Jeugd van Ivan, De

****
recensie De jeugd van Ivan

Het gevecht van een twaalfjarige oorlogsheld

door Ries Jacobs

Nadat Duitsland in juni 1941 de Sovjet-Unie binnenviel, gaf Stalin opdracht om een strook van honderden kilometers Russisch grondgebied te ontruimen en plat te branden. Deze woestenij van verschroeide aarde en moeras is de setting van de eerste speelfilm van regisseur Andrej Tarkovski.

In het desolate gebied vinden Russische soldaten de twaalfjarige Ivan Bondarev. De mysterieuze jongen beveelt luitenant Galtsev om onmiddellijk nummer 51 te bellen omdat hij waardevolle informatie over Duitse stellingen zou hebben. De commandant neemt Ivan aanvankelijk niet serieus, maar de jongen is zo standvastig dat Galtsev toch belt.

De jeugd van Ivan

Nummer 51 is de codenaam van luitenant-kolonel Gryaznov. Beide mannen ontfermen zich als een vaderfiguur over oorlogswees Ivan, die een verkenner van het Russische leger blijkt te zijn. De door zijn oorlogservaringen zelfstandig geworden jongen zit hier niet op te wachten. Ivan wil geen vader, hij wil meehelpen om Moeder Rusland te bevrijden van de nazi’s. In zijn vastberadenheid vecht hij niet alleen tegen de Duitse bezetter, maar ook tegen de twee Russische officieren en zichzelf.

Stalinisme
Opvallend is de rol van Nikolay Burlyaev. Hij boetseert het karakter van de dappere en toch gevoelige oorlogswees Ivan tot een geloofwaardig en vol personage. De destijds pas vijftienjarige acteur spat werkelijk van het scherm. Opvallend is dat auteur Vladimir Bogomolov, op wiens boek Tarkovski de film baseerde, ook vijftien was toen hij in 1941 aan het front vocht. Bogomolov was overigens kritisch op de film. Hij vond dat de regisseur, die geen dag in een oorlog had gevochten, nooit kon uitdrukken wat er werkelijk aan het front gebeurde.

Toch was Tarkovski, evenals in zijn latere werk, standvastig over wat hij wilde vertellen. Zo verweefde hij een subplot in de film over verpleegster Masha, die onzedelijk bejegend wordt door een officier. Een dermate kritisch beeld van het Rode Leger was tijdens het stalinisme, nog geen tien jaar voor het uitkomen van De jeugd van Ivan onmogelijk. De regisseur maakte graag gebruik van de ruimte voor kritiek die tijdens het regime van Chroestsjov ontstond.

Gouden Leeuw
Evenals bij veel van zijn latere werk schreef de regisseur ook voor De jeugd van Ivan het script. Zaken die kenmerkend voor Tarkovski’s vertelstijl zouden blijken – eenzaamheid, de droomwereld, en de wil om te overleven – zien we al terug in deze eerste speelfilm. Het verhaal is met zijn flashbacks, het subplot en gaten in de chronologie niet gemakkelijk te volgen, maar Tarkovski speelt in zijn oeuvre nu eenmaal veelvuldig met de tijd en die aanpak is niet voor iedereen weggelegd.

De jeugd van Ivan

Het verhaal is soms taai, maar qua vormgeving laat Tarkovski al in deze film zien wat hij in zijn mars heeft. Met name de buitenscènes zijn visueel prachtig, met als hoogtepunt het moment dat Ivan zich in een waterput verstopt voor de oprukkende Duitsers. De camera bevindt zich onder het wateroppervlak, waarop zo nu een dan een druppel valt.

De jeugd van Ivan werd in eigen land een commercieel succes en kreeg ook aan de andere kant van het IJzeren Gordijn een enthousiaste ontvangst. De film won op het festival van Venetië een Gouden Leeuw en bezorgde Tarkovski bekendheid buiten de landsgrenzen. Het was de basis van een ruim twintig jaar durende carrière waarin de regisseur liet zien tot de besten van zijn generatie te behoren.

 

19 september 2019

 

ALLE RECENSIES

Jinpa

***
recensie Jinpa

Versmelting van droom, inbeelding en werkelijkheid

door Ries Jacobs

Tibet, het land van de Dalai Lama en boeddhistische monniken. Het land waar de spirituele bevolking zich vreedzaam verzet tegen de Chinese onderdrukker. In de laatste film van regisseur Pema Tseden zie je van dit land weinig terug.

Jinpa opent met weidse vergezichten van het Kekexiliplateau in Tibet. We zien vrachtwagenchauffeur Jinpa over de vlakte rijden. Ondanks de beelden van de Tibetaanse hoogvlakte koos Tseden om de film te schieten in een traditioneel 4:3 beeld.

Jinpa

Met zijn ruige baard, leren pak en eeuwige zonnebril heeft Jinpa meer weg van een Hollywoodheld dan van een Tibetaanse boeddhist. Dit karakter zou door Tarantino bedacht kunnen zijn. De eerste minuten van de film doen in al hun traagheid aan de Amerikaanse regisseur denken. Jinpa neemt tijdens het rijden een slok drank en steekt een sigaretje op. Verder gebeurt er niet zoveel, maar het is duidelijk dat deze ruwe bolster niet met zich laat sollen.

