Jimmy Is Punk – Het verhaal van Panic

Bekroonde muziekdocumentaire te zien tijdens IN-EDIT
Jimmy Is Punk – Het verhaal van Panic

door Alfred Bos

De Amsterdamse groep Panic was de breker van de eerste punkgolf die in 1978 door Nederland rolde. Het was ook de enige Nederlandse groep die optrad in de Newyorkse club CBGB’s, het punkmekka van Amerika. De documentaire Jimmy Is Punk vertelt hun verhaal.

Het is 1977. Joop den Uyl is minister-president van het enige linkse kabinet dat Nederland na de oorlog heeft gehad. In Engeland roert zich een nieuw geluid, punk. Het waait de Noordzee over.

Jimmy Is Punk – Het verhaal van Panic

Peter ten Seldam zingt en Michiel Van ’t Hof speelt gitaar in de rock-’n-rollband Big Peter and the Garage. Ze rijden van de Amsterdamse Atletiek Club, waar ze sporten, naar de Singel in de binnenstad, waar Ten Seldam woont en de band repeteert. De autoradio speelt een nummer van de Sex Pistols.

Michiel Van ’t Hof: “We zijn langs de kant van de weg gaan staan om te luisteren. Dat moeten we ook gaan spelen!” Kort daarop morft Big Peter and the Garage tot Panic.

Andere tijden
Jimmy Is Punk – The Story of Panic is een reis in de tijd naar 1978. Op 3 mei van dat jaar spelen Ten Seldam, Van ’t Hof, bassist Piet van Dijk en drummer Rein De Graaf in het jeugdwerkclubhuis De Kunstmin in Gouda. Nederland heeft punk net ontdekt en Panic is een van de eerste Nederlandse punkgroepen die een elpee uitbrengt, 13. De zaal is goed gevuld.

Op initiatief van Ten Seldam is het optreden gefilmd, maar het materiaal nooit gebruikt (op een eenmalige vertoning van een ruwe montage in de Amsterdamse dansclub Mazzo na). Het dook op tijdens de voorbereiding van een aflevering van Andere Tijden over punk in Nederland.

Duco Donk, video-editor van beroep en vriend van de groep, monteerde de beelden tot een documentaire, die internationaal furore heeft gemaakt op filmfestivals. DOC LA in Los Angeles gaf de film vorig jaar de prijs voor beste muziekdocumentaire. FAME in Parijs deed hetzelfde.

Geen hanenkammen
Panic stond bekend om hun energieke optredens, met het atletische podiumbeest Peter ten Seldam – een kleine tien jaar ouder dan de andere bandleden – als blikvanger en gangmaker. Punk was in 1978 in Nederland een handvol bands groot: God’s Heart Attack (Amsterdam), Flyin’ Spiderz (Eindhoven, debuutalbum in 1977), Speedtwins (Arnhem), Ivy Green (Hazerswoude-Dorp) en Whizzguy (Huizen). Panics debuutoptreden in de bovenzaal van Paradiso sloeg in als een granaat, herinnert schrijver dezes zich. Peter te Seldam: “We werden direct herkend als dé punkband van Amsterdam.”

Drummer Rein De Graaf overleed in 2010, de andere drie bandleden leven nog. Twee daarvan, Ten Seldam en Van ’t Hof, zitten met Duco Donk rond een tafel. “Het gekke is dat we eigenlijk geen punks waren”, reageert Michiel op Peters opmerking. “Nee”, zegt die, “geen hanenkammen, geen nazisymbolen, geen gekkigheid.” Waarop Donk opmerkt: “Dat zie je goed aan de film. Dat soort punks bestonden op dat moment niet.” Punk als mode kwam pas later, weten we nu.

Laatste kans
Geboren in Amsterdam, groeide Peter ten Seldam na de scheiding van zijn ouders op in internaten en bij pleeggezinnen. In Nijmegen begint hij op de hoek van de straat te zingen. “In mijn eentje, de teksten verzon ik ter plekke.”

Bij een pleeggezin in Harderwijk, in de Biblebelt, heeft een ‘broer’ een Gretsch-gitaar. “Je begrijpt, dat was fantastisch. We hebben nummers gemaakt, er jongens uit de omgeving bijgehaald en toen had ik een band, The Top Diables, de topduivels. En dat ging te gek goed! Ik zat in Harderwijk op het lyceum, laatstekansonderwijs. De directeur roept me bij zich en zegt: ‘Als jij nog één keer optreedt met die band, kun je je eindexamen vergeten.’ Dat was 1962. Met die band en die jongens ging het hartstikke goed, maar het viel even net verkeerd in Har-der-wijk.”

Panic 13

“In 1962 zat ik boordevol verdriet. Als ik op het podium stond, liet ik me op mijn rug vallen, dook ik alle kanten op. Ik deed totaal iets anders dan wat rock-’n-roll toen was. De militairen uit Ermelo kwamen na het optreden aanzetten met kroketten en bier. Leeft de zanger nog?”

Dus jij was in 1962 al de Iggy Pop van Nederland?

Peter ten Seldam: “Zo mag je het rustig noemen. Na zo’n optreden lag ik drie dagen op bed, kon ik me nauwelijks meer bewegen. Dat is later wel wat gekalmeerd. Maar toen ik de jongens van Panic ontmoette, zat het er nog steeds. Op het podium was ik erg beweeglijk. Ik gooide alles eruit wat ik kwijt wilde. Zonder dat ik iemand hoefde te vermoorden.”

Michiel Van ‘t Hof: “Je hebt ook behoorlijke stunts uitgehaald. Van het podium naar de bar, van daar het balkon op en weer terug naar het podium.”

Peter ten Seldam: “Ik probeerde elk optreden weer verrassend te zijn. Ook voor onszelf. Volledige vrijheid, eigenlijk. Elk optreden was een feest. Iedereen was uitgelaten, een dolle boel. Dat is wat je wilt bereiken.”

Studentenbaantje
In 1977 wonen Piet van Dijk en Michiel Van ’t Hof op een studentenflat in Amsterdam. Ze deden aan studentenactivisme, wat toen heel gewoon was, en repeteerden als bandje, net iets minder gewoon. “We zochten iemand met een andere invalshoek”, aldus Van ’t Hof.

Peter ten Seldam was na zijn vroegere ervaringen als rock-’n-rollzanger nooit vergeten hoe leuk het was op het podium te staan. “Ik heb gezocht en gezocht. Ik heb nog geprobeerd om een band te vormen met die jongen die toen portier was bij Paradiso, de latere punkdichter Ton Lebbink. Die drumde en woonde iets verderop bij mij op de Singel. Het lukte maar niet. Moeilijk hoor, om een band van de grond te krijgen.”

Piet van Dijk sorteerde post, een studentenbaantje. De toenmalige vriendin van Ten Seldam werkte daar ook. “Zo ben ik met Piet en Michiel in aanraking gekomen. Ik woonde op dat moment op de Singel, twee huizen van Yab Yum. Dat pand stond halfleeg. Dus daar konden we een oefenruimte maken. Dat scheelt, als je goed kunt repeteren. Mamma mia!” Van ’t Hof: “Jij woonde schitterend.”

Ten Seldam was op de dat moment de dertig ruim gepasseerd, de anderen een stuk jonger. Voelde hij een generatieverschil? “Nee, dat heb ik geen moment gehad. Ik zocht gewoon een nieuwe band.”

Van ‘t Hof: “Er was direct een klik.”

Ten Seldam: “Ik was er helemaal rijp voor!”

Knipmes op buik
Binnen een jaar ging Panic van niks tot elpee, 13 verscheen in het voorjaar van 1978. “Moet je je voorstellen”, zegt Ten Seldam. “We sliepen in de studio op de grond en dan gingen we weer door.”

