Turtles Can Fly (2004)

REWIND: Turtles Can Fly (2004)
Koerden die de kindertijd overslaan

door Cor Oliemeulen

Het valt niet altijd mee om te kijken naar de lichamelijke en geestelijke verminkingen van oorlogskinderen in Turtles Can Fly (2004). Het drama speelt zich af in een Koerdisch vluchtelingenkamp tijdens de Amerikaanse invasie van Irak en focust op jonge kinderen tijdens het opruimen van Sadam Hoesseins mijnenvelden bij de grens tussen Turkije en de Koerdische Autonome Regio.

De dertienjarige Kak Satelliet geldt hier als een gerespecteerd man omdat hij de Engelstalige berichten op de radio begrijpt, en als hij die niet begrijpt, verzint hij zelf wel wat om de oudsten te behagen. Ondertussen leidt hij de kinderen, die niet-ontplofte munitie verzamelen om in de stad te verkopen. Als Kak een satellietontvanger heeft mogen aanschaffen, kunnen de mensen in het kamp zien hoe Amerika Irak is binnengevallen en hoe het beeld van Saddam van zijn sokkel wordt getrokken. Niet veel later strooien helikopters pamfletten uit boven het vluchtelingenkamp.

Turtles Can Fly

Tweederangs burgers
Toen Bahman Ghobadi twaalf was, brak de oorlog tussen Irak en Iran uit en verloor hij veel familieleden door Iraakse bombardementen. Ook vanwege de onderdrukking door Iran en later door Irak realiseerde hij zich de penibele situatie van zijn Koerdische volk. Hij raakte gedeprimeerd en werd boos dat de Koerden al zolang als tweederangs burgers moeten leven en geen eigen land hebben. “Mijn films zijn mijn leven, hoe ik leefde en hoe ik leef”, zegt Ghobadi. “In mijn films gebruik ik humor en satire, anders raakt het publiek misschien te geschokt.”

Nadat hij vanaf zijn zeventiende Super 8-films ging maken, de filmacademie in Teheran voltooide en assistent van zijn bekende landgenoot Abbas Kiarostami werd, kreeg Ghobadi al na zijn debuut, A Time for Drunken Horses (2000), een belangrijke rol in de globalisering van de Koerdische film. Maar zoals dat voor zijn latere films ook zou gelden, duurde het lang voordat hij toestemming van de Iraanse autoriteiten kreeg. Ghobadi verzweeg dat hij de film in de Koerdische taal wilde opnemen, terwijl de Koerden zelf de filmmaker wantrouwden, want wie anders dan de overheid maakt een film over ons? Toen de debuutfilm, die werd geschoten in zijn geboortedorp, eenmaal klaar was, probeerde Ghobadi reclametijd op tv te kopen. Ze zeiden aanvankelijk ‘nee’, maar nadat de regisseur refererend naar de filmtitel verklaarde dat er geen sprake is van dronken mensen, maar van een dronken paard, kreeg hij wel toestemming.



In REWIND opnieuw aandacht voor opvallende films uit dit millennium.

 


Geestkracht
De allereerste Koerdische speelfilm won de Gouden Camera in Cannes en was de Iraanse inzending voor de Oscars. Het verhaal gaat over Iraanse-Koerdische wezen, die proberen te overleven na de dood van hun ouders. In feite hebben bijna al Ghobadi’s films een vaak poëtische manier van filmen en een traditie in het Italiaanse neorealisme. Dat wil zeggen: low budget, filmen op locatie in documentaire-stijl en met niet-professionele acteurs. Net als in A Time for Drunken Horses spelen in Turtles Can Fly kinderen de hoofdrollen. “Jullie zien hen als kinderen, maar het zijn geen kinderen”, aldus Ghobadi. “Ik denk dat Koerden de kindertijd overslaan. De kinderen in mijn films lijden en worstelen zoals Europeanen dat pas doen in hun dertig of veertig. Mijn films gaan dus niet over kinderen, maar over mensen met kleine lichamen, maar een grote geestkracht.”

Turtles Can Fly (Koerdisch: Kûsî Jî Dikarin Bifirin) werd deels in Iran en deels in de Koerdische Autonome Regio in het noorden van Irak opgenomen. Het leven in het vluchtelingenkamp is ontdaan van enige romantiek en een enkel sprankje hoop. Ondanks de deprimerende omstandigheden en het hartverscheurende einde is het niet moeilijk te sympathiseren met de kinderen van wie de meesten minimaal een ledemaat missen. Diezelfde betrokkenheid en geloofwaardigheid zie je in alle zes speelfilms van Bahman Ghobadi, die het steeds moeilijker vond om zichzelf te censureren en direct na het voltooien van zijn undergroundfilm over een popband in Teheran, No One Knows About Persian Cats (2009), samen met de twee hoofdrolspelers Iran zou verlaten. Sinds die tijd pendelt hij tussen New York, Berlijn en Istanbul, waar hij met Rhino Season (2012) een film maakte over de Koerdisch-Iraanse dichter Sahel die wordt vrijgelaten na dertig jaar gevangenschap. Hij reist naar Istanbul om zijn vrouw te zoeken, maar zij denkt dat hij al twintig jaar dood is.

Turtles Can Fly

Van filmmaker tot activist
Sinds die tijd heeft Ghobadi nog slechts twee documentaires gemaakt. De filmmaker is nu vooral activist, die niet meer welkom is in zijn geboorteland. Zijn familieleden krijgen meestal geen toestemming om Iran te verlaten, bijvoorbeeld voor een bezoek aan Bahman vorig jaar in Ankara. Dat was een paar maanden nadat de onafhankelijke Iraanse filmmaker Mohammad Rosoulof een gevangenisstraf van een jaar kreeg vanwege de inhoud van zijn films. Ook Ghobadi’s broer Behrouz, eveneens filmmaker, verdween zeven maanden achter de tralies.

Het pionierswerk van Bahman Ghobadi heeft twintig jaar later meer dan duizend Koerdische filmmakers opgeleverd, echter volgens de regisseur worden zij nauwelijks gesteund en tellen alle gebieden in het Midden-Oosten waar de Koerden wonen samen nog geen tien bioscopen.

