Dutch Mountain Film Festival 2026 – Preview 1:
Influencers van weleer en kleinoden in de bergen
door Paul Rübsaam
Op 6 november gaat in Heerlen en Aken de zestiende editie van het Dutch Mountain Film Festival (DMFF) van start. Influencers, zoals we die nu noemen, waren er altijd al, zo leert ons het festivalprogramma. Maar vroeger moesten die zich veel moeite getroosten om hun invloedrijke impressies van de bergwereld tot stand te brengen. Verder blijkt het vinden van kleine kostbaarheden in de bergen, zoals bergkristallen en yarsagumba (een geneeskrachtige kruising tussen een paddenstoel en een rups) ook nu nog een pittig klusje te zijn.
In de toelichting van het thema ‘Top View’ van deze DMFF lezen we: “Reizen is altijd beïnvloed geweest door verhalen en beelden. Wat we vandaag influencers noemen, waren ooit ontdekkingsreizigers. De dagboeken van Amundsen en Scott, de lezingen en films van Reinhold Messner en de expeditieverslagen in bergsportbladen wakkerden bij generaties lezers het verlangen aan om zelf op pad te gaan, naar verre en ogenschijnlijk ongerepte plekken.”
Maar de beeldcultuur van nu is fundamenteel anders, stelt men vast. Om vervolgens te wijzen op de stroom perfecte landschappen die door sociale media in hapklare brokken worden aangeboden. “Het reizen zelf verschuift van ervaren naar vastleggen, van ontdekken naar reproduceren.” Reden genoeg om de toelichting op het festivalthema te besluiten met de overpeinzing: “Misschien vraagt de toekomst van reizen niet om nóg betere foto’s, maar om langzamer kijken en langer blijven.”

A Thousand Words
A Thousand Words – Het herscheppen van een panorama
Een weergaloze foto die in ieder geval veel invloed heeft gehad, maar bepaald niet op een achternamiddag werd geschoten, is het Himalayapanorama van de Italiaanse fotograaf en bergbeklimmer Vittorio Sella uit 1899. Vervaardigd toen hij vanaf de flanken van de Kanchenjunga zijn lijvige, op een driepoot bevestigde camera richtte op het noordwesten.
Behalve bloedstollend mooi vereeuwigde, nabijere achtduizenders zijn op dat panorama in de verte en een tikje vaag de contouren te zien van de Chomolungma, oftewel de Mount Everest. Het zou nog decennia duren voordat men de top van die door Sella voor het eerst vereeuwigde hoogste berg ter wereld zou benaderen. Pas meer dan een halve eeuw later werd de Everest bedwongen. Als inspiratiebron voor die ondernemingen zou Sella’s foto meer waard blijken dan A Thousand Words, zoals de titel luidt van de documentaire waarin de Britten Dom Busch en Matt Sharman in de voetsporen treden van de fotograaf van weleer.
Fotograaf en klimmer Dom Busch heeft zijn doelen hoog gesteld. Letterlijk. Hij wil precies op die plek staan waar Sella ooit stond, om met apparatuur vergelijkbaar met die van de Italiaan diens foto opnieuw te maken. Het betekent dat hij een voettocht van meerdere weken door de Himalaya voor de boeg heeft. De perfectionist Sella maakte zijn foto’s namelijk vanaf pashoogte en niet vanuit het dal, waar de te grote afstanden tot de achtduizenders geen recht zouden doen aan hun overweldigende verschijning.
Busch zal vergezeld worden door vriend, collega-fotograaf en Himalayagids Matt Sharman. Deze denkt een aardig idee te hebben van de plek waar het uit een reeks van vier foto’s bestaande panorama van Vittorio Sella tot stand is gekomen. Eveneens van de partij is Hamish Frost: een expert op het gebied van analoge fotografie en het gebruik van de grote en zware fototoestellen van rond 1900, waar je per foto een nieuw glasplaat in moest schuiven.
Niet alleen een reisje naar de Schotse Hooglanden om te oefenen met de apparatuur gaat vooraf aan de vliegreis naar Kathmandu. Ze doen ook het dorpje Biela in de Italiaanse Alpen aan, waar Vittorio Sella is geboren en opgegroeid. Een achterkleinzoon van diens broer weet daar te vertellen dat zijn beroemde familielid niets aan het toeval overliet. Sella plande zorgvuldig het tijdstip waarop hij ’s ochtends vroeg aan zijn zware tochten begon, om veel later op de dag bij precies de juiste lichtval zijn gedroomde foto’s te kunnen maken.
