Dutch Mountain Film Festival 2026 – Preview 2

Dutch Mountain Film Festival 2026 – Preview 2:
Een auerhoen, rendierkuddes en een hertenhoofd

door Paul Rübsaam

Deze tweede preview van editie 16 van het Dutch Mountain Film Festival (DMFF) voert onder andere naar de Vogezen en Lapland. Verder zien we hoe een Slowaakse moeder de moeder aller bergen wil bedwingen en is er aandacht voor droefgeestige animatie, komische animatie en moderne Italiaanse bouwkunst.

Whispers in the Woods – Het fantoom van het auerhoen
We zien een donkere lucht met mistflarden, horen haast hemelse zangstemmen en beginnen de vage contouren van hoge bomen te onderscheiden. Langzaam maar zeker tekenen de blauw-groen-grijze tinten zich af van een bos in de vroege ochtend. Een moeilijk te identificeren zoogdiertje vlucht weg, een uiltje strijkt neer op een tak en fladdert weer op. Ondertussen kijkt een jongen van een jaar of twaalf waakzaam om zich heen.

Die jongen is Simon Munier, zoon van Vincent Munier, de regisseur van de natuurdocumentaire Le Chant des forêts (Whispers in the Woods), waar we de eerste beelden van zien. Samen met zijn vader en grootvader Michel bevindt hij zich midden in een bos in de Franse Vogezen.

Whispers in the Woods

Whispers in the Woods

’s Avonds, als het kaarslicht brandt in het groene houten huisje waar het drietal verblijft, beschrijft natuurvorser Michel Munier zijn herinnering aan een moment ergens in de jaren zestig van de vorige eeuw. Er lag toen een dik pak sneeuw, zoals beelden ons ook tonen. Een windvlaag trok kortstondig het mistgordijn open dat over de sneeuw hing. Even werden de contouren zichtbaar van een auerhoen, een grote trotse vogel met een waaiervormige staart. Daarna sloot het gordijn zich weer. Voor Michel was het alsof hij een fantoom had gezien.

Betoverd door de fantoomvogel besloot Michel Munier vanaf dat moment zelf ‘een fantoom’ te worden. Voortaan zou hij heel vroeg op pad gaan (soms zelfs vroeg in de nacht), zich verdekt opstellen en eindeloos geduld hebben. Zodat hij ook de zang van het auerhoen kon horen en de paringsdans kon zien. Maar ook andere vogels, zoogdieren, bomen en planten kon aanschouwen en alle geheimen van het bos ontsluieren.

Zo beeldend als zijn vader kan vertellen, zo verhalend kan Vincent Munier filmen. De pure aanschouwing van het ongestoorde dier in zijn natuurlijke omgeving staat daarbij voorop. Woorden als ‘mooi’ en ‘schitterend’ schieten tekort bij een beschrijving van de beelden in Whispers in the Woods. Hoe speelt Munier het klaar? Dat hij over de beste apparatuur beschikt, is maar een heel klein deel van de verklaring. Belangrijk zijn onder andere de tijdstippen die hij kiest (vaak rond zonsopkomst en zonsondergang), de belichting, zijn oog voor detail, zijn geduld en de weldadige lengte van zijn shots.

Zoals het shot waarin de waterlijn van een meer de breedte van het hele kader vult en je een hert, bijna als een silhouet in de mistige, nog schemerdonkere ochtendlucht behoedzaam van rechts naar links door het water ziet waden, op gepaste afstand gevolgd door haar nog behoedzamere kalf.

Of het shot dat tot stand komt nadat Michel een half opgegeten hert in het bos heeft gevonden en hij samen met Vincent de lynx betrappen wil, die de andere helft van zijn maaltijd vermoedelijk nog op zal komen halen. Vroeg in de nacht zetten vader en zoon in de buurt van het halve kadaver hun camouflagetent op. Turend door het gat in de tent, met hun camera’s ingesteld moeten ze een tijd wachten. Maar uiteindelijk nadert de grote kat die zijn buit wil ophalen dan toch de zich angstvallig stil houdende mannen en kunnen zij hun gedroomde close-ups maken, waarbij je de neusvleugels van de lynx kan zien trillen en de grote, spiedende ogen meer dan levensgroot in beeld krijgt.

