Dutch Mountain Film Festival 2026 – Preview 2

Dutch Mountain Film Festival 2026 – Preview 2:
Een auerhoen, rendierkuddes en een hertenhoofd

door Paul Rübsaam

Deze tweede preview van editie 16 van het Dutch Mountain Film Festival (DMFF) voert onder andere naar de Vogezen en Lapland. Verder zien we hoe een Slowaakse moeder de moeder aller bergen wil bedwingen en is er aandacht voor droefgeestige animatie, komische animatie en moderne Italiaanse bouwkunst.

Whispers in the Woods – Het fantoom van het auerhoen
We zien een donkere lucht met mistflarden, horen haast hemelse zangstemmen en beginnen de vage contouren van hoge bomen te onderscheiden. Langzaam maar zeker tekenen de blauw-groen-grijze tinten zich af van een bos in de vroege ochtend. Een moeilijk te identificeren zoogdiertje vlucht weg, een uiltje strijkt neer op een tak en fladdert weer op. Ondertussen kijkt een jongen van een jaar of twaalf waakzaam om zich heen.

Die jongen is Simon Munier, zoon van Vincent Munier, de regisseur van de natuurdocumentaire Le Chant des forêts (Whispers in the Woods), waar we de eerste beelden van zien. Samen met zijn vader en grootvader Michel bevindt hij zich midden in een bos in de Franse Vogezen.

Whispers in the Woods

Whispers in the Woods

’s Avonds, als het kaarslicht brandt in het groene houten huisje waar het drietal verblijft, beschrijft natuurvorser Michel Munier zijn herinnering aan een moment ergens in de jaren zestig van de vorige eeuw. Er lag toen een dik pak sneeuw, zoals beelden ons ook tonen. Een windvlaag trok kortstondig het mistgordijn open dat over de sneeuw hing. Even werden de contouren zichtbaar van een auerhoen, een grote trotse vogel met een waaiervormige staart. Daarna sloot het gordijn zich weer. Voor Michel was het alsof hij een fantoom had gezien.

Betoverd door de fantoomvogel besloot Michel Munier vanaf dat moment zelf ‘een fantoom’ te worden. Voortaan zou hij heel vroeg op pad gaan (soms zelfs vroeg in de nacht), zich verdekt opstellen en eindeloos geduld hebben. Zodat hij ook de zang van het auerhoen kon horen en de paringsdans kon zien. Maar ook andere vogels, zoogdieren, bomen en planten kon aanschouwen en alle geheimen van het bos ontsluieren.

Zo beeldend als zijn vader kan vertellen, zo verhalend kan Vincent Munier filmen. De pure aanschouwing van het ongestoorde dier in zijn natuurlijke omgeving staat daarbij voorop. Woorden als ‘mooi’ en ‘schitterend’ schieten tekort bij een beschrijving van de beelden in Whispers in the Woods. Hoe speelt Munier het klaar? Dat hij over de beste apparatuur beschikt, is maar een heel klein deel van de verklaring. Belangrijk zijn onder andere de tijdstippen die hij kiest (vaak rond zonsopkomst en zonsondergang), de belichting, zijn oog voor detail, zijn geduld en de weldadige lengte van zijn shots.

Zoals het shot waarin de waterlijn van een meer de breedte van het hele kader vult en je een hert, bijna als een silhouet in de mistige, nog schemerdonkere ochtendlucht behoedzaam van rechts naar links door het water ziet waden, op gepaste afstand gevolgd door haar nog behoedzamere kalf.

Of het shot dat tot stand komt nadat Michel een half opgegeten hert in het bos heeft gevonden en hij samen met Vincent de lynx betrappen wil, die de andere helft van zijn maaltijd vermoedelijk nog op zal komen halen. Vroeg in de nacht zetten vader en zoon in de buurt van het halve kadaver hun camouflagetent op. Turend door het gat in de tent, met hun camera’s ingesteld moeten ze een tijd wachten. Maar uiteindelijk nadert de grote kat die zijn buit wil ophalen dan toch de zich angstvallig stil houdende mannen en kunnen zij hun gedroomde close-ups maken, waarbij je de neusvleugels van de lynx kan zien trillen en de grote, spiedende ogen meer dan levensgroot in beeld krijgt.

Whispers in the Woods staat in dienst van de natuurobservaties, maar een verhaallijn is niettemin aanwezig. Die betreft de vertegenwoordigers van de drie generaties Munier en (de toekomst van) de Vogezen als natuurgebied. Maar ook en niet in de laatste plaats het mysterieuze auerhoen.

Michel Munier verwondert zich erover hoe jonge, nog als groene plantjes ogende berken kunnen wortelen in de liggende stammen van hun voorouders. Zelf heeft hij niet alleen bijgedragen aan de ontwikkeling van zijn beroemde zoon, maar hoopt hij ook een voorbeeld te zijn voor zijn kleinzoon, die we in de sneeuw letterlijk in de voetsporen van zijn grootvader zien treden. Simon observeert even ademloos en verwonderd de natuurverschijnselen als opa Michel en vader Vincent dat doen. Al mogen die twee wat hem betreft af en toe een leerzaam verhaaltje overslaan en wil de beginnende puber soms liever even uitslapen dan de geluiden opvangen van de allervroegste vogels.

Klimaatverandering en menselijke activiteiten hebben ook in de Vogezen hun sporen nagelaten. Het is al een tijd geleden dat Michel het auerhoen daar nog heeft gezien. Waar kan de jonge Simon de gekromde gele snavel, het donkerblauwe verenpak en de haast menselijke grijze ogen van het dier dan nog in het wild aanschouwen? En zijn klokkende, haast mechanisch klinkende baltsgeluid nog horen? Daarvoor zullen ze noordelijkere streken moeten opzoeken. Niettemin is Michel Munier ervan overtuigd dat de geest van het auerhoen nog ergens in de Vogezen aanwezig is. “Als trillingen die in ons resoneren en ons inspireren”, zoals hij zegt.

Árru – Yoik-drama met vleugje Vinterberg
De Noors-Zweeds-Finse productie Árru is een muzikale speelfilm die zich afspeelt in Lapland. Meer in het bijzonder in de regio Sápmi, die Noorwegen, Zweden, Finland en zelfs een stukje van Rusland doorkruist. Regisseuse (en choreografe) Elle Sore Sara is uit dat gebied afkomstig.

Niet alleen letterlijk houdt de film zich niet aan grenzen. Ook qua genre is deze niet direct in één hokje te plaatsen. Árru (dat zoiets als ‘hindernis’ betekent) wordt wel aangeduid als Yoik-drama. Dit verwijst naar de belangrijke rol die is weggelegd voor traditionele, vaak zonder instrumentale begeleiding gezongen liederen (Yoik), waarmee Sámi (Lappen) met woorden en soms alleen klanken mensen, dieren of geesten aanroepen. De stemmige Yoik-liederen sluiten naadloos aan bij de ingetogen acteerstijl van de personages. Nog daargelaten dat Árru met een angstvallig verborgen gehouden familiegeheim en een familiefeest herinneringen oproept aan het grimmige Festen (1998) van de Deense regisseur Tomas Vinterberg.

Árru

Árru

In de openingsscène zien we hoe Maia (Sara Marielle Gap Beaska), een jonge Sámivrouw met een traditionele hoge muts op haar hoofd, zich in een heuvelachtig sneeuwlandschap ontfermt over een vastgebonden rendierhinde. Ze begraaft het bloederige doodgeboren kalfje van het dier in de maagdelijk witte sneeuw en bekruist het grafje, waarna ze de aangeslagen moeder met vastgebonden poten achterop haar sneeuwscooter legt.

Het dier zal weer bevrijd worden zodra Maia met de scooter aankomt bij de rendierkudde die op dat moment gehoed wordt door haar broer Dánel (Simon Issát Marainen) en haar dochter Áilin (Ayla Gáren Nutti). Het gewei, dat bij rendiermoeders na de geboorte van hun kalf loslaat, wordt bij een steen gelegd. Dan heft Maia een lied aan over de bergen van Gáiru (waar ze zich bevinden), die zorg dragen voor de kudde, evenals de heilige steen dat doet. Áilin en Dánel vallen in en zingen over het bevrijdende zonlicht. Tenslotte kust en knuffelt Maia de ongelukkige rendiermoeder.

Maar de zomer, als het ’s nachts in Gáiru alleen maar een beetje schemert en het groene landschap met zijn koele meren idyllisch oogt, is niet zorgeloos. Want er zijn vergevorderde plannen om in het gebied een kopermijn te vestigen. Dat zou betekenen dat de rendierherders Maia en Dánel, die op jonge leeftijd hun ouders verloren, een groot deel van hun kudde moeten slachten, dan wel met de dieren moeten uitwijken naar een ander gebied.

Maia onderhoudt echter contact met haar naar Canada geëmigreerde oom Lemme (Mikkel Gaup), die over de nodige connecties beschikt, waaronder die met een gerenommeerd advocatenkantoor. Volgens de juristen zouden de rendierhouders de vestiging van de mijn voor de rechter aan kunnen vechten.

Tot Maia’s verwondering zegt Lemme niet alleen telefonisch zijn hulp toe. Hij keert voor de gelegenheid zelfs weer terug naar zijn geboortegrond. De in zichzelf gekeerde Dánel lijkt niet erg blij te zijn met de komst van zijn bazige oom. Maia zelf vindt dat Lemme, die mede-eigenaar is van de rendierkudde, te veel aan financieel gewin denkt en te makkelijk over het offeren van de dieren.

Lemme weet wel van aanpakken. Hij organiseert een bijeenkomst in aanwezigheid van de pers, waarbij de hele familie, inclusief de oma en tante van Maia en Dánel, alsmede vele andere genodigden, verschijnen in kleurige Sámi-klederdracht. Vanaf een podium neemt hij het woord: “Het land is niet van jou, niet van mij, en zeker niet van Scandi Copper’s (de kopermijn, PR)”, scandeert hij. “Het is van de rendieren, het gras en de wind.”

Ook Ailin wordt op het podium geroepen en het publiek ten voorbeeld gesteld als toegewijde jonge herderin, die later vermoedelijk eigenaar zal zijn van een grote rendierkudde. Vervolgens laten het meisje en andere jeugdige Sámi zien dat ze niet alleen traditionele, maar ook moderne zang- en dansvormen beheersen.

Toch blijft er iets knagen. Dat betreft niet alleen de toekomst van de kudde, maar ook de persoon van Lemme. Dánel, die zijn oom uit de weg gaat, begint steeds meer te drinken en te blowen en gedraagt zich steeds onaangepaster. Ondertussen krijgt Áilin een vermoeden van wat hem dwars zit. Spelletjes schaak zouden daarbij een minder onschuldige rol kunnen hebben gespeeld dan je zou denken.

Áilins moeder Maia komt tussen twee vuren te zitten. Terwijl (over)grootmoeder Ákkhu, die als hoofd van de familie binnenkort haar verjaardag viert, heeft laten weten dat tweedracht binnen de familie uit den boze is. In haar vertwijfeling roept Maia de naakte geesten van haar voorouders aan om haar de weg te wijzen in het doolhof waarin ze zich bevindt.

Verrassende plotwendingen volgen in dit beklemmende familiedrama, dat met muziek, dans en verwijzingen naar de moderne tijd (van het gebruik van smartphones tot breakdance) toch volop respect weet te betuigen aan de Sámi-cultuur en een zowel traditionele als actuele ecologische boodschap verkondigt.

Everest: A Mother’s Peak – Uitgerekend deze vrouw op deze berg
Lucia Janičová wil als eerste Slowaakse vrouw op de top van de Mount Everest staan. Dat lijkt een wat kleurloos Guinness Book of Records-achtig streven en een weinig onderscheidend onderwerp voor een bergfilm. Everest: A Mother’s Peak van de Schotse regisseur Paul Diffley weet het gegeven echter van een verrassende eigen inhoud te voorzien.

Om te beginnen door de hoogste berg ter wereld een ziel toe te dichten. Aanknopend bij de Tibetaanse naam van de Everest: ‘Chomolungma’ (‘godin-moeder van de wereld’), wordt deze ons daadwerkelijk voorgesteld als vrouw en moeder. Met een over haar flanken en ijsvelden echoënde, mysterieuze vrouwenstem, die verlokkend maar ook waarschuwend klinkt.

Maar vooral met dank aan de persoon van Lucia Janičová zelf: een goedlachse, maar ook niet zelden geëmotioneerde blonde vrouw met sprekende lichtblauwe ogen en een neuspiercing. Ze kan het nauwelijks over haar hart verkrijgen om haar dochtertje Adélka voor twee maanden toe te vertrouwen aan de zorg van haar eigen moeder (Adélka’s oma). Ze wil met haar beklimming haar dochtertje laten zien dat een vrouw alles kan bereiken, als ze daar maar haar zinnen op zet.

