Ondertussen: genderneutraal Kalf

Ondertussen, op de redactie:

Genderneutraal Kalf

TIM:

Beste collega’s,

Het kan en zal jullie niet ontgaan zijn: de organisatie van het NFF (Nederlands Film Festival) kwam naar buiten met het nieuws dat er bij het uitreiken van de acteerprijzen (hoofdrol en bijrol) niet langer onderscheid wordt gemaakt tussen mannen en vrouwen.

Even was de (film)wereld te klein: acteur Yorick van Wageningen zegde zijn kalverenlidmaatschap op en veel andere prominenten reageerden kritisch. Natuurlijk kent dit besluit ook genoeg voorstanders, en dus is de genderdiscussie weer even heet hangijzer no. #1. Er is en wordt op het moment van schrijven genoeg geschreven door filmjournalisten en andere opiniemakers, maar ik ben ook benieuwd naar jullie mening.

Het besluit is ideaal voor de bühne, omdat het aansluit bij bekende sociaal-culturele en politieke ontwikkelingen en in één keer duidelijk maakt dat de organisatie van het NFF zich hard maakt voor genderinclusiviteit en, bij monde van directeur Silvia van der Heiden, “meebeweegt met de tijdgeest”.

Gouden Kalf

Daar kan ik van alles van vinden, maar het verbaast me niets dat de organisatie hiertoe overgaat. Van de toepassing begrijp ik echter niets. Voor iedere rol worden voortaan vijf acteurs genomineerd. Dat is een ongelijk getal. Vervolgens kan er maar één de beste zijn: een man, een vrouw of iemand die zich in geen van beide categorieën plaatst. Als er voortaan ieder jaar een man zou winnen, zijn de rapen gaar. Als er ieder jaar een vrouw zou winnen ook. Een jury die de twee tegen elkaar afweegt (lees: ervoor zorgt dat niet ieder jaar hetzelfde geslacht wint) is vooringenomen en denkt niet inclusief (denkt in ‘balans’ en dus in hokjes).

Dan is er nog de primaire reden waarom de prijs op de schop is gegaan: non-binaire acteurs kunnen zich niet inbegrepen voelen in de categorie. Wat ik mij afvraag: is er met non-binaire acteurs over dit besluit gesproken? Hoeveel non-binaire acteurs kennen we in Nederland? En hoeveel van hen komen potentieel in aanmerking voor zo’n prijs?

Ik stel mijn vragen met een reden. Straks is er nog iemand boos omdat de acteerprijzen worden opgehaald door een man of een vrouw, en niet door een non-binair persoon. Is dat dan ook niet-inclusief? En áls er dan een non-binair persoon zou winnen, krijgt die waarschijnlijk direct van sceptici te horen dat daar maar één reden voor is. Lang verhaal kort, ik zie niet in welk nobel belang dit besluit kan dienen. Jullie wel?

 

MICHEL:

Waarom werd dit onderscheid in eerste plaats überhaupt gemaakt? Speelt iemands man-zijn of vrouw-zijn daadwerkelijk een rol bij hun acteerprestaties? Er zijn ook geen aparte categorieën voor “Beste Mannelijke Camerawerk” en “Beste Vrouwelijke Camerawerk” die met dezelfde argumenten dan net zo goed gemaakt kunnen worden. Cameramannen winnen die genderneutrale prijs wel erg vaak… De acteerprijzen die opgesplitst zijn voor mannen en vrouwen zijn toch altijd een vreemde eend in de bijt wat dat betreft.

Ik vraag me ook af of je de primaire reden van het besluit wellicht iets te simplistisch opvat. Genderinclusiviteit gaat er niet alleen om mensen die buiten de binary vallen op te nemen in de groep, maar net zo goed om het buiten beschouwing laten van iets banaals als genderverschillen als dit totaal niet van belang is.

Dan kom ik weer terug bij bovenstaande vraag terecht: in welke mate zou iemands man- of vrouw-zijn van belang zijn bij het beoordelen van acteerprestaties? Wellicht leidt het onderscheid tussen mannen- en vrouwenrollen er juist toe dat die vooringenomenheid over genderstereotiepen zwaarder gaat wegen, omdat er inherent dan ook een onderscheid wordt gemaakt tussen ‘mannelijk’ acteerwerk en ‘vrouwelijk’ acteerwerk, wat dat ook mag betekenen.

Er zullen ongetwijfeld de eerste paar jaar mensen gaan klagen, en turven of het allemaal wel eerlijk is, maar dat is een zwak excuus om alles te laten zoals het is. Elke verandering zal de eerste onder een vergrootglas komen te liggen, zeker als het samenvalt met een bredere maatschappelijke discussie als deze. De ongelijkheid die je vervolgens aanstipt, is bij alle andere categorieën net zo goed te vinden, en duiden op grotere structurele problemen die echt niet opgelost zijn met het wel/niet hebben van gegenderde prijzen.

 

TIM:

Laat ik aan mijn aanzet in ieder geval de nuance toevoegen, en daarmee ook ten dele op jou reageren, dat ik het geslacht bij kunde ook niet van belang acht, en de vergelijking die je maakt met cinematografie is een logische en terechte. Ik vraag me alleen af, zoals ik heb willen betogen, of de beleidsingreep wel in een zinvolle verhouding kan staan tot het ideaal dat men ermee wil uitdragen.

Ik heb het dan over de verschillende geschetste dilemma’s, juist rond gelijkheid en eerlijkheid, die kunnen (en ik denk zullen) ontstaan als gevolg van deze beslissing. Uiteindelijk gaat het dan over alles behalve over goede acteerprestaties zonder enig belang van gender, zoals je toelicht. Er is nu maar één prijs en er zijn veel gegadigden – iedereen zal zich graag vertegenwoordigd willen zien en zo zullen de hokjes die de organisatie wil mijden zeker niet verdwijnen.

Misschien was dat anders geweest als we niet beter wisten, en het altijd al zo was geweest dat men maar één acteerprijs uitreikte. Nu draait alles echter om de sociaal-culturele en politieke discussie rond vertegenwoordiging en inclusie, waardoor het argument dat gender sowieso al nooit uit had moeten maken de lading niet echt meer dekt. Kennelijk maakt het namelijk dus álles uit :)

Shahine El-Hamus en Beppie Melissen

Shahine El-Hamus en Beppie Melissen

COR:

Films met een Gouden Kalf voor beste acteur, beste actrice en beste bijrollen krijgen allen extra aandacht. Dat is goed voor de Nederlandse film.

Vorig jaar kregen twee verdienstelijke protagonisten een Gouden Kalf: Shahine El-Hamus (beste acteur De Belofte van Pisa) en Beppie Melissen (beste actrice Kapsalon Romy). Eindelijk een half-Egyptische jongen én een vrouw op leeftijd die met hun films in de spotlights mochten staan…

Openstaan voor de verscheidenheid en gelijkheid van mensen valt of staat niet met nieuwe regels of wetten, maar zit tussen iemands oren.

 

RALPH:

Ik zag onlangs Jungle Cruise met een CGI-jaguar, wat er goed uitzag. Laat AI CGI-acteurs creëren en het vermoedelijk nog lang voortdreinende gesprek hierover verstommen. Vervolgens richten we een aap af om de prijs voor de betreffende CGI-‘acteur’ op te halen en branden we diens biologisch gegeven geslachtsdeel weg.

Voor welk probleem zoekt het NFF een oplossing?

 

29 augustus 2021

 

Meer ‘Ondertussen, op de redactie’

Welke periode in de filmgeschiedenis vind jij het meest interessant?

Ondertussen, op de redactie:

Welke filmperiode vind jij het meest interessant?

COR:

Beste allemaal,

Veel filmliefhebbers vinden 1939 een van de meest succesvolle jaren in de filmgeschiedenis. Amerika was hersteld van de Grote Depressie en er verschenen meer dan 500 films in de bioscoop. Gone with the Wind was de absolute kaskraker, maar ook populaire films als Mr. Smith Goes to Washington, Jesse James, The Wizard of Oz, Stagecoach en Wuthering Heights zijn 82 jaar na dato nog uitstekend genietbaar. Ondanks het feit dat de vertrutting van Hollywood had toegeslagen…

De roep om filmcensuur ontstond in de jaren 20 na enkele Hollywood-schandalen die breed in de pers werden uitgemeten. Na enkele mislukte initiatieven werd voormalig postzegelplakker Will Hays aangesteld als eerste voorzitter van de Motion Picture Producers and Distributors of America (MPPDA) die geweld en seks in films een halt moest toeroepen. Pas nadat de Amerikaanse aartsbisschop John McNicholas de Catholic Legion of Decency (CLOD) had opgericht om de ‘vernietiging van de onschuld van de jeugd’ tegen te gaan en in een poging de bioscopen van immorele uitingen te zuiveren, werd besloten dat films vanaf 1 juli 1934 een certificaat van goedkeuring moesten hebben, afgegeven door de zogenaamde Production Code Administration (PCA).

Me Jane, You Tarzan

Me Jane, You Tarzan

Er kwam een hele lijst met zaken die niet meer op het witte doek mochten worden vertoond. Naast seks en geweld kun je denken aan naaktheid, suggestief dansen, illegaal drugsgebruik, ridiculiseren van religie en overheidsdienaren, homoseksualiteit, onwelvoeglijk taalgebruik, excessief kussen, ontrouw, chirurgische ingrepen en rassenmenging. De censuur leidde al snel tot het maken van enkele nieuwe opnamen voor bijvoorbeeld Tarzan and his Mate (1934), waarin een naakt zwemmende Jane een jurkje moest dragen en zelfs de scène van een ondeugend glurende chimpansee Cheeta de prullenbak inging.

De periode tussen de algehele introductie van de geluidsfilm in 1929 en de invoering van de PCA in 1934 heet Pre-Code. Ik vind dit een van de meest interessante periodes in de filmgeschiedenis, omdat Hollywood toen nog alle registers kon opentrekken en nauwelijks schaamte leek te kennen. Sexy geklede dames in overweldigende musicals, freaks in het circus, drugsgebruik, overspel, homoseksualiteit, horror, ondubbelzinnig taalgebruik en geweld, soms met erg grof geschut. Je kunt het je bijna niet meer voorstellen welke vrijheden filmmakers zich bijna een eeuw geleden veroorloofden.

Bioscoopbezoekers snakten tijdens de economische malaise na de beurskrach naar escapisme. Hoofdrolspelers van gangsterfilms werden helden, vooral ook omdat zij in deze beroerde tijden onaantastbaar leken en het wél voor elkaar boksten om geld te verdienen. Heel even leek het alsof William A. Wellman al in 1931 in de eerste grote gangsterfilm, The Public Enemy, iets van zelfcensuur toepaste: de afrekening door het personage van James Cagney vindt plaats in een restaurant buiten beeld, maar is juist daardoor nog monumentaler. Hays en consorten moesten uiteraard niets hebben van het verheerlijken van gangsters.

De laatste Pre-Code film was On Human Bondage, die drie dagen voor de invoering van de PCA uitkwam. Het feit dat het hoofdpersonage van Bette Davis niet meer sterft aan syfilis (zoals in het boek en het scenario) maar aan tuberculose verraadt de overgang naar de brave Amerikaanse cinema die officieel tot 1968 zou duren.

Natuurlijk wisten filmmakers tijdens de verpreutsing van Hollywood door de nodige creativiteit de censuur te omzeilen. Het bekendste voorbeeld is de screwball comedy waarin razendsnelle dialogen voor een seksuele ondertoon zorgden en vrouwen vaak juist zeer geëmancipeerd werden neergezet. Maar met de invoering van de zelfcensuur door de grote Hollywood-studio’s was het grotendeels gedaan met het portretteren van echte mensen van vlees en bloed. Dat leidde meer dan eens tot belachelijke, maar soms inventieve, kunstgrepen zoals de ‘romantische’ scène in Indiscreet (1958) van Stanley Domen waarin Cary Grant en Ingrid Bergman tóch samen in bed kunnen liggen.

Welke periode in de filmgeschiedenis vinden jullie het meest interessant?

 

TIM:

Mijn liefde voor de filmgeschiedenis is mede aangewakkerd door de verschillende filmcursussen die ik op bachelor- en masterniveau heb kunnen volgen.

Het gaat dan niet alleen om lessen filmgeschiedenis maar ook om filmtheorie en wat men “wereldcinema” noemt. Door die lessen heb ik ‘noodgedwongen’ (lees: vrijwillig)
geleerd om me zo breed mogelijk te oriënteren en het belang van verschillende perioden in te zien. Met één belangrijke kanttekening bij de vraag van Cor: ‘perioden’ is één manier om ernaar te kijken, even vaak verlegt de discussie zich naar stromingen of naar filmlanden. Afbakenen is natuurlijk het moeilijkst.

Ik ga een (wellicht) saai antwoord op je vraag geven: hoeveel films ik ook zie uit andere tijden, ik ben denk ik het meest geïnteresseerd in films die nu uitkomen.

Een van de redenen dat film mij als medium zo boeit, is dat de werken die uitkomen een neerslag zijn van de tijdsgeest en de verschillende issues die wereldwijd spelen. Film is veel meer dan amusement en het jaarlijkse aanbod is een bombardement van betekenisvolle beelden en ideeën. Precies daarom ben ik ook steeds meer geïnteresseerd geraakt in de programmering van filmfestivals. Filmfestivals mediëren tussen het globale en lokale: als kijker kun je bredere trends ontdekken maar tegelijkertijd ook geconfronteerd worden met politieke conflicten die tot specifieke landsgrenzen zijn beperkt. Door me hiermee bezig te houden voel me ik geëngageerd met de wereld waarin ik leef, en kan ik mijn eigen houding ten opzichte van al die verschillende kwesties (mede) bepalen.

 

ALFRED:

Ieder zijn meug en de mijne zijn de jaren vijftig.

Wat me direct te binnen schiet: Is film noir een genre of een stijl? Het laatste, dunkt me. Ik heb een afwijking voor duistere en stemmige verhalen over een samenleving die existentieel en corrupt is. Hardgekookte thrillers met bruuske mannen en listige vrouwen, op papier en celluloid. Ik heb een vrolijk wereldbeeld, wat?

René Clair

René Clair

Mijn voorkeur gaat uit naar de cinema van Frankrijk, Italië en Japan. Dan zit je met de jaren vijftig op de eerste rij. In Frankrijk kijken we naar de onvolprezen – en onderschatte – Henri-Georges Clouzot, de reus René Clair en de aanzetten tot nouvelle vague (Agnès Varga, Louis Malle). In Italië zien we de neorealisten (Rossellini, Visconti, De Sica) en de eerste films van Antonioni en Fellini. Over de Japanse cinema heb ik me eerder uitgelaten, dat is bijna een universum op zich.

Naast film noir pieken genres als western, de Britse horror van de Hammer-studio en begint sciencefiction de moeite waard te worden. En we zien in de jaren vijftig technische verbeteringen: draagbare camera’s, kleur – al ben ik een liefhebber van zwart-wit – en afwijkende beeldformaten.

En dan de jazz op die soundtracks!

 

SJOERD:

Echt veel in een specifieke periode verdiep ik me vaak niet, ik duik eerder volledig in het werk van een specifieke regisseur bijvoorbeeld.

Maar een beweging waar ik met interesse naar kijk is de Mumblecore uit de Verenigde Staten in de ‘Noughties’ (2000-2009), een losse verzameling filmmakers die vergelijkbare films maakten over vaak losgeslagen/onzekere jongeren, onafhankelijk geproduceerd en geestelijk dan wel stilistisch in het krijt staand van mijn favoriete regisseur (en voorbeeld voor mijn eigen film die hopelijk in september opgenomen gaat worden) John Cassavetes.

Het leverde briljante werken op als het aangrijpende Dance Party, USA (2006), Funny Ha Ha (2002), The Puffy Chair (2005), Frownland (2007) van de editor/co-scenarist van de gebroeders Safdie of Yeast (2008) met onder andere een jonge Greta Gerwig die haar eerste stappen zette in deze gemeenschap. Zelfs de regisseur van Godzilla vs. Kong maakte zijn eerste films binnen deze groepen! Het was dus een ware voedingsbodem voor veel uiteenlopende Amerikaanse filmmakers.

Yeast (2008)

Yeast (2008)

 

PAUL:

Jaren tien vorige eeuw Zweden: Sjöström, Stiller.

Jaren twintig (dertig) Duitsland: Murnau, Wiene, Lang, in die volgorde ongeveer.

Jaren veertig (vijftig) Italië: De Sica, De Santis, vroege Visconti.