Whispers in the Woods staat in dienst van de natuurobservaties, maar een verhaallijn is niettemin aanwezig. Die betreft de vertegenwoordigers van de drie generaties Munier en (de toekomst van) de Vogezen als natuurgebied. Maar ook en niet in de laatste plaats het mysterieuze auerhoen.

Michel Munier verwondert zich erover hoe jonge, nog als groene plantjes ogende berken kunnen wortelen in de liggende stammen van hun voorouders. Zelf heeft hij niet alleen bijgedragen aan de ontwikkeling van zijn beroemde zoon, maar hoopt hij ook een voorbeeld te zijn voor zijn kleinzoon, die we in de sneeuw letterlijk in de voetsporen van zijn grootvader zien treden. Simon observeert even ademloos en verwonderd de natuurverschijnselen als opa Michel en vader Vincent dat doen. Al mogen die twee wat hem betreft af en toe een leerzaam verhaaltje overslaan en wil de beginnende puber soms liever even uitslapen dan de geluiden opvangen van de allervroegste vogels.

Klimaatverandering en menselijke activiteiten hebben ook in de Vogezen hun sporen nagelaten. Het is al een tijd geleden dat Michel het auerhoen daar nog heeft gezien. Waar kan de jonge Simon de gekromde gele snavel, het donkerblauwe verenpak en de haast menselijke grijze ogen van het dier dan nog in het wild aanschouwen? En zijn klokkende, haast mechanisch klinkende baltsgeluid nog horen? Daarvoor zullen ze noordelijkere streken moeten opzoeken. Niettemin is Michel Munier ervan overtuigd dat de geest van het auerhoen nog ergens in de Vogezen aanwezig is. “Als trillingen die in ons resoneren en ons inspireren”, zoals hij zegt.

Árru – Yoik-drama met vleugje Vinterberg
De Noors-Zweeds-Finse productie Árru is een muzikale speelfilm die zich afspeelt in Lapland. Meer in het bijzonder in de regio Sápmi, die Noorwegen, Zweden, Finland en zelfs een stukje van Rusland doorkruist. Regisseuse (en choreografe) Elle Sore Sara is uit dat gebied afkomstig.

Niet alleen letterlijk houdt de film zich niet aan grenzen. Ook qua genre is deze niet direct in één hokje te plaatsen. Árru (dat zoiets als ‘hindernis’ betekent) wordt wel aangeduid als Yoik-drama. Dit verwijst naar de belangrijke rol die is weggelegd voor traditionele, vaak zonder instrumentale begeleiding gezongen liederen (Yoik), waarmee Sámi (Lappen) met woorden en soms alleen klanken mensen, dieren of geesten aanroepen. De stemmige Yoik-liederen sluiten naadloos aan bij de ingetogen acteerstijl van de personages. Nog daargelaten dat Árru met een angstvallig verborgen gehouden familiegeheim en een familiefeest herinneringen oproept aan het grimmige Festen (1998) van de Deense regisseur Tomas Vinterberg.

Árru

Árru

In de openingsscène zien we hoe Maia (Sara Marielle Gap Beaska), een jonge Sámivrouw met een traditionele hoge muts op haar hoofd, zich in een heuvelachtig sneeuwlandschap ontfermt over een vastgebonden rendierhinde. Ze begraaft het bloederige doodgeboren kalfje van het dier in de maagdelijk witte sneeuw en bekruist het grafje, waarna ze de aangeslagen moeder met vastgebonden poten achterop haar sneeuwscooter legt.

Het dier zal weer bevrijd worden zodra Maia met de scooter aankomt bij de rendierkudde die op dat moment gehoed wordt door haar broer Dánel (Simon Issát Marainen) en haar dochter Áilin (Ayla Gáren Nutti). Het gewei, dat bij rendiermoeders na de geboorte van hun kalf loslaat, wordt bij een steen gelegd. Dan heft Maia een lied aan over de bergen van Gáiru (waar ze zich bevinden), die zorg dragen voor de kudde, evenals de heilige steen dat doet. Áilin en Dánel vallen in en zingen over het bevrijdende zonlicht. Tenslotte kust en knuffelt Maia de ongelukkige rendiermoeder.

Maar de zomer, als het ’s nachts in Gáiru alleen maar een beetje schemert en het groene landschap met zijn koele meren idyllisch oogt, is niet zorgeloos. Want er zijn vergevorderde plannen om in het gebied een kopermijn te vestigen. Dat zou betekenen dat de rendierherders Maia en Dánel, die op jonge leeftijd hun ouders verloren, een groot deel van hun kudde moeten slachten, dan wel met de dieren moeten uitwijken naar een ander gebied.