Everest: A Mother's Peak

Everest: A Mother’s Peak

De in 1986 geboren, als chemicus op een laboratorium werkzame Slowaakse probeert in het beeld dat ze schetst van haar eigen niet bepaald makkelijke jeugd de nodige nuances aan ten brengen. Haar vader bracht zijn zin voor avontuur over op zijn zes kinderen, waar Lucia hem dankbaar voor is. Maar van zijn driftbuien als hij gedronken had, hebben zij, haar drie zussen en twee jongere broertjes wrange gevolgen ondervonden. Ook is Lucia als nog jong meisje door een niet met name aangeduid manspersoon verkracht. Het trauma dat daar het gevolg van is, draagt ze nog steeds met zich mee. Ze hoopt dat de beproeving die de godin-moeder van de wereld voor haar in petto heeft haar daarvan kan bevrijden.

Die beproeving zal des te zwaarder uitvallen omdat Janičová geen goed getrainde alpiniste is. Met de nodige steun en begeleiding moet ze een hoogtestage en een intensief trainingsprogramma doorlopen. Een uit de zee oprijzende rotsnaald bij Schotland, de Mont Blanc. De Mera Peak in Nepal en de Aconcagua in de Andes komen daar in die volgorde aan te pas. En ook een sportschool, een klimhal en zuurstofopnametesten.

Nadat tijdens het afscheid van haar dochter en haar moeder op het vliegveld de tranen rijkelijk zijn gevloeid en Janičová zich samen met haar gids (de nuchtere Sherpa Rinjin Bhote) en andere expeditieleden eenmaal gevestigd heeft in het Everest-basiskamp op 5300 meter, horen we opnieuw de stem van Chomolungma.

Up here the past returns, holding what pain has buried, galmt de vrouwelijke berg, waarmee ze lijkt te doelen op het trauma van de Slowaakse die zich op haar flanken waagt. En ze vervolgt: The pelgrims must learn how to survive where my air is thin. They move in cycles, climbing towards my higher realm and then falling back again. Een verwijzing naar het acclimatisatieprogramma van de expeditie, waarbij eerst naar een hoogte van ruim zesduizend meter wordt geklommen, om vervolgens ter voorbereiding op de summit push weer terug te keren naar het basiskamp.

De hoogte speelt Janičová niettemin parten. Benauwdheid en hoofdpijn kwellen haar. Daarnaast heeft ze ook nog te kampen met diarree en de ongemakken van haar maandelijkse cyclus. Pain marked her passage. Not as weakness, but as right, weet Chomulongma.

Je kunt niet anders dan hopen dat deze zo aanraakbare en openhartige Slowaakse heldin zal slagen in haar missie, van haar trauma verlost zal worden en ongeschonden haar dochter Adélka weer in de armen zal kunnen sluiten. Al had Everest: A Mothers Peak iets meer maat kunnen houden met het aantal door de berg der bergen gedebiteerde wijsheden.

Like Friend, Like Deer

Like Friend, Like Deer

Like Friend, Like Deer – Omineus hertenhoofd
Een (beeld)verhaal doet veelal op chronologische wijze verslag van gebeurtenissen waarvan de betekenis vrij snel duidelijk is. Het karakter van de personages of hun functie in het verhaal ontdekken we doorgaans pas gaandeweg. De Iraanse regisseur en schilder Malek Eghbali heeft deze twee gangbare regels in zijn korte animatiefilm Like Friend, Like Deer echter volledig omgedraaid.

Een man met een melancholiek hertenhoofd wordt als gevangene uitgeleverd en mogelijk terechtgesteld. Hij is als een personage uit ‘La commedia dell’arte’. Zijn verschijning verklapt al hoe we hem moeten duiden: als een onschuldig slachtoffer. Minder duidelijk is waarvan (of van wie) hij het slachtoffer is, hoe zijn verleden, heden en toekomst eruitzien en wat zijn betrekking is met een leraar in een bergdorp, die tijdelijk en met tegenzin een overheidsfunctie vervult.

Like Friend, Like Deer is opgedragen aan gevangen genomen Iraanse milieuactivisten. Dat verheldert de omgevings- en sfeerelementen ervan enigszins, maar licht de verhaallijn nog niet volledig op. In de animatiefilm zonder gesproken woord, waarin vertraagde echte filmbeelden op een mysterie scheppende manier met donkere aquareltinten lijken te zijn overgeschilderd, zijn de natuur en geweld tegen mens en dier (die onderling verwisselbaar zouden kunnen zijn) hoe dan ook belangrijke elementen. Dat geldt ook voor gevangenschap onder erbarmelijke omstandigheden en het al dan niet tijdelijke karakter van vriendschap.

Zijn de man met het hertenhoofd en de leraar vrienden van vroeger? Of wórden ze juist vrienden? En wie van deze twee is het uiteindelijke slachtoffer? Iedere aanschouwer van het fraaie, droefgeestige en hypnotiserende Like Friend, Like Deer kan op deze vragen zijn eigen antwoord proberen te vinden.

Kronoshock – Geschiedenis van het alpinisme in vogel- en dronevlucht
De klimaatverandering heeft als voordeel dat alpinisten die decennia geleden op grote hoogten onder de sneeuw zijn bedolven nu kunnen ontdooien en alsnog hun toppogingen kunnen hervatten. Een krankzinnige gedachte natuurlijk. Maar uitstekend op zijn plaats in een even korte als vermakelijke stopmotion-animatiefilm, die ook nog eens aansluit bij het festivalthema ‘Top View’ (zie deel 1 van deze preview).

Kronoshock

Kronoshock

Het bedoelde werkje van de Spaanse regisseur Ignasi López Fàbregas heet niet voor niets Kronoshock. De toch nog ontdooide Lord Cliffrider, die in het tijdperk van de zwijgende film als eerste de Devil’s Horn probeerde te beklimmen, ervaart inderdaad een ’tijdschok’. Hevig transpirerend moet de pijprokende en met een grote pikkel gewapende lord aanschouwen dat hij niet meer alleen is op de berg. Een klimmer met een stoppelbaard en een sigarettenpeukje in zijn mond en eentje met een aluminium helmpje, paarse thermokleding en twee ijsbijltjes waar hij mee jongleert, proberen eveneens de top te bereiken.

Maar het kan nog erger, want die alpinisten uit pakweg de jaren zestig en negentig van de vorige eeuw zijn inmiddels ook al van gisteren. En niet alleen rond te de top van de Devil’s Horn is alles anders geworden. Ook de omgeving van die eens zo afgelegen bergnaald is totaal onherkenbaar. Hoe deze stopmotion-geschiedenis van het alpinisme in vogelvlucht (en dronevlucht) dat laat zien, is opnieuw om te lachen. En eigenlijk ook om te huilen.

Mountain Time – Bouwen aan een toekomst in de bergen
Het toekomstbeeld dat Kronoshock schetst van het door mensen beheerste berggebied is dus weliswaar vermakelijk, maar weinig opwekkend. Gelukkig zijn er in ieder geval in Italië de nodige architecten, projectontwikkelaars en landschap-consultants die hun best doen om te bouwen met respect voor het berglandschap en in overeenstemming met de bijzondere aard en betekenis daarvan. Hun projecten en visies passeren de revue in de documentaire Mountain Time. Alpine Architecture in Ten Stories van Francesca Molteni.

Eén van de tien getoonde projecten is het zogeheten ‘elektrisch landschap’. Met een toelichting van landschap-consultant Luca Gremese krijgen we te zien hoe men in Paluzza (nabij Udine) een functionerende blokvormige elektriciteitscentrale weer onderdeel heeft laten worden van de natuur. De centrale staat in een weiland, is overwoekerd door groene takken en de ermee verbonden elektriciteitsdraden zijn ondergronds weggewerkt. Een door Gremese aangebrachte 24-uurs wildcamera registreert een hert dat zich ’s nachts dicht in de buurt van het nagenoeg verborgen object uitstekend op zijn gemak lijkt te voelen.

Een ander project is de gedeeltelijke restauratie van een bergdorp met een roemrucht oorlogsverleden. Aan de hand van een fragment uit de documentaire Le Prime Bande van Paolo Gobetti uit 1984 maken we kennis met het in dat jaar nog volledig verlaten, op 1360 meter hoge bergdorpje Paraloup (provincie Cuneo) in de Italiaanse Alpen. Dit dorpje met zijn tot ruïnes vervallen, maar karakteristieke huisjes deed in de Tweede Wereldoorlog dienst als knooppunt van de Italiaanse verzetsbeweging.

Een van de partizanen was de schrijver Nuto Revelli. Zijn zoon, de historicus en politicoloog Marco Revelli, heeft zich later ingezet voor het weer tot leven brengen van Paraloup. Een groep architecten, waaronder Aldo en Giovanni Berberis, bouwden er nieuwe huizen, die qua bouwstijl aansluiten bij een aantal gerestaureerde ruïnes. Bezoekers en potentiële nieuwe bewoners kunnen het dorpje in veel opzichten dus weer ervaren zoals het was. Met dien verstande dat er tegenwoordig een bibliotheek is gevestigd en een museum waar bezoekers op een interactieve manier kennis kunnen nemen van het verleden van Paraloup.

Verder hebben Daniele Zerbi, Massimiliano Savino en Simone Mazzali van het zogeheten Fuzz Atelier zich bezig gehouden met de transformatie van een voormalige steengroeve in het plaatsje Crevoladossola (provincie Verbano-Cusia- Ossola) in het openluchttheater Tones Teatro Natura. De hoge bergwand die aanvankelijk de groeve markeerde, maakt nu deel uit van het decor bij uitvoeringen van opera’s als Madame Butterfly van Giacomo Puccini. “De transformatie was een gecompliceerde operatie”, aldus theater- en artistiek directeur Maddalena Calderoni. “Want zowel duurzaamheid als dramaturgische waarde dienen te worden nagestreefd.” De akoestiek is in ieder geval fenomenaal, zoals we al tijdens de repetities van Madame Butterfly kunnen horen. Maar het kan tijdens repetities en uitvoering natuurlijk ineens gaan regenen.

Mountain Time

Mountain Time

Van de overige van de tien projecten zien we onder andere de restauratie van het ook al leeg gelopen bergdorpje San Gottardo di Rimella. Verder een nieuw gebouwde kleuterschool en een middelbare school in de Dolomieten, waar de kinderen zowel binnen als buiten optimaal van de ruimte kunnen profiteren en het herbestemmen van een dorpsplein in Borgo D’Anaunia (Trento) tot een plek voor sociale ontmoetingen en culturele evenementen.

Mountain Time voert ons met hoogleraar architectuur Antonio de Rossi en voormalig voorzitter van de Associazione Architetti Alto Alpino (AAA), Alberto Winterle, als terugkerende commentatoren langs vele schilderachtige plekken in bergachtig Italië. De documentaire is een werkzaam medicijn voor iedereen met een overdreven wantrouwen jegens moderne architectuur. Wel krijg je soms de indruk dat het ecologisch en historisch verantwoord hergebruiken van de alpine-locaties is voorbehouden aan mensen die niet alleen idealistisch, maar ook welgesteld zijn.

En verder…
Er zijn nog heel wat meer films op het festival te zien. Zoals Triglav – The Path of Redemption, een documentaire van Rožle Bregar en Aleš Žemlja over een ongeluk op de hoogste berg van Slovenië (de Triglav), dat een halve eeuw na dato overlevenden nog altijd vervult met pijnlijke herinneringen. Of Temporary Nomad, waarin de jonge Oostenrijker Valentin Macke verslag doet van een reis naar het oosten die hem uiteindelijk aansluiting doet vinden bij een nomadenfamilie in Iran. Maar ook Nininbaori, een verrassende korte documentaire van Mathieu Acherman over paraklimmen (klimmen met een beperking).

Zoals ieder jaar vertoont het DMFF minstens één markante oudere film. Dit jaar is dat de prijswinnende documentaire Sherpa van de Australische regisseur Jennifer Peedom uit 2015. De film over een verwoestende lawine op de flanken van de Mount Everest en de gevolgen daarvan voor de Sherpa-gemeenschap is mede door de recente natuurrampen in Nepal nog altijd pijnlijk actueel.

En ook dit jaar is er meer te doen dan alleen films kijken. Zo kun je een bezoekje brengen aan de gratis toegankelijke expositie ‘Van plek van verlangen tot social media-hotspot’ in café Vers in Aken. Aansluitend bij het festivalthema ‘Top View’ worden daar historische afbeeldingen van reisbestemmingen gekoppeld aan de beeldwerelden van Instagram.
Wie de benen wil strekken, kan meedoen aan de 12 kilometer lange Mt, Vaals Nordwand Summit Attempt.

Overzicht van alle films en activiteiten. 

