Great Dictator, The

The Great Dictator (1940)
Joodse kapper met geheugenverlies

door Jochum de Graaf

In aanmerking genomen dat The Great Dictator de eerste geluidsfilm van Chaplin is, dat hij het scenario in 1938/39 schreef en dat de film in mei 1940 in New York in première ging op een moment dat de ergste verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog nog moesten komen, is de genialiteit van Chaplin het beste te beschrijven aan de hand van een aantal iconische scènes uit de film.

Allereerst is er de taal, beter nog het gebruik van taal en het taalgebruik. Als dictator Adenoid Hynkel van het imaginaire land Tomania – gemodelleerd naar Adolf Hitler en nazi-Duitsland – steekt Chaplin een donderende speech voor een grote schare idolate aanhangers af: een combinatie van nagebootste Duits/Jiddisch/Katzenjammer-keelklanken, ‘frie sprekken sjtoonk’ , vrij vertaald ‘vrijheid van meningsuiting stinkt’. Na de speech wordt Hynkel per ongeluk door oorlogsminister Herring (Goering) omvergeduwd en belandt onderaan de trap. Herring moet dat natuurlijk beboeten en terwijl Hynkel de batterij aan medailles en andere eretekens van zijn uniform rukt, krijgt hij een enorme scheldkannonade over zich: ‘Straff! Straff da fluten flavin, da tjiezen krekken! Booben, banana!

The Great Dictator (1940)

Pantomime en slapstick
Maar ook in scènes zonder taal betoont Chaplin zich weer de grote meester van pantomime en slapstick. Op de tonen van Wagners Lohengrin, Hitlers favoriete opera, voert Hynkel een sierlijk, verleidelijk ballet met een wereldbol uit, symbool van zijn maniakale droom om de heerschappij over de wereld te krijgen. Net op het moment dat hij denkt die binnen bereik te hebben, zijgt de globe als een zeepbel ineen. Het is een scène die zich met de beste uit de tijd van de stomme film kan meten.

Het staatsbezoek van de dictator van het naburige Bacteria, Benzini Napaloni (Jack Oakie), overduidelijk naar Mussolini gemodelleerd, is een aaneenschakeling van hilariteit. De ontvangst op het station met het telkens moeten verplaatsen van de rode loper, de begroeting met de rechterarm gestrekt omhoog of overdwars waardoor ze elkaar bijna om de oren slaan, dat haantjesgedoe als ze met zijn tweeën naast elkaar in kappersstoelen zitten en om de beurt hun stoelen omhoog krikken om toch op de ander neer te kunnen kijken.

En er is de bijzondere scène in het getto waarin vijf mannen in een taartje moeten bijten nadat hen is verteld dat degene die een muntstuk vindt, is aangewezen om Hynkel te vermoorden. Geen van hen wil de munt vinden en er wordt vals gespeeld, het is te leuk om de uitkomst te verklappen.

Nazi-Duitsland
Het navertellen van de plot is weinig zinvol; van belang is dat Chaplin een dubbelrol vervult. Naast dictator Hynkel speelt hij een Joodse barbier, die met geheugenverlies uit de Eerste Wereldoorlog is teruggekeerd, een rustig leven in het getto probeert op te bouwen, maar door persoonsverwisseling in de positie komt om de dictator voor gek te zetten.

Dat spel met die twee totaal verschillende types die als twee druppels water op elkaar lijken, verschaft Chaplin de mogelijkheid om de opkomst van Hitler en de nazidictatuur zo geniaal te ontmaskeren.

De levens van een van de meest geliefde en van een van de meest gehate personen uit de wereldgeschiedenis vertonen een paar opmerkelijke overeenkomsten. Chaplin werd in april 1889 vier dagen voor Adolf Hitler geboren. Beiden kenden een moeilijke jeugd. Hitler was bekend met het werk van Chaplin, er gaat een hardnekkig gerucht dat hij zijn kenmerkende snorretje ontleende aan ‘The Tramp’. Hij had een aantal films van Chaplin gezien en uit onderzoek na de oorlog is komen vast te staan dat Hitler, terwijl de film in bezet Europa streng verboden was, waarschijnlijk twee keer The Great Dictator gezien heeft, zonder dat we weten wat hij ervan vond, helaas.

Chaplin heeft de opkomst van Hitler en nazi-Duitsland bijzonder goed bestudeerd en geanalyseerd. Behalve de briljante persiflage op Hitler in woord en gebaar, zijn maniertjes, zien we het leven in het getto, er is een aantal referenties aan de Kristallnacht, het bestaan van concentratiekampen wordt genoemd, en meest bijzonder is de wetenschapper die het kantoor van Hynkel binnenstormt en geëxalteerd uitroept dat er een ‘most wonderful, most marvellous’ gifgas ontdekt is ‘that will kill everybody’. Let wel, Chaplin schreef het script in 1938/39 toen de ergste verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog nog moesten komen en de omvang van de holocaust nog nauwelijks gestalte had gekregen.

The Great Dictator (1940)

Slottoespraak
En dan is er de apotheose, de bijna vijf minuten durende Final Speech. Volgens sommigen doet deze slottoespraak met zijn geëngageerd beroep op medemenselijkheid, de rede afbreuk op het voorgaande en toegegeven het is ook een stijlbreuk, geen tijd meer voor comedy, ironie of satire. Het lijkt ook wat knullig dat in eerste aanleg Hynkel de toespraak zal houden en bij nader inzien de Joodse barbier achter de microfoon plaatsneemt.

Maar langzaam wordt het beeld ontdaan van alle randverschijnselen, het publiek verdwijnt uit beeld, de entourage verdwijnt naar de achtergrond en de camera komt in close-up uit op zijn gezicht. Het is uiteindelijk Chaplin zelf die de gloedvolle woorden uitspreekt die vandaag net zo relevant zijn als in 1940, helaas.

Dictators free themselves but they enslave the people! Now let us fight to fulfill that promise! Let us fight to free the world – to do away with national barriers – to do away with greed, with hate and intolerance. Let us fight for a world of reason, a world where science and progress will lead to all men’s happiness. Soldiers! in the name of democracy, let us all unite!

Je zou Chaplin met terugwerkende kracht er de Nobelprijs voor de Vrede voor geven.

 

14 oktober 2021

 

THEMAMAAND CHARLIE CHAPLIN

Nr.10

****
recensie Nr.10

Mysterie ontrafeld met unieke Van Warmerdam-aanpak

door Jochum de Graaf

Nr.10 is de tiende film van Alex van Warmerdam. De vraag is of deze tiende aflevering tevens het hoogtepunt van zijn rijke oeuvre is en misschien wel het laatste afrondende hoofdstuk.

Voor Alex van Warmerdam zou het publiek het liefst zo onbevangen mogelijk zijn nieuwe film Nr.10 moeten gaan zien. Daarom het vriendelijke doch dringende verzoek (hij overwoog zelfs een schriftelijke verklaring ter ondertekening af te dwingen) aan de recensenten om geen spoilers te geven. En in interviews geeft hij aan niet over de betekenis van zijn werk te kunnen praten, hij slaat dan dicht. Je kunt dit af doen als humbug: een afleidingsmanoeuvre om de publiciteit rond de film op te voeren.

