwartiertje mee bezig.

Start

Ga hier naar Camera Obscura

Bobs favoriete afleveringen van 10 jaar Camera Obscura

Bobs favoriete afleveringen van 10 jaar Camera Obscura

door Bob van der Sterre

Het is ontzettend lastig om favoriete afleveringen samen te stellen. Ze zijn me allemaal dierbaar om verschillende redenen. Toch maar een poging! Titel, humor en obscuriteit vallen in deze episoden goed samen.

Eigenwijze ministaatjes. De film Passport to Pimlico was hier echt voor gemaakt. Nu moest ik er nog twee bij vinden. The Wicker Man (het origineel) is aan de bekende kant maar het paste hier ook perfect en The Mouse that Roared eveneens. Ik kende het boek al uit mijn jeugd, wist niet eens dat er een verfilming van was, met Peter Sellers nota bene. Zo’n film die niet zo legendarisch komisch is als je hoopte. Deze volledig Britse aflevering doet me nog steeds plezier vanwege het onderwerp.

Who is killing the great chefs of Europe? (1978)

Who is killing the great chefs of Europe? (1978)

Beklemming en Vervreemding. Deze aflevering vind ik nog steeds mooi vanwege het besef dat dit idee nu toevallig heel populair is in de moderne cinema. Ook vind ik Seconds, Seksmisja en THX 1138 een ijzersterk trio, want ze behandelen dat onderwerp allemaal anders.

De dood herleefd. Drie zeer interessante films die samen een zeer goed geheel vormen. Vooral The Loved One (een van mijn favoriete romans) en het geweldige Cremator. En After Death is de oudste film die in Camera Obscura heeft meegedaan, uit het nog precommunistische Rusland van 1915.

Ben ik de dader? Ik bedacht me dit op een dag na het kijken van het rare Le voleur de crimes: is er een subgenre over mensen die denken dat ze een moord hebben gepleegd? En ja hoor, na goed zoeken vond ik er nog twee, en met name The Blue Gardenia is nog best heel aardig.

Eten en zwarte humor. Na het kijken van Who is killing the great chefs of Europe? vroeg ik me af of ik meer lugubere films over eten kon vinden. En dat lukte. Die combinatie vond ik frappant: eten en zwarte humor. La Grande Bouffe – enigszins een klassieker van Marco Ferreri – paste er te goed bij om te laten liggen.

Godard niet in Frankrijk. Een leuke klus om Godard-achtige films bij elkaar te zoeken. Het idee kwam doordat ik op een gegeven moment na het kijken van Abschied von gestern besefte hoeveel mensen elders zijn stijl nadeden in de jaren zestig.

Schurken achter het stuur. Het leuke van deze episode is de uiteenlopendheid van de knullige tramachtervolging in Naakt over de schutting, de lange achtervolging vol stof met een Ford Torino in Fear is the Key, en het scheuren van een auto door Parijs in Le chat et le Souris, een typische scène voor racefanaat Claude Lelouch.

Luchtig tijdreizen. Omdat hier de obscure film der obscure films Tomorrow I’ll get up and scald myself with tea in zit. Briljante komische Tsjechische tijdreisfilm. Onverzinbaar script. De invalshoek luchtig tijdreizen maakt het concreter dan als je alle films over tijdreizen zou nemen. En dan natuurlijk met Non ci resta che piangere, die kon dan niet ontbreken.

Wenn es Nacht wird auf der Reeperbahn (1967)

Wenn es Nacht wird auf der Reeperbahn (1967)

Seks en moord (en een verhaal). Deze aflevering vind ik zelf erg vermakelijk. Want hoeveel films zijn letterlijk dit! Deze drie zijn extreem obscuur (met als hoogtepunt Wenn es Nacht wird auf der Reeperbahn van Ralf Olsen). Als het ware gemaakt om ooit in deze Camera Obscura te verschijnen.

Hoog in de hemel. Niet alle afleveringen hebben geweldige films, maar hier is het niveau vrij hoog met films die zich in de bergen afspelen: het zeer obscure maar interessante Estse curiosum The Dead Mountaineer Hotel en het ontzaglijk mooie Black Narcissus. Downhill Racer hoefde ik ook niet over te twijfelen: Robert Redford als skiër, als dat niet obscuur is, weet ik het ook niet meer.

 

12 augustus 2020

 

 

BINNENKORT: De grote Camera Obscura Quiz

10 jaar Camera Obscura – Interview met Bob van der Sterre

10 jaar Camera Obscura
“Mensen onderschatten het plezier van obscure films”
Camera Obscura bestaat tien jaar. Al die tijd redt Bob van der Sterre films uit het grote filmmoeras waarin ze gevallen waren. Volgens hem is een leukere passie nauwelijks voor te stellen. 

Eigenlijk vond het heugelijke moment al plaats op 1 mei, maar door alle coronahysterie was het Bob zelf ook ontschoten. Toch staan we graag stil bij dit jubileum en delen we op Facebook en Twitter een week lang dagelijks rare, obscure films. Eerder al deden we een Ondertussen op de redactie… over obscure films. In deze ‘Week van de Obscure Film’ lees je op InDeBioscoop een interview met de maker, zijn favoriete afleveringen en zijn grote Camera Obscura Quiz.

Cu mâinile cura (1972)

Cu mâinile cura (1972)

“Ik ben erg blij dat de obscure film weer even in het zonnetje staat. Want ze zijn zo boeiend!”, zegt de auteur van Camera Obscura. “Er zitten zoveel prachtige verhalen aan vast. En er is zo ongelooflijk veel. Velen zweren bij de canon van pak hem beet honderd klassieke meesterwerken. Maar films hoeven niet altijd meesterwerken te zijn om ervan te genieten. Dat is de les die ik geleerd heb van 10 jaar Camera Obscura: leer ook genieten van een film als die niet foutloos is.”

Hoe is Camera Obscura 10 jaar geleden ontstaan?
“De rubriek is voor honderd procent te danken aan Hans Dewijngaert. Nu redacteur bij Schokkend Nieuws, voorheen hoofdredacteur van zijn eigen Vlaamse filmblad Planeet Cinema. Voor dat blad bezocht ik talloze filmfestivals, schreef ik essays, verzon ik gekke artikelen.”

“Ik bood Hans tien jaar geleden wat filmstukjes aan en hij zei: ‘Probeer eens drie stukjes rondom een onderwerp te verzamelen, en dan kunnen we er een rubriek mee maken: Camera Obscura’.”