Als het drietal samen met cameraman Matt Hardy tenslotte naar Nepal af wil reizen, is er ineens een flinke tegenslag. Initiatiefnemer Dom Busch zal wegens familie-omstandigheden niet mee kunnen gaan. En het slechte nieuws zal zich daar niet toe beperken. Als Sharman en Frost na de vliegreis een rit per jeep en een flinke voettocht omhoog in het dorpje Gunsha aankomen, waar ze de oorspronkelijke route van Sella kunnen oppakken, blijkt de al langer koortsige en misselijke Hamish Frost behoorlijk ziek te zijn. Hij moet met een helikopter worden geëvacueerd.
Veel komt dus neer op de schouders van de nestor van het gezelschap: Matt Sharman. Die hoopt maar dat hij zich de instructies van Frost voor wat betreft het gebruik van de camera goed heeft ingeprent en vertrouwt zoveel mogelijk op zijn kennis van het gebied. En op die van Sherpa’s, die hij een meegenomen en opgevouwen afdruk van het panorama van Sella toont.
Als Sharman denkt in de buurt van het Sellapunt aangekomen te zijn, dreigt laag hangende mist roet in het eten te gooien. Het herscheppen van het panorama zal toch al geen sinecure zijn, omdat de vier afzonderlijke foto’s waaruit het bestaat exact op elkaar aan moeten sluiten. Maar het meest kwellende vooruitzicht voor de Brit is misschien wel dat hij na gedane zaken eerst terug naar Engeland zal moeten reizen. om pas daar in een donkere kamer te ontdekken wat hij wél of misschien wel helemaal niet heeft vastgelegd. Tegelijkertijd dragen al die onzekerheden bij aan het ware avontuur zoals dat destijds door Vittorio Sella, zijn tochtgenoten en navolgers werd beleefd. A Thousands Words laat ons dat avontuur op meeslepende wijze in het heden herbeleven.
The Lost Cache – 85 jaar stroomafwaarts
Ook in de documentaire The Lost Cache van regisseur Todd Jones keert men terug naar een plek waar ooit een beroemde fotograaf en bergbeklimmer het hem omringende hooggebergte vereeuwigde. De verschillen met A Thousand Words zijn aanzienlijk.
Ten eerste beslaat de reis terug in de tijd die het uitgangspunt vormt van de documentaire niet 125 jaar, maar 85. Verder vormen niet de hoogste bergen ter wereld het decor, maar de qua omtrek en massa misschien wel grootste bergen op Aarde, die van het Saint Elias-gebergte in The Yukon Territory in het noordwesten van Canada. Belangrijker nog is dat het in The Lost Cache – afgezien van het terugvinden van een plek – vooral draait om het opsporen van objecten.

The Lost Cache
Het was 1937 toen de Amerikaanse bergbeklimmer, (lucht)fotograaf, cartograaf en latere museumdirecteur Bradford Washburn samen met Robert Hicks Bates als eerste de Mount Lucania (5240 meter) beklom. Een groot deel van zijn bagage (met zijn Fairchild F-8 luchtcamera als meest tot de verbeelding sprekende onderdeel) liet hij toen noodgedwongen achter op de schijnbaar bewegingloze Walshgletsjer. Hoever heeft die gletsjer die spullen sindsdien naar beneden gesleurd?
Tussen 1899 (de tijd van Vittorio Sella) en die van de jaren dertig van de vorige eeuw deden twee relatief moderne ontwikkelingen zich nadrukkelijk gelden. Die van het bewegend beeld (film) en die van de luchtvaart. The Lost Cache maakt dankbaar gebruik van die ontwikkelingen. Naast zijn ijzingwekkende mooie, vaak uit een vliegtuig geschoten foto’s van de bergreuzen uit Noord-Canada en Alaska zien we historische filmbeelden van Bradford Washburn, horen we zijn stoere, met een vleugje emotie doortrilde stem en kan de liefhebber genieten van ouderwetse vliegtuigjes als de Fairchild F-51.
Een vleugje van de sfeer van een commercial van een zeker spijkerbroekenmerk kan The Lost Cache daarmee niet ontzegd worden. Het National Geographic-gehalte van de documentaire is echter historisch gezien niet misplaatst. Want Washburn was gelieerd aan de society en het tijdschrift van die naam, al was hij niet bekend met de ietwat hijgerige hedendaagse televisiezender.