Gezegend schaap
Na verloop van tijd blijkt de vrachtwagenchauffeur ook een blanke pit te hebben. Hij rijdt een schaap dood, waarover hij zich schuldig voelt, en ontmoet daarna een man die hij een lift aanbiedt. De lifter heet ook Jinpa en is op weg naar het dorp Sanak, waar hij de man wil doden die tien jaar eerder zijn vader vermoordde. Hij zet de lifter af bij een splitsing en rijdt door naar zijn bestemming. Nadat de chauffeur zijn vracht heeft afgeleverd en het schaap door een monnik heeft laten zegenen, gaat hij op zoek naar de lifter.

Tseden geeft de sfeer van de Tibetaanse hoogvlakte prachtig weer. De wind lijkt bijna langs de kijker heen te suizen en de donkere beelden van het café waar Jinpa naar binnen gaat doen aan als die van een film noir. Mannen drinken er bier en dobbelen, activiteiten die niet erg passen bij ons beeld van Tibet. Toch lijkt dit Tibet een stuk authentieker en realistischer dan het land van Seven Years in Tibet (1997) en The Golden Child (1986), dat voornamelijk bevolkt lijkt door verlichte en zichzelf wegcijferende boeddhisten.

Jinpa

Een engeltje en een duiveltje
De film kwam in China uit onder de naam Zhuang si le yi zhi yang, te vertalen als ‘Doodde een schaap’. Als de eerste Tibetaanse student aan de Beijing Film Academy weet Tseden de censuur van de filmkeuring te ontwijken door geen politiek in zijn film te stoppen. Aanvankelijk vertelde hij zijn verhalen in literatuurvorm (de regisseur heeft meer dan vijftig boeken geschreven), maar inmiddels is hij toe aan zijn zesde film, na Tharlo (2015) de tweede waarin hij samenwerkt met acteur Jinpa (dit is de naam van zowel de hoofdrolspeler als de hoofdpersoon).

In het tweede deel van de film laat de regisseur, die alle filmscripts zelf schrijft, een duidelijke verhaallijn varen. De werelden van droom, inbeelding en werkelijkheid komen samen. Het is niet duidelijk wat echt is en wat niet. Zijn de beide Jinpa’s twee zijden van één persoon, als een engeltje en een duiveltje? Of creëert de coole vrachtwagenchauffeur een alter ego om dat te doen wat hij zelf niet durft? Het wordt niet duidelijk.

Nu hoeft een film natuurlijk niet de hapklare koek te zijn die Hollywood ons vaak aanbiedt. Kunst is pas kunst als je er je eigen interpretatie aan kunt geven, maar Tseden geeft ons een verhaal dat wel erg mager is. Hij geeft te weinig duiding en verwacht teveel van de kijker. De beelden van Jinpa zijn prachtig en verdienen een tien met een griffel. De film als geheel komt niet verder dan een kleine voldoende.

 

25 augustus 2019

 

ALLE RECENSIES

Jeune Ahmed, Le

***
recensie Le Jeune Ahmed

Schim van karakterisering

door Sjoerd van Wijk

Het blijft bij observeren in plaats van doorgronden bij Le Jeune Ahmed. De kenmerkende sobere stijl van de gebroeders Dardenne werkt hier tegen. Ahmeds motivaties en de oorzaken van zijn radicalisering blijven op de vlakte.

Zoals gebruikelijk bij dit Luikse duo schrijvers-regisseurs (Le Fils) volgt Le Jeune Ahmed iemand op intieme wijze. Ditmaal is het de dertienjarige Ahmed, die onder invloed van zijn fundamentalistische imam steeds verder radicaliseert tot wanhoop van zijn omgeving. Het blijft niet bij het strikte bidden en filmpjes van ISIS-martelaars bekijken. Zodra zijn vrijzinnige lerares Inès (Myriem Akheddiou) extra Arabische lessen inplant zonder gebruik te maken van de Koran is dat aanleiding voor Ahmed deze afvalligheid te bestraffen. De zorgen van de gespannen moeder (Claire Bodson) blijken terecht als Ahmed na een mislukte aanval in jeugddetentie belandt. Tijdens het werken op een boerderij is het de vraag hoever hij wil gaan voor zijn geloof en in hoeverre hij spijt heeft van zijn daad.

Le Jeune Ahmed

De gewiekste Ahmed
Ahmeds aanval dringt in dankzij de onderkoelde handelingen en de sobere wijze waarmee de gebroeders Dardenne de voorbereiding volgen. De debuterende Idir Ben Addi overtuigt in deze rol als ingetogen jongen, die zijn devotie tot gevaarlijke hoogten laat stijgen. Hierdoor valt zijn gewiekstheid in het voorbereiden van nieuwe aanslagen extra op, ondanks dat de medewerkers in de jeugdgevangenis iets te goeder trouw zijn.

Toch voorkomt Ben Addi dat Ahmed al teveel een machine is die louter doctrines opvolgt zoals het zeer strikte rooster van bidden. Op spaarzame tijden breekt de kwetsbaarheid door en is duidelijk dat hij nog een kind is. De al te zeer voor de hand liggende uitdaging in de liefde met boerendochter Louise (Victoria Bluck) is desalniettemin een innemende uitzondering op alle Spartaanse observaties.

Wel hoe, geen waarom
In de gesloten uitvoering zit een gemiste kans. Het hoe van Ahmeds determinatie is overduidelijk, maar het waarom blijft achterwege. Met de aanslagen van 2016 in Brussel in het achterhoofd is dat wel een pertinente vraag. Waar regisseur Laurent Cantet met L’Atelier tot de kern van een jongens radicalisering naar het fascisme wist te komen, blijven de gebroeders Dardenne in gebreke.

