I Was a Teenage Sex Pistol

***
recensie I Was a Teenage Sex Pistol
De bassist die niet punk genoeg was

door Jochum de Graaf

Glen Matlock loopt door de zalen van het Punk Rock Museum in Las Vegas. Hij haalt herinneringen op aan Joe Strummer, de legendarische voorman van The Clash, aan Generation X, de meer sophisticated punkband met Billy Idol, aan Rat Scabies, drummer van The Damned. Hij blijft staan voor een vitrine met foto’s, posters, krantenkoppen en allerlei parafernalia van The Sex Pistols. ‘Er hangen hier nogal wat associaties voor mij. Die foto’s van de Pistols zonder mij is wel een dingetje. Daar moet ik wat aan gaan doen, als ik terug ben in Engeland.’

En dat is wat I Was a Teenage Sex Pistol in essentie is: een eerherstel en een hommage zo je wil voor Glen Matlock, de eerste bassist van de legendarische oerpunkband. Hij schreef mee aan tien van de twaalf nummers op Never Mind the Bullocks, het enige album dat de band uitbracht, een van de meest invloedrijke uit de rockgeschiedenis. Johnny Rotten schreef de teksten, Glen Matlock was de (mede)componist, verantwoordelijk voor de gitaarriffs van Anarchy in the UK, God Save the Queen en Pretty Vacant, songs die in het collectieve geheugen van de rockgeschiedenis gebeiteld staan.

I Was a Teenage Sex Pistol

Belangrijke rol Glen Matlock
Andre Relis en Nick Mead volgen de gelijknamige autobiografie van Glen Matlock vrij nauwkeurig. Zijn jeugd in Paddington in een arbeidersmilieu, zijn schooltijd in Hammersmith, de prestigieuze kunstacademie Saint Martin’s School of Arts, zijn bijbaantje in de destijds hippe kledingwinkel SEX van Vivienne Westwood en Malcolm McLaren aan King’s Road die midden jaren zeventig door tout alternatief Londen gefrequenteerd werd.

Het was daar waar hij bevriend raakte met Steve Jones en Paul Cook met wie hij een bandje begon en ze McLaren vroegen om manager te worden. Toen augustus 1975 een zekere John Lydon met groengeverfd haar en een Pink Floyd-T-shirt met de letters I HATE erop gekalkt de winkel binnenstapte wist McLaren: dit is de frontman van de band. Hij bedacht de naam Johnny Rotten en noemde de band naar zijn winkel: The Sex Pistols.

Glen Matlock speelde die eerste jaren een belangrijke rol in de ontwikkeling van de band, maar werd vlak voor de grote doorbraak in ’77 aan de kant geschoven. Volgens McLaren was dat omdat hij ‘te veel van The Beatles hield’, in werkelijkheid ging er een groeiende onenigheid over de artistieke koers en persoonlijke animositeit tussen Rotten en Matlock achter schuil.

Het lot van Sid Vicious
Matlock waste zijn haren, dronk liever een biertje in plaats van zich over te geven aan harde drugs en had niet zoveel op met de anarchistische punkbeweging. Tekenend is de anekdote over God Save the Queen, het nummer dat voor enorme ophef zorgde toen de Pistols het tijdens een boottocht op de Thames langs alle overheidsgebouwen ten gehore brachten vlak voor de viering van het zilveren regeringsjubileum van Queen Elizabeth. Matlock vond dat overdreven provocerend, voor hem heette het nummer No Future.

Maar de breuk kwam vooral tot stand dankzij Johnny Rotten die zijn beste vriend John Ritchie, bijnaam Sid Vicious, in de band wilde hebben; Vicious die wel een ultieme punk-look had, maar in het begin geen noot bas kon spelen. Vanzelfsprekend ontkomt de film niet aan de behandeling van het drama van de dood van zijn vriendin Nancy Spungen, 12 oktober 1978 in het Chelsea Hotel New York, waar nog steeds verschillende moordtheorieën over de ronde doen en de min of meer zelfverkozen dood van Sid Vicious zelf vier maanden later aan een overdosis heroïne. Het betekende de onstuimige ondergang, kort na de minstens zo onstuimige opkomst van The Sex Pistols.

I Was a Teenage Sex Pistol (Foto: Ian Dickson/Redferns)

Economische malaise
I Was a Teenage Sex Pistol laat goed zien hoe de punk kon ontstaan midden jaren zeventig: de economische malaise, de toenemende jeugdwerkloosheid, het nog sterker dan in de jaren zestig afzetten tegen alles en iedereen inclusief de oudere generaties popidolen, gevestigde namen als The Small Faces en bepaalde vertegenwoordigers van de toen heersende stroming van de symfonische rock als Yes, Emerson, Lake & Palmer en Genesis.

Daartegenover stonden de energie en creatieve uitbarsting van bands als The New York Dolls, The Clash, The Damned, Siouxie and the Banshees, Dr. Feelgood, Slim Jim Phantom en X-Ray Spex om er een paar te noemen. Bijzondere beelden van de onderlinge strijd tussen de verschillende jeugdculturen, de soms hevige knokpartijen met de conservatieve Teddy Boys omdat de punks de verkeerde soort bordeelsluipers zouden dragen.

Glen Matlock is nog goed terechtgekomen. Hij ging spelen bij Iggy Pop, deed sessies bij Johnny Thunder, speelde samen met zijn grote idolen The Small Faces, Ron Wood en nog zo wat rockgrootheden. Zangeres Debbie Harry en man Chris Stein van Blondie steken de loftrompet over hem toen hij hun vaste basgitarist werd.

Minpuntje is dat het verhaal wordt verteld door een stoet talking heads, mede-muzikanten uit de begintijd en nu op leeftijd, die er met geverfde haren en hippiekleding nog rebels uit willen zien. Glen Matlock blijft er nuchter onder: ‘Ik heb altijd beroepsmuzikant willen worden’, zegt hij. ‘Nu op mijn 67ste kan ik zeggen dat het me gelukt is.’

Al met al is I Was a Teenage Sex Pistol een bijzondere voetnoot in het jaar – met als vertrekpunt oerknal Ramones van The Ramones – dat de punk vijftig is geworden.

 

2 juli 2026

 

ALLE RECENSIES

Soldier’s Bones

***
recensie Soldier’s Bones
In voetsporen oorlogsjournalist Vietnam

door Jochum de Graaf

30.539 doden: het was de eindscore van Speedy Express, een van de bloedigste en meest omstreden operaties van het Amerikaanse leger tijdens de Vietnamoorlog, uitgevoerd in de meest bevolkingsrijke districten van de Mekongdelta tussen 1 december 1968 en 31 mei 1969. Hoewel het exacte aantal burgerslachtoffers nooit met zekerheid is vastgesteld – de Amerikaanse legerleiding beschouwde destijds alle gedode Vietnamezen als vijandelijke strijders – bestond minimaal de helft van de slachtoffers uit ouderen, vrouwen en kinderen.

De operatie stond onder leiding van generaal-majoor Julian Ewell en kolonel Ira Hunt van de 9th Infantry Division, mannen die elkaar goed kenden vanuit hun samenwerking in West-Duitsland in de jaren zestig. Speedy Express was bedoeld om de door het onverwachte Tet-offensief verzwakte Viet Cong een extra slag met zoveel mogelijk doden toe te brengen. Ewell stelde vanuit dit principe van body count, zogenaamde free-fire zones in, waar 24 uur per dag op alles wat bewoog geschoten mocht worden. Hunt was de analytische sterk op statistieke gerichte expert van de twee, hij sprak ondergeschikte commandanten aan op het niet behalen van opgelegde quota.

Soldier’s Bones

My Lai
Het schandaal een van de grootste oorlogsmisdaden van de VS werd na grondig onderzoek vastgesteld door de journalisten Kevin Buckley en Alec Shimkin, die voor Newsweek werkten. Buckley sprak over Speedy Express als ‘a My Lai every month’, elke maand een My Lai. In het dorp My Lai was in maart ’68 bijna de volledige bevolking uitgemoord; de onthulling van de slachtpartij anderhalf jaar later leidde tot een ommekeer in de publieke opinie over de Vietnamoorlog.

Net als bij My Lai werkte de Amerikaanse legerleiding het onderzoek ernstig tegen en zette grote druk op Newsweek om niet tot publicatie over te gaan. Uiteindelijk kwam er in plaats van een grote coverstory slechts een kort kaderartikel met de belangrijkste feiten, dat ergens op de laatste pagina’s maar weinig aandacht trok.

Aangrijpend verhaal
In Soldier’s Bones ontrafelt de Nederlandse documentairemaker Kasper Verkaik het aangrijpende verhaal en zoomt vooral in op Alec Shimkin die in juli 1972 tijdens een reportage in een hinderlaag van Noord-Vietnamese troepen liep en sindsdien gold als MIA (missing in action), vermist persoon met onbekend lot. Shimkin, pas 27 toen, had zich helemaal vastgebeten in Speedy Express. Hij raadpleegde alle militaire informatie die hij kon krijgen, reisde de Mekongdelta door, sprak met overlevenden en legde alle feiten en data minutieus vast in zijn schriftjes. Het verhaal wordt voornamelijk verteld door zus Eleanor die psychiater werd en specialist in de behandeling van Vietnamveteranen met PTSS.

Shimkin’s afkomst, een familie van Joodse vluchtelingen uit Belarus, zijn jeugd in Gettysburg, zijn verwoede verzameling speelgoedsoldaatjes, zijn fascinatie misschien wel obsessie met de Eerste Wereldoorlog, het afbreken van zijn studie militaire geschiedenis en midden jaren zestig de aansluiting bij de opkomende burgerrechtenbeweging in Alabama en Mississippi – dit alles komt uitgebreid aan de orde.

In ’69 ging hij als vrijwilliger voor een humanitaire hulporganisatie naar Vietnam, werd burgerjournalist en leerde vloeiend Vietnamees spreken. Verkaik volgt zijn sporen in Vietnam op de voet, interviewt collega-journalisten, destijds actieve correspondenten, Vietnamese overlevenden en toont heftige archiefbeelden van de Amerikaanse moordpartijen in de Mekongdelta.

Soldier’s Bones

Confrontaties
Verkaik suggereert dat de Amerikanen tot op de dag van vandaag Shimkin als MIA aanmerkten omdat ze hem verdachten van sympathie voor de Noord-Vietnamezen. Ze waren al in 2014 door de Vietnamezen op de hoogte gesteld dat hij gevonden was, maar hielden dat zelfs voor zijn familie verborgen. Vanwege de onthullingen over Speedy Express achtten zij het niet de moeite waard zijn lichaam op te graven.

