Goldie

***
recensie Goldie

Coming of age met kanariegele jas

door Nanda Aris

Flitsende, energieke en optimistische film over een achttienjarige die droomt van haar grote doorbraak, maar tegelijkertijd voor haar jongere zusjes moet zorgen. 

Sam de Jong studeert in 2012 af aan de filmacademie en breekt in 2015 door met zijn eerste film Prins, die opzien baart, niet alleen in eigen land. De Jong onderzoekt in zijn films wat identiteit en erkenning betekenen in een samenleving waarin popcultuur de nieuwe religie is. Er is interesse vanuit Amerika, en daarom verhuist De Jong niet veel later daarheen. Het aanbod van 21st Century Fox: een film over jongeren, budget twee miljoen dollar. Zijn idee: een film over jongeren met een instabiele thuissituatie en de hoofdrol moet gaan naar iemand die in werkelijkheid daarin verkeert.

Goldie

Hij ontmoet in 2016 Slick Woods (echte naam Simone Thompson, maar doordat ze goed jointjes kan rollen krijgt ze haar bijnaam Slick Woods), de beoogde hoofdrolspeelster van Goldie, nog voordat haar carrière als model een vlucht neemt. Ze ziet Prins, is enthousiast, en met haar aangrijpende jeugd – op haar zesde wordt haar moeder veroordeeld voor moord, haar broer komt om door geweld en ze leeft een tijd op straat – als inspiratie besluiten ze samen te werken.

Geel
Goldie woont met haar dealende moeder (Marsha Stephanie Blake), diens vriend (Danny Hoch) en haar twee zusjes Supreme (Jazmyn C Dorsey) en Sherrie (Alanna Renee Tyler-Tompkins) in een studio in New York. Ze hoopt te mogen dansen in een nieuwe videoclip van Tiny (A$AP Ferg) en denkt dat een bloeiende carrière hierna niet kan uitblijven – het grootse dromen van een achttienjarige.

We worden meegenomen is haar droom en begrijpen dat ze daarvoor die ene outfit nodig heeft. Ze steelt een minuscuul kanariegeel broekpakje en droomt van een kanariegele bontjas die ze in de etalage van een winkel ziet. Onbetaalbaar, en daarom des te meer aantrekkelijk. Hoeveel de klus eigenlijk betaalt, weten we niet. Goldie ook niet, de overtuiging dat het haar doorbraak zal betekenen is doorslaggevend.

Vluchten
Wanneer haar moeder gearresteerd wordt, vlucht Goldie met haar twee jongere zusjes. Ze vertrekken naar personen bij wie ze hopen onderdak te kunnen krijgen. Maar in plaats van onderdak krijgen ze vaak iets te eten en het advies met jeugdzorg contact op te nemen. Elke persoon bij wie ze om onderdak vragen wordt geïntroduceerd met uitgetypte en (door de zusjes) uitgesproken naam. De Jong maakt die keuze om zo de zusjes van Goldie in het verhaal te houden, als tegenpool voor de harde realiteit van de film. 

Goldie

De Jong incorporeert animaties op meerdere momenten, wat enigszins doet denken aan Lola rennt (1998) en de opening van de film Juno (2007). Sommige pakken beter uit dan andere, want alhoewel het uitspreken van de namen door de zusjes als tegenpool voor de harde realiteit geldt, hangt het luchtige karakter ervan nauw samen met het kinderlijke. De animaties werken bijvoorbeeld beter wanneer ze de muziek (van Nathan Halpern) kracht bij zetten en zo Goldie nog meer onoverwinnelijke, jeugdige fling meegeven.

Cabrio
Goldie neemt liever geen contact op met jeugdzorg, omdat ze niet wil dat haar zusjes uit elkaar gehaald worden. Ze verkoopt de pijnstillers van haar moeder en probeert het geld voor de jas bij elkaar te harken, terwijl ze haar zusjes moet onderhouden.

Zittend in een cabrio lacht Goldie haar tanden – inclusief flinke spleet tussen haar voortanden – bloot. De wind waait door haar haren, haar geel opgemaakte ogen stralen en we proeven het geluk. Zowel van Goldie, als dat van debutante Slick Woods, die de show steelt met haar markante uiterlijk en knappe acteerwerk in deze tweede speelfilm van De Jong.

 

14 januari 2020

 

ALLE RECENSIES

Bulbul Can Sing

****
recensie Bulbul Can Sing

Vervlogen dromen

door Michel Rensen

Rima Das richt na Village Rockstars weer de camera op de dromen van jonge meisjes in haar geboorteregio Assam in India. Met een intiem portret van opgroeiende tieners maakt zij een aanklacht tegen de positie van jonge vrouwen in de hedendaagse Indische samenleving. 

In een klein afgelegen dorpje in de Indiase deelstaat Assam staan de bewoners met de voeten in de modder. Ze leven van het land: het verbouwen van rijst en het houden van varkens.

Bulbul Can Sing

Hechte vriendschap
De 15-jarige Bulbul en haar vrienden Bonny en Suman hebben naast hun schoolverplichtingen vooral veel tijd om samen niets te doen. Ze klimmen in bomen, rennen door uitgestrekte velden of praten over hun dromen, verlangens en de onvermijdelijke eerste liefde. Met een bijna documentair ogende intimiteit filmt Rima Das haar personages alsof ze onderdeel is van de hechte vriendengroep.

