Planeet van de sensatiebelusten?

Ondertussen, op de redactie:

Planeet van de sensatiebelusten?

RALPH:

Hoe kun je een kikker die in een put leeft de grootsheid van de oceaan duidelijk maken? Hij zal je niet begrijpen – Taoïstisch gezegde.

Ik zag onlangs Planet of the Humans en heb daarna e.e.a. gelezen over de film. Een film die veel (fijn)stof heeft doen opwaaien en ook onze recensent Sjoerd meekrijgt in het aanstippen van de kritiek die de film spuit op hernieuwbare energie.

Het zou de ogen van de ‘groenen’, de ‘duurzaamheidshippies’ en klimaatactivisten hebben moeten openen, maar zij worden nu weggezet als fundamentalisten die niet tegen kritiek kunnen. Want de film is sterk bekritiseerd vanuit de klimaat-activistische hoek. En terecht. Van Michael Moore is bekend dat hij jokt, bedriegt en op grote schaal manipuleert. Hij verstaat de kunst als geen ander om middels selectieve montage menig emotie op te roepen en het kritische denken bij de niet-ingewijden te doen versuffen en je mee te krijgen voor zijn boodschap. (In Bowling for Columbine leek het alsof hij bij het openen van een bankrekening een jachtgeweer kreeg en zijn Sicko is eveneens zeer selectief).

Jeff Gibbs doet weinig anders. Evenals Ozzie Zehner, ze hebben geld in de docu gestoken, zijn overtuigd van hún boodschap, dus hoppatee, open die registers! Het past naadloos binnen de factfree, posttruth samenleving onder Trump, de grootste jokkebrok van allen. Ik laat het  factchecken over aan degenen die er verstand van hebben, zoals Jasper Vis: https://jaspervis.wordpress.com/2020/05/01/ik-zocht-de-feiten-bij-de-film-planet-of-the-humans-van-jeff-gibbs-michael-moore-en-gooide-halverwege-mijn-laptop-in-de-tuin/

Mij gaat het hier over een ander punt. En niet eens het punt dat Jan Rotmans aansnijdt: https://www.trouw.nl/opinie/en-toch-heeft-michael-moore-een-punt-met-planet-of-the-humans~b639b0b4/

Evenals de makers stipt ook Rotmans de voortdurende groei aan. De filmmakers lijken zich vernieuwend te wanen in dat ze de bevolkingsgroei aankaarten en dat dit begrensd zou moeten worden, alsmede onze consumptie. Maar dit is inmiddels al gemeengoed om hierover te spreken.

Planet of the Humans

Ik bemerk in Sjoerds recensie eenzelfde cynisme als in de film. Haha niks werkt, we zijn gewoon met teveel en de energietransitie is onzin. Achter alle bewegingen zit uiteindelijk het grote (corrupte) geld. Kijk eens hoe ‘evil’ ze zijn en ze geloven ook nog in biomassa en moet je eens zien hoe slecht dat is! Lekker kort door de bocht, zodat je niet hoeft na te denken en ook niet hoeft te veranderen, want cynisme impliceert machteloosheid en machteloosheid geeft al aan hoeveel je er aan kan doen: niets. En met een nieuw sprookje gaan we het dan ook niet redden, want sprookjes zijn sprookjes en geen realiteit.

Daar die groeigedachte verweven is met het neoliberale gedachtegoed, zou een kritiek juist in moeten gaan op dat neoliberale doen en laten. Maar men lijkt de eigen kaders niet te zien, zoals de kikkers in de put die horen van een ‘oceaan’. Je kunt de groeigedachte letterlijk toepassen op de bevolkingsgroei of consumptie, maar da’s binnen het kader (erg slap trouwens dat er geen woord is gerept over de vleesproductie en consumptie in de VS. Dat zou van enige durf hebben getuigd, maar net als bij Al Gore, niets over deze ‘olifant’ in de Amerikaanse kamer) van het neoliberalisme.

De andere weg zit hem niet in het afzeiken van nieuwe technologie middels gedateerde beelden, maar in het ter discussie stellen van ons (economische) denken en te zoeken naar alternatieven of ten diepste te beseffen waar we inzitten en je dit niet ongemoeid laten.

PS: Ik moest ‘agitprop’ effe opzoeken trouwens. Wellicht een idee om sommige woorden van iets meer context te voorzien in onze recensies.

 

SJOERD:

Ik ben geen cynicus, maar een optimistische realist. In tijden van rampspoed komt naar mij idee het beste in de mens naar boven. Ik geloof dan ook meer in een Frank Capra-einde dan een Mad Max-dystopie, helaas wel met vele mensen minder op aarde.

Wat ik in de vele reacties op de film bespeur is een defensieve houding. Voorbij al het factchecken maakt de film invoelbaar hoe destructief ons industrieel systeem is. Dat kan nogal rauw op het dak komen van mensen die hun hoop hadden gevestigd op technologische oplossingen voor de ecologische crisis of als activist hun identiteit daaraan hadden verbonden. Ik kan me voorstellen dat mensen dan boos worden, zich verliezen in de details van de film of drogredeneringen in de strijd werpen. Interessant om te zien dat dat laatste vooral gebeurt door mensen werkzaam in de energiesector.

Planet of the Humans

Dan lijkt me dat Planet of the Humans dus toch iets goed doet. Het confronteert mensen met het feit dat de huidige levensstijl niet meer door kan gaan. En daarmee een handreiking om de ecologische ramp een nieuwe plaats in je leven te geven en na te denken over alternatieven.

PS: Wat er ‘neoliberaal’ is aan het bekritiseren van de groeigedachte ontgaat mij. Volgens mij is bijvoorbeeld de degrowth beweging beïnvloed door onder andere E.F. Schumacher toch verre van dat.

 

COR:

Net als politici moeten documentairemakers het hebben van hun geloofwaardigheid. Het is daarom nooit handig (ook al zijn het misschien details) onnauwkeurigheden en gedateerde info gepaard te laten gaan met de boodschap van je verhaal.

 

TIM:

Kritische deconstructies van kapitalisme en hypocrisie juich ik alleen maar toe – daar kun je immers over praten, of het argument nu volledig sluitend is of niet. Het is van groot belang dat thema’s bespreekbaar blijven. Dus natuurlijk moet een documentaire als deze gemaakt kunnen worden. Dat sommige klimaatactivisten (https://www.nrc.nl/nieuws/2020/04/30/klimaatactivisten-eisen-verbod-op-nieuwe-film-michael-moore-a3998390) Planet of the Humans klaarblijkelijk willen laten verbieden, is waanzin.

De documentaire raakte mij ten dele kwijt door de duidelijke Moore-trucjes (ja, Jeff Gibbs, maar onder de mantel van Moore is de vraag naar de autonomie van deze regisseur een interessante), die afdoen aan de argumentatie. Ik moest stiekem ook even grinniken toen een door Gibbs bezocht festival een grote dieselgenerator achter had staan, maar daar win je geen enkele oorlog mee.

An Inconvenient Truth

De échte nekslag: het schuldgevoel dat het publiek wordt opgelegd, in een argumentatief kader dat zich gemakkelijk zou lenen voor eugenetische praktijken en ecofascisme. “We zijn met te veel”, stelt Gibbs letterlijk; nadat hij zijn vizier heeft gericht op corporaties en machtsmisbruik, richt hij zich in zijn slotbetoog impliciet tot de kijker. Toen was ik er direct klaar mee. Houd je dialectische antwoord op An Inconvenient Truth (kennelijk zijn daar nu zelfs twee delen van) voor jezelf en had je beperkt tot een meer volwassen vormgegeven discours rond de rol van grote spelers.

 

ALFRED:

Overtuigen op basis van een enkelvoudig gezichtspunt noemt men framing.

Overtuigen op basis van geselecteerde informatie noemt men spin.

Overtuigen op basis van positieve (nieuwe) kenmerken noemt men marketing.

Overtuigen op basis van negatieve (bekende) kenmerken noemt men agitprop.

Overtuigen op basis van bewust onvolledige informatie noemt men propaganda.

Overtuigen op basis van onjuiste informatie noemt men nepnieuws.

De begrippen kunnen elkaar uiteraard overlappen. Agitprop is een vorm van propaganda, marketing gebruikt vaak spin. Met betrekking tot Jeff Gibbs’ De planeet der mensen: kiest u maar.
Eén ding is duidelijk, de kijker wordt schaamteloos gemanipuleerd.

Blijf gezond, en kritisch.

 

SJOERD:

Tim, overbevolking in een adem noemen met ecofascime is een vrij gemakkelijk stromannetje.

 

TIM:

Precies wat ik zeg: Gibbs’ lompe, als spontane meditatie verpakte slotbetoog laat zich in potentie ‘oppikken’ in deze kaders. Of dat daadwerkelijk ook gebeurt, is een andere kwestie, maar ik had de suggestie in spe er liever niet in gelezen.

 

SJOERD:

Het lijkt er op dat je zelf meteen die link legt. Overbevolking is echter naast overconsumptie ook een serieus probleem.

 

YORDAN:

Ik sluit me aan bij Gibbs sceptische houding tegenover technologie. Technologie als oplossing voor ons ecologisch probleem is te vergelijken met iemand die wil afvallen en stopt met het eten van koek en chocola, om vervolgens zoveel “gezondere” snacks te gaan eten dat het eigenlijk geen effect heeft. Als je wilt afvallen, moet je minder eten. Zo simpel is het. We kunnen onszelf niet uit de problemen kopen.

Ik ben het verder ook eens met het idee dat overbevolking de drijvende kracht achter het probleem van overconsumptie is. Het demografische transitiemodel biedt ons wel een antwoord op dat probleem: verdeelde welvaart zorgt voor een bevolkingsafname. De VN voorspelt dat de 12 miljardste mens nooit geboren zal worden.

Mad Max: Fury Road

Als corona mij iets duidelijk gemaakt heeft is dat we allemaal in het zelfde schuitje zitten en je blind staren op nationale verhoudingen en nationalisme nergens toe leidt. De problemen van onze tijd vragen om internationalisme. Inkomensongelijkheid aanpakken op internationaal niveau is denk ik niet alleen een morele verantwoordelijkheid historisch gezien, maar ook waarschijnlijk één van de belangrijkste oplossingen voor onze ecologische en geopolitieke problemen.

En ja, anders gaan we naar een wereld zoals in Children of Men of Mad Max. Ik ben dan wel bang dat in zo een cinematische wereld, documentaires over de realiteit veel interessanter zullen zijn dan fictie. Fantasieverhalen zullen dan gaan over die saaie oude wereld waarin je nog zorgeloos onnodig kon consumeren.

 

RALPH:

Mijn idee was om aan te kaarten dat fakenews kwalijke vormen aanneemt, met name in sensationele docu’s. Hoewel ik de boodschap onderschrijf, is een ander voorbeeld daarvan The Game Changers, waar de vegan-lifestyle als absoluut beter wordt voorgesteld dan de carnivore lifestyle, waarbij aardig wat wetenschap aangepast werd en voorbarige conclusies getrokken werden (heb wel een maand lang vegan geprobeerd, maar vega is zoveel gemakkelijker en de mens is gesteld op diens comfort).

The Game Changers

Daarnaast dient een recensent (voor zover mogelijk) kritisch tegenover dergelijke docu’s te staan en moet deze misschien wel wat factchecken (niet alles, maar voldoende om diens punt te onderbouwen).

Enfin, wellicht zitten er goede reacties tussen, al heb ik ook op die van Yordan weer de meer inhoudelijke neiging om tegen dat idee van overbevolking in te gaan, want dat besteden we aan anderen uit. Indien jezelf een kinderwens hebt, dan geldt de roep om minder mensen ineens niet. De mens is hopeloos inconsequent.

 

18 mei 2020

 

Meer ‘Ondertussen, op de redactie’

Zorg om verdwijnen filmkritiek terecht?

Ondertussen, op de redactie:

Zorg om verdwijnen filmkritiek terecht?

TIM:

Beste collegae,

Schreven we in een vorige ‘Ondertussen’ nog enthousiast – en in beginsel ook wel degelijk terecht – over de vele toegangswegen tot een schier eindeloos digitaal thuisaanbod, bij ondergetekende begint het gemis van het grote doek alweer te prikkelen. Hoe leuk het voor sommige mensen ook mag zijn dat Pathé Thuis iedere 24 uur een filmcode vrijgeeft, en dat zo’n beetje iedere streamingdienst inmiddels met gratis aanbod en/of proefperiodes op de proppen is gekomen, voor mij is cinema zonder bioscopen en festivals nog niet eens het halve werk. Ik vrees alleen dat de huidige crisis het draagvlak voor deze manier van samenkomen in de (misleidende) marge al geleidelijk aan het wegnemen is. Ik verklaar me nader, en concentreer me op de rol van filmjournalistiek. Daar bedienen we ons hier immers ook van…

Ik hoef hopelijk niemand uit te leggen dat de huidige crisis een grote invloed heeft op de (al dan niet freelance) werkbezetting van journalisten die zich serieus bezighouden met film als kunst. Festivals gaan niet door of worden uitgesteld, releases zijn opgeschort en het schrijven over streaming- en thuisreleases krijgt een ongekende impuls. Die laatste ontwikkeling is logisch, en draagbaar zo lang het een tijdelijke norm betreft. We weten momenteel alleen niet hoe lang dit alles nog gaat duren, noch kunnen we gerust stellen dat films nadien exact in omloop gaan komen als vroeger. Als Cannes en Venetië dit jaar geen doorgang kunnen vinden, staat het gehele circus van productie, distributie, vertoning en ‘consumptie’ voorlopig nog wel even op stelten.

Film Comment

In dit vacuüm van onzekerheid verdwijnt film geenszins als medium. Het floreert juist. Mijn voornaamste vrees is alleen dat de toonaangevende filmkritiek definitief verdwijnt. Aanleiding voor het aanscherpen van mijn houding is een alarmerend betoog van de Belgische kortfilm-programmeur Michiel Philippaerts op de site van Film Fest Gent. Philippaerts duidt op welk een schrijnende wijze kwaliteitsblad Film Comment terloops de stekker uit de gedrukte versie trok, en hoe deze ontwikkeling samenhangt met de overname van Cahiers in Frankrijk en de (maatschappelijke) deconstructie van filmkritiek in het algemeen. Een bloeiende filmsector verenigt het kijken en het reflecteren, en doet dat noodzakelijkerwijs niet alleen in de huiskamer, maar ook in een gemeenschappelijke setting. Nu die setting wegvalt, wordt het voor kwaliteitsmedia (noem ze ‘anti-clickbait’, noem ze tegenstanders van kunst als product) en filmjournalisten die al worstelden alleen nog maar lastiger het hoofd boven water te blijven houden. We zien de eerste scheuren al ontstaan, en ik voorzie een mogelijke aardbeving.

Deze laatste opmerking is absoluut niet bedoeld als een angstkreet uit vermeend eigenbelang. Het gaat hier om veel meer dan het verlies van werk en/of prestige: een algehele degeneratie van de (westerse) filmcultuur, die in mijn ogen al tijden terug is ingezet, speelt de gretige algoritmen van Netflix alleen maar verder in de kaart.

Herkennen jullie mijn zorg? Of zie ik onnodige leeuwen en beren op mijn weg? Ik sta open voor jullie inzichten.

 

SJOERD:

De pandemie is geen externe schok, maar een logisch gevolg van ons systeem (overbevolking, verstedelijking, globalisering). Terug naar normaal kan dan ook niet, dit is namelijk normaal. Het Coronavirus legt wel systemische aspecten bloot die eerder onbelicht bleven. Op filmgebied benoemt Tim zo’n aspect.

Ik herken zijn zorgen dan ook zeker. Het ontbreekt binnen de film steeds meer aan reflectie, doordat de manier van filmkijken verandert. Om filmcriticus Wolfgang M. Schmitts slagzin te parafraseren: “We kijken wel, maar we zien niets.”

Film herinnerde ons ooit net als elke kunstvorm aan onze gebreken, aan onze vervreemding in een steeds meer door intellect geregeerde wereld. Maar tegenwoordig is film vooral zelf een vorm van vervreemding. Het is een adempauze tussen het slapen en de niet-essentiële baan in. In plaats van een film zoals Tim zegt te beleven op gemeenschappelijke wijze is filmkijken een geïndividualiseerde opeenstapeling van ervaringen geworden.

Vandaar de opkomst van streaming, webdesign die bingewatchen in de hand moet werken of het stug afwerken van een serie op de telefoon tijdens spitsuur. Dat is wel kijken, maar niets zien. De bioscoop is een soort anachronisme geworden. En de kijker een dataspons.

De filmindustrie gaat hier ook in mee met de optimalisering van het aanbod. Dat betekent niet alleen gecalculeerde Star Wars-vervolgen, maar ook de standaardisering van een zogenaamd filmhuiscircuit waar de festivals een rol in spelen. In dat licht bezien is het misschien maar goed als Cannes en Venetië niet doorgaan. Eerstgenoemde beschaamde zich vorig jaar met het salonsocialisme van Parasite als winnaar. En Venetië overtoepte dat door de banale psychologie van The Joker te loven.

Filmfestival Cannes

De filmkritiek is ook niet immuun voor die degeneratie van het filmkijken. Op grotere kanalen lijkt men gratis adverteerders voor de filmindustrie en is het veelal “thumbs up/down” kritiek. Niet nadenken over een film, maar aangeven of deze een leuk avondje oplevert of niet. Geen wonder dat het grote publiek die taak liever crowdsourcet op IMDb of Rateyourmusic. Gelukkig zijn er nog kwaliteitsmedia zoals InDeBioscoop waar ruimte is voor een goede film ;)

De pandemie verandert dus niks wezenlijks, maar is wellicht wel een gelegenheid om die neerwaartse spiraal te keren. Met de kans dat we nog tot en met eind 2021 met Corona bezig zijn moeten we nadenken over alternatieven voor festivals, grote bioscoopzalen en het productieproces zelf. In verband met de ecologische crisis sowieso een goede, want mijns inziens is het van de zotte dat iedereen de halve wereld over moet vliegen voor festivals of producties.

