Dutch Mountain Film Festival 2026 – Preview 1

Dutch Mountain Film Festival 2026 – Preview 1:
Influencers van weleer en kleinoden in de bergen 

door Paul Rübsaam

Op 6 november gaat in Heerlen en Aken de zestiende editie van het Dutch Mountain Film Festival (DMFF) van start. Influencers, zoals we die nu noemen, waren er altijd al, zo leert ons het festivalprogramma. Maar vroeger moesten die zich veel moeite getroosten om hun invloedrijke impressies van de bergwereld tot stand te brengen. Verder blijkt het vinden van kleine kostbaarheden in de bergen, zoals bergkristallen en yarsagumba (een geneeskrachtige kruising tussen een paddenstoel en een rups) ook nu nog een pittig klusje te zijn.

In de toelichting van het thema ‘Top View’ van deze DMFF lezen we: “Reizen is altijd beïnvloed geweest door verhalen en beelden. Wat we vandaag influencers noemen, waren ooit ontdekkingsreizigers. De dagboeken van Amundsen en Scott, de lezingen en films van Reinhold Messner en de expeditieverslagen in bergsportbladen wakkerden bij generaties lezers het verlangen aan om zelf op pad te gaan, naar verre en ogenschijnlijk ongerepte plekken.”

Maar de beeldcultuur van nu is fundamenteel anders, stelt men vast. Om vervolgens te wijzen op de stroom perfecte landschappen die door sociale media in hapklare brokken worden aangeboden. “Het reizen zelf verschuift van ervaren naar vastleggen, van ontdekken naar reproduceren.” Reden genoeg om de toelichting op het festivalthema te besluiten met de overpeinzing: “Misschien vraagt de toekomst van reizen niet om nóg betere foto’s, maar om langzamer kijken en langer blijven.”

A Thousand Words

A Thousand Words

A Thousand Words – Het herscheppen van een panorama
Een weergaloze foto die in ieder geval veel invloed heeft gehad, maar bepaald niet op een achternamiddag werd geschoten, is het Himalayapanorama van de Italiaanse fotograaf en bergbeklimmer Vittorio Sella uit 1899. Vervaardigd toen hij vanaf de flanken van de Kanchenjunga zijn lijvige, op een driepoot bevestigde camera richtte op het noordwesten.

Behalve bloedstollend mooi vereeuwigde, nabijere achtduizenders zijn op dat panorama in de verte en een tikje vaag de contouren te zien van de Chomolungma, oftewel de Mount Everest. Het zou nog decennia duren voordat men de top van die door Sella voor het eerst vereeuwigde hoogste berg ter wereld zou benaderen. Pas meer dan een halve eeuw later werd de Everest bedwongen. Als inspiratiebron voor die ondernemingen zou Sella’s foto meer waard blijken dan A Thousand Words, zoals de titel luidt van de documentaire waarin de Britten Dom Busch en Matt Sharman in de voetsporen treden van de fotograaf van weleer.

Fotograaf en klimmer Dom Busch heeft zijn doelen hoog gesteld. Letterlijk. Hij wil precies op die plek staan waar Sella ooit stond, om met apparatuur vergelijkbaar met die van de Italiaan diens foto opnieuw te maken. Het betekent dat hij een voettocht van meerdere weken door de Himalaya voor de boeg heeft. De perfectionist Sella maakte zijn foto’s namelijk vanaf pashoogte en niet vanuit het dal, waar de te grote afstanden tot de achtduizenders geen recht zouden doen aan hun overweldigende verschijning.

Busch zal vergezeld worden door vriend, collega-fotograaf en Himalayagids Matt Sharman. Deze denkt een aardig idee te hebben van de plek waar het uit een reeks van vier foto’s bestaande panorama van Vittorio Sella tot stand is gekomen. Eveneens van de partij is Hamish Frost: een expert op het gebied van analoge fotografie en het gebruik van de grote en zware fototoestellen van rond 1900, waar je per foto een nieuwe glasplaat in moest schuiven.

Niet alleen een reisje naar de Schotse Hooglanden om te oefenen met de apparatuur gaat vooraf aan de vliegreis naar Kathmandu. Ze doen ook het dorpje Biela in de Italiaanse Alpen aan, waar Vittorio Sella is geboren en opgegroeid. Een achterkleinzoon van diens broer weet daar te vertellen dat zijn beroemde familielid niets aan het toeval overliet. Sella plande zorgvuldig het tijdstip waarop hij ’s ochtends vroeg aan zijn zware tochten begon, om veel later op de dag bij precies de juiste lichtval zijn gedroomde foto’s te kunnen maken.

Als het drietal samen met cameraman Matt Hardy tenslotte naar Nepal af wil reizen, is er ineens een flinke tegenslag. Initiatiefnemer Dom Busch zal wegens familie-omstandigheden niet mee kunnen gaan. En het slechte nieuws zal zich daar niet toe beperken. Als Sharman en Frost na de vliegreis een rit per jeep en een flinke voettocht omhoog in het dorpje Gunsha aankomen, waar ze de oorspronkelijke route van Sella kunnen oppakken, blijkt de al langer koortsige en misselijke Hamish Frost behoorlijk ziek te zijn. Hij moet met een helikopter worden geëvacueerd.

Veel komt dus neer op de schouders van de nestor van het gezelschap: Matt Sharman. Die hoopt maar dat hij zich de instructies van Frost voor wat betreft het gebruik van de camera goed heeft ingeprent en vertrouwt zoveel mogelijk op zijn kennis van het gebied. En op die van Sherpa’s, die hij een meegenomen en opgevouwen afdruk van het panorama van Sella toont.

Als Sharman denkt in de buurt van het Sellapunt aangekomen te zijn, dreigt laag hangende mist roet in het eten te gooien. Het herscheppen van het panorama zal toch al geen sinecure zijn, omdat de vier afzonderlijke foto’s waaruit het bestaat exact op elkaar aan moeten sluiten. Maar het meest kwellende vooruitzicht voor de Brit is misschien wel dat hij na gedane zaken eerst terug naar Engeland zal moeten reizen. om pas daar in een donkere kamer te ontdekken wat hij wél of misschien wel helemaal niet heeft vastgelegd. Tegelijkertijd dragen al die onzekerheden bij aan het ware avontuur zoals dat destijds door Vittorio Sella, zijn tochtgenoten en navolgers werd beleefd. A Thousands Words laat ons dat avontuur op meeslepende wijze in het heden herbeleven.

The Lost Cache – 85 jaar stroomafwaarts
Ook in de documentaire The Lost Cache van regisseur Todd Jones keert men terug naar een plek waar ooit een beroemde fotograaf en bergbeklimmer het hem omringende hooggebergte vereeuwigde. De verschillen met A Thousand Words zijn aanzienlijk.

Ten eerste beslaat de reis terug in de tijd die het uitgangspunt vormt van de documentaire niet 125 jaar, maar 85. Verder vormen niet de hoogste bergen ter wereld het decor, maar de qua omtrek en massa misschien wel grootste bergen op Aarde, die van het Saint Elias-gebergte in The Yukon Territory in het noordwesten van Canada. Belangrijker nog is dat het in The Lost Cache – afgezien van het terugvinden van een plek – vooral draait om het opsporen van objecten.

The Lost Cache

The Lost Cache

Het was 1937 toen de Amerikaanse bergbeklimmer, (lucht)fotograaf, cartograaf en latere museumdirecteur Bradford Washburn samen met Robert Hicks Bates als eerste de Mount Lucania (5240 meter) beklom. Een groot deel van zijn bagage (met zijn Fairchild F-8 luchtcamera als meest tot de verbeelding sprekende onderdeel) liet hij toen noodgedwongen achter op de schijnbaar bewegingloze Walshgletsjer. Hoever heeft die gletsjer die spullen sindsdien naar beneden gesleurd?

Tussen 1899 (de tijd van Vittorio Sella) en die van de jaren dertig van de vorige eeuw deden twee relatief moderne ontwikkelingen zich nadrukkelijk gelden. Die van het bewegend beeld (film) en die van de luchtvaart. The Lost Cache maakt dankbaar gebruik van die ontwikkelingen. Naast zijn ijzingwekkende mooie, vaak uit een vliegtuig geschoten foto’s van de bergreuzen uit Noord-Canada en Alaska zien we historische filmbeelden van Bradford Washburn, horen we zijn stoere, met een vleugje emotie doortrilde stem en kan de liefhebber genieten van ouderwetse vliegtuigjes als de Fairchild F-51.

Een vleugje van de sfeer van een commercial van een zeker spijkerbroekenmerk kan The Lost Cache daarmee niet ontzegd worden. Het National Geographic-gehalte van de documentaire is echter historisch gezien niet misplaatst. Want Washburn was gelieerd aan de society en het tijdschrift van die naam, al was hij niet bekend met de ietwat hijgerige hedendaagse televisiezender.

Maar hier en daar wreekt die invloedssfeer zich toch een beetje. Bijvoorbeeld voor wat betreft de samenstelling van de ploeg personen die in eerste instantie naar Washburns ‘Lost Cache’ moet gaan zoeken. De met prijzen onderscheiden skiër-bergbeklimmer Griffin Post, die als protagonist van de documentaire wel degelijk naarstig op zoek is naar de verdwenen bepakking van Washburn, kan in dit verband buiten beschouwing blijven. Maar wat is, gezien het doel van de onderneming, de functie van de breed grijnzende, met een ruige stoppelbaard en een spiegelende zonnebril getooide ‘National Geographic Adventurer of the Year’ Jeremy Jones en van snowboardkampioene Robin van Gyn? Zij willen vooral de verblindend witte, steile en puntige Mount Lucania beklimmen en ook als eersten een nabijgelegen piek zonder naam, niet in de laatste plaats om van die bergen vervolgens af te kunnen skiën en boarden. Dat kijkt allemaal lekker weg, maar die Fairchild-F8 camera vind je daar niet mee.

Als ze later een aanzienlijk deel van de gletsjer rond Bradfords vermoedelijke basiskamp hebben afgekamd, is er nog altijd geen spoor van de verdwenen bagage. Mismoedig neemt Post het vliegtuig richting Boston (Massachusetts), om daar een bezoekje te brengen aan het ooit door Bradford Washburn gerunde Museum of Science. Daar treft hij verslagen en foto’s aan van de Mount Lucania-expeditie van 1937, die hem nieuwe gezichtspunten opleveren. Maar wat hem vooral nieuwe hoop geeft, is een telefoontje van de bij de zoektocht betrokken glacioloog Luke Copland. Die wil Post in contact brengen met zijn jonge, pas gepromoveerde collega Dora Medrzycka. Zij zou alles weten van de vaak onvoorspelbare en wisselende stroomsnelheden van gletsjers.

Samen met de glaciologe keert Griffin Post tenslotte terug naar de onmetelijke witte vlakte van de Walshgletsjer in The Yukon Territory, alwaar de soms wat gelikte en iets te geënsceneerde, maar zeker spannende en fraaie documentaire zijn ontknoping zal beleven.

The Bride of Mont Blanc – In de voetsporen van een vergeten vrouw
Vittorio Sella en Bradford Washburn zijn misschien wel beroemder dan Henriette d’Angeville. Toch bereikte die Frans-Zwitserse alpiniste in 1838 als eerste vrouw op eigen kracht de top van de Mont Blanc. Een prestatie van formaat, zeker als je je bedenkt hoe vrouwen zich in die tijd dienden te kleden als ze de wilde natuur introkken.

