Mandibules

***
recensie Mandibules

Vlieg op het criminele pad

door Jochum de Graaf

Stel je vindt een reusachtige vlieg in je kofferbak, wat doe je dan? En als je het slot kapot trapt en je die kofferbak niet meer open krijgt, hoe los je dan op?

De vrienden Manu en Jean-Gab (Grégoire Ludig en David Marsais) zijn voor geen gat te vangen en bedenken even logische als absurde oplossingen voor dit soort problemen. Manu komt op het lumineuze idee om de vlieg op te gaan leiden tot bankrover. Het al even voor de hand liggende idee om de kofferbak dan maar met een betonschaar open te knippen, komt van Jean-Gab, en als je hem daarna dan weer dicht wilt hebben, plak je wat stevige gaffertape over de scheuren, logisch toch?

Mandibules

Eigen logica
Mandibules is opnieuw een zeer geslaagde aflevering in het oeuvre van Quentin Dupieux (Deerskin, Wrong, Realité) de Franse koning van het absurdisme. Dupieux maakt zijn scripts met een volstrekt eigen logica. Deerskin, met een rol voor een sprekende leren jas, ging over jagen en gejaagd worden, in Wrong was álles anders dan anders, in Realité is er maar weinig sprake van werkelijkheid.

In Mandibules gaat het dus om die vlieg, en de titel heeft betrekking op onderkaken, het enig beweegbare deel van de schedel. Je kunt in de film genoeg verwijzingen naar insecten voorbij zien komen (‘je hebt het geheugen van een vlieg’) en malende kaken (op zeker moment eten ze per ongeluk hond uit de pot). Maar misschien doe je er beter aan er niet te veel achter te zoeken en gewoon mee te gaan met de aaneenrijging van Dupieux’ absurde vondsten en halfgare ideeën in een toch tamelijk rechtlijnige plot.

Geheime missie
Om het vliegbeest Dominique het criminele pad op te leiden, huren Manu en Jean-Gab een stacaravan die tijdens het eten koken ontploft en in vlammen opgaat. Jean-Gab maakt zich dan vooral enorm kwaad om het feit dat de spareribs en de aardappelpuree nu niet meer eetbaar zijn. We zien een politieman die slachtoffers van een ongeluk, compleet in shock, een klachtenformulier aanbiedt waarin ze kunnen aangeven of het politieoptreden aan hun verwachtingen heeft voldaan.

Mandibules

Als Manu wordt aangesproken door een zekere Cécile die hem aanziet voor een oud-klasgenoot komen onze vrienden in een luxe landhuis terecht waar ze hun geheime missie met de vlieg met allerlei kunstgrepen voor alles en iedereen verborgen moeten houden. En dan is er Agnes, heerlijke bijrol van Adèle Exarchopoulos (La Vie d’Adèle), die bij een skiongeluk hersenletsel heeft opgelopen en zich sindsdien alleen half brullend kan uiten. Hilarisch wanneer ze Manu beschuldigt te lang naar haar borsten te zitten kijken.

Er volgt nog een reeks verrassende verwikkelingen en fijne scènes waar het goed op elkaar ingespeelde schelmenduo Ludig en Marsais, al ruim twintig jaar zeer succesvol met de Palmashow zich met hun eigen gebarentaal doorheen slaat. En uiteindelijk komt het met die vlieg op bijzondere wijze op zijn pootjes terecht.

Mandibules is een heerlijke komische roadmovie in de rijke Franse traditie van de jaren zeventig, films als Les Valseuses en Un éléphant ça trompe énormément. Kortom, een fijne zomerfilm.

 

21 juni 2021

 

ALLE RECENSIES

Slag om de Schelde, De

****
recensie De Slag om de Schelde

Beste Nederlandse oorlogsfilm ooit

door Jochum de Graaf

Het had de grote blockbuster van kerst 2020 moeten worden: half december een grootse première in Vlissingen en vervolgens uitbreng in 166 bioscopen. Maar 17 december begon de tweede lockdown en werd keer op keer de bioscooprelease uitgesteld, tot nu, zaterdag 5 juni 2021.

De Slag om de Schelde was bedacht als afsluiting van het herdenkingsjaar 2020, 75 jaar na de Bevrijding, die vooral de jongeren zou moeten aanspreken. Maar de film heeft momentum gemist, vertoning in de herdenkingsmaand mei zat er niet in en nu kan het grote publiek – nou ja, maximaal 50 personen per bioscoopzaal op anderhalve meter afstand op 162 locaties – op een tamelijk willekeurig door het coronavirus bepaald moment genieten van de beste Nederlandse oorlogsfilm ooit.

De Slag om de Schelde

Miserabele vergeten veldslag
Het kan natuurlijk nog verkeren, maar in vergelijking met de uitbreng van De Oost, waar geen dag voorbijgaat voor er weer iets nieuws gemeld wordt, gebeurt er rond De Slag om de Schelde vooralsnog weinig. Net als De Oost is De Slag om de Schelde medegefinancierd door een van de grote streamingdiensten: bij De Oost is dat Amazon, later dit jaar zal Netflix De Slag om de Schelde (als The Forgotten Battle) uitbrengen. Maar bij De Oost waren ze zo slim om het om te draaien, eerst uitbreng via Amazon en daarmee op een doodstil moment in het anders zo drukke mediageweld van de filmwereld enorm veel publiciteit te genereren, met een kort geding van Indië-veteranen, items in talkshows, aankondiging in het NOS Journaal. En dan heeft De Oost natuurlijk een ‘actueel’ thema te pakken, na ruim zeventig jaar aandacht voor de vermeende oorlogsmisdaden van ‘onze jongens’ in Indonesië, waar met het NIOD-onderzoek naar de politionele acties op komst, nog lang niet het laatste woord over gezegd is.

Intussen denken we over de Tweede Wereldoorlog in Europa zo onderhand alles wel te weten. Maar dan doe je De Slag om de Schelde ernstig tekort: het verhaal over de halfvergeten gruwelijke veldslag in Zeeland herfst 1944 om de toegang tot de haven van Antwerpen was cruciaal voor de eindstrijd tegen nazi-Duitsland. Het beeld van die eindstrijd is tot nu toe vooral bepaald door een film als A Bridge Too Far (1977), de spectaculaire maar mislukte strijd om een bruggenhoofd over de Rijn, met luchtaanvallen, parachutisten, man-tegen-mangevechten rond de Rijn. Uitgevoerd met een Hollywood-sterrencast is dat aanmerkelijk sexyer dan de miserabele vergeten veldslag in het modderige Zeeuwse achterland om de Sloedam. Daar kan dus nu verandering in komen.