Van ‘t Hof: “Dat was een studio in Badhoevedorp. Je hoorde de vliegtuigen overkomen. Kennelijk waren de elementen van mijn gitaar niet goed geïsoleerd, want je kon af en toe de communicatie van de piloten met Schiphol horen.”

In 1978 heeft Nederland nog geen clubcircuit. De groep speelt doorgaans in jeugdhonken die worden gerund door jongerenwerkers. Van ’t Hof: “Als we moesten optreden, zetten we de bus voor het huis van Peter op de Singel om de spullen in te laden. Om drie uur ’s middags werden de meisjes gebracht die naar hun werk bij Yab Yum gingen. Als wij om drie uur ’s nachts terugkwamen om uit te laden, gingen zij weer naar huis. Over de gracht hing dan een walm van parfum en andere geurtjes, dat is me altijd bijgebleven.”

Die optredens waren vaak, in de woorden van Peter ten Seldam, een dolle boel. “In Zwolle speelden we in een clubhuis”, vertelt hij. “Ik had een flesje petroleum bij me. Iemand gaf me een fakkel en ik spuug een golf van vuur over de hoofden in de zaal. Na afloop heeft een jongen die onder die vuurbal stond, ons bedreigd met messen. Toen we wegreden vlogen de stenen door de lucht.”

In De Trol in Hoorn krijgt hij een knipmes tegen zijn buik gezet. “Wat is dat? Oh, je wilt zingen. Nou, prima. Stond ik met een knipmes op mijn buik met een jongen te zingen.”

Panic in New York

Optreden in New York
In de zomer van 1978 stapt Peter ten Seldam met een doos elpees onder zijn arm op het vliegtuig naar New York en benadert Hilly Kristal, de baas van CBGB’s, de club waar The Ramones, Blondie, Talking Heads, Television en Patti Smith hun eerste optredens deden. Hij krijgt het voor elkaar dat Panic er in juli kan spelen. Ze zijn de enige Nederlanders die dat kunnen zeggen.

Het tweede optreden is uitgezonden door het lokale WPIX FM-radiostation; het concert staat op Spotify. Peter ten Seldam: “Amerikaanse bands zeiden tegen mij: ‘It takes years to get into this place, how did you do it?’ Voor Hilly Kristal was het ook een kick, een band uit Nederland.”

De groep speelt voor het laatst in hun thuishaven Paradiso op 22 november 1978, Ten Seldam is voor de gelegenheid verkleed als Sinterklaas (ook dat optreden staat op Spotify). Na een optreden in Zwolle valt de groep uit elkaar. Het is februari 1978, nog geen jaar na hun eerste en enige album. Ook daarin kunnen ze zich spiegelen aan de Sex Pistols.

Film als tijdmachine
Jimmy Is Punk – The Story of Panic werkt als een tijdmachine, hij teleporteert de kijker terug naar 1978. En dat is precies de bedoeling van regisseur Duco Donk. “Ik baal vaak van muziekdocumentaires. De muzikanten worden heilig verklaard en het is terugkijken op. De kracht van dit materiaal is dat je er bij bent. Dat wilde ik optimaal benutten door niet terug te gaan kijken. Maar je mee te nemen naar toen. En daar te blijven.”

“Filmmakers praten vaak over het vertellen van verhalen. Dat betekent niet dat je iemand gaat filmen die een verhaal vertelt. Film betekent dat je een verhaal met film vertelt. Deze film vertelt het verhaal ‘Hoe was het nou echt?’ Dat is een verhaal met beelden. Als je de kracht van dit materiaal ziet, kun je het alleen maar verkloten met woorden.”

“In de film zit een moment dat mij erg aanspreekt”, bekent Van ‘t Hof. “Peter geeft de microfoon aan een jongen uit het publiek. Die jongen komt er niet helemaal uit, maar wij spelen gewoon door. Net zolang tot Peter de microfoon terugkrijgt en dan gaan we, hup, naar het volgende akkoord. We wisten van elkaar wat er moest gebeuren.”

Rock-’n-rollstoel
Peter ten Sendam, 78 inmiddels, gebruikte rock-’n-roll en punk om zijn emoties te ventileren. Werd hij daar op aangekeken bij de atletiekvereniging?

“Nee, helemaal niet. Eerder het tegendeel, ze wisten het wel te waarderen. Bij een optreden was er een keer een invalide man in een rolstoel. Die kwam uit enthousiasme omhoog. Kijk nou, hij staat!”

Zo zie je maar, rock-’n-roll geneest.

“We straalden een vreugde uit. Een ontwapende benadering van rock-’n-roll waar niemand woedend van werd.”

Jimmy Is Punk – The Story of Panic draait op 18 juni (Ketelhuis, 19:15) en 19 juni (Melkweg, 21:45) tijdens het IN-EDIT festival te Amsterdam; op 26 juni in Eindhoven (LAB-1, 15:00), op 3 juli in Nijmegen (LUX, 19:15) en op 4 juli in Den Bosch (Willem II, 14:45)

 

13 juni 2021

 

MEER INTERVIEWS

IN-EDIT 2021 preview

Van 16 tot en met 20 juni in Amsterdam
IN-EDIT doet het met muziek

door Alfred Bos

IN-EDIT richt zich op muziekdocumentaires. Achttien jaar geleden begonnen in Barcelona is het filmfestival uitgewaaierd over meerdere continenten. De derde Nederlandse editie vindt plaats van 16 tot en met 20 juni in Amsterdam. Een deel van het programma gaat in de weken daarna op tournee door Nederland.

Zoveel soorten muziek, zoveel soorten muziekfilms. Biopics, concertregistraties en documentaires zijn een vast – en in aantal groeiend – onderdeel van het bioscoopprogramma. IN-EDIT toont een keur uit het aanbod dat te obscuur wordt geacht voor een reguliere release. Wat uiteraard niets zegt over de kwaliteit van de film. Of de muziek.

Jimmy Is Punk – The Story of Panic

Jimmy Is Punk – The Story of Panic

Seks, drugs en rock-’n-roll
Neem Jimmy Is Punk – The Story of Panic. Op 3 mei 1978 speelde de Amsterdamse punkband Panic in De Kunstmin in Gouda, een optreden dat op initiatief van zanger Peter ten Seldam werd gefilmd. Tijdens de beeldresearch voor een aflevering van het tv-programma Andere Tijden kwam het materiaal boven water en Duco Donk, video/editor van beroep, vulde het aan tot een documentaire over de meest spraakmakende band van de eerste punkgolf in Nederland.

De film is meer dan een cultuurhistorisch document, hij werkt als een tijdmachine die de kijker katapulteert naar 1978. De energie is verbluffend, de band hecht ingespeeld en Ten Seldam een podiumbeest à la Iggy Pop. De concertregistratie vangt de interactie tussen band en publiek, en toont in het voorbijgaan de kleingeestigheid van de zaaleigenaar. Jimmy Is Punk – The Story of Panic is een parel en kreeg volkomen terecht de onderscheiding voor beste muziekdocumentaire tijdens het DOC LA-filmfestival van 2020.

Ook geworteld in de punkscene van 1978, maar dan in Los Angeles, is de meidenband (zo heette dat toen) The Go-Go’s, die in 1982 als de eerste volledig uit vrouwen bestaande rockgroep de bovenste plaats van de Amerikaanse albumlijst behaalde. Hun debuutalbum The Beauty and the Beat – met de hits Our Lips Are Sealed en We Got The Beat – is verplichte kost voor ieder new wave-liefhebber, en al legden ze het in Europa af tegen The Bangles, in Amerika is de groep een levende legende.

Dat meiden op het vlak van seks, drugs en rock-’n-roll, als ook nijd en na-ijver, niets onderdoen voor jongens, toont de documentaire The Go-Go’s van Alison Ellwood. Excessen, verslaving, psychische nood, botsende karakters—het hoort er kennelijk allemaal bij. Maar ze leven nog en zijn, al is het met onderbrekingen, nog altijd actief.

