Last Ride of the Wolves, The

****
recensie The Last Ride of the Wolves
Een crimineel op leeftijd… en zijn zoon

door Bob van der Sterre

Een misdaadfilm die je aan de tv-serie Taxi doet denken – en toch slaagt? Gelukkig maar dat genres nog steeds ruimte bieden aan vernieuwing. In het geval van The Last Ride of the Wolves zit de vernieuwing in het autobiografische verhaal.

Pasquale is een crimineel op leeftijd. Hij komt uit het zuiden van Italië en woont en werkt in het noorden. Dat werken is klussen in de misdaad. Hij heeft jarenlang ervaring, maar is geen type maffioso. Meer een zelfstandige beroepscrimineel.

Hij wil nog een keer een grote klapper maken. Daarvoor moet hij samenwerken met ‘De Wolven’. Twee broers die een dagelijks leven leiden als kermisexploitanten maar zijn ook niet bang om af en toe iemand te ontvoeren.

The Last Ride of the Wolves

Pasquale regelt dus van alles. Hij regelt een magazijn, coördineert de misdaad, gaat een woekerlening aan. Dat doet hij bij een kerel die stil zit in een stoel en niet veel zegt.

Ze moeten wachten tot het moment van de kraak daar is. Pasquale rijdt daarom rond met zijn zoon, de Italiaans sprekende Nederlander Alberto. We luisteren tijdens die ritten naar Pasquales monologen in de auto – soms doorspekt met herinneringen aan zijn leven.

Nietsdoen
The Last Ride of the Wolves
is een ander type misdaadfilm dan je gewend bent. Het is een rustige, onderhoudende en realistische film. Volgens mij wordt er geen schot gelost. Je kijkt naar de voorbereiding van een kraak alsof het een documentaire is. Er is veel saaiheid, wachten, nietsdoen. Dat komt ook door de stijl van de cameravoering, die stiekem mee lijkt te kijken.

Door het rondrijden doet de film af en toe denken aan films als Collateral of Wheeler, maar ook het tv-programma Taxi en latere varianten. Het is wel aardig hoe Alberto de Michele rondom die bron van filmen een verhaal bedacht heeft. Ik heb wel eens wat losse scènes gezien maar nooit eerder een hele film op die manier. En toch is in de Tiger Competition straks op IFFR een nóg extremer voorbeeld te zien: The Plains.

De film wordt na een wat moeizaam begin steeds beter, inclusief plot. En dat is geen toeval. Iedereen speelt zichzelf. Pasquale speelt Alberto’s vader en is ook zijn vader: Pasquale de Michele vs. Alberto de Michele. Alberto de Michele regisseerde dus zijn eigen vader. En zichzelf als zoon. En dat niet alleen: zijn vader was ook een beroepscrimineel en ooit van plan om een ‘laatste kraak’ te doen. En ook ‘de wolven’ spelen zichzelf.

In een interview met de Volkskrant, lichtte de regisseur het verhaal toe: “Dat echte plan mislukte. Vanwege een detail, iets stoms. Mijn vader sprak erover met mij. En ik dacht: misschien kan ik het medium film gebruiken om de roof toch door te laten gaan. Het leek me ook interessant om de valse romantiek die je zo vaak in films en series ziet eraf te halen. Mensen denken dat misdaad spannend is. De roof op zich, ja die is hartstikke spannend, dat is pure adrenaline. Maar de voorbereiding is eigenlijk erg saai. Die traagheid wilde ik in deze film vangen.”

The Last Ride of the Wolves

Voorgeschiedenis
Alberto de Michele studeerde kunst en misdaad komt telkens weer terug als thema. Hij maakte in 2010 al een korte film over dit onderwerp: I lupi. “Ik ben opgegroeid in die wereld, maar wat het precies is wat me zo aantrekt weet ik niet. Voor mijn gevoel kom ik er steeds dichterbij, in mijn kunst.”

In feite gaat de film ook over zijn jeugd, legt hij in het interview uit: “Mijn vader bleef niet thuis voor mij. Hij nam me overal mee naartoe, naar paardenraces, bordelen, illegale casino’s. Net als in de film. Als kind kon ik niet wachten tot de zomer weer begon.”

Het is een boeiende voorgeschiedenis die de film veel echter maakt dan menig andere film. Wel jammer dat de film wat kansen laat liggen om cinematografisch wat sterker voor de dag te komen. Wat meer flair had de film goed gedaan. De ingrediënten zijn er: de muziek is fantastisch, de titels zijn mooi, het acteerwerk is degelijk. Maar het is allemaal vrij ingetogen, vermoedelijk om het realisme niet te veel in de weg te zitten.

Dat kan een volgende keer nog komen. Wie weet wat voor jeugdinspiratie Alberto de Michele hierna nog omzet in film? Want er zit meer misdaadgevoel in deze film dan in de meeste misdaadfilms en -series.

 

11 februari 2022

 

Nu te zien in de filmtheaters en online op Picl.

 

ALLE RECENSIES

IFFR 2022 – Deel 4: Misdaadfilms die de adem benemen

IFFR 2022 – Deel 4:
Misdaadfilms die de adem benemen

door Bob van der Sterre

In ons vierde en laatste verslag van IFFR 2022 kijken we naar drie misdaadfilms. Een Italiaans-Nederlandse productie, een Kazachse misdaadkomedie en een documentaire-drama dat de adem beneemt.

 

The Last Ride of the Wolves

The Last Ride of the Wolves
Pasquale is een crimineel op leeftijd. Hij komt uit het zuiden van Italië en woont en werkt in het noorden. Dat werken is klussen in de misdaad. Hij wil nog een keer een grote klapper maken. Daarvoor moet hij samenwerken met echte criminelen: ‘De Wolven’, kermisexploitanten. Hij regelt een magazijn, coördineert de misdaad, leent geld.

Hij rijdt rond met zijn zoon, de Italiaans sprekende Nederlander Alberto, op zoek naar zijn contactpersoon voor de misdaad. We luisteren naar Pasquales monologen in de auto – soms doorspekt met herinneringen. Pasquale wordt steeds gestresster naarmate de datum van de heist dichterbij komt en hij alsmaar niets hoort van zijn contactpersoon.

The Last Ride of the Wolves is een ander type misdaadfilm dan je gewend bent. Een rustige, onderhoudende en realistische film. Je kijkt naar de voorbereiding van een kraak alsof het een documentaire is van hoe dat gaat. Dat komt ook door de stijl van de cameravoering, die stiekem mee lijkt te kijken. Het doet me een beetje denken aan Collateral of Wheeler, en het tv-programma Taxi (en varianten). Ik vind het wel aardig hoe Alberto de Michele rondom die bron van filmen een verhaal bedacht heeft. Ik heb wel eens wat losse scènes zo gezien maar nooit eerder een hele film op die manier.

Goede film, die na een wat moeizaam begin steeds beter wordt, inclusief plot. De film is alleen wel wat ingetogen – zeker voor Italiaanse begrippen. Wat meer flair had de film wat cinematografischer gemaakt. De muziek is sowieso fantastisch, de titels zijn mooi, het acteerwerk is degelijk, en wat je mist zijn dan een paar momenten van vuur die de film wat meer pit hadden gegeven.

De film is van Alberto de Michele, die ook Alberto speelt. Pasquale speelt zijn vader en is ook zijn vader: Pasquale de Michele. Het zal vast voor veel bijzondere vader-zoonmomenten hebben gezorgd op de set.

 

Life of Crime: 1984-2020

Life of Crime: 1984-2020
Ademloos. Dat is wat je bent als je deze film kijkt, met echte mensen, die echt aan (kleine) misdaad doen en verslaafd zijn. We volgen drie – en nog wat – personen in Newark in hun strijd tegen zichzelf. Ze willen het goede doen maar verslavingen zitten herstel in de weg.

Je ziet Rob in 1984 kledingzaken leegroven en de spullen dan op de zwarte markt verkopen. Heeft zijn vader in huis. ‘Hij was altijd dronken.’ En dan stelt hij en passant zijn tweede vrouw met kind voor, Deliris. Even later is hij in de bajes. En er weer uit. ‘Shit, ik moet terug. Ik heb mijn gebit daar laten liggen.’

