LFF toont potentieel filmregio Limburg

LFF toont potentieel filmregio Limburg

door Sjoerd van Wijk

Voor de vierde maal vond in Venlo het Limburg Film Festival (LFF) plaats. Het is niet alleen een terugblik op het voorgaande jaar, maar ook een vooruitblik op een nieuw filmseizoen voor de Limburgse film.

Het festival laat zien dat Limburg een regio met veel filmpotentieel is. Er hangt een amicale sfeer bij de Q&A’s, waar filmmakers eerlijk de voors en tegens van hun werk bespreken. En collega’s durven elkaar ook lastige vragen te stellen zonder harde gevoelens. Dit trekt zich ook door in het uitgebreide programma voor professionals, waar veel ruimte is voor de onafhankelijke film. In bijvoorbeeld de writers room bespreken ambitieuze makers open elkaars plannen en lijkt iedereen welkom. Zo voelt het LFF als een festival voor en door makers en zet het Limburg op de kaart als een welkom toevluchtsoord voor hen die aan de Amsterdamse dominantie binnen de Nederlandse filmwereld willen ontsnappen. Dat uit zich ook in de programmering, waar de documentaire een prominente plaats inneemt.

Basquiat in Heerlen

Braaf Basquiat
Basquiat in Heerlen volgt de voorbereidingen van het Heerlense Schunk Museum voor zijn grootste expositie ooit. Het kleine provinciale museum gaat namelijk topwerken van de straatschilder Basquait exposeren, wat gegeven de verwachtingen (bezoekersaantallen van een jaar in een maand tijd) presteren op het top van je kunnen betekent. Cameraman Wouter Nelissen maakt een sympathiserend portret waarin vooral de gekte rond moderne beeldende kunst centraal staat. Verzekeraars hebben de meest stringente eisen, maar gelukkig (of helaas) verloopt alles vlekkeloos wat de documentaire te braaf maakt. De rebelse The Velvet Underground & Nico als soundtrack is een aardige knipoog naar Basquiat maar gegeven de rustige beelden misplaatst.

Onsamenhangend potsierlijk
Bij De dans van Tislit lijkt de aanname dat het maken van een zogenaamde kunstfilm een vrijbrief voor onsamenhangende potsierlijkheid inhoudt. Geboekstaafd door een Marokkaanse mythe over een watergodin verhaalt deze documentaire over van alles en nog wat, waarbij een uitwisseling tussen Marokkaanse en Nederlandse kunstenaars de rode draad zou moeten zijn. Het enige wat van die reis bijblijft zijn wat platitudes over hoe anders het leven in Marokko is. De mythe zelf steekt comeback Terrence Malick de loef af qua pseudo-spiritualiteit. Daar fietsen vervolgens nog verhandelingen over de klimaat catastrofe, dijkwerkers, de watersnoodramp en meer doorheen.

Sentimentele voltreffer
Het winnen van het Oud Limburgs Schuttersfeest is niet alleen een grote eer, maar ook een grote verantwoordelijkheid. Want de winnaar organiseert de volgende editie. Documentairemaker Ruud Lenssen, met drie films goed vertegenwoordigd op het LFF, volgt in De zes van Zaerum de schutterij van Sevenum bij de organisatie en weet innemend de drijfveren van de zes schutters te tonen. Zij vertellen uit het hart gegrepen verhalen over de betekenis van deze Limburgse traditie. Op lyrische wijze prikt deze documentaire door tot de kern van de hechte gemeenschap rond het schieten. Net als Nao ‘t zuuje over Limburgs carnaval schuurt deze ode aan de Limburgse cultuur soms wel tegen het sentimentele aan.

De Mythe van het Meer

Duik aan de oppervlakte
Ruud Lenssen tracht ingetogen in de huid van zijn subjecten te kruipen met levendig camerawerk. In De Mythe van het Meer (gekozen tot beste korte documentaire) probeert hij dat bij een duiker die in het Oostvoornse meer op zoek is naar de wrakstukken van een in 1940 neergestort Engels vliegtuig. Voor de duiker zelf heeft dit grote persoonlijke significatie wegens zijn hechte band met zijn opa, van wie hij het gerucht had opgepikt. De zoektocht naar het wrak verloopt moeizaam en loopt met een sisser af als hij de familie van de piloot op het spoor komt. De documentaire voelt anti-climactisch aan, omdat deze niet tot de kern van de duikers drijfveren weet te komen. Door de geslotenheid blijft alles aan de oppervlakte.

Venlose fröbelaar
De Venlonaar Bernard Martens stort zich met overgave in vele soorten media, van striptekeningen tot poppen en korte films. Dat doet hij als zijn alter ego Maberi. In Maberi, Myself & Me toont Martens het maffe oeuvre van Maberi en hoe deze zich gaandeweg ontwikkelt van een artistiek kluizenaar tot frontman van diverse bands. Zijn cinema heeft de ad hoc benadering van Tommy Wiseau of Neil Breen, met abrupte montage van archiefbeelden en fragmenten van zijn werk. Bij Martens spreekt daar een aandoenlijke authenticiteit van uit, die van de bij vlagen hilarisch droge opsomming van artistieke avonturen een plezante ervaring maken. Dit soort oprecht fröbelen brengt het plezier in creatie terug.

 

13 januari 2020


MEER FILMFESTIVAL

Marianne & Leonard: Words of Love

****
recensie Marianne & Leonard: Words of Love

Captain Mandrax op de loop voor leven en liefde

door Alfred Bos

De film van de Britse documentairemaker Nick Broomfield over de romantische relatie van de Canadese singer-songwriter Leonard Cohen en diens Noorse muze Marianne Ihlen is soms pijnlijk intiem en vaak pijnlijk eerlijk.

Hij was de dichter van de quasi-depressieve vrouwen van zijn tijd, aldus zijn producer. Leonard Cohen – singer-songwriter, zanger, gitarist, schrijver, maar vooral dichter – maakte donkere muziek voor mensen met een donkere ziel. Nick Cave, zelf geen toonbeeld van joi de vivre, ziet hem als zijn grote voorbeeld. Halleluja, Cohens befaamdste compositie, is hemelse grafmuziek. Op zijn tong smaakt melancholie als ambrosium.

Marianne & Leonard: Words of Love

Leonard Cohen (1934-2016) had zijn tijd mee. Hij was een romanticus in een rationele eeuw, maar net toen hij besloot om als zingende dichter zijn brood te verdienen omdat het schrijven van romans geen kruimel betaalde, zette een culturele revolutie de ideeën over vrijheid en levensvervulling op de kop. Cohen is geen product van de tegencultuur van de jaren zestig, eerder het uithangbord dat ook het culturele establishment kon behagen.

Leonard Cohen had meer mee. Geboren in Montreal, Canada als zoon van een welgestelde Joodse familie. Opgegroeid in een cultureel milieu. Opgeleid als student letteren. Een elegante man met een markante kop en een donkere stem—in combinatie met zijn poëtische ziel woest aantrekkelijk voor vrouwen. Hij brak harten met een flair die voor vergelijkbare hippieminstrelen als James Taylor en Cat Stevens onbereikbaar is gebleken. Zie ze backstage zwijmelen aan zijn voeten, Cohens gêne is vertederend.

Zuurstof voor mannelijk vuur
Maar als de documentaire Marianne & Leonard: Words of Love één ding duidelijk maakt, is het dat Leonard Cohen niet was geboren voor het geluk dat al die meevallers doorgaans brengen. Hij werd gedreven door existentiële onrust. Cohen speelde regelmatig en voor eigen plezier in instellingen voor geesteszieken. Zijn moeder was zo gek als een deur, volgens mensen die haar hebben gekend. Hij was op de loop voor zichzelf.

