Oscar voor ‘beste populaire film’?

Ondertussen, op de redactie:

Oscar voor ‘beste populaire film’ nodig?

SJOERD:

Onlangs maakte de Academy bekend dat er vanaf aankomende editie van de Oscars een award wordt uitgereikt aan de beste ‘popular film‘. Dit heeft menige wenkbrauwen doen fronsen, wat mij betreft terecht.

In vroegere tijden maakte men onderscheid tussen ‘hoge’ en ‘lage’ kunst, waarbij cinema overigens vaak in de tweede categorie werd ondergebracht. Tegenwoordig worden vormen van cultuur door elkaar gemixt, ongeacht de afkomst. Neem bijvoorbeeld Inglourious Basterds, waar de citaten rangeren van een ‘highbrow’ regisseur als Pabst tot ‘lowbrow’ exploitatiefilms. De teloorgang van dit onderscheid wordt af en toe beklaagd door criticasters.

De vraag rijst wat überhaupt het nut is van films categoriseren op zo’n manier. Zo kijken wij als recensenten vooral naar arthouse. Deze term lijkt te impliceren dat niet-arthousefilms geen kunst zouden zijn. Hier doet de Academy dus aan mee door de populaire film als categorie te introduceren.

Is het niet tijd om juist alle onderscheid te laten varen? Zou er niet ook gewoon schoonheid gevonden kunnen worden in iets wat populair is, of wat gemaakt lijkt te zijn zonder de Kunst hoog in het vaandel te hebben staan?

 

Black Panther

Black Panther

 

COR:

Het toevoegen van de categorie ‘beste populaire film’ is bedoeld om meer kijkers voor de Oscaruitreiking op tv te trekken c.q. meer inkomsten te vergaren. Toekomstige winnaars zullen vast vaak superheldenfilms zijn, zodat de Academy haar publiek structureel met jonge kijkers kan uitbreiden.

Sjoerd, ik ben het met je eens om alle onderscheid te laten varen. Maar hoe achterhaald dat jaarlijkse circus ook is, hoe meer categorieën hoe meer aandacht voor films (en spannende outfits natuurlijk). Ik zou liever de uitreiking van de Sundance Awards op de Nederlandse tv zien, maar dat is commercieel niet interessant.

 

ROB:

Ik ben het met Sjoerds standpunt eens dat het onderscheid tussen ‘hoge’ en ‘lage’ filmcultuur (meer) tot het verleden zou mogen gaan behoren.

Denk dat dat moment ook al is aangebroken, getuige films als No Country for Old Men (2007) (mainstream met arthouse-invloeden), Three Billboards… (idem) of Black Panther (2018) (publieksfilm met duidelijk politieke implicaties, iets wat tot voor kort vooral aan kunstzinnige / activistische cinema was voorbehouden).

Dat gezegd hebbend moet ik wel bekennen dat ik met een andere mindset naar bijvoorbeeld The Meg ga dan wanneer ik Phantom Thread bekijk. Heeft niet zozeer met culturele waarde te maken (al is er wel degelijk een verschil tussen beide films in dit opzicht), maar meer met een verwachtingspatroon.

Wat de Oscars betreft: ben ook van mening dat de waarde daarvan inmiddels discutabel geworden is en niet meer in verhouding staat tot de werkelijke merites van een film. Wel blijven ze interessant als een graadmeter voor hoezeer invloeden uit de filmische voorhoede doorwerken in reguliere producties. Als we ons uitsluitend op de meer progressieve cinema / festivals zouden richten wordt filmkritiek wel heel erg entre nous, bedreven vanuit onze eigen (pretentieuze) bubbel.

 

TIM:

Bij de bekendmaking van de nieuwe categorie ‘popular film’ viel me vooral op hoe groot de stijlbreuk ten opzichte van de volledige geschiedenis van Oscarcategorieën is. Hoeveel kritiek je ook hebt op de winnaars van de laatste decennia, alle categorieën richten zich in naam op kwaliteit. Dat is nu van de baan: het gaat hier expliciet om populariteit.

Wat Cor zegt over het motief voor de toevoeging is in mijn optiek volledig correct; wel is er denk ik nog iets meer aan de hand: de instroom van titels die tussen ‘populaire’ kwaliteitsfilm en arthousekwaliteitsfilm inzitten is heden ten dage een stuk groter. Neem Black Panther: vooral in termen van culturele representatie is deze film voor veel bezoekers én critici meer dan je gemiddelde blockbuster. Mijn redenatie is dat de Academy eventuele kritiek op het negeren van zulke titels in de toekomst wil voorkomen, door een categorie vrij te maken voor de films die niet tot het reguliere Oscaraanbod behoren, maar óók niet gepasseerd kunnen worden.

