Nowhere

***
recensie Nowhere
Van nergens tot hier

door Cor Oliemeulen

Twee mannen rouwen. De een is op zoek naar wat hij heeft verloren, de ander naar wat hij nooit heeft gehad. Nowhere is een wat traag, maar soms aandoenlijk drama over het verlies en gemis van dierbaren.

Na zijn bejubelde speelfilmdebuut Offline (2012), waarin een ex-gedetineerde zich probeert te verzoenen met zijn familie en Le Ciel Flamand (2016), waarin een seksmisdrijf in een bordeel tot moord leidt, biedt de Belgische regisseur Peter Monsaerts in zijn derde langspeler Nowhere zijn personages hoop op betere tijden. Ook ditmaal bewegen de belangrijkste personages zich in de marge van de samenleving en wachten zij op betere tijden.

Nowhere

Rouw
Ex-vrachtwagenchauffeur André (Koen de Bouw: Het Vonnis, De Premier) is ingehuurd om van een afgelegen pand een wegcafé te maken. In de eerste helft van de film zien we hoe hij overdag buitenlandse werknemers in een busje ophaalt en ’s avonds filmpjes kijkt van zijn op 13-jarige leeftijd overleden dochter, die naar later blijkt vijf jaar geleden werd doodgereden. André is het type ijzervreter en een man van weinig woorden, maar ontdooit enigszins nadat hij de 17-jarige Noord-Afrikaan Thierry (Noa Tambwe Kabati) heeft betrapt tijdens een inbraak. De vijftiger ziet hoe de tiener net als hijzelf worstelt met het leven.

Dit gegeven doet toevalligerwijs denken aan een ander Belgisch drama dat zojuist in de Nederlandse bioscoop is verschenen. Ook in Dealer van Jeroen Perceval is een tienerjongen op zoek naar zijn identiteit en een rolmodel die een heilzaam perspectief kan bieden en probeert een volwassene de leegheid van zijn bestaan in te vullen. Dit klassieke gegeven zien we terug in Nowhere als André Thierry wil behoeden om niet verder weg te zakken in de uitlaatklep die criminaliteit heet. “Die jongen is gewoon op zoek naar wie hij is. Hij heeft gewoon iemand nodig”, zegt André tegen een politievrouw. Op haar beurt moet zij erkennen dat Thierry meedoet aan de ‘Ronde van Vlaanderen’, zoals Vlaamse hulpverleners dat noemen: “Hij is van opvangplek naar opvangplek gegaan.”

Nowhere

Moeder
In de tweede helft van de film blijkt dat André en Thierry elkaar meer nodig hebben dan zij denken om een nieuwe afslag in hun leven te vinden. Zo wil André als compensatie voor zijn overleden kind nu voor een andere onvolwassen persoon zorgen en heeft Thierry van een oudere een duwtje nodig om op zoek te gaan naar zijn roots. Hij weet dat zijn vader ‘waarschijnlijk Marokkaans’ is en heeft ook geen idee waar zijn moeder is. Tijdens hun gezamenlijke roadtrip naar Frankrijk blijkt dat Thierry’s moeder is verstoten door haar familie omdat ze hem op jonge leeftijd kreeg.

Regisseur Monsaerts pleit in Nowhere voor optimisme om te kiezen voor connectie in plaats van afzondering en uitsluiting. Hij is niet blind voor de uitdagingen van de multiculturele samenleving, maar wil een hoopvol tegenwicht bieden aan de polemiek in de media en de politiek. Hoe broos die lijn tussen inclusie en exclusie is, tonen de letters van de filmtitel in de aftiteling: ‘Nowhere’ (nergens) verspringt naar ‘Now here’ (nu hier).

 

26 september 2022

 

ALLE RECENSIES

Evolution

***
recensie Evolution
Herinnering van generaties

door Tim Bouwhuis

In Evolution voelen en dragen opeenvolgende generaties het loodzware gewicht van de Holocaust. Ruim vijfenzeventig jaar na dato rest veel mensen uit westerse landen alleen nog een ernstige herinneringscultuur, waar ze ten minste één keer per jaar bij stilgezet worden. Niet voor nazaten en dus voor ‘erfgenamen’ van het leed. En iedere nieuwe generatie ervaart dat leed anders.

De film begint in een dompige ondergrondse ruimte. Een aantal mannen bewegen zich zwijgend in het schemerdonker. Ze lijken ergens naar op zoek, en ondertussen boenen ze met bittere ernst de ruwe wanden. Het begint redelijk snel te dagen: hier heeft iets onuitspreekbaars plaatsgevonden.

Evolution

Het lot van Eva
Tegen het einde van deze openingsscène, die een kleine twintig minuten in beslag neemt, beantwoordt regisseur Kornél Mundruczó (White God, Pieces of a Woman) alle vragen die het stille tafereel bij kijkers zou kunnen oproepen. De scène krijgt de titel ‘Eva’ mee (de naam is misschien geen toeval, gezien de overheersende Genesissymboliek in Mundruczó’s vorige film Pieces of a Woman), en het zogenoemde meisje dat wonderwel gered was van het gas zou dat trauma de rest van haar leven met zich meedragen.

Mundruzó kiest in dat kader voor een overzichtelijke, drieledige vertelling: in deel twee bespreekt een inmiddels bejaarde Éva (Lili Monori) herinneringen aan de Holocaust met haar dochter Léna (Annamária Láng); in deel drie worstelt Léna’s opgroeiende zoon Jónás (Goya Rego) met zijn (Joodse) identiteit en met het hedendaagse schoolleven in de Duitse grootstad Berlijn.

De opzet van Evolution is dus bewust fragmentarisch, en de losse, maar toch innig verbonden verhalen blijven op ieder moment ondergeschikt aan het gedeelde thema van de verschillende generaties. De impliciete boodschap is duidelijk. Een ‘normaal’ leven behoort voor slachtoffers en hun nazaten (nog steeds) niet tot de mogelijkheden. Het tweede en derde verhaal staan elk op hun eigen manier in het teken van de wens om aan dat lot te ontsnappen. “Ik wil niet overleven, ik wil leven”, schreeuwt Léna haar moeder toe; het is een wanhoopskreet die voortkomt uit Éva’s bittere zwelgen in haar eigen traumatische gedachten en herinneringen.

Het gesprek tussen moeder en dochter kan ook kijkers benauwen, omdat de schijnbaar ongeneeslijke geestestoestand van Éva als een donderwolk boven het gemoed van Léna is komen te hangen. Zij beseft zich tijdens het gesprek met haar moeder zichtbaar dat zij en haar zoontje, die ze (nota bene) in Berlijn naar de kleuterschool wil laten gaan, waarschijnlijk nooit helemaal los zullen komen van het trauma. Ook een symbolisch lek in de waterleiding, helemaal aan het eind van de lang uitgesponnen praatscène, zal het verleden niet zomaar weg kunnen spoelen.

