Woodstock: bepalend moment van de babyboomers

50 jaar Woodstock
Bepalend moment van de babyboomers

door Alfred Bos

Het begon als een idee voor een platenstudio. Het werd het meest beroemde, ophefmakende, historisch significante popfestival ooit. Op de vijftigste verjaardag van Woodstock is de documentaire van Michael Wadleigh voor één dag opnieuw te zien.

De zomer van 1969 was een waterscheiding in de westerse cultuur. Op 20 juli zette Neil Armstrong als eerste mens voet op een ander hemellichaam, het was wereldnieuws. Diezelfde week oversteeg de rekenkracht van alle computers tezamen het rekenvermogen van de mensheid, de kranten zwegen erover.

Woodstock (50th Anniversary)

Leden van Charles Mansons sekte pleegden in de nachten van 9 en 10 augustus de geruchtmakende Tate/La Bianca-moorden en verstoorden de hippiedroom. Nog geen week later, van vrijdag 15 tot en met maandagmorgen 18 augustus, vond in Bethel, New York het Woodstock-festival plaats, aangekondigd als ‘drie dagen van vrede en muziek’. Er kwam een half miljoen bezoekers op af en de gouverneur van de staat New York riep de festivallocatie uit tot rampgebied. In luttele weken werden historische grenzen overschreden.

Voor iedereen die er niet bij kon zijn, draaide in Amerika vanaf 26 maart 1970 de documentaire die de onafhankelijke cineast Michael Wadleigh over het festival – de muziek en de bezoekers – maakte. Woodstock opende op 25 juni in Nederland; ná de Verenigde Staten, Engeland en Frankrijk, maar vóór de rest van de wereld. Vanaf 11 mei van dat jaar lag de driedubbelelpee met opnamen van het festival in de winkel, een jaar later gevolgd door een dubbelaar.

Voor wie er echt geen genoeg van kan krijgen, is er ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag van Woodstock een speciale uitgave met 38 cd’s verschenen. Daarop staan alle 432 nummers die de 32 acts en artiesten hebben gespeeld tussen vrijdagmiddag 5 uur (Richie Havens) en maandagmorgen 11 uur (Jimi Hendrix). Eén cd verzamelt alle podiumaankondigingen: “Klim niet in de torens”. “De bruine acid die rondgaat is niet bijzonder goed, we raden aan om er weg van te blijven”. “Vanaf nu is het een gratis concert”. Woodstock is een geval apart.

Festivalkoorts
Dat er überhaupt een film was te zien, is te danken aan voormalige platenbaas en muzikant Artie Kornfeld. Samen met concertpromotor Michel Lang benaderde hij de financiële adviseur Joel Rosenman en de rijke zakenman John P. Roberts. Aanleiding was een advertentie in de Wall Street Journal waarin dat tweetal zich had geafficheerd als ‘jongemannen met ongelimiteerd kapitaal’, op zoek naar zakelijke ideeën. Het idee van Lang en Kornfeld was om een opnamestudio te openen in Woodstock, in upstate New York. Het werd een meerdaags muziekfestival; niet in Woodstock (geen locatie beschikbaar), niet in Walkill (protest van bewoners), maar in Bethel, op het terrein van boer Max Yasgur.

Woodstock (50th Anniversary)

In de zomer van 1969 had Amerika last van festivalkoorts. Vanaf het eerste weekend van april (Palm Springs, Californië) tot en met het laatste weekend van augustus (Lewisville, Texas en Prarieville, Louisiana) was de kalender van oostkust tot westkust gevuld met een reeks festivals: West Hollywood (Florida), San Jose (Californië), Detroit (Michigan), Denver (Colorado), Edwardsville (Illinois), Hampton (Georgia), Laurel (Maryland), Milwaukee (Wisconsin), Woodinville (Washington) en Atlantic City (New Jersey) waren het decor van drukbezochte rockfestivals.

Woodstock leek de zoveelste in een rij, de organisatie rekende op het respectabele aantal van maximaal honderdduizend betalende bezoekers. Het werden er zo’n half miljoen, waarvan het overgrote deel zonder kaartje. Opeens was de wei in Bethel onbedoeld een stad van een kleine half miljoen inwoners, een stad zonder infrastructuur. Zonder voedsel, zonder medicijnen, zonder sanitair. Onbereikbaar ook, de wegen zaten tot ver in de omtrek verstopt, alle hulp moest worden ingevlogen. Het had zomaar kunnen uitdraaien op een humanitaire ramp.

De lokale bevolking begon voedsel in te zamelen, het leger vloog met helikopters veldartsen in, de Hog Farm-commune-activisten van Wavy Gravy (Hugh Romney) bemanden een gaarkeuken en deelden gratis eten uit. Gouverneur Rockefeller verklaarde Bethel tot rampgebied. Bovendien werkte het weer niet mee. Op zondagmiddag maakte een zomerstorm van de weide een modderpoel. Maar ondanks alle ontberingen klaagde niemand, iedereen hielp elkaar. Het gevoel van eenheid onder het publiek oogt vijftig jaar na dato nog steeds utopisch.

Woodstock Nation
Elk van de half miljoen bezoekers – en de muzikanten niet uitgezonderd – had het gevoel deel van iets unieks te zijn. Woodstock werd het bepalende moment voor de generatie van de naoorlogse baby boomers. “We zochten geen antwoorden, we zochten gelijkgestemden”, zeggen bezoekers van toen vijftig jaar later. Die vonden ze op de heuvels van Bethel.

Het gaf hen een gemeenschappelijk levensgevoel, zelfbewustzijn, een identiteit en cultureel momentum. Hun belevingswereld verschilde ingrijpend van die van hun ouders en dier conservatieve ideeën, burgerlijke waarden en zielloze bestaan. Ze noemden het ‘Woodstock Nation’, waar de verbeelding aan de macht was. Dat weekend werden babyboomers de Woodstockgeneratie.

50 jaar Woodstock

Twee dingen waren cruciaal voor het gevoel van verbondenheid dat het half miljoen vreemden op de weide van zuivelboer Max Yasgur met elkaar deelden: muziek en Vietnam. Het protest tegen de oorlog in Vietnam was de motor achter het ontstaan van de tegencultuur die de psychedelische revolutie, het ecoprotest van The Whole Earth Catalog en de alternatieve media van underground comix en tijdschriften à la Rolling Stone had voortgebracht.

Boven de babyboomers hing de dreiging van militaire dienstplicht. Wie werd opgeroepen, kon naar Vietnam worden gezonden en terugkeren in een bodybag. Ze ontvluchtten die donkere werkelijkheid in muziek, en drugs. Muziek was het cement dat alle uiteenlopende interesses en belangen van de tegencultuur tot een geheel kitte. Festivalafsluiter Jimi Hendrix bracht in zijn deconstructie van het Amerikaanse volkslied Vietnam en muziek samen.

Woodstock en al die andere festivals in de zomer van 1969 hadden Montery Pop, van juni 1967, als voorbeeld. De moeder aller rockfestivals was bedoeld om rockmuziek dezelfde culturele status als jazz en folk te geven. Lou Adler, mede-organisator van Montery Pop: “Montery draaide om de muziek. Woodstock draaide om het weer en de bezoekersaantallen.” Maar tijdens Woodstock overstegen het publiek en hun tegencultuur de betekenis van de muziek. Het festival markeert het moment waarop de tegencultuur de nieuwe mainstream werd.

