IFFR 2026 – Deel 7: Films die de controverse opzoeken
door Bob van der Sterre
Altijd prikkelend, films die schoppen tegen ‘taboes en heilige huisjes’, om met Hans Teeuwen te spreken. Komisch, serieus, ze zijn er in alle vormen, en kunnen net zo vermakelijk als saai zijn.
Maddie’s Secret – Passie voor eten of spugen? Maddie is afwasser. Vanuit het niets wordt ze ook influencer – ook omdat ze een groot kooktalent heeft. Ze heeft een grote kans om door te breken maar ze heeft last van boulimia. Haar oplossing: doen alsof ze zwanger is, wat het kotsen verklaart. Opname in een boulimia-instituut volgt. Maar ze wil nog steeds verder met haar carrière.
Hoe moeilijk het is om blij te zijn met je lichaam: daar gaat deze film over. Een pittig onderwerp waar velen zich in kunnen herkennen. Maar zoals met meer van zulke films: het kan ook hard binnenkomen.
Een gewaagde maar interessante keuze: luchtige films over voedingsproblemen zie je niet elke dag, Dat is omdat je als regisseur vermoedelijk ook de plank enorm kan misslaan. Maar komediant John Early ging die uitdaging aan met zijn debuut en het leverde wel een vlotte film met goed tempo op.
Het probleem van de film zit hem misschien in iets anders: Maddie is best een ergerniswekkend, naïef type. Dat hoort bij haar rol natuurlijk. Voor een hoofdrol mist ze wat menselijk reliëf, wat voor de comedy is gedaan, maar het werkt averechts, het is moeilijk om mee te identificeren. Pas als de moeder in beeld komt (letterlijk) begint haar karakter wat sympathieker, menselijker te worden (ik ga niet het woord gelaagder in de mond nemen).
Verder is het erg van deze tijd. Een queer gym, delen van hulu-accounts, kookinfluencers, joggen. Maar ook een (Amish) ledikant aanschaffen (‘Ik had het misschien eerst moeten vragen’), een collega die stikjaloers is en bazen met commerciële ambities. Niet alles gaat even goed, hier en daar is het wat houterig geacteerd en gefilmd, maar de film heeft ontegenzeggelijk charme.
Deadline – Eliteschool maakt leerlingen suïcidaal Verwachtingen zijn zelden te hoog op topscholen in Azië, maar deze school – En-Shan – maakt het wel heel bont.
In deze school met wonderlijke sciencefictionarchitectuur hangen gigantische banners van de ‘elite-leerlingen’. Ben je eliteleerling? Dan heb je recht op hapjes en drankjes. Uiteraard zijn alle data over de leerlingen bekend, of ze nu ADHD hebben of een depressie of niets. Ze werken met een systeem genaamd ‘Ismart-niveau’. Als het te laag wordt, volgen er vragen. Brutale leerling tegen leraar: ‘Als je er wat aan doet, daalt jouw Ismart-niveau ook.’ Heb je een gesprek met de docent en moet je eerlijk antwoorden, dan geeft de machine van de docent bijvoorbeeld aan: ‘56% betrouwbaarheid’. ‘Volgens mij vertel je niet helemaal de waarheid.’
Een briefje over een zelfmoord geeft al aan dat er wat speelt bij de overspannen leerlingen en helemaal als een topleerling zich van haar leven berooft. In dit verhaal volgen we een leraar en een paar leerlingen met allemaal lage scores.
Deadline mag niet uitkomen in Hong Kong en China. Lees het interview hierover in The Guardian met de Hongkongse regisseur Kiwi Chow. Hij is teleurgesteld maar berust zich in wat er is gebeurd. Hij had al een paar provocerende films gemaakt, zoals Ten Years in 2015, wat misschien verklaart waarom de censuur in Hong Kong deze film verbood.
Gek genoeg is deze film helemaal niet zo uitgesproken. Het is een aanklacht tegen de gang van zaken op elitescholen waar het streven naar succes er keihard wordt ingepeperd, en die vind je in ieder werelddeel. De film begint sterk. Karakters en verhaallijnen worden aardig uitgewerkt, misschien is het wel iets aan de lange kant.
Greetings from Rhodes – Toerisme op zijn ergst In deze korte film (25 minuten) zien we aldoor beelden van de bosbranden van Rhodos afgewisseld met cynische teksten.
Een paard loopt over een verbrand huis. Tekst: ‘Dit is niet hoe ik verwacht had dat mijn vakantie zou verlopen.’ Een stuk dor landschap. ‘Ik heb betaald om een goede tijd te hebben, niet om basisproblemen op te lossen waar ik water moet halen of hoe ik de wc moet doorspoelen.’ Beelden van zwarte struiken. ‘We verwachten wel wat compensatie voor deze geruïneerde vakantie.’
Ook al weten we niet zeker of de teksten echt van mensen komen, dat het je niet zou verbazen is al erg genoeg. Het beruchte main character syndrome spat er vanaf. ‘Ons reisbureau zei dat er een probleem was met branden op Rhodos, maar verzekerde dat het een eind van ons vandaan was. Ik heb er niet meer aan gedacht. Ik zit bij het zwembad te relaxen en een boek te lezen.’
Deze film kiest partij en bespot met vileine humor al deze hebzuchtige toeristen. Soms simpel door strandgasten met het beeld te mengen van een vuurtje. Soms lekker maf als er een dinosauriër in beeld loopt. En soms keihard cynisch: als we van dappere brandweermannen overgaan naar loeigrote roze teksten: Best deals ever; Just do it; Spoil yourself, While you still can!
Geestige satirische en ook wel artistieke film van Viera Čákanyová, die laat zien dat je dramatische gebeurtenissen ook kunt bekijken met een komische blik. Een van mijn favorieten van IFFR.
IFFR 2026 – Deel 6: Mysterieuze verhalen uit de hele wereld
door Bob van der Sterre
Wat blijft er mooier dan een goed mysterieus verhaal? En dan in een film die je met hulp van het bovennatuurlijke op het verkeerde been zet. Vijf voorbeelden uit alle windstreken.
Yellow Cake – Uraniummuggen verpesten supermedicijn in Brazilië In een stad in het noordoosten van Brazilië, Piciu, zou een nog ongetapte uraniumbron zijn. Een Amerikaanse miljonair wil het snel hebben om te kunnen omzetten in een supermedicijn, want hij heeft ‘yellow fever’. De lokale wetenschapper Rubia werkt mee maar heeft ook een paar van haar eigen lokale mannen om mijnen te vinden.
Natuurlijk gaat de test mis. Uraniummuggen ontsnappen, bijten er op los en veranderen mensen in zombies. Rubia wordt ook gebeten maar een lokale genezer redt haar met zijn eigen technieken. Het leger grijpt in en zet het gebied in een lockdown. Maar ja, hoe ga je duizenden uraniummuggen vangen? Gele cake zou misschien kunnen werken. Rubia: ‘Ik heb uranium nodig om dit ongeluk te kunnen stoppen.’ Maar een lokale oudere vrouw geniet juist van het einde der tijden.
Ik had met dit uitgangspunt wel iets meer verwacht van de tweede film van Tiago Melo (hij won in 2018 met Azougue Nazaré de Bright Future-award op IFFR). Een mooi onderwerp – zelden horen we iets over Braziliaanse uraniummijnen en hun locaties, natuur, grotten, stadjes – maar het oogt wat te veel als een lowbudgetproductie. Met name het vrij amateuristische acteerwerk zorgt ervoor dat je er niet helemaal in meegaat. Ik zie deze film nog wel hergemaakt worden met allemaal dure Amerikaanse acteurs; die vermoedelijk nog meer zal teleurstellen.
Exit 8 – Als Escher metrotunnels had ontworpen in Japan Een jongeman sjokt door de metrotunnels op zoek naar de uitgang. Hij loopt een tunnel door met posters en deuren en een man met aktetasje passeert hem met een ferme, rechte tred. Hij loopt langs kluisjes en dan rechtsaf… En precies dezelfde gang met dezelfde man met ferme, rechte tred. Aan het einde staat geen 0 meer, maar 1. Nog zeven te gaan voor exit 8.
De jongeman ziet een poster met de tekst: ‘Als je een anomalie tegenkomt, keer om, als je geen anomalie tegenkomt, loop rechtdoor’. Hij doet het en ziet dat hij stapje voor stapje omhoog gaat naar exit 8. Maar een paar vleesgeworden nachtmerries zitten tussen hem en het doel.
Als je veel films ziet met zo-zo-scenario’s, is het een warm bad als je ineens een slim scenario uitgewerkt ziet worden. Dit is niet alleen maar spannend, of bovennatuurlijk, maar vooral ingenieus. Het is geen toeval dat de eerste poster in de metrotunnel – een oneindige 8 – van Escher is, de kunstenaar die zich uitleefde in optische illusies, en wiens werken mensen over de hele wereld fascineren. De jongeman bevindt zich in een echt Escher-kunstwerk. Het begin en einde zijn ook goed uitgewerkt. Zo vraag je je achteraf af of de hele belevenis gaat over de keuze voor de jongeman zelf, gezien de verschillende generaties in de tunnel.
Regisseur Kawamura Genki schoot misschien wel toevallig midden in de roos met een vrij goed script, dat niet per se heel horrorachtig of psychologisch is, maar beide mengt in een aantrekkelijke film. Dat het game-achtig oogt – we beginnen zelfs als first-person – is geen toeval. Exit 8 heeft roots als een cultgame (alleen kijken als je de film hebt gezien…). Dat zou wel een mooie trend zijn: er liggen talloze indiegames met interessante verhalen te wachten. Heeft iemand zin om The Stanley Parable proberen te verfilmen?
