Los domingos

***
recensie Los domingos
Geloof brengt troost én verwarring

door Cor Oliemeulen

Ainara wil non worden. Ze is 17 jaar en twijfelt geen moment. “God houdt van mij en heeft me geroepen. Het is heel gemakkelijk om me over te geven aan zo’n mooie liefde.” Haar familie probeert haar keuze te respecteren, maar vraagt zich tegelijk af of Ainara niet in de ban is geraakt van iets waarvan ze de gevolgen nog nauwelijks overziet.

Los domingos trok in Spanje bijna 700.000 bezoekers naar de bioscoop en werd overladen met filmprijzen. Dat is opvallend voor een drama met een dergelijk thema. Terwijl in Europa en Noord-Amerika de actieve beleving van het katholieke geloof steeds verder afneemt, krijgt de ‘radicale’ keuze van jonge vrouwen voor een sober kloosterleven tegenwoordig juist veel aandacht. Het bewust of onbewust afzetten tegen een moderne cultuur van individualisme, consumptie, datingapps en voortdurende online zichtbaarheid is voer voor sociologen, journalisten én filmmakers.

Los domingos

Spanningen in de familie
Filmmaakster Alauda Ruiz de Azúa voert Ainara (debutant Blanca Soroa) op als een meisje dat alles goed op een rijtje heeft. Ze oogt vriendelijk, zingt in een koor, is verliefd op een van de mannelijke leden, maar zoekt haar grote liefde liever in het klooster. Haar moeder is op jonge leeftijd overleden en haar vader benadert de keuze van zijn dochter vooral zakelijk en afstandelijk. Spanningen in de familie die voorheen werden vermeden, steken nu plots de kop op, en het lijkt alsof iedereen een positie moet innemen. Wat volgt is een reeks gesprekken, stiltes en milde confrontaties. Die ingetogen aanpak past bij de film, al had iets meer drama en emotie hier niet misstaan.

Misschien wel de belangrijkste en sterkste rol in Los domingos heeft tante Maite (Patricia López Arnaiz), met wie Ainara de beste band heeft. Ze hebben mooie, zinvolle gesprekken. Maite wil begrijpen zonder te oordelen, maar tegelijkertijd wijst ze haar nichtje op haar weggegooide toekomst. Ze is nog zo jong en moet nog veel van de wereld ontdekken. Waarom gaat ze niet eerst een paar jaar studeren in het buitenland? Waar Maite steeds meer emotioneel betrokken raakt, wordt Ainara steeds standvastiger in haar keuze.

Spanje als decor
Ainara blijft vrij ongrijpbaar. Ze veroorzaakt onderhuidse spanningen in haar omgeving en dient als een spiegel waarin anderen zichzelf tegenkomen. Dat de film zich afspeelt in Spanje, en daar zo succesvol is, maakt Los domingos extra interessant.

Na decennia van het door Franco opgelegde katholicisme heeft Spanje een snelle secularisering doorgemaakt. Toch is religie nooit verdwenen. De kerk als instituut verloor vertrouwen, de actieve geloofspraktijk nam af, maar de katholieke tradities en symboliek bleven bestaan. Deze context verklaart de ambiguïteit van de personages. Ze zijn niet uitgesproken gelovig, maar ook niet uitgesproken antireligieus. Ze zitten daar tussenin. En dan ineens is daar iemand die het geloof bloedserieus neemt, en juist dat maakt Ainara’s keuze om als non te gaan leven zo ontregelend.

Los domingos

Geen eenduidig standpunt
De vergelijking van Los domingos, dat bewust afziet van onverwachte plotwendingen of schokkende gebeurtenissen, met het Duitse drama Kreuzweg (2014) dringt zich op. In dit verhaal trekt de 14-jarige Maria, aangemoedigd door haar moeder en een jonge pastoor, zich steeds verder terug uit het wereldse leven. Waar het ondubbelzinnige Kreuzweg godsdienst toont als een onderdrukkend systeem, kiest Los domingos voor nuance: open dialogen zonder duidelijke morele richting.

Vooral dat laatste is de kracht van Ruiz de Azúa’s film. Ze toont dat liefde en onbegrip naast elkaar kunnen bestaan, dat vrijheid en controle moeilijk te scheiden zijn en dat geloof zowel troost als verwarring kan brengen. Genoeg voer voor discussie dus.

 

11 mei 2026

 

ALLE RECENSIES

Romería

***
recensie Romería
De camera naar binnen gericht

door Bert Potvliege

Wat zou er in de navel van Carla Simón te vinden zijn? In Romería keert de cineaste nadrukkelijk naar binnen waardoor haar film dreigt te verzanden in zelfbeklag. Hoewel ze gezegend is met flair en kan rekenen op een sterk team voor en achter de camera, ondermijnen fundamentele problemen in het scenario het geheel. Wat overblijft voelt meer als therapie dan als cinema: een sterke dramatische ruggengraat ontbreekt.

Met haar derde film breit de cineaste een sluitstuk aan haar onofficiële trilogie. Na Estiu 1993 en Alcarràs (Gouden Beer op het Filmfestival van Berlijn in 2022) verschijnt nu Romería. Het zijn stuk voor stuk autobiografisch-geïnspireerde verkenningen in een Spaanse context, met een nadruk op familie en identiteit. Ook Romería is een duik in een warm bad van nostalgie, waarin havenstad Vigo en de couleur locale een niet te onderschatten rol spelen.

Romería

Vervlogen tijden
De film volgt de jonge studente Marina (Llúcia Garcia) – voelbaar geïnspireerd op Simón zelf – die de vervreemde familie van haar al lang overleden vader opzoekt aan de Galicische kust. Ze heeft van hen een verklaring van verwantschap nodig om een studiebeurs aan te vragen. Tijdens haar verblijf ontmoet ze familieleden – niet in het minst haar strenge grootouders – en probeert ze via gesprekken een beeld te vormen van wie haar ouders waren en hoe ze haar heimat meedraagt. De film duikt via homevideo’s geregeld het verleden in, en voegt naar het einde enkele fantasierijke toetsen toe.

De makers presenteren Romería in een knap jasje. De Spaanse sfeer van het dagelijks leven schemert er aangenaam door: een net gevangen vis op de barbecue, een zwoele zon als warme deken, serene blauwe zeevista’s die de kijker doen wegdromen. Simón nestelt zich even graag en goed in de Zuid-Europese sfeer als Luca Guadagnino (Call Me by Your Name) en Alice Rohrwacher (La Chimera). Ook de cast draagt bij aan die toon: fraai zijn de door de zon gebeitelde gezichten, een oud besje met perkamenten huid in een knalgeel, spuuglelijk bloesje. Kleine momenten, zoals opa die centjes uitdeelt aan de kleinkinderen, zijn sprekend voor Simóns streven naar enige waarachtigheid.