Een kunstmatige ingreep van deze aard kan mij, ook los van het motief, volledig gestolen worden. Geld en aandacht zijn interessant voor de commerciële mallemolen van Hollywood, niet voor de consument die in dat circus naar kwaliteit zoekt. Ik vrees ook dat filmmakers en andere vakmensen nu alleen maar meer gemotiveerd zullen worden om zich op ‘populaire films’ te richten, afhankelijk van welke titels de komende jaren in deze categorie zullen zegevieren.

Dunkirk

Dunkirk

Anderzijds zullen zat vakmensen geen enkele boodschap hebben aan deze categorie. Zou Christopher Nolan met een brede glimlach een beeldje hebben willen afhalen voor zijn Dunkirk? Dan liever een enkele nominatie voor ‘best picture’.

Ik geloof ook niet in een rigide distinctie tussen hoge en lage cultuur, om even op Sjoerds inzet terug te komen. Wel vind ik de geschiedenis van dergelijke denkbeelden razend interessant – maar dat is meer iets voor langere essays en/of degelijk onderzoek.

 

BOB:

Bedankt voor de leerzame mailtjes.

De Oscars volg ik al tien, twintig… Eh, heb ik bij nader inzien nooit gevolgd eigenlijk? Het is persoonlijk. Ik hou niet van prijzen. Literaire prijzen, filmprijzen, kunstprijzen. Het zal allemaal wel. Poppenkasten voor kranten. Ik kan dus heel goed meegaan met Rijk de Gooyer die zijn gouden kalf uit de auto flikkerde.

Vervelend is wel dat collega’s op kantoor of mensen in de kroeg steevast wél de winnaars van de Oscars bespreken (en die ik meestal niet ken, maar wat zegt dat). Prijzen hebben invloed bij het publiek. Het publiek houdt van de nieuwste Tom Cruise maar gaat toch veiligheidshalve óók de winnaar van de Oscars kijken.

Terug naar het thema: de Oscar voor de populaire film die uitgereikt gaat worden. Dat klinkt als een boxofficeficering van prijzen. Maar is dat echt erger dan via een jury? Wie een prijs voor ‘beste buitenlandse film’ verzint kun je toch al niet serieus nemen? Rare jongens, die Amerikanen.

Ik dacht opeens: hoe was dat eigenlijk in bijvoorbeeld de jaren dertig? Welke films zouden de ‘populaire Oscar’ hebben gewonnen? En wat zou ik daar van vinden? Tijd voor een ongetwijfeld ondeugdelijk mini-onderzoekje. Hier vond ik de prijswinnaars, hier de meest populaire films.

Dit was het resultaat.

1939: Gone with the Wind wint best picture en is de op een na populairste film van de jaren dertig. De meest populaire film, Wizard of Oz, zou dus dolblij zijn geweest met een ‘populaire Oscar’.

1938: You Can’t Take it With You. Charmante film maar Bringing up Baby, nog veel charmanter, zou de populaire Oscar hebben gekregen.

1937: The Life of Emile Zola wint (eh, heb ik even gemist?) en Sneeuwwitje is de populairste film van dat jaar (5e in jaren dertig lijst)!

Dit is eigenlijk best leuk! Laten we nog even verder gaan.

1936: The Great Ziegfield (vooruit, met Michael Powell) wint. Meest populair: niet Modern Times zoals je zou denken maar Mary of Scotland (beide niet genomineerd als beste film).

1935: Mutiny of the Bounty is de winnaar. Bride of Frankenstein meest populair.

1934: It Happened One Night (zo’n lieve film, de Amerikanen kunnen het wel) wint én is ook de meest populaire film (!).

1933: Cavalcade wint. King Kong (uiteraard) meest populair.

1932: Grand Hotel wint. Freaks meest populair (had ik niet gedacht).

1931: Cimarron wint. M. meest populair.

1930: All Quiet on the Western Front wint. Hell’s Angels meest populair.

Hell's Angels

Hell’s Angels

Moraal van het verhaal… Eh, ja, wat is dat eigenlijk? Misschien dat highbrow-lowbrow-discussies van alle tijden zijn (open deur)? Of dat ik de (theoretische) populaire Oscar-winnaars van de jaren dertig door de bank genomen interessanter vind dan de ‘best picture’-winnaars? Misschien dat de recensenten van 2098 er ooit hetzelfde over zullen denken? Zeg nooit nooit!

