Camera Obscura Special: Berlijn

Camera Obscura Special:
Berlijnse cinema

door Bob van der Sterre

Berlijn is de stad waar de geschiedenis van afspat. De Berlijnse films weerspiegelen dan ook vaak de geschiedenis van de stad. Dit is de zevende Camera Obscura Special over films in wereldsteden.

Berlijn is met Parijs en Londen een van de meest gefilmde Europese steden. De Muur, het Olympiastadion, de Brandenburger Tor, Checkpoint Charlie, Alexanderplatz, Kurfürstendamm, de Siegessäule, Tempelhof. Die plaatsen met politieke geschiedenissen komen in menig film voor.

De beste films over en in Berlijn: Good Bye Lenin! (2003)

Berlijn is daardoor een unieke filmstad. De stad is getekend door de moderne geschiedenis en dat kwam ook terecht in films. Hierdoor besef je pas goed dat de Berlijnse geschiedenis verder gaat dan het zijn van een mooie filmsetting: het heeft tot op vandaag de dag invloed op de stad.

Het leven was er niet eenvoudig. Goede Duitse films over het Berlijnse leven van na de jaren zestig zijn spaarzamer dan je zou mogen verwachten. Pas na de Wende begint het een beetje te stromen en beseffen de Berlijners in wat voor rare stad ze hebben geleefd. De Oost-Berlijnse cinema, jarenlang grotendeels genegeerd, kreeg ook opeens weer wat meer belangstelling.

Tegenwoordig is de stad vooral een hip decor in blockbusters. The Bourne Supremacy, Spiderman, The Man from U.N.C.L.E., Valkyrie, Captain America: Civil War; allemaal hebben ze scènes in Berlijn opgenomen. Maar met het Berlijnse leven heeft het niet veel te maken.

Wat je daarin mist, zijn de wijken (de kiez). Er is bijna geen Europese hoofdstad te vinden waar de bewoners zo aan hun eigen wijken gehecht zijn: Kreuzberg, Friedrichshain, Prenzlauer Berg, Spandau, Mitte, Neukölln, Pankow, Schöneberg. Berlijners komen vaak amper hun eigen wijken uit – het zijn kleine steden binnen een grote stad.

Let op: dit zijn geen recensies of analyses van films. Ook geen top tien. Ik wil alleen een verhaal vertellen over de samenhang tussen film en stad en kies daarvoor per decennium een passende film. Ik heb niet alle films ter wereld gezien, dus hier en daar zal ik een uitstekende film gemist hebben.

Dit artikel is gratis. Graag hoop ik dat de lezer zich als tegenprestatie wil opgeven voor de nieuwsbrief, of zich verdiept in culturele longreads.

Bekijk ook de vorige episodes: Parijs, Amsterdam, New York, Londen, Rio de Janeiro en Tokio.

 

Berlin. Hallesches Thor (1896)

Berlin. Hallesches Thor (1896): Berlijn in de Pruisische tijd
In dit filmpje van Auguste en Louis Lumière rijden trammetjes langs. De een naar Nollendorfplatz, de ander naar Alexanderplatz. Je ziet mensen in en uit de rijdende tram springen, want trams reden nog niet zo snel. Ze werden ook nog regelmatig door paarden voortgetrokken.

Wat Berlijn allemaal te wachten stond in de komende eeuw!

Wil je meer zien van Berlijn in de Pruisische keizertijd? Er zit anderhalf uur documentaire op je te wachten, op het Berlin Channel op YouTube. Weinig bronvermelding maar wel context over het Berlijnse leven van ruim een eeuw geleden.

Film: https://www.youtube.com/watch?v=2U8D-2cux6Y

 

Erste U-Bahn in Berlin (1902)

Erste U-Bahn in Berlin (1902): hoe je een metrotunnel bouwt
De Hochbahngesellschaft opende de eerste U-Bahn-lijn voor het publiek op 18 februari 1902. Dat is het traject tussen Stralauer Thor en Potsdamer Platz (wat nu de U1 is).

We zien een metro vertrekken bij een station en iemand die wil instappen, is net te laat en draait een pirouette. Dan zien we nog wat losse beelden van de bouwers die onder de grond de tunnel bouwen en een station.

Wie deze video heeft gemaakt en of die echt van 1902 is, kan ik nergens bevestigd vinden, maar het is wel interessant hoe herkenbaar het is; het is alsof deze metro er gisteren nog reed.

Ook aardig is dat de ‘geboorte’ van de beroemde S-Bahn van Berlijn ook in cinema is vastgelegd. In de film Die Verrufenen uit 1925, over arme Berlijners, zien de karakters die eerste S-Bahn rijden.

Film: https://www.youtube.com/watch?v=6d_t3ZSR_dw
Meer lezen: https://www.morgenpost.de/berlin/article401495498/u-bahn-berlin-bahnhoefe-historisch-geschichte-fotos-postkarten.html

 

Schuhpalast Pinkus

Schuhpalast Pinkus (1916): even lachen tijdens de Eerste Wereldoorlog
Sally Pinkus, een flierefluiter, moet naar school, flirt met een meisje, komt te laat, faalt met gymnastiek en draagt alle boeken van meisjes mee naar huis tot zijn vader hem ziet en hem een draai om zijn oren geeft.

Zijn rapport staat vol termen als mangelhaft (slecht) en unbefriedigend (onbevredigend). Hij krijgt alleen een ‘goed’ voor zingen.

Ook in de schoenenzaak lapswanst hij de meeste tijd. Ontslag volgt. Krijgt een nieuwe baan in een schoenenwarenhuis. Hij heeft weer alleen interesse in vrouwelijke klanten en kietelt hun voeten als hij de kans krijgt. En hij faalt opwaarts want via een rijke vrouw wordt hij zelf een grote schoenenverkoper. Hij innoveert zelfs met een catwalk voor schoenen.

Deze tiende film van Ernst Lubitsch (toen pas vierentwintig) is een leuke curiositeit. Een mooi voorbeeld van de mild-satirische stijl die je later ook in de films van Lubitsch zal terugzien. Mooi om te zien hoe deze slapstick zou leiden tot een paar prachtige komedies, zoals bijvoorbeeld To Be or Not to Be en Ninotchka. Aardig: Lubitsch speelt Pinkus zelf.

Van Berlijn zien we niet veel meer dan wat anonieme straten. De schoenenwinkelscènes waren in een echt Berlijnse winkel: Emil Jacobi, op de hoek van de Friedrichstrasse en Taubenstrasse. Deze winkel van een joodse ondernemer zou de nazi’s niet overleven. Lubitsch zou dan zelf al lang in de VS zitten, gevlucht, zoals vele anderen.

Film: https://www.youtube.com/watch?v=AGN4ZmOhS4w
Meer lezen: https://www.jstor.org/stable/j.ctv173f0pn

 

Berlin – Die Sinfonie der Großstadt (1927)

Berlin – Die Sinfonie der Großstadt (1927): het ritme van de stad
Eén Berlijnse dag in vijf akten. Rustig wakker worden. Al snel ontwaakt de stad, reist men naar een bestemming, gaat men werken. Daarna de lunch. Dan meer werk. Avond: tijd om uit te gaan. De broodbakkers, verkeersregelaars, arbeiders, horecaklanten, daklozen, krantenverkopers, kinderen: ze gaan mee in het ritme van de stad.

Berlin – Die Sinfonie der Großstadt loopt iets te lekker in de montage om allemaal echt te zijn. Mensen doen het echte leven na. De montage is wel van een hoog niveau. Zo zie je hoe beelden soms reageren op elkaar, zoals hoe de copieuze maaltijd overgaat naar een leeuw die op bot loopt te kluiven. En ja, regisseur Walter Ruttmann had het geluk dat allerlei partijen meewerkten aan deze artistieke vorm van stadsmarketing. Toch werden ook diverse beelden in het geniep gefilmd.

Ruttmann begon ooit als kunstenaar, maakte animaties (de eerste in de Duitse cinema) en de oudste abstracte film ooit: Opus I (1921). Hij stapte over op cinema. In Duitsland was die al jaren op een hoog niveau. Films als Metropolis van Fritz Lang en Der Letzte Mann van F.W. Murnau verlegden grenzen en zouden lang impact hebben.

Ruttmann hield ervan om snelheid weer te geven. Het was ook de tijd van de kunststroming genaamd het ‘futurisme’, dat ook draaide om dynamiek en snelheid. Deze film doet denken aan Dziga Vertovs Man with a Movie Camera van twee jaar later – een nog briljanter montagefeest – terwijl Ruttmann ironisch genoeg juist door hem beïnvloed was.

De film bevat veel beelden van rijdende auto’s in het donker, neonlichten, snelheid en machines. Die beeldtaal werd later vaak nagedaan in films. Op een gegeven moment zie je flitsende kranten in beeld en je denkt: hé, Citizen Kane. Zo invloedrijk is Ruttmanns film. In de Camera Obscura Special over Amsterdam kun je lezen hoe Regen van Joris Ivens door deze film was geïnspireerd.

Dit is vooroorlogs Berlijn: niet minder dan een derde van deze stad bestond niet meer na de oorlog. Hier zie je nog het Anhalter Bahnhof (komen we later nog tegen met acteur Peter Falk) of het beroemde hotel Excelsior. De algehele vibe, zoals je dat ervaart in deze film, was ook veel meer mondain, klassiek, meer Parijs-achtig. Dat is voor eeuwig verdwenen – behalve in deze film.

Ruttmann hield van het onderwerp, volgens het boek Berlin Replayed: “Berlijn, de interessantste stad van allemaal, omdat het de jongste is van alle metropolen ter wereld, omdat de stad nog steeds in wording is en niet al verstikt is geraakt achter de gevels, gebukt onder haar eigen monumentaliteit; Berlijn, een stad vol alomtegenwoordige ambitie, is het middelpunt, thema en de enige hoofdrolspeler van mijn symfonisch werk.”

Later maakte Ruttmann nog speelfilms én commerciële films. Hij begon ook aan Triumph des Willens, maar Hitler zette hem opzij omdat zijn versie te veel ging over de geschiedenis van de partij, en niet hemzelf (Hitler dus). De opdracht ging vervolgens naar Leni Riefenstahl, die aanvankelijk niet zoveel interesse had omdat ze al bezig was met een film.

Deze film, die je gerust een paar keer kunt zien, paste bij de glorietijd van de Duitse cinema. Het was de tijd van de chaotische Weimar-republiek, met grote problemen in de economie (hyperinflatie) en hoog niveau van kunst, die nog jaren de wereld zou beïnvloeden.

Houd je niet van oude films? Dan kun je ook terecht bij de 2001-versie van deze film, van Thomas Schadt, die Berlin: Sinfonie einer Großstadt heet. Ook al maakte Schadt duidelijk dat zijn film los stond van het origineel, lukte hem dat toch niet echt goed volgens het boek Berlin Replayed: “Schadts nadruk op de uiteenlopende stadsgezichten benadrukte het onherstelbare verlies van de metropool uit de jaren twintig alleen maar nog meer.”

Wie 4,5 uur de tijd heeft, kan terecht bij het cynische – en ook briljante – portret van deze tijd:Dr. Mabuse der Spieler (1922) van Fritz Lang. Speelt zich af in Berlijn maar je ziet vooral studio. Bekijk de film op YouTube. Als het je bevalt, kun je meteen Das Testament der Dr. Mabuse erachteraan kijken (werd in 1933 direct verboden door de nazi’s).

De Weimarrepubliek was een geweldige filmtijd. Maar het was niet alleen groots; sommige films gingen juist over het kleine:

Der Letzte Mann (1924): de laatste hotelportier ziet zijn baan overbodig worden; vernieuwende klassieker van F. W. Murnau, met veel studio maar ook een paar straatscènes
Varieté (1925): over een variététheater in het Wintergarten-Theater aan de Potsdamer Straße in Mitte (bestaat nog steeds)
Zuflucht (1928): schetst het ondergrondse leven van de U-Bahn
Asphalt (1929): een film noir-klassieker over misdaad in Berlijn van Joe May

Film: https://www.youtube.com/watch?v=MBCGTp3egbc
Meer lezen: https://difarchiv.deutsches-filminstitut.de/dt2tp0051.htm

 

Menschen am Sonntag (1930)

Menschen am Sonntag (1930): versieren in Berlijn

Locaties: Zehlendorff, Mitte

Vijf jonge, zorgeloze mensen op een vrije zondag. Een platenverkoopster, een extra in films, een wijnverkoper, een taxichauffeur en een model. Ze dollen met elkaar rondom het strand bij Wannsee – Nikolassee – minus het model dat in bed blijft liggen. En gaan weer naar huis.

Deze luchtige film is als het ware een vervolgstap na Berlin – Die Sinfonie der Großstadt. Dit is ook één dag in het bestaan van de levendige stad Berlijn. Maar luchtiger. Het schetst een zomerzondag, als de zorgen weg zijn en het flirten begint. Vier mensen genieten van een zonnige dag in een grote stad.

Van Berlijn zien we stations (Bahnhof Hausvogteiplatz, Zoo), kledingzaken (Julius Sachs Junior op de gevel), bushaltes, appartementen (boven en achter), begraafplaatsen, parken, musea (Museumsinsel), terrasjes, boten, fabrieken. Maar ook topattracties als de Siegessäule en de Brandenburger Tor. Uiteindelijk hebben ze lol bij een meer.

Een vriendelijke en ontspannen film met hier en daar wat onverwachte beelden. Na 44 minuten zien we bijvoorbeeld een prachtige reeks close-ups van badbezoekers. Glimlachende jochies. Een stuurs kijkende volwassen vrouw. Baby. Man met camera. Een vrouw die haar haar doet. Man die bierpul drinkt. Overgang naar foto’s. Overgang naar mannen en vrouwen in badpakken.

Wat een beetje frivoliteit al kan doen voor je carrière! Menschen am Sonntag trampolineerde de vijf betrokken filmmakers naar Hollywood. Regisseur Robert Siodmak had succes met Phantom Lady en The Killers; zijn broer en schrijver-regisseur Curt Siodmak met I Walked with a Zombie; Fred Zinnemann met High Noon en The Day of the Jackal; Billy Wilder met te veel films om op te noemen (zie de special op InDeBioscoop) en Edgar G. Ulmer met B-films met horrorlegende Bella Lugosi.

Zo opgewekt als deze film zou het niet lang blijven. De opkomst van de nazi’s in 1933 betekende een schok voor iedereen die iets met cultuur had. De bekendste Berlijnse film uit de jaren dertig is hierdoor Triumph des Willens: het portret van Leni Riefenstahl van de Olympische Spelen van 1936 met veel wapperende swastikavlaggen.

De meest interessante films zitten aan de vroegere kant van de jaren dertig, die samen met eind jaren twintig een bijzondere filmperiode vormen. Denk bijvoorbeeld aan: Emil und die Detektive (1931). Een veelgeroemde avonturenfilm voor kinderen van Gerhard Lamprecht. Of Kuhle Wampe (1932) waarbij een arbeidersgezin het moeilijk heeft met de crisis tijdens de Weimarrepubliek en hun Berlijnse appartement moet verlaten. Script van Bertolt Brecht. Werd in 1933 verboden door de nazi’s.

Film: https://www.youtube.com/watch?v=1hg_vL6lQ6I
Meer lezen: https://canary.weimarcinema.org/essay/Isenberg

 

A Foreign Affair (1948)

A Foreign Affair (1948): lachen tussen de puinhopen van Berlijn
Een congreslid uit Iowa landt met andere congresleden in Berlijn. Haar doel: controleren of alles volgens de regels verloopt. Maar Amerikaanse soldaten hebben links en rechts illegale handeltjes en Duitse vriendinnetjes.

Ze wil één soldaat die een relatie heeft met een nachtclubzangeres ontmaskeren. Daarvoor vraagt ze kapitein John Pringle. Die heeft dan het probleem dat hij zichzelf moet ontmaskeren. Zijn oplossing: het congreslid kussen. Haar gedachte: romantiek.

