****
recensie Joe Speedboot
Film blijft dicht bij boek
door Jochum de Graaf
Met ruim 450.000 verkochte exemplaren in meer dan tien talen is Joe Speedboot (eerste druk 2005) van Tommy Wieringa een moderne klassieker in de Nederlandse literatuur. Na een mislukt project waar een jarenlange slepende rechtszaak aan te pas kwam, is er nu de film. Regisseur Sam de Jong, vanwege De drie Musketiers (2021), Met mes (2022) en de videoclip voor Drank & Drugs van Lil’Kleine en Ronnie Flex goed bij het onderwerp passend, is dicht bij het verhaal gebleven en brengt heel sterk de ontwikkelingsroman in beeld.
De coming of age van Fransje Hermans (Daan Buringa) in het provinciaalse Lomark wordt in het begin van de film licht nostalgisch in de tijd geplaatst: huizen, gebouwen, interieurs, auto’s, brommers, kleding, haardracht, cultuur; eind jaren tachtig, begin jaren negentig van de vorige eeuw: van moderne telefoons en internet nog geen spoor, en er wordt nog gewoon met guldens betaald.

Maaidorser
Fransje is tijdens een oogstfeest in het dorp onder een maaidorser gekomen, raakt in coma en belandt voor de rest van zijn leven in een rolstoel. Hij kan niet meer lopen en praten, alleen met mimiek en gebaren iets van zijn gevoelens uiten. Een arm gebruiken gaat nog wel, hij leert zichzelf schrijven waardoor hij in dagboekjes het leven op kan tekenen. Hij slijt zijn dagen met het monomaan in elkaar persen van briketten in een schuurtje naast de sloperij van zijn vader. Een eentonig bestaan in het slaperige Lomark, in de film gesitueerd in het saaie rivierenlandschap van de Betuwe, waar verder geen ruk te beleven is.
Dat verandert wanneer op zekere dag de branie Joe Speedboot (Tobias Kersloot) in het dorp verschijnt. Een energieke jongen, complete tegenpool van Fransje, gek van motoren en snelheid, die zijn grote dromen najaagt en bezig gaat met het bouwen van een eigen vliegtuig en later bedenkt dat een shovel misschien ook erg van nut kan zijn. Er is gelijk een goede chemie met Fransje die in het roekeloze avonturisme van Joe herkent dat ook hij misschien ongedachte dromen kan verwezenlijken.
Armworstelaar
Joe is de ontdekker van Fransje als armworstelaar. Op de kermis blijkt hij met zijn door de briketten tot Popeye-achtige omvang opgezwollen biceps met het grootste gemak alle tegenstanders de arm op tafel te kunnen drukken. Onder leiding van Joe en een geheel Lomarks begeleidingsteam van vrienden en assistenten gaan ze alle kermissen in binnen- en buurlanden af en komen uiteindelijk in de finale van het ‘Championnat d’Europe de bras de fer’.
Das Ungeheuer, het monster, is Fransjes bijnaam in het circuit. Zijn tegenstander is de regerende kampioen Mansur, een nogal geblokt type, kale schedel, brede schouders, donkerder dan Mohammed Ali. Een donkere rokerige gymzaal in Poznan, met tafels vol bierglazen en waar je met forse bedragen kunt gokken op de uitslag. Flyers en affiches van eerdere wedstrijden, een publiek van getatoeëerde spierbundels en een opkomst van de matadoren zoals je die tegenwoordig bij de kickboksgala’s van Nico Verhoeven ziet. De afloop betekent een omslagpunt in de verhouding tussen Fransje en Joe.
Mooiste meisje van de klas
En dan is er de intrige rond Picolien Jane, ofwel PJ, het ‘mooiste meisje van de klas’ van Lomark, waar alle jongens en zeker ook Fransje heimelijk verliefd op zijn. Ook zij is in eerste instantie een buitenstaander als ze vanuit Zuid-Afrika in het dorp arriveert. Ze is wat mysterieus, zowel aantrekkelijk als afstotend. Ze speelt een eigenzinnige rol op het examenfeest van de middelbare school, het moment dat het einde van de jeugd en voor de meesten het begin van het volwassen leven buiten Lomark markeert.

Samen met klasgenoot Christof zingt ze het melancholische duet Wêr Bisto van Twarres, zo goed passend bij de nostalgie naar de jaren negentig. Voor Fransje is dat wat pijnlijk in het besef dat hij fysiek niet in staat is om met haar te praten en te zingen. Fransjes liefde kan niet anders dan platonisch zijn, PJ is zijn grote muze. Voor Joe Speedboot is ze daarentegen een goede partner in crime en gaat volop mee met zijn avontuurlijke fratsen. Wanneer Joe en PJ hun verloving aankondigen is dat voor Fransje extra pijnlijk. Hij heeft PJ altijd op een voetstuk geplaatst en voelt zich nu verraden door zijn beste vriend.
Rolstoel
In het boek is de meeste tijd Fransje aan het woord die zijn leven en de verwikkelingen met Joe Speedboot beschrijft. Het is een sterke vondst om PJ (goede rol van QiQi van Boheemen) in de film de rol van voice-over te geven, voorlezend uit de dagboekjes waarin Fransje Joe’s leven heeft opgetekend. Dat geeft haar meer reliëf dan het meisje dat alleen maar mooi staat te wezen.
Geen geschiktere acteur voor de rol van Fransje Hermans dan Daan Buringa, de eerste student aan de toneelacademie die in een rolstoel afstudeerde. Behalve zijn leeftijd en provinciale afkomst heeft hij met Fransje ook gemeen dat hij bij een partijtje armworstelen zijn onderarm brak. Daan Buringa liep toen hij in zijn jeugd vanwege een zeldzame erfelijke aandoening aan zijn ruggengraat geopereerd moest worden een dwarslaesie op. Zijn ziekte is progressief en een van de gevolgen kan zijn dat hij langzaam maar zeker zijn stem zal verliezen. Toen hij zijn lot eenmaal aanvaardde, bedacht hij dat hij zo lang hij maar heeft alleen nog maar wilde schitteren op het toneel en in films. Dat is het met zijn eerste grote filmrol in Joe Speedboot alvast behoorlijk gelukt.
11 maart 2026
