Coward

****
recensie Coward
Liefde vergt meer moed dan oorlog

door Jochum de Graaf

In Girl verkende Lukas Dhondt het thema identiteit, in Close ging het over intimiteit, in zijn nieuwste film Coward gaat het over lafheid. Ook nu weer een prachtige film die je op een andere manier naar de werkelijkheid laat kijken.

De Eerste Wereldoorlog (1914-1918) is nog steeds het ijkpunt voor de gruwelijkheden en de zinloosheid van oorlog. 65 miljoen soldaten werden gemobiliseerd voor een jarenlange loopgravenoorlog, ten koste van meer dan tien miljoenen verliezen. Er zijn onnoemelijk veel films, boeken, tentoonstellingen, rondleidingen en herdenkingen waarin de gruwelen aan de orde komen.

Coward (foto: The Reunion)

Leven achter de linies
Coward, de nieuwe speelfilm van de Belgische regisseur Lukas Dhondt (Girl, Close) is een atypische oorlogsfilm. Echte krijgshandelingen krijgen we niet te zien, er wordt geen schot gelost. We zijn aan de Belgische kant van het front. In de verte zien we donkere wolken, we horen daverend kanongebulder, maar de film speelt zich geheel af achter de schermen, beter gezegd achter de linies.

In de openingsscène komt een groep soldaten in een legertruck aangereden. Ze zingen een vrolijk marslied: ‘steek al je zorgen in je plunjezak en lach, lach, lach’ – Vlaamse vertaling van het in WO I bij alle fronten populaire Pack Up Your Troubles. De camera zoomt in op de jonge dienstplichtige Pierre (Emmanuel Macchia). Hij is ingedeeld bij een compagnie die obussen, zware artilleriegranaten, naar kanonnen moet brengen, gewonden van het slagveld moet halen en doden moet begraven. Er volgen initiatierituelen: hoe gedraag je je aan tafel, hoe stel je je op tegenover een meerdere? En er worden allerlei strapatsen met elkaar uit gehaald.

Soldaat Jacobs heeft net nu hij aan het front is gekomen gehoord dat hij vader is geworden en wil natuurlijk niets liever dan zijn pasgeboren zoontje gaan bewonderen. Dan komt er een brancard de barak binnengedragen. Onder een laken ligt een verklede soldaat met hoofddoek, enorm dikke buik, kreunend, zo te zien hoogzwanger. ‘Pers!Pers!Pers!’, brult het regiment, en van onder het laken komt tot ieders grote vreugde een artilleriehuls met een koordje er aan tevoorschijn. Onder luid gejuich mag Jacobs deze navelstreng doorsnijden. Soldatenhumor.

Geheime verhouding tussen twee soldaten
De bevallende vrouw wordt gespeeld door Francis (Valentin Campagne), de artistieke voorman van een theatergroep die voor ontspanning en vermaak in oorlogstijd moet zorgen. Het is een groepje ongeregeld, buitenbeentjes die gewond, lichamelijk of geestelijk niet meer aan de gevechtshandelingen kunnen deelnemen.

Pierre heeft gebiologeerd staan kijken, Francis merkt hem al snel op en er ontstaat een geheime verhouding tussen de twee die steeds meer tijd met elkaar willen doorbrengen. Het is een scherp contrast tussen introverte boerenzoon Pierre die nog diep in de kast zit en de uitbundige extraverte Francis, kleermakerszoon, die met zijn seksuele identiteit kan spelen in het theater.

Coward (foto: Kris Dewitte)

Pierre kan aan de slag als toneelknecht bij de theatergroep. In een vervallen schuur wordt op een provisorisch aan elkaar getimmerd podium een revue in elkaar gezet. Veel zang en dans, uitgevoerd door als vrouwen verklede mannen. Het zijn voorstellingen die net wat anders uitpakken dan je zou verwachten. In een hospitaal paraderen ze fris en vrolijk tussen de zwaargewonden die er zo zwaar aan toe zijn dat het spel totaal aan ze voorbij gaat. Een patiënt spuwt bloed, de acteurs weten niet wat ze moeten doen. Ze moeten optreden voor een groep hooggeplaatste officieren; een intieme setting waarin die zich vergrijpen aan de ‘vrouwtjes’, die al dat onbeschofte gedrag over zich heen moeten laten gaan.

Laf?
Francis en Pierre bespreken met elkaar wat ze zullen doen: openlijk uitkomen voor hun geaardheid, samen vluchten naar een neutraal land als Spanje of Zwitserland, deserteren, of zijn ze daar eigenlijk te laf voor? In de heersende militaire cultuur is desertie natuurlijk de ultieme vorm van lafheid. Het woord coward valt nergens in de film. Dhondt speelt subtiel met dit thema en maakt ruimte voor een andere invulling. De vele soldaten die met oogkleppen op ten strijde trekken en de vanzelfsprekendheid van de oorlog niet ter discussie durven te stellen, zou je ook laf kunnen noemen.

De scènes aan het front zijn onverbloemd realistisch en indrukwekkend gefilmd. Er is de scène waarin enkele soldaten onder hevig kanonvuur de modder van het niemandsland worden ingestuurd waar ze de lijken van hun makkers bijeenrapen en in karren afvoeren. Pierre steekt in een heftig realistische scène een bajonet door zijn hand, zodat hij lid kan worden van de groep van afgekeurden. Scènes die laten zien hoe snel je in oorlogsomstandigheden je menselijkheid kunt verliezen en wanhopig kunt worden. En als je dan besluit dat je daar niet langer meer aan mee wilt doen, ben je dan laf?

Emmanuel Macchia en Valentin Campagne (als Pierre en Francis) zijn door Lukas Dhondt zelf ontdekte natuurtalenten, die in Cannes ex-aequo de prijs voor beste mannelijke hoofdrol kregen. Geen van beide heeft een acteursopleiding – Macchia had zelfs nog nooit geacteerd. Al is het einde wat voorspelbaar: Coward is na Girl (2018) en Close (2022) opnieuw een diep menselijke film waarin het intieme leven van de personages centraal staat.

 

21 oktober 2026

 

ALLE RECENSIES

Naza

****
recensie Naza
IJzingwekkende confrontatie met de werkelijkheid

door Jochum de Graaf

De roem is de film al vooruitgesneld. Op het filmfestival van Venetië won Naza de Speciale Juryprijs en kreeg de documentaire een staande ovatie van 25 minuten. In Israël zijn de reacties heftig en afwijzend, makers Yuval Abraham en Rachel Szor worden ernstig bedreigd. De meest besproken film van 2026 is vanaf eind november wereldwijd gratis online te zien.

Het is nachtdonker, ergens op een dak tegen de achtergrond van grootsteeds Tel Aviv maakt een onherkenbaar gemaakte man met strakke pennenstreken een schets op een blocnote. ‘Tap-tap-tap, dit is het gebouw dat ik moest bombarderen. Het aantal Naza op die verdieping was vier’. ‘Wat is Naza?’, vraagt de interviewer. ‘Nevenschade. Het te verwachten aantal burgerdoden bij een aanval’, is het antwoord.

Naza

Aanvaardbare foutmarge van 15%
In Naza, de meest besproken documentaire van het jaar, van Yuval Abraham en Rachel Szor, regisseurs die ook bij het Oscarwinnende No Other Land waren betrokken (respectievelijk als regisseur en schrijver), komen 24 anonieme Israëlische militairen en medewerkers van de inlichtingendiensten aan het woord. Klokkenluiders, geanonimiseerd in beeld vanwege het grote gevaar dat ze bij bekendmaking lopen, die uit de school klappen over het systeem waar ze onderdeel van uitmaken en de methodes die ze gebruiken bij de oorlog in Gaza.

‘Gaza’ is een door surveillance en AI gestuurde oorlog. Het programma Lavender analyseert enorme hoeveelheden telecomgegevens, social media, locatiegegevens en dronebeelden om te bepalen welke mobiele telefoon toebehoort aan een Palestijn die waarschijnlijk deel uitmaakt van Hamas of de Islamitische Jihad. Dat zijn zo’n 37.000 potentiële doelwitten met een voor de Israëlische regering en leger aanvaardbare foutmarge van 15%.