De Britse Elise Wortley, protagoniste van de korte door Grace T.S.P. geregisseerde documentaire The Bride of Mont Blanc, had in het kader van haar project ‘Woman with Altitude’ al eerder reizen ondernomen naar Iran, Schotland en de Himalaya en zich verdiept in de avonturen en boeken van vrouwelijke ontdekkingsreizigers. Nu wil ze zo letterlijk mogelijk in de voetsporen treden van d’Angeville. Niet alleen uit bewondering voor de alpiniste uit de negentiende eeuw, maar ook om haar eigen angsten te overwinnen, waardoor ze in haar woonplaats, het 21-eeuwse Londen, jarenlang nauwelijks op straat durfde. Verder wil ze met haar ode aan d’Angeville andere vrouwen inspireren om zich vaker zelfstandig aan dergelijke ondernemingen te wagen.

In stijl met dit laatste streven moet ook de gids die Wortley naar de top van de hoogste berg van de Alpen moet gaan voeren een vrouw zijn. Na het nodige zoeken dient berggids Karen Bockel zich aan. Ze klikt goed met Elise Wortley, maar heeft wel zorgen over de korte tijdspanne die de onervaren en niet geacclimatiseerde Londense voor de onderneming heeft uitgetrokken.

The Bride of Mont Blanc

The Bride of Mont Blanc

Eenmaal aangekomen in de Haute-Savoie stelt Bockel dus voor om een stukje per trein omhoog te reizen. Wortley aarzelt even, maar wil toch niet afwijken van haar oorspronkelijke plan. Ze vertrekken dus evenals d’Angeville dat deed te voet vanaf het kerkje in het beroemde, maar relatief laag gelegen bergdorp Chamonix. De als Henriette uitgedoste Elise is daar een bezienswaardigheid met haar lange, uitwaaierende wollen jurk, haar grote ronde, haar oren en nek omspannende hoed, haar met spijkers beslagen veterlaarzen en haar pikkel met de hoogte van de staf van Sinterklaas, die bij het overbruggen van gletsjerspleten eerder onhandig dan behulpzaam zal blijken.

In Chamonix lopen de temperaturen begin juni tegenwoordig op tot boven de dertig graden. Wat met zich meebrengt dat het zweet Wortley tijdens de lange aanloop door de prachtige bossen boven het bergdorp langs het lichaam druipt en haar wollen kleding verschrikkelijk begint te jeuken. Om nog maar te zwijgen van het gewicht van haar loodzware schoeisel. Maar ze moeten verder. Want de speelruimte die zij en haar gids hebben voor de beklimming is klein, omdat er slechter weer op komst is.

Niet alles is echter kommer en kwel. Juist de lange aanloop zorgt ervoor dat de natuurervaring compleet is en geheel in de geest van Henriette d’Angevilles’ autobiografische notities. De ouderwetse kleding, waardoor je eerst de warmte en op grotere hoogte de kou, de wind en de vochtigheid nog meer voelt, maakt die ervaring in de beleving van d’Angevilles’ navolgster zelfs intenser. Maar zal Wortley op weg naar de top die ze hoopt te bereiken weer in de greep komen van haar verlammende angsten? Die vraag en de overweldigende beelden van de Mont Blanc en omgeving (en niet te vergeten de animatiebeelden van de klimster van weleer) maken van The Bride of Mont Blanc een onderhoudende kijkervaring.

Under the Spell of Quartz Crystals – Boodschappers van de eeuwigheid
Het Schwyzerdütsch van de kristallenzoekers in de documentaire Under the Spell of Quartz Crystals van Irene Marty klinkt met zijn gutturale klanken soms weerbarstig. Maar toch ook zangerig, bijna betoverend. In stijl met de harde, maar glinsterende kwartskristallen en andere mineralen die deze ‘Strahlner’ uit het binnenste van de bergen naar boven halen.

Evenals de documentairemaakster zijn de oude Konrad Mattli, Xaver Gnos en Peter Indergand en de jongere Heinz Infanger en Brüno Müller afkomstig uit het kleine kanton Uri in het hart van Zwitserland. Kennis omtrent betekenis, soorten en vormen van het bergkristal is daar nog altijd wijd verspreid. Geen twee kristallen zijn identiek, moet je weten. Maar ze zijn zonder uitzondering hexagonaal (zeshoekig). En hoewel men ze vindt op ongeveer drie kilometer hoogte, worden ze op 10 tot 15 kilometer onder het aardoppervlak gevormd.

Marty’s dromerige, nooit zweverige documentaire trakteert ons op impressies van het met zijn laaghangende wolken en veelkleurige ijsvelden en rotswanden haast mystieke landschap van de Urner Alpen. Maar verschaft bovenal een genuanceerd antwoord op de vraag of het zoeken naar bergkristallen daar de afgelopen eeuw van karakter is veranderd.

Under the Spell of Quartz Christal

Under the Spell of Quartz Crystals

Het zoeken naar kristallen om in je levensonderhoud te voorzien, komt tegenwoordig nauwelijks nog voor. Tegelijkertijd was de gevoeligheid voor hun betoverende schoonheid er ook bij de kristallenzoekers zelf altijd al. De tachtigplussers Mattli, Gnos en Infanger ondernamen hun soms gevaarlijke zoektochten nog om den brode. Terwijl het voor de jongere Infanger en Müller eerder een hobby is, of liever gezegd: een passie. Toch krijgt ook Xaver Gnos nog altijd een kinderlijke blik van verrukking in zijn blauwe ogen als hij praat over zijn vondsten in de loop van zijn leven. Zijn vele dromen die hij in een notitieboekje heeft opgeschreven gingen allemaal over kristallen.

Konrad Mattli, die turend met zijn verrekijker de Planckenstock, de Schwarzstöckli en alle andere bergen van het Göscheneralp Tal bij naam weet te noemen, lijkt op het eerste gezicht nuchter. Hij getuigt van het harde bestaan van zijn familie van kristallenzoekers, gemzenjagers, boerenknechten en herders. Maar ook bekent hij dat hij altijd een klein kristalletje waarmee hij zich verbonden voelt in zijn portefeuille bewaart.

Peter Indergand bekijkt met weemoed de dia’s waarop zijn vader nog is te zien. Die vader, eveneens kristallenzoeker en overleden toen Peter elf jaar oud was, vond in 1946 in een grot nabij de Tiefengletsjer een heel kluster van kristallen. Lange tijd vormde dat het pronkstuk van de kristallen- en mineralenzaak van de familie in het dorpje Göschenen.

De jongere kristallenzoeker Heinz Infanger zien we met een rugzak en skistokken over een gletsjer trekken, op zoek naar kristallen. Je heb een geoefend oog en het juiste gereedschap nodig om ze tussen het alledaagse berggesteente te vinden. Infanger graaft met een soort koevoet tussen het rotspuin, vindt een mooi kwartsstuk en wil weten waar het vandaan komt. Op een hogere plek gaat hij vervolgens wrikken en graaft er een tunnel, waarin hij een heel kluster vindt.

Bruno Müller werkt vanuit een grot. In het voorseizoen gaat hij er alleen op uit en in de zomer vestigt hij zich samen met zijn broers in dat tijdelijke onderkomen. Daar zien we de broers na het werk kaasfondue bereiden, die met een goed glas witte wijn wordt genuttigd, waarna ze een klassieke Zwitserse pijp met gebogen steel opsteken.

Al in het stenen tijdperk (ongeveer 8000 jaar geleden) gingen mensen op zoek naar kristallen. In haar voice-over vertelt Irene Marty dat ze in de Griekse mythologie werden gezien als de versteende vreugdetranen van de goden van de Olympus. Het stenen tijdperk en de Griekse oudheid lijken echter wel gisteren als je je bedenkt dat de kristallen zelf hun groeiproces in de Aarde twaalf miljoen jaar geleden voltooiden. Marty noemt ze om die reden de boodschappers van de eeuwigheid.

Als we Peter Indergand moeten geloven bewijzen de kristallenzoekers de natuur een dienst door haar kostbaarheden te verzamelen. Want, zo weet hij, de bergen zullen uiteindelijk weer in zee verdwijnen. Dit lijkt een aanvechtbare visie van een gepassioneerde verzamelaar. De geologische cyclus die bergen weer in zee doet verdwijnen, beslaat immers tientallen miljoenen jaren. Terwijl de mens zelf (met zijn kristallenverzamelingen) het mogelijk niet zo lang op Aarde vol zal houden. Om nog maar te zwijgen van de negatieve gevolgen van al dat gewrik en gewroet in de bergen op hun door de smeltende gletsjers toch al bedreigde consistentie.

Goodbye Sisters – Innige verbondenheid
Veel hoger nog dan de vindplaatsen van bergkristallen in de Alpen liggen die van de yarsagumba: een rups die zich voedt met paddenstoelen en vastgroeit in de grond. Deze kostbare kruising tussen een dierlijke en een plantaardige levensvorm, waarvan de consumptie een geneeskrachtige en lustopwekkende werking zou hebben, wordt gevonden op hoogtes rond 5000 meter in de Himalaya.

Bijna even sterk met elkaar verbonden als de bestanddelen van de yarsagumba zijn de Nepalese zussen ‘Maili’ (Jamuna Budha Magar) en ‘Saili’ (Anmuna Budha Magar), de protagonisten van Goodbye Sisters van de Frans-Ierse regisseur Alexander Murphy. In die gedramatiseerde documentaire, die op het festival zijn Nederlandse première beleeft, zien we de twee zussen dikwijls hand in hand lopen. Door de straten van de hectische Nepalese hoofdstad Kathmandu, waar ze samen een groot deel van hun jeugd hebben doorgebracht. Maar ook op een lang bergpad dat voert naar hun armelijke geboortedorp Maïkot, waar ze zich tijdelijk zullen herenigen met hun ouders en oudere zussen.

Die terugkeer naar het ouderlijk huis maakt deel uit van een plan van Maïli, de oudste van de twee. Ze wil in Japan gaan studeren om haar eigen financiële situatie en die van haar familie te verbeteren. Het geld voor de reis hoopt ze bij elkaar te krijgen door nog één keer een goede partij yarsagumba te oogsten in de bergen boven Maïkot.

Het bezoek aan hun geboortedorp heeft voor de zussen tevens een niet geringe emotionele betekenis. Dat wordt al duidelijk als ze zich nog in Kathmandu bevinden. Daar laten ze zich niet alleen informeren over de prijs die ze zouden kunnen vragen voor yarsagumba van eerste klas kwaliteit, maar kopen ze ook kleurige sjaals en allerlei andere cadeautjes voor hun familieleden.

Ze reizen uiteindelijk dag en nacht door. Eerst met de (nacht)bus, dan met een jeep over slechte wegen en tenslotte bij onweer te voet naar Maïkot. Het is alweer donker als de hereniging met de familie plaatsvindt. Maar die is er niet minder uitbundig om. ‘Ba’ (Darshan Budha Magar, de vader) offert een kip ter gelegenheid van de reünie en zingt dansend een lied, waarvan hij de tekst enigszins vergeten lijkt te zijn.

Goodbye Sisters

Goodbye Sisters

De volgende ochtend wrijven de twee stadse zussen zich de ogen nog uit als de anderen al uren buiten op de velden aan het werk zijn. Als Maili en Saili dat voorbeeld tenslotte volgen, doen de schoffels pijn aan hun handen. Later liggen alle vier de zussen lui op de akker. Met hun hoofden op elkaars schoot, waardoor ze bijna één groot lichaam vormen.

Ook als het viertal de vuile kleren van de familie wast in een wild stromend bergriviertje strijden werken en plezier om voorrang. Ze lachen om de kleren van Ba die ze maar niet schoon krijgen, wassen hun eigen haren en dat van elkaar en tekenen wenkbrauwen en snorren van schuim op elkaars gezichten. Maili en Saili proberen samen een grote zeepbel vast te houden, maar die spat uit elkaar.