Zijn maat Freddie, die alarmen steelt om zijn eigen auto niet te laten stelen. En ook verslaafd is aan drugs. ‘Ik wil niet high worden, want ik wil goed doen, maar ik kan niet goed doen met al die problemen.’ ‘Kun je geen hulp zoeken bij je vrienden die geen crimineel of verslaafde zijn?’ ‘Al mijn vrienden zijn criminelen of verslaafden.’

En Deliris, als ze een paar jaar later zich aan het prostitueren is. Je ziet haar de vrachtwagen instappen, daarna afrekenen, en haar spuit zetten. ‘Ik zou echt willen dat mijn leven anders was geweest.’

Deze HBO-documentaire is formidabel mooi in eerlijkheid en rauwheid. Je zal als kijker regelmatig wegkijken (althans ik) omdat het drugsgebruik zonder ingetogenheid in beeld wordt gebracht. Er zijn ook wat lugubere momenten. Maar ook aandoenlijke momenten van immense vriendelijkheid.

De film werkt omdat Rob, Deliris en Eddie geen kwade karakters zijn. Ze hebben alleen ongelukkige keuzes gemaakt, en leefden in de jaren tachtig en negentig in de getto’s van Newark midden in de crack- en aidsepidemie.

Regisseur Jon Alpert had in 1984 een vooruitziende blik toen hij deze karakters ontmoette en besloot ze te blijven volgen. Hij kon het niet laten om ze af en toe een spiegel voor te houden maar weet eigenlijk ook wel dat zijn woorden geen partij zijn voor hun hardcore drugsverslaving.

Als je drie personen volgt over ruim dertig jaar – en je brengt het terug tot twee uur – is de kwaliteit van de selectie heel hoog. Je ziet talloze verbazingwekkende beelden. Rob die helemaal aan het spacen is midden in een getto. Eddie die rondrijdt omdat hij niet weet wat hij moet doen. De kinderen die hun verslaafde moeder de les lezen. En vooral dit beeld: verhuurder met muts op, ooglapje en sigaret bungelend aan de mond die zegt: ‘Bedroom’. Had zo een scène in een speelfilm kunnen zijn.

 

Assault

Assault
Een groep gewapende figuren met maskers loopt een zeer geïsoleerde school binnen. Als ze beginnen te schieten, rent een leraar weg, maar hij had net zijn klas opgesloten.

Deze komische Kazachse misdaadfilm midden in de winterse steppen is een vreemde. Alhoewel er duidelijk wat humor is (neem de positieve fitnessfanaat of hoe de bende binnenloopt), zit je toch een beetje te gissen naar waarom dit verhaal. Gaat het over hun eigen demonen die ze moeten verwoesten? Of zijn het verwijzingen naar de Kazachse cultuur? Ik kwam er niet achter.

Het begin van de film van Adilkhan Yerzhanov is wel sterk, droogkomisch, verrassend. Visueel zit de film in de sneeuw ook goed in elkaar. Echt een voor de filmzaal. De opzet voor het tweede deel is ook wel aardig (klungels bereiden een inval voor) maar mist denk ik toch wat kracht door het gebrek aan satire of humor. Of Kazachse humor is gewoon ‘apart’.

Deze film is nu nog niet te zien op IFFR maar komt later dit jaar langs in het Big Screen Competition-programma.

 

2 februari 2022

 

IFFR 2022 – Deel 1: Opgroeien onder het oog van God
IFFR 2022 – Deel 2: Hoofdcompetitie(s) geparkeerd
IFFR 2022 – Deel 3: Mafheid in overvloed

 

MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2022 – Deel 3: Mafheid in overvloed

IFFR 2022 – Deel 3:
Mafheid in overvloed

door Bob van der Sterre

In het derde deel over IFFR 2022 kijken we naar de merkwaardigste films van het festival. Van een moderne medusa-vertelling tot een bizarre Japanse actiefilm. Openstaan voor het ongewone is essentieel om deze eigenzinnige films te waarderen.

 

Medusa

Medusa
Jonge vrouwen gaan ‘s avonds op stap met een masker op. Ze slaan vrouwen ‘met een losse moraal’ neer. Mariana merkt dat die losse moraal best aantrekkelijk is. Is ze niet de duivel zelf?

De film van Anita Rocha da Silveira hervertelt de medusa-mythe met een feministische twist. De film gaat over de moeilijke positie van vrouwen in de mannenmaatschappij van Brazilië. Mannen zijn in deze film vervelende paramilitairen en enge reli-leiders, met een enkele aardige dokter ter compensatie.

Tegen de film spreken de lengte (twee uur) en het arthouse-maniertje om de hoofdpersoon (meestal een knappe jonge vrouw of man) de hele film op de voet te volgen, met een paar honderd overbodige close-ups als gevolg. Mooie mysterieuze momenten verzuipen in een zee van beelden die cinematografisch minder interessant zijn.

Daar staan wel een paar boeiende passages tegenover, zoals plotseling in het bos wakker worden; met 80’s synthesizermuziek gemaskerd over straat zwalken (à la A Clockwork Orange); zingen in een neonkerk. Al met al biedt de film toch te weinig om twee uur lang boeiend te blijven.

Het medusa-thema is in de mode: vorig jaar had IFFR al de film Black Medusa. En haal deze film niet door de war met de in 2020 verschenen horrorfilm met dezelfde naam…

 

Battlecry

Battlecry
Jalili Haya is namens de Wereldbank op zoek naar de oorzaak van ‘shadow mind’. Dat ontstaat omdat arme mensen de drug golden monkey gebruiken, waardoor je niet meer hoeft te eten en te drinken. Blijf je het te lang gebruiken, word je een enorme schaduw.

Samen met soldaat Yamagata Soji zoekt Haya naar de samenhang. Sporen leiden naar een oude reactor, waar Yamagata zelf een geschiedenis heeft.

Battlecry is voor de liefhebber van een ingewikkeld verhaal met veel geklets tijdens stilstaande scènes. De houterige en eenvoudige animatie pakt soms goed uit (schetsen van locaties) maar oogt soms wel erg simpel. Dan moet je ook niet te snel oordelen. Regisseur Yanakaya: ‘Jarenlang zette ik na mijn werk de computer aan en werkte ik aan deze film. Het was lang alleen mijn eigen project.’ Hij vertelt ook dat hij hierdoor meer focus legde op het verhaal dan op de animatie.

Yanakaya’s solo-aanpak betekende dat hij geen concessies hoefde te doen. Er zitten daardoor een aantal manga-ongebruikelijke dingen in de film. Zoals de omgang tussen de twee hoofdpersonen en hun dialogen. Zij is opgewekt en ijdel, overtuigd van haar eigen sex appeal. Hij is mat en passief. Is zij gevangen door een Shadow, zegt hij: ‘Red jezelf, ik mag niet vechten zonder toestemming van de staat.’ Dat is mooi maar je kunt geen meesterwerk verwachten, daarvoor was het budget voor de animatie simpelweg te gering.

 

Please Baby Please

Please Baby Please
De pittige Suze (huisvrouw) leeft met de zachtaardige Arthur (klarinettist). ‘Hou je van me?’ ‘Ik ben gevoelig voor atmosfeer.’ Ze krijgt woede-uitbarstingen door zijn gebrek aan mannelijkheid. De komst van een asociale groep rock-‘n-rollers veroorzaakt een reactie bij beiden.

In Please Baby Please heeft elk karakter wel iets met stereotypen in seksualiteit te maken. ‘Ik hou ervan als mannen de leiding nemen.’ ‘Wel, dat is niet Arthur! Hij weigert om een man te zijn.’ ‘Ik ben wel een man maar ik weiger me als een man te gedragen.’ Gay, hetero, relaties, seks: het staat allemaal onder spanning in deze film.

Opvallender dan het thema is misschien nog wel de enorme overgestileerdheid. Met kleuren: blauw, magenta, paars, rood en bruin. En theatrale en overdreven details: kapsels, make-up, decors. De film van Andrea Kramer (gast van deze IFFR) oogt hierdoor als een theaterstuk over 50’s-clichés (de rock-‘n-rollers, bohemiens, eerste vaatwasser) dat gemaakt is in de 80’s/90’s (saxofoon, films van Jean-Jacques Beineix, dromen die aan Twin Peaks doen denken (‘Bobby’ Dana Ashbrook heeft ook een bijrol)).

