Christo: Walking on Water

**
recensie Christo: Walking on Water

Ronddobberen in het ondiepe

door Sjoerd van Wijk

Het ontbreekt Christo: Walking on Water aan de visie die de kunstenaar in de filmtitel wel etaleert. Er is weliswaar humor en een ontwapenende eerlijkheid, maar geen thematische keuze. Christo blijft zo enigmatisch door gebrekkig inzicht.

De documentaire volgt Christo in 2016 als hij in het Iseomeer (Italië) een nieuw project onderneemt. The Floating Piers is een wandelpad van vlotten op het wateroppervlak van de wal naar het kleine eilandje San Paolo. Wereldberoemd geworden met zijn wijlen vrouw Jeanne-Claude, met wie hij diverse gebouwen zoals de Rijksdag in Berlijn heeft ingepakt, grijpt dit project voor Christo terug naar de herinnering aan zijn vrouw. Het idee stamt uit begin jaren 70, maar het koppel lukte het nooit dit van de grond te krijgen. The Floating Piers is niet alleen een artistiek project, maar in documentaire blijkt dat er ook menig logistieke uitdaging aan zit. Het levert spannende momenten op als de bezoekersaantallen veel groter zijn dan verwacht.

Christo: Walking on Water

Ontwapenend eerlijk
In Christo: Walking on Water zit een eerlijkheid die ontwapent. Waar documentaires als Ants on a Shrimp zich vooral bezighouden met het bewieroken van de artiest, toont regisseur Andrey Paounov meer interesse in reacties op technische mankementen en de onvermijdelijke stress als de hordes toeristen onhoudbaar blijken. Geen hosanna over Christo of een of ander verheven verhaal van de man over zijn drijfveren, maar gezever over printjes draaien en een microfoon die niet meteen werkt. Terwijl de buitenwereld wel volop aan het bewieroken is, zit Christo moeilijk te doen over welk type kettingen ze moeten gebruiken voor het bevestigen van doek aan de vlotten. Dit is gewoon een artiest die iets moois wilt maken en alles bloedserieus neemt.

Dat betekent niet dat er geen komische factor aan het geheel zit. Dikwijls vindt de documentaire de humor in dit megalomane project. Een goed idee hebben, blijkt niet te betekenen dat de uitvoering als vanzelf goed gaat. Het kibbelen van en met Christo over mondaine zaken tot aan gewichtige problemen laat hem met beide benen op de grond staan. Het heeft een anticlimactische kwaliteit terwijl er toch sprake is van een uiterst gedreven artiest. De vermoeide blikken en intonatie van zijn naaste verantwoordelijken maken het geheel af.

Geen prangende vraag
Toch laat Paounov ondanks de rücksichtslose observaties na om prangende vragen te stellen. Buiten een idee van hoe het is om met Christo samen te werken (lastig met voldoening aan het eind) is er weinig om dieper inzicht in zijn drijfveren te krijgen. De franke waarnemingen betekenen niet dat er automatisch sprake van een kritische blik is. Er is uitgebreid aandacht voor de knappe logistieke prestatie van The Floating Piers en de chaos achter de schermen, waarbij Christo een beetje uit het oog wordt verloren. In een zeldzaam moment van adoratie valt Paounov eenmalig in de valkuil van bewieroken met banale beelden van God in de Sixtijnse kapel. En in plaats van te zien wat het einde van dit persoonlijk significante project met Christo doet, kiest Walking on Water voor een zinloze epiloog.

Christo: Walking on Water

Stuurloos dobberen
De oppervlakkige houding komt ook tot uiting in het ontbreken van een gerichte thematische keuze. Elk te verwachten aspect van een artistieke onderneming als deze komt aan bod, zonder ooit de diepte in te gaan. Zo is er een intrigerend intermezzo over de commercialisering van kunst, als Christo op het kleine eiland omgetoverd tot vipruimte de elitaire bezoekers moet inpakken. Dit gaat weer overboord voor lichte politieke spelletjes om de autoriteiten verantwoordelijkheid voor de uit de hand lopende bezoekersaantallen te laten nemen. En zo verder. Het geheel dobbert voort en stipt thema’s aan om deze vervolgens weer te laten varen. Het maakt Christo: Walking on Water tot een stuurloze documentaire die ontzag brengt voor het project maar wat betreft de uitvoerders aan de oppervlakte blijft.

 

19 mei 2019

 

ALLE RECENSIES

Man Who Stole Banksy, The

****
recensie The Man Who Stole Banksy

Een collage van tegenstrijdige idealen

door Ries Jacobs

In 2007 verschenen enkele politiek gemotiveerde kunstwerken op gebouwen in Bethlehem. Ze bleken gemaakt te zijn door graffitikunstenaar Banksy. Enkele inwoners van de heilige stad hebben een kunstwerk verwijderd, niet door het over te schilderen, maar door het kunstwerk met muur en al uit te zagen met behulp van een slijpmachine. Wat was hun motivatie? En wie is Banksy?

De identiteit van Banksy is een van de grootste mysteries binnen de hedendaagse kunstwereld. Het is na decennia nog steeds niet bekend wat zijn echte naam is. Geruchten gaan dat achter de graffitikunstenaar ene Robin Gunningham schuilgaat. Anderen zeggen dat Banksy het pseudoniem is van Robert del Naja, één van de leden van muziektrio Massive Attack. Wat weten we dan wel over Banksy? Hij maakt straatkunst en is daarmee succesvol. En hij schuwt de controverse niet.

The Man Who Stole Banksy

Original gangster
Het kunstwerk in Bethlehem is hiervan een voorbeeld. Het toont een Israëlische soldaat die het paspoort van een ezel controleert. Provocerend? Absoluut, zeker in de Arabische wereld. Daar wordt het scheldwoord ezel, meer dan hier, als beledigend ervaren. Regisseur Marco Proserpio wilde weten of dit de reden was om het kunstwerk weg te halen.

Hij spoorde de mensen op die het kunstwerk weggehaald hebben. Een van de verantwoordelijken is Walid. Met zijn ringbaardje, gemillimeterde coupe en sportschoolpostuur heeft de Palestijnse taxichauffeur nog het meest weg van een gangster. Maar schijn bedriegt, politiek idealisme was zijn grootste drijfveer. Hij vindt dat de Palestijnen in Israël onderdrukt worden. Banksy’s kunstwerken in Bethlehem zijn in zijn ogen provocerend en misplaatst. Daarom hebben Walid en zijn kompanen op een dag met een slijptol gepakt en daarmee het kunstwerk verwijderd.

Graffiti in museumzalen
Was deze daad dan alleen idealistisch gemotiveerd? Ook hebzucht speelde wellicht een rol, een Banksy is immers wat waard. Maar Proserpio brengt ook mensen voor de camera die om een andere reden straatkunst te verwijderen, een reden die Walid niet heeft. Sommige idealisten zagen straatkunst uit de muren om voor het nageslacht te bewaren. Door weersinvloeden en uitlaatgassen vergaat straatkunst nu eenmaal in enkele jaren. Graffitikunst gaat nu van de straat naar de museumzalen.