My Darling Vivian

My Darling Vivian

Correctie op biopic
Vivian Liberto had, naast racisme, ook de maken met de excessen van het muzikantenbestaan, maar dan als eerste vrouw van muziekicoon Johnny Cash. De documentaire My Darling Vivian van Matt Riddlehoover doet recht aan een bestaan buiten de schijnwerpers dat even veel drama kende als dat van menig muziekidool. Liberto, moeder van de Amerikaanse country en rootsrock-ster Rosanne Cash, stond lange tijd in de schaduw van Cash’s tweede vrouw, June Carter, lid van de legendarische Carter-muziekdynastie en moeder van zangeres Carlene Carter.

My Darling Vivian corrigeert het beeld dat James Mangolds biopic Walk the Line uit 2005 (met Joaquin Phoenix als Cash en Reese Witherspoon als Carter) van Liberto schetst. Doorsneden met een schat aan beeldmateriaal uit het familiefilmarchief komen de vier dochters aan het woord over hun moeder – en vader. Wie daar niet genoeg aan heeft, leze Liberto’s autobiografie I Walked the Line. Voor haar schreef Johnny Cash zijn eerste hit, I Walk the Line.

Sisters with Transistors

Sisters with Transistors

Pionieren met ringmodulator en synthesizer
Vrouwen speelden een belangrijke, maar onderbelichte rol in de ontwikkeling van de elektronische muziek. Sisters with Transistors van Lisa Rover geeft in negentig minuten korte introducties van tien vrouwen die pionierden met toongeneratoren en synthesizers. Daphne Oram, Bebe Baron en Delia Derbyshire zijn niet half zo beroemd als Vangelis of Kraftwerk; laat staan dat iemand heeft gehoord van de thereminvirtuoos Clara Rockmore, de Française Eliane Radigue (assistent van de avant-gardecomponisten Paul Schaeffer en Pierre Henry) of de Amerikaanse Laurie Spiegel die de eerste componerende algoritmes schreef.

Daphne Oram was medeoprichter van de vermaarde BBC Radiophonic Workshop, waar intromuziek en geluidseffecten voor radio en tv werden gemaakt met niet-traditionele instrumenten als ringmodulator en bandrecorder. Daar produceerde Delia Derbyshire in 1963 de futuristische themamuziek voor de nog steeds lopende tv-serie Dr. Who. Bebe Baron maakte met de apparaten die door haar man Louis in elkaar werden gesoldeerd in 1956 de eerste volledig elektronische filmsoundtrack, die van Forbidden Planet.

Rode draad door de verhalen van de tien vrouwen: gebrek aan respect, tegenwerking, ze werden (en worden vaak nog) niet serieus genomen. Geboren uit noodzaak maakten ze van de punkattitude ‘do it yourself’ een deugd en creëerden unieke muziek. De enige namen die het publiek mogelijk iets zeggen zijn die van Pauline Oliveros en Wendy Carlos. En die laatste werd geboren als – man.

Rockfield: The Studio on the Farm

Rockfield: The Studio on the Farm

Oase van rust
In 1963, na een vruchteloze ontmoeting met Beatles-producer George Martin, begonnen de boerenzonen Kingsley en Charles Ward een opnamestudio in een stal van het familiebedrijf in Monmouth, Wales. Ze bouwden er een gastverblijf bij en in 1965 werd Rockfield de eerste studio-met-logies ter wereld. Er zijn honderden, zo geen duizenden platen opgenomen; de beroemdste is ongetwijfeld Bohemian Rhapsody van Queen.

De eerste Nederlandse groep die er opnam, was The Bintangs (hun vierde elpee, Genuine Bull, uit 1975), maar die komen we niet tegen in de documentaire Rockfield: The Studio on the Farm. Regisseur Hannah Berryman spreekt gevestigde acts als Black Sabbath, Coldplay, Oasis en Manic Street Preachers; hun verhalen zijn weinig schokkend. Uitzondering zijn Jim Kerr en Charlie Burchill die iets duidelijk maken over de muzikale ontwikkeling van Simple Minds. Queen ontbreekt.

Landelijkheid en rust blijken voor veel muzikanten niet te staan voor inspiratie en door isolement afgedwongen creativiteit, maar vooral voor verveling, zodat de lokale kroeg de voornaamste winnaar blijkt te zijn van de voor gestresste muzikanten ideale situatie, op papier althans. Het wordt triest genoeg geïllustreerd door het verhaal over (niet van) Rob Collins, toetsenman van The Charlatans, die in 1996 zijn auto fataal parkeerde in een weiland.

Folk-‘n-roll
Naast genoemde films biedt IN-EDIT documentaires over onder meer Poly Styrene, zangeres van de Engelse punkband X-Ray Spex (Poly Styrene: I Am a Cliche); New Order, de groep van de klassieker Blue Monday (New Order: Decades); de Amerikaanse singer-songwriter Eric Anderson (The Songpoet); een portret van de Italiaanse zanger Lucio Dalla (For Lucio); twee films over hiphop: American Rapstar en It’s Yours: A Story of Hip Hop and the Internet; en Ibiza: The Silent Movie, waarin regisseur Julian Temple een beeld schetst van partyeiland Ibiza.

Diezelfde Julian Temple is verantwoordelijk voor de film waarmee IN-EDIT haar derde Nederlandse editie op woensdag 16 juni aftrapt. Crock of Gold: A Few Rounds with Shane MacGowan, een filmportret van de voorman van de Ierse folkpunkband The Pogues; hij gaat door het leven met eeuwige dorst. Documentairemaker en clipregisseur Temple, de vader van actrice Juno, is generatiegenoot van Don Letts en eveneens gespecialiseerd in documentaires over muziek en jeugdcultuur. Zijn portret van McGowan is even raak als onthullend.

IN-EDIT vindt van woensdag 16 tot en met zondag 20 juni plaats in de Westergasfabriek, Melkweg en FC Hyena te Amsterdam. Een aantal films is in de weken daarna te zien in andere steden. Klik hier voor het volledige programma en kaarten.

 

9 juni 2021

 
MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2021 (juni-editie) – Dicht op elkaar

IFFR 2021 (juni-editie) – Deel 3:
Dicht op elkaar

door Sjoerd van Wijk

Het IFFR gooide voor het tweede deel van haar jubileumprogramma de zalen open in het enige land ter wereld waar de volksvertegenwoordiging voor een strategie van kudde-immuniteit koos. Dat leidt begrijpelijkerwijs tot een tweedeling in de filmgemeenschap. Zij die zich laten verblinden door de schoenkeuze van een minister konden in de zaal pretenderen dat de crisis voorbij is, andere filmliefhebbers mochten streamen.

 

Everything Is Cinema

Everything Is Cinema – Desillusie
In een van de weinige films op het IFFR waar de coronapandemie expliciet een rol speelt, waart een vergelijkbaar cynisme rond. In Everything Is Cinema vertelt filmmaker Don Palathera als de fictieve Chris over hoe zijn plannen om in navolging van Louis Malle een documentaire over Calcutta te maken al snel in het water vallen als het virus om zich heen begint te grijpen. In plaats daarvan zit hij opgescheept in een appartement met zijn vrouw Anita.

Gepresenteerd als een uit noodzaak gemaakte documentaire fulmineert Chris over de nietsvermoedend door het beeld dartelende Anita (gespeeld door co-scenariste Sherin Catherine). Hij zanikt over haar vermeende oppervlakkigheid of filosofeert over cinema zelf voordat hij uit mededogen met zijn kijker beelden van het pre-pandemieleven in Calcutta toont, waardoor het geheel een meditatief karakter krijgt. Met name een ruzie over een paar eieren resoneert daarin, waarmee Everything Is Cinema de desillusie over de veranderde levensplannen post-pandemie gestalte geeft.

