Terugblik filmjaar 2025 – Deel 7

Terugblik filmjaar 2025 – Deel 7:
Verdrinken in werelden

door Bert Potvliege

Elk filmjaar kent een verloop dat gekenmerkt wordt door enige voorspelbaarheid. Maar het is een jaarlijkse cyclus waarin we ons graag wentelen. In 2025 was dit niet anders. We gingen van verwondering naar ontroering, tuimelend door geprojecteerde werelden. De ene film na de andere.

We trapten het jaar traditiegetrouw af met het inhalen van gemiste recente films (het uitstekende Flow), gevolgd door uitblinkers die te laat op het feest verschenen – prijsbeesten van het voorafgaande jaar die een veel te late release kregen (nr. 2 in mijn lijst). Er valt in die eerste maanden al eens iets gloednieuws van enige betekenis in de zalen, maar het eerste echte ijkpunt van het jaar is het Filmfestival van Cannes in mei (we keken terecht uit naar de nieuwe Panahi). Best wel leuke tijden in de zalen, maar het is goed te weten dat de eerste zes maanden van het jaar een stuk minder boeien dan de tweede helft. Pas dan start de aaneenrijging.

The Love That Remains

The Love That Remains

Met de zomer in zicht lanceert Hollywood zo goed als wekelijks verteerbaar spektakel (Furiosa). De eerste films uit Cannes droppen in de zalen. Vanaf augustus volgen de filmfestivals elkaar op. De toppers van de Croisette worden aangevuld met al het moois uit Venetië, Rome, Telluride en Toronto. Het publiek krijgt een lading prestigefilms uit Tinseltown, elk mikkend op dat gouden beeldje (nr. 1 is er zo eentje). Eens de herfst volop woedt, dreig je verzwolgen te worden in het aanbod. En elk jaar – like clockwork – is er dat moment diep in november wanneer je de handen in de lucht gooit met de woorden “Ik houd het niet meer bij” – een luxeprobleem (zo zullen we Die My Love later moeten meepikken).

Doorheen het hele jaar spookt steeds dezelfde vraag door het hoofd: Welke film zal ons hart breken? Voor mij primeert daarbij ervaring boven betekenis. Mijn vijf favoriete films waren exact dat: een ervaring. De boodschappen in deze films zijn belangrijk (over gemarginaliseerde figuren, naar liefde hunkerende eenzaten, politieke polarisatie en over de aard van het kunstenaarschap) maar die thema’s waren niet doorslaggevend. We onthouden die films omdat we konden verdwijnen in de werelden die ze brachten.

Voor we die lijst presenteren, wil ik een ogenblik stilstaan bij de films die net naast de selectie grepen, maar absoluut het vermelden waard zijn. Hlynur Pálmasons nieuwste film, The Love That Remains, was een ingetogen maar krachtige toevoeging aan de cinema van de IJslandse filmmaker. Darren Aronofsky’s Caught Stealing leek op papier een vrijblijvende genreoefening, maar dergelijk gezapig misdaadverhaal – met die kwaliteit verfilmd – is zeldzaam deze dagen. Jafar Panahi leverde met It Was Just an Accident een overtuigende Gouden Palm, en een sterke toevoeging aan zijn meeslepend oeuvre. Daarnaast raden we Black Dog, Caught by the Tides, Hard Truths en The Seed of the Sacred Fig aan.

Ik ben tevreden over het cinefiele 2025 en hoop voor 2026 dat Terrence Malick na zes jaar monteren eindelijk zijn The Way of the Wind aan de wereld schenkt.

 

Dit zijn de vijf films van 2025 die we zullen meedragen:

5 – Jeunes mères
Jeunes mères is het nieuwe – en inmiddels zoveelste – sociaal-realistisch drama van de Belgische broers Dardenne. Decennia ver in hun illustere carrière en nog steeds behoren ze tot de absolute wereldtop.

Hun films boeien door het fascinerende evenwicht tussen medelevende cinema en scherp maatschappijkritisch onderzoek – tussen empaat en socioloog. Wat de Dardennes bijzonder maakt, is hun zelfbeheersing. Hun kenmerkende cameravoering – obsessief geënt op de protagonist (of in het geval van Jeunes mères: vijf tienermoeders) – blijft een intellectuele visuele benadering. Ze bestuderen hun onderwerpen op weldoordachte en analytische wijze. Hapklaar sentiment blinkt uit in afwezigheid.

Misschien zijn hun films vandaag net iets minder urgent en verrassend dan twintig jaar geleden, maar hun meesterschap staat buiten kijf. Jeunes mères is opnieuw een overtuigend bewijs van hun kunnen.

 

4 – Queer
Queer in deze lijst is voor velen misschien de vreemde eend in de bijt – weinig recensenten zullen ons volgen. Luca Guadagnino, de veelfilmer achter prachtwerken als Call Me by Your Name en Suspiria, heeft zich recent aan overdaad bezondigd: drie films in twee jaar, met wisselende kwaliteit. Deze nieuwe film werd wat lauwer onthaald, dus zorgeloos waren we allerminst toen de zaallichten doofden. Maar onze argwaan smolt als sneeuw voor de zon.

We volgen het mistroostige bestaan van de in Mexico-Stad verzeilde expat William Lee, een homoseksuele man die koortsachtig zoekt naar liefde, seks en bevestiging. Zijn door alcohol vertroebelde blik vertaalt zich in een vertelstijl die zowel fascinerend als ontregelend is. Niet sinds Eyes Wide Shut hadden we het gevoel zo verstrikt te raken in een droomrijk labyrint. Het lijkt Mexico, maar is het dat wel? De licht surreële toon wordt uitgesprokener wanneer het geheel richting een existentiële ayahuasca-finale beweegt – met een bijna onherkenbare Lesley Manville als kers op de psychotrope taart.

In de rol van de intellectueel wauwelende en bezopen Lee tref je een gepensioneerde James Bond – Daniel Craig in de rol van zijn leven. Zijn Lee is een mengeling van een verloren ziel, onbetrouwbaar roofdier en dronken romanticus. En toch: wat maakt Craig het verbazend eenvoudig om verliefd te worden op zo’n literair figuur – een verscheurd personage.

 

3 – Eddington
Wie had gehoopt dat de getalenteerde cineast Ari Aster – een vaandeldrager in zijn generatie Amerikaanse filmmakers (Hereditary, Midsommar) – na het heerlijke en opzettelijk ontoegankelijke Beau is Afraid een publieksvriendelijkere koers zou varen, komt bedrogen uit. Aster trekt zijn eigenzinnige lijn onverstoorbaar door en maakte met Eddington een film waar ogenschijnlijk niemand op zat te wachten.

In deze neo-western kruisen burgemeester (Pedro Pascal) en sheriff (een voortreffelijke Joaquin Phoenix) de degens in het Amerikaanse gehucht Eddington, terwijl de coronapandemie in volle hevigheid woedt. We schrijven 2020. De ene wil dat iedereen zich strikt aan de regels houdt, de andere ziet in de maatregelen een complot tegen de bevolking. Met droge humor en absurde scherpte fileert Aster de hedendaagse VSA-samenleving – van de opkomst van extremisme tot het gebrek aan mediawijsheid en de groeiende politieke polarisatie.

Humor blijkt het enige overlevingsmiddel, want optimistisch over de toekomst is Aster allerminst. De film is een uitzinnige ervaring die gaandeweg steeds grotesker ontspoort: Asters regie is ronduit indrukwekkend, zijn visie compromisloos, en zijn lef bewonderenswaardig. Ongemakkelijk is het zeker, maar Eddington bewijst dat Aster met koppige eigenzinnigheid hoge ogen kan gooien. 

 

The Brutalist

The Brutalist

2 – The Brutalist
In de maanden voorafgaand aan de release werd The Brutalist reeds met lof overladen (beste regie op het filmfestival van Venetië). Je moet die hype evenwel terzijde schuiven en het aan de prent laten om je te overtuigen. De proloog zat er nauwelijks op toen de film zijn klauwen in ons had, om een slordige 200 minuten lang te boeien. We zagen een Icarus toveren op het scherm – cineast Brady Corbet reikte hoog.

The Brutalist bleek een viering van all things cinema, waarbij alle facetten van het filmmaken mochten schitteren: Een compromisloze focus op de narratieve laag, met een sterk verhaal over een Joodse architect (Adrien Brody), weggevlucht uit het door de oorlog verscheurde Europa. Hij is een gedreven creatieveling die voet aan grond probeert te krijgen in de Verenigde Staten – een allegorie op het kunstenaarschap en de rol van artistieke eigengereidheid. Het acteerspel is van hoog niveau (Brody is een van dé smaakmakers van afgelopen kwarteeuw), de beelden zijn om duimen en vingers bij af te likken, de muziek van Daniel Blumberg stuwt het geheel naar een nóg hoger niveau. En vooral: met een minimaal budget schept men een enorme wereld. Het geheel maakte een grootse indruk.

Dit is niet noodzakelijk mijn soort cinema (waarbij de literaire plot primeert), maar de overdondering was voelbaar. Sterke cinema laat me wekenlang met de score in de oren door de straten flaneren – en The Brutalist was daarop geen uitzondering. 

 

1 – One Battle After Another
Wonderkind Paul Thomas Anderson (Magnolia, The Master) levert met One Battle After Another een unicum in het Amerikaanse studiosysteem: ongehoord dat anno 2025 een auteur-cineast meer dan 100 miljoen dollar krijgt om er zijn zin mee te doen, vooral omdat PTA nooit grote recettes binnenhaalde. Zijn films zijn doorgaans vrij kleine en idiosyncratische karakterstudies. Maar een cinefiel godsgeschenk dat hij hier de kans kreeg een peperdure film te maken voor een groot publiek en mocht uitbreken. Uit de kosten geraken is niet gelukt (tot niemands verrassing) maar de film – over een ex-revolutionair (Leonardo DiCaprio) die zijn ontvoerde dochter wil redden – is torenhoge favoriet voor de komende Oscars. 

De spektakelrijke film is meesterlijk gemaakt, en dendert 160 minuten lang onstuitbaar door. Het eerste halfuur is een compacte en baldadige verfilming van de voorgeschiedenis van deze personages. Halfweg de film zit er nog een lap van een goed half uur – samengehouden door een grandioze score van Jonny Greenwood, met een gekmakende pianomelodie – die enorm imponeert. En zelfs de weinige tegenstanders zijn het erover eens dat de autoachtervolging op het einde, met de River of Hills, fantastische cinema is.

Bij de cinema van PTA hoopt de filmfan niet op uitstekende vormelijke kwaliteiten – hij of zij eist het. Wie de film in IMAX meemaakte, zag een audiovisueel wonder gebeuren. DiCaprio, Sean Penn en Chase Infinity spelen sterk, maar het zijn Teyana Taylor en vooral de onnavolgbare en hilarische Benicio del Toro (“Few small beers”) die de show stelen.

PTA is een verhalenverteller, geen poëet. Bij hem ligt alle aandacht op personages, en op het zo kwalitatief mogelijk presenteren van hun verhaal. Weinig filmmakers zijn er zo bedreven in als hij. Met One Battle After Another leverde hij onmiskenbaar het grootste filmfeest van het jaar – een ongeëvenaarde ervaring.

