Bunuel in the labyrinth of the turtles

****
recensie Bunuel in the labyrinth of the turtles

Hoe de Spaanse surrealist zijn antidocumentaire Las Hurdes maakte

door Bob van der Sterre

Net na baanbrekende films Un Chien Andalou en L’Age d’Or had de jonge Luis Buñuel een moment van creatieve leegte. Hij kreeg een tip over een zeer geïsoleerde streek in West-Spanje, Las Hurdes. Het bleek de opmaat van een in alle opzichten krankzinnig project in 1933. Buñuel en el laberinto de las tortugas vertelt dit interessante stukje filmgeschiedenis in de vorm van een animatie.

Allereerst: wat was Las Hurdes en wat zag Buñuel in het idee van de film? Hij kreeg het project door van regisseur Yves Allégret en schrijver Jacques Prévert. Laten we het Buñuel zelf uitleggen: “Deze streek is een van de armoedigste gebieden op de hele aardbodem, geïsoleerd van de buitenwereld door een keten hoge, onbegaanbare bergen en met in totaal zesduizend inwoners verdeeld over tweeënvijftig gehuchten.”

Bunuel in the labyrinth of the turtles

Hij gaat verder: “Landbouwwerktuigen hebben ze vrijwel niet. Vee is er niet. Er is geen folklore. De armoede, de honger en de insecten. Geografen zijn het er erover eens dat de streek onbewoonbaar is.” Problemen als inteelt, dysenterie, malaria somt hij op. “Met hun kleren aan slapen ze op bedden van rottende bladeren.” Je snapt wat Buñuel zag in deze op zichzelf haast surrealistische omgeving.

Tweede vraag: wie wil in godsnaam voor een film over dit onderwerp betalen? Ramon Acin, een vriend, zei: ‘”ls ik de loterij win, dan mag jij jouw film maken.” Hij heeft zijn belofte geweten toen hij daadwerkelijk de loterij won! De cinematograaf Eli Lotar kwam erbij, net als dichter en vriend van Buñuel, Pierre Unik. Zij bleven twee maanden in Las Hurdes. Buñuel monteerde het materiaal vervolgens op een keukentafel in Madrid en gooide in zijn onervarenheid nog wat bruikbaar celluloid weg.

Een niet-surrealistisch project dat surrealistisch aanvoelde
Buñuel zal intuïtief gevoeld hebben dat er wel wat te halen viel. Hij moest ook loskomen van het surrealisme, waar hij een jaar geleden uitgestapt was. Het harde Spaanse leven gaf hem een kader waarin hij kon experimenteren. Hij kon hier een vernieuwende antidocumentaire maken, vol armoede, dood, lelijke en zieke mensen.

Buñuel zou Buñuel niet zijn als hij ‘de documentaire’ niet zou veranderen in zijn eigen cinematografische variatie op de werkelijkheid. (Overigens deed een van de beroemdste documentaires ooit, Nanook of the North, hetzelfde.) Zelf zei hij: “Het was een ongewoon soort werkelijkheid, een werkelijkheid die de verbeelding prikkelt.” En erkende later: “Het is een tendentieuze film.”

Dus als hij las over een ezel die door bijen wordt doodgestoken, kan hij het niet nalaten om honing over een ezel te gieten en te filmen hoe het arme beest aan zijn einde komt. Als een geit volgens broodjeaapverhalen soms in een ravijn viel, moest hij de realiteit wel een handje helpen. “Daar konden we niet op wachten en dus heb ik met een revolver ervoor gezorgd dat er een naar beneden viel.” Het hanentrekken… laten we het hier maar bij houden. Het was duidelijk dat de surrealist Buñuel de mens in de weg zat. Veel meer Buñuel wordt het niet als hij zegt: “Ik geloof in oncompromisloosheid.”

En was het ook niet wat je nu noemt exploitation van de bewoners? Maar, zo schrijft publicist Francisco Aranda later terecht: “Als Buñuel liefdadigheid bedreven had in dat gebied en niet de film had gemaakt, was het lot van de bewoners nooit in deze mate verbeterd.”

Bunuel in the labyrinth of the turtles

Geamuseerde en vlotte stijl
Dankzij Buñuel en el laberinto de las tortugas van animatieregisseur Salvador Simó zien we deze interessante geschiedenis terug in een geamuseerde en vlotte animatiestijl. Geslaagd zowel in stijl als in verhaal (anekdotisch), karakteriseringen en humor. Animatie als vorm is erg bruikbaar voor deze historische films (denk aan het recente Another Day of Life).

De film heeft twee minpunten: de muziekkeuze en het sentimentele einde. Die zijn niet des Buñuels want ze zijn toegevoegd uit commercieel oogpunt – en dat was altijd zijn grote vijand. Je zou bijna vergeten dat Buñuels voor het Las Hurdes-project een soort stage had gelopen in Hollywood maar weigerde films voor zakelijke motieven te maken.

Een eigenwijze film zoals Buñuel ze maakte, is deze film dan ook niet. In dit geval is dat ook niet het doel. De film wil ons laten zien wat een echt eigenwijs artiest wel is. En in die opzet slaagt Buñuel en el laberinto de las tortugas wel.

 

17 april 2019

 

ALLE RECENSIES

Autorijden om je verveling te bestrijden

Autorijden om je verveling te bestrijden

door Bob van der Sterre

Two Lane Blacktop ♦ L’Autostop ♦ The FJ Holden

 

Nee, ik vind deel 8 van The Fast & The Furious niet hetzelfde als films als Le Mans en Grand Prix. Scheurende auto’s, 70’s films, een zondag voor jezelf. Wat wil een mannenhart nog meer? Hier drie iets minder bekende autofilms met een overeenkomst: de karakters erin vervelen zich te pletter.

In Two Lane Blacktop (1971) zien we The Driver en The Mechanic (hun echte namen leren we niet kennen) rondrijden in hun aangepaste Chevy. Ze verdienen hun geld met racen. The Mechanic ziet een Ford met een zus en zo motor en weet meteen: die kunnen we hebben. The Driver daagt de eigenaar uit. Uiteraard winnen ze de strijd.

Autorace zonder moraal
De twee krijgen een meisje in hun auto mee (legendarische scène: ze kruipt in hun auto, ze zien haar zitten, zeggen niets en rijden zo weg). Onderweg komen ze ook steeds dezelfde bestuurder van een sportauto (GTO) tegen. Een man die graag rare lifters opneemt. Hij hoeft niet meer te werken maar weet niets anders te bedenken dan eeuwig rond te rijden in zijn GTO.

De twee partijen dagen elkaar uit om naar Washington DC te rijden – maar al snel is er geen sprake meer van een wedstrijd. Ze gebruiken elkaar onderweg om andere racers uit te dagen.

Two Lane Blacktop heeft niets voor niets al decennia een speciale schare fans. Dit is de quintessential 70’s film. Geen echt verhaal, geen echte karakterontwikkeling, geen echte boodschap en helemaal geen moralisme. De film werd in 1970 in acht weken opgenomen en de laconieke sfeer komt ook door allerlei randzaken (de financiën die maar net rond kwamen, Dennis Wilson die een paar dagen voor het filmen werd gecast).

Aan de ene kant is het een soort Top Gear-episode in filmvorm, aan de andere kant heb je ook The Girl (Laurie Bird) in een essentiële rol. Iedereen wil iets met haar (zelfs regisseur Monte Hellman begon een affaire met haar). Ze pleegde zelfmoord op vijfentwintigjarige leeftijd (en dat was acht jaar na deze film, kun je nagaan hoe jong ze hier was).

En dan is er nog Warren Oates, die met zijn natuurlijke en intense acteerstijl goed paste als tegenhanger van de twee sobere hoofdrollen: James Taylors (zanger) enige filmrol en Dennis Wilson (drummer van The Beach Boys). Hun beperkte acteren is in deze film eerder een voordeel. Geloofwaardige, zwijgende autorijders.

Promotiefilm in Russisch drama
In L’Autostop (1991) is er ook al een zinloze autoreis: autocoureur Sandro die een Fiat van Italië naar Rusland rijdt. Als voormalig autocoureur is er geen liefde zo groot als die voor de auto. Ultieme decadentie om dus maar te gaan crossen naar Rusland.

Onderweg pikt Sandro leuke vrouwen op. Hij laat ze achter en ze vinden het prima. Via Moskou komt hij in het winterse Russische platteland terecht. Een hoogzwangere vrouw in een bushokje (detail: logo Olympische Spelen Moskou in 1980) krijgt van hem een lift. Ineens duikt er een motorrijder op – de partner van de dame. Ook hij krijgt een lift (handig hoe de motor in de kofferbak past). Op een zeker moment stapt de vrouw uit en wil ze in het bos bevallen.

Een bizarre combinatie van reclame voor Fiat en een Russisch drama. In 1990 moet iemand bij Fiat het een goed idee hebben gevonden dat regisseur Michalkov een korte promotiefilm zou maken. Michalkov deed die klus op zijn Michalkovs: hij maakte er een Russische drama van bijna een uur van.

Autosnufjes spelen een grote rol in het script. De autoradio (opera in het Russische landschap), de volautomatische raamvergrendeling, de ruime kofferbak, de autogordel, de verstelbare stoelen. Kijk eens hoe makkelijk de auto rond danst op de sneeuw. Dit is Sandro’s westerse, decadente cocon – een wereld waarin hij actrice Ornelia Muti aanwijst als zijn vriendin.

De film laat de tegenstelling zien tussen westerse decadentie versus Russische mystiek. Het mystieke moment van bevallen in oer-Russisch landschap tegenover de nieuwe auto vol westerse snufjes. Let op hoe de dame in het eerste hotel (dikke close-up) de man uitdaagt door telkens een noot te spelen op een piano. Decadenter kan het niet worden. En kijk Sandro helemaal opleven na de grote gebeurtenis.

Australisch raadsel
In FJ Holden (1977) zien we hoe Kevin en Bob aldoor rondrijden in een FJ Holden (Australisch automerk), bier drinken en meisjes oppikken. Een van die meisjes is Anne. Kieskeurig is ze niet: ze heeft seks met beiden, in de auto.

De Holden is een klassieke Australische 50’s bak, synoniem met de rock-‘n-rollperiode. Kevin en Bob vervelen zich graag met deze auto, waarvan er toen de film werd gemaakt nog maar 500 van de oorspronkelijk 300.000 verkochte auto’s over waren.

Een desastreuze race zorgt ervoor dat Kevin zijn humeur verliest en ook tussen hem en Anne gaat het niet goed meer (aangezien zijn maat Bob er nog steeds bij is). Tijdens een feest is hij dronken en maakt hij ruzie – de politie is naar hem op zoek.

Ik zal maar eerlijk zijn: het doel van deze film is mij een raadsel. Kevin noch Anne heeft de waarde voor een hoofdrol en wat ze meemaken, is niet boeiend. Ik vermoed dat het ging om een portret van ‘de nieuwe jeugd’ in Australië. Symbool: de ooit rebelse Holden. Dan was het wel een oninteressant portret (of een onboeiende generatie).

De hoofdpersonen Paul Couzen (Kevin) en Eva Dickinson (Anne) waren beginners en konden geen warmte in hun rollen leggen. Het is niet vaak dat een film de laatste is voor beide hoofdpersonen (zelfs de enige voor Paul Coutzen!). Vreemd misschien – maar je hoeft het acteervak natuurlijk niet echt leuk te vinden.

Aan de andere vind ik het wel altijd leuk om naar bars en supermarkten en warenhuizen te kijken in andere tijden. Daarvan genoeg in deze film. Als tijdreis slaagt de film – en dat lijkt ook het idee te zijn geweest van deze Australian Graffiti van regisseur Michael Thornhill. Ook al reist een auto makkelijk, niets reist zo prettig als een film.

 

10 april 2019

 

Two-Lane Blacktop


Alle Camera Obscura

Ash is Purest White

***
recensie Ash is Purest White

Twee decennia modern China

door Bob van der Sterre

De nieuwste film van Zhangke Jia is een soort laatste hoofdstuk van zijn films. De grootmeester van de vijfde generatie, Zhang Yimou, vond zichzelf opnieuw uit als expert in wuxiafilms. Na het zien van Ash is Purest White vraag je je af of Zhangke Jia, grootmeester van de zesde generatie, ook rijp is voor zo’n radicale stap. Comedy? Horror? Want hij lijkt nu wel klaar met zijn gigantische filmproject over mensen die worstelen met de realiteit in China.

En worstelen doen ze, het stelletje Bin en Qiao. In 2001 gaat het nog de goede kant op. Bin is nog een lokale crimineel, Qiao zijn liefje. Ze lossen allerlei zaken op in de buurt van de opkomende stad Datong. Hij lost zaken liever met hersens op dan met wapens.

Ash is Purest White

Agressieve bendes
Totdat er ineens agressieve bendes opduiken en hem uitdagen. Op een kruising levert dat een heftige vechtpartij op. Qiao pakt een wapen en schiet in de lucht. Qiao komt in de gevangenis omdat ze zegt dat het haar wapen was.

In 2006 als ze weer vrij is, staat Bin er niet om haar te bedanken. Ze reist naar de plek waar de Drieklovendam wordt gebouwd. Ze moet mannen oplichten om aan geld te komen. Daar vindt ze hem uiteindelijk, uitgeleefd en depressief. Ze rent weg. In de trein ontmoet ze een vlotte vent die ‘de toerismesector van Urumqi aan het ontwikkelen is’. Maar niets is in China wat het lijkt: ‘Sorry, ik heb alleen maar een klein winkeltje in mijn geboortedorp.’

Ze keert terug naar haar kroeg van vroeger. Tot op een dag in het heden Bin arriveert… Niet zoals ze had gehoopt.

Cinematografische verwijzingen naar jezelf
Zhangke is intussen een veteraan onder de Chinese regisseurs. De beroemdste van de zesde generatie, die – in tegenstelling tot de vijfde generatie met haar historische drama’s – het rauwe, persoonlijke leven van het heden toont. Ash is Purest White pakt uit met allerlei bekende Zhangke-thema’s. Het is een soort medley van zijn eigen werk.

Je ziet in deze film de kleine misdaad van A Touch of Sin en Xiao Wu, de Drieklovendamregio van Still Life, de verstedelijking  van The World, de veranderingen van 24 City, het portret van de vrouw in Mountains May Depart. En zoals zo vaak met redelijk forse tijdverspringing en opgeknipt in verschillende episoden.

Cinematografische verwijzingen zijn er vooral naar zichzelf. Geen genres, geen voorspelbaarheid, geen stilisme, geen makkelijke thema’s. Invloeden zijn letterlijk op een vinger te tellen: zichzelf. Hoewel hij zelf Ozu, De Sica, Fellini en Bresson noemt als voorbeelden, maar dat zie je niet zo in zijn films terug.

Ash is Purest White

Actrice Zhao Tao’s scène in Still Life keert bijna letterlijk terug in Ash is Purest White (met wederom een flesje water). Ook Shenxi, de provincie waar de eerste films zich afspelen, heeft hier ook een hoofdrol. De rauwheid van zijn vroegste films (met name Xiao Wu). En de film omspant misschien niet toevallig ook Zhangke Jia’s carrière als regisseur. Daarmee zou je een van de ergste oeuvreclichés van stal kunnen halen: er is een cirkel rondgemaakt.

Een nadeel: mensen die zich zo eigenwijs werken, kunnen behoorlijke clichés opdissen als iets verheffends. Flauw is bijvoorbeeld in deze film hoe mobieltjes symbool staan voor een bepaalde periode. Misschien heeft Zhangke Jia dat nog nooit in andere films of series gezien? Hoe kun je anders niet weten dat het intussen een cliché is?

Een flow in plaats van een verhaal
Zhangke Jia wordt vaak gewaardeerd om zijn stijl maar dat is een vergissing. Tenzij je houdt van de stijl van rauwe en eerlijke cinema. Hij gelooft niet in overstilering – waarschijnlijk niet eens in stilering zelf.

Ook in het verhaal. Je kijkt eerder naar een flow dan een verhaal met een net script. Als filmkijker moet je dus wel even je visuele verlangens terugschroeven als je zijn films gaat kijken. Maar de flow breekt je verzet. Als je soms simpel camerawerk, houterig acteerwerk en kitscherige scènes ziet, dan accepteer je dat sneller dan normaal.

Zijn karakters zijn al net zo rauw. Ze zijn overlevers in een veranderende wereld en hebben een voor film karig gevoel voor romantiek. Ze zijn figuranten van het leven die een dialect-Chinees spreken. Zhangke Jia streeft naar ‘objectieve films’, dus meer antihelden met tekortkomingen dan sterke figuren.

De prijs is dat je soms wordt verbluft door momenten van prachtige eenvoud. In deze film is de scène in het hotel hartbrekend. Niet volgens een plan. Die scène duikt plotseling op. Zoals je ook de indrukwekkende vechtscène waarin Bin het alleen tegen een hele bende opneemt niet ziet aankomen. Er is weinig wat je wel ziet aankomen bij Jia’s films.

Ash is Purest White

Zhangke Jia: de regisseur
Omdat de film een soort medley van zijn werk is en hij gretig zichzelf citeert, maak er dan meteen een feestje van en bekijk ook de masterclass van afgelopen IFFR. Al die leuke weetjes! Hij leerde veel uit een boekje van Fassbinder dat gaat over hoe je het budget van je film kunt rond krijgen. Hij studeerde montage van Eisenstein maar ‘zoiets vind je niet in mijn films’. En cameraman leek hem eigenlijk leuker – maar hij was te klein om die studie te mogen volgen.

Of zijn oeuvre met deze film nu rond is of niet – en of hij zich hierna wel eens moet vernieuwen of niet – Jia blijft een van de groten van China. Zijn gewone, weinig mysterieuze houding tegenover zijn werk bewijst dat. Voor protserigheid is hij gewoon te nuchter. En dat kenmerkt de grote artiesten.

 

25 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

Erfenissen: zo dus niet

Erfenissen: zo dus niet

door Bob van der Sterre

Malpertuis ♦ The Weekend Murders ♦ Das Haus im Montevideo

 

Wanneer leveren erfenissen géén problemen op in films? Het zicht op geld maakt mensen egoïstisch en dat is mooi filmmateriaal, denk aan een klassieker als Arthur (1981). Drie films waarvan je leert hoe het niet moet: erfenissen verdelen.

In het huis Malpertuis (1972) ligt Cassavius, die een reusachtig huis en dito erfenis bezit, op sterven. Een grote groep mensen wacht tot hij eindelijk doodgaat. Een stelletje heksen, een dierenopzetter, een dame die alles al weet. En zijn neefje Jan.

Vreemde spelletjes
Cassavius vertelt op een achternamiddag wat zijn eisen voor de erfenis zijn. Iedereen moet in Malpertuis verblijven. Alleen de laatste twee overgeblevenen, een man en een vrouw, mogen de royale erfenis delen. Gevolg: iedereen stookt iedereen tegen elkaar op.

Ondertussen blijkt Malpertuis een stuk vreemder dan iedereen denkt. Het huis herbergt een geheim. Jan wil weten wat dat is. Iedereen speelt ondertussen spelletjes met hem.

Veel moois aan de film. De settings en decors bijvoorbeeld. Alleen al de overdadige aandacht voor lichtval! Het script is ook niet doorsnee. Dat is gemaakt naar een boek van Jean Ray, die korte horrorverhalen in de stijl van Lovecraft en Poe schreef. Malpertuis is ook cinematografisch interessant. Trappenlopen bijvoorbeeld is prachtig in beeld gebracht.

De versie van regisseur Harry Kümel werd door de studio (United Artists) teruggebracht tot 100 minuten én in het Engels gedubd. Die film faalde. In 1973 maakte de ontevreden regisseur er een Vlaamstalige director’s cut van die pas tien jaar geleden het daglicht zag toen de dvd-versie van de film uitkwam.

Je kunt je die aarzeling van de studio wel een beetje begrijpen. Het is een film die veel van de kijker vraagt. De eigenzinnigheden gaan ook ten koste van de karakters, die vrij eendimensionaal zijn. En van het script, dat de beloften van het begin niet weet in te lossen aan het einde. Soms ontstijgt het niet het niveau van een kinderlijk sprookje met veel gegil en gekrijs.

Buitenbeentje in het voornamelijk Frans-Vlaamse gezelschap is Orson Welles in de rol van Cassavius. In de praktijk was hij permanent bezopen voor de drie dagen die hij was ingehuurd. Hij werkte een vierde dag gratis (en sober). Hem Vlaams horen praten, is een vreemde gewaarwording. Susan Hampshire doet trouwens ook een huzarenstukje in deze film met niet minder dan vijf rollen.

Extreme cinematografie in moordmysterie
In The Weekend Murders (1970) komen ook diverse mensen bij elkaar om te luisteren hoe het testament verdeeld wordt. Ditmaal gaat het om de erfenis van Sir Henry.

Er staat veel op het spel. Een gigantisch landhuis en landgoed. Die gaan, zo blijkt, naar Barbara, die de laatste tijd op Sir Henry had gepast. Grote teleurstelling bij de overige erfgenamen. Die denken wel hardop dat hen wat moois staat te wachten als Barbara heel toevallig een ongeluk zou krijgen.

Niet Barbara, maar andere erfgenamen leggen het loodje. De butler is de eerste. ‘Die kan het in elk geval niet gedaan hebben’, grapt iemand. Ook al loopt er een detective van Scotland Yard rond en een sergeant – waarvan de eerste zich slimmer vindt, maar de tweede slimmer is – er is een moordenaar die duidelijk niet zal stoppen voor alle erfgenamen er geweest zijn. Maar wie is het?

Een zwarte komedie met giallo-elementen en verrassingen. Verrassend is bijvoorbeeld het sterke komische acteren van Gastone Moschin. Of hoe de karakters bezeten zijn, op een of andere manier, van seksualiteit.

Daar past extreme cinematografie bij. Vanaf het eerste shot van de sergeant (onderaf, diagonaal), loopt de film over van de visuele grapjes met spiegels, close-ups van ogen, verdwaasde trips, shots van onderaf. Regisseur Michele Lupo en vooral cinematograaf Guglielmo Mancori waren gepassioneerd bezig – ze doen denken aan films van Guy Ritchie.

Als het sterke punt van de film de smeuïge cinematografie is, dan is het minpunt het verhaal. Het volgen van de vele karakters en hun onderlinge verwikkelingen gaat ten koste aan de logica van het moordmysterie (zoals de man met de Ferrari, wat doet ie daar ineens?).

Een buitenechtelijk kind maken
Prof. Dr. Traugott Hermann Nägler, vader van twaalf kinderen (de tiende heette Decimus), en hoofdpersoon van Das Haus im Montevideo (1951), is een heel ander persoon dan de karakters in voorgaande films. Hij is een strenggelovige vent die zijn kinderen Griekse canons laat zingen voor de verjaardag van hun moeder. Zijn vrouw beschrijft hem als: ‘Hij kan niet bestaan zonder zijn halo.’

Een pastoor vertelt aan professor Nägler dat zijn libertijnse zus, die in Uruguay woonde en met wie hij geen contact meer had, is overleden. Ze heeft een erfenis achtergelaten. Daarvoor moet de professor met de pastoor en zijn oudste dochter, Atlanta, naar Uruguay.

Daar blijkt dat zijn zus na hard werken ‘een instituut van 45 meisjes’ had. Een bordeel, denkt professor Nägler meteen, en hij is al de deur uit gerend. Maar zijn zus is zangeres Maria Machado. Ze is voorzitter van een stichting die meisjes helpt met muziek.

Er is alleen een catch om de 750.000 dollar van de erfenis te krijgen: iemand in de familie moet een buitenechtelijk kind maken. Die gedachte is een nachtmerrie voor de brave professor. Maar het geld… De moreel superieure professor begint ineens aan Herbert, het vriendje van Atlanta, te vertellen over ‘het voordeel van het eerst hebben van een dessert’. Herbert snapt er niets van.

Deze film is een typisch voorbeeld van het werk van theaterschrijver en regisseur Curt Goetz. Hij speelt zelf de hoofdrol. Wie zegt dat Duitsers geen humor hebben, zou zich eens in zijn werk moeten verdiepen, zoals Frauenarzt Dr. Präterius, Napoleon en Hokuspokus.

Met de komedie zit het wel goed, minder met de vernieuwingsdrang van Das Haus im Montevideo. In alles (zwart-wit, theatraal, klassieke decors, muzikale ondersteuning) is het een ouderwets ogend verfilmd theaterstuk – en dat klopt ook, want dat was het oorspronkelijk.

De film is een klik van ons verwijderd op YouTube. Een plezierige creatieve erfenis voor onze grote familie van filmliefhebbers.

 

14 maart 2019


Alle Camera Obscura

 

The Weekend Murders

Pas op met die virussen!

Pas op met die virussen!

door Bob van der Sterre

Variola Vera ♦ The Hamburg Syndrome ♦ Les Raisins de la Mort

 

Virussen. Linke soep. Daarom onverminderd populair in de cinema. Outbreak is een bekende film in het genre. Maar er is meer. En interessanter.

Het kan soms beginnen met het kopen van een fluitje in een Afrikaans land. Niet zo’n slim idee als die persoon duidelijk een gemene ziekte onder de leden heeft. De pelgrim die het fluitje koopt, reist naar Joegoslavië, wordt ziek, en dan… Ja, wat dan? Dan zien we in de film Variola Vera, die in 1982 in het toenmalige Joegoslavië is gemaakt.

Pokkenlijder
Eerst vinden ze de pelgrim in een wc van het ziekenhuis, kermend van de pijn. Dan staren alle artsen naar hem. Ze hebben geen idee. Hij komt gewoon op de zaal te liggen, bij anderen.

Het virus is de nonchalance in het ziekenhuis erg dankbaar. Zo is daar de patserarts die vrouwen versieren belangrijker vindt dan zijn vak uitoefenen. Of de ontkennende baas van het ziekenhuis die vooral autoriteit wil uitstralen. Of de gevoelige zuster die emotioneel reageert op alles.

Meest schrijnende moment is als twee patiënten van de zaal van de pokkenlijder de patserarts (met broek omlaag hangend over een zuster) komt waarschuwen dat er echt wat loos is. Dan is de pokkenlijder al het hele ziekenhuis rondgerend en heeft ie overal zijn bloed gesmeerd. Het duurt vervolgens een dag maar dan beginnen de mensen in het ziekenhuis ineens te merken wat ‘in quarantaine blijven’ betekent.

Goede film, niet oversensationeel maar juist interessant om te zien hoe zoiets wordt aangepakt. En dit is echt gebeurd. Tien jaar eerder dan deze film was er sprake van een uitbraak van de pokken in Belgrado. Het ziekenhuis verandert in een dodenfabriek. Mannen in witte pakken die op bezoek komen. Dan zie je pas hoe mensen toch alleen maar aan zichzelf denken (alhoewel er ook een iets te romantische dromer in rondloopt). De spanning blijft erin dankzij het tempo en het acteerwerk.

Foetushouding
In Die Hamburger Krankheit (1979) sterven ze ook bij bosjes. Dat gebeurt in de stad Hamburg. Wat vreemd is, is dat ze na het sterven ineens in een foetushouding liggen. Niemand weet wat er aan de hand is maar niemand wil risico’s nemen. De autoriteiten sluiten de boel af.

Iedereen wordt opgepakt. Dokter Sebastian ook – hoewel hij alleen op bezoek was voor een conferentie. Samen met mede-arrestanten ontsnapt hij. Hij wil weten wat er gaande is en ontdekken wat de haard van het virus is. Dat doet hij met Ulrike, die hij onderweg leerde kennen. Ze proberen door het land te reizen. Het is overal chaos. Mensen die door elkaar heen rijden, rennen, met koffers, honden die blaffen, gegil, traangas.

Sebastian probeert zijn eigen instituut in Lüneburg te bereiken maar verliest zichzelf in filosofische overpeinzingen: ‘Wat is een virus eigenlijk? Is het niet de adrenaline van massahysterie?’

Die Hamburger Krankheit is een virusfilm die niet echt over het virus gaat. Waar komt het vandaan en hoe zit het precies? We weten het niet. Vermoedelijk geeft de film hiermee kritiek op de chaotische periode eind jaren zeventig, toen West-Duitsland met allerlei duistere zaken te maken had: misdaad, terreur, ideologische clashes, drugsoverlast. Het was de speelbal van twee grote machten.

Je moet de film dus symbolisch opvatten. De reis naar het zuiden, de foetushouding, de overheid die controle probeert te krijgen. Ook de karakters: de fysiek gehandicapte man (genaamd Ottokar, rol van schrijver Fernando Arrabal) die alsmaar aan het gillen is, de verkoper die blijft verkopen, een arts, potentiële held, die het ook opgeeft.

Dan zie je opeens in de aftiteling ‘Roland Topor’ bij de scenaristen staan. Deze provocerende kunstenaar is ook de man van het extreem merkwaardige Marquis, een poppenfilm over Markies de Sade. De samenwerking met regisseur Peter Fleischmann bracht hen tot het maken van dit curiosum, die veel baat had bij de synthesizermuziek van Jean-Michel Jarre.

Had de film maffer moeten zijn? Of juist gewoner? Het zit nu ergens in een vreemd midden. Sowieso is de film erg chaotisch; wees dus gewaarschuwd.

Zombiefilm zonder zombies
In Les Raisins de la Mort (1978) is het meteen duidelijk waar het virus vandaan komt: we zien het in de eerste beelden, als een wijnveld wordt bespoten met insecticide. Dat zorgt ervoor dat mensen de kluts kwijtraken. Maar dat weet Élisabeths nog niet als in haar coupé een creepy kerel gaat zitten. Vlekken in zijn nek, blaasjes op zijn gezicht. Het gaat niet goed met hem en Élisabeth rent met koffer de coupé uit en trekt aan de noodrem.

Ze rent naar een huis. Boven in de slaapkamer: een lijk. Élisabeth vlucht wederom, in een leuk blauw autootje, en vindt nogal wat kadavers onderweg. Het blijkt dat het wijngebied Roubles de bron van de ellende is. Twee gretig met dynamiet smijtende mannen helpen haar gelukkig te strijden tegen deze wezens.

Er is ogenschijnlijk weinig nieuws onder de zon in deze film van Jean Rollin. Je ziet overacting, gratuite naaktscènes, experimentele muziek en Brigitte Lahaie, de pornoster die later politica werd.

Zo slecht is het toch niet. Deze zombiefilm zonder zombies is typisch Frans met wijn, kleine dorpjes, verlaten boerderijen en een paar surreële momenten. Door het lage tempo, de retrobeelden en het Franse platteland komt er een apart soort horrorgevoel naar boven. Het is ook die kille, koude, mistige natuur – dat maakt de film anders dan de doorsnee zich in de stad afspelende zombiefilm.

Het was ook legendarisch koud tijdens de opnamen en soms vroor de make-up vast aan de gezichten. Daarom gilt Marie-Georges Pascal denk ik zo vaak, om het weer wat warmer te krijgen.

Virussen, zo leren deze films wel weer, kunnen nog steeds beter uitbreken in films dan in het echte leven.

 

13 februari 2019

 

Les Raisins de la Mort


Alle Camera Obscura

IFFR 2019 deel 5

IFFR 2019 deel 5:
Artiesten en buitenbeentjes

door Bob van der Sterre

In ons vijfde deel van het IFFR 2019 aandacht voor een Argentijns misdaaddrama dat niet aan de verwachtingen voldoet, een lichtvoetige Franse film over de boekenbranche en de flow van een grote Chinese filmmaker.

 

Rojo

Rojo – 70’s-misdaad in Argentinië
Een restaurant. Man, nogal bot, vraagt iemand die aan een leeg tafeltje zit om op te hoepelen. Hij wil daar eten. Het loopt uit de hand, knokpartij volgt – zelfs een schietpartij. De brutale man blijkt ‘de hippie’ te zijn, familie van vrienden van de hoofdpersoon, een advocaat.

Rojo volgt een interessante periode: als de overgang naar de dictatuur in de lucht hangt. Er zijn kleine incidenten waaruit blijkt dat de sfeer verhardt, dat mensen zich asocialer opstellen, dat een kleine misdaad niet meer telt in het grote plaatje.

Vooraf had ik wel hoge verwachtingen van Rojo op basis van de beschrijving ‘hooggestileerde film met zwarte humor’ maar de film maakt dit beide niet waar. Dat ligt met name aan het tempo. Het als bedaard bedoelde 70’s-tempo is mij hier wat al te bedaard. Als de acteurs de zoveelste sigaret opsteken en er de zoveelste pauze valt, haak ik af. Rojo had volgens mij makkelijk met een half uur minder gekund. Ook zie ik in de filmstijl geen verwijzingen naar andere 70’s-misdaadfilms en de hooggestileerdheid vond ik ook tegenvallen.

Wel heeft de film een geweldige start (eerste half uur) en laat Alfredo Castro’s (Tony Manero, Post Mortem, El Club) optreden als ‘de Chileense detective van televisie’ de film weer opleven. Al met al gemiddeld.

 

Double Vies

Double Vies – vermakelijk portret van de moderne boekenwereld
We volgen een uitgever, schrijver, de partner van de uitgever, de partner van de schrijver, een ‘hoofd digitalisering’ en hun vrienden en kennissen. Ze praten over de vernieuwingen in de boekenwereld die gevolgen heeft voor hen allemaal. De een verzet zich met alle macht – de ander wil juist voor de troepen uitlopen. En ondertussen hebben de personen op basis van hun voorkeuren affaires met elkaar.

Double Vies is een van mijn favoriete films van het festival. Waar een ander een typisch Franse film vol gepraat en overspel ziet, zie ik eindelijk een levendige film over een zeldzaam onderwerp: de boekenbranche. De lichtvoetige film zit vol dialogen over bloggen, e-books, digitalisering.

De film van schrijver/regisseur Olivier Assayas (Personal Shopper, Irma Vep) is dialogen, dialogen, dialogen. Ik geniet ervan – omdat zo weinig films dat bieden (uit de mode). Deze gaan rap, verlopen naturel en vervelen niet. Dat komt ook door de acteurs. Guillaume Canet is erg geloofwaardig als moderne uitgever, Vincent Macaigne als schrijver annex romanticus, Juliette Binoche als actrice die boeken op vakantie meeneemt in plaats van e-readers. Voeg hier en daar sterke bijrollen toe dan heb je een film die aan Woody Allens Husbands and Wives doet denken.

 

Ash Is Purest White

Ash Is Purest White – nieuw China valt niet mee
Het is 2001. Bin is een lokale crimineel, Qiao zijn liefje. Ze zijn belangrijk voor een stadje in de omgeving van Datong. Totdat er agressieve bendes opduiken. We verspringen af en toe van tijd en volgen hoe Qiao en Bin bij elkaar komen, elkaar loslaten en bij elkaar komen.

Ik herinner me nog dat Zhangke werd ingehaald als zo ongeveer de nieuwe Mozart van de cinema. Nu is hij intussen een veteraan onder de Chinese regisseurs, de beroemdste van de zesde generatie, en maker van beroemde films als A Touch of Sin en The World. Lees dit artikel in bfi om wat meer context te krijgen bij zijn werk.

Zhjangke’s films zijn ongrijpbaar. Geen genres, geen voorspelbaarheid, geen gestileerdheid, geen makkelijke thema’s. Je kijkt eerder naar een flow dan een verhaal. Dat zorgt ervoor dat je soms simpel camerawerk en houterig acteerwerk ziet en op andere momenten weer verbluft wordt door momenten van prachtige eenvoud. Zhangke zou je kunnen zien als de anti-Wes Anderson. Hij gelooft niet in overstilering – niet eens in stilering zelf.

Met dit verhaal (een snel moderniserende stad, misdaad, de Drieklovendam) komen diverse films van Zhangke terug in deze film. Dat schept de verwachting dat hij hiermee een periode afsluit.

 

4 februari 2019

 

Deel 1
Deel 2
Deel 3
Deel 4
Deel 6

MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2019 deel 3

IFFR 2019 deel 3:
Sporters en overlevers

door Bob van der Sterre

De eenzaamheid van een wielerprofessional, de profvoetballer en de vluchteling, cameraman alleen op de wereld, oplichter in de bajes, een muziekdoosje komt tot leven en het heftige leven van Fela Kuti.

 

Coureur

Coureur – een Belg in een Italiaanse epo-wielerploeg
Felix Vereecke is een ambitieuze amateur. Hij gaat wielrennen bij een Italiaanse ploeg, zijn vader en diens dubieuze connecties in de steek latend.

Mooie beelden, goede muziek, goed script. Niet al te sentimenteel en goed acteerwerk. De film kijkt naar de tragische kant van dopinggebruik (epo, amfetaminen) en de psychologische stress en eenzaamheid van wielerprofessionals. Een haantjescultuur.

Goede acteurs zijn het halve werk. Frappant is de keuze van de acteur die trainer Bruno Leone speelt: Fortunato Cerlino. Van capo di tutti capi in de tv-serie Gomorrah naar het zijn van een wielerbaas die louche zaakjes doet met doping, hij speelt ze identiek.

Ook al is Coureur op zich een prima film, voor mij gaat er geen wielerfilm boven de eveneens Belgische komedie Le vélo de Ghislain Lambert. In feite was dat hetzelfde onderwerp (wielrennen, doping) maar je kon er veel bij lachen. Dat kun je niet met Coureur. De film is – leuk om te zeggen als we het over epo hebben – bloedernstig en focust zich ook op de ellendige relatie van de hoofdpersoon met diens vader. (Er is trouwens voor de liefhebbers nóg een Belgische film over wielrennen: Un Ange, die een romantische invalshoek heeft, een soort Bobby Deerfield op een racefiets.)

 

Diamantino

Diamantino – profvoetballer van slag door vluchtelingen
Voetbalvedette ziet reusachtige roze fluffy puppies tijdens voetbalwedstrijden. Tijdens de WK-finale laten ze hem ineens in de steek en hij faalt. Hij stopt met voetbal en neemt een vluchteling in huis. Probleem 1: zijn twee bloeddorstige zussen die er ook wonen. Probleem 2: de vluchteling is een dame van de geheime dienst, op zoek naar zijn offshore accounts.

Geestige en originele film – een grote verrassing tussen al het serieuze drama op IFFR. Deze film bespot heel veel moderne dingen. Zoals Brexit, Trump, LGBT en de Panama Papers. Op een slimme manier wordt het hedendaags cynisme verbonden aan een symbool als Cristiano Ronaldo – hoewel de film vooraf meldt dat vergelijkingen toevallig zijn.

Hoe satirisch als Diamantino antwoordt op de vraag of hij weleens seks heeft gehad: ‘Nee nooit, moet geweldig zijn.’ Of dat ie slaapt onder zijn dekbed met eigen beeltenissen, zijn eigen naam draagt als onderbroekenmerk en een gigantisch kasteel bezit. Kijk hem daar als patser op zijn jacht zitten – terwijl hij niet weet dat hij een patser is. Je moet maar een acteur als Carlotto Cora vinden, die best op Cristiano Ronaldo lijkt en de kwaliteiten heeft om zo’n komische rol te spelen.

Het is trouwens de eerste keer dat ik het cynisme van deze tijd op een hoop gegooid zie worden met duistere krachten (zoals de immer op geld beluste en zwart geklede zussen). Dat maakt Diamantino een sterkere film dan als het alleen een satire op profvoetballers was geweest. Minder sterk is het spionageverhaal, vooral naar het einde toe, maar de film van regisseursduo Gabriel Abrantes en Daniel Schmidt stijgt wel uit boven de grauwe middenmoot.

 

In My Room

In My Room de laatste man op aarde – en vrouw
Een blunderende cameraman bezoekt zijn stervende oma. De nacht dat zij is gestorven, slaapt hij buiten in zijn auto. Hij wordt wakker. Er is geen mens meer op aarde. Hij rijdt rond: niemand. Hij begint ergens een boerderijtje en dan blijkt er toch nog een mens te zijn. Een Italiaanse komt in zijn leven en matcht toevallig bijna perfect (einde van de wereld werkt beter dan een datingsite).

Aanvankelijk best een aardige film van Ulrich Köhler. Begin is erg geestig. Middenstuk is ook goed (onder andere met onverwachte knipoog naar Claude Lelouch’ Rendez-Vous). Het einde vond ik wat minder en haalt wat kracht uit de film.

Frappant is dat bij dit intussen immens populaire genre ‘laatste persoon op aarde’ geen verklaring komt waarom. Meestal zijn het zombies, ziekten, klimaatverwoestingen. Deze film is geen sciencefiction, geen horror, maar ook niet duidelijk.

Is dit een ‘ideale wereld’ voor hoofdpersoon Hans? Of gaat de film stiekem over het verlies van religie in ons leven? Hij bouwt de ark van Noach (denk ook aan de boot die hij ziet) en speelt met Kirsi Adam en Eva in een Hof van Eden. Zelfs als laatste mens van de wereld blundert hij door. Ironie der mensheid. Het zou kunnen. Mijn voornaamste kritiek: de hint om het anders te zien dan wat het is, is te zwak. De film hoort bij de nieuwe ‘Berlijn-school’, bekend van films als Western en Toni Erdmann.

 

Out of Tune

Out of Tune  de grandioze verpester
In de bajes gesmeten worden: het overkomt ook de rijken der aarden. Zoals Markus Føns, een financieel oplichter. Wat dat betekent, merkt hij in de bajes. Mensen willen geld terug van aandelen die gekelderd zijn.

Markus kiest voor veiligheid: de afgesloten afdeling voor pedofielen en verkrachters. En die hebben een zangkoor, geleid door regelfan Niels. Daar begint hij vrij snel de intrigant uit te hangen. Het is de ongeschreven regel dat niemand vraagt waarvoor iemand anders zit. Die regel geldt niet voor Markus. Zijn belangrijkste doel is om Niels te verstoten als leider van het koor. Een handlanger is de assistent van de bazin die hij weet te manipuleren.

Een redelijk gewone maar ook vaardig gemaakte film, met wat geestige momenten. Het geestige zit hem in de strijd tussen Markus en Niels. Markus (Jacob Lohmann) is aanvankelijk wel sympathiek maar later ervaren we zijn ware gezicht. Anders Mathesen is ook sterk als Niels, zijn concurrent, die tegelijk een tegenpool is. Beiden zijn vervelend op hun eigen manier. En kunnen ze überhaupt sympathiek zijn, gezien hun geschiedenissen? De film verwart de kijker en legt je eigen sympathiemeter op een weegschaal.

 

Koko-di Koko-da

Koko-di Koko-da creepy Groundhog Day
Een stel verliest zijn kind plotseling aan een mysterieus buikvirus. Dat kind had een muziekdoosje. Dat speelt steeds het liedje ‘koko-di koko-da’. De twee gaan kamperen en worden vanaf dat moment lastiggevallen door het trio figuren op het muziekdoosje. Een grote man die een dode hond draagt, een vrouw met twee enorme paardenstaarten en een man met een hoedje. En een witte poes. Keer op keer gebeurt dat – als een gestoorde versie van Groundhog Day.

Deze film van Johannes Nyholm is verbluffend simpel gemaakt. Meer dan een tent, een auto en een paar acteurs waren er niet nodig. Toch is het een geslaagde film: soms werkt eenvoud heel goed.

De film vertelt redelijk origineel en fantasierijk een verhaal, speelt met folklore en sprookjes op een eigenzinnige manier. Bovendien zijn er ook mooie onderbrekingen via een silhouettenspel. Wel is het wat jammer dat het verhaal wat diepte in het mysterie mist. Dat wreekt zich vooral aan het einde.

 

My Friend Fela

My Friend Fela – een hels bestaan in Nigeria
Carlos Moore – Cubaan, Afrikaan, Amerikaan, ooit bevriend met Malcolm X – is de officiële biograaf van Fela Kuti. Voor de film springt Moore aldoor in de armen van oude Nigeriaanse bekenden. Zonen van Fela, ex-vrouwen van Fela, albumdesigners. We leren de context van Kuti’s leven. Zoals zijn jeugd in Londen (waar hij studeerde) en hoe hij vervolgens afrobeat creëerde.

Aan de ene kant een geweldig leven met een internationale zegetocht met zijn afrobeat en zijn 27 vrouwen. Zelfs vriendinnen zeggen na al die jaren dat ze ondanks al die concurrentes beslist een spirituele connectie hadden met hem. ‘Fela hield van seks. Hij sliep met drie vrouwen op een dag. Hij had niet alleen vrouwen thuis, maar ook buitenhuis.’

Aan de andere kant een moeilijke strijd met de toenmalige leiders van Nigeria. Dat leidde in 1977 tot een invasie van zijn commune. Diverse van zijn vrouwen werden verkracht en zijn moeder uit het raam gegooid (ze stierf). Vier jaar later deden ze het nog een keer over. Daarnaast werd hij diverse keren in de gevangenis gesmeten.

Zelf was Fela ook niet vies van geweld, zegt een ingewijde in deze film. Hij begon ook steeds meer paranoia te worden. ‘Er is een paradox tussen wat hij preekte en wat hij deed.’

En dan zie je in het Fela Kutimuseum plotseling een Bløf-music award hangen, wat net zo absurd is als dat je in het museum van Cat Stevens een ansichtkaart zou zien met: ‘Groeten uit Nigeria. Fela.’

 

2 februari 2019

 

Deel 1
Deel 2
Deel 4
Deel 5

 

MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2019 deel 1

IFFR 2019 deel 1:
Mensen die het moeilijk hebben

door Bob van der Sterre

Wat hebben mensen het toch moeilijk. Althans, in films. Bij het IFFR lopen er aardig wat karakters met problemen rond.

 

Out of Sight, Out of Mind

Out of Sight, Out of Mind – vriendengroep in crisis
Een vriendengroep van dertigers. Travis wil schrijver worden. Hij neemt de tijd om tot zichzelf te komen in Mexico. ‘O Brien raakt de weg kwijt (schizofrenie) en wordt (per ongeluk) een satirische YouTube-ster. Lox is een muzikant die teleurgesteld is in zijn loopbaan. Het duo Kate en Zander gaat uit elkaar (de een gaat zich een ongeluk tinderen, de ander porno kijken). Uiteindelijk proberen ze met ‘O Brien ook hun vriendengroep te redden.

Leuke gegevens, moeizame film. Wat is er allemaal moeizaam? De karakters zijn niet echt boeiend. De voice-over. Grote thema’s die er bij de haren worden bijgesleept (schizofrenie, depressie). De lengte (ruim twee uur). Moderne thema’s ook genoeg: YouTube-beroemdheden, tinderen, internetdaten, watervasten. Alsmaar Boléro van Ravel (ironisch?).

De kracht van de film zit in het karakter Travis. Zijn episode als supporter van een socialistische revolutie in Mexico is het beste stuk van de film. De rest eruit en een keuze voor een drama over schizofrenie, of een kortere satirische film over dertigers. Dan had je een aardige film die een uur korter was. Nu tolt de film door de torenhoge ambities. De satire is daardoor aangelengd met veel water – net als de karakters in de film die aan het watervasten zijn. ‘Iedere gast op Tinder heette Greg’, is bijvoorbeeld wel een grappige zin maar dat soort zinnen zijn te spaarzaam in deze film.

 

Bloody Marie

Bloody Marie zuipende tekenares in Amsterdam
Marie (tekenares) zuipt als een kanon. Ze kan amper haar eigen huis, midden op de Wallen (Oudezijds Voorburgwal denk ik), binnen. Ze heeft haar moeder verloren en het tekenen vlot ook al niet.

Op een dag vindt ze in een buurwoning een flink bedrag en ze neemt het mee. Dat zorgt er indirect voor dat er bij het bordeel naast haar een meisje sterft. Ze gaat zich ermee bemoeien en moet zich daarna zien te ontdoen van wazige criminele figuren. En dan nog haar hond zien terug te krijgen.

Bloody Marie (film van Lennert Hillege en Guido van Driel) is best aardig. De Wallenbuurt – een keer lelijk Amsterdam – als hoofdpersoon geeft de film karakter. Met zijn hoeren, nauwe steegjes, wazige Bulgaarse buren. Mooi in beeld gebracht met zijn kleurrijke ranzigheid. Ook de hoofdrol van Susanne Wollf als tekenares Marie Winkelmut is vrij goed.

Halverwege gaat de film van drama ineens naar misdaadverhaal – een staaltje Tarantino in de polder. Dat is lef hebben en geeft de film een nieuwe energie. Het is ook het manco van de film. Het misdaadverhaal is namelijk niet echt uitgewerkt – en ik weet ook niet hoe het afloopt met het dronken leven van Marie. Verhalen over dronkaards hebben ook een dilemma: moet het verhaal dan goed aflopen, slecht, of geen van beide? De laatste is misschien het meest ‘poëtisch’ maar dan blijf je zitten met leegte (en frustratie).

 

Caminhos Magnetykos

Caminhos Magnetykos esthetiek voor alles
Raymond Vachs, een Fransman die in Portugal leeft, heeft spijt van het uithuwelijken van zijn dochter aan een of andere slijmjurk. Hij raakt dronken en bevindt zich ineens in een satansseance. Hij kan de beslissing terugdraaien maar er is wel een prijs die hij moet betalen.

Waarom ik een fan ben van Pêra; hij is een stilist, heeft een eigen beeldtaal, zoals dat heet. In deze film is het kleurrijk, creatief, mysterieus en hij gebruikt aldoor over elkaar liggende montage. Prachtige beelden, de hele film door. En nog mooier: in deze film doet hij weer heel andere dingen dan in The Baron.

Waarom ik geen fan ben van Pêra: hij gebruikt zijn talent niet voor een interessant en mysterieus verhaal. Net als bij The Baron ging de style over substance me halverwege vervelen. Het is bij anderen die ene uitzinnige scène maar dan de hele film lang. En zonder echt verhaal zijn films echt lastig uit te kijken.

Het hoogtepunt is juist een stukje acteerwerk: als de slijmjurk op het huwelijk triomfantelijk een telefoontje van ‘Donald’ opneemt. Wat een smerige glimlach, voortreffelijk. Dat soort lichte komedie – en meer mysterie in het verhaal – had de film geweldig kunnen maken. De stijl is er al, nu de rest nog.

 

Muere, monstruo, muere

Muere, monstruo, muere raar monster bijt hoofden af
Een monster vermoordt en onthoofdt mensen. Maar monsters bestaan niet, toch? De verdachte is David die immers bij alle drie de moorden betrokken was. Die zegt dat er toch een monster is. Hij zegt tegen een psycholoog: ik hoor een stem die zegt: ‘Murder me, monster. Murder.’ Cruz is de enige die een stap extra wil nemen om het mysterie te ontrafelen. Maar zijn baas gelooft niet in monsters.

Vage toestanden in deze Argentijnse film van Alejandro Fadel (Los Salvajes). Griezelige rit door een tunnel, een agent met een onwijs diepe stem, een creepy bos met lichtjes en een monster… daar zal ik niets over verklappen. Een van de meer fantasierijke films van IFFR die ook vast op Imagine straks te zien is.

Veelbelovend maar jammer dat er na afloop geen touw aan vast te knopen valt. Bij David Lynch, met wiens werk de film veel vergeleken wordt, snap je altijd wel dat er een soort onderhuidse logica is. Hier gaat het nergens heen. We gaan zelfs van een mysterieuze thriller naar een slasher B-film. Een probleem is ook dat de agenten vooral tijd kwijt zijn aan wazige, filosofische dialogen terwijl je eigenlijk van agenten verwacht dat ze gewoon hun werk doen. Je krijgt geen band met de karakters.

Daardoor weet de film niet de belofte van het eerste deel in te lossen. En wat moeten we nu met het monster zelf? Dat moeten we wel op een of andere manier opvatten (iets met seks neem ik aan?). Oftewel: wat meer nuchterheid, meer humor, een hoger tempo en een logischer plot hadden deze film veel goeds gedaan. De artdirection is wel een speciale vermelding waard.

 

A Land Imagined

A Land Imagined agent zoekt slachtoffer
Lok is een agent. Hij moet achterhalen wat er met Wang en Ajit is gebeurd – twee arbeiders van een bouwplaats. Om dat te leren, verplaatst hij zich vrij letterlijk in Wangs leven en merkt dat de sleutel ligt bij het internetcafé ertegenover. Daar werkt een meisje genaamd Mindy die een paar keer op stap is geweest met Wang. En wie is Troll562 die Wang daar in de gaten houdt?

Dit is geen makkelijk verhaal – en na Mulholland Drive te hebben beschreven vallen me ineens parallellen op. Dit doet precies denken aan hoe David Lynch in zijn script dromen en werkelijkheid door elkaar mengt. Wang en Lok zijn hier praktisch dubbelgangers, en Mindy (het punkmeisje van het internetcafé dat met seks een beetje bijbeunt) is een soort sleutelpersoon tussen de twee. Een typisch tussen goed en slecht bevindend karakter à la Lynch. Dan is er nog het decor dat net als bij Lynch veelbetekenend is. Dat is de stad Singapore dat werk verschaft, maar ook mensen uit andere landen huisvest in vieze kamers, dat land wil maken maar daarvoor zand moet halen uit Maleisië.

Siew Hua Yeo won met deze film de hoofdprijs op het Locarno-filmfestival. De film heeft al meer dan zeventig reviews van allerlei serieuze bladen op IMDb. De film raakt dan ook een snaar bij critici. Een noir politieverhaal, een sociaal-realistisch verhaal over migrantenarbeiders en een kritisch essay over de stad Singapore dat uitbreidt richting zee. (Fascinerend, maar wij hebben al decennia Flevoland.) Op wonderlijke wijze blijft dit in evenwicht; de natte droom van iedere criticus.

Er zitten ook wel wat verbazingwekkende stukken in. De overgang van heden naar flashback was er zo een – precies als agent Lok iets vaags vertelt over zijn dromen.

Toch is het door het mengen van al deze karakters en filmstijlen lastig om om je aan een karakter te hechten en het gevoel te hebben een meesterwerk te hebben gezien. Daar komt toch meer emotie bij kijken dan hier het geval is.

 

28 januari 2019

 
Deel 2
Deel 3
Deel 4
Deel 5
Deel 6
 
MEER FILMFESTIVAL

Preview IFFR 2019 (deel 2)

Deel 2: Van klassiekers en komedies tot tearjerkers en vrouwenfilms
Preview IFFR 2019

door Bob van der Sterre

Hoe raken we wijs uit alle films, alle specials en alle programma’s? Welke films zijn echt de moeite waard? InDeBioscoop wil het de bezoeker graag makkelijker maken. Hier zetten we de films per genre op een rij – en dat weer alfabetisch. 

 

At Eternity’s Gate

Klassiekers
The Mackintosh Man (98 min.) John Huston als regisseur, Paul Newman als lead, James Mason als slechterik, dat is wel de moeite van het kijken waard van deze spionagefilm.

Ninotschka (110 min.) Ernst Lubitsch met deze vindingrijke spionagekomedie (mede geschreven door Billy Wilder). Je vindt deze film nog steeds terug in de filmboeken.

One Two Three (104 min.) Wervelende komedie in heel hoog tempo van Billy Wilder. Onlangs nog besproken op InDeBioscoop. James Cagney in een legendarisch grappige rol.

Spione (150 min.) Fritz Langs klassieker is nu op het grote scherm te zien. Een soort vervolg op zijn formidabele Dr. Mabuse der Spieler, die vijf jaar later gevolgd zou worden door het nog meesterlijker Das Testament der Dr. Mabuse.

 

Komedies
Diamantino (92 min.) Een Cristiano Ronaldo maar dan anders (Diamantino) is dé voetbalster van Portugal. Maar… hij mist een belangrijke penalty. Daarna ziet hij vluchtelingen. Zijn leven als vedette verandert 180 graden. Ogenschijnlijk aardige film, belooft veel mafheid.

Doubles vies (106 min.) Franse intellectuelen die kletsen! Dat was lang geleden. De wereld van schrijvers, uitgevers, marketingmensen en hun affaires. Lichtvoetig Frans relatiedrama heeft zo op het oog niet veel nieuws te vertellen.

Out of Tune (93 min.) Deense film heeft wel een aardig concept: een witteboordencrimineel wordt voor zijn eigen veiligheid opgesloten in een groep met de minst populaire bajesklanten. Hij sluit zich aan bij een koor. Dan daagt hij de leider van het koor uit. Op basis van de trailer lijkt dit wel een grappige film.

Tel Aviv on Fire (97 min.) Arme schrijver wordt aldoor lastig gevallen over zijn script voor een tv-serie. Dat gaat over het Palestina-Israël-conflict en is aan beide kanten populair. In de trant: je moet over elk onderwerp een komedie kunnen maken. Ziet er veelbelovend uit.

 

Kunst
At Eternity’s Gate (110 min.) Willem Dafoe zal vast niet teleurstellen in zijn acteerwerk. Toch kan ik mij niet voorstellen dat deze film van Julian Schnabel hetzelfde zal doen als Basquiat destijds deed. Ten eerste weer het probleem van de taal: Van Gogh met een Amerikaans accent is raar voor ons Nederlanders. Tweede probleem: vermoedelijk een laag tempo. Script is wel mede geschreven door Jean-Claude Carrière, die heel wat memorabele samenwerkingen op zijn naam heeft staan (onder andere met Buñuel).

Bring Me the Head of Carmen M. (61 min.) Film over Braziliaanse zangeres Carmen Miranda. Haar glorietijd vormde een groot contrast met deze tijd.

I diari di Angela noi due cineaste (125 min.) Een film over Angela Ricci Lucchi. Ze was meester in het gebruik van found footage, met haar partner in crime Yervant Gianikian. Ze overleed niet lang na het begin van deze film die je kunt zien als een soort eerbetoon.

Ik wil het niet zien maar het moet (81 min.)  Een film over Co Westerik die vorig jaar overleed.

Kijk op de website van Iffr.nl wat er allemaal aan kunst is tijdens deze IFFR.

 

Lengte
L’Amica Geniale (468 min.) Twee vrouwen die close zijn met elkaar proberen te overleven in een harde Napolitaanse wereld. Vast mooi, maar niet besteed aan ondergetekende, voel ik op mijn klompen aan. Verfilming van verhalen van Elena Ferrante is net zo voor vrouwen als de standaard Jean-Claude van Damme-film voor mannen is – zeg ik zonder ze ooit te hebben gelezen. Achtdelige serie.

La Flor (886 min.) Zes episoden die bij elkaar een halve dag duren. Deel 1 is een B-film over een vervloekte mummie. Deel 2 gaat over Franssprekende spionnen. Dan nog drie episoden in deel 3. Hoe dat allemaal samenhangt, begrijp ik niet goed. Mariano Llinás was tien jaar bezig met het project.

The Gentle Pain (280 min.) Filmmaker die Deense reiziger en schrijver Thorkild Hansen volgt. Ook weer een immens project: de filmmaker begon er 25 jaar geleden aan. Misschien dat de film daarom ruim vier uur duurt.

Miel-Emiel (150 min.) Nog zo’n concept: een gezin van een kunstenaar met twaalf kinderen verhuisde na de Tweede Wereldoorlog naar de Pyreneeën. Documentairemaker Peter van Houten maakt films over kinderen uit dat gezin (La via de Jean-Marie in 2015) en nu dus over Emile. De lengte vraagt veel van de kijker, maar als je je eraan overgeeft, vind je het waarschijnlijk zomaar een publieksfavoriet.

The Movie Orgy: Ultimate Version (269 min.) Ook langer dan vier uur duurt dit lastig uit te leggen project. Joe Dante en Jon Davidson speelden creatief met B-films. Ze maakten er The Movie Orgy van. Omdat editen een vak is, lijkt deze film speciaal voor hen die dat vak een warm hart toedragen.

De terugkeer (270 min.) André van der Hout maakte met found footage en zonder echte acteurs deze zevendelige serie. Speelt zich af in de haven van Rotterdam. Klinkt als krankzinnig project maar wie weet wat zoiets oplevert. Je moet alleen vier uur lang niets te doen hebben.

 

Maatschappelijk engagement en vluchtelingen
Bhonsle (133 min.) Deze Indiase film betekent ruim twee uur sociale spanningen ondergaan. Je moet er zin in hebben en interesse voor – anders kan het een lange zit betekenen.

The Day I Lost My Shadow (95 min.) Na talloze documentaires over vluchtelingen gemaakt te hebben, maakte Soudade Kaadan nu een speelfilm. Ze volgt het leven van een apotheker in Syrië die op zoek naar wat flessen water in rare situaties verzeild raakt. Is vermoedelijk symbolisch bedoeld aangezien de setting het begin van de Syrische burgeroorlog is. Film zal ongetwijfeld documentaireachtig aanvoelen.

Luciernagas (85 min.) Een Iraanse vluchteling in Mexico wil terug naar Turkije maar het lukt hem niet. Vrienden maken in Mexico gaat hem ook niet makkelijk af. Kan mooi drama zijn – maar klinkt een tikje voorspelbaar.

Rosie (86 min.) Moeder in Ierland raakt dakloos en kan geen huis vinden. Een aanklacht tegen het huizenprobleem in Ierland. Een portret van de ‘echte Ieren’, de rauwe rafelrand van de maatschappij, enz. Zou vermoedelijk ook goed passen bij ‘tearjerker’.

Walden (106 min.) Een stapel planken reist van Oostenrijk naar Brazilië. Een roadmovie van bomen dus eigenlijk. Een pamflet tegen boskap – de boomkapindustrie reist hier de verkeerde kant op. Je hoeft niet te verwachten dat de nieuwe president hiervan ondersteboven raakt, maar het klinkt als een mooi kunstzinnig protest.

 

Mannenfilms
Belmonte (75 min.) De vrijgevochten kunstenaar, daar is ie weer! In deze Uruguayaanse film zien we hoe deze stoere schilder (ach en wee) niet kan schilderen als zijn dochtertje niet in de buurt is. Vermoedelijk net zo zoetsappig als een vrouwenfilm maar dan op een mannenmanier. En in onze metromaatschappij rust er op zulk sentiment ook geen taboe meer. De man die kunstenaar speelt, is in het echt ook kunstenaar dus dat is wel een ergernis minder.

C’est ca l’amour (98 min.) Als je een man zoekt om een ultieme goedzak te spelen, dan kom je denk ik al snel uit bij de Vlaamse acteur Bouli Lanners. Hij is vader van twee dochters en probeert het familieleven een nieuwe slinger te geven. Vermoedelijk flink sentimenteel op een arthouse verantwoorde manier.

In My Room (120 min.) Armin raakt zijn baan kwijt, zijn moeder, en vervolgens de zin van het leven. Midlifecrisis in extremis! Een mooie film over teleurstelling? Vermoedelijk moet je je wel door wat trage scènes heen slaan.

Parade (87 min.) Drie Georgische vrienden beleven een roadtrip. Dat helpt ze om hun herinneringen op te halen. Iedere IFFR heeft pak hem beet vijftien roadmovies en ook deze opzet oogt totaal sleets. Neemt niet weg dat het er niet uitziet als dat je echt bij gaat vervelen.

 

Misdaad
Ash is the Purest White (141 min.) Jiang Zhangke is een van de lievelingen van filmcritici. Dé Chinese filmartiest van het alternatieve filmcircuit. Ook een filmartiest die niet altijd gemakkelijk toegankelijk is. Geen enkele film duurt minder dan twee uur bijvoorbeeld. Deze film gaat over misdaad, is hier en daar enigszins grappig, en dat maakt me wel nieuwsgierig.

Bloody Marie (83 min.) Film van Lennert Hillege en Guido van Driel beschrijft het leven van de meestal bezopen tekenares Marie, die op de Wallen woont. Een van alcoholische buien zet een stroom van gebeurtenissen in gang. Best vermakelijk misdaadverhaal én een keer lelijk Amsterdam in de hoofdrol.

Braquer Poitiers (59 min.) Twee sukkels gijzelen een man. De man vindt het gezelschap eigenlijk niet zo erg. Vermoedelijk best aardig niemendalletje. Sukkels in de misdaad zijn meestal leuk om naar te kijken.

A land imagined (95 min.) Lok, een Singaporese rechercheur moet bezig met een zaak van een vermiste Chinese bouwvakker. Dat zorgt ervoor dat hij in een mismoedig deel van het land terecht komt waarin doorsnee Singaporezen niet veel interesse hebben. Ik weet niet of deze film veel nieuws te bieden heeft maar er is in elk geval de suggestie van een spannend verhaal.

 

Muziek
Carmine street guitars (80 min.) Winkel in New York die houten gitaren verkoopt. Een walhalla voor liefhebbers. Een portret van eigenaar Rick Kelly en zijn leerling Cindy. Vast supermateriaal voor alle gitaarofielen onder ons.

Leto (126 min.) De undergroundmuziekscene in Leningrad jaren tachtig, daar gaat deze film over. In het bijzonder zanger Viktor Tsoi die rocker was ten tijde van censuur en communisme. De regisseur is Serebrennikov en hij heeft het niet veel makkelijker: hij kwam tijdens deze film onder huisarrest te staan. De film lijkt een mooi, sfeervol portret, lengte is wel pittig.

Mr. Soul (115 min.) Dit was de naam van een tv-programma voor louter Afro-Amerikaanse cultuur, dat al in 1968 te zien was. Deze film belicht vooral presentator Ellis Haizlip.

My Friend Fela (94 min.) Biografie van de Nigeriaanse zanger Fela Kuti. Niet de eerste maar dit lijkt wel een sterke te zijn – van zijn officiële biograaf. Onontbeerlijk voor iedereen die meer wil weten over Nigeriaanse muziek in de jaren zeventig (alleen: hoeveel mensen zijn dat?).

Niblock’s Sound Spectrums: Within Invisible Rivers (110 min.) Portret van de muzikant Phil Niblock, die minimalistische en elektronische muziek maakte voordat het modieus was om te doen. Het type film waarbij de jonge muzikant met veel uitroeptekens uit de doeken doet hoe geniaal ze hem wel vinden. Voor de fan.

 

Oorlog
Donbass (121 min.) Voor wie het ook onduidelijk is wat er in Oost-Oekraïne allemaal gebeurt, zal deze film van Sergei Loznitsa (maker van het net zo sombere als mooie My Joy) wel wat helderheid verschaffen. Een documentaireachtige oorlogsfilm die vermoedelijk regelmatig hard aankomt.

German concentration camp factual survey (75 min.) De geallieerden maakten een film over de concentratiekampen die nooit was afgemaakt. Deze versie van het Imperial War Museum poogt dat wel te doen. Dit is echt alleen voor degenen die denken dat ze het aankunnen want ik denk dat je daarna voorlopig geen lunch meer wilt.

La Miseracorde de la Jungle (90 min.) Een film over de oorlog in Congo. Congo heeft een van de langstdurende burgeroorlogen van de planeet. Deze film focust zich op twee mannen die hun bataljon zijn kwijtgeraakt en allerlei vervelende dingen meemaken. Zal geen Apocalypse Now van de Afrikaanse jungle zijn maar ik ben wel benieuwd.

A Private War (110 min.) Amerikaanse film over journaliste Marie Colvin, die zich voornamelijk richtte op oorlogsgebieden. Kan interessant zijn, dit portret van (nu echt een keer) een sterke vrouw.

 

Romantiek
Asako I & II (119 min.) Lijkt me wat aan de lange kant, maar deze film speelt heel erg met het dubbelgangersmotief. Ontwikkelingen om je hoofd te laten duizelen, belooft de film, maar ik vraag me sterk af of dat waargemaakt wordt door regisseur Ryusuke Hamaguchi.

Bangla (84 min.) Romantisch drama à la Romeo en Juliet in Rome. Religies maken problemen van een verliefdheid van twee mensen die toevallig een ander huidkleurtje hebben. Voor de liefhebber.

Winter’s Night (91 min.) Treurige romantiek maar romantiek nonetheless. Twee vijftigers maken vanwege een verloren mobieltje rechtsomkeert en vanaf dat moment mijmeren ze over de (kwijtgeraakte) romantiek van hun leven. Zuid-Koreaanse film zit vol mooie kleuren maar vraagt zo te zien ook wat van je geduld.

 

Tearjerkers
Core of the World (124 min.) Zieliger dan dit gaat het vermoedelijk niet worden in dit Russisch drama. Een Rus probeert zijn dierenparadijs te beschermen tegen indringers. Vermoedelijk een variant op het bekende verloren-paradijs-thema, maar voor dierenliefhebbers vast en zeker een aanslag op de emoties.

Capharnaum (120 min.) Nog een die flink aan zal komen en een publiekslieveling in de dop. Zain is een jochie dat op straat leeft als vluchteling in en rond Beiroet. Hij klaagt zijn eigen ouders aan dat hij geboren is. Twee flashbacks laten zien waarom hij nu zo zielig is. Jochie in de hoofdrol leefde zelf als vluchteling in Beiroet.

Joel (100 min.) Adoptie goes wrong-film. Geadopteerd jongetje (9) zegt geen woord maar begint op school ineens op te scheppen op over zijn misdaadverleden. Wat te doen met Joel? Vast veel gepijnigd kijkende close-ups van het jongetje. Misschien mooi drama, wie weet.

Memories of my Body (106 min.) Indonesische jongen is in verwarring. Hij houdt van dans, maar homoseksualiteit is in Indonesië erg moeilijk. Gebaseerd op het verhaal van danser Rianto. Ik denk dat de film niet echt bijzonder is maar scoort ook vast hoge ogen bij de publiekslievelingen.

Sofia (80 min.) Marokkaans meisje in zwangerschapsdrama. Ze mag niet in het ziekenhuis bevallen zonder man maar in 24 uur haar minnaar vinden (en overhalen erbij te zijn), is ook niet makkelijk.

 

Thriller
God of the Piano (80 min.) Vrouw krijgt doof kind en wil het opvoeden als pianovedette. Israëlische film gaat over een obsessieve terreurmoeder die niets liever wil dan dat haar kind een superster wordt. Vast veel ‘Oh nee’-momenten als ze weer over lijken gaat. Film loopt wel het risico dat je aversie voelt tegen de karakters.

Harpoon (82 min.) Thriller aan de hand van een verhaal van Edgar Allen Poe. In de trant van films die zich op een locatie afspelen (denk aan films als 127 hours of Buried) want deze mensen zitten vast op een boot. Tegelijk een driehoeksverhouding. Klinkt als een intense en ook wel vermoeiende thriller.

High Life (110 min.) In film van Claire Denis is Juliette Binoche een arts die graag experimenteert op mensen… in de ruimte. Ik denk dat je op sf-gebied wel wat ongeloofwaardigheden moet slikken, en dat de film zichzelf ook iets te serieus neemt, maar wie graag Binoche als feeks ziet, heeft een goede aan deze film.

Knife + Heart (110 min.) Een Franse retro-giallo met flinke vleug homo-erotiek? Vanessa Paradis die een politieporno regisseert genaamd Homocidal? Waarvan de acteurs het loodje leggen? Een ‘hommage aan de op 16mm-gedraaide homoporno uit de jaren zeventig’? Wait what? Geïnspireerd door Dario Argento bovendien. Het is afwachten of kitsch niet wint van een verhaal. Uit recente voorbeelden blijkt dat het niet zo makkelijk is om een goede giallo te maken.

The Load (98 min.) Het is 1999 en de Navo bombardeert Kosovo en Servië. Een chauffeur krijgt een lading mee waarvan hij niet weet wat het is. Hij rijdt door het oorlogsgebied en onthulling dreigt. Zo te zien is dit een echt spannende film. Lees hier onze recensie van onze rubriek Festival Favorites.

Out of Blue (110 min.) De actrice Patricia Clarkson en een verhaal van Martin Amis, dat is een veelbelovende combinatie. In dit verhaal onderzoekt zij als rechercheur een moord maar blijkbaar is ze er zelf ook op een of andere manier bij betrokken. Niet echt een origineel gegeven, bijna elke serie zit er vol mee, maar ‘een knipoog naar de film noir’ maakt mij wel nieuwsgierig.

 

Vrouwenfilms
Aren’t you happy (80 min.) Ogenschijnlijk aardige en lichtvoetige Duitse film is ideaal kijkvoer voor zelfstandige 20-somethings-dames. Filmdebuut van Susanne Heinrich biedt popcultuur, feminisme en humor. Duitse titel is beter: Das Melancholische Mädchen.

The best of Dorien B. (106 min.) Droogkomisch portret van een vrouw van Anke Blondé. Dan heb je nog mazzel want er zijn hier ook flink wat dramatische portretten van vrouwen te zien (Un amour impossible, Dirty God, Queen of Hearts), waarvan ik me afvraag wat de lol van een filmliefhebber daarin is (idem als ze over mannen gingen trouwens). Het beste is gewoon om een goede film voor beide geslachten te maken, denk ik, en hopelijk krijgt deze film dat een beetje voor elkaar.

Gloria Bell (102 min.) Julianne Moore is de vrijgevochten vrouw Gloria, een remake die door de Chileense regisseur zelf gemaakt. Niets nieuws onder de zon, denk ik, puur voor de fans van Julianne Moore.

Las hijas del Fuego (115 min.) Vrouwen in Argentinië op een keerpunt in hun levens. Een roadtrip vol seks. Een soort Argentijnse Love van Gaspar Noé? Lijkt mij een saaie, vervelende film maar veel vrouwelijker zal het niet worden.

Wie echt niet genoeg krijgt van dit onderwerp: in de Balie is er nog het evenement IFFR X Girls on Film.

 

Weird en experimenteel
Caminhos magnetykos (87 min.) Een populaire kerel wordt aldoor door ene Donald gebeld. Tegelijkertijd komt Raymond Vachs bij de poorten van de hel. Portugese film van Edgar Pêra is zo te zien zo gek als een deur. Zijn The Baron draait hier ook – ook eigenzinnig als wat maar ondoordringbaar. Wie waarde hecht aan experiment, heeft een goede aan deze film, wie waarde hecht aan cijfers op IMDb (4,5) moet nog maar eens nadenken.

Climax (96 min.) Een groep dansers eindigt een avond met een hallucinaire nachtmerrie na lsd-gebruik. Gaspar Noé heeft wel wat glans verloren met zijn mislukte Love, maar wie weet is Climax net zo duister als Irréversible, Noe’s zeer moeilijk te verteren maar tegelijk ook meesterlijke film. De opzet biedt in elk geval genoeg kansen voor zijn sterkste punt: het visueel weergeven van slechte trips.

Livre d’image (85 min.) De nieuwste film van de bijna 90-jarige cineast Jean-Luc Godard is wederom een filmessay. Is dit weer even onmogelijk om te doen als een paar van zijn recente voorgangers (Film Socialisme, Adieu à langage)? Of een verborgen meesterwerk? Aan de trailer heb je in elk geval niets; je zal toch echt de film moeten kijken om te weten of je hem had moeten kijken.

Going south (104 min.) Hyperactieve YouTube-sampelaar plakte een film bij elkaar, die commentaar levert op de ‘fake news’-maatschappij. Vervolg op Of the North.

Happy Lamento (90 min.) Als IFFR al zegt: verwacht het onverwachte… Een Filipijnse speelfilmmaker en Alexander Kluge (Yesterday Girl), de Duitse Godard van de jaren zestig, maken iets wat met politieke actualiteit te maken heeft. Ik haak hier al af maar misschien zijn er toch liefhebbers.

Kino im Kopf (87 min.) Film van Michael Glawogger, de documentairemaker die in 2014 veel te jong overleed aan malaria. Dit is fictie, documentaire en experimentele speelfilm ineen. Ik hou wel van Glawoggers documentaires maar ik huiver een beetje voor deze film, die intussen al twintig jaar oud is.

 

22 januari 2019

 

Preview IFFR 2019 Deel 1


MEER FILMFESTIVAL

Preview IFFR 2019

Deel 1: Van actie en drama tot documentaire en horror
Preview IFFR 2019

door Bob van der Sterre

Ruim 500 films zijn er van 23 januari tot en met 3 februari te zien tijdens het IFFR in Rotterdam. InDeBioscoop maakt het de bezoeker makkelijker. Hoe raken we wijs uit alle films, specials en programma’s? Welke films zijn echt de moeite waard? Raadpleeg het blokkenschema, de volledige filmlijst en alle locaties. Hieronder ons eerste overzicht per genre.

 

Shadow

Actie
Killing (80 min.) Film van regisseur Tsukomoto Shinya is een samoeraifilm in de trant van Kurosawa’s Seven Samurai. Een rauwe samoeraifilm met veel actie, synthesizermuziek en ongetwijfeld smeuïge actiescènes. Reken op een overdosis heldhaftigheid, bloed en typisch Japanse coolheid.

Shadow (116 min.) Zhang Yimou, voor wie hem niet kent, is de regisseur van onder andere het mooie Raise the Red Lantern. Hij is het boegbeeld van de vijfde generatie filmmakers die doorbrak in de jaren negentig (ze zijn intussen al bij de achtste generatie). Stijlvolle historische films waar je de tijd voor moet nemen. Sinds een poos maakt hij ook wuxia (martial arts)-films, zoals Hero, House of the Flying Daggers en Curse of the Golden Flower. Shadow is er ook zo een en zit vol met spectaculaire vechtscènes. Vermoedelijk ook erg duister.

Soy Toxico (76 min.) Zuid-Amerika is in deze film een zombiegebied. Argentijnse horror als lowbudget-actiefilm. Dit kan vermakelijk zijn, maar (zoals wel meer zombiefilms) ook repetitief.

 

Autobiografisch
Coureur (90 min.) Jaren na de satirische versie in Le Vélo de Ghislain Lambert (2001) is er een realistisch drama over wielrennen en doping. We zitten in de jaren negentig. Felix wil meedoen met de grote jongens. Dus doping. Vlaamse film is half gebaseerd op de eigen ervaringen van regisseur Kenneth Mercken. Voor de wielerfans die de beruchte dopingtijd van binnenuit willen zien.

Ma Nudité ne Sert à Rien (85 min.) Regisseuse Marina de Van houdt van taboes, zoals bleek uit haar speelfilm Dans Ma Peau (2002), over zelfmutilatie. In deze film (half speelfilm, half docu) loopt ze vooral naakt rond en vraagt ze zich de zin van alles af. Ik vraag me af wat je met deze film aan moet, maar veel autobiografischer kan het niet worden.

Nuestros Tiempo (173 min.) Carlos Reygadas’ films (Japón, Stellet Licht en Post Tenebras Lux) doen het uitstekend bij de meeste critici (maar niet bij ondergetekende). Dit zou je een autobiografische western kunnen noemen. In deze driehoeksrelatie speelt hij zelf de hoofdrol van cowboy ‘Juan’ en zijn vrouw speelt ook zijn vrouw in de film. Gaat vast ook weer hoge ogen gooien bij de critici. De lengte is wel fors: bijna drie uur.

Out of Sight, Out of Mind (131 min.)  Film over groep millennials die uit elkaar splijt als een van hen schizofrene trekken vertoont. Ze zijn allemaal op zoek naar zichzelf en missen daardoor betrokkenheid voor anderen. Regisseur Brian Follmer, ook de hoofdrolspeler, baseerde het verhaal grotendeels op zijn eigen leven. Misschien interessante schets van een generatie? Of saai en langdradig (ruim twee uur film).

Ray and Liz (108 min.) Kunstenaar Ray Billingham belicht drie episoden van zijn jeugd. Hij woonde in Birmingham en had een alcoholische vader en een schreeuwende moeder. Dit ‘van sentiment gespeende herinneringen’ biedt vast mooi materiaal voor fans van ‘poverty porn’. Ik vermoed veel geschreeuw, veel gênante momenten, veel pijnlijke humor. Film zal er ingaan als koek bij de meeste IFFR-gangers, dat weet ik nu al.

Revisited (96 min.) Regisseur Krzysztof Zanussi moet van artsen pauzeren in zijn filmcarrière die al een paar decennia duurt. Dat doet hij door met acteurs uit zijn films te gaan praten, over zijn films. Voor de fans ongetwijfeld een must, voor anderen denk ik een tikkeltje saai. 

 

Coming of age
The garden apartment (77 min.) Debuutfilm van Umi Ishihara (artiestennaam UMMMI) is een coming-of-age-drama van een zwanger Japans meisje dat haar vriendje wil veranderen.

Genèse (130 min.) Coming-of-age-drama over Franse meisjes en jongens op een school. Ruim twee uur.

Un Jeunesse Dorée (111 min.) Film van Eva Ionesco over haar decadente coming of age in Parijs in de jaren zeventig. De erotische naaktfoto’s die haar moeder van haar maakte, schokten zelfs mensen in die tijd (en dat zegt wat). Isabelle Huppert doet ook mee aan deze film. Verwacht kitsch, glamour en seks.

Take me somewhere nice (91 min.) Nederlands-Bosnisch meisje bezoekt Bosnië in roadmovie annex coming-of-age-drama. Volgens de beschrijving geïnspireerd door Jim Jarmusch’s  Stranger in Paradise. Als dat zo is, is dat een positief teken.

Tarde Para Morir Joven (110 min.) Coming-of-age-drama in Chili (speelt zich af in 1990). Won een prijs in Locarno en kreeg goede recensies. ‘Een sensorische en tastbare ervaring.’ Duurt wel bijna twee uur.

Transnistra (93 min.) Wie niet genoeg krijgt van dit genre: een coming-of-age-drama in Transdnjestrie. Als de film tegenvalt, is er in elk geval nog een rare locatie om naar te kijken.

 

Documentaire
Another day of life (86 min.) Richard Kapuscinski is een van mijn favoriete reisschrijvers. Het feit dat een van zijn verhalen (Angola) in animatievorm (verfilmde graphic novel) is gegoten, is dan ook goed nieuws. Het thema (burgeroorlog in Angola), zijn schrijfstijl en animatie kunnen een fraaie match opleveren.

Bathtubs over Broadway (87 min.) Ooit werden er voor tv minimusicals gemaakt voor producten. Zoals kopieerapparaten en airconditioners. Dit was in een tijd dat reclame niet zo professioneel was als nu. Steve Young heeft hier een passie voor en bezoekt de acteurs van deze minimusicals. Vermoedelijk onderhoudende docu met grappige anekdotes.

Barbara Rubin Exploding NY Underground (78 min.) Vrouw die in middelpunt van de alternatieve kunstscene in New York (o.a. met Warhol) stond, werd opeens radicaal religieus. Deze documentaire van Chuck Smith vertelt haar verhaal met veel archiefbeelden.

Captured (64 min.) Dit docudrama vertelde hoe het is om gevangen te zijn in Noord-Korea. Was tot 2014 verboden; dat roept al nieuwsgierigheid op. In dit genre is ook Peter Jacksons They Shall Not Grow Old een aanrader, waarbij hij kleur en geluid aan oude beelden van WO I toevoegde. Ineens krijgen de oude soldaten een echt gezicht.

Hail Satan (95 min.) Documentaire over de provocateurs The Satanic Temple. De tempel is niet religieus bedoeld maar wil dingen aan de kaak stellen. Is het een sekte? Is het performancekunst? Deze docu zoekt het uit.

Present. Perfect (124 min.) Streamende vloggers in China (‘anchors’) hebben een groot publiek. Het is daar populairder dan in het westen en populaire vloggers kunnen er cadeaus mee verdienen. Deze docu volgt juist de wat minder populaire vloggers. Zhu Shengze bracht 800 uur materiaal terug naar twee uur.

 

Drama
About him or how he did not fear (112 min.) Armeens drama. Gaat over wat er gebeurde ná een schietpartij van een Rus die zes Armenen doodschoot. Of dat voldoende mogelijkheden biedt voor twee uur filmdrama, ik heb mijn twijfels, maar het is wel echt drama met de hoofdletter D.

Dark blood (86 min.)  Nooit afgemaakte film van George Sluizer uit 1994 was de laatste film van River Phoenix – en door zijn dood bleef Dark Blood liggen. Tot nu. George Sluizer heeft de film afgerond – ongetwijfeld met wat kunst- en vliegwerk. Klaar voor weer een nieuwe River Phoenix-hype?

Cities of last things (107 min.) Film van Ho Wi Ding beschrijft iemand die een einde aan zijn leven maakt, waarna de film gaat uitpluizen hoe dat zo tot stand kwam en diep in diens geschiedenissen duikt. Klinkt als een bekend gegeven maar dit script oogt wel complexer dan gemiddeld.

Lazzaro Felice (130 min.) Lazzaro is de onschuld zelve. Het hele dorp profiteert van zijn goedheid. Dat wreekt zich op de dorpelingen op zeker moment. Lijkt een aardig script maar lengte van de film is aan de lange kant.

Sunset (144 min.) Lázsló Nemes (van Son of Saul) maakte dit kostuumdrama met veel drama en mysterie. Een hoofdrol voor Budapest ten tijde van de belle époque. Vast een mooie film, maar bijna tweeënhalf uur is een enorme zit.

Tehran city of love (102 min.) Drie eenzame mensen in Teheran. Tragikomedie. Ik heb mijn twijfels of dit verhaal boeiend genoeg is voor een hele film maar de film geeft wel een beeld van een stad waarvan je niet veel weet. 

 

Gokjes
Dreissig (120 min.)  Dertigers in Neukölln. Ze vervelen zich en hebben relaties. Ik denk dat de film redelijk traag is (duurt ook twee uur) maar misschien zit er een interessante film in verscholen, lastig te zeggen.

Long day’s Journey into night (140 min.) Niet vaak geeft een trailer een compleet ander beeld dan de tekst bij de film. Man keert terug naar zijn oude stad. Zoekt naar oude romantiek, maar krijgt misdaadtoestanden. De vorige film van Bi Gan (Kaili Blues) was prettig mysterieus, als ik de reacties moet geloven. Wel heeft deze film ook weer een pittige lengte.

Lost Holiday (75 min.) Een roadmovie van een paar melancholieke dertigers die aan het drinken en drugs gebruiken slaan. Ze komen terecht in een wereld vol misdaad. Ook niet duidelijk waar deze film heen wil.

Love me not (82 min.) Spaanse film over Johannes de Doper en Salomé. De trailer belooft… ja, wat precies. Surrealisme, cynisme, comedy en een paar flinke eetlepels eigenzinnigheid. Kan wat zijn, kan ook de plank honderd procent misslaan. In elk geval neemt deze film risico’s en stuurt het niet gezapig aan op standaarddrama.

Maggie (88 min.) Zuid-Koreaanse film waarin een verpleegster op een dag alleen is in een ziekenhuis. Er gebeuren steeds vreemdere dingen. Meervallen kunnen voorspellingen doen (yes, dat staat er echt) en het land heeft ineens last van zinkgaten (idem). Veel fantasie of niet te hachelen absurdisme? Ik heb mijn twijfels maar je weet nooit.

Vox-Lux (112 min.) Nathalie Portman speelt een meisje dat ineens een popster wordt. De wereld maakt haar leeg en cynisch. De film wil schijnbaar de moderne westerse cultuur kritisch benaderen. Ambitieus. De trailer belooft vooral fraaie satirische kitsch én Nathalie Portman in misschien wel een van haar sterkste rollen. Of de film echt goed is, of weer alleen de oppervlakte strijkt, moeten we nog zien.

 

Horror
Murder me Monster (109 min.)  Film over een politieagent die zaak van onthoofde vrouwenlichaam probeert op te lossen. Er blijkt ‘een monster’ in het spel te zijn. Bovennatuurlijke Argentijnse thriller oogt behoorlijk griezelig – hopelijk maakt de film dat ook waar.

The Nightshifter (110 min.) Nog ranziger wordt het in deze Braziliaanse film over een assistent-lijkschouwer, die de vaardigheid heeft om met lijken te praten. Niet echt een origineel gegeven (denk aan Nattevagten uit 1994) maar lijkt echt een bizarre, griezelige en ranzige film vol body horror. En als horrorfilm slaag je dan dus.

A Noite Amarela (102 min.) Een ‘spirituele slasher’. Tieners op een eiland hebben soms nare visioenen. Ze kunnen niet ontsnappen. Een sterk soort horror die onder de huid kruipt, misschien? Anders is het een dure les Portugees van anderhalf uur.

The Wind (86 min.) Een vrouwenwestern met horrorelementen – om dan maar meteen een eigen genre uit te vinden. Film van Emma Tammi gaat wat subtieler met horror om dan bijvoorbeeld The Nightshifter. Klinkt als een film die veel suggereert en dan weinig laat zien. Hopelijk vindt de film een weg om de kijker langs het standaardscript – is-ze-nu-gek-of-niet – te gidsen.

 

Overig programma en specials

 

21 januari 2019


Preview IFFR 2019 Deel 2

MEER FILMFESTIVAL