Jaren zestig Frankrijk: Truffaut, maar toch ook Godard (voeger vond ik het een irritante, poserende ‘íntellectueel’, maar tegenwoordig beleef ik hem als ironischer, speelser.

Flink generaliserend zou je kunnen zeggen dat de grote antagonist in het verhaal van mijn filmliefde gevormd wordt door de dominante massaproductie van de Verenigde Staten. Wat was in verschillende tijden, in verschillende Europese landen het antwoord daarop? Dat boeit mij. Wie dit stokje sinds de jaren zestig hebben overgenomen weet ik niet zo goed. Ik laat me daarover graag bijlichten.

 

BOB:

Ik heb altijd een voorkeur voor de cinema van de jaren zeventig gehad. Ik hou enorm veel van dat bedaarde tempo en de vrijheid die de films in deze tijd kenmerken. Een ideale combinatie.

Stel je voor wat je in de jaren zeventig gewoon zou hebben gevonden als je frequente bioscoopbezoeker was.

Zin in een thriller? Dan ging je naar geweldige Amerikaanse thrillers van Alan J. Pakula en Polanski en anderen: The Parallax View, All the President’s Men, Chinatown, Klute, The Conversation, The Day of the Jackal.

Franse thrillers: Claude Chabrol maakte bijna jaarlijks een film. Politieke thrillers: Elio Petri maakte met Gian Maria Volonté een paar onvergetelijke films.

Je kon je laten onderdompelen in de avonturenfilms van Werner Herzorg en Coppola, zoals Aguirre en Apocalypse Now.

Je kon grinniken om een aantal geslaagde absurde en satirische Franse komedies (Le Magnifique, Buffet Froid, Le Sucre), en daarna kon je naar Annie Hall en Blazing Saddles.

De horrorfan zou genieten van de giallo en andere intussen klassieke horrorfilms.

Zin in een kalme misdaadfilm? Dan ging je naar Melvilles Un Flic en Le Cercle Rouge. Of bezocht je het Amerikaanse werk: The French Connection, Mean Streets… Of juist keiharde poliziotto’s vol adrenaline: Milano calibro 9, Poliziotto Sprint.

Le Cercle Rouge (1970)

Le Cercle Rouge (1970)

Meer zin in eigenzinnigheid? Dan had je keus genoeg. Je kon naar de films van Marco Ferreri, Buñuel, Bertrand Blier, Ettore Scola, Francesco Rosi, Resnais, Terrence Malick, Robert Altman, David Lynch, Chantal Akerman, Wajda, Satyajit Ray… The Guardian somt er nog meer op…

Voor wie dat nog niet eigenzinnig genoeg was: de jaren zeventig hadden ook nog Dusan Makavejev, Jodorowsky en talloze anderen.

Dus zou ik voortaan maar van één decennium nog films mogen kijken (ik wil niemand op het idee brengen), zou deze het zijn.

 

COR:

Fijn om al die voorkeuren te lezen! Hopelijk zien we daarvan nog het nodige terug in artikelen op InDeBioscoop.

 

27 juni 2021

 

Meer ‘Ondertussen, op de redactie’

Opnieuw een bloedbad verfilmd

Ondertussen, op de redactie:

Opnieuw een bloedbad verfilmd

COR:

Op 19 februari 2020 maakte Tobias R. in het Duitse Hanau in en rond twee shishalounges negen slachtoffers met een migratieachtergrond. Na de aanslag schoot hij zijn moeder en zichzelf dood.

De Duitse ‘schandaalregisseur’ Uwe Boll maakt momenteel een film over deze tragedie. Het land is te klein nu de filmmaker in schandaalkrant Bild beweert achter de nabestaanden te staan (maar niet met hen heeft gesproken) en wil bijdragen om een antwoord te vinden op de vraag wat R. bezielde en of de aanslag had kunnen worden voorkomen. Volgens het Duitse OM was de dader racistisch, extreemrechts en schizofreen.

De film, die waarschijnlijk slechts op streamingdiensten zal verschijnen, doet hetzelfde stof opwaaien als Utøya 22. Juli, waarover wij eerder een discussie voerden. Alfred had destijds een interview met Erik Poppe, de regisseur van die film (die wel contact met nabestaanden had). “We hebben allemaal gehoord wat er die dag is gebeurd, maar het overgrote deel van de aandacht ging uit naar de dader. Over hem weten we bijna alles, van de slachtoffers weten we nauwelijks”, aldus de Noorse filmmaker.

Wat ik me nog van die film herinner, zijn vooral de doodsangsten van sommige slachtoffers (versterkt door de wetenschap dat de voorvallen echt zijn gebeurd) en een dapper meisje dat alle slachtoffers een gezicht gaf. Niet meer en niet minder.

De stad Hanau en de nabestaanden van de slachtoffers roepen Uwe Boll in een open brief op onmiddellijk te stoppen met de voorbereidingen en de film niet uit te brengen. Echter de regisseur rept over ‘waarheidsvinding’ en zegt dat nabestaanden niet verplicht zijn om te kijken.

In onze discussie over Utøya 22.Juli was een deel van onze redactie dezelfde mening toegedaan. Gaan jullie straks (ook) de verfilming van het bloedbad in Hanau kijken?

 

ALFRED:

Ik ga sowieso niet kijken. Was dat nimmer van plan en zal mijn plannen niet aanpassen, welke film er ook moge komen, zo die er komt. Zou ik gaan kijken naar een voorstelling van Gordon over James Brown?

Erik Poppe, de Noorse regisseur, was zich zeer bewust van de gevoeligheden en betrok direct getroffenen (familie van slachtoffers als ook overlevenden) bij de filmproductie en release.

Het enige wat ik weet over de voorgenomen film van Uwe Boll, weet ik uit het bericht van Cor. Daar kan ik niet uit opmaken dat Boll even kies omgaat met de emoties van de betrokkenen. Dat de inwoners van Hanau via een open brief de regisseur oproepen per ommegaande te stoppen met de preproductie, zegt wat mij betreft genoeg.

De reactie van Boll op die brief zegt nog veel meer. Het argument van ‘waarheidsvinding’ is op zijn zachts gezegd opportunistisch en gratuit: waarheidsvinding via een speelfilm? De tegenwerping ‘je hoeft niet te gaan kijken’ is ronduit onbeschoft.

Ik heb op IMDb Bolls palmares gecheckt en dat wekt bij mij de indruk dat we hier met een relzoeker hebben te maken die via een noodgreep en ongeacht het leed van anderen zich in de kijker wil werken. Niet bepaald van het kaliber Erik Poppe. Zoals de twee incidenten, al zijn ze beide schokkend, niet met elkaar zijn te vergelijken. Al is het maar omdat de dader in Hanau nooit voor de rechter heeft kunnen verschijnen.

Niet met mensen spreken en dan beweren dat ze achter je staan  ̶  ik hoop dat ze in Hanau nog een plekje op de vuilnisbelt voor deze Bolleboos hebben vrijgehouden.

Over Roel Reiné hebben we dit soort discussies nooit hoeven voeren.

 

TIM:

Ook ik zag nog geen films van regisseur Uwe Boll. Dat ik wel bekend was met diens oeuvre en de bedenkelijke reputatie die daarbij hoort, speelt onmiskenbaar mee in mijn reactie op dit nieuws. Zoek de premisse van de ‘documentaire’ Auschwitz (2011) maar eens op: daar gaat het Boll kennelijk ook om ‘waarheidsvinding’, maar ik vermoed shockgericht effectbejag en exploitatie. Kan iemand die de film gezien heeft dit bevestigen of ontkrachten?

Ik kan de beweringen van Boll niet naast het eindproduct houden, maar heb ook geen enkele behoefte dat later wel te gaan doen. Wat dat betreft is het dus niet zinvol verder op de Duitse rel in te gaan, maar ik kan wel nog eens beknopt inhaken op de andere film die Cor aanhaalt, namelijk de Utøya- film van Erik Poppe.

Een van de problemen die ik op voorhand met dat drama had, was dat het leed nog vers was en er door de Netflix-release van Paul Greengrass’ 22 July (eveneens in 2018) de indruk ontstond dat te veel partijen ‘geschikt filmmateriaal’ in de gebeurtenis zagen, zonder dat daarbij inzicht en verwerking voorop zouden (kunnen) blijven staan. Naderhand heb ik Utøya 22. Juli met name qua stijlkeuze verdedigd.

Ik was het toen bijvoorbeeld niet eens met Dana Linssen, die de film in het NRC 1* gaf en haar stuk ‘slasher’ titelde (tekenend voor de wisselende reacties die Utøya opriep, want bijvoorbeeld op de Berlinale van 2018 – het premièrefestival – klonken ook veel positieve geluiden). Een belangrijke factor was dat ik (ook) na het kijken overtuigd was van de juiste intenties van regisseur Poppe, die Alfred toen ook gesproken had.

Ik meende dat een lange take in het bijzijn van een hoofdpersonage de slachtoffers juist eer aan deed, omdat ze hun chaotische ervaring poogde te spiegelen zonder dat de dader (voor de slachtoffers hoogstens een hard geluid, of een schim in de verte) meer inhoudelijke aandacht kreeg dan de jongeren hem op dat eiland ooit hebben kunnen of ‘mogen’ geven.

Bij Uwe Boll heb ik de overtuiging van juiste intenties niet, want wie niet de moeite neemt met de nabestaanden te spreken, maar wel een jaar (!) na dato met een film wil komen, krijgt niet het (kijk)voordeel van de twijfel.

 

COR:

In dit artikel wordt gerept over het nut om aandacht te besteden aan het “gevaar van het groeiende rechtsextremisme en toenemende complotdenkers”. De foto boven het artikel onderstreept de sentimenten bij het Duitse publiek ;-)

Begrijp ik goed dat een dergelijke film volgens jullie wél kan als een gerenommeerde regisseur een dergelijk project vanuit de hierboven genoemde motivatie gestalte zou geven?

 

ALFRED:

Nee, dat begrijp je niet goed. Want daar had ik het in mijn reactie niet over. Ik had het over Boll. En niet over een ‘gerenommeerde regisseur’. Dat is een andere discussie.

Je moet me geen woorden in de mond leggen of ideeën in de pen geven ;-)

 

TIM:

Ik vind die motivatie goedkoop en ze leveren doorgaans doorzichtige werkjes op die politiek preken voor eigen parochie. Ik had het er in mijn recensie van Riders of Justice nog over. ‘Gevaar’ (vaak ‘gevaar voor de democratie’) roepen met veel toeters en bellen is één ding, echt in staat zijn iets (al dan niet via film) uit te lichten iets anders.

Zonder daar bewust op in te zetten, vergeleek ik Boll en Poppe impliciet wel een beetje met elkaar, dus ik snap je observatie en vraag in die zin wel, Cor.

Wellicht is het dan zinvol nog toe te voegen dat ik Utøya 22. Juli een stuk sterker vond als weerslag van een tragedie dan als ‘waarschuwing’ voor politiek extremisme (Poppe expliciteert dat op ietwat gemakkelijke wijze via een geschreven statement aan het eind van de film). Wil je ‘waarschuwen’, dan moet je eerst begrijpen waar je voor waarschuwt.

Een filmmaker kan dat bijvoorbeeld doen door volledig in te zetten op een (psychologisch/ideologisch) portret van een dader. Dat is een andere discussie, want dan ben je, als het goed is, niet meer zozeer met slachtofferschap bezig en veins je dat ook niet. In de Boll-discussie was van een dergelijke (zorgvuldige) afweging geen sprake, en dan loopt het gegarandeerd spaak.

 

BOB:

We hebben het hier bij die vorige Ondertussen ook over gehad. Nog steeds leuk om terug te lezen. Helemaal omdat uit dit stuk ook dat interview kwam met Erik Poppe.

Blijft een lastig en gevoelig onderwerp, maar films maken we al langer dan vandaag. Volgens dit blad zijn er vier terroristische golven sinds de twintigste eeuw geweest. In de de 70’s waren er ook al terroristen en ook al films over die terroristen. De film Blutiger Freitag is bijvoorbeeld gebaseerd op het feit dat de RAF zich in die tijd financierde met bankovervallen. Deze film was vooral een excuus voor een supersensationele actiefilm over de meest macho bankovervaller die je ooit zal zien (Heinz Klett als Raimund Harmstorf).

Was je er zelf bij in de jaren zeventig, en er een trauma vanjewelste aan hebt overgehouden, word je vermoedelijk razend op de manier hoe Rolf Olsen dit in beeld bracht. Toch kun je nu de film best bekijken als de suffe eurocrime die het eigenlijk is. Het incident is een anekdote van de film geworden, de geschiedenis is te ver weg intussen. Maar smakeloos blijft het.

Voor filmers met passie voor het onderwerp zijn er mogelijkheden genoeg om het terrorthema ook anders te benaderen, zoals bijvoorbeeld deze Noorse documentaire over een jihadronselaar die ik eens zag op IDFA… waarbij de film op een bizarre manier zelf een rol ging spelen in het plot.

Maar nu eerst weer niet naar buiten voor een avondwandelingetje.
 

20 maart 2021

 
 

Meer ‘Ondertussen, op de redactie’

Ondertussen: Beoordelen we te streng?

Ondertussen, op de redactie:

Beoordelen we te streng?

COR:

Beste collega’s,

Twee recente recensies op InDeBioscoop krijgen slechts één ster. Als ik de stukken lees, krijg ik moeilijk een speld tussen de argumenten om beide films als ‘bijzonder matig’ te kwalificeren – hoewel ik zelf de films nog niet heb gezien.

The Painted Bird, een verfilming van het gelijknamige boek van Jerzy Kosinski, krijgt in de meeste andere media juist heel hoge cijfers, bijvoorbeeld vijf sterren in de NRC, dat spreekt van “een oorlogsepos van gruwelijke schoonheid en macabere klasse” en fijntjes afsluit met de woorden: “Wellicht dat je op zeker niveau geniet van het sadisme en het geweld, maar geldt dat uiteindelijk niet voor elke oorlogsfilm?”

The Painted Bird

The Painted Bird

Het opvallende, maar ook het mooie, is dat zowel de recensie van Michel (IDB) als de recensie van Coen van Zwol (NRC) interessante duidingen bevatten. Hoewel de beoordelingen en waarderingen mijlenver uiteen liggen, tonen beide recensies hun waarde voor de filmliefhebber die juist door de tegengestelde meningen beter kan afwegen of de film iets voor hem of haar is.

Waar Sandra Heerma van Voss in de Filmkrant I Am Greta vier sterren toebedeelt, serveert onze collega Sjoerd op InDeBioscoop deze documentaire over de jonge bevlogen Zweedse milieuactiviste genadeloos af. Terwijl de film volgens Heerma slechts één minpunt heeft – “violen en treurballades voortdurend in overdrive” – moet je in de recensie van Sjoerd heel goed zoeken naar slechts één pluspunt. Maar ook hier kan de potentiële kijker zich wellicht zelf een (betere) mening vormen door beide recensies naast elkaar te leggen.

Het doet me een beetje denken aan de weersverwachtingen: bij de commerciële omroep wordt het al snel een paar graden warmer en een stuk minder bewolkt dan bij de publieke omroep. Maar als je beide weersverwachtingen kijkt, kun je misschien beter inschatten of je morgen een paraplu moet meenemen.

Wat vinden jullie? Publiceren wij teveel éénsterrenrecensies en mag de zon soms wel iets meer door de wolken schijnen?

 

PAUL:

Ik vond het prima stukken. Misschien is het toeval. Meten is weten, dus ik ben even gaan turven. Het gemiddeld aantal door IDB uitgereikte sterren blijkt helemaal niet laag uit te vallen. Ook Sjoerd en Michel zijn absoluut geen notoire azijnpissers. Er valt zeker meer over dit onderwerp te zeggen. Maar bij deze alvast deze relativerende opmerking.

 

BOB:

Bij sterrendiscussies mag ik met mijn naam niet ontbreken :)

Met alle respect voor het signaal van Cor: ik zou gewoon de ster blijven uitdelen die je denkt dat de film dat waard is.

Dit gaat een beetje over het verschil tussen recensies in kranten en filmbladen (zogenaamde professionals) en die in online filmbladen (zogenaamde liefhebbers). Dat verschil slaat nergens op. Als ik kijk naar de kennis bij deze redactie, en de doorwrochte meningen die je hier hoort, is dat behoorlijk indrukwekkend. Je hoeft jezelf echt niet lager in te schatten dan een criticus bij een krant.

