Bob Marley: One Love

**
recensie Bob Marley: One Love
Persoonsverheerlijking verdient beter

door Jochum de Graaf

Van het leven van reggaesuperster Bob Marley had een geweldige biopic gemaakt kunnen worden. One Love is een nogal tegenvallend hagiografisch portret dat geen recht doet aan zijn boeiende, complexe persoonlijkheid.

Eind 1976 staat Jamaica op de rand van een burgeroorlog. De linkse Peoples National Party (PNP) en de meer rechtse Jamaica Labour Party (JLP) strijden om de verkiezingswinst in een campagne die met veel geweld en aanslagen gepaard gaat. Om het excessieve geweld tegen te gaan, wordt begin december een vredesconcert, Smile Jamaica, georganiseerd. Ook de dan al wereldster in wording Bob Marley (in de VS is sprake van een regelrechte reggae-mania), wil meedoen. Hij ziet zichzelf als onafhankelijke apolitieke verbinder tussen de partijen.

Bob Marley: One Love

Rainbow Theatre en Exodus
Enkele dagen voor het concert worden Marley en zijn familie in zijn huis overvallen. Zijn vrouw Rita en zijn manager Don krijgen meerdere schotwonden. Marley zelf wordt in zijn buik en zijn arm geraakt maar is toch in staat om een kort optreden te geven. Vrijwel gelijk na het concert besluit hij dat het beter is om een tijdje Jamaica te verlaten en vliegt hij naar Londen. Marley en zijn begeleidingsgroep The Wailers verzorgen een iconisch optreden op in het Rainbow Theatre, toeren door een aantal West-Europese landen en nemen het legendarische album Exodus op.

Na ruim anderhalf jaar keert hij in ’78 terug naar Jamaica en geeft een concert op het One Love Peace Concert waar hij de aartsrivalen Manley (PNP) en Seaga (LJP) weet te bewegen elkaar ten overstaan van het uitzinnige publiek de hand te schudden, waarmee een wapenstilstand bezegeld wordt.

Een jaar later maakt Marley een uitgebreide tour door de VS en weer een jaar later, september 1980, geeft hij zijn allerlaatste concert in Pittsburgh. Drie jaar eerder had hij een wond aan zijn teen gekregen. In eerste instantie dacht hij dat het om een voetbalblessure ging, maar toen de wond maar niet genas, werd een melanoom, een zeldzame vorm van huidkanker, vastgesteld. Vanwege zijn Rastafari-geloof weigerde hij amputatie, de kanker woekerde door en mei 1981 overleed Bob Marley, 36 jaar oud.

Inspirerende levenshouding
Er had een prachtige, misschien niet Oscar winnende, maar toch zeker prima film gemaakt kunnen worden over de imposante carrière van Bob Marley. Hij groeide op in armoede in de achterbuurt Trenchtown van Kingston en groeide uit tot het gezicht van reggae, Rastafari en Jamaica. Geroemd om zijn muzikale genialiteit, zijn blijvende betekenis voor de popmuziek en zijn voor velen inspirerende levenshouding. Zijn boodschap van ascese, geloof, hoop en liefde maar ook van revolutie, verzet en vrede. Bob Marley, The King of Reggae, liet een oeuvre na dat in de loop van de tijd alleen maar monumentaler is geworden.

Maar One Love van Reinaldo Marcus Green raakt slechts heel licht aan dit beeld. Je ziet Marley in de studio of voor aanvang van een concert wat mompelen over een akkoord dat gespeeld moet worden, een drumpartij die wat strakker moet, een refrein dat korter of langer kan, hardop twijfelen wat het beginnummer van het concert moet worde. De muzikanten volgen serviel de opdrachten van de grote leider, hem steevast met zijn bijnamen Tuff Gong of Nesta aansprekend.

Bob Marley: One Love

De megahits, War, I shot the Sheriff, Three Little Birds, Stir it up, No Woman No Cry, Redemption Song, Trenchtown Rock, Get up, Stand Up, Lively up yourself, One Love/ People Get Ready, we krijgen ze allemaal te horen. Maar in de versies van hoofdrolspeler Kingsley Ben-Adir komt de impact van de songs nauwelijks over. De enige keer dat je echt de neiging hebt om keihard mee te swingen, is wanneer de jonge Wailers, Bob Marley, Peter Tosh en Burny Wailer in 1963 de platenstudio van Jamaica Records binnendringen en met een geweldige uitvoering van Simmer Down hun eerste platencontract weten binnen te slepen.

Gemis van charisma
Ben-Adir schijnt de mimiek en motoriek van Marley nauwlettend bestudeerd te hebben. Hij komt qua stem en intonatie een behoorlijk eind in de richting maar hij mist ten enenmale diens charisma, zoals pijnlijk duidelijk wordt wanneer we bij de aftiteling de energieke beelden van de echte Bob te zien krijgen.

Ook het opgroeien in achterbuurt Trenchtown met zijn alleenstaande moeder, de afwezigheid van zijn (blanke) vader, zijn eerste zelfgemaakte houten gitaar, de eerste opnamen en het latere immense succes, zijn heilige Rastafari-geloof (bijna geen scène met muzikanten zonder spliff), de ring die hij van de erven van keizer Haile Selassi ontving, het komt allemaal in beeld zonder enig reliëf. De vele buitenechtelijke verhoudingen (Marley liet 11 kinderen bij 5 vrouwen na), de confrontatie met opkomend racisme in Engeland, het gevoel belazerd te worden door blanke platenbazen, de gefnuikte wens om in Afrika te toeren, de strijd tegen zijn ziekte, de inzet voor vrede, het wordt allemaal opgediend in een platgeslagen scenario. Het zal zeker meegespeeld hebben dat er maar liefst vier scenaristen aan te pas kwamen en dat de productie voor een groot deel in handen was van zoon Ziggy en zijn vrouw Orly plus vrouw Rita en dochter Cedella Marley.

Bob Marley was een complexe, boeiende persoonlijkheid die veel beter verdient dan de in literaire termen hagiografische film, gericht op persoonsverheerlijking, die One Love is.

 

15 februari 2024

 

ALLE RECENSIES

Mutiny in Heaven: The Birthday Party

***
recensie Mutiny in Heaven: The Birthday Party
Onstuimige opkomst en ondergang

door Jochum de Graaf

Een jaar of drie duurde het, de onstuimige opkomst en ondergang van The Birthday Party, de Australische band rond hedendaags rockicoon Nick Cave, toen was het wel op. Vanaf eind 1983 kwam de carrière van de tegenwoordige superrockster Nick Cave met zijn nieuwe band The Bad Seeds echt in een stroomversnelling.

Mutiny in Heaven: The Birthday Party vertelt het voorafgaande verhaal en behandelt ook even de jaren weer daaraan voorafgaand toen ze nog The Boys Next Door heetten. Maar zo ‘next door’ waren ze niet, verre van. Jongens waren het, maar aardig? Gitarist/drummer/toetsenist Mick Harvey is er kort over: “We hebben niets gedaan om aardig te zijn.”

Mutiny in Heaven: The Birthday Party

Mix van gothic en postpunk
De bandleden leerden elkaar kennen in de scene van St Kilda, een voorstad van Melbourne. Bezorgde autoriteiten omschreven deze gemeenschap van kunstenaars, die zich buiten de samenleving opstelden en zich afkeerden van het systeem, als ‘gevaarlijk’ en ‘gestoord’. Gitarist Rowland Howard vertelt hoe hij bij hun eerste ontmoeting Nick Cave in het toilet van een populaire club een wastafel van de muur zag slopen, vervolgens hem bij de strot greep en toebeet: “Are you punk or pufter.” Cave liet zich in die dagen door medebandlid Tracy Pew rondrijden, hij zat dan op het dak van de auto. Terwijl het toch zo’n ‘middle class’ jongen was, keurig opgevoed, zijn vader was nota bene dominee.

Begin jaren tachtig zijn het de nadagen van de punk en new wave, vlak voor de opkomst van de synthesizerpop. The Birthday Party veroverde zich een eigen plaats in dit sterk meanderende poplandschap met een mix van gothic en postpunk; sombere, onheilszwangere soundscapes, anarchistisch en eclectisch puttend uit de blues, free jazz en rockabilly-traditie. Muziekkrant Oor omschreef de band destijds als een ‘demente kruising tussen Captain Beefheart en The Stooges’.

Roemruchte optredens
Roemrucht waren de liveoptredens. Gelijk in de beginbeelden van deze Australische documentaire zien we Cave in een somber blauw blacklight podiumverlichting. Hij strijkt de hand door de zwarte hanenkam en raadt het publiek aan om in het vervolg niet op de eerste rij te gaan zitten. Verderop zien we hem menigmaal in de meest idiote poses, achterover vallend op het toneel, wilde kreten uitslaand, maltraiteren van de microfoon, hopeloos in gevecht met de snoeren. Er wordt het nodige op het podium gesmeten en weer terug: flessen, peuken, drugs. Stagediven was een onmiskenbaar onderdeel van de show. Spelen doe je met een fikse joint of tenminste sigaret in de hand en steevast een fles sterke drank onder handbereik.

Niet zelden werd een optreden voortijdig afgebroken. Bij het eerste optreden in New York in ‘81 werden ze gedwongen na drie nummers op te houden. In de volgende tent ging al na tien minuten de stekker eruit en bij het derde optreden in de Ritz werden ze na twintig minuten gevraagd om te stoppen.