Evolution

Het gewicht van een erfenis
De continue bevestiging van een soort mentaal noodlot, doorgegeven van generatie op generatie, zorgt ervoor dat er een hermetische werking van Evolution uitgaat, die het coming-of-age drama in het derde verhaal (dat van zoon Jónás) helaas nogal belemmert. Dit komt met name omdat Jónás ook lós van de Holocaust-thematiek zoekende is naar zijn plek in de wereld, wat zich onder andere uit in rollenspellen en verkleedpartijen (plaktattoos, maskers). In het licht van de rest van de film voelen deze momenten van expressie alleen niet als tekenen van een fase waar meer tieners doorheen gaan, maar als extra uitingen van een onvermijdelijke identiteitscrisis. Hoewel Jónás in een felle woordenwisseling met zijn moeder juist benadrukt dat hij zich geen Jood voelt, bewijst een incident op school dat dat in de ogen van anderen niet uit hoeft te maken.

Een dubieuze brand in het schoolgebouw roept vragen op over het motief (een rebelse daad?, xenofobie?, of gewoon een ongeluk?), tot Jónás’ moeder gebeld wordt door een school- of afdelingshoofd die spreekt over een incident dat “de reputatie van de school zou kunnen schaden”. Daarna concreter: “niemand van ons zal de conflicten in het Midden-Oosten kunnen oplossen waar zoveel leerlingen onder lijden”. Even voelt Evolution weer precies zo hermetisch als tijdens de bittere beslommeringen van Éva. De herinnering aan de Holocaust is een erfelijke herinnering.

 

28 augustus 2022

 

ALLE RECENSIES

There is No Evil

****
recensie There is No Evil
De gevolgen van doodstraf en executie

door Jochum de Graaf

Toen de Iraanse regisseur Mohammad Rasoulof in 2020 de Gouden Beer won in Berlijn kon hij die niet persoonlijk in ontvangst nemen, zijn paspoort was ingenomen en hij kon het land niet uit. Half juli dit jaar, een maand voor de bioscooprelease van There is No Evil in ons land kwam het bericht dat Rasoulof gearresteerd was omdat hij regime-kritische posts op social media geplaatst had.

Rasoulofs werk wordt als propagandistisch en gevaarlijk beschouwd en al sinds zijn film Manuscripts Don’t Burn (2013) is zijn complete oeuvre in Iran verboden. There is No Evil is deels in het geheim opgenomen en Rasoulof stelt hierin opnieuw een zeer controversieel en gevoelig thema aan de kaak, de uitvoering van de doodstraf.

There is No Evil

Vierluik
In een vierluik van afzonderlijke hoofdstukken, elk ontworpen als een op zichzelf staande korte film, verkent hij telkens een ander facet van het onderwerp. In het gelijknamige eerste deel There is no evil zien we Heshmat (Ehsan Mirhosseini), een zwijgzame, vriendelijke man die zo op het oog een doodgewoon leven leidt. Hij kibbelt wat met zijn vrouw, verft haar haren, brengt zijn dochter naar school, gaat bij zijn zieke moeder op bezoek, redt de kat van de buren. In de beginscène krijgt hij een grote vormeloze zak in zijn kofferbak. Omdat je het thema van de film kent, denk je al gauw aan een lijk, bij een verkeerscontrole blijkt het echter om een zak rijst te gaan.

Hesmats leven lijkt zich rustig voort te kabbelen. Tot om drie uur ’s nachts de wekker gaat, de nachtdienst begint. Hij rijdt door een verlaten Teheran en moet tergend lang voor een stoplicht staan. Vanuit de garage, die we van de zak rijst herkennen, komt hij in zijn werkkamer, kleedt zich om, zet koffie. Onder een wazig raam flikkeren rode lampjes, als ze na een tijdje groen worden, drukt Hesmat op een knop. Wat volgt is een scène waarmee de banaliteit van het kwaad op zeldzaam schokkende wijze in beeld wordt gebracht.

Het tweede hoofdstuk She said: you can do it verkent een tegenovergestelde positie. De jonge militair Pouya (Kaveh Ahangar) komt in ernstige gewetensnood wanneer hij het bevel krijgt een gevangene te executeren. Iraanse mannen kunnen geen baan vinden of een paspoort aanvragen zonder een certificaat te overleggen dat ze hun verplichte militaire dienst met goed gevolg hebben voltooid. In de nacht voor de executie zweert hij dat hij geen bloed wil vergieten maar dat als hij toch gedwongen wordt iemand te executeren hij zijn opdrachtgever zal doden. Als het zover is, blijft de ter dood verklaarde kalm terwijl beoogde beul Pouya een emotioneel wrak is. Hij onderneemt een verzetsdaad die even dwaas als opzienbarend is.

Geweten
In het derde deel Birthday lijkt soldaat Javad (Mohammad Valizadegan) misschien ook op de vlucht. Hij trekt zijn uniform uit en baadt in de rivier voordat hij naar zijn vriendin Nana (Mahtab Servati) gaat om haar ten huwelijk te vragen. Hij is op een kort driedaags verlof, het baadritueel lijkt bedoeld om zijn geweten te zuiveren. In tegenstelling tot Pouya volgt Javad bevelen op en is hij bereid tot het uitvoeren van een executie. Zijn medesoldaten houden vol dat in hun land niemand zonder reden ter dood gebracht wordt.

Op de verjaardag van zijn verloofde komt hij er achter dat er een link is tussen hem en de man die hij doodde. Hij wordt nog verder onder druk gezet door zijn schoonmoeder die hem vraagt waarom hij in dienst is gegaan. Javad pareert met de opmerking dat hij gehoorzaam is aan de wet en zwijgt veelbetekenend wanneer zij zegt dat hij toch de keus heeft om nee te zeggen. Rasoulof lijkt hier te zeggen dat de doorsnee Iranees uit zelfbehoud misschien wel blind wil zijn voor de onmenselijkheid van het autoritaire regime, maar roept op zijn manier toch op tot verzet.

There is No Evil

Familiegeschiedenis
Het slothoofdstuk Kiss me speelt zich af ver van de bewoonde wereld – het schitterende decor van het Iraanse platteland met dorpsdokter en imker Bahram (Mohammad Seddighimehr), die gebukt gaat onder een lang verborgen geheim. Op zekere dag arriveert de jonge expat Darya (Baran Rasoulof) en komt langzaam maar zeker de familiegeschiedenis naar boven: haar moeder heeft Bahram verlaten omdat hij een executie heeft voltrokken. Darya maakt bezwaar wanneer haar oom haar meeneemt om te gaan jagen, ze weigert levende wezens te doden.

Met dat al lijkt de les van de film: er is kwaad in de wereld en het corrumpeert ons als we daar niet tegen in het geweer komen. Maar wat zouden jij of ik doen als je in de schoenen van de personages stond?

There is No Evil is niet zozeer een vlammende aanklacht, maar veeleer een somber stemmende beschouwing over wat de gevolgen zijn van het perfide systeem van de doodstraf en executie.

De Islamitische Republiek Iran is al jarenlang verantwoordelijk voor meer dan de helft van de geregistreerde executies in de wereld. Volgens een rapport van Amnesty International is er dit jaar sprake van een executiegolf: in de eerste helft van 2022 zijn al meer dan 250 mensen vermoord, pakweg de helft van het ‘normale’ aantal. Een gegeven waarmee There is No Evil nog eens extra aan urgentie wint.

 

11 augustus 2022

 

ALLE RECENSIES

Clara Sola

****
recensie Clara Sola
Een wit paard, maar ook een prins?

door Paul Rübsaam

Clara heeft een vergroeide ruggengraat en leidt aan een ontwikkelingsstoornis. Volgens haar tirannieke moeder staat ze in contact met de maagd Maria, waardoor ze anderen zou kunnen genezen van hun kwalen. Zelf voelt Clara eerder een mystieke verbondenheid met de natuur. Bovendien raakt ze als veertigjarige vrouw in de ban van opkomende erotische verlangens.

Als gevolg van haar lichamelijke handicap loopt en beweegt Clara (Wendy Chinchilla Araya) moeilijk. Haar moeder Fresia (Flor Maria Vargas Chavez) en haar bijna vijftienjarige nichtje Maria (Ana Julia Porras Espinoza) moeten haar helpen met wassen en aankleden. Clara maakt bovendien de indruk te beschikken over de verstandelijke vermogens van een kind.

Clara Sola

Handen
De Costa Ricaans-Zweedse regisseuse Nathalie Álvarez Mesén besteedt in haar film veel aandacht aan de betekenis en verschillende functies van handen. Zo zien we de hoofdpersoon in de openingsscène haar vingers liefdevol uitstrekken naar de witte merrie Yuca. Het dier staat aan de andere kant van de met paarse linten omhangen palen die Clara van haar moeder niet passeren mag. Maar het paard zal zeker naar Clara toekomen, want de twee hebben een intieme band. Je zou het dier zelfs het alter ego van de vrouw kunnen noemen. Yuca rolt bijvoorbeeld met haar witte vacht in de modder, wat Clara ook een keer doet als ze in de witte jurk is gehesen waarin ze moet verschijnen als gebedsgenezeres.

Fresia ziet haar dochter als een eeuwig kind, dat in rechtstreeks contact zou staan met de maagd Maria en daardoor bijzondere gaven heeft ontwikkeld. Op gezette tijden komen zieken en gehandicapten uit de wijde omgeving naar de gebedsruimte in het huis, om daar hún handen in devotie op te heffen naar de Maria aanroepende Clara, in de hoop verlichting van hun kwalen te ontvangen. Dat Clara zelf door een reguliere arts van haar eigen rugklachten zou kunnen worden afgeholpen, is iets waarvan de moeder niets weten wil. “God heeft haar zo gestuurd en zo blijft ze.”

Voorts zijn er de verleidelijke, golvende bewegingen van de hand van paardenverzorger Santiago (Daniel Castañeda Rincón) als hij deze uit het raam van de vrachtwagen in de wind steekt. Bewegingen die Clara later zal nabootsen. Of er is de uitgestrekte hand van Clara, als het kevertje Ofir, dat ze een keer ongemerkt van de rug van Santiago heeft geplukt, haar middelvinger beklimt alsof het een steile rotspiek is.

Verlangens en rivaliteit
Niet in de laatste plaats is de hand het instrument voor Clara’s door haar moeder ten strengste verboden handelingen. Op haar rug liggend in het dichte struikgewas van de Costa Ricaanse jungle legt ze op een gegeven moment een kluitje van gras en aarde op haar kruis. Er volgt een lichte aardbeving, alsof de beroering die Clara ervaart ook die van de Aarde is. Wanneer ze later op de televisie mensen met elkaar ziet zoenen, beroert ze opnieuw het gebied tussen haar benen, tot ergernis van haar moeder, die haar vingers voor straf insmeert met een extract van rode pepers. Maar ’s nachts kan Clara het niet laten zichzelf opnieuw te bevoelen en te bevredigen, met de pijnlijke gevolgen van dien.

Clara Sola

Clara hoopt dat haar verlangens een uitweg kunnen gaan vinden als Santiago haar met toenemende interesse begint te bejegenen. Of gaat zijn belangstelling toch meer uit naar haar nichtje Maria, wier vijftiende verjaardag, de overgang van meisje naar vrouw, traditioneel wordt gevierd? En Yuca, kan Clara zich daar nog op verlaten? Of heeft men voor het dier een andere bestemming gezocht en spreekt de geheime naam ‘Sola’ (‘Alleen’) die Clara voor zichzelf heeft bedacht toch boekdelen?

Bevrijding of blinde muur?
Clara Sola is een betoverende, maar ongemakkelijke film, die je niet snel loslaat. Dat laatste wordt mogelijk versterkt door in ieder geval de schijn van een oneffenheid in de verhaallijn. De rol die haar moeder Clara toebedeelt als gebedsgenezeres, met de daarmee gepaard gaande hardhandige onderdrukking van de seksualiteit van haar dochter, vormt letterlijk en figuurlijk een keurslijf. Clara wil zich daarvan bevrijden en zoekt heling in de natuur. Maar ook daarbij wordt gezinspeeld op haar weliswaar andersoortige, buitengewone gaven.

Is de film het verslag van Clara’s bevrijding, of wanneer je de bovennatuurlijke lagen eraf pelt toch eerder van de confrontatie van een gehandicapte vrouw met de blinde muur van haar erotische desillusies? Of die vraag een duidelijker antwoord had verdiend dan de film verschaft, kan iedere kijker het beste zelf beoordelen.

 

3 augustus 2022

 

ALLE RECENSIES

Mamma Roma

****
recensie Mamma Roma
Pasolini’s verboden film gerestaureerd

door Jochum de Graaf

Mamma Roma was, na Accatone, de tweede grote film van Pier Paolo Pasolini. Als communist, atheïst en homoseksueel stelt hij het katholicisme, prostitutie en ouderschap in het in zijn ogen post-fascistische Italië aan de kaak. Bij het uitbrengen van de film in 1962 werd Mamma Roma in de ban gedaan, omdat de film immoreel zou zijn. Anna Magnani won de prijs voor beste actrice op het festival van Venetië. Deze zomer is de geremasterde versie van deze klassieker te zien in een aantal bioscopen.

In het pregnante zwart-wit decor van het Rome begin jaren zestig, de jaren van de wederopbouw, maar ook van de naweeën van de oorlog en de herinnering aan het fascisme, zien we Anna Magnani in de rol van hoer op leeftijd die uit het vak wil stappen. De beginbeelden zijn al sterk: op de bruiloft van haar vroegere vriendje en pooier Carmine (onderkoeld sterk gespeeld door Franco Citti) zet de aardig aangeschoten Mamma Roma diens huwelijk in al zijn hypocrisie te kakken.

