Mysterious Object at Noon

****
IFFR Unleashed – 2000: Mysterious Object at Noon
Collectieve verbeelding

door Michel Rensen

Veel kenmerken uit zijn latere werk zijn al terug te vinden in de eerste lange film van Apichatpong Weerasethakul. In een roadmovie door Thailand verkent hij de grenzen tussen documentaire en fictie terwijl een verhaal door zijn personages wordt doorverteld en getransformeerd.

Tien jaar voor Apichatpong Weerasethakul met Uncle Boonmee Who Can Recall His Past Lives in 2010 de Gouden Palm op het filmfestival van Cannes won, maakte hij zijn speelfilmdebuut met Mysterious Object at Noon op het IFFR in 2000. Met ondersteuning van het Hubert Bals Fonds herkende IFFR al vroeg het talent van de nu gerenommeerde filmmaker. Herkenbare thematiek uit zijn films is ook in Mysterious Objects at Noon al te vinden: het vermengen van realiteit en fictie, het hervertellen van verhalen zoals ook in Syndromes and a Century gebeurt, en ook de meanderende narratieve structuur die zich niet gemakkelijk laat grijpen.

Mysterious Object at Noon

Kettingverhaal
Op het eerste gezicht lijkt Mysterious Object at Noon af te wijken van zijn latere werk. Geschoten op 16mm in zwart-wit voelt de film aan als een lowbudget-roadmovie. De speelse wijze waarop Weerasethakul in de film met zijn subjecten spreekt, draagt daar zeker aan bij. We maken kennis met een grote verscheidenheid aan personages, van Bangkok tot diep in de jungle, van straatverkopers tot schoolkinderen.

De film creëert zo een gevarieerd portret van een land, vol verschillen – door een kettingverhaal over een jongen in een rolstoel en zijn leraar samengebracht. Terwijl steeds iemand anders het volgende stuk van het verhaal vertelt, wordt de nieuwe inbreng steeds bizarder. Een klein, simpel drama transformeert in een verhaal met dubbelgangers, aliens en tijgers. De verbeelding kent geen grenzen.

Tussen feit en fictie
Weerasethakul springt zonder enige markering tussen documentaire en fictie. De grenzen tussen de persoonlijke verhalen van deze mensen en de hervertelling zijn niet altijd even duidelijk. De interviews worden vermengd met nagespeelde scènes uit het fictieve verhaal, maar sommige scènes zouden evengoed documentair van aard kunnen zijn.

Zelfs binnen scènes vindt een verschuiving plaats die de aard van de vertelling verwart. Zo wordt een schijnbaar persoonlijk verhaal nog in hetzelfde shot opgevolgd met de vraag van een van de kinderen of het filmen klaar is en hij nu eindelijk naar huis mag. Voor hij antwoord krijgt, haalt een crewlid een script tevoorschijn en loopt Weerasethakul zelf het beeld in. De filmische illusie is doorbroken.

Mysterious Object at Noon

Folkloristische verhalen
Nadat een vishandelaar emotioneel vertelt hoe haar vader haar als kind verkocht, vraagt Weerasethakul van achter de camera vrij abrupt of ze misschien ook een ander verhaal te vertellen heeft. “Het mag echt zijn of fictief”, voegt hij daar laconiek aan toe. Met deze simpele vraag brengt hij niet alleen de rest van de film op gang, waarin het verhaal van de gehandicapte jongen doorgegeven wordt, maar legt hij ook de nadruk dat documentaire, of de realiteit, net zo goed geconstrueerd is uit verhalen. Of die echt zijn of fictief, wie zal het weten?

Net als in Uncle Boonmee Who Can Recall His Past Lives en Cemetery of Splendour beïnvloeden de folkloristische verhalen de werkelijkheid. Tegelijkertijd vervormen de vertellers de verhalen terwijl ze opnieuw verteld worden. De realiteit krijgt vorm door de verhalen die we elkaar vertellen en die realiteit beweegt de verhalen weer in nieuwe richtingen. Hoewel Mysterious Object at Noon op het eerste gezicht als een roadmovie een portret van Thailand schetst, biedt de film vooral een reis door de collectieve verbeelding van zijn inwoners.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 26 mei 2021.

7 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Dial H-I-S-T-O-R-Y

***
IFFR Unleashed – 1998: Dial H-I-S-T-O-R-Y
Onafgebroken informatiebombardement

door Jochum de Graaf

Dial H-I-S-T-O-R-Y (1997) was een van de hoogtepunten van de Documenta X, de vijfjarige ‘wereldtentoonstelling van hedendaagse kunst’ in Kassel. De Belg Johan Grimonprez, videokunstenaar, curator en regisseur, behandelt in deze postmoderne documentaire een alternatieve geschiedenis vanaf de jaren zestig aan de hand van terroristische acties, meer in het bijzonder van vliegtuigkapingen.

We zien de ontwikkeling van de kapingen: de allereerste die live op tv werd uitgezonden, de kaping door het Japanse Rode Leger op het vliegveld van Fukuoka in 1970, van de Fidelista’s die zich in Cuba bij hun grote leider Fidel Castro wilden voegen, van Black Panthers die naar Algerije wilden, van de verschillende Palestijnse bevrijdingsbewegingen PLO en PFLP, die eind jaren zestig meer dan honderd vliegtuigkapingen uitvoerden.

Dial H-I-S-T-O-R-Y

Interviews
In Libië, Cyprus, Koeweit zien we vliegtuigen op het asfalt staan, omringd door commandotroepen en cameraploegen, paraat om in te grijpen, dan wel daar live verslag van te doen. Kapers worden geïnterviewd, onder andere de Palestijnse Leila Khaled die er wereldberoemd door zou worden, we zien ze berecht worden, na hun vrijlating opnieuw geïnterviewd, de scène van de Japanse kaper die zijn laatste woorden voor de camera uitspreekt vlak voor hij wordt neergeschoten en het lijk van een kaper dat door Russische soldaten wordt weggesleept.

Ook vrijgelaten en bevrijde gegijzelden komen aan het woord, ‘moest u hard rennen?’ en het jongetje van tien dat enthousiast knikt op de vraag ‘vond je het spannend’. Menigmaal was er ook sprake van het Stockholmsyndroom, sympathie tussen gijzelaars en gegijzelden, met meisjes in tranen om hun kapers die met een bomaanslag om het leven komen.

En dan is er de reactie van de autoriteiten. We krijgen te zien hoe vliegvelden meer en meer beveiligd werden, de introductie van röntgenapparatuur en aangepaste fouilleringstechnieken. Enigszins ironisch is het Amerikaanse instructiefilmpje over waar je moet gaan zitten in een vliegtuig. ‘Have a plan’ luidt het advies, ga niet bij de vleugels zitten, ook niet vooraan, achteraan, of in de eerste klasse, want dan trek je de aandacht van de kaper; de rijen in het midden kun je ook beter mijden, dat kan de mobiliteit hinderen bij een snelle evacuatie. Je kunt natuurlijk maar beter helemaal niet vliegen als je verwacht dat het gekaapt gaat worden.