The Man Who Stole Banksy

Meerdere Banksy’s zijn zo van de ondergang gered. Zijn de hiervoor verantwoordelijken dieven of idealisten? Van wie is straatkunst? Proserpio belicht dit vraagstuk van alle kanten. Hij laat graffitispuiters, museumdirecteuren en andere mensen uit de kunstwereld aan het woord, maar geeft geen oordeel. Dit objectieve standpunt maakt van The Man Who Stole Banksy een sterke documentaire, ondanks het soms wat rommelige karakter van de film. De regisseur heeft de neiging om snel van onderwerp te veranderen en springt daardoor meer dan eens van de hak op de tak.

Bataclan
Anderzijds past het snelle en rommelige karakter van The Man Who Stole Banksy wel bij het tegendraadse straatleven waaruit de graffitikunst voortkomt. Het is daarom toepasselijk dat Proserpio voor de voice-over de eeuwig springerige Iggy Pop heeft gevraagd. Hij is de vertolking van de rebellie die ten grondslag ligt aan straatkunst. Straatkunstenaars, ‘kunstdieven’ en de museumcuratoren die straatkunst tentoonstellen, allen vertegenwoordigen eenzelfde soort rebellerend idealisme. Hun idealen zijn alleen niet met elkaar te verenigen.

Op 26 januari van dit jaar, nadat de documentaire al in meerdere landen uitgebracht was, werd in Parijs een Banksy ontvreemd. Dit kunstwerk was aangebracht op een nooddeur van het Bataclan om de slachtoffers van de terroristische aanslag van 2015 te herdenken. Lag hieraan ook idealisme ten grondslag?

 

28 april 2019

 

ALLE RECENSIES

IN-EDIT: vier dagen vol muziekdocumentaires

IN-EDIT: vier dagen vol muziekdocumentaires

door Alfred Bos

Op het filmfestival IN-EDIT staan muziekdocumentaires centraal. In 2003 voor het eerst georganiseerd in Barcelona, zijn er sindsdien edities in meerdere steden wereldwijd. Vorig jaar debuteerde IN-EDIT in Nederland op het terrein van de voormalige Westergasfabriek in Amsterdam. In Het Ketelhuis vindt van donderdag 4 tot en met zondag 7 april de tweede aflevering plaats.

Gewoon is saai, dus freaky is the new normal en IN-EDIT doet mee met die trend. Shine on, you crazy diamonds! – vrij naar Pink Floyd –  is het thema dit jaar. “In de tweede editie laat IN-EDIT het licht schijnen op mensen en artiesten die een strijd leveren met hun gekte of waanzin”, aldus het persbericht. The Devil and Daniel Johnston (vrijdag 5, 19:00) is een biografische documentaire uit 2005 van regisseur Jeff Feuerzeig over de Amerikaanse singer-songwriter met een bipolaire stoornis.

The Eyes Stop Growing

The Eyes Stop Growing

The Eyes Stop Growing (Ell Ulls s’aturen de Crèixe, 2018) van regisseur Javier García Lerín vertelt het verhaal van de post-rockmuzikant Miquel Serra, afkomstig van Mallorca. Die stelt dat hij nooit muziek zou zijn gaan maken zonder de zelfmoord van zijn schizofrene broer Joan. De film toont Serra tijdens de opnamen van zijn album Mystical Roses en behandelt thema’s als scheppen, de dood en Serra’s relatie met zijn broer. The Eyes Stop Growing won vorig jaar tijdens IN-EDIT Barcelona de Nationale Prijs voor beste muzikale documentaire en draait op zondag 7 april, aanvang 18:15 uur.

Punk en reggae
Een minder pathologische uitleg van IN-EDIT’s thema is non-conformisme en creativiteit. Het programma van zaterdag 6 april is grotendeels gevuld met documentaires over de muzikale revolutie van midden jaren zeventig: punk. (Dan luidt het thema, vrij naar Punk Floyd, shit on, you crazy fuckers!)

Punk in Paradiso (21:00 uur) toont beelden die Monica Kugel draaide tijdens het Eerste Nederlandse Punkfestival van 17 februari (met Flyin’ Spiderz, Ivy Green en Whizzguy) en 18 februari 1978 (Speedtwins, God’s Heart Attack, Blizz). In de geest van punk toont de film ongepolijste beelden van optredens en publiek, aangevuld met korte kleedkamerinterviews. Na afloop praten Joris Pelgrom (The Helmettes), Tony Leeuwenburgh (Nitwitz) en Beppy Viergever (indertijd in de Mokumse scene bekend als Broodje) in het Punk Panel over hun ervaringen van toen.

Punk en reggae gingen midden jaren zeventig in Londen een onwaarschijnlijke alliantie aan en Don Letts was erbij. Two Sevens Clash (Dread Meets Punk Rockers), samengesteld uit de beelden die Letts als deelnemer en ooggetuige destijds schoot met zijn super 8-camera, is zonder twijfel het klapstuk van IN-EDIT 2019. Veel dichter op cultuurgeschiedenis kun je niet komen. Letts zelf spreekt de voice-over van Two Sevens Clash (*****, 18:15 uur) en is in Amsterdam aanwezig om zijn film toe te lichten. Op zaterdagavond staat hij achter de draaitafels met een selectie rebel music.

Joan Jett

Joan Jett

Rudeboy: The Story of Trojan Records (**, 21:00 uur) vertelt het verhaal van een onafhankelijk label in Londen dat de muziek van Jamaica eind jaren zestig introduceerde bij de Engelse jeugd. Skinheads, laagopgeleide jongeren uit arbeiderskringen, omarmden ska en rocksteady als hun muziek en sloegen de eerste brug tussen de blank Britse bevolking en de immigranten uit de Caraïben. Opkomst, bloei en ondergang van Trojan wordt verteld met nagespeelde scènes, recente interviews met sleutelfiguren en (te) weinig authentiek filmmateriaal. Het resultaat is weinig diepgaand, de muziek geweldig. De driedelige BBC-documentaire Reggae: The Story of Jamaican Music (te vinden op YouTube) is breder van opzet en graaft tevens dieper.

Slechte reputatie
Het programma van zaterdag telt voorts een aantal films die tegen punk aanschuren. Into The Maelstrom (***, 14:15 uur) behandelt feitelijk, maar droog het verhaal van een aantal buitenbeetjes in Sydney. De protopunkband Radio Birdman haalde de inspiratie – anders dan de glamrockers van Skyhooks of de hardrockers van AC/DC – uit de nihilistische rock van The Stooges, Alice Cooper en The New York Dolls. Hun loopbaan is één lang gevecht tegen de muziekindustrie én zichzelf. Het is en passant ook het verhaal van punk in Oz.

Patti Smith geldt als de grootmoeder van de punk. Joan Jett (geboren Larkin) is haar Californische tegenhangster. Bad Reputation (****, 16:30 uur) laat met veel historisch filmmateriaal, aangevuld met recente interviews, zien hoe een introverte en van rock bezeten tiener langzaam uitgroeide tot symbool van kritisch denken en zelfstandig opereren. Via de baanbrekende meidenrockband The Runaways en een grillige solocarrière – I Love Rock ’n Roll stond in 1982 zeven weken nummer 1 in Amerika en haalde de top van de hitlijsten in Nederland, Zweden, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland – is Joan Jett inmiddels de grande dame van de alternatieve rock.

