The Last Viking

*****
recensie The Last Viking
Wat is ‘normaal’ en wat niet?

door Jochum de Graaf

Na een jarenlange gevangenisstraf gaat bankrover Anker naar zijn broer Manfred die hij opdracht had gegeven de buit bij hun ouderlijk huis te begraven. Er ontstaat een probleem omdat Manfred niet meer weet waar hij het geld verstopt heeft, maar ook omdat er een paar steekjes aan hem los zitten. Zo steelt hij honden en schept hij op dat iedereen van hem houdt omdat hij John Lennon is.

Manfred (Mads Mikkelsen) heeft een dissociatieve identiteitsstoornis: het ene moment waant hij zich John Lennon, maar er zijn ook momenten dat hij zich een Viking voelt, zoals in zijn jeugd. ‘Manfred’ wil hij in ieder geval niet meer genoemd worden. Als Anker (Nikolaj Lie Kaas) hem zo aanspreekt, doet hij gekke dingen: springt spontaan uit een raam van de flat of laat zich vallen uit een rijdende auto.

The Last Viking

The Beatles spelen ABBA
Hij is onder behandeling bij arts en therapeut Lothar (Lars Brygmann) die op een lumineus idee komt. Als er een John Lennon bestaat, zijn er vast ook mensen die al dissociërend denken dat ze Paul McCartney, George Harrison of Ringo Starr zijn. En als je die opspoort, dan kun je The Beatles weer bij elkaar brengen! Maar in Denemarken is er slechts één iemand die George denkt te zijn. In Zweden is er wel een Paul én een Ringo te vinden. Bij nader inzien is hij dat allebei, maar op verschillende momenten.

Deze Zweed, Hamdan (Kardo Razzazi), die Paul en Ringo in zich verenigt, voelt zich op enig moment ook Iron Man, Heinrich Himmler en niet te vergeten Bjørn van ABBA. Na een half uurtje oefenen, zet het trio in Sgt. Pepper-outfit Chiquitita in.

Het leidmotief, de jacht op de buit, wordt geweldig uitgewerkt. Maar de film gaat over een aantal thema’s meer: broederliefde, loyaliteit, solidariteit en over hoe je met afwijkende mensen moet omgaan. Maar het is ook een briljant spel met de vraag wat normaal is en wat niet.

Arme Vikingen
In een korte animatiefilm voorafgaand zien we een middeleeuws Viking-stamhoofd dat zijn gehandicapte zoon wil oppeppen. Die heeft in een bloedige stammenstrijd zijn arm verloren en voelt zich erg ongelukkig. Op bevel van het stamhoofd worden alle andere krijgers gedwongen hun arm af te hakken, waarmee iedereen weer gelijk is. De absurde maar ijzeren logica is dat mensen die een afwijking hebben alleen afwijkend zijn wanneer andere mensen deze afwijking niet delen. Als je nou gewoon zorgt dat alle mensen dezelfde afwijking hebben, wordt die afwijking het nieuwe ‘normaal’ en voelt niemand zich meer eenzaam.

The Last Viking verloopt volgens een krankzinnig scenario. Het bijzondere is wel dat je alle verwikkelingen als logisch en volkomen normaal ervaart. Wanneer Anker en Manfred bij hun voormalige ouderlijk huis aankomen, treffen ze daar het constant ruziënde stel Margrethe (Sofie Gråbøl) en Werner (Søren Malling) aan. Zij is een ijdel voormalig model dat nu elke dag bokst, hij een voormalig ontwerper die probeert een kinderboek te schrijven en leeft van het geld van een ongeluk waarbij een airbag in zijn gezicht ontplofte.

We zijn in de tweede helft van de film wanneer de zwaarlijvige beroepscrimineel Friendly Flemming (Nicolas Bro) ten tonele verschijnt en de gitzwarte komedie omdraait naar een misdaadfilm. Flemming heeft nog een oude rekening met Anker te vereffenen en eist een fors deel van de buit op. Er volgt een hevige achtervolging met gebruik van veel en grotesk geweld.

The Last Viking

Typische Thomas Jensen-creaties
Met Anker en Manfreds zus, Freja (Bodil Jørgensen), erbij zijn het allemaal typische Anders Thomas Jensen-creaties. Personages die als je het zo opschrijft een paar nogal merkwaardige karaktertrekken hebben, maar door het scenario en het fenomenale acteerspel volstrekt geloofwaardig overkomen. Anker, Lars, Hamdan, Margrethe, Werner, Freja – aan achternamen wordt niet gedaan – elk personage is sterk uitgewerkt, ieder met een eigen verhaal. Goede chemie tussen de acteurs, fijne dialogen, bijzondere plottwists en ‘zijverhalen’, het klopt allemaal.

Mads Mikkelsen had een groot aandeel in het scenario en de dialogen. De zeer vruchtbare samenwerking met Thomas Jensen leverde in 25 jaar vijf hele sterke films op, zoals Men & Chicken (2015) en Riders of Justice (2020), ook al zo’n zwarte komedie met krankzinnige plot, een voorlopig hoogtepunt.

Maar The Last Viking doet daar nog een schepje bovenop, vooral dankzij Mads Mikkelsen. Kijk hoe hij met bril en een van de meest beroerde permanentjes uit de filmgeschiedenis in en onder de huid kruipt van de schlemielige loonatic Manfred. Die houterige lichaamstaal, wapperende armgebaren, dat speciaal loopje: het is onmiskenbaar Manfred, je vergeet dat het Mikkelsen is.

Net als al die personages is de film vele dingen tegelijk. De toon verandert soms in één scène: van ontroerend, naar bruut geweld en donkere humor. Een heerlijk geweldige film die je nog een keer of misschien wel vaker zou moeten zien.

 

3 december 2025

 

 

ALLE RECENSIES

IDFA 2025 – Deel 7: Punk, Funk, Jeff en Marianne

IDFA 2025 – Deel 7:
Punk, Funk, Jeff en Marianne

door Jochum de Graaf

IDFA had jarenlang een reputatie van spraakmakende muziekdocumentaires. De laatste edities liep het aanbod sterk terug. Mee zal spelen dat er tegenwoordig speciale muziekfilmfestivals worden georganiseerd en dat de rockgeschiedenis vooral in de vorm van biopics – Bob Dylan, Bruce Springsteen, Bob Marley, Amy Winehouse – wordt verteld. Uit het enorme aanbod noteren we slechts vier films die je als muziekdocumentaire kunt bestempelen.

 

Queer as Punk

Queer as Punk
Het was twintig jaar geleden dat er een Maleisische film op het IDFA vertoond werd. Queer as Punk kent een geweldig begin: de band Shh… Diam komt op en zet met straf up tempo ‘The Bathroom Song’ in: ‘Will You Shower with Me?‘

In het multi-etnische en door een strenge vorm van de islam bij elkaar gehouden land is het nummer een ernstige provocatie. Maar het publiek swingt er lekker op los en zingt besmuikt lachend de teksten woord voor woord mee.

Shh… Diam betekent ‘Hou je mond!’ in het Maleis en is een ironische verwijzing naar de pogingen om de bandleden het zwijgen op te leggen. Als queer en als punk sta je in het oerconservatieve Maleisië al met 2-0 achter. De leden van de band, volgens leadzanger Faris 75 procent queer, zijn zeer actief in de lhtbi-gemeenschap en lopen voorop in de demonstraties tegen geweld en discriminatie.

De film volgt de politieke ontwikkelingen in Maleisië rond de verkiezingen van 2018 die een keerpunt in de geschiedenis van het land betekenen. De tot dan toe al meer dan zestig jaar aan de macht zijnde conservatieve islamitische coalitie verliest de absolute meerderheid en maakt plaats voor de Alliantie van de Hoop. De bandleden horen het nieuws van de historische overwinning met gejuich aan. Eindelijk is er de hoop dat ook in Maleisië een tijdperk met meer rechten voor minderheden zal aantreden.

Maar binnen twee jaar treedt een periode van instabiliteit aan die tot op de dag van vandaag voortduurt. Voor de overgrote meerderheid van moslims is de shariawetgeving van toepassing, de lhtbi-gemeenschap staat onder zware druk. De band treedt meestal onder valse naam op en al te openlijk uitkomen voor de geaardheid is uit den boze. Echte punk kun je het niet noemen, maar in de Maleisische verhoudingen is het behoorlijk provocatief.

Hoofdpersoon, transgender Faris, is toe aan zijn laatste maandelijkse testosteroninjectie en we zien hem met de billen bloot gaan. Hij ondergaat een laatste operatie die hem van zijn ‘boobies’  bevrijdt. De band gaat op tournee naar het Verenigd Koninkrijk en Noord-Ierland waar ze met enthousiasme door de lokale lhtbi-gemeenschappen worden ontvangen. Op de bruiloft van gitarist Yon en haar geliefde Noord-Ierse Cat spelen ze het mooie emotievolle nummer ‘Lonely Lesbian’.

Queer as a Punk is een warm portret van Shh… Diam dat tegen de verdrukking vrolijk door blijft gaan.

 

We Want the Funk!

We Want the Funk!
De vraag ‘wat is funk?’ kan natuurlijk heel verschillend worden beantwoord. Voor de een zit het hem vooral in het ritme, voor de ander is het vooral het plezier maken – het zet mensen in beweging, je krijgt ze aan het dansen! Maar er is ook het eenvoudige antwoord: ‘James Brown!!!!’

In We Want the Funk! komt een stoet aan muzikanten, muziekhistorici, een mode-historica, een ‘Detroit’-historicus, dansonderzoekers, etnomusicologen, een muziekcurator, en wat al niet meer zij, aan het woord. Zij beschouwen alle aspecten van de funk, de invloed en het ontstaan, de bijbehorende mode en de politieke betekenis. En ook David Byrne, die onlangs nog het album ‘Who is the Sky’ met vooral funky dansnummers uitbracht, schaart zich in de lange rij talking heads. 

We Want the Funk! behandelt de ontwikkeling van de zwarte muziek vanaf de Tweede Wereldoorlog. De American Bandstand, het tv-programma in de jaren vijftig waarin voor het eerst zwarte artiesten waren te zien. De opkomst van de soul. En ook de invloed van de gospel met zijn christelijke achtergrond, het milieu waarin de funk met zijn energieke ritmes en ophitsende teksten als muziek van de duivel werd gezien.

Naast James Brown komen alle grootheden aan de orde: Sly and the Family Stone (met opvallend een witte drummer), Lady Labelle, Kool and the Gang, George Clinton met zijn Parliament-Funkadelic en hun extravagante optredens. Clinton die wijst op de ‘simplexity’ van de funk, het feit dat het zo op het gehoor eenvoudige muziek is maar tegelijk zo complex is om het uit te voeren. En niet te vergeten Prince, die vanaf midden jaren tachtig zijn eigen draai aan de funk geeft: ‘He was one of a kind’.

