Eerste 013CIFF ademt puur film

Eerste 013CIFF ademt puur film

door Sjoerd van Wijk

Voor de eerste maal vond het Cinecitta International Film Festival (013CIFF) plaats in Tilburg met films die eerder beperkt of niet te zien waren in Nederland. Filmtheater Cinecitta stond vol met 013CIFF-materiaal, maar de entourage bleef als een drukke reguliere dag. Weinig randgebeuren betekent dat dit festival puur film ademt. Wellicht dankzij de Brabantse gastvrijheid heerste een verwelkomende sfeer.

Voor professionals was er wel een randprogramma in de vorm van een masterclass over filmfinanciering. Ondanks de internationale allure van 013CIFF was de masterclass Nederlandstalig, maar daarom niet minder informatief. Rudi Brekelmans (die met Medulla genomineerd was voor beste debuut op het Nederlands Film Festival) en Hetty Naaijkens-Retel Helmrich (Klanken van oorsprong) deelden hun ervaringen om hun films van de grond te krijgen. En twee filmcommissionairs (van Nederland en Limburg) zetten het perspectief van de filmfondsen uiteen.

Filmfinanciering
Ondanks wat clichés over passie voor je project hebben, inspireerden de verhalen. Vinden van geld voor een film is weliswaar lastig, maar ook buiten de gebaande paden van het Nederlands subsidietraject blijkt er wat te halen zijn. Een filmmaker kan de zaal verlaten met zin om de vele hordes te nemen. Extra stimulerend is de getoonde ambitie om een Nederlandse filmgemeenschap op te bouwen buiten Amsterdam. Brabant wil in dat opzicht graag Limburg achterna. Dat klinkt veelbelovend voor de Nederlandse film onder de rivieren.

De wens om in Nederland onbekende films te tonen, kwam goed naar voren in de programmering. De eigenzinnige selectie toont dat 013CIFF iets toevoegt aan het Nederlandse filmfestivalaanbod. Ondanks de wisselende kwaliteit komt bij elke film de vraag naar boven waarom deze geen Nederlandse bioscoopuitgave heeft gekend.

Holy Air

Droogkomisch Nazareth
Holy Air toont droogkomisch de absurditeiten van leven in Nazareth, de geboorteplaats van Jezus Christus. De Arabische christen Adam is buiten zijn vervelende kantoorbaan een ondernemer met een overdosis optimisme. Als zijn vader in het ziekenhuis komt te liggen en zijn vrouw zwanger blijkt, heeft hij weer een nieuw gek idee. Zijn vaders werkplaats bevat massa’s lege flesjes die Adam besluit te vullen met lucht van Mount Kedumim, waar Jezus ooit zou hebben gestaan. Potentieel lucratief, nu de Paus naar Israël komt met massa’s toeristen in zijn kielzog. 

In de Q&A vertelt ster, schrijver en regisseur Shady Srour dat de film zijn leven voor 99% beschrijft. Dat is aan Holy Air af te zien. Een overdaad aan verhaallijnen moeten vechten om aandacht, zonder ooit een geheel te vormen. Soms is het een satire over commercie en religie, dan weer een aanklacht tegen Israëlisch racisme. Srours droge observaties komen wel openhartig over. De strakke kaders waarbinnen alles plaatsvindt, toveren Nazareth om tot een vervreemdende plaats, waar de lach soms in een klein hoekje zit. Daarbij schittert Samuel Calderon als cynisch cashende monnik Roberto.

Willy 1er

Buitenbeentje in Caudebec
Het kleine leed van de verstandelijk beperkte Willy komt bij tijd en wijle als emotionele uitbuiting over. De non-acteur Daniel Vannett speelt de hoofdpersoon in Willy 1er, wat deels op zijn eigen leven is gebaseerd (hij was analfabeet tot zijn 45ste). Nadat zijn tweelingbroer Michel zelfmoord pleegt, is voor deze vijftigjarige man de maat vol. Hij verlaat zijn ouderlijk huis om de droom die hij met Michel had te verwezenlijken. Deze bestaat uit een eigen huis, een scooter en vrienden. Het slaperige Caudebec in Normandië is het decor voor een maf portret. 

Vannett speelt Willy met een aimabele onbevangenheid, die soms overslaat in begrijpelijke frustraties. Zijn moeizaam ontwikkelende vriendschap met een andere Willy, zijn homoseksuele collega van de supermarkt, lijkt een al te vooropgezet plan om de bekrompenheid van de dorpsbewoners te tonen. De uitbuiting van Willy die culmineert in een kapotte scooter lijkt een onoprecht opwekken van medelijden. Dat doet afbreuk aan het innemende relaas van een buitenbeentje dat zijn plaats in de wereld stukje bij beetje probeert te vinden.

Sicilian Ghost Story

Siciliaanse vaagheid
De gruweldaad van de kidnapping en moord op de zoon van een maffia-informant weet Sicilian Ghost Story onvoldoende in te laten dringen. De film volgt voornamelijk het perspectief van de eigengereide Luna. Na de verdwijning van haar kersverse vriendje Guiseppe is zij de enige die blijft geloven in zijn terugkeer. Terwijl Guiseppe langzaam wegkwijnt in gevangenschap ontsnapt Luna steeds meer in dromen over hun hereniging. Deze lijken soms profetische details te bevatten, die Luna een stapje dichter bij Guiseppes verblijfplaats brengen. 

De titel slaat expliciet op het gemis van een geliefde, die voort blijft leven in de gedachte. Regisseurs Fabio Grassadonia en Antionio Piazza maken van Sicilië een mysterieuze plaats, waar in de wouden de herinnering rondspookt. In hoeverre Luna ook echt dichter bij de waarheid komt of maar wat roept, blijft dermate in het midden dat de mystiek eerder vaagheid is. Dat Guiseppe nog zo vaak in beeld komt na zijn verdwijning doet afbreuk aan alle mysterie. Wat Luna precies moet met de dromen blijft in de herhaling vallen. Een schetsmatig vervelende moeder moet de misère compleet maken.

Genèse

De pijn en schoonheid van opgroeien
In Genèse is opgroeien pijnlijk, maar tegelijk een grootse ervaring. Schrijver-regisseur Philippe Lesage laat zien dat Xavier Dolan niet de enige uit Quebec is die indringend melodrama weet te maken. De deugniet Guillaume en oudere zus Charlotte hebben elk hun eigen strubbelingen in de liefde. Eerstgenoemde heeft weinig aansluiting met vrouwen aangezien hij kampt met gevoelens voor zijn beste vriend. Dat maakt zijn verblijf aan de middelbare kostschool tot een zware tijd. En Charlotte schippert in haar eerste jaar studie heen en weer tussen twee onbevredigende relaties. Als coda is daar de jonge Félix die tijdens het zomerkamp een oogje heeft op Béatrice. 

Dat zorgt voor een zoet sluitstuk bij een bittere pil over volwassenen worden. In de verstilde straten en de minutieus sobere kamers loert de tragiek. Verloren onschuld en bij jezelf blijven is geen pad over rozen, maar toch lonkt de maneschijn. Lesage vangt alle pijn met ijzeren discipline, die in combinatie met zorgvuldig ingezette popmuziek hypnotiserend werkt. In een strak gecontroleerde wereld vol narigheid blijft de schoonheid van het leven overeind. Dat Charlotte en Guillaume een laatste portie ellende krijgen die buitenproportioneel aanvoelt doet niet af aan de aangrijpende melancholie van Genèse.

 

22 oktober 2019


MEER FILMFESTIVAL

Film Fest Gent 2019 – Deel 2

Film Fest Gent 2019 – Deel 2:
Ten onder aan de tijd

door Tim Bouwhuis

Jong filmtalent kruist het beste van eigen bodem in Focus op Spaanse Cinema, een belangrijke nevensectie van het 46ste Film Fest Gent. Tussen drie van de geselecteerde films ontspint zich een boeiende dialoog: waar en wanneer moeten tradities buigen onder het gewicht van de moderniteit?

In Júlia ist, het speelfilmdebuut van de Catalaanse Elena Martín, vertrekt het jongvolwassen titelpersonage op Erasmus-uitwisseling naar het grootstedelijke Berlijn. Een metropool die herbouwd is, kan moeilijk traditioneel zijn, onderstreept Julia’s docent in een eerste les architectuur. Berlijn is dé stad van het heden, het breekpunt van de moderniteit. Precies in die ontwortelde setting raakt Julia (een rol van Martín zelf) ook verder onthecht van de mensen die ze in Spanje achterliet. Met de Duitse studentes in haar appartement ontbreekt iedere klik, terwijl haar Spaanse vriend via Skype tevergeefs probeert te voorkomen dat hij aan het lijntje gehouden wordt. Die vroegere vlam is eigenlijk al lang gedoofd.