Misschien valt er iets te leren van hoe film begon? Zo reisde men bijvoorbeeld rond met de projector op de kermis.

Overigens jureer ik op het moment voor het Cinélatino Festival Toulouse, dat ook niet doorging i.v.m. Corona. Online alle films afwerken, maakt de juryervaring ook een stuk minder, want ik zie mijn medejuryleden niet dagelijks op het festival. Dan mis je toch een heel stuk informeel overleg.

 

TIM:

@Sjoerd, als reactie op je eerste twee zinnen, die mijn verstand te boven gaan.

Er is niets ‘normaal’ hier, er is (in politiek en media) alleen sprake van normalisatie. Rutte heeft het niet voor niets over ‘het nieuwe normaal’ en MIT kopte enige tijd terug: ”We’re not going back to normal” (het stuk dat volgt kun je rustig angstaanjagend noemen – https://www.technologyreview.com/2020/03/17/905264/coronavirus-pandemic-social-distancing-18-months/). Mijn vraag is: was het ‘normaal’ voordat we het nieuwe normaal kregen? De meest belachelijke mediapraktijken en politieke status quo’s zijn de voorbije decennia genormaliseerd. Ik kan je Adam Curtis’ documentaire HyperNormalisation (2016) aanbevelen – integraal terug te vinden op YouTube.

 

BOB:

Een Ondertussen! Ik kan toch niet naar de bollenvelden fietsen vandaag, laat ik ook een keer mijn steentje bijdragen.

1: Ik ga mee met Tim dat ‘hypernormaal’ al de nieuwe normaal was (en ja, HyperNormalisation is steengoed, link for the lazy).

Ik mis al jaren het eigenwijze en toch ook baanbrekende dat veel films en kunst uit de twintigste eeuw kenmerkt. Imagine bezoeken, IFFR bezoeken: het hoeft allemaal niet meer zo nodig van mij. Zoveel films zijn zo ongelooflijk gemiddeld.

Dat is dus de paradox van deze tijd, denk ik. We hebben het er bij Ondertussen vaker over gehad. Ik vind de stroom celluloid in elk geval steeds vermoeiender. Satirisch: nauwelijks. Eigen stijl: ouderwets. Eigenzinnig: mwah. De ‘markten’ consumeren die stroom wel gretig en juist de films die willen afwijken vliegen kansloos richting de eeuwige jachtvelden van de cinema.

2: Ben het ook eens met Sjoerd: mensen in de filmwereld zouden meer op hun eigen prestaties moeten reflecteren. Doe eens een keer iets anders – iets tegendraads, iets vreemds. Zet eens à la Orson Welles ‘een stap in het duister’. Laat je filosofie spreken zoals Buñuel. Zij zitten toch in dat vak, zou je zeggen, maak er dan wat van, wees niet zo gruwelijk ‘perfect’.

3: Sommige dingen zijn groter dan kunst en film.

Oei die crisis die eraan komt. 6 miljoen werklozen per week in de VS: dat is zelfs in de crisis van 1929 niet vertoond. Allerlei wankele economieën worden wankeler. En dan is er nog zoals Sjoerd terecht opmerkt de klimaatcrisis.

Wie zal de komende jaren nog oog hebben voor iets als filmkritiek? Prioriteit nummer 50.000 voor de meeste mensen. Misschien verschijnt er ooit in 2065 een prachtig boek: Filmkritiek ten tijde van de grote crises van de jaren twintig (wie weet zelfs met paragraaf over IDB?). Maar nu even niet.

Claire Bretecher

Daarnaast: kunnen we niet met wat minder van die toonaangevende filmkritiek? Ik lig minder wakker van het drama rondom Film Comment of de Cahiers. Er is, lijkt mij, juist meer filmkritiek dan ooit. Dat gaat van een flutbijdrage op IMDb tot een essay op Senses of Cinema. Ik ben daar juist blij mee. Beide partijen kunnen wat van elkaar leren. (Wijlen Claire Bretecher heeft hier nog een schitterende tekening over gemaakt.)

Bovendien: zijn wij zelf niet ook een beetje die filmkritiek? Zolang wij bestaan, en Cor ons zo geweldig faciliteert met IDB, is onze unieke stem er in elk geval nog.

Misschien bieden de jaren dertig, veertig, zeventig hoop. Ellendige perioden met sublieme cinema. Gerommel in de wereld lijkt vaak een goede creatieve voedingsbodem te zijn: een gelukkige bijvangst van een ongelukkige situatie. Dus over tien jaar een nieuwe gouden generatie van filmmakers die nog niet eens waren geboren toen Pulp Fiction werd gemaakt? Wie weet.

Steentje bijgedragen. Ik ga verder met niet ergens heen gaan.

 

TIM:

Bob, dank voor je reactie.

Laat ik nog even de nadruk verleggen: het gaat mij niet eens zozeer om het verlies van zogeheten ‘gevestigde’ filmkritiek – dat zegt immers iets over status en prestige, en niet per definitie altijd over inhoud. Wel vind ik de teloorgang van de gedrukte Film Comment oprecht een gemis, en de manier waarop zeer zorgwekkend.

Ik zie het verlies van deze media alleen wel als voorbeeldig voor een groeiend gebrek aan publiek en cultureel-politiek draagvlak en interesse voor filmkritiek in het algemeen. In mijn startbericht leg ik uit waarom ik denk dat dat er niet beter op gaat worden. Zoals Sjoerd en Bob allebei terecht aanstippen, zijn er nog genoeg goede online alternatieven – maar die vragen wel om lezers – en draagvlak, én idealiter ook om een bloeiende filmcultuur. Een focus op oudere, relatief ongeziene pareltjes, zoals we nu doen met de rubriek Rewind, is een mooi en terecht initiatief.

REWIND

Op metaniveau blijf ik echter wel bij mijn punt dat ik vooral verval signaleer, ook al moet ik Bob volledig gelijk geven als hij stelt dat film(kritiek) voor velen ook gewoon even geen prioriteit meer is.

 

ALFRED:

Waarde collega’s,

Ik ben somber over film en filmkritiek. Dat was ik al voor het virus toesloeg.

Film is, net als muziek, literatuur en nieuws, entertainment geworden. Cultuur is er voor vermaak, niet voor lering of loutering. Kunstenaars zijn tegenwoordig pleasers, geen ontregelaars.

Dat is niet van vandaag of gisteren. Nirvana werd in 1991 een mainstreamband dankzij de hit Smells Like Teen Spirit, met de rake regel: here we are, entertain us. Zo was het toen en zo is het anno nu in nog veel sterkere, zag maar gerust: verstikkende mate.

Uitzonderingen daargelaten, uiteraard. Maar we hebben het over een grote en langlopende ontwikkeling. Die is duidelijk: versimpeling en verkleutering. De Disneyficatie van het bestaan.

Daar heeft de onvolprezen Adam Curtis ook enkele vlijmscherpe docu’s over gemaakt. Tijd genoeg, dus kijk via YouTube vooral naar The Century of the Self (4 delen) en All Watched Over by Machines of Loving Grace (3 delen). Hier een voorproefje.

De kijker/lezer/luisteraar – de consument – is een passieve huls die zijn vermaak krijgt gevoerd, lepeltje voor lepeltje. Hij hoeft zelf niets te doen, niet na te denken, niet te reflecteren—alleen te slikken.

Volgens mij heb ik deze woorden van Aristoteles al eens eerder aangehaald, maar in dit verband komen ze opnieuw van pas: waarom zou je de ezel sla voeren als hij ook distels vreet?

Cynisch? Ongetwijfeld, maar niet cynischer dan de Disney’s van deze wereld.

Over filmkritiek heb ik me nooit illusies gemaakt. Dat is iets voor een beperkte groep lezers. Er is in Nederland minder dan een handvol journalisten dat kan leven van hun stukken en stukjes over film. Cahiers du Cinéma heb ik altijd erg incrowderig gevonden. Senses of Cinema is wel heel academisch.

Cahiers du Cinéma

Ondertussen maakt het virus af wat de voormalige VVD-staatssecretaris voor cultuur, Halbe Zijlstra, een jaar of tien geleden is begonnen: kaalslag in de culturele sector. Minister-president Rutte helpt in tijden van Corona ondernemingen groot en klein, zzp’ers en mkb’ers. Want de economie mag niet kopje ondergaan. Het woord ‘cultuur’ heb ik hem de afgelopen weken echter niet in de mond horen nemen. Niet één keer.

Kunst heeft – buiten vermaak – geen direct praktisch nut. Hier citeer ik de pater familias uit Ozu’s Early Summer: het zijn de nutteloze dingen die het leven glans geven.

Afwachten of er na Corona nog een filmindustrie is, in Nederland en elders.

 

SJOERD:

Wat kleine toevoegingen op de reacties van anderen.

Net als Alfred wacht ik ook af of er nog een filmindustrie is straks. We zijn al over de top heen qua gemakkelijk te verkrijgen energie, dus zal in het langzame proces van energy descent nog wel prioriteit worden gegeven aan filmproducties? Misschien wel, zelfs aan het eind van de Tweede Wereldoorlog maakten de Duitsers nog dure spektakelstukken.

Bob zegt terecht dat er meer filmkritiek is dan ooit, maar daar zit ook een probleem. Vroeger werd kwaliteit nog enigszins gefilterd door redacties, nu kan iedereen zijn zegje doen op IMDb of YouTube. In de augiasstal van het internet wordt het zo iets lastiger om de parels te vinden.

 

PAUL:

Nu er na de paasdagen nog gelegenheid is ook een reactie van mij.

Er is het nodige gezegd over uiteenlopende onderwerpen, maar ik zal me beperken tot het reageren op één door twee personen betrokken stelling.

Alfred en Sjoerd betwijfelen of er na de Coronacrisis nog een filmindustrie is. Daar maak ik me helemaal geen zorgen over. Sterker: ik voorspel dat die industrie na een onvermijdelijke tijdelijke dip juist opnieuw gaat boomen. Corona grijpt diep in in het leven van zowat alle wereldburgers, tot en met onze positie ten opzichte van elkaar (letterlijk!). Dat soort veranderingen zijn altijd een bron van nieuwe kunst geweest, inclusief de niet altijd voorop lopende filmkunst.

Five Feet Apart

Die dip gaat een tijdje duren. Dat wel. Niet alleen omdat grote festivals niet doorgaan, maar omdat films maken gewoon lastiger is geworden. (Hou maar eens anderhalve meter afstand op zo’n set, bijvoorbeeld). Filmmakers vinden daar echter wat op, die social distancing is niet voor eeuwig en het kan ook nieuwe cinema opleveren. Dat laatste geldt ook voor uitgestorven stadspleinen en tot intensive care omgebouwde veldhospitalen.

Tim was deze redactiediscussie begonnen om de filmkritiek. Dat zijn wij zelf eigenlijk. Er zal straks genoeg werk aan de winkel zijn als Die Neue Welle van Cinema Corona volledig is losgebarsten. Gaan we niet overspoeld worden met mainstreammelodrama’s waarin ‘zorghelden’ als protagonisten functioneren, terwijl er ook hele andere verhalen verteld moeten worden? Ik zou zeggen: ziek uit en doop uw pen vast in vitriool! 

 

15 april 2020

 

Meer ‘Ondertussen, op de redactie’

Bioscopen gesloten. Wat nu?

Ondertussen, op de redactie:

Bioscopen gesloten. Wat nu?

COR:

Beste collega’s,

In verband met het Coronavirus zijn de filmtheaters minimaal de komende drie weken gesloten. Gelukkig kan de filmliefhebber nog online recente films kijken (bijvoorbeeld op Picl.nl) en grasduinen in de eigen collectie.

Hoe gaan jullie de komende tijd je behoefte aan het kijken van films bevredigen? Hebben jullie tips voor onze lezers?

 

ALFRED:

Waarde filmvrienden,

Het klinkt misschien gek, maar zo’n verplichte pauze naar aanleiding van het virus kan heilzaam werken. Voor het milieu uiteraard, vanwege verminderde economische activiteit. En voor mensen kan het ook geen kwaad om even uit de dagelijkse rat race te stappen. Is er opeens tijd voor dingen waar we al veel te lang niet aan toe zijn gekomen.

Zo heb ik me voorgenomen om het complete oeuvre van Stephen King te lezen. Dat zal me bezig houden tot ver voorbij het EK voetbal en de Olympische Spelen die wellicht niet doorgaan. Eerlijk gezegd verheug ik me een beetje op een sportloze zomer.

The Postman Always Rings Twice (1946)

The Postman Always Rings Twice (1946)

Toen de Nederlandse voetbaldames vorig jaar klaar waren met hun WK, had ik opeens reuze zin in film noir. Geen idee waarom en YouTube hielp enorm. Daar zijn een immens aantal rechtenvrije films uit de gloriejaren van het ‘genre’ te vinden. Naast obscure titels voor noir-fanaten zijn daar ook klassiekers als Out of the Past, D.O.A., The Breaking Point, Kiss Me Deadly, The Killers, Deadline – USA, Pickup on South Street, Naked Alibi, The Big Sleep, The Big Clock, The Postman Always Rings Twice, The Killing (Kubrick!), The Hitch-Hiker, The Maltese Falcon, Gun Crazy en nog veel, heel veel meer – waaronder een aantal zelden vertoonde noirs van Fritz Lang – te vinden. Of ze er een jaar later nog staan, heb ik niet nagekeken. Regelmatig verdwijnen er titels omdat de rechthebbende bezwaar heeft gemaakt.

Naast film noir staan er ook veel Amerikaanse en Engelse misdaadfilms uit de periode 1940-1960 integraal op YouTube. Zo zijn er vroege films van Douglas Sirk (Lured en Shockproof), Britse crime uit de oude doos, de Agathe Christie-verfilming And Then There Were None van René Clair, en heb ik kennis kunnen nemen van de Britse studioveteraan Basil Deardon en diens nog steeds overtuigende ‘London Underground’ kwartet. De eerste drie – Sapphire, (1959, moord en racisme), The League of Gentlemen (1960, ex-militair organiseert team voor bankoverval) en Victim (1961, homoseksualiteit en chantage, met Dirk Bogarde) – staan er integraal op. Van nummer vier, All Night Long (1962, Othello in jazzclub), moeten we het met de trailer doen. Mij hoor je niet klagen.

Dan heb ik het nog niet eens gehad over de vracht aan filmdocumentaires op YouTube. Profielen van regisseurs en acteurs/actrices, vooral uit de tijd van het klassieke Hollywood, genreverkenningen (western, film noir, soundtracks) en nog heel veel meer—allemaal gratis en voor niks te zien voor een ieder die daar zin in of behoefte aan heeft. Wat een luxe.

En dan kan ik ook nog eens gaan grasduinen in de dozen met dvd’s en dvd-boxen die elders in huis staan. Ik heb ooit in een vlaag van gekte een paar honderd westerns op dvd aangeschaft. Nog niet allemaal bekeken, gaat nu gebeuren.

Weet je wat, ik ga de complete Wrekers-reeks, met Patrick Macnee en Diana Rigg, nog een keer kijken. Ik verheug me nu al op het vierde seizoen, het eerste, in zwartwit, met Diana Rigg als Miss Peel. Vooral op aflevering 21: A Touch of Brimstone. Waarom? Check deze link.

Ben benieuw hoe jullie al die extra schermtijd gaan vullen. Ik hoor het graag en houd me aanbevolen voor tips.

 

SJOERD:

Net als Alfred zie ik ook lichtpuntjes in de pandemie, want het is goed voor het milieu en wellicht dat mensen nu een keer stil gaan staan bij wat werkelijk belangrijk is in het leven. Neemt niet weg dat we een heftige periode tegemoet gaan. Ter educatie misschien maar weer de Capracorn-films kijken, want het optimisme wat uit die films straalt hebben we zeker nodig de komende tijd. Naast It’s A Wonderful Life zijn films als Meet John Doe of Mr. Deeds Goes To Town ook aanstekelijk in hun geestdrift. You Can’t Take It With You bevat mooie kritiek op de kantoorbanen die blijkbaar ook prima thuis kunnen nu. Voor wie van tenenkrommend Amerikaans chauvinisme houdt is daar nog Mr. Smith Goes To Washington, inclusief theatraal filibuster einde.

Conte d'automne (1998)

Conte d’automne (1998)

Ik zou eigenlijk naar een Frans filmfestival gaan om te jureren, maar nu dat niet doorgaat ga ik wel door met mijn project om veel Franse films te kijken. Eric Rohmer is tot nu toe een goede manier gebleken om mijn Frans bij te spijkeren. Favoriet is op het moment Conte d’automne. Verbluffend hoeveel spanning Rohmer op weet te bouwen rond zulke mondaine taferelen.

Daarnaast heeft het Eye filmmuseum een heleboel films van 1900-1920 online staan in goede conditie . Daar ben ik me ook doorheen aan het ploegen om wat meer kennis over vroege film te krijgen. Onder andere Meliès-copycat Segundo de Chomon, die desalniettemin wel charmante trucagefilms heeft gemaakt.

Ter ontspanning ook maar weer wat favorieten opzetten om in te verdwalen, zoals The Beach Bum of Dazed & Confused.

