Reis 7: 1964 | Het geluid van ossenwagens

Filmhuis van het Verleden | Reis 7: 1964
Het geluid van ossenwagens

Axel F. Jomich: roadtrip met een DeLorean

Het is 30 juni 1964 en Julie Andrews spuugt een hap zand en gras uit. Door het geluid van de helikopter kunnen we niet horen wat ze schreeuwt, maar aan haar driftige stampvoeten te zien, is dat misschien maar goed ook. De heli met de heldhaftige cameraman moet nu eenmaal rakelings langs haar vliegen voor de mooiste plaatjes. Ik heb haar al drie keer zien vallen door de luchtverplaatsing van de rotorbladen. Best koddig eigenlijk.

De actrice had het al bij aankomst zwaar. Terwijl ik mijn DeLorean verderop in een jong berkenbosje parkeerde, konden Andrews en de crewleden deze idyllische alpenwei in het Duitse Beieren slechts met ossenwagens bereiken. Ook regisseur Robert Wise. Hij denkt dat ik in het naburige bergdorpje woon en klaagt ook. Hij loopt op me af en begint te foeteren. Hij wil weten welke boerenpummel net het gras heeft gemaaid. Dit levert volgens hem niet het gewenste beeld van ongerepte natuur op.

– En als mrs. Andrews steeds blijft vallen, blijft er sowieso weinig gras meer over, zegt de filmmaker op een toon waaruit zowel sarcasme als ergernis klinkt.
– Het wordt tijd dat iemand een op afstand bestuurbaar vliegmachientje met een camera uitvindt, opper ik met een glimlach.

Wise kijkt me aan alsof ik ze (al) zie vliegen, waarna hij naar Andrews loopt.
– Ik heb het koud, Robert, ik wil terug naar het hotel, snikt ze.
– OK, morgen is er weer een dag, sust Wise. Hij legt een hand op haar schouder.

Welke filmset ik ook bezoek als tijdreiziger, ik ben altijd onder de indruk. Als je de hartverwarmende openingsscène van The Sound of Music ziet, heb je geen idee met hoeveel pijn en moeite die tot stand is gekomen. Het hoofdpersonage – dat het in deze musical zal schoppen tot gouvernante van de zeven kinderen van kapitein Von Trapp – danst met een gelukzalige glimlach pirouettes in de ‘Oostenrijkse’ bergen. Als de camera vanuit de lucht zo dichtbij mogelijk komt, begint ze prachtig te zingen. Het ziet er zo eenvoudig uit, maar de werkelijkheid is anders.

The Sound of Music

De crew begint de set af te breken.

Iemand van de opnameleiding ziet in mij een mooi excuus om zich te drukken.
– Heb je hem gezien, de beek die we daarginds hebben aangelegd? vraagt hij aan mij.
Hij wijst in de richting van het dorpje.
Ik schud mijn hoofd.
– Hij is tientallen meters lang en helemaal van plastic gemaakt.
– Van plastic?
– Je hebt geen idee hoeveel water er inging!

De man vertelt het op een manier alsof hij wekenlang in zijn eentje met emmers water de berg op en af heeft moeten kuieren. Voordat ik hem kan vragen hoe ze dat uit de kluiten gewassen decorstuk in godsnaam hebben gevuld, zegt hij dat de kunstbeek een geschenk aan het dorpje is. Ze zijn natuurlijk niet gek om dat ding ook nog eens af te breken.
Dan wijst hij in een andere richting.

– Zie je dat leuke berkenbosje?
– Komt me bekend voor.
– Hebben wij speciaal voor het openingslied geplant. Hopelijk heeft daar nu niet een of andere boer zijn kar geparkeerd, zal je altijd zien.

De opnameleider keert zich naar zijn twee collega’s en maant hen om wat meer tempo te maken met het inladen van de spullen op de ossenwagens. Zelf steekt hij in alle rust een sigaretje op en biedt mij er ook een aan, maar ik sla af, in de toekomst zijn we immers wat zuiniger op onze gezondheid .

Na het werpen van een blik op zijn horloge, begint hij over zijn zieke moeder te oreren, maar als hij het woord ‘slapen’ laat vallen, maak ik snel een bruggetje naar het heden, althans, dit heden.
– Volgens de tabloids Ligt Christopher Plummer ook vaak te slapen… van de drank, zeg ik.
– Ja, kijk, hij verveelt zich stierlijk. Noemt The Sound of Music: S&M. Zo flauw en onprofessioneel! En werken met Julie Andrews noemt hij ‘alsof hij voortdurend met een Valentijnskaart op zijn kop wordt geslagen ’. Zei hij gisteren nog tijdens het eten. Waar ze bij was.

Mijn gesprekspartner plukt aan zijn snor en rept dan over maandenlange vertragingen van de filmopnamen vanwege het slechte weer.
– Plummer zette het op een vreten, zijn kleren voor de film pasten niet meer. O ja, ook een paar kleine Von Trappjes groeiden in de tussentijd. Eentje wisselde net zijn tanden. Moest een prothese en liet die natuurlijk weer kapot vallen…

Hij kan zijn zin niet afmaken, want we horen de paniekerige stem van Robert Wise.
– Jongens, snel weg hier! Daar heb je dat mens weer!

We zien hoe een ossenwagen nadert. Naast de voerman zit een bebrilde vrouw met krullen die uitbundig zwaait en ‘Joehoe!’ roept.

– O nee, Agathe von Trapp, kermt de opnameleider, die taart bemoeit zich werkelijk overal mee…

Hij plet zijn peuk en voordat ik afscheid kan nemen, denderen twee ossenwagens met de filmcrew de berg af, op de voet gevolgd door de kar met de echte mevrouw Von Trapp. Het lijkt de wagenrace van Ben-Hur wel! De helikopter, met de roekeloos filmende cameraman, scheert laag over richting het onwerkelijke tafereel. Ik besluit om snel terug te lopen naar het berkenbosje.