Júlia ist

Moderniteit in een spiegel
In haar trek naar een ander land volgt Julia niet alleen de westerse imperatief tot zelfontplooiing (wie kansrijk is, heeft wat te kiezen), maar ook haar stille verlangen naar geluk, spanning en verandering. Het is tekenend dat die motivaties alleen doorschijnen in Julia’s gedrag, en nauwelijks expliciet uitgesproken worden. Moderne, westerse perspectieven op de mens lenen zich niet al te best voor universele definities van doel en vervulling: het is het individu dat aangemoedigd wordt zichzelf in het centrum van de wereld te plaatsen en van daaruit zijn of haar identiteit te bepalen.

Mede daarom is coming of age juist in deze tijd zo’n belangrijk en bemind genre. Het is de spiegel waardoor veel millennials zichzelf kunnen zien, en andere doelgroepen zich kunnen laten meeslepen door de persoonlijke verhalen die de wereld en onszelf (her)scheppen. Precies daarom zijn Julia’s tegenstrijdige emoties in de film ook geen zwaktes van het scenario. We zien een personage dat twijfelt, doet wat op ieder moment goed voelt en moeite heeft onder woorden te brengen waarom ze bepaalde beslissingen neemt. Toch is Martín hierin geloofwaardig, omdat ze de zoektocht van haar generatie vangt in een keten van clichématige, maar o zo herkenbare taferelen.

Als Julia kort na haar uitwisseling weer door een penthouse draalt, terug in het Spaanse binnenland, overheerst een beschouwend gevoel van leegte. Dat komt niet zozeer omdat Julia zich als mens niet ontwikkeld heeft – de tijd in Berlijn heeft haar wel degelijk geholpen haar eigen kijk op geluk te verscherpen – maar heeft alles te maken met de door en door moderne wereld waarin ze leeft en leert. In Júlia ist is er niets dat verloren kon gaan of behouden moest worden: traditie doet niet ter zake en de toekomst is nog niet uitgevonden.

Zaniki

Traditie als plicht
Hoe anders is dat in Zaniki, een documentair aandoende fictiefilm van Gabriel Velázquez (Iceberg). De hoofdpersoon, Eusebio, is een muzikant uit Salamanca (tevens de geboorteplaats van de regisseur), die zijn leven heeft gewijd aan het bewaren en bekrachtigen van de lokale traditie. Die traditie omvangt een spirituele, holistische kijk op het leven en de opvolging van de generaties, waarin de natuur heelt en muziek verzoent. Voor Eusebio voorziet de natuur in alles; ze levert de basisstructuren van het bestaan, die hij in rol als grootvader wil doorgronden om ze te kunnen doorgeven aan de volgende generatie. Zelfs van de vleugel van een gier kun je een muziekinstrument maken, leert zijn kleinzoon tijdens een trektocht door de omgeving.

In één van de meest aandoenlijke scènes van de film bespeelt Eusebio met een aantal dorpsgenoten een set potten en pannen. Het klinkt misschien potsierlijk, maar de muziek heeft een dynamiek waar de muzieklerares op de plaatselijke basisschool jaloers op mag zijn. Het huiselijk aanleren van ritme is een stuk waardevoller dan een lessenreeks over etnomusicologie, laat Eusebio haar weten. Het is een kleine uitspraak in een film die meer koestert dan bekritiseert, maar toch komt hier een spanning boven die Zaniki eigenlijk niet terzijde kan schuiven. In een Q&A na afloop benadrukt Velázquez dat het belang van traditie de kern van zijn film is. Traditie is vertellen, of beter, doorgeven aan de volgende wat de vorige heeft gezegd. Zaniki profileert zich als een viering van dat doorgeven, maar de achterliggende gedachte is minder rooskleurig: wat als we deze traditie verliezen, en wat komt er voor in de plaats? Wat gebeurt er als de zoon het pad van zijn vader niet meer inslaat, zoals we dat in Zaniki wellicht voor het laatst zien?

Meseta

Tragiek door komedie
Een film die die vragen veel explicieter stelt (en ook beantwoordt) is Meseta, een knappe documentaire van de in Kopenhagen gestationeerde Juan Palacios. Met wat fantasie is de film een western: hij toont het verval van een regio waar de mensen zijn weggetrokken en traditionele vormen van leven niet langer rendabel blijken. Degenen die toch bleven zijn de atypische helden van de documentaire. Zo zijn er twee muzikanten die als bejaarde echo’s van Acda & de Munnik de nostalgie van zich af zingen. Er is een schaapherder die beklaagt hoe slecht het land vandaag de dag wordt onderhouden. En er rijdt een visverkoper door de verlaten dorpsstraat, zoekend naar (vrouwelijke) klanten die het grote verval heeft weggenomen.

Ironisch genoeg laat de tragiek van deze omgeving zich nog het best voelen in de droogkomische opmerkingen van een visser. ‘’Het vangen van een forel in deze rivier is vergelijkbaar met het zoeken van een vrouw: hoe vind je er één?’’ Naarmate de visser op hilarische wijze doorratelt over zijn kennismaking met social media en zijn vriendin uit Paraguay, wordt steeds duidelijker hoe machteloos deze man tegenover de moderne wereld staat. Eigenlijk moet hij gewoon kunnen blijven waar hij is. Vrij van technologie, beschenen door de zon die op een prachtige wijze het water beroert. Maar hoe houd je dat vol als de moderniteit van traditie al een herinnering heeft gemaakt?

 

17 oktober 2019

 

Deel 1 Film Fest Gent 2019

 


MEER FILMFESTIVAL

Film Fest Gent 2019 – Deel 1

Film Fest Gent 2019 – Deel 1:
De schoonheid van eenzaamheid

door Tim Bouwhuis

Films raken op festivals onder meer met elkaar verstrengeld op het moment dat ze voor de bezoeker gecategoriseerd worden. Award-competities en thematisch opgezette randprogramma’s bieden de aanblik van orde en eenheid; ook op Film Fest Gent zijn ze een logische poging cinema te vangen in kleurtjes en secties. Toch zijn er nog zoveel andere manieren waarop films met elkaar in verbinding kunnen staan.

Eén van de grootste charmes van festivals is dat iedere bezoeker in de gelegenheid is zijn of haar eigen programma bij elkaar te puzzelen. Op die manier wordt het mogelijk om op één dag titels te zien uit meerdere competities en secties, en van daaruit zelf dwarsverbanden te gaan leggen. Natuurlijk, iedereen ziet hopelijk wel een meesterwerk. Maar de dialoog met en tussen films is een schat die er voor iedere bezoeker anders uitziet. In zekere zin staan we er tijdens een festival dus toch ook altijd alleen voor. De waardering voor de beste films delen we met onze medebezoekers, maar het totaalplaatje blijft uiterst persoonlijk, verborgen voor de festivalmassa. Bestaat er een mooiere manier van eenzaam zijn?

Alleen op de wereld
Ook op het witte doek zijn er in Gent mensen die eenzaamheid ervaren. Door de wereld vergeten, genegeerd of naar de marge verdrongen zijn zij de spiegels voor ons vermogen empathie te voelen. Soms ligt de schoonheid van hun eenzaamheid grotendeels besloten in de zeggingskracht van het filmbeeld. Veel vaker vragen deze mensen ons daarentegen om hun plaats in de wereld echt te gaan begrijpen, zodat hun gevoelens van hoop en wanhoop niet langer alleen projecties zijn.

Öndög

In Öndög, een cinematografisch meesterwerk uit Mongolië, wordt een jongvolwassen politieagent veroordeeld tot een nogal ongewone patrouilledienst. De lokale vaandeldragers van de wet weten zich nauwelijks raad met het levenloze lichaam van een vrouw, dat wolven en gieren aantrekt op de uitgestrekte steppe. Dit is een omgeving waar nooit iets gebeurt; zelfs de aanwezigheid van de camera is een wonder. Voorlopig kan het lichaam dan ook nog niet geborgen worden. Op dat moment komt regisseur Quan’an Wang (Tuya’s Marriage) met een ironische kwinkslag: om te voorkomen dat het lichaam door wolven verscheurd wordt, mag de meest onervaren agent van dienst achterblijven op de steppe – om een stuk later in de film een sigaret te draaien terwijl er voor de autopsie alsnog in het lichaam gesneden wordt.

Dansen zonder getuigen
Toch is er alle reden om dankbaar te zijn voor dit bizarre bevel. Het levert namelijk prachtige cinema op. Onder het nachtlicht van de hemel doden dans en muziek de tijd: Presley’s Love me tender klinkt terwijl deze verlegen held uitdrukking geeft aan zijn eenzaamheid. Dat een herderin met een geweer hem even later zal komen vergezellen, doet niets af aan de zeggingskracht van die ene scène. Kunnen we misschien pas echt affectie tonen als we weten wat het betekent om eenzaam te zijn?