Gedreven door formaliteit
De verpakking van Romería is fraai, maar het geschenk zelf stelt licht teleur. Autobiografisch onderzoek is welkom in de kunsten, maar een goed verhaal vertellen blijft een basisvoorwaarde in narratieve cinema. Het is hier dat Simón struikelt, want haar relaas blijft steken bij therapeutische nobiliteit. Een protagonist die het verleden opzoekt om inzicht in zichzelf en haar familie te krijgen, is een veelgebruikte insteek voor een plot – recente voorbeelden zijn Past Lives, Aftersun en All of Us Strangers. Wat Romería mist, is originaliteit, lef en dramaturgische diepgang. Dat Marina zichzelf en haar familie leert beter begrijpen, door vele gesprekken te voeren met figuren uit het verleden, is narratief te mager.

Romería

Een volgend voorbeeld van verhalende droogte is het conflict dat alles in gang zet: Marina heeft een document nodig. Niet liefde of emotionele nood, maar een administratieve formaliteit drijft haar naar Vigo. Dat voelt verhaaltechnisch goedkoop: zolang het doel maar bereikt wordt, lijkt het weinig uit te maken wat haar werkelijk beweegt. Ze meldt bovendien dat het document nodig is voor een studiebeurs voor een filmopleiding – een overduidelijke manier om haar autobiografische representatie aan de kijker te benadrukken. Het leidt tot een rollen met de ogen.

De kijker terzijde geschoven
Het gemak waarmee tussentitels worden ingezet, is problematisch. Half-filosofische mijmeringen zoals ‘Wie zou ik zijn als mijn vaders familie me had opgevoed?’ of ‘Betekent hetzelfde bloed delen dat je deel uitmaakt van dezelfde familie?’ vertellen de kijker wat bevraagd zou moeten worden door de scènes die erop volgen. Beeldend vertellen wordt overbodig wanneer de intentie vooraf letterlijk wordt meegedeeld. Zo wordt actief meedenken uitgeschakeld en verliest het verhaal nog meer kracht.

De cruciale tekortkomingen nemen niet weg dat het nostalgische voorkomen van Romería zalft. Naar het einde toe introduceert Simón bovendien enkele fantasierijke toetsen die enthousiasmeren (de scène met de trapladder aan het flatgebouw). De cineaste gaat ook intrigerend aan de slag met de sensualiteit van jeugd – de naakt door het land lopende ouders van Marina doen aan de fotografie van Ryan McGinley denken. Mooi om te zien, maar het geheel is narratief te flets om een aanrader te noemen.

 

7 april 2026

 

ALLE RECENSIES

Joe Speedboot

****
recensie Joe Speedboot
Film blijft dicht bij boek

door Jochum de Graaf

Met ruim 450.000 verkochte exemplaren in meer dan tien talen is Joe Speedboot (eerste druk 2005) van Tommy Wieringa een moderne klassieker in de Nederlandse literatuur. Na een mislukt project waar een jarenlange slepende rechtszaak aan te pas kwam, is er nu de film. Regisseur Sam de Jong, vanwege De drie Musketiers (2021), Met mes (2022) en de videoclip voor Drank & Drugs van Lil’Kleine en Ronnie Flex goed bij het onderwerp passend, is dicht bij het verhaal gebleven en brengt heel sterk de ontwikkelingsroman in beeld.

De coming of age van Fransje Hermans (Daan Buringa) in het provinciaalse Lomark wordt in het begin van de film licht nostalgisch in de tijd geplaatst: huizen, gebouwen, interieurs, auto’s, brommers, kleding, haardracht, cultuur; eind jaren tachtig, begin jaren negentig van de vorige eeuw: van moderne telefoons en internet nog geen spoor, en er wordt nog gewoon met guldens betaald.

Joe Speedboot

Maaidorser
Fransje is tijdens een oogstfeest in het dorp onder een maaidorser gekomen, raakt in coma en belandt voor de rest van zijn leven in een rolstoel. Hij kan niet meer lopen en praten, alleen met mimiek en gebaren iets van zijn gevoelens uiten. Een arm gebruiken gaat nog wel, hij leert zichzelf schrijven waardoor hij in dagboekjes het leven op kan tekenen. Hij slijt zijn dagen met het monomaan in elkaar persen van briketten in een schuurtje naast de sloperij van zijn vader. Een eentonig bestaan in het slaperige Lomark, in de film gesitueerd in het saaie rivierenlandschap van de Betuwe, waar verder geen ruk te beleven is.

Dat verandert wanneer op zekere dag de branie Joe Speedboot (Tobias Kersloot) in het dorp verschijnt. Een energieke jongen, complete tegenpool van Fransje, gek van motoren en snelheid, die zijn grote dromen najaagt en bezig gaat met het bouwen van een eigen vliegtuig en later bedenkt dat een shovel misschien ook erg van nut kan zijn. Er is gelijk een goede chemie met Fransje die in het roekeloze avonturisme van Joe herkent dat ook hij misschien ongedachte dromen kan verwezenlijken.

Armworstelaar
Joe is de ontdekker van Fransje als armworstelaar. Op de kermis blijkt hij met zijn door de briketten tot Popeye-achtige omvang opgezwollen biceps met het grootste gemak alle tegenstanders de arm op tafel te kunnen drukken. Onder leiding van Joe en een geheel Lomarks begeleidingsteam van vrienden en assistenten gaan ze alle kermissen in binnen- en buurlanden af en komen uiteindelijk in de finale van het ‘Championnat d’Europe de bras de fer’.

Das Ungeheuer, het monster, is Fransjes bijnaam in het circuit. Zijn tegenstander is de regerende kampioen Mansur, een nogal geblokt type, kale schedel, brede schouders, donkerder dan Mohammed Ali.  Een donkere rokerige gymzaal in Poznan, met tafels vol bierglazen en waar je met forse bedragen kunt gokken op de uitslag. Flyers en affiches van eerdere wedstrijden, een publiek van getatoeëerde spierbundels en een opkomst van de matadoren zoals je die tegenwoordig bij de kickboksgala’s van Nico Verhoeven ziet. De afloop betekent een omslagpunt in de verhouding tussen Fransje en Joe.

