CinemAsia 2020 – Deel 2

CinemAsia 2020 – Deel 2:
Iedereen is op de vlucht

door Cor Oliemeulen

Zuid-Korea vervult een voortrekkersrol in de Aziatische cinema. In ons tweede en laatste verslag van CinemAsia 2020 aandacht voor een broeierige misdaadfilm, een romantisch drama, een documentaire over een scheepsramp en een uiterst onderhoudende rampenfilm, vermomd als actiekomedie. Gemeenschappelijk thema van deze vier Koreaanse films: iedereen is op de vlucht. Maar niet iedereen zal het overleven.

 

The Wild Goose Lake

The Wild Goose Lake – Klopjacht in neon
Na zijn bejubelde Black Coal, Thin Ice (2015) keert de Chinese filmmaker Yi-nan Diao terug met een broeierige neo-noir, waarmee hij opnieuw mikt op een groot publiek in binnen- en buitenland. Plaats van handeling is Wuhan (dat inmiddels het epicentrum van het Coronavirus is). In deze stad woedt een gewelddadig conflict tussen twee bendes. Na de dood van enkele criminelen en een politieagent ontstaat een klopjacht op antiheld Zhou, die zich samen met een mysterieuze dame verbergt in de wetteloze contreien rond het Wilde Ganzenmeer.

Liet hij zich in zijn vorige misdaadfilm al inspireren door de donkere atmosfeer van The Third Man (1949) van Carol Reed en het werk van Orson Welles, met The Wild Goose Lake steekt Diao ook zijn voorliefde voor het Duitse Expressionisme (jaren twintig vorige eeuw) niet onder stoelen of banken. Het gebruik van schaduwen en uitvergrote stijlmiddelen wordt aangevuld met het originele kleurgebruik van Diao’s vaste cinematograaf Jingsong Dong (ook Long Day’s Journey Into Night, 2018).

De klopjacht op een moordenaar door zowel onderwereld als politie mag dan wel een modern eerbetoon aan M (1931) van Fritz Lang zijn, desondanks wordt het plot overvleugeld door de atmosfeer van kunstzinnige arthouse. De korte scènes in de dierentuin en de circustent lijken wat gekunsteld, de fellatioscène in de roeiboot is gewaagder. Echt enerverend wordt The Wild Goose Lake pas als de meute jagers de locatie van Zhou heeft ontdekt. De film draait vanaf 12 maart in een aantal landelijke bioscopen.

Nog te zien vrijdag 6 maart 21.45 uur in Studio/K.

 

Moonlit Winter

Moonlit Winter – Verboden liefde
De Koreaanse middelbare scholiere Sae-bom opent een mysterieuze brief die is bestemd voor haar zojuist gescheiden moeder Yoon-hee. De brief is gepost door een oudere vrouw in het Noord-Japanse stadje Otaru die haar inwonende nicht een plezier denkt te doen. Sae-bom verzwijgt de inhoud van de brief aan haar moeder (en aan de kijker) en lokt die mee op een trip naar Japan. In het geheim gaat ook Sae-boms vriendje mee. Moonlit Winter (Yunhui-ege) is een verhaal over een verboden liefde dat sfeervol is gefilmd, maar dat laat op gang komt.

In de tweede speelfilm van Lim Dae-hyung is de eeuwige sneeuw van Otaru een metafoor voor gevoelens die zich moeilijk laten ontdooien. Zowel fysieke als emotionele afstand tussen mensen houden de personages in hun greep. Het verlangen naar liefde en aanraking neemt de toeschouwer mee naar een moeizame ontknoping, die begrijpelijkerwijs afstandelijk aanvoelt, maar warmte ontbeert. Vooral voor niet-Aziaten staan de culturele achtergronden een goed begrip over de menselijke verhoudingen in de weg: Japan-Korea, moeder-dochter en in dit geval de verboden liefde. Aanvankelijk is het moeilijk te begrijpen wie wie is en welke rol zij in het geheel hebben. Op die manier ontwikkelt het drama zich teveel als een puzzel die de kijker moet zien op te lossen en mis je enige uitleg of achtergrond, waardoor de emotionele betrokkenheid met de karakters laat op gang komt. Ondertussen zorgen de perikelen tussen Sae-bom en haar vriendje voor een vrolijke noot.

Nog te zien vrijdag 6 maart 21.20 uur in Studio/K en zondag 8 maart 19.30 uur in Studio/K.

 

Yellow Ribbon

Yellow Ribbon – De waarheid zinkt niet
De yellow ribbon geldt als een symbool van bewustzijn. Canadese moeders en vrouwen droegen het toen hun zonen en mannen in de oorlog moesten vechten en inwoners van Brazilië en Nieuw-Zeeland dragen het om de aandacht te vestigen op de vele suïcides. In de meeste landen staat het gele lintje symbool voor hoop en solidariteit. In Zuid-Korea zie je ruim vijf jaar na het zinken van de veerboot Sewol de afbeelding nog op vele plaatsen prijken ter nagedachtenis aan de slachtoffers en hun families van de ramp waarbij 304 van de 476 passagiers en bemanningsleden pal voor de kust de dood vonden.

De documentaire Yellow Ribbon van Yu Hyun-sook volgt vijf personen die op de een of andere manier waren betrokken bij de ramp op 16 april 2014 en de nasleep daarvan. Met name het feit dat de kapitein en een aantal bemanningsleden de passagiers aan hun lot overlieten, de te late reddingspogingen en de verdrinkingsdood van 250 middelbare scholieren hebben diepe indruk achtergelaten. De documentairemaakster kiest niet voor sensationele beelden, zoals de vele mensen aan de oever die de Sewol hebben zien zinken – het latere shot van de gehavende veerboot op een werf is al indrukwekkend genoeg.

Yellow Ribbon laat vooral zien hoe in Zuid-Korea na het falen van de autoriteiten een protestbeweging uitgroeit tot ongekende proporties. Dat niet iedereen de vele uitingen van burgerlijk ongenoegen steunt, blijkt uit het fragment dat tijdens een hongerstaking demonstratief gratis pizza’s worden uitgedeeld. Veel mensen kunnen zich niet identificeren met de nabestaanden en vergeten de ramp het liefst. Echter het merendeel van de bevolking kan niet wachten totdat de ware oorzaak eindelijk boven tafel komt en alle schuldigen ter verantwoording worden geroepen.

Nog te zien vrijdag 6 maart 17.00 uur in Rialto en zondag 8 maart 17.20 uur in Studio/K.

 

Exit

Exit – Game of drones
Exit (Ekisiteu) is zonder twijfel de grappigste film van CinemAsia 2020. Het debuut van Lee Sang-geun was met negen miljoen bezoekers een grote kaskraker in Zuid-Korea en is ook voor de westerse kijker uiterst onderhoudend. Yong-Nam (Jo Jung-suk) heeft na zijn studie geen zin om te gaan werken en houdt zich het liefst bezig met rotsklimmen. Hij dringt erop aan dat het zeventigste verjaardagsfeest van zijn moeder wordt gevierd in Dream Garden, omdat daar zijn oude vlam Eui-ju (Im Yoon-ah) werkt. Nadat de stad wordt overspoeld met wit gifgas dat ook de etage van Dream Garden dreigt te bereiken, moet Yong-Nam alles op alles zetten om zijn familie en zijn liefje te redden.

In deze als actiekomedie vermomde rampenfilm worden halsbrekende toeren afgewisseld met heerlijk hysterisch sentiment waarbij Yong-Nams vader (Park In-hwan) de kroon spant door in alle opzichten en op alle momenten fanatiek mee te leven met het lot van zijn zoon. Net als in de meeste andere (Amerikaanse) rampenfilms stapelen de genreclichés zich langzaam op, echter Exit blinkt uit door originele vondsten, subtiele humor en het gemis van (bloederig) geweld, terwijl de bovengemiddelde realiteitszin ook de kijker klamme handen garandeert. De capriolen in Safety Last! (1923) waarin filmkomiek Harold Lloyd aan de wijzers van een torenklok bungelt, zijn kinderspel met het soms bloedstollende klimwerk van onze Koreaanse held in wording. Steeds verder en steeds hoger leidt de weg naar redding, totdat er uiteindelijk hulp uit onverwachte hoek komt. Het inlevingsvermogen en het sentiment, soms compleet over de top, van Exit zijn zo meeslepend dat menig kijker het niet droog zal houden.

Nog te zien vrijdag 6 maart 19.15 uur in Studio/K en zaterdag 7 maart 21.45 uur in Studio/K.

 

6 maart 2020

 

Deel 1

 

MEER FILMFESTIVAL

CinemAsia 2020 – Deel 1

CinemAsia 2020 – Deel 1:
Anderen helpen, maar ook jezelf

door Cor Oliemeulen

De Aziatische cinema is bezig aan een onstuitbare opmars. Daar kan geen virusje wat aan veranderen. In ons eerste verslag van CinemAsia 2020 twee opvallende drama’s uit India, het Indonesische antwoord op de Amerikaanse superheldenfilm en een nachtmerrieachtige thriller over de Chinese onderdrukking in Taiwan. Gemeenschappelijk thema: soms moet je anderen helpen om jezelf te kunnen helpen.

 

The Wayfarers

The Wayfarers – Humaan geploeter in de modder
Dat de Indiase cinema veel meer is dan Bollywood bewijst Goutam Ghose, die in de jaren zeventig begon als documentairemaker en fotojournalist. Zijn sociaal-realistische stijl komt tot uitdrukking in zijn jongste speelfilm The Wayfarers (Raahgir), waarin hij zich andermaal focust op het leven van de onderklasse in de Indiase samenleving.

De moedige Nathuni (Tillotama Shome: Moonsoon Wedding, 2001) woont met haar verlamde man en hun zoontje en dochter in een geïsoleerde omgeving. Ze hebben weinig te eten, maar proberen het beste van het leven te maken. We volgen Nathuni de dag nadat ze door twee mannen dreigt te worden verkracht. Ze moet vele kilometers lopen over ongeplaveide wegen en paadjes om werk in de stad te zoeken. Onderweg ontmoet ze de opgewekte Lakpathi (Adil Hussain: Life of Pi, 2012). In korte flashbacks vertellen ze over hun levens. Zo leren we dat Nathuni’s man tijdens een betoging een politiekogel in zijn rug kreeg en dat Lakpathi vroeger een begenadigde danser was die door zijn grootste concurrent uit de gemeenschap werd verjaagd. Op weg naar de stad ziet het koppel hoe een marskramer met zijn motor en karretje met twee doodzieke bejaarde zwervers vastzit in de modder. Niemand wil hem helpen, maar Nathuni en Lakpathi steken de handen uit de mouwen om hun voetreis vol ontberingen te voltooien.

