Terugblik filmjaar 2020 – Deel 2: Beste lezer, over 25 jaar…

Terugblik filmjaar 2020 – Deel 2:
Beste lezer, over 25 jaar…

door Bob van der Sterre

Hopelijk lees je dit in de archieven van InDeBioscoop. Ik hoop dat de site nog steeds live staat en dat het internet nog niet helemaal verpest is!

My Octopus Teacher

My Octopus Teacher

2045… Is er dan nog cinema? Of is alles een generieke, digitale creatie geworden van via blockchain samenwerkende AI’s, bekeken door tevreden kijkvee?

2020 werd door corona het eerste jaar sinds de uitvinding van de film (oorlogssituaties daargelaten) dat we een groot deel van het jaar niet naar de bioscoop konden. En anders met maximaal 30 mensen. Je mocht niet eens meer popcorn naar de zaal meenemen. Zout noch zoet.

De filmindustrie had al moeite met de strijd tegen downloaden, de populariteit van series en games en de opkomst van de thuisbioscoop, die je wel op pauze kunt zetten. Toen kwam corona daar nog overheen. Hoe ga je op anderhalve meter afstand een romantische scène filmen? Hoe verkoop je je filmhits met maximaal 30 bezoekers per voorstelling? Uitgaan zonder cafés en restaurants en in halflege filmzalen zitten, is ook niet hoe uitgaan bedoeld is.

Is deze coronatijd de doodsteek van de echte bioscoop? Of misschien, op een of andere manier, het begin van een nieuwe filmrenaissance? Alleen jij weet dat, beste lezer.

Filmhoogtepunten
Hier mijn eigen schaarse, bioscooploze filmhoogtepunten van 2020:

Meest verrassende nieuwe film: Lapsis. Deze absurde ‘nabije SF’ zag ik tijdens LIFF. Over kabels die door bossen moeten worden getrokken door uitzendkrachten, om zo nieuwe energiebronnen (kubussen) met elkaar te verbinden. Prettig verrast door het fantasierijke script en behoorlijke plot.

Beste documentaire: Epicentro van Hubert Sauper op IDFA. Mooi verweven verhalen en artistieke beelden over Cuba. Enorme meevaller. En dat nadat ik eigenlijk na de eerste tien minuten de film wilde uitzetten. Een dag later probeerde ik opnieuw en toen begon de Sauper-magie te werken.

Beste korte film: Do You Like Poetry?. Heerlijke, korte Braziliaanse film die ik zag tijdens LIFF. Mensen die alsmaar verdwijnen, hoe zit dat? De hoofdpersoon snapt er niets van.

Beste satire: Effacer l’historique. Vermakelijke satire op het moderne leven tijdens LIFF van Delepine en Kervern. Zoals gebruikelijk zeer ondergewaardeerde film van deze koningen van de absurditeit. Ik moest wel een paar keer hard lachen om dit ‘boeiende leven der sukkels’ (om in de woorden van Kamagurka te spreken). De film had wel beter op de helft kunnen eindigen, het einde was niet zo geweldig.

Beste oorlogsfilm/actiefilm: 1917. Verrassend goed oorlogsdrama van San Mendes en cinematograaf Roger Deakins. Immens veel aandacht voor detail. Veel voorbereiding, technisch een bijzondere prestatie. Verhaal vond ik wat minder.

Beste ontroerende film: My Octopus Teacher. Docu op Netflix over een duiker die een band krijgt met een octopus. Ontroerender gaat het niet worden!

Beste Camera Obscura-film: Der Schweizermacher. Komische satire uit 1979 zou echt een voltreffer zijn geweest als die in 2020 was gemaakt. Onze thema’s maar dan veertig jaar eerder.

About Endlessness

About Endlessness

Beste artistieke film: About Endlessness. De nieuwe Roy Andersson stelde niet teleur, zoals geen enkele film van Andersson. Lees mijn recensie!

Beste filmfestival van 2020: mijn eigen huiskamer. Ik ‘bezocht’ er twee: LIFF en IDFA. LIFF had de online films heel behoorlijk geregeld, IDFA was minder duidelijk. Bovendien wilde IDFA ons niet plaatsen op hun media-pagina. Waar ze uiteraard wel linken naar traditionele media als Volkskrant, VPRO en NRC. Hoewel die media niet konden tippen aan onze berichtgeving (bijna tien artikelen in totaal). IDFA is dol op documentaires over minderheidsgroepen, maar zelf doet ze dus ook mee aan het negeren van ‘de kleintjes’. Omdat we te kritisch waren? Wat een ironie allemaal.

Wel beste lezer, over 25 jaar… 2020 was een raar ‘tussenfilmjaar’. Neem dat maar aan van deze coronaveteraan. Ik hoop dat het beter filmtoeven is in jouw jaar. En vertel: wanneer gaan we nu films kijken met een VR-bril?

 

25 december 2020

 

Terugblik filmjaar 2020 – Deel 1: Het jaar van de vrouw
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 3: Film op rantsoen
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 4: Een beetje escapisme kunnen we wel gebruiken
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 5: Gecontroleerd uitrazen
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 6: Herwaardering collectieve ervaring
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 7: Blikvangers en donkere spiegels
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 8: Vijf films die ik voor het eerst zag

Hitchcock op de hielen

Hitchcock op de hielen

door Bob van der Sterre

Secret Defense ♦ Julie Darling ♦ Vivement Dimanche!

 

Hitchcock is al veertig jaar dood, maar zijn naam blijft doorleven. In hoeveel recensies wordt zijn naam nog wekelijks genoemd? De meester van de suspense kende zelf grote bewondering voor Henri-Georges Clouzot (Le Corbeau en Les diaboliques) maar kende zelf ook vele bewonderaars.

In Secret Defense uit 1998 duurt het heel lang voor de film op gang komt. Wat wil je, met een film van 2 uur en 45 minuten. We zien hele treinritten, acties in het laboratorium, mensen die voor zich uit staren.

Prettig traag
In dit rechttoe rechtaan verhaal komt Paul ineens binnen bij Sylvie. Hij heeft een foto. Oude bekende Walser staat daar op de achtergrond. Op de voorgrond: hun vader, vlak voordat hij vermoord wordt.

Sylvie en Paul willen uitzoeken hoe het zit. Aangezien Paul met een pistool op pad wil, gaat Sylvie net iets eerder. Ze schiet toch iemand neer, maar niet Walser. Wel zijn secretaresse die hem probeert te verdedigen.

Het verhaal loopt niet over van logica maar wel aardig is het prettige trage tempo voor een film uit 1998. In dezelfde tijd van Oliver Stones Natural Born Killers kwam ook deze slow cinema uit – lang voordat het een rage zou worden met series op Netflix.

Het suspensescript is van Pascal Bonitzer, die zelf ook wat films heeft geregisseerd, die meestal niet echt boven het gemiddelde uitsteken als je eerlijk moet zijn. Dit script – hij is een veelschrijver – kwam terecht bij Jacques Rivette, die de nouvelle vague kickstartte met Paris Nous Appartient (1961).

Hier en daar zijn er nog glimpen van die films te zien. Zoals de gek verlopende telefoongesprekken of hoe ongewoon relaxed iedereen is. Na een bekentenis van een moord, is iedereen twee tellen later alweer cool. Wel iets té cool voor Hitchcock, denk ik.

Hoofdrolspeelster Sandrine Bonnaire is veel in beeld (vooral moeilijk kijkend) maar Jerzy Radziwilowicz (Man of Marble en Man of Iron) alias Walser steelt de show.

Liefde voor paps
Hitchcock hield wel van gewaagde onderwerpen maar ik denk dat hij de onderwerpen in Julie Darling (1982) ook wel iets te gewaagd zou vinden: aanranding, incest, seks, moordende kinderen. Desalniettemin is de film duidelijk gemaakt in de geest van Hitchchock.

Julie aanschouwt op een dag hoe haar moeder (die haar lievelingsslang wegdeed) aangerand wordt door een boodschapjes afleverende jongeman. Ze heeft de gast op de korrel (immers de VS, iedereen loopt rond met wapens) maar doet niets. Haar moeder laat ze verongelukken en de jongeman ermee wegkomen.

Reden: haar te heftige liefde voor paps. Die zelf ook iets te lief is. ‘Pa, mag ik in je bed slapen?’ ‘Natuurlijk meisje!’

Later aanschouwt ze zichzelf als hij de liefde bedrijft met een nieuwe vrouw. Julie is vastbesloten dat zij de enige darling blijft van haar vader.

Deze thriller is best merkwaardig in zijn kwaadaardigheid. Fles in kruis van een man, aanranding, dubbelloops jachtgeweer… Een verbijsterende scène is als ze zichzelf in bed ziet vrijen met haar vader. Naast incest, biedt de film seks en politieke incorrectheid, maar niets op het gebied van stijl. Dat deed Hitchcock honderd keer beter.

De film scoort punten door de ijzige blik van dit horrorkind (rol van Isabelle Mejias). Ze weet zelfs de rol van de aanrander in haar schaduw te stellen. Mejias is een mysterieuze actrice die doorbrak in een Franse feministische softseksfilm (Le roi des cons), zelf twee films regisseerde én figureerde in Porky’s-kloons als State Park en Meatballs 2. Anthony Franciosa kennen we nog uit Dario Argento’s Tenebre. (Te toevallig om hier niet te noemen: beide hoofdpersonen speelden in afleveringen van de serie Alfred Hitchcock presents.)

Eerbetoon Truffaut
The Master of Suspense kende veel Franse bewonderaars. Zoals ‘de Franse Hitchcock’, Claude Chabrol, maar ook François Truffaut. Die maakte met de laatste film uit zijn leven in 1983 (een jaar later zou hij overlijden) een eerbetoon aan Hitchcock: Vivement Dimanche!.

Huizenverkoper Julien Vercel is net op jacht op dezelfde plek waar ene Massoulier vermoord wordt. Dezelfde avond, als hij terugkeert van het politiebureau, is zijn vrouw ook vermoord. Die had een affaire met Massoulier.

Zijn secretaresse gelooft in Vercels onschuld. Samen proberen ze te begrijpen wat er gebeurd is. Ze houden mensen in de gaten en sluipen kamers binnen. Dat is gevaarlijk. Want er is een connectie met een prostitutienetwerk.

Truffaut was groot kenner en liefhebber van het werk van Hitchcock. Hij schreef hem ooit een brief over die bewondering. Dat leidde tot een beroemde ontmoeting in 1962, waarbij Truffaut Hitchcock uithoorde over zijn films. Dát leidde tot een boek in 1966. En dát leidde tot een documentaire in 2015.

Dus vandaar de keuze voor zwart-wit én de look and feel van een klassieke film (jaren zestig), hoewel moderne dingen niet worden gemeden, zoals een telex of een digitaal horloge. Net als bij Hitchcock zie je hier ook wat man-vrouw-humor (grappige dialoog bijvoorbeeld als hij haar de wapen uit haar hand slaat én haar gelijk geeft).

En dan nog citaten uit Hitchcocks werk: de klap met het beeld (hier de Eiffeltoren), telefoon in een streep maanlicht, de autoscène, de kus in de portiek (‘Heb ik wel eens in een film gezien’), het gevecht in de kamer (van buitenaf gezien), de vrouw met mes in de rug die in de handen van een vreemde valt… Zelfs grappen over blondines (knipoog naar Hitchcock-actrices als Grace Kelly, Ingrid Bergman, Kim Novak). De hoeren zijn allemaal blond (‘Niemand wil met een brunette’) en de kersverse blonde secretaresse is ondanks haar tikken met een vinger goed genoeg (‘De baas houdt van blondines’).

Anders dan Hitchcock noemt zelden iemand Truffaut als lichtend voorbeeld. Toch is zijn lichtvoetige filmstijl een verademing om te zien. Deze film is gebaseerd op een Amerikaanse hard-boiled detective, ‘maar de dialogen en de humor zijn typisch Frans’, zei Truffaut.