I Am Greta

I Am Greta

Ik vertrouw zelfs onze liefhebbersreviews meer dan die zogenaamde professionele reviews. Waarom? Een recensent bij een krant staat naar mijn idee te weinig los van zijn of haar lezerspubliek. Die leest altijd mee, en de eerlijke mening is daardoor minder relevant dan de mening (of smaak) die verwacht wordt. Te veel eigen mening en mensen zeggen meteen hun abonnement op – als je niet zelf al je congé krijgt.

Dat zie je bij film, maar vooral bij literatuur, waarbij de zoveelste matige roman vier of vijf sterren krijgt uitgedeeld. Dat heeft volgens mij niets met professionaliteit te maken.

Ik zie die (te) zonnige blik juist als het probleem. De stem van het compromis versus de stem van de eerlijkheid. Als alle matige films en boeken nu een ster zouden krijgen, zouden de mensen achter de knoppen van de creatieve industrieën misschien ook andere keuzes maken. En echt avontuurlijke regisseurs – ook vaak liefhebbers trouwens – meer iets laten proberen.

Enige nuance is dat in veel gevallen twee sterren denk ik eerlijker zou zijn dan een ster (dan moet wel alles fout gaan), maar pffft… wat is het verschil tussen een en twee sterren in een universum met miljarden?

 

ALFRED:

Twee éénsterrenfilms op rij, nog niet eerder vertoond op IDB. Coronarrigheid? Dom toeval? Of is het filmreleaseschema tijdens de coronabeperkingen zodanig aangepast dat de kneusjes een kans krijgen in de bioscoop? Als substituut voor het buskruit dat de kassa’s doet exploderen en droog wordt gehouden tot alle virusellende achter ons ligt en we weer onbekommerd naar de film kunnen.

Mag ik een geheimpje verklappen: bijna alle filmcritici, ook die van de grote kranten, schrijven niet voor de lezer, maar voor hun collega’s. Ze zijn, bewust of onbewust, onderdeel van het filmbedrijf.

De filmschrijvers van de grote kranten zullen zelden venijnig uitpakken of een film affakkelen. De kans op repercussies is niet denkbeeldig: uitsluiting van de gratis toegankelijke persvoorstellingen, worden overgeslagen als er schaarse interviews zijn te verdelen, verstoting uit de kring van insiders. Dat tempert het temperament. Men noemt het professionalisme.

Daarnaast spelen bij de grote kranten zaken als modieuze opvattingen en politieke correctheid. Daar is consensus het streven en wordt een afwijkend geluid omzichtig gebracht. Meewaaien met de maatschappelijke wind is opportuun voor wie ‘er bij wil horen’. Dat bevordert het groepsdenken.

InDeBioscoop heeft als slogan: onafhankelijk filmmagazine. Het hoort nergens bij. Maar zijn de medewerkers van IDB dan niet evenzeer onderdeel van het filmbedrijf als de filmschrijvers van de grote kranten? Hoe onafhankelijk is onafhankelijk?

Die vraag laat zich niet in een paar zinnen beantwoorden. Wel weet ik dat IDB geen enkel belang heeft en er derhalve meer afstand is tot het filmbedrijf. En er minder snel sprake zal zijn van al dan niet bewuste zelfcensuur.

Overigens ben ik van mening dat het belang van recensies – positief of negatief, kruiperig of oprecht – ernstig wordt overschat.

 

COR:

Ik hoop van harte dat al onze redactieleden zich geen moer aantrekken van wat ‘belanghebbenden’ vinden van (snoeiharde) kritiek.

Voor mezelf geldt dat ik steeds vaker van tevoren de kwaliteit van een film probeer in te schatten. Als ik denk dat het niks is, volgt er meestal geen recensie.

Ruim acht jaar InDeBioscoop en een kleine 1.200 bioscooprecensies levert een score op van 46 éénsterrenrecensies (19 van mijzelf). Dat hadden er veel meer kunnen zijn, als we bijvoorbeeld consequent alle films van Adam Sandler en Nicolas Cage hadden besproken ;-)

Trespass – Ongeloofwaardig misbaksel
https://www.indebioscoop.com/trespass/

A Good Old Fashioned Orgy – Diepgang van een vingerhoedje
https://www.indebioscoop.com/a-good-old-fashioned-orgy/

Jack and Jill – Ongewenste gast
https://www.indebioscoop.com/jack-and-jill/

Our Idiot Brother – Willie Nelson is geen onzichtbaar manshoog konijn
https://www.indebioscoop.com/our-idiot-brother/

Resident Evil Retribution – Uitgekauwde formule
https://www.indebioscoop.com/resident-evil-retribution-3d/

Lay the Favourite – Gegokt en verloren
https://www.indebioscoop.com/lay-the-favourite/

Identity Thief – Clichéklucht
https://www.indebioscoop.com/recensie-identity-thief/

This is 40 – Lachloze komedie
https://www.indebioscoop.com/recensie-this-is-40/

Le Grand Soir – Ode aan de punker
https://www.indebioscoop.com/recensie-le-grand-soir/

Love and Honor – Verzuipen in clichés
https://www.indebioscoop.com/recensie-love-and-honor/

The Heat – Inhoudsloze parodie op buddy cops
https://www.indebioscoop.com/recensie-the-heat/

One Direction: This Is Us – Halfnaakte lijven en gillende keukenmeiden
https://www.indebioscoop.com/recensie-one-direction-this-us-3d/

We're The Millers

We’re the Millers – Test je gevoel voor humor
https://www.indebioscoop.com/recensie-were-the-millers/

The Bag Man – Bagger, man!
https://www.indebioscoop.com/recensie-bag-man/

Homefront – Jason versus James
https://www.indebioscoop.com/recensie-homefront/

Brick Mansions – Spectaculair hersenloos
https://www.indebioscoop.com/recensie-brick-mansions/

A Haunted House 2 – Wansmaak ver voorbij
https://www.indebioscoop.com/recensie-haunted-house-2/

Blended – Kinderen geen bezwaar
https://www.indebioscoop.com/recensie-blended/

The Philosophers – Moord op de logica
https://www.indebioscoop.com/recensie-philosophers/

Transcendence – Depp op dieptepunt
https://www.indebioscoop.com/recensie-transcendence/

Sex Tape – Full Frontal Fake
https://www.indebioscoop.com/recensie-sex-tape/

The Prince – Jason zónder de Argonauten
https://www.indebioscoop.com/recensie-prince/

White Bird in a Blizzard – Per ongeluk grappig
https://www.indebioscoop.com/recensie-white-bird-blizzard/

Greencard Warriors – Boyz n the West Side
https://www.indebioscoop.com/recensie-greencard-warriors/

Wild Card – Gokken met dertig miljoen dollar
https://www.indebioscoop.com/recensie-wild-card/

The Boy Next Door – Disney’s American Psycho
https://www.indebioscoop.com/recensie-the-boy-next-door/

Dying of the Light – De film die niet uitgebracht had mogen worden
https://www.indebioscoop.com/recensie-dying-of-the-light/

Ted 2 – Beer wil iemand zijn
https://www.indebioscoop.com/recensie-ted-2/

Pixels – Opgeruimd staat netjes
https://www.indebioscoop.com/recensie-pixels/

Vacation – De filmrecensent: ‘the unbearable lightness of being’
https://www.indebioscoop.com/recensie-vacation/

Lo and Behold – Internet is de wraak van de nerds
https://www.indebioscoop.com/recensie-lo-and-behold/

De Premier – Politicus als actieheld
https://www.indebioscoop.com/recensie-de-premier/

The Only Living Boy in New York – Toiletwaardige hattrick met walgelijk coming-of-age drama
https://www.indebioscoop.com/recensie-the-only-living-boy-in-new-york/

A Family Quartet – Vlekkeloos succesverhaal
https://www.indebioscoop.com/recensie-a-family-quartet/

The Snowman – Nordic noir op zijn bleekst
https://www.indebioscoop.com/recensie-the-snowman/

Klanken van Oorsprong – Fantastische klanken, vage oorsprong
https://www.indebioscoop.com/recensie-klanken-van-oorsprong/

Kidnap – Mama is boos!
https://www.indebioscoop.com/recensie-kidnap/

The Extraordinary Journey of the Fakir – Geen hoogvlieger
https://www.indebioscoop.com/extraordinary-journey-of-the-fakir-the/

Capharnaüm – Ideologie van een betere wereld
https://www.indebioscoop.com/capharnaum/

Apollo 11: Technologische agitprop
https://www.indebioscoop.com/recensie-apollo-11/

The Professor and the Madman

The Professor and the Madman – Scherts van gekkenwerk
https://www.indebioscoop.com/recensie-the-professor-and-the-madman/

The Report – De held die de deur sluit
https://www.indebioscoop.com/recensie-the-report/

Sons of Denmark – Nichts of Denmark
https://www.indebioscoop.com/recensie-sons-of-denmark/

The Barefoot Emperor – Negatief kijkadvies in 5 stappen
https://www.indebioscoop.com/recensie-the-barefoot-emperor/

I Am Greta – Gewichtige nepperij
https://www.indebioscoop.com/recensie-i-am-greta/

The Painted Bird – Groteske geweldsorgie
https://www.indebioscoop.com/recensie-the-painted-bird/

 

SJOERD:

Alfred snijdt een aantal punten aan die ik een keer wilde behandelen in een Ondertussen: het belang en doel van filmkritiek en de vraag of wij als recensenten wel zgn. ‘skin in the game’ hebben (vrij naar Nassim Taleb).

Voor de rest heb ik weinig aan zijn punten toe te voegen. De meeste critici fungeren als marketingverlengstuk en qua incentives loont het films vooral te prijzen en niet een modderfiguur te slaan onder collega’s.

De weinige critici die ik lees waardeer ik om hun eigengereide mening, daar mogen zeker de nodige eensterrenklappers bij vallen. Ook voor cinema geldt Sturgeon’s Law zou ik zeggen. Buiten het recenseren om houd ik ook mijn beoordelingen bij en daar ben ik in ieder geval een stuk grotere azijnpisser (zo’n 1/3e krijgt een onvoldoende, 1/3e een nipte voldoende en slechts 5% zou ik als meesterwerk omschrijven).

Maar uiteindelijk zijn de uitdagendste recensies in mijn ervaring die van meesterwerken. Het is makkelijker uit te leggen waarom iets slecht is dan subliem. Dus wellicht wat meer voor REWIND schrijven met z’n allen dan al het nieuwe werk bespreken.

 

RALPH:

Grappig, The Painted Bird was mij eerder dit jaar getipt door Cor om te recenseren. Dat pakte anders uit en ik ben vooral benieuwd naar hoe ik de film zal ervaren. Toen ik de trailer zag moest ik onder andere denken aan Marketa Lazarova en zo’n overeenkomst zou alleen om die reden enige sterren op kunnen leveren, waarmee ik maar wil zeggen dat er een grote intersubjectiviteit is in het beoordelen van een film.

Marketa Lazarova

Marketa Lazarova

Ik herken bij mijzelf weleens dat ik een film afgefakkeld heb, een van de weinige (of enige) blijk te zijn en dan denk: heb ik iets over het hoofd gezien? Doorgaans niet, dan is er een zekere irritatie (ja, kun je onderzoeken zou de psychologie van de koude grond zeggen. Misschien zegt het wel wat over mij?) en die zit ‘m toch vaak in hoe de film is. Da’s ‘t mooie aan kunst, het raakt je of niet en je kunt dat niet voldoende rationeel verklaren.

Wel heb ik soms medelijden met de makers. Al het werk dat ze er in gestoken hebben, hun zweet, liefde, doorzetten en wat niet meer en dan effe kijken, mwah is tamelijk kut, hiero 1 ster! Maar ja, je maakt ten slotte de film niet voor de recensent, maar omdat je iets wilde uitdragen.

 

TIM:

Als je maar genoeg persvoorstellingen en festivals bezoekt, kun je op den duur vanzelf proberen je een beeld te vormen van een hypothetische rol als vaste recensent bij een krant of gerenommeerd (internationaal) magazine.

Je kent of leest je collega’s en vraagt je af wat jij zou doen als je, ik gebruik Cannes 2019 even als voorbeeld, titels als Parasite of Portrait de la jeune fille en feu als enige heel slecht zou vinden. Denk ‘Variety’ of ‘Hollywood Reporter’; als jij de eerste bent die op een prestigieus festival over een Europese arthouseproductie schrijft, heeft jouw stuk wel degelijk (potentiële) invloed – al is het maar op de keuzes van distributeurs en vertoners. Heb je het lef om naar beneden af te ronden?

Portrait de la jeune fille en feu

Alfred heeft gelijk: conformisme is onder filmjournalisten veel belangrijker dan wij als ‘zelfstandige denkers’ met z’n allen misschien willen toegeven. Ik ken inmiddels genoeg praktijkvoorbeelden. Jaloers ben ik mede daarom niet, maar ik wil ook waken voor het tegenovergestelde: ‘dwarsliggen’ zou nooit een doel op zichzelf moeten zijn, en het is wat mij betreft artificieel en onnodig om onze rol als ‘onafhankelijk magazine’ te veel te benadrukken en los te trekken van recensies in het NRC of de Volkskrant. In deze discussie bespeur ik een tegengestelde houding, en dat is in mijn ogen niet meer dan terecht.

Laten we het zoveel mogelijk houden bij onze individuele beweegredenen om een film kritisch te benaderen. Mijn eigen werkwijze heeft denk ik het meest weg van die van Cor; steeds vaker mijd ik bij het selecteren van ‘recensie-titels’ bewust films waarvan ik al verwacht dat ze mij mogelijk gaan tegenstaan. Ik zie ze wel, maar houd mijn mening voor mezelf en voor discussies met vrienden en collegae. Ik ben niet bang om kritisch te zijn, maar ik leg als filmliefhebber liever uit waarom ik iets goed vind en waarom iedereen mijn favoriet ook zou moeten zien. Drie jaar geleden had ik waarschijnlijk niet gedacht dat ik dit ooit zou schrijven. ‘Criticus’ is al een negatieve titel. Alsof het uitdelen van het volle pond een contradictio in terminis is.

Ik vraag me tegenwoordig vaker af of ik over een in mijn ogen zwakke film wil schrijven nádat ik de titel al heb gezien. Dat botst natuurlijk met onze IDB-werkwijze voor reguliere recensies. Waarom wil ik mijn kritische gedachten over deze film toe- en uitlichten? Vind ik het belangrijk deze film af te raden of te contextualiseren voor lezers, en waarom? De beste éénsterrencensies komen wat mij betreft voort uit een oprechte urgentie, niet om een kunstwerk neer te sabelen, maar om onderscheid te oefenen en dat ook nog eens te willen onderbouwen richting een lezerspubliek.

 

19 oktober 2020

 

Meer ‘Ondertussen, op de redactie’

De toekomst van de bioscoop

Ondertussen, op de redactie:

De toekomst van de bioscoop

SJOERD:

Hallo allemaal,

De eerste opleving van de eerste golf van het coronavirus herinnert er weer aan dat de pandemie voorlopig aanblijft. Ondanks dat we in Nederland een belangrijkere discussie hebben te voeren (over de groepsimmuniteitstrategie van de Nederlandse overheid) roept dat toch de vraag op hoe het de cinema verder zal vergaan.

Tenet (2020)

Tenet (2020)

Tenet trok niet bijster veel bezoekers en onlangs werd de release van de nieuwe James Bond-film wederom uitgesteld. Dus zelfs de blockbusters waar de grote studio’s het van moeten hebben laten voorlopig op zich wachten. En komt er straks een inhaalslag met moordende concurrentie? In Nederland kampen de bioscopen met een flinke teruggang in omzet, vooral funest voor de kleinere bedrijven. Ondertussen spinnen de streamingdiensten er garen bij.

Voor The Guardian is e.e.a. aanleiding om een discussie te starten over de toekomst van de cinema, in het bijzonder de releasestructuur en de bioscoop als plek van vertoning: https://www.theguardian.com/film/2020/oct/08/the-future-of-cinema-seven-experts-on-industry-now

Filmcriticus Wolfgang M. Schmitt ziet ook donkere wolken en vreest voor de toekomst: https://www.youtube.com/watch?v=LI7LsGl4Khg

Hoe hebben jullie zelf de afgelopen maanden de bioscoop ervaren? Maken jullie je ook zorgen? Hoe straks verder met de cinema?

Zelf ben ik sinds het IFFR niet meer naar de bioscoop geweest en mijd ik liever de festivals aangezien online m.i. geen vervanger is.

