Camera Obscura Special: De cinema van New York City

Camera Obscura Special:
De cinema van New York City

door Bob van der Sterre

New York, de nooit slapende stad, was er vroeg bij in cinema. Klassiekers zijn er meer dan genoeg (Manhattan, Mean Streets, Taxi Driver, A Bronx Tale, Shadows, Do the Right Thing). Er zijn ook interessante minder bekende films. Tweede Camera Obscura Special over films in wereldsteden.

Er zijn zoveel films over New York, je zou bijna over alle straten een stuk kunnen schrijven. 42nd Street, Across 110th Street, Miracle on 34th Street, Slaughter on Tenth Avenue, The House on 56th Street, The House on 92nd Street, 29 Street, etc. Maar dit artikel gaat niet over compleetheid, daar zijn encyclopedieën voor.

New Yorkse stadsiconen kan iedere filmliefhebber intussen wel dromen: Broadway, Wall Street, Central Park, Empire State Building, Fifth Avenue, Brooklyn Bridge, Times Square. Het Vrijheidsbeeld is tot in den treure gebruikt in films, vooral als symbool in rampenfilms.

The French Connection (1971) - de beste en mooiste films over en in New York

Dat bewijst dat de meeste New York-films over maar één deel van New York gaan: Manhattan. De andere New Yorkse buurten zag je zelden, hoewel ze meer voorkwamen dan je denkt: Xanadu Castle in Citizen Kane was gefilmd in Oheka Castle in Long Island, Queens. Marilyn Monroe zat in The Seven Year Itch aan een tafeltje in Harlem. De beroemde achtervolging in The French Connection was in Brooklyn.

Pas in de jaren zeventig, tachtig ontdekte de cinema ook de andere wijken van New York als setting voor films. Aanvankelijk als decor voor apocalyptische en horrorfilms (vooral South Bronx) en Blaxploitationfilms (Harlem). Met Do the Right Thing en Clockers kwam er aandacht voor een ander New York in de cinema.

Nu zien we Manhattan vooral als decor voor vechtende Avengers of een tussen gebouwen slingerende Spiderman. Hier en daar een alternatieve film, maar daarin is New York meestal maar behang voor een persoonlijk drama.

Opmerkelijke rode draad van films over New York is misdaad. Dat weerspiegelt dat het leven in New York voor velen in de twintigste eeuw verre van makkelijk was. Voor velen was het ploeteren, husselen, hard werken. Niet het lichtvoetige en intellectuele New York dat mensen kennen uit de films van Woody Allen maar het New York van On the Bowery.

Let op: dit zijn geen recensies of analyses van films. Ook geen top tien. Ik wil alleen een verhaal vertellen over de samenhang tussen film en stad en kies daarvoor per decennium een passende film. Ik heb niet alle films ter wereld gezien, dus hier en daar zal ik een uitstekende film gemist hebben.

Dit artikel is gratis. Graag hoop ik dat de lezer zich als tegenprestatie wil opgeven voor de nieuwsbrief, of zich verdiept in culturele longreads.

 

What Happened on Twenty-third Street, New York City (1901)

What Happened on Twenty-third Street, New York City (1901): ondeugend begin

Locaties: Manhattan: 23rd Street, dichtbij 5th Avenue

Een van de oudste films van New York is What Happened on Twenty-third Street, New York City. De film werd voor Thomas Edisons bedrijf gemaakt en is meer een anekdote dan een film. De film van Edwin Porter (bekend van The Great Train Robbery) is in scène gezet – en dus een film – maar een speelfilm kun je het niet noemen met een lengte van nog geen twee minuten.

We kijken naar de 23rd, een lange straat in Chelsea, Manhattan. Mensen steken over, sleuren over straat. Dan is er een plot dat door Marilyn Monroe vijftig jaar later werd overgedaan.

De titel geeft al aan dat de locatie erg belangrijk is. Dit is vlakbij de Flatiron Building, bij de kruising van 23rd en 5th Street in Manhattan. Die luchtroosters waren berucht. Vermoedelijk komt het begrip ‘23rd Skidoo’ hiervandaan: mannetjes die hier rondhingen om opwaaiende jurken te zien.

Let ook op het nieuwsgierige jochie, waarvan het niet bekend is of hij tot de opnamecrew hoorde, of gewoon geboeid naar de camera stond te staren.

Film: https://www.youtube.com/watch?v=mDJCCr2-Sso
Meer lezen: https://centuryfilmproject.org/2016/09/30/what-happened-on-twenty-third-street-new-york-city-1901

 

Regeneration (1915)

The Regeneration (1915): een portret van de sloppenwijken

Locaties: Manhattan: Bowery, Eastside, Chinatown en New Jersey

Jongen groeit op in een ellendige gezinssituatie en wordt gangster. Na contact met de sociaal werker Marie probeert hij zijn milieu te ontworstelen. Maar het milieu laat hém niet los.

De film is gebaseerd op het boek My Mamie Rose (1903) van Owen Kildare (en het toneelstuk dat was gebaseerd op het boek). Kildare groeide zelf op ‘in de goot’. Later werd hij verslaggever en schreef hij verhalen over de rauwe kant van New York. Marie Rose Deering heeft echt bestaan en leerde hem echt lezen en schrijven.

Later werd Kildare opgenomen vanwege geestelijke problemen. The New York Times kopte in 1908: ‘Kildare a Wreck, Sent to an Asylum’.

Deze film van Raoul Walsh is ondanks zijn leeftijd van meer dan honderd jaar nog steeds het aanzien waard. Het script zit aardig in elkaar, de montage verrast af en toe, er zijn wat trucs met bijvoorbeeld een fast forward. En best behoorlijke actiescènes (de brand op de boot in de Hudson-rivier).

Vooral het begin is sterk, als we kijken naar de vicieuze cirkel van geweld in de getto’s. De belangrijkste acteurs doen daarbij geloofwaardig hun zwijgende werk: Rockliffe Fellowes en Anna Q. Nilsson. Kildare was al overleden in 1911 maar zou vast wel tevreden zijn geweest over hoe zijn boek was verfilmd.

De locatie moet de Bowery voorstellen. Dat is een straat in het zuiden van Manhattan die leidt van Chatham Square naar Cooper Square. Het was in deze tijd al een getto, maar van de jaren veertig tot zeventig werd het pas echt een zieltogend stuk van Manhattan. Dat inspireerde filmmakers ook wel weer. Raoul Walsh zou in 1933 nóg een film maken over de straat: The Bowery. En in 1956 maakte Lionel Rogosin de ‘docufictiefilm’ On the Bowery. Ook een mooi tijdsbeeld.

De brandbare nitraatfilms uit die tijd waren niet bestemd voor lang bewaren dus nam men aan dat de film er ook niet meer was. Deze kopie werd toch nog zestig jaar later teruggevonden in een gebouw in Montana. Zo kunnen we toch nog genieten van beelden van gangsters die stoer een blik melk leegdrinken.

Film: https://www.youtube.com/watch?v=8j_jlykPBkA
Meer lezen: https://www.theremightbecupcakes.com/episode-92-dollop/

 

Lonesome (1928)

Lonesome (1928): romantische kermis

Locaties: Manhattan en Brooklyn (Coney Island)

Een man staat op en gaat naar zijn werk: een fabriek. Een vrouw staat op en gaat naar haar werk: de telefooncentrale. Beiden krijgen in het weekend hetzelfde idee: Coney Island bezoeken.

Deze film wordt niet herinnerd om het verhaal. Of om de relatief onbekende acteurs: Barbara Kent en Glenn Tryon. Maar om de vernieuwende filmtechnieken.

Je ziet klokken door het beeld lopen, shots van bellende gezichten terwijl zij doorverbindt, een achtbaanrit die zelfs nu nog heftig eruitziet en een onweersbui. En dat een jaar voor baanbrekende films als The Man with the Movie Camera en Der Letzte Mann. Je ziet hier wat voor verschil montage kan maken.

Een van de eerste films met geluiden en stemmen. Die dialogen zijn er (later) door de studio toegevoegd omdat de talkies toen populair werden. Had echt niet gehoeven.

De film heeft alles te danken aan de geestelijk vader ervan: regisseur Paul Fejos. Hij vluchtte vanuit Hongarije (voor de terreur van het Horthy-regime) naar Wenen, Berlijn, Parijs en uiteindelijk de VS. Eerst New York, daarna Californië. Daar liftte hij veel. Tijdens een lifttocht kwam hij in de auto van de studiobaas Edward Spitz, sprak over dromen en films en kreeg een mini-budget om een film te maken. Hij produceerde daarmee het succesvolle The Last Moment (1927).

Voor zijn volgende film koos hij het script van Lonesome. Hij wilde een film maken over een groot probleem in steden: eenzaamheid, en tegelijk de snelheid van New York weergeven in zijn film.

Fejos maakte meer films in de VS (The Last Performance in 1928, Broadway in 1929) en het had niets gescheeld of hij had All Quiet on the Western Front geregisseerd. Na ruzies met de studio verliet Fejos Amerika weer in 1931 en maakte hij in Frankrijk nog wat films. Daarna werd hij antropoloog.

Ook van deze film dacht men dat hij spoorloos was tot er na de jaren vijftig een kopie opdook. Gelukkig maar. Zelfs na negentig jaar oogt de film fris. Misschien slaat het thema ook nog nu aan met mensen die single zijn in een coronatijdperk.

Coney Island (afgeleid van het Nederlandse woord Conyne Eylandt) in Brooklyn werd vaak gebruikt als decor in film. In de jaren twintig was de kermis van Coney Island zeer populair als uitje. En dus ook in films: The Cameraman, The Crowd, Speedy en deze film (allen uit 1928) bevatten allemaal scènes in Coney Island.

Meer experiment uit de jaren twintig? Bekijk de poëtische film Manhatta uit 1921. Een experimentele korte film (11 minuten) van Charles Sheeler en Paul Strand. Beelden van New York vergezeld van poëzie. ‘When million-footed Manhattan unpent, descends to its pavements…’

Film: https://www.youtube.com/watch?v=VJf0s9MAtCo
Meer lezen: https://www.criterion.com/current/posts/2437-the-travels-of-paul-fejos

 

Dead End (1937)

Dead End (1937): gentrificatie in de jaren dertig

Locatie: Manhattan nabij de Queensboro Bridge (in een studio in Los Angeles nagemaakt)

Vlakbij Queensboro Bridge (tegenwoordig Ed Koch Queensboro Bridge) leven de arme New Yorkers. Maar niet lang meer. Want het zicht op de brug en de East River trekt ook rijke mensen. Die laten grote huizen bouwen aan het water, maar grenzen nog steeds aan de huisjes van de mensen die er al woonden. Dat geeft problemen.

We kijken naar diverse karakters die zijn gebonden aan de locatie. Rijke mensen, arme mensen, een straatbende, een arbeider en een gangster. Ze komen tezamen in drie verhaallijnen.

Deze film van William Wyler (bekend van Ben Hur en Roman Holiday) gaat over een bekend sociaal probleem: gentrificatie. Toneelschrijver Sidney Kingsley groeide zelf ook op in New York en schreef het toneelstuk waar de film op is gebaseerd. Dead End deed het goed op Broadway. Toen zagen filmproducenten er ook brood in.

Het stuk werd door scriptschrijfster Lillian Hellman vrij rechtstreeks overgenomen voor de bioscoop. Dat geeft het gevoel alsof je naar een verfilmd toneelstuk zit te kijken. Dat pakt soms goed uit. Zoals de mooie scène tussen babyface Martin en Francey (Claire Trevor won in 4,5 minuten spel een nominatie voor een Oscar voor beste bijrol). Soms mis je de snelheid van cinema.

De al te scherpe randjes uit het stuk moesten er vanwege de Hays-code uitgehaald worden (Francey lijdt aan tbc in plaats van syfilis, Dave is arbeider, geen kunstenaar, etc.). Dat is wel een gemis.

Wyler en zijn team deden hun best om verpaupering realistisch over te brengen. Neem het moment als de rijke Kay de kakkerlakken in het vuilnis vindt: dat zijn echte kakkerlakken. Claire Trevor had verfomfaaid haar en geen make-up op. De jochies in de film waren echte Dead End Kids . Ze sloopten de halve filmset tijdens de opnamen, vertelde Wyler. Desondanks zouden ze in nog talloze andere films spelen.

Iets minder realistisch was dat de film gaat over East 53rd Street in New York maar aan de andere kant van het land is opgenomen: in een studio in Hollywood. William Wyler wilde wel in New York filmen maar de studio zag het niet zitten. Gemiste kans lijkt mij.

Het leverde wel een legendarisch mooie filmset op, gemaakt door de beroemde art-director Richard Day. En waarheidsgetrouw. Je ziet zelfs een graffiti: E 54th Place Gang Member Only. Interessant feitje: regisseur Sidney Lumet speelde als kind ook in het Broadway-toneelstuk Dead End.

Ook uit 1939: Moon over Harlem. Een melodrama als vele anderen maar toch ook een zeldzaamheid: een film die zich volledig in de wijk Harlem afspeelt met een volledige zwarte cast.

Film: https://www.youtube.com/watch?v=go-Rvc1uSOY
Meer lezen: https://catalog.afi.com/Catalog/moviedetails/4244

 

The Naked City (1948)

The Naked City (1948): vernieuwing op straat

Locaties: Manhattan (diverse locaties), Queens, Bronx

‘Een stad met acht miljoen zielen’, vertelt een voice-over. Geen wonder dat er af en toe een moord plaatsvindt. Jean Dexter, een model, is vermoord. Wie zit erachter?

Een vriend van Jean heeft twijfelachtige verhalen. Via juwelen komen ze dichterbij de dader. Luitenant Dan Moldoon, een ervaren rot, gidst zijn jongere collega Jimmy Halloran op weg naar de moordenaar.

Zo studio-achtig als Dead End was, zo on-studio was The Naked City. De film schreef geschiedenis met meer dan 100 buitenlocaties. En dat in een tijd dat nog weinig filmmakers het aandurfden om de controle in filmstudio’s los te laten. We kijken naar locaties als de Squibb Building, Stillman’s Gym, Roxy Theater, Essex Street Market, Lower East Side, 30th Avenue, Jackson Heights, Times Square, Madison Avenue, Fifth Avenue, Park Avenue. En daarnaast nog beelden van een bovengrondse metrolijn: de ‘Third Avenue el’.

The Naked City is realistischer dan menig film over het politiewerk. Ze moeten saai onderzoek doen, afgaan op intuïtie, details interpreteren. Het speelt zelfs de hoofdrol.

Dat leverde de mogelijkheid op om overal in de stad te filmen. De beelden van de stad zorgen voor een enorme dynamiek. Daardoor valt het amper op hoe tam het verhaal eigenlijk wel is. Hoewel de zinderende finale op de Williamsburg Bridge (één brug ten zuiden van de Ed Koch Quensboro bridge) veel goedmaakt.

De film trok veel kijkers tijdens het filmen. Daarom stonden er geheime camera’s in busjes, kiosken. Het publiek werd afgeleid door een jongleur en iemand die op een ladder luidkeels klaagde over de maatschappij. Wat een operatie moet dat zijn geweest!