Fanny Ardant (toenmalige vrouw van Truffaut) is in zijn handen ook voortreffelijk als secretaresse Barbara. Ze toont veel acteerplezier. Jean-Louis Trintignant is degelijk als Vercel. Hij speelde ook een rol die aanvankelijk was bedoeld voor Patrick Dewaere. Die had net zelfmoord gepleegd. Over Dewaeres zelfmoord had Hitchcock vast een mooie film hebben kunnen maken (‘A shocking, inexplicable end to friends, fans and family alike’ volgens zijn biografie) maar de meester van suspense was toen zelf al twee jaar dood.

Wie er niet genoeg van kan krijgen… bekijk de masterclass van de master of suspense zelf.

 

15 december 2020

 

Vivement Dimanche!

 
Alle Camera Obscura

IDFA 2020 – Deel 7 (slot): Grenzen verleggen

IDFA 2020 – Deel 7 (slot):
Grenzen verleggen

door Bob van der Sterre

Met zes films die in meerdere opzichten grenzen verleggen, sluiten we onze verslaggeving van IDFA 2020 af. In dit laatste deel zien we verrassende taferelen in Cuba, het verstrijken van de tijd in een Italiaans dorp, jonge vrouwen in Parijs, algoritmen met goddelijke pretenties in de VS, het in scène zetten van een documentaire in Londen en het mysterie van 43 verdwenen studenten in Mexico.

 

Epicentro

Epicentro
Cuba. Prachtig arm land in de Cariben. Hubert Sauper, befaamd documentairemaker, strijkt er neer en observeert. Sauper werd in 2004 wereldberoemd met de documentaire Darwin’s Nightmare. Hij maakte sindsdien maar een film en nu richt hij zich op Cuba. Het boek Energie und Utopie van Johannes Schmiedl is de ruggengraat van dit verhaal. In dat geval kun je de drie kleurrijke karakters (twee guitige meisjes van een jaar of twaalf die graag dansen en een graag lachende volwassen vrouw) beschouwen als de bloedsomloop.

Epicentro begint met filmvertoningen voor een Cubaanse schoolklas over de vergeten geschiedenis tussen Spanje en de VS in 1898. Het zinken van de USS Maine, die een Spaans-Amerikaanse oorlog tot gevolg had en Cuba zou bevrijden. De Amerikanen als motor achter de Cubaanse onafhankelijkheid? Het was echt zo.

Zulke momenten zijn de tussenstations van deze film. We beginnen dus met Theodore Roosevelt en zijn ‘rough riders’, zien de Cubaanse striptekenaar die hem tekende, bezoeken Hotel Roosevelt midden in Havana, zien kinderen boze dingen zeggen over imperialisme, horen dat Che Guevara ‘minister van rum en suiker’ was, bezoeken een oude suikerfabriek (‘Hier maakten ze de suiker voor Coca Cola’).

Na dit sterke begin kijken we vooral naar de gevolgen van het laatste stukje geschiedenis in Cuba: toerisme. Een cruise. Een rondrit. Convertibles met toeristen langs het strand. Habanabustour. Sauper filmt een toerist die, behangen met camera’s, foto’s neemt van kinderen en oudjes in Cuba. ‘Ik betaal ze nooit. Het is een eer om door mij gefotografeerd te worden.’ Dure hotels (‘Door de maffia gebouwd’).

Een Italiaanse bezoeker zegt letterlijk: ‘Ik kom hier om terug te gaan in de tijd.’ Hij vat ook de reden van het Cuba-toerisme samen: ‘Mensen komen hier om nog een communistisch land te kunnen bezoeken, voor het voorbij is.’ We pakken ook nog het overlijden van Fidel Castro mee als symbolisch eind van het non-kapitalisme.

Sauper buit fascinerende momenten goed uit. Een slow motionbeeld van een oude auto bij de ruïne van een suikerfabriek met muzikale begeleiding: erg fraai. Daarna een interview met een oude man, een jonge man eist dat hij gefotografeerd wordt, vervolgens passeert een paard en wagen, dan een scooter – en dat allemaal met dezelfde muziek.

Als documentairemaker krijg je wat het moment je biedt. Als je door haar kleren aan de waslijn een doorkijkje hebt naar gebouwen in de wijk. De trein die rennende koeien achterna zit. De twee die tango dansen in een meubelwinkel (?). Wat te denken van dit beeld: een oud huis, twee halfnaakte mannen, vrouw zingt in de telefoon half mee met Bohemian Rhapsody, poster van Fidel Castro (90) aan de muur. Allemaal levende schilderijtjes.

En dan dus de twee meisjes en de dame, die het zware politieke en economische verhaal een heel prettig spontaan en menselijk tegengewicht bieden.

Conclusie: dit is wat documentaires vaker zouden moeten zijn; niet de verwachting als doel, maar de verrassing.

 

Bosco

Bosco
Bosco di Rossano. Italiaans dorp in het noorden van Toscane. 9 bewoonde huizen, 13 inwoners, 40 leegstaande huizen: ver, ver van de bewoonde wereld.

Dat is niet wat Bosco was voor de opa van filmmaakster Alicia Cano Menoni. Hij is 102 jaar oud. Zijn familie bewoonde het dorp toen het nog een levendig dorp was. Door de verhalen van vroeger kende hij het dorp van buiten zonder er zelf te zijn geweest. Zelf groeide hij op in Uruguay en zag niet veel meer van de wereld dan de hoofdstad, Montevideo, waar hij een bar had.

Met Bosco maakte Alicia Cano Menoni een ontroerende film over tijd. De paar bewoners van Bosco vertellen over hun levens, hun verleden, en ze weten ook dat ze er nooit weg zullen gaan. En wat gebeurt er dan met Bosco? Een dame loopt naar midden in het bos, waar haar ouderlijk huis al in een ruïne is veranderd, en begint te huilen.

En dan weer terug in Uruguay, waar de pretoogjes van opa Menoni glinsteren als hij over ‘Bok-ko’ begint. Ook daar ontroering als we de aftakeling van diens vrouw op video meemaken. Eerst nog vol levenslust aan het bezemen, even later verlaat ze met een wandelrekje het huis en kust nog eenmaal de deurpost. Er is ook een beetje (tijdloze) humor als hij ergens zijn cv opduikt en een waslijst aan baantjes begint op te sommen.

Uiteindelijk zal het stadje weer opgenomen worden door de natuur, dat is onvermijdelijk. De opa van Alicia Cano Menoni maakt dat sowieso niet meer mee. Hij overleed vlak na het maken van deze film en geeft daarmee een extra wrange laag aan de thema’s tijd en vergankelijkheid in deze film.

 

Jungle

Jungle
Parijs. Jonge vrouwen (begin twintig) die roken, drinken, schreeuwen en feesten.

Bovenstaande voldoet prima voor de synopsis van deze 50 minuten durende film. We leren natuurlijk dat er ook schaduwkanten zijn achter de pret. Vooral met woningen zijn er problemen. Ook met vriendjes, ouders, geld, werk en soms psychische problemen.

De film gaat niet echt diep. En dat is ook niet erg: Jungle is een mild entertainende film met een paar droogkomische momenten over jonge meiden die net zo fragmentarisch zijn als het leven op die leeftijd zelf ook is. Misschien komen er nog wel vervolgen, zoals de legendarische reeks Up (die nu aan 63-Up toe is). Of nog beter: misschien maakt Louise Mootz ook zo’n soort film over introverte Parijse vrouwen. Ik vermoed dat die nooit de bioscoop zal halen. Jammer!

 

New Gods

New Gods
Ergens in de VS. Een jongen is eenzaam en rijdt rond in een auto. Hij wil een vriendinnetje maar meisjes willen hem niet. Hij gaat ze haten. Een algoritme volgt hem.

In deze korte Zwitsers-Franse film kijkt een algoritme ons brutaal aan. Het vertelt hoe het de schone taak had om een bepaald type jongen, user LonerWolf58, te laten verdwijnen. Het algoritme definieert hem heel simpel. Man? Check. Bewapend? Check. Altijd alleen? Check? Maakt video’s online? Check. Impopulair bij meisjes? Check. ‘Hij swipet 55.723 profielen. Hij stuurt 14.723 berichten.’ Hij noemt zichzelf ‘incel’ (involuntarily celibate).

We weten dan al: dit gaat niet goed aflopen. De film zegt het niet letterlijk maar dit verhaal is gebaseerd op dat van de moordenaar Elliot Rodger.

Een groot beeldexperiment – alles is digitaal bewerkt. Geen wonder, we kijken ook vanuit het perspectief van een algoritme (God). Aandacht voor lettertypen, bewerkte beelden (met embossed effect) en geluid.

Het is alsof regisseur Loïc Hobi en zijn team keken hoe je dat thema van een schietende maniak helemaal anders kunt vertellen: vanuit het totaal ongewone perspectief van het algoritme, die bijna de status van God bereikt. ‘Ik werd gemaakt om hem te laten verdwijnen.’ Dat biedt perspectieven voor visuele kunststukjes én filosofische overpeinzingen.

Een documentair experiment zoals je ze veel te weinig ziet op IDFA. Ik zeg het niet snel maar deze film van Loïc Hobi had van mij langer mogen duren. Hoewel het resultaat nu juist ook ijzersterk is. Ook al duurde het maar twintig minuten; dit was veel beter dan menig lange docu.

 

The Filmmaker’s House

The Filmmaker’s House
Londen. Filmmaker Marc Isaacs moet een film maken over misdaad… of seks. Geen van beide onderwerpen trekt hem echt.

Hij is al jaren bezig met een ander project: een demente man die hij slapend filmde en die vlak daarna een moord pleegde. Zijn schoonmaakster wil die video’s nu een keertje weggooien. ‘Ze geven een slechte energie aan dit huis.’

Wanhopig begint documentairemaker Marc Isaacs dan maar te filmen wat thuis gebeurt. Eerst de schoonmaakster, dan een dakloze die zichzelf uitnodigt, dan tuiniers die hekken vervangen, dan de buurvrouw (door boerka bedekt) die maaltijden komt brengen… Eh ja, dan besef je dat je naar complete fictie zit te kijken. Deze film is een opzettelijke fictiefilm over documentaire. Nee, het is een film over het in scène zetten van een documentaire… Of wacht… Nou ja, dan is het niet zo raar als je een dakloze uit het ziekenhuis haalt om het laatste shot van je documentaire te schieten en hem weer terugstuurt met een taxi.

De film bekritiseert volgens IDFA ‘de gelikte, commerciële documentaire’. En niet ten onrechte! Lees mijn eigen artikel over hyperrealisme van een paar jaar terug.

De programmeurs op IDFA zullen er vast over hebben gediscussieerd. Kan dit wel? Natuurlijk mag je altijd de grenzen blijven opzoeken – niet al te bang zijn voor negatieve reacties. Ik snap de satirische knipoog wel naar al die mooie, ontroerende docu’s over vluchtelingen.

Ik waardeer de poging, maar heb het gevoel dat de film niet alles aan absurditeit haalt wat erin had gezeten, zoals bijvoorbeeld de satires van Brass Eye dat wel doen. En valt die bodem er eenmaal uit, blijft een beetje waterige filmblend over waar je niet echt goed van weet wat je ermee moet doen.

 

Vivos

Vivos
Tot slot Mexico. In september 2014 veranderde het leven voor 43 Mexicaanse gezinnen. Ze kregen vreemde berichten van hun kinderen of partners, allemaal studenten van een lerarenopleiding, dat ze misschien wel zouden sterven die dag in Iguana.

Een officieel onderzoek beschreef later dat nota bene de politie de studenten uit bussen had gehaald en had overgedragen aan een kartel, dat ze vermoord zou hebben. Die sowieso al best curieuze lezing (waarom zou de politie dat doen en ermee wegkomen?) wordt door weinigen geaccepteerd. Mobiele telefoons bleken later nog te werken. Waarom gebeurde het eigenlijk? Een theorie is dat de bende zich vergiste toen ze dacht dat er drugs gesmokkeld werd in de bussen.