Marianne & Leonard: Words of Love

Vrouwen zijn het favoriete gezelschap van Leonard Cohen en staan centraal in zijn leven, blijkt uit de film van de Britse documentairemaker Nick Broomfield (1948). Vrouwen als prikkelend gezelschap, als zuurstof voor mannelijk vuur, als muze. Marianne & Leonard: Words of Love vertelt het verhaal van de Canadese dichter-zanger en diens grote liefde, de Noorse Marianne Ihlen (1935-2016). Ze is het onderwerp van So Long, Marianne; het lied Bird on a Wire is tot haar gericht. Marianne had de zorg voor het huishouden terwijl Leonard op het Griekse eiland Hydra zijn romans The Favourite Game (1963) en Beautiful Losers (1966) schreef. Ook toen ze uit elkaar waren, hielden ze contact.

Broomfield neemt, al is het zijdelings, deel aan de vertelling. Hij had een affaire met Marianne en bleef met haar bevriend. Aldus behoort de regisseur tot de kring van intimi en het geeft hem toegang tot persoonlijk, niet eerder vertoond beeldmateriaal en brengt insiders voor de camera die ongeremd – en niet altijd even vleiend – hun indrukken en herinneringen verwoorden. Veel dichter op de huid van de bronstige bard en diens muze zullen we als buitenstaander niet komen.

Ontsnappen aan het leven
De documentaire is meerdere films ineen. Hij schetst de geliefden en hun relatie. Het is tevens een biografisch portret en graaft naar Cohens beweegredenen. En hij geeft in het voorbijgaan een minidocumentaire over Hydra, het paradijselijke eiland in de Egeïsche Zee waar Cohen in 1960 een woning kocht. Het was een toevluchtsoord voor existentialisten en artistieke bohemiens, de Europese tegenhangers van de beatniks en voorlopers van de hippies. Ze waren “vluchtelingen”, aldus Marianne Ihlen. Het liep zelden goed af, Cohen is een uitzondering. Ihlens biografe Helle Goldman: “Er was teveel vrijheid op Hydra.”

De ontsnapping – aan een academische loopbaan, een burgerlijk bestaan, een bindende liefde, het leven zelf? – staat centraal in de film. Het is een terugkerend motief in het werk van Cohen, denk aan The Partisan: “the frontiers are my prison”. De depressies, waarin hij werd verteerd door twijfel grenzend aan zelfhaat, worden in poëzie gegoten: ‘I stepped into an avalanche, it covered up my soul’ (Avalanche, van Songs of Love and Hate, gecoverd door Nick Cave). Het succes als zingende dichter viel hem in de schoot. Maar hij was niet gemaakt voor een carrière in de muziekindustrie, meent gitarist Ron Cornelius, jarenlang Cohens vaste begeleider.

Marianne & Leonard: Words of Love

Romantiek op zijn meest romantisch
Dichters – en creatievelingen in het algemeen – zijn geen goede echtgenoten, merkt Aviva Layton, de vrouw van een huisvriend, op: ze zijn getrouwd met hun muze. De gave van Leonard Cohen was dat hij goed kon luisteren en vrouwen het gevoel gaf aantrekkelijk te zijn. Dat stofgoud streek ook neer op Marianne Ihlen, toen ze hem als gescheiden vrouw met baby en minderwaardigheidscomplex ontmoette op Hydra. Ze kwam gebutst maar ongebroken uit de langzaam dovende knipperlichtrelatie met Cohen, altijd die ene maar nimmer de enige. Het verhaal van Marianne en Leonard is romantiek op zijn meest romantisch, maar zoon Alex betaalde de tol voor de passie.

Het verhaal van Captain Mandrax, zoals zijn bijnaam rond 1970 luidde, en zijn Noorse nimf wordt tamelijk abrupt schetsmatig wanneer Marianne Ihlen is teruggekeerd naar Oslo. Zij hertrouwt en leidt een anoniem maar gelukkig bestaan als secretaresse. Hij raakt in een crisis, het briljante Halleluja wordt afgewezen door de platenmaatschappij en hij trekt zich terug in een klooster. Financieel aan de grond wanneer zijn manager zijn persoonlijke vermogen blijkt te hebben verduisterd, maakt hij een verbluffende comeback en groeit uit tot de artistieke opa die iedereen zich wenst.

Marianne Ihlen overlijdt op 27 juli 2016. Cohen stuurt haar een liefdevol en ontroerend afscheidsbericht. De filmkijker ziet Marianne op haar sterfbed terwijl de woorden van haar voormalige amant worden voorgelezen en het is een knappe jongen die zijn kaken strak weet te houden. Hij overlijdt amper drie maanden later. Het is het sobere slot van een film over een diepgevoelde liefde en de man die die liefde liet schieten voor “an education in the world”. Marianne & Leonard: Words of Love is niet de definitieve documentaire over Leonard Cohen, wel de intiemste. En wellicht de raakste. So long, Leonard.

 

7 januari 2020

 

ALLE RECENSIES

Honeyland

***
recensie Honeyland

Stekend vloeibaar goud

door Suzan Groothuis

In Noord-Macedonië volgt een kleine crew de laatste vrouwelijke honingjager. Maar de komst van buren heeft grote gevolgen voor het voortbestaan van haar wilde bijenvolken.

In de openingsscène zien we een imposant, verlaten landschap waar een tengere vrouw zich een weg baant langs een gevaarlijk uitziende klif. Met trefzekere pas begeeft ze zich naar een rotswand waar een bijenkorf verstopt zit. Met haar blote handen, voorzichtig en zonder gestoken te worden, ontvreemdt ze wat honingraten uit de korf om mee te nemen naar huis.

Honeyland

Daar, in een afgelegen vallei, wordt de bijenkolonie getransplanteerd in een stenen muur vlakbij haar huis. De vrouw die we volgen heet Hatidze en zij is wat je de laatste vrouwelijke honingjager kan noemen. Hatidze zorgt voor haar 85-jarige moeder, die bij haar inwoont en niet meer in goede gezondheid is. Ze leven arm en eenvoudig, zonder elektriciteit. Geld wordt verdiend met de pure, onbewerkte honing van Hatidzes bijen. Die verkoopt ze in het nabijgelegen Skopje, waar ze bekend staat als iemand die superieure honing verkoopt.

Tot zover is Honeyland observerend in het volgen van Hatidzes reilen en zeilen, waarbij de aandacht gericht is op haar werk met de bijen en het verzorgen van haar moeder. Hatidze heeft respect voor de ambachtelijke wijze waarop honing verkregen wordt. Een van haar credo’s is dat je nooit meer moet wegnemen dan de bijen kunnen missen. Neem een halve raat en laat de ander voor de bijen.

Honeyland

Verkwistende buren
En dan is een kentering met de komst van rumoerige, Turkse buren. Hatidze, zelf van Turkse origine, kijkt toe hoe het grote gezin met een kudde runderen de vallei betrekt en zich installeert. Vader Hussein zet iedereen, waaronder peuters en kleuters, in beweging, zodat er gewerkt en verdiend wordt. Wanneer hij doorheeft dat Hatidze goed verkoopt met haar honing, besluit hij ook bijen te houden. Haar wijze les, dat je nooit meer moet wegnemen dan de bijen kunnen missen, geeft ze hem meerdere malen mee. Er is genoeg voor iedereen, zolang je er goed mee omgaat.

De camera is vanaf de entree van de Turkse buren op hen gericht. We zien vooral chaos en ruwheid, in hun manier van leven en werken. Hussein is begonnen met de bijen, waarbij opvalt hoe verschillend hij en Hatidze met de ijverige beestjes omgaan. Hatidze respectvol, met ze dansend en zingend. Maar Hussein gaat voor het snelle verdienmodel. Een handelaar wil zijn honing en overtuigt hem veel te produceren. Hatidzes waarschuwende woorden klinken na wanneer we zijn honingraten grof vermalen zien worden en de honing vloeit. Een duister omen hangt boven de vallei.