In de Vietnamese cultuur is het bieden van een laatste rustplaats voor een dode erg belangrijk, wanneer dat niet het geval is gaan de zielen zwerven, zo is het geloof. Met Soldier’s Bones komt Verkaik tegemoet aan deze opdracht. We krijgen een sterk beeld van de Vietnamoorlog, de verschrikkingen die de Amerikanen aanrichtten, het toenemende verzet tegen de oorlog, de doofpotcultuur die – zie de oorlog tegen Iran met het bombardement op een meisjesschool – nog steeds overheersend is. De confrontatie met de autoriteiten die daarvoor verantwoordelijk waren had wat sterker aangezet gemogen.

Soldier’s Bones is een goed gedocumenteerde documentaire. Heel goed dat het verhaal nu verteld wordt, maar als film had het wel wat meer drama en spanning kunnen gebruiken.

 

25 juni 2026

 

ALLE RECENSIES

Het hart van Amsterdam

****
recensie Het hart van Amsterdam
Veertig jaar penoze in een fascinerend insidersbeeld

door Bob van der Sterre

Begin jaren tachtig begonnen filmmakers Arnold-Jan Scheer en Roy Dames op de Wallen de Amsterdamse penoze te filmen. Veertig jaar later werkten ze na een crowdfundingsactie deze beelden uit in het geslaagde portret Het hart van Amsterdam

Wie wil dat nou niet, een film over de Amsterdamse penoze? We kijken naar het vroege soort penoze dat in softdrugs deed, nog niet zo over lijken ging als de  georganiseerde misdaad die toen langzaam opkwam, maar zich vooral presenteerde als een vriend van de buurt.

Het hart van Amsterdam

De Wallen als concentratie van kleine misdaad
Deze criminelen zaten in softdrugs, prostitutie en casino’s. Ze concentreerden zich rondom de Wallen in de Nieuwmarktbuurt. Een sportschool met sterke jongens was voldoende om overal druk uit te oefenen.

De mooiste namen vliegen je om de oren: Mooie Manus, Frits van de Wereld, Zwarte Joop, Parijse Leen, Utrechtse Gonnie, de Bollenbakker. Ze zaten gezellig jenevers te klokken in een barretje aan de Zeedijk. “Vroeger was een andere tijd. Als er wat gebeurde, was het elkaar een paar stompen geven en daarna zaten ze een biertje te drinken.”

De Wallen waren lang een eigen ecosysteem binnen Amsterdam met veel (klein) misdadige rafelrandjes. Journalist Bas van Hout groeide er op en legt het als volgt uit: “Er was geen wetgeving, het was een soort sociaal vacuüm waar alles kon. Niemand die aan mij vroeg: wat doe jij eigenlijk?” Henk de Vries, uitbater van The Bulldog: “Je liep amper buiten de Nieuwmarkt en je werd verguisd en vergald als: Je komt uit een smerig getto.”

Een pittig wereldje waar hardheid de boventoon voerde. “Mijn vader was ook lief… Maar af en toe sloeg ie me de tering.” Met een eigen logica: “De een hep het een beetje beter gedaan, de ander heeft het wat slechter gekregen.” En: “Vroeger dachten we dat wij de boeffies waren. Nu zijn we de netste en fatsoenlijkste mensen die hier in de buurt rondlopen.”

We kijken ook naar souteneurs en sekswerkers die rondom de Wallen opereerden. Zoals de twee zussen Louise en Martine Fokkens die uitleggen hoe uitpezen werkte. Of sekswerker Rob die het twintig keer per dag zeven dagen per week deed op een podium: “Ik voelde me net een Febo-kroket.”

Frits van de Wereld en Zwarte Joop
De film focust zich vooral op de twee criminelen die gedijden bij het gebrek aan aandacht van de politie voor deze buurt. Frits van de Wereld – die rondom de Zeedijk opereerde – en Zwarte Joop – die Casa Rosso begon op de Oudezijds Achterburgwal. En of Frits nou in heroïne zat? Zelf ontkende hij dat ten stelligste: “Als ik ooit 1 gulden aan heroïne verdiend hep, hoop ik dat ze me twintig jaar lik geeffe.”

Zwarte Joop introduceerde seksbars als Casa Rosso en later ook luxe casino’s. Hij was een ‘innovatieve’ penoze. “Het was toen half illegaal, we hadden een alarmsysteem voor als er iemand van de zedenpolitie kwam, dan werd de porno vervangen door een tekenfilm.”

De verhalen rondom deze casino’s zijn bijna een speelfilm, zegt Bas van Hout, die er middenin zat. Hij begon er al op zijn twaalfde als croupier en herkende veel toen hij Casino zag. “Ik heb miljoenen naar Zwitserland gebracht.” Frits van de Wereld reageerde met zijn eigen gokhuis: Mata Hari.

Soms was het toch wel grimmig, zoals met een grote brand in een van de casino’s, die aangestoken werd door een ex-werknemer. Daarnaast klopte de meer georganiseerde misdaad van Klaas Bruinsma steeds meer op de deur. Dat zou uitlopen op de gangsteroorlogen in de jaren negentig.

Het hart van Amsterdam

Bar en boos: de jaren tachtig en de Zeedijk
De geplande documentaire in de jaren tachtig van Scheer en Dames kwam nooit af. Maar het laten sudderen van het materiaal kan soms goud waard zijn. Want ze bleven filmen, deden nog diverse interviews later en rondden het project af, waardoor je een vrij compleet en fascinerend insiders-beeld krijgt van de Amsterdamse penoze.

Een voordeel hiervan is bijvoorbeeld dat de film diverse unieke beelden bevat van de jaren tachtig, toen het echt bar en boos was rondom de Zeedijk. Een typisch beeld is als ‘Petertje’ bij ‘ome Frits’ geld komt vragen voor zijn verslaving. “Hij was een van de vriendjes van m’n soon.”

De buurt raakte verpauperd. Frits van de Wereld geeft zelf een rondleiding. “Alles is verrot en kapotgemaakt.” Ingevallen huizen, overal hout voor de ramen, restaurants en cafés gingen dicht. Maar wel overal junks en dealers. “Het was de hele dag: Bruin-wit… Dan zeg ik: de bakker is daar.”

Een serie?
Journalistiek is het nooit goed om te dicht op je onderwerp te zitten. Je krijgt al snel weinig-kritisch ouwe-jongens-krentenbrood.

Maar ook dat levert een fascinerend beeld op van een subcultuur die niet vaak aan het woord is. Er is veel genietbaars aan een passieproject als deze film. Bijna alles is goud, het Amsterdams, de karakters, de dialogen, de archiefbeelden. En zelfs wel wat gevoelige momenten, zoals de verhalen van de kleinzoon van Frits van de Wereld.

Een nadeel is wel dat er veel in weinig tijd wordt geperst. Het verhaal gaat hierdoor aldoor alle kanten op met heel veel karakters en geschiedenissen. Ik zeg het niet snel maar een serie had hier wonderen gedaan. Met hoofdstukken over softdrugspenoze, casino’s, prostitutie, georganiseerde misdaad, jaren tachtig heroïnegolf, heden, etc.; dat zou nog meer smullen zijn geweest.

 

22 mei 2026

 

Meer Amsterdam? Lees Camera Obscura Special: Filmstad Amsterdam.

 

 

ALLE RECENSIES

Broken English

**
recensie Broken English
Misunderstanding Broken English

door Jochum de Graaf

Marianne Faithfull heeft meerdere levens geleid. Ze was in de swinging sixties het archetype van de ‘rockchick’, het meisje dat zich in de entourage van beroemde rockbands ophield. Ze werd ontdekt door manager Andrew Loog Oldham op een feestje van The Rolling Stones.

De Londense zangeres kreeg een relatie met Mick Jagger en had, in 1964, al op 17-jarige leeftijd een wereldhit met ‘As Tears Go By’. Ze was de inspiratie voor een aantal Stones-nummers en is te horen op ‘Yellow Submarine’ van The Beatles. In 1969 schreef ze de tekst voor het roemruchte ‘Sister Morphine’, dat over haarzelf leek te gaan, waardoor ze verguisd werd. Maar toen The Stones het korte tijd later op ‘Sticky Fingers’ zetten, met de credits voor Jagger en Richards, viel niemand erover. Na een rechtsgang van meer dan twintig jaar kreeg Marianne Faithfull haar deel van de rechten.

Broken English

Wereldroem en drama
Na de scheiding van Jagger vanwege een miskraam stopte ze een tijdje met muziek maken. Ze probeerde van haar verslaving af te komen en leefde zelfs enige tijd op straat. Eenmaal afgekickt was haar stem door het vele drank- en drugsgebruik blijvend veranderd. Faithfull herontdekte zichzelf onder invloed van de new wave en punk met het gedurfde album waaraan de film zijn titel ontleent. ‘Broken English’ (1979) sloeg in als een bom en verschafte haar opnieuw wereldroem. Daarna volgden nog een stuk of tien albums waarin de stijl met die indringende gruizende stem werd voortgezet.

In de jaren zestig was ze al begonnen met acteren, speelde in toneelstukken van Tsjechov, speelde zichzelf in Godards Made in USA (1966) en de op haar lijf geschreven rol van Ophelia in Hamlet (1969) van Tony Richardson. Na haar comeback met ‘Broken English’ pakte ze ook haar acteerwerk voor theater, tv en film weer op, en speelde in tientallen producties in binnen- en buitenland.

De film concentreert zich vooral op haar muziekcarrière. Ruim tien jaar geleden maakte ze furore in de combinatie van muziek en theater met de hoofdrol van Anna in ‘The Seven Deadly Sins’, de chanteuse opera van Kurt Weil en Berthold Brecht. In 2018 verscheen haar laatste album ‘Negative Capability’ waarop ze onder anderen samenwerkte met Nick Cave en Warren Ellis.

Marianne Faithfull had drie huwelijken, onderging vier abortussen. Ze was verslaafd aan heroïne, overleed bijna aan een overdosis, leed aan anorexia, deed een zelfmoordpoging, overleefde borstkanker, tal van andere lichamelijke ongemakken. In 2020 lag ze een aantal weken in coma, maar overleefde ook covid. Eind januari 2025 overleed ze na een kort ziekbed.

In dat leven, die levens, zit genoeg drama om er een geweldige documentaire, misschien wel drie of meer, over te maken.

Kunstgreep overheerst
Iain Forsyth en Jane Pollard, die enige naam maakten met 20,000 Days on Earth (2014), het ‘leven uit een dag’ van Nick Cave, kozen voor een bijzondere kunstgreep: ze verzonnen het ‘Ministerie van Niet Vergeten’. Het Ministerie heeft als doel het ‘onderzoeken van waarheden en mythen, en de poreuze grens daartussen’.

