One to One: John & Yoko

****
recensie One to One: John & Yoko
Indringend tijdsbeeld van het Amerika van begin jaren zeventig

door Jochum de Graaf

Eind augustus 1971 vestigen John Lennon en Yoko Ono zich vanuit hun landgoed Tittenhurst bij Ascot, Berkshire in een tweekamerappartement in de New Yorkse wijk Greenwich Village. Ze leven helemaal op na de hectische periode met het uiteenvallen van The Beatles. Die Village-periode begint met veel tv kijken, volgens Lennon ‘het venster op de wereld’. Zo leren ze het Amerika van begin jaren zeventig, het eind van de flower power en de opkomst van de protestgeneratie, kennen.

We kijken mee naar actualiteitenrubrieken met veel Nixon, het bezoek aan China, de aanslag op de rechtse presidentskandidaat George Wallace, vliegtuigkapingen, optredens van John in talkshows als die van Mike Douglas, zijn ontmoetingen met vooraanstaande activisten als Jerry Rubin, dichter-filosoof Allen Ginsberg, opnamen van primal scream sessies, de terugkeer uit ballingschap van Charlie Chaplin, de dan nog nieuwe avondvullende spelshows, maar ook tv-reclames, voor Ragu en nieuwe producten als Tupperware.

One to One: John & Yoko

Politiek actief
Het is ook de periode waarin Lennon meer en meer politiek actief begint te worden. Hij speekt zich fel uit voor de opheffing van anti-homowetten en tegen de Vietnamoorlog: ‘stop the bombing’. Lennon komt op de radar van de inlichtingendiensten. Een verblijfsvergunning laat op zich wachten, Lennon wordt als staatsgevaarlijk gezien, zijn telefoon wordt afgeluisterd. Hij is zich daarvan bewust en besluit zelf ook de telefoongesprekken op te nemen. 

One to One is mooi van vorm en montage. Aan de hand van videofragmenten met die telkens in- en uitfadende spikkelbeelden ontstaat een indringend tijdsbeeld van het Amerika van begin jaren zeventig. En we zien en horen kunstig in beeld getypte fragmenten uit de opgenomen telefoongesprekken. Yoko beklaagt zich dat ze door fans en pers gezien wordt als de schuldige aan het einde van The Beatles. Ze wordt bedreigd, is een ‘kut-Jap’ en weet ik niet al wat.

John belt veel met manager Allen Klein, de gladde advocaat die hij aan de andere Beatles voorstelde om manager te worden. Het conflict daarover – Paul McCartney sprak zijn veto uit – dat niet in de film aan de orde komt, was de werkelijke oorzaak van het einde van The Beatles.

Een van de eerste acties is voor de vrijlating van John Sinclair, de manager van de Amerikaanse protopunkband MC5, die vanwege het bezit van twee joints een gevangenisstraf van tien jaar moet uitzetten. Lennon schrijft Attica Blues, zingt het op de John Sinclair Freedom Rally en ziet dat hij onder die grote publieke druk wordt vrijgelaten.

One to One: John & Yoko

John en Allen Klein overleggen over het druistige idee voor een Free the People Tour, waarmee uit de opbrengst nog meer militante activisten vrijgekocht zouden kunnen worden. Maar ze moeten dit idee al snel vanwege ernstige bedreigingen loslaten. Lennon ziet dan een tv-documentaire over de hemeltergende omstandigheden waarin geestelijk gehandicapte kinderen moeten leven in Willowbrook, Staten Island, een van de grootste inrichtingen ter wereld. Hartverwarmend is het bezoek van John en Yoko aan die New Yorkse staatsschool. Ze besluiten een benefietconcert te doen, het One To One-concert uit de filmtitel.

Eerste grote concert na The Beatles
30 Augustus 1972 staan John, Yoko en The Elephants Memory Band in Madison Square Garden. Het is het eerste grote concert voor Lennon sinds het uiteenvallen van The Beatles en zou later blijken ook het laatste te zijn. Lennon in topvorm zingt Come TogetherInstant KarmaHound DogCold Turkey en Imagine. In de grote finale Give Peace A Chance, massaal meegezongen door de zinderende zaal, komt Stevie Wonder er nog aan te pas. Maar alleen al de hartenkretende uitvoering van Mother maakt de film zeer de moeite waard. 

One to One: John & Yoko is een geweldig tijdsdocument over een wat onderbelichte periode van het leven van de grootste rockster aller tijden.

 

8 oktober 2025

 

ALLE RECENSIES

El jockey

***
recensie El jockey
Vorm en sfeer boven inhoud

door Cor Oliemeulen

Remo is een jockey die ooit grote successen kende, maar verslaafd raakte aan alcohol en drugs. Maffiabaas Sirena probeert hem weer sober en scherp te krijgen. Hij koopt een duur Japans paard en hoopt om met weddenschappen veel geld te verdienen. Tijdens de beslissende race krijgt Remo echter een zwaar ongeluk en verdwijnt spoorloos uit het ziekenhuis. In een toestand van geheugenverlies, identiteitsverwarring en vervreemding dwaalt hij rond in Buenos Aires.

