Filmfestival Berlijn 2019 deel 2

Filmfestival Berlijn 2019 deel 2 (slot):
Omstreden winnaar Gouden Beer

door Bert Goessen

Het 69ste Filmfestival van Berlijn 2019 is zaterdagavond 16 februari afgesloten met de uitreiking van de Gouden Beer aan Synonymes van de Israëlische regisseur Nadav Lapid. Zowel bij publiek als critici een omstreden toekenning, omdat de film niet door iedereen even hoog werd gewaardeerd.

De in Israël geboren Lapid heeft begin deze eeuw zijn land verlaten omdat hij Israël een weerzinwekkend, vulgair en obsceen land vindt. Dat zijn slechts enkele synoniemen waarmee de hoofdpersoon in de film zijn geboorteland karakteriseert. De autobiografische satire gaat voornamelijk over de problemen die een jood ondervindt bij de intergratie in zijn nieuwe thuisland Frankrijk. De wijze waarop Lapid het verhaal vertelt, doet denken aan vroegere films van de Franse regisseur Jean-Luc Godard. Bewust provoceren, weerstand oproepen, schuren en choqueren zijn superlatieven die van toepassing zijn op SYNONYMES.

Synonymes wint Berlinale

Chinese film had moeten winnen
De film die in mijn ogen het meeste recht had op een Gouden Beer was het bijna drie uur durende familie epos SO LONG, MY SON van de Chinese regisseur Wang Xiaoshuai. De 54-jarige Wang won in 2001 al eens de Zilveren Beer in Berlijn met zijn film BEIJING BYCICLE.

“We zijn nog steeds bang om dood te gaan.“ Met deze zin vatten Yaoyun en zijn vrouw Liyun op het einde van de film hun leven kort samen. Ze waren ooit een gelukkig gezin. Totdat hun zoon Xingxing verdronk bij een stuwmeer. Ze verlaten hun dorp en duiken onder in de grote stad, waar niemand hen kent en zij het lokale dialect zelfs niet begrijpen. Hun geadopteerde zoon Liu Xing biedt hen niet het geluk waarop ze hadden gehoopt. Hij accepteert zijn ‘buitenlandse’ ouders niet en verdwijnt op een dag. Het echtpaar is herhaaldelijk verstrikt in hun herinneringen.

Uiteindelijk besluiten ze terug te keren naar het dorp van hun verloren hoop. In dit familie-epos dat drie decennia van de Chinese geschiedenis beslaat, raken privé en politieke ontwikkelingen met elkaar verbonden. Bovendien worden individuele keuzes steeds meer bepaald door een maatschappij die voortdurend aan verandering onderhevig is. Deels als melodrama, deels als kritiek op de tijd, geeft de film ons een beeld van de ontreddering van China in de jaren tachtig na de Culturele Revolutie tot het bloeiend turbo-kapitalisme van vandaag. Met prachtige beelden en in een uitgekiend tempo worden de diepe littekens zichtbaar die zich onder het oppervlak van een ogenschijnlijk onafgebroken succesverhaal bevinden.

So long, my son

Een andere Chinese film in competitie, ONE SECOND van Zhang Yimou, werd op het laatste moment teruggetrokken. Officieel vanwege technische problemen, maar doorgaans betekent dit gecensureerd door de Chinese autoriteiten. Niet ondenkbaar want Yimou’s film speelt zich af tijdens de Culturele Revolutie. Een periode in de Chinese geschiedenis waaraan de huidige machtshebbers niet graag herinnerd willen worden. Op die manier werd het festival beroofd van een potentiële winnaar.

Satire tussen woede en melancholie
De overige films in de tweede helft van de competitie maakten een matige indruk. Zo was er voor het eerst een film uit Macedonië te bewonderen met de eigenaardige titel GOD EXSIST, HIS NAME IS PETRUNYA. Petrunya is de 32-jarige hoofdpersoon in een film waarin religieuze tradities op de hak worden genomen en de achtergestelde positie van de vrouw in een traditioneel ingestelde maatschappij aan de kaak wordt gesteld. Tijdens haar zoektocht naar werk stuit Petrunya op een processie. Na het uitspreken van de zegen gooit een priester vanaf een brug een kruis in het water. De traditie wil dat alleen mannen in het water duiken om het kruis op te vangen. Als Petrunya ook in het water springt en toevallig het kruis opvangt zijn de poppen aan het dansen. Dat is het begin van een aantal tragikomische ontwikkelingen, want een vrouw in bezit van het kruis kan natuurlijk niet. Petrunya verdedigt het kruis met hand en tand tegen het traditionele mannenbolwerk. Een satire tussen woede en melancholie die roept om democratische veranderingen bij kerk, staat en media.

REPERTOIRE DES VILLES DISPARUES van de Canadese regisseur Denis Côté is een mistige film over schimmen die opduiken in een klein, afgelegen dorp in het Canadese Quebec. In het dorp wonen slechts 215 mensen. Als de jonge Simon Dubé door een auto-ongeluk om het leven komt, valt er een grauwsluier over de inwoners. Hun functioneren wordt belemmerd door algehele apathie en de vraag of Simon misschien zelfmoord geeft gepleegd. Alles wordt nog geheimzinniger als er mysterieuze gestalten uit de mist opduiken. De film is op 16mm gedraaid. Het grofkorrelige beeld moet bijdragen aan de geheimzinnige sfeer. Helaas is de fantasie van regisseur Denis Côté een beetje op hol geslagen. Het kunstmatig gecreëerde spanningsveld is té bedacht om tot een geloofwaardige film te komen.

Bert GoessenMoeilijk verteerbaar
De Turkse film A TALE OF THREE SISTERS van Emin Alper is een vrij theatraal vormgegeven verhaal over de drie zussen Reyhan (20), Nurhan (16) en Havva (13) die met hun vader samenwonen in een klein dorp op het Turkse platteland. Alle drie hebben ze als dienstmeisje in de stad gewerkt, maar zijn ze om verschillende redenen gedwongen teruggekeerd naar hun geboortedorp. Daar is echter weinig hoop op een betere toekomst. Niet alleen de somberheid van het verhaal maar vooral de zware manier waarop het verhaal verteld wordt, maken de film tot een moeilijk verteerbaar geheel. De theatraal aandoende scènes worden aan elkaar geregen met mooie shots van het prachtige Anatolische berglandschap. Dat schaft af en toe lucht in een verder vrij donkere, hybride film.

De enige Italiaanse film in competitie, LA PARANZA DEI BAMBINI, is het verhaal van tien jonge tieners van rond de vijftien jaar die in de Napolitaanse wijk Sanità een nieuwe bende vormen om de macht over te nemen van de oude garde. Om aan de benodigde wapens te komen, moet de bende samenwerken met een oude maffiabaas. Geld, drugs, wapens en mooie meiden zijn de aloude ingrediënten die dit genre films voortstuwen. Regisseur Claudio Giovannesi doet zijn uiterste best een snelle, spannende en gelikte ‘Gomorra-film’ te maken, maar in feite is het allemaal oude wijn in nieuwe zakken.

ELISA Y MARCELA is een zwaar aangezet drama van de Spaanse regisseuse Isabel Coixet over twee meisjes die elkaar eind 1800 op een gymnasium in Argentinië ontmoeten. Ze worden verliefd op elkaar en besluiten te gaan samen wonen. Maar in de katholieke dorpsgemeenschap leidt dat al snel tot de nodige speculaties. Om verdere problemen te voorkomen, besluit Elisa tijdelijk te vertrekken en als man terug te keren. In 1901 worden Elisa en Marcela in de San Jorge kerk in het Spaanse Coruña in de echt verbonden als man en vrouw. De film is een aanklacht tegen de landen waar het homoseksuele huwelijk vandaag de dag nog steeds strafbaar is. Zoals Elisa en Marcela meer dan een eeuw geleden al moesten vechten voor hun verboden liefde, zo moeten ook nu nog talloze mannen en vrouwen vechten voor hun rechten.

Elisa y Marcela

Nederlandse inbreng
De belangrijkste Nederlandse inbreng op het festival was dit jaar ongetwijfeld de première van de film GOLDIE van de 32-jarige regisseur Sam de Jong. Weliswaar niet in de hoofdcompetitie maar in de sectie Generation 14+ . De Jong debuteerde in 2015 met de verrassend sprankelende film PRINS, over het leven van een aantal jongeren in Amsterdam-Noord. Zijn nieuwe film GOLDIE is een Amerikaanse productie voor 20th Century Fox.

Goldie is een achttienjarige energieke zwarte meid in New York die geconfronteerd wordt met de nodige tegenslag. Eerst wordt ze ontslagen op haar werk, vervolgens krijgt ze ruzie met de man van haar moeder omdat ze geld van hem heeft gestolen. Nadat haar moeder is gearresteerd, gaat ze samen met haar twee kleine zusjes op de vlucht. Haar zoektocht naar nieuw werk en een nieuw onderdak lopen op niets uit. Het troosteloos portret van een teenager aan de rand van de maatschappij blijft een beetje hangen in goede bedoelingen. Het karakter van Goldie is niet diep genoeg uitgewerkt om te kunnen beklijven. De film mist de frisheid en het sprankelende karakter van PRINS. Hij blijft een beetje hangen in de middelmaat en bijt niet echt door. Dat is jammer want actrice Slick Woods speelt Goldie met veel overtuiging. GOLDIE is de openingsfilm van het Movies that Matter-filmfestival dat in maart in Den Haag plaatsvindt.

Het laatste Filmfestival van Berlijn onder leiding van Dieter Kosslick behoort zeker niet tot een van de beste van de afgelopen jaren. Teveel middelmatige films en te weinig  kansen voor debuterende cineasten leiden ertoe dat Berlijn in kwalitatief opzicht zijn twee grote broers Cannes en Venetië nog steeds moet laten voorgaan.