Chicago maakt plaats voor Santana
Meer dan een kwart van de acts die hadden gespeeld op Montery Pop stond ook op Woodstock: Jimi Hendrix, The Who, Janis Joplin, Jefferson Airplane, Country Joe & The Fish, The Grateful Dead, Paul Butterfield Blues Band, Canned Heat en Ravi Shankar. Ze waren symbolen van de tegencultuur en vormden het hart van het Woodstock-affiche. Dat werd verder gevuld met nieuwe en minder bekende namen als Joe Cocker, The Band, Mountain, Johnny Winter, Santana en Crosby, Stills, Nash & Young (het was hun tweede optreden). Sly & The Family Stone vervulde op Woodstock de rol die Otis Redding en de Stax-revue hadden op Montery, die van excuus-soulact.

Voor de hand liggende namen ontbraken om uiteenlopende redenen. Bob Dylan vertrok op de openingsdag van Woodstock naar Engeland, om daar op 31 augustus te spelen op het Isle of Wight Festival of Music. Simon & Garfunkel werkten aan een nieuw album, dat in 1970 zou verschijnen als Bridge Over Troubled Water. The Byrds hadden hun buik vol van festivals. The Doors zegden op het laatste moment af, ze vreesden ‘een tweederangs Montery’. Love was uitgenodigd, maar paste. Chicago werd door concertpromotor Bill Graham (we zien hem in de backstagebeelden) van het affiche gemanipuleerd. De reden: zo kon hij de nieuwe groep onder zijn hoede, het op dat moment volstrekt onbekende Santana, aan het Woodstock-programma toevoegen. Santana vulde de plek van Chicago.

Woodstock (50th Anniversary)

Santana was als grote onbekende dé relevatie van het festival en levert het muzikale hoogtepunt van de documentaire. Omdat de groepsleden lsd hadden geslikt, werd hun bijdrage een uur uitgesteld. Een akoestisch optreden van Country Joe McDonald vulde het gat, zijn vertolking van Fish Cheer is een van de iconisch momenten in de film. Santana’s rock met latin-elementen was in 1969 een nieuw geluid en de verbazing en opwinding onder het publiek worden in de split screenbeelden van Woodstock raak gevangen. Mede dankzij de lsd heeft de groep vleugels en stijgt boven zichzelf en het moment uit.

De registratie van Soul Sacrafice, het slotnummer van Santana’s optreden, biedt pure magie. Het is één van de beste liveperformances uit de rockhistorie en maakte de reputatie van de groep. Twee weken na Woodstock verscheen het titelloze debuutalbum, werd een hit en de rest is geschiedenis. Geen groep heeft zoveel baat gehad bij Woodstock als Santana, het festival lanceerde de carrière van de band. Het werkte wederzijds, met Santana had Woodstock een uniek en onderscheidend moment. Het complete Woodstock-concert is terug te horen op bonus-cd bij de heruitgave uit 2004 van Santana.

Martin Scorsese
Woodstock is één van de beste concertfilms ooit, misschien wel de beste. Het is de eerste en enige documentaire van regisseur Michael Wadleigh en won in 1971 een Oscar. (Wadleigh maakte daarnaast slechts de thriller Wolfen, een film die cultfaam onder liefhebbers van horror heeft.) De cameramensen hadden in 1969 ongekende vrijheid om de optredens op en rond het podium te filmen. Ze zitten de muzikanten letterlijk dicht op de huid, wat de beelden ongewoon intiem maakt. De split screen-editing is functioneel en werkt dramatisch in het voordeel van de muziek, zo maakt de montage de registratie van The Who extra krachtig.

Voor de montage waren zeven editors verantwoordelijk, waaronder Thelma Schoonmaker en Martin Scorsese. Schoonmaker werd nadien de vaste editor van Scorsese, die tevens als assistent-regisseur aan de film heeft meegewerkt. Die ervaring heeft hij nadien benut voor zijn concertfilms en muziekdocumentaires over The Band (The Last Waltz, 1978), Bob Dylan (No Direction Home, 2005), Rolling Stones (Shine a Light, 2008), George Harrison (Living in a Material World, 2011) en opnieuw Bob Dylan (Rolling Thunder Revue, 2019).

Woodstock (50th Anniversary)

Bij het vijfentwintigjarige bestaan in 1994 kwam Woodstock in Amerika opnieuw uit. De oorspronkelijk versie uit 1970 is 184 minuten (drie uur en vier minuten) lang. De director’s cut van 1994 telt 224 minuten (drie uur en drie kwartier), aan de eerste versie zijn opnamen van Canned Heat, Janis Joplin en Jefferson Airplane toegevoegd; de laatste twee waren niet in het origineel te zien. Het segment over Jimi Hendrix is uitgebreid met een verbluffende vertolking van Voodoo Child (Slight Return). Niet in de bioscoop vertoond materiaal kwam in 2009 op dvd beschikbaar via de 40th Anniversary-uitgave van de film.

Kassucces
Woodstock was een bijgedachte en kostte 600.000 dollar om te maken. Door omstandigheden werd Woodstock een gratis toegankelijk festival, wat het kwartet organisatoren in eerste instantie een miljoenenschuld opleverde. De film bleek echter een kassucces en heeft vijftig jaar later, los van plaatverkoop en merchandise, naar schatting vijftig miljoen dollar opgebracht. Ook dat typeert de babyboomers.

Waarom werd Woodstock het kantelpunt en niet een van al die andere festivals die zomer? Woodstock haalde in Amerika de nationale pers: er ging van alles fout en toch liep het, als een mirakel en met dank aan de verdraagzaamheid van de bezoekers, niet uit op een ramp. Woodstock bracht het mirakel naar de rest van de wereld.

Maar het meest fundamentele facet van de culturele waterscheiding die in de zomer van 1969 gestalte kreeg, is dit: de film van het festival, de virtuele werkelijkheid, is lucratiever dan het festival zelf, de fysieke werkelijkheid. Zo symboliseert Woodstock via Woodstock met terugwerkende kracht de door media geschapen hyperrealiteit van de eenentwintigste eeuw.

De director’s cut van Woodstock (224 minuten lang) beleeft zaterdag 17 augustus zijn ‘première’ op Lowlands en is zondag 18 augustus eenmalig te zien in meer dan honderd bioscopen.

 

10 augustus 2019


ALLE ESSAYS

Veearts Maaike

****
recensie Veearts Maaike

Lief en leed van een stoere Groningse

door Nanda Aris

De uit Loppersum afkomstige Maaike geeft een inkijk in haar leven als veearts. Daarnaast is ze actief als vertegenwoordiger van de Nederlandse dierenartsen in Europa. En strijdt ze voor het terugdringen van overmatig antibioticagebruik. Kalfjes worden geboren, presentaties gegeven, administratie gedaan; zeker, moedig en doortastend gaat Maaike te werk. 

Jan Musch en Tijs Tinbergen werken sinds hun afstuderen aan de filmacademie samen, zo maakten ze eerder de films Gebiologeerd (1994) en Rotvos (2009). Voor deze laatste documentaire ontvingen ze een Gouden Kalf. Gefascineerd door de natuur en de verschillende belangen daarbij, heeft het filmmakersduo ditmaal gekozen om de Nederlandse melkveehouderij – de boeren, het beleid en de veeartsen – in beeld te brengen. Drie jaar lang hebben ze hen gevolgd, de eerste anderhalf jaar zonder te filmen, daarna alles realistisch in beeld brengend.