The Wayfarers is een klein drama met een heel groot hart. We zien hier mensen, niet gehinderd door enige luxe, die niet zeuren wanneer ze iemand in nood moeten helpen. De dankbaarheid die volgt is al even ontroerend.

Nog te zien zaterdag 7 maart 21.30 uur in Rialto.

 

Dolly Kitty and Those Twinkling Stars

Dolly Kitty and Those Twinkling Stars – Liever leven dan overleven
Ook verstoken van de obligate Bollywood-liedjes en -dansjes is Dolly Kitty and Those Twinkling Stars van de Indiase scenarist en regisseur Alankrita Shrivastava. Op CinemAsia 2016 won zij de publieksprijs met Lipstick Under My Burkha, dat vanwege de opzwepende verbeelding van rebelse vrouwen in eigen land verboden was. Ook in haar derde speelfilm worden taboes doorbroken en staat het verzet van vrouwen in een door mannen gedomineerde samenleving centraal.

De jonge Kajaal vertrekt naar een voorstad van New Delhi om werk te zoeken. Zij gaat logeren bij naar nicht Dolly, die naar buiten toe pretendeert een voorbeeldig en onbezorgd leven te leiden met haar man en twee zoontjes. Tijdens haar eerste baantje in een schoenenfabriek wenst Kajaal zich niet als een slaaf te laten behandelen. Nadat Dolly’s man zich aan haar probeert op te dringen, verkast Kajaal naar een hostel en vindt een baan in een callcenter waar ze, als Kitty, romantische gesprekken met telefonerende mannen moet voeren. Hoewel Dolly er aanvankelijk schande van spreekt, zeker nadat Kajaal verliefd wordt op een beller, laat ook zij zich niet langer ringeloren door haar directe (mannelijke) omgeving. Ook zij vindt een nieuwe liefde.

Dolly Kitty and Those Twinkling Stars past goed in de huidige trend van vrouwen in India die voor hun eigen belangen en (seksuele) gevoelens opkomen. Een oprechte, sympathieke film met een lach en een traan die nergens vergeet onderhoudend te zijn.

Nog te zien vrijdag 6 maart 21.30 uur in Rialto en zaterdag 7 maart 14.00 uur in Rialto.

 

Gundala

Gundala – De eerste Indonesische superheld
Het grootste entertainmentbedrijf van Indonesië, Bumi Langit, publiceerde de afgelopen 60 jaar meer dan 500 karakters in stripverhalen. Als antwoord op de superheldenfilms van Marvel en DC Comics is Gundala het eerste populaire personage dat in een nieuwe reeks op het witte doek verschijnt. De ambities zijn er, maar om echt te concurreren is er qua originaliteit en uitvoering nog wel wat werk aan de winkel.

Het jochie Sancaka verliest zijn vader tijdens een gewelddadige arbeidersopstand en een jaar later verdwijnt zijn moeder spoorloos. Hij leert van zich af te bijten en gaat als hij volwassen is werken als beveiliger en monteur van een drukkerij. Net zoals Batman verliest Sancaka zijn ouders op jonge leeftijd en heeft hij één angst: geen vleermuizen, maar bliksem. Maar op het moment dat Sancaka wordt getroffen door de bliksem krijgt hij superkrachten en verandert hij in de superheld Gundala. Hij zal het opnemen tegen allerlei gespuis van de straat en de corrupte overheid die moordlustige wezen traint en hypnotiseert om de duistere samenleving verder te ontwrichten.

Gundala van Joko Anwar begint veelbelovend met een aardige premisse, mooie beelden en een jongetje dat wat doet denken aan zijn collegaatje in Lion (2016) dat aan zijn lot is overgelaten. Maar later wordt de film steeds rommeliger en stapelen de clichés en ongeloofwaardigheden zich op. Zo is de schurk een deels verbrande Two-Face, lijkt het muziekthema verdacht veel op dat van Marvel en begint het ook buiten het regenseizoen spontaan te bliksemen zodra Gundala superkrachten nodig heeft. Verder zien veel vechtscènes er even onbeholpen uit als de outfit van onze sympathieke superheld.

Gundala verdient een betere sequel. Ondertussen staat de volgende superheld van Bumi Langit aan de zijlijn te trappelen: de blinde zwaardvechter Mata Malaikat. Deze titelheld zal worden vertolkt door Iko Uwais (bekend van de The Raid-films), dus dan zijn spectaculaire martial arts in ieder geval gewaarborgd.

Nog te zien zaterdag 7 maart 19.15 uur in Studio/K.

 

Detention

Detention – Doden tot leven brengen
Een zenuwslopende, deprimerende film met een hoopvolle boodschap. Dat is Detention (Fanxiao) van John Hsu, die zijn debuut baseerde op een populair videospel. Plaats van handeling is een bijna uitgestorven school in Taiwan tijdens de Chinese staat van beleg in de jaren zestig. Hsu mengt intelligent een politiek drama met romantiek en horror. Stijlvol gefilmd, ingenieus gemonteerd en bij vlagen ontroerend.

Tijdens het totalitaire regime zijn de meeste boeken verboden. In de kelder van een school komen de leden van een geheim boekenclubje samen. Maar dan blijkt dat iemand het clubje heeft verraden, waardoor de andere leden worden gemarteld en vermoord. In een nachtmerrieachtige sfeer gaat een meisje op zoek naar antwoorden. En zoals dat gaat in nachtmerries weet je niet altijd wat en waarom iets gebeurt en bevind je je plots weer in een andere dimensie en situatie. De geluidsband is sinister, de beelden zijn afwisselend onheilspellend, luguber, angstaanjagend, maar op andere momenten poëtisch. De horrorelementen illustreren de verschrikkingen die de Taiwanese bevolking tijdens de Chinese onderdrukking moest ondergaan.

Het hoopvolle van Detention is dat het verbod van boeken ‘het woord’ nooit zal kunnen uitbannen. Dat blijkt onder meer wanneer een jongen en een meisje, die weten dat ze binnen worden afgeluisterd, liefdevolle zinnen voor elkaar op een papiertje schrijven. Buiten praten ze over de schoonheid van bloemen en tekenen ze de toetsen van een piano, zodat ze samen in hun gedachten muziek kunnen maken. Er is dus hoop na alle onderdrukking en verderf. Alles wat dood is, kun je weer tot leven brengen.

Nog te zien donderdag 5 maart 21.45 uur in Studio/K en zaterdag 7 maart 21.40 uur in Studio/K.

 

5 maart 2020

 

Deel 2

 

MEER FILMFESTIVAL

Vijf tips voor CinemAsia 2020

Vijf tips voor CinemAsia 2020
Stemmige film noir en hartverwarmend familiedrama

door Alfred Bos

In 2009 scheurde hij als vrijwilliger kaartjes bij de deur, sinds vorig jaar is Shiko Boxman de baas van het festival voor de film uit Azië. Hij geeft zijn tips voor CinemAsia 2020.

Als Koreaans adoptiekind van Nederlandse pleegouders is Yoon-shik (‘Shiko’) Boxman vloeiend in de cultuur van het westen én het oosten. Dat blijkt uit zijn filmsmaak. “Oldboy (Chan-wook Park, 2003) is voor mij de meest iconische film ooit. Die film had op mij zo’n impact omdat hij van een Koreaanse regisseur was. Dat zijn we hier in Nederland niet gewend. Er is geen regisseur die wraakgevoelens zo goed kan vertalen naar het witte doek.”

The Wild Goose Lake

The Wild Goose Lake

“Voor mij was Crouching Tiger, Hidden Dragon (2000) van Ang Lee een hele belangrijke film. Voor het eerst in mijn leven zag ik Aziatische acteurs in een volwaardige rol. Ik kan ook ontzettend genieten van Europese arthouse, de Dogma-films bijvoorbeeld. Alex van Warmerdam vind ik een fantastische regisseur, voor mij is Borgman (2013) de laatste echt goeie Nederlandse film geweest. Tarantino is ook bepalend geweest voor mijn jeugd en mij als filmliefhebber.”

Voor de 2020 editie van CinemAsia tipt hij de volgende films.

Gundala (Joko Anwar, 2019, Indonesië)
Joko Anwar is een van de meest zichtbare representanten van de opkomende cinema uit Indonesië. Twee jaar terug vertoonde CinemAsia zijn horrorfilm Satan’s Slave, een kassucces in zijn thuisland en verkocht aan meer dan veertig landen, en was de regisseur te gast op het festival als lid van de jury van de CinemAsia Jury Award. Anwar, begonnen als filmciticus van de Jakarta Post en scenarist, is goed thuis in het fantasy/horrorgenre. Gundala (‘bliksemschicht’) is de verfilming van een Indonesische strip uit de jaren zeventig over de wetenschapper Santaca die als superheld met bliksemkrachten het opneemt tegen duivels geboefte. Gundala, zoon van de bliksem, is de Aziatische tegenhanger van de Amerikaanse superhelden The Flash en Black Lightning.

Te zien woensdag 4 maart 21.30 uur in Studio/K en zaterdag 7 maart 19.15 uur in Studio/K.

Fagara (Heiward Mak, 2019, Hong Kong)
Fagara
markeert de comeback van Heiward Man, na haar veelbelovende speelfilmdebuut, het tienerdrama High Noon (2008), gemaakt toen ze 23 was, en enkele minder geslaagde commerciële projecten. Tijdens de begrafenis van haar vader ontmoet een jonge vrouw uit Hong Kong twee halfzussen van andere moeders. De een, een androgyne snookerprofessional uit Taiwan, kan niet overweg met haar moeder. De ander, een modebewuste vlogger uit China, verweert zich tegen oma die haar graag ziet trouwen. Gezamenlijk moeten ze het familierestaurant draaiende houden. Fagara is vergeleken met het werk van de Japanse meester van het gezinsdrama, Hirokazu Kore-eda.