 

31 december 2025

 

Deel 1 – Cor Oliemeulen: Waarom Max Verstappen geen wereldkampioen werd
Deel 2 – Ralph Evers: Er was tenminste weer een regisseur zichtbaar
Deel 3 – Jochum de Graaf: De verschillende vormen van comedy
Deel 4 – Tim Bouwhuis: Door de lens van filmfestivals
Deel 5 – Bob van der Sterre: De absurde top 20
Deel 6 – Zoë van Leeuwen: Een ode aan Letterboxd

Terugblik filmjaar 2025 – Deel 6

Terugblik filmjaar 2025 – Deel 6:
Een ode aan Letterboxd

door Zoë van Leeuwen

2025 was het jaar van sociale media in de filmindustrie. Meer dan ooit worden sociale media gebruikt om films te delen, te promoten en te adverteren. Iets waar de oude garde van filmfanaten misschien niet zo blij mee is. Maar ik nodig je uit om je open te stellen voor verandering.

YouTube-programma’s als Chicken Shop Date en Hot Ones interviewen acteurs op een veel persoonlijker niveau, waardoor mensen meer verbinding kunnen maken met het project. Ook op Instagram zijn accounts met filmrecensies steeds populairder geworden. Sociale media bieden het publiek duidelijk een nieuwe manier om films te consumeren en ermee te interacteren.

Sorry, Baby

Sorry, Baby

De heilige graal van filmgerelateerde sociale media, vooral sinds dit jaar, is zonder twijfel Letterboxd. Voor degenen die geen flauw idee hebben waar ik het nu over heb: Letterboxd is een socialemediaplatform speciaal voor filmfans dat vooral mijn generatie gebruikt om alle films die ze bekijken te beoordelen en bij te houden. Maar het is veel meer dan alleen een manier om films publiekelijk af te zeiken. Al kan dat natuurlijk ook.

Je kunt films die je hebt gezien registreren, lijstjes maken, zien wat je vrienden hebben gekeken en vooral nieuwe films ontdekken. Het opent een wereld aan films waar je anders misschien nooit van had gehoord. Want in 2025 is een Google-zoekopdracht naar ‘welke film moet ik kijken?’ gewoonweg niet meer voldoende, omdat je dan enkel de populairste films tegenkomt die momenteel op Netflix worden gestreamd. Nee, voor die pareltjes moet je vaak graven. Of je nu op zoek bent naar obscure bloederige horrorfilms of de crème de la crème uit het Hollywood van de jaren 50 wilt zien, op Letterboxd vind je talloze lijstjes van mensen die weten waar ze het over hebben.

Of je het er nu mee eens bent of niet, de integratie van sociale media in en rond het filmlandschap is niet meer weg te denken, dus waarom zou je het niet omarmen? Letterboxd geeft iedereen de mogelijkheid om zijn ongezouten mening te geven en te discussiëren, en wat is er nou leuk aan films als we geen verschillende meningen kunnen delen?

 

Top 5 van 2025

1 – Sorry, Baby
Sorry, Baby is naar mijn mening niet alleen de beste film van 2025, maar ook de meest emotionele. De film volgt het verhaal van een vrouw die een tragische gebeurtenis meemaakt. Terwijl zij met de gevolgen daarvan moet zien om te gaan, gaat de wereld om haar heen gewoon door en moet zij leren daarmee te leven. Het regiedebuut van Eva Victor is een prachtige film over trauma’s en hoe trauma’s je kijk op de wereld en anderen kunnen veranderen. Het script is fenomenaal en ondanks de heftige thema’s soms zelfs erg grappig. Het is lang geleden dat ik tijdens een film zo erg heb gehuild.

 

Sinners

Sinners

2 – Sinners
Horror lijkt een comeback te maken. Want nadat The Substance in 2024 een Oscar-nominatie kreeg, lijkt horror ook dit jaar een goede kans te maken tijdens het uitreiken van de filmprijzen. Zo kwam regisseur Ryan Coogler met een angstaanjagende film over vampieren die zich niet richt op de bleke, bloedzuigende Europeanen, maar zich juist verdiept in de geschiedenis van Afro-Amerikanen en Aziaten in het zuiden van de VS na de Eerste Wereldoorlog. Sinners is net zo goed een geschiedenisles als een huiveringwekkend en bloederig verhaal. De al bijna perfecte film wordt nog een treetje hoger getild door de geweldige soundtrack, gevuld met bluesmuziek vermengd met hiphop en Ierse folk, en dient als het belangrijkste stukje storytelling in de hele film.

 

3 – Weapons
Aan de andere kant van het horrorgenre ligt de mysterieuze, bloederige en jumpscare-gevulde horror-komedie Weapons. Regisseur Zach Cregger laat met zijn tweede film zien dat hij een meester is in het maken van griezelige films waar je lachend van weggaat en meteen naar meer verlangt. De film is half mysterie, half horror en houdt je gedurende de hele speelduur op het puntje van je stoel. Weapons heeft misschien niet dezelfde zware emotionele lading als sommige andere films in mijn lijst, maar dat maakt de film niet minder de moeite waard.

 

4 – Nosferatu
2025 is niet alleen een jaar vol goede horrorfilms, maar ook vampierenfilms lijken populairder dan ooit. In Nosferatu vertelt Robert Eggers opnieuw een vampierverhaal dat al ontelbare keren voor het witte doek is bewerkt, maar hij maakt het verhaal eigen. Het is misschien wel een van de beste bewerkingen van Bram Stokers Dracula. De film is somber en de sfeer en decors weerspiegelen dat perfect. Het is veel meer griezelig dan echt eng, maar Bill Skarsgård als graaf Orlok zorgt er wel voor dat je met een lampje aan wilt slapen.

 

5 – Left-Handed Girl
Left-Handed Girl is het intieme en rauwe regiedebuut van Shih-Ching Tsou, waarin ze aan de hand van een klein familieportret de problemen rond genderrollen, familietradities en bijgeloof onder de loep neemt. Wanneer een alleenstaande moeder en haar twee dochters naar het bruisende Taipei verhuizen, blijkt het een hele opgave om de familiebanden bij elkaar te houden. Tsou baseerde het verhaal op haar eigen jeugd en laat je als kijker verlangen naar meer van de drukke markten en levendige kleuren van Taiwan. Dat allemaal gefilmd met slechts een iPhone.

 

30 december 2025

 

Deel 1 – Cor Oliemeulen: Waarom Max Verstappen geen wereldkampioen werd
Deel 2 – Ralph Evers: Er was tenminste weer een regisseur zichtbaar
Deel 3 – Jochum de Graaf: De verschillende vormen van comedy
Deel 4 – Tim Bouwhuis: Door de lens van filmfestivals
Deel 5 – Bob van der Sterre: De absurde top 20
Deel 7 – Bert Potvliege: Verdrinken in werelden

Terugblik filmjaar 2025 – Deel 5

Terugblik filmjaar 2025 – Deel 5:
De absurde top 20

door Bob van der Sterre

Somberen over de filmproducties? Welnee! Ik heb de films van dit jaar geëerd via een aantal absurde categorieën. Lijstjes zijn toch overrated!

Dit zijn ze:

Beste film om een tijdje geen social media meer te gebruiken
Dont.4get2smile: Deze film van Stefano Pennisi duurt slechts negen minuten en is echt geen pretje voor iedereen die wel eens social media gebruikt. Kun je die avond nog rustig op je Insta en dan gaan slapen als je deze film hebt gezien?

Caught Stealing

Caught Stealing

Beste film die grappig bedoeld is maar het niet is
The Good Loan Sharks: Deze Maleise film die ik zag tijdens IFFR is een type ‘doldwaze komedie’. Denk aan The Naked Gun. Maar nog flauwer. Twee uur is veel (te) uitputtend, ik haalde het einde niet. Humor gaat je dan tegenstaan.

Beste film voor honden
Good Boy: Heb je een hond? Laat die eens meekijken bij deze horrorfilm. Die zal af en toe goedkeurend blaffen. Want het perspectief in de film is ook de zijne.

Beste eerste vijf minuten van een blockbusterfilm
Frankenstein: Deze film glibbert (te) vlotjes binnen. Té romantisch en voorspelbaar voor mijn smaak. Om eerlijk te zijn vond ik alleen de eerste vijf minuten aardig met een supersterk monster op een ijsschots.

Beste film voor een bingokaart
F1: Bekende sport ✔  Brad Pitt ✔ Muziek Hans Zimmer ✔ Loserteam gaat opeens winnen dankzij eigengereide, ervaren hoofdpersoon ✔ Die met jonge, arrogante hond moet samenwerken ✔ Op het einde vechten ze voor elkaar ✔ Cameo’s van echte mensen uit dat wereldje die iets zeggen over de fictieve figuren ✔ Nietszeggende relatie ✔ Knap gemaakte actiescènes ✔ Bingo!!

Beste film met net zoveel haters als fans
Magic Farm: Film van Amalia Ulman is beetje indie, quirky, mildsatirisch, experimenteel. En toch niet echt iets. De een gniffelt en noemt het apart en mysterieus. De ander wrijft in de handen en begint aan een rant waar je oordopjes bij moet pakken.

Beste Guy Ritchie-achtige film
Caught Stealing: Het is 1998 en een barman raakt via zijn buurman verzeild in een misdaadverhaal. Met honkbal, foute cops, een punker, een kat en een sleuteltje in een drol. Wie had dit ooit kunnen denken, Darren Aronofsky die een film maakt die doet denken aan Snatch en Lock Stock… Maar twintig jaar later. Beste punt waren de vele buitenlocaties in New York.

Beste film die in de 70’s gemaakt had kunnen worden
Honey Bunch: De film van Dusty Mancinelli en Madeleine Sims-Fewer had rustig tempo, ouderwets verrassend plot, geen vervelende effecten en een prachtig landhuis!

Beste film die laat zien dat het ‘allemaal maar een film is’
Le Roi Soleil: Film over vroege bezoekers aan een bar, een winnend loterijbriefje en oplichterij. Veel Franse flair met actie, wisselende perspectieven, slowmotions en visualisaties. Gewoon een film. En dan opeens, tegen het einde: de achterkant van de set, dus wat houten planken in een studio.

Beste plot dat je van mijlenver zag aankomen
Bugonia: Ik ben meestal niet zo heel sterk in het raden van plots, maar deze in de film van Yorgos Lanthimos zag ik na twee minuten al aankomen. Ik vond dat plot wel grappig maar het duurde veel te lang vóór je daar was.

Beste film over een tuin
Solenopsis invicta: Tuinfilms zijn een zeldzaam genre. Vermoedelijk kun je ze ieder jaar op een vinger tellen. Deze gaat over een tuin in Sicilië waar mensen met mentale klachten samenkomen, en waar een invasieve mier verdelgd moet worden. Meer een absurde korte speelfilm dan een documentaire.

Beste film over vastzitten in een toilet
Flush: Stel je voor: je zit vast met je hoofd in het gat van een Franse hurk-wc. Geen inhoud maar wel inventieve body horror bij deze film. Zeg niet dat het geen genre is, want een paar jaar geleden was er op Imagine ook een film over iemand die vastzat in een wc.

Beste film die helaas een serie was
Pluribus: Pluribus wordt vast een seizoen of zes uitgemolken maar had ook een ijzersterke film van anderhalf uur mogen zijn. Genoeg cinematografische flair in de nieuwe serie van Vince Gilligan (Breaking Bad).