“Hij had dat goed gezien want deze opzet lag me prima. Het eerste stukje verscheen in mei 2010: Vrolijk anarchisme. Daarin vergeleek ik Lars von Triers Dogville met wat ik echt anarchistische films vond (Le Paltoquet uit 1986 bijvoorbeeld). Dit vergelijken van obscure films met bekende moderne films komt bijna elke aflevering terug. Het geeft een referentiekader voor de lezer.”

“Deze episode bevatte ook een van mijn favoriete anarchistische films aller tijden: Touche pas à la femme blanche. Dat zou ik ook vaak doen in Camera Obscura: pushen van mijn eigen favoriete films. Vaak interessante filosofische komedies en satires die toch naar mijn idee niet serieus genoeg werden genomen.”

Touche pas à la femme blanche (1974)

Touche pas à la femme blanche (1974)

“Hans introduceerde de rubriek zo: In deze reeks bespreekt Bob van der Sterre elke aflevering een aantal thematisch gelinkte films. Hoe aparter, ouder en obscuurder, hoe liever hij ze heeft.”

“Planeet Cinema stopte helaas in 2013 en ik was twintig afleveringen Camera Obscura verder. Vervolgens kwam ik in contact met Cor Oliemeulen. Het leek hem wel leuk om de rubriek over te nemen op zijn site. Sinds juni 2014 gaat de rubriek verder op InDeBioscoop. De productie werd op zijn verzoek wel opgeschroefd naar een keer per maand. Intussen heb ik bijna de grens van 100 stukjes al bereikt.”

“De rubriek is wel geëvolueerd. Van je eigen favorieten pushen naar gericht zoeken naar onbekende pareltjes die bij een onderwerp passen. Ik ben niet de enige ter wereld natuurlijk. Filmcollecties als Criterion en Eureka doen het ook, en op Mubi.com zie je ook redelijk obscure dingen. Zo helpen we allemaal met wat filmgerechtigheid.”

Wat is jouw definitie van een obscure film?
“Alles draait om referentiekader. Voor heel wat mensen zijn alle twintigste-eeuwse films obscuur. Voor de liefhebber van een obscure filmmaker zijn jouw keuzes weer veel te bekend.”

“Het is vooral een gevoelskwestie, zoals ik ook al uitlegde in die Ondertussen… aflevering. Obscure films zijn hoe dan ook films die om uiteenlopende redenen vergeten zijn bij pers en publiek. Soms terecht, soms onterecht. Je stoft ze als het ware af en geeft ze een tweede kans. Dat past wel bij iemand als ik die in een tweedehands boekwinkel heeft gewerkt.”

“Een logische regel: mijd echt beroemde films. Dus geen films als Peeping Tom, Casablanca, Citizen Kane, Rififi, Apocalypse Now, Fitzcarraldo, waarvan je wel kunt verwachten dat iedere filmliefhebber ze kent. Beroemde regisseurs zijn wel welkom trouwens. Powell en Pressburger, Buñuel, Melville, Malle, Truffaut, Fassbinder zijn allemaal langsgekomen in mijn rubriek. Van Altman doe je dan wel HealtH en niet MASH. Van Truffaut wel Les Baisers Volés en niet Jules et Jim. Hun films moeten ook gewoon passen bij een onderwerp.”

HealtH (1980)

HealtH (1980)

“Camera Obscura is sowieso een zeer democratische rubriek. Foute genrefilms staan in mijn rubriek zij-aan-zij aan met films van topregisseurs. Hoe infantiel en maf films soms zijn: iemand stak toch zijn nek uit om de film te maken. Het heeft een bijkomend voordeel om veel middelmaat te zien, dan zie je pas echt waarom een meesterwerk er zo met kop en schouders bovenuit steekt.”

“Ik leg mijn grens wel bij pornografie (hoewel er toch een de rubriek binnenkwam als cultfilm) en écht beroerde films waar ik geen plezier aan beleef en de lezer van de rubriek vermoedelijk ook niet.”

“Ik heb nog één andere regel: de film moet minimaal twintig jaar oud zijn. Die grens begon dus bij 1990 en is nu al opgeschoven naar 2000.”

Waar komt die fascinatie voor obscure films vandaan?
“Beroemde films waarderen is niet moeilijk. De filmcanon bestaat uit een film of 100. Als je die hebt gezien, ben je al een soort filmkenner.”

“Je hebt dan alleen de top van de berg gezien. Je weet dan nog niets van de hele berg, laat staan de bergketen. De laatste speelfilmencyclopedie van ik geloof begin 2000 bestond uit 20.000 films. Al die films zijn óók films, hoe je het went of keert. Ik heb eens toen ik ziek was een speelfilmencyclopedie doorgebladerd. Dan pas besef je wat er allemaal letterlijk verdwenen is. Al die films met James Caan en Ben Gazarra die ik in dat boek tegenkwam!”

“Dat is nog steeds geen antwoord waarom ik zo’n plezier heb aan obscure genrefilms… Het is denk ik een combinatie van een relaxte manier van films kijken als je ze kijkt om er iets interessants over te schrijven en het schrijven zelf. De kwaliteit van de film is voor mijn rubriek minder belangrijk dan de vermakelijkheid van het stukje. Ik ben veel toleranter bij Camera Obscura dan wanneer ik recenseer. Ik geniet dus als het ware dubbel: de film en daarna het schrijven.”

“De paradox is dat ik juist erg in artiesten geloof! Alleen wat ik jammer vind is dat over dat selecte groepje artiesten alles wordt uitgeplozen (Welles, Kubrick, Godard, Bergman, Antonioni, Kurosawa enz.) en over anderen bijna niets. Ik denk dat films van Marco Ferreri, Alain Jessua, Jean-Pierre Mocky, Bertrand Blier, om een paar te noemen, ook veel te bieden hebben. Nog afgezien van het feit dat veel filmmakers in hun tijd niet door critici of publiek werden begrepen. Daar moet je ook een beetje mazzel mee hebben.”

Filmmaker Alain Jessua (rechts) in een onderonsje met de vroeggestorven acteur Patrick Dewaere

Filmmaker Alain Jessua (rechts) met de vroeggestorven acteur Patrick Dewaere

“Het waarderen van niet-canonfilms vereist een andere, tolerante blik. Oudere films hebben vaak iets mafs en doms, maar zijn ook vaak grappiger en satirischer dan moderne films. Er werd minder in doelgroepen gedacht, daardoor kon er meer geëxperimenteerd worden. Ik ben ook niet de enige die zulke films waardeert. Je ziet het aan de gerestaureerde films die Nikolas Winding Refn aanbeveelt; of het eerbetoon aan pulpfilms in het werk van Quentin Tarantino.”

“En dan is er nog de tijdreis. Ik zet een film aan en ik kom terecht in 1973, 1954 of 1929. Mensen onderschatten het plezier daarvan.”