 

RALPH:

Ik herken wat Sjoerd en Alfred al reeds schreven. Ik heb mijn dvd-kast weer eens met compassie aangekeken. Ik kwam zowaar de Apu-trilogie van  Satyajit Ray tegen. Deze periode is een mooi moment om es een zooi dvd’s te bekijken en daarna maar weer eens weg te doen. En boeken, ik ga me eens wagen aan Het Bureau van Voskuil.

 

TIM:

De huidige situatie vraagt om exceptionele maatregelen. Op filmvlak slaat de ironie toe. Festivals en bioscopen die zich de afgelopen jaren naarstig zijn blijven verzetten tegen de geleidelijke opmars van o.a. downloads en streaming, (lees: de ‘thuisbioscoop’ in welke vorm dan ook) staan om compleet onverwachte redenen machteloos. In Nederland moet Picl de kar van de distributeurs ineens volledig (?) trekken, en terwijl Cineville bezig is met een tijdelijk online initiatief voor abonnees, zien geplande festivals duivelse dilemma’s tegemoet.

Movies That Matter werd zo overvallen, dat er echt geen ruimte was voor het overwegen van een online aanbod. Dat past ook helemaal niet bij de opzet van het festival en de intenties van de organisatoren, luidde een statement. Wat Imagine en MOOOV (bij onze zuiderburen) gaan besluiten, kan alleen de toekomst uitwijzen. Ik woon zelf nabij Gorinchem, waar jaarlijks (met het vizier op ‘wereldcinema’) het IFFG (Internationaal Filmfestival Gorinchem) georganiseerd wordt. Zij hebben nu geen keuze. De programmaboekjes kwamen net van de drukker.

Ik moet wel zeggen dat het nog een beetje als een gek vooruitzicht aanvoelt om de komende tijd zélf dan maar zoveel mogelijk dingen te gaan kijken en lezen waar ik eerder niet aan toe kwam. Een logische impuls, daar niet van; ook hier is de hoeveelheid beschikbare titels het probleem niet. Toch zijn er ook zoveel andere zaken die mijn aandacht vragen: veel studie en onderzoek gebeurde sowieso al vanuit huis, en ik sluit me ook niet af voor de (elkaar in rap tempo opvolgende) maatschappelijke ontwikkelingen. Alhoewel dat met de sensatielust en kapitalistische perversie van de meeste media een zeer vermoeiende opgave is.

28 Days Later... (2002)

28 Days Later… (2002)

Wie gezond wil blijven, moet nu thuisblijven. Wie daar lak aan heeft ook. Maar wie zich te veel aan de doorgeslagen informatiestroom blootstelt, wordt net zo goed ziek. Dan zijn die films en boeken zo gek niet. En liever even geen Outbreak (1995), 28 Days Later… (2002), Resident Evil (diverse), The Happening (2008) of Contagion (2011). Heb je een spelcomputer, dan kun je je zelfs verlustigen aan Plague Inc. (2012), waarin je speelt als een pathogeen dat de mensheid moet uitroeien. Wie vertelt me dat dit een mislukte grap is? Ik moet eerlijk zeggen, ik was al langere tijd klaar met de meeste titels die me op voorhand lekker maakten met ‘post-apocalyptisch’ of ‘dystopisch’. Daar was dit virus niet eens voor nodig. Er is te veel (Hollywood-)materiaal dat hetzelfde ‘amusement’ brengt.

Houd jullie taai met al die mooie kunst die er voorhanden is, van huidige en vroegere tijden. De noirs van Alfred, of de Apu-trilogie van Ralph. Sjoerd, ik verkies Rohmer heel graag boven een herziening van The Beach Bum;) De coffeeshops zijn nu gelukkig ook dicht. Kunnen alle fans van Korine’s laatste mooi beginnen met afkicken.

 

BOB:

Stilstaan bij het leven en veel films kijken! Klinkt als een droom :)  Voor mij nu eerder het tegenovergestelde, erg druk. Alleen tijd voor een Camera Obscura zo nu en dan (had pas een episode over virussen gedaan, voor de liefhebber).

Gisteren nog via een Camera Obscura-film de aparte acteur Thomas Milian herontdekt. Hij had een maffe geschiedenis. Vader Cubaans generaal, naar VS gevlucht, daarna 70’s filmster in Italië, speelde in poliziotto’s en spaghettiwesterns, altijd hyperintens. Bekeek zichzelf graag op het grote scherm. ‘Als ik in een film speelde, betekende dat een hoop geld.’ Dat soort ontdekkingen, daar hou ik van.

Veel filmplezier toegewenst, klinkt leuk allemaal :)

 

RALPH:

Tim schreef: “Er is te veel (Hollywood-)materiaal dat hetzelfde ‘amusement’ brengt.” Ik had onlangs college over Adorno en Horkheimers Dialektik der Aufkläring, waarin een interessante analyse uiteengezet wordt over Hollywood-cinema (nota bene in de jaren 40 al). Het illusie-theater dat Hollywood schept, presenteert altijd eenzelfde wereld. Wanneer heb jij een Amerikaanse film gezien met een duidelijk communistische of socialistische inslag, die ook nog eens mainstream werd? We krijgen altijd dezelfde meuk, of het nou alternatief is of niet en wie mij ongelijk kan geven, ik zie graag suggesties tegemoet.

 

La Flor (2019)

La Flor (2019)

MICHEL:

Nadat ik al maanden het gevoel heb dat het aanbod op MUBI niet bij kan houden, omdat ze simpelweg teveel goede films aanbieden, merk ik dat het huidige aanbod mij niet echt warm maakt. Erg jammer, maar misschien wordt het dan toch eens tijd voor 6-, 8- of zelfs 10-uur lange bezinning met één van de films van Lav Diaz die MUBI als losse rentals aanbiedt. Films waarvoor je een hele dag moet vrijhouden en waar het dus nooit van komt om er voor te gaan zitten. En voor wie dat niet lang genoeg duurt, is het 13,5 uur durende La Flor beschikbaar op IFFR’s eigen streamingdienst IFFR Unleashed. Waarom zij nog steeds niemand vertellen dat ze een mooie selectie films online hebben staan, is mij een raadsel.

 

TIM:

In reactie op Michel: ik ben al geruime tijd geabonneerd op MUBI, en het principe van 30 (gevarieerde) titels tegelijk, met dagelijks één vondst en één verwijdering, spreekt me nog steeds sterk aan. De laatste tijd (en dat is me ook wel eens eerder gebeurd) had ook ik een beetje last van het sentiment dat er niet genoeg titels bijkwamen die ik wilde zien. Mijn ervaring is alleen net zo goed dat er daarna áltijd weer schot in de brouwerij komt. Voor de gelegenheid dan mijn huidige watchlist van beschikbare titels:

-> The Servant (1963) van Joseph Losey (deze regisseur staat nu in de schijnwerper, dus er volgt nog meer)
-> Le Feu Follet (1963) van Louis Malle (óók een retrospectief, en deze klassieker zag ik in tegenstelling tot Ascenseur pour L’Echaufaud nog niet)
-> Three Quarters (2017) van Ilian Metev (draaide in 2018 op het IFFR)
-> India Song (1975) van Marguerite Duras

Misschien ook iets voor (sommigen van) jullie en voor de lezers?

The Servant (1963)

The Servant (1963)

 

ALFRED:

Ik had voor mezelf al een paar oplossingen bedacht, de ‘mind hive’ van InDeBioscoop komt met nog veel meer prima suggesties. Rode draad: streams. MUBI, Picl.nl, IFFR Unleashed, YouTube–het zijn allemaal online oplossingen.

Daar kan ik deze nog aan toevoegen: openculture.com voert als slogan ‘the best free cultural & educational media on the web’. Naast online cursussen en e-books zijn er meer dan duizend films te zien. En dat alles gratis, want ‘public domain’. Western, film noir, klassiekers, er is genoeg te vinden. Liefhebbers van Russische en Koreaanse cinema kunnen hun hart ophalen. Er staan 70 films in HD van de Russische studio Mosfilm, waaronder bijdragen Van Tarkovsky en Eisenstein. Het Korean Film Archive heeft meer dan honderd films online geplaatst. Allemaal toegankelijk via Open Culture.

Genoeg te zien dus, ook als de bioscoop op slot gaat. Het is altijd handig om van de nood een deugd te maken. Met deze kanttekening: er zijn ook genoeg zzp’ers voor wie de inkomsten op slag zijn weggevallen en nu dus wel iets anders aan hun hoofd hebben dan de vraag ‘Hoe vul ik mijn extra kijktijd met films?’

Hou je haaks!

 

17 maart 2020

 

Meer ‘Ondertussen, op de redactie’

Parasite Black & White had nooit IFFR-publieksprijs mogen winnen

Ondertussen, op de redactie:

Parasite Black & White had nooit IFFR-publieksprijs mogen winnen

 

COR:

Beste collega’s,

Parasite is de eerste Koreaanse film die in Cannes een Gouden Palm won. Deze genres overschrijdende rolprent gooit internationaal hoge ogen en zal ook wel een paar Oscars winnen.

In Nederland draaide de film al op de filmfestivals van Vlissingen en Leiden. Het IFFR in Rotterdam heeft de wereldpremière van de zwart-wit versie van Parasite – nadat regisseur Bong Joon-ho eerder Mother in zwart-wit had gelanceerd.

“Ik ben er zeker van dat iedereen een andere opvatting zal hebben over deze versie”, meldt de Koreaanse filmmaker. “Zelf vind ik dat alle personages er nog pathetischer uitzien, en dat het onderscheid tussen de drie verschillende ruimtes waar de families verblijven in al zijn grijstinten nog tragischer is.”

Volgens onze vrouw in Rotterdam, Suzan, zat de zaal bomvol Parasite-fans en maakt de film grote kans ook hier de publieksprijs te winnen.

Gaan we nu elke succesfilm in zwart-wit uitbrengen? Was het wel verstandig om de kleurloze versie van Parasite te laten meedingen in de polls? Moet Alfonso Cuarón van Roma nu maar een kleurenversie maken?

Parasite Black & White

 

ALFRED:

Persoonlijk ben ik blij met alle ophef rond Parasite: fantastische film (mijn nummer 2 van vorig jaar, als we aan jaarlijstjes hadden gedaan) en bovendien draag ik de cinema van Zuid-Korea een warm hart toe. Hopelijk zet het succes van Parasite de deur voor Zuid-Koreaanse films nog wat verder open; er is genoeg fraais dat het westen niet haalt en dat is ons gemis.

Parasite dreigt een regelrechte wereldhit te worden en dat is bepaald opmerkelijk voor een niet-Engelstalige film, die het afgelopen jaar op festivals wereldwijd met applaus is ontvangen en het krankzinnige aantal van 170 (!) onderscheidingen is toebedeeld. Regisseur Bong Joon-ho vliegt van talkshow naar interview en heeft nauwelijks tijd om zijn nieuwe film voor te bereiden. Tussen al het promotiewerk door werkt hij in hotel en vliegtuig aan een nieuw script. De regisseur is op dit moment meer verkoper dan filmer.

En dat verklaart mogelijk waarom Parasite nu opeens in een zwart-witversie opduikt. Het is marketing, uitmelken van manifest succes.

Is dit een idee van de regisseur? In dat geval, wat is zijn motivatie? Waarmee verkoopt hij deze zet? Wat voegt de zwart-witvariant toe? Is de oorspronkelijk versie dan niet goed genoeg? Waarom niet direct in zwart-wit gedraaid? Vragen en nog meer vragen.

Of is dit een idee van het marketingteam? Dat zou me niet verbazen, want ik heb marketeers slechts bij hoge uitzondering op een origineel en goed idee kunnen betrappen. Doorgaans ‘leent’ men van meer begaafde types, de creatieven, en hangt vervolgens de gebraden haan uit.

Wat me wel verbaast is dat IFFR een bewezen hitfilm in een gefilterde versie – want zwart-wit betekent in dit geval simpelweg een ander filter voor de lens – laat meedraaien in het circus rond de publieksprijs. Wederom, wellicht een marketingdingetje.

Het is armoede, een schrijnend gebrek aan creatieve ideeën. Hitfilm opnieuw uit in andere kleur? Non-idee.

Maar let op, men vreet het. De observatie van Suzan tijdens IFFR bevestigt het. Ik zou in dit verband Aristoteles willen citeren, of parafraseren: waarom zou je de ezel sla voeren als hij ook distels eet?

Parasite Black & White

 

TIM:

Suzans intuïtie heeft haar niet in de steek gelaten: op het moment van schrijven is enkele uren bekend dat Parasite Black & White (de versie rijmt nog ook) de BankGiro Loterij (!)-publieksprijs heeft gewonnen. Ik vind het, ik ben eerlijk plat, een vrij grote schande. Aan de prijs is een bedrag van 10.000 euro verbonden – dat gun je een film die maar één keer bestaat en zijn sporen nog niet elders heeft verdiend. De kwaliteit van Parasite an sich en het vermeende onderscheidingsvermogen van deze versie (die ik zelf niet ben gaan zien) doen in dit verband voor mij totaal niet ter zake. Als organisatie hoor je er in mijn ogen gewoonweg voor te kiezen de versie als een special treat te draaien en de scheurkaarten in de zak te houden. In dit geval kon je er donder op zeggen dat alle lyrische bezoekers de film naar de winst zouden stemmen.

Nu was ik eerder al sceptisch over de keuze om zó snel met een zwart-witversie te komen. De Black & Chrome-edition van Mad Max: Fury Road bleek een groot succes (en terecht), maar daar zat tenminste een langere periode tussen. Ook is het in de huidige situatie veel duidelijker dat er een een-tweetje is gescoord met de komst & masterclass van de filmmaker. Tijdens die sessie grapte Bong naar aanleiding van de onvermijdelijke ‘waarom’-vraag overigens dat hij zichzelf wijs wilde maken dat ‘ie een klassieker had gemaakt. Zelfspot kun je hem niet ontzeggen, maar de nasmaak blijft. Het commerciële plaatje tekent zich te scherp af – Alfred heeft er al genoeg over gezegd en voldoende vraagtekens geplaatst. Ik voeg er enkel aan toe dat geïnteresseerden op YouTube kunnen terugzien hoe de Portugese regisseur Pedro Costa (ter plaatse met zijn Vitalina Varela) op hetzelfde IFFR cynisch-kritisch oreerde over de rol van producers en marketeers in de filmwereld.

Parasite

 

COR:

Op de site van het IFFR laat Bong Joon-ho weten dat in zwart-wit de ‘personages pathetischer’ en de ‘locaties tragischer’ overkomen. In een interview met NRC voegt hij eraan toe dat de kijker nu “meer nuances ziet in het spel en op de gezichten van de acteurs”. De uitspraken van de regisseur neigen naar een wel heel simplistische manier om een doorzichtige marketingtruc artistiek te rechtvaardigen.

De Koreaan had beter iets kunnen zeggen in de trant van zijn Duitse collega Edgar Reitz die voor zijn bejubelde Heimat-kroniek wél een overdachte artistieke keuze maakte. “Zwart-witscènes werken om een of andere reden op het gemoed. Het is alsof men dieper in de ziel van de personen kan binnendringen. Zwart-witbeelden mobiliseren de onbewuste inhoud, zorgen voor een grotere nabijheid met de personen op het witte doek en worden makkelijker herinnerd. Kleurenbeelden zijn decoratiever en daardoor ook vaak moeilijker op te slaan in het geheugen.”

Het door Alfred geformuleerde begrip “uitmelken” lijkt in het geval van Parasite geheel op zijn plaats. Voor je het weet valt zo’n kwaliteitsfilm jammerlijk van zijn voetstuk. Ook ben ik het geheel eens met Tim die uitlegt waarom hij het “een vrij grote schande” vindt dat de zwart-witversie mocht meedingen naar de IFFR-publieksprijs. Juist door deze armoedige keuze slaat het IFFR de plank faliekant mis! Naast alle (gegunde) extra publiciteit en marketingopties, wilde het Rotterdamse filmfestival mogelijk het gebrek aan andere ‘grote’ filmtitels tijdens deze editie verhullen.

Parasite Black & White krijgt vanaf 13 februari zowaar een officiële bioscooprelease.

 

SJOERD:

Ik kijk uit naar de Parasite 1,5x snelheid versie.

 

6 februari 2020

 

Meer ‘Ondertussen, op de redactie’

Bizarro film: hoe, wie en wat?

Ondertussen, op de redactie:

Bizarro film: hoe, wie en wat?

ALFRED:

Ik wil het hebben over een bepaald slag films dat ontsnapt aan de vertrouwde categorieën. In Fabric, de nieuwe van Peter Strickland, is zo’n film die het postmodernisme voorbij is. Hij speelt met genres, mengt horror en komedie met satire en surrealisme, en is op sommige momenten bepaald bruut in zijn beelden. Ik noemde het, in het stuk over Strickland en zijn nieuwe werkstuk, bizarro film.

De term bizarro fiction is van recente datum. Hij komt uit de (Amerikaanse) literatuur en staat voor – ik vertaal het wiki-lemma – een eigentijds, dus eenentwintigste-eeuws, literair genre dat elementen van absurdisme, satire en het groteske (dus over de top), als ook popcultuur, surrealisme en genreclichés, gebruikt om vreemde, subversieve en vermakelijke werken te scheppen. Bizarro fiction is het postmodernisme duidelijk voorbij, het speelt daar een spelletje mee.

De films die ik, vooralsnog bij gebrek aan een beter woord, bizarro film of bizarro cinema noem, spelen ook een spelletje. Met de traditie, met de afspraken, met de bestaande genres, met de ‘gevestigde orde’. Ze willen ontregelen. Als reactie op de chaos en het absurde van het bestaan in de eenentwintigste eeuw, waarin alle vertrouwde waarden op los zand (b)lijken te zijn gebouwd? Als oefening in nerdy spitsvondigheid? Kijk mij eens, zie wat ik allemaal weet van de ‘canon’ en hoe ik daar mee kan goochelen? Als antwoord op gebrek aan coherente ideeën? Als schaamlap voor leeghoofdigheid? Elke regisseur zal zijn eigen redenen en motieven hebben.