Aan het begin van de film krijgen we een rondleiding: een donkere sombere ruimte met stalen meubels, tafellampen die een schaars licht op de bureaus werpen, draaischijftelefoons onder handbereik, uitschuifbare kasten waar kranten, boeken, lp’s zijn opgeslagen, cassettedecks en archiefdozen. De sfeer van een sciencefictionfilm uit de jaren zestig. Tilda Swinton heeft er de leiding. Ze spreekt ons streng toe en legt uit dat ‘niet vergeten’ iets anders is dan ‘herinneren’. Het eerste object van onderzoek is Marianne Faithfull. ‘We moeten Mariannes rol als destabiliserende invloed eens goed onder de loep nemen’, zegt Swinton. Marianne wordt binnengereden in een rolstoel, zuurstofslangetje in de neus, zwaar ademend, en het interview met de archivaris van het archief, acteur George MacKay, gaat van start.

Dat niet bestaande nep-ministerie is een kunstgreep die doorheen de film verder wordt doorgevoerd met een groot bord met post-its, foto’s, pijlen, cirkels, strepen, data en namen, zoals je ze op politiebureaus in detectiveseries ziet, waarop dan weer wordt ingezoomd op een bepaalde episode uit Mariannes leven. Al dat randgebeuren kost een boel schermtijd en overheerst de potentieel interessante inhoud.

Soms lijkt die kunstgreep goed te werken. George MacKay als interviewer stelt interessante vragen over haar verleden in de nabijheid van The Rolling Stones, toont fragmenten van optredens die ze lang niet gezien heeft. Maar dan word je weer afgeleid door dat belachelijke quasi-intellectuele brilletje dat hij op zijn neus heeft. En dan krijg je weer de in een stijve plusfour gestoken Tilda Swinton, de geblondeerde haren strak achterover gekamd, die pedante teksten uit een of ander document opleest.

Broken English (foto Joseph Lynn)

Beeldvorming
Er waren afspraken met Marianne Faithfull dat ze over bepaalde onderwerpen niet wilde spreken. De breed uitgemeten roddels en verhalen in de Britse tabloids over haar kind, het drugsgebruik, de foto op een party waar ze naakt onder een bontjas zat, de arrestatie vanwege marihuanabezit, de driehoeksrelatie met Anita Pallenberg en Keith Richards. We krijgen een serie hitsige presentatoren die maar blijven doorvragen over haar roemruchte minnaars, de verslavingen.

Dan is het niet zo’n gek idee om een aantal vriendinnen en goede bekenden van Marianne aan het woord te laten over het seksisme en de beeldvorming, hoe ze werd neergesabeld en dan toch weer de kracht vond om zich op te richten en door te gaan. Maar de dames, onder wie de feministische historica Kathy Hessel, blijven steken in algemeenheden, en de beelden van vroeger op de achtergrond zijn behoorlijk vaag.

Ontroerende momenten
Daartegenover zitten er ontroerende momenten in de film, waarmee het bij tijd en wijle toch een monument wordt voor die geweldige persoonlijkheid en vooral ook die stem. Beth Orton zingt een mooi breekbare versie van ‘As Tears Go By’. Courtney Love draagt een krachtige versie van ‘Times Square’ voor, en de Franse actrice-zangeres Jehnny Beth geeft een punkachtige, new wave-twist aan het scherpe ‘Why’d Ya Do It?’.

Let vooral ook op Marianne als ze met veel liefde vertelt over producer Hal Willner, de enige persoon uit de muziekbusiness die haar haar hele leven heeft bijgestaan. En hoe ze straalt bij het fragment dat haar getoond wordt, waarin Willner zegt: ’Dit is de stem van een leven. Een moeilijk leven.’

En dan volgt haar laatste optreden samen met Nick Cave en Warren Ellis. Ze zingt met een mooi invallende tweede stem van Cave de melancholieke ballad ‘Misunderstanding’ van haar laatste album ‘Negative Capacity’ uit 2018.

Het is de vraag hoe bewust Pollard en Forsyth voor dit slotakkoord hebben gekozen, maar die titel is wel toepasselijk voor hun mislukte aanpak.

 

2 april 2026

 

ALLE RECENSIES

Movies that Matter 2026 – Deel 4: Rusland en Hongarije

Movies that Matter 2026 – Deel 4:
Rusland en Hongarije

door Jochum de Graaf

Twee indringende documentaires tonen hoe kwetsbaar vrijheid kan zijn onder autoritaire regimes. Van Russische politieke gevangenen tot Hongaarse journalisten: persoonlijke verhalen maken zichtbaar wat er gebeurt wanneer macht kritiek onderdrukt.

 

Politzek: Voices that Defy the Kremlin

Politzek: Voices that Defy the Kremlin ‘Waarom ik, mam?’
Eind vorige week kwam het bericht dat de Rus Vladimir Osipov onder verdachte omstandigheden in een strafkamp was overleden. Osipov was tot zes en een half jaar detentie veroordeeld wegens het verspreiden van ‘nepnieuws’ over de oorlog in Oekraïne.

De mensenrechtenorganisatie Memorial hield bij dat sinds de invasie in Oekraïne tientallen politieke gevangenen in hun cel zijn gestorven. Net als Osipov stierf het merendeel onder verdachte omstandigheden: geweld, marteling, gebrek aan medische hulp, slecht voedsel, frequente overplaatsingen en zelfmoord.

Van het verzet tegen de oorlog, het protest tegen Poetin komt maar weinig naar buiten. De repressie is meedogenloos. Toch slagen betrokkenen, familie, vrienden en omstanders erin beelden van dat verzet het land uit te smokkelen. De Franse documentairemaakster Manon Loizeau en haar naar Frankrijk uitgeweken Russische collega Ekaterina Mamontova hebben er een indringende documentaire van gemaakt.

‘Politzek’ worden ze genoemd, het neo-Russische woord voor politieke gevangenen. We zien de spontane stilzwijgende demonstraties op straat, mensen met mondkapjes waar ‘njet wojna’ (‘nee tegen de oorlog’), op staat geschreven. Een emotionele manifestatie bij het graf van Navalny. Het zeer gewelddadige optreden van de gevreesde Omon, de oproerpolitie. De allengs sterker wordende repressie, sterk samengevat in de opmerking van een vrouw dat je voor het zeggen van twee woorden (‘njet wojna’) vijftien jaar cel kunt krijgen.

Het oppakken en afvoeren naar een politiebureau, de scènes van de verdachten gehandboeid achter glas waar ze met hartjes en andere gebaren contact met geliefden en vrienden kunnen onderhouden. De restricties op familiebezoek en het afleveren van voedsel en andere pakketjes aan de gevangenen. De gefabriceerde aanklachten, het ineens opduiken van onbekende getuigen waardoor nog strengere straffen kunnen worden uitgesproken.

Onder de stemmen die het Kremlin trotseren volgen we Oleg Orlov, medeoprichter van Memorial, de mensenrechtenorganisatie die in 2022 de Nobelprijs voor de Vrede kreeg. Hij werd begin 2024 veroordeeld voor het ‘herhaaldelijk in diskrediet brengen’ van het Russisch leger. In een artikel had hij geschreven dat Rusland onder Poetin was afgegleden naar een vorm van fascisme. Zijn vrouw Tatjana Kasatkina probeert hem zo goed mogelijk te ondersteunen. Zij was jarenlang de uitvoerend directeur van Memorial, belast met het documentatiewerk. Toen na de inval Memorial met toenemende repressie te maken kreeg en uiteindelijk verboden werd, besloot ze naar het buitenland uit te wijken.

We maken ook kennis met kunstenares Sasha Skochilenko die in een supermarkt de prijskaartjes vervangt door informatie  over de invasie in Oekraïne en de slachtoffers in Marioepol. Het kwam haar op zeven jaar strafkolonie te staan. Haar moeder Nadezjda vraagt constant aandacht voor haar lot; Sasha lijdt aan coeliakie en heeft een hartafwijking, de detentie is levensbedreigend.

Anna Karetnikova was jarenlang werkzaam als inspecteur in het Russische gevangeniswezen, de FSIN, en hield gedetailleerde verslagen bij van de misstanden, martelingen en de erbarmelijke omstandigheden die ze aantrof. Beelden van veertig mannen in een cel bedoeld voor tien, de agressie en onleefbaarheid spat van het scherm. Bij de vrouwen schijnt het nog erger te zijn, daar zitten en staan ze met z’n zeventigen op cel. Een mannelijke gevangene roept dat hij al twintig dagen niet gedoucht heeft, hij doet zijn trui omhoog, toont zijn zwaar schurftige buik. Ook Karetnikova werd gedwongen Rusland te verlaten vanwege haar onthullingen en de kritiek op het gevangenissysteem.

Orlov en Skochilenko komen vrij bij de grote gevangenenruil 1 augustus 2024, de grootste sinds de Koude Oorlog waarbij 26 personen tussen Rusland en een aantal westerse landen werden uitgewisseld. Hierbij kwamen ook de Amerikaanse journalist Evan Gershkovich en de vooraanstaande oppositieleider Vladimir Kara-Moerza vrij. Anderzijds werd onder andere een agent van de Russische veiligheidsdienst FSB, die een levenslange gevangenisstraf wegens de moord op een Tsjetsjeense dissident in Berlijn uitzat, uitgeleverd. Hij krijgt op de luchthaven van Moskou een bijzonder warm onthaal door Poetin persoonlijk.

Maar het meest schrijnende is het geval van de 14-jarige Arseny Toerbin, een sympathiek en energiek ventje die een paar YouTube-filmpjes met swingende muziek en danspasjes opnam. Zijn eenvoudige boodschap is dat Rusland met Poetin aan de macht geen vrij land kan zijn en dat alle politieke gevangenen moeten worden vrijgelaten. Hij wordt aangegeven door zijn leraren en tot vijf jaar verblijf in een jeugdstrafkolonie veroordeeld – de FSB heeft waarschijnlijk vervalst bewijs aangeleverd dat hij lid van een terroristische organisatie zou zijn.

Hij wordt meermalen overgeplaatst en bevindt zich tegenwoordig waarschijnlijk in een kamp achter de Oeral bij Perm, 2000 kilometer van Moskou. In brieven aan zijn moeder Irina beschrijft hij de horror van het kamp: hij wordt door medegevangenen in elkaar geslagen en verkracht. Onbegrip waarom hij daar als kind moet zien te overleven, voor een niet noemenswaardig vergrijp als het maken van een filmpje. ‘Waarom ik, mam?’

Deze film is nog te zien op YouTube en op DW.

 

80 Angry Journalists

80 Angry Journalists De propagandamachine van Orban
12 april zijn er in Hongarije, en voor Europa, zeer belangrijke verkiezingen. Voor het eerst in de vijftien jaar dat hij nu aan de macht is bestaat er een gerede kans dat er een einde komt aan het tijdperk Orban. Concurrent Peter Magyar staat al een jaar lang ruim voor in de peilingen en er is gerede kans dat hij met een meer democratische politiek Europa kan bevrijden van de verlammende greep. Vrijwel dagelijks is er de berichtgeving over de vuige campagne waarmee Orban zijn autocratische macht probeert te houden.