Hoe stel je die drie films rond een bepaald thema samen?
“Er is geen vaste werkwijze! Ik begin vaak met één obscure film die me op het pad brengt van een onderwerp, een gek en enigszins grappig idee. Abschied von Gestern (‘Godard niet in Frankrijk’); Where is Miss Young? (‘Mannen, vrouwen en moeilijke vriendschappen’); Sweet smell of success (‘Carrièremannen zonder scrupules’); Arcana (‘Van je familie moet je het niet hebben’); Variola Vera (‘Pas op met die virussen!’) of El Angel Exterminador (‘Rare gasten’).”

“Ik werk een beetje aan verschillende projecten tegelijk en het op dat moment leukste idee krijgt voorrang. Zo gaat het al jaren.”

“Een goede film vinden is niet lastig. Twee ook vaak niet. Drie films die bij elkaar passen: dat is de sport. Ik speur wel regelmatig fora, IMDb en andere websites af op zoek naar de typische Camera Obscura-titel die met de andere twee een ‘geheel’ kan vormen. En dan nog die film ergens vinden! YouTube helpt mij vaak uit de brand. Diverse filmarchieven (Quebec, Zuid-Korea) hebben werk op YouTube gezet. Dat geeft mij weer meer opties.”

“Ik pretendeer trouwens geen filmwetenschapper te zijn! Ik ben vrij om te bedenken wat ik leuk vind. Soms kom je drie films over Dracula tegen uit 1979 – en dan noem je die episode ‘Dracula overkill’ in 1979. Of ‘Van die dagen’… over films met titels als Blutiger Freitag, Violent Saturday, Black Sunday.”

“Soms komt er iets bijzonders aan en maak je daar een aflevering over (zoals ’75 jaar geleden bevrijding’). Over de Eerste Wereldoorlog maakte ik twee specials in 2018. Dat is eerder uitzondering. Ik ga niet bij 25 jaar Srebrenica ook drie Bosnische films uitzoeken of zo. In feite schrijf ik over álle onderwerpen die in films een rol spelen. Zoals drugsgebruik, telefoons, vampieren, heksen, katten, buiksprekers, gokken, erfenissen, sport, enz. Ik dacht dat ik er op zeker moment wel doorheen zou zijn, maar dat is niet zo. Je eigen fantasie is meer de beperking.”

“Gelukkig snap ik de chemie zelf niet helemaal dus kan ik ‘the making of’ gerust geheim houden!”

Blutiger Freitag (1972)

Blutiger Freitag (1972)

Zijn er onderwerpen die je liever niet bespreekt?
“Ik denk het niet. Alle onderwerpen die ik interessant vind, noteer ik en komen ooit aan bod. Alleen wil ik geen thema’s waar mensen nu opinies over hebben. Ik probeer zo tijdloos mogelijk te zijn.”

“Ik schrijf niet over genres. Geen afleveringen dus over blaxploitation, western, giallo’s. Ze komen individueel wel voor. Een misverstand is ook dat de obscure film een cultfilm moet zijn. Het kan wel maar het is geen regel wat mij betreft.”

“Het ene onderwerp is wat controversiëler dan het andere maar ik zoek het niet op. De rubriek geeft mij de kans mijn eerlijke mening over van alles te geven. Ik ben blij dat Cor en Hans nooit hebben gezegd dat ik bepaalde dingen beter niet zo kan opschrijven. Dat zou me bij grote media wel zijn overkomen, dat weet ik zeker, er komt dan altijd iemand klagen dat iets te is.”

Hoe lang ga je nog door?
“Zolang ik voor mezelf de kwaliteit haal die ik nastreef, denk ik. Dat is best lastig met een bijna fulltime baan. Tot nu toe lukt het nog steeds. En ik moet het speuren, kijken en schrijven leuk blijven vinden. Je wilt voorkomen dat je je herhaalt. Camera Obscura geeft me hoe dan ook altijd wat te doen. Einde van iedere maand moet er weer iets af zijn.”

“Een ambitie is om minder westerse films in de rubriek te hebben. Ik kijk te weinig films uit Azië, Zuid-Amerika en Afrika. Ze moeten passen en dat is vaak lastig. Ik probeer ook zo min mogelijk Amerikaanse films te gebruiken maar dat valt niet mee want veruit de meeste films uit Camera Obscura zijn Amerikaanse producties.”

“Zonder internet had de rubriek denk ik nooit bestaan (serendipiteit heb je alleen in een tijd van overvloed). En ook niet denk ik zonder de filmtips van vrienden en bekenden. En tot slot ook niet zonder het enthousiasme van Hans en Cor. Oprecht gewaardeerd worden om je schrijfsels vind ik nog steeds een bijzondere ervaring.”

“Op naar de volgende tien jaar? We zullen zien!”

Wil je alle afleveringen bekijken? Ze staan allemaal nog online bij InDeBioscoop, gewoon even bij de rubriek kijken. Voor de stukken op Planeet Cinema kun je het beste kijken tussen Achtergronden. Wil je deze website voor filmfans en fijnproevers steunen? Het is niet veel werk: deel een artikel dat je leuk vindt via sociale media met vrienden en kennissen!

 

9 augustus 2020

 

 

Bobs favoriete afleveringen van 10 jaar Camera Obscura

Onverfilmbare boeken

Onverfilmbare boeken

door Bob van der Sterre

Ulysses ♦ Zazie dans le Métro ♦ Majstor i Margarita

 

Ze hebben sommige regisseurs toch niet afgeschrikt om het toch eens te proberen. Denk aan de trilogie van Lord of the Rings. Hier films van drie andere boeken waarvan je niet begrijpt dat iemand het toch durfde.

Een onverfilmbaar boek is een boek waarbij de nadruk ligt op stijl of een ander literair idee. Zaken die niet te vertalen zijn naar het scherm. Tegenwoordig zijn romans netter, meer gepolijst, als het ware hebben de schrijvers ervan de contracten voor de film- of tv-productie al in het achterhoofd. In vroegere tijden golden andere wetten.

Niet achttien uur lang
Neem Ulysses, James Joyces roman uit 1922. De kortste synopsis: Stephen Dedalus, Leopold Bloom en Molly Bloom beleven een dag in Dublin. Hun karakters zijn gebaseerd op de karakters van Homerus’ Odyssee. Ulysses is een niet makkelijk te lezen boek. Meer literaire stijlen en grillige associaties vind je zelden in een roman.

In de jaren zestig kocht Joseph Strick toch de filmrechten van James Joyce’ Ulysses. Niet voor niets dat mensen er nog niet voor in de rij stonden om dat te doen. Zelden was een roman onverfilmbaarder.