Te zien donderdag 5 maart 21.30 uur in Studio/K en zaterdag 7 maart 19.00 uur in Rialto,

The Wayfarers (Goutam Ghose, 2019, India)
Deze onafhankelijke productie van de Bengaalse veteraan Goutam Ghose heeft twee heuse filmsterren (Adil Hussein, Life of Pi, en Tillotama Shome, Monsoon Wedding) in de hoofdrollen. De Indiase titel Raahgit verwijst naar een Indiase actiegroep die verstopte wegen op aangewezen dagen wil afsluiten voor verkeer; in de film zijn de wegen verlaten. Een vrouw op zoek naar werk en voedsel voor haar straatarme gezin ontmoet een rondreizende acrobaat. Gezamenlijk helpen ze een andere vreemdeling, een marskramer die met zijn brakke machine twee halfdode bedelaars naar het ziekenhuis brengt. De omstandigheden zijn bruut, het landschap leeg en het leven hard. The Wayfarers heeft de eenvoud van een fabel en ontroert door zijn empathie met verschoppelingen.

Te zien woensdag 4 maart 17.15 uur in Studio/K en zaterdag 7 maart 21.30 uur in Rialto.

Suk Suk (Ray Yeung, Hong Kong, 2019)
Twee mannen op leeftijd, de een getrouwd en de ander weduwnaar die inwoont bij het christelijke gezin van zijn zoon, ontmoeten elkaar bij toeval en worden een stel. Suk Suk, de derde film van regisseur Ray Yeung, is genomineerd voor de publieksprijs van het recente filmfestival van Berlijn en werd onderscheiden met de Hong Kong Film Critics Society Award. In 2016 vertoonde CinemAsia Yeungs tweede speelfilm, Front Cover, eveneens rond LGBT-thematiek. Acteur Chun-yip Lo, hij speelt de zoon, zal tijdens het festival aanwezig zijn.

Te zien donderdag 5 maart 19.05 uur in Studio/K en zaterdag 7 maart 16.40 uur in Studio/K.

The Wild Goose Lake (Yi’nan Diao, China, 2019)
Stemmige film noir van de regisseur die vijf jaar terug verraste met de donkere thriller Black Coal, Thin Ice, destijds goed voor de Gouden Beer van het filmfestival in Berlijn. In The Wild Goose Lake zijn het niet ijs, vrieskou en zielloze provinciesteden die de sfeer bepalen, maar regen, broei en neon. Tijdens een gangsteroorlog doodt de baas van een misdaadfamilie een agent en wordt gezocht door autoriteiten en criminelen. Ook in China is de film ondertiteld, want de taal is het dialect van Wuhan. Deze arthouse-misdaadthriller was te zien tijdens het recente filmfestival van Rotterdam en krijgt vanaf 12 maart een landelijke release.

Te zien vrijdag 6 maart 21.15 uur in Studio/K.

 

Kaarten voor deze en andere films die draaien tijdens CinemAsia 2020 zijn te bestellen via de website.

 

4 maart 2020

 

Lees hier ons lange interview met Shiko Boxman.

 


MEER FILMFESTIVAL

CinemAsia na de Oscar voor Parasite

Erkenning voor ondertitelde films
CinemAsia na de Oscar voor Parasite

door Alfred Bos

Op CinemAsia staan films uit Azië centraal. Het festival wil een brug slaan tussen oost en west, aldus de nieuwe directeur Shiko Boxman. “Wat wij al zestien jaar propageren, wordt nu door de mainstream opgepakt.”

“Het succes van Parasite komt niet uit de lucht vallen”, zegt Shiko Boxman wanneer we de trap oplopen. CinemAsia houdt kantoor in Studio/K, de door studenten bestierde bioscoop in de Indische buurt in Amsterdam-Oost, de hipste en meest pluriforme wijk van Neerlands hoofdstad. “We zagen het aankomen en we zijn verheugd over de erkenning.”

Boxman heeft recht van spreken. Een paar maanden eerder, kort voor de Nederlandse release van Parasite, vertoonde CinemAsia een drietal Zuid-Koreaanse films die regisseur Bong Joon-ho hadden geïnspireerd. De cineast leidde ze zelf in, via Skype.

Gundala

Gundala

“Het is in zekere zin ook erkenning voor CinemAsia”, zegt de festivaldirecteur naar aanleiding van de Oscar voor Parasite als Beste Film. Het is de eerste maal dat een niet-Engelstalige film met die eer strijkt, een historisch moment. In 2014 opende CinemAsia met Snowpiercer van Bong Joon-ho. “Voor ons is het nu zaak om de pracht en de kracht van de filmindustrieën uit landen als Indonesië, Thailand en de Filipijnen te laten zien.”

De belangrijkste Oscar voor een film met ondertitels uit een ver en – in sommige opzichten – exotisch land, wat betekent dat voor de cinema uit Azië? “Heel veel”, meent Boxman. “Niet alleen voor filmmakers uit Azië, maar voor filmmakers uit Zuid-Amerika en Afrika. Er is erkenning voor films met ondertitels. Je kent vast deze grap. Iemand die twee talen spreekt is tweetalig. Iemand die zeven talen spreekt is een polyglot. En iemand die één taal spreekt is een Amerikaan.”

Shiko Boxman

Shiko Boxman

Talentontwikkeling
Film, en cultuur in het algemeen, zijn een subtiele manier om invloed, aanzien en macht te verwerven: soft power. Boxman: “Zuid-Korea heeft miljoenen geïnvesteerd in de filmindustrie. De halyu, de Koreaanse wave van K-pop, K-anima en K-cinema, heeft de afgelopen tien jaar de culturele invloed van Zuid-Korea wereldwijd versterkt. Als het Zuid-Korea kan lukken om strategisch beleid te voeren waarin economische belangen worden ondersteund door culturele invloed, kan dat gelden voor Indonesië, Thailand en de Filipijnen, maar ook voor landen als Brazilië en Colombia.”

Boxman nam vorig jaar het stokje over van algemeen directeur Hui Hui Pan en artistiek directeur Maggie Lee. Hij ziet voor CinemAsia een rol in de ontwikkeling van talent. “De discussie over cultuurbeleid gaat momenteel over diversiteit en inclusiviteit. Dat wordt vaak uitgelegd als ‘we moeten meer mensen van kleur in onze organisatie hebben’. Mijn kijk daarop is: er moet in het bestaande aanbod van programmering ruimte gemaakt worden voor narratieven in andere talen en uit andere culturen”.

“Dat begint bij ons team. Maar waar vindt je een programmeur met een Nederlands-Indonesisch perspectief? Die zijn er niet zoveel, wat betekent dat we ze zelf moeten opleiden. Bij mijn aantreden heb ik ervoor gekozen om dat tot speerpunt te maken. Dat heeft geleid tot de oprichting van CinemAsia Academy, een opleidingsprogramma. We vinden dat er te weinig Nederlanders met een Aziatische achtergrond werkzaam zijn in de Nederlandse filmindustrie.”

De filmvoorstellingen krijgen tijdens CinemAsia een introductie waarin achtergrond en context van de film wordt geschetst. Boxman profileert het filmfestival CinemAsia ook als kennisinstituut. “Dat zien we breder dan film alleen, als cultuur in het algemeen. In de aankomende jaren wil ik de aangewezen organisatie worden als het gaat over Aziatische popcultuur en filmcultuur. We krijgen steeds vaker telefoontjes van distributeurs die een Aziatische film hebben aangekocht: wat is jullie idee? Dan geven we een ongezouten mening.”

Parasite

Parasite

Superheld uit Indonesië
Van de 492 films die er in 2019 in Nederland in omloop gingen, kwamen er 108 niet uit Nederland (76), Europa (163) of Amerika (145). ‘De rest van de wereld’ is dus goed voor ruwweg een vijfde van het filmaanbod in de Nederlandse bioscoop. Terwijl zestig procent van de filmproductie uit Azië komt.

Boxman: “Ik denk dat Afrika ook een voorbeeld is van verschrikkelijk veel onontdekt filmtalent. CinemAsia heeft bestaansrecht omdat het iets toevoegt aan het filmaanbod. Als cinema uit Azië hier meer populariteit zou genieten, dan zouden we niet nodig zijn. We proberen al zestien jaar een lans te breken voor de Aziatische film.  Gelukkig komt daar mondjesmaat verandering in. Er zijn distributeurs die ons bellen en een vorm van samenwerking zoeken.”

Hij tipt Indonesië als filmland om in de gaten te houden. Tijdens de openingsavond vertoont CinemAsia de superheldenfilm Gundala van Joko Anwar, naar een populaire Indonesische strip uit de jaren tachtig. Het is de eerste film in een geplande reeks, waarmee de Aziatische cinema weerwoord geeft aan de razend populaire franchise van Marvel.

Ook de zien is het interculturele drama Bumi Manusia van Hanung Bramantyo. “Een fantastische film met een confronterend beeld over de raciale tegenstellingen tijdens het koloniale bewind van Nederland in Indonesië. We hoopten stiekem dat De Oost van Jim Taihuttu op tijd klaar zou zijn voor het festival, maar die wordt verwacht voor september.”

Nieuw voor CinemAsia zijn films uit India: Dolly Kitty and Those Twinkling Stars en The Wayfarers. Boxman: “In Nederland en de rest van de wereld wordt alleen aandacht besteed aan Bollywood. De films die we uit India hebben geprogrammeerd zijn juist géén Bollywood, maar maatschappijkritisch. Daarmee willen we de verscheidenheid van het subcontinent India laten zien. Opmerkelijk is dat er een coproductie is opgezet van Bollywood en Noord-Korea, daar houden ze heel erg van dat theatrale song and dance. Dat zul je steeds meer gaan zien: coproducties binnen Azië die de pluriformiteit van het continent tonen.”

Coming Home Again

Coming Home Again

Diaspora
Gastcurator Léo Soesanto, programmeur van filmfestivals in Cannes, Bordeaux en Rotterdam, heeft een focusprogramma samengesteld rond het thema diaspora, met films die niet zijn geproduceerd in het land waaruit de regisseur komt. Boxman: “Met die films willen we duidelijk maken dat regisseurs met een diaspora-achtergrond de wereld door een hele andere lens bekijken. Waar voel ik me thuis? Aan het diasporathema besteden we al dertien jaar aandacht via ons Filmlab.”

