Left-Handed Girl

****
recensie Left-Handed Girl
Trauma voor generaties door hand van de duivel

door Zoë van Leeuwen

Na jarenlange samenwerking met Oscarwinnende regisseur Sean Baker, komt Shih-Ching Tsou met haar intieme regiedebuut. In Left-Handed Girl geeft ze de kijker een rauwe en realistische blik op genderrollen, jeugdtrauma en Taiwanese tradities. Allemaal gefilmd met slechts een iPhone. 

Shu-Fen (Janel Tsai) heeft het maar zwaar. De alleenstaande moeder en haar twee dochters keren na jaren leven op het platteland terug naar het bruisende Taipei om een kraam te openen op een avondmarkt. Hier blijkt het nog een hele opgave om alle familiebanden bij elkaar te houden. Zeker wanneer opa de 5-jarige I-Jing (Nina Ye) wijsmaakt dat het gebruiken van haar linkerhand het werk van de duivel is, waardoor de kleuter ervan overtuigd is dat alle problemen haar fout zijn.

Die hand van de duivel is niet alleen een eigenaardigheid van de film. Het zeer reële Taiwanese bijgeloof gaat generaties terug, weet ook Tsou. Haar kindertijd in Taiwan en alle moeilijkheden die daarbij kwamen kijken inspireerden haar regiedebuut.

Left-Handed Girl

Familierollen
Het gezin loopt al snel een huurachterstand op door de schulden van de ex-man van Shu-Fen en moet gedwongen om geld smeken bij oma, die ondanks dat ze drie dochters heeft alleen maar over haar succesvolle zoon kan praten. Ondertussen doet I-Jing’s oudere zus Ik-Ann (Shih-Yuan Ma) er alles aan om al die familietradities te vermijden. Ze is het zwarte schaap van de familie en heeft gekozen om in een sigarettenwinkel te gaan werken in plaats van te gaan studeren. Moeder wordt boos omdat Ik-Ann weigert mee te helpen in de eetkraam en dochter voelt zich niet begrepen door Shu-Fen, die volgens haar vastzit in de tradities. Ondertussen wordt I-Jing geacht te gehoorzamen en geen geluid te maken als de volwassenen aan het praten zijn.

Alle onderdrukte gevoelens en geheimen zorgen ervoor dat de pot elk moment kan overkoken. Het kleine appartement, waar de vrouwen dagelijks om elkaar heen moeten manoeuvreren, illustreert perfect wat er ook in hun hoofd omgaat. Als kijker krijg je bijna het gevoel dat je deel uitmaakt van dit Taiwanese gezin. Dat realistische karakter van het verhaal wordt nog verder gevoed door het camerawerk: Tsou filmde volledig met iPhones. De camera beweegt en schudt mee met iedere beweging van de personages en doet daardoor soms denken aan een documentaire. Vaak ligt de focus in het frame op I-Jing en verdwijnen de volwassenen uit beeld.

Klein meisje, grote gevoelens
Het enige wat het jonge meisje lijkt op te vrolijken, is haar nieuwe huisdier Googoo, een stokstaartje dat Shu-Fens ‘nutteloze’ ex-man heeft achtergelaten. Maar wanneer I-Jing per ongeluk Googoo’s bal van het balkon gooit en het arme dier doodvalt, is het meisje ervan overtuigd dat dit komt omdat ze de bal met haar linkerhand heeft gegooid. Vanwege de financiële problemen van het gezin begint I-Jing te stelen en overtuigt ze haar vijfjarige brein dat niet zijzelf iets slechts doet, maar dat het de duivel is. Het escaleert tot het punt waarop I-Jing in de keuken staat, met een mes in haar rechterhand, tranen in haar ogen, klaar om haar linkerhand af te snijden, die het gezin zoveel problemen bezorgt.

Left-Handed Girl

Het tij lijkt pas te keren wanneer haar zus ontdekt dat ze steelt. Haar bitchy houding die ze de hele film had, lijkt te verdwijnen wanneer haar zusje haar huilend vertelt dat opa had gezegd dat haar linkerhand duivels is. Ze sleept I-Jing naar hun grootouders en dwingt opa haar te vertellen dat het gewoon een oud bijgeloof is en laat haar zusje alle gestolen spullen teruggeven. Voor het eerst lijkt het alsof iemand I-Jing opvoedt. Ik-Ann doet haar best om I-Jing niet bloot te stellen aan dezelfde strenge tradities waarmee ze zelf is opgegroeid.

Chaos in het dimsumrestaurant
Alle familiegeheimen en problemen leiden tot een chaotische climax in een dimsumrestaurant tijdens de viering van oma’s 60ste verjaardag. Deze twist van de film, hoewel enorm goed bedacht, komt veel te laat. Je moet eigenlijk de film opnieuw kijken om het door een andere lens te zien.

De samenwerking tussen Baker en Tsou voelt vertrouwd aan en is ook vernieuwend. De manier waarop I-Jing doelloos uren over de drukke avondmarkt slentert, doet denken aan The Florida Project waar onbezonnen kinderen door LA zwerven op zoek naar avontuur.

Left-Handed Girl introduceert het publiek in een wereld die voor menig westerse kijker onbekend is, maar laat je verlangen naar meer van de drukke markten en levendige kleuren van Taiwan. Het einde van de film roept veel vragen op, maar dat is niet erg. Eeuwenoude tradities en patriarchale opvattingen verdwijnen niet zomaar. Het leven voor dit gezin gaat gewoon door, al lijkt er wel iets positiefs te zijn veranderd voor de drie vrouwen.

 

17 december 2025

 

 

ALLE RECENSIES

Jeunes Mères

****
recensie Jeunes Mères
Zo moeder, zo dochter

door Cor Oliemeulen

In Jeunes Mères volgen de broers Jean-Pierre en Luc Dardenne vijf tienermoeders in een opvanghuis. Verbondenheid draagt hen door de strijd voor een hoopvolle toekomst. Voor het eerst in jaren eindigen de Waalse cineasten niet in beklemming, maar met een klein, stralend gebaar: een baby die lacht.

In de drie vorige films van de Dardennes – La fille inconnue (2016), Le Jeune Ahmed (2019) en Tori et Lokita (2022) – had je vaak een gevoel van spanning en beklemming. Donkere interieurs, smalle kadreringen en een nadruk op gesloten ruimtes versterkten het gevoel dat de personages gevangen zaten in hun situatie. In Jeunes Mères zit veel meer ademruimte: empathie en observatie zijn belangrijker dan dreiging en spanning. Bijna rustgevend zijn sommige scènes in het opvanghuis als de camera langzaam van de ene naar de andere kant pant, zodat je een betere indruk krijgt van de omgeving waarin de personages functioneren.