En zo ontstaat er een spanning in een documentaire die haast bezwerend begon. Met lede ogen ziet Hatidze toe hoe haar buren de heilige graal tot zich nemen en vernietigen. De enige van wie ze erkenning krijgt is Husseins zoon, die met Hatidze optrekt en van haar leert over de bijen. Hij probeert zijn vader duidelijk te maken dat hij geen goede bijenhouder is, maar de koppige en trotse Hussein wil van niets weten.

Honeyland

De laatste in haar soort
Honeyland is een documentaire die aanvoelt als een observerende speelfilm. De makers volgden Hatidze drie jaar lang, met als het ware een onzichtbare camera; van de documentaire-ploeg is niets merkbaar. We zien mooie shots van het bergachtige, eenzame landschap, waar Hatidze op haast poëtische wijze met haar wilde bijenvolk omgaat. Tegelijkertijd is er de onmiskenbare armoede waarin zij en haar moeder leven. Een uitzichtloos bestaan, want Hatidze beseft dat zij als alleenstaande vrouw de vallei niet meer zal verlaten. En dan is er de komst van haar buren, die de natuur om hen heen exploiteren en verkwisten.

De titel Honeyland is wat misleidend. Want in dit land van honing is er vooral sprake van overleven. Als in een Ken Loach-film zien we hoe de protagonist voor hete vuren komt te staan en de hoop op beter steeds meer uit zicht raakt. Opeenstapelingen van ellende maken het leven voor Hatidze moeilijk. Bescheiden en geduldig als ze is, kan je haar als een eenzame strijder zien, als de laatste in haar soort. Schurend tussen pijnlijk, intens en poëtisch, geeft Honeyland een boodschap over hoe we omgaan met wat de natuur te bieden heeft. Daarin is Hatidze een voorbeeld, maar haar dromen van een andere toekomst – ver weg van de werkelijkheid – maken haar lot ook wrang.

 

7 januari 2020

 

ALLE RECENSIES

Elvis: That’s the Way It Is

*****
recensie Elvis: That’s the Way It Is 

Eén been in Memphis, het andere in Las Vegas

door Alfred Bos

Elvis Presley’s tweede live-registratie vangt de zanger op een kantelpunt in zijn carrière. Het is een magisch moment.

Elvis: That’s the Way It Is is de eerste niet-speelfilm in de loopbaan van The King. De film documenteert een serie optredens van augustus 1970 in het International Hotel in Las Vegas, inclusief de voorbereidingen van de concertreeks. De film van regisseur Denis Sanders verscheen in november van dat jaar in de Amerikaanse bioscoop, gelijktijdig met de gelijknamige langspeelplaat, Elvis’ twaalfde. In 2001 werd een opnieuw gemonteerde versie uitgebracht: minder documentaire en meer concertfilm. In 2007 volgde de dvd. Op 8 januari, de verjaardag van Presley, draait de film, voor het eerst en voor één dag, in de versie van 2001 in de Nederlandse bioscoop.

Elvis: That’s the Way It Is

Voor zijn fans, en muziekliefhebbers in het algemeen, is dat een buitenkans, want Presley heeft nooit buiten Amerikaans grondgebied opgetreden. (We tellen de hologramconcerten niet mee, dat spreekt.) De tv-registratie Elvis: Aloha from Hawaii van 4 april 1973 – die via satelliet naar de kijkers van betaaltelevisie werd uitgestraald – laat een showbizz-ster zien die druk doende is zijn publiek, maar vooral zijn manager te behagen.

Elvis: That’s the Way It Is toont Elvis op een vork in zijn loopbaan en leven. Hij is 35 jaar oud, een gelouterde ster. Hij is ook een overrijpe vrucht, smaakvol en sappig; op zijn beste moment, kort voor de rot inzet. Met zijn ene been staat hij nog in Memphis, met het andere in Vegas. Het is een onmogelijke pose, zijn karate-splits kunnen het nakende bederf niet verhullen. Zijn cool staat op het punt van smelten.

Creatief bevrijd
Maar nu nog even, heel even niet, in het strijklicht van het uur voor zonsondergang wordt alles goud. In de zomer van 1970 was Elvis nog steeds bevrijd. Van het bestaan van een idool dat wordt geleefd door management en entertainmentindustrie. Van het juk van zakelijke verplichtingen en veilige keuzes. Van een verloederde reputatie. Met Elvis: The Comeback Special had hij op 3 december 1968 in een uur tv-tijd zijn faam én creatieve ruimte teruggewonnen.

Met als resultaat: het beste album uit zijn carrière, From Elvis In Memphis, een plaat waarop country, soul, gospel en rock versmelten. Plus een reeks hits, waaronder In The Ghetto, Suspicious Minds, zijn eerste Amerikaanse nummer 1-hit in zeven jaar, en The Wonder of You, nummer 1 in Engeland. En een terugkeer naar het podium. De verloren jaren in Hollywood en een eindeloze reeks steeds lamlendiger exploitatiefilms waren voorbij.

Elvis: That’s the Way It Is

Op 31 juli 1969 stond Elvis voor de eerste keer sinds 1956 op een podium in Las Vegas, dat van het International Hotel. Op dat engagement van vier weken volgden halfjaarlijkse verplichtingen in Vegas, daags na zijn terugkeer in Vegas onderhandeld door zijn manager: jaarlijks in februari en augustus een maand lang twee shows per dag in het International. Zakelijk gezien een briljante zet – het publiek reist naar de artiest, niet andersom – maar al snel een verstikkende sleur, zou blijken.

Aanstekelijke energie
Van sleur is nog weinig te merken in de aanloop naar de concerten van augustus 1970, zijn derde reeks in Vegas. We zien Elvis grollen tijdens de repetities in Culver City, Californië. Hij is het centrum van de aandacht. Zijn band, onder leiding van gitarist James Burton, volgt gedwee. Hij doet een geweldige Little Sister (een B-kant uit 1961). Hij stoeit met Words van de Bee Gees en Get Back van The Beatles. Hij doet wat in hem opkomt. Hij wipt rusteloos met zijn been. Heeft Elvis ADHD? Zijn energie is aanstekelijk. Zijn overhemd oogverblindend. Elvis bruist. Hij is de god die alle vrouwen en veel mannen in hem zien.

Hij stoeit met de jongens en is hoffelijk tegen de meiden, de soulzangeressen van The Sweet Inspirations die met de mannen van The Imperials zijn gospelkoor vormen. Tijdens de zaalrepetities klinken ze prominent in Bridge Over Troubled Water en even is de hotelzaal een kerk. Eenmaal in zijn karateshowkostuum gehesen – speciaal voor hem ontworpen door Bill Belew, de man die hem in het leer stak voor de comeback-tv-special – blijft hij ook voor een zaal met filmsterren, opgedirkte huisvrouwen van onbestemde leeftijd en gehypnotiseerde bakvissen de charme zelve. Er is tijd voor een kussessie met vrouwelijke fans.

Elvis heeft er trek in. Hij weet wie hij is en wat men van hem verwacht. Hij zingt hits van toen (Heartbreak Hotel), hits van nu (In The Ghetto) en toekomstige hits (Dusty Springfields You Don’t Have to Say You Love Me). Hij stoeit met broeierige soulrock, Poke Salad Annie. De majestueuze countrygospel van Just Pretend doet de studioversie (van het album Elvis: That’s the Way It Is) vergeten. Hier klinkt een reus.

Elvis: That’s the Way It Is

Onmogelijke spagaat
Op 10, 11, 12 en 13 augustus van 1970 (de dagen waarop Elvis: That’s the Way It Is werd gedraaid) is Elvis nog even de muziekfan die door de wereld werd aanbeden als popidool en sekssymbool. Maar wie goed luistert, hoort het onheil naderen. De rock, country, gospel en soul worden geserveerd naast muzikaal fondant, gladgestreken middle of the road-repertoire als het weeïge The Wonder of You en de orkestrale pop van You Don’t Have To Say You Love Me. De powerballad lonkt.