De betekenis van funk voor de Afro-Amerikaanse gemeenschap. James Browns ‘Say it loud, I’m black and I’m Proud’ was het lijflied van de Black Pride-beweging; de tournees van James en anderen naar Afrika waar funk grote navolging kreeg; Nigeriaan Fela Kuti die met zijn excentrieke muziekgezelschap uitgroeide tot een wereldster; de invloed op blanke popgroothelden als Elton John en David Bowie (luister de wereldhit ‘Fame’) – het trekt allemaal aan je oog voorbij. Leuk en aantrekkelijk zijn de aanstekelijke bandopnames, de swingende muziek die je doet opveren. En je kunt weer eens de heerlijke danspasjes van The Temptations zien.

Maar het wordt allemaal nogal rechttoe rechtaan opgediend en er wordt maar weinig aan de verbeelding overgelaten. Als het gaat over de invloed van de burgerrechtenbeweging krijg je gelijk Martin Luther King met ‘I have a dream’ te zien.

Deftig gezegd is We Want the Funk! een degelijk maar nogal saai opgediend cultuurhistorisch overzicht van de ontwikkeling van deze belangrijke muziekstroming.

 

It’s Never Over, Jeff Buckley

It’s Never Over, Jeff Buckley
Zijn album ‘Grace’ uit 1977 behaalde platina. Zijn iconische uitvoering van Leonard Cohens  ‘Hallelujah’ kwam in 2008 opnieuw op nummer 1 in de Billboard Top 100.

Jeff Buckley had een kort en dramatisch leven, als zoon van de legendarische folksinger Tim Buckley wiens carrière als een slagschaduw over de zijne hing. Vader Tim liet zijn gezin al na zes maanden na de geboorte van Jeff in 1966 in de steek en zou negen jaar later op 28-jarige leeftijd aan een overdosis heroïne en alcohol overlijden. Jeff verdronk op 30-jarige leeftijd bij een ongeluk in de Wolf River, Memphis, Tennessee, naar verluidt toen hij het nummer ‘Whole Lotta Love’ van Led Zeppelin zong.

It’s Never Over, Jeff Buckley laat zijn worsteling met de roem, zijn kwetsbaarheid en zijn nalatenschap zien. Buckley wordt vooral geroemd om zijn geweldige stem, een enorm bereik van vier octaven, buitengewone controle over dynamiek en toon. Hij kon moeiteloos schakelen tussen een breekbare falsetstem en een sterke opera-achtige tenor. Hij wordt door artiesten als Thom Yorke van Radiohead en Matt Bellamy van Muse beschouwd als een van de meest invloedrijke zangers van hun generatie. Ook Chris Cornell, Rufus Wainwright, Amy Lee en Adele betuigen hun bewondering.

Jeff Buckley maakte met die geweldige stem een aantal prachtige liedjes, als ‘Lover, You Should’ve Come Over’, ‘Lilac Wine’, ‘Everybody Here Wants You’. En ‘Hallelujah’ dus, dat in zijn versie wereldwijd populair werd en het origineel overschaduwde. In een interview met Oor merkte hij op dat de tekst helemaal niets met God te maken had, maar over seks gaat.

De makke van de documentaire is dat hij gemaakt is met de mensen die ‘hem het meest dierbaar’ waren: voormalige bandleden, muzikanten als Ben Harper en Aimee Mann, zijn voormalige partners, waaronder Rebecca Moore en Joan Wasser (Joan as Police Woman), en niet te vergeten zijn moeder, Mary Guilbert. Er valt geen onvertogen woord over Jeff: hij was in alle opzichten geweldig, en zó tragisch dat hij al op zo’n jonge leeftijd aan zijn einde kwam.

De emotie en het drama van zijn leven worden daarmee nergens voelbaar, behalve in het laatste shot waarin zijn moeder zijn laatste voicemail afluistert waarin hij haar zijn onvoorwaardelijke liefde betuigt.

 

Broken English

Broken English
Broken English begint met een rondleiding door het ‘Ministerie van Niet Vergeten’, een donkere sombere ruimte met stalen meubels, uitschuifbare kasten waar kranten, boeken, lp’s zijn opgeslagen, draaischijftelefoons op de bureaus, cassettedecks en archiefdozen. Het heeft de sfeer van een sciencefictionfilm uit de jaren vijftig.

Het Ministerie heeft als doel het onderzoeken van waarheden en mythen, en de poreuze grens daartussen. De in een stijve plusfour gestoken Tilda Swinton, de geblondeerde haren strak achterover gekamd, heeft er de leiding. Ze spreekt ons streng toe en legt uit dat niet vergeten iets anders is dan herinneren. Object van onderzoek is Marianne Faithfull. ‘We moeten Mariannes rol als destabiliserende invloed eens goed onder de loep nemen”, zegt Swinton. Marianne wordt binnengereden in een rolstoel, zuurstofslangetje in de neus, zwaar ademend, en het interview met de archivaris van het archief, acteur George MacKay, gaat van start.

Dat niet bestaande nep-ministerie is een behoorlijk gekunstelde kunstgreep die doorheen de film verder wordt doorgevoerd met een groot bord met post-its, foto’s, pijlen, cirkels, strepen, data, namen zoals je ze op politiebureaus in detectiveseries ziet. Het werkt irritant en zet een sfeer neer die wat mij betreft weinig passend is voor Marianne Faithfull.

Marianne Faithfull is misschien wel het archetype van de ‘rockchick’, het meisje dat zich in de entourage van beroemde rockbands ophield. Ze werd ontdekt door manager Andrew Loog Oldham op een feestje van The Rolling Stones. Ze kreeg een relatie met Mick Jagger en had, in 1964, al op 17-jarige leeftijd een wereldhit met ‘As Tears Go By’. In 1969 schreef ze de tekst voor het roemruchte ‘Sister Morphine’, dat in haar uitvoering weinig deed, maar wel toen The Stones het op ‘Sticky Fingers’ uitbrachten.

Na de scheiding van Jagger vanwege een miskraam stopte ze een tijdje met muziek maken. Ze probeerde van haar verslaving af te komen en leefde zelfs enige tijd op straat. Eenmaal afgekickt was haar stem blijvend veranderd. Faithfull herontdekte zichzelf onder invloed van de new wave en punk met het gedurfde album waaraan de film zijn titel ontleent. ‘Broken English’ (1979) sloeg in als een bom en verschafte haar opnieuw wereldroem. Daarna volgden nog een stuk of tien albums waarin de stijl met die indringende gruizende stem werd voortgezet.

Ze begon daarnaast te acteren, speelde de op haar lijf geschreven rol van Ophelia in Hamlet. Ze speelde en zong de hoofdrol van Anna in The Seven Deadly Sins, de chanteuse opera van Kurt Weil en Berthold Brecht en groeide uit tot een van de belangrijkste hedendaagse vertolkers van hun werk. In 2018 verscheen haar laatste album ‘Negative Capability’ waarop ze onder anderen samenwerkte met Nick Cave en Warren Ellis. Ze kreeg covid, in 2020 lag een aantal weken in coma, maar overleefde. Eind januari 2025 overleed ze na een kort ziekbed.

De film volgt die levensloop met veel gevoel voor detail, focust vooral op de herinnering aan de schandalen van seks, drugs en rock-’n-roll die haar maar bleven achtervolgen. Ze kwam nooit af van het imago van de ex-vriendin van Mick Jagger. Maar Broken English belicht ook hoe waardig ze zich daartegen weerde.

Er zitten prachtige ontroerende momenten in de film, die een monument opricht voor die geweldige persoonlijkheid en vooral ook die stem. Zie hoe Marianne met zoveel liefde vertelt over producer Hal Willner die haar haar hele leven heeft bijgestaan. En hoe ze straalt bij het fragment dat haar getoond wordt, waarin Willner zegt: ’Dit is de stem van een leven. Een moeilijk leven.’

Maar die gekunstelde vorm met dat studentikoos verzonnen Ministerie van Niet Vergeten bederft het kijkgenot nogal. Marianne Faithfull had veel beter verdiend.

 

23 november 2025

 

IDFA 2025 – Deel 1: Liever de traditie in ere herstellen
IDFA 2025 – Deel 2: Rusland/Oekraïne
IDFA 2025 – Deel 3: Portretten
IDFA 2025 – Deel 4: Natuur en milieu
IDFA 2025 – Deel 5: Humor en ander leed in Palestina
IDFA 2025 – Deel 6: (Auto)biografische films
IDFA 2025 – Deel 8: Experimenteel
IDFA 2025 – Deel 9: Drie momenten van chaos


MEER FILMFESTIVAL

IDFA 2025 – Deel 5: Humor en ander leed in Palestina

IDFA 2025 – Deel 5:
Humor en ander leed in Palestina

door Jochum de Graaf

Op het vorige IDFA waren maar liefst negen Palestijnse films te zien, waaronder de Oscar- en Publieksprijswinnende No Other Land. Het zijn er dit jaar een paar minder. Natuurlijk doen een aantal films verslag van de vreselijke ellende die zich in Gaza afspeelt. Maar er is ook een aantal met een wat luchtiger invalshoek.

 

With Hasan in Gaza

With Hasan in Gaza
Je zou het een roadmovie kunnen noemen, maar With Hasan in Gaza is meer een saaie reisfilm. En dan een reis naar het verleden, het Gaza van 2001, bijna vijfentwintig jaar geleden. Pas onlangs doken drie mini-DV-bandjes op van de Palestijnse filmmaker Kamal Aljafari, waarop hij de reis vastlegde die hij samen met ‘Hasan’ maakte van de noord- naar de zuidgrens van Gaza. Hasan (zijn achternaam blijft onbekend) zit achter het stuur, slechts half in beeld.

Pas in de aftiteling kom je wat meer te weten over hem. Hij heeft acht jaar in een Israëlische gevangenis gezeten, onder erbarmelijke omstandigheden. Met veertig mannen in een ruimte van 20 vierkante meter, een uurtje per dag luchten, geschopt en geslagen door de bewakers, beroerd voedsel. Nu is hij terug in de stad waar hij geboren en getogen is. Hij kent er iedere straat, rotonde, buurt, alle checkpoints.

Ze zijn op zoek naar een zekere Abderrahim Shamia, die bij Hasan in de cel zat. We rijden langs nu voor ons bekende plaatsen als Rafah, Khan Younis en vluchtelingenkampen als Al Nuseirat. Levendige straten, druk autoverkeer, markten redelijk bevoorraad – al wordt opgemerkt dat het toen, vlak na de eerste intifada, economisch vrij slecht ging met Gaza. Belangrijk is de zee, volop strandleven, maar met de vissers gaat het door de Israëlische boycot slecht. Veel spelende kinderen die allemaal op de foto willen: ‘film me, film me’.