TURTLES CAN FLY KIJKEN: gratis op YouTube.

 

 

Update: De European Film Academy en het Internationaal Filmfestival van Berlijn roepen op tot de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van de Iraanse auteur, advocaat in mensenrechten en activist Nasrin Sotoudeh. Ze is de laatste passagier in Jafar Panahi’s film Taxi Teheran, winnaar van de Gouden Beer, waarin ze openlijk praat over haar toewijding voor politieke gevangenen. Nasrin Sotoudeh werd in juni 2018 gearresteerd op basis van dubieuze aantijgingen die betrekking hadden op haar werk als advocaat. Ze werd veroordeeld tot 30 jaar gevangenisstraf en 148 zweepslagen. Ze zit opgesloten in de beruchte Evin-gevangenis in Teheran waar ze op 11 augustus aan haar tweede hongerstaking begon om te protesteren tegen het regime dat weigert om politieke gevangenen tijdens de pandemie vrij te laten. Haar gezondheid is kritiek en een onmiddellijke vrijlating is noodzakelijk om haar medische hulp te kunnen geven.
Teken hier de petitie om haar onmiddellijk uit de gevangenis te ontslaan zodat ze de nodige medische hulp kan krijgen.

 

Meer REWIND

 


Babyteeth

***
recensie Babyteeth

Zelfbewuste tiener met kanker

door Yordan Coban

Babyteeth is een klassiek verhaal over een recalcitrante puber. Een meisje die in een dakloze jongen een ontsnapping ziet aan haar perfecte ouderlijke huis, om zo haar zelfstandigheid en eigen identiteit te ontplooien, nu het nog kan.

Milla (gespeeld door Eliza Scanlen) is een meisje dat leeft met de confronterende wetenschap van haar sterfelijkheid. Milla lijdt aan kanker, iets dat de kijker duidelijk gemaakt wordt, maar nooit echt overtuigend uitgewerkt wordt. Haar ziekte geeft Milla een vrijbrief te rebelleren tegen haar preventief rouwende ouders. Ouders die zich beseffen dat zij nu mag en kan doen wat zij wil. Dus ook thuiskomen met een dakloze junk, genaamd Moses (gespeeld door Toby Wallace). Een in de kern onschuldige jongen, over wie we nooit echt het hele verhaal horen. Maar de uiterlijke omstandigheden vertellen in principe genoeg over het tragische bestaan van Moses.

Babyteeth

Schreeuw om vrijheid
Alles aan Milla’s puberale schreeuw om vrijheid is geforceerd, maar begrijpelijk. Haar losbreken lijkt bovendien volledig zelfbewust. Nu het nog kan, wil ze ontsnappen aan het bereik van haar ouderlijk gezag. Alhoewel dat niet werkelijk kan zolang ze ongeneselijk ziek is. Daarom staat ze erop dat Moses bij haar komt wonen, ondanks dat Moses eigenlijk te oud voor haar is en de manifestatie van de ouderlijke nachtmerrie belichaamt.

Babyteeth kent een aantal cinematografisch gedurfde keuzes die de film soms een eigenzinnig karakter geven terwijl het andere keren uitmondt in de middelmatigheid van een videoclip. Dit Australische drama betekent de eerste speelfilm van Shannon Murphy die voorheen slechts korte films en televisieseries regisseerde. Een aardig debuut, maar wat wil ze vertellen met Babyteeth?

Het is een film met twee thema’s die allebei tot vermoeiends toe behandeld worden. Het verhaal van de rebellerende tiener, zoals we dat kennen uit filmklassiekers als The Graduate (1969) en Badlands (1973), wordt gecombineerd met het verhaal van de chronisch zieke en de onvermijdelijke dood, zoals we dat zagen in films als Y Tu Mamá También (2001), Simon (2004) en Me Earl and the Dying Girl (2015).

Babyteeth

Niet simpel
Toch kun je niet zeggen dat de film simpel in elkaar zit. Het drugsgebruik van Moses staat duidelijk in contrast met het gebruik van de voorgeschreven kalmeringsmiddelen voor Milla’s ouders. Een kritiek op de selectieve wijze van het gebruik en veroordelen van verdovingsmiddelen, iets wat we ook terugvinden in Requiem for a Dream (2003).

Dan is er nog de niet sterk uitgewerkte affaire van Milla’s vader met een zwangere jonge vrouw, hetgeen symbool staat voor zijn worsteling met het feit dat hij zijn dochter zal verliezen. En uiteraard de titel, die de kentering tot volwassenheid symboliseert.

Het zijn kleine verbanden en symbolen die alleen goede filmmakers kunnen leggen. Toch mist de film nog wat originaliteit en subtiliteit. De tijd zal leren of Shannon Murphy zich met Babyteeth zelf nog in de jeugdigheid van haar carrière bevindt.

 

24 augustus 2020

 

ALLE RECENSIES

Misbehaviour

***
recensie Misbehaviour

Deelnemers Miss World de maat genomen

door Cor Oliemeulen

Engelse feelgoodfilm toont hoe de kersverse vrouwenbeweging een halve eeuw geleden de live-uitzending van de Miss World-verkiezing verstoorde. In Misbehaviour gedragen alle betrokkenen zich op hun eigen manier en is er begrip voor zowel activisten als deelneemsters.

Net als in andere jaren zitten miljoenen gezinnen op 20 november 1970 aan de buis gekluisterd voor de twintigste Miss World-verkiezing in de Royal Albert Hall in Londen. De live-uitzending wordt onderbroken wanneer vrouwelijke activisten presentator Bob Hope (Greg Kinnaer), die tijdens zijn presentatie de zoveelste seksistische opmerking maakt, beginnen te bekogelen met pamfletten en meelbommetjes, toegesnelde beveiligers en politiemannen belagen met waterpistolen en leuzen roepen tegen de vleeskeuring en voor gelijke rechten van vrouwen. In het historische drama Misbehaviour zien we hoe het zover kon komen.