The Hills are Alive with the Sound of Music, neurie ik als ik met mijn DeLorean een gat in de tijd rijd.

In de achteruitkijkspiegel zie ik dat ik twee sporen van verbrand gras achterlaat. Oeps. Dat zal wel weer iets zijn voor Robert Wise om over te klagen morgen.

 


 

Bronnen en tips:
Film: The Sound of Music (1965)
Websites: https://www.sound-of-music.com/sound-of-music/the-making-of/
https://abcnews.go.com/Entertainment/journey-meadow-filmed-opening-scene-sound-music/story?id=29698288
https://www.movie-locations.com/movies/s/Sound-Of-Music.php
https://www.mentalfloss.com/article/61706/14-things-you-might-not-know-about-sound-music

Reis 6: 1967 | Horrorherfst met Rosemary

Filmhuis van het Verleden | Reis 6: 1967
Horrorherfst met Rosemary

Axel F. Jomich: roadtrip met een DeLorean

Het is een mooie herfstdag in 1967 en ik sta rond lunchtijd met een petje op mijn hoofd en een stapel pizza’s onder mijn arm voor het markante appartementencomplex The Dakota in New York. Er schiet een rilling door mijn lijf. Precies op deze plek dertien jaar later zal John Lennon worden neergeschoten als hij zijn woning heeft verlaten.

– Bewoner of crew? vraagt een puisterige jongeman met rastahaar als ik op de zevende etage uit de lift stap.
– Catering, antwoord ik, knikkend naar de pizzadozen.

Het geroezemoes en de lucht van weed sturen me de juiste kant op. De deur met opschrift ‘dressing room’ staat een beetje open. Ik stap naar binnen. In een mum van tijd ben ik verlost van de dozen en wisselen pakweg tien mannen pizzapunten uit. De sfeer is gemoedelijk. Ook ik moet beslist een hapje mee-eten. Een joint laat ik vriendelijk aan mij voorbijgaan.

– Wilt u ook wat, mevrouw Farrow? roept iemand.

Achterin de kleedruimte zie ik Mia Farrow, de hoofdrolspeelster van Rosemary’s Baby. Ze lacht, zingt en danst, zwaait uitbundig met haar armen, waarna ze met waterverf kleurrijke bloemen en ‘love’ en ‘peace’ op de muur schildert.
– Liefde is het mooiste woord. Vrede het op een na mooiste woord, want vrede is het resultaat van liefde, filosofeert de actrice met een kinderlijk stemmetje.

Dan klinkt vanuit de gang een gong. Iedereen staat op, Mia Farrow loopt voor mij langs. Ze draagt een mand met een witte poes. Iemand zegt dat ik wel even mee mag, als ik maar stil ben, want ze gaan de romantische haardscène van de film opnemen.
– En daarna gaan ze neuken, gniffelt iemand anders.

Aangekomen in het bewuste appartement zie ik overal tape op de vloer. Aanwijzingen waar iedereen moet lopen of staan. Ik zet snel mijn petje af, stel me een beetje achteraf op en luister naar een discussie tussen regisseur Roman Polanski en John Cassavetes, Farrows tegenspeler.

– Ik ben gewend aan vrijheid en improviseren, zegt Cassavetes. Waarom alles zo strak volgens het boekje?
– Jij mag dan al wel naam hebben gemaakt als onafhankelijk filmmaker, John, maar dat wil niet zeggen dat wij samen deze film gaan regisseren, reageert Polanski met een vet Pools accent.

Crewleden voor mij fluisteren dat dit de hele tijd zo al gaat. De filmstudio had liever Robert Redford als echtgenoot van Rosemary.
– John heeft de rol alleen maar aangenomen voor het geld, zegt iemand zachtjes. Hij acteert nu in vijf films tegelijk om zijn eigen film te kunnen betalen.
Ik besef dat ze het over zijn meesterwerk Faces hebben.

Mia Farrow heeft de mand met de poes achter de bank gezet. Ze geeft het beestje een aai. De visagiste werkt snel de make-up bij en de actrice trekt haar jurkje recht.
– Roman! Meneer Cassavetes! Ik ben er klaar voor.

Zodra de tortelduifjes voor de open haard zitten en de camera loopt, klinkt de stem van Polanski.
– Stop! Stop!
– Wat nu weer?
– Heb je nou alweer je sneakers aan, John?
– Wat is er mis mee?
– Kom op, dat kan toch niet, jullie staan op het punt om te gaan vrijen.
– Ze zitten zo lekker, zegt Cassavetes, die vervolgens met tegenzin zijn schoenen uittrekt.

Rosemary's Baby

De opname verloopt verre van vlekkeloos. Cassavetes moet zijn glas steeds een paar centimeter meer naar links of naar rechts houden. Farrow moet iets meer haar hoofd naar de camera draaien. En als Polanski de beeldcompositie eindelijk goed vindt, loopt er plotseling een witte poes door het beeld.
– In godsnaam Mia, kan die kat niet een keer naar een andere kamer? schreeuwt Polanski.

Als iemand de kat met een stuk pizza probeert te lokken, valt ook Farrow uit haar rol.
– Malcolm mag geen pizza! Hij eet alleen maar babyvoeding!

Iemand grijpt het beestje en houdt het klemvast. Een halfuur later is de haardscène klaar. De crew ruimt de apparatuur op en Farrow verlaat met Malcolm de kamer. Polanski voert opnieuw een levendig gesprek met Cassavetes.

– Monogamie is een onrealistisch concept, zegt de regisseur.
– Dat is iets raars om te zeggen, Roman.
– Ik zeg je, een man kan nooit zijn hele leven worden aangetrokken tot één vrouw.
– Onzin, zegt de acteur. Ik ben al vijftien jaar samen met Gena Rowlands – ze is attractiever dan ooit.

Als ik samen met de crew de kamer verlaat, hoor ik Polanski nog zeggen dat jonge meisjes in Amerika er soms uitzien als volwassen vrouwen.

Ik heb genoeg gehoord en loop snel naar de kleedruimte om afscheid te nemen van mijn lunchgenoten. Bijna bots ik tegen een man in driedelig pak met een aktetas in zijn handen. Hij haast zich naar de lift. Binnen in de kleedruimte – onder haar muurschildering – zit Mia Farrow luid te snikken boven een vel papier.
– Frank wil scheiden! Hij wil niet eens dat ik acteer! Maar ik wil méér zijn dan een huisvrouw…

Terug in de lift denk ik aan de duivelse slotscène van Rosemary’s Baby. Opeens krijg ik een naargeestig gevoel. In gedachte zie ik Farrows bijna ex-man Frank Sinatra gemeen lachen met maffiosi. Daarna zie ik in gedachte hoe Polanski’s zwangere geliefde Sharon Tate door de sekte van Charles Manson om het leven wordt gebracht. Beneden in de lobby klinkt Penny Lane van The Beatles uit een transistorradio; in een schim zie ik John Lennon op de trap in een plas bloed liggen.

Voor het eerst in mijn roadtrip door de filmgeschiedenis ervaar ik de duistere kant van tijdreizen. Ik moet op een prettige plek op adem komen. De Oostenrijkse Alpen zullen me vast goed doen.

 


 

Bronnen en tips:
Film: Rosemary’s Baby (1968)
Boek: This is No Dream: Making Rosemary’s Baby (2018) van James Munn
Websites: https://www.youtube.com/watch?v=_id3IyHbI_s
https://www.anothermag.com/design-living/10924/behind-the-scenes-of-roman-polanskis-cult-1968-thriller-rosemarys-baby
https://www.movie-locations.com/movies/r/Rosemarys-Baby.php
https://www.baysidecatresort.com.au/blog/15-eleven-celebrities-who-love-cats.html

Reis 5: 1919 | Lot van een stomme filmkomiek

Filmhuis van het Verleden | Reis 5: 1919
Lot van een stomme filmkomiek 

Axel F. Jomich: roadtrip met een DeLorean

Het is zondagmiddag 24 augustus 1919 in fotostudio Witzel in Los Angeles en acteur Harold Lloyd poseert voor publiciteitsfoto’s. Komende uit de toekomst weet ik al welke tragedie zich zo dadelijk gaat voltrekken, maar ik mag het lot natuurlijk niet beïnvloeden.

Mijn nog korte bestaan als tijdreiziger heeft me geleerd dat je moeilijk dichtbij filmsterren kunt komen. Niemand kent me immers. Als ik me introduceer als journalist gaan de deuren vaak snel open.

Ditmaal sta ik achterin een groepje persmensen. Een klein mannetje van distributeur Pathé geeft aanwijzingen aan de fotograaf. Harold Lloyd maakt met een paar collega’s een lolletje bij een tafel met rekwisieten. Iemand zet een masker op, een ander schenkt een denkbeeldig kopje thee in en Lloyd maakt met hoedje en wandelstok een verbluffend goede imitatie van Charlie Chaplin.

Pathé heeft met de zojuist doorgebroken komiek een contract voor een nieuwe reeks korte zwijgende films afgesloten en de sfeer is uitgelaten.

– Hoe gaat het met de opname van Haunted Spooks? vraagt het kleine mannetje aan Lloyd.

De acteur doet zijn rechterduim omhoog en steekt daarna een sigaret op.
– Het is nog steeds niet gelukt mezelf te doden. Het pistool bleek een waterpistool. Toen ik van de brug wilde springen, brak het touw. Stond ik laatst voor de tram, ging die op het allerlaatste moment net naar een ander spoor.

De schrijver van die morbide grappen, Frank Terry, graait met een brede grijns tussen de rekwisieten en pakt een rond zwart voorwerp met de witte letters ‘bomb’. Harold Lloyd neemt het vermeende explosief in zijn rechterhand en brengt de lont naar de sigaret.
– Opnieuw! zegt hij tegen de fotograaf. Wacht, ik pak een nieuwe, dit ding rookt teveel.

De acteur reikt naar de tafel om de bom terug te leggen, maar juist op dat moment klinkt een enorme knal. Alles dreunt. Mensen gillen en schreeuwen en een enkeling brult om een dokter. Als ik overeind kom zie ik dat Frank Terry een gebroken kunstgebit uit zijn mond haalt. Dit was duidelijk geen nepbom. Nadat de rook is opgetrokken, zie ik het enorme gat in het plafond. Daaronder staat Harold Lloyd. Zijn duim is helemaal verdwenen en zijn wijsvinger wiebelt los naar beneden. De fotograaf valt flauw.

De volgende weken bezoek ik Lloyd in het Methodist Hospital. Ik ben uitgenodigd door enkele van zijn vrienden en collega’s omdat ik in de fotostudio aan sommigen van hen eerste hulp heb verleend. Lloyd zegt dat hij langzaam zijn gezichtsvermogen terugkrijgt en vastbesloten is om aan zijn revalidatie te beginnen. In het ziekenhuis maak ik ook kennis met filmproducent Samuel Goldwyn, die zegt dat hij in een vorig leven handschoenmaker was. Hij belooft Harold een leren prothese met een kunstvinger en kunstduim.

Nadat ik afscheid heb genomen, loop ik naar de plek waar ik mijn DeLorean heb verborgen. Ik voel me trots dat ik op de dag van de bomexplosie Lloyd niet heb gewaarschuwd voor wat er komen ging. Misschien heeft het ongeluk op een bijzondere manier zijn carrière wel goed gedaan. Kijk maar eens naar Safety Last!, zijn wereldberoemde komedie uit 1923. Daarin klimt hij tegen een kantoorgebouw omhoog en hangt hij aan de wijzers van de klok in de toren. Met twee handen, met de vingers van Samuel Goldwyn. Zijn vele filmcapriolen maken van Harold Lloyd een van rijkste mensen in Hollywood.

Tijd verstrijkt snel, helemaal met een DeLorean, en op een zomerdag in 1953 stap ik op de parkeerplaats van een landgoed in Beverly Hills uit mijn auto.
– Wow, leuke wagen! zegt een verwonderend kijkende tuinman die net voorbijloopt.
– Dank je, hij is uit een film.

Dat lijkt het optrekje van Harold Lloyd ook wel.
– Greenacres telt 44 kamers en 26 badkamers, vertelt de tuinman ongevraagd. Aan de andere kant van het huis ligt een golfbaan met negen holes. En aan díe zijde ligt een kunstmatige rivier met een waterval waar je heerlijk kunt kanoën. Een hoop werk voor een tuinman, kan ik u zeggen.

Ik ben hier niet voor een klaagzang of om me te laten imponeren door al die weelde, maar mag Harold Lloyd interviewen over zijn nieuwe carrière. Al toen hij films maakte, experimenteerde hij met kleuren- en 3D-fotografie. Bij het grote publiek is hij nu vooral bekend als fotograaf van naaktkiekjes van model Bettie Page en stripper Dixie Evans voor mannenmagazines.

Een zweem van gemaaid gras en chloor komt me tegemoet als ik de hoek omloop. Ik zie een gigantisch zwembad, bijna geheel omzoomd met een glazen tunnel. Aan de rechterkant zie ik mannen op een terrasje met een scherm en lampen. Een dame met platinablond haar in een rood strapless badpak ligt half onderuit gezakt en lacht, waarna de camera begint te klikken.

Als ik op mijn tenen dichterbij treed, zie ik dat het Marilyn Monroe is! Ze pakt een glas cola van een tafeltje en zet het aan haar vuurrode lippen.
– Die publiciteitsfoto’s voor Gentlemen Prefer Blondes worden waanzinnig, zegt de belichter.

Ze pakt een sigaret en reikt met haar rechterhand naar een robuuste, zwarte gasaansteker met een gouden opzetstuk en wil hem aanknippen.

Plotseling – een drang die sterker is dan mezelf – spring ik tussen het gezelschap.
– Nee, niet doen, let op je mooie vingers!

Van een interview met Harold Lloyd is het niet meer gekomen.

 


 

Bronnen en tips:
Films: Harold Lloyd – The Third Genius (1989), Haunted Spooks (1919), Safety Last! (1923)
Websites: https://www.youtube.com/watch?v=TtHfWdlyFKg
https://silentlocations.com/2011/05/21/harold-lloyd-lasting-impressions/
https://www.newworldencyclopedia.org/entry/Harold_Lloyd
https://haroldlloyd.us/the-life/august-24-1919-witzel-photographers/
https://altaonline.com/atomic-blonde/

Reis 4: 1958 | Figurant in Ben-Hur

Filmhuis van het Verleden | Reis 4: 1958
Figurant in Ben-Hur

Axel F. Jomich: roadtrip met een DeLorean

Het is de eerste eeuw na Christus en mijn hart bonst in mijn keel. In werkelijkheid is het juni 1958 en ben ik beland op een van de talrijke filmsets op het Cinecittà-complex net buiten Rome.

Samen met een paar honderd andere mannen ben ik uitgedost als Romeinse soldaat in het nagebouwde hippodroom van Jeruzalem voor een opname van de wereldberoemde wagenrace in Ben-Hur. Tourbussen met figuranten rijden af en aan.

Terwijl ik hoofdrolspeler Charlton Heston op een scootertje de arena zie binnenrijden, vraagt een opnameleider om iemand met lef… en een goede verzekering. Een kwartier later sta ik in het midden van het strijdtoneel voor een bouwwerk waaruit vier gigantische beelden oprijzen. Mijn rol is om net op tijd voor twee aanstormende paardenspannen weg te springen.

– Het zijn lange, hete dagen, steunt een Italiaan van de rekwisietenafdeling een paar meter naast me.

Zijn rol is om straks ongemerkt vanuit een nis een dummy voor de galopperende paarden te gooien.

Hij vertelt dat hij al twee weken dagelijks in het hippodroom is te vinden. De handtekening van Stephen Boyd heeft hij al.
– Boyd moet bruine lenzen dragen, zegt hij grinnikend, want met zijn blauwe ogen is hij ongeloofwaardig als Romein.

De Ierse acteur vertolkt de rol van Messala. Die is in zijn tienerjaren innig bevriend met de door Charlton Heston gespeelde titelheld Ben-Hur, zoon van een rijke joodse familie. Jaren later verraadt Messala zijn maatje en moet Ben-Hur zich als slaaf op een galeischip in het zweet roeien. Dat mondt allemaal uit in het moment waarop de twee kemphanen zo dadelijk in de spectaculaire wagenrace aan ons voorbijrazen. Het voelt raar om nu al het gravel te ruiken waarop de wagens rijden. Ik zag ook al de akelig scherpe messen aan de houten wielen van Messala’s karretje.

Mijn buurman blijkt uitstekend op de hoogte van perikelen tijdens de filmopnamen. Hij wijst naar een platte wagen waar vier mannen een vierkant gevaarte op een kraan hijsen.
– Dat is zo’n nieuwe 65mm-camera. Vreselijk duur ding. Daarmee maken ze van die weidse panoramabeelden. Eergisteren sneuvelde er nog eentje toen enkele paarden uit de bocht vlogen.
– Oei. Hopelijk niemand dood of gewond geraakt?
– Nog niet, zegt mijn buurman met een knipoog.

Ik leer van hem dat de ene na de andere scriptschrijver is ontslagen. Kennelijk kon niemand de innige vriendschap tussen de Joodse en de Romeinse jongen sprankelend genoeg overbrengen.
– Het is dan ook een houten klaas, die Charl-ton Hes-ton!
– O ja?
– De scène tussen Ben-Hur en Messala moest ook een tikkeltje homo-erotisch, zegt hij, zodat de jongeheren wat minder stijf zouden zijn.

Weer een knipoog.

Gelukkig word ik snel afgeleid door de stem van assistent-regisseur Yakim Conutt door een megafoon. Nog vol adrenaline hijg ik enkele minuten later uit in een nis achter me en zie ik hoe de dummy van mijn buurman tussen de brokken lava op de renbaan in lompen is uiteengevallen.

Ik loop een beetje rond, observeer de vele, vele figuranten en maak soms een praatje. Later die middag zie ik Yakim Conutt weer. Ik herinner me ineens dat hij als stuntman legendarisch werd door in de westernklassieker Stagecoach vanuit een koets over een span met zes op hol geslagen paarden te lopen. Nu instrueert hij zijn zoon Joe. Maar die haalt zijn schouders op.

Joe moet als stand-in van Heston met zijn span over een omgevallen renwagen van een van diens concurrenten springen. Het moment is daar en we houden onze adem in, zelfs ik, ook al weet ik als enige de afloop al.

IJselijke kreten klinken door het hippodroom als Joe tijdens de sprong onbedoeld een salto voorover maakt, op de strengen tussen de paarden valt, en zich wonderwel weer in het karretje omhoog weet te hijsen. De camera’s blijven draaien. Conutt senior begeleidt zijn zoon daarna hoofdschuddend naar het hospitaaltje naast de arena om diens kin te laten hechten.

Over kinnen gesproken, daar staat Kirk Douglas. Tussen een zwerm journalisten oreert hij over het een en ander. En daar zie ik Audrey Hepburn in een geanimeerd gesprek met regisseur William Wyler, die de actrice vijf jaar eerder liet gloriëren in Roman Holiday. Ik ga wat dichterbij staan en hoor haar vragen hoe hij in godsnaam het ongekende filmbudget van 15 miljoen dollar voor Ben-Hur bij elkaar heeft gekregen.
– Je hebt een Jood nodig om een goede film over Jezus te maken, hoor ik Wyler grappen in het voorbijgaan.

Hepburns schaterlach ebt weg als ik de richting van de Cinecittà-studio’s insla. Mijn Italiaanse medefigurant wist te vertellen dat Federico Fellini dezer dagen in Teatro 5 La Dolce Vita opneemt. Ik twijfel of ik naar binnen sluip. Natuurlijk wil ik dolgraag met Anita Ekberg in de Trevifontein badderen om samen de stress van mijn eerste filmrolletje af te spoelen. Maar eerst reis ik terug naar een tijd waarin filmsterren nog hun eigen stunts deden. Als de motor van de DeLorean nog maar wil starten met deze temperatuur…

 


 

Bronnen en tips:
Films: Ben-Hur (1959), The Making of Ben Hur (1959)
Websites: https://ascmag.com/articles/flashback-ben-hur-1959
https://blog.jobs.ac.uk/history/histories-of-cinema-yakima-canutt-the-chariot-race-and-the-blind-spot/
http://eglewis.blogspot.com/2012/02/ben-hur-and-chariot-races-in-jerusalem.html
https://www.youtube.com/watch?v=irQdcfOZpCU

 

Reis 3: 1933 | Het linkerbeen van Claudette Colbert

Filmhuis van het Verleden | Reis 3: 1933
Het linkerbeen van Colbert

Axel F. Jomich: roadtrip met een DeLorean

Het is december 1933 en Claudette Colbert wil haar been niet laten zien.

– We hebben je salaris verdubbeld en je stribbelt alleen maar tegen, zegt Frank Capra, de regisseur.
– Een dame trekt haar jurk niet omhoog.
Capra roept het meisje van de make-up.
– Lieverd, laat jij je been maar zien. Dan gebruiken we dat shot als close-up.
De ogen in Colberts appelvormige gezicht worden nog groter.
– Dat is niet mijn been! Ik doe het zelf wel. Mijn God, dit is de slechtste film die ik ooit heb gemaakt!

Ik sta met enkele passanten een paar meter achter de filmcrew in het Franklin Canyon Park waar de beroemde liftscène van It Happened One Night wordt opgenomen. Het is warm voor de tijd van het jaar en het cederhout van de mahoniebomen ruikt naar potloodslijpsel. Aan de overkant van het weggetje zit een al even chagrijnige Clark Gable op het hek een wortel te eten. Ik hoor iemand zeggen dat de acteur voor straf is uitgeleend aan Columbia vanwege zijn affaire met Joan Crawford, de grote ster van MGM. Gable zou regelmatig dronken op de set verschijnen en met iedereen ruzie maken. Er wordt wat afgeroddeld op een filmset.

Iedereen wil onderhand wel het been van Claudette Colbert zien.
– Vooruit met de geit! maant Gable.
– Je moet me wel vanaf de linkerkant filmen.
– Camera loopt! Actie! roept Capra.
Colbert trekt tergend langzaam haar jurk op.
– Hoger, nog hoger! roept Capra.
Gable springt van het hek en kijkt alsof hij nog nooit zo’n mooi ledemaat heeft gezien. Links op de weg komt een auto aanrijden.
– En cut!

It Happened One Night

De scène moet nog een paar keer over voordat de regisseur tevreden is.
– Geloof me, het wordt echt wel wat met dit nieuwe script van Robert Roskin.
– Ik vraag me af of Myrna Loy, Margaret Sullivan, Carole Lombard en Miriam Hopkins het nu wél zouden hebben geaccepteerd, verzucht Colbert terwijl ze haar jurk rechttrekt.
– Vooruit met de geit!
De werkdag zit er op. Clark Gable stapt achterin een auto, Claudette Colbert achterin een andere auto.

Ik had graag nog naar de actrice willen roepen dat ook het publiek de film echt leuk zal vinden. En dat ze niet moet denken dat ze kansloos is bij de Oscars volgend jaar – omdat Bette Davis de gedoodverfde winnares is – en wél naar de uitreiking moet gaan. Maar als tijdreiziger moet je altijd oppassen dat je niet teveel over de toekomst zegt. In plaats daarvan steek ik het weggetje over, vang nog net een glimp van Colberts linkerbeen op voordat zij het portier dichttrekt en bluf tegen Frank Capra dat ik van de Thousand Oakes Post ben en enkele vragen wil stellen.

– Onze stad is trots dat It Happened One Night voor een groot deel hier is opgenomen.
– Hmm.
– Binnenkort wordt de Hays Code ingevoerd.
– Hmm.
– Denkt u dat deze scène door de censuur komt?
– Hmm.
– Ik heb gehoord dat de film op 22 februari 1934 in première gaat?
Capra kijkt op van zijn stapel papieren.
– Dat klopt. Hoe weet je dat eigenlijk?
– Connecties.
– Hmm…  Nou, ik heb nog niets gehoord hoe Columbia de marketing wil opzetten. Verdomde acteurs met hun hoge salarissen! Er zal wel weer niets van over blijven. Gelukkig kan ik snel weer een nieuwe film gaan maken. Hopelijk wordt dat wel een succes.
– It’s a wonderful life, lach ik hem toe.
Capra kijkt een beetje schaapachtig en keert terug naar zijn papieren.

Een paar minuten later loop ik de weg terug door het park richting Mulholland Drive. Ik hoor het geluid van eenden op het meer en vanaf de berm schiet een slang uit een kuil naar de overkant. Het doet me denken aan de filmset van zonet. Nadat ik een lift heb gekregen, sta ik twee uur later bij een affiche aan het begin van Thousand Oaks Boulevard.
– De stad groet de makers van It Happened One Night, lees ik.

Ik pak een dikke stift uit mijn tas en schrijf er in grote letters op: ‘Screwball comedy, hier begint het’.

 


 

Bronnen en tips:
Film: It Happened One Night (1934)
Websites: https://www.imdb.com/title/tt0025316/trivia?ref_=tt_trv_trv
http://www.thecinessential.com/it-happened-one-night/scenessential
https://cinemontage.org/colbert-report-it-almost-didnt-happen-one-night/
https://catalog.afi.com/Catalog/MovieDetails/6316?cxt=ymalhttp://eeweems.com/capra/_it_happened_one_night.html
https://www.youtube.com/watch?reload=9&v=_0XY-5SPyyE

Reis 2: 1959 | Godard springt in de tijd

Filmhuis van het Verleden | Reis 2: 1959
Godard springt in de tijd

Axel F. Jomich: roadtrip met een DeLorean

Het is september 1959 en regisseur Jean-Luc Godard duwt cameraman Raoul Coutard behoedzaam voort in een rolstoel. Hier in Hôtel de Suède wordt de slotscène van de moderne gangsterfilm À bout de souffle opgenomen.

Patricia en Michel zijn op de vlucht omdat de laatste na een autodiefstal impulsief een motoragent heeft gedood. Patricia zegt dat ze de politie heeft gebeld en dat hij moet vluchten. Met het script in zijn ene en de rugleuning in zijn andere hand draait Godard langzaam rond het verliefde koppel terwijl het ratelen van de Eclair Cameflex van Coutard de dialoog bijna onverstaanbaar maakt.

– Moet ik niet harder spreken? vraagt Jean Seberg.
– Ik wil dat je volledig kalm en cool bent, antwoordt Godard.
– Moet ik niet meer emotie tonen? vervolgt de Amerikaanse actrice, die niet voor het eerst het bloed onder de regisseursnagels vandaan haalt.
– Dat je aan de andere kant van de oceaan Jeanne d’Arc hebt gespeeld, wil nog niet zeggen dat je nu ook met vuur kunt spelen!

À bout de souffle

Niemand die vragen stelde toen ik hier gewoon kamer 12 van Hôtel de Suède kwam binnenlopen, iedereen dacht kennelijk dat ik bij iemand anders hoorde. Zaak is om zoveel mogelijk buiten het beeld van Godard te blijven. Hij heeft het toch te druk en moppert de godganse tijd.

Het waren dan ook geen gemakkelijke weken voor de filmcrew. Te weinig geld om bijvoorbeeld een dolly te huren en te weinig tijd om ingewikkelde rails aan te leggen. Doorlopend discussie over welke filmrollen je voor de camera moest gebruiken. Bovendien hadden de schrijver van het script, François Truffaut, en technisch adviseur Claude Chabrol zich nauwelijks op de filmset laten zien. Gelukkig was collega Jean-Pierre Melville bereid een klein rolletje te spelen.

De regisseur zegt regelmatig tijdens de opnamen tegen iedereen dat hij radicaal wil breken met de codes van de klassieke Hollywoodstijl en de continuïteitsmontage. Maar hier begrijpt niet iedereen dat een shot niet per se hoeft te worden gevolgd door een tegenshot op ooghoogte zodat het publiek ziet wat het personage ziet. Godard wil ook geen voor de hand liggende emoties.

– Ik voel me toch prettiger als ik harder spreek, zegt Seberg.
– Wat jij wilt, reageert Godard, die weet dat de scène toch nog zal worden gedubd.

Niemand in deze ruimte kan nog bevroeden dat À bout de souffle bij zowel critici als publiek razend populair zal worden en dat de film gaat gelden als boegbeeld van de nouvelle vague en inspiratiebron voor talloze filmmakers. Die eer heeft Godard voornamelijk te danken aan het gebruik van de jump cut: het na elkaar monteren van twee beelden waardoor een kort sprongeffect in de tijd ontstaat.

Die montagetechniek ontdekte Georges Méliès trouwens al tijdens een van zijn eerste filmopnamen. Nadat hij op straat was gestruikeld, zag hij thuis dat door zijn val een stukje beeld miste. Voortaan kon hij goochelen met film. Het publiek kon in 1896 de ogen niet geloven toen Méliès zijn vrouw onder een doek liet verdwijnen en een skelet haar plaats innam.

Jean Seberg zit in een hoekje stoom af te blazen en Jean-Luc Godard vermoedt dat de film veel te lang is geworden.
– Die klootzak van een distributeur accepteert dit nooit. Ik heb geen zin om hele scènes te schrappen.
– Misschien kun je op een speelse manier binnen de scènes knippen. En dan zonder vloeiende overgangstechnieken. Dan wordt de film veel vlotter en avontuurlijker.
Voordat Godard ziet wie die suggestie hem toewerpt, maak ik me uit de voeten.

De handheldcamera volgt gangster Michel als hij buiten tevergeefs een auto wil laten stoppen. Terwijl hij sprintend uit het zicht verdwijnt, betreed ik de linkeroever van de Seine, loop langs de leuke cafeetjes van Quartier Latin en werp een laatste blik op de Notre-Dame. Ik kan bijna niet wachten om binnenkort, 26 jaar eerder, een veel jongere dame te ontmoeten.

 


 

Bronnen en tips:
Films: À bout de souffle (1960), Escamotage d’une dame au théâtre Robert Houdin (1896)
Websites: https://theibtaurisblog.com/2013/08/06/a-bout-de-souffle-and-the-making-of-innovation/
https://www.youtube.com/watch?v=BSfEX5104_c
http://www.boat-mag.com/raymond-cauchetiers-new-wave/
https://www.imdb.com/title/tt0053472/trivia?ref_=tt_trv_trv
https://en.wikipedia.org/wiki/Breathless_(1960_film)
http://www.newwavefilm.com/interviews/godard-1962-interview.shtml
https://lib.ugent.be/fulltxt/RUG01/001/490/857/RUG01-001490857_2011_0001_AC.pdf

Reis 1: 1895 | De trein die niet arriveerde

Filmhuis van het Verleden | Reis 1: 1895
De trein die niet arriveerde

Axel F. Jomich: roadtrip met een DeLorean

Het is 28 december 1895 en het kleine gezelschap van besnorde heren in jacquets en pantalons, geflankeerd door dames met hoedjes en sieraden, neemt vol verwachting plaats op de houten stoeltjes in Salon Indien, de kelder van Grand Café Capucines in Parijs. Tussen wat grote planten staat voorin een wit schermpje en aan de zijkanten hangen gedrapeerde rode gordijnen.

Charles-Antoine Lumière gelooft direct dat ik een toevallig passerende journalist uit België ben en introduceert me bij zijn zoons Louis en Auguste. Buitenlandse promotie is zeker gewenst nu een historisch moment op het punt van beginnen staat. In tegenstelling tot de andere aanwezigen hoef ik niet te betalen, wat goed uitkomt, want ik heb geen oud Frans geld bij me.

Met zijn pretoogjes neemt Auguste plaats achter een vierkante doos van hout en koper en draait aan een zwengel. Deze cinematograaf, een combinatie van bestaande uitvindingen waarop de broers heel slim als eerste patent hebben aangevraagd, projecteert via een sterke lamp en een lens de eerste beelden op het scherm. Een zucht van opwinding vult het zaaltje.

Het allereerste filmpje duurt nog geen 50 seconden. La Sortie de l’Usine Lumière à Lyon toont hoe tientallen werknemers de fabriek van Lumière in Lyon verlaten. Pa Lumière was daar destijds begonnen met de productie van fotografische platen. Na zijn pensioen namen beide zoons het bedrijf over en gingen in korte tijd miljoenen verdienen.

In het programma van tien korte filmpjes, allen in één shot opgenomen, is vooral aandacht voor arbeid, zoals fonkelend smeedwerk in Les Forgerons. Maar ook familie, zoals in Le Repas waarin Auguste Lumière samen met zijn vrouw Marguerite hun baby Andrée te eten geven. Senior legt uit dat elke filmstrook 35 millimeter breed en 17 meter lang is. ‘Onze cinematograaf is bovendien veel handiger dan die lompe kinetoscoop van die yank Thomas Edison waarmee je maar met één persoon tegelijk een filmpje kunt kijken.’

– Ik heb de trein gemist, zeg ik nadat de filmvoorstelling is afgelopen.
De oude Lumière kijkt op zijn vestzakhorloge.
– Nee, ik bedoelde wat anders…
In bijna elke bron staat dat L’Arrivée d’un train en gare de La Ciotat juist vandaag zou worden vertoond, maar dat klopt dus niet. Je weet wel: de trein die langzaam een station binnenrijdt en sommige toeschouwers de stuipen op het lijf jaagt omdat die denken dat ze worden aangereden.

‘Wonderlijke cinema, maar handige zakenlui. Alsof de Lumières persoonlijk de eerste film hebben gemaakt’, mompelt een beschonken dame op geaffecteerde toon. ‘Zeker vergeten dat die arme Louis le Prince al zeven jaar geleden een kort filmpje van zijn schoonfamilie in Leeds maakte en bij terugkomst in Frankrijk spoorloos verdween. Dat zaakje stinkt als een cancanflamoes in de Moulin Rouge.’

Weer buiten op het trottoir loopt een kalende man met zwarte snor en grijs sikje op me af en steekt zijn hand uit.
– Georges Méliès, zegt hij.
– Aangenaam!
– U bent toch journalist? Welnu, ik heb 10.000 francs geboden, maar die Lumières willen me geen cinematograaf verkopen. Die Auguste huurt momenteel nota bene een kamer in het gebouw waar ik woon. Maar niet getreurd, ik heb connecties met iemand in Londen die ook bezig is met het ontwikkelen van een projector en als het moet maak ik beslist mijn eigen camera.

Georges nodigt me uit bij hem thuis en vertelt dat hij filmvoorstellingen in zijn theater wil geven en de eerste filmstudio van Europa wil bouwen, helemaal van glas, zodat hij optimaal gebruik van het daglicht kan maken. Na een goed diner doen we een “Amélietje” in de kamer van Auguste Lumière: we wisselen wat deurklinken om en kartelen zijn scheermesje.

De volgende ochtend nemen we afscheid.
– Zorg wel dat je de rechten van je films regelt, anders eindig je nog samen met je vrouw anoniem in een kioskje op het station van Montparnasse!
Georges hoort me niet meer.

Op het beschutte veldje achter Galeries Lafayette trek ik het doek van de DeLorean en besluit ik in Parijs te blijven. Ik stel het tijdcircuit in op september 1959 wanneer een filmrevolutie op het punt staat te worden geboren.

 


 

Bronnen en tips:
Film: Hugo (2011)
Boek: Film: An International History of the Medium (1993)
Websites: https://wichm.home.xs4all.nl/myth.html
https://www.youtube.com/watch?v=5oRonEW7-lE
https://nl.wikipedia.org/wiki/Georges_M%C3%A9li%C3%A8s
https://www.thefamouspeople.com/profiles/auguste-lumire-6863.php

 

Proloog: 2019 | Tijdreis naar de filmset

Filmhuis van het Verleden | Proloog: 2019
Tijdreis naar de filmset

Axel F. Jomich: roadtrip met een DeLorean

Het mooie van film is dat iedereen het wonderlijke theater op zijn eigen manier beleeft.

Wie Back to the Future heeft gezien, herinnert zich vast dat de futuristische auto – een grijze DeLorean DMC-12 – op het eind compleet door een trein werd verwoest. Wat je waarschijnlijk niet weet, is dat de uitvinder van deze tijdmachine, Doc Emmett Brown, door de jaren heen drie versies heeft gebouwd. De eerste werd vernietigd door de bliksem. De laatst overgebleven DeLorean uit de film is in oktober 2018 in Australië geveild voor ruim 80.000 euro.

Er ligt een Porsche-motor in, vliegtuigonderdelen en knipperlichten leveren extra effecten en de vleugeldeuren werken nog perfect. Toen mijn oom hem op de veiling kocht, zat de originele Flux Capacitor nog op het dashboard. Dat ingenieuze instrument had Doc op 5 november 1955 bedacht nadat hij op het toilet was uitgegleden en zijn hoofd had gestoten. Na dertig jaar experimenteren wist hij het zeker: tijdreizen is mogelijk! Je had dan wel 1,21 gigawatt aan energie nodig, wat in die dagen slechts door plutonium kon worden opgewekt.

Enkele Libiërs die Doc benaderden om een bom te maken, hadden een kist van dat radioactieve goedje gestolen van een Amerikaanse legerbasis. Maar Doc had die achterovergedrukt in de hoop dat de Libiërs hem niet konden opsporen. Tevergeefs, zo blijkt in de eerste film van de trilogie. We schrijven 1985 als Doc en Marty, gekleed in stralingspakken, bij de rijdende tijdmachine staan op de parkeerplaats van een winkelcentrum in Hill Valley. Doc heeft voorzichtig een plutoniumstaaf in een hermetisch compartiment laten glijden, de tijdcircuits aangezet en de datum van dertig jaar eerder ingevoerd.

Maar dan verschijnt een slingerend Volkswagenbusje vol Libiërs die met machinegeweren beginnen te knallen. Nadat Doc is neergeschoten, springt Marty in paniek in de DeLorean en rijdt voor zijn leven. Exact op het moment dat de snelheid van 140 kilometer per uur op de teller staat, verdwijnt de auto in een wolk van explosieve lichtflitsen, slechts twee meterslange vuursporen achterlatend, om vervolgens op te doemen in een weiland waar hij een vogelverschrikker omrijdt en tot stilstand komt in een schuur. De geschrokken boerenfamilie weet het zeker: de aliens zijn geland.

De DeLorean van mijn oom, die inmiddels aan een hartkwaal lijdt, staat nu in mijn garage en ik mag erin rijden. Ooit werd er een speciale microchip gebruikt om de Flux Capacitor aan te sturen, maar die is verdwenen en nooit teruggevonden. Vele pogingen om zo’n chip te maken, zijn mislukt. Totdat … totdat ik vorige week een anonieme brief uit het jaar 2015 kreeg met daarop een microchip geplakt. Je zult het niet geloven, maar de chip werkt!!! Je kunt niet alleen dag, maand, jaar, uur en minuut invoeren, maar ook de locatie!

Net zoals Doc allereerst zijn hond Einstein een minuut liet tijdreizen, testte ik de tijdmachine gisternacht radiografisch bestuurd op een verlaten autoweg met Binky, de hamster van mijn buurmeisje. Precies één minuut later kwam de DeLorean terug geflitst, helemaal onder het ijs, maar Binky verkeerde nog in blakende gezondheid.

Nu is het 5 november 2019, precies 64 jaar nadat Doc Emmett Brown de tijdmachine uitvond. Ik ben inmiddels verhuisd naar een geheim adres, want ik wil niet dat de auto wordt misbruikt om de toekomst te manipuleren. Ik heb het mijn oom plechtig beloofd: ik gebruik hem alleen om terug te reizen in de tijd, naar mooie momenten in de filmgeschiedenis. Het lijkt me fantastisch om acteurs, actrices en filmmakers te ontmoeten, van dichtbij te ervaren hoe ze waren op de filmset en hoe bepaalde filmscènes tot stand zijn gekomen.

De tank zit vol, de banden zijn opgepompt en een dikke jas is aangetrokken. Ik start de auto en toets in: 28 december 1895, Boulevard des Capucines, Parijs. Fasten your seatbelts, it’s going to be a bumpy ride.

 


 

Bronnen en tips:
Films: Back to the Future (1985), Back to the Future II (1989), Back to the Future III (1990), Hugo (2011)
Websites: https://www.youtube.com/watch?v=zW7A3aV_qjI
https://backtothefuture.fandom.com/wiki/Main_Page