El jockey begint met beelden van mannen die frontaal en nagenoeg bewegingsloos poseren voor de camera van Timo Salminen, de vaste cameraman van de Finse regisseur Aki Kaurismäki (Fallen Leaves). Strakke kaders, uitgesproken kleuren en een melancholische atmosfeer. Nadat we kennismaken met onze protagonist Remo (Nahuel Pérez Biscayart) – grote ogen en een stoïcijnse kop als Buster Keaton – glijden we halverwege de film van een gortdroge, absurdistische zwarte komedie in een vervreemdend, nihilistisch universum waarin het zoeken van een nieuwe identiteit het thema lijkt.

El jockey

Hallucinante trip
Vanaf het moment dat Remo met zijn nieuwe renpaard is gecrasht en stiekem het ziekenhuis verlaat – gestoken in een zwarte bontjas en het verband als een tulband om zijn gehavende hoofd – probeert hij aan zijn baas en geldschieter Sirena (Daniel Giménez Cacho) te ontsnappen. Als in een koortsachtige droom spookt hij rond in de vage krochten van de hoofdstad. Inhoud maakt plaats voor vorm en sfeer, en er is nog nauwelijks een touw aan vast te knopen, of zoals de Argentijnse regisseur Luis Ortega zegt in een interview: “Ik begrijp het zelf ook niet allemaal.”

Absurdistische beelden, bijvoorbeeld van dansende jockeys in de kleedkamer, sensuele kennismakingen met Remo’s geliefde Abril (Úrsula Corberó) die zijn kind draagt, worden afwisselend ondersteund met muzikale klanken: van bandoneon tot technobeat, van Caruso tot pop: de soundtrack zwalkt al net zo chaotisch als Remo’s geest.

El jockey beschouwt filmkijken als een zintuigelijke ervaring, maar symboliek sluipt bijna overal doorheen. De paardenrace is niet alleen een sportwedstrijd, maar een metafoor voor de genadeloze competitie van het leven, waar winnen gelijkstaat aan overleven. De vlucht uit het ziekenhuis markeert Remo’s symbolische verval en iets wat op zijn wedergeboorte lijkt, hoewel Abrils zwangerschap meer hoop suggereert. Het zijn slechts enkele momenten die houvast bieden in de chaos.

El jockey

Ontwricht Argentinië
Dat Ortega de jockey als hoofdpersoon kiest, is geen toeval. In Argentinië worden jockeys vaak uitgebuit: ze moeten bijna onmenselijk licht (amper 50 kilo) zijn, leven onder grote druk en komen meestal uit arme milieus. Jockeys zijn pionnen in een wereld die draait om geld en prestige, en zodra de mannetjes breken, worden ze vervangen. Zo is ook Remo een symbool voor een Argentijnse realiteit van klassenverschil en uitbuiting.

De nieuwe generatie van Argentijnse filmmakers van deze eeuw (Nuevo Cine Argentino) combineert rauw realisme met een dromerige atmosfeer en absurde humor, waarbij er zelden sprake is van verlossing van de personages. Sinds de economische crisis van 2001 zie je vaak ongelijkheid, vervreemding en identiteitscrisissen, zoals bij regisseurs als Lucrecia Martel (La Ciénaga, 2001) en Lisandro Alonso (Los muertos, 2004). El jockey past in dat stramien.

Waar de internationale filmhuishit Wild Tales (2014) van Damián Szifron woede en absurditeit uitvergroot in scherpe, toegankelijke verhalen vol zwarte humor, laat Ortega met zijn gefragmenteerde vertelling en leegte de kijker in een doolhof achter. Beide films tonen, ieder op hun eigen manier, een ontwrichte Argentijnse samenleving.

 

10 september 2025

 

ALLE RECENSIES

Jeunes Mères

****
recensie Jeunes Mères
Zo moeder, zo dochter

door Cor Oliemeulen

In Jeunes Mères volgen de broers Jean-Pierre en Luc Dardenne vijf tienermoeders in een opvanghuis. Verbondenheid draagt hen door de strijd voor een hoopvolle toekomst. Voor het eerst in jaren eindigen de Waalse cineasten niet in beklemming, maar met een klein, stralend gebaar: een baby die lacht.

In de drie vorige films van de Dardennes – La fille inconnue (2016), Le Jeune Ahmed (2019) en Tori et Lokita (2022) – had je vaak een gevoel van spanning en beklemming. Donkere interieurs, smalle kadreringen en een nadruk op gesloten ruimtes versterkten het gevoel dat de personages gevangen zaten in hun situatie. In Jeunes Mères zit veel meer ademruimte: empathie en observatie zijn belangrijker dan dreiging en spanning. Bijna rustgevend zijn sommige scènes in het opvanghuis als de camera langzaam van de ene naar de andere kant pant, zodat je een betere indruk krijgt van de omgeving waarin de personages functioneren.

Jeunes Mères

Spontaan… maar tot in detail geregisseerd
Meestal is er in de films van de Dardennes sprake van niet-professionele acteurs of acteurs met weinig filmervaring, een handheld camera die dicht op de huid van de personages zit, met echt licht en echte locaties. Alsof je er als kijker toevallig bij bent. Maar in werkelijkheid zijn bijna alle scènes volledig gescript en uitgebreid gerepeteerd. Zelfs de camera’s zijn vooraf precies gepositioneerd. En toch heb je nog steeds soms het idee dat je naar een documentaire zit te kijken.