Een grimmig hoofdstuk in de geschiedenis van een toch al door misdaad getekend land. Nog steeds weet niemand wat er met de 43 vermiste studenten is gebeurd. Maar het geeft weinig hoop dat er al drie daar waren vermoord. Ai Weiwei bezoekt familieleden, advocaten, journalisten. Ondertussen veel beelden van het platteland.

Met het hart van de film is niets mis, Ai Weiwei maakte er een mooie respectvolle docu van, vergelijkbaar met Human Flow in 2017. Ik zie er alleen jammer genoeg héél weinig eigen handtekening in van de artiest. Anders dan de bijvoorbeeld uren durende opnames van snelwegen die hij eerder maakte (Bejing Second en Third Ring). Hier cijfert hij zijn kunstenaarschap edelmoedig weg.

Wel snap ik wat de eregast van het IFFR in 2012 in dit verhaal zag: de individu versus de staat. Plus een volgens velen onware lezing van de overheid.

Overigens niet de enige film die hij maakte in 2020: CoroNation gaat over corona en Wuhan. Dat belooft meer documentair spektakel! Maar dat is vermoedelijk wachten op IDFA 2021. Als we dan maar weer gewoon in de filmzalen terecht kunnen.

 

4 december 2020

 

IDFA 2020 – Deel 1: Vergane glorie en persoonlijke geschiedenissen
IDFA 2020 – Deel 2: Power to the People en The Backstage of Politics (1)
IDFA 2020 – Deel 3: Mensen met hun passies en zwakheden
IDFA 2020 – Deel 4: Rusland documentaireland
IDFA 2020 – Deel 5: Power to the People en The Backstage of Politics (2)
IDFA 2020 – Deel 6: Power to the People en The Backstage of Politics (3)

 

MEER FILMFESTIVAL

IDFA 2020 – Deel 4: Rusland documentaireland

IDFA 2020 – Deel 4:
Rusland documentaireland

door Bob van der Sterre

Rusland is hofleverancier op IDFA dit jaar. Het land heeft een grote documentairetraditie en je zou bijna zeggen dat je alleen maar een camera tevoorschijn hoeft te halen om mooie docu’s te maken. (Heeft Victor Kossakovsky trouwens ook gedaan met Tishe!) Vier films over Rusland op dit festival.

Lees ook verslag 2, waarin wij schreven over de Russische film The Foundation Pit.

 

Bitter Love

Bitter Love
Na vorig jaar King of the Cruise, krijgen we nu een lokale Russische cruiseversie op de Wolga: Bitter Love. Ook hier volgen we een paar karakters die houden van lanterfanten op een riviercruise.

Daarmee houden de overeenkomsten op. Hier veel minder cruisekitsch dan in King of the Cruise. Aan boord van deze cruise zijn echte artiesten, die prachtig pianospelen en opera zingen. En veel georganiseerd wordt er niet. Het is als de Transsiberië Express… maar dan op een boot.

We volgen een stuk of acht mensen op de cruise. Een paar jongeren, paar van middelbare leeftijd en wat ouderen. We zijn getuige van hun gesprekken. Die gaan over liefde. En problemen met de liefde. Oude liefdes. Nieuwe liefdes.

Generaties verschillen, de problemen ook. Wel of geen kinderen, wel of niet naar het buitenland voor je carrière. Die staan tegenover hoe ga ik om met het verdriet van het stranden van mijn tweede huwelijk? Soms zit zelfs een grijze baard tederheid in de weg.

Prachtige film om te zien, best ontroerend af en toe, waar Russen sowieso sterk in zijn, maar de film van Jerzy Sladkowski maakt het wel heel bont met scripts. Hoe ze ‘toevallig’ getuige zijn van al die vlot lopende dialogen… net een ruzie filmen door een raam… door een raam zien hoe hij de verscheurde foto’s aan elkaar plakt… de mensen alleen maar over hun liefdeslevens praten (en hoe openhartig ook voor de camera). Het ene verhaal heeft iets grappigs, het andere iets dramatisch. Een scriptschrijver had het echt niet beter gedaan.

Nou moet ik ook meteen zeggen dat de regels hierover niet in steen gebeiteld staan. Deze discussie loopt al bijna een eeuw, sinds Nanook of the North in 1922, de ‘eerste echte documentaire’ die ook grotendeels in scène was gezet. En het is een trend die gezien deze IDFA weer sterk heerst in documentaireland (denk ook aan The Mole Agent). Want het lot, tja, dat is maar het lot, daar kun je geen film op bouwen.

 

Hey! Teachers!

Hey! Teachers!
Twee nieuwe leraren beginnen in een regionaal Russisch stadje als leraar. De een als docent Russisch, de ander als docent aardrijkskunde. Tieners zijn overal irritant – ook in Rusland. En al snel betekent dat slapeloze nachten en twijfelen aan of je hiermee verder wilt gaan.

De twee leraren (Katya en Vasia) maken alle fouten die jonge docenten maar kunnen maken. Orde houden is moeilijk. Ze worstelen ook soms met de lesstof, waar ze graag een eigen draai aan willen geven. Andere leraren vinden dat maar modernistisch geneuzel. Ze reageren hier beiden anders op.

Ze weten wel een paar leerlingen mee te krijgen voor hun ‘alternatieve’ lessen en er ontstaan zelfs vriendschappen.

Hey! Teachers! is erg leuk om de overeenkomsten én de verschillen met ons eigen schoolsysteem te zien. Overeenkomsten zijn er zeker: tieners zijn tieners. Bloed onder je nagels vandaan halen, propjes gooien, dat gebeurt overal. Het idee dat Russische tieners braaf in gelid zouden lopen is totale onzin.

Verschillen eveneens. Waar wij vlotte en toegankelijke leraren vaak waarderen, zijn ze in Rusland (zeker in de regio’s) duidelijk nog van de oude stempel: niet te veel experimenten! Ook opvallend anders: improviserend theaterspel over onderwerpen als politiek en geschiedenis. Dat zou bij ons niet zo gaan (wij overschatten de waarde aan meningen). En als een leerling iets politiek gewaagds plaatst op het Russische Facebook, komt de geheime dienst eens polsen bij de school.

Al met al een vermakelijke docu maar zoals met wel meer docu’s vraag je in hoeverre de montage de werkelijkheid benadert, of dat het gewoon gemonteerd is om een prettig weg te kijken verhaal te scheppen.

 

Garage People

Garage People
Ergens bij de stad Moermansk bevinden zich een stuk of dertig, veertig garages op een heuvel. Maar voor auto’s parkeren worden ze niet gebruikt. Wel voor:

  • Jamsessies met je band
  • Archeoloogje spelen
  • Fitnessen
  • Halters maken
  • Een skimuseum
  • IJzer en lood verzamelen
  • Een pluimvee-gevangenis
  • Het maken van religieuze iconen

Deze Duitse film van Natalija Yefimkina begint sterker dan ie eindigt (en had zeker een kwartier korter gekund) maar heeft wel wat passages die je niet snel vergeet. Zoals het duo dat een oude stadsbus stript van het metaal. Tien keer moeten ze heen en weer om de bocht te maken, met veel gevloek. Of de man met ziekte van Parkinson die oud ijzer omtovert in gouden halters. Of de verklede soldaten die lopen te schieten in ruïnes.

Ook bijzonder: de man wiens vader in de garage omlaag groef met slechts emmers om de aarde weg te werken. Onder de garage bouwde hij een tunnelcomplex van vier verdiepingen. Het mooiste ervan: het leidde nergens toe. Zijn zoon, in de zeventig, probeert dat complex en de mafheid aan een volgende generatie over te dragen. Dat valt niet mee. Beetje blowen is voorlopig het hoogst haalbare.

Sterke film, want het is een prachtig humanistisch document over deze garageboxen die niet voor auto’s worden gebruikt. De armoede is hier overal aanwezig maar de koppige Moermanskers maken ook indruk door nooit op te geven. Ook hier, net als eerder bij Please Hold the Line, zie je de waarde van ‘beperking maakt de meester’. Met zo’n truc kun je goed inzoomen op ‘het menselijke ecosysteem’ alhier, met allerlei wonderlijke mensen, de een nog cinematografischer dan de ander.

En hoewel het vaak lachwekkend is, ligt tragiek ligt op de loer want echt oud worden ze niet in deze hoek van Rusland. Ook omdat velen in de mijnen hebben gewerkt en er slechte longen aan hebben overgehouden.

 

A Boy

A Boy
In A Boy krijgen we een inkijkje van een versnipperde Russische familie. Het gaat daarbij met name om een 10-jarig joch, dat al zijn portie trauma achter de rug heeft.

Russische families zijn ingewikkeld. Regisseur (Vitaly Akimov) is de zoon van de oudere Slavik, die komt net uit de gevangenis, en is nog net niet permanent dronken. In de film is Slavik op bezoek bij een vriend van hem en daar zien we ook de tienjarige Stepan, de stiefzoon van de broer van Vitaly. En dan is er nog een driejarige kleuter.

Wat me bevalt, is dat dit het ouderwetse, rauwe documentaire maken is. Even alle trucs en scripts overboord gooien. Gewoon observeren. En het levert rommelige maar mooie beelden op. Vooral van de 10-jarige Stepan. Hij vertelt al fietsend, gitaar tokkelend, springend en water halend over de achtergronden van zijn familie. Al zwemmend in een meer vertelt hij hoe zijn (dronken) vader daar verdronk. En dan is hij al weer afgeleid. ‘Hé, een libelle.’

Volkse tokkies op zijn Russisch dekt sowieso niet de lading. De mannen luisteren twee tellen naar Vivaldi en dan zegt er een: ‘Zo meteen komt de toccata.’ De halfdronken filosofie van de koude grond is ook amusant om te kijken, hoewel het te lang doorgaat, en het laatste kwartier van de film is ook niet zo sterk.

Goede film. Wat helpt, is dat Akimov wat meer stijl uit de kast haalt met het filmen. De meeste documentaires willen zuiver registreren en doen niets met de vorm. Ze vergeten dan dat standaard rechttoe rechtaan shots ook een visuele stijlvorm is. Hier meer variatie. Het claustrofobische huis is door hem kunstig neergezet. Hij imiteert soms een beetje hoe de wereld eruit ziet vanuit kinderogen. Zoals met het onderafperspectief van een kleuter. Het zwart-witte beeld past goed bij deze toch al redelijk kleurloze setting.

Geen film voor het grote publiek. Geen scripts, dingen gebeuren spontaan (hoop je…) en dat levert zoals je mag verwachten een wisselende maar wel echt aanvoelende film op.

 

29 november 2020

 
IDFA 2020 – Deel 1: Vergane glorie en persoonlijke geschiedenissen
IDFA 2020 – Deel 2: Power to the People en The Backstage of Politics (1)
IDFA 2020 – Deel 3: Mensen met hun passies en zwakheden
IDFA 2020 – Deel 5: Power to the People en The Backstage of Politics (2)
IDFA 2020 – Deel 6: Power to the People en The Backstage of Politics (3)
IDFA 2020 – Deel 7: Grenzen Verleggen
 

MEER FILMFESTIVAL

IDFA 2020 – Deel 3: Mensen met hun passies en zwakheden

IDFA 2020 – Deel 3:
Mensen met hun passies en zwakheden

door Bob van der Sterre

Véél films over mensen op IDFA – en veel van die films gaan over hun passies. Rusland is hofleverancier dit jaar, daarover de volgende episode. Deel 3 van de IDFA-beschouwingen.

 

The Grocer’s Son, the Mayor, the Village and the World...

The Grocer’s Son, the Mayor, the Village and the World…
Een dorp in de Ardèche wil ook de cultuur buiten Parijs ontwikkelen. Met een zichzelf bedruipende fonkelnieuwe academie waar zij en hun documentairevrienden zich kunnen verzamelen. Maar dat kost geld. En inzet.