‘Where’s Daddy’ is een AI-systeem dat detecteert wanneer zo’n Lavender-doelwit thuis is. Een van de klokkenluiders vertelt dat hij een foto van een verondersteld Hamas-lid kreeg, een selfie van een vader met zijn tienerdochters op het balkon in de zon. Via een afgeluisterde telefoon hoorde hij een 12-jarige dochter opmerken: ‘Papa is thuis’. En ja, zo geeft hij in antwoord op de vraag van Yuval Abraham aan, hij gooide de bom, waardoor iedereen in het appartement omkwam. Maar papa was niet thuis; hij had zijn telefoon vergeten. Het beeld van de dochter op dat balkon bleef tijden op zijn netvlies. ‘Jammer dan’, was de reactie van zijn superieuren. De Naza is bij lagergeplaatste Hamasleden een stuk of wat, bij commandanten kan dat aantal oplopen tot 500.

‘Er zijn geen onschuldige mensen in Gaza’
Naza toont het systeem van de oorlog, de systematische vernietiging van een heel volk. Het laat ook zien hoe het systeem werkt voor de mensen die daar onderdeel van uit maken. Hoe komen ze tot hun daden? We horen de geijkte argumenten: ‘Ik ben maar een klein radertje in het geheel’, ‘als ik het niet doe, is het wel iemand anders die het doet.’

De gruwelijke Hamasaanval van 7 oktober 2023 met 1.200 Israëlische doden en ruim 250 gegijzelden zorgde voor een algehele diepe haat tegen Palestijnen. ‘Er zijn geen onschuldige mensen in Gaza’ luidde het. Iedere Palestijn is terrorist, doelwit om vermoord te worden. ‘Wat we ook doen. Ze verdienen het.’

Maar hoe komt het dat ze zo lange tijd blind waren voor de gruwelijkheden die ze vervolgens aanrichten, het nietsontziende geweld, de genocide. Hannah Ahrendt toonde met haar theorie van de banaliteit van het kwaad aan hoe een kwaadaardig systeem gewone mensen normaliseert. De meeste klokkenluiders maken deel uit van de liberale Israëlische elite, ze voelen zich een klein radertje in het systeem waar ze weinig verantwoordelijkheid voor ervaren. Ze concentreren zich meer op hun professionele carrière, hun militaire eenheid, de inlichtingendienst en staan in hoog aanzien in de Israëlische samenleving.

Naza

Jonathan Glazer, de regisseur van The Zone of Interest, de film over de banaliteit van het leven van kampcommandant Höss en zijn familie in de schaduw van het absolute kwaad van Auschwitz, trad op als uitvoerend producent. Vanaf de daken waar de klokkenluiders worden geïnterviewd zien we het moderne bruisende Tel Aviv. De camera pent langs anonieme flatgebouwen, het hier en daar nog drukke verkeer, zoomt in op fraaie appartementen, de tv staat aan, er ligt een vrouw op de bank te slapen, een man loopt bij het gordijn weg, laat op de avond is de gym nog open. Welvarende, voor ons bekend voorkomende, heel normale levens. En we horen de meest vreselijke dingen over wat zich 60 kilometer verder afspeelt. Een ijzingwekkend sterk contrast dat keihard aankomt.

Heftige en woedende reacties
De verwoesting, de ellende, de oorlogsmisdaden, het armageddon in Gaza is in vele films en documentaires gedocumenteerd. Uiterst belangrijk dat het nu van de Israëlische kant van binnenuit belicht wordt.

We zien de auto’s stil staan op 24 april 2025 vanwege 80 jaar bevrijding en herdenking van de holocaust, Netanyahu die op tv een toespraak houdt, dat het nooit meer mag gebeuren…. Een van de klokkenluiders zegt dat ie in Polen is geweest: ‘Ik heb daar gezien wat de Duitsers ons hebben aangedaan en nu doen wij precies hetzelfde.’

In Israël roept de documentaire vooralsnog heftige en woedende reacties op. De feiten worden bestreden, anonieme getuigen zijn per definitie onbetrouwbaar, het zou allemaal fake news zijn. Yuval Abraham en Rachel Szor worden verketterd, er gaan stemmen op om hen het staatsburgerschap te ontnemen, zij en hun familie worden ernstig bedreigd en ze leven ondergedoken.

Alle opwinding en commotie krijgt echter een tegendraads effect, Naza wordt alleen maar bekender en belangrijker. Zeker nu over een paar maanden de gratis stream van The Guardian overal ter wereld te zien zal zijn. Juist ook in landen als Israël, Amerika en Duitsland wordt het een confrontatie met de werkelijkheid waarvoor ze zo lang de ogen wilden sluiten.

 

30 september 2026

 

ALLE RECENSIES

The Kidnapping of a President

***
recensie The Kidnapping of a President
Politieke klucht over rechts-extremisme

door Jochum de Graaf

Luitenant-kolonel Eero Kuussaari, wiens duelleer-litteken uit Duitsland hem in rechts-extreme kring in achting doet stijgen, is gefrustreerd dat hij opnieuw een promotie is misgelopen. Hij wil verhaal halen bij generaal Kurt Martti Wallenius, die met andere extreemrechtse officieren op inspectietocht is in het oosten van Finland. Een copieus diner, fascistische retoriek, krijgshaftige Duitse liederen en grote hoeveelheden alcohol doen de bijeenkomst ontaarden in een bacchanaal.

Extreemrechts is op het toppunt van zijn macht in het politiek roerige Finland eind jaren twintig. Uitgebreid wordt afgegeven op het linkse tuig. Ze zijn vol lof over de aanval en kidnapping van een aantal communisten in het Finse parlement een dag ervoor. Wallenius roept bij de nadronk vol bravoure uit dat ze een echt statement moeten gaan maken. Het linkse activistjes intimideren is maar kinderspel, het wordt tijd om niets minder dan een revolutie te ontketenen.

The Kidnapping of a President

De ontvoering
Tegen elkaar opsnijdend ontstaat het wilde plan om Kaarlo Juho Ståhlberg te ontvoeren en te deporteren. Ståhlberg is de eerste president van de republiek, uitgesproken tegenstander van rechts-extremisme, hoeder van de democratische rechtsstaat. Hij heeft zich net opnieuw kandidaat gesteld voor de presidentsverkiezingen van 1931. Erg goed uitgewerkt is het plan niet maar Eero belt alvast wat handlangers in Helsinki om het uit te voeren.

De volgende ochtend vroeg zien die vier wat bleue jonge fascisten Ståhlberg en zijn vrouw Ester aan de ochtendwandeling in een bos. Ze bevelen de oud-president in de auto plaats te nemen. Maar dan komt de eerste kink in de kabel: de kordate Ester weigert haar man in de steek te laten. Als de ontvoerders met pijn en moeite Ståhlberg in de auto wringen, zit zij al op de achterbank. Ze moeten snel weg anders worden ze ontdekt.

Ståhlberg houdt zich stoïcijns en kalm, maar Ester neemt de regie over en pakt de ontvoerders stevig aan. Weten ze wel waar ze mee bezig zijn, wat voor straf er op kidnapping staat? De knapen krijgen onderling mot, bakkeleien welke kant ze op moeten rijden, weten niet wat ze met hun gijzelaars aan moeten. Eero is onbereikbaar, ligt zijn roes uit te slapen.

Publieke verontwaardiging
Intussen wordt de ontvoering groot landelijk nieuws en is de publieke verontwaardiging enorm. De ontvoerders raken steeds verder in het nauw, de een na de ander wil er mee ophouden. Het mondt uit in een chaotische bij tijd en wijle hilarische roadtrip door Finland.

Als Eero eindelijk ontwaakt met een enorme kater dringt langzaam tot hem door wat voor enorme blunder ze hebben gemaakt. Ook bij de legerofficieren is de chaos en verwarring groot. Wie is er verantwoordelijk voor dit grotesk mislukkende plan en wat zijn de gevolgen?