Het knappe is dat je al die voorbereidingen bij een film van de broers Dardenne niet doorhebt, omdat de scènes zo realistisch overkomen. Dat geldt dus ook voor de fragmenten met de vijf tienermoeders in Jeunes Mères, die we om beurten volgen in een korte introductie, waarna we geconfronteerd worden met hun worstelingen.

Ongevraagde erfenissen
Vaak is de vaderfiguur onbekend of een loser. Dat merkt bijvoorbeeld Perla, die vol verwachting en dromen, de vader van haar kindje gaat ophalen bij de poort van een jeugdgevangenis. Maar hij gaat liever meteen naar zijn vrienden om te blowen. Een positieve uitzondering is Julie’s vriendje. Voorheen leefden ze samen als drugsverslaafden op straat en nu brengen ze hun dochtertje voor het eerst naar de crèche.

Jeunes Mères

Ook Jessica, Ariane en Naïma snakken naar een gezinnetje, en vinden steun van de medewerksters van het opvanghuis waar ze verblijven en steun van elkaar. Wat opvalt, zijn de achtergronden waardoor de meiden hier zijn beland. Ze zouden bijna allemaal een kopie van hun eigen moeders kunnen zijn, en proberen zich te realiseren dat ze dezelfde valkuilen moeten zien te vermijden. De confrontaties tussen Jessica en haar moeder, die niet wil vertellen waarom ze haar dochter destijds heeft afgestaan en haar verbiedt om bij haar huis te komen, snijden misschien wel het diepst door de ziel.

Morele vragen zonder handleiding
Het prettige van de meeste Dardenne-films is dat je als kijker zelf mag oordelen over de personages en de situaties waarin ze verzeild zijn geraakt. Anders dan hun sociaal-realistische Britse vakbroeders, regisseur Ken Loach (89 jaar) en zijn vaste scenarioschrijver Paul Laverty, onderzoeken de Dardennes niet expliciet de oorzaken van de ongelijkheid bij hun personages; Loach en Laverty verweven zulke persoonlijke verhalen juist nadrukkelijk met het politieke en maatschappelijke systeem. Hun drama’s als I, Daniel Blake (2016) en Sorry We Missed You (2019) zijn niet alleen bewogen en ontroerend, ze dienen ook als politiek pamflet. De Dardennes werpen liever ethische vragen op dan die zelf te beantwoorden.

 

13 augustus 2025

 

ALLE RECENSIES

Movies that Matter 2022 – Judas and the Black Messiah

Movies that Matter Festival 2022:
Judas and the Black Messiah

door Cor Oliemeulen

De laatste jaren verschijnen steeds meer films over de positie van Afro-Amerikanen die strijden tegen racisme en discriminatie. Het biografische drama Judas and the Black Messiah vertelt het verhaal van de infiltratie door een autodief in een afdeling van de Black Panthers die wordt geleid door een charismatische jongeman.

In de jaren zestig komen steeds meer zwarte mensen in opstand. Aan het begin van het op feiten gebaseerde filmdrama van Shaka King vertelt iemand waarom revolutie voor de Black Panthers de enige oplossing is. “De Black Panthers startten in Oakland een gewapende patrouille tegen intimidatie van zwarte mensen door de plaatselijke politie. Als de politie iemand arresteerde, volgden we hem naar het bureau en kochten hem vrij, Panther of niet. We willen geen kapitalisme, maar socialisme. Wereldwijd. We dienen het volk. Gratis zorg, gratis ontbijt voor kinderen, gratis rechtsbijstand, openbaar onderwijs.”

Als scherp contrast klinken de woorden van J. Edgar Hoover, hoofd van de FBI (gespeeld door een bijna onherkenbare Martin Sheen): “De Black Panthers zijn dé bedreiging voor de nationale veiligheid. Meer dan de Chinezen, zelfs meer dan de Russen. Contraspionage moet de opkomst van een Zwarte Messias uit hun midden voorkomen.”

Judas and the Black Messiah

Badge schrikt meer af dan pistool
Die contraspionage komt er namens de FBI in de persoon van de kruimelcrimineel Bill O’Neal, die na zijn arrestatie kan kiezen uit twee opties: minimaal zes jaar gevangenis of infiltratie in de Black Panthers. Om zijn eigen hachje te redden, kiest hij voor het laatste. Acteur Lakeith Stanfield speelde in Sorry to Bother You (2018) al een rol van oplichter: zijn personage Cash meldt zich daarin met een fake-diploma en verzonnen cv bij een telemarketingbedrijf. Ondanks dat hij wordt gesnapt, mag hij zich bewijzen en schopt hij het tot topverkoper, maar weigert hij mee te doen aan stakingen voor betere arbeidsomstandigheden. In Judas and the Black Messiah gebruikt O’Neal een fake-ID van de FBI om auto’s te stelen. Want, zo zegt hij na zijn arrestatie tegen FBI-agent Roy Mitchell (Jesse Plemons): “Een badge schrikt meer af dan een pistool.”

Mitchell is de contactpersoon van O’Neal als deze in 1968 infiltreert in de Chicago-afdeling van de Black Panthers. Bill O’Neal maakt kennis met de pas 20-jarige charismatische leider Fred Hampton, gespeeld door Daniel Kaluuya, bekend geworden door het horrormysterie Get Out (2017) waarin hij op een geheel andere wijze wordt geconfronteerd met de nukken van de witte medemens. Er ontstaat zowaar een vertrouwensband tussen Bill en Fred, hoewel Bills geweten gaandeweg steeds meer begint te knagen.