Veearts Maaike

Meisjesdroom
Maaike besloot als klein meisje dat ze graag veearts wilde worden nadat ze een vrouwelijke veearts aan het werk zag. ‘Dat is leuk, dat is gezellig, dat is stoer’, en zo werd ook zij veearts. Ze is als een vis in het water bij de boeren, binnen het Van Stad tot Wad, het team van veeartsen waar ze werkt, maar ook als bestuurder van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD) wanneer ze in een presentatie haar visie geeft op het antibioticabeleid.  Ook tijdens de internationale vergadering van de Federatie van Europese veeartsenorganisaties, waar ze verkozen wordt door collega’s als vertegenwoordiger, staat ze haar mannetje.

De film start met beelden van een lange besneeuwde weg in een uitgestrekt landschap in Noord-Groningen. De camera draait en in de auto zien we het gezicht van veearts Maaike, een diepe frons tussen haar wenkbrauwen laat haar nog steeds geen veertig lijken. Ze oogt jong en lieflijk, maar een volgend beeld laat zien dat ze van wanten weet, wanneer we haar met haar arm in het achterwerk van een koe zien, op zoek naar een kalf, dat doodgeboren zal worden. Dit soort plaatje zien we nog vaker voorbij komen, want naast de geboortes is dit de manier om te ondervinden of een koe drachtig is of kan worden geïnsemineerd. Het is werken, met drie man sterk, de poten aan een ketting, trekken ze het kalfje uit de moederkoe.

Leven en dood
Een dood kalf betekent geen inkomsten, maar zo zien we later in de film, met een stier is de boer ook niet zo blij. ‘Klote, een stier’, zegt de boer wanneer hij het geslacht van een net geboren kalf bekijkt. ‘We mogen niet meer koeien houden, maar toch wil je altijd een vaarskalf’. De boer legt uit dat hij door wet- en regelgeving nooit weet waaraan hij toe is. Het zou zo kunnen zijn dat de vaarskalveren die hij groot brengt – want om de melkproductie in stand te houden zullen er nieuwe kalveren geboren moeten worden – en dus kosten met zich meebrengen, niet mogen blijven. Een economische tegenslag en zonde dat er dan koeien onnodig naar de slacht zullen gaan.

Veearts Maaike

Dat de melkveehouderij geen gezellige keuterboerderijtjes zijn, maar boerenbedrijven, wordt niet alleen hierdoor duidelijk, maar ook wanneer jonge kalfjes gescheiden van hun moeder gezet worden, en we ze verkocht zien worden. Wanneer we een noodslachting zien van een koe die lelijk uitgegleden is en niet weer overeind komt. Door de koe bewusteloos te schieten en daarna leeg te laten bloeden, net zoals dat in een slachthuis gebeurt, kan het vlees nog gegeten worden. Of van een andere koe met letsel die geëuthanaseerd wordt. ‘Het is goed meisje, bedankt voor de melk die je gegeven hebt hoor’, zegt de boer terwijl hij haar kop aait. Begaan met zijn koeien, leven en dood gaan hand in hand op een boerderij.

De zorgvuldig gekozen beelden, het eerlijke beeld en de puurheid van veearts Maaike maken deze film meer dan de moeite waard. Het beroep van veearts blijkt hard werken, voor Maaike is het allemaal misschien net iets teveel bij elkaar. Daarom denkt ze, soms geëmotioneerd, na over het maken van moeilijke keuzes die zijn gericht op een volgende fase binnen de melkveehouderij.

 

24 juli 2019

 

ALLE RECENSIES

Apollo 11

*
recensie Apollo 11

Technologische agitprop

door Sjoerd van Wijk

Apollo 11 bejubelt de triomf van de eerste reis naar de maan. Dit is weliswaar meeslepend, maar het ontzag voor de technische hoogstandjes heeft een perfide invloed. Alsof de mens slechts tot grootse dingen in staat is terwijl technologie gepaard gaat met destructie. 

Het is een optimisme dat past bij de late jaren 1960 toen ondanks de Koude Oorlog en Vietnam er nog steeds een geloof in de vooruitgang was. Het idee dat alles kan als men er maar voor werkt, ligt wellicht ook ten grondslag aan het megalomane project van de V.S. om in 1969 een tweetal personen op de maan te krijgen. Met behulp van gerestaureerde beelden en geluidsopnames die verloren waren geacht, schetst Apollo 11 een beeld van deze missie. Regisseur en editor Todd Douglas Miller slaat wijselijk de pratende hoofden over in deze documentaire en tracht zo het maximale te halen uit de schat van nog nooit eerder vertoond materiaal.

Apollo 11 

Zinderende missie
Het is bewonderenswaardig hoe zo een uitgekauwd onderwerp hiermee nieuw leven krijgt ingeblazen. Ondanks de wereldberoemde goede afloop houdt elke nieuwe aftelling naar weer een cruciale fase de spanning hoog. De vlotte schakeling tussen gezichten in opperste concentratie en het grotere plaatje tonen de hectiek tijdens deze grandioze prestatie zonder in onbegrijpelijke chaos te vervallen. Sterker nog, iedere stap doet intuïtief aanvoelen hoe enerverend de acht dagen van de missie moeten zijn geweest. De schematisch verhitte muziek op de achtergrond is welhaast overbodig bij het ritmische opzwepen naar elk spannend moment. Zo laat de kalme communicatie plus Buzz Aldrins filmen Neil Armstrongs afdaling van de ladder al afdoende zinderen. 

De mensheid als held
Daarmee lijkt Apollo 11 het laatste woord over de legendarische maanlanding te hebben. Deze symfonische vertelling brengt niet alleen de hectiek over. Zij vindt ook de spanning door het tonen van de schaal van deze missie. Dankzij het scherpe breedbeeld van de oude beelden komt een vijftig jaar oude gebeurtenis fris en overweldigend over. Of het nu gaat om de mensenmassa die de lancering ter plekke bijwonen of de astronauten die de aarde van een afstand bewonderen, de precaire situaties van laatstgenoemden zijn door het sterke detail en context des te meer onvoorstelbaar. 

Hierbij gaat de documentaire verheerlijking van het individu uit de weg. Neil Armstrong is slechts een van de velen die dit mogelijk maakten. Typerend is de aandacht voor de monteurs die nog even een schroefje aandraaien twee uur voor lancering. Zo wordt de film een machtig epos met de mensheid zelf als de grote held, voortgedreven door onbedwingbare nieuwsgierigheid. 

Apollo 11

Technologisch exceptionalisme
Dat alles leidt tot de keerzijde van deze triomftocht over technische prestaties. De voor Amerikaanse begrippen atypische visie van collectieve inzet gaat gepaard met een stuk Amerikaans exceptionalisme. De Sovjet-Unie de loef afsteken, was de voornaamste reden om met man en macht als eerste iemand op de maan te krijgen, het hoogdravende telefoontje van president Johnson aan Armstrong ten spijt. Miller benoemt dit slechts mondjesmaat en prefereert toespraken over de kracht van menselijke nieuwsgierigheid. Dat de V.S. zichzelf in de ruimte presenteert als de representant van de mensheid blijft onbenoemd. 