In 1967 verscheen de film eindelijk. De reacties waren positief. En met recht. De film ademt veel zelfvertrouwen met z’n visuele vondsten en de combinatie van ernst en speelsheid – die heel goed past bij Ulysses. Bloom loopt een restaurant binnen, je ziet mensen eten en je hoort varkensgeluiden. Soms moet je zelfs denken aan Monty Python.

Het knappe is het evenwicht van vondsten en mensenportretten. In de kern blijven Bloom en Dedalus echte mensen met echte issues. Hoewel het budget laag was, hebben Strick en zijn crew zich overtroffen met het acteren en het camerawerk. Terwijl hij toch vond dat hij veel te weinig tijd had om het echt goed te doen.

Hoewel de film tammer lijkt dan Stricks The Balcony had Ulysses meer last van censuur. Daarmee was het een echo van de publicatieverboden rondom het boek destijds. Ierland hield het vertoningsverbod zelfs vol tot zo’n tien jaar geleden. De Britse censor in 1967 eiste 29 cuts in de film. Strick verving ze door blanco stukken met gruwelijke geluiden. De verbaasde censor liet de film toen maar compleet vertonen.

Godzijdank voor al die mensen heeft Strick niet vastgehouden aan zijn oorspronkelijke idee om de film achttien uur te laten duren. Wat een werk had dat wel opgeleverd voor censors? Er hadden er 100 alleen voor deze film moeten worden aangenomen.

Lichtvoetige coming of age
Een ander onverfilmbaar boek is Zazie dans le Métro. De lichtvoetige coming-of-ageroman van schrijvende wiskundige Raymond Queneau is een van de grappigste boeken die ik ken.

Zazie komt op bezoek bij haar oom, Gabriel, die misschien wel ‘hormoseksueel’ is. In elk geval is hij nachtclubdanser en woont hij samen met Albertine. Zazie bezorgt hem hoofdbrekens met moeilijke vragen over volwassenenonderwerpen en het aldoor weglopen, waarna ze in contact komt met Pedro de Dumpkoning en weduwe Mouaque.

En dan wil ze per se met de metro. Maar die staakt.

Wat er onverfilmbaar is aan Zazie dans le Métro uit 1959, is de schrijfstijl. Anders dan de sobere Nederlandse romans die al praktisch scriptklaar zijn*, zit deze roman barstensvol geestige stilistische vondsten die je niet in beeld kunt samenvatten. En dan is de roman gebaseerd op een haast onzichtbare wiskundige structuur (de Oulipogroep).

In 1960 waagde Louis Malle zich toch aan een verfilming. Hij was nog geen dertig en besloot brutaal dat hij het boek niet letterlijk wilde verfilmen, maar ‘filmisch hervertellen’.

De nadruk kwam te liggen op stijl. Neem de passage waarbij Zazie en Gabriel over straat lopen. De camera is 12 frames per seconde (in plaats van de gebruikelijke 24), de twee lopen extra langzaam, zodat het net lijkt of ze door hypersnel Parijs lopen.

Je ziet de invloed van deze film op bijvoorbeeld Jean-Pierre Jeunets Amélie. Dat is grensverleggend maar ook wel vermoeiend. De stripversie die een paar jaar geleden verscheen, blijft dichter bij het boek. Daarin komen de dialogen beter uit de verf.

Leuk om te weten: Queneau was zelf een groot filmfan en werkte mee aan diverse films, zoals een verfilming van zijn eigen roman La dimanche de la vie (regie Jean Herman) en films als La Grande Frousse en Un Couple (Jean-Pierre Mocky); Monsieur Ripois (René Clement) en Le Mort en ce Jardin (Buñuel).

De frustratie van een schrijver
Majstor i Margarita (1972) was een Italiaans-Joegoslavisch project van Aleksandar Petrovic om het beroemde boek van Michael Boelgakov te verfilmen.

Het boek, voltooid tijdens Michael Boelgakovs sterfbed, gaat over de frustratie van de schrijver om te leven in een literaire doodse periode als de jaren dertig in de Sovjet-Unie. De ‘meester’ is een toneelschrijver wiens toneelstukken nooit het daglicht zullen zien (zoals Boelgakov ook regelmatig overkwam). Hij heeft een toneelstuk over Jezus Christus en Pontius Pilatus geschreven. Tegelijk loopt Satan (Woland) met zijn vazallen (Azazello, Behemoth) rond in Moskou en straft hij alle bureaucraten.

Voor een geestig en fantastisch boek als De Meester en Margerita blijft er in deze filmversie jammer genoeg weinig enerverends over. De meester heet hier ineens Maksomoedov en succesvol, en het Pontius Pilatus-verhaal is praktisch afwezig. De film springt ook te saai om met de satire en humor van het boek.

Wat wel positief is, zijn de hoofdrollen van Ugo Tognazzi (de juiste integriteit), Alain Cuny (Woland: ‘Ze noemen me ook wel Beëlzebub of Lucifer’) en Mimsy Farmer (Margerita), hoewel die rol erg afwijkt van het boek.

De verfilmingen van dit boek lijken vervloekt. In 1994 maakte Yuri Kara een versie die pas in 2011 verscheen – nadat de kleinzoon van Boelgakov de verschijning alsmaar tegenhield. In 1996 maakte Sergey Desnitsky een andere versie, die zulke negatieve reacties opriep dat ze de film nooit in omloop lieten gaan. In 2008 verscheen een Italiaanse versie, zich afspelend in een hedendaags Florence (?). Ten slotte werd een animatieversie nooit uitgevoerd door geldgebrek.

Ik zie de komende jaren nog wel een ‘echte verfilming’ van een beroemde naam (Guillermo del Toro?). Als het maar niet wordt uitgevoerd door de mannen die nu de creativiteit remmen op basis van andere ideologie: de keiharde knaken. Dus de Berliozzen, Bobovs en Rimski’s van deze tijd. Laat die nou maar eens enorm opdonderen!

 

* Mompelde hier iemand Het leven is verrukkulluk van Remco Campert? Dat boek, dat hij schreef in 1961, is een regelrechte Queneau-rip-off! (Net als hoe Het Diner ‘sprekend’ lijkt op de film Festen, het boek meldt dat zelfs trots op de cover.)

 

6 juli 2020

 

Ulysses

 

Alle Camera Obscura

About Endlessness

****
recensie About Endlessness

Het is moeilijk om mens te zijn

door Bob van der Sterre

‘Het is al september.’
‘Hmmm.’
Met deze typische sketch van Roy Andersson begint zijn nieuwe film About Endlessness. Dat is sowieso een belevenis (zijn vierde in twintig jaar). Het was ook al zes jaar sinds zijn laatste film, het geweldige A Pigeon Sat on a Branch Reflecting on Existence.