 

17 februari 2019


Deel 1 Berlinale 2019

MEER FILMFESTIVAL

Festival Favorites #3

The Man Who Surprised Everyone (Rusland) + Sorry to Bother You (VS)
Festival Favorites #3

door Cor Oliemeulen

In Festival Favorites een pleidooi voor twee filmfestivalfilms die een breder publiek verdienen. Ditmaal een tragisch verhaal over een Siberische man met terminale kanker die de identiteit van een vrouw aanneemt en een originele mix van maatschappijkritiek, sciencefiction en kolder in de wereld van de Amerikaanse telemarketing.

 

The Man Who Surprised Everyone

The Man Who Surprised Everyone (IFFR Rotterdam – 23 jan-3 feb)
Yegor (Evgeniy Tsyganov) is de weinig spraakzame opzichter van een natuurgebied in de Siberische taiga. Op een dag raakt hij in gevecht met twee stropers die het leven laten, maar Yegor wordt niet vervolgd vanwege zelfverdediging. Een arts in een naburig ziekenhuis komt wel met slecht nieuws: Yegor heeft kanker en nog hooguit twee maanden te leven. Niemand hoeft het te weten, ook niet zijn zwangere vrouw Natalia (Natalya Kudryashova), hun zoontje Fedor en zijn inwonende schoonvader.

Man wordt vrouw
Maar als er pijnstillers worden gevonden, moet Yegor zijn familie inlichten. Nadat ook een dure dokter in de stad hem niet kan helpen, verschijnt Fedor hevig snikkend bij zijn vader, die zegt dat zijn zoontje niet moet huilen omdat hij een man is. Yegor bezoekt ook nog een sjamaan, die hem een legende vertelt. Iemand wist De Dood te foppen door zijn identiteit te veranderen.

Hier begint het onalledaagse conflict van The Man Who Surprised Everyone. Yegor gaat naar een damesmodezaak, trekt zich terug in het schuurtje achter het huis, maakt zich op en doet een jurk, panty’s en hakjes aan. Als Natalia hem een keer onbedoeld ziet als vrouw, is ze furieus omdat hij weigert iets te zeggen. Ze kan zijn schokkende metamorfose allerminst waarderen. Zoontje Fedor is vooral verdrietig en durft niet meer naar school. Het drama wordt steeds ongemakkelijker vanaf het moment dat gealarmeerde dorpsbewoners verhaal komen halen en Yegor later op gruwelijke wijze wordt aangevallen.

Onbegrip en onmacht
Mogelijk verkeert Yegor door zijn lichamelijke ziekteverschijnselen in een totaal andere gemoedstoestand, of durft hij nu eindelijk zijn heimelijke verlangen te botvieren. Maar juist omdat alleen Yegor werkelijk weet waarom hij doet zoals hij doet, is de opstelling van de meeste dorpsbewoners extra pijnlijk. Die overstijgt met gemak de homofobe Russische inborst. Men voelt zich geprovoceerd wanneer Yegor boodschappen doet en zomaar aanschuift op een feestje. Afkeurende blikken of een stomp in het gezicht is het minste om je ongemak te uiten. Welke idiote vent gaat zich ineens als vrouw gedragen? En hoe zielig en beschamend is dat voor zijn vrouw en zoontje!

In de sfeervolle cinematografie van Mart Taniel (November), met camerawerk dat soms doet denken aan Andrei Tarkovsky, brengt het regisseursduo Aleksey Chupov/Natalya Merkulova in het kielzog van de hausse van lgbt-films met The Man Who Surprised Everyone een oorspronkelijk verhaal over onbegrip en onmacht. In dit godvergeten boerendorp is geen plaats voor mensen die zich om wat voor reden dan ook afwijkend van de norm gedragen. Soms zijn mensen in een gemeenschap zo achterlijk en verstookt van inlevingsvermogen dat je hun reacties nauwelijks kwalijk kunt nemen. Het is slechts een schrale troost dat Natalia haar doodzieke man na alle tragiek accepteert zoals hij is geworden. Voor zolang het ook mag duren.

The Man Who Surprised Everyone was beste film van o.a. het Honfleur Festival of Russian Cinema en van het Pingyao International Film Festival. Evgeniy Tsyganov was beste acteur van het Russian Guild of Film Critics. Natalya Kudryashova was beste actrice in de Horizon-competitie van het Filmfestival van Venetië en het Russian Guild of Film Critics.

 

Sorry to Bother You

Sorry to Bother You (Sundance Film Festival, VS – 24 jan-3 feb)
Slechts weinigen buiten Amerika kennen Boots Riley. De 47-jarige rapper, tevens politiek activist, maakte met zijn hiphopgroep The Coup een aantal albums met spraakmakende titels als Kill My Landlord, Genocide & Juice, Pick a Bigger Weapon en Sorry to Bother You, dat tevens de titel van zijn filmdebuut is. Wie denkt dat alleen Spike Lee (BlacKkKlansman) racisme ondubbelzinnig aan de kaak stelt, moet snel de absurdistische satire van Boots Riley gaan zien.

Witte stem
Cash Green (Lakeits Stanfield) meldt zich met een fake-diploma en verzonnen cv bij een telemarketingbedrijf. Ondanks dat de baas er niet intrapt, mag hij zich bewijzen. Producten via de telefoon verkopen, blijkt een vak apart. Een collega (Danny Glover) geeft hem een hint: gebruik je ‘white voice’, want als mensen horen dat je blank bent, heb je meer succes. Cash heeft een prachtige witte stem (in de film gedubd) die totaal niet matcht met zijn voorkomen. Het werkt! Hij verkoopt als een tierelier en promoveert naar de eliteafdeling bovenin het gebouw. Terwijl Cash in no-time baadt in weelde, sluit hij zich af van zijn ex-collega’s die een vakbond hebben opgericht omdat ze zwaar worden onderbetaald.

Ondertussen voelt ook zijn feministische liefje Detroit (Tess Thompson) zich door Cash verraden. Aangezien haar hilarische uitingen van conceptuele kunst geen brood op de plank brengen, is ook zij bij het telemarketingbedrijf gaan werken. Zij verloochent haar afkomst niet en sluit zich aan bij de stakers. Het duurt lang voordat de ogen van Cash worden geopend. Als het grootste verkooptalent wordt hij uitgenodigd bij Steve Lift (Armie Hammer, Oliver in Call Me by Your Name) de megalomane baas van WorryFree. Dit bedrijf laat werknemers een levenslang contract tekenen; in plaats van salaris krijgen ze woonruimte en eten.

‘Supermensen’
De ontmoeting tussen Cash en Steve leidt tot een waanzinnige ontknoping waarin we kennismaken met de creatie van ‘supermensen’, maar net als het gros van de telemarketeers zijn ook deze wezens diep ongelukkig. Het eerste – in alle opzichten uit de kluiten gewassen exemplaar – dat we ‘zien’ is Forest Whitaker, die de film mede produceerde. Samen met wat potige leden van een footballteam sluiten zij zich aan bij het verzet en trotseren zij de oproerpolitie.

Sorry to Bother You is in geen enkel hokje te stoppen. De film is een bijna perfect werkende mix van drama, satire, sciencefiction, magisch-realisme en kolder. Op die manier worden prangende sociale thema’s voortdurend gerelativeerd. Hoofdthema is de (vaak kansloze) positie van Afro-Amerikanen in een (overheersende) blanke maatschappij. Tegelijkertijd is de film zowel een harde aanval op het kapitalistische systeem en de consumptiemaatschappij als een pleidooi voor (meer) werknemersrechten. Zoiets zien we tegenwoordig bijna nog maar alleen in films van sociaal-realisten als Ken Loach (I, Daniel Blake). Het debuut van Boots Riley, die zich mogelijk heeft laten inspireren door het enigszins maffe horrormysterie Get Out, zit vol knipogen naar menselijke relaties. Het lijkt alsof hij uiteindelijk wil zeggen dat een betere wereld valt en staat met persoonlijke integriteit.

Sorry to Bother You beleefde zijn Nederlandse première weliswaar tijdens het afgelopen LIFF, maar aan een officiële bioscooprelease heeft (nog) geen enkele filmdistributeur zich gewaagd. Maar goed, we hebben het hier dan ook niet over een veilige zwarte film als Black Panther. Liefhebbers van innovatieve, grensverleggende films wachten met smart op Riley’s volgende rolprent.

Sorry to Bother You won tal van prijzen van Amerikaanse filmcritici en in Amerikaanse publieksverkiezingen.

 

14 februari 2019


MEER FILMFESTIVAL

Filmfestival Berlijn 2019 deel 1

Filmfestival Berlijn 2019 deel 1:
Van agressief meisje, steppe-avontuur tot seriemoordenaar

door Bert Goessen

Het competitieprogramma van het 69ste Filmfestival van Berlijn heeft de eerste dagen nog geen echte verrassingen gebracht. Zelfs de twee grootste namen op het affiche, regisseur François Ozon en Fatih Akin, konden slechts gedeeltelijk imponeren met hun nieuwe films.

De openingsfilm, THE KINDNESS OF STRANGERS van de Deense regisseuse Lone Scherfig, is zeer matig. Eigenlijk een zwakke Hollywood-film over een moeder die met haar twee zonen op de vlucht slaat voor haar gewelddadige echtgenoot. Ze belanden in New York, met hun auto als voornaamste bezit. Moeder Clara stelt alles in het werk om aan onderdak, eten en werk te komen. Als dat allemaal niet lukt en tot overmaat van ramp ook nog hun auto wordt weggesleept, raakt het gezinnetje steeds verder aan lager wal.

System Crasher

Soms komt het goed en soms niet
Maar zoals het in een goede Hollywood-film hoort, komt alles uiteindelijk goed. De voedselbank, de sociaal ingestelde verpleegster Alice en ex-gedetineerde Marc zijn de reddende engelen en de vriendelijke vreemden waar de titel van de film naar verwijst. Helaas is de werkelijkheid vaak vele malen harder dan Lone Scherfig hier schetst. Het is een nobel streven om de goedheid van sommige mensen te belichten, maar voor een geloofwaardige film is het allemaal iets te simpel.