Deze ‘campy’ stijl werkt wel door de doorlopende man-vrouwhumor in de dialogen. ‘Hoe krijg je als vrouw respect?’ ‘Makkelijk. Wees saai. Mannen vinden alles wat saai is, geweldig.’ Of: ‘Maakt seks je niet mannelijk?’ ‘Soms denk ik dat Suze in mij zit.’ Jammer misschien dat de film iets te gretig wil sprankelen. Te veel uitzinnigheid, te veel onnodige musicalstukken maken de film meer kitsch dan nodig.

Hoe dan ook geen dertien-in-dozijn film die je op de achtergrond kan laten kabbelen. Er gebeurt van alles. Andrea Riseborough haalt al het vreemde in zich naar boven voor haar hoofdrol. Variety noemde de openingsfilm van IFFR: Andrea Riseborough Is Transfixing in Genderqueer Pseudo-Musical Extravaganza, en IFFR een duistere West Side Story met de regie-stijl van John Waters. Deze zinnen zijn wel treffend voor de bizarre ervaring die deze film is.

 

The Mole Song: Final

The Mole Song: Final
Speederoni is spaghetti met speed erin. De yakuza-familie van Todoroki wil een grote slag slaan met de Sicilianen waar deel 2 van deze trilogie over ging: Mole Song Hongkong Capriccio. Reiji Kikukawa probeert nog steeds om ze als undercover op heterdaad te betrappen. Alleen maakt hij zich steeds ongeloofwaardiger.

Ook al heb ik de twee voorgaande delen niet gezien, ik heb me best vermaakt. Als je een manga verfilmt (Mogura na Uta) kun je het beste zo doen: alle remmen los. Het ene moment zit je te schateren, het andere moment geloof je je ogen niet. Net als bij Andrea Kramer zie je hier mateloze uitzinnigheid. Wat verwacht je anders van de man die ons ooit The Happiness of the Katakuris bracht?

Het blijft fascinerend hoe makkelijk de films van Takashi Miike genres afwisselen. Deze film is actiefilm, misdaadkomedie, pure slapstick, onderbroekenlol, rampenfilm, bovennatuurlijke film en romantische komedie. De humor is zoals je kunt verwachten bij deze aanpak hit and miss. Na verloop van tijd herken je elke grimas van hoofdpersoon Tôma Ikuta: een soort Jim Carrey maal 1.000. Soms word je wel verrast. Het verrassingsfeestje. De scène met de baas die hem ‘test’ (inclusief dikke kus van een collega).

Veel ideeën maar afgezien van een vermakelijke maffe film, blijft er niet zoveel hangen. Hoe dan ook: mafheid in overvloed.

 

31 januari 2022

 

IFFR 2022 – Deel 1: Opgroeien onder het oog van God
IFFR 2022 – Deel 2: Hoofdcompetitie(s) geparkeerd
IFFR 2022 – Deel 4: Misdaadfilms die de adem benemen

 

MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2022: 15 aanraders

IFFR 2022: 15 aanraders

door Bob van der Sterre

IFFR is (opnieuw) sterk getroffen door de coronacrisis. In een week dat de cultuurinstellingen nog dicht moeten zijn, begint het grootste filmfestival van Nederland, noodgedwongen online – en met veel minder films. Daarom ook in vergelijking met andere jaren een uitgeklede tiplijst: 15 aanraders voor IFFR 2022.

Wil je meer weten over het programma, de programmaonderdelen, hoe je kaartjes kunt kopen of waarom het festival zo uitgekleed is? Lees dan onze Q&A over IFFR 2022.

Dit zijn 15 aanraders van onze redactie. Noot vooraf: we moeten de films zelf ook nog zien, het gaat hierbij ook om gut feeling. De IFFR-verslaggevers van InDeBioscoop wensen alle digitale IFFR-gangers in elk geval veel plezier!

Actie
The Mole Song: Final
Takashi Miike, dus héél erg maf. Wie daar zin in heeft – en ook in wat bizarre actie – kan altijd bij Miike terecht. Lees onze review van The Happiness of the Kakaturis die vorig jaar te zien was bij 50 jaar IFFR. Deel drie van een trilogie na Undercover Agent Reiji  (2014) en Hong Kong Capriccio (2017).

 

Animatie
Battlecry
Japanse animatiefilm die eigenlijk een sf-drama is. Debuut van Yanakaya draait om een klassiek animatiethema: de moderne wereld versus het verleden.

 

Drama
Hold Me Tight
Matthieu Amalrics nieuwste film is een verhaal vol flashbacks. Een vrouw die rondrijdt en een man die in zichzelf praat. Verhaal ontvouwt zich niet meteen duidelijk dus geduld is een schone zaak. Worthalter was bij Imagine nog erg griezelig in Cosmoganie.

 

Noche de fuego
Eigenlijk hoef je weinig meer te weten dan de eerste zin van de beschrijving op de website van IFFR: ‘Drie meisjes – Ana, Paula en María – wonen in een afgelegen bergdorp, dat wordt beheerst door drugskartels.’ Daarmee zie je de hele film al voor je. Ongetwijfeld veel griezelige psychologische stress in deze film van Tatiana Huezo.

 

Fantastisch
Freaks Out
Film over een groep bovennatuurlijke vrienden (freaks), die het fascistische Rome van 1943 moeten ontsnappen. Net als met Micmacs van Jean-Pierre Jeunet moet je voor deze film ook een flinke dosis fantasie aanboren. Film van Gabriele Mainetti, die in 2015 het even fantasierijke Lo chiamavano Jeeg Robot maakte, neemt wel de tijd: 141 minuten.

 

Geschiedenis
Anatomy of Time
Jakrawal Nilthamrongs tweede speelfilm (Vanishing Point won in 2015 de Tiger Award) gaat op een subtiele manier over de militaire tijd van Thailand. Klinkt als een arthouse-thema dat al vaker betreden is, maar zo te zien krijg je wel veel esthetisch mooie beelden.

 

Klassieker
Every Week Seven Days
Deze film uit 1964 van Eduard Grečner belooft een echt experimentele film te zijn. Vermoedelijk genieten geblazen – als je tenminste niet terugdeinst voor wat experiment van de Tsjechische new wave. Uit het programma Cinema Regained.

 

Misdaad
The Last Ride of the Wolves
Pasquale wil zijn ‘laatste heist’. Daarvoor werkt hij samen met ‘de wolven’. Gebaseerd op een waargebeurd misdaadverhaal. Lastig om te zeggen of deze film wat toevoegt aan het overvolle genre van misdaadfilms, maar ik ga deze Nederlandse productie van debutant Alberto de Michele wel een kans geven.

 

Life of Crime: 1984-2020
Regisseur Jon Alpert volgde drie mensen in Newark die overleven op drugs en misdaad. Realistisch, triest, rauw, maar vermoedelijk ook puur en humanistisch. Temeer de film zich over zo’n lange periode uitstrekt. Alpert maakt al sinds 1983 documentaires over misdaad, dus hij weet wat hij doet.

 

Muziek
Italo Disco. The Sparkling Sound of the 80s
Een film over Italo Disco? Je moet het omdraaien: waarom geen film over Italo Disco? Een van de merkwaardigste en ook mafste dance-scènes van eind jaren zeventig, begin jaren tachtig, eindelijk ontrafeld. ‘Een magisch virus.’

 

Ontroering
The Cathedral
Deze net-niet-debuutfilm van Ricky D’Ambrose gaat over hoe een katholieke familie omgaat met de uitdagingen die de jaren tachtig en negentig bieden. Vanuit het perspectief van een jongetje. Vermoedelijk een mooie en ontroerende film maar blijft lastig oordelen op basis van de trailer.

 

Satire
France
Lea Seydoux speelt sarcastische, cynische nieuwslezers France. Veel spot op de Franse politiek en media. Misschien niet echt een origineel gegeven maar wel interessant wat Bruno Dumont (o.a. La vie de Jesus en Flandres) ervan gemaakt heeft, en hoe geestig Lea Seydoux is in de rol van de cynische France.

 

Spanning
Inexorable
Een schrijver en uitgeefster krijgen op een vakantiehuisje een bezoek van een buitenstaander. Bekend gegeven: de mysterieuze indringer die voor stress zorgt. Film van Fabrice de Welz, regisseur van onder andere Calvaire, en met een serieuze Benoît Poelvoorde.

 

Medusa
Film van Anita Rocha da Silveira is een hervertelling van de medusamythe. Strak gestileerde film met 80’s synthesizermuziek. Lastig te zeggen of dit een hele film boeiend blijft maar in elk geval gewaagd.