Judas and the Black Messiah

Onderbelicht
De onderbelichte relatie van O’Neal met Mitchell is logisch, want hun (belevings)werelden liggen onverminderd mijlen uit elkaar, terwijl je op je klompen kunt aanvoelen dat O’Neal zal worden gedumpt zodra hij zijn judaskus heeft gegeven. Minder logisch is dat Judas and the Black Messiah nauwelijks tijd neemt om de relatie tussen Judas en de Zwarte Messias uit te diepen. We leren weliswaar dat Bill O’Neal het al snel schopt tot ‘security captain’ van de Black Panthers-afdeling, maar regisseur Shaka King heeft meer aandacht voor Hamptons liefdesrelatie met de dichteres van de groep, de toekomstige moeder van zijn zoon.

Het biografische drama etaleert de vibe van beklemmende jaren zeventig-thrillers met een mooie cinematografie, lekkere muziek en geloofwaardig spel. Vergeleken met de zeer intense reconstructie van Kathryn Bigelows Detroit (2017) en de activistische gelaagdheid van Spike Lee’s BlacKkKlansman (2018) blijft Judas and the Black Messiah te veel aan de oppervlakte. Het is veelzeggend dat de authentieke beelden tijdens de aftiteling pas de werkelijke betekenis onthullen van de relatie judas-messias met zowel schokkende als inspirerende gevolgen.

Lees hier waar deze film nog is te zien.

 

10 april 2022

 


Movies that Matter Festival 2022 – Openingsfilm Navalny
Movies that Matter Festival 2022 – Activisten
Movies that Matter Festival 2022 – Les choses humaines is genuanceerde bijdrage #MeToo
Movies that Matter Festival 2022 – Sovjet- en post-Sovjetfilms
Movies that Matter Festival 2022 – Het Grote Verzwijgen

 

MEER FILMFESTIVAL

Jeanne Dielman, 23, Quai du Commerce, 1080 Bruxelles

*****
IFFR Unleashed – 1976: Jeanne Dielman, 23, Quai du Commerce, 1080 Bruxelles
De routine regeert

door Sjoerd van Wijk

In Jeanne Dielman, 23, Quai du Commerce, 1080 Bruxelles (1975) regeert de routine bij het hoofdpersonage. Haar lot levert een waarschuwingsschot over de psychische inwerking van een rigide gepland leven.

De stoïcijnse Delphine Seyrig (ook al te zien in India Song in de reeks IFFR Unleashed) als de weduwe Jeanne Dielman functioneert als een tandwiel binnen sociale machinaties. Ogenschijnlijk adresseert de film patriarchale structuren met een scherpe blik à la de video-essays van Jean-Luc Godard (Deux ou trois choses que je sais d’elle, 1967).

Jeanne Dielman, 23, Quai du Commerce, 1080 Bruxelles

Ze besteedt immers haar dagen aan taken om het huis schoon te houden en haar zoon op te voeden, werkzaamheden die regisseuse Chantal Akerman in realtime registreert. Daarnaast heeft ze tegen betaling seks met mannelijke cliënten om de kost te kunnen verdienen. Tijdens drie dagen volgt de bijna vier uur durende film hoe Jeanne steeds meer kleine foutjes in haar anders zo geperfectioneerde routine maakt. Dat begint onschuldig met overkokende aardappels en een gevallen lepel.

Schokkend breekpunt
Die focus op alle eeuwig wederkerende handelingen blijkt gaandeweg meer centrifugaal dan cyclisch. Akerman observeert verstild de langzame ineenstorting tot het schokkende breekpunt in het sober aangeklede Brusselse huis. Je kunt de klok welhaast gelijk zetten op basis van deze procedures tot aan het serveren van het tafelbier aan toe. Hoe Jeanne stapsgewijs de aardappels schilt, het vlees paneert of het ‘s middags gebruikte bed weer opmaakt, ontstijgt haar specifieke situatie.

De broeiende spanning in deze monotonie voelt als de algemene frustraties van een individu dat gevangen zit in de ijzeren kooi van de routine. Gesprekken met haar zoon blijven summier om maar niet te spreken van de cliënten, waar de film consequent wegknipt als het lichaam tot gebruikswaarde verwordt.

Jeanne Dielman, 23, Quai du Commerce, 1080 Bruxelles

Waarschuwing
Jeanne schijnt door als een archetype, systematisch gereduceerd tot louter energie om een sociale machine draaiende te houden. Toch ontvouwt zich een rijke psychologische studie van het personage voorbij zulke puur analytische constructies. Alle minutieus gechoreografeerde shots krijgen dankzij de wederkerigheid een hypnotiserende werking, die meetrekt naar Jeanne’s gevoelswereld. Haar dagen lijken hetzelfde ondanks dat inwendig een dood door duizend sneden intreedt, waardoor het naarstig zoeken wordt naar oplossingen om de neerwaartse spiraal te breken voordat deze klapt. Voorbij theoretische bespiegelingen blijft zo het enigma van een persoonlijkheid in stand.

Met de globale pandemie krijgt dit meesterwerk hernieuwde relevantie, nu de routine regeert met frivoliteiten verboden ten faveure van scholen als opvangcentra. In werkkamp Nederland leven nog louter Jeannes terwijl de ziekte gecontroleerd uitraast en de crematoria overuren draaien voor degenen die ongeschikt zijn voor de arbeid. ‘Maximaal controleren’ blijkt een ijzeren kooi, net zo benauwend als het Brusselse huis. Straks klapt ook hier meer dan alleen de ziekenhuiscapaciteit.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 7 april 2021.