Beste film die je in de zaal op pauze moet kunnen zetten
Reflet dans un Diamant Mort: Hélèna Cattet en Bruno Forzani maakten hun versie van klassieke spionagepulp – een mix van jaren twintig en zestig. Het is bijna een productcatalogus van originele, ongewone beelden. Mooi maar heftig!

Beste film over een voicemailbericht
A Missed Call: A Missed Call – gezien bij IDFA – is echt een voicemailbericht van Francesco Manzaro’s opa. Kleinzoon mixt video 8-beelden van vroeger met gamestijlscènes van iemand die rondreist en planeten bezoekt. Kort maar wel een van de highlights van IDFA.

Beste Paul T. Anderson-film die ik opnieuw niet gezien heb
One Battle After Another: Paul T. Anderson die vast weer een meesterwerk maakt. Denk ik? Opnieuw dus niet gezien.

Nouvelle Vague

Nouvelle Vague

Beste tijdreis van het jaar
Nouvelle Vague: De kleding, de manier van lopen, de filmstijl, de manier van praten, het Parijs van de jaren vijftig/zestig (inclusief posters op metrostations), de auto’s, de cafés. Een heerlijke film voor filmmensen, deze film van Richard Linklater. Vol mooie quotes. “Waarom raak ik betrokken met een cinefiel? Ik ben of gek of een genie.” Of: “Gevoelens van teleurstelling zijn tijdelijk. Film is voor eeuwig.” Dit is wat we nú meer zouden moeten hebben: liefde voor het overboord kieperen van conventies.

Beste film over met pensioen gaan
Gen_: Deze film – ook gezien bij IDFA – van de met pensioen gaande fertiliteitsarts, dokter Bini, is menselijk, sympathiek, leerzaam en heeft een aangenaam tempo.

Beste film waar je het heel heet van krijgt
Rio, 40 Graus: Deze Braziliaanse film uit 1955 over een superhete dag in Rio (40 graden dus) is nog steeds sterk, net als veel andere producties van de relatief onbekende maar eigenzinnige Braziliaanse cinema. Gezien voor de Camera Obscura Special.

Beste film over aandoenlijke karakters (gemaakt van klei)
Memoir of a Snail: Ik vond deze film van Adam Elliot (gezien op IFFR) vermakelijk en aandoenlijk. Bijzonder dat kleien poppetjes zulke gevoelens kunnen ontwikkelen.

 

Ik draag dit artikel op aan een van mijn vroegste filmmaatjes: Greg. In een vroeger, niet-zo-kritisch leven bezochten we aan de lopende band films. We gingen meestal naar City en Tuschinski. Daar hadden we veel lol met films als Blade, Harlem Nights en Pulp Fiction. En nog veel meer. Rust zacht, Greg.

 

29 december 2025

 

Deel 1 – Cor Oliemeulen: Waarom Max Verstappen geen wereldkampioen werd
Deel 2 – Ralph Evers: Er was tenminste weer een regisseur zichtbaar
Deel 3 – Jochum de Graaf: De verschillende vormen van comedy
Deel 4 – Tim Bouwhuis: Door de lens van filmfestivals
Deel 6 – Zoë van Leeuwen: Een ode aan Letterboxd
Deel 7 – Bert Potvliege: Verdrinken in werelden

Terugblik filmjaar 2025 – Deel 4

Terugblik filmjaar 2025 – Deel 4:
Door de lens van filmfestivals

door Tim Bouwhuis

Voor een fervente bezoeker van filmfestivals is het best een uitdaging om aan het eind van het kalenderjaar tot een jaarlijstje te komen. Plotseling doet een groot deel van de geziene films niet meer ter zake – ze komen volgend jaar pas uit, of hebben geen distributeur – en komt een selectie verjaarde titels juist bovendrijven. Een puur luxeprobleem natuurlijk, en bij het destilleren van de kanshebbers word ik dan ook eerder overvallen door een andere teleurstelling: ook in 2025 zijn er prachttitels in omloop die door Nederlandse distributeurs en zelfs festivals worden genegeerd of gemist.

Van de vijf films die dit jaar op mijn jaarlijstje voor InDeBioscoop prijken, zijn er welgeteld nul die ook daadwerkelijk in 2025 hun wereldpremière beleefden. Op zichzelf is dat vrij normaal (het duurt nu eenmaal een tijdje voor nieuwe releases vanuit het festivalcircuit doorstromen naar de filmtheaters), maar mijn lijstje had er zomaar anders uit kunnen zien als ik niet-uitgebrachte hoogtepunten (eventueel teruggaand tot 2024) eveneens had kunnen meenemen. Eigenlijk kan ik voor mezelf niet volmondig van een ‘jaaroogst’ spreken zonder door de lens van filmfestivals te kijken.

Home Sweet Home (Foto: Rolf Konow)

(Geen) ruimte op de releasekalender
Het is zeker niet zo dat er in Nederland te weinig films worden uitgebracht. De releasekalender puilt uit. Het punt is eerder, en daar is ook niet echt een speld tussen te krijgen, dat het uitbrengen van een (grof gesteld) niet-commerciële film vaker geld kost dan dat het geld oplevert. Als een complexe, eigenzinnige nieuwkomer op een internationaal festival al niet bij iedereen aanslaat, hoe zal dat dan gaan als diezelfde film later moet vechten voor een schappelijk tijdslot in de theaters?

Vaak is het daarbij ook nog eens zo dat ‘kleine’ releases worden gedumpt op commercieel onaantrekkelijke data (bijvoorbeeld midden in de zomervakantie), omdat andere releasedata al zijn gekaapt door gedoodverfde publiekstrekkers.

Focus op premières
Vanuit een nuchter bedrijfsoogpunt is het begrijpelijk dat de films in mijn alternatieve jaarlijstje (zie onder) niet zomaar in aanmerking komen voor een Nederlandse release. Maar als die release er niet inzit, moet het toch zeker mogelijk zijn een deel van deze films op een Nederlands festival te presenteren.

Het IFFR vervulde hierin altijd een sleutelrol, maar dat festival staart zich momenteel blind op (wereld)premières. Zo kan het gebeuren dat er op de komende editie (29 januari – 8 februari) ongetwijfeld bijzondere, eigenzinnige titels te bewonderen zullen zijn, maar dat bezoekers aan de andere kant nauwelijks meer in aanraking kunnen komen met hoogtepunten uit Cannes, Locarno en Venetië.

Gemiste kansen
Natuurlijk zijn er op het IFFR ook de nodige publiekstrekkers te zien die later een Nederlandse release zullen krijgen (bijvoorbeeld de nieuwe film van Jim Jarmusch, die in Venetië de Gouden Leeuw won). Maar wat te denken van de nieuwe film van de Litouwer Sarunas Bartas, die op de vorige editie nog acte de présence gaf met zijn Back to the Family?

Van zijn vele malen sterkere en diep persoonlijke Laguna (wereldpremière in Venetië, als onderdeel van zijprogramma Giornate degli Autori) is straks in januari geen spoor te bekennen. De Roemeense regisseur Mihai Mincan, die in Venetië al twee ijzersterke films presenteerde? Zijn vorige worp is alleen in Nederland te zien geweest dankzij de alerte programmeur van een Limburgs filmhuis. En bij niet-aangekochte films uit Berlijn moet je de vingers sowieso al gekruist houden, want die zal Rotterdam vanwege de timing van (en de concurrentie tussen) beide festivals sowieso nooit vertonen. De nieuwste competitie van dat festival, debuutsectie Perspectives, vist naar inschatting in dezelfde poel als het selectiecomité van de Tigercompetitie.

Nederlandse distributeurs weten het filmfestival van Berlijn op zich wel te vinden, maar focussen zich daarbij (te) sterk op de hoofdcompetitie. Zo nu en dan komen er gelukkig ook titels in Nederland uit die onderdeel uitmaakten van het coming-of-ageprogramma Generation, of in de brede publiekssectie Panorama. Een mooi voorbeeld is het empathische Deense drama Home Sweet Home, die als het goed is in april uit zal komen.

Mijn persoonlijke hoogtepunt uit de hoofdcompetitie van de voorbije editie (Yunan van Ameer Fakher Eldin, een film die associaties oproept met het werk van Theodoros Angelopoulos en Nuri Bilge Ceylan) staat niet op de releaselijst voor 2026. De vorige film van dezelfde regisseur, The Stranger, zag ik op een thema-avond van het Rotterdam Arab Film Festival. Voor een release was dat debuut volstrekt kansloos.

Loveable

Loveable

Positieve noot
Om op een positieve noot te eindigen, Nederlandse filmliefhebbers mogen zeker niet klagen over de hoeveelheid bijzondere films die doorheen het jaar wél op (kleinere) festivals te zien zijn. Tel uit je winst met CinemAsia én Camera Japan, met het grootste documentairefestival ter wereld (IDFA) en met de American Indie Competitie op LIFF (Leiden). Ook in 2026 zal het uitkijken zijn naar films die prikkelen, verrassen, beroeren en ongetwijfeld ook tegenstaan. Laat dat volgende filmjaar maar komen.

Jaarlijstje van in 2025 uitgebrachte films:

  1. Loveable (Lilja Ingolfsdottir – wereldpremière in Karlovy Vary, 2024)
  2. Vermiglio (Maura Delpero – wereldpremière in Venetië, 2024)
  3. Julie zwijgt (Leonardo van Dijl – wereldpremière in Cannes, 2024)
  4. Maria (Pablo Larraín – wereldpremière in Venetië, 2024)
  5. Ghostlight (Alex Thompson & Kelly O’Sullivan – wereldpremière in Toronto, 2024)

Alternatief jaarlijstje van (nog) niet uitgebrachte films:

  1. Measures for a Funeral (Sofia Bohdanowicz – wereldpremière in Toronto, 2024)
  2. Yunan (Ameer Fakher Eldin – wereldpremière in Berlijn, 2025)
  3. Milk Teeth (Mihai Mincan – wereldpremière in Venetië, 2025)
  4. Laguna (Sarunas Bartas – wereldpremière in Venetië, 2025)
  5. Wind, Talk to Me (Stefan Dordevic – wereldpremière in Rotterdam, 2025)

Al mijn hoogtepunten van kalenderjaar 2025 op Letterboxd.

 

28 december 2025

 

Deel 1 – Cor Oliemeulen: Waarom Max Verstappen geen wereldkampioen werd
Deel 2 – Ralph Evers: Er was tenminste weer een regisseur zichtbaar
Deel 3 – Jochum de Graaf: De verschillende vormen van comedy
Deel 5 – Bob van der Sterre: De absurde top 20
Deel 6 – Zoë van Leeuwen: Een ode aan Letterboxd
Deel 7 – Bert Potvliege: Verdrinken in werelden

Terugblik filmjaar 2025 – Deel 3

Terugblik filmjaar 2025 – Deel 3:
De verschillende vormen van comedy

door Jochum de Graaf

Toen ik mijn top 5 voor 2025 eigenlijk al beslist had, zag ik aan de vooravond van mijn bijdrage een film die een verpletterende indruk maakte.

Joachim Trier (The Worst Person in the World) won in Cannes de Grand Prix met Sentimental Value. In eerste aanleg is het huis de hoofdpersoon. Het huis met mooie kamers en vele hoeken en gaten dat herinneringen ophaalt aan de familie en de zussen Nora en Agnes die er opgroeiden, aan de grootmoeder die er een zelfmoordpoging deed en de moeder die er overleed.

Vader Gustav Borg (Stellan Skarsgard) verliet al vroeg na de geboorte van de twee zussen het huis en duikt nu jaren later op. Hij is een regisseur op zijn retour en wil nog een keer een film maken. Dochter Nora, een gevierd maar ook wat getormenteerd actrice, weigert de hoofdrol. Borg engageert een Hollywoodster en zo ontrolt zich een diep gelaagd scenario over de verhoudingen tussen vader en dochters, maar ook over het maken van een autobiografische film. Prachtig melancholiek en bij tijd en wijle tragikomisch familiedrama.

The Last Viking

The Last Viking

The Last Viking
Na rijp beraad kies ik toch voor de enige film waar ik dit jaar 5 sterren aan bedeelde. The Last Viking, de briljante zwarte komedie van Anders Thomas Jensen, is voor mij de beste film van 2025. Samen met de absolute steracteur Mads Mikkelsen schreef hij een weergaloos scenario met krankzinnige plotwendingen die toch als logisch en geloofwaardig overkomen. Het leidmotief van de jacht op de buit van een overval door de ene broer Anker en de andere broer Manfred die zich jaren later niet herinnert waar hij dat geld begraven heeft.

Manfred die een dissociatieve identiteitsstoornis heeft en zich John W. Lennon voelt en als zodanig wil worden aangesproken, anders springt hij uit het raam of laat hij zich uit een rijdende auto vallen. De hilarische reünie van de eveneens andere gedissocieerde Beatles, die uitloopt op een Abba-song. De wonderlijke dialoog die de broers met het stel dat in hun ouderlijk huis is komen wonen, hebben over hoe het toch komt dat die lelijke man met zo’n mooie vrouw samenleeft. Een beroepscrimineel die grotesk geweld gebruikt en naderhand belooft de plinten van de vernielde deur weer vast te spijkeren.

Elk personage, typische Andersen/Mikkelsen creaties, heeft als je ze uit zou schrijven een aantal nogal merkwaardige karaktertrekken maar komt volstrekt geloofwaardig over. De cast van Deense topacteurs kent geen zwakke plekken. Eens te meer stijgt Mads Mikkelsen daar nog weer bovenuit: hij is de schlemielige loonatic Mads/John in optima forma.

Net als de personages is de film vele dingen tegelijk: het gaat over jeugdtrauma’s, broederliefde, loyaliteit, solidariteit, maar ook over de vraag wat normaal is en wat niet.

Bijzonder treffend zijn de animatie vooraf- en achterafgaand aan de film waarin een Viking-hoofdman de heerlijk absurde logica uitlegt dat wanneer je zoals zijn gehandicapte zoon een afwijking hebt je je toch niet minderwaardig hoeft te voelen wanneer iedereen om je heen dezelfde afwijking heeft. Op het laatst verliest iedereen zijn hoofd en zijn we allemaal gelukkig, is de conclusie. Dat is toch een bijzondere eindejaarsgedachte.

Nederlandse topfilms
2025 liet zien dat er in Nederland topfilms gemaakt kunnen worden. Nee, ik heb het dan niet over Amsterdamned II, maar over drie kandidaten voor een topnotering. Mike van Diem kreeg terecht veel lof voor zijn vierde speelfilm: Voor de Meisjes heeft een knap scenario met bijzondere plotwendingen. De twee echtparen – gespeeld door vaderlandse topacteurs Thecla Reuten, Fedja van Huet, Noortje Herlaar en Vlaming Valentijn Dhaenens – die met hun dochters ieder jaar met elkaar op vakantie gaan en voor een ethisch en persoonlijk dilemma komen te staan wanneer een van de meisjes na een ongeluk alleen door een harttransplantatie van de ander gered kan worden, wordt professioneel knap uitgewerkt. Maar deze gitzwarte comedy is me net iets te gelikt, te weinig authentiek.

De geweldige tragikomedie Drie Dagen Vis over vader Gerrie (glansrol Ton Kas) die eens per jaar vanuit Portugal – waar hij met zijn tweede vrouw woont en zijn zoon Dick (Guido Pollemans), getrouwd met een Kaapverdiaanse – Rotterdam bezoekt, was een van de hits op het IFFR. Dick die zo hunkert naar de aandacht en waardering van zijn vader, Gerrie die beseft dat zijn Rotterdamse verleden steeds verder van hem af komt te staan en de belangrijke zaken tussen die twee die onuitgesproken blijven. Die slotscène, vader en zoon bij de trein, het schrijnende ongemak van het niet afscheid kunnen nemen.

Bij Rietland is het juist de openingsscène van tien minuten, zonder dialoog, die de film gelijk een sterke lading geeft. Het vlakke platte land van de Weerribben, de wolkenluchten, de wuivende rietpluimen, weer en wind – de onderhuidse spanning wordt goed indringend opgebouwd. Johan die met een strak ritueel van ’s ochtends vroeg tot laat in de middag met een pauze voor de lunch met grote meegebrachte sneeën brood zijn noeste werk verricht. Tot hij op zekere dag het lijk van een jonge vrouw ontdekt. Mede omdat hij zich zorgen maakt om zijn eigen kleindochter besluit hij zelf op zoek te gaan naar de moordenaar.

Er ontwikkelt zich een surrealistische thriller. In de bekrompen plattelandsgemeenschap is menigeen verdacht en ook Johans mogelijke betrokkenheid blijft boven de markt hangen. Tegelijk levert Rietland een indringend beeld van een bijna verdwenen wereld. Maar de authenticiteit van de oude rietsnijder Gerrit Knobbe, die nooit eerder acteerde en je moeiteloos anderhalf uur geboeid weet te houden, geeft toch de doorslag dat voor mij Rietland als beste Nederlandse film van 2025 in mijn top 5 thuishoort.

It Was Just an Accident

It Was Just an Accident

It Was Just an Accident
Gouden Palmwinnaar It Was Just an Accident van de gelauwerde Jafar Panahi hoort daar zeker ook in thuis. Op een donkere zomeravond krijgt een zekere Eghbal met zijn familie in de auto op het Iraanse platteland een aanrijding met een zwerfhond. Het is al laat, de grote stad is ver en hij klopt in een kleine dorpsgarage aan voor hulp. Garagehouder Vahid meent in Eghbal zijn vroegere kwelgeest Mankepoot uit de gevangenis te herkennen en besluit hem gevangen te nemen en in een kist achter in zijn busje op te sluiten.

Maar na enige tijd bekruipt hem de twijfel: is die Eghbal wel de man die Vahid in hem ziet? Hij was immers meestal geblinddoekt toen hij aan de martelende verhoren werd onderworpen. Vahid gaat op zoek naar mede-ex-gevangenen die hem zouden kunnen bevestigen in zijn vermoedens. Er volgt een bizarre rit door de stad en veel gesol met Eghbal, nu eens in en dan weer buiten de kist. Dat levert droogkomische scènes op met vriend Salar, fotografe Shiva, haar ex-vriend Hamid en zijn aanstaande bruid Goli die het maar niet eens kunnen worden wat ze met die Mankepoot aan moeten. Wat als hij het helemaal niet is? It Was Just an Accident is een mooi filmisch essay over wraak, vergelding, rechtvaardigheid en vergeving.

De ziel van het kwaad
In het jaar waarin tachtig jaar bevrijding werd gevierd, waren er toch minder oorlogsfilms dan verwacht te zien. Quisling – The Final Days viel daarbij extra op omdat het niet over slachtoffers en helden gaat, maar om een dader, een man wiens naam alleen al symbool werd voor absolute collaboratie en verraad. Regisseur Erik Poppe, die al eerder de grote dramatische gebeurtenissen uit de Noorse geschiedenis verfilmde, laat in Quisling een gelaagd inkijkje in de ziel van het kwaad zien.

En dat leidt dan tot de volgende top 5:

1 – The Last Viking
2 – Sentimental Value
3 – Rietland
4 – It Was Just an Accident
5 – Quisling – The Final Days

 

27 december 2025

 

Deel 1 – Cor Oliemeulen: Waarom Max Verstappen geen wereldkampioen werd
Deel 2 – Ralph Evers: Er was tenminste weer een regisseur zichtbaar
Deel 4 – Tim Bouwhuis: Door de lens van filmfestivals
Deel 5 – Bob van der Sterre: De absurde top 20
Deel 6 – Zoë van Leeuwen: Een ode aan Letterboxd
Deel 7 – Bert Potvliege: Verdrinken in werelden

Terugblik filmjaar 2025 – Deel 2

Terugblik filmjaar 2025 – Deel 2:
Er was tenminste weer een regisseur zichtbaar

door Ralph Evers

2025 is het jaar dat ik het minst in de bioscoop heb gezeten, en ook thuis heb ik minder op de bank gezeten om iets te kijken (juist meer om iets te lezen). Daarnaast keek ik meer series dan films, ook een persoonlijke trendbreuk.

Dat ik minder in de bioscoop zat, is vooral vanwege een aantal factoren:

1) De draaitijden van sommige lange films zijn niet goed te combineren met de andere verplichtingen in mijn leven. Daarnaast draaiden sommige films erg kort (zoals The Seed of the Sacred Fig).

2) Er was een overdaad, in ieder geval qua beleving, van re-releases van vergane glorie, die nieuw werk, ook op prime time momenten, uit de programmering drukte. 46 films telde ik in deze categorie in de gauwigheid. Vrijwel elke week eentje.

3) Er is gewoon heel veel van hetzelfde uitgebracht. Veel documentaires, veel portretten van veelal mannen, mensen/bands die iets gedaan hebben in een van de kunsten, vooral muziek en een paar nazi’s. En ook die arthouse films over witte mannen zonder scheerapparaat, die moeilijk en zwijgend lang in beeld zijn en waar niks gebeurt. Enfin, dit laatste heb je elk jaar.

Black Dog

Black Dog

Black Dog vs. Rietland
Om dan met de uitzondering hierop te beginnen. Dat was voor mij het filmische hoogtepunt van het jaar, de Chinese film Black Dog van Guan Hu. De zwijgende Lang, net vrijgelaten uit de bajes, keert terug naar waar hij vandaan komt, waar nog het nodige oud zeer leeft. Lang is frustrerend in zijn zwijgzaamheid, maar de band die hij met een zwarte zwervershond weet op te bouwen en het verhaal dat zich op trage, doch onvermijdbare wijze ontvouwt, is simpelweg klasse. De climax bovendien is van een cinematografische schoonheid, die dit toch al fraaie werk naar een hoger plan tilt.

Black Dog is overigens geschoten met digitale camera’s, waardoor je dat korrelige beeld hebt. Werkte wel, in tegenstelling tot de Nederlandse Oscar-inzending Rietland. Na een prachtige beginscène en treffend gebruik van de regionale taal, boet de film erg veel in door het gebruik van digitale camera. De miljoenen rietstengels die wuiven in de wind, zou met ‘echte’ camera’s, met een tastbare filmrol, een Tarkovskiaanse schoonheid hebben weten te bereiken. Door de korreligheid van nu gaat die dreigende mystiek die in veel van de beelden potentieel aanwezig was, verloren. Gemiste kans!

Oer-Hollands drama en weirdness
Mike van Diem wist een oer-Hollands drama te maken. Idylle, drama, ongemak, humor. Voor de Meisjes is op zich zwaar qua thema en tegelijkertijd zit er een zekere luchtigheid in. Het venijn van de film zit ‘m in dat typisch Nederlands pragmatisme en de wens om de boel weer, liefst zo snel mogelijk, opgelost te hebben. Dit alles wordt geloofwaardig en met zichtbaar plezier overgebracht door de vier hoofdrolspelers.

Voor een portie weirdness had ik hoge verwachtingen voor Mr. K. Een interessant interview in de NRC met hoofdrolspeler George McFly, ik bedoel, Crispin Glover, deed hierin een duit in het zakje. De film is de moeite waard, zonder meer, maar dergelijke verwachtingen kunnen nauwelijks ingelost worden. Het is alsof de film halverwege als een heliumballonnetje leegfluit in de kamer en we nog met wat piepende stemmetjes er een slot aanvlechten, wetende dat de geest eruit is. Als de film dan toch zo metaforisch moet zijn, is dit wel een treffende voor dit jaar.

Opvallend dat er zo weinig films waren die een indruk wisten achter te laten. Vaak waren het leuke ideeën. Soms viel ook dat erg tegen, zoals dé hype van dit jaar Bugonia. Ach, het was wel aardig, maar al vrij snel duidelijk hoe de film zich zal ontwikkelen. Bewaar het beste voor het slotakkoord, onder het genot van Where have all the flowers gone, om de film net dat beetje te geven om ‘m niet helemaal de grond in te schrijven.

Parthenope

Parthenope

Impact
Impact werd wel gemaakt door Kathryn Bigelows A House of Dynamite, die je als kijker, in tegenstelling tot het saaie formule- en afraffelwerk van Mission Impossible: The Final Reckoning, voortdurend op het puntje van je stoel laat zitten. Hoe zij haar realistische (en leuke ironie om een zwarte president te nemen) doemscenario ontvouwt, is overtuigend.

Soms maakt een soundtrack, alsmede de lyriek van de camera en de oogstrelende hoofdrolspeelster impact (en ja, dit is ook ter ere van de hoofdredacteur van Indebioscoop.com). Paulo Sorrentino’s stijl spreekt me simpelweg aan en Parthenope zwabbert schaamteloos de eeuwige jeugd, schoonheid en vergankelijkheid in een naïeve, lome zomernacht naar ons toe. Dat de film te lang is en weinig om het lijf heeft, zijn te vergeven zonden. Er was tenminste weer een regisseur zichtbaar.

 

26 december 2025

 

Deel 1 – Cor Oliemeulen: Waarom Max Verstappen geen wereldkampioen werd
Deel 3 – Jochum de Graaf: De verschillende vormen van comedy
Deel 4 – Tim Bouwhuis: Door de lens van filmfestivals
Deel 5 – Bob van der Sterre: De absurde top 20
Deel 6 – Zoë van Leeuwen: Een ode aan Letterboxd
Deel 7 – Bert Potvliege: Verdrinken in werelden

Terugblik filmjaar 2025 – Deel 1

Terugblik filmjaar 2025 – Deel 1:
Waarom Max Verstappen geen wereldkampioen werd

door Cor Oliemeulen

Het filmjaar 2025 was bijzonder leerzaam. Zo bleek dat aliens gebreide truien dragen (Bugonia), is Shakespeare hét medicijn bij traumaverwerking (Ghostlight), houden vampieren van Ierse volksdans (Sinners), dragen Italiaanse kardinalen rode onderbroeken (Parthenope), zingen The Beatles graag ABBA (The Last Viking) en mag je tijdens sabbat niet autorijden maar wel een dozijn mensen afknallen (Caught Stealing). Eén ding is zeker: Max Verstappen had met gemak zijn vijfde wereldtitel op rij gewonnen als Brad Pitt op het stoeltje van Red Bull-coureur Yuki Tsunoda had gezeten (F1: The Movie).

Bij het samenstellen van mijn persoonlijke top 5 heb ik me vooral laten leiden door verwondering: films die me verrasten en niet meer loslieten.

F1: The Movie

F1: The Movie

 

5 – A Complete Unknown
Wie een film maakt van je muzikale jeugdheld, moet van goeden huize komen. De regisseur, James Mangold, die twintig jaar geleden met Walk the Line een sterke biografie van Johnny Cash maakte, kreeg het voordeel van de twijfel. Cash en Dylan: twee muzikale genieën die pas zichzelf werden door eerst niet meer geliefd te zijn. Maar ja, Timothée Chalamet heeft vast niet dezelfde geloofwaardigheid als Joaquin Phoenix. Tenminste, dat dacht ik.

Met de zegen van Bob Dylan zelf belichaamt Timothée Chalamet overtuigend de jongen uit een mijnstadje in Minnesota die begin jaren zestig met gitaar en mondharmonica in New York arriveert. Daar gaat hij meteen op zoek naar zijn grote voorbeeld: folkzanger Woody Guthrie. Dylan is weerbarstig, gesloten en soms onaangenaam, wat aan de oppervlakte komt in zijn relaties met Sylvie (Elle Fanning) en folkicoon Joan Baez (Monica Barbaro). In het gezelschap van een al even legendarische Pete Seeger (amusante rol van Edward Norton) volgt A Complete Unknown Dylans eerste successen en zijn groeiende reputatie als protestzanger, om uiteindelijk toe te werken naar het moment waarop hij, tot schok van velen, als folkheld de elektrische gitaar omarmt.

De grootste verrassing van de film is dat Chalamet al die tientallen nummers zelf zingt en speelt. Zo nu en dan klinkt zijn stem daadwerkelijk als die van Dylan, maar knapper is dat hij zich nergens inhoudt en dezelfde energie en nonchalance aan de dag legt. Sinds ik de film heb gezien, draai ik weer regelmatig platen van Bob Dylan.

 

4 – Frankenstein
James Whale maakte in 1931 van Frankenstein een filmmythe: expressionistisch, tragisch en met een iconische rol van Boris Karloff. In The Bride of Frankenstein (1935) werd het ‘monster’ emotioneel en zelfs ironisch. In de volgende decennia mocht Frankenstein opdraven in horrorverhalen, parodieën en drama’s waar het monster een mens van vlees en bloed is – nou ja, samengesteld uit lichaamsdelen van verschillende overledenen, maar wel met een ziel. Mary Shelley’s Frankenstein (1994) van Kenneth Branagh komt – zoals de filmtitel al suggereert – het dichtst in de buurt van het boek.

Ook in de nieuwe Frankenstein toont Guillermo del Toro (The Shape of Water) het ‘monster’ als een gevoelig, intelligent en moreel bewust wezen. De horror is grotendeels verdwenen, de tragedie en een gevoel van mededogen krijgen de overhand.

“Ik kan niet sterven én niet leven”, jammert de creatie (Jacob Elordi) van dokter Victor Frankenstein (Oscar Isaac) als hij merkt dat de schoonzus van zijn schepper het monster beter wil leren kennen. Maar Frankenstein wil dat kost wat kost verhinderen, want hij vindt zijn creatie niet intelligent en bovendien gevaarlijk. In Del Toro’s epische sprookje blijkt de schepper zelf het monster en moet hij uiteindelijk afrekenen met zijn eigen hoogmoed en lafheid. Niet de creatie is ontspoord, maar de wetenschapper die weigert verantwoordelijkheid te dragen.

 

3 – One Battle After Another
Het is tien jaar geleden dat Leonardo DiCaprio zijn eerste en dusver enige Oscar won, hoewel de beer met wie hij toen een strijd op leven en dood voerde die prijs ook wel had verdiend. Met One Battle After Another krijgt de acteur een nieuwe kans, omdat regisseur Paul Thomas Anderson zich ditmaal meer dan anders richt op het grote publiek. Zijn gebruikelijke thema van macht in intieme relaties is een stuk minder zichtbaar en diepgaand dan in There Will Be Blood (vader-zoon), The Master (leider-volgeling) en Phantom Thread (kunstenaar-partner). In plaats daarvan serveert hij een plot vol tempo, dreiging, spanning en politieke satire.

Dat betekent geenszins dat DiCaprio een oppervlakkige rol speelt. Als voormalige radicale activist – die zestien jaar later wordt ingehaald door zijn verleden als een oude vijand opduikt (Sean Penn) – is zijn personage genuanceerd. Hij is verslaafd, paranoïde, chaotisch, emotioneel uitgeput en schuldbewust. Een antiheld die er alles aan doet om zijn dochter (Chase Infiniti) te beschermen, gesteund door een uiterst coole sensei (Benicio Del Toro).

Daarentegen zagen we Sean Penn zelden zo eng: een meedogenloze militaire discipline en een ongemakkelijke, dierlijke zwakte voor zwarte vrouwen. Met zijn huichelachtigheid lijkt hij kansloos voor de ballotagecommissie van de Christmas Adventures Club: een uiterst geheim genootschap van witte mannen die dromen van een alternatieve samenleving. Als het personage van DiCaprio dat clubje vroeger had gekend, had hij er vast een bom onder gelegd.

 

2 – The Brutalist
Adrien Brody won begin dit jaar al de Oscar voor beste acteur. In The Brutalist kruipt hij in de huid van László Tóth, een Hongaarse architect die na de Tweede Wereldoorlog zijn heil zoekt in de Verenigde Staten. In Europa was hij een gevierd modernist, maar in Amerika is hij onbekend en berooid: verslaafd, complex, eigenwijs en sociaal onhandig, wachtend tot zijn vrouw en nichtje de oversteek kunnen maken. Getekend door zijn verblijf in een concentratiekamp functioneert László beter via zijn werk dan via relaties.

Hij wordt ingehuurd door een snobistische rijkaard (Guy Pearce), die zichzelf ziet als weldoener en graag pronkt met de Europese kunstenaar. De opdracht is een ontmoetingscentrum voor de gemeenschap. Het resultaat is een betonnen kolos die nauwelijks iemand mooi vindt, maar die met de toevoeging van een groot kruisbeeld alsnog groen licht krijgt. Daarna stapelen de tegenslagen zich op – ook op persoonlijk vlak.

Brady Corbet giet bijna vier decennia in een indrukwekkende studie van immigratie, antisemitisme, kunst, trauma en de Amerikaanse droom, uitgespreid over ruim drieënhalf uur. Een droom die dreigt te ontaarden in een nachtmerrie. Helemaal aan het eind wordt de oorsprong van László’s brutalistische stijl onthuld, en voelt The Brutalist zelf als een architectonisch bouwwerk: groots, zwaar en onontkoombaar.

 

The Seed of the Sacred Fig

The Seed of the Sacred Fig

1 – The Seed of the Sacred Fig
Mohammad Rasoulof behoort tot een van de belangrijkste Iraanse filmmakers van zijn generatie – en tegelijk een van de meest vervolgde. Zijn films stellen morele vragen bij macht, gehoorzaamheid en verantwoordelijkheid binnen de Islamitische Republiek. Dat leverde hem internationaal prijzen op, maar in eigen land gevangenisstraffen, werkverboden en reisrestricties. Tijdens het maken van The Seed of the Sacred Fig kreeg Rasoulof opnieuw een zware veroordeling opgelegd. Hij ontvluchtte Iran en voltooide de film in Duitsland.

De film speelt zich af in Teheran en volgt een ogenschijnlijk doorsnee gezin: vader, moeder en twee tienerdochters. Op de achtergrond woedt de maatschappelijke onrust na de dood van Mahsa Amini, die in 2022 werd opgepakt omdat zij haar hoofddoek ‘onjuist’ had gedragen en kort daarna overleed in de gevangenis. Haar dood leidde tot massale protesten, ook op universiteiten, en tot hard politiegeweld. Rasoulof toont de opstand via schokkerige smartphonebeelden, gedeeld door de dochters. Zo sijpelt de buitenwereld het gezin binnen.

De spanning stijgt als vader promotie maakt tot onderzoeksrechter. Zijn eerste taak is het ondertekenen van een executiebevel, zonder inzage in het dossier. Na enige aarzeling koestert hij zijn nieuwe functie, want dat betekent meer status, kans op een ruimere woning en een afwasmachine voor zijn vrouw. Zijn dochters moeten zich terughoudender gedragen dan ooit.

Als vaders dienstpistool plotseling verdwijnt, kantelt de film. Hij weet zeker dat zijn vrouw of een van de dochters het wapen heeft weggenomen. Maar aangifte doen zou het einde van zijn carrière betekenen. Wat volgt is een sluipende escalatie waarin wantrouwen, machtsmisbruik en angst het gezin langzaam vergiftigen. Het gezinsdrama ontvouwt zich als een claustrofobische thriller. Zelden voelde cinema zo onverhuld als een daad van verzet.

 

25 december 2025

 

Deel 2 – Ralph Evers: Er was tenminste weer een regisseur zichtbaar
Deel 3 – Jochum de Graaf: De verschillende vormen van comedy
Deel 4 – Tim Bouwhuis: Door de lens van filmfestivals
Deel 5 – Bob van der Sterre: De absurde top 20
Deel 6 – Zoë van Leeuwen: Een ode aan Letterboxd
Deel 7 – Bert Potvliege: Verdrinken in werelden

Terugblik 2024 – Deel 7: Hoe het ‘gewone’ leven doorging

Terugblik filmjaar 2024 – Deel 7:
Hoe het ‘gewone’ leven doorging

door Jochum de Graaf

Dat de Beste Film van het Jaar al zo vroeg in het jaar viel, was misschien niet verwacht. Maar vanaf eind januari voerde Jonathan Glazers meesterwerk The Zone of Interest alle lijstjes aan, om daar aan het eind van het jaar – en naar alle waarschijnlijkheid ook op InDeBioscoop – nog steeds te prijken.

Het verhaal over het leven van kampcommandant Rudolf Höss en zijn gezin in de schaduw van Auschwitz legde op ijzingwekkende manier bloot hoe het ‘gewone’ leven doorging. De ‘banaliteit van het kwaad’ die gestalte wordt gegeven met ogenschijnlijk normale beelden en gebeurtenissen, terwijl op de buiten beeld blijvende achtergrond de verschrikking van de holocaust wordt voltrokken.

Naast de subtiele verwijzingen, ronddrijvende botjes in de rivier als de familie aan de picknick zit, de verstrooiing van menselijke as op een bloemperk, de wachttorens boven de idyllische tuin, waren er twee scènes die me bijbleven.

Anora

Anora

Twee scènes die me bijbleven
Wanneer Rudolf Höss tijdelijk overgeplaatst wordt, voelt zijn vrouw Hedwig er niet zo voor om mee te gaan. Ze hebben een indringend gesprek, zoals tegenwoordig in ieder geëmancipeerd gezin zou kunnen plaatsvinden. Hedwig argumenteert dat ze nog niet zo lang in deze mooie, speciaal gebouwde villa wonen en de kinderen zijn net aan school gewend in de nieuwe omgeving. Ze hebben een paradijselijke tuin, geweldige broeikas met bijzondere groenten, de kinderen doen het goed, veel personeel en een fijne vriendenkring van andere Duitse kampfunctionarissen.

Later in de film komt een hoge delegatie van SS’ers en bouwkundig ingenieurs op werkbezoek. Er wordt een bouwtekening op tafel uitgespreid. Een nieuw revolutionair ontwerp voor verbrandingskamers: ‘ladingen’ kunnen voortaan uiterst efficiënt worden verwerkt. ‘Branden, koelen, ontladen, herladen, continu!’, klinkt het. Het lijkt pijnlijk logisch, vanzelfsprekend, heel normaal.

Wellicht is er aan de vooravond van tachtig jaar herdenking WOII een trend ingezet met films die niet langer de keiharde realiteit van de militaire strijd tegen het naziregime of de verschrikkingen van de holocaust direct in your face opdienen. Dat de nadruk komt te liggen hoe de mens zich houdt in de oorlogsomstandigheden of hoe in films als Die Mittagsfrau en In Liebe, Eure Hilde een individu verminkt of vermalen wordt door de oorlogsmachine.

Hoogtepunten
Anora
, The Apprentice, Explanation for Everything en Tatami stellen elk op eigen wijze de soms verbijsterende en bizarre verwikkelingen van het hedendaagse tijdsgewricht aan de orde.

Gouden Palmwinnaar Anora met de glansrol voor Mikey Madison zou je als een anatomie van de wereld van het sekswerk kunnen zien, maar voor mij toont de film vooral de perversiteit van de wereld van Russische oligarchen. De leegheid, grenzeloze decadentie, de verveeldheid, het bij God niet weten wat je met al dat geld zou moeten doen van oligarchenzoon Vanya. En dan de patjakkers die hem in opdracht van zijn nouveau riche ouders van Ani moeten verlossen, het is weliswaar hilarisch verfilmd, maar toch ook behoorlijk stuitend.  

The Apprentice zou je als een Amerikaans spiegelbeeld kunnen zien, hoe de meedogenloze immoraliteit en de overtuiging dat met geld alles te koop is zich bij Donald Trump ontwikkelde. En helaas, helaas, je kunt er in de VS nog de presidentsverkiezingen mee winnen ook. 

Explanation for Everything is een onderschatte film die laat zien hoe een simpel feit kan ontsporen tot hysterische reacties in het sterk gepolariseerde Hongarije van nu. Student Abel draagt bij zijn eindexamen een nationalistisch speldje in zijn knoopsgat. Leraar Jakab, van linkse origine, maakt er een opmerking over. Abel zakt. Wanneer hij naïef zijn verhaal doet aan een journalist van een extreemrechts krantje ontploft het tot een nationale kwestie. Abel zou vanwege dat speldje gezakt zijn.

Intrigerend knap hoe de wisselende perspectieven in beeld worden gebracht en hoe de stupiditeit van polarisatie en simplificaties werkt. 

Tatami

Tatami

Tatami is een sterke politieke thriller over de Iraanse topjudoka Leila Hosseini die door het ayatollah-regime geprest wordt de strijd om het WK te staken, omdat ze mogelijk een Israëlische tegenstander kan treffen. Leila weigert en weet uiteindelijk aan kidnapping te ontsnappen en naar Parijs te vluchten. Bijzonder is de Iraans-Israëlische co-regie van Elham Erfami en Guy Nattix, dat de film op ware feiten is gebaseerd en in krachtig zwart-wit is verfilmd.

Overigens, jammer dat geremasterde en 4K-gerestaureerde films niet mee mochten doen, dan was het maken van een toplijstje een stuk eenvoudiger geweest en had ik simpelweg een ex aequo lijstje van vijf vijf-sterren films kunnen leveren: Stop Making Sense (beste concertfilm ooit), Paris, Texas (beste moeilijk te rubriceren film), North by Northwest (een na beste Hitchcock), The Good, The Bad and the Ugly (bijna beste western) en The Third Man (misschien wel de beste film ooit).


Mijn top 5 van 2024

1. The Zone of Interest
2. Anora
3. Explanation of Everything
4. The Apprentice
5. Tatami

 

31 december 2024

 

Terugblik 2024 deel 1 – Cor Oliemeulen: Wie ben ik?
Terugblik 2024 deel 2 – Ralph Evers: Volwassen rebellen
Terugblik 2024 deel 3 – Bob van der Sterre: Films als relaxmachine?
Terugblik 2024 deel 4 – Bert Potvliege: Misschien helpt meditatie
Terugblik 2024 deel 5 – Tim Bouwhuis: Palm, Leeuw en Beer
Terugblik 2024 deel 6 – Yordan Coban: We zijn verdoofd door geweld

Terugblik 2024 – Deel 6: We zijn verdoofd door geweld

Terugblik filmjaar 2024 – Deel 6:
We zijn verdoofd door geweld

door Yordan Coban

Normaal gesproken begin ik elk jaar met een top drie van klassiekers. Dit vanwege het gebrek aan goede moderne films. En alhoewel ik dit jaar wederom voornamelijk naar klassiekers ging in de bioscoop, en ik niet eens tot een fatsoenlijke top drie van nieuwe films kan komen, is dit de eerste keer dat de beste nieuwe film daadwerkelijk de beste film van het jaar is. 

De nummer één van 2024 is voor mij meteen ook de beste van het decennium tot nu toe; op dit moment zelfs in mijn top vijf van deze eeuw terug te vinden en komt nieuw binnen in mijn top vijftig aller tijden.

Alien: Romulus

Alien: Romulus

Persoonlijke mijlpaal
In de tien jaar dat ik films gerecenseerd heb, heb ik dat nog niet eerder meegemaakt. Ik heb ooit in mijn onervarenheid Youth (2015) van Paolo Sorrentino vijf sterren gegeven, waar ik later op terugkwam toen ik beter bekend raakte met het werk van Fellini. Ik heb mij toen voorgenomen om die beoordeling niet zomaar meer te vergeven.

In mijn tijd als recensent zijn er wel potentiële kandidaten geweest als Turist (2014), Winter Sleep (2014), Toni Erdman (2016) en Loveless (2017), al schieten die eigenlijk ook net te kort voor de categorie ‘meesterwerk’. De beste film van dit jaar is dat echter zonder twijfel. Dit wordt de eerste echte keer dat ik een nieuw uitgekomen film onvoorwaardelijk vijf sterren toebedeel.

Oorlogspropaganda
De afgelopen drie jaar is er een opleving van oorlogen rond de wereld, we leven in een geopolitiek spannende tijd. Vorig jaar hield ik een tirade over de film Oppenheimer (2023) en benoemde ik expliciet de situatie in Gaza. Ik ben nog steeds van mening dat Oppenheimer zuivere Amerikaanse oorlogspropaganda is, en het feit dat de film best picture bij de Oscars dit jaar won (ten koste van mijn nummer één) heb ik met afschuw waargenomen.

De verheerlijking van wapens, geweld en dus oorlog, is de grootste zonde die een filmmaker kan maken. Christopher Nolan verwaarloost dit aspect op schandelijke wijze. Mensen die beweren dat Oppenheimer de betere film is, zijn of te jong om films op waarde te kunnen schatten, of redeneren met dezelfde ideologische blinde vlek als de ontkenners van de genocide in Gaza. Onschuldige mensenlevens worden achteloos terzijde geschoven voor militaire afschrikking. Zowel de regering in Israël als Robert Oppenheimer destijds lijken het maken van burgerslachtoffers als legitiem oorlogsinstrument te zien. Ik noem dat fascisme.

 

Top 3 van 2024

3. Alien: Romulus **
Voordat ik door deze keuze al mijn geloofwaardigheid als recensent verlies, hear me out. De zoveelste Alien-film in de franchise is een herhaling van zetten en absoluut niet de moeite waard. De reden dat ik de film gekozen heb, heeft te doen met de tijd en plek waar ik de film gezien heb: deze zomer in een bioscoop in Saigon.

Mijn vriendin komt uit Vietnam en afgelopen zomer doorging ik de geografisch vanzelfsprekende route van Noord naar Zuid, langs de contouren van de Vietnamese S-vorm. Ik ben een poos in Hanoi verbleven en ben verliefd geworden op de hoofdstad. De Vietnamezen kennen een onverzettelijke geschiedenis en hebben mede daardoor nog een onvervalste gemeenschappelijke cultuur die overal in het centrum van Hanoi voelbaar is. En hoewel deze gelaten atmosfeer nauwelijks terug te vinden is in het zakelijke Saigon (een beetje zoals het verschil tussen Bedford Falls met of zonder George Bailey), koppel ik deze film aan de herinneringen daar.

Die dag bezochten we eerst het oorlogsmuseum, een indrukwekkende en emotionele ervaring waarna we moesten bijkomen en we aldus besloten naar de film te gaan. Eigenlijk zouden ze geen Amerikaanse blockbusters moeten willen draaien in Saigon. Bij nader inzien is het misschien dus ook beter om niet Alien: Romulus de spotlight te gunnen, maar juist een Vietnamese film.

Toevallig bracht Ahn Hung Trang (de Vietnamese regisseur van dit moment) dit jaar een nieuwe film uit: Le Pot-au-Feu. Helaas heb ik deze nog niet gezien. Maar om dan toch iets uit zijn oeuvre te belichten: Xích lô (1995), een film met Tony Leung in de hoofdrol die erg doet denken aan de stijl van Wong Kar-Wai, nog voordat Wong Kar-Wai internationaal doorbrak.

2. Poor Things ***
Eigenlijk is de aanwezigheid van Poor Things in deze top drie vooral wegens een gebrek aan beter. De film is een originele bundeling van referenties (zover dat mogelijk is) maar kampt met dezelfde tekortkomingen als Triangle of Sadness (2022). Zowel Ruben Östlund als Yorgos Lanthimos waren beter toen ze nog films in hun moedertaal maakte. Het subtiele van de Europese stijl heeft mij altijd beter bevallen, maar dat mag geen verrassing zijn. Toch moet ik bekennen dat er stimulerende surrealistische beelden tussen zaten en de film zich als een aangenaam vrouwelijk sprookje ontvouwt.

The Zone of Interest

The Zone of Interest

1. The Zone of Interest *****
The Zone of Interest is meer dan alleen een film over fascisme en de holocaust. De titel verwijst naar een uitsluiting door een geprojecteerd kader. In The Zone of Interest is de kijker continu aan het projecteren, inbeelden, terwijl er bijna niks gebeurt en amper wat gezegd wordt. Het verschil tussen literatuur en film zit hem uiteraard in de wijze waarop de dramatiek zich uit, in woord of beeld, in gedachte of actie. Het beeld spreekt in The Zone of Interest voor zich. Dit is film in optima forma. Dit is waar het medium voor bedoeld is: geluid en beeld tot een confronterende en emotionele reactie begeleiden.

Geweld op afstand
De film behandelt hét onderwerp dat ook op de voorgrond treedt in het werk van Michael Haneke: de afstand tot verborgen geweld. In films als Caché (2005) en Benny’s Video (1992) zien we dat geweld op afstand altijd makkelijker te verdragen is en daardoor niet als echt geweld wordt ervaren. We zien dit overal om ons heen in onze samenleving. Onze kleren worden gemaakt door moderne slaven in Zuid-Oost Azië, onze chocola en fruit worden geplukt door Afrikanen en ons vlees wordt voortgebracht door een vleesindustrie die net zo gestroomlijnd en steriel opereert als de verbrandingsovens van Siemens van destijds. Allemaal vormen van geweld die ten grondslag liggen aan onze luxeproductjes die we dagelijks nuttigen, maar waarvan we wat betreft de productie mentaal gedistantieerd zijn. We ervaren het niet als geweld, maar als gezeur als iemand het opbrengt.

Dit is waarschijnlijk ook hoe het Duitse gezin van Auswitsch-commandant Rudolf Höss in The Zone of Interest omgaat met het gegeven dat zij naast een vernietigingskamp wonen. Dit waargebeurde verhaal is een onverschrokken zoektocht in de ziel van de meest verwerpelijke mensen, die op het eerste oog een simpel bourgeois leventje leiden dat slechts draait om de gemakjes van onze consumptiemaatschappij. Een landhuis met zwembad en moestuin, maar daarachter een grote muur waar het rook van de ovens neerdaalt over het gezin, is hun dagelijkse gestoorde realiteit.

In heel veel opzichten kan je stellen dat de westerse wereld ook achter een muur leeft, waarmee zij het geweld dat zij aanricht in de wereld op afstand houdt. Onze huidige regering handelt ook uit die gedachte door het willen weren van asielzoekers. Als zoon van een vluchteling die heeft moeten vluchten om een burgeroorlog die aangewakkerd is door het westen, moet ik bekennen dat dat mij pijn doet. Helemaal als je je beseft dat onze arbeidsmarkt en verzorgingsstaat snakt naar jonge mensen, maar dat daargelaten.

Controversie
Jonathan Glazer (Sexy Beast en Under the Skin) hield na het winnen van de Oscar voor beste regisseur een controversiële toespraak waarin hij verwees naar de situatie in Gaza.

Right now, we stand here as men who refute their Jewishness and the Holocaust being hijacked by an occupation which has led to conflict for so many innocent people.”

Vooropgesteld wil ik benoemen dat er nooit waarlijke retributie mogelijk is ten opzichte van het Joodse volk, en dat wij in onze benadering de Holocaust nooit mogen vergeten. Ik heb nog geen film gezien die dat effectiever verbeeldt dan The Zone of Interest. Ik moet dan direct denken aan de scène in Schindler’s List (1995) waarin Spielberg een close-up van een douchekop toont gevolgd door een close-up van angstige Joodse gezichten. In vergelijking is die vertelling een nogal kinderachtige en smakeloze behandeling.

Toch is de realiteit van Israël vandaag de dag anders. Op dit moment hebben de rapporteur van de VN, Francesca Albanese, en Amnesty International de genocide in Gaza vastgesteld en heeft het Internationale Strafhof in Den Haag een arrestatiebevel tegen Netanyahu uitgevaardigd. De bombardementen zijn nu al langer dan een jaar gaande, en elke dag nog sterven er onschuldige kinderen.

Terrorisme
Naast dat geweld extra gevaarlijk is als we het op afstand beleven, doordat het verborgen is of doordat de ander ontmenselijkt wordt, lokt geweld ook altijd meer geweld uit. Een daad van agressie weerkaatst uiteindelijk altijd weer terug. Het is belangrijk om dat niet te negeren, niet te zien als een opzichzelfstaand fenomeen. Elke terroristische aanslag of zelfs strafrechtelijk misdrijf moet altijd in haar historische en maatschappelijke context gezien worden, al is het maar om het in de toekomst te kunnen voorkomen. Zo zien we dat de moord op Brian Thompson niet losgeplaatst kan worden van het probleem dat de moordenaar opwerpt. Dat maakt het geweld niet goed, maar de aanleiding kan niet genegeerd worden.

De Nederlandse media en regering falen hierin. Vooral de term terrorisme wil ik hier nog nadrukkelijk benoemen. Een terrorist is een paniek zaaiende vijand van de staat. Vergis je niet, verzetsstrijders in de Tweede Wereldoorlog waren ook terroristen, zo ook Nelson Mandela en Mahatma Gandhi. De term terrorist is niet noodzakelijkerwijs een morele uitdrukking, maar in de eerste plaats een politieke. Ik baal ervan dat de media bij elke dader van buitenlandse afkomst een perverse semantische dans uitvoeren waarbij eerst bekeken wordt of er sprake is van terrorisme. Dit zien we bijvoorbeeld nu bij de aanslag in Maagdenburg.

In de eerdergenoemde toespraak benoemt Glazer aan het einde de twaalfjarige Aleksandra Bystroń-Kołodziejczyk. In de film zien we haar in de nacht in negatief beeld over de muur klimmen en appels neerleggen voor de kampbewoners. Deze “terrorist” is het licht in alle duisternis van de film.

Verdovende media
Tot slot wil ik nog een laatste observatie delen. Ik denk dat we een grondige verandering in mentaliteit nodig hebben wat betreft ons mediadieet. Het klinkt misschien wat oubollig, maar in een wereld waar jongeren oorlogje spelen op de Playstation en betekenisloze massamoorden in films als Kill Bill (2003) met een glimlach uitgevoerd worden, accepteren wij als publiek dat geweld geen betekenis meer heeft. Op het moment dat onpersoonlijk en betekenisloos geweld de norm wordt en wij geweld niet meer de uitzondering beschouwen kruipt er een duistere connotatie in onze verbeelding. Ik vind dat we best kritischer mogen zijn op deze kant van ons mediadieet. Geweld kan een krachtige boodschap en confrontatie in zich dragen, maar kan ook gebruikt worden om de aandacht op te eisen en het publiek op een goedkope wijze visueel te stimuleren.

Na afloop van de The Zone of Interest moest ik even een wandeling maken om ervan bij te komen, vergelijkbaar met het bezoeken van het oorlogsmuseum in Saigon. Het was alsof ik zelf een trauma doorleefd had. Vooral het geluid van de film werkte beangstigend. Weinig films hebben dit effect nog, mede omdat wij verdoofd voor geweld geworden zijn.

 

30 december 2024

 

Terugblik 2024 deel 1 – Cor Oliemeulen: Wie ben ik?
Terugblik 2024 deel 2 – Ralph Evers: Volwassen rebellen
Terugblik 2024 deel 3 – Bob van der Sterre: Films als relaxmachine?
Terugblik 2024 deel 4 – Bert Potvliege: Misschien helpt meditatie
Terugblik 2024 deel 5 – Tim Bouwhuis: Palm, Leeuw en Beer
Terugblik 2024 deel 7 – Jochum de Graaf: Hoe het ‘gewone’ leven doorging

Terugblik 2024 – Deel 5: Palm, Leeuw en Beer

Terugblik filmjaar 2024 – Deel 5:
Palm, Leeuw en Beer

door Tim Bouwhuis

Hoe stel je vast of het voorbije kalenderjaar heeft geleid tot een mooie filmoogst? Bij InDeBioscoop kiezen we ervoor om de landelijke releaselijst van bioscooptitels als maatstaf voor jaarlijstjes te gebruiken, omdat het de enige ‘eerlijke’ manier is om af te bakenen wat Nederlandse filmkijkers sowieso op groot doek gezien kunnen hebben. Het is een criterium waar ik als redacteur achter sta, maar in een persoonlijke terugblik geniet je toch net wat meer vrijheid. Daarom een beschouwing aan de hand van drie monumenten: de prestigieuze filmfestivals van Berlijn, Cannes en Venetië.

Voor filmmakers met een onderscheidende visie zijn festivals anno 2024 nog altijd het walhalla van de cinema: passievolle evenementen waar hun werk een (eerste) publiek vindt en net even dat extra beetje aandacht geniet. Ergens voelt het achterhaald om dit zo stellig neer te pennen, omdat streamingdiensten al jaren aan de stoelpoten van de luie consument zagen. Tegelijkertijd leert de praktijk dat betrokken filmliefhebbers nog altijd smachten naar de voordelen van een fysieke vertoningsruimte en een gedeelde kijkervaring.

