Kaboom Animation Festival 2021 – Preview

333 films uit 53 landen 6 dagen online
Nieuwe kans Kaboom Animation Festival

door Ralph Evers

Het Holland Animatie Film Festival (HAFF) en KLIK Amsterdam Animation Festival zijn in 2019 samen opgegaan in Kaboom. De tweede editie vorig jaar ging niet door vanwege corona, maar wordt dit jaar wel gehouden. Online, van woensdag 31 maart tot en met paasmaandag 5 april, met maar liefst 333 films uit 53 landen. In deze voorbeschouwing drie blikvangers uit het programma: On-Gaku, My Favorite War en Mosley.

 

On-Gaku

On-Gaku Niet knokken maar muziek maken
Deze Japanner is vooral maf met droge humor op zijn Fins, zoals je bij de personages in de films van Aki Kaurismäki tegenkomt. In On-Goku komt ook de liefde voor rock-’n-’roll naar voren, al kiest regisseur Kenji Iwaisawa meer voor seventies progrock. Want in één van de lijpste scènes zien we Tarkus een loden zeppelin neerknallen, terwijl de bekendste koe uit begin jaren zeventig verdwaasd om zich heen kijkt en een lokale folkmuzikant nog maar even door het buizenstelsel gezogen wordt, wat voor de kenners van Mike Oldfield maar al te bekend voorkomt. Voor we echter in deze psychedelica terechtkomen, hebben we wat vervreemdende minuten achter ons.

Kenji, de protagonist in deze met rotoscoop gemaakte animatie, is een verveelde adolescent die samen met zijn vrienden zijn tijd wat doorbrengt door op te scheppen tegen het naïeve meisje Aya, die hen steevast de drie musketiers noemt. Kenji zal wel even in de nabijgelegen wijk herrie schoppen door wat punkers mores te leren. Een en ander loopt anders wanneer Kenji bij een schermutseling op straat een basgitaar in handen krijgt. Het knokken wordt ingeruild voor muziek maken. Geen idee hebbende echter wat het verschil is tussen gitaar en basgitaar eindigt hij met twee basgitaren en een uiterst minimaal drumstel. Het enthousiasme is er niet minder om en al snel vormen ze een band, wat nieuwe mogelijkheden tot wedijver schept. De gitarist van een lokale folkband raakt echter betovert door ze en organiseert een rockfestival, waar Kenji’s band met een verrassende twist de show steelt.

De animatie doet simplistisch, doch doeltreffend aan. Het verhaal is naïef, maf, traag, onderkoeld en grappig. Mits je van deze stijl van humor houdt.

 

My Favorite War

My Favorite War – Ontwaken uit corrumperend systeem
Zo droog als On-Gaku is, zo zwaar is My Favorite War van de Letse documentairemaakster Ilze Burkovska Jacobson. Met een aanvankelijk idyllisch beginnende film reconstrueert ze de geschiedenis van haar familie ten tijde van nazibezetting en Sovjetterreur. Middels animatie reanimeert ze de vergeten geschiedenissen, de verhalen van de anonieme burgers in kleine stadjes op het Letse platteland, die ze afwisselt met archiefmateriaal uit die tijd. Haar coming of age verwerkt ze als rode draad door haar documentaire, afgezet tegen de verhalen van haar ouders en grootouders. Met het ouder worden begint ze pas te beseffen hoe de hersenspoeling van het communistische regime werkt en dat elk individu een schakel in dit mens ontwaardende systeem is. Haar ontwaken en de schaamte die ze voelt bij het passief medeplichtig zijn aan een corrumperend systeem trekt ze aan het slot naar een groter kader, wanneer ze het leven als een rivier voorstelt waar de bordkartonnen diepgang van de demagogen van de twintigste en eenentwintigste eeuw in het water krachteloos verweken en verdrinken.

Een diepere filosofische beschouwing die My Favorite War oproept, is enerzijds de hang van de mens om in een verhaal te leven en dit mede te creëren, in het geval van de filmmaakster vrij letterlijk in haar verlangen journalist te worden. Anderzijds het gevaar van verhalen, want ze onttrekken gemakkelijk de schaduwkanten en versimpelen de complexere alledaagse werkelijkheid. Een essentieel aspect dat voor potentaten goud is en door de geschiedenis heen tot allerlei humanitaire rampen heeft gezorgd. De waarschuwing in deze film is dan ook om je te midden van ieder systeem hiervan gewaar te worden en waar nodig en mogelijk in verzet te komen.

 

Mosley

Mosley – Platgetreden animatiestijl
Het Nieuw-Zeelandse Mosley richt zich vooral op het jongere publiek en moet het hebben van de inmiddels platgetreden animatiestijl vooral bekend van de grote Amerikaanse studio’s. Mijn kritiek daarop is inmiddels een vastgelopen langspeelplaat. Animatie is het filmmedium bij uitstek om te toveren, te experimenteren of met sferen te spelen en de dertien in een dozijn producties ontberen al deze speelse, verrijkende mogelijkheden. Mosley zal voor kinderen nog wel werken – die kun je ook talloze keren dezelfde aflevering van Shaun the Sheep of Barbapapa voorschotelen – vervelen doet het hen niet, maar voor ouders is er weinig sprankeling in Mosley

De verhaallijn laat zich uittekenen als een speech van Wilders over de islam, zij het zonder de schofferingen (behalve op je verwonderingsvermogens). Tel daarbij op een gebrek aan humor en wat goedkoop sentiment en je moet wel van je kinderen houden om deze film uit te kunnen zitten. Ondergetekende is het derhalve dan ook ontgaan waarom deze film gemaakt is, behalve om kinderen nog weer eens een aloud verhaal voor te kunnen schotelen.

Kijk hier het programma van de tweede editie van het Kaboom Animation Festival.

 

27 maart 2021

 
MEER FILMFESTIVAL

CinemAsia 2020 – Deel 2

CinemAsia 2020 – Deel 2:
Iedereen is op de vlucht

door Cor Oliemeulen

Zuid-Korea vervult een voortrekkersrol in de Aziatische cinema. In ons tweede en laatste verslag van CinemAsia 2020 aandacht voor een broeierige misdaadfilm, een romantisch drama, een documentaire over een scheepsramp en een uiterst onderhoudende rampenfilm, vermomd als actiekomedie. Gemeenschappelijk thema van deze vier Koreaanse films: iedereen is op de vlucht. Maar niet iedereen zal het overleven.

 

The Wild Goose Lake

The Wild Goose Lake – Klopjacht in neon
Na zijn bejubelde Black Coal, Thin Ice (2015) keert de Chinese filmmaker Yi-nan Diao terug met een broeierige neo-noir, waarmee hij opnieuw mikt op een groot publiek in binnen- en buitenland. Plaats van handeling is Wuhan (dat inmiddels het epicentrum van het Coronavirus is). In deze stad woedt een gewelddadig conflict tussen twee bendes. Na de dood van enkele criminelen en een politieagent ontstaat een klopjacht op antiheld Zhou, die zich samen met een mysterieuze dame verbergt in de wetteloze contreien rond het Wilde Ganzenmeer.

Liet hij zich in zijn vorige misdaadfilm al inspireren door de donkere atmosfeer van The Third Man (1949) van Carol Reed en het werk van Orson Welles, met The Wild Goose Lake steekt Diao ook zijn voorliefde voor het Duitse Expressionisme (jaren twintig vorige eeuw) niet onder stoelen of banken. Het gebruik van schaduwen en uitvergrote stijlmiddelen wordt aangevuld met het originele kleurgebruik van Diao’s vaste cinematograaf Jingsong Dong (ook Long Day’s Journey Into Night, 2018).

De klopjacht op een moordenaar door zowel onderwereld als politie mag dan wel een modern eerbetoon aan M (1931) van Fritz Lang zijn, desondanks wordt het plot overvleugeld door de atmosfeer van kunstzinnige arthouse. De korte scènes in de dierentuin en de circustent lijken wat gekunsteld, de fellatioscène in de roeiboot is gewaagder. Echt enerverend wordt The Wild Goose Lake pas als de meute jagers de locatie van Zhou heeft ontdekt. De film draait vanaf 12 maart in een aantal landelijke bioscopen.

Nog te zien vrijdag 6 maart 21.45 uur in Studio/K.

