Acteurs in de hoofdrol

Acteurs in de hoofdrol

door Bob van der Sterre

The Shipwrecker ♦ Gypsy ♦ Rhinoceros

 

Hoezo acteurs in de hoofdrol? Hebben ze niet altijd de hoofdrol? Soms gaan films echt over de acteurs zelf. Zoals Being John Malkovich en The Congress (Robin Wright). De drie hieronder waren ook nog eens slachtoffers van McCarthy en de zijnen in de jaren vijftig.

In de Duitse film The Shipwrecker uit 1975 is Sterling Hayden de hoofdpersoon. De film speelt zijn kleurrijke geschiedenis na. Groot geworden in de scheepvaart. Daarna oorlog. Vocht naast de partizanen in Joegoslavië. Keerde terug als oorlogsheld. Interesse in de Joegoslavische politiek. Sloot zich aan bij de communisten.

Sterling Hayden-obsessie
Hollywood. Asphalt Jungle. Meer films. En dan, onvermijdelijk: de McCarthy-processen. Oftewel het comité dat ‘on-Amerikaanse praktijken’ onderzocht en (te) linkse acteurs werkloos maakte. Die processen vormen een ommekeer in Haydens leven. Hij moet namen geven, worstelt ermee, veracht zichzelf, eindigt depressief bij de psycholoog.

In de film zien we Sterling Hayden zelf niet. Zijn rol wordt gespeeld door drie andere acteurs. Alles in het Duits. Ondertussen vertelt een rondwandelende man een kleine biografie over Sterling.

Heel vaak denk je bij zulke films: hoe kom je op dit idee, hoe kom je aan het geld om het te maken en voor wie is het bedoeld? Regisseur Wolf Eckart Buhler kun je wel een Hayden-obsessie toeschrijven: hij maakte in 1983 nóg een film over Hayden, de documentaire Pharos of Chaos. Twee uur onsamenhangende interviews met Sterling Hayden op een aak in Besançon (want hij voer later in zijn leven alleen nog maar rond), waarbij Hayden permanent dronken en/of stoned was. Een bizarre kijkervaring.

De reden (vermoedelijk) van de film: er is een link met Duitsland. Links/rechts spelen in de Duitse geschiedenis ook een grote rol – zeker in die jaren. Jammer genoeg is de film niet zo spannend. Dit is een degelijke (en iets te langdradige) Duitse productie. Dat maakt het ook wel maf want met de VS of Sterling Hayden heeft het allemaal weinig te maken.

Musical over danseres
Niet alleen mannen vonden ze gevaarlijk bij de McCarthy-processen. Eigengereide vrouwen met ‘gevaarlijke’ linkse sympathieën ook. Bijvoorbeeld de burleske danseres Gypsy Rose Lee. Zij was met afstand de meest beroemde burleskedanseres in haar tijd.

Gypsy Rose Lee schreef een autobiografie over haar leven: Gypsy, dat met haar hulp werd verbroadwayd en in 1962 verfilmd. De film toont in musicalvorm haar leven. Dat begint met haar moeders passie voor toneel en vaudeville. ‘Ik wil dat de meisjes een leuk leven kunnen leiden, kunnen rondreizen, wat ik ook altijd had willen doen.’ Is dat de droom van moeder of van de kinderen? Dat boeit haar niet zo.

Van de twee dochters (June en Louise) heeft alleen June echt talent voor het toneel. Maar die kiest voor haar eigen burgerlijke leven. Louise (Natalie Wood) moet de dromen voor moeder waarmaken. Een probleem: er is geen vraag meer naar vaudeville. Zo rollen ze het wereldje in van burlesketheater. Louise ziet er zelf wel de lol van in.

Lekker romantisch genieten van het brave verhaal met sfeer inkoppende musicalliedjes en theateroptredens! De film draait op de acteerpower van Rosalind Russell als moeder (bekend van His Girl Friday). Een vrouwenfilm bovendien, mannen hebben alleen bijrollen.

Met de werkelijkheid had deze film weinig te maken. Rose Lee had zelf al veel verzonnen (zoals het karakter Herbie). Tegelijk was de film ook wel gekuist. Je mist veel interessants. Bijvoorbeeld dat ze een humoristische stripteasestijl had bedacht, affaires had met een aantal beroemdheden (zoals Otto Preminger, vader van haar zoon Erik), kunstwerken cadeau kreeg van bewonderaars (Picasso, Miró en Max Ernst), worstelde met haar hebberige moeder, en haar eigen talkshow kreeg. Daarnaast had ze een uitgesproken linkse politieke mening (ze bezocht meetings van het Communist United Front) en kwam daardoor op de zwarte lijst van McCarthy. Rose Lee was zelf ook niet zo tevreden over de film.

Een geestige en zelfstandige vrouw die dingen zei als: Men aren’t attracted to me by my mind. They’re attracted by what I don’t mind. Er ligt trouwens nog steeds een kans om een remake te maken van haar smeuïge detective uit 1943 (The G-String Murders). Waar wachten de mensen in Hollywood op!

Zero Mostel
Ongeveer tien jaar later (1974) werd Rhinoceros gemaakt. Daarin zien we dat John en Stanley voor lunch hebben afgesproken in een restaurant. Dandy John probeert de drinkende Stanley op te voeden. ‘Ik weeg meer dan jij maar ik voel me zo licht als een veertje.’

Opeens is er herrie buiten. Een rinoceros dendert door de wijk. Stanley is de enige die niet gaat kijken. John verwijt hem apathie. ‘Een rinoceros rent over straat en je knippert niet eens met je ogen. De misdaad van de tijd waarin we leven!!’

Een paar dagen later gaat Stanley naar werk. Daar komt ‘meneer Bingham’ binnen als een rinoceros en sloopt het kantoor. ‘De ergste tijd om meneer Bingham te verliezen. Net voor de belastingen.’ De een na de andere persoon verandert in een rinoceros.

Rhinoceros (naar het toneelstuk van Eugène Ionesco) is geen eenvoudige film om te zien. Je moet hardcore van absurdisme houden om dit te waarderen. Een logisch verhaal is er niet. De film is op zijn mafst als Zero Mostel langzaam van een dandy in een rinoceros verandert. Hij speelde deze rol al talloze keren op Broadway en was dus goed ingespeeld. Vandaar ook de scherpe dialogen met toneelkwaliteiten: ‘Doe eens wat aan cultuur! Heb je wel eens een toneelstuk gezien van Eugène Ionesco?’

Geen biografie van Zero Mostel natuurlijk, maar er is toch wel een link. Want Mostel was juist zo aan het theater verbonden geraakt omdat hij werkloos was geworden als filmacteur in de jaren vijftig en begin jaren zestig. Uiteraard weer door die McCarthy-processen. Anders dan Sterling Hayden noemden hij geen namen en bespotte hij het comité met hun ‘waarheidsvinding’.

Met het winnen van een toneelprijs voor zijn rol in Fiddler on the Roof halverwege de jaren zestig eindigde zijn paria-status in Hollywood. Daarna domineerde hij met zijn bijrollen zowat alle films waarin hij speelde… The Producers, A funny thing happened on the way to the forum, Fiddler on the Roof, The Front en dus Rhinoceros. Zijn theatrale bewegingen, mimiek en stem waren goud waard voor comedy.

Zijn strijd met zijn vervolgers past helemaal bij het thema van deze film: als de massa te groot wordt, verplettert die jouw individualiteit. Zo werden hij, Sterling Hayden en Rose Lee verpletterd door de rinocerossen van hun tijd. En zo waren er velen met hen!

 

16 februari 2021

 

Gypsy

 
Alle Camera Obscura

80’s kitsch!

80’s kitsch!

door Bob van der Sterre

Hard Ticket to Hawaii ♦ Night of the Comet ♦ Mauvais Sang

 

Geen decennium in de twintigste eeuw wist zijn kitsch zo goed uit te buiten als de jaren tachtig. De verwijzingen naar die tijd zijn nu ook alom (denk aan Kung Fury, Gareth Marengi, Wonder Woman 1984), maar de jarentachtigkitsch is veelzijdiger dan je had gedacht.

In Hard Ticket to Hawaii (1987) kijken we naar twee zeer luchtig geklede dames van Molokai Cargo (waarvan een ook nog voor de geheime dienst werkt). Op een dag stuurt een maffiabaas een mini-helikopter naar het eiland. Daarin: een doosje met diamanten. Twee DEA-agenten worden vermoord. Een besmette slang ontsnapt.