Andersson films zijn onmogelijk uit te leggen. Geen films die de van ‘gewone’ films houdende kijkers zullen bekoren. Ze moeten zich voorbereiden op: 1. Vrijwel geen verhaal. 2. Trage scènes. 3. Amper bewegende beelden. 4. Karakters die figureren in de sketches (geen emotievolle close-ups). 5. De Zweedse zelfspot. 6. Zeer subtiele humor. 7. Zowel comedy als drama, mensen weten niet zeker welke van de twee. 8. Scènes in een take. 9. Immens gedetailleerde decors. 10. Vleugjes maatschappijkritiek. 11. Veel amateuracteurs. Ga zo maar door.

About Endlessness

Poëtisch? Filosofisch? Absurd?
Gelukkig hoeft film er niet alleen voor de grote gemene deler te zijn. Roy Andersson is daar duidelijk niet mee bezig. Hij maakte in 1970 en 1974 wel twee ‘normale’ films, nam toen een pauze als regisseur van 25 jaar (maakte vooral commercials voor tv), en maakte toen in 2000 (na vier jaar voorbereiding) het revolutionaire Songs from the Second Floor. Een artistieke hit. De film won de juryprijs in Cannes.

Songs from the Second Floor was de voorloper van de intussen vier films in dezelfde stijl. ‘Een slapstick-Ingmar Bergman’, typeert Village Voice hem, en dat is best aardig gevonden. Zijn eigen filosofie in een zin: ‘Het publiek moet zich niet te comfortabel voelen bij een film.’

De een noemt Anderssons stijl poëtisch, de ander filosofisch, en sommigen gebruiken een vaak misbruikt begrip als absurd. Wat het meest opvalt, is de hypercontrole op decor en acteurs. De acteurs zijn strikt geregisseerde figuranten in bewegende schilderijen. Filmschilderijtjes de vaak iets triests schetsen in een mensenbestaan. Het past dus ook dat zijn werk geëxposeerd is geweest in het MOMA in New York.

Tussen subtiele humor en triestheid
In About Endlessness borduurt Andersson verder op zijn vorige drie films. Ook hier weer een reeks sketches die gaan over onder anderen religie, oorlog, liefde en commercie. En ook hier het verbazingwekkende evenwicht tussen subtiele humor en triestheid.

Deze keer horen we een voice-over commentaar geven: ‘Ik zag vandaag een jongen op zoek naar liefde.’ Met weer een paar ijzersterke Anderssonesque scènes, zoals de man die bij een slager zijn ex-vrouw aanvalt en huilt: ‘Je weet toch dat ik van je hou?’ Haar antwoord: ‘Dat weet ik.’ Dan duiken de andere klanten op hem. Let op hoe de slager probeert mee te krijgen wat er gebeurt.

About Endlessness

Ook een prachtig beeld uit deze film: de twee mensen die boven een ruïnestad zweven. Of de scène dat nazi’s luisteren naar bombardementen terwijl een platenspeler aan blijft tikken (gebaseerd op het schilderij The End van Kukrynisky, een trio karikaturisten uit de Sovjettijd). De scène met de kruisdrager in de binnenstad doet dan weer denken aan Anderssons eigen film Songs from the Second Floor.

Is de film beter of minder dan zijn voorgangers? Het is niet te doen om zijn films met elkaar te vergelijken omdat ze zo gelijkwaardig zijn. Wie ze nog niet kende: beloon jezelf en ga ze kijken. Als je geduld hebt, krijg je er veel voor terug. Aan de andere kant is het misschien nu ook tijd voor Andersson om een nieuwe, revolutionaire stap in het duister te zetten. Andersson is weliswaar bijna tachtig, maar echt veel revolutionairen hebben we niet meer in de cinema. Probeer een keer een close-up of een ‘gewoon verhaal’. Verandering is gezond!

 

15 juni 2020

 

ALLE RECENSIES

Strips en films

Strips en films

door Bob van der Sterre

Jeu de Massacre ♦ Kdo chce zabit Jessii? ♦ Condorman

 

De Marvelhausse van het afgelopen decennium heeft op gigantische filmschaal comics populair gemaakt. Van Thor tot Spiderman, van Daredevil tot Iron Man. Met strips hebben ze alleen weinig meer te maken. Anders dan deze drie obscure voorbeelden.

Strips: dan kunnen we niet zonder Frankrijk. De beste kandidaat: Jeu de Massacre (1967). Een film van de onderschatte Alain Jessua, die eerder in Camera Obscura figureerde met Traîtement de Choc.

Playboy Bob
De hoofdpersoon van dit verhaal is playboy Bob. Hij is superrijk maar heeft het brein van een kind. Dat merken striptekenaars Pierre en Jacqueline, op bezoek bij zijn moeders landhuis in Zwitserland, waar hij nog woont.

Bob is wat getroebleerd. Hij speelt spionagespelletjes met Pierre en Jacqueline. Hij heeft een aparte schietkamer. Vaart ie op een motorboot, scheert hij langs zwemmers en vissers.

Als hij dan gaat meedenken met de nieuwste strip van het duo, met in de hoofdrol een gewapende playboy, genaamd Le tueur de Neuchâtel (‘de killer van Neuchatel’), zou je op je hoede moeten zijn. Als dan de portemonnee wordt getrokken, overtuigt Pierre dat voldoende (Jacqueline haar mening doet er niet toe, dit is 1967). Maar wie A zegt, moet ook B zeggen.

Jessua maakte volle en intense films zonder compromissen. Dat maakt ze nog steeds de moeite waard om te zien. Jeu de Massacre won in 1967 de prijs voor het beste scenario in Cannes.

Een plus zijn de kleurrijke strips die af en toe langskomen. Die doen denken aan Iris, de legendarische Nederlandse strip van Lo Hartog van Banda en The Tjong Khing.

Ook sterk: de montage. Die is van het type dat iemand zegt ‘Ik ga naar hem toe’, om vervolgens meteen op een deur te kloppen. Daarmee ontstaat ook een stripeffect. En je kunt meer vertellen in je film.

Tweedimensionaal scherm
Kdo chce zabít Jessii
(of: Who Wants to Kill Jessie?) is van een jaar eerder, 1966 dus, uit Tsjechië. Om maar meteen de titel te beantwoorden: dat zijn de bad guys ‘Superman’ en ‘Pistolnik’. En dat doen ze in een strip voor een blad voor wetenschappers.