Dit is echter niet de voornaamste reden waarom deze epische hosanna argwaan wekt. De spanning over het onvoorstelbare leidt tot technologisch exceptionalisme. De nieuwsgierigheid krijgt hier louter zijn voeding van technisch vernuft. Dat moderne technologie vaak inherent exploitatie betekent, komt niet aan de orde, terwijl het in tijden van ecologische crisis pertinent is dit te onderkennen. Man with a Movie Camera (1929) toont eenzelfde optimisme over technologische vooruitgang als Apollo 11, maar in die documentaire ligt een speelse houding ten grondslag in tegenstelling tot een van exploitatie. De technologie is niet de oplossing zoals Apollo 11 suggereert, maar het probleem. 

Nieuwsgierigheid is geen vrijbrief om het niet-menselijke te misbruiken als middel om deze dorst naar kennis te lessen. Nieuwsgierigheid kan ook leiden tot verbondenheid met de wereld. Maar het argeloze dumpen van afval in de ruimte lijkt nu een vanzelfsprekendheid, alsof de mens het recht heeft het universum te bevuilen ter eigen glorie. Daarmee is Apollo 11 uiteindelijk agitprop voor een technologische utopie.

 

22 juni 2019

 

ALLE RECENSIES

Ik ben er even niet

****
recensie Ik ben er even niet

Waar komen die beelden vandaan?

door Ries Jacobs

De wolf kijkt Caro aan met zijn felgele ogen. Langzaam komt hij vanuit haar ooghoek op haar af. Bijna iedere dag weer bezoekt hij haar, soms meerdere keren per dag. De wolf is niet echt, maar tijdens haar aanvallen ervaart Caro hem als levensecht.

Als kind speelde documentairemaakster Maartje Nevejan tijdens een dagje aan het strand in de branding. Opeens kreeg ze een black-out. Het viel haar ouders op dat ze enkele seconden van de wereld leek te zijn. Haar vader nam haar mee naar het ziekenhuis, waar artsen de diagnose absence epilepsie stelden. Deze ziekte uit zich niet in de heftige aanvallen die andere vormen van epilepsie kenmerkt, een aanval (ook absence genoemd) duurt maar enkele seconden en uit zich naar buiten toe slechts door afwezigheid. Iemand is even weg van deze wereld en na hoogstens dertig seconden weer bij bewustzijn.

Ik ben er even niet

Neurowetenschappers nemen tijdens een aanval geen abnormale hersenactiviteit waar en concluderen daarom dat er dan niets is, maar dat zit Nevejan niet lekker. Volgens haar is er wel degelijk iets. Ze ziet beelden tijdens een aanval, en met haar vele medepatiënten. Haar zoon Abel heeft ook absence epilepsie. Hij ziet sterren en andere hemellichamen. Caro ziet een wolf. En de filmmaakster zelf tenslotte ziet telkens weer dezelfde beelden uit Pepper Police Woman, een Amerikaanse televisieserie uit de jaren 70.

Geen charlatans
Wat zien Nevejan en haar lotgenoten tijdens hun epileptische aanvallen? De wetenschap kan hierop geen antwoord geven. Daarom wendt de regisseuse zich tot kunstenaars, die zo goed mogelijk weergeven wat zij, Abel, Caro en anderen zien als ze er even niet zijn. Het mooie is dat ook de neurologen, begiftigd met de hen kenmerkende wetenschappelijke nieuwsgierigheid, het project met interesse volgen. Ze zien de kunstenaars niet als concurrenten of charlatans. De wetenschap kan steeds meer, maar niet de beelden van een absence zichtbaar maken.

Maar nadat de kunstenaars de ervaring zo zichtbaar mogelijk maken, speelt bij Nevejan nog steeds de vraag of wat ze ziet tijdens haar absences echt is. Pepper is er wel voor haar, maar niet voor de rest van de wereld. In het tweede deel van de film probeert ze die vraag zo goed mogelijk te beantwoorden.

Ik ben er even niet

Leonardo da Vinci
De spooky en soms bewust rommelige filmbeelden doen op momenten denken aan een videoclip. Ze overladen het publiek met emoties en vragen, altijd gesteld vanuit het perspectief van de mensen die absences ervaren. Wat zie ik? Hoe komt het dat ik dit zie? Is wat ik ervaar tijdens mijn absences echt? En als het echt is, waar komt het dan vandaan? En misschien wel de belangrijkste vraag: hoe geef ik mijn aanvallen een plaats in mijn leven? Verwacht hierop geen kant-en-klare antwoorden of nieuwe inzichten, maar wel een film die je meesleept in de ervaringswereld van iemand met absence epilepsie.

Leonardo da Vinci was kunstenaar, wetenschapper en filosoof. Hij en zijn tijdgenoten konden de drie disciplines niet los van elkaar zien. Later gingen kunst, wetenschap en filosofie ieder hun eigen weg. Nevejan brengt de drie weer samen in Ik ben er even niet. In haar zoektocht naar de kern van haar ziekte vlecht ze wetenschappelijke inzichten, filosofische vraagstukken en artistieke uitingen ineen. De film lang gaan epileptici, kunstenaars en wetenschappers de dialoog met elkaar aan. De documentaire is meer dan de som van deze drie delen.

 

19 juni 2019

 

ALLE RECENSIES

Christo: Walking on Water

**
recensie Christo: Walking on Water

Ronddobberen in het ondiepe

door Sjoerd van Wijk

Het ontbreekt Christo: Walking on Water aan de visie die de kunstenaar in de filmtitel wel etaleert. Er is weliswaar humor en een ontwapenende eerlijkheid, maar geen thematische keuze. Christo blijft zo enigmatisch door gebrekkig inzicht.

De documentaire volgt Christo in 2016 als hij in het Iseomeer (Italië) een nieuw project onderneemt. The Floating Piers is een wandelpad van vlotten op het wateroppervlak van de wal naar het kleine eilandje San Paolo. Wereldberoemd geworden met zijn wijlen vrouw Jeanne-Claude, met wie hij diverse gebouwen zoals de Rijksdag in Berlijn heeft ingepakt, grijpt dit project voor Christo terug naar de herinnering aan zijn vrouw. Het idee stamt uit begin jaren 70, maar het koppel lukte het nooit dit van de grond te krijgen. The Floating Piers is niet alleen een artistiek project, maar in documentaire blijkt dat er ook menig logistieke uitdaging aan zit. Het levert spannende momenten op als de bezoekersaantallen veel groter zijn dan verwacht.

Christo: Walking on Water

Ontwapenend eerlijk
In Christo: Walking on Water zit een eerlijkheid die ontwapent. Waar documentaires als Ants on a Shrimp zich vooral bezighouden met het bewieroken van de artiest, toont regisseur Andrey Paounov meer interesse in reacties op technische mankementen en de onvermijdelijke stress als de hordes toeristen onhoudbaar blijken. Geen hosanna over Christo of een of ander verheven verhaal van de man over zijn drijfveren, maar gezever over printjes draaien en een microfoon die niet meteen werkt. Terwijl de buitenwereld wel volop aan het bewieroken is, zit Christo moeilijk te doen over welk type kettingen ze moeten gebruiken voor het bevestigen van doek aan de vlotten. Dit is gewoon een artiest die iets moois wilt maken en alles bloedserieus neemt.

Dat betekent niet dat er geen komische factor aan het geheel zit. Dikwijls vindt de documentaire de humor in dit megalomane project. Een goed idee hebben, blijkt niet te betekenen dat de uitvoering als vanzelf goed gaat. Het kibbelen van en met Christo over mondaine zaken tot aan gewichtige problemen laat hem met beide benen op de grond staan. Het heeft een anticlimactische kwaliteit terwijl er toch sprake is van een uiterst gedreven artiest. De vermoeide blikken en intonatie van zijn naaste verantwoordelijken maken het geheel af.