We volgen drie mannen en een vrouw (die wegloopt na een ruzie) bij hun pogingen om de alternatieve docusite Tënk en de nieuwe academie op te zetten. Met name twee mannen (‘Hij is de optimist, ik bekijk het vaak van de negatieve kant’) doen hiervoor hun uiterste best. Mensen motiveren, politieke steun regelen, bouwers financieren. Alles wat erbij komt kijken.

Daarnaast krijgen we een inkijkje van het leven in het dorpje (Lussas). Met wijnbouw, toeristen, lokale feestjes. ‘Er zijn zoveel filmfans, mensen herkennen mij niet eens meer.’

Deze docu van Claire Simon heeft geen sterk verhaal. Het is een verslag van een lange periode waarin veel mensen zich druk maken om werk. Dat verveelt al snel. Even lijkt de film met het portret van de leider, die een afwijkende mening binnen zijn team niet echt duldt, een boeiende afslag te nemen. ‘Hij heeft een zwakke gezondheid.’ Maar daar blijft het bij, de documentaire houdt netjes afstand.

Dan heb je nog de lokale wijnmakers, maar ook die worden er een beetje met de haren bijgesleept. In de montage zijn er geen strenge keuzes genomen om het materiaal de baas te zijn. Dan krijg je een docu over het maken van documentaires zonder dat ie echt indruk maakt… Dat is toch geen echte reclame voor je academie, hoewel Tënk natuurlijk wel een erg mooi initiatief is.

 

Divinations

Divinations
Een passie voor waarzeggen heeft de Siciliaanse waarzegger die net uit de gevangenis komt. Hij probeert zijn werkzaamheden weer op te pakken. Hij ontvangt weer klanten, die hij helpt met zijn eigentijdse esoterische psychomix met tarotkaarten, en pakt zijn (lokale) tv-uitzendingen weer op.

Ondertussen heeft hij speciale armbandjes nodig maar de jongen die ze maakt, geeft niet thuis. En heeft letterlijk geen huis, zo zien wij later.

Vermakelijk zoals je al kan indenken. We krijgen weinig uitleg over de waarzegger en het hoe of wat in de bajes. Wel zien we hoe hij zijn vak uitoefent. De vrouwen die met hem hun overspel bespreken (en zich laten filmen?). Een vader die de relatie van zijn dochter wil redden en van zijn kaarten wil horen dat het goed komt.

De door RAI geproduceerde docu van Leandro Picarella focust zich subtiel op de verhouding tussen het hemelse (de waarzegger) en het aardse (materialen). Dat is best aardig, maar ook wel wat eigenaardig als thema voor een documentaire die over een persoon ging, en je vraagt je af in hoeverre dat allemaal gescript is. Zeker het laatste deel is meer speelfilm dan documentaire. Het is te verleidelijk om te laten, denk ik, en te vertrouwen op het lot. Wat wel ironisch is bij een film over een waarzegger!

 

Please Hold the Line

Please Hold the Line
In Please Hold the Line zien we monteurs van telefoons, kabels en computers in Oekraïne, Rusland, Moldavië, Roemenië en Bulgarije in actie. Mannen met een passie voor techniek.

Beperking maakt de meester, dat blijkt maar weer bij deze film. Dit onderwerp leent zich prima als invalshoek voor verrassende en geestige karakterschetsen. En biedt zo een dwarsdoorsnede van de Oost-Europese maatschappijen.

De Russische monteur op bezoek bij een archeoloog. ‘Wodkaatje?’ ‘Waarom niet.’ Vervolgens een heel verhaal over geschiedenis. De Roemeen die tv’s uit elkaar vlooit om er nieuwe van te maken. De Québécoise die in de Oekraïne is gaan wonen en een antieke telefoon aan de praat wil krijgen. De oudere vrouw die aan de lopende band kletst en niet zonder tv kan leven. Een donkere vrouw in een bar die vertelt dat ze racistisch bejegend is toen ze problemen rondom haar abonnement wilde oplossen. Man die zijn zoon verloor aan drugsgebruik. Priester die zijn computer graag wil laten repareren. Man die meer wil weten over telefoonrekeningen van € 0.05.

Aan de lopende band mooie quotes. ‘Voor wie is dat internet?’ ‘Voor diegene die aan het einde van de straat woont.’ ‘Laten we kijken hoe we zijn internet kunnen aftappen.’

Sterke film van Pavel Cuzuioc. Zowel lichtvoetig als leerzaam. Als bonus veel prachtige droogkomische plaatjes waar ik wel gevoelig voor ben (in de regen kofferbak open en verdergaan met reparaties, vrachtwagen met kuikens rijdt langs) en subtiele hints naar de dominantie van techniek via tv-nieuws. Minpunt: ook hier af en toe een iets te gescript gevoel.

 

Petit Samedi

Petit Samedi
We eindigen in de Ardennen, waar de 43-jarige Damien Samedi probeert af te komen van zijn drugsverslaving. Hij is al twintig jaar verslaafd aan heroïne maar zijn moeder wil niet opgeven om hem hiervan te redden. Zijn zus filmt hem.

De film begint met hakkende gabbers. Daar begon ‘kleine’ Damiens verslaving vermoedelijk (is de suggestie). Zijn passie voor uitgaan en drugs consumeren liep flink uit de hand.

Geen archetype junkie en geen archetype junkiefilm. Hij is lief voor zijn moeder, maait het gras, doet klusjes, solliciteert als zij dat een goed idee vindt. Hij woont nu een tijdje bij haar in een gehucht in de Ardennen (maar heeft wel een gezin). En is best helder op momenten als hij bij de therapeut moet uitleggen wat er scheelt: ‘Als je stopt met gebruiken, komen ineens alle emoties die jarenlang geblokkeerd waren, dan huil ik om het minste geringste, daar kan ik niet mee dealen.’

Stiekem gaat de film eigenlijk niet over hem, maar over zijn moeder, die met zijn verslaving ook voortdurend wat te doen heeft. Zij is net zo verslaafd aan zijn verslaving. Later blijkt dat de vader van Damien een alcoholist was (‘Hij dronk twee flessen rode wijn per dag en een fles cola’). En dat die zijn moeder sloeg, waarna zij in enorme armoede de kinderen alleen opvoedde.

De docu van de zus van Damien sleurt je in langzaam tempo mee het verhaal in. Damien is een vriendelijke kerel – zijn moeder is ook aardig – en je ziet dus alleen maar lieve mensen. Dat scheelt bij het kijken. Dat rechtvaardigt ook wel de docu, die maar al te vaak over irritante figuren gaan.

Wel zijn er naar mijn smaak iets te veel nutteloze pauzes die het tempo eruit halen, en krijg je een iets te emo-einde voor je kiezen (met totale stilte bij de aftiteling). Aan de andere kant zijn de beelden van Damien die in een grot loopt te dansen – of stilletjes rookt aan een rivier in de Ardennen – wel weer mooi.

 

28 november 2020

 
IDFA 2020 – Deel 1: Vergane glorie en persoonlijke geschiedenissen
IDFA 2020 – Deel 2: Power to the People en The Backstage of Politics (1)
IDFA 2020 – Deel 4: Rusland documentaireland
IDFA 2020 – Deel 5: Power to the People en The Backstage of Politics (2)
IDFA 2020 – Deel 6: Power to the People en The Backstage of Politics (3)
IDFA 2020 – Deel 7: Grenzen Verleggen
 

MEER FILMFESTIVAL

IDFA 2020 – Deel 1: Vergane glorie en persoonlijke geschiedenissen

IDFA 2020 – Deel 1:
Vergane glorie en persoonlijke geschiedenissen

door Bob van der Sterre

Net als vorig jaar biedt IDFA veel geschiedenis. Veel mensen op zoek naar hun familiegeschiedenissen, maar ook het onderwerp zelf als leidraad van de film. Deel 1 van de verslagen en recensies van IDFA 2020.

 

Notes from the Underworld

Notes from the Underworld
Alois Schmutzer (ooit slager) en volkszanger Kurt Girk (de ‘Frank Sinatra van Oostenrijk’) waren boezemvrienden. In Notes from the Underworld vertellen ze over de roerige jaren zestig. Alois en zijn broer Norbert werden toen gezien als Weense ‘gangsterkoningen’. Kranten stonden vol met hun daden.

Hoewel ze (vermoedelijk) niet veel meer deden dan mensen geld aftroggelen met illegale gokspelletjes (een kaartspel genaamd ‘stoss’). Vermoedelijk spraken hun pittige persoonlijkheden veel mensen aan. Alois was zo sterk ‘dat hij geen wapen nodig had om iemand om te leggen’.

In deze film leren we hoe de Weense gangsterwereld – weinig verrassend – toen vol zat met mafketels met veel animositeit. ‘Er waren altijd vechtpartijen.’ Een misverstand leidde bijvoorbeeld tot een enorme schietpartij. Later wordt broer Norbert onder duistere omstandigheden neergeschoten. En Alois krijgt voor iets waar hij onschuldig voor was tien jaar celstraf – zelfs minder dan sommige figuren die in Auschwitz hadden huisgehouden. Ook Girk gaat naar de gevangenis.

Een anekdotenfestival. De twee romantiseren natuurlijk van alles, zoals je vaak ziet met criminelen, die vaak hun eigen daden willen schoondenken en iets of iemand anders de schuld geven. In dit geval de gevreesde politiecommissaris Hammer. Toch hoef je niet al te veel mensenkennis te hebben – en getuigen zeggen hetzelfde – dat Alois en zeker Kurt Girk geen echte gangsters waren. De beste anekdotes komen van een ander fascinerend karakter, een bewaker uit de gevangenis van die tijd. ‘Natuurlijk gebruikten we traangas, hoe anders hadden we die Alois moeten pakken?’

Een vlotte montage lag met dit onderwerp voor de hand (ik denk aan de documentaire Toots uit 2006) maar er is juist voor een sobere aanpak gekozen. Je kijkt naar statische zwart-wit gefilmde beelden van twee oude mannen in een café. Dat is nog niet zo erg, maar Tizza Covi en Rainer Frimmel streefden ook naar zo min mogelijk onderbrekingen met montage. Nobel… maar de film duurt hierdoor wel minstens een half uur te lang. De film was vooral bedoeld als eerbetoon aan Kurt Girk, die in 2019 overleed, maar van zijn muziek leer je niets.

 

Songs of Repression

Songs of Repression
In 1961 ging de Duitser Paul Schäfer met zijn 300 nazistische volgers naar Chili. Hij creëerde daar de sekte Colonia Dignidad. Wat een figuur! Een seriële levensverwoester. Hij scheidde kinderen van hun ouders, misbruikte de jongens seksueel, beschouwde vrouwen als secundaire wezens, liet bewoners andere bewoners in elkaar beuken, en meldde zich vrijwillig aan voor het martelen van slachtoffers van het Pinochetregime.

Deze buitensporige ellende ging door tot hij vluchtte voor de Chileense overheid in 1997, gearresteerd werd, in de gevangenis kwam, en daar ook stierf in 2010.

Op de locatie likken de overgeblevenen (kinderen uit die tijd) hun wonden in wat nu een soort Duits attractiepark is: Villa Baviera. Ze lopen rond in een prachtig landschap met trauma’s en hebben geen papieren of werkervaring om iets te doen in de buitenwereld. De een voelt zich ellendig door het verleden, een ander is vertrokken maar heeft nauwelijks inkomsten. Sommigen vinden dat het allemaal vergeven en vergeten moet zijn en zingen dan hun religieuze liedjes. En één man weet ondanks alle ellende die hem is aangedaan toch opgewekt te blijven.

De film is een bijzonder document over traumaverwerking. Bijna een experiment. Er zijn hier zoveel trauma’s op de vierkante meter te vinden. Schrijnend is de man die vertelde dat hij moest slapen boven een plek waar gemarteld werd (‘Als het ineens stil werd, wist je dat er iemand was gestorven’). Of de vijftigjarige vrouw die zegt: ‘Seks met liefde zei je? Daar heb ik nog nooit van gehoord.’

Verwacht geen journalistieke, historische documentaire met veel archiefbeelden. Die bestaat ook: Colonia Dignidad. Aus dem Innern einer deutschen Sekte. Deze docu biedt misschien wel een interessanter verhaal dan alleen maar feiten: hoe ga je in het heden om met het verleden?

 

The Mole Agent

The Mole Agent
Nog meer oudjes in Chili in de tragikomische film The Mole Agent. In deze film wordt de 83-jarige Sergio naar een verpleeghuis gestuurd. Hij moet daar een van de oudjes bespioneren. Dat is om voor een detective een klacht te onderzoeken, van een vrouw die denkt dat haar moeder daar een slechte behandeling krijgt.

Met een filmende bril en via FaceTime met een nieuwe smartphone kwijt hij zich van zijn taak. Al snel wordt hij getroffen door de eenzaamheid van de bewoners, zowat allemaal vrouwen, waarvan enkelen zelfs al denken aan een huwelijk met ‘de nieuwe koning’. Anderen roepen wanhopig door het hek naar voorbijgangers om de deur open te doen. Erg ontroerend is als Sergio een band krijgt met een vrouw die aan dementie lijdt en daar zelf heel verdrietig over is.

Geregeld grappige en schattige docu. Loopt allemaal soepel… ja, wel héél erg soepel… Schoolvoorbeeld van een gescripte documentaire. Met non-fictie fictie maken. Puristen zullen het vreselijk vinden – anderen genieten van deze lieve film over oudjes in Chili. En je moet erkennen dat zo’n script voordelen heeft: het geeft de karakters in de film een duidelijk kader.

En Sergio? Hij is 83 (wordt 84 in de film) maar voelt zich nog veel te jong voor de aftakeling.

 

Diving Horses

Diving Horses
Oud Amerikaans pretpark in de buurt van New York heeft een bizarre attractie: het paard van 29 jaar dat in een bak water duikt en er dan weer uit zwemt. Een bizarre attractie. Toch bleek dat vroeger veel vaker voor te komen, met jockeys erop, en met diepere baden. Dit paard lijkt deze dagelijkse bezigheid niet zo vervelend te vinden, tenzij het stormt.

Diving Horses laat de teloorgang van de (vele) kleinere Amerikaanse pretparken zien met een portret van dit park en de (oudere) mensen die er werken. Veel shots van oude, verroeste attracties in het bos. Een soort Eftelingkneuterigheid in het kwadraat. Veel van dit soort parken die ontstonden in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw zijn al failliet gegaan, maar dit park in de buurt is er nog steeds.

Een nostalgisch document over een bijna vergeten cultuur. Met als attractie uiteraard de welbekende kleurrijke karakters die het park bevolken – zoals de klagende technische man. Bovendien haalt de film alles uit wat je maar uit de details in het park en het landschap kunt halen. Jammer is wel het ontbreken van een spanningsboog en het feit dat regisseuse Camille Grosperrin iets te netjes het documentairehandboek volgde. De film zou denk ik beter tot zijn recht komen als korte film van een half uur.

 

24 november 2020

 
IDFA 2020 Deel 2: Power to the People en The Backstage of Politics (1)
IDFA 2020 – Deel 3: Mensen met hun passies en zwakheden
IDFA 2020 Deel 4: Rusland documentaireland
IDFA 2020 Deel 5: Power to the People en The Backstage of Politics (2)
IDFA 2020 – Deel 6: Power to the People en The Backstage of Politics (3)
IDFA 2020 – Deel 7: Grenzen Verleggen

 

MEER FILMFESTIVAL

IDFA 2020: close-up van het programma (2)

IDFA 2020: close-up van het programma (2)

door Bob van der Sterre

Het tweede deel van de close-up van het programma van IDFA 2020. Wederom een top 4 binnen de meest voorkomende documentairegenres. Bekijk hier deel 1.

Jungle

 

Maatschappijkritiek
1. Arica. Je zal maar dit Zweedse bedrijf zijn dat giftig spul in Chili wilde laten verwerken. Het werd gedumpt en de mensen in Arica kregen massaal kanker. Een rechtszaak zoekt naar gerechtigheid. Film van Lars Edman en William Johansson Kalén is waarschijnlijk eentje waardoor je uit boosheid de armen van je bank vastgrijpt.

2. Downstream to Kinshasa. Een gewapende strijd in 2000 in Kisangani leverde veel burgerslachtoffers op. Deze documentaire van Dieudo Hamadi gaat ook over juridische gerechtigheid, als de burgers van die stad naar de hoofdstad reizen.

3. Everything Will Not Be Fine. Een intieme film over mensen die kampen met de gevolgen van de kernramp in Tsjernobyl. Deels egodocument (regisseurs Adrian Pirvu en Helena Maksyom zijn immers de hoofdrolspelers) maar ze ontmoeten ook anderen die hiervan dagelijks de gevolgen merken.

4. Landfall. Film van Cecilia Aldorando over de gevolgen van orkaan Maria. Gaat indirect ook over de politieke en maatschappelijke situatie in Puerto Rico.

 

Mensen
1. Bloody Nose, Empty Pockets. Vermoedelijk prima film, dit laatste etmaal van een buurtkroeg van Las Vegas, waar je de echte Amerikaan nog tegenkomt. Ik verwacht een parade van ‘oorspronkelijke’ karakters die je niet kunt verzinnen als scriptschrijver. Een soort blootgelegd bar-ecosysteem door Bill Ross IV en Turner Ross.

2. Bitter Love. Portret van Jerzy Sladkowski van een riviercruise over de Wolga. Vast een prachtige film. Russen zijn per definitie boeiende karakters in documentaires, ze kunnen zelfs niet niet-boeiend zijn, ook al zouden ze dat willen. De cruise is ontdekt in documentaireland, denk ook aan King of the Cruise vorig jaar.

3. Hey! Teachers! Twee jonge leerkrachten in Rusland in deze film van Yulia Vishnevets. Ook hier zal de Russische cultuur vermoedelijk geen seconde vervelen. Wel boeiend om te zien hoe leerlingen en leraren daar met elkaar samenwerken.

4. A Shape of Things to Come. Sundog is een zonderling die alleen leeft in de woestijn bij de Mexicaanse grens. Leeft in harmonie met de natuur. Maar wat is die harmonie? En willen we daar niet juist uit ontsnappen als modern stadsmens? Film van Best of Fests-programma van Lisa Marie Malloy en J.P. Sniadecki.
+ Meer in dit genre: The Grocer’s Son (The Mayor, The Village and the World), Mayor, Once Upon a Time in Venezuela, Acas My Home, 100Up, Bruce.

 

Misdaad
1. Crazy not Insane. Dorothy Lewis is superkenner op het gebied van seriemoordenaars. Deze film vertelt wat in haar hoofd zit. Kan een interessante film zijn: misdaad ontleed. Film van Alex Gibney, die nu wel een grote meneer is in de documentairewereld (Citizen K, Zero Days, Finding Fela, Mr. Dynamite). Produceert ook veel. Reken op een vlotte documentaire vol interessante feiten.

2. Me and the Cult Leader. Intussen ook al weer 25 jaar geleden: de aanslag met zenuwgas in de Tokiose metro. Slachtoffer Atsushi Sakahara herstelde (maar heeft nog steeds elke dag last) en wil met deze documentaire de daders, de sekte Aum Shinrikyo, blootleggen door te praten met ex-leden.

3. Time. ‘The Black Bonnie & Clyde’ deden jaren geleden samen een bankoverval. Ze werden gepakt. Vrouw is al vrij en is nu ondernemer, de man zit nog steeds vast. Film van Garrett Bradley uit Best of Fests-programma.

4. A Thousand Cuts. Film van Ramona Diaz over nieuwsplatform dat kritisch schrijft over de antimisdaadcampagnes van Filipijnse president Rodrigo Duterte. Ook voorstanders komen aan het woord.

 

Muziek
1. The Life of Curaçao’s Musical Genius Rudy Plaate. Vast een grappige film (van Selwyn de Wind) die over meer gaat dan muziek alleen. Niet alleen een portret van de zanger Rudy Plaate, ook een portret van Curaçaose cultuur.

2. David Byrne’s American Utopia. Filmische weergave van de Broadwayshows van de immer vernieuwende muziekheld David Byrne. Film van Spike Lee en wiens zijn oeuvre enigszins kent, weet dat hij zich al jaren met documentaires bezig houdt.

3. Narcissus off Duty. Beroemde Braziliaanse zanger, Caetano Veloso, zat jarenlang in de gevangenis. Dit is zijn verhaal, opgetekend door Renato Terra en Ricardo Calil.

4. Notes from the Underworld. Half muziek (volksmuziek), half misdaad, dit verhaal van de ‘Frank Sinatra van Oostenrijk’, Kurt Girk en diens vriend Alois Schmutzer. Deze film uit het Best of Fests-programma van Tizza Covi en Rainer Frimmel zal vermoedelijk behoorlijk absurd worden.
+ Meer in dit genre: Here We Move Here We Groove, Rumba Rules New Genealogies, We are the Thousand, Zappa.

 

Nederland
1. Dealing with Death. Het is niet zo eenvoudig om in de Bijlmer bij een uitvaartorganisatie te werken. Zoveel culturen, zoveel manieren om afscheid te nemen. Film van Paul Sin Nam Rigter laat ongetwijfeld zien hoe de multiculturele samenleving al volop aanwezig is.

2. Bruce. Bruce is een type grote bek klein hartje. Hij is 27 en heeft een leven achter de rug in internaten en gevangenissen. Vast een mooi portret van Daniel Krikke, maar je moet wel zin hebben in een ongetwijfeld ook geregeld erg frustrerende film.

3. Class. Sarah Sylbing en Ester Gould maakten deze vermoedelijk best interessante film over een klas in Amsterdam-Noord. Gaat om het contrast tussen de verschillende achtergronden van de ouders, zowel arm als oud.

4. Silence of the Tides. Vast een van de mooiste verfilmingen van de Wadden ooit maar ongeduldige mensen kunnen het moeilijk gaan krijgen… ‘Pieter-Rim de Kroon zet zijn camera vaak voor een lange tijd op één vaste plek’. Verwacht veel mooie, statische shots van ongerepte Hollandse natuur.

 

Oorlog
1. The Earth is Blue as an Orange. Afgelopen jaren stroomden de docu’s over de burgeroorlog in de Oekraïne binnen. Nu is alleen deze film een afgevaardigde van die oorlog. Hierin kijken we naar het maken van een korte film over een gezin in deze oorlogstijd. Film van Iryna Tsilyk (die dus filmde hoe dochter Myroslava de film filmde in deze film) won in Sundance de prijs voor beste regie.

2. There Will Be No More Night. Je moet vermoedelijk stevig gegeten hebben als je deze film van Éléonore Weber gaat kijken. Ik denk dat deze shots van piloten die met thermische camera’s ‘s nachts mensen opblazen vrij zwaar is om te verteren. Een schokkende film, zonder twijfel. Je ziet (wel unieke) beelden van missies in Irak, Syrië en Afghanistan.

3. The Fifth Story. Irak maakte maar liefst vier oorlogen mee sinds de jaren tachtig. Regisseur Ahmed Abd maakte die van 2003 als kind mee. In deze film spreekt hij met andere Irakezen over hun ervaringen tijdens deze oorlogen.

4. This Rain Will Never Stop. Film beschrijft hoe een Oekraïense familie betrokken is bij de oorlog in Syrië. Een ander familielid zit in Irak. Oorlog is overal maar bij sommige mensen nog net iets meer. Reken op veel drama en ellende in deze film van Alina Gorlova.

 

Seksualiteit
1. The Night Flowers. ‘Las Flores de la Noche’ heten de Mexicaanse transgenders die in deze film van Omar Robles en Eduardo Esquivel worden gevolgd. Achter deze jongeren ‘schuilt een authentiek verlangen naar vrijheid’.