 

3 november 2026

 

DMFF 2026 – Preview 1: Influencers van weleer en kleinoden in de bergen

 

MEER FILMFESTIVAL

Dutch Mountain Film Festival 2026 – Preview 1

Dutch Mountain Film Festival 2026 – Preview 1:
Influencers van weleer en kleinoden in de bergen 

door Paul Rübsaam

Op 6 november gaat in Heerlen en Aken de zestiende editie van het Dutch Mountain Film Festival (DMFF) van start. Influencers, zoals we die nu noemen, waren er altijd al, zo leert ons het festivalprogramma. Maar vroeger moesten die zich veel moeite getroosten om hun invloedrijke impressies van de bergwereld tot stand te brengen. Verder blijkt het vinden van kleine kostbaarheden in de bergen, zoals bergkristallen en yarsagumba (een geneeskrachtige kruising tussen een paddenstoel en een rups) ook nu nog een pittig klusje te zijn.

In de toelichting van het thema ‘Top View’ van deze DMFF lezen we: “Reizen is altijd beïnvloed geweest door verhalen en beelden. Wat we vandaag influencers noemen, waren ooit ontdekkingsreizigers. De dagboeken van Amundsen en Scott, de lezingen en films van Reinhold Messner en de expeditieverslagen in bergsportbladen wakkerden bij generaties lezers het verlangen aan om zelf op pad te gaan, naar verre en ogenschijnlijk ongerepte plekken.”

Maar de beeldcultuur van nu is fundamenteel anders, stelt men vast. Om vervolgens te wijzen op de stroom perfecte landschappen die door sociale media in hapklare brokken worden aangeboden. “Het reizen zelf verschuift van ervaren naar vastleggen, van ontdekken naar reproduceren.” Reden genoeg om de toelichting op het festivalthema te besluiten met de overpeinzing: “Misschien vraagt de toekomst van reizen niet om nóg betere foto’s, maar om langzamer kijken en langer blijven.”

A Thousand Words

A Thousand Words

A Thousand Words – Het herscheppen van een panorama
Een weergaloze foto die in ieder geval veel invloed heeft gehad, maar bepaald niet op een achternamiddag werd geschoten, is het Himalayapanorama van de Italiaanse fotograaf en bergbeklimmer Vittorio Sella uit 1899. Vervaardigd toen hij vanaf de flanken van de Kanchenjunga zijn lijvige, op een driepoot bevestigde camera richtte op het noordwesten.

Behalve bloedstollend mooi vereeuwigde, nabijere achtduizenders zijn op dat panorama in de verte en een tikje vaag de contouren te zien van de Chomolungma, oftewel de Mount Everest. Het zou nog decennia duren voordat men de top van die door Sella voor het eerst vereeuwigde hoogste berg ter wereld zou benaderen. Pas meer dan een halve eeuw later werd de Everest bedwongen. Als inspiratiebron voor die ondernemingen zou Sella’s foto meer waard blijken dan A Thousand Words, zoals de titel luidt van de documentaire waarin de Britten Dom Busch en Matt Sharman in de voetsporen treden van de fotograaf van weleer.

Fotograaf en klimmer Dom Busch heeft zijn doelen hoog gesteld. Letterlijk. Hij wil precies op die plek staan waar Sella ooit stond, om met apparatuur vergelijkbaar met die van de Italiaan diens foto opnieuw te maken. Het betekent dat hij een voettocht van meerdere weken door de Himalaya voor de boeg heeft. De perfectionist Sella maakte zijn foto’s namelijk vanaf pashoogte en niet vanuit het dal, waar de te grote afstanden tot de achtduizenders geen recht zouden doen aan hun overweldigende verschijning.

Busch zal vergezeld worden door vriend, collega-fotograaf en Himalayagids Matt Sharman. Deze denkt een aardig idee te hebben van de plek waar het uit een reeks van vier foto’s bestaande panorama van Vittorio Sella tot stand is gekomen. Eveneens van de partij is Hamish Frost: een expert op het gebied van analoge fotografie en het gebruik van de grote en zware fototoestellen van rond 1900, waar je per foto een nieuwe glasplaat in moest schuiven.

Niet alleen een reisje naar de Schotse Hooglanden om te oefenen met de apparatuur gaat vooraf aan de vliegreis naar Kathmandu. Ze doen ook het dorpje Biela in de Italiaanse Alpen aan, waar Vittorio Sella is geboren en opgegroeid. Een achterkleinzoon van diens broer weet daar te vertellen dat zijn beroemde familielid niets aan het toeval overliet. Sella plande zorgvuldig het tijdstip waarop hij ’s ochtends vroeg aan zijn zware tochten begon, om veel later op de dag bij precies de juiste lichtval zijn gedroomde foto’s te kunnen maken.

Als het drietal samen met cameraman Matt Hardy tenslotte naar Nepal af wil reizen, is er ineens een flinke tegenslag. Initiatiefnemer Dom Busch zal wegens familie-omstandigheden niet mee kunnen gaan. En het slechte nieuws zal zich daar niet toe beperken. Als Sharman en Frost na de vliegreis een rit per jeep en een flinke voettocht omhoog in het dorpje Gunsha aankomen, waar ze de oorspronkelijke route van Sella kunnen oppakken, blijkt de al langer koortsige en misselijke Hamish Frost behoorlijk ziek te zijn. Hij moet met een helikopter worden geëvacueerd.

Veel komt dus neer op de schouders van de nestor van het gezelschap: Matt Sharman. Die hoopt maar dat hij zich de instructies van Frost voor wat betreft het gebruik van de camera goed heeft ingeprent en vertrouwt zoveel mogelijk op zijn kennis van het gebied. En op die van Sherpa’s, die hij een meegenomen en opgevouwen afdruk van het panorama van Sella toont.

Als Sharman denkt in de buurt van het Sellapunt aangekomen te zijn, dreigt laag hangende mist roet in het eten te gooien. Het herscheppen van het panorama zal toch al geen sinecure zijn, omdat de vier afzonderlijke foto’s waaruit het bestaat exact op elkaar aan moeten sluiten. Maar het meest kwellende vooruitzicht voor de Brit is misschien wel dat hij na gedane zaken eerst terug naar Engeland zal moeten reizen. om pas daar in een donkere kamer te ontdekken wat hij wél of misschien wel helemaal niet heeft vastgelegd. Tegelijkertijd dragen al die onzekerheden bij aan het ware avontuur zoals dat destijds door Vittorio Sella, zijn tochtgenoten en navolgers werd beleefd. A Thousands Words laat ons dat avontuur op meeslepende wijze in het heden herbeleven.

The Lost Cache – 85 jaar stroomafwaarts
Ook in de documentaire The Lost Cache van regisseur Todd Jones keert men terug naar een plek waar ooit een beroemde fotograaf en bergbeklimmer het hem omringende hooggebergte vereeuwigde. De verschillen met A Thousand Words zijn aanzienlijk.

Ten eerste beslaat de reis terug in de tijd die het uitgangspunt vormt van de documentaire niet 125 jaar, maar 85. Verder vormen niet de hoogste bergen ter wereld het decor, maar de qua omtrek en massa misschien wel grootste bergen op Aarde, die van het Saint Elias-gebergte in The Yukon Territory in het noordwesten van Canada. Belangrijker nog is dat het in The Lost Cache – afgezien van het terugvinden van een plek – vooral draait om het opsporen van objecten.

The Lost Cache

The Lost Cache

Het was 1937 toen de Amerikaanse bergbeklimmer, (lucht)fotograaf, cartograaf en latere museumdirecteur Bradford Washburn samen met Robert Hicks Bates als eerste de Mount Lucania (5240 meter) beklom. Een groot deel van zijn bagage (met zijn Fairchild F-8 luchtcamera als meest tot de verbeelding sprekende onderdeel) liet hij toen noodgedwongen achter op de schijnbaar bewegingloze Walshgletsjer. Hoever heeft die gletsjer die spullen sindsdien naar beneden gesleurd?

Tussen 1899 (de tijd van Vittorio Sella) en die van de jaren dertig van de vorige eeuw deden twee relatief moderne ontwikkelingen zich nadrukkelijk gelden. Die van het bewegend beeld (film) en die van de luchtvaart. The Lost Cache maakt dankbaar gebruik van die ontwikkelingen. Naast zijn ijzingwekkende mooie, vaak uit een vliegtuig geschoten foto’s van de bergreuzen uit Noord-Canada en Alaska zien we historische filmbeelden van Bradford Washburn, horen we zijn stoere, met een vleugje emotie doortrilde stem en kan de liefhebber genieten van ouderwetse vliegtuigjes als de Fairchild F-51.

Een vleugje van de sfeer van een commercial van een zeker spijkerbroekenmerk kan The Lost Cache daarmee niet ontzegd worden. Het National Geographic-gehalte van de documentaire is echter historisch gezien niet misplaatst. Want Washburn was gelieerd aan de society en het tijdschrift van die naam, al was hij niet bekend met de ietwat hijgerige hedendaagse televisiezender.

Maar hier en daar wreekt die invloedssfeer zich toch een beetje. Bijvoorbeeld voor wat betreft de samenstelling van de ploeg personen die in eerste instantie naar Washburns ‘Lost Cache’ moet gaan zoeken. De met prijzen onderscheiden skiër-bergbeklimmer Griffin Post, die als protagonist van de documentaire wel degelijk naarstig op zoek is naar de verdwenen bepakking van Washburn, kan in dit verband buiten beschouwing blijven. Maar wat is, gezien het doel van de onderneming, de functie van de breed grijnzende, met een ruige stoppelbaard en een spiegelende zonnebril getooide ‘National Geographic Adventurer of the Year’ Jeremy Jones en van snowboardkampioene Robin van Gyn? Zij willen vooral de verblindend witte, steile en puntige Mount Lucania beklimmen en ook als eersten een nabijgelegen piek zonder naam, niet in de laatste plaats om van die bergen vervolgens af te kunnen skiën en boarden. Dat kijkt allemaal lekker weg, maar die Fairchild-F8 camera vind je daar niet mee.

Als ze later een aanzienlijk deel van de gletsjer rond Bradfords vermoedelijke basiskamp hebben afgekamd, is er nog altijd geen spoor van de verdwenen bagage. Mismoedig neemt Post het vliegtuig richting Boston (Massachusetts), om daar een bezoekje te brengen aan het ooit door Bradford Washburn gerunde Museum of Science. Daar treft hij verslagen en foto’s aan van de Mount Lucania-expeditie van 1937, die hem nieuwe gezichtspunten opleveren. Maar wat hem vooral nieuwe hoop geeft, is een telefoontje van de bij de zoektocht betrokken glacioloog Luke Copland. Die wil Post in contact brengen met zijn jonge, pas gepromoveerde collega Dora Medrzycka. Zij zou alles weten van de vaak onvoorspelbare en wisselende stroomsnelheden van gletsjers.

Samen met de glaciologe keert Griffin Post tenslotte terug naar de onmetelijke witte vlakte van de Walshgletsjer in The Yukon Territory, alwaar de soms wat gelikte en iets te geënsceneerde, maar zeker spannende en fraaie documentaire zijn ontknoping zal beleven.

The Bride of Mont Blanc – In de voetsporen van een vergeten vrouw
Vittorio Sella en Bradford Washburn zijn misschien wel beroemder dan Henriette d’Angeville. Toch bereikte die Frans-Zwitserse alpiniste in 1838 als eerste vrouw op eigen kracht de top van de Mont Blanc. Een prestatie van formaat, zeker als je je bedenkt hoe vrouwen zich in die tijd dienden te kleden als ze de wilde natuur introkken.

De Britse Elise Wortley, protagoniste van de korte door Grace T.S.P. geregisseerde documentaire The Bride of Mont Blanc, had in het kader van haar project ‘Woman with Altitude’ al eerder reizen ondernomen naar Iran, Schotland en de Himalaya en zich verdiept in de avonturen en boeken van vrouwelijke ontdekkingsreizigers. Nu wil ze zo letterlijk mogelijk in de voetsporen treden van d’Angeville. Niet alleen uit bewondering voor de alpiniste uit de negentiende eeuw, maar ook om haar eigen angsten te overwinnen, waardoor ze in haar woonplaats, het 21-eeuwse Londen, jarenlang nauwelijks op straat durfde. Verder wil ze met haar ode aan d’Angeville andere vrouwen inspireren om zich vaker zelfstandig aan dergelijke ondernemingen te wagen.

In stijl met dit laatste streven moet ook de gids die Wortley naar de top van de hoogste berg van de Alpen moet gaan voeren een vrouw zijn. Na het nodige zoeken dient berggids Karen Bockel zich aan. Ze klikt goed met Elise Wortley, maar heeft wel zorgen over de korte tijdspanne die de onervaren en niet geacclimatiseerde Londense voor de onderneming heeft uitgetrokken.

The Bride of Mont Blanc

The Bride of Mont Blanc

Eenmaal aangekomen in de Haute-Savoie stelt Bockel dus voor om een stukje per trein omhoog te reizen. Wortley aarzelt even, maar wil toch niet afwijken van haar oorspronkelijke plan. Ze vertrekken dus evenals d’Angeville dat deed te voet vanaf het kerkje in het beroemde, maar relatief laag gelegen bergdorp Chamonix. De als Henriette uitgedoste Elise is daar een bezienswaardigheid met haar lange, uitwaaierende wollen jurk, haar grote ronde, haar oren en nek omspannende hoed, haar met spijkers beslagen veterlaarzen en haar pikkel met de hoogte van de staf van Sinterklaas, die bij het overbruggen van gletsjerspleten eerder onhandig dan behulpzaam zal blijken.

In Chamonix lopen de temperaturen begin juni tegenwoordig op tot boven de dertig graden. Wat met zich meebrengt dat het zweet Wortley tijdens de lange aanloop door de prachtige bossen boven het bergdorp langs het lichaam druipt en haar wollen kleding verschrikkelijk begint te jeuken. Om nog maar te zwijgen van het gewicht van haar loodzware schoeisel. Maar ze moeten verder. Want de speelruimte die zij en haar gids hebben voor de beklimming is klein, omdat er slechter weer op komst is.

Niet alles is echter kommer en kwel. Juist de lange aanloop zorgt ervoor dat de natuurervaring compleet is en geheel in de geest van Henriette d’Angevilles’ autobiografische notities. De ouderwetse kleding, waardoor je eerst de warmte en op grotere hoogte de kou, de wind en de vochtigheid nog meer voelt, maakt die ervaring in de beleving van d’Angevilles’ navolgster zelfs intenser. Maar zal Wortley op weg naar de top die ze hoopt te bereiken weer in de greep komen van haar verlammende angsten? Die vraag en de overweldigende beelden van de Mont Blanc en omgeving (en niet te vergeten de animatiebeelden van de klimster van weleer) maken van The Bride of Mont Blanc een onderhoudende kijkervaring.

Under the Spell of Quartz Crystals – Boodschappers van de eeuwigheid
Het Schwyzerdütsch van de kristallenzoekers in de documentaire Under the Spell of Quartz Crystals van Irene Marty klinkt met zijn gutturale klanken soms weerbarstig. Maar toch ook zangerig, bijna betoverend. In stijl met de harde, maar glinsterende kwartskristallen en andere mineralen die deze ‘Strahlner’ uit het binnenste van de bergen naar boven halen.

Evenals de documentairemaakster zijn de oude Konrad Mattli, Xaver Gnos en Peter Indergand en de jongere Heinz Infanger en Brüno Müller afkomstig uit het kleine kanton Uri in het hart van Zwitserland. Kennis omtrent betekenis, soorten en vormen van het bergkristal is daar nog altijd wijd verspreid. Geen twee kristallen zijn identiek, moet je weten. Maar ze zijn zonder uitzondering hexagonaal (zeshoekig). En hoewel men ze vindt op ongeveer drie kilometer hoogte, worden ze op 10 tot 15 kilometer onder het aardoppervlak gevormd.

Marty’s dromerige, nooit zweverige documentaire trakteert ons op impressies van het met zijn laaghangende wolken en veelkleurige ijsvelden en rotswanden haast mystieke landschap van de Urner Alpen. Maar verschaft bovenal een genuanceerd antwoord op de vraag of het zoeken naar bergkristallen daar de afgelopen eeuw van karakter is veranderd.

Under the Spell of Quartz Christal

Under the Spell of Quartz Crystals

Het zoeken naar kristallen om in je levensonderhoud te voorzien, komt tegenwoordig nauwelijks nog voor. Tegelijkertijd was de gevoeligheid voor hun betoverende schoonheid er ook bij de kristallenzoekers zelf altijd al. De tachtigplussers Mattli, Gnos en Infanger ondernamen hun soms gevaarlijke zoektochten nog om den brode. Terwijl het voor de jongere Infanger en Müller eerder een hobby is, of liever gezegd: een passie. Toch krijgt ook Xaver Gnos nog altijd een kinderlijke blik van verrukking in zijn blauwe ogen als hij praat over zijn vondsten in de loop van zijn leven. Zijn vele dromen die hij in een notitieboekje heeft opgeschreven gingen allemaal over kristallen.

Konrad Mattli, die turend met zijn verrekijker de Planckenstock, de Schwarzstöckli en alle andere bergen van het Göscheneralp Tal bij naam weet te noemen, lijkt op het eerste gezicht nuchter. Hij getuigt van het harde bestaan van zijn familie van kristallenzoekers, gemzenjagers, boerenknechten en herders. Maar ook bekent hij dat hij altijd een klein kristalletje waarmee hij zich verbonden voelt in zijn portefeuille bewaart.

Peter Indergand bekijkt met weemoed de dia’s waarop zijn vader nog is te zien. Die vader, eveneens kristallenzoeker en overleden toen Peter elf jaar oud was, vond in 1946 in een grot nabij de Tiefengletsjer een heel kluster van kristallen. Lange tijd vormde dat het pronkstuk van de kristallen- en mineralenzaak van de familie in het dorpje Göschenen.

De jongere kristallenzoeker Heinz Infanger zien we met een rugzak en skistokken over een gletsjer trekken, op zoek naar kristallen. Je heb een geoefend oog en het juiste gereedschap nodig om ze tussen het alledaagse berggesteente te vinden. Infanger graaft met een soort koevoet tussen het rotspuin, vindt een mooi kwartsstuk en wil weten waar het vandaan komt. Op een hogere plek gaat hij vervolgens wrikken en graaft er een tunnel, waarin hij een heel kluster vindt.

Bruno Müller werkt vanuit een grot. In het voorseizoen gaat hij er alleen op uit en in de zomer vestigt hij zich samen met zijn broers in dat tijdelijke onderkomen. Daar zien we de broers na het werk kaasfondue bereiden, die met een goed glas witte wijn wordt genuttigd, waarna ze een klassieke Zwitserse pijp met gebogen steel opsteken.

Al in het stenen tijdperk (ongeveer 8000 jaar geleden) gingen mensen op zoek naar kristallen. In haar voice-over vertelt Irene Marty dat ze in de Griekse mythologie werden gezien als de versteende vreugdetranen van de goden van de Olympus. Het stenen tijdperk en de Griekse oudheid lijken echter wel gisteren als je je bedenkt dat de kristallen zelf hun groeiproces in de Aarde twaalf miljoen jaar geleden voltooiden. Marty noemt ze om die reden de boodschappers van de eeuwigheid.

Als we Peter Indergand moeten geloven bewijzen de kristallenzoekers de natuur een dienst door haar kostbaarheden te verzamelen. Want, zo weet hij, de bergen zullen uiteindelijk weer in zee verdwijnen. Dit lijkt een aanvechtbare visie van een gepassioneerde verzamelaar. De geologische cyclus die bergen weer in zee doet verdwijnen, beslaat immers tientallen miljoenen jaren. Terwijl de mens zelf (met zijn kristallenverzamelingen) het mogelijk niet zo lang op Aarde vol zal houden. Om nog maar te zwijgen van de negatieve gevolgen van al dat gewrik en gewroet in de bergen op hun door de smeltende gletsjers toch al bedreigde consistentie.

Goodbye Sisters – Innige verbondenheid
Veel hoger nog dan de vindplaatsen van bergkristallen in de Alpen liggen die van de yarsagumba: een rups die zich voedt met paddenstoelen en vastgroeit in de grond. Deze kostbare kruising tussen een dierlijke en een plantaardige levensvorm, waarvan de consumptie een geneeskrachtige en lustopwekkende werking zou hebben, wordt gevonden op hoogtes rond 5000 meter in de Himalaya.

Bijna even sterk met elkaar verbonden als de bestanddelen van de yarsagumba zijn de Nepalese zussen ‘Maili’ (Jamuna Budha Magar) en ‘Saili’ (Anmuna Budha Magar), de protagonisten van Goodbye Sisters van de Frans-Ierse regisseur Alexander Murphy. In die gedramatiseerde documentaire, die op het festival zijn Nederlandse première beleeft, zien we de twee zussen dikwijls hand in hand lopen. Door de straten van de hectische Nepalese hoofdstad Kathmandu, waar ze samen een groot deel van hun jeugd hebben doorgebracht. Maar ook op een lang bergpad dat voert naar hun armelijke geboortedorp Maïkot, waar ze zich tijdelijk zullen herenigen met hun ouders en oudere zussen.

Die terugkeer naar het ouderlijk huis maakt deel uit van een plan van Maïli, de oudste van de twee. Ze wil in Japan gaan studeren om haar eigen financiële situatie en die van haar familie te verbeteren. Het geld voor de reis hoopt ze bij elkaar te krijgen door nog één keer een goede partij yarsagumba te oogsten in de bergen boven Maïkot.

Het bezoek aan hun geboortedorp heeft voor de zussen tevens een niet geringe emotionele betekenis. Dat wordt al duidelijk als ze zich nog in Kathmandu bevinden. Daar laten ze zich niet alleen informeren over de prijs die ze zouden kunnen vragen voor yarsagumba van eerste klas kwaliteit, maar kopen ze ook kleurige sjaals en allerlei andere cadeautjes voor hun familieleden.

Ze reizen uiteindelijk dag en nacht door. Eerst met de (nacht)bus, dan met een jeep over slechte wegen en tenslotte bij onweer te voet naar Maïkot. Het is alweer donker als de hereniging met de familie plaatsvindt. Maar die is er niet minder uitbundig om. ‘Ba’ (Darshan Budha Magar, de vader) offert een kip ter gelegenheid van de reünie en zingt dansend een lied, waarvan hij de tekst enigszins vergeten lijkt te zijn.

Goodbye Sisters

Goodbye Sisters

De volgende ochtend wrijven de twee stadse zussen zich de ogen nog uit als de anderen al uren buiten op de velden aan het werk zijn. Als Maili en Saili dat voorbeeld tenslotte volgen, doen de schoffels pijn aan hun handen. Later liggen alle vier de zussen lui op de akker. Met hun hoofden op elkaars schoot, waardoor ze bijna één groot lichaam vormen.

Ook als het viertal de vuile kleren van de familie wast in een wild stromend bergriviertje strijden werken en plezier om voorrang. Ze lachen om de kleren van Ba die ze maar niet schoon krijgen, wassen hun eigen haren en dat van elkaar en tekenen wenkbrauwen en snorren van schuim op elkaars gezichten. Maili en Saili proberen samen een grote zeepbel vast te houden, maar die spat uit elkaar.

Als de grote dag is aangebroken waarop de familie de hoogte intrekt voor de yarsagumba-oogst loopt vader voorop met een zware mand op zijn rug en torsen de dochters ieder een flinke rugzak. Bij een boeddhistisch gedenkteken bidden ze dat ze niet door honger of ziekte getroffen zullen worden en maar veel yarsagumba mogen vinden. Het landschap wordt ondertussen rotsachtiger en kaler. Tot ze aankomen bij een groene weide vol mekkerende schapen. Iets lager (op 5010 meter) ligt de nederzetting Pupal, waar velen hun tenten opslaan voor de jaarlijks yarsagumba-oogst.

De volgende dag, met laaghangende mist en toch felle zon, begint de zoektocht naar de merkwaardige levensvorm. Kruipend op handen en voeten moeten ze iedere vierkante centimeter afspeuren van een met droog, geel gras begroeide helling. De ogen van Maili en Saili beginnen te tranen. Maar ze hebben nog niets gevonden. Hun moeder, die met een stok in de helling graaft, heeft meer succes. De yarsagumba die ze tussen haar vingers houdt, oogt wat verkreukeld. Maar als ‘Ama’ het ‘beestje’ voorzichtig verder uit de grond trekt, blijkt het om een redelijk gaaf exemplaar te gaan. De eerste prijsbepalingen van de oogst die ze bij elkaar hebben weten te scharrelen, vallen niet tegen.

Er zijn echter meer kwesties dan alleen die opbrengst die de familie bezig zullen houden. Zoals de bepaald niet zo leuke schooltijd van Maili en Saili in Kathmandu, waar binnen de familie nog nooit over is gesproken. Bovendien weten Ba en Ama nog niet dat ze hun dochter Maili na de oogst acht jaar lang niet meer terug zullen zien. En kan Saili het vertrek van haar oudere zus eigenlijk wel aan?

In nadrukkelijk geregisseerde, maar ontroerende scènes komen die kwesties nog aan de orde in deze meeslepende hybride film over innige familiebanden, afscheid, de ruige schoonheid van de Himalaya en het harde bestaan van yarsagumba-zoekers.

 

In het tweede deel van deze vooruitblik op DMFF #16 onder andere aandacht voor de fluisterende natuur van de Vogezen, een moeder op de hoogste berg van de wereld, een animatiefilm met tijdschokken en bergvriendelijke architectuur.
 

2 november 2026

 

DMFF 2026 – Preview 2: Een auerhoen, rendierkuddes en een hertenhoofd

 

MEER FILMFESTIVAL

InDeBioscoop dit jaar niet aanwezig bij IDFA

Van 12 tot en met 22 november in Amsterdam
InDeBioscoop dit jaar niet aanwezig bij IDFA

door Bob van der Sterre

Door nieuwe criteria van IDFA hebben wij dit jaar geen perskaarten gekregen. Dat betekent dat InDeBioscoop IDFA (12-22 november) véél beperkter zal verslaan dan normaal. We maken geen preview, geen Q&A en minder reviews.

Indebioscoop.com verslaat al ruim tien jaar alle grote filmfestivals. Dat doen we vrij uitvoerig, met tiplijsten, Q&A’s en reviews. We bezoeken IDFA, IFFR, Imagine, LIFF, CinemAsia, Movies that Matter, Film Fest Gent en vele andere. Op dit punt hebben we best een goede reputatie ontwikkeld.

IDFA 2026: openingsfilm White Tiger Column

Openingsfilm IDFA 2026: White Tiger Column

Voor het eerst in dertien jaar werd een accreditatie voor een perskaart bij IDFA niet ingewilligd. De toelichting was: We moeten behoudend zijn met persaccreditaties dit jaar. In de formele afwijzing stond: Press access is only granted to professional journalists who will report extensively on the festival.

Uit berichten in de media blijkt de echte reden: IDFA moet vanwege de gestegen kosten bezuinigen. Lees dit artikel in Het Parool voor meer context.

Hoewel we begrip hebben voor de positie van IDFA, zijn de argumenten waarom de perskaarten worden geweigerd wel wat vreemd voor ons:

1. Geen professionele journalisten: in ons team zitten bijna allemaal professionele redacteuren. We geven meer context bij documentaires dan zelfs journalisten van grote bladen. We staan op Picl tussen recensies van de Volkskrant en NRC.

2. Niet veel over het festival schrijven: Indebioscoop.com biedt vermoedelijk al jarenlang de meest uitvoerige aandacht aan IDFA van álle media in Nederland. In totaal hebben we in dertien jaar meer dan 120 artikelen geschreven waarin we naar schatting 750 documentaires bespraken, ook veel documentaires die nergens anders zijn besproken. Bekijk ons archief.

3. Minder perskaarten ivm bezuinigen: Ook het financiële argument is apart omdat een accreditatie niet gratis is: je moet er als redacteur juist geld voor betalen. IDFA doelt waarschijnlijk op het hoge percentage ‘no-show’ van pers- en industriepersonen bij publieke voorstellingen. Dat kost de plek van een betalende bezoeker. Maar bij mijn weten is er ook een maximum aan pers & industriekaarten per publieke voorstelling.

Het is dus best bijzonder dat onze redactie niet eens één perskaart krijgt. Daarin zijn we erg teleurgesteld in IDFA als festival, alsof onze staat van dienst geen enkele rol speelde.

Volgens ons helpt deze beslissing ook meer verschraling in de hand aangezien het nooit goed is als de filmkritiek door een paar grote bladen wordt bepaald. Die hebben bovendien abonnementen te verkopen terwijl InDeBioscoop écht onafhankelijk is, en echt passie heeft voor films en documentaires.

Dit is waarom InDeBioscoop dit jaar weinig aandacht gaat besteden aan IDFA. Ook onze veelbekeken tiplijst blijft achterwege.

Wij zien je als lezer graag terug bij de festivals waar we nog wel welkom zijn als pers, zoals LIFF, Imagine, Gent en IFFR!

 

31 oktober 2026

 

MEER FILMFESTIVAL

Imagine 2026 – Deel 4: Mysterie, Suspense & SF

Imagine 2026 – Deel 4: Mysterie, Suspense & SF
Pesten op een Zweeds eiland en rare kunstenaarshuizen

door Bob van der Sterre

Mysterieuze films maken goede tijden door. Ze zitten vaak tegen horror en fantasie aan maar het mysterieuze idee staat voorop. Eerder dit jaar had je bijvoorbeeld de films Exit 8 en Backdoors. Bij Imagine halen de films dat niveau niet maar de liefhebber komt wel aan zijn of haar trekken.

 

Arkipelag

Arkipelag – Pesten op een schoolreisje loopt uit de hand
Een groep Zweedse kinderen gaat op schoolreis naar een eiland, maar om een of andere reden zonder docenten. Er zijn begeleiders op het eiland. En drie vaders – Bill, Bobo en Pontus – gaan ook mee.

Daar aangekomen blijken de begeleiders jong en meer bezig met zichzelf dan de kinderen begeleiden. Zo komen de drie ouders terecht in een lastige klasdynamiek, met een joch dat gepest wordt. Bill voelt zich geroepen om in te grijpen maar zijn dochter waarschuwt: “Het is een raar joch, iedereen haat hem.” Dan zijn de pesters al teruggestuurd. Reactie decaan van de school: “Dat waren zijn enige vrienden.”

Het doel voor Bill was ook om te gaan ‘bonden’ met zijn dochter maar hij stelt haar alleen vragen over het gepeste joch.

Pesten gebeurt ook op een ander niveau, merkt Bill als hij in de maling wordt genomen door Bobo en Pontus als ze een spelletje spelen. Alle drie de vaders lijken problemen te hebben gehad met hun eigen opvoeding. Misschien is er wel iets mis met het eiland, want de stapelbedden waren al ondergekalkt door wanhopige scholieren die hier in eerdere jaren zaten.

Als je ‘cringe’ net zo erg vindt als horror, moet je deze aardige debuutfilm van podcaster Alex Schulman niet kijken. Er is heel veel plaatsvervangende schaamte, met name bij de onhandig optredende Bill. De casting heeft slimme tegenpolen gevonden in Gustaf Skarsgård (Bill) en een acteur die ook regelmatig gangsters speelt: Fares Fares (Bobo).

Ik las ergens dat Schulman passie heeft voor het onderwerp opvoeding (podcasts en boeken). Dat is mooi. Alleen is de verteltoon in Arkipelag een probleem, want het zit tussen horror, suspense, humor en arthouse in, zonder echt ergens voor te gaan, en dat wreekt zich een beetje op het einde. Toch zou dit weleens een kraker in de bioscopen kunnen worden met ouders die het vermoedelijk maar al te herkenbaar vinden.

Kijk wanneer deze film draait.

 

Recluse

Recluse – Enge geluiden in een kunstenaarshuis
Joan is terug bij het enorme huis van haar vader. Die ligt na een incident zwaar verbrand in het bed van een gigantisch huis vol bizarre beelden en schilderijen. Hij mompelt onverstaanbare dingen. “Zijn kunst is een fascinerende vertaling van zijn eigen leven”, aldus de tuinman (zoon van de huishoudster).

Joan is geluidstechnicus en luistert door het hele huis op een bepaalde frequentie. Ze hoort kraakjes, bliepjes en soms iets wat op stemmen lijkt. Geesten?

Ze praat over de negatieve energie van het huis met de huishoudster en de verzorgster. “Hier is altijd rare shit gebeurd.” Mensen die van trappen vallen, geëlektrocuteerd raken. Haar broer en moeder zijn ook al beide omgekomen. De rode draad is die aparte vader.

Waarom blijft de huishoudster hem verdedigen? En wat is de geschiedenis van de verzorgster? Wat zit er in de kelder?

De film van Henry Chaisson focust zich op subtiele spanning, altijd griezeliger dan een doorsnee horror. Een hoofdrol voor geluid, dus de audiofiel komt aan zijn trekken. Het heeft met het landhuis en het kabbelende tempo ook wel iets van een jaren zeventig-film. Misschien neemt het wel iets te veel tijd om op te bouwen maar dat is ook een vorm van filmonthaasting.

Kijk wanneer deze film draait.

 

The Glorious Dead

The Glorious Dead – Sheriff Deb kan het niet meer bolwerken
Schoten in de natuur, bloed uit kranen. Poezen, honden, vissen, koeien zijn spoorloos. Hier en daar worden zelfs mensen vermist. Een monster van vlees? Geen gewone werkdag voor sheriff Deb.

Overal zien mensen kuilen in de grond. “Het is een soort anus.” Dode mensen komen opeens weer tot leven. Elders peuzelt een monster op de benen van een man die maar niet sterft. En dan zijn er de vigilantes die het recht in eigen hand nemen.

The Glorious Dead van John Adams en Toby Poser heeft niet zoveel verhaal, wel flair en zwarte humor. Mooi zijn de bossen, besneeuwde wegen, lokale karakters, metalmuziek en tussenkopjes. Vooral in het eerste deel werkt dat goed. Bij een man die uit een kist is opgestaan en voor een spiegel staat: “Hij zit vol formaldehyde, sheriff.”

Minder is dat de film snel zijn kruit verschiet, en zonder verhaal steeds B-film-achtiger wordt. Van het mysterie is aan het eind weinig meer over. Jammer, want de film had op dat gebied wel veel potentie.

Kijk wanneer deze film draait.

 

Godhead

Godhead – Priester moet beslissen over leven en dood
Een priester heeft een kerkje waar bijna geen bezoekers meer komen. Op een dag loopt er een tweeling in witte trainingspakken binnen, genaamd First Born en Second Born. Ze zeggen dat ze de heilige geest zijn en eisen dat de priester een van hen doodt voor morgenochtend.

First Born is de vlotte van de twee, Second Born is de angstige. De priester krijgt het pistool en het verandert zijn manier van doen. Hij bedenkt van alles om van de twee af te komen. “Als ik deze trekker overhaal, gaat de wereld op zwart.” Probleem: er is alleen een jochie in huis. “Je bent een priester met een geheim.”

De film van Mark H. Rapaport (Hippo, 2024) begint sterk en mysterieus. Aardige desoriënterende cameravoering met groothoeklenzen, zwart-wit, lichtspel; dat maakt een film altijd al aardig om naar te kijken. De acteurs passen bij die stijl, met name Al Warren als priester en Sarah Coffey als First Born.

Het wordt na een uur wat moeizamer zoals je je kunt voorstellen met een film die zich alsmaar in een kleine ruimte afspeelt en niet helemaal weet wat het met het verhaal moet doen.

Kijk wanneer deze film draait.

 

Out There

Out There – UFO’s in een achtertuin in Wales
Maz weet het zeker: haar vader is ongeveer tien jaar geleden bij een experiment meegenomen door aliens. Zelf heeft ze ook een vliegende schotel gezien.

Ze gaat samen met Elis en een twijfelachtige UFO-connaisseur op zoek naar de waarheid. Dat betekent inbreken in een legerbasis. Al snel zit het leger achter hen aan.

Uiteindelijk blijkt dat Maz toch gelijk heeft… of niet. Het is haar moeder die moet accepteren dat het verleden nog niet verwerkt is.

Redelijk luchtige productie uit Wales van Simon Ryninks heeft iets weg van Safety not Guaranteed maar mist tegelijkertijd ook iets oorspronkelijks. Het verhaal oogt wat te bekend, ook al is de locatie anders, het blijft een vrij gewoon recept, en jammer genoeg werkt het niet zo heel komisch.

Een van de pleziertjes die de film wel heeft, is acteur Michael Sheen als sjamaan Shifty. Die dacht ook een keer een buitenaards wezen te zien: “Ik zag het eikels eten!” “Was het soms een eekhoorn?” “Dat zou ook kunnen…”

Voor wat SF betreft, waren er afgelopen jaar al sterke series als Silo, Pluribus en Dark Matter – en daarnaast nog de film Project Hail Mary. Is er een SF-revival begonnen? Deze Imagine had wat minder te bieden, vandaar dat we ook geen apart artikel doen.

Kijk wanneer deze film draait.

 

Shorts

Headphones
Eddie heeft een oude walkman op en luistert naar muziek tijdens zijn snackbar-baan. Opeens klinkt er een stem en die vertelt wat er gaat gebeuren, en hoe hij met een stuk fruit het leven van zijn collega kan redden. Verzorgde korte film van Steven Arriagada.

Adventum
Twee belangrijke personen van een kolonie op de planeet Callisto (dat ligt bij Jupiter) praten over kunstmatige intelligentie. “Toch handig dat ze nu onze gedachten kunnen lezen.” Aardig opzetje, deze Nederlandse film van Ion Adrian, zoiets kan bij wijze van spreken een hele serie worden à la The Expanse.

The Malthus Law
Ook Nederlands is The Malthus Law. Een nieuwe wet is uitgevaardigd die AI volmacht geeft over wie mag blijven leven en wie niet, wat goed zou zijn voor de vooruitgang van de maatschappij. De wachtenden hebben discussies met elkaar. Aardig uitgangspunt voor een korte film, het acteren kan beter maar er is bijna geen Nederlandse film waar dat niet voor geldt.

 

30 oktober 2026

 

Imagine 2026 – Deel 1: Krabben, hacken, rugpijn en zwanger van aliens 
Imagine 2026 – Deel 2: In ‘The Devils’ draagt de duivel een kardinaalsmuts
Imagine 2026 – Deel 3: Levende lijken en geesten die bang zijn voor andere geesten

 

MEER FILMFESTIVAL

Imagine 2026 – Deel 3: Horror

Imagine 2026 – Deel 3: Horror
Levende lijken en geesten die bang zijn voor andere geesten

door Bob van der Sterre

Je kunt het bijna niet voorstellen maar horror lijkt ieder jaar weer ietsje populairder te worden. Eerder dit jaar maakte Obsession er al een mooi horrorfeest van, maar er zijn nog meer interessante horrorprojecten op Imagine.

 

Sanguine

Sanguine – Jongvolwassenen veranderen in monsters
Margot is arts in opleiding en behandelt een dame met een rare uitslag. Ze zegt dat ze hevig bloedverlies heeft. Een paar dagen later heeft Margot datzelfde enorme bloedverlies. Het is het begin van een grote uitslag op haar rug, die alleen met zware alcohol weg te branden is.

Ze gaat het onderzoeken en ze ziet dat meer jonge mensen getroffen worden. Ze lijken te veranderen in een nieuwe ‘soort’, zelfs hun DNA wordt aangetast. En die soort is spijkerhard, supercynisch, gewelddadig.

Liefhebbers van bodyhorror in de zaal? Deze film heeft plenty op dat gebied. Niet mijn kop thee, maar wat de film zo aardig maakt, zijn de inventieve cameratrucs, zeker tegen het einde aan toe, met de ‘chestcam’, die altijd wordt ingezet om karakters groggy of buiten-de-werkelijkheid te laten ogen.

De film van Marion Le Coroller wil gezien het plot iets zeggen over de generatie 18-25 jaar die (denk ik?) aan hoge werkdruk ten onder zou gaan. Dat begint met een vermakelijk gemonteerde openingsscène in een snacktent, een bijna korte film op zichzelf, waarbij een verkoper aan alle kanten onder druk wordt gezet: “Royal King… Royal King…Royal King…Royal King…”

Ik weet niet hoe terecht dit punt is, want deze werkdruk lijkt mij vrij generatieloos, maar de film doet in elk geval zijn best niet zomaar ‘horror’ te zijn.

Kijk wanneer deze film draait.

 

The Cycle

The Cycle – Een lijk dat niet kan doodgaan
Megan is een patholoog-anatoom en gespecialiseerd in het lezen van ‘leftovers’ van mensen. “Mijn werk is om het leven terugwaarts te begrijpen.”

Langs de kust worden er drie lichamen gevonden, een moeder en dochter en een man. De man is Megans vader die ze dertig jaar niet heeft gezien. Ondanks deze link willen ze graag haar specialistische kennis inzetten.

Het rare is dat de man morsdood is maar niet vergaat. En de volgende dag is een van de agenten overleden en is het lijk ervandoor. Tegelijk blijkt er iets aan de hand te zijn met het olieplatform waar haar vader heeft gewerkt.

Zonder te veel te willen verklappen kan ik wel zeggen dat The Cycle niet de kant op gaat die je verwacht op basis van het begin. Aardig is dat regisseur en schrijver Jordan Downey kiest voor niet-digitale effecten die knipogen naar jaren ‘80 cultfilms. Ze hebben de juiste cinemaspirit maar zijn ook weinig griezelig. Dit kan een publieksfavoriet worden op Imagine, maar het is wel zonde van de sfeervolle spannende politiethriller waarmee het begon.

Kijk wanneer deze film draait.

 

Never After Dark

Never After Dark – Als de ene geest te bang is om de andere geest te bestrijden
Airi verloor haar zus in een ongeluk. Maar die is nog bij haar – in spiegels. Ze helpt Airi bij haar werk als geestenopruimer en gebruikt daarbij wat kennis van haar zus. Maar… “nooit als het donker is”.

Ze zitten in een afgelegen hotel. Die mensen van het hotel moeten wel opdonderen want ze kan niet werken met pottenkijkers. Maar haar zus is geen fan van deze geestenverdrijving. “Het is een moeilijke geest.”

Als Airi via een techniek de gene zijde betreedt, ziet ze een man die aan een luikje krabt. We komen er langzaam achter wat deze geest wil en waarom Airi’s zusje zegt dat ze gevaar loopt.

De film van Dave Boyle (Man From Reno, 2014) heeft een paar aardige zaken voor een horrorfilm. Zo heeft het iets wat je vaak mist in andere horrorfilms: ook niet enge stukken. Als ze ‘s avonds muziek draait, danst en drinkt, gebeurt er niets engs. Menig horrorfilm had daar wel wat stress in gestopt. Griezelen gaat vaak het beste als je niets móet. Ook vond ik het plot wel bijzonder – wat kan ik niet uitleggen zonder het te verklappen. In elk geval een aanrader voor als je meer dan hapslikweggegriezel wilt.

Kijk wanneer deze film draait.

 

Shorts

Breathwork
Deze film van Erik Westerström bewijst dat je zelfs van een yogasessie iets creepy’s kunt maken. Zeker als je het mixt met The Exorcist. Aardige korte film.

Vape Glow
Mike paft van een intussen teruggeroepen vape-pen. Als het licht uitgaat, is de gloed van de pen zijn enige licht. Hij moet flink doorvapen om licht te blijven houden. Film van Steven Schloss vertelt het verhaal inventief met een camera op de vape-pen.

 

29 oktober 2026

 

Imagine 2026 – Deel 1: Krabben, hacken, rugpijn en zwanger van aliens
Imagine 2026 – Deel 2: In ‘The Devils’ draagt de duivel een kardinaalsmuts
Imagine 2026 – Deel 4: Pesten op een Zweeds eiland en rare kunstenaarshuizen

 

MEER FILMFESTIVAL

Imagine 2026 – Deel 2: The Devils (1971)

Imagine 2026 – Deel 2:
In ‘The Devils’ draagt de duivel een kardinaalsmuts

door Cor Oliemeulen

De Franse koning als travestiet, nonnen in een orgie en een priester op de brandstapel. Ken Russell spaart God noch gebod in The Devils (1971). Op Imagine is zijn omstreden cultklassieker te zien in een nieuwe 4K-restauratie. “Nu corruptie en religieuze hersenspoeling hoogtij vieren, is de film relevanter dan ooit”, aldus het Amsterdamse festival.

Toen Ken Russell aan The Devils begon, had hij de Britse fatsoensrakkers al flink op de kast gejaagd. In Women in Love (1969) liet hij Oliver Reed en Alan Bates poedelnaakt worstelen. In zijn televisiefilm Dance of the Seven Veils (1970) trok hij componist Richard Strauss door een mangel van seks, geweld en nazisme. Er was protest in het parlement en de erven Strauss blokkeerden het gebruik van de muziek, waardoor die film decennialang onzichtbaar bleef. Tja, kunstenaars waren bij Russell nu eenmaal geen keurige bustes op een sokkel: ze hadden een lichaam, driften en soms bedenkelijke politieke sympathieën.

The Devils (1971)

Een opstandige priester
Als je The Devils kijkt, kun je moeilijk geloven dat Ken Russell destijds overtuigd katholiek was. De filmmaker zei later dat hij zich afzette tegen het geloof omdat het mensen manipuleerde en politieke tegenstanders uit de weg ruimde. Hij noemde The Devils een film over hersenspoeling en machthebbers die iedereen aan zich willen onderwerpen.

Het verhaal speelt zich af in het Frankrijk van de jaren 1630. Na bloedige godsdienstoorlogen moeten katholieken en protestanten samen verder leven. Protestanten mogen hun geloof nog wel belijden, maar ze moeten hun eigen militaire bescherming opgeven. De gemeenschap die Russell neerzet, heeft iets van het dorp van Asterix en Obelix, alleen moeten ze het hier zonder toverdrank stellen. Hun voornaamste verdediger is de charismatische katholieke priester Urbain Grandier (opnieuw Oliver Reed), die zich ook voor zijn protestantse medeburgers inzet. Hij verzet zich fel tegen de sloop van de muren van zijn vestingstad Loudun.

Terwijl koning Lodewijk XIII in een bizarre travestietenshow voor zijn hofhouding de godin Venus speelt, werkt kardinaal Richelieu aan een plan om Grandier te elimineren. Richelieu zal zijn kans grijpen in het plaatselijke nonnenklooster, waar Grandier de gemoederen flink bezighoudt. Wat zich daar afspeelt, bracht de censoren destijds tot wanhoop en kan ook nu – met de gecensureerde scènes toegevoegd – moeiteloos kijkers choqueren.

Het verval van de stad
De politieke en religieuze intriges krijgen extra kracht door de decors van de jonge productie-ontwerper Derek Jarman, die later zelf naam zou maken als regisseur, zoals met Caravaggio (1986). Voor The Devils brak hij met de traditie van het historische kostuumdrama en bouwde hij in de studio Loudun na. De gigantische muren bekleed met glanzende witte tegels bepalen de klinische, bijna futuristische setting, geïnspireerd door Metropolis (1927) van Fritz Lang.

Terwijl de pest rondwaart, verandert de stad langzaam in een gitzwarte wereld van machtswellust en godsdienstwaanzin. Voor de uitdrijvingsscènes liet Russell zich inspireren door Aldous Huxley’s boek The Devils of Loudun, waarin Jeanne’s exorcisme wordt vergeleken met ‘een verkrachting in een openbaar toilet’. De witte tegels van Jarman laten zich langzaam besmeuren met bloed en vuil.

De kostuums van Shirley Russell (de toenmalige echtgenote van de regisseur) passen goed bij het theatrale karakter van de film. Het Franse hof hult zich in extravagante, soms lachwekkende barokke outfits en benadrukt daarmee de eigen leegte en decadentie. Lekker met z’n allen schieten op rennende mensen in een vogelpak! De kleding in het klooster is strikt en sober, totdat hier de razernij toeslaat – aangezwengeld door de van Grandier bezeten moeder-overste Jeanne.

The Devils (1971)

De bezeten nonnen
Vanuit een kloosterraam ziet Jeanne hoe de begrafenisprocessie voor de overleden gouverneur van Loudun langzaam dichterbij komt. Kwijlend en kronkelend heeft ze slechts oog voor de woest aantrekkelijke Urbain Grandier. Met Jeanne’s verwrongen lijf en scheefgetrokken hoofd maakt Vanessa Redgrave van Jeanne een potsierlijke, beklagenswaardige verschijning die geen raad weet met haar verlangen.

Zij ziet de priester als een Jezusfiguur die over water loopt, een doornenkrans draagt en een bloedende wond in zijn zij heeft. Een heilig boontje is hij zeker niet, want hij beantwoordt de seksuele belangstelling van vrouwen in Loudun met alle plezier. Oliver Reed geeft Grandier de kracht en viriliteit die veel van zijn rollen kenmerken: ook als priester trekt hij direct de aandacht en straalt hij een vanzelfsprekend gezag uit.

Jeanne fungeert als katalysator van de spraakmakende orgie in de kerk. Bij de seksueel onderdrukte nonnen slaan alle stoppen door. In de 4K-restauratie van The Devils zie je hoe religieuze hysterie ontaardt in losbandigheid, in scènes die decennialang uit de bioscoopversie waren geschrapt. Dat begint met nonnen die letterlijk hun habijt van zich afwerpen en zich in hallucinante beelden overgeven aan seksuele verlangens en suggestieve handelingen – met als hoogtepunt de scène waarin naakte nonnen zich bevredigen op een groot kruisbeeld van Jezus. Zelfs Fellini, die twee jaar eerder in Satyricon toch aardig had uitgepakt met de uitspattingen in het oude Rome, zou er rode oortjes van hebben gekregen.

Richelieu’s handlangers grijpen de ontketende razernij aan om Grandier als duivelsaanbidder te vervolgen en te martelen. De duivel hoeft in Loudun dus zelf niet zijn handen uit de mouwen te steken. Jaloezie, wraak en machtswellust doen het werk. De kardinaal wast zijn handen in onschuld.

Kijk wanneer deze film draait.

 

28 oktober 2026

 

Imagine 2026 – Deel 1: Krabben, hacken, rugpijn en zwanger van aliens
Imagine 2026 – Deel 3: Levende lijken en geesten die bang zijn voor andere geesten
Imagine 2026 – Deel 4: Pesten op een Zweeds eiland en rare kunstenaarshuizen

 

MEER FILMFESTIVAL

Imagine 2026 – Deel 1: Luchtig

Imagine 2026 – Deel 1: Luchtig
Krabben, hacken, rugpijn en zwanger van aliens

door Bob van der Sterre

Imagine is een festival waar nog hard gelachen mag worden. Vaak in de mix met andere genres. Vier luchtige films en drie shorts.

 

The Peril at Pincer Point

The Peril at Pincer Point – Met krabben op zoek naar het geweldigste geluid van de wereld
Op de dertigste verdieping van een Londense woning vindt Jim een krab. Hij probeert het dier te pakken en wordt gebeten. Jim is een vrij gemiddelde geluidsman bij een studio. Indruk maakt hij niet met zijn werk. “Waar heb je die geluiden van?” “Ik heb ze van overal en nergens.” Hij luistert naar motivatietapes. “Mijn microfoon is mijn derde arm.”

Zijn baas, regisseur P.W. Griffin, zoekt naar ‘het geluid dat nooit eerder is gehoord’. Hij zoekt specifiek een dame die sandwiches maakte en een schitterende stem had. Ze is alleen teruggegaan naar het eiland waar ze woont, Pincer Point. De geluidsman mag naar haar op zoek. Ze is vermist, zeggen lokale bewoners. Ondertussen krijgt hij te maken met krabben ‘zo groot als honden’ die met hem praten.

Weird eiland en weirde film, deze productie van Jake Kuhn en Noah Stratton-Twine. De toon is luchtig en ironisch en er zijn veel cinematografische verwijzingen. Grof zwartwit (een mix tussen jaren vijftig Bert Haanstra en indieklassieker In The Soup denk ik aan). P.W. Griffin misschien een verwijzing naar D.W. Griffith (The Birth of a Nation)? Een scène die sprekend lijkt op een klassieke Hollywoodfilm. Dan is er nog de link met scripts, acteurs en vooral audio.

De mensen op het eiland ogen letterlijk als rollen in een film. De kapitein met zijn archaïsche manier van spreken, de kamerverhuurder ‘die ook wel een vrouwenstem kan doen’, de twee jongens op strandstoeltjes die opeens synchroon een krabbendansje doen.

Aardige productie, had misschien met iets minder ironie kunnen doen en iets meer, wel, gewoon.

Kijk wanneer deze film draait.

 

Drag

Drag – Rugpijn tijdens een inbraak
Twee zussen zitten in een auto voor een groot huis. Het doel is inbreken. “Ik ben terug voor je het weet”, zegt de ene zus tegen de andere. De andere zus baalt ervan dat ze gezegd heeft op wacht te zullen staan. “Je bent een crimineel die een beetje barkeepen erbij doet.”

Als de inbrekende zus ineens niet meer antwoordt, komt de andere zus haar opzoeken. Ze ligt met rugpijn in de badkuip. Hoe komt ze het huis uit? Slepen maar…

Dat gaat goed totdat er een uitsteeksel op de vloer ligt. Ducttape, een trap, kunstwerken die kapot vallen: de ellende escaleert snel. De eigenaar keert terug – ontvangt een date – en ze verbergen zich in de kelder. Daar zien ze een lijk en beseffen ze dat hij een seriemoordenaar is. Ze bespreken hun opties. “Hem knockout slaan met een koekenpan, ben je gek?” “Wat kan er misgaan met een koekenpan?” “Wat als ik hem sla op een verkeerde plek en hij sterft?” “Pfffttt… Je durft ook niets.”

Vermakelijke dialogen en acteerwerk van Lizzy Caplan en Lucy DeVito (inderdaad dochter van). De verzorgde film van Raviv Ullnan en Gren Yagolnitzer is niet serieus, bevat best wat suspense en body horror en oogt af en toe met het gevoel voor sfeer en details zelfs als een luchtige Hitchcock.

Des te spijtiger dat de film zoals zoveel andere films ontspoort met bloed en geweld. Een ‘spetterende finale’ laten we maar zeggen.

Kijk wanneer deze film draait.

 

Mum, I'm Alien Pregnant

Mum, I’m Alien Pregnant – Wat doe je als je zwanger bent van een alien?
Mary is werkloos en woont nog bij haar moeder (Cynthia), die niet weet wat grenzen respecteren is. Op een dag ontmoet ze de nieuwe buurjongen. Ze heeft gehoord dat er iets met zijn penis is. Of ie hem wil laten zien. Dat wil ie uiteindelijk wel. “Maar eh… het heeft tentakels.” Ze heeft zelf wel iets met hentai en raakt er opgewonden van. Het loopt wat uit de hand en wat van zijn alien-zaad komt op Mary terecht.

Ze begint zich raar te voelen. Naar de dokter en gynaecoloog, waar ze na een dag al ‘twaalf weken’ zwanger blijkt te zijn. Ze probeert het er tevergeefs uit te duwen.

Het is niet moeilijk om te raden waar deze uitzinnige film heengaat: een lang en absurd verhaal over haar alien-zwangerschap. Met portretten van de vier hoofdpersonen, die allen triest zijn op hun eigen manier. Zoals de duffe zoon met het alien-gereedschap en de moeder die ontvoerd is geweest door aliens maar er niet graag over praat.

Dat weten we ook omdat het al een korte film is geweest die ook in 2024 bij Imagine te zien was: Help, I’m Alien Pregnant. De makers, Sean Wallace en Jordan Mark Windsor, hadden genoeg materiaal voor een langere film. En terecht, want de extra sausjes, geestige bijrollen, vindingrijke effecten, humor (verhouding tussen moeders en hun thuiswonende kinderen) en dialogen maken het tot een af en toe hilarische film. Hannah Lynch speelde de rol van Mary in de korte film ook al en wist dus precies hoe ze de rol moest aanpakken.

De droogkomische Nieuw-Zeelandse humor is sowieso iets voor fijnproevers. Denk aan Flight of the Concords, Clarke and Dawe, What We Do in the Shadows, Eagle vs. Shark, etc. Mum, I’m Alien Pregnant past in dezelfde categorie.

Kijk wanneer deze film draait.

 

O Rei da Internet

O Rei da Internet – Hoe een vijftienjarige een geduchte hacker werd
Daniel Nascimento is een tiener die naar eigen zeggen “nooit ergens goed was in zijn leven”. Hij wordt dagelijks gepest. Meisjes zien hem niet zitten. Zijn vader heeft geen respect voor hem. Alles verandert als hij merkt dat hij handig is met computers en zo wel erkenning krijgt.

Het begint met een relatief onschuldige hack die ervoor zorgt dat hij allerlei tijdschriften thuis krijgt gestuurd. Daarna gaat het snel: “Ik hackte bijna elke site, die ik hier niet mag noemen, omdat de producers bang zijn om juridisch vervolgd te worden.” En creditcards… Zijn vader vindt dat wel verdacht als hij met een dure zonnebril rondloopt. “Je hebt wel veel mazzel de laatste tijd.”

Hij hackt de telefoonlijn en gaat verder dan ooit. “Ik kreeg BrassNET op zijn knieën maar ik sneed ook het noordoosten van Brazilië van het internet af.” Hij ontmoet een echte hacker, Noturno, en vanaf dat moment glijdt de pas 15-jarige Daniel steeds meer de misdaad in.

De film van Fabricio Bitter – gebaseerd op een waargebeurd verhaal – heeft die lichtvoetige stijl die je sinds Amélie kunt dromen. Voice-overs (veel), hysterische montage, funky muziek, koeienletters op het scherm. Er zit bijna geen normale scène bij. Neem een scène als deze: opzwepende muziek, auto vertrekt uit schuur, ze gaan partyen, klok telt van 23:00 naar 03:00, daarna een beeld hoe ze de auto terug de schuur in duwen. Best vermakelijk allemaal maar ook weinig nieuws onder de zon.

Kijk wanneer deze film draait.

 

Shorts

A Little Dead
De kleine dood hobbelt achter moeder dood aan en lijkt weinig zin te hebben in leren hoe je mensen doodmaakt. Het zit de hele tijd in de weg van moeder die haar werk probeert te doen. Ze raakt gedeprimeerd. Dan komt het toch nog goed. Charmante animatie van Leto Meade en Jonathan Rockefeller waarbij de dood iets vriendelijks is in plaats van iets engs.

Bye Bye Garbage
Het is een zootje bij Aba thuis. Maar dat zootje gaat samen klitten en wordt een levend wezen van vuilnis. Dat wezen zit bij haar aan de keukentafel, leert woorden en neemt een douche. Dan komen de kinderen en treffen de woning van Aba in verregaande staat van smerigheid aan. Terwijl het gewoon een mooie vriendschap was tussen een oudere vrouw en haar vuilnis. Sympathieke en creatieve film van het Iraanse duo Bahman and Bahram Ark.

Mi Juego
Man werkt in een videotheek en ziet het leven niet meer zitten. Hij heeft een spelletje: pakken ze de oranje video, dan schiet hij de klant neer. Pakken ze de blauwe video, dan schiet hij zichzelf neer. Een spannend spel dat regelmatig maar net goed afloopt. Productie van David Bravo bevat diverse filmverwijzingen en is mooi geanimeerd in blauw, oranje en wit.

 

27 oktober 2026

 
Imagine 2026 – Deel 2: In ‘The Devils’ draagt de duivel een kardinaalsmuts
Imagine 2026 – Deel 3: Levende lijken en geesten die bang zijn voor andere geesten
Imagine 2026 – Deel 4: Pesten op een Zweeds eiland en rare kunstenaarshuizen

 

MEER FILMFESTIVAL

Imagine 2026 – Preview: Veel fantasie en horror

Imagine 2026 – Preview:
Veel fantasie en horror

door Bob van der Sterre

Imagine is hét festival voor de liefhebber van onbezoldigd escapisme. En toch zie je nergens anders zoveel innovatieve filmideeën, fantasierijke scripts en acteerwerk dat de grenzen opzoekt. Ook dit jaar heeft Imagine weer veel weirdness te bieden.

Wat kun je verwachten tijdens het festival?
Imagine duurt van 29 oktober t/m 8 november. De kaartverkoop is al van start gegaan. De twee hoofdfilmlocaties van het festival zijn de FilmHallen en LAB111 in Amsterdam. In Hal West vindt het VR-programma plaats.

Hot Spot (foto: Focus Features)

Deze drie thema’s komen aan bod:

  • Ghost in the Feed: over angsten en verlangens bij iedere nieuwe vorm van mediatechnologie.
  • Magisch realisme in Latijns-Amerikaanse cinema: over de opkomst van een nieuwe generatie Latijns-Amerikaanse filmmakers die door een magisch-realistische bril kijken naar wat er in hun eigen continent is gebeurd.
  • The New Flesh: over hoe onze levens en hersenen het beeldscherm worden ingezogen.

Waar staat het programma?
Dat staat hier.

Wat doen we bij InDeBioscoop aan Imagine?
InDeBioscoop bekijkt het programma in meerdere delen: horror, mysterie/spanning/sciencefiction en humor. We nemen zowel het featureprogramma als de korte films door.

Volg InDeBioscoop om op te hoogte te blijven van het festival!

Meer weten?

 

 

26 oktober 2026

 

MEER FILMFESTIVAL

LIFF 2026 – Deel 4

LIFF 2026 – Deel 4:
Diagnose van de maatschappij

door Tim Bouwhuis

Kan een satirische horrorkomedie net zoveel zinnigs vertellen over de uitwassen van het kapitalisme als een drama dat zijn analyse een stuk serieuzer aanpakt? Het makkelijke antwoord op die vraag is “uiteraard”, maar na het zien van Ryûsuke Hamaguchi’s meesterwerk All of a Sudden gaan de gedachten onwillekeurig terug naar een eerdere kijkbeurt op dit 21ste LIFF.

In het sardonische AnyMart gebruikt debutant Iwasaki Yusuke het vehikel van de genrefilm om zijn kritiek op de Japanse (consumptie)maatschappij kracht bij te zetten. Yusuke’s speelse en bij vlagen onbeschaamd lompe benadering staat in groot contrast tot de ernst van Hamaguchi (Drive My Car, 2021), die zichzelf met zijn eerste gedeeltelijk Franstalige film (originele titel: Soudain) overtreft en diep ontroert.

AnyMart

AnyMart

Vinger op de zere plek
Bijzonder is dat deze twee titels op het eerste oog niet verder uit elkaar hadden liggen, maar inhoudelijk wel degelijk dezelfde onderwerpen beroeren. Beide regisseurs stellen iets zorgwekkends vast als ze naar hun thuisland Japan kijken: de maatschappelijke druk om te werken, kopen en bovenal gehoorzamen heeft de mensen zielloos en mentaal kwetsbaar gemaakt. Het moge duidelijk zijn dat Yusuke en Hamaguchi niet de eerste creatieve geesten zijn die tot een dergelijke conclusie komen. Maar waar AnyMart niet verder komt dan droge, doorzichtige satire, is Hamaguchi’s film alomvattend, messcherp, verlichtend en hoopvol.

Als Nederlandse supermarktbezoeker word je geregeld geconfronteerd met het geschal van inspiratieloze afspeellijsten, maar die inwisselbare hitmuziek is niets vergeleken bij het riedeltje in AnyMart. Voor winkelbediende Sakai (acteur Shota Sometani heeft meerdere internationaal bekende anime’s ingesproken) zou een sessie aan de kassa van zijn vestiging aan moeten voelen als de eindeloze wachtrij van een themapark, zonder beloning aan het eind.

Dodelijke sleur
Elke andere werknemer zou hier gillend gek worden. Sakai niet. Die is zo lamgeslagen van verveling dat hij niet eens meer in staat is om de sleur als stoorzender te herkennen. Als een robot in bedrijfskleding dreunt hij de winkelregels op – streng overhoord door zijn baas, die nog zijn vader is ook – en geeft hij belangeloos instructies aan een nieuwe collega. Van horrorwendingen is nog geen sprake, tot de winkelmanager sneuvelt.

AnyMart laat op niet mis te verstane wijze zien hoe een monotone arbeidscultuur niet alleen zorgt voor mentale klachten, maar ook voorkomt dat mensen nog betekenisvolle relaties met elkaar kunnen aangaan. Als Sakai de opgewekte kapster Ogawa na een shift vraagt of zij tijd voor hem heeft, lijkt het er eerst op dat hij haar misschien op date zal vragen. In plaats daarvan verzoekt hij haar om reclamebedrukking voor de winkel te maken. Het is Yusuke’s manier om uit te drukken dat menselijke relaties op hun dieptepunt terug te brengen zijn tot louter commerciële transacties.

Een doorsnede van Japan
Yusuke’s maatschappijkritiek is treffend, maar niet al te uitdagend verpakt. Zeker in de tweede helft van de film, wanneer Sakai’s vader een afslag neemt naar horror, schreeuwt de regisseur zijn boodschap van de daken. Ben je als genreliefhebber snel verzadigd, dan kun je deze vorm van satire wellicht beter hebben omdat er ook iets te gruwelen valt. Prik je daar doorheen, dan is AnyMart te eendimensionaal om scherpzinnig te zijn en niet toonvast genoeg om te overtuigen als genreflick.

Het is geen toeval dat Usuke’s debuut zich uitgerekend in Japan afspeelt. Je kunt teruggaan tot snedige klassiekers als Ikiru (Akira Kurosawa, 1952) en Early Spring (Yasujirō Ozu, 1956) om te doorgronden welke sporen de naoorlogse vorming van een moderne bureaucratie in het heden heeft nagelaten. In weinig landen krijgt het begrip patriarchaat zo nadrukkelijk gestalte als hier. Wat dat betreft is het tekenend dat Sakai’s baas niet alleen zijn baas is, maar ook zijn vader. Ongehoorzaamheid is geen optie.

All of a Sudden

All of a Sudden

Zo gretig als de satire wordt uitgesmeerd in AnyMart, zo terloops dient zij zich aan in All of a Sudden. Hamaguchi’s film gaat over veel, veel meer dan alleen de houdbaarheidsdatum van het kapitalistische systeem. Tegelijk bevat het dik drie uur durende drama een van de beste kritische analyses van het onderwerp in de geschiedenis van het medium. Dat je de bewuste monoloog als kijker ademloos kunt aanhoren, heeft niet alleen te maken met de scherpte van de argumentatie, maar ook met het personage (geïnspireerd door een Japanse filosofe) dat het woord heeft.

Het einde van een leven, het einde van de wereld
Mari Morisaki is theatermaakster en stervende. De reeks voorstellingen die ze in een mooie junimaand presenteert in Parijs, raakt aan universele thema’s als zorg, menselijk contact en hoop. Door een speling van het lot ontmoet Mari de directeur van een plaatselijk verzorgingshuis voor ouderen met Alzheimer. Marie-Lou (met groot gemak de meest impactvolle rol in de carrière van Virginie Efira) kan haar drukke post verlaten om de voorstelling te bezoeken en raakt na afloop met Mari aan de praat. De twee wandelen. De middag wordt de avond, de avond wordt de nacht. Marie-Lou brengt haar nieuwe zielsverwant helemaal mee naar het verzorgingshuis, waar ze een van de gastverblijven voor de ernstig zieke vrouw kan inrichten.

Mari en Marie-Lou maken niet alleen kennis met elkaar, ze delen ook hun kennis en inzichten over de maatschappij waarin we leven. De analyses van Mari hebben veel weg van een universitair college, maar actrice Tao Okamoto en Efira spelen het naar huis als een authentiek, diep invoelbaar gesprek. Eenmaal in de vertrekken van het verzorgingshuis pakt de theatermaakster een stiftbord en begint ze woorden en begrippen met elkaar te verbinden.

Het zou zonde zijn om hier een poging te doen Mari’s uiteenzetting te herhalen. Aangrijpend is vooral hoe ze eindigt. Als ze tot haar punt is gekomen dat het kapitalistische systeem de apocalyps nadert die ze over zichzelf heeft afgeroepen, simpelweg door eindeloos mensen en middelen te blijven opslokken, beseft ze dat zijzelf deze apocalyps niet meer zal meemaken. Haar analyse die groter aanvoelt dan het leven zelf wordt plots weer klein, breekbaar en ongelooflijk persoonlijk. In het restant van de film blijft Hamaguchi voortbouwen op dat persoonlijke, empathisch meanderend tussen momenten van verdriet en troost.

Andere golflengte
Het is nog te zacht uitgedrukt dat All of a Sudden Yusuke’s AnyMart doet vergeten. De films functioneren op een andere golflengte en hebben bij lange na niet hetzelfde gewicht. Misschien is de vergelijking ook wel helemaal niet eerlijk, ware het niet dat beide regisseurs de vinger leggen op dezelfde pijnlijke plek. Dat het kapitalisme failliet kan worden verklaard, is bij Yusuke de hoofdmoot en bij Hamaguchi slechts het begin. Voor wat er verder nog in het verschiet ligt, komt All of a Sudden gelukkig al twee weken na het LIFF naar de Nederlandse zalen.

 

16 oktober 2026

 

MEER FILMFESTIVAL

LIFF 2026 – Deel 3

LIFF 2026 – Deel 3:
Buitengewone vriendschappen

door Cor Oliemeulen

In het derde deel van ons LIFF-verslag volgen we een rouwende tiener, een teruggetrokken vrouw die een jongetje toelaat in haar leven en twee Schotse rappers die ontdekken dat succes hun vriendschap op de proef stelt.

 

Mouse

Mouse – De kracht van rouwen
Filmfestivals barsten vaak uit hun voegen van coming-of-age verhalen, maar dat blijken zelden sterke drama’s zoals Mouse. Regisseurs Kelly O’Sullivan en Alex Thompson maakten tijdens het LIFF 2024 al een verpletterende indruk met Ghostlight en zetten die lijn dit jaar voort met opnieuw thema’s als familie, rouw en theater.

In de zomer van 2002 zijn de tienermeiden Minnie en Callie onafscheidelijke vriendinnen. Callie is knap en populair, Minnie is verlegen. Ook al heeft hun vriendschap een ongelijke dynamiek, ze vullen elkaar prima aan. Aan die vanzelfsprekendheid komt abrupt een einde als Callie omkomt bij een auto-ongeluk. Minnie is niet alleen haar bestie kwijt, maar ook degene bij wie ze zichzelf kon zijn.

Mouse volgt Minnie (een geweldig naturel spelende Katherine Mallen Kupferer) in haar belevingswereld die totaal op zijn kop staat. Haar relatie met haar moeder (Barbara Dunn, net als in Ghostlight ook in het echt haar moeder!) wordt er niet beter op. Minnie schaamt zich voor haar achtergrond en haar wat onbeholpen moeder, die het hart op de tong heeft en niet kan bieden wat haar dochter wenst.

Het is begrijpelijk dat Minnie meer toetrekt naar Callie’s moeder (een al even sterke rol van Sophie Okonedo). Zij was ooit concertpianiste en voor een schoolherdenking helpt ze Minnie met een lied dat Callie aan het oefenen was. Voor haar is Minnie’s gezelschap een herinnering aan haar dochter. Voor Minnie is Callie’s moeder iemand die tijd voor haar maakt en praat over wat haar bezighoudt. Hun contacten leiden tot een soort van vriendschap, die wat tricky wordt zodra Minnie probeert iets van Callie’s plaats in te nemen.

Je kunt begrijpen dat het script van Kelly O’Sullivan is geïnspireerd door Lady Bird van Greta Gerwig. Beide films spelen rond 2002 en putten uit de jeugdherinneringen van hun makers. Ze volgen meisjes uit een eenvoudig milieu op de drempel van volwassenheid met een wankel zelfbeeld en een moeizame relatie met hun moeder. Gerwigs solo-regiedebuut is vooral een komedie, Mouse is een drama waarin rouw het hoofdthema is. En waar Lady Bird soepel met korte scènes en vinnige overgangen tempo maakt, geeft Mouse ongemak en stiltes meer ruimte. Daardoor blijft de film integer en menselijk.

 

Moscas

Moscas – Indringers
Al even sterk gekozen als de titel Mouse (muis) is Moscas (vliegen), de vijfde speelfilm van de Mexicaanse regisseur Fernando Eimbcke. In de openingsscène ligt een vrouw op bed die wakker wordt van een vlieg. Ze komt moeizaam overeind en volgt de vlieg naar de woonkamer. Met een pantoffel slaat ze hem dood. Even later weer een vlieg, die ze te lijf gaat met een spuitbus. De overvloedige spray dreigt haarzelf te verdelgen in plaats van die rotvlieg.

Het tempo en het sobere interieur van het kleine appartement voorspellen een drama zonder veel actie. De bewoonster, Olga (Teresita Sánchez), lijkt niet veel om handen te hebben. Vanaf haar bank zappt ze ongeïnteresseerd en soms zien we haar zitten aan een tafeltje waar ze Sudoku op een computer speelt. Een bezoek aan een pedicure leert dat ze geopereerd moet worden aan een ingroeiende teennagel. Dat kost 3.000 peso’s, en dat geld heeft ze niet. Geheel tegen haar zin verhuurt ze een slaapkamer aan Tulio. Zijn 9-jarige zoontje Cristian is bij hem, maar Tulio houdt hem aanvankelijk buiten haar zicht. Ze verblijven in de buurt van het ziekenhuis, waar Tulio’s vrouw wordt behandeld. Ze eten buiten en Cristian moet in een fles plassen of buiten in de bosjes zijn behoefte doen.

Met zijn vader-zoonrelatie, sociale kritiek, zwart-witfotografie en een camera die vaak op kinderhoogte staat, knipoogt Eimbcke naar het Italiaans neorealistische meesterwerk Ladri di biciclette (1948). Zo laat Moscas via het kind zien hoe geld en toegang tot zorg het dagelijkse leven bepalen. Terwijl vader weg is naar het ziekenhuis of voor werk krijgen Olga en Cristian contact. Met zijn ontwapenende gedrag brengt hij haar vaste, teruggetrokken leven langzaam uit balans. Cristian staat voor een vlieg uit de filmtitel die eerst ongewenst Olga’s leven binnendringt en later een verandering bij haar op gang brengt. De korte slotscène brengt dat leuk in beeld.

Door de minimalistische aanpak met het lome tempo, de vaste kaders en veel aandacht voor omgevingsgeluid komt Moscas langzaam op gang, maar maakt het ontstaan van de vriendschap tussen Olga en Cristian veel goed. Of wel, hoe een potje Space Invaders iemands leven kan veranderen.

 

California Schemin’

California Schemin’ – Roem door bedrog
Het verhaal over twee rappers in het Schotse Dundee die de hypocrisie van de muziekindustrie willen ontmaskeren, werd al in 2013 verteld in de documentaire The Great Hip Hop Hoax. Nu is er een speelfilm, het regiedebuut van James McAvoy, die ook een muziekbaas speelt. Het autobiografische boek California Schemin’: How Two Lads from Scotland Conned the Music Industry van Gavin Bain, een van de twee rappers, vormt de basis voor de film.

Het is vooral de Engelse muziekindustrie begin jaren 2000 die het moet ontgelden: alleen Amerikaanse artiesten zijn interessant. Dat merken boezemvrienden Gavin (Séamus McLean Ross) en Billy (Samuel Bottomley) nadat ze met de bus helemaal naar Londen zijn gereisd voor een auditie en daar worden uitgelachen met “Rapping Proclaimers”.

Weer terug in hun sociale flatwijk en het saaie werk in een callcenter besluiten ze om het anders aan te pakken. Ze gaan flink oefenen om een Amerikaans accent onder de knie te krijgen en doen alsof ze een verleden hebben in de internationale hiphop-scene. Het lukt zowaar, en ze krijgen een contract voor opnames, optredens en een verschijning bij MTV. Thuis in Dundee schudt Billy’s vriendin Mary haar hoofd. Zij denkt dat de jongens na hun succes weer zichzelf zullen zijn.

Maar Gavin en Billy hebben de smaak te pakken en genieten met volle teugen van hun roem, drank, drugs en aandacht van vrouwen. Vooral Gavin weet van geen ophouden. Met zijn nieuwe identiteit lijkt zijn onzekerheid verdwenen en begint hij te geloven in zijn eigen verzinsels, zodat zijn vriendschap met Billy steeds meer onder druk komt te staan.

California Schemin’ begint als een vlotte muziekkomedie, waarin de avontuurlijke uitspattingen deels zijn vastgelegd met een camcorder. Vanaf het moment dat het bedrog hun leven heeft overgenomen, verschuift de toon langzaam naar een donker karakterdrama. Die overgang werkt goed en voorkomt dat de film verzandt in een voorspelbare tienerkomedie.

Deze drie films zijn nog te zien tijdens het LIFF 2026.

 

14 oktober 2026

 

MEER FILMFESTIVAL