Jeunes Mères

Spontaan… maar tot in detail geregisseerd
Meestal is er in de films van de Dardennes sprake van niet-professionele acteurs of acteurs met weinig filmervaring, een handheld camera die dicht op de huid van de personages zit, met echt licht en echte locaties. Alsof je er als kijker toevallig bij bent. Maar in werkelijkheid zijn bijna alle scènes volledig gescript en uitgebreid gerepeteerd. Zelfs de camera’s zijn vooraf precies gepositioneerd. En toch heb je nog steeds soms het idee dat je naar een documentaire zit te kijken.

Het knappe is dat je al die voorbereidingen bij een film van de broers Dardenne niet doorhebt, omdat de scènes zo realistisch overkomen. Dat geldt dus ook voor de fragmenten met de vijf tienermoeders in Jeunes Mères, die we om beurten volgen in een korte introductie, waarna we geconfronteerd worden met hun worstelingen.

Ongevraagde erfenissen
Vaak is de vaderfiguur onbekend of een loser. Dat merkt bijvoorbeeld Perla, die vol verwachting en dromen, de vader van haar kindje gaat ophalen bij de poort van een jeugdgevangenis. Maar hij gaat liever meteen naar zijn vrienden om te blowen. Een positieve uitzondering is Julie’s vriendje. Voorheen leefden ze samen als drugsverslaafden op straat en nu brengen ze hun dochtertje voor het eerst naar de crèche.

Jeunes Mères

Ook Jessica, Ariane en Naïma snakken naar een gezinnetje, en vinden steun van de medewerksters van het opvanghuis waar ze verblijven en steun van elkaar. Wat opvalt, zijn de achtergronden waardoor de meiden hier zijn beland. Ze zouden bijna allemaal een kopie van hun eigen moeders kunnen zijn, en proberen zich te realiseren dat ze dezelfde valkuilen moeten zien te vermijden. De confrontaties tussen Jessica en haar moeder, die niet wil vertellen waarom ze haar dochter destijds heeft afgestaan en haar verbiedt om bij haar huis te komen, snijden misschien wel het diepst door de ziel.

Morele vragen zonder handleiding
Het prettige van de meeste Dardenne-films is dat je als kijker zelf mag oordelen over de personages en de situaties waarin ze verzeild zijn geraakt. Anders dan hun sociaal-realistische Britse vakbroeders, regisseur Ken Loach (89 jaar) en zijn vaste scenarioschrijver Paul Laverty, onderzoeken de Dardennes niet expliciet de oorzaken van de ongelijkheid bij hun personages; Loach en Laverty verweven zulke persoonlijke verhalen juist nadrukkelijk met het politieke en maatschappelijke systeem. Hun drama’s als I, Daniel Blake (2016) en Sorry We Missed You (2019) zijn niet alleen bewogen en ontroerend, ze dienen ook als politiek pamflet. De Dardennes werpen liever ethische vragen op dan die zelf te beantwoorden.

 

13 augustus 2025

 

ALLE RECENSIES

Soft Leaves

**
recensie Soft Leaves
Van de ladder tuimelen

door Bert Potvliege

Een debutant krijgt de kans een langspeelfilm te maken en waagt zich aan een persoonlijke portretschets, een risicovolle onderneming die vaak verzandt in melodrama. Toch waagt de Belgische cineaste Miwako Van Weyenberg zich in Soft Leaves aan iets wat onbeleefd misery porn wordt genoemd. 

Het bij ons vorig jaar verschenen Milano (u ziet aan welk soort projecten het Vlaams Filmfonds middelen toekent) bracht al een uiterst grauw en troosteloos beeld van een ontwricht gezin, waarbij de tragische afloop het dieptepunt vormde. Soft Leaves gaat niet zo ver, maar bevindt zich in hetzelfde vaarwater.

Soft Leaves

Zacht gekabbel
Elfjarige Yuna heeft een Belgische vader en Japanse moeder. Ze woont gelukkig samen met haar vader in België, terwijl moeder enige jaren geleden naar Japan trok om er een nieuw leven op te bouwen. Wanneer haar vader onhandig in een coma sukkelt, staat Yuna er alleen voor. Haar broer keert terug naar huis om er te zijn voor zijn kleine zus. Ook haar moeder stapt op een vlucht terug naar België, met Yuna’s stiefzus in haar zog, om mee zorg te dragen voor haar vervreemde dochter.

Wat volgt is een portretschets die je mag omschrijven als ‘Yuna gaat op zoek naar haar eigen identiteit’. Van Weyenberg streeft ernaar op zachte en lieflijke toon kleine Yuna uit de doeken te doen. Het is een schets die een aaneenrijging van scènes brengt met spaarzame pieken en dalen: Yuna gaat naar het grootwarenhuis met haar moeder. Yuna tekent in haar schetsboek, terwijl moeder een videochat heeft met haar man in Tokio. Yuna verblijft even bij haar broer, maar verveelt er zich. Yuna en haar halfzusje zitten samen te kleuren.

De cineaste laat het aan de kijker om de intentie van die momenten zelf te achterhalen, maar dit betekent geenszins dat we met weldoordachte cinema te maken hebben.

Blik op de navel
Soft Leaves wil schrander verbeelden, maar doet wat zovele gelijkaardige films reeds duizend keer deden. Een kind verliest een ouder en ziet daarmee de grond onder de voeten verdwijnen. Wat volgt, is een zoektocht naar zichzelf in een wereld waarin hij of zij steeds meer op zichzelf wordt teruggeworpen. Elke scène onthult gaandeweg iets meer over het innerlijke van het kind en toont hoe het, met vallen en opstaan, langzaam leert om sterker in het leven te staan.

Het vorige maand verschenen Vingt Dieux deed exact hetzelfde – ook daar vormt het verlies van een ouder, tien minuten ver in de film, het startschot voor een ontvoogdingsverhaal. Het vorig jaar uitgebrachte Il pleut dans la maison bewandelde een gelijkaardig pad, maar deed dat minder expliciet en met meer bedachtzaamheid in zijn observaties. 