 

Decameron

Decameron – Hartenkreet
In Hong Kong bleven de in 2019 gehouden protesten tegen de uitleveringswet doorlopen tot in 2020. Decameron levert op bezielende wijze een ooggetuigenverslag af van de situatie daar anno nu. Deze politieke documentaire zoekt naar wat Hong Kong nu zo uniek maakt, een plaats die zichzelf in tegenstelling tot de CCP niet als China ziet. Krantenknipsels, nieuwsfragmenten, nagespeelde scènes en beelden van de protesten vormen daarbij een eclectisch geheel die regisseur Rita Hui Nga Shu vernuftig met elkaar verweeft.

Een lange metrorit overdondert met alle protestgeluiden galmend op de achtergrond. Een personage met mondkapje kijkt uitdagend in de camera voordat plots het beeld oprekt voor een weids shots van Hong Kong in beweging als water (zoals hun protesttactieken). Als een van de fictieve personages in een restaurant iemand confronteert wiens juridische gevecht tot de wet leidde, botsen verschillende elementen op elkaar. Ondanks het beschouwende karakter ligt overal een storm op de loer. Het resulteert in een hartenkreet nog extra onderstreept door een aftiteling waarin de makers aangeven ‘fucking’ te houden van Hong Kong.

 

A Man and a Camera

A Man and a Camera – Vol van vertrouwen
Voor A Man and a Camera belde filmmaker Guido Hendrikx een paar jaar aan bij willekeurige voordeuren om degene die opendoet zwijgend te filmen tot deze er genoeg van heeft. Zijn regels: geen communicatie met de mensen en zelf geen initiatief nemen. Dat eenvoudige conceptuele gegeven levert een scala aan reacties op met als de gemene deler de vraag waarvoor hij dit doet. De een lacht ongemakkelijk en doet de deur weer dicht, de ander besluit de camera uit Hendrikx’ handen te slaan. Een derde nodigt hem binnen uit en probeert tevergeefs een kopje koffie te slijten.

De film dreigt snel te verzanden in een foefje doordat veel reacties in dezelfde categorie vallen. Gaandeweg wisselt Hendrikx echter van de meer wantrouwende personen naar degenen die vooral erom kunnen lachen en zelf maar een heel verhaal beginnen als de cameraman zijn mond houdt. Paradoxaal genoeg komen de meest oncomfortabele momenten wanneer hij het volst in vertrouwen wordt genomen. Het alledaagse krijgt iets zinderends doordat de cameraman er ongehinderd bij zit en deel mag uitmaken terwijl het toch echt bedtijd wordt (‘welterusten’) of dat iemand even tien minuten de deur uit moet. Zo dicht op en met elkaar – het onthutst in een land waar een virus laten uitrazen de normaalste zaak van de wereld is.

 

8 juni 2021

 

IFFR 2021 (juni-editie) – Terug naar de bioscoop (?)
IFFR 2021 (juni-editie) – Een soep van heden en verleden

 
MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2021 (juni-editie) – Heden en verleden

IFFR 2021 (juni-editie) – Deel 2:
Een soep van heden en verleden

door Bob van der Sterre

Heden en verleden liggen dichtbij elkaar in het Regained-programma van IFFR. Oude films gaan over toekomst en nieuwe films over het verleden. IFFR biedt een paar fraaie voorbeelden uit Zwitserland en Iran.

 

Der 10. Mai

Der 10. Mai – Zwitsers in oorlogstijd
Zwitserland en 1940… Hoe zat dat eigenlijk? Het blijkt dat de Zwitsers hem knepen op Der 10. Mai toen de nazi’s Nederland en België binnenvielen. Waarom zouden ze Zwitserland dan wel met rust laten?

In Zürich wachten ze in spanning op de inval, terwijl er ook Duitsers al vluchtend hun kant op gaan. Zoals Werner, die mazzel heeft met een paar aardige Zwitsers, totdat hij de zwager van zijn Zwitserse penvriendin tegenkomt. ‘Je weet waar je jezelf moet aangeven.’

De film uit 1957 laat met veel theatraal melodrama zien hoe lastig het leven was voor ‘de goede beambte’, een Joodse familie, een Duitse vluchteling. Maar ook soldaten die wisten dat ze geen kans zouden hebben tegen het Duitse leger. De film geeft af en toe een spottend portret van de eetlustige, formele en volkse Duitstalige Zwitsers. Die zie en hoor je ook niet vaak in films: ‘Ich haab nichts gefunden dass besser smek as esse’.

De eerste Zwitserse widescreenfilm (regie Franz Schnyder) is een curiositeit die Zwitsers ongetwijfeld koesteren, maar in 1957 waren andere landen natuurlijk al een stuk verder op hun filmontdekkingstocht. Hoe Zwitsers sindsdien kijken naar hun oorlogsperiode kan ik niet zeggen, maar mijn instinct zegt dat ze steeds kritischer zijn geworden op hun eigen verleden.

 

La Suisse s’interroge

La Suisse s’interroge – Zelfreflectie in 1964
Eveneens een Zwitserse curiosum is het twintig minuten durende La Suisse s’interroge uit 1964. De film van Henry Brandt was onderdeel van de nationale expositie in Lausanne. De bedoeling was om met vijf filmpjes zelfreflectie te tonen aan de bezoekende Zwitsers. De film werd in 2017 gerestaureerd door Cinematheque Suisse.

We beginnen met teksten als ‘Zwitserland is mooi’, ‘Zwitserland kent voorspoed’, ‘Alles loopt op rolletjes’… om dan een paginagrote vraag tegen te komen: Maar loopt alles echt op rolletjes? En dan de screen title: Problemen. Die zijn er ook genoeg in 1964: discriminatie; bejaardenoverschot; dure woningen; gebrek aan allerlei beroepen: ingenieurs, artsen, zusters, wetenschappers, docenten, technici; milieuproblemen.

Het mooiste segment is ‘De weg naar geluk’, waarbij ik meteen een Tosca Niterink en Arjan Ederveen-gevoel bij krijg. Het kan bijna niet uit 1964 komen maar dat doet het toch. Die kinderogen op het einde en dan die tekst…

De film heeft iets tijdloos en zit tegelijk ook muurvast in het wereldbeeld van 1964 (dat was ook de opzet natuurlijk). Goed werk, vooral met de interessante montage.

 

The Deer

The Deer – Kritisch over bewind sjah
Ook heden en verleden zien we in Masoud Kimiai’s The Deer uit 1974. Een Iraans misdaaddrama van de new wave-generatie (zie The Cow) is weliswaar gerestaureerd maar nog steeds verboden in Iran.

De misdaadfilm neemt de tijd met en een kalm verteltempo met veel dialogen. De bankovervaller Ghodrat is gewond en bezoekt zijn oude vriend, Seyed. Die is tegenwoordig een junkie. Hij wil hem wel helpen met zijn wond. Daarvoor moet hij zijn vriendin bij het theater ophalen. Die helpt hem en ze praten over Seyeds problemen. De huisbaas moet ook nog afbetaald worden en een dealer mee afgerekend.

Een klassieker in Iran, hoewel de film zwaar gecensureerd was. De film voelt aan als een soort Waiting for Godot. Sterk punt: de close-ups, de gezichten, de uitdrukkingen. De drie hoofdpersonen hebben mooie gezichten. De film die over loyaliteit en vriendschap gaat, buit alle drama uit. De sterfscène van de dealer duurt bijvoorbeeld rustig tien minuten. Het omstreden originele einde werd vervangen in de Iraanse versie.

De film is vooral beroemd om z’n sociale betekenis: het was kritisch over het sjahbewind. Dat had veel gevolgen, want er was al veel onrust. Hoe? Dat zien we in de laatste film van dit verslag.