Een romantische komedie à la de screwball comedy, die toen heel populair was. Ik heb me diverse keren rotgelachen om de scherpe en komische dialogen. “Kom mee naar naar mijn huis, het is maar een paar ruïnes verder.” “Waarom zakt die jurk niet af? Komt zeker door de Duitse wilskracht.” Er zitten ook heel wat satirische schimpscheuten in naar de Amerikaanse politiek.

De actrices stelen de show. Jean Arthur is ontzettend grappig als puriteins Republikeins congreslid. En ook Marlène Dietrich is erg vermakelijk als cabaretzangeres en ex-minnares van een hoge nazi. (Madeline Kahn zou er veel inspiratie uithalen voor haar rol als Lili von Shtüpp in Blazing Saddles (1974)). Voor beide actrices heeft Wilder zijn uiterste best moeten doen om over te halen – Jean Arthur was bijvoorbeeld al met acteerpensioen – en er zat ook wel wat competitie tussen de twee, maar het leverde heel veel moois op.

Het was iets na de oorlog en Berlijn was nog steeds een ruïne met 500.000 kapotte huizen en een serieuze zwarte markt. Deze passage uit de film met luchtopnamen laat zien hoeveel er kapot was. Regisseur Wilder en zijn crew maakten een maand lang opnamen op straat en veel daarvan kwam in de film terecht. De film is nu een slimme montage van studio-opnames en beelden op locatie.

In alles bevat de film de handtekening van de maker: Billy Wilder, wiens naam bijna synoniem is met de Berlijnse cinema. Wilder (geboren Samuel Wilder) werd geboren in een Pools stadje (Sucha Beskidzka), verhuisde later met zijn familie naar Wenen en ging daarna werken in Berlijn. Dat duurde tot de nazi’s het onmogelijk maakten en hij in 1934 naar de VS ging. Hij werkte in Berlijn dus voor de oorlog (Menschen am Sonntag), na de oorlog (A Foreign Affair) en tijdens de Koude Oorlog (One, Two, Three).

Wilder was de perfecte man voor de film. Iemand die de humor tegenover de ellende kon laten werken. Berlijn was maar liefst 26% van de bevolking verloren in WO II. Een op de vier bewoners was er dus niet meer. Verre van lollig, maar dat is nu juist de kern van komedies: je moet ze over ieder onderwerp kunnen maken.

De ruïnes van Berlijn inspireerden veel filmmakers:

Die Mörder sind under uns (1946): wederom ruïnes van Berlijn (en studio) in wraakfilm over de oorlog
Und über uns der Himmel (1947): drama van Josef von Báky, geeft een beeld van het overleven in naoorlogs Berlijn, met Hans Alders in de hoofdrol. Bekijk de indrukwekkende ruïnes op YouTube
Germania anno zero (1948): beroemde maar ook wel hard aankomende film van Roberto Rossellini die het zware leven van Berlijners ná de oorlog schetst, met veel buitenscènes en ruïnes. De film staat op YouTube
Berliner Ballade (1948): vermakelijke en soms satirische film over wat een veteraan die terugkeert in Berlijn allemaal meemaakt, van Robert A. Stemmie. Bekijk deze passage om een idee te krijgen

Meer lezen: https://offscreen.com/view/billy-wilders-a-foreign-affair

 

Berlin - Ecke Schönhauser (1958)

Berlin – Ecke Schönhauser (1958): rock-‘n’-roll in pré-Muur Berlijn

Locaties: Mitte (DDR) en Mitte (WDR)

De Schönhauser Allee verbindt het Rosa-Luxemburg-Platz in Mitte met Pankow in het noorden. Daar kwam de lokale ‘rebelse’ DDR-jeugd bijeen (in Nederland werden ze nozems genoemd). Beetje uitdagend rock-‘n-rolldansen op straat.

Een weddenschap over het kapotgooien van een straatlamp zet een keten van gebeurtenissen in actie. De Oost-Berlijnse volkspolitie (“vopo”) is er als de kippen bij. De hele groep wordt meegenomen naar het bureau. Wat is hun beroep, wat zijn hun plannen?

Twee van hen, Kohle en Angela, vinden elkaar interessant. Ze gaan uit. Dan steelt Karl-Heinz een Ausweis en Kohle krijgt de schuld. Wat te doen? Vluchten naar het westen. Daar is alleen maar ellende te vinden in de opvangplek waar ze in stapelbedden zitten. Mensen zijn ook nog onvriendelijk. En vrijheid is niet fijn als zijn vriendinnetje achterblijft…

In pré-Muur Berlijn woonden mensen in zones. De Franse, Amerikaanse, Britse en Russische zone. Met een beetje handigheid kon je wel naar de meeste zones maar van en naar de Russische zone hadden mensen een speciale ‘Ausweis’ nodig, wat in deze film een belangrijke rol speelt.

De film bevat subtiele propaganda. Het westen is hier vooral een onprettige zone, met misdaad en drukte. Karl-Heinz wil ook wel weer terug. Als we het Westen zien, begint dat met een druk winkelgebied rondom het station. En dan de ruïnes van de Kaiser-Wilhelm-Gedächtniskirche. Propaganda of niet, het was een populaire film waar bijna twee miljoen Oost-Duitsers heengingen in vier maanden tijd.

De opening rondom de Schönhauser Allee is sterk, later wordt het meer een indoorfilm, met veel kamertjes en deuren en mensen die naar elkaar op zoek zijn.

Zoals met meer Oost-Duitse films gingen er pittige discussies aan vooraf of het niet ‘té’ was. Filmmaken in Oost-Duitsland moet echt gevoeld hebben als een roulette. In dit geval won Gerhard Klein met zijn gok om de jeugd wat afstotend, rebels af te schilderen. Een paar maanden later waren er al meer dan een miljoen mensen heen gegaan. Het hielp dat er nog een film over jongeren werd gemaakt: Eine Berliner Romanze (1956), een romantische film uit Oost-Duitsland.

Overigens betekende dat niet dat Klein voor altijd de roulette had gewonnen: in 1965 kwam de film alsnog op de lijst van verboden films en na 1967 zou Klein nooit meer een film maken. Hij werd ziek en overleed in 1970.

Ook in de West-Duitse cinema zaten opstandige jongeren. In Die Halbstarken (1956) zien we een portret van een jeugdbende. Horst Buchholz, later beroemd acteur, brak hiermee door. Buchholz zien we in 1958 terug in Berlijn in de romantische film Endstation Liebe – ook over jongeren. En hij speelt ook de hoofdrol in Nasser Asphalt, een spannend journalistenverhaal in Berlijn. Typisch Berlijns is dit terloopse bezoekje aan ruïnes in die film, terwijl het al jaren na het einde van WO II is.

Veel meer Berlijn zien we in het merkwaardige Frühling in Berlin (1957). Een vaag verhaal over bankovervallers is een excuus voor een film boordevol mooie en kleurrijke straatbeelden van West- én Oost-Berlijn. Neem deze toeristische rondrit door West-Berlijn; elders rent een man over de Stalinallee in Oost-Berlijn. Eindelijk een film die alles laat zien: de Funkturm, Potsdam, Alexanderplatz, Zoologischer Garten, Olympisch stadion, Tempelhof, etc. Met metro’s, treinen, straten, woningen. Veel nog beschadigd door de oorlog (de Brandenburger Tor in de steigers). Aardig om te zien maar wat een stom verhaal! Der Spiegel zei het treffend: “Regisseur Arthur Maria Rabenalt produceerde een Berlijnse brochure in mooie kleuren.”

De completist mag ook de Berlijnse buitenscènes in The Man Between (1953) niet missen. Carol Reed en James Mason in een sfeervolle thriller met diverse scènes op locatie.

Meer lezen: https://germanhistorydocs.org/en/occupation-and-the-emergence-of-two-states-1945-1961/berlin-ecke-schoenhauser-a-defa-film-about-young-people-1957

 

Jahrgang 45 (1965/1990)

Jahrgang 45 (1965/1990) – scheiden in de DDR

Locaties: Prenzlauer Berg, Mitte

Het loopt niet meer tussen het getrouwde stel Alfred (Al) en Lisa (Li). Beiden zijn geboren in 1945. Hij is een monteur met vakantie (‘die nietsnut van boven’), zij verloskundige. Alfred vertelt tijdens een metrorit nonchalant dat hij op zichzelf gaat wonen. Vervolgens leest bijna iedereen hem de les, zijn vrienden, zijn moeder. Zelfs zijn vakbond.

Jahrgang 45 is een soort arthouse avant la lettre. Zij ligt op bed, hij nodigt haar uit om samen film te kijken, ze draait zich om. Hij rookt een sigaartje en verveelt zich. Hij leeft in het moment, daar gaat de film over. Een soort reclame voor De Kracht van het Nu van Eckhart Tolle.

Een mooie scène is de (illegale) opname als hij met twee vrienden op de trappen van de Gendarmenmarkt zit. Ze bekijken de toeristen, die hen weer observeren. Werelden apart.

Was deze film in 1965 in West-Duitsland gemaakt, dan had geen hond hem gezien en was het nu vermoedelijk vergeten. Maar dit is een film over Oost-Duitsers. Je ziet DDR-straten, DDR-metro’s, DDR-supermarkten, DDR-winkels, DDR-auto’s, DDR-huiskamers, DDR-motorjeugd, DDR-feestjes, DDR-milkshakes. Veel werd in guerrillastijl en zonder toestemming gefilmd.

Jürgen Böttcher was documentairemaker (eigenlijk schilder, maar daar viel helemaal geen eer aan te behalen) en je ziet die ervaringen terug in zijn enige speelfilm. Böttcher, jaren later in een interview: “Wij filmden die straatscènes heimelijk vanuit een bouwkeet, vandaar ook dat er bij die scène geen geluid is. Het is voor mij een erg dierbare passage want het geeft heel sterk het opgesloten gevoel in de DDR weer.”

Politiek komt er niet in voor, maar die ongecontroleerde stijl van filmen was een gruwel voor DDR-bureaucraten en de film kwam niet verder dan de planken van het filmarchief.

De communisten misten volgens mij een kans. Ze hadden dit verhaal kunnen gebruiken als propaganda hoe rustig het leven in de DDR was. Waar genieten mensen nog zo van het draaien van een plaat? Waar ter wereld wil je werkgever rustig praten over je privéleven? Zingen ze een liedje op een flat in aanbouw? Slow voor het een hype was.

In 1990 werd op het Berlijnse filmfestival Berlinale voor het eerst een werkkopie van deze film vertoond. Nu geldt de film als een buitenkansje om het leven in de DDR ‘te ervaren’. Diverse acteurs hebben de film helaas nooit zelf gezien. Acteur Rolf Römer die Alfred speelt (was eigenlijk generatie ‘35) overleed in 2000 en heeft nauwelijks iets met zijn passie voor acteren kunnen doen.

Dit lot gold voor meer Oost-Berlijnse films. Zoals Das Kaninchen bin ich (1965), een licht-kritische film over het Oost-Duitse rechtssysteem. Ook deze film kon je pas in 1990 in de bioscoop zien.

De jaren zestig boden uiteenlopende cinema over Berlijn. One, Two, Three (1961) is verreweg de meest komische Berlijn-film ooit gemaakt. Wie anders dan wederom Billy Wilder filmde dit verhaal over een manager van Coca Cola in Berlijn die de dochter van de baas, Wendell Hazeltine, op bezoek krijgt. Ze keert terug van een trip met Otto Ludwig Piffl, een communist (opnieuw Horst Buchholz). Dat levert hilariteit op in een tempo dat je geregeld naar adem doet happen.

Iets heel anders was Zwei unter Millionen (1961), een romantisch verhaal over twee Oost-Berlijners die naar het Westen vluchten pal voor de Muur wordt gebouwd. Zie hier hoe simpel dat ging. De film van Wieland Liebske en Victor Vicas legt ook uit dat hun leven ná de vlucht niet eenvoudig was.

Der Geteilte Himmel (1964) van Konrad Wolff was een DDR-film met invloeden uit de nouvelle vague. Kwam moeizaam tot stand maar was toch te zien in de DDR-bioscoop.

Noemenswaardig vind ik ook Der Kerl liebt mich – und das soll ich glauben? (1969). Een West-Duitse film over een jonge vrouw (Uschi Glas) die met een crimineel omgaat. Ze gaat van Berlijn naar München en weer terug. Met een mooie openingsscène in een kleurrijke 60’s flatwijk die ik niet kon identificeren.

Aan de andere kant had je Ein Lord am Alexanderplatz (1967): een Oost-Duitse film over een oplichter, met onder andere de Häckischer Höfe in de DDR-tijd.

En het was ook dé tijd voor… spionage.

Meer lezen: https://www.berliner-zeitung.de/archiv/interview-mit-juergen-boettcher-ein-zensierter-ddr-film-birgt-jede-menge-aktualitaet-li.576188 en https://www.youtube.com/watch?v=GrMkBfeDRW8

 

Special in een special: spionage in Berlijn
Met de verdeling van Berlijn in vier sectoren kwamen ook vier geheime diensten mee – en diverse andere. Een vaak spannende situatie. Vervolgens dachten schrijvers en filmmakers: dat is interessant. Het levert spannende cinema op met tunnels, grensovergangen, verboden bezoeken aan ‘de andere kant’, enzovoort. De stress van de verdeelde stad.

De beste spionagefilms over Berlijn verschenen allemaal in een tijdsbestek van drie jaar, toen de Koude Oorlog (al twintig jaar gaande op dat punt) vlak na de Cuba-crisis bijna bevroren was:

The Spy Who Came in from the Cold (1965): is letterlijk wat er de eerste drie minuten gebeurt. Richard Burton is zo gedesillusioneerd als hij wordt ontslagen vanwege een mislukte operatie, dat hij voor veel geld een boekje open wil doen voor de vijand. “Ik geloof niet in de kerstman, God of Karl Marx.” Een stukje Scheveningen en Berlijnse Muur in de studio. Plotwendingen alom in het eerste boek van de beroemde spionageschrijver John Le Carré. Hij laat Burton zeggen: “Spionnen zijn ambtenaren die hun rottige levens willen opfleuren.”
Funeral in Berlin (1966): Len Deighton was schrijver van talloze boeken over spionage. Harry Palmer was zijn Britse MI5-held. Michael Caine brengt Palmers eendimensionale stoere karakter tot leven: dit is de meerwaarde die acteurs kunnen hebben. Hij is de hoofdpersoon van vijf films (allemaal gespeeld door Michael Caine). Van die films zijn vooral Ipcress File en Funeral in Berlin interessant. In Funeral in Berlin zien we hem van het ene in het andere subplot terechtkomen rondom een Rus die wil overlopen. Warrig scenario, mooie Berlijnse decors. Ipcress File is ook prachtig voor de liefhebber van spionagefilms en nog vrij recent in een serie omgezet.
The Quiller Memorandum (1966): mijn favoriet onder de Berlijnse spionagefilms komt wat traag op gang maar heeft sterke dialogen van Harold Pinter, oog voor sfeer en acteurs die wat kunnen, zoals George Segal, Alec Guinness, Senta Berger en Max von Sydow (excellente rol als spion October). Filmische Berlijnse locaties: Hausvogteiplatz, Kurfürstendamm en het fraaie U-Bahnstation Schlesisches Tor.
Torn Curtain (1966): Hitchcocks spionagefilm in Berlijn is een van de mindere uit zijn oeuvre. Toch de moeite waard, al vind je niet veel van Berlijn zelf.
Casino Royale (1967): spionageparodie, waar Billy Wilder, Ben Hecht én Woody Allen nog aan meeschreven. Bonds dochter moet naar Oost-Berlijn om te infiltreren. Ondanks alle schrijverspower is het niet echt een gelukte film.
A Dandy in Aspic (1968): Kraznevin (Laurence Harvey) moet zichzelf omleggen in Berlijn. Mia Farrow komt hem als toerist vervolgens overal in Berlijn tegen. De film heeft onverwacht luchtige momenten: “Dit is een oud-Russisch spreekwoord, dat ik vanochtend heb verzonnen.” “Je was dood toen je geboren was, je dood zal alleen maar een formaliteit zijn.” We zien de Berliner Funkturm, de Kaiser-Wilhelm Gedächtniskirche aan de Kurfürstendamm, het oude AVUS-circuit en S-Bahnhalte Friedrichstraße (in werkelijkheid station Gleisdreieck). Reelstreets geeft alle locaties.