 

Theater
The king of laughter
Tony Servillo als de komische legende Eduardo Scarpetta. Vermoedelijk een redelijk heftig speelfilmportret van Mario Martone (o.a. L’amore Molesto uit 1995). Film duurt 133 minuten dus reken op veel Servillo. Mocht je echt de smaak voor het theater krijgen door deze film, dan is What Beat you Nothing vermoedelijk ook wel iets voor je.

 

20 januari 2022


MEER FILMFESTIVAL

 

 

 

Medusa

IFFR 2022 in zes vragen en antwoorden

Alles over IFFR 2022 in zes vragen en antwoorden

door Bob van der Sterre

IFFR 2022 is bij voorbaat getekend door het coronavirus. Eind december volgde een onvermijdelijk persbericht na de stijgingen in besmettingen: alles is online. In dit stuk leggen we in zes vragen en antwoorden uit wat je kunt verwachten als IFFR 2022-bezoeker.

1. Wanneer is het IFFR 2022 precies?
De 51ste editie van International Film Festival Rotterdam (IFFR) vindt plaats van 26 januari tot en met 6 februari 2022.

Het idee was oorspronkelijk om een hybride festival (dus deels online, deels fysieke voorstellingen) te organiseren. Het is nu een volledig digitaal festival.

Dit zegt IFFR: “Vanwege de continu veranderende maatregelen en beperkingen omtrent Covid-19, heeft de organisatie het moeilijke besluit genomen om de komende editie van IFFR online te laten plaatsvinden in kleinere vorm. De eerder aangekondigde plannen voor een omvangrijk programma op locatie waarbij filmliefhebbers uit binnen- en buitenland bijeenkomen in Rotterdam zijn niet langer haalbaar.”

En dat is een domper in het eerste festival na de speciale vijftigste editie in 2021. Lees de hele reactie op de website van IFFR.

IFFR 2022 in zes vragen en antwoorden

2. Waar vind ik het programma voor IFFR 2022?
Het programma van de films vind je op de website van IFFR. Kijk bij A-Z voor een alfabetische volgorde. Wil je dat IFFR voor jou een keuze maakt? Probeer de Film Finder.

3. Waarom is het IFFR 2022 zo’n uitgekleed festival?
Net als vorig jaar is het een uitgekleed festival. Er zijn ongeveer vijftig films te zien voor het publiek. InDeBioscoop vroeg het IFFR om een toelichting waarom het zo uitgekleed is. De perswoordvoerder van het IFFR legt het in een kort interview uit:

Kunnen jullie uitleggen aan het IFFR-publiek waarom het niet mogelijk is om álle films publiekelijk te vertonen?
“Het publiek kan met de zorgvuldig gemaakte selectie van vijftig films die de volle breedte van het programma laat zien, juist wel alle films zien. Het programma dat door de programmeurs is samengesteld, biedt het publiek de mogelijkheid om drama, actie, thriller, documentaires in tien dagen tijd allemaal te zien. Daarnaast zullen op een later moment in de Rotterdamse bioscopen voor het publiek de competitieprogramma’s (Tiger Competition, Big Screen Competition en de Ammodo Short Competition) worden vertoond. Behalve dat IFFR een fysiek programma aan het publiek dit jaar wil aanbieden, is een andere reden het onderscheid van vertoningsrechten tussen fysieke en online vertoningen.”

Waarom viel de keuze op de films die nu in de publieke programmering staan?
“De programmeurs hebben pakweg vijftig titels geselecteerd voor de echte die-hard filmliefhebbers. Het is voor het eerst sinds 1978 mogelijk om ons hele programma te zien! Het gaat om een dwarsdoorsnede van al onze programmaonderdelen, zoals Harbour, Bright Future, Lime Light, Cinema Regained, RTM en een prachtig focusprogramma over Amanda Kramer. Later in het jaar wanneer cinema’s weer open zijn, presenteren we onze competitieprogramma’s op het grote doek aan het Nederlandse publiek.”

Wat moest er allemaal (in allerijl?) geregeld worden toen besloten werd om het festival online te organiseren?
“Behalve de opzet van het festival van een fysiek naar een online-festival waarbij de inzet van mensen niet meer nodig was, zoals de inzet van technici en honderden vrijwilligers die IFFR een warm hart toedragen, is in allerijl een geheel nieuw filmprogramma opgezet voor publiek. Voor filmprofessionals was al eerder besloten om het programma online aan te bieden.”

Wanneer zou je ondanks alle problemen straks IFFR 2022 toch een succes kunnen noemen?
“IFFR is een internationaal platform voor film(kunst) dat ook deze 51ste editie publiek, filmmakers en filmprofessionals weet te verbinden. Juist in deze tijden is het belangrijk dat we er zijn.”

4. Hoe kun je op IFFR 2022 een kaartje kopen en de films online bekijken?

Please Baby Please van de Amerikaanse regisseur Amanda Kramer is de openingsfilm van IFFR 2022.

Please Baby Please van Amanda Kramer is de openingsfilm van IFFR 2022.

5. Welke IFFR-programma’s kan ik bezoeken tijdens IFFR 2022?
De IFFR-programma’s rommelen een beetje door aanpassingen vanwege de coronacrisis. Bright Future en Harbour waren in 2021 uitgesteld tot het juni-gedeelte van IFFR. De Big Screen Competition, Tiger Competition en Ammodo Tiger Short Competition zijn niet opgenomen in het publieke programma. Volgens IFFR komen die dus later dit jaar. Dit is er nú aan speciale programma’s:

6. Wat doet InDeBioscoop dit jaar aan IFFR?
We verslaan deze IFFR opnieuw met een fijn team van drie ervaren verslaggevers: Cor Oliemeulen, Tim Bouwhuis en Bob van der Sterre. Houd de website van InDeBioscoop de komende weken in de gaten voor ons verslag van IFFR 2022! Wil je ons steunen? Like de website op Facebook en abonneer je op onze nieuwsbrief!

 

18 januari 2022

 

MEER FILMFESTIVAL

Terugblik filmjaar 2021: Verwarrende tijden voor filmfans

Terugblik filmjaar 2021:
Verwarrende tijden voor filmfans

door Bob van der Sterre

2020 was het jaar van de aanpassing en 2021 het jaar van de teleurstelling: het is nog steeds niet veel anders dan vorig jaar. Film kijken is niet meer hetzelfde in coronatijden. Films waren er gelukkig nog in overvloed maar niet echt meer in de bioscoop. 

Vorig jaar keek ik (dacht ik) terug naar een uniek raar filmjaar. Maar dit jaar was het niet veel anders dan in 2020. Ook dit jaar heb ik geen een film in de bioscoop gezien. We heten InDeBioscoop maar we zouden nu zo onderhand wel Bijjethuisbioscoop kunnen heten.

De schade door het coronavirus op de filmwereld blijft aanzienlijk in 2021. Het gaat de filmindustrie nog jaren kosten om hiervan te herstellen. Dit stuk gaat niet over dat probleem, maar biedt een terugblik naar de beste films die godzijdank allemaal toch nog gemaakt werden. En dat zelfs zonder dat de acteurs verplicht met mondkapjes rondliepen!

The French Dispatch

The French Dispatch

Laten we daarom beginnen met mijn top 3 van films die daadwerkelijk premières hadden in Nederlandse bioscopen:

  1. The French Dispatch
    Het begint te snel, maar daarna wordt het mooi, tjokvol ideeën, waar je minstens 52 films van had kunnen maken. Hier worden meer filmregels overtreden dan je normaal in een heel filmjaar ziet.
  2. Mandibules
    Als iets grappig is, kan het ook van een complexe werkelijkheid uitgaan. Het een sluit het andere niet uit. Dupieux maakt zijn scripts met een totaal andere logica.
  3. Gunda
    Beesten zoals je ze niet eerder zag in film. Je ziet biggetjes sabbelen aan tepels (en hoe Gunda dat moet ondergaan). Biggetjes die regen uit de lucht happen. Mooi beeld: de vier biggetjes die voor de schuur buiten staan, letterlijk vier op een rij, schouder tegen schouder, om daarna een voor een de stal binnen te gaan.

Maar film is ook film zonder bioscoop. Er was een grote berg van films die alleen virtuele premières kenden… De meeste zag ik tijdens Imagine.