Mooiste meisje van de klas
En dan is er de intrige rond Picolien Jane, ofwel PJ, het ‘mooiste meisje van de klas’ van Lomark, waar alle jongens en zeker ook Fransje heimelijk verliefd op zijn. Ook zij is in eerste instantie een buitenstaander als ze vanuit Zuid-Afrika in het dorp arriveert. Ze is wat mysterieus, zowel aantrekkelijk als afstotend. Ze speelt een eigenzinnige rol op het examenfeest van de middelbare school, het moment dat het einde van de jeugd en voor de meesten het begin van het volwassen leven buiten Lomark markeert.

Joe Speedboot

Samen met klasgenoot Christof zingt ze het melancholische duet Wêr Bisto van Twarres, zo goed passend bij de nostalgie naar de jaren negentig. Voor Fransje is dat wat pijnlijk in het besef dat hij fysiek niet in staat is om met haar te praten en te zingen. Fransjes liefde kan niet anders dan platonisch zijn, PJ is zijn grote muze. Voor Joe Speedboot is ze daarentegen een goede partner in crime en gaat volop mee met zijn avontuurlijke fratsen. Wanneer Joe en PJ hun verloving aankondigen is dat voor Fransje extra pijnlijk. Hij heeft PJ altijd op een voetstuk geplaatst en voelt zich nu verraden door zijn beste vriend.

Rolstoel
In het boek is de meeste tijd Fransje aan het woord die zijn leven en de verwikkelingen met Joe Speedboot beschrijft. Het is een sterke vondst om PJ (goede rol van QiQi van Boheemen) in de film de rol van voice-over te geven, voorlezend uit de dagboekjes waarin Fransje Joe’s leven heeft opgetekend. Dat geeft haar meer reliëf dan het meisje dat alleen maar mooi staat te wezen.

Geen geschiktere acteur voor de rol van Fransje Hermans dan Daan Buringa, de eerste student aan de toneelacademie die in een rolstoel afstudeerde. Behalve zijn leeftijd en provinciale afkomst heeft hij met Fransje ook gemeen dat hij bij een partijtje armworstelen zijn onderarm brak. Daan Buringa liep toen hij in zijn jeugd vanwege een zeldzame erfelijke aandoening aan zijn ruggengraat geopereerd moest worden een dwarslaesie op. Zijn ziekte is progressief en een van de gevolgen kan zijn dat hij langzaam maar zeker zijn stem zal verliezen. Toen hij zijn lot eenmaal aanvaardde, bedacht hij dat hij zo lang hij maar heeft  alleen nog maar wilde schitteren op het toneel en in films. Dat is het met zijn eerste grote filmrol in Joe Speedboot alvast behoorlijk gelukt.

 

11 maart  2026

 

 

ALLE RECENSIES

Left-Handed Girl

****
recensie Left-Handed Girl
Trauma voor generaties door hand van de duivel

door Zoë van Leeuwen

Na jarenlange samenwerking met Oscarwinnende regisseur Sean Baker, komt Shih-Ching Tsou met haar intieme regiedebuut. In Left-Handed Girl geeft ze de kijker een rauwe en realistische blik op genderrollen, jeugdtrauma en Taiwanese tradities. Allemaal gefilmd met slechts een iPhone. 

Shu-Fen (Janel Tsai) heeft het maar zwaar. De alleenstaande moeder en haar twee dochters keren na jaren leven op het platteland terug naar het bruisende Taipei om een kraam te openen op een avondmarkt. Hier blijkt het nog een hele opgave om alle familiebanden bij elkaar te houden. Zeker wanneer opa de 5-jarige I-Jing (Nina Ye) wijsmaakt dat het gebruiken van haar linkerhand het werk van de duivel is, waardoor de kleuter ervan overtuigd is dat alle problemen haar fout zijn.

Die hand van de duivel is niet alleen een eigenaardigheid van de film. Het zeer reële Taiwanese bijgeloof gaat generaties terug, weet ook Tsou. Haar kindertijd in Taiwan en alle moeilijkheden die daarbij kwamen kijken inspireerden haar regiedebuut.

Left-Handed Girl

Familierollen
Het gezin loopt al snel een huurachterstand op door de schulden van de ex-man van Shu-Fen en moet gedwongen om geld smeken bij oma, die ondanks dat ze drie dochters heeft alleen maar over haar succesvolle zoon kan praten. Ondertussen doet I-Jing’s oudere zus Ik-Ann (Shih-Yuan Ma) er alles aan om al die familietradities te vermijden. Ze is het zwarte schaap van de familie en heeft gekozen om in een sigarettenwinkel te gaan werken in plaats van te gaan studeren. Moeder wordt boos omdat Ik-Ann weigert mee te helpen in de eetkraam en dochter voelt zich niet begrepen door Shu-Fen, die volgens haar vastzit in de tradities. Ondertussen wordt I-Jing geacht te gehoorzamen en geen geluid te maken als de volwassenen aan het praten zijn.

Alle onderdrukte gevoelens en geheimen zorgen ervoor dat de pot elk moment kan overkoken. Het kleine appartement, waar de vrouwen dagelijks om elkaar heen moeten manoeuvreren, illustreert perfect wat er ook in hun hoofd omgaat. Als kijker krijg je bijna het gevoel dat je deel uitmaakt van dit Taiwanese gezin. Dat realistische karakter van het verhaal wordt nog verder gevoed door het camerawerk: Tsou filmde volledig met iPhones. De camera beweegt en schudt mee met iedere beweging van de personages en doet daardoor soms denken aan een documentaire. Vaak ligt de focus in het frame op I-Jing en verdwijnen de volwassenen uit beeld.

Klein meisje, grote gevoelens
Het enige wat het jonge meisje lijkt op te vrolijken, is haar nieuwe huisdier Googoo, een stokstaartje dat Shu-Fens ‘nutteloze’ ex-man heeft achtergelaten. Maar wanneer I-Jing per ongeluk Googoo’s bal van het balkon gooit en het arme dier doodvalt, is het meisje ervan overtuigd dat dit komt omdat ze de bal met haar linkerhand heeft gegooid. Vanwege de financiële problemen van het gezin begint I-Jing te stelen en overtuigt ze haar vijfjarige brein dat niet zijzelf iets slechts doet, maar dat het de duivel is. Het escaleert tot het punt waarop I-Jing in de keuken staat, met een mes in haar rechterhand, tranen in haar ogen, klaar om haar linkerhand af te snijden, die het gezin zoveel problemen bezorgt.

Left-Handed Girl

Het tij lijkt pas te keren wanneer haar zus ontdekt dat ze steelt. Haar bitchy houding die ze de hele film had, lijkt te verdwijnen wanneer haar zusje haar huilend vertelt dat opa had gezegd dat haar linkerhand duivels is. Ze sleept I-Jing naar hun grootouders en dwingt opa haar te vertellen dat het gewoon een oud bijgeloof is en laat haar zusje alle gestolen spullen teruggeven. Voor het eerst lijkt het alsof iemand I-Jing opvoedt. Ik-Ann doet haar best om I-Jing niet bloot te stellen aan dezelfde strenge tradities waarmee ze zelf is opgegroeid.