Ontworteling, het ontheemd-zijn, is bij uitstek een eenentwintigste-eeuws thema, beaamt hij. “Een mooi voorbeeld is Coming Home Again van Wayne Wang, een regisseur uit Hong Kong die op basis van een Koreaans script in Amerika een film heeft gemaakt over een Koreaanse immigrantenfamilie in Amerika.”

CinemAsia biedt meer dertig films, allemaal nieuw voor Nederland  en in een aantal gevallen nieuw voor Europa. A Man Called Ahok (Putrama Tuta, Indonesië), Yellow Ribbon (Hyun-sook Ju, Zuid-Korea) en Moonlit Winter (Dae-hyung Lim, Zuid-Korea) zijn voor het eerst buiten hun land van herkomst te zien. In het LBGTQ+ programma, vast onderdeel van CinemAsia, valt Suk Suk (Ray Yeung, Hong Kong) op. De film over een homopaar op leeftijd kreeg negen nominaties voor de Hong Kong Film Awards en is uitgeroepen tot de beste Hong Kong-productie van het jaar.

De opvallendste film in de programmering is wellicht Lulana: A Yak in the Classroom van Pawo Choying Dorji uit Himalaya-land Bhutan. Shiko Boxman stelt dat CinemAsia ook films wil tonen uit regio’s in Azië waar de filmindustrie in opkomst is, zoals Bhutan en Nepal. “We willen aandacht vragen voor jonge filmmakers uit landen waar nog geen levendige filmindustrie is, dat is een van onze verantwoordelijkheden. Een screeningmogelijkheid in het buitenland werkt enorm motiverend.”

CinemAsia Film Festival: van woensdag 4 tot en met zondag 8 maart in Studio/K en Rialto te Amsterdam.

 

2 maart 2020

 

Shiko Boxmans tips voor CinemAsia 2020.

 

MEER INTERVIEWS

Filmfestival Berlijn 2020 – Deel 3

Filmfestival Berlijn 2020 – Deel 3 (slot):
Verrassende winnaar van matige Berlinale

door Bert Goessen

Zaterdagavond heeft de jury van het 70e filmfestival van Berlijn onder voorzitterschap van Jeremy Irons de Iraanse film THERE IS NO EVIL bekroond met de Gouden Beer voor beste film. Een verrassende winnaar van een kwalitatief matig festival. In de film van regisseur Mohammad Rasoulof staat de doodstraf in Iran centraal. De regisseur kon niet naar Berlijn komen vanwege een reisverbod van de Iraanse autoriteiten.

THERE IS NO EVIL bestaat uit vier verhalen waarin militairen die belast zijn met executies worstelen met hun opdracht en getuige zijn van de impact die dit heeft op de mensen die het dichtst bij hen staan. Sommigen doen het, anderen weigeren, maar allemaal zitten ze met hetzelfde dilemma. De film doet een appel op het morele kompas van de kijker met de vraag: ‘Wat zou jij doen?’

There Is No Evil

There Is No Evil

Gedoodverfde winnaar
De gedoodverfde winnaar en de film die bij de critici het hoogst scoorde, NEVER RARELY SOMETIMES ALWAYS van de Amerikaanse regisseuse Eliza Hittman, werd bekroond met de Zilveren Beer. Een zeer humane film over de 17-jarige Autumn die uit een arbeidersmilieu in Pennsylvania komt en 18 weken zwanger. Ze is vastbesloten het kind weg te laten halen, maar haar ouders mogen dat niet weten. Omdat alleen een abortuskliniek in New York bij zo’n aantal weken zwangerschap nog een ingreep mag doen, reist ze samen met haar nichtje Skyat naar New York. Tijdens het intakegesprek moet ze een aantal zeer persoonlijke vragen beantwoorden met: never, rarely, sometimes of always. Vandaar de titel van de film. Hoewel er weinig valt aan te merken op de film kent deze een nog betere voorganger met ongeveer hetzelfde thema namelijk: 4 MAANDEN, 3 WEKEN EN 2 DAGEN van de Roemeense regisseur Cristian Mungìu. Maar die film is van 2007. Tijd dus voor een nieuwe wake-upcall.

Bijzondere vermeldingen
Naast de twee reeds genoemde films waren de zeven overige films in het tweede gedeelte van het festival niet al te sterk. Alleen RIZI van Tsai Ming-Liang en DAU NATASHA van Ilya Khrzhanovskiy verdienen een bijzondere vermelding vanwege het controversiële karakter van beide films. RIZI is een 127 minuten durende film zonder dialogen. Tweeënveertig stilstaande beelden uit het dagelijks leven van twee mannen, een jonge en een oude, die elkaar na een uur ontmoeten in de hotelkamer van de oudere man. De massage- en seksscène waarin de oude en de jonge huid elkaar aftasten is eerder teder dan erotisch. De enige muziek in de film komt van een klein handdraaiorgeltje dat steeds maar weer hetzelfde melodietje speelt. Tsai Ming-Liangs film is het toppunt van slow cinema. Als je ervoor openstaat is het een eenmalige belevenis. Anders slaat de verveling snel toe en kun je er niets mee.

Rizi

Rizi

DAU is een project van de Russische regisseur Ilya Khrhanovsky dat in 2005 is gestart en in 2018 resulteerde in de film DAU. De film gaat over het leven van de Russische Nobelprijswinnaar Lew Dawidowitsch Landau (1908-1968, koosnaam Dau) onder het Stalin-regime. Zijn nieuwe film DAU NATASHA is wederom een provocatief, grensoverschrijdend verhaal over de strijd tussen macht en liefde als analysemiddel van het totalitaire systeem. Natasha werkt samen met Olga in de kantine van onderzoeksinstituut. Ze komt in contact met buitenlandse gasten, deelt de lakens uit naar Olga toe, heeft seks met een Franse gast waarbij ze liefde en tederheid vindt. Maar dan komt de binnenlandse veiligheidsdienst op de proppen in de persoon van Vladimir Azhippo en wordt de sfeer naargeestig. Khrzhanovsky wil de kijker letterlijk laten voelen hoe gemeen het totalitaire systeem onder Stalin is geweest. Dat hij daar op ijzingwekkende manier in is geslaagd, is niet voor iedereen een aanbeveling de film te gaan bekijken.

Onprettige gitzwarte film
De groots opgezette film BERLIN ALEXANDERPLATZ van Burhan Qurbani, naar het beroemde boek van Alfred Döblin over de kleine crimineel Franz Biberkopf eind jaren 20, kon de hooggespannen verwachtingen niet waarmaken. Het is een heel donkere film over de vluchteling Francis die vanuit Bissau in Berlijn terechtkomt en daar in handen valt van de psychopaat annex drugshandelaar Reingold. In vijf delen zien we hoe Francis, die met zijn nieuwe naam Franz door het leven gaat, steeds verder afglijdt van eerlijke arbeider naar drugshandelaar, dief en moordenaar. Zijn levenspad is bezaaid met tegenslag terwijl hij eigenlijk alleen maar goed wil doen. Zoals gezegd een gitzwarte film over het trieste lot van een vluchteling die in een hel terecht komt. De film is zonder meer een hele krachttoer en probeert onder de huid te kruipen. Wat mij heel erg tegenstaat is de vrouwonvriendelijke sfeer. De mannen zijn allemaal potentaten of zielige pseudo-potentaten terwijl de vrouwen vooral ondergeschikt zijn, hoeren of van het stereotype zwakke geslacht. En dat maakt het nog meer tot een onprettige film.

Bert GoessenVrijblijvend en ondermaats
Tenslotte vier films die nog duidelijker ondermaats waren, met als festivaldieptepunt de nieuwe film van Sally Potters THE ROADS NOT TAKEN.

Javier Bardem speelt de rol van Leo, een oude man die op bed ligt en verward is. Zijn dochter Molly ontfermt zich liefdevol over hem. Het enige wat tijdens de film gebeurt, is dat Molly haar vader meeneemt naar een afspraak met de tandarts en hem weer terugbrengt naar zijn bed. De reis en de gesprekken met Molly zijn verder doorspekt met herinneringen van Leo aan zijn vroegere leven. Zijn huwelijk met Dolores in Mexico, zijn verblijf als schrijver op een verlaten Grieks eiland en zijn relatie met Molly. Helaas krijgt Sally Potter de film niet opgetild naar een hoger niveau dan het misschien wel persoonlijke verslag van een bijzondere relatie tussen vader en dochter. De dramatiek doet te geforceerd aan en weet niet te overtuigen waardoor de film verzandt in teveel vrijblijvendheid.

In THE WOMAN WHO RAN van Hong Sangsoo ontmoet Gamhee, terwijl haar man op zakenreis is, drie vrouwen: twee vriendinnen en een vrouw in de bioscoop. Zoals in alle films van Sangsoo praten de vrouwen over allerlei kleine, dagelijkse dingen. Maar veel wordt ook niet verteld. Bewust of onbewust. De communicatie wordt tot de essentie herleid door lange camera-instellingen en veel dialogen. De titel van de film blijft onduidelijk. Welke vrouw rent weg? En waarom? Aan de kijker om uit te maken wat de regisseur hiermee bedoelt.

Teveel Italiaans gedoe
FAVOLACCE van het Italiaanse duo Favio en Damiano D’Innocenzo is een chaotische film over een kleinburgerlijke Italiaanse familie die even buiten Rome woont. Omdat de echte burgerlijkheid voor hen onbereikbaar is, heerst er een voortdurende explosieve sfeer die elk moment tot ontploffing kan komen en dat gebeurt dan ook regelmatig. Helaas teveel Italiaans gedoe. Vermoeiend, frustrerend en vooral oninteressant.