Als de grote dag is aangebroken waarop de familie de hoogte intrekt voor de yarsagumba-oogst loopt vader voorop met een zware mand op zijn rug en torsen de dochters ieder een flinke rugzak. Bij een boeddhistisch gedenkteken bidden ze dat ze niet door honger of ziekte getroffen zullen worden en maar veel yarsagumba mogen vinden. Het landschap wordt ondertussen rotsachtiger en kaler. Tot ze aankomen bij een groene weide vol mekkerende schapen. Iets lager (op 5010 meter) ligt de nederzetting Pupal, waar velen hun tenten opslaan voor de jaarlijks yarsagumba-oogst.

De volgende dag, met laaghangende mist en toch felle zon, begint de zoektocht naar de merkwaardige levensvorm. Kruipend op handen en voeten moeten ze iedere vierkante centimeter afspeuren van een met droog, geel gras begroeide helling. De ogen van Maili en Saili beginnen te tranen. Maar ze hebben nog niets gevonden. Hun moeder, die met een stok in de helling graaft, heeft meer succes. De yarsagumba die ze tussen haar vingers houdt, oogt wat verkreukeld. Maar als ‘Ama’ het ‘beestje’ voorzichtig verder uit de grond trekt, blijkt het om een redelijk gaaf exemplaar te gaan. De eerste prijsbepalingen van de oogst die ze bij elkaar hebben weten te scharrelen, vallen niet tegen.

Er zijn echter meer kwesties dan alleen die opbrengst die de familie bezig zullen houden. Zoals de bepaald niet zo leuke schooltijd van Maili en Saili in Kathmandu, waar binnen de familie nog nooit over is gesproken. Bovendien weten Ba en Ama nog niet dat ze hun dochter Maili na de oogst acht jaar lang niet meer terug zullen zien. En kan Saili het vertrek van haar oudere zus eigenlijk wel aan?

In nadrukkelijk geregisseerde, maar ontroerende scènes komen die kwesties nog aan de orde in deze meeslepende hybride film over innige familiebanden, afscheid, de ruige schoonheid van de Himalaya en het harde bestaan van yarsagumba-zoekers.

 

In het tweede deel van deze vooruitblik op DMFF #16 onder andere aandacht voor de fluisterende natuur van de Vogezen, een moeder op de hoogste berg van de wereld, een animatiefilm met tijdschokken en bergvriendelijke architectuur.
 

2 november 2026

 

DMFF 2026 – Preview 2: Een auerhoen, rendierkuddes en een hertenhoofd

 

MEER FILMFESTIVAL

Naza

****
recensie Naza
IJzingwekkende confrontatie met de werkelijkheid

door Jochum de Graaf

De roem is de film al vooruitgesneld. Op het filmfestival van Venetië won Naza de Speciale Juryprijs en kreeg de documentaire een staande ovatie van 25 minuten. In Israël zijn de reacties heftig en afwijzend, makers Yuval Abraham en Rachel Szor worden ernstig bedreigd. De meest besproken film van 2026 is vanaf eind november wereldwijd gratis online te zien.

Het is nachtdonker, ergens op een dak tegen de achtergrond van grootsteeds Tel Aviv maakt een onherkenbaar gemaakte man met strakke pennenstreken een schets op een blocnote. ‘Tap-tap-tap, dit is het gebouw dat ik moest bombarderen. Het aantal Naza op die verdieping was vier’. ‘Wat is Naza?’, vraagt de interviewer. ‘Nevenschade. Het te verwachten aantal burgerdoden bij een aanval’, is het antwoord.

Naza

Aanvaardbare foutmarge van 15%
In Naza, de meest besproken documentaire van het jaar, van Yuval Abraham en Rachel Szor, regisseurs die ook bij het Oscarwinnende No Other Land waren betrokken (respectievelijk als regisseur en schrijver), komen 24 anonieme Israëlische militairen en medewerkers van de inlichtingendiensten aan het woord. Klokkenluiders, geanonimiseerd in beeld vanwege het grote gevaar dat ze bij bekendmaking lopen, die uit de school klappen over het systeem waar ze onderdeel van uitmaken en de methodes die ze gebruiken bij de oorlog in Gaza.

‘Gaza’ is een door surveillance en AI gestuurde oorlog. Het programma Lavender analyseert enorme hoeveelheden telecomgegevens, social media, locatiegegevens en dronebeelden om te bepalen welke mobiele telefoon toebehoort aan een Palestijn die waarschijnlijk deel uitmaakt van Hamas of de Islamitische Jihad. Dat zijn zo’n 37.000 potentiële doelwitten met een voor de Israëlische regering en leger aanvaardbare foutmarge van 15%.

‘Where’s Daddy’ is een AI-systeem dat detecteert wanneer zo’n Lavender-doelwit thuis is. Een van de klokkenluiders vertelt dat hij een foto van een verondersteld Hamas-lid kreeg, een selfie van een vader met zijn tienerdochters op het balkon in de zon. Via een afgeluisterde telefoon hoorde hij een 12-jarige dochter opmerken: ‘Papa is thuis’. En ja, zo geeft hij in antwoord op de vraag van Yuval Abraham aan, hij gooide de bom, waardoor iedereen in het appartement omkwam. Maar papa was niet thuis; hij had zijn telefoon vergeten. Het beeld van de dochter op dat balkon bleef tijden op zijn netvlies. ‘Jammer dan’, was de reactie van zijn superieuren. De Naza is bij lagergeplaatste Hamasleden een stuk of wat, bij commandanten kan dat aantal oplopen tot 500.

‘Er zijn geen onschuldige mensen in Gaza’
Naza toont het systeem van de oorlog, de systematische vernietiging van een heel volk. Het laat ook zien hoe het systeem werkt voor de mensen die daar onderdeel van uit maken. Hoe komen ze tot hun daden? We horen de geijkte argumenten: ‘Ik ben maar een klein radertje in het geheel’, ‘als ik het niet doe, is het wel iemand anders die het doet.’

De gruwelijke Hamasaanval van 7 oktober 2023 met 1.200 Israëlische doden en ruim 250 gegijzelden zorgde voor een algehele diepe haat tegen Palestijnen. ‘Er zijn geen onschuldige mensen in Gaza’ luidde het. Iedere Palestijn is terrorist, doelwit om vermoord te worden. ‘Wat we ook doen. Ze verdienen het.’

Maar hoe komt het dat ze zo lange tijd blind waren voor de gruwelijkheden die ze vervolgens aanrichten, het nietsontziende geweld, de genocide. Hannah Ahrendt toonde met haar theorie van de banaliteit van het kwaad aan hoe een kwaadaardig systeem gewone mensen normaliseert. De meeste klokkenluiders maken deel uit van de liberale Israëlische elite, ze voelen zich een klein radertje in het systeem waar ze weinig verantwoordelijkheid voor ervaren. Ze concentreren zich meer op hun professionele carrière, hun militaire eenheid, de inlichtingendienst en staan in hoog aanzien in de Israëlische samenleving.

Naza

Jonathan Glazer, de regisseur van The Zone of Interest, de film over de banaliteit van het leven van kampcommandant Höss en zijn familie in de schaduw van het absolute kwaad van Auschwitz, trad op als uitvoerend producent. Vanaf de daken waar de klokkenluiders worden geïnterviewd zien we het moderne bruisende Tel Aviv. De camera pent langs anonieme flatgebouwen, het hier en daar nog drukke verkeer, zoomt in op fraaie appartementen, de tv staat aan, er ligt een vrouw op de bank te slapen, een man loopt bij het gordijn weg, laat op de avond is de gym nog open. Welvarende, voor ons bekend voorkomende, heel normale levens. En we horen de meest vreselijke dingen over wat zich 60 kilometer verder afspeelt. Een ijzingwekkend sterk contrast dat keihard aankomt.

Heftige en woedende reacties
De verwoesting, de ellende, de oorlogsmisdaden, het armageddon in Gaza is in vele films en documentaires gedocumenteerd. Uiterst belangrijk dat het nu van de Israëlische kant van binnenuit belicht wordt.

We zien de auto’s stil staan op 24 april 2025 vanwege 80 jaar bevrijding en herdenking van de holocaust, Netanyahu die op tv een toespraak houdt, dat het nooit meer mag gebeuren…. Een van de klokkenluiders zegt dat ie in Polen is geweest: ‘Ik heb daar gezien wat de Duitsers ons hebben aangedaan en nu doen wij precies hetzelfde.’

In Israël roept de documentaire vooralsnog heftige en woedende reacties op. De feiten worden bestreden, anonieme getuigen zijn per definitie onbetrouwbaar, het zou allemaal fake news zijn. Yuval Abraham en Rachel Szor worden verketterd, er gaan stemmen op om hen het staatsburgerschap te ontnemen, zij en hun familie worden ernstig bedreigd en ze leven ondergedoken.

Alle opwinding en commotie krijgt echter een tegendraads effect, Naza wordt alleen maar bekender en belangrijker. Zeker nu over een paar maanden de gratis stream van The Guardian overal ter wereld te zien zal zijn. Juist ook in landen als Israël, Amerika en Duitsland wordt het een confrontatie met de werkelijkheid waarvoor ze zo lang de ogen wilden sluiten.

 

30 september 2026

 

ALLE RECENSIES

The Desert of the Real

****
recensie The Desert of the Real
Hoe weten we wanneer iets echt is?

door Ralph Evers

Nietzsche’s Overmens (Übermensch) wist het al: alles is relatief, er is geen vaste grond waar vanuit we de wereld waarnemen. De protagonisten in The Desert of the Real hebben allen de wereld vanuit een psychotische staat waargenomen. Kenmerkend voor een dergelijke ervaring is dat alle vaste waarheden vloeibaar worden.

The Desert of the Real (De woestijn van het ware) roept als titel een vraag op en maakt een statement. Wij postmodernen zijn al langere tijd aangekomen in de relatief ware wereld. Niemand heeft de absolute kennis in handen.

The Desert of the Real

Een documentaire over psychosen met een filosoof, Wouter Kusters, roept al gauw diepe vragen op. Terecht. Neem daarbij een kunstenaar, muzikant en een psycholoog, en je alledaagse denken wordt even goed op de helling gezet.

De titel roept een associatie op: The Desert of the Reel (De woestijn van de filmrol). De filmrol is de illusie en schijnwerkelijkheid bij uitstek. Het lijkt zo echt, het is zo nep. Ook documentaires ontkomen hier niet aan, door alleen dat te laten zien wat de boodschap wil overbrengen. Woorden, beelden, ervaringen, de wereld blijkt helaas zo complex, ze is nimmer te vangen. Een metapositie binnen een pararealiteit – van het Griekse para: afwijkend van; in dit geval: afwijkend van de alledaagse perceptie van ‘s werelds realiteit.

Denk opnieuw
Maar misschien ervaren we als mens iets van die complexe totaliteit, wanneer we in een psychotische staat geraken. Althans, dat vermoeden kon je weleens bekruipen wanneer je naar de mensen luistert die centraal staan in deze documentaire van Luuk Bouwman. Zes mensen komen aan het woord: filosoof Wouter Kusters, kunstenares Ine Poppe, muzikant Simon van den Berg, psycholoog Jan Gerrit Schuurman, ervaringsdeskundige Calypso Marengo en de psychiatrisch verpleegkundige Eloy Vos.

Tussen de openhartige onthullingen en interviews krijgen we prikkelende citaten uit Alice in Wonderland van Lewis Carroll en ensceneringen van de ervaringen die treffend resoneren bij de sterk idiosyncratische ervaringen van een ieders psychotische episode(n). Om dat eigene van ieders unieke ervaring van hun psychosen naar voren te brengen, worden de interviews afgewisseld met kleurrijke decors, Halsman-achtige droomtaferelen en Magritte-achtige logica. Die eindeloos complexe wereld, een stukje daarvan, temidden van de optimale optische illusie die film is, om een ervaring over te brengen. Daarin zou je een poging tot metanoia kunnen zien, wat vertaalt kan worden naar: denk opnieuw, een verandering van inzicht, perspectief.