Visueel spervuur
Dial H-I-S-T-O-R-Y laat goed de omslag van de romantisch revolutionaire beginjaren van de kaperspraktijk naar de grimmige anonieme terreur van de bompakketten van de jaren negentig zien. Tegelijkertijd kregen in die jaren de geheime terreurpraktijken van de VS in El Salvador, Nicaragua, Guatemala gestalte. En dan hebben we ook de beelden van de begrafenis van Stalin (1956), van de moord op Sadat (1981), van de bomaanslag op een Pan Am-vliegtuig boven Lockerbie (1988) voorbij zien komen. Het einde met de iconische scène van een dronken Boris Jeltsin en een slappe lach krijgende Bill Clinton kan er op duiden dat de midden jaren negentig de ergste vormen van terreur voorbij zijn, maar we zijn dan natuurlijk nog onwetend van 9/11.

Dial H-I-S-T-O-R-Y

De film is een visueel spervuur. Naast de stroom aan televisieverslaglegging van kapingen zien we fragmenten uit propagandafilms over revolutionaire leiders als Lenin, Stalin, Mao en Castro, uit stomme films, reclamespotjes voor vliegmaatschappijen, tekenfilms en instructiefilms voor diplomaten.

Voor intellectueel gewicht zorgen de teksten in voice-over van de Amerikaanse schrijver Don DeLillo, die in zijn werk verbanden legt tussen terrorisme en de daad van het schrijven en verwijst naar het vreemde huwelijk dat de media steeds weer aangaan met alles wat riekt naar ramp.

Ook de soundtrack, misschien beter nog de soundscape met subtiele samplecollages van de New Yorkse avant-gardist David Shea, past naadloos op de experimentele opzet van de film.

En zo is Dial H-I-S-T-O-R-Y een amalgaam van beelden en klanken dat je uitnodigt tot bespiegelingen over de relaties tussen politiek, technologie, retoriek, entertainment, media, literatuur en geschiedenis. Maar voor hetzelfde geld verdwaal je in dat onafgebroken informatiebombardement, dat soms verbijsterende beelden van spectaculaire geweldpleging en rampspoed met dodelijke slachtoffers, afgewisseld met nietszeggende geluiden, banale beelden en nutteloze wetenswaardigheden.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 12 mei 2021.

6 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Stop Making Sense

*****
IFFR Unleashed – 1985: Stop Making Sense
Van nerd naar funkbeest

door Alfred Bos

De klassieke concertfilm van Jonathan Demme is nog altijd even spectaculair als op de dag dat hij in 1985 verscheen. Dat komt volledig op het conto van Talking Heads en hun voorman David Byrne.

Stop Making Sense was bij verschijning in 1985 in Nederland – in de USA een jaar eerder – een baanbrekende concertfilm. Woodstock (1970) is de registratie van een historisch muziekfestival. The Last Waltz (1978) is de registratie van een concert, het laatste van The Band. Stop Making Sense is de registratie van een theatervoorstelling. Het documenteert een concept.

Stop Making Sense

In 1977 was Talking Heads een opvallende debutant, buitenbeentjes binnen een nieuwe lichting rockgroepen uit New York. Van die nieuwe golf werd Blondie wereldberoemd, The Ramones een punklegende, Television een gewaardeerde cult-act. De groep rond zanger David Byrne volgde een ander traject, het verlegde grenzen.

Avant-pop
Het keurslijf van de populaire muziek heeft David Byrne nimmer gepast. Hij is een observator à la Lou Reed, een conceptueel kunstenaar als Laurie Anderson. Onder zijn leiding ontwikkelde Talking Heads zich in luttele jaren van new wave-trio tot negenkoppig funk-orkest. Voor de muziekliefhebber was het adembenemend.

Begin jaren tachtig begon het rockcorset te knellen. Byrne maakte met de Britse studiovisionair Brian Eno een baanbrekend album dat preludeerde op sample-muziek. De andere twee van het oorspronkelijke trio, het echtpaar Tina Weymouth (bas) en Chris Frantz (drums), scoorde als Tom Tom Club internationale hits. Avant-garde en pop gaan bij Talking Heads hand in hand.

In 1983 kwamen ze terug met hun beste album, Speaking in Tongues, en een reeks opzienbarende optredens. De nieuwe show was geen traditioneel rockconcert, het was een concept waarin muziek, choreografie, kostumering, belichting en multimedia samenkwamen. Het werd door regisseur Jonathan Demme vastgelegd als de concertfilm Stop Making Sense.

Orgie van funk
Alles aan het optreden en de film is conceptueel. Byrne deconstrueert het fenomeen rockconcert door het te reconstrueren. De film opent met een close-up van een schaduw in de coulissen en eindigt met een blik vanaf het podium op een zaal met extatisch publiek. Doek. Tijdens de aftiteling zien we vanuit de verlaten zaal hoe toneelassistenten het decor afbouwen.

Het optreden opent met David Byrne op een leeg toneel. Hij begeleidt zichzelf op akoestische gitaar, geholpen door een ritmebox die vanaf een cassette uit een gettoblaster klinkt. Anderhalf uur later sluit het concert zinderend af met een orgie van funk. Op het scherm heeft zich de evolutie van de groep – dat wil zeggen, de emancipatie van David Byrne – ontrold.

In de tussentijd speelt de groep zeven van de negen nummers van Speaking In Tongues, aangevuld met een nummer van hun debuutalbum, drie van hun tweede album, twee van hun derde album, twee van hun vierde album en één nimmer opgenomen nummer. What a Day That Was is alleen hier te horen.

We zien de transformatie van David Byrne, van wereldschuwe nerd tot bezeten funkmeister. Treffend is Once in a Lifetime, waarin hij, compleet met bril, de extase van een Amerikaanse plattelandsdominee verbeeldt. Net als David Bowie, die andere theaterman van de rock, zingt hij zijn nummers niet, hij acteert ze. Zijn theater is, alweer als Bowie, tegelijkertijd naturel en conceptueel.

Stop Making Sense

Gortdroge registratie
Stop Making Sense, concertfilm en gelijknamig livealbum, markeerde het artistieke hoogtepunt van de groep. Na de tournee van 1983 zouden ze nooit meer optreden. Ze maakten nog drie albums, maar haalden nimmer het niveau van Speaking in Tongues en de daarop volgende concertfilm. De fut leek eruit en eind jaren tachtig was het voorbij.

Paolo Sorrentino liet zich door Stop Making Sense inspireren voor zijn This Must Be The Place, de film die voorafgaat aan La Grande Bellezza. Het gelijknamige nummer – David Byrne herhaalt in Sorrentino’s film zijn enscenering in de concertfilm – is in het nieuwe millennium uitgegroeid tot het populairste liedje van de groep, inmiddels meer dan veertig keer gecoverd.