Entre dos Aguas

Op een meer tragische wijze kun je je datzelfde afvragen bij Entre dos Aguas (Between Two Waters), een ingetogen Spaans drama over de band tussen twee broers en de vraag naar verlossing en eerherstel. De film begint met een hereniging: Isra, de persoon in het hart van de vertelling, is drie jaar geleden veroordeeld voor drugshandel, terwijl zijn broer Cheíto tekende voor een langdurige militaire missie. Als de twee elkaar in het heden weer ontmoeten, wil Isra niets liever dan het contact met zijn kinderen weer herstellen. Voor zijn vrouw is er echter een deur gesloten die zij nooit meer open wil doen. Het is precies waar Isra’s invoelbare worsteling begint.

Bronnen van eenzaamheid
De eenzaamheid van deze gekwelde man is geen voorwaarde om zijn liefde voor zijn dochters te kunnen uiten. De muur die het verleden heeft opgebouwd tussen Isra en de lichten van zijn leven zorgt er alleen voor dat de spaarzame momenten van contact zoveel lading meekrijgen. Je kunt de pijn voelen die het besef van onthechting met zich meebrengt: juist die flitsen van samenzijn versterken de last van Isra’s eenzaamheid.

Ghost Tropic

Een heel ander perspectief op eenzaamheid krijgen we in Ghost Tropic, een compassievolle film van de Vlaamse cineast Bas Devos (Violet, Hellhole). In een verlaten buitenwijk van Brussel ontwaakt een 58-jarige vrouw bij de laatste halte van de metrolijn; een gemakkelijke weg naar huis is er niet meer. De wandeltocht van deze Khadija is de reis van de film. Ghost Tropic biedt een humane, ongedwongen maar tóch urgente reflectie op de spanning tussen naastenliefde en de maatschappij die wij gecreëerd hebben. Bureaucratie zorgt ervoor dat we de ander ontmenselijken, en vergeten wat het is om affectie te tonen. Toch is de film absoluut geen pamflet, maar een poëtische allegorie die ons toelaat dat enorme verlies van de moderniteit met hoop te bestrijden.

Khadija doolt zielsalleen door het gedimde Brusselse nachtlandschap, maar in de spaarzame contacten die ze legt zit alle rijkdom van de wereld verborgen. Het is de stad die eenzaam is.

 

14 oktober 2019

 

Deel 2 Film Fest Gent 2019

 


MEER FILMFESTIVAL

Film Fest Gent 2019 – Preview

Film Fest Gent 2019 – Preview
Grenzeloze cinema

door Tim Bouwhuis

Waar de ogen van filmfestivalminnaars in Nederland vaak gericht zijn op het einde van januari (IFFR), spant in België Film Fest Gent de kroon. Dit jaar ligt de rode loper uit tussen 8 en 18 oktober. Tijd voor een brede blik op de programmering, met onder meer aandacht voor nieuw talent uit Spanje en het genot van lastminuteverrassingen.

Het parcours dat films afleggen binnen het festivalcircuit is een fenomeen op zichzelf. De competitiefilms van Gent gaan meestal in première op één van de grotere Europese festivals (Berlijn, Cannes, Venetië), maar reizen ook in Noord-Amerika (Vancouver, Toronto) of Oceanië (Sydney). De ongeschreven, maar doorgaans overduidelijke hiërarchieën in het circuit dwingen (artistieke) festivaldirecteuren om scherpe keuzes te maken in het vormgeven van hun hoofdcompetitie. Waar Rotterdam met zijn Tigers inzet op internationale premières en wereldpremières met een eigen(zinnige) stempel, zijn er in Gent meer titels die elders al imponeerden. Denk bijvoorbeeld aan Monos van de Braziliaanse cineast Alejandro Landes. Deze intense verkenning van natuur en lichaam op de brug van adolescentie, geregistreerd door de Nederlandse cameraman Jasper Wolf, opende na de première in Berlijn onder andere het Imagine Film Festival in EYE.

Muidhond

Hart voor de filmmuziek
Dit jaar is er onder de dertien kanshebbers voor de Grand Prix één belangrijke Vlaamse première en één vreemde eend in de bijt. De Gentse regisseuse Patricia Toye presenteert Muidhond (in Nederland al aangekocht) en het Amerikaanse enfant terrible James Franco maakte al in 2015 Zeroville, een Hollywoodsatire die destijds in een la verdween toen de oorspronkelijke distributeur failliet ging. Onder de andere competitiefilms vinden we onder andere Atlantique van de Frans-Senegalese filmmaakster Mati Diop (de hoofdrolspeelster van Claire Denis’ 35 Rhums), Ghost Tropic van Bas Devos en La Llorona van Jayro Bustamante. Van die laatste cineast draaide Temblores onlangs nog in de Nederlandse zalen.

Dat de internationale jury naast de beste film enkel de beste score bekroont (met de Georges Delerue Award, vernoemd naar de componist van o.a. Godards Le Mépris), verraadt al enigszins hoe belangrijk filmmuziek voor het festival is. Ook dit jaar is Film Fest Gent de gastheer van de World Soundtrack Awards, een avondvullend gala-evenement dat sinds 2001 op het programma staat. Vorig jaar kleurde Carter Burwell (de vaste componist van de gebroeders Coen) het affiche, dit jaar is het de beurt aan Marco Beltrami (recente scores voor Free Solo, A Quiet Place).

Viridiana

Focus op Spanje
Film Fest Gent stelt jaarlijks een vast programma samen dat zich focust op een specifiek land. Dit keer is het de beurt aan Spanje, en een nadere kijk op de selectie stemt zeer positief. Aan klassiekers natuurlijk geen gebrek: geprogrammeerd zijn onder meer Viridiana (1961) van Luis Buñuel en een vroege film van Pedro Almodóvar (Matador, 1986). Alejandro Amenábar (Abre los Ojos, The Others) heeft zowel zijn eerste (Tesis) als zijn laatste film (While at War, over het Franco-regime) draaien. Veel interessanter in festivalverband is echter de selectie van nieuw werk.

Verfrissende ontdekkingen zijn daar te verwachten in het rijtje titels van jonge filmmakers, die in Gent hun eerste (Elena Martín met Julia Ist; Alberto Dexeux & Ànnia Gabarró met Les Perseides), tweede (Juan Palacios met Meseta) of derde (Oliver Laxe met Fire Will Come) langspeelfilm kunnen laten vertonen. Het Amerikaanse vakmagazine Variety muntte in 2017 de term ‘Catalaanse New Wave’ om – jawel – een nieuwe golf van filmtalent aan te duiden, en verwees daarmee onder andere expliciet naar Elena Martín. Als een term als deze u niets zegt zonder in het werk van de betreffende filmmakers te zijn gedoken, probeer dan in ieder geval Con el Viento te zien; dit prachtige drama over persoonlijke expressie, herinnering en rouwverwerking kreeg afgelopen zomer een release via Previously Unreleashed (EYE), en werd geregisseerd door één van de vrouwen in het rijtje van Variety (Meritxell Colell). Het is fascinerend te zien hoe direct deze nieuwe namen zich met elkaar laten verbinden: Elena Martín, die in Gent Julia Ist heeft draaien, acteert ook in Con el Viento.

A Hidden Life

De grootste verrassing voor ondergetekende was de lastminutetoevoeging van drie producties van verdeler Disney. Het was flink duimen, maar op het laatste moment is het zo mogelijk geworden om vóór het invallen van het nieuwe jaar te kijken naar de monumentale nieuwe film – A Hidden Life – van Terrence Malick, die deze lente opende in Cannes. Op het moment van schrijven staat de Nederlandse release gepland voor februari 2020. Zo lang hoeven fans van erkend cultheld Taika Waititi (What We Do in the Shadows, Hunt for the Wilderpeople) overigens niet te wachten op – controverse gegarandeerd – nazisatire Jojo Rabbit. Die film opent na de enkele vertoning in Gent het LIFF (Leiden).

Krenten in de pap
De programmering in Gent is zo breed als de hoeveelheid ademruimte die je jezelf wilt gunnen. Als bezoeker kun je je fixeren op de sectie Spaanse cinema en je daarbij bijvoorbeeld verliezen in het uitgesproken (El Mar), enigmatische (El Niño de la Luna) oeuvre van Agustí Villaronga. Maar je kunt er ook voor kiezen een aantal competitiefilms te gaan zien en de krenten uit de pap van de Global Cinema-sectie te halen. Veel films die in Gent draaien zijn al aangekocht voor distributie in Nederland, maar er zijn genoeg uitzonderingen, zoals, uit Mongolië, Öndög van Wang Quan’an, Land of Ashes van de Costa Ricaanse Sofía Querós Ubeda en Vivarium van Lorcan Finnegan (die ik alvast op Imagine verwacht). Nederlandse cinefielen die zich normaal verlustigen aan het aanbod van Rotterdam en andere binnenlandse festivals kunnen zo ook eens overwegen een blik over de grens te werpen.