De beste B-film aller tijden
De dames veroveren de diamanten maar moeten ze al snel uit handen geven. De criminelen en smokkelaars hebben weinig moeite met moorden. Dat betekent dat het oorlog wordt op dit eiland. Echt haast hebben de agenten daarbij niet. Er is altijd tijd voor seks en surfen.

Wie bij het horen van de naam Andy Sidaris begrijpelijk knikt, moet wel houden van pulp en cult. Waarom anders zou je Sidaris-films kijken? Malibu Express in 1985, deze in 1987, Picasso Trigger in 1988, Savage Beach in 1989, Gun in 1990 (en hij ging door tot 1998).

Normaal zeg je dat iemand iets goed fout doet, maar Sidaris deed het fout goed. Hard Ticket to Hawaii is de guilty pleasure van elke 80’s kitschfanaat. Rondborstige vrouwen die in de jacuzzi springen want ‘daar kan ik beter nadenken’. Een toxische slang (inclusief de arm in de slang). Frisbee met scheermesjes. Het toppunt: een huurmoordenaar al schietend op een skateboard met een sekspop in zijn handen. Die moet je gezien hebben om te geloven. Voeg daarbij dialogen van het niveau The Room: ‘De droom van de een, is de lunch van een ander.’

En dat met de zéér tijdsgebonden muziek van Gary Stockdale. Geen parodie, hoewel je dat misschien wel denkt als je naar deze score luistert, een soort waterige blend van Phil Collins en Tina Turner.

Toch moet de kliek rondom Andy Sidaris en zijn vrouw producer Arlene Sidaris het gezellig hebben gehad. Ten eerste zijn al deze films een soort vervolgverhaal (ze wijzen in deze film naar de filmposter van Malibu Express). Dona Speir speelde bijvoorbeeld zeven keer Donna, Hope Marie Carlton drie keer Taryn, Cynthia Brimhall zes keer Edy. En Rodrigo Obregon – de man die hier niet aan truien doet – speelde vijf keer in verschillende rollen.

Speir was permanent dronken in deze film maar kreeg toch een herkansing van Arlene Sidaris en liet die niet liggen. Zo’n soort familie was het. Liefhebbers noemen deze film zelfs Sidaris’ meesterwerk. Hijzelf overleed in 2007 en maakte niet meer mee dat de film in 2014 ‘de beste B-film aller tijden’ werd genoemd.

Parodie in de film zelf
In Night of the Comet uit 1984 draait het niet om een komeet, niet om zombies en niet om het last-man-standing-thema… Dat moet je er duidelijk bij zeggen omdat er een komeet valt, zombies rondlopen en een aantal mensen de laatsten op aarde zijn.

Als de komeet op aarde knalt, verpulvert men in zand. Behalve de mensen die waren beschermd door staal. Zoals de twee ‘valley girls’. Anderen waren half beschermd en raken langzaam hun mens-zijn kwijt. Zoals de bende in een warenhuis. En een groep wetenschappers. Die laatste probeert de overlevenden op te sporen om ze te ontdoen van hun bloed, dat ze nodig hebben om te blijven leven.

Vergis je niet: Night of the Comet heeft van dat acteerwerk en die dialogen die aan Ed Wood doen denken. ‘Who wants to eat a dead cat?’ ‘Beats the hell out of me!’ De totale nonchalance over de hoeveelheid doden in deze wereld. De maquettes… Het budget voor de film was niet veel. Vandaar dat de schitterende zin over een weigerend wapen: “See that’s the problem with these things, Daddy would have gotten us uzi’s,” echt geïmproviseerd is.

De kracht van de cultfilm van Thom Eberhardt is dat de 80’s al geparodieerd lijken te worden in de film zelf. Haar: 80’s kitsch op zijn best. Muziek: de film is een 80’s playlist met een film eronder. Kleding: kauwgom kauwende cheerleader en man die mouwen van jasje opstroopt. Een soort foto-opname van de kitsch van dat moment. Iemand zei over de film: ‘Het loopt niet voor op zijn tijd, maar ook niet achter.’

Je ziet hier overal de roze, rode en paarse neon-tl-buizen die je associeert met hedendaagse parodieën op de 80’s films. De badkamer, radiostudio en het warenhuis zijn grandioze 80’s locaties.

En de maatschappijkritiek kan natuurlijk niet missen. Denk aan details als de foto van de Kennedy’s die ergens van de muur valt, of de sneer naar ‘een denktank’ die een winkelcentrum een monument van consumentisme noemt. 80’s kitsch met maatschappijkritiek!

Pretentieus en poëtisch jasje
Van weer een heel andere slag is Mauvais Sang (1986). Deze film van Leos Carax is de artistieke broeder in de 80’s kitsch-familie, maar in een pretentieus en poëtisch jasje.

Alex doet een crimineel klusje van de ex-zakenpartner van zijn overleden vader. Die man, Marc, heeft mot met ‘de Amerikaanse’, een oudere vrouw. Ondertussen ontmoet hij zielsverwant Anne en wordt hoteldebotel.

Mauvais Sang is een van de bekendste voorbeelden van de 80’s stroming cinéma du look. Dus veel stijl, kleur, armoedige karakters, beklemmende liefdes. Met met name een passage bleek memorabel: als je plotseling Modern Times van David Bowie hoort en Alex op een uitzinnige manier over straat loopt en rent.

De film is een soort intellectuele legpuzzel. Met veel stukjes te leggen. Het vaak vreemde acteerwerk (Juliette Binoche, Denis Lavant), de artistieke shots (mensen van achteren gefilmd, soms half in beeld), de opvallende kleuren (rood en blauw), de overdadige belichting (met veel schaduwen), de muziek (David Bowie, Serge Reggiani, Prokofjev), de symboliek (de kruisen, de dubbelgangers), de voice-overs.

Veel boeiend beeld, maar emotioneel raakt er niet veel. Leos Carax was rond de 25 toen hij deze film maakte (zijn tweede). En dat zie je hier ook terug: een eigenzinnig talent dat zich erg graag wil bewijzen. Dat gaat wel een beetje ten koste aan de karakters en het verhaal, die nu weinig voorstellen, en dat laat de film leeg aanvoelen.

Pretentieuze kitsch of een meesterwerk? Iedereen zal hier een andere mening over hebben. Maar Cinéma du look bewijst opnieuw dat 80’s kitsch veelzijdiger is dan je denkt.

 

12 januari 2021

 

Hard Ticket to Hawaii

 
Alle Camera Obscura

Hitchcock op de hielen

Hitchcock op de hielen

door Bob van der Sterre

Secret Defense ♦ Julie Darling ♦ Vivement Dimanche!

 

Hitchcock is al veertig jaar dood, maar zijn naam blijft doorleven. In hoeveel recensies wordt zijn naam nog wekelijks genoemd? De meester van de suspense kende zelf grote bewondering voor Henri-Georges Clouzot (Le Corbeau en Les diaboliques) maar kende zelf ook vele bewonderaars.

In Secret Defense uit 1998 duurt het heel lang voor de film op gang komt. Wat wil je, met een film van 2 uur en 45 minuten. We zien hele treinritten, acties in het laboratorium, mensen die voor zich uit staren.

Prettig traag
In dit rechttoe rechtaan verhaal komt Paul ineens binnen bij Sylvie. Hij heeft een foto. Oude bekende Walser staat daar op de achtergrond. Op de voorgrond: hun vader, vlak voordat hij vermoord wordt.

Sylvie en Paul willen uitzoeken hoe het zit. Aangezien Paul met een pistool op pad wil, gaat Sylvie net iets eerder. Ze schiet toch iemand neer, maar niet Walser. Wel zijn secretaresse die hem probeert te verdedigen.

Het verhaal loopt niet over van logica maar wel aardig is het prettige trage tempo voor een film uit 1998. In dezelfde tijd van Oliver Stones Natural Born Killers kwam ook deze slow cinema uit – lang voordat het een rage zou worden met series op Netflix.

Het suspensescript is van Pascal Bonitzer, die zelf ook wat films heeft geregisseerd, die meestal niet echt boven het gemiddelde uitsteken als je eerlijk moet zijn. Dit script – hij is een veelschrijver – kwam terecht bij Jacques Rivette, die de nouvelle vague kickstartte met Paris Nous Appartient (1961).