The Kidnapping of a President

Iets te veel klucht
The Kidnapping of a President is gebaseerd op ware gebeurtenissen in maart 1930, die voor Finland grote politieke consequenties hadden. Het laat goed zien hoe kwetsbaar een democratie kan zijn wanneer extreemrechts te veel macht krijgt. Maar ook hoe zelfoverschatting en overmoed gemakkelijk ten val komen.

Regisseur Samuli Valkama benadert de gebeurtenissen vooral als een politieke klucht. Aku Sipola als Wallenius speelt een sterke rol als de extravagante en excentrieke militair die geobsedeerd is door macht en aandacht.

Jussi Vatanen zagen we In Fallen Leaves van Ari Kaurismäki ook al als droogkomische dronkenlap, in The Kidnapping of a President doet hij er nog een schepje bovenop. Riitta Havukainen als Ester Ståhlberg legt trefzeker het ongelooflijke amateurisme en de knulligheid van de ontvoerders bloot.

Als charmante zwarte komedie en politieke satire wordt het gevaar van rechts-extremisme wat licht aangezet, de balans valt net iets te veel uit naar een klucht.

 

16 september 2026

 

ALLE RECENSIES

De Gaulle: Liberté

****
recensie De Gaulle: Liberté
Vervolg maakt epische status waar

door Jochum de Graaf

De Gaulle: Liberté – het vervolg van De Gaulle: Résistance – begint op drie fronten. Het is januari 1943. In de hitte van de Fezzan-woestijn in Libië bereidt generaal Philippe Leclerc zich voor om zich met zijn colonne van Vrije Fransen aan te sluiten bij de geallieerden in de strijd tegen de Duitsers in Noord-Afrika. In Londen en Washington zijn er besprekingen voor de conferentie van Casablanca later die maand, de geheime top waar de Amerikanen en de Britten hun militaire strategie willen bepalen. En in het winterse Lyon probeert hoge ambtenaar Jean Moulin in opdracht van De Gaulle het Franse verzet van links tot rechts met elkaar te verenigen.

De eigenzinnige Philippe Leclerc gaat zich aansluiten bij het Britse Achtste Leger. De colonne is dan al twee jaar bezig met een opmars vanuit de Sahara. Als ze in maart 1941 de Italiaanse Kufra-oase innemen, leggen ze de legendarische Eed van Kufra af waarbij ze zweren de wapens pas neer te leggen wanneer de Franse driekleur op de kathedraal van Straatsburg wappert. Later in de oorlog landen de troepen in Normandië en hebben een groot aandeel in de bevrijding van Parijs, augustus 1944.

De Gaulle: Liberté (foto: Malgosia Abramowska)

Gedeeld leiderschap van het Franse verzet
Jean Moulin, de jongste prefect van Frankrijk, slaagt er met buitengewone moed en tact in het communistische, socialistische en rechts-nationalistische verzet met elkaar te verenigen. In juni 1943 wordt hij door verraad in eigen kring door de Gestapo opgepakt en dagenlang gemarteld, maar hij breekt niet en zal later op weg naar Duitsland overlijden aan zijn verwondingen. Het lot van Moulin is van doorslaggevende betekenis voor de positie van De Gaulle als onbetwiste leider van het Franse verzet.

Ten aanzien van met name de Amerikanen bevindt De Gaulle zich in een lastig parket. In vrij eenzame ballingschap in het Londense Hampstead wordt hij geconfronteerd met een diep wantrouwen van Roosevelt persoonlijk, die in hem niet de onbetwiste leider van het Franse verzet ziet. Hij heeft een voorkeur voor de meer meegaande generaal Giraud, de bevelhebber van de Franse troepen in Noord-Afrika. Bovendien ziet hij voorziet hij voor Frankrijk maar een zeer beperkte rol in het naoorlogse Europa. Er is een voorstel om het land onder Amerikaans gezag te brengen. De Gaulle wordt niet eens in de voorbereidingen op D-Day betrokken.

De Gaulle blijft straf bij zijn eis van een volledige erkenning van de Franse onafhankelijkheid. Roosevelt en in zijn kielzog Churchill weten de rivalen De Gaulle en Giraud tot een soort gedeeld leiderschap van het Franse verzet te dwingen. Het is een ijzig fotomoment als de mannen elkaar onder die zware druk de hand schudden.

Haat-liefdeverhouding tussen De Gaulle en Churchill
Hoewel de namen, data en gebeurtenissen over elkaar heen buitelen zijn de diverse verhaallijnen van de film dankzij een uitnemende montage goed te volgen. De krijgshandelingen in Afrika worden spectaculair in beeld gebracht, de spannende ontwikkelingen bij het verzet zijn goed van sfeer en de diplomatieke verwikkelingen zijn ondersteund door het goed gekozen archiefmateriaal uitermate geloofwaardig.

In deel 1, De Gaulle: Résistance, wordt De Gaulle als een soort Don Quichot neergezet. Ik stoorde me een beetje aan die koketterie die kolderieke scènes opleverde. De Gaulle die na een noodlanding in een besmeurd militair modderkostuum een rare competentiestrijd voert met een hogergeplaatste generaal. In Liberté wordt dit beeld scherp gecorrigeerd en ontpopt hij zich tot een machtspoliticus die de belangrijke ontwikkelingen naar zijn hand weet te zetten. Let eens op de soevereine manier waarop hij in vergadering met de hoogste leiders van het Franse verzet zijn tegenstrever Giraud buitenspel weet te zetten.

Heel sterk uitgewerkt is ook de haat-liefdeverhouding tussen De Gaulle en Churchill: de steile, ascetische militair van bijna twee meter De Gaulle versus de kleine flamboyante bolronde Churchill met bolknak en cognac. Het is ook een geweldig acteerduel tussen de twee Simons, Akbarian (De Gaulle) en Russell (Churchill).

Grote verdienste van het tweeluik is dat het een genuanceerd nieuw licht werpt op een belangrijke episode van onze geschiedenis. De onbekende strijd in Afrika, veldslagen als de Slag bij Birkheim, de Eed van Kufra en niet te vergeten de belangrijke rol van de van de Afrikaanse en Arabische militairen in het Franse leger, zijn lang onderbelicht gebleven.

De Gaulle: Liberté (foto: Malgosia Abramowska)

La Bataille de Gaulle – zoals het tweeluik van Antonin Baudry wordt genoemd – krijgt ook betekenis als goed inzicht in de recente geschiedenis van Frankrijk. Met in het huidige politieke speelveld met een opnieuw een wispelturig Amerika en de tekening van het sterk gepolariseerde politieke landschap in Frankrijk zou je kunnen zeggen dat de film ook te zien is als een interessante vooruitblik op de presidentsverkiezingen van volgend jaar.

Ten onrechte ondergewaardeerd
In Frankrijk kende De Gaulle: Résistance aan het begin van de zomer nog een stroeve start, met aanvankelijk nog geen half miljoen bezoekers (in Nederland trok de film tot nu toe ruim 40.000 bezoekers). Inmiddels zijn beide films echter uitgegroeid tot de absolute zomerhit in de Franse bioscopen. Nadat de release van De Gaulle: Liberté werd vervroegd om samen te vallen met ‘Fête du Cinéma’ – waarbij tickets vier dagen lang slechts 5 euro kostten – volgde de definitieve doorbraak. Het tweeluik is inmiddels op weg naar de zes miljoen bezoekers, waarmee De Gaulle deze zomer uitstekend kon wedijveren met blockbusters als The Odyssey en Spider-Man.

De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ook ik deel 1 ernstig ondergewaardeerd heb met een heel zuinige twee sterren. Met de komst van deel 2 is mijn oordeel omgeslagen en geef ik vier sterren, waarmee het eindoordeel van beide films op minstens drie sterren uitkomt.

 

13 september 2026

 

Lees hier De Gaulle: Résistance

 

ALLE RECENSIES

Metropolis (1927)

De Herfst van de Stomme Film
Deze september blikken we in De Herfst van de Stomme Film terug op klassiekers uit de maanden voordat The Jazz Singer in oktober 1927 de geluidsfilm inluidde. Een laatste oogst van tien films voordat Hollywood begon te praten. Hieronder de derde film.

 

Metropolis (Duitsland, januari 1927)
De mens als machine

door Jochum de Graaf

Metropolis, het klassieke meesterwerk van Fritz Lang, kun je als hoogtepunt én als eindpunt van de stomme film zien. Hoogtepunt alleen al vanwege het feit dat de film met 310 draaidagen, 36.000 figuranten en een budget dat explodeerde naar 5,1 miljoen reichsmark de tot dan toe duurste productie ooit was. Eindpunt omdat in hetzelfde jaar The Jazz Singer werd uitgebracht, wat de doorbraak van de geluidsfilm betekende.

De Duitse filmmaatschappij UFA stak met deze superproductie Hollywood naar de kroon. Fritz Lang greep de gelegenheid aan om gebruik te maken van de meest geavanceerde technieken en special effects van die tijd. Hij zette de revolutionaire techniek van het Schüfftan-proces in, voorloper van het tegenwoordig onmisbare green-screen. Acteurs werden via een spiegel onder een hoek van 45 graden tegen de achtergrond van maquettes gefilmd, waardoor het leek alsof ze live tussen de wolkenkrabbers liepen.

Ook het camerawerk was voor die tijd bijzonder dynamisch. Met de ‘entfesselte’, ofwel ‘ontketende’, camera bewoog het beeld vrij door de imposante decors. Het verkeer in de straten werd met behulp van stop-motion frame voor frame handmatig verplaatst.

Metropolis (1927)

‘Ongeëvenaard stompzinnige plot’
Kenmerkend voor stomme films is ook de expressie van het individu. In Metropolis lag de nadruk op mensenmassa’s die zich ritmisch, mechanisch in een expressionistische choreografie bewegen. Lang maakte fraai gebruik van clair-obscur, sterke afwisseling tussen licht en donker, om de emoties van de acteurs uit te drukken. In de bovenklasse, onder de elite, is het haast paradijselijk, ruim en licht; bij de onderklasse, de arbeiders, is het beklemmend, mechanisch, meestal diep donker.

Maar de enorme productiekosten hadden UFA bijna naar de afgrond gebracht en toen werd de film commercieel een flop. Kort na de première in januari 1927 sabelde de legendarische sf-schrijver H.G. Wells de film volledig neer. Metropolis had een ‘ongeëvenaard stompzinnige plot’ en Wells beschuldigde Lang er zelfs van ideeën te hebben ontleend aan zijn eigen toekomstroman When the Sleeper Wakes.

Langzaam werd de film compleet
Paramount, de Amerikaanse distributeur, vond de film veel te lang en te ingewikkeld en bracht deze al kort na de première terug van ruim tweeënhalf tot bijna twee uur, wat aanleiding was voor UFA om ook in Duitsland een nieuwe versie gebaseerd op de Amerikaanse montage uit te brengen. Vervolgens raakten in de jaren daarna de originele negatieven en ongebruikte scènes verspreid en verloren of werden zelfs vernietigd.

Lange tijd werd de film als een soort entertainment gezien, een aardig voorbeeld van hoe er eind jaren twintig over de toekomst gedacht werd.

Na de Tweede Wereldoorlog vatte de opvatting post dat Metropolis een wat naïef of misschien wel gevaarlijk politiek pamflet was. De bekende criticus Siegfried Kracauer schreef in zijn veel geroemde boek From Caligari to Hitler dat Metropolis met zijn totalitaire esthetiek en de mystieke boodschap dat de tegenstelling tussen geest (het brein) en lichaam (de handen) door gevoel (het hart) moet worden overbrugd, onbewust vooruitwees naar de autoritaire mentaliteit die het nationaalsocialisme mogelijk maakte.

Maar de originele ongecensureerde versie van Fritz Lang was al decennialang niet meer te zien. Vanaf de jaren zestig, met de opkomst van filmwetenschap als academische studie, gingen filmhistorici op zoek naar kopieën en nog bewaard gebleven materiaal. Het duurde nog veertig jaar voordat de Friedrich-Wilhelm-Murnau-Stiftung in 2001 een digitale restauratie realiseerde, maar nog altijd bleef een kwart van de film onvindbaar. Tot in 2008 de vondst van een vrijwel complete versie in het Museo del Cine van Buenos Aires wereldnieuws werd. In 2010 ging na drieëntachtig jaar The Complete Metropolis op Filmfestival Berlijn met begeleiding van een live-orkest in première.

Begin van een nieuwe eeuw
In de loop der tijd is een enorme hoeveelheid literatuur, essays en documentaires over Metropolis verschenen. Een groot deel gaat in op de roemruchte geschiedenis van de film. Maar het belangrijkste boek is natuurlijk de gelijknamige roman Metropolis uit 1926 van Thea von Harbou, Fritz Langs echtgenote en coscenarist, waarop de film werd gebaseerd.

Kort samengevat speelt Metropolis zich af in een grote metropool, gesitueerd in de toekomst, het toen magische jaar 2000, begin van een nieuwe eeuw. De megastad, waar een rijke bovenlaag van industriëlen de dienst uitmaakt en een armoedige onderlaag van uitgebuite arbeiders in een machinestad de boel draaiende moet houden.

We volgen Freder Fredersen, zoon van de grootste industrieel en heerser over de stad Joh Fredersen, die na een ontmoeting met spiritueel leidster Maria afdaalt naar de benedenwereld en zich opwerpt om het arme volk te redden. De kwaadaardige uitvinder Rotwang ontwerpt een sterk op Maria lijkende robot met de bedoeling om chaos te veroorzaken. Er komt een overstroming en een opstand maar uiteindelijk volgt door bemiddeling van Freder een verzoening tussen zijn vader en de leider van de arbeiders.
Centrale boodschap: ‘Mittler zwischen Hirn und Hände muss das Herz sein!’ Het brein heeft betrekking op de elite, de denkers, heersers; de handen zijn de arbeiders, de doeners; en het hart moet bemiddelen. Freder is in die opzet een soort Messias-figuur die de twee werelden verbindt en de klassenstrijd doorbreekt.

De wolkenkrabbers van Manhattan
Fritz Lang was geïnspireerd en geïntrigeerd door Manhattan waar hij in de zomer van 1924 met de SS Deutschland aanlandde, op weg naar Hollywood om de Amerikaanse filmindustrie te bestuderen. “Wolkenkrabbers rezen op uit water als een verticaal zeil, fonkelend en ongelooflijk licht, hangend aan zwarte hemel om te verblinden en te hypnotiseren”, schreef hij in zijn dagboek. Hij was gefascineerd door de vraag wie die torens gebouwd hadden en wie erin woonden.

Lang maakte in 1931 M, zijn eerste geluidsfilm met een magistrale hoofdrol voor Peter Lorre dat als zijn beste film wordt beschouwd. Twee jaar later volgde Das Testament des Dr. Mabuse dat door de nazi’s verboden werd. Lang vertelde dat ondanks dit verbod Goebbels hem aangeboden had de leiding over de Duitse filmindustrie op zich te nemen, waarop hij in 1933 Duitsland ontvluchtte. Er volgde een succesvolle carrière in de VS. Hij maakte eind jaren vijftig nog een aantal films in West-Duitsland en overleed in 1976 in Beverly Hills.

Het huwelijk met Thea von Harbou was in 1933 al stukgelopen. Zij bleef in Duitsland, werd lid van de NSDAP en was succesvol als scenarioschrijfster onder het nazi-regime. Na de oorlog werd ze enige tijd geïnterneerd en kreeg ze een beroepsverbod.

Metropolis (1927)

Monumentaal ijkpunt in de filmgeschiedenis
Het is verleidelijk om met de ogen van nu te kijken wat uitgekomen is van de voorspellingen in Metropolis. Er is veel gefilosofeerd over de centrale boodschap van het brein, de handen en het hart en de onderliggende aanname dat klassenverzoening mogelijk is door mensen zoals Freder, die, met ellende geconfronteerd, een sterke drang hebben haar te willen beëindigen. Het is een eendimensionale boodschap die wat naïef is gebleken.

Maar Metropolis is afgezien daarvan met de imposante decors, de fraaie enscenering en de overtuigende manier waarop het verhaal in beeld wordt gebracht een monumentaal ijkpunt in de filmgeschiedenis. Kijk nog eens goed naar de scène waarin Freder afdaalt in de ondergrondse wereld en de massa arbeiders ziet die in moordend tempo de gigantische machine M bedienen. M raakt oververhit en ontploft, Freder gaat hallucineren en ziet de poorten van de machine transformeren tot een enorme, opengesperde muil. Bewakers drijven de arbeiders nu in eenzelfde letterlijk moordend tempo de machine Moloch binnen, naar de oudtestamentische god die kinderslachtoffers eiste. De ultieme verbeelding van de mens tot slaaf gemaakt van de machine.

De beroemdste scène is de transformatie van de Maschinenmensch door de perfide uitvinder Rotwang. De mechanische robot met het uiterlijk van Maria, Freders inspirator, moet de arbeiders in opstand laten komen. Maria ligt buiten bewustzijn opgebaard in een glazen capsule in een onderaards laboratorium omringd door allerlei installaties, reageerbuizen, uit het plafond komen bliksemschichten. Rotwang paradeert om haar heen, maakt woeste gebaren, prevelt formules. De robot is ingesnoerd op een stoel, ringen van neonlicht cirkelen op en neer in steeds straffer tempo en langzaam verandert het metaal van de robot in een Maria van vlees en bloed.

Dé blauwdruk voor sciencefiction
Naast het hoogtepunt van de stomme film geldt Metropolis vooral ook als dé blauwdruk voor sciencefiction, robot C-3PO in Star Wars is duidelijk gemodelleerd naar de Maschinenmensch, en ook het laboratorium in Frankenstein (1931) vertoont behoorlijke gelijkenis met Rotwangs lab. In The Matrix is hoofdpersoon Neo als The One net als Freder een soort Messias die de mensheid moet ontwaken en in zijn geval de breuk tussen de mensheid en de kunstmatige intelligentie moet herstellen. En Blade Runner: Rutger Hauer die doolt door een stad met gigantische wolkenkrabbers, is natuurlijk schatplichtig aan de door Fritz Lang gecreëerde megastad van een eeuw geleden.

Metropolis is de meesterlijkste van alle klassieke meesterwerken.

Deze film is gratis te zien op YouTube.

 

9 september 2026

 

THEMAMAAND ‘De Herfst van de Stomme Film’

De Gaulle: Résistance

**
recensie De Gaulle: Résistance
Karikaturaal beeld van Franse verzetsheld

door Jochum de Graaf

In 2020, vijftig jaar na zijn dood, verscheen een aantal speelfilms, dramaseries en documentaires over het leven en de politieke erfenis van Charles de Gaulle. Met De Gaulle: l’éclat et le secret, De Gaulle: histoire d’un géant, Becoming De Gaulle en eerder al met Le grand Charles (2006) werd een stevige traditie van mythe- en legendevorming in gang gezet. De heldenverering van de Franse generaal die verzetsheld werd en van 1959 tot 1969 de eerste president van de door hem geconstitueerde Vijfde Franse Republiek.

Nu is er, gebaseerd op het boek A Certain Idea of France: The Life of Charles de Gaulle van de Britse historicus Julian Jackson, een tweeluik van Antonin Baudry dat ten doel heeft met een frisse blik en nieuwe inzichten De Gaulle te ontmythologiseren en tot meer menselijke proporties terug te brengen.

De Gaulle: Résistance

Verzetsheld in Londen
In dit eerste deel, De Gaulle: Résistance, beginnen we met de aanval van de Duitsers op Frankrijk. Na de bezetting van Nederland en België is dit voor Hitler de hoofdprijs voor zijn heerschappij over het Europese vasteland. Parijs valt na een verrassend snelle opmars zonder een schot te lossen en op 22 juni 1940 wordt de wapenstilstand gesloten.

De nieuwe premier, maarschalk Pétain, vestigt in het onbezette zuidelijke deel van Frankrijk zijn Vichy-regime dat openlijk collaboreert met de Duitsers. Ook de geallieerden werken aanvankelijk samen met Pétain, vooral vanwege de machtige Franse vloot onder leiding van admiraal Darlan. De dan nog vrij onbekende generaal Charles de Gaulle verzet zich tegen het Vichy-regime, vlucht naar Londen waar hij leiding geeft aan de beweging van Vrije Fransen. Daar groeit hij uit tot de grote verzetsheld die een sterk leger op de been weet te krijgen en uiteindelijk via de Franse koloniën in Afrika met de geallieerden tegen de Duitsers de strijd aanbindt en na de oorlog in Frankrijk aan de macht komt.

Regisseur Baudry heeft de historische ontwikkelingen nauwkeurig gevolgd. Het zal ongetwijfeld met zijn achtergrond als diplomaat te maken hebben dat hij zich concentreert op de verhouding van De Gaulle met Churchill en de strijd om in de gunst te komen bij de geallieerden.

Het kostte nogal wat moeite om zich een positie bij met name de Amerikanen te verwerven, die de eerste jaren maar weinig onder de indruk waren van zijn leger in opbouw en op de wereldzeeën geconfronteerd werden met de machtige Franse marine onder leiding van admiraal Darlan, die toen nog aan de kant van Pétain stond.

De gebeurtenissen en verwikkelingen lenen zich goed voor doorwrochte studies en documentaires, ze in beeld brengen in een speelfilm is nogal een opgave. ‘Erken me en ik vorm een overwinningsleger’, zegt De Gaulle tegen Churchill als hij zich in Londen vestigt. Met zijn eigenzinnige en arrogante optreden jaagt hij Churchill en Roosevelt regelmatig tegen zich in het harnas.

Groot ego
Hij heeft nogal een groot ego, spreekt over zichzelf in de derde persoon. Op bezoek in Afrika wanneer hij gewaarschuwd wordt voor het gevaar van malaria reageert hij stoïcijns: ‘De muggen prikken generaal De Gaulle niet.’ Hij vereenzelvigt zich met de legendarische koning Clovis, met Jeanne d’Arc, met de grandeur van de Franse beschaving.

Maar De Gaulle is een weinig empathisch figuur, geen enthousiasmerende man van vlees en bloed. Als zijn vrouw en dochter op bezoek komen, is er een stijve formele begroeting en kan er niet meer dan een korte omhelzing van af. Het lijkt er zeker in die begindagen op alsof hij alles in zijn eentje doet, een eenzelvige figuur die vanuit zijn krappe kantoor in Hampstead de strijd met de hele vijandige wereld om hem heen aanbindt.

Baudry probeert dat wat op te leuken door als adjudant de fictieve Poolse loodgieter Blazej op te voeren, een rol die doet denken aan café-eigenaar René uit de serie ‘Allo ‘Allo!. En speciale gezant René Pleven die met een strategisch goed opgezette missie in Afrika de Franse gouverneurs aan de kant van de Vrije Fransen weet te krijgen, lijkt in eerste instantie nogal op een Kees van Kooten-typetje.

In interviews heeft Antonin Baudry aangegeven dat hij De Gaulle tot op zekere hoogte als een soort Don Quichot ziet. De Frans-Armeense acteur Simon Abkarian (hij speelde onder andere in de James Bond-film Casino Royale) zet de onverzettelijkheid van De Gaulle met zijn rechtlijnige militaire ethiek overdreven neer. Dat werkt onbedoeld komisch en wordt soms ronduit potsierlijk.

De Gaulle: Résistance

Als hij per schip naar Kameroen reist, om de aansluiting van de kolonie aan de Vrije Fransen te vieren en de controle over te nemen, kan het schip door ongunstig tij en zandbanken voor de kust niet in de haven van Douala aanmeren. Er wordt geprobeerd bemanning met de kleinere boten aan land te brengen, maar De Gaulle besluit in vol ornaat overboord te stappen en schrijdt met die kenmerkende kepie en rijlaarzen door de branding en klimt bemodderd op de kade.

Technisch knap gemaakt
Technisch steekt De Gaulle: Résistance knap in elkaar en Volker Bertelmann (Im Westen nichts Neues) schreef een zeer pakkende soundtrack. Met een groot budget van 74 miljoen euro kon Baudry fors uitpakken met imposante opnamen, locaties, decors en enscenering. Grote gebeurtenissen – zoals de in Europa weinig bekende Slag bij Bir Hakeim, de zeeslag om de haven van Dakar, waarbij de Vrije Fransen samen met de Britten vochten tegen de Vichy-vloot, het latere bombardement van de Britten op die vloot bij het Algerijnse Mers-el-Kébir met bijna 1.300 Franse slachtoffers – zijn gebruikmakend van archiefbeelden en nieuw opgenomen scènes met veel verve in beeld gebracht. Historisch gezien is het allemaal kloppend.

Dat geldt in mindere mate voor de figuur van Fernand Bonnier de La Chapelle (rol van opkomend talent Florian Lesieur), de jonge student die we vanaf het begin van de film zien groeien in zijn verzet tegen het Vichy-regime. Die was niet de grote studentenleider die Baudry van hem maakt, en ook de affaire met de Joodse Livia heeft in werkelijkheid niet plaatsgevonden. Het merkwaardige is vooral dat het verhaal van Fernand een soort film in de film is, geheel los staand van het verhaal van De Gaulle. Pas op het eind wordt de link duidelijk als Fernand een historische daad pleegt die van doorslaggevende betekenis is voor de rol die De Gaulle na de oorlog zal gaan spelen. Het is de cliffhanger voor deel 2.

In De Gaulle: Résistance krijgen we een wat oppervlakkig, karikaturaal beeld van Le Grand Charles en blijft een groot deel van de mythe intact. Mogelijk dat dit beeld nog omslaat. Volgende maand verschijnt De Gaulle: Liberté, al zal dat met dik 2,5 uur ook weer een hele zit worden.

 

5 augustus 2026

 

Lees hier De Gaulle: Liberté

 

ALLE RECENSIES

Eagles of the Republic

****
recensie Eagles of the Republic
Sterk slotluik Cairo-trilogie

door Jochum de Graaf

“Maar hij lijkt helemaal niet op mij, ik ben 1,85. Ik zou Abdel Nasser kunnen spelen, hij was 1,83 meter. Of Anwar el Sadat, die was 1,79. Of met wat fantasie zelfs Mubarak, die was 1,70. Maar die man is 1,66!” George Fahmy is Egypte’s meest gevierde filmster, de ‘Farao van het witte doek’, zijn portret siert de enorme wand van de belangrijkste filmstudio. Hij speelde in alle grote rolprenten zoals The first Egyptian in Space, ontving alle prijzen die er maar te winnen zijn.

Hij leidt zeker voor Egyptische begrippen een decadent luxueus leven, fraai ingericht appartement, gescheiden, heeft een maîtresse half zo oud als hijzelf. Een narcistische figuur, die ongekend populair is. Als hij zwaar vermomd naar de apotheek gaat om viagra te kopen, hij kan zijn jonge vriendin niet meer bevredigen, herkent de apotheker de ongemakkelijk zwetende steracteur gelijk. “Ah, mister George, dat bent u toch, ik heb alle films van u gedownload.”

Eagles of the Republic

Met zoon Ramy heeft hij een moeizame relatie die hij goed probeert te houden door hem een kostbaar horloge cadeau te doen. Als hij met hem uit eten gaat, flirt hij openlijk met zijn vriendin. Hij permitteert zich openlijk ruzie te maken met de streng islamitische commissie die alle Egyptische films nauwkeurig langs de censuurlat legt.

Maar nu wordt hij vriendelijk doch dringend uitgenodigd de rol te spelen van Abdel Fattah Al-Sisi, de met een militaire machtsgreep aan de macht gekomen president van de republiek. De dictator heeft hem persoonlijk uitverkoren. “Niemand kan nee tegen hem zeggen, zelfs jij niet”, zegt zijn manager.

Satire op hypocriete cultuur
In eerste aanleg is Eagles of the Republic een fijne satire op de hypocriete cultuur in het huidige Egypte, waarin de seculier westerse normen en waarden worden afgewezen en alle belangrijke ontwikkelingen worden herleid tot de Arabische cultuur met haar roemrijke verleden. Tijdens een receptie waar de politiek culturele elite van Cairo is verzameld, komt een generaal met de bizarre complottheorie dat William Shakespeare oorspronkelijk Arabisch was en Sheikh Zoupir heette, hetgeen zou verklaren dat Shakespeare een pesthekel aan Joden had, zie de beschrijving van het personage Shylock in De Koopman van Venetië.

George Fahmy, als koptisch christen geen aanhanger van het militaire regime, wil niet voor politieke propaganda gebruikt worden. Maar als hij tijdens een nachtelijke autorit wordt aangehouden door een onbekende militair die hem een foto van zoon Ramy vastgebonden op de achterbank van een auto laat zien, gaat hij overstag.

Bij de ondertekening van het contract staat op de achtergrond een geheimzinnige figuur die Fahmy strak aan blijft kijken. Deze Dr. Mansour is tijdens de opnamen continu op de set aanwezig. Hij vindt dat de acteur een te karikaturale Al-Sisi neerzet.

George Fahmy wordt langzaam maar zeker in de politieke intriges meegezogen. Op een gegeven moment wordt hij uitgenodigd voor een exclusief diner bij de minister van Defensie. Om de tafel een gezelschap van de machtigste mannen van het land die zich de ‘adelaars van de republiek’ noemen, de hoeders van de natie, beschermers van de Egyptische cultuur. Feitelijk maken zij deel uit van de entourage van Al-Sisi die met elkaar in allerlei machtsspelletjes verwikkeld is. Fahmy denkt dat hij wel weet hoe hij zijn eigen positie daarin kan veiligstellen en knoopt een relatie met de mondaine westers georiënteerde vrouw van de minister aan. Maar dat blijkt een misrekening.

Eagles of the Republic

Grimmige politieke thriller
En dan wordt Eagles of the Republic een spannende soms grimmige politieke thriller. George Fahmy krijgt de opdracht om op 6 oktober bij de jaarlijkse herdenking van de aanval op Israël in 1973, het begin van de Jom Kipoer-oorlog, de grote toespraak te houden. Het is een grote militaire parade, met op het podium de president omringd door alle militaire en politieke kopstukken. De overeenkomst met 6 oktober 1981, de parade waarbij president Anwar El Sadat door extremistische islamitische militairen werd vermoord, is onmiskenbaar. Wanneer Fahmy zijn mond opent, is dat het startsein voor een orgie van geweld. De president wordt nu ternauwernood in veiligheid gebracht. De verwikkelingen volgen elkaar in sneltreinvaart op en leiden tot een onverwacht spannende ontknoping.

De Zweeds-Libanese acteur Fares Fares speelt als George Famy opnieuw een uitstekende hoofdrol, net als in de andere films van de eveneens vanuit Zweden opererende regisseur Tarik Saleh. Eagles of the Republic is het slotstuk van de zogenaamde Caïro-trilogie, films die in Egypte verboden zijn. Hoewel The Nile Hilton Incident (2017) en Cairo Conspiracy (2021) heel goed als afzonderlijke thrillers te zien zijn, schetsen ze met een zelfde thematiek van corruptie en perfide dictatuur een heel sterk beeld van het in oude reflexen teruggevallen Egypte na de Arabische Lente.

 

22 juli 2026

 

ALLE RECENSIES

I Was a Teenage Sex Pistol

***
recensie I Was a Teenage Sex Pistol
De bassist die niet punk genoeg was

door Jochum de Graaf

Glen Matlock loopt door de zalen van het Punk Rock Museum in Las Vegas. Hij haalt herinneringen op aan Joe Strummer, de legendarische voorman van The Clash, aan Generation X, de meer sophisticated punkband met Billy Idol, aan Rat Scabies, drummer van The Damned. Hij blijft staan voor een vitrine met foto’s, posters, krantenkoppen en allerlei parafernalia van The Sex Pistols. ‘Er hangen hier nogal wat associaties voor mij. Die foto’s van de Pistols zonder mij is wel een dingetje. Daar moet ik wat aan gaan doen, als ik terug ben in Engeland.’

En dat is wat I Was a Teenage Sex Pistol in essentie is: een eerherstel en een hommage zo je wil voor Glen Matlock, de eerste bassist van de legendarische oerpunkband. Hij schreef mee aan tien van de twaalf nummers op Never Mind the Bullocks, het enige album dat de band uitbracht, een van de meest invloedrijke uit de rockgeschiedenis. Johnny Rotten schreef de teksten, Glen Matlock was de (mede)componist, verantwoordelijk voor de gitaarriffs van Anarchy in the UK, God Save the Queen en Pretty Vacant, songs die in het collectieve geheugen van de rockgeschiedenis gebeiteld staan.

I Was a Teenage Sex Pistol

Belangrijke rol Glen Matlock
Andre Relis en Nick Mead volgen de gelijknamige autobiografie van Glen Matlock vrij nauwkeurig. Zijn jeugd in Paddington in een arbeidersmilieu, zijn schooltijd in Hammersmith, de prestigieuze kunstacademie Saint Martin’s School of Arts, zijn bijbaantje in de destijds hippe kledingwinkel SEX van Vivienne Westwood en Malcolm McLaren aan King’s Road die midden jaren zeventig door tout alternatief Londen gefrequenteerd werd.

Het was daar waar hij bevriend raakte met Steve Jones en Paul Cook met wie hij een bandje begon en ze McLaren vroegen om manager te worden. Toen augustus 1975 een zekere John Lydon met groengeverfd haar en een Pink Floyd-T-shirt met de letters I HATE erop gekalkt de winkel binnenstapte wist McLaren: dit is de frontman van de band. Hij bedacht de naam Johnny Rotten en noemde de band naar zijn winkel: The Sex Pistols.

Glen Matlock speelde die eerste jaren een belangrijke rol in de ontwikkeling van de band, maar werd vlak voor de grote doorbraak in ’77 aan de kant geschoven. Volgens McLaren was dat omdat hij ‘te veel van The Beatles hield’, in werkelijkheid ging er een groeiende onenigheid over de artistieke koers en persoonlijke animositeit tussen Rotten en Matlock achter schuil.

Het lot van Sid Vicious
Matlock waste zijn haren, dronk liever een biertje in plaats van zich over te geven aan harde drugs en had niet zoveel op met de anarchistische punkbeweging. Tekenend is de anekdote over God Save the Queen, het nummer dat voor enorme ophef zorgde toen de Pistols het tijdens een boottocht op de Thames langs alle overheidsgebouwen ten gehore brachten vlak voor de viering van het zilveren regeringsjubileum van Queen Elizabeth. Matlock vond dat overdreven provocerend, voor hem heette het nummer No Future.

Maar de breuk kwam vooral tot stand dankzij Johnny Rotten die zijn beste vriend John Ritchie, bijnaam Sid Vicious, in de band wilde hebben; Vicious die wel een ultieme punk-look had, maar in het begin geen noot bas kon spelen. Vanzelfsprekend ontkomt de film niet aan de behandeling van het drama van de dood van zijn vriendin Nancy Spungen, 12 oktober 1978 in het Chelsea Hotel New York, waar nog steeds verschillende moordtheorieën over de ronde doen en de min of meer zelfverkozen dood van Sid Vicious zelf vier maanden later aan een overdosis heroïne. Het betekende de onstuimige ondergang, kort na de minstens zo onstuimige opkomst van The Sex Pistols.

I Was a Teenage Sex Pistol (Foto: Ian Dickson/Redferns)

Economische malaise
I Was a Teenage Sex Pistol laat goed zien hoe de punk kon ontstaan midden jaren zeventig: de economische malaise, de toenemende jeugdwerkloosheid, het nog sterker dan in de jaren zestig afzetten tegen alles en iedereen inclusief de oudere generaties popidolen, gevestigde namen als The Small Faces en bepaalde vertegenwoordigers van de toen heersende stroming van de symfonische rock als Yes, Emerson, Lake & Palmer en Genesis.

Daartegenover stonden de energie en creatieve uitbarsting van bands als The New York Dolls, The Clash, The Damned, Siouxie and the Banshees, Dr. Feelgood, Slim Jim Phantom en X-Ray Spex om er een paar te noemen. Bijzondere beelden van de onderlinge strijd tussen de verschillende jeugdculturen, de soms hevige knokpartijen met de conservatieve Teddy Boys omdat de punks de verkeerde soort bordeelsluipers zouden dragen.

Glen Matlock is nog goed terechtgekomen. Hij ging spelen bij Iggy Pop, deed sessies bij Johnny Thunder, speelde samen met zijn grote idolen The Small Faces, Ron Wood en nog zo wat rockgrootheden. Zangeres Debbie Harry en man Chris Stein van Blondie steken de loftrompet over hem toen hij hun vaste basgitarist werd.

Minpuntje is dat het verhaal wordt verteld door een stoet talking heads, mede-muzikanten uit de begintijd en nu op leeftijd, die er met geverfde haren en hippiekleding nog rebels uit willen zien. Glen Matlock blijft er nuchter onder: ‘Ik heb altijd beroepsmuzikant willen worden’, zegt hij. ‘Nu op mijn 67ste kan ik zeggen dat het me gelukt is.’

Al met al is I Was a Teenage Sex Pistol een bijzondere voetnoot in het jaar – met als vertrekpunt oerknal Ramones van The Ramones – dat de punk vijftig is geworden.

 

2 juli 2026

 

ALLE RECENSIES

Soldier’s Bones

***
recensie Soldier’s Bones
In voetsporen oorlogsjournalist Vietnam

door Jochum de Graaf

30.539 doden: het was de eindscore van Speedy Express, een van de bloedigste en meest omstreden operaties van het Amerikaanse leger tijdens de Vietnamoorlog, uitgevoerd in de meest bevolkingsrijke districten van de Mekongdelta tussen 1 december 1968 en 31 mei 1969. Hoewel het exacte aantal burgerslachtoffers nooit met zekerheid is vastgesteld – de Amerikaanse legerleiding beschouwde destijds alle gedode Vietnamezen als vijandelijke strijders – bestond minimaal de helft van de slachtoffers uit ouderen, vrouwen en kinderen.

De operatie stond onder leiding van generaal-majoor Julian Ewell en kolonel Ira Hunt van de 9th Infantry Division, mannen die elkaar goed kenden vanuit hun samenwerking in West-Duitsland in de jaren zestig. Speedy Express was bedoeld om de door het onverwachte Tet-offensief verzwakte Viet Cong een extra slag met zoveel mogelijk doden toe te brengen. Ewell stelde vanuit dit principe van body count, zogenaamde free-fire zones in, waar 24 uur per dag op alles wat bewoog geschoten mocht worden. Hunt was de analytische sterk op statistieke gerichte expert van de twee, hij sprak ondergeschikte commandanten aan op het niet behalen van opgelegde quota.

Soldier’s Bones

My Lai
Het schandaal een van de grootste oorlogsmisdaden van de VS werd na grondig onderzoek vastgesteld door de journalisten Kevin Buckley en Alec Shimkin, die voor Newsweek werkten. Buckley sprak over Speedy Express als ‘a My Lai every month’, elke maand een My Lai. In het dorp My Lai was in maart ’68 bijna de volledige bevolking uitgemoord; de onthulling van de slachtpartij anderhalf jaar later leidde tot een ommekeer in de publieke opinie over de Vietnamoorlog.

Net als bij My Lai werkte de Amerikaanse legerleiding het onderzoek ernstig tegen en zette grote druk op Newsweek om niet tot publicatie over te gaan. Uiteindelijk kwam er in plaats van een grote coverstory slechts een kort kaderartikel met de belangrijkste feiten, dat ergens op de laatste pagina’s maar weinig aandacht trok.

Aangrijpend verhaal
In Soldier’s Bones ontrafelt de Nederlandse documentairemaker Kasper Verkaik het aangrijpende verhaal en zoomt vooral in op Alec Shimkin die in juli 1972 tijdens een reportage in een hinderlaag van Noord-Vietnamese troepen liep en sindsdien gold als MIA (missing in action), vermist persoon met onbekend lot. Shimkin, pas 27 toen, had zich helemaal vastgebeten in Speedy Express. Hij raadpleegde alle militaire informatie die hij kon krijgen, reisde de Mekongdelta door, sprak met overlevenden en legde alle feiten en data minutieus vast in zijn schriftjes. Het verhaal wordt voornamelijk verteld door zus Eleanor die psychiater werd en specialist in de behandeling van Vietnamveteranen met PTSS.

Shimkin’s afkomst, een familie van Joodse vluchtelingen uit Belarus, zijn jeugd in Gettysburg, zijn verwoede verzameling speelgoedsoldaatjes, zijn fascinatie misschien wel obsessie met de Eerste Wereldoorlog, het afbreken van zijn studie militaire geschiedenis en midden jaren zestig de aansluiting bij de opkomende burgerrechtenbeweging in Alabama en Mississippi – dit alles komt uitgebreid aan de orde.

In ’69 ging hij als vrijwilliger voor een humanitaire hulporganisatie naar Vietnam, werd burgerjournalist en leerde vloeiend Vietnamees spreken. Verkaik volgt zijn sporen in Vietnam op de voet, interviewt collega-journalisten, destijds actieve correspondenten, Vietnamese overlevenden en toont heftige archiefbeelden van de Amerikaanse moordpartijen in de Mekongdelta.

Soldier’s Bones

Confrontaties
Verkaik suggereert dat de Amerikanen tot op de dag van vandaag Shimkin als MIA aanmerkten omdat ze hem verdachten van sympathie voor de Noord-Vietnamezen. Ze waren al in 2014 door de Vietnamezen op de hoogte gesteld dat hij gevonden was, maar hielden dat zelfs voor zijn familie verborgen. Vanwege de onthullingen over Speedy Express achtten zij het niet de moeite waard zijn lichaam op te graven.

In de Vietnamese cultuur is het bieden van een laatste rustplaats voor een dode erg belangrijk, wanneer dat niet het geval is gaan de zielen zwerven, zo is het geloof. Met Soldier’s Bones komt Verkaik tegemoet aan deze opdracht. We krijgen een sterk beeld van de Vietnamoorlog, de verschrikkingen die de Amerikanen aanrichtten, het toenemende verzet tegen de oorlog, de doofpotcultuur die – zie de oorlog tegen Iran met het bombardement op een meisjesschool – nog steeds overheersend is. De confrontatie met de autoriteiten die daarvoor verantwoordelijk waren had wat sterker aangezet gemogen.

Soldier’s Bones is een goed gedocumenteerde documentaire. Heel goed dat het verhaal nu verteld wordt, maar als film had het wel wat meer drama en spanning kunnen gebruiken.

 

25 juni 2026

 

ALLE RECENSIES

The President’s Cake

***
recensie The President’s Cake
Avontuurlijke zoektocht naar ingrediënten

door Jochum de Graaf

Het is 26 april 1990. Over twee dagen is Saddam Hoessein, de wrede dictator van Irak, jarig en dat moet in het hele land uitbundig gevierd worden. Op een basisschool in het zuiden, de Mesopotamische moerasdelta, moeten alle leerlingen hun namen op een papiertje schrijven en dat in een koekblik doen. De meester pakt de lootjes een voor een en vertelt dan wat de opdracht voor een cadeautje wordt. De 9-jarige Lamia moet een taart voor Saddam bakken.

Het is de vooravond van de annexatie van Koeweit door Irak en de daarop volgende Tweede Golfoorlog, de inval van een internationale troepenmacht onder leiding van de VS, Operation Desert Storm. We zien straaljagers over de schitterende moerasdelta scheren. Het is een bijzonder gebied, rond de Eufraat en Tigris, de bakermat van onze beschaving, onderdeel van het werelderfgoed in het verder nogal dorre woestijnland Irak. Na de Golfoorlog werd het een toevluchtsoord voor tegenstanders van Saddam, die ze op straffe wijze probeerde uit te roken door hele moerassen droog te leggen.

The President’s Cake

Oorlogsdreiging
In The President’s Cake is de oorlogsdreiging al voelbaar. Irak heeft ernstig te leiden onder internationale sancties, er zijn grote voedseltekorten. Wanneer Lamia en grootmoeder Bibi naar de markt gaan om de ingrediënten voor de taart te kopen, zijn boter, suiker, bloem en eieren maar in beperkte mate te verkrijgen en bovendien tegen schreiend hoge prijzen. Grootmoeder Bibi bedenkt dat ze betere mogelijkheden in de grote stad zullen hebben. Ze nemen het een en ander aan huiselijke handelswaar mee, maar ook de haan Hindi. Geld voor de bus hebben ze niet. Ze krijgen een lift van de postbode uit hun dorp.

Eenmaal in Bagdad wil Bibi Lamia bij een ver familielid onderbrengen, want arm als ze is, kan ze niet meer goed voor haar zorgen. Lamia wil daar niets van weten, vlucht het huis uit en gaat zelf op zoek naar de ingrediënten, haan Hindi onder de arm. Ze komt klasgenoot Saeed tegen, die heimelijk verliefd is op Lamia, en van de meester de opdracht had gekregen om het fruit voor de cake te leveren. Saeed neemt het wat minder nauw met normen en waarden en deinst er niet voor terug Lamia te betrekken in een afleidingsmanoeuvre zodat hij in een fruitkraam zijn slag kan slaan. Ondertussen doet grootmoeder Bibi naarstige pogingen de politie in te schakelen om haar kleindochter op te sporen, maar die ondernemen weinig moeite omdat de arme plattelandsvrouw hen weinig te bieden heeft.

Komisch, soms hard realistisch
Overal in de stad is de dictatuur voelbaar, er is nauwelijks een straatbeeld zonder spandoeken of een poster waarop de lof en trouw aan de grote leider Saddam wordt betuigd. We zien een aantal keer groepjes demonstranten die luidkeels hun loyaliteit en trouw aan de grote leider schreeuwen: ‘Met ons bloed en onze ziel offeren wij ons op voor jou, Saddam’.

The President’s Cake laat vooral zien hoe gewone mensen onder het grotesk dictatoriaal regime van Saddam Hoessein toch iets van hun leven proberen te maken. In de strijd om rond te komen wil iedereen eerst en vooral het eigen hachje redden en wanneer ze iemand anders behulpzaam zijn is dat louter en alleen opportunisme.

The President’s Cake

De zoektocht naar ingrediënten levert een komisch drama op, al zijn er soms harde, realistische scènes. Er is het verhaal van de medepassagier in de auto op weg naar de grote stad, een man die blind is geworden door een Amerikaanse bom. Hij is op weg naar zijn verloofde die hij nog nooit heeft gezien, dus zegt ie: ‘Het maakt niet uit of ze niet mooi is.’ In de zijlijn zien we een kruidenier die een zwangere klant zeldzame zoetigheden aanbiedt in ruil voor een vluggertje, terwijl Saeed en Lamia de uitstalling buiten de winkel in de gaten moeten houden. En, tamelijk ernstig, een oudere man belooft Lamia wat bakpoeder als ze met hem meegaat naar zijn appartement. 

Haan Hindi
The President’s Cake is de eerste Iraakse film die geselecteerd werd voor Cannes vorig jaar en de Camera d’Or won. Regisseur Hasan Hadi kreeg voor zijn debuutfilm hulp uit Hollywood, van onder anderen scenarioschrijver Eric Roth (Ali, Forrest Gump) en producent/regisseur Chris Columbus (Home Alone en Harry Potter-films).

Extra speciaal is dat de cast uit louter niet-professionele Iraakse acteurs bestaat. Al is dat niet op alle fronten even geslaagd en had het scenario korter gekund en meer vaart mogen hebben. Baneen Ahmad Nayyef als de 9-jarig Lamia levert een heel behoorlijke acteerprestatie. Maar de meeste indruk maakt haan Hindi die bij de meeste enerverende ontwikkelingen rustig in de speciale doek onder Lamia’s arm blijft zitten, op zeker moment in alle tumult moet vluchten, maar toch weer bij zijn bazin terugkeert.

 

14 mei 2026

 

ALLE RECENSIES