Mamma Roma

Ordentelijke vrouw
Nu haar voormalige beschermheer onder de pannen is met een andere vrouw wil ze zich met haar gespaarde geld opwerken tot een ordentelijke vrouw. Ze schaamt zich voor haar verleden als prostituee en wil opnieuw beginnen als fruitverkoper en de moeder zijn die ze nooit was voor Ettore, haar zoon (mooie rol van Ettore Garofalo) die ze als baby vlak na zijn geboorte achtergelaten had bij familie op het platteland. Ze wil ook voor hem een nieuwe toekomst, angstvallig haar verleden geheimhoudend, maar haar gebrek aan ervaring in het opvoeden van kinderen speelt haar parten.

Ettore maakt in de nieuwe buitenwijk in aanbouw van Rome kennis met verkeerde vrienden en raakt in het vaarwater van buurmeisje, Bruna, een sletje dat het met alle jongens in de buurt doet. Ook Ettore valt al gauw voor haar charmes. Mamma ziet dat met lede ogen aan, probeert hem op het rechte pad te brengen door hem een baantje in een restaurant te bezorgen en hem aan een ‘net meisje’ te koppelen. Geen middel wordt geschuwd, inclusief chanteren, liegen en bedriegen, en ze zet zelfs een collega-prostituee in om Ettore de femme fatale Bruna te doen vergeten.

Dan duikt Carmine weer op en dreigt haar geheim aan Ettore te onthullen en brengt haar en passant ook in diskrediet met haar linkse politieke opvattingen over vrouwenrechten, de bestrijding van armoede en het vele andere onrecht in het Italië van de jaren zestig.

Moeder-zoonrelatie
Mamma Roma is te beschouwen als een verkenning van de symbiose die tussen een moeder en een zoon kan bestaan. Aanvankelijk herenigd drijven ze later uit elkaar als gevolg van jarenlang ontbrekend ouderlijk toezicht. Pasolini personifieert verwaarlozing en slechte ouderlijke begeleiding door Mamma Roma, die koortsachtig probeert een goede moeder te zijn. Haar liefde voor Ettore is niet genoeg omdat haar woorden niets voor Ettore betekenen.

Mamma Roma

Met het opduiken van Carmine komt er een eind aan de moeder-zoonidylle. Het verkopen van haar lichaam in de straten van Rome was vroeger voor haar deels een daad van rebellie tegen een mislukt schijnhuwelijk, nu moet ze het werk hervatten uit chantage door Carmine en kan ze een paar extra lira verdienen om met een paar leuke cadeautjes Ettore aan zich te binden.

Maar Ettore is niet van het slechte pad te brengen, Mamma Roma moet machteloos toezien hoe zij  zich verder in de nesten werkt. Hij wordt in elkaar geslagen, beschuldigd van diefstal in een ziekenhuis en op een hard bed vastgeklonken. De slotscènes met een wanhopige Anna Magnani en de getormenteerde blikken van een vastgeketende Ettore bevatten veel symboliek en zijn van een indringende schoonheid, beelden die nog wel even op je netvlies blijft hangen.

Maatschappijkritiek
De teneur van de film is realistisch: het harde rauwe leven in de buitenwijken van de grote stad, gewone mensen die de aansluiting op de opkomende welvaart nog moeten missen. Pasolini verwerkt in zijn verhaal stevige maatschappijkritiek. Het plot is misschien niet al te diepgaand en soms wat voorspelbaar, maar het dreigende surplus aan melodrama wordt vakkundig vermeden dankzij het geweldige spel van Anna Magnani.

En dan Rome, die eeuwige stad, het met regelmaat terugkerende iconische beeld met in de verte de koepel van de Sint-Pieter en de buitenwijken in opbouw, met hun kale vlakten die binnenkort volgebouwd zullen worden, de gaten en kuilen in het grasveldje waar nu nog gevoetbald kan worden. Een setting in architectuur en sublieme opnamen die sterk ondersteunend aan het verhaal zijn.

 

2 augustus 2022

 

ALLE RECENSIES

Training Day

Tussen goed en kwaad in Training Day
De roep van de wolf

door Tim Bouwhuis

Een themamaand rond Sidney Poitier en Denzel Washington belooft automatisch een reprise van (film)thema’s die in tijden van Black Lives Matter bij voorbaat onder hoogspanning staan. Bij het (her)kijken van Training Day (Antoine Fuqua, 2001) kun je je afvragen of Denzel Washington in zijn Oscarrol als corrupte rechercheur het absolute kwaad belichaamt.

Op de ‘training day’ van een jonge, blanke agent in opleiding zorgt de roep van een wolf direct voor extreme gewetenswroeging. Niemand had Jack Hoyt (een rol van Ethan Hawke) verteld dat de (ongeschreven) wetten van zijn vak zo mogelijk nog meedogenlozer konden zijn dan de wetten van de straat. Alonzo Harris (Washington) is een daadkrachtige sleutelfiguur in het web van dealers en afnemers dat de kansarme (migranten)wijken van Los Angeles omspant, maar zijn optredens en uitspraken verraden al snel een schimmige moraal die de kloof tussen ‘wet’ en ‘wetteloos’ moeiteloos dicht. “Als je iets tegen hen wilt uitrichten, moet je één van hen zijn”, en dus inhaleert Hoyt het fijnere spul zelf ook, en wel op zijn eerste werkdag. Alonzo’s dienstwapen geeft hem weinig keus.

Training Day

Een duivels dilemma
‘De roep van de wolf’ is een karakteristiek inwijdingsmoment: Alonzo imiteert het huilen van de roedel om het kaf (‘de schapen’) van het koren (‘de wolven’) te scheiden en spoort Hoyt aan om hetzelfde te doen. Voor een ‘rookie’ met een gerijpt rechtvaardigheidsgevoel is de roep van Alonzo een duivels dilemma. Hoyt is wat eendimensionaal geïntroduceerd, als een gehoorzame agent die zijn gezin op orde houdt en een naïef vertrouwen heeft in de handhavers van het recht. Scenarist David Ayer (later als regisseur verantwoordelijk voor films als Fury en Suicide Squad) werkt zo welbewust met de kracht van contrast. Omdat het botst tussen de pragmatische wetteloosheid van Alonzo (‘speel het spelletje mee als het je zelf goed uitkomt’) en de premature goedheid van Hoyt, kan de situatie binnen een dag volledig uit de hand lopen.

Het spanningsveld van moraliteit in Training Day heeft een onmisbare raciale component, die een extra dimensie toevoegt aan de thematiek van rechtvaardigheid versus corruptie en verval. Hypothetisch gesteld zullen (nog) meer kijkers anno 2022 vraagtekens plaatsen bij de tegenstelling tussen een ‘goede’ blanke agent in opleiding en een zwarte rechercheur die het niet zo nauw neemt met de wet. Het scenario doet bovendien niets om deze schertsende tegenstelling te bevragen of ontkrachten; de doodsbedreigingen van Russische zware jongens hinten ernaar dat Alonzo zijn ‘straf’ waarschijnlijk niet zal kunnen ontlopen, terwijl Hoyt zichzelf kan louteren door zijn leidinggevende te confronteren.