Hier en daar zijn er nog glimpen van die films te zien. Zoals de gek verlopende telefoongesprekken of hoe ongewoon relaxed iedereen is. Na een bekentenis van een moord, is iedereen twee tellen later alweer cool. Wel iets té cool voor Hitchcock, denk ik.

Hoofdrolspeelster Sandrine Bonnaire is veel in beeld (vooral moeilijk kijkend) maar Jerzy Radziwilowicz (Man of Marble en Man of Iron) alias Walser steelt de show.

Liefde voor paps
Hitchcock hield wel van gewaagde onderwerpen maar ik denk dat hij de onderwerpen in Julie Darling (1982) ook wel iets te gewaagd zou vinden: aanranding, incest, seks, moordende kinderen. Desalniettemin is de film duidelijk gemaakt in de geest van Hitchchock.

Julie aanschouwt op een dag hoe haar moeder (die haar lievelingsslang wegdeed) aangerand wordt door een boodschapjes afleverende jongeman. Ze heeft de gast op de korrel (immers de VS, iedereen loopt rond met wapens) maar doet niets. Haar moeder laat ze verongelukken en de jongeman ermee wegkomen.

Reden: haar te heftige liefde voor paps. Die zelf ook iets te lief is. ‘Pa, mag ik in je bed slapen?’ ‘Natuurlijk meisje!’

Later aanschouwt ze zichzelf als hij de liefde bedrijft met een nieuwe vrouw. Julie is vastbesloten dat zij de enige darling blijft van haar vader.

Deze thriller is best merkwaardig in zijn kwaadaardigheid. Fles in kruis van een man, aanranding, dubbelloops jachtgeweer… Een verbijsterende scène is als ze zichzelf in bed ziet vrijen met haar vader. Naast incest, biedt de film seks en politieke incorrectheid, maar niets op het gebied van stijl. Dat deed Hitchcock honderd keer beter.

De film scoort punten door de ijzige blik van dit horrorkind (rol van Isabelle Mejias). Ze weet zelfs de rol van de aanrander in haar schaduw te stellen. Mejias is een mysterieuze actrice die doorbrak in een Franse feministische softseksfilm (Le roi des cons), zelf twee films regisseerde én figureerde in Porky’s-kloons als State Park en Meatballs 2. Anthony Franciosa kennen we nog uit Dario Argento’s Tenebre. (Te toevallig om hier niet te noemen: beide hoofdpersonen speelden in afleveringen van de serie Alfred Hitchcock presents.)

Eerbetoon Truffaut
The Master of Suspense kende veel Franse bewonderaars. Zoals ‘de Franse Hitchcock’, Claude Chabrol, maar ook François Truffaut. Die maakte met de laatste film uit zijn leven in 1983 (een jaar later zou hij overlijden) een eerbetoon aan Hitchcock: Vivement Dimanche!.

Huizenverkoper Julien Vercel is net op jacht op dezelfde plek waar ene Massoulier vermoord wordt. Dezelfde avond, als hij terugkeert van het politiebureau, is zijn vrouw ook vermoord. Die had een affaire met Massoulier.

Zijn secretaresse gelooft in Vercels onschuld. Samen proberen ze te begrijpen wat er gebeurd is. Ze houden mensen in de gaten en sluipen kamers binnen. Dat is gevaarlijk. Want er is een connectie met een prostitutienetwerk.

Truffaut was groot kenner en liefhebber van het werk van Hitchcock. Hij schreef hem ooit een brief over die bewondering. Dat leidde tot een beroemde ontmoeting in 1962, waarbij Truffaut Hitchcock uithoorde over zijn films. Dát leidde tot een boek in 1966. En dát leidde tot een documentaire in 2015.

Dus vandaar de keuze voor zwart-wit én de look and feel van een klassieke film (jaren zestig), hoewel moderne dingen niet worden gemeden, zoals een telex of een digitaal horloge. Net als bij Hitchcock zie je hier ook wat man-vrouw-humor (grappige dialoog bijvoorbeeld als hij haar de wapen uit haar hand slaat én haar gelijk geeft).

En dan nog citaten uit Hitchcocks werk: de klap met het beeld (hier de Eiffeltoren), telefoon in een streep maanlicht, de autoscène, de kus in de portiek (‘Heb ik wel eens in een film gezien’), het gevecht in de kamer (van buitenaf gezien), de vrouw met mes in de rug die in de handen van een vreemde valt… Zelfs grappen over blondines (knipoog naar Hitchcock-actrices als Grace Kelly, Ingrid Bergman, Kim Novak). De hoeren zijn allemaal blond (‘Niemand wil met een brunette’) en de kersverse blonde secretaresse is ondanks haar tikken met een vinger goed genoeg (‘De baas houdt van blondines’).

Anders dan Hitchcock noemt zelden iemand Truffaut als lichtend voorbeeld. Toch is zijn lichtvoetige filmstijl een verademing om te zien. Deze film is gebaseerd op een Amerikaanse hard-boiled detective, ‘maar de dialogen en de humor zijn typisch Frans’, zei Truffaut.

Fanny Ardant (toenmalige vrouw van Truffaut) is in zijn handen ook voortreffelijk als secretaresse Barbara. Ze toont veel acteerplezier. Jean-Louis Trintignant is degelijk als Vercel. Hij speelde ook een rol die aanvankelijk was bedoeld voor Patrick Dewaere. Die had net zelfmoord gepleegd. Over Dewaeres zelfmoord had Hitchcock vast een mooie film hebben kunnen maken (‘A shocking, inexplicable end to friends, fans and family alike’ volgens zijn biografie) maar de meester van suspense was toen zelf al twee jaar dood.

Wie er niet genoeg van kan krijgen… bekijk de masterclass van de master of suspense zelf.

 

15 december 2020

 

Vivement Dimanche!

 
Alle Camera Obscura

Nationalisten in vroegere tijden

Nationalisten in vroegere tijden

door Bob van der Sterre

Der Schweizermacher ♦ The Ugly American ♦ Before the Rain

 

Nationalisme. En dan niet als pure propaganda (Über Alles in der Welt, Braveheart, Patriot Games) maar films over het onderwerp.

In Der Schweizermacher (1979) volgen we de heer Bodmer, een rechtlijnige Zwitserse ambtenaar, die moet helpen bij aanvragers van de Zwitserse nationaliteit. Met een collega bezoekt hij huizen en checkt of de bewoners wel Zwitsers genoeg zijn.

Ook Zwitsers moeten zich aanpassen
Bodmer is een kritische speurneus. Grimaldi, mevrouw Vukovic en dokter Starke worden kritisch bevraagd. Zijn er geen herinneringen meer aan het vaderland in het huis? Zijn ze niet aangesloten bij ‘verkeerde’ politieke partijen? Kijken ze wel in hun achteruitkijkspiegel? En hebben ze spaargeld? Hij luistert zelfs hun taallessen af. En roept dingen als: ‘Als ze geen spaargeld hebben, is alles voorbij voor de aanvrager.’

Bodmer heeft ook een ondergeschikte, Fischer. Die een stuk relaxter denkt over het werk. Hij krijgt zelfs een verhouding met een van de aanvragers, een danseres genaamd mevrouw Vakulic. Hij vermaakt zich prima in haar culturele gezelschap. ‘Ik ben een Zwitsermaker!’, roept hij uit als hij zijn beroep beschrijft. De twee moeten vermoedelijk de twee uitersten aan de pool van een Zwitser voorstellen.

Makkelijk is het Zwitser worden niet. Al zegt een baas zelfs dat zijn personeelslid een betere Zwitser is dan echte Zwitsers, toch lukt het hem niet om de ambtenaar te overtuigen. ‘Vrolijkheid zet geen zoden aan de dijk. Aanpassen moet hij zich!’

Het ontbreekt altijd ergens aan een stukje Zwitsersheid. De kaasfondue gaat niet goed, ze doen aan kunst (faux pas), ze vergeten het knipperlicht te gebruiken. Of, nog erger, ze komen niet op tijd.