Belangrijk onderdeel in deze wereld was een spionnenbrug, waar spionnen werden uitgeruild, de Glienickebrug. Onderwerp van Bridge of Spies (2015) van Steven Spielberg. En natuurlijk moeten we dan ook de James Bond noemen die in Berlijn is opgenomen: Octopussy (1983). Wie een spionageverhaal van de andere kant wil ervaren, kan terecht bij de DDR-film Streng Geheim (1963).

 

Bildnis einer Trinkerin (1979)

Bildnis einer Trinkerin (1979) – drinkend de dag doorkomen

Locaties: Tiergarten, Zehlendorff

Een vrouw, knalrood gekleed, stapt het vliegtuig uit. Ze drinkt wijn in een casino. Cognac in een bar/bakkerij. Witte wijn in de hotelkamer. Champagne in het theater. Cognac en Jägermeister in een bar. Wijn op haar werk. Bier in een Berlijnse ‘Stube’.

Daarna ‘adopteert’ ze een dakloze vrouw als haar (drink)partner. Ondertussen komt ze overal drie moralistische vrouwen tegen die wél hun monden open doen. “Het loslaten van sluitingstijden opent de deur naar misdaad.” “De homoseksuele subcultuur is eigenlijk een recreatief tijdverdrijf.”

Deze extreem eigenzinnige film van Ulrike Ottinger (deed ook de cameravoering) is er eentje waarvoor je rustig moet zitten want er is weinig gids van een verhaal. Je moet dat loslaten en genieten van dingen als het gortdroge spel van actrice (en partner van Ottinger in die tijd) Tabea Blumenschein; de soms aan Jacques Tati herinnerende momenten (het begin met de onwillige deur); de vele surrealistische ideeën (de man met de broodjas, dromen met de kleine man). Ottinger heeft een geschiedenis als pop-art-kunstenares en dat zie je ook af aan het design.

Noemenswaardig zijn ook bijrolletjes van culthelden als Nina Hagen, Eddie Constantine, Günter Meisner en Magdalena Montezuma.

Van Berlijn zien we veel terloopse locaties, bars, tunnels, bruggen, winkels. Herkenbaar is alleen de Siegessäule. Wel is er een interessant stuk met de Wannsee en de Glienicker Brücke (de eerder genoemde spionnenbrug). De enorme sanering van die omgeving is vastgelegd in deze film. Ook filmisch is het stuk op het verlaten spoorwegemplacement.

Liefhebbers van queer- en feministische cinema kwamen sowieso in de jaren zeventig aan hun trekken in de Berlijnse cinema. Want regisseur Rosa von Praunheim maakte in de jaren zeventig een vergelijkbare film over de West-Berlijnse queergemeenschap. Die is al briljant vanwege de titel: Nicht der Homosexuelle ist pervers, sondern die Situation, in der er lebt (1971).

Dit decennium was verder mager vergeleken met de golf artistieke films in andere delen van de wereld; er verschenen vooral stapels seksfilms en misdaadfilms. En dan ook nog uit andere steden: Hamburg (Blutiger Freitag, Supermarkt, Rocker), Düsseldorf (Die Katze) en München (de tv-serie Derrick). Berlijn had de misdaadfilm Die Knacker (1974), waarbij een goedkope bankovervalfilm wordt onderbroken door klagende producers. De regisseur neemt de benen en wil een echte overval plannen. “Ik dacht dat ik met een misdaadfilm de tv’s kon laten springen! Wat wij maken, is eigenlijk slaapmiddel, kauwgom.” Véél Berlijn. Bahnhof Zoologischer Garten, hotels, bars, straten, taxi’s, auto’s, rondvaartboten. Het is zoals zo vaak in misdaadfilms allemaal vrij anoniem, kleurloos en onherkenbaar – met af en toe casual de Muur op de achtergrond.

Een uitzondering was Fassbinders Die Dritte Generation uit 1973. Maar weinig Berlijn. We kijken de hele tijd vanuit een flatgebouw uit op de Gedächtniskirche (lijkt op hetzelfde gebouw als in The Quiller Memorandum).

En de Oost-Berlijnse cinema? Die probeerde via menselijke films over het Berlijnse leven de communistische boodschap uit te dragen. Denk aan titels als He, du! (1970), Solo Sunny (1980), Liebeserklärung an Berlin (1977), Das Versteck (1978) en de opmerkelijke DDR-hippiefilm Die Legende von Paul und Paula (1973).

 

Der Himmel über Berlin (1987)

Der Himmel über Berlin (1987): het trauma van Berlijners

Locaties: Tiergarten, Mitte, Prenzlauer Berg

Engelen luisteren onze gedachten af. In dit Berlijn lopen twee engelen dat te doen. Hebben we nog hoop of zitten we in zak en as en moet de engel ingrijpen met een snufje optimisme? Er zijn nogal wat getroebleerde geesten om naar uit te kijken. Dat lukt vaak, maar niet altijd.

Ze hangen rond bij een circus, een bibliotheek en bij opnamen van een oorlogsfilm, waar de Amerikaanse acteur Peter Falk aan meedoet, die soms ook rondloopt (“Hé is dat Columbo?”). Of de engelen geloven in hun ‘werk’ leren we niet echt, maar het willen helpen is sterker dan henzelf.

Marion is als trapeze-artieste verkleed als engel. In zichzelf zegt ze: “Berlijn, ik ben een buitenstaander, en toch is het allemaal herkenbaar. Je kunt niet verdwalen want je loopt altijd tegen de Muur aan.” De engel krijgt gevoelens voor haar en zou graag weer ontengeld zijn.

Bijzondere film van Wim Wenders. De film mixt archiefbeelden, monologen en improvisatie zonder dat het ergens irriteert. En verweeft net zo knap de eigenzinnige met meer gewone, herkenbare scènes. Het script kwam van de schrijver Peter Handke, en dat geeft de film – door de zorgvuldig geformuleerde monologen – geregeld een literair gevoel. Zoals wanneer de twee elkaar bij de bar tegenkomen en zij eerst een immense monoloog houdt voor hij haar mag kussen.

Der Himmel über Berlin is met het gewandel door Berlijn een van de beste films met een cinematografische blik op de gebroken stad van toen. Een prachtpassage waarbij een oude man het oude gapende gat dat Potsdamer Platz heet bezoekt, inclusief Muur. Fascinerend is de weg die doodloopt op de Muur. Een blik op het verlaten Ostbahnhof. Peter Falk die bij de leftovers van het Anhalter Bahnhof loopt. De engel die onder de U-Bahn doorloopt. De bunker waar filmopnamen zijn (nu al jaren een galerie).

Het leven langs de Muur – dat is de route van de film – ging zijn gang. We zien mensen joggen, een Berlijnse nachtclub, een wasserette, een stadsbus, een metrostation, een concert van Nick Cave. Als romance is het even diep als romances gaan, maar het geeft wel energie aan de film.

De inventiviteit van Wenders’ cinema blijkt als de camera over de westerse kant van de Muur (met de iconische hoofden van Muurschilder Thierry Noir) naar de oosterse kant glijdt. Nette witte muren en Oost-Duitse grenssoldaten. Het duurt even voor je beseft dat dit niet kon in 1987. Een stukje Oost-Duitse muur werd nagebouwd in een studio. Maar er zitten wel echte clandestiene beelden in van Oost-Berlijnse straten van Prenzlauer Berg, gemaakt door cinematograaf Thomas Plenert. Je herkent ze aan de Trabantjes.

De film was een groot succes in 1987. Een Gouden Beer in Berlijn en een nog grotere status voor Wim Wenders, die toch niet misselijk was na Paris, Texas. Het is een verhaal over trauma, schrijft The Guardian in een analyse, met die naar verdriet luisterende engelen. En dat is ook wel logisch – gezien het feit wat Berlijners allemaal hebben moeten doormaken, dat leren we al uit alle voorgaande Berlijnse cinema.

Geschiedenis is volgens mij opzettelijk de rode draad in de film. Een grote rol voor de bibliotheek (een van mijn favoriete passages). “Iedere straat heeft zijn eigen grens”, hoor je op gegeven moment iemand zeggen. Er zijn archiefbeelden en de film switcht een paar keer van zwart-wit naar kleur.

Daarom vermoedelijk ook beelden van plaatsen die in Ruttmanns film Berlin – Die Sinfonie der Großstadt nog heel waren: Anhalter Bahnhof en Potsdamer Platz. “Ik kan Potsdamer Platz niet vinden”, zegt iemand. In 1993 verscheen een veel minder bekend vervolg van Wim Wenders: In weiter Ferne, so nah!. Met onder andere Willem Dafoe en… Horst Buchholz.

Films over Berlijn in de jaren tachtig waren pover in kwaliteit maar er kwamen wel wijken aan bod die zelden eerder in films te zien waren. De topproductie van het decennium was Berlin Alexanderplatz (1980), de serie van Fassbinder naar het boek van Doblin. Verder vind ik Cycling the Frame (1988) een aardige curiositeit. Actrice Tilda Swinton fietst langs de muur en uit gedachten. Film van Cynthia Beatt staat op YouTube. In 2009 deden ze de route opnieuw in The Invisible Frame.

 

Special in een special 2: Berlijn in crisis
De jaren tachtig waren zoals voor veel Europese steden ook een bleek decennium voor Berlijn. West-Duitsland wordt eind jaren zeventig getroffen door een heroïnegolf. Junkies worden onderdeel van het stadsbeeld. Ze bevinden zich in Berlijn vooral rondom het station Zoologischer Garten.

Christiane F.: Wir Kinder vom Bahnhof Zoo van Uli Edel was gebaseerd op memoires van de gelijknamige vrouw, die ze met journalisten had geschreven. Boek en film beschrijven hoe een generatie tieners verslaafd raakt aan harddrugs en zich prostitueerden rondom station Zoologischer Garten. De film ging voor realisme en de scènes met naalden in armen zijn bijna niet te tellen.

De echte Christiane F. en Detlev vind je op Wikipedia of in documentaires op YouTube. In 2021 is er ook een tv-serie over gemaakt, Wir Kinder vom Bahnhof Zoo.

Er waren meer typische 80’s-films over Berlijn zoals Neonstadt (1982) van Wolfgang Büld, Dominik Graf en Hans Schmid en Decoder (1983) van Muscha. Ze gaan alle drie over de muziek van die tijd. Opmerkelijk is dat Christiane F. bij alle drie de films betrokken was. In zekere zin past Possession (1981), een duistere monsterfilm van de Poolse regisseur Andrzej Żuławski over een huis bij de Muur, daar ook bij.

Niet letterlijk (want het was een Oost-Duitse film) maar de crisis zie je ook een beetje terug in Insel der Schwäne (1982). Een jongen verhuist van een klein stadje naar de Oost-Berlijnse flatwijk Marzahn en moet daar zien te overleven. Kanakerbraut (1983) schetst de sombere kant aan de andere kant van de Muur. De film van Uwe Schrader gaat over de Kreuzbergmicropolis van werkloze, arme en geregeld bezopen mensen. Enigszins vergelijkbaar is Wedding (1989): jongeren met schulden en gebroken families ontmoeten elkaar weer in de wijk waar ze opgroeiden: Wedding.

Eind jaren tachtig was Oost-Duitsland vrijwel failliet en stond er opeens alleen voor. Na een paar bizarre ontwikkelingen viel in november 1989 opeens de Muur – het symbool van de verdeelde stad die Berlijn was. In 1990 werd het land, en dus Berlijn ook, weer een.

 

Sonnenallee (1999)

Sonnenallee (1999): een Oost-Duitse straat vol spot

Locatie: Neukölln (studio)

Bij de uitkijk van de Sonnenallee staan de West-Berlijners te kijken naar de jonge Oost-Berlijners achter de muur. “Hé kijk, Ossi’s! Mag ik je voeren?” Op hun beurt rennen de Oost-Berlijners achter een toeristenbus aan met West-Duitse toeristen, om hen de stuipen op het lijf te jagen: “Honger! Honger!”

De Sonnenallee is een lange weg achter Tempelhof in de wijk Neukölln. Daar was in de DDR-tijd ook een checkpoint, zie deze kaart op Wikipedia. We volgen Micha en zijn vrienden. Hij is scholier, opstandig, verliefd op Miriam, voor wie hij alles over heeft.

Sonnenallee is een van die energieke jarennegentigfilms met jonge acteurs, geestige scripts en onvervalste satire. DDR-controle bij de grens: “Lychees! Moeten jullie dat eten in het Westen?” Een pijnlijke stilte als de wachtmeester op bezoek komt. DDR-drugs: pillen van de drogist fijnstampen en dan mengen met cola. Rudi Carrell op West-Duitse tv kijken: “Die dingen op de band moeten de mensen onthouden, en dan mogen ze die mee naar huis nemen.” (Totaal verbaasd:) “Mee naar huis nemen?” Een Stasibuurman die elke opmerking verdacht vindt.

Details krijgen veel aandacht. Posters, kleding, de ‘minetta’-radio, een onuitklapbare tafel, vreemde T-shirts, zelfkritiek op een FDJ-jongerendag (in outfit), Krönung-koffie, telefooncellen, auto’s, westerse muziek die jaren na dato publiek bereikt, etc..

Het kan bijna niet anders dan dat het een feest van herkenning was voor iedere Ossi. Negen jaar na de Wende zal het nog fris in het geheugen zijn geweest.

Het tempo ligt goed hoog, zoals het hoort bij een komedie. Deze zin is bijvoorbeeld erg humoristisch (in een discussie hoe vrij de Oost-Duitsers zijn): “In Thüringen mogen we overal gaan en staan waar we willen!” Het Oost-Duitse feest waarbij iedereen binnenloopt, is een van de grappigste passages. De acteurs werden goed geregisseerd in hun komische werk, de moeder, de oom, de illegale platenverkoper, etc.. De regie was van Leander Haußmann, ook bekend van Herr Lehmann en Stasikomödie.

Minder is dat de hoofdpersoon een naïeve jongen is die de hele tijd achter één populair meisje aanrent, wat vaak vaak heel wat minder grappig is dan de schrijvers zelf denken.

Sonnenallee (allemaal studio-Berlijn trouwens) is een van de vroegere films van de Ostalgie-golf in de Duitse cinema. Lang niet zo succesvol als de wat meer gelikte arthousekraker Good Bye Lenin! vier jaar later maar wel een stuk grappiger. Dat is ook niet in het minst te danken aan de hoofdrolspeler, Alexander Scheer. Bij ons vrijwel onbekend maar hij heeft een komisch talent. Nu speelt hij vooral beroemdheden, zoals David Bowie in de serie Wir Kinder vom Bahnhof Zoo (2021) en Andy Warhol in Fassbinders biopic Enfant Terrible (2020). De perfecte persoon voor de hoofdrol in Sonnenallee want hij was zelf ook achter de Muur in Oost-Berlijn geboren. “Het was niet beter, slechter, maar compleet iets anders”, zegt hij in dit interview.

De jaren negentig was de tijd van grote verandering in Berlijn. Zo kreeg de wijk Mitte opeens weer kleur op het gelaat want het kon na de val van de Muur weer aan elkaar geplakt worden. Dat betekende een heleboel bouw- en saneringsprojecten. Berlijn stond bekend als de grootste bouwput van Europa. Je krijgt een idee via de korte film (twee minuten) Neues Berlin op YouTube.