SYSTEM CRASHER van de Duitse regisseuse Nora Fingscheidt is een heftige film over de negenjarige Benni, een onhandelbaar agressief meisje dat van tehuis naar tehuis wordt gesleept, maar nergens geholpen kan worden. Ze slaat haar helpers in elkaar, gooit deuren en ramen aan diggelen, schreeuwt en krijst alles bij elkaar. De uitzichtloosheid van haar situatie is schrijnend en aangrijpend. Haar roep om liefde en geborgenheid kan door niemand worden beantwoord. De jonge actrice Helena Zengel speelt haar eerste filmrol met verve, waardoor dit uiterst dramatische verhaal nog intensiever overkomt.

Bert GoessenSeksueel misbruik door priesters
De Franse regisseur François Ozon levert met GRACE À DIEU een integere film die vooral waardering oogst voor de manier waarop hij het beladen onderwerp van seksueel misbruik door priesters in de katholieke kerk aan de kaak stelt. De zaak tegen pater Bernard Preynat, die in Frankrijk beticht wordt van het misbruiken van meer dan zeventig jongeren, loopt nog steeds. De slachtoffers hebben zich verenigd in een brede groepering die alles in het werk stelt om tot een veroordeling te komen. Omdat de afgelopen jaren al meerdere schrijnende gevallen van seksueel misbruik naar buiten zijn gekomen, heeft de film niet meer de impact die hij in het verleden zou hebben gehad. Blijft staan dat het onderwerp niet vaak genoeg onder de aandacht gebracht kan worden.

De onmetelijke weidsheid van de Mongoolse steppe is het decor voor een minimalistisch verhaal in de film ÖNDÖG. Het lijk van een naakte vrouw wordt bewaakt door een achttienjarige politieagent. Omdat hij de gevaren van de steppe niet kent, wordt hij bijgestaan door een herderin, de enige bewoonster in de omtrek van honderd kilometer met een geweer. Als het nacht wordt en de alcohol rijkelijk vloeit bij het kampvuur weet de herderin de jonge politieagent te verleiden tot een hartstochtelijke vrijpartij. De volgende ochtend gaan ze ieder weer hun eigen weg. Weidse camerashots, lange rijders en personages die weinig woorden gebruiken, zorgen voor een narratief minimalisme dat je moet ondergaan om te kunnen waarderen.

Carrièrevrouw Lola
DER BODEN UNTER DEN FÜßEN van de Oostenrijkse regisseuse Marie Kreutzer gaat over carrièrevrouw Lola die de zorg heeft over haar suïcidale zuster Conny. Zo geordend als ze haar carrière plant, zo geordend wil ze ook de zorg voor haar zuster regelen. Maar een psychiatrische patiënt verzorgen, vereist andere bekwaamheden dan een carrière najagen in het werk. Lola komt steeds meer in de knel te zitten en raakt uiteindelijk overspannen. Dankzij de integere bedoelingen van de film en de nauwkeurig uitgediepte karakters kan de kijker zich volledig identificeren met de twee hoofdpersonages. Bovendien snijdt de film een actueel thema aan. Steeds meer jonge mensen raken op steeds jongere leeftijd overspannen door de hoge eisen waaraan ze in het werk en in de maatschappij moeten voldoen.

STEALING HORSES van de Noorse regisseur Hans Petter Moland is gebaseerd op de internationale bestseller van schrijver Per Petterson en vertelt het verhaal van de 67-jarige weduwnaar Trond (gespeeld door de bekende acteur Stellan Skarsgard) die terugkijkt op zijn jeugd en goede herinneringen koestert aan de zomervakantie uit 1948, toen hij vijftien jaar oud was. De film is doordrenkt van nostalgie en weemoed. Prachtige beelden van het Noorse en Zweedse landschap ondersteunen het verhaal dat soms iets te zwaar en iets te sentimenteel is.

GOD EXSIST, HIS NAME IS PETRUNYA is een film uit Macedonië waarin religieuze tradities op de hak worden genomen en de achtergestelde positie van vrouwen in een traditioneel ingestelde maatschappij aan de kaak wordt gesteld. Petrunya is de 31-jarige hoofdpersoon. Tijdens haar zoektocht naar werk stuit Petrunya op een processie. Na het uitspreken van de zegen gooit een priester vanaf een brug een kruis in het water. De traditie wil dat alleen mannen in het water duiken om het kruis op te vangen. Als Petrunya ook in het water springt en toevallig het kruis opduikt, zijn de rapen gaar. Dat is het begin van een aantal tragikomische ontwikkelingen, want een vrouw in bezit van het kruis kan natuurlijk niet. De maatschappijkritische elementen in de film tillen hem boven een gemiddeld niveau uit. Maar de humor wordt steeds flauwer, hetgeen uiteindelijk afbreuk doet aan het geheel.

Der goldene Handschuhe

Meest opzienbarende film
De meest opzienbarende film halverwege het festival is DER GOLDENE HANDSCHUH van Fatih Akin. Het op ware feiten gebaseerde verhaal gaat over seriemoordenaar Fritz Honka die in de jaren zeventig in Hamburg-St.Pauli actief is geweest. Akin schildert het portret van sociaal verwaarloosde en gewelddadige crimineel, die gedreven wordt door vrouwenhaat, seksuele frustraties en een hoge dosis sentimentaliteit. Centraal ontmoetingspunt is het café Der Goldene Handschuh op de Reeperbahn waar Honka zijn vrouwelijke slachtoffers oppikt en daarna thuis op drie hoog achter aan stukken zaagt.

De film moet het niet hebben van de inhoud maar vooral van de vorm. Met uiterste precisie weet Akin de sfeer van de jaren zeventig op de Reeperbahn te reconstrueren. Het groezelige café, de aan lager wal geraakte cafébezoekers die zich helemaal lam zuipen en de expliciete geweldsscènes maken een onuitwisbare indruk. En dat alles gedrenkt in een vette schlager-soundtrack. Na het zien van deze film zul je dagen geen zin meer hebben in seks, omdat sommige scènes ontzettend smerig en afstotend zijn. DER GOLDENE HANDSCHUH is een echte genrefilm. En in zijn genre, de ‘betere butcherfilm’, zal hij zeker hoog scoren. Maar ja, je moet wel van het genre houden.

 

11 februari 2019


Deel 2 Berlinale 2019

MEER FILMFESTIVAL

Festival Favorites #2

Of Fathers and Sons (Duitsland) + Museo (Mexico)
Festival Favorites #2

door Cor Oliemeulen

In Festival Favorites een pleidooi voor twee filmfestivalfilms die een breder publiek verdienen. Ditmaal een intiem portret van Syrische kinderen die worden klaargestoomd voor de heilige oorlog en een eeuwige student in Mexico-Stad die voor de kick kunstschatten uit het nationale archeologisch museum steelt.

 

Of Fathers and Sons

Of Fathers and Sons (Sundance Film Festival, VS – 18-28 jan)
Abu is naar eigen zeggen gespecialiseerd in het onschadelijk maken van mijnen. Meer dan een detector heeft hij niet nodig. Maar op een dag gaat het mis en verliest hij zijn voet en een stuk van zijn onderbeen. Terwijl hij zwaargewond naar een matras in huis hinkt en kermt van de pijn, maant hij zijn hevig jankende zoontjes tot stilte. Het is Gods wil, en dank aan hem dat hij zijn linker- in plaats van zijn rechtervoet heeft genomen, zodat hij straks nog kan autorijden.

Kalifaat
Geen zwarte komedie maar bittere ernst en een onvervalst staaltje relativeren in Of Fathers and Sons, een documentaire van de 41-jarige Syriër Talal Derki die met zijn camera terugkeert naar zijn geboorteland en daar het leven van een radicale islamitische familie volgt. De oorspronkelijke titel Kinder des Kalifats geeft aan hoe het leven van alledag draait om vooral de belevenissen van kinderen, met name die van Abu’s zoontje Osama, genoemd naar Bin Laden.

Osama en drie van zijn broertjes gaan niet meer naar school, want de leraar en het hoofd zijn varkens. Uit balorigheid gooien ze stenen naar een paar meisjes op het schoolplein. De jongens ravotten en nadat een knokpartij uit de hand is gelopen, wordt de aanstichter door zijn vader kaalgeschoren. Als er camouflagepakken worden bezorgd, weten we het: Osama gaat naar een trainingskamp waar puberjongens worden gedrild, leren schieten en afzien. Op het moment dat Osama met zwarte vlaggen op jihad gaat, bergt de regisseur zijn camera op om terug te keren naar zijn woonplaats Berlijn.

Eyeopener
Talal Derki, oorlogscameraman voor CNN en Reuter, monteerde een indringend beeld van een geïndoctrineerd groepje jongens door zichzelf voor te doen als IS-sympathisant. Zo nu en dan gaat hij voorzichtig in discussie over Abu’s denkbeelden, maar hij voelt precies aan waar de tolerantiegrens ligt. De filmmaker registreert en kiest geen partij, maar tussen de regels door treurt hij om zijn verscheurde en kapotgeschoten land.

Of Fathers and Sons is net als Derki’s vorige documentaire Return to Homs (2013) overladen met filmprijzen. Minder beangstigend dan het nog intiemere portret van een groep vrienden in de gelijknamige West-Syrische stad – die na aanvankelijk vreedzaam protest de wapens opneemt tegen president Bashar al-Assad – maar evengoed een zeldzame en waardevolle beschouwing over een generatie jongeren die wordt getekend door een voortslepende burgeroorlog waarin weinigen weten tegen wie of wat ze precies vechten. Voor de kijker is ook zijn jongste documentaire een regelrechte eyeopener.