En wie goed kijkt, kan de eerste glimp van verval niet ontgaan. De rockheld van weleer staat op het punt plaats te maken voor de allemansvriend die in Las Vegas audiëntie houdt. Roots-muziek en gepolijst entertainment, het gaat niet samen. Maar ergens middenin die veeleisende spreidsprong doet Elvis Presley in de tweede week van augustus 1970 op het podium van het International Hotel een laatste, onmogelijke spagaat.

Hij is de Elvis van zijn toenmalige tienerpubliek, dertigers inmiddels. Hij is de herboren Elvis van de Comeback Special, de Elvis op de toppen van zijn kunnen. En hij is de Elvis die, gehuld in rhinestonepakken, langzaam zal wegzinken in pillenverneveling, junkfood-postuur en middelbare leeftijd; de Elvis die een karikatuur van zichzelf werd. Hij is al die Elvissen op dat ene, door goudlicht bestreken moment dat door Denis Sanders op film werd gevangen. Het is pure magie.

 

4 januari 2020

 

ALLE RECENSIES

Cave, The

****
recensie The Cave

Opereren in Syrische grot

door Yordan Coban

Na de feestdagen is het misschien goed om even stil te staan bij de mensen die het niet zo gezellig hebben gehad de afgelopen tijd. Bij het bekijken van de documentaire The Cave doemt zich langzaam de verschrikking van oorlog aan het bewustzijn van haar toeschouwers op. Laten we in godsnaam hopen dat 2020 het jaar wordt dat de oorlog in Syrië ten einde komt.

De oorlog in Syrië kleurt nu al bijna het gehele decennium. Gruwelijk statelijk geweld van alle actoren der wereldpolitiek die zich actief bemoeien met het conflict, met voornamelijk één groep slachtoffers: de Syrische bevolking. In The Cave zien we de bombardementen van de Russische luchtmacht wiens bommen geen onderscheid maken tussen militaire targets en ziekenhuizen. Sterker nog, in de betreffende locatie in Ghouta, staat geen ziekenhuis meer overeind. De tragische realiteit in Ghouta is echter niet de uitzondering maar eerder de regel. Het enige werkende ziekenhuis is verborgen in een complex gangennetwerk onder de grond. Een gangennetwerk zo indrukwekkend, het fungeert als een waar monument van menselijke inventiviteit.

The Cave

Onverzettelijk
In de documentaire volgen we een groepje dokters en medewerkers die zich in de hel van Ghouta storten op verminkte en gebroken lichamen. Onzelfzuchtigheid stroomt door hun aderen, maar ook zij voelen dat ze langzaam ten onder gaan aan hun werk. Er komen dagelijks afgrijselijke vertoningen de grot binnen. Maar juist in het midden van dergelijke gruwelijkheid zien we een onverzettelijkheid bij de dienstverleners die zelfs in fictie onrealistisch zou lijken.

Een goede documentaire probeert de realiteit op cinematische wijze weer te geven, zonder afbreuk te doen aan diezelfde realiteit. The Cave lijkt soms in scène gezet, gesprekken lijken iets te camerabewust plaats te vinden. Toch leidt het nooit echt af van de essentie van de film: de horror van oorlog. Bijna alle documentaires zijn in zekere zin, min of meer, in scène gezet. Van belang is of voldoende recht wordt gedaan aan de realiteit die de documentaire belichten wil.

The Cave

Vrouwen
In The Cave gaat het sporadisch ook over vrouwenrechten. Zelfs in oorlogstijden zijn er mannen die de deskundigheid van een vrouwelijke arts in twijfel trekken. Het is frustrerend om te zien dat vrouwelijke artsen op deze manier een tweefrontenoorlog moeten voeren. De manier hoe tegen de vrouwelijke arts gepraat wordt, doet denken aan interacties uit films als Offside (2006) en Beauty and the Dogs (2017).

Vanaf 23 januari verschijnt een andere indrukwekkende documentaire over de oorlog in Syrië in de bioscoop, genaamd For Sama. Een documentaire die niet dezelfde productiekwaliteit heeft als The Cave, maar qua choquerende beelden wel degelijk van dezelfde gradatie is. Bij het zien van een mogelijk resultaat van statelijk optreden begint men zich toch af te vragen naar de legitimiteit ervan. Als de centralisatie van macht zich op deze weerzinwekkende manier vertoont, is die dan nog wel te rechtvaardigen?

Het zijn slechts de zinloze gedachtespinsels die de machteloze kijker uit wanhoop en frustratie produceert, om hetgeen The Cave ons toont te verwerken. Gedachtespinsels die met een harde knal uit de gedachte verdwijnen als het ontploffende vuurwerk van de overbuurjongen de ijzige stilte doorbroken heeft.

 

31 december 2019

 

ALLE RECENSIES

IDFA 2019 – Deel 9 (slot)

IDFA 2019 – Deel 9 (slot):
Terugblik op filmgeschiedenis

door Michel Rensen

Naast het retrospectief van Patricio Guzmán blikte IDFA dit jaar ook terug op wijlen D.A. Pennebaker en zijn partner Chris Hegedus. Ook documentaires over filmmakers vormen een soort retrospectief binnen een film. Daarnaast kijken enkele documentaires terug op de sociale context van cinema in een dictatuur. 

In augustus overleed direct cinema-voorman D.A. Pennebaker op 94-jarige leeftijd. Ter ere van zijn werk en dat van zijn artistieke en levenspartner Chris Hegedus, met wie hij sinds de jaren 70 een vruchtbare samenwerking had, waren onder andere Pennebakers eerste korte film Daybreak Express (1953) en zijn bekendste werk Don’t Look Back (1967) te zien, evenals de co-geregisseerde Town Bloody Hall (1979) en The War Room (1993).

Town Bloody Hall

Vruchtbare samenwerking
Pennebaker en Hegedus werkten voor het eerst samen aan Town Bloody Hall. Midden tijdens de tweede feministische golf organiseerde schrijver Norman Mailer een town hall meeting, waarin een panel met vooraanstaande feministen, onder wie Germaine Greer en Jill Johnston, een intellectuele discussie voerde. In 1971 gefilmd door D.A. Pennebaker, maar onzeker over hoe hij recht kon doen aan de geraffineerde, intellectuele feministen belandde de film op de plank. Chris Hegedus bewerkte jaren later het ruwe materiaal tot een verfijnde masterclass in filmmontage die de levendige tijdgeest ving.

Al een aantal keer hadden Pennebaker en Hegedus geprobeerd om rond de verkiezingen een film over één van de kandidaten te maken, maar zonder succes. In 1992 lukte het hen geld én toegang tot het campagneteam van toenmalig gouverneur Bill Clinton te krijgen. Zonder andere opties en met de drang om die verkiezingsfilm toch te maken, gokte het duo op het juiste paard. Mede dankzij de verkiezingszege van Clinton blijft The War Room een prachtig document van een roerige verkiezingstijd. Door de excentrieke campagnestrateeg James Carville en de nuchtere George Stephanopoulos is de film ook een genot om te kijken.

Forman vs. Forman

In eigen woorden
Met Varda by Agnès, Andrey Tarkovsky. A Cinema Prayer en Forman vs. Forman waren films over filmmakers goed vertegenwoordigd op IDFA. Opvallend in al deze documentaires is het verhaal van de makers in hun eigen woorden. Agnès Varda regisseerde haar eigen elegie, terwijl Tarkovski’s zoon Andrei A. een ode aan zijn vader maakte bestaand uit fragmenten uit Tarkovski’s archief. Forman vs. Forman hanteert vergelijkbare principes als de andere twee films. Bestaand uit interviews van Tsjechisch regisseur Miloš Forman, fragmenten uit zijn films en ander archiefmateriaal, aangevuld met citaten die door zijn zoon Petr ingesproken zijn, vertelt ook Forman vs. Forman het verhaal van de bekende regisseur in zijn eigen woorden.