Irradiés

Irradiés

IRRADÍES van Rithy Panh is een filmisch gedicht van de Cambodjaanse regisseur die al jaren in Frankrijk woont. In 2013 maakte hij de indrukwekkende stop motionfilm THE MISSING PICTURE over het schrikbewind van de Rode Khmer in Cambodja. In IRRADÍES wordt de kijker in drie naast elkaar geprojecteerde beelden geconfronteerd met de meest afschuwelijke beelden uit diverse oorlogen. De begeleidende teksten zijn vooral bedoeld om de kijker ervan te doordringen dat we deze beelden nooit mogen vergeten. Het bombardement van hartverscheurende beelden heeft als nadeel dat je als kijker op een gegeven moment figuurlijk bent platgebombardeerd. Het perceptievermogen is ontoereikend om de beeldenstroom te verwerken. Blijft staan dat de film op bijna poëtische wijze een appel doet op het niet wegstoppen van de pijn die veel mensen door oorlogen hebben moeten doorstaan.

Conclusie
Concluderend mag gesteld worden dat de wisseling van de wacht voor de Berlinale nog niet heeft geleid tot een veel beter festival. Eigenlijk was de 70e editie gewoon een voortzetting van de voorgaande edities. Met als kenmerk dat de twee Amerikaanse films in het hoofdprogramma – FIRST COW en NEVER RARELY SOMETIMES ALWAYS – de besten waren en dat de overige films wel heel erg arty en sommige extreem pessimistisch van toon waren.

 

1 maart 2020

 

DEEL 1
DEEL 2

 

MEER FILMFESTIVAL

Filmfestival Berlijn 2020 – Deel 2

Filmfestival Berlijn 2020 – Deel 2:
Uitstekende films buiten competitie

door Bert Goessen

Na 9 van de 18 competitiefilms bespreken we in dit tweede deel vier ondermaatse films. Maar gelukkig waren er buiten competitie wel twee uitstekende films te zien.

EL PRÓFUGO van Nalalia Meta uit Argentinië is een zwaar aangezette psychologische thriller over geesten en geluiden die binnendringen in het hoofd van Ines. Droom en werkelijkheid lopen door elkaar en horrorelementen liggen voortdurend op de loer. Die mix van stijlelementen maakt de film onnodig ingewikkeld. De voortdurend aanwezige orgel- en koormuziek moeten het geheel een kunstzinnige uitstraling geven. Naar mijn mening iets teveel over de top en iets te gekunsteld.

Volevo nascondermi

Volevo nascondermi

Getraumatiseerde Italiaanse kunstenaar
VOLEVO NASCONDERMI van Giorgio Diritti uit Italië is een biopic over het leven van de Italiaanse kunstenaar Antonio Ligabue. In het eerste gedeelte van film wordt Antonio, die geestelijk zwaar gehandicapt is, na het overlijden van zijn ouders naar Zürich gebracht waar hij wordt opgevangen in een gezin. Maar door zijn woedeaanvallen wordt hij als een gevaar voor de gemeenschap beschouwd en wordt hij uitgezet naar Italië. Daar leeft hij jarenlang in bittere armoede totdat de beeldhouwer Renato Marino Mazzacurati zich over hem ontfermt en hem aanspoort te gaan schilderen. So far so good. Maar in het tweede deel zakt de film als een plumpudding in elkaar. Antonio gaat als een gek talrijke kleurige schilderijen maken die hij aan de man probeert te brengen. Hij koopt motors, auto’s en raakt geobsedeerd door een vrouw die hij niet mag huwen. Hij sterft uiteindelijk moederziel alleen in een kliniek voor psychisch gestoorden. Films over getraumatiseerde kunstenaars hebben we al eerder en veel beter gezien getuige films als FRIDA KAHLO, VINCENT, MY LEFT FOOT en talloze andere. VOLEVO NASCONDERMI haalt dit niveau helaas niet ondanks sommige prachtige opnames in het eerste gedeelte van de film.

Bert GoessenPERSIAN LESSONS van Vadim Petelman uit Oekraine is een doorsnee oorlogsdrama over een commandant die in 1942 in Frankrijk een gedeporteerde Jood van de dood redt, omdat hij zich voor Pers uitgeeft. De commandant wil graag Farsi leren omdat hij na de oorlog in Teheran een Duits restaurant wil openen. Een beetje een vergezocht thema. De Belgische Jood uit Antwerpen spreekt helemaal geen Perzisch maar verzint ter plekke niet-bestaande Perzische woorden. Hij krijgt zodoende het vertrouwen van de commandant en kan uiteindelijk het Duitse kamp ontvluchten. Hoewel gebaseerd op ware gebeurtenissen, hetgeen aan het begin van de film wordt vermeld, blijft het verhaal een beetje ongeloofwaardig. Zeker geen film die de Nederlandse bioscopen zal gaan halen.

Franse zwijmelfilm
LE SEL DES LARMES van Philippe Garrel uit Frankrijk is een klassiek Franse ‘conte d’amour’ in de traditie van Eric Rohmer. Waar Rohmer doorgaans optimisme uitstraalde in zijn films, is deze van Garrel een stuk pessimistischer. Timmerman Luc wordt eerst verliefd op Djemila, een meisje dat hij ontmoet bij de bushalte. Als dat niks wordt gaat hij in zee met zijn jeugdliefde Geneviève. Als hij naar Parijs verhuist voor zijn opleiding tot professioneel timmerman komt hij in een driehoeksverhouding met Betsy en Paco. Hij vindt het geluk in de liefde niet echt en als op het einde van de film ook nog zijn vader komt te overlijden is de misère compleet. De film is in zwart-wit en voor de liefhebbers van het Franse conte d’amour-thema valt er genoeg te genieten. Andere filmliefhebbers zullen weinig waardering kunnen opbrengen voor de zoveelste Franse zwijmelfilm.

Rituelen in Brazilië
TODOS OS MORTOS van het Braziliaanse duo Ceatano Gotardo en Marco Dutra speelt zich af in Sao Paolo van 1899 en 1900, een paar jaar na de afschaffing van de slavernij in Brazilië. Isabel woont op een koffieplantage samen met haar twee dochters: de non Maria en de gestoorde Ana, een bleke, achterdochtige jonge vrouw die graag de hele dag piano speelt en obsessief allerlei objecten in de achtertuin begraaft. Kort na de dood van Josefina, de zwarte huishoudster van het gezin die weergaloze koffie kan zetten, besluit Ana dat de slechte gezondheid van Isabel alleen kan worden genezen met traditionele Afrikaanse rituelen, uitgevoerd door de voormalige slavin Iná. In eerste instantie stemt Iná met tegenzin toe. Maar vervolgens besluit ze de authentieke Afrikaanse gebeden uit te voeren. Ondertussen wordt haar zoon João tegen haar zin liefdevol opgenomen in het huishouden. Buiten het huis beginnen zich de eerste veranderingen van de 20e eeuw te manifesteren. Een hybride film die lijdt onder het gewicht van zijn thematiek. Alles is nogal zwaar aangezet. De theatrale setting en poëtische liederen dragen op hun beurt bij tot een doorwrocht geheel.

In SIBERIA van ‘enfant terrible’ Abel Ferrara speelt Willem Dafoe het alter ego van Abel Ferrara, een man die op zoek is naar zijn eigen ik. Daarvoor reist hij af naar een verlaten oord in de sneeuw van Siberië. Hij komt in contact met mensen die hij niet kan verstaan en zijn demonen die hem kwellen. Zijn enige maatjes zijn zijn vijf huskies, maar ook die kan hij niet vertrouwen. Ferrara blinkt al jaren uit in het maken van edelkitsch en ook SIBERIA is hier weer een bewijs van. Een film om snel te vergeten.

Onward

Onward

Pinocchio
Nog vermeldenswaard zijn twee films die ik buiten competitie heb gezien: PINOCCHIO van de Italiaanse regisseur Matteo Garrone (bekend van GOMORRA en DOGMAN) waarin hij flink uitpakt met de art direction. Elke scène ziet er oogstrelend uit en de houten pop Pinocchio beweegt zich geloofwaardig door het verhaal. Het is een echte familiefilm waar je met het hele gezin naartoe kunt. Dat hebben de Italianen dan ook massaal gedaan met Kerst. Enig minpunt is dat de film met zijn 126 minuten wat aan de lange kant is en daarom voor de allerkleinsten een hele zit zal zijn.

En tenslotte ONWARD van Dan Scanlon. De nieuwe film uit de Pixar-stal, bekend van films als TOY STORY, CARS, MONSTERS en FINDING NEMO is een verrassende mix van animatie en fantasy. Duidelijk niet geschikt voor de allerkleinsten, want daar is de film iets te scary voor. Twee broers, de ene heldhaftig en de andere bangerig, willen nog graag een keer hun te vroeg overleden vader terugzien. Wat in wekelijkheid natuurlijk niet kan, kan in deze magische Disneyfilm wel met behulp van een toverstaf die doet denken aan de toverstaf van Gandalf Disney meets The Lord of the Rings is dan ook een rake typering voor deze uitzonderlijk vermakelijk film die wat minder belerend is dan andere Disney-films.

 

27 februari 2020


DEEL 1
DEEL 3


MEER FILMFESTIVAL

Filmfestival Berlijn 2020 – Deel 1

Filmfestival Berlijn 2020 – Deel 1:
De betere competitiefilms

door Bert Goessen

Halverwege het 70e filmfestival van Berlijn heeft de verandering van artistiek directeur nog niet geleid tot een kwalitatief beter competitieprogramma. Na 9 van de 18 competitiefilms bespreken we in dit eerste deel vier films van redelijk tot hoog niveau.

Het begon al met de openingsfilm MY SALINGER YEAR. Weliswaar een film buiten competitie, maar blijkbaar toch al een indicatie voor hetgeen we mochten gaan verwachten. De film van Philippe Falardeau is een vrij braaf, futloos, zich enigszins voortslepend drama over de jonge Joanna die begin jaren 90 vanuit een klein plaatsje nabij New York naar de grote stad verhuist met de ambitie schrijfster te worden. In New York komt ze bij een agentschap te werken waar ze de fanmail van de cultschrijver D.J. Salinger mag gaan beantwoorden. Maar Joanna blijft dromen van een eigen boek hetgeen haar uiteindelijk lijkt te gaan lukken. Een film die de nodige power mist en slechts blijft hangen in een liefdevol portret van een lang vervlogen tijd.