De film houdt aanvankelijk een open houding ten opzichte van traditie. Hij laat de pracht en praal van de dans en zang zien, maar ook hoe traditionele rolverdeling tussen man en vrouw de levens van de dorpsbewoners bepaalt. Suman is als homoseksuele jongen constant het slachtoffer van pestgedrag van de jongens uit het dorp. Als één van hen Suman vertelt dat hij niet mannelijk genoeg is om te vissen, snijdt de film naar een establishing shot waarin we zien dat er net zoveel vrouwen vissen als mannen. De film laat een wereld zien waarin vrouwen evenveel of meer werk verrichten dan mannen. Met simpele montage maakt Bulbul Can Sing de hypocrisie van die traditionele rolverdeling sterk voelbaar.

Abrupt verstoorde jeugd
Bulbul Can Sing filmt de vriendschap tussen de drie vrienden met een jeugdige frivoliteit. Wanneer een groep religieuze mannen Bulbul en Bonny betrapt als zij een date hebben met jongens uit het dorp, wordt hun leven abrupt en gewelddadig verstoord. Alles wat de schijn van onzedelijk gedrag heeft, wordt door het dorp sterk veroordeeld. Schaamte voert de boventoon. Men moet koste wat het kost de sociale status waarborgen.

De toon van Bulbul Can Sing slaat op dit moment ook compleet om. De jeugdige onbezonnenheid uit de eerste helft maakt plaats voor zwaarmoedigheid. De vrijheid die het drietal vond met elkaar is verdwenen. Bulbul is enkel nog alleen te vinden op de plekken waar ze eerst samen waren. Haar leven is voorgoed veranderd, haar mogelijkheid om te dromen is haar ontnomen.

Bulbul Can Sing

Neorealisme
Rima Das is niet alleen de regisseur van de film, maar ook schrijver, producer, cameravrouw, editor en verantwoordelijk voor de production design. Ze werkt met een minimale crew, op locatie met niet-professionele acteurs en zoekt stilistisch de grens tussen fictie en documentaire op. Haar werkwijze heeft sterke overeenkomsten met het Italiaans neorealisme.

Het is daarom niet verwonderlijk dat haar werk een sterk hedendaags maatschappelijk karakter heeft. Das heeft een scherp oog voor de wrange positie van jonge meisjes in de hedendaagse Indiase samenleving, maar haar films zijn meer dan een aanklacht. Ze laat vooral zien dat deze meisjes mensen zijn, vol dromen en verlangens.

 

29 december 2019

 

ALLE RECENSIES

Deerskin

****
recensie Deerskin

Praten met je jas

door Bob van der Sterre

Na Realité (film van het jaar 2014 bij Indebioscoop.com) waren de verwachtingen rondom muzikant/regisseur Quentin Dupieux hooggespannen. De misdaadkomedie Au Poste (met Benoit van Poelvoorde) is redelijk geruisloos langs iedereen geslopen maar met Deerskin (originele titel Le Daim) keert hij weer terug op zijn inmiddels vertrouwelijke absurdistische plek in het filmhuis.

Georges koopt een jas van origineel hertenleer à € 7.500. ‘Wow! Geweldig! Godverdomme!’ Hij krijgt er een camera bij. Georges is net gescheiden en neemt in een dorp in de Alpen een kamer in het lokale hotel. ‘Wat ben je van beroep?’ ‘Filmmaker.’

Deerskin

In de kamer begint de jas tegen hem te praten – met de stem van Georges zelf. Hij wil het enige jack van de planeet zijn. ‘Ik wil met jou over straat lopen zonder andere jacks tegen te komen.’ ‘Dat is grappig: ik wil de enige persoon ter wereld zijn die een jack draagt.’

Wel een lastige missie voor Georges, maar hij houdt zo van zijn jas dat hij voor een film mensen hun jassen laat uitdoen (en ermee wegrijdt). Alle jassen ter wereld verzamelen, gaat wel tijd kosten, legt hij aan zijn eigen ongeduldige jas uit.

Hij laat zijn resultaten van zijn filmpjes zien aan afgestudeerd filmstudent Denise. Ze ‘snapt waar hij heen wil’ en doet hem een broek van hertenleer cadeau. ‘Wow! Geweldig! Godverdomme!’

Absurdisme en symboliek
De film zal vooral in de smaak vallen bij mensen die dol zijn op absurdisme en symboliek. De film gaat over jagen – zoveel is duidelijk. Neem het incident met de hotelreceptionist, of het uitschakelen van het toekijkende joch, het volgen van mensen, of wat er later in de film allemaal gebeurt.

Daar past ook bij hoe wereldvreemd Georges is. Hij begrijpt niets van dingen als seks, kunst, geld. Je ‘normaal’ gedragen als mens; hij weet niet hoe hij dat moet doen. Het lijkt of hij voor het eerst hoort over computers. Eten? Hij voedt zichzelf met wat hij hier en daar bij elkaar schooiert. Georges lijkt langzaam van een angstig hert te veranderen in een predator – juist nu hij zijn hertenleer aan heeft.

Hoe je alles moet interpreteren – en hoe fatalistisch dit einde wel weer is – dat is aan de kijker zelf. Een bekwaam essayist kan hier denk ik wel wat met thema’s als man/vrouw, kapitalisme, filmkunst (ook hier weer een film in film), lichaam/vacht. Met de jas als mensenvacht en ‘eten of gegeten worden’ (dog-eat-dog-world) kun je ook leuk spelen in je essay.

Details zijn goed verzorgd, zoals acteurs en muziek. Jean Dujardin speelt een gedenkwaardige hoofdrol als jassenprater Georges. De rol laat zien dat hij veel soorten komedie aan kan, na rollen als simpele surfer in Brice de Nice, uitgerangeerd filmster in The Artist, dwaze spion in de OSS-films en dronken schrijver in Le Bruit Des Glacons. Adèle Haenel past ook goed in de film als zijn vlijtige student. En Dupieux, als muzikant, kiest ook geweldige muziek uit. Dit keer een hoofdrol voor de fraaie track The Long Wait van Morton Stevens (1969).