Stop Making Sense inspireerde ook David Byrne. Regisseur Spike Lee filmde op diens verzoek Byrne’s Broadway-voorstelling American Utopia, een performance waarin muziek en choreografie samenvloeien. (De film was te zien tijden IDFA 2020 en verschijnt binnenkort in de Nederlandse bioscoop.)

Jonathan Demme’s concertfilm uit 1983 is gortdroog, het eerste publiekshot is op een uur en 24 minuten. Dat is een wijze aanpak, want de voorstelling is zo doordacht van opzet en uitvoering dat een simpele registratie genoeg is om er spektakel van te maken. En voor wie Talking Heads nog niet kent, is Stop Making Sense een overweldigende kennismaking met de beste band van de wave-generatie.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 21 april 2021.

16 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Sans soleil

***
IFFR Unleashed – 1984: Sans Soleil
Herinneringen van een rusteloze premiejager

door Cor Oliemeulen

Chris Marker wordt beschouwd als een van de meest innovatieve film- en documentairemakers van de jaren 60 en 70. Maar zijn meest gewaardeerde productie is Sans soleil uit 1983 waarin de menselijke herinnering centraal staat.

Dit moeilijk te duiden filosofische beeldessay van de Franse cineast en videokunstenaar Chris Marker komt tot de kijker als een persoonlijk dagboek dat wordt voorgelezen door een vrouwenstem. Het leidt tot een film over subjectiviteit, dood, identiteit en bewustzijn. Markers toenmalige kijk op de wereld voedt zich met levenservaring die hij jarenlang opdeed in alle uithoeken van de wereld.

Sans soleil

Raakvlakken en associaties
Sans soleil focust vooral op Tokio, maar maakt kleine uitstapjes naar andere continenten. Op een hoogst originele manier legt Marker verbanden die alle kanten opschieten. Zo leren we van de voice-over dat de kunstenaar het beeld van drie kinderen op een weg in IJsland in 1965 voor hem het ultieme geluk uitstraalt. Dat beeld wordt direct gevolgd door rijke, gehaaste Japanners op het vliegveld en op een veerboot. We horen hoe Marker zich voelt als een rusteloze premiejager, die na enkele malen rond de wereld te hebben gereisd, mogelijk alleen nog maar oog lijkt te hebben voor het banale, hoewel dat bij hem soms juist abnormaal lijkt.

Van emoes in Île de France, meisjes op de Bissagoseilanden van Guinee-Bissau die zelf hun verloofden uitkiezen, rouwende bezoekers van een Japans kattenkerkhof naar een door bier van gefermenteerde melk bedwelmende alcoholist die al regelend het verkeer ontregelt. Ogenschijnlijk losse beeldfragmenten die middels filosofische beschouwingen plotseling raakvlakken en onverwachte associaties krijgen.

Ook de Afrikaanse vrouwen op een markt lijken in eerste instantie zo gewoon, totdat ze heel kort in de camera kijken en daardoor een gezicht krijgen. En dan weer terug naar Tokio, een stad die door Markers lens voelt als een stripverhaal. Een snelle gedachte aan een film van Godard, een toneelstuk van Shakespeare en een vijftiende-eeuws gedicht van Basho. Al even gemakkelijk en acceptabel linkt een uitspraak van filosoof Rousseau aan de Rode Khmer in Cambodja. ‘Is het toeval of historisch besef?’, citeert de vertelster.

Sans soleil

Gefragmenteerd wereldbeeld
De filosofische overpeinzingen verwijzen regelmatig naar beroemde films, zoals Apocalypse Now waarin we het personage van Marlon Brando horen zeggen dat horror een gezicht en een naam heeft, en dat je daarom van horror je vriend moet maken. Marker voegt er dan direct aan toe dat je je van horror kunt bevrijden door het een andere naam en een ander gezicht te geven, om vervolgens in te gaan op Japanse horrorfilms. Ook het uitstapje naar San Francisco waar we alle filmlocaties van Hitchcocks Vertigo bezoeken, lijkt volstrekt willekeurig, echter blijkt toch op de een of andere manier te passen in Markers gefragmenteerde wereldbeeld van herinneringen.

Qua aanpak en vormgeving doet Sans soleil heel af en toe denken aan het caleidoscopische Koyaanisqatsi dat in hetzelfde jaar 1983 werd gemaakt. Echter waar documentairemaker Ron Fricke kiest voor grote groepen mensen als naamloze individuen in een immens, vaak verontrustend, decor koppelt Chris Marker de mens aan andere plaatsen en tijden. En waar in Koyaanisqatsi de beelden sfeervol worden begeleid door de minimalistische synthesizermuziek van Philip Glass, hoor je in Sans soleil experimentele elektronische interpretaties van muziekstukken van de Russische componist Moessorgski (onder andere Sunless = sans soleil) met een onthechtende uitwerking en als doel sommige herinneringen van de maker te vernietigen.

De subjectiviteit van herinneringen en observaties, de muziek en de soms hallucinerende videokunst (onder meer abstract gekleurde beelden van kamikazepiloten boven Pearl Harbour) maken van Sans soleil een transcendent filmessay dat een nieuwe trend zette in de non-fictiefilm. Een persoonlijk monument, dat bewust wat op afstand blijft door de maker in de derde persoon te introduceren (Chris Marker wilde ook niet voor niets niet als regisseur op de aftiteling worden vermeld). Op die manier blijft er voldoende ruimte voor de kijker om diens eigen herinneringen en associaties op de meanderende beelden en woorden los te laten.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 21 april 2021.

14 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Pays qui se tient sage, Un

***
recensie Un pays qui se tient sage

Wie heeft het recht om geweld te gebruiken?

door Ries Jacobs

De gele hesjes domineren het nieuws allang niet meer, maar nog wel de levens van hen die tijdens demonstraties blijvend verminkt raakten. Regisseur David Dufresne stelt voormalige gele hesjes, politiemedewerkers, sociologen en andere deskundigen de vraag: was het politiegeweld destijds buitensporig?

Hoe zat het ook alweer? De beweging die de geschiedenis in zou gaan als de Gele Hesjes ontstond al in 2018 op Facebook, maar werd pas in 2019 wereldnieuws toen ontevreden Franse burgers massaal de straat opgingen. De beelden van gewelddadige gele hesjes en een bij vlagen nog gewelddadiger leger van ME’ers schokten de wereld.

Un pays qui se tient sage

Nu de rust is wedergekeerd, confronteert Dufresne voor- en tegenstanders van het politieoptreden met de beelden hiervan. We zien ME’ers die inhakken op demonstranten, mensen uit auto’s sleuren en individuen meppen die weerloos op de grond liggen. Een demonstrant provoceert de aanwezige politiemacht in de hoop hen uit de tent lokken. Natuurlijk trapt één ME’er, woest om zich heen slaand met zijn gummiknuppel, in de door de demonstrant gezette val.

Het meest confronterende beeld is een groep arrestanten, knielend met de handen op het achterhoofd. Dienders van de staat staan er smalend omheen volgens een van hen is het ‘une classe qui se tient sage’ (een klas die zich goed gedraagt).

Filosofische zwaargewichten
Tussen deze beelden door zien we slachtoffers, ooggetuigen en deskundigen die hun visie geven over wat ze zien. Dufresne plaatst alle gezichten die de kijker ziet tegen een zwarte achtergrond, stilistisch fraai en bovendien is iedereen zo gelijk. Ook geeft de regisseur de mensen in beeld geen namen of titels. We zien dus niet dat we kijken naar een geel hesje, een deskundige of een woordvoerder van de politie. Dit moet het publiek zelf uit de woorden opmaken.

Ze bediscussiëren de rol van de politie binnen de samenleving. De agent is de enige in de samenleving die geweld mag gebruik en dit recht geeft hem een grote verantwoordelijkheid. Hierbij vliegen de uitspraken van filosofen de kijker om de oren. De filosofische zwaargewichten Weber, Rousseau, Arendt en Foucault komen voorbij. De overpeinzingen over de rol van de politiemacht, hoewel soms moeilijk te volgen, vormen een goed tegenwicht tegenover het nogal masculiene geweld in de straten van Parijs en andere Franse steden.

Un pays qui se tient sage

Geen toekomst
Dufresne, als filmmaker het meest bekend van de experimentele roadmovie Prison Valley (2010), is in de rol van journalist en schrijver al even maatschappijkritisch. Volgens zijn zus is hij ‘trouw aan de idealen uit zijn jeugd’. Un pays qui se tient sage ademt dit idealisme, maar toch bekruipt het gevoel dat in deze documentaire meer had gezeten.

Een documentaire heeft, evenals een fictief verhaal, een plot nodig waarin een verhaal of een hoofdpersoon zich ontwikkelt. Deze ontwikkeling is bij Un pays qui se tient sage nauwelijks zichtbaar. De film bestaat enkel uit een orgie van politiegeweld, doorspekt met (quasi)filosofische uitspraken over de rol van de politie in een democratie. Wie de film na een uur voor lief neemt, mist inhoudelijk niets.

Waarom gaat regisseur Dufresne niet dieper in op de achtergrond van de gele hesjes? Ze worden tot bloedens toe in elkaar gemept door dienders van een staat die hen niet lijkt te representeren, een staat die meer en meer een vertegenwoordiger lijkt van de aan tradities en sociale verworven vasthoudende Franse middenklasse. De in gele hesjes gestoken marginalen, veelal laaggeschoold en zonder vast contract, worden door de staat en de middenklasse met de rug aangekeken en aan hun lot overgelaten. Het is jammer dat Dufresne deze maatschappelijk tweedeling, die zich in Frankrijk nadrukkelijker manifesteert dan in de omringende landen, nauwelijks belicht.

Deze film is vanaf 4 maart te zien op Picl en Vitamine Cineville.

 

2 maart 2021

 

ALLE RECENSIES

Mole Agent, The

***
recensie The Mole Agent

Eenzaamheid, verveling en doelloosheid

door Ries Jacobs

De titel doet vermoeden dat de laatste film van regisseur Maite Alberdi een spionagefilm is in de trant van 007. Na het zien van de film blijkt dit in het geheel niet het geval te zijn, maar wat is het dan wel?

De drieëntachtigjarige Sergio Chamy beantwoordt een advertentie van een detectivebureau waarin ze zoeken naar een undercoveragent. In tegenstelling tot de meeste personeelsadvertenties is het ditmaal geen probleem dat de sollicitant op leeftijd is. Sterker nog, ze zoeken juist iemand van tachtig plus. Na een uitgebreide sollicitatieprocedure krijgt Sergio de opdracht.

The Mole Agent

De weduwnaar leert zo goed mogelijk om te gaan met een mobiele telefoon zodat hij kan communiceren met zijn opdrachtgever. Hij moet in een bejaardentehuis gaan wonen om uit te zoeken of het personeel steelt van de bewoners. De dochter van een van de bewoonsters vermoedt dat dit het geval is en nam daarom een detectivebureau in de hand.

Traliewerk
Een leuk detail is dat The Mole Agent een Nederlandse inbreng heeft. Vincent van Warmerdam, de broer van regisseur Alex van Warmerdam, componeerde de muziek voor de negende documentaire van Alberdi. Bijna altijd stelt deze regisseur sociale kwesties aan de kaak, zo ook in The Mole Agent. Eerder bracht ze de ouderen van haar thuisland Chili in beeld, in de films Yo no soy de aquí (2016) en La Once (2014).

Origineel is de regisseur ditmaal zeker, ze gaf de spion op leeftijd opdracht te infiltreren in het bejaardentehuis en deed tegelijkertijd alsof er gefilmd werd voor een documentaire. De kijker ziet voornamelijk de beelden die de filmcrew schoot. Door het verhalende karakter heb je als kijker vaak het idee dat je naar een speelfilm kijkt, maar The Mole Agent is wel degelijk een documentaire.

The Mole Agent

Sergio had er eveneens geen idee van dat hij de hoofdrolspeler van een documentaire was. Aanvankelijk vervult hij zijn opdracht voortvarend, maar gaandeweg trekt hij zich het lot van de bewoners steeds meer aan. De empathische man wint al snel de harten van de voornamelijk vrouwelijke bewoners en probeert hen zo goed als hij kan bij te staan en te helpen. Hierdoor lukt het de crew om de eenzaamheid, de verveling en de doelloosheid van de bewoners vast te leggen. Het meest aangrijpend zijn de bewoonsters die achter het traliewerk van de ijzeren poort bij de ingang staan en zich afvragen waarom ze de deur niet uit mogen.

Gissen
Tegelijkertijd verklaart de documentaire niets. Geen moment wordt duidelijk waarom de senioren in het tehuis zo eenzaam en verveeld zijn. Is de oorzaak een gebrek aan financiële middelen? De kijker kan alleen maar gissen dat dit wellicht de oorzaak is, maar weet dan nog niet waarom de Chilenen niet beter voor hun oudere landgenoten zorgen. Het Zuid-Amerikaanse land is immers allang geen ontwikkelingsland meer.

De unieke manier waarop Alberdi deze film gemaakt heeft, stelt haar in staat om dicht op de huid van de hoofdrolspelers te komen, maar is tegelijkertijd een valkuil. The Mole Agent mist de spanning en de plotontwikkelingen van een speelfilm, maar ook de diepgang van een documentaire. Dit maakt het laatste werk van de Chileense documentairemaakster tot iets dat vlees noch vis is.

 

8 december 2020

 

ALLE RECENSIES

IDFA 2020 – Deel 6: Power to the People en The Backstage of Politics (3)

IDFA 2020 – Deel 6:
Power to the People en The Backstage of Politics (3)

door Jochum de Graaf

Het is natuurlijk maar relatief of je een film politiek of geëngageerd kunt noemen. Pakweg de helft van de IDFA-films kun je met gemak onder het thema ‘politiek’, ‘maatschappelijk’, ‘sociaal bewogen’ scharen. Voor de wegwijzers Power to the People en The Backstage of Politics zijn een stuk of twintig films geselecteerd.