 

TIM:

Bij je aanzet moet ik denken aan de Ondertussen die ik enkele maanden geleden startte naar aanleiding van de rol van filmkritiek tijdens en na (?) de Coronacrisis. Natuurlijk spraken we in dat kader ook al over het bredere verhaal: de filmbeleving in bioscopen en filmtheaters staat op zichzelf al geruime tijd onder druk. Dat geldt uiteraard helemaal voor festivals op locatie. Ik was tijdens het schrijven van een vooruitblik op het Nederlands Film Festival meer tijd kwijt aan het overdenken van de implicaties van een ‘hybride editie’ dan aan de films zelf.

Nu het beleid weer aantrekt, neemt de druk alleen maar verder toe, en ik vind het op zijn minst bijzonder dat ik afgelopen week de Gouden Kalf-winnaar ‘gewoon’ nog op een groot doek kon zien. Voor mij is het geen probleem het filmtheater weer te bezoeken, ook omdat ik voldoende in de gelegenheid ben om overdag te gaan en zo minder snel stuit op ‘volle’ zalen. Wel moet ik wennen aan het verplicht achterlaten van telefoonnummers (hoor ik nog iemand over AVG?, de ironie) en zie ik mezelf een stuk minder (of misschien helemaal niet meer) gaan als men in Nederland nog definitief zou zwichten voor een mondkapjesplicht in de zaal (dat is nu nog een ‘dringend’ advies voor de wandelruimtes). Dat meer mensen er zo over denken, hebben de uitbaters in België al moeten ondervinden, waar de omzet naar verluid flink terugliep toen men landelijk eenmaal had besloten dat het masker alleen nog maar af mocht voor een slok cola of een hap popcorn. In zo’n situatie worden streamingdiensten ineens toch weer extra aantrekkelijk, hoezeer ik mezelf ook een voorvechter van de bioscoopervaring noem :)

Buladó (2020), winnaar Gouden Kalf beste film

Buladó (2020), winnaar Gouden Kalf beste film

Ik spreek hierboven vooral over mijn eigen ervaring, maar de situatie is onmetelijk zorgelijk. De grote releases worden keer op keer uitgesteld en dat sloopt de uitbaters, zeker als titels nog vaker naar On Demand gaan verschuiven. Je kunt geen klassiekers blijven uitbrengen, en naarmate de crisis in een zogenoemde ‘tweede golf’ verder aantrekt zal het aanbod niet de enige reden zijn dat kijkers thuis (moeten) blijven.

 

ALFRED:

We kunnen sinds juni met beperkingen en sinds juli met iets minder (maar nog steeds) beperkingen weer naar de bioscoop, maar wat zien we daar?

Films uit de oude doos, hervertoningen van recente en minder recente klassiekers. En ‘derderangs arthousefilms die zonder corona nooit in Nederland zouden zijn uitgebracht’, aldus Martin Koolhoven, toen we voor de deur van Eye Filmmuseum een sigaretje stonden te roken. Ik had die dag het programma van mijn favoriete buurtbioscoop bestudeerd en knikte instemmend.

Voor de filmliefhebber is het ontbreken van een gevarieerd en boeiend filmaanbod een probleem, zij het een luxeprobleem. Voor de bioscoopexploitant is het een serieus probleem. Wanneer de nieuwe James Bond nóg een keer wordt uitgesteld dondert het bioscoopwezen in de afgrond, stelt een publicist in The Guardian. Engeland is Nederland niet, maar het is geen reden om je schouders op te halen. Wat als Disney – goed voor veertig procent van de filmmarkt – failliete bioscoopketens opkoopt en aldus niet alleen productie maar ook distributie controleert?

Streamingdiensten waren voor corona al een bedreiging voor de bioscopen en floreren in de huidige situatie. Ze zijn (voorlopig?) de winnaar op dit speelveld. Disney+, de streamingdienst van Disney, heeft een krankzinnig bedrag vrijgemaakt om de koning van de onlinefilm-en-tv-platforms, Netflix, van de troon te stoten. Zo dreigt de entertainmentmoloch zelf een virus te worden dat alles aanvreet.

Terug naar het bioscoopbezoek. Dat kon deze zomer weer, al was het aanbod, zoals opgemerkt, beperkt. Mijn buurtbios zal het wellicht overleven, ze zijn eigenaar van het pand. Er waren grappige ervaringen, zoals het stel giebelmiepen dat vlak voor aanvang van Shirley kwam binnen stommelen. Ze begrepen niet dat de rijen stoelen met rode stickers niet bedoeld waren om op te gaan zitten. Ze waren overduidelijk niet op hun plek. En, je zag het aankomen, na een kwartier stonden ze op en stommelden weer naar buiten. Binnenpretje bij deze kijker.

Vooraf reserveren? Geen probleem. Anderhalve meter in de bioscoop? Ook geen probleem, voor de bezoeker althans. De exploitant kan met die anderhalvemeterbeperking maximaal een kwart van zijn capaciteit benutten. Ik probeer drukke plekken en dito momenten zoveel mogelijk te mijden en zag Tenet om half een ’s middags in (bijna) mijn eentje.

Maar het kan ook misgaan, bijvoorbeeld als je domweg vergeet te reserveren. Zo kwam ik als allerlaatste toch nog een Keuze van Koolhoven-avond in Eye binnen omdat een gereserveerd kaartje niet werd opgehaald. In de pauze bietste Koolhoven een sigaret en vertelde ik hem over mijn bijna-misser. Hij was ook verbaasd over de toeloop. Zijn maandelijkse avond in de kleine zaal was snel uitverkocht en verplaatst naar de grote zaal, die vervolgens ook uitverkocht.

Into the Night (1985)

Into the Night (1985)

Het kan dus wel, volle zalen trekken in tijden van corona. Koolhoven had een zelden vertoonde jarentachtigfilm geprogrammeerd (Into the Night van John Landis) en hield er een – onderhoudend, deskundig en leerzaam – praatje bij. Dat is wellicht waar Delphine Lievens, box office analist, in The Guardian op doelt, wanneer ze stelt: ‘De industrie kan hier van groeien.’

Door een ander soort film te vertonen, buiten de blockbusters van Hollywood. Familiefilms, lokale (lees: niet-Amerikaanse studio) films, animatiefilms, documentaires, speciale voorstellingen. En door een inleiding of een Q&A of iets extra’s rond de film te programmeren, als meerwaarde die de streamingdiensten niet bieden. Inderdaad, door film te presenteren zoals Martin Koolhoven dat doet. Dus door de kijker als liefhebber te behandelen, niet als consument. Want die blijven thuis of lopen na een kwartier weg, leert corona.

 

COR:

Voor mij is er qua film kijken niet veel veranderd door corona. In onze plattelandsgemeente staat weliswaar een bioscoop, echter die programmering is niet zo aan mij besteed. Een filmpje pakken in een naburige stad kost mij inclusief reistijd een halve dag. Die tijd kan ik meestal beter besteden, bijvoorbeeld door het kijken van twee films!

Thuis heb ik een grote tv met aardig geluid. In mijn eigen huiskamer kijk ik een paar honderd films per jaar. Als hoofdredacteur van deze filmsite kan ik veel films al kijken voordat die in première gaan. Verder put ik volop uit mijn eigen filmcollectie, streamingdiensten en films die op andere wijzen worden aangeboden.

Een groot doek mag dan wel de filmbeleving versterken, echter ik was al nooit echt fan om schouder aan schouder in een afgeladen bioscoopzaal te zitten, met links krakende chipszakken, rechts iemand die regelmatig zijn veel te lichtgevende mobieltje checkt of iemand achter je die op foute momenten, of gewoon irritant, lacht. Ook pré-Corona ging ik het liefst ‘s middags naar een bioscoop: heerlijk die hele zaal bijna voor jou alleen!

In mijn thuisbioscoop (gordijnen dicht, lampen en telefoon uit) bepaal ik zelf wel wie ik uitnodig, hoe relaxed ik voor mijn scherm zit en wat ik nuttig. Ook is het handig om een film om wat voor reden dan ook op pauze te zetten. Voor de meeste interessante films – in mijn geval vooral films uit de vorige eeuw – heb ik sowieso weinig in het gros van de bioscopen te zoeken. Dat neemt niet weg dat ik het verschrikkelijk zou vinden als vooral de kleine filmtheaters de deuren moeten sluiten. Ik houd trouwens mijn hart vast voor heel veel andere culturele instellingen.

Beyond the Forest (1949)

Beyond the Forest (1949)

Uit een crisis kunnen prachtige initiatieven verrijzen. Ook ik denk dat de branche nog veel beter haar best zal moeten doen zich van de streamingdiensten te onderscheiden. Dan denk ik niet aan trillende stoelen en rook bij rampenfilms of de mogelijkheid om met je vrienden of vriendinnen vanuit een jacuzzi te kijken naar een zomerblockbuster, maar eerder aan vlotte inleidingen en interessante napraatsessies aan de bar. Ik denk echter dat zulke initiatieven aan woonplaatsen als de mijne zullen voorbijgaan, omdat filmliefhebbers die zich graag willen verdiepen een steeds kleinere minderheid vormen. De grote steden daargelaten, vrees ik dat de bioscoopbezoeker post-Corona een nog grotere eenheidsworst krijgt voorgeschoteld.

In mijn thuisbioscoop staan vandaag nog twee films op het programma: Beyond the Forest (1949) en Payment on Demand (1951). Dat boek over Bette Davis zal er toch vroeg of laat moeten komen! :-)

 

BOB:

Misschien kijk ik iets te ver dan het coronaheden maar waarom niet… Want corona kan best wel eens de nagel aan de doodskist van de cinema zijn.

Laatst las ik over een sombere regisseur die zei: ‘Bioscoopbezoek dreigt uit te sterven.’ Ik weet niet meer wie het was maar daar zit wel iets in. De bioscoopervaring wordt als het ware van alle kanten aangevallen, waarvan veel dingen al zijn genoemd: streamingdiensten, problemen door corona, hype van series, thuisbioscopen, downloaden, games die films steeds beter imiteren (je speelt zelf ook nog de hoofdrol), En ook van binnenuit: de industrie die steeds wanhopiger trekt aan allang dode paarden (superheldenfilms tjokvol voorspelbare actie en arthousedrama tjokvol voorspelbaar drama). Die twee keurslijven zijn niet echt bevorderlijk voor de ontwikkeling van nieuw eigenzinnig talent.

Wat is dan nog de meerwaarde van een bioscoopbezoek, vraag je je af.

Misschien is de bioscoop wel de LP van de toekomst, dacht ik toen.

Mooie dingen keren vaak terug. De vinylhype van vandaag de dag (wie had dat gedacht in pakweg 2002)… publiek dat zelfs toneel bezoekt op z’n Shakespeares… jaren 50’s Diners in de VS… wie wil er geen Alfa Romeo uit 1960 hebben? Eigenzinnige bioscopen voor filmliefhebbers, bioscopen met een eigen signatuur, met gevoel voor geschiedenis: daar is een markt voor, ben ik het met Alfred helemaal eens. Een Rotterdammer wist mij te vertellen dat Kino nu al zo’n soort plek is. Ik had zelf jaren geleden ook zo’n ervaring met een liefhebbersbioscoop in Brussel.

Dat zal groeien uit wat we nu hebben. We moeten nu alleen even door een tussenperiode, waarbij we het ‘ecosysteem van de film’ langzaam zullen zien inzakken, zoals in het artikel in The Guardian staat.

Bullitt (1968)

Bullitt (1968)

Na pak hem beet nog tien magere jaren gaan we in 2030 weer voor het eerst naar net geopende piepkleine zaaltjes met aftandse stoelen (maar nu met superieure naar het lichaam vormende kussens). Dan bezoeken we liefhebberijvoorstellingen gepresenteerd onder bezielende leiding van de duo’s Martin en Alfred (even avonden) en Sjoerd en Tim (oneven avonden). Cors filmcursussen zijn dan maanden van te voren uitverkocht en ja, als men mij vraagt wil ik ook wel een paar Camera Obscura-sessies doen. Tegen die tijd kan cinema ook profiteren van de ontwikkeling van techniek. Alle films gerestaureerd in super-ultra-HD-kwaliteit. En in zintuiglijk opzicht kan de cinema nog best vorderen. Als mensen het goed leren doen… dus als je het rubber in de achtervolging van Bullitt bijvoorbeeld echt ruikt, en het geluid van piepende banden echt goed hoort, wil ik daar straks mijn vrije avond in 2030 wel aan opofferen. 

 

12 oktober 2020

 

Meer ‘Ondertussen, op de redactie’

Planeet van de sensatiebelusten?

Ondertussen, op de redactie:

Planeet van de sensatiebelusten?

RALPH:

Hoe kun je een kikker die in een put leeft de grootsheid van de oceaan duidelijk maken? Hij zal je niet begrijpen – Taoïstisch gezegde.

Ik zag onlangs Planet of the Humans en heb daarna e.e.a. gelezen over de film. Een film die veel (fijn)stof heeft doen opwaaien en ook onze recensent Sjoerd meekrijgt in het aanstippen van de kritiek die de film spuit op hernieuwbare energie.

Het zou de ogen van de ‘groenen’, de ‘duurzaamheidshippies’ en klimaatactivisten hebben moeten openen, maar zij worden nu weggezet als fundamentalisten die niet tegen kritiek kunnen. Want de film is sterk bekritiseerd vanuit de klimaat-activistische hoek. En terecht. Van Michael Moore is bekend dat hij jokt, bedriegt en op grote schaal manipuleert. Hij verstaat de kunst als geen ander om middels selectieve montage menig emotie op te roepen en het kritische denken bij de niet-ingewijden te doen versuffen en je mee te krijgen voor zijn boodschap. (In Bowling for Columbine leek het alsof hij bij het openen van een bankrekening een jachtgeweer kreeg en zijn Sicko is eveneens zeer selectief).

Jeff Gibbs doet weinig anders. Evenals Ozzie Zehner, ze hebben geld in de docu gestoken, zijn overtuigd van hún boodschap, dus hoppatee, open die registers! Het past naadloos binnen de factfree, posttruth samenleving onder Trump, de grootste jokkebrok van allen. Ik laat het  factchecken over aan degenen die er verstand van hebben, zoals Jasper Vis: https://jaspervis.wordpress.com/2020/05/01/ik-zocht-de-feiten-bij-de-film-planet-of-the-humans-van-jeff-gibbs-michael-moore-en-gooide-halverwege-mijn-laptop-in-de-tuin/

Mij gaat het hier over een ander punt. En niet eens het punt dat Jan Rotmans aansnijdt: https://www.trouw.nl/opinie/en-toch-heeft-michael-moore-een-punt-met-planet-of-the-humans~b639b0b4/

Evenals de makers stipt ook Rotmans de voortdurende groei aan. De filmmakers lijken zich vernieuwend te wanen in dat ze de bevolkingsgroei aankaarten en dat dit begrensd zou moeten worden, alsmede onze consumptie. Maar dit is inmiddels al gemeengoed om hierover te spreken.

Planet of the Humans

Ik bemerk in Sjoerds recensie eenzelfde cynisme als in de film. Haha niks werkt, we zijn gewoon met teveel en de energietransitie is onzin. Achter alle bewegingen zit uiteindelijk het grote (corrupte) geld. Kijk eens hoe ‘evil’ ze zijn en ze geloven ook nog in biomassa en moet je eens zien hoe slecht dat is! Lekker kort door de bocht, zodat je niet hoeft na te denken en ook niet hoeft te veranderen, want cynisme impliceert machteloosheid en machteloosheid geeft al aan hoeveel je er aan kan doen: niets. En met een nieuw sprookje gaan we het dan ook niet redden, want sprookjes zijn sprookjes en geen realiteit.

Daar die groeigedachte verweven is met het neoliberale gedachtegoed, zou een kritiek juist in moeten gaan op dat neoliberale doen en laten. Maar men lijkt de eigen kaders niet te zien, zoals de kikkers in de put die horen van een ‘oceaan’. Je kunt de groeigedachte letterlijk toepassen op de bevolkingsgroei of consumptie, maar da’s binnen het kader (erg slap trouwens dat er geen woord is gerept over de vleesproductie en consumptie in de VS. Dat zou van enige durf hebben getuigd, maar net als bij Al Gore, niets over deze ‘olifant’ in de Amerikaanse kamer) van het neoliberalisme.

De andere weg zit hem niet in het afzeiken van nieuwe technologie middels gedateerde beelden, maar in het ter discussie stellen van ons (economische) denken en te zoeken naar alternatieven of ten diepste te beseffen waar we inzitten en je dit niet ongemoeid laten.