Nr.10

Warrig maar samenhangend
Wanneer je Nr.10 zou willen beschrijven – met de vele afwisselende scènes, de sterk wisselende locaties, de nodige plotwendingen – zou je een nogal warrig verhaal krijgen. Maar de film hangt onmiskenbaar samen. Hij begint als een film over theater, een klein theatergezelschap repeteert voor een nieuwe voorstelling. Acteur Marius (Pierre Bokma) kan zijn teksten niet onthouden, omdat naar eigen zeggen zijn vrouw ernstig ziek is, maar bij thuiskomst blijkt daar maar weinig van. Hij heeft vooral een moeizame relatie met tegenspeler Günther (Tom Dewispelaere): er ontspint zich een machtsspelletje wie de belangrijkste rol mag hebben. En op typisch Van Warmerdamse wijze worden de rollen en de handelingen omgedraaid, de scènes telkens opnieuw uitgevoerd. Volgens de moderne toneelopvatting van regisseur Karl (Hans Kesting) moeten ze het spelen van rollen loslaten en eenvoudigweg teksten uitspreken, het gaat niet langer om een toneelstuk, maar om het maken van een ‘collage zonder logica’.

Bij de uitvoering moet er een souffleur aan te pas komen, die door Günther met geweld uit het hokje wordt verdreven waarop hij vervolgens Marius met forse hamerslagen aan het podium vastnagelt. De reminiscentie met het christendom en met name de rooms-katholieke variant daarvan wordt verderop in de film nog verder uitgediept.

Bij het toneelgezelschap speelt ook nog een rol dat actrice Isabel (Anniek Pheifer) een relatie heeft met regisseur Karl, maar er ook een affaire met collega Günther op nahoudt. Na het spelen met toneelspel komt nu overspel aan de orde. Op zeker moment achtervolgt Karl Isabel op weg naar Günther, die op zijn beurt heimelijk gefilmd wordt door zijn dochter Lizzy (Frieda Barnhard), een tafereel dat wordt gadegeslagen door een raadselachtige overbuurman (Gene Bervoets) die we ook weer later in de film zullen tegenkomen. Enfin, van die dingen, volgt u het nog?

Twist
Dan krijgt de film een twist, waarover we verder dus niet meer veel over zeggen en volgen we Günther op zijn queeste naar het vinden van zijn afkomst. Lijkt Nr.10 in het eerste deel een thriller, met achtervolgingen, het elkaar schaduwen, nu krijgt de film sf-achtige trekjes, zonder uiteraard in de clichés van het genre te vervallen. Er ontvouwt zich een raadselachtig mysterie dat vervolgens met de unieke Van Warmerdam-aanpak volstrekt logisch wordt ontrafeld. En dat alles ingetogen in licht donkere kleuren gefilmd in het decor van de haven van IJmuiden, de oostelijke eilanden van Amsterdam, een zwaar katholiek klooster, een klein houten kerkje op een open plek in een diep donker Duits bos.

Nr.10

Adoptie, misbruik in de katholieke kerk, zendingsdrang, het willen verspreiden van het ware geloof, het eeuwige gedoe tussen mannen en vrouwen, de vraag waar we vandaan komen en waar we naartoe gaan, in Nr.10 krijgen we het mysterie van het leven weer op bijzondere wijze voorgeschoteld. Van Warmerdam laat het acteur Marius op voor hem kenmerkende wijze zeggen: ‘We zijn in de war om alles wat we zien en wat we krijgen toegefluisterd’ en parafraseert Vondel en Shakespeare op al even typische eigen wijze: ‘De wereld is geen schouwtoneel, ik zal u tonen wat u zien wilt, de stille, stille wereld waarin wij allen zijn geboren.’ En misschien vat de prelude van de film symbolisch zijn kijk op de wereld nog wel het beste samen: beelden van een woeste zee in slow motion afgedraaid.

Tijdreis door eigen filmgeschiedenis
35 jaar geleden stormde Alex van Warmerdam met Abel op verpletterende wijze de Nederlandse filmwereld binnen. Met De Noordelingen, De Jurk, Kleine Teun, Grimm, Ober, De Laatste Dagen van Emma Blank, zonder uitzondering als zeer geslaagde zwarte filmkomedies bestempeld, leek hij zich op den duur te herhalen. Met Borgman en vervolgens Schneider vs. Bax, films waarin hij nu eens niet een (hoofd)rol speelde, sloeg hij een nieuwe richting in. Nr.10 , waarin hij een soort tijdreis door zijn eigen filmgeschiedenis maakt, is een nieuw hoogtepunt en na Abel zijn beste film. Mocht Nr.10 inderdaad de laatste afrondende aflevering zijn, Van Warmerdam loopt tenslotte tegen de 70, dan is het ook wel mooi, heel bijzonder mooi geweest.

 

29 september 2021

 

ALLE RECENSIES

Veroordeling, De

****
recensie De Veroordeling

Aanklacht tegen mediacircus

door Jochum de Graaf

In de aftiteling staat het duidelijk: niets of niemand heeft een aanklacht ingediend of een proces aangespannen tegen de film. Maar aan publicitair rumoer zal het niet ontbreken rond De Veroordeling, de verfilming van het gelijknamige boek van Nieuwsuur-journalist Bas Haan over de geruchtmakende Deventer moordzaak die al meer dan twintig jaar de gemoederen bezighoudt.

De eveneens op het boek gebaseerde podcast De Deventer Mediazaak – een meer adequate benaming- dit voorjaar, leverde maar liefst 1,3 miljoen luisteraars op. De ondertitel van het boek, ‘het complot ontrafeld’ wordt in een ijzersterke verfilming meer dan waar gemaakt.

De Veroordeling

Gerechtelijke dwalingen
Hoe zat het ook alweer? September 1999 wordt de weduwe Wittenberg dood gevonden in haar woning in Deventer, omgebracht door verwurging en vijf messteken. Een jaar later wordt de fiscalist van de weduwe, Ernest Louwes, als dader aangemerkt en tot 12 jaar cel veroordeeld. Omdat er twijfels zijn over het bewijsmateriaal beslist de Hoge Raad dat er een revisie van het vonnis plaats moet vinden. Tot veler verrassing, niet in het minst van Louwes zelf, wordt de veroordeling op grond van nieuw DNA-onderzoek echter bekrachtigd en moet Louwes na nog een keer hoger beroep vanaf februari 2005 zijn straf uitzitten.

Het is vooral de ironische scène in de rechtbank: Louwes die de rechter toeroept dat zij maar doorgaat met die beschuldigingen, weigert mee te gaan en uiteindelijk door potige parketwachters wordt afgevoerd. Voor velen, in eerste aanleg ook onderzoeksjournalist Bas Haan, het bewijs van zijn onschuld. Het zijn de jaren van de gerechtelijke dwalingen, de Puttense Moordzaak, de zaak Lucia de B, de Schiedammer Parkmoord, waar veelal door de niet aflatende inzet van de diep betreurde Peter R. de Vries Wilco de V en Herman du B, Cees B en ook Lucia de B weer onder hun eigen achternaam kunnen functioneren.

Maurice de Hond
In de Deventer moordzaak gaat opiniepeiler Maurice de Hond zich echter met de zaak bemoeien. Louter op grond van zijn vermeende BN’erschap weet hij via de hoogste baas van het OM te bewegen tot nieuw onderzoek naar het bewijsmateriaal. Zo wordt onder het oog van vele camera’s het graf van de weduwe heropend, het moordwapen waarmee ze vermoord zou zijn en dat Louwes vrij zou pleiten, wordt evenwel niet gevonden. Maar De Hond onderneemt niet alleen fanatiek alles wat binnen zijn bereik ligt om de onschuld van Louwes aan te tonen, maar gaat nog een paar graden verder en wijst op eigen gezag de ‘klusjesman’ Michael de Jong als de echte dader aan. Nauwelijks gehinderd door kritische ondervraging mag hij die mening keer op keer in talkshows als Pauw & Witteman en DWDD ventileren, daarbij gebruikmakend van alle mogelijkheden die internet en sociale media met een horde aan toetsenbordridders hem bieden.

De Veroordeling

Het leven van de klusjesman en zijn vriendin verandert in een hel, ze worden uitgekotst door hun omgeving, hun honden worden vergiftigd, moeten verhuizen, raken hun baan kwijt. Ze zijn geen partij voor De Hond en zijn trawanten, maar nemen uiteindelijk toch de moedige stap hem aan te klagen. Na een civiele procedure wordt De Hond veroordeeld voor smaad en moet hij een voor Nederland recordbedrag aan smartengeld betalen.

Spannend
Het sterke aan De Veroordeling is dat ondanks de afloop bekend is de film tot het eind toe spannend blijft, stuk voor stuk worden de valse beschuldigingen van De Hond ontzenuwd. Fedja van Huet, hij speelde ook een rol in Lucia de B., zet inclusief vettig Brabants accent zeer geloofwaardig de omslag van Bas Haan van Louwes-gelovige tot onderzoeksjournalist à décharge van de klusjesman neer.

Ook in de andere rollen, met een sterk op Louwes gelijkende Mark Kraan, en gebruikmaking van het uitgebreide archief aan mediaoptredens van Maurice de Hond komt het werkelijkheidsgehalte van de film sterk naar voren. De Veroordeling is een soort combinatie van true crime en docudrama, het stelt niet alleen de werking van de media en het functioneren van de rechtsstaat aan de orde, maar is bovenal een aanklacht tegen het volkomen uit de rails gelopen mediacircus van dompteur Maurice de Hond. Ongetwijfeld zal hij van zich laten horen, een sterke zaak heeft hij niet.

 

31 augustus 2021

 

ALLE RECENSIES

Titane

**
recensie Titane

Spel met seksualiteit en identiteit

door Jochum de Graaf

Titane, de tweede film van de Franse filmregisseur Julia Ducournau, won afgelopen juli verrassend de Gouden Palm. Verrassend omdat het niet alleen pas de tweede keer was dat een vrouw de prestigieuze prijs won, maar vooral ook omdat voor het eerst in de geschiedenis van Cannes een film uit het horrorgenre zo bekroond werd.

Juryvoorzitter Spike Lee was zelf zo enthousiast dat hij bij begin van de prijsuitreiking al de uitslag verried. De kritiek was niet onverdeeld positief, sommigen roemen Titane vooral als een ‘futuristische kijk op seksualiteit’, ‘een ontroerende meditatie over identiteit’, anderen zien het als een ‘verknipte, bombastische uiting van body horror’.

Titane

Autofetisj
Nu maakte Ducournau zes jaar geleden in Cannes al naam met haar debuutfilm Raw, waarin een eerstejaars studente diergeneeskunde, vegetariër, een onverzadigbare honger naar mensenvlees ontwikkelt. Je hoeft dan ook niet vreemd op te kijken van de buitenissige plot van Titane waarin hoofdrolspeelster Alexia (Agathe Rousselle) als kind na een auto-ongeluk een titanium plaat boven haar oor ingeplant krijgt en op latere leeftijd een bizarre autofetisj ontwikkelt.

Aanvankelijk krioelt ze als pitspoes op autoshows geil over de motorkap van sexy sportwagens, allengs nemen haar seksuele aberraties toe en heeft ze zittend op de achterbank geslachtsgemeenschap met een uit de kluiten gewassen Cadillac. Haar buik begint te zwellen, ze lijkt zwanger te worden; als ze geweld gebruikt of geslagen wordt, sijpelt bloed uit haar wonden zo zwart als motorolie. Haar ongebreidelde seksdrive slaat om in een onbeheerste dwang tot een serie moorden, ‘Love is a dog from hell’ heeft ze op haar borst getatoeëerd.

Om onherkenbaar voor de politie te blijven, slaat Alexia zich blauw, breekt haar neus op de rand van een toilet, scheert haar haar af, bindt haar borsten af en kleedt zich als man. Op de vlucht wordt ze liefdevol in de armen gesloten door de macho brandweercommandant Vincent (Vincent Lindon), ook al zo’n getormenteerd personage, Hij tracht de aftakeling van zijn gebronsde bodybuilderslijf met anaboleninjecties tegen te gaan, en ziet in de androgyne Alexia zijn al jaren vermiste zoon Adrien.

Titane

Zinloos
Alexia wordt Adrien en Adrien wordt op den duur weer Alexia, een non-binair persoon. We zien haar evolueren van iemand die bruut is tot iemand die meer verfijnd wordt en zachtaardig is. In het begin, als pitspoes, is ze een stoere fysieke vrouw; halfweg, in het brandweermilieu, is ze een schuchtere zwijgzame wat in zichzelf gekeerde jonge man om uiteindelijk weer als vrouw het leven te schenken aan een baby met een titanium ruggenwervel.

Dit spel met seksualiteit en identiteit houdt de vaart wel in de film, vooral door het goede acteerwerk van Agathe Rousselle. Maar de seksuele aberratie met auto’s en met name in het luchtledige hangende reden waarom ze zich tot seriemoordenaar ontwikkelt, komt tamelijk ongeloofwaardig over.

Misschien zit de crux in de scène als Alexia op een feestje na een lesbisch liefdesspel eerst haar vriendin om het leven brengt en vervolgens ook een toevallige getuige. Wanneer ze daarna nog weer een opduikende partyganger ontwaart roept ze uit: ‘met hoeveel zijn jullie hier eigenlijk’. Fans van het horrorgenre zullen dit wellicht als goede zwarte humor ervaren, maar de verbetenheid waarmee Alexia te werk gaat, heeft toch vooral het effect van buitensporig zinloos geweld.

De relativerende groteskheid waarmee bijvoorbeeld Tarantino geweld in beeld brengt, ontbreekt totaal in Titane. Op geen enkel moment kan er in de bijna twee uur van de film al is het maar een glimlach vanaf. Dat maakt dat, gepaard aan de vrij zwakke slotscène, het negatieve oordeel van vooral een verknipte, bombastische horrorfilm toch overheerst.