Of Fathers and Sons won o.a. de Grand Jury Prize van het Sundance Film Festival, de FIPRESCI Award op het Kraków Film Festival, de publieksprijs van het Thessaloniki Documentary Film Festival en de Silver Star van het El Gouna Film Festival. Regisseur Talal Derki won de Fritz Gerlich Prize van het Filmfest München, een Filmmaker Award tijdens het Full Frame Documentary Film Festival en een Movies That Matter Award tijdens ZagrebDox.

 

Museo

Museo (Black Movie Independent Film Festival, Zwitserland – 18-27 jan)
Juan (Gael García Bernal) wil samen met zijn zachtmoedige vriend Benjamin (Leonardo Ortizgris) iets stelen om de sleur te doorbreken. Niet zomaar iets, maar een deel van het culturele erfgoed van Mexico dat wordt tentoongesteld in het archeologisch museum in de hoofdstad. Het duo slaat zijn slag na een kerstdiner van Juans familie en Benjamins bezoek aan zijn doodzieke vader.

Feeststemming
De beveiligers van het museum zijn in een feeststemming en letten niet goed op, zodat er maar liefst 124 historische objecten kunnen worden ontvreemd, het ene nog zeldzamer dan het ander. Beeldjes, maskers, kettingen, vaak van goud en jade, en klein genoeg om in een rugzak naar buiten te smokkelen.

Daags na het kunststukje noemt de overheid de daders vijanden van de Mexicaanse geschiedenis. Juans vader (Alfredo Costa, El Club), is woedend: “degenen die dit hebben gedaan, zijn zielige eikels zonder verleden of toekomst. Laat ze wegrotten in hun eigen vloek. Ze zijn de donkerste uitwerpselen van het land. Als ze zijn opgepakt, is het onze taak om ze te geselen op het grote plein.”

Juan slikt een paar keer en bedenkt een plan. De hamvraag: aan wie verkoop je de buit, die niet op financiële waarde is te schatten? Dit gegeven leidt tot een roadmovie waarin sommige smokkelattributen verrassende bestemmingen krijgen, de vader van Benjamin plotseling in het ziekenhuis wordt opgenomen en Juan op het strand van Acapulco uitgelaten danst met zijn natte droom van weleer, Sherezada, een afgegleden zangeres.

Kraak van de eeuw
In zijn tweede speelfilm neemt regisseur Alonso Ruizpalacios (Güeros, 2014) de ‘kraak van de eeuw’ op kerstavond 1984 als inspiratiebron. Hij gebruikt die voor de broodnodige opwinding in het leven van een lusteloze dertiger die wil bewijzen dat hij geen mislukkeling is. Juan probeert al negen jaar af te studeren als dierenarts en voelt zich door zijn vader, een mensenarts, niet serieus genomen.

Juan vindt zijn familie dom en heeft geen zin om, in de geest van zijn recent overleden grootvader, kerstman voor zijn kleine neefjes en nichtjes te spelen. In plaats van zich te hullen in een rode mantel en zich te vermommen met een grote witte baard wijst hij waar hun ouders de cadeautjes hebben verstopt, want de kerstman bestaat niet. Een van de voorvallen die eerder grievend dan komisch zijn, net als de scène waarin Juan en Benjamin door zwaarbewapende politie worden aangehouden om de auto te controleren op drugs, terwijl een agent, die de rugzak heeft geopend, zich afvraagt of ze misschien in handgemaakte spullen handelen.

Museo is een originele kraakfilm die in tegenstelling tot de zoveelste Ocean’s vooral aandacht voor de personen achter de roof heeft. Geen voorspelbare spanningsbogen en nerveuze achtervolgingen, maar een meeslepend geheel met filosoferen over het leven, de staat van een Zuid-Amerikaans land en mooie plaatjes van landschappen, architectuur en een Maya-nederzetting.

Museo won de publieksprijs van het Morelia International Film Festival en kreeg tijdens de Berlinale de Zilveren Beer voor het beste scenario. Alonso Ruizpalacios was beste regisseur van het Athens International Film Festival en kreeg een aanmoedigingsprijs van het Palm Springs International Film Festival.

 

8 februari 2019


MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2019 deel 6

IFFR 2019 deel 6 (slot):
Cinema die doet voelen

door Suzan Groothuis

Dit jaar prikkelde het International Film Festival Rotterdam (IFFR) met de slogan: Feel IFFR. Cinema moet je voelen, ervaren. Filmmakers uit alle streken beroeren, verruimen de blik, doen je onderdompelen in een andere wereld. Maar films voelen of ervaren wil niet zeggen dat iedere IFFR-film een hoogtepunt is. 

Veel films binnen mijn selectie scoorden middelmatig, wegens teveel pretentie (Vox Lux) of een typische arthouse-feel: weinig verhaallijn, lange shots, zoekende personages (Tarde Para Morir Joven). Wel aardig om naar te kijken, maar vernieuwend, verrassend of beklijvend, nee. In ons zesde en laatste verslag van IFFR 2019 twee films die dat wel deden: het bewogen, dwingende Sunset, en het knappe, aan The Act of Killing denkende I Do Not Care If We Go Down in History as Barbarians. Het overlappende thema: vastberadenheid. Klamp je vast aan een doel en geef niet op.

 

Sunset

Sunset – duistere geheimen in Boedapest
Sunset van regisseur László Nemes is zo’n film die na het zien ervan nog lang door het hoofd blijft spoken. Dat deed zijn debuut, Son of Saul, ook al. Een film die zo intens is dat ik ‘m geen tweede keer zou willen zien. Over vernietigingskamp Auschwitz, waar een man zoekt naar zijn zoon. Vooral de cameravoering bleef hangen: we zien de man constant vanuit de rug gefilmd, zich een weg banend door het kamp, waarbij hij letterlijk alle kanten op getrokken wordt. Iedereen wil wat van hem, waardoor er nauwelijks ruimte is voor zijn persoonlijke queeste. Een nietsontziende blik op massavernietiging en wat dat doet met de hoop van een mens.

Nu is er Sunset, waarbij we eveneens in een zoektocht belanden, maar dan in het Boedapest voor de Eerste Wereldoorlog. De twintigjarige Irisz Leiter trekt naar de Hongaarse hoofdstad om te werken bij het vooraanstaande hoedenmagazijn Leiter. De naam is geen toeval: Irisz is de dochter van de oprichters, maar haar ouders zijn op duistere wijze overleden. Wanneer Irisz haar intrede doet, is gelijk merkbaar dat ze niet welkom is. Als ze te horen krijgt dat ze een broer heeft, besluit ze op onderzoek uit te gaan.

De camera volgt Irisz in haar vastberaden en onverschrokken tocht, terwijl ze heen en weer geslingerd wordt door vertwijfeling. Wat klopt van wat ze over haar broer heeft gehoord? Wie is te vertrouwen? En vooral: wie niet? Terwijl de politieke onrust toeneemt en de chaos in de stad verergert, geeft Irisz – steeds gefilmd vanuit haar rug, haar witte kanten kraagje omhoog stekend – haar onderneming niet op.

Sunset, met zijn weelderige sets prachtig in beeld gebracht, dwingt de kijker mee te gaan op Irisz’ reis. Van een sjiek hoedenmagazijn begeven we ons naar donkere achterafsteegjes waar het gevaar broeit. Nemes hanteert een claustrofobische, opgejaagde stijl. Telkens afgeleid – een hoedenkamer versieren voor een bezoek van de Weense prinses, terwijl je je broer wil vinden – volgen we Irisz die in plaats van antwoorden steeds meer vragen op haar pad tegenkomt. Nemes beantwoordt die vragen niet, wat de kijker als onbevredigend kan ervaren. Maar je beleeft zijn film, zijnde een duistere trip die iets wil ontrafelen maar alleen maar meer verwarring brengt. Knap en uiterst meeslepend.

 

I Do Not Care If We Go Down in History as Barbarians

I Do Not Care If We Go Down in History as Barbariansweergave van een donkere geschiedenis
In I Do Not Care If We Go Down in History as Barbarians duiken we in de Roemeense geschiedenis. De jonge en idealistische regisseur Mariana buigt zich over de etnische zuiveringen aan het Oostfront. Het Roemeense leger was verantwoordelijk voor de massamoord op de Joden in Odessa in 1941. Een gegeven dat in de doofpot is gestopt, want de toenmalige premier Antonescu kreeg voor velen na de omwenteling van 1989 een soort heldenstatus. Het was immers Antonescu die tegen de Russen, en dus tegen het communisme, gevochten had.

Via een openluchtschouwspel wil Mariana laten zien wat er werkelijk plaatsvond. Namelijk dat Roemenië niet onschuldig is als het gaat om de Holocaust. Maar zo gemakkelijk is het niet haar ideeën te verwezenlijken: zij stuit op weerstand van zowel acteurs als een vertegenwoordiger van het stadsbestuur. Verhitte discussies zaaien verdeeldheid, maar Mariana blijft volharden.

I Do Not Care If We Go Down in History as Barbarians doet wat denken aan het briljante The Act of Killing, waar leiders van doodseskaders hun massamoorden naspelen in de door hen gewenste cinematografische stijl. Ook in I Do Not Care.. vindt re-enactment plaats, maar dan zo realistisch mogelijk, alsof je teruggaat in de tijd en de massamoord opnieuw beleeft. Regisseur Radu Jude lijkt met realiteit en spel te spelen, door acteurs en publiek zich met elkaar te laten vermengen. Het zenuwslopende proces van het schouwspel is gespeeld, maar je vraagt je af of het publiek bij de vertoning ook geënsceneerd en geïnstrueerd is. Het schouwspel levert een applaus voor de onderdrukker, voortkomend uit een diepgewortelde nationale trots. Als kijker geeft dat te denken: in hoeverre zijn we in staat kritisch naar ons verleden te kijken en toe te geven dat we fouten hebben gemaakt?