Afwijken van ‘de norm’
Wat spreekt is de alledaagsheid van pech in het ontwikkelen van een psychose. Zo vertelt Ine hoe vrije seks bij haar leidde tot zwangerschap, waarna een nieuw vriendje losse handen had, haar financiële situatie noopte tot werken en haar jonge leeftijd van 22 haar deed denken: ‘Dat doe ik wel effe.’ Of Calypso, die van Suriname in Limburg neerstreek, uitblonk op het atheneum en geconfronteerd werd met de plotselinge dood van haar broertje. Of krijg je de verleiding als kijker om bij filosoof Wouter – die zulke grote verbanden en betekenissen zag dat alles wat er te zeggen valt over de wereld te vatten is in één punt – te denken: het zat er blijkbaar altijd al in! Of: wat een genie, toen al!

De regisseur, Luuk Bouwman, heeft nergens gepoogd deze documentaire als een objectief verslag van psychosen te maken. Dat lijkt me een juiste keuze en vorm. De focus ligt op de zes hoofdpersonen, de psychiatrie zelf komt slechts zijdelings aan bod. Meest nog de dubbelfunctie van de psychiatrie: enerzijds de patiënt beter maken, anderzijds de samenleving veilig houden.

Hier zou een klein uitstapje naar andere culturen ons kader kunnen verruimen. Een noodzakelijke verruiming te midden van een steeds benauwender omgang in onze maatschappij met dat wat afwijkt van ‘de norm’. Neem de toename aan ‘verwarde personen’, of ‘trauma’.

The Desert of the Real

‘Een psychose is een normale reactie op een gestoorde maatschappij’
Uit mijn studie psychologie herinner ik me dat in andere landen, zoals Japan en meerdere Afrikaanse landen, psychose in een heel ander perspectief wordt gezien. Zo zou je in Japan ‘geraakt’ zijn door een van de Goden uit hun pantheon en richt de behandeling zich meer op de ermee gepaard gaande angstklachten.

Eloy Vos – wiens leven langzaamaan ontregelde tot het zodanig in onbalans raakte dat hij psychotisch wordt – stelt: ‘Een psychose is een normale reactie op een gestoorde maatschappij.’ Ook Ine grossiert in ervaringen die je naast de psychotische ervaring in deze samenleving doet staan: ‘Je voelt je als mens mislukt als je wordt opgenomen.’

Het siert deze documentaire om aan deze mensen en hun ervaringen een stem te geven.

 

9 augustus 2026

 

ALLE RECENSIES

I Was a Teenage Sex Pistol

***
recensie I Was a Teenage Sex Pistol
De bassist die niet punk genoeg was

door Jochum de Graaf

Glen Matlock loopt door de zalen van het Punk Rock Museum in Las Vegas. Hij haalt herinneringen op aan Joe Strummer, de legendarische voorman van The Clash, aan Generation X, de meer sophisticated punkband met Billy Idol, aan Rat Scabies, drummer van The Damned. Hij blijft staan voor een vitrine met foto’s, posters, krantenkoppen en allerlei parafernalia van The Sex Pistols. ‘Er hangen hier nogal wat associaties voor mij. Die foto’s van de Pistols zonder mij is wel een dingetje. Daar moet ik wat aan gaan doen, als ik terug ben in Engeland.’

En dat is wat I Was a Teenage Sex Pistol in essentie is: een eerherstel en een hommage zo je wil voor Glen Matlock, de eerste bassist van de legendarische oerpunkband. Hij schreef mee aan tien van de twaalf nummers op Never Mind the Bullocks, het enige album dat de band uitbracht, een van de meest invloedrijke uit de rockgeschiedenis. Johnny Rotten schreef de teksten, Glen Matlock was de (mede)componist, verantwoordelijk voor de gitaarriffs van Anarchy in the UK, God Save the Queen en Pretty Vacant, songs die in het collectieve geheugen van de rockgeschiedenis gebeiteld staan.

I Was a Teenage Sex Pistol

Belangrijke rol Glen Matlock
Andre Relis en Nick Mead volgen de gelijknamige autobiografie van Glen Matlock vrij nauwkeurig. Zijn jeugd in Paddington in een arbeidersmilieu, zijn schooltijd in Hammersmith, de prestigieuze kunstacademie Saint Martin’s School of Arts, zijn bijbaantje in de destijds hippe kledingwinkel SEX van Vivienne Westwood en Malcolm McLaren aan King’s Road die midden jaren zeventig door tout alternatief Londen gefrequenteerd werd.

Het was daar waar hij bevriend raakte met Steve Jones en Paul Cook met wie hij een bandje begon en ze McLaren vroegen om manager te worden. Toen augustus 1975 een zekere John Lydon met groengeverfd haar en een Pink Floyd-T-shirt met de letters I HATE erop gekalkt de winkel binnenstapte wist McLaren: dit is de frontman van de band. Hij bedacht de naam Johnny Rotten en noemde de band naar zijn winkel: The Sex Pistols.

Glen Matlock speelde die eerste jaren een belangrijke rol in de ontwikkeling van de band, maar werd vlak voor de grote doorbraak in ’77 aan de kant geschoven. Volgens McLaren was dat omdat hij ‘te veel van The Beatles hield’, in werkelijkheid ging er een groeiende onenigheid over de artistieke koers en persoonlijke animositeit tussen Rotten en Matlock achter schuil.

Het lot van Sid Vicious
Matlock waste zijn haren, dronk liever een biertje in plaats van zich over te geven aan harde drugs en had niet zoveel op met de anarchistische punkbeweging. Tekenend is de anekdote over God Save the Queen, het nummer dat voor enorme ophef zorgde toen de Pistols het tijdens een boottocht op de Thames langs alle overheidsgebouwen ten gehore brachten vlak voor de viering van het zilveren regeringsjubileum van Queen Elizabeth. Matlock vond dat overdreven provocerend, voor hem heette het nummer No Future.

Maar de breuk kwam vooral tot stand dankzij Johnny Rotten die zijn beste vriend John Ritchie, bijnaam Sid Vicious, in de band wilde hebben; Vicious die wel een ultieme punk-look had, maar in het begin geen noot bas kon spelen. Vanzelfsprekend ontkomt de film niet aan de behandeling van het drama van de dood van zijn vriendin Nancy Spungen, 12 oktober 1978 in het Chelsea Hotel New York, waar nog steeds verschillende moordtheorieën over de ronde doen en de min of meer zelfverkozen dood van Sid Vicious zelf vier maanden later aan een overdosis heroïne. Het betekende de onstuimige ondergang, kort na de minstens zo onstuimige opkomst van The Sex Pistols.

I Was a Teenage Sex Pistol (Foto: Ian Dickson/Redferns)

Economische malaise
I Was a Teenage Sex Pistol laat goed zien hoe de punk kon ontstaan midden jaren zeventig: de economische malaise, de toenemende jeugdwerkloosheid, het nog sterker dan in de jaren zestig afzetten tegen alles en iedereen inclusief de oudere generaties popidolen, gevestigde namen als The Small Faces en bepaalde vertegenwoordigers van de toen heersende stroming van de symfonische rock als Yes, Emerson, Lake & Palmer en Genesis.

Daartegenover stonden de energie en creatieve uitbarsting van bands als The New York Dolls, The Clash, The Damned, Siouxie and the Banshees, Dr. Feelgood, Slim Jim Phantom en X-Ray Spex om er een paar te noemen. Bijzondere beelden van de onderlinge strijd tussen de verschillende jeugdculturen, de soms hevige knokpartijen met de conservatieve Teddy Boys omdat de punks de verkeerde soort bordeelsluipers zouden dragen.

Glen Matlock is nog goed terechtgekomen. Hij ging spelen bij Iggy Pop, deed sessies bij Johnny Thunder, speelde samen met zijn grote idolen The Small Faces, Ron Wood en nog zo wat rockgrootheden. Zangeres Debbie Harry en man Chris Stein van Blondie steken de loftrompet over hem toen hij hun vaste basgitarist werd.

Minpuntje is dat het verhaal wordt verteld door een stoet talking heads, mede-muzikanten uit de begintijd en nu op leeftijd, die er met geverfde haren en hippiekleding nog rebels uit willen zien. Glen Matlock blijft er nuchter onder: ‘Ik heb altijd beroepsmuzikant willen worden’, zegt hij. ‘Nu op mijn 67ste kan ik zeggen dat het me gelukt is.’

Al met al is I Was a Teenage Sex Pistol een bijzondere voetnoot in het jaar – met als vertrekpunt oerknal Ramones van The Ramones – dat de punk vijftig is geworden.

 

2 juli 2026

 

ALLE RECENSIES

Soldier’s Bones

***
recensie Soldier’s Bones
In voetsporen oorlogsjournalist Vietnam

door Jochum de Graaf

30.539 doden: het was de eindscore van Speedy Express, een van de bloedigste en meest omstreden operaties van het Amerikaanse leger tijdens de Vietnamoorlog, uitgevoerd in de meest bevolkingsrijke districten van de Mekongdelta tussen 1 december 1968 en 31 mei 1969. Hoewel het exacte aantal burgerslachtoffers nooit met zekerheid is vastgesteld – de Amerikaanse legerleiding beschouwde destijds alle gedode Vietnamezen als vijandelijke strijders – bestond minimaal de helft van de slachtoffers uit ouderen, vrouwen en kinderen.

De operatie stond onder leiding van generaal-majoor Julian Ewell en kolonel Ira Hunt van de 9th Infantry Division, mannen die elkaar goed kenden vanuit hun samenwerking in West-Duitsland in de jaren zestig. Speedy Express was bedoeld om de door het onverwachte Tet-offensief verzwakte Viet Cong een extra slag met zoveel mogelijk doden toe te brengen. Ewell stelde vanuit dit principe van body count, zogenaamde free-fire zones in, waar 24 uur per dag op alles wat bewoog geschoten mocht worden. Hunt was de analytische sterk op statistieke gerichte expert van de twee, hij sprak ondergeschikte commandanten aan op het niet behalen van opgelegde quota.

Soldier’s Bones

My Lai
Het schandaal een van de grootste oorlogsmisdaden van de VS werd na grondig onderzoek vastgesteld door de journalisten Kevin Buckley en Alec Shimkin, die voor Newsweek werkten. Buckley sprak over Speedy Express als ‘a My Lai every month’, elke maand een My Lai. In het dorp My Lai was in maart ’68 bijna de volledige bevolking uitgemoord; de onthulling van de slachtpartij anderhalf jaar later leidde tot een ommekeer in de publieke opinie over de Vietnamoorlog.

Net als bij My Lai werkte de Amerikaanse legerleiding het onderzoek ernstig tegen en zette grote druk op Newsweek om niet tot publicatie over te gaan. Uiteindelijk kwam er in plaats van een grote coverstory slechts een kort kaderartikel met de belangrijkste feiten, dat ergens op de laatste pagina’s maar weinig aandacht trok.

Aangrijpend verhaal
In Soldier’s Bones ontrafelt de Nederlandse documentairemaker Kasper Verkaik het aangrijpende verhaal en zoomt vooral in op Alec Shimkin die in juli 1972 tijdens een reportage in een hinderlaag van Noord-Vietnamese troepen liep en sindsdien gold als MIA (missing in action), vermist persoon met onbekend lot. Shimkin, pas 27 toen, had zich helemaal vastgebeten in Speedy Express. Hij raadpleegde alle militaire informatie die hij kon krijgen, reisde de Mekongdelta door, sprak met overlevenden en legde alle feiten en data minutieus vast in zijn schriftjes. Het verhaal wordt voornamelijk verteld door zus Eleanor die psychiater werd en specialist in de behandeling van Vietnamveteranen met PTSS.

Shimkin’s afkomst, een familie van Joodse vluchtelingen uit Belarus, zijn jeugd in Gettysburg, zijn verwoede verzameling speelgoedsoldaatjes, zijn fascinatie misschien wel obsessie met de Eerste Wereldoorlog, het afbreken van zijn studie militaire geschiedenis en midden jaren zestig de aansluiting bij de opkomende burgerrechtenbeweging in Alabama en Mississippi – dit alles komt uitgebreid aan de orde.

In ’69 ging hij als vrijwilliger voor een humanitaire hulporganisatie naar Vietnam, werd burgerjournalist en leerde vloeiend Vietnamees spreken. Verkaik volgt zijn sporen in Vietnam op de voet, interviewt collega-journalisten, destijds actieve correspondenten, Vietnamese overlevenden en toont heftige archiefbeelden van de Amerikaanse moordpartijen in de Mekongdelta.

Soldier’s Bones

Confrontaties
Verkaik suggereert dat de Amerikanen tot op de dag van vandaag Shimkin als MIA aanmerkten omdat ze hem verdachten van sympathie voor de Noord-Vietnamezen. Ze waren al in 2014 door de Vietnamezen op de hoogte gesteld dat hij gevonden was, maar hielden dat zelfs voor zijn familie verborgen. Vanwege de onthullingen over Speedy Express achtten zij het niet de moeite waard zijn lichaam op te graven.

In de Vietnamese cultuur is het bieden van een laatste rustplaats voor een dode erg belangrijk, wanneer dat niet het geval is gaan de zielen zwerven, zo is het geloof. Met Soldier’s Bones komt Verkaik tegemoet aan deze opdracht. We krijgen een sterk beeld van de Vietnamoorlog, de verschrikkingen die de Amerikanen aanrichtten, het toenemende verzet tegen de oorlog, de doofpotcultuur die – zie de oorlog tegen Iran met het bombardement op een meisjesschool – nog steeds overheersend is. De confrontatie met de autoriteiten die daarvoor verantwoordelijk waren had wat sterker aangezet gemogen.

Soldier’s Bones is een goed gedocumenteerde documentaire. Heel goed dat het verhaal nu verteld wordt, maar als film had het wel wat meer drama en spanning kunnen gebruiken.

 

25 juni 2026

 

ALLE RECENSIES

Het hart van Amsterdam

****
recensie Het hart van Amsterdam
Veertig jaar penoze in een fascinerend insidersbeeld

door Bob van der Sterre

Begin jaren tachtig begonnen filmmakers Arnold-Jan Scheer en Roy Dames op de Wallen de Amsterdamse penoze te filmen. Veertig jaar later werkten ze na een crowdfundingsactie deze beelden uit in het geslaagde portret Het hart van Amsterdam. 

Wie wil dat nou niet, een film over de Amsterdamse penoze? We kijken naar het vroege soort penoze dat in softdrugs deed, nog niet zo over lijken ging als de  georganiseerde misdaad die toen langzaam opkwam, maar zich vooral presenteerde als een vriend van de buurt.

Het hart van Amsterdam

De Wallen als concentratie van kleine misdaad
Deze criminelen zaten in softdrugs, prostitutie en casino’s. Ze concentreerden zich rondom de Wallen in de Nieuwmarktbuurt. Een sportschool met sterke jongens was voldoende om overal druk uit te oefenen.

De mooiste namen vliegen je om de oren: Mooie Manus, Frits van de Wereld, Zwarte Joop, Parijse Leen, Utrechtse Gonnie, de Bollenbakker. Ze zaten gezellig jenevers te klokken in een barretje aan de Zeedijk. “Vroeger was een andere tijd. Als er wat gebeurde, was het elkaar een paar stompen geven en daarna zaten ze een biertje te drinken.”

De Wallen waren lang een eigen ecosysteem binnen Amsterdam met veel (klein) misdadige rafelrandjes. Journalist Bas van Hout groeide er op en legt het als volgt uit: “Er was geen wetgeving, het was een soort sociaal vacuüm waar alles kon. Niemand die aan mij vroeg: wat doe jij eigenlijk?” Henk de Vries, uitbater van The Bulldog: “Je liep amper buiten de Nieuwmarkt en je werd verguisd en vergald als: Je komt uit een smerig getto.”

Een pittig wereldje waar hardheid de boventoon voerde. “Mijn vader was ook lief… Maar af en toe sloeg ie me de tering.” Met een eigen logica: “De een hep het een beetje beter gedaan, de ander heeft het wat slechter gekregen.” En: “Vroeger dachten we dat wij de boeffies waren. Nu zijn we de netste en fatsoenlijkste mensen die hier in de buurt rondlopen.”

We kijken ook naar souteneurs en sekswerkers die rondom de Wallen opereerden. Zoals de twee zussen Louise en Martine Fokkens die uitleggen hoe uitpezen werkte. Of sekswerker Rob die het twintig keer per dag zeven dagen per week deed op een podium: “Ik voelde me net een Febo-kroket.”

Frits van de Wereld en Zwarte Joop
De film focust zich vooral op de twee criminelen die gedijden bij het gebrek aan aandacht van de politie voor deze buurt. Frits van de Wereld – die rondom de Zeedijk opereerde – en Zwarte Joop – die Casa Rosso begon op de Oudezijds Achterburgwal. En of Frits nou in heroïne zat? Zelf ontkende hij dat ten stelligste: “Als ik ooit 1 gulden aan heroïne verdiend hep, hoop ik dat ze me twintig jaar lik geeffe.”

Zwarte Joop introduceerde seksbars als Casa Rosso en later ook luxe casino’s. Hij was een ‘innovatieve’ penoze. “Het was toen half illegaal, we hadden een alarmsysteem voor als er iemand van de zedenpolitie kwam, dan werd de porno vervangen door een tekenfilm.”

De verhalen rondom deze casino’s zijn bijna een speelfilm, zegt Bas van Hout, die er middenin zat. Hij begon er al op zijn twaalfde als croupier en herkende veel toen hij Casino zag. “Ik heb miljoenen naar Zwitserland gebracht.” Frits van de Wereld reageerde met zijn eigen gokhuis: Mata Hari.

Soms was het toch wel grimmig, zoals met een grote brand in een van de casino’s, die aangestoken werd door een ex-werknemer. Daarnaast klopte de meer georganiseerde misdaad van Klaas Bruinsma steeds meer op de deur. Dat zou uitlopen op de gangsteroorlogen in de jaren negentig.

Het hart van Amsterdam

Bar en boos: de jaren tachtig en de Zeedijk
De geplande documentaire in de jaren tachtig van Scheer en Dames kwam nooit af. Maar het laten sudderen van het materiaal kan soms goud waard zijn. Want ze bleven filmen, deden nog diverse interviews later en rondden het project af, waardoor je een vrij compleet en fascinerend insiders-beeld krijgt van de Amsterdamse penoze.

Een voordeel hiervan is bijvoorbeeld dat de film diverse unieke beelden bevat van de jaren tachtig, toen het echt bar en boos was rondom de Zeedijk. Een typisch beeld is als ‘Petertje’ bij ‘ome Frits’ geld komt vragen voor zijn verslaving. “Hij was een van de vriendjes van m’n soon.”

De buurt raakte verpauperd. Frits van de Wereld geeft zelf een rondleiding. “Alles is verrot en kapotgemaakt.” Ingevallen huizen, overal hout voor de ramen, restaurants en cafés gingen dicht. Maar wel overal junks en dealers. “Het was de hele dag: Bruin-wit… Dan zeg ik: de bakker is daar.”

Een serie?
Journalistiek is het nooit goed om te dicht op je onderwerp te zitten. Je krijgt al snel weinig-kritisch ouwe-jongens-krentenbrood.

Maar ook dat levert een fascinerend beeld op van een subcultuur die niet vaak aan het woord is. Er is veel genietbaars aan een passieproject als deze film. Bijna alles is goud, het Amsterdams, de karakters, de dialogen, de archiefbeelden. En zelfs wel wat gevoelige momenten, zoals de verhalen van de kleinzoon van Frits van de Wereld.

Een nadeel is wel dat er veel in weinig tijd wordt geperst. Het verhaal gaat hierdoor aldoor alle kanten op met heel veel karakters en geschiedenissen. Ik zeg het niet snel maar een serie had hier wonderen gedaan. Met hoofdstukken over softdrugspenoze, casino’s, prostitutie, georganiseerde misdaad, jaren tachtig heroïnegolf, heden, etc.; dat zou nog meer smullen zijn geweest.

 

22 mei 2026

 

Meer Amsterdam? Lees Camera Obscura Special: Filmstad Amsterdam.

 

 

ALLE RECENSIES

Broken English

**
recensie Broken English
Misunderstanding Broken English

door Jochum de Graaf

Marianne Faithfull heeft meerdere levens geleid. Ze was in de swinging sixties het archetype van de ‘rockchick’, het meisje dat zich in de entourage van beroemde rockbands ophield. Ze werd ontdekt door manager Andrew Loog Oldham op een feestje van The Rolling Stones.

De Londense zangeres kreeg een relatie met Mick Jagger en had, in 1964, al op 17-jarige leeftijd een wereldhit met ‘As Tears Go By’. Ze was de inspiratie voor een aantal Stones-nummers en is te horen op ‘Yellow Submarine’ van The Beatles. In 1969 schreef ze de tekst voor het roemruchte ‘Sister Morphine’, dat over haarzelf leek te gaan, waardoor ze verguisd werd. Maar toen The Stones het korte tijd later op ‘Sticky Fingers’ zetten, met de credits voor Jagger en Richards, viel niemand erover. Na een rechtsgang van meer dan twintig jaar kreeg Marianne Faithfull haar deel van de rechten.

Broken English

Wereldroem en drama
Na de scheiding van Jagger vanwege een miskraam stopte ze een tijdje met muziek maken. Ze probeerde van haar verslaving af te komen en leefde zelfs enige tijd op straat. Eenmaal afgekickt was haar stem door het vele drank- en drugsgebruik blijvend veranderd. Faithfull herontdekte zichzelf onder invloed van de new wave en punk met het gedurfde album waaraan de film zijn titel ontleent. ‘Broken English’ (1979) sloeg in als een bom en verschafte haar opnieuw wereldroem. Daarna volgden nog een stuk of tien albums waarin de stijl met die indringende gruizende stem werd voortgezet.

In de jaren zestig was ze al begonnen met acteren, speelde in toneelstukken van Tsjechov, speelde zichzelf in Godards Made in USA (1966) en de op haar lijf geschreven rol van Ophelia in Hamlet (1969) van Tony Richardson. Na haar comeback met ‘Broken English’ pakte ze ook haar acteerwerk voor theater, tv en film weer op, en speelde in tientallen producties in binnen- en buitenland.

De film concentreert zich vooral op haar muziekcarrière. Ruim tien jaar geleden maakte ze furore in de combinatie van muziek en theater met de hoofdrol van Anna in ‘The Seven Deadly Sins’, de chanteuse opera van Kurt Weil en Berthold Brecht. In 2018 verscheen haar laatste album ‘Negative Capability’ waarop ze onder anderen samenwerkte met Nick Cave en Warren Ellis.

Marianne Faithfull had drie huwelijken, onderging vier abortussen. Ze was verslaafd aan heroïne, overleed bijna aan een overdosis, leed aan anorexia, deed een zelfmoordpoging, overleefde borstkanker, tal van andere lichamelijke ongemakken. In 2020 lag ze een aantal weken in coma, maar overleefde ook covid. Eind januari 2025 overleed ze na een kort ziekbed.

In dat leven, die levens, zit genoeg drama om er een geweldige documentaire, misschien wel drie of meer, over te maken.

Kunstgreep overheerst
Iain Forsyth en Jane Pollard, die enige naam maakten met 20,000 Days on Earth (2014), het ‘leven uit een dag’ van Nick Cave, kozen voor een bijzondere kunstgreep: ze verzonnen het ‘Ministerie van Niet Vergeten’. Het Ministerie heeft als doel het ‘onderzoeken van waarheden en mythen, en de poreuze grens daartussen’.

Aan het begin van de film krijgen we een rondleiding: een donkere sombere ruimte met stalen meubels, tafellampen die een schaars licht op de bureaus werpen, draaischijftelefoons onder handbereik, uitschuifbare kasten waar kranten, boeken, lp’s zijn opgeslagen, cassettedecks en archiefdozen. De sfeer van een sciencefictionfilm uit de jaren zestig. Tilda Swinton heeft er de leiding. Ze spreekt ons streng toe en legt uit dat ‘niet vergeten’ iets anders is dan ‘herinneren’. Het eerste object van onderzoek is Marianne Faithfull. ‘We moeten Mariannes rol als destabiliserende invloed eens goed onder de loep nemen’, zegt Swinton. Marianne wordt binnengereden in een rolstoel, zuurstofslangetje in de neus, zwaar ademend, en het interview met de archivaris van het archief, acteur George MacKay, gaat van start.

Dat niet bestaande nep-ministerie is een kunstgreep die doorheen de film verder wordt doorgevoerd met een groot bord met post-its, foto’s, pijlen, cirkels, strepen, data en namen, zoals je ze op politiebureaus in detectiveseries ziet, waarop dan weer wordt ingezoomd op een bepaalde episode uit Mariannes leven. Al dat randgebeuren kost een boel schermtijd en overheerst de potentieel interessante inhoud.

Soms lijkt die kunstgreep goed te werken. George MacKay als interviewer stelt interessante vragen over haar verleden in de nabijheid van The Rolling Stones, toont fragmenten van optredens die ze lang niet gezien heeft. Maar dan word je weer afgeleid door dat belachelijke quasi-intellectuele brilletje dat hij op zijn neus heeft. En dan krijg je weer de in een stijve plusfour gestoken Tilda Swinton, de geblondeerde haren strak achterover gekamd, die pedante teksten uit een of ander document opleest.

Broken English (foto Joseph Lynn)

Beeldvorming
Er waren afspraken met Marianne Faithfull dat ze over bepaalde onderwerpen niet wilde spreken. De breed uitgemeten roddels en verhalen in de Britse tabloids over haar kind, het drugsgebruik, de foto op een party waar ze naakt onder een bontjas zat, de arrestatie vanwege marihuanabezit, de driehoeksrelatie met Anita Pallenberg en Keith Richards. We krijgen een serie hitsige presentatoren die maar blijven doorvragen over haar roemruchte minnaars, de verslavingen.

Dan is het niet zo’n gek idee om een aantal vriendinnen en goede bekenden van Marianne aan het woord te laten over het seksisme en de beeldvorming, hoe ze werd neergesabeld en dan toch weer de kracht vond om zich op te richten en door te gaan. Maar de dames, onder wie de feministische historica Kathy Hessel, blijven steken in algemeenheden, en de beelden van vroeger op de achtergrond zijn behoorlijk vaag.

Ontroerende momenten
Daartegenover zitten er ontroerende momenten in de film, waarmee het bij tijd en wijle toch een monument wordt voor die geweldige persoonlijkheid en vooral ook die stem. Beth Orton zingt een mooi breekbare versie van ‘As Tears Go By’. Courtney Love draagt een krachtige versie van ‘Times Square’ voor, en de Franse actrice-zangeres Jehnny Beth geeft een punkachtige, new wave-twist aan het scherpe ‘Why’d Ya Do It?’.

Let vooral ook op Marianne als ze met veel liefde vertelt over producer Hal Willner, de enige persoon uit de muziekbusiness die haar haar hele leven heeft bijgestaan. En hoe ze straalt bij het fragment dat haar getoond wordt, waarin Willner zegt: ’Dit is de stem van een leven. Een moeilijk leven.’

En dan volgt haar laatste optreden samen met Nick Cave en Warren Ellis. Ze zingt met een mooi invallende tweede stem van Cave de melancholieke ballad ‘Misunderstanding’ van haar laatste album ‘Negative Capacity’ uit 2018.

Het is de vraag hoe bewust Pollard en Forsyth voor dit slotakkoord hebben gekozen, maar die titel is wel toepasselijk voor hun mislukte aanpak.

 

2 april 2026

 

ALLE RECENSIES

Movies that Matter 2026 – Deel 4: Rusland en Hongarije

Movies that Matter 2026 – Deel 4:
Rusland en Hongarije

door Jochum de Graaf

Twee indringende documentaires tonen hoe kwetsbaar vrijheid kan zijn onder autoritaire regimes. Van Russische politieke gevangenen tot Hongaarse journalisten: persoonlijke verhalen maken zichtbaar wat er gebeurt wanneer macht kritiek onderdrukt.

 

Politzek: Voices that Defy the Kremlin

Politzek: Voices that Defy the Kremlin – ‘Waarom ik, mam?’
Eind vorige week kwam het bericht dat de Rus Vladimir Osipov onder verdachte omstandigheden in een strafkamp was overleden. Osipov was tot zes en een half jaar detentie veroordeeld wegens het verspreiden van ‘nepnieuws’ over de oorlog in Oekraïne.

De mensenrechtenorganisatie Memorial hield bij dat sinds de invasie in Oekraïne tientallen politieke gevangenen in hun cel zijn gestorven. Net als Osipov stierf het merendeel onder verdachte omstandigheden: geweld, marteling, gebrek aan medische hulp, slecht voedsel, frequente overplaatsingen en zelfmoord.

Van het verzet tegen de oorlog, het protest tegen Poetin komt maar weinig naar buiten. De repressie is meedogenloos. Toch slagen betrokkenen, familie, vrienden en omstanders erin beelden van dat verzet het land uit te smokkelen. De Franse documentairemaakster Manon Loizeau en haar naar Frankrijk uitgeweken Russische collega Ekaterina Mamontova hebben er een indringende documentaire van gemaakt.

‘Politzek’ worden ze genoemd, het neo-Russische woord voor politieke gevangenen. We zien de spontane stilzwijgende demonstraties op straat, mensen met mondkapjes waar ‘njet wojna’ (‘nee tegen de oorlog’), op staat geschreven. Een emotionele manifestatie bij het graf van Navalny. Het zeer gewelddadige optreden van de gevreesde Omon, de oproerpolitie. De allengs sterker wordende repressie, sterk samengevat in de opmerking van een vrouw dat je voor het zeggen van twee woorden (‘njet wojna’) vijftien jaar cel kunt krijgen.

Het oppakken en afvoeren naar een politiebureau, de scènes van de verdachten gehandboeid achter glas waar ze met hartjes en andere gebaren contact met geliefden en vrienden kunnen onderhouden. De restricties op familiebezoek en het afleveren van voedsel en andere pakketjes aan de gevangenen. De gefabriceerde aanklachten, het ineens opduiken van onbekende getuigen waardoor nog strengere straffen kunnen worden uitgesproken.

Onder de stemmen die het Kremlin trotseren volgen we Oleg Orlov, medeoprichter van Memorial, de mensenrechtenorganisatie die in 2022 de Nobelprijs voor de Vrede kreeg. Hij werd begin 2024 veroordeeld voor het ‘herhaaldelijk in diskrediet brengen’ van het Russisch leger. In een artikel had hij geschreven dat Rusland onder Poetin was afgegleden naar een vorm van fascisme. Zijn vrouw Tatjana Kasatkina probeert hem zo goed mogelijk te ondersteunen. Zij was jarenlang de uitvoerend directeur van Memorial, belast met het documentatiewerk. Toen na de inval Memorial met toenemende repressie te maken kreeg en uiteindelijk verboden werd, besloot ze naar het buitenland uit te wijken.

We maken ook kennis met kunstenares Sasha Skochilenko die in een supermarkt de prijskaartjes vervangt door informatie  over de invasie in Oekraïne en de slachtoffers in Marioepol. Het kwam haar op zeven jaar strafkolonie te staan. Haar moeder Nadezjda vraagt constant aandacht voor haar lot; Sasha lijdt aan coeliakie en heeft een hartafwijking, de detentie is levensbedreigend.

Anna Karetnikova was jarenlang werkzaam als inspecteur in het Russische gevangeniswezen, de FSIN, en hield gedetailleerde verslagen bij van de misstanden, martelingen en de erbarmelijke omstandigheden die ze aantrof. Beelden van veertig mannen in een cel bedoeld voor tien, de agressie en onleefbaarheid spat van het scherm. Bij de vrouwen schijnt het nog erger te zijn, daar zitten en staan ze met z’n zeventigen op cel. Een mannelijke gevangene roept dat hij al twintig dagen niet gedoucht heeft, hij doet zijn trui omhoog, toont zijn zwaar schurftige buik. Ook Karetnikova werd gedwongen Rusland te verlaten vanwege haar onthullingen en de kritiek op het gevangenissysteem.

Orlov en Skochilenko komen vrij bij de grote gevangenenruil 1 augustus 2024, de grootste sinds de Koude Oorlog waarbij 26 personen tussen Rusland en een aantal westerse landen werden uitgewisseld. Hierbij kwamen ook de Amerikaanse journalist Evan Gershkovich en de vooraanstaande oppositieleider Vladimir Kara-Moerza vrij. Anderzijds werd onder andere een agent van de Russische veiligheidsdienst FSB, die een levenslange gevangenisstraf wegens de moord op een Tsjetsjeense dissident in Berlijn uitzat, uitgeleverd. Hij krijgt op de luchthaven van Moskou een bijzonder warm onthaal door Poetin persoonlijk.

Maar het meest schrijnende is het geval van de 14-jarige Arseny Toerbin, een sympathiek en energiek ventje die een paar YouTube-filmpjes met swingende muziek en danspasjes opnam. Zijn eenvoudige boodschap is dat Rusland met Poetin aan de macht geen vrij land kan zijn en dat alle politieke gevangenen moeten worden vrijgelaten. Hij wordt aangegeven door zijn leraren en tot vijf jaar verblijf in een jeugdstrafkolonie veroordeeld – de FSB heeft waarschijnlijk vervalst bewijs aangeleverd dat hij lid van een terroristische organisatie zou zijn.

Hij wordt meermalen overgeplaatst en bevindt zich tegenwoordig waarschijnlijk in een kamp achter de Oeral bij Perm, 2000 kilometer van Moskou. In brieven aan zijn moeder Irina beschrijft hij de horror van het kamp: hij wordt door medegevangenen in elkaar geslagen en verkracht. Onbegrip waarom hij daar als kind moet zien te overleven, voor een niet noemenswaardig vergrijp als het maken van een filmpje. ‘Waarom ik, mam?’

Deze film is nog te zien op YouTube en op DW.

 

80 Angry Journalists

80 Angry Journalists – De propagandamachine van Orban
12 april zijn er in Hongarije, en voor Europa, zeer belangrijke verkiezingen. Voor het eerst in de vijftien jaar dat hij nu aan de macht is bestaat er een gerede kans dat er een einde komt aan het tijdperk Orban. Concurrent Peter Magyar staat al een jaar lang ruim voor in de peilingen en er is gerede kans dat hij met een meer democratische politiek Europa kan bevrijden van de verlammende greep. Vrijwel dagelijks is er de berichtgeving over de vuige campagne waarmee Orban zijn autocratische macht probeert te houden.

80 Angry Journalists begint met een lesje moderne geschiedenis van Hongarije. Orban bouwde samen met zijn jeugdvriend Lajos Samiscka niet alleen de regeringspartij Fidesz, maar ook een enorm zakelijk imperium op, waar behalve de grote bouwbedrijven ook mediaconglomeraten deel vanuit maakten. Dat is hoe het werkt in een autocratie: als je eenmaal gekozen bent en je wilt net als Poetin, Erdogan en tegenwoordig ook Trump de macht in handen houden, moet je de publieke opinie beheersen. Orban en Samiscka slaagden daarin met onder meer de omvorming van het onafhankelijke Origo, Hongarijes grootste nieuwsportaal, tot propagandakanaal.

In 2015 kwam het tot een breuk tussen Orban en Samiscka en het leek er even op dat de mediabedrijven oppositie tegen Orban zouden gaan voeren. Maar Samiscka ruimde het veld en Orban behield zijn mediamacht. Lange tijd leek het dat Index.hu, een van de weinige onafhankelijk populaire nieuwssites, ongemoeid zou worden gelaten. Maar zomer 2020, middenin coronatijd, kwam er toch een politiek gemotiveerde aanval.

De film komt pas goed op gang wanneer we freelance sterreporter András Földes door de redactiegangen van Index zien lopen en hij op een zeer opgewonden bijeenkomst van vrijwel de complete redactie stuit. Het is een protestmeeting tegen het ontslag van hoofdredacteur Szabolcs Dull, en Földes begint meteen te filmen. Direct verantwoordelijk voor het besluit is advocaat Gabor “Bodi” Bodolai, voorzitter van de stichting Index. Zijn rol is zeer omstreden. In die voor ons onverstaanbaar onbegrijpelijke taal hoor je regelmatig de term ‘stroman’ vallen. Bodi’s verweer is dat volgens zakenman Miklos Vaszily, hoofd van de advertentietak en vertrouweling van Orban Index.hu, door de coronacrisis in financiële moeilijkheden is gekomen en er gereorganiseerd moet worden.

Voor de redactie wordt hiermee een rode lijn van politieke inmenging van buitenaf overschreden, voor hen is het een directe aanval op de onafhankelijkheid van de pers. Bodi probeert de gemoederen te sussen, maar de redactie stelt hem een ultimatum: het ontslag van hoofdredacteur Dull moet worden ingetrokken. Wanneer Bodi dit weigert, dienen de 80 boze journalisten van Index zelf collectief hun ontslag in. Ze besluiten, ongekend in de persgeschiedenis, een nieuw onafhankelijk mediaplatform, Telex, op te richten.

De affaire Index met de strijd voor de onafhankelijkheid van de pers trok ook veel internationale aandacht. Het is een praktijkvoorbeeld hoe onder het mom van zakelijke overwegingen de pers gelijkgeschakeld kan worden. Voor de Europese Unie is het een katalysator in de totstandkoming van de European Media Freedom Act. Hierin worden redacties beter beschermd tegen bemoeienis van eigenaren en overheden.

De film volgt het proces – dat met de oprichting van Telex met vallen en opstaan gepaard gaat – op de voet. Lang niet alle ‘angry journalists’ behalen de eindstreep bij het uiteindelijk succesvolle mediaplatform dat onder andere door crowdfunding tot stand komt. Földes blikt in verschillende stadia uitgebreid terug met de hoofdrolspelers, waaronder ook Bodi, wat interessante reflecties over democratie, rechtsstaat en de vrijheid van meningsuiting oplevert.

In de straten van Boedapest zien we de propagandamachine van Orban in werking, de meer dan levensgrote billboards met de in vroeger jaren haatcampagne tegen Soros en Brussel en tegenwoordig de nieuwe boe-mensen Zelensky en Von der Leyen. 80 Angry Journalists schetst een uitstekende actuele achtergrond bij de verkiezingen op 12 april.

 

27 maart 2026

Movies that Matter 2026 – Deel 1: Gaza en Oekraïne
Movies that Matter 2026 – Deel 2: Amerika, land van tegenstellingen
Movies that Matter 2026 – Deel 3: Vechten tegen de bierkaai?

 

MEER FILMFESTIVAL

Movies that Matter 2026 – Deel 3: Vechten tegen de bierkaai?

Movies that Matter 2026 – Deel 3:
Vechten tegen de bierkaai?

door Cor Oliemeulen

Een jaarlijks terugkerend programmaonderdeel van het Movies that Matter Festival is Activisten. Vaak is hun motivatie onwrikbaar, maar hun lot onzeker. In deze bijdrage richten we de lens op activisten in Iran, Engeland en Kenia. In alle gevallen laveert hun strijd tussen ‘alle beetjes helpen’ en ‘een hopeloze zaak’. De kijker beslist. 

 

Cutting Through Rocks

Cutting Through Rocks – Vechten tegen tradities
Dat vrouwen in Iran onderdrukt worden, is inmiddels wel bekend. Daar kunnen bommen weinig aan veranderen. Die conclusie wordt bevestigd na het kijken van Cutting Through Rocks, dat was genomineerd voor een Oscar voor beste documentaire en afgelopen november de IDFA-publieksprijs won.

Actievoeren voor gelijke rechten is in een afgelegen dorp in het noordwesten van het land, ver weg van de hoofdstad Teheran, misschien gemakkelijker dan in de grote stad. Hier is nauwelijks een politieman te zien, maar het effect van sociale controle in een kleine gemeenschap valt niet te onderschatten.

Toch doet dertiger Sara Shaverdi haar best om voor zichzelf en haar seksegenoten op te komen. De dorpsoudsten (alleen maar mannen) vinden deze vroedvrouw een rare kwibus. Zij hult zich niet in traditionele religieuze gewaden, draagt een petje op haar hoofddoek, rijdt motor, en als we voor het eerst kennis met haar maken, is ze een hek voor haar huis aan het repareren. Dat Sara niet op haar mondje is gevallen, blijkt als een van haar zussen overstuur meldt dat een van hun broers haar en de andere zussen een document heeft laten tekenen over de erfenis van hun vader. Sara gaat op hoge poten naar hem toe, trekt fel van leer en verscheurt het document.

Sara is populair bij veel vrouwen, en zelfs bij jonge mannen, die haar stoer vinden. Ze komt op voor jonge meisjes – die kunnen beter naar school gaan dan vroeg trouwen, soms al op hun elfde of twaalfde. In een scène in een klaslokaal zegt elk meisje dat ze wil studeren in plaats van trouwen, maar enkele jaren later leren we dat er uiteindelijk slechts vijf meisjes níet zijn getrouwd.

Misschien kan Sara meer bereiken als ze zich beschikbaar stelt als burgemeesterskandidaat. Ondanks de afkeer van de dorpsoudsten, wordt ze met een overweldigende meerderheid gekozen. Hoe bijzonder dat is, zien we in een opname waarin alle burgemeesters van de naar schatting 300 dorpen in de regio bij elkaar komen en Sara de enige vrouw is. Vervolgens zien we hoe ze haar verkiezingsbelofte – meer voorzieningen in het dorp – nakomt. Zo worden er gasleidingen aangelegd, maar ze stelt wel een voorwaarde: je krijgt pas gas als de echtgenote voor de helft eigenaar van het huis wordt. Een man vertelt dat hij bang is dat zijn vrouw daarna meteen een muur in het midden van het huis zal metselen om haar eigen territorium af te bakenen. Uiteindelijk gaat hij overstag, net als 150 andere mannen.

Het is uniek dat een vrouw in Iran tegen de stroom ingaat en barrières doorbreekt, zoals de filmtitel suggereert. Dat geldt ook voor de filmmakers, die Sara portretteerden. Tussen 2017 en 2023 bezochten Sara Khaki en Mohammadreza Eyni acht keer haar dorp, steeds een paar maanden, en wisten geleidelijk het vertrouwen van de dorpsbewoners en de autoriteiten te winnen. Dat leidde tot intieme opnames: ontmoetingen met de dorpsoudsten, een schoolmeisjesklas en Sara’s zussen en broers.

Er is zelfs een scène dat Sara voor de rechter moet verschijnen, omdat er irritaties en klachten over haar rol van burgemeester zijn. De afloop hiervan voorspelt weinig goeds. Maar er is een sprankje hoop, zoals blijkt uit het eindshot als Sara vrouwen en meisjes leert motorrijden, een verworvenheid die niet zo snel meer zal worden afgenomen.

Kijk hier waar deze film draait.

 

Molly Vs The Machines

Molly Vs The Machines – Vechten tegen social media
Molly Vs the Machines is een indringende en actuele documentaire over de schaduwkant van sociale media. De film vertelt het verhaal van de 14-jarige Molly Russell uit Londen, die langzaam verstrikt raakte in een online wereld vol sombere en schadelijke content. Wat begint als ogenschijnlijk onschuldige interesse, verandert door algoritmes in een negatieve spiraal waar ze niet meer zou uitkomen.

Regisseur Marc Silver kiest voor een opvallende vorm: delen van het verhaal worden verteld met behulp van AI. De voice-over is door de computer gegenereerd en ook beelden, zoals Molly’s slaapkamer waarin ze vaak alleen op haar bed zit met haar telefoon, zijn kunstmatig gemaakt. Dat zorgt voor afstand, maar past ook bij het onderwerp. Zoals de voice over zegt: “For her parents she was a child, for me she was a user.” Die zin vat pijnlijk samen hoe sociale media naar mensen kijken: niet als persoon, maar als gebruiker.

Molly Vs the Machines laat goed zien hoe kwetsbaar jongeren zijn. Op een leeftijd waarop identiteit en zelfbeeld nog volop in ontwikkeling zijn, kunnen sociale media aanvoelen als de echte wereld. Molly’s ouders en vriendinnen hadden niet door in welke fuik ze terecht was gekomen. Achter gesloten deuren, alleen met haar smartphone, werd ze steeds verder bevestigd in negatieve gedachten. Zoals een vriendin zegt: “Die negatieve gedachten zijn er ingestopt.”

De film maakt ook duidelijk hoe algoritmes werken. Wie eenmaal naar sombere content kijkt, krijgt er steeds meer van te zien – vaak ook extremer. Het systeem is niet ontworpen om te helpen, maar om aandacht vast te houden. De vergelijking met een verslaving is niet overdreven: gebruikers worden beïnvloed en vastgehouden, terwijl bedrijven blijven optimaliseren. Vooruitgang gaat voor veiligheid.

Een belangrijke rol in de film is weggelegd voor Molly’s vader, Ian Russell. Hij groeide uit tot activist en strijdt voor strengere regelgeving. Zijn uitspraak “Instagram helped to kill my daughter” is confronterend, maar kreeg uiteindelijk gewicht: in een baanbrekende rechtszaak werd vastgesteld dat online content heeft bijgedragen aan Molly’s dood. Daarmee kwam ook de verantwoordelijkheid van techbedrijven nadrukkelijk in beeld.

Molly vs the Machines laat ook zien hoe platforms als Facebook en Instagram zijn veranderd: van sociale netwerken naar systemen die gedrag sturen en monitoren. Silicon Valley, zo wordt gesteld, is anti-overheid en anti-regulatie. Steeds wordt beterschap beloofd, maar ondertussen krijgen ze steeds meer invloed op het dagelijks leven van vele miljoenen gebruikers.

De kracht van de documentaire zit in de combinatie van persoonlijke tragedie en maatschappelijk probleem. Het verhaal van Molly raakt diep, maar roept ook grotere vragen op. Wie is verantwoordelijk als technologie schade aanricht? En hoe beschermen we jongeren in een wereld waarin elke klik op het internet wordt gevolgd?

Kijk hier waar deze film draait.