Las Mil Y Una

Las Mil Y Una

Lummelen
De openingsfilm van de Panoramasectie LAS MIL Y UNA van de Argentijnse regisseuse Clarisa Navas is ook niet van hoogstaand niveau. Een coming of agefilm over de 17-jarige Iris die in een kleine plaats ergens in Argentinië rondhangt met haar vrienden en twee neefjes. Ze verlummelen hun tijd met onzinnige bezigheden op zoek naar enige richting in hun leven. Dat verandert als Iris de zelfbewuste Renata tegenkomt. Ze flirten met elkaar en al snel hebben ze seks met elkaar. Maar Renata blijkt een duister verleden te hebben. Navas schildert een tijdsbeeld van armoede, liefde en geweld. Van een overgang tussen kind zijn en volwassen worden in zweverige bijna documentaireachtige beelden. Helaas meandert de film in een vrij traag tempo door en komt hij niet tot een dramatisch hoogtepunt.

De eerste koe
De beste film in competitie tot nu toe is zonder meer FIRST COW van Kelly Reichardt uit de USA. De eerste koe als oorzaak van alle geweld en ellende in de wereld. Dat is het originele boodschap van haar film. Twee gemeenschappen leven ergens in Amerika in de vrije natuur van de dingen die de natuur hen biedt. Champignons, kleine knaagdieren etc. Het gedonder begint als twee mannen uit de ene gemeenschap melk gaan stelen van de koe die de andere gemeenschap heeft laten overkomen uit Californië. Met de melk bakken ze koekjes die ze verkopen voor veel muntjes. Het fortuin dat ze vergaren moeten ze echter verstoppen omdat de andere gemeenschap heeft ontdekt dat ze hun melk stelen. Ze moeten vluchten voor hun achtervolgers hetgeen ze uiteindelijk moeten bekopen met de dood. Jaren later worden hun beide lichamen gevonden door een vrouw die in het bos op zoek is naar champignons. Met dat beeld opent de film. De film verdient zeker een prijs voor het origineelste scenario sinds jaren. Het geduld van de kijker wordt echter flink op de proef gesteld. Het tempo van de film is net zo traag als de champignons groeien.

Drie zielige figuren
Ook goed, maar kwalitatief een trapje lager dan FIRST COW is EFFACER L’HISTORIQUE van Benoît Delépine en Gustave Kervern. De twee Belgische regisseurs zijn min of meer gespecialiseerd in het maken van films met een milde humor, getuige films als AALTRA uit 2004, MAMMUTH uit 2012 en LE GRAND SOIR uit 2014. Ook hun nieuwe film is een vrolijke, sympathieke en niet al te scherpe satire op het telefoon- en internetgebruik van drie inwoners van een kleine provinciestad. Marie koopt alles wat los en vast zit via internet terwijl ze geen werk heeft en steeds dieper in de schulden raakt. Bertrand kan geen weerstand bieden aan allerlei aanbiedingen die hij krijgt via de telefoon en het internet terwijl zijn dochter op social media voortdurend gepest wordt. Christine is verslaafd aan series kijken en vraagt zich af waarom ze niet genoeg likes krijgt waardoor ze premium lid kan worden. Drie zielige figuren die overgeleverd zijn aan de technieken van de moderne tijd. Op komische wijze belichten de regisseurs de schaduwzijden van de verleidingen waar talloze mensen dagelijks mee geconfronteerd worden.

Overbelaste vrouw
SCHWESTERLEIN van het Zwitserse duo Stéfanie Chuat en Véronique Reymond is een gedegen melodrama over Lisa, een vrouw van middelbare leeftijd, die de zorg heeft voor haar eigenwijze moeder, haar tweelingbroer die kanker heeft, haar twee schoolgaande kinderen en een man die tegen haar wil carrière wil maken en nauwelijks rekening wil houden met haar carrière als schrijfster van toneelstukken. Al met al een druk bestaan waar menige vrouw van middelbare leeftijd zich in zal herkennen. Lisa heeft nauwelijks tijd om op adem te komen. Ze rent van hot naar her en krijgt uiteindelijk stank voor dank. Een goed gemaakte, degelijk film die de overbelasting van veel vrouwen voor het voetlicht brengt.

Undine

Undine

Spelletje
UNDINE van de Duitse regisseur Christian Petzold is een verdienstelijk liefdesdrama dat zich afspeelt in het hart van Berlijn. Logisch dus dat de film in de competitie van het filmfestival is opgenomen. Actrice Paula Beer speelt op innemende wijze de rol van de jonge vrouw Udine die in de steek wordt gelaten door haar vriend. Op de plek waar dat gebeurt, komt ze een nieuwe man tegen op wie ze smoorverliefd wordt. Na een mysterieus telefoontje van haar ex raakt Udine in totale verwarring hetgeen uiteindelijk tot een aantal opmerkelijke verwikkelingen leidt. Het eerste uur worden de personages heel nauwkeurig neergezet om tot een spannende finale te kunnen komen. In de handen van een regisseur als Michael Haneke zou de film dat ongetwijfeld doen. Bij Petzhold blijft de finale een beetje steken in een net niet spelletje ondanks de referenties naar het sprookje van de waternimf. Daar laat de regisseur de nodige kansen jammerlijk onbenut.

 

25 februari 2020

DEEL 2
DEEL 3



MEER FILMFESTIVAL

Preview Filmfestival Berlijn 2020

Preview Filmfestival Berlijn 2020:
Nadruk op Europese arthouse

door Bert Goessen

De nadruk van het 70ste filmfestival van Berlijn ligt vooral op Europese arthouse, gelardeerd met films uit Azië en Noord- en Zuid-Amerika. Gevestigde namen afgewisseld met werk van minder bekende regisseurs.

De Berlinale staat aan de vooravond van een nieuwe tijdperk. Van 2001 tot 2019 was Dieter Kosslick bijna twintig jaar lang verantwoordelijk voor het hoofdprogramma. Vanaf dit jaar is het de 49-jarige Carlo Chatrian die het competitieprogramma samenstelt. Chatrian was van 2013 tot 2018 directeur van het filmfestival van Locarno. Hij wordt bijgestaan door de uit Nederland afkomstige zakelijk leider Mariette Rissenbeek. Op het eerste gezicht wijkt het competitieprogramma van 2020 niet veel af van hetgeen Kosslick doorgaans programmeerde.

The Roads Not Taken

The Roads Not Taken

Bekende namen
Tot de bekende namen behoren de nieuwe films van Sally Potter (THE ROADS NOT TAKEN met Javier Bardem, Salma Hayek en Laura Linney in de hoofdrollen), Philippe Garrel (LE SEL DES LARMES), Christian Petzold (UNDINE), Hong Sangsoo (THE WOMAN WHO RAN), Tsai Ming-liang (RIZI), Rithy Panh (IRRADIES) en ‘enfant terrible’ Abel Ferrara (SIBERIA). Verder opvallend weinig films uit Amerika. Slecht 2 van de 18 competitiefilms komen uit de USA. Kelly Reichardts FIRST COW en Eliza Hittmans NEVER RARELY SOMETIMES ALWAYS waren al te zien in respectievelijk Telluride en Sundance.

Minder bekende namen
Tot de wat minder bekende namen behoort de film van het Belgische duo Benoit Delépine en Gustave Kervern (EFFACER L’HISTORIQUE). Zij werden in 2004 bekend met hun eerste film AALTRA. De Italiaanse broers Damiano en Fabio D’Innocenza presenteren hun familiedrama FAVOLACCE en eveneens uit Italië komt VOLEVO NASCONDERMI van regisseur Giorgio Diritti, een portret van Antonio Ligabue, de revolutionaire einzelgänger in de moderne kunst. Zwitserland is vertegenwoordigd met de film SCHWESTERLEIN van het in Zwitserland geboren vrouwelijk regisseursduo Stéphanie Chuat en Véronique Reymond. Een emotionele film over een broer en zus die samen kanker proberen te overwinnen.

Twee buitenbeentjes uit Zuid-Amerika zijn EL PROFUGO van Natalia Meta uit Argentinië en TODOS OS MORTOS van het Braziliaanse duo Caetano Gotardo en Marco Dutra. Als de slavernij in 1899 in Brazilië wordt afgeschaft, weten de drie vrouwen van een koffieplantage zich geen raad meer met het dagelijks leven. Marco Dutra maakte in 2017 samen met Juliana Rojas de film GOOD MANNERS.

Heel bijzonder is de selectie van de film THERE IS NO EVIL van de Iraanse regisseur Mohammad Rasoulof, die al sedert 2017 zijn land niet meer mag verlaten. Een film van 150 minuten waarin vier verhalen zijn verweven die over morele thema’s en de doodstraf gaan. Geen lichte kost dus.

Tenslotte is er ook nog een beetje Nederlandse inbreng met het mede door Lemming geproduceerde drama BERLIN ALEXANDERPLATZ van de Duitse regisseur Burhan Qurbani, die in 1980 is geboren uit Afghaanse ouders. In deze hedendaagse interpretatie van Alfred Döblins beroemde boek staat een vluchteling uit Guinee-Bissau centraal. Hij probeert een eerlijk leven te leiden in Berlijn, maar door zijn status als illegale vluchteling blijkt dat praktisch onmogelijk.

Berlin Alexanderplatz

Berlin Alexanderplatz

Weinig Azië
Opmerkelijk weinig films uit Azië zijn er dit jaar in het hoofdprogramma van Berlijn te zien en zelfs helemaal geen films uit China, terwijl vorig jaar de Gouden Beer nog werd gewonnen door het intens mooie drama SO LONG MY SON. Grote afwezige is ook Wes Anderson die in 2014 de Zilveren Beer won met THE GRAND BUDAPEST HOTEL en al sedert 2001 een regelmatig terugkerende gast is in Berlijn. Maar zijn nieuwe film THE FRENCH DISPATCH, die inmiddels al klaar schijnt te zijn, speelt zich af in een fictieve Franse stad met in de hoofdrollen Cecile de France en Lea Seydoux. Ongetwijfeld heeft Cannes zich dit snoepje niet laten afpakken en zien we de film in mei op het programma terug.

Naast de 18 competitiefilms vertoont Berlijn ook nog 20 Gala Premières van films die een breder publiek aanspreken. De openingsfilm MY SALINGER YEAR van de Canadese regisseur Philippe Falardeau behoort tot deze sectie. Falardeau werd internationaal bekend in 2011 met zijn film MONSIEUR LAHZAR. Zijn nieuwe film, met Sigourney Weaver, speelt zich af in de literaire kringen van het New York in de jaren 90.