InDeBioscoop zal tijdens het festival, tussen 8 en 18 oktober, in blogvorm verslag doen van de filmische hoogtepunten.

 

 7 oktober 2019


MEER FILMFESTIVAL

Preview Nederlands Film Festival 2019 deel 2

Preview NFF 2019 – Deel 2
Feest van de Nederlandse film
Het feest van de Nederlands film barst weer los op 27 september in Utrecht. De balans van het afgelopen filmjaar wordt opgemaakt met de uitreiking van de Gouden Kalveren. Tevens is het Nederlands Film Festival (NFF) de start van het nieuw filmjaar met veel premières. Een vooruitblik in twee delen.

door Michel Rensen

Het programma van het NFF bestaat zoals gewoonlijk voor een groot deel uit vertoningen van de Nederlandse films die het afgelopen jaar in de bioscoop gedraaid hebben en kans maken op de Gouden Kalveren. Heb je Take Me Somewhere Nice of Beast of the Jungle gemist, dan is dit de kans om ze nog in te halen. Daarnaast gaat een groot aantal speelfilms, documentaires en korte films in première. Hieronder vind je een doorsnede van de films die deze editie in première gaan.

Bumperkleef

Bumperkleef (Lodewijk Crijns)
Je ergeren aan anderen in het verkeer komt iedereen wel eens voor. Wanneer een jong gezin op de snelweg terecht komt achter een langzaam rijdend busje, probeert de vader te signaleren dat hij haast heeft. De bestuurder van het busje is echter niet gediend van het bumperkleven en spreekt hen bij het volgende tankstation aan op hun gedrag. Hij eist een excuus, maar de vader weigert dit omdat volgens hem de bestuurder van het busje zich niet volgens de regels gedroeg. De verkeersruzie loopt zoals verwacht compleet uit de hand, wanneer het busje de familie achtervolgt. De karikaturale tegenstellingen tussen stad en platteland en de normen van verschillende generaties zijn niet erg origineel, maar wel zeer effectief om deze komische snelwegthriller in hoge snelheid naar zijn bestemming te brengen.

Turn! (Esther Pardijs)
Wat doe je als je kind een sporttalent blijkt te zijn? Esther Pardijs geeft als ‘topsportmoeder’ een unieke blik in de werking van de jeugdtopsportwereld. Ooit al van een ‘turnhalverbod’ gehoord? Ze stelt continu de vraag hoe ver je als ouder kunt en wilt gaan om het beste uit je kind te halen. Pardijs keert een kritische blik inwaarts. De beelden hinken soms tegen kindermishandeling aan, bijvoorbeeld wanneer één van de kinderen in huilen uitbarst als hij tijdens een rekoefening letterlijk tot het uiterste geduwd wordt. De vraag rijst of de kinderen wel baat hebben bij topsport. Doe je dit als ouder om het beste uit je kind te halen of is het vooral een ijdele poging om een goede ouder te zijn? Als je kind geslaagd is, ben jij immers ook geslaagd. Pardijs toont zich zeer zelfbewust van haar eigen ‘medeplichtigheid’ en laat het dan ook aan de kijker over om antwoord te geven op de gestelde vragen en problemen. De film wil vooral de discussie aanwakkeren.

Flow

Kort: Pariba + Flow
De korte film is een verzamelbak waar onder andere jong talent zijn eerste stappen in de filmwereld kan zetten. Eén van de hoogtepunten van dit jaar is Pariba (Aramis Garcia Gonzalez) waarin twee Arubaanse vriendinnen voor de laatste keer hun jaarlijkse carnaval vieren nu één van de twee naar Nederland verhuist. Prachtig, sfeervolle verbeelding van de laatste dagen van een vriendschap. De breuk blijft vrijwel de gehele film onbenoemd, maar in elk shot is voelbaar dat er een onoverkomelijk moment van verandering komt voor het tweetal.

Korte film biedt gewoonlijk ook veel ruimte voor experiment. Het abstracte Flow (Adriaan Lokman) verbeeldt beweging met enkel lijnen die samen vaag beelden creëren, alsof de oprukkende wind rond een vertrekkende trein zichtbaar gemaakt wordt. Een man en zijn hond raken in deze wirwar van beweging verstrikt. Het sterke gebruik van geluid trekt je als kijker in situaties waar de turbulentie van het leven schetsmatig zichtbaar gemaakt wordt. De film dwingt je zelf de abstracte vormen te interpreteren; waar deze associaties je uiteindelijk naar toe leiden zal net als de film onvoorspelbaar zijn.

 

26 september 2019

Preview NFF 2019 Deel 1

 

MEER FILMFESTIVAL

Preview Nederlands Film Festival 2019 deel 1

Preview NFF 2019 – Deel 1
Feest van de Nederlandse film
Het feest van de Nederlands film barst weer los op 27 september in Utrecht. De balans van het afgelopen filmjaar wordt opgemaakt met de uitreiking van de Gouden Kalveren. Tevens is het Nederlands Film Festival (NFF) de start van het nieuw filmjaar met veel premières. Een vooruitblik in twee delen.

door Michel Rensen

Het programma van het NFF bestaat zoals gewoonlijk voor een groot deel uit vertoningen van de Nederlandse films die het afgelopen jaar in de bioscoop gedraaid hebben en kans maken op de Gouden Kalveren. Heb je Take Me Somewhere Nice of Beast of the Jungle gemist, dan is dit de kans om ze nog in te halen. Daarnaast gaat een groot aantal speelfilms, documentaires en korte films in première. Hieronder vind je een doorsnede van de films die deze editie in première gaan.

Kapsalon Romy

Kapsalon Romy
In deze door Mischa Kamp geregisseerde dramafilm werkt Romy’s oma Stine als kapster en past tegelijkertijd elke dag op haar kleindochter. Door toenemende vergeetachtigheid kan Stine haar werk steeds minder goed doen, maar door Romy als hulpkracht in te schakelen lukt het hen de kapsalon draaiende te houden. Het acteerwerk van Beppie Melissen overtuigt in de kleine momenten waar Stine de langzame aftakeling probeert te verhullen. De opbouw van de film voelt erg programmatisch, alsof een folder over Alzheimer gebruikt is om het plot vorm te geven, maar in de afzonderlijke scènes ontstaat een mooie band tussen oma en kleindochter.

Mevrouw Faber
Vrachtwagenchauffeur Harriëtte leeft toe naar haar geslachtsveranderende operatie. De gevoelens waren al jaren aanwezig, maar pas op middelbare leeftijd voelde Harriëtte het vertrouwen om als vrouw door het leven te gaan. Door een nauwe band met Harriëtte en haar vrouw Siepie op te bouwen, slagen documentairemakers Hjalmar Tim Ilmer en Job Tichelman erin een open dialoog te voeren over de complexe en weinig besproken emoties die vrijkomen bij het ingewikkelde proces dat Harriëtte in ging. Angsten over het uiteenvallen van hun huwelijk en veroordeling in hun kleine Friese dorpje bleken vele malen groter dan de realiteit waarin Harriëtte met weinig problemen onderdeel van de gemeenschap is gebleven. Veel belangrijker is de vraag of ze in een bikini of een badpak zal gaan zwemmen. Mevrouw Faber is een warm, intiem portret van een nuchter koppel dat met een open blik de toekomst tegemoet gaan. Het leven is immers niet te voorspellen.

Huidhonger

Teledoc Campus: Vader + Huidhonger
In het kader van Teledoc Campus zijn dit jaar twee korte documentaires van jonge regisseurs te zien die de relatie tussen vaders en hun kinderen bestuderen en visueel de thematiek versterken. In Vader (Isabel Lamberti) staat de relatie tussen een vader en zoon centraal die door problemen bij jeugdzorg terecht zijn gekomen en elkaar jaren niet gezien hebben. Na jaren proberen zij hun relatie weer nieuw leven in te blazen. De statische, afstandelijke shots versterken het gevoel dat er een onoverbrugbare afstand tussen de twee ontstaan is. De jongen is immers zonder zijn vader opgegroeid. Hun verleden en traditionele genderrollen staan op dit moment in de weg van een emotionele connectie.

Huidhonger (Lieza Röben) slaat het tegenovergestelde pad in en onderzoekt het verlangen naar fysieke vormen van liefde. Eén van de subjecten is een jonge vader die zelf zonder vader opgroeide. Met zijn pasgeboren kind moet hij leren hoe het is fysiek de liefde voor zijn kroost te uiten en zich open te stellen voor vormen van liefde die hij zelf nooit gekend heeft. Met sensitieve beelden, dicht op de huid geschoten, ben je als kijker zelf betrokken bij die fysieke intimiteit. De subjecten zijn bijna voelbaar aanwezig.