Vandaag is mijn oma gecremeerd. Deze is dus voor jou, lieve oma, omdat jij nog in tijden zonder arthouse en superheldenfilms hebt geleefd, niet hoefde te worstelen met ‘4DX’ én Citizen Kane in die tijd hebt ervaren. Zou trouwens de populaire Oscar van 1941 hebben weggesleept.

Off topic, maar jullie ook zo blij dat het gedoe met de hitte over is?

 

ALFRED:

Ik ben nooit een fan van prijzen geweest – die hebben minder met verdiensten te maken en meer met marketing – en voor de Oscar-uitreiking ben ik nimmer opgebleven. Mijn nachtrust is me dierbaarder.

De categorie ‘best popular film’ is een interessante. Het koppelt een onmeetbare eigenschap (kwaliteit) aan een meetbare (populariteit). Dat suggereert een ontwerpfout, een interne en onoverbrugbare tegenstrijdigheid, permanente spanning–het prijzenequivalent van, het is niet beledigend bedoeld, een land als België. Daar botsen twee culturele tradities, de Germaanse en de Latijnse.

In de nieuwe Oscar-categorie botsen twee opvattingen over film, twee manieren om tegen succes aan te kijken. Wat is een geslaagde film? Is dat een film die in vorm-esthetisch opzicht behaagt en inhoudelijk tevens een idee of visie weet over te brengen? Of is dat een film die de geldschieters een krat champagne doet ontkurken?

Die twee interpretaties van succes hebben niets gemeen, staan in een aantal opzichten haaks op elkaar en verhouden zich als water en olie. Die mengen niet. Volstrekte kolder derhalve, zo’n Oscar-categorie voor de ‘beste populaire film’. Dat gaat nog een aantal clowneske dan wel tenenkrommende momenten opleveren tijdens toekomstige Oscar Nights.

Interessanter is wellicht de vraag waarom het bestuur van de Academy heeft besloten zo’n non-categorie in te voeren. Ik proef wanhoop.

Wanhoop over het demografische gegeven dat de traditionele doelgroep voor Hollywood-films (althans, sinds midden jaren zeventig en de opkomst c.q. dominantie van de blockbuster) in getalsmatig opzicht slinkt: er zijn anno nu simpelweg minder 12- tot 25-jarigen dan in de jaren tachtig.

Wanhoop over het feit dat de smaak van die traditionele doelgroep voor Hollywood-films in de loop der jaren steeds platter (oppervlakkiger én eenzijdiger van belangstelling) is geworden, een ontwikkeling waarvoor Hollywood zelf verantwoordelijk is. Succesfilms zijn steeds minder inhoud (karakters, psychologie, inhoudelijk relevante boodschap) gaan bevatten en concentreren zich meer en meer op spektakel en actie. Het effectbejag heeft de zuurstof uit het filmverhaal gezogen, waardoor spektakelfilms steeds meer op elkaar zijn gaan lijken en derhalve onderling inwisselbaar zijn geworden. Dan maakt marketing het verschil, niet de acteurs of de plot en al helemaal niet de regisseur. De Transformers-franchise is het eindpunt van die ontwikkeling. Michael Bay verdient een lifetime achievement award in de nieuwe categorie best popular film.

Transformers 5

Transformers 5

Wanhoop over de opkomst van nieuwe distributiekanalen en de toegenomen populariteit (en kwaliteit) van tv-series, vaak geproduceerd (geïnitieerd en/of betaald) door gevestigde acteurs, die aldus los van Hollywood hun loopbaan continueren en tevens datzelfde Hollywood direct beconcurreren op aandacht, tijd en geld van de kijker, of om het duur te zeggen, de consument van beeldnarratief.

Wanhoop over de nuchtere constatering dat Hollywood zichzelf in een hoek heeft geverfd. Om te kunnen overleven is Hollywood meer en meer gedwongen om peperdure popcorn-blockbusters te maken over superhelden en stripkarakters voor een immer slinkende doelgroep – de jeugdige filmconsumenten van de luxueuze multiplexen – die bovendien negen van de tien spektakelfilms onvoldoende bezoekt om de productie- en marketingkosten terug te verdienen. Dat is een doodlopende weg. Zeg gerust, een geitenpad.

 

19 augustus 2018

 

Meer ‘Ondertussen, op de redactie’