Pas op met die virussen!

Pas op met die virussen!

door Bob van der Sterre

Variola Vera ♦ The Hamburg Syndrome ♦ Les Raisins de la Mort

 

Virussen. Linke soep. Daarom onverminderd populair in de cinema. Outbreak is een bekende film in het genre. Maar er is meer. En interessanter.

Het kan soms beginnen met het kopen van een fluitje in een Afrikaans land. Niet zo’n slim idee als die persoon duidelijk een gemene ziekte onder de leden heeft. De pelgrim die het fluitje koopt, reist naar Joegoslavië, wordt ziek, en dan… Ja, wat dan? Dan zien we in de film Variola Vera, die in 1982 in het toenmalige Joegoslavië is gemaakt.

Pokkenlijder
Eerst vinden ze de pelgrim in een wc van het ziekenhuis, kermend van de pijn. Dan staren alle artsen naar hem. Ze hebben geen idee. Hij komt gewoon op de zaal te liggen, bij anderen.

Het virus is de nonchalance in het ziekenhuis erg dankbaar. Zo is daar de patserarts die vrouwen versieren belangrijker vindt dan zijn vak uitoefenen. Of de ontkennende baas van het ziekenhuis die vooral autoriteit wil uitstralen. Of de gevoelige zuster die emotioneel reageert op alles.

Meest schrijnende moment is als twee patiënten van de zaal van de pokkenlijder de patserarts (met broek omlaag hangend over een zuster) komt waarschuwen dat er echt wat loos is. Dan is de pokkenlijder al het hele ziekenhuis rondgerend en heeft ie overal zijn bloed gesmeerd. Het duurt vervolgens een dag maar dan beginnen de mensen in het ziekenhuis ineens te merken wat ‘in quarantaine blijven’ betekent.

Goede film, niet oversensationeel maar juist interessant om te zien hoe zoiets wordt aangepakt. En dit is echt gebeurd. Tien jaar eerder dan deze film was er sprake van een uitbraak van de pokken in Belgrado. Het ziekenhuis verandert in een dodenfabriek. Mannen in witte pakken die op bezoek komen. Dan zie je pas hoe mensen toch alleen maar aan zichzelf denken (alhoewel er ook een iets te romantische dromer in rondloopt). De spanning blijft erin dankzij het tempo en het acteerwerk.

Foetushouding
In Die Hamburger Krankheit (1979) sterven ze ook bij bosjes. Dat gebeurt in de stad Hamburg. Wat vreemd is, is dat ze na het sterven ineens in een foetushouding liggen. Niemand weet wat er aan de hand is maar niemand wil risico’s nemen. De autoriteiten sluiten de boel af.

Iedereen wordt opgepakt. Dokter Sebastian ook – hoewel hij alleen op bezoek was voor een conferentie. Samen met mede-arrestanten ontsnapt hij. Hij wil weten wat er gaande is en ontdekken wat de haard van het virus is. Dat doet hij met Ulrike, die hij onderweg leerde kennen. Ze proberen door het land te reizen. Het is overal chaos. Mensen die door elkaar heen rijden, rennen, met koffers, honden die blaffen, gegil, traangas.

Sebastian probeert zijn eigen instituut in Lüneburg te bereiken maar verliest zichzelf in filosofische overpeinzingen: ‘Wat is een virus eigenlijk? Is het niet de adrenaline van massahysterie?’

Die Hamburger Krankheit is een virusfilm die niet echt over het virus gaat. Waar komt het vandaan en hoe zit het precies? We weten het niet. Vermoedelijk geeft de film hiermee kritiek op de chaotische periode eind jaren zeventig, toen West-Duitsland met allerlei duistere zaken te maken had: misdaad, terreur, ideologische clashes, drugsoverlast. Het was de speelbal van twee grote machten.

Je moet de film dus symbolisch opvatten. De reis naar het zuiden, de foetushouding, de overheid die controle probeert te krijgen. Ook de karakters: de fysiek gehandicapte man (genaamd Ottokar, rol van schrijver Fernando Arrabal) die alsmaar aan het gillen is, de verkoper die blijft verkopen, een arts, potentiële held, die het ook opgeeft.

Dan zie je opeens in de aftiteling ‘Roland Topor’ bij de scenaristen staan. Deze provocerende kunstenaar is ook de man van het extreem merkwaardige Marquis, een poppenfilm over Markies de Sade. De samenwerking met regisseur Peter Fleischmann bracht hen tot het maken van dit curiosum, die veel baat had bij de synthesizermuziek van Jean-Michel Jarre.

Had de film maffer moeten zijn? Of juist gewoner? Het zit nu ergens in een vreemd midden. Sowieso is de film erg chaotisch; wees dus gewaarschuwd.

Zombiefilm zonder zombies
In Les Raisins de la Mort (1978) is het meteen duidelijk waar het virus vandaan komt: we zien het in de eerste beelden, als een wijnveld wordt bespoten met insecticide. Dat zorgt ervoor dat mensen de kluts kwijtraken. Maar dat weet Élisabeths nog niet als in haar coupé een creepy kerel gaat zitten. Vlekken in zijn nek, blaasjes op zijn gezicht. Het gaat niet goed met hem en Élisabeth rent met koffer de coupé uit en trekt aan de noodrem.

Ze rent naar een huis. Boven in de slaapkamer: een lijk. Élisabeth vlucht wederom, in een leuk blauw autootje, en vindt nogal wat kadavers onderweg. Het blijkt dat het wijngebied Roubles de bron van de ellende is. Twee gretig met dynamiet smijtende mannen helpen haar gelukkig te strijden tegen deze wezens.

Er is ogenschijnlijk weinig nieuws onder de zon in deze film van Jean Rollin. Je ziet overacting, gratuite naaktscènes, experimentele muziek en Brigitte Lahaie, de pornoster die later politica werd.

Zo slecht is het toch niet. Deze zombiefilm zonder zombies is typisch Frans met wijn, kleine dorpjes, verlaten boerderijen en een paar surreële momenten. Door het lage tempo, de retrobeelden en het Franse platteland komt er een apart soort horrorgevoel naar boven. Het is ook die kille, koude, mistige natuur – dat maakt de film anders dan de doorsnee zich in de stad afspelende zombiefilm.

Het was ook legendarisch koud tijdens de opnamen en soms vroor de make-up vast aan de gezichten. Daarom gilt Marie-Georges Pascal denk ik zo vaak, om het weer wat warmer te krijgen.

Virussen, zo leren deze films wel weer, kunnen nog steeds beter uitbreken in films dan in het echte leven.

 

13 februari 2019

 

Les Raisins de la Mort


Alle Camera Obscura

IFFR 2019 deel 5

IFFR 2019 deel 5:
Artiesten en buitenbeentjes

door Bob van der Sterre

In ons vijfde deel van het IFFR 2019 aandacht voor een Argentijns misdaaddrama dat niet aan de verwachtingen voldoet, een lichtvoetige Franse film over de boekenbranche en de flow van een grote Chinese filmmaker.

 

Rojo

Rojo – 70’s-misdaad in Argentinië
Een restaurant. Man, nogal bot, vraagt iemand die aan een leeg tafeltje zit om op te hoepelen. Hij wil daar eten. Het loopt uit de hand, knokpartij volgt – zelfs een schietpartij. De brutale man blijkt ‘de hippie’ te zijn, familie van vrienden van de hoofdpersoon, een advocaat.

Rojo volgt een interessante periode: als de overgang naar de dictatuur in de lucht hangt. Er zijn kleine incidenten waaruit blijkt dat de sfeer verhardt, dat mensen zich asocialer opstellen, dat een kleine misdaad niet meer telt in het grote plaatje.

Vooraf had ik wel hoge verwachtingen van Rojo op basis van de beschrijving ‘hooggestileerde film met zwarte humor’ maar de film maakt dit beide niet waar. Dat ligt met name aan het tempo. Het als bedaard bedoelde 70’s-tempo is mij hier wat al te bedaard. Als de acteurs de zoveelste sigaret opsteken en er de zoveelste pauze valt, haak ik af. Rojo had volgens mij makkelijk met een half uur minder gekund. Ook zie ik in de filmstijl geen verwijzingen naar andere 70’s-misdaadfilms en de hooggestileerdheid vond ik ook tegenvallen.

Wel heeft de film een geweldige start (eerste half uur) en laat Alfredo Castro’s (Tony Manero, Post Mortem, El Club) optreden als ‘de Chileense detective van televisie’ de film weer opleven. Al met al gemiddeld.

 

Double Vies

Double Vies – vermakelijk portret van de moderne boekenwereld
We volgen een uitgever, schrijver, de partner van de uitgever, de partner van de schrijver, een ‘hoofd digitalisering’ en hun vrienden en kennissen. Ze praten over de vernieuwingen in de boekenwereld die gevolgen heeft voor hen allemaal. De een verzet zich met alle macht – de ander wil juist voor de troepen uitlopen. En ondertussen hebben de personen op basis van hun voorkeuren affaires met elkaar.

Double Vies is een van mijn favoriete films van het festival. Waar een ander een typisch Franse film vol gepraat en overspel ziet, zie ik eindelijk een levendige film over een zeldzaam onderwerp: de boekenbranche. De lichtvoetige film zit vol dialogen over bloggen, e-books, digitalisering.

De film van schrijver/regisseur Olivier Assayas (Personal Shopper, Irma Vep) is dialogen, dialogen, dialogen. Ik geniet ervan – omdat zo weinig films dat bieden (uit de mode). Deze gaan rap, verlopen naturel en vervelen niet. Dat komt ook door de acteurs. Guillaume Canet is erg geloofwaardig als moderne uitgever, Vincent Macaigne als schrijver annex romanticus, Juliette Binoche als actrice die boeken op vakantie meeneemt in plaats van e-readers. Voeg hier en daar sterke bijrollen toe dan heb je een film die aan Woody Allens Husbands and Wives doet denken.

 

Ash Is Purest White

Ash Is Purest White – nieuw China valt niet mee
Het is 2001. Bin is een lokale crimineel, Qiao zijn liefje. Ze zijn belangrijk voor een stadje in de omgeving van Datong. Totdat er agressieve bendes opduiken. We verspringen af en toe van tijd en volgen hoe Qiao en Bin bij elkaar komen, elkaar loslaten en bij elkaar komen.

Ik herinner me nog dat Zhangke werd ingehaald als zo ongeveer de nieuwe Mozart van de cinema. Nu is hij intussen een veteraan onder de Chinese regisseurs, de beroemdste van de zesde generatie, en maker van beroemde films als A Touch of Sin en The World. Lees dit artikel in bfi om wat meer context te krijgen bij zijn werk.

Zhjangke’s films zijn ongrijpbaar. Geen genres, geen voorspelbaarheid, geen gestileerdheid, geen makkelijke thema’s. Je kijkt eerder naar een flow dan een verhaal. Dat zorgt ervoor dat je soms simpel camerawerk en houterig acteerwerk ziet en op andere momenten weer verbluft wordt door momenten van prachtige eenvoud. Zhangke zou je kunnen zien als de anti-Wes Anderson. Hij gelooft niet in overstilering – niet eens in stilering zelf.

Met dit verhaal (een snel moderniserende stad, misdaad, de Drieklovendam) komen diverse films van Zhangke terug in deze film. Dat schept de verwachting dat hij hiermee een periode afsluit.

 

4 februari 2019

 

Deel 1
Deel 2
Deel 3
Deel 4
Deel 6

MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2019 deel 3

IFFR 2019 deel 3:
Sporters en overlevers

door Bob van der Sterre

De eenzaamheid van een wielerprofessional, de profvoetballer en de vluchteling, cameraman alleen op de wereld, oplichter in de bajes, een muziekdoosje komt tot leven en het heftige leven van Fela Kuti.

 

Coureur

Coureur – een Belg in een Italiaanse epo-wielerploeg
Felix Vereecke is een ambitieuze amateur. Hij gaat wielrennen bij een Italiaanse ploeg, zijn vader en diens dubieuze connecties in de steek latend.

Mooie beelden, goede muziek, goed script. Niet al te sentimenteel en goed acteerwerk. De film kijkt naar de tragische kant van dopinggebruik (epo, amfetaminen) en de psychologische stress en eenzaamheid van wielerprofessionals. Een haantjescultuur.

Goede acteurs zijn het halve werk. Frappant is de keuze van de acteur die trainer Bruno Leone speelt: Fortunato Cerlino. Van capo di tutti capi in de tv-serie Gomorrah naar het zijn van een wielerbaas die louche zaakjes doet met doping, hij speelt ze identiek.

Ook al is Coureur op zich een prima film, voor mij gaat er geen wielerfilm boven de eveneens Belgische komedie Le vélo de Ghislain Lambert. In feite was dat hetzelfde onderwerp (wielrennen, doping) maar je kon er veel bij lachen. Dat kun je niet met Coureur. De film is – leuk om te zeggen als we het over epo hebben – bloedernstig en focust zich ook op de ellendige relatie van de hoofdpersoon met diens vader. (Er is trouwens voor de liefhebbers nóg een Belgische film over wielrennen: Un Ange, die een romantische invalshoek heeft, een soort Bobby Deerfield op een racefiets.)

 

Diamantino

Diamantino – profvoetballer van slag door vluchtelingen
Voetbalvedette ziet reusachtige roze fluffy puppies tijdens voetbalwedstrijden. Tijdens de WK-finale laten ze hem ineens in de steek en hij faalt. Hij stopt met voetbal en neemt een vluchteling in huis. Probleem 1: zijn twee bloeddorstige zussen die er ook wonen. Probleem 2: de vluchteling is een dame van de geheime dienst, op zoek naar zijn offshore accounts.