Maar hier en daar wreekt die invloedssfeer zich toch een beetje. Bijvoorbeeld voor wat betreft de samenstelling van de ploeg personen die in eerste instantie naar Washburns ‘Lost Cache’ moet gaan zoeken. De met prijzen onderscheiden skiër-bergbeklimmer Griffin Post, die als protagonist van de documentaire wel degelijk naarstig op zoek is naar de verdwenen bepakking van Washburn, kan in dit verband buiten beschouwing blijven. Maar wat is, gezien het doel van de onderneming, de functie van de breed grijnzende, met een ruige stoppelbaard en een spiegelende zonnebril getooide ‘National Geographic Adventurer of the Year’ Jeremy Jones en van snowboardkampioene Robin van Gyn? Zij willen vooral de verblindend witte, steile en puntige Mount Lucania beklimmen en ook als eersten een nabijgelegen piek zonder naam, niet in de laatste plaats om van die bergen vervolgens af te kunnen skiën en boarden. Dat kijkt allemaal lekker weg, maar die Fairchild-F8 camera vind je daar niet mee.
Als ze later een aanzienlijk deel van de gletsjer rond Bradfords vermoedelijke basiskamp hebben afgekamd, is er nog altijd geen spoor van de verdwenen bagage. Mismoedig neemt Post het vliegtuig richting Boston (Massachusetts), om daar een bezoekje te brengen aan het ooit door Bradford Washburn gerunde Museum of Science. Daar treft hij verslagen en foto’s aan van de Mount Lucania-expeditie van 1937, die hem nieuwe gezichtspunten opleveren. Maar wat hem vooral nieuwe hoop geeft, is een telefoontje van de bij de zoektocht betrokken glacioloog Luke Copland. Die wil Post in contact brengen met zijn jonge, pas gepromoveerde collega Dora Medrzycka. Zij zou alles weten van de vaak onvoorspelbare en wisselende stroomsnelheden van gletsjers.
Samen met de glaciologe keert Griffin Post tenslotte terug naar de onmetelijke witte vlakte van de Walshgletsjer in The Yukon Territory, alwaar de soms wat gelikte en iets te geënsceneerde, maar zeker spannende en fraaie documentaire zijn ontknoping zal beleven.
The Bride of Mont Blanc – In de voetsporen van een vergeten vrouw
Vittorio Sella en Bradford Washburn zijn misschien wel beroemder dan Henriette d’Angeville. Toch bereikte die Frans-Zwitserse alpiniste in 1838 als eerste vrouw op eigen kracht de top van de Mont Blanc. Een prestatie van formaat, zeker als je je bedenkt hoe vrouwen zich in die tijd dienden te kleden als ze de wilde natuur introkken.
De Britse Elise Wortley, protagoniste van de korte door Grace T.S.P. geregisseerde documentaire The Bride of Mont Blanc, had in het kader van haar project ‘Woman with Altitude’ al eerder reizen ondernomen naar Iran, Schotland en de Himalaya en zich verdiept in de avonturen en boeken van vrouwelijke ontdekkingsreizigers. Nu wil ze zo letterlijk mogelijk in de voetsporen treden van d’Angeville. Niet alleen uit bewondering voor de alpiniste uit de negentiende eeuw, maar ook om haar eigen angsten te overwinnen, waardoor ze in haar woonplaats, het 21-eeuwse Londen, jarenlang nauwelijks op straat durfde. Verder wil ze met haar ode aan d’Angeville andere vrouwen inspireren om zich vaker zelfstandig aan dergelijke ondernemingen te wagen.
In stijl met dit laatste streven moet ook de gids die Wortley naar de top van de hoogste berg van de Alpen moet gaan voeren een vrouw zijn. Na het nodige zoeken dient berggids Karen Bockel zich aan. Ze klikt goed met Elise Wortley, maar heeft wel zorgen over de korte tijdspanne die de onervaren en niet geacclimatiseerde Londense voor de onderneming heeft uitgetrokken.

The Bride of Mont Blanc
Eenmaal aangekomen in de Haute-Savoie stelt Bockel dus voor om een stukje per trein omhoog te reizen. Wortley aarzelt even, maar wil toch niet afwijken van haar oorspronkelijke plan. Ze vertrekken dus evenals d’Angeville dat deed te voet vanaf het kerkje in het beroemde, maar relatief laag gelegen bergdorp Chamonix. De als Henriette uitgedoste Elise is daar een bezienswaardigheid met haar lange, uitwaaierende wollen jurk, haar grote ronde, haar oren en nek omspannende hoed, haar met spijkers beslagen veterlaarzen en haar pikkel met de hoogte van de staf van Sinterklaas, die bij het overbruggen van gletsjerspleten eerder onhandig dan behulpzaam zal blijken.
In Chamonix lopen de temperaturen begin juni tegenwoordig op tot boven de dertig graden. Wat met zich meebrengt dat het zweet Wortley tijdens de lange aanloop door de prachtige bossen boven het bergdorp langs het lichaam druipt en haar wollen kleding verschrikkelijk begint te jeuken. Om nog maar te zwijgen van het gewicht van haar loodzware schoeisel. Maar ze moeten verder. Want de speelruimte die zij en haar gids hebben voor de beklimming is klein, omdat er slechter weer op komst is.
Niet alles is echter kommer en kwel. Juist de lange aanloop zorgt ervoor dat de natuurervaring compleet is en geheel in de geest van Henriette d’Angevilles’ autobiografische notities. De ouderwetse kleding, waardoor je eerst de warmte en op grotere hoogte de kou, de wind en de vochtigheid nog meer voelt, maakt die ervaring in de beleving van d’Angevilles’ navolgster zelfs intenser. Maar zal Wortley op weg naar de top die ze hoopt te bereiken weer in de greep komen van haar verlammende angsten? Die vraag en de overweldigende beelden van de Mont Blanc en omgeving (en niet te vergeten de animatiebeelden van de klimster van weleer) maken van The Bride of Mont Blanc een onderhoudende kijkervaring.
Under the Spell of Quartz Christal – Boodschappers van de eeuwigheid
Het Schwyzerdütsch van de kristallenzoekers in de documentaire Under the Spell of Quartz Christal van Irene Marty klinkt met zijn gutturale klanken soms weerbarstig. Maar toch ook zangerig, bijna betoverend. In stijl met de harde, maar glinsterende kwartskristallen en andere mineralen die deze ‘Strahlner’ uit het binnenste van de bergen naar boven halen.
Evenals de documentairemaakster zijn de oude Konrad Mattli, Xaver Gnos en Peter Indergand en de jongere Heinz Infanger en Brüno Müller afkomstig uit het kleine kanton Uri in het hart van Zwitserland. Kennis omtrent betekenis, soorten en vormen van het bergkristal is daar nog altijd wijd verspreid. Geen twee kristallen zijn identiek, moet je weten. Maar ze zijn zonder uitzondering hexagonaal (zeshoekig). En hoewel men ze vindt op ongeveer drie kilometer hoogte, worden ze op 10 tot 15 kilometer onder het aardoppervlak gevormd.
Marty’s dromerige, nooit zweverige documentaire trakteert ons op impressies van het met zijn laaghangende wolken en veelkleurige ijsvelden en rotswanden haast mystieke landschap van de Urner Alpen. Maar verschaft bovenal een genuanceerd antwoord op de vraag of het zoeken naar bergkristallen daar de afgelopen eeuw van karakter is veranderd.

Under the Spell of Quartz Christal
Het zoeken naar kristallen om in je levensonderhoud te voorzien, komt tegenwoordig nauwelijks nog voor. Tegelijkertijd was de gevoeligheid voor hun betoverende schoonheid er ook bij de kristallenzoekers zelf altijd al. De tachtigplussers Mattli, Gnos en Infanger ondernamen hun soms gevaarlijke zoektochten nog om den brode. Terwijl het voor de jongere Infanger en Müller eerder een hobby is, of liever gezegd: een passie. Toch krijgt ook Xaver Gnos nog altijd een kinderlijke blik van verrukking in zijn blauwe ogen als hij praat over zijn vondsten in de loop van zijn leven. Zijn vele dromen die hij in een notitieboekje heeft opgeschreven gingen allemaal over kristallen.
Konrad Mattli, die turend met zijn verrekijker de Planckenstock, de Schwarzstöckli en alle andere bergen van het Göscheneralp Tal bij naam weet te noemen, lijkt op het eerste gezicht nuchter. Hij getuigt van het harde bestaan van zijn familie van kristallenzoekers, gemzenjagers, boerenknechten en herders. Maar ook bekent hij dat hij altijd een klein kristalletje waarmee hij zich verbonden voelt in zijn portefeuille bewaart.
Peter Indergand bekijkt met weemoed de dia’s waarop zijn vader nog is te zien. Die vader, eveneens kristallenzoeker en overleden toen Peter elf jaar oud was, vond in 1946 in een grot nabij de Tiefengletsjer een heel kluster van kristallen. Lange tijd vormde dat het pronkstuk van de kristallen- en mineralenzaak van de familie in het dorpje Göschenen.
De jongere kristallenzoeker Heinz Infanger zien we met een rugzak en skistokken over een gletsjer trekken, op zoek naar kristallen. Je heb een geoefend oog en het juiste gereedschap nodig om ze tussen het alledaagse berggesteente te vinden. Infanger graaft met een soort koevoet tussen het rotspuin, vindt een mooi kwartsstuk en wil weten waar het vandaan komt. Op een hogere plek gaat hij vervolgens wrikken en graaft er een tunnel, waarin hij een heel kluster vindt.
Bruno Müller werkt vanuit een grot. In het voorseizoen gaat hij er alleen op uit en in de zomer vestigt hij zich samen met zijn broers in dat tijdelijke onderkomen. Daar zien we de broers na het werk kaasfondue bereiden, die met een goed glas witte wijn wordt genuttigd, waarna ze een klassieke Zwitserse pijp met gebogen steel opsteken.
Al in het stenen tijdperk (ongeveer 8000 jaar geleden) gingen mensen op zoek naar kristallen. In haar voice-over vertelt Irene Marty dat ze in de Griekse mythologie werden gezien als de versteende vreugdetranen van de goden van de Olympus. Het stenen tijdperk en de Griekse oudheid lijken echter wel gisteren als je je bedenkt dat de kristallen zelf hun groeiproces in de Aarde twaalf miljoen jaar geleden voltooiden. Marty noemt ze om die reden de boodschappers van de eeuwigheid.
Als we Peter Indergand moeten geloven bewijzen de kristallenzoekers de natuur een dienst door haar kostbaarheden te verzamelen. Want, zo weet hij, de bergen zullen uiteindelijk weer in zee verdwijnen. Dit lijkt een aanvechtbare visie van een gepassioneerde verzamelaar. De geologische cyclus die bergen weer in zee doet verdwijnen, beslaat immers tientallen miljoenen jaren. Terwijl de mens zelf (met zijn kristallenverzamelingen) het mogelijk niet zo lang op Aarde vol zal houden. Om nog maar te zwijgen van de negatieve gevolgen van al dat gewrik en gewroet in de bergen op hun door de smeltende gletsjers toch al bedreigde consistentie.
Goodbye Sisters – Innige verbondenheid
Veel hoger nog dan de vindplaatsen van bergkristallen in de Alpen liggen die van de yarsagumba: een rups die zich voedt met paddenstoelen en vastgroeit in de grond. Deze kostbare kruising tussen een dierlijke en een plantaardige levensvorm, waarvan de consumptie een geneeskrachtige en lustopwekkende werking zou hebben, wordt gevonden op hoogtes rond 5000 meter in de Himalaya.
Bijna even sterk met elkaar verbonden als de bestanddelen van de yarsagumba zijn de Nepalese zussen ‘Maili’ (Jamuna Budha Magar) en ‘Saili’ (Anmuna Budha Magar), de protagonisten van Goodbye Sisters van de Frans-Ierse regisseur Alexander Murphy. In die gedramatiseerde documentaire, die op het festival zijn Nederlandse première beleeft, zien we de twee zussen dikwijls hand in hand lopen. Door de straten van de hectische Nepalese hoofdstad Kathmandu, waar ze samen een groot deel van hun jeugd hebben doorgebracht. Maar ook op een lang bergpad dat voert naar hun armelijke geboortedorp Maïkot, waar ze zich tijdelijk zullen herenigen met hun ouders en oudere zussen.
Die terugkeer naar het ouderlijk huis maakt deel uit van een plan van Maïli, de oudste van de twee. Ze wil in Japan gaan studeren om haar eigen financiële situatie en die van haar familie te verbeteren. Het geld voor de reis hoopt ze bij elkaar te krijgen door nog één keer een goede partij yarsagumba te oogsten in de bergen boven Maïkot.
Het bezoek aan hun geboortedorp heeft voor de zussen tevens een niet geringe emotionele betekenis. Dat wordt al duidelijk als ze zich nog in Kathmandu bevinden. Daar laten ze zich niet alleen informeren over de prijs die ze zouden kunnen vragen voor yarsagumba van eerste klas kwaliteit, maar kopen ze ook kleurige sjaals en allerlei andere cadeautjes voor hun familieleden.
Ze reizen uiteindelijk dag en nacht door. Eerst met de (nacht)bus, dan met een jeep over slechte wegen en tenslotte bij onweer te voet naar Maïkot. Het is alweer donker als de hereniging met de familie plaatsvindt. Maar die is er niet minder uitbundig om. ‘Ba’ (Darshan Budha Magar, de vader) offert een kip ter gelegenheid van de reünie en zingt dansend een lied, waarvan hij de tekst enigszins vergeten lijkt te zijn.

Goodbye Sisters
De volgende ochtend wrijven de twee stadse zussen zich de ogen nog uit als de anderen al uren buiten op de velden aan het werk zijn. Als Maili en Saili dat voorbeeld tenslotte volgen, doen de schoffels pijn aan hun handen. Later liggen alle vier de zussen lui op de akker. Met hun hoofden op elkaars schoot, waardoor ze bijna één groot lichaam vormen.
Ook als het viertal de vuile kleren van de familie wast in een wild stromend bergriviertje strijden werken en plezier om voorrang. Ze lachen om de kleren van Ba die ze maar niet schoon krijgen, wassen hun eigen haren en dat van elkaar en tekenen wenkbrauwen en snorren van schuim op elkaars gezichten. Maili en Saili proberen samen een grote zeepbel vast te houden, maar die spat uit elkaar.
Als de grote dag is aangebroken waarop de familie de hoogte intrekt voor de yarsagumba-oogst loopt vader voorop met een zware mand op zijn rug en torsen de dochters ieder een flinke rugzak. Bij een boeddhistisch gedenkteken bidden ze dat ze niet door honger of ziekte getroffen zullen worden en maar veel yarsagumba mogen vinden. Het landschap wordt ondertussen rotsachtiger en kaler. Tot ze aankomen bij een groene weide vol mekkerende schapen. Iets lager (op 5010 meter) ligt de nederzetting Pupal, waar velen hun tenten opslaan voor de jaarlijks yarsagumba-oogst.
De volgende dag, met laaghangende mist en toch felle zon, begint de zoektocht naar de merkwaardige levensvorm. Kruipend op handen en voeten moeten ze iedere vierkante centimeter afspeuren van een met droog, geel gras begroeide helling. De ogen van Maili en Saili beginnen te tranen. Maar ze hebben nog niets gevonden. Hun moeder, die met een stok in de helling graaft, heeft meer succes. De yarsagumba die ze tussen haar vingers houdt, oogt wat verkreukeld. Maar als ‘Ama’ het ‘beestje’ voorzichtig verder uit de grond trekt, blijkt het om een redelijk gaaf exemplaar te gaan. De eerste prijsbepalingen van de oogst die ze bij elkaar hebben weten te scharrelen, vallen niet tegen.
Er zijn echter meer kwesties dan alleen die opbrengst die de familie bezig zullen houden. Zoals de bepaald niet zo leuke schooltijd van Maili en Saili in Kathmandu, waar binnen de familie nog nooit over is gesproken. Bovendien weten Ba en Ama nog niet dat ze hun dochter Maili na de oogst acht jaar lang niet meer terug zullen zien. En kan Saili het vertrek van haar oudere zus eigenlijk wel aan?
In nadrukkelijk geregisseerde, maar ontroerende scènes komen die kwesties nog aan de orde in deze meeslepende hybride film over innige familiebanden, afscheid, de ruige schoonheid van de Himalaya en het harde bestaan van yarsagumba-zoekers.
In het tweede deel van deze vooruitblik op DMFF #16 onder andere aandacht voor de fluisterende natuur van de Vogezen, een moeder op de hoogste berg van de wereld, een animatiefilm met tijdschokken en bergvriendelijke architectuur.
2 november 2026
DMFF 2026 – Preview 2: Een auerhoen, rendierkuddes en een hertenhoofd