Deerskin

Loop
De verbazingwekkende scripts trekken toch de meeste aandacht. Het is frappant hoe in films van Quentin Dupieux het einde sterk met het begin te maken heeft – alsof het alsmaar blijft doorgaan in een loop. Dat zag je ook in Realité en in Wrong. Een film verloopt chronologisch maar je hoeft het niet chronologisch te vertellen. De verwijzing naar Pulp Fiction in deze film is ook allerminst toevallig.

Is Deerskin dan de film van 2019 zoals Realité dat was in 2014? Nee. Misschien is het jammer dat er maar een dominante scriptlijn is (het verhaal van de jas) waar er in Realité veel meer scriptlijnen waren, wat meer tempo en variatie bood. Deerskin is in dat opzicht wat trager. Toch werkt Dupieux zo gestaag verder aan een fascinerend oeuvre van absurde, mysterieuze verhalen als ‘De David Lynch van de comedy’, zoals zijn bijnaam luidt. Je kunt toch niet snel een andere film verzinnen over een hertenleerverslaafde gek die met jassen praat.

 

16 december 2019

 

ALLE RECENSIES

Third Wife, The

***
recensie The Third Wife

Onderdrukte vrouwelijke verlangens

door Cor Oliemeulen

“Als ik groot ben, word ik een man, dan kan ik veel vrouwen hebben”, zegt een meisje in het oogstrelende drama The Third Wife. Plaats van handeling is een dorp in het negentiende-eeuwse Vietnam waar vrouwen dienen om jongens te baren.

Het feministische speelfilmdebuut van de in Ho Chi Minh-stad geboren en in New York wonende Ash Mayfair is een impliciete aanklacht tegen de patriarchale samenleving in haar moederland. Dat was niet zozeer de controverse die haar film in Vietnam opriep, maar wel de soft-erotische scènes van de pas dertienjarige hoofdrolspeelster Nguyen Phuong Tra My, wier personage May zich voelt aangetrokken tot vrouwen.

The Third Wife

Controverse in eigen land
Het debat van de nationale volksvertegenwoordiging na de première op 17 mei zorgde ervoor dat Mayfair en haar producers The Third Wife al na vier dagen uit de bioscopen terugtrokken. Op straffe van een geldboete waren ze geenszins van plan geweest om filmscènes weg te snijden. Terecht, want de betreffende fragmenten zijn poëtisch en uiterst delicaat geschoten. Volgens de filmmaakster zijn het vooral de conservatieve krachten die moeite hebben met de kritiek op de dominerende rol van mannen in het land. “Dit deel van onze geschiedenis is erg donker en bestaat nog steeds in de Vietnamese samenleving. Er zijn zoveel artiesten, met name vrouwelijke artiesten, die voelen dat ze zich niet kunnen uitspreken”, zei ze tegen The Hollywood Reporter.

Mayfairs sfeer in The Third Wife is op alle fronten mild en ingetogen. Ze toont lieflijke plaatjes van de prachtige natuur en kadreert ook het trage, traditionele en sensuele leven van alledag in een kleine samenleving rond een tempel met gevoel voor stijl, kleur en compositie. Het jonge meisje May wordt gekozen als derde vrouw van de veel oudere grootgrondbezitter Hung. Tijdens de huwelijksnacht laat hij een rauw ei op haar buik glijden, likt het op, gaat op haar liggen en penetreert haar, waarna zij een harde zucht slaakt. ’s Morgens hangt zij, onder de goedkeurende blikken van Hungs twee andere vrouwen, het witte laken met een bloedvlek buiten.

The Third Wife

Ontluikende seksualiteit
Terwijl we bloemen zien, watervallen, insecten, lelies op het water, badende meisjes en een rups die zich ontpopt als vlinder, wordt May snel zwanger en bidt ze tijdens een offerfeest dat ze een jongen krijgt. Zij onderwerpt zich aanvankelijk aan Hungs seksuele fantasieën, maar liefde en lichamelijk genot zijn haar onbekend, totdat zij zich aangetrokken begint te voelen tot Hungs tweede vrouw Xuan. Maar zij wijst Mays ontluikende seksualiteit resoluut af omdat de samenleving dit verbiedt en de goden hen volgens haar zullen straffen.

In The Third Wife schikken de meisjes en vrouwen zich in hun lot, maar kampen ze met onderdrukte verlangens. Tegelijkertijd kun je niet vroeg genoeg trouwen, want als eerste vrouw heb je meer status dan als tweede of derde vrouw, en bovendien is de kans groter om een jongetje ter wereld te brengen. Voor iemand die niet als bruid wordt gekozen, niet goed of mooi genoeg wordt bevonden of simpelweg niet uitgehuwelijkt wil worden, kan het leven ondraaglijk zijn. Dan is plots het voortkabbelende leven in dit Vietnamese dorpje niet langer sereen en lijkt het heel even of er opstand aan de schitterende horizon gloort. Begrijpelijk, maar jammer dat Mayfair in de finale kiest voor symboliek in plaats van een mokerslag.

 

18 november 2019

 

ALLE RECENSIES

Light of my Life

***
recensie Light of my Life

Op de vlucht voor het onbekende

door Ries Jacobs

In 1947 publiceerde Albert Camus zijn boek De Pest over een stad waar een dodelijke en hoogst besmettelijke ziekte uitbreekt. Als de autoriteiten de stad hermetisch afsluiten, gaat iedere inwoner hier anders mee om. De een wil ontsnappen, de ander leeft zijn leven alsof het de laatste dag is. Light of my Life heeft hetzelfde thema. Wat doe je als er een pandemie uitbreekt?