De film legt een direct verband tussen zijn films en de zoektocht naar artistieke vrijheid. Onder het communistisch regime in Tsjechië zorgde de censuur niet alleen voor beperkingen, maar leidde het omzeilen van de censuur ook tot creatieve mogelijkheden volgens Forman. Na de Praagse Lente ontstond een korte periode van vrijheid, maar die periode was van korte duur. Forman verkaste daarop zonder zijn familie naar de Verenigde Staten en behaalde grote successen met One Flew Over the Cuckoo’s Nest en Amadeus. Voor het schieten van Amadeus keerde hij als Amerikaans staatsburger terug naar zijn geboorteland.

Dictaturen
Forman vertrok naar Amerika om zijn artistieke vrijheid na te jagen, maar onder dictaturen blijft een land zonder filmkunst achter. The Forbidden Reel vertelt het verhaal van het archief van staatsbedrijf Afghan Film, jarenlang de enige productiemaatschappij in Afghanistan. Na een roerige periode in de jaren 70 werd het land bezet door de Sovjet-Unie, waardoor de filmindustrie ook hier onder hevige censuur kwam te staan. De val van de Sovjet-Unie leidde in Afghanistan tot nieuwe onrust, waarna de Taliban in 1996 hoofdstad Kabul innam. Voor hen ging censuur niet ver genoeg, het gehele archief moest verbrand worden. De geschiedenis van Afghanistan moest men vergeten.

The Forbidden Reel

Met een truc verborgen medewerkers van Afghan Film vrijwel het complete archief en vervingen zij de te verbranden films door filmrollen van Amerikaanse en Russische makelij. Hierdoor is de Afghaanse filmgeschiedenis – bestaand uit enkele fictiefilms, maar ook veel documentair materiaal – bewaard gebleven. The Forbidden Reel vertelt niet alleen de geschiedenis van het archief, maar laat ook zien hoe regisseurs en archivisten zich op dit moment sterk maken om het gehele archief te digitaliseren, zodat de Afghaanse geschiedenis ook voor volgende generaties beschikbaar zal zijn.

In Sudan werd na de coup van kolonel Al-Bashir de filmindustrie kapot gemaakt door een economisch onwerkbare situatie te creëren. Langzaam verdween cinema uit de straten van Khartoum. Vier regisseurs laten het daar echter niet bij zitten en samen richtten zij een filmclub op om cinema terug naar Sudan te brengen. Na kleine voorstellingen te organiseren, besluiten ze dat het tijd wordt om een grote, vervallen bioscoop in de Sudanese hoofdstad nieuw leven in te blazen. Ondanks alle tegenslagen blijven ze hoopvol dat cinema terug in hun land komt. Na de val van Al-Bashir zal het slechts een kwestie van tijd zijn voor de gedroomde heropening van de bioscoop, die heel passend Revolution Theatre heet.

 

3 december 2019

 

IDFA 2019 – Deel 1
IDFA 2019 – Deel 2
IDFA 2019 – Deel 3
IDFA 2019 – Deel 4
IDFA 2019 – Deel 5
IDFA 2019 – Deel 6
IDFA 2019 – Deel 7
IDFA 2019 – Deel 8

MEER FILMFESTIVAL

IDFA 2019 – Deel 8

IDFA 2019 – Deel 8:
The Forbidden Strings

door Jochum de Graaf

Als rockmuzikant is het vaak sappelen, eeuwige roem en van je hobby kunnen leven is maar voor enkele bands weggelegd. Dat geldt natuurlijk nog eens te meer voor landen als Iran en Afghanistan waar je ook nog eens met repressie vanuit de autoritaire islamcultuur te maken hebt.

The Forbidden Strings

Overdag werken ze in de bouw of op een naaiatelier, ’s avonds en in het weekend jagen ze met hun band The Afrikain, ondanks de afkeuring van hun omgeving, hun droom na als rockers beroemd te worden. Akbar, Mohammed, Hakim en Soori zijn Afghaanse migrantenkinderen in Iran, waar het maar weinig van optreden komt. Een grote kans op eeuwige roem lijkt zich aan te dienen wanneer de band een uitnodiging krijgt voor een festival in Bamian, in moederland Afghanistan.

Onveilige situatie
De conservatief islamitische familie maakt zich ernstige zorgen, vanwege de onveilige situatie. In Kabul is het nog relatief rustig maar in tegenstelling tot eerdere berichten kunnen ze niet vliegen naar Bamian. Dramatisch hoogtepunt is de zware beslissing om over de weg met de auto dwars door Talibangebied te reizen. Het instrumentarium wordt gecamoufleerd, Akbar, Mohammed, Hakim kleden zich in traditionele kledij en ook rockchick Soori neemt zwaar gesluierd het risico.

Maar wow, de sensatie wanneer ze tegen een fabelachtig berglandschap het podium van het festival in Bamian betreden. Rock and roll is here to stay, die boerenkoppen in het publiek, islamitische jongeren die zich voor even kunnen ontworstelen aan het straffe cultuurregime.

Terug in Iran loopt het minder goed af. De situatie voor rockers is onverminderd moeizaam, optredens vrijwel onmogelijk, de groep valt uit elkaar en deze en gene vestigt de hoop op een carrière als soloartiest.

The Forbidden Strings doet denken aan Sonita, de hartverwarmende prijswinnende documentaire van IDFA 2016 over de rapster die dankzij een beurs in Canada weet te ontsnappen aan de beklemmende islamcultuur. The Forbidden String is minder politiek activistisch, maar toch een klein juweeltje over een groep Afghaanse migrantenkinderen die met tradities moeten breken om zichzelf te kunnen uiten.

 

3 december 2019

 

IDFA 2019 – Deel 1
IDFA 2019 – Deel 2
IDFA 2019 – Deel 3
IDFA 2019 – Deel 4
IDFA 2019 – Deel 5
IDFA 2019 – Deel 6
IDFA 2019 – Deel 7
IDFA 2019 – Deel 9

 
MEER FILMFESTIVAL

IDFA 2019 – Deel 7

IDFA 2019 – Deel 7:
Het experiment op IDFA 2019

door Bob van der Sterre

Documentaires met iets meer experimenteerdrift dan gemiddeld, ze vallen niet zo op in het maatschappijkritische lawaai van IDFA. Toch zijn ze er wel. Hierbij vier IDFA-films die grenzen verleggen met beelden belangrijker vonden dan de mens centraal stellen.

 

Barzakh

Barzakh
Het is niet altijd even eenvoudig, pers zijn op IDFA. Als je zoals ondergetekende te laat bij Barzakh binnenkomt, krijg je eerst een langdurend donker beeld met een uitspraak uit de Koran; daarna een vaag duister beeld van rotsen; na een minuut zie je een jongen passeren met lampion; na tien minuten volgt het eerste daglicht (en je kunt zitten).

Dat spreekt ook wel voor deze documentaire, die consequent gebruik maakt van het maanlicht – en daarmee talloze sublieme shots brengt van de jongens die hier overleven in de bergen, op de punt van Marokko, wachtend tot ze met zelfgemaakte vlotten de overtocht gaan maken. Zo leven dus sommige mensen terwijl je gewoon thuis je serie aanzet en een zak chips plundert. Tegelijk raakt het ook niet echt, omdat deze jongens niet veel te vertellen hebben, en ietwat geforceerd beginnen te praten over hun toekomst, de overtocht, hun dorp, enz…

Deze overstekers in spe lijken meer een beetje verplichte kost om de mooie, mysterieuze shots van bergen, zee en maanlicht te kunnen maken, want dat is wat deze documentaire van Alejandro Salgado (die natuurlijk wel wat vertrouwen moest winnen van de vluchters, dat is ook knap) boeiend maakt. Een van de weinige films die het denk ik beter zou doen in het Omiversum dan in een bioscoop.

 

Selfie

Selfie
Napels en omgeving blijkt een immer inspirerend onderwerp. Speelfilms als Reality, Gomorrah, Piranhas; series als Gomorra; documentaires als Camorra, Dark Corner, Robinù. Het is duidelijk waar het zwaartepunt ligt: de misdaad. Ook in Selfie draait het om een moord, die op Davide, jeugdvriend van de twee hoofdrolspelers, per ongeluk neergeschoten door de politie.

Waar is de experimenteerdrift dan? Die zit hem in het idee om de twee hoofdrolspelers uit te rusten met een mobiele camera. Met een selfiestick filmen ze zichzelf en hun wijk, Traiano. Dat maakt een film wel wat makkelijker en de mensen uit de wijk toegankelijker. Overigens wel al vaker gedaan (op dit festival alleen al Tiny Souls) maar dit is een mogelijke trend voor de toekomst – temeer de kwaliteit van smartphonecamera’s steeds meer toeneemt.

Dat levert soms boeiende beelden op. Het spontane zangoptreden, een pistool leegschieten in de natuur, scooterrijden door de stad (met een broodje in een plastic doosje). Het meisje dat zich verwondert of het nog de moeite waard is om te trouwen als haar man 20 jaar moet zitten (bij 10 jaar heeft ze geen twijfel).

Het aardige is dat deze film, anders dan bijvoorbeeld Robinù, geen minigangsters neemt in de hoofdrol. Nee, Alessandro en Pietro zijn zestien maar de een werkt in een bar, de ander wil kapper worden. Geen sensationele docu dus, ze zijn zelfs aandoenlijk, Napolitanen zijn nou eenmaal op hun zestiende al emotioneel ontwikkeld en deinzen niet terug voor wat geknuffel en gekus. Heel af en toe kreeg ik een La Haine-vibe, waar deze film wel wat van weg heeft. Wel is het resultaat een beetje wat je verwacht van zestienjarigen. Had een stuk korter gekund.

 

Ridge

Ridge
Van Napels naar het platteland in Zweden. John Skoog heeft een achtergrond als beeldend kunstenaar en dat kan de reden zijn dat hij deze film helemaal anders aanpakte. Negen van de tien documentairemakers hadden iemand gevolgd, dialogen gefilmd, en we hadden per se moeten meeleven. In deze film speelt het beeld de hoofdrol en leren we de mensen achter het beeld amper kennen.

De film heeft wel wat ankerpunten met menselijke interactie maar die zijn alleen een vage rode draad tussen de beelden van mensen die ‘s avonds met zaklampen slakken vangen (van bovenaf, je ziet hun lichtjes rondgaan), verdwaalde koeien, een wapperend korenveld (met techno), een hooibalenmachine in close-up en een dronken tiener die tussen de varens zijn roes uitslaapt. Met deze associatie vul je zelf de ontbrekende lijnen in. De techniek is misschien niet nieuw, maar de stijl wel fraai. Eindelijk een film die het durft om niet de mens, maar de beelden voorop te zetten. Ik vond zelf dat de film nog wel wat handtekening had mogen hebben – bijvoorbeeld met muziek – dan was het nog meer een visueel kunstwerk geworden.

De concentratie op dit boerenland doet voor Skoog wat de film Microcosmos doet voor het leven der mieren: het beperkt de artiest en dat pakt bijna altijd goed uit. Sterk debuut.

 

Marshawn Lynch: A History

Marshawn Lynch: A History
Deze film van David Shields gaat wel en niet over American Footballspeler Marshawn Lynch. Het is het type documentaire dat iets kleins als aanleiding neemt om iets enorms te willen vertellen. En slaagt daarin net zo goed wel als niet.

Marshawn Lynch is zeer eigenwijs, staat op tijdens het Mexicaanse volkslied en blijft zitten bij het Amerikaanse. Zijn eigenwijsheid is aanstekelijk. Een van de vele persconferenties die hij frustreert. Vraag. ‘I’m thankful.’ Vraag. ‘I’m thankful.’ Vraag. ‘I’m thankful.’ Dit doet hij in talloze varianten en hij krijgt een stempel mee: moeilijke jongen. Wel het ‘hart’ van American Football omdat hij in het veld ook soms ‘onbrave’ dingen laat zien.

Montage, daar draait deze film om. Suggestieve montage vooral. Via videosampling (je krijgt 700 beeldfragmenten voor je kiezen) wordt Marshawn Lynch gekoppeld aan zaken als slavernij, maatschappelijke ongelijkheid, armoede en racisme. Soms best vindingrijk, zoals met quotes van The Cat in the Hat van Dr. Seuss, of het portret van alle eigenwijze mensen uit Oakland. ‘Hij rent met zijn woede’, is zo’n mooie quote.

Soms vliegt de film totaal de suggestieve bocht uit, door het aan elkaar lijmen van quotes van bijvoorbeeld Malcolm X., Trump, Louis CK, Richard Pryor en Dave Chapelle, met beelden van Ferguson. Ik snap het idee, maar nee, dit is meer het niveau studentenfilm. Terwijl ik eigenlijk denk dat de film op geestige manier de onzin van sportcommentaar had kunnen aankaarten. Dat onderwerp was blijkbaar te licht voor de makers.

 

2 december 2019

 

IDFA 2019 – Deel 1
IDFA 2019 – Deel 2
IDFA 2019 – Deel 3
IDFA 2019 – Deel 4
IDFA 2019 – Deel 5
IDFA 2019 – Deel 6
IDFA 2019 – Deel 8
IDFA 2019 – Deel 9

 
MEER FILMFESTIVAL

IDFA 2019 – Deel 6

IDFA 2019 – Deel 6:
Observeren, reflecteren en doemdenken

door Suzan Groothuis

Kleine, beschouwende films over het leven van mensen staan tegenover documentaires met een politiek of maatschappelijk thema. Van dikke Scandinavische vrouwen gaan we naar blinde vrienden in Uruguay, om vervolgens te zien hoe het een kungfu vechtende sekte vergaat in Italië. In een persoonlijk essay zien we veertig jaar fotogeschiedenis van The New York Times en met de ontwikkeling van artificiële intelligentie gaan we een duistere toekomst tegemoet.

 

Fat Front

Fat Front – Ere mijn lichaam
In de openingsscène horen we een conversatie in een skilift. Een vrouw vraagt aan haar vriendin of zij haar dik vindt. Haar vriendin praat er met verzachtende woorden omheen. Maar ik ben dik, zegt de vrouw vastberaden. Een feit waar zij zich niet langer voor wil schamen. Tijd om de strijd met de moraal omtrent het gewicht aan te gaan!

Fat Front volgt vier verschillende jonge vrouwen in Scandinavië die allen kampen met overgewicht. Op dieet, het eeuwige gevecht met eten, een negatief zelfbeeld. Maar die tijd is nu voorbij. Ieder voor zich heeft besloten haar gewicht te accepteren en mooi te zijn zoals je bent. Op kanalen als YouTube presenteren de dames zich zonder gêne. Naakt, dansend, gehuld in kleding die niet camoufleert. Een medium waar vrouwen met overgewicht elkaar vinden en elkaar bemoedigen er mogen zijn.

Het accent van de film ligt in eerste instantie op hoe de vrouwen zich in het nu presenteren. Naarmate we de hoofdpersonen beter leren kennen, duiken we dieper in hun geschiedenis. Daar liggen tragische gebeurtenissen, zoals seksueel misbruik of opgroeien met een alcoholistische vader. Het (extreem) dik zijn komt ergens vandaan.

Fat Front van regisseurs Louise Detlefsen en Louise Kjeldsen stelt, dan weer op komische en dan weer op pijnlijke wijze, aan de kaak hoe groot de impact van overgewicht is in een samenleving waar dun de mode is. De vrouwen vertellen open en eerlijk hun verhaal. Maar ondanks de moraal, die dik en dun gelijk trekt, laat de film de kijker achter met een dubbel gevoel. Het is mooi om te zien hoe de vrouwen hun middelvinger opsteken naar het geldende modebeeld. Tegelijkertijd doet extreem overgewicht iets met je gezondheid. Het is alsof de vrouwen met hun provocatieve strijd zeggen, dat dit er niet toe doet. Maar er omheen kan je niet.