Mergen – Mist, bergen en corrupte figuren in Kirgizië Een man ontdekt met een drone een lijk in het besneeuwde berglandschap van Kirgizië en gaat met de film naar de politie. Het is een stadje waar in Sovjettijden goud werd gedolven en nieuwe, gewetenloze zakenmannen zoeken investeerders om de mijn te heropenen.
Ze vinden het lichaam en uit autopsie blijkt dat de overleden man verwondingen had. Nurtay, de detective, gaat op onderzoek uit. Tijdens het onderzoek kruist hij de paden met de corrupte zakenmannen. ‘Om iedereen zijn motivatie te stimuleren, zou ik een paar nieuwe politieauto’s kunnen regelen, dat zou toch mooi zijn?’ De boodschap: zoek niet verder naar het verhaal achter het lijk. Nurtay krijgt waanbeelden van een klein kind midden in de bergen. ‘Ik ben mijn pop kwijt.’ Dan is er nog een kind dat opeens de aandacht krijgt van een rijke vrouw. Hoe hangt dat allemaal samen?
Verrassend mooie productie. De film van Chingiz Narynov oogt professioneel. Veel mysterie, sfeer, rustig tempo en een prachtige cinematografie, wel eentje om op groot scherm te zien. Misschien dat het verhaal al met al wat bekend oogt maar de beelden doen veel goed.
Motherwitch – Heks neemt wraak in Cyprus Cyprus, 1882, een landelijk dorpje. Kinderen spelen in een ruïne en die stort in. Bij de begrafenis gaat het spontaan stormen, wind en hagel. Moeder Eleni, schilderes en moeder van de kinderen, krijgt scheve blikken in het dorp. Ze vervloekt het dorp, denken ze.
Ze raakt bevriend met een vriendje van haar kinderen. Samen proberen ze de overleden kinderen tot leven te wekken. Een paar heksenspreuken doen de truc. Dat gaat niet goed. Er komen wezens die op haar kinderen lijken maar met varkensneuzen. Goedaardig zijn ze niet. En dan nog een duistere entiteit die een voorstel heeft: “Je mag mijn slaaf zijn in deze duistere nacht van mij”. (Aardig: dit figuur verschijnt na een ultralangzame inzoomactie van de camera).
Deze film van Minos Papas is heel traag en heeft een eigenaardig mix over kunst, heksen, rouw en moederschap. Film is een potpourri van lokale Cypriotische folklore, religieuze kwesties en een snufje geschiedenis (de rol van de Engelsen in Cyprus). Alleen duurt het echt te lang, het laatste drie kwartier dooft het verhaal door overdaad aan bovennatuurlijk een beetje uit.
Diary of a Ghost – Buitenaardse structuur boven een restaurant in Japan Deze laatste film duurt maar een half uur (van Daigo Hariya en Yosuke Kobayashi) maar is zeer het zien waard. “Het was spannend in het begin, maar het bleef daar gewoon drijven in de lucht.” We volgen het gedurende verschillende decennia.
Af en toe valt er iets om, of gaat de piano uit zichzelf spelen, of zitten er ineens slaappillen in het eten. Maar in 2021 gebeurt er iets en ‘vertakt de wereld voor ieder persoon in een andere, nieuwe wereld waar ze alleen zijn’, aldus een nieuwsbericht. Sho van het restaurant is zo’n persoon in zijn eigen wereld, 2025B. Prettige, mysterieuze sciencefiction.
Veel misdaad tijdens dit IFFR. Deense misdaad, Koreaanse misdaad, Kazachse misdaad, ga zo maar door. In sommige gevallen een vrij gewoon politiedrama en in andere gevallen gaat het een stuk verder.
Special Unit: The First Murder – Verzorgde Scandithriller Het is 1927 en de Rigspolitiets Rejsehold (de Deense FBI) is net opgericht. Ze worden naar Esbjerg gestuurd vanwege een moord. Na wat lokale tegenwerking krijgen ze hun onderzoek op poten. Maar als het leidt naar de rijkste en voornaamste inwoonster wordt het wel wat lastiger. De baas vindt het allemaal prima als er maar mooie PR uitkomt.
Veel bekend materiaal voor wie Scandi noirs kent, maar dan wat verzorgder en cinematografischer. Zoals de tussendoor verschijnende beelden van een karakter met een zwarte achtergrond. Ook houd ik van de architectuur en het lichtwerk in deze film. Zo zijn de twee uur geen bezwaar om uit te zitten.
Jammer dat het aantrekkelijke en spannende verhaal, het politiewerk, zoals zo vaak wordt ingeruild voor best voorspelbaar drama, wat met veel gemakzucht altijd reliëf of diepgang wordt genoemd (letterlijk altijd heeft de rechercheur last van demonen uit het verleden). En waarom leidt het onderzoek altijd naar een ‘onaantastbare familie’? En waarom is er altijd een frivole vrouw die met de gevoelens van de met zijn werk geobsedeerde rechercheur speelt? Zo’n cliché dat hier dan gelukkig niet in zit, is dat de rechercheur een eigen ‘onconventionele’ manier van werken heeft.
Aardige politiethriller van Christoffer Boe, die al eerder (2013) de vriendschap van de Deense 70’s antihelden Simon Spies en Mogens Glistrup tot leven bracht. De film is gebaseerd op een serie van begin jaren 2000 over een speciale onderzoekseenheid. Dit kun je zien als de prequel ervan. Ik ken de serie niet dus is het lastig vergelijken, maar IFFR zegt dat het destijds ook razend populair was in Nederland.
Dead Dogs Don’t Bite – Afval dumpen heeft een prijs
De Sekerci Group heeft de illegale afvalimport onder controle. Ze laten het afval illegaal dumpen door de lagere figuren van de organisatie, waaronder Ismet en Dogo. ‘Hier ruikt afval als geld, voor degenen die de kansen grijpen.’ Maar de ‘vliegen’ – andere bendeleden – pikken hun dominantie in een haven niet langer.
Ismet is het assistentje van zijn maat Dogo, die laag op de ladder staat en daarvan baalt. Ismet doet het omdat hij snel veel geld nodig heeft voor de ziekte van zijn moeder. Het miserabele misdaadwereldje groeit hem al snel boven zijn hoofd.
Het is een typische misdaadfilm waarbij een ‘zachtaardig’ hoofdpersoon in de misdaadwereld wordt getrokken en op wrede manier lessen leert. Er zijn zoveel varianten van dit verhaal. Het contrast van onschuld en bruut vinden scriptschrijvers denk ik altijd inspirerend.
Het gaat over illegaal afval dumpen in de natuur. Regisseur Nuri Cihan Özdoğan steekt zijn nek uit om dit probleem te vertalen naar een misdaadfilm. Hij laat het complexe systeem zien en hoe iedereen bijdraagt, ook westerse consumenten die overconsumeren. Mooie passage als Ismet dure chips in zijn handen heeft: ‘Dit is vier-vijfde van ons salaris. Dag chips! Jij en ik zijn van twee gescheiden werelden…’
De thriller duurt iets te lang en verliest gaandeweg wel wat aan spanning. Het is verder goed verzorgd met acteerwerk, script en cinematografie (met name kleuren en locaties). Toch bekruipt je achteraf het gevoel dat je de film al veel vaker gezien hebt, maar in een net iets andere vorm.
Sicko – Kazachstaanse zwarte humor doet het een helft goed Azamat en Tansholpan doen hun best een normaal leven te leiden, maar ze hebben 26 miljoen tengwe (Kazachstaanse munt) schuld. Een vriend eist zijn geld op. Zijn moeder eist zijn geld op. Dan flapt hij eruit dat zijn vriendin kanker heeft en ze geld nodig hebben voor de behandeling. De familie komt bij elkaar. ‘Laten we fundraisen!’
Azamat gaat mee in het verhaal. En dan moet Tansholpan ook. Dus: haar eraf scheren, video’s opnemen, je religieus voordoen, smeken om geld. Een groot landelijk succes. ‘Hun verhaal raakte een snaar in het hart van het land.’ Er wordt bij een veiling gesproken over miljoenen. Dat kan natuurlijk niet goed blijven gaan en het loopt alsmaar meer uit de hand.
Het eerste deel van deze debuutfilm van Aitore Zholdaskali is een verrassend aardige misdaadfilm met veel zwarte humor. Een goed tempo en de hoofdrolspelers – Ayan Utepbergen als Azamat en Dilnaz Kurmangali als Tansholpan – zijn leuk en levendig. Interessante subtiele montage af en toe, zoals bij de huiskamerscènes, en een vermakelijk satirisch inkijkje in het Kazachse leven.
Het tweede deel bevat vooral geweld, je wordt er zelfs onpasselijk van hier en daar. Het is een klassiek voorbeeld van hoe je een in potentie aardige film kunt bederven door al te gemakzuchtig voor geweld als scriptoplossing te kiezen.
Gatillero – Lijken vallen bij bosjes in Argentijns narcogevecht
‘El Galgo’ is een huurmoordenaar. Hij doet klussen. Hij moet ergens heen en iemand neerschieten. Dat blijkt het adres van narcoleidster ‘la madrina’ te zijn, voor wie hij zelf opdrachten doet. Anderen duiken op en gaan schieten. Hij krijgt de schuld van haar dood. En krijgt narcosoldaten achter hem aan. Hij heeft alleen de boze buurtbewoners aan zijn kant.
Gatillero van Cris Tapia Marchiori is een cool uitziende film, maar niet echt een geweldige misdaadfilm als je het puur op het verhaal beoordeelt. Het is veel geschreeuw en gezwaai met wapens, en een vervelende protagonist bovendien.
Het knappe is natuurlijk dat het in een shot is gefilmd. Altijd een beetje spierballenvertoon – want is het nou echt nodig voor een film – maar het resultaat is verbazingwekkend. Er kan zoveel fout gaan, cameramannen kunnen vallen, afspraken kunnen fout gaan, acteurs kunnen opeens grinniken, beelden kunnen vaag zijn, bewoners kunnen onbedoeld opduiken. En toch is de flow hier de hele tijd goed, ondanks het klimmen over hekken, rijden op motoren, etc..
De uitgedachte choreografie deed me af en toe denken aan het vergelijkbare (Mexicaanse) Miss Bala. Ook daar kun je plezier aan hebben, als je ziet hoe de timing van iedereen is, en de camera bijvoorbeeld heel vlotjes aan een auto gaat hangen.
De sfeer van nachtelijke straten is sterk, met vaag licht, street-art en veel smalle steegjes. Een belangrijke bijrol dus voor Isla Maciel, een buitenwijk van Buenos Aires.
Geschiedenis – al een paar jaar erg populair in documentaires – keert ook steeds vaker terug in speelfilms. Het levert enorm diverse films op, van een Gogol-remix tot een Indonesisch spookverhaal met een politiek randje.
Dead Souls – Gogol in westernremix Een man genaamd Strindler reist naar een klein stadje. Hij zoekt naar de namen van overleden Mexicaanse landarbeiders. De mensen snappen er niets van: het zijn doden, waarom zou je er geld voor betalen, dat is als geld door het toilet spoelen? Ze weten dan nog niet wat de Dode zielen-lezer wel al weet: hij is een oplichter. Hij verzamelt de namen omdat hij deze Mexicanen zogenaamd overtuigd heeft om te deporteren, en dat levert geld op.
Alex Cox (maker van Repo Man en Sid and Nancy) speelt de hoofdrol en regisseert de film. Het is een film waar veel aan mankeert (acteren, cinematografie en geluid; het doet denken aan een theaterstuk) maar die ik toch uitkeek, vanwege de maffe combinatie van stijlen. De film verrast je op onverwachte momenten met musical, animatie en sciencefiction.
Ik vroeg me af waarom er aan het begin ‘based on the poem by Nikolaj Gogol’ staat, want Dode zielen is toch echt een roman. Incompleet helaas, aangezien hij een deel ervan in het haardvuur wierp, maar beslist een roman. Een beetje googelen leverde op dat er een Engelstalige vertaling uit 1922 is genaamd ‘Dead Souls A Poem by Nikolaj Gogol’. Maar gek is het wel een beetje.
Tunnels: Sun in the Dark – De Vietnamoorlog vanuit Vietnamees perspectief In Tunnels: Sun in the Dark zien we hoe een groep Vietnamese soldaten ondergronds probeert te overleven bij het gebied Cu cai. De Amerikanen willen dat veroveren. De onderste verdieping moet radiocontact verzorgen, een geheime missie, de boven-ondergrondse groep soldaten moet ze beschermen.
De meeste filmgangers hebben vermoedelijk wel Platoon, Apocalypse Now en films als Hamburger Hill gezien. In deze films komen de Vietnamezen altijd gillend uit de bosjes opduiken en hebben ze geen persoonlijkheid.
Hier zijn de rollen omgedraaid: het perspectief is van de Vietnamezen en de Amerikanen zijn de bad guys met een aantal nare wapens. Dit is de Vietnamoorlog zoals je het niet eerder zag. Het speelt zich af in ondergrondse tunnels en bij rivieren. Hergebruik van wapens, trainen van meisjes, slangen inzetten als wapen, en zelfs een ondergronds huwelijk.
Het is ook een helse plek. Vuurdrama, waterdrama, rookdrama, bommendrama, instortingdrama… Te veel om op te noemen. En o ja, mijnen en boobytraps overal.
Heftig en soms spannend zoals je je kunt voorstellen. De film (regie van Bùi Thạc Chuyêns) wordt verzacht door de prille romantiek van Tu Dap (suf maar moedig) en Ba (bijdehand). Grappig: de acteur Quang Tuan (Tu Dap) zien we ook al op dit festival als vechter in…
Fish, Fists and Ambergris – Opkomen voor je dorp Tuam en Tam zijn broers uit een vissersdorpje. Het is een vissersdorpje met veel tradities. Een walvis van grijze amber is al tweehonderd jaar een belangrijk onderdeel van de lokale religie, want het beschermde het dorpje.
Tuan krijgt schulden in Saigon, steelt het beeldje, wil het verkopen, Tam gaat hem achterna, met een vriend, ontmoet een jonge vrouw (visverkoopster), ze vechten met de lokale vismarktbende. Een visser hoger in de rangorde is uit op het dure beeldje.
Het verhaal is bijzaak – het gaat vooral om de gevechten en de stunts, want dat is het kenmerk van de beginnende regisseur Dương Minh Chiến, die graag werkt met stuntmannen. Hij is duidelijk beïnvloed door films van Jackie Chan. Veel ’dolkomische actie’, maar dan op zijn Vietnamees. Soms is dat best vermakelijk. Pistolen zijn er natuurlijk niet, alleen messen, en die doen allemaal ‘sjiiiink’. Dan is er nog de martial arts. Veel van de gevechten zijn in slowmotion; de hele slotepisode is een lange slowmotion.
Bud Spencer en Terence Hill moet ik aan denken. Met grappen als verbonden gezichten (want slechte vechters en ze worden steeds in elkaar geramd). En net als Bud Spencer en Terence Hill krijgen de helden niet meer dan een schrammetje en gaan ze goed gekleed het gevecht aan – in een scène zelfs met een rugtasje om.
Inn a State of Siege – Een hotel aan een frontlijn Opnieuw oorlog, nu een Joegoslavische. De Holiday Inn in Sarajevo was spiksplinternieuw toen de oorlog uitbrak. De architecten ervan hadden nooit vermoed dat het een paar jaar later aan de Bosnische frontlijn zou liggen en vooral bevolkt zou worden door journalisten. Het lag aan de weg die bekendstond als ‘Sniper Alley’.
Elke rit van en naar het gebouw kon je laatste zijn. Zelfs een neergeschoten iemand pakken, kon je leven kosten. De oud-medewerkers van het hotel halen herinneringen op in gesprek met hun zonen. Ze herinneren het gebrek aan eten, vliegende granaten, verbergen onder een treinwagon, een man redden (die je na de oorlog weer ontmoet).
Een veelzeggende anekdote is als de ober in de Holiday Inn ineens iemand hoort zeggen: Waar zijn de Servische gerechten? De man wil alleen Servisch eten en schrijft op wat hij precies wil. Terwijl daarvoor zoiets nooit gebeurde, eten was gewoon eten.
Mooie verhalen maar helaas is de vorm van de film erg ouderwets. Pratende hoofden, nagespeelde scènes, voice-overs; ik denk dat er meer in had gezeten als het wat meer van de vrije, artistieke kant was benaderd.
The Hole 309 Days to the Bloodiest Tragedy – Spoken en politiek in Indonesië Tot slot nog meer bloederigheid in de jaren zestig in Indonesië. Elke dertigste van de maand wordt er iemand vermoord. Teksten gekerfd op de lichamen: ‘leugenaar’ en ‘gemeen’. Grote gaten in hun rug. Ze zijn allemaal overheidsfunctionarissen. Wie heeft dit gedaan? Zijn het de militairen, communisten of geesten?
Aan Sugeng de taak om het uit te zoeken. De lijken vallen sneller dan ze de interviews doen maar opeens lijken de signalen te wijzen naar een enorm corruptieschandaal. Want alle slachtoffers blijken corrupt te zijn. Ondertussen verblijft zijn vrouw bij zijn zieke vader. Daar wandelt een spook rond. Zelfs spiegels zijn niet meer veilig.
Het verhaal is heel losjes gebaseerd op een bloederig hoofdstuk van de Indonesische geschiedenis: de 30 September-beweging. Die vermoordde in 1965 een aantal generaals in een poging om een coup te plegen. Daarop volgden anticommunistische zuiveringen. Lees het gruwelijke verhaal op Wikipedia. De film vermengt dit verhaal met een bovennatuurlijk horrorverhaal.
De film van Hanung Bramantyo kijkt makkelijk weg, schokt je af en toe flink wakker, maar verbaast verder niet ergens met een bijzondere filmstijl. Een paar dialogen zijn onverwacht: ‘Is het een psychopaat?’ ‘Erger, het is iemand als ik.’
International Film Festival Rotterdam 29 januari – 8 februari IFFR 2026: 40 tips
door Bob van der Sterre
Sneeuwt het, is het glad en koud?… Dan is het tijd voor IFFR (International Film Festival Rotterdam). Honderden films, kort en lang, van verzorgde Franse animatie tot spijkerharde Kazachstaanse thrillers, van een kostuumdramaparodie vol grappen tot een Thaise komedie over reïncarneren in een stofzuiger. We helpen onze lezers van InDeBioscoop graag en bieden daarom deze 40 aanraders voor IFFR 2026.