Radu Jude levert met I Do Not Care If We Go Down in History as Barbarians een film die tot reflectie stemt. Hij verweeft literaire feiten, archiefbeelden en persoonlijk drama tot een gelaagd geheel, waarbij hij de licht-komische noot niet schuwt. Bijzonder document.

 

7 februari 2019

Deel 1
Deel 2
Deel 3
Deel 4
Deel 5

 

MEER FILMFESTIVAL

Preview Berlinale 2019

InDeBioscoop doet verslag van 69ste Berlinale
Uitgesproken Europees karakter

door Bert Goessen

Terwijl Cannes meestal wordt gezien als een mediaspektakel, is Berlijn een stuk publieksvriendelijker. De glitter en glamour is veel ingetogener en de sfeer gemoedelijker. De openingsfilm van de 69ste Berlinale donderdag 7 februari is THE KINDNESS OF STRANGERS van de Deense regisseuse Lone Scherfig. InDeBioscoop doet weer verslag.

Het is een bijzonder filmfestival voor artistiek directeur Dieter Kosslick. In 2001, achttien jaar geleden, nam hij het stokje over van de legendarische Moritz de Hadeln. Sindsdien is de Berlinale met meer dan 300.000 bezoekers uitgegroeid tot een van de grootste publieksfilmfestivals van de wereld. Iets groter dan het IFFR waar dit jaar 229.000 bezoekers werden geregistreerd.

The Kindness of Strangers

Onder vuur
De afgelopen achttien jaar heeft de samenstelling van het filmprogramma diverse malen onder vuur gelegen. Vorig jaar nog werd beweerd dat met de toekenning van de Gouden Beer aan de esoterische arthousefilm TOUCH ME NOT het festival steeds verder van de smaak van het gewone publiek zou komen te staan. Kosslick heeft zich altijd verweerd met het argument dat de Berlinale de film als kunstvorm moet eren. Zowel avantgarde-films als commerciële kassuccessen kunnen daartoe behoren. Het festival is er niet om het commerciële bioscoopprogramma te promoten.

Benieuwd hoe de nieuwe artistiek directeur Carlo Chatrian (voorheen directeur van Locarno) en zijn zakelijk leider Mariette Rissenbeek, die vanaf volgend jaar het festival gaan programmeren, hierover denken.

Het competitieprogramma bestaat dit jaar uit zeventien films en heeft een meer uitgesproken Europees karakter dan voorgaande jaren. In het competitieprogramma zitten dit jaar geen films uit Latijns-Amerika, geen films uit Afrika, geen films uit Zuidoost-Azië, geen films uit Australië en geen films uit de USA. Het programma omvat films uit Frankrijk, Duitsland, Italië, Spanje, Oostenrijk, Macedonië, Turkije, Polen en Noorwegen, aangevuld met twee films uit China, één uit Mongolië en één uit Canada. Verder valt op dat er nogal wat oudgedienden aanwezig zijn.

Bert GoessenZes oudgediende regisseurs
Zo presenteert de 76-jarige Franse regisseur André Téchiné zijn 31ste film L’ADIEU À LA NUIT, een familieportret met Catherine Deneuve voor de zoveelste keer in de hoofdrol.

De Duitse regisseur Fatih Akin is een oudgediende in die zin dat veel van zijn films in Berlijn zijn gepresenteerd. Al in 2004 werd zijn film GEGEN DIE WAND bekroond met een Gouden Beer. Zijn nieuwe film DER GOLDENE HANDSCHUH gaat over de seriemoordenaar Fritz Honka en is gebaseerd op de roman van Heinz Strunk uit 2016.

Een regisseur wiens werk ook al diverse malen in Berlijn te bewonderen is geweest, is dat van de Fransman François Ozon. GRACE À DIEU is het portret van seksueel misbruikte mannen en de levenslange schade die ze hebben opgelopen. Gebaseerd op de aanklacht tegen pater Bernard Preynat die in 2016 werd beschuldigd van seksueel misbruik van meer dan zeventig jongen mannen.

De 68-jarige Chinese regisseur Zhang Yimou, die al in 1988 met zijn debuutfilm HET RODE KORENVELD de Gouden Beer won, is terug in Berlijn met zijn film ONE SECOND waarin hij teruggaat naar het China tijdens de Culturele Revolutie. Het verhaal speelt zich af op het platteland waar het kijken naar films als een welkome afwisseling van het harde dagelijkse bestaan werd beschouwd.

De vijfde oudgediende is de 71-jarige Poolse regisseuse Agnieska Holland die met MR. JONES teruggaat naar het jaar 1933 waarin de uit Wales afkomstige journalist Gareth Jones van Moskou naar Charkow in de Oekraïne reist om verslag te doen van de gruwelijkheden van het bewind onder Stalin.

De laatste oudgediende is de 64-jarige Noorse regisseur Hans Petter Moland die met zijn film OUT STEALING HORSES teruggaat naar de jeugdjaren van Trond Sander die samen met zijn vader de vakanties doorbracht in het prachtige natuurgebied op de grens van Zweden en Noorwegen. Een film over liefde, teleurstellingen, verlies, levenslange trauma’s en schuldgevoelens.

Der goldene Handschuh

Geen enkele debuutfilm
Interessant zouden verder nog kunnen zijn de Netflix-film ELISA Y MARCEL van de Spaanse regisseuse Isabel Coixet, de drie uur durende film SO LONG, MY SON van de Chinese regisseur Wang Xiaoshuai en de openingsfilm THE KINDNES OF STRANGERS van Lone Scherfig.

De overige films blijven voorlopig een aangename of minder aangename verrassing. Opvallend is tenslotte dat er geen enkele debuutfilm in het competitieprogramma is opgenomen. Dus weinig hoop op echt vernieuwende films, lijkt het.

 

5 februari 2019


MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2019 deel 5

IFFR 2019 deel 5:
Artiesten en buitenbeentjes

door Bob van der Sterre

In ons vijfde deel van het IFFR 2019 aandacht voor een Argentijns misdaaddrama dat niet aan de verwachtingen voldoet, een lichtvoetige Franse film over de boekenbranche en de flow van een grote Chinese filmmaker.

 

Rojo

Rojo – 70’s-misdaad in Argentinië
Een restaurant. Man, nogal bot, vraagt iemand die aan een leeg tafeltje zit om op te hoepelen. Hij wil daar eten. Het loopt uit de hand, knokpartij volgt – zelfs een schietpartij. De brutale man blijkt ‘de hippie’ te zijn, familie van vrienden van de hoofdpersoon, een advocaat.

Rojo volgt een interessante periode: als de overgang naar de dictatuur in de lucht hangt. Er zijn kleine incidenten waaruit blijkt dat de sfeer verhardt, dat mensen zich asocialer opstellen, dat een kleine misdaad niet meer telt in het grote plaatje.

Vooraf had ik wel hoge verwachtingen van Rojo op basis van de beschrijving ‘hooggestileerde film met zwarte humor’ maar de film maakt dit beide niet waar. Dat ligt met name aan het tempo. Het als bedaard bedoelde 70’s-tempo is mij hier wat al te bedaard. Als de acteurs de zoveelste sigaret opsteken en er de zoveelste pauze valt, haak ik af. Rojo had volgens mij makkelijk met een half uur minder gekund. Ook zie ik in de filmstijl geen verwijzingen naar andere 70’s-misdaadfilms en de hooggestileerdheid vond ik ook tegenvallen.

Wel heeft de film een geweldige start (eerste half uur) en laat Alfredo Castro’s (Tony Manero, Post Mortem, El Club) optreden als ‘de Chileense detective van televisie’ de film weer opleven. Al met al gemiddeld.

 

Double Vies

Double Vies – vermakelijk portret van de moderne boekenwereld
We volgen een uitgever, schrijver, de partner van de uitgever, de partner van de schrijver, een ‘hoofd digitalisering’ en hun vrienden en kennissen. Ze praten over de vernieuwingen in de boekenwereld die gevolgen heeft voor hen allemaal. De een verzet zich met alle macht – de ander wil juist voor de troepen uitlopen. En ondertussen hebben de personen op basis van hun voorkeuren affaires met elkaar.

Double Vies is een van mijn favoriete films van het festival. Waar een ander een typisch Franse film vol gepraat en overspel ziet, zie ik eindelijk een levendige film over een zeldzaam onderwerp: de boekenbranche. De lichtvoetige film zit vol dialogen over bloggen, e-books, digitalisering.

De film van schrijver/regisseur Olivier Assayas (Personal Shopper, Irma Vep) is dialogen, dialogen, dialogen. Ik geniet ervan – omdat zo weinig films dat bieden (uit de mode). Deze gaan rap, verlopen naturel en vervelen niet. Dat komt ook door de acteurs. Guillaume Canet is erg geloofwaardig als moderne uitgever, Vincent Macaigne als schrijver annex romanticus, Juliette Binoche als actrice die boeken op vakantie meeneemt in plaats van e-readers. Voeg hier en daar sterke bijrollen toe dan heb je een film die aan Woody Allens Husbands and Wives doet denken.

 

Ash Is Purest White

Ash Is Purest White – nieuw China valt niet mee
Het is 2001. Bin is een lokale crimineel, Qiao zijn liefje. Ze zijn belangrijk voor een stadje in de omgeving van Datong. Totdat er agressieve bendes opduiken. We verspringen af en toe van tijd en volgen hoe Qiao en Bin bij elkaar komen, elkaar loslaten en bij elkaar komen.

Ik herinner me nog dat Zhangke werd ingehaald als zo ongeveer de nieuwe Mozart van de cinema. Nu is hij intussen een veteraan onder de Chinese regisseurs, de beroemdste van de zesde generatie, en maker van beroemde films als A Touch of Sin en The World. Lees dit artikel in bfi om wat meer context te krijgen bij zijn werk.

Zhjangke’s films zijn ongrijpbaar. Geen genres, geen voorspelbaarheid, geen gestileerdheid, geen makkelijke thema’s. Je kijkt eerder naar een flow dan een verhaal. Dat zorgt ervoor dat je soms simpel camerawerk en houterig acteerwerk ziet en op andere momenten weer verbluft wordt door momenten van prachtige eenvoud. Zhangke zou je kunnen zien als de anti-Wes Anderson. Hij gelooft niet in overstilering – niet eens in stilering zelf.

Met dit verhaal (een snel moderniserende stad, misdaad, de Drieklovendam) komen diverse films van Zhangke terug in deze film. Dat schept de verwachting dat hij hiermee een periode afsluit.

 

4 februari 2019

 

Deel 1
Deel 2
Deel 3
Deel 4
Deel 6

MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2019 deel 4

IFFR 2019 deel 4:
Genrefilm onder de loep

door Suzan Groothuis

Het International Film Festival Rotterdam onderscheidt zich door het grote aanbod van arthouse en independent films, maar heeft ook wat in petto voor liefhebbers van genrefilms. Zoals het Amerikaanse Harpoon, dat drie vrienden op hun noodlottige trip toont. In Nightmare Cinema laten vijf regisseurs zich inspireren door een lege bioscoop. En in The Night Shifter zien we hoe een lijkschouwer kan spreken met de doden. 

 

Harpoon

Harpoon – en toen waren er nog drie
Harpoon van regisseur Rob Grant komt als beste uit de test. De film is een mengeling van horror, thriller, drama en komedie. De band tussen drie vrienden staat onder spanning. Wanneer de opgefokte rijkeluiszoon Richard achter de vermeende relatie tussen zijn vriendin Sasha en zijn beste vriend Jonah komt, is het hek van de dam. Hij slaat Jonah tot bloedens toe, om vervolgens te horen dat de twee achter z’n rug om een harpoen voor zijn verjaardag hebben gekocht. Richard had hun berichtenverkeer niet helemaal goed begrepen. Oeps!

Om het goed te maken nodigt hij de twee uit voor een dagje op zijn jacht. Maar een dag die de vrienden dichter bij elkaar moet brengen, mondt uit in een ware helletocht. Hun vriendschap ligt verborgen onder een web van leugens en verraad. Die komen net zo pijlsnel uit als de harpoen die Richard heeft gekregen.

Wat volgt is een absurd, donker, komisch en bloederig tafereel. Wat mis kan gaan, gaat mis. Met als gevolg dat de drie in overlevingsmodus op een jacht zitten zonder voedsel en drinken. Aangewezen tot elkaar, ieder elkaars vijand. Het doet wat denken aan Jean Paul Sartres L’Enfer, waarvan ik me de zin: “Le bourreau, c’est chacun de nous pour les deux autres” nog goed kan herinneren. Ieder is de beul voor de anderen.

In Harpoon is dat niet anders, al legt Rob Grant geen link met Sartre maar met een verhaal van Edgar Allan Poe, waarin drie matrozen na schipbreuk moeten overleven. Ze zijn uiteindelijk genoodzaakt strootjes te trekken, om te bepalen wie van de drie ze moeten opofferen als kannibalistische snack. Ook speelt Grant met feitjes, zoals bijgeloof op het water (roodharigen en een zwarte banaan brengen ongeluk!) en hoe lang je nou echt zonder eten en water kan. Harpoon verrast met zijn vermenging van genres, het spelen met feitjes, literaire verwijzingen en, natuurlijk, een grote dosis bloedvergieten.

 

Nightmare Cinema

Nightmare Cinema – teleurstellende nachtmerrie
Nightmare Cinema belooft een soort horrormarathon van twee uur. Deze omnibusfilm beslaat vijf korte films, van onder meer regisseurs Joe Dante (Gremlins) en Ryûhei Kitamura (The Midnight Meat Train). Allen laten zich inspireren door een oude, lege bioscoop. The Thing in the Woods bijt het spits af en is er een in de traditie van slashers: een jong gezelschap wordt een voor een afgeslacht door een mysterieuze vreemdeling met lashelm op. Woest smijt hij met hakbijlen, maar hij weet ook raad met brandertjes en messen. Het verhaal krijgt een andere wending met de komst van mysterieuze spinnen. Een hoofd dat langzaamaan opensplijt, met erin een boosaardige spin, vormt het hoogtepunt. Een segment dat het vooral moet hebben van zijn gore-effecten.

Het tweede deel, Mirari, is van horrormeester Dante (Piranha, The Howling) zelf. Het doet wat denken aan een aflevering van The Twilight Zone, waarin een jonge vrouw geopereerd wordt en achter de gruwelijke waarheid achter haar verband komt. In Mirari is dat niet anders. Een jong stel gaat trouwen, maar zij is onzeker over haar uiterlijk. Door een auto-ongeluk loopt er een groot litteken over haar gezicht. Haar vriend zegt dat schoonheid overgewaardeerd is, maar hij doet haar ondertussen wel een aanbod om plastische chirurgie te ondergaan. Zijn moeder heeft hetzelfde meegemaakt en ze is er alleen maar mooier op geworden. Als kijker vermoedt je het ergste, zeker wanneer de enge, gladde plastisch chirurg (Richard Chamberlain, kennen we ‘m nog!) zijn intrede doet. Uiteindelijk werkt Mirari toe naar een nare, maar voorspelbare climax.

Het sterkst is This Way to Egress van David Slade, die verantwoordelijk was voor Black Mirror-aflevering Metalhead. Net als Metalhead in intens zwart-wit geschoten, met een eveneens donker, dystopisch thema. Elizabeth Reaser, pas nog te zien in Netflix-horrorserie The Haunting of Hill House, wordt geplaagd doordat alles om haar heen transformeert in lelijkheid. Vloeren worden gedweild met bloed en mensen veranderen in afzichtelijke monsters met grommende stemmen. Alleen haar kinderen zijn nog wie ze zijn. Wanneer zij haar dwingen een dokter te bezoeken, komt de zieke waarheid onverwacht naar boven. Slade overtuigt vooral met een kille en verstikkende sfeer, waarin niets is wat het lijkt.

Over de andere twee delen kunnen we kort zijn: Kitamura’s Mashit is een over de top duiveluitdrijving in een kerk, met veel bloedfonteinen veroorzaakt door een met messen zwaaiende priester. Een vermoeiende zit. En in Dead zien we hoe een jongen na een bijna-doodervaring dode mensen ziet. Een verhaal dat toewerkt naar een niet-verrassende afloop, waarin het leven wint van de dood.

De bindende factor van Nightmare Cinema is de lege bioscoop, die voorbijgangers naar zich toe trekt en hen dwingt plaats te nemen op een van de stoelen. Vervolgens zien zij zichzelf terug op het grote doek en dan niet in de meest fraaie setting. De naargeestige filmoperateur (Mickey Rourke, die weinig moeite hoeft te doen om er eng uit te zien) heeft zijn eigen, duistere doel. Op zich leuk bedacht om een oude, lege bioscoop speelterrein te laten zijn van vijf verschillende regisseurs. Nightmare Cinema moet een idee geven hoe veelzijdig horror is, maar schotelt zoveel clichés voor dat het geen moment verrast. David Slades deel daargelaten, omdat dat visueel en stilistisch de rest overstijgt. Een magere score.

 

The Night Shifter

The Night Shifter – duistere geheimen van de doden
En dan als laatste Braziliaanse horror in de vorm van The Night Shifter. Regisseur Dennison Ramalho vertelt dat zijn film een bizarre kijk op het leven in São Paolo geeft. Tegelijkertijd toont hij wat er gaande is: criminaliteit, corruptie, afrekeningen en de rol van bijgeloof. In zijn film, die je kan zien als mengeling van horror, absurdisme en realisme, draait het om de ongelukkige lijkschouwer Stênio. Hij werkt overuren en kan thuis niet op een warm onthaal van zijn vrouw rekenen.

Ondanks dat Stênio wat sullig oogt, heeft hij wel een gave. Hij kan spreken met de doden. Als hij alleen met hen is in zijn mortuarium, delen de doden hun geheimen. Wanneer Stênio door een gesprek met een van hen erachter komt dat zijn vrouw een affaire heeft, besluit hij in actie te komen.

Het is even wennen om de lijken in cgi-stijl te zien praten, maar het uitgangspunt van The Night Shifter heeft wel wat: deel nooit de geheimen van de doden, want daar komt alleen maar ellende van. Al snel wentelt Stênio zich in de problemen, door informatie van de doden te gebruiken om wraak te nemen op de geliefde van zijn vrouw. Ramalho’s film ontvouwt zich vervolgens tot horror waarin duivelse krachten de dienst uitmaken. Stênio moet alles op alles zetten om zichzelf en zijn kinderen te beschermen tegen het kwaad uit het hiernamaals. En dan is er ook nog de agressieve chaos van de stad zelf waar hij tegenop moet boksen.

Wanneer het horroraspect zijn intrede doet, boet de film aan kracht in. Van een bizarre, maar ook realistische blik op São Paolo en zijn inwoners verwordt The Night Shifter tot eendimensionale, uitzinnige duivelse wraakactie. Dat is jammer, want wat Ramalho wil zeggen over je staande houden temidden van al die ellende die speelt in de stad, komt zo niet goed uit de verf.

 

3 februari 2019

Deel 1
Deel 2
Deel 3
Deel 5
Deel 6

 

MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2019 deel 3

IFFR 2019 deel 3:
Sporters en overlevers

door Bob van der Sterre

De eenzaamheid van een wielerprofessional, de profvoetballer en de vluchteling, cameraman alleen op de wereld, oplichter in de bajes, een muziekdoosje komt tot leven en het heftige leven van Fela Kuti.

 

Coureur

Coureur – een Belg in een Italiaanse epo-wielerploeg
Felix Vereecke is een ambitieuze amateur. Hij gaat wielrennen bij een Italiaanse ploeg, zijn vader en diens dubieuze connecties in de steek latend.

Mooie beelden, goede muziek, goed script. Niet al te sentimenteel en goed acteerwerk. De film kijkt naar de tragische kant van dopinggebruik (epo, amfetaminen) en de psychologische stress en eenzaamheid van wielerprofessionals. Een haantjescultuur.

Goede acteurs zijn het halve werk. Frappant is de keuze van de acteur die trainer Bruno Leone speelt: Fortunato Cerlino. Van capo di tutti capi in de tv-serie Gomorrah naar het zijn van een wielerbaas die louche zaakjes doet met doping, hij speelt ze identiek.

Ook al is Coureur op zich een prima film, voor mij gaat er geen wielerfilm boven de eveneens Belgische komedie Le vélo de Ghislain Lambert. In feite was dat hetzelfde onderwerp (wielrennen, doping) maar je kon er veel bij lachen. Dat kun je niet met Coureur. De film is – leuk om te zeggen als we het over epo hebben – bloedernstig en focust zich ook op de ellendige relatie van de hoofdpersoon met diens vader. (Er is trouwens voor de liefhebbers nóg een Belgische film over wielrennen: Un Ange, die een romantische invalshoek heeft, een soort Bobby Deerfield op een racefiets.)

 

Diamantino

Diamantino – profvoetballer van slag door vluchtelingen
Voetbalvedette ziet reusachtige roze fluffy puppies tijdens voetbalwedstrijden. Tijdens de WK-finale laten ze hem ineens in de steek en hij faalt. Hij stopt met voetbal en neemt een vluchteling in huis. Probleem 1: zijn twee bloeddorstige zussen die er ook wonen. Probleem 2: de vluchteling is een dame van de geheime dienst, op zoek naar zijn offshore accounts.

Geestige en originele film – een grote verrassing tussen al het serieuze drama op IFFR. Deze film bespot heel veel moderne dingen. Zoals Brexit, Trump, LGBT en de Panama Papers. Op een slimme manier wordt het hedendaags cynisme verbonden aan een symbool als Cristiano Ronaldo – hoewel de film vooraf meldt dat vergelijkingen toevallig zijn.

Hoe satirisch als Diamantino antwoordt op de vraag of hij weleens seks heeft gehad: ‘Nee nooit, moet geweldig zijn.’ Of dat ie slaapt onder zijn dekbed met eigen beeltenissen, zijn eigen naam draagt als onderbroekenmerk en een gigantisch kasteel bezit. Kijk hem daar als patser op zijn jacht zitten – terwijl hij niet weet dat hij een patser is. Je moet maar een acteur als Carlotto Cora vinden, die best op Cristiano Ronaldo lijkt en de kwaliteiten heeft om zo’n komische rol te spelen.

Het is trouwens de eerste keer dat ik het cynisme van deze tijd op een hoop gegooid zie worden met duistere krachten (zoals de immer op geld beluste en zwart geklede zussen). Dat maakt Diamantino een sterkere film dan als het alleen een satire op profvoetballers was geweest. Minder sterk is het spionageverhaal, vooral naar het einde toe, maar de film van regisseursduo Gabriel Abrantes en Daniel Schmidt stijgt wel uit boven de grauwe middenmoot.

 

In My Room

In My Room de laatste man op aarde – en vrouw
Een blunderende cameraman bezoekt zijn stervende oma. De nacht dat zij is gestorven, slaapt hij buiten in zijn auto. Hij wordt wakker. Er is geen mens meer op aarde. Hij rijdt rond: niemand. Hij begint ergens een boerderijtje en dan blijkt er toch nog een mens te zijn. Een Italiaanse komt in zijn leven en matcht toevallig bijna perfect (einde van de wereld werkt beter dan een datingsite).

Aanvankelijk best een aardige film van Ulrich Köhler. Begin is erg geestig. Middenstuk is ook goed (onder andere met onverwachte knipoog naar Claude Lelouch’ Rendez-Vous). Het einde vond ik wat minder en haalt wat kracht uit de film.

Frappant is dat bij dit intussen immens populaire genre ‘laatste persoon op aarde’ geen verklaring komt waarom. Meestal zijn het zombies, ziekten, klimaatverwoestingen. Deze film is geen sciencefiction, geen horror, maar ook niet duidelijk.

Is dit een ‘ideale wereld’ voor hoofdpersoon Hans? Of gaat de film stiekem over het verlies van religie in ons leven? Hij bouwt de ark van Noach (denk ook aan de boot die hij ziet) en speelt met Kirsi Adam en Eva in een Hof van Eden. Zelfs als laatste mens van de wereld blundert hij door. Ironie der mensheid. Het zou kunnen. Mijn voornaamste kritiek: de hint om het anders te zien dan wat het is, is te zwak. De film hoort bij de nieuwe ‘Berlijn-school’, bekend van films als Western en Toni Erdmann.

 

Out of Tune

Out of Tune  de grandioze verpester
In de bajes gesmeten worden: het overkomt ook de rijken der aarden. Zoals Markus Føns, een financieel oplichter. Wat dat betekent, merkt hij in de bajes. Mensen willen geld terug van aandelen die gekelderd zijn.

Markus kiest voor veiligheid: de afgesloten afdeling voor pedofielen en verkrachters. En die hebben een zangkoor, geleid door regelfan Niels. Daar begint hij vrij snel de intrigant uit te hangen. Het is de ongeschreven regel dat niemand vraagt waarvoor iemand anders zit. Die regel geldt niet voor Markus. Zijn belangrijkste doel is om Niels te verstoten als leider van het koor. Een handlanger is de assistent van de bazin die hij weet te manipuleren.

Een redelijk gewone maar ook vaardig gemaakte film, met wat geestige momenten. Het geestige zit hem in de strijd tussen Markus en Niels. Markus (Jacob Lohmann) is aanvankelijk wel sympathiek maar later ervaren we zijn ware gezicht. Anders Mathesen is ook sterk als Niels, zijn concurrent, die tegelijk een tegenpool is. Beiden zijn vervelend op hun eigen manier. En kunnen ze überhaupt sympathiek zijn, gezien hun geschiedenissen? De film verwart de kijker en legt je eigen sympathiemeter op een weegschaal.

 

Koko-di Koko-da

Koko-di Koko-da creepy Groundhog Day
Een stel verliest zijn kind plotseling aan een mysterieus buikvirus. Dat kind had een muziekdoosje. Dat speelt steeds het liedje ‘koko-di koko-da’. De twee gaan kamperen en worden vanaf dat moment lastiggevallen door het trio figuren op het muziekdoosje. Een grote man die een dode hond draagt, een vrouw met twee enorme paardenstaarten en een man met een hoedje. En een witte poes. Keer op keer gebeurt dat – als een gestoorde versie van Groundhog Day.

Deze film van Johannes Nyholm is verbluffend simpel gemaakt. Meer dan een tent, een auto en een paar acteurs waren er niet nodig. Toch is het een geslaagde film: soms werkt eenvoud heel goed.

De film vertelt redelijk origineel en fantasierijk een verhaal, speelt met folklore en sprookjes op een eigenzinnige manier. Bovendien zijn er ook mooie onderbrekingen via een silhouettenspel. Wel is het wat jammer dat het verhaal wat diepte in het mysterie mist. Dat wreekt zich vooral aan het einde.

 

My Friend Fela

My Friend Fela – een hels bestaan in Nigeria
Carlos Moore – Cubaan, Afrikaan, Amerikaan, ooit bevriend met Malcolm X – is de officiële biograaf van Fela Kuti. Voor de film springt Moore aldoor in de armen van oude Nigeriaanse bekenden. Zonen van Fela, ex-vrouwen van Fela, albumdesigners. We leren de context van Kuti’s leven. Zoals zijn jeugd in Londen (waar hij studeerde) en hoe hij vervolgens afrobeat creëerde.

Aan de ene kant een geweldig leven met een internationale zegetocht met zijn afrobeat en zijn 27 vrouwen. Zelfs vriendinnen zeggen na al die jaren dat ze ondanks al die concurrentes beslist een spirituele connectie hadden met hem. ‘Fela hield van seks. Hij sliep met drie vrouwen op een dag. Hij had niet alleen vrouwen thuis, maar ook buitenhuis.’

Aan de andere kant een moeilijke strijd met de toenmalige leiders van Nigeria. Dat leidde in 1977 tot een invasie van zijn commune. Diverse van zijn vrouwen werden verkracht en zijn moeder uit het raam gegooid (ze stierf). Vier jaar later deden ze het nog een keer over. Daarnaast werd hij diverse keren in de gevangenis gesmeten.

Zelf was Fela ook niet vies van geweld, zegt een ingewijde in deze film. Hij begon ook steeds meer paranoia te worden. ‘Er is een paradox tussen wat hij preekte en wat hij deed.’

En dan zie je in het Fela Kutimuseum plotseling een Bløf-music award hangen, wat net zo absurd is als dat je in het museum van Cat Stevens een ansichtkaart zou zien met: ‘Groeten uit Nigeria. Fela.’

 

2 februari 2019

 

Deel 1
Deel 2
Deel 4
Deel 5

 

MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2019 deel 2

IFFR 2019 deel 2:
De strijd om de publieksfavoriet

door Suzan Groothuis

Het International Film Festival Rotterdam 2019 is in volle gang. Terwijl vaste locaties als De Doelen, Kino, Cinerama en Pathé volle zalen trekken, strijden films die meedoen in de Audience Award om de publieksfavoriet. Iedere dag is de top tien op de site van het IFFR te bewonderen.

Die top tien kan overigens per dag verschillen, al staat het door onze filmrecensent Tim Bouwhuis bekritiseerde Capharnaüm nog steeds op een eerste plaats. Hiervoor stond Beats nog bovenaan (dit Britse drama krijgt later een bioscooprelease en een uitgebreide recensie). Opvallend is hoe genereus het publiek is met het uitdelen van vieren (goed) en vijven (zeer goed). Hieronder een blik op films die in die felbegeerde publiekstop 10 staan of stonden, met de vraag: zijn ze die hoge score ook echt waard?