Een vader en een zoon zitten in een kleine tent in een bos. Het lijkt op een typisch Amerikaanse campingtrip, father and son quality time in de wildernis, maar schijn bedriegt. Dit is geen weekendje weg, dit is keiharde survival. Het is bovendien geen zoon met wie de naamloze vader (Casey Affleck) zijn tijd doorbrengt, maar een dochter van elf die met haar kortgeknipte haar voor een jongen moet doorgaan.

Light of my Life

Langzaam kleurt Affleck, die ook het scenario schreef en de regie voor zijn rekening neemt, het verhaal verder in. Nadat een besmettelijke ziekte wereldwijd het grootste deel van de vrouwelijke bevolking uitroeit, slaat de vader met zijn dochter Rag (Anna Pniowsky) op de vlucht. Om zijn oogappel (de vertaling van Light of my Life) te beschermen tegen de ziekte en de achtergebleven mannen, overleven de twee in de Noord-Amerikaanse bossen.

Morele keuze
In navolging van broer Ben en Matt Damon (die in 1996 doorbraken met rollen in het door henzelf geschreven Good Will Hunting), schreef Casey Affleck het script van Light of my Life. Eerder schreef hij de scripts voor Gerry (2002) en I’m still here (2010), die hij net als Light of my Life ook regisseerde.

Affleck maakt het zichzelf niet makkelijk. De film speelt in een post-apocalyptische wereld, waarin – anders dan vaak in dit genre – nauwelijks actiescènes te zien zijn. De filmmaker heeft niet altijd het vermogen om met de lange scènes vol conversatie de aandacht van de kijker vast te houden, wat de film bij momenten eentonig maakt.

Wellicht had hij meer gebruik moeten maken van flashbacks., wat een gevarieerdere film en bovendien een diepgaander verhaal had opgeleverd. Nu weet de kijker nauwelijks wat er na de uitbraak gebeurde en waarvoor precies vader en dochter op de vlucht zijn. Het publiek kan daarom, in tegenstelling tot het lezerspubliek van Camus, niet beoordelen of de keuze van Rags vader om zich terug te trekken in de bossen moreel juist is.

Light of my Life

Karakterboog
Ongetwijfeld is het Afflecks bedoeling om weinig informatie te geven teneinde de kijker in het ongewisse te laten, maar het levert een wat eendimensionale film op. Vader en dochter zijn de hele film lang op de vlucht en het wordt nooit helemaal duidelijk waarvoor. Bovendien zou het interessanter zijn geweest om Light of my Life op een net wat later tijdstip in de toekomst af te laten spelen, namelijk op het moment dat dochter Rag volwassen wordt en haar vrouwelijkheid niet meer kan verbergen achter een jongensachtig uiterlijk.

Nu missen de personages, hoewel uitstekend vertolkt, een karakterboog. Dat Affleck kan acteren weten we en het verbaast niet dat hij als regisseur een neus voor jeugdig acteertalent heeft. Hij en Pniowsky vertolken hun personages uitstekend en maken Light of my Life tot een film die echt het kijken waard is, maar wel kijken we twee uur lang naar dezelfde personages die weinig ontwikkeling doormaken. Vader en dochter zijn voortdurend op de vlucht, op weg naar niets.

 

20 oktober 2019

 

ALLE RECENSIES

Portrait de la jeune fille en feu

***
recensie Portrait de la jeune fille en feu

Feminisme verkleed in romantiek

door Yordan Coban

Céline Sciamma maakt indruk met haar vierde speelfilm: een typische moderne Franse film over een ontvonkende vlam tussen twee jonge vrouwen. Een teder achttiende-eeuws kostuumdrama dat kalm en talmend de liefde benadert, maar geen moment saai is.

Portrait de la jeune fille en feu manifesteert zich als de melancholische anekdote van portretschilder Marianne (Noémie Merlant). Haar nieuwe opdrachtgeefster blijkt een lastige jonge dame die zich niet zomaar laat portretteren. De geheimzinnige Héloïse (Adèle Haenel: o.a. La fille inconnue, Les combattans) blijft ook lang op de achtergrond, terwijl haar personeel Marianne voorbereid op haar verschijning. De entree van Héloïse doet enigszins denken aan de onthulling van Hannibal Lecter (Anthony Hopkins) in Silence of the Lambs (1991) of Ava (Alicia Vikander) in Ex Machina (2014).

Portrait de la jeune fille en feu

Geheimzinnige muze
Héloïse is een vrouw voor wie het huwelijk spoedig nadert. Desondanks, of beter gezegd: mede daardoor, wordt haar vreugde bedrukt door een overweldigend gevoel van zwaarmoedigheid. Adèle Haenel, met wie Sciamma al samenwerkte in Naissance de Pieuvres (2007), speelt Héloïse met een ondoorgrondelijke afwezigheid die incidenteel plaatsmaakt voor een ondeugende directheid. Samen met Marianne, die zich als een neutrale observator aandient, raakt de kijker gefascineerd door de blonde muze.

De romance tussen de twee vrouwen is er één die zich niet vanaf het eerste moment aankondigt. Aanvankelijk lijkt haar nieuwe klant een duister lot voor de portretschilderes in petto te hebben. Gedurende de film groeien de twee echter naar elkaar toe en ontvouwt zich een tedere liefde die doet denken aan Todd Haynes’ Carol (2016).