Geen prangende vraag
Toch laat Paounov ondanks de rücksichtslose observaties na om prangende vragen te stellen. Buiten een idee van hoe het is om met Christo samen te werken (lastig met voldoening aan het eind) is er weinig om dieper inzicht in zijn drijfveren te krijgen. De franke waarnemingen betekenen niet dat er automatisch sprake van een kritische blik is. Er is uitgebreid aandacht voor de knappe logistieke prestatie van The Floating Piers en de chaos achter de schermen, waarbij Christo een beetje uit het oog wordt verloren. In een zeldzaam moment van adoratie valt Paounov eenmalig in de valkuil van bewieroken met banale beelden van God in de Sixtijnse kapel. En in plaats van te zien wat het einde van dit persoonlijk significante project met Christo doet, kiest Walking on Water voor een zinloze epiloog.

Christo: Walking on Water

Stuurloos dobberen
De oppervlakkige houding komt ook tot uiting in het ontbreken van een gerichte thematische keuze. Elk te verwachten aspect van een artistieke onderneming als deze komt aan bod, zonder ooit de diepte in te gaan. Zo is er een intrigerend intermezzo over de commercialisering van kunst, als Christo op het kleine eiland omgetoverd tot vipruimte de elitaire bezoekers moet inpakken. Dit gaat weer overboord voor lichte politieke spelletjes om de autoriteiten verantwoordelijkheid voor de uit de hand lopende bezoekersaantallen te laten nemen. En zo verder. Het geheel dobbert voort en stipt thema’s aan om deze vervolgens weer te laten varen. Het maakt Christo: Walking on Water tot een stuurloze documentaire die ontzag brengt voor het project maar wat betreft de uitvoerders aan de oppervlakte blijft.

 

19 mei 2019

 

ALLE RECENSIES

Man Who Stole Banksy, The

****
recensie The Man Who Stole Banksy

Een collage van tegenstrijdige idealen

door Ries Jacobs

In 2007 verschenen enkele politiek gemotiveerde kunstwerken op gebouwen in Bethlehem. Ze bleken gemaakt te zijn door graffitikunstenaar Banksy. Enkele inwoners van de heilige stad hebben een kunstwerk verwijderd, niet door het over te schilderen, maar door het kunstwerk met muur en al uit te zagen met behulp van een slijpmachine. Wat was hun motivatie? En wie is Banksy?

De identiteit van Banksy is een van de grootste mysteries binnen de hedendaagse kunstwereld. Het is na decennia nog steeds niet bekend wat zijn echte naam is. Geruchten gaan dat achter de graffitikunstenaar ene Robin Gunningham schuilgaat. Anderen zeggen dat Banksy het pseudoniem is van Robert del Naja, één van de leden van muziektrio Massive Attack. Wat weten we dan wel over Banksy? Hij maakt straatkunst en is daarmee succesvol. En hij schuwt de controverse niet.

The Man Who Stole Banksy

Original gangster
Het kunstwerk in Bethlehem is hiervan een voorbeeld. Het toont een Israëlische soldaat die het paspoort van een ezel controleert. Provocerend? Absoluut, zeker in de Arabische wereld. Daar wordt het scheldwoord ezel, meer dan hier, als beledigend ervaren. Regisseur Marco Proserpio wilde weten of dit de reden was om het kunstwerk weg te halen.

Hij spoorde de mensen op die het kunstwerk weggehaald hebben. Een van de verantwoordelijken is Walid. Met zijn ringbaardje, gemillimeterde coupe en sportschoolpostuur heeft de Palestijnse taxichauffeur nog het meest weg van een gangster. Maar schijn bedriegt, politiek idealisme was zijn grootste drijfveer. Hij vindt dat de Palestijnen in Israël onderdrukt worden. Banksy’s kunstwerken in Bethlehem zijn in zijn ogen provocerend en misplaatst. Daarom hebben Walid en zijn kompanen op een dag met een slijptol gepakt en daarmee het kunstwerk verwijderd.

Graffiti in museumzalen
Was deze daad dan alleen idealistisch gemotiveerd? Ook hebzucht speelde wellicht een rol, een Banksy is immers wat waard. Maar Proserpio brengt ook mensen voor de camera die om een andere reden straatkunst te verwijderen, een reden die Walid niet heeft. Sommige idealisten zagen straatkunst uit de muren om voor het nageslacht te bewaren. Door weersinvloeden en uitlaatgassen vergaat straatkunst nu eenmaal in enkele jaren. Graffitikunst gaat nu van de straat naar de museumzalen.

The Man Who Stole Banksy

Meerdere Banksy’s zijn zo van de ondergang gered. Zijn de hiervoor verantwoordelijken dieven of idealisten? Van wie is straatkunst? Proserpio belicht dit vraagstuk van alle kanten. Hij laat graffitispuiters, museumdirecteuren en andere mensen uit de kunstwereld aan het woord, maar geeft geen oordeel. Dit objectieve standpunt maakt van The Man Who Stole Banksy een sterke documentaire, ondanks het soms wat rommelige karakter van de film. De regisseur heeft de neiging om snel van onderwerp te veranderen en springt daardoor meer dan eens van de hak op de tak.

Bataclan
Anderzijds past het snelle en rommelige karakter van The Man Who Stole Banksy wel bij het tegendraadse straatleven waaruit de graffitikunst voortkomt. Het is daarom toepasselijk dat Proserpio voor de voice-over de eeuwig springerige Iggy Pop heeft gevraagd. Hij is de vertolking van de rebellie die ten grondslag ligt aan straatkunst. Straatkunstenaars, ‘kunstdieven’ en de museumcuratoren die straatkunst tentoonstellen, allen vertegenwoordigen eenzelfde soort rebellerend idealisme. Hun idealen zijn alleen niet met elkaar te verenigen.

Op 26 januari van dit jaar, nadat de documentaire al in meerdere landen uitgebracht was, werd in Parijs een Banksy ontvreemd. Dit kunstwerk was aangebracht op een nooddeur van het Bataclan om de slachtoffers van de terroristische aanslag van 2015 te herdenken. Lag hieraan ook idealisme ten grondslag?

 

28 april 2019

 

ALLE RECENSIES

IN-EDIT: vier dagen vol muziekdocumentaires

IN-EDIT: vier dagen vol muziekdocumentaires

door Alfred Bos

Op het filmfestival IN-EDIT staan muziekdocumentaires centraal. In 2003 voor het eerst georganiseerd in Barcelona, zijn er sindsdien edities in meerdere steden wereldwijd. Vorig jaar debuteerde IN-EDIT in Nederland op het terrein van de voormalige Westergasfabriek in Amsterdam. In Het Ketelhuis vindt van donderdag 4 tot en met zondag 7 april de tweede aflevering plaats.

Gewoon is saai, dus freaky is the new normal en IN-EDIT doet mee met die trend. Shine on, you crazy diamonds! – vrij naar Pink Floyd –  is het thema dit jaar. “In de tweede editie laat IN-EDIT het licht schijnen op mensen en artiesten die een strijd leveren met hun gekte of waanzin”, aldus het persbericht. The Devil and Daniel Johnston (vrijdag 5, 19:00) is een biografische documentaire uit 2005 van regisseur Jeff Feuerzeig over de Amerikaanse singer-songwriter met een bipolaire stoornis.