Minamata

Minamata

Verder interessant
De overige films in deze sectie om naar uit te kijken zijn: PINOCCHIO van Matteo Garrone, met Roberto Begnini in de hoofdrol; POLICE van Anne Fontaine, met Omar Sy in de hoofdrol; ONWARD, de nieuwe Pixar-animatiefilm, MINAMATA van Andrew Levita, met Johnny Depp in de hoofdrol en SWIMMING OUT TILL THE SEA TURNS BLUE van de Chinese regisseur Jia Zhang-ke waarin drie schrijvers uit verschillende generaties vertellen over de invloed van de Culturele Revolutie, de Heropvoedingspolitiek en de modernisering van het hedendaags China op hun werk.

Lees hier het programma van de Berlinale 2020.

 

18 februari 2020


MEER FILMFESTIVAL

Parasite Black & White had nooit IFFR-publieksprijs mogen winnen

Ondertussen, op de redactie:

Parasite Black & White had nooit IFFR-publieksprijs mogen winnen

 

COR:

Beste collega’s,

Parasite is de eerste Koreaanse film die in Cannes een Gouden Palm won. Deze genres overschrijdende rolprent gooit internationaal hoge ogen en zal ook wel een paar Oscars winnen.

In Nederland draaide de film al op de filmfestivals van Vlissingen en Leiden. Het IFFR in Rotterdam heeft de wereldpremière van de zwart-wit versie van Parasite – nadat regisseur Bong Joon-ho eerder Mother in zwart-wit had gelanceerd.

“Ik ben er zeker van dat iedereen een andere opvatting zal hebben over deze versie”, meldt de Koreaanse filmmaker. “Zelf vind ik dat alle personages er nog pathetischer uitzien, en dat het onderscheid tussen de drie verschillende ruimtes waar de families verblijven in al zijn grijstinten nog tragischer is.”

Volgens onze vrouw in Rotterdam, Suzan, zat de zaal bomvol Parasite-fans en maakt de film grote kans ook hier de publieksprijs te winnen.

Gaan we nu elke succesfilm in zwart-wit uitbrengen? Was het wel verstandig om de kleurloze versie van Parasite te laten meedingen in de polls? Moet Alfonso Cuarón van Roma nu maar een kleurenversie maken?

Parasite Black & White

 

ALFRED:

Persoonlijk ben ik blij met alle ophef rond Parasite: fantastische film (mijn nummer 2 van vorig jaar, als we aan jaarlijstjes hadden gedaan) en bovendien draag ik de cinema van Zuid-Korea een warm hart toe. Hopelijk zet het succes van Parasite de deur voor Zuid-Koreaanse films nog wat verder open; er is genoeg fraais dat het westen niet haalt en dat is ons gemis.

Parasite dreigt een regelrechte wereldhit te worden en dat is bepaald opmerkelijk voor een niet-Engelstalige film, die het afgelopen jaar op festivals wereldwijd met applaus is ontvangen en het krankzinnige aantal van 170 (!) onderscheidingen is toebedeeld. Regisseur Bong Joon-ho vliegt van talkshow naar interview en heeft nauwelijks tijd om zijn nieuwe film voor te bereiden. Tussen al het promotiewerk door werkt hij in hotel en vliegtuig aan een nieuw script. De regisseur is op dit moment meer verkoper dan filmer.

En dat verklaart mogelijk waarom Parasite nu opeens in een zwart-witversie opduikt. Het is marketing, uitmelken van manifest succes.

Is dit een idee van de regisseur? In dat geval, wat is zijn motivatie? Waarmee verkoopt hij deze zet? Wat voegt de zwart-witvariant toe? Is de oorspronkelijk versie dan niet goed genoeg? Waarom niet direct in zwart-wit gedraaid? Vragen en nog meer vragen.

Of is dit een idee van het marketingteam? Dat zou me niet verbazen, want ik heb marketeers slechts bij hoge uitzondering op een origineel en goed idee kunnen betrappen. Doorgaans ‘leent’ men van meer begaafde types, de creatieven, en hangt vervolgens de gebraden haan uit.

Wat me wel verbaast is dat IFFR een bewezen hitfilm in een gefilterde versie – want zwart-wit betekent in dit geval simpelweg een ander filter voor de lens – laat meedraaien in het circus rond de publieksprijs. Wederom, wellicht een marketingdingetje.

Het is armoede, een schrijnend gebrek aan creatieve ideeën. Hitfilm opnieuw uit in andere kleur? Non-idee.

Maar let op, men vreet het. De observatie van Suzan tijdens IFFR bevestigt het. Ik zou in dit verband Aristoteles willen citeren, of parafraseren: waarom zou je de ezel sla voeren als hij ook distels eet?

Parasite Black & White

 

TIM:

Suzans intuïtie heeft haar niet in de steek gelaten: op het moment van schrijven is enkele uren bekend dat Parasite Black & White (de versie rijmt nog ook) de BankGiro Loterij (!)-publieksprijs heeft gewonnen. Ik vind het, ik ben eerlijk plat, een vrij grote schande. Aan de prijs is een bedrag van 10.000 euro verbonden – dat gun je een film die maar één keer bestaat en zijn sporen nog niet elders heeft verdiend. De kwaliteit van Parasite an sich en het vermeende onderscheidingsvermogen van deze versie (die ik zelf niet ben gaan zien) doen in dit verband voor mij totaal niet ter zake. Als organisatie hoor je er in mijn ogen gewoonweg voor te kiezen de versie als een special treat te draaien en de scheurkaarten in de zak te houden. In dit geval kon je er donder op zeggen dat alle lyrische bezoekers de film naar de winst zouden stemmen.

Nu was ik eerder al sceptisch over de keuze om zó snel met een zwart-witversie te komen. De Black & Chrome-edition van Mad Max: Fury Road bleek een groot succes (en terecht), maar daar zat tenminste een langere periode tussen. Ook is het in de huidige situatie veel duidelijker dat er een een-tweetje is gescoord met de komst & masterclass van de filmmaker. Tijdens die sessie grapte Bong naar aanleiding van de onvermijdelijke ‘waarom’-vraag overigens dat hij zichzelf wijs wilde maken dat ‘ie een klassieker had gemaakt. Zelfspot kun je hem niet ontzeggen, maar de nasmaak blijft. Het commerciële plaatje tekent zich te scherp af – Alfred heeft er al genoeg over gezegd en voldoende vraagtekens geplaatst. Ik voeg er enkel aan toe dat geïnteresseerden op YouTube kunnen terugzien hoe de Portugese regisseur Pedro Costa (ter plaatse met zijn Vitalina Varela) op hetzelfde IFFR cynisch-kritisch oreerde over de rol van producers en marketeers in de filmwereld.

Parasite

 

COR:

Op de site van het IFFR laat Bong Joon-ho weten dat in zwart-wit de ‘personages pathetischer’ en de ‘locaties tragischer’ overkomen. In een interview met NRC voegt hij eraan toe dat de kijker nu “meer nuances ziet in het spel en op de gezichten van de acteurs”. De uitspraken van de regisseur neigen naar een wel heel simplistische manier om een doorzichtige marketingtruc artistiek te rechtvaardigen.

De Koreaan had beter iets kunnen zeggen in de trant van zijn Duitse collega Edgar Reitz die voor zijn bejubelde Heimat-kroniek wél een overdachte artistieke keuze maakte. “Zwart-witscènes werken om een of andere reden op het gemoed. Het is alsof men dieper in de ziel van de personen kan binnendringen. Zwart-witbeelden mobiliseren de onbewuste inhoud, zorgen voor een grotere nabijheid met de personen op het witte doek en worden makkelijker herinnerd. Kleurenbeelden zijn decoratiever en daardoor ook vaak moeilijker op te slaan in het geheugen.”

Het door Alfred geformuleerde begrip “uitmelken” lijkt in het geval van Parasite geheel op zijn plaats. Voor je het weet valt zo’n kwaliteitsfilm jammerlijk van zijn voetstuk. Ook ben ik het geheel eens met Tim die uitlegt waarom hij het “een vrij grote schande” vindt dat de zwart-witversie mocht meedingen naar de IFFR-publieksprijs. Juist door deze armoedige keuze slaat het IFFR de plank faliekant mis! Naast alle (gegunde) extra publiciteit en marketingopties, wilde het Rotterdamse filmfestival mogelijk het gebrek aan andere ‘grote’ filmtitels tijdens deze editie verhullen.

Parasite Black & White krijgt vanaf 13 februari zowaar een officiële bioscooprelease.

 

SJOERD:

Ik kijk uit naar de Parasite 1,5x snelheid versie.

 

6 februari 2020

 

Meer ‘Ondertussen, op de redactie’

IFFR 2020 – Deel 5 (slot)

IFFR 2020 – Deel 5 (slot):
Arthouse verkent grenzen van genrefilm

door Suzan Groothuis

Het IFFR – met 573 vertoningen – toonde opnieuw groei: 13.000 bezoekers meer dan vorig jaar. Ook scholieren bezochten het festival, dankzij het educatieprogramma. Hierbij een laatste terugblik op enerverende filmdagen.

Er waren de toppers (veelgehoord: Corpus Christi, Les Misérables), onverwachte verrassingen (VHYes met hoog eighties-gehalte, het verstilde maar veelzeggende Moving On, de Iraanse politiethriller Just 6.5) en de dompers (met als dieptepunt Dreamlife, over een droom-experiment met de lelijkste cgi-muis ooit).

Daartussen heel veel redelijks, maar waarvan je je wel afvraagt of het uiteindelijk zal beklijven. Wie de publiekspoll volgde, werd eind vorige week ineens verrast door een nummer 1-notering voor Parasite B&W Version, met vlak daarachter Les Misérables en Corpus Christi. De winnaar riep vooral vragen op en bracht een terechte discussie teweeg. Waarom deed Parasite, al is het in de nieuwe zwart-wituitvoering, mee met de poll? De film heeft al een release gehad en is dermate gepromoot en in de prijzen gevallen dat deze notering overbodig aanvoelt en vooral een hulde van fans lijkt. Verder krijgen opvallend veel titels een bioscooprelease, maar echt grote namen bleven uit. Ook opmerkelijk waren de films waarin arthouse en genrefilm zijn vermengd, wellicht met het doel een breder publiek aan te spreken. Hieronder een selectie.