Kijk dan ook eens met een mengeling van afgrijzen en fascinatie naar de beelden van het nummer Nick the Stripper, de enige videoclip van de band die integraal in de film is opgenomen. Nick Cave springt op een lendendoek naakt zoals ook Jezus in zijn laatste uren, wild in het rond in een circustent, in grote letters HELL op zijn torso. Dan rolt hij het tentdoek omhoog en zien we smeulende vuren van een vuilnisbelt en Jeroen Bosch-achtige taferelen. De muzikanten lopen tussen verwilderd rondlopende gothic-types en psychiatrische patiënten die speciaal waren opgetrommeld. We zien kruisbeelden, varkenskoppen op stokken. De nog steeds halfnaakt rondspringende Cave heeft in grote letters PORCA DIO – ‘God is een varken’ op zijn borst staan en kust een levende geit vol op de bek.

Mutiny in Heaven: The Birthday Party

‘God sprak via mij en zijn adem stonk’
Je ziet Cave zich in de loop van de film als performer en tekstschrijver ontwikkelen, zijn fascinatie voor het christendom en de Bijbel, speciaal het boek Job. Ergens halverwege komt hij tot de uitspraak: “God sprak niet alleen tegen mij, maar via mij, en zijn adem stonk.”

Het verhaal van de band met al zijn verwikkelingen, de verhuizing naar Londen in ’80, weer terug naar Melbourne in ’81, dan weer naar Londen, een tijdje New York, het met z’n zessen in een krap bemeten appartement wonen, nauwelijks optredens, dagen van lethargie, honger soms, en het gebruik van speed, veel speed, is eigenlijk niet zo bijzonder in vergelijking met andere bandjesdocu’s. Maar de gesprekken, dialogen en commentaren over de onderlinge verhoudingen winnen beduidend aan impact doordat de pratende hoofden in beeld gebracht worden met prachtige zwart-wit graphics van de Duitse kunstenaar Reinhard Kleist die ook tekende voor geweldige graphic novel Nick Cave Mercy on Me uit 2017.

In Australië en Engeland had de groep maar weinig aansluiting met andere groepen. Dat veranderde met de verhuizing naar West-Berlijn in ’82, waar ze bevriend raakten met mentaliteitsgenoten als Die Haut en Einstürzende Neubauten. Cave ontbond The Birthday Party en vormde met een paar partygangers en Blixa Bargeld, frontman van de Neubauten, The Bad Seeds, een stevige stap naar wereldroem.

Het debuut van regisseur Ian White is een aardig tijdsdocument van de woelige postpunk-periode begin jaren tachtig en biedt ook al een glimp op de carrière van Nick Cave die later zoveel moois zou opleveren.

 

14 februari 2024

 

ALLE RECENSIES

Zone of Interest, The

*****
recensie The Zone of Interest
Beter dan andere mensen

door Jochum de Graaf

Tien jaar na Under the Skin komt de Britse regisseur Jonathan Glazer met een nieuw meesterwerk. The Zone of Interest kreeg de Grand Prix in Cannes en is genomineerd voor de Oscar als beste niet-Engelstalige film. Een ijzingwekkend goede film die langzaam maar zeker onder je huid kruipt.

Rudolf Höss loopt licht beneveld door het lege trappenhuis, het feest onder in de balzaal is nog in volle gang. Op de voorafgaande conferentie heeft hij een voor hem uiterst belangrijke opdracht gekregen. Middenin de nacht belt hij euforisch zijn vrouw Hedwig: ‘ik wilde even je stem horen.’

Auschwitz
Hij wordt plaatsvervangend inspecteur van alle kampen en moet daarvoor naar Oranienburg, dichtbij Berlijn, verhuizen. Maar Hedwig voelt er niet zo voor om mee te gaan. Aan de oever van de rivier hebben ze een indringend gesprek, zoals tegenwoordig in ieder geëmancipeerd gezin zou kunnen plaatsvinden. Ze wonen nog niet zo lang in de mooie speciaal gebouwde villa en de kinderen zijn net aan school gewend in de nieuwe omgeving. Het is er zo heerlijk wonen. Ze hebben een paradijselijke tuin, geweldige broeikas met bijzondere groenten, de kinderen doen het goed, veel personeel en een fijne vriendenkring van andere Duitse kampfunctionarissen.   

The Zone of Interest

The Zone of Interest, losjes gebaseerd op de gelijknamige bestseller van Martin Amis (die opmerkelijk genoeg vlak voor de première in Cannes vorig jaar overleed), volgt het verhaal van Rudolf Höss en zijn gezin die in mei 1940 een speciaal voor hen gebouwde villa bij Auschwitz betrekken. In het vernietigingskamp (79 jaar geleden bevrijd) zouden rond 1,1 miljoen mensen, merendeels Joden, worden omgebracht. Höss stond er goed op bij de nazi-top, maakte snel carrière in de SS en na zijn bevordering naar Oranienburg werd hij in mei 1944 teruggeroepen naar Auschwitz om het transport naar en de verspreiding van 700.000 Hongaarse Joden over de kampen, ‘Aktion Höss’, te leiden. Het is de reden dat hij aan het eind van de film zo euforisch door het trappenhuis doolt.

Verschrikkingen buiten beeld
Van het uitgestrekte kampcomplex krijg je niets te zien; ja, wanneer grootmoeder op bezoek is en door de tuin wordt rondgeleid, valt opeens de wachttoren die uittorent boven de betonnen afscheidingsmuur op. Wanneer een bak met as over een bloemperkje wordt uitgestrooid, is de macabere suggestie van menselijke as onmiskenbaar. De verschrikkingen in de kampen worden echter zorgvuldig buiten beeld gehouden. De familie Höss geniet van het buitenleven, ze mogen graag vissen en zwemmen in de beken en meren van het idyllische Poolse platteland. Als vader Rudolf botresten of zwartgeblakerde deeltjes ontwaart in de rivier die van de kant van het kamp afstroomt, roept hij op stel en sprong de kinderen uit het water en beveelt ze zich snel thuis schoon te wassen.

Op zekere dag komt een hoge delegatie van SS’ers met bouwkundige ingenieurs op werkbezoek in de villa. Op tafel wordt een bouwtekening uitgespreid. Een nieuw revolutionair ontwerp voor verbrandingskamers, ‘ladingen’ kunnen voortaan uiterst efficiënt worden verwerkt. ‘Branden, koelen, ontladen, herladen, continu!’, klinkt het, het lijkt pijnlijk logisch, vanzelfsprekend, heel normaal.

Jonathan Glazer laat heel effectief het beeld en geluid het werk doen. De camera registreert meestal van een afstand, er komt slecht een enkele close-up voorbij. Met het niet vertonen van de wreedheden wordt niet zozeer de nieuwsgierigheid opgewekt, maar bekruipt je meer en meer het unheimische gevoel dat het allemaal van een groteske alledaagsheid was. Hoe kan het dat mensen uiteindelijk zo handelen en functioneren? Het is in optima forma de ‘banaliteit van het kwaad’, in de veelbesproken woorden van Hannah Ahrendt.

The Zone of Interest

Soundscape
Een essentiële rol speelt daarbij ook de soundtrack, beter gezegd de soundscape, waarvoor net als in Under the Skin, Glazers meesterwerk van tien jaar geleden, Mica Levi tekent. Achter de gewone huis-, tuin- en keukengeluiden horen we geblaf van honden, soms ijselijk gegil van mensen, marcherende soldaten, bevelen. En let dan ook eens op het begin van de film. Het beeld nog op zwart en een symfonie van een kleine twee minuten waar heavy metal langzaam overgaat in vogeltjesgefluit. Hel en hemel liggen vlak bij elkaar.

De verbijstering en het ongemak nemen in de loop van de film meer en meer toe, vooral ook door het fenomenale spel van hoofdrolspelers Christian Friedel (hij was de schoolmeester in Das weisse Band) en Sandra Hüller (terecht met een Oscar genomineerd voor Anatomy of a Fall). Ze kleuren hun rol opvallend onopvallend in. Friedel met hoog opgeschoren schedel, vette plak haar, ambitieuze doorsnee-nazi zoals er zovele waren. Hüller met een bundel vlechtjes in het haar, een kapsel dat bij de Bund Deutsche Mädel populair was. Ze geeft Hedwig gestalte als lompe, onbehouwen vrouw, die het personeel afsnauwt, maar tegelijkertijd zorgzaam is voor haar kinderen.

In een interview met Het Parool vertelde Sandra Hüller hoe ze zich voorbereidde op de rol: ‘veel ziel was er niet’. Volgens haar wilde Jonathan Glazer deze vorm van ongemak bereiken. ‘Hij wil dat mensen zich op een vreemde manier met Rudolf en Hedwig kunnen identificeren. Niet door ze menselijk te maken of door ze allerlei gevoelens en drama mee te geven, maar door naar hen te kijken terwijl ze hun leven leiden.’ (…) ‘Zij (Hedwig) en Rudolf namen de beslissing om zichzelf op de eerste plaats te zetten. Ze besloten dat ze beter waren dan andere mensen. Dat ze beter verdienden en dat de anderen moesten sterven. Het is een menselijke keuze en juist dat maakt het zo gevaarlijk.’