Misbehaviour

Tactiek bepalen
De film geeft een aardig beeld wat er in die tijd in de wereld aan de gang was. In een aantal landen was een maatschappelijke revolutie uitgebroken, waarbij steeds meer vrouwen zich gingen organiseren en verzetten tegen ongelijkheid en streden voor een gelijkwaardige zorg voor het kind en zeggenschap over je eigen lichaam. In het jaar dat het Engelse dagblad The Sun vrolijk startte met foto’s van topless vrouwen op pagina 3 kon de meerderheid van de bevolking zich nog geheel niet vinden in de idealen van deze Women’s Liberation Movement.

We maken kennis met de jonge moeder Sally Alexander (Keira Knightley) die op een Londens college haar toelating voor de universiteit probeert te verdienen. Ze oogt als een degelijk en burgerlijk type, die aanvankelijk schrikt van de anarchistische en provocatieve Jo Robinson (Jessie Buckley) die op fanatieke wijze het naar meer vrouwenrechten strevende groepje aanvoert. In tegenstelling tot Jo handelt Sally niet zozeer vanuit het hart en een portie lef, maar probeert zij door middel van verstand en academische vaardigheden doelen te bereiken. Zij overtuigt de anderen om de media, hoewel die behoren tot het establishment, te benaderen, want hoe kun je anders je boodschap uitdragen? Voordat ze het weet, wordt ze woordvoerster van de beweging en schreeuwt ze om het hardst bij demonstraties.

Verschillende perspectieven
Het sterke punt van Misbehaviour is dat regisseur Philippa Lowthorpe de Miss World-verkiezing vanuit verschillende perspectieven belicht en begrip voor (bijna) alle betrokkenen heeft. Zo vernemen we de beweegredenen van de Amerikaanse entertainer Bob Hope die al tien jaar eerder als host fungeerde en knallende ruzie met zijn vrouw krijgt, de grote organisator Eric Morley (Rhys Ifans) die volgens eigen zeggen slechts streeft naar de fantasie van een perfecte wereld waarin schoonheid wordt gevierd en zijn vrouw en zakelijk partner Julia (Keeley Hawes) die in tegenstelling tot haar man niet de maten maar de gratie van de deelneemsters roemt.

Misbehaviour

Maar de focus ligt op de twee groepen jonge vrouwen met ver uiteenlopende ambities. Enerzijds de feministen die zich verzetten tegen de huns inziens uitbuiting van vrouwen en die streven naar gelijkheid tussen mannen en vrouwen, anderzijds de deelnemers van Miss World die vurig hopen om zichzelf (en hun land) op de map te zetten. Terwijl de actievoersters hun plannen beramen, lijken de missen het uitstekend naar hun zin te hebben. Sommigen dromen over een betere toekomst, zoals de gekleurde deelneemster van Grenada. Zij wil en kan niet het bestaande systeem omverwerpen, maar is bij winst een grote inspiratiebron voor andere gekleurde meisjes omdat ze dan laat zien dat het mogelijk is om iets te kunnen bereiken. Dat zoiets moet door middel van een knap gezicht en een mooi lichaam is nu eenmaal zo.

Uit die korsetten!
Uiteindelijk is Misbehaviour een feelgoodfilm in een mooie Engelse traditie: het maken van deels ontroerende, deels grappige historische films met een bevredigende afloop waar mensen voor hun rechten opkomen. Denk bijvoorbeeld aan Pride (2014) waarin mijnwerkers en homo’s gezamenlijk demonstreren tegen de conservatieve Thatcher-regering en aan Made in Dagenham (2011) waarin de vrouwen in de Ford-fabriek strijden voor een beter salaris.

Dat gebeurde overigens al een paar jaar voordat de vrouwenrechtenbeweging voor een miljoenenpubliek de Women’s Liberation Movement op de kaart zetten. Je zou bijna vergeten dat de zojuist opgerichte Dolle Mina’s in Nederland al in januari 1970 van zich lieten horen: nadat ze hun korsetten hadden verbrand bij het standbeeld van de negentiende-eeuwse feministe Wilhelmina Drucker in Amsterdam verstoorden zij al een missverkiezing, in Utrecht. Wanneer gaat iemand daarover eens een feelgoodfilm maken?

 

23 augustus 2020

 

ALLE RECENSIES

Fahim

***
recensie Fahim

Illegaal schaaktalent wil wereldkampioen worden

door Cor Oliemeulen

Onderhoudende biografie over een vader in Bangladesh die zijn zoon meeneemt naar Frankrijk om daar diens schaaktalent verder te kunnen ontwikkelen. Tegen de achtergrond van de hoop op een verblijfstatus ontwikkelt zich een hartverwarmend verhaal over een jochie dat wereldkampioen wil worden.

Schaken in films wordt over het algemeen niet bar serieus genomen. Vaak staat het bord verkeerd (het vakje rechtsonder moet wit zijn) en hebben de intelligent geachte personages geen flauw idee wat ze aan het doen zijn. De liefhebber kijkt reikhalzend uit naar een goede schaakfilm, waarvan er slechts sporadisch eentje de bioscoop weet te bereiken. De laatste was The Dark Horse vijf jaar geleden. Dit Nieuw-Zeelandse drama vertelt het waargebeurde verhaal van de bipolaire ex-bendeleider Genesis Potini die zijn passie voor schaken overbrengt op Maori-jongeren en hen daarmee probeert te behoeden voor het criminele circuit.

Fahim

Oorlog tussen twee geesten
Een goede schaakfilm gaat nooit alleen over het strategisch verplaatsen van stukken op het bord. Het zijn met name de achtergronden van de schaker die een film, ook voor het grote publiek, interessant maken. In Pawn Sacrifice (uit hetzelfde jaar) kruipt Tobey Maguire in de huid van de meest legendarische – en volgens velen beste – schaker Bobby Fisher. Geweldig voor de schaakfanaat, omdat daarin bijvoorbeeld de beroemde schaaktweekamp van de onvoorspelbare Amerikaan tegen de stoïcijnse Rus Boris Spassky uitgebreid aan bod komt. Maar ondanks de psychologische oorlogsvoering tussen de twee kemphanen is zo’n film slaapverwekkend voor de niet-schaker, omdat die geen snars van het spelletje begrijpt.