Gimme Shelter (****, 14:45 uur) is de klassieke concertfilm annex documentaire die Charlotte Zwerin en de broers Albert en David Maysles in het najaar van 1969 draaiden tijdens de Amerikaanse tournee van de Rolling Stones, hun eerste in drie jaar. De concertreeks leverde het live-album Get Yer Ya Ya’s Out en deze film op. Gimme Shelter concentreert zich op de pogingen van Mick Jagger om aan het slot van de tournee een free concert te organiseren, als bedankje voor de overweldigende ontvangst door het publiek. Het werd een nachtmerrie, Altamont staat te boek als het einde van de jaren zestig en hun hippie-idealisme. Hells Angels fungeerden als ordedienst en voor het oog van de groep – en de camera – werd de 18-jarige Meredith Hunter doodgestoken.

Studio 54

Studio 54

Het geheim van de mondharmonica
Naast de film over Daniel Johnston zijn er op vrijdag 5 april documentaires die inzoomen op randverschijnselen rond muziek. De botsing tussen de marketinggekte van de muziekindustrie en de onschuld van drie dertienjarige scholieren in Atlanta en hun deathmetalband Unlocking The Truth staat centraal in Breaking A Monster (17:00 uur). Studio 54 (21:00 uur) brengt het verhaal van de beroemde danscclub in New York, waar in de jaren zeventig muziekpioniers, cultuuriconen en jetset het hedonisme uitvonden. Vier vrouwen, van tiener tot bejaard, vertellen over hun fascinatie met boybands; I Used To Be Normal (19:15 uur) toont het fenomeen vanuit vrouwelijk perspectief.

De slotdag, zondag 7 april, staat in het teken van non-conformisme uit (voor rock) exotische contreien, met onder meer films over M.I.A uit Sri Lanka (Matangi/Maya/M.I.A., 15:00 uur), de Rotterdammer van Deens/Curaçaose afkomst Mr. Probz (Against the Stream, 20:45 uur), de straatopera The Disciples (16:30 uur) van regisseur/scenarist Ramón Gieling en componist Boudewijn Tareskeen over een groep daklozen en de Nederlandse première van Ruben Blades is not My Name (17:15 uur), over activist en salsazanger Ruben Blades uit Panama.

IN-EDIT opent op donderdag 4 april met The Strange Sounds of Happiness (19:00 uur), Diego Pascal Panarello’s zoektocht, van Sicilië tot Siberië, naar het geheim van de mondharmonica. De film mengt documentaire met animatie en de regisseur is aanwezig voor nadere toelichting en een eigen voordracht op de mondharp.

IN-EDIT: van donderdag 4 tot en met zondag 7 april in Het Ketelhuis te Amsterdam.  Voorverkoop via de website. Toegang € 12,- per film, 3 films voor € 29,-. Naast een filmprogramma zijn er optredens en industry meetings.

 

2 april 2019


MEER FILMFESTIVAL

Cold Case Hammarskjöld

***
recensie Cold Case Hammarskjöld

Onthulling Brügger vraagt om spoileralerts, maar ook scepsis

door Paul Rübsaam

In september 1961 stortte een vliegtuig neer met aan boord Dag Hammarskjöld, de toenmalige voorman van de Verenigde Naties. Hoe dringend is de vraag nog wie er achter deze mogelijke moordaanslag zat? De Deense documentairemaker Mads Brügger stuit in zijn onderzoek daarnaar hoe dan ook op iets groters.

Nabij het plaatsje Ndola in het toenmalige Rhodesië vond men het wrak van een vliegtuig dat daar op 18 september 1961 neerstortte. Eén van de verongelukte inzittenden was Dag Hammarskjöld, de Zweedse secretaris-generaal van de Verenigde Naties die destijds bemiddelde in een conflict tussen regeringstroepen en rebellen in Congo. Nog altijd is het neergestorte vliegtuig met een mysterie omgeven. Had de piloot een fout gemaakt, zoals aanvankelijk werd gemeld? Of was er sprake van een moordaanslag op Hammarskjöld?

Hoe belangrijk zijn meer dan zevenenvijftig jaar na dato de achtergronden nog van de mogelijke aanslag op deze diplomaat? Congo heet inmiddels al lang niet meer Zaïre, toen dictator Mobutu Sese Seko er de scepter zwaaide. Het in de vroege jaren zestig door de Koude Oorlog gedomineerde wereldtoneel is ingrijpend veranderd. De mogelijke moordenaars van Hammarskjöld zijn bovendien al lang dood.

Cold Case Hammarskjöld

De Deense documentairemaker Mads Brügger (1972), die niet vies is van een beetje provocatie, betoont zich halverwege zijn documentaire Cold Case Hammarskjöld zelfs verheugd als hij iets interessanters op het spoor komt dan dit onderwerp voor ‘oude mensen’. Als we echter denken dat hij de Hammarskjöld-kwestie dan maar verder laat liggen, zouden we hem onderschatten.   

Tropenhelmen en Cubaanse sigaren
Mads Brügger maakt zijn documentaires in de zogeheten Gonzo-stijl. Als maker is hij rollen spelend zelf in beeld en wendt hij zich regelmatig tot de kijker of zijn helpers om de vorderingen van zijn onderzoek, dan wel het gebrek daaraan te bespiegelen. Naar eigen zeggen is hij serieuzer dan Sacha Baron Cohen en minder activistisch dan Michael Moore. Dat eerste is goddank zeker waar. Al flirt ook Brügger, gedreven door een weerzin tegen politieke correctheid, met het imago van de personen die hij juist ontmaskeren wil.

In Afrika, waar hij zijn onderzoek doet, is Brügger met zijn rode ringbaardje, bleke huid en tropenoutfit opzettelijk een eigenaardige, kolonialistisch ogende verschijning. Om lekker ‘fout’ te zijn, laat hij het draaiboek van zijn documentaire uittypen door twee zwarte secretaresses, die wel de gelegenheid krijgen het draaiboek te becommentariëren. Wanneer Brügger samen met de uiterst serieuze Zweedse privédetective Göran Björkdahl in Ndola het begraven wrak van Hammerskjölds vliegtuig wil gaan opsporen, neemt hij naast schoppen en een metaaldetector tropenhelmen en twee havanna’s mee. De sigaren kunnen worden opgestoken zodra de opgraving de beoogde verrassende resultaten heeft opgeleverd. Maar juist als hij volledig op dood spoor lijkt te zijn gekomen, steekt Brügger om zichzelf te troosten de dikke sigaar alvast op.

Kaartspel
Brügger houdt van spelletjes. Van het kaartspel in het bijzonder. Als je je afvraagt wat voor kaarten hij nou helemaal tegen de borst houdt, weet hij toch weer een troef op tafel te leggen, zoals de schoppenaas die in de overhemdboord van de dode Hammerskjöld was gestoken. Zijn spel als documentairemaker en de kijkervaring die hij daarmee biedt, zou je verpesten als je te veel vertelt over zijn ontdekkingen. Lastig voor de recensent is die terughoudendheid wel. Want waar Brügger uiteindelijk op stuit, is allesbehalve lachwekkend. Bovendien is zijn onthulling door verschillende media reeds kritisch besproken.