The Eyes Stop Growing

The Eyes Stop Growing

The Eyes Stop Growing (Ell Ulls s’aturen de Crèixe, 2018) van regisseur Javier García Lerín vertelt het verhaal van de post-rockmuzikant Miquel Serra, afkomstig van Mallorca. Die stelt dat hij nooit muziek zou zijn gaan maken zonder de zelfmoord van zijn schizofrene broer Joan. De film toont Serra tijdens de opnamen van zijn album Mystical Roses en behandelt thema’s als scheppen, de dood en Serra’s relatie met zijn broer. The Eyes Stop Growing won vorig jaar tijdens IN-EDIT Barcelona de Nationale Prijs voor beste muzikale documentaire en draait op zondag 7 april, aanvang 18:15 uur.

Punk en reggae
Een minder pathologische uitleg van IN-EDIT’s thema is non-conformisme en creativiteit. Het programma van zaterdag 6 april is grotendeels gevuld met documentaires over de muzikale revolutie van midden jaren zeventig: punk. (Dan luidt het thema, vrij naar Punk Floyd, shit on, you crazy fuckers!)

Punk in Paradiso (21:00 uur) toont beelden die Monica Kugel draaide tijdens het Eerste Nederlandse Punkfestival van 17 februari (met Flyin’ Spiderz, Ivy Green en Whizzguy) en 18 februari 1978 (Speedtwins, God’s Heart Attack, Blizz). In de geest van punk toont de film ongepolijste beelden van optredens en publiek, aangevuld met korte kleedkamerinterviews. Na afloop praten Joris Pelgrom (The Helmettes), Tony Leeuwenburgh (Nitwitz) en Beppy Viergever (indertijd in de Mokumse scene bekend als Broodje) in het Punk Panel over hun ervaringen van toen.

Punk en reggae gingen midden jaren zeventig in Londen een onwaarschijnlijke alliantie aan en Don Letts was erbij. Two Sevens Clash (Dread Meets Punk Rockers), samengesteld uit de beelden die Letts als deelnemer en ooggetuige destijds schoot met zijn super 8-camera, is zonder twijfel het klapstuk van IN-EDIT 2019. Veel dichter op cultuurgeschiedenis kun je niet komen. Letts zelf spreekt de voice-over van Two Sevens Clash (*****, 18:15 uur) en is in Amsterdam aanwezig om zijn film toe te lichten. Op zaterdagavond staat hij achter de draaitafels met een selectie rebel music.

Joan Jett

Joan Jett

Rudeboy: The Story of Trojan Records (**, 21:00 uur) vertelt het verhaal van een onafhankelijk label in Londen dat de muziek van Jamaica eind jaren zestig introduceerde bij de Engelse jeugd. Skinheads, laagopgeleide jongeren uit arbeiderskringen, omarmden ska en rocksteady als hun muziek en sloegen de eerste brug tussen de blank Britse bevolking en de immigranten uit de Caraïben. Opkomst, bloei en ondergang van Trojan wordt verteld met nagespeelde scènes, recente interviews met sleutelfiguren en (te) weinig authentiek filmmateriaal. Het resultaat is weinig diepgaand, de muziek geweldig. De driedelige BBC-documentaire Reggae: The Story of Jamaican Music (te vinden op YouTube) is breder van opzet en graaft tevens dieper.

Slechte reputatie
Het programma van zaterdag telt voorts een aantal films die tegen punk aanschuren. Into The Maelstrom (***, 14:15 uur) behandelt feitelijk, maar droog het verhaal van een aantal buitenbeetjes in Sydney. De protopunkband Radio Birdman haalde de inspiratie – anders dan de glamrockers van Skyhooks of de hardrockers van AC/DC – uit de nihilistische rock van The Stooges, Alice Cooper en The New York Dolls. Hun loopbaan is één lang gevecht tegen de muziekindustrie én zichzelf. Het is en passant ook het verhaal van punk in Oz.

Patti Smith geldt als de grootmoeder van de punk. Joan Jett (geboren Larkin) is haar Californische tegenhangster. Bad Reputation (****, 16:30 uur) laat met veel historisch filmmateriaal, aangevuld met recente interviews, zien hoe een introverte en van rock bezeten tiener langzaam uitgroeide tot symbool van kritisch denken en zelfstandig opereren. Via de baanbrekende meidenrockband The Runaways en een grillige solocarrière – I Love Rock ’n Roll stond in 1982 zeven weken nummer 1 in Amerika en haalde de top van de hitlijsten in Nederland, Zweden, Canada, Australië en Nieuw-Zeeland – is Joan Jett inmiddels de grande dame van de alternatieve rock.

Gimme Shelter (****, 14:45 uur) is de klassieke concertfilm annex documentaire die Charlotte Zwerin en de broers Albert en David Maysles in het najaar van 1969 draaiden tijdens de Amerikaanse tournee van de Rolling Stones, hun eerste in drie jaar. De concertreeks leverde het live-album Get Yer Ya Ya’s Out en deze film op. Gimme Shelter concentreert zich op de pogingen van Mick Jagger om aan het slot van de tournee een free concert te organiseren, als bedankje voor de overweldigende ontvangst door het publiek. Het werd een nachtmerrie, Altamont staat te boek als het einde van de jaren zestig en hun hippie-idealisme. Hells Angels fungeerden als ordedienst en voor het oog van de groep – en de camera – werd de 18-jarige Meredith Hunter doodgestoken.

Studio 54

Studio 54

Het geheim van de mondharmonica
Naast de film over Daniel Johnston zijn er op vrijdag 5 april documentaires die inzoomen op randverschijnselen rond muziek. De botsing tussen de marketinggekte van de muziekindustrie en de onschuld van drie dertienjarige scholieren in Atlanta en hun deathmetalband Unlocking The Truth staat centraal in Breaking A Monster (17:00 uur). Studio 54 (21:00 uur) brengt het verhaal van de beroemde danscclub in New York, waar in de jaren zeventig muziekpioniers, cultuuriconen en jetset het hedonisme uitvonden. Vier vrouwen, van tiener tot bejaard, vertellen over hun fascinatie met boybands; I Used To Be Normal (19:15 uur) toont het fenomeen vanuit vrouwelijk perspectief.

De slotdag, zondag 7 april, staat in het teken van non-conformisme uit (voor rock) exotische contreien, met onder meer films over M.I.A uit Sri Lanka (Matangi/Maya/M.I.A., 15:00 uur), de Rotterdammer van Deens/Curaçaose afkomst Mr. Probz (Against the Stream, 20:45 uur), de straatopera The Disciples (16:30 uur) van regisseur/scenarist Ramón Gieling en componist Boudewijn Tareskeen over een groep daklozen en de Nederlandse première van Ruben Blades is not My Name (17:15 uur), over activist en salsazanger Ruben Blades uit Panama.

IN-EDIT opent op donderdag 4 april met The Strange Sounds of Happiness (19:00 uur), Diego Pascal Panarello’s zoektocht, van Sicilië tot Siberië, naar het geheim van de mondharmonica. De film mengt documentaire met animatie en de regisseur is aanwezig voor nadere toelichting en een eigen voordracht op de mondharp.

IN-EDIT: van donderdag 4 tot en met zondag 7 april in Het Ketelhuis te Amsterdam.  Voorverkoop via de website. Toegang € 12,- per film, 3 films voor € 29,-. Naast een filmprogramma zijn er optredens en industry meetings.