De sullige wiskundeleraar Jindrich Beránek leest die strip op een achternamiddag. Vervolgens droomt hij over de sexy Jessie. Zijn vrouw dokter Ruzenka komt net thuis met de wetenschap dat ze met een serum dromen kan manipuleren. Ze checkt Jindrich’ droom, ziet dat hij droomt over Jessie, en spuit hem in met het serum om hem beter te laten dromen.

Er gaat iets fout. Jindrich’ droom ‘ontstaat’ in het gewone leven. Heldin Jessie en ‘Superman’ en ‘Pistolnik’ lopen ineens hun appartement te slopen.

Het knappe van Who Wants to Kill Jessie? is dat de strip op grappige wijze is overgebracht naar het tweedimensionale scherm. Dat gebeurt met stripfiguren die praten via echte tekstballonnetjes (‘ploeesjj’ klinkt dan). Ze blijven ook dezelfde eendimensionale figuren als in de strip. Veel meer dan hun stripwereld snappen ze niet.

De vakkundige komedieregisseur Václav Vorlícek (vorig jaar overleden) wist wel hoe hij de grappen uit zo’n script moest uitbuiten, zoals hij ook deed met andere films (Konec Agenta 4WC en Pane, vy jste vdova!). Hoog tempo, veel geestigheid.

Maar ook subtiele geestigheid. Zoals bij de rechtszaak: ‘Ze zijn niet echt mensen. Noem ze visioenen. We kunnen de visioenen niet aanklagen maar wel hun dromers.’ Andere politieke grapjes: het omkopen van de gevangenisbewaarder, de nutteloze agent bij de rioolput, de van het overtollig bier profiterende medewerker (die het vuile werk mag opknappen).

De film begint met echte striptekeningen van striptekenaar Kája Saudek, die nog een echte strip zou maken (Muriel) op basis van de actrice die Jessie speelt (Olga Schoberová). Later kwam ze nog op de cover van de Playboy terecht.

Ja, de film is wat conventioneel maar de creativiteit in deze film (kleding, montage, sets) maakt dat goed. Een Amerikaanse filmversie met Jack Lemmon zou er nooit meer van komen toen de Sovjettanks eenmaal weer rondreden in Praag.

Spionageparodie
Wel Amerikaans is Condorman uit 1981. Woody Wilkins, de hoofdrolspeler van de film, springt van de Eiffeltoren in een poging ‘condorman’ te zijn, zijn eigen stripkarakter. Zoals het meer gekken vergaat: hij verzuipt bijna (in de Seine).

Woody mag al blij zijn dat hij wat simpel koerierswerk mag doen voor zijn CIA-vriend Harry. Hij moet iets naar Istanbul brengen. Wie zou niet een half krankzinnige dromer vertrouwen met zo’n klusje? Alleen een beste vriend, die zegt: ‘Woody, je bent een goede tekenaar, en je bent een goede striptekenaar, maar je bent waardeloos als vogel.’

Uiteraard komt Woody terecht in maffe avonturen als Sovjet-spionne Natalia wil overlopen. Ze wil ook dat Woody de overstap regelt. Daardoor krijgt Woody de CIA zo gek om hem echt zijn eigen stripheld condorman te laten zijn. Compleet met condorwagens en condorboten.

Aan de andere kant wil de Sovjet-spion Sergey Krokov juist alles voorkomen. Temeer Natalia zijn oude liefje is. ‘Heb je dit rapport over deze Condorman gezien? Deze man Wilkins? Hij is een amateur, hoor je? Hij is geen agent van de CIA! Hij is striptekenaar!’

Klinkt wel aardig, en de geanimeerde intro belooft wel wat leuks, maar de uitvoering laat veel te wensen over. Hoewel het verhaal gebaseerd is op de spionageparodie van Robert Shackley (The Game of X), hoewel Michael Crawford (erg geestig in The Knack…) condorman speelt, hoewel Barbara Carrera (Never say Never Again) zijn tegenspeelster is, en hoewel Oliver Reed Krokov is, en hoewel Disney een redelijk budget had, is het bij elkaar niet echt geslaagd en is het niet raar dat de film destijds flopte.

Een ding is wél memorabel: de achtervolgingsscène met vier zwarte Porsches. En de speedboatachtervolging met lasers gaat voor de cultprijs.

Oliver Reed liet zich tijdens de opnamen van zijn meest oliverreedsiaanse kant zien toen hij de deur van de helikopter opendeed om Barbara wat angstiger te laten kijken (dat lukte) en stomdronken zijn smoking in zee smeet (werd gered door een assistent).

Toegegeven, Condorman heeft diverse stripachtige actiescènes. Desondanks is de film niet veel strip. Laten we daarom eindigen met een uur lang hysterische Spaanse striphumor met Mortadelo y Filemón (1971). Wie weet nog hoe dit stripduo in het Nederlands heet?

 

6 juni 2020

 

Kdo chce zabit Jessii?

 


Alle Camera Obscura

Kleine, persoonlijke verhalen rond de bevrijding

Kleine, persoonlijke verhalen rond de bevrijding

door Bob van der Sterre

Landscape After Battle ♦ Le Vieux Fusil ♦ Arnhem: Het Verhaal van een Ontsnapping

 

75 jaar vrijheid! Soldaten en vrijheidsstrijders gaven hun levens om hier en elders de nazi’s weg te jagen. Camera Obscura wil er ook bij stilstaan. Dat doen we met drie films die persoonlijke verhalen van de oorlog vertellen. Ze spelen zich af rondom de bevrijding.

In Landscape After Battle (1970) beginnen we met triomfantelijke klanken van Vivaldi’s Vier Seizoenen. De Poolse bewoners van een concentratiekamp in Duitsland zijn door het dolle heen: ze zijn net bevrijd door de Amerikanen.

Wachten op de echte bevrijding
Zo makkelijk is het vervolgens niet om bevrijd te zijn. Want ze mogen niets. Wachten tot je weg mag gaan, geen wraak nemen, je niet ongans eten. ‘Geen gevangenis, geen vrijheid.’

Een van hen is Tadeusz Borowski. Een chaotische, intellectuele dichter. Zwaar getraumatiseerd door wat hij in het kamp heeft meegemaakt. Een al even getraumatiseerd meisje komt uit een ander kamp. In hun weirdness zijn ze voor elkaar gemaakt.

Hij beschrijft zijn wrange ervaringen. ‘De muziek in het kamp was geweldig, de nazi’s brachten de beste musici.’ En: ‘Ik herinner me de geur van haar haar toen ze me afranselde bij de nazi’s.’ Ze vertelt over de hare: ‘We zaten achter een kast verstopt. Ik maakte 28 razzia’s mee.’