Chaos in het dimsumrestaurant
Alle familiegeheimen en problemen leiden tot een chaotische climax in een dimsumrestaurant tijdens de viering van oma’s 60ste verjaardag. Deze twist van de film, hoewel enorm goed bedacht, komt veel te laat. Je moet eigenlijk de film opnieuw kijken om het door een andere lens te zien.

De samenwerking tussen Baker en Tsou voelt vertrouwd aan en is ook vernieuwend. De manier waarop I-Jing doelloos uren over de drukke avondmarkt slentert, doet denken aan The Florida Project waar onbezonnen kinderen door LA zwerven op zoek naar avontuur.

Left-Handed Girl introduceert het publiek in een wereld die voor menig westerse kijker onbekend is, maar laat je verlangen naar meer van de drukke markten en levendige kleuren van Taiwan. Het einde van de film roept veel vragen op, maar dat is niet erg. Eeuwenoude tradities en patriarchale opvattingen verdwijnen niet zomaar. Het leven voor dit gezin gaat gewoon door, al lijkt er wel iets positiefs te zijn veranderd voor de drie vrouwen.

 

17 december 2025

 

 

ALLE RECENSIES

Jeunes Mères

****
recensie Jeunes Mères
Zo moeder, zo dochter

door Cor Oliemeulen

In Jeunes Mères volgen de broers Jean-Pierre en Luc Dardenne vijf tienermoeders in een opvanghuis. Verbondenheid draagt hen door de strijd voor een hoopvolle toekomst. Voor het eerst in jaren eindigen de Waalse cineasten niet in beklemming, maar met een klein, stralend gebaar: een baby die lacht.

In de drie vorige films van de Dardennes – La fille inconnue (2016), Le Jeune Ahmed (2019) en Tori et Lokita (2022) – had je vaak een gevoel van spanning en beklemming. Donkere interieurs, smalle kadreringen en een nadruk op gesloten ruimtes versterkten het gevoel dat de personages gevangen zaten in hun situatie. In Jeunes Mères zit veel meer ademruimte: empathie en observatie zijn belangrijker dan dreiging en spanning. Bijna rustgevend zijn sommige scènes in het opvanghuis als de camera langzaam van de ene naar de andere kant pant, zodat je een betere indruk krijgt van de omgeving waarin de personages functioneren.

Jeunes Mères

Spontaan… maar tot in detail geregisseerd
Meestal is er in de films van de Dardennes sprake van niet-professionele acteurs of acteurs met weinig filmervaring, een handheld camera die dicht op de huid van de personages zit, met echt licht en echte locaties. Alsof je er als kijker toevallig bij bent. Maar in werkelijkheid zijn bijna alle scènes volledig gescript en uitgebreid gerepeteerd. Zelfs de camera’s zijn vooraf precies gepositioneerd. En toch heb je nog steeds soms het idee dat je naar een documentaire zit te kijken.

Het knappe is dat je al die voorbereidingen bij een film van de broers Dardenne niet doorhebt, omdat de scènes zo realistisch overkomen. Dat geldt dus ook voor de fragmenten met de vijf tienermoeders in Jeunes Mères, die we om beurten volgen in een korte introductie, waarna we geconfronteerd worden met hun worstelingen.

Ongevraagde erfenissen
Vaak is de vaderfiguur onbekend of een loser. Dat merkt bijvoorbeeld Perla, die vol verwachting en dromen, de vader van haar kindje gaat ophalen bij de poort van een jeugdgevangenis. Maar hij gaat liever meteen naar zijn vrienden om te blowen. Een positieve uitzondering is Julie’s vriendje. Voorheen leefden ze samen als drugsverslaafden op straat en nu brengen ze hun dochtertje voor het eerst naar de crèche.

Jeunes Mères

Ook Jessica, Ariane en Naïma snakken naar een gezinnetje, en vinden steun van de medewerksters van het opvanghuis waar ze verblijven en steun van elkaar. Wat opvalt, zijn de achtergronden waardoor de meiden hier zijn beland. Ze zouden bijna allemaal een kopie van hun eigen moeders kunnen zijn, en proberen zich te realiseren dat ze dezelfde valkuilen moeten zien te vermijden. De confrontaties tussen Jessica en haar moeder, die niet wil vertellen waarom ze haar dochter destijds heeft afgestaan en haar verbiedt om bij haar huis te komen, snijden misschien wel het diepst door de ziel.

Morele vragen zonder handleiding
Het prettige van de meeste Dardenne-films is dat je als kijker zelf mag oordelen over de personages en de situaties waarin ze verzeild zijn geraakt. Anders dan hun sociaal-realistische Britse vakbroeders, regisseur Ken Loach (89 jaar) en zijn vaste scenarioschrijver Paul Laverty, onderzoeken de Dardennes niet expliciet de oorzaken van de ongelijkheid bij hun personages; Loach en Laverty verweven zulke persoonlijke verhalen juist nadrukkelijk met het politieke en maatschappelijke systeem. Hun drama’s als I, Daniel Blake (2016) en Sorry We Missed You (2019) zijn niet alleen bewogen en ontroerend, ze dienen ook als politiek pamflet. De Dardennes werpen liever ethische vragen op dan die zelf te beantwoorden.

 

13 augustus 2025

 

ALLE RECENSIES

Soft Leaves

**
recensie Soft Leaves
Van de ladder tuimelen

door Bert Potvliege

Een debutant krijgt de kans een langspeelfilm te maken en waagt zich aan een persoonlijke portretschets, een risicovolle onderneming die vaak verzandt in melodrama. Toch waagt de Belgische cineaste Miwako Van Weyenberg zich in Soft Leaves aan iets wat onbeleefd misery porn wordt genoemd. 

Het bij ons vorig jaar verschenen Milano (u ziet aan welk soort projecten het Vlaams Filmfonds middelen toekent) bracht al een uiterst grauw en troosteloos beeld van een ontwricht gezin, waarbij de tragische afloop het dieptepunt vormde. Soft Leaves gaat niet zo ver, maar bevindt zich in hetzelfde vaarwater.