80 Angry Journalists begint met een lesje moderne geschiedenis van Hongarije. Orban bouwde samen met zijn jeugdvriend Lajos Samiscka niet alleen de regeringspartij Fidesz, maar ook een enorm zakelijk imperium op, waar behalve de grote bouwbedrijven ook mediaconglomeraten deel vanuit maakten. Dat is hoe het werkt in een autocratie: als je eenmaal gekozen bent en je wilt net als Poetin, Erdogan en tegenwoordig ook Trump de macht in handen houden, moet je de publieke opinie beheersen. Orban en Samiscka slaagden daarin met onder meer de omvorming van het onafhankelijke Origo, Hongarijes grootste nieuwsportaal, tot propagandakanaal.

In 2015 kwam het tot een breuk tussen Orban en Samiscka en het leek er even op dat de mediabedrijven oppositie tegen Orban zouden gaan voeren. Maar Samiscka ruimde het veld en Orban behield zijn mediamacht. Lange tijd leek het dat Index.hu, een van de weinige onafhankelijk populaire nieuwssites, ongemoeid zou worden gelaten. Maar zomer 2020, middenin coronatijd, kwam er toch een politiek gemotiveerde aanval.

De film komt pas goed op gang wanneer we freelance sterreporter András Földes door de redactiegangen van Index zien lopen en hij op een zeer opgewonden bijeenkomst van vrijwel de complete redactie stuit. Het is een protestmeeting tegen het ontslag van hoofdredacteur Szabolcs Dull, en Földes begint meteen te filmen. Direct verantwoordelijk voor het besluit is advocaat Gabor “Bodi” Bodolai, voorzitter van de stichting Index. Zijn rol is zeer omstreden. In die voor ons onverstaanbaar onbegrijpelijke taal hoor je regelmatig de term ‘stroman’ vallen. Bodi’s verweer is dat volgens zakenman Miklos Vaszily, hoofd van de advertentietak en vertrouweling van Orban Index.hu, door de coronacrisis in financiële moeilijkheden is gekomen en er gereorganiseerd moet worden.

Voor de redactie wordt hiermee een rode lijn van politieke inmenging van buitenaf overschreden, voor hen is het een directe aanval op de onafhankelijkheid van de pers. Bodi probeert de gemoederen te sussen, maar de redactie stelt hem een ultimatum: het ontslag van hoofdredacteur Dull moet worden ingetrokken. Wanneer Bodi dit weigert, dienen de 80 boze journalisten van Index zelf collectief hun ontslag in. Ze besluiten, ongekend in de persgeschiedenis, een nieuw onafhankelijk mediaplatform, Telex, op te richten.

De affaire Index met de strijd voor de onafhankelijkheid van de pers trok ook veel internationale aandacht. Het is een praktijkvoorbeeld hoe onder het mom van zakelijke overwegingen de pers gelijkgeschakeld kan worden. Voor de Europese Unie is het een katalysator in de totstandkoming van de European Media Freedom Act. Hierin worden redacties beter beschermd tegen bemoeienis van eigenaren en overheden.

De film volgt het proces – dat met de oprichting van Telex met vallen en opstaan gepaard gaat – op de voet. Lang niet alle ‘angry journalists’ behalen de eindstreep bij het uiteindelijk succesvolle mediaplatform dat onder andere door crowdfunding tot stand komt. Földes blikt in verschillende stadia uitgebreid terug met de hoofdrolspelers, waaronder ook Bodi, wat interessante reflecties over democratie, rechtsstaat en de vrijheid van meningsuiting oplevert.

In de straten van Boedapest zien we de propagandamachine van Orban in werking, de meer dan levensgrote billboards met de in vroeger jaren haatcampagne tegen Soros en Brussel en tegenwoordig de nieuwe boe-mensen Zelensky en Von der Leyen. 80 Angry Journalists schetst een uitstekende actuele achtergrond bij de verkiezingen op 12 april.

 

27 maart 2026

Movies that Matter 2026 – Deel 1: Gaza en Oekraïne
Movies that Matter 2026 – Deel 2: Amerika, land van tegenstellingen
Movies that Matter 2026 – Deel 3: Vechten tegen de bierkaai?

 

MEER FILMFESTIVAL

Movies that Matter 2026 – Deel 3: Vechten tegen de bierkaai?

Movies that Matter 2026 – Deel 3:
Vechten tegen de bierkaai?

door Cor Oliemeulen

Een jaarlijks terugkerend programmaonderdeel van het Movies that Matter Festival is Activisten. Vaak is hun motivatie onwrikbaar, maar hun lot onzeker. In deze bijdrage richten we de lens op activisten in Iran, Engeland en Kenia. In alle gevallen laveert hun strijd tussen ‘alle beetjes helpen’ en ‘een hopeloze zaak’. De kijker beslist. 

 

Cutting Through Rocks

Cutting Through Rocks – Vechten tegen tradities
Dat vrouwen in Iran onderdrukt worden, is inmiddels wel bekend. Daar kunnen bommen weinig aan veranderen. Die conclusie wordt bevestigd na het kijken van Cutting Through Rocks, dat was genomineerd voor een Oscar voor beste documentaire en afgelopen november de IDFA-publieksprijs won.

Actievoeren voor gelijke rechten is in een afgelegen dorp in het noordwesten van het land, ver weg van de hoofdstad Teheran, misschien gemakkelijker dan in de grote stad. Hier is nauwelijks een politieman te zien, maar het effect van sociale controle in een kleine gemeenschap valt niet te onderschatten.

Toch doet dertiger Sara Shaverdi haar best om voor zichzelf en haar seksegenoten op te komen. De dorpsoudsten (alleen maar mannen) vinden deze vroedvrouw een rare kwibus. Zij hult zich niet in traditionele religieuze gewaden, draagt een petje op haar hoofddoek, rijdt motor, en als we voor het eerst kennis met haar maken, is ze een hek voor haar huis aan het repareren. Dat Sara niet op haar mondje is gevallen, blijkt als een van haar zussen overstuur meldt dat een van hun broers haar en de andere zussen een document heeft laten tekenen over de erfenis van hun vader. Sara gaat op hoge poten naar hem toe, trekt fel van leer en verscheurt het document.

Sara is populair bij veel vrouwen, en zelfs bij jonge mannen, die haar stoer vinden. Ze komt op voor jonge meisjes – die kunnen beter naar school gaan dan vroeg trouwen, soms al op hun elfde of twaalfde. In een scène in een klaslokaal zegt elk meisje dat ze wil studeren in plaats van trouwen, maar enkele jaren later leren we dat er uiteindelijk slechts vijf meisjes níet zijn getrouwd.

Misschien kan Sara meer bereiken als ze zich beschikbaar stelt als burgemeesterskandidaat. Ondanks de afkeer van de dorpsoudsten, wordt ze met een overweldigende meerderheid gekozen. Hoe bijzonder dat is, zien we in een opname waarin alle burgemeesters van de naar schatting 300 dorpen in de regio bij elkaar komen en Sara de enige vrouw is. Vervolgens zien we hoe ze haar verkiezingsbelofte – meer voorzieningen in het dorp – nakomt. Zo worden er gasleidingen aangelegd, maar ze stelt wel een voorwaarde: je krijgt pas gas als de echtgenote voor de helft eigenaar van het huis wordt. Een man vertelt dat hij bang is dat zijn vrouw daarna meteen een muur in het midden van het huis zal metselen om haar eigen territorium af te bakenen. Uiteindelijk gaat hij overstag, net als 150 andere mannen.

Het is uniek dat een vrouw in Iran tegen de stroom ingaat en barrières doorbreekt, zoals de filmtitel suggereert. Dat geldt ook voor de filmmakers, die Sara portretteerden. Tussen 2017 en 2023 bezochten Sara Khaki en Mohammadreza Eyni acht keer haar dorp, steeds een paar maanden, en wisten geleidelijk het vertrouwen van de dorpsbewoners en de autoriteiten te winnen. Dat leidde tot intieme opnames: ontmoetingen met de dorpsoudsten, een schoolmeisjesklas en Sara’s zussen en broers.

Er is zelfs een scène dat Sara voor de rechter moet verschijnen, omdat er irritaties en klachten over haar rol van burgemeester zijn. De afloop hiervan voorspelt weinig goeds. Maar er is een sprankje hoop, zoals blijkt uit het eindshot als Sara vrouwen en meisjes leert motorrijden, een verworvenheid die niet zo snel meer zal worden afgenomen.

Kijk hier waar deze film draait.

 

Molly Vs The Machines

Molly Vs The Machines – Vechten tegen social media
Molly Vs the Machines is een indringende en actuele documentaire over de schaduwkant van sociale media. De film vertelt het verhaal van de 14-jarige Molly Russell uit Londen, die langzaam verstrikt raakte in een online wereld vol sombere en schadelijke content. Wat begint als ogenschijnlijk onschuldige interesse, verandert door algoritmes in een negatieve spiraal waar ze niet meer zou uitkomen.

Regisseur Marc Silver kiest voor een opvallende vorm: delen van het verhaal worden verteld met behulp van AI. De voice-over is door de computer gegenereerd en ook beelden, zoals Molly’s slaapkamer waarin ze vaak alleen op haar bed zit met haar telefoon, zijn kunstmatig gemaakt. Dat zorgt voor afstand, maar past ook bij het onderwerp. Zoals de voice over zegt: “For her parents she was a child, for me she was a user.” Die zin vat pijnlijk samen hoe sociale media naar mensen kijken: niet als persoon, maar als gebruiker.

Molly Vs the Machines laat goed zien hoe kwetsbaar jongeren zijn. Op een leeftijd waarop identiteit en zelfbeeld nog volop in ontwikkeling zijn, kunnen sociale media aanvoelen als de echte wereld. Molly’s ouders en vriendinnen hadden niet door in welke fuik ze terecht was gekomen. Achter gesloten deuren, alleen met haar smartphone, werd ze steeds verder bevestigd in negatieve gedachten. Zoals een vriendin zegt: “Die negatieve gedachten zijn er ingestopt.”

De film maakt ook duidelijk hoe algoritmes werken. Wie eenmaal naar sombere content kijkt, krijgt er steeds meer van te zien – vaak ook extremer. Het systeem is niet ontworpen om te helpen, maar om aandacht vast te houden. De vergelijking met een verslaving is niet overdreven: gebruikers worden beïnvloed en vastgehouden, terwijl bedrijven blijven optimaliseren. Vooruitgang gaat voor veiligheid.