En ook de Berlijnse cinema veranderde. Spionage, Muur, spanning, Oost-Duitse films: allemaal opeens weg. Er was verandering. Eind jaren negentig was er wat meer geld om in de nieuwe hoofdstad te filmen. En zoals zo vaak, maakten die Berlijnse films creatief gebruik van de achtergrond die de stad bood:

Die Mauer (1990): Jurgen Böttcher (van Jahrgang 45) maakte deze film over de afbraak van de Muur
Berlin – Prenzlauer Berg (1990): de veranderingen in deze Oost-Berlijnse wijk gingen snel en Petra Tschörtner legde het vast
Nie Wieder Schlafen (1992): drie vrouwen herontdekken herenigd Berlijn in een soort lokale Sex and the City
Das Leben ist ein Baustelle (1997): slimme romantische komedie van Wolfgang Becker met de grote bouwprojecten in Berlijn als achtergrond
Lola Rennt (1998): bekende arthousefilm in drie varianten waarin Lola de hele stad doorrent (film van Tom Tykwer)
Die leere Mitte (1998): obscure film van Hito Steyerl over Mitte. Kwam pas in 2022 in de bioscoop
Ich Chef, Du Turnschuh (1998): over een Armeense vluchteling die in de bouw gaat werken

Meer lezen: https://www.epd-film.de/filmkritiken/sonnenallee

 

Berlin is in Germany (2001)

Berlin is in Germany (2001): aanpassen is niet makkelijk

Locaties: Mitte, Friedrichshain

Martin – oud-Ossi – komt na elf jaar gevangenisperiode vrij. Martin wil zijn zoon weer zien, zoekt werk en doet aan therapie (schilderen). De wereld is anders. Er is vrijheid en techno. Maar ook Plattenbau (prefab-bouw) met racistische buren.

Zijn ex-vrouw (anders dan je vaak in films ziet) wil hem helpen. Ze is intussen onderdeel geworden van de culturele elite. Als hij op bezoek komt, weten de elitaire Berlijners niet wie hij is. “Heb jij gehoord wat hij deed? Nee ik dacht dat hij misschien een schrijver is.”

Hij kan bij een oude vriend in een seksvideotheek met liveshows werken. Daar ontstaat een warme relatie met seksartiest Ludmilla. Hij gaat studeren voor een taxi-examen. Dat is lastig want diverse straten in het oosten hebben andere namen gekregen. “Fritz Heckertstrasse is Engeldamm, Ho Chi Minh-strasse is Weissenseerweg, Helmut Juststrasse is Behmstrasse, Otto Grotewohlstrasse is Wilhelmstrasse…” Na zijn examen blijkt dat Martin met zijn strafblad geen taxichauffeur mag zijn. Wat nu?

Vriendelijke, menselijke film van Hannes Stöhr, die leunt op het overtuigende acteren van de hoofdrolspelers, vooral Jörg Schüttauf als Martin. Geen stereotype arthousedrama – daarvoor is het wat te onvoorspelbaar – maar gewoon een mooie film over een man die probeert om zijn leven op te pakken. Waarbij je ook veel van Berlijn ziet, met de Fernsehturm van Alexanderplatz als een Eiffeltoren aldoor op de achtergrond (net als in Good Bye Lenin! is het een soort permanent referentiekader). Het enige wat de film mist, is een plot om het rond te maken. Dat is wel spijtig.

In deze tijd ligt de nadruk wat minder op de stad Berlijn, maar zien we meer van de rauwe kant van het bestaan in diverse buurten:

Die Unberührbare (2000): drama van Oskar Roehler
Planet Alex (2001): verhalen rondom Alexanderplatz, veel buitenscènes, guerrillastijl
Alltag (2003): met de grootste gemeenschap Turken buiten Turkije in Berlijn (vooral Kreuzberg), duurde het nog een tijd voor er een echte film over verscheen. Film van Neco Çelik
Herr Lehmann (2003): amusant portret van Kreuzberg tijdens de jaren tachtig van Leander Haussmann (regisseur van Sonnenallee)
Die fetten Jahre sind vorbei (2004): antikapitalisten bezoeken het rijke stadsdeel Zehlendorf en gaan mensen ontvoeren en de les lezen
Sommer vorm Balkon (2005): aardige buurtfilm van twee vrouwen in Prenzlauer Berg
Netto (2005): man in Prenzlauer Berg krijgt zoon in huis
Knallhart (2006): een soort La Haine maar dan in Neukölln

Meer lezen: https://www.filmportal.de/film/berlin-is-in-germany_283c6c29d554490d9dda78e106ac4d6a

 

Laatste special in een special: Berlijn en geschiedenis
Nog een special? Ja! Want het moet. Berlijn is de ideale stad om te leren kennen via films. Duitsers hebben zelf al meer dan gemiddelde interesse in hun geschiedenis. Er is zelfs een (Poolse) film gemaakt over de konijnen die leefden in het niemandsland van de twee verdeelde steden: Rabbit à la Berlin (2009). Daarom deze laatste special:

• De Spartakusopstand in 1919 eindigt in een bloedbad onder communisten: Rosa Luxemburg (1986)
• De Weimarrepubliek van de jaren twintig levert bijzondere cultuur én economische chaos op: I am a Camera (1955), Cabaret (1972), Fabian (1980) en Comedian Harmonists (1997)
• Nazi-Duitsland verliest de oorlog en Berlijn wordt kapot geschoten in april en mei 1945: The Last Ten Days (1955), Hitler: The Last Ten Days (1973), The Death of Adolf Hitler (1973), The Bunker (1981) en Der Untergang (2004)
• In 1948 blokkeren de Sovjets de aanvoer naar de geallieerde zones in Berlijn en een luchtbrug wordt opgezet: The Big Lift (1950) en The Airlift (2005)
• De stad wordt vanaf 1949 verdeeld, in 1961 wordt de Muur gebouwd, en mensen proberen met gevaar voor eigen leven te ontsnappen: Escape from East Berlin (1962), Der geteilte Himmel (1964), Berlin Tunnel 21 (1981), Night Crossing (1982), The Innocent (1993), The Tunnel (2001) en West (2013)
• Oost-Duitsland is een dictatuur waarbij iedereen elkaar bespioneert: Das Leben der Anderen (2006)
• Berlijners leven decennialang gescheiden van elkaar en dat zorgde voor persoonlijk drama: Romance in Berlin (1956), Familie Rechlin (1982), Das Versprechen (1995), Der Himmel über Berlin (1987) en Salmonberries (1991)
• De Muur gaat neer in 1989 en Duitsland is weer een. De stad verandert in een grote bouwput: Boomtown Berlin (serie 1996 – 2003), Das Leben ist eine Baustelle (1997), Lola Rennt (1997) en Berlin Babylon (2001)
• En wordt dé partystad van Europa (Szenetriffen heet dat in onvervalst Berlijns): Angel Express (1998), Berlin Calling (2008) en Victoria (2015)
• Diverse Oost-Duitsers krijgen te maken met ‘Ostalgie’, Oost-Duitse cultuur: Sonnenallee (1999), Good Bye Lenin! (2003), Meine schönsten Jahre (2004) en Liebe Mauer (2009)
• Voor ‘Ossies’ is de aanpassing aan de stijl van het westen sowieso niet simpel: Die Unberührbare (2000), Berlin is in Germany (2001) en Du bist nicht allein (2007)
• Net als veel andere grote steden zien Berlijners hun huren stijgen in de 21ste eeuw: Welcome Goodbye en Mietrebellen (beide 2014)

Deze unieke Berlijnse geschiedenissen bieden natuurlijk ook kansen voor series die personages langere tijd volgden. Met name in de 21ste eeuw verschenen ze aan de lopende band. We gaan er verder niet op in, maar de liefhebber van series bingen én Berlijnse geschiedenis heeft keuze genoeg:

Liebling Kreuzberg (1986 – 1991)
Dogs of Berlin (2018)
Babylon Berlin (2017 – 2025)
Berlin, Berlin (2002 – 2005)
Deutschland 83 / 86 / 89 (2015, 2018, 2020)
Ku’damm 56 / 59 / 63 / 77 (2016, 2018, 2021, 2025)

Houd je meer van gamen? Dan kun je al spelend de Berlijnse geschiedenis meemaken via de game The Berlin Apartment.

 

Kortom…
De schatkamer van de Berlijnse cinema – en de geschiedenis van de stad – is bijna onuitputtelijk. Er zijn altijd nisjes waar je nog niet eerder had gekeken. De website Filmfriend.de heeft bijvoorbeeld nog allerlei oudere films over Duitsland en Berlijn, zie de links hieronder.

Ondertussen blijft het gekke Berlijn zelf ook steeds weer veranderen van karakter. Het is een van de weinige steden die cultureel enorm veel te bieden heeft, zelfs in tijden dat de huizenprijzen stijgen. Het is bijna een blinde liefde die je tussen kijker en maker voelt: als Berlijn in een film voorkomt, dan móet het wel iets moois zijn…

 

Overige bronnen

• Filmfriend over Oost-Duitse films: https://www.filmfriend.de/en/collections/once-upon-a-time-in-east-germany
• Filmfriend over Berlijnse films: https://www.filmfriend.de/en/collections/berlin-film-ballads
• The Guardian en top 10: https://www.theguardian.com/travel/2011/aug/17/top-10-films-set-in-berlin
• Video-essay op YouTube: https://www.youtube.com/watch?v=rjFf41DePhk
• Wikipedia: https://en.wikipedia.org/wiki/List_of_films_set_in_Berlin
• Boek: Brigitta B. Wagner: Berlin Replayed, University of Minnesota Press

 

30 juli 2026

 

 

Deel 1: Camera Obscura Special: Parijs
Deel 2: Camera Obscura Special: New York
Deel 3: Camera Obscura Special: Londen
Deel 4: Camera Obscura Special: Tokio
Deel 5: Camera Obscura Special: Amsterdam
Deel 6: Camera Obscura Special: Rio de Janeiro

A pied d’oeuvre

***
recensie A pied d’oeuvre
De schrijver die liever klusjesman wilde zijn

door Bob van der Sterre

Paul Marquet was fotograaf en kon er goed van leven. En is nu schrijver. Maar hij is vooral klusjesman. Voor twintig euro kun je hem inhuren om je kelder leeg te ruimen.

Het ging Marquet voor de wind als duurbetaalde fotograaf. Maar het verandert als hij zelf beslist dat hij schrijver wil worden. Zijn kinderen zijn bij zijn ex-vrouw en hij ziet ze vrijwel nooit want ze wonen in de VS. ‘Ze hebben een ander rolmodel nodig op die leeftijd.’

Het kiezen voor het schrijverschap gaat met offers. Hij gaat van een prachtig appartement naar een goedkope, bedompte kelder. En van geld bij de vleet naar bijna niks meer. ‘Ze krijgen mooie kritieken maar de verkoop valt tegen.’

A pied d'oeuvre

App voor klusjesmannen
Paul heeft geld nodig en schrijft zich in bij een app voor klusjesmannen, die je helpt als je onmiddellijke nood hebt met koelkasten, trappen plaatsen, verstoppingen, elektriciteit. Of als je planten weg wilt doen, een taxichauffeur zoekt, meubels uit elkaar wilt halen, een spiegel ophangen, glazen laat wassen of een kelder laten leegruimen. Klusjes van 20 tot 30 euro met een ratingsysteem. Een oude schoolvriend: ‘Je had ook consultant kunnen zijn.’

Hij past zich aan. ‘Ik trek één velletje van het wc-papier, zet de temperatuur wat lager. Er is altijd iets op te offeren als je met weinig moet leven.’

Het budgettair lijden bevalt hem eigenlijk zo goed dat hij nog maar weinig interesse heeft in het schrijven van een nieuwe roman. Iedereen raadt hem dat trouwens toch af. Met name zijn vader vindt het maar niets: ‘Waarom kies je dit leven? Wat wil je bewijzen? En wat schrijven? Waarom? Je bent al op televisie geweest en het leidt nergens naar.’ Zijn vrouw: ‘Kun je alsjeblieft stoppen met mij vermelden in je boeken? Het is toegestaan om het niet te willen…’

Waarom eigenlijk?
En eerlijk gezegd, na het kijken van de film snap je als kijker ook niet zo goed waarom hij stopte met zijn blijkbaar commercieel erg succesvolle fotografie. Was het niet mogelijk gewoon iets minder te werken? En waar is het grote geld dat hij ermee verdiende heengegaan? En dan krijgt hij nog 250 aan royalty’s, wat een mazzelaar!

Als droog drama is het best goed, de klussen zijn een sterk stuk in de film, maar als komedie is er niets te zien. Het is ook moeilijk houden van iemand waar net zoveel persoonlijkheid in zit als een krant. In geen enkel beeld raak je overtuigd van een verborgen talent. Hij zegt en denkt bijna niets.

A pied d’oeuvre van Valérie Donzelli (gefilmd naar een boek van Franck Courtes) gaat uit van iets waar je sowieso weinig van leert: hoe andere mensen jouw keuzes beoordelen. En dan nog bevestigt het op het einde precies waar het niet om leek te draaien: succes. Ja, zo is het wel makkelijk plots verzinnen.

A pied d'oeuvre

Geen Antoine Doinel
De film doet met de klusjes wat denken aan een klassieke antiheld met dezelfde vreemde baantjes en passies: Antoine Doinel. Bekend van Truffauts beroemde vijf films over dit karakter.

Maar waar de films van Antoine Doinel vreemder, vlotter, satirischer en grappiger zijn (dialogen, karakters, acteren en scènes – en dat is dan nota bene vijftig jaar geleden), is deze film vrij humorloos, statisch en weinig biedend wat afwijkt van het arthousegemiddelde. Ook in stijl: talloze close-ups van de nietszeggende blik van de hoofdpersoon. Waarom dat een trend is in arthouseland heb ik nooit begrepen.

Het meest verdrietig is dat het geschetste schrijversleven altijd een romantisch bestaan is – met een alwetende en supportende uitgever – en meesterwerken die uit de lucht komen vallen. Je hoopt toch weer elke keer op een film die het schrijverschap écht weergeeft, dus met uitgevers als geldwolven, recensenten als ijdele slijmerds en feestjes waarbij iedereen de meest belezene wil zijn.

Voorbeelden zijn er genoeg als je de serie Privé-domein van de Arbeiderspers leest, met schrijvers in alle soorten dramatische situaties, maar de vloek van de romantiek rondom dat beroep blijft zo’n eerlijk beeld altijd verhinderen.

 

17 juni 2021

 

ALLE RECENSIES

Het hart van Amsterdam

****
recensie Het hart van Amsterdam
Veertig jaar penoze in een fascinerend insidersbeeld

door Bob van der Sterre

Begin jaren tachtig begonnen filmmakers Arnold-Jan Scheer en Roy Dames op de Wallen de Amsterdamse penoze te filmen. Veertig jaar later werkten ze na een crowdfundingsactie deze beelden uit in het geslaagde portret Het hart van Amsterdam

Wie wil dat nou niet, een film over de Amsterdamse penoze? We kijken naar het vroege soort penoze dat in softdrugs deed, nog niet zo over lijken ging als de  georganiseerde misdaad die toen langzaam opkwam, maar zich vooral presenteerde als een vriend van de buurt.

Het hart van Amsterdam

De Wallen als concentratie van kleine misdaad
Deze criminelen zaten in softdrugs, prostitutie en casino’s. Ze concentreerden zich rondom de Wallen in de Nieuwmarktbuurt. Een sportschool met sterke jongens was voldoende om overal druk uit te oefenen.

De mooiste namen vliegen je om de oren: Mooie Manus, Frits van de Wereld, Zwarte Joop, Parijse Leen, Utrechtse Gonnie, de Bollenbakker. Ze zaten gezellig jenevers te klokken in een barretje aan de Zeedijk. “Vroeger was een andere tijd. Als er wat gebeurde, was het elkaar een paar stompen geven en daarna zaten ze een biertje te drinken.”

De Wallen waren lang een eigen ecosysteem binnen Amsterdam met veel (klein) misdadige rafelrandjes. Journalist Bas van Hout groeide er op en legt het als volgt uit: “Er was geen wetgeving, het was een soort sociaal vacuüm waar alles kon. Niemand die aan mij vroeg: wat doe jij eigenlijk?” Henk de Vries, uitbater van The Bulldog: “Je liep amper buiten de Nieuwmarkt en je werd verguisd en vergald als: Je komt uit een smerig getto.”

Een pittig wereldje waar hardheid de boventoon voerde. “Mijn vader was ook lief… Maar af en toe sloeg ie me de tering.” Met een eigen logica: “De een hep het een beetje beter gedaan, de ander heeft het wat slechter gekregen.” En: “Vroeger dachten we dat wij de boeffies waren. Nu zijn we de netste en fatsoenlijkste mensen die hier in de buurt rondlopen.”