De film is een beetje te traag om voor kijkers in 2020 nog te kunnen swingen, maar het nog steeds actuele thema wordt hier goed aangepakt. De hoofdrollen (met name Walo Luond als Bodmer) zijn prima ingevuld. Dus best een geestige film van Rolf Lyssy, van wie ongetwijfeld niemand eerder gehoord heeft, maar die meer films maakte over Zwitserse cultuur, zoals Leo Sonnyboy en Kassettenliebe.

Golf van geweld
In The Ugly American (1963) gaat het om nationalisten in een verzonnen Oost-Aziatisch land, Sarkhan. Marlon Brando – alias MacWhite – wordt daar ambassadeur.

MacWhite kent de leider van die nationalistische opstandelingen, Deong, uit de oorlog. Toen streden ze samen tegen de Japanse bezetter. Nu staan ze tegenover elkaar. Deong houdt speeches als ‘Sarkhan voor de Sarkhanezen!’ en de kersverse ambassadeur (voorheen olijke journalist) verdedigt zijn conservatieve regering.

Extreme nationalisten (herkenbaar aan witte bandana’s) ontvangen MacWhite met veel agressie op het vliegveld. Maar Deong en MacWhite zijn vrienden. Toch? In een lang en alcoholisch gesprek proberen ze de lucht te klaren. Maar het enige wat geklaard wordt, zijn de verschillen. ‘Je hebt ons gebruikt, verraden, verlaten voor tirannen.’ ‘Als we dankzij een dictator de vrije wereld vrij houden, dan steunen we die.’

Niet veel later komt het land terecht in een golf van geweld.

Nationalisten zijn hier een soort integere figuren die alleen maar hun land voor zichzelf willen. Toch hebben ook deze integere nationalisten een eenvoudige kijk op zaken: geweld is de oplossing.

Zeker geen feilloze film. Weinig vernieuwingsdrang. Dit materiaal maakte zelfs Brando een beetje saai.

Het voornaamste dat The Ugly American voor elkaar krijgt, is dat het een film is van vóór de Vietnamoorlog over de Vietnamoorlog. ‘Als we Sarkhan verliezen, verliezen we heel Zuid-Oost Azië.’ Dat is te frappant om niet te melden, terwijl, nóg frappanter, deze film in 1965 praktisch echt plaatsvond in Indonesië. Met Soekarno en de toenmalige Amerikaanse ambassadeur in de hoofdrollen. Nóg frappanter (kan dat?) is dat de acteur Kukrit Pramoj, die Deong speelt, later écht de leider van Thailand zou worden.

Ruzie op de Balkan
Bij films over nationalisme kan Joegoslavië niet ontbreken. Er zijn diverse films over de burgeroorlog gemaakt maar Before the Rain (1994) is een van de beste. Bovendien gemaakt in die tijd.

De avond voor een regenbui. De zeer orthodox-religieuze Kiril vindt dan ineens een Albanees meisje in bed. Ze is op de vlucht. Voor zijn volk. Wat moet de jonge monnik doen, die zich bovendien meteen tot haar aangetrokken voelt? Verraden of beschermen?

Een lastige keuze als nationalistische bandieten achter haar aan zitten en de reli-vaders liever de lieve vrede bewaren. Liefde overwint en ze gaan samen op pad… tot ze haar familie tegenkomen. Die waarderen het weer niet zo dat ze met een orthodox-gelovige gaat. Met zoveel religiestress ligt drama op de loer.

Daarna Londen. Bladdesigner Anne heeft een affaire met Aleksander, een Macedonische fotograaf, Pulitzerprijswinnaar, en merkt dat de Joegoslavische oorlog dichtbij komt als een klant en een ober met elkaar ruziën, waar zij zit met haar man om over scheiding te praten. Het loopt uit de hand: de ruzie op de Balkan komt ineens het chique Londense restaurant binnen.

Wie de Joegoslavische geschiedenis kent, weet hoeveel herhaling erin voorkomt. Alleen net even anders. Hoe passend is het dan dat M.C. Escher een van de inspiratiebronnen van dit script was. Before the Rain heeft ook geen kloppende tijdlijn. De drie verhalen lopen in elkaar over als een Eschertekening. Anne ziet bijvoorbeeld de foto’s van dat meisje maar dat speelde zich erna af, blijkt uit het bezoek van Aleksander.

Ingenieuze film dus die in het dramagenre eigenlijk alles goed doet. Mede dankzij sterk spel van Rade Serbedzija en Katrin Cartlidge (jong overleden in 2002), die samen een cv hebben waar de meeste acteurs alleen maar van dromen: Breaking the Waves, Naked, Career Girls, Eyes Wide Shut, Snatch, Batman

Leuke quizvraag: hoeveel films over Noord-Macedonië zijn er überhaupt gemaakt? Deze arthousefilm was nog best een kraker in 1994, inzending voor de buitenlandse Oscars, louter goede kritieken, maar nu toch ook wel enigszins vergeten, hoewel het in de Criterionreeks is uitgebracht.

Toch een behoorlijke prestatie voor een debuut. Want dat was het, van regisseur Milcho Manchevski, die later nog een paar aardige films maakte (en zelfs een episode van The Wire regisseerde), maar nooit meer zijn debuut overtrof. Dat bleef dit fraaie staaltje artistiek nationalisme.

 

14 november 2020

 

 

Alle Camera Obscura

Whodunnits en whodiddits

Whodunnits en whodiddits

door Bob van der Sterre

Komisario Palmun erehdys ♦ Who killed Mary What’sername? ♦ Sette note in Nero


Wie heeft het gedaan? De butler natuurlijk! Toppers in het genre zijn Gosford Park en Murder by Death. Toch leuk om de geschiedenis in te duiken en een paar obscure varianten te vinden.

In Komisario Palmun erehdys (1960) zien we dat de vervelende Finse dandytycoon Bruno Rygseck overleden is in zijn huis. Daarbij aanwezig: vrouw, moeder en vrienden. En een butler die eerst alles schoonmaakt en dan pas de politie belt.

De beerput gaat open
Commissaris Palmu komt langs met zijn gevolg (drie man). Via opmerkingen van de laatste getuigen (een groepje van zes feestgangers) krijgt hij in flashbacks een beeld van wat zich afgespeeld heeft. Hij hoort de verhalen van Eerik Vaara, Aimo en Aira aan over de mysterieuze ‘moord’.

Een beerput gaat open. Bruno gleed volgens hen uit over een stuk zeep in zijn zwembadje en verdronk. Wel erg toevallig. Schrijver KV Laihonen die met de flirterige Vanne in de kelder wordt aangetroffen. De drinkgelagen en ‘vreselijke misdaden’ die voor een weddenschap werden besproken. Bruno blijkt verzamelaar van naaktfoto’s. Een vergiftigde kat. Bruno die de schulden van zijn broer wel wil wegdenken als diens vrouw AIra hem ‘s avonds bezoekt. ‘Het blijft tussen ons wat er is gebeurd.’

De commissaris blijft doorvragen – ook al wordt het Fins gezellig met veel drank en eten. En dan sterft Bruno’s vrouw ook nog. Een verdachte blijft over. Maar wie is dat?

Best goede film. Hier en daar (vrij weinig) zijn er verrassende, intuïtieve camerabewegingen. Soms wat humor. Het tempo ligt hoog en Joel Rinne is vermakelijk als commissaris Palmu. De liefhebber van het genre wordt verwend.

Er bestaan meer films van Matti Kassila met inspecteur Palmu en Joel Rinne. Allemaal uit de jaren zestig en allemaal goede beoordelingen. Als filmsnobs ze nou maar serieus genoeg nemen, krijgen we misschien nog eens een Criterionuitgave.

Zelf maar detective spelen
In Who killed Mary What’sername? of te wel Death of a Hooker (1971) is de moord op een prostitué de whodunnit. Mickey Isidore ziet dat de politie niets doet. Hij gaat zelf detective spelen. Vraagt na bij getuigen, zoekt ongure types op die misschien betrokken zijn. Hij is ex-bokser en slaat van zich af als het moet. En dat moet ook. Het is een foute buurt.

Waarom ie het doet? ‘Ik groeide op in een buurt als deze en had hier ook terecht kunnen komen.’ Eigenlijk legt de filmslogan het nog het beste uit: ‘Somebody just murdered your friendly neighbourhood hooker’.

Nu is hij rijk maar heeft ook diabetes. Zijn dochter, Della, wordt in het verhaal meegezogen. In plaats van hem terechtwijzen, wat je in veel scripts ziet, helpt ze hem mee.