Een belangrijke rol in de film is weggelegd voor Molly’s vader, Ian Russell. Hij groeide uit tot activist en strijdt voor strengere regelgeving. Zijn uitspraak “Instagram helped to kill my daughter” is confronterend, maar kreeg uiteindelijk gewicht: in een baanbrekende rechtszaak werd vastgesteld dat online content heeft bijgedragen aan Molly’s dood. Daarmee kwam ook de verantwoordelijkheid van techbedrijven nadrukkelijk in beeld.

Molly vs the Machines laat ook zien hoe platforms als Facebook en Instagram zijn veranderd: van sociale netwerken naar systemen die gedrag sturen en monitoren. Silicon Valley, zo wordt gesteld, is anti-overheid en anti-regulatie. Steeds wordt beterschap beloofd, maar ondertussen krijgen ze steeds meer invloed op het dagelijks leven van vele miljoenen gebruikers.

De kracht van de documentaire zit in de combinatie van persoonlijke tragedie en maatschappelijk probleem. Het verhaal van Molly raakt diep, maar roept ook grotere vragen op. Wie is verantwoordelijk als technologie schade aanricht? En hoe beschermen we jongeren in een wereld waarin elke klik op het internet wordt gevolgd?

Kijk hier waar deze film draait.

 

Kikuyu Land

Kikuyu Land – Vechten tegen kolonisten
Je kunt Kikuyu Land zien als het spirituele en journalistieke vervolg op Our Land, Our Freedom, dat twee jaar geleden draaide op het Movies that Matter Festival. Beide films gaan over de landroof van de Engelse kolonisten in Kenia en de nog steeds durende strijd voor gerechtigheid.

Waar Our Land, Our Freedom vooral de juridische strijd van de Mau Mau-generatie en de verantwoordelijkheid van de Britse koloniale macht centraal stelt, verlegt filmmaakster en activiste Bea Wangondu in Kikuyu Land de aandacht van buitenlandse naar binnenlandse daders: niet alleen de Britten, maar ook de Keniaanse elite en zelfs enkele van haar familieleden blijken onderdeel van een systeem van landroof en verraad.

Haar film toont overtuigend dat de onteigening niet eindigde bij de onafhankelijkheid in 1963, maar in aangepaste vorm werd voortgezet. Ze volgt meneer Mungai die al acht jaar strijdt om het land van zijn grootouders terug te krijgen. Hij schat de huidige waarde daarvan op bijna een miljard Amerikaanse dollars. Hij heeft zijn hoop gevestigd op een commissie die voor de juridische afwikkeling kan zorgen. Inderdaad, kan zorgen.

Waar de eerdere film nog ruimte liet voor strijdlust en hoop, voelt Kikuyu Land rauwer en bitterder. De ontdekking dat ook de eigen kring medeplichtig was, maakt de roep om rechtvaardigheid alleen maar schrijnender. Kenia behoort tot de grootste theeproducenten ter wereld en de sector is van groot belang voor de export. Dat weet ook president Ruto, die tijdens zijn campagne allerlei beloftes aan de bevolking deed, maar uiteindelijk grootaandeelhouder van de theemultinational werd.

Ook visueel maakt Kikuyu Land veel indruk. De groene theevelden in het hoogland en het prachtige Keniaanse landschap ogen in eerste instantie idyllisch, maar krijgen gaandeweg iets dreigends. Onder die schoonheid schuilt een geschiedenis van uitbuiting, angst en vernedering. We zien beelden van streng bewaakte plantages waar de zoveelste generaties theeplukkers zich nog altijd uit de naad werken om hun quota te halen. Een oudere vrouw vertelt over machtsmisbruik, onderdrukking en de vele verkrachtingen door landopzichters.

De film maakt duidelijk dat dit verleden niet voorbij is. Ondanks dat Unilever geen eigenaar meer is, blijft de multinational via de inkoop betrokken en wordt het bedrijf nog steeds aangesproken op deze mensonterende praktijken. Tegelijkertijd houden politieke belangen, economische afhankelijkheid en de macht van grote bedrijven het systeem hardnekkig in stand.

Sommige gezichten in de documentaire zijn geblurd en soms zijn namen gewijzigd vanwege het risico van herkenning. Ook in een land als Kenia kan kritiek op de machthebbers leiden tot ontvoering of erger. In die zin biedt het aandeel van Stephen in het verhaal nog wat hoop. Elke ochtend neemt hij afscheid van zijn moeder bij hun huisje op de plantage om vervolgens een heel eind naar school te lopen. Hij belichaamt het verlangen naar een eerlijke toekomst.

Kijk hier waar deze film draait.

 

23 maart 2026

 

Movies that Matter 2026 – Deel 1: Gaza en Oekraïne
Movies that Matter 2026 – Deel 2: Amerika, land van tegenstellingen
Movies that Matter 2026 – Deel 4: Rusland en Hongarije


MEER FILMFESTIVAL

Movies that Matter 2026 – Deel 2: Amerika, land van tegenstellingen

Movies that Matter 2026 – Deel 2:
Amerika, land van tegenstellingen

door Tim Bouwhuis

Dat Amerika een land van tegenstellingen is, klinkt in het politieke en sociaal-culturele tumult van de voorbije jaren al lang niet meer als een boude stelling. Wie toch nog twijfelt, kan zich op het Movies that Matter Festival verwonderen over de inhoud van The Alabama Solution en All About the Money. De twee documentaires brengen extremen naar voren waar de gemiddelde speelfilmregisseur jaloers op zou zijn.

In de eerste minuten van The Alabama Solution bezoekt een cameraploeg het buitenterrein van een grote gevangenis. Ergens in de open ruimte is een muziekpodium opgetuigd voor een middagje ongebruikelijk vertier. Er is geen wolkje aan de lucht, en juist dát blijkt in deze ontstellende HBO-docu het probleem. Zodra de cameraman een van de gevangenen naar binnen probeert te volgen, wordt de sfeer onrustiger en begint de man in kwestie schichtig om zich heen te kijken. Het ‘bezoekuur’ heet hier bezoekuur met een reden.

The Alabama Solution

The Alabama Solution

Afgeschermd van de buitenwereld
Hoe documentairemakers Andrew Jarecki en Charlotte Kaufman erop kwamen om juist deze gevangenis te bezoeken – en hoe ze toestemming kregen – wordt in de film zelf niet verduidelijkt (in online achtergrondartikelen gelukkig wel). Alles draait om de ontwikkelingen die door dat eerste bezoek in gang werden gezet. In de periode nadat het duo zijn opnames had gemaakt, kregen Jarecki en Kaufman meerdere telefoontjes van gevangenen die communiceerden met gesmokkelde gsm’s.

Met de hand opgenomen filmpjes van de gangen en binnenvertrekken van de bezochte gevangenis tonen de mensonterende omstandigheden waarin de gevangenen hun tijd moeten uitzitten. Een tussentekst stelt dat staatsgevangenissen als deze opereren op tweehonderd procent capaciteit met hooguit een derde van het benodigde personeel, en het personeel dat er is misdraagt zich. In een van de telefoongesprekken vertelt een gevangene dat een andere gevangene in elkaar zou zijn geslagen door een cipier en zou zijn afgevoerd. De makers spoeden zich naar de IC van het naburige ziekenhuis en stuiten op een lijkzak.

Corrupt tot op het bot
The Alabama Solution brengt een wetteloze toestand in kaart, en vertaalt de aangezette gevangenisdramatiek van een serie als Prison Break zo onverbloemd naar de Verenigde Staten van hier en nu. De angst van de gevangenen om hun mond open te doen over het schrikbewind van een – er is geen beter woord – door de staat gevalideerde knokploeg komt duidelijk over. “Als je niets zag, zou een transfer naar een andere gevangenis misschien leuk zijn”, kreeg een gevangene die het doofpotincident aanschouwde later te horen.

De participerende filmvorm van de documentaire (door zelf contact op te nemen, werken de gevangenen zich in feite op tot coauteurs) is goed voor een prikkelende kijkervaring, maar het proces van interactie tussen de driehoek van makers, gevangenen en gevangenis had meer interne reflectie verdiend. Jarecki en Kaufman tonen zich net te gretig om al vroeg in de film een narratief op het maakproces te projecteren, waarin alle rollen (de gevangenen als slachtoffers, de cipiers als daders en het ‘systeem’ als grotere schuldige) naadloos zijn uitgetekend en complicerende vragen buiten schot blijven.

Zijn de makers bijvoorbeeld niet zelf medeplichtig als gevangenen door te filmen en zich uit te spreken in de problemen komen? En hoe lukte het Jarecki en Kaufman in vredesnaam om in contact te komen met een gevangene die al vijf jaar zat weggestopt in een isoleercel? De titel van de film is ironisch: een oplossing voor deze schrijnende toestand is ver te zoeken, en het onconventionele maakproces roept nieuwe vragen op.

In de schoot geworpen
Als The Alabama Solution al een documentaire is die meer vragen oproept dan ze beantwoordt, dan geldt dat zéker voor het bizarre All About the Money. De Ierse regisseuse Sinéad O’Shea laat ons kennismaken met Fergie Chambers, een steenrijke Amerikaan die zijn privileges te danken heeft aan een imposant familiebedrijf. Mede omdat zijn overgrootvader honderd jaar terug kans maakte om president van de Verenigde Staten te worden, heeft Fergie nu een geschat vermogen van bijna vijfhonderd miljoen.

All About the Money

All About the Money

Als er zoiets bestaat als een ‘atypische’ miljonair, dan is Fergie waarschijnlijk het schoolvoorbeeld. In het eerste halfuur voert de hoofdpersoon het woord in een op het oog gemiddeld appartement, gekleed in een simpele sweater en gekleurd door een stel markante tattoos. Broodnuchter legt hij uit dat hij zoveel geld kan weggeven als hij wil, omdat hij alles toch weer schier automatisch terugverdient. Wat Fergie onderscheidt van zat andere miljonairs, is niet alleen dat hij dat eerste ook daadwerkelijk doet, maar dat hij er een (o ironie!) antikapitalistische ideologie aan koppelt.

Hier is wonen gratis
Nadat O’Shea haar hoofdpersoon geïntroduceerd heeft, gaat ze twee jaar terug in de tijd, op bezoek bij de leden van een communistisch georiënteerde woongroep. De rustieke leefomgeving van de gelijkgestemden is opgekocht door Fergie, die van zijn uitverkorenen alleen eist dat ze alles goed onderhouden. Huur betalen is niet nodig. Aan de wand van het hoofdgebouw – dat dient als vergaderruimte maar ook als sporthonk – hangt een Palestijnse vlag naast een plakkaat van de Black Panthers. In Fergies huis treffen we boeken van Xi Jinping en warempel zelfs een schilderij van Stalin aan.

Gesprekken met Fergie en de leden van de woongroep en uitgesproken posts van zijn Instagramaccount maken duidelijk hoe de miljonair in het leven staat, maar niet hoe hij de enorme tegenstellingen van zijn bestaan concreet met elkaar verenigt. All About the Money kent een aantal opvallende omissies; periodes waarin O’Shea klaarblijkelijk minder makkelijk in Fergies buurt kon komen, maar waarin zijn leven natuurlijk gewoon doorging. Vooral de overgang naar zijn verhuizing naar Tunis en zijn bekering tot de Islam (rond 2023) doet in de montage nogal abrupt aan.

Het achterste van de tong
Tussenteksten die de missende verbanden compact adresseren kunnen niet voorkomen dat de documentaire vooral in het tweede deel onvolledig, onvolkomen en afstandelijk overkomt. De gesprekken met Fergie prikkelen vrijwel zonder uitzondering – veel enigmatischer en atypischer ga je miljonairs niet aantreffen – maar de man lijkt niet het achterste van zijn tong te laten zien. Tekenend is ook dat de gezichten van zijn kinderen zijn geblurd. Ongetwijfeld vanuit verklaarbare veiligheidsoverwegingen, maar toch; je krijgt niet de indruk dat O’Shea dieper tot het bestaan en de psyche van haar hoofdpersoon heeft kunnen doordringen.

De uitsmijter van All About the Money is een ontboezeming. Na de opnames van de documentaire zou Fergie hebben aangeboden de kosten van de productie te dekken en een afzonderlijke cashbetaling te doen om ervoor te zorgen dat de film nergens vertoond hoefde te worden. O’Shea wees het voorstel af, en knipoogt daarmee op de valreep naar haar publiek: draait toch niet álles om geld. Nobel natuurlijk, maar of we dankzij haar inspanningen ook de vele tegenstellingen van Fergie Chambers beter begrijpen? In elk geval weten we dankzij deze wonderlijke weldoener dat geen enkel verhaal te bizar hoeft te klinken om waar te zijn.

Bezoek de filmpagina’s van The Alabama Solution en All About the Money voor informatie over de geplande vertoningen en beschikbare tickets.

 

22 maart 2026

 

Movies that Matter 2026 – Deel 1: Gaza en Oekraïne
Movies that Matter 2026 – Deel 3: Vechten tegen de bierkaai?
Movies that Matter 2026 – Deel 4: Rusland en Hongarije


MEER FILMFESTIVAL

Movies that Matter 2026 – Deel 1: Gaza en Oekraïne

Movies that Matter 2026 – Deel 1:
Gaza en Oekraïne

door Jochum de Graaf

De twintigste editie van het Movies that Matter Festival in de vredesstad Den Haag laat onverminderd zien hoe belangrijk films zijn om het onrecht in de wereld een podium te geven. De openingsfilm American Doctor en de al even indringende documentaire Mariinka bevestigen dat eens te meer.

 

American Doctor

American Doctor – Kinderlijkjes vertellen het verhaal
Thaer Ahmad, Feroze Sidwah, Mark Perlmutter zijn namen waarbij je niet direct aan Amerikanen denkt. Het zijn artsen, chirurgen, die in Gaza werken. Dat maakt hun positie van hulpverleners extra bijzonder: de VS is de grote bondgenoot van Israël en zij werken bij de ‘vijand’.

Geboren en getogen in Chicago is Thaer Ahmad van Palestijnse komaf, waardoor hij een extra verantwoordelijkheid voelt voor het helpen van zijn volksgenoten. Dat betekent tegelijkertijd dat hij extra veel moeite moet doen om Gaza binnen te komen, met uitgebreide ondervragingen, invullen van formulieren, bagagechecks door de Israëli’s. Mark Perlmutter komt uit North Carolina, zijn vader is Joods en is het meest radicaal van de drie in zijn woede over de genocide die Israël pleegt en de grove medeplichtigheid waarvan hij zijn vaderland beschuldigt. Feroze Sidwah, wiens ouders vanuit Pakistan naar Californië emigreerden, is Zoroatristisch (een van de oudste religies ter wereld) met een sterke opdracht de wereld te verbeteren. Hij is de meest realistische van de drie. ‘Als je werkt in Burkino Fasso, Ghana, Oekraïne of Mozambique loop je de kans dat je per ongeluk gedood wordt. Dat is in Gaza niet zo, als de Israëli’s je willen doden, dan doen ze het gewoon. En ze komen er nog mee weg ook. En de VS zal niks voor je doen, ook al ben je een Amerikaans staatsburger.’

We zien de drie dokters afzonderlijk in hun veilige thuisomgeving, met familie, kinderen, vrienden, op pro-Palestina-manifestaties, medische congressen waar ze hun ervaringen delen en in interviews met Amerikaanse nieuwszenders waar ze moeten opboksen tegen de cynische wantrouwende verslaggeving. Ze gaan op een voorspelbaar kansloze missie in Washington waar ze senatoren en hun medewerkers van hun missie proberen te overtuigen; de missie dat er een einde moet komen aan de Israëlische aanvallen op ziekenhuizen en gezondheidsmedewerkers. De koele cijfers wijzen uit dat er sinds het begin van de inval in Gaza ruim 1700 artsen, verplegers en andere hulpverleners, meer dan in alle oorlogen na WO II bij elkaar, zijn omgekomen. Perlmutter herhaalt keer op keer dat in Gaza zeshonderd keer zoveel kinderen zijn omgekomen als in Oekraïne.

American Doctor volgt de drie in het Nasser Medical Complex in Khan Yunis vooral in de eerste maanden rond de jaarwisseling 2023/24, de meest intensieve fase van de oorlog, en het eerste kortstondige bestand in februari 2024 dat maar een dag of zeven standhield. Het aantal beelden van de verwoestingen aan gebouwen, wegen, steden, dorpen, is onuitputtelijk, we hebben dat wel vaker gezien.

American Doctor is echter van de overtreffende trap, een van de sterkste aanklachten tegen de oorlog. Met beelden van het triomfalisme van een Israëlische eenheid nadat ze vanaf afstand een aantal flatgebouwen tot ontploffing hebben gebracht. Een al even grote triomfgrijns van Trump als hij in de Knesseth zegt: ‘We hebben ze onze beste en modernste wapens gegeven en ze hebben er een mooi resultaat mee behaald.’

Maar het zijn de onophoudelijke aanvallen op ziekenhuizen en klinieken – onder het mom dat Hamas deze als schuilplaatsen gebruikt – die een extra dimensie aan het onbeschrijflijke leed toevoegen. De bebloede, bewusteloze kinderen die op brancards of gewoon tussen een paar lakens de operatiekamers worden binnen gedragen, de amputaties die worden uitgevoerd, sommigen die het redden, anderen die geen kans meer maken en aan de kant worden geschoven, het gebrek aan pijnstillers en medicijnen. De niets ontziende, onophoudelijke bombardementen en de artsen die onder de meest zware omstandigheden hun werk proberen te doen en soms op wonderbaarlijke wijze aan de dood ontsnappen.

Op zeker moment zegt Feroze broodnuchter: ‘Dit is de eerste keer dat ik een patiënt die was opgeblazen heb geopereerd en dat die vervolgens werd opgeblazen in zijn ziekenhuisbed. Met zulke situaties krijg je als arts niet vaak te maken.’

Het bombardement op het Nasser Medical Complex midden vorig jaar komt in beeld, gevolgd door een tweede bombardement waarbij een team hulpverleners van de Palestijnse Rode Halve Maan-medewerkers die de gewonden proberen te redden compleet wordt weggeblazen.

Al in de eerste minuten heeft de film je bij de keel gegrepen. Mark Perlmutter laat regisseur Poh Si Teng een foto zien: zes half verminkte kinderlijkjes op een rij. Teng reageert: ‘Dit ga ik blurren of toch niet gebruiken.’ Ze wil de kinderen in hun waardigheid laten. ‘Nee, ik heb de toestemming van hun nabestaanden om deze foto’s te laten zien’, roept Perlmutter emotioneel. ‘Hun lichamen vertellen het verhaal van dit trauma, van deze genocide. Je bewijst hen geen dienst door die niet te laten zien.’

Net als For Sama van een paar jaar geleden, met de bombardementen op ziekenhuizen in Syrië, is American Doctor een film die gezien moet worden.

Kijk hier waar deze film draait.

 

Mariinka

Mariinka – Vroegtijdig volwassen worden
Weidse shots van het vlakke land, uitlopend op het Karpatengebergte, en een symbolische doopplechtigheid in een wak in het ijs van de rivier rond de orthodoxe jaarwisseling. We zijn in Oost-Oekraïne bij het stadje Mariinka, een betwist gebied aan de frontlinie. Aan het begin van de oorlog in Oekraïne in 2014 werd het gelijk door de Russen bezet, in de loop van de oorlog wisselde het menigmaal van kant. Hevig betwist met de vernietiging van huizen en gebouwen en de vlucht van inwoners tot gevolg is het tegenwoordig een spookstad onder Russische bezetting.

De Belgische documentairemaker Pieter-Jan de Pue was in 2014 al ter plekke om de strijd om de stad te volgen en besloot toen om gedurende langere tijd een aantal jonge inwoners van Mariinka te portretteren.

In eerste aanleg trekken de vier broers Zolotko het meest de aandacht. Ze groeien op in extreme armoede en verwaarlozing; een moeder die zwaar alcoholverslaafd is en de verschillende vaders zijn uit beeld. Maksim, die door de oorlog in een rolstoel terechtkomt en al jaren in België revalideert, speelt weliswaar een beperkte rol, maar de twee oudere broers, Mark en Ruslan, komen door omstandigheden aan weerskanten van het front terecht. Mark vecht aan de kant van Oekraïne, Ruslan gaat uit volle overtuiging voor Rusland vechten. Hun moeder blijft lange tijd met beiden contact houden en probeert de lieve vrede te bewaren door niet te veel over de oorlog te beginnen.

Naarmate de strijd verhardt en zeker na Poetins ‘speciale operatie’ komen ze meer en meer tegenover elkaar te staan. Mark stelt vast dat vaderlandsliefde voor hem boven liefde voor zijn broer staat. Mochten ze ooit op het strijdtoneel tegenover elkaar komen te staan, dan gaat hij er vanuit dat hij als eerste schiet. Ondertussen wordt het steeds moeilijker om contact met de Russische kant te maken.

Jongste broer Daniil wordt op tienjarige leeftijd door een Amerikaans kinderloos echtpaar geadopteerd en groeit op in een streng christelijk milieu in Mississippi. Voor het gemak geven ze hem de beter uitspreekbare naam Samuel. Het leven in veiligheid, ver weg van het slagveld, de streng christelijke opvoeding met veel Bijbel lezen, oorlogsspelletjes op de computer en veelvuldig bezoek aan de schietbaan levert een bijzonder contrast op met de broers aan het front in Oost-Europa. Samuel wil later graag bij het Amerikaanse leger, maar zijn broer Ruslan ontraadt hem dat sterk.