Rubber (2010)

Rubber (2010)

Wie ik niét bizarro wil noemen, is Quentin Tarantino. Die is meta en postmodern, op stereotiepe wijze zelfs. De films van Quentin Dupieux daarentegen vallen zeker onder de noemer bizarro. Maakte Strickland een film over een moordende jurk, in 2010 kwam Dupieux met Rubber, over een moordlustige autoband. Wrong Cops (2013) gaat over, hoe kan het anders, foute flikken. En het even briljante als knotsgekke Réalité was in 2015 voor ons van InDeBioscoop de film van het jaar.

De Belgische regisseur Tim Wielants heeft ook zo’n film gemaakt, De Patrick. Die speelt op een nudistencamping, Wielants noemt het een kostuumdrama. Maar dan zonder kostuums. Zelf wijst hij op Bruno Dumont, de man van Ma Loute en tv-serie P’tit Quinquin, als voorbeeld, naast de films van Alex van Warmerdam en Jos Stelling.

Aan het werk van Dupieux, Dumont en Mielants kun je de films van Yorgos Lanthimos (The Lobster, The Killing of a Sacred Deer, The Favourite), de Mexicaan Amat Escalante (La región salvaje) en de Argentijn Benjamín Naishat (Rojo) toevoegen. En op strip gebaseerde tv-series als Preacher en American Gods, en de ultragewelddadige superheldenstatire The Boys. Allemaal voorbeelden van bizarro cinema. Het lijstje is verre van volledig.

Graag hoor ik jullie ideeën. Ben ik scheel of heb ik paddenstoelenthee gedronken? Zie ik geesten en moet ik mijn koortsige brein deppen met ijsblokjes? Of zien jullie gaandeweg en ongemerkt een nieuw genre of nieuwe stijl ontstaan, een stijl die onmiskenbaar en helemaal van deze tijd is? Als dat het geval is, laat me weten of jullie meer voorbeelden van bizarro cinema kunnen noemen.

 

SJOERD:

Een interessante aanzet van Alfred. Ik denk niet dat hij teveel paddenstoelenthee op heeft.

Films als In Fabric lijken terug te grijpen op wat filmtheoreticus Tom Gunning omschreef als de “Cinema of Attractions”. Waar narratieve cinema volgens hem draait om de absorptie in een op zichzelf staande wereld, draait de cinema of attractions om het tonen en stimuleren. Het heeft een exhibitionistisch karakter en de directheid maakt het aantrekkelijk voor de avant-garde. Denk maar aan The Man With a Movie Camera bijvoorbeeld.

Volgens Gunning was dit de vroege tendens van cinema, onder andere doordat het een soort kermisattractie was voor 1906. Daarna kreeg volgens hem de narratieve cinema de overhand. Of dit historisch allemaal accuraat is doet in ieder geval niet af aan deze bruikbare tweedeling.

In Fabric (2018)

In Fabric (2018)

Ik zou zeggen dat bizarro cinema zoals Alfred het omschrijft de kijker wil overdonderen met spektakel, op basis van het vrijelijk mixen van popcultuurelementen. Daarmee ligt wel het risico van navelstaarderij op de loer, iets waar In Fabric zich ook schuldig aan maakt (zie mijn recensie op Cine als ik mag linken naar een andere site ;)). In plaats van te reflecteren op het leven en de wereld worden dit soort films een reflectie op zichzelf. Wie de knipogen begrijpt, kan zichzelf op de borst kloppen. Het is een benauwend denken over een specifieke praktijk in plaats van over de wijde wereld. Wie de knipogen niet begrijpt, kan er niet zoveel mee.

Twin Peaks: The Return past ook zeker in de bizarro cinema. Het is een 18 uur durende verzameling YouTube-clipjes met David Lynch-stokpaardjes, pure stimulatie gebaseerd op chaos.

 

TIM:

Interessante aanzet, Alfred. Ze zegt iets over de wens (en misschien zelfs de nood) om groepen films samen te scholen en te categoriseren, maar net als Sjoerd denk ik niet dat je teveel paddenstoelenthee naar binnen hebt gewerkt. Bizarro cinema is een boeiende verzamelterm met grenzeloze cultpotentie, en de voorbeelden die je noemt helpen absoluut om me een idee te vormen. Had er nog niet eerder van gehoord; vul maar in of dat aan mij ligt of aan de (nog relatieve?) onbekendheid van de term.

Waar zit mijn weifeling? Enerzijds vraag ik me af of we sommige regisseurs niet teveel eer geven als we ze boven het postmoderne uittillen. Wanneer slaat een gebrek aan betekenis om naar een spel met datzelfde gegeven? Als zo’n spel zich al laat onderscheiden, rest telkens de kritische vraag of de regisseur hiermee daadwerkelijk iets nieuws vertelt, of dat deze ‘bizarro cinema’ enkel het aandeel versterkt van exhibitionistische filmmakers die vooral geïnteresseerd zijn in hun eigen (al dan niet absurde) referenties.

Een ander punt is dat ik postmodernisme an sich een ambigue term blijf vinden om regisseurs en oeuvres te omschrijven (laat staan een term die dat ontstijgt). Idealiter heeft een filmmaker altijd ‘iets’ te vertellen, hoe gefragmenteerd ook, als hij/zij alle vormen van deconstructie eenmaal voorbij is. Ik vraag me steeds af hoeveel filmmakers zichzelf écht postmodern noemen en hoe vaak het label van de criticus komt.

Suspiria (1977)

Suspiria (1977)

Om af te sluiten met een andere noot: voor mij was In Fabric onder meer Suspiria met mode, maar ik las naderhand dat juist deze inspiratie volgens Strickland niet bewust was geweest, ondanks zijn waardering voor Argento. Ben ik de enige die dat vreemd vind? Het geeft onder andere aan hoe lastig het soms kan zijn om referentiële films nauwgezet te ontwarren.

PS: Sjoerd, lees ik nu echt goed dat je Vertov’s The Man With a Movie Camera als een voorbeeld van Gunning’s ”Cinema of Attractions” ziet? Ik denk dat Vertov zich zou omdraaien in z’n graf ;)

 

COR:

In tegenstelling tot Sjoerd en Tim verdenk ik Alfred wel van het drinken van een aardige slok paddenstoelenthee. Ook ik kende de term ‘bizarro cinema’ niet, maar die komt vast uit het brein van iemand met een voorkeur voor sterkere middelen: ik gok ayahuasca.

Ook met een term als postmodernisme kan ik overigens bar weinig. Ik ken de beeldende kunst van Jef Koons en wat literatuur van Thomas Pynchon, maar wat moet ik met “postmodernistische films” als Monty Python and the Holy Grail (1975), Zelig (1983) en Holy Motors (2012) die in hetzelfde rijtje worden gepropt met The Blues Brothers (1980), Marie Antoinette (2006) en La La Land (2016)? Hier is overduidelijk sprake van meer dan slechts het drinken van bedwelmende middelen.

L'Âge d'or (1930)

L’Âge d’or (1930)

De door Alfred genoemde Rubber, Ma Loute en La región savalje mag je van mij best bizarro cinema noemen (ik lees simpelweg: films met een bizar tintje), evenals films als Skins en A Pigeon Sat on a Branch Reflecting on Existence (dat in geheel nuchtere toestand al krankzinnig genoeg klinkt). Volgens mij bestaat de gemeenschappelijk factor van deze als zodanig geïntroduceerde nieuwe kunststroming vooral uit een combinatie van absurdisme en surrealisme. Misschien is het in dit verband goed om toch maar (weer) eens Un chien andalou en L’Âge d’or van de plank te trekken. Bijna een eeuw oud zijn Luis Buñuels films zowel het postmodernisme als de bizarro cinema allang voorbij – nog voordat die stromingen überhaupt door iemand werden verzonnen.

 

BOB:

Een huis opruimen, ik heb het de laatste weken weer eens een keer gedaan en ik kan het iedereen aanraden. Alles bekijken of het je nog plezier geeft. Zo niet, dan weg ermee. Keihard zijn.

Zo ook met essayisme. Als ik alle essayisme opruim in mijn hoofd, verdwenen termen als postmodernisme en bizarro cinema en blijft er de liefde over voor mooie films, en die worden meestal gemaakt door ‘auteurs’, dat wil zeggen, mensen met een eigenwijze visie op dingen, en die iets nieuws willen proberen, meestal geholpen door hun voorbeelden, mensen uit het verleden die ook weer iets nieuws wilden proberen. En anderen vinden daar dan wat van, schrijven essays en verzinnen termen om die auteurs en hun ideeën op scherpzinnige wijze bij elkaar te kunnen voegen, waar je bijna van gaat stotteren, zoals het postpostmodernisme en postpostpostmodernisme.

We zijn een fijn voorbeeld van wat je in de biologie wederzijds parasitisme noemt. Wat moet een artiest in een wereld zonder reflecterende critici? Maar een wereld met alleen maar critici – oef, dan neem ik ook zo snel mogelijk mijn ruimteschip (aardeachtige planeten toch in overvloed vandaag de dag).

Het punt is soms dat het pad van experimenten na 100 jaar soms wel een beetje plat is gelopen voor de nieuwste auteurs. Dan komen we blijkbaar uit bij absurde horrorachtige films over dingen, zoals jurken, autobanden. Terecht ziet Alfred dat als iets nieuws. Het is ook iets nieuws. Een nieuw genre is geboren, bizarro cinema of spullenhorror, ik vind het allemaal prima, ik heb er net als Cor geen echt gevoel bij.

De Noorderlingen (1992)

De Noorderlingen (1992)

Wel kijk ik graag naar de bizarre fantasie die de bron is van die experimenten. Dat is die briljante bron waar het moois van Buñuel, Dupieux (Wrong en Realité vooral), Kaufman en Van Warmerdam vandaan komt. Fantasie met een scheut satire en absurdisme. Soms horror, soms komedie, vaak ongrijpbaar. Een van de stijlen waarin je het scherpst je auteurschap in kunt uitdrukken.

Het is alleen niet zonder risico. Publiek dat het vaak niet begrijpt (ik herinner me de nuchtere Hollandse reacties na Shinboru en Wrong nog goed), critici die het soms ook niet helemaal kunnen plaatsen. Maar wel artiesten die gelukkig zijn met hun maffe breinen en hier en daar een tevreden filmkijker. Dat houdt film levend!

Fijn weekend allen & als het te hard regent: ga eens lekker opruimen! Of een film kijken natuurlijk.

 

PAUL:

Misschien is het nuttig om twee in deze gedachtewisseling uitgezette lijnen, een hedendaagse en een historische, inhoudelijk nog wat steviger aan elkaar te knopen.

Het belangrijkste kenmerk van film is beweging. Dat wisten de surrealisten en zelfs hun voorgangers al. Wanneer beweging centraal staat, kan het onderscheid tussen levende (menselijke) wezens en bewegende, levenloze objecten vervagen. We zien het reeds in het pre-surrealistische Ballet mécanique (1924).

Als je dan die grote tijdssprong maakt, zie je dat niet alleen de beweging, maar ook de beweegreden (het motief) kan gelden voor zowel levende wezens als levenloze (?) objecten. In films, welteverstaan.

Halverwege die tijdssprong en ongetwijfeld veel goede voorbeelden overslaand, kom ik nog even langs The Love Bug (1968), één van de eerste films die ik als kind in de bioscoop zag. Protagonist was Herbie, een Volkswagen Kever met een eigen wil. Sloeg Herbie aan het moorden of verkrachtte hij weerloze Dafjes? Nee hoor, niets dat mijn tere kinderzieltje kon beschadigen. Herbie was een schattig karretje. Waarom ook niet?

The Love Bug (1968)

The Love Bug (1968)

En tegenwoordig maakt het geanimeerde object dan als moordlustige jurk of autoband zijn opwachting binnen de sjablonen van het horrorgenre. We hadden natuurlijk al Chuckie (Child’s Play (1988) en sequels). Maar een pop is nog een afgeleide van de mens. Terwijl we inmiddels zijn aanbeland bij het kwaadaardige ding an sich. De spullenhorror, om Bob’s term te gebruiken, die tot hem kwam toen hij zijn huis aan het opruimen was. Gezien de geijkte kaders waar het ‘nieuwe’ in is geperst, lijkt me die term geschikter dan het geflatteerd feeëriek klinkende bizarro cinema.

Alfred noemde in zijn aanzet echter ook De Patrick. Een nudistisch kostuumdrama, als ik het goed begrepen heb. Dezelfde weg wordt afgelegd, maar dan in omgekeerde richting. Huid is als textiel en daarmee krijgt het levende wezen in toenemende mate de eigenschappen van een levenloos object. Geen horror, dit keer. Dus toch bizarro cinema? Ach, etiketten…. Voor een nudist is een moordlustige jurk hoe dan ook de ultieme nachtmerrie.

 

ALFRED:

Dank voor de reacties!

Ik kan Cor geruststellen, verder dan nicotine en suiker gaat mijn zelfmedicatie niet en daar maakt de overheid zich al druk genoeg over. ‘Postmodern’ is inderdaad een vaak onkundig gebruikte en daardoor onbruikbaar geworden term. Over postmodernisme valt genoeg te zeggen, maar dat is niet het punt van deze Ondertussen.

Ik geef Bob groot gelijk dat hij zijn hoofd leegmaakt en alle theoretische (voor)kennis over genres, stromingen en stijlen voor even vergeet, wanneer hij een film gaat kijken. Zo maakt hij van zijn brein een leeg scherm waarop zijn verbeelding de film kan projecteren. Er is echter een slag films dat vals speelt. Het is een karaktertrek van de postmoderne film dat hij de kijker er juist toe aanzet – soms zelfs dwingt – om zijn filmkennis wél aan te spreken.

De prikkel daartoe zijn verwijzingen naar andere films of zichzelf, zoals Jean-Luc Godard, in de jaren van de nouvelle vague, via filmische kunstgrepen de kijker eraan herinnert dat hij niet uit het raam kijkt, maar naar een film. Niet iedereen herkent de verwijzingen, zoals ironie (tegenwoordig steeds vaker) niet altijd wordt begrepen. Wat geen regisseur zal weerhouden zo’n film te maken, alleen in de Disney-bijbel staat geschreven dat cinema een allemansvriend moet zijn.

Sjoerd vindt dat al dat verwijzen naar het medium zelf een tikje navelstaarderig en wereldvreemd. Op zich heeft Sjoerd wat mij betreft gelijk, dat spel met referenties kan ontaarden in een narcistisch spiegelpaleis dat heel tevreden is met zichzelf, maar tevens zo leeg als een lekke fietsband. Het is het verwijt dat honderd jaar geleden werd gemaakt aan de l’art pour l’art opvatting over schoonheid. Kunst als louter vorm is decoratie.

En veel eigentijdse film is inderdaad voornamelijk vorm, inhoudelijk leeg—film als entertainment, om de tijd te vullen. En dan rest er slechts spektakel. Of gezwijmel over esthetiek. Het is een van de redenen waarom ik mezelf dit jaar minder vaak in de bioscoop terugvond dan in voorgaande jaren.

Der Golem (1915)

Der Golem (1915)

Paul verwijst naar een belangrijke troop van de vroege cinema, het simulacrum. Denk aan De Golem (bezielde kleipop) of Der Student von Prag (spiegelbeeld dat uit de lijst stapt en dubbelganger wordt). Sciencefiction en gothic novel (Frankenstein) maken er eveneens graag gebruik van. Ook J. L. Borges, de Argentijnse auteur en vader van het postmodernisme, jongleerde met fictie en non-fictie, met echt en gespeeld. Honderd jaar terug was er vrees voor het simulacrum, tegenwoordig wordt het omarmd, is het zelfs iets om na te streven. Dat zegt veel over deze tijd.

Tim heeft wat mij betreft een punt als hij stelt dat het teveel eer is om sommige regisseurs kwaliteiten toe te dichten die ze vooralsnog missen. Geen enkele regisseur ziet zichzelf als een bizarro cineast of denkt: ik ga een bizarro film maken. Wat we in de bioscoop zien, zijn aanzetten van een nieuwe, eenentwintigste-eeuwse filmstijl.

Voor alle duidelijkheid, bizarro cinema is een stijl, geen genre. Zoals film noir en nouvelle vague een stijl zijn en geen genre. De in stilistisch opzicht vreemde vermenging van genres, vol popculturele (niet alleen film)verwijzingen, is relatief nieuw. En in dat opzicht kenmerkend voor het huidige, chaotische, multifocale post-9/11 tijdgewricht. Ik verwacht nog veel ‘gestoorde’ films in de bioscoop, al dan niet zo bedoeld of het resultaat van pretentie dan wel incompetentie. We sluiten af met goed nieuws: op 19 december komt de nieuwe Quentin Dupieux, Le daim/Deerskin, uit in Nederland. 

 

13 oktober 2019

 

Meer ‘Ondertussen, op de redactie’

Vinden jullie 2019 ook zo’n slecht filmjaar? (deel 2)

Ondertussen, op de redactie:

Vinden jullie 2019 ook zo’n slecht filmjaar? (deel 2, slot)

Volgens de meerderheid van onze redactie is de eerste helft van dit filmjaar inderdaad niet om over naar huis te schrijven. Moeten we nu allemaal verhuizen naar Amsterdam waar het aanbod veel ruimer is? Of zien we in de grijze massa vaak juweeltjes over het hoofd? Hoe kunnen we het tij keren?