 

Mirador

Mirador – Op stap met blinden
Van Scandinavië gaan we naar Uruguay in Zuid-Amerika, waar drie blinde vrienden in een beschouwende stijl worden gevolgd. Regisseur Antón Terni kwam op het idee nadat hij de 34-jarige Pablo ontmoette. Samen met vrienden Valeria en Oscar doet hij dingen die mensen die niet blind zijn ook doen. Zoals likeur maken, of samen kamperen.

Terni maakt gebruik van lange, observerende shots. Zoals van Oscar die met zijn radio bezig is, de camera langdurig gericht op de apparatuur die hij gebruikt. Of Pablo in een tuinhuisje, zijn omgeving aftastend.

Mirador is een film met weinig dialoog. Ze zijn er wel, zoals wanneer de drie samen zijn en herinneringen ophalen of grapjes maken. Maar de film bestaat vooral uit verstilde shots, waarvan de mooiste dat van Pablo is, die in alle rust een schelpje met zijn vingers bevoelt. Het geeft een hypnotiserend effect, alsof de tijd er niet toe doet en je wordt bevangen door de schoonheid van iets wonderlijks.

Mirador is een haast zintuiglijke film, waarbij je meedeint op het tempo van de drie blinde vrienden. Het geluid is net iets versterkt, waardoor je de omgeving gaat ervaren zoals Pablo, Valeria en Oscar. We zien ze genieten, maar we zien ook de worsteling met hun handicap. Zoals Pablo die verdwaalt in een bos, waarbij de filmmaker bewust niet ingrijpt. Uiteindelijk redden de drie het wel, met of zonder elkaar. Waar de film het aan ontbreekt is context. Je weet maar weinig van de drie hoofdpersonen en bepaalde shots zijn wel erg lang en weinigzeggend. Dat Valeria moeder is van twee kinderen, vernemen we tijdens de Q&A. Ook zegt de film niets over de positie van blinden in Uruguay. Uiteindelijk doet Mirador wat richtingloos aan. Een greep uit de magie die drie blinden samen kunnen ervaren, maar die van de kijker een lange adem vraagt.

 

Faith

Faith – Vechten voor wat komen gaat
Het Italiaanse Faith is ook een beschouwende film. In fraai zwart-wit geschoten volgen we een bizar gezelschap dat afgelegen in Italië leeft. Aangevoerd door een kungfumeester bereidt het gezelschap – bestaande uit “krijgsmonniken” en “beschermmoeders” –  zich voor op een gevecht tegen het Kwaad. Een dag die er volgens de kungfumeester ooit gaat komen.

Regisseur Valentina Pedicini kreeg de unieke kans deze geïsoleerde sekte van dichtbij te filmen. Er waren wel voorwaarden, leren we tijdens de Q&A, want de filmploeg moest zich hullen in witte kleding. We zien de sekteleden trainen, eten, slapen. Net als in Mirador ontbreekt het in Faith aan uitleg of context. De filmmaker heeft ervoor gekozen zich observerend op te stellen, wat maakt dat we vooral het dagelijks reilen en zeilen zien. De strijd waarop de krijgsmonniken zich voorbereiden gaat gepaard met een ijzeren discipline. De meest indrukwekkende scène is die waarbij de weinig gemotiveerde Laura tot het uiterste gedreven wordt door haar kungfumeester. Haar laatste kans om te laten zien dat ze een krijger is, anders zal ze het gezelschap moeten verlaten.

De gemeenschap intrigeert, maar na het zien van Faith blijft de kijker wel met heel veel vragen zitten. Hoe het idee van de sekte (een gekke mengeling van vechtsport en geloof) is ontstaan, bijvoorbeeld. Of hoe ze elkaar hebben leren kennen. Wie familie van elkaar is, en wie niet. En wat ze ervoor op moesten geven. We zien een kort fragment waarbij twee sekteleden hun familie ontmoeten. Daarin is duidelijk dat ze niet terugkeren naar huis. Een spanningsveld is voelbaar, maar er mist verdieping.

Dat laatste is het grootste probleem met Faith. Als kijker zit je naar een eindeloos gefilmde krachttoer te kijken. Prachtig en intens gefilmd, dat wel. Maar ook moeilijk om uit te zitten. Faith vraagt geduld en uithoudingsvermogen van de kijker. Als je tot het einde bent gebleven, voel je je wel even een krijger. 

 

Letter to the Editor

Letter to the Editor – Een reis door The New York Times
Alan Berliner is een filmmaker met een geheel eigen stijl. Zijn First Cousin Once Removed won in 2012 de IDFA Award for Best Feature-Length Documentary, waarmee hij een intiem document levert over de laatste levensjaren van zijn dementerende achterneef Edwin Honig. Het is tevens een essay over het geheugen, opgesierd door geluidseffecten die een herinnering simuleren. We horen een TING!, wanneer een herinnering, of een stukje ervan, naar boven komt. Berliners kracht ligt in de manier waarop hij zijn films monteert. Een bont spel van beeld en geluid, vaak druk, met de neiging tot herhaling. Maar het werkte in First Cousin Once Removed, en het werkt ook in zijn wonderlijke nieuwste: Letter to the Editor.

Letter to the Editor is niet zomaar een documentaire. Berliner was al sinds begin jaren 80 bezig met wat toen nog een idee was. Namelijk het kopen van The New York Times, tweemaal daags, en belangrijk beeldmateriaal eruit knippen, categoriseren en opbergen. Het idee? Er uiteindelijk iets mee doen qua film. Over het belang van het medium krant en het effect dat het heeft op je eigen zijn.

Letter to the Editor is geheel opgebouwd uit nieuwsfoto’s. Duizenden zien we voorbijkomen, soms zo snel achter elkaar gemonteerd dat het lijkt alsof we meegezogen worden in een filmisch tijdsbeeld. Ondertussen verhaalt Berliners voice-over over de kracht van de papieren krant en uit hij tegelijkertijd zijn zorg dat het medium eindig is. We leven immers in het digitale tijdperk en de verkoopcijfers van een grote krant als The New York Times zijn drastisch gedaald.

Niet alleen is Letter to the Editor een persoonlijke reflectie op het papieren nieuws, maar ook een duik in de geschiedenis van de afgelopen veertig jaar. Van sport tot concerten tot de fatale instorting van het World Trade Center, The New York Times was erbij, fotografeerde en legde vast. Net als in First Cousin Once Removed is Letter to the Editor voorzien van een geluidsband, waarmee de beelden nog meer tot leven komen. Zo gebruikt Berliner daadwerkelijk de muziek van concertfoto’s. Of een schreeuw, wanneer er nieuws met emotie is. En met regelmaat hoor je een typemachine driftig tikken. Alsof de New York Times op de achtergrond aanwezig is door de foto’s te voorzien van tekst.

Het moet gezegd: Berliner heeft knap werk geleverd. Letter to the Editor is een ode en afscheidsbrief ineen aan een groots medium dat de tand des tijds zeer waarschijnlijk niet zal doorstaan.

 

iHuman

iHuman – De wereld bepaald door robots
In het Noors/Deense iHuman gaan we niet terug in de geschiedenis, maar wordt vooruitgeblikt op het medium kunstmatige intelligentie. Tonje Hessen Schei is na Drone (2014) terug met een duister toekomstbeeld.

Strak en stilistisch gefilmd, waarbij interviews met experts op het gebied van artificiële intelligentie (AI) worden afgewisseld met geanimeerde computertekeningen, krijgen we een blik op het nu en de toekomst. Met alle ontwikkelingen die gaande zijn is de vraag in hoeverre computers het voor het zeggen gaan hebben. Zelflerend vermogen komt ter sprake, en daarmee ook het nemen van beslissingen die van grote invloed kunnen zijn op politiek of maatschappelijk vlak. Hierbij haalt Hessen Schei weer even de omstreden drones aan. Wanneer beslist een computergestuurd systeem om een drone te laten ontploffen? Ziet AI de bedreiging goed in een omgeving of in een mens?

