Can You Ever Forgive Me?

**
recensie Can You Ever Forgive Me?

Lee Israel neemt de boel in de maling

door Yordan Coban

Leugens zijn een invloedrijke bron van veel kwaad in de wereld. Mensen nemen elkaar voortdurend in de maling. Films behandelen dit onderwerp vaak op dezelfde manier. Valt Can You Ever Forgive Me? te vergeven ondanks het gebruik van dit veelgebruikte format?

Lee Israel (gespeeld door Melissa McCarthy) heeft in het verleden succes behaald met het schrijven van biografieën. Ze heeft een afkeer tegen de wijze waarop de meeste schrijvers zich profileren om zo interessant over te komen. Ze doet niet mee aan het commerciële circus rond de literatuur. Dit is mede de reden voor haar stagnerende succes als schrijfster. Door brieven van beroemde schrijvers te vervalsen, probeert ze financieel haar hoofd boven water te houden.

Can You Ever Forgive Me?

Lee Israel is in Can You Ever Forgive Me? bepaald geen warm mens. Melissa McCarthy speelt overtuigend haar personage, dat een leven vol teleurstelling heeft gekend. De actrice laat Lee Israel lijken op de vrouwelijke versie van Bill Murray in zijn hoogtijdagen als acteur (Groundhog Day, Lost in Translation en Broken Flowers).

Leugens
De ethiek in films die leugens behandelen, is vaak kwalijk kort door de bocht. In negen van de tien keer liegt het personage voor eigen gewin; de leugen komt uit waardoor het personage een korte periode van onfortuin kent; het personage verontschuldigt zich en wordt verlost van de zonde en alles komt goed. Om dit allemaal te laten werken, heeft de film op zijn minst een sterke karakterontwikkeling nodig.

In Can You Ever Forgive Me? zien we dat Lee moeite heeft om zich open te stellen in haar schrijfwerk (vandaar dat ze biografieën schrijft) en in haar persoonlijke leven. Aan het einde van de film heeft zij dit geleerd omdat zij aan een roman over haarzelf begonnen is. Er is een sterk geacteerde scène in de rechtbank, waarin Lee stelt dat ze is gefaald als schrijfster. Voor even laat ze het achterste van haar tong zien. Lee zegt met tranen in haar ogen dat de afgelopen tijd de gelukkigste periode uit haar leven was en dat ze er geen spijt van heeft. Het klinkt ontroerend maar ze slaat de plank mis. Geen moment lijkt Lee werkelijk gelukkig. Ze is continu eenzaam, gestrest en verbitterd. Dat is niet erg, maar als de film achteraf meent dat ze al die tijd gelukkig was, voelt de kijker zich in de maling genomen. Haar vervalsingen hebben haar alleen maar ellende bezorgd.

Een film die dit gegeven wel goed aanpakt, is L’emploi du temps (2001) van Laurent Cantet. In dit drama komt wat betreft de leugen alles uiteindelijk goed in oppervlakkige zin. Maar de diepere oorzaak van de problemen van het hoofdpersonage blijven aan het einde zichtbaar onopgelost. Problemen die iets fundamenteels zeggen over onze samenleving en waaraan het hoofdpersonage zich machteloos moet overgeven. De leugen was een ontsnappingspoging maar ontsnappen is voor hem onmogelijk. Voor Lee komt daarentegen alles voorspoedig plompverloren samen.

Can You Ever Forgive Me?

Onverdiend gejuich
Naast het feit dat het verhaal cliché is, doet de climax van de film erg denken aan de afhandeling van het geschiede kwaad door Dixon (Sam Rockwell) in het onterecht geprezen Three Billboards Outside Ebbing, Missouri (2017). Als Dixon (een gewelddadige racistische man die van zijn daden niks geleerd heeft) besluit om iemand om te leggen waarvan hij niet eens weet of diegene ook werkelijk een misdadiger is, is gejuich niet op zijn plek. Hoe erg de film dit ook probeert te verkopen. Zo extreem is het gelukkig niet in Can You Ever Forgive Me? De daden van Lee Israel zijn beduidend geringer van aard. Toch blijft het onderliggende sentiment tenenkrommend.

Leugens zijn een hardnekkige wortel der kwaad in de wereld. Donald Trump confronteert ons daar elke dag mee. Can You Ever Forgive Me? bevestigt dat als iemand sympathiek genoeg is, je er wel mee weg kan komen als je er een feelgood-einde aan draait.

 

17 februari 2019

 

ALLE RECENSIES

Mid90s

**
recensie Mid90s

Onschuldige skaters in LA

door Cor Oliemeulen

Dat kids ook in de jaren negentig hadden te maken met opgroeiperikelen en graag bij een groep hoorden, wilde acteur Jonah Hill graag laten zien in zijn regiedebuut.

In een aantal episoden volgen we vijf tieners in Los Angeles die hun zomerdagen slijten met skateboarden, rondhangen en stoere taal. Het magere plot draait om de hiërarchie in de groep met als middelpunt de dertienjarige Stevie (Sunny Suljic), die door leergierigheid en lef langzaam zijn plekje en enig aanzien verkrijgt. Stevie’s oudere broer Ian (Lucas Hedges) slaat hem regelmatig, vooral omdat het hemzelf niet lukt in een groepje te belanden, terwijl zijn alleenstaande moeder Dabney (Katherine Waterston) lange tijd niet weet met wie haar zoontje optrekt en wat hij allemaal uitvreet. Steeds als Stevie thuiskomt, spuit hij luchtverfrisser op zijn kleren en spoelt hij zijn mond met zeep om de rooklucht te camoufleren.

Mid90’s

Authentieke look-and-feel
Het lijkt soms alsof je een documentaire zit te kijken. Dat komt omdat Mid90s is geschoten op Super 16mm met een ouderwetse beeldratio van 4:3, er heel natuurlijk wordt geacteerd en de aankleding en het taalgebruik authentiek overkomen, zonder te overdrijven. In de huidige MeToo-periode is het even wennen aan tijden waarin racistische en homofobe opmerkingen veel meer tot een stoer gesprek behoorden. Maar die waren veel onschuldiger dan het lijkt, zeker uit de mond van puisterige tieners die hun eigen identiteit zoeken en een veilig plekje in een groep proberen te bemachtigen.