Gezicht van een generatie
Regisseur Antoine Fuqua (die met Training Day definitief doorbrak in Hollywood, en later onder meer Shooter en Olympus Has Fallen maakte) heeft het in een interview over een ‘wild personage’ dat “moest sterven omdat hij een slecht mens was, een sociopaat”. Maar toch voelde dat voor Fuqua alsof hij een kind verloor. Het ‘kwaad’, absoluut of niet, heeft een vreemde aantrekkingskracht. Denzel Washington, de acteur die ook nog eens het meest tot de verbeelding spreekt als de held van het affiche (van Malcolm X tot Man on Fire en The Equalizer), staat ook als ‘bad guy’ garant voor de beste quotes (“This sh*t is chess, it ain’t checkers!”), en niet Ethan Hawke, maar hij won de Oscar voor beste hoofdrol (voor Hawke bleef het bij een nominatie voor beste bijrol).

Na Sidney Poitier is Washington het gezicht van een generatie zwarte acteurs die wordt geprezen onder de notie van zwarte ‘agency’, ofwel de kracht om te vertegenwoordigen, naar eigen hand te zetten, met Malcolm X (Spike Lee, 1992) als meest typische voorbeeld. Een blanke regisseur was er misschien niet mee weggekomen om Washington zo duidelijk het kwaad te laten belichamen, maar Fuqua is niet blank, en zo speelt Training Day met stereotypen op een manier die onder andere omstandigheden (en later dan 2001, toen de film uitkwam) ongetwijfeld strenger veroordeeld zouden zijn.

Training Day

Ironie van een veroordeling
Als advocaat van de duivel zou je kunnen stellen dat Alonzo in Training Day niet het absolute kwaad belichaamt, maar juist duidelijk maakt dat het kwaad van de (drugs)wereld alleen met kwaad bestreden kan worden. Dat de corrupte hoofdpersoon zwart is, sterkt de geloofwaardigheid van de plot: een blanke rechercheur zou zijn voeten immers niet zo stevig aan de grond kunnen krijgen in de etnisch diverse omgeving die in de film wordt getoond. De woorden van Fuqua en Washington zelf later echter weinig te wensen over. Sterker nog, Washington stond erop dat zijn personage in het definitieve scenario gestraft zou worden (“I told the director I couldn’t justify him living in the worst way unless he died in the worst way”), en dat er dus directe consequenties aan zijn wetteloze gedrag verbonden zouden zijn.

Deze houding laat zien dat grote, haast onbegrensde thema’s als racisme en goed en kwaad zich niet zomaar laten aankaarten door de lens van ‘blank en zwart’; alsof alleen scenarist David Ayer en Ethan Hawke verantwoordelijk zouden kunnen zijn voor de vooroordelen die Training Day in stand zou houden. De ironie is fascinerend: we kijken naar een acteur, Washington, die wordt geprezen om zijn heroïsche bijdrage aan de zwarte filmcultuur. En toch is het grotendeels aan hem te wijten dat je Training Day van een racistische blik op de ‘war on drugs’ kunt beschuldigen.

Kijk hier wanneer Training Day draait.

 

29 juli 2022

 

Meer Sidney Poitier & Denzel Washington

In the Heat of the Night

In the Heat of the Night
Fraai document van de roerige jaren zestig

door Jochum de Graaf

Toen onafhankelijk producent Walter Mirisch en regisseur Norman Jewison besloten om de roman ‘In the Heat of the Night’ van John Ball speciaal voor Sidney Poitier te gaan bewerken, was racisme nog een nauwelijks belicht thema in de cinema. Daar kwam nog bij dat de film een voorloper zou blijken te zijn van vele thrillers die maatschappelijke wantoestanden aan de kaak stellen.

Destijds, in 1968, was de film baanbrekend en werd hij met maar liefst vijf Oscars beloond: beste film, beste acteur (Rod Steiger), beste scenario, geluid en montage. Er waren het jaar daarvoor meer goede en misschien wel betere films gemaakt, als Bonnie and Clyde en The Graduate, maar het paste wel in de tijdgeest dat juist In the Heat of the Night werd uitverkoren door de Oscarjury. De jaren 67 en 68 betekenden het hoogtepunt voor de Amerikaanse protestbeweging, de anti-Vietnamdemonstraties, de grote marsen op Washington. Het zou zomaar kunnen dat de moord op Martin Luther King, april 68, twee dagen vóór het Oscargala, van doorslaggevende betekenis is geweest.

In the Heat of the Night

Segregatie
Het verhaal speelt zich af in Sparta, slaperig stadje in Mississippi, het diepe zuiden van de VS, waar de segregatie tussen blank en zwart openlijk heerst en politiechef Gillespie (Rod Steiger) probeert zijn niet al te wakkere manschappen een beetje scherp te houden. Wanneer op zekere nacht fabrieksondernemer Colbert wordt vermoord, speuren ze heel Sparta af en komen al gauw uit bij een zwarte man, door de agenten onbekommerd als ‘nigga’ aangeduid, die op het treinstation gestrand is.

De netjes geklede Virgil Tibbs (Sydney Poitier, in 1963 al de eerste zwarte acteur die een Oscar won, voor zijn hoofdrol in Lilies of the Field) heeft na een bezoek aan zijn moeder de laatste trein naar Philadelphia gemist en wordt zonder pardon gearresteerd en opgesloten. Gillespie is ervan overtuigd de dader gevonden te hebben. Maar nadat Tibbs zich identificeert als politieagent, maakt  een telefoontje met collega’s in het noorden al snel duidelijk dat Tibbs niet alleen Tibbs onschuldig is, maar bovendien een van de beste rechercheurs in moordzaken.

Om geen problemen te krijgen met zijn collega’s in het noorden en omdat zijn eigen amateuristische politieteam wel wat kan leren van deze specialist uit Philadelphia, stelt Gillespie Tibbs voor om samen de zaak op te lossen. Tibbs staat er niet om te springen, maar vindt de zaak té interessant om nee te zeggen.

Taboes
Er ontrolt zich een plot waarin de scherpzinnige Tibbs een paar keer aantoont dat opgepakte verdachten de moord niet gepleegd kunnen hebben, maar ook zelf op een dwaalspoor uitkomt en een rijke blanke plantagehouder, openlijk tegenstander van Colbert, beschuldigt. De blanke bevolking van Sparta is er niet van gediend dat een zwarte man openlijk blanken beschuldigt en dreigt hem te lynchen. Gillespie redt hem uit de benarde situatie, in de explosieve sfeer rest nog maar weinig tijd, maar uiteindelijk weet Tibbs de echte dader te ontmaskeren.