 

25 september 2019

Preview NFF 2019 Deel 2

MEER FILMFESTIVAL

Film by the Sea 2019 – Deel 3 (slot)

Film by the Sea 2019 – Deel 3 (slot)
Sociaal-realisme en een ontsnapte hand

door Suzan Groothuis

Wie wilde kon zich de hele week opsluiten in het gigantische CineCity-complex waar de meeste films draaiden. En als je behoefte had aan wat frisse lucht boden de boulevard en het strand een uitkomst. In dit laatste deel aandacht voor de nieuwe Ken Loach, ontroerende en vervreemdende Franse animatie, psychiatrie in Litouwen en een boerin die zich losmaakt van een grote, allesbepalende coöperatie. 

 

Sorry We Missed You

Sorry We Missed You – Werken tot je er bij neer valt
Sorry We Missed You is een typische Ken Loach (I, Daniel Blake, The Wind that Shakes the Barley). Wie het oeuvre van de man niet kent: Loach richt zich op de Britse working class. Hij toont het harde, werkende leven en dat gaat niet van een leien dakje. Meestal vormt een gezin het uitgangspunt, met hardwerkende ouders die moeten opboksen tegen werkgevers die alleen maar naar productie en winst kijken. Onrecht en sociale ongelijkheid zijn terugkerende thema’s, gefilmd in een naturalistische stijl.

In Sorry We Missed You draait het om Ricky en zijn gezin. Na de kredietcrisis van 2008 besluit hij om te investeren in een bestelbusje en als pakketchauffeur aan de slag te gaan. Om die bus te bekostigen, moet hij wel de auto van zijn vrouw verkopen. Aangezien zij werkt als ambulant verzorgster is het voor haar ondoenlijk iom alles met het openbaar vervoer te doen, maar Ricky ziet een gouden toekomst en ze zwicht. Als kijker voel je aankomen dat het goud er niet gaat komen.

Die vermoedens worden algauw bevestigd met de start van Ricky’s werk bij de pakkettendistributeur. Een blaffende boom van een kerel geeft orders. Een hoge productie levert geld. En de scanner om de pakketten te traceren, moet je bewaken met je leven. Wat dan volgt is een ware race tegen de klok om de pakketjes op tijd te leveren. Ricky en zijn gezin komen steeds meer onder druk te staan, spanningen nemen toe en dan is er ook nog zijn puberende zoon die Ricky en zijn vrouw tot het uiterste drijft. 

Sorry We Missed You is een film met een hoog gevoel van sentiment, maar dan gestoken in een sociaal-realistisch jasje en voorzien van de nodige pittige dialogen. Een van de beste is die waarin Ricky’s werkgever hem vertelt wat hem drijft. De man – zo’n typische testosteronbuldog van een manager – was in dat opzicht een interessanter uitgangspunt geweest voor Loach’ film. Want natuurlijk ligt de sympathie bij Ricky en zijn gezin, die je – Loach eigen – steeds meer de afgrond in ziet zakken. Er zijn sprankjes hoop, maar tegenover zoveel tegenslag dat daar amper tegenop te vechten is. Een ware tearjerker voor de Britse werkende klasse. 

 

Mjölk

Mjölk – IJslandse Ken Loach
Van Britse ellende gaan we naar IJsland, waar filmmaker Grímur Hákonarson (Rams) zijn inspiratie wellicht bij Ken Loach zocht. Want Mjölk gaat ook over de werkende klasse en het onrecht van grote corporaties, eveneens gefilmd in een droge sociaal-realistische stijl.

Inga is de protagonist in het verhaal. Samen met haar man runt ze een klein melkveebedrijf, maar de twee zijn volkomen afhankelijk van de corrupte zuivelcoöperatie die alles bepaalt. Een voorbeeld: als je je producten elders goedkoper inkoopt, zorgt de coöperatie ervoor dat je je als kleine boer maar moeilijk staande kan houden. Met een coöperatie die in je nek hijgt en hardwerkende boeren afhankelijk maakt, is het vechten tegen de bierkaai.

Vechten is een thema dat centraal staat in Hákonarsons film. Net als in Sorry We Missed You lijkt er alleen maar sprake van tegenslag. Wanneer Inga’s man plotseling in een auto-ongeluk overlijdt, komt ze oog in oog met de coöperatie te staan. Inga besluit het heft in eigen handen te nemen en voor zichzelf te starten. En zo woedt er een strijd tussen de stugge boerin en de hoge meneren van de coöperatie die allesbehalve zuiver zijn. Die strijd is met momenten droogkomisch gevangen, zoals Inga die haar rauwe koeienmelk zo tegen het coöperatiegebouw laat spuiten.

De film werkt echter plichtsgetrouw toe naar een voorspelbare afloop: de voorvechter wint en krijgt weer een stukje sympathie en respect terug van een gemeenschap die de vechtlust verloren was. Die ontwikkeling voltrekt zich in rap tempo, waarbij iedere spanningsboog ontbreekt. Wellicht, met meer droogkomische momenten, was Mjölk meer in het oog springend geweest.

 

J’ai Perdu Mon Corps

J’ai Perdu Mon Corps – Betoverende animatie
In het oog springend gaat wel op voor de Franse animatiefilm J’ai Perdu Mon Corps. Regisseur Jérémy Clapin doet iets heel knaps: met zijn magische, wat donkere vertelling weet hij de kijker te beroeren. Overkoepelend thema zijn de zintuigen. We volgen de jonge Naoufel, een gevoelige, kwetsbare jongen die zijn ouders op jonge leeftijd verliest. Hij heeft van hen liefde voor de schone dingen in het leven meegekregen, zoals muziek en kunst. Zijn moeder was pianiste en zijn vader kon iets wat bijna niemand kan: een vlieg vangen.

Het verfijnde van zijn ouders zit ook in Naoufel, in hoe hij de wereld om zich heen ziet en ervaart. Zijn zintuiglijke waarneming speelt een grote rol. Zoals het opnemen van  omgevingsgeluiden met een taperecorder. Of zijn handen die in contact zijn met al het moois en tastbare dat de aarde voortbrengt – water, sneeuw, planten, insecten.

Tegelijkertijd volgen we – jawel – een ontsnapte hand uit een laboratorium. Geleidelijk aan smelten de twee verhalen – Naoufels zoektocht naar stabiliteit en schoonheid in zijn leven en de hand die ook zoekende is – samen. Het moet gezegd: J’ai Perdu Mon Corps doet dat prachtig. De film speelt in de jaren negentig, getuige de cassettebandjes die toen populair waren en de patch van de alternatieve band The Pixies, dat het meisje op wie Naoufel zijn oog heeft laten vallen, op haar tas heeft genaaid.

Getekend in een donkere stijl, verhaalt J’ai Perdu Mon Corps over liefde, verlangen en durf. De sociaal-realistische achtergrond van de arme Naoufel is magisch gevangen. Een donker sprookje, waarbij je, als je je er helemaal voor openstelt, geraakt wordt door de puurheid ervan.

 

Summer Survivors

Summer Survivors – Ongewone trip door Litouwen
Op een filmfestival mag een roadmovie natuurlijk ook niet ontbreken. Summer Survivors is wel een vrij ongewone. Het zijn namelijk geen vrienden of een stel die samen een trip maken. Psychologe Indre, net afgestudeerd, moet twee jonge mensen die opgenomen zijn in een psychiatrische kliniek begeleiden naar de andere kant van het land. De psychiater vindt dat ze beter af zijn bij een andere kliniek. Een wat ongewone keuze om Indre mee te laten gaan, want ze heeft iets sociaal onhandigs en is helemaal niet geïnteresseerd in contact met cliënten.

Toch gaat ze, onder druk van de volhardende psychiater. Bijgestaan door een zuster die de pillen verstrekt starten ze hun reis, die vol ongemak begint. De bipolaire Paulius begint namelijk ineens te praten – iets wat hij dagen niet gedaan heeft. En dan is er de suïcidale Juste, haar polsen nog in het verband, die vindt dat ze niet ziek is maar wel geteisterd wordt door donkere gedachten.

Geleidelijk aan, zoals dat vaker gaat met een roadtrip, komen de drie (de pillenzuster wordt letterlijk vergeten en bij een tankstation achtergelaten) nader tot elkaar. Regisseur Marija Kavtaradze blijft met haar personages dicht bij de realiteit, mede dankzij hun naturelle spel. Haar film heeft een tragikomisch karakter en toont de gebeurtenissen van de drie met een lach en een traan. Daarbij: de psychiatrische stoornis waarmee Paulius en Juste te kampen hebben, wordt nergens uitvergroot. De boodschap van de film is dat we allemaal mensen zijn en ondanks een psychiatrische diagnose meer met elkaar delen dan we denken. Kavtaradze is realistisch genoeg om in te laten zien hoe bepalend lijden kan zijn. Geluk is niet voor ieder mens weggelegd, getuige de bitterzoete afloop van de film.