Het meest schokkend is het gegeven in een deel van China, waar AI de bevolking “screent” en je al naargelang je persoonlijke situatie, wel of niet gebruik kan maken van diensten van de samenleving. Het doet denken aan Black Mirror-aflevering Nosedive, waarin Bryce Dallas Howard hard haar best doet om een zo hoog mogelijke social media-waardering te krijgen. Wat weer van invloed is op het krijgen van een hypotheek of je begeven in hogere kringen. Dat het al zover is, blijkt dus al in een klein deel van de wereld.

En zo gaat iHuman door met het belichten van diverse gevaren die de ontwikkeling van AI met zich meebrengt. In slechte handen is het een uiterst gevaarlijk medium, waarbij je kan denken aan vervalsing van nieuwsberichten en het gebruik van algoritmen die bepaalde vooroordelen uitvergroten. Bijgestaan door een dreigende soundtrack, voel je als kijker het zwaard van Damocles boven je hoofd hangen. Alleen doet iHuman teveel haar best om dat onheilspellende gevoel te benadrukken.

 

2 december 2019

 

IDFA 2019 – Deel 1
IDFA 2019 – Deel 2
IDFA 2019 – Deel 3
IDFA 2019 – Deel 4
IDFA 2019 – Deel 5
IDFA 2019 – Deel 7
IDFA 2019 – Deel 8
IDFA 2019 – Deel 9

 
MEER FILMFESTIVAL

IDFA 2019 – Deel 5

IDFA 2019 – Deel 5:
Invloed van Netflix?

door Bob van der Sterre

Waar zou het aan liggen, de hausse aan documentaires over drama uit het verleden? Is het de invloed van Netflix of was de hausse er altijd al en valt het nu pas op? Hoe dan ook, vier docu’s met dat uitgangspunt.

 

The Death of Antonio Sanchez

The Death of Antonio Sanchez
Een van de laatste maquitos (‘mannen van de bergen’) was Antonio Sanchez Lomas. Dat wil zeggen: daarmee was het laatste verzet (in 1952) tegen de fascistische Spaanse regering gebroken. Antonio werd neergeschoten en daarna op de rug van een ezel naar het dorp Frigiliana gedragen. Een herinnering die nog steeds wonden openscheurt in het dorp, onder andere omdat ook een paar onschuldige jongens werden vermoord, die deze ‘Mannen van de Bergen’ zouden hebben gekend

Films met dit soort titels doen het altijd goed. Toch hoef je geen spannende misdaaddocu te verwachten. Meer een theatrale interpretatie. Want de lokale conciërge (een in dit stadje weggepeste socialistische politicus) en regisseurs Ramón en Salvador Gieling zetten alles à la Oppenheimers The act of Killing in scène. Ook hier een confrontatie: tussen de oude fascistische burgemeester en een getraumatiseerde nabestaande. Daarnaast kan de conciërge zijn eigen trauma’s wegspoelen, gezien zijn fanatieke acteerwerk als guardia civil van de jaren vijftig (speelt ook nog het lijk van Sanchez Lomas).

Onderhoudende Nederlandse productie die wel beklijft door het in scène zetten van alles, maar daarmee niet iets nieuws uitvindt. Bovendien stoorde ik me ook wel door het gemakzuchtige herhalen van Schuberts Opus 100, die zelfs beelden van een vuilniszakken smijtende vuilnisman nog ontroerend zou maken .

 

Black Box BRD

Black Box BRD
Film uit 2001 in het kader van het It Still Hurts-programma, over drama in onze post-WO II-wereld. Andreas Veiels film is een klassieker over twee geschiedenissen in de jaren zeventig: die van de voortvluchtige RAF-man Wolfgang Grams en bankier Alfred Herrhausen, die werd vermoord door de RAF. Beiden hebben een geschiedenis in de Bondsrepubliek die niet méér verschillend kan zijn. De terreur (linkse terreur toen nog) versus het kapitalisme: hier vind je achtergrond op de krantenkoppen van die tijd.

Je ziet de bekende pratende hoofden (partners, vrienden, ouders), archiefbeelden maar ook niet-journalistieke beelden ter ondersteuning, zoals rijdende Mercedessen of mensen die iets doen (schoonmaken). Het probleem van veel moderne documentaires is dat ze dit soort esthetische beelden weglaten, hoewel die juist lucht geven aan een film.

Ander sterk punt is dat de film niet oordeelt en je zelf laat nadenken over de levens van deze twee. Met deze aanpak kan Black Box BRD nog steeds makkelijk de vergelijking aan met gelikte documentaireseries op Netflix. (En niet verder vertellen maar de film staat compleet op YouTube.)

 

1982

1982
Het jaar van de oorlog om de Falklandeilanden. Het Argentijnse dictatorschap van Leopoldo Galtieri versus Margaret Thatcher. En dat om een eilandengroep met amper 30.000 mensen. Deze vooral symbolische oorlog verliep voorspelbaar: de Argentijnen bezetten de eilanden maar waren geen partij voor de militair veel sterkere Britten.

Vrijwel alle beelden van 1982 komen van het Argentijnse 60 minutos. Dat nieuwsprogramma berichtte uiteraard enorm eenzijdig. De Argentijnen waren immer aan de winnende hand, de bevolking stond massaal achter de soldaten, die op hun beurt dolgraag hun levens wilden opofferen voor dit koude stukje land. 1982 legt uit hoe televisieberichtgeving werkt in een land waar je geen vrije media hebt – en dat is best herkenbaar in onze tijden van Facebookhokjesgeest. Het is wel een enorme gok voor dat soort regimes. Als je verliest, is de bevolking woedend omdat ze zich verraden voelt. Twee jaar na de nederlaag viel dan ook deze dictatuur.

Docu biedt hier en daar wat fascinerende momenten (het inpakken van de dozen, de verkleumde soldaten op het eiland) en doet denken aan The Autobiography of Nicolae Ceaușescu uit 2010 van Andrej Ujica, die hetzelfde idee had: aan elkaar gemonteerde archiefbeelden zeggen soms meer dan een journalistieke documentaire.

 

Shooting the Mafia

Shooting the Mafia
De minst gelukte film van het festival is Shooting the Mafia. Ik verwachtte veel van dit portret van Letizia Battaglia. Ik bewonder haar werk en moed. Ze fotografeerde de misdaad in de jaren vijftig, zestig en zeventig voor een Siciliaans dagblad en was later politica. Daarbij had ze ook oog voor de armoede op Sicilië – die foto’s zijn misschien nog mooier. Ze had een soort geluk en pech in deze periode fotograaf te zijn.

Afgezien van de esthetische kwaliteiten van haar foto’s, is ze bekend om haar eigenzinnigheid. Ze vond de romantisering van misdaad in films en series als The Godfather en The Sopranos simpelweg vreselijk.

De documentaire had ruimte genoeg om dit uit te zoeken, maar je krijgt een fotogalerie met duizelingwekkend veel lijken, een samenvatting van haar liefdesleven en een complete maffiageschiedenis. En daarnaast, als een jukebox van Italiaanse muziek, liedjes als Volare die denk ik niks met Battaglia te maken hebben. Gemiste kans! In de eerder besproken La mafia non è più quella di una volta krijg je een leuker en spontaner beeld van Battaglia, ook al is ze daar korter in beeld. Ik meen hier zelfs dezelfde demonstratie te zien als die ze in de andere film bezoekt!

 

1 december 2019

 

IDFA 2019 – Deel 1
IDFA 2019 – Deel 2
IDFA 2019 – Deel 3
IDFA 2019 – Deel 4
IDFA 2019 – Deel 6
IDFA 2019 – Deel 7
IDFA 2019 – Deel 8
IDFA 2019 – Deel 9

 
MEER FILMFESTIVAL