In 1967 was In the Heat of the Night taboe doorbrekend. De onberispelijk geklede mr. Tibbs houdt vrijwel de gehele film zijn innerlijke beschaving hoog versus de lompige agenten van het politiebureau van Sparta, om nog maar te zwijgen van de rednecks, de plaatselijke bevolking die op zeker moment Tibbs wil lynchen. Er zit een aantal iconische scènes in de film. Tibbs die in het mortuarium het lijk van Colbert onderzoekt, die zwarte handen die blanke voeten beroeren; Tibbs die uiterst zelfbewust zijn white trash belagers toebijt  ‘They call me MISTER Tibbs’ en – nooit vertoond tot dan – de zwarte Tibbs die van de blanke plantage-eigenaar Endicott een klap krijgt en gelijk een klap terug uitdeelt.

En toch is er geen sprake van een zwart-wit sjabloon, een eenduidige strijd tussen goed en kwaad. Poitiers Tibbs is in feite net zo bevooroordeeld als Steigers Gillespie. Zijn minachting voor het blanke uitschot dat hem op zijn plaats probeert te wijzen, neigt bij vlagen naar arrogantie. Steiger zet daar een heetgebakerd, ruig en tegelijkertijd subtiel optreden tegenover dat hem terecht een Oscar opleverde.

In the Heat of the Night

Acteerduel
De intrige van het verhaal, het oplossen van de moord, maakt In the Heat of the Night tot een dramatisch interessante film, en het onverbloemd aan de kaak stellen van racisme is een sterke pijler, maar zijn waarde ontleent de film ook aan de boeiende relatie die zich tussen Tibbs en Gillespie ontwikkelt, het schitterende acteerduel tussen Sydney Poitier en Rod Steiger.

Speciale aandacht verdient de soundscore van Quincy Jones, met ragfijne blues en funk, en als hoogtepunt de titelsong in die kenmerkende stijl van de geweldige Ray Charles. Het was ook de intro van politieserie In the Heat of the Night die NBC, met andere hoofdrolspelers, vanaf 1988 maar liefst acht seizoenen uitzond.

Als je met de ogen van nu naar de film kijkt, komt de nadrukkelijke politieke correctheid misschien gedateerd over, kun je vraagtekens stellen bij de rechttoe rechtaan afwikkeling van de plot, en kan een kniesoor zich storen aan de onbeholpen achtervolgingsscènes. Maar In the Heat of the Night is alleen al vanwege zijn politieke en sociale boodschap een belangrijke film, een fraai document van de roerige jaren zestig in de VS.

Kijk hier wanneer In the Heat of the Night draait.

 

25 juli 2022

 

Meer Sidney Poitier & Denzel Washington

Cry Freedom

Denzel Washington anti-apartheidsactivist in Cry Freedom (1987)
Biko’s geest leeft voort 

door Cor Oliemeulen

September ’77
Port Elizabeth weather fine
It was business as usual
In police room 619
Yihla Moja, Yihla Moja
The man is dead, the man is dead

Zanger en muzikant Peter Gabriel bracht in 1980 zijn song Biko uit ter nagedachtenis aan de Zuid-Afrikaanse anti-apartheidsactivist Steve Biko, die op 12 september 1977 overleed aan zijn verwondingen nadat politieagenten hem na zijn arrestatie een maand eerder hadden mishandeld. De Britse regisseur Richard Attenborough maakte er de film Cry Freedom (1987) over.

Cry Freedom

Zwart bewustzijn
Even wat achtergrond. Na het bloedbad van Sharpeville in 1960, waar duizenden zwarte burgers hadden gedemonstreerd tegen de pasjeswet in Zuid-Afrika, werden het African National Congress (ANC), het Pan Africanist Congress (PAC) en de communistische partij SACP verboden. Veel activisten, zoals Nelson Mandela, belandden in de gevangenis, maar hun organisaties gingen ondergronds verder met hun strijd tegen de Apartheid en voor gelijkheid van de zwarte meerderheid. Eind jaren zestig ontstond uit een christelijke beweging The Black Consciousness Movement (BCM), geleid door de intellectueel Steve Biko.

Denzel Washington kruipt in Cry Freedom in de huid van Steve Biko. Het betekende voor de Amerikaanse acteur de eerste hoofdrol in een speelfilm, terwijl hij ten tijde van de opnamen al enorm populair was als dokter Philip Chandler in NBC’s succesvolle ziekenhuisserie St. Elswhere (1982-1988). Als de charismatische, vriendelijke, grappige, trotse en vastberaden activist Steve Biko werd hij voor een Oscar genomineerd. Tijdens de 35-jarige acteercarrière die volgde, bewees Denzel Washington zijn veelzijdigheid: van vertolkingen van andere legendarische helden in Malcolm X (1992) en The Hurricane (1999), via foute politieman in Training Day (2001) en stijlvolle wraakengel in The Equalizer (2014) tot en met zijn al even geloofwaardige toneelachtige rollen in Fences (2016) en het recente The Tragedy of Macbeth (2021) van Joel Coen.

Richard Attenborough baseerde Cry Freedom (bijna gehaal opgenomen in Zimbabwe) op twee boeken van Donald Woods. Deze witte journalist van een Zuid-Afrikaanse krant was aanvankelijk kritisch op Steve Biko, echter na een bezoek aan een township en enkele ontmoetingen met de anti-apartheidsactivist zag hij met eigen ogen het grove onrecht en raakte hij bevriend met Biko. De regisseur weet het leven van de onderdrukte zwarte meerderheid in enkele confronterende scènes krachtig neer te zetten, maar het is jammer dat niet Biko maar Woods (Kevin Kline) veruit de meeste speeltijd krijgt. Cry Freedom is, net als Attenboroughs Gandhi (1982), eerder een heiligverklaring dan het portret van een held van vlees en bloed.

Steve Biko behoorde tot een van de vele anti-apartheidsactivisten die omkwam in een Zuid-Afrikaanse cel. Het gros liet het leven door politiegeweld, hoewel de officiële verklaringen repten van zelfmoord door ophanging, uitglijden onder de douche, val van trap, et cetera. In het geval van Biko zou het zijn gegaan om een hongerstaking. De film laat er geen misverstand over bestaan dat hij door de veiligheidspolitie was mishandeld, verwaarloosd en uitgehongerd.

Klap
Biko’s arrestatie ging om een vergezochte futiliteit. We zien hem zitten in een ruimte met drie bullenbakken van witte agenten. Tijdens het draaien van deze scène liet Denzel Washington zich inspireren door zijn grote voorbeeld Sidney Poitier in diens beroemde scène uit In the Heat of the Night (1967) waarin die als de zwarte politieagent Tibbs in het racistische zuiden van Amerika een witte plantage-eigenaar terugslaat in zijn gezicht. Het was voor het eerst in de filmgeschiedenis dat een zwart persoon een wit persoon sloeg (terwijl Tibbs/Poitiers reactie niet eens in het script stond). In Cry Freedom wordt de hoofdpersoon in het gezicht gemept door een witte Zuid-Afrikaanse agent, waarna het slachtoffer opstaat en de agent op zijn beurt vol in het gezicht slaat. Aangezien Steve Biko ‘toonbaar’ voor de rechtbank moet verschijnen, blijft verdere mishandeling hem vooralsnog bespaard. De rest is geschiedenis.