Wil je meer weten over het programma, de programmaonderdelen en hoe je kaartjes kunt kopen? Lees dan de Q&A over IFFR 2026.
Hieronder zie je 40 tips van onze redactie. Noot vooraf: we moeten de films zelf ook nog zien, het gaat hierbij daarom ook om onze gut feeling. De IFFR-verslaggevers van InDeBioscoop wensen alle IFFR-gangers in elk geval veel plezier!
Iets terugdoen voor dit gratis artikel zou aardig zijn: meld je aan voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van de beste online artikelen over cinema.
Actie 4 Tigers Operation Undead van de Thaise regisseur Kongiat Komesiri was vorig jaar al flink over de top; zijn 4 Tigers gaat misschien nog wel een stapje verder. Deze misdaadfilm is volgens IFFR ‘een schaamteloze spaghettiwestern en een vrolijke mix van komedie, romantiek, actie en fantasy’. Wie houdt van fusion in de keuken zou deze filmische variant dus ook een kans mogen geven. Meer Aziatische actie: de Vietnamese actiefilm Fish, Fists and Ambergris; de Zuid-Koreaanse superheldenpastiche Hi-Five; de Japanse samoeraifilm Lone Samurai en de Hongkongse misdaadactie The Shadow’s Edge (met Jackie Chan, 141 minuten).
Animatie Marcel et monsieur Pagnol
Sylvain Chomet betekent verzorgde, geestige animatie, zoals The Triplets of Belleville en The Illusionist. Deze film over regisseur en schrijver Pagnol zal ook wel weer prachtig zijn. Volgens IFFR ‘een bijzonder levendige en vrolijke animatiefilm’.
Biografie The Wizard of the Kremlin
Als je denkt dat je echt alles hebt gezien, word je weer verrast door Jude Law in de rol van Poetin. Hij speelt hem in Olivier Assayas’ biografie over iemand anders: de Kremlinadviseur Vadim Baranov (in het echt adviseur Vladislav Surkov). Die stond lang heel hoog in de Kremlinrangorde. 145 minuten met ongetwijfeld veel zwaar aanvoelend cynisme. Meer biografisch: Mickey & Richard (over een gayporno-acteur), Quezon (over een Filipijnse politicus in de jaren dertig) en The Testament of Ann Lee (over de leidster van een achttiende-eeuwse religieuze beweging).
Bovennatuurlijk A Useful Ghost
In deze Thaise film van Ratchapoom Boonbunchachoke keert de overleden Nat terug in haar man’s leven. Ze reïncarneert in een luxe stofzuiger. De familie, aanvankelijk niet blij, draait als blijkt hoe praktisch dat is. De vermoedelijk vrij satirische film is volgens IFFR een ‘felle, gelaagde aanval op het Thaise establishment’.
Coming of age La petite dernière
Er waren jaren dat het aantal coming-of-age-films bij IFFR niet te tellen was. Gelukkig is dat niet meer zo want het werd vrij eentonig. La petite dernière is een van de weinige nog echt oprechte coming-of-age-films, over een lesbisch meisje van zeventien in een Frans Algerijns gezin.
Documentaire Inn a State of Siege
De Joegoslavische burgeroorlog is met de lange docu-serie The Death of Yugoslavia helemaal uitverteld, zou je denken. Maar over deze vier jaar ellende valt nog veel meer te vertellen. Dit verhaal van Qali Nur gaat over het hotel, de Holiday Inn, dat gelegen was aan de ‘sniper alley’. Ik vermoed dat dit een stevige maar ook boeiende documentaire zal zijn. Verder aan documentaires: Sovereign Son, over een man die ontdekt dat zijn vader jarenlang in een tent in Amsterdam leefde; en White Lies, van een vrouw die haar jeugd doorbracht in een sekte.
Drama 3 Days in September
Er zijn vast meer mensen met een zwak voor Roemeense films. Deze film van Tudor Giurgiu heeft een enorm lange single take (ruim een uur) en dat is een stijl die zo moeilijk is te regisseren, dat het vermoedelijk meer gaat om de energie van deze film. Volgens IFFR zit het tussen een romkom en drama in. Helaas geen trailer.
Experimenteel Tycoon
Wat is film zonder lef? Sommige filmmakers pakken hun kans om écht oncompromisloze verhalen te vertellen. Wie echt durft, bezoekt bijvoorbeeld het ‘extreem experimentele werk’ (als IFFR dat al zegt…) van Charlotte Zhang. IFFR: ‘Charlotte Zhangs regiedebuut is een impressionistische verzetsdaad in de vorm van een nachtelijke noir met de punk-energie van no wave.’ Maar er is meer voor de avontuurlijke filmkijker: Labyrinth under Cyclone van de Thaise filmmaker Achitaphon Piansukprasert; The Thing in the Coffin van Péter Lichter (Draculafilms aan elkaar gelast); en de animatiefilm Tiki Tiki van Gerald Potterton (uit 1971).
Games Return to Silent Hill
De vrij nieuwe game Silent Hill 2, tjokvol briljante horror van de gamestudio Konami, is verfilmd. De game heeft veel filmische kwaliteiten, dus het verbaast ook weer niet zo. Regie van Christophe Gans, die in 2006 ook deel 1 heeft verfilmd.
Geschiedenis Two Prosecutors
Een openbaar aanklager in die periode ontdekt een diepgewortelde corruptie van geheime diensten in het Rusland onder Stalin in de jaren dertig. Hoe pak je dat aan? Vermoedelijk veel duistere humor in deze film van Sergei Loznitsa. Ook historisch is Micha Walds film over een heksenproces: L’Île de la demoiselle.
Horror Exit 8
Een Japanse forens zit vast op een station en kan alleen ontsnappen door borden naar Exit 8 te volgen. Deze film van regisseur Kawamura Genki – voorheen producer van veel films – zal vermoedelijk niet moeilijk zijn om af te kijken, met de combinatie van mysterie, spanning en horror. Verder is Mexico goed aanwezig in dit genre met drie gevarieerde horrorfilms: Meñecos Infernales uit 1965; Hablando con Extraños en Tekenchu: The Rite of the Nahuales.
Horrorkomedie Bowels of Hell
De laatste IFFR’s bieden ruimte aan luchtige horrorfilms. Deze bloederige en vermoedelijk vrij grove Braziliaanse film (over een genderrevealparty voor een zwangere influencer) past in dat rijtje. Speciale rol voor de wc, wat doet denken aan Flush, eerder te zien op Imagine.
Humor Fackham Hall
Eindelijk: een parodie op kostuumdramaseries als Downton Abbey. Fackham Hall belooft veel hilariteit maar de humor is wel Naked Gun-achtig. Meer humor in Maddie’s Secret – een commentaar op de influencercultuur. En vermoedelijk is ook The Kidnapping of a President (van een Finse president in 1930 dat helemaal misgaat) een heel aardige komedie. Hopelijk een beetje zoals de Duitse komedie Schtonk!, nog altijd een van mijn favoriete films.
Klassiekers Marius
Klassiek liefdesverhaal tussen Marius en Fanny. Alexander Korda maakte die in Frankrijk in 1931. IFFR: ‘Dat deze film is gemaakt door een Hongaar, die voor die tijd vooral had gewerkt in de Duits- en Engelstalige cinema, zegt veel over de kosmopolitische houding in die tijd, en over de internationale ambities van het project.’ Andere herontdekkingen op IFFR: The Devil and the Beauty, een 3D-horrorfilm uit 1969; The Passionate Stranger, een film van een Britse filmmaakster uit 1957; Vento Norte, een voorloper van Cinema Novo uit 1951; en een heuse Camera Obscura-klassieker: Who Killed Teddy Bear?
Kunst FETISH
Autobiografisch portret van kunstenares Malga Kubiak. Deze tekst spreekt boekdelen: ‘Kubiak is gek op agressie en porno, en alles wat opzichtig, confronterend, wars van goede smaak en gezond verstand is – punkcamptrash, smakeloos, afgezaagd, goedkoop en misschien zelfs mierzoet.’ Let wel: dit duurt ruim twee uur. Ook over kunst: The End, met wederom een portret van kunstenaar Albert Oehlen via kunstenaars die hem spelen.
Lengte Maggelan
Tegen de drie uur duurt dit epos over ontdekkingsreiziger Magellaan (Gael García Bernal). De film van Lav Diaz gaat over ‘de ontdekking’ van de Filipijnen door Europese zeevaarders. Ik verwacht een vrij serieuze, epische film waar je je aan moet overgeven.
Literatuur L’étranger
François Ozon verfilmt Camus, in een zwart-witte stijl van een noir misdaadthriller. IFFR legt het zo uit: ‘Met Manu Dacosses rijke zwart-witbeelden brengt Ozon de Amerikaanse misdaadfictie tot leven die een belangrijke inspiratie vormde voor Camus.’ Opvallend veel films over literatuur deze IFFR: de verfilming van Arthur Schnitzlers Fräulein Elise in Nacktgeld; Late Fame – over een ex-schrijver in New York – is ook gebaseerd op een boek van Schnitzler; Fuori, een portret van Mario Martone over de miskende schrijfster Goliarda Sapienza; en Movement Song over de laatste jaren van schrijver James Baldwin.