Volgens Jonah Hill (vooral bekend van een reeks Judd Apatow-komedies en als de mollige jongen die in The Wolf of Wall Street tijdens een stout feestje opgewonden zijn lul uit zijn broek laat hangen) is zijn zelfgeschreven regiedebuut niet autobiografisch. Hij groeide weliswaar op in het Los Angeles van de jaren negentig, echter lag zelf meer naast het skateboard dan dat hij erop stond. Maar ook hij herinnert zich zijn gevoelens over hoe te overleven in een groep: de onzekerheid om je als jonkie te bewijzen en de machtspositie van het oudere groepslid dat de groentjes met plezier laat worstelen. Dat idee komt in Mid90s aardig uit de verf.

Mid90’s

Onderhoudend maar oppervlakkig
De film is met zijn 85 minuten aan de korte kant, maar precies lang genoeg om onderhoudend te blijven. Het louter registreren van Stevie’s opgroeibelevenissen en zijn snelle ontwikkeling ten opzichte van zowel de skategroep als van zijn broer en moeder, is te weinig om Mid90s op te hemelen. De karakters, hoe goed gekozen dan ook, blijven oppervlakkig en het verhaal houdt in feite op waar betere films met dezelfde thematiek beginnen. Hill liet de jonge acteurs verplicht kijken naar de groepsdynamiek in This Is England (2006), waarin een jochie aansluiting zoekt bij een groep skinheads, maar zijn eigen film blijft in alle opzichten inferieur daaraan en verstoken van een enkele overrompeling. Misschien komt dat omdat de meeste skaters lief en onbedorven zijn.

Wat is dat toch dat acteurs en actrices zo graag zelf een film willen maken? Natuurlijk zijn er aardige recente voorbeelden: Greta Gerwig met Lady Bird, John Krasinski met A Quiet Place en Bradley Cooper met A Star Is Born, maar je ziet ook minder geslaagde pogingen, zoals Brie Larson met Unicorn Store en Ryan Gosling met Lost River. Het imiteren van regisseurs onder wie je acteerde ligt al snel op de loer. Het siert Jonah Hill dat hij zich met zijn eerste regiefilm niet heeft laten verleiden om een voorspelbare komedie te maken. Maar we zijn benieuwd of we hem in de toekomst mogen betrappen op een origineel wereldbeeld of een pakkende visie.

 

15 februari 2019

 

ALLE RECENSIES

Doubles Vies

**
recensie Doubles Vies

Veel praten, weinig verbeelding

door Sjoerd van Wijk

De gefortuneerde Parijzenaars van Doubles Vies converseren maar door tijdens hun voor de hand liggende romantische kluchten. Het grote probleem is dat de praatjes elke vorm van verbeelding ontberen.

Léonard Spiegel is een zogenaamd getormenteerde schrijver die er allerhande scharrels op nahoudt. Zijn oeuvre is niet zonder controverse, onder andere doordat de autobiografische elementen omtrent deze scharrels wel heel duidelijk tussen de regels door te lezen zijn. Zijn uitgever Alain, die het ook zwaar te verduren heeft met zijn midlifecrisis inclusief stiekempjes vozen met een jongedame van het kantoor, ziet het nieuwe boek niet zo zitten. Dit is een aanleiding voor een overdaad aan gesprekken tijdens etentjes en dergelijken over de toekomst van boeken publiceren, het internet en de vermoedens van vreemdgaan die hun eega’s hebben. De ironie wilt dat Alains vrouw (Juliette Binoche) weer een affaire heeft met Léonard, waardoor het laatste woord over diens nieuwe boek nog niet is gezegd.

Doubles Vies

Vertelling, geen vertoning
Schrijver-regisseur Olivier Assayas (Clouds of Sils Maria) lijkt het adagium ‘show, don’t tell’ om te keren getuige de niet aflatende stroom dialogen. Blijkbaar is er veel gaande in de samenleving. Dat wordt althans veelvuldig medegedeeld tijdens weer een borrel met culinaire hapjes. De onzekerheid van Alains toekomst door een potentiële overname, of nu e-books of luisterboeken de markt veroveren en de perikelen van een socialistische politicus: de ene persoon vertelt het de andere. Dankzij verdienstelijk acteerwerk komen de onderhuidse spanningen waarom het draait naar voren. Desalniettemin blijft Doubles Vies verzanden in een hoeveelheid informatie die ver van de riante woningen van de personages staan.

Geen geel hesje
Aangezien Frankrijk ondertussen al wekenlang in opstand tegen de Franse politieke elite met oppertechnocraat Macron is, lijkt deze film daarom niet op het goede moment uit te komen. De didactische dialogen daargelaten blijft een zekere zelfvoldaanheid overeind ondanks de komische tint. Dit zijn gefortuneerde stadsmensen met de te verwachten ennui die al zo vaak is behandeld. Het is als een Franstalige Woody Allen zoals Hannah and her Sisters minus de humor. Dit betekent dat de film wat speelt met de verveling, maar dat radicale kritiek op een betekenisloos leven uitblijft. Dat Juliette Binoche knipogend bij naam genoemd wordt, onderstreept de zelfvoldaanheid ten overvloede. Een gilet jaune zal Doubles Vies terecht links laten liggen.

Doubles Vies

Geen avontuur
Zo leeg als het bestaan van haar personages is ook de trukendoos van Assayas. De omlijsting komt neer op beeld en tegenbeeld van pratende mensen. Waar is het avontuur? De fantasie? Het speciale van cinema is hoe direct de ervaring overkomt bij de kijker. Men beleeft het vertoonde op een plaatsvervangende manier. De daarmee gepaard gaande emotionele reactie is hetgeen wat beklijft en doet reflecteren. Film op haar zwakst tracht dikwijls te krampachtig te lenen van andere media. Doubles Vies lijkt hier aan ook schuldig. Het is bij tijd en wijle als een veredeld toneelstuk waar toevallig een handheld camera bij aanwezig was.

Wat een verschil met een regisseur als Michelangelo Antonioni, die met ijzingwekkende precisie personages in hun omgeving wist te laten opgaan en zo de vervreemding te vangen. Dat maakte vergelijkbare liefdesperikelen als in Doubles Vies juist tot iets universeels. Hier blijven de midlifecrises en potentieel kluchtige affaires een ver-van-mij-bedshow. Doubles Vies is ondubbelzinnig oncinematisch.