Een tipje van de sluier dan maar. Het duivelse personage waarnaar Brügger met zijn eigen outfit verwijst, blijkt een megalomane gek, die zich voordeed als arts en zich graag verkleedde als een achttiende-eeuwse Britse marineofficier. Deze man die actief was in Zuid-Afrika ten tijde van het Apartheidsregime koesterde plannen voor een soort Holocaust op het gehele Afrikaanse continent.

Cold Case Hammarskjöld

Mager bewijs
Brügger suggereert zelfs dat de ‘marineofficier’ in de jaren tachtig en negentig daadwerkelijk begonnen was zijn duivelse plannen ten uitvoer te brengen. Dat blijft echter de vraag. In onder andere The New York Times vertellen deskundigen dat hij daarvoor niet over de juiste instrumenten beschikte.

Voor wat betreft de vermoedelijke moord op Dag Hammarskjöld, met zijn voor zijn tijd progressieve ideeën over de emancipatie van de Afrikaanse landen, komt Cold Case Hammarskjöld met nieuwe getuigenverklaringen die in de richting wijzen van een mogelijke dader die al veel langer in beeld was. Maar dat was slechts een uitvoerder. Was Brüggers diabolische antagonist de man achter de moord? Ter ondersteuning van dat vermoeden komt maar één document boven tafel waarvan de authenticiteit twijfelachtig is. Brüggers ‘kroongetuige’ laat zich bovendien om hem moverende redenen graag in de door de documentairemaker gewenste richting sturen.

Vervolgonderzoek is noodzakelijk en Mads Brügger zal de laatste zijn om dat te ontkennen. Maar dat volstaat niet als excuus voor het rammelen van zijn trukendoos, die hij weliswaar op meeslepende en waar het kan vermakelijke wijze weet open te trekken. Toch toont hij minstens aan dat onze wereld wordt en werd bevolkt door mensen die gevaarlijker en geschifter zijn dan je je kunt voorstellen en dat er achter het Zuid-Afrikaanse Apartheidsregime krachten schuil gingen die nog monsterlijker waren dan dat regime zelf.

 

1 april 2019

 

ALLE RECENSIES

Minding the Gap

****
recensie Minding the Gap 

Skateboarden geneest hartzeer

door Alfred Bos

Drie vrienden groeien op in Rockford, Illinios, en delen een passie voor skateboarden. Bing Liu is een van hen, en filmt alles, twaalf jaar lang. De problemen die ze thuis hebben, vervagen wanneer ze op hun boards door de straten zoeven. 

Bing Liu maakt al op jonge leeftijd filmpjes van het skateboarden en van zijn vrienden. Waarschijnlijk toen nog niet wetende dat hij dit materiaal later zou verwerken in een documentaire.  En zeker niet dromende van een Oscarnominatie voor zijn documentaire Minding the Gap.

Minding the Gap

Skateboarden
De film focust in het prille begin vooral op het skateboarden, waardoor je als kijker denkt dat je werkelijk naar een film over skateboarden gaat kijken. Aangezien Liu zelf ook goed skateboardt, kan hij zijn vrienden perfect volgen en hun acties in heerlijke beelden vastleggen. We voelen de vrijheid, de snelheid en de energie die het boarden geeft.

Maar de film gaat over veel meer dan skateboarden: opgroeien, volwassen worden, vriendschap, en gescheiden families. Daardoor doet de film denken aan Boyhood (2014), waar ook over een tijdspannen van twaalf jaar is gefilmd.

Gelukkig
Liu volgt het leven en de perikelen van twee van zijn vrienden, Zack Mulligan en Kiere Johnson. Net als hijzelf komen ook zij niet uit gelukkige gezinnen waar vader en moeder nog samen zijn. De film is nog niet vergevorderd als we erachter komen dat Zack met zijn vriendin Nina een kindje verwacht.

Waar het even lijkt alsof ze de komst van de kleine goed samen oppakken, blijkt dat al snel een illusie en worden de ruzies steeds akeliger. Liu probeert beide kanten van het verhaal te achterhalen, en niet alleen de kant van zijn vriend te belichten. Het levert wel een klein scheurtje in de vriendschap op. Het verleden lijkt zich te herhalen.

Minding the Gap

Kindermishandeling
Zijn andere vriend Kiere Johnson is iets jonger en heeft bij z’n vader gewoond totdat deze overleed. Wanneer Kiere zijn kamer uit glipte om te skateboarden en hij daarvan thuis kwam, werd hij door zijn vader ‘gedisciplineerd’. Tegenwoordig zou dat kindermishandeling heten, zo zegt hij. Kiere’s lach is aanstekelijk, zijn tranen echt.

Hij heeft door zijn vader geen makkelijke jeugd gehad, maar hij mist hem ook. Met zijn baantje als afwasser en later in de bediening weet hij geld voor zichzelf en voor z’n moeder te verdienen. Kiere heeft veel blanke vrienden, maar is dat zelf niet, en dat is niet altijd makkelijk. Maar, zo zei zijn vader: ‘zwart zijn is cool, want elke dag kun je mensen hun ongelijk bewijzen’.

Open
Liu komt zelf ook aan bod. Hij interviewt zijn moeder over de mishandeling bij hen thuis, want zijn stiefvader sloeg Liu en zijn halfbroer. Het is dapper en confronterend dat hij dit gesprek knap met zijn moeder aangaat. Hij is gegroeid als filmmaker en na al die jaren, en naar het einde van de film, is het goed om ook zijn verhaal te horen.

Dat doen niet alleen Liu en zijn moeder, ook zijn vrienden stellen zich open. Ze zijn gewend aan de camera en storen zich niet aan het feit dat Liu vaak en veel gefilmd zal hebben, noch aan de persoonlijke vragen die hij soms stelt. Dat maakt Minding the Gap een persoonlijke film, die een inkijk geeft in een aantal gebroken gezinnen, waarin de kinderen moeite hebben om zich staande te houden, een draai te vinden in het leven. En daarvoor staat het skateboarden symbool: het leven met vallen en opstaan.

 

1 januari 2019

 

ALLE RECENSIES

Schapenheld

*****
recensie Schapenheld

Een eenzaam schreeuwende idealist

door Ries Jacobs

De opkomende zon schijnt haar stralen op de heide. Een herder struint met zijn kudde en zijn honden door de velden. Schapenheld opent met de heerlijke romantiek van het leven in de natuur, een traditioneel en rustiek buitenleven. Of toch niet?

Openheid, rust, ruimte, vrijheid. Schaapsherder Stijn Hilgers somt op waarom hij zo graag met zijn schapen op de heide is. Nabij Goirle, tegen de Belgische grens, leidt hij zijn kudde van de boerderij naar de heidevelden en van daar weer naar het grasland. Hij is een typische Brabander, grofgebekt en vaak klagend, maar tegelijkertijd zorgzaam voor zijn schapen en zijn gezin.