 

31 januari 2024

 

ALLE RECENSIES

Indië verloren… (Selling a Colonial War)

***
recensie Indië Verloren… (Selling a Colonial War)
Onmisbare impuls debat koloniaal verleden

door Jochum de Graaf

Indië Verloren … (Selling a Colonial War) werd met de Beeld & Geluid IDFA Reframe Award beloond. De bioscoopversie is drie kwartier ingekort. Met zijn eerste grote documentaire levert In-Soo Radstake een onmisbare en uitermate sterke impuls aan het debat over het Nederlands koloniaal verleden. Een urgente film met een klein minpuntje.

Met de stotterexcuses van Willem-Alexander mei 2020 voor het ‘buitensporig geweld’ van Nederlandse militairen in Indonesië kwam er na meer dan zeventig jaar iets van genoegdoening voor de slachtoffers van de koloniale oorlog in de jaren 1945-1949. Een maand later kwam onder invloed van de Black Lives Matter-beweging de antiracistische beeldenstorm met bekladding, vernieling van standbeelden van ‘foute figuren’ uit de koloniale tijd op gang.

Indië Verloren… (Selling a Colonial War) begint sterk met de intussen iconische beelden van  een woedende, opgewonden menigte die onder luid gejuich het standbeeld van de Britse slavenhandelaar Edward Colston omver trok en in de haven van Bristol dumpte. In Nederland kreeg de al jarenlange discussie over het prominente beeld van Jan Pieterszoon Coen, de ‘slager van de Banda-eilanden’, verantwoordelijk voor zo’n 150.000 doden in de Indonesische archipel, op het centrale plein van Hoorn een nieuwe impuls.

Indië verloren… (Selling a Colonial War)

‘Indië Verloren, rampspoed geboren’
‘Indië Verloren, rampspoed geboren’, was de nostalgische slogan waarmee Nederland na de Tweede Wereldoorlog de (poging tot) bevrijding van Indonesië rechtvaardigde. Het door de oorlog uitgeputte en beschadigde land kon de grondstoffen en specerijen uit het wingewest waar ze al vierhonderd jaar over heerste, goed gebruiken. Toch is Indië Verloren… (Selling a Colonial War) geen poging tot herschrijving van de geschiedenis met terugwerkende kracht.

Het sterke en interessante aan de doorwrochte documentaire van In-Soo Radstake is de brede context, de gelaagdheid, het naast elkaar bestaan van de verschillende waarheden van de vele gedupeerden, de perspectieven van waaruit het koloniale conflict belicht wordt.

Met een rijke hoeveelheid onbekend onthullend beeld en geluid uit nationale en internationale archieven, behandelt de film in vogelvlucht het koloniale tijdperk, de Japanse inval, het uitroepen van de republiek door Soekarno in september 1945, de Bersiap-tijd, de verscheping van de Nederlandse militairen om de orde te gaan herstellen, de onafhankelijkheid en wat er daarna kwam, de komst van honderdduizenden ‘Indo’s’, Molukkers niet te vergeten, naar Nederland, de nasleep met de kwestie Nieuw-Guinea.

De nadruk ligt op de ‘politionele acties’, waarvoor in twee opeenvolgende periodes zo’n 120 duizend dienstplichtige militairen werden ingezet. Eenvoudige jongens uit alle delen van het land die vol geloof in het goede van hun opdracht dachten net als de geallieerde bevrijders enthousiast onthaald te worden, en niet of nauwelijks beseften dat ze in een guerrillaoorlog verzeild waren geraakt. En zich vervolgens schuldig maakten aan oorlogsmisdaden waarover ze bij terugkeer in Nederland niet konden, wilden of mochten praten. 

Beeldvorming
Indië Verloren… gaat over beeldvorming, ‘framing’ zoals we dat tegenwoordig noemen, hoe ‘verkoop’ je zoiets als een oorlog. In het vaderland werd het in de bioscoopjournaals als een nobele actie voorgesteld. Je zag dan zo’n blonde hospik in een kampong die zorgzaam de voet van een ‘inlander’ verzorgt. Hij is er een hele meneer, “toean dokter”, en ook nog eens “een ambassadeur voor Nederland”.

Van Kleffens verschijnt in beeld. De stijve, kraak- noch smaakloze minister van Buitenlandse Zaken, die al in 1946 de term ‘politionele actie’ muntte. Dat politioneel klonk natuurlijk al een stuk minder krijgshaftig dan militair, en de associatie met een politiecorps dat de orde komt handhaven, is veel geruststellender dan een legermacht die bij tijd en wijle plunderend en brandstichtend door de kampongs raasde. De vergelijking met Poetins ‘speciale militaire operatie’ in Oekraïne dringt zich op. Onthullend en verbijsterend is hoe de Nederlandse overheid, afgezien van een enkele klokkenluider: de affaire Hueting, de onthullingen over de wandaden van Raymond Westerling, decennialang nauwelijks moeite hoefde te doen dat eufemistische beeld overeind te houden.

Indië verloren… (Selling a Colonial War)

Verbijsterend is ook het pas enkele jaren geleden bekend geworden verhaal van fotograaf Hugo Wilmar, die in de oorlogsjaren in dienst van de Marine Voorlichtingsdienst in de voorste linies opereerde en al in 1946 aantoonde dat er een volwaardige oorlog tussen Nederland en Indonesië aan de gang was. Wilmars foto’s verschenen wel in Australische kranten, maar werden in Nederland zorgvuldig buiten de publiciteit gehouden, omdat ze mogelijk een ‘een misplaatste stemming ontketenen tegen het Nederlandse beleid in Indonesië’.  Het briefje dat hij ontving: “Ik heb de eer u mede te delen dat u bent gestraft met zeven dagen arrest.”

Moeite met excuses
Onderzoeksjournalist Maurice Swirc, hij schreef het boek De Indische Doofpot (2021), vertelt dat in 1971 de Verjaringswet werd ingevoerd waardoor eventuele oorlogsmisdrijven door Nederlandse soldaten onbestraft zouden blijven. Brisant is ook de opmerking van oud-diplomaat en -minister van Buitenlandse Zaken, Ben Bot, die zich voor kan stellen dat de Nederlandse overheid moeite had met het maken van excuses. Hij vertelt hoe hij samen met premier Balkenende en minister van Financiën, Gerrit Zalm, eens heeft berekend hoeveel het zou kosten om herstelbetalingen te doen aan alle gedupeerden. “Honderd miljard! Dat is niet te doen.”

Zorgvuldig en afgewogen met commentaar van Nederlandse en Indonesische veteranen, van perspectief voorzien door een reeks aan Nederlandse, Indonesische, Amerikaanse, Australische wetenschappers en onderzoekers, licht Radstake de beer- en doofpot van de pijnlijke koloniale geschiedenis. Minpunt is evenwel dat met de quasi-hippe soundtrack en een tamelijk aparte introductie van de sprekers krampachtig geprobeerd wordt de aandacht van ook de jonge kijker vast te houden. “Staat de speaker al aan”, vraagt Ben Bot. “Loopt de camera al, oh ben ik al in beeld”, zegt de Utrechtse historicus Louis Zweers. Kunstgrepen die nergens voor nodig zijn. Het is allemaal al onthullend, onthutsend, ontluisterend en ontstellend genoeg van zichzelf.

 

10 januari 2024

 

ALLE RECENSIES

One Life

***
recensie One Life
Eerbetoon aan humaniteit

door Jochum de Graaf

One Life, het verhaal van Nicky Winton die vlak voor WOII honderden vluchtelingen aan nazi-dreiging hielp ontsnappen, is een echte tearjerker. Anthony Hopkins weet het gekwelde gemoed van de Londense mensenredder emotievol gestalte te geven. Toch blijft de film wat aan de oppervlakte.

Het is natuurlijk een hartverwarmend verhaal. Rond Kerst 1938 bezoekt de Londense effectenmakelaar Nicholas “Nicky” Winton een vriend in Praag die betrokken is bij de hulp aan vluchtelingen. De Kristallnacht eerder dat jaar had voor een toestroom van voornamelijk Joodse vluchtelingen naar de Tsjecho-Slowaakse hoofdstad gezorgd.

One Life

Vluchtelingkinderen
Nicky Winton, uit een geassimileerde Joodse familie, besluit in zijn eentje een organisatie op te zetten om kinderen naar Groot-Brittannië te laten reizen. Het Lagerhuis had in reactie op de Jodenvervolging een wet aangenomen waardoor vluchtelingkinderen – mits voorzien van een adres van een pleeggezin en een borgstelling per treintransport – Praag konden verlaten. Pikant detail was dat in eerste instantie de doortocht naar Hoek van Holland een obstakel was; de Nederlandse regering had juist in reactie op de Kristallnacht de grens voor Joodse vluchtelingen gesloten.

Toen dit eenmaal door Britse garanties overwonnen was, slaagden Winton en zijn helpers er binnen een jaar in om 669 kinderen aan de nazi-bezetting te laten ontkomen. Een laatste transport met 250 kinderen werd op brute wijze verhinderd toen op 1 september 1939 Hitler besloot Polen binnen te vallen en de Tweede Wereldoorlog begon. Van de 150.000 kinderen die achterbleven, zouden slechts zo’n 200 de oorlog overleven.

Bescheiden
One Life begint 50 jaar later, in 1988 in het Engelse Maidenhead. Nicky Winton (Anthony Hopkins) gaat net met pensioen als financieel adviseur van diverse instellingen en banken en leidt een tamelijk teruggetrokken bestaan. Op zolder onderhoudt hij een almaar uitdijende verzameling snuisterijen en plakboeken waarvan hij maar geen afstand kan doen. Over de oorlog heeft hij het maar zelden en ook in zijn omgeving komt zijn heldhaftige verleden niet of nauwelijks aan de orde. In zichzelf gekeerd heeft hij eerder wroeging dat hij eigenlijk te weinig gedaan heeft. Hij had toch veel meer, zo niet alle, kinderen kunnen of zelfs moeten redden. Een bescheiden ingetogen man met de last van de wereld op zijn schouders.

Mede op aandringen van zijn vrouw die hem zegt toch eens op te gaan ruimen, biedt hij zijn Praagse plakboek aan de plaatselijke krant aan, volgens hem een document van historische waarde. Als hij enigszins tegen zijn wil geïnterviewd wordt (“het ging niet om mij”), komt zijn leven in een stroomversnelling. Via de vrouw van de roemruchte mediatycoon Robert Maxwell krijgt hij een uitnodiging voor That’s Life, de legendarische commerciële familieshow van de BBC. Wanneer hij zijn verhaal gedaan heeft, blijkt hij tussen overlevenden te zitten. Een emotioneel weerzien dat zoveel reacties oproept dat in een extra aflevering nog uitgebreider de lang verzwegen reddingsactie met alle nog levende overlevenden aan de orde komt.

One Life

Tussen hectiek en herinneringen
Heen en weer pendelend tussen 1938 en 1988 zien we het leven van de jonge (een wat vlakke Johnny Flynn) en oudere Nicky Winton aan ons voorbij trekken. Het simpele kantoortje aan de restauranttafel in het Praagse hotel, de bijzondere rol voor zijn moeder (sterke rol van Helena Bonham Carter) die de campagne vanuit Londen leidt, de schrijnende omstandigheden in de vluchtelingkampen, de aangrijpende scènes van kinderen die wel of juist net niet weten te ontkomen. De vooroorlogse beelden brengen indringend de hectiek en snelheid waarmee gehandeld moest worden in beeld. In 1988 ligt het tempo met de nadruk op de herinneringen en overpeinzingen van Winton een stuk lager. Als een soort bijvangst levert het een bijzonder tijdsbeeld op over de opkomst van emo-tv eind jaren tachtig.

Het levensverhaal van Nicky Winton hoort in een rijtje helden als de industrieel Oskar Schindler en Jan Zwartendijk, de Nederlandse consul in Litouwen die ook, zichzelf wegcijferend, grote groepen weerloze mensen aan de verschrikkingen van het nazisme hielpen te ontkomen. 

One Life is een eerbetoon aan de humaniteit waartoe een mens in staat is, maar blijft toch een beetje aan de oppervlakte. Als film is hij duidelijk minder dan Schindler’s List (1993). En Anthony Hopkins kan natuurlijk het gekwelde gemoed van Nicky Winton prachtig gestalte geven, maar hij haalt niet het niveau van The Father (2020).

 

3 januari 2024

 

ALLE RECENSIES

Terugblik 2023 – Deel 3: Van onder de oude eik

Terugblik filmjaar 2023 – Deel 3:
Van onder de oude eik

door Jochum de Graaf

Het was toch wel een zware keuze in dit rijke filmjaar. Er is een fors aantal films dat ik met vier sterren beloonde: All the Beauty and the Bloodshed, The Banshees of Inisherin, Mon Crime, The Blue Caftan, The Cairo Conspiracy, Return to Seoul, Little Richard: I am Everything, Anatomy of a Fall, Reality. Ik signaleerde een aantal ijzersterke Duitse films: Letzter Abend, Roter Himmel, Das Lehrerzimmer en de welkome wederopstanding van Wim Wenders met Perfect Days.

Opvallend misschien, maar Killers of the Flower Moon hoort daar niet bij. Weliswaar schitterend gefilmd en een briljant einde, maar de trage seriemoord in slow motion uit het eerste deel had minimaal met een uur bekort kunnen worden. Ook Barbie kon me niet meer dan drie sterren bekoren.

Oppenheimer

Oppenheimer

Top 5 van 2023
5.
Oppenheimer. Briljante bio-film, Christopher Nolans beste, waarin je helemaal onderdompelt in de psyche van de man die zo’n belangrijke rol speelde bij ontwikkeling van de atoombom. Met Robert J. vraag je je af wat er toch allemaal gebeurd is? Hoe is het zo ver gekomen, wat zijn de gevolgen, fysiek, moreel en persoonlijk?

4. Böse Spiele Rimini Sparta. Formeel valt alleen Sparta onder 2023, maar in combinatie met Rimini kreeg de vertoning van de meesterwerken van Ulrich Seidl in Eye nog eens extra reliëf. Schrijnend, pijnlijk, toch ook tragikomische drama’s over verval, zelfkant, vergane glorie en dat je ook een beladen onderwerp als pedofilie in al zijn genuanceerdheid tot filmkunst kunt verheffen.

3. Past Lives. Weergaloze film over leven en liefde tussen veramerikaanste Nora en haar Zuid-Koreaans gebleven jeugdliefde Hae Sung, cultuurverschillen tussen het Westen en Oosten, verkenning van het Koreaanse begrip In-Yun, de voorbestemdheid van relaties tussen mensen. ‘Een masterclass storytelling’ zoals Cor Oliemeulen van InDeBioscoop schreef.

2. Metronom. Zwaar onderschatte film over een liefdesgeschiedenis in het sinistere Roemenië van Ceausescu. Een verhaal over de opwinding van rock-‘n-roll op heimelijke dansmiddagen, over verraad, bedrog, hypocrisie en hoop op een beter leven. Alleen al dat geweldige nummer van Janis Joplin, Kozmic Blues.

Metronom

Metronom

1. The Old Oak. Misschien niet de allerbeste van Ken Loach, maar toch een schitterende zwanenzang. Nog een keer legt hij haarscherp een maatschappelijk vraagstuk in al zijn genuanceerdheid bloot: migratie. Meeslepend verhaal over de komst van een groep Syrische vluchtelingen naar het verlaten en vergeten voormalige mijngebied van Noordoost-Engeland, waar de enige pub bevolkt wordt door bittere, boze achterblijvers die op totaal andere manier de grip op hun leven zijn kwijtgeraakt. Ingenieus, indringend en nergens plat of clichématig hoe hij de twee getraumatiseerde groepen, de verhalen van de achtergebleven locals en van de nieuwkomers, met elkaar weet te verbinden tot een boodschap van hoop. Uiterst actuele film ook voor het Nederland na 22 november.

 

28 december 2023

 

Terugblik filmjaar 2023 – Deel 1: Wie redt ons van het schorriemorrie?
Terugblik filmjaar 2023 – Deel 2: The Banshees of 2023
Terugblik filmjaar 2023 – Deel 4: Maar er is hoop bij festivals
Terugblik filmjaar 2023 – Deel 5: Gaan we nou doen alsof bommen gooien cool is?
Terugblik filmjaar 2023 – Deel 6: Weten waar je moet zoeken

Old Oak, The

*****
recensie The Old Oak
Hoop voor gepolariseerde samenleving

door Jochum de Graaf

The Old Oak, de afscheidsfilm van Ken Loach (87), legt nog eenmaal haarscherp een uiterst actueel maatschappelijk vraagstuk bloot: migratie. Een schitterende zwanenzang van zijn imposante ruim zestig jaar omspannende oeuvre.

TJ Ballantyne, (innemende rol van Dave Turner) de getormenteerde kroegbaas van The Old Oak, de enige nog enigszins lopende pub in Durham, Noordoost-Engeland, loopt vanaf het strand de zee in, want hij is van plan een eind aan zijn leven te maken. Hij waadt naar de plek waar zijn vader jaren eerder hetzelfde deed. Vanuit een ooghoek ziet hij een klein hondje vrolijk aan komen lopen, keffend, kwispelend. Aangetrokken door de levenslust van het hondje besluit hij van zijn zelfmoordplan af te zien. Het wordt zijn trouwe kameraad en hij noemt het Marra, de benaming in de Noord-Engelse mijnstreek voor de persoon op wie je altijd en overal kunt vertrouwen, van wie je op aan kon bij het zware leven onder de grond. Het is een scène die als voorspelbaar, sentimenteel, larmoyant zelfs, kan worden opgevat. Maar omdat we dan al weten hoe het met Marra afloopt, is er geen enkele reden om dit als spelen op vals sentiment te benoemen. 

The Old Oak

Sociale voorzieningen verdwenen
The Old Oak is van minimaal hetzelfde niveau als het hooggewaardeerde Sorry We Missed You dat gaat over de pakketjes-economie en Gouden Palm-winnaar I, Daniel Blake over het uitkeringssysteem. Het is ook het slotstuk van een trilogie, films die zich alle drie afspelen in het verkommerde en verpauperde Noordoost-Engeland. Sinds de jaren tachtig, toen in de Thatcher-tijd na een keiharde strijd met de vakbonden de mijnen werden gesloten, is de streek langzaam maar zeker teloorgegaan. De overheid heeft zich teruggetrokken. Er is geen werk meer en de meeste sociale voorzieningen zijn gestript. Scholen, winkels en kerken zijn dicht, de woningmarkt, zo weten ze in de pub te vertellen, is ontwricht door ‘een bedrijf op Cyprus’. Voor een spotprijs zijn de huizen van weggetrokken bewoners opgekocht, waardoor de achterblijvende huisbezitters geen kans meer krijgen om elders een beter bestaan op te bouwen.

De mijnwerkersclub, in een bijzaal van de pub, waar foto’s en vaandels herinneren aan het glorieuze arbeidersverleden, is inmiddels opgedoekt. Schimmel en spinrag bedekken de vloer en het achtergelaten meubilair. The Old Oak zelf staat op instorten en wordt financieel ternauwernood overeind gehouden door een groepje locals, dat iedere middag zijn gram komt spuien over alle kwaad dat hen door de buitenwereld is aangedaan. Bij de vele pinten Bitter voeren boosheid en bitterheid de boventoon in hun rauwe kroegpraat. De treurnis om het verlies van de vertrouwde wereld uit zich bij tijd en wijle in vreemdelingenhaat. Het is het bekende mechanisme: wanneer mensen geen grip op hun leven ervaren, compenseren ze dat door zondebokken te zoeken.

Syrische vluchtelingen
En dan arriveert een groep Syrische vluchtelingen in het dorp, moe en uitgeput van een lange reis. Gelijk al als ze uit de bus stappen, gaat een gast in een Newcastle-shirt heftig tekeer tegen ze: ‘wat kom je hier doen, ga toch terug naar je eigen land.’ Het is 2016, het jaar nul voor de Brexit. De Syriërs worden door een deel van de bevolking, waaronder TJ Ballantyne, barmhartig opgevangen. Hij raakt bevriend met Yara (Ebla Mari, weer een van de door Loach zo vaak gevonden natuurtalenten), een fotografe met een dramatisch vluchtverhaal en grote zorgen om haar achtergebleven vader.

The Old Oak

Voor de locals in de pub is hun komst aanleiding om nog eens extra te zwelgen in hun misantropie en xenofobie. ‘Zij krijgen alles, zomaar, gratis, pikken onze huizen en banen in’; ‘we gaan toch niet meemaken dat die tulbanden hier de dienst gaan uitmaken?’. Als Yara even in de The Old Oak geweest is, klinkt ‘dit is onze pub niet meer’. Een Syrisch jongetje wordt er van beschuldigd dat hij te veel naar de Engelse meisjes in zijn klas kijkt en een stuk of vier opgeschoren kapsels nemen hem fiks te grazen.

Zoals vaker bij de komst van een asielzoekerscentrum of de tijdelijke huisvesting van vluchtelingen (Albergen, Loosduinen!), willen de locals het initiatief nemen om een bewonersavond voor de plaatselijke bevolking te organiseren. Dat zou dan plaats moeten vinden in het zaaltje van de mijnwerkersclub, maar TJ Ballantyne weigert hieraan mee te werken.

Twee getraumatiseerde groepen
Om de oplopende spanningen een halt toe te roepen, bedenkt hij samen met Yara en hulpverlener Laura een plan om de twee getraumatiseerde groepen nader tot elkaar te brengen. En in een dergelijk warmbloedig scenario blinken Ken Loach en zijn vaste scenarioschrijver Paul Laverty uit. Niet zwart-wit de tegenstellingen in sjablonen uitvergroten, maar vooral ook met verschillende tinten grijs te laten zien dat er toch ook nog de nodige menselijkheid in onze maatschappij bestaat.

Het is een ragfijn spel met alle bekende vooroordelen uit het migratiedebat. Sommige verwikkelingen zie je van ver aankomen, maar ook met wendingen die je emotioneel raken. Ken Loach’ laatste woord is een spijkerhard oordeel over de net als in Nederland zwaar gepolariseerde samenleving dat toch hoop biedt. Bij ons klinkt tegenwoordig de roep dat we beter zouden moeten luisteren naar wat al die PVV-stemmers bewogen heeft. Ik zou iedereen vooral willen aanraden The Old Oak te gaan zien.

 

20 december 2023

 

ALLE RECENSIES

Perfect Days

****
recensie Perfect Days
Vreugde in het leven van alledag

door Jochum de Graaf

Wim Wenders heeft na jaren van creatieve stilstand een film afgeleverd die zich kan meten met zijn beste werk. Perfect Days gaat over het vinden van vreugde in het leven van alledag. De Japanse hoofdrolspeler kreeg in Cannes de prijs voor de beste acteerprestatie.

Voor Hirayama (geweldige rol van Koji Yakusho) lijken de dagen zich aaneen te rijgen. Hij staat op van zijn slaapmatje, poetst zijn tanden, punt zijn snor bij, trekt zijn blauwe overall aan met opschrift ‘The Tokyo Toilet’, steekt wat kleingeld voor automatenkoffie bij zich en stapt in zijn blauwe busje. Zijn dienst begint. Hij rijdt kriskras door ontwakend Tokyo, stopt bij openbare toiletten, gaat met emmer en een mop de vloer te lijf, wrijft de bril schoon, spoelt wat bleekwater door het toilet, leegt vuilnisbakken, hangt een nieuwe wc-rol op. Wanneer er iemand nodig moet, stapt hij even opzij, klapt het gele bord ‘toilet cleaning’ in, rookt buiten even een sigaretje of doet het belendende toilet en gaat weer verder. Hij doet zijn werk consciëntieus, vrijwel woordloos, ziet af en toe een collega. Aan het eind van de dienst gaat hij steevast naar hetzelfde rumoerige restaurant, heeft er een vaste stek aan tafel, waar hij als vaste prik een groot glas sake met een knal op tafel gezet krijgt: ‘Hier, voor een dag hard werken!’ Hij kijkt nog wat naar sport op het grote tv-scherm, leest nog wat en legt zich ter ruste, morgen weer een dag.

Perfect Days

Openbare toiletten
Hirayama is niet een doorsnee-toiletman. Hij ziet er gedistingeerd uit, heeft een luxe wit sjaaltje om, soigneert zich goed, is uiterst voorkomend tegen voorbijgangers, leest goede boeken als Wild Palms van William Faulkner en Eleven van Patricia Highsmith. En de hoogwaardige openbare toiletten van The Tokyo Toilet in de wijk Shibuya, ontworpen door wereldberoemde architecten als Tadao Ando en Shigeru Ban, zijn echt van een andere orde als de wc’s op onze treinstations.

Regisseur Wim Wenders laat in zijn eerste meesterwerk sinds jaren zijn bijzondere kijk op wereldstad Tokyo zien. Het toch relatief vele groen tussen al het glas en beton, het landmark van de Skytree, mensen in allerlei soorten en maten, onderweg naar of terug van het werk en allemaal moeten ze op gezette tijden naar het toilet.

Onderweg naar de diverse locaties stopt Hirayama telkens een cassettebandje in de recorder. Perfect Days van Lou Reed natuurlijk, Pale Blue Eyes, ook van Reed, Redondo Beach van Patti Smith, (Sitting at) The Dock of the Bay van Otis Redding, Sunny Afternoon van The Kinks. Het lijkt alsof hij in het verleden leeft. Hirayama fotografeert veel, met een ‘eitje’, de iconische kleine Canon-camera uit de jaren tachtig. Als zijn nichtje bij hem in de auto zit, stopt hij Van Morrisons Brown Eyed Girl in de recorder. ‘Staat dit ook op Spotify?’, vraagt ze.

Perfect Days

Boeken en muziek
Je denkt er moet iets zijn geweest in zijn verleden, draagt hij misschien een geheim met zich mee? Gaandeweg de film komen we meer en meer over zijn karakter te weten, zien we bijzondere voorvallen. In een van de toiletten ziet Hirayama een briefje in een gleuf met een opzet voor boter, kaas en eieren. Hij doet een zet en vindt telkens een tegenzet, totdat zoals meestal als je het slim speelt, geen van de spelers wint.

Niko, dat nichtje, staat ineens voor zijn deur, is van huis weggelopen en wil haar oom die ze al jaren niet gezien heeft beter leren kennen. Ze gaat met hem mee als hij dienst heeft. Ze maken een fietstochtje langs de rivier. ‘In welke wereld leef ik?’, vraagt ze. Ze wordt opgehaald door haar moeder, zus Keiko, in een auto met chauffeur. Ze hebben elkaar jaren niet gezien. Keiko kijkt wat misprijzend naar haar broer, ‘maak je echt toiletten schoon?’ Hirayama glimlacht onaangedaan, hij heeft er vrede mee. Voor ze wegrijden is er een innige emotionele omhelzing van broer en zus.

Pasklare antwoorden worden niet gegeven, evenmin is er sprake van een spannende plot. Maar de figuur van Hirayama blijft van begin tot eind fascineren. De serveerster in een lunchrestaurant vraagt hem wat hij het laatst gelezen heeft en als ze op zijn antwoord ‘Faulkner’ zegt ze dat hij toch wel een intellectueel is, relativeert hij dat sterk. Als een bibliothecaresse stelt dat Patricia Highsmith schrijft over beklemming, ons het verschil met angst laat zien, begint hij een heel gesprek.

Ook de keuze van de songs en de volgorde daarvan is betekenisvol. De geweldige soundtrack vindt zijn hoogtepunt in een Japanse versie van The House of the Rising Sun, gezongen in een nachtclub. Aan het slot klinkt Feeling Good uit de recorder, Nina Simone zingt over a new dawn, a new life, Hirayama lijkt een zonnige toekomst tegemoet te gaan.

Perfect Days kan zich meten met Wenders’ werk Paris, Texas (1984) en Der Himmel über Berlin (1987). Koji Yakusho is van gelijkwaardig niveau als Harry Dean Stanton en Bruno Ganz. Het zou niet verbazen als deze bijzondere film over het vinden van vreugde in het leven van alledag eenzelfde status krijgt.

 

13 december 2023

 

ALLE RECENSIES

IDFA 2023 – Deel 7: Oekraïne

IDFA 2023 – Deel 7:
Oekraïne

door Jochum de Graaf

Vorig jaar werd al aangekondigd dat IDFA behoorlijk in Oekraïense projecten zou investeren. Na de wat tegenvallende openingsfilm A Picture to Remember stond een aantal films op het programma die stuk voor stuk vanuit een bijzondere invalshoek het Oekraïense oorlogsdrama belichten, waaronder de terechte Audience Award-winnaar 20 Days in Mariupol.

 

Waking up in Silence

Waking up in Silence – Ver van de oorlog, en toch dichtbij
In de oude brandweerkazerne van provinciestad Schweinfurt worden Oekraïense vluchtelingen opgevangen. Het is er rustig, lange gangen, grote kamers, hoge plafonds. De tijdelijke bewoners, meest moeders gevlucht met kinderen, lijken dwalend door het grote gebouw ook niet zo goed te weten wat ze met al die ruimte aan moeten.

Drie meisjes lopen door een park, leren elkaar Duitse woordjes en de goede uitspraak van ‘cherrytomaat’. Een jongen probeert zijn fietsband te plakken. Op de trottoirband staat met stoepkrijt geschreven ‘Putin stop killing’. Ze bellen met vader, horen de oorlog op de achtergrond, het zoontje vraagt of papa de volgende keer een filmpje kan maken als de auto weer naar de garage moet. De vader legt uit dat dat nog wel even kan duren, de oorlog is nog maar niet zo voorbij.

’s Avonds is het rustig en stil op straat, de burgerwacht loopt door de buurt. Her en der zitten vrouwen op de stoep of een trappetje. Bij het licht van een spaarzame lantaarn bellen vrouwen lang met het thuisfront.

Mooi verstild portret van het leven ver van de oorlog, die toch ook zo dichtbij is.

 

In the Rearview

In the Rearview – Verhalen uit een taxibusje
Het is een eenvoudig en doeltreffend format: je zet mensen achter in een taxi, zet de camera aan en laat ze praten. Gelijk na de Russische invasie in Oekraïne besloot de Poolse filmmaker Maciek Hamela te gaan helpen met de evacuatie. Hij huurde een busje en bracht honderden Oekraïners naar veiliger oorden. Vanuit de achteruitkijkspiegel maken we kennis met de diverse passagiers.

De een praat honderduit, de ander staart somber voor zich uit en zwijgt. Een man neemt afscheid van zijn vrouw en dochters, morgen gaat hij naar het front. Een oudere man is alleen, zijn huis is getroffen door clusterbommen, heeft alles moeten achterlaten, hij kon nog een strijkijzer meenemen. Een zichtbaar getraumatiseerd meisje geeft een handgeschreven opgevouwen briefje aan de chauffeur. Er staat haar geboortedatum en de telefoonnummers van haar vader en moeder op. De passagiers wisselen ervaringen uit, beklagen zich over de woekerprijzen die sommige chauffeurs berekenen. Op de autoradio horen we een reportage over de belegering van Marioepol.

Het busje rijdt langs in puin geschoten dorpen en steden, over door tanks opengereten wegen, wrakken van tanks en auto’s. Als ze langs een water rijden, zegt een jongen tegen zijn zus ‘kijk wat mooi, de zee!’. Als de oorlog is afgelopen, willen ze zeker nog een keer terug. De ellende krijgen we in allerlei gradaties opgediend. Verhalen over verkrachtingen, marteling door de Russen, met vijftig mensen in een kelder wonen die maar op de helft berekend is.

In een buitenwijk van Kyiv wordt een zwarte vrouw de taxibus ingehesen. Ze had een redelijk goed leven opgebouwd met een eigen winkel met Afrikaanse kleding. In de oorlog kijkt niemand naar haar om. Ze belt met haar familie in Kinshasa, Congo. Ze is neergeschoten toen ze gedwongen werd haar auto te verlaten; ze heeft schotwonden in maag en been. Hamela levert haar af bij een ambulance die haar naar een ziekenhuis in Warschau zal brengen.

Bijna achteloos vertelt een vrouw, geredde kat op schoot, het aangrijpende verhaal hoe ze haar man verloor die haar uit een brandend huis redde. Een enkele keer zie je licht optimisme, de zwangere vrouw die droomt over het café dat ze na de oorlog wil beginnen, twee meisjes die onderweg een vriendschap voor het leven sluiten, een familie die herenigd wordt. Sinds februari 2022 is een derde van de bevolking, ruim 4,5 miljoen mensen, het land ontvlucht. In the Rearview schetst een indringend bont geschakeerd palet van die mensen, met achter zich een land in oorlog, en voor zich een uiterst onzekere toekomst.

 

20 Days in Mariupol

20 Days in MariupolUrgente film die gezien moet worden
De Oekraïense filmer en fotograaf Mstyslav Chernov maakte de iconische beelden van de zwangere vrouw Irina die op een brancard uit de in puin geschoten kraamkliniek van Marioepol werd gedragen. Beelden die de hele wereld over gingen, als hét beeld van de barbaarsheid van de Russen. Grote verslagenheid toen bleek dat de baby al was overleden en moeder Irina het uiteindelijk ook niet redde.

Chernov is in Marioepol wanneer Poetin op tv aankondigt dat Rusland een ‘speciale militaire operatie’ tegen Oekraïne is begonnen. Acht jaar eerder, 2014, was hij er ook al bij toen er in de Donbas-oorlog dagenlang slag om Marioepol werd geleverd, maar de stad standhield.

Een uur na de toespraak vallen de eerste bommen. Aan de overkant komt een tank met de letter Z de straat in rijden. Een vrouw in totale paniek spreekt hem aan, waar moet ik naartoe? Chernov bezweert haar ‘ga naar je eigen huis, daar ben je het veiligst, ze schieten niet op burgers’. In die eerste dagen zijn er nog mensen die niet gefilmd willen door opdringerige journalisten: ‘donder op, prostituee!’. Maar wanneer een dag later een 4-jarig meisje zwaargewond het noodhospitaal binnen wordt gedragen, minutenlang gereanimeerd wordt en uiteindelijk een arts haar ogen moet sluiten, is het totaal omgeslagen: ‘film dit, laat zien wat die beesten doen’.

Voor de ellende zijn bijna geen woorden te vinden. De ene schoen vol bloed op de ziekenhuisvloer van de jongen, 14, die beschoten werd toen hij met vrienden aan het voetballen was. De veelzeggendheid van een aan barrels geschoten couveuse. De lijken die in een provisorisch massagraf worden gelegd.

De film laat ook zien hoe mensen onder dergelijke omstandigheden overleven. De heldenmoed van de artsen en verpleegsters en ook terwijl de Russen langzaam maar zeker oprukken en de stad in een wurggreep nemen. Chernov filmt de achtergebleven burgers die geen kant op kunnen, desperaat op zoek zijn naar de laatste levensmiddelen, water en eten.  We zien de plundering van een cosmeticawinkel, opgeschoten knapen, de volkomen overstuurse eigenaresse die ze met hulp van omstanders weet weg te jagen. Chernov spreekt zijn commentaar op gedragen bijna onderkoelde toon.

Je zou 20 Days in Mariupol kunnen zien als een film over oorlogsverslaggeving, hoe journalisten onder barre omstandigheden hun werk moeten doen. Chernov en zijn cameraploeg werken voor Associated Press, met groot gevaar voor eigen leven. ‘Geen enkele illusie wat ze met ons doen als we gepakt worden’ maken ze hun opnamen. Vanaf de zevende verdieping van een ziekenhuis versturen ze de footage tussen de stroomstoringen door met een soms haperende satelliettelefoon. Via de grote netwerken CNN, France 24 en Deutsche Welle gaan ze de hele wereld over en zijn niet zelden de opening van de journaals. We zien ook beelden van de Russische tv die het allemaal als fake news bestempelt. Een Kremlin-woordvoerder weet te melden dat de verschrikkelijke gebeurtenissen met behulp van acteurs in scène zijn gezet.

De belegering komt steeds dichterbij, de Russen nemen de stad meer en meer in een ijzeren greep, niemand kan er meer uit. Na lange onderhandelingen en met behulp van een speciale eenheid van het Oekraïense leger kan de AP-ploeg mee met een konvooi van het Rode Kruis. Met de apparatuur in kleding en onder stoelen en banken verstopt bereiken ze na vijftien roadblocks ongeschonden vrij Oekraïens gebied. Marioepol zou 66 dagen later en ten koste van ruim 25.000 doden in Russische handen vallen.

Je moet af en toe wel een sterke maag hebben om al die ellende allemaal aan te zien en je gedachten gaan onwillekeurig uit naar Gaza nu, maar ook naar Aleppo 2016, de beelden die we kennen uit For Sama. Die film won de prijs een paar jaar geleden. Het is zeer terecht dat 20 Days in Mariupol nu de Audience Award kreeg. Een urgente film die gezien moet worden.

 

We Will Not Fade Away

We Will Not Fade AwayWeinig perspectief voor jongeren
Andriy, Liza, Ruslan, Lera en Illia zijn tieners die opgroeien in Sanytsia in de regio Loehansk, Oost-Oekraïne. Het is 2019 en de oorlog in de Donbas is al vijf jaar aan de gang. Er is wel constante dreiging maar het front is dertig kilometer verwijderd en het leven is betrekkelijk rustig. Regisseur Alisa Kovalenko besloot een film te maken over jongeren die in die hybride oorlogsomstandigheden opgroeien.

Alle vijf hebben hun dromen en verwachtingen, er is nog een heel leven voor ze. Andriy wil zijn eigen motorfiets bouwen vanaf een ingewikkelde bouwtekening. Zijn grote held is Elon Musk. Hij trekt koperen kabels uit de grond, trekt zich niets aan van de grote borden die aangeven dat er mijnen in de buurt liggen.

In de achtergrond horen we gerommel en schotenwisselingen. Liza wil fotografe worden en doet een fotoshoot met haar vriendin Lera in een half in puin geschoten schoolgebouw. Ruslan mag een paar dagen stage lopen in de mijn, waar zijn vader al jaren op 120 meter diepte aderen steenkool probeert bloot te leggen. Op de mijnschachten die het heuvellandschap domineren, wappert nog fier de Oekraïense vlag.

Illia is de moeilijkste puber van het stel. De ambitie om acteur te worden, kan op weinig enthousiasme rekenen. Zou hij niet beter een vak leren? Zijn moeder houdt hem aan de keukentafel voor ‘Als het je lot is, word je een acteur. Zo niet, dan word je politieagent’.

In de omgeving met die permanente oorlogsdreiging is maar weinig perspectief voor jongeren. ‘Sanytsia No Future’ kalken Lera en Liza op een muur. Het is vooral Andriy die droomt van een ander leven, avonturen beleven, iets van de wereld willen zien. Hij komt in contact met de Oekraïense avonturier Valentyn Shcherbatchev en wordt samen met de anderen uitgenodigd voor een expeditie naar voor hem de ‘mooiste plek op aarde’, de Himalaya. Ze beleven de reis van hun leven, maken lange tochten door het adembenemend berglandschap, raken bevriend met de Nepalese gidsen en begeleiders, planten een Oekraïens vlaggetje in de eeuwige sneeuw op een richel boven een peilloos diep ravijn. De oorlog in de Donbas lijkt nu wel heel ver weg.

Terug in Oekraïne hebben ze een hartverwarmend welkom. Maar een paar dagen later begint de Russische invasie en wordt de gehele regio Loehansk onder de voet gelopen. Het is onmogelijk om nog te filmen en Kovalenko moet haar project opgeven. Ze stelt alles in het werk om met de vijf jongeren in contact te komen, maar slaagt daar slechts gedeeltelijk in. Op de bedwelmende tonen van Radiohead’s ‘Daydreaming’ krijgen we hun lot te lezen, gevlucht naar het buitenland, levend onder Russische bezetting en spoorloos. 

We Will not Fade Away is een indrukwekkende coming of age-film en zou aanmerkelijk beter de openingsfilm van het IDFA kunnen zijn.

 

19 november 2023

 

IDFA 2023 – Deel 1: Openingsfilm
IDFA 2023 – Deel 2: Menselijk leed
IDFA 2023 – Deel 3: Aparte banen
IDFA 2023 – Deel 4: Palestina
IDFA 2023 – Deel 5: Vrouwen: muziek en voetbal
IDFA 2023 – Deel 6: Risiconemers

 


MEER FILMFESTIVAL

IDFA 2023 – Deel 5: Vrouwen: muziek en voetbal

IDFA 2023 – Deel 5:
Vrouwen: muziek en voetbal

door Jochum de Graaf

IDFA heeft een naam te verliezen als het gaat over spraakmakende muziekdocumentaires. In vorige edities waren altijd wel een stuk of vijf oorspronkelijke films te zien over artiesten als Sinead O’Connor, David Johansen, Leonard Cohen, Cesária Évora, Velvet Underground, Lou Reed, John Cale en Alanis Morissette. In de editie 2023 blijft het beperkt tot twee films over iconische vrouwelijke rocksterren. Daarnaast was sport eigenlijk nooit een onderwerp voor IDFA, maar nu zijn er ineens twee documentaires over voetbal, vrouwenvoetbal om precies te zijn.

 

Joan Baez: I Am a Noise

Joan Baez: I Am a Noise – Frêle, beeldschone activiste
Het is een mooi rond verhaal over Joan Baez, de iconische zangeres, die al in 1959 haar debuut maakte op het Newport Jazz Festival. We volgen haar op haar afscheidstournee in 2019. Ze is dan 79, zoon Gabriel is drummer en percussionist in haar begeleidingsband. Ze ziet er goed en gezond uit. De spieren worden slapper en ze moet dagelijks de belangrijkste, haar stemband, goed blijven trainen. Joan Baez is bij uitstek een icoon van de jaren zestig, ze was als vriendin degene die Bob Dylan het podium op hielp. Ze ging mee op de legendarische tournee, mei 1965, naar Engeland, waar The Beatles naar het concert kwamen om Bob Dylan te zien.

Joan Baez vertelt smeuïge details over de grote gekte waarmee dat gepaard ging, dat het voor Dylan het begin werd van de wereldroem die tot op de dag van vandaag zijn deel is. Zij zelf voelde zich teleurgesteld in zijn liefde en vertrok gedesillusioneerd naar Frankrijk.

Toen ze later door Dylan werd uitgenodigd mee te doen aan The Rolling Thunder Revue, 1975, beleefde ze die reünie in een roes dankzij veelvuldig gebruik van quaalude.

Hoewel ze in haar lange carrière zo’n veertig albums op haar naam heeft staan, moet ze het niet van een geweldig muzikaal oeuvre hebben, ze haalde nooit een top tien-notering. Haar wereldroem ontstond vooral door geëngageerdheid, haar activisme. De frêle, beeldschone zangeres op blote voeten die bij de grote marsen van de burgerrechtenbeweging aan de zijde van Martin Luther King meeliep van Selma naar Washington en ‘We Shall Overcome’ zong. Uiteraard manifesteerde ze zich in de Vietnamprotesten en de antiracismebeweging. In haar persoonlijk leven betaalde ze daar soms een hoge prijs voor, hoogzwanger van haar eerste kind, werd haar vriend activist David Harris opgepakt en moest de gevangenis in.

Baez had een bijna obsessieve drang de wereld te willen verbeteren. Toen de Vietnamoorlog voorbij was, ging ze vertwijfeld op zoek naar nieuwe goede doelen waar ze zich bij aankon sluiten en kwam uit bij Cambodjaanse kindertehuizen.

Het motto van de film – de uitspraak van Gabriel García Márquez dat ieder mens drie levens heeft: een persoonlijk, publiek en geheim leven – wordt in alle opzichten waargemaakt. Ze citeert uit haar dagboeken, met prachtige animaties van door haar zelf gemaakte tekeningen. Over haar familie: haar vader, een hooggewaardeerd wetenschapper, die misschien wel grensoverschrijdend gedrag jegens zijn dochters vertoonde, haar zus Mimi die net als Joan zangeres was, maar niet bestand tegen het huizenhoge imago van Joan. Over de keren dat ze in haar leven weer opnieuw moest beginnen en er telkens toch weer in slaagde zichzelf uit te vinden. ‘Fare Thee Well’ zingt ze als slotnummer. een innemend portret van een zeer bijzondere vrouw. 

 

Let the Canary Sing

Let the Canary Sing – Kort in de schijnwerpers
De carrière van Cyndi Lauper is een soort spiegelbeeld van dat van Joan Baez. Met Girls Just Want to Have Fun en Time After Time scoorde ze megahits, en hoewel ze door artiesten als Boy George de hemel in geprezen wordt voor haar betekenis voor de lhbtq-gemeenschap, is ze een stuk minder activistisch. 

Let the Canary Sing brengt vrij minutieus de onstuimige opkomst van Cyndi Lauper begin jaren tachtig in beeld. De jaren van de girl power, met dat andere feministische rockicoon, Madonna, die de popmuziek voorgoed zou veranderen. Van jongs af aan wist ze dat ze zangeres wilde worden. In haar tienerjaren, een armoedig appartementje in Brooklyn, keek ze avond aan avond naar ‘Queen for a Day’ en imiteerde met oudere zus Ellen, die zelf ook zangaspiraties had, compleet met verkleedpartijen The Beatles. Eenmaal uit huis speelde ze vooral in coverbands. We zien haar een zeer verdienstelijke imitatie van Janis Joplin weggeven.

In 1980 werd ze zangeres bij Blue Angel die je met Lauper erbij een slap aftreksel van Blondie zou kunnen noemen. Haar geweldige stem met enorm bereik en haar zeer dynamische podiumpresentatie trokken al gauw de aandacht van mensen als manager Dave Wolff die haar voorstelde om solo te gaan. Daar moest evenwel een rechtszaak tegen haar eerdere manager aan te pas komen. In het vonnis dat de weg vrijmaakte voor soloartiest Cyndi Lauper sprak de rechter de woorden die de titel van de film werden: ‘let the canary sing’.

De kanarie werd door producer Rick Chertoff op het spoor gezet van ‘Girls Just Want to Have Fun’, een oud nummer van een zekere Robert Hazard. De tekst in die versie ging over meisjes die door mannen worden nagestaard. Geen haar op haar hoofd die er over dacht dit nummer te gaan zingen. Maar na maanden sleutelen en schaven aan tekst en muziek, een procedé dat we op de voet volgen, werd het in een veel uitbundiger uptempo-arrangement een nummer over girls die net als boys op gezette tijden gewoon fun willen hebben. Met die kenmerkende orgelriedel aan het begin en een vrolijke uitbundige clip in de straten van New York werd het meteen een enorme hit. Cyndi Lauper was, in 1983, op haar dertigste een wereldster. Ook de ontwikkeling van haar andere wereldhit ‘Time After Time’ wordt als een soort Top 2000-filmpje uitvoerig in beeld gebracht. Onverbiddelijk hoogtepunt van de film is het adembenemende duet, misschien beter nog zangduel, dat ze met Patti LaBelle uitvecht. Ze cirkelen om elkaar heen.

Eind jaren tachtig was het eigenlijk al weer voorbij. De twee albums na haar succesalbum True Colours flopten. Cyndi Lauper kreeg nog wel een soort tweede leven als artiest, schreef songs voor een Broadway-musical, acteerde in films, maakte reclames en tourde nog wat met haar oude successen.

Het is op dat punt dat de film ook inzakt, eenmaal uit de schijnwerpers larger-than-life was ze niet meer de ongewone, grote artiest die ze ooit was. Ze maakte zich nog wel sterk voor lhbtq-rechten en verandert haar levensmotto in Girls Just Want to Have Fundamental Rights. Maar het is niet meer met de energie en de power van de kanarie die net uit haar kooi bevrijd was.

 

Copa 71

Copa 71 Eerste wereldkampioenschap vrouwenvoetbal
Het is met 110.000 toeschouwers nog steeds het allergrootste sportevenement voor vrouwen dat ooit heeft plaatsgevonden. Juli 1971 vond in het befaamde Aztekenstadion van Mexico Stad de finale van het eerste wereldkampioenschap vrouwenvoetbal plaats, georganiseerd door het Mexicaanse bedrijfsleven uit enthousiasme voor het geweldige mannentoernooi van het jaar daarvoor toen Brazilië met Pelé de wereldcup won. Hoewel, een officieel wereldkampioenschap werd het nooit.

In de masculiene voetbalwereld werd er met dedain op de spaarzame landen waar vrouwenvoetbal ontluikte neergekeken. En voor de FIFA met oerconservatieve bestuurders als de Britse oud-scheidsrechter Sir Stanley Rous was er geen denken aan dat zo’n wild georganiseerd toernooi erkend zou worden. Natuurlijk komen de vele mannenbezwaren tegen vrouwenvoetbal voorbij, culminerend in de bruuske vraag van een tv-verslaggever aan een verbijsterde Engelse speelster ‘Why is a nice girl like you playing football?’ De enige vergelijking die ik nog niet gehoord was dat voetballende vrouwen op honden lijken die op hun achterpoten lopen.

Aan de Copa 71 deden slechts zes landen mee: Argentinië, Frankrijk, Mexico, Engeland, Italië en Denemarken, die geen van allen kwalificatiewedstrijden hoefden te spelen. We zien de korrelige beelden, het was het eerste toernooi dat op kleuren-tv werd uitgezonden. De Italiaanse oud-international Camela Verano herinnert zich het uiterst vijandige thuispubliek in de wedstrijd tegen Mexico. Het was een harde wedstrijd met roekeloze overtredingen, elleboogjes, tien minuten voor tijd gestaakt. Op weg naar het stadion werd de bus van Denemarken belaagd, de nacht voorafgaand hadden Mexicaanse fans de hele nacht lawaai voor het hotel gemaakt om hen uit de slaap te houden.

De sfeer in het stadion is geweldig, opwindend, spanning, enthousiast, maar zeker ook sportief. De commentator kijkt de volgepakte tribunes af en stelt vast dat de blote hemel nauwelijks zichtbaar is. De regie concentreert zich op de sterspelers Alicia Vargas aan de Mexicaanse kant en op Lene Nielsen aan Deense kant. Wanneer de Denen een groot veldoverwicht hebben, wordt fijntjes opgemerkt dat zij gemiddeld 1.70 meter lang zijn, terwijl de Mexicaanse vrouwen gemiddeld maar 1.54 meten. Denemarken wint vrij eenvoudig met drie goals van Susanne Augustesen. Ze maken een fantastische ereronde door het stadion.

En dan treedt er een grote stilte op voor de deelnemende teams. Op de luchthaven van Kopenhagen staan nog wel een paar honderd fans te juichen wanneer hun heldinnen met sombrero’s het vliegtuig uitkomen. In Buenos Aires, Rome, een enkel familielid, maar in Londen stond er niemand. Ze hadden geen wedstrijd gewonnen, de tabloids hadden hun prestaties volkomen belachelijk gemaakt. De Engelse speelsters verlieten de luchthaven via een zijdeur, voelden zich vernederd. Oud-international Carol Wilson durfde er pas vijftig jaar later vanwege de documentaire over te praten.

Totdat de tenniszusters Serena en Venus Williams een paar jaar geleden het ongehoorde verhaal hoorden en besloten er een documentaire over te laten maken. De sterren van tegenwoordig, als Brandi Chastain, verwonderen zich zeer dat het zo lang geduurd heeft voor dit grootste vrouwensportevenement ooit aan de vergetelheid werd ontrukt. Copa 71 is een goed gemaakte voetnoot in de geschiedenis van het vrouwenvoetbal.

 

… ned, tassot, yossot …

… ned, tassot, yossot …‘Ons Nationale Vrouwen Voetbalteam’
Als je een film over Noord-Koreaanse voetbalsters, hana, dul, sed (een, twee, drie) noemt, is het vrij logische vervolg ned, tassot, yossot (vier, vijf, zes). De Oostenrijkse documentairemaker Brigitte Weich portretteerde in 2009 vier speelsters van het succesvolle Noord-Koreaanse vrouwenvoetbalteam dat twee keer de Asian Cup won en in eigen land mateloos populair werd. In ned, tassot, yosssot zitten Ri Jon Hi (rugnummer 1), Ra Mi Ae (rugnummer 6), Jin Ryol Hi (rugnummer 10) en Ri Hyang Ok (rugnummer 19) met elkaar aan tafel en halen herinneringen op aan hun roemrijke carrière en wat het hen bracht in het verdere leven. We bezoeken locaties waar hana dul sed is opgenomen, zien archiefbeelden van trainingen, een enkel wedstrijdfragment, gaan op bezoek in de televisiestudio waar gebaseerd op hun levens de populaire serie ‘Ons Nationale Vrouwen Voetbalteam’ werd opgenomen.

We rijden door het weidse Pyongyang, lange scènes met de lange brede wegen zonder middenstreep, zonder files, de verkeersagente die op het kruispunt precies een auto laat stoppen, langs enorme pleinen waar voor parades wordt geoefend, drommen mensen die langs de kant van de weg lopen, onderweg naar ergens.

Opvallend ook de vele leuzen op gebouwen of zomaar langs de weg: ‘Long Live the Democratic People’s Republic of Korea’, ‘Long Live our Great Leader Kim Jong Il (dat was in 2009 nog zo)’, ‘Let Us Follow the Great General with 10 million Miles’ of de aansporing ‘Let Us Breed More Pigs On Every Farm’. Allemaal ook in het Engels in het gesloten land waar zeker na corona nog maar weinig buitenlanders komen.

De voetbalheldinnen vertellen hoe sterk hun spirit, de wil om te winnen was, hun strijd voor volk en volk en vaderland. Ze betuigen uitvoerig lippendienst aan het regime, hun Grote Leider die ook in de jaren van de Arduous March, de aanduiding voor de grote hongersnood van de jaren tien, voorbereidde op een glorieuze toekomst. De ontroering die zich van hen meester maakt wanneer ze van de Geliefde Leider een traditionele Koreaanse jurk uitgereikt krijgen omdat ze het hele jaar in van die sportkledij hebben moeten lopen. Ze bespreken hun liefdesleven en het krijgen van kinderen. Twee van de vier zijn vrij openhartig over de abortus die ze hebben ondergaan. Wederkerende vraag is ook in oude fragmenten hoe ze hun toekomst zouden zien. Ze hebben alle vier de ambitie om in de sportwereld actief te blijven. Rugnummer 1 is nog steeds keeperstrainer, rugnummers 6 en 10 werken voor de Noord-Koreaanse voetbalbond en rugnummer 19, die altijd al riep dat ze arbiter wilde worden, heeft haar droom meer dan waargemaakt. Zij was de eerste Noord-Koreaanse scheidsrechter op de WK Vrouwen 2015 en 2019. 

Ned, tassot, yossot biedt een aardig inkijkje in het alledaagse leven van bevoorrechte sporthelden in de totalitaire Noord-Koreaanse dictatuur. Maar van een vervolgfilm ilgob, yodol, ahob hoeft het niet te komen.

 

17 november 2023

 

IDFA 2023 – Deel 1: Openingsfilm
IDFA 2023 – Deel 2: Menselijk leed
IDFA 2023 – Deel 3: Aparte banen
IDFA 2023 – Deel 4: Palestina
IDFA 2023 – Deel 6: Risiconemers
IDFA 2023 – Deel 7: Oekraïne

 


MEER FILMFESTIVAL