PS: Ik moest ‘agitprop’ effe opzoeken trouwens. Wellicht een idee om sommige woorden van iets meer context te voorzien in onze recensies.

 

SJOERD:

Ik ben geen cynicus, maar een optimistische realist. In tijden van rampspoed komt naar mij idee het beste in de mens naar boven. Ik geloof dan ook meer in een Frank Capra-einde dan een Mad Max-dystopie, helaas wel met vele mensen minder op aarde.

Wat ik in de vele reacties op de film bespeur is een defensieve houding. Voorbij al het factchecken maakt de film invoelbaar hoe destructief ons industrieel systeem is. Dat kan nogal rauw op het dak komen van mensen die hun hoop hadden gevestigd op technologische oplossingen voor de ecologische crisis of als activist hun identiteit daaraan hadden verbonden. Ik kan me voorstellen dat mensen dan boos worden, zich verliezen in de details van de film of drogredeneringen in de strijd werpen. Interessant om te zien dat dat laatste vooral gebeurt door mensen werkzaam in de energiesector.

Planet of the Humans

Dan lijkt me dat Planet of the Humans dus toch iets goed doet. Het confronteert mensen met het feit dat de huidige levensstijl niet meer door kan gaan. En daarmee een handreiking om de ecologische ramp een nieuwe plaats in je leven te geven en na te denken over alternatieven.

PS: Wat er ‘neoliberaal’ is aan het bekritiseren van de groeigedachte ontgaat mij. Volgens mij is bijvoorbeeld de degrowth beweging beïnvloed door onder andere E.F. Schumacher toch verre van dat.

 

COR:

Net als politici moeten documentairemakers het hebben van hun geloofwaardigheid. Het is daarom nooit handig (ook al zijn het misschien details) onnauwkeurigheden en gedateerde info gepaard te laten gaan met de boodschap van je verhaal.

 

TIM:

Kritische deconstructies van kapitalisme en hypocrisie juich ik alleen maar toe – daar kun je immers over praten, of het argument nu volledig sluitend is of niet. Het is van groot belang dat thema’s bespreekbaar blijven. Dus natuurlijk moet een documentaire als deze gemaakt kunnen worden. Dat sommige klimaatactivisten (https://www.nrc.nl/nieuws/2020/04/30/klimaatactivisten-eisen-verbod-op-nieuwe-film-michael-moore-a3998390) Planet of the Humans klaarblijkelijk willen laten verbieden, is waanzin.

De documentaire raakte mij ten dele kwijt door de duidelijke Moore-trucjes (ja, Jeff Gibbs, maar onder de mantel van Moore is de vraag naar de autonomie van deze regisseur een interessante), die afdoen aan de argumentatie. Ik moest stiekem ook even grinniken toen een door Gibbs bezocht festival een grote dieselgenerator achter had staan, maar daar win je geen enkele oorlog mee.

An Inconvenient Truth

De échte nekslag: het schuldgevoel dat het publiek wordt opgelegd, in een argumentatief kader dat zich gemakkelijk zou lenen voor eugenetische praktijken en ecofascisme. “We zijn met te veel”, stelt Gibbs letterlijk; nadat hij zijn vizier heeft gericht op corporaties en machtsmisbruik, richt hij zich in zijn slotbetoog impliciet tot de kijker. Toen was ik er direct klaar mee. Houd je dialectische antwoord op An Inconvenient Truth (kennelijk zijn daar nu zelfs twee delen van) voor jezelf en had je beperkt tot een meer volwassen vormgegeven discours rond de rol van grote spelers.

 

ALFRED:

Overtuigen op basis van een enkelvoudig gezichtspunt noemt men framing.

Overtuigen op basis van geselecteerde informatie noemt men spin.

Overtuigen op basis van positieve (nieuwe) kenmerken noemt men marketing.

Overtuigen op basis van negatieve (bekende) kenmerken noemt men agitprop.

Overtuigen op basis van bewust onvolledige informatie noemt men propaganda.

Overtuigen op basis van onjuiste informatie noemt men nepnieuws.

De begrippen kunnen elkaar uiteraard overlappen. Agitprop is een vorm van propaganda, marketing gebruikt vaak spin. Met betrekking tot Jeff Gibbs’ De planeet der mensen: kiest u maar.
Eén ding is duidelijk, de kijker wordt schaamteloos gemanipuleerd.

Blijf gezond, en kritisch.

 

SJOERD:

Tim, overbevolking in een adem noemen met ecofascime is een vrij gemakkelijk stromannetje.

 

TIM:

Precies wat ik zeg: Gibbs’ lompe, als spontane meditatie verpakte slotbetoog laat zich in potentie ‘oppikken’ in deze kaders. Of dat daadwerkelijk ook gebeurt, is een andere kwestie, maar ik had de suggestie in spe er liever niet in gelezen.

 

SJOERD:

Het lijkt er op dat je zelf meteen die link legt. Overbevolking is echter naast overconsumptie ook een serieus probleem.

 

YORDAN:

Ik sluit me aan bij Gibbs sceptische houding tegenover technologie. Technologie als oplossing voor ons ecologisch probleem is te vergelijken met iemand die wil afvallen en stopt met het eten van koek en chocola, om vervolgens zoveel “gezondere” snacks te gaan eten dat het eigenlijk geen effect heeft. Als je wilt afvallen, moet je minder eten. Zo simpel is het. We kunnen onszelf niet uit de problemen kopen.

Ik ben het verder ook eens met het idee dat overbevolking de drijvende kracht achter het probleem van overconsumptie is. Het demografische transitiemodel biedt ons wel een antwoord op dat probleem: verdeelde welvaart zorgt voor een bevolkingsafname. De VN voorspelt dat de 12 miljardste mens nooit geboren zal worden.

Mad Max: Fury Road

Als corona mij iets duidelijk gemaakt heeft is dat we allemaal in het zelfde schuitje zitten en je blind staren op nationale verhoudingen en nationalisme nergens toe leidt. De problemen van onze tijd vragen om internationalisme. Inkomensongelijkheid aanpakken op internationaal niveau is denk ik niet alleen een morele verantwoordelijkheid historisch gezien, maar ook waarschijnlijk één van de belangrijkste oplossingen voor onze ecologische en geopolitieke problemen.

En ja, anders gaan we naar een wereld zoals in Children of Men of Mad Max. Ik ben dan wel bang dat in zo een cinematische wereld, documentaires over de realiteit veel interessanter zullen zijn dan fictie. Fantasieverhalen zullen dan gaan over die saaie oude wereld waarin je nog zorgeloos onnodig kon consumeren.

 

RALPH:

Mijn idee was om aan te kaarten dat fakenews kwalijke vormen aanneemt, met name in sensationele docu’s. Hoewel ik de boodschap onderschrijf, is een ander voorbeeld daarvan The Game Changers, waar de vegan-lifestyle als absoluut beter wordt voorgesteld dan de carnivore lifestyle, waarbij aardig wat wetenschap aangepast werd en voorbarige conclusies getrokken werden (heb wel een maand lang vegan geprobeerd, maar vega is zoveel gemakkelijker en de mens is gesteld op diens comfort).

The Game Changers

Daarnaast dient een recensent (voor zover mogelijk) kritisch tegenover dergelijke docu’s te staan en moet deze misschien wel wat factchecken (niet alles, maar voldoende om diens punt te onderbouwen).

Enfin, wellicht zitten er goede reacties tussen, al heb ik ook op die van Yordan weer de meer inhoudelijke neiging om tegen dat idee van overbevolking in te gaan, want dat besteden we aan anderen uit. Indien jezelf een kinderwens hebt, dan geldt de roep om minder mensen ineens niet. De mens is hopeloos inconsequent.

 

18 mei 2020

 

Meer ‘Ondertussen, op de redactie’

Zorg om verdwijnen filmkritiek terecht?

Ondertussen, op de redactie:

Zorg om verdwijnen filmkritiek terecht?

TIM:

Beste collegae,

Schreven we in een vorige ‘Ondertussen’ nog enthousiast – en in beginsel ook wel degelijk terecht – over de vele toegangswegen tot een schier eindeloos digitaal thuisaanbod, bij ondergetekende begint het gemis van het grote doek alweer te prikkelen. Hoe leuk het voor sommige mensen ook mag zijn dat Pathé Thuis iedere 24 uur een filmcode vrijgeeft, en dat zo’n beetje iedere streamingdienst inmiddels met gratis aanbod en/of proefperiodes op de proppen is gekomen, voor mij is cinema zonder bioscopen en festivals nog niet eens het halve werk. Ik vrees alleen dat de huidige crisis het draagvlak voor deze manier van samenkomen in de (misleidende) marge al geleidelijk aan het wegnemen is. Ik verklaar me nader, en concentreer me op de rol van filmjournalistiek. Daar bedienen we ons hier immers ook van…

Ik hoef hopelijk niemand uit te leggen dat de huidige crisis een grote invloed heeft op de (al dan niet freelance) werkbezetting van journalisten die zich serieus bezighouden met film als kunst. Festivals gaan niet door of worden uitgesteld, releases zijn opgeschort en het schrijven over streaming- en thuisreleases krijgt een ongekende impuls. Die laatste ontwikkeling is logisch, en draagbaar zo lang het een tijdelijke norm betreft. We weten momenteel alleen niet hoe lang dit alles nog gaat duren, noch kunnen we gerust stellen dat films nadien exact in omloop gaan komen als vroeger. Als Cannes en Venetië dit jaar geen doorgang kunnen vinden, staat het gehele circus van productie, distributie, vertoning en ‘consumptie’ voorlopig nog wel even op stelten.

Film Comment

In dit vacuüm van onzekerheid verdwijnt film geenszins als medium. Het floreert juist. Mijn voornaamste vrees is alleen dat de toonaangevende filmkritiek definitief verdwijnt. Aanleiding voor het aanscherpen van mijn houding is een alarmerend betoog van de Belgische kortfilm-programmeur Michiel Philippaerts op de site van Film Fest Gent. Philippaerts duidt op welk een schrijnende wijze kwaliteitsblad Film Comment terloops de stekker uit de gedrukte versie trok, en hoe deze ontwikkeling samenhangt met de overname van Cahiers in Frankrijk en de (maatschappelijke) deconstructie van filmkritiek in het algemeen. Een bloeiende filmsector verenigt het kijken en het reflecteren, en doet dat noodzakelijkerwijs niet alleen in de huiskamer, maar ook in een gemeenschappelijke setting. Nu die setting wegvalt, wordt het voor kwaliteitsmedia (noem ze ‘anti-clickbait’, noem ze tegenstanders van kunst als product) en filmjournalisten die al worstelden alleen nog maar lastiger het hoofd boven water te blijven houden. We zien de eerste scheuren al ontstaan, en ik voorzie een mogelijke aardbeving.

Deze laatste opmerking is absoluut niet bedoeld als een angstkreet uit vermeend eigenbelang. Het gaat hier om veel meer dan het verlies van werk en/of prestige: een algehele degeneratie van de (westerse) filmcultuur, die in mijn ogen al tijden terug is ingezet, speelt de gretige algoritmen van Netflix alleen maar verder in de kaart.

Herkennen jullie mijn zorg? Of zie ik onnodige leeuwen en beren op mijn weg? Ik sta open voor jullie inzichten.

 

SJOERD:

De pandemie is geen externe schok, maar een logisch gevolg van ons systeem (overbevolking, verstedelijking, globalisering). Terug naar normaal kan dan ook niet, dit is namelijk normaal. Het Coronavirus legt wel systemische aspecten bloot die eerder onbelicht bleven. Op filmgebied benoemt Tim zo’n aspect.

Ik herken zijn zorgen dan ook zeker. Het ontbreekt binnen de film steeds meer aan reflectie, doordat de manier van filmkijken verandert. Om filmcriticus Wolfgang M. Schmitts slagzin te parafraseren: “We kijken wel, maar we zien niets.”

Film herinnerde ons ooit net als elke kunstvorm aan onze gebreken, aan onze vervreemding in een steeds meer door intellect geregeerde wereld. Maar tegenwoordig is film vooral zelf een vorm van vervreemding. Het is een adempauze tussen het slapen en de niet-essentiële baan in. In plaats van een film zoals Tim zegt te beleven op gemeenschappelijke wijze is filmkijken een geïndividualiseerde opeenstapeling van ervaringen geworden.

Vandaar de opkomst van streaming, webdesign die bingewatchen in de hand moet werken of het stug afwerken van een serie op de telefoon tijdens spitsuur. Dat is wel kijken, maar niets zien. De bioscoop is een soort anachronisme geworden. En de kijker een dataspons.

De filmindustrie gaat hier ook in mee met de optimalisering van het aanbod. Dat betekent niet alleen gecalculeerde Star Wars-vervolgen, maar ook de standaardisering van een zogenaamd filmhuiscircuit waar de festivals een rol in spelen. In dat licht bezien is het misschien maar goed als Cannes en Venetië niet doorgaan. Eerstgenoemde beschaamde zich vorig jaar met het salonsocialisme van Parasite als winnaar. En Venetië overtoepte dat door de banale psychologie van The Joker te loven.

Filmfestival Cannes

De filmkritiek is ook niet immuun voor die degeneratie van het filmkijken. Op grotere kanalen lijkt men gratis adverteerders voor de filmindustrie en is het veelal “thumbs up/down” kritiek. Niet nadenken over een film, maar aangeven of deze een leuk avondje oplevert of niet. Geen wonder dat het grote publiek die taak liever crowdsourcet op IMDb of Rateyourmusic. Gelukkig zijn er nog kwaliteitsmedia zoals InDeBioscoop waar ruimte is voor een goede film ;)

De pandemie verandert dus niks wezenlijks, maar is wellicht wel een gelegenheid om die neerwaartse spiraal te keren. Met de kans dat we nog tot en met eind 2021 met Corona bezig zijn moeten we nadenken over alternatieven voor festivals, grote bioscoopzalen en het productieproces zelf. In verband met de ecologische crisis sowieso een goede, want mijns inziens is het van de zotte dat iedereen de halve wereld over moet vliegen voor festivals of producties.

Misschien valt er iets te leren van hoe film begon? Zo reisde men bijvoorbeeld rond met de projector op de kermis.

Overigens jureer ik op het moment voor het Cinélatino Festival Toulouse, dat ook niet doorging i.v.m. Corona. Online alle films afwerken, maakt de juryervaring ook een stuk minder, want ik zie mijn medejuryleden niet dagelijks op het festival. Dan mis je toch een heel stuk informeel overleg.

 

TIM:

@Sjoerd, als reactie op je eerste twee zinnen, die mijn verstand te boven gaan.

Er is niets ‘normaal’ hier, er is (in politiek en media) alleen sprake van normalisatie. Rutte heeft het niet voor niets over ‘het nieuwe normaal’ en MIT kopte enige tijd terug: ”We’re not going back to normal” (het stuk dat volgt kun je rustig angstaanjagend noemen – https://www.technologyreview.com/2020/03/17/905264/coronavirus-pandemic-social-distancing-18-months/). Mijn vraag is: was het ‘normaal’ voordat we het nieuwe normaal kregen? De meest belachelijke mediapraktijken en politieke status quo’s zijn de voorbije decennia genormaliseerd. Ik kan je Adam Curtis’ documentaire HyperNormalisation (2016) aanbevelen – integraal terug te vinden op YouTube.

 

BOB:

Een Ondertussen! Ik kan toch niet naar de bollenvelden fietsen vandaag, laat ik ook een keer mijn steentje bijdragen.

1: Ik ga mee met Tim dat ‘hypernormaal’ al de nieuwe normaal was (en ja, HyperNormalisation is steengoed, link for the lazy).

Ik mis al jaren het eigenwijze en toch ook baanbrekende dat veel films en kunst uit de twintigste eeuw kenmerkt. Imagine bezoeken, IFFR bezoeken: het hoeft allemaal niet meer zo nodig van mij. Zoveel films zijn zo ongelooflijk gemiddeld.

Dat is dus de paradox van deze tijd, denk ik. We hebben het er bij Ondertussen vaker over gehad. Ik vind de stroom celluloid in elk geval steeds vermoeiender. Satirisch: nauwelijks. Eigen stijl: ouderwets. Eigenzinnig: mwah. De ‘markten’ consumeren die stroom wel gretig en juist de films die willen afwijken vliegen kansloos richting de eeuwige jachtvelden van de cinema.

2: Ben het ook eens met Sjoerd: mensen in de filmwereld zouden meer op hun eigen prestaties moeten reflecteren. Doe eens een keer iets anders – iets tegendraads, iets vreemds. Zet eens à la Orson Welles ‘een stap in het duister’. Laat je filosofie spreken zoals Buñuel. Zij zitten toch in dat vak, zou je zeggen, maak er dan wat van, wees niet zo gruwelijk ‘perfect’.

3: Sommige dingen zijn groter dan kunst en film.

Oei die crisis die eraan komt. 6 miljoen werklozen per week in de VS: dat is zelfs in de crisis van 1929 niet vertoond. Allerlei wankele economieën worden wankeler. En dan is er nog zoals Sjoerd terecht opmerkt de klimaatcrisis.

Wie zal de komende jaren nog oog hebben voor iets als filmkritiek? Prioriteit nummer 50.000 voor de meeste mensen. Misschien verschijnt er ooit in 2065 een prachtig boek: Filmkritiek ten tijde van de grote crises van de jaren twintig (wie weet zelfs met paragraaf over IDB?). Maar nu even niet.

Claire Bretecher

Daarnaast: kunnen we niet met wat minder van die toonaangevende filmkritiek? Ik lig minder wakker van het drama rondom Film Comment of de Cahiers. Er is, lijkt mij, juist meer filmkritiek dan ooit. Dat gaat van een flutbijdrage op IMDb tot een essay op Senses of Cinema. Ik ben daar juist blij mee. Beide partijen kunnen wat van elkaar leren. (Wijlen Claire Bretecher heeft hier nog een schitterende tekening over gemaakt.)

Bovendien: zijn wij zelf niet ook een beetje die filmkritiek? Zolang wij bestaan, en Cor ons zo geweldig faciliteert met IDB, is onze unieke stem er in elk geval nog.

Misschien bieden de jaren dertig, veertig, zeventig hoop. Ellendige perioden met sublieme cinema. Gerommel in de wereld lijkt vaak een goede creatieve voedingsbodem te zijn: een gelukkige bijvangst van een ongelukkige situatie. Dus over tien jaar een nieuwe gouden generatie van filmmakers die nog niet eens waren geboren toen Pulp Fiction werd gemaakt? Wie weet.

Steentje bijgedragen. Ik ga verder met niet ergens heen gaan.

 

TIM:

Bob, dank voor je reactie.

Laat ik nog even de nadruk verleggen: het gaat mij niet eens zozeer om het verlies van zogeheten ‘gevestigde’ filmkritiek – dat zegt immers iets over status en prestige, en niet per definitie altijd over inhoud. Wel vind ik de teloorgang van de gedrukte Film Comment oprecht een gemis, en de manier waarop zeer zorgwekkend.

Ik zie het verlies van deze media alleen wel als voorbeeldig voor een groeiend gebrek aan publiek en cultureel-politiek draagvlak en interesse voor filmkritiek in het algemeen. In mijn startbericht leg ik uit waarom ik denk dat dat er niet beter op gaat worden. Zoals Sjoerd en Bob allebei terecht aanstippen, zijn er nog genoeg goede online alternatieven – maar die vragen wel om lezers – en draagvlak, én idealiter ook om een bloeiende filmcultuur. Een focus op oudere, relatief ongeziene pareltjes, zoals we nu doen met de rubriek Rewind, is een mooi en terecht initiatief.

REWIND

Op metaniveau blijf ik echter wel bij mijn punt dat ik vooral verval signaleer, ook al moet ik Bob volledig gelijk geven als hij stelt dat film(kritiek) voor velen ook gewoon even geen prioriteit meer is.

 

ALFRED:

Waarde collega’s,

Ik ben somber over film en filmkritiek. Dat was ik al voor het virus toesloeg.

Film is, net als muziek, literatuur en nieuws, entertainment geworden. Cultuur is er voor vermaak, niet voor lering of loutering. Kunstenaars zijn tegenwoordig pleasers, geen ontregelaars.

Dat is niet van vandaag of gisteren. Nirvana werd in 1991 een mainstreamband dankzij de hit Smells Like Teen Spirit, met de rake regel: here we are, entertain us. Zo was het toen en zo is het anno nu in nog veel sterkere, zag maar gerust: verstikkende mate.

Uitzonderingen daargelaten, uiteraard. Maar we hebben het over een grote en langlopende ontwikkeling. Die is duidelijk: versimpeling en verkleutering. De Disneyficatie van het bestaan.

Daar heeft de onvolprezen Adam Curtis ook enkele vlijmscherpe docu’s over gemaakt. Tijd genoeg, dus kijk via YouTube vooral naar The Century of the Self (4 delen) en All Watched Over by Machines of Loving Grace (3 delen). Hier een voorproefje.

De kijker/lezer/luisteraar – de consument – is een passieve huls die zijn vermaak krijgt gevoerd, lepeltje voor lepeltje. Hij hoeft zelf niets te doen, niet na te denken, niet te reflecteren—alleen te slikken.

Volgens mij heb ik deze woorden van Aristoteles al eens eerder aangehaald, maar in dit verband komen ze opnieuw van pas: waarom zou je de ezel sla voeren als hij ook distels vreet?

Cynisch? Ongetwijfeld, maar niet cynischer dan de Disney’s van deze wereld.

Over filmkritiek heb ik me nooit illusies gemaakt. Dat is iets voor een beperkte groep lezers. Er is in Nederland minder dan een handvol journalisten dat kan leven van hun stukken en stukjes over film. Cahiers du Cinéma heb ik altijd erg incrowderig gevonden. Senses of Cinema is wel heel academisch.

Cahiers du Cinéma

Ondertussen maakt het virus af wat de voormalige VVD-staatssecretaris voor cultuur, Halbe Zijlstra, een jaar of tien geleden is begonnen: kaalslag in de culturele sector. Minister-president Rutte helpt in tijden van Corona ondernemingen groot en klein, zzp’ers en mkb’ers. Want de economie mag niet kopje ondergaan. Het woord ‘cultuur’ heb ik hem de afgelopen weken echter niet in de mond horen nemen. Niet één keer.

Kunst heeft – buiten vermaak – geen direct praktisch nut. Hier citeer ik de pater familias uit Ozu’s Early Summer: het zijn de nutteloze dingen die het leven glans geven.

Afwachten of er na Corona nog een filmindustrie is, in Nederland en elders.

 

SJOERD:

Wat kleine toevoegingen op de reacties van anderen.

Net als Alfred wacht ik ook af of er nog een filmindustrie is straks. We zijn al over de top heen qua gemakkelijk te verkrijgen energie, dus zal in het langzame proces van energy descent nog wel prioriteit worden gegeven aan filmproducties? Misschien wel, zelfs aan het eind van de Tweede Wereldoorlog maakten de Duitsers nog dure spektakelstukken.

Bob zegt terecht dat er meer filmkritiek is dan ooit, maar daar zit ook een probleem. Vroeger werd kwaliteit nog enigszins gefilterd door redacties, nu kan iedereen zijn zegje doen op IMDb of YouTube. In de augiasstal van het internet wordt het zo iets lastiger om de parels te vinden.

 

PAUL:

Nu er na de paasdagen nog gelegenheid is ook een reactie van mij.

Er is het nodige gezegd over uiteenlopende onderwerpen, maar ik zal me beperken tot het reageren op één door twee personen betrokken stelling.

Alfred en Sjoerd betwijfelen of er na de Coronacrisis nog een filmindustrie is. Daar maak ik me helemaal geen zorgen over. Sterker: ik voorspel dat die industrie na een onvermijdelijke tijdelijke dip juist opnieuw gaat boomen. Corona grijpt diep in in het leven van zowat alle wereldburgers, tot en met onze positie ten opzichte van elkaar (letterlijk!). Dat soort veranderingen zijn altijd een bron van nieuwe kunst geweest, inclusief de niet altijd voorop lopende filmkunst.

Five Feet Apart

Die dip gaat een tijdje duren. Dat wel. Niet alleen omdat grote festivals niet doorgaan, maar omdat films maken gewoon lastiger is geworden. (Hou maar eens anderhalve meter afstand op zo’n set, bijvoorbeeld). Filmmakers vinden daar echter wat op, die social distancing is niet voor eeuwig en het kan ook nieuwe cinema opleveren. Dat laatste geldt ook voor uitgestorven stadspleinen en tot intensive care omgebouwde veldhospitalen.

Tim was deze redactiediscussie begonnen om de filmkritiek. Dat zijn wij zelf eigenlijk. Er zal straks genoeg werk aan de winkel zijn als Die Neue Welle van Cinema Corona volledig is losgebarsten. Gaan we niet overspoeld worden met mainstreammelodrama’s waarin ‘zorghelden’ als protagonisten functioneren, terwijl er ook hele andere verhalen verteld moeten worden? Ik zou zeggen: ziek uit en doop uw pen vast in vitriool! 

 

15 april 2020

 

Meer ‘Ondertussen, op de redactie’

Bioscopen gesloten. Wat nu?

Ondertussen, op de redactie:

Bioscopen gesloten. Wat nu?

COR:

Beste collega’s,

In verband met het Coronavirus zijn de filmtheaters minimaal de komende drie weken gesloten. Gelukkig kan de filmliefhebber nog online recente films kijken (bijvoorbeeld op Picl.nl) en grasduinen in de eigen collectie.

Hoe gaan jullie de komende tijd je behoefte aan het kijken van films bevredigen? Hebben jullie tips voor onze lezers?

 

ALFRED:

Waarde filmvrienden,

Het klinkt misschien gek, maar zo’n verplichte pauze naar aanleiding van het virus kan heilzaam werken. Voor het milieu uiteraard, vanwege verminderde economische activiteit. En voor mensen kan het ook geen kwaad om even uit de dagelijkse rat race te stappen. Is er opeens tijd voor dingen waar we al veel te lang niet aan toe zijn gekomen.

Zo heb ik me voorgenomen om het complete oeuvre van Stephen King te lezen. Dat zal me bezig houden tot ver voorbij het EK voetbal en de Olympische Spelen die wellicht niet doorgaan. Eerlijk gezegd verheug ik me een beetje op een sportloze zomer.

The Postman Always Rings Twice (1946)

The Postman Always Rings Twice (1946)

Toen de Nederlandse voetbaldames vorig jaar klaar waren met hun WK, had ik opeens reuze zin in film noir. Geen idee waarom en YouTube hielp enorm. Daar zijn een immens aantal rechtenvrije films uit de gloriejaren van het ‘genre’ te vinden. Naast obscure titels voor noir-fanaten zijn daar ook klassiekers als Out of the Past, D.O.A., The Breaking Point, Kiss Me Deadly, The Killers, Deadline – USA, Pickup on South Street, Naked Alibi, The Big Sleep, The Big Clock, The Postman Always Rings Twice, The Killing (Kubrick!), The Hitch-Hiker, The Maltese Falcon, Gun Crazy en nog veel, heel veel meer – waaronder een aantal zelden vertoonde noirs van Fritz Lang – te vinden. Of ze er een jaar later nog staan, heb ik niet nagekeken. Regelmatig verdwijnen er titels omdat de rechthebbende bezwaar heeft gemaakt.

Naast film noir staan er ook veel Amerikaanse en Engelse misdaadfilms uit de periode 1940-1960 integraal op YouTube. Zo zijn er vroege films van Douglas Sirk (Lured en Shockproof), Britse crime uit de oude doos, de Agathe Christie-verfilming And Then There Were None van René Clair, en heb ik kennis kunnen nemen van de Britse studioveteraan Basil Deardon en diens nog steeds overtuigende ‘London Underground’ kwartet. De eerste drie – Sapphire, (1959, moord en racisme), The League of Gentlemen (1960, ex-militair organiseert team voor bankoverval) en Victim (1961, homoseksualiteit en chantage, met Dirk Bogarde) – staan er integraal op. Van nummer vier, All Night Long (1962, Othello in jazzclub), moeten we het met de trailer doen. Mij hoor je niet klagen.

Dan heb ik het nog niet eens gehad over de vracht aan filmdocumentaires op YouTube. Profielen van regisseurs en acteurs/actrices, vooral uit de tijd van het klassieke Hollywood, genreverkenningen (western, film noir, soundtracks) en nog heel veel meer—allemaal gratis en voor niks te zien voor een ieder die daar zin in of behoefte aan heeft. Wat een luxe.

En dan kan ik ook nog eens gaan grasduinen in de dozen met dvd’s en dvd-boxen die elders in huis staan. Ik heb ooit in een vlaag van gekte een paar honderd westerns op dvd aangeschaft. Nog niet allemaal bekeken, gaat nu gebeuren.

Weet je wat, ik ga de complete Wrekers-reeks, met Patrick Macnee en Diana Rigg, nog een keer kijken. Ik verheug me nu al op het vierde seizoen, het eerste, in zwartwit, met Diana Rigg als Miss Peel. Vooral op aflevering 21: A Touch of Brimstone. Waarom? Check deze link.

Ben benieuw hoe jullie al die extra schermtijd gaan vullen. Ik hoor het graag en houd me aanbevolen voor tips.

 

SJOERD:

Net als Alfred zie ik ook lichtpuntjes in de pandemie, want het is goed voor het milieu en wellicht dat mensen nu een keer stil gaan staan bij wat werkelijk belangrijk is in het leven. Neemt niet weg dat we een heftige periode tegemoet gaan. Ter educatie misschien maar weer de Capracorn-films kijken, want het optimisme wat uit die films straalt hebben we zeker nodig de komende tijd. Naast It’s A Wonderful Life zijn films als Meet John Doe of Mr. Deeds Goes To Town ook aanstekelijk in hun geestdrift. You Can’t Take It With You bevat mooie kritiek op de kantoorbanen die blijkbaar ook prima thuis kunnen nu. Voor wie van tenenkrommend Amerikaans chauvinisme houdt is daar nog Mr. Smith Goes To Washington, inclusief theatraal filibuster einde.

Conte d'automne (1998)

Conte d’automne (1998)

Ik zou eigenlijk naar een Frans filmfestival gaan om te jureren, maar nu dat niet doorgaat ga ik wel door met mijn project om veel Franse films te kijken. Eric Rohmer is tot nu toe een goede manier gebleken om mijn Frans bij te spijkeren. Favoriet is op het moment Conte d’automne. Verbluffend hoeveel spanning Rohmer op weet te bouwen rond zulke mondaine taferelen.

Daarnaast heeft het Eye filmmuseum een heleboel films van 1900-1920 online staan in goede conditie . Daar ben ik me ook doorheen aan het ploegen om wat meer kennis over vroege film te krijgen. Onder andere Meliès-copycat Segundo de Chomon, die desalniettemin wel charmante trucagefilms heeft gemaakt.

Ter ontspanning ook maar weer wat favorieten opzetten om in te verdwalen, zoals The Beach Bum of Dazed & Confused.

 

RALPH:

Ik herken wat Sjoerd en Alfred al reeds schreven. Ik heb mijn dvd-kast weer eens met compassie aangekeken. Ik kwam zowaar de Apu-trilogie van  Satyajit Ray tegen. Deze periode is een mooi moment om es een zooi dvd’s te bekijken en daarna maar weer eens weg te doen. En boeken, ik ga me eens wagen aan Het Bureau van Voskuil.

 

TIM:

De huidige situatie vraagt om exceptionele maatregelen. Op filmvlak slaat de ironie toe. Festivals en bioscopen die zich de afgelopen jaren naarstig zijn blijven verzetten tegen de geleidelijke opmars van o.a. downloads en streaming, (lees: de ‘thuisbioscoop’ in welke vorm dan ook) staan om compleet onverwachte redenen machteloos. In Nederland moet Picl de kar van de distributeurs ineens volledig (?) trekken, en terwijl Cineville bezig is met een tijdelijk online initiatief voor abonnees, zien geplande festivals duivelse dilemma’s tegemoet.

Movies That Matter werd zo overvallen, dat er echt geen ruimte was voor het overwegen van een online aanbod. Dat past ook helemaal niet bij de opzet van het festival en de intenties van de organisatoren, luidde een statement. Wat Imagine en MOOOV (bij onze zuiderburen) gaan besluiten, kan alleen de toekomst uitwijzen. Ik woon zelf nabij Gorinchem, waar jaarlijks (met het vizier op ‘wereldcinema’) het IFFG (Internationaal Filmfestival Gorinchem) georganiseerd wordt. Zij hebben nu geen keuze. De programmaboekjes kwamen net van de drukker.