Schaken is geen spelletje, aldus de eigenzinnige Franse topcoach Xavier Parmentier (geweldige rol van Gérard Depardieu) in Fahim, maar een oorlog tussen twee geesten. In zijn schaaklokaal in Parijs heeft hij zojuist kennisgemaakt met de spontane Fahim Mohammad Alam (ontwapenend oprecht vertolkt door Assad Ahmed) die met zijn vader is gevlucht uit Bangladesh om hier een beter leven te kunnen opbouwen. Het grootste doel is om het 11-jarige talent te laten kneden tot schaakprofessional. Het is aan de stugge, afstandelijke en chagrijnige Xavier om Fahim op een onalledaagse manier de subtiele kneepjes van het schaken te leren. Belangrijkste les: speel niet altijd zo agressief en neem af en toe genoegen met remise. Net als in het echte leven.

Fahim

Onderduiken
Fahim vertelt een waargebeurd verhaal waarin schaken en politiek op een geloofwaardige manier worden gemengd. Ja, Fahim is een groot talent, die zich snel de Franse taal machtig maakt en soms heel gevat voor zich weet op te komen, echter zijn vader kan zich maar moeilijk aanpassen in deze volstrekt andere maatschappij. Hij kan geen structurele baan vinden en dreigt te worden uitgezet. Ook Fahim moet, geholpen door zijn nieuwe schaakvriendjes, onderduiken. Ondertussen blijft hij dromen om kampioen te worden.

De nijpende omstandigheden waarin het duo verzeild is geraakt, maakt de film meer dan alleen een verhaal over de relatie tussen leraar en leerling, zoals die heel kenmerkend aan bod komt in de schaakklassieker Searching for Bobby Fisher (1993). Hierin wordt de pas 7-jarige Josh, die graag in de voetsporen van zijn idool wil stappen, hardhandig aangepakt door zijn schaakleraar Bruce (Ben Kingsley). Naast de verwikkelingen rond de vluchtelingenstatus en de relatie tussen mentor en talent, besteedt Fahim ook de nodige aandacht aan de verhouding tussen vader en zoon. Hun geschiedenis doet – hoewel minder confronterend – denken aan Pelle the Conquerer (1987) waarin eveneens een vader (Max von Sydow) zijn zoontje meeneemt naar een ander land in de hoop daar een beter bestaan te kunnen opbouwen. Ondanks dat het titelpersonage niet de beste schaker van de wereld zal worden, is Fahim een inspirerende film voor het hele gezin.

 

27 juli 2020

 

ALLE RECENSIES

Pinocchio

***
recensie Pinocchio

Van marionet tot vrije geest

door Cor Oliemeulen

Als je braaf, eerlijk en aardig bent, word je op een dag een echte jongen. Pinocchio van Matteo Garrone is veel meer dan deze voorspelling van de blauwe fee. Het dramatische fantasieverhaal kent vele lagen en ziet er bovendien oogstrelend en verzorgd uit. Toch mist deze met liefde gemaakte film een ziel, net als de houten pop zelf.

De Italiaanse regisseur Matteo Garrone brak in 2008 door met de maffiafilm Gomorra en excelleerde tien jaar later opnieuw met een goedzak tussen crimineel gespuis in Dogman. Wat bezielt de maker van bejubelde misdaaddrama’s om een klassiek kinderverhaal te verfilmen? Een eeuwige fascinatie, aldus Garrone, die al op zijn zesde een stripverhaaltje over Pinocchio tekende en opgroeide met een tv-serie over de houten pop. Die onweerstaanbare charme leidde in 2015 tot zijn verfilming van drie fabels in Tale of Tales en mondt nu uit in een portret van zijn kinderheld. Verwacht geen deugdzame aanpak als in de animatieklassieker van Disney uit 1940, maar een fantasieavontuur met rauwe randjes.

Pinocchio

Verleidingen
Van de talrijke filmbewerkingen blijft Garrone misschien wel het dichtst bij het originele verhaal van Carlo Collodi, Le avventure di Pinocchio uit 1883. Het gegeven is genoegzaam bekend. Ambachtsman Gepetto – gespeeld door een opvallend ingetogen, maar immer expressieve Roberto Benigni (ooit zelf Pinokkio in zijn familiefilm uit 2002) – snijdt een pop uit een stuk hout. Wanneer de pop ineens begint te bewegen en te praten, noemt Gepetto hem Pinocchio en schreeuwt hij van de daken dat hij een zoon heeft gekregen. Terwijl vader het beste met zijn zoon voorheeft en hem naar school brengt, valt Pinocchio (Federico Lelapi) ten prooi aan de ene na de andere verleiding.

Zo bezoekt hij stiekem een rondreizend poppentheater, waar hij vervolgens gevangen wordt genomen, ontmoet hij de Vos en de Kat die hem geld afhandig proberen te maken en wordt hij samen met een karrenvracht andere kinderen naar een speeleiland gelokt, waar hij in een ezel wordt betoverd. Pinocchio’s (soms wel heel lange) zoektocht naar zijn vader, die op zijn beurt Pinocchio zoekt, leidt tot het binnenste van een walvis. Maar zoals dat gaat in sprookjes komt alles gelukkig op zijn pootjes terecht.

Pinocchio

Moraal
Dat brengt ons bij de vraag of Garrone’s Pinocchio een kinderfilm is. Ja, dat klopt, hoewel deze versie een aantal grimmige en duistere elementen kent. Uiteraard krijgt het houten jochie een lange neus als hij jokt, maar het is misschien wel even schrikken als Pinocchio aan een boom wordt opgehangen. In het boek gebeurt dat omdat hij wordt gestraft voor zijn fouten, in deze film gebeurt dat vooral omdat de Vos en de Kat definitief met hun slachtoffertje willen afrekenen. Overigens zal Pinocchio later in het verhaal in figuurlijke zin een lange neus naar zijn belagers trekken.