Samsara

Samsara

Prestigekwestie
Het afgelopen jaar keek ondergetekende met aandacht naar het aanbod van de drie grootste festivals die het filmlandschap rijk is. ‘Grootste’ is als het om festivals gaat vooral een prestigekwestie. Wie op het Lido van Venetië rondloopt, waant zich in een hoogzomerse microkosmos, maar de films die in de twee galazalen draaien doen er allemaal toe. Dat je in Berlijn twintig keer zo lang door de stad moet reizen om alle vertoningslocaties een bezoek te gunnen, plaatst het evenement niet automatisch in hoger aanzien.

Beer, Palm, Leeuw
Berlijn, Cannes en Venetië zijn begrippen in de festivalwereld, en een boeiend vertrekpunt als het om de duiding van de jaaroogst gaat. Loont het wat dat betreft om de winnaars van de drie hoofdprijzen (de Gouden Beer, de Gouden Palm en de Gouden Leeuw) naast elkaar te leggen, en vervolgens nog eens het palmares van eerdere edities erbij te pakken? Of zijn die prijzen al op voorhand te zeer besmuikt door de selecte voorkeuren van juryleden en bijkomende status-en erekwesties? Om die vragen goed te beantwoorden, zou op zijn minst een hele reeks artikelen nodig zijn. Toch hoop ik dat mijn beknopte besprekingen van de voorbije edities het gevoelsmatig mindere filmjaar (lees: festivaljaar) 2024 in een passend perspectief weten te plaatsen.

Cannes
In 2024 zijn alle drie de winnaars van de belangrijkste festivalprijzen nog in ditzelfde jaar uitgebracht in de filmtheaters. Anora van Sean Baker was met Halloween de eerste. Wie een kijkje op de fors gegroeide reviewsite Letterboxd neemt, ziet bijna alleen maar lyrische teksten over dit uitputtende melodrama voorbij komen. Opvallend, want de film heeft bepaald geen eenvoudige insteek (een Assepoester-achtig sprookje over een Amerikaanse prostituee die het geluk zoekt bij een steenrijke Russische jongen) en de actrice die de hoofdrol speelt schreeuwt in gezette scènes de halve geluidsband bij elkaar. Soit, je kunt het ook zo zien: de kijkers die er na een dik uur schoon genoeg van hadden, zijn waarschijnlijk sneller geneigd om zich op online platforms ook wat rustiger te houden.

Sinds zijn meest krachtige film, The Florida Project (2017), is Baker kind aan huis in Cannes. Na zijn competitiedebuut met Red Rocket (2021) voelt de bekroning van het fors opgeschaalde Anora als een rijkelijk vroege oeuvreprijs, temeer omdat de thema’s (arm en rijk, naïviteit en de ‘American Dream’, prostitutie) en de aangezette visuele contrasten van zijn eerdere films hier in overtreffende trap heersen. Een double bill met Triangle of Sadness (Gouden Palm 2023) zou niet misstaan. Een satire en een melodrama met uitgespeelde klassenverschillen als gemene deler.

Van de 22 titels die dit jaar in competitie draaiden, zag ondergetekende er vooralsnog negen (Anora meegenomen). Na het zien van Bakers film overheerste de gedachte dat er toch wel een meer verdiende winnaar van de Gouden Palm te vinden zou moeten zijn, maar van de acht andere titels in competitie konden er slechts twee op een (iets) hogere beoordeling rekenen: de intrigerende, maar iets te gretige satire The Apprentice en het conceptueel uitgekiende The Substance.

In mei, ten tijde van het festival, was de buzz dat The Seed of the Sacred Fig waarschijnlijk de hoofdprijs zou winnen. Daar lag echter een politieke factor aan ten grondslag: na de aankondiging dat het Iraanse drama mee zou dingen om de Gouden Palm, werden cast en crew ondervraagd door de autoriteiten en kreeg regisseur Mohammad Rasoulof zelfs een gevangenisstraf aan zijn broek. De maker van There Is No Evil (pakkende winnaar van de Gouden Beer in 2020) slaagde erin om zijn land te ontvluchten en stond bij de première op de rode loper, zonder enige kans op een behouden terugkeer.

Venetië
Waar de competitie-line-up van Cannes met terugwerkende kracht vooral teleurstellingen en zelfs regelrechte miskleunen (Emilia Pérez) opleverde, was de selectie van Venetië in 2024 juist een stuk sterker dan het jaar ervoor. Dat was alleen niet terug te zien aan de winnaar van de Gouden Leeuw. Arthouselieveling Pedro Almodóvar won in het verleden al wel eens een Oscar voor beste buitenlandse film, maar nam nog nooit een Beer, Palm of Leeuw mee naar huis. Juryvoorzitster Isabelle Huppert moét haast wel gevonden hebben dat daar een keertje verandering in mocht komen, en dat terwijl je zou wensen dat kwaliteit bij het jury-oordeel onbetwist op één staat.

Op het Lido liepen de reacties op Almodóvars eerste Engelstalige speelfilm uiteen. “Een mindere Almodóvar”, stelden sommigen, “vintage Almodóvar” hoorde je iets vaker. De meeste lof ging daarbij niet uit naar de maker, maar naar de vertolkingen van Tilda Swinton en Julianne Moore. Des te pijnlijker dat de jury boog voor een opzichtig geschreven issue-drama, dat zonder de overtuigingskracht van haar hoofdrolspeelsters al helemaal geen grond meer zou hebben gehad om op te staan. Almodóvar heeft echt al beter gedaan, en dat zegt iemand die geen liefhebber van het eerste uur is.

Door de flauwe oeuvreprijs voor de Spaanse meester was er minder erkenning voor The Brutalist, een groots drama-epos dat in selecte theaters kan blinken op 70 mm (IFFR en KINO, lezen jullie mee?). Brady Corbet was al eens in Venetië met het gedurfde Vox Lux en werd nu (terecht) tot beste regisseur uitgeroepen. Zijn derde en meest imposante film voelt als een machtige make-over van het minstens zo ongemakkelijke There Will Be Blood (Paul Thomas Anderson, 2008). Hoofdrolspeler Adrien Brody was sinds het zijdelings verwante The Pianist (de acteur vertolkt een Hongaars-Joodse migrant) niet meer zó goed. Nog meer indruk dan The Brutalist maakte het periodedrama Vermiglio (Maura Delpero), dat vrij onverwachts (maar geheel terecht) met de Grand Prix (in feite de ’tweede prijs’) ging lopen. Beide titels komen pas in het voorjaar van 2025 regulier uit in Nederland.

Van de 21 titels die dit jaar in competitie draaiden, zag ondergetekende er vooralsnog vijftien. The Brutalist en Vermiglio hadden allebei met stip de Gouden Leeuw mogen winnen; de huldiging van Almodóvar was een sof. Verder ben ik volgens mij nog altijd de enige journalist (althans, zo voelt het) die Pablo Larraíns operabio Maria prachtig én ijzersterk vond, deels omdat mijn verwachting van Angelina Jolies vertolking vooraf beneden het nulpunt lag. Babygirl van Halina Reijn (luidt op de Nederlandse releasekalender filmjaar 2025 in) zorgde voor de interessantste gesprekken, de tweede Joker-film ironisch genoeg voor de minst interessante.

Een kijkje in het Berlinale Palast tijdens het filmfestival van Berlijn 2024

Een kijkje in de Sala Darsena tijdens het filmfestival van Venetië 2024

Berlijn
Het filmfestival van Berlijn nam dit jaar afscheid van artistiek directeur Carlo Chatrian. Onder zijn hoede regende het artistieke vondsten in de Encounters-selectie, een tweede competitie die de grotere namen uit de hoofdcompetitie sinds 2020 regelmatig naar de kroon wist te steken. Aan het vertrek van de Italiaan lag een ingrijpende herstructurering van het festivalbestuur ten grondslag, waarbij bepalend was dat de organisatie van de Berlinale wordt aangestuurd vanuit het Duitse cultuurministerie.

Alsof Chatrian eigenlijk van tevoren al een beetje afscheid had genomen, voelde de Encounters-selectie dit jaar een stuk minder eigenzinnig en selectief dan in 2023, toen pareltjes als Samsara, El Eco en Here (alle drie in 2024 nog regulier uitgebracht) op het affiche prijkten en nog niet doorscheen dat er een baan op de tocht stond. Ook de hoofdcompetitie zorgde niet voor een spectaculair vaarwel, al liet de jury (onder leiding van Lupita Nyong’o) het voormalige programmahoofd van Locarno wel afzwaaien met een bijzondere winnaar.

Naar recent gebruik van Venetië (waar Julianne Moore in 2022 al de documentaire All the Beauty and the Bloodshed aanwees) bekroonden de 12 Years a Slave-actrice en consorten Dahomey, een verkapte essaydocumentaire die het via een bovennatuurlijke voice-over opneemt voor de slachtoffers van materieel kolonialisme. De film plaatst in amper een uur (!) vraagtekens bij de westerse behandeling (lees: roof) van kunst uit Afrikaanse landen, in dit geval Benin. Voor de Frans-Senegalese Mati Diop, eerder vooral bekend als actrice (35 Shots of Rum), gold dit hybride project als een meer uitgesproken opvolger van haar speelfilmdebuut Atlantique (2019).

Van de 20 titels die dit jaar in competitie draaiden, zag ondergetekende er vooralsnog twaalf. Vermoeiend was de zoveelste bijdrage van veelfilmer Hong Sang-soo, een van de weinige cineasten wiens werk je het liefst op een zo klein mogelijk scherm bekijkt. Grote hoogtepunten waren er eigenlijk niet, of ik slaagde er niet in om ze te zien (het Nepalese drama Shambhala moet erg bijzonder zijn).

Another End, met in de hoofdrollen Gael García Bernal en Renate Reinsve (The Worst Person in the World), verdween ter plaatse snel in het afvoerputje van de schrijvende pers, maar juist die film was door zijn futuristische thematiek (rouwen met behulp van verregaande technologie) en de melancholische toonzetting een van de beste vondsten. Het zegt veel dat er ondanks de aansprekende cast en het prestigieuze plekje op de line-up nog steeds geen Nederlandse distributeur is gevonden. Dat laatste geldt wel voor het knotsgekke L’Empire (de apocalyps in Bretagne, voor liefhebbers van Star Wars) dat eigenlijk dit najaar al uit zou komen, maar tot nu toe ontbreekt ieder spoor. Kennelijk moet het einde der tijden toch nog even wachten…


Top 5 van 2024

1. Samsara
2. La Chimera
3. Here
4. Melk
5. Showing Up

 

29 december 2024

 

Terugblik 2024 deel 1 – Cor Oliemeulen: Wie ben ik?
Terugblik 2024 deel 2 – Ralph Evers: Volwassen rebellen
Terugblik 2024 deel 3 – Bob van der Sterre: Films als relaxmachine?
Terugblik 2024 deel 4 – Bert Potvliege: Misschien helpt meditatie
Terugblik 2024 deel 6 – Yordan Coban: We zijn verdoofd door geweld
Terugblik 2024 deel 7 – Jochum de Graaf: Hoe het ‘gewone’ leven doorging