Zoals veel van Andrzej Wajda’s films is ook deze zeer eigenzinnig. Het is deprimerend, dat zeker. Niemand wordt gespaard. Zelfs de kampbewoners niet. Maar van tijd tot tijd is de film schattig, romantisch en op een wrange manier grappig. Als ze vrijen, beschrijft ze haar vreselijke ervaringen en roept hij uit: ‘Om te leven, moet je vergeten!’

De desoriënterende film biedt verrassend veel close-ups. De acteurs hebben expressieve gezichten. Daniel Olbrychski (acteert nog steeds) als Tadeusz (schrijver van deze verhalen) en Stanislawa Celinska als Nina. Verder veel rook en kleur in de gewaagde cinematografie van Zygmunt Samosiuk.

En Polen was natuurlijk na de oorlog zo vrij nog niet. Dat bewees wel het lot van deze film. De geheime politie nam het materiaal in beslag want twee dissidenten hadden bijrolletjes gehad om wat geld te verdienen. De film verscheen pas in 1978 in de VS in de bioscoop. In Nederland zelfs nooit.

Tragedie in Frans dorp
Twee andere personen van wie de levens overhoop worden gegooid door de oorlog: Julien en Clara Dandieu in Le Vieux Fusil (1975).

Julien is chirurg in Montauban. Het is 1944 en de bevrijdingsstrijd rondom Montauban staat op punt om los te barsten. Daarom stuurt hij zijn vrouw en dochter naar Barberie. Daar heeft hij een landhuis. Daar komt toch nooit iemand.

Zal je net zien: vallen de SS’ers die ochtend het dorpje binnen om wraak te nemen op een verzetsdaad. Ze vermoorden iedereen. Daarna plunderen ze Juliens eigen landhuis.

Julien die nog moet bekomen van een enorme traumatische ervaring, ziet vervolgens de SS in zijn eigen huis lol trappen, zijn champagne drinken en zijn privéfilms bekijken. En hij wilde alleen maar zijn eigen vrouw verrassen met een bezoekje.

Hoe wraak te nemen? Julien is een mollige chirurg, geen superfitte rambo. Een voordeel: hij kent zijn huis als geen ander. Hij pakt zijn dubbelloops en posteert zich bij de waterput. Dat is een het begin van een duel tussen Julien en de SS’ers.

Wie de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in Frankrijk kent, herkent misschien waar dit incident op gebaseerd is: de tragedie in het dorp Oradour-sur-Glâne. De SS nam wraak op een verzetsactie door alles en iedereen in het dorp plat te branden. Ik ben er zelf ook geweest. Het is onthutsend om daar te lopen waar de misdaad plaatsvond en tegelijkertijd fascinerend omdat het dorp tegelijk een tijdmachine is: alles is zoals het was in 1944. Overigens is dit dorp in de film niet dat dorp: dat is Bruniquel.

De film is een prettige manier van geschiedvervalsing: nu komen de SS’ers er niet zo goed van af. Verder is het een redelijk recht-door-zee film van Robert Enrico (een regisseur die buiten Frankrijk nauwelijks bekend is). De film werkt vooral dankzij twee prettige acteurs, die bijna elke film waarin ze speelden sjeu gaven: Philippe Noiret en Romy Schneider. De grap is dat bij de opnamen destijds Schneider Noiret nauwelijks kon luchten.

Prettig acteren en echte Nederlandse boeren
We eindigen in Nederland. In Arnhem: het Verhaal van een Ontsnapping uit 1976 zien we ze eindelijk een keer correct: Duitsers die Duitsers acteren, Engelsen die Engelsen spelen en Nederlanders als Nederlanders.

De film verhaalt het persoonlijke avontuur van legerarts Graeme Warrack die na de mislukte operatie Market Garden in september 1944 gevangen werd genomen. Hij komt in een gevangenenkamp. De Duitsers vertrekken, hij verstopt zich, als de bevrijding te lang op zich laat wachten, vertrekt hij, komt bij een boerderij, krijgt een schuilplaats, probeert met een groep Britten te ontsnappen (mislukt), keert terug bij de boerderij (band met boerendochter), vertrekt opnieuw, om na talloze onderduikplaatsen eindelijk te ontsnappen.

Het plot verklappen is hier nauwelijks schokkend aangezien het hier verfilmde boek van Warrack in de winkel kwam. Dan weet je wel dat hij het er goed van afbrengt.

Een unieke productie: de omroepen NOS en de BBC produceerden in 1976 deze film samen. En zo authentiek als wat. Alles op locatie (Veluwe en Apeldoorn) met echte Nederlandse boeren – dat zie je al niet vaak in Engelstalige films. Toen het opeens ging sneeuwen, moesten ze dus ineens winterse scènes schieten.

Prettige acteurs ook. De actrice Marie-Louise Stheins acteert hier stukken menselijker dan Renée Soutendijk en Monique van de Ven dat ooit zouden doen. En ze was pas negentien. Stheins vertelde dat ze veel leerde van John Hallam die Warrack speelde. “Ik wist niet zo goed hoe met de camera om te gaan, of met het geluid, maar dat gaf hij me allemaal mee. Een lieve man en een geweldig acteur.” Het artikel over de film (en de film zelf) staat op NOS.

Al deze kleine drama’s geven ons een kans om te beseffen hoe belangrijk die bevrijding wel was. Misschien hebben we wat aan die moed en doorzettingsvermogen van toen als nu we balen dat we nu vanwege het coronavirus even niet meer op een terrasje kunnen zitten..

 

4 mei 2020

 

Arnhem: Het Verhaal van een ontsnapping


Alle Camera Obscura

Rare jongens, die aliens

Rare jongens, die aliens

door Bob van der Sterre

Doorways ♦ Luci Lontane ♦ El extraño caso del doctor Fausto

 

Natuurlijk, zegt de complotdenker, zijn er allang aliens onder ons. O ja, waar dan? Ze maken zich niet bekend, is dan het antwoord – in elk geval niet zoals in First Contact. Het kan ook anders. Drie obscure films waarin de aliens geen moeite hebben met hun aanwezigheid.

In Doorways (1993) zien we hoe ‘Cat’ plotseling op de aarde terechtkomt: midden op een snelweg. Niet zo handig. Dus belandt ze in een ziekenhuis.

Parallel universum
Dokter Mark beseft dat dit niet zomaar een patiënt is. Ze is bijvoorbeeld beresterk. En als hij even later bij de FBI is uitgenodigd en haar wapen ziet, weet hij het zeker. ‘Om dit te bedienen, moet je inktvishanden hebben.’