Volwassenen hebben ongetwijfeld meer oog voor de satire, zoals in de scène als Pinocchio aan een rechter, de Aap, wordt voorgeleid. Als de verdachte zegt dat hij onschuldig is, wordt hij veroordeeld tot de gevangenis, echter nadat Pinocchio zegt dat hij heel veel slechte dingen heeft gedaan, wordt hij onmiddellijk vrijgesproken. Misdaad loont dus in de wereld waarin de originele Pinocchio opgroeit.

Zoals dat gaat in fabels, waarin elk dier een typisch menselijke eigenschap etaleert, zijn de personages in de Pinocchio van Garrone aan de vlakke kant omdat ze slechts ten dienste van de moraal staan. Ook met Pinocchio zelf valt moeilijk te vereenzelvigen, hoewel zijn sarcasme over de stijve heersende zeden als een verademing voelt. De brutale en eigenwijze houten pop fungeert nu eenmaal als een naïeve creatie die door schade en schande moet zien wijs te worden om zich, eenmaal bevrijd van zijn lichamelijke en geestelijke beperkingen, als een voorbeeldig kind in de uitnodigende armen van zijn sympathieke schepper te kunnen storten. Niet als een marionet van anderen, maar als een zelfstandige vrije geest.

 

18 juli 2020

 

ALLE RECENSIES

Picciridda

*****
recensie Picciridda

Italiaans meesterwerk over schokkend familierelaas

door Cor Oliemeulen

Het is wonderlijk hoe een filmdrama met een relatief onbekende cast en crew een van de hoogtepunten van het jaar oplevert. Picciridda van debuterend regisseur Paolo Licata is gemaakt in de beste Italiaanse filmtraditie en weet thema’s als het gemis van dierbaren en het onderdrukken van vrouwen te verweven in een nostalgische familiegeschiedenis met een schokkend geheim.

“Als je tante Pina nog één keer begroet, hak ik je handen eraf”, zegt oma Maria tegen Lucia. De elfjarige kleindochter begrijpt er niets van, want zowel haar tante, haar man als hun lieve, emotionele dochter Cettina lijken haar niet onaardig. Pas veel later zullen we ontdekken of het terecht is dat Lucia maar beter uit de buurt van die tak van de familie kan blijven of dat haar grootmoeder jammerlijk wegkwijnt door onnodige frustraties of misverstanden.

Picciridda

Kleindochter versus oma
Het verhaal van Picciridda (zoals kleine meisjes op Sicilië worden genoemd) is gebaseerd op de gelijknamige roman van Catena Fiorello, die ook meeschreef aan het filmscenario. Tijdens de economische depressie van eind jaren vijftig, begin jaren zestig worden veel kinderen aan hun grootouders toevertrouwd zodat hun ouders kunnen emigreren om in een ander land een beter bestaan te kunnen opbouwen. Lucia’s vader en moeder verlaten het vissersdorp en vertrekken met haar broertje naar Frankrijk en beloven voor de kerst terug te keren, maar dat gaat niet gebeuren. Pas als Lucia haar school heeft afgemaakt en haar ouders het wat ruimer hebben, mag ze ook naar Frankrijk komen, zo is het plan.

Lucia krijgt te maken met een strenge oma, die er geen geheim van maakt dat ze niet zit te wachten op de zorg voor een kleinkind, maar desalniettemin blijkt ze ook wel haar olijke en goede kanten te hebben. Zo blijkt “Donna” Maria zeer geliefd en gewild om overleden dorpsgenoten mooi op te baren. Ook op school maakt Lucia moeilijk aansluiting, omdat iedereen wel wat denkt te weten van haar familiegeheim. Ze sluit vriendschap met een zwarte kip, en later met een klasgenootje, doolt rond op het strand en wordt verdrietig als ze daar in gedachten haar gezinsleden ziet. Ingegeven door alle omstandigheden probeert Lucia de wereld van de volwassenen te begrijpen en vindt ze langzaam een kompas om haar lijden te verlichten.

Picciridda

Onvermijdelijke wreedheid
De couleur locale, de cinematografie, de soms hartverscheurende nostalgie, de muziek, de emotionele cultuur en de standvastige regie maken van Picciridda een schaars nieuw hoogtepunt van de Italiaanse cinema waarnaar de filmliefhebber voortdurend reikhalzend uitkijkt. De relatief onbekende cast werkt uitermate geloofwaardig, met de talentvolle nieuweling Marta Castilgia als Julia en de fantastische Lucia Sardo (die herinneringen oproept aan de Italiaanse acteergrootheid Anna Magnani) als Maria die de kijker moeiteloos meenemen in het zorgvuldig opgebouwde familierelaas.

Het filmdrama wordt mooi en functioneel afgerond met een soort van epiloog waarin de hoofdpersoon terugblikt op haar jeugdjaren waarin zij was overgeleverd aan de zorg van haar grootmoeder en de tragedie die zich heeft afgespeeld. Net als bijvoorbeeld in de Italiaanse filmklassieker Nuovo Cinema Paradiso (1988) van Giuseppe Tornatore wordt het hoofdpersonage bij terugkomst geconfronteerd met het verleden en vindt Lucia antwoorden op vragen en gevoelens die altijd zijn blijven knagen. Ook de kijker begrijpt dan pas goed de relaties tussen de personages en de onvermijdelijke wreedheid van bepaalde keuzes die haar familieleden toen maakten.

 

14 juli 2020

 

ALLE RECENSIES

Never Rarely Sometimes Always

***
recensie Never Rarely Sometimes Always

Roadtrip naar abortus

door Cor Oliemeulen

De filmtitel slaat op de vragenlijst die Autumn in de abortuskliniek moet invullen. ‘Voelde je druk toen je seks met die jongen had? Nooit, Zelden, Soms of Altijd?’ Autumn antwoordt niet. Haar gezicht spreekt boekdelen.