 

Little Joe

Little Joe – Verraderlijke bloemen
Jessica Hausners Little Joe is daar één van. Geïnspireerd door Invasion of the Body Snatchers, een persoonlijke favoriet van Hausner. Wat haar het meest triggert in die film is de vraag wat normaal is en wat niet. Zodra de peulen bezit nemen van mensen, zijn zij zichzelf niet meer. Maar wat is dat eigenlijk, jezelf zijn? Die vraag komt ook terug in Little Joe, haar eerste productie met een internationale cast.

In Little Joe draait het om de devote plantenkweker Alice (Emily Beecham, voor haar rol gelauwerd in Cannes). Zij is bezig met het ontwikkelen van een nieuwe plantensoort. Een oogstrelende bloem, waarvan de pollen een gelukmakend stuifmeel afgeven. Stiekem neemt ze er één mee naar huis voor haar zoon, die zichtbaar worstelt met de scheiding tussen zijn ouders. En het werkt: Joe wordt gelukkiger. Maar Joe is ook niet langer zichzelf. Een soort gemaaktheid maakt zich van hem meester. En hij keert zich steeds meer tegen zijn moeder.

Ook op de kwekerij gebeuren er gekke dingen. De planten, vernoemd naar Alice’s zoon, lijken ook bezit te nemen van Alice’s collega’s. Bella (Kerry Fox), die er al een tijd werkt, heeft het gelijk door. Ze vertrouwt Alice haar theorie over de plant toe. Maar Alice moet daar in eerste instantie niets van weten. Kom niet aan haar Little Joe!

De film, in fraaie steriele beelden geschoten, speelt vervolgens met het idee wat normaal is en wat niet. Mensen veranderen, maar komt dat door de pollen? Klopt Bella’s theorie? En in hoeverre is Alice zelf al door de pollen besmet? Die laatste vraag is het meest interessant, want Emily Beecham heeft als Alice iets onwerkelijks; altijd onberispelijk, maar wat oubollig gekleed, en met haar afstandelijke houding zowel zeker als kwetsbaar. Met andere woorden, je krijgt weinig grip op haar persona.

Toch is er ook veel aan Little Joe op te merken. De theorie dat de pollen kwaadaardig zijn, komt zo snel dat dit een groot deel van de spanning wegneemt. Daarbij ademt de film een klinische, afstandelijke sfeer, wat maakt dat er geen binding met de personages ontstaat. Er volgt een voorspelbaar en wat mager verhaal, waarin het draait om de dubieuze kracht van de pollen en wat die met mensen doet. Zo schipperen de rode bloemen tussen briljant medicijn en kwade voortplanters. Ergens, onderliggend, is er kritiek op de rol van de farmaceutische industrie. De bloemen leveren geld vanwege hun medicinale werking; en wanneer iets geld opbrengt, heeft de mens de neiging datgene te beschermen. Uiteindelijk kan je je van het kille Little Joe afvragen, wie wie in zijn greep houdt: de pollen of de mens?

 

Bacurau

Bacurau – Bloederige taferelen in slapend stadje
Na Hausners ijzige arthousethriller gaan we naar Brazilië, waar regisseurs Kleber Mendonça Filho (Aquarius, Neighbouring Sounds) en Juliano Dornelles de handen ineen slaan. Bacurau is een mengeling van genres tegen een sociaal-realistische achtergrond, waarbij dorpelingen moeite moeten doen om het hoofd boven water te houden.

Het kleine dorpje Bacurau, in het noordoosten van Brazilië, heeft het namelijk niet makkelijk. Teresa, die ernaar onderweg is vanwege het overlijden van haar oma, merkt dat er vreemde dingen gaande zijn op de route. Zo versperren kapot gereden doodskisten de weg en zien we een bloederig lijk. En ook in Bacurau, waar ze niet bepaald warm onthaald wordt, wacht de dood op haar. Terwijl er afscheid wordt genomen van haar oma verstoort de plaatselijke dokter Domingas (Sônia Braga, ook te zien in Aquarius) de dienst.

Er is onrust onder de dorpelingen, zoveel is zeker. De dam is namelijk afgesloten, wat maakt dat ze voor water naar naburige steden moeten reizen. Maar ook wegen zijn versperd, wat het verkrijgen van water weer moeilijk maakt. En dan is er de vreselijke burgemeester Tony jr., die beterschap belooft in de vorm van boeken die niemand meer wil lezen, omstreden medicatie en voedsel dat over de datum is.

En dan gebeuren er steeds gekkere dingen. Een vliegende schotel die over het landschap zoemt en Bacurau in de gaten houdt. Twee motorrijders in felle pakken. En Udo Kier als Amerikaanse Duitser die er met zijn team genoegen in schept om Bacurau, letterlijk, van de kaart te vegen.

Met de komst van Kier en zijn Amerikanen wordt Bacurau steeds gewelddadiger. En verandert de film in een genremix waarin het Wilde Westen, scifi en bloedige horror samensmelten. Het dorp, dat in eerste instantie ingeslapen leek, moet de oude moed van vroeger bijeenrapen om zich te wapenen tegen deze extremistische vreemdelingen. De vraag is, werkt het? De film begint met zijn bizarre sfeer veelbelovend, maar verzandt in ‘teveel van het goede’: zeker wanneer Kier met zijn maten op de proppen komt. Over de top, zonder achtergrondinformatie, zien we hoe leeg geweld zich meester maakt van de film. De effecten, waaronder een exploderend hoofd, zijn knap gedaan, en het strijdbare van de dorpelingen is voelbaar. Maar uiteindelijk voelt Bacurau als een gekke exploitatie van genres om een politiek statement te maken.

 

VHYes

VHYes – Voorliefde voor eighties
Een van de verrassingen op het IFFR was VHYes. Het is de eerste lange film van Henry Jack Robbins, zoon van beroemd acteursduo Tim Robbins en Susan Sarandon. In zijn speelfilmdebuut volgen we de twaalfjarige Ralph in 1986. Ralph en zijn videocamera zijn onafscheidelijk. Hij filmt alles wat hij interessant vindt, zoals de avonturen van hem en zijn vriendje Josh, maar hij neemt ook op van televisie. En wat is dan interessant voor een jongen van zijn leeftijd? Foute Tel Sell-reclames, gecensureerde B-porno en Painting With Joan, een erotische variant van Bob Ross.

Niet wetende dat hij over de huwelijksband van zijn ouders filmt, zien we een bonte mix van beelden voorbij komen. Ondanks dat het pastiche is, is het bijzonder knap gedaan: met gevoel van nostalgie en humor beleven we de eighties vanuit de ogen van een twaalfjarige. Meest in het oog springend zijn het droge Painting With Joan met actrice Kerri Kenney, en een grimmige Amerikaanse variant op Tussen Kunst en Kitsch. Eigenlijk is alles leuk in VHYes. Over de top, en toch zo eighties als het maar kan. Bovendien: gefilmd met echte, oldskool videocamera’s, wat volgens Robbins nog een hele beproeving was.

Hoewel fragmentarisch van opzet – we vliegen van beeld naar beeld – komt alles samen in een origineel einde dat aan found footage à la The Blair Witch Project doet denken. En ja, er zit zelfs een waarschuwende, vooruitziende blik in deze retrokomedie. In een van de programma’s wordt gewaarschuwd voor VHS-recorders. Ooit zullen we allemaal drager zijn van een mini-VHS-recorder, en zal de wereld er zijn om gefilmd te worden. Illustratief voor het nu, waarin mens en telefoon één zijn. En, niet gelogen, het was zelfs merkbaar op het IFFR. In een aantal voorstellingen waren mensen foto’s aan het maken van de films die ze keken. Alles moet vastgelegd worden, een gegeven waar VHYes met bijtende ironie mee speelt.

 

L’extraordinaire voyage de Marona

L’extraordinaire voyage de Marona – Door de ogen van een hond
Voor liefhebbers van animatie is er ook wat te halen. Anca Damians L’extraordinaire voyage de Marona bijvoorbeeld, dat verhaalt over een hondje dat afscheid van het leven neemt. De openingsscène toont hoe Marona op een drukke autoweg wordt aangereden. In grove getekende lijnen zien we hoe ze één wordt met het grijze asfalt.

Wat doe je, als je daar hulpeloos ligt en weet dat je gaat sterven? Je blikt terug. En zo worden we als kijker meegenomen in Marona’s wereld, die zowel pijnlijk als mooi is.

Ze is het product van een edele rashond en een parmantig vuilnisbakkie. Met haar krullende staart, sprieterige oortjes en hartvormige neusje is het een schattig beestje om te zien, maar de eerste eigenaar zet haar al snel op straat. Hij is niet de eerste die afstand doet van Marona. We zien hoe ze bij een acrobaat belandt, een mens met een geur om van te houden. En hoewel Marona gek op hem is, besluit ze zelf weg te gaan – haar mens is ongelukkig, en dat is voor een hond moeilijk aan te zien.

Vervolgens zien we hoe Marona van eigenaar naar eigenaar gaat. De een teder en liefdevol, de ander hatelijk en egoïstisch – hondeneigenaren zijn er in alle soorten en maten. Desondanks past Marona zich aan en neemt verantwoordelijkheid. Een mens zorgt voor een hond, maar dat geldt andersom ook.

Het meest opvallend aan L’extraordinaire voyage de Marona is hoe de film geanimeerd is. Grof, simpel, kleurrijk, organisch. De acrobaat is bijvoorbeeld vormgegeven in vloeiende lijnen, die zich speels door het beeld bewegen. En Parijs is opgetrokken uit bordkarton, waar ondertussen van alles gebeurt: zelfs planeten trekken voorbij.

Met L’extraordinaire voyage de Marona beland je in een wonderlijke omgeving, die je bekijkt vanuit de ogen en wijsheid van een hond. Een expressieve verrassing met een mooi verhaal, waarin thema’s als identiteit, verantwoordelijkheid en grenzeloze liefde besloten liggen.

 

3 februari 2020

 

DEEL 1
DEEL 2
DEEL 3
DEEL 4

 


MEER FILMFESTIVAL