Schapenheld

Hilgers maakt het zichzelf niet gemakkelijk. Categorisch weigert hij zich aan te passen aan het marktdenken en de grootschalige, gemechaniseerde landbouw die het hedendaagse Nederland kenmerkt. Hij wil traditioneel en duurzaam met de natuur bezig zijn zonder haar te schaden.

Valerio Zeno
Regisseur Ton van Zantvoort vertelt in Schapenheld het verhaal van Hilgers op een observerende manier, zonder voice-over en met een minimum aan interviews. Hij wil zijn mening niet opdringen aan het publiek. Zo kom je er in de loop van de film zelf achter hoe het werkelijke leven van de schaapsherder eruitziet. Dat dit leven niet alleen uit romantiek bestaat, wordt snel duidelijk. Hilgers heeft moeite om de touwtjes aan elkaar te knopen en moet steeds weer met natuurbeheerders om de tafel om te onderhandelen over welke heidegronden zijn kudde mag begrazen.

Gaandeweg de documentaire krijgt Hilgers steeds meer moeite om zijn idealen in de praktijk te brengen. Hij is minder op de hei te vinden en houdt zich steeds vaker bezig met randzaken zoals televisieoptredens bij Valerio Zeno en Herman den Blijker, horeca-activiteiten en presentaties op braderieën. Zijn humeur wordt er dan ook niet beter op.

Vlaams dorpje
Van Zantvoort wilde onderzoeken of het nog mogelijk is om in onze neoliberale wereld niet met de kudde mee te lopen. Dit blijkt moeilijk. Iedereen vindt het prachtig wat Hilgers doet, zolang het maar binnen de bestuurlijke en financiële kaders past. De herder op zijn beurt is zo gesteld op zijn vrijheid dat hij zich moeilijk kan aanpassen aan onze geïnstitutionaliseerde maatschappij. Het schrijnende dieptepunt van de film is de scène waarin Hilgers, nadat hij zijn kudde dwars door het Vlaamse dorpje Poppel heeft geloodst, wordt gebeld dat er uitwerpselen op de stoep liggen. Nadat zijn vader naar België is gereden om de schapenkeutels op te ruimen, krijgt hij van de politie alsnog een boete.

Schapenheld

De kijker ziet het incident vanuit het gezichtspunt van Hilgers, zonder wederhoor van andere partijen. Dit perspectief houdt Van Zantvoort gedurende de hele documentaire vast en dat levert een ijzersterke film op. Samen met Hilgers zinkt de kijker steeds verder weg in het moeras van bestuurlijke regelgeving, overijverige ambtenaren en de moordende concurrentie van minder op duurzaamheid gerichte bedrijven.

Omdat de regisseur zich concentreert op de idealen en gevoelens van Hilgers, geeft hij de beelden een intensiteit die je weinig ziet in documentaires. De filmmaker brengt de frustrerende strijd van Hilgers rauw en zonder sentiment in beeld en maakt daarmee een film die meer is dan een portret van een herder.

In 2011 maakte Van Zantvoort de korte film Het verleden heeft de toekomst. Hierin is een optimistische en strijdvaardige Hilgers te zien, een herder die bewust afstand van de bio-industrie en de consumptiemaatschappij neemt. In Schapenheld zien we een herder die meer en meer verbitterd raakt wanneer het tot hem doordringt dat hij geen afstand van diezelfde maatschappij kan nemen. Wie niet wil meegaan in de neoliberale maalstroom verwordt al snel tot een eenzaam schreeuwende idealist in de jungle van marktdenken en institutionele regelgeving.

 

19 februari 2019

 

ALLE RECENSIES

Wonder van Le Petit Prince, Het

****
recensie Het wonder van Le Petit Prince

Vier vertalingen, vier verhalen

door Nanda Aris

Le Petit Prince, geschreven door Antoine de Saint-Exupéry in 1943, is een van de meest vertaalde boeken ter wereld. Wat betekent het verhaal voor de vertalers, voor hun cultuur en hoe gaan ze om met de vertaling? 

De avonturen van de kleine prins zijn zelfs vertaald naar vergeten en bijna uitgestorven talen als het Tamazight in Noord-Afrika, het Sami in het noorden van Finland, het Tibetaans en het Nawat in El Salvador. In Het wonder van Le Petit Prince volgen we deze vier vertalingen.

Deze documentaire van Marjoleine Boonstra die in première ging op het IDFA afgelopen jaar, ontstond door een opdracht een film over vertalen te maken – en hoe prachtig is deze uitkomst van de opdracht. De vier vertalingen die we volgen zijn in verschillende uithoeken opgenomen, als lijkt het een aflevering van Floortje naar het einde van de wereld. 

Het wonder van Le petit prince

Woestijn
De film start met de mooie warme voice over van Johan Leysen, die in het Frans een stukje uit Le Petit Prince vertelt: de kleine prins belandt op aarde en komt een slang tegen. De kleine prins vraagt zich af of er wel mensen leven op deze planeet, maar het gebrek aan mensen komt doordat ze zich in de woestijn bevinden, zo antwoordt de slang. De muziek begeleidt het verhaal sprookjesachtig.

In de woestijn start ook het eerste verhaal, bij vertaler Lahbib Fouad in Marokko. Toen Fouad zes was ging hij naar school, waar zijn leraar Arabisch sprak. Tot die tijd had hij alleen het Berberse Tamazight, officieel de tweede taal van Marokko, gekend. Fouad besloot om het verhaal van de kleine prins te vertalen naar het Tamazight, zodat kinderen tegenwoordig ook na schooltijd in die taal kunnen lezen. Er waren woorden die moeilijk te vertalen bleken, zoals waterkraan, wat waterput werd.

Elk van de vier vertalingen kent zijn eigen herkenning in het verhaal van de kleine prins. Fouad ziet herkenning in het feit dat de kleine prins met dieren praat, iets dat niet ongewoon is binnen zijn cultuur.

Sneeuw
Voor de tweede vertaling reizen we af naar het koude besneeuwde grensgebied van Noorwegen en Finland, waar Kerttu Vuolab samen met haar moeder leeft. Zij vond troost in het verhaal van de kleine prins, nadat haar zus tragisch overleed, en zij op school gepest werd. Ze sprak geen Fins, maar alleen het Sami, waardoor ze zich geïsoleerd voelde op school. Ze vond herkenning in het verhaal dat volwassenen ongevoelig konden zijn en kinderen geen mening mochten hebben. De pijn en het verdriet zijn voelbaar wanneer de tranen over haar wangen rollen en ze het boekje haar grote vriend noemt.

Het wonder van Le petit prince

Bedreigd
Het derde en vierde verhaal hebben gemeen dat de taal bedreigd raakte en er van hogerhand bepaald werd dat de taal niet gesproken mocht worden. Zoals in El Salvador, waar drie oudere dames en vertaler Jorge Lemus het verhaal van de kleine prins vertalen naar het Nawat, de taal die de oorspronkelijke bewoners van El Salvador spraken. Na de komst van de Spanjaarden was het gevaarlijk om deze taal te spreken, er stond de doodstraf op. Lemus herkent El Salvador als de roos in het verhaal de kleine prins; een veeleisende bloem die de nodige aandacht nodig heeft.

Vrij
Voor het vierde verhaal reizen we niet af naar het land van herkomst, maar naar Parijs, waar de Tibetaanse Tashi Kyi en Noyontsang Lhamokyab in ballingschap leven. Kyi zou graag zoals de kleine prins vrij kunnen zijn, vrij om doelen te bereiken, en vrij om te gaan en staan waar ze wil.

Vier uiteenlopende verhalen van vertalers die allen troost vonden door de vertaling van de kleine prins in hun eigen taal. Soms om persoonlijke redenen, soms om het grotere geheel, dat van een bevolking. Door de vertalingen wordt het culturele erfgoed gewaarborgd en een taal levend gehouden. Boonstra brengt de vertalers en hun motivaties prachtig in beeld en combineert dit met fantastische beelden van de omgeving, de natuur en de dieren, die ook zo belangrijk zijn voor het verhaal.

 

5 februari 2019

 

ALLE RECENSIES

Genesis 2.0

**
recensie Genesis 2.0

De zoektocht naar een uitgestorven zoogdier

door Ries Jacobs

Less is more. Had de Zwitserse documentairemaker Christian Frei deze wijze les maar in zijn oren geknoopt voordat hij begon aan Genesis 2.0. De regisseur wil teveel in de zijn nieuwste film proppen, wat het resultaat onsamenhangend maakt.

De documentaire opent met het shot van een man die in een rubberboot door de ijskoude wateren boven Siberië vaart. Dit mooie beeld belooft veel. De man is op weg naar een eiland waar hij samen met anderen zoekt naar slagtanden van mammoeten die hier duizenden jaren geleden leefden. Frei legt vast hoe de mannen gedurende een permanent als herfst ogende zomer zoeken naar slagtanden van de prehistorische giganten.

Genesis 2.0

Naast de slagtandenjagers toont Frei genetici die werken in laboratoria of spreken op congressen. Zoals de titel al doet vermoeden, gaat Genesis 2.0 over gentechnologie, in het bijzonder over pogingen van verschillende wetenschappers om een mammoet te klonen. De opzet van de documentaire is al snel duidelijk. Alle hoofdrolspelers zijn op hun eigen manier op zoek naar de mammoet.

Morele vraagstukken
Met een Oscarnominatie voor War Photographer (2001), vertoningen op grote festivals en uitstekende recensies heeft regisseur Frei allang bewezen bij de groten te horen, ondanks dat hij in zijn bijna drie decennia omvattende carrière nauwelijks meer dan tien films heeft gemaakt. Ook voor Genesis 2.0 lijkt hij de tijd te hebben genomen. Met beelden geschoten in Siberië, de Verenigde Staten, Zuid-Korea en China doet de filmmaker duidelijk zijn best om van dit werk iets moois te maken. Daarom is het jammer dat het verhaal niet goed uit de verf komt.

De bijna twee uur die Frei uittrekt voor zijn film zijn niet voldoende om de verhalen van zowel de slagtandenjagers als de genetici goed in beeld te brengen. De filmmaker belicht bijvoorbeeld nauwelijks wat met de gevonden slagtanden gebeurt nadat deze het vasteland bereiken. Blijkbaar gaat het meeste ivoor naar China, maar hierover bericht de filmmaker uiterst summier.

Genesis 2.0

Ook de wetenschappers vertellen weinig interessants. Ze lopen rond in hun laboratoria en verkondigen op congressen dat biotechnologie de wetenschap van de toekomst is, maar wat de recente doorbraken op dit gebied zijn, belicht de documentaire nauwelijks. Ook toont de documentaire nauwelijks wat de wereld in de nabije toekomst kan verwachten op het gebied van genetische manipulatie. Maar de grootste tekortkoming van Genesis 2.0 is dat de onlosmakelijk met genetische vooruitgang verbonden morele vraagstukken nauwelijks aan bod komen. Dit hoort een onderdeel te zijn van een documentaire over dit onderwerp.

Verzameling beelden
Het lukt Frei niet om van de film een logisch geheel te maken. Zijn poging voor een connectie tussen de slagtandenjagers en de genetici die een mammoet willen klonen, komt niet uit de verf. Het blijven twee verhalen binnen één film. Daardoor is Genesis 2.0 is niet meer dan een verzameling beelden. Het geheel is best het aankijken waard, maar het leidt nergens heen. Een verhaallijn, een plot en een concluderend slot ontbreken. Al met al ontstijgt bijna twee uur Genesis 2.0 nauwelijks het niveau van anderhalf uur Veronica Inside.

 

5 januari 2019

 

ALLE RECENSIES

IDFA 2018 deel 5

IDFA 2018 deel 5 (slot):
Van sociaal experiment op zee tot uitzichtloze grauwheid in Kabul

door Suzan Groothuis

IDFA 2018 zit er op. Tien dagen lang documentaires op diverse locaties in de stad: van Eye in Amsterdam-Noord tot het Ketelhuis. Tuschinksi en Pathé de Munt, vaste IDFA-locaties, trokken de meeste bezoekers. Vechten om een mooi plekje in Tuschinski’s zaal 1, terwijl de Grolschjes open poppen. 

In dit laatste deel volgen we een experimentele tocht over de Atlantische Oceaan, een reis van een zoon en een vader vol ontboezemingen, de worstelingen van de Britse zangeres Kate Nash en een grauw portret van overleven in de Afghaanse stad Kabul.

 

The Raft

The Raft – experiment met vraagstukken
Je zal er maar op komen: met elf mensen op een vlot over de Atlantische Oceaan. De Mexicaanse antropoloog Santiago Genovés bedacht het in 1973 als sociaal experiment. De vrouwen waren met zes in de meerderheid en zij hadden de belangrijkste rollen: zo was de Zweedse Maria kapitein.

Genovés wilde onderzoeken wat er gebeurt als mensen, afkomstig uit verschillende landen en met een verschillende achtergronden, drie maanden lang volledig aan zichzelf overgeleverd zijn op een kleine oppervlakte. Hoe lang gaat het goed? Hoe verhouden ze zich tot elkaar? Waar ligt het breekpunt, met name op het gebied van geweld, agressie en seksuele aantrekkingskracht?

Elf mensen durfden het aan, van wie veertig jaar later een aantal samenkomt op een gereconstrueerde set om ervaringen te delen. Regisseur Marcus Lindeen laat hen in The Raft terugblikken op hun tijd met elkaar, waarbij grappige en moeilijke momenten worden besproken. Maar het breekpunt waar Santiago op hoopte, werd niet bereikt. De groep leefde in harmonie en zonder te veel gedoe samen. In de media werd het experiment dan ook gekscherend “The Sex Raft” genoemd. Voor Santiago, die voor studie van het experiment aan boord was, een reden om zijn regels aan te scherpen en de boel lekker op te stoken.