Van Weyenberg toont niet de maturiteit om op verantwoordelijke wijze om te gaan met haar voorrecht een langspeelfilm te maken. De cineaste is zelf een kind van een Japans-Belgisch gezin en haar film is zodoende zeer persoonlijk en te therapeutisch – een probleem dat de cinema regelmatig teistert. De navelstaarderij is vlakbij. De hier onderzochte thematiek kwam bovendien al aan bod in haar kortfilms.

We hekelen het immens gebrek aan narratieve verbeeldingskracht. Het beste voorbeeld hiervan is het ongeluk van Yuna’s vader, waarbij Van Weyenberg een manier zoekt om ervoor te zorgen dat de jongedame alleen achterblijft. Vader zet een ladder tegen de boom om er een bal uit te halen maar die tuimelt onderuit, waarbij de arme stakker een hoofdtrauma oploopt. Dit is een ongemotiveerde verbeelding die ons doet beseffen dat het blijkbaar geen zier uitmaakt wat hem overkomt, zolang hij maar scenariogewijs in die coma sukkelt. De ingreep is bij de haren getrokken.

Soft Leaves

De ontmaskering
Het acteerspel oogt regelmatig lamentabel. Geert Van Rampelberg is sterk als de vader, maar de meeste acteurs gaan de mist in. We willen die voornamelijk debuterende spelers daarvoor niet schandvlekken, want de dialoog waarmee ze aan de slag moeten is ongeloofwaardig. Let op de interactie tussen Yuna en haar broer. Geen broer en zus ter wereld spreken zo tegen elkaar. Dit alles klinkt geschreven en niet geleefd.

Soft Leaves blijft steken in zijn narratieve laag en spendeert onvoldoende aandacht aan een poëtische dimensie. De film is te weinig cinema – iets waar de openingsscène wél in slaagt. We lazen iets over zorgvuldig gekozen warme kleuren, maar dat is een schraal statement. Hier en daar speelt Van Weyenberg wel met klank om de interne onrust van Yuna te verbeelden – de poetsmachine in het ziekenhuis is een voorbeeld – maar visueel is dit alles verschroeiend mager. Dat de film stuurt naar een einde waar een traan gewrongen wordt, is als achter de schermen turen bij een halfbakken goochelaar.

Als dit het soort cinema is waar filmmakers menen dat een publiek nood aan heeft, dan laten wij het hoofd hangen. Hopelijk slaat Van Weyenberg bij haar volgende project de vleugels uit en richt ze haar blik naar buiten in plaats van naar binnen.

 

22 mei 2025

 

ALLE RECENSIES

Good One

****
recensie Good One
De impact van een wandeltocht

door Zoë van Leeuwen

De debuutfilm Good One van India Donaldson is een bescheiden, maar veelzeggend ‘slice of life’-verhaal. Een simpel ogend drama over de strijd om te communiceren en een verkenning van wat er in een korte tijd kan veranderen tussen mensen.

Na het regisseren van een aantal korte films komt schrijver en regisseur India Donaldson nu met een indiefilm over een 17-jarig meisje dat met haar vader en zijn beste vriend op een kampeertrip gaat. Good One ging vorig jaar in première op het Sundance Film Festival. De film kreeg lovende kritieken en werd door de National Board of Review uitgeroepen tot een van de tien beste onafhankelijke films van 2024.

Good One

Sam (Lily Collias) en haar vader Chris (James Le Gros) vertrekken vanuit hun huis in New York City naar het Catskillgebergte in de Amerikaanse staat New York voor een driedaagse wandeltocht. Chris’ beste vriend Matt en Matts zoon Dylan zouden ook meegaan. Maar Dylan, die boos is op zijn vader, weigert te gaan, waardoor alleen het trio overblijft en het niet helemaal duidelijk is wie van de drie het ‘derde wiel’ is.

Eenzijdig
De universiteit komt dichterbij voor de 17-jarige, die in haar laatste jaar van de middelbare school zit, en daarmee ook de onafhankelijkheid. Iets waar Sam perfect geschikt voor lijkt. Ze is slim, denkt te weten wat ze wil en deinst er niet voor terug om anderen te vertellen hoe het zit. De twee mannen vragen haar zelfs om advies over hun scheidingen. De 17-jarige lijkt de meer volwassenen van de groep.

Chris lijkt de perfecte vader, lief, accepteert haar seksualiteit zonder problemen en maakt veel grappen. Maar toch klopt er iets niet helemaal. Door de afwezigheid van Dylan ontstaat er meteen een onbalans in de groep. Sam moet achterin de auto zitten terwijl de twee mannen praten. Wanneer ze vraagt om te rijden, wordt ze genegeerd en wanneer ze bij het hotel aankomen voor de nacht, moet Sam op de grond slapen.

Wanneer het drietal zich een weg baant door het bos, lijkt de sfeer gemoedelijk. Er wordt gegrapt en gelachen, maar alles is eenzijdig. Het duurt zelfs een hele dag voordat een van de mannen iets aan Sam vraagt wat niet over hun zeer volwassen problemen gaat.

Subtiel
In een tijdsbestek van slechts 89 minuten laat Donaldson ons een scherp verhaal zien, waarin geen minuut wordt verspild. De film is verre van dialoogrijk en is zelfs gevuld met veel b-roll van de prachtige bergen, het bosterrein en de riviertjes. Toch voelt elk gesproken woord betekenisvol aan. Alles aan Good One is subtiel. Het is duidelijk dat Sam niet over de universiteit wil praten, maar als kijker wordt nooit verteld waarom. En dat hoeven we ook niet te weten, want het verhaal concentreert zich op de trip. Wat daarvoor was en wat daarna komt, is grotendeels onbelangrijk.

Good One

Het wordt vanaf het begin heel duidelijk dat Sam en haar vader een goede band hebben (voor zover een vijftigjarige man en een tiener die kunnen hebben). Maar zodra Matt erbij komt, wordt Sam naar de achtergrond gedrongen. Als het te confronterend wordt, kappen ze haar af.

Openbaring
De subtiele verhaallijn gaat verder wanneer Matt na een avond bij het kampvuur dronken Sam probeert te versieren. We kunnen het ongemak in haar ogen zien, wat actrice Lily Collias heel goed speelt. Het moment is ongemakkelijk en je voelt de spanning bijna door het scherm heen. Wanneer Sam haar vader probeert te vertellen over de rare opmerking die zijn vriend maakte, wordt ze afgewimpeld.