 

RALPH:

Ik zat er laatst ook over na te denken. Ik ga nauwelijks nog naar de bioscoop. Ik kijk met weemoed naar m’n Cinevillepas, maar durf ‘m nog niet weg te doen, er komt vast wel weer een moment.

Mirai (Mamoru Hosoda, 2018)

Mirai (Mamoru Hosoda, 2018)

Wat is er veranderd? Wel, ik ben begonnen met een studie filosofie, hervond het leuke aan lezen (romans, filosofie en wetenschappelijke literatuur), ik heb sinds een tijdje Netflix en sommige series zijn simpelweg goed, doch tijd consumerend en ook mijn harde schijf puilt nog uit van allerlei obscuur spul waar tijd voor gevonden dient te worden. Dit plus, ja, veel films interesseren me weinig en dit jaar was vooralsnog weinig prikkelend, maar ja, ik zag ook Mirai en daar werd ik toch wel erg blij van. Misschien niet zo origineel, maar wel met een magische wereld en hinten naar melancholische romantiek, zoals Aziaten dat wel vaker goed kunnen (getuige ook de op Netflix beschikbare film: Flavours of youth).

Ik recenseerde zojuist weer es een film, Ruben Brandt, Collector. Ook die vind ik de moeite waard en een topper in het animatiegenre (eerlijk is eerlijk, ik kijk de veilige Hollywood-producties niet. Ik ben wat allergisch voor Disney). Mij valt vooral op dat de paar keer ik naar de bios ben geweest het vooral de kleinere titels waren, zoals het Poolse Twarz, of Voyna Anny, omdat Fedorchenko doorgaans eigenzinnig en visueel overtuigend is.

Waar ik me de laatste tijd wat aan dood erger is al dat sociale (linkse) drama, over vluchtelingen in paupersituaties of de blanke die een film over de moslim maakt. Hou daar mee op, met dat stichtelijke gedoe. Oh wat zielig, kijk nou toch, die arme vluchtelingen, foei witmens, of foei radicaliserende moslim. Bah. Het wekt geen sympathie op, wat het wel zou moeten doen, maar boodschappen die m’n strot ingeramd worden, roepen sowieso weerstand op. Maar het past wel in de strijd die al die sub-subgenres voeren om een plekje op het witte doek en ik doe ongetwijfeld een aantal films te kort nu. Is dit ook hipsterklagen Bob? En over Wajda gesproken, ik heb Ziemia Obiecana (The Promised Land) nog liggen.

Maar misschien na een aantal wat vettere jaren, met The Congress, La Grande Bellezza en In the Crosswinds, is het nu de periode van vermagering. Wie weet trekt het weer bij. Van hitte bevangen kun je gaan ijlen en het wordt de komende tijd alleen maar heter, dus wie weet kookt er nog een breintje over en levert dat wat eigens op.

 

COR:

Hartelijk dank voor al jullie reacties. Het antwoord op mijn vraag neigt sterk naar ‘ja’.

Dat wil niet zeggen dat we de naam van onze filmsite plotseling dienen te veranderen in UitDeBioscoop (hoewel dat ook een bepaalde charme heeft). Er blijft immers nog voldoende zowel binnen als buiten het reguliere aanbod te beschouwen.

Misschien moeten we met z’n allen dan maar naar Amsterdam verhuizen (Alfred); de bioscoop mijden en ons op het internet storten (Yordan); ons bevrijden van de terreur van de hedendaagse film (Bob); moet er beter geprogrammeerd worden (Tim); beter zoeken in het aanbod (Sjoerd); of gewoon wachten totdat er links en rechts weer een breintje overkookt (Ralph)?

La grande bellezza (Paolo Sorrentino, 2013)

La grande bellezza (Paolo Sorrentino, 2013)

 

ALFRED:

Het filmjaar is nog lang niet afgelopen – zo moet de oogst van Cannes nog in de Nederlandse bioscoop verschijnen – maar ik zeg volmondig ‘ja!’ op de vraag die Cor heeft gesteld. Uitzonderingen daargelaten, zoals Tim opmerkt. Want er is wel degelijk een ‘crisis van de verbeelding’, zoals Sjoerd constateert. Over het hoe en waarom van die crisis kun je boeken volschrijven.

We leven niettemin in weelde. Er is meer dan genoeg te zien, buiten alle middelmaat en/of bagger. Dat is weelde. Je kunt vrolijk meefladderen met de waan van de dag. En je kunt je eigen, niet door marketing, hype of algoritme aangereikte keuze bepalen. Dat vraagt net een pietsie meer inspanning of karakter. Je wordt er niet lui van.

De oplossingen die Cor uit de correspondentie filtert. Allemaal naar Amsterdam verhuizen? Ja, gezellie. Nee, niet doen, want het is al zo druk! Ons op het internet storten? Ja, daar is genoeg te zien. Nee, dan zie en spreek je geen mens meer. Ons bevrijden van de middelmaat van de contemporaine cinema? Ja, de schatkamer barst na een eeuw filmkunst uit zijn hengsels. Nee, er worden nog steeds verpletterende films gemaakt. Betere programmering? Ik zie (in Amsterdam, in ieder geval) een prettige ontwikkeling naar meer avontuur en andere ideeën bij de programmeurs van een aantal zalen. Beter zoeken en filteren? Allicht, maar dat vraagt dus enige inspanning. Wachten tot er links of rechts weer een breintje overkookt? Zeker, daar kun je op wachten, gebeurt gegarandeerd.

Dus? Als er zoveel ‘vluchtwegen’ open staan, maak ik mij geen zorgen. Keus genoeg. Zoals ik al opmerkte: weelde.

O, toch nog even dit. Ralph, heb jij gehoord van IQMF (International Queer en Migrant Festival)? Ik tot voor kort niet. Weet jij wat LGTBQ+ en migranten gemeen hebben? Hun website geeft geen antwoord. Google ook niet, help me.

 

RALPH:

Wat ze gemeen hebben Alfred, is dat ze allebei tot minderheden behoren en dat we in een democratie van de meeste stemmen en niet alle stemmen gelden leven, wonen en handelen.

Prima dat ze hun eigen festival hebben en prima dat films uit die niche doorstromen naar de bioscopen (en blijkbaar zijn we over het algemeen als maatschappij en cultuur nog zo onderontwikkeld dat het verdomme nog nodig is ook), maar hou het oprecht en maak het niet stichtelijk. En oprecht kan ook vulgair, shockerend, zwijmelend romantisch, baanbrekend of saai zijn, als de priester maar thuis blijft.

Moonlight (Barry Jenkins, 2016)

Moonlight (Barry Jenkins, 2016)

Het irritante vind ik namelijk dat ik zelf nul probleem heb met het feit dat er zoveel verschil is tussen mensen, maar dat wanneer er aandacht voor is in de (mainstream) cinema het direct zo’n ding is. Wat is er nou werkelijk zo goed aan Moonlight? Prima film hoor, maar de waardering zat hem vooral in ‘de’ homoliefde tussen twee zwarte spierbundels. Nou, moet ik dan gaan klappen? Zoals een vriend ooit opmerkte: als iemand de Vijfde van Beethoven kan ruften dan heb ik vooral last van de stank, dat ga ik niet knap vinden. Zoiets.

 

ALFRED:

Dank, Ralph!

IQMF staat voor een dubbele minderheid, begrijp ik: migranten die tot de LGTBQ+-clan behoren. Daar hebben we er wel een paar van in Amsterdam.

Waar blijft het filmfestival voor stotterende paardenfluisteraars? Ook een dubbele minderheid die het zwaar heeft. (Over de paarden hoor je niemand.)

Zelf behoor ik tot de dubbele minderheid van mensen die aan de Berkelstraat wonen en geen smartphone hebben. Ik wil ook een eigen festival, de Berkelfilmbraderie. Kan zo op ons plein, ook open voor kleuters, zeker kleuters van minderheden. Er wordt gezorgd voor koosjer vlees, halalbier, veganistische thee en drugs zonder pinda’s. De films moet iedereen zelf meenemen.

Ik zal de stadsdeelraad polsen over dit verbindende idee. Wellicht staat er ergens een subsidiepotje te roesten.

Kom je ook?

 

YORDAN:

Ik ben het gedeeltelijk eens met de irritaties rond de geforceerde stichtelijkheid. Alleen wil ik daar wel een kanttekening bij maken.

Los van het feit dat de Oscars een joke zijn, ben ik wel blij dat Moonlight won en niet La La Land, een film over twee saaie blanke (in de zin van een leeg A4’tje, wink wink) personages die alles hebben en in hun schoot geworpen krijgen, behalve elkaar, boe woe. Ik denk dat voor een enorm deel van de populatie dit niet het lot is. Een Prius op je 18e en geld genoeg om naar Los Angeles te verhuizen. Nee een groot deel kan zich toch beter identificeren met de ellende van armoede/homohaat/racisme. Ik vind juist dat deze drie vormen van buitenspel staan door drie fases van een leven op een mooi samenhangende wijze uitgewerkt is in Moonlight.

 La La Land (Damien Chazelle, 2016)

La La Land (Damien Chazelle, 2016)

Een gekleurde vrouw die 007 speelt, lijkt mensen erg chagrijnig te maken deze week. Ik zie het probleem niet zo. Goed zijn de meeste films met dit soort geforceerde emancipatie niet, maar dat ligt voor mij niet aan het onderwerp, want we kwamen zelf al tot de conclusie dat de meeste films überhaupt niet goed zijn de laatste tijd. Ik ben slechte Tweede Wereldoorlogsfilms ook zat… maar Phoenix van een aantal jaren geleden kon me toch zeer bekoren.

Het is denk ik juist wel aardig dat zelfs onder het oppervlakkige publiek dit soort onderwerpen gaat leven, ook al gebeurt dit niet zo subtiel als in Do The Right Thing. Dat wij moe worden van dit soort boodschappen betekent niet dat het niet goed is dat je als samenleving dit soort verhalen blijft vertellen vooral gezien het huidige politieke debat. De speech in The Great Dictator vond men destijds ook te moralistisch en geklaag over Donald Trump kunnen de meeste mensen ook niet meer aanhoren. Dat betekent niet dat het niet hout snijdt.

Aan slechte verhalen over drugsbaronnen (waar de minderheden de slechteriken zijn) of dit soort overdreven moralistische verhalen (die ik allemaal Driving Miss Daisy-aftreksels noem) moet je je denk ik vooral irriteren omdat het slecht is, niet omdat het de onderwerpen behandelt (niet de ‘wat’ maar de ‘hoe’ bekritiseren dus). Het moet beter behandeld worden. Bovendien is het vanuit de minderheidspositie altijd moeilijk om iets aan te kaarten zonder zielig over te komen. Helaas kan niet iedereen deze onderwerpen zo genuanceerd behandelen als Fatih Akin.

Ik zag laatst een reclameposter van Coca Cola waarop stond ‘dont buy our products if you dont want to recycle’. Ik zou drie boeken vol kunnen schrijven over wat me wel allemaal niet aanstaat aan die slogan. Maar ik moet wel beseffen dat het goed is dat het economische systeem en zijn marketing dus nu op deze doorzichtige ongenuanceerde niet-authentieke wijze een progressieve weg inslaat.

 

RALPH:

Hey Yordan, bedankt voor je nuancering. Het is een ingewikkelde kwestie en ben het eens met je verdediging van Moonlight, zeker t.o.v. dat vreselijke La La Land. Die regisseur heeft vooralsnog alleen indruk gemaakt met z’n debuut.

Misschien moeten de Fransen wel ophouden met hun sociale drama’s (het zijn ook vaak Franse films die me storen), het is vaak de haves die gaan laten zien hoe treurig de have nots het hebben. Frankrijk: laten we de mensen van onze vroegere kolonies in achterstandswijken zetten en belastingvoordelen aan de rijken geven en ons vervolgens verbolgen opstellen als die ‘minderheden’ onrust gaan stoken?  

 

COR:

Na dit rondje over identiteitspolitiek en film misschien tot slot iets over de rol van de filmprogrammeur, eerder door Tim aangestipt. Als een (goede) film niet in de bioscoop of op een festival verschijnt, weten we natuurlijk niet wat we eventueel missen. Vraag aan de programmeur in ons gezelschap: Michel, wat zijn jouw criteria als jij films voor een festival selecteert? 

 

MICHEL:

Filmtheaterprogrammeurs zijn voor hun aanbod aan nieuwe films vrijwel volledige afhankelijk van distributeurs, die toch allemaal hun investering terug willen verdienen. Dit leidt ongetwijfeld tot een veilige selectie aan films, aangevoerd met gerenommeerde namen. De nieuwste Catherine Deneuve-film, hoe slecht ook, komt toch elk jaar weer om de deur kijken. Een selectie uit Cannes (wat belangrijker lijkt te zijn dan de kwaliteit) en voorspelbare, hapklare ideeën die makkelijker een publiek vinden.

We mogen ons prijzen dat er toch ruimte is voor de uitbreng van onder andere Long Day’s Journey into Night en Porumboiu’s Infinite Football door Eye in hun Previously Unreleased-selectie en An Elephant Sitting Still.

Infinite Football (Corneliu Porumboiu, 2018)

Infinite Football (Corneliu Porumboiu, 2018)

Als programmeur probeer ik me voornamelijk te focussen op films die uitdagen, die raken en die meer vragen stellen dan ze beantwoorden. Eigenzinnige films met een sterk verhaal die iets zinnigs te zeggen hebben over de wereld waarin we leven en die op die manier de kijker uitdagen op andere manieren te kijken. Films die slechts ons wereldbeeld bevestigen, zijn naar mijn idee niet interessant genoeg.

Het is ook wat naïef te denken dat selectie bij festivals enkel om kwaliteit kan draaien. Bezoekcijfers en maatschappelijke relevantie zijn in toenemende mate belangrijk voor de subsidies waarop deze festivals teren en dit soort politieke factoren spelen meer en meer een rol in de totstandkoming van het programma. Dat geldt ongetwijfeld ook voor de grote festivals; de nieuwe films van Kechiche, de Dardennes en zelfs Jarmusch zullen niet op basis van hun kwaliteit in de competitie van Cannes opgenomen zijn.

 

29 juli 2019

 

Lees hier het eerste deel.

 

Meer ‘Ondertussen, op de redactie’

Vinden jullie 2019 ook zo’n slecht filmjaar? (deel 1)

Ondertussen, op de redactie:

Vinden jullie 2019 ook zo’n slecht filmjaar? (deel 1)

COR:  

Van de 220 films die in de eerste helft van 2019 in de bioscoop verschenen, heb ik er veertig gezien. Ik vraag me af waarom zo weinig. Waarschijnlijk ben ik selectiever gaan kijken. Ik hoef niet meer per se de laatste film van François Ozon of Mike Leigh te zien en ook Climax van Gaspar Noé brengt mij niet tot een hoogtepunt, omdat ik bij voorbaat weet dat die niets aan mijn persoonlijke ontwikkeling of verbeelding zal toevoegen.

Ik kijk zelden trailers, maar baseer mijn keuze om te gaan kijken puur op mijn gevoel, hoewel namen van de filmcrew altijd wel een rol spelen. De volgende films vond ik prima te verteren: The Favourite, Stan & Ollie, At Eternity’s Gate, Vice, Lazarro Felice, Anna’s War, Another Day of Life en An Elephant Sitting Still. De rest ben ik gelukkig al vergeten (daarom collega’s, ben ik zo slecht in filmkwissen geworden ;-) ).

The Favourite (Yorgos Lanthimos, 2018)

The Favourite (Yorgos Lanthimos, 2018)

Ik mis originaliteit, diepgang, visie en zeggingskracht. Mensen die in deze tijd opgroeien, zijn meer dan ooit overgeleverd aan marketing, oppervlakkigheid, eenheidsworst en de waan van de dag. Alleen een universele revolutie kan het tij keren. Met weemoed grijp ik dan maar weer eens terug naar de cinema uit vervlogen tijden. Zo word ik intens gelukkig van de indringende zwaarmoedigheid van Ingmar Bergman, laat ik me heerlijk meeslepen door screwball comedies van Preston Sturges en beschouw ik bijna elke willekeurige film van het Italiaanse Neorealisme als een verrijking van de ziel – om maar een paar voorbeelden te noemen.

Natuurlijk kijk ook ik weleens een ongecompliceerde actiefilm (de oeuvres van Jason Statham en Steven Seagal zijn mij niet vreemd, en gisteravond nog zag ik Venom, het zoveelste vermakelijke, maar luidruchtige, Avengers-avontuur), maar het voelt alsof de tijd begint te dringen. Misschien ga ik me wel wagen aan mijn eigen uitgave van ‘1000 films die je gezien moet hebben’, hoewel ik me realiseer dat ik dan nog zeker even zoveel films ‘moet’ gaan kijken. Buiten kijf staat dat ik weer eens diep in de filmgeschiedenis ga duiken. Dat betekent dat ook de tweede helft van 2019 niet op mij hoeft te rekenen.

 

YORDAN:  

Ik, als product van deze tijd, ben het eigenlijk volledig met je eens. Er zijn heel weinig filmmakers nu waar ik zeker voor naar de bioscoop wil. Ik denk dat de commercialisering van film zijn grenzen begint te bereiken. Film wordt een karikatuur van zichzelf, en we weten het allemaal. Men gaat naar films, al wetende dat men het niks gaan vinden… Het is wachten op het moment dat we dat niet meer doen, we niet meer om deze grap kunnen lachen.