Er zijn wel wat aanwijzingen voor de moord op deze Mary DeNapoli. Een jongen maakt een film over hoeren: ‘Ik hou van dingen die echt zijn.’ En gaat om met Della. Daarnaast is er een bende. Een man met een bril, Bolting. ‘Hoe heb ik die chick vermoord? Mes of een kernwapen!’ En een groep oude vrouwtjes.

Best een aardig moordmysterie van Ernie Pintoff. Het plot is verrassend genoeg. En mooi: het rauwe, sleazy New York zoals het toen was. Getoeter, bendes, bars, leegstaande gebouwen, vieze straten. Wie daar net zo van geniet als ik heeft aan deze film een goede.

Ook fijn om naar te kijken is komediant Red Buttons, die deze hoofdrol makkelijk aan kan. Alice Playten speelt een net zo geloofwaardige dochter. Die twee New Yorkers samen hebben een chemie dat je toch even achteraf nazoekt of zij misschien niet echt zijn dochter is. O ja, de muziek is verrukkelijk. En wie het nu deed… ja, verrassend genoeg.

Zeven duistere observaties
In Sette note in Nero (1977) gaan we naar Siena in Italië. Een vrouw rijdt een tunnel in en ziet vervolgens allerlei beelden. Een tijdschrift, een gele sigaret, een gebarsten spiegel, een bloedend hoofd, een man die de trap afloopt, iemand die mank loopt en iemand die een muur dicht metselt.

Wat betekenen die zeven duistere observaties? Virginia is verward en bezoekt een occultkenner.

Daarna komt ze in het huis van de familie van haar man en herkent de ruimte uit haar herinneringen. Ze slaat een gemetselde muur open en… vindt een lijk. Een 25-jarige vrouw, een ex van haar man! Hij wordt gearresteerd maar er is weinig bewijs en bovendien werkte hij al jaren in de VS. Hij komt weer vrij.

Wie heeft deze moord gepleegd? En nog een vraag: wie gaat de volgende moord plegen? Want dankzij het visioen weet Virginia (Jennifer O’Neill) zeker dat er nog iemand sterft. Welke agenda heeft de occultist trouwens? Wat maakt het ook uit! Als ze maar achterhalen wie het heeft gedaan (en wie het gaat doen).

De film van Lucio Fulci werd gemaakt tijdens de gialloperiode, maar is het toch niet helemaal. Geen reeks moorden met een glinsterend mes, geen waslijst van kandidaten en geen overdreven spanning. Dit is meer psychologische occult dan ‘een killer on the loose’. Politie is wel ouderwets incompetent – maar gelukkig is daar nog de meedenkende occultist.

De film is enorm sfeerrijk. Een oud huis, visioenen en een echte finale. Sterk is het lichtspel (zwart hoofd voor schilderij met licht, streepjes licht in donker huis, slepende voetstappen) en het acteerwerk is ruim voldoende.

En de film is ongewoon modieus. Virginia loopt in elke scène in nieuwe kleding, haar schoonzus draagt zelfs in opeenvolgende scènes andere kapsels. Op de aftiteling wordt zelfs iemand speciaal voor bont genoemd. Dat is wel heel bont… zelfs voor die tijd. Misschien komt die whodunnit ooit nog, wie al die vossen en hermelijnen liet verdwijnen…

 

11 oktober 2020

 

Komisario Palmun erehdys

Alle Camera Obscura

Sombere mannen

Sombere mannen

door Bob van der Sterre

Hoffman ♦ La Tregua ♦ Vincent, François, Paul et les autres

 

Mannen met depressies: een lastig onderwerp in cinema. Ze zijn vaak psychopathisch of heldhaftig (kan soms hetzelfde zijn) maar zelden ordinair somber. Hieronder drie films die dat niet uit de weg zijn gegaan.

Hoffman (1970) beschrijft het leven van Hoffman. Hij is erg, erg somber. Zo somber dat hij het niet meer raar vindt om zijn secretaresse te ontvoeren en af te persen om zijn zin te krijgen: een weekend met haar door te brengen.

Ongemakkelijke humor met Peter Sellers
Ze heeft er natuurlijk totaal geen zin in. Dat levert pijnlijke opmerkingen van Hoffman op als: ‘Elke man die lijdt aan grote seksuele frustratie zou gek zijn als hij het meisje van zijn dromen niet helemaal… ten volle gebruikt.’ En: ‘Miss Smith, je bent hier om twee armen, twee benen, een gezicht te zijn, en wat in het midden zit.’

Pittig verhaal, dit script van Hoffman. Afpersing, onvrijwillige seks. De ongemakkelijke humor doet denken aan The Office. Dat komt vooral door de dialogen, geschreven door Ernest Gebler, die geweldig klinken dankzij de acteerkwaliteiten van Peter Sellers.

Soms is het wrange humor op zijn best:
– Miss Smith. Ik wil een brief dicteren.
– Nu?
– Ja nu! Aan Miss Janet Smith. Beste Miss Smith, ga naar bed. Hoogachtend. Mr Benjamin Hoffman.

Depressief als hij is, spaart hij zichzelf ook niet: ‘Vrouwen over de hele wereld raken gestrest van mannen met mijn gezichtsuitdrukking.’

Dat Sellers de rol van Hoffman zo sterk speelt, trekt de film omhoog naar een niveau waar het met een andere acteur niet snel zou zijn gekomen. Maar het kwam daarmee ook iets te dichtbij. Zijn portret deed Sellers aan zichzelf denken. Hij probeerde de rechten van de film van Alvin Rekoff te kopen zodat hij zelf de film opnieuw kon verfilmen. Dat mislukte. Resultaat: Sellers werd zelf depressief.

Hoewel ik zijn reactie wel begrijp, moeten we er eigenlijk gelukkig mee zijn dat het niet lukte. Er zijn maar weinig eerlijke portretten van ongelukkige mannen. Met drank als remedie tegen lastige, serieuze emoties waar ook een komediant ook geen raad mee weet.

Menselijke kletsfilm
La Tregua (1974) pakt de somberheid veel meer onderhuids aan. In deze Argentijnse film (naar een boek van de Uruguayaanse schrijver Mario Benedetti) kijken we naar weduwnaar Martin. Hij heeft moeite met het feit dat zijn leven grotendeels voorbij is.

Zijn leven gaat vooral dóór. Een saaie kantoorbaan en moeizame relatie thuis met zijn drie kinderen (Esteban, Laura, Jaime). Zijn bestaan wordt erdoor vergald. Op het werk door flauwe, roddelende collega’s. En thuis door een generatiekloof van jewelste. Een probleem is dat zijn kinderen nog thuis wonen door de economische crisis. Dat levert stress op. Zeker wanneer Jaime homoseksueel blijkt te zijn.

Martin kan niet naar links, niet naar rechts. Het maakt hem immens somber. Een nieuwe generatie haalt hem bovendien in. Enig lichtpuntje nog is Blanca, op wie hij een oogje heeft.

Een menselijke kletsfilm zonder politieke inhoud, die meer zegt over de Uruguayaanse maatschappij van de jaren zestig dan die van Argentinië van de jaren zeventig. Dat is wel een beetje raar. Alsof je een Franse roman zou verfilmen in Amsterdam maar alles verder intact zou houden (zonder er bijvoorbeeld af en toe een ‘Houd je kanis, klootzak’ in te gooien).

De somberheid ligt er niet dik op – eerder het tegendeel. Dat komt dankzij de sterke hoofdrol van Hector Alterio, die hier zijn Martin een echt mooie sombere uitdrukking meegeeft. De somberheid is onderhuids voelbaar. Sergio Renan gaf als regisseur sowieso veel ruimte aan de acteurs, die allen een theatrale achtergrond hadden.

De Argentijnse censors van het fascistische regime lagen blijkbaar niet echt wakker van dit drama. De film werd in 1975 zelfs ingezonden voor de Oscars.

Maar liefst drie sombere mannen
En in Vincent, François, Paul… et les autres uit 1974 zien we niet één, maar drie mannen worstelen met hun somberheid. Vincent: populaire eigenaar van een fabriekje maar niet zo goed in zijn boekhouding. François: arts die gezwicht is voor het grote geld en wiens vrouw met jan en alleman naar bed gaat. En Paul… (daar is ie weer): schrijver die door een blokkade niet meer schrijft en zijn vrouw heeft genoeg van zijn gezeik.