Maia onderhoudt echter contact met haar naar Canada geëmigreerde oom Lemme (Mikkel Gaup), die over de nodige connecties beschikt, waaronder die met een gerenommeerd advocatenkantoor. Volgens de juristen zouden de rendierhouders de vestiging van de mijn voor de rechter aan kunnen vechten.

Tot Maia’s verwondering zegt Lemme niet alleen telefonisch zijn hulp toe. Hij keert voor de gelegenheid zelfs weer terug naar zijn geboortegrond. De in zichzelf gekeerde Dánel lijkt niet erg blij te zijn met de komst van zijn bazige oom. Maia zelf vindt dat Lemme, die mede-eigenaar is van de rendierkudde, te veel aan financieel gewin denkt en te makkelijk over het offeren van de dieren.

Lemme weet wel van aanpakken. Hij organiseert een bijeenkomst in aanwezigheid van de pers, waarbij de hele familie, inclusief de oma en tante van Maia en Dánel, alsmede vele andere genodigden, verschijnen in kleurige Sámi-klederdracht. Vanaf een podium neemt hij het woord: “Het land is niet van jou, niet van mij, en zeker niet van Scandi Copper’s (de kopermijn, PR)”, scandeert hij. “Het is van de rendieren, het gras en de wind.”

Ook Ailin wordt op het podium geroepen en het publiek ten voorbeeld gesteld als toegewijde jonge herderin, die later vermoedelijk eigenaar zal zijn van een grote rendierkudde. Vervolgens laten het meisje en andere jeugdige Sámi zien dat ze niet alleen traditionele, maar ook moderne zang- en dansvormen beheersen.

Toch blijft er iets knagen. Dat betreft niet alleen de toekomst van de kudde, maar ook de persoon van Lemme. Dánel, die zijn oom uit de weg gaat, begint steeds meer te drinken en te blowen en gedraagt zich steeds onaangepaster. Ondertussen krijgt Áilin een vermoeden van wat hem dwars zit. Spelletjes schaak zouden daarbij een minder onschuldige rol kunnen hebben gespeeld dan je zou denken.

Áilins moeder Maia komt tussen twee vuren te zitten. Terwijl (over)grootmoeder Ákkhu, die als hoofd van de familie binnenkort haar verjaardag viert, heeft laten weten dat tweedracht binnen de familie uit den boze is. In haar vertwijfeling roept Maia de naakte geesten van haar voorouders aan om haar de weg te wijzen in het doolhof waarin ze zich bevindt.

Verrassende plotwendingen volgen in dit beklemmende familiedrama, dat met muziek, dans en verwijzingen naar de moderne tijd (van het gebruik van smartphones tot breakdance) toch volop respect weet te betuigen aan de Sámi-cultuur en een zowel traditionele als actuele ecologische boodschap verkondigt.

Everest: A Mother’s Peak – Uitgerekend deze vrouw op deze berg
Lucia Janičová wil als eerste Slowaakse vrouw op de top van de Mount Everest staan. Dat lijkt een wat kleurloos Guinness Book of Records-achtig streven en een weinig onderscheidend onderwerp voor een bergfilm. Everest: A Mother’s Peak van de Schotse regisseur Paul Diffley weet het gegeven echter van een verrassende eigen inhoud te voorzien.

Om te beginnen door de hoogste berg ter wereld een ziel toe te dichten. Aanknopend bij de Tibetaanse naam van de Everest: ‘Chomolungma’ (‘godin-moeder van de wereld’), wordt deze ons daadwerkelijk voorgesteld als vrouw en moeder. Met een over haar flanken en ijsvelden echoënde, mysterieuze vrouwenstem, die verlokkend maar ook waarschuwend klinkt.

Maar vooral met dank aan de persoon van Lucia Janičová zelf: een goedlachse, maar ook niet zelden geëmotioneerde blonde vrouw met sprekende lichtblauwe ogen en een neuspiercing. Ze kan het nauwelijks over haar hart verkrijgen om haar dochtertje Adélka voor twee maanden toe te vertrouwen aan de zorg van haar eigen moeder (Adélka’s oma). Ze wil met haar beklimming haar dochtertje laten zien dat een vrouw alles kan bereiken, als ze daar maar haar zinnen op zet.