 

Moonlit Winter

Moonlit Winter – Verboden liefde
De Koreaanse middelbare scholiere Sae-bom opent een mysterieuze brief die is bestemd voor haar zojuist gescheiden moeder Yoon-hee. De brief is gepost door een oudere vrouw in het Noord-Japanse stadje Otaru die haar inwonende nicht een plezier denkt te doen. Sae-bom verzwijgt de inhoud van de brief aan haar moeder (en aan de kijker) en lokt die mee op een trip naar Japan. In het geheim gaat ook Sae-boms vriendje mee. Moonlit Winter (Yunhui-ege) is een verhaal over een verboden liefde dat sfeervol is gefilmd, maar dat laat op gang komt.

In de tweede speelfilm van Lim Dae-hyung is de eeuwige sneeuw van Otaru een metafoor voor gevoelens die zich moeilijk laten ontdooien. Zowel fysieke als emotionele afstand tussen mensen houden de personages in hun greep. Het verlangen naar liefde en aanraking neemt de toeschouwer mee naar een moeizame ontknoping, die begrijpelijkerwijs afstandelijk aanvoelt, maar warmte ontbeert. Vooral voor niet-Aziaten staan de culturele achtergronden een goed begrip over de menselijke verhoudingen in de weg: Japan-Korea, moeder-dochter en in dit geval de verboden liefde. Aanvankelijk is het moeilijk te begrijpen wie wie is en welke rol zij in het geheel hebben. Op die manier ontwikkelt het drama zich teveel als een puzzel die de kijker moet zien op te lossen en mis je enige uitleg of achtergrond, waardoor de emotionele betrokkenheid met de karakters laat op gang komt. Ondertussen zorgen de perikelen tussen Sae-bom en haar vriendje voor een vrolijke noot.

Nog te zien vrijdag 6 maart 21.20 uur in Studio/K en zondag 8 maart 19.30 uur in Studio/K.

 

Yellow Ribbon

Yellow Ribbon – De waarheid zinkt niet
De yellow ribbon geldt als een symbool van bewustzijn. Canadese moeders en vrouwen droegen het toen hun zonen en mannen in de oorlog moesten vechten en inwoners van Brazilië en Nieuw-Zeeland dragen het om de aandacht te vestigen op de vele suïcides. In de meeste landen staat het gele lintje symbool voor hoop en solidariteit. In Zuid-Korea zie je ruim vijf jaar na het zinken van de veerboot Sewol de afbeelding nog op vele plaatsen prijken ter nagedachtenis aan de slachtoffers en hun families van de ramp waarbij 304 van de 476 passagiers en bemanningsleden pal voor de kust de dood vonden.

De documentaire Yellow Ribbon van Yu Hyun-sook volgt vijf personen die op de een of andere manier waren betrokken bij de ramp op 16 april 2014 en de nasleep daarvan. Met name het feit dat de kapitein en een aantal bemanningsleden de passagiers aan hun lot overlieten, de te late reddingspogingen en de verdrinkingsdood van 250 middelbare scholieren hebben diepe indruk achtergelaten. De documentairemaakster kiest niet voor sensationele beelden, zoals de vele mensen aan de oever die de Sewol hebben zien zinken – het latere shot van de gehavende veerboot op een werf is al indrukwekkend genoeg.

Yellow Ribbon laat vooral zien hoe in Zuid-Korea na het falen van de autoriteiten een protestbeweging uitgroeit tot ongekende proporties. Dat niet iedereen de vele uitingen van burgerlijk ongenoegen steunt, blijkt uit het fragment dat tijdens een hongerstaking demonstratief gratis pizza’s worden uitgedeeld. Veel mensen kunnen zich niet identificeren met de nabestaanden en vergeten de ramp het liefst. Echter het merendeel van de bevolking kan niet wachten totdat de ware oorzaak eindelijk boven tafel komt en alle schuldigen ter verantwoording worden geroepen.

Nog te zien vrijdag 6 maart 17.00 uur in Rialto en zondag 8 maart 17.20 uur in Studio/K.

 

Exit

Exit – Game of drones
Exit (Ekisiteu) is zonder twijfel de grappigste film van CinemAsia 2020. Het debuut van Lee Sang-geun was met negen miljoen bezoekers een grote kaskraker in Zuid-Korea en is ook voor de westerse kijker uiterst onderhoudend. Yong-Nam (Jo Jung-suk) heeft na zijn studie geen zin om te gaan werken en houdt zich het liefst bezig met rotsklimmen. Hij dringt erop aan dat het zeventigste verjaardagsfeest van zijn moeder wordt gevierd in Dream Garden, omdat daar zijn oude vlam Eui-ju (Im Yoon-ah) werkt. Nadat de stad wordt overspoeld met wit gifgas dat ook de etage van Dream Garden dreigt te bereiken, moet Yong-Nam alles op alles zetten om zijn familie en zijn liefje te redden.

In deze als actiekomedie vermomde rampenfilm worden halsbrekende toeren afgewisseld met heerlijk hysterisch sentiment waarbij Yong-Nams vader (Park In-hwan) de kroon spant door in alle opzichten en op alle momenten fanatiek mee te leven met het lot van zijn zoon. Net als in de meeste andere (Amerikaanse) rampenfilms stapelen de genreclichés zich langzaam op, echter Exit blinkt uit door originele vondsten, subtiele humor en het gemis van (bloederig) geweld, terwijl de bovengemiddelde realiteitszin ook de kijker klamme handen garandeert. De capriolen in Safety Last! (1923) waarin filmkomiek Harold Lloyd aan de wijzers van een torenklok bungelt, zijn kinderspel met het soms bloedstollende klimwerk van onze Koreaanse held in wording. Steeds verder en steeds hoger leidt de weg naar redding, totdat er uiteindelijk hulp uit onverwachte hoek komt. Het inlevingsvermogen en het sentiment, soms compleet over de top, van Exit zijn zo meeslepend dat menig kijker het niet droog zal houden.

Nog te zien vrijdag 6 maart 19.15 uur in Studio/K en zaterdag 7 maart 21.45 uur in Studio/K.

 

6 maart 2020

 

Deel 1

 

MEER FILMFESTIVAL

CinemAsia 2020 – Deel 1

CinemAsia 2020 – Deel 1:
Anderen helpen, maar ook jezelf

door Cor Oliemeulen

De Aziatische cinema is bezig aan een onstuitbare opmars. Daar kan geen virus wat aan veranderen. In ons eerste verslag van CinemAsia 2020 twee opvallende drama’s uit India, het Indonesische antwoord op de Amerikaanse superheldenfilm en een nachtmerrieachtige thriller over de Chinese onderdrukking in Taiwan. Gemeenschappelijk thema: soms moet je anderen helpen om jezelf te kunnen helpen.

 

The Wayfarers

The Wayfarers – Humaan geploeter in de modder
Dat de Indiase cinema veel meer is dan Bollywood bewijst Goutam Ghose, die in de jaren zeventig begon als documentairemaker en fotojournalist. Zijn sociaal-realistische stijl komt tot uitdrukking in zijn jongste speelfilm The Wayfarers (Raahgir), waarin hij zich andermaal focust op het leven van de onderklasse in de Indiase samenleving.

De moedige Nathuni (Tillotama Shome: Moonsoon Wedding, 2001) woont met haar verlamde man en hun zoontje en dochter in een geïsoleerde omgeving. Ze hebben weinig te eten, maar proberen het beste van het leven te maken. We volgen Nathuni de dag nadat ze door twee mannen dreigt te worden verkracht. Ze moet vele kilometers lopen over ongeplaveide wegen en paadjes om werk in de stad te zoeken. Onderweg ontmoet ze de opgewekte Lakpathi (Adil Hussain: Life of Pi, 2012). In korte flashbacks vertellen ze over hun levens. Zo leren we dat Nathuni’s man tijdens een betoging een politiekogel in zijn rug kreeg en dat Lakpathi vroeger een begenadigde danser was die door zijn grootste concurrent uit de gemeenschap werd verjaagd. Op weg naar de stad ziet het koppel hoe een marskramer met zijn motor en karretje met twee doodzieke bejaarde zwervers vastzit in de modder. Niemand wil hem helpen, maar Nathuni en Lakpathi steken de handen uit de mouwen om hun voetreis vol ontberingen te voltooien.