Soft Leaves

Zacht gekabbel
Elfjarige Yuna heeft een Belgische vader en Japanse moeder. Ze woont gelukkig samen met haar vader in België, terwijl moeder enige jaren geleden naar Japan trok om er een nieuw leven op te bouwen. Wanneer haar vader onhandig in een coma sukkelt, staat Yuna er alleen voor. Haar broer keert terug naar huis om er te zijn voor zijn kleine zus. Ook haar moeder stapt op een vlucht terug naar België, met Yuna’s stiefzus in haar zog, om mee zorg te dragen voor haar vervreemde dochter.

Wat volgt is een portretschets die je mag omschrijven als ‘Yuna gaat op zoek naar haar eigen identiteit’. Van Weyenberg streeft ernaar op zachte en lieflijke toon kleine Yuna uit de doeken te doen. Het is een schets die een aaneenrijging van scènes brengt met spaarzame pieken en dalen: Yuna gaat naar het grootwarenhuis met haar moeder. Yuna tekent in haar schetsboek, terwijl moeder een videochat heeft met haar man in Tokio. Yuna verblijft even bij haar broer, maar verveelt er zich. Yuna en haar halfzusje zitten samen te kleuren.

De cineaste laat het aan de kijker om de intentie van die momenten zelf te achterhalen, maar dit betekent geenszins dat we met weldoordachte cinema te maken hebben.

Blik op de navel
Soft Leaves wil schrander verbeelden, maar doet wat zovele gelijkaardige films reeds duizend keer deden. Een kind verliest een ouder en ziet daarmee de grond onder de voeten verdwijnen. Wat volgt, is een zoektocht naar zichzelf in een wereld waarin hij of zij steeds meer op zichzelf wordt teruggeworpen. Elke scène onthult gaandeweg iets meer over het innerlijke van het kind en toont hoe het, met vallen en opstaan, langzaam leert om sterker in het leven te staan.

Het vorige maand verschenen Vingt Dieux deed exact hetzelfde – ook daar vormt het verlies van een ouder, tien minuten ver in de film, het startschot voor een ontvoogdingsverhaal. Het vorig jaar uitgebrachte Il pleut dans la maison bewandelde een gelijkaardig pad, maar deed dat minder expliciet en met meer bedachtzaamheid in zijn observaties. 

Van Weyenberg toont niet de maturiteit om op verantwoordelijke wijze om te gaan met haar voorrecht een langspeelfilm te maken. De cineaste is zelf een kind van een Japans-Belgisch gezin en haar film is zodoende zeer persoonlijk en te therapeutisch – een probleem dat de cinema regelmatig teistert. De navelstaarderij is vlakbij. De hier onderzochte thematiek kwam bovendien al aan bod in haar kortfilms.

We hekelen het immens gebrek aan narratieve verbeeldingskracht. Het beste voorbeeld hiervan is het ongeluk van Yuna’s vader, waarbij Van Weyenberg een manier zoekt om ervoor te zorgen dat de jongedame alleen achterblijft. Vader zet een ladder tegen de boom om er een bal uit te halen maar die tuimelt onderuit, waarbij de arme stakker een hoofdtrauma oploopt. Dit is een ongemotiveerde verbeelding die ons doet beseffen dat het blijkbaar geen zier uitmaakt wat hem overkomt, zolang hij maar scenariogewijs in die coma sukkelt. De ingreep is bij de haren getrokken.

Soft Leaves

De ontmaskering
Het acteerspel oogt regelmatig lamentabel. Geert Van Rampelberg is sterk als de vader, maar de meeste acteurs gaan de mist in. We willen die voornamelijk debuterende spelers daarvoor niet schandvlekken, want de dialoog waarmee ze aan de slag moeten is ongeloofwaardig. Let op de interactie tussen Yuna en haar broer. Geen broer en zus ter wereld spreken zo tegen elkaar. Dit alles klinkt geschreven en niet geleefd.

Soft Leaves blijft steken in zijn narratieve laag en spendeert onvoldoende aandacht aan een poëtische dimensie. De film is te weinig cinema – iets waar de openingsscène wél in slaagt. We lazen iets over zorgvuldig gekozen warme kleuren, maar dat is een schraal statement. Hier en daar speelt Van Weyenberg wel met klank om de interne onrust van Yuna te verbeelden – de poetsmachine in het ziekenhuis is een voorbeeld – maar visueel is dit alles verschroeiend mager. Dat de film stuurt naar een einde waar een traan gewrongen wordt, is als achter de schermen turen bij een halfbakken goochelaar.

Als dit het soort cinema is waar filmmakers menen dat een publiek nood aan heeft, dan laten wij het hoofd hangen. Hopelijk slaat Van Weyenberg bij haar volgende project de vleugels uit en richt ze haar blik naar buiten in plaats van naar binnen.

 

22 mei 2025

 

ALLE RECENSIES

Good One

****
recensie Good One
De impact van een wandeltocht

door Zoë van Leeuwen

De debuutfilm Good One van India Donaldson is een bescheiden, maar veelzeggend ‘slice of life’-verhaal. Een simpel ogend drama over de strijd om te communiceren en een verkenning van wat er in een korte tijd kan veranderen tussen mensen.

Na het regisseren van een aantal korte films komt schrijver en regisseur India Donaldson nu met een indiefilm over een 17-jarig meisje dat met haar vader en zijn beste vriend op een kampeertrip gaat. Good One ging vorig jaar in première op het Sundance Film Festival. De film kreeg lovende kritieken en werd door de National Board of Review uitgeroepen tot een van de tien beste onafhankelijke films van 2024.

Good One

Sam (Lily Collias) en haar vader Chris (James Le Gros) vertrekken vanuit hun huis in New York City naar het Catskillgebergte in de Amerikaanse staat New York voor een driedaagse wandeltocht. Chris’ beste vriend Matt en Matts zoon Dylan zouden ook meegaan. Maar Dylan, die boos is op zijn vader, weigert te gaan, waardoor alleen het trio overblijft en het niet helemaal duidelijk is wie van de drie het ‘derde wiel’ is.

Eenzijdig
De universiteit komt dichterbij voor de 17-jarige, die in haar laatste jaar van de middelbare school zit, en daarmee ook de onafhankelijkheid. Iets waar Sam perfect geschikt voor lijkt. Ze is slim, denkt te weten wat ze wil en deinst er niet voor terug om anderen te vertellen hoe het zit. De twee mannen vragen haar zelfs om advies over hun scheidingen. De 17-jarige lijkt de meer volwassenen van de groep.

Chris lijkt de perfecte vader, lief, accepteert haar seksualiteit zonder problemen en maakt veel grappen. Maar toch klopt er iets niet helemaal. Door de afwezigheid van Dylan ontstaat er meteen een onbalans in de groep. Sam moet achterin de auto zitten terwijl de twee mannen praten. Wanneer ze vraagt om te rijden, wordt ze genegeerd en wanneer ze bij het hotel aankomen voor de nacht, moet Sam op de grond slapen.