Everest: A Mother's Peak

Everest: A Mother’s Peak

De in 1986 geboren, als chemicus op een laboratorium werkzame Slowaakse probeert in het beeld dat ze schetst van haar eigen niet bepaald makkelijke jeugd de nodige nuances aan ten brengen. Haar vader bracht zijn zin voor avontuur over op zijn zes kinderen, waar Lucia hem dankbaar voor is. Maar van zijn driftbuien als hij gedronken had, hebben zij, haar drie zussen en twee jongere broertjes wrange gevolgen ondervonden. Ook is Lucia als nog jong meisje door een niet met name aangeduid manspersoon verkracht. Het trauma dat daar het gevolg van is, draagt ze nog steeds met zich mee. Ze hoopt dat de beproeving die de godin-moeder van de wereld voor haar in petto heeft haar daarvan kan bevrijden.

Die beproeving zal des te zwaarder uitvallen omdat Janičová geen goed getrainde alpiniste is. Met de nodige steun en begeleiding moet ze een hoogtestage en een intensief trainingsprogramma doorlopen. Een uit de zee oprijzende rotsnaald bij Schotland, de Mont Blanc. De Mera Peak in Nepal en de Aconcagua in de Andes komen daar in die volgorde aan te pas. En ook een sportschool, een klimhal en zuurstofopnametesten.

Nadat tijdens het afscheid van haar dochter en haar moeder op het vliegveld de tranen rijkelijk zijn gevloeid en Janičová zich samen met haar gids (de nuchtere Sherpa Rinjin Bhote) en andere expeditieleden eenmaal gevestigd heeft in het Everest-basiskamp op 5300 meter, horen we opnieuw de stem van Chomolungma.

Up here the past returns, holding what pain has buried, galmt de vrouwelijke berg, waarmee ze lijkt te doelen op het trauma van de Slowaakse die zich op haar flanken waagt. En ze vervolgt: The pelgrims must learn how to survive where my air is thin. They move in cycles, climbing towards my higher realm and then falling back again. Een verwijzing naar het acclimatisatieprogramma van de expeditie, waarbij eerst naar een hoogte van ruim zesduizend meter wordt geklommen, om vervolgens ter voorbereiding op de summit push weer terug te keren naar het basiskamp.

De hoogte speelt Janičová niettemin parten. Benauwdheid en hoofdpijn kwellen haar. Daarnaast heeft ze ook nog te kampen met diarree en de ongemakken van haar maandelijkse cyclus. Pain marked her passage. Not as weakness, but as right, weet Chomulongma.

Je kunt niet anders dan hopen dat deze zo aanraakbare en openhartige Slowaakse heldin zal slagen in haar missie, van haar trauma verlost zal worden en ongeschonden haar dochter Adélka weer in de armen zal kunnen sluiten. Al had Everest: A Mothers Peak iets meer maat kunnen houden met het aantal door de berg der bergen gedebiteerde wijsheden.

Like Friend, Like Deer

Like Friend, Like Deer

Like Friend, Like Deer – Omineus hertenhoofd
Een (beeld)verhaal doet veelal op chronologische wijze verslag van gebeurtenissen waarvan de betekenis vrij snel duidelijk is. Het karakter van de personages of hun functie in het verhaal ontdekken we doorgaans pas gaandeweg. De Iraanse regisseur en schilder Malek Eghbali heeft deze twee gangbare regels in zijn korte animatiefilm Like Friend, Like Deer echter volledig omgedraaid.

Een man met een melancholiek hertenhoofd wordt als gevangene uitgeleverd en mogelijk terechtgesteld. Hij is als een personage uit ‘La commedia dell’arte’. Zijn verschijning verklapt al hoe we hem moeten duiden: als een onschuldig slachtoffer. Minder duidelijk is waarvan (of van wie) hij het slachtoffer is, hoe zijn verleden, heden en toekomst eruitzien en wat zijn betrekking is met een leraar in een bergdorp, die tijdelijk en met tegenzin een overheidsfunctie vervult.

Like Friend, Like Deer is opgedragen aan gevangen genomen Iraanse milieuactivisten. Dat verheldert de omgevings- en sfeerelementen ervan enigszins, maar licht de verhaallijn nog niet volledig op. In de animatiefilm zonder gesproken woord, waarin vertraagde echte filmbeelden op een mysterie scheppende manier met donkere aquareltinten lijken te zijn overgeschilderd, zijn de natuur en geweld tegen mens en dier (die onderling verwisselbaar zouden kunnen zijn) hoe dan ook belangrijke elementen. Dat geldt ook voor gevangenschap onder erbarmelijke omstandigheden en het al dan niet tijdelijke karakter van vriendschap.