Good One is slechts een momentopname van de levens van de personages; wat er na de trip gebeurt, weten we niet. Wel is het duidelijk dat er iets in Sam veranderd is. Het einde is dan misschien ook wat terughoudend, maar je ziet heel goed wat er kan gebeuren wanneer je je realiseert dat de mensen om je heen niet zijn wie je dacht dat ze waren.

 

14 mei 2025

 

ALLE RECENSIES

Vingt dieux

***
recensie Vingt dieux
Op zoek naar een bestaansreden

door Bert Potvliege

Films die slagen in hun opzet zitten dwars wanneer die opzet een matige ambitie vertoont. Een boeiende visie of frisse kijk is waar het om zou moeten draaien. Met Vingt dieux brengt debutante Louise Courvoisier een geslaagde en publieksvriendelijke coming of age-film, maar de afwezigheid van originaliteit en enig zin voor risico is een verarming.

Met de Youth Prize op het filmfestival van Cannes op zak mag filmmaakster Courvoisier met geheven hoofd haar langspeeldebuut presenteren. Nauwelijks 31 jaar oud en met slechts twee kortfilms onder de arm is ze erin geslaagd zichzelf te lanceren als een naam om in de gaten te houden. Met Vingt dieux neemt ze de kijker mee naar haar heimat, waar ze inzoomt op enkele sombere figuren zoals ze er ongetwijfeld vele kende in haar jeugdjaren.

Vingt dieux

Met gemak naar een eindmeet
Clément Faveau speelt de 18-jarige Totone, zoon van een kaasboer in het Franse Bourgogne. De jongeman slijt zijn dagen met optrekken met de vrienden, meisjes versieren, sigaretten roken en te veel bier drinken – een iets te evidente karakterschets van adolescentie. Na het overlijden van zijn vader, dat uit het niets komt en de plot in gang moet steken, moet Totone zorg dragen voor kleine zus en de zaak van vader overnemen. Hij ziet zijn kans schoon om wat broodnodig geld te verdienen met een kaaswedstrijd maar hiervoor steelt hij goede melk bij een jonge boerin. Op een vermakelijke negentig minuten onderzoekt Courvoisier hoe dit verloren jong schaap een goede vriend, partner, voogd en zaakvoerder wordt. Kortom: Totone wordt stap per stap een man.

Vingt dieux is een geslaagd portret waarbij de cineaste een op zich geloofwaardige karakterschets verbeeldt en een fraai beeld schetst van haar milieu. De cast bestaat uit niet-professionele acteurs, wat de waarachtigheid van de schets verhoogt en nergens valt iemand door de mand. Faveau zet een degelijke hoofdrol neer. De jongeman heeft een engelachtige uitstraling die doet denken aan Eden Dambrine (Close), maar toont tegelijkertijd een jeugdige furie zoals die van Anthony Bajon in La prière. Maïwene Barthelemy levert een charmante bijrol als boerin Marie-Lise en ook de vrienden van Totone doen onvervalst aan. Dit leidt tot een oprechte empathie van de kijker voor de lotgevallen van onze weifelende protagonist en zijn leeftijdsgenoten.

Goedkoop succes
Op stilistisch vlak perst Courvoisier er een breedbeeldfilm uit die een aantrekkelijke, zomerse ontspanning ademt. Het lijkt alsof de keuze voor deze sfeer een gevolg is van haar geromantiseerde kijk op haar opgroeien. De sociaal-realistische dimensie van haar vertelling vertaalt zich – gelukkig – niet in een sombere grauwheid. De film is aangenaam om te zien en getuigt van een professionele enscenering, wat soms kan sputteren in een debuut waarbij de beginneling op zoek is naar een eigen stem. De regisseuse levert een debuut af dat werkt.

Maar wat ze etaleert in professionalisme, ontbreekt haar in creativiteit. Courvoisier brengt het verhaal van een egoïstische losbol die door barre omstandigheden verantwoordelijk leert zijn. Dit is een karakterschets en een kentering met weinig om het lijf. Je kan gerust zeggen dat er een waarheid schuilt in dergelijke typering – het zijn platgetreden paden voor een reden – maar het is geen verhaalconstructie die de aandacht verdient. Die plot werd reeds kapot verteld in duizend gelijkaardige films. Dat deze hier met succes herkauwd wordt, leidt nauwelijks tot een meerwaarde.

Vingt dieux

Clichés in het DNA
Het Bourgondië dat in de film aan bod komt, spookt duidelijk in het DNA van de cineaste. Je voelt haar haat-liefdeverhouding met het Frankrijk waarin ze opgroeide. De nostalgische kijk toont hoe haar thuis haar na aan het hart ligt, maar ze grijpt evenzeer kansen om de mistroostigheid ervan onder de aandacht te brengen: de dronken figuren, de stoerdoenerij, de mannenwereld die het is. Allemaal best, maar de frisse ideeën ontbreken. De verbeelding van dit milieu toont torenhoge clichés want elke creatieveling die een kleingeestig plattelandsbestaan ontvlucht, kijkt erop terug met minachting en koestering door elkaar. Dat is bij Courvoisier niet anders.

Een ander voorbeeld om de gebrekkige originaliteit te schetsen: er zit zowaar een montagescène in de film – een snedige song lijmt een aantal losse beelden bijeen tot een scène waarin de tijd snel vooruitgaat en we de personages vooruitgang zien boeken (in elke Rocky-film zit een montagescène waarin Stallone zich klaarstoomt voor het finale gevecht). In de montagescène van Vingt dieux zien we Totone beter worden in het maken van kaas, we zien hem een meelevende surrogaatvader worden voor kleine zus en we zien hem zijn nieuwe liefje graag zien. Een kijker met enige feeling voor deze bij de haren getrokken filmtechnische ingreep kan het hier gerust op een schaterlachen zetten. Het is functioneel maar bespottelijk.

Vingt dieux is een film voor mensen die weinig cinema kijken. Dat publiek zal zich heus wel vermaken. Wij voelden ons enkel in tune met het beeld van de jonge snaak die op de brommer snort, met een kaasbol op de rug gegespt, langs de zonovergoten weilanden vol koeien. Dat is nostalgische romantiek.

 

1 april 2025

 

ALLE RECENSIES

Bird

***
recensie Bird
Een straatjochie met vleugels

door Bert Potvliege

Met haar nieuwe film, Bird, breit de Britse regisseur Andrea Arnold een volgend hoofdstuk aan een carrière-lang verhaal, waarin zij zich buigt over ontvoogding en coming of age in gemarginaliseerde milieus. De waarachtigheid van die in het leven geroepen wereld is tastbaar, maar de narratieve constructie voelt herkauwd. Dit verhaal en deze boodschap kreeg het publiek al talloze keer eerder voorgeschoteld, waardoor het potentieel van Arnolds cinema beperkt blijkt.

Twintig jaar geleden brak de cineaste door toen ze de Oscar voor beste kortfilm won met Wasp. Enkele jaren later was er dat eerste grote succes met de langspeelfilm Fish Tank, over een getroebleerd tienermeisje (tevens een van de doorbraakfilms van Michael Fassbender). Later volgde nog American Honey, een bevestiging van Arnolds talent. Dit jaar maakte ze met Bird terug furore in Cannes, ook al viel de film niet in de prijzen.

Bird

Afwezige roze tijden
Het twaalfjarige, zwarte meisje Bailey (Nykiya Adams) woont samen met haar broer en vader in een kraakpand in het Zuidoost-Engelse Kent. Het leven is er niet gemakkelijk. Haar onbezonnen en onrustige vader kondigt doodleuk aan dat hij komende zaterdag in het huwelijksbootje stapt. Haar broer verwekt een kind bij een veertienjarig meisje uit de buurt. Bailey maakt deel uit van een gang, een stoere jongensbende waarin haar jonge leeftijd en zwarte baggy kledij haar vrouwelijkheid nog verbergt. Er wordt al eens ingebroken, iemand haalt een mes boven en de tint van de toekomst blijkt niet rooskleurig.

Het verhaal schetst de week tot aan het huwelijk van haar vader, een narratieve constructie die het kader schept waarbinnen Bailey een ontluiking meemaakt. De jongedame eist met immer groeiende drang haar eigen plaats op. Doorheen het verhaal komt ze steeds vrouwelijker voor de dag, met kleurrijke kledij, het ontdekken van make-up, maar ook in het etaleren van een traditioneel aan vrouwelijkheid gelinkte zorgzaamheid. Daarnaast staat ze ook haar mannetje – een gedateerde zegswijze – wanneer de vriend van haar moeder zich agressief opstelt.

Dit opeisen van haar bestaansrecht als vrouw komt nadrukkelijker aan bod met het imaginaire personage Bird (een alweer fantastische Franz Rogowski), die Bailey verdedigt waar nodig. De magische figuur, met die speelse blik en dat balanceren op de randen van daken, is uiteraard een narratieve metafoor voor de emancipatie van de jongedame. Dat de vogel ook vrijheid representeert is een tot vervelens toe gebruikte symbolische constructie, die goedkoop smaakt om de thematiek te visualiseren.

Bird

Spelen om tot leven te komen
De sterkte van Arnold als cineaste situeert zich in het recreëren van een waarachtige setting, een wereld die door de degelijke casting van de vele bijrollen tot leven geroepen wordt. Het belang van het milieu in de film toont hoe Arnold haar verhalen over ontvoogding altijd binnen harde leefomstandigheden positioneert. Die benadering werkt in cinema, maar de meerwaarde van Bird voor de sociaal-realistische stroming in film lijkt troebel. Wat de cineaste doet, is origineel noch gewaagd.

De opgeroepen wereld mag een hoog realiteitsgehalte hebben, zonder acteurs om deze tot leven te doen komen, zou het finale werk een eind voor de finish stranden. Ronduit knap hoe Arnold de jonge actrice Nykiya Adams naar een succesvolle hoofdrol regisseert. Bird is het soort film die staat of valt met het empathisch vermogen van de kijker voor de hoofdfiguur. Arnold en Adams mogen zichzelf op de schouder kloppen voor de vlotheid waarmee ze dit voor de dag krijgen. Franz Rogowski is niet meer van onze radar weg te slaan sinds zijn glansrol in Passages. Hij lijkt elke dag meer op een Europese Joaquin Phoenix en het is een acteur met een uitstraling die van het scherm spat, zo ook in Bird. Ook de immens populaire Barry Keoghan, in de (te kleine) rol als Bailey’s vader, is een meerwaarde voor de film.

Met Bird slaagt Arnold in haar opzet, maar het verbaast dat net dit materiaal haar voldoende enthousiasmeerde om er een langspeelfilm mee te maken. De daadkracht van de film is minimaal, de bijdrage ervan in de filmografie van Arnold beperkt. De film slaagt heus wel in zijn opzet en sluit netjes aan bij haar ander werk, maar wild kan je er niet van worden. Deze bescheiden succesformule voor eeuwig herhalen, lijkt ons niet het te volgen pad voor Arnold. Misschien is het tijd om, net als Bird, haar vleugels uit te slaan.

 

26 november 2024

 

ALLE RECENSIES

Film Fest Gent 2024 – Deel 2: Veerkrachtig, maar kwetsbaar

Film Fest Gent 2024 – Deel 2:
Veerkrachtig, maar kwetsbaar

door Tim Bouwhuis

Tijdens de eerste dagen van Film Fest Gent 2024 maken twee gevoelsrijke coming-of-agefilms hun publiek deelgenoot van het stormachtige pad naar jongvolwassenheid. Julie Zwijgt en Good One volgen en doorgronden de belevingswereld van Julie en Sam, twee compleet verschillende tienermeisjes die in hun vroeg volwassen veerkracht tóch met elkaar zijn verbonden. In beide films gaat die veerkracht door toedoen van volwassenen een wrede balans aan met een nog altijd jeugdige kwetsbaarheid.

In de Belgische Oscarinzending Julie Zwijgt draagt een talentvolle tennisster op een eliteacademie een waarheid van lood met zich mee. Het ontslag van een geroutineerde coach heeft een onrustige stroom van geruchten op gang gebracht, en Julie is een van de speelsters die na zijn vertrek apart wordt genomen voor verkapte verhoorgesprekken. De titel verklapt hoe schuchter het meisje op de vragen naar haar ervaringen reageert.

Julie Zwijgt

Julie Zwijgt

Trip met tentstokken
Als de Amerikaanse indie Good One zich in gang zet, is er eigenlijk nog niets dat aan het zwijgen van Julie doet denken. De goedlachse Sam pakt haar laatste spullen voor een uitdagende roadtrip, die haar in het gezelschap van haar vader en zijn beste vriend ver van de bewoonde wereld vandaan zal leiden. Speels en gevat gaat ze al snel de confrontatie met het bonte stel aan. Van de drie reizigers is Sam ironisch genoeg de best uitgeruste hiker: vooral de vriend van haar vader lijkt nog nooit tentstokken te hebben aangeraakt.

Als het drietal een tijdje in de natuur heeft doorgebracht, gebeurt er iets (verbeeldingsruimte is kostbaar) dat Sam compleet anders naar haar hiketocht laat kijken. Het is geen ‘worst case scenario’, zoals die waarheid van lood die Julie doet zwijgen. En toch zet het Sams denken behoorlijk op de kop, en verandert het Good One (als in: ‘goede grap’, vraagteken?) in één omslag van toon en richting.

Daders en slachtoffers
In Julie Zwijgt is vanaf het begin duidelijk dat we te maken hebben met een meer complexe en ambigue verwerking van een #MeToo-verhaal. Good One definieert zichzelf nooit op zo’n geëngageerde manier, maar de debuterende filmmakers achter de twee titels (Leonardo van Dijl, India Donaldson) onderscheiden zich nog altijd als creatieve en empathische verwanten. Hun aandacht voor de gevoelens en lichaamstaal van de meisjes is een verademing in een zee van films die zich blindstaren op ‘waarom’-vragen en tegenstellingen tussen daders en slachtoffers.

Dat laatste gaat vooral op voor Julie Zwijgt, dat niet in de valkuil valt om de gebeurtenissen van eerder tot in detail terug te willen halen. Van Dijl heeft een geslepen cameraman aan Nicolas Karakatsanis (Rundskop), die haar regelmatig isoleert tegen de wanden van kale (trainings)ruimtes en haar verschijning met subtiele wisselingen van lensfocus afzet tegen haar benauwende omgeving. Veel scènes zijn bovendien ongewoon donker belicht, nog maar eens een manier waarop we dichterbij Julies geestestoestand komen en voorzichtig kunnen proberen haar te gaan begrijpen.

Sprekende stiltes
Zowel in Julie Zwijgt als in Good One maken bedachtzame stiltes de spreekmomenten krachtiger. De actrices die Julie en Sam spelen, blinken uit in lichaamstaal: wat ze niét zeggen, schijnt regelmatig door in hun gelaatstrekken, en wat ze wel zeggen telt. De Vlaamse Tessa van den Broeck mag dan mede in Julie Zwijgt zijn beland omdat ze daadwerkelijk straf kan tennissen, ze blijkt een natuurtalent in het uitdrukken van verscholen ongemak.

Knap subtiel is een gesprek met haar nieuwe coach in de coulissen van de trainingshal, kort nadat hij haar publiekelijk geprezen heeft om haar slagtechniek. Als Julie hem vraagt om dat de volgende keer minder nadrukkelijk te doen, is op zichzelf overduidelijk waar haar geprikkelde gevoel vandaan komt. Wat de scène gelaagd maakt, is de manier waarop ze haar woorden kiest en die van haar coach weegt. Met elke waarheid die ze nog maar eens inslikt, navigeert ze zich langs de bezorgde mensen uit haar omgeving. Een omgeving die nog altijd een stempel van dreiging en ongemak draagt.

Good One

Good One

Over de Muur
Good One oogt lange tijd een stuk onschuldiger, en zoals het een aandoenlijke roadmovie past is het spel van de doorbrekende Lily Collias (die als verschijning doet denken aan Thomasin McKenzie, uit het met Good One vergelijkbare Leave No Trace) in eerste instantie ook een stuk speelser. Schalks lachend hoort Sam de sterke verhalen van haar reisgenoten aan, van haar vader die haar de les probeert te lezen over haar autorijkunsten tot de goede vriend die na deze natuurtrip het liefst heel China zou doorkruisen (althans, dat laat ‘ie zichzelf geloven).

Na de donderslag bij donkere hemel – die bij ondergetekende zodanig insloeg dat de bespreking ervan net dat beetje geheimtaal verdient – vervolgt Sam de tocht die ze al voor vertrek had ingezet. Haar pad naar volwassenheid leidt haar naar een wonderschoon kabbelende rivier, die in zijn close-ups van planten en dieren doet terugdenken aan de klassieker The Night of the Hunter (1955). Dichterbij de natuurlijke verbeelding van een overgangsritueel kun je als filmmaker haast niet komen.

Te jong volwassen
Night of the Hunter ontpopte zich in zijn christelijke symboliek als een donker en moralistisch sprookje over het verlies van onschuld. Julie Zwijgt en Good One houden zich ver van zo’n groter geheel: de gevoelens en inzichten van Julie en Sam zijn leidend, want dit is hún verhaal. En met hun scherpe blikken tonen ze een wereld die veel te jong volwassen is geworden.

Julie Zwijgt is op maandag 14 oktober nog eenmaal te zien in Gent, Good One op donderdag 17 oktober. Good One draait ook op het LIFF. Beide films verschijnen in 2025 in de Nederlandse filmtheaters.

 

13 oktober 2024

 

Deel 1: Openingsfilm
Deel 3: Competitiefilms (1)
Deel 4: Competitiefilms (2)
Deel 5: Henry Fonda for President
Deel 6: Films over rouw

 


MEER FILMFESTIVAL

Head South

**
recensie Head South
Anarchie in NZ

door Bert Potvliege

In Head South neemt regisseur Jonathan Ogilvie ons mee naar zijn jeugd in het Nieuw-Zeelandse Christchurch van 1979. De Britse punkmuziek liet er het hoofd van menig tiener op hol slaan. De cineast maakt er een muzikale nostalgietrip van en mijmert over de onschuld van de jeugd en de groeipijnen van het ontvoogden. Het resultaat is een gezellig kleinood dat vlot binnengaat maar inspiratie ontbreekt.

We volgen de coming-of-age capriolen van Angus, een onhippe tiener die peterselie slijt aan klasgenoten die op zoek zijn naar cannabis. Hij heeft een moeder die ervandoor is en een vader die een knoert van een midlifecrisis tackelt. Terwijl vader aan het rondklooien is in het ongewenste vrijgezellenbestaan (hij koopt een cabrio, steekt een grasmaaier in lichterlaaie) ontdekt zoonlief zijn liefde voor muziek.

Head South

Angus komt in contact met de platen van Britse punkband Public Image Ltd. Het zet een kettingreactie in gang die de jonge snaak doet openbloeien. Hij start als een grijze muis die de lange haren kort knipt om op een punker te lijken, een basgitaar omgordt om er hoogstens drie akkoorden op te tokkelen, en een jongedame leert kennen die zijn lendenen roert. Uiteraard zal dit alles leiden tot een concert waar de verlegen knaap als held wordt onthaald door alle stoere tieners die hem eerst niet zagen staan.