Ik moet wel zeggen dat het nog een beetje als een gek vooruitzicht aanvoelt om de komende tijd zélf dan maar zoveel mogelijk dingen te gaan kijken en lezen waar ik eerder niet aan toe kwam. Een logische impuls, daar niet van; ook hier is de hoeveelheid beschikbare titels het probleem niet. Toch zijn er ook zoveel andere zaken die mijn aandacht vragen: veel studie en onderzoek gebeurde sowieso al vanuit huis, en ik sluit me ook niet af voor de (elkaar in rap tempo opvolgende) maatschappelijke ontwikkelingen. Alhoewel dat met de sensatielust en kapitalistische perversie van de meeste media een zeer vermoeiende opgave is.

28 Days Later... (2002)

28 Days Later… (2002)

Wie gezond wil blijven, moet nu thuisblijven. Wie daar lak aan heeft ook. Maar wie zich te veel aan de doorgeslagen informatiestroom blootstelt, wordt net zo goed ziek. Dan zijn die films en boeken zo gek niet. En liever even geen Outbreak (1995), 28 Days Later… (2002), Resident Evil (diverse), The Happening (2008) of Contagion (2011). Heb je een spelcomputer, dan kun je je zelfs verlustigen aan Plague Inc. (2012), waarin je speelt als een pathogeen dat de mensheid moet uitroeien. Wie vertelt me dat dit een mislukte grap is? Ik moet eerlijk zeggen, ik was al langere tijd klaar met de meeste titels die me op voorhand lekker maakten met ‘post-apocalyptisch’ of ‘dystopisch’. Daar was dit virus niet eens voor nodig. Er is te veel (Hollywood-)materiaal dat hetzelfde ‘amusement’ brengt.

Houd jullie taai met al die mooie kunst die er voorhanden is, van huidige en vroegere tijden. De noirs van Alfred, of de Apu-trilogie van Ralph. Sjoerd, ik verkies Rohmer heel graag boven een herziening van The Beach Bum;) De coffeeshops zijn nu gelukkig ook dicht. Kunnen alle fans van Korine’s laatste mooi beginnen met afkicken.

 

BOB:

Stilstaan bij het leven en veel films kijken! Klinkt als een droom :)  Voor mij nu eerder het tegenovergestelde, erg druk. Alleen tijd voor een Camera Obscura zo nu en dan (had pas een episode over virussen gedaan, voor de liefhebber).

Gisteren nog via een Camera Obscura-film de aparte acteur Thomas Milian herontdekt. Hij had een maffe geschiedenis. Vader Cubaans generaal, naar VS gevlucht, daarna 70’s filmster in Italië, speelde in poliziotto’s en spaghettiwesterns, altijd hyperintens. Bekeek zichzelf graag op het grote scherm. ‘Als ik in een film speelde, betekende dat een hoop geld.’ Dat soort ontdekkingen, daar hou ik van.

Veel filmplezier toegewenst, klinkt leuk allemaal :)

 

RALPH:

Tim schreef: “Er is te veel (Hollywood-)materiaal dat hetzelfde ‘amusement’ brengt.” Ik had onlangs college over Adorno en Horkheimers Dialektik der Aufkläring, waarin een interessante analyse uiteengezet wordt over Hollywood-cinema (nota bene in de jaren 40 al). Het illusie-theater dat Hollywood schept, presenteert altijd eenzelfde wereld. Wanneer heb jij een Amerikaanse film gezien met een duidelijk communistische of socialistische inslag, die ook nog eens mainstream werd? We krijgen altijd dezelfde meuk, of het nou alternatief is of niet en wie mij ongelijk kan geven, ik zie graag suggesties tegemoet.

 

La Flor (2019)

La Flor (2019)

MICHEL:

Nadat ik al maanden het gevoel heb dat het aanbod op MUBI niet bij kan houden, omdat ze simpelweg teveel goede films aanbieden, merk ik dat het huidige aanbod mij niet echt warm maakt. Erg jammer, maar misschien wordt het dan toch eens tijd voor 6-, 8- of zelfs 10-uur lange bezinning met één van de films van Lav Diaz die MUBI als losse rentals aanbiedt. Films waarvoor je een hele dag moet vrijhouden en waar het dus nooit van komt om er voor te gaan zitten. En voor wie dat niet lang genoeg duurt, is het 13,5 uur durende La Flor beschikbaar op IFFR’s eigen streamingdienst IFFR Unleashed. Waarom zij nog steeds niemand vertellen dat ze een mooie selectie films online hebben staan, is mij een raadsel.

 

TIM:

In reactie op Michel: ik ben al geruime tijd geabonneerd op MUBI, en het principe van 30 (gevarieerde) titels tegelijk, met dagelijks één vondst en één verwijdering, spreekt me nog steeds sterk aan. De laatste tijd (en dat is me ook wel eens eerder gebeurd) had ook ik een beetje last van het sentiment dat er niet genoeg titels bijkwamen die ik wilde zien. Mijn ervaring is alleen net zo goed dat er daarna áltijd weer schot in de brouwerij komt. Voor de gelegenheid dan mijn huidige watchlist van beschikbare titels:

-> The Servant (1963) van Joseph Losey (deze regisseur staat nu in de schijnwerper, dus er volgt nog meer)
-> Le Feu Follet (1963) van Louis Malle (óók een retrospectief, en deze klassieker zag ik in tegenstelling tot Ascenseur pour L’Echaufaud nog niet)
-> Three Quarters (2017) van Ilian Metev (draaide in 2018 op het IFFR)
-> India Song (1975) van Marguerite Duras

Misschien ook iets voor (sommigen van) jullie en voor de lezers?

The Servant (1963)

The Servant (1963)

 

ALFRED:

Ik had voor mezelf al een paar oplossingen bedacht, de ‘mind hive’ van InDeBioscoop komt met nog veel meer prima suggesties. Rode draad: streams. MUBI, Picl.nl, IFFR Unleashed, YouTube–het zijn allemaal online oplossingen.

Daar kan ik deze nog aan toevoegen: openculture.com voert als slogan ‘the best free cultural & educational media on the web’. Naast online cursussen en e-books zijn er meer dan duizend films te zien. En dat alles gratis, want ‘public domain’. Western, film noir, klassiekers, er is genoeg te vinden. Liefhebbers van Russische en Koreaanse cinema kunnen hun hart ophalen. Er staan 70 films in HD van de Russische studio Mosfilm, waaronder bijdragen Van Tarkovsky en Eisenstein. Het Korean Film Archive heeft meer dan honderd films online geplaatst. Allemaal toegankelijk via Open Culture.

Genoeg te zien dus, ook als de bioscoop op slot gaat. Het is altijd handig om van de nood een deugd te maken. Met deze kanttekening: er zijn ook genoeg zzp’ers voor wie de inkomsten op slag zijn weggevallen en nu dus wel iets anders aan hun hoofd hebben dan de vraag ‘Hoe vul ik mijn extra kijktijd met films?’

Hou je haaks!

 

17 maart 2020

 

Meer ‘Ondertussen, op de redactie’

Parasite Black & White had nooit IFFR-publieksprijs mogen winnen

Ondertussen, op de redactie:

Parasite Black & White had nooit IFFR-publieksprijs mogen winnen

 

COR:

Beste collega’s,

Parasite is de eerste Koreaanse film die in Cannes een Gouden Palm won. Deze genres overschrijdende rolprent gooit internationaal hoge ogen en zal ook wel een paar Oscars winnen.

In Nederland draaide de film al op de filmfestivals van Vlissingen en Leiden. Het IFFR in Rotterdam heeft de wereldpremière van de zwart-wit versie van Parasite – nadat regisseur Bong Joon-ho eerder Mother in zwart-wit had gelanceerd.

“Ik ben er zeker van dat iedereen een andere opvatting zal hebben over deze versie”, meldt de Koreaanse filmmaker. “Zelf vind ik dat alle personages er nog pathetischer uitzien, en dat het onderscheid tussen de drie verschillende ruimtes waar de families verblijven in al zijn grijstinten nog tragischer is.”

Volgens onze vrouw in Rotterdam, Suzan, zat de zaal bomvol Parasite-fans en maakt de film grote kans ook hier de publieksprijs te winnen.

Gaan we nu elke succesfilm in zwart-wit uitbrengen? Was het wel verstandig om de kleurloze versie van Parasite te laten meedingen in de polls? Moet Alfonso Cuarón van Roma nu maar een kleurenversie maken?

Parasite Black & White

 

ALFRED:

Persoonlijk ben ik blij met alle ophef rond Parasite: fantastische film (mijn nummer 2 van vorig jaar, als we aan jaarlijstjes hadden gedaan) en bovendien draag ik de cinema van Zuid-Korea een warm hart toe. Hopelijk zet het succes van Parasite de deur voor Zuid-Koreaanse films nog wat verder open; er is genoeg fraais dat het westen niet haalt en dat is ons gemis.

Parasite dreigt een regelrechte wereldhit te worden en dat is bepaald opmerkelijk voor een niet-Engelstalige film, die het afgelopen jaar op festivals wereldwijd met applaus is ontvangen en het krankzinnige aantal van 170 (!) onderscheidingen is toebedeeld. Regisseur Bong Joon-ho vliegt van talkshow naar interview en heeft nauwelijks tijd om zijn nieuwe film voor te bereiden. Tussen al het promotiewerk door werkt hij in hotel en vliegtuig aan een nieuw script. De regisseur is op dit moment meer verkoper dan filmer.

En dat verklaart mogelijk waarom Parasite nu opeens in een zwart-witversie opduikt. Het is marketing, uitmelken van manifest succes.

Is dit een idee van de regisseur? In dat geval, wat is zijn motivatie? Waarmee verkoopt hij deze zet? Wat voegt de zwart-witvariant toe? Is de oorspronkelijk versie dan niet goed genoeg? Waarom niet direct in zwart-wit gedraaid? Vragen en nog meer vragen.

Of is dit een idee van het marketingteam? Dat zou me niet verbazen, want ik heb marketeers slechts bij hoge uitzondering op een origineel en goed idee kunnen betrappen. Doorgaans ‘leent’ men van meer begaafde types, de creatieven, en hangt vervolgens de gebraden haan uit.

Wat me wel verbaast is dat IFFR een bewezen hitfilm in een gefilterde versie – want zwart-wit betekent in dit geval simpelweg een ander filter voor de lens – laat meedraaien in het circus rond de publieksprijs. Wederom, wellicht een marketingdingetje.

Het is armoede, een schrijnend gebrek aan creatieve ideeën. Hitfilm opnieuw uit in andere kleur? Non-idee.

Maar let op, men vreet het. De observatie van Suzan tijdens IFFR bevestigt het. Ik zou in dit verband Aristoteles willen citeren, of parafraseren: waarom zou je de ezel sla voeren als hij ook distels eet?

Parasite Black & White

 

TIM:

Suzans intuïtie heeft haar niet in de steek gelaten: op het moment van schrijven is enkele uren bekend dat Parasite Black & White (de versie rijmt nog ook) de BankGiro Loterij (!)-publieksprijs heeft gewonnen. Ik vind het, ik ben eerlijk plat, een vrij grote schande. Aan de prijs is een bedrag van 10.000 euro verbonden – dat gun je een film die maar één keer bestaat en zijn sporen nog niet elders heeft verdiend. De kwaliteit van Parasite an sich en het vermeende onderscheidingsvermogen van deze versie (die ik zelf niet ben gaan zien) doen in dit verband voor mij totaal niet ter zake. Als organisatie hoor je er in mijn ogen gewoonweg voor te kiezen de versie als een special treat te draaien en de scheurkaarten in de zak te houden. In dit geval kon je er donder op zeggen dat alle lyrische bezoekers de film naar de winst zouden stemmen.

Nu was ik eerder al sceptisch over de keuze om zó snel met een zwart-witversie te komen. De Black & Chrome-edition van Mad Max: Fury Road bleek een groot succes (en terecht), maar daar zat tenminste een langere periode tussen. Ook is het in de huidige situatie veel duidelijker dat er een een-tweetje is gescoord met de komst & masterclass van de filmmaker. Tijdens die sessie grapte Bong naar aanleiding van de onvermijdelijke ‘waarom’-vraag overigens dat hij zichzelf wijs wilde maken dat ‘ie een klassieker had gemaakt. Zelfspot kun je hem niet ontzeggen, maar de nasmaak blijft. Het commerciële plaatje tekent zich te scherp af – Alfred heeft er al genoeg over gezegd en voldoende vraagtekens geplaatst. Ik voeg er enkel aan toe dat geïnteresseerden op YouTube kunnen terugzien hoe de Portugese regisseur Pedro Costa (ter plaatse met zijn Vitalina Varela) op hetzelfde IFFR cynisch-kritisch oreerde over de rol van producers en marketeers in de filmwereld.

Parasite

 

COR:

Op de site van het IFFR laat Bong Joon-ho weten dat in zwart-wit de ‘personages pathetischer’ en de ‘locaties tragischer’ overkomen. In een interview met NRC voegt hij eraan toe dat de kijker nu “meer nuances ziet in het spel en op de gezichten van de acteurs”. De uitspraken van de regisseur neigen naar een wel heel simplistische manier om een doorzichtige marketingtruc artistiek te rechtvaardigen.

De Koreaan had beter iets kunnen zeggen in de trant van zijn Duitse collega Edgar Reitz die voor zijn bejubelde Heimat-kroniek wél een overdachte artistieke keuze maakte. “Zwart-witscènes werken om een of andere reden op het gemoed. Het is alsof men dieper in de ziel van de personen kan binnendringen. Zwart-witbeelden mobiliseren de onbewuste inhoud, zorgen voor een grotere nabijheid met de personen op het witte doek en worden makkelijker herinnerd. Kleurenbeelden zijn decoratiever en daardoor ook vaak moeilijker op te slaan in het geheugen.”

Het door Alfred geformuleerde begrip “uitmelken” lijkt in het geval van Parasite geheel op zijn plaats. Voor je het weet valt zo’n kwaliteitsfilm jammerlijk van zijn voetstuk. Ook ben ik het geheel eens met Tim die uitlegt waarom hij het “een vrij grote schande” vindt dat de zwart-witversie mocht meedingen naar de IFFR-publieksprijs. Juist door deze armoedige keuze slaat het IFFR de plank mis! Naast alle (gegunde) extra publiciteit en marketingopties, wilde het Rotterdamse filmfestival mogelijk het gebrek aan andere ‘grote’ filmtitels tijdens deze editie verhullen.

Parasite Black & White krijgt vanaf 13 februari zowaar een officiële bioscooprelease.

 

SJOERD:

Ik kijk uit naar de Parasite 1,5x snelheid versie.

 

6 februari 2020

 

Meer ‘Ondertussen, op de redactie’

Bizarro film: hoe, wie en wat?

Ondertussen, op de redactie:

Bizarro film: hoe, wie en wat?

ALFRED:

Ik wil het hebben over een bepaald slag films dat ontsnapt aan de vertrouwde categorieën. In Fabric, de nieuwe van Peter Strickland, is zo’n film die het postmodernisme voorbij is. Hij speelt met genres, mengt horror en komedie met satire en surrealisme, en is op sommige momenten bepaald bruut in zijn beelden. Ik noemde het, in het stuk over Strickland en zijn nieuwe werkstuk, bizarro film.

De term bizarro fiction is van recente datum. Hij komt uit de (Amerikaanse) literatuur en staat voor – ik vertaal het wiki-lemma – een eigentijds, dus eenentwintigste-eeuws, literair genre dat elementen van absurdisme, satire en het groteske (dus over de top), als ook popcultuur, surrealisme en genreclichés, gebruikt om vreemde, subversieve en vermakelijke werken te scheppen. Bizarro fiction is het postmodernisme duidelijk voorbij, het speelt daar een spelletje mee.

De films die ik, vooralsnog bij gebrek aan een beter woord, bizarro film of bizarro cinema noem, spelen ook een spelletje. Met de traditie, met de afspraken, met de bestaande genres, met de ‘gevestigde orde’. Ze willen ontregelen. Als reactie op de chaos en het absurde van het bestaan in de eenentwintigste eeuw, waarin alle vertrouwde waarden op los zand (b)lijken te zijn gebouwd? Als oefening in nerdy spitsvondigheid? Kijk mij eens, zie wat ik allemaal weet van de ‘canon’ en hoe ik daar mee kan goochelen? Als antwoord op gebrek aan coherente ideeën? Als schaamlap voor leeghoofdigheid? Elke regisseur zal zijn eigen redenen en motieven hebben.

Rubber (2010)

Rubber (2010)

Wie ik niét bizarro wil noemen, is Quentin Tarantino. Die is meta en postmodern, op stereotiepe wijze zelfs. De films van Quentin Dupieux daarentegen vallen zeker onder de noemer bizarro. Maakte Strickland een film over een moordende jurk, in 2010 kwam Dupieux met Rubber, over een moordlustige autoband. Wrong Cops (2013) gaat over, hoe kan het anders, foute flikken. En het even briljante als knotsgekke Réalité was in 2015 voor ons van InDeBioscoop de film van het jaar.