Het antwoord is niet meer dan een te invloedrijke imam, maar de reden voor het extremisme van dit personage is onbekend. Elk obstakel op Ahmeds pad laat hem zich verder in zijn religieuze opvattingen vastbijten. De manier waarop hij Louise afwijst, is wel erg gekunsteld als iemand net de eerste stappen in de liefde heeft gezet. Doordat Ahmeds innerlijk conflict zo rechtlijnig blijft, komt zijn omslagpunt na nog een mislukte aanval over als onoprecht.

Le Jeune Ahmed

Geveinsde verité
Dat de gebroeders Dardenne in staat zijn om sociale problematiek omtrent migratie aan de kaak te stellen, bleek uit hun vorige film La Fille Inconnue, waar in de intrigerende zoektocht van het hoofdpersonage de hedendaagse verhoudingen doorschemeren. Hier werkt hun stijl juist tegen. De sobere beweeglijkheid van vaste kracht Benoît Dervaux’ handcamera brengt een afstandelijkheid, die in Le Jeune Ahmed voorkomt dat Ahmed een bekende wordt.

Daarmee lijkt het Ahmeds terrorisme ondanks de beïnvloeding van de imam een individuele afweging. Het laat indirect zien hoe zogenaamde cinéma vérité tegenwoordig verwordt tot een rigide entiteit, met dicht op de huid als schematisch teken van realisme. Waar pionier John Cassavetes’ frivole camerabewegingen nog dienden als enthousiaste schets van vitaliteit, zijn de gebroeders Dardenne exemplarisch voor de verkilling van deze esthetiek tot quasi neutraal observeren, indringende werken als Le Fils ten spijt. Het veinst objectief weer te geven wat is, maar juist door deze keuze naturaliseert het de omstandigheden waarin het personage zich bevindt. Daaraan valt Le Jeune Ahmed ook ten prooi. Structurele oorzaken van terrorisme en radicalisering zijn weggemoffeld, waardoor een schim van karakterisering overblijft.

 

30 juni 2019

 

ALLE RECENSIES

Jeu, Le

****
recensie Le jeu

Eten van de verboden vrucht

door Ries Jacobs

Tijdens een etentje stelt de gastvrouw een spel voor waarbij alle tafelgenoten de berichten die op hun smartphone binnenkomen met de anderen moeten delen. De risico’s van dit spel zijn natuurlijk enorm. Het is als een avonturenfilm waarbij jongens een enge grot in lopen. Je weet vooraf dat het fout gaat, de vraag is alleen hoe. 

Benoît is het vijfde wiel aan de wagen. De werkloze, tegen overgewicht vechtende gymleraar zit aan de eettafel tussen drie maatschappelijk succesvolle stellen. In zijn pogingen om ook met een interessant verhaal te komen, vertelt hij over een man die in het bijzijn van zijn vrouw overleed. Een minuut na het overlijden ontving de weduwe op de telefoon van haar wijlen echtgenoot een bericht van zijn maîtresse.

Le Jeu

Tijdens de discussie die volgt stelt psychologe Marie voor dat iedereen zijn of haar telefoon op tafel legt. Wie een bericht ontvangt, leest het voor. Niet iedereen is direct voor. Maar wie dit spelletje niet aandurft, heeft iets te verbergen, toch? Dus beginnen de vrienden aan een sociaal experiment. De meest intieme geheimen komen ter tafel, van borstvergroting tot affaires.

Zelfgecreëerd paradijs
Regisseur Fred Cavayé bewerkte het script van de Italiaanse film Perfetti sconosciuti (2016) tot het Franstalige Le jeu. Het uitgangspunt van de Italiaanse schrijvers van het oorspronkelijke script was dat iedereen een geheim leven heeft. Tegenwoordig is het plekje dat we voor onszelf hebben onze mobiele telefoon. Vergrendel het ding en je hebt een hele wereld voor jezelf, je eigen zelfgecreëerde paradijs.

Het spel met de smartphones is te leuk om niet te spelen. Voor de zeven hoofdpersonages van Le jeu is de sensatie om de geheimen van anderen te ontdekken te groot. Dit is een verboden vrucht die te verleidelijk is om niet van te eten, ook al weet je dat deelname aan het spel het einde van je zelfgecreëerde paradijs kan betekenen.

Toch is Le jeu geen pleidooi voor oneerlijkheid. Eerder lijkt de film ons te willen laten zien dat iedereen nu eenmaal geheimen heeft die je beter niet kunt delen met je omgeving. We kunnen ons hier beter bij neerleggen, dan volledige openheid te verlangen van onze naasten. In een wereld waarin we steeds meer hechten aan transparantie, is het in orde als je niet alles met je naasten deelt.

Le Jeu

Lachwekkend en tenenkrommend
Een verhaal over mensen die besluiten hun geheimen te delen, biedt enorme mogelijkheden. Cavayé buit die uit zonder over de schreef te gaan. Het verhaal wordt nooit ongeloofwaardig. De film heeft een overduidelijke moraal, maar de regisseur brengt deze niet moraliserend.

Eerder is dit laatste werk van Cavayé een aaneenschakeling van onverwachte plotwisselingen en scènes de zowel lachwekkend als tenenkrommend zijn. Dit maakt de film gemakkelijk om naar te kijken. Hoewel het een typische acteursfilm is – je zou hem zo kunnen bewerken tot een toneelstuk – heeft Le jeu de snelheid en de plotwisselingen van een avonturenfilm. Dat maakt deze arthousefilm geschikt voor een groot publiek. Het wachten is op een Nederlandstalige versie.