Sciamma is een talentvolle vrouwelijke regisseur wier films bijna tot geen mannen bevatten. De aanwezigheid van mannen zijn in haar films vaak de grondslag voor ellende voor haar vrouwelijke personages. In Bande de Filles (2014) weerklinkt dit evident door het verhaal, maar in Portrait de la jeune fille en feu speelt dit emancipatiebegrip een sturende rol op de achtergrond. Zelfs zonder zelf aanwezig te zijn, hangt het mannelijk voorkomen boven het hoofd van het vrouwelijk geluk.

Portrait de la jeune fille en feu

Verkleedpartij
Er lijkt een revival van kostuumdrama’s gaande. Normaal gesproken duikt er om de zoveel tijd altijd wel ééntje op. Logisch ook nu dit een populair genre onder het gepensioneerde filmhuispubliek is. Maar sinds het midden van dit decennium is toch er een opmerkelijke toename te constateren. Vorig jaar alleen al verschenen Mademoiselle de Joncquières (2018), The Favourite (2018), Mary Queen of Scots (2018) en Phantom Thread (2018). Deze opleving kent echter een vroegere aanvang in films als Amour fou (2014), Lady Macbeth (2016), The Death of Louis XIV (2016), A Quiet Passion (2016), Love & Friendship (2016) en The Beguiled (2017). Portrait de la jeune fille en feu behoort tot één van de betere en meest gedenkwaardige van deze reeks van titels.

Naar eigen zeggen heeft Céline Sciamma haar inspiratie voor deze film opgedaan tijdens haar speurtocht van vergeten vrouwelijke portretschilders uit de achttiende eeuw. In haar ondervinding van deze roemloze vakvrouwen vond ze het fundament. Haar aangewakkerde passie loopt parallel met de zwoel geschetste liefde.

 

13 oktober 2019

 

ALLE RECENSIES

Tigers Are Not Afraid

***
recensie Tigers Are Not Afraid

Kinderlijke onschuld, volwassen reactie

door Cor Oliemeulen

Tijgers vergeten nooit iets, kunnen goed zien in het donker, hebben scherpe hoektanden om hun prooi te verscheuren en zijn nooit bang. De tijger is het symbool van kracht voor de vijf weeskinderen die proberen te overleven in een verlaten stadsdeel in Mexico waar een drugsbende mensen ontvoert.

De kinderen moeten vluchten als een van hen, Chino, de telefoon met een belastend filmpje van een drugsbendelid heeft gestolen. Het elfjarige meisje Estrella, wier moeder is verdwenen na een schietpartij bij school, heeft zich aangesloten bij de jochies, maar moet zich eerst op een extreme manier bewijzen. Gewapend met drie wensen (in de vorm van drie krijtjes, gekregen van de juf), gekweld door horrorbeelden van dode mensen en achtervolgd door een stroompje bloed, gaat zij op zoek naar haar moeder, terwijl zij haar kinderlijke onschuld probeert te bewaren door te vluchten in fantasie.

Tigers Are Not Afraid

Liever meeleven dan lachen
Volgens de Mexicaanse regisseur Issa López valt er in haar als donker sprookje vermomde drama soms best te lachen, maar de mate waarin is afhankelijk van het publiek. Mensen in Latijns-Amerika – gevormd door een gewelddadige geschiedenis waar de dood nooit ver weg was – zien eerder de lol door alle ellende om zich heen, met de bloedige drugsoorlog in Mexico als jongste treurige voorbeeld. In hun betrekkelijke onschuld zijn het vooral kinderen die overleven door de schoonheid van de menselijke geest. Eenzelfde soort relativerend vermogen ontdekte López in Belfast, in het verleden vaak ook niet bepaald een vrolijke boel, waar de zaal soms dubbel lag. In Nederland lachte niemand, maar desondanks werd Tigers Are Not Afraid vorig jaar gekozen als beste film op het Imagine Film Festival in Amsterdam.

Net als overal ter wereld zullen kijkers vooral worden geraakt door het emotionele component van de film. Het gevoel van medelijden voor het weinig hoopvolle perspectief van de kinderen is niet meer dan menselijk, maar net als zij wordt de kijker door het gebruik van magisch-realistische en fantasierijke elementen soms afgeschermd van de gruwel. Kinderen zijn immers kwetsbaarder dan volwassenen en kunnen onvoorwaardelijk rekenen op betrokkenheid van het publiek. Terwijl de kijker van de gemiddelde thriller of actiefilm is murw geslagen door de weinig benijdenswaardige bestemming van volwassenen die op al dan niet beestachtige wijze worden vermoord, kan het onheilspellende lot van kinderen gelukkig nog een potje breken.

Tigers Are Not Afraid

Ongelukkig happy end
Is Tigers Are Not Afraid dan wereldwijd overspoeld met waardering en filmprijzen omdat juist argeloze kinderen worden geteisterd door die irritante drugsoorlog? Zou het publiek schouderophalend reageren als slechts volwassenen onder al die gewelddadigheden gebukt gingen? En accepteren we het wanneer volwassenen diezelfde harde realiteit proberen te verzachten door te vluchten in fantasie, of verwijzen we die liever naar pillendraaiers?

Natuurlijk zijn er genoeg films over de greep van de Mexicaanse drugsoorlog op volwassenen, denk aan Heli (2014) waarin nota bene kinderen de meest verschrikkelijke capriolen (zoals marteling) uithalen. In plaats van het rauwe sociaalrealisme in dit deprimerende drama van Amat Escalante, of bijvoorbeeld het neorealisme van Luis Buñuels klassieker Los Olvidados (1950) waarin straatschoffies in Mexico-Stad morele grenzen overschrijden, kiest Issa López in Tigers Are Not Afraid voor een mooi uitgebalanceerde combinatie van drama, magisch-realisme en een vleugje horror. Qua motivatie en uitvoering afgekeken van haar landgenoot Guillermo del Toro in diens superieure Pan’s Labyrinth (2006), waarin een meisje tijdens een fascistisch regime vlucht in haar fantastische doolhof.

Lachen of niet, ook in Tigers Are Not Afraid zitten fragmenten van vrolijke speelsheid (die je bij de meeste volwassenen mist). Dat neemt niet weg dat Estrella’s verzuchting – ‘Elke keer als ik een wens doe, gebeurt er iets ergs’ – zal leiden tot een ongelukkig happy end. Ondanks de authentieke setting en het sterke acteren van de jonge cast beklijft dit donkere sprookje minder dan het eveneens met minimale middelen geschoten, beklemmende Russische oorlogsdrama Anna’s War.

 

23 augustus 2019

 

ALLE RECENSIES

Loulou

****
recensie Loulou

Een onfortuinlijk trio

door Ries Jacobs

Nelly verlaat haar man André voor Loulou. Ze heeft moeite om haar huwelijk achter haar te laten en met haar nieuwe vlam een toekomst op te bouwen. De drie zitten elkaar een film lang in de weg. 

“Ik neem het leven zoals het komt.” Halverwege de film is Loulou, vertolkt door Gérard Depardieu, voor het eerst openhartig als hij aan de bar staat. Hij heeft geen werk en geen ambities. Zijn leven bestaat voornamelijk uit stappen, kroeggevechten en vrouwen mee naar huis nemen.

Loulou

Nelly, een rol van Isabelle Huppert, valt als een blok voor de blonde adonis. Ze verlaat haar ambitieuze en succesvolle partner André voor klaploper Loulou en verkiest het zorgeloze leven van de kroegtijger annex kruimeldief boven het georganiseerde leven dat ze had met André. Toch blijkt het voor de twee geliefden nauwelijks mogelijk om samen een toekomst op de bouwen zolang Loulou zijn vrijgevochten leven niet wil opgeven.

Benauwende levens
Depardieu is in topvorm. Vanaf het eerste moment weten we wat voor persoon hij is. Het is een prachtig staaltje method acting. Ook Huppert zet een prima rol neer als de onschuldig lijkende, maar gaandeweg de film steeds minder onschuldig wordende Nelly. Overigens is ook de bedrogen en voor een ander ingewisselde André niet het onschuldige slachtoffer. Hij is verbaal en fysiek agressief tegenover Nelly.

Deze door de scenarioschrijvers prima neergezette karakters zijn goud voor goede acteurs. Depardieu, Huppert en Guy Marchand in de rol van André hebben geen moeite om hun personages, die alle drie vastzitten in hun gelimiteerde denkbeelden, vorm te geven. De zakelijke André kan Nelly alleen intellectueel uitdagen. De losbandige Loulou is voor haar fysiek aantrekkelijk, maar kan haar verder niets bieden. En Nelly zoekt naar een combinatie van de twee, de perfecte en natuurlijk niet bestaande partner.

Daardoor zitten de drie klem in hun benauwende leven. Dit lijkt regisseur Maurice Pialat in beeld te brengen door alles in de film benauwend te maken. De camera zit niet per se dicht op de huid van de acteurs, maar alle ruimtes in de film lijken claustrofobisch klein. De mensen zijn bijna constant met teveel in een te kleine ruimte en zitten elkaar daardoor in de weg, zoals de drie hoofdrolspelers elkaar in de weg zitten.

Loulou

No future
In mei 1968 protesteerden Parijse studenten tegen de ‘gevestigde orde’ die hen zou inkapselen in een burgermansbestaan. Ze leefden in de jaren 70 een vrij bestaan. Tegen het einde van het decennium kwamen ze erachter dat leven als een bohemien ook betekende dat je je leven moeilijk vorm kon geven. Hoe geef je je kinderen eten als je geen werk hebt. Niet voor niets was ‘No future’ het adagium van de punkers in die jaren.

Loulou draaide in 1980 in de bioscoop en kun je daarom (in retrospectief) zien als een waterscheiding tussen de vrije jaren 70, gepersonaliseerd door Loulou, en de zakelijke jaren 80 in de vorm van André. Net zo goed kun je de film zien als de zoektocht van een jonge vrouw die niet kan kiezen tussen de rauwe lichamelijkheid van Loulou en de intellectuele uitdaging die André haar biedt. Pialat past maatschappelijke ontwikkelingen en klassenverschillen binnen het raamwerk van een liefdesverhaal. Dit maakt Loulou tot een goede gelaagde film.

Loulou draait nog driemaal in EYE Amsterdam: vrijdag 9 augustus (10.45), zaterdag 17 augustus (15.00) en zondag 25 augustus (19.00).

 

30 juli 2019
 

MEER ISABELLE HUPPERT
 
 

ALLE RECENSIES

Promesse de l’aube, La

****
recensie La promesse de l’aube

Alles voor moeder en Frankrijk

door Cor Oliemeulen

De liefde van een moeder kan verstikken of leiden tot grote inspiratie. De Frans-joodse schrijver Romain Gary laveerde tussen deze twee uitersten. Hij presteerde vooral om de dromen van zijn moeder te verwezenlijken.

Niet alleen als bejubelde schrijver van ruim dertig boeken, maar ook als oorlogsheld en diplomaat ging Romain Gary de geschiedenisboeken in. De Franse regisseur Eric Barbier verfilmde zijn autobiografie La promesse de l’aube (De belofte van de dageraad) en richt zich voornamelijk op de relatie tussen de veeleisende moeder en de behagende zoon.

La promesse de l’aube

Excentrieke toewijding
De film begint in Mexico-Stad tijdens de Dag van de Doden als Gary in gedeprimeerde toestand met een zwachtel om zijn hoofd wordt aangetroffen, omdat hij denkt dat hij een tumor heeft en spoedig zal sterven. Van hieruit blikken we aan de hand van zijn autobiografie terug op zijn bewogen leven, in drie verschillende periodes (vertolkt door drie verschillende acteurs): zijn kindertijd in Oost-Europa, het volwassen worden in Frankrijk en de harde leerschool van de Tweede Wereldoorlog.

Met name het eerste deel is wat fragmentarisch. Eric Barbier moest kiezen uit de duizelingwekkend talrijke scènes in het boek, maar hij slaagt door middel van een chronologische verteltrant de tijdspanne van twintig jaar overzichtelijk en representatief te maken. Het leven van moeder en zoon blijkt te bestaan uit een aaneenschakeling van (on)mogelijkheden, (on)geluk, maar voor alles vechtlust en een excentrieke toewijding aan elkaar. Zoals zijn moeder bij haar zoon geen zwakte tolereert, zo verzwijgt zij haar suikerziekte.

Discriminatie en vernedering
Geboren als Roman Kacew in het toen nog Russische Vilnius verhuisde hij naar het Poolse Warschau waar haar joodse moeder Nina door hard werken haar best doet om de eindjes aan elkaar te knopen. Gebukt onder discriminatie en vernedering droomt zij van haar ideale land Frankrijk: de keuken, de stijl, de elegantie en de verleiding. “Mijn zoon wordt ambassadeur van Frankrijk en koopt later zijn pakken in Londen”, sneert zij naar de buurtbewoners, die haar uitlachen. “Dat moment bepaalde de rest van mijn leven”, zegt de kleine Romain die zichzelf belooft om zijn moeder te rehabiliteren en gelukkig te maken.

Nina wil dat hij een belangrijk iemand wordt, bijvoorbeeld een virtuoos violist, maar Romain tekent liever. Nee, kunstschilder onder geen beding, want dat zijn arme sloebers, kijk maar naar Vincent van Gogh die zelfmoord pleegde op zijn vijfendertigste. Dan maar literatuur. Romain moet geheel tegen zijn wil een bontjas dragen en als hij wordt gepest moet hij flink van zich afbijten. Volgens Nina zijn er drie redenen om te vechten: voor een vrouw, voor de eer van je moeder en voor Frankrijk – desnoods met gebroken botten of je dood als gevolg.

La promesse de l’aube

Beloofde land
Op zijn elfde emigreert het duo naar het beloofde land. Direct na aankomst in Nice blijkt Nina’s zakelijke instinct dat leidt tot het openen van een pension. Concurrentie qua aandacht duldt ze niet: als ze Romain in bed aantreft met een dienstmeisje, wordt die hardhandig uit huis gezet. Romains poging om zijn moeder te koppelen aan een huurder, een kunstschilder, mislukt. Het is vervolgens niet meer dan logisch dat Romain in Parijs rechten gaat studeren en zich ondertussen gaat bekwamen in het schrijversvak. Hij liegt over zijn vermeende succes, omdat hij zijn moeder nimmer wil teleurstellen. Op een dag zegt Nina dat hij naar Berlijn moet om Hitler te vermoorden, en na de capitulatie van Frankrijk moet Romain dan maar het land bevrijden, zodat zij vol aanzien over de boulevard van Nice kan paraderen.

La promesse de l’aube – in 1970 verfilmd door Jules Dassin met Melina Mercouri als de moeder – verveelt geen seconde omdat er veel noemenswaardige gebeurtenissen in verschillende landen moeten worden verteld. Dit kundig gemaakte opgroeidrama wordt gedragen door twee sterke hoofdrolspelers: Pierre Niney (Yves Saint Laurent, Frantz) als de gekwelde ziel en Charlotte Gainsbourg (Melancholia, 3 Coeurs) die eindelijk eens een keer overtuigt, zowel met haar ziekelijke obsessie voor haar zoon als haar Poolse accent. De rest van de cast figureert geheel in het teken van deze veel meer dan bijzondere relatie tussen moeder en zoon.

 

28 juli 2019

 

ALLE RECENSIES

Les Valseuses: van schandaalfilm tot topcarrière

Les Valseuses
Van schandaalfilm tot topcarrière

door Bob van der Sterre

Les Valseuses. Een van die Franse schandaalfilms die nog steeds heftige reacties oproepen. Isabelle Huppert, twintig jaar oud ten tijde van de film, droeg maar voor een klein beetje bij aan de reputatie van de film, maar het opstandige karakter van de film bleek haar goed te liggen.

Huppert begon zoals veel sterren al jong te acteren in films. In 1971 en 1972 speelde ze vooral studentes in tv-films. Als we even de tijdmachine nemen en haar volgen in die tijd, zien we haar vermoedelijk als leergierige tiener staren naar Jacques Brel in Le Bar de la Fourche en Yves Montand en Romy Schneider in César et Rosalie.