En dus de anderen… Een stroom aan kennissen en vrienden van Vincent, François en Paul. Het is heel gezellig allemaal. Samen op jacht, samen een brandende hut blussen, samen naar een bokswedstrijd.

Ondertussen, achter de schermen, zoals in het echte leven, trekken de vrouwen aan de touwtjes. Hier Julia, Lucie en Catherine. Dat kan het leven voor een man soms erg complex maken. Zoals in het geval van Vincent. Zijn minnares verlaat hem, hij wil zijn ex weer terug en wil zijn eigen bedrijf ook niet kwijt. Het maakt hem radeloos.

Vincent, François, Paul… et les autres is een film die maar een ding wil zeggen: het volwassen leven is moeilijk. In deze film geen oplossingen, geen levenslessen. Dat maakt de film sterk. We lezen het verdriet alleen in de droopy ogen van Yves Montand die Vincent speelt. Is de film daarmee ook goed? Dat is lastiger te zeggen.

Je hebt er iemand als Claude Sautet voor nodig om dat in wezen simpel drama geloofwaardig en menselijk neer te zetten, zonder dat het al té dramatisch wordt, waar modern drama vaak een handje van heeft. Een kenmerk van deze twintig jaar geleden overleden regisseur, die meer van zulk mooi drama maakte, zoals César et Rosalie en Un Mauvais Fils.

1974: een tijd dat Gérard Depardieu nog in de schaduw speelde van andere grootheden, Yves Montand, Serge Reggiani en Michel Piccoli (onlangs aan ons ontvallen). Zo fit (toen nog) dat Depardieu geloofwaardig voor een amateurbokser door kon gaan. En dit waren tijden dat men zoveel pafte dat ik deze film ervan verdenk zichzelf te financieren met sluikreclame.

Ook lekker seventies is de de bokswedstrijd waarmee de film relaxed nog een minuut of twintig duurt. Misschien was de editor ook even levensmoe en liet ie de filmkraan maar lekker lopen. Waar is het toch allemaal goed voor, alles, immers?

 

7 september 2020

 

Hoffman (1970)

 

 
Alle Camera Obscura

Eigenwijze meisjes

Eigenwijze meisjes

door Bob van der Sterre

Das Schrecklichen Mädchen ♦ All Men are Liars ♦ Galls

 

Meisjes en vrouwen: vaak problematisch in cinema. Te perfect, te oppervlakkig, te stoer. Waar zien we eerlijke portretten van leuke en eigenwijze vrouwen? Er zijn een paar voorbeelden in de obscure hoek. 

In Das Schrecklichen Mädchen uit 1989 is de brave Sonja een modelleerling. Ze schrijft een essay, wint een prijs, versiert de leraar en haar broers en zussen krijgen aldoor te horen: Schrijf ook een boek zoals Sonja.

Foute burgemeester
Haar tweede essay heeft een lastiger onderwerp: haar dorp Pfilzing in de Tweede Wereldoorlog. Ze maakt heel wat los in haar zoektocht naar de waarheid achter de foute burgemeester Zumtobel. Daarbij prikt ze op een plekje waar de lokale oudere Duitsers niet graag geprikt willen worden: oorlogsgeschiedenis. Ze loopt het ene archief in en het andere uit. Het krijgen van twee kinderen stopt haar niet om verder te werken aan dit project.

Het leuke van Das Schrecklichen Mädchen is dat het verhaal totaal niet voorspelbaar is. Het is typisch Duits in de zin dat het gaat over geschiedenis en politiek. Bijna een whodunnitmysterie over wat er veertig jaar eerder in de oorlog gebeurd is. Haar strijd voor de waarheid levert veel negatieve reacties en bedreigingen op.

Ook is de stijl van deze namaakdocumentaire niet zo gewoon als je denkt: het is erg losjes en bevat volop komische knipoogjes, zoals dat Charlie Zumtobel – afstammeling van een in de oorlog foute Zumtobel – een chocoladefabriek heeft. Héél losjes is de bank met tafel die om een markt rijdt (alsof ze in hun huiskamer zitten). De truc schiet zijn doel voorbij maar laat zien dat de makers wel lef hadden. Of denk aan de persmensen die in haar huiskamer op haar afspringen. Of het enorme tempo. In veertig minuten zie je al meer dan in menig complete speelfilm.

Een leuk portret van een getalenteerde, eigenwijze vrouw. Zo zie je maar dat het best goed kan komen met je stoutheid als anderen je de stuut van de klas noemen. Eigenwijsheid zit aan de binnenkant. Bovendien is deze satire van 1989 nu nog steeds van toepassing.

Alle mannen liegen
In All Men are Liars uit 1995 zijn er een aantal eigenwijze meisjes. Ze vormen een toerende meisjesband. Op een dag komen ze aan in een klein stadje. De meisjesband ontslaat daar de enige man (hij loog en ging met twee bandleden tegelijk) en zoekt een vrouw, om voor eens en voor altijd van die mannen af te zijn.

De meisjes in de band hebben geen man nodig. Hoewel natuurlijk niet iedereen lesbisch is, en sommigen toch de aanrakingen wensen van een man, zoals bijvoorbeeld de zachtaardige Angela.

In het stadje woont de even zachtaardige Mick, die vrouwelijke trekken heeft. Zijn moeder neemt de benen (voor de zoveelste keer). De druppel: zijn vader die zonder wat te zeggen de piano heeft verkocht.

De meisjesband biedt kansen voor Micks muziekcarrière. Maar een man willen ze dus niet meer. Opgejut door zijn broertje verkleedt hij zich als Michelle en dringt tot de band door. Maar natuurlijk niet tot het hart van het Angela, die juist een beetje haar ‘wilde’ kant aan het ontdekken was. Ze datet Micks vader en kust Mick als Michelle. Maar alle mannen liegen, komt ze achter.

Ik hou van Australische films. Ze zijn niet zo hemelbestormend of origineel. Wel hebben ze meer het hart op de juiste plaats dan de meeste Amerikaanse films. Een maf hart meestal – je moet ervan houden – maar dat is beter dan film als een herhaalbare truc te benaderen.

Ze gaan zo vaak over halvegaren – zoals Barry in deze film ook weer is. Niet alleen idioten spelen vaak een grote rol. Ook travestie. Denk aan Priscilla, Queen of the Desert of Dame Edna. Van die onderwerpen waar we in Nederland al decennia eerder stopten met om te moeten gniffelen.

Frappant is dat juist deze schattige ninetiesfilm een carrièrekiller was voor iedereen, op John Jarratt (vader Barry) na. Regisseur Gerard Lee schreef pas twintig jaar later weer een filmscript (en niet lang daarna de populaire serie Top of the Lake). Hoofdpersonen Toni Pearen en David Price hadden met hun charmante spel en knappe gezichten een mooie loopbaan in het vooruitzicht. Maar speelden nooit meer in een film!

Een hut, aardappelsoep en liefde
In Gals (1961) komt Tosya, een zeldzaam eigenwijs meisje, aan in een Siberisch gehucht. Jonge mannen hakken daar hout, vrouwen bereiden het eten. Dat staat in het Sovjetplan. ‘Van 1 kubieke meter hout kun je 200 kilo papier maken. Jouw handschoenen zijn niet van wol… maar van dennenhout.’

In dit sneeuwrijke Sovjetdorp is het hard werken voor Tosya. Het is haar eerste baan. ‘Heb je geen kussen mee? Wat kom je hier doen dan?’ Ze moet takken rapen in het bos en ze is de kok.

Tosya is flink eigenwijs. Ze gaat tekeer tegen apparatsjiks, laat zich door niemand iets aanpraten. ‘We laten je niet gaan.’ ‘O, je hebt geen recht, ik ben oud genoeg, ik heb een paspoort, ik loop wel blootsvoets door de sneeuw!’

Dat trekt de aandacht van jongens. Ilya, topdammer, wedt er een bontmuts om dat ze binnen een week de zijne zal zijn. Maar hij gaat meer voelen.

Een charmante, mooi gefilmde en ook volslagen oubollige komedie over meisjes en jongens. Zegt in zijn oubolligheid veel over deze tijd in Sovjet Rusland. Dit is een Sovjetideaal (maar goed, romcoms zijn per definitie romantisch, en dit blijft natuurlijk een communistische productie). Een hut, aardappelsoep en liefde, meer heb je niet nodig.