The Wayfarers is een klein drama met een heel groot hart. We zien hier mensen, niet gehinderd door enige luxe, die niet zeuren wanneer ze iemand in nood moeten helpen. De dankbaarheid die volgt is al even ontroerend.

Nog te zien zaterdag 7 maart 21.30 uur in Rialto.

 

Dolly Kitty and Those Twinkling Stars

Dolly Kitty and Those Twinkling Stars – Liever leven dan overleven
Ook verstoken van de obligate Bollywood-liedjes en -dansjes is Dolly Kitty and Those Twinkling Stars van de Indiase scenarist en regisseur Alankrita Shrivastava. Op CinemAsia 2016 won zij de publieksprijs met Lipstick Under My Burkha, dat vanwege de opzwepende verbeelding van rebelse vrouwen in eigen land verboden was. Ook in haar derde speelfilm worden taboes doorbroken en staat het verzet van vrouwen in een door mannen gedomineerde samenleving centraal.

De jonge Kajaal vertrekt naar een voorstad van New Delhi om werk te zoeken. Zij gaat logeren bij naar nicht Dolly, die naar buiten toe pretendeert een voorbeeldig en onbezorgd leven te leiden met haar man en twee zoontjes. Tijdens haar eerste baantje in een schoenenfabriek wenst Kajaal zich niet als een slaaf te laten behandelen. Nadat Dolly’s man zich aan haar probeert op te dringen, verkast Kajaal naar een hostel en vindt een baan in een callcenter waar ze, als Kitty, romantische gesprekken met telefonerende mannen moet voeren. Hoewel Dolly er aanvankelijk schande van spreekt, zeker nadat Kajaal verliefd wordt op een beller, laat ook zij zich niet langer ringeloren door haar directe (mannelijke) omgeving. Ook zij vindt een nieuwe liefde.

Dolly Kitty and Those Twinkling Stars past goed in de huidige trend van vrouwen in India die voor hun eigen belangen en (seksuele) gevoelens opkomen. Een oprechte, sympathieke film met een lach en een traan die nergens vergeet onderhoudend te zijn.

Nog te zien vrijdag 6 maart 21.30 uur in Rialto en zaterdag 7 maart 14.00 uur in Rialto.

 

Gundala

Gundala – De eerste Indonesische superheld
Het grootste entertainmentbedrijf van Indonesië, Bumi Langit, publiceerde de afgelopen 60 jaar meer dan 500 karakters in stripverhalen. Als antwoord op de superheldenfilms van Marvel en DC Comics is Gundala het eerste populaire personage dat in een nieuwe reeks op het witte doek verschijnt. De ambities zijn er, maar om echt te concurreren is er qua originaliteit en uitvoering nog wel wat werk aan de winkel.

Het jochie Sancaka verliest zijn vader tijdens een gewelddadige arbeidersopstand en een jaar later verdwijnt zijn moeder spoorloos. Hij leert van zich af te bijten en gaat als hij volwassen is werken als beveiliger en monteur van een drukkerij. Net zoals Batman verliest Sancaka zijn ouders op jonge leeftijd en heeft hij één angst: geen vleermuizen, maar bliksem. Maar op het moment dat Sancaka wordt getroffen door de bliksem krijgt hij superkrachten en verandert hij in de superheld Gundala. Hij zal het opnemen tegen allerlei gespuis van de straat en de corrupte overheid die moordlustige wezen traint en hypnotiseert om de duistere samenleving verder te ontwrichten.

Gundala van Joko Anwar begint veelbelovend met een aardige premisse, mooie beelden en een jongetje dat wat doet denken aan zijn collegaatje in Lion (2016) dat aan zijn lot is overgelaten. Maar later wordt de film steeds rommeliger en stapelen de clichés en ongeloofwaardigheden zich op. Zo is de schurk een deels verbrande Two-Face, lijkt het muziekthema verdacht veel op dat van Marvel en begint het ook buiten het regenseizoen spontaan te bliksemen zodra Gundala superkrachten nodig heeft. Verder zien veel vechtscènes er even onbeholpen uit als de outfit van onze sympathieke superheld.

Gundala verdient een betere sequel. Ondertussen staat de volgende superheld van Bumi Langit aan de zijlijn te trappelen: de blinde zwaardvechter Mata Malaikat. Deze titelheld zal worden vertolkt door Iko Uwais (bekend van de The Raid-films), dus dan zijn spectaculaire martial arts in ieder geval gewaarborgd.

Nog te zien zaterdag 7 maart 19.15 uur in Studio/K.

 

Detention

Detention – Doden tot leven brengen
Een zenuwslopende, deprimerende film met een hoopvolle boodschap. Dat is Detention (Fanxiao) van John Hsu, die zijn debuut baseerde op een populair videospel. Plaats van handeling is een bijna uitgestorven school in Taiwan tijdens de Chinese staat van beleg in de jaren zestig. Hsu mengt intelligent een politiek drama met romantiek en horror. Stijlvol gefilmd, ingenieus gemonteerd en bij vlagen ontroerend.

Tijdens het totalitaire regime zijn de meeste boeken verboden. In de kelder van een school komen de leden van een geheim boekenclubje samen. Maar dan blijkt dat iemand het clubje heeft verraden, waardoor de andere leden worden gemarteld en vermoord. In een nachtmerrieachtige sfeer gaat een meisje op zoek naar antwoorden. En zoals dat gaat in nachtmerries weet je niet altijd wat en waarom iets gebeurt en bevind je je plots weer in een andere dimensie en situatie. De geluidsband is sinister, de beelden zijn afwisselend onheilspellend, luguber, angstaanjagend, maar op andere momenten poëtisch. De horrorelementen illustreren de verschrikkingen die de Taiwanese bevolking tijdens de Chinese onderdrukking moest ondergaan.

Het hoopvolle van Detention is dat het verbod van boeken ‘het woord’ nooit zal kunnen uitbannen. Dat blijkt onder meer wanneer een jongen en een meisje, die weten dat ze binnen worden afgeluisterd, liefdevolle zinnen voor elkaar op een papiertje schrijven. Buiten praten ze over de schoonheid van bloemen en tekenen ze de toetsen van een piano, zodat ze samen in hun gedachten muziek kunnen maken. Er is dus hoop na alle onderdrukking en verderf. Alles wat dood is, kun je weer tot leven brengen.

Nog te zien donderdag 5 maart 21.45 uur in Studio/K en zaterdag 7 maart 21.40 uur in Studio/K.

 

5 maart 2020

 

Deel 2

 

MEER FILMFESTIVAL

CinemAsia 2020 – Vijf tips

Vijf tips voor CinemAsia 2020
Stemmige film noir en hartverwarmend familiedrama

door Alfred Bos

In 2009 scheurde hij als vrijwilliger kaartjes bij de deur, sinds vorig jaar is Shiko Boxman de baas van het festival voor de film uit Azië. Hij geeft zijn tips voor CinemAsia 2020.

Als Koreaans adoptiekind van Nederlandse pleegouders is Yoon-shik (‘Shiko’) Boxman vloeiend in de cultuur van het westen én het oosten. Dat blijkt uit zijn filmsmaak. “Oldboy (Chan-wook Park, 2003) is voor mij de meest iconische film ooit. Die film had op mij zo’n impact omdat hij van een Koreaanse regisseur was. Dat zijn we hier in Nederland niet gewend. Er is geen regisseur die wraakgevoelens zo goed kan vertalen naar het witte doek.”

The Wild Goose Lake

The Wild Goose Lake

“Voor mij was Crouching Tiger, Hidden Dragon (2000) van Ang Lee een hele belangrijke film. Voor het eerst in mijn leven zag ik Aziatische acteurs in een volwaardige rol. Ik kan ook ontzettend genieten van Europese arthouse, de Dogma-films bijvoorbeeld. Alex van Warmerdam vind ik een fantastische regisseur, voor mij is Borgman (2013) de laatste echt goeie Nederlandse film geweest. Tarantino is ook bepalend geweest voor mijn jeugd en mij als filmliefhebber.”

Voor de 2020 editie van CinemAsia tipt hij de volgende films.