De auto rijdt ook rustige zijwegen in, langs een paar verstilde dorpen, een lange autoweg, verwoeste huizen, vol met kogelgaten, ruïnes van door raketten getroffen gebouwen, wraakacties van het Israëlische leger vanwege de intifada. En op het laatst belanden we in een wijk dicht bij de Israëlische grens, aan de overkant zijn nederzettingen. We kijken minutenlang naar half verduisterde gebouwen, horen schotenwisselingen. Maar vriend Abderrahim krijgen we al die tijd niet te zien; iemand op het strand leek op hem, maar het was hem niet.

Het belangrijkste effect is eigenlijk dat Gaza er destijds nog betrekkelijk intact uitzag, terwijl je nu bij elke opname van gebouwen, huizen, mensen of dieren beseft dat daar inmiddels weinig tot niets van over is.

 

The Clown of Gaza

The Clown of Gaza
Ze zitten in een kring bij de tent, Alaa Meqdad stelt zijn familie voor: vrouw, twee kinderen, schoonzus. Alaa is een gehandicapte dwerg; wanneer hij door de straten loopt op zoek naar eten voor zijn gezin wordt hij om de zoveel meter aangesproken en begroet door volwassenen en vooral kinderen. Alaa is beter bekend als Aloosh de Clown, die als levensmotto heeft de mensen een beetje plezier te geven in donkere tijden. Ook nu in de barre Gaza-oorlog zet hij zijn missie voort. Het kost hem soms moeite positief te blijven: in zijn jeugd, voor de oorlog, werd hij veelvuldig gepest vanwege zijn handicap. ‘De kinderen sloegen me, gooiden stenen naar me en beledigden me’, zegt hij, maar vooral door de steun van zijn ouders zette hij die handicap om in zijn voordeel en besloot te gaan optreden, dat hem van lieverlee succes opleverde.

Terwijl we hem volgen over de markt op zoek naar verse tomaten voor het gezin en uitgebreid felgekleurde stoffen keurt die hij voor zijn clownspak kan gebruiken, vertelt hij schrijnende gebeurtenissen uit de oorlog. Regelmatig worden zijn woorden onderbroken door explosies of het gehuil van overvliegende straaljagers. Hij vertelt hoe hij op de vlucht vanuit het noorden van Gaza naast een man liep die zijn moeder in een rolstoel duwde. De man werd door een sluipschutter gedood. Het enige wat hij kon bedenken was: wie gaat die moeder duwen? Toen hij om zich heen keek, besefte hij dat niemand het risico durfde te nemen – want ze zouden waarschijnlijk door dezelfde sluipschutter worden neergeschoten. ‘Dus ik liep door’, zegt Aloosh, ‘Ik liep gewoon door.’

De slechtste dagen, zegt hij, komen vaak vlak na zijn succesvolste optredens. ‘Het moeilijkste is om te spelen met een kind en je hoort dat het de volgende dag gestorven is. Soms maken ouders, als herinnering, het overlijden bekend door een foto te delen van de laatste keer dat hun kind blij was. En soms staan ​​ze op die foto’s naast hun favoriete clown.’

Groot is de vreugde wanneer ze horen dat er een bestand is. Ze besluiten terug te gaan naar huis, naar Gaza-stad, althans om te kijken wat er nog van over is.

Indrukwekkend de beelden van de drommen vluchtelingen die kilometers en kilometers over het strand lopen. Het is een chaotische tocht, waarbij alles wat nog rijdt en beweegt – ezels, paard en wagen, mensen en dieren, sterk vermagerd – wordt ingezet.

De familie Meqdad raakt elkaar een paar keer kwijt, maar ze komen zwaar vermoeid in het kapotgeschoten huis. Er is nog maar een verdieping over, van het huis van de buren is helemaal niets meer over en de buurman is omgekomen. Maar tussen de puinhopen ligt nog wel een pak van Pikachu en, hé geweldig, daar ligt ook nog SpongeBob. Bijzondere symboliek: Aloosh in zijn felgekleurde pak staand op een grofgrijze betonpuinhoop.

Het enige wat Aloosh kan doen, is doorgaan en er zijn voor de kinderen die overblijven. Want zelfs in de donkerste momenten moet iemand hen leren hoe ze moeten blijven lachen.

 

Palestine Comedy Club

Palestine Comedy Club
Met z’n zessen zijn ze: Alaa, Khalil, Raed, Hanna, Ebaa en Diana. Ze komen uit verschillende steden en gebieden in de regio. De Palestine Comedy Club werd in 2018 door stand-up comedian Alaa Shehada opgericht. Het idee was een comedycircuit op te zetten, zoals bij ons Toomler. Tot dan was er geen sprake van een comedytraditie in Palestina. Alaa Shehada had zijn opleiding genoten in het fameuze Freedom Theatre van Jenin. De Palestine Comedy Club wordt ondersteund door de Britse comedy-expert Sam Beale.

Die verschillende achtergrond en herkomst vormt de basis voor de voorstelling ‘Balad’ waarmee ze op tournee door Palestina en Israël gaan. Jenin, de thuisbasis van de intifada, is in de woorden van Alaa een ‘city of wasps’. Raed komt uit Hebron, een conservatief bolwerk waar iets als theater nauwelijks normaal is. Khalil is van Ramallah, de stad van de Palestijnse Autoriteit, ook al niet bekend als progressief cultureel bolwerk. Diana komt uit Nabloes, vanuit haar balkon kijkt ze uit op de zee, zegt ze, de zee van koelkasten, tv’s, computers, telefoons, tablets, laptops, auto’s, machines, kasten, meubels, alles wat roerend goed kan worden genoemd. Ebaa komt van de bezette Golanhoogten en voelt veel verwantschap met Syrië. Hanna woont in Haifa, maakt deel uit van de Arabische minderheid en geniet de bescherming van een Israëlisch paspoort.

De grappen in Balad hebben betrekking op die diversiteit. Wanneer ze op tournee gaan naar alle plekken van herkomst, maar ook tijdens optredens in Jeruzalem en Tel Aviv, ervaren ze alle aspecten van het Palestijns-Israëlisch conflict: de vele checkpoints, de muren waarachter de vele Israëlische nederzettingen schuilgaan, de verschillende regelingen en identiteitsbewijzen, biometrisch paspoorten, en vooral de willekeur waaraan ze door de Israëlische bezettingsmacht worden onderworpen. Als Alaa vlak voor het optreden in Haifa een probleem met zijn nieren heeft, kan hij niet eenvoudig naar een ziekenhuis gaan, hij krijgt een injectie van een bevriende Palestijnse verpleegster.

Gaza speelt op de achtergrond. Ze hadden graag ook een speler uit de enclave bij de club gehad, maar het is onder de Israëlische bezetting onmogelijk naar andere delen van Palestina te reizen.

De Club wordt uitgenodigd in Londen. De eerste voorstelling is op 7 oktober 2023. Onderweg in de taxi horen ze over de verschrikkelijke aanval van Hamas. Er volgen dagen waarop ze nauwelijks slapen en constant in contact staan met familie en vrienden: ‘hoe is het’, ‘leven jullie nog’. Voor iedereen is het een strijd om te overleven. De groep valt uit elkaar, hoewel ze nauw contact houden. Ebaa wijkt uit naar Berlijn. Hanna en zijn vrienden in Haifa  protesteren tegen Netanyahu en worden gearresteerd. Bij Diana in Nabloes stort de tweedehandsmarkt compleet in, ze zit wezenloos op haar balkon.

In Alaa’s  geboorteplaats Jenin, doet het Israëlische leger bijna dagelijks een inval in het vluchtelingenkamp, er rijden bulldozers die de wegen omwoelen. Hij gaat via een tussenstop in Amsterdam – we zien hem aan een manifestatie op het Mercatorplein meedoen – naar Londen waar hij zijn comedycarrière voortzet.

Het is pijn omzetten in grappen, humor om toch de hoop te wekken op een betere toekomst voor Palestijnen.

 

Coexistence, My Ass!

Coexistence, My Ass!
‘Coexistence, My Ass, let’s start with my ass!’, zegt Noam Shuster-Eliassi. ‘Ik ben zo’n woke, links, politiek correct type’. Haar voorstelling begint sterk, harde goede grappen.

Noam groeit op in de in Israël gelegen ‘Oase van Vrede’ als kind van een Iraans-Joodse moeder en een Roemeens-Joodse vader. Ze spreekt vloeiend Hebreeuws, Arabisch, Engels en Farsi. De Oase is een van de spaarzame plekken waar Joden en Palestijnen samen leven en iets van de wereld proberen te maken. Een toonbeeld van vrede in de woestijn van het Palestijns-Israëlisch conflict dat ook internationaal aandacht trekt. Hillary Clinton en Jane Fonda komen langs. Noam schudt als jong meisje de hand van de dalai lama. Het is dan ook niet zo gek dat ze voor de Verenigde Naties gaat werken. Maar de internationale diplomatieke wereld is toch wat saai, en als ze op Harvard wordt aangenomen om een Israëlisch-Palestijns vredesproject te ontwikkelen, schrijft ze haar comedyshow, Coexistence My Ass!.

Uitgangspunt vanuit haar opvoeding meegegeven is dat Palestijnen en Israëli als gelijken moeten leven. In de voorstelling vertelt ze het verhaal dat ze met een diverse groep Palestijnen en Israëli’s tijdens covid in 2020 in een hotel in Jeruzalem een week in quarantaine zat: ‘we konden het radicaal met elkaar vinden!’ Ze treedt op in de VS, Europa, Israël, maar ook op het Palestine Comedy Festival – in het hol van de leeuw, zoals ze het noemt, en maakt de onsterfelijke grap: ‘ik blijf hier maar zeven minuten, geen 70 jaar’.

Ze wordt in de loop der jaren meer en meer politiek, ze spiegelt zich aan Zjelensky, laat in de show een fragment uit de serie ‘Servant of the People’ zien – je kunt dus zomaar als komiek president worden. Bij de verkiezingen eind december 2022 benoemt ze dat het de dag is waarop bepaald wordt wie de Palestijnen zal controleren. De kreet ‘From the rivers to the sea’ krijgt een goede twist: ‘Freedom and democracy!’

Buiten Israël voelt Noam zich een stuk veiliger als in haar moederland, waar het politieke klimaat zich ernstig verhardt, zeker wanneer Netanyahu na de verkiezingen met een aantal kolonistenpartijen de meest rechts-extreme regering vormt.

Ook in Coexistence, My Ass! is 7 oktober 2023 onontkoombaar: de ‘Oasis van Vrede’ wordt ook geraakt , Palestijnen worden belaagd en een goede Israëlische vriend wordt gegijzeld. Noam doet mee met de grote demonstraties voor de redding van de gijzelaars en wordt actief in de beweging tegen Netanyahu, de corrupteling, die door de rechts-extreme partijen in gijzeling wordt gehouden. Ze wordt op social media voor alles wat vies, vuil en vuig is uitgemaakt. Tijdens een grote rally in West-Jeruzalem maakt een woedende man haar uit voor ‘vijand van de staat’. Noam reageert met ingehouden woede, maar ook tamelijk nuchter dat er kennelijk een verschil is tussen democratie voor Israël en vrijheid voor de Palestijnen.