 

12 februari 2019

 

ALLE RECENSIES

Continuer

****
recensie Continuer

Verder zonder pc’s en wc’s

door Paul Rübsaam

Kirgizië in hartje Azië is een mooi, ruig en af en toe gevaarlijk land. In Continuer trekken een Franse moeder en haar jonge, volwassen zoon er te paard doorheen. Voor het avontuur, maar wat de moeder betreft vooral om te werken aan hun onderlinge betrekking, die evenals het landschap verre van rimpelloos is.

Toen de Brusselse regisseur Joachim Lafosse het boek van Laurent Mauvignier waar hij zijn film op baseerde maar nauwelijks uit had, kreeg hij naar eigen zeggen de neiging om zijn eigen moeder uit te nodigen voor een reis als die waarover het boek verhaalt. Een drang die hij nog nooit eerder gevoeld had.

Continuer

We geloven Lafosse (43) op zijn woord. Toch heeft hij zich als filmmaker al eerder over moeder-zoonrelaties gebogen. Zo komt in Nue Propriété (Private Property, 2006) een moeder (Isabelle Huppert) in conflict met haar volwassen, maar kinderlijke tweelingzoons (Jérémy Renier en Yannick Renier), met als inzet de verkoop van het huis dat aan de overleden vader toebehoorde.

In Continuer is er geen sprake van benauwende Franse of Belgische interieurs. Wel van binnenvetterij. Moeder Sybille (gesteund door haar dagboek) en zoon Samuel (met walkman) maken zich daaraan uitsluitend schuldig in de volle, ongerepte Kirgizische ruimte. Ondertussen leiden hun verschillende competenties regelmatig tot gekibbel, dat eigenlijk een strijd om de macht is. Samuel (Kacey Mottet Klein) kan beter met paarden overweg en als het echt moet met een pistool. Sybille (Virginie Efira) is vastberadener, minder teerhartig en minder bang voor hagedissen en Kirgiezen. Bovendien kan ze zich, Russisch sprekend, beter verstaanbaar maken.

iPod?
Er broeide natuurlijk al iets tussen moeder en zoon voor de reis begon. Wat dat is, ontvouwt zich even geleidelijk als het Kirgizische landschap. Samuel kan stevig drinken, zo blijkt. Bovendien heeft hij zich misdragen als student. Maar Sybille, lust die niet ook wel een slokje? En dan de vader van Samuel, van wie Sybille allang gescheiden is. Was hij wel degene van wie ze het liefst een kind had willen hebben?

Die hele door zijn moeder bedachte en op twijfelachtige wijze gefinancierde trektocht om nader tot elkaar te komen, vond Samuel ook al niet zo’n goed idee. Esoterisch gedweep met ongerepte natuur en verre volkeren is zijn ding niet. De overwegend beminnelijke en gastvrije Kirgiezen (het tweetal slaapt meestal in kleine tentjes, maar een enkele keer in een herberg in een dorp) noemt hij ‘klootzakken zonder pc’s en wc’s’. Als hij zijn iPod maar niet kwijtraakt. Al moet hij toegeven dat hij daar voortsjokkend op zijn paard tussen de bergen en de meren niet veel aan heeft. 

Continuer

Mooi meegenomen
Lafosse is als filmmaker wijs genoeg om de hoge bergen, weidse vlakten, grote meren en sterk wisselende seizoenen van de voormalige Sovjetrepubliek Kirgistan (Kirgizië) mooi mee te nemen (camerawerk van Jean-François Hensgens). Maar hij overdrijft dit niet en dat siert hem. Het landschap blijft voornamelijk decor voor een vertelling over twee verwante, getormenteerde individuen. Het doet zijn werk in sterke scènes zonder dialoog en met een minimum aan handeling. Als moeder en zoon ijsberend, naar muziek luisterend of schrijvend in een dagboek zich samen in de onmetelijke ruimte bevinden, maar ieder in hun eigen hoofd wonen.

Evenmin scheutig is Lafosse met het gebruik van cliffhangers, die (niet zelden in hun letterlijke betekenis) een traditioneel opgezette avonturenfilm op temperatuur moeten houden. Helemaal zonder tegenslag is de ruitertocht niet. Er zijn ongelukjes, kleinere en ook wat grotere. En niet iedereen die ze op hun weg tegenkomen is helemaal te vertrouwen. Maar voor de grootste aanslagen op het emotionele systeem van Sybille blijft Samuel verantwoordelijk en omgekeerd.

Toch nog schoonheidsfoutjes? Een enkel. Het leeftijdsverschil tussen de protagonisten oogt nogal klein (de acteurs schelen toch 21 jaar, dus je kunt erover twisten). En moeten moeder en zoon (wat ze zijn in de film) per se bij een mooi meer tweestemmig een slaapliedje voor kinderen zingen? Liever niet. Dit laatste is slechts een klein tenenkrommertje. Continuer is zeker geen feelgoodmovie. Eerder feel comme ci comme ça. De twee moeten door. Te paard en met elkaar. Of ze dat willen of niet.

 

10 februari 2019

 

ALLE RECENSIES

IFFR 2019 deel 6

IFFR 2019 deel 6 (slot):
Cinema die doet voelen

door Suzan Groothuis

Dit jaar prikkelde het International Film Festival Rotterdam (IFFR) met de slogan: Feel IFFR. Cinema moet je voelen, ervaren. Filmmakers uit alle streken beroeren, verruimen de blik, doen je onderdompelen in een andere wereld. Maar films voelen of ervaren wil niet zeggen dat iedere IFFR-film een hoogtepunt is. 

Veel films binnen mijn selectie scoorden middelmatig, wegens teveel pretentie (Vox Lux) of een typische arthouse-feel: weinig verhaallijn, lange shots, zoekende personages (Tarde Para Morir Joven). Wel aardig om naar te kijken, maar vernieuwend, verrassend of beklijvend, nee. In ons zesde en laatste verslag van IFFR 2019 twee films die dat wel deden: het bewogen, dwingende Sunset, en het knappe, aan The Act of Killing denkende I Do Not Care If We Go Down in History as Barbarians. Het overlappende thema: vastberadenheid. Klamp je vast aan een doel en geef niet op.

 

Sunset

Sunset – duistere geheimen in Boedapest
Sunset van regisseur László Nemes is zo’n film die na het zien ervan nog lang door het hoofd blijft spoken. Dat deed zijn debuut, Son of Saul, ook al. Een film die zo intens is dat ik ‘m geen tweede keer zou willen zien. Over vernietigingskamp Auschwitz, waar een man zoekt naar zijn zoon. Vooral de cameravoering bleef hangen: we zien de man constant vanuit de rug gefilmd, zich een weg banend door het kamp, waarbij hij letterlijk alle kanten op getrokken wordt. Iedereen wil wat van hem, waardoor er nauwelijks ruimte is voor zijn persoonlijke queeste. Een nietsontziende blik op massavernietiging en wat dat doet met de hoop van een mens.

Nu is er Sunset, waarbij we eveneens in een zoektocht belanden, maar dan in het Boedapest voor de Eerste Wereldoorlog. De twintigjarige Irisz Leiter trekt naar de Hongaarse hoofdstad om te werken bij het vooraanstaande hoedenmagazijn Leiter. De naam is geen toeval: Irisz is de dochter van de oprichters, maar haar ouders zijn op duistere wijze overleden. Wanneer Irisz haar intrede doet, is gelijk merkbaar dat ze niet welkom is. Als ze te horen krijgt dat ze een broer heeft, besluit ze op onderzoek uit te gaan.

De camera volgt Irisz in haar vastberaden en onverschrokken tocht, terwijl ze heen en weer geslingerd wordt door vertwijfeling. Wat klopt van wat ze over haar broer heeft gehoord? Wie is te vertrouwen? En vooral: wie niet? Terwijl de politieke onrust toeneemt en de chaos in de stad verergert, geeft Irisz – steeds gefilmd vanuit haar rug, haar witte kanten kraagje omhoog stekend – haar onderneming niet op.

Sunset, met zijn weelderige sets prachtig in beeld gebracht, dwingt de kijker mee te gaan op Irisz’ reis. Van een sjiek hoedenmagazijn begeven we ons naar donkere achterafsteegjes waar het gevaar broeit. Nemes hanteert een claustrofobische, opgejaagde stijl. Telkens afgeleid – een hoedenkamer versieren voor een bezoek van de Weense prinses, terwijl je je broer wil vinden – volgen we Irisz die in plaats van antwoorden steeds meer vragen op haar pad tegenkomt. Nemes beantwoordt die vragen niet, wat de kijker als onbevredigend kan ervaren. Maar je beleeft zijn film, zijnde een duistere trip die iets wil ontrafelen maar alleen maar meer verwarring brengt. Knap en uiterst meeslepend.

 

I Do Not Care If We Go Down in History as Barbarians

I Do Not Care If We Go Down in History as Barbariansweergave van een donkere geschiedenis
In I Do Not Care If We Go Down in History as Barbarians duiken we in de Roemeense geschiedenis. De jonge en idealistische regisseur Mariana buigt zich over de etnische zuiveringen aan het Oostfront. Het Roemeense leger was verantwoordelijk voor de massamoord op de Joden in Odessa in 1941. Een gegeven dat in de doofpot is gestopt, want de toenmalige premier Antonescu kreeg voor velen na de omwenteling van 1989 een soort heldenstatus. Het was immers Antonescu die tegen de Russen, en dus tegen het communisme, gevochten had.

Via een openluchtschouwspel wil Mariana laten zien wat er werkelijk plaatsvond. Namelijk dat Roemenië niet onschuldig is als het gaat om de Holocaust. Maar zo gemakkelijk is het niet haar ideeën te verwezenlijken: zij stuit op weerstand van zowel acteurs als een vertegenwoordiger van het stadsbestuur. Verhitte discussies zaaien verdeeldheid, maar Mariana blijft volharden.

I Do Not Care If We Go Down in History as Barbarians doet wat denken aan het briljante The Act of Killing, waar leiders van doodseskaders hun massamoorden naspelen in de door hen gewenste cinematografische stijl. Ook in I Do Not Care.. vindt re-enactment plaats, maar dan zo realistisch mogelijk, alsof je teruggaat in de tijd en de massamoord opnieuw beleeft. Regisseur Radu Jude lijkt met realiteit en spel te spelen, door acteurs en publiek zich met elkaar te laten vermengen. Het zenuwslopende proces van het schouwspel is gespeeld, maar je vraagt je af of het publiek bij de vertoning ook geënsceneerd en geïnstrueerd is. Het schouwspel levert een applaus voor de onderdrukker, voortkomend uit een diepgewortelde nationale trots. Als kijker geeft dat te denken: in hoeverre zijn we in staat kritisch naar ons verleden te kijken en toe te geven dat we fouten hebben gemaakt?

Radu Jude levert met I Do Not Care If We Go Down in History as Barbarians een film die tot reflectie stemt. Hij verweeft literaire feiten, archiefbeelden en persoonlijk drama tot een gelaagd geheel, waarbij hij de licht-komische noot niet schuwt. Bijzonder document.

 

7 februari 2019

Deel 1
Deel 2
Deel 3
Deel 4
Deel 5

 

MEER FILMFESTIVAL

Donbass

***
recensie Donbass

De donkere realiteit van oorlog

door Ries Jacobs

Het Donetsbekken in het oosten van Oekraïne, ook wel Donbass genoemd, is in Nederland vaak in het nieuws. Hier werd op 17 juli 2014 vlucht MH17 van Malaysia Airlines neergehaald. Dit oorlogsgebied is het decor van de nieuwe film van regisseur Sergei Loznitsa.

Donbass bestaat uit een twaalftal min of meer losse verhalen, waaronder een routinecontrole bij een grenspost, een huwelijksceremonie die zowel luidruchtig als chaotisch is, een Oekraïense soldaat die op straat wordt beschimpt en meerdere situaties waarin opportunisten (tegen betaling) pro-Russische propaganda verkopen.

Donbass

Loznitsa brengt de realiteit van oorlog – onrecht, vluchtelingen, corruptie en machtsmisbruik – in beeld. Er wordt nauwelijks geschoten in de film, maar toch hangt er een constante spanning in de lucht. De regisseur maakt nauwelijks gebruik van kunstmatige decors en gebruikt weinig belichting, waardoor de beelden de ietwat grauwe tint hebben die je ook wel ziet op archiefbeelden uit de jaren tachtig.

Opsporing Verzocht
De in Wit-Rusland geboren en in Oekraïne opgegroeide regisseur zit niet graag stil. In de afgelopen twintig jaar maakte hij 25 films, waarvan het merendeel documentaires. Regelmatig graaft hij hiervoor in het Sovjetverleden, maar ook het Russisch-Oekraïense conflict inspireert hem. In 2014 maakte hij de documentaire Maidan over de protesten in Kiev tegen het regime van de pro-Russische president Viktor Janoekovytsj.

Waar Loznitsa’s film uit 2014 nog een boodschap van hoop was, heeft Donbass een donkerder karakter. De film toont een samenleving zonder wetten of moraal. De regisseur schotelt het publiek de beelden gortdroog voor, zonder opsmuk en met een minimum aan emotie. Het geheel heeft daardoor iets weg van een documentaire.

Dit is ook het gevolg van de onorthodoxe werkwijze van de filmmaker. Vrijwel alles in Donbass is direct gebaseerd op video’s die hij op sociale media tegenkwam. Veel van wat de kijker ziet, is min of meer echt gebeurd. Soms zijn de scènes bijna letterlijke kopieën zijn van wat Loznitsa op sociale media tegenkwam, welhaast te vergelijken met reconstructies die je op de publieke oproep ziet bij Opsporing Verzocht.

Donbass

Vlees noch vis
Loznitsa heeft niet de moeite gedaan om alles dat hij op sociale media vond in een verhaal te gieten, hoewel hij hiervoor voldoende geschikt materiaal heeft. In plaats daarvan koos hij voor een experimentele aanpak die het midden houdt tussen speelfilm en documentaire. Dit maakt de film tot iets dat vlees noch vis is. Donbass mist het verhalende van een speelfilm en het realisme en de duiding van een documentaire. Is een bepaalde scène echt gebeurd of is deze tijdens het maken van de film bewerkt door de regisseur? De kijker weet het nooit.

Onmiskenbaar kleurt Loznitsa de werkelijkheid door deze werkwijze. Een Russische filmmaker zou de militairen in het Donetsbekken juist als vrijheidsstrijders portretteren. Nu hoeft cinema natuurlijk niet objectief te zijn, filmmakers zijn immers geen journalisten. Bovendien weten weinig filmmakers het leven in een burgeroorlog zo realistisch weer te geven als Loznitsa met deze film doet. Na het zien van Donbass begrijp je beter waarom het onderzoek naar de vliegtuigramp uit 2014 zo stroef verloopt.

 

4 februari 2019

 

ALLE RECENSIES

Climax

***
recensie Climax

Hedonistische nachtmerrie

door Yordan Coban

De ultieme climax van Gaspar Noé. Waarmee kon hij nog choqueren? Met welk taboe kon hij zijn publiek nog confronteren? Natuurlijk gaat het over drugs, seks, geweld en de dood. Maar heeft Noé nog iets nieuws te vertellen in zijn nieuwe Climax?

Het plot en de personages van de film zijn uiterst minimalistisch. Die zijn in een zin uiteen te zetten: een repetitie van een dansgroep ontspoort nadat iemand in het gezelschap een behoorlijke hoeveelheid lsd aan de punch heeft toegevoegd. Wat volgt is een helse neerwaartse spiraal van de gemoedstoestand van de onder invloed zijnde personages die langzaam al hun menselijkheid verliezen.

Climax

Beestachtig
Noé heeft in interviews aangegeven dat hij met Climax het tegenovergestelde effect van 2001: A Space Odyssey (1968) wilde bereiken. In 2001 zien we de evolutie van primaten naar mensen. Dit is geen nieuw concept. In Luis Buñuels El Ángel Exterminador (1963) zien we een betere uitvoering van Noé’s idee.

Het verval van de gegoede burger tot het dierlijke is ook een belangrijk element in de films van Michael Haneke. Gaspar Noé doet dit veel minder subtiel, al zijn films zijn verre van geraffineerd. Zijn stijl is juist het meest doeltreffend in extremis.

Provocateur
In de laatst verschenen Ondertussen, op de redactie van IDB staat een ongefilterde tirade tegen het werk van Lars von Trier. De Deense filmmaker wordt neergezet als een onsympathieke, zelfingenomen provocateur. Deze antipathie is wat overdreven, daar het eigenzinnige van Melancholia (2011), Dancer in the Dark (2000) en Dogville (2003) het pedante in zijn werk overschaduwt. Echter valt de antipathie wel te begrijpen. Provocatie komt vaak over als onnodig interessant doen.

Ook andere filmmakers genereren weerzin door de extreme wijze waarop zij hun werk presenteren. Regisseurs als Pier Paolo Pasolini, Takasi Miike, Michael Haneke en Gaspar Noé behoren ook tot deze groep vaak verguisde regisseurs.

Tot nu toe was het provocatieve in het werk van Gaspar Noé zinvol. De seks was erg in your face, maar net zoals in La Vie d’Adèle (2013) diende de intense intimiteit een artistiek doel. Het geweld in zijn film is choquerend en confronterend maar niet respectloos. Er is een duidelijke selectieve verontwaardiging bij het gebruik van geweld en seks. Het lijkt wel alsof seks en geweld niet teveel betekenis mogen hebben. Op het moment dat een verkrachting zoals in Irréversible (2002) of A Clockwork Orange (1973) te realistisch vertoond wordt, lopen mensen de zaal uit.

Climax

Het geweld van bijvoorbeeld Quentin Tarantino is opzettelijk overdreven en onrealistisch. Het werkt ontsnappend. Het neemt de beangstigende lading van de dood weg en maakt het betekenisloos. Het is te vergelijken met het spelen van een gewelddadige game waarin de dood slechts een ongemak is. Kunst is er nou juist om ons te confronteren met onze angsten en dierlijke uitspattingen. Dit is zo bewonderenswaardig aan Noé’s werk, voornamelijk in Love (2015) en Irréversible.

Anticlimax
Climax
mist die betekenis. Het is meer een stilistische hedonistische nachtmerrie zonder overtuigende context. Het is misschien wat goedkoop om Climax anti-climactisch te noemen. Daarmee zou je de film tekort doen. Dit alles klinkt misschien vrij negatief, maar dat komt omdat Gaspar Noé tot meer in staat is dan hij laat zien in Climax. De cinematografie is zoals altijd van een hoog niveau en de expressieve choreografie van de dansers is indrukwekkend.

Climax lijkt passend als titel voor een film die als sluitstuk van een spraakmakend oeuvre dient. Een film waarin je als filmmaker alles uit de kast trekt om nog éénmaal te zeggen wat je te zeggen hebt. Dat is niet de bestemming die Gaspar Noé gegeven heeft aan deze epileptische aanval. Het intrigeert, het verveelt nooit, het is spraakmakend, maar het mist een ziel en voelt in reflectie als liefdeloze seks. Climax is een hoop geluid zonder harmonie.

 

27 januari 2019

 

ALLE RECENSIES

Green Book

***
recensie Green Book

De zwarte pianist en zijn witte chauffeur

door Cor Oliemeulen

Twee films over rassendiscriminatie dingen naar de Oscar: het enerverende BlacKkKlansman draait al in de bioscoop, het grappige Green Book beleeft komende week zijn première. De eerste film gaat over een infiltratie in de Ku Klux Klan, de tweede is een roadmovie waarin een lompe uitsmijter wordt ingehuurd om een verfijnde zwarte meesterpianist te begeleiden tijdens een tournee door het racistische zuiden van Amerika begin jaren zestig. Wie gaat het worden?

Recente Amerikaanse films over racisme kun je in drie categorieën verdelen: documentaire, drama en feelgood. Het non-fictieve I Am Not Your Negro (2016) over het leven van James Baldwin, een van de grootste Amerikaanse schrijvers na de Tweede Wereldoorlog, is een historisch document over segregatie en racisme. De naar Parijs uitgeweken Afro-Amerikaanse schrijver ventileert zijn zinnige gedachten en opvattingen over de menselijke conditie, terwijl regisseur Raoul Peck archiefbeelden, proza, poëzie, drama, scènes uit speelfilms, nieuwsflitsen, sfeerbeelden en politiegeweld tegen de zwarte burger doeltreffend aan elkaar monteert. Prachtig, en leerzaam.

Green Book

Racisme in films
Een film als Fruitvale Sation (2013) voelt als een docudrama met fictieve verhaalelementen en is een reconstructie van het laatste etmaal van de 22-jarige Oscar Grant, die overleed als gevolg van een schotwond in de rug na een fatale inschattingsfout van een blanke agent in de vroege morgen van nieuwjaarsdag 2008. In het effectieve rassendrama voor jongeren, The Hate U Give (2018), draait de plot eveneens om de nerveuze vinger van een witte agent die een zwarte jongeman doodschiet wanneer deze in zijn auto reikt naar een … haarborstel. Enige nuancering over etnisch profileren door de politie komt van een zwarte agent die zegt dat hij bij gerede twijfel eerder op een zwarte in een slechte wijk schiet dan op een blanke in een Mercedes.

Het historische drama 12 Years a Slave (2013) won drie Oscars en is net als Green Book een publiekstrekker en een verdienstelijk eerbetoon aan een geniale, maar onbekende muzikant. Violist Solomon Northup is in het New York van 1841 een van de weinige welgestelde kleurlingen die gelukkig leeft met vrouw en kinderen en zich ongehinderd en gerespecteerd beweegt in sociale en politieke kringen. Maar nadat hij in Washington na een optreden wordt ontvoerd, belandt hij als slaaf in het racistische zuiden van Amerika. Hoewel we met Green Book 120 jaar verder zijn, lijkt ook in deze film dat er elders in de natie nauwelijks rassendiscriminatie bestaat. Een enkel scheldwoord kan niet verhinderen dat de zwarte pianist (genaamd Don Shirley) alsnog mag aanschuiven aan de dis, ook al wordt die omringd door louter Italiaanse immigranten.

Opgewekt
Het zal niemand verbazen dat de bioscoopbezoeker – net als bij het gros van al die andere feelgoodfilms over racisme met een voorspelbaar verloop en een sentimentele finale – ook na Green Book opgewekt de zaal zal verlaten. Denk bijvoorbeeld aan de verfilmde keukenmeidenroman The Help (2011) die heerlijk wegkijkt ondanks, en dankzij, het stereotiepe beeld van de mammy en de blanke bazin. Hoe systematisch het racisme in deze broeierige periode van de Amerikaanse geschiedenis ook is, lijkt het enige ongemak van de huishoudster dat ze niet het familietoilet mag gebruiken, maar buiten in een hok haar behoefte moet doen.

Hetzelfde lot is het drietal zwarte rekenwonders van ruimtevaartbedrijf NASA beschoren in Hidden Figures (2016) waar de vrouwen in de stromende regen honderden meters verderop de pot op kunnen. Natuurlijk kennen deze feelgoodfilms korte fragmenten van segregatie in bussen, bibliotheken en scholen, of nieuwsflitsen van demonstraties en oproer op tv, maar van enige diepgang, karakterontwikkeling en originele invalshoeken is zelden sprake. De kijker dient de film met een fijn gevoel te verlaten en op een overmatige aanslag op het denkvermogen zit niemand te wachten.

Green Book

Geen risico’s
Green Book verwijst naar een groen boekje met adressen van etablissementen waar negroïde mensen wél welkom zijn. Dat de zwarte pianist als eregast van een grote bijeenkomst absoluut niet in hetzelfde restaurant als zijn fans mag eten, is weliswaar even tenenkrommend als ridicuul (net zoals de gevierde atleet Jesse Owens, die als viervoudig Olympisch kampioen in Race na zijn thuiskomst uit nazi-Berlijn in 1936 in een zijkamertje wordt gezet), maar tot meer dan stereotiepe beelden en situaties strekt ook deze feelgoodfilm niet. Het is niet verwonderlijk dat de overigens uitstekende actrice Octavia Spencer (The Help, Fruitvale Station, Hidden Figures) als uitvoerend producer van Green Book een flinke vinger in de pap heeft en geen onnodige risico’s neemt.

Over eten gesproken: een van de grappigste fragmenten in Green Book is het weigeren van de aanvankelijk snobistische pianist op de achterbank om zijn eetlust te stillen met een ordinaire kippenvleugel van Kentucky Fried Chicken, terwijl zijn chauffeur zich ongegeneerd aan een hele emmer vergrijpt. Een opvallend staaltje ‘product placement’ voor een bedrijf dat gigantisch kon groeien in Louisville in de periode onder de Jim Crow-wetten, waarin rassenscheiding was vastgelegd. Bovendien zijn KFC-oprichter Colonel Harland Sanders en zijn bedrijf meerdere malen in verband met racistische uitingen gebracht.

Amusement versus confrontatie
Als je Green Book beschouwt als puur amusement schiet je middenin de roos. Het ‘odd couple’ Viggo Mortenson (The Lord of the Rings, Captain Fantastic) als chauffeur/bodyguard en Maharshala Ali (Moonlight, Hidden Figures) als meesterpianist is uitstekend op elkaar ingespeeld. Natuurlijk leren de twee tegenpolen tijdens het maandenlange samenzijn on the road veel van elkaar. Zo haalt de uitsmijter de klassieke pianist uit zijn comfortzone door hem spontaan in een kroeg een ander repertoire te laten spelen en leert de welopgevoede Afro-Amerikaan de rouwdouwende Italo-Amerikaan enkele fijne kneepjes voor het schrijven van romantische brieven aan zijn achtergebleven vrouw in New York.

Green Book

Hoe anders van opzet en toon is BlacKkKlansman van Spike Lee (Malcolm X) die al in het broeierige Do the Right Thing (1989) het discrimineren van Afro-Amerikanen veel onomwondener aan de kaak stelde. Hoewel er in die film genoeg te lachen valt, culmineert hij in opstand en geweld waarbij de eettent van een Italo-Amerikaan uiteindelijk met de grond wordt gelijkgemaakt en de witte politie een einde aan de rellen maakt. Ook BlacKkKlansman, waarin een (zwarte!) politieagent begin jaren zeventig weet te infiltreren in de Ku Klux Klan, kent zijn grappige momenten, maar is veel realistischer en geloofwaardiger dan het leeuwendeel Amerikaanse films over rassendiscriminatie, Green Book incluis.

Het is de vraag of de Academy het aandurft om regisseur Spike Lee eindelijk eens met een Oscar te belonen, ondanks de onverbiddelijke toegift van BlacKkKlansman die – weliswaar een tikkeltje kort door de bocht – via de actuele geschiedenis van de rassenrellen in Charlottesville het gedachtengoed van de Ku Klux Klan en Donald Trump gewiekst en resoluut op één hoop gooit. Hierna kan Green Book-regisseur Peter Farrelly zich weer met een gerust gemoed toeleggen op het maken van ongecompliceerde flauwekulkomedies als Dumb and Dumber (1994) en There’s Something About Mary (1998).

 

26 januari 2019

 

ALLE RECENSIES

Capharnaüm

*
recensie Capharnaüm

Ideologie van een betere wereld

door Tim Bouwhuis

Wat doe je als recensent wanneer een film je tegen wil en dank kotsmisselijk maakt? De fantasierijke kaders van je ‘neutrale’ blik worden met geweld aan stukken geslagen. De pijnlijke eer gaat naar Nadine Labaki’s Capharnaüm, een ronduit tendentieuze film die onze gevoeligheid voor sociale misère uitbuit om een politiek punt te kunnen maken.

In de Engelse taal is een ‘capharnaum’ een mengelmoes, een plaats waar wanorde heerst. De gelijknamige Israëlische nederzetting kennen we van Bijbelse wonderverhalen. Het mirakel vindt plaats als de normale orde van zaken wordt doorbroken voor een hoopvol moment van chaos. In Capharnaüm geldt het tegenovergestelde. Chaos en wanorde zijn de wetten van de wereld: het Libanon van de film is een land van verval en structureel ongeluk. Enkel in de rechtszaal heerst een vorm van hoop en orde. Het is de plaats waar de jonge protagonist het onrecht kan bevragen om zijn recht te laten zegevieren. Zijn recht – rond dat begrip zal de gehele film zich samenballen.

Capharnaüm

De macht van perspectief
In de openingsscène klaagt de twaalfjarige Zain (Zain Al Rafeaa) zijn ouders aan vanuit een dan nog surrealistisch motief: hij wil hen laten bestraffen voor het feit dat ze hem op de wereld hebben gezet. De bespreking van de zaak onthult de contouren van een onherstelbaar bezwaard verleden. Zain blijkt zelf al langdurig vast te zitten voor een steekpartij, maar die actie kwam voort uit het onvergeeflijke kwaad dat zijn ouders daarvoor begingen. Gedreven door de wanhoop van hun erbarmelijke leefomstandigheden huwelijkten ze hun elfjarige dochter Sahar (Cedra Izam) uit. De bruidsschat: een handvol kippen. De ontstellende sequentie is het begin van een lange flashback, die vertraagd toewerkt naar een typische climax – dezelfde rechtszaak die de film ook al inluidde. Het is niet toevallig dat Capharnäum in de rechtszaal begint en eindigt. Door de film te openen met de climax creëert Labaki een duidelijk kader waardoor we het leeuwendeel van het drama kunnen bekijken. Het schisma tussen goed en kwaad kweekt sympathie voor het narratief dat volgt.

In de lange flashback blijft het centrale perspectief van de jonge hoofdrolspeler leidend. We volgen hem na zijn vlucht weg van het incident, dwalend door een zee van chaos. Zain is alleen op de wereld. Hij beweegt zich tussen verwaarloosde baby’s en vervuild drinkwater. Onderweg ontfermt hij zich over het kind van een Ethiopische immigrante (Yordanos Shifera). Het zorgt voor nog meer schrijnende taferelen, die niets aan de verbeelding overlaten. Wie nu nog een tekort aan empathie heeft, moet wel heel laaghartig zijn. Op den duur blijkt dat alleen het stempel van een vluchteling Zain misschien kan helpen. Er zit één scène in de film die haast te ironisch is om waar te zijn: Al Rafeaa, zelf een Syrische vluchteling, doet zich voor als een Syrische vluchteling om de diepe put van zijn maatschappij te ontvluchten.

Sociaalrealisme en politiek
De persoonlijke achtergronden van de niet-professionele acteurs zijn krachtige spiegels voor hun rollen in de film. Zo werd de Ethiopische Shifera na haar arrestatie in Capharnaüm daadwerkelijk in hechtenis genomen; leden van het productieteam deden er twee weken over om haar weer vrij te krijgen. Het zijn dit soort omstandigheden die Labaki carte blanche geven. Iedere mogelijke politieke onderlaag kan eenvoudig van tafel geschoven worden met de lijvige claim van waarachtigheid.

Het zijn immers de personages die zich uitspreken, en die personages zijn eigenlijk geen personages: het zijn mensen van vlees en bloed. Binnen zo’n denkkader kan alleen Zain verantwoordelijk zijn voor zijn uitspraken. De façade van de werkelijkheid waart de ideologie van de regisseuse vrij.

Capharnaüm

Cinema als gevaar
De politieke boodschap van Capharnaüm is een verbijsterende schreeuw om orde uit chaos te creëren. Zain vraagt niet alleen of de zwangerschap van zijn moeder gestopt kan worden. Hij stelt ook dat ouders als die van hem (lees: ouders die onder de armoedegrens leven) geen kinderen meer zouden moeten krijgen. Dat gaat veel verder dan een algemeen argument voor abortus: de aanspraak op de mogelijkheid geboortebeperking rechtelijk, en, vooral, voor een specifieke maatschappelijke groep te organiseren riekt naar eugenetica, ofwel het idee dat de bevolkingssamenstelling van een land gericht geoptimaliseerd kan worden. Eugenetica draagt het loodzware gewicht van historische precedenten. Een directe analogie met nazi-ideologie gaat veel te ver, maar de suggestie van een vergelijkbaar gedachtegoed baart grote reden tot zorgen.

Voor ondergetekende werd zo’n suggestie van een dubbele agenda nog eens gesterkt door het feit dat de armoede in de film ontdaan is van enige context. Demografische variaties zijn zo veel mogelijk omzeild om het overkoepelende beeld van misère zo krachtig mogelijk te maken: wie de film ziet, kan haast niet meer om Zains finalepleidooi heen. ‘Poverty porn’ is een harde, maar geen onterechte term om de opgedrongen kadrering te karakteriseren. De politieke gedachte achter de chaos: stop de chaos, dan kunnen we naar een omgekeerde wereld toe. Capharnäum is geen ‘plaats waar wanorde heerst’, maar een heimelijke utopie over de ruggen van de veroordeelden.

De film verhoudt zich zo openlijk maar toch verhuld tot het soort politiek dat de grens tussen kunst en moraal op ingrijpende wijze doet vervagen. Wat een oprecht drama lijkt te zijn, is in feite een politiek pamflet, dat haar boodschap zo verpakt dat een publiek haar in potentie volledig onwetend kan omarmen. Dat soort cinema is niet langer onschadelijk – laat de zegetocht langs de festivals een alarmkreet zijn.

 

25 januari 2019

 

ALLE RECENSIES

Werk ohne Autor

****
recensie Werk ohne Autor

Authenticiteit versus het collectief

door Ries Jacobs

Al tijdens de Tweede Wereldoorlog maakte Hollywood de eerste films over helden die het opnamen tegen nazi’s. Daarna volgden vele honderden producties over dit onderwerp. Kun je dan nu nog een originele film maken over de periode 1933-1945?

Op veertien juli 1933, enkele maanden nadat Hitler aan de macht kwam in Duitsland, trad de Sterilisatiewet in werking. Ongeveer vierhonderdduizend mensen met een beperking of een mentale stoornis zijn na de invoering van deze wet tegen hun wil gesteriliseerd. Velen van hen zijn later systematisch vermoord. Dit tot nu toe nauwelijks in de cinema belichtte thema is het uitgangspunt van Werk ohne Author, ook uitgebracht onder de Engelse titel Never Look Away.

Werk ohne Autor

Kurt Barnert is nog een kind als zijn tante Elisabeth wordt opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. “Kijk niet weg”, zijn de laatste woorden van Elisabeth aan Kurt voordat ziekenbroeders haar wegvoeren. Ze zullen elkaar nooit meer zien. Elisabeth wordt aangemerkt als geestesziek en jaren later vermoord. Na de oorlog is Kurt student aan een kunstacademie in de DDR en krijgt hij een relatie met de dochter van de man die verantwoordelijk is voor de dood van zijn tante.

Manipulerende familiepatriarch
Na zijn vermakelijke Hollywooduitstapje The Tourist keert regisseur Florian Henckel von Donnersmarck met Werk ohne Author terug naar zijn vaderland. Voor zijn gang naar Amerika werkte hij in het Oscarwinnende drama Das Leben der Anderen met hoofdrolspeler Sebastiaan Koch. De samenwerking pakt opnieuw goed uit. Koch speelt een  manipulerende familiepatriarch en gewetenloze naziarts. Deze rol, waarin menig acteur overacterend uit de bocht zou vliegen, zet hij overtuigend neer. Hiermee plaatst hij de andere hoofdrolspelers wel in zijn schaduw. Hun personages blijven wat vlak.

Tom Schilling speelt de getalenteerde en optimistische kunstenaar Kurt Barnert. Dit lichtvoetige personage, dat geen enkele rancune lijkt te hebben jegens de mensen die hem zijn naasten hebben afgepakt, is een mooie tegenhanger van de loodzware thematiek van de film. De sfeer wordt geen moment te beklemmend, ook door enkele humorvolle scènes zoals die waarin Kurt via het slaapkamerraam van vriendinnetje Ellie moet ontsnappen om te voorkomen dat haar ouders hem betrappen.

Werk ohne Autor

De essentie van kunst
Werk ohne Autor belicht chronologisch de naziperiode, de opkomst van het Oost-Duitse socialisme en de bouw van de Berlijnse Muur. Gedurende deze episodes van de Duitse geschiedenis kijkt Barnert – een personage gebaseerd op Gerhard Richter, de grondlegger van de kunststroming kapitalistisch realisme – nooit weg. Hij wil als kunstenaar altijd zijn diepste gevoelens weergeven op het doek. Henckel von Donnersmarck stelt de vraag of individuele authenticiteit het hoogste doel in de kunst is of dat kunst juist in dienst moet staan van het collectief, zoals in de DDR en tijdens het naziregime.

In het Duitsland van de nationaalsocialisten moest kunst in dienst van het rijk staan. Werken die het nationaalsocialisme niet verheerlijkten, golden als entartete Kunst en werden verboden. Individuen die zich niet nuttig konden maken voor het rijk golden als onzuiver en nutteloos. Werk ohne Author laat ons zien hoe mensen, kunst en eigenlijk alles ondergeschikt aan het politieke systeem was.

Henckel von Donnersmarck neemt de tijd om deze opvatting uiteen te zetten. Hoewel de drie uur durende film aan het einde wat vaart verliest, is het geen te lange zit. De regisseur geeft de filmbeelden hetzelfde grijze en benauwende karakter als Das Leben der Anderen. Hij heeft de gave om dit subtiel te doen, zonder slagregens of vallende herfstbladeren, en weet de kijker vanaf het eerste moment de film in te trekken. Kun je nog een originele film maken over de periode 1933-1945? Het antwoord is een volmondig ja.

 

20 januari 2019

 

ALLE RECENSIES