Gundala (Joko Anwar, 2019, Indonesië)
Joko Anwar is een van de meest zichtbare representanten van de opkomende cinema uit Indonesië. Twee jaar terug vertoonde CinemAsia zijn horrorfilm Satan’s Slave, een kassucces in zijn thuisland en verkocht aan meer dan veertig landen, en was de regisseur te gast op het festival als lid van de jury van de CinemAsia Jury Award. Anwar, begonnen als filmciticus van de Jakarta Post en scenarist, is goed thuis in het fantasy/horrorgenre. Gundala (‘bliksemschicht’) is de verfilming van een Indonesische strip uit de jaren zeventig over de wetenschapper Santaca die als superheld met bliksemkrachten het opneemt tegen duivels geboefte. Gundala, zoon van de bliksem, is de Aziatische tegenhanger van de Amerikaanse superhelden The Flash en Black Lightning.

Te zien woensdag 4 maart 21.30 uur in Studio/K en zaterdag 7 maart 19.15 uur in Studio/K.

Fagara (Heiward Mak, 2019, Hong Kong)
Fagara
markeert de comeback van Heiward Man, na haar veelbelovende speelfilmdebuut, het tienerdrama High Noon (2008), gemaakt toen ze 23 was, en enkele minder geslaagde commerciële projecten. Tijdens de begrafenis van haar vader ontmoet een jonge vrouw uit Hong Kong twee halfzussen van andere moeders. De een, een androgyne snookerprofessional uit Taiwan, kan niet overweg met haar moeder. De ander, een modebewuste vlogger uit China, verweert zich tegen oma die haar graag ziet trouwen. Gezamenlijk moeten ze het familierestaurant draaiende houden. Fagara is vergeleken met het werk van de Japanse meester van het gezinsdrama, Hirokazu Kore-eda.

Te zien donderdag 5 maart 21.30 uur in Studio/K en zaterdag 7 maart 19.00 uur in Rialto,

The Wayfarers (Goutam Ghose, 2019, India)
Deze onafhankelijke productie van de Bengaalse veteraan Goutam Ghose heeft twee heuse filmsterren (Adil Hussein, Life of Pi, en Tillotama Shome, Monsoon Wedding) in de hoofdrollen. De Indiase titel Raahgit verwijst naar een Indiase actiegroep die verstopte wegen op aangewezen dagen wil afsluiten voor verkeer; in de film zijn de wegen verlaten. Een vrouw op zoek naar werk en voedsel voor haar straatarme gezin ontmoet een rondreizende acrobaat. Gezamenlijk helpen ze een andere vreemdeling, een marskramer die met zijn brakke machine twee halfdode bedelaars naar het ziekenhuis brengt. De omstandigheden zijn bruut, het landschap leeg en het leven hard. The Wayfarers heeft de eenvoud van een fabel en ontroert door zijn empathie met verschoppelingen.

Te zien woensdag 4 maart 17.15 uur in Studio/K en zaterdag 7 maart 21.30 uur in Rialto.

Suk Suk (Ray Yeung, Hong Kong, 2019)
Twee mannen op leeftijd, de een getrouwd en de ander weduwnaar die inwoont bij het christelijke gezin van zijn zoon, ontmoeten elkaar bij toeval en worden een stel. Suk Suk, de derde film van regisseur Ray Yeung, is genomineerd voor de publieksprijs van het recente filmfestival van Berlijn en werd onderscheiden met de Hong Kong Film Critics Society Award. In 2016 vertoonde CinemAsia Yeungs tweede speelfilm, Front Cover, eveneens rond LGBT-thematiek. Acteur Chun-yip Lo, hij speelt de zoon, zal tijdens het festival aanwezig zijn.

Te zien donderdag 5 maart 19.05 uur in Studio/K en zaterdag 7 maart 16.40 uur in Studio/K.

The Wild Goose Lake (Yi’nan Diao, China, 2019)
Stemmige film noir van de regisseur die vijf jaar terug verraste met de donkere thriller Black Coal, Thin Ice, destijds goed voor de Gouden Beer van het filmfestival in Berlijn. In The Wild Goose Lake zijn het niet ijs, vrieskou en zielloze provinciesteden die de sfeer bepalen, maar regen, broei en neon. Tijdens een gangsteroorlog doodt de baas van een misdaadfamilie een agent en wordt gezocht door autoriteiten en criminelen. Ook in China is de film ondertiteld, want de taal is het dialect van Wuhan. Deze arthouse-misdaadthriller was te zien tijdens het recente filmfestival van Rotterdam en krijgt vanaf 12 maart een landelijke release.

Te zien vrijdag 6 maart 21.15 uur in Studio/K.

 

Kaarten voor deze en andere films die draaien tijdens CinemAsia 2020 zijn te bestellen via de website.

 

4 maart 2020

 

Lees hier ons lange interview met Shiko Boxman.

 


MEER FILMFESTIVAL

LFF toont potentieel filmregio Limburg

LFF toont potentieel filmregio Limburg

door Sjoerd van Wijk

Voor de vierde maal vond in Venlo het Limburg Film Festival (LFF) plaats. Het is niet alleen een terugblik op het voorgaande jaar, maar ook een vooruitblik op een nieuw filmseizoen voor de Limburgse film.

Het festival laat zien dat Limburg een regio met veel filmpotentieel is. Er hangt een amicale sfeer bij de Q&A’s, waar filmmakers eerlijk de voors en tegens van hun werk bespreken. En collega’s durven elkaar ook lastige vragen te stellen zonder harde gevoelens. Dit trekt zich ook door in het uitgebreide programma voor professionals, waar veel ruimte is voor de onafhankelijke film. In bijvoorbeeld de writers room bespreken ambitieuze makers open elkaars plannen en lijkt iedereen welkom. Zo voelt het LFF als een festival voor en door makers en zet het Limburg op de kaart als een welkom toevluchtsoord voor hen die aan de Amsterdamse dominantie binnen de Nederlandse filmwereld willen ontsnappen. Dat uit zich ook in de programmering, waar de documentaire een prominente plaats inneemt.

Basquiat in Heerlen

Braaf Basquiat
Basquiat in Heerlen volgt de voorbereidingen van het Heerlense Schunk Museum voor zijn grootste expositie ooit. Het kleine provinciale museum gaat namelijk topwerken van de straatschilder Basquait exposeren, wat gegeven de verwachtingen (bezoekersaantallen van een jaar in een maand tijd) presteren op het top van je kunnen betekent. Cameraman Wouter Nelissen maakt een sympathiserend portret waarin vooral de gekte rond moderne beeldende kunst centraal staat. Verzekeraars hebben de meest stringente eisen, maar gelukkig (of helaas) verloopt alles vlekkeloos wat de documentaire te braaf maakt. De rebelse The Velvet Underground & Nico als soundtrack is een aardige knipoog naar Basquiat maar gegeven de rustige beelden misplaatst.

Onsamenhangend potsierlijk
Bij De dans van Tislit lijkt de aanname dat het maken van een zogenaamde kunstfilm een vrijbrief voor onsamenhangende potsierlijkheid inhoudt. Geboekstaafd door een Marokkaanse mythe over een watergodin verhaalt deze documentaire over van alles en nog wat, waarbij een uitwisseling tussen Marokkaanse en Nederlandse kunstenaars de rode draad zou moeten zijn. Het enige wat van die reis bijblijft zijn wat platitudes over hoe anders het leven in Marokko is. De mythe zelf steekt comeback Terrence Malick de loef af qua pseudo-spiritualiteit. Daar fietsen vervolgens nog verhandelingen over de klimaat catastrofe, dijkwerkers, de watersnoodramp en meer doorheen.

Sentimentele voltreffer
Het winnen van het Oud Limburgs Schuttersfeest is niet alleen een grote eer, maar ook een grote verantwoordelijkheid. Want de winnaar organiseert de volgende editie. Documentairemaker Ruud Lenssen, met drie films goed vertegenwoordigd op het LFF, volgt in De zes van Zaerum de schutterij van Sevenum bij de organisatie en weet innemend de drijfveren van de zes schutters te tonen. Zij vertellen uit het hart gegrepen verhalen over de betekenis van deze Limburgse traditie. Op lyrische wijze prikt deze documentaire door tot de kern van de hechte gemeenschap rond het schieten. Net als Nao ‘t zuuje over Limburgs carnaval schuurt deze ode aan de Limburgse cultuur soms wel tegen het sentimentele aan.