The Raft zou je kunnen zien als voorloper van series als Big Brother, maar dan onder levensgevaarlijke omstandigheden. Uiteindelijk zegt het experiment meer over Santiago zelf dan de deelnemers. Terwijl zij nader tot elkaar komen en zich niet gek laten maken door Santiago’s spelletjes, trekt hij zich in eenzaamheid terug. De film geeft een mooi tijdsbeeld van het gedachtegoed van de jaren 70 en laat zien dat een extreme situatie niet altijd leidt tot het slechte in de mens. Jammer alleen dat sommige deelnemers weinig aan het woord komen. Zo weet je van de Japanner Yamaki eigenlijk alleen maar dat hij zich erg aangetrokken voelde tot de Israëlische deelneemster. Wat overigens wel een hilarische scène oplevert.

 

Father and Son

Father and Son – ontboezemingen van vader en zoon
Van een tocht over de Atlantische Oceaan naar een tocht van vader en zoon over land. Documentairemaker Pawel Lozinski besluit samen met zijn vader Marcel, tevens documentairemaker, een roadtrip te maken. Tijdens de reis blijkt dat ze een en ander met elkaar uit te praten hebben. Ze hebben dingen gemeen, zoals hun liefde voor film. Maar er zijn ook onuitgesproken situaties uit het verleden, zoals Marcels scheiding en wat voor invloed dit had op Pawel.

Dan weer grappig, dan weer ontroerend en dan weer pijnlijk en confronterend staan ze elkaar te woord. Pawel is degene die de confrontatie aangaat en doorvraagt, terwijl Marcel zich het liefst voor bepaalde zaken afsluit. Alleen is daar die allesziende camera, die emoties feilloos vangt.

Zoals het ware documentairemakers betaamt, zochten Pawel en Marcel het experiment op. Ze plaatsten twee camera’s in hun camper, een gericht op Pawel en een op Marcel. Deze manier van filmen geeft Father and Son extra intimiteit. Voor Pawel is zijn film een persoonlijk document, waarin de nadruk ligt op zijn jeugd. Marcel maakte zijn eigen versie, Father and Son on a Journey. Pawel, die bij de Q&A aanwezig was, licht toe dat zijn vader een andere editing in gedachten had en er verschillen van mening waren over de inhoud van de film. Niet verwonderlijk als je de eigenzinnigheid van Marcel ziet in Father and Son. Baas boven baas, zal hij gedacht hebben. Jammer dat IDFA de twee films niet als double bill liet zien, want ze draaiden op andere dagen. Het was interessant geweest om de verschillende versies – en visies – te vergelijken. Op zichzelf genomen is Father and Son geslaagd in de intieme vastlegging van een tedere, maar ook moeizame relatie.

 

Kate Nash: Underestimate The Girl

Kate Nash: Underestimate The Girl – creatieve knokker
De Britse zangeres Kate Nash brak in 2007 door met het nummer Foundations. In Kate Nash: Underestimate The Girl volgt regisseur Amy Goldstein haar gedurende een aantal jaren. Nash, die met haar debuut Made of Bricks een enorm succes had (het album kwam binnen op de eerste plaats in de UK Chart), brak al snel met haar lieve imago. Ze ging voor rauw en stoer en wierf een band van alleen maar vrouwen. De platenmaatschappij moest er niets van hebben en dumpte haar.

De film laat in chronologische volgorde zien hoe Nash zich van superster ontwikkelt tot onafhankelijk artiest. Afgewisseld met homevideo’s en beelden van Nash die zichzelf filmt: een idee van Goldstein om zo een intiemer portret van haar persoon te geven.

Het werkt, want wat begint als een formuleachtige film – je bent popidool, je wil wat anders, de platenmaatschappij snapt het niet – ontvouwt zich tot een interessante weergave van Kate Nash en waarvoor zij op muzikaal gebied staat. Sinds ze zonder platenmaatschappij zit, loopt haar carrière niet van een leien dakje: Nash moet knokken om zichzelf en haar creatieve ideeën te bewijzen. Er is voor- en tegenspoed, waarvan de indringendste scènes door Nash zelf zijn vastgelegd. Haar commentaar op de muziekindustrie zegt genoeg over wat muziek maken voor haar betekent: This is a matter of life and death to me because making music keeps me alive. And being in the music industry has almost killed me.”

Nash legt geen gemakkelijke weg af, maar haar doorzettingsvermogen, creativiteit en humor laten zien dat je het ondanks tegenslagen toch ver kan brengen. Hoewel Kate Nash: Underestimate The Girl met een kritisch oog kijkt naar platenmaatschappijen en managers, is het uiteindelijk een optimistisch portret van een gedreven creatieveling die niet opgeeft. Een mooi tegenwicht tegen goede, maar tragische documentaires als Amy, Janis: Little Girl Blue en What Happened, Miss Simone?, waarin muzikanten ten onder gaan aan een constant opgelegde druk.

 

Kabul, City in the Wind

Kabul, City in the Wind – grauwheid en continue dreiging
En dan belanden we in het grauwe, armoedige Kabul, waar de jonge filmmaker Aboozar Amini in zijn debuut Kabul, City in the Wind verschillende levens registreert. Zo volgt hij buschauffeur Abas, die in zijn gammele bus passagiers vervoert door een kapot geschoten stad. Abas doet moeite om de eindjes aan elkaar te knopen. Maar dan stapelen de problemen – waaronder oplopende schulden en een kapotte bus – zich op, en wordt overleven steeds meer een strijd. Zijn jointjes bieden nog een soort van verlossing.

Ook de jonge Afshin en zijn broertje Benjamin worden gevolgd. Hun vader, een ex-militair, laat hen een gedenkplaats zien met portretten van bomslachtoffers. Onder wie zijn beste vriend. Wanneer hij plots naar Iran moet vertrekken, is Afshin verantwoordelijk voor het gezin. Zijn vader maakt duidelijk dat hij het nu voor het zeggen heeft. In korte tijd zien we een jongen volwassen worden.

Amini hanteert een losse, observerende stijl. Hij toont het leven in Kabul zoals het is en dat is niet fraai: grauw, stoffig en onherbergzaam. De zon schemert af en toe door een grijs wolkendek heen. Zijn wijze van filmen houdt een zekere afstand, maar zegt genoeg over wat de personages doorstaan. Immer dreigend gevaar door zelfmoordaanslagen die regelmatig plaatsvinden. Afshin en Benjamin voelen de grond trillen en mogen blij zijn dat het niet in hun straat gebeurd is. Abas’ bus draagt de sporen van een kapotgeschoten stad: de zijkant van het vehikel is met kogels doorzeefd. Een beklemmende impressie.

 

26 november 2018

 

Deel 1 IDFA 2018
Deel 2 IDFA 2018
Deel 3 IDFA 2018
Deel 4 IDFA 2018

MEER FILMFESTIVAL

IDFA 2018 deel 4

IDFA 2018 deel 4:
Gekke componist, Hongaarse populist en bokser met verleden

door Bob van der Sterre

Het IDFA is bijna afgelopen. Een traditioneel jaar met gevloek op het zelden goed passende filmrooster (is er een IDFA-programmeur die iets tegen mij heeft?) versus onverwachte hoogtepunten. Aquarela van Kossakovsky was visueel het hoogtepunt, maar het menselijke hoogtepunt, je gelooft het misschien niet, was een Italiaanse boksfilm.