Het is misschien naïef, maar iemand als Noam geeft je het gevoel dat humor en komedie een van de weinige wegen biedt die tot vrede kan leiden.

Kijk wanneer deze film draait.

 

21 november 2025

 

IDFA 2025 – Deel 1: Liever de traditie in ere herstellen
IDFA 2025 – Deel 2: Rusland/Oekraïne
IDFA 2025 – Deel 3: Portretten
IDFA 2025 – Deel 4: Natuur en milieu
IDFA 2025 – Deel 6: (Auto)biografische films
IDFA 2025 – Deel 7: Punk, Funk, Jeff en Marianne
IDFA 2025 – Deel 8: Experimenteel
IDFA 2025 – Deel 9: Drie momenten van chaos


MEER FILMFESTIVAL

IDFA 2025 – Deel 2: Rusland/Oekraïne

IDFA 2025 – Deel 2:
Rusland/Oekraïne

door Jochum de Graaf

Uit Rusland wordt sinds de inval in Oekraïne maar weinig op cinematografisch gebied vernomen. Dat heeft enerzijds met de culturele boycot te maken, aan de andere kant kunnen Kremlin-kritische films alleen onder zeer moeilijke omstandigheden gemaakt worden. Op het IDFA een uitgebreide lange documentaire hoe de wereld er in de aanloop naar de invasie uitzag en een middellange docu over het oplaaiende protest na de dood van Navalny. 

In Oekraïne wordt ondertussen een nog steeds groeiend aantal documentaires geproduceerd die de verschrikkingen van de oorlog in al zijn facetten laat zien. Meest in het oog springend is 2000 Meters to Andriivka, de opvolger van het Oscarwinnende 20 Days in Mariupol (2023). Regisseur Mstyslav Tsjernov is in de race om opnieuw de Publieksprijs op het IDFA te winnen.

 

Rusland

 

My Undesirable Friends: Part I – Last Air in Moscow

My Undesirable Friends: Part I – Last Air in Moscow
In de beginbeelden rijden we door een kosmopolitische stad: neonreclames, druk autoverkeer. We horen de stem van Julia Loktev, Amerikaans documentairemaker van Russische komaf. ‘De wereld die jullie straks gaan zien, bestaat niet meer’, zegt ze. ‘Niemand van ons wist wat er ging gebeuren.’

Loktev is begin oktober 2021 naar Moskou gekomen om een film te maken over twee jonge journalistes, Sonya Groysman en Olga Churakova, die een podcast maken: ‘Hallo, je bent een buitenlandse agent.’ Ze delen daarin hun persoonlijke ervaringen en het leven in Rusland nu ze op een lijst van “buitenlandse agenten” zijn geplaatst. Al hun persoonlijke uitgaven moeten ze bij de overheid registreren en bij alles wat ze uitzenden of publiceren, moet een disclaimer staan dat die berichten afkomstig zijn van een buitenlands agent, op straffe van een boete of gevangenisstraf.

Loktev raakt via haar vriendin Anna (Anya) Nemzer, journaliste bij de dan nog onafhankelijke nieuwszender Dozhd ofwel TV Rain in Moskou, bevriend met een aantal andere ook bij TV Rain werkzame journalistes. Over Dozhd – de lifestyle zender die zich ontwikkelde tot een van de beste en meest kritische anti-Poetin nieuwskanalen – zijn al eerder documentaires gemaakt. F@ck This Job (2021) vertelt het verhaal van de charismatische hoofdredacteur Natalya Sindeyeva die de persoonlijke ontwikkeling van mode-journaliste tot Kremlincriticaster doormaakt. In Of Caravan and the Dogs is TV Rain een van de onafhankelijke media wier strijd tegen de dictatuur gevolgd wordt en die uiteindelijk het werken in Rusland onmogelijk gemaakt wordt.

In My Undesirable Friends volgen we zeven journalisten: de al genoemde Anna Nemzer, Sonya en Olga; Ksenia (Ksyusha) Mironova, wiens verloofde Ivan al meer dan een jaar in voorarrest zit vanwege vermeend landverraad; Irina (Ira) Dolinina en haar beste vriendin, Alesya Marokhovskaya, die door haar conservatieve familie niet geaccepteerd wordt; en Elena (Lena) Kostyuchenko, een buitengewoon moedige onderzoeksjournalist die erin slaagt Oekraïne binnen te glippen nadat de invasie is begonnen.

Ze hebben allemaal hun eigen verhaal over de turbulente ontwikkelingen die hun levens voorgoed op de kop zouden zetten. Met 324 minuten (niet eens de langste docu dit jaar op IDFA) is het een lange zit, maar hoewel je met het verhaal en de aanloop naar de invasie in Oekraïne in grote lijnen bekend bent, blijft het ongemeen boeiend.

Aan de ene kant gaat hun leven in Moskou gewoon door: naar de bioscoop, huisdieren uitlaten, etentjes bij elkaar waar ze exquise gerechten maken, dure cognacs die ze cadeau doen, spelletjes, weetjes over Harry Potter uitwisselen, en het bericht komt door dat voor het eerst Michelinsterren worden uitgedeeld in Moskou.

Maar de toenemende repressie, ook in coronatijd, is het gesprek van de dag. Ze maken reportages over de herdenking van de moord op oppositieleider Nemtsov, demonstraties tegen Poetin, de betogingen waar Navalny toe oproept, het geweld waarmee de politie betogingen uiteen slaat, waarbij zelfs journalisten die duidelijk persvesten dragen worden afgevoerd.

Meer en meer dringt zich de vraag op of ze onder de dreiging van de oorlog niet het land zullen verlaten. Ze halen herinneringen op aan de beginjaren van Poetin en het interim presidentschap van Medvedev. Sonya laat Loktev een reeks tijdschriften uit 2011 en 2012 zien die ze in haar appartement heeft verstopt, met covers over homoseksualiteit, over de dissident Aleksej Navalny, over vrijheid en het opkomen voor je overtuigingen.

We zien Vladimir Poetin in zijn jaarlijkse grote interview met burgers volhouden dat hij sterk voorstander van persvrijheid en de mogelijkheid om te demonstreren is. Onder zijn regime worden alleen mensen gevangen gezet ‘binnen de wettelijke kaders’. Maar wat die kaders precies inhouden en dat die in de loop der tijd steeds verder worden aangescherpt blijft ongenoemd.

In haar tv-programma interviewt Anya mensen die in de verdrukking komen, gecriminaliseerd worden, uit de lhbti-gemeenschap, mensen met een beperking, daklozen, immigranten en mensen met een psychische aandoening. Ze vertelt Loktev over een universiteit die door de regering tot doelwit is gekozen omdat die het laatste centrum van het ‘vrije denken’ zou zijn. ‘Just another morning in Russia’, concludeert ze. ‘Rusland begint steeds meer te lijken op Mordor, het land van het kwaad uit de boeken van J.R.R. Tolkien.’

My Undesirable Friends is dus een lange zit, maar door de thrillerachtige opbouw blijft de spanningsboog goed op lengte. De samentrekking van troepen aan de Oekraïense grens is uiterst zorgelijk, maar de bekendmaking van de ‘speciale militaire operatie’ komt toch nog onverwacht. Ze weten de eerste dag nog een reportage vanuit Oekraïne uit te zenden en een regeringswoordvoerder die volhoudt dat de Oekraïners de Russen als bevrijders binnenhalen wordt geconfronteerd met volkomen tegenovergestelde beelden.

Maar wanneer strenge straffen op onwelgevallig woordgebruik en het aan het woord laten van zogenaamde neonazi’s en terroristen in het vooruitzicht worden gesteld, is vrij snel duidelijk dat ook over TV Rain het doek zal vallen.

Op de redactie hebben ze intensieve en emotionele discussies wat ze zullen doen, het wordt hen vrij gelaten om te blijven of het land te verlaten. ‘Ook in nazi-Duitsland wachtten mensen af’, zegt Anna Nemzer. ‘In de hoop dat alles toch nog goed zou komen.’

Als het licht uitgaat en politieagenten met veel geschreeuw de redactieruimte binnentreden, wordt pijnlijk duidelijk dat er geen alternatief is. Alle vriendinnen besluiten de biezen te pakken, ook Ksyusha die het vreselijk te kwaad heeft om haar vriend Ivan achter te moeten laten. Anna concludeert: ‘Ik heb geen land meer. ’

In korte tijd vluchten meer dan een miljoen, merendeels jonge vooral in de culturele sector werkende, Russen het land. TV Rain opereert tegenwoordig als YouTube-kanaal vanuit Amsterdam. Julia Loktev werkt intussen aan een vervolg. My Undesirable Friends – Part 2 Exile zal gaan over de uitdagingen van het leven van onze ‘ongewenste’ Moskouse vriendinnen in ballingschap. Een film om naar uit te zien.

Kijk wanneer deze film draait.

 

When I Get Jailed

When I Get Jailed
De dood van Alexej Navalny, 16 februari 2024, veroorzaakte een schokgolf door heel Rusland. Overal in het land zijn er spontane demonstraties, rijen mensen trotseren de vrieskou om hun held de laatste eer te bewijzen. In Moskou trekken ze op naar het monument Memorial voor de slachtoffers van de Stalinterreur dat in 2017 nota bene door Poetin is onthuld.

Er is een massale inzet van de politie. Naast de onafzienbare rij rouwende burgers staat een even onafzienbare rij politiebussen. Er ontstaat een enorme bloemenzee, maar de autoriteiten beschouwen dat als illegaal en overijverige ambtenaren verzamelen ze in afvalzakken die zonder pardon in de vuilniswagen gegooid worden.

Op de dag van de uitvaart worden de demonstranten op grote afstand van het kerkhof gehouden, sommigen worden uit de menigte gehaald en geboeid afgevoerd. Wanneer de herdenking zich verbreedt tot een protest tegen de oorlog in Oekraïne wordt hardhandig ingegrepen en volgen arrestaties. Mannen, maar ook vrouwen die getrapt en geslagen worden, soms nog even diep in de sneeuw gedrukt.

When I Get Jailed zoomt in op Alyona, een jonge vrouw van in de twintig, blond met een bos krullen, een opvallende roze jas. Ze laat zich niet intimideren en wordt opgepakt en moet haar rechtszaak afwachten. Haar moeder is niet zo gelukkig met haar verzet en raadt haar aan zich terughoudend op te stellen. Maar Alyona laat zich de mond niet snoeren. Tijdens het verhoor vraagt ze luidkeels: ‘Wat heb ik misdaan?’