De Mythe van het Meer

Duik aan de oppervlakte
Ruud Lenssen tracht ingetogen in de huid van zijn subjecten te kruipen met levendig camerawerk. In De Mythe van het Meer (gekozen tot beste korte documentaire) probeert hij dat bij een duiker die in het Oostvoornse meer op zoek is naar de wrakstukken van een in 1940 neergestort Engels vliegtuig. Voor de duiker zelf heeft dit grote persoonlijke significatie wegens zijn hechte band met zijn opa, van wie hij het gerucht had opgepikt. De zoektocht naar het wrak verloopt moeizaam en loopt met een sisser af als hij de familie van de piloot op het spoor komt. De documentaire voelt anti-climactisch aan, omdat deze niet tot de kern van de duikers drijfveren weet te komen. Door de geslotenheid blijft alles aan de oppervlakte.

Venlose fröbelaar
De Venlonaar Bernard Martens stort zich met overgave in vele soorten media, van striptekeningen tot poppen en korte films. Dat doet hij als zijn alter ego Maberi. In Maberi, Myself & Me toont Martens het maffe oeuvre van Maberi en hoe deze zich gaandeweg ontwikkelt van een artistiek kluizenaar tot frontman van diverse bands. Zijn cinema heeft de ad hoc benadering van Tommy Wiseau of Neil Breen, met abrupte montage van archiefbeelden en fragmenten van zijn werk. Bij Martens spreekt daar een aandoenlijke authenticiteit van uit, die van de bij vlagen hilarisch droge opsomming van artistieke avonturen een plezante ervaring maken. Dit soort oprecht fröbelen brengt het plezier in creatie terug.

 

13 januari 2020


MEER FILMFESTIVAL

Tapis Rouge 2019 – Preview

Preview Tapis Rouge 2019
Mooi programma nieuw Frans filmfestival

door Cor Oliemeulen

Nederland telt meer dan 150 filmfestivals en elk jaar komen er een paar bij. Zo is Tapis Rouge een Frans filmfestival dat voor het eerst zal worden gehouden van 30 oktober tot en met 3 november in Amsterdam. In deze voorbeschouwing bespreken we de openingsfilm Hors Normes (van de makers van Intouchables), de nieuwe film van absurdist Quentin Dupieux en een drama over rouw.

 

Hors Normes

Hors Normes: komisch drama rond autisme
Tapis Rouge trapt af met de Nederlandse première van Hors Normes waarin bijna iedereen inderdaad buiten de gangbare normen handelt. Dat geldt om te beginnen voor de regisseurs Olivier Nakache en Éric Toledano die zich vanaf hun grandioze hit Intouchables (2011) met pure comedy bezighielden, maar ditmaal vrolijke uitstraling geloofwaardig en effectief met drama weten te combineren. Het uitzinnige van voorganger C’est la vie maakt in Hors Normes plaats voor gepaste ingetogenheid. In het verhaal over de opvang van autisten treden twee gepassioneerde mannen buiten de gebaande paden in de gezondheidszorg. Sterker nog: als reguliere instellingen niet meer weten wat ze met hun patiënten aan moeten, doen zij een beroep op Bruno (Vincent Cassel). Hij krijgt daarbij steun van Malik (Reda Kateb) die criminele jongeren uit achterstandswijken koppelt aan autisten.

Het is wachten op de inspectie die constateert dat de opvang niet aan de regels voldoet. Maar wat is het alternatief? Mensen met problematische gedragsstoornissen in een kamertje wegstoppen of proberen om er met aandacht, liefde en heel veel energie iets menselijks van te maken? Sterke rollen van beide hoofdrolspelers, maar vooral van Joseph (Benjamin Lesieur, in werkelijkheid ook autistisch). Hij mag op proef gaan werken bij een wasmachinebedrijf, want hij is geobsedeerd door die draaiende apparaten. Zowel komisch als lastig zijn Josephs fascinatie voor een vrouwelijke collega en zijn neiging om in de metro aan de noodrem te trekken. Diep gaat Hors Normes niet in op de problematiek, maar ondanks de luchtige toon is er respect en empathie voor alle betrokkenen.

 

Deerskin

Deerskin: dialoog met een jasje
Iemand die ook niet binnen de lijntjes kleurt, is Quentin Dupieux, voornamelijk bekend van Rubber (2010) en Réalité (2014). Ook in Deerskin (Franse titel: Le daim) viert het absurdisme hoogtij. Georges (Jean Dujardin: The Artist) koopt een jasje van hertenleer voor 7.000 euro bij een particulier, is daarmee blut, maar krijgt er wel een camcorder bij. In zijn jasje voelt hij zich geweldig en het zal niet lang duren voordat hij zich ook kan kleden met een hoed, broek, schoenen en handschoenen van hertenleer. Voilà, de titel van deze zwarte komedie is verklaard, geholpen door enkele op het oog nietszeggende tussenshots van een hert in de natuur, die wel de opmaat voor de krankzinnige finale vormen.

Als jijzelf het mooiste jasje van de wereld hebt, en het jasje zelf ook vindt (!) dat alle andere jasjes op de wereld moeten verdwijnen, begint Georges’ missie, nauwkeurig vastgelegd op zijn camera. Hij krijgt hulp van barvrouw Denise (Adèle Haenel: Portrait de la jeune fille en feu) die ook erg van film houdt en graag films monteert: “Ik heb alle scènes van Pulp Fiction op chronologische volgorde gezet.” Zonder enig scenario gaat zij met het opmerkelijke materiaal van Georges aan het werk en ontdekt zowaar een rode draad: het hertenleren jasje. Geleidelijk verdwijnen er steeds meer jasjes, maar dat verloopt uiteraard niet zonder slag of stoot. Met twee grote acteernamen in de hoofdrollen maakte Dupieux een heerlijk absurdistische kijkervaring en een van de leukste films van het jaar.

 

Amanda

Amanda: opvoeden moet je leren
Of een dierbare overlijdt als gevolg van een ziekte of door een terroristische aanslag, zoals in Amanda, rouw is een logisch gevolg. Nu de zevenjarige Amanda (debutante Isaure Multrier) plotseling haar moeder heeft verloren, is haar oom David (Vincent Lacoste: Plaire, aimer et courir vite) de aangewezen voogd. Werkzaam als bomensnoeier en hulpje van een woningverhuurder staat het leven van deze jonge twintiger voortaan in het teken van opvoeder en beschermer. David was al erg close met Amanda en haar moeder, maar zo’n nieuwe bestemming gaat niet in de koude kleren zitten. Zo verkast hij naar de woning van zijn zus, krijgt ruzie met Amanda omdat hij de tandenborstel van haar moeder heeft weggegooid, begeleidt haar naar school en probeert zijn eigen intense verdriet zoveel mogelijk bij zichzelf te houden.

Amanda is een drama over rouwverwerking en opkrabbelen omdat je eigen leven nu eenmaal verdergaat. Hoewel de titel verwijst naar de dochter, draait het plot om oom David. Hij acteert ingetogen en zijn verdriet is geloofwaardig, maar onder die oppervlakte van lijden en worstelen zit weinig psychologische diepgang. Natuurlijk is dat lastig omdat David introvert is en het vooral moet hebben van gelaatsuitdrukkingen en gebaren, bijvoorbeeld wanneer zijn kersverse vriendin Léna (Stacy Martin: Vox Lux) besluit om uit Parijs te vertrekken omdat zij zelf gewond raakte bij de aanslag en ook met een trauma kampt. Na te weinig indrukwekkende gebeurtenissen, rest een ontmoeting van Amanda en David met zijn moeder Alison (Greta Scacchi: La ragazza nella nebbia) die haar twee kinderen heel lang geleden verliet en sindsdien woont in Londen. De uitgesponnen slotscène op de volle tribune van Wimbledon laat symbolisch zien hoe je tegenslagen kunt overwinnen.

Lees hier het hele programma van Tapis Rouge.

 

25 oktober 2019


MEER FILMFESTIVAL

Eerste 013CIFF ademt puur film

Eerste 013CIFF ademt puur film

door Sjoerd van Wijk

Voor de eerste maal vond het Cinecitta International Film Festival (013CIFF) plaats in Tilburg met films die eerder beperkt of niet te zien waren in Nederland. Filmtheater Cinecitta stond vol met 013CIFF-materiaal, maar de entourage bleef als een drukke reguliere dag. Weinig randgebeuren betekent dat dit festival puur film ademt. Wellicht dankzij de Brabantse gastvrijheid heerste een verwelkomende sfeer.