De rolpatronen zijn wel even een stap terug voor mensen in onze tijd en maatschappij. Vrouwen doen het simpele werk, mannen zijn hardcore. En ze drinken bier (maar altijd iets minder dan in de werkelijkheid).

Het eigenwijze kind is ook wel onuitstaanbaar, doet alles gehaast en emotioneel. Anfisa geeft alleen haar eerlijke mening (liefde bestaat niet) en Tosya slaat er meteen op los! De flirtles die daarop volgt van Anfisa is indrukwekkend… De film vergeet daar even zijn braafheid.

Kortom: eigenwijsheid is leuk maar zoals met alles…  met mate!

 

18 januari 2020

 

All Men are Liars

 

 
Alle Camera Obscura

Camera Obscura Quiz

Welkom bij de grote Camera Obscura Quiz!

Voor de duidelijkheid: deze quiz is niet heel serieus, zoals de rubriek Camera Obscura ook niet zo heel serieus is. Bob van der Sterre, die deze rubriek al 10 jaar maakt, stelde de quiz samen.

De vragen zijn uiteraard obscuur, zoals je bij een obscure quiz niet anders zou mogen verwachten. Wil je het toch proberen? Ga je gang!
Het zijn 40 vragen, je bent er ongeveer een kwartiertje mee bezig.

Ga hier naar Camera Obscura

Onverfilmbare boeken

Onverfilmbare boeken

door Bob van der Sterre

Ulysses ♦ Zazie dans le Métro ♦ Majstor i Margarita

 

Ze hebben sommige regisseurs toch niet afgeschrikt om het toch eens te proberen. Denk aan de trilogie van Lord of the Rings. Hier films van drie andere boeken waarvan je niet begrijpt dat iemand het toch durfde.

Een onverfilmbaar boek is een boek waarbij de nadruk ligt op stijl of een ander literair idee. Zaken die niet te vertalen zijn naar het scherm. Tegenwoordig zijn romans netter, meer gepolijst, als het ware hebben de schrijvers ervan de contracten voor de film- of tv-productie al in het achterhoofd. In vroegere tijden golden andere wetten.

Niet achttien uur lang
Neem Ulysses, James Joyces roman uit 1922. De kortste synopsis: Stephen Dedalus, Leopold Bloom en Molly Bloom beleven een dag in Dublin. Hun karakters zijn gebaseerd op de karakters van Homerus’ Odyssee. Ulysses is een niet makkelijk te lezen boek. Meer literaire stijlen en grillige associaties vind je zelden in een roman.

In de jaren zestig kocht Joseph Strick toch de filmrechten van James Joyce’ Ulysses. Niet voor niets dat mensen er nog niet voor in de rij stonden om dat te doen. Zelden was een roman onverfilmbaarder.

In 1967 verscheen de film eindelijk. De reacties waren positief. En met recht. De film ademt veel zelfvertrouwen met z’n visuele vondsten en de combinatie van ernst en speelsheid – die heel goed past bij Ulysses. Bloom loopt een restaurant binnen, je ziet mensen eten en je hoort varkensgeluiden. Soms moet je zelfs denken aan Monty Python.

Het knappe is het evenwicht van vondsten en mensenportretten. In de kern blijven Bloom en Dedalus echte mensen met echte issues. Hoewel het budget laag was, hebben Strick en zijn crew zich overtroffen met het acteren en het camerawerk. Terwijl hij toch vond dat hij veel te weinig tijd had om het echt goed te doen.

Hoewel de film tammer lijkt dan Stricks The Balcony had Ulysses meer last van censuur. Daarmee was het een echo van de publicatieverboden rondom het boek destijds. Ierland hield het vertoningsverbod zelfs vol tot zo’n tien jaar geleden. De Britse censor in 1967 eiste 29 cuts in de film. Strick verving ze door blanco stukken met gruwelijke geluiden. De verbaasde censor liet de film toen maar compleet vertonen.

Godzijdank voor al die mensen heeft Strick niet vastgehouden aan zijn oorspronkelijke idee om de film achttien uur te laten duren. Wat een werk had dat wel opgeleverd voor censors? Er hadden er 100 alleen voor deze film moeten worden aangenomen.

Lichtvoetige coming of age
Een ander onverfilmbaar boek is Zazie dans le Métro. De lichtvoetige coming-of-ageroman van schrijvende wiskundige Raymond Queneau is een van de grappigste boeken die ik ken.

Zazie komt op bezoek bij haar oom, Gabriel, die misschien wel ‘hormoseksueel’ is. In elk geval is hij nachtclubdanser en woont hij samen met Albertine. Zazie bezorgt hem hoofdbrekens met moeilijke vragen over volwassenenonderwerpen en het aldoor weglopen, waarna ze in contact komt met Pedro de Dumpkoning en weduwe Mouaque.

En dan wil ze per se met de metro. Maar die staakt.

Wat er onverfilmbaar is aan Zazie dans le Métro uit 1959, is de schrijfstijl. Anders dan de sobere Nederlandse romans die al praktisch scriptklaar zijn*, zit deze roman barstensvol geestige stilistische vondsten die je niet in beeld kunt samenvatten. En dan is de roman gebaseerd op een haast onzichtbare wiskundige structuur (de Oulipogroep).

In 1960 waagde Louis Malle zich toch aan een verfilming. Hij was nog geen dertig en besloot brutaal dat hij het boek niet letterlijk wilde verfilmen, maar ‘filmisch hervertellen’.

De nadruk kwam te liggen op stijl. Neem de passage waarbij Zazie en Gabriel over straat lopen. De camera is 12 frames per seconde (in plaats van de gebruikelijke 24), de twee lopen extra langzaam, zodat het net lijkt of ze door hypersnel Parijs lopen.

Je ziet de invloed van deze film op bijvoorbeeld Jean-Pierre Jeunets Amélie. Dat is grensverleggend maar ook wel vermoeiend. De stripversie die een paar jaar geleden verscheen, blijft dichter bij het boek. Daarin komen de dialogen beter uit de verf.

Leuk om te weten: Queneau was zelf een groot filmfan en werkte mee aan diverse films, zoals een verfilming van zijn eigen roman La dimanche de la vie (regie Jean Herman) en films als La Grande Frousse en Un Couple (Jean-Pierre Mocky); Monsieur Ripois (René Clement) en Le Mort en ce Jardin (Buñuel).

De frustratie van een schrijver
Majstor i Margarita (1972) was een Italiaans-Joegoslavisch project van Aleksandar Petrovic om het beroemde boek van Michael Boelgakov te verfilmen.

Het boek, voltooid tijdens Michael Boelgakovs sterfbed, gaat over de frustratie van de schrijver om te leven in een literaire doodse periode als de jaren dertig in de Sovjet-Unie. De ‘meester’ is een toneelschrijver wiens toneelstukken nooit het daglicht zullen zien (zoals Boelgakov ook regelmatig overkwam). Hij heeft een toneelstuk over Jezus Christus en Pontius Pilatus geschreven. Tegelijk loopt Satan (Woland) met zijn vazallen (Azazello, Behemoth) rond in Moskou en straft hij alle bureaucraten.

Voor een geestig en fantastisch boek als De Meester en Margerita blijft er in deze filmversie jammer genoeg weinig enerverends over. De meester heet hier ineens Maksomoedov en succesvol, en het Pontius Pilatus-verhaal is praktisch afwezig. De film springt ook te saai om met de satire en humor van het boek.

Wat wel positief is, zijn de hoofdrollen van Ugo Tognazzi (de juiste integriteit), Alain Cuny (Woland: ‘Ze noemen me ook wel Beëlzebub of Lucifer’) en Mimsy Farmer (Margerita), hoewel die rol erg afwijkt van het boek.

De verfilmingen van dit boek lijken vervloekt. In 1994 maakte Yuri Kara een versie die pas in 2011 verscheen – nadat de kleinzoon van Boelgakov de verschijning alsmaar tegenhield. In 1996 maakte Sergey Desnitsky een andere versie, die zulke negatieve reacties opriep dat ze de film nooit in omloop lieten gaan. In 2008 verscheen een Italiaanse versie, zich afspelend in een hedendaags Florence (?). Ten slotte werd een animatieversie nooit uitgevoerd door geldgebrek.

Ik zie de komende jaren nog wel een ‘echte verfilming’ van een beroemde naam (Guillermo del Toro?). Als het maar niet wordt uitgevoerd door de mannen die nu de creativiteit remmen op basis van andere ideologie: de keiharde knaken. Dus de Berliozzen, Bobovs en Rimski’s van deze tijd. Laat die nou maar eens enorm opdonderen!

 

* Mompelde hier iemand Het leven is verrukkulluk van Remco Campert? Dat boek, dat hij schreef in 1961, is een regelrechte Queneau-rip-off! (Net als hoe Het Diner ‘sprekend’ lijkt op de film Festen, het boek meldt dat zelfs trots op de cover.)

 

6 juli 2020

 

Ulysses

 

Alle Camera Obscura

Strips en films

Strips en films

door Bob van der Sterre

Jeu de Massacre ♦ Kdo chce zabit Jessii? ♦ Condorman

 

De Marvelhausse van het afgelopen decennium heeft op gigantische filmschaal comics populair gemaakt. Van Thor tot Spiderman, van Daredevil tot Iron Man. Met strips hebben ze alleen weinig meer te maken. Anders dan deze drie obscure voorbeelden.

Strips: dan kunnen we niet zonder Frankrijk. De beste kandidaat: Jeu de Massacre (1967). Een film van de onderschatte Alain Jessua, die eerder in Camera Obscura figureerde met Traîtement de Choc.

Playboy Bob
De hoofdpersoon van dit verhaal is playboy Bob. Hij is superrijk maar heeft het brein van een kind. Dat merken striptekenaars Pierre en Jacqueline, op bezoek bij zijn moeders landhuis in Zwitserland, waar hij nog woont.

Bob is wat getroebleerd. Hij speelt spionagespelletjes met Pierre en Jacqueline. Hij heeft een aparte schietkamer. Vaart ie op een motorboot, scheert hij langs zwemmers en vissers.

Als hij dan gaat meedenken met de nieuwste strip van het duo, met in de hoofdrol een gewapende playboy, genaamd Le tueur de Neuchâtel (‘de killer van Neuchatel’), zou je op je hoede moeten zijn. Als dan de portemonnee wordt getrokken, overtuigt Pierre dat voldoende (Jacqueline haar mening doet er niet toe, dit is 1967). Maar wie A zegt, moet ook B zeggen.

Jessua maakte volle en intense films zonder compromissen. Dat maakt ze nog steeds de moeite waard om te zien. Jeu de Massacre won in 1967 de prijs voor het beste scenario in Cannes.

Een plus zijn de kleurrijke strips die af en toe langskomen. Die doen denken aan Iris, de legendarische Nederlandse strip van Lo Hartog van Banda en The Tjong Khing.

Ook sterk: de montage. Die is van het type dat iemand zegt ‘Ik ga naar hem toe’, om vervolgens meteen op een deur te kloppen. Daarmee ontstaat ook een stripeffect. En je kunt meer vertellen in je film.

Tweedimensionaal scherm
Kdo chce zabít Jessii
(of: Who Wants to Kill Jessie?) is van een jaar eerder, 1966 dus, uit Tsjechië. Om maar meteen de titel te beantwoorden: dat zijn de bad guys ‘Superman’ en ‘Pistolnik’. En dat doen ze in een strip voor een blad voor wetenschappers.

De sullige wiskundeleraar Jindrich Beránek leest die strip op een achternamiddag. Vervolgens droomt hij over de sexy Jessie. Zijn vrouw dokter Ruzenka komt net thuis met de wetenschap dat ze met een serum dromen kan manipuleren. Ze checkt Jindrich’ droom, ziet dat hij droomt over Jessie, en spuit hem in met het serum om hem beter te laten dromen.

Er gaat iets fout. Jindrich’ droom ‘ontstaat’ in het gewone leven. Heldin Jessie en ‘Superman’ en ‘Pistolnik’ lopen ineens hun appartement te slopen.

Het knappe van Who Wants to Kill Jessie? is dat de strip op grappige wijze is overgebracht naar het tweedimensionale scherm. Dat gebeurt met stripfiguren die praten via echte tekstballonnetjes (‘ploeesjj’ klinkt dan). Ze blijven ook dezelfde eendimensionale figuren als in de strip. Veel meer dan hun stripwereld snappen ze niet.

De vakkundige komedieregisseur Václav Vorlícek (vorig jaar overleden) wist wel hoe hij de grappen uit zo’n script moest uitbuiten, zoals hij ook deed met andere films (Konec Agenta 4WC en Pane, vy jste vdova!). Hoog tempo, veel geestigheid.

Maar ook subtiele geestigheid. Zoals bij de rechtszaak: ‘Ze zijn niet echt mensen. Noem ze visioenen. We kunnen de visioenen niet aanklagen maar wel hun dromers.’ Andere politieke grapjes: het omkopen van de gevangenisbewaarder, de nutteloze agent bij de rioolput, de van het overtollig bier profiterende medewerker (die het vuile werk mag opknappen).

De film begint met echte striptekeningen van striptekenaar Kája Saudek, die nog een echte strip zou maken (Muriel) op basis van de actrice die Jessie speelt (Olga Schoberová). Later kwam ze nog op de cover van de Playboy terecht.

Ja, de film is wat conventioneel maar de creativiteit in deze film (kleding, montage, sets) maakt dat goed. Een Amerikaanse filmversie met Jack Lemmon zou er nooit meer van komen toen de Sovjettanks eenmaal weer rondreden in Praag.

Spionageparodie
Wel Amerikaans is Condorman uit 1981. Woody Wilkins, de hoofdrolspeler van de film, springt van de Eiffeltoren in een poging ‘condorman’ te zijn, zijn eigen stripkarakter. Zoals het meer gekken vergaat: hij verzuipt bijna (in de Seine).

Woody mag al blij zijn dat hij wat simpel koerierswerk mag doen voor zijn CIA-vriend Harry. Hij moet iets naar Istanbul brengen. Wie zou niet een half krankzinnige dromer vertrouwen met zo’n klusje? Alleen een beste vriend, die zegt: ‘Woody, je bent een goede tekenaar, en je bent een goede striptekenaar, maar je bent waardeloos als vogel.’

Uiteraard komt Woody terecht in maffe avonturen als Sovjet-spionne Natalia wil overlopen. Ze wil ook dat Woody de overstap regelt. Daardoor krijgt Woody de CIA zo gek om hem echt zijn eigen stripheld condorman te laten zijn. Compleet met condorwagens en condorboten.

Aan de andere kant wil de Sovjet-spion Sergey Krokov juist alles voorkomen. Temeer Natalia zijn oude liefje is. ‘Heb je dit rapport over deze Condorman gezien? Deze man Wilkins? Hij is een amateur, hoor je? Hij is geen agent van de CIA! Hij is striptekenaar!’

Klinkt wel aardig, en de geanimeerde intro belooft wel wat leuks, maar de uitvoering laat veel te wensen over. Hoewel het verhaal gebaseerd is op de spionageparodie van Robert Shackley (The Game of X), hoewel Michael Crawford (erg geestig in The Knack…) condorman speelt, hoewel Barbara Carrera (Never say Never Again) zijn tegenspeelster is, en hoewel Oliver Reed Krokov is, en hoewel Disney een redelijk budget had, is het bij elkaar niet echt geslaagd en is het niet raar dat de film destijds flopte.

Een ding is wél memorabel: de achtervolgingsscène met vier zwarte Porsches. En de speedboatachtervolging met lasers gaat voor de cultprijs.

Oliver Reed liet zich tijdens de opnamen van zijn meest oliverreedsiaanse kant zien toen hij de deur van de helikopter opendeed om Barbara wat angstiger te laten kijken (dat lukte) en stomdronken zijn smoking in zee smeet (werd gered door een assistent).

Toegegeven, Condorman heeft diverse stripachtige actiescènes. Desondanks is de film niet veel strip. Laten we daarom eindigen met een uur lang hysterische Spaanse striphumor met Mortadelo y Filemón (1971). Wie weet nog hoe dit stripduo in het Nederlands heet?

 

6 juni 2020

 

Kdo chce zabit Jessii?

 


Alle Camera Obscura