Reis 4: 1958 | Figurant in Ben-Hur

Filmhuis van het Verleden | Reis 4: 1958
Figurant in Ben-Hur

Axel F. Jomich: roadtrip met een DeLorean

Het is de eerste eeuw na Christus en mijn hart bonst in mijn keel. In werkelijkheid is het juni 1958 en ben ik beland op een van de talrijke filmsets op het Cinecittà-complex net buiten Rome.

Samen met een paar honderd andere mannen ben ik uitgedost als Romeinse soldaat in het nagebouwde hippodroom van Jeruzalem voor een opname van de wereldberoemde wagenrace in Ben-Hur. Tourbussen met figuranten rijden af en aan.

Terwijl ik hoofdrolspeler Charlton Heston op een scootertje de arena zie binnenrijden, vraagt een opnameleider om iemand met lef… en een goede verzekering. Een kwartier later sta ik in het midden van het strijdtoneel voor een bouwwerk waaruit vier gigantische beelden oprijzen. Mijn rol is om net op tijd voor twee aanstormende paardenspannen weg te springen.

– Het zijn lange, hete dagen, steunt een Italiaan van de rekwisietenafdeling een paar meter naast me.

Zijn rol is om straks ongemerkt vanuit een nis een dummy voor de galopperende paarden te gooien.

Hij vertelt dat hij al twee weken dagelijks in het hippodroom is te vinden. De handtekening van Stephen Boyd heeft hij al.
– Boyd moet bruine lenzen dragen, zegt hij grinnikend, want met zijn blauwe ogen is hij ongeloofwaardig als Romein.

De Ierse acteur vertolkt de rol van Messala. Die is in zijn tienerjaren innig bevriend met de door Charlton Heston gespeelde titelheld Ben-Hur, zoon van een rijke joodse familie. Jaren later verraadt Messala zijn maatje en moet Ben-Hur zich als slaaf op een galeischip in het zweet roeien. Dat mondt allemaal uit in het moment waarop de twee kemphanen zo dadelijk in de spectaculaire wagenrace aan ons voorbijrazen. Het voelt raar om nu al het gravel te ruiken waarop de wagens rijden. Ik zag ook al de akelig scherpe messen aan de houten wielen van Messala’s karretje.

Mijn buurman blijkt uitstekend op de hoogte van perikelen tijdens de filmopnamen. Hij wijst naar een platte wagen waar vier mannen een vierkant gevaarte op een kraan hijsen.
– Dat is zo’n nieuwe 65mm-camera. Vreselijk duur ding. Daarmee maken ze van die weidse panoramabeelden. Eergisteren sneuvelde er nog eentje toen enkele paarden uit de bocht vlogen.
– Oei. Hopelijk niemand dood of gewond geraakt?
– Nog niet, zegt mijn buurman met een knipoog.

Ik leer van hem dat de ene na de andere scriptschrijver is ontslagen. Kennelijk kon niemand de innige vriendschap tussen de Joodse en de Romeinse jongen sprankelend genoeg overbrengen.
– Het is dan ook een houten klaas, die Charl-ton Hes-ton!
– O ja?
– De scène tussen Ben-Hur en Messala moest ook een tikkeltje homo-erotisch, zegt hij, zodat de jongeheren wat minder stijf zouden zijn.

Weer een knipoog.

Gelukkig word ik snel afgeleid door de stem van assistent-regisseur Yakim Conutt door een megafoon. Nog vol adrenaline hijg ik enkele minuten later uit in een nis achter me en zie ik hoe de dummy van mijn buurman tussen de brokken lava op de renbaan in lompen is uiteengevallen.

Ik loop een beetje rond, observeer de vele, vele figuranten en maak soms een praatje. Later die middag zie ik Yakim Conutt weer. Ik herinner me ineens dat hij als stuntman legendarisch werd door in de westernklassieker Stagecoach vanuit een koets over een span met zes op hol geslagen paarden te lopen. Nu instrueert hij zijn zoon Joe. Maar die haalt zijn schouders op.

Joe moet als stand-in van Heston met zijn span over een omgevallen renwagen van een van diens concurrenten springen. Het moment is daar en we houden onze adem in, zelfs ik, ook al weet ik als enige de afloop al.

IJselijke kreten klinken door het hippodroom als Joe tijdens de sprong onbedoeld een salto voorover maakt, op de strengen tussen de paarden valt, en zich wonderwel weer in het karretje omhoog weet te hijsen. De camera’s blijven draaien. Conutt senior begeleidt zijn zoon daarna hoofdschuddend naar het hospitaaltje naast de arena om diens kin te laten hechten.

Over kinnen gesproken, daar staat Kirk Douglas. Tussen een zwerm journalisten oreert hij over het een en ander. En daar zie ik Audrey Hepburn in een geanimeerd gesprek met regisseur William Wyler, die de actrice vijf jaar eerder liet gloriëren in Roman Holiday. Ik ga wat dichterbij staan en hoor haar vragen hoe hij in godsnaam het ongekende filmbudget van 15 miljoen dollar voor Ben-Hur bij elkaar heeft gekregen.
– Je hebt een Jood nodig om een goede film over Jezus te maken, hoor ik Wyler grappen in het voorbijgaan.

Hepburns schaterlach ebt weg als ik de richting van de Cinecittà-studio’s insla. Mijn Italiaanse medefigurant wist te vertellen dat Federico Fellini dezer dagen in Teatro 5 La Dolce Vita opneemt. Ik twijfel of ik naar binnen sluip. Natuurlijk wil ik dolgraag met Anita Ekberg in de Trevifontein badderen om samen de stress van mijn eerste filmrolletje af te spoelen. Maar eerst reis ik terug naar een tijd waarin filmsterren nog hun eigen stunts deden. Als de motor van de DeLorean nog maar wil starten met deze temperatuur…

 


 

Bronnen en tips:
Films: Ben-Hur (1959), The Making of Ben Hur (1959)
Websites: https://ascmag.com/articles/flashback-ben-hur-1959
https://blog.jobs.ac.uk/history/histories-of-cinema-yakima-canutt-the-chariot-race-and-the-blind-spot/
http://eglewis.blogspot.com/2012/02/ben-hur-and-chariot-races-in-jerusalem.html
https://www.youtube.com/watch?v=irQdcfOZpCU