 

24 september 2019

 

Film by the Sea 2019 – Deel 1

Film by the Sea 2019 – Deel 2

 


MEER FILMFESTIVAL

Film by the Sea 2019 – Deel 2

Film by the Sea 2019 – Deel 2
Verwoestende, ontzaglijke en wonderschone natuur

door Suzan Groothuis

De favoriete film van directeur “Mr. Horror” Jan Doense, Jaws, kreeg een passende vertoning op het strand. Terwijl de haai in vol ornaat in beeld was, hoorde je de golven op de achtergrond. Ook het oorlogsgeweld van Apocalypse Now – Redux was op het grootste filmdoek van het tot Film by the Sea gebombardeerde Cinecity te bewonderen. In dit tweede deel aandacht voor films waarin natuur een rol speelt. Verwoestend, ontzaglijk en wonderschoon. 

 

Maiden

Maiden – Heldhaftige dames op zee
Het is 1989 en de droom van de jonge Britse Tracy Edwards komt uit. Ze doet mee aan de Whitbread Round The World Race, een prestigieuze zeiltocht rond de wereld. Edwards trommelde louter dames – ervaren en kundige zeilsters – op en doopte hun boot Maiden. De film Maiden, van documentairemaker Alex Holmes, toont waar Tracy haar inspiratie vandaan haalde en hoe de tocht van de grond kwam. Tracy, getormenteerd door moeilijke puberjaren, voelde zich aangetrokken tot de vrijheid van de zee. Maar meedoen aan een race was een stap te ver – althans, volgens mannelijke zeilers en geldschieters. Het vraagt lef en doorzettingsvermogen om haar droom te realiseren en Maiden laat met uniek beeldmateriaal zien hoe Tracy’s zeilboot de strijd aangaat met de mannelijke concurrentie.

De tocht gaat gepaard met vooroordelen. Terwijl journalisten van mannelijke zeilers willen weten wat de technische aspecten van hun boot zijn, worden de dames amper serieus genomen. Er is meer interesse of ze elkaar niet in de haren vliegen. Tracy en co anno nu blikken terug op hun ervaringen en vertellen, dan weer gevat, dan weer emotioneel, wat er allemaal bij de race kwam kijken.

En zo word je als kijker meegetrokken in een uniek, bevlogen verhaal, waarbij je op het puntje van je stoel zit. Het is niet zozeer een film over vrouwen die zeilen. Het is een film over mensen die ergens in geloven en zo gepassioneerd zijn dat ze er vol voor gaan. De vrouwen blijken de reis rondom de wereld niet anders te ervaren dan de mannen – de belevenis van een verwoestende, maar ook wonderschone zee bestieren is hetzelfde. En zo leef je mee met een tocht waarvan iedereen dacht dat die niet gemaakt kon worden. De beelden van agressieve golven die tegen en over de boot slaan en de onuitputtelijke crew die ze controleert, staan op het netvlies gebrand. Een film die qua impact lijkt op het prachtige Deep Water, waarin solozeiler Donald Crowhurst in zijn tocht rond de wereld gevolgd wordt en waar de afloop helaas wat minder fraai was.

 

Monos

Monos – Jong strijdgeweld
Van een reis rond de wereld gaan we naar de chaotische oerwouden van Columbia. In Monos, dat inmiddels in de bioscoop draait, volgen we jonge guerrillastrijders. Het zijn nog maar kinderen, die als taak hebben een gijzelaar te bewaken en voor een koe te zorgen. Af en toe worden ze bezocht door hun trainer van de Organization, die de jonge groep bevelen geeft en drilt. Maar overwegend moeten ze het zelf zien te rooien, bijgestaan door hun wapens en gierende hormonen. Je raadt het al: dat loopt uit de hand. 

Monos is een bijzonder krachtige film. De beelden van een woest, chaotisch landschap en een idem gezelschap, zijn door de Nederlandse cameraman Jasper Wolf op indrukwekkende wijze vastgelegd. Realistisch maar ook niet, met oog voor het schone en het verwoestende. Deze oorlogssituatie voelt onwerkelijk aan, als een ongrijpbare, nare droom, waarin kinderen gedwongen worden stelling te nemen tegen de heersende maatschappij. Je vraagt je af of ze zich bewust zijn waarvoor ze strijden. Maar filmmaker Alejandro Landes diept dat niet uit: zijn monos (wat zoveel betekent als aapjes) zijn kinderen die in een strijdbare, ongewone situatie zitten, en we volgen hen daarin.

Monos heeft weinig dialoog en is vooral een fysieke film. De driloefeningen, waarbij de jonge lichamen tegen elkaar aandrukken en opbotsen, worden ondersteund door de hypnotiserende soundtrack van Mica Levi. Zij was eerder verantwoordelijk voor de prachtige composities van Jackie en Under the Skin. In Monos smelt haar dreigende en bezwerende soundtrack samen met de beelden, wat leidt tot een overrompelende filmervaring.

Misschien is dat de strekking van Monos: een film die je moet ervaren. Jagen en opgejaagd worden, temidden van een nietsontziende, woeste natuur. De film voelt als een oerkracht waartussen je goed en kwaad bespeurt: er is zachtheid en tederheid, maar ook een meedogenloze hardheid en beestachtigheid. Een van de hoogtepunten van het festival. 

 

Apocalypse Now Redux

Apocalypse Now Redux – In afwachting van The Final Cut
Monos heeft met zijn onwerkelijke sfeer wel wat weg van Francis Ford Coppola’s Apocalypse Now, een film die de Vietnamoorlog niet toont, maar is. Vlissingen leek een primeur te hebben met een vertoning van zijn Final Cut – een tweede, en wellicht laatste bewerking van Coppola’s meesterwerk uit 1979. Helaas kregen de programmeurs die versie toch niet in handen en besloot men tot een vertoning van Apocalypse Now Redux. Alsnog een kans om zo’n klassieker op het grootste doek dat het CineCity-complex rijk is te vertonen. Waar de opkomst mager was (oorlogsgeweld weegt niet op tegen een zonovergoten dag) blijkt de film anno nu nog even indrukwekkend.

De film start met chaos: we zien Captain Benjamin L. Willard (Martin Sheen) in zijn slaapvertrek, terwijl hij doordraait. Helikoptergeluiden zijn prominent aanwezig, drank en bloed vloeien rijkelijk. In Hearts of Darkness: A Filmmaker’s Apocalypse, een documentaire over de totstandkoming van de film, zien we dat dit niet gespeeld was. Sheen bevond zich op het randje en bezweek bijna aan een hartaanval.

Willard krijgt de onmogelijke opdracht Colonel Walter E. Kurtz (Marlon Brando) op te sporen en te elimineren. Kurtz – briljant, met vele onderscheidingen – is gek geworden en voert zijn eigen oorlog in de dichte jungle van Vietnam. Wat volgt is een surreële tocht over de Nung-rivier, waarbij Coppola je meevoert van de ene onwerkelijke situatie naar de andere. Apocalypse Now

slaagt vooral in het neerzetten van een onwerkelijke, nachtmerrie-achtige sfeer in een chaotische, zinloze strijd. Neem Robert Duvall als gevreesde Lieutenant Colonel Bill Kilgore, die geniet van oorlog: “I love the smell of napalm in het morning”. Of Playboy Bunny’s die de soldaten trakteren op een sexy optreden, dat natuurlijk uit de hand loopt. En niet te vergeten het bizarre koninkrijk waar Kurtz heer en meester is.

De Redux-versie is 49 minuten langer dan het origineel en bevat een paar scènes die Coppola er zo weer uit mag snijden. De conversatie met Playboy Bunny’s in de helikopter is totaal overbodig, evenals het bezoek aan Franse kolonisten waar Willard op zoete wijze verleid wordt. Het zijn misplaatste scènes in een film die het zo van vervreemdende wanorde (zowel in de mens als in de natuur) moet hebben. Je vraagt je af wat de meerwaarde is van een bewerking van het eigenlijk al sterke origineel.

 

20 september 2019

 

Film by the Sea 2019 – Deel 1

Film by the Sea 2019 – Deel 3

 


MEER FILMFESTIVAL

Film by the Sea 2019 – Deel 1

Film by the Sea 2019 – Deel 1:
Focus op Europese film

door Cor Oliemeulen

Uit het veelzijdige programma van de 21e editie van Film by the Sea kiezen we in dit eerste verslag vier films die op het Zeeuwse festival hun landelijke première beleven. Pistolen zwaaiende Italiaanse boefjes, Finse jongeren zonder verstand van geboortebeperking, de zowel geliefde als verguisde Amerikaanse regisseur Brian De Palma én zijn B-film met Nederlands tintje.

 

Piranhas

Piranhas – Napolitaans scootertuig
Een van de favorieten in de Film en Literatuur Competitie is Piranhas van de Italiaanse regisseur Claudio Giovannesi (met wie binnenkort op deze site een interview verschijnt). Hij baseerde zijn misdaaddrama op de bestseller La paranza dei bambini van de Napolitaanse schrijver Roberto Saviano die ook het filmscenario schreef. De letterlijke vertaling is De kinderen in de sleepnetten, een prachtige metafoor voor jongeren die in het kielzog van volwassen maffiosi streven naar dezelfde weelde en macht. Net als piranha’s mogen ze dan misschien wel scherpe tandjes hebben en zijn ze in groepsverband dodelijk, eeuwige roem behalen die vraatzuchtige kinderen pas nadat ze voor de grote vissen voldoende hebben gevangen. Maar zelfs dan is hun lot onzeker. De charismatische vijftienjarige Nicola (hij heeft zijn naam mee: Francesco Di Napoli) toont weinig geduld en wil de wijk met grof geweld overnemen.

Piranhas (vanaf 26 september in de bioscoop) dobbert mee op de golf van talrijke verhalen waarin jongeren geen ander toekomstperspectief zien dan criminaliteit. Dure kleding en schoenen, uitbundig uitgaan en het verwerven van aanzien, zijn in dit geval het gevolg van afpersing, intimidatie, drugshandel en zelfs moord. In groepsverband vervagen de normen en stijgt de overmoed. Leren omgaan met wapentuig leer je van een filmpje op het internet en van onderling verraad kijk je op den duur ook niet meer op. En zo zien we de tienerjongens op hun scooters door de wijk scheuren, stoer zwaaiend met pistolen en vragen we ons soms af of zeker de jongste maffiosi niet af en toe in hun broek schijten van angst. De enige kwetsbaarheid zien we slechts als Nicola zich koestert aan zijn vriendinnetje. In Piranhas overheerst het meeslepende avontuur, maar ontbreekt de psychologische diepgang.

 

Stupid Young Heart

Stupid Young Heart – Help, een baby!
Onzekere jeugdige emoties krijgen in het Finse coming-of-agedrama Stupid Young Heart (vanaf 12 december in de bioscoop) wel ruimschoots baan van regisseur Selma Vilhunen die zich in haar oeuvre voornamelijk bezighoudt met niet alledaagse opgroeiperikelen van tienermeisjes. Ditmaal staat de zestienjarige Kiira centraal. In haar wellustige onbezonnenheid is ze zwanger geraakt van de pas vijftienjarige Lenni (de werkelijke hoofdpersoon), maar het paar besluit om de zwangerschap niet af te breken. Kiira zou bij wijze van spreken een moord plegen om de huiselijke omgeving van een nonchalante moeder en ergerniswekkende schreeuwende koters te kunnen ontvluchten, Lenni zou zelf wel vader willen worden, omdat hij zijn eigen vader niet kent. Enfin, genoeg stof voor honderd minuten dramatische verwikkelingen in eenvoudige maar duidelijke schetsen.

Stupid Young Heart gaat vooral over verantwoordelijkheidsgevoel bij jongeren. Je kamer moeten opruimen is een ding, een baby opvoeden is andere moederkoek. De huidige tijd met sores als werkeloosheid en vluchtelingen maakt het er voor de jonge hartendiefjes zeker niet overzichtelijker op. Terwijl Kiira een goedkope flat probeert te vinden en in haar eentje een babyledikantje naar huis moet zeulen, laat Lenni steeds vaker verstek gaan. Klein en tenger als hij is, sluit hij zich aan bij volgroeide mannen in een sportschool en dreigt hij te radicaliseren omdat hij simpelweg niet weet wat hij met zichzelf, zijn vriendinnetje en zijn toekomstige kind aan moet. Het Finse drama is geloofwaardig, houdt zich zo ver mogelijk van vals sentiment en zal het vast goed doen bij jongvolwassenen. Het is fijn voor zowel Lenni als de kijker dat de hulp en een levensles uit onverwachte hoek komt.

 

De Palma

De Palma – Heilige makreel
Terwijl de Franse regisseur Claude Lelouch in Vlissingen een Career Achievement Award in ontvangst mocht nemen – zijn jongste drama Les plus belles années d’une vie draait op het festival – toont Film by the Sea de documentaire De Palma (2015) van de gelijknamige Amerikaanse veteraan-regisseur als inleiding op diens jongste thriller Domino. Brian De Palma loopt inmiddels tegen de tachtig en is zo iemand die vast in het harnas zal sterven. We zagen hem tot dusver niet vaak in interviews, des te verrassend is het om hem openhartig te horen terugblikken op zijn filmcarrière in deze documentaire van Noah Baumbach en Jake Paltrow. Kritisch over zijn eigen werk en Hollywood, maar beduidend diplomatieker dan in zijn films. In plaats van een partijtje vloeken over zijn onbegrip dat sommige van zijn films door critici met de grond werden gelijkgemaakt en door het publiek werden genegeerd, klinkt regelmatig het beschaafde ‘Holy mackerel’ uit De Palma’s mond.

Brian De Palma steekt zijn bewondering voor Alfred Hitchcock niet onder stoelen of banken. Nog veel meer dan The Master of Suspense bouwt De Palma de spanning tot een climax meestal tergend langzaam op. Bovendien ondersteunt hij zijn thrillermomenten met typische cameraperspectieven, uiteraard met veelvuldig gebruik van split screen (links wordt driftig het bloed van het tapijt geschrobd, rechts lopen politiemannen de trap op), strooit hij kwistig met liters nepbloed en deed ook De Palma graag een beroep op Bernard Herrmann. Over deze filmcomponist (Psycho, Taxi Driver) dist de boeiend vertellende regisseur nog een hilarische anekdote op. De Palma is dan ook een vlotte biografische documentaire waarin alle tops en flops van de bevlogen filmmaker de revue passeren, maar is het meest nostalgisch wanneer De Palma’s bemoeienissen met de eerste acteerschreden van Robert De Niro aan bod komen, alsook die goede oude tijd met collega’s als Steven Spielberg, George Lucas, Francis Ford Coppola en Martin Scorsese die destijds ook nog allemaal hun talenten moesten waarmaken.

 

Domino

Domino – De beste slechtste film van het jaar
Brian De Palma verklaarde na zijn geflopte miljoenenproject Mission to Mars (2000) nooit meer een film in de Verenigde Staten te zullen maken: teveel bemoeienis en macht van producers, filmstudio’s en andere onnozele betweters. Domino (vanaf 26 september in de bioscoop) werd geschoten in Europa met ook veel Belgen en Nederlanders op de loonlijst. Het verhaal begint in Kopenhagen waar politieagent Christian (Nikolaj Coster-Waldau) na geweldige seks met zijn mooie vriendin nog zo van slag is dat hij tijdens een melding zijn dienstpistool vergeet mee te nemen. Aangekomen op het plaats delict moet hij het wapen van zijn collega lenen terwijl die een geboeide crimineel vasthoudt. Misschien dat die collega geen geweldige seks had of het moet doen met een lelijke vrouw, hij heeft in ieder geval niet in de gaten dat de verdachte zich uit de handboeien weet te bevrijden om vervolgens zijn keel door te snijden. Christian belt om bijstand en volgt de crimineel in halsbrekende toeren over het dak. Het hangen aan de dakgoot is een ode aan Hitchcocks Vertigo en de muziekscore van De Palma’s huiscomponist Pino Donaggio is hypernerveus en heerlijk irritant.

Domino heeft alle eigenschappen van een B-film, hoewel nog meer bekende namen het wat onbeholpen script invulling geven: Carice Van Houten die een geheime liefde blijkt te hebben en Guy Pearce als CIA-er hebben we weleens beter zien acteren (samen wellicht geen goede seks gehad). Maar door het warrige verhaal van knullige politiefunctionarissen, niet minder knullige zelfmoordterroristen (met zowaar een bloedige aanslag tijdens het Nederlands Film Festival – in Amsterdam) en veel te lange aanlopen naar gewelddadige climaxen (de droneaanval in een Spaanse stierenvechtersarena oogt uitermate harkerig) sijpelt zo nu dan die herkenbare De Palma-charme van vleugjes Hitchcock, split diopters (close-up en achtergrond scherp), afgesneden strottenhoofden en snedige oneliners, zoals: “We’re Americans, we read your e-mails”.

 

17 september 2019


Film by the Sea 2019 – Deel 2

Film by the Sea 2019 – Deel 3

 

MEER FILMFESTIVAL

Filmfestival Toronto 2019 – Deel 2 (slot)

Filmfestival Toronto 2019 – Deel 2 (slot)
Joker komt binnen als een mokerslag

door Bert Goessen

Met de toekenning van de Publieksprijs – The Grolsch People’s Choice Award – aan de film Jojo Rabbit van regisseur Taika Waititi is het Toronto International Film Festival 2019 afgesloten.