Zijn de man met het hertenhoofd en de leraar vrienden van vroeger? Of wórden ze juist vrienden? En wie van deze twee is het uiteindelijke slachtoffer? Iedere aanschouwer van het fraaie, droefgeestige en hypnotiserende Like Friend, Like Deer kan op deze vragen zijn eigen antwoord proberen te vinden.

Kronoshock – Geschiedenis van het alpinisme in vogel- en dronevlucht
De klimaatverandering heeft als voordeel dat alpinisten die decennia geleden op grote hoogten onder de sneeuw zijn bedolven nu kunnen ontdooien en alsnog hun toppogingen kunnen hervatten. Een krankzinnige gedachte natuurlijk. Maar uitstekend op zijn plaats in een even korte als vermakelijke stopmotion-animatiefilm, die ook nog eens aansluit bij het festivalthema ‘Top View’ (zie deel 1 van deze preview).

Kronoshock

Kronoshock

Het bedoelde werkje van de Spaanse regisseur Ignasi López Fàbregas heet niet voor niets Kronoshock. De toch nog ontdooide Lord Cliffrider, die in het tijdperk van de zwijgende film als eerste de Devil’s Horn probeerde te beklimmen, ervaart inderdaad een ’tijdschok’. Hevig transpirerend moet de pijprokende en met een grote pikkel gewapende lord aanschouwen dat hij niet meer alleen is op de berg. Een klimmer met een stoppelbaard en een sigarettenpeukje in zijn mond en eentje met een aluminium helmpje, paarse thermokleding en twee ijsbijltjes waar hij mee jongleert, proberen eveneens de top te bereiken.

Maar het kan nog erger, want die alpinisten uit pakweg de jaren zestig en negentig van de vorige eeuw zijn inmiddels ook al van gisteren. En niet alleen rond te de top van de Devil’s Horn is alles anders geworden. Ook de omgeving van die eens zo afgelegen bergnaald is totaal onherkenbaar. Hoe deze stopmotion-geschiedenis van het alpinisme in vogelvlucht (en dronevlucht) dat laat zien, is opnieuw om te lachen. En eigenlijk ook om te huilen.

Mountain Time – Bouwen aan een toekomst in de bergen
Het toekomstbeeld dat Kronoshock schetst van het door mensen beheerste berggebied is dus weliswaar vermakelijk, maar weinig opwekkend. Gelukkig zijn er in ieder geval in Italië de nodige architecten, projectontwikkelaars en landschap-consultants die hun best doen om te bouwen met respect voor het berglandschap en in overeenstemming met de bijzondere aard en betekenis daarvan. Hun projecten en visies passeren de revue in de documentaire Mountain Time. Alpine Architecture in Ten Stories van Francesca Molteni.

Eén van de tien getoonde projecten is het zogeheten ‘elektrisch landschap’. Met een toelichting van landschap-consultant Luca Gremese krijgen we te zien hoe men in Paluzza (nabij Udine) een functionerende blokvormige elektriciteitscentrale weer onderdeel heeft laten worden van de natuur. De centrale staat in een weiland, is overwoekerd door groene takken en de ermee verbonden elektriciteitsdraden zijn ondergronds weggewerkt. Een door Gremese aangebrachte 24-uurs wildcamera registreert een hert dat zich ’s nachts dicht in de buurt van het nagenoeg verborgen object uitstekend op zijn gemak lijkt te voelen.

Een ander project is de gedeeltelijke restauratie van een bergdorp met een roemrucht oorlogsverleden. Aan de hand van een fragment uit de documentaire Le Prime Bande van Paolo Gobetti uit 1984 maken we kennis met het in dat jaar nog volledig verlaten, op 1360 meter hoge bergdorpje Paraloup (provincie Cuneo) in de Italiaanse Alpen. Dit dorpje met zijn tot ruïnes vervallen, maar karakteristieke huisjes deed in de Tweede Wereldoorlog dienst als knooppunt van de Italiaanse verzetsbeweging.