2 maart 2021

 
ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

J’accuse

***
recensie J’accuse

Klokkenluider hoeft geen held te zijn

door Cor Oliemeulen

Nadat een Franse krant in 1898 J’accuse…! van Émile Zola publiceerde, brak in het land de pleuris uit. De schrijver veegde uitvoerig de vloer aan met de legertop en alle andere instanties die de onterechte beschuldiging van de joodse officier Alfred Dreyfus in de doofpot hadden gestopt. De Britse journalist en schrijver Richard Harris schreef een boek over de affaire en regisseur Roman Polanski verfilmde dat.

Alfred Dreyfus werd veroordeeld tot een langdurig verblijf op Duivelseiland omdat hij een spion voor Duitsland zou zijn. De affaire hield Frankrijk maar liefst twaalf jaar in zijn greep door gerechtelijke blunders, politieke belangen en antisemitisme. Regisseur Roman Polanski – vooral bekend van Het mes in het water (1962), Rosemary’s Baby (1968), Chinatown (1974) en The Pianist (2002) – kruipt in zijn historische drama J’accuse in het hoofd van de nieuwe baas van de Franse inlichtingendienst, kolonel Georges Picquart (Jean Dujardin: The Artist, Deerskin). Die ontdekt dat de bewijzen tegen Alfred Dreyfus (Louis Garrell: Le Redoutable, Little Women) zijn vervalst en moet vervolgens tal van intimidaties zien te trotseren om de waarheid boven tafel te krijgen.

J'accuse

Jood
De film opent met een ceremonie op een groot plein waar het uniform van kapitein Dreyfus op vernederende wijze van alle militaire versierselen wordt ontdaan. Een officier naast Picquart, die door een verrekijker het tafereel gadeslaat, vraagt wat hij ziet. “Dreyfus ziet eruit als een joodse kleermaker die huilt omdat zijn geld in de vuilnisbak wordt gegooid”, zegt Picquart, waarna iedereen de grootste lol heeft. Op dat moment moet Picquart niet veel van joden hebben, en aan het eind van het verhaal nog steeds niet. Maar ondertussen gelooft hij wel vurig in zijn plicht om te doen wat juist is, hoeveel weerstand dat dat ook oplevert. Het hoofdpersonage wordt in de film zeker niet als held neergezet, maar wel als moedige klokkenluider.

Roman Polanski (als kind met zijn joodse gezin opgesloten in het getto van Krakau) had een jarenlange fascinatie met de Dreyfus-affaire toen hij contact zocht met zijn Britse vriend Richard Harris, wiens thriller The Ghost hij in 2010 al had verfilmd. Ook dat verhaal gaat over een klokkenluider, een ghostwriter van een op Tony Blair lijkende regeringsleider die een boekje over diens politieke misstappen wil opendoen. Maar met de klokkenluider in J’accuse loopt het beter af. Die ontbloot in deze deskundig gefilmde, maar niet al te spannende psychologische thriller het universele thema van organisaties die hun fouten toedekken en de onthullers willen straffen.

J'accuse

Kerfstok
Iemand die zelf het een en ander op zijn kerfstok heeft wantoestanden laten openbaren, vraagt om controverse. Sinds zijn arrestatie en veroordeling in 1977 vanwege het drogeren en seksueel misbruiken van de dertienjarige Samantha Gailey heeft een dozijn vrouwen Roman Polanski (inmiddels 86) beschuldigd van seksueel overschrijdend gedrag. Boze tongen beweren dat de regisseur in J’accuse zijn frustraties over de volgens hem valselijke beschuldigingen aan zijn adres vertolkt, maar in de film is daar niets van terug te zien.

Twee dagen voor de Nederlandse online première van J’accuse werd in De Balie te Amsterdam gedebatteerd over de vraag of we Polanski en zijn filmkunst moeten (kunnen) scheiden van zijn wandaden. Dat lijkt op de discussie of je muziek van Michael Jackson nog leuk mag vinden met de wetenschap van diens seksuele escapades met minderjarigen. In Frankrijk won J’accuse drie Césars, waaronder die van beste regisseur, waarna enkele actrices demonstratief de zaal verlieten. Ondanks die filmprijzen blijkt Polanski’s drama weliswaar solide, maar geen meesterwerk, dus dat is voor menigeen wellicht een doekje voor het bloeden. Dat laat onverlet dat er nooit genoeg verhalen over klokkenluiders kunnen worden verteld.

J’accuse is vanaf 16 april te zien op Picl en vanaf 30 april op een aantal andere VOD-kanalen.

 

16 april 2020

 

ALLE RECENSIES

J’ai perdu mon corps

***
recensie J’ai perdu mon corps

Onhandig handig

door Ralph Evers

J’ai perdu mon corps vertelt twee verhalen: de geschiedenis van Naoufel en van een hand op zoek naar diens lichaam. De verbindende factor tussen deze verhalen is een vlieg.

Bij Naoufel staat zijn zoektocht naar de liefde centraal, nadat hij een toevallige blind date heeft met Gabrielle haar intercom. Naoufel werkt als pizzabezorger, maar blinkt niet bepaald uit in bezorgtijd, zeker niet voor firma Fast Pizza. Op een regenachtige avond na de nodige tegenslag raakt hij geïntrigeerd door de stem en ad remheid van Gabrielle.

J’ai perdu mon corps

Naoufel is van het type introvert en wordt onvoldoende uitgewerkt om een verrassende, meer menselijke kant van hem te ontdekken. Gabrielle is het type millennial die haar best doet op te vallen en uniek te zijn, gemakkelijk in de omgang is, maar – zo blijkt later – vooral gezien wil worden. Ze zorgt ondertussen voor haar zieke oom en via die oom weet Naoufel met een onhandige smoes nader tot Gabrielle te komen. Ondertussen is de oudere broer van Naoufel, meer van het type player, hem en vooral zijn meisje gaandeweg op het spoor.

Door enkele ontwikkelingen en vooral een dramatische wending komen we bij het tweede verhaal van de hand. Dit is een meer avontuurlijk stuk en kent een speelsheid die dit filmpje net van de middelmaat redt. Je houdt er en passant een vergroot gewaar zijn van je eigen handen aan over ook.

Handwerker
J’ai perdu mon corps is gebaseerd op het boek Happy Hand van Guillaume Laurant en kent de medewerking van niemand minder dan Jean-Pierre Jeunet. Animatie bevrijdt de film uit zijn realistische beperkingen. Dat gold in vroegere jaren meer dan tegenwoordig, nu met digitale speciale effecten ongeveer alles mogelijk is.

In deze Franse animatiefilm zijn die effecten toegepast op de hand, die aan zijn lot tracht te ontsnappen en tal van gevaren dient te trotseren. Eerst de arts en later de vele gevaren die zo’n kleine, weerloze hand temidden van ratten, honden, wind, auto’s, een baby en duiven kent. Het zijn de spannende avonturen en het verzorgde sfeergevoel – treffend ondersteund door een mooie muzikale omlijsting – die de film de moeite van je tijd waard maken.

J’ai perdu mon corps

Handvest
Maar zoals de laatste tijd vaker het geval (zoals vorig jaar de Chinese misdaadkomedie Have a nice day) blijft het de vraag waarom er zo zuinig met de magische mogelijkheden van animatie wordt omgegaan. Nu hoeft dat niet een probleem te zijn, getuige bijvoorbeeld Jean-François Laguionie’s Louise en Hiver.

Het verschil zit hem in de veel meer nadrukkelijke eigen stijl die Laguionie toont met daarbij existentieel thema’s: ouder worden, verlies, acceptatie. Dit staat in contrast tot de misschien eerste liefde van Naoufel, wat ook een belangrijke gebeurtenis is in een mensenleven, maar minder definitief dan het zoeken naar een eigen antwoord op je naderende einde. Ondanks de spaarzame mooie momenten laat J’ai perdu mon corps je een beetje met een leeg gevoel achter.

 

1 december 2019

 

ALLE RECENSIES

Jeugd van Ivan, De

****
recensie De jeugd van Ivan

Het gevecht van een twaalfjarige oorlogsheld

door Ries Jacobs

Nadat Duitsland in juni 1941 de Sovjet-Unie binnenviel, gaf Stalin opdracht om een strook van honderden kilometers Russisch grondgebied te ontruimen en plat te branden. Deze woestenij van verschroeide aarde en moeras is de setting van de eerste speelfilm van regisseur Andrej Tarkovski.

In het desolate gebied vinden Russische soldaten de twaalfjarige Ivan Bondarev. De mysterieuze jongen beveelt luitenant Galtsev om onmiddellijk nummer 51 te bellen omdat hij waardevolle informatie over Duitse stellingen zou hebben. De commandant neemt Ivan aanvankelijk niet serieus, maar de jongen is zo standvastig dat Galtsev toch belt.

De jeugd van Ivan

Nummer 51 is de codenaam van luitenant-kolonel Gryaznov. Beide mannen ontfermen zich als een vaderfiguur over oorlogswees Ivan, die een verkenner van het Russische leger blijkt te zijn. De door zijn oorlogservaringen zelfstandig geworden jongen zit hier niet op te wachten. Ivan wil geen vader, hij wil meehelpen om Moeder Rusland te bevrijden van de nazi’s. In zijn vastberadenheid vecht hij niet alleen tegen de Duitse bezetter, maar ook tegen de twee Russische officieren en zichzelf.

Stalinisme
Opvallend is de rol van Nikolay Burlyaev. Hij boetseert het karakter van de dappere en toch gevoelige oorlogswees Ivan tot een geloofwaardig en vol personage. De destijds pas vijftienjarige acteur spat werkelijk van het scherm. Opvallend is dat auteur Vladimir Bogomolov, op wiens boek Tarkovski de film baseerde, ook vijftien was toen hij in 1941 aan het front vocht. Bogomolov was overigens kritisch op de film. Hij vond dat de regisseur, die geen dag in een oorlog had gevochten, nooit kon uitdrukken wat er werkelijk aan het front gebeurde.

Toch was Tarkovski, evenals in zijn latere werk, standvastig over wat hij wilde vertellen. Zo verweefde hij een subplot in de film over verpleegster Masha, die onzedelijk bejegend wordt door een officier. Een dermate kritisch beeld van het Rode Leger was tijdens het stalinisme, nog geen tien jaar voor het uitkomen van De jeugd van Ivan onmogelijk. De regisseur maakte graag gebruik van de ruimte voor kritiek die tijdens het regime van Chroestsjov ontstond.

Gouden Leeuw
Evenals bij veel van zijn latere werk schreef de regisseur ook voor De jeugd van Ivan het script. Zaken die kenmerkend voor Tarkovski’s vertelstijl zouden blijken – eenzaamheid, de droomwereld, en de wil om te overleven – zien we al terug in deze eerste speelfilm. Het verhaal is met zijn flashbacks, het subplot en gaten in de chronologie niet gemakkelijk te volgen, maar Tarkovski speelt in zijn oeuvre nu eenmaal veelvuldig met de tijd en die aanpak is niet voor iedereen weggelegd.

De jeugd van Ivan

Het verhaal is soms taai, maar qua vormgeving laat Tarkovski al in deze film zien wat hij in zijn mars heeft. Met name de buitenscènes zijn visueel prachtig, met als hoogtepunt het moment dat Ivan zich in een waterput verstopt voor de oprukkende Duitsers. De camera bevindt zich onder het wateroppervlak, waarop zo nu een dan een druppel valt.

De jeugd van Ivan werd in eigen land een commercieel succes en kreeg ook aan de andere kant van het IJzeren Gordijn een enthousiaste ontvangst. De film won op het festival van Venetië een Gouden Leeuw en bezorgde Tarkovski bekendheid buiten de landsgrenzen. Het was de basis van een ruim twintig jaar durende carrière waarin de regisseur liet zien tot de besten van zijn generatie te behoren.

 

19 september 2019

 
MEER ANDREJ TARKOVSKI
 

ALLE RECENSIES

Jinpa

***
recensie Jinpa

Versmelting van droom, inbeelding en werkelijkheid

door Ries Jacobs

Tibet, het land van de Dalai Lama en boeddhistische monniken. Het land waar de spirituele bevolking zich vreedzaam verzet tegen de Chinese onderdrukker. In de laatste film van regisseur Pema Tseden zie je van dit land weinig terug.

Jinpa opent met weidse vergezichten van het Kekexiliplateau in Tibet. We zien vrachtwagenchauffeur Jinpa over de vlakte rijden. Ondanks de beelden van de Tibetaanse hoogvlakte koos Tseden om de film te schieten in een traditioneel 4:3 beeld.

Jinpa

Met zijn ruige baard, leren pak en eeuwige zonnebril heeft Jinpa meer weg van een Hollywoodheld dan van een Tibetaanse boeddhist. Dit karakter zou door Tarantino bedacht kunnen zijn. De eerste minuten van de film doen in al hun traagheid aan de Amerikaanse regisseur denken. Jinpa neemt tijdens het rijden een slok drank en steekt een sigaretje op. Verder gebeurt er niet zoveel, maar het is duidelijk dat deze ruwe bolster niet met zich laat sollen.

Gezegend schaap
Na verloop van tijd blijkt de vrachtwagenchauffeur ook een blanke pit te hebben. Hij rijdt een schaap dood, waarover hij zich schuldig voelt, en ontmoet daarna een man die hij een lift aanbiedt. De lifter heet ook Jinpa en is op weg naar het dorp Sanak, waar hij de man wil doden die tien jaar eerder zijn vader vermoordde. Hij zet de lifter af bij een splitsing en rijdt door naar zijn bestemming. Nadat de chauffeur zijn vracht heeft afgeleverd en het schaap door een monnik heeft laten zegenen, gaat hij op zoek naar de lifter.

Tseden geeft de sfeer van de Tibetaanse hoogvlakte prachtig weer. De wind lijkt bijna langs de kijker heen te suizen en de donkere beelden van het café waar Jinpa naar binnen gaat doen aan als die van een film noir. Mannen drinken er bier en dobbelen, activiteiten die niet erg passen bij ons beeld van Tibet. Toch lijkt dit Tibet een stuk authentieker en realistischer dan het land van Seven Years in Tibet (1997) en The Golden Child (1986), dat voornamelijk bevolkt lijkt door verlichte en zichzelf wegcijferende boeddhisten.

Jinpa

Een engeltje en een duiveltje
De film kwam in China uit onder de naam Zhuang si le yi zhi yang, te vertalen als ‘Doodde een schaap’. Als de eerste Tibetaanse student aan de Beijing Film Academy weet Tseden de censuur van de filmkeuring te ontwijken door geen politiek in zijn film te stoppen. Aanvankelijk vertelde hij zijn verhalen in literatuurvorm (de regisseur heeft meer dan vijftig boeken geschreven), maar inmiddels is hij toe aan zijn zesde film, na Tharlo (2015) de tweede waarin hij samenwerkt met acteur Jinpa (dit is de naam van zowel de hoofdrolspeler als de hoofdpersoon).

In het tweede deel van de film laat de regisseur, die alle filmscripts zelf schrijft, een duidelijke verhaallijn varen. De werelden van droom, inbeelding en werkelijkheid komen samen. Het is niet duidelijk wat echt is en wat niet. Zijn de beide Jinpa’s twee zijden van één persoon, als een engeltje en een duiveltje? Of creëert de coole vrachtwagenchauffeur een alter ego om dat te doen wat hij zelf niet durft? Het wordt niet duidelijk.

Nu hoeft een film natuurlijk niet de hapklare koek te zijn die Hollywood ons vaak aanbiedt. Kunst is pas kunst als je er je eigen interpretatie aan kunt geven, maar Tseden geeft ons een verhaal dat wel erg mager is. Hij geeft te weinig duiding en verwacht teveel van de kijker. De beelden van Jinpa zijn prachtig en verdienen een tien met een griffel. De film als geheel komt niet verder dan een kleine voldoende.

 

25 augustus 2019

 

ALLE RECENSIES

Jeune Ahmed, Le

***
recensie Le Jeune Ahmed

Schim van karakterisering

door Sjoerd van Wijk

Het blijft bij observeren in plaats van doorgronden bij Le Jeune Ahmed. De kenmerkende sobere stijl van de gebroeders Dardenne werkt hier tegen. Ahmeds motivaties en de oorzaken van zijn radicalisering blijven op de vlakte.

Zoals gebruikelijk bij dit Luikse duo schrijvers-regisseurs (Le Fils) volgt Le Jeune Ahmed iemand op intieme wijze. Ditmaal is het de dertienjarige Ahmed, die onder invloed van zijn fundamentalistische imam steeds verder radicaliseert tot wanhoop van zijn omgeving. Het blijft niet bij het strikte bidden en filmpjes van ISIS-martelaars bekijken. Zodra zijn vrijzinnige lerares Inès (Myriem Akheddiou) extra Arabische lessen inplant zonder gebruik te maken van de Koran is dat aanleiding voor Ahmed deze afvalligheid te bestraffen. De zorgen van de gespannen moeder (Claire Bodson) blijken terecht als Ahmed na een mislukte aanval in jeugddetentie belandt. Tijdens het werken op een boerderij is het de vraag hoever hij wil gaan voor zijn geloof en in hoeverre hij spijt heeft van zijn daad.

Le Jeune Ahmed

De gewiekste Ahmed
Ahmeds aanval dringt in dankzij de onderkoelde handelingen en de sobere wijze waarmee de gebroeders Dardenne de voorbereiding volgen. De debuterende Idir Ben Addi overtuigt in deze rol als ingetogen jongen, die zijn devotie tot gevaarlijke hoogten laat stijgen. Hierdoor valt zijn gewiekstheid in het voorbereiden van nieuwe aanslagen extra op, ondanks dat de medewerkers in de jeugdgevangenis iets te goeder trouw zijn.

Toch voorkomt Ben Addi dat Ahmed al teveel een machine is die louter doctrines opvolgt zoals het zeer strikte rooster van bidden. Op spaarzame tijden breekt de kwetsbaarheid door en is duidelijk dat hij nog een kind is. De al te zeer voor de hand liggende uitdaging in de liefde met boerendochter Louise (Victoria Bluck) is desalniettemin een innemende uitzondering op alle Spartaanse observaties.

Wel hoe, geen waarom
In de gesloten uitvoering zit een gemiste kans. Het hoe van Ahmeds determinatie is overduidelijk, maar het waarom blijft achterwege. Met de aanslagen van 2016 in Brussel in het achterhoofd is dat wel een pertinente vraag. Waar regisseur Laurent Cantet met L’Atelier tot de kern van een jongens radicalisering naar het fascisme wist te komen, blijven de gebroeders Dardenne in gebreke.

Het antwoord is niet meer dan een te invloedrijke imam, maar de reden voor het extremisme van dit personage is onbekend. Elk obstakel op Ahmeds pad laat hem zich verder in zijn religieuze opvattingen vastbijten. De manier waarop hij Louise afwijst, is wel erg gekunsteld als iemand net de eerste stappen in de liefde heeft gezet. Doordat Ahmeds innerlijk conflict zo rechtlijnig blijft, komt zijn omslagpunt na nog een mislukte aanval over als onoprecht.

Le Jeune Ahmed

Geveinsde verité
Dat de gebroeders Dardenne in staat zijn om sociale problematiek omtrent migratie aan de kaak te stellen, bleek uit hun vorige film La Fille Inconnue, waar in de intrigerende zoektocht van het hoofdpersonage de hedendaagse verhoudingen doorschemeren. Hier werkt hun stijl juist tegen. De sobere beweeglijkheid van vaste kracht Benoît Dervaux’ handcamera brengt een afstandelijkheid, die in Le Jeune Ahmed voorkomt dat Ahmed een bekende wordt.

Daarmee lijkt het Ahmeds terrorisme ondanks de beïnvloeding van de imam een individuele afweging. Het laat indirect zien hoe zogenaamde cinéma vérité tegenwoordig verwordt tot een rigide entiteit, met dicht op de huid als schematisch teken van realisme. Waar pionier John Cassavetes’ frivole camerabewegingen nog dienden als enthousiaste schets van vitaliteit, zijn de gebroeders Dardenne exemplarisch voor de verkilling van deze esthetiek tot quasi neutraal observeren, indringende werken als Le Fils ten spijt. Het veinst objectief weer te geven wat is, maar juist door deze keuze naturaliseert het de omstandigheden waarin het personage zich bevindt. Daaraan valt Le Jeune Ahmed ook ten prooi. Structurele oorzaken van terrorisme en radicalisering zijn weggemoffeld, waardoor een schim van karakterisering overblijft.

 

30 juni 2019

 

ALLE RECENSIES