In het verleden is het winnen van de publieksprijs in Toronto vaak een goede graadmeter geweest om later de Oscar voor beste film in de wacht te slepen. Zo werden in de afgelopen jaren films als GREEN BOOK, LA LA LAND en MOONLIGHT eerst in Toronto bekroond alvorens de Oscar te winnen.

Jojo Rabbit

Oorlogssatire
Of dat dit jaar met JOJO RABBIT ook het geval zal zijn, is nog even afwachten. De film, met onder anderen Sam Rockwell, Scarlett Johansson, Rebel Wilson, Thomas McKenzie en nieuwkomer Roman Griffin Davis in de hoofdrollen, is een gedurfde, ontroerende en komische satire over Jojo Betzler, een Duitse jongen die in de Tweede Wereldoorlog een joods meisje ontdekt dat zich in zijn huis heeft verstopt. Sociaal onhandig, maar als trots lid van de Hitler-jeugd, brengt Jojo veel tijd door met zijn denkbeeldige vriend Adolf (gespeeld door regisseur Waititi), een knuffelige, energieke, pep-pratende versie van de Führer. Jojo is woedend als hij ontdekt dat zijn moeder (Scarlett Johansson) voor het verzet heeft gewerkt en het joodse volk, dat hij geleerd heeft te moeten te haten, beschermt. Omdat Duitsland op instorten staat, heeft hij de keuze om vast te houden aan zijn hatelijke overtuigingen of zijn menselijkheid te tonen. Liefhebbers van de Monty Python- en Mel Brooks-humor zullen zich zeker met deze film vermaken die vanaf 9 januari in de Nederlandse bioscopen te zien zal zijn.

Joker
Een film die binnenkomt als een mokerslag is JOKER van Todd  Philips. Dezelfde ervaring had ik in 1976 met de film TAXI DRIVER. JOKER vertoont op veel fronten gelijkenis met deze film. Zoals Robert de Niro in zijn rol als dolgedraaide Travis tekeer ging in TAXI DRIVER, gaat Joaquin Phoenix als dolgedraaide clown tekeer in JOKER. De setting is Gotham City in 1981, geïnspireerd op het New York van die tijd. Arthur Fleck verdient zijn kost als clown voor kinderen en toeristen. Hij wordt ontslagen omdat hij een wapen bij zich heeft. Met dat wapen en nog geschminkt als clown vermoordt hij drie jonge gasten die hem in de metro in elkaar slaan. Dat is het begin van een helletocht waarin Arthur als Joker afrekent met alle mensen die hem op een of andere manier hebben teleurgesteld in het leven. Phoenix excelleert in zijn rol als Joker. Hij is vrijwel 120 minuten in beeld en draagt de film naar een uitzonderlijk niveau. De art-direction waarin een beeld wordt geschapen van het New York uit de jaren 80 met zijn groezelige straten, neonverlichting en muren vol graffiti ziet er adembenemend uit. Als je JOKER gezien hebt, zal hij tot in lengte van dagen in je geheugen gegrift blijven.

Joker

The Two Popes
Iets minder verrassend is de Netflix-productie THE TWO POPES van de Braziliaanse regisseur Fernando Meirelles. Een milde satire over paus Ratzinger, gespeeld door Anthony Hopkins en de Argentijnse kardinaal Bergoglio, gespeeld door Jonathan Pryce die elkaar in het Vaticaan ontmoeten voor een goed gesprek over de stand van zaken ten aanzien van de katholieke kerk. Met lichte spot en ironie brengt Meirelles een aantal mistoestanden in de kerk voor het voetlicht. De indrukwekkende enscenering en het excellente acteerwerk van de twee hoofdrolspelers geven de film extra cachet. Maar dat is niet voldoende om van een geslaagd meesterwerk te kunnen spreken. Veeleer een sympathieke poging om het kerkelijke gezag te parodiëren.

The Perfect Candidate
Ietwat teleurstellend is ook de nieuwe film van Haifaa Al-Mansour, de uit Saudi-Arabië afkomstige regisseuse die in 2012 furore maakte met haar film WADJDA. In THE PERFECT CANDIDATE werkt Maryam als arts in een ziekenhuis in een kleine stad. Sommige mannen willen zich niet door haar laten behandelen omdat ze vrouw is. Maryam heeft een muzikale vader die zijn drie dochters steunt. Maar als hij op tournee gaat, kan Maryam haar paspoort niet vernieuwen (tot voor kort mochten Saudische vrouwen niet reizen zonder de toestemming van een mannelijke voogd) en mist ze een conferentie in het buitenland. Maryam raakt steeds gefrustreerder door de manier waarop vrouwen belemmerd worden. Ze is ervan overtuigd dat het tijd is om het heft in eigen handen te nemen: ze gaat zich kandidaat stellen voor de gemeenteraad.

Bert Goessen doet verslag vanuit TorontoWat volgt is een drama, waarin Maryam, met de hulp van haar zusters, de stemmen probeert te winnen van de mannen die denken dat ze niet thuishoort in een publieke functie. Wat een vlammende aanklacht tegen de ondergeschikte rol van de vrouw in de Saudische maatschappij had kunnen zijn, is slechts een lichte poging de positie van de vrouw ter discussie te stellen. De film is iets te braaf zowel in aanzet als in uitwerking. Maar als uitgangspunt voor een discussie over de positie van de vrouw is hij zeker waardevol.

Gelukkig zijn er in Toronto ook elk jaar weer kleine, nieuw ontdekkingen te signaleren. Ik wil er hier drie vermelden die later hopelijk ook in Nederland zullen worden uitgebracht.

Sing Me a Song
Te beginnen met SING ME A SONG van Thomas Balmes. Een lieve, sympathieke docu-speelfilm over de 17-jarige monnik Peyangki in Bhutan. Het eerste deel van de film geeft een kleurrijk beeld van de dagelijkse leefomstandigheden van de 7-jarige Peyangki, die dan nog geen monnik is. De huizen hebben nog geen elektriciteit, de wegen zijn onverhard en van internet hebben ze nog nooit gehoord. Met de komst van elektra tien jaar later verandert het leven van de jonge monniken drastisch. Via het internet krijgen ze toegang tot de hele wereld. Maar via de digitale wereld komt niet alleen al het goede de dorpsgemeenschap binnen. Helaas kent de open poort naar de omringende wereld ook negatieve kanten. Veel couleur locale gecombineerd met de dramatische invloed van moderne communicatiemiddelen.

Las Buenas Intenciones
LAS BUENAS INTENCIONES van Ana Garcia Blaya uit Argentinië is een liefdevolle debuutfilm over de relatie van twee gescheiden ouders met hun drie jonge kinderen. De overbezorgde moeder wil met haar nieuwe vriend van Buenos Aires naar Paraguay verhuizen. De losbandige hippievader, die een eigen platenzaak heeft en ontzettend veel van muziek houdt, heeft het daar vreselijk moeilijk mee. Net zoals zijn oudste dochter. De film is gebaseerd op eigen ervaringen van de jonge cineaste. Haar vader is vijf jaar geleden overleden en ook hij hield enorm van muziek. Hij had zelfs een eigen band en sommige van zijn composities zitten in de film. Door de indringende muziekscore, het gebruik van 8mm-filmpjes en het innemende spel van met name de kinderen is het een frisse, hartverwarmende en originele film geworden.

Son-Mother

Son-Mother
Tenslotte SON-MOTHER, een Iraanse film van Mahnaz Mohammadi. Omdat de economische sancties tegen Iran steeds strenger worden, zijn het de armlastigsten die er het meest onder lijden. De weduwe Leila, die in een fabriek werkt, probeert zo goed en zo kwaad als het kan voor haar baby en haar 12-jarige zoon Amir te zorgen. Een oplossing voor haar financiële problemen komt in de vorm van een huwelijksaanzoek van de buschauffeur Kazem. Omdat Kazem een jonge dochter heeft in de leeftijd van Amir bepalen traditie en fatsoen dat Amir het huis van de familie niet kan delen. Amir wordt naar een internaat gestuurd, maar wordt daar doodongelukkig. Als hij weet te ontsnappen, gaat hij op zoek naar zijn moeder die hem in de steek heeft gelaten. Een hartverscheurend drama dat een beetje moeizaam op gang komt maar uiteindelijk zwaar weet te overtuigen. Vrouwen die om wat voor reden alleen komen te staan in het leven, hebben het moeilijk in de islamitische wereld. En wellicht ook daarbuiten. Dat is het universele thema dat de film op subtiele wijze aankaart

 

17 september 2019

 

Filmfestival Toronto 2019 – Deel 1

MEER FILMFESTIVAL