Cat is dus een alien. Eentje met een Frans accent ook nog. Ze ontsnapt en sleurt de dokter mee in het avontuur. Via een portal in de plee van een krottig gebouwtje leidt ze hem terug naar haar planeet… ook aarde! (Maar net even anders.) We zien dezelfde mensen. Ze doen ander werk dan op onze aarde.

Een mal gegeven, geënt op de theorie van parallelle universums. Je bent dus een alien en ook weer niet. Daar zijn ook mensen. En hier ook. Alleen zijn de mensen daar net even anders dan de mensen hier. En verloopt de geschiedenis net even anders. ‘Hoe oud was je toen het gebeurde?’ ‘Wat?’ ‘Die olieramptoestand in Australië natuurlijk.’ ‘O, die.’

Aardig idee, maar rommelige film en matig acteerwerk. De casting van Anne le Guernec als Cat is erg vreemd, met haar simpele alientaal in Frans accent, maar de hoofdrol van George Newbern is ook niet best. Het is praktisch cult. Het maanlicht en dan tellen met de vingers. ‘Twee… drie… vijf.’  ‘Je vergat vier.’ Vingers die elkaar strelen. Type fantasyfilm die zichzelf kwetsbaar opstelt en daardoor regelmatig belachelijk is. Kijk maar naar de Hells Angels op fietsen.

Opvallend is de aanwezigheid van een paar latere beroemdheden, zoals Robert Knapper (Carnivale, Cult en Twin Peaks: Return) als ex-alien-vriendje en Carey-Ann Moss, een paar jaar voor The Matrix, als partner van de dokter.

Wat is dan wel interessant aan deze film? Wel: het script is van… George R.R. Martin! De intussen superberoemde schrijver van The Game of Thrones had, als hij in 1993 had kunnen bevroeden hoe steenrijk hij later zou worden, deze film vermoedelijk links laten liggen (die hij ook nog produceerde).

Geen herinnering
Meer onhandige aliens zien we in Luci Lontane (Distant lights) uit 1987. Hier blijkt dat de aliens in een Italiaans stadje ineens het lichaam van recente overleden personen overnemen.

Dat merkt ook Barnardo Barnardi. Zijn zoontje zegt contact met zijn overleden moeder te hebben. Bernardo ziet zijn overleden vrouw in een of andere vage kelder, samen met een andere man die net is overleden. En die later opgepakt wordt omdat hij rauwe vis eet op een markt.

Bernardo raakt de kluts kwijt en zoekt naar de waarheid met vriendin Renata. Politie wil er ook meer van weten. Een auto-ongeluk. Silvia overlijdt voor de tweede keer. En Renata sterft ook.

De buitenaardse entiteit die Silvia bewoonde, bewoont nu Renata, en gaat bij Bernardo de vrouw spelen. Dus was ophangen (ze doet het steeds fout tot zijn ergernis) en lief zijn. Een kind op de wereld zetten. Bernardo is blij met haar aanwezigheid – ook al is ze dus eigenlijk een alien.

Ondertussen keren steeds meer aliens op aarde in lichamen van lijken. De politie en de dokter/burgemeester raken meer en meer de kluts kwijt. De oplossing: ze allemaal verzamelen en in een afgesloten ruimte douwen. Alleen: hoe weet je zeker dat iemand een alien is? Er is een check: ze hebben geen herinneringen.

Best aardige Italiaanse sciencefiction, had wel wat maffer gekund, maar in elk geval onderhoudend. Een remake van deze film zou goed passen bij onze tijd. Denk aan een fraaie scène dat ze waadt door een bad van blauw licht (The Neon Demon), het morbide en mysterieuze idee (Les revenants), of alle sombere toestanden (Dark). Voordeel: de 80’s muziek van Angelo Branduardi is toch al in de mode.

Tomas Milian speelt Bernardo Bernardi. Hij is ons drie jaar geleden ontvallen maar heeft als Amerikaans-Cubaans acteur in ontelbaar veel genrefilms gespeeld. Vooral westernfilms en keiharde misdaadfilms (Milano Odia, Roma A Mano Armata). Hij is ten onrechte totaal onbekend bij ons. Zijn biografie is de moeite van het lezen waard.

Hij zou Tomas Milian niet zijn zonder zijn hyperintense blikken. In het verhaal is zijn vrouw ook net overleden, dus het past hier. Laura Morante (La Stanza del Figlio) is trouwens ook best verdienstelijk als Laura.

Jongleren met Griekse mythen
In El extraño caso del doctor Fausto uit 1969 duikt de alien als een knappe dame op uit zee. Ze vertelt een verhaal, geen raadsel, zegt de voice-over specifiek, over waar ze vandaan komt.

Dr. Fausto ziet dat met een verrekijker. En dan ineens staat ze voor hem. ‘De sfinx.’ Dr. Fausto hoort stemmetjes zeggen dat hij de vrouw moet negeren maar dat kan hij niet. Ze is dan ook van een grote schoonheid.

Fausto wil wel een pact met de duivel sluiten om zijn leven wat vrolijker te maken. Figuren uit de ruimte bekijken hem en geven commentaar.

Que? zal het in 1969 in de filmzaal hebben geklonken. Je kunt het Faustverhaal nauwelijks pretentieuzer filmen dan regisseur, schrijver, acteur en verteller Gonzalo Suarez deed in 1969. Deze film is er zo een waarvan Suarez dacht: ik ga geen enkele concessie doen aan het publiek. Lekker jongleren met Griekse mythen. Mephistopheles, Heleen van Troje, enz.

Aan eigenzinnigheid dan ook geen gebrek. Je ziet een oud vrouwtje klappen terwijl een violist bij het hoofd van een vrouw speelt in een krappe ruimte behangen met lappen. Close-up van een giraffe. ‘Toen ontdekte hij dat de nek van de giraffe van de binnenkant groeide.’ Man doet radslagen op een dak. Faust voert vrouw sigaret. Mephistopheles tafeltennist minutenlang met alienvrouw.

In hun poging mysterieus te zijn, maken dit soort films letterlijk alles bevreemdend. Met een zwabberige cameravoering en maffe montage ziet alles er al snel suggestief uit.

Vooruit, er is ook wel wat te genieten: in de montage zit veel vrijheid en vrolijkheid (alleen al de tafeltennisscène). En zulke radicale eigenzinnigheid zie je niet elke dag. Iemand als David Lynch heeft deze film vast bij zijn favorieten staan. Wie zich sterk genoeg voelt, kan zelfs misschien genieten van deze film.

Moraal van het verhaal: aliens zijn rare snuiters maar mensen… nog veel vreemder.

 

11 april 2020

 

Luci Lontane

 


Alle Camera Obscura