Luchtig No Hit Wonder
Als je bekend bent van een hit en je gaat meedoen aan realityshows, hoe zie je je zelf dan nog? Over dat gegeven gaat deze luchtige Duitse film van Florian Dietrich. Ook vrij luchtig zijn twee Mexicaanse films: El arte es oscuro y está lleno de horrores, een satire op de Mexicaanse kunstwereld, en Autos, Mota y Rocanrol, over een Mexicaanse variant van Woodstock in 1971. Fijn dat IFFR ook weer wat ruimte geeft aan komedie!
Mannen Victor comme tout le monde
Film van Pascal Bonitzer, die menig scenario heeft geschreven, beschrijft het leven van een acteur die worstelt met #MeToo. Film schetst volgens IFFR ‘een fris, gevoelig, grappig en ontroerend verslag van hedendaagse dilemma’s’. Script is van de in 2023 overleden Sophie Fillières. Ik verwacht een echte arthousehit voor komende lente.
Misdaad Gatillero
Rauwer van de straat wordt het niet dan deze Gatillero van Cris Tapia Marchiori. IFFR: ‘Een rauwe, zenuwslopende misdaadthriller, die in één noodlottige nacht in realtime op locatie is gefilmd in Isla Maciel, een beruchte buitenwijk van Buenos Aires.’ In een take dus. Zou wel eens goed spannend kunnen zijn. Meer wereldwijde misdaad op IFFR: het Turkse Dead dogs don’t bite; het Kyrgizische Mergen; het Egyptische Ibrahim Labyad en het Kazachse Sicko. En kijk ook naar het programma over V-cinema, Japanse lowbudgetfilms in de jaren tachtig en negentig met veel geweld en misdaad.
Muziek Nino. 18 giorni
Ooit zat ik op Netflix gapend te kijken naar een maffe Italiaanse film van begin jaren tachtig. Hoofdrolspeler was een hele smalle vent die niet kon acteren maar om zijn zangkunsten was ingehuurd. Dat bleek Nino D’Angelo te zijn, een Napolitaanse zanger die begin jaren tachtig het Italiaanse publiek veroverde. Deze documentaire van zijn zoon, Toni D’Angelo, schetst het leven van de zanger. De speelfilm L’ammiratrice – ook te zien op IFFR – is zo’n film van begin jaren tachtig met Nino D’Angelo in de hoofdrol.
Mysterie Chronovisor Het collectief Cosmic Salon maakte deze SF-film over een uitvinding van Benedictijnse monniken: ze kunnen het verleden zien met een bepaalde camera. Verwacht mysterie met een vleugje bovennatuurlijk. Flink mysterieus zijn ook Diamond Dust van Marwan Hamed, die bij IFFR een focusprogramma heeft, en Lotus, over een filmmaakster die nooit heeft bestaan.
Onderwijs Deadline
Film uit HongKong over een school waar perfectie niet de uitzondering is, maar de regel. Een aangekondigde zelfmoord zorgt voor stress. Film komt van eigen ervaringen van regisseur Kiwi Chow. Verhaal lijkt niet zo maatschappijkritisch te zijn maar werd volgens The Guardian toch geweigerd door de censors in HongKong.
Ontroering There was such a thing before
Volgens IFFR ‘een ontroerend drama met een eigen poëzie en kwetsbare schoonheid’, deze film van Matsui Yoshihiko over de gevolgen van de ramp in Fukushima. De film schetst antihelden die proberen te overleven.
Oorlog Peleliu: Guernica of Paradise
In 1944 probeerden de Amerikanen het eiland Peleliu te veroveren. Dat zorgde voor veel doden. Dat verhaal zien we in deze animatiefilm van Kuji Goro. Volgens IFFR biedt het een ‘navrant kijkje in de psychologische tol van oorlog, waar trots, schaamte en een keihard overlevingsinstinct mensen in een voortdurende zelfopgelegde staat van belegering dwingen.’ Op IFFR draait ook een film over de Vietnamoorlog maar nu een keer van de andere kant belicht: Tunnels: Sun in the Dark.
Ouderdom Calle Málaga Calle Málaga met Carmen Maura in een vermoedelijk vrij typische arthousefilm van Maryam Touzani. Het is het type film die het bij oudere publiek vermoedelijk goed doet (een persoon volgen, soms drama, soms luchtig, veel close-ups, menselijk) en dat is ook prima natuurlijk. Vergelijkbaar: A Fading Man van Welf Reinhart.
Reïncarnatie Sore: A Wife from the Future
Wat doe je als wakker wordt naast een onbekende vrouw die zegt dat ze ‘je vrouw uit de toekomst is’. En jou probeert te ‘redden’. Hard wegrennen? Niet de protagonist uit deze film, Jonathan, in de Indonesische film van Yandy Laurens. Het is volgens IFFR een ‘duizelingwekkend, romantisch en tijdloos epos.’ De trailer is al een miljoen keer bekeken, ik vraag me af of er een andere film op IFFR is die dat haalt.
Remakes Adgin Prrx Norbert Pfaffenbichler hermonteerde John Frankenheimers klassieker Grand Prix. Maar dan anders, volgens de artistieke stijl van de jaren zestig. Er is nog geen trailer, dus wat je echt te wachten staat, blijft lastig te zeggen. Kan een arthouse-hype zijn of een interessant visueel experiment. We moeten het maar gaan zien.
Roadmovie Sirāt
Een roadmovie in de Marokkaanse woestijn, dat is weer eens wat anders. Veteraan Sergi López speelt in dit verhaal over ‘non-conformistische ravers die trancefeesten afstruinen’. De film van Oliver Laxe neigt denk ik naar het experimentele (IFFR noemt het immers cryptisch: ‘Een labyrintische verkenning van het lot en existentiële zoektochten’) maar wie niets durft, komt ook nergens, denken we dan maar. Voor de liefhebber zijn er meer roadmovies: de Iraanse film Snake milkers and the Miserable Lady; de Portugese openingsfilm A providência e a guitarra en de Japanse film Tokyo Taxi van de 94-jarige Yoyi Yamada.
Romantiek Interior apartamento día
Geluk duurt niet eeuwig. Deze jonge mensen zijn gelukkig maar economische onzekerheid zet de relatie onder druk. IFFR roemt het ontroerende spel en subtiele cinematografie. Eens kijken of dat er echt uitkomt dan. Film uit de Dominicaanse Republiek van Israel Cárdenas en Laura Amelia Guzmán.
Seksualiteit The Passion According to G.H.B.
Veel (gay) seks in deze film over Matias, die nogal veel wisselende contacten heeft. IFFR: ‘De mannen lezen, neuken, praten en luisteren – naar elkaar en naar de regen in São Paulo.’ Meer gay seks en ook nog BDSM zien we in Pillion van Harry Leighton (trailer). Hetero lichamelijkheid zien we terug in de Poolse film Tell Me What You Feel.
Sciencefiction Dump
Kinderen en jongvolwassenen in de ruimte! De film van Christina Friedrich doet denken aan de Sovjet-SF-film Moscow-Cassiopeia die we ooit in een Camera Obscura hebben behandeld. Film is bedacht met de hoofdrolspelers zelf, vertelt IFFR. Ik heb een beetje mijn twijfels maar wie weet leidt het experiment naar iets moois. Meer sciencefiction in het Braziliaanse Yellow Cake.
Sport Il Maestro
Film van Andrea di Stefano over een flamboyante tennistrainer. De film zal erg leunen op het vermakelijke acteerwerk van Pierfrancesco Favino als trainer. Misschien vermakelijk, wel ruim twee uur zitten. Meer sport in The Gymnast, van Charlotte Glynn, vrij realistisch drama over het leven van een topsporter, en in Gamer Girls, over dit keer een vrouwelijk e-sportteam (kan een publieksfavoriet worden).
Thriller The Secret Agent De jaren zeventig blijven filmmakers inspireren. Opvallend veel thrillers op IFFR over deze periode. Een sterke in dit genre is deze film over Brazilië in de jaren zeventig. Met hoofdrol voor Wagner Moura (Narcos en Tropa de Elite 1 en 2). De film van Kleber Mendonça Filho over een vlucht uit de dictatuur won de prijs van de beste regie in Cannes. Verder nog Filipijnen in de jaren zeventig (Moonglow); Portugal in de jaren zeventig (Projecto Global); en Denemarken in de jaren twintig: Rejseholdet – Det første mord. Thrillers over het heden: Bazaar (Murder in the Building); Mi Amor (Canarische Eilanden) en Under Current (Hongkong).
Vrouwen 100 Nights of Hero
Film van Julia Jackman is volgens IFFR ‘een verzet tegen het heteropatriarchaat’. Gebaseerd op Isabel Greenbergs gelijknamige graphic novel is dit een sprookje met ironisch postmodernisme. Ook over vrouwen: Dolores, Ripples in the Mist (Clara Law), Sound of Falling en Ida Lupino’s The Trouble with Angels uit 1966.
Waargebeurd Dead Man’s Wire
Nieuwe film van Gus van Sant gaat over een man die in 1977 zijn hypotheekverstrekker gijzelde. Doet me denken aan Dog Day Afternoon. Verwacht een film met een strak tempo en voldoende realistisch aanvoelende spanning, dat is Van Sants kwaliteit.
Werner Herzog-achtig Krakatoa
Carlos Casas heeft een film en een installatie op IFFR. Ze heten beide Krakatoa. Deze beroemde vulkaanuitbarsting in 1883, een van de heftigste die de moderne mens heeft meegemaakt, zien we door de ogen van één visser, die vervolgens strandt op een eiland, en daar moet overleven. Film die Werner Herzog vermoedelijk ook wel had willen maken. Let op: de trailer bevat veel heftige, flitsende beelden.