De Belgische regisseur Tim Wielants heeft ook zo’n film gemaakt, De Patrick. Die speelt op een nudistencamping, Wielants noemt het een kostuumdrama. Maar dan zonder kostuums. Zelf wijst hij op Bruno Dumont, de man van Ma Loute en tv-serie P’tit Quinquin, als voorbeeld, naast de films van Alex van Warmerdam en Jos Stelling.

Aan het werk van Dupieux, Dumont en Mielants kun je de films van Yorgos Lanthimos (The Lobster, The Killing of a Sacred Deer, The Favourite), de Mexicaan Amat Escalante (La región salvaje) en de Argentijn Benjamín Naishat (Rojo) toevoegen. En op strip gebaseerde tv-series als Preacher en American Gods, en de ultragewelddadige superheldenstatire The Boys. Allemaal voorbeelden van bizarro cinema. Het lijstje is verre van volledig.

Graag hoor ik jullie ideeën. Ben ik scheel of heb ik paddenstoelenthee gedronken? Zie ik geesten en moet ik mijn koortsige brein deppen met ijsblokjes? Of zien jullie gaandeweg en ongemerkt een nieuw genre of nieuwe stijl ontstaan, een stijl die onmiskenbaar en helemaal van deze tijd is? Als dat het geval is, laat me weten of jullie meer voorbeelden van bizarro cinema kunnen noemen.

 

SJOERD:

Een interessante aanzet van Alfred. Ik denk niet dat hij teveel paddenstoelenthee op heeft.

Films als In Fabric lijken terug te grijpen op wat filmtheoreticus Tom Gunning omschreef als de “Cinema of Attractions”. Waar narratieve cinema volgens hem draait om de absorptie in een op zichzelf staande wereld, draait de cinema of attractions om het tonen en stimuleren. Het heeft een exhibitionistisch karakter en de directheid maakt het aantrekkelijk voor de avant-garde. Denk maar aan The Man With a Movie Camera bijvoorbeeld.

Volgens Gunning was dit de vroege tendens van cinema, onder andere doordat het een soort kermisattractie was voor 1906. Daarna kreeg volgens hem de narratieve cinema de overhand. Of dit historisch allemaal accuraat is doet in ieder geval niet af aan deze bruikbare tweedeling.

In Fabric (2018)

In Fabric (2018)

Ik zou zeggen dat bizarro cinema zoals Alfred het omschrijft de kijker wil overdonderen met spektakel, op basis van het vrijelijk mixen van popcultuurelementen. Daarmee ligt wel het risico van navelstaarderij op de loer, iets waar In Fabric zich ook schuldig aan maakt (zie mijn recensie op Cine als ik mag linken naar een andere site ;)). In plaats van te reflecteren op het leven en de wereld worden dit soort films een reflectie op zichzelf. Wie de knipogen begrijpt, kan zichzelf op de borst kloppen. Het is een benauwend denken over een specifieke praktijk in plaats van over de wijde wereld. Wie de knipogen niet begrijpt, kan er niet zoveel mee.

Twin Peaks: The Return past ook zeker in de bizarro cinema. Het is een 18 uur durende verzameling YouTube-clipjes met David Lynch-stokpaardjes, pure stimulatie gebaseerd op chaos.

 

TIM:

Interessante aanzet, Alfred. Ze zegt iets over de wens (en misschien zelfs de nood) om groepen films samen te scholen en te categoriseren, maar net als Sjoerd denk ik niet dat je teveel paddenstoelenthee naar binnen hebt gewerkt. Bizarro cinema is een boeiende verzamelterm met grenzeloze cultpotentie, en de voorbeelden die je noemt helpen absoluut om me een idee te vormen. Had er nog niet eerder van gehoord; vul maar in of dat aan mij ligt of aan de (nog relatieve?) onbekendheid van de term.

Waar zit mijn weifeling? Enerzijds vraag ik me af of we sommige regisseurs niet teveel eer geven als we ze boven het postmoderne uittillen. Wanneer slaat een gebrek aan betekenis om naar een spel met datzelfde gegeven? Als zo’n spel zich al laat onderscheiden, rest telkens de kritische vraag of de regisseur hiermee daadwerkelijk iets nieuws vertelt, of dat deze ‘bizarro cinema’ enkel het aandeel versterkt van exhibitionistische filmmakers die vooral geïnteresseerd zijn in hun eigen (al dan niet absurde) referenties.

Een ander punt is dat ik postmodernisme an sich een ambigue term blijf vinden om regisseurs en oeuvres te omschrijven (laat staan een term die dat ontstijgt). Idealiter heeft een filmmaker altijd ‘iets’ te vertellen, hoe gefragmenteerd ook, als hij/zij alle vormen van deconstructie eenmaal voorbij is. Ik vraag me steeds af hoeveel filmmakers zichzelf écht postmodern noemen en hoe vaak het label van de criticus komt.

Suspiria (1977)

Suspiria (1977)

Om af te sluiten met een andere noot: voor mij was In Fabric onder meer Suspiria met mode, maar ik las naderhand dat juist deze inspiratie volgens Strickland niet bewust was geweest, ondanks zijn waardering voor Argento. Ben ik de enige die dat vreemd vind? Het geeft onder andere aan hoe lastig het soms kan zijn om referentiële films nauwgezet te ontwarren.

PS: Sjoerd, lees ik nu echt goed dat je Vertov’s The Man With a Movie Camera als een voorbeeld van Gunning’s ”Cinema of Attractions” ziet? Ik denk dat Vertov zich zou omdraaien in z’n graf ;)

 

COR:

In tegenstelling tot Sjoerd en Tim verdenk ik Alfred wel van het drinken van een aardige slok paddenstoelenthee. Ook ik kende de term ‘bizarro cinema’ niet, maar die komt vast uit het brein van iemand met een voorkeur voor sterkere middelen: ik gok ayahuasca.

Ook met een term als postmodernisme kan ik overigens bar weinig. Ik ken de beeldende kunst van Jef Koons en wat literatuur van Thomas Pynchon, maar wat moet ik met “postmodernistische films” als Monty Python and the Holy Grail (1975), Zelig (1983) en Holy Motors (2012) die in hetzelfde rijtje worden gepropt met The Blues Brothers (1980), Marie Antoinette (2006) en La La Land (2016)? Hier is overduidelijk sprake van meer dan slechts het drinken van bedwelmende middelen.

L'Âge d'or (1930)

L’Âge d’or (1930)

De door Alfred genoemde Rubber, Ma Loute en La región savalje mag je van mij best bizarro cinema noemen (ik lees simpelweg: films met een bizar tintje), evenals films als Skins en A Pigeon Sat on a Branch Reflecting on Existence (dat in geheel nuchtere toestand al krankzinnig genoeg klinkt). Volgens mij bestaat de gemeenschappelijk factor van deze als zodanig geïntroduceerde nieuwe kunststroming vooral uit een combinatie van absurdisme en surrealisme. Misschien is het in dit verband goed om toch maar (weer) eens Un chien andalou en L’Âge d’or van de plank te trekken. Bijna een eeuw oud zijn Luis Buñuels films zowel het postmodernisme als de bizarro cinema allang voorbij – nog voordat die stromingen überhaupt door iemand werden verzonnen.

 

BOB:

Een huis opruimen, ik heb het de laatste weken weer eens een keer gedaan en ik kan het iedereen aanraden. Alles bekijken of het je nog plezier geeft. Zo niet, dan weg ermee. Keihard zijn.

Zo ook met essayisme. Als ik alle essayisme opruim in mijn hoofd, verdwenen termen als postmodernisme en bizarro cinema en blijft er de liefde over voor mooie films, en die worden meestal gemaakt door ‘auteurs’, dat wil zeggen, mensen met een eigenwijze visie op dingen, en die iets nieuws willen proberen, meestal geholpen door hun voorbeelden, mensen uit het verleden die ook weer iets nieuws wilden proberen. En anderen vinden daar dan wat van, schrijven essays en verzinnen termen om die auteurs en hun ideeën op scherpzinnige wijze bij elkaar te kunnen voegen, waar je bijna van gaat stotteren, zoals het postpostmodernisme en postpostpostmodernisme.

We zijn een fijn voorbeeld van wat je in de biologie wederzijds parasitisme noemt. Wat moet een artiest in een wereld zonder reflecterende critici? Maar een wereld met alleen maar critici – oef, dan neem ik ook zo snel mogelijk mijn ruimteschip (aardeachtige planeten toch in overvloed vandaag de dag).

Het punt is soms dat het pad van experimenten na 100 jaar soms wel een beetje plat is gelopen voor de nieuwste auteurs. Dan komen we blijkbaar uit bij absurde horrorachtige films over dingen, zoals jurken, autobanden. Terecht ziet Alfred dat als iets nieuws. Het is ook iets nieuws. Een nieuw genre is geboren, bizarro cinema of spullenhorror, ik vind het allemaal prima, ik heb er net als Cor geen echt gevoel bij.

De Noorderlingen (1992)

De Noorderlingen (1992)

Wel kijk ik graag naar de bizarre fantasie die de bron is van die experimenten. Dat is die briljante bron waar het moois van Buñuel, Dupieux (Wrong en Realité vooral), Kaufman en Van Warmerdam vandaan komt. Fantasie met een scheut satire en absurdisme. Soms horror, soms komedie, vaak ongrijpbaar. Een van de stijlen waarin je het scherpst je auteurschap in kunt uitdrukken.

Het is alleen niet zonder risico. Publiek dat het vaak niet begrijpt (ik herinner me de nuchtere Hollandse reacties na Shinboru en Wrong nog goed), critici die het soms ook niet helemaal kunnen plaatsen. Maar wel artiesten die gelukkig zijn met hun maffe breinen en hier en daar een tevreden filmkijker. Dat houdt film levend!

Fijn weekend allen & als het te hard regent: ga eens lekker opruimen! Of een film kijken natuurlijk.

 

PAUL:

Misschien is het nuttig om twee in deze gedachtewisseling uitgezette lijnen, een hedendaagse en een historische, inhoudelijk nog wat steviger aan elkaar te knopen.

Het belangrijkste kenmerk van film is beweging. Dat wisten de surrealisten en zelfs hun voorgangers al. Wanneer beweging centraal staat, kan het onderscheid tussen levende (menselijke) wezens en bewegende, levenloze objecten vervagen. We zien het reeds in het pre-surrealistische Ballet mécanique (1924).

Als je dan die grote tijdssprong maakt, zie je dat niet alleen de beweging, maar ook de beweegreden (het motief) kan gelden voor zowel levende wezens als levenloze (?) objecten. In films, welteverstaan.

Halverwege die tijdssprong en ongetwijfeld veel goede voorbeelden overslaand, kom ik nog even langs The Love Bug (1968), één van de eerste films die ik als kind in de bioscoop zag. Protagonist was Herbie, een Volkswagen Kever met een eigen wil. Sloeg Herbie aan het moorden of verkrachtte hij weerloze Dafjes? Nee hoor, niets dat mijn tere kinderzieltje kon beschadigen. Herbie was een schattig karretje. Waarom ook niet?

The Love Bug (1968)

The Love Bug (1968)

En tegenwoordig maakt het geanimeerde object dan als moordlustige jurk of autoband zijn opwachting binnen de sjablonen van het horrorgenre. We hadden natuurlijk al Chuckie (Child’s Play (1988) en sequels). Maar een pop is nog een afgeleide van de mens. Terwijl we inmiddels zijn aanbeland bij het kwaadaardige ding an sich. De spullenhorror, om Bob’s term te gebruiken, die tot hem kwam toen hij zijn huis aan het opruimen was. Gezien de geijkte kaders waar het ‘nieuwe’ in is geperst, lijkt me die term geschikter dan het geflatteerd feeëriek klinkende bizarro cinema.

Alfred noemde in zijn aanzet echter ook De Patrick. Een nudistisch kostuumdrama, als ik het goed begrepen heb. Dezelfde weg wordt afgelegd, maar dan in omgekeerde richting. Huid is als textiel en daarmee krijgt het levende wezen in toenemende mate de eigenschappen van een levenloos object. Geen horror, dit keer. Dus toch bizarro cinema? Ach, etiketten…. Voor een nudist is een moordlustige jurk hoe dan ook de ultieme nachtmerrie.

 

ALFRED:

Dank voor de reacties!

Ik kan Cor geruststellen, verder dan nicotine en suiker gaat mijn zelfmedicatie niet en daar maakt de overheid zich al druk genoeg over. ‘Postmodern’ is inderdaad een vaak onkundig gebruikte en daardoor onbruikbaar geworden term. Over postmodernisme valt genoeg te zeggen, maar dat is niet het punt van deze Ondertussen.

Ik geef Bob groot gelijk dat hij zijn hoofd leegmaakt en alle theoretische (voor)kennis over genres, stromingen en stijlen voor even vergeet, wanneer hij een film gaat kijken. Zo maakt hij van zijn brein een leeg scherm waarop zijn verbeelding de film kan projecteren. Er is echter een slag films dat vals speelt. Het is een karaktertrek van de postmoderne film dat hij de kijker er juist toe aanzet – soms zelfs dwingt – om zijn filmkennis wél aan te spreken.

De prikkel daartoe zijn verwijzingen naar andere films of zichzelf, zoals Jean-Luc Godard, in de jaren van de nouvelle vague, via filmische kunstgrepen de kijker eraan herinnert dat hij niet uit het raam kijkt, maar naar een film. Niet iedereen herkent de verwijzingen, zoals ironie (tegenwoordig steeds vaker) niet altijd wordt begrepen. Wat geen regisseur zal weerhouden zo’n film te maken, alleen in de Disney-bijbel staat geschreven dat cinema een allemansvriend moet zijn.

Sjoerd vindt dat al dat verwijzen naar het medium zelf een tikje navelstaarderig en wereldvreemd. Op zich heeft Sjoerd wat mij betreft gelijk, dat spel met referenties kan ontaarden in een narcistisch spiegelpaleis dat heel tevreden is met zichzelf, maar tevens zo leeg als een lekke fietsband. Het is het verwijt dat honderd jaar geleden werd gemaakt aan de l’art pour l’art opvatting over schoonheid. Kunst als louter vorm is decoratie.

En veel eigentijdse film is inderdaad voornamelijk vorm, inhoudelijk leeg—film als entertainment, om de tijd te vullen. En dan rest er slechts spektakel. Of gezwijmel over esthetiek. Het is een van de redenen waarom ik mezelf dit jaar minder vaak in de bioscoop terugvond dan in voorgaande jaren.

Der Golem (1915)

Der Golem (1915)

Paul verwijst naar een belangrijke troop van de vroege cinema, het simulacrum. Denk aan De Golem (bezielde kleipop) of Der Student von Prag (spiegelbeeld dat uit de lijst stapt en dubbelganger wordt). Sciencefiction en gothic novel (Frankenstein) maken er eveneens graag gebruik van. Ook J. L. Borges, de Argentijnse auteur en vader van het postmodernisme, jongleerde met fictie en non-fictie, met echt en gespeeld. Honderd jaar terug was er vrees voor het simulacrum, tegenwoordig wordt het omarmd, is het zelfs iets om na te streven. Dat zegt veel over deze tijd.

Tim heeft wat mij betreft een punt als hij stelt dat het teveel eer is om sommige regisseurs kwaliteiten toe te dichten die ze vooralsnog missen. Geen enkele regisseur ziet zichzelf als een bizarro cineast of denkt: ik ga een bizarro film maken. Wat we in de bioscoop zien, zijn aanzetten van een nieuwe, eenentwintigste-eeuwse filmstijl.

Voor alle duidelijkheid, bizarro cinema is een stijl, geen genre. Zoals film noir en nouvelle vague een stijl zijn en geen genre. De in stilistisch opzicht vreemde vermenging van genres, vol popculturele (niet alleen film)verwijzingen, is relatief nieuw. En in dat opzicht kenmerkend voor het huidige, chaotische, multifocale post-9/11 tijdgewricht. Ik verwacht nog veel ‘gestoorde’ films in de bioscoop, al dan niet zo bedoeld of het resultaat van pretentie dan wel incompetentie. We sluiten af met goed nieuws: op 19 december komt de nieuwe Quentin Dupieux, Le daim/Deerskin, uit in Nederland. 

 

13 oktober 2019

 

Meer ‘Ondertussen, op de redactie’