 

Giacinto Scelsi. The First Motion of the Immovable

Giacinto Scelsi. The First Motion of the Immovablekluizenaarscomponist
Giacinto Scelsi was een kluizenaarscomponist met een voorkeur voor extreme, merkwaardige composities. Sommige muziek is moeilijk in woorden uit te drukken, je kunt er beter naar luisteren. Voor de een rennen om het geluid zacht te zetten, voor de ander zijn het experimentele wonderen.

In deze docu gaat zijn neef (Sebastiano d’Ayala Valva) op zoek naar muzikanten die hem gekend hebben of zijn muziek speelden. Hij gaat ook langs zijn vader in Rome, die Scelsi goed gekend heeft.

De opzet lukt deels, want de optredens zijn mooi, de muzikanten interessant (en oprecht in hun liefde voor Scelsi). Toch zijn er ook genoeg stukken in de docu (zoals wanneer hij zijn vader gaat scheren) die voor de gewone kijker niet zo interessant zijn én veel te lang duren. Ze halen het tempo uit de film en trekken ook de aandacht weg van wat veel interessanter is: wie was die Scelsi nou? Gemiste kans. Ik denk dat een meer lawaaiige aanpak met snelle montage en dikke chocoladeletters over het scherm beter had gepast bij het muzikale karakter van deze componist.

 

Dark Corner

Dark Corner – Italiaanse bokser strijdt tegen zijn demonen
Mirco Ricci is een bokser. Je verwacht een docu over een topsporter, maar dit is iets heel anders. De filmer is namelijk zijn leraar op de basisschool (Fabio Caramaschi) en hij filmde de bokser in spe toen al. Nu, twintig jaar later, filmt hij hem weer als Ricci probeert door te breken als profbokser.

Het enige is: Ricci heeft een verleden. Dat komt door twee dingen: de harde jeugd in de Romeinse getto’s en zijn eigen demonen. Die zorgen ervoor dat hij gaat drinken. Dan loopt het zelden anders af dan met een knokpartij. Als Ricci na een boksgevecht is beschoten, zegt hij: ‘Geen idee wie dit gedaan kan hebben. Een van de honderd mannen met wie ik gevochten heb?’

Dit klinkt als een zware, dramatische film. Maar Caramaschi’s film levert ook op het gebied van humor. Ricci is misschien niet al te snugger maar is wel open over zichzelf (vermoedelijk om zijn eigen demonen te bestrijden). Dat maakt hem wat anders dan het prototype emotieloze stoere man. Samen met zijn vriendin Rubina heeft hij een paar hilarische discussies.

De film raakt ook het gebied van ontroering, aangezien het einde je best bij de keel grijpt. De speciale relatie van de leraar met Mirco is wel wat anders dan die van de doorsnee regisseur met zijn onderwerp.

En omdat Dark Corner met zijn bokswedstrijden op hoog niveau ook het hokje van spanning aanvinkt, is deze documentaire dé aanrader van deze IDFA als het gaat om portretten van mensen (met de aantekening dat ik zeker de helft van de films die ik wilde zien, niet heb kunnen zien).

 

Hungary 2018

Hungary 2018 – angst voor migranten vs. het kan anders
Dit jaar waren er ook parlementsverkiezingen in Hongarije. Hier nauwelijks in de pers, maar ook daar staan twee groepen tegenover elkaar. De linkse, liberaal denkende en pro-Europese groep van Ferenc Gyurcsány en de partij van extreemrechtse bangmakers van Viktor Orbán (FIDESZ). Gyurcsány weet dat hij de rechtse media niet kan bestrijden. Aan hem ligt het niet, hij is actief en zijn vrouw ook. De nederlaag is helaas onvermijdelijk.

De film van Eszter Hajdú is misschien goedbedoeld. FIDESZ, de partij van Orbán, speelt wel heel eenvoudig de angst-voor-migrantenkaart – en komt ermee weg. Wederom een voorbeeld van linkse partijen die geen goed antwoord hebben op angstretoriek van rechts-extremistische populisten. Dat is misschien schokkend maar de film is op geen enkele manier interessant of historisch. Eigenlijk net zo simpel als de titel. Je hoopt op zeker moment toch wel op afwijkende gebeurtenissen of karakters. Die komen er niet.

 

The Border Fence

The Border Fence – wachten op vluchtelingen die nooit komen
Ferenc Gyurcsány zegt al hoofdschuddend dat Hongarije geen land is waar vluchtelingen op af komen. In Oostenrijk denkt men juist wel dat vluchtelingen en masse het land willen betreden. Dus opperen opportunistische politici daar: laten we een hek bouwen aan de Italiaanse grens.

Nikolaus Geyrhalter (bekend van Our Daily Bread) geeft Oostenrijkse burgers in de grensregio Brenner / Brennero het woord. Wat vinden ze, wat voelen ze. Zijn ze bang voor de vluchtelingen? Willen ze een hek?

Een zeer relaxte controverse. De meeste meningen zijn redelijk en humanistisch. Een boer verzucht uiteindelijk: ‘Met populisme de verkiezingen winnen, akkoord. Maar met populisme regeren, dat geloof ik niet. Dat is een serieuze zaak.’ Een andere mooie opmerking van een Senegalese werker aan Italiaanse kant: ‘De kleur huid doet er niet toe. Werken doe je met je hersenen.’

In een metaalfabriek spreekt een kerel zo goed en liberaal over dit onderwerp dat je je afvraagt waarom dat soort figuren nooit meer in de politiek zijn terug te vinden. En ook de lokale politieagent is de redelijkheid zelve.

De documentaire is ietwat traag maar wel een prettige nuance in dit holle frasen-tijdperk. Daar gaat de mythe van de boze burger. De redelijke stem is saai, verkoopt niet, en die hoor je dus niet. Dat betekent niet dat die er niet is. Alleen moet je die net als Geyrhalter tegen het lijf lopen en vragen wat ze denken.

 

Becoming Animal

Becoming Animal – spektakelloze natuur
Natuurdocu’s zijn enorm moeilijk om te maken. De natuur vastleggen zonder sneeuwluipaarden in de Himalaya of rennende zebra’s over savannen is niet zo makkelijk. Helemaal niet als je wilt uitleggen wat er zo fascinerend aan natuur is.

Becoming Animal is een dappere poging om het genre met een filosoof en een artistiek filmer eens een andere invalshoek te geven. De filosoof, David Abram, fluistert dingen als: ‘Bomen voelen jouw aanwezigheid óók’ en ‘Water heeft ook zijn eigen taal, zoals sjoowsh, woosh, swooss’. De cameraman, Peter Mettler, filmt driftig wapperende takken, een slak van heel dichtbij en zet een minicamera op een raaf. Dit allemaal in het Grand Teton National Park in de Verenigde Staten.

Al met al verrassend spektakelloos vergeleken met de grote BBC-series. Een prettige kijkervaring, maar erbij in slaap vallen is een risico.

 

25 november 2018

 

Deel 1 IDFA 2018
Deel 2 IDFA 2018
Deel 3 IDFA 2018
Deel 5 IDFA 2018


MEER FILMFESTIVAL