We kijken ook naar souteneurs en sekswerkers die rondom de Wallen opereerden. Zoals de twee zussen Louise en Martine Fokkens die uitleggen hoe uitpezen werkte. Of sekswerker Rob die het twintig keer per dag zeven dagen per week deed op een podium: “Ik voelde me net een Febo-kroket.”

Frits van de Wereld en Zwarte Joop
De film focust zich vooral op de twee criminelen die gedijden bij het gebrek aan aandacht van de politie voor deze buurt. Frits van de Wereld – die rondom de Zeedijk opereerde – en Zwarte Joop – die Casa Rosso begon op de Oudezijds Achterburgwal. En of Frits nou in heroïne zat? Zelf ontkende hij dat ten stelligste: “Als ik ooit 1 gulden aan heroïne verdiend hep, hoop ik dat ze me twintig jaar lik geeffe.”

Zwarte Joop introduceerde seksbars als Casa Rosso en later ook luxe casino’s. Hij was een ‘innovatieve’ penoze. “Het was toen half illegaal, we hadden een alarmsysteem voor als er iemand van de zedenpolitie kwam, dan werd de porno vervangen door een tekenfilm.”

De verhalen rondom deze casino’s zijn bijna een speelfilm, zegt Bas van Hout, die er middenin zat. Hij begon er al op zijn twaalfde als croupier en herkende veel toen hij Casino zag. “Ik heb miljoenen naar Zwitserland gebracht.” Frits van de Wereld reageerde met zijn eigen gokhuis: Mata Hari.

Soms was het toch wel grimmig, zoals met een grote brand in een van de casino’s, die aangestoken werd door een ex-werknemer. Daarnaast klopte de meer georganiseerde misdaad van Klaas Bruinsma steeds meer op de deur. Dat zou uitlopen op de gangsteroorlogen in de jaren negentig.

Het hart van Amsterdam

Bar en boos: de jaren tachtig en de Zeedijk
De geplande documentaire in de jaren tachtig van Scheer en Dames kwam nooit af. Maar het laten sudderen van het materiaal kan soms goud waard zijn. Want ze bleven filmen, deden nog diverse interviews later en rondden het project af, waardoor je een vrij compleet en fascinerend insiders-beeld krijgt van de Amsterdamse penoze.

Een voordeel hiervan is bijvoorbeeld dat de film diverse unieke beelden bevat van de jaren tachtig, toen het echt bar en boos was rondom de Zeedijk. Een typisch beeld is als ‘Petertje’ bij ‘ome Frits’ geld komt vragen voor zijn verslaving. “Hij was een van de vriendjes van m’n soon.”

De buurt raakte verpauperd. Frits van de Wereld geeft zelf een rondleiding. “Alles is verrot en kapotgemaakt.” Ingevallen huizen, overal hout voor de ramen, restaurants en cafés gingen dicht. Maar wel overal junks en dealers. “Het was de hele dag: Bruin-wit… Dan zeg ik: de bakker is daar.”

Een serie?
Journalistiek is het nooit goed om te dicht op je onderwerp te zitten. Je krijgt al snel weinig-kritisch ouwe-jongens-krentenbrood.

Maar ook dat levert een fascinerend beeld op van een subcultuur die niet vaak aan het woord is. Er is veel genietbaars aan een passieproject als deze film. Bijna alles is goud, het Amsterdams, de karakters, de dialogen, de archiefbeelden. En zelfs wel wat gevoelige momenten, zoals de verhalen van de kleinzoon van Frits van de Wereld.

Een nadeel is wel dat er veel in weinig tijd wordt geperst. Het verhaal gaat hierdoor aldoor alle kanten op met heel veel karakters en geschiedenissen. Ik zeg het niet snel maar een serie had hier wonderen gedaan. Met hoofdstukken over softdrugspenoze, casino’s, prostitutie, georganiseerde misdaad, jaren tachtig heroïnegolf, heden, etc.; dat zou nog meer smullen zijn geweest.

 

22 mei 2026

 

Meer Amsterdam? Lees Camera Obscura Special: Filmstad Amsterdam.

 

 

ALLE RECENSIES

IFFR 2026 – Deel 7: Films die de controverse opzoeken

IFFR 2026 – Deel 7:
Films die de controverse opzoeken

door Bob van der Sterre

Altijd prikkelend, films die schoppen tegen ‘taboes en heilige huisjes’, om met Hans Teeuwen te spreken. Komisch, serieus, ze zijn er in alle vormen, en kunnen net zo vermakelijk als saai zijn.

 

Maddie’s Secret

Maddie’s Secret – Passie voor eten of spugen?
Maddie is afwasser. Vanuit het niets wordt ze ook influencer – ook omdat ze een groot kooktalent heeft. Ze heeft een grote kans om door te breken maar ze heeft last van boulimia. Haar oplossing: doen alsof ze zwanger is, wat het kotsen verklaart. Opname in een boulimia-instituut volgt. Maar ze wil nog steeds verder met haar carrière.

Hoe moeilijk het is om blij te zijn met je lichaam: daar gaat deze film over. Een pittig onderwerp waar velen zich in kunnen herkennen. Maar zoals met meer van zulke films: het kan ook hard binnenkomen.

Een gewaagde maar interessante keuze: luchtige films over voedingsproblemen zie je niet elke dag, Dat is omdat je als regisseur vermoedelijk ook de plank enorm kan misslaan. Maar komediant John Early ging die uitdaging aan met zijn debuut en het leverde wel een vlotte film met goed tempo op.

Het probleem van de film zit hem misschien in iets anders: Maddie is best een ergerniswekkend, naïef type. Dat hoort bij haar rol natuurlijk. Voor een hoofdrol mist ze wat menselijk reliëf, wat voor de comedy is gedaan, maar het werkt averechts, het is moeilijk om mee te identificeren. Pas als de moeder in beeld komt (letterlijk) begint haar karakter wat sympathieker, menselijker te worden (ik ga niet het woord gelaagder in de mond nemen).

Verder is het erg van deze tijd. Een queer gym, delen van hulu-accounts, kookinfluencers, joggen. Maar ook een (Amish) ledikant aanschaffen (‘Ik had het misschien eerst moeten vragen’), een collega die stikjaloers is en bazen met commerciële ambities. Niet alles gaat even goed, hier en daar is het wat houterig geacteerd en gefilmd, maar de film heeft ontegenzeggelijk charme.

 

Deadline

Deadline – Eliteschool maakt leerlingen suïcidaal
Verwachtingen zijn zelden te hoog op topscholen in Azië, maar deze school – En-Shan – maakt het wel heel bont.

In deze school met wonderlijke sciencefictionarchitectuur hangen gigantische banners van de ‘elite-leerlingen’. Ben je eliteleerling? Dan heb je recht op hapjes en drankjes. Uiteraard zijn alle data over de leerlingen bekend, of ze nu ADHD hebben of een depressie of niets. Ze werken met een systeem genaamd ‘Ismart-niveau’. Als het te laag wordt, volgen er vragen. Brutale leerling tegen leraar: ‘Als je er wat aan doet, daalt jouw Ismart-niveau ook.’ Heb je een gesprek met de docent en moet je eerlijk antwoorden, dan geeft de machine van de docent bijvoorbeeld aan: ‘56% betrouwbaarheid’. ‘Volgens mij vertel je niet helemaal de waarheid.’

Een briefje over een zelfmoord geeft al aan dat er wat speelt bij de overspannen leerlingen en helemaal als een topleerling zich van haar leven berooft. In dit verhaal volgen we een leraar en een paar leerlingen met allemaal lage scores.

Deadline mag niet uitkomen in Hong Kong en China. Lees het interview hierover in The Guardian met de Hongkongse regisseur Kiwi Chow. Hij is teleurgesteld maar berust zich in wat er is gebeurd. Hij had al een paar provocerende films gemaakt, zoals Ten Years in 2015, wat misschien verklaart waarom de censuur in Hong Kong deze film verbood.

Gek genoeg is deze film helemaal niet zo uitgesproken. Het is een aanklacht tegen de gang van zaken op elitescholen waar het streven naar succes er keihard wordt ingepeperd, en die vind je in ieder werelddeel. De film begint sterk. Karakters en verhaallijnen worden aardig uitgewerkt, misschien is het wel iets aan de lange kant.

 

Greetings from Rhodes

Greetings from Rhodes Toerisme op zijn ergst
In deze korte film (25 minuten) zien we aldoor beelden van de bosbranden van Rhodos afgewisseld met cynische teksten.

Een paard loopt over een verbrand huis. Tekst: ‘Dit is niet hoe ik verwacht had dat mijn vakantie zou verlopen.’ Een stuk dor landschap. ‘Ik heb betaald om een goede tijd te hebben, niet om basisproblemen op te lossen waar ik water moet halen of hoe ik de wc moet doorspoelen.’ Beelden van zwarte struiken. ‘We verwachten wel wat compensatie voor deze geruïneerde vakantie.’

Ook al weten we niet zeker of de teksten echt van mensen komen, dat het je niet zou verbazen is al erg genoeg. Het beruchte main character syndrome spat er vanaf. ‘Ons reisbureau zei dat er een probleem was met branden op Rhodos, maar verzekerde dat het een eind van ons vandaan was. Ik heb er niet meer aan gedacht. Ik zit bij het zwembad te relaxen en een boek te lezen.’

Deze film kiest partij en bespot met vileine humor al deze hebzuchtige toeristen. Soms simpel door strandgasten met het beeld te mengen van een vuurtje. Soms lekker maf als er een dinosauriër in beeld loopt. En soms keihard cynisch: als we van dappere brandweermannen overgaan naar loeigrote roze teksten: Best deals ever; Just do it; Spoil yourself, While you still can!

Geestige satirische en ook wel artistieke film van Viera Čákanyová, die laat zien dat je dramatische gebeurtenissen ook kunt bekijken met een komische blik. Een van mijn favorieten van IFFR.

 

10 februari 2026

 

IFFR 2026 – Deel 1: Openingsfilm geen crowdpleaser
IFFR 2026 – Deel 2: Geschiedenissen
IFFR 2026 – Deel 3: Film als zintuiglijke ervaring
IFFR 2026 – Deel 4: Misdaad en ellende
IFFR 2026 – Deel 5: Kijken door de ogen van het verleden
IFFR 2026 – Deel 6: Mysterieuze verhalen uit de hele wereld


MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2026 – Deel 6: Mysterieuze verhalen uit de hele wereld

IFFR 2026 – Deel 6:
Mysterieuze verhalen uit de hele wereld

door Bob van der Sterre

Wat blijft er mooier dan een goed mysterieus verhaal? En dan in een film die je met hulp van het bovennatuurlijke op het verkeerde been zet. Vijf voorbeelden uit alle windstreken.

 

Yellow Cake

Yellow Cake – Uraniummuggen verpesten supermedicijn in Brazilië
In een stad in het noordoosten van Brazilië, Piciu, zou een nog ongetapte uraniumbron zijn. Een Amerikaanse miljonair wil het snel hebben om te kunnen omzetten in een supermedicijn, want hij heeft ‘yellow fever’. De lokale wetenschapper Rubia werkt mee maar heeft ook een paar van haar eigen lokale mannen om mijnen te vinden.

Natuurlijk gaat de test mis. Uraniummuggen ontsnappen, bijten er op los en veranderen mensen in zombies. Rubia wordt ook gebeten maar een lokale genezer redt haar met zijn eigen technieken. Het leger grijpt in en zet het gebied in een lockdown. Maar ja, hoe ga je duizenden uraniummuggen vangen? Gele cake zou misschien kunnen werken. Rubia: ‘Ik heb uranium nodig om dit ongeluk te kunnen stoppen.’ Maar een lokale oudere vrouw geniet juist van het einde der tijden.

Ik had met dit uitgangspunt wel iets meer verwacht van de tweede film van Tiago Melo (hij won in 2018 met Azougue Nazaré de Bright Future-award op IFFR). Een mooi onderwerp – zelden horen we iets over Braziliaanse uraniummijnen en hun locaties, natuur, grotten, stadjes – maar het oogt wat te veel als een lowbudgetproductie. Met name het vrij amateuristische acteerwerk zorgt ervoor dat je er niet helemaal in meegaat. Ik zie deze film nog wel hergemaakt worden met allemaal dure Amerikaanse acteurs; die vermoedelijk nog meer zal teleurstellen.

 

Yellow Cake

Exit 8 – Als Escher metrotunnels had ontworpen in Japan
Een jongeman sjokt door de metrotunnels op zoek naar de uitgang. Hij loopt een tunnel door met posters en deuren en een man met aktetasje passeert hem met een ferme, rechte tred. Hij loopt langs kluisjes en dan rechtsaf… En precies dezelfde gang met dezelfde man met ferme, rechte tred. Aan het einde staat geen 0 meer, maar 1. Nog zeven te gaan voor exit 8.

De jongeman ziet een poster met de tekst: ‘Als je een anomalie tegenkomt, keer om, als je geen anomalie tegenkomt, loop rechtdoor’. Hij doet het en ziet dat hij stapje voor stapje omhoog gaat naar exit 8. Maar een paar vleesgeworden nachtmerries zitten tussen hem en het doel.

Als je veel films ziet met zo-zo-scenario’s, is het een warm bad als je ineens een slim scenario uitgewerkt ziet worden. Dit is niet alleen maar spannend, of bovennatuurlijk, maar vooral ingenieus. Het is geen toeval dat de eerste poster in de metrotunnel – een oneindige 8 – van Escher is, de kunstenaar die zich uitleefde in optische illusies, en wiens werken mensen over de hele wereld fascineren. De jongeman bevindt zich in een echt Escher-kunstwerk. Het begin en einde zijn ook goed uitgewerkt. Zo vraag je je achteraf af of de hele belevenis gaat over de keuze voor de jongeman zelf, gezien de verschillende generaties in de tunnel.

Regisseur Kawamura Genki schoot misschien wel toevallig midden in de roos met een vrij goed script, dat niet per se heel horrorachtig of psychologisch is, maar beide mengt in een aantrekkelijke film. Dat het game-achtig oogt – we beginnen zelfs als first-person – is geen toeval. Exit 8 heeft roots als een cultgame (alleen kijken als je de film hebt gezien…). Dat zou wel een mooie trend zijn: er liggen talloze indiegames met interessante verhalen te wachten. Heeft iemand zin om The Stanley Parable proberen te verfilmen?

 

Mergen

Mergen – Mist, bergen en corrupte figuren in Kirgizië
Een man ontdekt met een drone een lijk in het besneeuwde berglandschap van Kirgizië en gaat met de film naar de politie. Het is een stadje waar in Sovjettijden goud werd gedolven en nieuwe, gewetenloze zakenmannen zoeken investeerders om de mijn te heropenen.

Ze vinden het lichaam en uit autopsie blijkt dat de overleden man verwondingen had. Nurtay, de detective, gaat op onderzoek uit. Tijdens het onderzoek kruist hij de paden met de corrupte zakenmannen. ‘Om iedereen zijn motivatie te stimuleren, zou ik een paar nieuwe politieauto’s kunnen regelen, dat zou toch mooi zijn?’ De boodschap: zoek niet verder naar het verhaal achter het lijk. Nurtay krijgt waanbeelden van een klein kind midden in de bergen. ‘Ik ben mijn pop kwijt.’ Dan is er nog een kind dat opeens de aandacht krijgt van een rijke vrouw. Hoe hangt dat allemaal samen?

Verrassend mooie productie. De film van Chingiz Narynov oogt professioneel. Veel mysterie, sfeer, rustig tempo en een prachtige cinematografie, wel eentje om op groot scherm te zien. Misschien dat het verhaal al met al wat bekend oogt maar de beelden doen veel goed.

 

Motherwitch

MotherwitchHeks neemt wraak in Cyprus
Cyprus, 1882, een landelijk dorpje. Kinderen spelen in een ruïne en die stort in. Bij de begrafenis gaat het spontaan stormen, wind en hagel. Moeder Eleni, schilderes en moeder van de kinderen, krijgt scheve blikken in het dorp. Ze vervloekt het dorp, denken ze.