Ze protesteert tegen haar door de staat aangewezen advocaat, die het eerder tegen dan voor haar opneemt. Een ellenlange aanklacht, waar zo’n beetje alle artikelen op grond waarvan ze veroordeeld zou kunnen worden, wordt voorgelezen. Ze krijgt te horen dat er een fikse administratieve straf zal worden opgelegd. Het uiteindelijke vonnis kon niet gefilmd worden, maar in de aftiteling wordt vermeld dat ze alvast op de dag van haar arrestatie per direct uit haar baan ontslagen is. 

When I Get Jailed van Anastasiia Vedenskaia onderstreept vooral het al langer vastgestelde feit: Rusland is een politiestaat.

Kijk wanneer deze film draait.

 

Oekraïne 

 

2000 Metres to Andriivka

2000 Metres to Andriivka
Andriivka is een dorp in het noordoosten van Oekraïne niet ver van de stad Bachmoet die bij het begin van de invasie in Oekraïne in 2022 na een hevige slag in Russische handen is gevallen. Mei een jaar later besluit Oekraïne tot een tegenoffensief. De verovering van Andriivka is een van de doelen, gehoopt wordt daarmee een belangrijke Russische bevoorradingslijn af te snijden.

Mstsyslav Chernov – met 20 Days in Mariupol winnaar van de Oscar voor de beste documentaire en van de Publieksprijs IDFA 2023 – krijgt toestemming als embedded fotojournalist mee te gaan met de Oekraïense Derde Aanvalsbrigade. De twee kilometer voert door wat de militairen een bos noemen, maar wat meer wegheeft van een woest maanlandschap met dode staketsels die uit de grond steken. Een corridor van kreupelhout die zo op het oog weinig bescherming tegen de vijand biedt, maar er liggen geen Russische mijnen zoals op het vlakke uitgestrekte landbouwterrein aan weerszijden. Toch een terrein waar om iedere centimeter gevochten wordt. Het is zoals een van de soldaten opmerkt ‘alsof je landt op een planeet waar iedereen je probeert te vermoorden. Maar het is middenin Europa’.

De strijd vordert heel langzaam, maar ook heel zeker. De militairen die elkaar waarschuwen voor naderend gevaar, commando’s om te schieten, de roep naar elkaar: ‘ben je er nog’, de melding van gewonden, armen en benen die er maar een beetje bij hangen, de provisorische verbanden die aangelegd worden, de doden die vallen, ontploffende mijnen, het vuur van een Russische sluipschutter in een kano. Verderop in het bos, als ze bijna in Andriivka zijn, de vele lijken van Russen waar ze overheen moeten stappen. Meest indrukwekkend zijn de interviews met de soldaten over wat ze allemaal meemaken; ze hebben schuilnamen als Horooz en Baldy, sommigen vinden dat ze de beste baan van de wereld hebben, anderen krijgen de geur van de dood maar niet uit hun gedachten. En dan de sobere voice-over die meldt dat soldaat Fedya vijf maanden later bij een droneaanval op driehonderd kilometer afstand om zal komen.

2000 Meters to Andriivka is van een ander kaliber dan Mariupol. Chernov zit dicht op de huid van de manschappen. Hij wil laten zien wat zij zien. Hij loopt gewapend met een camera met ze mee door de loopgraven, maar maakt ook gebruik van de helmcamera’s van de soldaten en materiaal vanuit drones geschoten. Op sommige momenten is het een droneoorlog, een videogame waarin het slagveld in kaart wordt gebracht. Maar de harde, langzame strijd op de grond doet toch het meest denken aan de loopgravenoorlog van WO I, inclusief de zinloosheid ervan.

De Oekraïners doen er drie maanden over om Andriivka te bereiken, ze vragen zich bij tijd en wijle af of het wel zin heeft om door te gaan. Maar de strijd wordt voortgezet om de Oekraïense vlag in het vrijwel met de grond gelijk gemaakte dorp te laten wapperen en te laten zien dat de Oekraïense moraal ongebroken is. En als die vlag dan met enige moeite op een half verwoeste muur geplant is, wat dan, tja wat dan?

De meeste oorlogsfilms hebben een begin, midden en einde, maar hier krijg je het onomkeerbare gevoel dat het nog eindeloos door zou kunnen gaan. Maar de strijd opgeven is net zo zinloos. In de aftiteling wordt gemeld dat Andriivka weer in Russische handen is. Rusland bezet al tijden twintig procent van het Oekraïens grondgebied. 2000 Meters to Andriivka geeft zwaar te denken.

Kijk wanneer deze film draait.

 

Silent Flood

Silent Flood
Waar films als Time to the Target en Timestamp de gevolgen van de oorlog op het alledaagse leven van bepaalde bevolkingsgroepen en bepaalde steden laten zien, lijkt Silent Flood een interessante invalshoek te bieden, namelijk een pacifistische geloofsgemeenschap die op eigen wijze steun aan de Oekraïense strijd geeft. In den beginne is er mist, wanneer die optrekt zien we een pont, mensen stappen op, varen naar de overkant. Het is het rivierengebied van de Dnjester in West-Oekraïne.

Oudere stemmen vertellen over de geschiedenis van het gebied, het gevecht in de Tweede Wereldoorlog tussen de Russen en de Duitsers om de brug. Er was een hoogwatervloed in 1941. We gaan verder de oever op, beelden van mannen en vooral vrouwen die werken op het land, kinderen in een speeltuin. De geschiedenis gaat terug naar rond 1850 toen een groep Mennonieten hier neerstreek en het land ging bewerken. In later jaren trokken ze vanwege honger en armoede weer verder, sommigen naar Amerika, er kwamen weer andere groepen voor terug. Ze leven geïsoleerd van de rest van de wereld, huwelijken vinden vrijwel alleen binnen de eigen groep plaats. Grote gezinnen, vrouwen doen alle huishoudelijke taken, komen niet buiten de enclave; mannen mogen daarentegen wel weg van huis, zelfs in het buitenland werken.

Ze zijn voor een groot deel zelfvoorzienend. Er is geen elektriciteit, geen gas, ze roken niet, drinken geen alcohol; auto’s, machines zijn er niet, zaaien en verbouwen is handwerk, alleen bij de oogst worden combines ingehuurd. Ze geloven alleen in het Nieuwe Testament, ze verlaten zich alleen op de wil van God, erkennen het gezag van de staat niet en weigeren in het leger te dienen. Als de oorlog toch dichterbij komt, maken ze afspraken met het Oekraïense leger. Ze bakken op grote schaal broden en varenyky, een soort dumplings, die naar het front worden gestuurd.  Zo worden ze gevrijwaard voor oorlogshandelingen.

Maar Silent Flood is een beetje saai en traag, het is erg afstandelijk gefilmd, er komen geen volwassenen, vertegenwoordigers van de gemeenschap aan het woord. Geen gesprek ook over de houdbaarheid van het pacifisme. Het komt niet veel verder dan een antropologisch portret van een weinig betekenisvolle geloofsgemeenschap.

Kijk wanneer deze film draait.

 

Militantropos

Militantropos
Militantropos zou je kunnen omschrijven als de geestesgesteldheid, de gemoedstoestand die een mens kan aannemen in tijden van oorlog. De film is een caleidoscopisch beeld van het Oekraïne van nu, een land in oorlog.

Begin en einde spelen zich af op een treinstation. We zien de eerste trein met evacués kort na de Russische inval vertrekken. We reizen het hele land door, we zien burgemeester Vitali Klitsjko van Kyiv die een verzameling groep slachtoffers van een bombardement toespreekt en aankondigt hen ruimhartig te zullen helpen. In dorpen en steden worden beschadigde gebouwen en installaties gerepareerd. Een kluwen fotografen probeert het clichébeeld van een strompelend oud vrouwtje met tas vast te leggen. Op een grote dodenakker worden graven gedolven. Aangrijpende begrafenisrituelen na een aanslag waarbij veel doden te betreuren waren.

Er staan jongetjes langs de kant van de weg die met een vlag wapperen naar langstrekkende legervoertuigen. De geweldige scène wanneer een legervoertuig stopt, een militair uitstapt en een van hen een badge opplakt. De boer die keurig een stuk land omploegt en achteloos een raket naast het land legt. De tentoonstelling van buitgemaakt Russisch oorlogsmaterieel in Kyiv, die drommen toeschouwers trekt. De evacuatie van oudjes uit een dorp die eigenlijk niet willen vertrekken. Imkers die in de avondzon bijenroosters schoonmaken terwijl op de achtergrond explosies te horen zijn.

De gewonden in het ziekenhuis in isolatiemateriaal gewikkeld, sommigen duidelijk in shock. De soldaten die in de loopgraven naar de WK-wedstrijd Frankrijk-Marokko kijken. De eerste instructie van nieuwe rekruten, een groot aantal nog in burgerkleding – goed opletten, als je het machinepistool gaat richten: altijd je elleboog op je knie. De bunker waarin op grote schermen de bewegingen van de vijand worden gevolgd, en als in een videogame de commando’s.

Het leven dat gewoon doorgaat met het Kerstconcert in de metro van een vrouwenkoor met die prachtige kopstemmen. Maar ook de wuivende graanvelden waar Oekraïne zo bekend van is. En uiteindelijk komen we weer op het station waar soldaten en burgers elkaar verwelkomen of juist afscheid van elkaar nemen. 

Militantropos is een mooie impressionistische film waarbij je goed kunt wegdromen en zeker over na kunt peinzen.

Kijk wanneer deze film draait.

 

18 november 2025

 

 

IDFA 2025 – Deel 1: Liever de traditie in ere herstellen
IDFA 2025 – Deel 3: Portretten
IDFA 2025 – Deel 4: Natuur en milieu
IDFA 2025 – Deel 5: Humor en ander leed in Palestina
IDFA 2025 – Deel 6: (Auto)biografische films
IDFA 2025 – Deel 7: Punk, Funk, Jeff en Marianne
IDFA 2025 – Deel 8: Experimenteel
IDFA 2025 – Deel 9: Drie momenten van chaos

 

MEER FILMFESTIVAL

IDFA 2025 – Deel 1: Liever de traditie in ere herstellen

IDFA 2025 – Deel 1: Openingsfilms
Liever de traditie in ere herstellen

door Jochum de Graaf

IDFA opent traditioneel met een documentaire over een actueel onderwerp. Dit jaar maakt het festival een ‘veilige’ keuze: drie korte documentaires. Met wisselend succes.

De openingsfilm is meestal ook goed voor een gelijktijdige vertoning via NPO2 Doc en/of snelle uitbreng in de bioscoop. Twee jaar geleden was A Picture to Remember – waarin Olga Tsjernyk wat chaotisch reflecteerde op haar jeugd in Donetsk voor de Russische invasie – een logische keuze. De editie 2024 begon met About a Hero, een ook al niet in alle opzichten geslaagd experiment, waarvoor de Poolse regisseur Piotr Winiewicz AI een scenario liet schrijven op basis van het compleet verzamelde oeuvre van Werner Herzog.