Voor professionals was er wel een randprogramma in de vorm van een masterclass over filmfinanciering. Ondanks de internationale allure van 013CIFF was de masterclass Nederlandstalig, maar daarom niet minder informatief. Rudi Brekelmans (die met Medulla genomineerd was voor beste debuut op het Nederlands Film Festival) en Hetty Naaijkens-Retel Helmrich (Klanken van oorsprong) deelden hun ervaringen om hun films van de grond te krijgen. En twee filmcommissionairs (van Nederland en Limburg) zetten het perspectief van de filmfondsen uiteen.

Filmfinanciering
Ondanks wat clichés over passie voor je project hebben, inspireerden de verhalen. Vinden van geld voor een film is weliswaar lastig, maar ook buiten de gebaande paden van het Nederlands subsidietraject blijkt er wat te halen zijn. Een filmmaker kan de zaal verlaten met zin om de vele hordes te nemen. Extra stimulerend is de getoonde ambitie om een Nederlandse filmgemeenschap op te bouwen buiten Amsterdam. Brabant wil in dat opzicht graag Limburg achterna. Dat klinkt veelbelovend voor de Nederlandse film onder de rivieren.

De wens om in Nederland onbekende films te tonen, kwam goed naar voren in de programmering. De eigenzinnige selectie toont dat 013CIFF iets toevoegt aan het Nederlandse filmfestivalaanbod. Ondanks de wisselende kwaliteit komt bij elke film de vraag naar boven waarom deze geen Nederlandse bioscoopuitgave heeft gekend.

Holy Air

Droogkomisch Nazareth
Holy Air toont droogkomisch de absurditeiten van leven in Nazareth, de geboorteplaats van Jezus Christus. De Arabische christen Adam is buiten zijn vervelende kantoorbaan een ondernemer met een overdosis optimisme. Als zijn vader in het ziekenhuis komt te liggen en zijn vrouw zwanger blijkt, heeft hij weer een nieuw gek idee. Zijn vaders werkplaats bevat massa’s lege flesjes die Adam besluit te vullen met lucht van Mount Kedumim, waar Jezus ooit zou hebben gestaan. Potentieel lucratief, nu de Paus naar Israël komt met massa’s toeristen in zijn kielzog. 

In de Q&A vertelt ster, schrijver en regisseur Shady Srour dat de film zijn leven voor 99% beschrijft. Dat is aan Holy Air af te zien. Een overdaad aan verhaallijnen moeten vechten om aandacht, zonder ooit een geheel te vormen. Soms is het een satire over commercie en religie, dan weer een aanklacht tegen Israëlisch racisme. Srours droge observaties komen wel openhartig over. De strakke kaders waarbinnen alles plaatsvindt, toveren Nazareth om tot een vervreemdende plaats, waar de lach soms in een klein hoekje zit. Daarbij schittert Samuel Calderon als cynisch cashende monnik Roberto.

Willy 1er

Buitenbeentje in Caudebec
Het kleine leed van de verstandelijk beperkte Willy komt bij tijd en wijle als emotionele uitbuiting over. De non-acteur Daniel Vannett speelt de hoofdpersoon in Willy 1er, wat deels op zijn eigen leven is gebaseerd (hij was analfabeet tot zijn 45ste). Nadat zijn tweelingbroer Michel zelfmoord pleegt, is voor deze vijftigjarige man de maat vol. Hij verlaat zijn ouderlijk huis om de droom die hij met Michel had te verwezenlijken. Deze bestaat uit een eigen huis, een scooter en vrienden. Het slaperige Caudebec in Normandië is het decor voor een maf portret. 

Vannett speelt Willy met een aimabele onbevangenheid, die soms overslaat in begrijpelijke frustraties. Zijn moeizaam ontwikkelende vriendschap met een andere Willy, zijn homoseksuele collega van de supermarkt, lijkt een al te vooropgezet plan om de bekrompenheid van de dorpsbewoners te tonen. De uitbuiting van Willy die culmineert in een kapotte scooter lijkt een onoprecht opwekken van medelijden. Dat doet afbreuk aan het innemende relaas van een buitenbeentje dat zijn plaats in de wereld stukje bij beetje probeert te vinden.

Sicilian Ghost Story

Siciliaanse vaagheid
De gruweldaad van de kidnapping en moord op de zoon van een maffia-informant weet Sicilian Ghost Story onvoldoende in te laten dringen. De film volgt voornamelijk het perspectief van de eigengereide Luna. Na de verdwijning van haar kersverse vriendje Guiseppe is zij de enige die blijft geloven in zijn terugkeer. Terwijl Guiseppe langzaam wegkwijnt in gevangenschap ontsnapt Luna steeds meer in dromen over hun hereniging. Deze lijken soms profetische details te bevatten, die Luna een stapje dichter bij Guiseppes verblijfplaats brengen. 

De titel slaat expliciet op het gemis van een geliefde, die voort blijft leven in de gedachte. Regisseurs Fabio Grassadonia en Antionio Piazza maken van Sicilië een mysterieuze plaats, waar in de wouden de herinnering rondspookt. In hoeverre Luna ook echt dichter bij de waarheid komt of maar wat roept, blijft dermate in het midden dat de mystiek eerder vaagheid is. Dat Guiseppe nog zo vaak in beeld komt na zijn verdwijning doet afbreuk aan alle mysterie. Wat Luna precies moet met de dromen blijft in de herhaling vallen. Een schetsmatig vervelende moeder moet de misère compleet maken.

Genèse

De pijn en schoonheid van opgroeien
In Genèse is opgroeien pijnlijk, maar tegelijk een grootse ervaring. Schrijver-regisseur Philippe Lesage laat zien dat Xavier Dolan niet de enige uit Quebec is die indringend melodrama weet te maken. De deugniet Guillaume en oudere zus Charlotte hebben elk hun eigen strubbelingen in de liefde. Eerstgenoemde heeft weinig aansluiting met vrouwen aangezien hij kampt met gevoelens voor zijn beste vriend. Dat maakt zijn verblijf aan de middelbare kostschool tot een zware tijd. En Charlotte schippert in haar eerste jaar studie heen en weer tussen twee onbevredigende relaties. Als coda is daar de jonge Félix die tijdens het zomerkamp een oogje heeft op Béatrice. 

Dat zorgt voor een zoet sluitstuk bij een bittere pil over volwassenen worden. In de verstilde straten en de minutieus sobere kamers loert de tragiek. Verloren onschuld en bij jezelf blijven is geen pad over rozen, maar toch lonkt de maneschijn. Lesage vangt alle pijn met ijzeren discipline, die in combinatie met zorgvuldig ingezette popmuziek hypnotiserend werkt. In een strak gecontroleerde wereld vol narigheid blijft de schoonheid van het leven overeind. Dat Charlotte en Guillaume een laatste portie ellende krijgen die buitenproportioneel aanvoelt doet niet af aan de aangrijpende melancholie van Genèse.

 

22 oktober 2019


MEER FILMFESTIVAL

Nederlands Film Festival 2019 – Preview 2

Preview NFF 2019 – Deel 2
Feest van de Nederlandse film

door Michel Rensen

Het feest van de Nederlands film barst weer los op 27 september in Utrecht. De balans van het afgelopen filmjaar wordt opgemaakt met de uitreiking van de Gouden Kalveren. Tevens is het Nederlands Film Festival (NFF) de start van het nieuw filmjaar met veel premières. Een vooruitblik in twee delen.

Het programma van het NFF bestaat zoals gewoonlijk voor een groot deel uit vertoningen van de Nederlandse films die het afgelopen jaar in de bioscoop gedraaid hebben en kans maken op de Gouden Kalveren. Heb je Take Me Somewhere Nice of Beast of the Jungle gemist, dan is dit de kans om ze nog in te halen. Daarnaast gaat een groot aantal speelfilms, documentaires en korte films in première. Hieronder vind je een doorsnede van de films die deze editie in première gaan.