Ze raakt bevriend met een vriendje van haar kinderen. Samen proberen ze de overleden kinderen tot leven te wekken. Een paar heksenspreuken doen de truc. Dat gaat niet goed. Er komen wezens die op haar kinderen lijken maar met varkensneuzen. Goedaardig zijn ze niet. En dan nog een duistere entiteit die een voorstel heeft: “Je mag mijn slaaf zijn in deze duistere nacht van mij”. (Aardig: dit figuur verschijnt na een ultralangzame inzoomactie van de camera).

Deze film van Minos Papas is heel traag en heeft een eigenaardig mix over kunst, heksen, rouw en moederschap. Film is een potpourri van lokale Cypriotische folklore, religieuze kwesties en een snufje geschiedenis (de rol van de Engelsen in Cyprus). Alleen duurt het echt te lang, het laatste drie kwartier dooft het verhaal door overdaad aan bovennatuurlijk een beetje uit.

 

Diary of a Ghost

Diary of a Ghost – Buitenaardse structuur boven een restaurant in Japan
Deze laatste film duurt maar een half uur (van Daigo Hariya en Yosuke Kobayashi) maar is zeer het zien waard. “Het was spannend in het begin, maar het bleef daar gewoon drijven in de lucht.” We volgen het gedurende verschillende decennia.

Af en toe valt er iets om, of gaat de piano uit zichzelf spelen, of zitten er ineens slaappillen in het eten. Maar in 2021 gebeurt er iets en ‘vertakt de wereld voor ieder persoon in een andere, nieuwe wereld waar ze alleen zijn’, aldus een nieuwsbericht. Sho van het restaurant is zo’n persoon in zijn eigen wereld, 2025B. Prettige, mysterieuze sciencefiction.

 

8 februari 2026

 


IFFR 2026 – Deel 1: Openingsfilm geen crowdpleaser
IFFR 2026 – Deel 2: Geschiedenissen
IFFR 2026 – Deel 3: Film als zintuiglijke ervaring
IFFR 2026 – Deel 4: Misdaad en ellende
IFFR 2026 – Deel 5: Kijken door de ogen van het verleden
IFFR 2026 – Deel 7: Films die de controverse opzoeken

 

MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2026 – Deel 4: Misdaad en ellende

IFFR 2026 – Deel 4:
Misdaad en ellende

door Bob van der Sterre

Veel misdaad tijdens dit IFFR. Deense misdaad, Koreaanse misdaad, Kazachse misdaad, ga zo maar door. In sommige gevallen een vrij gewoon politiedrama en in andere gevallen gaat het een stuk verder.

 

Special Unit: The First Murder

Special Unit: The First Murder – Verzorgde Scandithriller
Het is 1927 en de Rigspolitiets Rejsehold (de Deense FBI) is net opgericht. Ze worden naar Esbjerg gestuurd vanwege een moord. Na wat lokale tegenwerking krijgen ze hun onderzoek op poten. Maar als het leidt naar de rijkste en voornaamste inwoonster wordt het wel wat lastiger. De baas vindt het allemaal prima als er maar mooie PR uitkomt.

Veel bekend materiaal voor wie Scandi noirs kent, maar dan wat verzorgder en cinematografischer. Zoals de tussendoor verschijnende beelden van een karakter met een zwarte achtergrond. Ook houd ik van de architectuur en het lichtwerk in deze film. Zo zijn de twee uur geen bezwaar om uit te zitten.

Jammer dat het aantrekkelijke en spannende verhaal, het politiewerk, zoals zo vaak wordt ingeruild voor best voorspelbaar drama, wat met veel gemakzucht altijd reliëf of diepgang wordt genoemd (letterlijk altijd heeft de rechercheur last van demonen uit het verleden). En waarom leidt het onderzoek altijd naar een ‘onaantastbare familie’? En waarom is er altijd een frivole vrouw die met de gevoelens van de met zijn werk geobsedeerde rechercheur speelt? Zo’n cliché dat hier dan gelukkig niet in zit, is dat de rechercheur een eigen ‘onconventionele’ manier van werken heeft.

Aardige politiethriller van Christoffer Boe, die al eerder (2013) de vriendschap van de Deense 70’s antihelden Simon Spies en Mogens Glistrup tot leven bracht. De film is gebaseerd op een serie van begin jaren 2000 over een speciale onderzoekseenheid. Dit kun je zien als de prequel ervan. Ik ken de serie niet dus is het lastig vergelijken, maar IFFR zegt dat het destijds ook razend populair was in Nederland.

 

Dead Dogs Don’t Bite

Dead Dogs Don’t Bite – Afval dumpen heeft een prijs
De Sekerci Group heeft de illegale afvalimport onder controle. Ze laten het afval illegaal dumpen door de lagere figuren van de organisatie, waaronder Ismet en Dogo. ‘Hier ruikt afval als geld, voor degenen die de kansen grijpen.’ Maar de ‘vliegen’ – andere bendeleden – pikken hun dominantie in een haven niet langer.

Ismet is het assistentje van zijn maat Dogo, die laag op de ladder staat en daarvan baalt. Ismet doet het omdat hij snel veel geld nodig heeft voor de ziekte van zijn moeder. Het miserabele misdaadwereldje groeit hem al snel boven zijn hoofd.

Het is een typische misdaadfilm waarbij een ‘zachtaardig’ hoofdpersoon in de misdaadwereld wordt getrokken en op wrede manier lessen leert. Er zijn zoveel varianten van dit verhaal. Het contrast van onschuld en bruut vinden scriptschrijvers denk ik altijd inspirerend.

Het gaat over illegaal afval dumpen in de natuur. Regisseur Nuri Cihan Özdoğan steekt zijn nek uit om dit probleem te vertalen naar een misdaadfilm. Hij laat het complexe systeem zien en hoe iedereen bijdraagt, ook westerse consumenten die overconsumeren. Mooie passage als Ismet dure chips in zijn handen heeft: ‘Dit is vier-vijfde van ons salaris. Dag chips! Jij en ik zijn van twee gescheiden werelden…’

De thriller duurt iets te lang en verliest gaandeweg wel wat aan spanning. Het is verder goed verzorgd met acteerwerk, script en cinematografie (met name kleuren en locaties). Toch bekruipt je achteraf het gevoel dat je de film al veel vaker gezien hebt, maar in een net iets andere vorm.

 

Sicko

Sicko – Kazachstaanse zwarte humor doet het een helft goed
Azamat en Tansholpan doen hun best een normaal leven te leiden, maar ze hebben 26 miljoen tengwe (Kazachstaanse munt) schuld. Een vriend eist zijn geld op. Zijn moeder eist zijn geld op. Dan flapt hij eruit dat zijn vriendin kanker heeft en ze geld nodig hebben voor de behandeling. De familie komt bij elkaar. ‘Laten we fundraisen!’

Azamat gaat mee in het verhaal. En dan moet Tansholpan ook. Dus: haar eraf scheren, video’s opnemen, je religieus voordoen, smeken om geld. Een groot landelijk succes. ‘Hun verhaal raakte een snaar in het hart van het land.’ Er wordt bij een veiling gesproken over miljoenen. Dat kan natuurlijk niet goed blijven gaan en het loopt alsmaar meer uit de hand.

Het eerste deel van deze debuutfilm van Aitore Zholdaskali is een verrassend aardige misdaadfilm met veel zwarte humor. Een goed tempo en de hoofdrolspelers – Ayan Utepbergen als Azamat en Dilnaz Kurmangali als Tansholpan – zijn leuk en levendig. Interessante subtiele montage af en toe, zoals bij de huiskamerscènes, en een vermakelijk satirisch inkijkje in het Kazachse leven.

Het tweede deel bevat vooral geweld, je wordt er zelfs onpasselijk van hier en daar. Het is een klassiek voorbeeld van hoe je een in potentie aardige film kunt bederven door al te gemakzuchtig voor geweld als scriptoplossing te kiezen.

 

Gatillero

Gatillero – Lijken vallen bij bosjes in Argentijns narcogevecht
‘El Galgo’ is een huurmoordenaar. Hij doet klussen. Hij moet ergens heen en iemand neerschieten. Dat blijkt het adres van narcoleidster ‘la madrina’ te zijn, voor wie hij zelf opdrachten doet. Anderen duiken op en gaan schieten. Hij krijgt de schuld van haar dood. En krijgt narcosoldaten achter hem aan. Hij heeft alleen de boze buurtbewoners aan zijn kant.

Gatillero van Cris Tapia Marchiori is een cool uitziende film, maar niet echt een geweldige misdaadfilm als je het puur op het verhaal beoordeelt. Het is veel geschreeuw en gezwaai met wapens, en een vervelende protagonist bovendien.

Het knappe is natuurlijk dat het in een shot is gefilmd. Altijd een beetje spierballenvertoon – want is het nou echt nodig voor een film – maar het resultaat is verbazingwekkend. Er kan zoveel fout gaan, cameramannen kunnen vallen, afspraken kunnen fout gaan, acteurs kunnen opeens grinniken, beelden kunnen vaag zijn, bewoners kunnen onbedoeld opduiken. En toch is de flow hier de hele tijd goed, ondanks het klimmen over hekken, rijden op motoren, etc..

De uitgedachte choreografie deed me af en toe denken aan het vergelijkbare (Mexicaanse) Miss Bala. Ook daar kun je plezier aan hebben, als je ziet hoe de timing van iedereen is, en de camera bijvoorbeeld heel vlotjes aan een auto gaat hangen.

De sfeer van nachtelijke straten is sterk, met vaag licht, street-art en veel smalle steegjes. Een belangrijke bijrol dus voor Isla Maciel, een buitenwijk van Buenos Aires.

 

5 februari 2026

 

IFFR 2026 – Deel 1: Openingsfilm geen crowdpleaser
IFFR 2026 – Deel 2: Geschiedenissen
IFFR 2026 – Deel 3: Film als zintuiglijke ervaring
IFFR 2026 – Deel 5: Kijken door de ogen van het verleden
IFFR 2026 – Deel 6: Mysterieuze verhalen uit de hele wereld 
IFFR 2026 – Deel 7: Films die de controverse opzoeken

 


MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2026 – Deel 2: Geschiedenissen

IFFR 2026 – Deel 2:
Geschiedenissen

door Bob van der Sterre

Geschiedenis – al een paar jaar erg populair in documentaires – keert ook steeds vaker terug in speelfilms. Het levert enorm diverse films op, van een Gogol-remix tot een Indonesisch spookverhaal met een politiek randje.

 

Dead Souls

Dead Souls – Gogol in westernremix
Een man genaamd Strindler reist naar een klein stadje. Hij zoekt naar de namen van overleden Mexicaanse landarbeiders. De mensen snappen er niets van: het zijn doden, waarom zou je er geld voor betalen, dat is als geld door het toilet spoelen? Ze weten dan nog niet wat de Dode zielen-lezer wel al weet: hij is een oplichter. Hij verzamelt de namen omdat hij deze Mexicanen zogenaamd overtuigd heeft om te deporteren, en dat levert geld op.

Alex Cox (maker van Repo Man en Sid and Nancy) speelt de hoofdrol en regisseert de film. Het is een film waar veel aan mankeert (acteren, cinematografie en geluid; het doet denken aan een theaterstuk) maar die ik toch uitkeek, vanwege de maffe combinatie van stijlen. De film verrast je op onverwachte momenten met musical, animatie en sciencefiction.

Ik vroeg me af waarom er aan het begin ‘based on the poem by Nikolaj Gogol’ staat, want Dode zielen is toch echt een roman. Incompleet helaas, aangezien hij een deel ervan in het haardvuur wierp, maar beslist een roman. Een beetje googelen leverde op dat er een Engelstalige vertaling uit 1922 is genaamd ‘Dead Souls A Poem by Nikolaj Gogol’. Maar gek is het wel een beetje.

 

Tunnels: Sun in the Dark

Tunnels: Sun in the Dark – De Vietnamoorlog vanuit Vietnamees perspectief
In Tunnels: Sun in the Dark zien we hoe een groep Vietnamese soldaten ondergronds probeert te overleven bij het gebied Cu cai. De Amerikanen willen dat veroveren. De onderste verdieping moet radiocontact verzorgen, een geheime missie, de boven-ondergrondse groep soldaten moet ze beschermen.

De meeste filmgangers hebben vermoedelijk wel Platoon, Apocalypse Now en films als Hamburger Hill gezien. In deze films komen de Vietnamezen altijd gillend uit de bosjes opduiken en hebben ze geen persoonlijkheid.

Hier zijn de rollen omgedraaid: het perspectief is van de Vietnamezen en de Amerikanen zijn de bad guys met een aantal nare wapens. Dit is de Vietnamoorlog zoals je het niet eerder zag. Het speelt zich af in ondergrondse tunnels en bij rivieren. Hergebruik van wapens, trainen van meisjes, slangen inzetten als wapen, en zelfs een ondergronds huwelijk.

Het is ook een helse plek. Vuurdrama, waterdrama, rookdrama, bommendrama, instortingdrama… Te veel om op te noemen. En o ja, mijnen en boobytraps overal.

Heftig en soms spannend zoals je je kunt voorstellen. De film (regie van Bùi Thạc Chuyêns) wordt verzacht door de prille romantiek van Tu Dap (suf maar moedig) en Ba (bijdehand). Grappig: de acteur Quang Tuan (Tu Dap) zien we ook al op dit festival als vechter in…

 

Fish, Fists and Ambergris

Fish, Fists and Ambergris – Opkomen voor je dorp
Tuam en Tam zijn broers uit een vissersdorpje. Het is een vissersdorpje met veel tradities. Een walvis van grijze amber is al tweehonderd jaar een belangrijk onderdeel van de lokale religie, want het beschermde het dorpje.

Tuan krijgt schulden in Saigon, steelt het beeldje, wil het verkopen, Tam gaat hem achterna, met een vriend, ontmoet een jonge vrouw (visverkoopster), ze vechten met de lokale vismarktbende. Een visser hoger in de rangorde is uit op het dure beeldje.

Het verhaal is bijzaak – het gaat vooral om de gevechten en de stunts, want dat is het kenmerk van de beginnende regisseur Dương Minh Chiến, die graag werkt met stuntmannen. Hij is duidelijk beïnvloed door films van Jackie Chan. Veel ’dolkomische actie’, maar dan op zijn Vietnamees. Soms is dat best vermakelijk. Pistolen zijn er natuurlijk niet, alleen messen, en die doen allemaal ‘sjiiiink’. Dan is er nog de martial arts. Veel van de gevechten zijn in slowmotion; de hele slotepisode is een lange slowmotion.

Bud Spencer en Terence Hill moet ik aan denken. Met grappen als verbonden gezichten (want slechte vechters en ze worden steeds in elkaar geramd). En net als Bud Spencer en Terence Hill krijgen de helden niet meer dan een schrammetje en gaan ze goed gekleed het gevecht aan – in een scène zelfs met een rugtasje om.

 

Inn a State of Siege

Inn a State of Siege – Een hotel aan een frontlijn
Opnieuw oorlog, nu een Joegoslavische. De Holiday Inn in Sarajevo was spiksplinternieuw toen de oorlog uitbrak. De architecten ervan hadden nooit vermoed dat het een paar jaar later aan de Bosnische frontlijn zou liggen en vooral bevolkt zou worden door journalisten. Het lag aan de weg die bekendstond als ‘Sniper Alley’.

Elke rit van en naar het gebouw kon je laatste zijn. Zelfs een neergeschoten iemand pakken, kon je leven kosten. De oud-medewerkers van het hotel halen herinneringen op in gesprek met hun zonen. Ze herinneren het gebrek aan eten, vliegende granaten, verbergen onder een treinwagon, een man redden (die je na de oorlog weer ontmoet).

Een veelzeggende anekdote is als de ober in de Holiday Inn ineens iemand hoort zeggen: Waar zijn de Servische gerechten? De man wil alleen Servisch eten en schrijft op wat hij precies wil. Terwijl daarvoor zoiets nooit gebeurde, eten was gewoon eten.

Mooie verhalen maar helaas is de vorm van de film erg ouderwets. Pratende hoofden, nagespeelde scènes, voice-overs; ik denk dat er meer in had gezeten als het wat meer van de vrije, artistieke kant was benaderd.

 

The Hole 309 Days to the Bloodiest Tragedy

The Hole 309 Days to the Bloodiest Tragedy – Spoken en politiek in Indonesië
Tot slot nog meer bloederigheid in de jaren zestig in Indonesië. Elke dertigste van de maand wordt er iemand vermoord. Teksten gekerfd op de lichamen: ‘leugenaar’ en ‘gemeen’. Grote gaten in hun rug. Ze zijn allemaal overheidsfunctionarissen. Wie heeft dit gedaan? Zijn het de militairen, communisten of geesten?

Aan Sugeng de taak om het uit te zoeken. De lijken vallen sneller dan ze de interviews doen maar opeens lijken de signalen te wijzen naar een enorm corruptieschandaal. Want alle slachtoffers blijken corrupt te zijn. Ondertussen verblijft zijn vrouw bij zijn zieke vader. Daar wandelt een spook rond. Zelfs spiegels zijn niet meer veilig.

Het verhaal is heel losjes gebaseerd op een bloederig hoofdstuk van de Indonesische geschiedenis: de 30 September-beweging. Die vermoordde in 1965 een aantal generaals in een poging om een coup te plegen. Daarop volgden anticommunistische zuiveringen. Lees het gruwelijke verhaal op Wikipedia. De film vermengt dit verhaal met een bovennatuurlijk horrorverhaal.

De film van Hanung Bramantyo kijkt makkelijk weg, schokt je af en toe flink wakker, maar verbaast verder niet ergens met een bijzondere filmstijl. Een paar dialogen zijn onverwacht: ‘Is het een psychopaat?’ ‘Erger, het is iemand als ik.’

 

4 februari 2026

 

IFFR 2026 – Deel 1: Openingsfilm geen crowdpleaser
IFFR 2026 – Deel 3: Film als zintuiglijke ervaring
IFFR 2026 – Deel 4: Misdaad en ellende
IFFR 2026 – Deel 5: Kijken door de ogen van het verleden
IFFR 2026 – Deel 6: Mysterieuze verhalen uit de hele wereld 
IFFR 2026 – Deel 7: Films die de controverse opzoeken

 


MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2026 – 40 tips

International Film Festival Rotterdam 29 januari – 8 februari
IFFR 2026: 40 tips

door Bob van der Sterre

Sneeuwt het, is het glad en koud?… Dan is het tijd voor IFFR (International Film Festival Rotterdam). Honderden films, kort en lang, van verzorgde Franse animatie tot spijkerharde Kazachstaanse thrillers, van een kostuumdramaparodie vol grappen tot een Thaise komedie over reïncarneren in een stofzuiger. We helpen onze lezers van InDeBioscoop graag en bieden daarom deze 40 aanraders voor IFFR 2026.

Wil je meer weten over het programma, de programmaonderdelen en hoe je kaartjes kunt kopen? Lees dan de Q&A over IFFR 2026.

IFFR 2026 40 tips - o.a. Dead Man's Wire

Hieronder zie je 40 tips van onze redactie. Noot vooraf: we moeten de films zelf ook nog zien, het gaat hierbij daarom ook om onze gut feeling. De IFFR-verslaggevers van InDeBioscoop wensen alle IFFR-gangers in elk geval veel plezier!

Iets terugdoen voor dit gratis artikel zou aardig zijn: meld je aan voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van de beste online artikelen over cinema.

 

Actie
4 Tigers
Operation Undead van de Thaise regisseur Kongiat Komesiri was vorig jaar al flink over de top; zijn 4 Tigers gaat misschien nog wel een stapje verder. Deze misdaadfilm is volgens IFFR ‘een schaamteloze spaghettiwestern en een vrolijke mix van komedie, romantiek, actie en fantasy’. Wie houdt van fusion in de keuken zou deze filmische variant dus ook een kans mogen geven. Meer Aziatische actie: de Vietnamese actiefilm Fish, Fists and Ambergris; de Zuid-Koreaanse superheldenpastiche Hi-Five; de Japanse samoeraifilm Lone Samurai en de Hongkongse misdaadactie The Shadow’s Edge (met Jackie Chan, 141 minuten).

 

Animatie
Marcel et monsieur Pagnol
Sylvain Chomet betekent verzorgde, geestige animatie, zoals The Triplets of Belleville en The Illusionist. Deze film over regisseur en schrijver Pagnol zal ook wel weer prachtig zijn. Volgens IFFR ‘een bijzonder levendige en vrolijke animatiefilm’.

 

Biografie
The Wizard of the Kremlin
Als je denkt dat je echt alles hebt gezien, word je weer verrast door Jude Law in de rol van Poetin. Hij speelt hem in Olivier Assayas’ biografie over iemand anders: de Kremlinadviseur Vadim Baranov (in het echt adviseur Vladislav Surkov). Die stond lang heel hoog in de Kremlinrangorde. 145 minuten met ongetwijfeld veel zwaar aanvoelend cynisme. Meer biografisch: Mickey & Richard (over een gayporno-acteur), Quezon (over een Filipijnse politicus in de jaren dertig) en The Testament of Ann Lee (over de leidster van een achttiende-eeuwse religieuze beweging).

 

Bovennatuurlijk
A Useful Ghost
In deze Thaise film van Ratchapoom Boonbunchachoke keert de overleden Nat terug in haar man’s leven. Ze reïncarneert in een luxe stofzuiger. De familie, aanvankelijk niet blij, draait als blijkt hoe praktisch dat is. De vermoedelijk vrij satirische film is volgens IFFR een ‘felle, gelaagde aanval op het Thaise establishment’.

 

Coming of age
La petite dernière
Er waren jaren dat het aantal coming-of-age-films bij IFFR niet te tellen was. Gelukkig is dat niet meer zo want het werd vrij eentonig. La petite dernière is een van de weinige nog echt oprechte coming-of-age-films, over een lesbisch meisje van zeventien in een Frans Algerijns gezin.

 

Documentaire
Inn a State of Siege
De Joegoslavische burgeroorlog is met de lange docu-serie The Death of Yugoslavia helemaal uitverteld, zou je denken. Maar over deze vier jaar ellende valt nog veel meer te vertellen. Dit verhaal van Qali Nur gaat over het hotel, de Holiday Inn, dat gelegen was aan de ‘sniper alley’. Ik vermoed dat dit een stevige maar ook boeiende documentaire zal zijn. Verder aan documentaires: Sovereign Son, over een man die ontdekt dat zijn vader jarenlang in een tent in Amsterdam leefde; en White Lies, van een vrouw die haar jeugd doorbracht in een sekte.

 

Drama
3 Days in September
Er zijn vast meer mensen met een zwak voor Roemeense films. Deze film van Tudor Giurgiu heeft een enorm lange single take (ruim een uur) en dat is een stijl die zo moeilijk is te regisseren, dat het vermoedelijk meer gaat om de energie van deze film. Volgens IFFR zit het tussen een romkom en drama in. Helaas geen trailer.

 

Experimenteel
Tycoon
Wat is film zonder lef? Sommige filmmakers pakken hun kans om écht oncompromisloze verhalen te vertellen. Wie echt durft, bezoekt bijvoorbeeld het ‘extreem experimentele werk’ (als IFFR dat al zegt…) van Charlotte Zhang. IFFR: ‘Charlotte Zhangs regiedebuut is een impressionistische verzetsdaad in de vorm van een nachtelijke noir met de punk-energie van no wave.’ Maar er is meer voor de avontuurlijke filmkijker: Labyrinth under Cyclone van de Thaise filmmaker Achitaphon Piansukprasert; The Thing in the Coffin van Péter Lichter (Draculafilms aan elkaar gelast); en de animatiefilm Tiki Tiki van Gerald Potterton (uit 1971).

 

Games
Return to Silent Hill
De vrij nieuwe game Silent Hill 2, tjokvol briljante horror van de gamestudio Konami, is verfilmd. De game heeft veel filmische kwaliteiten, dus het verbaast ook weer niet zo. Regie van Christophe Gans, die in 2006 ook deel 1 heeft verfilmd.

 

Geschiedenis
Two Prosecutors
Een openbaar aanklager in die periode ontdekt een diepgewortelde corruptie van geheime diensten in het Rusland onder Stalin in de jaren dertig. Hoe pak je dat aan? Vermoedelijk veel duistere humor in deze film van Sergei Loznitsa. Ook historisch is Micha Walds film over een heksenproces: L’Île de la demoiselle.

 

Horror
Exit 8
Een Japanse forens zit vast op een station en kan alleen ontsnappen door borden naar Exit 8 te volgen. Deze film van regisseur Kawamura Genki – voorheen producer van veel films – zal vermoedelijk niet moeilijk zijn om af te kijken, met de combinatie van mysterie, spanning en horror. Verder is Mexico goed aanwezig in dit genre met drie gevarieerde horrorfilms: Meñecos Infernales uit 1965; Hablando con Extraños en Tekenchu: The Rite of the Nahuales.

 

Horrorkomedie
Bowels of Hell
De laatste IFFR’s bieden ruimte aan luchtige horrorfilms. Deze bloederige en vermoedelijk vrij grove Braziliaanse film (over een genderrevealparty voor een zwangere influencer) past in dat rijtje. Speciale rol voor de wc, wat doet denken aan Flush, eerder te zien op Imagine.

 

Humor
Fackham Hall
Eindelijk: een parodie op kostuumdramaseries als Downton Abbey. Fackham Hall belooft veel hilariteit maar de humor is wel Naked Gun-achtig. Meer humor in Maddie’s Secret – een commentaar op de influencercultuur. En vermoedelijk is ook The Kidnapping of a President (van een Finse president in 1930 dat helemaal misgaat) een heel aardige komedie. Hopelijk een beetje zoals de Duitse komedie Schtonk!, nog altijd een van mijn favoriete films.

 

Klassiekers
Marius
Klassiek liefdesverhaal tussen Marius en Fanny. Alexander Korda maakte die in Frankrijk in 1931. IFFR: ‘Dat deze film is gemaakt door een Hongaar, die voor die tijd vooral had gewerkt in de Duits- en Engelstalige cinema, zegt veel over de kosmopolitische houding in die tijd, en over de internationale ambities van het project.’ Andere herontdekkingen op IFFR: The Devil and the Beauty, een 3D-horrorfilm uit 1969; The Passionate Stranger, een film van een Britse filmmaakster uit 1957; Vento Norte, een voorloper van Cinema Novo uit 1951; en een heuse Camera Obscura-klassieker: Who Killed Teddy Bear?

 

Kunst
FETISH
Autobiografisch portret van kunstenares Malga Kubiak. Deze tekst spreekt boekdelen: ‘Kubiak is gek op agressie en porno, en alles wat opzichtig, confronterend, wars van goede smaak en gezond verstand is – punkcamptrash, smakeloos, afgezaagd, goedkoop en misschien zelfs mierzoet.’ Let wel: dit duurt ruim twee uur. Ook over kunst: The End, met wederom een portret van kunstenaar Albert Oehlen via kunstenaars die hem spelen.

 

Lengte
Maggelan
Tegen de drie uur duurt dit epos over ontdekkingsreiziger Magellaan (Gael García Bernal). De film van Lav Diaz gaat over ‘de ontdekking’ van de Filipijnen door Europese zeevaarders. Ik verwacht een vrij serieuze, epische film waar je je aan moet overgeven.

 

Literatuur
L’étranger
François Ozon verfilmt Camus, in een zwart-witte stijl van een noir misdaadthriller. IFFR legt het zo uit: ‘Met Manu Dacosses rijke zwart-witbeelden brengt Ozon de Amerikaanse misdaadfictie tot leven die een belangrijke inspiratie vormde voor Camus.’ Opvallend veel films over literatuur deze IFFR: de verfilming van Arthur Schnitzlers Fräulein Elise in Nacktgeld; Late Fame – over een ex-schrijver in New York – is ook gebaseerd op een boek van Schnitzler; Fuori, een portret van Mario Martone over de miskende schrijfster Goliarda Sapienza; en Movement Song over de laatste jaren van schrijver James Baldwin.

 

Luchtig
No Hit Wonder
Als je bekend bent van een hit en je gaat meedoen aan realityshows, hoe zie je je zelf dan nog? Over dat gegeven gaat deze luchtige Duitse film van Florian Dietrich. Ook vrij luchtig zijn twee Mexicaanse films: El arte es oscuro y está lleno de horrores, een satire op de Mexicaanse kunstwereld, en Autos, Mota y Rocanrol, over een Mexicaanse variant van Woodstock in 1971. Fijn dat IFFR ook weer wat ruimte geeft aan komedie!

 

Mannen
Victor comme tout le monde
Film van Pascal Bonitzer, die menig scenario heeft geschreven, beschrijft het leven van een acteur die worstelt met #MeToo. Film schetst volgens IFFR ‘een fris, gevoelig, grappig en ontroerend verslag van hedendaagse dilemma’s’. Script is van de in 2023 overleden Sophie Fillières. Ik verwacht een echte arthousehit voor komende lente.

 

Misdaad
Gatillero
Rauwer van de straat wordt het niet dan deze Gatillero van Cris Tapia Marchiori. IFFR: ‘Een rauwe, zenuwslopende misdaadthriller, die in één noodlottige nacht in realtime op locatie is gefilmd in Isla Maciel, een beruchte buitenwijk van Buenos Aires.’ In een take dus. Zou wel eens goed spannend kunnen zijn. Meer wereldwijde misdaad op IFFR: het Turkse Dead dogs don’t bite; het Kyrgizische Mergen; het Egyptische Ibrahim Labyad en het Kazachse Sicko. En kijk ook naar het programma over V-cinema, Japanse lowbudgetfilms in de jaren tachtig en negentig met veel geweld en misdaad.

 

Muziek
Nino. 18 giorni
Ooit zat ik op Netflix gapend te kijken naar een maffe Italiaanse film van begin jaren tachtig. Hoofdrolspeler was een hele smalle vent die niet kon acteren maar om zijn zangkunsten was ingehuurd. Dat bleek Nino D’Angelo te zijn, een Napolitaanse zanger die begin jaren tachtig het Italiaanse publiek veroverde. Deze documentaire van zijn zoon, Toni D’Angelo, schetst het leven van de zanger. De speelfilm L’ammiratrice – ook te zien op IFFR – is zo’n film van begin jaren tachtig met Nino D’Angelo in de hoofdrol.

 

Mysterie
Chronovisor
Het collectief Cosmic Salon maakte deze SF-film over een uitvinding van Benedictijnse monniken: ze kunnen het verleden zien met een bepaalde camera. Verwacht mysterie met een vleugje bovennatuurlijk. Flink mysterieus zijn ook Diamond Dust van Marwan Hamed, die bij IFFR een focusprogramma heeft, en Lotus, over een filmmaakster die nooit heeft bestaan.

 

Onderwijs
Deadline
Film uit HongKong over een school waar perfectie niet de uitzondering is, maar de regel. Een aangekondigde zelfmoord zorgt voor stress. Film komt van eigen ervaringen van regisseur Kiwi Chow. Verhaal lijkt niet zo maatschappijkritisch te zijn maar werd volgens The Guardian toch geweigerd door de censors in HongKong.

 

Ontroering
There was such a thing before
Volgens IFFR ‘een ontroerend drama met een eigen poëzie en kwetsbare schoonheid’, deze film van Matsui Yoshihiko over de gevolgen van de ramp in Fukushima. De film schetst antihelden die proberen te overleven.

 

Oorlog
Peleliu: Guernica of Paradise
In 1944 probeerden de Amerikanen het eiland Peleliu te veroveren. Dat zorgde voor veel doden. Dat verhaal zien we in deze animatiefilm van Kuji Goro. Volgens IFFR biedt het een ‘navrant kijkje in de psychologische tol van oorlog, waar trots, schaamte en een keihard overlevingsinstinct mensen in een voortdurende zelfopgelegde staat van belegering dwingen.’ Op IFFR draait ook een film over de Vietnamoorlog maar nu een keer van de andere kant belicht: Tunnels: Sun in the Dark.

 

Ouderdom
Calle Málaga
Calle Málaga met Carmen Maura in een vermoedelijk vrij typische arthousefilm van Maryam Touzani. Het is het type film die het bij oudere publiek vermoedelijk goed doet (een persoon volgen, soms drama, soms luchtig, veel close-ups, menselijk) en dat is ook prima natuurlijk. Vergelijkbaar: A Fading Man van Welf Reinhart.