 

Barbara Rubin & The Exploding NY Underground

Barbara Rubin & The Exploding NY Underground – ongekroonde koningin van de underground
Vanuit het niets verscheen ineens Barbara Rubin & The Exploding NY Underground in de top tien. Over een jonge, eigenzinnige kunstenares die deel uitmaakte van Andy Warhols kunstscene. De documentaire laat het verloop van haar leven zien; die kreeg een aparte wending toen Rubin zich wendde tot het orthodoxe jodendom.

Vrienden en familie, schrijvers en bekende kunstenaars uit die tijd vertellen over Rubin en wat haar tot zo’n speciaal mens maakte. Ze was pas zeventien toen ze haar film Christmas on Earth (oorspronkelijke titel: Cocks and Cunts) maakte, geschoten met een 16mm-camera die eigendom was van filmmaker Jonas Mekas. De film baarde opzien door expliciete en (letterlijk) indringende beelden van vrouwelijke genitaliën. Daarbij was het een van de eerste erkende werken binnen de multimedia-art.

Al snel kreeg Rubin een plek binnen de kunstscene van Andy Warhol. Ze was verantwoordelijk voor de introductie van The Velvet Underground, die daarna zou optreden in Warhols Factory en speelde bij screenings van films van Warhol, Rubin en Paul Morrissey. Verder is er in de documentaire aandacht voor de vriendschap met beatschrijver Allen Ginsberg, op wie Rubin verliefd was en met wie ze het liefst kinderen zou krijgen. Een verlangen dat nooit in vervulling ging. Hoewel Ginsberg onderkomen bood aan goede vrienden die kampten met een drugsverslaving, waaronder ook Rubin, verdween Rubin net zo snel als ze gekomen was. Na zich enige tijd met de studie van de Kabbala te hebben beziggehouden, werd ze door een magneet aangetrokken tot de joods orthodoxe gemeenschap. Er volgden twee huwelijken, vijf kinderen en een plots einde.

Barbara Rubin & The Exploding NY Underground is in zijn stijl een conventionele, rechttoe rechtaan documentaire: middels archiefbeelden en talking heads krijgen we een chronologisch beeld van het leven van deze energieke, artistieke jonge vrouw. We zien en horen weinig van Barbara zelf. Er zijn archiefbeelden van screenings voor Warhol, fragmenten van haar eigen films, en wat video-opnames van Rubin met Bob Dylan, Rubin met Jonas Mekas en Rubin met Allen Ginsberg. Uiteindelijk mis je de diepgang van een portret waarvan in bijvoorbeeld Nico Icon (over het leven van Nico, ook een Warhol-muze) wel sprake was. Het roept dan ook de vraag op wat deze degelijke maar zeker niet hoogstaande documentaire, zo hoog in de publieksprijs doet belanden.

 

Tel Aviv on Fire

Tel Aviv on Fire – soapserie als bindende factor
Over naar Israël, waar we belanden in een soapopera. Althans, daar speelt regisseur Sameh Zoabi mee. Zijn film Tel Aviv on Fire opent met zoete beelden van een Palestijnse spionne (Lubna Azabal, Incendies) die informatie moet lospeuteren bij een Israëlisch militair. Ze zet alles in, waaronder haar vrouwelijke charmes, terwijl haar hart ligt bij een Palestijn. Net wanneer je denkt: “shit, ben ik in een soap beland?” zoomt de camera uit en zien we een filmcrew de bewuste scène filmen. En dan het echte verhaal: Salam werkt als productieassistent op de set van zijn oom, die verantwoordelijk is voor de serie Tel Aviv on Fire. Gemaakt op Palestijnse bodem en natuurlijk niet geheel Israël-vriendelijk. Wanneer Salam kans maakt op promotie, ontwikkelt zich een komisch drama waarin soap en realiteit zich met elkaar vermengen.

Zijn oom stelt Salam verantwoordelijk voor het script van het personage van de Israëlisch militair. Er is alleen een probleem: Salam heeft geen inspiratie. Uit nood wendt hij zich tot een Israëlisch grenswachter, die hij dagelijks moet passeren om op de filmset aanwezig te kunnen zijn. Om zich vervolgens in allerlei bochten te wringen, want alle betrokkenen hebben weer hun eigen belangen: de grenswachter bekijkt de serie vanuit het Israëlisch perspectief en Salams oom wil het liefst dat de  romance tussen de Palestijnse spionne en de Israëlisch militair eindigt in een bomaanslag.

Zoabi neemt de kijker mee op een vermakelijke rit door een door conflicten verscheurd land. Hoewel de toon immer luchtig is, weet hij toch subtiel de politieke en maatschappelijke problemen aan te kaarten. De regisseur neemt geen stelling: Tel Aviv on Fire kiest geen kant voor Palestina of Israël. In de Q&A na de film legt hij uit dat het conflict al zo lang speelt, dat het niet op te lossen is. Zijn film speelt er mee en doet dat knap door een meeslepende soapserie als uitgangspunt te nemen, die zich geleidelijk aan vermengt met het echte leven. Waar Goodbye Lenin de draak stak met het communisme in de DDR, doet Zoabi dat met het politieke conflict tussen Israël en Palestina. Met zijn goed gebalanceerde mengeling van drama en komedie en vindingrijke script is Tel Aviv on Fire een perfecte publiekskandidaat. Geen nood voor wie ‘m gemist heeft (de voorstellingen zijn uitverkocht), want de film krijgt in juli een bioscooprelease.

 

The Best of Dorien B

The Best of Dorien B – grijze muis krijgt klauwen
Van Vlaamse bodem is er The Best of Dorien B. De film was samen met het Nederlandse Dirty God en Take Me Somewhere Nice te zien op een speciale persdag voorafgaand aan het festival. De geselecteerde persfilms scoren allen hoog in de poll voor de publieksprijs, Dorien de andere twee overstijgend. Inmiddels is Dorien verslagen door titels als Miel-Emile en A Private War (geen nood, krijgt ook een bioscooprelease!).

The Best of Dorien B. Is Anke Blondé’s speelfilmdebuut na wat korte films en episoden van de tv-serie Beau Séjour. Het is een tragikomedie, die verhaalt over de dertiger Dorien, die louter ongeluk op haar pad tegenkomt.

Om maar wat te noemen: het wringt tussen haar ouders. Terwijl haar moeder zich verheugt op een veels te groot zwembad in de tuin, fluistert haar vader Dorien toe dat haar moeder vreemd gaat. En dat terwijl er ook perikelen in Doriens eigen relatie spelen. Haar vriend Jeroen is amper thuis en heeft een affaire achter de rug. Of speelt die nog steeds? En dan is er een verwoestende knobbel in Doriens borst, een teken van borstkanker. Terwijl ze al dit nieuws moet verwerken, is er zelfs op haar werk geen rust, want Dorien runt temidden van de vete tussen haar ouders de dierenartspraktijk van haar vader.

Nieuwkomer Kim Snauwaert is perfect gecast als Dorien. In eerste instantie oogt ze als een grijze muis, de wereld beschouwend en overkomend. Maar gaandeweg laat Dorien zien klauwen te hebben. Ongemakkelijke scènes tonen haar innerlijke conflict, dat steeds meer naar buiten komt. Met name de eerste helft van de film is sterk, het humoristische aspect overheerst. Totaal niet over de top, want Snauwaert kan al met een enkele oogopslag op de lachspieren werken. Het is de absurde ongemakkelijkheid die het hem doet. Situaties waar Dorien niet om vraagt, maar die haar worden opgedrongen.

Naarmate de film vordert, krijgt hij een serieuzer karakter en het personage van Dorien meer boost. Uiteindelijk is er de bevrijdende afloop, waarin Dorien voor zichzelf durft te kiezen, al vraagt dit offers. Qua sfeer doet de film wat denken aan die van Nicole Holofcener (Please Give, Enough Said), waarin personages ook met ongemakken geconfronteerd worden maar uiteindelijk hun geluk vinden. De combinatie humor en drama is een lastige. Blondé weet daar goed haar weg in te vinden, wat The Best of Dorien B. tot een veelbelovend debuut maakt. Een notering in de top tien is discutabel, maar de film is zeker een 3,5 op mijn scorelijstje waard.

 

Diamantino

Verborgen parels
Soms voel of merk je het bij het zien van een IFFR-film wat een echte publieksfavoriet is. Meestal zijn dit films die een groot publiek aanboren (en beroeren) door bewust in te spelen op sentiment of politiek/maatschappelijk beladen kwesties. De zaal is doodstil, er wordt niet geschuifeld of onrustig heen en weer bewogen. Een nog duidelijkere gradatie dat een film geslaagd is: het publiek loopt niet en masse weg. En na afloop is er een daverende ovatie. “Topfilm”, hoor je naast je. Gretig wordt er door vijfjes gescheurd.

Maar waar blijven de verborgen pareltjes? Waarom is het absurde, humoristische en volstrekt originele Diamantino (foto) niet in de top terug te zien? Of het knappe, aan The Act of Killing denkende I Do Not Care If We Go Down in History as Barbarians, die een confronterende les over de invulling van geschiedenis geeft en daadwerkelijk aan het denken zet? En het dwingende, mysterieuze Sunset van László Nemes van Son of Saul, dat vele vragen onbeantwoord laat maar de kijker van begin tot eind meesleept?

In mijn volgende deel aandacht voor de films die de top niet halen, maar die indruk maakten, wegens een verrassende invalshoek, een bijzondere cameravoering of een tot reflectie stemmende inhoud.

 

31 januari 2019

 
Deel 1
Deel 3
Deel 4
Deel 5
Deel 6
 

MEER FILMFESTIVAL