Terugblik filmjaar 2025 – Deel 7

Terugblik filmjaar 2025 – Deel 7:
Verdrinken in werelden

door Bert Potvliege

Elk filmjaar kent een verloop dat gekenmerkt wordt door enige voorspelbaarheid. Maar het is een jaarlijkse cyclus waarin we ons graag wentelen. In 2025 was dit niet anders. We gingen van verwondering naar ontroering, tuimelend door geprojecteerde werelden. De ene film na de andere.

We trapten het jaar traditiegetrouw af met het inhalen van gemiste recente films (het uitstekende Flow), gevolgd door uitblinkers die te laat op het feest verschenen – prijsbeesten van het voorafgaande jaar die een veel te late release kregen (nr. 2 in mijn lijst). Er valt in die eerste maanden al eens iets gloednieuws van enige betekenis in de zalen, maar het eerste echte ijkpunt van het jaar is het Filmfestival van Cannes in mei (we keken terecht uit naar de nieuwe Panahi). Best wel leuke tijden in de zalen, maar het is goed te weten dat de eerste zes maanden van het jaar een stuk minder boeien dan de tweede helft. Pas dan start de aaneenrijging.

The Love That Remains

The Love That Remains

Met de zomer in zicht lanceert Hollywood zo goed als wekelijks verteerbaar spektakel (Furiosa). De eerste films uit Cannes droppen in de zalen. Vanaf augustus volgen de filmfestivals elkaar op. De toppers van de Croisette worden aangevuld met al het moois uit Venetië, Rome, Telluride en Toronto. Het publiek krijgt een lading prestigefilms uit Tinseltown, elk mikkend op dat gouden beeldje (nr. 1 is er zo eentje). Eens de herfst volop woedt, dreig je verzwolgen te worden in het aanbod. En elk jaar – like clockwork – is er dat moment diep in november wanneer je de handen in de lucht gooit met de woorden “Ik houd het niet meer bij” – een luxeprobleem (zo zullen we Die My Love later moeten meepikken).

Doorheen het hele jaar spookt steeds dezelfde vraag door het hoofd: Welke film zal ons hart breken? Voor mij primeert daarbij ervaring boven betekenis. Mijn vijf favoriete films waren exact dat: een ervaring. De boodschappen in deze films zijn belangrijk (over gemarginaliseerde figuren, naar liefde hunkerende eenzaten, politieke polarisatie en over de aard van het kunstenaarschap) maar die thema’s waren niet doorslaggevend. We onthouden die films omdat we konden verdwijnen in de werelden die ze brachten.

Voor we die lijst presenteren, wil ik een ogenblik stilstaan bij de films die net naast de selectie grepen, maar absoluut het vermelden waard zijn. Hlynur Pálmasons nieuwste film, The Love That Remains, was een ingetogen maar krachtige toevoeging aan de cinema van de IJslandse filmmaker. Darren Aronofsky’s Caught Stealing leek op papier een vrijblijvende genreoefening, maar dergelijk gezapig misdaadverhaal – met die kwaliteit verfilmd – is zeldzaam deze dagen. Jafar Panahi leverde met It Was Just an Accident een overtuigende Gouden Palm, en een sterke toevoeging aan zijn meeslepend oeuvre. Daarnaast raden we Black Dog, Caught by the Tides, Hard Truths en The Seed of the Sacred Fig aan.

Ik ben tevreden over het cinefiele 2025 en hoop voor 2026 dat Terrence Malick na zes jaar monteren eindelijk zijn The Way of the Wind aan de wereld schenkt.

 

Dit zijn de vijf films van 2025 die we zullen meedragen:

5 – Jeunes mères
Jeunes mères is het nieuwe – en inmiddels zoveelste – sociaal-realistisch drama van de Belgische broers Dardenne. Decennia ver in hun illustere carrière en nog steeds behoren ze tot de absolute wereldtop.

Hun films boeien door het fascinerende evenwicht tussen medelevende cinema en scherp maatschappijkritisch onderzoek – tussen empaat en socioloog. Wat de Dardennes bijzonder maakt, is hun zelfbeheersing. Hun kenmerkende cameravoering – obsessief geënt op de protagonist (of in het geval van Jeunes mères: vijf tienermoeders) – blijft een intellectuele visuele benadering. Ze bestuderen hun onderwerpen op weldoordachte en analytische wijze. Hapklaar sentiment blinkt uit in afwezigheid.

Misschien zijn hun films vandaag net iets minder urgent en verrassend dan twintig jaar geleden, maar hun meesterschap staat buiten kijf. Jeunes mères is opnieuw een overtuigend bewijs van hun kunnen.

 

4 – Queer
Queer in deze lijst is voor velen misschien de vreemde eend in de bijt – weinig recensenten zullen ons volgen. Luca Guadagnino, de veelfilmer achter prachtwerken als Call Me by Your Name en Suspiria, heeft zich recent aan overdaad bezondigd: drie films in twee jaar, met wisselende kwaliteit. Deze nieuwe film werd wat lauwer onthaald, dus zorgeloos waren we allerminst toen de zaallichten doofden. Maar onze argwaan smolt als sneeuw voor de zon.

We volgen het mistroostige bestaan van de in Mexico-Stad verzeilde expat William Lee, een homoseksuele man die koortsachtig zoekt naar liefde, seks en bevestiging. Zijn door alcohol vertroebelde blik vertaalt zich in een vertelstijl die zowel fascinerend als ontregelend is. Niet sinds Eyes Wide Shut hadden we het gevoel zo verstrikt te raken in een droomrijk labyrint. Het lijkt Mexico, maar is het dat wel? De licht surreële toon wordt uitgesprokener wanneer het geheel richting een existentiële ayahuasca-finale beweegt – met een bijna onherkenbare Lesley Manville als kers op de psychotrope taart.

In de rol van de intellectueel wauwelende en bezopen Lee tref je een gepensioneerde James Bond – Daniel Craig in de rol van zijn leven. Zijn Lee is een mengeling van een verloren ziel, onbetrouwbaar roofdier en dronken romanticus. En toch: wat maakt Craig het verbazend eenvoudig om verliefd te worden op zo’n literair figuur – een verscheurd personage.

 

3 – Eddington
Wie had gehoopt dat de getalenteerde cineast Ari Aster – een vaandeldrager in zijn generatie Amerikaanse filmmakers (Hereditary, Midsommar) – na het heerlijke en opzettelijk ontoegankelijke Beau is Afraid een publieksvriendelijkere koers zou varen, komt bedrogen uit. Aster trekt zijn eigenzinnige lijn onverstoorbaar door en maakte met Eddington een film waar ogenschijnlijk niemand op zat te wachten.

In deze neo-western kruisen burgemeester (Pedro Pascal) en sheriff (een voortreffelijke Joaquin Phoenix) de degens in het Amerikaanse gehucht Eddington, terwijl de coronapandemie in volle hevigheid woedt. We schrijven 2020. De ene wil dat iedereen zich strikt aan de regels houdt, de andere ziet in de maatregelen een complot tegen de bevolking. Met droge humor en absurde scherpte fileert Aster de hedendaagse VSA-samenleving – van de opkomst van extremisme tot het gebrek aan mediawijsheid en de groeiende politieke polarisatie.

Humor blijkt het enige overlevingsmiddel, want optimistisch over de toekomst is Aster allerminst. De film is een uitzinnige ervaring die gaandeweg steeds grotesker ontspoort: Asters regie is ronduit indrukwekkend, zijn visie compromisloos, en zijn lef bewonderenswaardig. Ongemakkelijk is het zeker, maar Eddington bewijst dat Aster met koppige eigenzinnigheid hoge ogen kan gooien. 

 

The Brutalist

The Brutalist

2 – The Brutalist
In de maanden voorafgaand aan de release werd The Brutalist reeds met lof overladen (beste regie op het filmfestival van Venetië). Je moet die hype evenwel terzijde schuiven en het aan de prent laten om je te overtuigen. De proloog zat er nauwelijks op toen de film zijn klauwen in ons had, om een slordige 200 minuten lang te boeien. We zagen een Icarus toveren op het scherm – cineast Brady Corbet reikte hoog.

The Brutalist bleek een viering van all things cinema, waarbij alle facetten van het filmmaken mochten schitteren: Een compromisloze focus op de narratieve laag, met een sterk verhaal over een Joodse architect (Adrien Brody), weggevlucht uit het door de oorlog verscheurde Europa. Hij is een gedreven creatieveling die voet aan grond probeert te krijgen in de Verenigde Staten – een allegorie op het kunstenaarschap en de rol van artistieke eigengereidheid. Het acteerspel is van hoog niveau (Brody is een van dé smaakmakers van afgelopen kwarteeuw), de beelden zijn om duimen en vingers bij af te likken, de muziek van Daniel Blumberg stuwt het geheel naar een nóg hoger niveau. En vooral: met een minimaal budget schept men een enorme wereld. Het geheel maakte een grootse indruk.

Dit is niet noodzakelijk mijn soort cinema (waarbij de literaire plot primeert), maar de overdondering was voelbaar. Sterke cinema laat me wekenlang met de score in de oren door de straten flaneren – en The Brutalist was daarop geen uitzondering. 

 

1 – One Battle After Another
Wonderkind Paul Thomas Anderson (Magnolia, The Master) levert met One Battle After Another een unicum in het Amerikaanse studiosysteem: ongehoord dat anno 2025 een auteur-cineast meer dan 100 miljoen dollar krijgt om er zijn zin mee te doen, vooral omdat PTA nooit grote recettes binnenhaalde. Zijn films zijn doorgaans vrij kleine en idiosyncratische karakterstudies. Maar een cinefiel godsgeschenk dat hij hier de kans kreeg een peperdure film te maken voor een groot publiek en mocht uitbreken. Uit de kosten geraken is niet gelukt (tot niemands verrassing) maar de film – over een ex-revolutionair (Leonardo DiCaprio) die zijn ontvoerde dochter wil redden – is torenhoge favoriet voor de komende Oscars. 

De spektakelrijke film is meesterlijk gemaakt, en dendert 160 minuten lang onstuitbaar door. Het eerste halfuur is een compacte en baldadige verfilming van de voorgeschiedenis van deze personages. Halfweg de film zit er nog een lap van een goed half uur – samengehouden door een grandioze score van Jonny Greenwood, met een gekmakende pianomelodie – die enorm imponeert. En zelfs de weinige tegenstanders zijn het erover eens dat de autoachtervolging op het einde, met de River of Hills, fantastische cinema is.

Bij de cinema van PTA hoopt de filmfan niet op uitstekende vormelijke kwaliteiten – hij of zij eist het. Wie de film in IMAX meemaakte, zag een audiovisueel wonder gebeuren. DiCaprio, Sean Penn en Chase Infinity spelen sterk, maar het zijn Teyana Taylor en vooral de onnavolgbare en hilarische Benicio del Toro (“Few small beers”) die de show stelen.

PTA is een verhalenverteller, geen poëet. Bij hem ligt alle aandacht op personages, en op het zo kwalitatief mogelijk presenteren van hun verhaal. Weinig filmmakers zijn er zo bedreven in als hij. Met One Battle After Another leverde hij onmiskenbaar het grootste filmfeest van het jaar – een ongeëvenaarde ervaring.

 

31 december 2025

 

Deel 1 – Cor Oliemeulen: Waarom Max Verstappen geen wereldkampioen werd
Deel 2 – Ralph Evers: Er was tenminste weer een regisseur zichtbaar
Deel 3 – Jochum de Graaf: De verschillende vormen van comedy
Deel 4 – Tim Bouwhuis: Door de lens van filmfestivals
Deel 5 – Bob van der Sterre: De absurde top 20
Deel 6 – Zoë van Leeuwen: Een ode aan Letterboxd