Ik persoonlijk geef de schuld aan kapitalisme. Het lijkt op elk gebied de grens te bereiken. Het beschadigt democratie, milieu, sociaal gemeenschappelijk leven en zo ook cultuur. Ik zie een duidelijke tendens naar oppervlakkigheid in muziek en film. Maar goed, dat is mijn politieke invulling. Ik heb ook moeite met het zien van veel films van dit jaar, vooral ook omdat ik nog véél meer klassieke films moet zien ;)

 

ALFRED:

Dank voor jullie berichten. Het is een steuntje in de rug, want ik voel me nu minder alleen, ha!

Dit wordt dus een Ondertussen van de treurige soort, want: 1) we zijn het eens, en 2) de kwestie is deprimerend.

Enkele maanden geleden vroeg ik me af waarom ik recentelijk een duidelijke dip in mijn bioscoopbezoek kon constateren, waarom ik aanmerkelijk minder gebruik maak van mijn Cinevillepas dan vorig jaar of de jaren daarvoor. En als ik dan een film selecteer, is het negen van de tien keer een oude(re) film. Het percentage oude(re) films in mijn filmconsumptie is de afgelopen jaren gestaag gestegen. Harder dan het aanbod.

De oorzaken hebben jullie al aangegeven: het marketinggeweld, de verplatting van de cultuur (die eigenlijk niet meer bestaat en nu, mede dankzij de marketeers, als lifestyle door het leven gaat), de infantilisering van de samenleving, het gebrek aan lef (want risicomijdend gedrag wordt beloond en afwijkend gedrag bestraft met uitsluiting) en bijgevolg de voorspelbaarheid … van alles eigenlijk, van de politiek, de media, maar ook zeker de films.

Cinevillepas

Het publiek slikt het braaf. Met jonge mensen kun je lastig in discussie gaan, want wie het niet bij voorbaat met hen eens is, is een racist, vrouwenhater, homohater, (vult u maar in) of op zijn minst een ingekakte dinosaurus van het blanke, hoogopgeleide en mannelijke soort. Dus bij voorbaat de schuld van alles wat er mis is met de wereld. Waar in de ogen van veel jonge mensen die ik niettemin spreek niet zoveel mee mis is, behalve dat er ingekakte dinosaurussen van het blanke, hoogopgeleide en mannelijke soort in rondlopen. Verder alles kits en dat nieuwe Instagramfilter dat vlinders op je gezicht tovert is helemaal de bom. Wat, ken je die nog niet?

Je kunt het inderdaad heel kernachtig wegschrijven op het krediet van het kapitalisme. Het voert veel te ver om daar in dit verband omstandig op in te gaan, maar in de grond komt het daar wel op neer.

Ik heb er eind vorig jaar al voor gekozen om voor InDeBioscoop minder films te bespreken en me meer te richten op interviews en achtergrondverhalen. Nu begrijp ik dat jullie eveneens een zekere malaise ervaren. Hollywood heb ik al lang opgegeven, maar CinemAsia was dit jaar ook minder dan daarvoor, daarnaast bleek een genrefestival als Imagine dit jaar eveneens voornamelijk gevuld met voorspelbare middelmaat, en loop ik al een paar jaar met een grote boog heen om wat ik de ‘festival-arthousefilm’ noem, het soort film dat keurig alle hokjes afvinkt om door de ballotage van de filmfestivals wereldwijd te komen en vervolgens – gelukkig slechts beperkt – in het filmhuis wordt vertoond. Ik wil maar zeggen, de malaise is structureel en wereldwijd. Uitzonderingen daargelaten, uiteraard. Maar, en dat is het verontrustende, die uitzonderingen lijken ook steeds zeldzamer te worden.

Help! Wat nu? Ik heb dezelfde oplossing gekozen als Cor: ik laat het nieuwe werk grotendeels lopen en stel mijn eigen cinema-universum samen uit het menu van films die de distributeurs ons voorschotelen. Ik ben, als inwoner van Amsterdam, in de gelukkige omstandigheid dat ik wekelijks kan kiezen uit meer dan 100 films (vaak zo’n 130, 140), waaronder een groeiend aantal hervertoningen van oude(re) films. Want het goede nieuws is dat – in Amsterdam, ten minste, en elders wellicht ook – een aantal programmeurs heeft bedacht dat er om nieuwe releases heen een reeks van hervertoningen kan worden gepresenteerd. Voorbeeld: nieuwe Tarantino komt er aan, daaraan voorafgaand zijn alle Tarantino’s nog eens te zien. Ik kom steeds vaker themaprogramma’s tegen rond Ghibli Studio, sciencefictionfilm, bepaalde regisseur of acteur/actrice, (deel)genre, of verzin het maar. Ik weet het, ook dat is ingegeven door marketing.

Dus geen nood, ik moet nog een enorme berg aan oude(re) films inhalen of opnieuw zien en gelukkig worden ze steeds vaker geprogrammeerd. En zo niet? Ik heb van YouTube al een vracht film noir geplukt, waaronder enkele films van Fritz Lang die niet op video of dvd zijn te vinden.

Aldus kom ik ook op ideeën voor achtergrondstukken, bijvoorbeeld voor InDeBioscoop. Of ik ze ooit schrijf, zal de tijd leren. Maar de nieuw Avengers mis ik niet, want ik laat ‘m lopen. De nieuwe Gaspar Noé idem dito. Ik wentel me in weelde.

Het is raar gesteld: vroeger, in de jaren zeventig, had je vrijwel iedere week een nieuwe spraakmakende film, maar die kon je alleen op dat moment zien, want video, dvd, hervertoningen en filmfestivals bestonden nog niet. Nu komen we om in de streamingdiensten, gespecialiseerde festivals, rereleases van klassieke films, dvd-boxen uit alle hoeken en gaten van de filmhistorie en een jaarlijks groeiend aantal films dat in de Nederlandse bioscoop is te zien—en is het met het aanbod nieuwe spraakmakende films droef gesteld.

Het is ook nooit goed! Troost je, het is nooit goed geweest.

 

YORDAN:

Ik wil toch even wat zeggen over het economische systeem. Je ziet gewoon dat bepaalde sectoren niet goed functioneren op een markt gericht op massaproductie. Sommige maatschappelijke fenomenen verdrinken nou eenmaal op onze markt. Dit geldt onder andere voor de zorg, onderwijs en cultuur.

Ik zie dit persoonlijk zelfs in het strafrecht, waar men zijn geld verdient aan hetgeen het eigenlijk moet voorkomen. Dezelfde paradox zien we in film: hoe kan een studio volgens de bedrijfskundige modellen investeren in een film die iets onbekends wil vertellen? Iets dat nooit gedaan is? Dat is zo prachtig tegenstrijdig aan het maken van een veel slechtere remake. Het teert op de culturele waarde die geschapen is door het origineel zonder zelf iets toe te voegen. Dat is totaal niet duurzaam, het remaken van remakes houdt een keer op.

Climax (Gaspar Noé, 2018)

Climax (Gaspar Noé, 2018)

Ik vind het succes van Nolan typerend voor deze tijd. Films die draaien om een “vet verhaal” maar geen menselijke personages hebben of überhaupt iets echts te vertellen. Het is als Hitchcock zonder de psychoanalyse, slechts de plottwist om de consument een achtbaanritje te geven. Het is seks zonder liefde of bier zonder alcohol. Dit verklaart voor mij mede de opkomst van series. In series draaien het niet echt om menselijke personages maar om cliffhangers en de plotselinge dood van een personage. Het is wat in Alphaville (ja ik heb hem eindelijk gezien!) zo goed beschreven wordt; de rationaliteit wint het van de emotie. Dit gebeurt overal om ons heen.

Het internet brengt gelukkig zoals Alfred terecht beschrijft wel meer mogelijkheden met zich mee om van alles te kunnen kijken. Men moet alleen nog weten hoe je door de bomen het bos nog kunt zien. Daar zijn wij voor. Dus misschien maar strenger recenseren? Ik had Climax namelijk wel een ster minder moeten geven achteraf gezien… Noé had niks te vertellen.

Misschien is het een idee om een aantal grote films van deze tijd naast, qua thema, vergelijkbare grote films van vroeger te leggen en aan te wijzen op welke gebieden ze nu vlakker zijn geworden?

Een hoopvol perspectief om mee af te ronden is wellicht dat in de toekomst films steeds goedkoper gemaakt kunnen worden en dat dat doorgang kan geven aan originele en nieuwe ideeën.

 

BOB:

Eindelijk weer een onderwerp naar mijn hart: klagen over hedendaagse films. Ik ben echt een hipsterklager; ik klaagde al menigmaal in mijn jaaroverzichten over het feit dat ik vaak maar nauwelijks tot een top 5 kon komen. Bewijzen staan op InDeBioscoop.

In een net zo relativerende bui denk ik dan wel eens: was het in 1987 beter? Of in 1981? Ik heb jaarboeken van cinema vol recensies maar als je daardoorheen bladert, is het ook een feest van vergetelheid. Films die vooral voor de economie werden gemaakt en niet voor liefhebbers van artiesten.

Niet elk decennium kan even geweldig zijn als de jaren twintig, veertig, zeventig. We moeten niet vergeten dat cinema een eeuw lang is geëvolueerd – en dat het na al die evolutie soms best moeilijk is om nog met iets nieuws te komen. Ideeën herhalen zich makkelijker dan genieën.

Cinema heeft het denk ik ook moeilijk met de opkomst van series, games en zelfs video-art. Elders vindt nu de vernieuwing plaats en valt geld te verdienen. Yordan heeft het over de economische factor: dat is het. Overleven! Die jonge generatie overbluffen met weer een nieuwe hysterisch gemonteerde superheldenfilm. Want anders: geen bezoekers, geen geld, geen vernieuwende films. Ik snap Yordans kritiek op Nolan dan ook helemaal.

Cu mâinile curate (Sergiu Nicolaescu, 1972)

Cu mâinile curate (Sergiu Nicolaescu, 1972)

Ik ben al lang bevrijd van de terreur van de hedendaagse film. De oplossing: geschiedenis! Ik ben blij dat Cor Preston Sturges aan het verslinden is, want ja, zo maken ze niet meer, die komedies. En Alfred heeft kennelijk een film noir-fase. Zou Ralph nou eens Wajda’s meesterwerken hebben ontdekt?

Ja, tijdreizen naar films uit andere tijden maakt mij immens gelukkig. Ik ga zo bijvoorbeeld weer terug naar Cu mâinile curate, genieten van Roemeense misdaad uit 1972. Dat biedt meer filmplezier tegenwoordig dan ‘de nieuwe Nolan’ of ‘de nieuwe Tarantino’.

 

TIM:

Een vraag naar m’n hart – ik moet oppassen dat ik niet in herhaling treed, en met het vingertje ga wijzen naar factoren die in jullie eerdere berichten al benoemd zijn.

Ik denk niet dat de cinema dood is. Het schrijven van mijn Lazzaro Felice-recensie was een geluksdaad, omdat Alice Rohrwacher heden en verleden begrijpt en de magie van film kan inzetten om daar iets over te vertellen. Even goed herinner ik me dat ik na het kijken van Bi Gan’s absolute tour de force Long Day’s Journey Into Night (in de grootste zaal van Pathé Schouwburgplein – dat kan alleen tijdens het IFFR) enthousiast met twee filmvrienden sprak over Wong Kar-Wai, Tarkovsky en de relatie tussen dromen en herinneringen. Die film, ik zeg het maar, werd op 4 juli door EYE uitgebracht in het Previously Unreleased-programma.

Wat is het tekenend dat zo’n extern programma nodig is om een titels als Long Day’s Journey alsnog uit te brengen. En wat is het bizar – maar tegelijkertijd ook komisch-ironisch – dat Chinese exploitanten de film alleen verkocht kregen door via de poster een zwoel liefdesdrama te impliceren. Was gelogen, natuurlijk.

Long Day's Journey Into Night (Gan Bi, 2018)

Long Day’s Journey Into Night (Gan Bi, 2018)

In zekere zin blijft kritiek altijd een noodzaak. Guy Debord begreep in de jaren ’60 al dat ‘verschijnen’ het grootste goed is van de spektakelmaatschappij waarin we nog steeds leven. Onder het credo ‘alles wat verschijnt is goed, en alles wat goed is verschijnt’, vernietigt de industrie zichzelf, en er is geen vorm van kritiek die daartegen is opgewassen.

Verschijningsvormen zullen evalueren tot bioscoopsimulaties, het werk voor onze hersens doen, en we enkel nog ‘oeh’ en ‘aah’ mogen roepen. Oh ja, wacht, dat gebeurt nu al.

Soms wil ik me echter ook op m’n rug kunnen draaien en de schoonheid omarmen die er nog wél is. Laat dat dan ook direct maar mijn credo zijn.

 

SJOERD:

Tot op zekere hoogte kan ik me vinden in het pessimisme over de huidige staat van cinema.

Dankzij een wereld waar productiviteit het enige is wat telt gaat de kunst achteruit. Efficiëntie dicteert een industriële benadering van cultuur waar eindeloze variaties op eenzelfde thema van de lopende band komen. Het geeft daarmee mede een werkelijkheid vorm waar niet meer anders dan instrumenteel kan worden nagedacht.

Daarom is er een vergaande standaardisatie van cinema. Termen als ‘B-film’ vormen een kunstmatig onderscheid om een zo groot mogelijk publiek te bereiken. Het zogenaamde ‘arthouse’-segment ontkomt daar niet aan, met plichtmatig behandelde maatschappelijk verantwoorde thema’s en standaard trucjes zoals het ‘dicht op de huid’ zitten of een mooi berglandschapje.

Nu wil ik in het bijzonder de opkomst van Netflix hierbij benoemen. Nieuwe producties lijken soms welhaast door algoritmes in elkaar te zijn geflanst, op basis van wat mensen eerder vermakelijk vonden. Dat lijkt mij te verklaren waren regisseurs als de gebroeders Coen daar hun nieuwe werk uitbrengen. Men wil blijkbaar Tom Waits, James Franco, westerns en de Coens. Zo blijft alles veilig.

Ook de filmacademie draagt bij aan deze standaardisering. Het lijkt in het curriculum eerder om vakkundig vertellen te gaan dan een oprecht verhaal. Films als Take Me Somewhere Nice zijn weliswaar solide gemaakt, maar het komt ook te ingestudeerd over. Werk van de Nederlandse filmacademie is vaak van mijlenver te herkennen in ieder geval.

Het is allemaal symptomatisch voor een onbesproken crisis van deze tijd: de crisis van de verbeelding. Door alle calculatie is de mens gedomesticeerd en ontbreekt het avontuur. Men kan niet meer buiten het systeem denken (zie bijvoorbeeld het Nederlandse klimaatakkoord). Het is blijkbaar gemakkelijker het einde van de wereld voor te stellen.

The Beach Bum (Harmony Korine, 2019)

The Beach Bum (Harmony Korine, 2019)

Als ik cinema echter vergelijk met mijn andere favoriete medium popmuziek, dan valt het in eerstgenoemde nog wel mee. Binnen de muziek wacht ik al sinds Joanna Newsom’s Ys (2006) op het volgende meesterwerk. Dit heb ik bij cinema nog niet. Zo is The Beach Bum net als Spring Breakers weer opzwepend spiritueel en hilarisch tegelijk. Harmony Korine is een van de grote regisseurs van deze tijd die laat zien dat de verbeelding bij cinema nog levend is, als je maar goed kijkt.

Over goed kijken gesproken een uitsmijter. Netflix lijkt ook verantwoordelijk voor een kwalijk fenomeen in de trein. Mensen kijken op hap-slik-weg wijze film en tv op hun smartphone, alsof op een klein scherm tijdens spitsuur die esthetische ervaring mogelijk is. Dat laat zien dat buiten de productiekant om ook sprake is van de teloorgang van het kijken zelf. Zoals David Lynch daarover zegt: Get real!

PS: Buiten The Beach Bum om zijn er geen andere meesterwerken dit jaar voor zover ik weet. Dragged Across Concrete, The House That Jack Built, An Elephant Sitting Still en At Eternity’s Gate zijn in ieder geval andere favorieten uit 2019.

 

21 juli 2019

 

Lees hier deel 2 (slot).

 

Meer ‘Ondertussen, op de redactie’

Racisme en andere sociale kwesties in film

Ondertussen, op de redactie:

Racisme en andere sociale kwesties in film

PAUL:

Cor, ik heb zeer geboeid jouw recensie van Green Book gelezen. Een intuïtief gekozen onderwerp (mijn recensie van The Hate U Give) krijgt hierdoor voor mij meer context. Precies wat ik als beginnend recensent beoog.

In mijn eerste, veel te lange versie van mijn recensie had ik opgemerkt dat het hout in The Hate U Give hier en daar van dikke planken wordt gezaagd (het dappere zwarte gezinnetje als mede-hoeksteen van de samenleving en dergelijke).

Bij het schrappen heb ik de doorslag laten geven dat mijn (virtuele) zeventienjarige dochter (of zo iemand) door het zeer knap gemaakte The Hate U Give waarschijnlijk 2,5 uur lang door de rugleuning van haar bioscoopstoel zou zijn geblazen (ik ook, anders had ik die virtuele dochter niet kunnen construeren).

Wat leren wij van films over rassendiscriminatie? Welke vorm (docu, speelfilm, feelgood of niet) is het meest ‘effectief’? Let op: ik gebruik dat woord in de kop van mijn recensie vooral in de box-office betekenis. Maar volle zalen zijn natuurlijk wel volle zalen. Zie eerdere Ondertussen over invloedrijke films (The Wizard of Oz).

Algemener: moet een filmmaker die heikele sociaal-maatschappelijke kwesties willen aanroeren, op volle zalen mikken, of moet hij (zij) zich daar niets van aantrekken? Wat kunnen de bijwerkingen zijn als die volle zalen worden beoogd? Zie in dit verband ook Tims recensie van Capharnaüm.