 

2 april 2019


MEER FILMFESTIVAL

Cold Case Hammarskjöld

***
recensie Cold Case Hammarskjöld

Onthulling Brügger vraagt om spoileralerts, maar ook scepsis

door Paul Rübsaam

In september 1961 stortte een vliegtuig neer met aan boord Dag Hammarskjöld, de toenmalige voorman van de Verenigde Naties. Hoe dringend is de vraag nog wie er achter deze mogelijke moordaanslag zat? De Deense documentairemaker Mads Brügger stuit in zijn onderzoek daarnaar hoe dan ook op iets groters.

Nabij het plaatsje Ndola in het toenmalige Rhodesië vond men het wrak van een vliegtuig dat daar op 18 september 1961 neerstortte. Eén van de verongelukte inzittenden was Dag Hammarskjöld, de Zweedse secretaris-generaal van de Verenigde Naties die destijds bemiddelde in een conflict tussen regeringstroepen en rebellen in Congo. Nog altijd is het neergestorte vliegtuig met een mysterie omgeven. Had de piloot een fout gemaakt, zoals aanvankelijk werd gemeld? Of was er sprake van een moordaanslag op Hammarskjöld?

Hoe belangrijk zijn meer dan zevenenvijftig jaar na dato de achtergronden nog van de mogelijke aanslag op deze diplomaat? Congo heet inmiddels al lang niet meer Zaïre, toen dictator Mobutu Sese Seko er de scepter zwaaide. Het in de vroege jaren zestig door de Koude Oorlog gedomineerde wereldtoneel is ingrijpend veranderd. De mogelijke moordenaars van Hammarskjöld zijn bovendien al lang dood.

Cold Case Hammarskjöld

De Deense documentairemaker Mads Brügger (1972), die niet vies is van een beetje provocatie, betoont zich halverwege zijn documentaire Cold Case Hammarskjöld zelfs verheugd als hij iets interessanters op het spoor komt dan dit onderwerp voor ‘oude mensen’. Als we echter denken dat hij de Hammarskjöld-kwestie dan maar verder laat liggen, zouden we hem onderschatten.   

Tropenhelmen en Cubaanse sigaren
Mads Brügger maakt zijn documentaires in de zogeheten Gonzo-stijl. Als maker is hij rollen spelend zelf in beeld en wendt hij zich regelmatig tot de kijker of zijn helpers om de vorderingen van zijn onderzoek, dan wel het gebrek daaraan te bespiegelen. Naar eigen zeggen is hij serieuzer dan Sacha Baron Cohen en minder activistisch dan Michael Moore. Dat eerste is goddank zeker waar. Al flirt ook Brügger, gedreven door een weerzin tegen politieke correctheid, met het imago van de personen die hij juist ontmaskeren wil.

In Afrika, waar hij zijn onderzoek doet, is Brügger met zijn rode ringbaardje, bleke huid en tropenoutfit opzettelijk een eigenaardige, kolonialistisch ogende verschijning. Om lekker ‘fout’ te zijn, laat hij het draaiboek van zijn documentaire uittypen door twee zwarte secretaresses, die wel de gelegenheid krijgen het draaiboek te becommentariëren. Wanneer Brügger samen met de uiterst serieuze Zweedse privédetective Göran Björkdahl in Ndola het begraven wrak van Hammerskjölds vliegtuig wil gaan opsporen, neemt hij naast schoppen en een metaaldetector tropenhelmen en twee havanna’s mee. De sigaren kunnen worden opgestoken zodra de opgraving de beoogde verrassende resultaten heeft opgeleverd. Maar juist als hij volledig op dood spoor lijkt te zijn gekomen, steekt Brügger om zichzelf te troosten de dikke sigaar alvast op.

Kaartspel
Brügger houdt van spelletjes. Van het kaartspel in het bijzonder. Als je je afvraagt wat voor kaarten hij nou helemaal tegen de borst houdt, weet hij toch weer een troef op tafel te leggen, zoals de schoppenaas die in de overhemdboord van de dode Hammerskjöld was gestoken. Zijn spel als documentairemaker en de kijkervaring die hij daarmee biedt, zou je verpesten als je te veel vertelt over zijn ontdekkingen. Lastig voor de recensent is die terughoudendheid wel. Want waar Brügger uiteindelijk op stuit, is allesbehalve lachwekkend. Bovendien is zijn onthulling door verschillende media reeds kritisch besproken.

Een tipje van de sluier dan maar. Het duivelse personage waarnaar Brügger met zijn eigen outfit verwijst, blijkt een megalomane gek, die zich voordeed als arts en zich graag verkleedde als een achttiende-eeuwse Britse marineofficier. Deze man die actief was in Zuid-Afrika ten tijde van het Apartheidsregime koesterde plannen voor een soort Holocaust op het gehele Afrikaanse continent.

Cold Case Hammarskjöld

Mager bewijs
Brügger suggereert zelfs dat de ‘marineofficier’ in de jaren tachtig en negentig daadwerkelijk begonnen was zijn duivelse plannen ten uitvoer te brengen. Dat blijft echter de vraag. In onder andere The New York Times vertellen deskundigen dat hij daarvoor niet over de juiste instrumenten beschikte.

Voor wat betreft de vermoedelijke moord op Dag Hammarskjöld, met zijn voor zijn tijd progressieve ideeën over de emancipatie van de Afrikaanse landen, komt Cold Case Hammarskjöld met nieuwe getuigenverklaringen die in de richting wijzen van een mogelijke dader die al veel langer in beeld was. Maar dat was slechts een uitvoerder. Was Brüggers diabolische antagonist de man achter de moord? Ter ondersteuning van dat vermoeden komt maar één document boven tafel waarvan de authenticiteit twijfelachtig is. Brüggers ‘kroongetuige’ laat zich bovendien om hem moverende redenen graag in de door de documentairemaker gewenste richting sturen.

Vervolgonderzoek is noodzakelijk en Mads Brügger zal de laatste zijn om dat te ontkennen. Maar dat volstaat niet als excuus voor het rammelen van zijn trukendoos, die hij weliswaar op meeslepende en waar het kan vermakelijke wijze weet open te trekken. Toch toont hij minstens aan dat onze wereld wordt en werd bevolkt door mensen die gevaarlijker en geschifter zijn dan je je kunt voorstellen en dat er achter het Zuid-Afrikaanse Apartheidsregime krachten schuil gingen die nog monsterlijker waren dan dat regime zelf.

 

1 april 2019

 

ALLE RECENSIES

Minding the Gap

****
recensie Minding the Gap 

Skateboarden geneest hartzeer

door Alfred Bos

Drie vrienden groeien op in Rockford, Illinios, en delen een passie voor skateboarden. Bing Liu is een van hen, en filmt alles, twaalf jaar lang. De problemen die ze thuis hebben, vervagen wanneer ze op hun boards door de straten zoeven. 

Bing Liu maakt al op jonge leeftijd filmpjes van het skateboarden en van zijn vrienden. Waarschijnlijk toen nog niet wetende dat hij dit materiaal later zou verwerken in een documentaire.  En zeker niet dromende van een Oscarnominatie voor zijn documentaire Minding the Gap.

Minding the Gap

Skateboarden
De film focust in het prille begin vooral op het skateboarden, waardoor je als kijker denkt dat je werkelijk naar een film over skateboarden gaat kijken. Aangezien Liu zelf ook goed skateboardt, kan hij zijn vrienden perfect volgen en hun acties in heerlijke beelden vastleggen. We voelen de vrijheid, de snelheid en de energie die het boarden geeft.