Cry Freedom

You can blow out a candle
But you can’t blow out a fire
Once the flames begin to catch
The wind will blow it higher
Oh Biko, Biko, because Biko
Yihla Moja, Yihla Moja
The man is dead

“Yilha Moja” betekent: “Kom, geest!” Steve Biko is dood, maar zijn geest leeft voort.

 

Kijk hier wanneer Cry Freedom draait.

 

22 juli 2022

 

Meer Sidney Poitier & Denzel Washington

Kill it and leave this town

****
recensie Kill it and leave this town
Labyrint der jeugdherinneringen

door Ralph Evers

Een aantal jaar geleden, toen het Holland Animatie Film Festival nog gewoon bestond en de wereld iets ordentelijker was dan nu, was er een blok Poolse animatiefilms. Een land met een bewogen geschiedenis, dus enige eigenzinnigheid was te verwachten. Nou! Dat werd ingelost! Sterker, Poolse animatie, da’s heel eigen koek! 

In 2017 organiseerde het Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam een tentoonstelling gewijd aan surrealisme. Zo was er naast de gebruikelijke namen aandacht voor vrouwelijke surrealisten. Hiermee samenhangend bood de KLU in Utrecht een cursus surrealisme met ook enige aandacht voor de Utrechtse surrealisten, zoals Joop Moesman. Onze docent legde bij Moesman uit dat zijn schilderijen praktisch niet te bevatten zijn zonder het leven van Moesman te kennen.

Kill it and leave this town

Er werd een duidingspoging gedaan aan de hand van wat dagboekfragmenten ten tijde van een schilderij. Toen in de 19e het individu gestut werd, begon de kunst er vanaf begin 20e eeuw haar draai aan te geven. De kunst werd persoonlijker en minder universeel. Om te begrijpen waar het beeld naar verwees of wilde laten zien, is veelal persoonlijke of tijd- en plaatsgebonden culturele context nodig. Later die eeuw trad het postmodernisme ten tonele die vervolgens alle vaste waarheden heeft laten varen. Ook dit komt terug in de kunst, de literatuur, de filosofie en de (helaas) feitenvrije politiek.

Vanwaar deze inleiding? Nu, wanneer je je naar de bioscoop begeeft om de hier beschreven Poolse animatiefilm te bekijken, dan zul je vermoedelijk al gauw het spoor bijster zijn en geen idee hebben waar je nu naar kijkt. Doordat de film bij aanvang zich vooral richt op uitvergrote details en sterk associatief zijn narratief volgt, is het lastig enige chocola te maken van hetgeen je ziet.

Labyrint
Om dan toch enige context te geven: de film speelt zich af in Łódź (spreek uit: Woedzj), de derde stad van Polen, waar het verhaal zich heeft laten inspireren door de jeugdherinneringen van de maker, Mariusz Wilczyński, die opgroeide in de grimmige, door de communisme getekende jaren 60 en 70. Vol metaforen, die vermoedelijk veel meer inhoud hebben wanneer je de culturele setting zou snappen en hallucinante opvolgingen van beelden, die zich eerder als een droom laten begrijpen, komt een postmodern gestructureerd narratief naar voren. Zowel de chronologie als de ontvouwing van scènes (vaak aanvankelijk als close-up gestart, waarna de context gaandeweg volstrekt transformeert) laten zich nog het best vertellen als een labyrint waarin regelmatig verdwalen misschien tot ergens leidt.

Kill it and leave this town

Avontuur
De film doet denken aan het werk van de Estse animator Priit Pärn. Ook hij gebruikt een sterk idiosyncratische stijl en zit vol absurde vondsten die vaak vooral als politieke satire begrepen moet worden. Aanvankelijk is het geen gemakkelijke zit, zowel de tekenstijl met haar rare kaders en perspectieven, de smoezelige, ongemakkelijke personages en de van de hak op de tak springende verhaallijn. Edoch, eenmaal gegrepen door het ritme en de gaandeweg zich ontvouwende (droom)logica van dit werk, zal het menig avontuurlijke filmliefhebber zeker weten te bekoren. Daarbij heeft Wilczyński optimaal gebruik gemaakt van het medium animatie. Niet enkel door de eigenzinnige stijl, maar zeker door de sfeer die het oproept. Het valt zo treffend samen met de grijze brutalistische Sovjet-bouwstijl op een regenachtige oktoberdag uit zijn jeugdjaren.

 

20 juli 2022

 

ALLE RECENSIES

Guess Who’s Coming to Dinner

Guess Who’s Coming to Dinner (1967) met Sidney Poitier
Lastige thema’s aansnijden als een stuk taart

door Bob van der Sterre

Een bijzondere film, Guess Who’s Coming to Dinner. Gemengde relaties als onderwerp van de film? Gewaagd! Maar is de film echt goed? En hoe zit het met de tranen van Katharine Hepburn?

Witte dochter komt bij witte ouders en toont haar nieuwe vlam: een zwarte man. Ze kennen elkaar tien dagen en willen trouwen. Niet eenvoudig te slikken voor de ouders. Ook al gaat vader Matt juist prat op zijn liberale denken. Het is wat anders als je het zelf moet doen.

Guess Who's Coming to Dinner (1967)
Ze trekken de zere pleister er maar meteen af: is dat maar gedaan. Een avond hebben de ouders om hun zegen te geven. Gelukkig is John een perfecte dokter, die en passant de wereld met VN-operaties erop vooruit helpt. Dat maakt het wel minder zuur. Maar toch. Waarom zo snel?

Eerst komt een vriend, een priester, zijn woordje doen. Dan komen de ouders van John ook op bezoek. Die twijfelen zelf ook. Zelfs de zwarte huishoudster Tilly heeft haar bedenkingen: ze is zeker dat John een oplichter is.

Spanning is om te snijden en eindigt met een speech van vader Matt waarbij hij alle reacties langsgaat.

Van mens tot mens
Guess Who’s Coming to Dinner is zo’n film die vastberaden komt aangerend om een beladen sociaal thema, gemengde huwelijken, aan te snijden als een stuk taart. Dat gebeurt eens niet onder het mom van een thriller maar gewoon, rechtstreeks: van mens tot mens. Soms luchtig, soms serieus.

Dit was ook nog 1967, een zeer woelige tijd waarbij de raciale ongelijkheid nog veel groter was. Niet voor niets zegt vader Prentice tegen zijn zoon: “In zestien of zeventien staten zou je de wet breken. Je zou een crimineel zijn.” Dat was geen overdrijving, dat was echt zo.

Hoe overleeft Guess… anno nu?
Eerst het goede nieuws: veel films missen hart en ziel: niet deze. Dit verhaal van scriptschrijver William Rose (die met het idee kwam) bevat verrassend veel krachtige monologen die je nu nog steeds raken. En bovendien nog wat wranggeestige oneliners: “Hij denkt dat je gaat flauwvallen omdat hij een zwarte man is.” “Nou ik ga niet flauwvallen, maar ik ga er wel even bij zitten.”

Het helpt dat je naar ijzersterk drama-acteerwerk kijkt van acteurs met in wezen komische aanleg, die vaak juist goed hun mannetje of vrouwtje staan in dramafilms. Laat dat maar aan Spencer Tracy, Katharine Hepburn en Sidney Poitier over. Frappant hoe ze zulke schetsmatige typetjes vrij eenvoudig tot leven krijgen. Hepburns nicht Katharine Houghton als Joey werkt verrassend goed als contrast bij deze acteerkanonnen.

En dus een paar mooie oprechte scènes waarbij je even moeten slikken. Met als hoogtepunt als Sidney Poitier tot tranens aan toe aan zijn vader uitlegt dat hij niet zijn eigendom is…

Poitier haalt echt alles uit de kast tijdens deze korte scène. Let op zijn vele blikveranderingen en toonveranderingen als hij die memorabele woorden zegt: “Pa, je bent mijn vader. Ik ben je zoon. Ik hou van jou. Heb ik altijd gedaan en zal ik altijd blijven doen. Maar jij denkt aan jezelf als een man van kleur. Ik denk aan mezelf als een man.”

Of als de ogen van Katharine Hepburn vol tranen staan… Daar komen we nog op terug.

Schematisch en voorzichtig
Dan wat minder goed werkt: de film is voorzichtig en schematisch.

Regisseur Stanley Kramer en scriptschrijver William Rose wisten de film perfect ‘hart’ te geven, maar ze wisten niet hoe ze dat vernieuwend moesten brengen. De film is schaamteloos toneelstukkerig. Alle gesprekken worden onnatuurlijk aan elkaar geregen. En de muziek is ook vrij pover. Alsof het verhaal ‘helaas’ verplicht verfilmd moest worden.

Té schematisch is bijvoorbeeld de metafoor als Matt ijs bestelt en dat hij niet kent maar hem goed smaakt. Vervolgens rijdt hij een zwarte man aan en geeft hém de schuld van de aanrijding. Voilà: hier zijn persoonlijke dilemma in een notendop.

En als liefhebber vraag je je wel een beetje af: wat blijft er over als je het beladen thema uit de film haalt? Op goed acteerwerk en enkele hartverwarmende momenten na, niet veel denk ik. Zonde. In een andere recensie las ik een vergelijking met The Graduate (ook 1967), dat ook over een taboe gaat maar dat aldoor voor minder gewone oplossingen kiest.

De film heeft ook wat eigenaardigheden als je erover nadenkt: de film gaat over wit en zwart maar de ouders van John zijn minder goed ontwikkeld in de film dan de ouders van Joey. En waarom toch die haast?! Zeker voor een stel dat elkaar tien dagen kent… Het geeft het script vaart maar is ook een beetje dwaas. En tot slot heeft John geen enkele slechte eigenschap. Dat maakt hem in feite minder geloofwaardig.

De tranen van Katharine Hepburn
Daar zijn we dan: hoe zit het met de tranen van Katharine Hepburn? Dat is puur verdriet.

Hepburn heeft deze film nooit meer gekeken. Reden: dit waren haar laatste herinneringen aan haar levensgezel Spencer Tracy, met wie ze in negen films samen speelde. Hij was heel ziek tijdens het maken van de film en stierf tien dagen nadat de film klaar was, in juni, terwijl de film pas in december in de VS in roulatie zou gaan.

Katharine Houghton die Joey speelde: “Dat wisten we allemaal. Het was helemaal geen leuke tijd.” Ze hadden zelfs twee scripts: een voor als Tracy eerder zou overlijden, en het gewone.

Misschien dat er daarom zoveel tranen vloeien in deze film. Hepburns ogen schieten iedere tien minuten wel een keer vol. Maar ook de andere acteurs laten de tranen gaan.

Er is een specifieke, bijzonder ontroerende zin aan het einde die haar zichtbaar immens ontroert. Zij dacht alleen op dat moment niet aan de situatie van haar dochter, maar aan haar en Tracy en zijn aankomende sterven. Twee keer ontroering voor de prijs van een.

Tracy zelf was opgelucht dat hij de film nog kon afmaken. De laatste scène was ook zijn laatste scène ooit. Met die wetenschap kijk je toch anders naar deze film. Het is ronduit verbijsterend wat Tracy in zijn doodzieke staat nog aan acteerwerk wist te leveren.

Guess Who's Coming to Dinner (1967)

En Sidney?
Voor Sidney Poitier zou het heel anders gaan: de laatste twintig jaar van zijn leven speelde hij niet meer in films. Anders dan Tracy (die overleed op zijn 67ste) haalde hij de respectabele leeftijd van 94 jaar. Hij overleed afgelopen januari.

Het was een eenzame wereld voor zwarte acteurs in zijn tijd. In een necrologie van NBC wordt een eerdere, schrijnende quote aangehaald: “Ik maakte films toen de enige andere zwarte man daar de schoenenpoetser was. Ik was een beetje de lone guy.”

Misschien was het in zekere zin een voordeel als acteur en als mens dat hij de ballast van Amerikaanse segregatie miste. Hij werd geboren in de VS maar groeide op in de Bahama’s – is zelfs ambassadeur geweest voor de Bahama’s – waar vrijwel iedereen zwart was. Hij ging pas op achttienjarige leeftijd naar Harlem, New York. Was even dakloos, hobbelde van baantje naar baantje. Hij oefende op zijn accent en na een paar toneelstukken ging het opeens snel en debuteerde hij op zijn 23ste in een film.

En toen ging het snel en werd hij een soort symbool als eerste bekende zwarte acteur in de jaren vijftig en zestig. Zijn rollen gingen óók over zijn uiterlijk. Pas in 1965 zou hij in een film spelen waarin zijn kleur geen rol speelde (The Bedford Incident).

Poitier was een intelligente man die kalm omging met alle raciale issues die voor zijn voeten kwamen. Luister naar deze fantastische opmerkingen van Poitier in 1968, bijna weer een speech van Guess… op zichzelf. Het was een eenzame wereld voor zwarte acteurs.

Dus de perfecte rol voor Guess Who’s Coming to Dinner… Net als zijn karakter zou hij zelf ook veel doen voor de burgerrechtenbeweging in de VS. Uiteindelijk deed niets méér voor de zwarte zaak dan meedoen aan deze film die, hoe plompverloren en conservatief ook, toch bijdroeg aan meer onderling begrip. “Hij was de Hollywoodafdeling van de burgerrechtenbeweging!” zei Wesley Morris, criticus van The New York Times.

Het blijft altijd zo vreemd als filmlevens en echte levens via een bizarre kronkel samenkomen.

 

Kijk hier wanneer Guess Who’s Coming to Dinner draait.

 

15 juli 2022

 

Meer Sidney Poitier & Denzel Washington