 

Careless Crime

Careless Crime – Bioscopen doel brandstichting
In de jaren zeventig waren bioscopen in Iran regelmatig doelwit van brandstichting. Daarmee wilden de daders protesteren tegen de invloed van westerse cultuur en de regering van de sjah. En de pech was dat ze al vaak overbezet waren omdat ze hun prijzen niet mochten verhogen. Bij een brand in Cinema Rex in Abadan in 1978 vielen bijna 500 slachtoffers. Tijdens het kijken van welke film? Juist… The Deer.

De film van Shahram Mokri zit boordevol cinematografische verwijzingen met drie verhaallijnen die door elkaar lopen. Niet zomaar een film dus, maar een soort Christopher Nolan-achtige mindfuck op zijn Iraans, die bovenstaande film als kern heeft. De film won dan ook de prijs voor het beste script bij het filmfestival in Venetië vorig jaar.

Een verhaallijn is die van Takbali, die een middel zoekt tegen zijn angsten. Hij is een van de vier mannen die brand willen stichten in een bioscoop. Dan kijken we naar de bioscoop waar The Deer vertoond gaat worden. Jongeren discussiëren over de film. En we zien deze film (Careless Crime uit 2020), over een raket die midden in het landschap is gevonden, soldaten die vastzitten door een lekke band, en twee goochelende vrouwen die The Deer willen vertonen in het bos.

Het is onduidelijk welke tijd waarbij hoort en of er echt logica achter alles schuilt, weet ik ook niet. Dat is denk ik ook de bedoeling: de tijden en logica van de diverse momenten zijn vloeiend, meer tijdloos dan tijdsgebonden. Een soort mysterieuze soep van heden en verleden. Zoals het begin als Takbali in het museum van Cinema zijn middel komt ophalen en dan in het museum het verhaal hoort over het drama van de brandstichting. We zien dan ook een volledige zwijgende film over brand in de film. En dan komt hij terecht in een duistere kelder (met spiegelbeeld).

Een complexe film voor geduldige mensen… Dat zijn de mensen die Tenet kijken net zo goed. Al denk ik niet dat ze deze film gaan kijken, hoewel de film ook in de VS gedistribueerd gaat worden, dus je weet maar nooit.

 

6 juni 2021

 

IFFR 2021 (juni-editie) – Terug naar de bioscoop (?)
IFFR 2021 (juni-editie) – Dicht op elkaar

 
MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2021 (juni-editie) – Terug naar de bioscoop (?)

IFFR 2021 (juni-editie) – Deel 1:
Terug naar de bioscoop (?)

door Tim Bouwhuis

De juni-editie van het vijftigste IFFR gaat hand in hand met de (voorwaardelijke) heropening van de Nederlandse bioscopen en filmtheaters. Extra reden dus om uit te zien naar festivaltitels die belichten hoe wij in deze tijd zoal naar film kijken. Hoewel Cinephilia Now: Part I – Secrets within walls en The Village Detective: a song cycle zich allebei niet expliciet verhouden tot de impact van de covid-crisis, zeggen ze veel over de versplintering van de filmkunst in een globaal, digitaal tijdperk.

Cinephilia Now is een ode aan lokale initiatieven om de beleving van film levend te houden. In de Japanse stad Tottori zijn twee vrouwen een filmclub gestart. Een klein stel fanatiekelingen organiseert filmmarathons via een vereniging van de universiteit. De lokale bioscoopeigenaar houdt het hoofd boven water, maar voorziet alvast dat hij de deuren in de nabije toekomst een keer zal moeten sluiten.

Cinephilia Now: Part I – Secrets within walls

Cinephilia Now: Part I – Secrets within walls

Waar is cinema?
“We hebben het vaak gehad over de vraag wat cinema is”, klinkt het vroeg in de documentaire, “maar de vraag is nu waar cinema is”. Om het antwoord op die vraag te vinden, gaat regisseur Yusuke Sasaki (zijn film Letter draaide in 2004 op het IFFR) letterlijk op zoek. Met een wendbare camera in de losse hand verkent hij het overwegend rustige straatbeeld in een deel van Tottori. Hij is er zelf pas recentelijk komen wonen.

De ruwe registratie van de omgeving doet de documentaire esthetisch geen goed, maar de geluidsband compenseert: vrijwel continu vertellen verscheidene vertoners en liefhebbers op de achtergrond over hun ervaringen met film, afgewisseld met een gelukkig prettige voice-over van de regisseur. Eenmaal op locatie (in de bioscoop, op de universiteit) komen Sasaki’s gesprekspartners meestal wel gewoon frontaal in beeld.

Vertoners en liefhebbers
Tijdens de verkenningstocht door Tottori wordt in de eerste plaats duidelijk dat er een belangrijk verschil is tussen vertoners en liefhebbers. De lokale bioscoopeigenaar krijgt vaak van bezoekers te horen dat hij wel een groot cinefiel moet zijn, waarop hij grif toegeeft dat hij vooral een familiebedrijf in ere houdt. De films die hij zich het best herinnert (
The Shaolin Temple, Princess Mononoke), spekten de kas en bleven geruime tijd deel uitmaken van de programmering.

Hoe anders is dat voor twee jonge leden van de universiteitsvereniging, die niet aarzelden om A Bug’s Life (John Lasseter, 1998) en The Texas Chain Saw Massacre (Tobe Hooper, 1974) zij aan zij te programmeren en met een handjevol filmliefhebbers plezier hadden voor tien. Zonder ieder individueel lid zou er geen vereniging zijn, zegt een van hen. Soms zijn krachtige stemmen nodig om de vlam brandende te houden. De twee vrouwen die een lokale filmclub startten, zijn in die zin de heldinnen van de film.

In de loop van de documentaire verschuift de focus naar ‘alternatieve’, maar in feite gewoon dominante manieren om film te kijken in dit globale, digitale tijdperk. Liefhebbers delen hun ervaringen met verschillende streamingdiensten (“ik nam een abonnement op Netflix om Hell or High Water te kunnen zien”) en vertellen hoe ze films tot zich nemen (“ik was niet de enige in de trein die La La Land op zijn mobiel keek, dus toen zette ik uit ongemak maar wat anders aan”).

In die som van persoonlijke verhalen schemert een impliciete conclusie door: het gaat uiteindelijk om de filmliefde, en zo lang we maar blijven kijken, zal de cinema niet vergaan. Cinephilia Now gaat dus meer over de verschillende mogelijkheden in collectieve én individuele filmervaringen dan over de absolute meerwaarde van het grote doek. De onderliggende gedachte is dat die mensen elkaar zullen blijven vinden en (film)vrienden voor het leven kunnen worden, hoe klein hun aantallen en hoe beperkt hun mogelijkheden ook zijn. Toch was ondergetekende vooral benieuwd hoe het de verschillende filmlocaties inmiddels zou afgaan. Welke locaties zouden de covid-crisis overleefd hebben en nog steeds overleven? De grootstad kan opstaan uit de as, maar voor kleinere wijkinitiatieven kan zo’n lockdown de nekslag zijn.

The Village Detective: a song cycle

The Village Detective: a song cycle

Film uit de oceaan
Gelukkig is er meer nodig dan een (tijdelijk) verbod op publieke vertoningen om een medium de nek om te draaien. The Village Detective: a song cycle van avant-garde filmkunstenaar Bill Morrison laat zien dat film zelfs op de bodem van de oceaan kan overleven. In 2016 ontving Morrison een e-mail van de inmiddels overleden IJslandse componist Jóhann Jóhannsson (1969-2018). Een groep vissers had gedregd in het IJslandse kustgebied. Het onvoorziene resultaat: een stel kannen met analoog filmmateriaal uit de voormalige Sovjet-Unie. De vondst omvatte reels van de film Derevenskij detektiv (The Village Detective, 1969), die bij het uitbrengen vrijwel genegeerd was door critici maar omarmd werd door het publiek. Dat laatste is in ieder geval te danken geweest aan de populariteit van hoofdrolspeler Mikhail Zarov (1899-1981).