 

24 april 2019

 

ALLE RECENSIES

Jij bent mijn vriend

***
recensie Jij bent mijn vriend

Hoe The New Kid in Town zijn plekje vindt

door Ries Jacobs

Na de succesvolle documentaire De kinderen van juf Kiet brengen documentairemakers Peter Lataster en Petra Lataster-Czisch opnieuw de klas van docente Kiet Engels in beeld. Ditmaal is de ster van de film de zesjarige Branche, die met zijn ouders vanuit Macedonië naar Nederland is verhuisd omdat zij hier een baan vonden.

Jij bent mijn vriend begint op de dag dat Branche voor het eerst naar school gaat. Hij zit in een klas in het Brabantse Hapert, speciaal voor migrantenkinderen die het Nederlands nog niet beheersen. De camera volgt de vorderingen van de jongen in dit klasje en in het reguliere basisonderwijs waar hij een half jaar later instroomt.

Jij bent mijn vriend

De jongen vindt aanvankelijk moeilijk zijn plekje in een klas vol kinderen die een andere taal spreken, maar na een tijdje vindt hij een vriend in zijn leeftijdsgenoot Ayham. Wanneer die plotseling van school gaat, begint de hele zoektocht naar een vriend opnieuw.

Sobere stijl
De kinderen van juf Kiet (2016) kreeg lovende kritieken vanwege de maatschappelijke relevantie, maar vooral vanwege de stijl. De makers schoten de beelden vanuit het gezichtspunt van een kind en voorzagen de film niet van een voice-over. Ook verschenen er geen deskundigen in beeld om de beelden te duiden. Deze niet vaak door documentairemakers gebruikte stijl werkte verfrissend omdat de kijkers nu de wereld door de ogen van de kinderen zagen en bovendien zelf conclusies konden trekken.

Ook in Jij bent mijn vriend hanteren de Latasters deze sobere stijl, maar hier werkt het minder. Omdat de camera nu maar één kind volgt, wordt de film snel eentonig. We zien Branche werkjes maken en spelen en nog meer werkjes maken en nog meer spelen. Het is teveel van hetzelfde om vijfenzeventig minuten film mee te vullen. Bovendien komen we op deze manier niets over Branche te weten. Heeft hij thuis vrienden? Wat is de achtergrond van zijn ouders?

Kenmerkend is de scène waarin Branche op de gang wordt gezet omdat hij een meisje pest. De kijker ziet de jongen minutenlang op een stoel zitten, waarbij de enige actie is dat de juf heel even met hem komt praten. Zonder voice-over of achtergrondmuziek duurt deze scène wel erg lang.

Jij bent mijn vriend

Jampotbril
De Latasters willen met de film laten zien dat iedereen behoefte heeft aan een vriend en dat het soms moeilijk is om vriendschap te sluiten. De film toon de kijker inderdaad een transformatie van een angstige jongen die niet naar school wil naar een vrolijke jongen die op het schoolplein speelt met zijn vriendjes. Overigens zien we dit proces bij bijna ieder kind dat voor het eerst naar school gaat.

De vraag is dan ook waarom de makers om dit in beeld te brengen juist Branche de hoofdrol in hun film hebben gegeven. Hadden ze deze niet beter aan een ander kind film kunnen geven, bijvoorbeeld een onzekere kleuter met een jampotbril en een overbeet? Het soort kind dat steeds buiten de groep dreigt te vallen. Dat had waarschijnlijk een interessantere film opgeleverd. Nu zien we Branche met zijn leuke koppie en goede sociale vaardigheden. Iedereen ziet vooraf al dat dit joch het, ondanks zijn taalachterstand, wel gaat redden in de wereld.

Het lijkt erop dat de Latasters nog wat materiaal overhadden van hun vorige project in het klasje in Hapert en dit, aangevuld met wat extra beelden, in een nieuwe film hebben gestopt. Zo bezien kun je Jij bent mijn vriend beschouwen als een spin-off van De kinderen van juf Kiet. Zoals zo vaak is ook in dit geval de spin-off minder geslaagd dan het origineel.

 

18 november 2018

 

ALLE RECENSIES

Jupiter’s Moon

***

recensie Jupiter’s Moon

Ontaarde kunstmaan

door Ralph Evers

Met Jupiter’s Moon heeft de Hongaarse regisseur Kornél Mundruczó een eigenzinnig portret van de vluchtelingencrisis in Hongarije willen geven, waarbij hij het magische niet schuwt.

Hongarije is waarschijnlijk het meest vluchteling onvriendelijke land van Europa. Met een groot hek van prikkeldraad probeert de rechtse populistische regering de vluchtelingen buiten de landsgrenzen te houden. Niet alleen fysiek wordt een barrière opgeworpen, het draadstaal communiceert ook een ijzig koud ‘opsodemieteren’. De illusie dat muren de wanhopige mens buiten de deur houden.

Jupiter's Moon

Europa
Jupiter’s Moon opent met een groep Syrische vluchtelingen die hun heil in Europa zoeken. Vlak daarvoor is de verwijzing gemaakt naar één van de vier manen van Jupiter die reeds door Galilei zijn ontdekt. Er zou vermoedelijk leven op die ene maan van Jupiter kunnen voorkomen. De naam van die maan? Europa. Vanuit de Semitische etymologie zij opgemerkt dat Europa, afgeleid van erebu, zonsondergang betekent. Zo laat Jupiter’s Moon zich ook wel duiden, als een zonsondergang van de hoop voor hen die vanuit een oorlogssituatie op zoek gaan naar een beter bestaan en eindigen in de hel die Europa meer en meer voor hen wordt.

Aan activisme is in de Hongaarse filmwereld sowieso geen gebrek. Landgenoot Béla Tarr heeft eerder dit jaar in het Eye-filmmuseum op tastbare wijze vorm gegeven aan de onmenselijke houding jegens vluchtelingen in Hongarije. Mundruczó is zichtbaar beïnvloed door de films van zijn landgenoot, maar geeft er een geheel eigen draai aan. Hij behoort tot het groepje regisseurs in Hongarije (met o.a. Tarr, Fliegauf en Pálfi) dat voortdurend in staat blijkt de cinema te vernieuwen en de Hongaarse cinema tot een hoger plan te tillen. Zie bijvoorbeeld zijn eerdere film Fehér Isten (White God), waarin 250 wilde honden de show stelen of Johanna, waar de dialogen als een opera gezongen worden en een verpleegkundige een onalledaagse methode heeft om de zieken te genezen. Het heilige speelt vaker een rol in Mundruczó’s werk.

Beeldtaal
De kracht van Jupiter’s Moon zit hem niet eens zozeer in het verhaal zelf. Dit is vooral een drama met een vluchteling in de hoofdrol en de belangen van degene die hem in bescherming neemt, Gabor Stern en de overtuigend spelende immigratie-politieagent Lászlo als antagonist. Wat storend kan zijn is het feit dat Gabor gespeeld wordt door een Georgiër en hij nagesynchroniseerd is in het Hongaars. Daarnaast is de Syriër Aryan, om wie het allemaal draait, gespeeld door een Hongaar, wiens geworstel met het Engels niet altijd overtuigend overkomt. De kracht van de film zit hem in de cinematografie: hoe het vliegen van Aryan tot onze verbeelding spreekt (en mogelijk tot een leuk nagesprek leidt).

Jupiter's Moon

Wanneer Gabor, die werkt als arts in een opvangcentrum, ontdekt dat Aryan kan vliegen, stelt hij alles in het werk hem zo snel mogelijk uit dit opvangcentrum te krijgen. De gave van Aryan wil hij inzetten om rijke, terminale mensen te doen geloven dat engelen bestaan, wat geld in het laatje brengt. Het is in deze shots, wanneer Aryan vliegt, dat de film boven zichzelf uitstijgt. De cameraman weet in de verschillende omgevingen duizelingwekkende plaatjes te schieten en de muziek sluit er mooi bij aan. Aryan is op zijn beurt op zoek naar zijn vader, die hij tijdens zijn reis vanuit Homs naar Hongarije is kwijtgeraakt.

Overdaad schaadt
De film volgt de drie personen koortsachtig, waarbij de film vergeet te aarden. Er zijn teveel dingen gaande in de plot: achtervolgingen, een terroristische bomaanslag en een heuse shoot-out in een hotel. Terwijl de beeldtaal zo sterk begint. Met gekooide kippen en een dood koolmeesje wordt de fantasie onttoverd. Want in de barre, niet-uitnodigende harde realiteit van de opvangkampen, zou iedere vluchteling wel willen ontsnappen. Boven de prikkeldraadhekken uit willen stijgen, om dan ergens ooit te kunnen landen. Het lijkt wel alsof dat niet meer in Europa kan. Landen lukt ook deze film niet, al worden we wel getrakteerd op een gedurfd en cinematografisch overtuigend kunstwerk.
 

1 november 2017

 
MEER RECENSIES

Jackie

***

recensie Jackie

Natalie Portman doet teveel haar best

door Cor Oliemeulen

Jacqueline Kennedy was een van de meest gefotografeerde en bewonderde vrouwen van de twintigste eeuw, maar veel wisten we nog niet van haar. Natalie Portman kruipt in de huid van de First Lady, maar is teveel bezig met accent en gebaartjes om geheel geloofwaardig te zijn.

Een paar jaar geleden reconstrueerde Peter Landesman in Parkland de gebeurtenissen direct nadat de Amerikaanse president John F. Kennedy op 22 november 1963 werd doodgeschoten. De focus lag op hulpverleners, geheime dienst, de familie Oswald en Abraham Zapruder die de wereldberoemde homevideo van de aanslag maakte. In zijn eerste buitenlandse uitstapje portretteert de vermaarde Chileense regisseur Pablo Larraín (NO, El Club, Neruda) Kennedy’s echtgenote Jacqueline in de eerste dagen van trauma, rouw en waardigheid. Zo prominent en dichtbij als in het biografische drama Jackie zagen we haar nog nooit.

Jackie

Stijlicoon
Na de saai en degelijk ogende eerste dames Truman en Eisenhower kon het Witte Huis begin jaren 60 wel wat glamour gebruiken. Door haar kokette jurkjes, mantelpakjes en jassen met simpele lijnen en veelal pastelkleuren, eenvoudige pillendooshoedjes, lange handschoenen, zijden sjaals en oversized zonnebrillen groeide Jackie Kennedy snel uit als stijlicoon. Iedereen kent het roze mantelpakje vol bloed (voor de film nagemaakt door de Franse couturier Madeline Fontaine) dat zij droeg tijdens de moordaanslag op ‘s lands razend populaire president JFK. Maar naast het toonbeeld van mode stond Jackie tijdens officiële en sociale evenementen trouw aan de zijde van haar (overspelige) echtgenoot.

Jackie hield zich persoonlijk bezig met de herinrichting van het Witte Huis. De televisie-uitzending over een rondleiding door de First Lady zelf door de rijkelijk ingerichte kamers – vol Amerikaanse kunst en illustere voorwerpen van vorige bewoners – werd een enorme kijkhit. Als je de originele beelden bekijkt, zie je met hoeveel precisie en oog voor detail deze gebeurtenis in de film is nagebootst. Het creëren van een authentieke sfeer (zwart-wit en vale kleuren) kun je gerust overlaten aan Pablo Larraín, die in eerdere films schijnbaar moeiteloos de tijd van de dictatuur van Pinochet opriep. In Jackie weet je soms niet of je naar archiefbeeld kijkt of dat een scène is nagespeeld. Loopt daar nu de echte Jackie een halve eeuw geleden achter de kist? Nee, als je inzoomt is het toch Natalie Portman.

Jackie

Rondleiding en interview
De rondleiding door de ambtswoning loopt als rode draad door de film, net als Jackie’s interview met een journalist (Billy Crudup), dat is gemodelleerd naar het vraaggesprek van Theodore White van Life, een week na de moord op JFK. In hun niet geheel vlekkeloos verlopen onderhoud vergelijkt Jackie het verblijf in het Witte Huis met Camelot, het kasteel van King Arthur, maar echt overtuigend is de keuze voor deze rode draad in de film niet. Van het beeld van de presidentsvrouw die sterk is of sterk moet zijn voor de natie, zoals de journalist de boodschap van het interview voorstelt, blijft te weinig over. We zijn vooral getuige van een rouwende vrouw vol emoties die als taak heeft haar twee kleine kinderen te vertellen dat hun vader niet meer thuiskomt en zich hierna intensief gaat bezighouden met de begrafenis – niet besloten, maar openbaar met een wandelende processie, geheel tegen de zin van de veiligheidsadviseurs.

Jackie verloopt fragmentarisch en heeft in Natalie Portman een vertolkster die zich danig heeft verdiept in haar personage, maar te erg haar best doet om te praten en te bewegen zoals Jackie Kennedy dat deed. Het dramatische kijken en staren (veel close-ups) werkt veel beter dan haar stem die net even te vaak te zeurderig klinkt. Als je goed oplet, merk je dat bepaalde scènes kennelijk op dezelfde dagen zijn opgenomen. Tijdens de rondleiding hoor je bijna de perfectie stemimitatie, die echt anders klinkt dat het begin van het interview waarin bepaalde woorden, ook zichtbaar, onnatuurlijk worden uitgesproken. In de scènes met de meer spontane dialogen is Portmans acteren minder gemaakt. Maar werkelijk natuurlijk acteerwerk blijkt pas in de scènes als Jackie praat met een priester, gespeeld door John Hurt. Van het charismatisch bedoelde personage Jackie blijft plotseling weinig over in het gezelschap van deze gerenommeerde Britse acteur die recent op 77-jarige leeftijd overleed.
 

11 februari 2017

 
MEER RECENSIES

Juste la fin du monde

***

recensie Juste la fin du monde

Afscheid nemen is een opgave

door Suzan Groothuis

Afscheid nemen is een opgave. Vooral als je jaren uit contact bent geweest. En in het geval van schrijver Louis-Jean is er niet eens sprake van een band met zijn familie. Toch keert hij terug naar zijn roots om moeilijk nieuws te brengen, maar krijgt hij daartoe wel de kans?

De film opent met een scène in een vliegtuig. De camera rust op het gezicht van Louis-Jean (Gaspard Ulliel, Hannibal Rising). Mooi om naar te kijken, maar hij heeft iets vermoeids over zich. Zijn voice-over verraadt al snel waarom: Louis-Jean is stervende. En zijn vlucht leidt hem naar zijn familie om het nieuws met hen te delen. O ja, hij is jaren niet in contact geweest.

Vermoeiend weerzien
Bij aankomst wacht hem waar hij al voor vreesde. Een hysterische moeder. Een boze, cynische broer en diens vrouw die hij niet eerder ontmoet heeft. Zijn jonge zusje dat volwassen is geworden en zichtbaar heeft geleden onder zijn afwezigheid. Allen zitten met vragen. Geen vragen over het nu, maar over vroeger. Wat bewoog Louis-Jean ertoe zijn eigen pad te kiezen en uit contact te gaan? Buiten de verjaardagskaartjes dan, die hij trouw jaarlijks stuurde.

Juste la fin du monde is gebaseerd op een toneelstuk en oogt ook zo. De film speelt zich voornamelijk af binnen één decor: het huis waar Louis-Jeans familie woont, maar waar hij zelf niet opgroeide. Ontworteling lijkt hier op zijn plaats: niet alleen het huis, ook zijn familie is hem vreemd. En andersom: als zoon en broer is ook hij een vreemde. Er komt met name oud zeer naar boven. Pijn. Verdriet. Onbegrip. En boosheid, veel boosheid.

Worstelen in het leven
Films van de Canadese regisseur Xavier Dolan kenmerken zich door een sterke visuele stijl (expressieve kleuren en decors) en mensen die worstelen in het leven. In zijn vorige film, het intense Mommy, vecht een puber om uit zijn beklemmende wereld te komen. Wanneer hij op zijn skateboard een moment van vrijheid beleeft, trekt hij de beeldkaders letterlijk open. Het beeld, vergroot. Zijn leven, even bevrijd.

Juste la fin du monde

Die bevrijding kent Juste la fin du monde niet. Het spelen met beeldkaders evenmin, hoewel er aandacht is voor de aankleding: de lichtjes opbollende bloemetjesgordijnen, de opzichtig gelakte nagels van de moeder, de getatoeëerde armen van het zusje. En die immens lege, gekwelde blik van Louis-Jean, die zoekt naar het juiste moment om het einde van zijn leven aan te kondigen.

Emotie op afstand
Waar Dolans vorige films overtuigden met hun expressieve karakters, heeft Juste la fin du monde iets leegs. Je mist de diepgang van zijn eerdere films. Emoties die inslaan als een bom en verpletteren. Niet dat Dolans nieuwste ontdaan is van overdaad en emotie: er is de vurige broer Antoine (Vincent Cassel), de overdrevenheid van de moeder (Nathalie Baye) en de worstelende zus (Léa Seydoux). De stille en wat naïeve Catherine (Marion Cotillard) voegt weinig toe, behalve dat ze op de irritatiespieren van Antoine werkt. Maar de personages zijn vooral karikaturen, waarop het karakter van de introverte en ondoorgrondelijke Louis-Jean haaks staat.

Echt meevoelen doe je niet. Je bent meer observator van een afstandelijk, schreeuwerig schouwspel. Er zijn enkele momenten die beroeren, zoals de ongemakkelijke omhelzing van moeder en zoon. Of het wat surreële einde. Maar na afloop vraag je je als kijker af wat nou die pijn maakt, in eerdere films van Dolan zo voelbaar. In Juste la fin du monde is het verleden te pijnlijk en is er geen plek voor het heden. Ergens daartussen blijf je dan zweven.
 

12 december 2016

 
MEER RECENSIES

Julieta

****

recensie Julieta

Uit het oog, maar niet uit het hart

door Cor Oliemeulen

Het is goed te zien dat Pedro Almodóvar ook zonder extravagante personages een uitstekend drama kan maken en geen surrealistische elementen nodig heeft om mysterie te etaleren. ‘Uit het oog, maar niet uit het hart’ klinkt als een vreselijk cliché, echter dat is Julieta allesbehalve.

Zoals gewoonlijk schreef de Spaanse regisseur zelf het scenario, ditmaal gebaseerd op drie korte verhalen van de Canadese schrijfster Alice Munro. De plot van Julieta is prachtig geconstrueerd, de kleurrijke cinematografie en het soms oogverblindende productiedesign zijn als vanouds. Het resultaat is een uitgebalanceerd en meeslepend filmdrama, net iets minder doortastend dan Almodóvars meesterwerken Todo Sobre mi madre, hable con elle en Volver.

Julieta

Schuld en onmacht
Julieta is een herkenbaar document over schuld en onmacht. Schuld omdat het titelpersonage zich na de dood van haar geliefde verantwoordelijk voelt voor het verdwijnen van hun dochter. Onmacht omdat de dochter er alles aan heeft gedaan om onvindbaar te blijven voor haar moeder, terwijl zij vroeger een goede band hadden, maar elkaar kennelijk niet goed genoeg bleken te kennen. Het kind is in de jaren tachtig verwekt nadat de spontane twintiger Julieta (Adriana Ugarte) in een nachttrein de visser Xoan had ontmoet. Nu, vele jaren later, blikt de getormenteerde vrouw (Emma Suárez) in haar Madrileense appartement terug op hoe het zover heeft kunnen komen in een brief aan haar verloren dochter.

Dood als leidmotief. Er komt een moment dat Julieta uit zelfbescherming alle sporen van het bestaan van haar dochter volkomen uit haar leven laat verdwijnen. Zij is dood voor haar, net als Xoan, die na een echtelijke ruzie met Julieta gaat varen en omkomt in een zware storm; net als de oudere man die in de trein toenadering zoekt, door haar wordt afgewezen en zelfmoord pleegt. De regelmatig opdoemende beelden van de twee mannen zullen haar blijven kwellen. Verder is er de moeizame relatie met haar eigen ouders. Haar moeder is bedlegerig, lijdt aan een psychische kwaal en tot Julieta’s ongenoegen kan haar vader het onderwijl erg goed vinden met de huishoudster.

Julieta

De positie van de vrouw
Hoezeer Julieta uiteindelijk ook gebukt gaat onder de pijn en het verdriet door het gemis van haar dochter, Almodovárs drama is wederom een ode aan de vrouw. Niet zo intens en melodramatisch als Penélope Cruz’ krachtige personificatie in Volver, maar treffend in de verbeelding van het leed van de moeder- en dochterfiguur tegelijk. De vrouw als middelpunt van het universum en de drager van het leven. In Julieta is de vrouw tevens expliciet de schepper van de man, wat blijkt uit de sculptuurtjes van torso’s van Xoans scharrel Ava (Inma Cuesta, de vrouwelijke stierenvechter in het zwart-wit sprookje Blancanieves). De beeldend kunstenaar legt een van de geboetseerde mannenbeeldjes (ook symbolisch) in Julieta’s hand.

Veel grote regisseurs hebben zich verdiept in het hoofd en de positie van de vrouw. Zo plaatste de Italiaanse filmvernieuwer Michelangelo Antonioni de naar zingeving zoekende vrouw volkomen onthecht in een zich snel moderniserende wereld en drong de Zweedse cineast Ingmar Bergman middels close-ups en de vierde wand diep door in het brein en de ziel van zijn vrouwelijke personages.

Hoewel Pedro Almodóvars oeuvre beduidend bescheidener is, lijkt zijn behandeling van de vrouw misschien nog wel het meest op die van Kenji Mizoguchi. Deze oude Japanse meester stond tot de Tweede Wereldoorlog te boek als het boegbeeld van het Nieuwe Realisme: sociale filmdocumenten over de Japanse samenleving die langzaam overgaat van het feodalisme naar de moderne tijd. Omdat hij de rol van de vrouw (vaak geisha’s of prostituees) in een door mannen gedomineerde maatschappij onderzocht, geldt Mizoguchi als de eerste grote feministische regisseur. Diens humanistische benadering en hang naar wonderschone beelden zien we vele decennia later terug in Julieta.
 

14 augustus 2016

 
MEER RECENSIES

Janis: Little Girl Blue

****

recensie  Janis: Little Girl Blue

Vrije geest op zoek naar liefde

door Alfred Bos

Na meer experimentele filmportretten over Kurt Cobain en Amy Winehouse weet de documentaire Janis: Little Girl Blue, over jaren zestig-zangeres Janis Joplin, met traditionele middelen te overtuigen. Het slaat Howard Alks Janis uit 1974 op psychologie en context.

Janis Joplin rebelleerde haar leven lang tegen het milieu van haar jeugd, maar ze schreef ook trouw brieven aan haar ouders. Daar maakt documentairemaker Amy Berg dankbaar gebruik van in Janis: Little Girl Blue, haar portret van de Texaanse rhythm & blueszangeres, gemaakt voor de reeks American Masters van de publieke omroep in Amerika. De citaten uit brieven aan familie en vrienden, in voice-overs van zangeres Cat Powers, geeft de biografie een persoonlijke, zelfs intieme stem.

Het maakt het verhaal van Janis Joplin nog schrijnender dan het al is. In 1943 geboren als oudste kind van een oerconservatief gezin (vader ingenieur, moeder huisvrouw) was Joplin van jongs af aan onzeker over haar fysieke verschijning. Daarnaast voelde ze zich onbegrepen, niet alleen door haar ouders. Haar vrije geest vond geen weerklank in de conformistische wereld van haar geboorteplaats, de oliehaven Port Arthur, een provinciestadje in Texas, kleiner dan Hilversum. Ze werd een dwarskop met een negatief zelfbeeld, bijna wanhopig op zoek naar acceptatie en liefde.

Janis: Little Girl Blue

Psychedelische revolutie
Die vond ze, na enkele valse starts in Austin en North Beach, Californië, in het embryonale hippiemilieu van San Francisco, waar in 1965 de tegencultuur van beatniks en folkies op het punt stond te ontbotten tot wat een culturele schokgolf bleek te zijn, de psychedelische revolutie. Joplin voelde zich als in vis in het water in die omgeving van artistieke bohemiens, gelijkgestemde zielen die haar persoonlijkheid en talent met open armen ontvingen. Het podium was haar thuis, het applaus zalf voor een afgewezen ziel. Maar ze bleef een gekwetst kind, buiten het toneel had ze constant bevestiging nodig.

Het was te danken aan haar wilskracht dat Big Brother and the Holding Company niet één, maar tweemaal optrad tijdens het Monterey Festival van juni 1967. De band weigerde filmmaker D.A. Pennebaker aanvankelijk toestemming om hun concert vast te leggen. Joplin begreep de monumentale domheid van die beslissing en drukte een herkansing door. Het werd haar doorbraak. Berg toont Pennebakers beelden van haar spraakmakende vertolking van Big Mama Thorntons ‘Ball and Chain’ en de verblufte reactie op het gezicht van Mama Cass. Clive Davis, directeur van platenmaatschappij Columbia (CBS), stond erbij en contracteerde haar ter plekke.

Psychologisch portret
Bergs film heeft ook aandacht voor de muzikale ontwikkeling van Joplin. Eerste inspiratiebron Odetta, grote voorbeeld Otis Redding, het amateurisme van de Holding Company (onthullende beelden uit de opnamestudio), de door manager Albert Grossman (tevens zakelijk begeleider van Bob Dylan) ingegeven beslissing om als soloartiest verder te gaan, Joplins onvermogen om een band te leiden en de artistieke (en commerciële) triomf van het posthuum verschenen solo-album Pearl—het komt allemaal in ruim honderd minuten langs, maar het psychologische portret blijft centraal staan.

Zelfs toen ze, 24 jaar oud inmiddels, een held was in de scene van San Francisco meenden haar ouders haar te kunnen en moeten corrigeren. Dat onbegrip voor de opvattingen van de jonge generatie was typerend voor de jaren zestig, maar in Joplins geval is het extra wrang. Drank en heroïne moesten het gebrek aan liefde compenseren.

Janis: Little Girl Blue

Tragisch ongeluk
Ze kickte af, vond op het strand van Rio de Janeiro een (Amerikaanse) vriend, werkte met vermaard producer Paul Rothchild (The Doors en vele anderen) aan haar eerste solo-album en overleed op 4 oktober 1970 op een hotelkamer in Los Angeles aan een overdosis, of eigenlijk, aan eenzaamheid. Het was een tragisch ongeluk, zoals de film subtiel duidelijk maakt. Wat de film niet vertelt is dat er diezelfde week in LA nog een handvol heroïnedoden vielen, allemaal afnemers van dezelfde dealer.

Berg heeft zo ongeveer alle belangrijke en nog levende personen uit het korte leven van Joplin sprekend voor de camera gekregen. De belangrijkste bijdrage komt van Joplins jongere zus Laura, die de beste Joplin-biografie – Love, Janis uit 2005 – heeft geschreven; er zijn er inmiddels vier. Een andere biograaf, John Byrne Cooke, komt ook aan het woord. Puttend uit het omvangrijke archief van beeldmateriaal over Joplin en voorzien van commentaar door een stoet van muzikanten, voormalige minnaars (zowel vrouw als man, waaronder Dick Cavett) en vrienden uit alle fasen van haar leven weet Janis: Little Girl Blue te raken. Het moet een leuk mens zijn geweest. Ze had beter verdiend.

 

18 januari 2016

 

MEER RECENSIES