2. Silent Voice. Khavaj zit in België ondergedoken. Zijn Tsjetsjeense familie weet dat hij homo is en hij vreest geweld. Hij moet zichzelf ‘opnieuw uitvinden’. Film van Reka Valerik.

3. Welcome to Chechnya. Hoe smokkel je een lhbtq’er Tsjetsjenië uit? Vermoedelijk huiveringwekkend en spannend, deze documentaire van David France, die met het idee breekt dat je afstand moet houden tot je onderwerp. Met deepfake zijn de gezichten van de gevluchte lhbtq’ers veranderd.

 

Spiritualiteit en religie
1. Divinations. Siciliaanse waarzegger komt uit de gevangenis. Need to say more? Vermoedelijk amusante film over cultuur, bijgeloof en oplichterij van Leandro Picarella.

2. Songs of Repression. Voer voor veel films geweest: rare Duitse sektes in Zuid-Amerika. Deze bestond echt. Ex-naxi Paul Schäfer had hier in de jaren zestig een sekte in Chili. Deze docu zoomt met veel interviews in op die periode. Film van Estephan Wagner en Marianne Hougen-Moraga in het Best of Fests-programma.

3. Between Fire and Water. Een film waar sommige mensen behoorlijk wild van worden: echte spirituele indianen in Colombia. Maar deze gaat over het buitenbeentje aldaar: een donkere indiaan die geadopteerd was. Weer een film over identiteit dus, daar moet de kijker wel zin in hebben. Film van Viviana Gómez Echeverry.

4. ‘Til Kingdom Come. Film over de warme banden tussen evangelisten in rural VS en Israëliërs. Deze connectie begint volgens de film in een mijndorpje in Kentucky. Verwacht een behoorlijk journalistieke en onthullende docu van Maya Zinshtein over deze opmerkelijke connectie.

 

Tranen
1. Dear Elnaz. Man verliest zijn vrouw toen een vliegtuig werd neergehaald in Iran. Zeer triest verhaal, over hoe hij haar mist en met zijn verdriet omgaat. Film van Mania Akbari zal vermoedelijk weer bewijs zijn dat docu’s vaak meer ontroeren dan speelfilms.

2. The Magnitude of All Things. Voor wie een kleine portie verdriet nog niet genoeg is: deze film van Jennifer Abbott (bekend van The Corporation) gaat over verdriet wereldwijd. Een filmreis vol tranen. Gaat niet per se om afscheid nemen, maar ook verdriet vanwege de impact van het veranderende klimaat.

3. Soldier’s Woman. Ieder jaar is er wel een film die laat zien hoe moeilijk het mensen echt hebben. En dan bedoel ik niet de frustratie omdat de wifi er even uit ligt. In deze film van Patricia Wiesse Risso krijgen we een portret van plattelandsvrouwen die in de jaren tachtig massaal verkracht werden tijdens de burgeroorlog in Peru. Daar zit een heleboel verborgen verdriet en trauma.

4. Zero. Niet alle tranen hoeven van verdriet te komen, ze kunnen ook komen door ontroering. Deze film is vermoedelijk heel erg lief. Portret van Kazuhiro Soda van tachtigjarige Japanse psychiater die met pensioen gaat en die nog een keer zijn patiënten ziet. Hij heeft zelf ook een dementerende vrouw. De film is denk ik wel aan de trage kant.

 

Vluchtelingen, racisme, maatschappelijk ongelijkheid
1. The Blue House. Senegalese kunstenaar leefde in de jungle van Calais, of te wel het intussen opgeruimde vluchtelingenkamp vlakbij die stad. Portret van Hamedine Kane is niet het eerste over dit vluchtelingenkamp maar kan wel een eyeopener zijn voor iedereen die een abstract beeld heeft van ‘de vluchteling’.

2. In My Skin. Regisseur Toni Venturi (blank) interviewt mede-Brazilianen (met kleur) over hun ervaringen met racisme. Brazilië, voor wie dat niet weet, schafte als laatste land ter wereld slavernij af (in 1888).

3. Purple Sea. Nog een film voor wie zanikt dat een langzaam ladend YouTube-filmpje het grootste drama van de wereld is: Syrisch kunstenaar Amel Alzakout zat in een bootje dat vlak voor Lesbos begon te zinken. Deze film, die 67 minuten duurt, laat haar zien dobberen, in afwachting van redding.

4. White Noise. Daniel Lambroso ontmoet alt-right activisten, de een influencer, de ander organiseert rally’s. Interviews, nieuwsbeelden, een hoop boosheid… verwacht een vlot gemonteerde docu met een onthullend portret van binnenuit.

 

Vrouwen en mannen
Vrouwenfilms:
1. The Art of Living in Danger. Film over vrouwenactivitisten in Iran. Film van Mina Keshavarz in Best of Fests-programma.

2. The Case You. Auditie voor een film over incest bleek bron te zijn van MeToo-drama. De betrokken actrices doen hun verhaal in de rechtbank en voor de camera. Film van Alison Kuhn.

3. Jungle. In deze film van Louise Mootz volgen we vier jonge, ‘luidruchtige’ Parijse vrouwen in hun begin-twintigersbestaan. Uit het Best of Fests-programma.

4. Dormant. Kleindochter Natalia Labaké richt camera op de vrouwen in de familie. De film laat volgens IDFA zien hoe de ‘veronachtzaming van vrouwen in de politieke vergezichten van toen hun positie in de Argentijnse samenleving tot in het heden beïnvloedt’.
+ In dit genre: The First Woman, Heaven Beneath my Feet, Mothers, She Had a Dream, Showgirls of Pakistan, Ultimina, The Story of a Movement.

Mannenfilms:
1. Boyi Boyo. Shilo is hardloper in Centraal-Afrika en probeert zo het broodnodige geld te verdienen. Film van Anne Bertille en Vopiande Ndeysseit.

2. A Boy. Zo vader zo zoon in Rusland. Regisseur Vitaly Akimov is de zoon van protagonist en dan is er nog het stiefkind van zijn broer.
+ In dit genre: Bruce, Il Mio Corpo.

 

Wetenschap en techniek
1. Feels Good Man. De meme Pepe the Frog was een underground cartoon, tot een van de plaatjes een meme werd. Daarna ging het van kwaad tot erger: het werd een symbool van neonazi’s. Film van Arthur Jones focust op wat dat doet met de tekenaar, Matt Furie. Uit Best of Fests-programma.

2. Please Hold the Line. Met al die techniek in ons leven hebben we ook steeds meer reparaties nodig. Monteurs zijn er dagelijks mee bezig. Film van Pavel Cuzuioc belooft een droogkomisch portret te zijn van een aantal monteurs in Oost-Europa.

3. New Gods. Interessant klinkende korte Franse film van Loïc Hobi. We kijken naar de online optredens van ene LonerWolf58. Lid van de incel-beweging (‘involuntarily celibate’), net als de moordenaar Elliot Rodger, over wie deze film eigenlijk gaat. Vooral het perspectief van de verteller klinkt boeiend: de algoritmen van het internet.

4. Motto. Meer kunstwerk dan docu (want er is geen vertoning), toch noemenswaardig, al begrijpt hier niemand echt iets van denk ik: ‘Documentaire wordt onderdeel van fictie in deze interactieve novelle, gemaakt voor mobiele apparaten.’ Canadees experiment van Vincent Morisset, die ook een Motto live heeft gepland.

.

 

 17 november 2020

 

IDFA 2020: dit jaar is alles anders
IDFA 2020: close-up van het programma (1)

 

MEER FILMFESTIVAL

IDFA 2020: close-up van het programma (1)

IDFA 2020: close-up van het programma (1)

door Bob van der Sterre

Deze IDFA is alles anders. Het festival dat begint op 18 november en eindigt op 6 december zal zich grotendeels online afspelen. Wat valt er te zien? Indebioscoop.com duikt weer diep in het programma en maakt een top 4 binnen veel voorkomende documentairegenres.

Long, Live, Love

Wil je meer informatie over tickets kopen, regels rondom corona en de online voorstellingen? Lees dan onze preview. Kom je er niet uit? IDFA heeft een FAQ en een helpdesk.

Onderstaande links leiden naar de pagina van de documentaire op de IDFA-site, waar je ook meteen kaartjes kunt bestellen. Het leeuwendeel van de bezoekers zal met het geringe aantal ‘echte zitplaatsen’ de films online gaan kijken. Het is best ingewikkeld allemaal dus… misschien wel handig om de instructievideo’s te bekijken.

Let op als je echt echt echt naar de bioscoop wil: er zijn heel weinig kaartjes beschikbaar. Voorstellingen zijn dus nóg sneller uitverkocht dan andere jaren.

Onderstaande categorieën en toelichtingen zijn voor 100% op het conto van schrijver dezes. De officiële IDFA-programma’s vind je op de website van IDFA.

 

Auteurs
1. Epicentro van Hubert Sauper. Regisseur die beroemd werd met de documentaire Darwin’s Nightmare heeft een nieuwe film gemaakt over Cuba. Een ‘kalm, caleidoscopisch portret’. Veelbelovende trailer.

2. The Flowers of St. Francis van Roberto Rossellini. Uit het toptienprogramma van eregast Rosi komt deze film van Rossellini en Fellini (script) uit 1950.

3. Swimming Out Till the Sea Turns Blue van Zhangke Jia. Speelfilmmaker en zesdegeneratie-omnitalent Zhangke Jia komt weer eens met een documentaire – zoals hij sowieso documentaires en speelfilms afwisselt in zijn oeuvre. Deze gaat over een literair festival en hij interviewt schrijvers.

4. Vivos van Ai Weiwei. Een schokkend verhaal toen vijf bussen in Mexico met studenten werden beschoten met kogels en daarna 43 mensen verdwenen. Deze film wil meer vertellen over de slachtoffers.

 

Coming of age
1. Il mio corpo. Een Italiaan en een Nigeriaan hebben meer gemeen dan je zou denken. Deze film van Michele Pennetta laat coming-of-age nu eens niet op de meest afgezaagde manier zien. Hun leeftijd speelt meer een bijrol. Film uit het Best of Fests-programma.

2. Far from You I Grew. Film van Marie Dumora over jongens die weglopen in Odessa.

3. Long, Live, Love. Rosemarie leeft er op los als tiener van vijftien met als verschil dat ze al twee keer kanker heeft gehad. Als er geen corona was, had Tuschinski stampvol gezeten. Reken op emoties, emoties en emoties! Film van Sine Skibsholt komt uit het Best of Fests-programma.

4. Things We Dare Not To. Ook uit het Best of Fests-programma dit portret van Noño, een Mexicaans jongetje dat pubert en daarbij soms meisjeskleding aantrekt, is gemaakt door Bruno Santamaria.

 

Dieren & natuur
1. Gunda. Victor Kossakovsky, van wie ik al lang fan ben, maakt mij als vegetariër (is hij zelf trouwens ook) erg blij met een lieve film over varkens. Erg spijtig is dat deze filmtip al nergens meer op slaat want er is maar een voorstelling in Tuschinski en die is uiteraard al uitverkocht. In verband met distributie-afspraken is er geen online versie van. Joost mag weten waarom er geen onlinevoorstelling van is. Klote-corona!

2. Stray. Het leven van de drie zwerfhonden Zeytin, Nazar en puppy Kartal in Turkije. Volgens IDFA zet de ‘serene, mozaïekachtige film aan het denken over vrijheid, solidariteit en naastenliefde’. Emoties evokeren is kennelijk niet diepzinnig genoeg. Ik denk: zet de zakdoekjes maar alvast klaar, dit is vast een prachtfilm (van Elizabeth Lo). Frappant is dat er eerder ook al een prachtfilm is gemaakt over katten in Istanbul (Kedi). Film wordt samen vertoond met Mutts.