Les Valseuses

In 1974 werd het nog iets interessanter met een bijrol in de bizarre horrorfilm Glissements Progressifs du Plaisir van romanschrijver/filmmaker Alain Robbe-Grillet. Het zal haar geest definitief rijp hebben gemaakt voor deze bijrol in Les Valseuses in 1974. Controversiële films bleken haar goed te liggen en moeilijke rollen vond ze niet snel lastig. Later in de jaren zeventig speelde ze bijvoorbeeld lastige vrouwenrollen in Sauve Qui Peut, Loulou en Violette. Een lijn die je kunt doortrekken naar bijvoorbeeld La Pianiste (2001) en Elle (2016).

De bijdrage van Huppert
Het is lastig om iets te schrijven over de bijdrage van Isabelle Huppert aan Les Valseuses aangezien ze maar zeven minuten in beeld is. Huppert komt pas na 1 uur en 43 minuten in de film als Jacqueline, een zestienjarige dochter van een burgerlijk gezin, dat aan het picknicken is in een droge rivierbedding (wat je kennelijk toen deed). Twee mannen en een vrouw komen ineens langs om de auto van het gezin te ruilen voor hun auto.

Jacqueline, met blauw hoedje en Mickey Mouse-T-shirt, kijkt eerst verward, dan geamuseerd toe. Anders dan haar ouders kan ze erom lachen en aangezien ze toch genoeg heeft van de vaderlijke brave dictatuur, loopt ze heel eigenwijs bij hen weg, om zich bij het vrijzinnige groepje aan te sluiten. De twee mannen bleken al in hun vakantiehuisje aan de bh van Jacqueline te hebben gesnuffeld. Een van hen, Jean-Claude (Gérard Depardieu), wist na het snuffelen zeker dat ze ‘minstens zestien’ is.

Hupperts karakter en wat ermee gebeurt, heeft wezenlijke betekenis voor het plot. Dat kan ik hier niet verklappen voor de lezers die de film nog niet hebben gezien. Wat opvalt is dat haar brutale acteerwerk hier al wel sprankelt en dat ze zeker niet terugdeinst voor lastige scènes. Het is alsof ze zelf een beetje wegloopt van een braaf acteursbestaan en definitief kiest voor het zijn van een vrije en liberale actrice.

De bron van eigenwijze karakters waar ze later nog veel meer uit zou putten, zoals in Elle, is in feite hier al te zien in een zwakkere schittering. De heldere Huppert-ogen verraden al een plezier in haar vak waar ze later veel gebruik van zal maken.

Bruut begin, lief einde
Terug naar Les Valseuses. Wat is dan die film die haar wat meer op de kaart zette (maar nog niet veel meer, want hierna ging het nog een poos door met bijrollen)? Het is wel te begrijpen dat er na ruim veertig jaar mensen nog steeds geschokt kunnen zijn door de film. Het begin is opmerkelijk bruut en vrouwonvriendelijk, met drie aanrandingen in een half uur tijd. En dan nog wat afpersingen, berovingen, autodiefstallen, moorden. Het is heel lastig om deze twee vervelende gasten, die zich eigenlijk geen raad weten met hun levens, sympathiek te vinden.

Toch, wie dit lastige stuk uithoudt, krijgt een moedige en eigenzinnige film te zien. Het verhaal van regisseur Bertrand Blier, gebaseerd op zijn eigen roman, verandert dan langzaam van koers. Je ziet het al een beetje in hoe de karakters steeds meer een soort kwetsbaarheid laten zien, zoals wanneer Patrick Dewaere tijdens een aanranding als een baby aan een borst gaat zuigen. Die aanranding, die zich onverwacht ontwikkelt, verandert de film. Ze gaan dan, meer onbewust dan bewust, andere mensen helpen met hun bevrijding. Dat eindigt met een paar onverwachte, lieve scènes. Daarmee heeft de film een evenwicht die doet denken aan yin yang.

Zwakheden van mannen en vrouwen
Les Valseuses is zeker geen film om als drama op te vatten. Dit is een filosofische film die lichtzinnig en geestig de zwakheden van mannen en vrouwen bespot. Eerlijkheid is soms al schokkend genoeg – zeker als het over seks gaat. En dat is een kenmerk van veel films van Blier.

Over Bertrand Blier valt verder nog heel veel te vertellen, veel van zijn films behoren tot mijn favoriete films (denk aan Calmos, Buffet Froid, Trop Belle pour Toi, Preparez vos Mouchoirs). De typische verlaten architectuur, de dagelijkse dingen, de man-vrouwverhoudingen, de karakters die eigenlijk te vriendelijk zijn voor conflicten.

Les Valseuses

Deze film zou je kunnen opvatten als het afkeuren van het oude, burgerlijke Frankrijk en het invoeren van nieuwe sociale regels (in de geest van de Franse revolutie van ’68). Dat bewaren we voor het moment dat er een retrospectief komt voor deze, in ons land helaas nog minder bekende regisseur.

We bekijken hier vooral de gelukkige bijrol van Huppert en zien dan de eerste, trefzekere stappen van een getalenteerde actrice die hard gevochten heeft om haar plekje in de cinema te veroveren. Ze heeft altijd een goede hand van films en regisseurs kozen haar ook gretig. Helaas zijn er ook veel films die de sterke persoonlijkheid van Huppert hebben misbruikt. Dat zijn Huppert-vehikels – films die erg leunen op haar star power maar die daardoor, net als een voetbalteam met maar een sterspeler, te veel leunen op die vedette om echt goed te kunnen worden.

Zelf zei ze: ‘It’s just a desire to work. A desire and a need, like eating.’ Des te aardiger is het daarom om haar weer eens in een piepkleine bijrol te zien waar het allemaal begon.

Kijk hier het landelijke draaischema van Les Valseuses.

10 juli  2018

 
MEER ISABELLE HUPPERT
 
 
ALLE ESSAYS