Autumn (Sidney Flanigan) is een 17-jarig meisje in een stadje in Pennsylvania dat veel haar leeftijdsgenoten een alto zou noemen. Ze zingt en speelt gitaar, zonder succes, maar dat lijkt haar nauwelijks te deren. Als ze besluit een neuspiercing te nemen, pakt ze gewoon een veiligheidsspeld, ontsmet weliswaar de punt, en steekt die dwars door haar neusvleugel. Na school werkt ze, net als haar nichtje en beste vriendin Skylar (Talia Ryder), als caissière in een supermarkt. Op een dag ontdekt Autumn tot haar grote schrik dat ze zwanger is. Ze voelt dat ze niet terecht kan bij haar moeder, die sowieso weinig aandacht aan haar lijkt te schenken, en zeker niet bij haar stiefvader die haar zeker niet serieus neemt, wat overigens geheel wederzijds is.

Never Rarely Sometimes Always

Magisch geluid
“Dit is het meest magische geluid dat je ooit hebt gehoord”, zegt de verpleegster als zij tijdens de echo de snelle hartslag van Autums ongeboren kind laat horen. De moeder lijkt niet erg onder de indruk, want ze bezoekt de kliniek om te informeren naar een abortus. Een andere, oudere medewerkster vraagt waarom Autumn haar kindje niet wil houden en probeert haar op andere gedachten te brengen. Pennsylvania blijkt een conservatieve omgeving waarin het moederschap juist wordt toegejuicht en abortus wordt verafschuwd, ook gezien het wrede filmpje over de verwijdering van een embryo dat Autumn (maar niet de kijker) krijgt voorgeschoteld.

Eliza Hittman is een onafhankelijke filmmaakster die zich graag richt op jongeren die hun identiteit zoeken. Ze debuteerde met It Felt Like Love (2013) waarin ook al een jong meisje de keerzijde van seksualiteit ontdekt, en Beach Rats (2017) waarin een jongen experimenteert met drugs en op het internet contact met oudere mannen zoekt. Voor Never Rarely Sometimes Always liet Hittman zich inspireren door de 28-jarige Ierse tandarts Savita Halappanavar die in 2012 zwanger van haar eerste kind was, complicaties kreeg, smeekte om een abortus, die werd geweigerd omdat de Ierse wetgeving dat niet toestaat, en een week later in het ziekenhuis overleed.

Never Rarely Sometimes Always

Griezelige precisie
Hittman was zo aangeslagen dat ze zich in de materie ging verdiepen en onderdook in de mentaliteit van het kleine stadsleven in de Amerikaanse staat Pennsylvania waar de wetgeving abortus slechts onder strikte omstandigheden toestaat, zodat veel meisjes en vrouwen uitwijken naar New Jersey en New York. Met een soms griezelige precisie toont Hittman de procedures die Autumn moet ondergaan en de emotionele weerslag in haar gelaat en lichaamshouding. Natuurlijk suggereert Hittman dat Autumn onder een bepaalde druk zwanger is geraakt, maar ze maakte Never Rarely Sometimes Always met zoveel toewijding en begrip dat de regisseur iets meer aandacht voor de gevolgen van onveilig vrijen bij jongeren had mogen hebben. Cynici zouden na afloop zelfs kunnen beweren dat het maar goed is dat je zoveel moeite voor een abortus moet doen.

Hoewel Autumn door de hulpverleners in New York wel met heel veel liefde wordt omringd, gaat het verblijf aldaar namelijk niet zonder slag of stoot. Autumn blijkt in haar thuisstaat verkeerd te zijn voorgelicht, zodat de behandeling niet dezelfde dag kan worden verricht. Zonder slaapplek en met nog weinig geld op zak ontdekken Autumn en Skylar het leven in de grote stad. Verwacht geen schokkende gebeurtenissen, maar wel een kalme, meeslepende trip, waarin de twee geloofwaardig acterende meiden nauwelijks een woord wisselen, maar altijd weten dat hun solidariteit en vriendschap onvoorwaardelijk is. Vooral dat maakt de film aantrekkelijk.

 

26 juni 2020

 

ALLE RECENSIES

King of Staten Island, The

***
recensie The King of Staten Island

Overjarige onvolwassene ontwaakt

door Cor Oliemeulen

De hoofdpersonages in films van Judd Apatow nemen het leven meestal niet zo serieus. Vaak is een externe prikkel nodig om zich aan de lamlendigheid van drank en blowen te kunnen onttrekken. Zo vergaat het ook Scott in The King of Staten Island, dat in eigen land door de coronacrisis slechts online werd uitgebracht, maar bij ons gewoon in de bioscoop verschijnt.

De films van de Amerikaanse regisseur worden gekenmerkt door een hoog awkward gehalte: ongemakkelijk, pijnlijk, gênant, raar, tenenkrommend. Denk maar aan The 40-Year-Old Virgin (2005), Knocked Up (2007) en Funny People (2009). Zonder al teveel fantasie zou je Judd Apatow het zwakker begaafde neefje van Woody Allen kunnen noemen. Er zijn ontegenzeggelijk overeenkomsten tussen de twee filmmakers: beide van joodse komaf, opgegroeid in New York en begonnen als schrijver voor tv-comedy’s. De verschillen zijn opmerkelijker: Allen figureert in veel van zijn films (bijna niemand anders kan immers beter zijn eigen grappen vertolken), terwijl Apatow nauwelijks in zijn eigen films acteert, maar op zijn manier ook de lach aan zijn kont heeft hangen.

The King of Staten Island

Kansloos
Bij Allen herken je snel een ‘Woody Allen’-karakter, waar je in films waarbij Apatow is betrokken diens signatuur moeiteloos ontdekt, ook in films die hij produceerde, zoals The Cable Guy (1996), de twee Anchor-films (2004 en 2013), Superbad (2007) en Forgetting Sarah Marshall (2008). Veel van die komedies zijn over de top en worden bevolkt door onconventionele types als Seth Rogen of Jason Segel en blinken uit in ongerieflijke situaties, structureel drank- en drugsgebruik en obsceniteiten. Maar uiteindelijk zit het hart op de goede plaats en belooft een happy end beterschap voor de overjarige onvolwassenen. In de films van Woody Allen zijn het vaak artistieke jongeren uit een kansrijker milieu die worstelen met hun identiteit en neuroses, maar ook daar komt alles meestal wel op zijn pootjes terecht.

De hoofdpersoon van The King of Staten Island is de 24-jarige Scott, gespeeld door stand-upcomedian Pete Davidson, wiens karakter voor een deel uit zijn eigen leven is gegrepen. Scott is depressief, blowt en drinkt met zijn al even kansloze vrienden en heeft geen idee wat hij met zijn leven aanmoet. Hij klust wat als ‘tattoo artist’ en droomt van een ‘tattoo-restaurant’, want de formule van je laten tatoeëren tijdens het eten van een kipmenu bestaat immers nog niet.

The King of Staten Island

Ontdekkingstocht
Gezien het merendeel van de afbeeldingen op zijn eigen lijf en die van zijn vrienden werkt Scotts impulsieve en naïeve gedrag niet direct bevorderlijk om als gerespecteerd kunstenaar door het leven te gaan. Toch blijkt hij wel degelijk talent te hebben, hoewel niet iedereen daar in eerste instantie oog voor heeft. Zo laat Scotts moeder Margie (Marisa Tomei) iemand haar bovenarm zien. ‘Ah, een cockerspaniël.’ ‘Nee, het is mijn dochter.’

Veel dialogen en situaties zijn levensecht en regelmatig grappig. De lamlendigheid van het bestaan als jongvolwassene die geen flauw idee heeft hoe hij onderwerp van een hoopvolle toekomst moet worden. Scott: ‘Wat is dit voor een slechte wiet, ik merk niks.’ Vriend: ‘Ik word ook niet meer high, maar blowen is wel een lifestyle.’ Margie, die na zeventien jaar weduwe zijn een nieuwe liefde krijgt, gooit Scott na een ruzie het huis uit en dwingt hem zo om zelfstandig te worden. Dat proces gaat natuurlijk met horten en stoten, maar uiteindelijk ontdekt Scott dat hij meer in zijn mars heeft dan hij dacht en krijgt hij van heel dichtbij de kans om zijn overleden vader beter te leren kennen. The King of Staten Island is wat aan de lange kant, maar soms hebben mensen nu eenmaal veel tijd nodig zichzelf te ontdekken.

 

21 juni 2020

 

ALLE RECENSIES

Bonne épouse, La

***
recensie La bonne épouse

Komedie voor het zwakke geslacht

door Cor Oliemeulen

La bonne épouse is net zo voorspelbaar als de filmtitel suggereert. Desondanks bieden de enthousiaste cast, het vlotte scenario en de eeuwige drang naar vrijheid genoeg aanknopingspunten voor ongecompliceerd tijdverdrijf.

Als opgroeiend kind in de jaren zestig zag de Franse regisseur Martin Provost in de keukenla een gids over hoe jonge echtparen zich dienden te gedragen. Hij herinnert zich hoe zijn vader na zijn werk in een luie stoel neerplofte, de krant las en pas opstond nadat hij werd geroepen om te komen eten, nadat moeder had gekookt en de tafel had gedekt. Het was niets meer dan normaal dat vader thuis geen vinger uitstak. Als moeder had afgeruimd en afgewassen, en iedereen ’s avonds voor de televisie zat, had zij door al haar huishoudelijke klusjes het begin van de film gemist. Zo gingen die dingen in die tijd, voordat de studentenopstanden van 1968 een veranderende omgang tussen de seksen inluidden.

La bonne épouse

Hoe word je een goede huisvrouw?
In een lieflijk stadje aan de Elzas runt Paulette Van Der Beck (Juliette Binoche) een traditionele huishoudschool waar vooral tienermeisje van plattelandsgezinnen moeten leren hoe ze voorbeeldige huisvrouwen kunnen worden. We maken kennis met achttien meiden die vanaf de eerste dag hun beoogde taken krijgen ingepeperd. De goede huisvrouw (La bonne épouse) is een droom voor haar aanstaande echtgenoot, cijfert zich weg en klaagt nooit. Uiteraard moet je beschaafd praten, op de juiste manier een kopje thee kunnen inschenken en ook fungeren als gastvrouw, die altijd een fris bloemetje in huis heeft staan.

Ondertussen klinkt op de radio de eerste roep om maatschappelijke verandering. Paulettes veel oudere echtgenote Robert (François Berléand), oprichter van de huishoudschool, stikt in een konijnenbotje. Ondanks de ontdekking dat de huishoudschool door Roberts gokverslaving in de schulden is beland, besluit Paulette, die bovendien haar voormalige liefde André (Édouard Baer) weer tegen het lijf loopt, de leiding over te nemen. Het is een kwestie van tijd en inzicht dat zij de touwtjes zal laten vieren, ondanks de luidruchtige aanwezigheid van Roberts naïeve zus Gilberte (Yolande Moreau) en de tegenwerking van de robuuste non Soeur Marie-Thérèse (Noémie Lvovsky).

La bonne épouse

Apfelstrudel
Langzaam ontketent zich in de huishoudschool ook onder de beoogde sloofjes een revolutie. De meiden doen aanvankelijk keurig wat hun ouders en de schoolleiding hen hebben opgedragen en begrijpen bijvoorbeeld ook dat zij geen verstand van cijfers hebben, zolang zij hun uitgaven maar goed op orde hebben. Maar de plicht van de vrouw om de man te behagen, kan uiteindelijk zó samen met het keukenschort de vuilnisbak in. Vrouwen hebben meer rechten dan het aanrecht! Hoezo geen seks voor het huwelijk? En waarom zou je niet verliefd op een ander meisje mogen worden?

De tieners bewegen zich geloofwaardig in de sixties. De volwassenen zijn uitstekend op elkaar ingespeeld, stereotiep, maar soms heerlijk over de top, wat bijvoorbeeld blijkt als Paulette en André tijdens een romantische stoeipartij het recept van apfelstrudel uitwisselen. Martin Provost (Sage Femme) maakt het liefst films over vrouwen. Misschien heeft hij het gegeven van een vrouw die plotseling de scepter gaat zwaaien, veel meer oog voor sociale verhoudingen heeft dan haar man en die opnieuw valt voor een oude vlam, afgekeken van Potiche (2010) van zijn landgenoot Franςois Ozon. Dat neemt niet weg dat vrouwen die in de patriarchale periode na de Tweede Wereldoorlog zijn opgevoed met La bonne épouse ongetwijfeld een gevoel van nostalgie zullen ervaren. Maar ook veel jongere vrouwen en meisjes zullen het idee van onafhankelijkheid en vrijheid bejubelen. Dat maakt deze komedie, die uitmondt in een musicalsetting, bij uitstek vermakelijk voor al diegenen die ooit werden beschouwd als het zwakke geslacht.

 

20 juni 2020

 

ALLE RECENSIES

Ema

***
recensie Ema

Losbandige adoptiemoeder

door Cor Oliemeulen

Een echtpaar van een experimentele dansgroep staat na een schokkend voorval adoptiezoontje Polo af, maar krijgt daarvan spijt. Ema is een audiovisueel spektakel over reggaeton en vuur, maar voelt afstandelijk door het wispelturige en losbandige gedrag van het titelpersonage.

De Chileense regisseur Pablo Larraín is zoekende. Bekend geworden door zijn trilogie over het erbarmelijke leven in de jarenzeventigdictatuur van Pinochet (Tony Manero, Post Mortem en NO), geliefd op filmfestivals met een vernietigend portret van seksueel misbruik door priesters in El Club en in 2016 bij het grote publiek doorgebroken met een intiem portret van de rouwende presidentsvrouw Jackie, probeert de talentvolle filmmaker met Ema een nieuwe vorm om een verhaal te vertellen. Zijn recht voor zijn raap-aanpak, niet vies van wat geweld en ordeloosheid, is gebleven.

Ema

Kameleon
Larraín maakt het zichzelf niet gemakkelijk. Zijn titelpersonage is niet iemand die veel sympathie opwekt. Ema (intrigerend speelfilmdebutant Mariana di Girolamo) danst in het experimentele dansgezelschap van haar twaalf jaar oudere man, choreograaf Gastón (Gael García Bernal). Larraín toont haar als moeder, dochter, zus, echtgenote, geliefde en leider tegelijk. Een veelzijdig karakter, zou je zeggen, maar teveel om echt dichtbij de mens achter het paradigma te komen. Ema is krachtig, vrouwelijk, individualistisch, egoïstisch, overspelig, pervers en manipulatief, maar als het gaat om oprechte gevoelens heeft ze het voordeel van de twijfel. Het meest geloofwaardig is haar liefde naar hun zevenjarige Colombiaanse adoptiezoontje Polo. Maar die is er niet meer.

Het drama begint nadat Ema heeft besloten Polo af te staan na een schokkende gebeurtenis. De dame van de Kinderbescherming is het daar volmondig mee eens, want zij vindt de adoptieouders absoluut ongeschikt om een kind op te voeden. Ema is volgens haar onverantwoordelijk en Gastón noemt ze bizar, gezien zijn experimentele fratsen in het dansgezelschap. Ema en Gastón zelf laveren tussen bijtende verwijten en diepe genegenheid, ook veroorzaakt door het feit dat Gastón onvruchtbaar is en zij samen geen kind kunnen krijgen. De crisis leidt bij Ema’s rebelse vriendinnenclubje tot anarchie en losbandigheid. In een compilatie met kunstzinnig blauw licht lijkt het alsof Ema met alles en iedereen seks heeft.

Onhoudbaar
Ondertussen ontdekken we waarom de gezinssituatie onhoudbaar was. De vondst van een bevroren kat in de diepvries bevestigt de gedachte dat Polo inderdaad dingen flikte die niet door de beugel kunnen. En zijn adoptiemoeder blijkt een opmerkelijke hobby te hebben. ’s Avonds laat begeeft Ema zich met haar meidenclubje op verlaten straten om daar met een vlammenwerper verkeerslichten, speeltoestellen, beelden, prullenbakken en auto’s in lichterlaaie te zetten. Als je rondloopt met een vlammenwerper moet je niet verbaasd opkijken als je kind ook weleens wat in de fik steekt.

Ema

Ema speelt zich enerzijds af in het experimentele danstheater van Gastón (de expressieve voorstelling met een groot geprojecteerde close-up van een vlammende zon symboliseert Ema) en anderzijds in videoclipachtige settings waarin Ema en haar vriendinnen zich uitleven in reggaetonmuziek. Deze populaire fusie van hiphop en dancehall is controversieel vanwege vrouwonvriendelijke teksten en gewelddadige filmpjes. Volgens Pablo Larraín is reggaeton een cultuur met zijn eigen ethische en esthetische bestaansrecht, volgens Gastón hypnotiserende gevangenismuziek met de illusie van vrijheid waarin vrouwen seks beluste wezens zijn, maar volgens een vriendin van Ema gaat het bij reggaeton simpelweg om de dansmoves waarbij je geil wordt van al die neukbewegingen.

Apotheose
Hoewel Larraín door middel van experimenteerdrift en improvisatie zijn best heeft gedaan om Ema´s zoektocht naar identiteit in een hedendaagse subcultuur gestalte te geven, smaakt zijn mooi vormgegeven drama (met hulp van vaste cinematograaf Sergio Armstrong) vooral naar nihilistisch hedonisme. Het plot wordt gered door een krankzinnige apotheose, waarmee Larraín bijvoorbeeld ook Post Mortem (2010) en El Club (2015) afsloot. Ook ditmaal laat hij het hoofdpersonage een deprimerend relaas relativeren in een verbijsterende finale met zwarte humor. Of de kleine Polo in die nieuwe situatie past, is zeer de vraag.

 

12 juni 2020

 

ALLE RECENSIES