Geestige en originele film – een grote verrassing tussen al het serieuze drama op IFFR. Deze film bespot heel veel moderne dingen. Zoals Brexit, Trump, LGBT en de Panama Papers. Op een slimme manier wordt het hedendaags cynisme verbonden aan een symbool als Cristiano Ronaldo – hoewel de film vooraf meldt dat vergelijkingen toevallig zijn.

Hoe satirisch als Diamantino antwoordt op de vraag of hij weleens seks heeft gehad: ‘Nee nooit, moet geweldig zijn.’ Of dat ie slaapt onder zijn dekbed met eigen beeltenissen, zijn eigen naam draagt als onderbroekenmerk en een gigantisch kasteel bezit. Kijk hem daar als patser op zijn jacht zitten – terwijl hij niet weet dat hij een patser is. Je moet maar een acteur als Carlotto Cora vinden, die best op Cristiano Ronaldo lijkt en de kwaliteiten heeft om zo’n komische rol te spelen.

Het is trouwens de eerste keer dat ik het cynisme van deze tijd op een hoop gegooid zie worden met duistere krachten (zoals de immer op geld beluste en zwart geklede zussen). Dat maakt Diamantino een sterkere film dan als het alleen een satire op profvoetballers was geweest. Minder sterk is het spionageverhaal, vooral naar het einde toe, maar de film van regisseursduo Gabriel Abrantes en Daniel Schmidt stijgt wel uit boven de grauwe middenmoot.

 

In My Room

In My Room de laatste man op aarde – en vrouw
Een blunderende cameraman bezoekt zijn stervende oma. De nacht dat zij is gestorven, slaapt hij buiten in zijn auto. Hij wordt wakker. Er is geen mens meer op aarde. Hij rijdt rond: niemand. Hij begint ergens een boerderijtje en dan blijkt er toch nog een mens te zijn. Een Italiaanse komt in zijn leven en matcht toevallig bijna perfect (einde van de wereld werkt beter dan een datingsite).

Aanvankelijk best een aardige film van Ulrich Köhler. Begin is erg geestig. Middenstuk is ook goed (onder andere met onverwachte knipoog naar Claude Lelouch’ Rendez-Vous). Het einde vond ik wat minder en haalt wat kracht uit de film.

Frappant is dat bij dit intussen immens populaire genre ‘laatste persoon op aarde’ geen verklaring komt waarom. Meestal zijn het zombies, ziekten, klimaatverwoestingen. Deze film is geen sciencefiction, geen horror, maar ook niet duidelijk.

Is dit een ‘ideale wereld’ voor hoofdpersoon Hans? Of gaat de film stiekem over het verlies van religie in ons leven? Hij bouwt de ark van Noach (denk ook aan de boot die hij ziet) en speelt met Kirsi Adam en Eva in een Hof van Eden. Zelfs als laatste mens van de wereld blundert hij door. Ironie der mensheid. Het zou kunnen. Mijn voornaamste kritiek: de hint om het anders te zien dan wat het is, is te zwak. De film hoort bij de nieuwe ‘Berlijn-school’, bekend van films als Western en Toni Erdmann.

 

Out of Tune

Out of Tune  de grandioze verpester
In de bajes gesmeten worden: het overkomt ook de rijken der aarden. Zoals Markus Føns, een financieel oplichter. Wat dat betekent, merkt hij in de bajes. Mensen willen geld terug van aandelen die gekelderd zijn.

Markus kiest voor veiligheid: de afgesloten afdeling voor pedofielen en verkrachters. En die hebben een zangkoor, geleid door regelfan Niels. Daar begint hij vrij snel de intrigant uit te hangen. Het is de ongeschreven regel dat niemand vraagt waarvoor iemand anders zit. Die regel geldt niet voor Markus. Zijn belangrijkste doel is om Niels te verstoten als leider van het koor. Een handlanger is de assistent van de bazin die hij weet te manipuleren.

Een redelijk gewone maar ook vaardig gemaakte film, met wat geestige momenten. Het geestige zit hem in de strijd tussen Markus en Niels. Markus (Jacob Lohmann) is aanvankelijk wel sympathiek maar later ervaren we zijn ware gezicht. Anders Mathesen is ook sterk als Niels, zijn concurrent, die tegelijk een tegenpool is. Beiden zijn vervelend op hun eigen manier. En kunnen ze überhaupt sympathiek zijn, gezien hun geschiedenissen? De film verwart de kijker en legt je eigen sympathiemeter op een weegschaal.

 

Koko-di Koko-da

Koko-di Koko-da creepy Groundhog Day
Een stel verliest zijn kind plotseling aan een mysterieus buikvirus. Dat kind had een muziekdoosje. Dat speelt steeds het liedje ‘koko-di koko-da’. De twee gaan kamperen en worden vanaf dat moment lastiggevallen door het trio figuren op het muziekdoosje. Een grote man die een dode hond draagt, een vrouw met twee enorme paardenstaarten en een man met een hoedje. En een witte poes. Keer op keer gebeurt dat – als een gestoorde versie van Groundhog Day.

Deze film van Johannes Nyholm is verbluffend simpel gemaakt. Meer dan een tent, een auto en een paar acteurs waren er niet nodig. Toch is het een geslaagde film: soms werkt eenvoud heel goed.

De film vertelt redelijk origineel en fantasierijk een verhaal, speelt met folklore en sprookjes op een eigenzinnige manier. Bovendien zijn er ook mooie onderbrekingen via een silhouettenspel. Wel is het wat jammer dat het verhaal wat diepte in het mysterie mist. Dat wreekt zich vooral aan het einde.

 

My Friend Fela

My Friend Fela – een hels bestaan in Nigeria
Carlos Moore – Cubaan, Afrikaan, Amerikaan, ooit bevriend met Malcolm X – is de officiële biograaf van Fela Kuti. Voor de film springt Moore aldoor in de armen van oude Nigeriaanse bekenden. Zonen van Fela, ex-vrouwen van Fela, albumdesigners. We leren de context van Kuti’s leven. Zoals zijn jeugd in Londen (waar hij studeerde) en hoe hij vervolgens afrobeat creëerde.

Aan de ene kant een geweldig leven met een internationale zegetocht met zijn afrobeat en zijn 27 vrouwen. Zelfs vriendinnen zeggen na al die jaren dat ze ondanks al die concurrentes beslist een spirituele connectie hadden met hem. ‘Fela hield van seks. Hij sliep met drie vrouwen op een dag. Hij had niet alleen vrouwen thuis, maar ook buitenhuis.’

Aan de andere kant een moeilijke strijd met de toenmalige leiders van Nigeria. Dat leidde in 1977 tot een invasie van zijn commune. Diverse van zijn vrouwen werden verkracht en zijn moeder uit het raam gegooid (ze stierf). Vier jaar later deden ze het nog een keer over. Daarnaast werd hij diverse keren in de gevangenis gesmeten.

Zelf was Fela ook niet vies van geweld, zegt een ingewijde in deze film. Hij begon ook steeds meer paranoia te worden. ‘Er is een paradox tussen wat hij preekte en wat hij deed.’

En dan zie je in het Fela Kutimuseum plotseling een Bløf-music award hangen, wat net zo absurd is als dat je in het museum van Cat Stevens een ansichtkaart zou zien met: ‘Groeten uit Nigeria. Fela.’

 

2 februari 2019

 

Deel 1
Deel 2
Deel 4
Deel 5

 

MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2019 deel 1

IFFR 2019 deel 1:
Mensen die het moeilijk hebben

door Bob van der Sterre

Wat hebben mensen het toch moeilijk. Althans, in films. Bij het IFFR lopen er aardig wat karakters met problemen rond.

 

Out of Sight, Out of Mind

Out of Sight, Out of Mind – vriendengroep in crisis
Een vriendengroep van dertigers. Travis wil schrijver worden. Hij neemt de tijd om tot zichzelf te komen in Mexico. ‘O Brien raakt de weg kwijt (schizofrenie) en wordt (per ongeluk) een satirische YouTube-ster. Lox is een muzikant die teleurgesteld is in zijn loopbaan. Het duo Kate en Zander gaat uit elkaar (de een gaat zich een ongeluk tinderen, de ander porno kijken). Uiteindelijk proberen ze met ‘O Brien ook hun vriendengroep te redden.

Leuke gegevens, moeizame film. Wat is er allemaal moeizaam? De karakters zijn niet echt boeiend. De voice-over. Grote thema’s die er bij de haren worden bijgesleept (schizofrenie, depressie). De lengte (ruim twee uur). Moderne thema’s ook genoeg: YouTube-beroemdheden, tinderen, internetdaten, watervasten. Alsmaar Boléro van Ravel (ironisch?).

De kracht van de film zit in het karakter Travis. Zijn episode als supporter van een socialistische revolutie in Mexico is het beste stuk van de film. De rest eruit en een keuze voor een drama over schizofrenie, of een kortere satirische film over dertigers. Dan had je een aardige film die een uur korter was. Nu tolt de film door de torenhoge ambities. De satire is daardoor aangelengd met veel water – net als de karakters in de film die aan het watervasten zijn. ‘Iedere gast op Tinder heette Greg’, is bijvoorbeeld wel een grappige zin maar dat soort zinnen zijn te spaarzaam in deze film.

 

Bloody Marie

Bloody Marie zuipende tekenares in Amsterdam
Marie (tekenares) zuipt als een kanon. Ze kan amper haar eigen huis, midden op de Wallen (Oudezijds Voorburgwal denk ik), binnen. Ze heeft haar moeder verloren en het tekenen vlot ook al niet.

Op een dag vindt ze in een buurwoning een flink bedrag en ze neemt het mee. Dat zorgt er indirect voor dat er bij het bordeel naast haar een meisje sterft. Ze gaat zich ermee bemoeien en moet zich daarna zien te ontdoen van wazige criminele figuren. En dan nog haar hond zien terug te krijgen.

Bloody Marie (film van Lennert Hillege en Guido van Driel) is best aardig. De Wallenbuurt – een keer lelijk Amsterdam – als hoofdpersoon geeft de film karakter. Met zijn hoeren, nauwe steegjes, wazige Bulgaarse buren. Mooi in beeld gebracht met zijn kleurrijke ranzigheid. Ook de hoofdrol van Susanne Wollf als tekenares Marie Winkelmut is vrij goed.

Halverwege gaat de film van drama ineens naar misdaadverhaal – een staaltje Tarantino in de polder. Dat is lef hebben en geeft de film een nieuwe energie. Het is ook het manco van de film. Het misdaadverhaal is namelijk niet echt uitgewerkt – en ik weet ook niet hoe het afloopt met het dronken leven van Marie. Verhalen over dronkaards hebben ook een dilemma: moet het verhaal dan goed aflopen, slecht, of geen van beide? De laatste is misschien het meest ‘poëtisch’ maar dan blijf je zitten met leegte (en frustratie).

 

Caminhos Magnetykos

Caminhos Magnetykos esthetiek voor alles
Raymond Vachs, een Fransman die in Portugal leeft, heeft spijt van het uithuwelijken van zijn dochter aan een of andere slijmjurk. Hij raakt dronken en bevindt zich ineens in een satansseance. Hij kan de beslissing terugdraaien maar er is wel een prijs die hij moet betalen.

Waarom ik een fan ben van Pêra; hij is een stilist, heeft een eigen beeldtaal, zoals dat heet. In deze film is het kleurrijk, creatief, mysterieus en hij gebruikt aldoor over elkaar liggende montage. Prachtige beelden, de hele film door. En nog mooier: in deze film doet hij weer heel andere dingen dan in The Baron.

Waarom ik geen fan ben van Pêra: hij gebruikt zijn talent niet voor een interessant en mysterieus verhaal. Net als bij The Baron ging de style over substance me halverwege vervelen. Het is bij anderen die ene uitzinnige scène maar dan de hele film lang. En zonder echt verhaal zijn films echt lastig uit te kijken.

Het hoogtepunt is juist een stukje acteerwerk: als de slijmjurk op het huwelijk triomfantelijk een telefoontje van ‘Donald’ opneemt. Wat een smerige glimlach, voortreffelijk. Dat soort lichte komedie – en meer mysterie in het verhaal – had de film geweldig kunnen maken. De stijl is er al, nu de rest nog.

 

Muere, monstruo, muere

Muere, monstruo, muere raar monster bijt hoofden af
Een monster vermoordt en onthoofdt mensen. Maar monsters bestaan niet, toch? De verdachte is David die immers bij alle drie de moorden betrokken was. Die zegt dat er toch een monster is. Hij zegt tegen een psycholoog: ik hoor een stem die zegt: ‘Murder me, monster. Murder.’ Cruz is de enige die een stap extra wil nemen om het mysterie te ontrafelen. Maar zijn baas gelooft niet in monsters.

Vage toestanden in deze Argentijnse film van Alejandro Fadel (Los Salvajes). Griezelige rit door een tunnel, een agent met een onwijs diepe stem, een creepy bos met lichtjes en een monster… daar zal ik niets over verklappen. Een van de meer fantasierijke films van IFFR die ook vast op Imagine straks te zien is.

Veelbelovend maar jammer dat er na afloop geen touw aan vast te knopen valt. Bij David Lynch, met wiens werk de film veel vergeleken wordt, snap je altijd wel dat er een soort onderhuidse logica is. Hier gaat het nergens heen. We gaan zelfs van een mysterieuze thriller naar een slasher B-film. Een probleem is ook dat de agenten vooral tijd kwijt zijn aan wazige, filosofische dialogen terwijl je eigenlijk van agenten verwacht dat ze gewoon hun werk doen. Je krijgt geen band met de karakters.

Daardoor weet de film niet de belofte van het eerste deel in te lossen. En wat moeten we nu met het monster zelf? Dat moeten we wel op een of andere manier opvatten (iets met seks neem ik aan?). Oftewel: wat meer nuchterheid, meer humor, een hoger tempo en een logischer plot hadden deze film veel goeds gedaan. De artdirection is wel een speciale vermelding waard.

 

A Land Imagined

A Land Imagined agent zoekt slachtoffer
Lok is een agent. Hij moet achterhalen wat er met Wang en Ajit is gebeurd – twee arbeiders van een bouwplaats. Om dat te leren, verplaatst hij zich vrij letterlijk in Wangs leven en merkt dat de sleutel ligt bij het internetcafé ertegenover. Daar werkt een meisje genaamd Mindy die een paar keer op stap is geweest met Wang. En wie is Troll562 die Wang daar in de gaten houdt?

Dit is geen makkelijk verhaal – en na Mulholland Drive te hebben beschreven vallen me ineens parallellen op. Dit doet precies denken aan hoe David Lynch in zijn script dromen en werkelijkheid door elkaar mengt. Wang en Lok zijn hier praktisch dubbelgangers, en Mindy (het punkmeisje van het internetcafé dat met seks een beetje bijbeunt) is een soort sleutelpersoon tussen de twee. Een typisch tussen goed en slecht bevindend karakter à la Lynch. Dan is er nog het decor dat net als bij Lynch veelbetekenend is. Dat is de stad Singapore dat werk verschaft, maar ook mensen uit andere landen huisvest in vieze kamers, dat land wil maken maar daarvoor zand moet halen uit Maleisië.

Siew Hua Yeo won met deze film de hoofdprijs op het Locarno-filmfestival. De film heeft al meer dan zeventig reviews van allerlei serieuze bladen op IMDb. De film raakt dan ook een snaar bij critici. Een noir politieverhaal, een sociaal-realistisch verhaal over migrantenarbeiders en een kritisch essay over de stad Singapore dat uitbreidt richting zee. (Fascinerend, maar wij hebben al decennia Flevoland.) Op wonderlijke wijze blijft dit in evenwicht; de natte droom van iedere criticus.

Er zitten ook wel wat verbazingwekkende stukken in. De overgang van heden naar flashback was er zo een – precies als agent Lok iets vaags vertelt over zijn dromen.

Toch is het door het mengen van al deze karakters en filmstijlen lastig om om je aan een karakter te hechten en het gevoel te hebben een meesterwerk te hebben gezien. Daar komt toch meer emotie bij kijken dan hier het geval is.

 

28 januari 2019

 
Deel 2
Deel 3
Deel 4
Deel 5
Deel 6
 
MEER FILMFESTIVAL

Preview IFFR 2019 (deel 2)

Deel 2: Van klassiekers en komedies tot tearjerkers en vrouwenfilms
Preview IFFR 2019

door Bob van der Sterre

Hoe raken we wijs uit alle films, alle specials en alle programma’s? Welke films zijn echt de moeite waard? InDeBioscoop wil het de bezoeker graag makkelijker maken. Hier zetten we de films per genre op een rij – en dat weer alfabetisch. 

 

At Eternity’s Gate

Klassiekers
The Mackintosh Man (98 min.) John Huston als regisseur, Paul Newman als lead, James Mason als slechterik, dat is wel de moeite van het kijken waard van deze spionagefilm.

Ninotschka (110 min.) Ernst Lubitsch met deze vindingrijke spionagekomedie (mede geschreven door Billy Wilder). Je vindt deze film nog steeds terug in de filmboeken.

One Two Three (104 min.) Wervelende komedie in heel hoog tempo van Billy Wilder. Onlangs nog besproken op InDeBioscoop. James Cagney in een legendarisch grappige rol.

Spione (150 min.) Fritz Langs klassieker is nu op het grote scherm te zien. Een soort vervolg op zijn formidabele Dr. Mabuse der Spieler, die vijf jaar later gevolgd zou worden door het nog meesterlijker Das Testament der Dr. Mabuse.

 

Komedies
Diamantino (92 min.) Een Cristiano Ronaldo maar dan anders (Diamantino) is dé voetbalster van Portugal. Maar… hij mist een belangrijke penalty. Daarna ziet hij vluchtelingen. Zijn leven als vedette verandert 180 graden. Ogenschijnlijk aardige film, belooft veel mafheid.

Doubles vies (106 min.) Franse intellectuelen die kletsen! Dat was lang geleden. De wereld van schrijvers, uitgevers, marketingmensen en hun affaires. Lichtvoetig Frans relatiedrama heeft zo op het oog niet veel nieuws te vertellen.

Out of Tune (93 min.) Deense film heeft wel een aardig concept: een witteboordencrimineel wordt voor zijn eigen veiligheid opgesloten in een groep met de minst populaire bajesklanten. Hij sluit zich aan bij een koor. Dan daagt hij de leider van het koor uit. Op basis van de trailer lijkt dit wel een grappige film.

Tel Aviv on Fire (97 min.) Arme schrijver wordt aldoor lastig gevallen over zijn script voor een tv-serie. Dat gaat over het Palestina-Israël-conflict en is aan beide kanten populair. In de trant: je moet over elk onderwerp een komedie kunnen maken. Ziet er veelbelovend uit.

 

Kunst
At Eternity’s Gate (110 min.) Willem Dafoe zal vast niet teleurstellen in zijn acteerwerk. Toch kan ik mij niet voorstellen dat deze film van Julian Schnabel hetzelfde zal doen als Basquiat destijds deed. Ten eerste weer het probleem van de taal: Van Gogh met een Amerikaans accent is raar voor ons Nederlanders. Tweede probleem: vermoedelijk een laag tempo. Script is wel mede geschreven door Jean-Claude Carrière, die heel wat memorabele samenwerkingen op zijn naam heeft staan (onder andere met Buñuel).

Bring Me the Head of Carmen M. (61 min.) Film over Braziliaanse zangeres Carmen Miranda. Haar glorietijd vormde een groot contrast met deze tijd.

I diari di Angela noi due cineaste (125 min.) Een film over Angela Ricci Lucchi. Ze was meester in het gebruik van found footage, met haar partner in crime Yervant Gianikian. Ze overleed niet lang na het begin van deze film die je kunt zien als een soort eerbetoon.

Ik wil het niet zien maar het moet (81 min.)  Een film over Co Westerik die vorig jaar overleed.

Kijk op de website van Iffr.nl wat er allemaal aan kunst is tijdens deze IFFR.

 

Lengte
L’Amica Geniale (468 min.) Twee vrouwen die close zijn met elkaar proberen te overleven in een harde Napolitaanse wereld. Vast mooi, maar niet besteed aan ondergetekende, voel ik op mijn klompen aan. Verfilming van verhalen van Elena Ferrante is net zo voor vrouwen als de standaard Jean-Claude van Damme-film voor mannen is – zeg ik zonder ze ooit te hebben gelezen. Achtdelige serie.

La Flor (886 min.) Zes episoden die bij elkaar een halve dag duren. Deel 1 is een B-film over een vervloekte mummie. Deel 2 gaat over Franssprekende spionnen. Dan nog drie episoden in deel 3. Hoe dat allemaal samenhangt, begrijp ik niet goed. Mariano Llinás was tien jaar bezig met het project.

The Gentle Pain (280 min.) Filmmaker die Deense reiziger en schrijver Thorkild Hansen volgt. Ook weer een immens project: de filmmaker begon er 25 jaar geleden aan. Misschien dat de film daarom ruim vier uur duurt.

Miel-Emiel (150 min.) Nog zo’n concept: een gezin van een kunstenaar met twaalf kinderen verhuisde na de Tweede Wereldoorlog naar de Pyreneeën. Documentairemaker Peter van Houten maakt films over kinderen uit dat gezin (La via de Jean-Marie in 2015) en nu dus over Emile. De lengte vraagt veel van de kijker, maar als je je eraan overgeeft, vind je het waarschijnlijk zomaar een publieksfavoriet.

The Movie Orgy: Ultimate Version (269 min.) Ook langer dan vier uur duurt dit lastig uit te leggen project. Joe Dante en Jon Davidson speelden creatief met B-films. Ze maakten er The Movie Orgy van. Omdat editen een vak is, lijkt deze film speciaal voor hen die dat vak een warm hart toedragen.

De terugkeer (270 min.) André van der Hout maakte met found footage en zonder echte acteurs deze zevendelige serie. Speelt zich af in de haven van Rotterdam. Klinkt als krankzinnig project maar wie weet wat zoiets oplevert. Je moet alleen vier uur lang niets te doen hebben.

 

Maatschappelijk engagement en vluchtelingen
Bhonsle (133 min.) Deze Indiase film betekent ruim twee uur sociale spanningen ondergaan. Je moet er zin in hebben en interesse voor – anders kan het een lange zit betekenen.

The Day I Lost My Shadow (95 min.) Na talloze documentaires over vluchtelingen gemaakt te hebben, maakte Soudade Kaadan nu een speelfilm. Ze volgt het leven van een apotheker in Syrië die op zoek naar wat flessen water in rare situaties verzeild raakt. Is vermoedelijk symbolisch bedoeld aangezien de setting het begin van de Syrische burgeroorlog is. Film zal ongetwijfeld documentaireachtig aanvoelen.

Luciernagas (85 min.) Een Iraanse vluchteling in Mexico wil terug naar Turkije maar het lukt hem niet. Vrienden maken in Mexico gaat hem ook niet makkelijk af. Kan mooi drama zijn – maar klinkt een tikje voorspelbaar.

Rosie (86 min.) Moeder in Ierland raakt dakloos en kan geen huis vinden. Een aanklacht tegen het huizenprobleem in Ierland. Een portret van de ‘echte Ieren’, de rauwe rafelrand van de maatschappij, enz. Zou vermoedelijk ook goed passen bij ‘tearjerker’.

Walden (106 min.) Een stapel planken reist van Oostenrijk naar Brazilië. Een roadmovie van bomen dus eigenlijk. Een pamflet tegen boskap – de boomkapindustrie reist hier de verkeerde kant op. Je hoeft niet te verwachten dat de nieuwe president hiervan ondersteboven raakt, maar het klinkt als een mooi kunstzinnig protest.

 

Mannenfilms
Belmonte (75 min.) De vrijgevochten kunstenaar, daar is ie weer! In deze Uruguayaanse film zien we hoe deze stoere schilder (ach en wee) niet kan schilderen als zijn dochtertje niet in de buurt is. Vermoedelijk net zo zoetsappig als een vrouwenfilm maar dan op een mannenmanier. En in onze metromaatschappij rust er op zulk sentiment ook geen taboe meer. De man die kunstenaar speelt, is in het echt ook kunstenaar dus dat is wel een ergernis minder.

C’est ca l’amour (98 min.) Als je een man zoekt om een ultieme goedzak te spelen, dan kom je denk ik al snel uit bij de Vlaamse acteur Bouli Lanners. Hij is vader van twee dochters en probeert het familieleven een nieuwe slinger te geven. Vermoedelijk flink sentimenteel op een arthouse verantwoorde manier.

In My Room (120 min.) Armin raakt zijn baan kwijt, zijn moeder, en vervolgens de zin van het leven. Midlifecrisis in extremis! Een mooie film over teleurstelling? Vermoedelijk moet je je wel door wat trage scènes heen slaan.

Parade (87 min.) Drie Georgische vrienden beleven een roadtrip. Dat helpt ze om hun herinneringen op te halen. Iedere IFFR heeft pak hem beet vijftien roadmovies en ook deze opzet oogt totaal sleets. Neemt niet weg dat het er niet uitziet als dat je echt bij gaat vervelen.

 

Misdaad
Ash is the Purest White (141 min.) Jiang Zhangke is een van de lievelingen van filmcritici. Dé Chinese filmartiest van het alternatieve filmcircuit. Ook een filmartiest die niet altijd gemakkelijk toegankelijk is. Geen enkele film duurt minder dan twee uur bijvoorbeeld. Deze film gaat over misdaad, is hier en daar enigszins grappig, en dat maakt me wel nieuwsgierig.

Bloody Marie (83 min.) Film van Lennert Hillege en Guido van Driel beschrijft het leven van de meestal bezopen tekenares Marie, die op de Wallen woont. Een van alcoholische buien zet een stroom van gebeurtenissen in gang. Best vermakelijk misdaadverhaal én een keer lelijk Amsterdam in de hoofdrol.

Braquer Poitiers (59 min.) Twee sukkels gijzelen een man. De man vindt het gezelschap eigenlijk niet zo erg. Vermoedelijk best aardig niemendalletje. Sukkels in de misdaad zijn meestal leuk om naar te kijken.

A land imagined (95 min.) Lok, een Singaporese rechercheur moet bezig met een zaak van een vermiste Chinese bouwvakker. Dat zorgt ervoor dat hij in een mismoedig deel van het land terecht komt waarin doorsnee Singaporezen niet veel interesse hebben. Ik weet niet of deze film veel nieuws te bieden heeft maar er is in elk geval de suggestie van een spannend verhaal.

 

Muziek
Carmine street guitars (80 min.) Winkel in New York die houten gitaren verkoopt. Een walhalla voor liefhebbers. Een portret van eigenaar Rick Kelly en zijn leerling Cindy. Vast supermateriaal voor alle gitaarofielen onder ons.

Leto (126 min.) De undergroundmuziekscene in Leningrad jaren tachtig, daar gaat deze film over. In het bijzonder zanger Viktor Tsoi die rocker was ten tijde van censuur en communisme. De regisseur is Serebrennikov en hij heeft het niet veel makkelijker: hij kwam tijdens deze film onder huisarrest te staan. De film lijkt een mooi, sfeervol portret, lengte is wel pittig.

Mr. Soul (115 min.) Dit was de naam van een tv-programma voor louter Afro-Amerikaanse cultuur, dat al in 1968 te zien was. Deze film belicht vooral presentator Ellis Haizlip.

My Friend Fela (94 min.) Biografie van de Nigeriaanse zanger Fela Kuti. Niet de eerste maar dit lijkt wel een sterke te zijn – van zijn officiële biograaf. Onontbeerlijk voor iedereen die meer wil weten over Nigeriaanse muziek in de jaren zeventig (alleen: hoeveel mensen zijn dat?).

Niblock’s Sound Spectrums: Within Invisible Rivers (110 min.) Portret van de muzikant Phil Niblock, die minimalistische en elektronische muziek maakte voordat het modieus was om te doen. Het type film waarbij de jonge muzikant met veel uitroeptekens uit de doeken doet hoe geniaal ze hem wel vinden. Voor de fan.

 

Oorlog
Donbass (121 min.) Voor wie het ook onduidelijk is wat er in Oost-Oekraïne allemaal gebeurt, zal deze film van Sergei Loznitsa (maker van het net zo sombere als mooie My Joy) wel wat helderheid verschaffen. Een documentaireachtige oorlogsfilm die vermoedelijk regelmatig hard aankomt.

German concentration camp factual survey (75 min.) De geallieerden maakten een film over de concentratiekampen die nooit was afgemaakt. Deze versie van het Imperial War Museum poogt dat wel te doen. Dit is echt alleen voor degenen die denken dat ze het aankunnen want ik denk dat je daarna voorlopig geen lunch meer wilt.

La Miseracorde de la Jungle (90 min.) Een film over de oorlog in Congo. Congo heeft een van de langstdurende burgeroorlogen van de planeet. Deze film focust zich op twee mannen die hun bataljon zijn kwijtgeraakt en allerlei vervelende dingen meemaken. Zal geen Apocalypse Now van de Afrikaanse jungle zijn maar ik ben wel benieuwd.

A Private War (110 min.) Amerikaanse film over journaliste Marie Colvin, die zich voornamelijk richtte op oorlogsgebieden. Kan interessant zijn, dit portret van (nu echt een keer) een sterke vrouw.

 

Romantiek
Asako I & II (119 min.) Lijkt me wat aan de lange kant, maar deze film speelt heel erg met het dubbelgangersmotief. Ontwikkelingen om je hoofd te laten duizelen, belooft de film, maar ik vraag me sterk af of dat waargemaakt wordt door regisseur Ryusuke Hamaguchi.

Bangla (84 min.) Romantisch drama à la Romeo en Juliet in Rome. Religies maken problemen van een verliefdheid van twee mensen die toevallig een ander huidkleurtje hebben. Voor de liefhebber.

Winter’s Night (91 min.) Treurige romantiek maar romantiek nonetheless. Twee vijftigers maken vanwege een verloren mobieltje rechtsomkeert en vanaf dat moment mijmeren ze over de (kwijtgeraakte) romantiek van hun leven. Zuid-Koreaanse film zit vol mooie kleuren maar vraagt zo te zien ook wat van je geduld.

 

Tearjerkers
Core of the World (124 min.) Zieliger dan dit gaat het vermoedelijk niet worden in dit Russisch drama. Een Rus probeert zijn dierenparadijs te beschermen tegen indringers. Vermoedelijk een variant op het bekende verloren-paradijs-thema, maar voor dierenliefhebbers vast en zeker een aanslag op de emoties.

Capharnaum (120 min.) Nog een die flink aan zal komen en een publiekslieveling in de dop. Zain is een jochie dat op straat leeft als vluchteling in en rond Beiroet. Hij klaagt zijn eigen ouders aan dat hij geboren is. Twee flashbacks laten zien waarom hij nu zo zielig is. Jochie in de hoofdrol leefde zelf als vluchteling in Beiroet.

Joel (100 min.) Adoptie goes wrong-film. Geadopteerd jongetje (9) zegt geen woord maar begint op school ineens op te scheppen op over zijn misdaadverleden. Wat te doen met Joel? Vast veel gepijnigd kijkende close-ups van het jongetje. Misschien mooi drama, wie weet.

Memories of my Body (106 min.) Indonesische jongen is in verwarring. Hij houdt van dans, maar homoseksualiteit is in Indonesië erg moeilijk. Gebaseerd op het verhaal van danser Rianto. Ik denk dat de film niet echt bijzonder is maar scoort ook vast hoge ogen bij de publiekslievelingen.

Sofia (80 min.) Marokkaans meisje in zwangerschapsdrama. Ze mag niet in het ziekenhuis bevallen zonder man maar in 24 uur haar minnaar vinden (en overhalen erbij te zijn), is ook niet makkelijk.

 

Thriller
God of the Piano (80 min.) Vrouw krijgt doof kind en wil het opvoeden als pianovedette. Israëlische film gaat over een obsessieve terreurmoeder die niets liever wil dan dat haar kind een superster wordt. Vast veel ‘Oh nee’-momenten als ze weer over lijken gaat. Film loopt wel het risico dat je aversie voelt tegen de karakters.

Harpoon (82 min.) Thriller aan de hand van een verhaal van Edgar Allen Poe. In de trant van films die zich op een locatie afspelen (denk aan films als 127 hours of Buried) want deze mensen zitten vast op een boot. Tegelijk een driehoeksverhouding. Klinkt als een intense en ook wel vermoeiende thriller.

High Life (110 min.) In film van Claire Denis is Juliette Binoche een arts die graag experimenteert op mensen… in de ruimte. Ik denk dat je op sf-gebied wel wat ongeloofwaardigheden moet slikken, en dat de film zichzelf ook iets te serieus neemt, maar wie graag Binoche als feeks ziet, heeft een goede aan deze film.

Knife + Heart (110 min.) Een Franse retro-giallo met flinke vleug homo-erotiek? Vanessa Paradis die een politieporno regisseert genaamd Homocidal? Waarvan de acteurs het loodje leggen? Een ‘hommage aan de op 16mm-gedraaide homoporno uit de jaren zeventig’? Wait what? Geïnspireerd door Dario Argento bovendien. Het is afwachten of kitsch niet wint van een verhaal. Uit recente voorbeelden blijkt dat het niet zo makkelijk is om een goede giallo te maken.

The Load (98 min.) Het is 1999 en de Navo bombardeert Kosovo en Servië. Een chauffeur krijgt een lading mee waarvan hij niet weet wat het is. Hij rijdt door het oorlogsgebied en onthulling dreigt. Zo te zien is dit een echt spannende film. Lees hier onze recensie van onze rubriek Festival Favorites.

Out of Blue (110 min.) De actrice Patricia Clarkson en een verhaal van Martin Amis, dat is een veelbelovende combinatie. In dit verhaal onderzoekt zij als rechercheur een moord maar blijkbaar is ze er zelf ook op een of andere manier bij betrokken. Niet echt een origineel gegeven, bijna elke serie zit er vol mee, maar ‘een knipoog naar de film noir’ maakt mij wel nieuwsgierig.

 

Vrouwenfilms
Aren’t you happy (80 min.) Ogenschijnlijk aardige en lichtvoetige Duitse film is ideaal kijkvoer voor zelfstandige 20-somethings-dames. Filmdebuut van Susanne Heinrich biedt popcultuur, feminisme en humor. Duitse titel is beter: Das Melancholische Mädchen.

The best of Dorien B. (106 min.) Droogkomisch portret van een vrouw van Anke Blondé. Dan heb je nog mazzel want er zijn hier ook flink wat dramatische portretten van vrouwen te zien (Un amour impossible, Dirty God, Queen of Hearts), waarvan ik me afvraag wat de lol van een filmliefhebber daarin is (idem als ze over mannen gingen trouwens). Het beste is gewoon om een goede film voor beide geslachten te maken, denk ik, en hopelijk krijgt deze film dat een beetje voor elkaar.

Gloria Bell (102 min.) Julianne Moore is de vrijgevochten vrouw Gloria, een remake die door de Chileense regisseur zelf gemaakt. Niets nieuws onder de zon, denk ik, puur voor de fans van Julianne Moore.

Las hijas del Fuego (115 min.) Vrouwen in Argentinië op een keerpunt in hun levens. Een roadtrip vol seks. Een soort Argentijnse Love van Gaspar Noé? Lijkt mij een saaie, vervelende film maar veel vrouwelijker zal het niet worden.

Wie echt niet genoeg krijgt van dit onderwerp: in de Balie is er nog het evenement IFFR X Girls on Film.

 

Weird en experimenteel
Caminhos magnetykos (87 min.) Een populaire kerel wordt aldoor door ene Donald gebeld. Tegelijkertijd komt Raymond Vachs bij de poorten van de hel. Portugese film van Edgar Pêra is zo te zien zo gek als een deur. Zijn The Baron draait hier ook – ook eigenzinnig als wat maar ondoordringbaar. Wie waarde hecht aan experiment, heeft een goede aan deze film, wie waarde hecht aan cijfers op IMDb (4,5) moet nog maar eens nadenken.

Climax (96 min.) Een groep dansers eindigt een avond met een hallucinaire nachtmerrie na lsd-gebruik. Gaspar Noé heeft wel wat glans verloren met zijn mislukte Love, maar wie weet is Climax net zo duister als Irréversible, Noe’s zeer moeilijk te verteren maar tegelijk ook meesterlijke film. De opzet biedt in elk geval genoeg kansen voor zijn sterkste punt: het visueel weergeven van slechte trips.

Livre d’image (85 min.) De nieuwste film van de bijna 90-jarige cineast Jean-Luc Godard is wederom een filmessay. Is dit weer even onmogelijk om te doen als een paar van zijn recente voorgangers (Film Socialisme, Adieu à langage)? Of een verborgen meesterwerk? Aan de trailer heb je in elk geval niets; je zal toch echt de film moeten kijken om te weten of je hem had moeten kijken.

Going south (104 min.) Hyperactieve YouTube-sampelaar plakte een film bij elkaar, die commentaar levert op de ‘fake news’-maatschappij. Vervolg op Of the North.

Happy Lamento (90 min.) Als IFFR al zegt: verwacht het onverwachte… Een Filipijnse speelfilmmaker en Alexander Kluge (Yesterday Girl), de Duitse Godard van de jaren zestig, maken iets wat met politieke actualiteit te maken heeft. Ik haak hier al af maar misschien zijn er toch liefhebbers.

Kino im Kopf (87 min.) Film van Michael Glawogger, de documentairemaker die in 2014 veel te jong overleed aan malaria. Dit is fictie, documentaire en experimentele speelfilm ineen. Ik hou wel van Glawoggers documentaires maar ik huiver een beetje voor deze film, die intussen al twintig jaar oud is.

 

22 januari 2019

 

Preview IFFR 2019 Deel 1


MEER FILMFESTIVAL

Preview IFFR 2019

Deel 1: Van actie en drama tot documentaire en horror
Preview IFFR 2019

door Bob van der Sterre

Ruim 500 films zijn er van 23 januari tot en met 3 februari te zien tijdens het IFFR in Rotterdam. InDeBioscoop maakt het de bezoeker makkelijker. Hoe raken we wijs uit alle films, specials en programma’s? Welke films zijn echt de moeite waard? Raadpleeg het blokkenschema, de volledige filmlijst en alle locaties. Hieronder ons eerste overzicht per genre.

 

Shadow

Actie
Killing (80 min.) Film van regisseur Tsukomoto Shinya is een samoeraifilm in de trant van Kurosawa’s Seven Samurai. Een rauwe samoeraifilm met veel actie, synthesizermuziek en ongetwijfeld smeuïge actiescènes. Reken op een overdosis heldhaftigheid, bloed en typisch Japanse coolheid.

Shadow (116 min.) Zhang Yimou, voor wie hem niet kent, is de regisseur van onder andere het mooie Raise the Red Lantern. Hij is het boegbeeld van de vijfde generatie filmmakers die doorbrak in de jaren negentig (ze zijn intussen al bij de achtste generatie). Stijlvolle historische films waar je de tijd voor moet nemen. Sinds een poos maakt hij ook wuxia (martial arts)-films, zoals Hero, House of the Flying Daggers en Curse of the Golden Flower. Shadow is er ook zo een en zit vol met spectaculaire vechtscènes. Vermoedelijk ook erg duister.

Soy Toxico (76 min.) Zuid-Amerika is in deze film een zombiegebied. Argentijnse horror als lowbudget-actiefilm. Dit kan vermakelijk zijn, maar (zoals wel meer zombiefilms) ook repetitief.

 

Autobiografisch
Coureur (90 min.) Jaren na de satirische versie in Le Vélo de Ghislain Lambert (2001) is er een realistisch drama over wielrennen en doping. We zitten in de jaren negentig. Felix wil meedoen met de grote jongens. Dus doping. Vlaamse film is half gebaseerd op de eigen ervaringen van regisseur Kenneth Mercken. Voor de wielerfans die de beruchte dopingtijd van binnenuit willen zien.

Ma Nudité ne Sert à Rien (85 min.) Regisseuse Marina de Van houdt van taboes, zoals bleek uit haar speelfilm Dans Ma Peau (2002), over zelfmutilatie. In deze film (half speelfilm, half docu) loopt ze vooral naakt rond en vraagt ze zich de zin van alles af. Ik vraag me af wat je met deze film aan moet, maar veel autobiografischer kan het niet worden.

Nuestros Tiempo (173 min.) Carlos Reygadas’ films (Japón, Stellet Licht en Post Tenebras Lux) doen het uitstekend bij de meeste critici (maar niet bij ondergetekende). Dit zou je een autobiografische western kunnen noemen. In deze driehoeksrelatie speelt hij zelf de hoofdrol van cowboy ‘Juan’ en zijn vrouw speelt ook zijn vrouw in de film. Gaat vast ook weer hoge ogen gooien bij de critici. De lengte is wel fors: bijna drie uur.

Out of Sight, Out of Mind (131 min.)  Film over groep millennials die uit elkaar splijt als een van hen schizofrene trekken vertoont. Ze zijn allemaal op zoek naar zichzelf en missen daardoor betrokkenheid voor anderen. Regisseur Brian Follmer, ook de hoofdrolspeler, baseerde het verhaal grotendeels op zijn eigen leven. Misschien interessante schets van een generatie? Of saai en langdradig (ruim twee uur film).

Ray and Liz (108 min.) Kunstenaar Ray Billingham belicht drie episoden van zijn jeugd. Hij woonde in Birmingham en had een alcoholische vader en een schreeuwende moeder. Dit ‘van sentiment gespeende herinneringen’ biedt vast mooi materiaal voor fans van ‘poverty porn’. Ik vermoed veel geschreeuw, veel gênante momenten, veel pijnlijke humor. Film zal er ingaan als koek bij de meeste IFFR-gangers, dat weet ik nu al.

Revisited (96 min.) Regisseur Krzysztof Zanussi moet van artsen pauzeren in zijn filmcarrière die al een paar decennia duurt. Dat doet hij door met acteurs uit zijn films te gaan praten, over zijn films. Voor de fans ongetwijfeld een must, voor anderen denk ik een tikkeltje saai. 

 

Coming of age
The garden apartment (77 min.) Debuutfilm van Umi Ishihara (artiestennaam UMMMI) is een coming-of-age-drama van een zwanger Japans meisje dat haar vriendje wil veranderen.

Genèse (130 min.) Coming-of-age-drama over Franse meisjes en jongens op een school. Ruim twee uur.

Un Jeunesse Dorée (111 min.) Film van Eva Ionesco over haar decadente coming of age in Parijs in de jaren zeventig. De erotische naaktfoto’s die haar moeder van haar maakte, schokten zelfs mensen in die tijd (en dat zegt wat). Isabelle Huppert doet ook mee aan deze film. Verwacht kitsch, glamour en seks.

Take me somewhere nice (91 min.) Nederlands-Bosnisch meisje bezoekt Bosnië in roadmovie annex coming-of-age-drama. Volgens de beschrijving geïnspireerd door Jim Jarmusch’s  Stranger in Paradise. Als dat zo is, is dat een positief teken.

Tarde Para Morir Joven (110 min.) Coming-of-age-drama in Chili (speelt zich af in 1990). Won een prijs in Locarno en kreeg goede recensies. ‘Een sensorische en tastbare ervaring.’ Duurt wel bijna twee uur.

Transnistra (93 min.) Wie niet genoeg krijgt van dit genre: een coming-of-age-drama in Transdnjestrie. Als de film tegenvalt, is er in elk geval nog een rare locatie om naar te kijken.

 

Documentaire
Another day of life (86 min.) Richard Kapuscinski is een van mijn favoriete reisschrijvers. Het feit dat een van zijn verhalen (Angola) in animatievorm (verfilmde graphic novel) is gegoten, is dan ook goed nieuws. Het thema (burgeroorlog in Angola), zijn schrijfstijl en animatie kunnen een fraaie match opleveren.

Bathtubs over Broadway (87 min.) Ooit werden er voor tv minimusicals gemaakt voor producten. Zoals kopieerapparaten en airconditioners. Dit was in een tijd dat reclame niet zo professioneel was als nu. Steve Young heeft hier een passie voor en bezoekt de acteurs van deze minimusicals. Vermoedelijk onderhoudende docu met grappige anekdotes.

Barbara Rubin Exploding NY Underground (78 min.) Vrouw die in middelpunt van de alternatieve kunstscene in New York (o.a. met Warhol) stond, werd opeens radicaal religieus. Deze documentaire van Chuck Smith vertelt haar verhaal met veel archiefbeelden.

Captured (64 min.) Dit docudrama vertelde hoe het is om gevangen te zijn in Noord-Korea. Was tot 2014 verboden; dat roept al nieuwsgierigheid op. In dit genre is ook Peter Jacksons They Shall Not Grow Old een aanrader, waarbij hij kleur en geluid aan oude beelden van WO I toevoegde. Ineens krijgen de oude soldaten een echt gezicht.

Hail Satan (95 min.) Documentaire over de provocateurs The Satanic Temple. De tempel is niet religieus bedoeld maar wil dingen aan de kaak stellen. Is het een sekte? Is het performancekunst? Deze docu zoekt het uit.

Present. Perfect (124 min.) Streamende vloggers in China (‘anchors’) hebben een groot publiek. Het is daar populairder dan in het westen en populaire vloggers kunnen er cadeaus mee verdienen. Deze docu volgt juist de wat minder populaire vloggers. Zhu Shengze bracht 800 uur materiaal terug naar twee uur.

 

Drama
About him or how he did not fear (112 min.) Armeens drama. Gaat over wat er gebeurde ná een schietpartij van een Rus die zes Armenen doodschoot. Of dat voldoende mogelijkheden biedt voor twee uur filmdrama, ik heb mijn twijfels, maar het is wel echt drama met de hoofdletter D.

Dark blood (86 min.)  Nooit afgemaakte film van George Sluizer uit 1994 was de laatste film van River Phoenix – en door zijn dood bleef Dark Blood liggen. Tot nu. George Sluizer heeft de film afgerond – ongetwijfeld met wat kunst- en vliegwerk. Klaar voor weer een nieuwe River Phoenix-hype?

Cities of last things (107 min.) Film van Ho Wi Ding beschrijft iemand die een einde aan zijn leven maakt, waarna de film gaat uitpluizen hoe dat zo tot stand kwam en diep in diens geschiedenissen duikt. Klinkt als een bekend gegeven maar dit script oogt wel complexer dan gemiddeld.

Lazzaro Felice (130 min.) Lazzaro is de onschuld zelve. Het hele dorp profiteert van zijn goedheid. Dat wreekt zich op de dorpelingen op zeker moment. Lijkt een aardig script maar lengte van de film is aan de lange kant.

Sunset (144 min.) Lázsló Nemes (van Son of Saul) maakte dit kostuumdrama met veel drama en mysterie. Een hoofdrol voor Budapest ten tijde van de belle époque. Vast een mooie film, maar bijna tweeënhalf uur is een enorme zit.

Tehran city of love (102 min.) Drie eenzame mensen in Teheran. Tragikomedie. Ik heb mijn twijfels of dit verhaal boeiend genoeg is voor een hele film maar de film geeft wel een beeld van een stad waarvan je niet veel weet. 

 

Gokjes
Dreissig (120 min.)  Dertigers in Neukölln. Ze vervelen zich en hebben relaties. Ik denk dat de film redelijk traag is (duurt ook twee uur) maar misschien zit er een interessante film in verscholen, lastig te zeggen.

Long day’s Journey into night (140 min.) Niet vaak geeft een trailer een compleet ander beeld dan de tekst bij de film. Man keert terug naar zijn oude stad. Zoekt naar oude romantiek, maar krijgt misdaadtoestanden. De vorige film van Bi Gan (Kaili Blues) was prettig mysterieus, als ik de reacties moet geloven. Wel heeft deze film ook weer een pittige lengte.

Lost Holiday (75 min.) Een roadmovie van een paar melancholieke dertigers die aan het drinken en drugs gebruiken slaan. Ze komen terecht in een wereld vol misdaad. Ook niet duidelijk waar deze film heen wil.

Love me not (82 min.) Spaanse film over Johannes de Doper en Salomé. De trailer belooft… ja, wat precies. Surrealisme, cynisme, comedy en een paar flinke eetlepels eigenzinnigheid. Kan wat zijn, kan ook de plank honderd procent misslaan. In elk geval neemt deze film risico’s en stuurt het niet gezapig aan op standaarddrama.

Maggie (88 min.) Zuid-Koreaanse film waarin een verpleegster op een dag alleen is in een ziekenhuis. Er gebeuren steeds vreemdere dingen. Meervallen kunnen voorspellingen doen (yes, dat staat er echt) en het land heeft ineens last van zinkgaten (idem). Veel fantasie of niet te hachelen absurdisme? Ik heb mijn twijfels maar je weet nooit.

Vox-Lux (112 min.) Nathalie Portman speelt een meisje dat ineens een popster wordt. De wereld maakt haar leeg en cynisch. De film wil schijnbaar de moderne westerse cultuur kritisch benaderen. Ambitieus. De trailer belooft vooral fraaie satirische kitsch én Nathalie Portman in misschien wel een van haar sterkste rollen. Of de film echt goed is, of weer alleen de oppervlakte strijkt, moeten we nog zien.

 

Horror
Murder me Monster (109 min.)  Film over een politieagent die zaak van onthoofde vrouwenlichaam probeert op te lossen. Er blijkt ‘een monster’ in het spel te zijn. Bovennatuurlijke Argentijnse thriller oogt behoorlijk griezelig – hopelijk maakt de film dat ook waar.

The Nightshifter (110 min.) Nog ranziger wordt het in deze Braziliaanse film over een assistent-lijkschouwer, die de vaardigheid heeft om met lijken te praten. Niet echt een origineel gegeven (denk aan Nattevagten uit 1994) maar lijkt echt een bizarre, griezelige en ranzige film vol body horror. En als horrorfilm slaag je dan dus.

A Noite Amarela (102 min.) Een ‘spirituele slasher’. Tieners op een eiland hebben soms nare visioenen. Ze kunnen niet ontsnappen. Een sterk soort horror die onder de huid kruipt, misschien? Anders is het een dure les Portugees van anderhalf uur.

The Wind (86 min.) Een vrouwenwestern met horrorelementen – om dan maar meteen een eigen genre uit te vinden. Film van Emma Tammi gaat wat subtieler met horror om dan bijvoorbeeld The Nightshifter. Klinkt als een film die veel suggereert en dan weinig laat zien. Hopelijk vindt de film een weg om de kijker langs het standaardscript – is-ze-nu-gek-of-niet – te gidsen.

 

Overig programma en specials

 

21 januari 2019


Preview IFFR 2019 Deel 2

MEER FILMFESTIVAL

Gezondheid en cynisme

Gezondheid en cynisme

door Bob van der Sterre

HealtH ♦ The Stuff ♦ Le Viager

 

Is het slikken van bijenpollenwas echt goed voor je gezondheid? Het slikken van omega 3-pillen blijkt ook onzin. Mensen deden eeuwenlang aan aderlaten voor ze besloten dat het niet werkte. Cynisme en gezondheid blijken ook een geolied duo in films – en niet alleen in een film als Sicko. Hier drie voorbeelden.

In HealtH (1980) kijken we naar een verkiezing van de voorzitter van een organisatie genaamd ‘HealtH’ (Happiness, Energy And Longevity Through Health). Wordt het weer Esther Brill? Is het dit keer nieuwkomer Isabella Garnell? De beslissing valt tijdens een conventie in een luxehotel in Florida.

Niet commercieel genoeg
De hoofdrol is voor Harry Wolff, de mannetjesmaker, in dit geval vrouwtjesmaker, van Esther. Dat is wel nodig. Ook al is ze 86 en ziet ze er jonger uit, soms valt ze stil alsof iemand op een pauzeknop heeft gedrukt. En daar is ook zijn ex, Gloria. Die steunt namens het Witte Huis beide kandidaten maar heeft zelf een duidelijke voorkeur voor de visionaire intellectueel Isabella.

Veel films van Robert Altman leven door in het collectieve filmgeheugen. HealtH is daar niet een van. Het is een soort M*A*S*H of The Player waarbij alles mislukt. Ook hier satire, ook hier een mozaïekfilm (voor de niet ingewijde: het wervelend door elkaar observeren van diverse karakters), ook hier prima acteurs en zelfs een boeiend onderwerp. Toch werkt het niet zoals in die andere films.

De film is in de eerste plaats niet zo geestig als je van Altman verwacht. Vooral het begin is zwak. Het heeft vermoedelijk te maken met het feit dat Altman haastig moest werken. Door een contract werd hij gedwongen om de film vóór 1980 af te ronden. 20th Century Fox had vervolgens ineens geen haast meer door negatieve reacties van previewers. ‘Niet commercieel genoeg.’ Twee jaar lag de film nog op de plank en toen ging Altman de film zelf maar vertonen tijdens festivals.

Niet álles is vervelend. De hoofdrollen van James Garner en Carol Burnett laten zien hoe acteurs opbloeien in Altmans handen. Er zijn ook wel grappige dialogen. ‘Was he in politics?’ ‘No, he was a republican.’ ‘Oh, I am sorry.’ En de satire: de behoorlijk gestoorde ‘onafhankelijke kandidaat’ is dan de enige die iets zinnigs zegt: hij wil de tussenpersoon tussen mensen en voeding zijn.

Yoghurt leeft
Ook satirisch, of misschien gewoon horror, is The Stuff uit 1985, een film van cultregisseur Larry Cohen (Q en God Told Me To). Van de een op andere dag gaat iedereen ineens het nieuwste yoghurtproduct eten. Het heet the stuff.

De tienjarige Jason wantrouwt het yoghurtproduct nadat hij het zag bewegen in de koelkast. Hij slaat het uit de handen van zijn moeder en sloopt de supermarkt in een poging om het product te vernietigen.

Ook Mo Rutherford, een bedrijfsspion, vindt het maar raar dat een zoektocht naar de tests van het bedrijf stuklopen in een dorp in Virginia waar niemand meer woont. En als er al iemand is, komt er witte foam uit hun mond. Dat stroomt uit het raam.

Mo gaat samen met Jason en Nicole (die de PR van ‘the stuff’ doet) op zoek naar de fabriek waar ze het product maken. Ze komen erachter dat ‘the stuff’ opborrelt in grotten. De fabriek is alleen maar een dekmantel. ‘The stuff’ wordt direct uit de grot in melkwagens gespoten.

Een raar verhaal met best wat cultcharme. Het is ook niet elke dag dat yoghurt de boosdoener is in een film. En de hype van ‘gezonde producten’ krijgt er in deze film genadeloos van langs. ‘Het leeft.’ ‘Dat heet bacteriën, Jason, die leven en helpen je darmen.’ Het beste stukje: de familie van Jason die aan the stuff verslaafd is geraakt.

Ja, het budget was laag, de montage doet soms pijn aan de ogen, het verhaal slaat ook regelmatig kant noch wal. De acteurs zorgen toch voor een paar redelijk grappige scènes. Michael Moriarty speelt zijn hoofdrol verrassend laconiek, hoewel ik nog nooit eerder van hem had gehoord. Ook Andrea Marcovicci was mij onbekend. Beide gingen na 1985 voornamelijk door met acteren in B-films.

Het gehucht St. Tropez
Eveneens spottend is de Franse komedie Le Viager (1972). Dokter Galipeau weet honderd procent zeker dat de 59-jarige Martinet niet lang meer te leven heeft. Hij ziet mogelijkheden. Via een financiële truc (gebaseerd op de waarde van het ‘waardeloze’ aluminium) spreken ze af dat Galipeaus broer de lijfrente van de goedgelovige Martinet overneemt. Als hij sterft, nemen ze zijn buitenhuisje in St. Tropez over, is de afspraak. Een risicoloos gokje volgens de dokter. ‘Faites moi confiance.’

Elk jaar stuur Martinet braaf een kerstkaart. Tot afgrijzen van de familie. ‘Geloof mij maar’, zegt Galipeau grijnzend tegen zijn familie, ‘dat duurt niet lang meer.’ Hij beweert dat vaak. In 1938 zweert hij: ‘Er is geen conflict, geloof mij maar.’ En het jaar erna zijn ze op de vlucht naar het zuiden.

Het gehucht St. Tropez, waar Martinet woont, wordt na de oorlog razend populair. De prijs van aluminium stijgt gigantisch. Kortom: het geduld begint op te raken. Als Martinet tijdens het dansen naar zijn hart grijpt, denken ze eindelijk dat het moment daar is. ‘Is er iets?’, vragen ze huichelachtig. ‘Ja, mijn medaille is kwijt. Hij zat hier net nog!’

De complete trukendoos wordt opengetrokken: trappen lopen op de Eiffeltoren, uitnodigen voor heftige maaltijden en drankgelagen, zijn trap met vet bekladden. Het helpt niet.

Leuke, speelse film. Deze film van Pierre Tchernia heeft de herkenbare handtekening van de scenarioschrijver van Astérix en Obelix (René Goscinny). Hij schreef namelijk dit script. Hoog tempo, vermakelijk acteerwerk en een paar mooie spottende karakterschetsen. Michael Galabru is buitengewoon grappig als de falende dokter en Michel Serrault is eveneens fantastisch als de oude, kwieke man.

Het geestige script laat Martinet soms figureren als een soort Forrest Gump avant la lettre. Let ook op de breaks met animaties in kinderstijl die je vandaag de dag op YouTube ziet langskomen. De overgangen in jaren met kerstkaarten. Of Gerard Dépardieu in een van zijn eerste rollen. En het acteerwerk van Jean Carmet en de zoon van Pierre Brasseur (Claude Brasseur). Dit team (Goscinny, Tchernia, Serrault en Galabru) maakte twee jaar later ook nog Les Gaspards en die moet ook bezienswaardig zijn.

De vraag na dit alles is alleen: is passie voor film ook een gezondheidsprobleem?

 

14 januari 2019

 

The Stuff


Alle Camera Obscura

Lost Highway: mysterieuze filmpuzzel

Lost Highway: mysterieuze filmpuzzel

door Bob van der Sterre

Lost HighwayEen van David Lynch’ meest duistere en onlogische films. Een film over depressie, jaloezie en verdwalen in de werkelijkheid. Een mysterieuze filmpuzzel. Deze kijkgids helpt om de stukjes goed neer te kunnen leggen. (Let op: artikel bevat spoilers!)

Naar aanleiding van de expositie over de kunst van David Lynch in het Bonnefantenmuseum te Maastricht bespraken we eerder al The Elephant Man, The Straight Story en Mulholland Drive. De expositie loopt nog tot en met 28 april 2019.

Lost Highway

1. Waar te beginnen?
Als je een essay begint over Lost Highway, loop je al na vijf minuten tegen de vraag aan: wat kun je erover schrijven? De film heeft geen lineaire structuur. Geen uitgewerkte karakters. Geen thema, geen logica. Houvasten zijn er nauwelijks. De Filmkrant noemde Lost Highway in een recensie een ‘anti-verhaal’.

Een interpretatie dan? NRC schreef in november: ‘David Lynch’ films moet je niet willen analyseren.’ Dat is ook wel eigenaardig. Alsof je naar een puzzel kijkt en zegt: ‘Deze puzzel moet je niet in elkaar willen zetten’. Je moet, als je serieus iets wilt doen met Lost Highway, de film uit elkaar halen en weer in elkaar zetten.

Ook al heeft het iets van het uitleggen van een tovertruc, het loont de moeite om het mysterie te ontrafelen. Zo kun je Lost Highway meer waarderen.

2. Hoe de film ontstond
Een dag in 1990 bij huize Lynch. Er wordt aangebeld. Iemand zegt door de intercom: ‘David, Dick Laurent is dood.’ Lynch kijkt uit het raam: niemand te zien.

Het is een gebeurtenis die een filmmaker en kunstenaar niet zomaar kan laten gaan. Was het bedoeld voor zijn buurman, ook David geheten? Die man verhuisde kort erna en Lynch kon het niet meer navragen.

De gebeurtenis bleef hangen en werd uiteindelijk het begin (en einde) van het script van Lost Highway. De film ontstond definitief toen Lynch in een boek van medeschrijver Barry Gifford de woorden lost highway las. Hij had dus al het begin en de titel voordat hij echt begon.

Hij maakte de film in 1997, vijf jaar na zijn laatste film Fire Walk With Me. Die film werd door publiek en critici afgekraakt. ‘It’s not the worst movie ever made; it just seems to be’, zei een verslaggever van The New York Times. Hoe neem je dan wraak als artiest? Door een film te maken die nog veel meer de filmregels aan zijn laars zou lappen.

3. Interpreteer je rot: zoals gebruikelijk
Je drang naar het begrijpen van iets. Daar krijgen je hersenen mee te maken als je Lost Highway kijkt. Het is een mysterieuze puzzel zónder uitleg hoe je die moet maken. Hieronder leggen we die puzzel zonder te beweren dat dit de oplossing is. Deze interpretatie is gebaseerd op de vele interpretaties die de ronde doen, aangevuld met wat common sense.

Het eerste wat we zien is de hoofdpersoon Fred, vermoeid ogend, sigaret in de hand. (Dat is vermoedelijk, beseffen we later, net na het plegen van een moord.)

Er wordt aangebeld. ‘Dick Laurent is dead’. Niemand te zien op straat.

Vanaf hier zien we het verhaal van Fred in drie varianten: schijnwerkelijkheid, werkelijkheid en fantasie.

Lost Highway

Schijnwerkelijkheid
De schijnwerkelijkheid, waar deze film mee begint, is Freds versie van wat er werkelijk is gebeurd. In die versie vrijt hij met zijn vrouw maar het gaat niet van harte. Er is iets loos. Ze tikt een paar keer met haar vingers op zijn rug als een soort gebaar van medelijden. Hij oogt mismoedig, depressief. We leren later dat hij heel erg jaloers is.

De volgende dag ligt er een videoband op de stoep. Daarop zien ze hun huis van de buitenkant. Is er een stalker die hen filmt? Ze halen er agenten bij. Die hebben geen idee.

Ze bezoeken een feestje. Fred ontmoet een ‘mystery man’. Die meldt hem dat hij nu bij hem thuis is. ‘Jij hebt me toegelaten.’ Hij ontmoet daar ook ene Andy, een louche regisseur, vriend van zijn vrouw. ‘Ik heb gehoord dat Dick Laurent dood is?’, zegt de verwarde Fred. Andy kijkt verschrikt.

Na het feest zien we Fred naar een duistere kamer lopen. De volgende dag bekijkt hij de volgende videoband. Daarop ziet hij zichzelf zijn vrouw vermoorden. Klap op zijn gezicht. Arrestatie. Gevangenis. Doodstraf.

Fantasie
De fantasie begint als op een ochtend Fred niet meer in zijn cel zit, maar de onschuldige automonteur Pete Dayton. Die is onschuldig en wordt vrijgelaten.

Pete heeft wat Fred niet had: een leuke vriendin en een prima seksleven. Daar komt Alice in beeld, die sprekend lijkt op Renée, maar met blond haar. Ze krijgen een affaire. Hun seks is perfect. Een nadeel: ze is de partner van de louche Mr. Eddy.

De fantasie krijgt steeds meer barsten en breekt definitief als Alice/Renée na seks in Pete’s oor fluistert: ‘You will never have me’. De mystery man helpt Fred vervolgens een handje met de moord op Mr. Eddy (in werkelijkheid Dick Laurent).

Werkelijkheid
Denken we deze twee versies weg uit de film, blijft de harde realiteit over. Die is nergens echt te zien, wel uit de film te halen. Om kort te gaan zit het zo: Dick Laurent produceert pornofilms, Andy regisseert ze, Renée speelt erin. Fred weet hier niets van als hij met haar trouwt. Hij vermoedt op zeker moment wel dat ze ontrouw is (belt haar op en ze neemt niet op). Als hij de pornofilms ziet waarin ze figureert, weet hij het zeker.

Fred ontdekt dat Renée en Dick Laurent seks hebben in het Lost Highway Motel. Daar vermoordt hij hem. En later vermoordt hij Renée bij hun thuis.

Aan het slot vlucht hij voor de politie. Zijn gezicht smelt – zit hij op de elektrische stoel? Hier komen de drie varianten tezamen. 

4. Hints en superhints
Tien hints onderstrepen deze versie.

Een geweldige hint is als Fred de politie ontvangt naar aanleiding van de mysterieuze videobanden, en hij dan antwoordt op de vraag of hij een camera heeft:

– Ik wil dingen op mijn manier onthouden.

– Wat bedoel je daarmee?

– Hoe ik ze onthoud, niet noodzakelijkerwijs hoe ze plaatsvinden.

Hint 2: de mystery man met de camera staat voor de harde realiteit, die Fred probeert te ontkennen. Hét moment van Lost Highway is als Fred hem tijdens een feest ontmoet. YouTube kan beter uitleggen waarom dit stukje zo geweldig griezelig werkt. Het heeft ook iets te maken met het verrassingseffect van de dialoog.

Fred: Where was it you think we met?

Mystery man: At your house. Don’t you remember?

Fred: No. No, I don’t. Are you sure?

Mystery man: Of course. As a matter of fact, I’m there right now.

Waarom is de mystery man daar ook? Het antwoord geeft de man zelf: Fred heeft hem uitgenodigd. Hij is een slechte entiteit (de duivel?) die langskomt omdat Fred de jaloezie niet meer kan verdragen. Het moment dat hij binnenkomt: als Fred in Renées gezicht het gezicht van de mystery man ziet. Gezien het spel met slechte entiteiten in Twin Peaks is het niet moeilijk voor te stellen dat het hier ook zo werkt.

Superhint no. 3 is als Fred langzaam de kamer inloopt, het duister in. Je ziet twee schaduwen: Fred én de mystery man. Dit is het moment is dat hij de moord gaat plegen. Dit moment zit drie keer in de film. De gecensureerde versie (hij loopt alleen door de donkere gang – is geen dader), het moment vlak voor de moord (de fantasie) en de moord op de videoband (de realiteit).

Hint 4: De moord op televisie. Fred vertelt zichzelf alsmaar dat hij onschuldig is, dat hij maar een buitenstaander was. Hoe kan dat letterlijker dan via een televisie?

Hint 5: Het onmogelijk hoge perspectief van de camera op de videobanden. Dit is het beeld van een hogere orde (dus de mystery man). De videobanden zijn in de werkelijkheid de pornofilms waarin Renée meespeelt, die bij Fred bevestigen wat hij al dacht.

Lost Highway

Hint 6: Fred krijgt slaappillen in de gevangenis. Zijn dokter zegt: Nu kun je slapen. Dat is het begin van de fantasie waarin hij verandert in Pete.

Hint 7: Pete herinnert zich in de fantasie dat er iets vreselijks is voorgevallen. Niemand wil er met hem over praten. Zijn ouders ook niet. Hij kan niet herinneren wat het was. Het waren ook Freds moorden. Pete doet wel zijn best alles uit te vagen wat er is gebeurd. Denk aan de saxofoonsolo van de radio van zijn collega die hij uitzet, of het weigeren van de pornofilm van Mr. Eddy.

Hint 8: De tatoeages in de film zijn muziektekens, die staan voor ‘langer aanhouden van een toon’. Denk dan ook aan Freds solo, die aanhoudt tot zelfs ver nadat het nummer is afgelopen. Zijn vlucht in Pete kun je ook zo zien: het verlengt zijn onschuld.

Hint 9: Renée draagt ook binnen plateauschoenen. Dezelfde die ze in de pornofilm ook aan heeft. Of te wel: de werkelijkheid sijpelt wederom door in zijn schijnwerkelijkheid.

Hint 10: De film begint met wat ook het einde is: dat Fred bij zichzelf aanbelt en zegt dat ‘Dick Laurent dood is’. Zo kun je heel cynisch worden als je hierdoor beseft dat hij in een eeuwigdurende loop zit. Daarin probeert hij zijn misdaden (moord op zijn vrouw en Dick Laurent) steeds weer te ontkennen. Sommige mensen halen er zelfs de achternaam van de monteur bij (Dayton), die zou verwijzen naar de Daytona 500 – een autorace over een concentrische baan die eindeloos doorgaat (wel, 500 mijl).

5. De ontvangst
Kritieken over deze film waren wisselend. Ze lijken in veel gevallen niet goed om te kunnen gaan met een film die zo grandioos ontspoort als Lost Highway. Diverse kijkers vinden de eerste 45 minuten sterk, vooral in stijl en mysterie, maar vinden het Pete-gedeelte te veel film noir-achtig. Het is alsof je een stijlvolle Lynchfilm en een film noir ziet voor de prijs van één.

Een variant is dat recensenten de film een Lynchtrip zonder betekenis noemen. Dat ben ik niet met hen eens. De film legt visueel ijzersterk uit hoe jaloezie en depressie kunnen werken. Freds wandeling naar het duister is subliem gefilmd – ik krijg er elke keer kippenvel van – en kan meten het beste uit Lynch’ oeuvre – nog meer dan de legendarisch scène met de mystery man wat mij betreft. Volgens Lynch zelf gaat Lost Highway ook over seksualiteit en hoe dat ‘een mysterieus gebied’ is.

Sommigen noemen de film een voorbereiding op het meesterwerk Mulholland Drive. En inderdaad, Mulholland Drive is beter te volgen en fraaier in stijl – en de twee films hebben ook veel overeenkomsten. Maar Lost Highway, denk ik, is meer gedurfd en persoonlijk.

En er is kritiek op de bijrollen. De laatste filmrol van komediant Richard Pryor bijvoorbeeld, maar ook van Marilyn Manson en Henry Rollins. Die zouden te veel afleiden van de film.

Zelf denk ik dat Lost Highway op zijn beste momenten een heel hoog niveau haalt. Toch zakt de film ook soms iets te ver terug. Je brein heeft er plezier mee – dat is prettig – maar een intelligente puzzel is wat anders dan een filmisch meesterwerk. Het knapste, voor mij, is hoe David Lynch na het loslaten van alle logica toch komt met een film waarin nog steeds alles lijkt te passen.

Ik kan goed leven met deze reactie: It’s one of the downright spookiest films I’ve ever seen, and it gives me chills just to recall it. (Combustible Celluloid) 

6. Anekdotes rondom de film
De rol van mystery man – volgens sommigen het meest creepy Lynch-karakter ooit – werd gespeeld door Robert Blake. Blake heeft een moeilijke jeugd gehad en had daar zijn hele leven last van. Acteren deed hij al vanaf jonge leeftijd. Hij speelde een van de twee moordenaars in In Cold Blood, de beroemde film op basis van het boek van Truman Capote.

Het is bevreemdend dat de rol van mystery man tot op heden Blakes laatste rol was. Dat heeft ongetwijfeld te maken met een rechtszaak in 2001. Hij werd beschuldigd van de moord op zijn eigen vrouw. Lees er meer over op Wikipedia. Het zoveelste voorbeeld van onnavolgbare toevalligheid bij een Lynch-film.

Lost Highway

Niet geheel toevallig zijn de overeenkomsten met de O.J. Simpson-zaak. In een interview zei Lynch: ‘Hij heeft volgens mij twee moorden gepleegd. Hoe kan de geest zichzelf overtuigen dat er iets anders is gebeurd?’ Ook die zaak ging om jaloezie.

De scène die het minst in het al niet zo logische verhaal past, is de scène waarbij Mr. Eddy een bijdehante automobilist ramt en hem vervolgens al pistol whippend een woedende preek geeft. David Lynch werd zelf – nota bene op Mulholland Drive – gebumperkleefd.

De acteur die Mr. Eddy speelt, Robert Loggia, had al een geschiedenis met Lynch. Hij wilde auditie doen voor Black Velvet (voor de rol van Frank Booth). Die had Lynch al vergeven aan Dennis Hopper maar hij vertelde dat pas aan Loggia na drie uur wachten. Die haalde daarop zijn gram in een enorme woede-uitbarsting. Die uitbarsting bleef Lynch altijd bij en hij vroeg hem de rant nog eens te doen in Lost Highway. Opmerkelijk is ook dat Loggia speelde in de Twin Peaks-dubbelgangersserie van Oliver Stone: Wild Palms.

7. En tot slot
En soms kan een gewone YouTuber je aan het denken zetten. Zoals iemand die in een comment zweert dat het verhaal slaat op David Lynch’ visie op creatief schrijven en hoe moeilijk het proces is. God ja. Ook hier is wat voor te zeggen. Het begon immers allemaal met Lynch zelf. Er werd bij hem aangebeld en gezegd dat Dick Laurent dood was. Dit is ook Lynch’s eigen huis, met zijn onlogische gangen en eigenaardige meubelstukken. De camera heeft het perspectief van God… de regisseur? De auto op de snelweg heeft alleen voorlichten: het verhaal moet vooruit. Het schrijven mislukt keer op keer, eerst met Fred, daarna met Pete. De muze wil hen beiden niet. Foute producers en regisseurs hebben wel succes.

Het zou zomaar kunnen. Lynch’ intuïtie roept dat toeval soms op. Een soort vorm van fantoombriljantheid. Je komt met iets moois waar je helemaal niet verantwoordelijk voor was.

 

6 januari 2019


ALLE ESSAYS

Top 5 en miskleun 2018

Deel 6: Bob van der Sterre
Top 5 en miskleun van 2018

The Death of Stalin

Zeven recensenten van InDeBioscoop bespreken hun vijf favoriete films die dit jaar in Nederland in première gingen. Traditioneel kiest iedereen ook de Miskleun van het Jaar én een film die een bioscooprelease had verdiend. Tot en met Oudjaarsdag lees je hier elke dag een persoonlijke terugblik op het filmjaar 2018.

 Bob van der Sterre door Bob van der Sterre

Uiteraard kenmerkte het filmjaar zich weer door teveel overbodige remakes en vervolgen. Papillon, The Predator, Ocean’s 8, Jurassic World, Mission Impossible, Tomb Raider, Overboard en – mijn God – Suspiria. De herhaling is niet weg te krijgen uit de cinema.

Toch krijgt film volgens mij weer de kleur terug op het gelaat. Vooral humor leeft weer in films. Ook in Hollywood. Misschien dat de filmindustrie de grootste klappen van de economische crisis te boven is – en meer gewaagde ideeën weer een kans krijgen. Misschien is er meer talent. Misschien is het ordinair toeval.

Ik heb daarom best wat eervolle vermeldingen dit jaar: The Ballad of Buster Scruggs, ouderwets vermakelijke korte films van de Coen-broers; Laissez Bronzer les Cadavres, stilistische overkill; Isle of Dogs, een genietbare Wes Anderson; Downsizing, om de inventieve effecten; I, Tonya! voor een goed uitgewerkte variant van een sleets genre (mockumentary); Phantom Thread, onderuitgezakt genieten van een masterclass acteren; Pity, tragikomisch portret van een man die geniet van verdriet; Dragonfly Eyes, een intrigerend Chinees experiment met 10.000 uur filmmateriaal van security camera’s en dashcams.

Mijn favoriete scène: Oleg, een Russische performancekunstenaar, speelt tijdens een chique diner een mensaap. Fascinerende, huiveringwekkende bijrol van Terry Notary was de beste scène van de vermakelijke kunstsatire The Square, die ook net niet mijn top 5 haalde.

Gauw naar de top 5!

 

5. – DER HAUPTMAN

Deze sterke oorlogsfilm maakte veel indruk op me. De strijd van een leger tegen deserteurs is  vaak nog erger dan tegen de vijand. Het overleven van een man gaat ten koste van honderd anderen. Het is een Duitse film en je krijgt allerlei details die je vaak mist in oorlogsfilms, zoals de Duitse bureaucratie. ‘We moeten het eerst nog met de Gestapo in Emden afstemmen’.

 

4. – UNDER THE SILVER LAKE

Mysterie, fantasie en humor mis ik het meeste in cinema. Soms heeft een film ze alledrie, zoals Under the Silver Lake. Bij het Rear Window-achtige begin, weet je al dat je een ongewone film te wachten staat. Onvoorspelbaarheid! Wel jammer is dat het symbolisme en het verhaal hier elkaar eerder in de weg zitten dan dat ze samenvallen. Er zitten gelukkig zoveel heerlijke stukjes cinema in om dat te compenseren.

 

3. – INSECT

Een al bijna honderd jaar oud satirisch toneelstuk van de gebroeders Capek voortreffelijk verfilmd door wie anders dan Jan Svankmaijer. Een comedy met vijf lagen – dat maak je niet elke dag mee. Een van die lagen is hoe de regisseur (Jan Svankmajer) de acteurs en crew begeleidt bij het maken van deze film. Svankmajers eerste film is van 1964 maar aan scherpte is hij niets verloren. Nog steeds dat gevoel voor komisch effect. En dat, zoals Svankmajer zelf zegt, met ‘een film zonder psychologie’.

 

2. – LE REDOUTABLE

Een andere regisseur die niet kan stoppen is Godard. Maar dit is een parodie over hem zelf. Dit portret is niet bepaald fraai – echte Godardgelovigen zullen er niet blij mee zijn. De basis van het script was dan ook de biografie van zijn ex-vrouw Anne Wiazemsky. Toch zag ik de tomeloze ambitie van mannen zelden beter belachelijk gemaakt worden. Mede dankzij de komische hoofdrol van Louis Garrel – en het script van Michel Hazanavicius (The Artist) – is dit een van de grappigste films van 2018.

 

1. – THE DEATH OF STALIN

In Frankrijk pakte ik een paar jaar geleden in een klein stripwinkeltje in Metz ineens een strip over de dood van Stalin uit de bakken. Hmmm… interessant, dacht ik, een portret van dat rare moment in de Sovjetgeschiedenis waar ik wel eens eerder over had gelezen. Ik las een paar bladzijden en dat was genoeg om te weten dat ik een pareltje van zwarte humor in mijn handen had. Toen ik een jaar later hoorde dat de strip van Fabien Nury en Thierry Robin in het Engels verfilmd zou worden met onder andere Buscemi als Chroetsjov, had ik mijn twijfels. Maar het script van Armando Ianucci wist de humor en satire van de strip om te zetten in een geweldige zwarte, satirische komedie. Een keer geen drama via een eeuwenlange tv-serie maar gewoon een sterke comedy van iets meer dan anderhalf uur.

 

Ready Player One

Miskleun van 2018:

READY PLAYER ONE

Er waren weer veel Nederlandse films die als ik ze gezien had allemaal deze rubriek op hun sloffen hadden gewonnen (Taal is zeg maar echt mijn ding, Het leven is verrukkulluk, Zwaar verliefd, Gek van Oranje, All you need is love, Dorst). Daarom gaat nu de prijs naar een andere film: Ready Player One. Een film die een in wezen aardig idee weet terug te brengen tot heel veel heen en weer gesjees en explosies (en dat in namaakwerelden). Vermoeiende toestand. Het stuk met The Shining bewijst wat de film óók had kunnen zijn: tien geslaagde minuten op ruim 2 uur film.

 

Gemist in de bioscoop:

ALL YOU CAN EAT BUDDHA

Gezien op IFFR. Intrigerende film met goed script, goed geacteerd en gevoel voor stijl. Sterk punt was de aandacht voor geluid. Er is wel veel herrie in bioscopen maar liefde voor geluid niet veel. Hier dus wel.
 
30 december 2018 

Deel 1: Cor Oliemeulen
Deel 2: Sjoerd van Wijk
Deel 3: Yordan Coban
Deel 4: Alfred Bos
Deel 5: Ralph Evers
Deel 7 (slot): Tim Bouwhuis

De vele, vele mysteries van Mulholland Drive

De vele, vele mysteries van Mulholland Drive

door Bob van der Sterre

Mulholland Drive is een van de meest bekende David Lynch-films. Deze in 2001 uitgebrachte productie is zoals veel van zijn werken een in symbolen verpakt cynisch verhaal – tjokvol mysterie. Toch bevat de film ook een ontroerend liefdesverhaal.

Aandacht voor David Lynch is er altijd wel, maar nu weer net ietsje meer door een expositie over zijn werk in het Bonnefantenmuseum te Maastricht. De expositie loopt nog tot 28 april 2019. Eerder bespraken we The Elephant Man en The Straight Story.

Mulholland Drive

Mysterie no.1: het verhaal (let op: bevat spoilers)
Op een avond rijdt een dame op Mulholland Drive (Hollywood, L.A.) in een limousine. De auto stopt. De bestuurders willen haar vermoorden. Joyridende jongeren knallen tegen de auto. De dame ontsnapt. Ze vlucht een huis binnen. Dat is het huis van de tante van Betty (Ruth).

Enter (de volgende dag): Betty! Ze is in Hollywood gekomen om actrice te worden. Tussen Betty en de verwarde dame op – die zich Rita noemt – bloeit liefde op. Ineens herinnert Rita zich een adres. Ze gaan erheen en vinden er een dode vrouw. Midden in de nacht bezoeken ze een theater (Club Silencio). Daar vindt Betty een doosje in haar tas. Rita draait een sleutel in het doosje en verdwijnt.

Dan volgt een reeks flashbacks waarbij Betty de boze, gefrustreerde Diane is. Een actrice wier carrière nooit is gaan lopen. Ze houdt van Rita maar zij is nu de beroemde ster Camilla die gaat trouwen met regisseur Adam. Diane zint op wraak, neemt contact op met een huurmoordenaar en die laat Camilla vermoorden in de limousine.

Het eerste gedeelte is een droomvariant van de werkelijkheid. Betty is de droomversie van Diane. De liefde tussen haar en Rita/Camilla bestaat alleen in deze droomwereld. In Club Silencio realiseren Betty en Rita voor het eerst dat de werkelijkheid anders is. Als je Mulholland Drive achterwaarts zou kijken, is de echte chronologie kraakhelder. De verhaallijn van Diane blijkt dan de kern van alles wat volgt.

Mysterie no.2: de populariteit van Mulholland Drive
Mulholland Drive is een van Lynch’ meest populaire films. Een 8.0 op IMDb en in 2016 door critici uitgeroepen tot beste film van de 21e eeuw. Onder niet-fans van David Lynch is Mulholland Drive meestal de favoriet. De echte Lynchiaan noemt vaak Blue Velvet als favoriet.

Veel mensen noemen de film ‘toegankelijk’. Ik denk eerder aan ‘evenwichtig’. Het verhaal is niet moeilijk te volgen. Het mysterie is verpakt in een aantrekkelijke mix van humor, horror, soap, surrealisme, erotiek en romantiek. Met name het laatste overtuigt. Betty en Rita zijn vanaf het begin lief en begripvol tegen elkaar.

Dat is ook te danken aan de acteurs. Met name Naomi Watts is voortreffelijk. Diane’s frustratie kende ze maar al te goed. Na tien jaar frustrerende audities had ze zelf een depressie. Haar figuurlijk bedoelde uitspraak ‘Ik wilde toen wel met mijn auto de afgrond inrijden’ belandde in boulevardbladen. Laura Herring had ook de rol van haar leven als Rita/Camilla.

De film heeft wel wat van het populaire genre film noir. Met speurwerk, moord, cynisme en een femme fatale. Ook de filmstijl doet denken aan een soort tijdloze versie van het heden waarin de film zich afspeelt. Die is net zo goed jaren vijftig als negentig.

Mulholland Drive

Mysterie no.3: de productie
Wie in Mulholland Drive wat herkent van Twin Peaks, zit er niet naast. Lynch schreef de basis van het script namelijk in dezelfde periode. De film was ook bedoeld als spin-off van die serie, waarin Audrey Horne, de dochter van Ben Horne, zou doormaken wat Betty hier doormaakt.

Deze pilotaflevering werd in 1999 (slechts acht jaar na Twin Peaks) gemaakt voor de zender ABC. In Lynch’ woorden is dit wat er gebeurde: ‘De manager van ABC keek de pilot om zes uur ‘s ochtends op een televisie aan de andere kant van de kamer, staand, met koffie in zijn handen, terwijl hij aan het bellen was. En hij vond het niets.’

Anderhalf jaar vloog voorbij. Er gebeurde niets. Tot hij financiële steun van Studio Canal kreeg om het materiaal te veranderen in een speelfilm. Niet dat het makkelijk was vanaf dat moment. Het einde had hij nog niet bedacht. ABC had bovendien alle sets al vernietigd en de rekwisieten waren elders in gebruik.

Het contract met Studio Canal kwam rond. Lynch vertelde dat hij ging mediteren. In een half uur tijd kreeg hij alle ideeën voor het begin, middenstuk en plot. ‘Als je mazzel hebt, krijg je ideeën waar je verliefd op wordt, en die kun je vertalen naar een film.’

Twee typische Lynch-anekdotes moeten genoemd worden. Allereerst zangeres Rebekah del Rio. Die zong een keer bij hem thuis à capella het liedje Llorando. Dat werd in het geniep opgenomen – en paste wonderschoon in de film. Net als Monty Montgomery, een vriend van Lynch, die de rol van ‘Cowboy’ kreeg. Hij zei zijn zinnen zo droog en staccato op omdat hij niets kon onthouden. Met cowboypak en geschoren wenkbrauwen leverde het een legendarische scène op.

Mysterie no.4: de interpretatie
‘Hoe het zit’ is een van de grootste pleziertjes van het kijken van Mulholland Drive. Er zijn ontelbare essays over de film gemaakt (hier nog één). Psychologen en psychotherapeuten die ineens over film schrijven. Theorieën over Freuds ego en superego, schizofrenie, homoseksualiteit in de jaren vijftig, incest, moord. Er zijn veel interpretaties. De liefhebber kan ze vinden op de website Mulholland-drive.

Aan David Lynch heb je op dit punt niet veel. ‘Mensen willen dat je de film terugbrengt naar woorden. Maar dat zal nooit werken en nooit helemaal de film zijn. Het is beter dat mensen hun eigen ideeën krijgen als ze film gezien hebben.’

Dat krijgen van eigen ideeën lukt heel goed bij Mulholland Drive. Je ziet de contouren van een serie in deze pilotaflevering. Omdat die er nooit kwam, is de film rijk aan gedachten en verhaallijnen. Je eigen gedachten vullen in wat ontbreekt.

Toch is het in de kern niet erg ingewikkeld, denk ik, die interpretatie. Het gefrustreerde, moeilijke leven van Diane moet wel symbolisch zijn voor het bestaan in Hollywood. De schaduwzijde van alle glitter en glamour.

Als The Player (1992) van Robert Altman aan de ene kant van het spectrum zit in kritiek op hoe Hollywood werkt, zit Mulholland Drive aan de andere kant. Ze zeggen hetzelfde. Hollywood – zeker in de jaren veertig en vijftig – was een onmenselijke plek, vol inhalige mensen, gangsters, die naïeve talenten uitbuitten. Diane is zelf niet veel beter. Ze kan nauwelijks gelukkig zijn zonder Hollywood.

Van subtiele betekenis zijn de bijrollen. Chad Everett (met wie Betty auditie doet) is een acteur die alles in Hollywood wel heeft gezien. Lee Grant (rare buurvrouw) mocht niet werken in de McCarthy-tijd. Anne Miller (Coco) is een vergeten musicalster. En Billy Ray Cyrus (‘pool guy’) is de vader van een nieuwe Amerikaanse superster: Miley Cyrus.

Mulholland Drive

Mysterie no.5: de symboliek
Anders dan in andere films van Lynch is de symboliek goed te volgen. Met betekenisvolle lampen en asbakken, blauwe sleutels en rode kleding word je als kijker op een spoor gezet. Betty is de hele film wit, Rita donker. Als ze in een taxi stappen bij een plek staat er ‘Hollywood is hell’ op een sticker. Dat is dus Club Silencio.

Rood is niet moeilijk: dat duidt op gevaar. De kleur blauw is ook alom aanwezig. Als sleutel, koffer, een busje en de kleur haar van de vrouw in het theater. Dat duidt op een te ontrafelen mysterie. En dan grijs, wat Diane op het einde draagt. Is dat de kleur van haar teloorgang?

Zeer symbolisch is als we zien hoe Betty en Rita samen één mond hebben, een neus en twee ogen. (Het shot was een hommage aan Bergmans Persona.) Hierna volgt een voorbeeld van Lynch’ bekende dubbelgangerssymboliek. Denk ook aan Laura Dern en haar moeder in Wild at Heart, Cooper/Bad Cooper/Dougie in Twin Peaks en Renee/Alice in Lost Highway.

Sommige symboliek is lastiger te bevatten. Zoals de juwelen van Adams overspelige vrouw die hij roze verft. Zijn dat de gekwetste ‘kroonjuwelen’ van de man? Of betekent dit dat de vader van Diane incest met haar pleegde, zoals sommigen betogen? Want roze staat voor onschuld.

Mysteries no.6: verwijzingen naar het echte leven
De film is ook rijk aan verwijzingen naar het echte leven. Als Adam met een golfclub het raam van de auto verbrijzelt, verwijst dat naar een incident met acteur Jack Nicholson. Diens bijnaam is trouwens ‘Mulholland Man’ (hij speelde in Chinatown William Mulholland, naar wie de Mulholland Drive is vernoemd).

De dialoog voor de auditie in het kantoortje komt uit een scène uit Twin Peaks (Bobby en Shelly die praten over Leo). Dubbel grappig want Lynch is beroemd om het feit dat hij nooit audities doet met zijn acteurs.

Het schilderij in het huis van Ruth: Beatrice Cenci van Guido Reni. Cenci is net als Betty in onschuldig wit gekleed.

De naam Diane Selwyn komt van Selwyn, een filmproducer die Goldwyn Pictures zou stichten. En weliswaar fictief maar toch interessant: Diane uit Twin Peaks komt net als Betty ook uit Deep River, Ontario.

Rita Hayward… De in de jaren veertig een beroemde actrice liet voor The Lady of Shanghai haar haar kort knippen en blonderen (net als de Rita in deze film). Film van Orson Welles, die ook met Hayward getrouwd was. Ook iemand die het ware gezicht van Hollywood meer dan eens tegenkwam.

Er is veel meer – afhankelijk van hoe diep je wilt zoeken. De Black Dahlia-moord komt terug in commentaren. Parallellen met The Wizard of Oz. De moord op Lincoln. (De dame met het blauwe haar zit in het theater waar hij werd neergeschoten. Rita heeft een wond bij het oor waar Lincoln werd neergeschoten. Ze rijden in een Lincoln.)

En de allersimpelste: Mulholland Drive is bij David Lynch letterlijk om de hoek. Dus gaat het ook over zijn ‘huis’, Hollywood, de cinema. Een vies en vuig wereldje legt hij bloot. Rammel aan de kast en de lijken vallen eruit. Je kunt zelfs de lijn doortrekken naar de ontmaskering van Harvey Weinstein en alles wat erop volgde.

Mysterie no.7: de karakters
Een van de meest eigenaardige dingen van Mulholland Drive is dat de sleutel van alles ligt bij het minst genoemde karakter van de film: Diane Selwyn. Toch kijken we als het ware de hele film naar háár fantasie.

Als ze wakker wordt uit de droom is ze de echte Diane: labiel, depressief en wraakzuchtig. Geen wonder dat Diane last heeft van die zaken. Ze had een miserabel leven. Geen succes met acteren. Volgens sommigen had de vader van Diane incest met haar gepleegd. Haar grootouders pushten haar om filmster te worden. Ze werd gebruikt door Camilla – de vrouw op wie ze verliefd is. En haar breekbare ego had last van haar tante die wél succesvol was in Hollywood.

Alles had anders kunnen gaan als Diane en niet Camilla de hoofdrol had gekregen in The Sylvia North Story. Diane was de perfecte cast voor de hoofdrol gezien haar eigen geschiedenis. De rol ging naar Camilla, de typische Hollywoodactrice. Dus sexy uitstraling boven talent. (In 1965 is er trouwens daadwerkelijk een film genaamd Sylvia gemaakt – met een karakter dat overeenkomsten had met Diane.)

Misschien niet ten onrechte beschrijven essayisten ook hoe de film gaat over vrouwen in het Hollywoodsysteem. De een heeft echt talent (Betty), de ander redt het niet (Diane). De een gebruikt mensen (Camilla), de ander kopieert iemand (Rita).

Mulholland Drive

Mysterie no.8: de houdbaarheid
Met een gerestaureerde versie in 2017 kan Mulholland Drive weer een aantal jaren mee. De film staat nu ook in HD op Netflix – helemaal bij de tijd.

De film heeft de tand des tijds – een krappe twee decennia – goed doorstaan. Een paar dingen ogen misschien wat gedateerd (het auto-ongeluk, soms erg veel modieuze close-ups) maar de rest blijft even krachtig als toen. Het stuk in Club Silencio fascineert nog steeds. De ontmoeting met de cowboy. De intro. Het slot.

De film geeft meer dan in zijn andere films de wereldvisie van David Lynch weer. De kern is een pessimistische levensvisie onder een optimistisch jasje. Je kunt er wel tegen strijden – en dat is ook je taak – maar uiteindelijk overwint de slechtheid van de mens toch.

Wat me zelf opviel, is hoe makkelijk je als kijker de emoties van de film snapt. Liefde, seksualiteit, angst, verdriet, boosheid. Dat zijn in de kern de vijf basisemoties van de film, de kapstok van deze film. De karakters lopen als het ware in deze stappen door de film heen. Als kijker loop je vanzelfsprekend met ze mee.

Dat maakt Mulholland Drive zoveel beter dan de gemiddelde speelfilm of horrorfilm: de subtiele emotionele sensaties die je ervaart. Hoewel de film liefdevol begint, kruipt het tegen het einde onder je huid. Mulholland Drive kan je na het kijken nog urenlang angstig laten voelen. Wat is dat geluidje in de gang eigenlijk?

Tussen de regisseur en zijn liefhebbers wapperen ook rode gordijnen.

 

29 december 2018


ALLE ESSAYS