Acteur van de Sovjetfilm
Morrison maakt dankbaar gebruik van de carrière van Zarov om een brede blik te kunnen werpen op de geschiedenis van de Sovjetfilm. Zarov werd bekend bij een groter publiek door zijn rol in de eerste Sovjet-geluidsfilm, Road to Life (1931), en in Sergei Eistensteins befaamde tweeluik Ivan the Terrible (1944, 1958) alludeerde hij pas in deel twee, uitgebracht na de dood van Stalin, op de manie van een heerser. Net als veel andere filmmakers en acteurs in die tijd moest Zarov zijn balans proberen te vinden tussen de vereiste ondubbelzinnige staatspropaganda en het subtiele lonken van artistiek verzet.

Het gaat Morrison er niet om tot een alomvattende biografie van de acteur te komen; de presentatie van filmmateriaal blijft telkens voorop staan. Waar Cinephilia Now een verkenningstocht is naar het sociaal georiënteerde ‘waar’ van film, belicht The Village Detective het medium in zijn historische, politieke en materiële context.

The Village Detective bewijst dat een verloren film grote educatieve waarde kan hebben zodra een scherpe geest het materiaal een blik waardig gunt. De plot van de komedie is te verwaarlozen: er is een accordeon gestolen en Zarov moet het oplossen. Ironisch genoeg is de kwaliteit van het materiaal op zijn slechtst op het moment dat het verloren instrument wordt teruggevonden. Alsof het best bewaarde geheim tóch nooit boven water had mogen komen.

Beide films zijn bij het IFFR te zien in het kader van de juni-editie.

 

2 juni 2021

 

IFFR 2021 (juni-editie) – Een soep van heden en verleden
IFFR 2021 (juni-editie) – Dicht op elkaar

 
MEER FILMFESTIVAL

Korte films: 2017, 2018 en 2020

IFFR Unleashed – Korte films: 2017, 2018 en 2020
Politieke shorts met experimentele vorm

door Michel Rensen

Net als tijdens het festival besteedt IFFR ook tijdens haar online viering van het 50-jarig bestaan aandacht aan korte films. In dit tweede deel van een tweeluik bespreken we drie politiek geëngageerde films die met de vorm experimenteren.

 

Rubber Coated Steel

2017 – Rubber Coated Steel
Nog nooit zijn grafieken zo indringend in beeld gebracht als in Lawrence Abu Hamdans Rubber Coated Steel. De film is geconstrueerd rond een transcript van het proces van de moord op twee Palestijnse tieners door Israëlische soldaten bij protesten in mei 2014. Het geluid van de kogels die opgenomen zijn tijdens het conflict vormt het enige bewijs dat de Israëlische soldaten doelgericht met dodelijke kogels geschoten hebben.

Rubber Coated Steel verkent dit proces, dat zich volledig ontvouwt rond een onderzoek naar de verschillende geluiden die kogels maken, in volledige stilte. Volledig gefilmd in een schietbaan, waar de doelwitten vervangen zijn door de bewijsmaterialen voor de rechtszaak. Beginnend met foto’s, maar snel afgewisseld met grafieken die de geluidspatronen van verschillende kogels laten zien. Tegelijkertijd is het transcript van de rechtszaak te lezen.

Je hoort enkel het piepende geluid van de bewegende doelwitten, maar je verwacht steeds dat het geluid van de schoten ook te horen zal zijn. De keuze voor deze stilte houdt je als kijker op het puntje van de stoel, maar legt ook de nadruk op hoe Palestijnse slachtoffers van het Israëlisch kolonialisme letterlijk en figuurlijk het zwijgen wordt opgelegd.

 

A passagem do cometa

2018 – A passagem do cometa
Een inkijkje in een illegale abortuskliniek in Brazilië in de jaren 80. We maken kennis met een jonge vrouw die een abortus zal ondergaan. Het klinische proces wordt met zeer strakke cameravoering vastgelegd en ook de uitleg van de dokter is zeer gedetailleerd. Maar onder de oppervlakte schuilt iets onheilspellend.

De narcose brengt plotseling een nieuw film tot leven, schijnbaar versterkt door de passerende komeet in de titel. Een deels geanimeerde, experimentele trip wordt vergezeld door Braziliaanse muziek uit de 80s. Dat is dan ook vrijwel de enige tekening van de historiciteit van het verhaal. De film biedt een tijdloos portret van een plaats die buiten de samenleving lijkt te staan. Een wereld op zichzelf. Op subtiele wijze poogt de film zo een kritische noot te plaatsen bij het gebrek aan vooruitgang rond abortuswetgeving in Brazilië.

 

Wong Ping’s Fables 2

2020 – Wong Ping’s Fables 2
Wie bekend is met het werk van Wong Ping weet dat hij op de meest ingenieuze wijze met een zeer absurdistische vorm van animatie de Hongkongse maatschappij de maat neemt. In Wong Ping’s Fables 2 vertelt hij twee sterk antikapitalistische fabels. In het eerste stuk is de hoofdrol weggelegd voor een voormalig activistische, vegetarische koe die per ongeluk de rijkste ‘persoon’ ter wereld wordt voor hij eenzaam sterft. In het tweede deel moet een Siamese konijnendrieling het alleen oplossen nadat hun ouders onder dwang van het kapitalisme gedwongen worden hun leven te offeren voor hun kinderen.

Wong Pings animatiestijl is moeilijk te beschrijven. Het heeft iets weg van flash-games van het vroege internettijdperk, inclusief de irritante geluidjes, maar heeft ook zonder twijfel een modern en geraffineerd tintje. Zoals de titel al impliceert, zitten de ‘fabels’ vol fantasierijke analogieën om sociaal-maatschappelijke kwesties aan de kaak te stellen. Met een sneltreinvaart dendert Wong Ping’s Fables door het verhaal, waardoor het vaak lastig is zowel de visuele rijkdom als het complexe verhaal tegelijk te volgen. Deze keuze past echter perfect bij zijn kritiek op het kapitalistisch systeem waarin genoeg nooit genoeg is, maar alles altijd méér en groter moet worden.

Deze films zijn bij het jarige IFFR online te zien tot en met 16 juni 2021.

3 mei 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

De nueva otra vez

*
IFFR Unleashed – 2019: De nueva otra vez
Een gebroken voorruit en verder?

door Paul Rübsaam

‘Docufictie’ staat in De nueva otra vez (2019) van de Argentijnse regisseuse Romina Paula blijkbaar voor twee keer niets. Diaseries en statische voordrachtjes compenseren allerminst het pijnlijke gebrek aan bewegend beeld dat de emotionele crisis van de protagoniste zichtbaar en voelbaar maakt.

Een dia van een bestelwagen met een gebroken voorruit. Ondertussen vraagt protagoniste en regisseuse Romina Paula (1979) zich in een voice-over af of het gezonde verstand haar de das om heeft gedaan. Met ‘gezond verstand’ bedoelt ze: je leven leiden zoals dat van je verwacht wordt. Daarmee is dit openingsbeeld van de hybride De nueva otra vez nog niet eens onaardig: je doet je best en toch krijg je panne.

De nueva otra vez

Huis-, tuin- en keukenscènes
Maar wat is er aan de hand met de hoofdpersoon? Haar vriend (tevens vader van haar driejarige zoontje Ramón) heeft het in hun landelijke huis nabij Córdoba druk met zijn werkzaamheden. Zelf heeft ze behoefte aan een retraite in Buenos Aires, in het huis van haar eigen moeder, die dan ook wat voor Ramón kan zorgen. Maar waarom precies? Heeft ze een verlate post-partumdepressie, een vroege midlifecrisis of leidt ze aan een chronische vorm van adolescentie?

Het moederschap valt Romina zwaar, mogen we geloven. Dat kan natuurlijk. Maar Ramón lijkt, voor wat we van hem te zien krijgen, toch een leuk knulletje. En van de nu en dan wat peinzende blikken van Romina zelf worden we ook al niet veel wijzer. De vriend begraaft zich ondertussen blijkbaar zo fanatiek in zijn werk dat we nauwelijks iets van hem te zien krijgen. We komen er dus ook niet achter wat hem beweegt.

En dan de moeder van Romina. In weinig verontrustende huis, tuin- en keukenscènes betoont ze zich als Romina’s steun en toeverlaat een oase van begrip. Of moeten we deze alleraardigste vrouw soms kwalijk nemen dat ze als Argentijnse van geboorte consequent de taal van haar Duitse grootouders is blijven spreken?

Voorts geeft Romina een jongeman die ze leuk vindt Duitse les, gaat ze naar een feestje waar zich tegen heug en meug settelende dertigers nog wat kunnen flirten en drinken en zoent ze een beetje met de artistieke jongere zus van haar beste vriendin Mariana, waaruit we dan nog kunnen opmaken dat haar seksuele identiteit nog niet helemaal een uitgemaakte zaak is.

Duitsland en jager-verzamelaars
De meer geënsceneerde delen van de film moeten Romina’s schimmige emotionele geworstel blijkbaar van een universelere dimensie voorzien. Zo vertelt Mariana staande voor de projectie van een dia waarvan de betekenis onduidelijk blijft iets over het verschil tussen het leven op het platteland en het leven in de grote stad, waarbij ze regelmatig en gretig de woorden ‘opinie’ en ‘abstractie’ gebruikt.

De jongeman die Duitse les krijgt, mag met behulp van dia’s van onder andere Der Brandenburger Tor iets vertellen over zijn geplande reis naar Duitsland, een land waarvan hij nog niet of het hem aantrekt of juist afstoot.

En de artistieke jongere zus van Mariana haalt in haar voordrachtje de mythe rond Zeus en zijn moederloze dochter Athena erbij om op te roepen tot de revolutie van de ‘dochters’ (kinderloze jonge vrouwen die in het Argentinië van de toekomst het voortouw moeten gaan nemen).

De nueva otra vez

Zelf leest Romina in de tuin haar moeder en andere oudere vrouwen uit het gymklasje van haar moeder voor uit een boek waarin betoogd wordt dat ‘de man’ is blijven steken in zijn oerfase van jager-verzamelaar, terwijl ‘de vrouw’ zich veel beter staande weet te houden in de moderne samenleving. Verder becommentarieert ze regelmatig dia’s uit het familiealbum, waarbij ze het doorsneegehalte en de Duitse origine van haar familie benadrukt. Wat dit te maken heeft met haar eigen, op zich al vaag blijvende huidige levensfase wil zich maar niet aan de kijker mededelen.

Nog maar eens een keer
Het geheel van De nueva otra vez imponeert niet als meer dan de som van de weinig overtuigende delen. Er is geen interactie van betekenis tussen het te alledaagse ‘dynamische’ gedeelte van de film en het te pretentieuze statische, die zich vermoedelijk als praktijk en theorie tot elkaar hadden moeten verhouden.

Blijkens de titel van de film (in het Engels: Again Once Again) wil de protagoniste door de weg van haar eigen leven in omgekeerde richting af te leggen tot dieper inzicht komen. Het jubilerende IFFR had hier echter geen reden in mogen zien om dit twee jaar oude, quasidiepzinnige oudere meisjesgezemel ‘nog maar eens keer’ te programmeren.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 9 juni 2021.

1 mei 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

11 Minutes

***
IFFR Unleashed – 2016: 11 Minutes
Een stip aan de horizon

door Cor Oliemeulen

Dat er in elf minuten verdomd veel kan gebeuren, bewijst filmmaker Jerzy Skolimowski, die in vijftig jaar International Film Festival Rotterdam (IFFR) maar liefst twintig films mocht presenteren. 11 Minutes onderstreept de eigenzinnigheid van zowel filmmaker als filmfestival.

In Amores Perros (2000), het memorabele speelfilmdebuut van de Mexicaanse regisseur Alejandro G. Iñárritu, komen de verhalen van drie personen ingenieus samen tijdens een auto-ongeluk. De Poolse filmmaker Jerzy Skolimowski doet er in 11 Minutes (2015) een schepje bovenop. In een mozaïekvertelling met korte scènes brengt hij de levens van een stuk of tien mensen bij elkaar in een spectaculaire, enigszins potsierlijke, finale.

11 Minutes

Mozaïekvertelling
We maken kennis met een jaloerse man die langzaam buiten zinnen raakt, omdat hij vermoedt dat zijn kersverse echtgenote, een actrice, in hotelkamer 1111 vreemdgaat met een gladde Hollywood-regisseur. Tussendoor volgen we verrichtingen van een coke snuivende drugskoerier, een labiel meisje met hond, een verwarde student die aan een onbekend project werkt en een zojuist vrijgelaten delinquent die nu hotdogs verkoopt, zoals aan vier nonnen. En dan hebben we nog een glazenwasser die op grote hoogte werkt, een oude tekenaar die een brug tekent en ambulancemedewerkers die na een spoedmelding een gebarricadeerde flatwoning proberen te bereiken.

11 Minutes begint origineel met beelden van een smartphone, een laptop en veiligheidscamera’s. Op een van die monitoren ziet een beveiligingsmedewerker een mysterieuze zwarte stip. Volgens zijn collega is het een kapotte pixel op het scherm, maar wanneer er na de krankzinnige apotheose op het eind van de film wordt uitgezoomd op al die veiligheidscamera’s lijkt het wel alsof die donkere plek een deel van een drukke straat betreft. Toevallig knoeide de oude tekenaar eerder een zwarte inktdruppel op zijn tekenvel en zegt de verwarde student tegen hem dat ook hij die zwarte stip in de lucht heeft gezien. Ook de gladde Hollywood-regisseur wees de actrice eerder op een stip toen ze samen even op het balkon van de hotelkamer stonden.

11 Minutes

Welke verklaring?
De kijker die wacht op enige verklaring van de gebeurtenissen in de film kan beter met zijn grote teen gaan spelen. Natuurlijk staat het hem of haar vrij een betekenis achter die zwarte stip te zoeken, want een ander houvast komt er niet. Dat hoeft ook niet, want 11 Minutes moet je gewoon onbevangen en onbevooroordeeld tot je laten komen. De meeste personages zijn naamloos, net als in Skolimowski’s vorige film, Essential Killing (2010), waarin de kijker ook al moet gissen naar de achtergrond en motieven van het personage. De vraag of die nou wel of geen talibanstrijder is, is niet zo relevant. De regisseur, die ooit beweerde dat hij zijn films puur voor zichzelf maakte, speelt graag een spelletje met zijn publiek.

Het moet gezegd dat Skolimowksi het tempo en de spanning er met vlotte montages goed in houdt. Speciale aandacht voor de geluidsband, die Radoslaw Ochnio als beste sound designer een European Film Award opleverde. Zonder zich op te dringen, kunnen we door het geluid nog enigszins de personages en hun angsten begrijpen. Ook de cameravoering is inventief, getuige enkele spanningsvolle en technisch knap gemaakte trackingshots. Al met al is 11 Minutes het zoveelste deels geslaagde filmexperiment van de Poolse regisseur, maar daardoor niet minder interessant.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 9 juni 2021.