Natasha, die de broers van school kent, is de verteller van de film. Een rustig meisje in haar tienerjaren die hard met de werkelijkheid van de oorlog wordt geconfronteerd. We volgen haar bij het eindexamen, de traumatische dood van haar moeder en hoe dat op haar uitwerkt. Ze was op school een groot bokstalent, maar besluit als enige vrouw zich aan te sluiten bij een medisch team waar ze zwaargewonde soldaten verzorgt. Tussen de gevechten door zijn er ook hele serene scènes van Natasha die met haar vriend bij zonsondergang in een idyllisch meertje gaat zwemmen. En dan zijn er gruwelijke beelden van verminkte en verbrande lijken van Russische oorlogsslachtoffers die op het slagveld achtergelaten zijn.

Maar het meest bijzonder is toch de rol van Angela, een girl next door, die ongelooflijk maar waar op haar fiets (!) pakjes en pakketten, van boeketten tot koelkasten, in het kapotgeschoten Mariinka bezorgt. De bestellingen krabbelt ze in een oud schoolschrift en ze noteert voor alle zekerheid de telefoonnummers. In een wijk waar nog net een huis overeind staat, levert ze een grootbeeld-tv af die ze met touw aan het frame gebonden heeft.

De krankzinnigheid van de oorlog bereikt een hoogtepunt wanneer ze van een moeder de opdracht aanvaardt om een baby naar de veiligheid van de Oekraïense kant te brengen.

Het gaat haar allemaal niet in de kouwe kleren zitten. Als ze in haar kapotgeschoten huis in Mariinka zit, komen de demonen en trauma’s van de oorlog op haar af. Helemaal alleen, terwijl de lichtkogels boven haar hoofd schieten en in de verte kanonnen en geweervuur bulderen, roept ze vertwijfeld uit: ‘Waarom heeft God mij geschapen?’

Pieter-Jan de Pue heeft de film op het mooi klassieke 16mm formaat geschoten en voerde een sterke montage met bijzondere contrasten. De beelden van de broers aan weerszijden van het front en de andere broer in de VS. Beelden van Natasha die in gevechtskleding rondkijkt in het uitgebrande theater van Mariinka en dan de danspassen herhaalt die ze een aantal jaren eerder deed op het eindexamenfeest in hetzelfde theater. Angela die onverstoorbaar op de fiets tussen de linies gaat.

Mariinka is een onconventionele oorlogsdocumentaire, een prachtige, soms heel poëtische kroniek over jongeren die van hun jeugd zijn beroofd en door de oorlog vroegtijdig volwassen werden.

Kijk hier waar deze film draait.

 

21 maart 2026

 

Movies that Matter 2026 – Deel 2: Amerika, land van tegenstellingen
Movies that Matter 2026 – Deel 3: Vechten tegen de bierkaai?
Movies that Matter 2026 – Deel 4: Rusland en Hongarije

 

MEER FILMFESTIVAL

IDFA 2025 – Deel 8: Experimenteel

IDFA 2025 – Deel 8:
Experimenteel

door Bob van der Sterre

Experimentele docu’s, vaak in het Paradocs-programma, zijn het artistieke hart van IDFA. De oogst is divers. 

 

Solenopsis invicta

Solenopsis invicta – Een pratende cactustuin
De Ibervillea-cactustuin in Sicilië is een plek voor mensen met mentale klachten. Ze hebben veel natuur om hen heen, katten, wormen, vogeltjes, slakken en… vuurmieren. Die laatste zijn invasieve exoten, horen hier dus niet thuis.

De vrede in de tuin verdwijnt als een verdelger in wit pak langskomt met een rookmachine om de vuurmieren te verjagen. ‘Wat is je werk?’ ‘Basically, ik vermoord dieren.’

De film van Victor Missud is geen docu in de traditionele zin. Hoewel de mensen daar echt zijn, spelen ze meer een rol. Het is meer een mystieke korte speelfilm over het thema kwetsbaarheid.

Wel verrassend geestig, met veel metaforen (de plotselinge dreiging en de redder in nood, blauwe lichtjes die vrede zeggen) in het luchtige verhaal van dertig minuten.

 

Underground

Underground – Tunnels en grotten en vraagtekens
Onder de grond valt er veel te beleven. In Underground gaat Kaori Oda in een blauwe jurk Japanse tunnels en grotten in.

Ondertussen horen we van een lokale gids over de geschiedenis die daar onder de grond plaatsvond. Bijvoorbeeld in Okinawa in de Tweede Wereldoorlog als Japanse soldaten zich hebben verschanst tegen de Amerikanen.

Het is zonder context vrij lastig om te bevatten waar Underground over gaat. We zien ook lange scènes van Oda die opstaat, kookt en yoga doet. We zien haar hand op bepaalde plaatsen zoeken naar een schaduwhand. Soms is er elektriciteit. En we zien overal projecties. Waarom dit allemaal? De vrijheid van de kunstenaar is een mooi goed.

Ik hou van eigenzinnigheid en ook van mysterie, maar de een zit de ander hier een beetje in de weg. De film had ook wat korter en vlotter gekund. Onthaasten is oké maar dit gaat wel ver.

 

Bardo

Bardo – Abstracte verbeelding van het niets
Zeven dagen opsluiting in een geluiddichte en donkere kamer om jezelf te behandelen. Wat zie je dan nog?

Bardo is een visueel verslag van wat het brein van regisseur Viera Čákanyová ervaarde toen ze erin zat. ‘Ik ben een enorme sequoia die zijn wortels stuurt naar het hele gebied.’ Of: ‘Ik ben het medium waardoor het duister passeert.’ Of: ‘Kan ik mijn atomen laten afremmen tot een niet-menselijk niveau?’

Erg trippy en origineel idee, soms ook griezelig. Ik heb nog nooit zoiets gezien maar iedereen die wel eens gemediteerd heeft, kan er wel iets in herkennen, in deze abstracte verbeelding van wat je ziet ‘achter de ogen’.

Een film van een half uurtje met bizar denken volgens een Tibetaanse traditie. Nou maar hopen dat het werkt. Meer kunstwerk dan docu.

 

The In-the-head Film

The In-the-head Film – Duel met je brein
Deze korte film van kunstenaar Konstantin von Sichart zal toch wel een van de meest experimentele zijn van IDFA 2025.

We zien iemand geanimeerd een wenteltrap omhoog lopen. Het duel met zijn eigen brein begint. ‘Ik wil rustig kunnen ademen.’

De film is een draaikolk van beelden, een soort trip met een voice-over. Indrukwekkend ideeënrijk. ‘Ik zie eruit als slechte AI.’ Leuk grapje in een ondoorgrondelijke maar wel artistieke film.

 

A Missed Call

A Missed Call – Games en video 8 in de mix
We besluiten dit deel met een van de alleraardigste films, ook al duurt die amper tien minuten.

A Missed Call van Francesco Manzaro is echt een gemiste voicemail van Manzaro’s opa. De Manzaro van nu mixt video 8-beelden van vroeger met gamestijlscènes van iemand die rondreist en planeten bezoekt. Het grappige is dat de tekst van het gemiste gesprek daar óók bij past.

Inventieve film die grenzen verlegt op een sympathieke manier.

 

24 november 2025

 

 

IDFA 2025 – Deel 1: Liever de traditie in ere herstellen
IDFA 2025 – Deel 2: Rusland/Oekraïne
IDFA 2025 – Deel 3: Portretten
IDFA 2025 – Deel 4: Natuur en milieu
IDFA 2025 – Deel 5: Humor en ander leed in Palestina
IDFA 2025 – Deel 6: (Auto)biografische films
IDFA 2025 – Deel 7: Punk, Funk, Jeff en Marianne
IDFA 2025 – Deel 9: Drie momenten van chaos

 

MEER FILMFESTIVAL

IDFA 2025 – Deel 7: Punk, Funk, Jeff en Marianne

IDFA 2025 – Deel 7:
Punk, Funk, Jeff en Marianne

door Jochum de Graaf

IDFA had jarenlang een reputatie van spraakmakende muziekdocumentaires. De laatste edities liep het aanbod sterk terug. Mee zal spelen dat er tegenwoordig speciale muziekfilmfestivals worden georganiseerd en dat de rockgeschiedenis vooral in de vorm van biopics – Bob Dylan, Bruce Springsteen, Bob Marley, Amy Winehouse – wordt verteld. Uit het enorme aanbod noteren we slechts vier films die je als muziekdocumentaire kunt bestempelen.

 

Queer as Punk

Queer as Punk
Het was twintig jaar geleden dat er een Maleisische film op het IDFA vertoond werd. Queer as Punk kent een geweldig begin: de band Shh… Diam komt op en zet met straf up tempo ‘The Bathroom Song’ in: ‘Will You Shower with Me?‘

In het multi-etnische en door een strenge vorm van de islam bij elkaar gehouden land is het nummer een ernstige provocatie. Maar het publiek swingt er lekker op los en zingt besmuikt lachend de teksten woord voor woord mee.

Shh… Diam betekent ‘Hou je mond!’ in het Maleis en is een ironische verwijzing naar de pogingen om de bandleden het zwijgen op te leggen. Als queer en als punk sta je in het oerconservatieve Maleisië al met 2-0 achter. De leden van de band, volgens leadzanger Faris 75 procent queer, zijn zeer actief in de lhtbi-gemeenschap en lopen voorop in de demonstraties tegen geweld en discriminatie.

De film volgt de politieke ontwikkelingen in Maleisië rond de verkiezingen van 2018 die een keerpunt in de geschiedenis van het land betekenen. De tot dan toe al meer dan zestig jaar aan de macht zijnde conservatieve islamitische coalitie verliest de absolute meerderheid en maakt plaats voor de Alliantie van de Hoop. De bandleden horen het nieuws van de historische overwinning met gejuich aan. Eindelijk is er de hoop dat ook in Maleisië een tijdperk met meer rechten voor minderheden zal aantreden.

Maar binnen twee jaar treedt een periode van instabiliteit aan die tot op de dag van vandaag voortduurt. Voor de overgrote meerderheid van moslims is de shariawetgeving van toepassing, de lhtbi-gemeenschap staat onder zware druk. De band treedt meestal onder valse naam op en al te openlijk uitkomen voor de geaardheid is uit den boze. Echte punk kun je het niet noemen, maar in de Maleisische verhoudingen is het behoorlijk provocatief.

Hoofdpersoon, transgender Faris, is toe aan zijn laatste maandelijkse testosteroninjectie en we zien hem met de billen bloot gaan. Hij ondergaat een laatste operatie die hem van zijn ‘boobies’  bevrijdt. De band gaat op tournee naar het Verenigd Koninkrijk en Noord-Ierland waar ze met enthousiasme door de lokale lhtbi-gemeenschappen worden ontvangen. Op de bruiloft van gitarist Yon en haar geliefde Noord-Ierse Cat spelen ze het mooie emotievolle nummer ‘Lonely Lesbian’.