Western Dead Souls
Film van 80’s regisseur Alex Cox (Repo Man, Sid and Nancy) is een bewerking van Nikolaj Gogols roman Dode zielen. Klinkt een beetje als een Peckinpah-achtige western. Twee interessante punten, nu maar hopen dat de film het waarmaakt. Cox speelt zelf de hoofdpersoon.
Wraak No Other Choice
Als ik dit script hoor, ontslagen medewerker van een papierbedrijf gaat geweld gebruiken, denk ik toch meteen aan Falling Down. Een epos over frustratie en met veel wraak. Deze film van Park Chan-Wook (Oldboy, The Handmaiden) is ongetwijfeld weer vlot gemaakt en zal er goed ingaan bij de meeste filmgangers. Volgens IFFR is het ‘een werk vol heerlijk absurde en zwarte humor, waarin een keurige huisvader zijn recht op een droomleven verdedigt’.
Zombies My Daughter is a Zombie
Zeer rustige, menselijke film over een vader die zijn in een zombie veranderende dochter niet wil opgeven. De Zuid-Koreaanse film van Pil Gam-Sung zit volgens IFFR ‘vol spannende scènes waarin muziek en dans een cruciale rol spelen’. Oogt vrij luchtig en zou het wel eens heel goed kunnen doen bij het publiek.
Filmfestival Rotterdam begint 29 januari IFFR 2026 in 5 vragen en antwoorden
door Bob van der Sterre
IFFR 2026 begint bijna! Vanaf 29 januari kunnen we weer genieten van het grote filmfestival in Rotterdam. In dit stuk leggen we in 5 vragen en antwoorden uit wat je kunt verwachten als bezoeker.
De openingsfilm van IFFR 2026 is Providence and the Guitar
Wanneer is het IFFR 2026 precies?
De 55ste editie van International Film Festival Rotterdam (IFFR) vindt plaats van 29 januari tot en met 8 februari 2026.
De officiële selectie van het festival bevat meer dan 600 films.
Wat doet InDeBioscoop dit jaar aan IFFR?
Tim Bouwhuis en Bob van der Sterre doen verslag van het IFFR 2026. Houd de website van InDeBioscoop de komende weken in de gaten voor onze besprekingen! Wil je ons steunen? Like de website op Facebook en abonneer je op onze nieuwsbrief!
Terugblik filmjaar 2025 – Deel 5: De absurde top 20
door Bob van der Sterre
Somberen over de filmproducties? Welnee! Ik heb de films van dit jaar geëerd via een aantal absurde categorieën. Lijstjes zijn toch overrated!
Dit zijn ze:
Beste film om een tijdje geen social media meer te gebruiken Dont.4get2smile: Deze film van Stefano Pennisi duurt slechts negen minuten en is echt geen pretje voor iedereen die wel eens social media gebruikt. Kun je die avond nog rustig op je Insta en dan gaan slapen als je deze film hebt gezien?
Caught Stealing
Beste film die grappig bedoeld is maar het niet is The Good Loan Sharks: Deze Maleise film die ik zag tijdens IFFR is een type ‘doldwaze komedie’. Denk aan The Naked Gun. Maar nog flauwer. Twee uur is veel (te) uitputtend, ik haalde het einde niet. Humor gaat je dan tegenstaan.
Beste film voor honden Good Boy: Heb je een hond? Laat die eens meekijken bij deze horrorfilm. Die zal af en toe goedkeurend blaffen. Want het perspectief in de film is ook de zijne.
Beste eerste vijf minuten van een blockbusterfilm Frankenstein: Deze film glibbert (te) vlotjes binnen. Té romantisch en voorspelbaar voor mijn smaak. Om eerlijk te zijn vond ik alleen de eerste vijf minuten aardig met een supersterk monster op een ijsschots.
Beste film voor een bingokaart F1: Bekende sport ✔ Brad Pitt ✔ Muziek Hans Zimmer ✔ Loserteam gaat opeens winnen dankzij eigengereide, ervaren hoofdpersoon ✔ Die met jonge, arrogante hond moet samenwerken ✔ Op het einde vechten ze voor elkaar ✔ Cameo’s van echte mensen uit dat wereldje die iets zeggen over de fictieve figuren ✔ Nietszeggende relatie ✔ Knap gemaakte actiescènes ✔ Bingo!!
Beste film met net zoveel haters als fans Magic Farm: Film van Amalia Ulman is beetje indie, quirky, mildsatirisch, experimenteel. En toch niet echt iets. De een gniffelt en noemt het apart en mysterieus. De ander wrijft in de handen en begint aan een rant waar je oordopjes bij moet pakken.
Beste Guy Ritchie-achtige film Caught Stealing: Het is 1998 en een barman raakt via zijn buurman verzeild in een misdaadverhaal. Met honkbal, foute cops, een punker, een kat en een sleuteltje in een drol. Wie had dit ooit kunnen denken, Darren Aronofsky die een film maakt die doet denken aan Snatch en Lock Stock… Maar twintig jaar later. Beste punt waren de vele buitenlocaties in New York.
Beste film die in de 70’s gemaakt had kunnen worden Honey Bunch: De film van Dusty Mancinelli en Madeleine Sims-Fewer had rustig tempo, ouderwets verrassend plot, geen vervelende effecten en een prachtig landhuis!
Beste film die laat zien dat het ‘allemaal maar een film is’ Le Roi Soleil: Film over vroege bezoekers aan een bar, een winnend loterijbriefje en oplichterij. Veel Franse flair met actie, wisselende perspectieven, slowmotions en visualisaties. Gewoon een film. En dan opeens, tegen het einde: de achterkant van de set, dus wat houten planken in een studio.
Beste plot dat je van mijlenver zag aankomen Bugonia: Ik ben meestal niet zo heel sterk in het raden van plots, maar deze in de film van Yorgos Lanthimos zag ik na twee minuten al aankomen. Ik vond dat plot wel grappig maar het duurde veel te lang vóór je daar was.
Beste film over een tuin Solenopsis invicta: Tuinfilms zijn een zeldzaam genre. Vermoedelijk kun je ze ieder jaar op een vinger tellen. Deze gaat over een tuin in Sicilië waar mensen met mentale klachten samenkomen, en waar een invasieve mier verdelgd moet worden. Meer een absurde korte speelfilm dan een documentaire.
Beste film over vastzitten in een toilet Flush: Stel je voor: je zit vast met je hoofd in het gat van een Franse hurk-wc. Geen inhoud maar wel inventieve body horror bij deze film. Zeg niet dat het geen genre is, want een paar jaar geleden was er op Imagine ook een film over iemand die vastzat in een wc.
Beste film die helaas een serie was Pluribus: Pluribus wordt vast een seizoen of zes uitgemolken maar had ook een ijzersterke film van anderhalf uur mogen zijn. Genoeg cinematografische flair in de nieuwe serie van Vince Gilligan (Breaking Bad).
Beste film die je in de zaal op pauze moet kunnen zetten Reflet dans un Diamant Mort: Hélèna Cattet en Bruno Forzani maakten hun versie van klassieke spionagepulp – een mix van jaren twintig en zestig. Het is bijna een productcatalogus van originele, ongewone beelden. Mooi maar heftig!
Beste film over een voicemailbericht A Missed Call: A Missed Call – gezien bij IDFA – is echt een voicemailbericht van Francesco Manzaro’s opa. Kleinzoon mixt video 8-beelden van vroeger met gamestijlscènes van iemand die rondreist en planeten bezoekt. Kort maar wel een van de highlights van IDFA.
Beste Paul T. Anderson-film die ik opnieuw niet gezien heb One Battle After Another: Paul T. Anderson die vast weer een meesterwerk maakt. Denk ik? Opnieuw dus niet gezien.
Nouvelle Vague
Beste tijdreis van het jaar Nouvelle Vague: De kleding, de manier van lopen, de filmstijl, de manier van praten, het Parijs van de jaren vijftig/zestig (inclusief posters op metrostations), de auto’s, de cafés. Een heerlijke film voor filmmensen, deze film van Richard Linklater. Vol mooie quotes. “Waarom raak ik betrokken met een cinefiel? Ik ben of gek of een genie.” Of: “Gevoelens van teleurstelling zijn tijdelijk. Film is voor eeuwig.” Dit is wat we nú meer zouden moeten hebben: liefde voor het overboord kieperen van conventies.
Beste film over met pensioen gaan Gen_: Deze film – ook gezien bij IDFA – van de met pensioen gaande fertiliteitsarts, dokter Bini, is menselijk, sympathiek, leerzaam en heeft een aangenaam tempo.
Beste film waar je het heel heet van krijgt Rio, 40 Graus: Deze Braziliaanse film uit 1955 over een superhete dag in Rio (40 graden dus) is nog steeds sterk, net als veel andere producties van de relatief onbekende maar eigenzinnige Braziliaanse cinema. Gezien voor de Camera Obscura Special.
Beste film over aandoenlijke karakters (gemaakt van klei) Memoir of a Snail: Ik vond deze film van Adam Elliot (gezien op IFFR) vermakelijk en aandoenlijk. Bijzonder dat kleien poppetjes zulke gevoelens kunnen ontwikkelen.