Verloren in eigen sentiment
Jonathan Ogilvie (Lone Wolf, The Tender Hook) schetst hoe zijn protagonist begeesterd wordt door punk, wat hem zelf overkwam in zijn jonge jaren. Hij verbeeldt zichzelf met de nodige nostalgie in de onstuimige Angus, voor wie punk de soundtrack van het leven blijkt. Nostalgie is evenwel niet zonder risico voor een filmmaker, want het navelstaren is altijd in de buurt. De verhalenverteller kan makkelijk verloren lopen in het eigen sentiment. Het universele thema van Head South houdt de film evenwel drijvende. Elk mens beleeft een ontvoogding, die eigen is aan het opgroeien. Daar hoort doorgaans een soundtrack bij. Voor de ene is het metal, voor de andere is het dance. Voor Angus en Ogilvie is het punk.

In zijn streven naar het verwerken van autobiografische elementen in het verhaal verliest Ogilvie soms de greep. Een aantal anekdotes wringen wat, zoals de scène met de naaktfotografie en de dramatische twist op het einde. De relatie met zijn vader is daarentegen wel een fijn waargebeurd element. Vader en zoon hebben een leuke dynamiek, terwijl ze zich onbeholpen door het leven slepen in een periode van verandering.

Voorspelbaar genieten
De plot van de introverte tiener die zich ontpopt tot een man is allesbehalve nieuw. Dat beproefde verhaal herkauwen moet met de nodige frisheid geschieden, maar het scenario en de regie van Ogilvie zijn ietwat inspiratieloos. Het traject dat de film aflegt is te voorspelbaar. Zodra Angus die punkplaat in handen krijgt, weet je hoe dit verhaal eindigt (ware het niet voor die dekselse twist). De enscenering is soepel maar ontbreekt een zin voor risico. De narratieve en stilistische insteek lijkt ontworpen om alles eenvoudig te houden. Je kan dat gerust smakelijk vinden, maar het mocht meer zijn.

Head South

Doordat de film een geëffend pad volgt, valt er wel te genieten. De bedeesde Angus zien openbloeien, is makkelijk om voor te supporteren. De punkmuziek zet aan tot assertief heupwiegen. Wanneer de pestkoppen van de jongeman zelf voor schut worden gezet, kan je enkel goedkeurend grijnzen. De omhelzing met Kirsten, die samen met hem een muziekgroep start, is verdiend.

Hoofdrolspeler Ed Oxenbould, als Angus, is een interessant studiegeval om wat bij te leren over acteren. Acteurs zijn in hun rol stukken expressiever dan echte mensen, waarbij ze emoties vertalen in gelaatsuitdrukkingen en lichaamstaal op een manier zodat een publiek ze correct kan interpreteren. Een getalenteerd acteur brengt hierbij de nodige finesse, subtiliteit en diepgang. Een matig acteur speelt het eenduidig en hapklaar, wat exact is wat Oxenbould hier aan de dag brengt. Hij speelt Angus als een knullige en schuchtere kerel, vaak met de mond licht open en een nerveuze blik in de ogen. Het is best fijn dat je in zijn voorkomen perfect kan lezen wat er in hem omgaat, maar het is ook overduidelijk geacteerd.

Je eigen pad volgen
De titel van de film verwijst naar een lied dat Kirsten schreef. Ze speelt de song voor Angus in de achterkamer van haar huis, waar beide tieners ontdekken dat ze samen muziek willen maken. De song ‘Head South’ gaat over het in handen nemen van de richting die je inslaat, over het niet verloren lopen in je leven. Het is de levensles die Ogilvie opdeed. De impact ervan was zodanig groot, dat het meer dan veertig jaar later zou leiden tot deze Head South. Punk kan nogal een ingrijpende indruk nalaten.

 

22 juli 2024

 

ALLE RECENSIES

The Movie Teller

**
recensie The Movie Teller

Er was eens… een film die maar niet wilde boeien

door Cor Oliemeulen

Er was eens een dorp in de woestijn waar de mannen in een salpetermijn de kost moesten verdienen. Na een week hard werken, snakte iedereen naar de film die op zondag in de bioscoop draaide. Direct na de voorstelling vertelden bezoekers het verhaal van de film aan mensen die hem niet hadden gezien. Er was één meisje die dit kon als geen ander. Als zij in geuren en kleuren de film navertelde, hing iedereen aan haar lippen. Totdat er iets ergs gebeurde…

The Movie Teller is gebaseerd op de gelijknamige roman van de Chileense schrijver Hernan Rivera Letelier, geregisseerd door de Deense regisseur Lone Scherfig en voorzien van een cast met grote namen. De film volgt zeven bewogen jaren van een gezin in een Chileens mijndorp in de Atacama-woestijn, te beginnen in 1966.

The Movie Teller

Film als uitlaatklep
“Waarom ben je niet met iemand van je eigen leeftijd getrouwd?”, vraagt de enige dochter van het gezin, María Margarita (Alondra Valenzuela), de jongste van vier kinderen. “De mijn heeft hem oud gemaakt”, zegt moeder María Magnolia (Bérénice Bejo: Le passé).

Ze hebben het niet breed, maar precies genoeg om op zondag met zijn allen naar de bioscoop te gaan. Ditmaal is dat de western The Man Who Shot Liberty Valance met John Wayne, het idool van vader Medardo (Antonio de la Torre: Historias para no contar). In de bioscoop heeft moeder te weinig geld om versnaperingen te kopen, maar die worden graag betaald door ene Hauser (Daniel Brühl: The Face of an Angel), die een oogje op haar heeft.

De financiële situatie wordt pas echt penibel als vader gehandicapt raakt tijdens werkzaamheden voor de mijn. Voortaan kan slechts één kind van het gezin op zondag naar de film. Bij thuiskomst zit iedereen klaar om het verhaal van de film te horen. Maar niet iedereen is even goed in navertellen, zeker als het gaat om de ‘verdorven film’ From Here to Eternity met de beroemde zoenscène op het strand. María Margarita blijkt de ideale filmverteller, die op bevlogen wijze de toehoorders meesleept en soms tot tranen beroert. Iedere week wordt haar publiek groter.