30 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Parabellum

**
IFFR Unleashed – 2015: Parabellum
De oorlog in je hoofd

door Ries Jacobs

De filmtitel verwijst naar het Latijnse spreekwoord Si vis pacem, para bellum: als je vrede wilt, bereid je dan voor op oorlog. Regisseur Lukas Valenta Rinner liet zich bij het maken van Parabellum inspireren door de Doomsday Preppers die zich voorbereiden op het einde van de beschaving. Klinkt onheilspellend, maar levert het ook een interessante film op?

Het leven van de Argentijn Hernan is even grijs als de grauwe straten om hem heen. Daarom besluit hij op vakantie te gaan. Niet zomaar een vakantie, maar een survivalbootcamp. Met een aantal lotgenoten die stuk voor stuk even onopvallend en zwijgzaam zijn, verblijft hij in een paradijselijk resort, alwaar ze volgens de IFFR-website “onder dreiging van het einde van de wereld afstand nemen van hun humanistische ideeën en een transformatie ondergaan van burger tot roofdier”.

Parabellum

Weinig woorden
In plaats van uitslapen in de houten blokhutten, luieren bij het zwembad of genieten van het hen omringende regenwoud, zijn de deelnemers de hele dag actief. Ze krijgen les in zelfverdediging, pistoolschieten en overlevingsmethoden. Zonder werkelijk met elkaar te communiceren, komen de leden steeds meer in een gevechtsmodus te staan. Je kunt Parabellum dan ook bekijken als het realistische alternatief voor de hausse aan doomsday-films die Hollywood ons de afgelopen decennia in de maag splitste. Weinig actie, veel psychologie.

Het (geschatte) budget van Parabellum bedroeg slechts 400.000 dollar en dat is te zien. De beelden zijn sober en soms over- of onderbelicht (het lijkt bij vlagen of je naar een Dogma-film kijkt) en het camerawerk is oninteressant. Spannende dialogen en goed acteerwerk zouden dit kunnen compenseren, maar ook hieraan ontbreekt het. Gaandeweg rijst de vraag waarom Valenta Rinner niet meer gebruikmaakt van zijn acteurs. De Oostenrijkse regisseur geeft de acteurs zo weinig tekst dat de meeste scènes voorbijgaan zonder dat er meer dan enkele woorden gesproken worden.

Parabellum

Transformatie
In een interview met het Britse Eye for Film vertelt de regisseur dat hij een observerende film wilde maken ‘met weinig focus op woorden en dialoog’. Hiermee nam Valenta Rinner een gok. Het uitgangspunt van de film – geïnspireerd door Amerikaanse Doomsday Preppers maakt een groep mensen een transformatie van burger tot roofdier door – heeft juist veel woorden nodig. Dialoog is de sleutel die toegang geeft tot het transformatieproces in de hoofden van de personages. Omdat de ontwikkeling van de karakters het uitgangspunt van het verhaal is, komt Parabellum nauwelijks op gang. Het wordt gedurende de film steeds onduidelijker waar de regisseur nu eigenlijk heen wil.

Bij het uitkomen van zijn prijswinnende film Uncle Boonmee Who Can Recall His Past Lives (2010) zei de Thaise filmmaker Apichatpong Weerasethakul in een interview met The Guardian dat ‘je niet alles hoeft te begrijpen’. Zijn films zijn nooit helemaal af zodat de kijker het verhaal zelf kan aanvullen. Ditzelfde lijkt Valenta Rinner te willen doen, alleen werkt het dit keer niet. Een avondje Parabellum is als een bezoek aan een restaurant waar je de karbonade rauw op je bord krijgt.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 9 juni 2021.

28 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Something Must Break

****
IFFR Unleashed – 2014: Something Must Break
Weg met hokjesdenken

door Michel Rensen

Terwijl Ellie op zoek is haar eigen identiteit te ontdekken, wordt ze op slag verliefd op Andreas. Kan de relatie standhouden, terwijl ze zichzelf nog niet kent? En kan iemand überhaupt van haar houden?

De opening van het Tiger Award winnende Something Must Break van de Zweedse regisseur Ester Martin Bergsmark doet vermoeden dat het een doorsnee coming-of-agefilm is met een feestende, rebelse jonge vrouw met geverfd rood-zwart haar en een neuspiercing. De film blijkt al snel een andere invalshoek te hebben als haar huisgenoot met de naam Sebastian verwijst naar het hoofdpersonage, gespeeld door transgenderactrice Saga Becker.

Something Must Break

Lustobject
Het ongemak van deze adressering is van haar gezicht af te lezen. “Ik wil Ellie zijn”, zucht ze even later in eenzame stilte. Een verlangen dat ze nog niet naar anderen durft uit te spreken. De zoektocht naar haar eigen (gender)identiteit is pas in de beginfase, hoewel de afkeer tegen ‘Sebastian’ groeit. Die afkeer tegen zichzelf uit zich niet alleen in haar onzekerheid, maar ook in masochistische seksuele fantasieën en (zelf)destructief gedrag. Als ze controle over de situatie verliest, slaat ze om zich heen of trekt ze zich terug in anonieme seksuele escapades met mannen die haar als niets meer dan een lustobject zien.

Na een transfobe aanvaring in een toilet, ontmoet ze Andreas (Iggy Malmborg), haar redder in nood. De vonk slaat meteen over, maar de relatie tussen de twee blijkt moeizamer te verlopen dan Ellie hoopt. Andreas’ angst voor hoe de buitenwereld tegen hem aankijkt en Ellies eigen destructieve karakter gooien telkens roet in het eten. Een continue afwisseling van aantrekking en afstoting volgt, waarin intieme seksscènes opgevolgd worden door slaande ruzies en obsessieve stalking. Schoonheid en walging liggen steeds dicht bij elkaar.

Liefdevol portret
De film schittert het sterkst wanneer de camera op Becker gefocust is. Haar subtiele acteerwerk maakt een eeuwig gevoel van dwaling invoelbaar, alsof haar personage nergens echt op haar plaats is. Something Must Break laat die onzekerheid zien, maar gaat er slechts beperkt in mee. Hoewel Ellie sterk twijfelt of ze wel écht gezien en geliefd kan worden, laat de camera er geen twijfel over en de film brengt haar op een intieme en liefdevolle manier in beeld. De film lijkt Ellie al te kennen voor ze zichzelf kent.

Something Must Break

Kan Ellies zoektocht naar haar identiteit wel verenigd worden met de ontvlammende liefde? Het lijkt onverenigbaar en leidt steeds weer tot conflict. Andreas voelt zich vooral in het openbaar zeer ongemakkelijk met Ellies androgyne voorkomen. Hokjesdenken compliceert de relatie als Andreas na hun eerste intieme moment abrupt stelt dat hij niet homoseksueel is en Ellie alleen achterlaat. Zijn angst voor de blik van anderen blijkt telkens sterker dan zijn aantrekkingskracht tot Ellie. Haar eigen onzekerheid over haar identiteit maakt het voor de twee nog lastiger.

Enige weg naar vrijheid
Als Ellie haar wens om als Ellie door het leven te gaan aan Andreas vertelt, lijkt hij in eerste instantie haar nieuwe identiteit te omarmen, maar ook hier zitten haken en ogen aan. Binnen Andreas’ heteronormatieve wereld moet elke vorm van ambiguïteit immers verholpen worden.

Andreas liefde is afhankelijk van hoe vrouwelijk ze is, en binnen een heteronormatieve seksuele relaties spelen de geslachtsdelen daarin om de een of andere reden altijd een prominente rol. Gelukkig wordt het Ellie duidelijk dat zijn tere heteroseksuele ziel niet in staat is om haar te accepteren voor wie ze is. De enige weg naar vrijheid is door los te raken uit zijn obsessieve pogingen om haar binnen zijn beperkte kaders te begrijpen, weg van alle hokjes.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 9 juni 2021.

26 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR