****
recensie One to One: John & Yoko
Indringend tijdsbeeld van het Amerika van begin jaren zeventig
door Jochum de Graaf
Eind augustus 1971 vestigen John Lennon en Yoko Ono zich vanuit hun landgoed Tittenhurst bij Ascot, Berkshire in een tweekamerappartement in de New Yorkse wijk Greenwich Village. Ze leven helemaal op na de hectische periode met het uiteenvallen van The Beatles. Die Village-periode begint met veel tv kijken, volgens Lennon ‘het venster op de wereld’. Zo leren ze het Amerika van begin jaren zeventig, het eind van de flower power en de opkomst van de protestgeneratie, kennen.
We kijken mee naar actualiteitenrubrieken met veel Nixon, het bezoek aan China, de aanslag op de rechtse presidentskandidaat George Wallace, vliegtuigkapingen, optredens van John in talkshows als die van Mike Douglas, zijn ontmoetingen met vooraanstaande activisten als Jerry Rubin, dichter-filosoof Allen Ginsberg, opnamen van primal scream sessies, de terugkeer uit ballingschap van Charlie Chaplin, de dan nog nieuwe avondvullende spelshows, maar ook tv-reclames, voor Ragu en nieuwe producten als Tupperware.

Politiek actief
Het is ook de periode waarin Lennon meer en meer politiek actief begint te worden. Hij speekt zich fel uit voor de opheffing van anti-homowetten en tegen de Vietnamoorlog: ‘stop the bombing’. Lennon komt op de radar van de inlichtingendiensten. Een verblijfsvergunning laat op zich wachten, Lennon wordt als staatsgevaarlijk gezien, zijn telefoon wordt afgeluisterd. Hij is zich daarvan bewust en besluit zelf ook de telefoongesprekken op te nemen.
One to One is mooi van vorm en montage. Aan de hand van videofragmenten met die telkens in- en uitfadende spikkelbeelden ontstaat een indringend tijdsbeeld van het Amerika van begin jaren zeventig. En we zien en horen kunstig in beeld getypte fragmenten uit de opgenomen telefoongesprekken. Yoko beklaagt zich dat ze door fans en pers gezien wordt als de schuldige aan het einde van The Beatles. Ze wordt bedreigd, is een ‘kut-Jap’ en weet ik niet al wat.
John belt veel met manager Allen Klein, de gladde advocaat die hij aan de andere Beatles voorstelde om manager te worden. Het conflict daarover – Paul McCartney sprak zijn veto uit – dat niet in de film aan de orde komt, was de werkelijke oorzaak van het einde van The Beatles.
Een van de eerste acties is voor de vrijlating van John Sinclair, de manager van de Amerikaanse protopunkband MC5, die vanwege het bezit van twee joints een gevangenisstraf van tien jaar moet uitzetten. Lennon schrijft Attica Blues, zingt het op de John Sinclair Freedom Rally en ziet dat hij onder die grote publieke druk wordt vrijgelaten.

John en Allen Klein overleggen over het druistige idee voor een Free the People Tour, waarmee uit de opbrengst nog meer militante activisten vrijgekocht zouden kunnen worden. Maar ze moeten dit idee al snel vanwege ernstige bedreigingen loslaten. Lennon ziet dan een tv-documentaire over de hemeltergende omstandigheden waarin geestelijk gehandicapte kinderen moeten leven in Willowbrook, Staten Island, een van de grootste inrichtingen ter wereld. Hartverwarmend is het bezoek van John en Yoko aan die New Yorkse staatsschool. Ze besluiten een benefietconcert te doen, het One To One-concert uit de filmtitel.
Eerste grote concert na The Beatles
30 Augustus 1972 staan John, Yoko en The Elephants Memory Band in Madison Square Garden. Het is het eerste grote concert voor Lennon sinds het uiteenvallen van The Beatles en zou later blijken ook het laatste te zijn. Lennon in topvorm zingt Come Together, Instant Karma, Hound Dog, Cold Turkey en Imagine. In de grote finale Give Peace A Chance, massaal meegezongen door de zinderende zaal, komt Stevie Wonder er nog aan te pas. Maar alleen al de hartenkretende uitvoering van Mother maakt de film zeer de moeite waard.
One to One: John & Yoko is een geweldig tijdsdocument over een wat onderbelichte periode van het leven van de grootste rockster aller tijden.
8 oktober 2025














Opvallend is de rol van Nikolay Burlyaev. Hij boetseert het karakter van de dappere en toch gevoelige oorlogswees Ivan tot een geloofwaardig en vol personage. De destijds pas vijftienjarige acteur spat werkelijk van het scherm. Opvallend is dat auteur Vladimir Bogomolov, op wiens boek Tarkovski de film baseerde, ook vijftien was toen hij in 1941 aan het front vocht. Bogomolov was overigens kritisch op de film. Hij vond dat de regisseur, die geen dag in een oorlog had gevochten, nooit kon uitdrukken wat er werkelijk aan het front gebeurde.