  • Beste arthousefilm:
    Woman of the Photographs: Als de arthousecinema nou niet dicht zou zijn, zou deze Japanse film een goede kans maken om horden mensen naar de bioscoop te trekken.
  • Beste horrorfilm:
    Mankujiwo: Met een spookspiegel, rondkruipende slangen, kikkers, vogelspinnen en een gebochelde die eten geeft… Voeg daar nog wat gore, body horror en exorcisme aan toe en je horrorfeest is compleet.
  • Beste verhaal:
    Me and Me: Het is louter de verbeelding van de kijker, geholpen door goed acteerwerk.
  • Beste SF-film:
    Undergods: Film doet geregeld denken aan de serie Black Mirror – maar nog wat gradaties duisterder.
  • Beste totaal doorgeslagen film:
    Fried Barry: Compleet maf, over de top, ranzig, smerig, fantastisch, bizar.
  • Beste symbolische film:
    Playdurizm: Zoveel symbolische verwijzingen. De videokopieeractie, het kunstwerk van Malevich, de Siamese tweelingen, de film (inclusief trailer) genaamd Rebel Instinct, Videodrome van Cronenburg, de titel (‘plagiaat’)…
Meandre

Meandre

  • Beste spannende film:
    Meandre: Je zal het maar meemaken: je kind verliezen en dan in de auto stappen van een seriemoordenaar…. en dan terechtkomen in een sadistisch labyrint van aliens.
  • Beste artistieke film:
    The Year Before the War: Over elk beeld is nagedacht met rook, lichtval, contrast, perspectieven, slow motion en geluiden.
  • Beste blockbuster:
    Dune: Niet dat ik het echt geweldig vond, maar lang niet zo matig als veel soortgelijke films.
  • Beste satire:
    Don’t Look up! van Adam McKay (regisseur van The Big Short). Het heden – en onze ongelovige houding tegenover wetenschap – krijgt er flink van langs in redelijk gelukte satire.
  • Beste Christopher Nolan-film die niet door Christopher Nolan is gemaakt:
    Careless Crime: Boordevol cinematografische verwijzingen met drie verhaallijnen die door elkaar lopen. Niet zomaar een film dus, maar een soort Christopher Nolan-achtige mindfuck op zijn Iraans.
  • Beste Camera Obscura-film:
    The Rise and Rise of Michael Rimmer.
  • Beste ontdekking:
    Eric Rohmers films op Mubi.
  • Beste Chaplin:
    Ik ga toch voor The Great Dictator.

Ik wens alle filmliefhebbers een gezond en prachtig en optimistisch 2022!

 

27 december 2021

 

Terugblik filmjaar 2021: Een lach en een traan
Terugblik filmjaar 2021: Altijd maar weer de oorlog
Terugblik filmjaar 2021: Vervreemding van het alledaagse geluk
Terugblik filmjaar 2021: Pole position voor streamingdiensten

 

Films om niet tijdens Kerst aan te zetten

Films om níet tijdens Kerst aan te zetten

door Bob van der Sterre

Black Christmas ♦ Le Viager ♦ The House Without a Tree

 

Ligt een verdrietige kerst op de loer? Treurige gevoelens door familieperikelen die nu naar de oppervlakte komen? Dan is er nóg een reden om treurig te worden: de voorlopig laatste Camera Obscura!

Vrolijker kan ik het sombere filmjaar 2021 niet maken. Wel treuriger. Ik heb best wat aardige films gezien op Imagine maar geen van die verrassende films kwam uit in de bioscoop, waar ik zelf ook niet meer kwam, dankzij coronaproblemen. Het filmleven ligt op zijn gat en het wordt voorlopig niet beter. Het hybridefilmfestival is een lichtje in de duisternis maar je mist wel de sfeer. Zoals in de rij staan en verplicht rare gesprekken moeten afluisteren, gekuch in de zaal, gestommel van de laatkomers die schijnend met het licht op hun mobiel hun weg proberen te vinden.

Daarom sla ik dat hoofdstuk maar snel dicht en keer ik terug naar mijn vertrouwde honk: Camera Obscura… Nadat ik in augustus 2020 besefte dat ik tien jaar alweer aan deze rubriek werkte, dacht ik: ik kan dit nog tien jaar blijven doen, maar wil ik dat? Aan de films en de onderwerpen ligt het niet. Ik heb nu pas 330 films in 110 afleveringen besproken: er is een speelfilmencyclopedie met 50.000 films. Aan mijn plezier ligt het ook niet. Het is altijd leuk om aan te werken.

Maar iets nieuws is ook leuk! En daarom begin ik in 2022 met de Camera Obscura Specials. Ik ga meer lezen, onderzoeken, uitzoeken. Dat kost meer tijd en ik zal daardoor minder regelmatig publiceren.

Wat zijn die Specials dan? hoor ik de spaarzame vaste lezer van deze rubriek vragen. Dat ga ik nog niet verklappen. Het is anders dan Camera Obscura. Maar filmgeschiedenis en obscuriteit blijven een grote rol spelen.

Wat nu te doen tijdens deze laatste aflevering rond Kerst 2021? Uit mijn Camera Obscura-oeuvre stofte ik voor deze episode nog eens twee kerstfilms af, en schrijf ik over nog één obscure laatste film die je absoluut niet moet gaan zien tijdens kerst. De laatste film van de laatste Camera Obscura.

Black Christmas (aflevering ‘Analoog Telefoonterreur’)
De eerste getroebleerde kerstfilm is Black Christmas (1974) waarin we belanden tussen de sorority girls in het studentenhuis Pi Kappa Psi. Tijdens een feestje worden de studentes opgebeld. Een hijger. Niet zomaar een hijger – het lijkt wel een geest, een paar geesten zelfs, die praat over de geslachtsdelen van de meisjes en laat weten dat ie wel even zal langskomen.

Het eerste meisje wordt al binnen tien minuten te grazen genomen. Ze schommelt in een schommelstoel met een plastic zak over haar hoofd. Dan worden ze een voor een lastiggevallen door de beller, die met verschillende stemmen tegelijk praat. Soms bizar geratel, soms ineens concreet: ‘Waar heb je Agnes gelaten, Billy?’

Wie zit hierachter? Is het Peter, de teleurgestelde vriend van Jess, die net vernomen heeft dat ze hun kind niet wil houden en de relatie beëindigt? Zijn er andere kandidaten?

Wow, deze kerstfilm is écht griezelig. Geen wonder dat Black Christmas een klassieke horrorfilm is geworden, die toen niet aansloeg, maar intussen zo zijn schare fans heeft opgebouwd. Bovendien is het de eerste echte feestdaghorrorfilm – later tot in den treure gekopieerd.

Veel is te danken aan het gevoelvolle regiewerk van Bob Clark en passend acteerwerk van de net iets minder bekende filmsterren. Keir Dullea (eerder al fenomenaal in Bunny Lake is Missing én de Dave van 2001 A Space Odyssey). Olivia Hussey, zie deze Camera Obscura. En John Saxon, die zichzelf in de jaren zeventig regelmatig uitleende voor Italiaanse pulp (Italia a mano armata bijvoorbeeld). Rechtschapen of gangster, hij deed dat allemaal even makkelijk.

Le Viager (aflevering ‘Gezondheid en cynisme’)
In Le Viager (1972) weet dokter Galipeau 100% zeker dat de 59-jarige Martinet niet lang meer te leven heeft. Hij ziet mogelijkheden. Via een financiële truc (gebaseerd op de waarde van het ‘waardeloze’ aluminium) spreken ze af dat Galipeaus broer de lijfrente van de goedgelovige Martinet overneemt. Als hij sterft, nemen ze zijn buitenhuisje in St. Tropez over, is de afspraak. Een risicoloos gokje volgens de dokter. ‘Faites moi confiance.’

Kerst verandert in een hels moment voor de familie. Want elk jaar stuur Martinet vriendelijk een kerstkaart, tot groot afgrijzen van de familie: hij is nóg niet overleden. ‘Geloof mij maar’, zegt dokter Galipeau dan steevast grijnzend tegen zijn familie, ‘dat duurt niet lang meer.’ In 1938 zweert hij: ‘Er is geen conflict, geloof mij maar.’ ‘Faites moi confiance.’ En het jaar erna zijn ze op de vlucht naar het zuiden.