Wanneer het drietal zich een weg baant door het bos, lijkt de sfeer gemoedelijk. Er wordt gegrapt en gelachen, maar alles is eenzijdig. Het duurt zelfs een hele dag voordat een van de mannen iets aan Sam vraagt wat niet over hun zeer volwassen problemen gaat.

Subtiel
In een tijdsbestek van slechts 89 minuten laat Donaldson ons een scherp verhaal zien, waarin geen minuut wordt verspild. De film is verre van dialoogrijk en is zelfs gevuld met veel b-roll van de prachtige bergen, het bosterrein en de riviertjes. Toch voelt elk gesproken woord betekenisvol aan. Alles aan Good One is subtiel. Het is duidelijk dat Sam niet over de universiteit wil praten, maar als kijker wordt nooit verteld waarom. En dat hoeven we ook niet te weten, want het verhaal concentreert zich op de trip. Wat daarvoor was en wat daarna komt, is grotendeels onbelangrijk.

Good One

Het wordt vanaf het begin heel duidelijk dat Sam en haar vader een goede band hebben (voor zover een vijftigjarige man en een tiener die kunnen hebben). Maar zodra Matt erbij komt, wordt Sam naar de achtergrond gedrongen. Als het te confronterend wordt, kappen ze haar af.

Openbaring
De subtiele verhaallijn gaat verder wanneer Matt na een avond bij het kampvuur dronken Sam probeert te versieren. We kunnen het ongemak in haar ogen zien, wat actrice Lily Collias heel goed speelt. Het moment is ongemakkelijk en je voelt de spanning bijna door het scherm heen. Wanneer Sam haar vader probeert te vertellen over de rare opmerking die zijn vriend maakte, wordt ze afgewimpeld.

Good One is slechts een momentopname van de levens van de personages; wat er na de trip gebeurt, weten we niet. Wel is het duidelijk dat er iets in Sam veranderd is. Het einde is dan misschien ook wat terughoudend, maar je ziet heel goed wat er kan gebeuren wanneer je je realiseert dat de mensen om je heen niet zijn wie je dacht dat ze waren.

 

14 mei 2025

 

ALLE RECENSIES

Vingt dieux

***
recensie Vingt dieux
Op zoek naar een bestaansreden

door Bert Potvliege

Films die slagen in hun opzet zitten dwars wanneer die opzet een matige ambitie vertoont. Een boeiende visie of frisse kijk is waar het om zou moeten draaien. Met Vingt dieux brengt debutante Louise Courvoisier een geslaagde en publieksvriendelijke coming of age-film, maar de afwezigheid van originaliteit en enig zin voor risico is een verarming.

Met de Youth Prize op het filmfestival van Cannes op zak mag filmmaakster Courvoisier met geheven hoofd haar langspeeldebuut presenteren. Nauwelijks 31 jaar oud en met slechts twee kortfilms onder de arm is ze erin geslaagd zichzelf te lanceren als een naam om in de gaten te houden. Met Vingt dieux neemt ze de kijker mee naar haar heimat, waar ze inzoomt op enkele sombere figuren zoals ze er ongetwijfeld vele kende in haar jeugdjaren.

Vingt dieux

Met gemak naar een eindmeet
Clément Faveau speelt de 18-jarige Totone, zoon van een kaasboer in het Franse Bourgogne. De jongeman slijt zijn dagen met optrekken met de vrienden, meisjes versieren, sigaretten roken en te veel bier drinken – een iets te evidente karakterschets van adolescentie. Na het overlijden van zijn vader, dat uit het niets komt en de plot in gang moet steken, moet Totone zorg dragen voor kleine zus en de zaak van vader overnemen. Hij ziet zijn kans schoon om wat broodnodig geld te verdienen met een kaaswedstrijd maar hiervoor steelt hij goede melk bij een jonge boerin. Op een vermakelijke negentig minuten onderzoekt Courvoisier hoe dit verloren jong schaap een goede vriend, partner, voogd en zaakvoerder wordt. Kortom: Totone wordt stap per stap een man.

Vingt dieux is een geslaagd portret waarbij de cineaste een op zich geloofwaardige karakterschets verbeeldt en een fraai beeld schetst van haar milieu. De cast bestaat uit niet-professionele acteurs, wat de waarachtigheid van de schets verhoogt en nergens valt iemand door de mand. Faveau zet een degelijke hoofdrol neer. De jongeman heeft een engelachtige uitstraling die doet denken aan Eden Dambrine (Close), maar toont tegelijkertijd een jeugdige furie zoals die van Anthony Bajon in La prière. Maïwene Barthelemy levert een charmante bijrol als boerin Marie-Lise en ook de vrienden van Totone doen onvervalst aan. Dit leidt tot een oprechte empathie van de kijker voor de lotgevallen van onze weifelende protagonist en zijn leeftijdsgenoten.

Goedkoop succes
Op stilistisch vlak perst Courvoisier er een breedbeeldfilm uit die een aantrekkelijke, zomerse ontspanning ademt. Het lijkt alsof de keuze voor deze sfeer een gevolg is van haar geromantiseerde kijk op haar opgroeien. De sociaal-realistische dimensie van haar vertelling vertaalt zich – gelukkig – niet in een sombere grauwheid. De film is aangenaam om te zien en getuigt van een professionele enscenering, wat soms kan sputteren in een debuut waarbij de beginneling op zoek is naar een eigen stem. De regisseuse levert een debuut af dat werkt.

Maar wat ze etaleert in professionalisme, ontbreekt haar in creativiteit. Courvoisier brengt het verhaal van een egoïstische losbol die door barre omstandigheden verantwoordelijk leert zijn. Dit is een karakterschets en een kentering met weinig om het lijf. Je kan gerust zeggen dat er een waarheid schuilt in dergelijke typering – het zijn platgetreden paden voor een reden – maar het is geen verhaalconstructie die de aandacht verdient. Die plot werd reeds kapot verteld in duizend gelijkaardige films. Dat deze hier met succes herkauwd wordt, leidt nauwelijks tot een meerwaarde.

Vingt dieux

Clichés in het DNA
Het Bourgondië dat in de film aan bod komt, spookt duidelijk in het DNA van de cineaste. Je voelt haar haat-liefdeverhouding met het Frankrijk waarin ze opgroeide. De nostalgische kijk toont hoe haar thuis haar na aan het hart ligt, maar ze grijpt evenzeer kansen om de mistroostigheid ervan onder de aandacht te brengen: de dronken figuren, de stoerdoenerij, de mannenwereld die het is. Allemaal best, maar de frisse ideeën ontbreken. De verbeelding van dit milieu toont torenhoge clichés want elke creatieveling die een kleingeestig plattelandsbestaan ontvlucht, kijkt erop terug met minachting en koestering door elkaar. Dat is bij Courvoisier niet anders.