 

Reïncarnatie
Sore: A Wife from the Future
Wat doe je als wakker wordt naast een onbekende vrouw die zegt dat ze ‘je vrouw uit de toekomst is’. En jou probeert te ‘redden’. Hard wegrennen? Niet de protagonist uit deze film, Jonathan, in de Indonesische film van Yandy Laurens. Het is volgens IFFR een ‘duizelingwekkend, romantisch en tijdloos epos.’ De trailer is al een miljoen keer bekeken, ik vraag me af of er een andere film op IFFR is die dat haalt.

 

Remakes
Adgin Prrx
Norbert Pfaffenbichler hermonteerde John Frankenheimers klassieker Grand Prix. Maar dan anders, volgens de artistieke stijl van de jaren zestig. Er is nog geen trailer, dus wat je echt te wachten staat, blijft lastig te zeggen. Kan een arthouse-hype zijn of een interessant visueel experiment. We moeten het maar gaan zien.

 

Roadmovie
Sirāt
Een roadmovie in de Marokkaanse woestijn, dat is weer eens wat anders. Veteraan Sergi López speelt in dit verhaal over ‘non-conformistische ravers die trancefeesten afstruinen’. De film van Oliver Laxe neigt denk ik naar het experimentele (IFFR noemt het immers cryptisch: ‘Een labyrintische verkenning van het lot en existentiële zoektochten’) maar wie niets durft, komt ook nergens, denken we dan maar. Voor de liefhebber zijn er meer roadmovies: de Iraanse film Snake milkers and the Miserable Lady; de Portugese openingsfilm A providência e a guitarra en de Japanse film Tokyo Taxi van de 94-jarige Yoyi Yamada.

 

Romantiek
Interior apartamento día
Geluk duurt niet eeuwig. Deze jonge mensen zijn gelukkig maar economische onzekerheid zet de relatie onder druk. IFFR roemt het ontroerende spel en subtiele cinematografie. Eens kijken of dat er echt uitkomt dan. Film uit de Dominicaanse Republiek van Israel Cárdenas en Laura Amelia Guzmán.

 

Seksualiteit
The Passion According to G.H.B.
Veel (gay) seks in deze film over Matias, die nogal veel wisselende contacten heeft. IFFR: ‘De mannen lezen, neuken, praten en luisteren – naar elkaar en naar de regen in São Paulo.’ Meer gay seks en ook nog BDSM zien we in Pillion van Harry Leighton (trailer). Hetero lichamelijkheid zien we terug in de Poolse film Tell Me What You Feel.

 

Sciencefiction
Dump
Kinderen en jongvolwassenen in de ruimte! De film van Christina Friedrich doet denken aan de Sovjet-SF-film Moscow-Cassiopeia die we ooit in een Camera Obscura hebben behandeld. Film is bedacht met de hoofdrolspelers zelf, vertelt IFFR. Ik heb een beetje mijn twijfels maar wie weet leidt het experiment naar iets moois. Meer sciencefiction in het Braziliaanse Yellow Cake.

 

Sport
Il Maestro
Film van Andrea di Stefano over een flamboyante tennistrainer. De film zal erg leunen op het vermakelijke acteerwerk van Pierfrancesco Favino als trainer. Misschien vermakelijk, wel ruim twee uur zitten. Meer sport in The Gymnast, van Charlotte Glynn, vrij realistisch drama over het leven van een topsporter, en in Gamer Girls, over dit keer een vrouwelijk e-sportteam (kan een publieksfavoriet worden).

 

Thriller
The Secret Agent
De jaren zeventig blijven filmmakers inspireren. Opvallend veel thrillers op IFFR over deze periode. Een sterke in dit genre is deze film over Brazilië in de jaren zeventig. Met hoofdrol voor Wagner Moura (Narcos en Tropa de Elite 1 en 2). De film van Kleber Mendonça Filho over een vlucht uit de dictatuur won de prijs van de beste regie in Cannes. Verder nog Filipijnen in de jaren zeventig (Moonglow); Portugal in de jaren zeventig (Projecto Global); en Denemarken in de jaren twintig: Rejseholdet – Det første mord. Thrillers over het heden: Bazaar (Murder in the Building); Mi Amor (Canarische Eilanden) en Under Current (Hongkong).

 

Vrouwen
100 Nights of Hero
Film van Julia Jackman is volgens IFFR ‘een verzet tegen het heteropatriarchaat’. Gebaseerd op Isabel Greenbergs gelijknamige graphic novel is dit een sprookje met ironisch postmodernisme. Ook over vrouwen: Dolores, Ripples in the Mist (Clara Law), Sound of Falling en Ida Lupino’s The Trouble with Angels uit 1966.

 

Waargebeurd
Dead Man’s Wire
Nieuwe film van Gus van Sant gaat over een man die in 1977 zijn hypotheekverstrekker gijzelde. Doet me denken aan Dog Day Afternoon. Verwacht een film met een strak tempo en voldoende realistisch aanvoelende spanning, dat is Van Sants kwaliteit.

 

Werner Herzog-achtig
Krakatoa
Carlos Casas heeft een film en een installatie op IFFR. Ze heten beide Krakatoa. Deze beroemde vulkaanuitbarsting in 1883, een van de heftigste die de moderne mens heeft meegemaakt, zien we door de ogen van één visser, die vervolgens strandt op een eiland, en daar moet overleven. Film die Werner Herzog vermoedelijk ook wel had willen maken. Let op: de trailer bevat veel heftige, flitsende beelden.

 

Western
Dead Souls
Film van 80’s regisseur Alex Cox (Repo Man, Sid and Nancy) is een bewerking van Nikolaj Gogols roman Dode zielen. Klinkt een beetje als een Peckinpah-achtige western. Twee interessante punten, nu maar hopen dat de film het waarmaakt. Cox speelt zelf de hoofdpersoon.

 

Wraak
No Other Choice
Als ik dit script hoor, ontslagen medewerker van een papierbedrijf gaat geweld gebruiken, denk ik toch meteen aan Falling Down. Een epos over frustratie en met veel wraak. Deze film van Park Chan-Wook (Oldboy, The Handmaiden) is ongetwijfeld weer vlot gemaakt en zal er goed ingaan bij de meeste filmgangers. Volgens IFFR is het ‘een werk vol heerlijk absurde en zwarte humor, waarin een keurige huisvader zijn recht op een droomleven verdedigt’.

 

Zombies
My Daughter is a Zombie
Zeer rustige, menselijke film over een vader die zijn in een zombie veranderende dochter niet wil opgeven. De Zuid-Koreaanse film van Pil Gam-Sung zit volgens IFFR ‘vol spannende scènes waarin muziek en dans een cruciale rol spelen’. Oogt vrij luchtig en zou het wel eens heel goed kunnen doen bij het publiek.

 

 

24 januari 2026

 


MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2026 in 5 vragen en antwoorden

Filmfestival Rotterdam begint 29 januari
IFFR 2026 in 5 vragen en antwoorden

door Bob van der Sterre

IFFR 2026 begint bijna! Vanaf 29 januari kunnen we weer genieten van het grote filmfestival in Rotterdam. In dit stuk leggen we in 5 vragen en antwoorden uit wat je kunt verwachten als bezoeker.

De openingsfilm van IFFR 2026 is Providence and the Guitar

De openingsfilm van IFFR 2026 is Providence and the Guitar

  1. Wanneer is het IFFR 2026 precies?
  • De 55ste editie van International Film Festival Rotterdam (IFFR) vindt plaats van 29 januari tot en met 8 februari 2026.
  • De officiële selectie van het festival bevat meer dan 600 films.
  1. Waar vind ik het programma voor IFFR 2026?
  1. Hoe kun je op IFFR 2026 een kaartje kopen?
  1. Welke IFFR-programma’s kan ik bezoeken tijdens IFFR 2026?

Awards en competities IFFR:

Kunst en IFFR:

  1. Wat doet InDeBioscoop dit jaar aan IFFR?
    Tim Bouwhuis en Bob van der Sterre doen verslag van het IFFR 2026. Houd de website van InDeBioscoop de komende weken in de gaten voor onze besprekingen! Wil je ons steunen? Like de website op Facebook en abonneer je op onze nieuwsbrief!

 

23 januari 2026

 


MEER IFFR

Terugblik filmjaar 2025 – Deel 5

Terugblik filmjaar 2025 – Deel 5:
De absurde top 20

door Bob van der Sterre

Somberen over de filmproducties? Welnee! Ik heb de films van dit jaar geëerd via een aantal absurde categorieën. Lijstjes zijn toch overrated!

Dit zijn ze:

Beste film om een tijdje geen social media meer te gebruiken
Dont.4get2smile: Deze film van Stefano Pennisi duurt slechts negen minuten en is echt geen pretje voor iedereen die wel eens social media gebruikt. Kun je die avond nog rustig op je Insta en dan gaan slapen als je deze film hebt gezien?

Caught Stealing

Caught Stealing

Beste film die grappig bedoeld is maar het niet is
The Good Loan Sharks: Deze Maleise film die ik zag tijdens IFFR is een type ‘doldwaze komedie’. Denk aan The Naked Gun. Maar nog flauwer. Twee uur is veel (te) uitputtend, ik haalde het einde niet. Humor gaat je dan tegenstaan.

Beste film voor honden
Good Boy: Heb je een hond? Laat die eens meekijken bij deze horrorfilm. Die zal af en toe goedkeurend blaffen. Want het perspectief in de film is ook de zijne.

Beste eerste vijf minuten van een blockbusterfilm
Frankenstein: Deze film glibbert (te) vlotjes binnen. Té romantisch en voorspelbaar voor mijn smaak. Om eerlijk te zijn vond ik alleen de eerste vijf minuten aardig met een supersterk monster op een ijsschots.

Beste film voor een bingokaart
F1: Bekende sport ✔  Brad Pitt ✔ Muziek Hans Zimmer ✔ Loserteam gaat opeens winnen dankzij eigengereide, ervaren hoofdpersoon ✔ Die met jonge, arrogante hond moet samenwerken ✔ Op het einde vechten ze voor elkaar ✔ Cameo’s van echte mensen uit dat wereldje die iets zeggen over de fictieve figuren ✔ Nietszeggende relatie ✔ Knap gemaakte actiescènes ✔ Bingo!!

Beste film met net zoveel haters als fans
Magic Farm: Film van Amalia Ulman is beetje indie, quirky, mildsatirisch, experimenteel. En toch niet echt iets. De een gniffelt en noemt het apart en mysterieus. De ander wrijft in de handen en begint aan een rant waar je oordopjes bij moet pakken.

Beste Guy Ritchie-achtige film
Caught Stealing: Het is 1998 en een barman raakt via zijn buurman verzeild in een misdaadverhaal. Met honkbal, foute cops, een punker, een kat en een sleuteltje in een drol. Wie had dit ooit kunnen denken, Darren Aronofsky die een film maakt die doet denken aan Snatch en Lock Stock… Maar twintig jaar later. Beste punt waren de vele buitenlocaties in New York.

Beste film die in de 70’s gemaakt had kunnen worden
Honey Bunch: De film van Dusty Mancinelli en Madeleine Sims-Fewer had rustig tempo, ouderwets verrassend plot, geen vervelende effecten en een prachtig landhuis!

Beste film die laat zien dat het ‘allemaal maar een film is’
Le Roi Soleil: Film over vroege bezoekers aan een bar, een winnend loterijbriefje en oplichterij. Veel Franse flair met actie, wisselende perspectieven, slowmotions en visualisaties. Gewoon een film. En dan opeens, tegen het einde: de achterkant van de set, dus wat houten planken in een studio.

Beste plot dat je van mijlenver zag aankomen
Bugonia: Ik ben meestal niet zo heel sterk in het raden van plots, maar deze in de film van Yorgos Lanthimos zag ik na twee minuten al aankomen. Ik vond dat plot wel grappig maar het duurde veel te lang vóór je daar was.

Beste film over een tuin
Solenopsis invicta: Tuinfilms zijn een zeldzaam genre. Vermoedelijk kun je ze ieder jaar op een vinger tellen. Deze gaat over een tuin in Sicilië waar mensen met mentale klachten samenkomen, en waar een invasieve mier verdelgd moet worden. Meer een absurde korte speelfilm dan een documentaire.

Beste film over vastzitten in een toilet
Flush: Stel je voor: je zit vast met je hoofd in het gat van een Franse hurk-wc. Geen inhoud maar wel inventieve body horror bij deze film. Zeg niet dat het geen genre is, want een paar jaar geleden was er op Imagine ook een film over iemand die vastzat in een wc.

Beste film die helaas een serie was
Pluribus: Pluribus wordt vast een seizoen of zes uitgemolken maar had ook een ijzersterke film van anderhalf uur mogen zijn. Genoeg cinematografische flair in de nieuwe serie van Vince Gilligan (Breaking Bad).

Beste film die je in de zaal op pauze moet kunnen zetten
Reflet dans un Diamant Mort: Hélèna Cattet en Bruno Forzani maakten hun versie van klassieke spionagepulp – een mix van jaren twintig en zestig. Het is bijna een productcatalogus van originele, ongewone beelden. Mooi maar heftig!

Beste film over een voicemailbericht
A Missed Call: A Missed Call – gezien bij IDFA – is echt een voicemailbericht van Francesco Manzaro’s opa. Kleinzoon mixt video 8-beelden van vroeger met gamestijlscènes van iemand die rondreist en planeten bezoekt. Kort maar wel een van de highlights van IDFA.

Beste Paul T. Anderson-film die ik opnieuw niet gezien heb
One Battle After Another: Paul T. Anderson die vast weer een meesterwerk maakt. Denk ik? Opnieuw dus niet gezien.

Nouvelle Vague

Nouvelle Vague

Beste tijdreis van het jaar
Nouvelle Vague: De kleding, de manier van lopen, de filmstijl, de manier van praten, het Parijs van de jaren vijftig/zestig (inclusief posters op metrostations), de auto’s, de cafés. Een heerlijke film voor filmmensen, deze film van Richard Linklater. Vol mooie quotes. “Waarom raak ik betrokken met een cinefiel? Ik ben of gek of een genie.” Of: “Gevoelens van teleurstelling zijn tijdelijk. Film is voor eeuwig.” Dit is wat we nú meer zouden moeten hebben: liefde voor het overboord kieperen van conventies.

Beste film over met pensioen gaan
Gen_: Deze film – ook gezien bij IDFA – van de met pensioen gaande fertiliteitsarts, dokter Bini, is menselijk, sympathiek, leerzaam en heeft een aangenaam tempo.

Beste film waar je het heel heet van krijgt
Rio, 40 Graus: Deze Braziliaanse film uit 1955 over een superhete dag in Rio (40 graden dus) is nog steeds sterk, net als veel andere producties van de relatief onbekende maar eigenzinnige Braziliaanse cinema. Gezien voor de Camera Obscura Special.

Beste film over aandoenlijke karakters (gemaakt van klei)
Memoir of a Snail: Ik vond deze film van Adam Elliot (gezien op IFFR) vermakelijk en aandoenlijk. Bijzonder dat kleien poppetjes zulke gevoelens kunnen ontwikkelen.

 

Ik draag dit artikel op aan een van mijn vroegste filmmaatjes: Greg. In een vroeger, niet-zo-kritisch leven bezochten we aan de lopende band films. We gingen meestal naar City en Tuschinski. Daar hadden we veel lol met films als Blade, Harlem Nights en Pulp Fiction. En nog veel meer. Rust zacht, Greg.

 

29 december 2025

 

Deel 1 – Cor Oliemeulen: Waarom Max Verstappen geen wereldkampioen werd
Deel 2 – Ralph Evers: Er was tenminste weer een regisseur zichtbaar
Deel 3 – Jochum de Graaf: De verschillende vormen van comedy
Deel 4 – Tim Bouwhuis: Door de lens van filmfestivals
Deel 6 – Zoë van Leeuwen: Een ode aan Letterboxd
Deel 7 – Bert Potvliege: Verdrinken in werelden