Maar de film gaat over veel meer dan skateboarden: opgroeien, volwassen worden, vriendschap, en gescheiden families. Daardoor doet de film denken aan Boyhood (2014), waar ook over een tijdspannen van twaalf jaar is gefilmd.

Gelukkig
Liu volgt het leven en de perikelen van twee van zijn vrienden, Zack Mulligan en Kiere Johnson. Net als hijzelf komen ook zij niet uit gelukkige gezinnen waar vader en moeder nog samen zijn. De film is nog niet vergevorderd als we erachter komen dat Zack met zijn vriendin Nina een kindje verwacht.

Waar het even lijkt alsof ze de komst van de kleine goed samen oppakken, blijkt dat al snel een illusie en worden de ruzies steeds akeliger. Liu probeert beide kanten van het verhaal te achterhalen, en niet alleen de kant van zijn vriend te belichten. Het levert wel een klein scheurtje in de vriendschap op. Het verleden lijkt zich te herhalen.

Minding the Gap

Kindermishandeling
Zijn andere vriend Kiere Johnson is iets jonger en heeft bij z’n vader gewoond totdat deze overleed. Wanneer Kiere zijn kamer uit glipte om te skateboarden en hij daarvan thuis kwam, werd hij door zijn vader ‘gedisciplineerd’. Tegenwoordig zou dat kindermishandeling heten, zo zegt hij. Kiere’s lach is aanstekelijk, zijn tranen echt.

Hij heeft door zijn vader geen makkelijke jeugd gehad, maar hij mist hem ook. Met zijn baantje als afwasser en later in de bediening weet hij geld voor zichzelf en voor z’n moeder te verdienen. Kiere heeft veel blanke vrienden, maar is dat zelf niet, en dat is niet altijd makkelijk. Maar, zo zei zijn vader: ‘zwart zijn is cool, want elke dag kun je mensen hun ongelijk bewijzen’.

Open
Liu komt zelf ook aan bod. Hij interviewt zijn moeder over de mishandeling bij hen thuis, want zijn stiefvader sloeg Liu en zijn halfbroer. Het is dapper en confronterend dat hij dit gesprek knap met zijn moeder aangaat. Hij is gegroeid als filmmaker en na al die jaren, en naar het einde van de film, is het goed om ook zijn verhaal te horen.

Dat doen niet alleen Liu en zijn moeder, ook zijn vrienden stellen zich open. Ze zijn gewend aan de camera en storen zich niet aan het feit dat Liu vaak en veel gefilmd zal hebben, noch aan de persoonlijke vragen die hij soms stelt. Dat maakt Minding the Gap een persoonlijke film, die een inkijk geeft in een aantal gebroken gezinnen, waarin de kinderen moeite hebben om zich staande te houden, een draai te vinden in het leven. En daarvoor staat het skateboarden symbool: het leven met vallen en opstaan.

 

1 januari 2019

 

ALLE RECENSIES

Schapenheld

*****
recensie Schapenheld

Een eenzaam schreeuwende idealist

door Ries Jacobs

De opkomende zon schijnt haar stralen op de heide. Een herder struint met zijn kudde en zijn honden door de velden. Schapenheld opent met de heerlijke romantiek van het leven in de natuur, een traditioneel en rustiek buitenleven. Of toch niet?

Openheid, rust, ruimte, vrijheid. Schaapsherder Stijn Hilgers somt op waarom hij zo graag met zijn schapen op de heide is. Nabij Goirle, tegen de Belgische grens, leidt hij zijn kudde van de boerderij naar de heidevelden en van daar weer naar het grasland. Hij is een typische Brabander, grofgebekt en vaak klagend, maar tegelijkertijd zorgzaam voor zijn schapen en zijn gezin.

Schapenheld

Hilgers maakt het zichzelf niet gemakkelijk. Categorisch weigert hij zich aan te passen aan het marktdenken en de grootschalige, gemechaniseerde landbouw die het hedendaagse Nederland kenmerkt. Hij wil traditioneel en duurzaam met de natuur bezig zijn zonder haar te schaden.

Valerio Zeno
Regisseur Ton van Zantvoort vertelt in Schapenheld het verhaal van Hilgers op een observerende manier, zonder voice-over en met een minimum aan interviews. Hij wil zijn mening niet opdringen aan het publiek. Zo kom je er in de loop van de film zelf achter hoe het werkelijke leven van de schaapsherder eruitziet. Dat dit leven niet alleen uit romantiek bestaat, wordt snel duidelijk. Hilgers heeft moeite om de touwtjes aan elkaar te knopen en moet steeds weer met natuurbeheerders om de tafel om te onderhandelen over welke heidegronden zijn kudde mag begrazen.

Gaandeweg de documentaire krijgt Hilgers steeds meer moeite om zijn idealen in de praktijk te brengen. Hij is minder op de hei te vinden en houdt zich steeds vaker bezig met randzaken zoals televisieoptredens bij Valerio Zeno en Herman den Blijker, horeca-activiteiten en presentaties op braderieën. Zijn humeur wordt er dan ook niet beter op.

Vlaams dorpje
Van Zantvoort wilde onderzoeken of het nog mogelijk is om in onze neoliberale wereld niet met de kudde mee te lopen. Dit blijkt moeilijk. Iedereen vindt het prachtig wat Hilgers doet, zolang het maar binnen de bestuurlijke en financiële kaders past. De herder op zijn beurt is zo gesteld op zijn vrijheid dat hij zich moeilijk kan aanpassen aan onze geïnstitutionaliseerde maatschappij. Het schrijnende dieptepunt van de film is de scène waarin Hilgers, nadat hij zijn kudde dwars door het Vlaamse dorpje Poppel heeft geloodst, wordt gebeld dat er uitwerpselen op de stoep liggen. Nadat zijn vader naar België is gereden om de schapenkeutels op te ruimen, krijgt hij van de politie alsnog een boete.

Schapenheld

De kijker ziet het incident vanuit het gezichtspunt van Hilgers, zonder wederhoor van andere partijen. Dit perspectief houdt Van Zantvoort gedurende de hele documentaire vast en dat levert een ijzersterke film op. Samen met Hilgers zinkt de kijker steeds verder weg in het moeras van bestuurlijke regelgeving, overijverige ambtenaren en de moordende concurrentie van minder op duurzaamheid gerichte bedrijven.

Omdat de regisseur zich concentreert op de idealen en gevoelens van Hilgers, geeft hij de beelden een intensiteit die je weinig ziet in documentaires. De filmmaker brengt de frustrerende strijd van Hilgers rauw en zonder sentiment in beeld en maakt daarmee een film die meer is dan een portret van een herder.

In 2011 maakte Van Zantvoort de korte film Het verleden heeft de toekomst. Hierin is een optimistische en strijdvaardige Hilgers te zien, een herder die bewust afstand van de bio-industrie en de consumptiemaatschappij neemt. In Schapenheld zien we een herder die meer en meer verbitterd raakt wanneer het tot hem doordringt dat hij geen afstand van diezelfde maatschappij kan nemen. Wie niet wil meegaan in de neoliberale maalstroom verwordt al snel tot een eenzaam schreeuwende idealist in de jungle van marktdenken en institutionele regelgeving.

 

19 februari 2019

 

ALLE RECENSIES