Opmerkelijk dan toch dat in het juryrapport van Best Feature Length-winnaar Radiography of a Family (niet in deze selectie opgenomen), regisseur Firouzeh Khosrovani geroemd wordt omdat ze ‘zo subtiel en poëtisch laat zien hoe politiek een gezin voor altijd kan veranderen’. En het toeval wil dat in deze laatste aflevering van Power to the People en The Backstage of Politics toevallig ook twee andere award-winnaars zijn opgenomen. Gorbachev. Heaven won de prijs voor Beste Regie en Inside the Red Brick Wall de prijs voor de Beste Montage.

 

Gorbachev. Heaven

Gorbachev. Heaven
Daar zit hij dan, als enige, aan een lange tafel, moeizaam aan komen strompelen met looprek. De tafel is goed Russisch gedekt, kenmerkend met flesjes sap, schaaltjes vleeswaren, een kokkin brengt hapjes en wodka. Vooral zijn hoofd is dikker geworden, met die kenmerkende bloeduitstorting, een broze man. Dit is de man die het leven van miljoenen mensen ingrijpend veranderd heeft.

Michael Gorbatsjov (89), de laatste secretaris-generaal van de CPSU (Communistische Partij van de Sovjet-Unie), de man die met zijn politiek van perestrojka en glasnost het einde van de Koude Oorlog en daarmee ook van de Sovjet-Unie in gang zette.

Regisseur Vitaly Mansky – hij maakte op het vorige IDFA furore met Putin’s Witness – concentreert zich op zijn eigen beelden van Gorbatsjov, maakt geen gebruik van archiefmateriaal, slechts af en toe een foto met korte tekst over wie Breznjev en Andropov ook al weer waren. Zo krijg je een levendig gevoel hoe Gorbatsjov zijn eigen leven ziet. Er ontstaat een boeiend, ietwat verleidelijk beeld van zijn karakter, teder en humoristisch, maar soms een hint naar zijn donkere kwaliteiten. Gorbatsjov citeert dichters Poesjkin en Yesenin, en zingt voluit Oekraïense volksliedjes.

Mansky hanteert een doortastende, vasthoudende interviewstijl, bepaalt Gorbatsjov telkens weer tot het onderwerp. Waarom vermijdt hij de ineenstorting van de Sovjet-Unie, waarom gaat hij niet in op de vraag of hij het Sovjetleger heeft bevolen het vuur te openen in de Baltische staten? Gorbatsjov zwijgt, krabt zich langdurig aan een huidwond op zijn arm.

Gorbatsjov doet een paar onthullende observaties. Ronald Reagan zag hij als ‘een echte dinosaurus’; hij is hoogst onaangenaam over zijn opvolger Boris Jeltsin. Op de vraag wie van de Sovjetleiders nog als socialist kan worden beschouwd, antwoordt hij schalks lachend: ‘ik natuurlijk’. Over Poetin is hij de ene keer diplomatiek en een andere keer nauw verholen scherp kritisch. Tijdens de Oudejaarsviering in de flat bij assistent Volodya en zijn vrouw Tanya is Poetin alom tegenwoordig op de tv-schermen. Het is vast toeval, maar wanneer Poetin zijn Nieuwjaarstoespraak uitspreekt, verliest Gorbatsjov zijn gehoorapparaat.

Het slot is weemoedig, melancholiek over zijn toewijding aan zijn vrouw Raisa, nu alweer twintig jaar geleden overleden. De vrouw die bekend stond als de eerste en enige first lady van de Sovjet-Unie. We zien een prachtige scène met Gorbatsjov als een klein figuurtje in de deuropening van zijn kantoor naast een enorme foto van een glimlachende Raisa. Gorbatsjov brengt een bezoek aan haar graf op de schitterende begraafplaats Novodjevitsje. Hij zegt dat hij al geboekt heeft voor een eigen plaats.

Gorbachev.Heaven is een meeslepende terugkijk op een leven dat de wereld veranderd heeft.

 

Inside the Red Brick Wall

Inside the Red Brick Wall
PolyU, de polytechnische universiteit van Hongkong, ingeklemd tussen wolkenkrabbers en een wirwar van snelwegen, werd tijdens de grote demonstraties zomer 2019 in Hongkong tegen de gewraakte uitleveringswet van de Volksrepubliek China twee weken lang belegerd door de politie. Studenten hebben zich in de steeds grimmig wordende strijd verschanst in het rood bakstenen gebouw en komen meer en meer als ratten in de val te zitten.

Inside the Red Brick Wall (de titel slaat zowel op de kleur van het gebouw als op de straatstenen die de studenten naar de politie gooien) is een onverhuld verslag van de schermutselingen tussen studenten en politie. Het begin is nog energiek en moedige studenten weten soms inventief een gat in de belegering te vinden, gaandeweg wordt het een kat-en-muispelletje en je weet de afloop van de ongelijke strijd. Behalve met stokken, stenen, slagwapens, traangas, waterkanonnen, helmen, bivakmutsen, wordt de strijd in dit digitale tijdperk ook met iPhones, grote screens met eigen tv-kanalen gevoerd.

Daarbij is het ook een propagandaoorlog. De strijdende partijen bestoken elkaar aan de frontlinie met luide leuzen en keiharde muziek: de demonstranten spelen keihard ‘Fuck the Popo’, de politie tracht de moraal te ondermijnen met ‘Surrounded’ en ‘Ambush from Ten Sides’.

Moeten de demonstranten de strijd opgeven, zich naar buiten vechten, toch nog volhouden? Gaandeweg slaan de angst en vertwijfeling toe. Buiten de Red Brick Wall is het zeker dat ze hardhandig opgepakt worden en lange gevangenisstraffen tegemoet kunnen zien. Maar het bijzondere aan de film is dat je er als het ware helemaal in wordt gezogen door de vrijwel zonder uitzoomen vanaf ooghoogte gefilmde scènes vanuit verschillende perspectieven. Een briljante montage van de HK Documentary Filmmakers, terecht beloond met de Best Editing Award.

 

Final Account

Final Account
‘Monsters, schreef Primo Levi ooit, ‘zijn altijd aberraties. Maar de kleine lieden die vanaf de zijlijn toekijken en af en toe voorover leunen om een handje te helpen: die zijn het echte gevaar. Die zijn veel erger dan de monsters.’

De Britse documentairemaker Luke Holland, die kort na het voltooien van zijn magnum opus overleed, verzamelde in ruim tien jaar getuigenissen van Duitsers en Oostenrijkers die in de Tweede Wereldoorlog aan de kant van de nazi’s stonden. Kleine krabbelaars die in het Duitsland en Oostenrijk van de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw een ‘normaal’ leven leidden als frontsoldaat, als eenvoudige accountants of opgroeiden in de Hitlerjugend.