3. Burnt. Land of Fire. Ook al duurt deze film van Ben Donateo maar vijftien minuten – een film over de leegheid van het Zuid-Italiaanse platteland moet voortreffelijk mooi zijn. Een inkopper.

4. Sheltered. Nederlandse docu’s hebben altijd zo’n prettige nuchtere basis. Gewoon camera ergens neerzetten, observeren, mensen laten praten. Denk aan Garage 2.0 (autoverkoperswereld) of Schapenheld (schapenherder). Sheltered is vermoedelijk ook zo maar dan over een dierenartspraktijk. De film van Saskia Gubbels biedt vast een boel warme momenten over dierenliefde maar zal verder vermoedelijk geen artistieke potten breken.

 

Egodocumenten
Keuze genoeg! Wil je met de regisseur terug naar zijn/haar roots in…

Mijns inziens niet het meest opzienbarende hoekje van IDFA, maar de liefhebber komt in elk geval aan zijn trekken.

 

Experimenteel
1. The Foundation Pit. Met de toegenomen beeldkwaliteit van smartphones, zie je ze ook vaker terugkeren in documentaires. Zoals vorig jaar bijvoorbeeld in Selfie. In deze Russische film monteerde Andrey Gryazev zelf gefilmde scheldkanonnades van zijn landgenoten. Het artistieke zit hem in het samenballen van kritiek in één goedlopende superfrustratie.

2. Nemesis. Thomas Imbach filmde de verbouwing van een station in een asielzoekerscentrum uit een raam. Doet heel erg denken aan Kossakovsky’s Tishe!. Met 7 jaar geduld moet er wel wat boeiends uit komen.

3. Ugoku Tokai (Moving City). Ook een film waarbij beeld centraal staat. Observatie en nog meer observatie. Film van Lars Ostmann (‘hybride, essayistische documentaire’ volgens IDFA) klinkt eigenzinnig genoeg.

4. The Filmmaker’s House. Soms is het wel goed als je weinig vat van een synopsis. Documentairemaker Marc Isaacs beschrijft in deze film zijn wanhopige poging om een documentaire te maken. Daarom gaat hij bij zijn buren langs. Ik vermoed dat dit een satirische documentaire is, die hiermee de immens populaire serieuze, maatschappijkritische docu bespot. Veelbelovend.

 

Families
1. Petit Samedi. Stel: je hebt een burgerlijk gezin. Alleen is een van die ouders zijn hele leven al verslaafd. Belgische film van de zus (Paloma Sermon-Daï) van de verslaafde man in Best of Fests-programma.

2. Nan. Hulpbehoevende oom van filmmaker Peng Zuqiang leeft in klein flatje bij bejaarde ouders. Deze Chinese film is voor de liefhebbers van rauw microdrama, die ongetwijfeld claustrofobisch zal aanvoelen.

3. El Father Plays Himself. Uit het Best of Fests-programma is dit een curieuze film van een man (Jorge Thielen Armand) die een fictiefilm maakte over zijn vader (die tijdens afgelopen IFFR te zien was), die zelf weer gefilmd werd (door Mo Scarpelli) tijdens het filmen van die film. Reken op veel pijnlijke discussies, heftige schreeuwpartijen, huilbuien. IDFA zegt: ‘Het gebruik van fragmenten uit homevideo’s van een jonge vader en zoon voegt een ontroerende en pijnlijke laag toe’. Dan weet je het wel.

4. Bosco. Regisseuse Alicia Cano filmt emigranten (haar familie) in een Uruguayaans dorp, die mijmeren over het Italiaanse dorp waar ze vandaan komen: Bosco. Vermoedelijk een trage en lieve film.
+ Meer in dit genre: Jacinta, The Metamorphosis of Birds, Radiograph of a Family, Rebel Objects.

 

Geschiedenis
1. MLK/FBI. Hoe Martin Luther King werd tegengewerkt door de baas van de FBI: J. Edgar Hoover. Veel archiefbeelden, geheimzinnige documenten. Vermoedelijk soepele, gelikte documentaire van Sam Pollard die je met boeiende feiten om de oren zal slaan.

2. Gorbachev. Heaven. Gorbatsjov, intussen 89, blikt terug op zijn leven. Verwacht een opgewekte, melancholische Gorbatsjov, wiens ego ook wel weer blij zal zijn dat iemand (filmmaker Vitaly Mansky) hem herinnert aan de tijd dat hij een van de machtigste mannen van de wereld was.

3. An Ordinary Country. Een stroom van illegale opnamen van de Poolse geheime dienst in de jaren zestig, zeventig en tachtig aaneengeplakt door Tomasz Wolski. Geweldig documentairemateriaal dat bijna niet te verknallen is. Zal op zijn minst een fascinerend inkijkje geven in wat een totalitaire staat behelst. Uit Best of Fests-programma.

4. Love, It Was Not. Holocaustdocu gaat over een merkwaardig verhaal: SS-officier wordt verliefd op joodse vrouw in concentratiekamp. Later moet ze tegen hem getuigen. Film van Maya Sarfaty.
+ Meer in dit genre: Dope is Death, Final account, 48, 499.

 

Journalistiek
1. Oeconomia. Deze documentaire buigt zich over de vraag: hoe kunnen we zoveel rijker zijn geworden en merkt bijna niemand daar wat van? Of te wel: wat doet de financiële wereld met geld? Ingewikkeld en serieus onderwerp (hopelijk) teruggebracht tot de menselijke maat. Met deze onderwerpen waar aldoor onbegrijpelijke technische details om de hoek loeren, is het te hopen dat deze film van Carmen Lossmann met beide benen op de grond blijft.

2. Corporate Accountability. Argentinië had jarenlang een fascistische regering; dat zal niemand zijn ontgaan. Maar de bedrijven die er goed aan verdienden, bleven buiten schot. Vermoedelijk schokkende documentaire vol onthullingen van Jonathan Perel. Ook risico op saai beeld: ‘… maakt hij duidelijk door de fabriekscomplexen vanachter de voorruit van zijn auto minutenlang te filmen.’

3. The Sky Is Red. 81 gevangenen stierven in in Santiago door een brand in 2010. Deze film zet alles wat toen gebeurde nog eens op een rijtje. Journalistieke documentaire van Francina Carbonell zit vermoedelijk ook weer vol schrijnende onthullingen.

4. Bulletproof. Todd Chandler filmt de redelijk uit de hand gelopen industrie rondom wapens en bescherming ertegen op Amerikaanse scholen, waar zelfs docenten schietles krijgen.

 

Klassiekers
1. Anna. De dakloze Anna (16) wordt in 1972 gevolgd door documentairemakers Alberto Grifi en Massimo Sarchielli. De documentairemakers ontwikkelen een intieme band met haar. Klassieke docu met nagespeelde scènes.

2. 10 Shorts. 10 korte docu’s van Vittorio de Seta tussen 1954 en 1959. O.a. kaas maken, tonijn vangen en bomen omhakken.

3. The Mouth of the Wolf. Redelijk maf liefdesverhaal van Pietro Marcello uit 2009. Een macho en een zachtaardige transseksueel leven samen. (Alle drie films uit de top 10 van Rosi.)

 

Kunst, theater en literatuur
1. A Bigger Splash. Beroemde biografische film van Jack Hazan over schilder David Hockney uit 1974. (Ook uit de top 10 van Rosi.)

2. Paris Caligrammes. Kunstenares Ulrike Ottinger was erbij, in de jaren zestig in de Parijse kunstscene. Niet alleen kunst gaan we zien, ook de foute dingen zoals racisme en kolonialisme. ‘Een collage van archiefmateriaal en fragmenten uit speelfilms en homemovies.’ Kan een prachtduik in de kunstgeschiedenis zijn, maar ook los zand.

3. White Cube. Ook kolonialisme en kunst, deze film van Renzo Martens. Midden in een Congolese plantage heeft Martens een kunstcentrum opgezet. Klinkt redelijk naïef: ‘De kunstwereld inzetten voor echte verandering’, maar dat kan nog altijd wel een interessante film opleveren.

4. Le Temps Perdu. Marcel Proust-fans in een café in Buenos Aires. Deze boekenclub werd vier jaar gefilmd. Wie literatuur (en Proust) een warm hart toedraagt, kan vast genieten van deze docu van Maria Alvarez.
+ Over theater: The New Gospel, Ouvertures, Odoriko.

 

Lengte
1. The Works and Days (of Tayoko Shiojiri in the Shiotani Basin). Ja, kijk maar eens goed: een film van C.W. Winter en Anders Edström waar je om 13.30 binnenstapt en die je om 23.30 weer verlaat. Wie heeft er geen 480 minuten van zijn of haar leven over voor een meditatief meesterwerk, deze ‘integrale registratie van het Japanse plattelandsbestaan’?

2. Lost Course. Vergeleken met bovenstaande film is dit bijna een sprint (179 minuten). Het Chinese dorp Wukan maakte een volksopstand mee. Jill Li filmt dat. Democratie, nepotisme, communisme en dat drie uur lang.

3. Route One USA. Robert Kramer en zijn vriend Doc reisden in 1989 door de VS en komen niet alleen mensen tegen, maar ook de vaderlandse geschiedenis. Een reis van 255 minuten. (Uit de top 10 van Rosi.)

4. City Hall. Portret van stadhuis in Boston van Frederick Wiseman. Veel langdurende takes, dus even zitvlees is wel nodig (275 minuten). Test: kun je deze film aan zonder een keer naar de smartphone te grijpen?

 

Lichtvoetig
1. Garage People. Dit moet wel hilarisch zijn: een portret van hoe Russen omgaan met hun garages. Voor de een fitnessruimte, voor de ander een kippenstal. Ik verwacht dat Natalija Yefimkina hiermee de perfecte vermakelijke documentaire van deze IDFA heeft gemaakt.

2. The Mole Agent. In deze film vast veel komische taferelen als detective Romulo Sergio naar een bejaardentehuis stuurt om iets uit te zoeken over iemand. Film van Maite Alberti belooft met film noir-stijl te spelen. Je vraagt je wel een beetje af: hoe gescript is dit verhaal?

3. The Truffle Hunters. Wie kan niet dol zijn op mensen die zichzelf de prachtige baan van truffeljagers hebben gegeven? Film uit Best of Fests-programma van Michael Dweck en Gregory Kershaw over de mensen die in Piemonte jagen op dit zeldzame en peperdure ingrediënt. Belooft net zo grimmig als grappig te zijn.

4. Diving Horses. Ook vast even hartverwarmend portret van de medewerkers van een klein Amerikaans pretpark in de staat New York. Film van Camille Grosperrin.

.

 

15 november 2020

 

IDFA 2020: dit jaar is alles anders
IDFA 2020: close-up van het programma (2)

 

MEER FILMFESTIVAL

Nationalisten in vroegere tijden

Nationalisten in vroegere tijden

door Bob van der Sterre

Der Schweizermacher ♦ The Ugly American ♦ Before the Rain

 

Nationalisme. En dan niet als pure propaganda (Über Alles in der Welt, Braveheart, Patriot Games) maar films over het onderwerp.

In Der Schweizermacher (1979) volgen we de heer Bodmer, een rechtlijnige Zwitserse ambtenaar, die moet helpen bij aanvragers van de Zwitserse nationaliteit. Met een collega bezoekt hij huizen en checkt of de bewoners wel Zwitsers genoeg zijn.

Ook Zwitsers moeten zich aanpassen
Bodmer is een kritische speurneus. Grimaldi, mevrouw Vukovic en dokter Starke worden kritisch bevraagd. Zijn er geen herinneringen meer aan het vaderland in het huis? Zijn ze niet aangesloten bij ‘verkeerde’ politieke partijen? Kijken ze wel in hun achteruitkijkspiegel? En hebben ze spaargeld? Hij luistert zelfs hun taallessen af. En roept dingen als: ‘Als ze geen spaargeld hebben, is alles voorbij voor de aanvrager.’