De Slag om de Schelde

Natuurlijker dan Zwartboek
Het Britse 1917, door velen beschouwd als de beste film van 2019, zette een nieuwe internationale norm voor het genre oorlogsfilms neer. In ons land is Zwartboek (2006), in 2008 uitgeroepen tot de beste Nederlandse film aller tijden, de standaard. Het zijn niet de minste voorbeelden waarmee De Slag om de Schelde – met een budget van veertien miljoen euro de op een na duurste Nederlandse oorlogsfilm – vergeleken zal worden.

In 1917 voel je je onderdeel van de oorlogshandelingen, je loopt als het ware zelf door de Britse loopgraven, achter korporaal Schofield door het niemandsland en de Duitse linies. Met een beperkter budget en minder technische mogelijkheden is die reallife ervaring nauwelijks te evenaren. Maar de raid op de Sloehaven, wanneer gliderpiloot William Sinclair (Jamie Flatters) in zijn Spitfire temidden van een enorm luchtgevecht in de Zeeuwse klei en wateren neerstort, nadert het werkelijk zelf meemaken zeer behoorlijk.

Zwartboek is een zwaar overschatte film. Paul Verhoeven heeft nogal de neiging om de karakters in zijn films clichématig uit te vergroten en een scenario te hanteren waarbij de hoofdrolspelers op opvallend toevallige ontmoetingen en soms onwaarschijnlijke verwikkelingen een tamelijk ingewikkelde plot afwikkelen. De verhaallijnen die Paula van der Oest voor De Slag om de Schelde bedacht, zijn veel natuurlijker, staan op zichzelf, raken elkaar zijdelings, maar horen toch heel goed en gevoelsmatig bij elkaar en geven zonder pathetisch of larmoyant te worden een heel goed en breed beeld van de nadagen van de oorlog.

De Slag om de Schelde

Menselijke karaktertrekken in tijd van oorlog
We volgen de Britse avonturier, piloot William Sinclair, de ontgoochelde Nederlandse SS’er Marinus van Staveren (Gijs Blom), teruggestuurd van het Oostfront, en het Zeeuwse meisje, secretaresse van de burgemeester van Vlissingen, Teuntje Visser (Susan Radder) die in eerste instantie denkt dat neutraliteit een optie is. De losse verhaallijnen – William die zich door de Zeeuwse modder en klei een weg naar zijn eenheid moet vinden, Marinus die ernstig met zijn loyaliteit gaat worstelen en Teuntje die door een onbezonnen daad van haar jongere broer meer en meer bij het verzet betrokken raakt – staan op zichzelf maar vullen elkaar gevoelsmatig toch steeds aan. Bij iedere decorwisseling voel je opnieuw de spanning.

De kracht is dat die drie perspectieven (geallieerden, Duitsers, verzet) niet zwart-wit worden uitgewerkt, maar er alle ruimte is voor bijzondere tinten grijs, zoals in de rol van de vader van Teuntje die met de Duitse Ortskommandantur gaat heulen in een vergeefse poging zijn zoon vrij te krijgen. Nee, De Slag om de Schelde is geen geijkt heldenepos over de WOII, geen verslag van een veldslag waarvan je de afloop van verre ziet aankomen. Het laat onopgesmukt de gruwelijkheden, maar ook de onverschrokkenheid en drang naar vrijheid, de sterke en zwakke menselijke karaktertrekken die in tijden van oorlog naar boven komen in al zijn aspecten en accenten zien. Niet veel vaker het gevoel gehad dat de werkelijkheid zo dicht benaderd werd.

 

3 juni 2021

 

ALLE RECENSIES

De Oost

****
recensie De Oost

Grauwe historische spiegel

door Jochum de Graaf

Tijdens het draaien van De Oost zuchtten cast en crew onder de hitte, overstromingen en tropische ziekten op Java. Zonnesteken, knokkelkoorts, malaria, buiktyfus, schorpioenen, moeizame onderhandelingen met de Indonesische autoriteiten, het leger dat met regelmaat langskwam op de set, de coronapandemie die de opnamen stillegde, er zijn maar weinig ontberingen die de film bespaard zijn gebleven.

Geldnood, ook zoiets. Regisseur Jim Taihuttu moest naar verluidt inkomsten uit zijn dj-bijbaan investeren en alleen door een deal met Amazon – waardoor de film nu eerst via een streamingdienst te zien is voordat hij in de bioscoop komt – konden de laatste draaidagen opgenomen worden.

En dan was er nog een kort geding, waarbij een organisatie van Indië-veteranen een extra disclaimer aan het begin van de film eiste, omdat de uniformen van de soldaten, de insignes, de snor van kapitein Westerling, een van de hoofdrolspelers, de belettering van de titel teveel reminiscentie aan de nazitijd zou verbeelden.

De Oost

Schijnrumoer
Eerlijk gezegd denk ik dat dit schijnrumoer de makers uit publiciteitsoverwegingen niet zo slecht uitkwam. Indië-veteranen zijn nogal makkelijk uit de tent te lokken. Denk aan de affaire-Hueting eind jaren zestig (aantonen oorlogsmisdaden), het tumult rond het bezoek van Poncke Princen midden jaren tachtig (vermeende overloper) en het aanbieden van excuses door onze koning ruim een jaar geleden voor het door Nederland gepleegde geweld, nota bene ruim 70 jaar na dato.

Terecht dat de rechter de eis voor een extra disclaimer aan het begin van de film afwees. De Oost is geen documentaire over de koloniale oorlog, eufemistisch aangeduid als ‘politionele acties’, die Nederland tussen 1945 en 1949 tegen de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië uitvocht; geen nauwgezet verslag van de vermeende wandaden van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger met pakweg 100.000 slachtoffers aan Indonesische en 5.000 aan Nederlandse kant; geen zwart-witfilm over goed en kwaad waarbij de Nederlandse soldaten als nazi’s worden weggezet.

Moreel moeras
De Oost is een dramatische schets hoe naïeve jongens van diverse pluimage uit alle windstreken, hoeken en gaten van het land langzaam maar zeker een oorlog voor een kansloos doel, de herovering van kolonie Indonesië, werden ingezogen. Maar bovenal vertelt de film het individuele verhaal van Johan de Vries (een veel Hollandser naam kun je niet verzinnen) die door een krampachtig streven naar revanche in een moreel moeras belandt.

De Oost

Martijn Lakemeier speelt overtuigend de soldaat die in 1946 samen met ruim honderdduizend anderen wordt uitgezonden om in Nederlands-Indië orde op zaken te stellen. In het eerste deel van de film raakt hij langzaamaan gefrustreerd van het landerige soldatenleven met patrouilles door doodsbange kampongs waar niemand iets over opstandelingen durft te zeggen, het gemopper en gevloek op ‘zwartjes’ en ‘apen’, het vermaak met stoere praatjes en bordeelbezoek. Johan doet de nodige moeite om zich in de Indonesische cultuur te verdiepen, hij deelt koekjes uit aan kinderen, leert zichzelf de taal en heeft een affaire met prostituee Gina. Hij lijkt een ‘eerlijke’ soldaat met een groot rechtvaardigheidsgevoel.

Zuiveringen
Dat gewone soldatenleven verandert op slag met de verschijning van kapitein Raymond Westerling (sterke rol van Marwan Kenzami) op het strijdtoneel. Johan raakt meer en meer in de ban van deze even charismatische als onberekenbare ‘Turk’ die eind 1946 met een speciale eenheid, het door hem zelf samengestelde Depot Speciale Troepen (DST), carte blanche kreeg om Zuid-Celebes, het tegenwoordige Zuid-Sulawesi, van alle opstandige elementen te zuiveren. De nog steeds ernstig omstreden Westerling gaf daar een eigen invulling aan en werd beschuldigd van excessief geweld, misdaden tegen de menselijkheid en het veroorzaken van vele burgerslachtoffers.

Wreed en straight is hij, de man die de mensheid in twee soorten opdeelt: ‘je bent jager of je bent prooi’. Het gaat van kwaad tot erger. Eerst worden de kampongs platgebrand, later gaat hij over tot standrechtelijke executies. De namen van mogelijke verraders staan bij hem in een boekje en bij het omroepen van de naam moeten ze naar voren komen en worden zonder pardon neergeknald. Op dit punt begint de film toch een beetje te wringen. Niet zozeer omdat het geweld fel realistisch en bruut in beeld wordt gebracht, maar meer omdat het zo breed uitgesponnen wordt en het daarmee nogal wat tijd kost voor Johan om tegen deze oorlogsmisdaden in het geweer te komen en de plot een dramatische wending neemt.

De Oost

Karakterontwikkeling
Daarentegen is wel de opbouw van de karakterontwikkeling van Johan goed gedoseerd. In eerste instantie fungeert hij als een soort rechtvaardige soldaat, later kiest hij toch uit verveling of misschien tegen de achtergrond van het NSB-verleden van zijn vader voor de foute kant aan de zijde van Westerling. We zien in flashforwards hoe hij zijn door PTSS en wrok getekende leven in het naoorlogse wederopbouwend Nederland niet goed meer op de rails krijgt. Er is hier geen enkele aandacht voor wat hij heeft meegemaakt. Dat hij tenslotte toch opstaat tegen zijn mentor in een hernieuwde confrontatie van Johan met Westerling leidt tot een opera-achtige apotheose met een onverwacht slot.

De Oost – uitgebracht in de tijd dat bijvoorbeeld het NIOD grondig onderzoek doet naar de oorlogsmisdaden in Indonesië en met het boek Revolusi van David Van Reybrouck eindelijk serieuze aandacht komt voor deze donkere, veel te lang onderbelichte episode uit de vaderlandse geschiedenis – houdt ons een grauwe historische spiegel voor.

De Oost is sinds 13 mei te zien op Prime Video en verschijnt op het witte doek zodra de bioscopen weer open mogen.

 

14 mei 2021

 

ALLE RECENSIES

Movies that Matter 2021 – Finale

Movies that Matter 2021 – Finale:
Van gewelddadige Kroatische agenten tot een parelkettingteef

door Jochum de Graaf

Met besprekingen van drie zeer confronterende films sluiten we ons verslag van het online Movies that Matter Festival 2021 af. Minderjarige jongens op de vlucht, slachtoffers van de dictatuur in Oezbekistan en de eeuwige strijd tussen guerrillabeweging Farc en de overheid van Columbia.

 

Shadow Game

Shadow Game – Minderjarige jongens op de vlucht
Ze heten Durrab, SK, Faiz, Jano en Shiro, Mohammed, Mo, Fouad, Yaseen, Mustafa en zijn respectievelijk 16, 15, 17, 18 en 18, 14, 17, 15, 17 en komen uit Soedan, Afghanistan, Irak, Syrië, Iran. Jongens zijn het, minderjarige, alleenstaande jongens, op de vlucht uit hun verre vaderland, zonder uitzondering op zoek naar een beter leven in Europa, Duitsland, Italië, Engeland en ook Nederland. Drie jaar lang volgden de regisseurs Eefje Blankevoort en Els van Driel (De Deal) de jongens op hun barre tocht door Europa, een deel van het materiaal werd door hen zelf op hun mobieltjes gefilmd.

Shadow Game laat het ‘spel’ zien, zoals de jongens het noemen, voorbij de Middellandse Zee vanaf Lesbos of vanuit Ventimiglia is het oversteken van iedere grens een ‘game’, ze moeten gewelddadige grenswachters ontwijken, maar ook wilde dieren of een uit de Balkanoorlog overgebleven mijnenveld. Ze verstoppen zich in en onder treinen, klimmen in vrachtauto’s. Soms moeten ze rivieren oversteken, terwijl ze nauwelijks kunnen zwemmen. En ze moeten lopen, vooral veel lopen. Dagenlang. Over bergen, door dichtbegroeide bossen, door verkeerstunnels, door sneeuw. Eindeloze voettochten. Als de jongens uiteindelijk alle hobbels hebben genomen en het gewenste land hebben bereikt dan hebben ze ‘het spel’ gewonnen.

Zo maken we kennis met Mustafa die door Kroatische agenten met elektroshocks is afgetuigd. Vijftig keer probeerde hij het land binnen te komen. Vijftig keer, iedere keer werd hij afgeranseld en teruggestuurd. En dan toch doorzetten. En kijk eens naar SK die midden in de winter een keer werd gedwongen zich uit te kleden en door een rivier te waden. Hij heeft al 5.000 kilometer gelopen en nog 1.200 te gaan, naar Italië.

In het begin denk je het verhaal wel te kennen, want hoe vaak hebben we niet al die ontberingen gezien, de opstoppingen bij de grenzen, de tijdelijke kampementen met hun vuilnis en uitwerpselen, alle trucjes waarmee vluchtelingen de grenzen proberen over te komen. Misschien zijn we zo langzamerhand een beetje afgestompt, maar gaandeweg kruipen de beelden en gebeurtenissen in Shadow Game toch langzaam maar zeker onder je huid. Het laat ons een wereld zien, een ‘schaduw’ van de onze, waarvan je het bestaan wel vermoedt, maar die je nooit zo indringend en confronterend op je netvlies kreeg.

Online te zien woensdag 21 april 20.00 uur.

 

Only the Devil Lives Without Hope

Only the Devil Lives Without Hope – Slachtoffers dictatuur Oezbekistan
Ergens in de film zegt Dilobar “Dilya” Choedajberganova: ‘Ik heb mijn leven gewijd aan het onthullen van het ware gezicht van het regime’. Dat regime is de dictatuur van Islam Karimov, de dictator van Oezbekistan, een van de relatief onbekende Sovjetrepublieken in Centraal-Azië met een grote moslimbevolking, die na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 zelfstandig werden. De eerste jaren werd de gematigde islam-achtergrond nog enigszins gecultiveerd. Toen eind jaren negentig een reeks terreuraanslagen gepleegd werd, veranderde het in een uiterst repressief regime dat zijn macht handhaafde door breideling van de pers, het vastzetten en martelen van de oppositie.

Een van de slachtoffers van het regime is Dilya’s broer, Iskandar Choedajberganov, die na een serie bomaanslagen in Tasjkent in 1999 wordt opgepakt en ter dood veroordeeld. Nadat Karimov de doodstraf afschaft heeft, belandt hij in de beruchte Jaslyk-gevangenis diep in de dorre woestijn in het noordwesten van het land, waar geen bezoek is toegestaan en marteling aan de orde van de dag is.

We volgen Dilya, uitgeweken in ballingschap naar Zweden, die jaren niets van haar broer te horen krijgt en toch niet aflaat om iedere snipper aan informatie naar boven te halen, alle journalisten aanschrijft die ooit een rechtszaak in Oezbekistan hebben gevolgd, contact zoekt met alle ex-gevangenen die ook al is het maar een korte tijd en in een heel andere vleugel van de gevangenis hebben gezeten, uitgebreid met de diverse advocaten spreekt, zeer actief wordt in de internationale Oezbeekse oppositiebeweging. Maar ondanks dat een reeks internationale organisaties waaronder Amnesty zich voor zijn vrijlating inzetten, gebeurt er jarenlang niets.

Dilya denkt in Anvar, een andere Oezbeek in ballingschap, een bondgenoot te hebben gevonden, trouwt met hem, ze krijgen kinderen. Maar al snel blijkt hij allerlei geheime transacties uit te voeren, een infiltrant van het regime te zijn. Hij slaat haar, ze scheiden, hij probeert zich weer met haar te verzoenen.

Toch Dilya blijft hoop houden, de titel van de film, een oud Oezbeeks gezegde, herhaalt ze keer op keer, het wordt een soort mantra. Wanneer september 2016 Karimov aan een hartaanval sterft, flakkert de hoop extra op, maar het duurt nog tot augustus 2019 voordat aangekondigd wordt dat Iskandar zal worden vrijgelaten.

Only the Devil Lives Without Hope is aangekondigd als een spannend thrillerachtig verhaal, maar het is eerder melancholisch van opzet, een onderzoekende documentaire. Behalve een politieke geschiedenis van Oezbekistan sinds de val van de Sovjet-Unie, laat het ook een universeel verhaal van liefde zien, van volharding en van uiteindelijk beloning van de strijd tegen een totalitair regime.

Niet meer te zien.

 

Colombia in My Arms

Colombia in My Arms – Onderhandelen met de Farc
Het vredesakkoord dat in 2016 tussen guerrillabeweging Farc en de Colombiaanse regering gesloten, zou een eind maken aan 53 jaar durende lange bittere burgeroorlog. In ruil voor gedeeltelijke amnestie zou de Farc de wapens neerleggen en mocht ze met een eigen politieke partij meedoen aan de verkiezingen. Toenmalig president Juan Manuel Santos kreeg er de Nobelprijs voor de Vrede voor.

Na aanvankelijk groot enthousiasme in binnen- en buitenland werd het akkoord per referendum aan de Colombiaanse bevolking voorgelegd en met een miniem verschil verworpen. Er moest opnieuw onderhandeld worden en met hangen en wurgen werd de wetgeving vlak voor de presidentsverkiezingen van maart 2018 door het congres geloodst. Het akkoord bleef fel omstreden en de kandidaten hadden maar weinig stemmen te winnen met openlijke steun, zoals ik bij de ontwikkeling van de Candidater, Colombiaanse Stemwijzer, van nabij mocht meemaken.

Colombia in My Arms laat de uitwerking van het akkoord zien, de kant van de Farc met de voorbereiding op de ontwapening, hoe de coca-plantages – de financiering van de guerrillastrijd – worden platgespoten, de lange mars vanuit het oerwoud naar de burgermaatschappij. Met daar tegenover de blanke Spaans-koloniale elite die keihard vast blijft houden aan de macht.

Naast de fijn dubbelzinnige titel is de docu mooi gemaakt, prachtige beelden van de overweldigende natuur, het oerwoud waar de Farc zich al die jaren schuil kon houden. De Finse regisseurs openen met een lang shot van een Farc-soldaat die zijn semiautomatisch geweer oppoetst en van zijn liefde voor zijn wapen getuigt. Bijzonder ook de scène van de gewezen revolutionair die aan zijn sceptische achterban uitlegt dat het toch goed is dat ze de wapens neer gaan leggen en door hun bevolkingsaantal de grote kans op parlementaire macht niet voorbij moeten laten gaan.

Het portret van de oerconservatieve elite, mag er ook wezen. De half dronken landjonker die op zijn haciënda bij de open haard zijn zwarte bediende nog eens beveelt de whisky bij te schenken. Het arrogant triomfantelijke vrouwelijke parlementslid, type parelkettingteef, die na een gewonnen stemming luidkeels uit blijft kraaien dat de revolutionairen nooit maar dan ook nooit aan de macht zullen komen. Maar Colombia in My Arms komt uiteindelijk niet veel verder dan een aan de oppervlakte blijvende registratie die je ook in een uitgebreide tv-reportage kunt verwachten.

Niet meer te zien.
 

20 april 2021

 

Movies that Matter 2021 – Quo Vadis, Aida
Movies that Matter 2021 – Advocaten zelf slachtoffer
Movies that Matter 2021 – Kunst in gevangenschap
Movies that Matter 2021 – De nos frères blessés
Movies that Matter 2021 – Finale

 

MEER FILMFESTIVAL

Movies that Matter 2021 – De nos frères blessés

Movies that Matter 2021 – De nos frères blessés:
Verrader of vrijheidsstrijder?

door Jochum de Graaf

Het Movies that Matter Festival wordt dit jaar online gehouden (lees hier hoe alles werkt) van 16 tot en met 25 april met dertig premières en een aantal verdiepingsprogramma’s. De Algerijnse oorlog (1954-1962) is een zwarte vlek in de Franse geschiedenis, een periode waarin de staat zijn toevlucht nam tot moorden en willekeurig geweld tegen Algerijnen.

Tijdens die oorlog was Fernand Iveton was een van de weinige zogenaamde pieds noirs, Algerijnen van Franse of andere Europese komaf, die zich aan de kant van de onafhankelijkheidsstrijd schaarden. Vanwege het plaatsen van een bom (die voor ontploffing werd ontdekt) in de elektriciteitsfabriek waar hij werkte, zonder slachtoffers te willen maken, werd hij in 1956 opgepakt, ter dood veroordeeld en onder de guillotine onthoofd.

De nos frères blessés

Hartstochtelijke liefde
De nos frères blessés is gebaseerd op het gelijknamige boek van Andras Joseph, dat in 2016 met de prestigieuze Prix Goncourt werd bekroond. Met subtiele wisselingen van tijd en perspectief en een mooi sepia van jaren vijftig-kleuren brengt regisseur Hélier Cisterne het drama indringend in beeld. De daad van Iveton, zijn veroordeling en de voltrekking van het vonnis mogen dan een grote rol vervullen, de hartstochtelijke liefde tussen Fernand (Vincent Lacoste: Journal d’une femme de chambre) en zijn vrouw Hélène (Vicky Krieps: Phantom Thread) vormt het hart van de film.

Ze ontmoeten elkaar op een dansavond in Parijs, waar Hélène, een uit Polen afkomstige zelfstandige en alleenstaande moeder, danig onder de indruk raakt van de danskwaliteiten van Fernand, korte tijd over uit Algiers. Ze vormen niet de meest voor de hand liggende combinatie, onderweg naar haar huis raken ze in een verhitte discussie over het communisme. Voor Fernand met zijn ervaringen in thuisland Algerije staat dat gelijk aan verzet. Hélène stelt het als Poolse immigrante echter gelijk met onderdrukking. Ondanks hun grote verschillen worden ze smoorverliefd, zozeer dat Hélène Fernand volgt naar Algerije met haar puberzoon.

De nos frères blessés

Gevecht voor zijn leven
Terwijl ze samen een nieuw leven opbouwen, wordt Fernands betrokkenheid bij het (gewapende) verzet in Algerije steeds sterker. Wanneer hij opgepakt wordt, komt hun nog prille geluk volledig op zijn kop te staan. Hélène is plotseling de vrouw van een ‘verrader’ geworden, ze weigert Fernand aan zijn lot over te laten en gaat met allerlei acties, petities, amnestieaanvragen het uiteindelijk vergeefse gevecht aan voor zijn leven. Daarmee is Hélène net zo goed hoofdpersoon als Fernand, niet zozeer als ‘sterke vrouw achter de man’, maar veeleer als iemand die resoluut naast hem gaat staan.

Bijzonder perspectief krijgt de film met het openingscitaat van de voormalige Franse president François Mitterrand: “Algerije is Frankrijk. En wie van jullie zou er niet alles aan doen om Frankrijk te beschermen?”. Op de aftiteling lezen we dat hij als minister van justitie verantwoordelijk was voor niet minder dan 45 executies, allemaal Algerijnse onafhankelijkheidsstrijders. Op één na: Fernand Iveton. Dat maakt van De nos frères blessés een nauw verholen aanklacht tegen de man die tegenwoordig wordt beschouwd als een van Europa’s belangrijkste staatslieden van de 20ste eeuw.

Online te zien dinsdag 20 april 17.00 uur en zaterdag 24 april 01.00 uur.

 

19 april 2021

 

Movies that Matter 2021 – Quo Vadis, Aida
Movies that Matter 2021 – Advocaten zelf slachtoffer
Movies that Matter 2021 – Kunst in gevangenschap
Movies that Matter 2021 – De nos frères blessés
Movies that Matter 2021 – Finale

 
MEER FILMFESTIVAL

Movies that Matter 2021 – Quo Vadis, Aida?

*****
Movies that Matter 2021 – Quo Vadis, Aida?:
Wat zou je zelf doen?

door Jochum de Graaf

Het Movies that Matter Festival wordt dit jaar online gehouden (lees hier hoe alles werkt) van 16 tot en met 25 april met dertig premières en een aantal verdiepingsprogramma’s. Quo Vadis, Aida? was kandidaat voor de Gouden Leeuw in Venetië, had een dubbele nominatie voor de Oscar, was publiekswinnaar op het IFFR en is onmiskenbaar de belangrijkste productie van Movies that Matter dit jaar. De film is losjes gebaseerd op het boek De tolk van Srebrenica van Hasan Nuhanović, die zijn moeder, broer en vader verloor.

Valt er nog iets toe te voegen aan de enorme hoeveelheid beelden en documenten, boeken en documentaires, rapporten en rechtszaken over de val van Srebrenica in 1995? De belegering van de zogenaamde safe haven door het leger van Bosnische Serviërs, het uitblijven van de luchtsteun door de VN, de confrontatie van kolonel Thom Karremans – I’m only the piano player – met oorlogsmisdadiger generaal Mladić, de bussen die de mannelijke bevolking wegvoerden, de feestende Dutchbatters, de val van het kabinet-Kok, het NIOD-rapport, de rechtszaken van nabestaanden tegen de Nederlandse staat, de jaarlijkse herdenking. De titel van Coen Verbraaks indrukwekkende driedelige tv-documentaire, juni vorig jaar, De machteloze missie van Dutchbat, vat het wel zo ongeveer compleet samen. Maar de Bosnisch-Nederlandse speelfilm Quo Vadis, Aida? voegt zeer zeker wat toe.

Quo Vadis, Aida

Psychologische thriller
Quo Vadis, Aida? is een psychologische thriller over het leven van lerares Aida (intense rol Jasna Duričić) die lange tijd gelooft dat ze onder de vleugels van de VN haar man en zonen in veiligheid kan brengen. Regisseur Jasmila Žbanić – met haar debuut Grbavica over de diepe wonden van de Bosnische oorlog won ze in 2006 de Gouden Beer in Berlijn – voert het drama langzaam maar zeker aangrijpend en indringend op.

Aida komt voor de voor de VN te werken en wordt daarmee de perfecte spil tussen de moslimbevolking op de vlucht voor Mladić en zijn niets ontziende leger en de Nederlandse blauwhelmen die tamelijk naïef de inwoners van Srebrenica zeggen te willen beschermen.

De overige rollen zijn gebaseerd op de historische karakters in het drama van Srebrenica: de onbuigzame majoor Franken, de hulpeloze kolonel Karremans, de wreed cynische generaal Mladić, stuk voor stuk indrukwekkende vertolkingen van respectievelijk Raymond Thiry, Vlaming Johan Heldenbergh en Boris Isaković. De vele honderden figuranten, veelal nabestaanden en overlevenden uit de omgeving, brengen het drama nog veel indringender bij de werkelijkheid.

Belegering van de moslimenclave
We zijn getuige van de belegering van de moslimenclave, het oprukkende leger van Mladić, de Nederlandse VN-militairen die zeggen de plaatselijke bevolking te zullen beschermen, Karremans die keer op keer verzekert dat VN-vliegtuigen in gereedheid worden gebracht om aan te vallen, de tanks van de Bosnische Serviërs die door de straten van Srebrenica rollen en de burgers, waaronder echtgenoot en zonen van Aida die hun huizen ontvluchten en met vele duizenden hun toevlucht zoeken op de compound van Dutchbat, een oude fabriek aan de rand van de stad.

Quo Vadis, Aida

De hartverscheurende beelden van de vluchtelingen die in de brandende zon buiten het hek moeten wachten, de doodsangst in de ogen. En de hulp die uitblijft. Srebrenica wordt betrekkelijk eenvoudig onder de voet gelopen, de vernederende scène waar Karremans moet toasten met Mladić, de aankomst van de bussen die de burgerbevolking wegvoeren, mannen en vrouwen gescheiden, de wetenschap dat ruim 8.000 moslimmannen vermoord zijn. Het zijn wrange en ontluisterende gebeurtenissen, door Žbanić subtiel, terughoudend, en daardoor des te harder aankomend in beeld gebracht.

Karremans is niet de badguy waarvoor hij door sommigen wordt gehouden, eerder een weinig competente militair, die niet was opgewassen tegen zijn taak. De enkele Dutchbatter die wel bereid is Aida te helpen, de andere domblonde blauwhelm die de Bosnische Serviërs helpt met de selectie (‘Dat is een man, geen vrouw!’), de geweerschoten die je hoort buiten de fabrieksruimte waar de mannen bijeengedreven worden.

En de schrijnende slotscène waarin Aida na een aantal jaren terugkeert naar het appartement waar ze voor de oorlog woonde en waar nu een ander gezin woont. Hoe ze door de gang loopt, op een stoel plaatsneemt, haar ogen die het interieur aftasten, over de wanden gaan en hoe ze verzinkt in herinneringen en gedachten, waarmee ze ook ons tot diep nadenken aanzet. Hoe heeft het zover kunnen komen, waarom is er zo weggekeken, zou het zo weer kunnen gebeuren en, vooral ook, wat zou je zelf doen?

Online te zien zaterdag 17 april 17.00 uur en 20.00 uur, woensdag 21 april 04.00 uur.

 

16 april 2021

 

Movies that Matter 2021 – Quo Vadis, Aida
Movies that Matter 2021 – Advocaten zelf slachtoffer
Movies that Matter 2021 – Kunst in gevangenschap
Movies that Matter 2021 – De nos frères blessés
Movies that Matter 2021 – Finale

 
MEER FILMFESTIVAL

Dial H-I-S-T-O-R-Y

***
IFFR Unleashed – 1998: Dial H-I-S-T-O-R-Y
Onafgebroken informatiebombardement

door Jochum de Graaf

Dial H-I-S-T-O-R-Y (1997) was een van de hoogtepunten van de Documenta X, de vijfjarige ‘wereldtentoonstelling van hedendaagse kunst’ in Kassel. De Belg Johan Grimonprez, videokunstenaar, curator en regisseur, behandelt in deze postmoderne documentaire een alternatieve geschiedenis vanaf de jaren zestig aan de hand van terroristische acties, meer in het bijzonder van vliegtuigkapingen.

We zien de ontwikkeling van de kapingen: de allereerste die live op tv werd uitgezonden, de kaping door het Japanse Rode Leger op het vliegveld van Fukuoka in 1970, van de Fidelista’s die zich in Cuba bij hun grote leider Fidel Castro wilden voegen, van Black Panthers die naar Algerije wilden, van de verschillende Palestijnse bevrijdingsbewegingen PLO en PFLP, die eind jaren zestig meer dan honderd vliegtuigkapingen uitvoerden.

Dial H-I-S-T-O-R-Y

Interviews
In Libië, Cyprus, Koeweit zien we vliegtuigen op het asfalt staan, omringd door commandotroepen en cameraploegen, paraat om in te grijpen, dan wel daar live verslag van te doen. Kapers worden geïnterviewd, onder andere de Palestijnse Leila Khaled die er wereldberoemd door zou worden, we zien ze berecht worden, na hun vrijlating opnieuw geïnterviewd, de scène van de Japanse kaper die zijn laatste woorden voor de camera uitspreekt vlak voor hij wordt neergeschoten en het lijk van een kaper dat door Russische soldaten wordt weggesleept.

Ook vrijgelaten en bevrijde gegijzelden komen aan het woord, ‘moest u hard rennen?’ en het jongetje van tien dat enthousiast knikt op de vraag ‘vond je het spannend’. Menigmaal was er ook sprake van het Stockholmsyndroom, sympathie tussen gijzelaars en gegijzelden, met meisjes in tranen om hun kapers die met een bomaanslag om het leven komen.

En dan is er de reactie van de autoriteiten. We krijgen te zien hoe vliegvelden meer en meer beveiligd werden, de introductie van röntgenapparatuur en aangepaste fouilleringstechnieken. Enigszins ironisch is het Amerikaanse instructiefilmpje over waar je moet gaan zitten in een vliegtuig. ‘Have a plan’ luidt het advies, ga niet bij de vleugels zitten, ook niet vooraan, achteraan, of in de eerste klasse, want dan trek je de aandacht van de kaper; de rijen in het midden kun je ook beter mijden, dat kan de mobiliteit hinderen bij een snelle evacuatie. Je kunt natuurlijk maar beter helemaal niet vliegen als je verwacht dat het gekaapt gaat worden.

Visueel spervuur
Dial H-I-S-T-O-R-Y laat goed de omslag van de romantisch revolutionaire beginjaren van de kaperspraktijk naar de grimmige anonieme terreur van de bompakketten van de jaren negentig zien. Tegelijkertijd kregen in die jaren de geheime terreurpraktijken van de VS in El Salvador, Nicaragua, Guatemala gestalte. En dan hebben we ook de beelden van de begrafenis van Stalin (1956), van de moord op Sadat (1981), van de bomaanslag op een Pan Am-vliegtuig boven Lockerbie (1988) voorbij zien komen. Het einde met de iconische scène van een dronken Boris Jeltsin en een slappe lach krijgende Bill Clinton kan er op duiden dat de midden jaren negentig de ergste vormen van terreur voorbij zijn, maar we zijn dan natuurlijk nog onwetend van 9/11.

Dial H-I-S-T-O-R-Y

De film is een visueel spervuur. Naast de stroom aan televisieverslaglegging van kapingen zien we fragmenten uit propagandafilms over revolutionaire leiders als Lenin, Stalin, Mao en Castro, uit stomme films, reclamespotjes voor vliegmaatschappijen, tekenfilms en instructiefilms voor diplomaten.

Voor intellectueel gewicht zorgen de teksten in voice-over van de Amerikaanse schrijver Don DeLillo, die in zijn werk verbanden legt tussen terrorisme en de daad van het schrijven en verwijst naar het vreemde huwelijk dat de media steeds weer aangaan met alles wat riekt naar ramp.

Ook de soundtrack, misschien beter nog de soundscape met subtiele samplecollages van de New Yorkse avant-gardist David Shea, past naadloos op de experimentele opzet van de film.

En zo is Dial H-I-S-T-O-R-Y een amalgaam van beelden en klanken dat je uitnodigt tot bespiegelingen over de relaties tussen politiek, technologie, retoriek, entertainment, media, literatuur en geschiedenis. Maar voor hetzelfde geld verdwaal je in dat onafgebroken informatiebombardement, dat soms verbijsterende beelden van spectaculaire geweldpleging en rampspoed met dodelijke slachtoffers, afgewisseld met nietszeggende geluiden, banale beelden en nutteloze wetenswaardigheden.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 12 mei 2021.

6 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Assa

***
IFFR Unleashed – 1992: Assa
Van glasnost tot massacultuur

door Jochum de Graaf

Assa, de Sovjet-krimi van Sergei Solovyov uit 1987, groeide uit tot een cultfilm, voornamelijk omdat met deze film de Russische rock van underground tot mainstream verschoof. Volgens sommigen luidde Assa, dat verscheen tijdens de glasnost en perestrojka, zelfs het einde van de Sovjet-Unie in.

Assa was een ijkpunt omdat het de eerste film was die van de glasnost (openheidspolitiek die door partijleider Gorbatsjov in gang was gezet) massacultuur maakte. Rockgroepen als Aquarium, Bravo en Kino die tot die tijd geband waren en een ondergronds bestaan leefden, werden in een officiële filmproductie in beeld gebracht.

Assa

Symbolische slotscène
Die overgang van de glasnost naar massacultuur komt het beste naar voren in de symbolische slotscène. Rockidool Viktor Tsoi, de Russische Marc Bolan (T-Rex), arriveert in een restaurant waar hij op zal treden. De manager geeft hem een uitvoerige instructie hoe een Sovjet-artiest zich dient te gedragen. Is hij voorzien van een geldig Sovjet-diploma? Alle bandleden moeten in hetzelfde uniform gekleed zijn, een voor een het podium op en niet zelfstandig het podium weer verlaten, tenzij er een medische reden is.

Tsoi – hij zou net als zijn evenbeeld Marc Bolan bij een auto-ongeluk omkomen, wat nogal bijdroeg aan zijn sterrenstatus – hoort het uitgezakt op een stoel kort aan. Maar dan stormt hij het podium op en zijn band Kino zet Chotsjoe Peremen! (Ik wil verandering) in, de glasnost-hit bij uitstek. Na enige tijd switcht de camera en blijkt Kino niet in een restaurant maar voor een enorm publiek in een theater te spelen. Een zinderend optreden met lichtjes boven de hoofden, luid meezingend publiek.

Opvallend aan Assa is dat dat slotoptreden nauwelijks een relatie met de verhaallijn heeft. Het enige is dat Kino in eerste instantie in het restaurant optreedt waar undergroundrocker Bananan (Sergej ‘Afrika’ Boegajev), avond aan avond met zijn band Bravo optreedt. Op zekere avond komt verpleegster Alika (Tatjana Drubitsj) naar de club en Bananan introduceert haar in de undergroundscene.

Zeldzame viool gestolen
Het is de winter van 1980 en Alika is in Jalta op de Krim met patiënt en geliefde Krymov (Stanislav Govorukhin) die aanmerkelijk ouder is dan zij. Oplichter Krymov is daar op de vlucht terechtgekomen omdat hij een zeldzame viool gestolen heeft en komt aan het hoofd te staan van een bende criminelen. Zoals het in een Sovjet-krimi betaamt, wordt deze bende door de KGB in de gaten gehouden. Wanneer Krymov ontdekt dat Alika met Bananan een relatie ontwikkelt, wordt hij jaloers en probeert hij Bananan ervan te overtuigen Alika en Jalta helemaal te verlaten. Wanneer Bananan weigert, wordt hij vermoord door Krymovs mannen.

Een nevenplot ontstaat wanneer Krymov ’s avonds op zijn hotelkamer een boek van Natan Eidelman, die je ook als voice-over hoort, ter hand neemt en de setting zich verplaatst naar maart 1801. We zijn in Sint-Petersburg en worden getuige van het complot tegen tsaar Paul I die uiteindelijk door een groep officieren wordt omgebracht.

Assa

Beide verhaallijnen hebben echter weinig met elkaar te maken. En daar komen dan nog een stuk of wat experimentele scènes bij die ook nogal losjes met de plot te maken hebben: de surrealistische dromen van Bananan (vloeistofdia’s), in beeld geprojecteerde ‘voetnoten’ met uitleg van Russisch rockslang en projectie van complete Russische songteksten van Aquarium, Bravo, Jury Chernavsky met Vesyolye Rebyata en Kino. In 1987 waren deze beelden voor de Sovjet-Unie revolutionair, nu doen ze toch gedateerd aan.

Soundtrack
De soundtrack is van de legendarische frontman van Aquarium, Boris Grebensjtsjikov, ‘a God who radiates light’ in de ogen van Bananan. En de vinylplaat die hiervan werd uitgebracht, was een van de eerste officiële rockreleases op het enig toegestane staatsplatenlabel Melodia. Slotlied Chotsjoe Peremen! groeide uit tot dé hit van de glasnost en perestrojka (hervormingspolitiek) en werd het lijflied van de Russische oppositiebeweging Solidarnost.

Als een van de eerste glasnost-films is Assa (Solvjov maakte twintig jaar later nog een sequel) zeker de moeite waard, maar Leto, Kirill Serebrennikovs biopic over de driehoeksverhouding tussen Natalja Naoemenko, haar man Majk (zanger Zoopark) en Viktor Tsoi geeft een beter beeld en gevoel over de zinderende tijd dat rock naar Rusland kwam.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 12 mei 2021.

30 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Chronik der Anna Magdalena Bach

*
IFFR Unleashed – 1989: Chronik der Anna Magdalena Bach
Oren open en ogen dicht

door Jochum de Graaf

Een scène ergens midden jaren tachtig voor de deur van Lantaren Venster Rotterdam: we staan in de rij voor de première van een nieuwe film van Jean-Marie Straub en Danielle Huillet, in die tijd vaste gasten op het IFFR.

Ik zeg tegen een vriend ‘benieuwd of we weer naar zo’n eindeloze reeks stilstaande beelden zonder drama of plot gaan kijken’. Terzijde staat een clubje Straubfans dat zich aangesproken voelt: ‘oh, daar heb je weer zo iemand, nou die discussie hebben we al lang gehad’. De scène is tekenend voor het sektarisme rond Straub, een kleine schare fanatieke fans die alles bejubelt wat door het Frans/Duitse duo wordt uitgebracht en aan de andere kant een grote groep filmfans die weinig op heeft met de extreem minimalistische filmstijl. Toch worden ze nog tamelijk geacht in zekere kring, getuige de retrospectieven die dit voorjaar in Tokio en Londen te zien zijn.

Chronik der Anna Magdalena Bach

Formalistische filmstijl
Na zoveel jaren was ik wel benieuwd of mijn aversie tegen Straub/Huillet nog steeds zo groot is, ben misschien wat milder geworden. Maar Chronik der Anna Magdalena Bach valt me zeker niet mee.

Natuurlijk, er zullen vast mensen die nog steeds de stramme stijve Straubstijl appreciëren, maar nog steeds ontgaat me de zin van het minutenlang een pagina bladmuziek in beeld tonen, een vogel in een kooitje, een deur met nis in een trapportaal, een bomenbos met overtrekkende wolken, een kust met aanspoelend water, een blad met gotische letters, een middeleeuwse stadsprent als illustraties bij een volstrekt onsamenhangend verhaal. En dat alles ook nog in zeer korrelig zwart-wit opgenomen, brrr.

Hoofdmoot van de film zijn muziekuitvoeringen uit het rijke oeuvre van Bach, uitgevoerd door ensembles, koren, orkestjes uitgedost met pruiken, in historisch verantwoorde kostuums, op authentieke locaties en met muziekinstrumenten uit de achttiende eeuw, de tijd dat ze gecomponeerd werden. Daar valt op zich wel wat voor te zeggen, Bach in de oorspronkelijke setting, maar ook hier wordt die straffe formalistische filmstijl op toegepast, tien minuten vanuit één onbewogen standpunt naar een koor moeten staren, waarbij alleen de dirigent beweegt.

Chronik der Anna Magdalena Bach

Monotoon geneuzel
Maar het meest ergerlijk is de Chronik zelf, het onverstaanbare commentaar waarin Anna Magdalena, Bachs tweede vrouw, verhaalt over zijn leven en werken. Uit flarden maak ik op dat het gaat over de diverse steden waar hij werkte, zijn relatie met beschermheren, allerlei rechtszaken, de dood van hun kinderen. Maar het genie van Bach wordt totaal geen recht gedaan met dat monotone geneuzel in het Engels met zwaar Duits accent. Het gaat het ene oog en oor in en het andere uit.

De muziek is op zich goed in orde, hoofdrolspeler landgenoot Gustav Leonhardt, is werelds beste klavecimbelspeler (je moet er van houden) maar zijn spel is virtuoos. Al met al zijn zo’n vijfentwintig hoogtepunten uit Bachs oeuvre, cantates en sonates, preludes, fragmenten uit de Brandenburgse Concerten, de Goldbergvariaties, te beluisteren.

Wanneer je van Bach houdt, kom je dus ruimschoots aan je trekken, maar ik raad je aan om de soundtrack op te zetten, je ogen dicht te doen en je eigen filmbeelden erbij te dromen.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 21 april 2021.

23 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Merry-Go-Round

**
IFFR Unleashed – 1981: Merry-Go-Round
Experiment aan kracht verloren

door Jochum de Graaf

Merry-Go-Round uit 1981 is niet de meest bekende film van Jacques Rivette, prominent vertegenwoordiger van de Nouvelle Vague, en zeker niet zijn beste.

Rivette (1928-2016) hanteerde een experimentele techniek door met grote groepen acteurs te werken aan karakterontwikkeling en het vrijwel zonder script uitgebreid oefenen met scènes voor de camera. Zijn oeuvre wordt gekenmerkt door improvisaties, losse verhaallijnen en lange looptijden. Out 1, oorspronkelijk uit 1971, duurt in de gereviseerde versie van 2003 maar liefst 750 minuten en wordt door sommige cinefielen als een heilige graal beschouwd.

Merry-Go-Round

Inzinkingen
Midden jaren zeventig had Rivette een contract voor het maken van vier films, onder de noemer Scènes de la vie parallèle. Duelle en Noroît had hij in 1976 afgemaakt, maar toen hij een paar dagen met de derde aflevering Marie et Julien bezig was. kreeg hij een zenuwinzinking. Ook bij Merry-Go-Round is het bijna onmogelijk om de film te scheiden van de chaos achter de schermen waaruit hij voortkwam. Toen Rivette in 1979 de draad weer oppakte en de film begon te draaien, werden na een paar maanden zowel hij als hoofdrolspeelster Maria Schneider ziek.

De improvisatorische manier van filmen had ook al geleid tot een steeds verslechterende relatie tussen Schneider en de andere hoofdrolspeler, Joe Dallesandro, icoon van de subcultuur van de jaren zeventig, uit de stal van Andy Warhol. Schneider, die een iconische status aan Bertolucci’s Last Tango in Paris had overgehouden, gaf er de brui aan en een aantal scènes werd met een andere actrice, Hermine Karaheuz, opgenomen.

Ondoorgrondelijk
Merry-Go-Round is een tamelijk ondoorgrondelijke film. In een schimmige en steeds ingewikkelder wordende plot, komen Amerikaan Ben (Joe Dallesandro) en Française Léo (Maria Schneider) na eerst onafhankelijk van elkaar uitgebreid over het Franse platteland te hebben gezworven uiteindelijk tegelijkertijd in Parijs aan, gelokt door een spoor van mysterieuze telegrammen van een zekere Elisabeth (Danièle Gegauff), vriendin van Ben en zus van Léo. Eenmaal in Parijs is Elisabeth aanvankelijk nergens te bekennen, het duo gaat op een soort speurtocht door de stad, ze vangen op zeker moment een glimp van haar gezicht op en er ontvouwt zich een soort complottheorie waarbij mogelijk overleden meisjes betrokken zijn, een neppe vader die 4 miljoen dollar al dan niet verborgen houdt vanwege een vliegtuigexplosie die voor hem bedoeld was… en dan wordt Elisabeth prompt ontvoerd. Hallo, bent u daar nog?

Toch is er een moment van lichte schoonheid in de waanzin van Merry-Go-Round: de climax van de film in de scène in de zandduinen waar Ben en Léo letterlijk vrede, rust en rust in hun eigen hoofd vinden.

Merry-Go-Round

Onnozel
Maar wat Schneider en Dallesandro voor het overige doen is veel mopperen, door verlaten huizen dwalen en slappe grappen maken en vechten en kletsen, onnozele scènes improviseren zoals die waarin Ben een samenzweerderige obsessie met het getal 3 botviert.

Het is allemaal nogal fragmentarisch, wat nog versterkt wordt door twee soorten intermezzo’s die het toch al zwakke hoofdverhaal onderuit halen.

Het ene is de openingsscène en de daarna telkens opduikende live uitgevoerde soundtrack van twee muzikanten (bassist Barre Phillips en klarinettist John Surman), die een treurig jazzy muziekstuk improviseren, lange lage klarinettonen die overgaan in een naargeestig geluidsveld van een strijkende bas.

En het andere is een aantal vermoedelijk spannend bedachte intermezzo’s, zoals een ridicuul gevecht met een in vol ornaat geharnaste ridder te paard en een achtervolging door wilde honden – scènes die voor het grootste deel schrikbarend saai en overdreven lang zijn.

Destijds werd de film nogal positief besproken, gelauwerd met maar liefst vier sterren; de tand des tijds geeft aan dat de film nu met de helft ruimschoots beloond wordt.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 21 april 2021.

9 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR