Dial H-I-S-T-O-R-Y

***
IFFR Unleashed – 1998: Dial H-I-S-T-O-R-Y
Onafgebroken informatiebombardement

door Jochum de Graaf

Dial H-I-S-T-O-R-Y (1997) was een van de hoogtepunten van de Documenta X, de vijfjarige ‘wereldtentoonstelling van hedendaagse kunst’ in Kassel. De Belg Johan Grimonprez, videokunstenaar, curator en regisseur, behandelt in deze postmoderne documentaire een alternatieve geschiedenis vanaf de jaren zestig aan de hand van terroristische acties, meer in het bijzonder van vliegtuigkapingen.

We zien de ontwikkeling van de kapingen: de allereerste die live op tv werd uitgezonden, de kaping door het Japanse Rode Leger op het vliegveld van Fukuoka in 1970, van de Fidelista’s die zich in Cuba bij hun grote leider Fidel Castro wilden voegen, van Black Panthers die naar Algerije wilden, van de verschillende Palestijnse bevrijdingsbewegingen PLO en PFLP, die eind jaren zestig meer dan honderd vliegtuigkapingen uitvoerden.

Dial H-I-S-T-O-R-Y

Interviews
In Libië, Cyprus, Koeweit zien we vliegtuigen op het asfalt staan, omringd door commandotroepen en cameraploegen, paraat om in te grijpen, dan wel daar live verslag van te doen. Kapers worden geïnterviewd, onder andere de Palestijnse Leila Khaled die er wereldberoemd door zou worden, we zien ze berecht worden, na hun vrijlating opnieuw geïnterviewd, de scène van de Japanse kaper die zijn laatste woorden voor de camera uitspreekt vlak voor hij wordt neergeschoten en het lijk van een kaper dat door Russische soldaten wordt weggesleept.

Ook vrijgelaten en bevrijde gegijzelden komen aan het woord, ‘moest u hard rennen?’ en het jongetje van tien dat enthousiast knikt op de vraag ‘vond je het spannend’. Menigmaal was er ook sprake van het Stockholmsyndroom, sympathie tussen gijzelaars en gegijzelden, met meisjes in tranen om hun kapers die met een bomaanslag om het leven komen.

En dan is er de reactie van de autoriteiten. We krijgen te zien hoe vliegvelden meer en meer beveiligd werden, de introductie van röntgenapparatuur en aangepaste fouilleringstechnieken. Enigszins ironisch is het Amerikaanse instructiefilmpje over waar je moet gaan zitten in een vliegtuig. ‘Have a plan’ luidt het advies, ga niet bij de vleugels zitten, ook niet vooraan, achteraan, of in de eerste klasse, want dan trek je de aandacht van de kaper; de rijen in het midden kun je ook beter mijden, dat kan de mobiliteit hinderen bij een snelle evacuatie. Je kunt natuurlijk maar beter helemaal niet vliegen als je verwacht dat het gekaapt gaat worden.

Visueel spervuur
Dial H-I-S-T-O-R-Y laat goed de omslag van de romantisch revolutionaire beginjaren van de kaperspraktijk naar de grimmige anonieme terreur van de bompakketten van de jaren negentig zien. Tegelijkertijd kregen in die jaren de geheime terreurpraktijken van de VS in El Salvador, Nicaragua, Guatemala gestalte. En dan hebben we ook de beelden van de begrafenis van Stalin (1956), van de moord op Sadat (1981), van de bomaanslag op een Pan Am-vliegtuig boven Lockerbie (1988) voorbij zien komen. Het einde met de iconische scène van een dronken Boris Jeltsin en een slappe lach krijgende Bill Clinton kan er op duiden dat de midden jaren negentig de ergste vormen van terreur voorbij zijn, maar we zijn dan natuurlijk nog onwetend van 9/11.

Dial H-I-S-T-O-R-Y

De film is een visueel spervuur. Naast de stroom aan televisieverslaglegging van kapingen zien we fragmenten uit propagandafilms over revolutionaire leiders als Lenin, Stalin, Mao en Castro, uit stomme films, reclamespotjes voor vliegmaatschappijen, tekenfilms en instructiefilms voor diplomaten.

Voor intellectueel gewicht zorgen de teksten in voice-over van de Amerikaanse schrijver Don DeLillo, die in zijn werk verbanden legt tussen terrorisme en de daad van het schrijven en verwijst naar het vreemde huwelijk dat de media steeds weer aangaan met alles wat riekt naar ramp.

Ook de soundtrack, misschien beter nog de soundscape met subtiele samplecollages van de New Yorkse avant-gardist David Shea, past naadloos op de experimentele opzet van de film.

En zo is Dial H-I-S-T-O-R-Y een amalgaam van beelden en klanken dat je uitnodigt tot bespiegelingen over de relaties tussen politiek, technologie, retoriek, entertainment, media, literatuur en geschiedenis. Maar voor hetzelfde geld verdwaal je in dat onafgebroken informatiebombardement, dat soms verbijsterende beelden van spectaculaire geweldpleging en rampspoed met dodelijke slachtoffers, afgewisseld met nietszeggende geluiden, banale beelden en nutteloze wetenswaardigheden.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 12 mei 2021.

6 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Assa

***
IFFR Unleashed – 1992: Assa
Van glasnost tot massacultuur

door Jochum de Graaf

Assa, de Sovjet-krimi van Sergei Solovyov uit 1987, groeide uit tot een cultfilm, voornamelijk omdat met deze film de Russische rock van underground tot mainstream verschoof. Volgens sommigen luidde Assa, dat verscheen tijdens de glasnost en perestrojka, zelfs het einde van de Sovjet-Unie in.

Assa was een ijkpunt omdat het de eerste film was die van de glasnost (openheidspolitiek die door partijleider Gorbatsjov in gang was gezet) massacultuur maakte. Rockgroepen als Aquarium, Bravo en Kino die tot die tijd geband waren en een ondergronds bestaan leefden, werden in een officiële filmproductie in beeld gebracht.

Assa

Symbolische slotscène
Die overgang van de glasnost naar massacultuur komt het beste naar voren in de symbolische slotscène. Rockidool Viktor Tsoi, de Russische Marc Bolan (T-Rex), arriveert in een restaurant waar hij op zal treden. De manager geeft hem een uitvoerige instructie hoe een Sovjet-artiest zich dient te gedragen. Is hij voorzien van een geldig Sovjet-diploma? Alle bandleden moeten in hetzelfde uniform gekleed zijn, een voor een het podium op en niet zelfstandig het podium weer verlaten, tenzij er een medische reden is.

Tsoi – hij zou net als zijn evenbeeld Marc Bolan bij een auto-ongeluk omkomen, wat nogal bijdroeg aan zijn sterrenstatus – hoort het uitgezakt op een stoel kort aan. Maar dan stormt hij het podium op en zijn band Kino zet Chotsjoe Peremen! (Ik wil verandering) in, de glasnost-hit bij uitstek. Na enige tijd switcht de camera en blijkt Kino niet in een restaurant maar voor een enorm publiek in een theater te spelen. Een zinderend optreden met lichtjes boven de hoofden, luid meezingend publiek.

Opvallend aan Assa is dat dat slotoptreden nauwelijks een relatie met de verhaallijn heeft. Het enige is dat Kino in eerste instantie in het restaurant optreedt waar undergroundrocker Bananan (Sergej ‘Afrika’ Boegajev), avond aan avond met zijn band Bravo optreedt. Op zekere avond komt verpleegster Alika (Tatjana Drubitsj) naar de club en Bananan introduceert haar in de undergroundscene.

Zeldzame viool gestolen
Het is de winter van 1980 en Alika is in Jalta op de Krim met patiënt en geliefde Krymov (Stanislav Govorukhin) die aanmerkelijk ouder is dan zij. Oplichter Krymov is daar op de vlucht terechtgekomen omdat hij een zeldzame viool gestolen heeft en komt aan het hoofd te staan van een bende criminelen. Zoals het in een Sovjet-krimi betaamt, wordt deze bende door de KGB in de gaten gehouden. Wanneer Krymov ontdekt dat Alika met Bananan een relatie ontwikkelt, wordt hij jaloers en probeert hij Bananan ervan te overtuigen Alika en Jalta helemaal te verlaten. Wanneer Bananan weigert, wordt hij vermoord door Krymovs mannen.

Een nevenplot ontstaat wanneer Krymov ’s avonds op zijn hotelkamer een boek van Natan Eidelman, die je ook als voice-over hoort, ter hand neemt en de setting zich verplaatst naar maart 1801. We zijn in Sint-Petersburg en worden getuige van het complot tegen tsaar Paul I die uiteindelijk door een groep officieren wordt omgebracht.

Assa

Beide verhaallijnen hebben echter weinig met elkaar te maken. En daar komen dan nog een stuk of wat experimentele scènes bij die ook nogal losjes met de plot te maken hebben: de surrealistische dromen van Bananan (vloeistofdia’s), in beeld geprojecteerde ‘voetnoten’ met uitleg van Russisch rockslang en projectie van complete Russische songteksten van Aquarium, Bravo, Jury Chernavsky met Vesyolye Rebyata en Kino. In 1987 waren deze beelden voor de Sovjet-Unie revolutionair, nu doen ze toch gedateerd aan.

Soundtrack
De soundtrack is van de legendarische frontman van Aquarium, Boris Grebensjtsjikov, ‘a God who radiates light’ in de ogen van Bananan. En de vinylplaat die hiervan werd uitgebracht, was een van de eerste officiële rockreleases op het enig toegestane staatsplatenlabel Melodia. Slotlied Chotsjoe Peremen! groeide uit tot dé hit van de glasnost en perestrojka (hervormingspolitiek) en werd het lijflied van de Russische oppositiebeweging Solidarnost.

Als een van de eerste glasnost-films is Assa (Solvjov maakte twintig jaar later nog een sequel) zeker de moeite waard, maar Leto, Kirill Serebrennikovs biopic over de driehoeksverhouding tussen Natalja Naoemenko, haar man Majk (zanger Zoopark) en Viktor Tsoi geeft een beter beeld en gevoel over de zinderende tijd dat rock naar Rusland kwam.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 12 mei 2021.

30 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Chronik der Anna Magdalena Bach

*
IFFR Unleashed – 1989: Chronik der Anna Magdalena Bach
Oren open en ogen dicht

door Jochum de Graaf

Een scène ergens midden jaren tachtig voor de deur van Lantaren Venster Rotterdam: we staan in de rij voor de première van een nieuwe film van Jean-Marie Straub en Danielle Huillet, in die tijd vaste gasten op het IFFR.

Ik zeg tegen een vriend ‘benieuwd of we weer naar zo’n eindeloze reeks stilstaande beelden zonder drama of plot gaan kijken’. Terzijde staat een clubje Straubfans dat zich aangesproken voelt: ‘oh, daar heb je weer zo iemand, nou die discussie hebben we al lang gehad’. De scène is tekenend voor het sektarisme rond Straub, een kleine schare fanatieke fans die alles bejubelt wat door het Frans/Duitse duo wordt uitgebracht en aan de andere kant een grote groep filmfans die weinig op heeft met de extreem minimalistische filmstijl. Toch worden ze nog tamelijk geacht in zekere kring, getuige de retrospectieven die dit voorjaar in Tokio en Londen te zien zijn.

Chronik der Anna Magdalena Bach

Formalistische filmstijl
Na zoveel jaren was ik wel benieuwd of mijn aversie tegen Straub/Huillet nog steeds zo groot is, ben misschien wat milder geworden. Maar Chronik der Anna Magdalena Bach valt me zeker niet mee.

Natuurlijk, er zullen vast mensen die nog steeds de stramme stijve Straubstijl appreciëren, maar nog steeds ontgaat me de zin van het minutenlang een pagina bladmuziek in beeld tonen, een vogel in een kooitje, een deur met nis in een trapportaal, een bomenbos met overtrekkende wolken, een kust met aanspoelend water, een blad met gotische letters, een middeleeuwse stadsprent als illustraties bij een volstrekt onsamenhangend verhaal. En dat alles ook nog in zeer korrelig zwart-wit opgenomen, brrr.

Hoofdmoot van de film zijn muziekuitvoeringen uit het rijke oeuvre van Bach, uitgevoerd door ensembles, koren, orkestjes uitgedost met pruiken, in historisch verantwoorde kostuums, op authentieke locaties en met muziekinstrumenten uit de achttiende eeuw, de tijd dat ze gecomponeerd werden. Daar valt op zich wel wat voor te zeggen, Bach in de oorspronkelijke setting, maar ook hier wordt die straffe formalistische filmstijl op toegepast, tien minuten vanuit één onbewogen standpunt naar een koor moeten staren, waarbij alleen de dirigent beweegt.

Chronik der Anna Magdalena Bach

Monotoon geneuzel
Maar het meest ergerlijk is de Chronik zelf, het onverstaanbare commentaar waarin Anna Magdalena, Bachs tweede vrouw, verhaalt over zijn leven en werken. Uit flarden maak ik op dat het gaat over de diverse steden waar hij werkte, zijn relatie met beschermheren, allerlei rechtszaken, de dood van hun kinderen. Maar het genie van Bach wordt totaal geen recht gedaan met dat monotone geneuzel in het Engels met zwaar Duits accent. Het gaat het ene oog en oor in en het andere uit.

De muziek is op zich goed in orde, hoofdrolspeler landgenoot Gustav Leonhardt, is werelds beste klavecimbelspeler (je moet er van houden) maar zijn spel is virtuoos. Al met al zijn zo’n vijfentwintig hoogtepunten uit Bachs oeuvre, cantates en sonates, preludes, fragmenten uit de Brandenburgse Concerten, de Goldbergvariaties, te beluisteren.

Wanneer je van Bach houdt, kom je dus ruimschoots aan je trekken, maar ik raad je aan om de soundtrack op te zetten, je ogen dicht te doen en je eigen filmbeelden erbij te dromen.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 21 april 2021.

23 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Merry-Go-Round

**
IFFR Unleashed – 1981: Merry-Go-Round
Experiment aan kracht verloren

door Jochum de Graaf

Merry-Go-Round uit 1981 is niet de meest bekende film van Jacques Rivette, prominent vertegenwoordiger van de Nouvelle Vague, en zeker niet zijn beste.

Rivette (1928-2016) hanteerde een experimentele techniek door met grote groepen acteurs te werken aan karakterontwikkeling en het vrijwel zonder script uitgebreid oefenen met scènes voor de camera. Zijn oeuvre wordt gekenmerkt door improvisaties, losse verhaallijnen en lange looptijden. Out 1, oorspronkelijk uit 1971, duurt in de gereviseerde versie van 2003 maar liefst 750 minuten en wordt door sommige cinefielen als een heilige graal beschouwd.

Merry-Go-Round

Inzinkingen
Midden jaren zeventig had Rivette een contract voor het maken van vier films, onder de noemer Scènes de la vie parallèle. Duelle en Noroît had hij in 1976 afgemaakt, maar toen hij een paar dagen met de derde aflevering Marie et Julien bezig was. kreeg hij een zenuwinzinking. Ook bij Merry-Go-Round is het bijna onmogelijk om de film te scheiden van de chaos achter de schermen waaruit hij voortkwam. Toen Rivette in 1979 de draad weer oppakte en de film begon te draaien, werden na een paar maanden zowel hij als hoofdrolspeelster Maria Schneider ziek.

De improvisatorische manier van filmen had ook al geleid tot een steeds verslechterende relatie tussen Schneider en de andere hoofdrolspeler, Joe Dallesandro, icoon van de subcultuur van de jaren zeventig, uit de stal van Andy Warhol. Schneider, die een iconische status aan Bertolucci’s Last Tango in Paris had overgehouden, gaf er de brui aan en een aantal scènes werd met een andere actrice, Hermine Karaheuz, opgenomen.

Ondoorgrondelijk
Merry-Go-Round is een tamelijk ondoorgrondelijke film. In een schimmige en steeds ingewikkelder wordende plot, komen Amerikaan Ben (Joe Dallesandro) en Française Léo (Maria Schneider) na eerst onafhankelijk van elkaar uitgebreid over het Franse platteland te hebben gezworven uiteindelijk tegelijkertijd in Parijs aan, gelokt door een spoor van mysterieuze telegrammen van een zekere Elisabeth (Danièle Gegauff), vriendin van Ben en zus van Léo. Eenmaal in Parijs is Elisabeth aanvankelijk nergens te bekennen, het duo gaat op een soort speurtocht door de stad, ze vangen op zeker moment een glimp van haar gezicht op en er ontvouwt zich een soort complottheorie waarbij mogelijk overleden meisjes betrokken zijn, een neppe vader die 4 miljoen dollar al dan niet verborgen houdt vanwege een vliegtuigexplosie die voor hem bedoeld was… en dan wordt Elisabeth prompt ontvoerd. Hallo, bent u daar nog?

Toch is er een moment van lichte schoonheid in de waanzin van Merry-Go-Round: de climax van de film in de scène in de zandduinen waar Ben en Léo letterlijk vrede, rust en rust in hun eigen hoofd vinden.

Merry-Go-Round

Onnozel
Maar wat Schneider en Dallesandro voor het overige doen is veel mopperen, door verlaten huizen dwalen en slappe grappen maken en vechten en kletsen, onnozele scènes improviseren zoals die waarin Ben een samenzweerderige obsessie met het getal 3 botviert.

Het is allemaal nogal fragmentarisch, wat nog versterkt wordt door twee soorten intermezzo’s die het toch al zwakke hoofdverhaal onderuit halen.

Het ene is de openingsscène en de daarna telkens opduikende live uitgevoerde soundtrack van twee muzikanten (bassist Barre Phillips en klarinettist John Surman), die een treurig jazzy muziekstuk improviseren, lange lage klarinettonen die overgaan in een naargeestig geluidsveld van een strijkende bas.

En het andere is een aantal vermoedelijk spannend bedachte intermezzo’s, zoals een ridicuul gevecht met een in vol ornaat geharnaste ridder te paard en een achtervolging door wilde honden – scènes die voor het grootste deel schrikbarend saai en overdreven lang zijn.

Destijds werd de film nogal positief besproken, gelauwerd met maar liefst vier sterren; de tand des tijds geeft aan dat de film nu met de helft ruimschoots beloond wordt.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 21 april 2021.

9 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Kom Hier Dat Ik U Kus

****
recensie Kom Hier Dat Ik U Kus

Knellend pantser van een familiegeschiedenis

door Jochum de Graaf

Kom Hier Dat Ik U Kus, de verfilmde bestseller van Griet Op de Beeck, vertelt in drie delen het verhaal van de in een Vlaamse provinciestad opgroeiende Mona, als negenjarige, twintiger en dertiger.

Op jonge leeftijd komt haar moeder bij een auto-ongeluk om. Haar vader heeft al snel een nieuwe vrouw, die Mona half afgedwongen mama gaat noemen. Wanneer zij zelf op volwassen leeftijd relaties aangaat, lopen de verhoudingen eveneens moeizaam. Ze krijgt een baan als dramaturge die haar ondergeschikt aan een bekende regisseur maakt en heeft een relatie met een beroemde oudere schrijver, die volledige toewijding aan hem eist. In het laatste deel, wanneer Mona halfweg dertig is, wordt haar vader ernstig ziek, komt het tot een verzoening en lijkt Mona eindelijk haar lot in eigen hand te nemen.

Kom Hier Dat Ik U Kus

Onderhuidse spanning
De coming of age van Mona draait constant om de onderhuidse spanning; de uitnodiging tot liefkozing die de Vlaamse uitdrukking ‘Kom hier dat ik u kus’ vormt, kan ook een benauwende opdracht zijn. Liefhebben op commando omdat anders de hel losbreekt.

Het succes van het boek zat hem vooral in de invoelende impressionistische stijl, dicht op de denkwereld van Mona. De film doet daar niet voor onder, de sec beschreven periodes, in het boek met jaartallen aangegeven, worden in de film psychologisch uitgediept met de thema’s de moeder, de liefde, de vader. En dat is vooral te danken aan de documentaire aanpak, die regisseurs Sabine Lubbe Bakker en Niels van Koevorden hanteren, intiem observerend de personages aftastend. Het duo maakte in 2013 de veelgeprezen docu Ne Me Quitte Pas over de Waalse vrienden Bob en Marcel en hun straffe voorliefde voor drank.

Kom Hier Dat Ik U Kus

Pijnlijk schurende scènes
In de volledig Vlaamse cast verdienen vooral de voornaamste vrouwenrollen veel lof. Tanya Zabarylo geeft met haar blikken en lichaamstaal de verstilde Mona een reikwijdte aan onderdrukte emoties mee. Daar tegenover staat Wine Dierickx als de labiele soms hysterische stiefmoeder wier emoties ieder moment kunnen exploderen.

Kom Hier Dat Ik U Kus zit vol met pijnlijk schurende scènes zoals wanneer Mona’s jongere broer met zijn nieuwe lief op bezoek komt en de stiefmoeder de mooie halfbloed vriendin vraagt waar ze vandaan komt. ‘Van Dendermonde’ is het antwoord, en de lompe vraag volgt ‘Maar nee, waar komt ge echt oorspronkelijk vandaan’.

Veel van de onderlinge verhoudingen in het gezin, waar al gauw een stiefzusje wordt geboren en de vader vlak voor zijn sterven een geheime liefde koestert, wordt afgedekt en blijft onbesproken, sudderend onder de oppervlakte en soms tot een uitbarsting komend. Het meest spannend komt dit tot uitdrukking tijdens de maaltijden, de stiltes, de glimlachjes, de obligate opmerkingen om de sfeer een beetje goed te houden, de spanning die om te snijden is. En dan opeens slaat toch de vlam in de pan, wordt er met borden en glazen gegooid. De apotheose is bij het laatste kerstdiner, met vader net dood, de stiefmoeder die met een litanie vol zelfbeklag en verwijten de boel laat ontaarden en Mona die zich op waardige wijze bevrijdt van het knellende pantser van de familiegeschiedenis.

 

7 december 2020

 

ALLE RECENSIES

IDFA 2020 – Deel 6: Power to the People en The Backstage of Politics (3)

IDFA 2020 – Deel 6:
Power to the People en The Backstage of Politics (3)

door Jochum de Graaf

Het is natuurlijk maar relatief of je een film politiek of geëngageerd kunt noemen. Pakweg de helft van de IDFA-films kun je met gemak onder het thema ‘politiek’, ‘maatschappelijk’, ‘sociaal bewogen’ scharen. Voor de wegwijzers Power to the People en The Backstage of Politics zijn een stuk of twintig films geselecteerd.

Opmerkelijk dan toch dat in het juryrapport van Best Feature Length-winnaar Radiography of a Family (niet in deze selectie opgenomen), regisseur Firouzeh Khosrovani geroemd wordt omdat ze ‘zo subtiel en poëtisch laat zien hoe politiek een gezin voor altijd kan veranderen’. En het toeval wil dat in deze laatste aflevering van Power to the People en The Backstage of Politics toevallig ook twee andere award-winnaars zijn opgenomen. Gorbachev. Heaven won de prijs voor Beste Regie en Inside the Red Brick Wall de prijs voor de Beste Montage.

 

Gorbachev. Heaven

Gorbachev. Heaven
Daar zit hij dan, als enige, aan een lange tafel, moeizaam aan komen strompelen met looprek. De tafel is goed Russisch gedekt, kenmerkend met flesjes sap, schaaltjes vleeswaren, een kokkin brengt hapjes en wodka. Vooral zijn hoofd is dikker geworden, met die kenmerkende bloeduitstorting, een broze man. Dit is de man die het leven van miljoenen mensen ingrijpend veranderd heeft.

Michael Gorbatsjov (89), de laatste secretaris-generaal van de CPSU (Communistische Partij van de Sovjet-Unie), de man die met zijn politiek van perestrojka en glasnost het einde van de Koude Oorlog en daarmee ook van de Sovjet-Unie in gang zette.

Regisseur Vitaly Mansky – hij maakte op het vorige IDFA furore met Putin’s Witness – concentreert zich op zijn eigen beelden van Gorbatsjov, maakt geen gebruik van archiefmateriaal, slechts af en toe een foto met korte tekst over wie Breznjev en Andropov ook al weer waren. Zo krijg je een levendig gevoel hoe Gorbatsjov zijn eigen leven ziet. Er ontstaat een boeiend, ietwat verleidelijk beeld van zijn karakter, teder en humoristisch, maar soms een hint naar zijn donkere kwaliteiten. Gorbatsjov citeert dichters Poesjkin en Yesenin, en zingt voluit Oekraïense volksliedjes.

Mansky hanteert een doortastende, vasthoudende interviewstijl, bepaalt Gorbatsjov telkens weer tot het onderwerp. Waarom vermijdt hij de ineenstorting van de Sovjet-Unie, waarom gaat hij niet in op de vraag of hij het Sovjetleger heeft bevolen het vuur te openen in de Baltische staten? Gorbatsjov zwijgt, krabt zich langdurig aan een huidwond op zijn arm.

Gorbatsjov doet een paar onthullende observaties. Ronald Reagan zag hij als ‘een echte dinosaurus’; hij is hoogst onaangenaam over zijn opvolger Boris Jeltsin. Op de vraag wie van de Sovjetleiders nog als socialist kan worden beschouwd, antwoordt hij schalks lachend: ‘ik natuurlijk’. Over Poetin is hij de ene keer diplomatiek en een andere keer nauw verholen scherp kritisch. Tijdens de Oudejaarsviering in de flat bij assistent Volodya en zijn vrouw Tanya is Poetin alom tegenwoordig op de tv-schermen. Het is vast toeval, maar wanneer Poetin zijn Nieuwjaarstoespraak uitspreekt, verliest Gorbatsjov zijn gehoorapparaat.

Het slot is weemoedig, melancholiek over zijn toewijding aan zijn vrouw Raisa, nu alweer twintig jaar geleden overleden. De vrouw die bekend stond als de eerste en enige first lady van de Sovjet-Unie. We zien een prachtige scène met Gorbatsjov als een klein figuurtje in de deuropening van zijn kantoor naast een enorme foto van een glimlachende Raisa. Gorbatsjov brengt een bezoek aan haar graf op de schitterende begraafplaats Novodjevitsje. Hij zegt dat hij al geboekt heeft voor een eigen plaats.

Gorbachev.Heaven is een meeslepende terugkijk op een leven dat de wereld veranderd heeft.

 

Inside the Red Brick Wall

Inside the Red Brick Wall
PolyU, de polytechnische universiteit van Hongkong, ingeklemd tussen wolkenkrabbers en een wirwar van snelwegen, werd tijdens de grote demonstraties zomer 2019 in Hongkong tegen de gewraakte uitleveringswet van de Volksrepubliek China twee weken lang belegerd door de politie. Studenten hebben zich in de steeds grimmig wordende strijd verschanst in het rood bakstenen gebouw en komen meer en meer als ratten in de val te zitten.

Inside the Red Brick Wall (de titel slaat zowel op de kleur van het gebouw als op de straatstenen die de studenten naar de politie gooien) is een onverhuld verslag van de schermutselingen tussen studenten en politie. Het begin is nog energiek en moedige studenten weten soms inventief een gat in de belegering te vinden, gaandeweg wordt het een kat-en-muispelletje en je weet de afloop van de ongelijke strijd. Behalve met stokken, stenen, slagwapens, traangas, waterkanonnen, helmen, bivakmutsen, wordt de strijd in dit digitale tijdperk ook met iPhones, grote screens met eigen tv-kanalen gevoerd.

Daarbij is het ook een propagandaoorlog. De strijdende partijen bestoken elkaar aan de frontlinie met luide leuzen en keiharde muziek: de demonstranten spelen keihard ‘Fuck the Popo’, de politie tracht de moraal te ondermijnen met ‘Surrounded’ en ‘Ambush from Ten Sides’.

Moeten de demonstranten de strijd opgeven, zich naar buiten vechten, toch nog volhouden? Gaandeweg slaan de angst en vertwijfeling toe. Buiten de Red Brick Wall is het zeker dat ze hardhandig opgepakt worden en lange gevangenisstraffen tegemoet kunnen zien. Maar het bijzondere aan de film is dat je er als het ware helemaal in wordt gezogen door de vrijwel zonder uitzoomen vanaf ooghoogte gefilmde scènes vanuit verschillende perspectieven. Een briljante montage van de HK Documentary Filmmakers, terecht beloond met de Best Editing Award.

 

Final Account

Final Account
‘Monsters, schreef Primo Levi ooit, ‘zijn altijd aberraties. Maar de kleine lieden die vanaf de zijlijn toekijken en af en toe voorover leunen om een handje te helpen: die zijn het echte gevaar. Die zijn veel erger dan de monsters.’

De Britse documentairemaker Luke Holland, die kort na het voltooien van zijn magnum opus overleed, verzamelde in ruim tien jaar getuigenissen van Duitsers en Oostenrijkers die in de Tweede Wereldoorlog aan de kant van de nazi’s stonden. Kleine krabbelaars die in het Duitsland en Oostenrijk van de jaren dertig en veertig van de vorige eeuw een ‘normaal’ leven leidden als frontsoldaat, als eenvoudige accountants of opgroeiden in de Hitlerjugend.

Mensen als Margarette Schwarz, die zich herinnert dat haar tanden gevuld en rechtgetrokken werden door gevangenen van Dachau. ‘Het waren hele aardige gevangenen’, zegt ze. Een man als Herman Knoth, die uitlegt dat de Waffen-SS in hoog aanzien stond als de elite van de natie, ‘niet alleen fysiek, ook geestelijk’. En iemand als Karl Hollander, die half doof en blind aan het eind van zijn leven benadrukt dat hij nog steeds grote bewondering voor Hitler heeft en die joden, ja dat was misschien erg, maar ze hadden veel eerder een eigen land moeten krijgen.

Ze voelden zich geborgen in de sportieve cultuur van de Hitlerjugend, loven de kameraadschap van de SS, en die kampen hadden toch ook betekenis voor de lokale economie: de bakkers, slagers, kruideniers, iedereen profiteerde ervan, alleen de mensen die opgesloten zaten niet. Na zoveel jaar ontkennen ze dat ze wisten wat er aan de hand was – ‘wir haben es nicht gewusst’ – of wanneer ze er wel iets van hadden geweten, droegen ze geen verantwoordelijkheid, waren slechts een klein radertje in het geheel, ‘we konden niet anders’. Slechts een enkeling bekent dat toch menigeen geweten moet hebben wat er aan de hand was, op twee kilometer van de kampen kon je de verbrande lijken nog ruiken.

Onthutsend die slotscène in Wannsee, de ‘schuldige’ locatie waar de Endlosung werd uitgedacht en waar de bejaarde Hans Wierk, gewezen frontsoldaat, zijn schaamte uitspreekt voor de Duitse geschiedenis. Tegenover hem een niet nader aangeduide, lompige kale student die hem daarvoor hekelt: de oude man zou zich veel meer zorgen moet maken over Albanese immigranten die rovend rondtrekken. Met zijn hoofd in de handen, luisterend naar deze tirade, roept Wierk radeloos en bijna in tranen: ‘ik vraag alleen dit van jou, laat je niet verblinden’.

Final Account is een eenvoudige, onopgesmukte studie van het alledaagse kwaad, een die de ooggetuigenverslagen in balans brengt met archiefbeelden, geprojecteerd op muren van gebouwen en huizen waar het zich allemaal afspeelde. Melancholieke beelden van bergen, bossen en door bladeren overwoekerde spoorlijnen in winterkleuren.

De film laat expliciet zien hoe honderd grijstinten samen een duisternis kunnen vormen. En impliciet waarschuwend dat het nog een keer zou kunnen gebeuren.

 

3 december 2020

 

IDFA 2020 – Deel 1: Vergane glorie en persoonlijke geschiedenissen
IDFA 2020 – Deel 2: Power to the People en The Backstage of Politics (1)
IDFA 2020 – Deel 3: Mensen met hun passies en zwakheden
IDFA 2020 – Deel 4: Rusland documentaireland
IDFA 2020 – Deel 5: Power to the People en The Backstage of Politics (2)
IDFA 2020 – Deel 7: Grenzen Verleggen

 

MEER FILMFESTIVAL

IDFA 2020 – Deel 5: Power to the People en The Backstage of Politics (2)

IDFA 2020 – Deel 5:
Power to the People en The Backstage of Politics (2)

door Jochum de Graaf

Als het om de achterkant van de politiek en over de macht aan het volk gaat, zijn de Verenigde Staten op dit moment wel het meest interessante land om de ontwikkelingen te volgen. In aflevering 2 van de politieke wegwijzers van IDFA drie urgente films.

 

City Hall

City Hall
Het is misschien niet zijn absolute magnum opus, daarvoor heeft de 90-jarige Frederick Wiseman sinds 1963 te veel documentaire meesterwerken gemaakt, maar zonder twijfel is City Hall opnieuw een indrukwekkende aflevering uit zijn lange carrière sinds 1963.

In de herfst van 2018 en de winter van 2019 volgde Wiseman het stadsbestuur van Boston en in City Hall worden we ruim vier en een half uur ondergedompeld in het openbare leven van Amerika’s meest Europese stad. 272 Minuten waarin we burgemeester Marty Walsh, Democraat van Ierse komaf, volgen bij zijn werkbezoeken in de wijken, zijn ontmoetingen met zakenlieden in de haven die hij toespreekt over de impact van klimaatverandering, met veteranen die in Faneuil Hall hun verhalen vertellen op 11 november Veterans Day, met de vrijwilligers van Goodwill Industries bij de viering van Thanksgiving Day, met de organisatoren van de Boston Red Sox Parade ter viering van het kampioenschap.

Telkens maakt hij het persoonlijk: met de veteranen deelt hij zijn strijd tegen alcoholisme, met een groep protesterende verpleegsters het verhaal van kanker in zijn kinderjaren, met een groep latino’s die opkomen voor een betere scholing en opleiding refereert hij aan de emancipatiestrijd van de Ieren, de bevolkingsgroep waar hij zelf uit voortkomt.

Maar City Hall is niet alleen een studie van de burgemeester maar vooral ook hoe een stadsbestuur, met al zijn afdelingen en diensten, met politie en brandweer, met burgerzaken, diversiteitsraden, vuilnisophaal, armoedebestrijding, veteranenzaken, huisvesting en ongediertebestrijding functioneert. En ook hoe die alledaagse gang van zaken daar bovenuit stijgt en de grote vraagstukken van het leven aanraakt.

Illustratief is de scène waarin een blanke veteraan met een arbeidersachtergrond bezoek krijgt van de ongediertebestrijding, het gaat na verloop van tijd niet zozeer om de last van de muizenplaag die hij heeft maar om zijn schaamte voor de omstandigheden waarin hij leeft.

Vooral in het begin mis je de context van de film; waar zijn we en wie is er nu eigenlijk aan het woord. Maar dat is nu het eigene, fascinerende van Wisemans aanpak, in plaats van talking heads met tijd en plaats op te voeren maakt hij documentaires waarin de actie de informatie is.

In plaats van een dramatische verhaallijn van personages biedt Wiseman een uitgekiende spanningsboog van ideeën. De film begint met een overzicht hoe de ruim 300 telefonisten binnenkomende telefoontjes afhandelen en eindigt met een indrukwekkende ‘State of the city’-toespraak van Marty Walsh in Symphony Hall.

Natuurlijk, vier en een half uur is een forse zit en tussen de scènes kun je je rustig even een hapje eten en drinken, een sanitaire stop maken, of met je huisgenoten de crisis bij Forum voor Democratie doornemen, maar bij iedere volgende scène haak je toch weer aan bij het fascinerende beeld hoe een fatsoenlijke overheid en daarmee onze democratie werkt.

City Hall gaat de tegenstellingen in de stad tussen verschillende bevolkingsgroepen niet uit de weg, maar laat vooral ook zien hoe de ambtenaren en politici in Boston telkens stuiten op het beleid van de regering Trump. Wiseman in een interview bij het Toronto Film Festival: ‘City Hall is een anti-Trumpfilm omdat de burgemeester en de mensen die voor hem werken geloven in democratische normen. Ze vertegenwoordigen alles waar Donald Trump niet voor staat.’

 

White Noise

White Noise
Van een geheel ander kaliber is White Noise, Daniel Lombroso’s intrigerende inkijk in de wereld van alt-right (alternatief rechts) in de VS. ‘Heil Trump’ roept bedenker van de term Richard Spencer, al drie dagen dronken na diens verkiezingsoverwinning in 2016 en in het publiek wordt fors de rechterarm in de lucht gestrekt. Verderop in de film komt Spencer in moeilijkheden als organisator van de demonstraties in Charlotsville waar een demonstrant door een auto wordt overreden en waar Trump uitroept dat er schuldigen zijn ‘on many sides’.

‘Fuck Islam’ schildert influencer Laura Southern met lippenstift op haar wang en we volgen haar op bezoek bij geestverwanten in Frankrijk en in Rusland waar ze tamelijk naïef de inmenging van Poetin in de Amerikaanse presidentsverkiezingen zegt te onderzoeken.

Mike Cernovich, de derde alt-righter die we volgen, is een straffe anti-feminist die zich ontwikkelt tot complotdenker, nationalist en Trump-propagandist.

Al krijgen we soms een glimp van twijfel en frustraties van de drie protagonisten te zien, White Noise schetst toch vooral een genadeloos beeld van de deerniswekkende narcisten en aandachtstrekkers die extreemrechts bevolken.

 

MLK/FBI

MLK/FBI
Martin Luther King groeide na zijn gewelddadige dood in 1968 tot een held van bijna mythische proporties. In MLK/FBI, Sam Pollards docu over de jacht op King door de FBI, wordt hij teruggebracht tot redelijker proporties. Hij had weliswaar enorme gaven, organisatietalent en die weergaloze retoriek, maar het was ook een man met een aantal karakterzwakheden.

Van de FBI daarentegen en zijn grote voorman J. Edgar Hoover, in de jaren ‘50 en ‘60 met een zorgvuldig opgepoetst onkreukbaar imago, krijgen we te zien hoe ze in werkelijkheid in die jaren uitgroeiden tot een daadwerkelijke deep state, een in het duister opererende schaduwoverheid. In de jacht op King werd geen middel geschuwd om bewijsmateriaal tegen hem te verzamelen: over zijn vermeende anti-Amerikaanse sympathieën, over het privéleven van zijn belangrijkste assistent die er communistische sympathieën op na zouden houden en vooral ook over zijn buitenechtelijke escapades.

Al dat bewijsmateriaal wordt op volstrekt illegale wijze verkregen, met het onder druk zetten van naasten van King, met het afluisteren van zijn telefoongesprekken, met geheime opnamen van zijn vele ontmoetingen met allerlei prominenten als president Johnson. Het gaat zover dat de FBI een brief met uitgebreide details over zijn seksuele escapades dreigt te openbaren, in een poging hem tot zelfmoord aan te zetten.

Met een goed gemonteerde combinatie van reportages, interviews, slim gekozen fragmenten uit speelfilms, van commentaar voorzien door personen als FBI-directeur James Comey en burgerrechtenactivist Andrew Young wordt de jarenlange heksenjacht in beeld gebracht. Het is de tijd waar nog onbekommerd het N-woord wordt gebruikt, Martin Luther King is ‘the most dangerous negroe in America’.

Onthutsend is het speelfilmfragment waarin een zwarte jongen gelyncht wordt nadat hij zich aan een blank meisje zou hebben vergrepen. Maar het is anderzijds ook de tijd van optimisme en hoop, de sixties en de opkomst van de burgerrechtenbeweging, die met de moord op Martin Luther King even de kop in werd gedrukt, maar achteraf toch doorzette.

MLK/FBI is een zeer belangwekkende historische reconstructie van een scharnierpunt in de geschiedenis van de Verenigde Staten.

 

30 november 2020

 

IDFA 2020 – Deel 1: Vergane glorie en persoonlijke geschiedenissen
IDFA 2020 – Deel 2: Power to the People en The Backstage of Politics (1)
IDFA 2020 – Deel 3: Mensen met hun passies en zwakheden
IDFA 2020 Deel 4: Rusland documentaireland
IDFA 2020 – Deel 6: Power to the People en The Backstage of Politics (3)
IDFA 2020 – Deel 7: Grenzen Verleggen

 

 

MEER FILMFESTIVAL

IDFA 2020 – Deel 2: Power to the People en The Backstage of Politics (1)

IDFA 2020 – Deel 2:
Power to the People en The Backstage of Politics (1)

door Jochum de Graaf

IDFA kwam dit jaar moeizaam op gang. De vrijwilligersvoorstelling traditioneel voorafgaand aan het festival moest tot twee keer toe worden opgestart en werd uiteindelijk afgebroken. Ook bij de openingsfilm Nothing but the Sun was er de nodige technische malheur en werd besloten de film nog een dag extra ter beschikking te stellen. In dit tweede verslag van IDFA 2020 niet alleen een kijkje achter de schermen, maar vooral ruim aandacht voor revoluties en politiek.

Buitenlandse bezoekers klaagden volop dat ze geen toegang kregen tot de online forums en hangouts. De met het oog op de online vertoningen speciaal uitgebreide Support Crew werd na een aantal dagen ontmanteld en vervangen door professionele medewerkers.

Goed en informatief dat dit jaar een zestal Wegwijzers zijn samengesteld, een selectie films gecentreerd rond een bepaald thema. Ik heb gekozen voor de samenhangende thema’s The Backstage of Politics en Power to the People. Opvallend in die selectie is dat waar in vorige jaren Syrië – met grote publieksfavorieten als Last Men in Aleppo, A Syrian Love Story, Radio Kabani, For Sama en The Cave – een soort van hofleverancier op dit thema was er nu niet een film uit dit land geselecteerd is, terwijl het conflict nog zeker niet voorbij is. Over het hele festival gezien komt slechts een handvol uit het Midden-Oosten en zijn de VS en Frankrijk beide met enige tientallen documentaires koploper. Nu een eerste bijdrage over Algerije, Palestina, Haïti en Rusland.

 

Nardjes A.

Nardjes A.
Over Algerije valt een boeiende documentaire, misschien wel meer dan een, te maken. Het land kent sinds de onafhankelijkheidsstrijd (1954-1962) – de epische film De Slag Om Algiers (1966) getuigt ervan – een turbulente geschiedenis. De overwinning van het Front National de Liberation (FLN), de verkiezingen van 1991 gewonnen door het Front Islamique du Salut (FIS), de daaropvolgende legercoup en jarenlange burgeroorlog, uiteindelijk de presidentsverkiezingen van 2019, genoeg drama zou je zeggen.

Maar Nardjes A. van Karim Aïnouz is verre van een boeiende documentaire. We volgen Nardjes, een 25-jarige modern uitziende activiste, tijdens de grote demonstratie van 22 februari 2019, de eerste massademonstratie die uiteindelijk zou leiden tot het aftreden van de seniel wordende 82-jarige president Bouteflika die zich voor de vijfde opeenvolgende keer kandidaat gesteld had. We komen wel het een en ander over haar te weten, haar communistische afkomst, de hoop op een vaste baan, de energie die ze krijgt van het massale verzet, de hoop en verwachting voor de toekomst.

We staan met haar op in een buitenwijk van Algiers, ontbijten, reizen naar het begin van demonstratie. Maar telkens als je denkt: hoe zat het ook alweer met die verkalkte machtsstructuur van elkaar opvolgende legerleiders, met die 100.000 doden tijdens de loden jaren van de burgeroorlog, met het geringe perspectief van de in grote meerderheid jeugdige bevolking, slaat de demonstratie weer een volgende straat in en zie je opnieuw de bonte verzameling demonstranten uit alle bevolkingslagen van de Algerijnse samenleving zingend en dansend over straat gaan.

In de aftiteling wordt moeilijk leesbaar vermeld dat nadat Bouteflika aftrad nog vele demonstraties volgden en dat er wel wat aan de corruptie en het machtsmisbruik gedaan werd en dat de uitgestelde verkiezingen door een goedgekeurde legerkandidaat gewonnen werd.

 

Mayor

Mayor
Zo op het oog is Ramallah een hele normale, zelfs bruisende stad ergens op de wereld. Druk straatverkeer, winkelend publiek, filialen van KFC, McDonald’s, luxe tearooms, stadsparken en pleinen, spuitende fonteinen. In de beginscène van Mayor, de docu over Ramallahs burgemeester Musa Hadid, zien we een ambtelijke werkgroep zich buigen over het onderwerp city branding. Ramallah moet beter op de kaart gezet met de slogan ‘We R amallah’, de vetgedrukte R gevolgd door spatie, als variant op I am Amsterdam.

Kerstmis nadert en de ambtenaren bespreken hoe de Kerstman van een balkon naar beneden kan dalen en op welk moment het vuurwerk moet worden aangestoken. Maar Ramallah, het administratieve centrum van de Palestijnse Autoriteit op de bezette Westbank, is natuurlijk geen normale stad.

Prijswinnend documentairemaker David Osit volgde twee jaar lang Musa Hadid, de sympathieke burgemeester. We zien hem op werkbezoek naar een school, hij inspecteert de kapotte deuren, hij leidt de besprekingen over een nieuwe fontein in het hart van de stad en bespreekt het actieplan om van Ramallah een 100 procent duurzame stad te maken. Maar stukje bij beetje wordt het contrast tussen de alledaagse lokale werkelijkheid en het geopolitieke mijnenveld waarin Ramallah zich bevindt duidelijk.

De verbijstering op het gezicht van Hadid wanneer hij hoort dat president Trump aankondigt de ambassade van de VS naar Jeruzalem te willen verplaatsen. Er komt een Duitse parlementaire delegatie op bezoek die met veel omhaal van woorden betoogt dat weliswaar onverkort moet worden vastgehouden aan de twee statenoplossing voor het gebied, maar dat het nu niet het moment is om Israël en Palestina bijeen te brengen. Hadid bepleit hartstochtelijk de Palestijnse zaak tijdens bezoeken aan Washington en Durban (Zuid-Afrika).

Het historische bezoek, juni 2018, van Prins William – voor het eerst dat een lid van het Britse koningshuis het voormalige protectoraat aandoet – zorgt voor enorme opwinding, de indirecte erkenning van de Palestijnse Kwestie doet alle social media exploderen. Het Israëlisch-Palestijnse conflict is in Ramallah geen moment uit beeld, de muur rond de Israëlische nederzettingen, de checkpoints waar Palestijnen vernederende visitaties moeten ondergaan, het Israëlische leger en politie die regelmatig de stad binnenvallen, stenen gooiende Palestijnse jongeren bij de eveneens regelmatig uitbrekende rellen.

In de slotscène rukt het Israëlische leger op naar het centrum van de stad, belegert op zoek naar een aantal verdachten een restaurant pal tegenover het stadhuis. Onder het geluid van traangasgranaten, rubberkogels wordt Hadid via een livestream geïnterviewd door de internationale pers. Bewonderenswaardig hoe hij het hoofd koel weet te houden. ‘Whatever you do, the land is ours, the city is ours’.

Mayor is een warm innemend portret van een burgemeester die onder extreme omstandigheden de boel een beetje bij elkaar probeert te houden.

 

The Foundation Pit

The Foundation Pit
Sinds Poetin de persvrijheid in Rusland aan banden heeft gelegd, is via de officiële kanalen maar heel zelden kritiek op zijn regime. Maar natuurlijk zijn er overal in het immense land ontevreden burgers, lokale burgergroepen en over het algemeen gedesillusioneerde mensen die hun specifieke verzoeken om hulp willen laten horen, hun woede en hun wanhoop willen uiten. Het mooie van het internettijdperk is dat zelfs in de meest afgelegen dorpen er dashcams, mobiele telefoons en videocamera’s zijn, en net genoeg internetverbindingen om deze zelfgemaakte tirades naar YouTube te uploaden. Andrey Gryazev verzamelde een wonderlijk mooi palet aan clips en laat online video zien als eigentijdse vorm van politieke expressie.

In The Foundation Pit wordt Poetin, die zichzelf in de media stileert als de vaderfiguur voor alle Russen, rechtstreeks aangesproken door mensen van alle leeftijden, inclusief bejaarde grootmoeders, in de hoop dat het beter gaat. We zien moeders die indringend het lot van hun soldatenzonen aan de orde stellen. Groepen burgers uit Shiyes, uit Sebastopol, uit Tomsk, uit Rjazan, steevast gegroepeerd achter een spreker, lezen manifesten voor waarin gevraagd wordt om nu eindelijk een weg naar de afgelegen streek aan te leggen, om aangesloten te worden op het gasnet, om de ernstige milieuvervuiling aan te pakken.

Een jongen en een meisje vragen om hun ouders alsnog de flat toe te bedelen waar ze onterecht voor werden uitgeschreven. Een woest rijdende man in een auto brandt Poetin tot de grond toe af: ‘go to hell‘. Een ander vraagt Poetin om ook het licht in de lantaarnpaal aan te doen en verdomd hij gaat aan. Een enkel ouder echtpaar betoont behangen met oorlogsmedailles een grote bewondering voor en eeuwige trouw aan de grote leider.

The Foundation Pit, Andrej Platonovs dystopische roman uit 1930, vertelt het verhaal van een groep arbeiders die een gigantische funderingsput graaft waar plaats is voor alle proletariërs. Het is een meesterwerk over totalitarisme en utopie. Andrey Gryazevs documentaire is een fascinerende diepgaande update.

 

Brazil Is Thee Haiti Is (T)Here

Brazil Is Thee Haiti Is (T)Here
In een reeks suggestieve zwart-witbeelden legt Carlos Andriado de associatie tussen de wandaden van Braziliaanse militairen bij een VN-vredesmissie op Haïti in 2005-2006 en het feit dat een aantal leidende officieren nu deel uitmaakt van de regering Bolsonaro. Tussendoor worden wordt gerefereerd aan de Haïtiaanse vrijheidsstrijd onder leiding van Toussaint Louverture en een Braziliaan van Haïtiaanse afkomst roept bij een werkbezoek van Bolsonaro hem toe ‘you are not president anymore’.

Er zitten soms schokkende beelden van moord en doodslag in de film, en natuurlijk het is hemeltergend dat de verantwoordelijke militairen ermee weg zijn gekomen en zelfs deel kunnen uit kunnen maken van het verwerpelijke Bolsonaro-regime. Maar aan mij is dit ‘filmgedicht’ door de korrelige collage van beelden en overpretentieuze montage niet zo besteed.

 

Oeconomia

Oeconomia
Oeconomia, de strak saai vormgegeven Duitse documentaire van Carmen Losmann, heet een ‘geslaagde zoektocht naar de werking’, een ‘inkijkje in de machinekamer’ van ons kapitalistisch systeem te zijn. Losmann wil begrijpen hoe het komt dat de afgelopen decennia, parallel met de economische groei, de schulden zijn toegenomen en het verschil tussen arm en rijk is gegroeid. Gesuggereerd wordt dat de financiële sector een nogal gesloten systeem is.

Sommige informanten wilden bij nader inzien niet of alleen anoniem meewerken aan de film, een aantal telefoongesprekken wordt nagespeeld. Door andere financiële dienstverleners worden, om redenen van privacy of geheimhouding, vergaderingen of een gesprek met een klant over een hypotheekverstrekking gesimuleerd. Enkele belangrijke insiders, zoals hoofdeconoom Peter Praet van de Europese Centrale Bank, stonden Losmann wel te woord, maar worstelen met het beantwoorden van vragen als ‘Waar komt winst vandaan?’ en ‘Hoe wordt geld geschapen?’ De financiële man van BMW legt toch wat omstandig uit hoe de auto-industrie erin slaagt met allerlei ingewikkelde verkoopconstructies de productie op gang te houden.

De kern van de discussie wordt telkens samengevat met statements als: Economy grows as credits are issued, Credits are issued as economy grows en Today’s profits are tomorrow’s debts, Tomorrow’s debts are today’s profits.

De conclusie is duidelijk: is het kapitalistische systeem niet in zichzelf vastgelopen en uiteindelijk onhoudbaar? De film eindigt nogal obligaat met de stelling dat we over alternatieven moeten nadenken.

Maar de lange shots van strak grijze vergaderzalen, steevast op de bovenste verdieping van een hoge banktoren, de vergaderende mannen in pak of overhemd waarvan je de gesprekken ziet maar niet hoort, beelden van mensen op straat, heen en weer rijdende auto’s, het levert een spanningsloos geheel op. Het onderwerp is in ons land door De Verleiders met de voorstelling Door De Bank Genomen op een aanmerkelijk creatiever en aantrekkelijker manier aan de orde gesteld.

 

24 november 2020

 
IDFA 2020 – Deel 1: Vergane glorie en persoonlijke geschiedenissen
IDFA 2020 – Deel 3: Mensen met hun passies en zwakheden
IDFA 2020 – Deel 4: Rusland documentaireland
IDFA 2020 – Deel 5: Power to the People en The Backstage of Politics (2)
IDFA 2020 – Deel 6: Power to the People en The Backstage of Politics (3)
IDFA 2020 – Deel 7: Grenzen Verleggen
 

MEER FILMFESTIVAL

Vogelwachter, De

**
recensie De Vogelwachter

Half gelukte bijdrage aan Freeks filmcarrière

door Jochum de Graaf

Het verhaal van De Vogelwachter, een komisch drama met Freek de Jonge, is betrekkelijk eenvoudig verteld.

Al 45 jaar slijt de Vogelwachter ver afgezonderd van de bewoonde wereld zijn dagen op Benty Island, ‘en geen dag verzaakt’. Eens per week geeft hij vanuit zijn observatiehut de actuele standen van de kantelmeeuwen, tureluurs, steltlopers en wat dies meer zij door aan zijn vaste contactman Tom van het Bird Research Center. Hoogtepunt is voor hem dan dat hij als tegenprestatie de uitslagen van de Premier League terugontvangt, Everton – Huddersfield Town: 0-2!

De Vogelwachter

Zelfredzaamheid
Hij weet zich goed te vermaken met een voetbal die hij na halsbrekende toeren uit de branding weet te vissen. Toonbeeld van zelfredzaamheid is ook de manier waarop hij met behulp van een bankschroef zijn gebroken arm weet te spalken. Het bestaan op het onbewoonde eiland kabbelt zo door tot op zekere dag de vertrouwde stem van Tom niet meer uit de radio klinkt, hij is met pensioen gestuurd. De Vogelwachter krijgt aangezegd dat zijn dienstverband ten einde komt en daarmee wordt de grond onder zijn bestaan weggerukt. Hij doorloopt alle stadia van bedroefdheid, ontkenning, verzet, berusting.

Hij schrijft een uitgebreide brief aan de directie van het Bird Center, biedt aan pensioen in te leveren en het rantsoen van Brinta en bruine bonen kan voortaan wel toe met een keer per jaar levering, dat bederft toch niet. Maar de reactie is onverbiddelijk, de Vogelwachter moet nu toch echt aanstalten maken om zijn hebben en houden in te pakken, met drie weken zal hij worden opgehaald.

Dan wordt een zware storm aangekondigd en de vogelwachter bouwt van juttersspullen een soort vlot dat verticaal tegen de hut wordt gezet. Midden in de nacht bij het hoogtepunt van de storm wordt door een helikopter een kist met luxe goederen, exquise wijn, bijzondere kazen afgeworpen.

Als het ergste voorbij is – de Vogelwachter ligt nog onder de dekens in afwachting van nog groter onheil – klopt een Zeilmeisje bij de hut aan. Ze is met haar moderne catamaran fiks uit koers geraakt en wil graag de coördinaten weten. Na wat aftastende bewegingen raken ze op elkaar gesteld, repareren de boot en swingen op het strand bij een kampvuur. Ze biedt de Vogelwachter aan met haar mee terug te gaan naar de bewoonde wereld, ze maken een selfie.
Hoe de film afloopt? Wat onbestemd zou ik zeggen.

Wegwerpmaatschappij
Je zou kunnen volhouden dat De Vogelwachter aan grote thema’s raakt, het verschil tussen afzondering en eenzaamheid, tussen ouder worden en veroudering, de conservatie van alles wat van waarde is, de confrontatie met de moderne wereld na jaren van isolatie, de schoonheid van de natuur en de menselijke aantasting daarvan. En met het fraai in beeld gebrachte eilandleven en de jutterspraktijken van Freek zou de film ook gezien kunnen worden als kritiek op de moderne wegwerpmaatschappij.

De Vogelwachter

Het willen aanraken van grote thema’s wordt versterkt door een aantal bijzondere details. In de beginscène, de jonge vogelwachter (Nick Golterman) is zojuist op het eiland belandt, zien we een grafkruis met het opschrift ‘Ishmael’. Wanneer na de storm het strand weer is drooggevallen, vindt het Zeilmeisje het grafkruis opnieuw. Kennelijk heeft de verteller van Herman Melvilles wereldberoemde Moby Dick zijn einde op Benty Island gevonden. Met wat goede wil zou de verschijning van het Zeilmeisje (de zwarte actrice Quiah Shilue) een reminiscentie aan Robinson Crusoe kunnen zijn, met het meisje in de rol van Vrijdag.

Filmcarrière
Maar De Vogelwachter komt niet veel verder dan het aanstippen van dergelijke thematiek. De film wil te veel, ontbeert een duidelijke plot, wordt nergens groots of meeslepend. De natuurscènes zijn prachtig en die doorleefde kop van Freek (75!) doet het ook altijd goed op het doek, maar De Vogelwachter blijft oppervlakkig en daarmee al met al een lange zit.

In een interview met de NRC gaf regisseur Threes Anna (Bird Can’t Fly, Silent City, Platina Blues) aan dat ze nogal serieus van aard is: ‘ik vind grappen zelden leuk’. Bij de opnamen schijnt menige door Freek bedachte komische scène gesneuveld te zijn. En dat is spijtig, want het maken van grappen is natuurlijk niet de minste eigenschap van Freek. Na De Illusionist (1983) en De kKKomediant (1986) is daarmee De Vogelwachter opnieuw slechts een half gelukte bijdrage aan Freeks filmcarrière.

 

2 november 2020

 

ALLE RECENSIES

For Sama

*****
recensie For Sama

Een film die gezien moet worden

door Jochum de Graaf

Nu het slotoffensief op Idlib, het laatste grote verzetsbolwerk in Noord-Syrië, is ingezet, is er geen actuelere of misschien beter gezegd, urgentere film te bedenken dan For Sama. In haar aangrijpende indrukwekkende documentaire-debuut legt burgerjournalist Waad al-Kateab met een eenvoudige digitale camera de ondergang van haar geliefde Aleppo vast.

Zij filmt vanaf het begin, de studentenopstand tegen dictator Assad in 2012, tot aan de gedwongen evacuatie eind 2016 na een maandenlang beleg van, net als nu in Idlib, door de Syrische regeringstroepen, met steun van bondgenoten Rusland en Iran.

For Sama

Er is de laatste jaren een serie indrukwekkende films en documentaires over de Syrische tragedie uitgebracht, A Syrian Love Story, Last Men in Aleppo, Of Fathers And Sons, Radio Kobani om er maar een paar te noemen. Een paar weken geleden ging The Cave in première, de beklemmende documentaire over het ondergrondse ziekenhuis in Oost-Gouta, genomineerd voor een Oscar.

Die films zijn zonder uitzondering ‘indringend’, ‘aangrijpend’, maar For Sama, winnaar van de Audience Award op het afgelopen IDFA en inmiddels ook Oscar genomineerd, is meer nog dan alle anderen de Syrische opstand van binnenuit gefilmd. Veel dichterbij kan een oorlog niet komen.

Begrip
Waad al-Kateab ontmoet in de begindagen van wat toen de Arabische Lente werd genoemd haar grote liefde Hamza, arts en ziekenhuisdirecteur die als een van de laatste op zijn post blijft. Ze draagt de film op aan hun dochter Sama die temidden van de heftige oorlogsomstandigheden geboren wordt. ‘Ik wil dat je begrijpt waarom je vader en ik deze keuzes hebben gemaakt, waarvoor we vochten.’

In de vijf jaar die de film beslaat gebeurt veel: de hoopgevende studentenopstand wordt neergeslagen, de stad Aleppo belegerd en continu gebombardeerd. For Sama laat met gerichte stappen in de tijd zien hoe de oorlog steeds dichterbij komt in het persoonlijk leven van Waad Al-Kateab en de haren. Met haar handheld camera filmt ze het oorlogsgeweld in het steeds kleiner wordende stukje Aleppo om haar heen in alle bloederige details, soms is ze bijna zelf slachtoffer. Ze heeft geluk dat ze net niet aanwezig zijn wanneer de Russen het ziekenhuis bombarderen en 53 slachtoffers vallen.

For Sama

En toch, ondanks al die verschrikkingen, wordt er ook nog zoiets als een ‘gewoon’ leven voortgezet. Er wordt getrouwd en gefeest, samen gegeten, er wordt onderwijs gegeven, kinderen spelen vrolijk in het karkas van een volledig uitgebrande bus, springen in een bomkrater om te zwemmen.

Wereld steeds kleiner
De wereld om hen heen wordt kleiner en kleiner, op het laatst bevinden ze zich op de laatste vierkante kilometers waar de rebellen nog stand houden. Acht van de negen ziekenhuizen zijn weggebombardeerd, per dag worden ruim driehonderd gewonden behandeld, zesduizend mensen moeten worden opgevangen.

Halverwege de film is er die scène die allesomvattend de mix van horror en hoop samenvat. In de nasleep van opnieuw een zwaar bombardement wordt een zwangere vrouw met gebroken ribben en een granaatscherf in haar buik binnengebracht. Ze ondergaat een spoedkeizersnede en we zien minutenlang de baby ondersteboven bungelen, nog inclusief navelstreng. Artsen en verpleegsters wrijven op de rug en buik, slaan hem op z’n billen, er lijkt geen leven in te zitten. Net op het moment dat je wilt smeken om op te houden omdat het een hopeloze zaak lijkt, opent het baby’tje zijn ogen en slaakt een zucht.

Te midden van de waanzin besluiten Waad en Hamza op familiebezoek te gaan naar Turkije, waar zijn ouders naartoe zijn gevlucht. Ondanks ontspannende dagen en een indringend verzoek van de grootouders keren ze toch weer terug naar Aleppo. Waad zegt tegen ons als kijker dat ze willen blijven tot het bittere einde omdat ze wil registreren wat er gebeurt en omdat haar man Hamza een van de weinige dokters is die onder de barre omstandigheden de gewonden blijft helpen. Aan Sama vertelt ze te hebben gevochten voor ‘de belangrijkste zaak ooit’, ‘Ik kan niet wachten tot jij vertelt wat je ervan vindt.’

For Sama

Gruwelijke scènes
Er zijn nogal wat scènes waarbij je liever wilt wegkijken, de lijken die al bij het begin van de opstand uit de rivier worden gevist, de compleet verwoeste straten en wijken van Aleppo, de verschrikkelijke verwondingen van chemische wapens en vatbommen, de twee jongetjes onder het stof van het zoveelste bombardement in de gang van het ziekenhuis op zoek naar hun jongere broertje die horen dat hij geen polsslag meer heeft en zien dat een blauwe zak om het lichaam wordt geschoven.

Hoeveel kun je als mens verdragen, willen we dit allemaal wel aanzien? Het antwoord op die vraag wordt gegeven door een vrouw, moeder, die vol ongeloof aanhoort dat haar zoon is overleden en in eerste instantie sterk afwerend reageert op de filmploeg. Eenmaal buiten op de stoep van het ziekenhuis klemt ze de lijkzak stevig tegen zich aan, schreeuwt het uit van verdriet, maar wil dat de camera op haar gericht blijft. ‘Filmen!’, roept ze, ‘film dit!’ De wereld moet zien hoe het eraan toegaat in die vreselijke oorlog in Syrië.
For Sama is een film die gezien moet worden.

 

21 januari 2020

 

ALLE RECENSIES