Bodmer heeft ook een ondergeschikte, Fischer. Die een stuk relaxter denkt over het werk. Hij krijgt zelfs een verhouding met een van de aanvragers, een danseres genaamd mevrouw Vakulic. Hij vermaakt zich prima in haar culturele gezelschap. ‘Ik ben een Zwitsermaker!’, roept hij uit als hij zijn beroep beschrijft. De twee moeten vermoedelijk de twee uitersten aan de pool van een Zwitser voorstellen.

Makkelijk is het Zwitser worden niet. Al zegt een baas zelfs dat zijn personeelslid een betere Zwitser is dan echte Zwitsers, toch lukt het hem niet om de ambtenaar te overtuigen. ‘Vrolijkheid zet geen zoden aan de dijk. Aanpassen moet hij zich!’

Het ontbreekt altijd ergens aan een stukje Zwitsersheid. De kaasfondue gaat niet goed, ze doen aan kunst (faux pas), ze vergeten het knipperlicht te gebruiken. Of, nog erger, ze komen niet op tijd.

De film is een beetje te traag om voor kijkers in 2020 nog te kunnen swingen, maar het nog steeds actuele thema wordt hier goed aangepakt. De hoofdrollen (met name Walo Luond als Bodmer) zijn prima ingevuld. Dus best een geestige film van Rolf Lyssy, van wie ongetwijfeld niemand eerder gehoord heeft, maar die meer films maakte over Zwitserse cultuur, zoals Leo Sonnyboy en Kassettenliebe.

Golf van geweld
In The Ugly American (1963) gaat het om nationalisten in een verzonnen Oost-Aziatisch land, Sarkhan. Marlon Brando – alias MacWhite – wordt daar ambassadeur.

MacWhite kent de leider van die nationalistische opstandelingen, Deong, uit de oorlog. Toen streden ze samen tegen de Japanse bezetter. Nu staan ze tegenover elkaar. Deong houdt speeches als ‘Sarkhan voor de Sarkhanezen!’ en de kersverse ambassadeur (voorheen olijke journalist) verdedigt zijn conservatieve regering.

Extreme nationalisten (herkenbaar aan witte bandana’s) ontvangen MacWhite met veel agressie op het vliegveld. Maar Deong en MacWhite zijn vrienden. Toch? In een lang en alcoholisch gesprek proberen ze de lucht te klaren. Maar het enige wat geklaard wordt, zijn de verschillen. ‘Je hebt ons gebruikt, verraden, verlaten voor tirannen.’ ‘Als we dankzij een dictator de vrije wereld vrij houden, dan steunen we die.’

Niet veel later komt het land terecht in een golf van geweld.

Nationalisten zijn hier een soort integere figuren die alleen maar hun land voor zichzelf willen. Toch hebben ook deze integere nationalisten een eenvoudige kijk op zaken: geweld is de oplossing.

Zeker geen feilloze film. Weinig vernieuwingsdrang. Dit materiaal maakte zelfs Brando een beetje saai.

Het voornaamste dat The Ugly American voor elkaar krijgt, is dat het een film is van vóór de Vietnamoorlog over de Vietnamoorlog. ‘Als we Sarkhan verliezen, verliezen we heel Zuid-Oost Azië.’ Dat is te frappant om niet te melden, terwijl, nóg frappanter, deze film in 1965 praktisch echt plaatsvond in Indonesië. Met Soekarno en de toenmalige Amerikaanse ambassadeur in de hoofdrollen. Nóg frappanter (kan dat?) is dat de acteur Kukrit Pramoj, die Deong speelt, later écht de leider van Thailand zou worden.

Ruzie op de Balkan
Bij films over nationalisme kan Joegoslavië niet ontbreken. Er zijn diverse films over de burgeroorlog gemaakt maar Before the Rain (1994) is een van de beste. Bovendien gemaakt in die tijd.

De avond voor een regenbui. De zeer orthodox-religieuze Kiril vindt dan ineens een Albanees meisje in bed. Ze is op de vlucht. Voor zijn volk. Wat moet de jonge monnik doen, die zich bovendien meteen tot haar aangetrokken voelt? Verraden of beschermen?

Een lastige keuze als nationalistische bandieten achter haar aan zitten en de reli-vaders liever de lieve vrede bewaren. Liefde overwint en ze gaan samen op pad… tot ze haar familie tegenkomen. Die waarderen het weer niet zo dat ze met een orthodox-gelovige gaat. Met zoveel religiestress ligt drama op de loer.

Daarna Londen. Bladdesigner Anne heeft een affaire met Aleksander, een Macedonische fotograaf, Pulitzerprijswinnaar, en merkt dat de Joegoslavische oorlog dichtbij komt als een klant en een ober met elkaar ruziën, waar zij zit met haar man om over scheiding te praten. Het loopt uit de hand: de ruzie op de Balkan komt ineens het chique Londense restaurant binnen.

Wie de Joegoslavische geschiedenis kent, weet hoeveel herhaling erin voorkomt. Alleen net even anders. Hoe passend is het dan dat M.C. Escher een van de inspiratiebronnen van dit script was. Before the Rain heeft ook geen kloppende tijdlijn. De drie verhalen lopen in elkaar over als een Eschertekening. Anne ziet bijvoorbeeld de foto’s van dat meisje maar dat speelde zich erna af, blijkt uit het bezoek van Aleksander.

Ingenieuze film dus die in het dramagenre eigenlijk alles goed doet. Mede dankzij sterk spel van Rade Serbedzija en Katrin Cartlidge (jong overleden in 2002), die samen een cv hebben waar de meeste acteurs alleen maar van dromen: Breaking the Waves, Naked, Career Girls, Eyes Wide Shut, Snatch, Batman

Leuke quizvraag: hoeveel films over Noord-Macedonië zijn er überhaupt gemaakt? Deze arthousefilm was nog best een kraker in 1994, inzending voor de buitenlandse Oscars, louter goede kritieken, maar nu toch ook wel enigszins vergeten, hoewel het in de Criterionreeks is uitgebracht.

Toch een behoorlijke prestatie voor een debuut. Want dat was het, van regisseur Milcho Manchevski, die later nog een paar aardige films maakte (en zelfs een episode van The Wire regisseerde), maar nooit meer zijn debuut overtrof. Dat bleef dit fraaie staaltje artistiek nationalisme.

 

14 november 2020

 

 

Alle Camera Obscura

IDFA 2020: dit jaar alles anders

IDFA 2020: dit jaar is alles anders

door Bob van der Sterre

Het naderen van IDFA is een vertrouwelijk iets in de herfst. Er is alleen een dikke maar: door corona is alles anders. Een filmzaal betreden zit er niet echt in, tenzij je behoort tot de dertig gelukkigen die snel was met kaarten kopen. Zelfs naar Amsterdam reizen is momenteel ongewenst. Het festival, dat begint op 18 november en eindigt op 6 december, zal zich grotendeels online afspelen.

Gunda

Verslaggever dezes zal dus voor het eerst in een decennium tijdens IDFA Amsterdam niet bezoeken, maar alles vanuit huis doen. Gelukkig houdt IDFA daar rekening mee. Online zijn veel films beschikbaar. Lees meer over het kopen van tickets voor de online voorstellingen. De Thuis-IDFA die wij ieder jaar doen tijdens het festival schrappen we dan ook dit jaar. Want het IDFA is nu zelf zo.

Voor wie ondanks alles dolgraag in een filmzaal wil zitten: lees de corona-info op de website van IDFA. Je hebt verschillende protocollen voor de locaties. Hoe het precies allemaal zal lopen, is ondergetekende ook nog niet helemaal duidelijk. Online cinema 1, 2 en 3? We zullen het allemaal wel merken.

Welke films kunnen we gaan zien op IDFA 2020?
* Bezoek het complete IDFA-programma
* Bezoek het IDFA-programma met alleen de online films (selecteer de datum bij ‘filters’)

Wat valt op aan dit programma?
1. Een interessant retrospectief van Gianfranco Rosi. De documentaire-kameleon. Bekend van zeer uiteenlopende docu’s als El Sicario Room 164, Fire at Sea, Below Sea Level. Inclusief de gebruikelijke keuze van zijn tien favoriete films in het top 10 programma.

2. Nieuwe films van grote namen als Hubert Sauper, Ai Wei Wei, Zhang Ke en Victor Kossakovsky. Met name de laatste, een portret van varkens, maakt ondergetekende weer erg nieuwsgierig.

3. Opvallend veel films uit Rusland, Marokko en Italië. Met name de Russische films klinken als de meest avontuurlijke van het IDFA-programma, zoals Hey Teachers, Bitter Love, Foundation Pit en A Boy. Films over Brazilië en Oekraïne, die eerdere jaren populair waren, lijken wat meer op hun retour, en Syrië, vaste prik de laatste jaren, ontbreekt volgens mij nu zelfs helemaal.

4. Opvallend (nog meer dan vorig jaar): de ideeënloosheid. Weinig films draaien om beeld, veel om de mensen. En daarbij zijn de thema’s vrij conservatief. Je vindt weer vrij veel films over de documentaire-evergreens families, identiteit, geschiedenis en vrouwen. Doen het ook altijd goed: portretten van mensen. We ontkomen daardoor ook niet aan de egodocumenten en coming-of-age-films, twee al platgelopen documentairepaden. Tijdens IDFA zijn ook weer héél veel mensen op zoek naar hun roots.

5. Lichtvoetige documentaires lijken steeds minder een taboe, dat dan ook weer. Bejaarden die Proust lezen in een café in Buenos Aires, een triest pretpark in New York of een docu over een spion in een bejaardentehuis (The Mole Agent).

6. Frappant veel films over dieren. Een paar documentaires over honden en Victor Kossakovsky maakte er zelfs een over een varkentje. De ontroerende film My Octopus Teacher op Netflix (ik weet het, Netflix, maar geloof me maar), waarbij je ontroerd raakt door een schattige en intelligente octopus, past precies in dit rijtje.

Wat mis je aan het programma?
Wat je zo op het eerste gezicht mist, zijn films met gekke, maffe, experimentele ideeën, films die geen (identiteits)verhaal willen vertellen maar uitgaan van het beeld. Het aantal experimentele films lijkt ondanks de berg die is gemaakt wederom niet zo heel groot – afgezien van wat je kunt bezoeken via DocLab. Ik vind het jammer dat IDFA zo’n scheidslijn heeft tussen het artistieke gedeelte en de documentaires zelf. De programmering zou wel wat spannender kunnen. En dan dus niet in thematisch opzicht, maar juist in artistiek opzicht, dat voor mij altijd op de eerste plaats zou moeten staan. Hoe kun je anders een kunstvorm blijven vernieuwen?

Liefhebbers van films over kunst, wetenschap/computers, misdaad, sport en media hoeven ook niet veel te verwachten van dit festival. Ook weinig ‘hardcore’ journalistieke documentaires dit jaar. Alleen Oecomena komt daarvoor in aanmerking.

Persoonlijk vind ik het wel jammer dat je zo’n overkill hebt aan films over families en identiteit en zo weinig over deze onderwerpen. Niet vreemd: ook de documentairewereld hangt van modes aan elkaar vast. Dat is nu ‘inclusiviteit’. IDFA schuift al een paar jaar op richting een steeds traditioneler ‘maatschappijkritisch’ documentaireprogramma en dat is best jammer. Prima dat iedere minderheid ter wereld een stem krijgt, ook de LGBT’ers in Mexico en de gays in Tsjetsjenië, natuurlijk! Maar hoe inclusiever iedereen wil zijn, des te saaier en braver wordt de kunstvorm. Een portie gezonde tegendraadsheid zou toch wel de basis moeten zijn van iedere documentairemaker.

Toch zijn er altijd uitzonderingen, zoals de interessant klinkende film Feels Good Man, over de meme Pepe the Frog die door rechtsextremisten werd ‘gekaapt’. Hoe reageer je dan als tekenaar?

 

13 november 2020

 

IDFA 2020: close-up van het programma (1)
IDFA 2020: close-up van het programma (2)

 

MEER FILMFESTIVAL