Bumperkleef

Bumperkleef (Lodewijk Crijns)
Je ergeren aan anderen in het verkeer komt iedereen wel eens voor. Wanneer een jong gezin op de snelweg terecht komt achter een langzaam rijdend busje, probeert de vader te signaleren dat hij haast heeft. De bestuurder van het busje is echter niet gediend van het bumperkleven en spreekt hen bij het volgende tankstation aan op hun gedrag. Hij eist een excuus, maar de vader weigert dit omdat volgens hem de bestuurder van het busje zich niet volgens de regels gedroeg. De verkeersruzie loopt zoals verwacht compleet uit de hand, wanneer het busje de familie achtervolgt. De karikaturale tegenstellingen tussen stad en platteland en de normen van verschillende generaties zijn niet erg origineel, maar wel zeer effectief om deze komische snelwegthriller in hoge snelheid naar zijn bestemming te brengen.

Turn! (Esther Pardijs)
Wat doe je als je kind een sporttalent blijkt te zijn? Esther Pardijs geeft als ‘topsportmoeder’ een unieke blik in de werking van de jeugdtopsportwereld. Ooit al van een ‘turnhalverbod’ gehoord? Ze stelt continu de vraag hoe ver je als ouder kunt en wilt gaan om het beste uit je kind te halen. Pardijs keert een kritische blik inwaarts. De beelden hinken soms tegen kindermishandeling aan, bijvoorbeeld wanneer één van de kinderen in huilen uitbarst als hij tijdens een rekoefening letterlijk tot het uiterste geduwd wordt. De vraag rijst of de kinderen wel baat hebben bij topsport. Doe je dit als ouder om het beste uit je kind te halen of is het vooral een ijdele poging om een goede ouder te zijn? Als je kind geslaagd is, ben jij immers ook geslaagd. Pardijs toont zich zeer zelfbewust van haar eigen ‘medeplichtigheid’ en laat het dan ook aan de kijker over om antwoord te geven op de gestelde vragen en problemen. De film wil vooral de discussie aanwakkeren.

Flow

Kort: Pariba + Flow
De korte film is een verzamelbak waar onder andere jong talent zijn eerste stappen in de filmwereld kan zetten. Eén van de hoogtepunten van dit jaar is Pariba (Aramis Garcia Gonzalez) waarin twee Arubaanse vriendinnen voor de laatste keer hun jaarlijkse carnaval vieren nu één van de twee naar Nederland verhuist. Prachtig, sfeervolle verbeelding van de laatste dagen van een vriendschap. De breuk blijft vrijwel de gehele film onbenoemd, maar in elk shot is voelbaar dat er een onoverkomelijk moment van verandering komt voor het tweetal.

Korte film biedt gewoonlijk ook veel ruimte voor experiment. Het abstracte Flow (Adriaan Lokman) verbeeldt beweging met enkel lijnen die samen vaag beelden creëren, alsof de oprukkende wind rond een vertrekkende trein zichtbaar gemaakt wordt. Een man en zijn hond raken in deze wirwar van beweging verstrikt. Het sterke gebruik van geluid trekt je als kijker in situaties waar de turbulentie van het leven schetsmatig zichtbaar gemaakt wordt. De film dwingt je zelf de abstracte vormen te interpreteren; waar deze associaties je uiteindelijk naar toe leiden zal net als de film onvoorspelbaar zijn.

 

26 september 2019

Preview NFF 2019 Deel 1

 

MEER FILMFESTIVAL

Nederlands Film Festival 2019 – Preview 1

Preview NFF 2019 – Deel 1
Feest van de Nederlandse film

door Michel Rensen

Het feest van de Nederlands film barst weer los op 27 september in Utrecht. De balans van het afgelopen filmjaar wordt opgemaakt met de uitreiking van de Gouden Kalveren. Tevens is het Nederlands Film Festival (NFF) de start van het nieuw filmjaar met veel premières. Een vooruitblik in twee delen.

Het programma van het NFF bestaat zoals gewoonlijk voor een groot deel uit vertoningen van de Nederlandse films die het afgelopen jaar in de bioscoop gedraaid hebben en kans maken op de Gouden Kalveren. Heb je Take Me Somewhere Nice of Beast of the Jungle gemist, dan is dit de kans om ze nog in te halen. Daarnaast gaat een groot aantal speelfilms, documentaires en korte films in première. Hieronder vind je een doorsnede van de films die deze editie in première gaan.

Kapsalon Romy

Kapsalon Romy
In deze door Mischa Kamp geregisseerde dramafilm werkt Romy’s oma Stine als kapster en past tegelijkertijd elke dag op haar kleindochter. Door toenemende vergeetachtigheid kan Stine haar werk steeds minder goed doen, maar door Romy als hulpkracht in te schakelen lukt het hen de kapsalon draaiende te houden. Het acteerwerk van Beppie Melissen overtuigt in de kleine momenten waar Stine de langzame aftakeling probeert te verhullen. De opbouw van de film voelt erg programmatisch, alsof een folder over Alzheimer gebruikt is om het plot vorm te geven, maar in de afzonderlijke scènes ontstaat een mooie band tussen oma en kleindochter.

Mevrouw Faber
Vrachtwagenchauffeur Harriëtte leeft toe naar haar geslachtsveranderende operatie. De gevoelens waren al jaren aanwezig, maar pas op middelbare leeftijd voelde Harriëtte het vertrouwen om als vrouw door het leven te gaan. Door een nauwe band met Harriëtte en haar vrouw Siepie op te bouwen, slagen documentairemakers Hjalmar Tim Ilmer en Job Tichelman erin een open dialoog te voeren over de complexe en weinig besproken emoties die vrijkomen bij het ingewikkelde proces dat Harriëtte in ging. Angsten over het uiteenvallen van hun huwelijk en veroordeling in hun kleine Friese dorpje bleken vele malen groter dan de realiteit waarin Harriëtte met weinig problemen onderdeel van de gemeenschap is gebleven. Veel belangrijker is de vraag of ze in een bikini of een badpak zal gaan zwemmen. Mevrouw Faber is een warm, intiem portret van een nuchter koppel dat met een open blik de toekomst tegemoet gaan. Het leven is immers niet te voorspellen.

Huidhonger

Teledoc Campus: Vader + Huidhonger
In het kader van Teledoc Campus zijn dit jaar twee korte documentaires van jonge regisseurs te zien die de relatie tussen vaders en hun kinderen bestuderen en visueel de thematiek versterken. In Vader (Isabel Lamberti) staat de relatie tussen een vader en zoon centraal die door problemen bij jeugdzorg terecht zijn gekomen en elkaar jaren niet gezien hebben. Na jaren proberen zij hun relatie weer nieuw leven in te blazen. De statische, afstandelijke shots versterken het gevoel dat er een onoverbrugbare afstand tussen de twee ontstaan is. De jongen is immers zonder zijn vader opgegroeid. Hun verleden en traditionele genderrollen staan op dit moment in de weg van een emotionele connectie.

Huidhonger (Lieza Röben) slaat het tegenovergestelde pad in en onderzoekt het verlangen naar fysieke vormen van liefde. Eén van de subjecten is een jonge vader die zelf zonder vader opgroeide. Met zijn pasgeboren kind moet hij leren hoe het is fysiek de liefde voor zijn kroost te uiten en zich open te stellen voor vormen van liefde die hij zelf nooit gekend heeft. Met sensitieve beelden, dicht op de huid geschoten, ben je als kijker zelf betrokken bij die fysieke intimiteit. De subjecten zijn bijna voelbaar aanwezig.

 

25 september 2019

Preview NFF 2019 Deel 2

MEER FILMFESTIVAL

Film by the Sea 2019 – Deel 3

Film by the Sea 2019 – Deel 3 (slot)
Sociaal-realisme en een ontsnapte hand

door Suzan Groothuis

Wie wilde kon zich de hele week opsluiten in het gigantische CineCity-complex waar de meeste films draaiden. En als je behoefte had aan wat frisse lucht boden de boulevard en het strand een uitkomst. In dit laatste deel aandacht voor de nieuwe Ken Loach, ontroerende en vervreemdende Franse animatie, psychiatrie in Litouwen en een boerin die zich losmaakt van een grote, allesbepalende coöperatie. 