Tegelijkertijd kent IDFA een traditie van protest tegen selectiefilms. Met name in 2023 was er – kort na 7 oktober – een dagenlange controverse over de actie van een aantal pro-Palestijnse activisten op de openingsavond en de onhandige reactie van festivaldirecteur Orwa Nyrabia daarop. Uit protest tegen de halfslachtige houding boycotte de Palestijnse filmgemeenschap het festival en trok een aantal regisseurs uit andere landen uit solidariteit hun film terug. Ook bij de editie van IDFA 2024 zinderde de discussie over de principes en uitgangspunten van IDFA nog behoorlijk na.

In dat licht is het niet onverwacht dat de deze zomer aangetreden nieuwe festivaldirecteur Isabel Arrate Fernandez aankondigde om op de alleen voor genodigden toegankelijke openingsavond ‘een drieluik van korte documentaires die samen een protest vormen tegen onrechtvaardige machtsverhoudingen en geweld in het Midden-Oosten’ te vertonen.

Vooralsnog bleef het redelijk stil. Alleen de Oekraïense regisseur van Joodse komaf, Alexander Rodnyansky, trok zijn film Notes of a True Criminal terug uit protest tegen het besluit om alle (mede) door de Israëlische staat gefinancierde films te weren van het festival.

Het is zeer onwaarschijnlijk dat de gekozen films voor groot tumult zullen zorgen.

 

As I Lay Dying

As I Lay Dying
De Iraanse regisseurs Mohammadreza Farzad en Pegah Ahangarani blikken in As I Lay Dying terug op de Groene Beweging in 2009, de massale protestbeweging tegen de grootschalige verkiezingsfraude van de ultraconservatieve president Mahmoud Ahmedinejad. We zien een groep jongeren die de verkiezingsuitslagen volgen, zich enorm opwinden en besluiten dat ze nu in actie moeten komen.

‘Dood aan de dictator’ klinkt het in de straten van Teheran. Rennende en vallende demonstranten, de oproerpolitie die keihard optreedt, wolken traangas, bloederige taferelen, af en aan rijdende ambulances. Het zijn schokkerige, chaotische en vage beelden, handheld met mobieltjes gefilmd. De camera rent mee met de alle kanten op rennende groep vrienden, het beeld wordt stopgezet en de personen onherkenbaar geblurd.

Een voice-over vertelt wat er na het neergeslagen protest met hen is gebeurd. Amir werd opgepakt en een jaar later geëxecuteerd, Hamiid handelt tegenwoordig in dollars op de zwarte markt, het mooiste meisje van de klas, Firoozah, verdween spoorloos in de menigte, Marziyeh zit achter de kassa van een themapark, en Hassan verdronk op de vlucht in een ijskoude grensrivier. De personages zijn gebaseerd op de novelle Classmates van Hossein Abkenar.

 

Intersecting Memories

Intersecting Memories
Intersecting Memories is de meest indringende van de drie openingsdocu’s. De Palestijnse Shayma’ Awawdeh was zes jaar bij het begin van de Tweede Intifada (2000-2005), de opstand tegen de Israëlische bezetting van de Westbank. Twintig jaar na dato vindt ze een doos met oude video’s, die haar herinneringen aanwakkeren. Ze weet nog dat ze jarig was, ze had haar mooiste bloesje aan, leuke strik in het haar en door een kier ziet ze in de keuken de verjaardagstaart, terwijl Israëlische soldaten door het huis banjeren. Op haar eerste schooldag moet ze haar papieren laten zien aan jonge melkmuilen van soldaten. We zien de beelden van stenen gooiende jongetjes, die hardhandig worden opgepakt, roadblocks met veel prikkeldraad, explosies bij gebouwen, lijken onder het puin en aangrijpende rouwceremonies, zoals tegenwoordig zo bekend van Gaza.

Langzaam maar zeker wordt Bab a-Zawiyah, het centrum van Hebron, ingenomen door Israël. Er vestigen zich honderden kolonisten die beschermd moeten worden door het Israëlische leger. Constant is de vraag wat ze er tegen kunnen doen: hardhandig verzet plegen dat even hardhandig wordt aangepakt, of lijdzaam toekijken wat evenmin tot resultaat leidt?

Awawdeh draagt de film op aan haar moeder die zegt dat ze een slecht geheugen heeft maar eigenlijk niet meer zo veel aan die nare tijd herinnerd wil worden. Aan het slot verschijnen de ijskoude cijfers, de extra hoeveelheid bezet gebied, de duizenden verwoeste huizen, de eveneens duizenden nieuwe checkpoints plus de minstens zo grote aantallen Palestijnse gevangenen, doden en gewonden. Intersecting Memories is een sterke prequel op de tientallen Palestijnse films waarin we zien dat het allemaal ontelbare malen erger geworden is.

 

happiness

happiness
In happiness, de minste van de drie, maakt de in Amsterdam wonende Turkse regisseur Firat Yücel ons deelgenoot van zijn grote slaapprobleem vanwege alle ellende in de wereld tegenwoordig. Zestien uur per dag scrollt hij over zijn telefoon, en in dagboekfragmenten van november ’24 tot mei ’25 vertrouwt hij ons zijn gedachten toe. Het zijn over het scherm buitelende berichten over Palestina, Congo, Soedan, Libanon. Hij appt daar uitgebreid over met vrienden elders in de wereld die ook last van slapeloosheid hebben en bediscussieert de werking van slaap en stemming verbeterende middelen, zoals Griffonia 5-HTP.

Hij is erg betrokken bij de Palestijnse zaak en laat beelden zien van de bezetting van de hal van het CS Amsterdam en de fiks uit de hand lopende protesten op de UvA waar hij vooral het in zijn ogen buitensporig geweld van de ME aan de kaak stelt. Yücel draait een beetje dol in zijn activisme vanuit zijn bed. Hij poneert de onbewezen stelling dat Anne Frank gehuild zou hebben als ze deze genocide gezien zou hebben. Als hij vanuit zijn raam politie te paard op straat filmt, maakt hij de curieuze opmerking dat de wapenschilden van de agenten zijn gemaakt van materiaal uit de voormalige Nederlandse kolonies. Maar het meest ergerlijke naast de warrige verhaallijn zijn de razendsnel uit het scherm vliegende beelden; je krijgt geen seconde rust om te kijken, laat staan te lezen wat er nu eigenlijk staat.

Wat mij betreft mag de traditie van goede openingsfilm weer in ere hersteld worden. Ik had liever 2000 Metres from Adiivka gezien, opvolger van de Oscar-winnende 20 Days in Mariupol, of een film als Coexisting My Ass, met een bijzondere kijk op het Israël-Palestina conflict. Maar een keus uit de onvolprezen rubriek 33 Tips voor IDFA zou ook op zijn plaats geweest zijn. 

As I Lay Dying en Intersecting Memory maken deel uit van het programma Shorts: Flashbacks to the Present. happiness is onderdeel van Shorts: All Eyes On….

 

13 november 2025

 

IDFA 2025 – Deel 2: Rusland/Oekraïne
IDFA 2025 – Deel 3: Portretten
IDFA 2025 – Deel 4: Natuur en milieu
IDFA 2025 – Deel 5: Humor en ander leed in Palestina
IDFA 2025 – Deel 6: (Auto)biografische films
IDFA 2025 – Deel 7: Punk, Funk, Jeff en Marianne
IDFA 2025 – Deel 8: Experimenteel
IDFA 2025 – Deel 9: Drie momenten van chaos

 


MEER FILMFESTIVAL

Springsteen: Deliver me from Nowhere

***
recensie Springsteen: Deliver me from Nowhere
Kantelpunt in carrière The Boss

door Jochum de Graaf

Is Nebraska, het zesde album van Bruce Springsteen dat september 1982 werd uitgebracht, een vergeten meesterwerk of een losse flodder? De meningen lopen ook heden ten dage nog uiteen. Vast staat wel dat het album een kantelpunt in de carrière van The Boss markeert.

Najaar ’81 had hij na het succes van het album The River zijn eerste wereldtournee achter de rug. Zijn platenmaatschappij verwacht dat Springsteen nu met een knaller van een opvolger komt die voor eens en voor altijd zijn wereldroem zal vestigen.

Springsteen: Deliver me from Nowhere

E Street Band
In eerste instantie is hij uiterst productief en schrijft in korte tijd een kleine negentig nummers. Van groot belang is eind ’81 de aankoop van een Portastudio 144, een Japanse vinding in de vorm van een cassetterecorder met ingebouwd mixertje die het mogelijk maakt meersporenopnamen te maken. Tot dan was die techniek – sinds de beginjaren van The Beatles de norm in de popmuziek – alleen mogelijk in dure studio’s.

Maar Springsteen heeft door allerlei verwikkelingen rond de E Street Band met onder andere de solocarrière van gitarist Steve van Zandt last van de tol van de roem en besluit zich een tijdje terug te trekken. Hij huurt een huis in Colts Neck, de Portastudio gaat mee. Daar op het platteland van New Jersey kan hij redelijk onder de radar blijven. In de Stone Pony zingt hij spontaan mee in een coverbandje: John Lee Hookers Boom Boom en Little Richards Lucille. Hij knoopt een relatie aan met alleenstaande moeder Faye die geen weet heeft van zijn roem en zijn huwelijksaanzoek afwijst.

Gewelddadige vader
Alleen in het donkere huis leest hij verhalen van Flannery O’Connor, rijdt af en toe naar zijn vervallen en verlaten ouderlijk huis in Freehold, gaat naar de bioscoop voor Night of the Hunter (Charles Laughton, 1955) en kijkt herhaaldelijk naar Terrence Malicks Badlands (1973). Het brengt hem in  een wereld van getormenteerde individuen die soms als gevolg van maatschappelijke verwikkelingen op gruwelijke wijze ontsporen.

Regisseur Scott Cooper (o.a. Crazy Heart en Black Mass) verbindt ook de verwerking van een jeugdtrauma met een gewelddadige vader aan het verhaal. Deliver me from Nowhere begint met sterke zwart-witbeelden in Freehold, 1957. De dan achtjarige Bruce stapt in de auto van zijn moeder om zijn dranklustige vader Dutch uit het café te halen. Later die avond stormt de gewelddadige de kamer van Bruce binnen, woedend omdat hij een tik met een honkbalknuppel kreeg van Bruce die zijn moeder in bescherming wou nemen. Met wat lukrake flashbacks wordt die verhaallijn met uiteindelijke verzoening in de laatste dagen van Dutch in het verzorgingstehuis door de film gestrooid.

Springsteen: Deliver me from Nowhere

Nebraska
Terug in de bewoonde wereld gaat Springsteen weer in de weer met het vele materiaal dat hij heeft liggen. Maar hij is nog lang niet tevreden dat dat een volwaardige opvolger van The River zal opleveren. Bovendien zit hij nog helemaal in de Colts Neck-modus en besluit om met weinig promotie een soort tussenalbum uit te brengen. Met behulp van geluidstechnicus Toby Scott slaagt hij er in de Portastudio-demo’s te masteren.

In eerste instantie heet het album Starkweather naar de seriemoordenaar die de inspiratie vormde voor Badlands. In de ingetogen nummers zijn de teksten vooral geïnspireerd op de verhalen van Flannery O’Connor met begrip voor levensechte personen die soms verschrikkelijke daden begaan.

Nebraska is de opmaat voor het legendarische Born in the USA die Springsteens status als absolute superster zou vestigen. In de woorden van de helaas te vroeg overleden Oor-recensent Geert Henderickx: ‘Een tussendoortje dat de honger niet stilt maar de eetlust niet bederft.’

Vertolkingen
Als altijd bij zo’n biopic let je vooral op de vertolking van de hoofdrol. Jeremy Allen White, die een uitgebreide studie van stem en stijl van Springsteen maakte, brengt het er redelijk van af. Hij kreeg lof van The Boss zelf, maar in The Bear acteert hij veel sterker. Hetzelfde geldt voor Jeremy Strong, die als manager Jon Landau de hijgerige platenbonzen op afstand houdt. Kendall Roy in Succession en advocaat Roy Cohn in The Apprentice zijn aanmerkelijk sterkere karakterrollen. Ook bij Stephen Graham als vader Dutch dwalen de gedachten steeds af naar zijn imponerende optreden als de invoelende vader wiens leven op zijn kop wordt gezet in de successerie Adolescence. Dat doet afbreuk aan een verder redelijk geslaagde film.

Op 17 oktober verscheen een uitgebreide editie van Springsteens album Nebraska uit 1982. Nebraska ’82: Expanded Edition bevat het originele album, geremasterde versies en nieuwe tracks.

 

20 oktober 2025

 

ALLE RECENSIES

The Grand Budapest Hotel (2014)

The Grand Budapest Hotel (2014)
Toonbeeld van vergane glorie

door Jochum de Graaf

Hoog op een heuvel van het kuuroord Nebelsblad, in het Midden-Europese land Zubrowka, staat het Grand Budapest Hotel. Ooit, voor de oorlog, was het met de gracieuze entree en de weelderig ingerichte vertrekken een toevluchtsoord voor de mondaine Europese elite. Het is nu met afgebladderde gevel en veel leegstand een toonbeeld van vergane glorie.

Dat nu is gesitueerd in 1985. De film begint met een beroemd schrijver die vertelt over de ontstaansgeschiedenis van zijn boek The Grand Budapest Hotel. We gaan vervolgens terug naar 1968 wanneer de dan nog jonge schrijver de voormalige piccolo Zero Moustafa ontmoet. Die belooft hem het échte verhaal van het hotel te vertellen, om dan in 1932 te belanden waarin de hoofdplot van de film zich afspeelt.

Het verhaal van The Grand Budapest Hotel is een verhaal-binnen-een-verhaal-binnen-een-verhaal. Je zou het ook een raamvertelling met nog een paar raamvertellingen daaronder kunnen zien.

The Grand Budapest Hotel

Verdwenen schilderij
De centrale personages zijn Monsieur Gustave, de Conciërge, de man die ervoor zorgt dat alles in het hotel op rolletjes loopt, en Zero Moustafa, een met een fijn potloodsnorretje uitgeruste oorlogswees die ergens uit de Arabische wereld komt en door Gustave onder zijn hoede genomen wordt. Gustave is vermaard vanwege zijn uitstekende service, in het bijzonder de verzorging van rijke bejaarde vrouwelijke gasten, zoals de 84-jarige Céline Villeneuve Desgoffe und Taxis, ofwel Madame D.

Wanneer zij onder verdachte omstandigheden dood wordt aangetroffen in haar kamer, reizen Gustave en Zero naar haar landgoed waar het testament bekend zal worden gemaakt. Als blijkt dat het pronkstuk uit haar kunstcollectie renaissancetopstuk Jongen met appel van schilder Johannes van Hoytls verdwenen is, richten de verdenkingen zich op haar geheime minnaar Gustave.

Foto: Brigitte LacombeGustave en Zero verdonkeremanen het schilderij, Gustave wordt gearresteerd en Zero beraamt met vriendin Agatha, geholpen door een netwerk van conciërges uit heel Europa, de ‘Society of the Crossed Keys’, en achtervolgd door een brute huurmoordenaar, een plan om hem vrij te krijgen.

De zoektocht naar het schilderij leidt tot achtervolgingen die aan Buster Keaton doen denken. Bij de treinreizen is het alsof je in een Agatha Christie-complot verzeild bent geraakt. Wes Anderson schakelt moeiteloos heen en weer tussen een thriller, oorlogsfilm, gevangenisfilm en vooral een romantische komedie.

Melancholische ode
Anderson werd bij het schrijven geïnspireerd door Stefan Zweig en diens herinneringen in Die Welt von Gestern, over de culturele vrijheid in het Wenen van voor de oorlog die door het opkomende fascisme om zeep werd geholpen. In het vooroorlogse Zubrowka verenigen de fascisten zich in de ZZ.

In de scènes in de jaren zeventig en tachtig zie je hoe het hotel langzaam maar zeker teloor is gegaan aan de onachtzaamheid voor grandeur en bourgeois luxe in het naoorlogse Oostblok. Het is daarmee een melancholische ode aan de vergankelijkheid van een wereld die niet meer bestaat.

The Grand Budapest Hotel

The Grand Budapest Hotel wordt wel als Wes Andersons beste film beschouwd, beloond met vier Oscars: muziek, design, kostuumontwerp en make-up. De geweldige decors trekken de aandacht, de schilderijen van Madame D, de kleurrijke taartjes van meesterbanketbakker Mendl, de kabelbaan van Nebelsbad, en natuurlijk het in miniatuur nagebouwde hotel waar indertijd een aparte uitgebreide website aan werd gewijd.

En er is het sterke ensemble aan topacteurs. Ralph Fiennes als Monsieur Gustave, Tony Revolori als de jonge Zero Moustafa, F. Murray Abraham als de oudere Zero en verteller, Willem Dafoe als de sinistere schurk Jopling en Jeff Goldblum als de vileine advocaat Deputy Kovacs.

En natuurlijk niet te vergeten Tilda Swinton. Ze zat voor de opnamen vijf uur in de make-up voor haar briljante bijrol als de licht geschifte Madame D om wier erfenis de plot draait.

The Grand Budapest Hotel is te zien in Eye.

 

19 oktober 2025

 

THEMAMAAND TILDA SWINTON

One to One: John & Yoko

****
recensie One to One: John & Yoko
Indringend tijdsbeeld van het Amerika van begin jaren zeventig

door Jochum de Graaf

Eind augustus 1971 vestigen John Lennon en Yoko Ono zich vanuit hun landgoed Tittenhurst bij Ascot, Berkshire in een tweekamerappartement in de New Yorkse wijk Greenwich Village. Ze leven helemaal op na de hectische periode met het uiteenvallen van The Beatles. Die Village-periode begint met veel tv kijken, volgens Lennon ‘het venster op de wereld’. Zo leren ze het Amerika van begin jaren zeventig, het eind van de flower power en de opkomst van de protestgeneratie, kennen.

We kijken mee naar actualiteitenrubrieken met veel Nixon, het bezoek aan China, de aanslag op de rechtse presidentskandidaat George Wallace, vliegtuigkapingen, optredens van John in talkshows als die van Mike Douglas, zijn ontmoetingen met vooraanstaande activisten als Jerry Rubin, dichter-filosoof Allen Ginsberg, opnamen van primal scream sessies, de terugkeer uit ballingschap van Charlie Chaplin, de dan nog nieuwe avondvullende spelshows, maar ook tv-reclames, voor Ragu en nieuwe producten als Tupperware.

One to One: John & Yoko

Politiek actief
Het is ook de periode waarin Lennon meer en meer politiek actief begint te worden. Hij speekt zich fel uit voor de opheffing van anti-homowetten en tegen de Vietnamoorlog: ‘stop the bombing’. Lennon komt op de radar van de inlichtingendiensten. Een verblijfsvergunning laat op zich wachten, Lennon wordt als staatsgevaarlijk gezien, zijn telefoon wordt afgeluisterd. Hij is zich daarvan bewust en besluit zelf ook de telefoongesprekken op te nemen. 

One to One is mooi van vorm en montage. Aan de hand van videofragmenten met die telkens in- en uitfadende spikkelbeelden ontstaat een indringend tijdsbeeld van het Amerika van begin jaren zeventig. En we zien en horen kunstig in beeld getypte fragmenten uit de opgenomen telefoongesprekken. Yoko beklaagt zich dat ze door fans en pers gezien wordt als de schuldige aan het einde van The Beatles. Ze wordt bedreigd, is een ‘kut-Jap’ en weet ik niet al wat.

John belt veel met manager Allen Klein, de gladde advocaat die hij aan de andere Beatles voorstelde om manager te worden. Het conflict daarover – Paul McCartney sprak zijn veto uit – dat niet in de film aan de orde komt, was de werkelijke oorzaak van het einde van The Beatles.

Een van de eerste acties is voor de vrijlating van John Sinclair, de manager van de Amerikaanse protopunkband MC5, die vanwege het bezit van twee joints een gevangenisstraf van tien jaar moet uitzetten. Lennon schrijft Attica Blues, zingt het op de John Sinclair Freedom Rally en ziet dat hij onder die grote publieke druk wordt vrijgelaten.

One to One: John & Yoko

John en Allen Klein overleggen over het druistige idee voor een Free the People Tour, waarmee uit de opbrengst nog meer militante activisten vrijgekocht zouden kunnen worden. Maar ze moeten dit idee al snel vanwege ernstige bedreigingen loslaten. Lennon ziet dan een tv-documentaire over de hemeltergende omstandigheden waarin geestelijk gehandicapte kinderen moeten leven in Willowbrook, Staten Island, een van de grootste inrichtingen ter wereld. Hartverwarmend is het bezoek van John en Yoko aan die New Yorkse staatsschool. Ze besluiten een benefietconcert te doen, het One To One-concert uit de filmtitel.

Eerste grote concert na The Beatles
30 Augustus 1972 staan John, Yoko en The Elephants Memory Band in Madison Square Garden. Het is het eerste grote concert voor Lennon sinds het uiteenvallen van The Beatles en zou later blijken ook het laatste te zijn. Lennon in topvorm zingt Come TogetherInstant KarmaHound DogCold Turkey en Imagine. In de grote finale Give Peace A Chance, massaal meegezongen door de zinderende zaal, komt Stevie Wonder er nog aan te pas. Maar alleen al de hartenkretende uitvoering van Mother maakt de film zeer de moeite waard. 

One to One: John & Yoko is een geweldig tijdsdocument over een wat onderbelichte periode van het leven van de grootste rockster aller tijden.

 

8 oktober 2025

 

ALLE RECENSIES

Andrea Bocelli: Because I Believe

**
recensie Andrea Bocelli: Because I Believe
Mooie beelden en geluiden, maar oppervlakkig portret

door Jochum de Graaf

Andrea Bocelli bereidt zich voor op een optreden in de Thermen van Caracalla, Rome. Het is voor hem een extra speciale locatie omdat hier in 1990 het legendarische concert van de Drie Tenoren – Luciano Pavarotti, Plácido Domingo en José Carreras – plaatsvond, een event dat een tv-publiek van 800 miljoen trok. Voor Bocelli was het een enorme inspiratie voor zijn carrière als operazanger. Op zekere dag wilde hij daar zelf staan en nu, juni 2023, is het zover.    

‘Realiseer je je’, zegt Bocelli tegen zijn collega Massimo Cavaletti ‘dat morgenavond, als ik hier sta te zingen, mijn team Inter in de finale van de Champions League staat? Dat gebeurt maar eens in de zoveel tijd. Ik denk er over om de wedstrijd te volgen via een oortje terwijl ik sta te zingen.’

Natuurlijk komt hij niet met een oortje in het podium op, maar tussen de bedrijven door volgt hij de wedstrijd op de voet, die voor Inter op een deceptie uit zal lopen, Manchester City wint met 1-0. Dat Bocelli absoluut niet tegen zijn verlies kan, laat hij het publiek niet merken. Uiterst professioneel volbrengt hij het concert.

Andrea Bocelli: Because I Believe

Levensverhaal
Because I Believe
vertelt Andrea Bocelli’s levensverhaal, zijn jeugd op het geliefde platteland van Toscane, de jaren op een kostschool. Hij werd geboren met glaucoom, een oogaandoening waardoor hij steeds minder ging zien. Toen hij 12 was, verloor hij definitief het zicht door een ongelukkige voetbal op zijn oog. Bocelli stortte zich op de muziek, leerde zichzelf pianospelen, ontwikkelde zijn geweldige stem en trad jarenlang op in pianobars waar hij zichzelf begeleidde met een repertoire van populaire rocksongs met af en toe een uitstapje naar opera.

De ontdekking door Luciano Pavarotti, die diep onder de indruk was van een demotape, leverde hem zijn eerste platencontract op. Zijn absolute doorbraak kwam met het nummer  Time to Say Goodbye (Con Te Partiro), het geweldige duet dat hij met Sarah Brightman zong. De beelden van de huilende Duitse profbokser Henry Maske bij zijn afscheid en dan Time to Say Goodbye gingen de hele wereld over en maakten van Bocelli in een klap een superster.

Van duetten naar opera
Bocelli maakt de sprong naar de meest gerenommeerde concertzalen en podia: van Madison Square Garden tot Pompeï, en treedt toe tot de jetset van de allegrootsten. Later in de film zien we even zo succesvolle duetten met zangeressen als Céline Dion, Jennifer Lopez en Dua Lipa. En de enige grote Italiaanse rockster Zucchero komt uitgebreid aan het woord over hun samenwerking in de jaren voor Bocelli naar zijn grote liefde opera overstapt.

Zoals bij veel blinden ontwikkelde Bocelli door zijn visuele handicap andere zintuigen – tast, reukzin, gehoor – en oefent zich in echolocatie: een techniek waarbij je net als vleermuizen door middel van klikgeluiden je positie kunt bepalen en je vrij van obstakels kunt bewegen. Het stelt Bocelli in staat bijna als een niet-gehandicapt mens te leven. Hij kan zijn grote passie voor paardrijden uitoefenen en we zien hem naast zijn vrouw op een kaarsrechte weg een heel eind fietsen. En hij kan behalve blindschaken ook heel goed de stukken over het bord bewegen.

Andrea Bocelli ziet er altijd goed gestileerd uit, nu en dan getrimd baardje, dan weer gladgeschoren, altijd volgens de laatste mode gekleed, steevast een zonnebril op, in alle opzichten een Italiaans stijlicoon.

Andrea Bocelli: Because I Believe

Geen diepgang of hogere betekenis
Van een film die door de hoofdpersoon zelf en zijn naasten geproduceerd is, valt geen kritische, dramatisch doorwrochte documentaire te verwachten. Pas op twee derde van de film komt er iets van spanning als de crisis in zijn leven ter sprake komt: de scheiding van zijn eerste vrouw. Zijn twee volwassen zonen verschijnen kort in een scène waarin Bocelli schitterend duetteert met Ed Sheeran. Maar het feit dat Bocelli zijn gezin in de steek heeft gelaten, wordt niet meer dan aangestipt.

Bocelli heeft zijn leven dankzij tweede vrouw Veronica, in alles zijn rechterhand en co-producer van de film, meer dan goed op de rails. Met hun vroeg oude en tamelijk over het paard getilde dochter Virginia van dertien zingt hij een fraai duet: Leonard Cohens Hallelujah.

De film is technisch knap gemaakt door regisseur Cosima Spender. Mooie beelden, mooie geluiden. Wanneer je van Bocelli’s geweldige stem houdt, kom je goed aan je trekken. Maar enige diepgang of hogere betekenis zit er verder niet achter.

 

21 september 2025

 

ALLE RECENSIES

Put Your Soul on Your Hand and Walk

****
recensie Put Your Soul on Your Hand and Walk
Aangrijpend monument voor Palestijnse fotojournalist

door Jochum de Graaf

Hoe actueel kan een documentaire zijn? Een dag nadat Put Your Soul on Your Hand and Walk half april dit jaar voor Cannes geselecteerd werd, kwam hoofdpersoon, fotografe Fatma ‘Fatem’ Hassona, samen met zes familieleden om het leven bij een Israëlisch bombardement in het noordwesten van Gaza.  

Anderhalve week voordat de documentaire in de bioscoop ging draaien, verschenen de laatste foto’s van Mariam Abu Dagga, eveneens fotografe in Gaza, in de media. Ze had zich maandag 25 augustus naar het Nasserziekenhuis in Khan Younis gehaast om verslag te doen van het zoveelste Israëlische bombardement. Dagga was een van de vijf Palestijnse journalisten die toen werden gedood.

Put Your Soul on Your Hand and Walk

Journalist in Gaza is een dodelijk beroep
De aftiteling van Put Your Soul vermeldt dat er sinds het begin van de oorlog, 7 oktober 2023, 211 journalisten, waarvan 28 vrouw, zijn omgekomen, het hoogste aantal ooit in een gewapend conflict. Inmiddels zullen er weer ettelijke slachtoffers bijgekomen zijn. In een gecoördineerde actie gingen op 1 september honderden media over de hele wereld ‘op zwart’. De Volkskrant publiceerde foto’s van omgekomen journalisten rond het bericht ‘Journalist in Gaza is een dodelijk beroep’; de NRC had een compleet zwarte voorpagina met de tekst ‘Zonder verslaggevers gaat het beeld uit Gaza op zwart’.

Put Your Soul on Your Hand and Walk beslaat een periode van een klein jaar. De Iraanse filmregisseur Sepideh Farsi (The Siren, 2023) had april 2024 het misschien wat naïeve idee om naar de Gazastrook te gaan en het alledaagse leven onder het Israëlische beleg vast te leggen, maar ze wordt onder de militaire perscensuur niet toegelaten.

Videogesprekken tussen de vernietiging
Ze komt in contact met de jonge fotojournaliste Fatem Hassona in Gaza-stad en bouwt door middel van videogesprekken een warme vriendschapsband met haar op. Die vorm waarbij ze met haar smartphone filmt hoe ze Fatma op haar smartphone probeert te bereiken, werkt sterk. Farsi’s mobiel doet het altijd en overal, Fatem moet vrijwel steeds op zoek naar een nieuwe plek waar ze toevallig internet heeft. Als ze geluk hebben, kunnen ze een paar minuten met elkaar praten, maar vaak wordt de verbinding meerdere keren verbroken of hebben ze een aantal dagen geen contact.

Sepideh Farsi is veel onderweg, reist de wereld over voor de promotie van haar film en meldt zich dan vanuit Italië, Canada, Marokko, waar ze wat besmuikt over vertelt. En telkens is de vraag ‘waar ben je?’, waarop Fatem steevast antwoordt: ‘ik ben thuis’. Zij wordt een aantal keren gedwongen te verkassen maar zelfs met alle vernietiging en verwoesting om haar heen, Gaza blijft haar thuis. Al droomt ze soms weg van Gaza over een toekomst waarin alle geweld en onmenselijke ontberingen allemaal achter de rug zullen zijn. Indrukwekkend de manier waarop ze Sepideh probeert te troosten als die haar onvermogen uit om Fatem en de Gazanen te kunnen helpen. ‘Het is genoeg dat je naar me luistert’, zegt Fatem. ‘Ik ben zo blij dat ik hier ben en ik ben zo blij dat je naast me staat.’

Put Your Soul on Your Hand and Walk

‘We zullen lachen en leven’
De vele haperende videogesprekken worden afgewisseld met live tv-beelden van de heftige gebeurtenissen op het strijdtoneel die ook dagelijks bij ons in de huiskamer binnenkomen. Ze kunnen elkaar soms niet verstaan vanwege de helikopters en drones die boven Fatems hoofd vliegen, de bommen die op hoorbare afstand vallen. Fatem richt de camera van de telefoon op zeker moment op een rookkolom vlak naast de zoveelste plek waar ze tijdelijk onderdak heeft. Een minuut geleden stond daar nog een druk bewoond flatgebouw.

Belangrijk en indrukwekkend de foto’s van Fatem zelf die ze van het haast ondraaglijke leven van alledag in Gaza maakte. Palestijnen die gelaten, zorgelijk in de camera of juist naar het verre niets kijken, nog iets van waardigheid proberen hoog te houden tussen de puinhopen, het hoog opgestapelde verwrongen staal en beton, de achtergrond van de langzaam maar zeker instortende stad. Onwaarschijnlijk en surreëel hoe ze daarin slaagde tussen alle bombardementen door. ‘Taking photos in Gaza is like putting your soul on your hands and walking the streets’, zegt ze tegen Farsi.

Meest aangrijpend is die glimlach, die onweerstaanbare glimlach van de fotogenieke Fatem die je voorgoed bij blijft. Ondanks dood en verderf om haar heen, brengt ze haar nieuws en informatie met een bijna stralend gezicht over, in een poging positief te blijven, zelfs in de meest onmenselijke omstandigheden. Als ze gevraagd wordt waar ze de moed vandaan haalt, is de aangrijpende, indrukwekkende reactie: ‘Het maakt niet uit of ze ons doden, we zullen lachen en leven.’

 

3 september 2025

 

ALLE RECENSIES