Ik draag dit artikel op aan een van mijn vroegste filmmaatjes: Greg. In een vroeger, niet-zo-kritisch leven bezochten we aan de lopende band films. We gingen meestal naar City en Tuschinski. Daar hadden we veel lol met films als Blade, Harlem Nights en Pulp Fiction. En nog veel meer. Rust zacht, Greg.
Chaos in de wereld is niet nieuw. Ook vroeger kon het er flink chaotisch aan toegaan. In Seattle, Buenos Aires en online, via de klokkenluiderswebsite van WikiLeaks. Drie films geven aan dat overheden en burgers niet altijd een geweldige match zijn.
WTO/99 – Escalatiemismanagement in Seattle Wat een chaos in 1999 in Seattle! Wat begint met wat demonstranten die hun ongezouten mening geven, gaat over in een strijd tussen demonstranten en politie, met traangas en rubberen kogels.
De film van Ian Bell analyseert niet wat er voorviel maar registreert de escalatie zoals het van minuut tot minuut plaatsvond. Een bizar verslag. Aan de ene kant de politie die bij een persconferentie rustig vertelt hoe weinig schadelijk traangas en rubberkogels zijn. En de demonstranten aan de andere kant die het gevoel hebben dat ze in een oorlog terecht zijn gekomen: ‘Twee keer traangas en ik werd geraakt in het been, dat was het.’ Over handel gaat het vervolgens helemaal niet meer.
Fascinerend hoe het zo enorm snel kon escaleren. Het is reactie op reactie op reactie. Arrestaties aan de lopende band. Bussenvol rijden ze ergens heen om daar uren stil te staan. Mensen geven interviews door half geopende raampjes.
Het is ook een blik op een tijd dat mensen – een interessante mix van arbeiders, studenten, winkeliers en boeren – nog massaal woedend waren op hoe de wereldhandel achter gesloten deuren werd geregeld. Een bezoekende handelaar zegt cynisch: ‘De onwetendheid over handel is óók schokkend.’ Dat zal wel, maar goed uitleggen is ook belangrijk.
Allemaal boos op de boosdoener van toen: globalisering. Ik vraag me af wat diezelfde mensen denken van deze tijd, waarin we zijn teruggekeerd bij de tegenpool: protectionisme.
Diciembre – Vijf weken van extreme chaos Woonde je in begin jaren nul in Argentinië, dan was het geen makkelijke tijd. In een paar weken stortte de complete economie in. Je kon vrijwel geen geld meer opnemen bij banken. ‘Er is niets meer’, zegt een van de vijf presidenten van die tijd.
Een economische crisis van jewelste – die al jaren borrelde – bracht het hele land in doffe ellende. Dit is dus hoe dat eruit ziet. Massademonstraties, plunderingen van winkels en politie die hardhandig probeerde te handhaven waren het gevolg.
Er woedt dan ook een politieke storm, met vijf presidenten die elkaar opvolgen in een paar weken tijd: Medem, De la Rua, Puerta, Camaño en Duhalde. ‘Ik heb liever een hond als president’, zegt een boze demonstrant.
We zien vooral beelden van de straat in die tijd. Scènes als brood door een rolluik geven in verband met veiligheid, mensen die aanvallen op een straat waar boodschappen liggen uitgespreid, mensen die in kilometers lange rijen wachten om een beetje geld bij een bank te kunnen halen, en nog veel meer. Er vielen 42 doden in deze vijf weken.
Deze film van Lucas Gallo heeft opvallende gelijkenissen met die over de WHO-conferentie in Seattle. Ook hier boosheid, rellen en de film is zelfs hetzelfde opgebouwd, door via archiefbeelden commentaarloos bij wijze van spreken alles van minuut tot minuut te laten zien.
The Six Billion Dollar Man – Van lekken je beroep maken Nog meer politieke chaos zien we in deze film over Julian Assange en WikiLeaks. We zien in de film van Eugene Jarecki (Why We Fight) hoe WikiLeaks furore maakt. De club die geheimen (‘lekken’) aan de wereld deelde via één website. Een informatierevolutie.
Journalisten maakten gretig gebruik van de schandalen die het openbaarde – vooral over de Irakoorlog. Reactie van de politiek: schandalig dat er is gelekt.
Daarna duikt Assange onder bij de ambassade van Ecuador in Londen na een zedenzaak in Zweden (als je zonder zo’n zin zonder voorkennis leest, denk je: dat gebeurt alleen in films). Dan hebben we het nog niet over het schandaal dat hij afgeluisterd/bespioneerd wordt in de ambassade zelf. Of dat een de van de leden van WikiLeaks aangeeft te hebben gespioneerd.
Ook in deze film gaan alle deuren open. Knap dat ze zoveel mensen bereid hebben gevonden er iets over te zeggen (onder andere Edward Snowden). Vlot verteld. Het is al met al een belangrijk hoofdstuk uit de moderne, digitale klokkenluidersgeschiedenis. Fascinerend én schokkend af en toe.
Het nadeel is dat de film wel wat lang duurt en als je niet superveel interesse hebt in het Assange/WikiLeaks-verhaal, zal je deze documentaire vermoedelijk niet uitzitten. De documentaire had écht impact kunnen hebben als het wat filosofischer het concept ‘waarheid’ had onderzocht, waar we nu mee worstelen in het post-truth-tijdperk en tijdperk van AI. Dan denk ik al snel aan de films van Adam Curtis, die dat grondig onderzoekt. Dat is het verhaal waar we nu op wachten in een film, in plaats van een verhaal dat we al een beetje kennen uit de media.
Tot slot
Dit was onze laatste bijdrage over IDFA 2025. Het was een vrij stabiel, weinig verrassend festival. Dat heeft denk ik minder met het festival maar meer met de trends in de documentairewereld te maken. Het mag een paar onsjes minder navelstaren zijn en minder hechten aan ‘urgente thema’s’, die de documentaires soms iets te veel in hun greep hebben. Juist de wat meer avontuurlijke en thema-loze films blijven je bij, zoals het geestige Solenopsis invicta, In the Manner of Smoke of To Use a Mountain. Wij hebben er in elk geval weer van genoten en hopen dat ook de lezer er plezier aan heeft beleefd.
Experimentele docu’s, vaak in het Paradocs-programma, zijn het artistieke hart van IDFA. De oogst is divers.
Solenopsis invicta – Een pratende cactustuin De Ibervillea-cactustuin in Sicilië is een plek voor mensen met mentale klachten. Ze hebben veel natuur om hen heen, katten, wormen, vogeltjes, slakken en… vuurmieren. Die laatste zijn invasieve exoten, horen hier dus niet thuis.
De vrede in de tuin verdwijnt als een verdelger in wit pak langskomt met een rookmachine om de vuurmieren te verjagen. ‘Wat is je werk?’ ‘Basically, ik vermoord dieren.’
De film van Victor Missud is geen docu in de traditionele zin. Hoewel de mensen daar echt zijn, spelen ze meer een rol. Het is meer een mystieke korte speelfilm over het thema kwetsbaarheid.
Wel verrassend geestig, met veel metaforen (de plotselinge dreiging en de redder in nood, blauwe lichtjes die vrede zeggen) in het luchtige verhaal van dertig minuten.
Underground – Tunnels en grotten en vraagtekens Onder de grond valt er veel te beleven. In Underground gaat Kaori Oda in een blauwe jurk Japanse tunnels en grotten in.
Ondertussen horen we van een lokale gids over de geschiedenis die daar onder de grond plaatsvond. Bijvoorbeeld in Okinawa in de Tweede Wereldoorlog als Japanse soldaten zich hebben verschanst tegen de Amerikanen.
Het is zonder context vrij lastig om te bevatten waar Underground over gaat. We zien ook lange scènes van Oda die opstaat, kookt en yoga doet. We zien haar hand op bepaalde plaatsen zoeken naar een schaduwhand. Soms is er elektriciteit. En we zien overal projecties. Waarom dit allemaal? De vrijheid van de kunstenaar is een mooi goed.
Ik hou van eigenzinnigheid en ook van mysterie, maar de een zit de ander hier een beetje in de weg. De film had ook wat korter en vlotter gekund. Onthaasten is oké maar dit gaat wel ver.
Bardo – Abstracte verbeelding van het niets Zeven dagen opsluiting in een geluiddichte en donkere kamer om jezelf te behandelen. Wat zie je dan nog?
Bardo is een visueel verslag van wat het brein van regisseur Viera Čákanyová ervaarde toen ze erin zat. ‘Ik ben een enorme sequoia die zijn wortels stuurt naar het hele gebied.’ Of: ‘Ik ben het medium waardoor het duister passeert.’ Of: ‘Kan ik mijn atomen laten afremmen tot een niet-menselijk niveau?’
Erg trippy en origineel idee, soms ook griezelig. Ik heb nog nooit zoiets gezien maar iedereen die wel eens gemediteerd heeft, kan er wel iets in herkennen, in deze abstracte verbeelding van wat je ziet ‘achter de ogen’.
Een film van een half uurtje met bizar denken volgens een Tibetaanse traditie. Nou maar hopen dat het werkt. Meer kunstwerk dan docu.
The In-the-head Film – Duel met je brein Deze korte film van kunstenaar Konstantin von Sichart zal toch wel een van de meest experimentele zijn van IDFA 2025.
We zien iemand geanimeerd een wenteltrap omhoog lopen. Het duel met zijn eigen brein begint. ‘Ik wil rustig kunnen ademen.’
De film is een draaikolk van beelden, een soort trip met een voice-over. Indrukwekkend ideeënrijk. ‘Ik zie eruit als slechte AI.’ Leuk grapje in een ondoorgrondelijke maar wel artistieke film.