Het resultaat mocht er zijn en de invloed van The Naked City reikte ver. Stanley Kubrick was op de set voor Look-magazine en haalde er inspiratie uit voor The Killing. Film noir-filmers van de 50’s hadden allemaal ook The Naked City gezien. Dat is wel een beetje vergelijkbaar met de regisseurs van misdaadfilms in de jaren negentig die allemaal Pulp Fiction hadden gezien. Er kwam een spin-off in de vorm van een tv-serie met dezelfde titel (1958 tot 1963). De game LA Noire (2011) had een hoofdstuk gebaseerd op de film.

De film putte zelf ook weer ergens inspiratie uit: het boek Naked City van misdaadfotograaf Weegee. De film laat mooi zien hoe cynisch het is dat misdaadnieuws het lezerspubliek ‘vermaakt’. Dat verkoopt pas kranten! Daarnaast hadden Italiaanse films als Ladri di biciclette, Roma città aperta en Germania Anno Zero al de deur geopend voor meer realisme in films. Die moesten wel op straat gefilmd worden omdat de studio’s in Italië na de oorlog kapot waren. Deze films bewezen dat dat mogelijk was.

Producer Mark Hellinger die de voice-over deed, zag de film als een liefdesverklaring aan zijn favoriete stad. Met zijn geschiedenis in de krantenwereld moet de film ook een beetje zijn leven hebben verbeeld. Hij overleed voordat de film was afgerond. Dat zorgde er nog bijna voor dat de film niet werd uitgebracht. Dat zou hij ongetwijfeld een vreselijk idee hebben gevonden.

De jaren veertig lieten meer films New York zien:

  • A Tree Grows in Brooklyn (Elia Kazan)
  • The Lost Weekend (Billy Wilder)
  • The House on 92nd Street (Henry Hathaway)
  • The Dark Corner (Henry Hathaway)
  • Port of New York (Laslo Benedek)
  • East Side West Side (Mervin LeRoy; de openingsscène met monoloog van Barbara Stanwyck)
  • Force of Evil (Abraham Polonsky)

Film: https://www.youtube.com/watch?v=V-W4MZI3T38
Meer lezen: https://www.popmatters.com/the-naked-city-2648106884.html

 

Sweet Smell of Success (1957)

Sweet Smell of Success (1957): cynisme in New Yorkse restaurants

Locatie: Manhattan

Columnist J.J. Hunsecker zegt dingen als: ‘Iedereen kent Manny Davis – behalve de vrouw van Manny Davis.’ Persagent Sidney Falco (Tony Curtis) bekt hij ook af waar anderen bij zijn: ‘Je bent dood, kerel. Ga jezelf begraven.’

Falco probeert artiesten in JJ’s rubriek te krijgen. JJ en Falco zijn een vreemd cynisch duo. Want JJ wil Falco alleen helpen als hij de vriend van JJ’s zuster, een muzikant, in diskrediet brengt. Dat is zelfs laag voor Falco’s begrippen. Maar succes lonkt. Falco wil het maken bij de grote jongens en moet dus alles van Hunsecker lijdzaam ondergaan.

Sweet Smell of Success valt vooral op door een intelligent script met scherpe dialogen, veel wendingen in hoog tempo, top acteerwerk en heerlijke zwart-wit cinematografie. De film gaat over roddelkoning Hunsecker. Een rol die is gebaseerd op de columnist Walter Winchell, die echt het leven van zijn dochter (zuster in de film) probeerde te controleren. Daarnaast gaat het over de grenzeloze ambities van Sidney Falco.

Dit is zo’n film waar veel verhalen aan vastzitten. Schrijver Ernest Lehman begon als regisseur maar werd te nerveus van Lancasters aanwezigheid, moest zelfs met maagklachten in het ziekenhuis worden opgenomen. Regisseur Alexander Mackendrick (bekend van The Ladykillers) was in dienst van producers Hecht, Hill & Lancaster en nam het stokje over. Hij haalde Clifford Odets erbij om het script en de dialogen aan te scherpen.

Odets leverde een wereldprestatie: hij schreef in korte tijd compleet andere dialogen dan het vrij statische script van Lehman. Dat gaf de film een totaal andere dynamiek. De film heeft dankzij al die snelle en geestige dialogen enorm veel vaart, terwijl de film eigenlijk maar weinig actie heeft. Soms herschreef hij zelfs nog tot vlak voordat scènes werden geschoten. Dat maakte Mackendrick ook wel nerveus. ‘Er was nooit een definitief script.’

De inhoud krijgt steun van de boeiende cinematografie van de cinematograaf James Wong Howe. De oogopslag, de schaduwen die zijn duisternis uitbeelden, tot en met de lege schaduwen van zijn bril… Hij kreeg van Mackendrick alle kans om zijn stijl neer te zetten.

Lancaster en Curtis zijn nagenoeg perfect in deze film. Tijdens de opnamen van Sweet Smell of Success was Burt Lancaster soms ‘griezelig’ volgens componist Elmer Bernstein. Hij had van nature al een opvliegend karakter maar werd niet vrolijker van het alsmaar herschrijven van Clifford Odets. Dat paste wel goed bij de rol van Hunsecker.

Kortom: zo’n zeldzaam project waar veel talent bij elkaar kwam. Desondanks trok de film niet veel bezoekers, tot opluchting van Walter Winchell zelf. Later kreeg de film juist wel veel waardering en hij wordt nu gezien als een Amerikaanse filmklassieker.

Veel straatscènes zijn er niet. In Sweet Smell of Success zien we Brill Building op Broadway, waar het kantoor van Hunsecker is, en een jazzclub. Het gaat hier om de interieurs van beroemde restaurants in Manhattan: 21 Club en Toots Shor’s, waar je kwam om gezien te worden. De 21 Club (in 2020 gesloten) is misschien wel recordhouder met films die er zijn opgenomen: Wall Street, Manhattan Murder Mystery, All About Eve en On the Rocks van Sofia Coppola.

Toots Shor’s in West 51st Street is een verhaal apart. Daar kwamen beroemdheden als Mickey Mantle, Jackie Gleason, Orson Welles, Frank Sinatra, Richard Nixon, Babe Ruth, Charlie Chaplin. Een mannenbar met sterke drank en matig eten. Maar iedereen die wat betekende, was er. Toots genoot immens van zijn normalemensenomgang (lekker dollen) met beroemdheden. De beroemdheid straalde op hem af. Alleen eindigde hij berooid. In 1971 sloot zijn zaak. Dat hij beroemdheden gratis consumpties gaf, hielp niet. De documentaire Toots uit 2006 laat goed zien hoe relatief roem kan zijn.

Dankzij verbeteringen in de filmtechniek werd het in de jaren vijftig makkelijker om buiten te filmen. Vooral in de tweede helft van de jaren vijftig leverde dat veel sfeervolle zwart-wit misdaadfilms op over New York, waarmee je wel een paar genietbare filmavonden kunt organiseren:

  • Somebody Up There Likes Me (Robert Wise)
  • Shadows (John Cassavetes)
  • Side Street (Anthony Mann)
  • The Wrong Man (Alfred Hitchcock)
  • Pickup on South Street (Samuel Fuller)
  • The Killer That Stalked New York (Earl McEvoy)
  • Killer’s Kiss (Stanley Kubrick)
  • Guilty Bystander (Joseph Lerner)
  • Deux hommes dans Manhattan (Jean-Pierre Melville)
  • On the Waterfront (Elia Kazan)
  • Cop Hater (William Burke)
  • Edge of the City (Martin Ritt)
  • Cry Terror! (Andrew L. Stone)

Even genoeg van misdaad en drama? Dan is er Broadway by Light (1958). Een visueel spetterend debuut van William Klein dat slechts 14 minuten duurt. Die film laat New York (Times Square) zien op een manier die je nu nog steeds ziet als mensen New York willen ‘visualiseren’. Deze film deed dat al in 1958.

Ook kort en experimenteel: de kubistisch-dadaïstische film van Francis Thompson: NY NY (15 minuten). Aldous Huxley schreef erover: ‘In this very strange and beautiful picture we see the city of New York as it appears when photographed through multiplying prisms, or reflected in the backs of spoons, polished hub caps, spherical and parabolic mirrors.’

Daarnaast werd in dit decennium de onafhankelijke cinema geboren in New York met Little Fugitives. Fotograaf Morris Engel maakte deze film buiten het studiosysteem om, wat nog ongehoord was in 1953. Een beslissing met grote gevolgen voor de cinema. Regisseur François Truffaut zei bijvoorbeeld dat de nouvelle vague in Frankrijk zonder het pionierswerk van Engel nooit tot stand zou zijn gekomen. Lees meer over dit verhaal op de website van The Film Foundation.

Film: https://www.youtube.com/watch?v=etfc-XUovU8
Meer weten: https://www.youtube.com/watch?v=FS-fxXEGb_E en https://cinephiliabeyond.org/sweet-smell-of-success

 

Blast of Silence (1961)

Blast of Silence (1961): huurmoordenaar met een depressie

Locaties: Staten Island, Harlem, Lower Manhattan, Jamaica Bay

Frankie Bono is een rustige en ervaren huurmoordenaar uit Cleveland. Hij komt in New York een klusje doen: een zekere Traiano omleggen. Hij schaduwt zijn slachtoffer. ‘Je moet een man kennen als een broer om hem te vermoorden.’

Hij heeft tijd te doden en hij bezoekt ook feestjes, onderhandelt met zijn wapenleverancier, poetst zijn wapen, slentert door de stad, verveelt zich. Een voice-over (stem van acteur Lionel Stander) voorziet zijn bewegingen van commentaar. ‘De bodyguard mindert vaart. Ga er snel langs, Frankie!’

Via de innerlijke stem leren we meer van Frankie Bono. Hij groeide op als wees en staat nog steeds alleen in het leven. Als het dan toevallig Kerst is, raakt Bono helemaal de kluts kwijt. ‘Je zweet over je hele lichaam. Focus! Een moordenaar die niet moordt… wordt zelf vermoord.’

Blast of Silence is een soort New Yorkse nouvelle-vague-misdaadfilm. Begin jaren zestig werd die vergelijking ook gemaakt. Baron legde later uit dat het puur toeval was. ‘Ik had Breathless van Godard toen niet eens gezien. Ik begrijp de vergelijkingen wel. Ook een stad, ook een laag budget…’

Dat hij deze lowbudgetfilm zo visueel interessant schoot, komt misschien door zijn eerste beroep: tekenaar. Hij raakte betoverd door film en kreeg op zeker moment wat geld van lokale New Yorkse producers om ‘een keiharde misdaadfilm’ te maken. Hij wilde Peter Falk in de hoofdrol. Dat lukte niet. Om geld te besparen, deed hij (tegen zijn eigen zin) zelf de hoofdrol.

Een heel ander soort misdaaddrama dan je gewend bent. Je mist bijvoorbeeld het vaak ergerlijke melodrama van die films. Baron weet het karakter een menselijke, dubbelzinnige kant te geven. Hij had zelf ook maffiosi-ervaringen gehad en wist hoe hij het gewetensconflict van de huurmoordenaar moest uitbeelden. Een blauwdruk voor veel latere huurmoordenaarsfilms.

Mooi is ook de bijrol van ‘Big Ralph’, de rattenliefhebber. En het Robert De Niroïaanse acteerwerk van Allen Baron. Barons blikken, uitbarstingen, koele loopjes, zijn zó De Niro. Zou De Niro inspiratie hebben gehaald uit deze film?

Het chaotische einde past er goed bij. Baron wilde op locatie filmen met slecht weer. Hij moest een week wachten maar het pakte geweldig uit, want er waren uitlopers van een orkaan. Uit geldgebrek speelde hij een van zijn eigen achtervolgers: als je het beeld op pauze zet, kun je dat goed zien.

Uniek aan Blast of Silence is dat de film zo goed werkt zo goed dankzij de locaties. In de Duitse documentaire Requiem for a Killer – Making Blast of Silence gaat Baron alle locaties opnieuw af. Zo vertelt hij over Jamaica Bay in Brooklyn (de slotscène); Harlem (125th Street, nabij het Apollo-theater); Manhattan (East 30th Street, West 48th Street, 34th Street); Greenwich Village (Commerce Street); East River Waterfront; Queensboro Bridge en zijn eigen roots in Brooklyn. En alles guerrillastijl gefilmd zonder vergunningen.

De film sloeg amper aan. Baron werd regisseur van tv-shows zoals Love Boat, Cagney & Lacey en Charlie’s Angels. Iedereen moet natuurlijk geld verdienen, toch is het zonde, dat verspilling van talent. Pas bij de Criterion-uitgave in 2008 werd de film herontdekt, dus 47 jaar later. Baron maakte dat gelukkig nog mee.

Blast of Silence was niet de enige film die in de jaren zestig de stad liet zien. Andere voorbeelden zijn:

  • The Apartment (Billy Wilder)
  • Murder Inc. (Burt Balaban & Stuart Rosenberg)
  • Mirage (Edward Dmytryk)
  • Chelsea Girls (Paul Morrissey & Andy Warhol)
  • The Connection (Shirley Clarke)
  • Midnight Cowboy (John Schlesinger)
  • The Pawnbroker (Sidney Lumet)
  • You’re a Big Boy Now (Francis Ford Coppola)
  • Breakfast at Tiffany’s (Blake Edwards)
  • Barefoot in the Park (Gene Saks)

Film: https://www.youtube.com/watch?v=3-D-6RXTaW0
Meer lezen: https://www.criterion.com/current/posts/546-blast-of-silence-bad-trip

 

God Told Me To (1973)

God Told Me To (1973): mysterie maakt detective waanzinnig

Locaties: Manhattan, Flushing

Als er willekeurig mensen worden neergeschoten en de daders zeggen God told me to, gaat detective Peter er achteraan. Via bekentenissen van daders komt hij bij een ‘jongen’ uit, wiens moeder net als de heilige maagd Maria zwanger wordt.

Hij ontmoet deze vrouw in een bejaardentehuis. Daar beseft hij dat hij zelf een rol speelt in het verhaal. Wat is zijn relatie tot God?

God Told Me To uit 1973 is een fascinerende cultfilm die ondanks deze periode van herontdekkingen nog steeds onbekend is. Vooral het eerste deel is sterk. De film is je filmbrein – dat meer verpest is door genreconventies dan je beseft – steeds een pas voor met onverwachte ontwikkelingen.

De film gaat een kant op die je simpelweg niet kúnt verzinnen. De film begint als een misdaadfilm en verandert later opeens een mix van horror, paranormaal en mysterie. The Rolling Stone zegt het aardig: ‘Easily the best 1970s New York noir-horror-alien-abduction-Catholic-guilt-love-triangle thriller ever made.’

De film is 100% het geesteskind van de eigenzinnige regisseur Larry Cohen (Q, The Stuff). Zoals het vaak gaat met filmmakers die durven te experimenteren, waren de reacties erg verdeeld, zoals deze recensie van Roger Ebert laat zien. Cohens producers betaalden hém geld om hun namen te laten verwijderen van de film.

Dit blog snapt beter hoe vernieuwend de film was: ‘Je vindt geen andere film die er zo goed in slaagt een kruising te zijn tussen Rosemary’s Baby, The Omen, The X-Files en Unbreakable. (…) Onder dit plot van een B-film vind je intelligent commentaar op religieuze hysterie.’ Larry Cohen vond zelf dat zijn film veel invloed heeft gehad op series als The X-Files. ‘Hoe wij sciencefiction en horror combineerden met de realiteit van politiewerk was volgens mij nog nooit gedaan.’

Daarnaast was ook de visuele stijl (alles in handheldcamera) toen anders dan anders. Halverwege de jaren nul werd deze pseudo-documentaire-stijl gebruikt voor vrijwel iedere actiefilm. Denk bijvoorbeeld aan de schokkende filmstijl in de Jason Bourne-films.

De acteurs in God Told Me To passen ook goed bij het merkwaardige verhaal: Tony Lo Bianco (tweede keuze na Robert Forster, die werd ontslagen omdat hij alsmaar kauwgom bleef kauwen); Sylvia Sidney en Richard Lynch. En komediant Andy Kaufman in zijn filmdebuut.

Een pluspunt is de hoeveelheid ongewone buitenlocaties van New York. Een watertoren in Manhattan, een draaimolen in Flushing, Broadway Station, ga zo maar door. Lees Larry Cohens amusante verhalen over de productie. Zoals het illegaal filmen tijdens St Patrick’s Day in Manhattan: ‘Iedereen ging ervan uit dat wij een vergunning hadden. Niemand zou illegaal durven te gaan filmen tussen 5.000 agenten. De agenten werden ook niet nerveus dat iemand met een pistool tussen hen inliep, want een camera was alles rustig aan het registreren.’

De chaotische film is een mooie spiegel voor de turbulente jaren zeventig in New York. De stad was failliet, de misdaad nam alsmaar toe… en dat was nog maar het topje van de ijsberg van de problemen. Lees dit artikel in The Guardian over de brochure Fear City, met 9 tips hoe je New York kunt ‘overleven’. Of bekijk deze foto’s voor een indruk.

Aan de andere kant bloeiden er ook allerlei alternatieve scenes op: muziek, kunst en cinema. Zo waren de jaren zeventig een topdecennium voor de New Yorkse alternatieve film. De ‘auteursfilm’ werd populair bij het publiek en producenten investeerden meer in kleine producties. Onder anderen Martin Scorsese en Woody Allen braken door met hun New Yorkse films. New York kreeg daardoor twee kleuren: het duistere New York van Taxi Driver het lichtvoetige, intellectuele New York van Manhattan.

Niet alleen Scorsese en Allen, maar ook andere regisseurs maakten een aantal filmklassiekers in de stad. Films die mensen nog steeds zien, citeren, liefhebben. Veel films over steden maken nog steeds gebruik van de ideeën die je in deze films voor het eerst zag langskomen.

  • Mean Streets (Martin Scorsese)
  • Taxi Driver (Martin Scorsese)
  • Annie Hall (Woody Allen)
  • Manhattan (Woody Allen)
  • Serpico (Sidney Lumet)
  • Dog Day Afternoon (Sidney Lumet)
  • Klute (Alan J. Pakula)
  • Death Wish (Michael Winner)
  • The French Connection (William Friedkin)
  • Saturday Night Fever (John Badham)

En dat is nog maar de bovenlaag. Daaronder bevinden zich nog veel meer interessante films met de stad in de jaren zeventig in de hoofdrol:

  • The Landlord (Hall Ashby)
  • Panic in Needle Park (Jerry Schatzberg)
  • Across 110th Street (Barry Shear, over de grens tussen Manhattan en Harlem)
  • Black Ceasar (blaxploitation, ook van Larry Cohen!)
  • Wolfen (Michael Wadleigh)
  • Cops and Robbers (Aram Avakian)
  • The Warriors (Walter Hill)
  • Next Stop Greenwich Village (Paul Mazursky)
  • The Taking of Pelham 1,2,3 (Joseph Sargent)
  • Ciao Maschio (Marco Ferreri)
  • Girlfriends (Claude Weill)
  • Diary of a Mad Housewife (Frank Perry)
  • An Unmarried Woman (Paul Mazursky)

Film: https://www.youtube.com/watch?v=XIFPoQ0BefI
Meer lezen: Michael Doyle: Larry Cohen: The Stuff of Gods and Monsters

 

Downtown 81

Downtown 81 (1981/2000): Basquiat die door de stad kuiert

Locaties: East Village, Manhattan

Een jongeman wordt wakker in een ziekenhuis. Hij wordt onderzocht en gezond verklaard. Hij loopt door getto’s, tagt obscure teksten op muren (Origin of cotton), ontmoet Beatrice die rondrijdt in een Coupe de Ville, en hem wil onderhouden. Ondertussen wil hij een schilderij verkopen.

We horen hem in zichzelf praten: ‘Neon-literatuur. Ik wilde de stad rood en zwart verven. New York is mijn type stad. New York ziet er groot uit en ik voel me groot. Ik ben onderdeel van het landschap. Ik ben een kunstenaar. Mensen vragen meestal: wat is je medium? Dan zeg ik: extra large.’

Het acteerwerk is niet geweldig en het verhaal evenmin; maar de film is een fantastisch curiosum. De hoofdrol van kunstenaar Jean is daadwerkelijk Jean Michel Basquiat! Toen maar negentien en nog niet beroemd. Ook al is dit fictie, we kijken echt naar Basquiats leven als jonge kunstenaar en muzikant (dat na te veel drugsgebruik zeven jaar na de film zou eindigen). Dat bestond toen uit zwerven, kunst verkopen, studio’s inlopen, mensen ontmoeten.

Schrijver Glenn O’Brien (lid van Andy Warhols Factory) wilde begin jaren tachtig een film maken over de bands die hij toen zag. De film zou aanvankelijk ook New York Beat heten. Die optredens waren de rode draad van de film, dus de alternatieve kunst- en muziekscene in 1981 in de wijk East Village.

Punk, hiphop, graffiti, kunst, new wave, reggae, mode, pop: alles komt langs. Een fascinerend portret van de roots van veel muziek- en kunststromingen. We zien ook beroemde clubs als Peppermint Lounge en Mudd Club. Edo Bartoglio regisseerde de film.

Basquiat is hier meer een rode draad dan de hoofdpersoon. De film daagt uit door hem langs het Guggenheim en Metropolitan Museum of Art op de 5th avenue te laten kuieren. En te laten kliederen als een kind in een fotoboek van Man Ray. Loopt met schilderij op straat. ‘Waar moet ik het adres zetten?’ ‘Schrijf maar op de achterkant.’

De weduwe van scriptschrijver O’Brien vertelde dat de doeken waar hij mee rondzeult in de film ook de eerste doeken waren die hij maakte als kunstenaar. Basquiat was dakloos ten tijde van de film en volgens de weduwe van O’Brien zorgde de film voor geld voor zijn eerste studio. Blondie kocht ook nog een werk van hem voor 200 dollar. Over deze vroege jaren van Basquiat gaat ook de recente documentaire Boom for Real.

Downtown 81 is een portret van ‘downtown’ Manhattan. Van de deprimerende shots van de Lower East Side in Manhattan tijdens de grote saneringsperiode, tot de alternatieve scene in East Village met kunstenaars, graffitikunstenaars en muzikanten. (Raar maar waar: ook acteur Vincent Gallo zit als muzikant in de film.)

De laatste echte avant-garde kunst- en muziekscene in de VS, zeggen sommigen. Ze hadden alleen elkaar om te helpen want ze hadden geld noch sociale media. Toch is die tijd romantiseren volgens muzikant Arto Lindsay geen goed idee. ‘Ik haat het als mensen romantiseren wat praktisch een oorlogsgebied was.’

Er was alleen een probleem: door een politiek schandaal kon productiemaatschappij Rizzoli de film niet afronden in 1981. De film bleef op de plank liggen. Glenn O’Brien kreeg met kunstenares/producent Maripol (partner van regisseur Bertoglio) na juridisch getouwtrek in 1998 de film in handen.

De post-productie begon in 1999. Alleen was de audioband met dialogen verloren geraakt. Die moest dus achteraf worden gedubd. Ook Basquiats stem… Door een acteur uiteraard, want hij overleed al in 1988.

Verwarrend! En de voice-over gooit er nog een schep verwarring bovenop: ‘Elke overeenkomst tussen de karakters en de werkelijkheid is… puur magisch.’ Nog magischer is dat de vreemde, off key klok in de film een track was van Basquiats band Gray (Drum Mode). En toppunt van magie is dat nou net die klok ook een grote rol speelt in seizoen 4 van Stranger Things

Ook de jaren tachtig in New York leverden films op die veel invloed zouden hebben op andere films:

  • Raging Bull (Martin Scorsese)
  • The King of Comedy (Martin Scorsese)
  • Do the Right Thing (Spike Lee)
  • Wall Street (Oliver Stone)
  • Prince of the City (Sidney Lumet)
  • Stranger Than Paradise (Jim Jarmusch)

Films over New York waren in deze tijd een stuk duisterder en vreemder. Ook werd er gretig gebruik gemaakt van het decor van de stad in een saneringsperiode.

  • 1990: The Bronx Warriors en Escape From the Bronx (Enzo G. Castellari, rip-offs van The Warriors uit 1979, maar wel beelden van de Bronx in 1982 en 1983)
  • Fort Apache: The Bronx (Daniel Petrie)
  • Born in Flames (Lizzie Borden)
  • Liquid Sky (Slava Tsukerman)
  • Cruising (William Friedkin)
  • Times Square (Allan Moyle)
  • Q: The Winged Serpent (Larry Cohen)
  • Ms 45 (Abel Ferrara)
  • Fear City (Abel Ferrara)
  • Maniac (William Lustig)
  • Lo squartatore di New York (Lucio Fulci, giallo in New York)

Speciale vermelding voor het golfje van graffitifilms/hiphopfilms begin jaren tachtig (al was het maar vanwege jeugdsentiment van ondergetekende): 

  • Stations of the Elevated: eerste echte film die graffiti observeerde, geen interviews (1981)
  • Wild Style: speelfilm over graffiti (1982)
  • Style Wars: prima neutrale documentaire van Tony Silver en Henri Chalfant (1983) met veel interviews en beelden van Bronx en Queens
  • Beat Street: speelfilm over hiphop (1984)
  • Beat This: A Hip-Hop History (1984): Britse documentaire met veel beelden van Bronx, en ook hiphop en graffiti
  • Krush Groove: speelfilm over het eerste grote hiphoplabel: Def Jam (1985)
  • Turk 182: speelfilm die losjes is gebaseerd op de eerste echte graffitischrijver van New York: Taki 183 (1985)

Meer lezen: https://www.gq.com/story/downtown-81-will-help-you-understand-your-80s-nyc-nostalgia en https://sightlinesmag.org/downtown-81-captures-the-new-york-era-when-basquiat-was-almost-famous

 

Paris is Burning (1990)

Paris is Burning (1990): dragcultuur van arm New York

Locaties: Greenwich Village, Manhattan

Afro-Amerikaanse dragqueens strijden in ballrooms met elkaar om prijzen. Ze horen bij ‘houses’: Xtravaganza, Venus, LaBeija en Ninja. We krijgen alle ins en outs van de modeshows in de ballrooms te zien en leren over ‘readen’ en ‘shades’.

We kijken naar de verschillende houses, en ontmoeten deelnemers en ‘moeders’ van die houses. Zoals voguer Willi Ninja. Of Pepper LaBeija, een realistische dragqueen: ‘Ik kan niet als een vrouw denken. Ik kan denken als een man die er als een vrouw uit wil zien.’ Of Octavia St.Laurent en Venus Xtravaganza die dromen van succes en modellenwerk.

Latino- en Afro-Amerikaanse drags ontwikkelden hun eigen dragcultuur. Het had een eigen stijl omdat ze opgroeiden in andere, armere wijken. Rijk worden met deze passie lag niet voor de hand. Vaak was het hard werken en leven in de schaduwkant van de stad. Wederom Pepper: ‘Dit is wit Amerika. De droom en ambitie als minderheid: te leven en er zo goed uit te zien als een wit persoon.’

Naast armoede (en homofobie) had een gay in die tijd ook te maken met aids. De epidemie trof de New Yorkse gaygemeenschap keihard. Ook prominente karakters uit deze film zijn ook aan aids overleden vlak na de film uitkwam. Je kunt het allemaal zien in deze video.

Sowieso was het voor velen in de film een hard bestaan. De film is dan ook redelijk heftig op het einde – wat je helaas niet anders verwacht bij een film over de zelfkant van de maatschappij.

Paris is Burning heeft jammer genoeg weinig buitenscènes. We zien vooral indoorbeelden van de ballrooms. We moeten het doen met een paar interviews aan waterkanten (vermoedelijk bij de Hudson in Greenwich Village). Toch is het portret van deze subcultuur echt een New Yorkse aangelegenheid. Deze ballrooms stonden aan de basis van veel trends, zoals de dans vogue. De film stond ook aan de basis van de Netflixserie Pose.

De film van Jennie Livingston wordt net zo vaak gezien als klassieker als een exploitatiefilm. Zelf heb ik niet het gevoel gehad dat de documentaire de verkeerde instelling heeft maar sommige deelnemers zijn de film gaan haten.

Meer films over de New Yorkse drag-cultuur:

  • The Queen (Frank Simon, 1968)
  • Lady Divine (John Waters, 1975)
  • How Do I Look (Wolfgang Busch, 2006)

Verder keerde film in New York in de jaren negentig weer terug naar misdaad. Met name de wijken Brooklyn en Bronx – jarenlang gemeden – werden herontdekt. Denk aan films als:

  • Goodfellas (Martin Scorsese)
  • A Bronx Tale (Robert De Niro)
  • Crooklyn (Spike Lee)
  • Clockers (Spike Lee)
  • Bobby G. Can’t Swim (John Luke Montias, obscure misdaadfilm over Hell’s Kitchen)
  • Bad Lieutenant (Abel Ferrara)
  • Ghost Dog: The Way of the Samurai (Jim Jarmusch)

En sommige New Yorkse indiefilms scoorden goed in de filmhuizen:

  • Smoke (Wayne Wang)
  • State and Grace (Phil Joanou)
  • Basquiat (Julian Schnabel)
  • Night on Earth (Jim Jarmusch)
  • Kids (Larry Clark)
  • Walking and Talking (Nicole Holofcener)

Meer lezen: https://www.theguardian.com/film/2015/jun/24/burning-down-the-house-debate-paris-is-burning

 

Man Push Cart (2005)

Man Push Cart (2005): een karretje met koffie door Manhattan sleuren

Locaties: Manhattan, Brooklyn

Ahmed duwt een karretje met koffie en thee in Manhattan. Hij verkoopt ook af en toe dvd’s.

Elke dag reist hij heen en weer (’s avonds laat en ’s ochtends vroeg) naar en van een appartement in Brooklyn. Daarbij sjouwt hij overal een butagasfles mee.

Een van zijn vaste klanten is een andere, welgestelde Pakistaan die hem thuis in Manhattan ontvangt om te helpen met klussen. Die ontdekt dat Ahmed een beroemde zanger is, de ‘Bono van Lahore’. Hij wil hem met concertpromotors verbinden en betere baantjes bieden.

Intussen ontmoet hij een Spaanse verkoopster van een andere karretje die iets in hem ziet, hoewel hij nooit lacht of charmant is. Later leren we waarom hij zo zwijgzaam is: hij is vorig jaar zijn vrouw verloren.

Méér op de straten van New York komen we niet. We zitten er in: hier oogt de stad echt als een betonnen jungle. Anonieme gebouwen, straten, mensen, auto’s. Dit is het leven voor veel New Yorkers: met een bepaalde bezigheid een schamel inkomen verdienen op de straat. En hopen op verbetering. Ahmeds gesjouw met zijn kar over New Yorkse straten (dat hij echt heeft gedaan) is het sterkste beeld van de film.

Aardige film voor wat betreft hoe de stad erin voorkomt, maar ook wel een arthouse-drama als vele anderen. Commentaarloos het geploeter van één persoon volgen. Iemand zien worstelen met een depressie (inclusief kittendrama). Sobere filmstijl. De film van Ramin Bahrani heeft geen charmante dialoog, sprankelend karakter, onverwachte wending, of iets van humor.

Uniek beeld van de stad maar dat gebrek aan eigen visie is toch jammer. Hoofdpersonen die niets willen, zijn lastige hoofdpersonen om naar te kijken.

In de jaren nul is New York vooral behang in actiefilms, horrorfilms, remakes (heel veel) en romantische komedies. De stad is vaak ‘in gevaar’, wat mogelijk verwijst naar het collectieve trauma van de aanslag op 11 september 2001 in New York.

De gentrificeerde stad levert niet meer de klassiekers af zoals in de jaren zeventig en tachtig; toch waren er wel wat indiefilms die allemaal op een eigen manier de stad laten zien:

  • Sidewalks of New York (Edward Burns)
  • Pieces of April (Peter Hedges)
  • 25th Hour (Spike Lee)
  • Before the Devil Knows You’re Dead (Sidney Lumet)
  • Precious (Lee Daniels)
  • Brooklyn’s Finest (Antoine Fuqua)
  • The Notorious Betty Page (Mary Harron)
  • Keane (Lodge Kerrigan)
  • New York, I Love You (diverse regisseurs)

Over indie gesproken, de New Yorkse indiecinema (‘mumblecore’) brak ook door in deze periode:

  • Funny Ha Ha (Andrew Bujalski)
  • Quiet City (Aaron Katz)
  • Dance Party U.S.A. (Aaron Katz)
  • Manito (Eric Eason)
  • Hannah Takes the Stairs (Joe Swanberg)
  • Nights and Weekends (Joe Swanberg en Greta Gerwig)
  • Frances Ha (Greta Gerwig)

Meer lezen: https://www.criterion.com/current/posts/7292-man-push-cart-a-melancholy-pull

Kortom…

New York en films: een liefde die al een eeuw duurt. Misdaad is de duidelijkste link tussen die twee. Je kunt zo een stapel misdaadklassiekers opnoemen die er zijn opgenomen. De stad was de bakermat van diverse beroemde regisseurs die zich in dat genre ontwikkelden.

Maar er was ook cultuur. New York had broedplaatsen voordat broedplaatsen bestonden. De focus van de kunstwereld lag decennialang op New York. Graffiti, hiphop, new wave/punk kwamen hiervandaan. Alleen werd die wereld helaas minder vaak naar celluloid gebracht dan de misdaad. De muziek deed het beter en elk genre heeft zo zijn klassieken (denk aan Sid and Nancy voor punk).

Wat goed past bij de stad waar niemand zelf kookt, zijn beroemde filmrestaurants. Denk aan locaties als Katz Diner (When Harry met Sally), Tom’s Restaurant (Seinfeld), Carnegie Deli (Broadway Danny Rose), Café des Artistes (My Dinner with Andre), Lenny Pizza (Saturday Night Fever), en dus 21 Club en Toots Shor’s… Om maar een paar te noemen.

Ik denk dat er geen periode méér New York is dan het einde van de jaren zeventig en begin jaren tachtig. Rauw, vies en experimenteel, alternatief. Zelfs Manhattan had verpauperde stukken. Niet voor niets werd het half gesloopte South Bronx veel in films over apocalyptische tijden gebruikt. Het zal ook zo gevoeld hebben. De liefhebber van deze tijd kan ik de serie The Deuce aanraden: een doorleefd portret van de ‘stedelijke ecosystemen’ in een tijd dat zelfs Times Square verloederd was.

Het mooie is wel dat New York zelf zijn eigen talenten ontwikkelde. Denk bijvoorbeeld aan Alvie die in Annie Hall zegt: “Denk je niet dat de rest van het land naar New York kijkt alsof we linkse, communistische, Joodse, homoseksuele pornografen zijn? Ik denk soms ook zo over ons en ik woon hier.”

 

Bronnen 

 

Lees ook deel 1: Camera Obscura Special: Parijs

 

5 september 2022

Filmmarathon Gérard Depardieu

5 onbekende films van bekende Franse acteur
Filmmarathon: Gérard Depardieu
Twee redacteuren van InDeBioscoop dompelen zich een weekend lang onder in de goede dingen des levens en vijf relatief onbekende films van de Franse acteur Gérard Depardieu.

 

1. Je préfere qu’on reste amis (2005)

COR:
Sommige mannen houden een filmmarathon, andere mannen gaan daten. Je kunt ook samen films maken, bijvoorbeeld over twee mannen die daten. Dat deden Olivier Nakache en Éric Toledano – verantwoordelijk voor de onvervalste kaskraker Intouchables (2011) – in hun debuutfilm met de avonturen van een verlegen loser en een onverbiddelijke rokkenjager, gespeeld door Depardieu.

Soms zie je al aan de titel van een film (‘Ik prefereer dat we vrienden blijven’) hoe het verhaaltje zich globaal zal ontwikkelen en afloopt. Een veel te ingetogen Depardieu worstelt met het afgezaagde script, ongeïnspireerd en op de automatische piloot. In bijna elke rol laveert hij tussen tederheid en fysieke actie, ditmaal bloeit de acteur slechts op als hij leuke vrouwen kan imponeren.

Ik ben blij dat we deze film hebben gehad. Kunnen we nog snel even de ontknoping van de tijdrit van de Tour de France kijken.

 

BOB:
Dat is leuk dat je over fietsen begint! Zoals je weet ben ik aan komen fietsen na een tochtje door de Betuwe. Ik zou liever die route terugkruipen dan deze ongeïnspireerde film nog een keer te moeten kijken. Geen enkele verrassing, verbazing, iets van nou nou.

Zelfs de ontknoping van de tijdrit (spoiler: Wout van Aert wint toch wel) is spannender dan deze film.

Ik denk dat deze voorganger van Intouchables bewijst dat het regisseursduo vooral mazzel had dat daar alles goed paste. Hier werkt het allemaal niet. Vooral Depardieu zie je hier worstelen: hij moet constant op de rem. Dat past niet echt bij hem. Geef mij liever hem als idioot in Tais-toi (tegenover Jean Reno). Of als een masterclass acteren in het kostuumdrama Tous les Matins du Monde. Of als absurdkomisch acteur in Les Chiens of Buffet Froid.

Ik moet dit filmverdriet verdrinken dus ik haal nog snel even in Uden een fles rosé. Wist je dat Depardieu (naar eigen zeggen) minimaal zes flessen wijn per dag leegdrinkt? Wel praktisch als je dan je eigen wijngaarden hebt overal in de wereld.

Doet me eraan denken: gaan we ons Depardieu-anekdotenbijbel er nog bij halen? ‘s Mans leven kent meer anekdoten en schandalen dan er ooit recensies op InDeBioscoop zijn gepubliceerd…

 

2. Sous le soleil de Satan (1987)

BOB:
Depardieu als acteur kan denk ik drie dingen goed: 1. ingetogen & gevoelig; 2. totaal uitbundig; 3. absurdistisch. Het ongewone van hem (en trouwens ook van actrices als Isabelle Huppert, Catherine Deneuve, Delphine Seyrig) is dat hij dat zo uit zijn mouw kan schudden als de film daarom vraagt. 

Sous le Soleil de Satan is een voorbeeld van het eerste. Dit is de Depardieu die mensen vaak niet kennen: een zeer ingetogen rol als priester die steeds meer lijdt onder zijn gave.

Deze film van Depardieu-vriend Pialat (die zelf ook een rol heeft) is misschien niet zo chique als de Provençaalse rosé die ik nu soldaat maak, maar verrast me toch enigszins. De film heeft lange, trage monologen over bovennatuurlijke zaken. Een soort kruising tussen een Bergman-kammerspiel en The Exorcist. (Eh, Cor… wat is een kammerspiel ook weer precies?)

Depardieu is best goed als de wonderscheppende priester maar de show wordt gestolen door een piepjonge Sandrine Bonnaire (amper twintig, speelt hier zestien) die als door de duivel bezeten monologen oplepelt. Verder is er een opmerkelijke ontmoeting met een zwerver als de duivel, maar ik geloof dat ik daar even wegdoezelde.

De film (naar een roman van Georges Bernanos) haalde zelfs in 1987 een Palme d’Or in Cannes.

Wat staat er trouwens op het menu? Duivels lekkere aardappelen?

 

COR:
Ook mij doet de film denken aan werk van Ingmar Bergman, maar ook van Robert Bresson: een priester twijfelt aan zijn geloof; de setting is intiem en minimalistisch, maar er is volop karakterontwikkeling.

De priester die Depardieu speelt, heeft de duivel nodig om tot God te komen. Ondertussen probeert hij zowel zijn geweten als de ziel van het zwangere meisje te redden. Depardieu speelt met grote woorden en kleine gebaren.

Sous le soleil de Satan toont maar weer eens aan wat godsdienst met mensen kan doen. Jezelf tot bloedens toe geselen om je te straffen voor je zonden. Tien kilometer kruipen om je nederigheid te tonen (ik zou in jouw geval gewoon terugfietsen naar de Betuwe). Je stoïcijns laten aanranden door de duivel.

Neem gerust nog een rosétje! Aan het diner wordt gewerkt.

 

3. Tenue de soirée (1986)

COR:
Deze wonderlijke combinatie van drama, misdaadfilm en seksklucht zou hopeloos ten onder zijn gegaan in de handen van een mindere regisseur als Bertrand Blier en zonder het acterende Franse sterrentrio. In de huidige doorgeslagen wokecultuur zou het bovendien schier onmogelijk zijn om een dergelijk krankzinnig plot te verfilmen.

De flamboyante homo Bob (Gérard Depardieu) sleurt het echtpaar Antoine (Michel Blanc) en Monique (Miou-Miou) mee in een reeks inbraken bij rijke stinkerds en probeert en passant Antoine te versieren. Een uur later zien we Antoine als Antoinette op hakken, in een jurk en met vuurrode lippen en krijgt Monique op haar falie omdat ze hun gezamenlijke huis niet goed heeft gepoetst. De film schiet alle kanten op en is bij vlagen hilarisch.

Ik ga alvast koken en roerbakken, jij wilt vast nog wel wat vertellen over jouw naamgenoot en een van jouw favoriete regisseurs.

 

BOB:
Verdomd, Depardieu met mijn naam! Dat is ook niet zo vreemd, met 248 titels onder zijn belt is de kans groot dat hij wel eens een rol speelde met je naam. Hij speelde al zes Jeans, en een Jean-Francois, een Jean-Étienne, een Jean-Pierre, een Jean-Claude, een Jean-Joseph… etc. Maar een Jean-Cor nog niet.

Vermakelijk! Lekker raar en grappig en filosofisch spel over seksualiteit. Zoals in bijna alle films van Bertrand Blier. Alle drie de acteurs voelen zich zo te zien blij met het toch best uitdagende materiaal over homoseksualiteit, biseksualiteit, heteroseksualiteit; en dat grappig. Je zegt het al: Twitter zou hier nu vast moord en brand over schreeuwen. Zo gaan moderne discussies: megafoonmonologen. Heey, dat is best een goede titel voor een nieuwe Nederlandse roman, wat denk jij?

Blier weet hier twee Depardieus samen te krijgen in één film: de gevoelige en de energieke… Geen wonder dat Blier een van de vaste regiepartners was van Depardieu (acht films samen), net als Alain Corneau en Maurice Pialat. Ze passen goed bij elkaar.

Dank voor de roerbakmaaltijd! Vertel nog eens wat meer over de verzadigde vetzuren, verdomd interessant.

Gaan we het anekdotenboek nog openen? Ik heb er wel een paar. 1. De moeder van zijn dochter is getrouwd met zijn tegenspeler in Cyrano de Bergerac. 2. Als jonge kerel in Chateauroux was hij een vrijbuiter; hij verliet school op zijn dertiende. 3. Hij heeft wijngaarden in 7 landen (wist je dat bijvoorbeeld Dan Aykroyd en Carole Bouquet ook wijngaarden hadden?). Carole hoeft met haar achternaam natuurlijk niet veel meer te doen aan de marketing van haar wijn.

 

4. Barocco (1976)

BOB:
Is dat… Amsterdam? Ik kan mezelf toch wel een kenner noemen intussen van films over Amsterdam maar van deze film had ik geen idee… André Téchiné ken ik trouwens ook niet, terwijl ik toch aardig wat Franse regisseurs ken. En dit Amsterdam is echt 100% decor want iedereen praat Frans. Toch Amsterdamse politiepetten, stationsloketten, straten en telefooncellen met de tekst ‘telegrammen’.

Dit resultaat, Barocco, is daarmee toch wel merkwaardig. Heel erg stilistisch dus, met veel horizontale bewegingen van de camera. Een ingewikkeld misdaadverhaal. En dan de casting. Isabelle Adjani is een aparte keuze in de hoofdrol. De charmante Marie-France Pisier is een Amsterdamse prostituee. En dan hebben we nog een Good Depardieu en Bad Depardieu zoals je in Twin Peaks Good Cooper en Bad Cooper hebt.

In deze merkwaardigheid heb ik Serge Henri Valcke gemist als barman, en Derek de Lint in een andere bijrol. Had jij ze gespot?

 

COR:
Nee, ook ik heb Valcke en De Lint niet gespot. Misschien weggeknipt? Ik zag wel Helmert Woudenberg een paar keer voorbijkomen. 

Bijzonder inderdaad dat deze film in Amsterdam is opgenomen. De vooral donkere locaties, achterafsteegjes, het havengebied en natuurlijk De Wallen lenen zich prima voor expressionistische plaatjes. De atmosfeer is treffend.

Daarentegen vond ik het verhaal erg warrig. Een meisje (de mooie Adjani met haar beroemde pruillipjes) en een bokser (Depardieu die niet direct sprankelt) hebben kennelijk een hoop geld verdiend met het chanteren van een corrupte politicus. Dan verschijnt een man die verdomd veel lijkt op de bokser (Depardieu met zwartgeverfd haar). Hij schiet de bokser dood. 

Ik vroeg me af: is hij misschien de tweelingbroer van de bokser? Waarom lijken zij dan als twee druppels op elkaar?

Niets van dit alles. Debuterend regisseur Téchiné (hij maakt vooral films over menselijke relaties) liet zich inspireren door Vertigo. Het meisje wordt langzaam verliefd op de moordenaar en in haar beleving neemt hij de gedaante van de bokser aan. Waar Hitchcock de kijker helpt met uitvoerig kleurgebruik om de metamorfose te verklaren, laat Téchiné zijn publiek volledig in het duister tasten.

 

5. Ciao Maschio (1978)

COR:
Goed om te besluiten met een film uit de jaren 70 waarin zo’n beetje alle maatschappelijke taboes worden doorbroken en experimenten nooit ver weg zijn. In die zin past Marco Ferreri uitstekend in het rijtje Europese filmmakers als Buñuel, Pasolini en Fassbinder die zich lieten kenmerken door een subversieve maar poëtische stijl, met vaak ook nog een boodschap aan de (verbouwereerde) kijker.

Ferreri is het meest bekend van La grande bouffe, waarin een stel vrienden zich terugtrekken in een huis op het platteland om zich dood te eten (er is nog genoeg zelfgemaakte broccoli-courgettesoep, Bob, dus hou je niet in). Drie jaar later maakte de Italiaanse regisseur het nog veel meer omstreden La dernière femme waarin het personage van Depardieu alles doet wat God verboden heeft en zichzelf in de finale zowaar castreert (er ligt een scherp mes in de rechterkeukenla), omdat vrouw en man immers gelijk zijn.

Feminisme is ook een leidmotief in Ferreri’s en Depardieu’s Engelstalige filmdebuut Ciao Maschio. We zien onze Gérard de halve tijd in adamskostuum als een statige Romeinse keizer paraderen in een New Yorks wassenbeeldenmuseum. Buiten bewegen de personages zich in een surrealistische setting: op een immense zandvlakte aan de voet van de Twin Towers ligt King Kong. Als de kolossale aap een zoontje blijkt te hebben, haak ik (ook gezien het nachtelijke tijdstip) langzaam af. Ciao Maschio!

 

BOB:
Wat een maffe film inderdaad – en dat zegt heel wat als Marco Ferreri de regisseur is. Het is alsof het script uit het raam van de auto was gevlogen want afgezien van de teksten van James Coco oogt het weinig coherent. Zo experimenteerde men er soms lekker op los in de 70’s. Geen voorspelbaar gedoe.

Toch vond ik het boeiend. Vooral vanwege de man-vrouwrollen waar Ferreri hier op spottende wijze mee afrekent. Depardieu als moeder, de vrouwen als kerels, een bange man als alfaman (Coco). En dan nog een wassenbeeldenmuseum.

Depardieu lijkt net als Mastroianni lol te hebben in zijn vreemde rol. De hele tijd fluiten en verder bijna niet te verstaan. Maar lol voor experiment zat er al vroeg in. Wat dat betreft is hij altijd een vakman. Hoe beroerd de film ook, als Depardieu zijn handtekening zet, zet hij zich er vol voor in. Dat past ook wel bij zijn levensfilosofie die je kunt samenvatten als ‘volle kracht vooruit’. Privé leverde dat wel schandalen op, maar als acteur oogt zijn werk vrijwel altijd energiek.

Over volle kracht vooruit gesproken: morgenochtend moet ik weer vroeg op om te fietsen. Van Depardieus wereld naar het Brabantse platteland. Dus ik zeg welterusten!

 
26 juli 2022

 
Alle leuke filmlijstjes

The Father beste film van 2021

The Father beste film van 2021

Hoewel de bioscopen slechts op halve kracht mochten draaien en streamingdiensten spekkoper waren, heeft onze redactie de ‘IDB-film van het Jaar 2021’ gekozen. Winnaar is The Father (met een weergaloze Anthony Hopkins als dementerende oudere), op de voet gevolgd door Quo Vadis, Aida?, The French Dispatch, Herr Bachmann und Seine Klasse, Mandibules en Beginning. De verkiezing betreft nieuwe films die het afgelopen jaar een bioscooprelease kregen.

The Father is de enige film dit jaar die mij tot tranen bracht. Niet dat dat nu de beste graadmeter is voor een film, maar het onderstreept wel een onweerlegbare emotionele lading”, aldus collega Yordan Coban. “Bijzondere films als deze confronteren de kijker met wat anderen soms moeten verdragen.”

Op de tweede plaats eindigt Quo Vadis, Aida? “Het drama van de tolk Aida die haar man en zonen vergeefs probeert te redden uit de hel van Srebrenica, de enclave onder de voet gelopen door de Servische troepen van Mladic, de machteloze rol van Dutchbat, het wegvoeren van de duizenden mannen en jongens, wier lot onontkoombaar is”, zegt Jochum de Graaf. “Die blik waarmee Aida jaren na terugkomst van het drama in de kamer van haar voormalige huis in Srebrenica rondkijkt, heeft nog het meest in mijn hoofd gespeeld.”

The French Dispatch eindigt op de derde plek, maar is misschien wel een van Wes Andersons minste speelfilms, wat een goede typering geeft voor de weinige echte hoogtepunten van dit filmjaar. Het is echter geenszins een slechte film. Sterker nog, The French Dispatch zit vol indrukwekkende verteltechnieken en fraaie verbeeldingen.

Over Herr Bachmann und Seine Klasse zegt Cor Oliemeulen het volgende: “Met zijn uiterlijk van ouwe rocker en niet-alledaagse methodieken dwingt hij respect af en weet hij zijn leerlingen in hun waarde te laten. Tijdens deze ruim drie uur durende, immer boeiende documentaire zou je wensen dat je zelf zo’n leraar had (of was).”

De jongste film van de Franse meester van het absurdisme, Quentin Dupieux (wiens Réalité in 2015 werd gekozen als IDB-film van het Jaar), behaalt de vijfde plek. “Als iets grappig is, kan het ook van een complexe werkelijkheid uitgaan. Het een sluit het andere niet uit. Dupieux maakt zijn scripts met een totaal andere logica”, aldus collega Bob van der Sterre. “Mandibules heeft geen chaos nodig voor het komische effect. Dat komt van het grappige acteerwerk van Gregoire Ludig, David Marsais en Adèle Exarchopoulos.”

Beginning eindigt eveneens op een verdienstelijke vijfde plaats. Tim Bouwhuis zegt hierover: “Dit verstillende debuut uit Georgië evoceert met zijn lang aangehouden shots en religieuze symboliek de filmkunst van Andrei Tarkovsky, om tegelijkertijd met Dea Kulumbegashvili een krachtige nieuwe stem in de (Oost-)Europese arthouse te introduceren.”

Eerdere winnaars IDB-film van het jaar
The Father past uitstekend in het rijtje van winnaars uit vorige jaren: Boyhood (2014), Réalité (2015), Hell or High Water (2016), The Handmaiden (2017), Phantom Thread (2018), de IDB-film van het millennium La grande bellezza (gekozen in 2019) en Beanpole (2020).

31 december 2021

Terugblik filmjaar 2021: Verwarrende tijden voor filmfans

Terugblik filmjaar 2021:
Verwarrende tijden voor filmfans

door Bob van der Sterre

2020 was het jaar van de aanpassing en 2021 het jaar van de teleurstelling: het is nog steeds niet veel anders dan vorig jaar. Film kijken is niet meer hetzelfde in coronatijden. Films waren er gelukkig nog in overvloed maar niet echt meer in de bioscoop. 

Vorig jaar keek ik (dacht ik) terug naar een uniek raar filmjaar. Maar dit jaar was het niet veel anders dan in 2020. Ook dit jaar heb ik geen een film in de bioscoop gezien. We heten InDeBioscoop maar we zouden nu zo onderhand wel Bijjethuisbioscoop kunnen heten.

De schade door het coronavirus op de filmwereld blijft aanzienlijk in 2021. Het gaat de filmindustrie nog jaren kosten om hiervan te herstellen. Dit stuk gaat niet over dat probleem, maar biedt een terugblik naar de beste films die godzijdank allemaal toch nog gemaakt werden. En dat zelfs zonder dat de acteurs verplicht met mondkapjes rondliepen!

The French Dispatch

The French Dispatch

Laten we daarom beginnen met mijn top 3 van films die daadwerkelijk premières hadden in Nederlandse bioscopen:

  1. The French Dispatch
    Het begint te snel, maar daarna wordt het mooi, tjokvol ideeën, waar je minstens 52 films van had kunnen maken. Hier worden meer filmregels overtreden dan je normaal in een heel filmjaar ziet.
  2. Mandibules
    Als iets grappig is, kan het ook van een complexe werkelijkheid uitgaan. Het een sluit het andere niet uit. Dupieux maakt zijn scripts met een totaal andere logica.
  3. Gunda
    Beesten zoals je ze niet eerder zag in film. Je ziet biggetjes sabbelen aan tepels (en hoe Gunda dat moet ondergaan). Biggetjes die regen uit de lucht happen. Mooi beeld: de vier biggetjes die voor de schuur buiten staan, letterlijk vier op een rij, schouder tegen schouder, om daarna een voor een de stal binnen te gaan.

Maar film is ook film zonder bioscoop. Er was een grote berg van films die alleen virtuele premières kenden… De meeste zag ik tijdens Imagine.

  • Beste arthousefilm:
    Woman of the Photographs: Als de arthousecinema nou niet dicht zou zijn, zou deze Japanse film een goede kans maken om horden mensen naar de bioscoop te trekken.
  • Beste horrorfilm:
    Mankujiwo: Met een spookspiegel, rondkruipende slangen, kikkers, vogelspinnen en een gebochelde die eten geeft… Voeg daar nog wat gore, body horror en exorcisme aan toe en je horrorfeest is compleet.
  • Beste verhaal:
    Me and Me: Het is louter de verbeelding van de kijker, geholpen door goed acteerwerk.
  • Beste SF-film:
    Undergods: Film doet geregeld denken aan de serie Black Mirror – maar nog wat gradaties duisterder.
  • Beste totaal doorgeslagen film:
    Fried Barry: Compleet maf, over de top, ranzig, smerig, fantastisch, bizar.
  • Beste symbolische film:
    Playdurizm: Zoveel symbolische verwijzingen. De videokopieeractie, het kunstwerk van Malevich, de Siamese tweelingen, de film (inclusief trailer) genaamd Rebel Instinct, Videodrome van Cronenburg, de titel (‘plagiaat’)…
Meandre

Meandre

  • Beste spannende film:
    Meandre: Je zal het maar meemaken: je kind verliezen en dan in de auto stappen van een seriemoordenaar…. en dan terechtkomen in een sadistisch labyrint van aliens.
  • Beste artistieke film:
    The Year Before the War: Over elk beeld is nagedacht met rook, lichtval, contrast, perspectieven, slow motion en geluiden.
  • Beste blockbuster:
    Dune: Niet dat ik het echt geweldig vond, maar lang niet zo matig als veel soortgelijke films.
  • Beste satire:
    Don’t Look up! van Adam McKay (regisseur van The Big Short). Het heden – en onze ongelovige houding tegenover wetenschap – krijgt er flink van langs in redelijk gelukte satire.
  • Beste Christopher Nolan-film die niet door Christopher Nolan is gemaakt:
    Careless Crime: Boordevol cinematografische verwijzingen met drie verhaallijnen die door elkaar lopen. Niet zomaar een film dus, maar een soort Christopher Nolan-achtige mindfuck op zijn Iraans.
  • Beste Camera Obscura-film:
    The Rise and Rise of Michael Rimmer.
  • Beste ontdekking:
    Eric Rohmers films op Mubi.
  • Beste Chaplin:
    Ik ga toch voor The Great Dictator.

Ik wens alle filmliefhebbers een gezond en prachtig en optimistisch 2022!

 

27 december 2021

 

Terugblik filmjaar 2021: Een lach en een traan
Terugblik filmjaar 2021: Altijd maar weer de oorlog
Terugblik filmjaar 2021: Vervreemding van het alledaagse geluk
Terugblik filmjaar 2021: Pole position voor streamingdiensten

 

Terugblik filmjaar 2021: Een lach en een traan

Terugblik filmjaar 2021:
Een lach en een traan

door Cor Oliemeulen

Traditioneel blikken collega’s van InDeBioscoop eind december terug op het filmjaar. We trappen af met deze persoonlijke top 5 van films die in 2021 een bioscooprelease verdienden.

5 – Mandibules
Réalité van Quentin Dupieux was in 2015 verrassend IDB Film van het Jaar. Het lijkt onwaarschijnlijk dat het jongste werkstuk van de Franse meester van het absurdisme dit jaar als topfavoriet wordt gekroond, maar dat maakt de film niet minder leuk. Het krankzinnige verhaal van twee simpele zielen die een flink uit de kluiten gewassen vlieg proberen te dresseren, vormt de opmaat voor scherpzinnige kolder en maakt van Mandibules een heerlijk recept in deprimerende tijden.

 

4 – Another Round (Druk)
Het leven ziet er een stuk rooskleuriger uit als je alcohol hebt gedronken. Dat is althans de bevinding van vier vrienden, die allen werken als leraar op dezelfde middelbare school. Vooral Martin, die zowel zichzelf als zijn leerlingen (en zijn echtgenote) niet meer kon motiveren, heeft veel baat bij een slok op tijdens de lessen. Hilariteit alom, terwijl regisseur Thomas Vinterberg niet verzaakt om de tragische keerzijde te belichten. Mads Mikkelsen, dit jaar ook goed op dreef in Riders of Justice, acteert opnieuw fantastisch.

 

3 – Herr Bachmann und seine Klasse
Op een school in een Duitse industriestad gebruikt leraar Dieter Bachmann geen alcohol maar zijn persoonlijkheid om de leerlingen te inspireren. Brugklassers, met negen nationaliteiten waarvan sommigen nog nauwelijks Duits spreken, houdt hij met gemak bij de les. Met zijn uiterlijk van ouwe rocker en niet-alledaagse methodieken dwingt hij respect af en weet hij zijn leerlingen in hun waarde te laten. Tijdens deze ruim drie uur durende, immer boeiende documentaire zou je wensen dat je zelf zo’n leraar had (of was).

 

2 – Quo Vadis, Aida?
De Val van Srebrenica kon gebeuren omdat de Dutchbatters, vooral door uitgebleven luchtsteun van de NAVO, kansloos waren tegen de opmars van de Serviërs. De Bosnische filmmaakster Jasmila Zbanic maakte van deze gitzwarte bladzijde in de Nederlandse geschiedenis een meedogenloze reconstructie door de ogen van tolk Aida, krachtig neergezet door Jasna Djuricic. Terwijl de deportatie en genocide van moslimjongens en -mannen op het punt staat te beginnen, probeert Aida haar gezin te redden. Urgente, hartverscheurende film.

 

1 – The Father
Het verhaal van een tachtiger die langzaam de grip op de werkelijkheid verliest, was al een groot succes op de planken van West End en Broadway. De Franse schrijver Florian Zeller bewerkte zijn toneelstuk tot speelfilm en deed zelf de regie. Op het moment dat de vader (weergaloze rol Anthony Hopkins) een vreemdeling in zijn Londense appartement aantreft, denk je nog aan een mysteriethriller. Maar door de ingenieuze montage, waardoor ook de kijker gaten in de tijd ondergaat, ontwikkelt The Father zich tot een fascinerend, levensecht en ontroerend drama vanuit het perspectief van de dementerende. Geniaal.

 

20 december 2021

 

Terugblik filmjaar 2021: Altijd maar weer de oorlog
Terugblik filmjaar 2021: Vervreemding van het alledaagse geluk
Terugblik filmjaar 2021: Verwarrende tijden voor filmfans
Terugblik filmjaar 2021: Pole position voor streamingdiensten

 

 

The Father

 

Filmmarathon Jeanne Moreau

5 onbekende films van bekende Franse actrice
Filmmarathon: Jeanne Moreau
Twee redacteuren van InDeBioscoop dompelen zich een weekend lang onder in de goede dingen des levens en vijf relatief onbekende films van de Franse actrice Jeanne Moreau.

 

1. La mariée était en noir (1968)

BOB:
De 8 kilometer wandeling is achter de rug, de Olympische medaille op de 10 kilometer binnen, en dan nog voor de echte diehards een Jeanne Moreau-marathon! Met een smakelijke Truffaut-lunch om de filmavond mee te starten. Begint goed: Jeanne Moreau die moorden pleegt aan de lopende band, terwijl ik de aanval inzet op de pindakaaspot. Een beetje Kill Bill op zijn Frans… Tuez Guillaume peut-être…. Haar altijd iets te droevige, bozige gezicht past goed bij deze wraakzuchtige weduwe. Ze kan iemand van het balkon wieperen, rustig door de feestgangers weglopen en dat geloofwaardig houden.

Moreau is prima, de film (gebaseerd op een boek van Cornell Woolrich) toch wat minder. Truffaut die iets te veel naar zijn eigen stijl zoekt. Btw: doen jullie dat ook in Uden zoals de karakters in deze film: sigaren roken, drinken en dan schieten op kerkhanen? Dan weet ik wat me nog te wachten staat.

De schrijver van het script van deze film (Jean-Louis Richard) is trouwens de vader van haar enige kind.

En wist je trouwens dat Kate Bushs liedje The Wedding List is gebaseerd op deze film? Leuke vraag voor een filmquiz (alleen heb ik het antwoord hier dus al verklapt).


COR:

Nee, dat dat leuke liedje van Kate Bush (al even mysterieus als de vrouw die Jeanne Moreau hier speelt) is gebaseerd op deze film, wist ik niet. Ik had wel al direct de indruk dat Quentin Tarantino dit verhaaltje over de in zwart geklede bruid moest hebben gezien als inspiratie voor Kill Bill. Echter waar Moreau best inefficiënt een huisvader opsluit in een kast onder de trap, de kieren dichtplakt, zodat de man uiteindelijk stikt, kiest Tarantino 35 jaar later resoluut voor afgehakte hoofden.

Tijden veranderen. Sigaren roken, drinken en dan op kerkhanen schieten, doen wij hier niet meer. En als wij dit nog zouden doen, zouden wij niet zo hopeloos missen als de man die na een duw per ongeluk geen haan, maar een mens, doodschiet.

Wist je trouwens, Bob, dat je van te veel pindakaas depressief kunt worden? Pak gerust nog wat zelfgemaakte pompoentomatensoep voordat die koud wordt…

Regisseur François Truffaut moet het inderdaad niet hebben van het (vergezochte) plot, hoewel ik de laatste afrekening van Moreau wel origineel vind. Ik dacht dat hij wel wat meer spanningselementen had gebruikt uit de reeks interessante gesprekken met ‘master of suspense’ Alfred Hitchcock niet lang voor de opnamen.

De samenwerking tussen Moreau en Truffaut was in de klassieker Jules et Jim (1962) uiteraard een stuk geslaagder, toch ben ik blij dat ik nu ook deze film heb gezien.

 

2. The Train (1964)

COR:
John Frankenheimer was zijn tijd vooruit. Zijn vroegere films laten zich kenmerken door sociale en filosofische thema’s, denk aan
Birdman of Alcatraz, Seven Days in May en The Manchurian Candidate.

The Train, dat hij tussendoor maakt, kende ik nog niet, en zeker niet dat Jeanne Moreau daarin een bijrol speelt. Dat komt misschien omdat films vol nazi’s al snel mijn eetlust bederven en het feit dat ze geen Duits maar Engels spreken. Wat mij altijd opvalt, is dat Engels sprekende nazi’s met een dik Arnold Schwarzenegger-accent de grootste klootzakken blijken.

In dit avonturenverhaal over nazi’s – die net voordat ze de oorlog verliezen een immense schat van Franse schilderijen per trein naar hun thuisland willen vervoeren – springen de originele cameraperspectieven direct in het oog. En natuurlijk ook Frankenheimers huisacteur, Burt Lancaster, als stoere, maar ook als geloofwaardige held, die zijn leven riskeert om de kunstwerken te redden.

Zo laat hij zich zomaar in zijn been schieten, zodat hij zich liefdevol kan laten verzorgen door het personage van Jeanne Moreau.

Onderhoudende, wat lange film, zeker voor een marathon. Wat vond jij trouwens van de confrontatie tussen de held en de schurk in de finale? Of vond je Lancaster eigenlijk geen held omdat het redden van de kunstschat ten koste ging van al die doden?


BOB:

Wacht even, depressief worden door pindakaas? Zo’n mooie Hollandse uitvinding? Niets is meer heilig tegenwoordig. Wie eet er nou ook te veel pindakaas? Zou Jeanne Moreau wel eens pindakaas hebben gegeten? Ik gok van niet. Alain Delon vast wel, die had een Nederlandse vrouw. En schoot misschien ook soms op kerkhanen.

Zulke meanderende gedachten gaan wel door je heen bij het geduldige uitwerken van dit plot. Overigens wel goed gedaan, laat dat maar aan Frankenheimer over. Hij wist hoe je spannende actiefilms in beeld moest brengen, zoals die formidabele choreografie aan het begin, als iedereen door elkaar heen loopt, en het treinstationbombardement waar vier maanden voorbereiding aan zat.

Ja, wat kan die Lancaster slepen met een been! Dat was trouwens een echte blessure die hij opliep door een stomme actie op een golfterrein (tijdens het maken van deze film). Dus werd hij zogenaamd in zijn been geschoten. Hij was deze film ook natuurlijk, liet regisseur Arhur Penn vervangen door Frankenheimer, en zei daarna: “Frankenheimer is a bit of a whore, but he’ll do what I want.

Moreau de hoteldame als functioneel Lancasterliefje. Schudt ze ook weer uit haar mouw. Te weinig in beeld helaas. En die finale? Ik verraad niet graag eindes… Let wel op hoe weinig Lancaster nog te zeggen heeft in het laatste half uur. Grimassen doet hij genoeg.

Is er nog wat van die geweldige citroenmelisserooibosthee?

 

3. Mademoiselle (1966)

BOB:
Het is bizar maar hier is Jeanne Moreau nog gemener dan in Le mariée était en noir. Daar had de wraakneming nog zin, hier zet ze sluizen open en steekt ze dingen in de brand omdat ze niet goed bij haar hoofd is. En weer een weduwe! Daar houden de overeenkomsten mee op. Deze Moreau is vreselijk onsympathiek – wel top neergezet door haar, vermoedelijk een van haar betere rollen. Verrassend interessante film over discriminatie en dat midden op het Franse platteland. Af en toe wel lastig als je dierenliefhebber bent…

Tony Richardson was de maker ervan. Daar weet jij vast meer over te vertellen.

Niet geeuwen, Cor, we zijn pas net halverwege. Wees blij dat we straks met een western eindigen en niet met het nonnendrama Le Dialogue des Carmelites.

De soep is alweer even geleden. Wat staat er eigenlijk op het menu?


COR:

Als jij straks die aardappelschijfjes en wat vegetarische burgers bakt, kook ik de broccoli. Wat vind je trouwens van die biologische Merlot?

Prachtige, donkere film hoor, Mademoiselle! Moreau als schooljuf heeft inderdaad duidelijk een probleem, dat ze wil botvieren op haar dorpsgenoten, en zelfs een leerling. En wat een verademing dat het nooit echt duidelijk wordt waarom ze regelmatig de boel in de fik steekt.

Ondertussen krijgen, zoals dat gaat, de vreemdelingen (in dit geval Italiaanse gastarbeiders) de schuld van de rampspoed die zich in dit normaliter rustieke dorpje voltrekt.

Regisseur Tony Richardson was een grote naam van de Engelse new wave en maakte mogelijk deze film in Frankrijk vanwege zijn liefde voor Jeanne Moreau, hoewel hij ten tijde van de opname nog met Vanessa Redgrave was getrouwd.

De onbestemde sfeer met het kunstzinnige, schaduwrijke liefdesspel in de bossen doet mij denken aan modern toneel. Daar kan volgens mij geen nonnendrama tegenop. Hoewel… misschien binnenkort Benedetta van Paul Verhoeven.

 

4. Mata Hari, agent H21 (1964)

COR:
Beste Bob, ik begrijp je fascinatie voor Silvia Kristel als Mata Hari, maar we mogen aannemen dat iemand als Jeanne Moreau zich niet letterlijk in allerlei bochten hoeft te wringen.

De film is van Jean-Louis Richard, die slechts vier films regisseerde, en zoals ik van jou begreep, meeschreef aan het scenario van La mariée était en noir, maar – jawel – ook tien jaar later aan Emmanuelle, mét Silvia Kristel!

Net zo vunzig wordt deze Mata Hari bij lange na niet, hoewel niemand minder dan Jean-Louis Trintignant op zijn welbekende manier van poëtische tekstopleperij de (vermeende?) dubbelspionne uit de kleren probeert te lullen.

Moreau is zeker geen miscasting, maar door de warrige regie beklijft haar vertolking niet, of het moet zijn hoe ze in de finale na haar terechtstelling als een slappe vaatdoek aan een houten paal blijft hangen.


BOB:

Ja,
net zo teleurstellend als geruststellend dat deze film niet het schandalige opzoekt maar er een middelmatig spionagedrama van maakt. Moreau krijgt flink de kans om zich uit te leven als de spionne, en heel waarschijnlijk omdat Richard dus haar ex-man was met wie ze een kind had. Dat is Jerôme Richard, die rolletjes had in niet misselijke films als Domicile Conjugal, La Grande Bouffe en Céline et Julie vont en bateau, waar hij nu vast op zijn oude dag nog vaak over vertelt.

Het script voor Emmanuelle Wat een toeval. Kristels Mata Hari van twintig jaar later (die ongetwijfeld veel vaker is bekeken dan deze) moest het doen met ene Joel Ziskin (zijn enige filmscript: een 3,8 op IMDb). Richard schreef ook het script voor Fahrenheit 451 die net op InDeBioscoop is besproken.

Trintignant zag ik laatst als creep in Flic Story, misschien moet je die eens kijken, daar lepelt hij niets op maar schiet des te meer kapot.

Moreau is degelijk maar kan de film niet echt redden. Nog maar een wijntje halen. Had ik geen Kroatische wijn cadeau gegeven om zelf op te drinken?


5. Monte Walsh (1970)

BOB:
Godzijdank eindigen we met een western, die er altijd wel lekker ingaat, net als de Kroatische wijn (goede keuze van de wijnboer bij het station Rotterdam Centraal). William. A. Fraker als regisseur? Wie is dat? Heeft toch de cinematografie van Bullitt en One Flew Over the Cuckoo’s Nest gedaan. Hij ging voor een echte regisseursloopbaan en Monte Walsh had het dan moeten zijn. De film heeft wel een frisse en alcoholloze Lee Marvin (hij mocht niet drinken tijdens de opnamen) en natuurlijk Jeanne Moreau als zijn liefje, best wel een lieve relatie (en dat terwijl Lee Marvin eigenlijk helemaal niet op Moreau zat te wachten maar op Deborah Kerr), maar de film ontstijgt toch niet het gemiddelde.

Moreau speelt geconcentreerd – zoals altijd eigenlijk – maar moet veel lachen in deze rol en daarin is ze wat minder overtuigend. Vraag is wat ze zag in de rol in deze film. Zei zei wel: ‘Lee Marvin is mannelijker dan wie dan ook met wie ik gespeeld heb.’ Jack Palance moet trouwens ook al de hele tijd lachen… Vrolijke boel in deze western maar echt grappig wordt het niet.

Moreau blijft fascinerend als actrice. Ze werkte echt met bijna alle grootheden der aarde. Orson Welles noemde haar ooit de beste actrice ter wereld. In Baie des Anges en Le journal d’une femme de chambre vond ik haar voortreffelijk maar ze kan ook ‘dienstbaar’ zijn, zoals in Le Paltoquet of deze film. Een echte professional.

En nu maar maffen.


COR:

Ho ho, na onze filmmarathon kunnen we nog net de finish van de Olympische marathon kijken! Wow, een Nederlander wordt tweede, en zijn Belgische trainingsmaatje derde.

Ondertussen voel ik de vermoeidheid in mijn eigen benen van onze wandeltocht en vallen mijn ogen langzaam dicht. In gedachte zie ik nog hoe Lee Marvin met veel bombarie een wild paard probeert te temmen en daarbij het halve westerndorp sloopt.

Liever droom ik nog wat over Jeanne Moreau. Iets met een lift naar het schavot…

 
22 augustus 2021

 
Alle leuke filmlijstjes

Zes educatieve propagandafilms uit Nazi-Duitsland

Zes educatieve propagandafilms uit Nazi-Duitsland
In Nazi-Duitsland speelde de cinema een belangrijke rol in het omvormen van het volk. Filosoof Theodor Adorno omschreef in een recent herontdekte toespraak al hoe het fascisme meer draait om het etaleren van macht dan het uitdragen van een ideologie. Op logisch gebied valt er dan ook geen touw vast te knopen aan deze selectie. Intrigerend genoeg bevatten de expliciete propagandafilms dus innerlijke tegenstrijdigheden die onbedoeld een educatieve ervaring over de psychologie van het nazisme bieden.

door Sjoerd van Wijk

Hitlerjunge Quex: Ein Film vom Opfergeist der deutschen Jugend

1. – Hitlerjunge Quex: Ein Film vom Opfergeist der deutschen Jugend (1933)

Vanaf moment één kijkt de arme Heini ademloos naar de marcherende Hitlerjongens die hem meer fascineren dan de zuipende communistenjeugd als hij tussen die twee moet kiezen. Deze fictie over Hitlerjugend-lid Herbert Norkus, een ‘martelaar’ neergestoken door communisten, bouwt enkele maanden na de staatsgreep lustig aan het mythologiseren van de opmars van de nazi’s met de hoop op een nieuw tijdperk.

Daar hoort een frappante hervertelling van de politieke situatie bij. De aan de kermis verslingerde communisten terroriseren een paramilitaire beweging die slechts posters plakken in uniform. De nazi’s waarvoor Heini zich opoffert, eisen hier de slachtofferrol op. Toch humaniseert de film enkele tegenstanders zo vroeg in het nazitijdperk. Ster Heinrich George als de nazi hatende vader maakt (parallel aan diens persoonlijke leven) een omslag nadat een slinks argument over de superioriteit van Duits over Engels bier (“denk daar maar over na”) hem laat twijfelen over het communisme.

 

Das Mädchen Johanna (1935)

2. – Das Mädchen Johanna (1935)

Atypisch voor Jeanne d’Arc-verfilmingen focust Das Mädchen Johanna op het gekonkel achter de schermen tussen de verschillende facties die strijden om Frankrijks kroon. Dat leidt tot een boel gesnauw waarin met name Heinrich George als de graaf van Bourgogne grossiert. Op het juiste moment strijkt de vrome Jeanne neer als een engel voordat een boze meute Charles de Zevende wil lynchen.

Terwijl het volk zich verzamelt achter het Führerfiguur Jeanne smeedt Charles een plan haar te gebruiken voor zijn eigen doeleinden. Onderstreept met een coda vijfentwintig jaar later voert hij triomfantelijk een soort ‘nacht van de lange messen’ uit. Zijn manipulaties geven tezamen met Jeannes hopeloze naïviteit de film een ambigue rand. Voor wie geldt het heldendom vanuit nazi-oogpunt? De onnozele Jeanne met het volk of Charles die als Hitler dolken in ruggen steekt?

 

Ewiger Wald (1936)

3. – Ewiger Wald (1936)

Een strenge voice-over houdt een homilie over bloed en bodem van het niveau Varg Vikernes YouTube-geneuzel. Continu geeft deze documentaire vol dubieuze geschiedschrijving zich bloot in duidingen inclusief weinig suggestieve dissolves. Volk en woud vormen een organisch geheel conform Völkische ideeën en trachten zo de dreigingen van de Romeinen, het Christendom tot de industrie tegen te houden.

Maar in dit Avondland waar iedereen gezellig onder de meiboom danst blijkt desalniettemin geen ruimte voor een ecologisch bewustzijn. De spiritualiteit blijkt een façade als Ewiger Wald hamert op de wederopstanding van het bos met een crossfade van soldatenbenen in het gelid naar kaarsrecht geplante bomen. Een productiebos zo militaristisch als het volk zelf – een uiting van de zucht naar veiligheid. Waarin het volk kan genieten in de Berlijnse Lustgarten zonder last van indringers.

 

Jud Süß (1940)

4 – Jud Süß (1940)

Wonderbaarlijk genoeg etaleert de meest kwaadaardige film de grootste ambiguïteit. Op orders van Goebbels moest alles uit de kast om het antisemitisme aan te wakkeren. De nieuwe hertog van Württemberg leent voor zijn ambities geld bij de sluwe Jood Süss en zakt daarbij steeds verder weg in diens manipulaties. Volgens de gezapige burgers leidt dat tot de horror van balletvoorstellingen en het openstellen van de stad voor Joden, in andere tijden juist tekens van vooruitgang. Maar hier verdient louter de nijverheid lof. Elke afwijking van de status quo (inclusief wegenbelasting) geeft de kriebels.

Ondanks de nare streken van Jood Süss geeft Ferdinand Marian een dermate weergaloos optreden waarin diens sympathieke voorkomen beklijft. Tegenover lompe racist uithangende rechtschapen burgers zet hij een charmant figuur neer en is hij de vriendelijkheid zelve. In een van de innemendste scènes ontmoet Süss op weg naar Stuttgart de dochter van een van hen. Het amicale gesprek dat ontspint, staat in schril contrast tot de latere karaktermoord van Süss. Zo onderstreept de film tegenwoordig eerder de waanzin van haat dan dat het ophitst.

 

Ohm Krüger (1941)

5. – Ohm Krüger (1941)

In Ohm Krüger urmt Emil Jannings als de gevluchte Zuid-Afrikaanse politicus Paul Kruger uit de Tweede Boerenoorlog. In flashbacks doet hij uit de doeken hoe zijn volk de strijd verloor van de Britten, met een bijtende veroordeling van de internationale gemeenschap die de Boeren nooit te hulp kwam. De leider een met zijn volk is een hulpeloos slachtoffer en verdedigt zich tegen al het meedogenloze geweld wat regisseur Hans Steinhoff razend in beeld brengt.

Zeer vooropgezet mislukken de handreikingen aan de Britten van Krugers in Oxford opgeleide zoon. Want de anderen manipuleren en daar komt de agressie vandaan. Terwijl de Führerfiguur steeds meer rondwentelt in aan zichzelf opgelegde zieligheid raken de dapper strijdende Boeren in steeds diepere zorgen. Daarbij komt een stuk weerzinwekkende psychologische projectie kijken, als de film de Britten (weliswaar historisch accuraat) veroordeelt voor het gebruik van concentratiekampen.

 

Titanic (1943)

6. – Titanic (1943)

Het iconische schip als metafoor voor het kapitalisme ramt keihard af op de ijsberg omdat een snelle overtocht de aandelenprijzen van de rederij ten goede komt. In dat decor speelt zich een contrast af tussen het lagere dek van gezellige arbeiders en het hogere dek vol konkelende Britse kapitalisten. Slechts één officier ziet de bui al vroeg hangen, toevallig een Duitser.

Onderkoeld en zakelijk volgt regisseur Herbert Selpin (die wegens kritiek het Naziregime niet overleefde) alle handelingen als een opsomming van feiten. De camera snijdt van sentimentele Duitse romance en principiële officier naar bange kapitalisten die leren dat niet alles te koop is. Een fatalistisch doemdenken komt tot uitbarsting met een overdaad aan beelden van paniek. Alsof de film het einde van de Tweede Wereldoorlog aan zag komen noopte die fanatieke registratie Goebbels tot het verbannen van de film in Duitsland zelf.

Alle genoemde films zijn werken van fictie. Elke overeenkomst met de werkelijkheid van 2021 is puur toevallig.

 
2 februari 2021

 
Alle leuke filmlijstjes

Terugblik filmjaar 2020 – Deel 8: Vijf films die ik voor het eerst zag

Terugblik filmjaar 2020 – Deel 8 (slot):
Vijf films die ik voor het eerst zag

door Yordan Coban

Dit jaar deed ik het eens geheel anders. Ik heb logischerwijs betrekkelijk weinig nieuwe films gezien en heb het aantal bioscoopbezoekjes moeten beperken tot twee. Het leek mij dan ook gepast om een alternatief lijstje te presenteren. Een lijstje met vijf films die ik dit jaar voor het eerst gezien heb en die bij mij iets wisten te ontbranden.

Sweet Thing

Sweet Thing

Ik moet ook bekennen dat de duurzaamheid van mijn passie op de proef wordt gesteld. Begrijp me niet verkeerd: ik ben dol op films en zal dat altijd zijn, maar zonder de afwisseling met wat meer socialere en actievere activiteiten wordt het lastiger om er hetzelfde plezier aan te beleven. Met deze vijf films werd ik toch weer herinnerd aan hetgeen films zo bijzonder maakt voor mij.

Van de films die dit jaar uitgekomen zijn, zijn er drie die ik de moeite van het kijken waard acht:
1. For Sama
2. Sweet Thing
3.
Été 85

Deze drie films zijn bij lange na niet van hetzelfde kaliber als de top 5 die ik hieronder presenteer, maar hebben wel in enige mate een indruk achtergelaten. Sweet Thing voor de dromerige sfeer en visuele stijl die een duistere jeugd verbloemt. Été 85 voor het acteerwerk en de wijze waarop François Ozon zijn kijker in spanning houdt. En For Sama voor haar pijnlijke confrontatie met een politieke realiteit. Maar vooral de scène waarin een pasgeboren baby voor de camera terug tot leven gereanimeerd wordt. Ik had nog nooit zoiets gezien en het geeft me nu nog koude rillingen als ik er aan terugdenk. Zonder verder omheen te draaien volgt dan nu mijn top 5 films die ik in quarantaine voor het eerst gezien heb.

5. Salo
Het is een beetje misplaatst om deze film te verheerlijken, sterker nog ik raad het niemand echt aan om Salo te zien. Hij is excessief en eigenlijk bijzonder ranzig te noemen, maar excessen ga je vanzelf opzoeken als alle dagen hetzelfde lijken. Hetgeen hoogstwaarschijnlijk ook gold voor de Fransman Markies de Sade (waarvan het woord sadisme afkomstig is), schrijver van het gelijknamige boek waarop de film gebaseerd is. Volgens de legende schreef hij het boek op het toiletpapier in het gevang van de Bastille ten tijde van de Franse Revolutie. Salo is een cultklassieker die elke filmliefhebber “gezien moet hebben” maar waarvan het meer dan begrijpelijk is dat men daar vanaf ziet. Ondanks dat het zien van de film als onprettig ervaren kan worden, is het toch te kort door de bocht om de film als louter pervers geneuzel af te doen. De film maakt een paar expliciete verwijzingen naar de controversiële filosoof Friedrich Nietzsche. Dit is ook hoe het werk naar mijn mening gezien en beoordeeld moet worden, niet in het letterlijke vertoon maar in wat het los probeert te maken in haar overdrijving.

4. Bamako
Bamako is een film over de politieke situatie in Afrika. Het brengt een Afrikaans perspectief naar voren en completeert dat op komische wijze met de schoonheid van het continent. Abderrahmane Sissako wierf naambekendheid met Bamako en brak in 2013 werkelijk door op internationaal niveau met zijn film Timbuktu. Zijn stijl draagt in zich de rust van de Mauritaanse woestijn, waar je alleen de wind het zand hoort verplaatsen. De film gaat over een rechtszaak waarin Afrika het opneemt tegen de Wereldbank en het IMF die het continent verdrukken onder haar economische dwang. De locatie voor de rechtszaak is een Afrikaans dorp, waar het alledaagse leven, of het nou in de greep is van de westerse instituten of niet, gewoon doorgaat. Het geeft een prachtig visueel portret van Afrika afgewisseld met overtuigende politieke pleidooien. Aansluitend is er ook nog het hoopgevende gegeven dat de meeste pandemieën vaak desastreus zijn voor Afrika, maar als we de berichtgeving mogen geloven lijkt Afrika deze pandemie relatief goed te zijn doorgekomen.

3. Happy Together
Toen ik mijn Rewind-stuk over In the Mood for Love (2000) schreef, had ik nog één Wong Kar-Wai film niet gezien, en dat was Happy Together, wat achteraf een doodzonde is. Happy Together is wederom een bedwelmende melancholische film zoals we dat gewend zijn van de Hongkongse regisseur. Het gaat over twee Taiwanese jongens (gespeeld door Tony Leung en Leslie Cheung) die gevangen zitten in een neerwaartse spiraal in Buenos Aires. Beiden lijken niet goed te weten waarom ze in Argentinië zijn, ze werken om een ticket terug naar Azië te bekostigen maar drinken alles op waardoor ze zichzelf gevangen houden, vluchtend voor het verleden. Het is de tijd die ongrijpbaar aan de jongens voorbij vliegt terwijl hun levens stilstaan (herkenbaar). Verzachtend op zijn minst zijn dan de prachtige tangomelodieën van Astor Piazzolla.

2. Naked
Soms zie je ze, personages als Johnny (gespeeld door David Thewlis), slenterend en tierend gaan ze door de straten. Junks, zwervers, gevaarlijke mensen met een stoornis, zo worden ze tegenwoordig beschouwd. Spontane Socratische gesprekken met onbekende mensen op het marktplein gebeuren niet echt in deze tijd. Al gebeurde dat voor de pandemie ook voornamelijk alleen met die verschrikkelijke mensen van Vandebron. Misschien ben ik nu te cynisch, maar cynisch is ook de toon van Naked, een grauwe film van Mike Leigh over de schaduwwereld van de straten van Londen. Johnny meandert zich een weg langs de meest uitlopende figuren van de nacht wie hij bevraagt en belaagt terwijl hij naar iets op zoek is waarvan hij al lijkt te weten dat het is opgelost in een lang vervlogen tijd.

The Wild Pear Tree

The Wild Pear Tree

1. The Wild Pear Tree
In vele momenten in mijn leven zijn er films geweest die bijzonder sterke raakvlakken hadden met mij als persoon of met mijn levensloop. Nooit eerder had ik echter werkelijk het gevoel dat een film autobiografisch aanvoelde. The Wild Pear Tree wel. Alsof Nuri Bilge Ceylan een film over mijn leven gemaakt heeft. Dat gezegd hebbende bespaar ik u een verdere beschrijving van mijn persoonlijke leven, maar wilde ik voornamelijk de bijzonderheid van deze gewaarwording benadrukken. En zoals dat soms voelt bij regisseurs wiens werk vertrouwd lijkt, beschouw ik Nuri Bilge Ceylan nu als een goede vriend. Vrienden worden met personen op het scherm klinkt echter wel heel erg als de quarantainekwalen van een Cronenberg-scenario.

 

31 december 2020

 

Terugblik filmjaar 2020 – Deel 1: Het jaar van de vrouw
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 2: Beste lezer, over 25 jaar…
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 3: Film op rantsoen
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 4: Een beetje escapisme kunnen we wel gebruiken
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 5: Gecontroleerd uitrazen
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 6: Herwaardering collectieve ervaring
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 7: Blikvangers en donkere spiegels

 

Terugblik filmjaar 2020 – Deel 5: Gecontroleerd uitrazen

Terugblik filmjaar 2020 – Deel 5:
Gecontroleerd uitrazen 

door Sjoerd van Wijk

Filmkritiek wars van sociale en politieke context verliest haar angel. Daarom kan een terugblik op 2020 niet ontkomen aan het bespreken van de pandemie voorbij de problemen die deze bracht aan de filmkunst. Gecontroleerd uitrazen over het filmjaar, zoals de Nederlandse regering koos voor het gecontroleerd laten uitrazen van het coronavirus, hopend op groepsimmuniteit met al het leed van dien.

Richard Jewell

Richard Jewell

Sturen op IC-capaciteit in plaats van indammen is een moreel falen dat zijn weerga niet kent, van de leugens van het RIVM over onder anderen mondkapjes en de besmettelijkheid van kinderen, de belangenverstrengeling in het OMT tot een muisstille oppositie en pers. Nog verbazingwekkender bestaat hier nauwelijks ophef over.

Nederland, het land van wegkijkers. Hoe jezelf een houding te geven in het nieuwe normaal van vijftig doden per dag? Kan cinema ons helpen deze verwarrende tijd te duiden? Een aantal films boden houvast, inspiratie en motivatie. Hier zijn vijf favorieten die niet wegkeken maar indirect 2020 onder ogen kwamen. En één film wiens poging mislukte. Wat hen bindt: hoe mensen zich staande houden in een wereld van haar à propos.

5. Richard Jewell
De waan van de dag regeert in de media waardoor deze als een olifant het zicht op structurele vraagstukken belemmeren. In Richard Jewell geeft veteraan Clint Eastwood een ambigue gezicht aan de consequenties van deze waan. Paul Walter Hauser zet een aimabele maar aanstotelijk naïeve bewaker neer die na het voorkomen van een bomaanslag valselijk tot dader wordt bestempeld door FBI en pers. Deze waargebeurde beproeving resoneert dankzij zijn ontwapenende spel sec in beeld gebracht door Eastwoods Hollywood-vakmanschap. Partij kiezen tegen de instituten in deze film betekent automatisch Jewells persoonlijke fouten accepteren.

4. True History of the Kelly Gang
Net als in het fanatieke heldendicht Assasin’s Creed verhaalt regisseur Justin Kurzel in True History of the Kelly Gang over een outlaw in opstand. George MacKay als de Australisch-Ierse Ned Kelly strijdend tegen de Britten bezit niet de imponerende fysiek van Michael Fassbender, maar deze illustere geschiedenis vormt in tegenstelling tot een videospel een aangrijpender basis voor het scenario van Shaun Grant. Het epos over een mislukte rebellie toont de prijs van overtuiging. Met name in een enerverend laatste schietgevecht vol antieke harnassen kiest de film met overgave voor Kelly’s fictieve perspectief en stelt zo en passant prangende vragen over de contingenties van geschiedschrijving.

3. Beanpole
Dat vrouwen tijdens de Tweede Wereldoorlog meevochten aan Russische zijde blijft doorgaans onbesproken. Maar regisseur Kantemir Balagov sleept op het scherpst van de snede mee naar de nasleep van deze strijd in een verwoest Leningrad waar twee van hen met moeite proberen te re-integreren. De verschoten wijze waarop cinematografe Ksenia Sereda deze grauwe stad brengt, biedt een decor voor aangrijpende momenten van traumaverwerking. Beanpole wisselt de heftige momenten van PTSD gedegen af met vergeefse hints naar menselijke warmte en uit zo op urgente wijze de verwerking van een oorlogstrauma.

2. Jeanne
Filmmaker Bruno Dumont laat de metal-musicalliederen van Jeannette achterwege in deze afsluiter van een maf tweeluik over Jeanne d’Arc. Een zanderig Lotharingen vormt het canvas voor de belijdenis van deze Franse legende op het slagveld totdat de apotheose volgt tijdens het beruchte proces in een overweldigende kathedraal. Alle sullige typetjes wauwelen wat in het bijzijn van een heldin die pontificaal staat voor haar geloof voor een niet zozeer komische als wel kosmische ervaring. De gevoelige synthpop-intermezzo’s, een indringend starende Jeanne en vernuftig gechoreografeerde paarden smelten een vergaan tijdperk om tot een eigen tijd. Falconetti’s hartverscheurende Jeanne uit 1925 overtreffen lijkt bijkans onmogelijk, maar kindactrice Lise Leplat Prudhomme komt dichtbij met haar krachtige houding.

Kala azar

Kala azar

1. Kala azar
Terwijl de pandemie alle aandacht opeist, gaat de ecologische catastrofe waarover Kala azar rouwt onverminderd door. Met verrassende perspectieven schept regisseuse Janis Rafa een vervreemdende wereld waar honden en mensen met zwerende wonden in elkaar overlopen. Een anoniem stel bewijst met hun mysterieuze baan een laatste eer aan overleden huisdieren maar cremeren ook stiekem de aangereden dieren op hun pad. Hoe zij doelloos lijken te zwerven door een ingestorte maatschappij geeft uiting aan het besef dat acceptatie van verval geen opgeven betekent, maar een noodzakelijke stap in het geven van een houding. Daarom resoneert onder andere het absurde concert voor plofkippen dat de film besluit: een requiem voor een functioneel uitgestorven wereld.

Miskleun: Jojo Rabbit
De persiflage van Jojo Rabbit slaat de plank mis om het oprukkende fascisme aan de kaak te stellen. Dit misbaksel trapt vol door de open deur heen met de platitude dat nazisme slecht is. Een jongetje van de Hitlerjugend heeft de pech dat zijn denkbeeldige vriend Adolf Hitler wordt gespeeld door Taika Waititi, want Waititi bezit niets van de charme of humor van Charlie Chaplin. Arrogant hamert de film op tolerantie in een Wes Anderson-achtige pretparkversie van de Tweede Wereldoorlog, waardoor Jojo Rabbit niet alleen gemakzuchtig belerend is maar de gruwelen van deze tijd weerzinwekkend genoeg romantiseert.

 

28 december 2020

 

Terugblik filmjaar 2020 – Deel 1: Het jaar van de vrouw
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 2: Beste lezer, over 25 jaar…
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 3: Film op rantsoen
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 4: Een beetje escapisme kunnen we wel gebruiken
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 6: Herwaardering collectieve ervaring
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 7: Blikvangers en donkere spiegels
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 8: Vijf films die ik voor het eerst zag

Terugblik filmjaar 2020 – Deel 1: Het jaar van de vrouw

Terugblik filmjaar 2020 – Deel 1:
Het jaar van de vrouw

door Cor Oliemeulen

Minder films in de bioscoop en meer films op videokanalen. Ondanks corona was er dit jaar genoeg moois te zien. Wat mij vooral opviel, waren de vele films van vrouwen met vrouwen. Hier volgt mijn top 10.

Little Women

Little Women

10. PROXIMA
Hoofdrol: Eva Green
Regie: Alice Winocour
Alice Winocour schreef mee aan het prachtige Turkse filmdrama Mustang waarin vijf ontembare tienerzusjes in een dorp aan de Zwarte Zee zich proberen te ontworstelen aan tradities en onderdrukking. In de derde speelfilm die de Parisienne regisseerde, draait het om de relatie tussen moeder Sarah (prachtig ingetogen Eva Green), die als astronaut een jaar de ruimte ingaat, en haar dochtertje Stella, die het natuurlijk nog moeilijker vindt om afscheid te nemen. Hoe archetypisch het beeld van onze carrièrevrouw in een mannenwereld ook mag zijn neergezet, zo’n emotioneel filmdrama zonder vals sentiment kan alleen maar door een vrouw worden gemaakt.

9. THE PERFECT CANDIDATE
Hoofdrol: Mila Al Zahrani
Regie: Haifaa Al-Mansour
Haifaa Al-Mansour maakte in 2012 Wadjda, de eerste speelfilm die in zijn geheel in Saudi-Arabië is opgenomen. Acht jaar later lijkt het erop dat vrouwen geleidelijk meer vrijheden krijgen, hoewel Amnesty International nog steeds aandacht vraagt voor de hachelijke positie van vrouwenactivisten en criticasters van het koningshuis. Vrouwen mogen tegenwoordig ongesluierd over straat, mits respectvol en niet te progressief, en ze mogen nu ook autorijden. In The Perfect Candidate volgen we de vrouwelijke arts Maryam, die de politiek in wil om een verharde weg naar haar ziekenhuis te realiseren. Mooi portret van een moedige vrouw, echter nog steeds wat braaf, want in dit land lijken slechts kleine veranderingen uiteindelijk tot gelijke rechten te kunnen leiden.

8. NEVER RARELY SOMETIMES ALWAYS
Hoofdrol: Sidney Flanigan
Regie: Eliza Hittman
Op een dag ontdekt de 17-jarige kassière Autumn tot haar schrik dat ze zwanger is. In het conservatieve Pennsylvania lijkt abortus onbespreekbaar, dus reist Autumn met haar nichtje stiekem naar New York waar ze in een kliniek wél met liefde en aandacht wordt omringd. Onafhankelijk filmmaakster Eliza Hittman, die zich ook in haar eerdere films richtte op jongeren die hun identiteit zoeken, toont in Never Rarely Sometimes Always met een soms griezelige precisie de procedures die Autumn moet ondergaan en de emotionele weerslag in haar gelaat en lichaamshouding. Kalme, meeslepende roadtrip, waarin de meiden nauwelijks een woord met elkaar wisselen, maar altijd weten dat hun solidariteit en vriendschap onvoorwaardelijk zijn.

7. SIBEL
Hoofdrol: Damla Sönmez
Regie: Çagla Zencirci (en Guillaume Giovanetti)
Met haar grote vurige ogen is de 25-jarige Sibel een opvallende verschijning. Ze kan sinds haar kindertijd niet meer praten en bedient zich van een fluittaal in het bergachtige gebied van Noordoost-Turkije. Bijna iedereen in deze kleine traditionele gemeenschap mijdt haar als de pest. Sibel loopt zelfs het gevaar te worden verstoten nadat ze in de bossen wordt gesignaleerd met een onbekende man, die ze heeft geholpen omdat hij gewond was. In tegenstelling tot het titelpersonage figureren alle anderen, vooral de mannen, als laffe bangeriken die alles bij het oude willen laten. Sibel is een universeel verhaal met een ode aan de onafhankelijke geest en een schreeuw om acceptatie.

6. DAS VORSPIEL
Hoofdrol: Nina Hoss
Regie: Ina Weisse
Wie vroeger tijdens de Duitse les niet goed heeft opgelet en ongeduldig zit te wachten op een onstuimige seksscène komt in Das Vorspiel bedrogen uit. Het gaat in de film(titel) om de auditie van viooltalent Alexander, die in de weg daarnaartoe flink is afgeknepen door vioollerares Anna (Nina Hoss, die ook al zo sterk acteerde in twee films van Christian Petzold: Barbara en Phoenix). Ina Weisse (zelf geen onverdienstelijke actrice) maakt in haar tweede speelfilm een indringende karakterstudie van een wispelturige, onzekere vrouw die niet gelukkig in haar huwelijk is en zelf faalde als beroepsviolist. In haar missie om Alexander wél te laten slagen, ontstaan er conflicten, ook met haar zoontje Jonas die eveneens vioolles volgt, maar zich door zijn moeder verwaarloosd voelt. Met alle gevolgen van dien.

5. KOM HIER DAT IK U KUS
Hoofdrol: Tanya Zabarylo
Regie: Sabine Lubbe Bakker (en Niels van Koevorden)
Deze verfilming van de bestseller van Griet Op de Beeck is al even deprimerend als haar Vele Hemels boven de Zevende, maar de beklemmende familiesfeer is perfect neergezet en de casting formidabel. Met name de hoofdrol van Tanya Zabarylo is zeer aangrijpend. Zij personifieert de volwassen Mona, die als kind haar moeder verloor bij een auto-ongeluk en te maken kreeg met de nieuwe vrouw van haar vader die op haar labiele manier graag Mona’s moeder wil zijn. Zabarylo heeft de gave de kijker mee te slepen in haar onmacht om voor zichzelf op te komen. Een sterk staaltje mimiek in het tonen van zwakte. Het is juist de geëngageerde documentairestijl van Sabine Lubbe Bakker die de pijnlijke afstandelijkheid in Mona’s relaties benadrukt.

4. GOD EXISTS – HER NAME IS PETRUNYA
Hoofdrol: Zorica Nusheva
Regie: Teona Strugar Mitevska
Petrunya is een historicus die maar niet aan de bak komt en nog bij haar moeder woont in het behouden noorden van Macedonië. Op een koude januaridag ziet zij een groep mannen bij de rivier voor een religieuze ceremonie. Degene die het kruisbeeld, dat door de priester in het ijskoude water wordt gegooid, het eerst opduikt, kan een jaar lang geluk tegemoet zien. Nadat Petrunya spontaan in het water is gesprongen en naar boven komt met het kruisbeeld, zijn de rapen gaar. Er ontspint zich een bij vlagen satirisch verhaal over de rol van de vrouw in een patriarchale gemeenschap waarin ontgoochelde mannen, politie, kerk en media met Petrunya en elkaar strijden om een acceptabele oplossing.

3. LITTLE WOMEN
Hoofdrol: Saoirse Ronan
Regie: Greta Gerwig
Na haar eerste schreden als regisseur (Lady Bird) ontwikkelde Greta Gerwig haar verfilming van de klassieke autobiografische roman van Louisa May Alcott met een budget van 40 miljoen dollar tot een kleurrijk cinematografisch hoogstandje. Gesteund door de sfeervolle klanken van Alexandre Desplat zal bijna iedere kijker zich laten meeslepen door de opgroeiperikelen van vier zusjes (Saoirse Ronan, Emma Watson, Florence Pugh, Eliza Scanlen) in de jaren na de Amerikaanse Burgeroorlog. Lief en leed in een geromantiseerd, feministisch jasje, met vooral een fantastische Saoirse Ronan (vaak op de huid gefilmd) die onverdroten doorzet om haar boek gepubliceerd te krijgen in plaats van een rijke man te trouwen.

2. HOUSE OF HUMMINGBIRD
Hoofdrol: Ji-hu Park
Regie: Bora Kim
Eén van de grote verrassingen van het filmjaar is dit Zuid-Koreaanse coming-of-agedrama dat zich afspeelt in 1994 tegen de achtergrond van een ingestorte brug in hoofdstad Seoul. We volgen de verlegen scholiere Eun-hee in haar zoektocht naar vriendschap en liefde, die ze bij haar rumoerige en ongeïnteresseerde gezinsleden niet vindt. Pas als er een gezwel achter haar oor wordt geconstateerd, lijkt ze op enige compassie te kunnen rekenen. Troost en enkele simpele levenslessen vindt ze bij een lerares, die op een dag niet meer terugkeert. Ji-hu Park is met haar naturelle voorkomen in een troosteloze omgeving zo uit het leven gegrepen dat je het trage tempo graag voor lief neemt (in een tijd dat tieners hun verstrooiing nog niet in een mobieltje zochten).

1. FOR SAMA
Hoofdrol: Waad Al-Kateab
Regie: Waad Al-Kateab (en Edward Watts)
Van de vele films over de oorlog in Syrië snijden The Cave en vooral For Sama het meest door de ziel, omdat je zelfs in een ziekenhuis niet veilig bent. Waad Al-Kateab filmt de onvoorstelbare catastrofe in Aleppo die begint met de studentenopstanden tegen president Bashar al-Assad tot en met de verwoestende bombardementen van de Syrisch-Russische alliantie die ook het laatste ziekenhuis in de stad treffen. Waad en haar toekomstige echtgenoot Hamza, een chirurg, houden hier stand terwijl gewonde slachtoffers worden binnengebracht en we vooral kinderen zien doodgaan. Tussen alle beschietingen door wordt Sama geboren. De documentaire van haar moeder is zowel een liefdesverklaring als een testament aan haar.

Waar zijn de mannen?
Natuurlijk zijn er ook talrijke mannen die een aardig potje acteren. Kijk bijvoorbeeld naar Willem Dafoe en Robert Pattinson die elkaar het leven zuur maken in The Lighthouse. Of de charismatische Bartosz Bielenia die het schopt van jeugdige delinquent tot priester in het Poolse drama Corpus Christi. En wat te denken van het psychologische gevecht tussen de politieman en de drugsdealer in het ongenadige Iraanse misdaaddrama Just 6.5, wat mij betreft een van de betere films dit jaar. Als klap op de vuurpijl kruipt een ouderwets eigenzinnige Gary Oldman in het Hollywood van de jaren dertig en veertig in de huid van scenarioschrijver Herman Mankiewicz. In Mank van David Fincher heeft de alcoholistische antiheld schijt aan het studiosysteem en geniet daar met volle teugen van, terwijl hij in de clinch ligt met Orson Welles over wie de meeste credits verdient voor het uiteindelijke scenario van diens meesterwerk Citizen Kane.

Het is niet zo dat er dit jaar geen vrouwen met elkaar ruzie maakten. Neem de Vlaamse psychologische thriller Duelles waarin twee vriendinnen elkaar naar het leven staan nadat de een de ander verantwoordelijk houdt voor de fatale val uit het raam van haar kind. Of de fijnzinnige confrontatie tussen moeder (een onverwoestbare Catherine Deneuve) en dochter (Juliette Binoche) in het lichtvoetige Frans drama La Vérité van de Japanse meestercineast Hirokazu Koreeda.

Women Make Film

Vrouwelijke spirit
In deze onzekere tijden met vaak onvoorspelbare masculiene neigingen is de wereld toe aan een snelwerkend vaccin met vrouwelijke spirit. Cinema is een ideaal medium om ons de juiste weg te wijzen als het gaat om vrede, verdraagzaamheid en verbondenheid. In het jaar dat het Nederlands Film Festival (NFF) en de Dutch Academy for Film (DAFF) voorstellen om voortaan geen onderscheid meer te maken tussen acteurs en actrices – en denken aan het uitreiken van een genderneutraal Gouden Kalf – pleit ik voor het afschaffen van de Oscar… en de introductie van de Meryl.

Bovendien kijk ik reikhalzend uit naar de 14 uur durende documentaire over vrouwelijke filmmakers, Women Make Film: A New Road Movie Through Cinema, die begin volgend jaar in Nederland in de bioscoop zal verschijnen. Tenminste, als de mannen het niet opnieuw verkloten.

 

24 december 2020

 

Terugblik filmjaar 2020 – Deel 2: Beste lezer, over 25 jaar…
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 3: Film op rantsoen
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 4: Een beetje escapisme kunnen we wel gebruiken
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 5: Gecontroleerd uitrazen
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 6: Herwaardering collectieve ervaring
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 7: Blikvangers en donkere spiegels
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 8: Vijf films die ik voor het eerst zag