Mensen als Margarette Schwarz, die zich herinnert dat haar tanden gevuld en rechtgetrokken werden door gevangenen van Dachau. ‘Het waren hele aardige gevangenen’, zegt ze. Een man als Herman Knoth, die uitlegt dat de Waffen-SS in hoog aanzien stond als de elite van de natie, ‘niet alleen fysiek, ook geestelijk’. En iemand als Karl Hollander, die half doof en blind aan het eind van zijn leven benadrukt dat hij nog steeds grote bewondering voor Hitler heeft en die joden, ja dat was misschien erg, maar ze hadden veel eerder een eigen land moeten krijgen.

Ze voelden zich geborgen in de sportieve cultuur van de Hitlerjugend, loven de kameraadschap van de SS, en die kampen hadden toch ook betekenis voor de lokale economie: de bakkers, slagers, kruideniers, iedereen profiteerde ervan, alleen de mensen die opgesloten zaten niet. Na zoveel jaar ontkennen ze dat ze wisten wat er aan de hand was – ‘wir haben es nicht gewusst’ – of wanneer ze er wel iets van hadden geweten, droegen ze geen verantwoordelijkheid, waren slechts een klein radertje in het geheel, ‘we konden niet anders’. Slechts een enkeling bekent dat toch menigeen geweten moet hebben wat er aan de hand was, op twee kilometer van de kampen kon je de verbrande lijken nog ruiken.

Onthutsend die slotscène in Wannsee, de ‘schuldige’ locatie waar de Endlosung werd uitgedacht en waar de bejaarde Hans Wierk, gewezen frontsoldaat, zijn schaamte uitspreekt voor de Duitse geschiedenis. Tegenover hem een niet nader aangeduide, lompige kale student die hem daarvoor hekelt: de oude man zou zich veel meer zorgen moet maken over Albanese immigranten die rovend rondtrekken. Met zijn hoofd in de handen, luisterend naar deze tirade, roept Wierk radeloos en bijna in tranen: ‘ik vraag alleen dit van jou, laat je niet verblinden’.

Final Account is een eenvoudige, onopgesmukte studie van het alledaagse kwaad, een die de ooggetuigenverslagen in balans brengt met archiefbeelden, geprojecteerd op muren van gebouwen en huizen waar het zich allemaal afspeelde. Melancholieke beelden van bergen, bossen en door bladeren overwoekerde spoorlijnen in winterkleuren.

De film laat expliciet zien hoe honderd grijstinten samen een duisternis kunnen vormen. En impliciet waarschuwend dat het nog een keer zou kunnen gebeuren.

 

3 december 2020

 

IDFA 2020 – Deel 1: Vergane glorie en persoonlijke geschiedenissen
IDFA 2020 – Deel 2: Power to the People en The Backstage of Politics (1)
IDFA 2020 – Deel 3: Mensen met hun passies en zwakheden
IDFA 2020 – Deel 4: Rusland documentaireland
IDFA 2020 – Deel 5: Power to the People en The Backstage of Politics (2)
IDFA 2020 – Deel 7: Grenzen Verleggen

 

MEER FILMFESTIVAL

IDFA 2020 – Deel 5: Power to the People en The Backstage of Politics (2)

IDFA 2020 – Deel 5:
Power to the People en The Backstage of Politics (2)

door Jochum de Graaf

Als het om de achterkant van de politiek en over de macht aan het volk gaat, zijn de Verenigde Staten op dit moment wel het meest interessante land om de ontwikkelingen te volgen. In aflevering 2 van de politieke wegwijzers van IDFA drie urgente films.

 

City Hall

City Hall
Het is misschien niet zijn absolute magnum opus, daarvoor heeft de 90-jarige Frederick Wiseman sinds 1963 te veel documentaire meesterwerken gemaakt, maar zonder twijfel is City Hall opnieuw een indrukwekkende aflevering uit zijn lange carrière sinds 1963.

In de herfst van 2018 en de winter van 2019 volgde Wiseman het stadsbestuur van Boston en in City Hall worden we ruim vier en een half uur ondergedompeld in het openbare leven van Amerika’s meest Europese stad. 272 Minuten waarin we burgemeester Marty Walsh, Democraat van Ierse komaf, volgen bij zijn werkbezoeken in de wijken, zijn ontmoetingen met zakenlieden in de haven die hij toespreekt over de impact van klimaatverandering, met veteranen die in Faneuil Hall hun verhalen vertellen op 11 november Veterans Day, met de vrijwilligers van Goodwill Industries bij de viering van Thanksgiving Day, met de organisatoren van de Boston Red Sox Parade ter viering van het kampioenschap.

Telkens maakt hij het persoonlijk: met de veteranen deelt hij zijn strijd tegen alcoholisme, met een groep protesterende verpleegsters het verhaal van kanker in zijn kinderjaren, met een groep latino’s die opkomen voor een betere scholing en opleiding refereert hij aan de emancipatiestrijd van de Ieren, de bevolkingsgroep waar hij zelf uit voortkomt.

Maar City Hall is niet alleen een studie van de burgemeester maar vooral ook hoe een stadsbestuur, met al zijn afdelingen en diensten, met politie en brandweer, met burgerzaken, diversiteitsraden, vuilnisophaal, armoedebestrijding, veteranenzaken, huisvesting en ongediertebestrijding functioneert. En ook hoe die alledaagse gang van zaken daar bovenuit stijgt en de grote vraagstukken van het leven aanraakt.

Illustratief is de scène waarin een blanke veteraan met een arbeidersachtergrond bezoek krijgt van de ongediertebestrijding, het gaat na verloop van tijd niet zozeer om de last van de muizenplaag die hij heeft maar om zijn schaamte voor de omstandigheden waarin hij leeft.

Vooral in het begin mis je de context van de film; waar zijn we en wie is er nu eigenlijk aan het woord. Maar dat is nu het eigene, fascinerende van Wisemans aanpak, in plaats van talking heads met tijd en plaats op te voeren maakt hij documentaires waarin de actie de informatie is.

In plaats van een dramatische verhaallijn van personages biedt Wiseman een uitgekiende spanningsboog van ideeën. De film begint met een overzicht hoe de ruim 300 telefonisten binnenkomende telefoontjes afhandelen en eindigt met een indrukwekkende ‘State of the city’-toespraak van Marty Walsh in Symphony Hall.

Natuurlijk, vier en een half uur is een forse zit en tussen de scènes kun je je rustig even een hapje eten en drinken, een sanitaire stop maken, of met je huisgenoten de crisis bij Forum voor Democratie doornemen, maar bij iedere volgende scène haak je toch weer aan bij het fascinerende beeld hoe een fatsoenlijke overheid en daarmee onze democratie werkt.

City Hall gaat de tegenstellingen in de stad tussen verschillende bevolkingsgroepen niet uit de weg, maar laat vooral ook zien hoe de ambtenaren en politici in Boston telkens stuiten op het beleid van de regering Trump. Wiseman in een interview bij het Toronto Film Festival: ‘City Hall is een anti-Trumpfilm omdat de burgemeester en de mensen die voor hem werken geloven in democratische normen. Ze vertegenwoordigen alles waar Donald Trump niet voor staat.’

 

White Noise

White Noise
Van een geheel ander kaliber is White Noise, Daniel Lombroso’s intrigerende inkijk in de wereld van alt-right (alternatief rechts) in de VS. ‘Heil Trump’ roept bedenker van de term Richard Spencer, al drie dagen dronken na diens verkiezingsoverwinning in 2016 en in het publiek wordt fors de rechterarm in de lucht gestrekt. Verderop in de film komt Spencer in moeilijkheden als organisator van de demonstraties in Charlotsville waar een demonstrant door een auto wordt overreden en waar Trump uitroept dat er schuldigen zijn ‘on many sides’.

‘Fuck Islam’ schildert influencer Laura Southern met lippenstift op haar wang en we volgen haar op bezoek bij geestverwanten in Frankrijk en in Rusland waar ze tamelijk naïef de inmenging van Poetin in de Amerikaanse presidentsverkiezingen zegt te onderzoeken.

Mike Cernovich, de derde alt-righter die we volgen, is een straffe anti-feminist die zich ontwikkelt tot complotdenker, nationalist en Trump-propagandist.

Al krijgen we soms een glimp van twijfel en frustraties van de drie protagonisten te zien, White Noise schetst toch vooral een genadeloos beeld van de deerniswekkende narcisten en aandachtstrekkers die extreemrechts bevolken.

 

MLK/FBI

MLK/FBI
Martin Luther King groeide na zijn gewelddadige dood in 1968 tot een held van bijna mythische proporties. In MLK/FBI, Sam Pollards docu over de jacht op King door de FBI, wordt hij teruggebracht tot redelijker proporties. Hij had weliswaar enorme gaven, organisatietalent en die weergaloze retoriek, maar het was ook een man met een aantal karakterzwakheden.

Van de FBI daarentegen en zijn grote voorman J. Edgar Hoover, in de jaren ‘50 en ‘60 met een zorgvuldig opgepoetst onkreukbaar imago, krijgen we te zien hoe ze in werkelijkheid in die jaren uitgroeiden tot een daadwerkelijke deep state, een in het duister opererende schaduwoverheid. In de jacht op King werd geen middel geschuwd om bewijsmateriaal tegen hem te verzamelen: over zijn vermeende anti-Amerikaanse sympathieën, over het privéleven van zijn belangrijkste assistent die er communistische sympathieën op na zouden houden en vooral ook over zijn buitenechtelijke escapades.

Al dat bewijsmateriaal wordt op volstrekt illegale wijze verkregen, met het onder druk zetten van naasten van King, met het afluisteren van zijn telefoongesprekken, met geheime opnamen van zijn vele ontmoetingen met allerlei prominenten als president Johnson. Het gaat zover dat de FBI een brief met uitgebreide details over zijn seksuele escapades dreigt te openbaren, in een poging hem tot zelfmoord aan te zetten.

Met een goed gemonteerde combinatie van reportages, interviews, slim gekozen fragmenten uit speelfilms, van commentaar voorzien door personen als FBI-directeur James Comey en burgerrechtenactivist Andrew Young wordt de jarenlange heksenjacht in beeld gebracht. Het is de tijd waar nog onbekommerd het N-woord wordt gebruikt, Martin Luther King is ‘the most dangerous negroe in America’.

Onthutsend is het speelfilmfragment waarin een zwarte jongen gelyncht wordt nadat hij zich aan een blank meisje zou hebben vergrepen. Maar het is anderzijds ook de tijd van optimisme en hoop, de sixties en de opkomst van de burgerrechtenbeweging, die met de moord op Martin Luther King even de kop in werd gedrukt, maar achteraf toch doorzette.

MLK/FBI is een zeer belangwekkende historische reconstructie van een scharnierpunt in de geschiedenis van de Verenigde Staten.

 

30 november 2020

 

IDFA 2020 – Deel 1: Vergane glorie en persoonlijke geschiedenissen
IDFA 2020 – Deel 2: Power to the People en The Backstage of Politics (1)
IDFA 2020 – Deel 3: Mensen met hun passies en zwakheden
IDFA 2020 Deel 4: Rusland documentaireland
IDFA 2020 – Deel 6: Power to the People en The Backstage of Politics (3)
IDFA 2020 – Deel 7: Grenzen Verleggen

 

 

MEER FILMFESTIVAL

Farewell Paradise

****
recensie Farewell Paradise

Keihard eerlijk

door Sjoerd van Wijk

Met keiharde eerlijkheid toont Farewell Paradise een enerverend portret van een gebroken familie. Niemand lijkt een blad voor de mond te nemen, maar toch blijven er vragen hangen. Het gesprek zal nooit af zijn.

Regisseuse Sonja Wyss interviewt in deze documentaire haar vader, moeder en oudere zussen een op een over hun veelbewogen familiegeschiedenis. Moeder vluchtte op een dag weg uit de Bahama’s na de zoveelste affaire van vader en het gezin brak uiteen. Een deel bleef achter in de Verenigde Staten, terwijl de jongere zusters om vage redenen verder reisden naar land van herkomst Zwitserland. In de interviews passeren vele verhuizingen, een halfslachtige tweede poging van de ouders om bij elkaar te blijven en diverse nalatigheden van de verschillende familieleden de revue. Wyss lijkt daar als jongste kind het meest onder te hebben geleden. Zo blijkt maar weer dat de structuur van het kerngezin niet altijd een hoeksteen in de samenleving is.

Farewell Paradise

Pratende hoofden
Deze verhandeling van een mislukt huisje-boompje-beestje fantasie is ogenschijnlijk een verzameling pratende hoofden die vertellen over wat er is gebeurd, waar maar sporadisch beeldmateriaal uit het familiearchief ter ondersteuning bijkomt. Pratende hoofden zijn vaak een cliché in documentaires, maar Wyss weet dit op zijn kop te zetten met een enerverende film.

Op zwartgrijze achtergrond steken de familieleden fel af tijdens het vragenvuur van de jongste, die bijzonder kritisch durft te zijn. Geen opsmuk, de camera staat op gepaste afstand om elke gelaatstrekking secuur vast te leggen voor het nageslacht. Wyss neemt de tijd om reacties op een confronterende vraag, of gewoon mijmeren hoe het ook alweer zat, af te laten spelen tot de volgende revelatie van de bizarre verhoudingen.

Wederhoor geen kruisverhoor
Die nadruk op de scherp opgenomen aan hun stoel gekluisterde ondervraagden maakt Farewell Paradise tot een enerverend onderzoek van een gebroken familie. De lukrake intermezzo’s van landschappen steken er enigszins potsierlijk bij af, een misplaatste stilte voor een woordenstorm. Het is echter niet louter een kruisverhoor, want er is ook wederhoor. Wyss is niet uit op bloed noch wraak, maar begrip.

Doordat het geen moddergooien is, schetst zich langzaam maar zeker een beeld van ieders aandeel in de familiegeschiedenis. Zelfs in heftiger momenten blijft de kalmte overeind, als bijvoorbeeld de vader zonder blikken of blozen de verantwoordelijkheid voor het ontfermen over zijn van moeder weggelopen dochter bij zijn nieuwe vrouw legt in plaats van zichzelf.

Farewell Paradise

Ontwapenend openhartig
Zoals het een gecompliceerde familieverhouding betaamt, heeft uiteindelijk niemand echt schuld aan alle gebeurtenissen. In alle heftige gesprekken spreekt iedereen elkaar tegen, want iedereen beleefde elk moment vanuit een ander perspectief. Het werkelijke verhaal speelt zich niet af in een zelden tot niet getoond verleden, maar op de gezichten wanneer alle kaarten open op tafel komen.

Dankzij de strakke hand van Wyss resoneren de dialogen, die de spanning opdrijven. Momenten van hardvochtigheid, verteld met een onschuldige glimlach, hakken er zo in. De openhartigheid is ontwapenend en leidt als vanzelf tot nieuwe mysteries dankzij de tegenspraak. Daarbij stoort het wel dat de openingsfoto, die bij de moeder inslaat als een bom, weinig verdere context krijgt. Maar misschien is dat maar beter zo, want dit soort gesprekken zullen nooit een einde krijgen.

 

26 oktober 2020

 

ALLE RECENSIES

Phil Lynott: Songs for while I’m away

**
recensie Phil Lynott: Songs for while I’m away

Half boef, half dromer

door Alfred Bos

Documentaire die het tragisch geëindigde leven van Thin Lizzy-voorman Phil Lynott retoucheert tot portret van een romantische rockheld. Collega-muzikanten en familieleden nemen het H-woord niet in de mond.

Thin Lizzy is de beste rockgroep die het nooit heeft kunnen maken in Amerika, het beloofde land voor iedere muzikant van een zekere generatie. Tijdens hun hoogtepunt, midden jaren zeventig, was het kwartet – een blanke Ier, een zwarte Ier, een Schot en een Amerikaan – de definitie van rock. Niet hardrock, niet heavy metal en zeker niet metal. Maar rock, onverdund en zonder toevoegingen. Gitaren, branie en outsiderromantiek. Met een herkenbaar eigen geluid, de dubbele, harmoniërende gitaarlijnen.

Phil Lynott: Songs for while I’m away

Phil Lynott (1949-1986), de boomlange bassist van Iers-Nigeriaanse afkomst, was het middelpunt van de band, de leider. Hij trok de aandacht, op het podium als zanger en daarbuiten als rockgod. Hij schreef de teksten, was als co-componist betrokken bij alle liedjes, bepaalde de muzikale koers en domineerde het groepsimago. Een natuurtalent met het charisma van een gulhartige piraat. Half boef, half dromer. Of de boef uiteindelijk de dromer de das om deed, of de dromer de boef, is een vraag die de documentaire Phil Lynott: Songs for while I’m away onbeantwoord laat.

Vrijbuiters en vagebonden
De wereld maakte kennis met Thin Lizzy – vernoemd naar een strip over een vrouwelijke robot, Tin Lizzy – in het vroege voorjaar van 1973 en de hit Whiskey In The Jar. Het Ierse volksliedje werd opgenomen als grap, maar bevat met de wijsheid van achteraf meerdere elementen die de groep en haar loopbaan typeren. Het gaat over een struikrover die wordt verraden door de liefde. De folktraditional is Iers tot in het merg. En de whiskey zou in het geval van Lynott en Thin Lizzy heroïne blijken. Maar ‘there’s smack in the needle’ bekt niet zo lekker.

Lynott, zoon van een Ierse moeder en een Nigeriaanse vader, werd geboren in Londen, maar groeide op bij zijn grootouders in Dublin. Hij voelde zich Iers, identificeerde zich met de Keltische cultuur – en cowboys – was trots op zijn Ierse bloed. Een zwarte Ier was in het Dublin van de jaren vijftig en zestig een exotisch unicum.

Die rol van outsider voedde Lynotts romantische inborst. In de liedjes van Thin Lizzy wemelt het van de vrijbuiters en vagebonden, macho’s buiten de maatschappelijke orde, gebonden aan god noch gebod, gemankeerd door hun ontembare natuur of het drijfzand van de liefde. De boef was de buitenkant van Lynott, achter die façade school een verlegen dromer. De twee kwamen samen in zijn songteksten, die meer persoonlijk getint waren dan het publiek destijds kon vermoeden.

Phil Lynott: Songs for while I’m away

Geretoucheerd portret
Romantiek en roem kunnen een fatale cocktail zijn, zeker wanneer ze samenkomen in een heroïnespuit. Got To Give It Up stelde Lynott in het gelijknamige nummer van het album Black Rose uit 1979. Op die plaat bezingt hij ook Sara, de eerste dochter uit de relatie met zijn latere echtgenote Caroline Crowther (Cathleen, zijn tweede dochter, kreeg haar nummer op zijn tweede soloplaat). Zijn stem werd minder; op het laatste Thin Lizzy-album, Thunder And Lightning uit 1983, met onder andere Cold Sweat, klinkt hij schor en verstopt.

De Amerikaanse doorbraak is er nooit gekomen en niet alleen door botte pech. De eerste tournee door de States werd voortijdig afgebroken omdat Lynott hepatitis had opgelopen (vervuilde naald). De tweede moest worden uitgesteld omdat gitarist Brian Robertson zijn hand had verwond in een ontaarde ruzie. Halverwege de derde Amerikaanse tournee vertrok gitarist Gary Moore (hij was het heroïnegebruik van Lynott en gitarist Scott Gorham beu) en trok de Amerikaanse platenmaatschappij zijn handen van de groep.

Het woord heroïne valt niet in Phil Lynott: Songs for while I’m away. Het is een geretoucheerd portret van een complex talent, met bijdragen van oud-collega’s (eerste Lizzy-gitarist Eric Bell, Scott Gorham, maar geen Brian Robertson), muzikanten (U2-bassist Adam Clayton, Midge Ure, Metallica’s James Hetfield, Suzy Quatro) en familie (zijn vrouw en dochters, moeder Philomena ontbreekt). Dat hij ten onder ging aan zijn imago is een romantisch cliché en een uitgekauwde smoes die de mythe rond Lynotts persoon – en persona – in stand houdt. Deze ‘definitieve’ docu is gelikt, ook qua presentatie. Op YouTube zijn oudere en betere documentaires te vinden.

Phil Lynott: Songs for while I’m away is op 27 oktober in deze bioscopen te zien. Op 23 oktober is de 6CD+DVD Rock Legends verschenen, met demo’s, liveopnames, radiosessies, single edits en de BBC-documentaire Bad Reputation uit 2015.

 

23 oktober 2020

 

ALLE RECENSIES