 

Kikuyu Land

Kikuyu Land – Vechten tegen kolonisten
Je kunt Kikuyu Land zien als het spirituele en journalistieke vervolg op Our Land, Our Freedom, dat twee jaar geleden draaide op het Movies that Matter Festival. Beide films gaan over de landroof van de Engelse kolonisten in Kenia en de nog steeds durende strijd voor gerechtigheid.

Waar Our Land, Our Freedom vooral de juridische strijd van de Mau Mau-generatie en de verantwoordelijkheid van de Britse koloniale macht centraal stelt, verlegt filmmaakster en activiste Bea Wangondu in Kikuyu Land de aandacht van buitenlandse naar binnenlandse daders: niet alleen de Britten, maar ook de Keniaanse elite en zelfs enkele van haar familieleden blijken onderdeel van een systeem van landroof en verraad.

Haar film toont overtuigend dat de onteigening niet eindigde bij de onafhankelijkheid in 1963, maar in aangepaste vorm werd voortgezet. Ze volgt meneer Mungai die al acht jaar strijdt om het land van zijn grootouders terug te krijgen. Hij schat de huidige waarde daarvan op bijna een miljard Amerikaanse dollars. Hij heeft zijn hoop gevestigd op een commissie die voor de juridische afwikkeling kan zorgen. Inderdaad, kan zorgen.

Waar de eerdere film nog ruimte liet voor strijdlust en hoop, voelt Kikuyu Land rauwer en bitterder. De ontdekking dat ook de eigen kring medeplichtig was, maakt de roep om rechtvaardigheid alleen maar schrijnender. Kenia behoort tot de grootste theeproducenten ter wereld en de sector is van groot belang voor de export. Dat weet ook president Ruto, die tijdens zijn campagne allerlei beloftes aan de bevolking deed, maar uiteindelijk grootaandeelhouder van de theemultinational werd.

Ook visueel maakt Kikuyu Land veel indruk. De groene theevelden in het hoogland en het prachtige Keniaanse landschap ogen in eerste instantie idyllisch, maar krijgen gaandeweg iets dreigends. Onder die schoonheid schuilt een geschiedenis van uitbuiting, angst en vernedering. We zien beelden van streng bewaakte plantages waar de zoveelste generaties theeplukkers zich nog altijd uit de naad werken om hun quota te halen. Een oudere vrouw vertelt over machtsmisbruik, onderdrukking en de vele verkrachtingen door landopzichters.

De film maakt duidelijk dat dit verleden niet voorbij is. Ondanks dat Unilever geen eigenaar meer is, blijft de multinational via de inkoop betrokken en wordt het bedrijf nog steeds aangesproken op deze mensonterende praktijken. Tegelijkertijd houden politieke belangen, economische afhankelijkheid en de macht van grote bedrijven het systeem hardnekkig in stand.

Sommige gezichten in de documentaire zijn geblurd en soms zijn namen gewijzigd vanwege het risico van herkenning. Ook in een land als Kenia kan kritiek op de machthebbers leiden tot ontvoering of erger. In die zin biedt het aandeel van Stephen in het verhaal nog wat hoop. Elke ochtend neemt hij afscheid van zijn moeder bij hun huisje op de plantage om vervolgens een heel eind naar school te lopen. Hij belichaamt het verlangen naar een eerlijke toekomst.

Kijk hier waar deze film draait.

 

23 maart 2026

 

Movies that Matter 2026 – Deel 1: Gaza en Oekraïne
Movies that Matter 2026 – Deel 2: Amerika, land van tegenstellingen
Movies that Matter 2026 – Deel 4: Rusland en Hongarije


MEER FILMFESTIVAL

Movies that Matter 2026 – Deel 2: Amerika, land van tegenstellingen

Movies that Matter 2026 – Deel 2:
Amerika, land van tegenstellingen

door Tim Bouwhuis

Dat Amerika een land van tegenstellingen is, klinkt in het politieke en sociaal-culturele tumult van de voorbije jaren al lang niet meer als een boude stelling. Wie toch nog twijfelt, kan zich op het Movies that Matter Festival verwonderen over de inhoud van The Alabama Solution en All About the Money. De twee documentaires brengen extremen naar voren waar de gemiddelde speelfilmregisseur jaloers op zou zijn.

In de eerste minuten van The Alabama Solution bezoekt een cameraploeg het buitenterrein van een grote gevangenis. Ergens in de open ruimte is een muziekpodium opgetuigd voor een middagje ongebruikelijk vertier. Er is geen wolkje aan de lucht, en juist dát blijkt in deze ontstellende HBO-docu het probleem. Zodra de cameraman een van de gevangenen naar binnen probeert te volgen, wordt de sfeer onrustiger en begint de man in kwestie schichtig om zich heen te kijken. Het ‘bezoekuur’ heet hier bezoekuur met een reden.

The Alabama Solution

The Alabama Solution

Afgeschermd van de buitenwereld
Hoe documentairemakers Andrew Jarecki en Charlotte Kaufman erop kwamen om juist deze gevangenis te bezoeken – en hoe ze toestemming kregen – wordt in de film zelf niet verduidelijkt (in online achtergrondartikelen gelukkig wel). Alles draait om de ontwikkelingen die door dat eerste bezoek in gang werden gezet. In de periode nadat het duo zijn opnames had gemaakt, kregen Jarecki en Kaufman meerdere telefoontjes van gevangenen die communiceerden met gesmokkelde gsm’s.

Met de hand opgenomen filmpjes van de gangen en binnenvertrekken van de bezochte gevangenis tonen de mensonterende omstandigheden waarin de gevangenen hun tijd moeten uitzitten. Een tussentekst stelt dat staatsgevangenissen als deze opereren op tweehonderd procent capaciteit met hooguit een derde van het benodigde personeel, en het personeel dat er is misdraagt zich. In een van de telefoongesprekken vertelt een gevangene dat een andere gevangene in elkaar zou zijn geslagen door een cipier en zou zijn afgevoerd. De makers spoeden zich naar de IC van het naburige ziekenhuis en stuiten op een lijkzak.

Corrupt tot op het bot
The Alabama Solution brengt een wetteloze toestand in kaart, en vertaalt de aangezette gevangenisdramatiek van een serie als Prison Break zo onverbloemd naar de Verenigde Staten van hier en nu. De angst van de gevangenen om hun mond open te doen over het schrikbewind van een – er is geen beter woord – door de staat gevalideerde knokploeg komt duidelijk over. “Als je niets zag, zou een transfer naar een andere gevangenis misschien leuk zijn”, kreeg een gevangene die het doofpotincident aanschouwde later te horen.

De participerende filmvorm van de documentaire (door zelf contact op te nemen, werken de gevangenen zich in feite op tot coauteurs) is goed voor een prikkelende kijkervaring, maar het proces van interactie tussen de driehoek van makers, gevangenen en gevangenis had meer interne reflectie verdiend. Jarecki en Kaufman tonen zich net te gretig om al vroeg in de film een narratief op het maakproces te projecteren, waarin alle rollen (de gevangenen als slachtoffers, de cipiers als daders en het ‘systeem’ als grotere schuldige) naadloos zijn uitgetekend en complicerende vragen buiten schot blijven.

Zijn de makers bijvoorbeeld niet zelf medeplichtig als gevangenen door te filmen en zich uit te spreken in de problemen komen? En hoe lukte het Jarecki en Kaufman in vredesnaam om in contact te komen met een gevangene die al vijf jaar zat weggestopt in een isoleercel? De titel van de film is ironisch: een oplossing voor deze schrijnende toestand is ver te zoeken, en het onconventionele maakproces roept nieuwe vragen op.

In de schoot geworpen
Als The Alabama Solution al een documentaire is die meer vragen oproept dan ze beantwoordt, dan geldt dat zéker voor het bizarre All About the Money. De Ierse regisseuse Sinéad O’Shea laat ons kennismaken met Fergie Chambers, een steenrijke Amerikaan die zijn privileges te danken heeft aan een imposant familiebedrijf. Mede omdat zijn overgrootvader honderd jaar terug kans maakte om president van de Verenigde Staten te worden, heeft Fergie nu een geschat vermogen van bijna vijfhonderd miljoen.

All About the Money

All About the Money

Als er zoiets bestaat als een ‘atypische’ miljonair, dan is Fergie waarschijnlijk het schoolvoorbeeld. In het eerste halfuur voert de hoofdpersoon het woord in een op het oog gemiddeld appartement, gekleed in een simpele sweater en gekleurd door een stel markante tattoos. Broodnuchter legt hij uit dat hij zoveel geld kan weggeven als hij wil, omdat hij alles toch weer schier automatisch terugverdient. Wat Fergie onderscheidt van zat andere miljonairs, is niet alleen dat hij dat eerste ook daadwerkelijk doet, maar dat hij er een (o ironie!) antikapitalistische ideologie aan koppelt.

Hier is wonen gratis
Nadat O’Shea haar hoofdpersoon geïntroduceerd heeft, gaat ze twee jaar terug in de tijd, op bezoek bij de leden van een communistisch georiënteerde woongroep. De rustieke leefomgeving van de gelijkgestemden is opgekocht door Fergie, die van zijn uitverkorenen alleen eist dat ze alles goed onderhouden. Huur betalen is niet nodig. Aan de wand van het hoofdgebouw – dat dient als vergaderruimte maar ook als sporthonk – hangt een Palestijnse vlag naast een plakkaat van de Black Panthers. In Fergies huis treffen we boeken van Xi Jinping en warempel zelfs een schilderij van Stalin aan.

Gesprekken met Fergie en de leden van de woongroep en uitgesproken posts van zijn Instagramaccount maken duidelijk hoe de miljonair in het leven staat, maar niet hoe hij de enorme tegenstellingen van zijn bestaan concreet met elkaar verenigt. All About the Money kent een aantal opvallende omissies; periodes waarin O’Shea klaarblijkelijk minder makkelijk in Fergies buurt kon komen, maar waarin zijn leven natuurlijk gewoon doorging. Vooral de overgang naar zijn verhuizing naar Tunis en zijn bekering tot de Islam (rond 2023) doet in de montage nogal abrupt aan.

Het achterste van de tong
Tussenteksten die de missende verbanden compact adresseren kunnen niet voorkomen dat de documentaire vooral in het tweede deel onvolledig, onvolkomen en afstandelijk overkomt. De gesprekken met Fergie prikkelen vrijwel zonder uitzondering – veel enigmatischer en atypischer ga je miljonairs niet aantreffen – maar de man lijkt niet het achterste van zijn tong te laten zien. Tekenend is ook dat de gezichten van zijn kinderen zijn geblurd. Ongetwijfeld vanuit verklaarbare veiligheidsoverwegingen, maar toch; je krijgt niet de indruk dat O’Shea dieper tot het bestaan en de psyche van haar hoofdpersoon heeft kunnen doordringen.

De uitsmijter van All About the Money is een ontboezeming. Na de opnames van de documentaire zou Fergie hebben aangeboden de kosten van de productie te dekken en een afzonderlijke cashbetaling te doen om ervoor te zorgen dat de film nergens vertoond hoefde te worden. O’Shea wees het voorstel af, en knipoogt daarmee op de valreep naar haar publiek: draait toch niet álles om geld. Nobel natuurlijk, maar of we dankzij haar inspanningen ook de vele tegenstellingen van Fergie Chambers beter begrijpen? In elk geval weten we dankzij deze wonderlijke weldoener dat geen enkel verhaal te bizar hoeft te klinken om waar te zijn.

Bezoek de filmpagina’s van The Alabama Solution en All About the Money voor informatie over de geplande vertoningen en beschikbare tickets.

 

22 maart 2026

 

Movies that Matter 2026 – Deel 1: Gaza en Oekraïne
Movies that Matter 2026 – Deel 3: Vechten tegen de bierkaai?
Movies that Matter 2026 – Deel 4: Rusland en Hongarije


MEER FILMFESTIVAL