 

The Hate U Give

The Hate U Give

 

TIM:

Het is essentieel dat filmmakers hun medium kunnen gebruiken om sociaalpolitieke misstanden aan te kaarten. De sleutel ligt hem in de manier waarop. Idealiter: durf de dialoog aan te gaan en meerdere perspectieven op tafel te gooien. Kader je kritiek en maak duidelijk waar de urgentie vandaan komt. Paul, je verwijst naar mijn stuk over Capharnaüm: ik had persoonlijk moeite met de politieke implicaties van de film, maar het was de manier van (re)presentatie die het werkelijk ondraaglijk maakte. Er is dus een verschil tussen een attitude en de manier waarop je die in en door film uitdraagt.

The Hate U Give maakt vanaf het begin duidelijk waarom ze urgent is, wat ze wil aankaarten en voor welke doelgroep(en). Het maakt de film effectief (soms iets té, want (ook?) ik had moeite met het einde). Het scenario is slim geschreven en zet aan tot discussie en zelfreflectie. De woorden ‘voorspelbaar’ of ‘aangedikt’ zijn in dit kader ook veel minder relevant omdat het er hier juist om gaat dat we zien, begrijpen, denken. Dat we onze eigen bril omkeren. Dat is geen hypocrisie maar een vorm van open communicatie.

Ik hoop dat Nederlandse middelbare scholen deze film in een educatieve context gaan vertonen.

 

PAUL:

Tim, bedankt voor je reactie. Geen speld tussen te krijgen. Toch een paar zinnen retour.

Ik heb Capharnaüm (nog) niet gezien. Je nodigt er ook niet toe uit (of misschien wil je dat wel doen; gewaarschuwde filmkenners zouden voor twee kunnen tellen). Hoe dan ook denk ik je te begrijpen: een politieke boodschap in een film is niet verboden, schrijnende beelden evenmin, maar specifieke combinaties van die twee kunnen op de maaginhoud werken. Dan heb je het, zou ik zeggen, over een propagandafilm, met alle onsmakelijkheden (niet altijd) van dien.

Wat The Hate U Give betreft, heb ik teruggrijpend op mijn beginnetje nog een enkel randissue. Bestaat er eigenlijk een filmgenre ‘voor jongeren’ (vgl. young adults in de literatuur)? Of heb ik dat, terecht of niet, nu uitgevonden? Moet je in zo’n geval als recensent (virtuele) jongeren meenemen naar de bioscoop of moet je in je commentaar voluit gaan, ongeacht of je tot de doelgroep behoort?

 

ALFRED:

Tussen het schaatsen door – NK Allround – een korte reactie met betrekking tot ‘een filmgenre voor jongeren’.

Er worden, zeker in Amerika, al jaren films gemaakt voor wat daar young adults (jongvolwassenen) heten; in Nederland noemen we dat – een beetje ongelukkig, wat mij betreft – tienerfilms. Er is een grote overlap met het fenomeen ‘meidenfilm’ (chick flicks). The Hunger Games (2012) is wellicht het bekendste voorbeeld. Het succes van die film was in Amerika aanleiding voor een hausse van young adult novel verfilmingen, al werden die meer incidenteel al jaren verfilmd (Harry Potter, The Chronicles of Narnia, om maar wat te noemen). The Divergent-trilogie (ook dystopische sf, net als The Hunger Games) is een voorbeeld. Ready Player One is eveneens in die categorie te plaatsen.

Overigens is de tienerfilm dé plek waar de volgende generatie steractrices wordt gecultiveerd. Jennifer Lawrence, vorig jaar nog de best betaalde actrice van de planeet, brak door via The Hunger Games. De hotste jonge steractrice van dit moment, Saoirse Ronan (Mary Queen of Scots, Lady Bird, Brooklyn), was als puber te zien in The Lovely Bones en City of Ember.

Ik zou de tienerfilm geen genre noemen, het tienerboek evenmin. Tienerfilm en -boek richten zich op een specifieke doelgroep. Het is dus een marketingterm.

Voor mezelf sprekend: ik maak bij mijn recensies geen onderscheid naar publiek. Ik ga, in Pauls termen, dus voluit. En kruip niet op mijn kurken om de jeugdige lezer annex bioscoopbezoeker in Jip & Janneke-termen toe te spreken. Die neem ik net zo serieus als de ‘volwassen’ lezers. Je kunt pubers – begrijpelijk – ook niet kwader maken dan ze als niet-volwassen, dus als tiener, te behandelen.

 

YORDAN:

De jongvolwassenen domineren tegenwoordig de bioscopen. Er is een mooie lijst op Wikipedia die laat zien welke films per jaar het meeste geld opbrengen. Aan deze lijst is op te maken dat sinds Star Wars (1977), de kassa het hardst rinkelt voor films gericht op pubers en kinderen. De laatste jaren is dit wel erg schrijnend geworden. Hierbij moet je denken aan films als Captain America, Transformers, Harry Potter, The Avengers en de nieuwe Star Wars-aftreksels. Ik vind het erg pijnlijk dat Black Panther genomineerd is voor best picture. Het zegt iets over de kant die de filmwereld op aan het gaan is. Van al die tienerfilms is alleen Mad Max: Fury Road de moeite waard. Verder kan je ze van mij part allemaal overslaan.

Ik zou het teleurstellend vinden als IDB zich op jongvolwassenen zou richten. Dat zou vervolgens betekenen dat we het ook uitgebreid over series moeten hebben. Dan kan de hele redactie naar weer een Netflix-original over een drugskartel in Zuid-Amerika gaan kijken. Er moet iemand zijn die de jongvolwassenen vertelt dat Edge of Tomorrow de kinderachtige versie van Groundhog Day is. Of dat we het bij rassendiscriminatie in godsnaam over 12 Years a Slave en Moonlight hebben in plaats van Black Panther verheffen tot emancipatiesymbool.

Ik ben het eens met Alfred. Er vol in gaan. De schrijver past zich niet aan aan zijn lezers.

 

Capharnaüm

Capharnaüm

 

TIM:

Ha Paul, nog even als reactie op je laatste terugkoppeling rond Capharnaüm. Die denkbeeldige maaginhoud is natuurlijk hoogstpersoonlijk; wat ik een stuk kwalijker vind is dat de politieke ideologie van de film verhuld blijft, omdat het publiek eerst en vooral met de neus op de armoede wordt gedrukt. Met andere woorden: empathie wordt niet verdiend maar uitgespeeld. Daar gedijt een impliciete boodschap goed op. Of ik de film wil afraden houd ik in het midden. Critici zijn er wat mij betreft om discussies te voeren en op gang te brengen, niet om de mening of vooroordelen van een ander te bepalen;)

 

PAUL:

Tim, jouw maaginhoud is inderdaad hoogstpersoonlijk (of volg je een standaarddieet?:)). Maar weerzin (algemener) bij het zien van een film vind ik wel relevant bij een bespreking.

Ik ben het in principe met Alfred en Yordan eens dat je in een recensie voluit moet gaan (mijn term). Maar niet ‘voluit’ laten zien wat een verstandige, kritische recensent je wel bent. Je fysiologische perceptie van de film doet er toe. Heb je zitten janken bij een traditioneel opgezet romantisch drama, zeg het. Heb je bij een veel geprezen arthousefilm (stomme term) op je stoel zitten schuiven van ergernis en verveling, zeg het. Ik bedoel: benoem je eigen gevoel voor jezelf en onderbouw het in je recensie. Onderzoek wat er ‘waar’ zou kunnen zijn aan dat gevoel. Ik pleit dus niet voor kort door de bocht recenseren, geen zorgen.

Nog even terug naar Tim. Je algemene opmerking over filmcritici ondersteun ik. Maar als je het specifiek over recensenten hebt? We geven die sterretjes en die functioneren als aanradertjes en afradertjes. Dat weten we allemaal.

Cor, Yordan gaat nog specifiek in op films over rassendiscriminatie (back to the start). Is dat niet iets voor jou om op te reageren (jij overziet dit spectrum beter dan ik, zoals ik eerder aangaf)? Bovendien begin ik over sterretjes te morren. Dus hoofdredactioneel ingrijpen is wel op zijn plaats:).

 

SJOERD:

Het komt er vaak op aan de wereld niet alleen te interpreteren, maar deze ook te veranderen. Aangezien kunst per definitie binnen een sociale context ingebed zit, heeft elk kunstwerk (of het nu gericht is op vermaak of niet) deze verantwoordelijkheid. Of de makers daar nu aan willen of niet. Film is in wezen het overbrengen van ervaring. De emoties die daarmee gepaard gaan zijn in geslaagde werken ambigu, aangezien een ieder zo’n ervaring op een andere manier beleeft. Daaruit komt de reflectie op het leven van de kijker en zijn omstandigheden. Het probleem van vele films (en ook propaganda) is, dat de ervaring van te voren gestuurd is. Zo ook bij Capharnaüm, waarvan binnenkort mijn recensie uitkomt op Cine met meer bespiegelingen van deze aard.

Wat betreft racisme behandelen in films, zien we dit ook terug bij vele recente werken. Wat opvalt aan een Moonlight is het te gemakkelijk spelen van de slachtofferkaart. BlacKkKlansman is daarentegen weer te militant en scherpt tegenstellingen juist aan. Is het niet effectiever om racisme te tackelen door mensen gewoon mens te laten zijn, zoals in de serie The Wire gebeurt? De tragiek van een Duquan “Dukie” Weems zegt al zoveel, zonder expliciet het racisme te benoemen. De zwarte criticus Armond White pleit bijvoorbeeld voor positieve rolmodellen en universeel humanisme in deze context, ook al leidt hem dat wel tot het prijzen van Eddie Murphy in Norbit en het neersabelen van het veelgeprezen Get Out.

 

ALFRED:

Kunst verandert de wereld door er te zijn. Daarvoor was het er immers niet.
Voilà c’est ça.

 

BlacKkKlansman

BlacKkKlansman

 

COR:

Leuk hoe een discussie veel kanten kan opschieten. Ik doe een poging om al het voorgaande samen te vatten in een aantal vragen.

Voor wie schrijven we? Moet je in je recensie met de doelgroep van de film (bijvoorbeeld jongvolwassenen) rekening houden? Wat benoemen we wel en wat benoemen we niet? Hoe voluit moeten we gaan in onze kritiek?

Trekken we conclusies of laten we de kijker zelf ontdekken of een film als Capharnaüm een (volgens Tim gevaarlijke politieke) boodschap heeft? Iedereen beleeft film (kunst in het algemeen) immers zoals het hem of haar zelf belieft. De ene kijker valt voor het sentiment of amuseert zich rot, de andere wordt kotsmisselijk – van diezelfde film.

Heeft een filmmaker een rol als opvoeder, bijvoorbeeld als het gaat om het bewust worden van racisme (waarmee Paul deze discussie startte)? Welke vorm kiest de regisseur: documentaire, drama, feelgoodfilm? Zou het niet simpelweg kunnen zijn dat er voor iedere doelgroep een meest effectieve vorm is om de ogen te openen?

 

PAUL:

Een korte, enthousiaste slotnotitie van mij, met allerminst samenvattende pretenties. Paardensprongen zijn er hier en daar gemaakt (niet in de laatste plaats door mij), van de ene film naar de andere, met tal van interessante gezichtspunten en beschouwingen als gevolg. Maar het verhaal dat is verteld, de narratieve structuur, blinkt aangenaam uit in eenvoud. Een beginnende, maar oudere filmrecensent komt per ongeluk terecht bij een uitstekende tienerfilm. Bijna een mop. Toch raakt hij er een beetje de kluts van kwijt en vraagt zijn collega’s om feedback. Die krijgt hij ruimschoots, wat iets moois heeft. Een filosofische melokomedie, zou ik zeggen. 

 

7 februari 2018

 

Meer ‘Ondertussen, op de redactie’

Lars von Trier: gek of geniaal?

Ondertussen, op de redactie:

Lars von Trier: gek of geniaal? (Deel 1)

SJOERD:

Door de uiteenlopende kritieken besloot ik The House That Jack Built een kans te geven. En daar heb ik geen spijt van.

In deze overgevoelige tijden is Lars von Trier de hofnar die wij verdienen. Waar Antichrist vooral onoprecht was door vileine provocatie, is het sarren in deze film juist oprecht door het megalomane narcisme. Jack is overduidelijk Von Trier zelf. De morbide kwinkslagen schoppen menig heilig huisje omver, inclusief de regisseur zelf. Het is bij vlagen hilarisch dankzij messcherpe ironie.

David Bowie werkt hier beter in de soundtrack dan Inglourious Basterds door de onderliggende visie. Indirect neemt The House That Jack Built namelijk de popcultuur op de schop. De ironie, met Jack die à la Bob Dylan woordkaartjes toont, leidt hier niet tot verstikkende betekenisloosheid. Het jachttableau veroorzaakt sadistisch gegniffel en maakt Von Trier tot een geslepen moralist.

Lars von Trier

Lars von Trier

Alle naargeestige taferelen werken hilarisch, maar blijven ook weerzinwekkend. Geweld is daardoor in deze film niet alleen vermakelijk, maar roept tegelijk ook schuldgevoelens op (iets wat de epische coda verder versterkt). Gestileerd geweld wat voor de verandering geen spektakel is.

Wat een contrast met regisseurs als Tarantino, waar het geweld is verworden tot hap slik weg en de kritische dimensie achterwege blijft. Daar hoeven wij ons niet te schamen noch te reflecteren op ons vermaak. Of Haneke, wiens Funny Games vooral pedante exploitatie is en eigenlijk een intellectuele versie van Tarantino.

In tegenstelling tot Alfred zie ik het pure stylisme van een Tarantino namelijk niet als onschuldig. Er spreekt een cynisme uit wat engagement met sociale misstanden verbloemt.

In hoeverre mag geweld puur vermakelijk zijn in films? Zou men niet eerder de zaal voortijdig moeten verlaten bij Tarantino in plaats van Von Trier?

 

TIM:

Hallo Sjoerd, dank voor je aanzet. Je vragen en overwegingen kristalliseerden bij mij vrij helder, tijdens en vooral ook na het kijken. Ik hoor sommige Von Trier-sympathisanten zeggen dat het één van zijn beste films is, zo niet de kroon op zijn werk. Begrijpelijk, als je ‘s mans donkere filmspiegel van zichzelf ziet voor wat het is: een optelsom van Von Triers hersenspinsels rond kunst en kwaad.

Mijn kritiek is dan ook niet dat het The House That aan reflectie ontbeert, maar dat die reflectie zich uiteindelijk vooral omspint rond het zelfbegrip van de maker. Meer dan ooit is de wandelende performance Von Trier erin ‘geslaagd’ een film- én mediaruimte te creëren waarin hij zichzelf naar willekeur kan aanvullen dan wel tegenspreken. De zelfgenoegzame collage van eerder werk en de onvermijdelijke opstand van het klassieke kwaad (Dante en Vergilius, Ganz en Hitler) onderstrepen dat deze filmdialoog in essentie ver afstaat van welk een publiek dan ook: de media praten eindeloos met Von Trier, maar Von Trier praat vooral met zichzelf.

Meer denkstof behoud ik even voor aan de recensie die ik eerder schreef, je verwijzing naar Tarantino is wellicht een aanleiding voor reacties van anderen.

 

ALFRED:

Voor IDB heb ik Nymphomaniac 1 en 2 besproken. Ik was er niet enthousiast over. Om te beginnen heb ik weinig empathie met en sympathie voor het uitgangspunt: man gaat ons uitleggen wat de vrouwelijke lustbeleving inhoudt. Mijn privégedachte: doe dat lekker thuis vriend, met je drinkebroers, terwijl de dames zichzelf in de sauna verwennen. Ook de quasi-gewichtige vorm kon me niet imponeren. Het filmessay is door uiteenlopende types als Godard en Laurie Anderson beter gedaan. Hier diende het als schaamlap om het arthousepubliek een pornofilm voor te schotelen. Maar dan wel gereformeerde porno, dus zonder seks.

Nymphomaniac: Vol. I (2013)

Nymphomaniac: Vol. I (2013)

Wat me minder verbaasde, was mijn gebrek aan enthousiasme voor Von Triers verkenning van de vleseljke zonde. Zijn film van daarvoor, Melancholia, heb ik niet uitgekeken. Antichrist staat in Cinema Bos te boek als het meest pretentieuze gedrocht ooit in de bioscoop vertoond. Product van een door zondebesef verwrongen geest uit het land van Kierkegaard en via peer pressure genormeerde hypocrisie. Kortom, ik ben geen fan van Von Trier (van Denemarken overigens ook niet). Nimmer geweest en zal het wellicht nimmer worden. Niet erg, iedereen heeft zijn sym- en antipathieën. Daar staat geen straf op, nog niet.

In mijn optiek is de man rijp voor het gesticht en ik heb ondertussen begrepen dat therapie tot zijn wekelijkse boodschappenlijstje behoort. Laten we hopen dat medicatie en knuffels hun werk doen. Wat mij betreft gaat de camera naar zolder en blijft daar.

Ik sta derhalve niet te trappelen om ‘s mans als speelfilm vermomde essay over geweld met twee uur van mijn zuinige tijd te begunstigen. Uit reacties begrijp ik dat The House That Jack Built niet eens zo beroerd is, sterker, eigenlijk heel behoorlijk, zelfs een stap terug naar het niveau van toen (dat, zoals gezegd, in mijn beleving van polderpeil is en derhalve doorlopend moet worden bemalen wegens dreigende verzomping). Hulde voor Sjoerd, die over zijn scepsis is gestapt en de film gaan zien. Sjoerd liever dan ik.