Het gehucht St. Tropez, waar Martinet woont, wordt na de oorlog razend-populair. De prijs van aluminium stijgt gigantisch. Als Martinet tijdens het dansen naar zijn hart grijpt, denken ze eindelijk dat het moment daar is. ‘Is er iets?’, vragen ze huichelachtig. ‘Ja, mijn medaille is kwijt. Hij zat hier net nog!’ De complete trukendoos wordt opengetrokken: trappen lopen op de Eiffeltoren, hem uitnodigen voor heftige maaltijden en drankgelagen, zijn trap met vet bekladden. Het helpt niet. Hij blijft gezond.

Deze speelse film van Pierre Tchernia heeft de enigszins herkenbare handtekening van de scenarioschrijver van Astérix en Obelix (René Goscinny). Hij schreef namelijk dit script. Net als in Astérix en Obelix een hoog tempo, vermakelijke grappen en een paar mooie spottende karakterschetsen. Michael Galabru is buitengewoon grappig als de falende dokter en Michel Serrault is eveneens fantastisch als de oude, kwieke man.

De overgangen in jaren met kerstkaarten is een leuke vondst. Martinet als een Forrest Gump avant la lettre evenzo. Of de breaks met animaties in kinderstijl. En dan nog het komische acteerwerk van Jean Carmet en de zoon van Pierre Brasseur (Claude Brasseur). Of Gerard Dépardieu in een van zijn eerste rollen. In 2020 werd de film geremasterd en ziet er nu prachtig uit.

The House Without the Christmas Tree (ongepubliceerd)
Zin in een verdrietige kerst? Kijk dan deze film. ‘Heeft je vader geen boom gekocht?’ ‘Wij hebben geen boom. Mijn vader ziet het als geldverspilling. Staat toch alleen in de hoek, doet verder niets.’ ‘Je bent vast de enige in de stad zonder boom.’

Addie Mills houdt van haar vader maar het leven is niet makkelijk. ‘Hij knuffelt en kust me nooit. Hij had meer van mij gehouden als ik een jongetje was geweest.’ En dan wil hij geen boom terwijl kerst nadert. ‘Je hebt geen boom nodig. Het huis ziet er goed uit zonder.’ Later tegen zijn moeder: ‘Ze moet leren dat je niet alles kan hebben in het leven.’

Als papa Mills ziet dat ze met vriendjes en vriendinnetjes ‘O dennenboom’ zingt in hun huis zonder boom, krijgt hij last van wroeging.

Frappant aan deze film is dat het eigenlijk een kinderfilm is. Volwassenen hebben een bijrol zoals kinderen die vaak hebben in volwassenfilms. We volgen Addie (Adelaide) Mills en zien hoe ze het lastig heeft om zich stand te houden in de klas. Als de juf de boom van de klas weggeeft, is er toch een kans een boom te scoren.

Deze tv-film uit 1972 oogt als een verfilmd toneelstuk en is héél sober en kalm, en de muziek en de filmstijl zijn erg belegen, alhoewel de plotselinge animaties wel verrassen. De film laat de acteurs en dialogen het werk doen. De scène waarbij oma Mills en Allie Mills praten over haar depressieve vader raakt toch die ene snaar. Jason Robards heeft geen grote rol maar met één scène (als hij de boom in de kamer ziet) trekt hij de film naar zich toe.

Ik ben geen therapeut en ik zou niet weten wat ik moet zeggen tegen mensen die depressieve kerstdagen doormaken. Ik kan maar een ding zeggen: er zijn altijd nog rare, gekke, obscure films om lief te hebben.

 

15 december 2021

 

Black Christmas

 


Alle Camera Obscura

IDFA 2021 – Deel 8: Experimentele films

IDFA 2021 – Deel 8: 
Experimentele films

door Bob van der Sterre

Films die iets anders willen laten zien, zijn bij IDFA in de minderheid. De meerderheid zijn conventionele docu’s over mensen of maatschappelijke thema’s. Een goed voorbeeld van geslaagd experiment was vorig jaar New Gods. Zo’n film was er dit jaar niet maar er waren wel aardige andere experimentele films. 

Voor we overgaan tot de films eerst nog een terugblik op het festival dat zaterdag eindigde. Wederom speelde corona een hoofdrol. Nog niet zo in de films – lees het stuk Films in tijden van corona – maar wel in de programmering. Deze IDFA koos voor een grotendeels fysiek programma. In coronatijden blijft dat een groot risico. Tijdens het laatste weekend van het festival kwam het nieuws over de nog besmettelijker omikronvariant. Dat kwam bovenop de stijgende besmettingen en de herinvoering van lockdowns. Voor vandaag (zondag) werden alle voorstellingen geannuleerd.

Het hybridefestival is denk ik (voorlopig) het festival van de toekomst. Een 1 op 1 virtueel programma lijkt nog niet haalbaar door de filmrechten. Ernaar streven is toch wel verstandig voor de meeste filmfestivals momenteel, willen ze zich door deze coronacrisis heen slepen. Ik heb zelf meer dan de helft van de films niet kunnen zien omdat ik geen zin heb in overbodig reizen en films fysiek bezoeken als de besmettingen toenemen.

Nu waren slechts elf publieksfilms online te zien en moest ik het doen met de persbibliotheek, waar gelukkig veel te vinden was, maar niet alles. De spoeling leek me hierdoor wat dunner dan normaal. Dat kan ook bedrieglijk zijn omdat ik niet alles heb gezien wat ik had willen zien. Aan de andere kant ben ik ook elke keer weer blij dat er ondanks de coronacrisis nog steeds films worden gemaakt en ik ondanks de crisis nog festivals kan ‘bezoeken’.

Kunnen we volgend jaar voor eerst sinds 2019 zonder coronagedoe het festival bezoeken? Laten we het hopen!

 

Pele (Skin)

Pele (Skin)
Graffiti is al sinds de Romeinen een middel om je te uiten. Graffiti evolueerde de afgelopen decennia in street art. Vroeger dacht je van een groot wit gebouw: waarom maken ze daar geen kunst? Ach, de mensheid… Toch verandert er soms wel iets ten goede. Nu zie je een enorm stuk street art op die plek en het verbaast je niet eens meer. Ook de Braziliaanse stad Belo Horizonte staat er vol mee.

Pele laat de mooiste street art zien van Belo Horizonte maar is meer dan een parade van straatkunst. De film vertelt ook een verhaal. Het verhaal van de mensen die hun wanhoop op muren uiten. Ze schrijven over politiek, milieu, racisme, homohaat, misdaad, drugs. Van wanhopig tot kwaad, van ironisch tot simplistisch. Daarbij hoor je geluiden van bijvoorbeeld demonstraties. Maar ook minder politieke onderwerpen als muziek, kunst en die typische ‘filosofische’ grapjes van street art komen aan bod: Destroy your ego before it destroys you. Of: Wander in wonder.

Met het beeld van de street art pakken we toevallig opduikend Braziliaans straatleven mee. Mensen die bij de street art capoeira dansen, yoga doen, parkour oefenen, selfies maken, of gewoon zitten niksen. Het wordt niet Braziliaanser dan een dansfeest op straat waarbij jong en oud, zwart en wit door elkaar dansen.

Eenvoudige maar ook fraaie documentaire van Marcos Pimentel, voor iedere street artliefhebber sowieso een must. Een ode aan de vele anonieme straatkunstenaars ter wereld. Misschien is er al eerder zo’n soort film gemaakt in een andere grote stad maar ik ken het niet.

 

Users

Users
Een machine wiegt een baby. Iemand haalt met een machine containers vanaf een schip. Machines reinigen water. Een geautomatiseerd systeem van planten die ondergronds geteeld worden. Megaterreinen met zonnepanelen. Een zwemmer die in een zwembad tegen de stroming in zwemt (en op dezelfde plek blijft zwemmen). Olieraffinaderijen. Bosbranden. Goederentreinen. Fabrieken. Internetkabels op de bodem van de oceaan.

Af en toe hoor je iemand iets zeggen: ‘Er zijn genoeg kabels op de oceaanvloer om de aarde 30 keer te omwikkelen.’ Dan zien we een kind een game spelen.

De film (of video-essay) van Natalia Almada toont prachtige beelden (veel symmetrie en dronebeelden) ondersteund met aangename dromerige muziek, die je in een kalmerende sfeer brengt, zozeer dat ondergetekende er twee keer bij in slaap viel. Het is een truc die al sinds Koyaanisqatsi (1982) regelmatig wordt toegepast in documentaires. De film doet me ook een beetje denken aan films van de in 2014 overleden Michael Glawogger, bekend van Megacities en Workingsman’s Death. Toch is het ook heel anders. Glawogger richtte zich op de beelden en Almada wil een verhaal vertellen. Daarnaast laat Almada ook haar gezin zien, zoals haar zoon die in deze technologische tuin opgroeit.