Een ander voorbeeld om de gebrekkige originaliteit te schetsen: er zit zowaar een montagescène in de film – een snedige song lijmt een aantal losse beelden bijeen tot een scène waarin de tijd snel vooruitgaat en we de personages vooruitgang zien boeken (in elke Rocky-film zit een montagescène waarin Stallone zich klaarstoomt voor het finale gevecht). In de montagescène van Vingt dieux zien we Totone beter worden in het maken van kaas, we zien hem een meelevende surrogaatvader worden voor kleine zus en we zien hem zijn nieuwe liefje graag zien. Een kijker met enige feeling voor deze bij de haren getrokken filmtechnische ingreep kan het hier gerust op een schaterlachen zetten. Het is functioneel maar bespottelijk.

Vingt dieux is een film voor mensen die weinig cinema kijken. Dat publiek zal zich heus wel vermaken. Wij voelden ons enkel in tune met het beeld van de jonge snaak die op de brommer snort, met een kaasbol op de rug gegespt, langs de zonovergoten weilanden vol koeien. Dat is nostalgische romantiek.

 

1 april 2025

 

ALLE RECENSIES

Bird

***
recensie Bird
Een straatjochie met vleugels

door Bert Potvliege

Met haar nieuwe film, Bird, breit de Britse regisseur Andrea Arnold een volgend hoofdstuk aan een carrière-lang verhaal, waarin zij zich buigt over ontvoogding en coming of age in gemarginaliseerde milieus. De waarachtigheid van die in het leven geroepen wereld is tastbaar, maar de narratieve constructie voelt herkauwd. Dit verhaal en deze boodschap kreeg het publiek al talloze keer eerder voorgeschoteld, waardoor het potentieel van Arnolds cinema beperkt blijkt.

Twintig jaar geleden brak de cineaste door toen ze de Oscar voor beste kortfilm won met Wasp. Enkele jaren later was er dat eerste grote succes met de langspeelfilm Fish Tank, over een getroebleerd tienermeisje (tevens een van de doorbraakfilms van Michael Fassbender). Later volgde nog American Honey, een bevestiging van Arnolds talent. Dit jaar maakte ze met Bird terug furore in Cannes, ook al viel de film niet in de prijzen.

Bird

Afwezige roze tijden
Het twaalfjarige, zwarte meisje Bailey (Nykiya Adams) woont samen met haar broer en vader in een kraakpand in het Zuidoost-Engelse Kent. Het leven is er niet gemakkelijk. Haar onbezonnen en onrustige vader kondigt doodleuk aan dat hij komende zaterdag in het huwelijksbootje stapt. Haar broer verwekt een kind bij een veertienjarig meisje uit de buurt. Bailey maakt deel uit van een gang, een stoere jongensbende waarin haar jonge leeftijd en zwarte baggy kledij haar vrouwelijkheid nog verbergt. Er wordt al eens ingebroken, iemand haalt een mes boven en de tint van de toekomst blijkt niet rooskleurig.

Het verhaal schetst de week tot aan het huwelijk van haar vader, een narratieve constructie die het kader schept waarbinnen Bailey een ontluiking meemaakt. De jongedame eist met immer groeiende drang haar eigen plaats op. Doorheen het verhaal komt ze steeds vrouwelijker voor de dag, met kleurrijke kledij, het ontdekken van make-up, maar ook in het etaleren van een traditioneel aan vrouwelijkheid gelinkte zorgzaamheid. Daarnaast staat ze ook haar mannetje – een gedateerde zegswijze – wanneer de vriend van haar moeder zich agressief opstelt.

Dit opeisen van haar bestaansrecht als vrouw komt nadrukkelijker aan bod met het imaginaire personage Bird (een alweer fantastische Franz Rogowski), die Bailey verdedigt waar nodig. De magische figuur, met die speelse blik en dat balanceren op de randen van daken, is uiteraard een narratieve metafoor voor de emancipatie van de jongedame. Dat de vogel ook vrijheid representeert is een tot vervelens toe gebruikte symbolische constructie, die goedkoop smaakt om de thematiek te visualiseren.

Bird

Spelen om tot leven te komen
De sterkte van Arnold als cineaste situeert zich in het recreëren van een waarachtige setting, een wereld die door de degelijke casting van de vele bijrollen tot leven geroepen wordt. Het belang van het milieu in de film toont hoe Arnold haar verhalen over ontvoogding altijd binnen harde leefomstandigheden positioneert. Die benadering werkt in cinema, maar de meerwaarde van Bird voor de sociaal-realistische stroming in film lijkt troebel. Wat de cineaste doet, is origineel noch gewaagd.

De opgeroepen wereld mag een hoog realiteitsgehalte hebben, zonder acteurs om deze tot leven te doen komen, zou het finale werk een eind voor de finish stranden. Ronduit knap hoe Arnold de jonge actrice Nykiya Adams naar een succesvolle hoofdrol regisseert. Bird is het soort film die staat of valt met het empathisch vermogen van de kijker voor de hoofdfiguur. Arnold en Adams mogen zichzelf op de schouder kloppen voor de vlotheid waarmee ze dit voor de dag krijgen. Franz Rogowski is niet meer van onze radar weg te slaan sinds zijn glansrol in Passages. Hij lijkt elke dag meer op een Europese Joaquin Phoenix en het is een acteur met een uitstraling die van het scherm spat, zo ook in Bird. Ook de immens populaire Barry Keoghan, in de (te kleine) rol als Bailey’s vader, is een meerwaarde voor de film.

Met Bird slaagt Arnold in haar opzet, maar het verbaast dat net dit materiaal haar voldoende enthousiasmeerde om er een langspeelfilm mee te maken. De daadkracht van de film is minimaal, de bijdrage ervan in de filmografie van Arnold beperkt. De film slaagt heus wel in zijn opzet en sluit netjes aan bij haar ander werk, maar wild kan je er niet van worden. Deze bescheiden succesformule voor eeuwig herhalen, lijkt ons niet het te volgen pad voor Arnold. Misschien is het tijd om, net als Bird, haar vleugels uit te slaan.

 

26 november 2024

 

ALLE RECENSIES

Film Fest Gent 2024 – Deel 2: Veerkrachtig, maar kwetsbaar

Film Fest Gent 2024 – Deel 2:
Veerkrachtig, maar kwetsbaar

door Tim Bouwhuis

Tijdens de eerste dagen van Film Fest Gent 2024 maken twee gevoelsrijke coming-of-agefilms hun publiek deelgenoot van het stormachtige pad naar jongvolwassenheid. Julie Zwijgt en Good One volgen en doorgronden de belevingswereld van Julie en Sam, twee compleet verschillende tienermeisjes die in hun vroeg volwassen veerkracht tóch met elkaar zijn verbonden. In beide films gaat die veerkracht door toedoen van volwassenen een wrede balans aan met een nog altijd jeugdige kwetsbaarheid.

In de Belgische Oscarinzending Julie Zwijgt draagt een talentvolle tennisster op een eliteacademie een waarheid van lood met zich mee. Het ontslag van een geroutineerde coach heeft een onrustige stroom van geruchten op gang gebracht, en Julie is een van de speelsters die na zijn vertrek apart wordt genomen voor verkapte verhoorgesprekken. De titel verklapt hoe schuchter het meisje op de vragen naar haar ervaringen reageert.

Julie Zwijgt

Julie Zwijgt

Trip met tentstokken
Als de Amerikaanse indie Good One zich in gang zet, is er eigenlijk nog niets dat aan het zwijgen van Julie doet denken. De goedlachse Sam pakt haar laatste spullen voor een uitdagende roadtrip, die haar in het gezelschap van haar vader en zijn beste vriend ver van de bewoonde wereld vandaan zal leiden. Speels en gevat gaat ze al snel de confrontatie met het bonte stel aan. Van de drie reizigers is Sam ironisch genoeg de best uitgeruste hiker: vooral de vriend van haar vader lijkt nog nooit tentstokken te hebben aangeraakt.

Als het drietal een tijdje in de natuur heeft doorgebracht, gebeurt er iets (verbeeldingsruimte is kostbaar) dat Sam compleet anders naar haar hiketocht laat kijken. Het is geen ‘worst case scenario’, zoals die waarheid van lood die Julie doet zwijgen. En toch zet het Sams denken behoorlijk op de kop, en verandert het Good One (als in: ‘goede grap’, vraagteken?) in één omslag van toon en richting.

Daders en slachtoffers
In Julie Zwijgt is vanaf het begin duidelijk dat we te maken hebben met een meer complexe en ambigue verwerking van een #MeToo-verhaal. Good One definieert zichzelf nooit op zo’n geëngageerde manier, maar de debuterende filmmakers achter de twee titels (Leonardo van Dijl, India Donaldson) onderscheiden zich nog altijd als creatieve en empathische verwanten. Hun aandacht voor de gevoelens en lichaamstaal van de meisjes is een verademing in een zee van films die zich blindstaren op ‘waarom’-vragen en tegenstellingen tussen daders en slachtoffers.

Dat laatste gaat vooral op voor Julie Zwijgt, dat niet in de valkuil valt om de gebeurtenissen van eerder tot in detail terug te willen halen. Van Dijl heeft een geslepen cameraman aan Nicolas Karakatsanis (Rundskop), die haar regelmatig isoleert tegen de wanden van kale (trainings)ruimtes en haar verschijning met subtiele wisselingen van lensfocus afzet tegen haar benauwende omgeving. Veel scènes zijn bovendien ongewoon donker belicht, nog maar eens een manier waarop we dichterbij Julies geestestoestand komen en voorzichtig kunnen proberen haar te gaan begrijpen.

Sprekende stiltes
Zowel in Julie Zwijgt als in Good One maken bedachtzame stiltes de spreekmomenten krachtiger. De actrices die Julie en Sam spelen, blinken uit in lichaamstaal: wat ze niét zeggen, schijnt regelmatig door in hun gelaatstrekken, en wat ze wel zeggen telt. De Vlaamse Tessa van den Broeck mag dan mede in Julie Zwijgt zijn beland omdat ze daadwerkelijk straf kan tennissen, ze blijkt een natuurtalent in het uitdrukken van verscholen ongemak.

Knap subtiel is een gesprek met haar nieuwe coach in de coulissen van de trainingshal, kort nadat hij haar publiekelijk geprezen heeft om haar slagtechniek. Als Julie hem vraagt om dat de volgende keer minder nadrukkelijk te doen, is op zichzelf overduidelijk waar haar geprikkelde gevoel vandaan komt. Wat de scène gelaagd maakt, is de manier waarop ze haar woorden kiest en die van haar coach weegt. Met elke waarheid die ze nog maar eens inslikt, navigeert ze zich langs de bezorgde mensen uit haar omgeving. Een omgeving die nog altijd een stempel van dreiging en ongemak draagt.

Good One

Good One

Over de Muur
Good One oogt lange tijd een stuk onschuldiger, en zoals het een aandoenlijke roadmovie past is het spel van de doorbrekende Lily Collias (die als verschijning doet denken aan Thomasin McKenzie, uit het met Good One vergelijkbare Leave No Trace) in eerste instantie ook een stuk speelser. Schalks lachend hoort Sam de sterke verhalen van haar reisgenoten aan, van haar vader die haar de les probeert te lezen over haar autorijkunsten tot de goede vriend die na deze natuurtrip het liefst heel China zou doorkruisen (althans, dat laat ‘ie zichzelf geloven).

Na de donderslag bij donkere hemel – die bij ondergetekende zodanig insloeg dat de bespreking ervan net dat beetje geheimtaal verdient – vervolgt Sam de tocht die ze al voor vertrek had ingezet. Haar pad naar volwassenheid leidt haar naar een wonderschoon kabbelende rivier, die in zijn close-ups van planten en dieren doet terugdenken aan de klassieker The Night of the Hunter (1955). Dichterbij de natuurlijke verbeelding van een overgangsritueel kun je als filmmaker haast niet komen.

Te jong volwassen
Night of the Hunter ontpopte zich in zijn christelijke symboliek als een donker en moralistisch sprookje over het verlies van onschuld. Julie Zwijgt en Good One houden zich ver van zo’n groter geheel: de gevoelens en inzichten van Julie en Sam zijn leidend, want dit is hún verhaal. En met hun scherpe blikken tonen ze een wereld die veel te jong volwassen is geworden.

Julie Zwijgt is op maandag 14 oktober nog eenmaal te zien in Gent, Good One op donderdag 17 oktober. Good One draait ook op het LIFF. Beide films verschijnen in 2025 in de Nederlandse filmtheaters.

 

13 oktober 2024

 

Deel 1: Openingsfilm
Deel 3: Competitiefilms (1)
Deel 4: Competitiefilms (2)
Deel 5: Henry Fonda for President
Deel 6: Films over rouw

 


MEER FILMFESTIVAL