 

Sorry We Missed You

Sorry We Missed You – Werken tot je er bij neer valt
Sorry We Missed You is een typische Ken Loach (I, Daniel Blake, The Wind that Shakes the Barley). Wie het oeuvre van de man niet kent: Loach richt zich op de Britse working class. Hij toont het harde, werkende leven en dat gaat niet van een leien dakje. Meestal vormt een gezin het uitgangspunt, met hardwerkende ouders die moeten opboksen tegen werkgevers die alleen maar naar productie en winst kijken. Onrecht en sociale ongelijkheid zijn terugkerende thema’s, gefilmd in een naturalistische stijl.

In Sorry We Missed You draait het om Ricky en zijn gezin. Na de kredietcrisis van 2008 besluit hij om te investeren in een bestelbusje en als pakketchauffeur aan de slag te gaan. Om die bus te bekostigen, moet hij wel de auto van zijn vrouw verkopen. Aangezien zij werkt als ambulant verzorgster is het voor haar ondoenlijk iom alles met het openbaar vervoer te doen, maar Ricky ziet een gouden toekomst en ze zwicht. Als kijker voel je aankomen dat het goud er niet gaat komen.

Die vermoedens worden algauw bevestigd met de start van Ricky’s werk bij de pakkettendistributeur. Een blaffende boom van een kerel geeft orders. Een hoge productie levert geld. En de scanner om de pakketten te traceren, moet je bewaken met je leven. Wat dan volgt is een ware race tegen de klok om de pakketjes op tijd te leveren. Ricky en zijn gezin komen steeds meer onder druk te staan, spanningen nemen toe en dan is er ook nog zijn puberende zoon die Ricky en zijn vrouw tot het uiterste drijft. 

Sorry We Missed You is een film met een hoog gevoel van sentiment, maar dan gestoken in een sociaal-realistisch jasje en voorzien van de nodige pittige dialogen. Een van de beste is die waarin Ricky’s werkgever hem vertelt wat hem drijft. De man – zo’n typische testosteronbuldog van een manager – was in dat opzicht een interessanter uitgangspunt geweest voor Loach’ film. Want natuurlijk ligt de sympathie bij Ricky en zijn gezin, die je – Loach eigen – steeds meer de afgrond in ziet zakken. Er zijn sprankjes hoop, maar tegenover zoveel tegenslag dat daar amper tegenop te vechten is. Een ware tearjerker voor de Britse werkende klasse. 

 

Mjölk

Mjölk – IJslandse Ken Loach
Van Britse ellende gaan we naar IJsland, waar filmmaker Grímur Hákonarson (Rams) zijn inspiratie wellicht bij Ken Loach zocht. Want Mjölk gaat ook over de werkende klasse en het onrecht van grote corporaties, eveneens gefilmd in een droge sociaal-realistische stijl.

Inga is de protagonist in het verhaal. Samen met haar man runt ze een klein melkveebedrijf, maar de twee zijn volkomen afhankelijk van de corrupte zuivelcoöperatie die alles bepaalt. Een voorbeeld: als je je producten elders goedkoper inkoopt, zorgt de coöperatie ervoor dat je je als kleine boer maar moeilijk staande kan houden. Met een coöperatie die in je nek hijgt en hardwerkende boeren afhankelijk maakt, is het vechten tegen de bierkaai.

Vechten is een thema dat centraal staat in Hákonarsons film. Net als in Sorry We Missed You lijkt er alleen maar sprake van tegenslag. Wanneer Inga’s man plotseling in een auto-ongeluk overlijdt, komt ze oog in oog met de coöperatie te staan. Inga besluit het heft in eigen handen te nemen en voor zichzelf te starten. En zo woedt er een strijd tussen de stugge boerin en de hoge meneren van de coöperatie die allesbehalve zuiver zijn. Die strijd is met momenten droogkomisch gevangen, zoals Inga die haar rauwe koeienmelk zo tegen het coöperatiegebouw laat spuiten.

De film werkt echter plichtsgetrouw toe naar een voorspelbare afloop: de voorvechter wint en krijgt weer een stukje sympathie en respect terug van een gemeenschap die de vechtlust verloren was. Die ontwikkeling voltrekt zich in rap tempo, waarbij iedere spanningsboog ontbreekt. Wellicht, met meer droogkomische momenten, was Mjölk meer in het oog springend geweest.

 

J’ai Perdu Mon Corps

J’ai Perdu Mon Corps – Betoverende animatie
In het oog springend gaat wel op voor de Franse animatiefilm J’ai Perdu Mon Corps. Regisseur Jérémy Clapin doet iets heel knaps: met zijn magische, wat donkere vertelling weet hij de kijker te beroeren. Overkoepelend thema zijn de zintuigen. We volgen de jonge Naoufel, een gevoelige, kwetsbare jongen die zijn ouders op jonge leeftijd verliest. Hij heeft van hen liefde voor de schone dingen in het leven meegekregen, zoals muziek en kunst. Zijn moeder was pianiste en zijn vader kon iets wat bijna niemand kan: een vlieg vangen.

Het verfijnde van zijn ouders zit ook in Naoufel, in hoe hij de wereld om zich heen ziet en ervaart. Zijn zintuiglijke waarneming speelt een grote rol. Zoals het opnemen van  omgevingsgeluiden met een taperecorder. Of zijn handen die in contact zijn met al het moois en tastbare dat de aarde voortbrengt – water, sneeuw, planten, insecten.

Tegelijkertijd volgen we – jawel – een ontsnapte hand uit een laboratorium. Geleidelijk aan smelten de twee verhalen – Naoufels zoektocht naar stabiliteit en schoonheid in zijn leven en de hand die ook zoekende is – samen. Het moet gezegd: J’ai Perdu Mon Corps doet dat prachtig. De film speelt in de jaren negentig, getuige de cassettebandjes die toen populair waren en de patch van de alternatieve band The Pixies, dat het meisje op wie Naoufel zijn oog heeft laten vallen, op haar tas heeft genaaid.

Getekend in een donkere stijl, verhaalt J’ai Perdu Mon Corps over liefde, verlangen en durf. De sociaal-realistische achtergrond van de arme Naoufel is magisch gevangen. Een donker sprookje, waarbij je, als je je er helemaal voor openstelt, geraakt wordt door de puurheid ervan.

 

Summer Survivors

Summer Survivors – Ongewone trip door Litouwen
Op een filmfestival mag een roadmovie natuurlijk ook niet ontbreken. Summer Survivors is wel een vrij ongewone. Het zijn namelijk geen vrienden of een stel die samen een trip maken. Psychologe Indre, net afgestudeerd, moet twee jonge mensen die opgenomen zijn in een psychiatrische kliniek begeleiden naar de andere kant van het land. De psychiater vindt dat ze beter af zijn bij een andere kliniek. Een wat ongewone keuze om Indre mee te laten gaan, want ze heeft iets sociaal onhandigs en is helemaal niet geïnteresseerd in contact met cliënten.

Toch gaat ze, onder druk van de volhardende psychiater. Bijgestaan door een zuster die de pillen verstrekt starten ze hun reis, die vol ongemak begint. De bipolaire Paulius begint namelijk ineens te praten – iets wat hij dagen niet gedaan heeft. En dan is er de suïcidale Juste, haar polsen nog in het verband, die vindt dat ze niet ziek is maar wel geteisterd wordt door donkere gedachten.

Geleidelijk aan, zoals dat vaker gaat met een roadtrip, komen de drie (de pillenzuster wordt letterlijk vergeten en bij een tankstation achtergelaten) nader tot elkaar. Regisseur Marija Kavtaradze blijft met haar personages dicht bij de realiteit, mede dankzij hun naturelle spel. Haar film heeft een tragikomisch karakter en toont de gebeurtenissen van de drie met een lach en een traan. Daarbij: de psychiatrische stoornis waarmee Paulius en Juste te kampen hebben, wordt nergens uitvergroot. De boodschap van de film is dat we allemaal mensen zijn en ondanks een psychiatrische diagnose meer met elkaar delen dan we denken. Kavtaradze is realistisch genoeg om in te laten zien hoe bepalend lijden kan zijn. Geluk is niet voor ieder mens weggelegd, getuige de bitterzoete afloop van de film.

 

24 september 2019

 

Film by the Sea 2019 – Deel 1

Film by the Sea 2019 – Deel 2

 


MEER FILMFESTIVAL