Wat ik wel mis, is de pointe van dit alles. Het gaat over de relatie tussen mens en technologie, dat is duidelijk, maar de combinatie van de beelden is mij te lukraak om hier wat zinnigs uit te halen. Mooie beelden, dunne inhoud.

 

All Light Everywhere

All Light Everywhere
Het bedrijf Axon maakt tasers en bodycamera’s. We krijgen een rondleiding in het bedrijf. En volgen een presentatie over de bodycamera bij de politie. Tegelijk volgen we een ander bedrijf dat als Google Maps in real time een stad in de gaten kan houden (Baltimore). Hij probeert de Baltimorianen voor zijn idee te winnen maar niet iedereen ziet het zo. ‘Het was een heftige avond. Maar dat kan ook komen omdat er camera’s aanwezig waren.’

Dat is nog niet alles. We kijken naar duiven die vliegen met camera’s om. We schakelen over naar een wetenschappelijk onderzoek, waarbij breingolven van mensen worden gevolgd om te zien waar ze naar kijken. We zoomen ook uit en leren over de uitvindingen die hieraan vooraf gingen. Dat er al bewegend beeld van Venus was voordat de Lumière-broers hun films maakten. Mensen vatten die bewegingen toen niet maar het waren de beelden zelf die voor ‘vervuiling’ zorgden. Ook uit die tijd: een camera die werkte als een mitrailleur (handen omhoog… voor de foto). Mug shots werden al in de 1840’s bedacht en later werden er ook afmetingen en maten en vingerafdrukken aan toegevoegd om het toeval meer uit te sluiten. ‘Een choreografie tussen politieagent, vastzittende persoon en wetenschappelijke instrumenten.’

De rol van camera’s voor onze eigen veiligheid, daar gaat dit documentaire-essay over. Maar het is niet de zoveelste journalistieke documentaire (gelukkig). Dit is beschouwelijker: wat zien we eigenlijk als we iets zien? Want er is ook materiaal buiten beeld, zoals de bodycam de agenten zelf niet laat zien. Waar gaan we zelf de grenzen leggen? Axon geeft zelf een impressie van de politie in de toekomst, met drones, camerabrillen, je trekt je pistool en de camera gaat automatisch lopen. Zorgen? Hoezo? Het is immers voor je eigen veiligheid! Elk gesprek over beelden eindigt bijna in een ruzie tussen voorstanders (meer veiligheid) en tegenstanders (minder privacy).

De ambitieuze film van Theo Anthony heeft een sterke visuele visie en een geslaagde soundscape-achtige soundtrack. Een film over beeld biedt ook veel mogelijkheden. Met een bodycam door een winkelcentrum lopen. Agenten tijdens de bodycam-presentatie sneaky filmen en hun mobieltjes zien checken (in splitscreens) op het moment dat de kracht van het beeld wordt uitgelegd. En dat is de kern van de film: beeld is steeds alomtegenwoordiger en vrijwel niemand vindt dat echt prettig.

De beschouwelijke inslag bevalt me ook. De film neemt risico’s en niet alles pakt hierdoor even goed uit (de connectie tussen duiven, misdaad in Baltimore en beelden van Venus is misschien wat vergezocht; het stuk over de bodycam duurt te lang; de voice-over is te pretentieus). De makers hebben zelfs nog een stuk geschrapt, bekennen ze achteraf (het filmen van studenten die een film maakten waarbij ze zelf ook weer gefilmd werden).

Het is ook een film die je wel steeds een paar stappen voor is. Er is geen dystopisch rampscenario waar we heen koersen maar er zijn veranderingen. Dat is juist het punt: ik zie liever een film iets nieuws proberen en daarin niet helemaal slagen dan een conventionele film over camera’s in ons leven die je van voor naar achteren kunt voorspellen.

 

29 november 2021

 

IDFA 2021 – Deel 1: Four Journeys
IDFA 2021 – Deel 2: Young Rebels
IDFA 2021 – Deel 3: Excentrieke karakters
IDFA 2021 – Deel 4: Invloedrijke rocksterren 
IDFA 2021 – Deel 5: Luchtige films
IDFA 2021 – Deel 6: Films in tijden van corona
IDFA 2021 – Deel 7: Nieuws uit WOII

 

MEER FILMFESTIVAL

IDFA 2021 – Deel 6: Films in tijden van corona

IDFA 2021 – Deel 6: 
Films in tijden van corona

door Bob van der Sterre

Als er iets was wat onze levens wereldwijd beïnvloedde de afgelopen twee jaar, was het wel het coronavirus. Toch verrassend weinig films over corona tijdens deze IDFA. Alleen de film The Great Abandonment ging echt volledig over het coronavirus (in India). Maar die kon ik niet zien (er was geen online persvoorstelling). Wel waren er nog drie films die iets indirecter over het virus gingen.

 

The Home Front

The Home Front (A Journey in Italy with Domenico Quirico)
Domenico Quirico is een journalist die vaak oorlogsgebieden bezocht. Nu reist hij heel Italië door. Zijn vraag: is er humanisme? Paola Piacenza filmt hem. Als corona uitbreekt, verandert dat de opzet van de hele documentaire en moet ineens overal anderhalve meter worden aangehouden.

Een documentaire voor de zondagochtend. Espresso, een dolce, en dan twee uur rustige televisie. Een must voor de Italië-liefhebber. Want je ziet alle regio’s, alle soorten mensen en allerlei situaties. We zien een apotheek in Milaan, een school in Sicilië, een voedselbank in Aosta, een vluchtelingencentrum, een camper-locatie voor daklozen, een fabriek in Turijn.

Aan de ene kant de klassieke ‘fly on the wall’ filmbeelden van de diverse locaties. Aan de andere kant houdt Quirico lange gesprekken met deze en gene. Een eigenaardige combinatie. Die soms langdradige interviews hadden wel wat vlotter gemonteerd kunnen worden.

Toch biedt de documentaire sterke stukken die het de moeite waard maken. Het gesprek met de ooit rijke ex-danser die nu een triest leven vol pijn en dakloosheid leeft. De Siciliaanse klas die discussieert over de maffia. De medewerker van een fabriek die ijskoud zegt dat er sinds 1989 niemand meer is aangenomen. En natuurlijk het coronavirus, dat als het ware halverwege in de documentaire duikt. Wat een impact had en heeft dat op het leven. De apotheker levert nu alleen bij de deur, leerlingen krijgen virtueel les, stations zijn leeg, voedsel wordt afgeven in plastic zakjes. En ineens overal mondkapjes. Een goede documentairemaker gaat denk ik mee met wat er gebeurt op dat moment.

Al met al een half geslaagde film.

 

Searchers

Searchers
Deze film gaat over liefde in tijden van corona (naar analogie van het beroemde boek van Gabriel Garcia Marquez Liefde in tijden van cholera). Want dat is wat het is. Mensen in New York die daten in coronatijden. We zien ze swipen, appen, online formulieren invullen, profielen bekijken en horen ze praten over hun ervaringen.

Een parade van kleurrijke personen (de vrouw van 88 die geen mannen ouder dan 70 wil daten), de transgender die twee partners heeft, de man die een spreadsheet gebruikt voor zijn dates, de broers die van meningen verschillen over de strategie. We zien homoseksuelen, heteroseksuelen, transgenders.

De New Yorkers praten over allerlei thema’s die bij het daten komen kijken. Denk aan het taalgebruik, ontmoetingen, oppervlakkigheid, seksualiteit, profielen doorgronden. ‘Het is hard werk, helemaal niet leuk.’ En dan blijkt ook regisseur Pacho Velez op zoek naar liefde.

Verrassend vermakelijk. New Yorkers zijn een kleurrijk volk, dat is een open deur. Deze documentaire bewijst dat maar weer eens te meer, nota bene met interviews met ‘gewone New Yorkers’. Ze zijn vaak openhartig, grappig en bijdehand. Ook hier speelt corona een belangrijke bijzaak. Het gebruik van datingapps neemt in deze tijden alleen maar toe. Dat de regisseur zichzelf in het verhaal betrekt, is normaal gesproken een beetje een faux-pas. Het maakt deze gesprekken met de liefdeszoekers vermoedelijk wel wat opener.

 

The Facility

The Facility
Een stuk minder opgewekt is The Facility. Deze film gaat over immigranten die zijn opgesloten in detentiecentra. Ze wachten op het vervolg van hun zaak. Dat kan ook in vrijheid maar de overheid heeft besloten om ze op te sluiten. Aldaar horen ze de eerste berichten over de pandemie.

Journalist Seth Freed Wessler heeft via Skype contact met twee personen die er opgesloten zitten: Nelson en Andrea. Als je opgesloten zit, hoor je niet graag dat een virus zich overal verspreidt. Je kunt immers geen kant op. Maar de immigranten mogen alsmaar niet buiten hun zaak afwachten. Het wordt penibel als bij een ander detentiecentrum een overlijdensgeval door het coronavirus is. En dan is er nog een andere misstand…

Corona was wereldwijd en ik denk dat het nog wel een tijdje gaat duren voor we dat echt beseffen. Met al dat gepraat over bubbels vergeet je bijna dat iedereen in zijn eigen coronabubbel leeft. Documentaires kunnen deze bubbel opheffen maar voorlopig zien we er nog niet veel van. Ik had echt een hausse van films verwacht. Waar zijn de journalistieke onthullingen? Er was drama genoeg het afgelopen jaar. Misschien komen er nog wel meer films over dit onderwerp. Goede reflectie kost tijd.

 

28 november 2021

 

IDFA 2021 – Deel 1: Four Journeys
IDFA 2021 – Deel 2: Young Rebels
IDFA 2021 – Deel 3: Excentrieke karakters
IDFA 2021 – Deel 4: Invloedrijke rocksterren 
IDFA 2021 – Deel 5: Luchtige films
IDFA 2021 – Deel 7: Nieuws uit WOII
IDFA 2021 – Deel 8: Experimentele films

 

MEER FILMFESTIVAL

IDFA 2021 – Deel 5: Luchtige films

IDFA 2021 – Deel 5: 
Luchtige films

door Bob van der Sterre

Het aantal luchtige films op IDFA 2021 is dit jaar op een hand te tellen. Toch zijn ze er gelukkig, is niet alles maar doffe ellende.

 

The Balcony Movie

The Balcony Movie
Zoals ik al schreef bij de 30 Filmtips van deze IDFA, is dit de meest Kossakovsky-achtige film op het festival die niet van Kossakovsky is. En dat is een compliment. Het is een film waarvan maker Pawel Lozinski vermoedelijk ook niet precies wist wat het zou worden. In het begin (maar dat kan ook de montage zijn) hebben mensen nog geen zin in geen vragen als: ‘Wat vind je het belangrijkste in het leven?’ en ‘Ben je mijn held?’ Als hij die concepten overboord gooit en gaat praten met mensen, begint de documentaire te lopen.

De film lijkt op vooral Kossakovsky’s werk, vooral Tishe! (2002). Maar is toch anders. Want Kossakovsky filmde alleen en Lozinski gaat aldoor in gesprek.

In plaats van filmen uit een Sint-Petersburgs raam, is dit een Warschause straat en een camera op een balkon. En dan mensen overvallen met de vraag hoe het ermee gaat. Meer is deze film niet en het levert toch een paar prachtige, aandoenlijke opnamen op. Je ziet dat mensen vaak te kort komen aan aandacht en deze kans aangrijpen om hun verhaal te vertellen. De gay die moest doen alsof zijn partner zijn broer was. De vrouw die er een eind aan wil maken. De verlegen vrouw die zichzelf verbaast door terug te praten ‘ook al weet ze niet precies wie ze is’. En natuurlijk een paar vaste personen: een ex-bajesklant, een bijdehante oudere vrouw, een straatveegster.

Het is geen film die je kunt plannen en houdt dus enig risico in: misschien wordt het wel niets! Juist daardoor kan het soms erg verrassen. Het is spijtig dat maar weinig regisseurs en producenten van documentaires zulke gokken wagen. Soms kan een simpel idee beter uitpakken dan de meest pretentieuze film. Deze film is namelijk net zoiets als series met beroemdheden in taxi’s: het is herhaalbaar. Misschien nog ooit een vervolg op balkons in Rio de Janeiro, Mombasa, Jakarta.

 

Set!

Set!
Humoristische documentaires, het is een kunst apart. Kies voor grappige montage, presenteer je hoofdrolspelers op vermakelijke manier (koeienletters in beeld: ‘the artist’, ‘the dreamer’, ‘the veteran’), en wat ook altijd werkt: een curieus wereldje als thema. Zoals tafeldekken voor prijzen.

In Set! draait alles om het winnen van een beige vaantje: de best-of-show tijdens een wedstrijd tafeldekken in Orange County. Het is niet zomaar tafeldekken: kroonluchters, opgezette dieren, condooms: zomaar wat voorbeelden van wat er op tafel komt. Creativiteit is belangrijk om de juryleden mee te imponeren. De concurrentie is moordend want vrijwel iedereen is maanden bloedserieus bezig met de tafel en iedereen denkt te kunnen winnen. Het moet allemaal op de millimeter nauwkeurig. Maar de smaak van de juryleden blijft onpeilbaar.

Deze film van Scott Gawlik (die alles deed, tot en met de montage) kijkt makkelijk weg. De portretten van de deelnemers zijn vermakelijk (de bitchy kunstenares, de lieve Timothy, etc.). Ze stellen zich allemaal open op en dat is ook prettig voor de docu. Tegelijk wordt de valkuil van leedvermaak vermeden want er is veel respect voor de deelnemers. Ze doen hun verhaal, tonen hun kwaliteiten, geven hun mening. Best-of-show in de categorie feelgood van deze IDFA? Ik denk het wel.

 

Where Are We Headed

Where Are We Headed
De Moskouse metro. Eigenlijk hoef ik niet meer hoeven schrijven. Dit is wat deze film van een uur inhoudt: observaties in de Russische metro. Gesprek tussen jonge vrouw en oudere man (verkleed als Grootvadertje Vorst) over de Russische ziel. Man die met kat op zijn hoed de metro pakt. Scène als een man aan een champagnefles in de metro lurkt, tot ongenoegen van partner. Jongeren die tijdens Kerst door het station dansen. Vrouw die een beeld aldoor wil aanraken maar onderbroken wordt door toeristen. Vol station tijdens veteranendag. En meer voortreffelijke, korte portretten van mensen. Oude man die vingers in oren doet bij het arriveren van een metro. Man in metro die in yogahouding in slaap valt.

Soms is het ook wat grimmiger. Een ballonnenverkoper die probeert vol te houden maar uiteindelijk gearresteerd wordt. Luchtvaartfans die in de metro Amerikaanse soldaten proberen uit te dagen. Een klein clubje jongeren waarvoor circa vijftig politieagenten op de been zijn. Toch vooral een vermakelijke, vriendelijke film van Ruslan Fedotow. Als een luchtig tussendoortje.

 

The Grannies

The Grannies
Deze korte film is vooral leuk voor als je de game Red Dead Redemption II kent. Dit Australische viertal kon een poosje door een bug naar een ‘andere wereld’. Dat is de wereld waar game-technisch niets meer klopt. Een surrealistische wereld met vliegende rotsblokken, diep water waarin je blijft vallen, bergen waar je onderdoor kunt kijken, piramides. In feite (denk ik) kladjes van de game-ontwerpers die ze hebben laten zitten omdat je er (in principe) niet kon komen.

Deze vier Australiërs konden er geen genoeg van krijgen en vonden er ook het plezier in de gevoeligheid van hun eigen persoonlijkheden terug. Je moet immers wel dezelfde smaak hebben om dit met een clubje te ontdekken. Vermakelijk niemendalletje en eindelijk eens een docu voor gamers.

 

27 november 2021

 

IDFA 2021 – Deel 1: Four Journeys
IDFA 2021 – Deel 2: Young Rebels
IDFA 2021 – Deel 3: Excentrieke karakters
IDFA 2021 – Deel 4: Invloedrijke rocksterren 
IDFA 2021 – Deel 6: Films in tijden van corona
IDFA 2021 – Deel 7: Nieuws uit WOII
IDFA 2021 – Deel 8: Experimentele films

 

MEER FILMFESTIVAL