Alles wat ik nu over The House That Jack Built ga opmerken is gebaseerd op reacties, uit de tweede hand dus, en derhalve niet op eigen waarneming. Over de vorm, essay via dialogen tussen protagonist en verteller: hoe origineel is het om naar Dante en Vergilius te grijpen? Laat ik het beleefd zeggen: niet bijster. Dan was De Sade toch een stuk origineler. Idem dito Thomas Harris, toen hij in 1981 met zijn roman Red Dragon de seriemoordenaar – en Hannibal Lector – introduceerde in de populaire cultuur. De seriemoordenaar—zijn we die, na een eindeloze reeks verschijningen op filmdoek en tv-scherm, niet kotsbeu? Verzin eens wat nieuws. Een transseksuele terrorist, bijvoorbeeld. Met baard, uiteraard.

Von Trier citeert uit eigen werk. Uit interviews met de man, naar aanleiding van zijn nieuwe film, heb ik begrepen dat we dat niet als zelfgenoegzaamheid moeten verstaan. Er is een eenvoudige reden: geld. Filmcitaten van andersmans werk moeten worden betaald en het was goedkoper om een greep te doen in het eigen archief. Niks mis mee, hineininterpreteren niet nodig. Niet naar betekenis zoeken waar geen betekenis is. Dat had Von Trier ook moeten doen en waren we van zijn celluloidneuroses verschoond gebleven.

The House That Jack Built (2018)

The House That Jack Built (2018)

Ik heb Jack dus niet gezien, maar koester het donkerbruine vermoeden dat het Von Triers reactie is op de meest recente film van diens jongere landgenoot die flinke stappen heeft gezet om zijn plaats als internationaal meest gevierde Deense cineast over te nemen. Ik bedoel Nicolas Winding Refn en diens The Neon Demon: een reflectie op het kwaad en de rol van media in beeldvorming (geen woordgrap).

En wat betreft Tarantino en diens vermeende gebrek aan engagement met sociale misstanden: laten we de discussie helder houden en de identiteitspolitiek aan de sociale media laten. Filmmakers maken films en actievoerders voeren actie. Je kunt een alcoholist niet verwijten dat hij geen bruiswater blieft.

 

COR:

Ook ik heb Jacks door kunst geïnspireerde, moorddadige activiteiten (nog) niet gezien. Desondanks kan ik me voor een deel vinden in Alfreds kritiek. Inderdaad, mijn god, alweer een seriemoordenaar??

Ik denk ook dat Von Trier (wat mij betreft na het uiterst sfeerrijke Melancholia) de weg kwijt is en bewust geen broodkruimels heeft gestrooid. Wat eens zo mooi begon met het principe van pure cinema – verwoord in het manifest Dogma 95 dat leidde tot het onvolprezen Breaking the Waves – is kennelijk uitgemond in een theatrale persoonlijkheidsstoornis (hoewel je dat pas echt kunt beoordelen als je iemand hebt ontmoet). Tegelijkertijd vraag ik me af of de man niet gewoon een spel met de publieke opinie speelt.

Verder vind ik – hoewel ik Refns boodschap best begrijp – The Neon Demon (door zaken als necrofilie en kannibalisme) een kansloze achtbaan van sensatiezucht. Hoewel niet minder gewelddadig vind ik ook zijn vroege werk (o.a. de Pusher-trilogie) veel beter; wat mij betreft ging het met onze vermeende troonpretendent al mis met God Only Forgives.

Over Deense filmmakers gesproken: kijk eens naar de fantastische cinema zonder al die poespas van de oude meester Carl Theodor Dreyer. OK, die zette Jeanne d’Arc goed in de hens op de brandstapel, maar dat getoonde geweld is uiterst functioneel. Praten we nu verder over de geestesgesteldheid van Von Trier of over het (on)verantwoorde en (on)doelmatige gebruik van geweld in films?

Melancholia (2011)

Melancholia (2011)

 

BOB:

Pfoe… Ik heb de discussie niet eens meegekregen, zo zat ik met mijn neus in bergen pretentieuze trailers.

Daar komt ie ineens weer op mijn pad: de heer Von Trier. Trier heet hij eigenlijk, ‘von’ is er in de filmacademietijd aan toegevoegd.

Nog vier fun facts over Von Trier. Wist je dat:

• Von Trier introk bij zijn babysitter toen zijn vrouw zwanger was?
• Zijn moeder op haar sterfbed verklaarde dat zijn vader niet zijn vader was, maar een artiest want ‘ze hield van artistieke genen’?
• Hij door zijn fobieën alleen maar in een speciaal ingerichte trailer naar de ceremonie van de Palme d’Or in Cannes kon?
• Hij het aldoor heeft over de Amerikaanse cultuur maar nog nooit in de VS is geweest?

Ik ben zo te zien op tijd gestopt als Cor zegt dat Melancholia zijn laatste goede film was. Normaal gesproken zou ik zelfs die film links hebben laten liggen, maar ik vermoed dat ik toen omgepraat ben.

Ik geloof Sjoerd best dat hij met zijn laatste film een opwaartse beweging maakt. Ook iemand die niet echt je smaak is, heeft goede en mindere perioden. Ook van Ed Wood zijn er vast fans die beweren dat hij zijn betere en mindere perioden had.

(Ik dook even in Ed Woods geschiedenis. Toen ik diens Necromania’: A Tale of Weird Love! uit 1971 zag staan, dacht ik: dat zou me niet eens verbazen, als Von Trier ineens een persconferentie geeft en serieus meedeelt dat hij daar een remake van wil maken.)

Toch weet ik al dat ik The House That Jack Built vrijwel zeker oversla. Na de combinatie porno en Von Trier staat seriemoordenaar en Von Trier ook hoog op mijn ongewenste-filmlijst. Ik kan dus heel goed meegaan in de fraaie rant van Alfred.

Als Tim zegt dat de film in feite een soort narcistische tv-show is van de beste man – als ik je goed heb begrepen – dan geloof ik dat uiteraard meteen.

Wat is het toch, wat me zo irriteert, vraag ik me af? De persoon? Ik wil al het werk van Orson Welles in me opzuigen en dat was een nog vervelender kerel als je verhalen mag geloven.

Dogville (2003)

Dogville (2003)

Nee, het verschil zit hem denk ik in het gevoel voor stijl. Stilistisch komen zijn films bij mij niet zo binnen als die van ‘de meesters’. Het is vooral extreem, academisch, drama. Kennelijk effectief want hij heeft een grote schare fans. Maar voor mijn gevoel zijn de locaties, karakters en cameraperspectieven allemaal ondergeschikt aan die gewenste provocatie. Die moet elke keer uit zijn systeem.

En is het inderdaad echt zo origineel dan? Alfred noemt voorbeelden van andere filmessayisten die hun vak beter verstonden. Een ander voorbeeld is hoe Dogville al was gedaan (en wat mij betreft ook geestiger) in Le Paltoquet. (Zie mijn allereerste Camera Obscura!)

Geweld in cinema blijft ook een inspirerend onderwerp, maar ik ben moe van van alles en nog wat, ik taai dus af.

Maar ik vraag me toch echt af wat die Denen je misdaan hebben, Alfred…

 

24 januari 2018

 

Deel 2

 

Meer ‘Ondertussen, op de redactie’

The Wizard of Oz meest invloedrijke film?

Ondertussen, op de redactie:

The Wizard of Oz meest invloedrijke film?

SJOERD:

Onlangs hebben wetenschappers de IMDb-database uitgepluisd om er achter te komen wat de meest invloedrijke film aller tijden was.

Met referenties in andere films als leidraad kwam The Wizard of Oz als winnaar uit de bus, gevolgd door Star Wars en Psycho. Wat kunnen wij als filmcritici met deze informatie? Is invloed op enige manier te kwantificeren? Of is het toch een kwestie van kwalitatieve inschatting? Ik moet denken aan de legende rond het eerste album van The Velvet Underground: het handjevol mensen die het album kochten zouden allemaal hun eigen band zijn gestart. Zou dat terug zijn gekomen in zo’n onderzoek?

En in hoeverre gaan invloed en kwaliteit van de film samen? Wellicht dat deze twintig films historisch erg belangrijk zijn, maar zijn ze dat ook in artistiek opzicht?

The Wizard of Oz (1939)

The Wizard of Oz (1939)

 

ALFRED:

Twee opmerkingen bij het artikel over het Italiaanse onderzoek naar de meest invloedrijke films aller tijden. Ten eerste: IMDb is geen goede bron voor dit soort statistische analyse, want niet representatief. IMDb is erg georiënteerd op Amerikaanse film, Hollywood in het bijzonder. Arthouse en Aziatische cinema komen er derhalve bekaaid vanaf in het onderzoeksresultaat. Waar is Kurosawa? Alsof Seven Samurai, The Hidden Fortress en Yojimbo niet een complete generatie filmmakers hebben beïnvloed…

Ten tweede: dit soort statistisch, ‘wetenschappelijk’ onderzoek is bij voorbaat al verdacht, ook al maakt het gebruik van een representatieve dataset, want het is weinig meer goochelen met getallen. Aan niet-meetbare zaken, zoals kwaliteit en esthetische waarde of morele impact, wordt voorbijgegaan. Wanneer dit soort onderzoek – bedoeld voor toepassing in de natuurwetenschappen – wordt losgelaten op cultuur meet het marketing en weinig anders.

Statistiek loslaten op media-uitingen en daar vervolgens in media over berichten, creëert een loop, een echokamer. Op die wijze creëert het onderzoek zijn eigen (media)werkelijkheid.

Dat dit onderzoek The Wizard of Oz aanwijst als de meest invloedrijke film ooit gemaakt is voor iedereen die de film heeft gezien dubbel ironisch. The wizard bestaat immers niet!

Ik heb werkelijk geen idee wat we nu wijzer zijn geworden met dit ‘onderzoek’. Kan iemand me helpen?

Yojimbo (1961)

Yojimbo (1961)

 

TIM:

Ik plaats bij voorbaat al mijn vraagtekens bij een team onderzoekers dat IMDb als referentiekader gebruikt voor de meest ‘invloedrijke’ film, wat dat dan ook exact betekenen mag. Een veelheid aan referenties naar The Wizard of Oz is wel een heel karig criterium voor invloed, zoals Alfred al aangeeft. Daarnaast is IMDb westers georiënteerd, geven de onderzoekers nota bene zelf toe in het Guardian-artikel.

Alfred, je noemt Kurosawa, maar laat dat nu net ook een filmmaker zijn die actief door het westen is opgepikt. Seven Samurai staat ook nog aardig hoog in de toplijst van de site. Ik zou me nog meer zorgen maken om filmmakers die zich nog sterker hechten aan hun eigen land of cultuur; daarmee zeg ik niet dat Kurosawa zich niet laat meten aan de Japanse context, maar als we het over invloed hebben…. je bevoordeelt, zo lijkt me, al snel de films en filmmakers die zich op een zo groot mogelijk publiek richten. Populariteit, kapitaal en IMDb zijn een vicieuze cirkel. Het doet me denken aan de mensen die twee dagen na de release van Avengers: Infinity War riepen dat de film goed was, want een 9.7 op IMDb (kan iemand de factcheck doen? misschien was het wel een 9.3;))

Na het artikel volledig gelezen te hebben, kom ik tot de slotsom dat de onderzoekers invloed en productie aan elkaar gelijkstellen. Dat kan. Maar geef het beestje dan ook een ander naampje. Er is zoveel ‘invloed’ die zich niet cijfermatig uit laat drukken.

 

PAUL:

Het inmiddels geleverde rapport en The Wizard of Oz verder latend voor wat ze zijn, vind ik Sjoerds aanzet voor een algemene discussie over de moeilijk meetbare invloed van films interessant genoeg.

Om even aan te haken bij het voorbeeld van The Velvet Underground (muziek weliswaar): Inderdaad, hoe groot is de totale invloed als er sprake is van een enorme invloed bij een vrij kleine groep mensen? (100×1=100, maar 5×20 ook). Ter vergelijking valt misschien te denken aan bepaalde cultfilms: door niet al te veel mensen gezien, maar met grote invloed op hun kleding, levensstijl en dergelijke.

Een vaag begrip als ‘ínvloed’ (waarop? andere films, mode, politiek, het klimaat?) valt slechts via grensbepalingen een beetje in kaart te brengen.

Ik doe een poging. Een briljante arthousefilm die alle heersende waardesystemen op zijn kop zet, maar slechts door een handjevol recensenten en toekomstige filmmakers is gezien, is niet invloedrijk. Een blockbuster die wereldwijd volle zalen heeft getrokken, maar door zijn triviale verhaallijnen geen kijker uit zijn comfortzone lospeutert is evenmin invloedrijk. Een invloedrijke film is een film die bij het publiek wat teweeg brengt.

Een voorbeeld: Zelf heb ik niet zoveel met When Harry met Sally (1989) (persoonlijke voorkeur is ook niet het criterium), maar de vraag is wel interessant hoeveel de film heeft bijgedragen aan het algemene besef dat vrouwen hun orgasme vaak faken en dit vrij goed kunnen (de scène waar ik op doel is denk ik wel bekend). Moeilijk meetbaar inderdaad, want mannen voor wie dit een eyeopener was, zullen daar niet snel mee ‘uit de kast’ komen.

 

Godzilla (1954)

Godzilla (1954)

BOB:

Ik wil het graag oneens zijn voor de reuring maar dat is lastig want ik ben het voornamelijk eens met wat jullie zeggen.

Er is (soms) niets zo slim dom als wetenschap. Dat bewijst dit onderzoek wel weer. Ik vind het best jolig om zo’n rapport te zien dat het een na de andere bron uit de hoge hoed tovert Garfield 1955, Sinatra et al. (2016), Wallace et al. 1993; Simonton 2004; Taylor et al. 2012) waarvan hier al vier man met boerenwijsheid (terecht) aangeven dat het hele fundament van zo’n onderzoek zo gammel is als het maar kan.

Alle bovenstaande vooroordelen over dit IMDb-onderzoek lijken mij waar. Ik denk zelf dat alle scores op IMDb sinds een jaar of tien, vijftien zwaar gemanipuleerd worden. Het zal ongetwijfeld standaard onderdeel zijn van de marketingcampagnes. Als Macedoniërs Facebook kunnen vullen met fakenews over Hillary Clinton, zijn er ook vast wel Moldaviërs te vinden die accounts aanmaken om de nieuwste Mission Impossible op te gemiddelden.

IMDb is bovendien in 1998 al gekocht door Amazon. Wat doet dat met de onafhankelijkheid als bron? (Even terzijde: ik lees dat IMDb al sinds 1993 online staat, aanvankelijk als Cardiff Internet Movie Database.)

Terug naar Alfreds vraag: wat zijn we nu wel wijzer geworden met dit ‘onderzoek’? Dus ik ben ook even gaan spitten in dit paper want ik wil Alfred graag helpen, terwijl hij ongetwijfeld weer een prachtige plaat uit zijn platencollectie trekt om in zijn relaxte stoel te gaan luisteren. En ik wil het misschien ook wel stiekem opnemen voor de heer Bioglio, die hier heel wat avonden aan heeft besteed.

Na een saai begin vind je een paar interessante feiten.

  • Er staan 5 miljoen titels op IMDb maar scheid je het kaf van het koren blijven er blijkbaar iets van 47.000 echte films over (dat is dus minus categorieën als short, tv-series en adult enz.)
  • Er zijn 100.000 meer acteurs dan actrices op IMDb.
  • De helft van de films is Amerikaans. VK en Frankrijk volgen maar hebben niet eens meer dan 10% van de films
  • Filipijnen is twaalfde als filmland!

Dan volgt een ingewikkelde rekensom en net zo ingewikkelde motivatie dan komt de top 20 met The Wizard of Oz uit de lucht vallen.

Dan krijgen we een net zo omstreden ranking van regisseurs. Stanley Kubrick 6, Orson Welles 19?

Dan krijg je een soort tussenstand van de Keukenkampioendivisie. Hitchcock koploper. Fritz Lang en Quentin Tarantino middenmoters. Robert Rodriguez moet oppassen om niet te degraderen.

De onderzoekers hebben letterlijk gouden, zilveren en bronzen punten zitten uitdelen. Samuel Jackson op 1 als meest invloedrijke acteur, er is een lijstje met genres en dan nog een zeer onduidelijke lijst die om een of andere reden Jean Reno bovenaan zet.

Tot slot een conclusie waar resultaten in staan van het niveau ‘No shit, Sherlock’:

  • Er zijn parallellen tussen buurlanden.
  • Japanse monsterfilms uit de jaren vijftig hadden invloed op westerse cinema.
  • Er is genderongelijkheid in de carrières van acteurs en actrices.
  • Alleen in Zweden overtreffen de actrices de acteurs in de global ranking.

Kortom, mijn onderzoek van een kwartiertje half gapend lezen, wijst uit dat het onderzoek inderdaad de bezigheidstherapie was die jullie al dachten dat het was. Ik geloof wel dat er vast iets interessants uit die hele databrij van IMDb te halen valt maar wat moet je met deze lijstjes anders dan een nieuwsbericht in The Guardian halen?

Om met Tim te spreken: Er is zoveel ‘invloed’ die zich niet cijfermatig uit laat drukken. Ik was met vakantie in Bilbao in een café en de wc voor mannen had een foto van Jack Nicholson die door de opening van de deur kijkt en de wc voor vrouwen een gillende Shelley Duval. Gaat straks ook een onderzoeker alle wc-deuren van cafés langs om die invloed mee te tellen in een formule?

Fijne avond allen & succes met de top 5-en!

 

13 december 2018

 

Meer ‘Ondertussen, op de redactie’