 

25 augustus 2021

 

ALLE RECENSIES

Haine, La

****
recensie La Haine

Leven in de banlieue

door Jochum de Graaf

Ruim 25 jaar geleden was La Haine een cinematografische vuistslag. Bij de wereldpremière tijdens het filmfestival in Cannes in 1995 sloeg de film in als een bom. Voor het eerst zag het Franse publiek de rauwe realiteit van het leven in de banlieues, de achtergestelde Parijse voorsteden. In het Black Lives Matter-tijdperk heeft de nu uitgebrachte gedigitaliseerde en geremasterde versie van heeft nog steeds urgentie en relevantie.

De toen nog jonge schrijver-regisseur Mathieu Kassovitz, 27 in 1995, maakte La Haine naar aanleiding van het neerschieten van een Zaïrese immigrant in een politiebureau. Toen kort na de première, juni 1995, in de Parijse voorstad Noisy-le-Grand rellen ontstonden waarbij tijdens een politie-achtervolging een 21-jarige Frans-Arabische jongere omkwam, werd alom de vraag gesteld wat de invloed van La Haine op dit incident was.

La Haine

Driemanschap
De film begint op de tonen van Bob Marley’s Burnin and Lootin met beelden van hevige rellen, keihard optredende oproerpolitie, fel terugvechtende jongeren, traangas, knuppels, brandende auto’s, plunderingen. Het nieuwsbericht dat een zekere Abdel Ihachi zwaargewond is afgevoerd naar het ziekenhuis voert ons naar de fictieve achterstandswijk Muguets, ofwel ‘lelietjes-van-dalen’. We maken kennis met het ‘black-blanc-beur’ driemanschap: de zwarte bokser Hubert, de joodse Vincent oftewel Vinz en de van Algerijnse komaf Saïd.

Vinz is een beetje een heethoofd, vindt na een van de rellen een politiewapen en zweert daarmee wraak te willen nemen voor zijn gewonde vriend Abdel. Hubert is een kleine dealer, probeert zijn vriend tot rust te brengen, maar is ook niet helemaal zuiver op de graat. Saïd bemiddelt met zijn eeuwige grijns tussen die twee.

In pregnant zwart-witte beelden volgen we het drietal van 10:38 in de ochtend, wanneer Saïd bij zijn vriend Vinz op bezoek gaat, tot 6:01 in de vroege ochtend van de dag erna wanneer Vinz onbenullig per ongeluk door een paar stillen wordt aangehouden en neergeschoten. Tussendoor volgen we de jongens overdag in de betonwoestenij van Muguets en later op de dag in het centrum van Parijs waar ze met astrant gedrag een vernissage ontregelen. Ze bezoeken hun vriend Abdel in het ziekenhuis, proberen een auto te pikken, praten over hun leven en toekomst, vechten met skinheads, lummelen wat rond in de nachtelijke stad, nemen de eerste metro terug naar de banlieue, waarna daar vroeg in de ochtend de spanning en haat die zich een dag lang in hen ophoopten tot een fatale ontlading komen.

Rauw bestaan
Alleen al als impressie van het harde en rauwe bestaan van de jongeren in de Parijse voorsteden is het documentair aandoende La Haine ijzersterk. Regisseur Kassovitz zet het leven van de jongens onder spanning door de vraag uit te spelen of hun vriend in het ziekenhuis zal sterven en door ze allerlei levensgevaarlijke capriolen met het pistool te laten uithalen. Hij werkt naar de climax toe door tussen de verschillende gebeurtenissen telkens even een klok te laten zien die de tijd wegtikt en onvermijdelijk aanstuurt op het gewelddadige einde.

La Haine

Heel sterk wordt ook het motto van La Haine uitgespeeld. Aan het begin van de film vertelt een van de jongens een anekdote die op het eind terugkeert. Een man valt van een flatgebouw met vijftig verdiepingen en spreekt zich bij het passeren van elke verdieping moed in: ‘jusqu’ici tout va bien’, oftewel ‘tot nu toe gaat alles goed’. En dan: het gaat er niet om hoe je valt, maar waar je terecht komt.

Status
Indertijd werd La Haine gezien als de Franse tegenhanger van films als Taxi Driver en Scarface; Vinz parafraseert de befaamde scène van ‘You talkin’ to me?’: ‘C’est moi tu parles?‘ En met beeld en geluid van breakdancen, KRS-One, de Franse rapgroep NTM en Édith Piaf, werd de vergelijking met Boys n the Hood getrokken.

De status van cultfilm die La Haine over de hele wereld behaalde, werd in Frankrijk nog het meest tastbaar. De eerste banlieuefilm creëerde in feite een nieuw genre in de Franse cinema, de thematiek werd verbreed naar de onderkant van de samenleving. Het leidde tot navolging met films als Raï en Hexagone. En zeker een film als de voor een Oscar genomineerde Les Miserables (2019) is uitermate schatplichtig aan La Haine. Al gebiedt de eerlijkheid te zeggen dat die film nog wat completer het thema aan de orde stelt met bovendien het perspectief vanuit de politie, de impact van de radicale islam in de banlieues en het sterke open einde.

 

10 augustus 2021

 

ALLE RECENSIES

Mandibules

***
recensie Mandibules

Vlieg op het criminele pad

door Jochum de Graaf

Stel je vindt een reusachtige vlieg in je kofferbak, wat doe je dan? En als je het slot kapot trapt en je die kofferbak niet meer open krijgt, hoe los je dan op?

De vrienden Manu en Jean-Gab (Grégoire Ludig en David Marsais) zijn voor geen gat te vangen en bedenken even logische als absurde oplossingen voor dit soort problemen. Manu komt op het lumineuze idee om de vlieg op te gaan leiden tot bankrover. Het al even voor de hand liggende idee om de kofferbak dan maar met een betonschaar open te knippen, komt van Jean-Gab, en als je hem daarna dan weer dicht wilt hebben, plak je wat stevige gaffertape over de scheuren, logisch toch?

Mandibules

Eigen logica
Mandibules is opnieuw een zeer geslaagde aflevering in het oeuvre van Quentin Dupieux (Deerskin, Wrong, Realité) de Franse koning van het absurdisme. Dupieux maakt zijn scripts met een volstrekt eigen logica. Deerskin, met een rol voor een sprekende leren jas, ging over jagen en gejaagd worden, in Wrong was álles anders dan anders, in Realité is er maar weinig sprake van werkelijkheid.

In Mandibules gaat het dus om die vlieg, en de titel heeft betrekking op onderkaken, het enig beweegbare deel van de schedel. Je kunt in de film genoeg verwijzingen naar insecten voorbij zien komen (‘je hebt het geheugen van een vlieg’) en malende kaken (op zeker moment eten ze per ongeluk hond uit de pot). Maar misschien doe je er beter aan er niet te veel achter te zoeken en gewoon mee te gaan met de aaneenrijging van Dupieux’ absurde vondsten en halfgare ideeën in een toch tamelijk rechtlijnige plot.

Geheime missie
Om het vliegbeest Dominique het criminele pad op te leiden, huren Manu en Jean-Gab een stacaravan die tijdens het eten koken ontploft en in vlammen opgaat. Jean-Gab maakt zich dan vooral enorm kwaad om het feit dat de spareribs en de aardappelpuree nu niet meer eetbaar zijn. We zien een politieman die slachtoffers van een ongeluk, compleet in shock, een klachtenformulier aanbiedt waarin ze kunnen aangeven of het politieoptreden aan hun verwachtingen heeft voldaan.

Mandibules

Als Manu wordt aangesproken door een zekere Cécile die hem aanziet voor een oud-klasgenoot komen onze vrienden in een luxe landhuis terecht waar ze hun geheime missie met de vlieg met allerlei kunstgrepen voor alles en iedereen verborgen moeten houden. En dan is er Agnes, heerlijke bijrol van Adèle Exarchopoulos (La Vie d’Adèle), die bij een skiongeluk hersenletsel heeft opgelopen en zich sindsdien alleen half brullend kan uiten. Hilarisch wanneer ze Manu beschuldigt te lang naar haar borsten te zitten kijken.

Er volgt nog een reeks verrassende verwikkelingen en fijne scènes waar het goed op elkaar ingespeelde schelmenduo Ludig en Marsais, al ruim twintig jaar zeer succesvol met de Palmashow zich met hun eigen gebarentaal doorheen slaat. En uiteindelijk komt het met die vlieg op bijzondere wijze op zijn pootjes terecht.

Mandibules is een heerlijke komische roadmovie in de rijke Franse traditie van de jaren zeventig, films als Les Valseuses en Un éléphant ça trompe énormément. Kortom, een fijne zomerfilm.

 

21 juni 2021

 

ALLE RECENSIES

Slag om de Schelde, De

****
recensie De Slag om de Schelde

Beste Nederlandse oorlogsfilm ooit

door Jochum de Graaf

Het had de grote blockbuster van kerst 2020 moeten worden: half december een grootse première in Vlissingen en vervolgens uitbreng in 166 bioscopen. Maar 17 december begon de tweede lockdown en werd keer op keer de bioscooprelease uitgesteld, tot nu, zaterdag 5 juni 2021.

De Slag om de Schelde was bedacht als afsluiting van het herdenkingsjaar 2020, 75 jaar na de Bevrijding, die vooral de jongeren zou moeten aanspreken. Maar de film heeft momentum gemist, vertoning in de herdenkingsmaand mei zat er niet in en nu kan het grote publiek – nou ja, maximaal 50 personen per bioscoopzaal op anderhalve meter afstand op 162 locaties – op een tamelijk willekeurig door het coronavirus bepaald moment genieten van de beste Nederlandse oorlogsfilm ooit.

De Slag om de Schelde

Miserabele vergeten veldslag
Het kan natuurlijk nog verkeren, maar in vergelijking met de uitbreng van De Oost, waar geen dag voorbijgaat voor er weer iets nieuws gemeld wordt, gebeurt er rond De Slag om de Schelde vooralsnog weinig. Net als De Oost is De Slag om de Schelde medegefinancierd door een van de grote streamingdiensten: bij De Oost is dat Amazon, later dit jaar zal Netflix De Slag om de Schelde (als The Forgotten Battle) uitbrengen. Maar bij De Oost waren ze zo slim om het om te draaien, eerst uitbreng via Amazon en daarmee op een doodstil moment in het anders zo drukke mediageweld van de filmwereld enorm veel publiciteit te genereren, met een kort geding van Indië-veteranen, items in talkshows, aankondiging in het NOS Journaal. En dan heeft De Oost natuurlijk een ‘actueel’ thema te pakken, na ruim zeventig jaar aandacht voor de vermeende oorlogsmisdaden van ‘onze jongens’ in Indonesië, waar met het NIOD-onderzoek naar de politionele acties op komst, nog lang niet het laatste woord over gezegd is.

Intussen denken we over de Tweede Wereldoorlog in Europa zo onderhand alles wel te weten. Maar dan doe je De Slag om de Schelde ernstig tekort: het verhaal over de halfvergeten gruwelijke veldslag in Zeeland herfst 1944 om de toegang tot de haven van Antwerpen was cruciaal voor de eindstrijd tegen nazi-Duitsland. Het beeld van die eindstrijd is tot nu toe vooral bepaald door een film als A Bridge Too Far (1977), de spectaculaire maar mislukte strijd om een bruggenhoofd over de Rijn, met luchtaanvallen, parachutisten, man-tegen-mangevechten rond de Rijn. Uitgevoerd met een Hollywood-sterrencast is dat aanmerkelijk sexyer dan de miserabele vergeten veldslag in het modderige Zeeuwse achterland om de Sloedam. Daar kan dus nu verandering in komen.

De Slag om de Schelde

Natuurlijker dan Zwartboek
Het Britse 1917, door velen beschouwd als de beste film van 2019, zette een nieuwe internationale norm voor het genre oorlogsfilms neer. In ons land is Zwartboek (2006), in 2008 uitgeroepen tot de beste Nederlandse film aller tijden, de standaard. Het zijn niet de minste voorbeelden waarmee De Slag om de Schelde – met een budget van veertien miljoen euro de op een na duurste Nederlandse oorlogsfilm – vergeleken zal worden.

In 1917 voel je je onderdeel van de oorlogshandelingen, je loopt als het ware zelf door de Britse loopgraven, achter korporaal Schofield door het niemandsland en de Duitse linies. Met een beperkter budget en minder technische mogelijkheden is die reallife ervaring nauwelijks te evenaren. Maar de raid op de Sloehaven, wanneer gliderpiloot William Sinclair (Jamie Flatters) in zijn Spitfire temidden van een enorm luchtgevecht in de Zeeuwse klei en wateren neerstort, nadert het werkelijk zelf meemaken zeer behoorlijk.

Zwartboek is een zwaar overschatte film. Paul Verhoeven heeft nogal de neiging om de karakters in zijn films clichématig uit te vergroten en een scenario te hanteren waarbij de hoofdrolspelers op opvallend toevallige ontmoetingen en soms onwaarschijnlijke verwikkelingen een tamelijk ingewikkelde plot afwikkelen. De verhaallijnen die Paula van der Oest voor De Slag om de Schelde bedacht, zijn veel natuurlijker, staan op zichzelf, raken elkaar zijdelings, maar horen toch heel goed en gevoelsmatig bij elkaar en geven zonder pathetisch of larmoyant te worden een heel goed en breed beeld van de nadagen van de oorlog.

De Slag om de Schelde

Menselijke karaktertrekken in tijd van oorlog
We volgen de Britse avonturier, piloot William Sinclair, de ontgoochelde Nederlandse SS’er Marinus van Staveren (Gijs Blom), teruggestuurd van het Oostfront, en het Zeeuwse meisje, secretaresse van de burgemeester van Vlissingen, Teuntje Visser (Susan Radder) die in eerste instantie denkt dat neutraliteit een optie is. De losse verhaallijnen – William die zich door de Zeeuwse modder en klei een weg naar zijn eenheid moet vinden, Marinus die ernstig met zijn loyaliteit gaat worstelen en Teuntje die door een onbezonnen daad van haar jongere broer meer en meer bij het verzet betrokken raakt – staan op zichzelf maar vullen elkaar gevoelsmatig toch steeds aan. Bij iedere decorwisseling voel je opnieuw de spanning.

De kracht is dat die drie perspectieven (geallieerden, Duitsers, verzet) niet zwart-wit worden uitgewerkt, maar er alle ruimte is voor bijzondere tinten grijs, zoals in de rol van de vader van Teuntje die met de Duitse Ortskommandantur gaat heulen in een vergeefse poging zijn zoon vrij te krijgen. Nee, De Slag om de Schelde is geen geijkt heldenepos over de WOII, geen verslag van een veldslag waarvan je de afloop van verre ziet aankomen. Het laat onopgesmukt de gruwelijkheden, maar ook de onverschrokkenheid en drang naar vrijheid, de sterke en zwakke menselijke karaktertrekken die in tijden van oorlog naar boven komen in al zijn aspecten en accenten zien. Niet veel vaker het gevoel gehad dat de werkelijkheid zo dicht benaderd werd.

 

3 juni 2021

 

ALLE RECENSIES

De Oost

****
recensie De Oost

Grauwe historische spiegel

door Jochum de Graaf

Tijdens het draaien van De Oost zuchtten cast en crew onder de hitte, overstromingen en tropische ziekten op Java. Zonnesteken, knokkelkoorts, malaria, buiktyfus, schorpioenen, moeizame onderhandelingen met de Indonesische autoriteiten, het leger dat met regelmaat langskwam op de set, de coronapandemie die de opnamen stillegde, er zijn maar weinig ontberingen die de film bespaard zijn gebleven.

Geldnood, ook zoiets. Regisseur Jim Taihuttu moest naar verluidt inkomsten uit zijn dj-bijbaan investeren en alleen door een deal met Amazon – waardoor de film nu eerst via een streamingdienst te zien is voordat hij in de bioscoop komt – konden de laatste draaidagen opgenomen worden.

En dan was er nog een kort geding, waarbij een organisatie van Indië-veteranen een extra disclaimer aan het begin van de film eiste, omdat de uniformen van de soldaten, de insignes, de snor van kapitein Westerling, een van de hoofdrolspelers, de belettering van de titel teveel reminiscentie aan de nazitijd zou verbeelden.

De Oost

Schijnrumoer
Eerlijk gezegd denk ik dat dit schijnrumoer de makers uit publiciteitsoverwegingen niet zo slecht uitkwam. Indië-veteranen zijn nogal makkelijk uit de tent te lokken. Denk aan de affaire-Hueting eind jaren zestig (aantonen oorlogsmisdaden), het tumult rond het bezoek van Poncke Princen midden jaren tachtig (vermeende overloper) en het aanbieden van excuses door onze koning ruim een jaar geleden voor het door Nederland gepleegde geweld, nota bene ruim 70 jaar na dato.

Terecht dat de rechter de eis voor een extra disclaimer aan het begin van de film afwees. De Oost is geen documentaire over de koloniale oorlog, eufemistisch aangeduid als ‘politionele acties’, die Nederland tussen 1945 en 1949 tegen de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië uitvocht; geen nauwgezet verslag van de vermeende wandaden van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger met pakweg 100.000 slachtoffers aan Indonesische en 5.000 aan Nederlandse kant; geen zwart-witfilm over goed en kwaad waarbij de Nederlandse soldaten als nazi’s worden weggezet.

Moreel moeras
De Oost is een dramatische schets hoe naïeve jongens van diverse pluimage uit alle windstreken, hoeken en gaten van het land langzaam maar zeker een oorlog voor een kansloos doel, de herovering van kolonie Indonesië, werden ingezogen. Maar bovenal vertelt de film het individuele verhaal van Johan de Vries (een veel Hollandser naam kun je niet verzinnen) die door een krampachtig streven naar revanche in een moreel moeras belandt.

De Oost

Martijn Lakemeier speelt overtuigend de soldaat die in 1946 samen met ruim honderdduizend anderen wordt uitgezonden om in Nederlands-Indië orde op zaken te stellen. In het eerste deel van de film raakt hij langzaamaan gefrustreerd van het landerige soldatenleven met patrouilles door doodsbange kampongs waar niemand iets over opstandelingen durft te zeggen, het gemopper en gevloek op ‘zwartjes’ en ‘apen’, het vermaak met stoere praatjes en bordeelbezoek. Johan doet de nodige moeite om zich in de Indonesische cultuur te verdiepen, hij deelt koekjes uit aan kinderen, leert zichzelf de taal en heeft een affaire met prostituee Gina. Hij lijkt een ‘eerlijke’ soldaat met een groot rechtvaardigheidsgevoel.

Zuiveringen
Dat gewone soldatenleven verandert op slag met de verschijning van kapitein Raymond Westerling (sterke rol van Marwan Kenzami) op het strijdtoneel. Johan raakt meer en meer in de ban van deze even charismatische als onberekenbare ‘Turk’ die eind 1946 met een speciale eenheid, het door hem zelf samengestelde Depot Speciale Troepen (DST), carte blanche kreeg om Zuid-Celebes, het tegenwoordige Zuid-Sulawesi, van alle opstandige elementen te zuiveren. De nog steeds ernstig omstreden Westerling gaf daar een eigen invulling aan en werd beschuldigd van excessief geweld, misdaden tegen de menselijkheid en het veroorzaken van vele burgerslachtoffers.

Wreed en straight is hij, de man die de mensheid in twee soorten opdeelt: ‘je bent jager of je bent prooi’. Het gaat van kwaad tot erger. Eerst worden de kampongs platgebrand, later gaat hij over tot standrechtelijke executies. De namen van mogelijke verraders staan bij hem in een boekje en bij het omroepen van de naam moeten ze naar voren komen en worden zonder pardon neergeknald. Op dit punt begint de film toch een beetje te wringen. Niet zozeer omdat het geweld fel realistisch en bruut in beeld wordt gebracht, maar meer omdat het zo breed uitgesponnen wordt en het daarmee nogal wat tijd kost voor Johan om tegen deze oorlogsmisdaden in het geweer te komen en de plot een dramatische wending neemt.

De Oost

Karakterontwikkeling
Daarentegen is wel de opbouw van de karakterontwikkeling van Johan goed gedoseerd. In eerste instantie fungeert hij als een soort rechtvaardige soldaat, later kiest hij toch uit verveling of misschien tegen de achtergrond van het NSB-verleden van zijn vader voor de foute kant aan de zijde van Westerling. We zien in flashforwards hoe hij zijn door PTSS en wrok getekende leven in het naoorlogse wederopbouwend Nederland niet goed meer op de rails krijgt. Er is hier geen enkele aandacht voor wat hij heeft meegemaakt. Dat hij tenslotte toch opstaat tegen zijn mentor in een hernieuwde confrontatie van Johan met Westerling leidt tot een opera-achtige apotheose met een onverwacht slot.

De Oost – uitgebracht in de tijd dat bijvoorbeeld het NIOD grondig onderzoek doet naar de oorlogsmisdaden in Indonesië en met het boek Revolusi van David Van Reybrouck eindelijk serieuze aandacht komt voor deze donkere, veel te lang onderbelichte episode uit de vaderlandse geschiedenis – houdt ons een grauwe historische spiegel voor.

De Oost is sinds 13 mei te zien op Prime Video en verschijnt op het witte doek zodra de bioscopen weer open mogen.

 

14 mei 2021

 

ALLE RECENSIES

Movies that Matter 2021 – Finale

Movies that Matter 2021 – Finale:
Van gewelddadige Kroatische agenten tot een parelkettingteef

door Jochum de Graaf

Met besprekingen van drie zeer confronterende films sluiten we ons verslag van het online Movies that Matter Festival 2021 af. Minderjarige jongens op de vlucht, slachtoffers van de dictatuur in Oezbekistan en de eeuwige strijd tussen guerrillabeweging Farc en de overheid van Columbia.

 

Shadow Game

Shadow Game – Minderjarige jongens op de vlucht
Ze heten Durrab, SK, Faiz, Jano en Shiro, Mohammed, Mo, Fouad, Yaseen, Mustafa en zijn respectievelijk 16, 15, 17, 18 en 18, 14, 17, 15, 17 en komen uit Soedan, Afghanistan, Irak, Syrië, Iran. Jongens zijn het, minderjarige, alleenstaande jongens, op de vlucht uit hun verre vaderland, zonder uitzondering op zoek naar een beter leven in Europa, Duitsland, Italië, Engeland en ook Nederland. Drie jaar lang volgden de regisseurs Eefje Blankevoort en Els van Driel (De Deal) de jongens op hun barre tocht door Europa, een deel van het materiaal werd door hen zelf op hun mobieltjes gefilmd.

Shadow Game laat het ‘spel’ zien, zoals de jongens het noemen, voorbij de Middellandse Zee vanaf Lesbos of vanuit Ventimiglia is het oversteken van iedere grens een ‘game’, ze moeten gewelddadige grenswachters ontwijken, maar ook wilde dieren of een uit de Balkanoorlog overgebleven mijnenveld. Ze verstoppen zich in en onder treinen, klimmen in vrachtauto’s. Soms moeten ze rivieren oversteken, terwijl ze nauwelijks kunnen zwemmen. En ze moeten lopen, vooral veel lopen. Dagenlang. Over bergen, door dichtbegroeide bossen, door verkeerstunnels, door sneeuw. Eindeloze voettochten. Als de jongens uiteindelijk alle hobbels hebben genomen en het gewenste land hebben bereikt dan hebben ze ‘het spel’ gewonnen.

Zo maken we kennis met Mustafa die door Kroatische agenten met elektroshocks is afgetuigd. Vijftig keer probeerde hij het land binnen te komen. Vijftig keer, iedere keer werd hij afgeranseld en teruggestuurd. En dan toch doorzetten. En kijk eens naar SK die midden in de winter een keer werd gedwongen zich uit te kleden en door een rivier te waden. Hij heeft al 5.000 kilometer gelopen en nog 1.200 te gaan, naar Italië.

In het begin denk je het verhaal wel te kennen, want hoe vaak hebben we niet al die ontberingen gezien, de opstoppingen bij de grenzen, de tijdelijke kampementen met hun vuilnis en uitwerpselen, alle trucjes waarmee vluchtelingen de grenzen proberen over te komen. Misschien zijn we zo langzamerhand een beetje afgestompt, maar gaandeweg kruipen de beelden en gebeurtenissen in Shadow Game toch langzaam maar zeker onder je huid. Het laat ons een wereld zien, een ‘schaduw’ van de onze, waarvan je het bestaan wel vermoedt, maar die je nooit zo indringend en confronterend op je netvlies kreeg.

Online te zien woensdag 21 april 20.00 uur.

 

Only the Devil Lives Without Hope

Only the Devil Lives Without Hope – Slachtoffers dictatuur Oezbekistan
Ergens in de film zegt Dilobar “Dilya” Choedajberganova: ‘Ik heb mijn leven gewijd aan het onthullen van het ware gezicht van het regime’. Dat regime is de dictatuur van Islam Karimov, de dictator van Oezbekistan, een van de relatief onbekende Sovjetrepublieken in Centraal-Azië met een grote moslimbevolking, die na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 zelfstandig werden. De eerste jaren werd de gematigde islam-achtergrond nog enigszins gecultiveerd. Toen eind jaren negentig een reeks terreuraanslagen gepleegd werd, veranderde het in een uiterst repressief regime dat zijn macht handhaafde door breideling van de pers, het vastzetten en martelen van de oppositie.

Een van de slachtoffers van het regime is Dilya’s broer, Iskandar Choedajberganov, die na een serie bomaanslagen in Tasjkent in 1999 wordt opgepakt en ter dood veroordeeld. Nadat Karimov de doodstraf afschaft heeft, belandt hij in de beruchte Jaslyk-gevangenis diep in de dorre woestijn in het noordwesten van het land, waar geen bezoek is toegestaan en marteling aan de orde van de dag is.

We volgen Dilya, uitgeweken in ballingschap naar Zweden, die jaren niets van haar broer te horen krijgt en toch niet aflaat om iedere snipper aan informatie naar boven te halen, alle journalisten aanschrijft die ooit een rechtszaak in Oezbekistan hebben gevolgd, contact zoekt met alle ex-gevangenen die ook al is het maar een korte tijd en in een heel andere vleugel van de gevangenis hebben gezeten, uitgebreid met de diverse advocaten spreekt, zeer actief wordt in de internationale Oezbeekse oppositiebeweging. Maar ondanks dat een reeks internationale organisaties waaronder Amnesty zich voor zijn vrijlating inzetten, gebeurt er jarenlang niets.

Dilya denkt in Anvar, een andere Oezbeek in ballingschap, een bondgenoot te hebben gevonden, trouwt met hem, ze krijgen kinderen. Maar al snel blijkt hij allerlei geheime transacties uit te voeren, een infiltrant van het regime te zijn. Hij slaat haar, ze scheiden, hij probeert zich weer met haar te verzoenen.

Toch Dilya blijft hoop houden, de titel van de film, een oud Oezbeeks gezegde, herhaalt ze keer op keer, het wordt een soort mantra. Wanneer september 2016 Karimov aan een hartaanval sterft, flakkert de hoop extra op, maar het duurt nog tot augustus 2019 voordat aangekondigd wordt dat Iskandar zal worden vrijgelaten.

Only the Devil Lives Without Hope is aangekondigd als een spannend thrillerachtig verhaal, maar het is eerder melancholisch van opzet, een onderzoekende documentaire. Behalve een politieke geschiedenis van Oezbekistan sinds de val van de Sovjet-Unie, laat het ook een universeel verhaal van liefde zien, van volharding en van uiteindelijk beloning van de strijd tegen een totalitair regime.

Niet meer te zien.

 

Colombia in My Arms

Colombia in My Arms – Onderhandelen met de Farc
Het vredesakkoord dat in 2016 tussen guerrillabeweging Farc en de Colombiaanse regering gesloten, zou een eind maken aan 53 jaar durende lange bittere burgeroorlog. In ruil voor gedeeltelijke amnestie zou de Farc de wapens neerleggen en mocht ze met een eigen politieke partij meedoen aan de verkiezingen. Toenmalig president Juan Manuel Santos kreeg er de Nobelprijs voor de Vrede voor.

Na aanvankelijk groot enthousiasme in binnen- en buitenland werd het akkoord per referendum aan de Colombiaanse bevolking voorgelegd en met een miniem verschil verworpen. Er moest opnieuw onderhandeld worden en met hangen en wurgen werd de wetgeving vlak voor de presidentsverkiezingen van maart 2018 door het congres geloodst. Het akkoord bleef fel omstreden en de kandidaten hadden maar weinig stemmen te winnen met openlijke steun, zoals ik bij de ontwikkeling van de Candidater, Colombiaanse Stemwijzer, van nabij mocht meemaken.

Colombia in My Arms laat de uitwerking van het akkoord zien, de kant van de Farc met de voorbereiding op de ontwapening, hoe de coca-plantages – de financiering van de guerrillastrijd – worden platgespoten, de lange mars vanuit het oerwoud naar de burgermaatschappij. Met daar tegenover de blanke Spaans-koloniale elite die keihard vast blijft houden aan de macht.

Naast de fijn dubbelzinnige titel is de docu mooi gemaakt, prachtige beelden van de overweldigende natuur, het oerwoud waar de Farc zich al die jaren schuil kon houden. De Finse regisseurs openen met een lang shot van een Farc-soldaat die zijn semiautomatisch geweer oppoetst en van zijn liefde voor zijn wapen getuigt. Bijzonder ook de scène van de gewezen revolutionair die aan zijn sceptische achterban uitlegt dat het toch goed is dat ze de wapens neer gaan leggen en door hun bevolkingsaantal de grote kans op parlementaire macht niet voorbij moeten laten gaan.

Het portret van de oerconservatieve elite, mag er ook wezen. De half dronken landjonker die op zijn haciënda bij de open haard zijn zwarte bediende nog eens beveelt de whisky bij te schenken. Het arrogant triomfantelijke vrouwelijke parlementslid, type parelkettingteef, die na een gewonnen stemming luidkeels uit blijft kraaien dat de revolutionairen nooit maar dan ook nooit aan de macht zullen komen. Maar Colombia in My Arms komt uiteindelijk niet veel verder dan een aan de oppervlakte blijvende registratie die je ook in een uitgebreide tv-reportage kunt verwachten.

Niet meer te zien.
 

20 april 2021

 

Movies that Matter 2021 – Quo Vadis, Aida
Movies that Matter 2021 – Advocaten zelf slachtoffer
Movies that Matter 2021 – Kunst in gevangenschap
Movies that Matter 2021 – De nos frères blessés
Movies that Matter 2021 – Finale

 

MEER FILMFESTIVAL

Movies that Matter 2021 – De nos frères blessés

Movies that Matter 2021 – De nos frères blessés:
Verrader of vrijheidsstrijder?

door Jochum de Graaf

Het Movies that Matter Festival wordt dit jaar online gehouden (lees hier hoe alles werkt) van 16 tot en met 25 april met dertig premières en een aantal verdiepingsprogramma’s. De Algerijnse oorlog (1954-1962) is een zwarte vlek in de Franse geschiedenis, een periode waarin de staat zijn toevlucht nam tot moorden en willekeurig geweld tegen Algerijnen.

Tijdens die oorlog was Fernand Iveton was een van de weinige zogenaamde pieds noirs, Algerijnen van Franse of andere Europese komaf, die zich aan de kant van de onafhankelijkheidsstrijd schaarden. Vanwege het plaatsen van een bom (die voor ontploffing werd ontdekt) in de elektriciteitsfabriek waar hij werkte, zonder slachtoffers te willen maken, werd hij in 1956 opgepakt, ter dood veroordeeld en onder de guillotine onthoofd.

De nos frères blessés

Hartstochtelijke liefde
De nos frères blessés is gebaseerd op het gelijknamige boek van Andras Joseph, dat in 2016 met de prestigieuze Prix Goncourt werd bekroond. Met subtiele wisselingen van tijd en perspectief en een mooi sepia van jaren vijftig-kleuren brengt regisseur Hélier Cisterne het drama indringend in beeld. De daad van Iveton, zijn veroordeling en de voltrekking van het vonnis mogen dan een grote rol vervullen, de hartstochtelijke liefde tussen Fernand (Vincent Lacoste: Journal d’une femme de chambre) en zijn vrouw Hélène (Vicky Krieps: Phantom Thread) vormt het hart van de film.

Ze ontmoeten elkaar op een dansavond in Parijs, waar Hélène, een uit Polen afkomstige zelfstandige en alleenstaande moeder, danig onder de indruk raakt van de danskwaliteiten van Fernand, korte tijd over uit Algiers. Ze vormen niet de meest voor de hand liggende combinatie, onderweg naar haar huis raken ze in een verhitte discussie over het communisme. Voor Fernand met zijn ervaringen in thuisland Algerije staat dat gelijk aan verzet. Hélène stelt het als Poolse immigrante echter gelijk met onderdrukking. Ondanks hun grote verschillen worden ze smoorverliefd, zozeer dat Hélène Fernand volgt naar Algerije met haar puberzoon.

De nos frères blessés

Gevecht voor zijn leven
Terwijl ze samen een nieuw leven opbouwen, wordt Fernands betrokkenheid bij het (gewapende) verzet in Algerije steeds sterker. Wanneer hij opgepakt wordt, komt hun nog prille geluk volledig op zijn kop te staan. Hélène is plotseling de vrouw van een ‘verrader’ geworden, ze weigert Fernand aan zijn lot over te laten en gaat met allerlei acties, petities, amnestieaanvragen het uiteindelijk vergeefse gevecht aan voor zijn leven. Daarmee is Hélène net zo goed hoofdpersoon als Fernand, niet zozeer als ‘sterke vrouw achter de man’, maar veeleer als iemand die resoluut naast hem gaat staan.

Bijzonder perspectief krijgt de film met het openingscitaat van de voormalige Franse president François Mitterrand: “Algerije is Frankrijk. En wie van jullie zou er niet alles aan doen om Frankrijk te beschermen?”. Op de aftiteling lezen we dat hij als minister van justitie verantwoordelijk was voor niet minder dan 45 executies, allemaal Algerijnse onafhankelijkheidsstrijders. Op één na: Fernand Iveton. Dat maakt van De nos frères blessés een nauw verholen aanklacht tegen de man die tegenwoordig wordt beschouwd als een van Europa’s belangrijkste staatslieden van de 20ste eeuw.

Online te zien dinsdag 20 april 17.00 uur en zaterdag 24 april 01.00 uur.

 

19 april 2021

 

Movies that Matter 2021 – Quo Vadis, Aida
Movies that Matter 2021 – Advocaten zelf slachtoffer
Movies that Matter 2021 – Kunst in gevangenschap
Movies that Matter 2021 – De nos frères blessés
Movies that Matter 2021 – Finale

 
MEER FILMFESTIVAL