Queer as a Punk is een warm portret van Shh… Diam dat tegen de verdrukking vrolijk door blijft gaan.

 

We Want the Funk!

We Want the Funk!
De vraag ‘wat is funk?’ kan natuurlijk heel verschillend worden beantwoord. Voor de een zit het hem vooral in het ritme, voor de ander is het vooral het plezier maken – het zet mensen in beweging, je krijgt ze aan het dansen! Maar er is ook het eenvoudige antwoord: ‘James Brown!!!!’

In We Want the Funk! komt een stoet aan muzikanten, muziekhistorici, een mode-historica, een ‘Detroit’-historicus, dansonderzoekers, etnomusicologen, een muziekcurator, en wat al niet meer zij, aan het woord. Zij beschouwen alle aspecten van de funk, de invloed en het ontstaan, de bijbehorende mode en de politieke betekenis. En ook David Byrne, die onlangs nog het album ‘Who is the Sky’ met vooral funky dansnummers uitbracht, schaart zich in de lange rij talking heads. 

We Want the Funk! behandelt de ontwikkeling van de zwarte muziek vanaf de Tweede Wereldoorlog. De American Bandstand, het tv-programma in de jaren vijftig waarin voor het eerst zwarte artiesten waren te zien. De opkomst van de soul. En ook de invloed van de gospel met zijn christelijke achtergrond, het milieu waarin de funk met zijn energieke ritmes en ophitsende teksten als muziek van de duivel werd gezien.

Naast James Brown komen alle grootheden aan de orde: Sly and the Family Stone (met opvallend een witte drummer), Lady Labelle, Kool and the Gang, George Clinton met zijn Parliament-Funkadelic en hun extravagante optredens. Clinton die wijst op de ‘simplexity’ van de funk, het feit dat het zo op het gehoor eenvoudige muziek is maar tegelijk zo complex is om het uit te voeren. En niet te vergeten Prince, die vanaf midden jaren tachtig zijn eigen draai aan de funk geeft: ‘He was one of a kind’.

De betekenis van funk voor de Afro-Amerikaanse gemeenschap. James Browns ‘Say it loud, I’m black and I’m Proud’ was het lijflied van de Black Pride-beweging; de tournees van James en anderen naar Afrika waar funk grote navolging kreeg; Nigeriaan Fela Kuti die met zijn excentrieke muziekgezelschap uitgroeide tot een wereldster; de invloed op blanke popgroothelden als Elton John en David Bowie (luister de wereldhit ‘Fame’) – het trekt allemaal aan je oog voorbij. Leuk en aantrekkelijk zijn de aanstekelijke bandopnames, de swingende muziek die je doet opveren. En je kunt weer eens de heerlijke danspasjes van The Temptations zien.

Maar het wordt allemaal nogal rechttoe rechtaan opgediend en er wordt maar weinig aan de verbeelding overgelaten. Als het gaat over de invloed van de burgerrechtenbeweging krijg je gelijk Martin Luther King met ‘I have a dream’ te zien.

Deftig gezegd is We Want the Funk! een degelijk maar nogal saai opgediend cultuurhistorisch overzicht van de ontwikkeling van deze belangrijke muziekstroming.

 

It’s Never Over, Jeff Buckley

It’s Never Over, Jeff Buckley
Zijn album ‘Grace’ uit 1977 behaalde platina. Zijn iconische uitvoering van Leonard Cohens  ‘Hallelujah’ kwam in 2008 opnieuw op nummer 1 in de Billboard Top 100.

Jeff Buckley had een kort en dramatisch leven, als zoon van de legendarische folksinger Tim Buckley wiens carrière als een slagschaduw over de zijne hing. Vader Tim liet zijn gezin al na zes maanden na de geboorte van Jeff in 1966 in de steek en zou negen jaar later op 28-jarige leeftijd aan een overdosis heroïne en alcohol overlijden. Jeff verdronk op 30-jarige leeftijd bij een ongeluk in de Wolf River, Memphis, Tennessee, naar verluidt toen hij het nummer ‘Whole Lotta Love’ van Led Zeppelin zong.

It’s Never Over, Jeff Buckley laat zijn worsteling met de roem, zijn kwetsbaarheid en zijn nalatenschap zien. Buckley wordt vooral geroemd om zijn geweldige stem, een enorm bereik van vier octaven, buitengewone controle over dynamiek en toon. Hij kon moeiteloos schakelen tussen een breekbare falsetstem en een sterke opera-achtige tenor. Hij wordt door artiesten als Thom Yorke van Radiohead en Matt Bellamy van Muse beschouwd als een van de meest invloedrijke zangers van hun generatie. Ook Chris Cornell, Rufus Wainwright, Amy Lee en Adele betuigen hun bewondering.

Jeff Buckley maakte met die geweldige stem een aantal prachtige liedjes, als ‘Lover, You Should’ve Come Over’, ‘Lilac Wine’, ‘Everybody Here Wants You’. En ‘Hallelujah’ dus, dat in zijn versie wereldwijd populair werd en het origineel overschaduwde. In een interview met Oor merkte hij op dat de tekst helemaal niets met God te maken had, maar over seks gaat.

De makke van de documentaire is dat hij gemaakt is met de mensen die ‘hem het meest dierbaar’ waren: voormalige bandleden, muzikanten als Ben Harper en Aimee Mann, zijn voormalige partners, waaronder Rebecca Moore en Joan Wasser (Joan as Police Woman), en niet te vergeten zijn moeder, Mary Guilbert. Er valt geen onvertogen woord over Jeff: hij was in alle opzichten geweldig, en zó tragisch dat hij al op zo’n jonge leeftijd aan zijn einde kwam.

De emotie en het drama van zijn leven worden daarmee nergens voelbaar, behalve in het laatste shot waarin zijn moeder zijn laatste voicemail afluistert waarin hij haar zijn onvoorwaardelijke liefde betuigt.

 

Broken English

Broken English
Broken English begint met een rondleiding door het ‘Ministerie van Niet Vergeten’, een donkere sombere ruimte met stalen meubels, uitschuifbare kasten waar kranten, boeken, lp’s zijn opgeslagen, draaischijftelefoons op de bureaus, cassettedecks en archiefdozen. Het heeft de sfeer van een sciencefictionfilm uit de jaren vijftig.

Het Ministerie heeft als doel het onderzoeken van waarheden en mythen, en de poreuze grens daartussen. De in een stijve plusfour gestoken Tilda Swinton, de geblondeerde haren strak achterover gekamd, heeft er de leiding. Ze spreekt ons streng toe en legt uit dat niet vergeten iets anders is dan herinneren. Object van onderzoek is Marianne Faithfull. ‘We moeten Mariannes rol als destabiliserende invloed eens goed onder de loep nemen”, zegt Swinton. Marianne wordt binnengereden in een rolstoel, zuurstofslangetje in de neus, zwaar ademend, en het interview met de archivaris van het archief, acteur George MacKay, gaat van start.

Dat niet bestaande nep-ministerie is een behoorlijk gekunstelde kunstgreep die doorheen de film verder wordt doorgevoerd met een groot bord met post-its, foto’s, pijlen, cirkels, strepen, data, namen zoals je ze op politiebureaus in detectiveseries ziet. Het werkt irritant en zet een sfeer neer die wat mij betreft weinig passend is voor Marianne Faithfull.

Marianne Faithfull is misschien wel het archetype van de ‘rockchick’, het meisje dat zich in de entourage van beroemde rockbands ophield. Ze werd ontdekt door manager Andrew Loog Oldham op een feestje van The Rolling Stones. Ze kreeg een relatie met Mick Jagger en had, in 1964, al op 17-jarige leeftijd een wereldhit met ‘As Tears Go By’. In 1969 schreef ze de tekst voor het roemruchte ‘Sister Morphine’, dat in haar uitvoering weinig deed, maar wel toen The Stones het op ‘Sticky Fingers’ uitbrachten.

Na de scheiding van Jagger vanwege een miskraam stopte ze een tijdje met muziek maken. Ze probeerde van haar verslaving af te komen en leefde zelfs enige tijd op straat. Eenmaal afgekickt was haar stem blijvend veranderd. Faithfull herontdekte zichzelf onder invloed van de new wave en punk met het gedurfde album waaraan de film zijn titel ontleent. ‘Broken English’ (1979) sloeg in als een bom en verschafte haar opnieuw wereldroem. Daarna volgden nog een stuk of tien albums waarin de stijl met die indringende gruizende stem werd voortgezet.

Ze begon daarnaast te acteren, speelde de op haar lijf geschreven rol van Ophelia in Hamlet. Ze speelde en zong de hoofdrol van Anna in The Seven Deadly Sins, de chanteuse opera van Kurt Weil en Berthold Brecht en groeide uit tot een van de belangrijkste hedendaagse vertolkers van hun werk. In 2018 verscheen haar laatste album ‘Negative Capability’ waarop ze onder anderen samenwerkte met Nick Cave en Warren Ellis. Ze kreeg covid, in 2020 lag een aantal weken in coma, maar overleefde. Eind januari 2025 overleed ze na een kort ziekbed.

De film volgt die levensloop met veel gevoel voor detail, focust vooral op de herinnering aan de schandalen van seks, drugs en rock-’n-roll die haar maar bleven achtervolgen. Ze kwam nooit af van het imago van de ex-vriendin van Mick Jagger. Maar Broken English belicht ook hoe waardig ze zich daartegen weerde.

Er zitten prachtige ontroerende momenten in de film, die een monument opricht voor die geweldige persoonlijkheid en vooral ook die stem. Zie hoe Marianne met zoveel liefde vertelt over producer Hal Willner die haar haar hele leven heeft bijgestaan. En hoe ze straalt bij het fragment dat haar getoond wordt, waarin Willner zegt: ’Dit is de stem van een leven. Een moeilijk leven.’

Maar die gekunstelde vorm met dat studentikoos verzonnen Ministerie van Niet Vergeten bederft het kijkgenot nogal. Marianne Faithfull had veel beter verdiend.

 

23 november 2025

 

IDFA 2025 – Deel 1: Liever de traditie in ere herstellen
IDFA 2025 – Deel 2: Rusland/Oekraïne
IDFA 2025 – Deel 3: Portretten
IDFA 2025 – Deel 4: Natuur en milieu
IDFA 2025 – Deel 5: Humor en ander leed in Palestina
IDFA 2025 – Deel 6: (Auto)biografische films
IDFA 2025 – Deel 8: Experimenteel
IDFA 2025 – Deel 9: Drie momenten van chaos


MEER FILMFESTIVAL