Een van de partizanen was de schrijver Nuto Revelli. Zijn zoon, de historicus en politicoloog Marco Revelli, heeft zich later ingezet voor het weer tot leven brengen van Paraloup. Een groep architecten, waaronder Aldo en Giovanni Berberis, bouwden er nieuwe huizen, die qua bouwstijl aansluiten bij een aantal gerestaureerde ruïnes. Bezoekers en potentiële nieuwe bewoners kunnen het dorpje in veel opzichten dus weer ervaren zoals het was. Met dien verstande dat er tegenwoordig een bibliotheek is gevestigd en een museum waar bezoekers op een interactieve manier kennis kunnen nemen van het verleden van Paraloup.

Verder hebben Daniele Zerbi, Massimiliano Savino en Simone Mazzali van het zogeheten Fuzz Atelier zich bezig gehouden met de transformatie van een voormalige steengroeve in het plaatsje Crevoladossola (provincie Verbano-Cusia- Ossola) in het openluchttheater Tones Teatro Natura. De hoge bergwand die aanvankelijk de groeve markeerde, maakt nu deel uit van het decor bij uitvoeringen van opera’s als Madame Butterfly van Giacomo Puccini. “De transformatie was een gecompliceerde operatie”, aldus theater- en artistiek directeur Maddalena Calderoni. “Want zowel duurzaamheid als dramaturgische waarde dienen te worden nagestreefd.” De akoestiek is in ieder geval fenomenaal, zoals we al tijdens de repetities van Madame Butterfly kunnen horen. Maar het kan tijdens repetities en uitvoering natuurlijk ineens gaan regenen.

Mountain Time

Mountain Time

Van de overige van de tien projecten zien we onder andere de restauratie van het ook al leeg gelopen bergdorpje San Gottardo di Rimella. Verder een nieuw gebouwde kleuterschool en een middelbare school in de Dolomieten, waar de kinderen zowel binnen als buiten optimaal van de ruimte kunnen profiteren en het herbestemmen van een dorpsplein in Borgo D’Anaunia (Trento) tot een plek voor sociale ontmoetingen en culturele evenementen.

Mountain Time voert ons met hoogleraar architectuur Antonio de Rossi en voormalig voorzitter van de Associazione Architetti Alto Alpino (AAA), Alberto Winterle, als terugkerende commentatoren langs vele schilderachtige plekken in bergachtig Italië. De documentaire is een werkzaam medicijn voor iedereen met een overdreven wantrouwen jegens moderne architectuur. Wel krijg je soms de indruk dat het ecologisch en historisch verantwoord hergebruiken van de alpine-locaties is voorbehouden aan mensen die niet alleen idealistisch, maar ook welgesteld zijn.

En verder…
Er zijn nog heel wat meer films op het festival te zien. Zoals Triglav – The Path of Redemption, een documentaire van Rožle Bregar en Aleš Žemlja over een ongeluk op de hoogste berg van Slovenië (de Triglav), dat een halve eeuw na dato overlevenden nog altijd vervult met pijnlijke herinneringen. Of Temporary Nomad, waarin de jonge Oostenrijker Valentin Macke verslag doet van een reis naar het oosten die hem uiteindelijk aansluiting doet vinden bij een nomadenfamilie in Iran. Maar ook Nininbaori, een verrassende korte documentaire van Mathieu Acherman over paraklimmen (klimmen met een beperking).

Zoals ieder jaar vertoont het DMFF minstens één markante oudere film. Dit jaar is dat de prijswinnende documentaire Sherpa van de Australische regisseur Jennifer Peedom uit 2015. De film over een verwoestende lawine op de flanken van de Mount Everest en de gevolgen daarvan voor de Sherpa-gemeenschap is mede door de recente natuurrampen in Nepal nog altijd pijnlijk actueel.

En ook dit jaar is er meer te doen dan alleen films kijken. Zo kun je een bezoekje brengen aan de gratis toegankelijke expositie ‘Van plek van verlangen tot social media-hotspot’ in café Vers in Aken. Aansluitend bij het festivalthema ‘Top View’ worden daar historische afbeeldingen van reisbestemmingen gekoppeld aan de beeldwerelden van Instagram.
Wie de benen wil strekken, kan meedoen aan de 12 kilometer lange Mt, Vaals Nordwand Summit Attempt.

Overzicht van alle films en activiteiten. 

 

3 november 2026

 

DMFF 2026 – Preview 1: Influencers van weleer en kleinoden in de bergen

 

MEER FILMFESTIVAL