A Missed Call – Games en video 8 in de mix We besluiten dit deel met een van de alleraardigste films, ook al duurt die amper tien minuten.
A Missed Call van Francesco Manzaro is echt een gemiste voicemail van Manzaro’s opa. De Manzaro van nu mixt video 8-beelden van vroeger met gamestijlscènes van iemand die rondreist en planeten bezoekt. Het grappige is dat de tekst van het gemiste gesprek daar óók bij past.
Inventieve film die grenzen verlegt op een sympathieke manier.
Met zoveel (auto)biografische films bij IDFA kunnen we niet achterblijven. We bekeken een selectie. De oogst was wisselend.
Letters From Wolf Street – Je straat als inspiratiebron Arjun is tien jaar geleden naar Polen gekomen. Het ontstond een beetje uit balorigheid: hij en een vriend keken oude Poolse films en dachten: waarom gaan we het daar niet proberen? De vriend is er helaas niet meer.
Voor Arjun geldt de oude wet: film of schrijf over wat dichtbij je is. Zijn eigen straat, de wolf-straat in Warschau, biedt een mooie doorsnede van de Poolse maatschappij. Een slager, kapper, kioskverkoopster, dansleraar, bezemende buurman, anarchistische schoenmaker, regisseur: ze gaan allemaal met hem in gesprek. ‘Iedere straat zou zijn eigen chroniqueur moeten hebben.’
Arjun legt deze micropolis op een luchtige manier bloot (waarbij je buren ook figuurlijk kunt opvatten). Hij vraagt voorzichtig aan de Warschauers naar de soms lastige verhouding met migranten. En vraagt migranten naar hun situatie.
Hij ontwapent mensen geregeld met wat ironie. Een goed moment voor de film is als hij Oskar ontmoet, een Poolse Roma. En met wie hij mee naar zijn dorp gaat. ‘Als Oskar en zijn familie al niet zijn geaccepteerd na eeuwen, hoe moet het mij dan lukken?’
Arjun krijgt steun van regisseuse Mo Tan, hier op IDFA aanwezig met haar eigen film (zie hieronder). De film oogt luchtig maar de buitenlandershaat die soms aan oppervlakte komt, is wel een probleem.
De film rekt het idee wel een beetje maar het is geen straf om de film uit te zitten. Fijn om te zien dat de meeste Polen gewoon vriendelijke mensen zijn.
Confessions of a Mole – Luchtig dagboek van een pukkeleigenaar En hier zien we dan Mo Tan zelf, die vanwege een pukkel onder haar linkeroog (‘mole’ in Engels) na haar studie in Polen terugkeert in China, bij haar ouders Chen en Bauwei.
Iedereen in de familie heeft een mening over haar. ‘Je moet dit jaar stoppen met single zijn!’ Haar conclusie: de pukkel zorgt voor pech. En als ze borstkanker heeft, lijkt dat ook zo te zijn.
Dit is zoals een egodocument hoort te zijn: een genadeloos persoonlijk zelfportret. Mo Tan schetst zichzelf niet te fraai. Ze is opdringerig, agressief soms zelfs. Maar iedereen staat er scherp op. Zoals haar neef, die terugbetalen aan ouders het belangrijkste vindt om te doen. Of vriendjes. En haar ouders die regelmatig ruziemaken. ‘Hij heeft de ogen van een predator.’
De film grijpt de aandacht met een slimme combinatie van speelsheid en ernst, met soms Jan Svankmajeriaanse momenten (de ogen, de blauwe draden, de borst op een bordje). Ze filmt alles – en iedereen laat zich filmen – dus komt elk gesprek in de film, hoe lastig ook. Schetst de film het privéleven, of is het privéleven eigenlijk een film die nog niet gemaakt is?
Zoals altijd vraag je je af wat toeval en wat een beetje té geregisseerd is. Neemt niet weg dat de film moedig was om te maken voor alle betrokkenen. Minpuntje: het duurt allemaal nét iets te lang.
Endless Cookie – Animatie niet voor iedereen
Twee halfbroers met dezelfde vader. Peter, wiens moeder een native-Canadian is en die in het noorden woont. Seth, wiens moeder wit is en die in Toronto woont. We kijken naar de animatieversie over de film, die negen jaar duurde om te maken.
De twee broers praten en ondertussen zien we de gevisualiseerde beelden van hun zinnen. Het doet soms een beetje denken aan podcasts die geanimeerd worden. De film bestaat vooral uit Peter die aan de lopende band anekdotes tapt. Over zijn hand die in een dierenval terecht komt. Over geslachte kippen die in een douche hangen. Over zijn ’tequila fase’, waarin hij vaak dronken werd en zelfs in zijn oude huis inbrak om in zijn oude slaapkamer te slapen. Verder een vader die een portal zag langs zweven, een tipi die heropgebouwd wordt en een bizarre moord in het bos.
De film heeft plus- en minpunten. Eerst maar de eerste. Het had ook een hele degelijke, serieuze dramadocumentaire kunnen zijn. Dat is de film niet: het is veel creatiever.
De South-Park-achtige animatie biedt veel mogelijkheden tot kleine grapjes die je zo mist als je niet goed oplet. Van bewegende verpakkingen in een supermarkt tot autostoelen die radio gaan luisteren, van een boot die in een meer blijft hangen achter de telefoonlijn tot een bezemende persoon die in een hoofd stress opruimt. Al anekdoten tappend blijft er veel hangen uit Peter en Seths levens.
Aardig is dat de productie van de film ook een rol speelt. ‘Soms weet ik niet zeker of het verhaal van de film mij volgt, of dat ik het volg.’ Of dat de subsidiegever bij een scène over pizza’s inbreekt en zegt: ‘Te lang! Waarom duurt deze scène zo lang!’ Seth antwoordt: ‘O, dat is een cultureel ding in Toronto.’ ‘Oh, cultuur! Dat is mooi.’ Ondertussen brandt de subsidie voor de film er snel doorheen. De dochter: ‘Ik was tien toen jullie begonnen en nu ben ik negentien!’
De minpunten zijn dat een vrij drukke film is en het daardoor ook lastig te volgen is – je moet de film eigenlijk twee keer kijken om te kunnen waarderen. Afgezien van de twee broers zijn er veel karakters die in de geanimeerde versie lastig uit elkaar te houden zijn. En ze zijn lastig te verstaan.
Al met al zal de film niet voor iedereen zijn maar het is weer een nieuwe tak aan de boom van animatiedocumentaires.
The Stories of a Lie – laten we het vooral niet hebben over de ziekte
Olia Verriopoulou keert terug in Griekenland. Een vriendin heeft kanker maar niemand zegt het tegen haar. Iedereen vindt het normaal. Sommige mensen willen het juist niet weten, zegt men. Olia vindt het wel een beetje gek.
Olia wil weten waar het vandaan komt. Met haar vader, tandarts, bespreekt ze hoe hij dat doet in zijn praktijk, en vervolgens met andere artsen en professionals. ‘Het is niet wat zij weten, maar wat de dokter zegt.’
Het is blijkbaar een Griekse gewoonte om niet over ziektes te beginnen. De afdeling oncologie heet bijvoorbeeld ‘speciale afdeling’. Er is zelfs een soort zwijgafspraak over kanker. ‘In het verleden zeiden artsen niet wat er aan de hand was. Als iemand stierf, was het niet hun schuld maar die van de ziekte.’
Ook weer flink autobiografisch. Olia laat haar kies door haar vader trekken, ze knipt zijn haren en we zien haar jeugdvideo’s, op zoek naar leugens. Dan heeft haar vader (weer) kanker en komen ook oudere vrienden van hem ter sprake die overleden zijn aan kanker.
Rustige productie en aardig gevonden onderwerp. Het eigen leven is hier functioneel voor het verhaal.
Au Bain des Dames – Uitdagen op het strand Een strandje in de buurt van Marseille. Oudere vrouwen praten over seks en mannen. ‘Ik had alleen geen condooms.’ ‘Je kon ze toch halen!’ ‘Om 11.00 ‘s ochtends?’ En oudere mannen flirten gezellig terug.
Leuk sfeerportret van een mini-ecosysteem, waarbij de jongeren op verzoek van de oudjes Johnny Hallyday gaan zingen. Maar achter de lol en plagerijtjes zit ook flink wat drama als we de biografie van Joëlle, een van de vrouwen, horen.
We hoeven geen illusies te hebben of dit gestuurd is: de korte film van Margaux Fournier oogt met deze vrij grappige montage meer als een speelfilm dan een docu. Is het erg? Dat hangt ervan af hoe puristisch je bent over wat een documentaire betekent.
Dreams for a Better Past – Familietaboe bespreken Grootvader van regisseur Albert Kuhn was een SS-officier in Brno. Foto’s hiervan zijn verbrand. Maar er zijn nog wel andere documenten. Albert gaat uitzoeken wat het hem leert. En ontdekt dat zijn opa meedeed aan massa-executies.
Zijn vader die jaren geleden naar Barcelona verhuisde, worstelt er enorm mee en heeft er nooit iets over aan Albert gezegd. Ook nu heeft hij geen zin om de boekjes van zijn vader (Alberts opa) te lezen. ‘Ik staak.’
Een typische film over duistere familiegeschiedenis. Hoe mee in het reine te komen? Dit is een weg. Degelijke korte film had misschien nog iets spannender gemogen in de productie.