The Movie Teller

Ondergang
In dit universele verhaal over het delen van emoties en de liefde voor film valt vooral het enthousiaste spel van de 11-jarige titelvertolkster op. De María Margarita van Alondra Valenzuela heeft een innemende uitstraling en is volwassen voor haar leeftijd. Tijdens een gesprek tussen moeder en dochter is zij het meest geloofwaardig als haar moeder vertelt over het leven als vrouw in een omgeving waarin de toekomst al bij je geboorte is vastgelegd. Het is jammer dat de rol van María Margarita enkele jaren later, wanneer moeder haar spijt van gemiste kansen een gevolg heeft gegeven, wordt overgenomen door Sara Becker.

Niet alleen door deze ingreep (ook haar drie broertjes worden later gespeeld door andere acteurs) wil The Movie Teller maar niet sprankelen. De makers verzuimen om het potentieel van Bérénice Bejo en Antonio de la Torre te benutten, en ook het tegenvallende scenario en de zoetgevooisde klanken op de achtergrond helpen niet mee.

Het was veel interessanter geweest om de vertelsessies van María Margarita uitgebreider aan bod te laten komen en meer diepgang te geven. Zoals dat bijvoorbeeld gebeurt in La Femme de chambre du Titanic (1997) van de Spaanse regisseur Bigas Luna. In die film is een arbeider van een Frans bedrijf in 1912 uitverkoren om het vertrek van de Titanic in het Engelse Southampton bij te wonen. Hij maakt daar kennis met een mooie vrouw die bij hem aanklopt in het hotel omdat zij geen kamer kan vinden. Terug in Frankrijk oogst hij grote successen met zijn pikante verhalen over hun romance, die nooit heeft plaatsgevonden. De arbeider verzint zelfs dat zijn geliefde samen met de Titanic ten onder is gegaan. Totdat hij de vrouw op een avond tot zijn schrik in het publiek ziet zitten.

 

11 juni 2024

 

ALLE RECENSIES

Holdovers, The

****
recensie The Holdovers
Overblijven en overleven

door Cor Oliemeulen

Nadat de dennennaalden allang bij elkaar zijn geveegd, verschijnt The Holdovers bij ons in de bioscoop. Deze lang verwachte film van Alexander Payne is dan ook geen traditionele kerstfilm met winteractiviteiten, zich volvretende families of kleffe geliefden tussen de kerstballen, maar een komisch schooldrama met een positieve boodschap.

Na zijn jammerlijk geflopte sociale satire Downsizing (2017), waarin een man zich laat verkleinen tot krap vijftien centimeter om zijn ecologische voetafdruk te reduceren en op die manier toch in weelde te kunnen blijven leven, keert de Amerikaanse filmmaker Alexander Payne terug naar de sfeer van zijn bejubelde films About Schmidt (2002), Sideways (2004) en Nebraska (2013). Het zijn allemaal karakter gedreven verhalen met een satirische benadering van menselijke relaties in een complexe samenleving.

The Holdovers

No-nonsense
De regisseur liet zich inspireren door het plot van de oude Franse komedie Merlusse (1935) van Marcel Pagnon. Die film gaat over een verre van populaire leraar die tijdens de kerstvakantie op een groepje scholieren moet passen. In The Holdovers schittert Paul Giamatti (nog meer dan in Sideways) als oppasleraar van een handjevol rijkeluisjongens op een privéschool die door omstandigheden de kerstvakantie niet bij hun familie kunnen doorbrengen.

Deze Paul Hunham is zeker geen leraar die zijn leerlingen inspireert, zoals bijvoorbeeld Robin Williams dat deed als John Keating in Dead Poet’s Society (1989) van Peter Weir. Hunham is stug, cynisch en no-nonsense. Hij noemt zichzelf geen leraar geschiedenis maar leraar oudheidkunde en zadelt zijn leerlingen op met kennis waarvan zij zich afvragen wat zij er in hemelsnaam mee moeten. Zeker voor tienerjongens is het dan ook lastig te duiden welke invloed de Tweede Peloponnesische Oorlog (vijfde eeuw voor Christus) heeft op het leven in de huidige tijd. Het mag dan wel kerstvakantie zijn, de jongens moeten van hun oppasser absoluut blijven studeren, maar ook regelmatig sporten, ook al vriest het buiten. “De Romeinen namen een buitenbad bij minus 15 graden”, zo vertrouwt Hunham hen toe.

Wanneer de decemberdagen van 1970 op de Barton Academy langzaam verstrijken, leren we onze leraar oudheidkunde beter kennen. Hij blijkt nauwelijks de campus te verlaten, is eenzaam en drinkt alcohol om zijn saaie leven wat op te vrolijken. Dat laatste geldt ook voor het hoofd van de keuken, Mary (Da’Vine Joy Randolph), die rouwt om haar in Vietnam gesneuvelde zoon. Samen met Hunhams beste leerling Angus (verrassende debutant Dominic Sessa), die uiteindelijk als enige leerling overblijft, proberen ze er het beste van te maken. De focus ligt op de relatie tussen de mopperende Hunham en de recalcitrante, maar breekbare Angus die elkaar langzaam beter leren kennen door elkaar uit te dagen en oprecht te zijn.

The Holdovers

Catharsis
De films van Alexander Payne kenmerken zich door sterke karakterontwikkelingen. En zoals in eerdere films is er in The Holdovers uiteindelijk sprake van een roadtrip die leidt tot een catharsis en een extra mogelijkheid om de sfeer en cultuur van de betreffende plaatsen op te snuiven. De regisseur draaide geen enkele scène in de studio. Hij construeerde de fictieve Barton Academy uit vijf bestaande Amerikaanse scholen; de eetzaal, gymzaal, kapel, gangen en de buitenkant van het gebouw passen uitstekend bij elkaar.

Net als in recente films als The Fabelmans (Steven Spielberg), Empire of Light (Sam Mendes) en Fallen Leaves (Aki Kaurismäki) speelt de liefde voor cinema in The Holdovers een mooie bijrol. Voordat Alexander Payne begon met filmen, bracht hij een deel van de acteurs en de crew in aanraking met de uitstraling en het gevoel van weleer door het vertonen van typische  jarenzeventigfilms als The Graduate, The Last Detail, Paper Moon en Harold and Maude. En hoe vaak zou het gebeuren dat leraar en leerling samen in de bioscoop kijken naar Little Big Man van Arthur Penn? Het nieuwe jaar is pas net begonnen en telt met The Holdovers al het eerste hoogtepunt.

 

7 januari 2024

 

ALLE RECENSIES