De Oost

****
recensie De Oost

Grauwe historische spiegel

door Jochum de Graaf

Tijdens het draaien van De Oost zuchtten cast en crew onder de hitte, overstromingen en tropische ziekten op Java. Zonnesteken, knokkelkoorts, malaria, buiktyfus, schorpioenen, moeizame onderhandelingen met de Indonesische autoriteiten, het leger dat met regelmaat langskwam op de set, de coronapandemie die de opnamen stillegde, er zijn maar weinig ontberingen die de film bespaard zijn gebleven.

Geldnood, ook zoiets. Regisseur Jim Taihuttu moest naar verluidt inkomsten uit zijn dj-bijbaan investeren en alleen door een deal met Amazon – waardoor de film nu eerst via een streamingdienst te zien is voordat hij in de bioscoop komt – konden de laatste draaidagen opgenomen worden.

En dan was er nog een kort geding, waarbij een organisatie van Indië-veteranen een extra disclaimer aan het begin van de film eiste, omdat de uniformen van de soldaten, de insignes, de snor van kapitein Westerling, een van de hoofdrolspelers, de belettering van de titel teveel reminiscentie aan de nazitijd zou verbeelden.

De Oost

Schijnrumoer
Eerlijk gezegd denk ik dat dit schijnrumoer de makers uit publiciteitsoverwegingen niet zo slecht uitkwam. Indië-veteranen zijn nogal makkelijk uit de tent te lokken. Denk aan de affaire-Hueting eind jaren zestig (aantonen oorlogsmisdaden), het tumult rond het bezoek van Poncke Princen midden jaren tachtig (vermeende overloper) en het aanbieden van excuses door onze koning ruim een jaar geleden voor het door Nederland gepleegde geweld, nota bene ruim 70 jaar na dato.

Terecht dat de rechter de eis voor een extra disclaimer aan het begin van de film afwees. De Oost is geen documentaire over de koloniale oorlog, eufemistisch aangeduid als ‘politionele acties’, die Nederland tussen 1945 en 1949 tegen de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië uitvocht; geen nauwgezet verslag van de vermeende wandaden van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger met pakweg 100.000 slachtoffers aan Indonesische en 5.000 aan Nederlandse kant; geen zwart-witfilm over goed en kwaad waarbij de Nederlandse soldaten als nazi’s worden weggezet.

Moreel moeras
De Oost is een dramatische schets hoe naïeve jongens van diverse pluimage uit alle windstreken, hoeken en gaten van het land langzaam maar zeker een oorlog voor een kansloos doel, de herovering van kolonie Indonesië, werden ingezogen. Maar bovenal vertelt de film het individuele verhaal van Johan de Vries (een veel Hollandser naam kun je niet verzinnen) die door een krampachtig streven naar revanche in een moreel moeras belandt.

De Oost

Martijn Lakemeier speelt overtuigend de soldaat die in 1946 samen met ruim honderdduizend anderen wordt uitgezonden om in Nederlands-Indië orde op zaken te stellen. In het eerste deel van de film raakt hij langzaamaan gefrustreerd van het landerige soldatenleven met patrouilles door doodsbange kampongs waar niemand iets over opstandelingen durft te zeggen, het gemopper en gevloek op ‘zwartjes’ en ‘apen’, het vermaak met stoere praatjes en bordeelbezoek. Johan doet de nodige moeite om zich in de Indonesische cultuur te verdiepen, hij deelt koekjes uit aan kinderen, leert zichzelf de taal en heeft een affaire met prostituee Gina. Hij lijkt een ‘eerlijke’ soldaat met een groot rechtvaardigheidsgevoel.

Zuiveringen
Dat gewone soldatenleven verandert op slag met de verschijning van kapitein Raymond Westerling (sterke rol van Marwan Kenzami) op het strijdtoneel. Johan raakt meer en meer in de ban van deze even charismatische als onberekenbare ‘Turk’ die eind 1946 met een speciale eenheid, het door hem zelf samengestelde Depot Speciale Troepen (DST), carte blanche kreeg om Zuid-Celebes, het tegenwoordige Zuid-Sulawesi, van alle opstandige elementen te zuiveren. De nog steeds ernstig omstreden Westerling gaf daar een eigen invulling aan en werd beschuldigd van excessief geweld, misdaden tegen de menselijkheid en het veroorzaken van vele burgerslachtoffers.

Wreed en straight is hij, de man die de mensheid in twee soorten opdeelt: ‘je bent jager of je bent prooi’. Het gaat van kwaad tot erger. Eerst worden de kampongs platgebrand, later gaat hij over tot standrechtelijke executies. De namen van mogelijke verraders staan bij hem in een boekje en bij het omroepen van de naam moeten ze naar voren komen en worden zonder pardon neergeknald. Op dit punt begint de film toch een beetje te wringen. Niet zozeer omdat het geweld fel realistisch en bruut in beeld wordt gebracht, maar meer omdat het zo breed uitgesponnen wordt en het daarmee nogal wat tijd kost voor Johan om tegen deze oorlogsmisdaden in het geweer te komen en de plot een dramatische wending neemt.

De Oost

Karakterontwikkeling
Daarentegen is wel de opbouw van de karakterontwikkeling van Johan goed gedoseerd. In eerste instantie fungeert hij als een soort rechtvaardige soldaat, later kiest hij toch uit verveling of misschien tegen de achtergrond van het NSB-verleden van zijn vader voor de foute kant aan de zijde van Westerling. We zien in flashforwards hoe hij zijn door PTSS en wrok getekende leven in het naoorlogse wederopbouwend Nederland niet goed meer op de rails krijgt. Er is hier geen enkele aandacht voor wat hij heeft meegemaakt. Dat hij tenslotte toch opstaat tegen zijn mentor in een hernieuwde confrontatie van Johan met Westerling leidt tot een opera-achtige apotheose met een onverwacht slot.

De Oost – uitgebracht in de tijd dat bijvoorbeeld het NIOD grondig onderzoek doet naar de oorlogsmisdaden in Indonesië en met het boek Revolusi van David Van Reybrouck eindelijk serieuze aandacht komt voor deze donkere, veel te lang onderbelichte episode uit de vaderlandse geschiedenis – houdt ons een grauwe historische spiegel voor.

De Oost is sinds 13 mei te zien op Prime Video en verschijnt op het witte doek zodra de bioscopen weer open mogen.

 

14 mei 2021

 

ALLE RECENSIES

De nueva otra vez

*
IFFR Unleashed – 2019: De nueva otra vez
Een gebroken voorruit en verder?

door Paul Rübsaam

‘Docufictie’ staat in De nueva otra vez (2019) van de Argentijnse regisseuse Romina Paula blijkbaar voor twee keer niets. Diaseries en statische voordrachtjes compenseren allerminst het pijnlijke gebrek aan bewegend beeld dat de emotionele crisis van de protagoniste zichtbaar en voelbaar maakt.

Een dia van een bestelwagen met een gebroken voorruit. Ondertussen vraagt protagoniste en regisseuse Romina Paula (1979) zich in een voice-over af of het gezonde verstand haar de das om heeft gedaan. Met ‘gezond verstand’ bedoelt ze: je leven leiden zoals dat van je verwacht wordt. Daarmee is dit openingsbeeld van de hybride De nueva otra vez nog niet eens onaardig: je doet je best en toch krijg je panne.

De nueva otra vez

Huis-, tuin- en keukenscènes
Maar wat is er aan de hand met de hoofdpersoon? Haar vriend (tevens vader van haar driejarige zoontje Ramón) heeft het in hun landelijke huis nabij Córdoba druk met zijn werkzaamheden. Zelf heeft ze behoefte aan een retraite in Buenos Aires, in het huis van haar eigen moeder, die dan ook wat voor Ramón kan zorgen. Maar waarom precies? Heeft ze een verlate post-partumdepressie, een vroege midlifecrisis of leidt ze aan een chronische vorm van adolescentie?

Het moederschap valt Romina zwaar, mogen we geloven. Dat kan natuurlijk. Maar Ramón lijkt, voor wat we van hem te zien krijgen, toch een leuk knulletje. En van de nu en dan wat peinzende blikken van Romina zelf worden we ook al niet veel wijzer. De vriend begraaft zich ondertussen blijkbaar zo fanatiek in zijn werk dat we nauwelijks iets van hem te zien krijgen. We komen er dus ook niet achter wat hem beweegt.

En dan de moeder van Romina. In weinig verontrustende huis, tuin- en keukenscènes betoont ze zich als Romina’s steun en toeverlaat een oase van begrip. Of moeten we deze alleraardigste vrouw soms kwalijk nemen dat ze als Argentijnse van geboorte consequent de taal van haar Duitse grootouders is blijven spreken?

Voorts geeft Romina een jongeman die ze leuk vindt Duitse les, gaat ze naar een feestje waar zich tegen heug en meug settelende dertigers nog wat kunnen flirten en drinken en zoent ze een beetje met de artistieke jongere zus van haar beste vriendin Mariana, waaruit we dan nog kunnen opmaken dat haar seksuele identiteit nog niet helemaal een uitgemaakte zaak is.

Duitsland en jager-verzamelaars
De meer geënsceneerde delen van de film moeten Romina’s schimmige emotionele geworstel blijkbaar van een universelere dimensie voorzien. Zo vertelt Mariana staande voor de projectie van een dia waarvan de betekenis onduidelijk blijft iets over het verschil tussen het leven op het platteland en het leven in de grote stad, waarbij ze regelmatig en gretig de woorden ‘opinie’ en ‘abstractie’ gebruikt.

De jongeman die Duitse les krijgt, mag met behulp van dia’s van onder andere Der Brandenburger Tor iets vertellen over zijn geplande reis naar Duitsland, een land waarvan hij nog niet of het hem aantrekt of juist afstoot.

En de artistieke jongere zus van Mariana haalt in haar voordrachtje de mythe rond Zeus en zijn moederloze dochter Athena erbij om op te roepen tot de revolutie van de ‘dochters’ (kinderloze jonge vrouwen die in het Argentinië van de toekomst het voortouw moeten gaan nemen).

De nueva otra vez

Zelf leest Romina in de tuin haar moeder en andere oudere vrouwen uit het gymklasje van haar moeder voor uit een boek waarin betoogd wordt dat ‘de man’ is blijven steken in zijn oerfase van jager-verzamelaar, terwijl ‘de vrouw’ zich veel beter staande weet te houden in de moderne samenleving. Verder becommentarieert ze regelmatig dia’s uit het familiealbum, waarbij ze het doorsneegehalte en de Duitse origine van haar familie benadrukt. Wat dit te maken heeft met haar eigen, op zich al vaag blijvende huidige levensfase wil zich maar niet aan de kijker mededelen.

Nog maar eens een keer
Het geheel van De nueva otra vez imponeert niet als meer dan de som van de weinig overtuigende delen. Er is geen interactie van betekenis tussen het te alledaagse ‘dynamische’ gedeelte van de film en het te pretentieuze statische, die zich vermoedelijk als praktijk en theorie tot elkaar hadden moeten verhouden.

Blijkens de titel van de film (in het Engels: Again Once Again) wil de protagoniste door de weg van haar eigen leven in omgekeerde richting af te leggen tot dieper inzicht komen. Het jubilerende IFFR had hier echter geen reden in mogen zien om dit twee jaar oude, quasidiepzinnige oudere meisjesgezemel ‘nog maar eens keer’ te programmeren.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 9 juni 2021.

1 mei 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

11 Minutes

***
IFFR Unleashed – 2016: 11 Minutes
Een stip aan de horizon

door Cor Oliemeulen

Dat er in elf minuten verdomd veel kan gebeuren, bewijst filmmaker Jerzy Skolimowski, die in vijftig jaar International Film Festival Rotterdam (IFFR) maar liefst twintig films mocht presenteren. 11 Minutes onderstreept de eigenzinnigheid van zowel filmmaker als filmfestival.

In Amores Perros (2000), het memorabele speelfilmdebuut van de Mexicaanse regisseur Alejandro G. Iñárritu, komen de verhalen van drie personen ingenieus samen tijdens een auto-ongeluk. De Poolse filmmaker Jerzy Skolimowski doet er in 11 Minutes (2015) een schepje bovenop. In een mozaïekvertelling met korte scènes brengt hij de levens van een stuk of tien mensen bij elkaar in een spectaculaire, enigszins potsierlijke, finale.

11 Minutes

Mozaïekvertelling
We maken kennis met een jaloerse man die langzaam buiten zinnen raakt, omdat hij vermoedt dat zijn kersverse echtgenote, een actrice, in hotelkamer 1111 vreemdgaat met een gladde Hollywood-regisseur. Tussendoor volgen we verrichtingen van een coke snuivende drugskoerier, een labiel meisje met hond, een verwarde student die aan een onbekend project werkt en een zojuist vrijgelaten delinquent die nu hotdogs verkoopt, zoals aan vier nonnen. En dan hebben we nog een glazenwasser die op grote hoogte werkt, een oude tekenaar die een brug tekent en ambulancemedewerkers die na een spoedmelding een gebarricadeerde flatwoning proberen te bereiken.

11 Minutes begint origineel met beelden van een smartphone, een laptop en veiligheidscamera’s. Op een van die monitoren ziet een beveiligingsmedewerker een mysterieuze zwarte stip. Volgens zijn collega is het een kapotte pixel op het scherm, maar wanneer er na de krankzinnige apotheose op het eind van de film wordt uitgezoomd op al die veiligheidscamera’s lijkt het wel alsof die donkere plek een deel van een drukke straat betreft. Toevallig knoeide de oude tekenaar eerder een zwarte inktdruppel op zijn tekenvel en zegt de verwarde student tegen hem dat ook hij die zwarte stip in de lucht heeft gezien. Ook de gladde Hollywood-regisseur wees de actrice eerder op een stip toen ze samen even op het balkon van de hotelkamer stonden.

11 Minutes

Welke verklaring?
De kijker die wacht op enige verklaring van de gebeurtenissen in de film kan beter met zijn grote teen gaan spelen. Natuurlijk staat het hem of haar vrij een betekenis achter die zwarte stip te zoeken, want een ander houvast komt er niet. Dat hoeft ook niet, want 11 Minutes moet je gewoon onbevangen en onbevooroordeeld tot je laten komen. De meeste personages zijn naamloos, net als in Skolimowski’s vorige film, Essential Killing (2010), waarin de kijker ook al moet gissen naar de achtergrond en motieven van het personage. De vraag of die nou wel of geen talibanstrijder is, is niet zo relevant. De regisseur, die ooit beweerde dat hij zijn films puur voor zichzelf maakte, speelt graag een spelletje met zijn publiek.

Het moet gezegd dat Skolimowksi het tempo en de spanning er met vlotte montages goed in houdt. Speciale aandacht voor de geluidsband, die Radoslaw Ochnio als beste sound designer een European Film Award opleverde. Zonder zich op te dringen, kunnen we door het geluid nog enigszins de personages en hun angsten begrijpen. Ook de cameravoering is inventief, getuige enkele spanningsvolle en technisch knap gemaakte trackingshots. Al met al is 11 Minutes het zoveelste deels geslaagde filmexperiment van de Poolse regisseur, maar daardoor niet minder interessant.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 9 juni 2021.

30 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Parabellum

**
IFFR Unleashed – 2015: Parabellum
De oorlog in je hoofd

door Ries Jacobs

De filmtitel verwijst naar het Latijnse spreekwoord Si vis pacem, para bellum: als je vrede wilt, bereid je dan voor op oorlog. Regisseur Lukas Valenta Rinner liet zich bij het maken van Parabellum inspireren door de Doomsday Preppers die zich voorbereiden op het einde van de beschaving. Klinkt onheilspellend, maar levert het ook een interessante film op?

Het leven van de Argentijn Hernan is even grijs als de grauwe straten om hem heen. Daarom besluit hij op vakantie te gaan. Niet zomaar een vakantie, maar een survivalbootcamp. Met een aantal lotgenoten die stuk voor stuk even onopvallend en zwijgzaam zijn, verblijft hij in een paradijselijk resort, alwaar ze volgens de IFFR-website “onder dreiging van het einde van de wereld afstand nemen van hun humanistische ideeën en een transformatie ondergaan van burger tot roofdier”.

Parabellum

Weinig woorden
In plaats van uitslapen in de houten blokhutten, luieren bij het zwembad of genieten van het hen omringende regenwoud, zijn de deelnemers de hele dag actief. Ze krijgen les in zelfverdediging, pistoolschieten en overlevingsmethoden. Zonder werkelijk met elkaar te communiceren, komen de leden steeds meer in een gevechtsmodus te staan. Je kunt Parabellum dan ook bekijken als het realistische alternatief voor de hausse aan doomsday-films die Hollywood ons de afgelopen decennia in de maag splitste. Weinig actie, veel psychologie.

Het (geschatte) budget van Parabellum bedroeg slechts 400.000 dollar en dat is te zien. De beelden zijn sober en soms over- of onderbelicht (het lijkt bij vlagen of je naar een Dogma-film kijkt) en het camerawerk is oninteressant. Spannende dialogen en goed acteerwerk zouden dit kunnen compenseren, maar ook hieraan ontbreekt het. Gaandeweg rijst de vraag waarom Valenta Rinner niet meer gebruikmaakt van zijn acteurs. De Oostenrijkse regisseur geeft de acteurs zo weinig tekst dat de meeste scènes voorbijgaan zonder dat er meer dan enkele woorden gesproken worden.

Parabellum

Transformatie
In een interview met het Britse Eye for Film vertelt de regisseur dat hij een observerende film wilde maken ‘met weinig focus op woorden en dialoog’. Hiermee nam Valenta Rinner een gok. Het uitgangspunt van de film – geïnspireerd door Amerikaanse Doomsday Preppers maakt een groep mensen een transformatie van burger tot roofdier door – heeft juist veel woorden nodig. Dialoog is de sleutel die toegang geeft tot het transformatieproces in de hoofden van de personages. Omdat de ontwikkeling van de karakters het uitgangspunt van het verhaal is, komt Parabellum nauwelijks op gang. Het wordt gedurende de film steeds onduidelijker waar de regisseur nu eigenlijk heen wil.

Bij het uitkomen van zijn prijswinnende film Uncle Boonmee Who Can Recall His Past Lives (2010) zei de Thaise filmmaker Apichatpong Weerasethakul in een interview met The Guardian dat ‘je niet alles hoeft te begrijpen’. Zijn films zijn nooit helemaal af zodat de kijker het verhaal zelf kan aanvullen. Ditzelfde lijkt Valenta Rinner te willen doen, alleen werkt het dit keer niet. Een avondje Parabellum is als een bezoek aan een restaurant waar je de karbonade rauw op je bord krijgt.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 9 juni 2021.

28 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Something Must Break

****
IFFR Unleashed – 2014: Something Must Break
Weg met hokjesdenken

door Michel Rensen

Terwijl Ellie op zoek is haar eigen identiteit te ontdekken, wordt ze op slag verliefd op Andreas. Kan de relatie standhouden, terwijl ze zichzelf nog niet kent? En kan iemand überhaupt van haar houden?

De opening van het Tiger Award winnende Something Must Break van de Zweedse regisseur Ester Martin Bergsmark doet vermoeden dat het een doorsnee coming-of-agefilm is met een feestende, rebelse jonge vrouw met geverfd rood-zwart haar en een neuspiercing. De film blijkt al snel een andere invalshoek te hebben als haar huisgenoot met de naam Sebastian verwijst naar het hoofdpersonage, gespeeld door transgenderactrice Saga Becker.

Something Must Break

Lustobject
Het ongemak van deze adressering is van haar gezicht af te lezen. “Ik wil Ellie zijn”, zucht ze even later in eenzame stilte. Een verlangen dat ze nog niet naar anderen durft uit te spreken. De zoektocht naar haar eigen (gender)identiteit is pas in de beginfase, hoewel de afkeer tegen ‘Sebastian’ groeit. Die afkeer tegen zichzelf uit zich niet alleen in haar onzekerheid, maar ook in masochistische seksuele fantasieën en (zelf)destructief gedrag. Als ze controle over de situatie verliest, slaat ze om zich heen of trekt ze zich terug in anonieme seksuele escapades met mannen die haar als niets meer dan een lustobject zien.

Na een transfobe aanvaring in een toilet, ontmoet ze Andreas (Iggy Malmborg), haar redder in nood. De vonk slaat meteen over, maar de relatie tussen de twee blijkt moeizamer te verlopen dan Ellie hoopt. Andreas’ angst voor hoe de buitenwereld tegen hem aankijkt en Ellies eigen destructieve karakter gooien telkens roet in het eten. Een continue afwisseling van aantrekking en afstoting volgt, waarin intieme seksscènes opgevolgd worden door slaande ruzies en obsessieve stalking. Schoonheid en walging liggen steeds dicht bij elkaar.

Liefdevol portret
De film schittert het sterkst wanneer de camera op Becker gefocust is. Haar subtiele acteerwerk maakt een eeuwig gevoel van dwaling invoelbaar, alsof haar personage nergens echt op haar plaats is. Something Must Break laat die onzekerheid zien, maar gaat er slechts beperkt in mee. Hoewel Ellie sterk twijfelt of ze wel écht gezien en geliefd kan worden, laat de camera er geen twijfel over en de film brengt haar op een intieme en liefdevolle manier in beeld. De film lijkt Ellie al te kennen voor ze zichzelf kent.

Something Must Break

Kan Ellies zoektocht naar haar identiteit wel verenigd worden met de ontvlammende liefde? Het lijkt onverenigbaar en leidt steeds weer tot conflict. Andreas voelt zich vooral in het openbaar zeer ongemakkelijk met Ellies androgyne voorkomen. Hokjesdenken compliceert de relatie als Andreas na hun eerste intieme moment abrupt stelt dat hij niet homoseksueel is en Ellie alleen achterlaat. Zijn angst voor de blik van anderen blijkt telkens sterker dan zijn aantrekkingskracht tot Ellie. Haar eigen onzekerheid over haar identiteit maakt het voor de twee nog lastiger.

Enige weg naar vrijheid
Als Ellie haar wens om als Ellie door het leven te gaan aan Andreas vertelt, lijkt hij in eerste instantie haar nieuwe identiteit te omarmen, maar ook hier zitten haken en ogen aan. Binnen Andreas’ heteronormatieve wereld moet elke vorm van ambiguïteit immers verholpen worden.

Andreas liefde is afhankelijk van hoe vrouwelijk ze is, en binnen een heteronormatieve seksuele relaties spelen de geslachtsdelen daarin om de een of andere reden altijd een prominente rol. Gelukkig wordt het Ellie duidelijk dat zijn tere heteroseksuele ziel niet in staat is om haar te accepteren voor wie ze is. De enige weg naar vrijheid is door los te raken uit zijn obsessieve pogingen om haar binnen zijn beperkte kaders te begrijpen, weg van alle hokjes.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 9 juni 2021.

26 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

It Felt Like Love

****
IFFR Unleashed – 2013: It Felt Like Love
Seks om erbij te horen

door Cor Oliemeulen

It Felt Like Love is een tienerfilm die ook voor ouders van tieners zeer geschikt is. Natuurlijk moeten jongeren zelf zien te dealen met hun ontluikende seksualiteit, maar een klein beetje begeleiding van een ervaringsdeskundige kan soms uitwassen voorkomen.

Onafhankelijk filmmaakster Eliza Hittman heeft de gave om de zoektocht naar identiteit van pubermeisjes op een oprechte manier neer te zetten. Ging het in Never Rarely Sometimes Always (2020) over de 17-jarige Autumn die met haar zwangere vriendin van het behoudende Pennsylvania afreist naar New York om aldaar een abortus te kunnen laten plegen, in It Felt Like Love (2013) maken we kennis met de pas 14-jarige Lila (Gina Piersanti) die net als Autumn opkijkt tegen haar iets oudere vriendin, in dit geval omdat die een vriendje heeft terwijl Lila zelf nog maagd is.

It Felt Like Love

Gespierde jongenslichamen
Deze debuutfilm van de Amerikaanse Hittman portretteert jongeren die in de zomer verkoeling op het strand zoeken en ‘s avonds biljarten, een biertje drinken en een jointje roken. Lila’s 16-jarige vriendin heeft de seks ontdekt met haar vriendje, waardoor Lila zich nog onzekerder voelt. Van het thuisfront hoeft Lila geen ouderlijk advies of een arm om haar heen te verwachten, want moeder is recent overleden aan borstkanker en de relatie met haar vader is kil en moeizaam.

Op een dag ziet Lila op het strand een iets oudere jongen, die haar vriendin groet. Vanaf dat moment heeft Lila zich voorgenomen dat die jongen haar vriendje moet worden, of in ieder geval iemand met wie ze voor het eerst seks kan hebben. De camera fungeert regelmatig als Lila’s ogen. De fascinatie voor gespierde jongenslichamen en stoere tattoos is plotseling daar. Waar een filmmaakster als Claire Denis (White Material, 2009) bijvoorbeeld in Les salauds (2013) de verboden hunkering van een volwassene tot uiting brengt in korte shots van mannelijke lichaamsdelen (zelfs de fysieke inspanning van het repareren van een fiets krijgt hier iets erotisch), richt Hittman zich tot dusver in haar bescheiden oeuvre op de ontluikende seksualiteit van adolescenten.

It Felt Like Love

Geen feelgood
Het is juist haar vrij minimalistische aanpak, in combinatie met haar vertrouwenwekkende relatie met de jeugdige acteurs, die Hittmans films zo’n treffend authentiek realisme meegeeft. It Felt Like Love bevindt zich ergens in het midden van het komische tienerdrama The Breakfast Club (1985) en het hedonistische strandleven van Mektoub, My Love: Canto Uno (2017). Enerzijds rekent Eliza Hittman moeiteloos af met de clichématige idylle van het groepje nablijvers in John Hughes’ tienerklassieker, waarin de zeer uiteenlopende personages uiteindelijk begrip voor elkaar krijgen. Anderzijds blijft zij verre van de talrijke gemakkelijke shots van meisjesbillen die filmmaker Abdellatif Kechiche in zijn film meende te moeten gebruiken om jeugdige gevoelens van wellust te accentueren.

Feelgood staat niet in het filmvocabulaire van Hittman. In Never Rarely Sometimes Always registreert ze met een soms akelige precisie de praktijk van intake en behandeling van het tienermeisje dat een abortus krijgt. Die zakelijkheid wordt effectief gecompenseerd door de onvoorwaardelijke vriendschap en loyaliteit van haar vriendin. Ook in It Felt Like Love krijgt het hoofdpersoon te maken met een medische ingreep. Lila laat zich met spoed een pessarium aanmeten, want ze heeft snode plannen. Echter hierna is ze geheel op zichzelf aangewezen. Wanneer drie oudere jongens Lila voorstellen om hun broek te laten zakken, mag de kijker naar de afloop van de scène gissen. We vertrouwen op de letterlijke betekenis van de filmtitel, maar een gevoel van triestheid blijft nog wel even hangen.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 9 juni 2021.

24 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Agua fría de mar

***
IFFR Unleashed – 2010: Agua fría de mar
Spiegel van twee generaties

door Tim Bouwhuis

Een strandgebied aan de kust van Costa Rica vormt in Agua fría de mar het nachtelijke decor van een onwaarschijnlijke ontmoeting. Twee jongvolwassen geliefden zijn op zoek naar een vakantieonderkomen als de koplampen van hun auto een zevenjarig meisje beschijnen. Het meisje vertelt dat ze niet zonder reden bij haar oom en tante is weggelopen.

Het heftige verhaal van Karina (Montserrat Fernández) maakt iets los bij Mariana (Lil Quesada Moúa), die tijdens de dagen die volgen een steeds sterkere neiging voelt om de verblijfplaats van het (wel weer huiswaarts gekeerde) kind op te zoeken. De sfeer is gespannen en onder de oppervlakte lijkt er van alles te broeien, maar wie een snerpende psychologische thriller verwacht, komt toch bedrogen uit.

Agua fría de mar

Allebei verloren
Regisseuse Paz Fábrega laat de plotontwikkelingen in haar loom vorderende speelfilmdebuut nagenoeg achterwege. In plaats daarvan richt ze zich op de troebele gevoelswerelden van haar hoofdpersonen, wiens zoektochten naar de eigen identiteit er door het aanzienlijke leeftijdsverschil heel anders uitzien. Toch weet Fábrega de intuïtief gevormde band tussen Karina en Mariana op licht associatieve wijze verder te versterken. In de montage komen de twee dwalende zielen telkens iets dichter bij elkaar. Mariana is rusteloos, op zoek naar zichzelf, terwijl Karina ronddwaalt in een omgeving waar ze überhaupt niet lijkt te willen zijn. Levend in haar eigen wereld bekijkt ze haar broertjes en leeftijdsgenootjes het liefst van een afstandje. De vaderfiguur komt dichterbij en probeert Karina genegenheid te bieden, maar haar eerdere bekentenis zet iedere handeling op scherp.

In de omgeving heerst een koortsachtige sfeer van vervreemding en blijvend ongemak. Alles lijkt stil te staan of slechter te werken. Het zwembad is vervuild, schoonmakers geven niet thuis en de mobiele telefoon kan zomaar dienst weigeren. Net als in het even bedompt gestemde La Ciénaga (Lucrecia Martel, 2001) hangt er onheil in de lucht. De naam van Martel is een duidelijke referentie voor Fábrega, die gevoel heeft voor het creëren van stemming maar in de uitwerking toch nog wat finesse mist. Zo is de aandacht voor afwisselend Karina en Mariana niet altijd even goed verdeeld, waardoor de film met name in het middenstuk verder stagneert. Ook het beladen einde mist overtuigingskracht.

Agua fría de mar

Blik op jeugdcultuur
Grofweg tien jaar na de première van Agua fría de mar, in 2010 bekroond met de Tiger Award, keerde de naam van Paz Fábrega afgelopen voorjaar terug op het IFFR-affiche. Aurora was een van de titels in de Big Screen Competition en draait ook in de hoofdcompetitie van het MOOOV Film Festival (20 april – 3 mei). Fábrega’s debuut en haar laatste film hebben iets gemeen: in Aurora ontwikkelt een veertigjarige lerares een bijzondere band met een zwanger tienermeisje, waardoor dus wederom een relatie tussen twee generaties centraal staat.

Sinds haar tweede film, Viaje (2015) die niet in Rotterdam draaide, geeft Fábrega veel aandacht aan jeugdcultuur en de spanning tussen identiteit en maatschappelijke veranderingen. De hoofdpersonen zijn vrijzinnige types die rebelleren tegen de mal van het huwelijk (Viaje) of te maken krijgen met een heet hangijzer als abortus (Aurora). Zo intrigerend als Fábrega’s toch onvolkomen debuut zouden die films echter niet meer worden.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 9 juni 2021.

22 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Limite

****
IFFR Unleashed – 2008: Limite
Beklemmende nabijheid van de zee

door Paul Rübsaam

Drie uitgeputte mensen in een roeiboot op volle zee. Met ongebreideld camerawerk, ingenieuze montages en eigenzinnige kadreringen vertelt het zwijgende Limite (1931) van de Braziliaanse regisseur Mário Peixoto ons over hun voorafgaande levens en de begrenzingen van het menselijk bestaan.

Twee vrouwen en een man in een roeiboot. De man zit middenin, op de plaats aan de riemen. Voorin zit een vrouw in lichtgekleurde, zomerse kleding. Soms draait ze zich naar de man toe. Dan weer laat ze hem haar rug zien. De vrouw in het zwart aan de andere kant van de boot ligt plat op haar rug, met haar ogen vaak dicht.

Limite

Ze nuttigen hun schaarse voedsel, kijken naar de lucht, naar het bootje en eindeloos naar de zee. Hun noodlot is kortstondig noch afwisselend, waarmee de openingsscènes van Limite eerder bij uitstek realistisch dan surrealistisch zijn. Al zullen we de context van het tafereel niet langs lineaire weg leren kennen.

Begrenzing en sleur
Een stroom van het associatievermogen van de kijker prikkelende beelden, afgewisseld met scènes in de roeiboot, leren ons dat de vrouw voorin (Olga Breno) een ontsnapte gevangene is. Als werknemer in een naaiatelier vond ze echter weinig vrijheid. De man (Raul Schnoor), die in de boot vergeefs probeert twee stukjes hout aan elkaar te passen, had blijkbaar een liefdesaffaire met de vrouw van een ander (een rolletje van Peixoto zelf). De vrouw in het zwart (Taciana Rey) ging gebukt onder een zorgelijk huwelijk met een uitgebluste pianist die zwijgende speelfilms muzikaal begeleidt.

Maar in plaats van op de geijkte manier getuige te zijn van de belangrijkste gebeurtenissen in de drie levens zien we bijvoorbeeld het beeld van een draaiend treinwiel dat overvloeit in dat van het wiel van een naaimachine, waarmee de ogenschijnlijke vrijheid die een reis kan bieden, wordt ingewisseld voor de benauwenis van een naaiatelier in een souterrain. Een klosje garen, een meetlint en een schaar symboliseren daar in close-up gefilmd eindigheid, begrenzing en beperking.

Of beelden van de filmpianist de iedere avond zijn bladmuziek, zijn hoed en zijn jas op een stoel werpt, alvorens hij achter de piano plaatsneemt. We zien de stoel, wat daarop terecht komt en even zijn hand die de bewegingen uitvoert. Maar van hemzelf slechts een schaduw. Alsof hij veroordeeld is tot een schaduwbestaan, tot een leven dat gekenmerkt wordt door sleur of op zijn best een cyclisch karakter heeft.

Ruïne en voetafdrukken
Als de beelden zich rond het levensverhaal van de man in de boot beginnen te bewegen, vloeit het beeld van een boom over in dat van een telegraafpaal, teken van beschaving en communicatie. Al snel volgen echter impressies van een huis dat in een ruïne verandert, waar vervolgens weer planten uitgroeien. Het verval van de menselijke betrekkingen krijgt gestalte en tevens de kringloop waarbij de natuur de menselijke bouwsels weer in zich opneemt.

Regelmatig filmt cameraman Edgar Brazil vanuit lage camerastandpunten voeten, schoeisel, voetstappen en voetafdrukken, als schakels tussen de mens en de aarde, waar hij (zij) slechts tijdelijk op verblijft. Als de nabijheid van de zee gaandeweg meer nadruk krijgt (de film is opgenomen op locaties aan de kust ten zuiden van Rio de Janeiro), vaagt het zeewater voetafdrukken van het strand. De lange straten die de personages af moeten lopen, maken plaats voor strandwegen, een huis in een straat voor een strandhuis of een boot. Het lot van de personages is het lot van de mens in het algemeen. De door het zonlicht fonkelende, soms kalme, soms onstuimige zee biedt een vluchtroute, maar is ook een natuurlijke grens en een eindbestemming.

Limite

Niet netjes, toch bescheiden
De carrière van de cineast Peixoto, tevens romancier en dichter, kende zelf de nodige beperkingen. Limite, geïnspireerd op een foto van een vrouw met de geboeide handen van een man rond haar hals die Peixoto in Parijs zag, is de enige speelfilm die hij voltooide. De film werd eerst uit de roulatie genomen en bleek later zodanig beschadigd te zijn dat hij zonder restauraties, die weer veel later plaatsvonden, niet vertoond kon worden.

Ondertussen ondernam Peixoto zelf het nodige om zijn film onder de aandacht te brengen. Zo beweerde hij dat deze het werk was van de Russische cineast Valery Pudovkin en ondertekende hij een door hem zelf geschreven lovend artikel erover met de naam van Sergei Eisenstein. Niet zo netjes, maar eigenlijk ook te bescheiden. Met de ritmiek van zijn wuivende, golvende, dan weer aardse, door muziek van onder andere Igor Stravinsky en Erik Satie ondersteunde beeldmontages weet Peixoto de Russen zeker te evenaren. En van slaafse nabootsing kan hij niet beticht worden, vanwege de eigen, Caribische sfeer van zijn beelden.

Toen Limite voor het eerst de bioscopen aandeed, had de geluidsfilm al zijn intrede gedaan. In ongeveer diezelfde tijd (1932) noteerde de Duits-joodse taalkundige en filmliefhebber Victor Klemperer (1881-1960) in zijn onlangs verschenen Kinotagebuch ‘Licht un Schatten’: ”Stummer Film ist Kunst für sich, Tonfilm is schlechter Ersatz des Theaters.” Onberedeneerde angst voor de talkies speelde bij die observatie van Klemperer wellicht een rol. Toch ga je door Limite beter begrijpen wat hij bedoelde.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 26 mei 2021.

20 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Movies that Matter 2021 – De nos frères blessés

Movies that Matter 2021 – De nos frères blessés:
Verrader of vrijheidsstrijder?

door Jochum de Graaf

Het Movies that Matter Festival wordt dit jaar online gehouden (lees hier hoe alles werkt) van 16 tot en met 25 april met dertig premières en een aantal verdiepingsprogramma’s. De Algerijnse oorlog (1954-1962) is een zwarte vlek in de Franse geschiedenis, een periode waarin de staat zijn toevlucht nam tot moorden en willekeurig geweld tegen Algerijnen.

Tijdens die oorlog was Fernand Iveton was een van de weinige zogenaamde pieds noirs, Algerijnen van Franse of andere Europese komaf, die zich aan de kant van de onafhankelijkheidsstrijd schaarden. Vanwege het plaatsen van een bom (die voor ontploffing werd ontdekt) in de elektriciteitsfabriek waar hij werkte, zonder slachtoffers te willen maken, werd hij in 1956 opgepakt, ter dood veroordeeld en onder de guillotine onthoofd.

De nos frères blessés

Hartstochtelijke liefde
De nos frères blessés is gebaseerd op het gelijknamige boek van Andras Joseph, dat in 2016 met de prestigieuze Prix Goncourt werd bekroond. Met subtiele wisselingen van tijd en perspectief en een mooi sepia van jaren vijftig-kleuren brengt regisseur Hélier Cisterne het drama indringend in beeld. De daad van Iveton, zijn veroordeling en de voltrekking van het vonnis mogen dan een grote rol vervullen, de hartstochtelijke liefde tussen Fernand (Vincent Lacoste: Journal d’une femme de chambre) en zijn vrouw Hélène (Vicky Krieps: Phantom Thread) vormt het hart van de film.

Ze ontmoeten elkaar op een dansavond in Parijs, waar Hélène, een uit Polen afkomstige zelfstandige en alleenstaande moeder, danig onder de indruk raakt van de danskwaliteiten van Fernand, korte tijd over uit Algiers. Ze vormen niet de meest voor de hand liggende combinatie, onderweg naar haar huis raken ze in een verhitte discussie over het communisme. Voor Fernand met zijn ervaringen in thuisland Algerije staat dat gelijk aan verzet. Hélène stelt het als Poolse immigrante echter gelijk met onderdrukking. Ondanks hun grote verschillen worden ze smoorverliefd, zozeer dat Hélène Fernand volgt naar Algerije met haar puberzoon.

De nos frères blessés

Gevecht voor zijn leven
Terwijl ze samen een nieuw leven opbouwen, wordt Fernands betrokkenheid bij het (gewapende) verzet in Algerije steeds sterker. Wanneer hij opgepakt wordt, komt hun nog prille geluk volledig op zijn kop te staan. Hélène is plotseling de vrouw van een ‘verrader’ geworden, ze weigert Fernand aan zijn lot over te laten en gaat met allerlei acties, petities, amnestieaanvragen het uiteindelijk vergeefse gevecht aan voor zijn leven. Daarmee is Hélène net zo goed hoofdpersoon als Fernand, niet zozeer als ‘sterke vrouw achter de man’, maar veeleer als iemand die resoluut naast hem gaat staan.

Bijzonder perspectief krijgt de film met het openingscitaat van de voormalige Franse president François Mitterrand: “Algerije is Frankrijk. En wie van jullie zou er niet alles aan doen om Frankrijk te beschermen?”. Op de aftiteling lezen we dat hij als minister van justitie verantwoordelijk was voor niet minder dan 45 executies, allemaal Algerijnse onafhankelijkheidsstrijders. Op één na: Fernand Iveton. Dat maakt van De nos frères blessés een nauw verholen aanklacht tegen de man die tegenwoordig wordt beschouwd als een van Europa’s belangrijkste staatslieden van de 20ste eeuw.

Online te zien dinsdag 20 april 17.00 uur en zaterdag 24 april 01.00 uur.

 

19 april 2021

 

Movies that Matter 2021 – Quo Vadis, Aida
Movies that Matter 2021 – Advocaten zelf slachtoffer
Movies that Matter 2021 – Kunst in gevangenschap
Movies that Matter 2021 – De nos frères blessés
Movies that Matter 2021 – Finale

 
MEER FILMFESTIVAL

Red Road

****
IFFR Unleashed – 2007: Red Road
De nieuwe Schotse hooglanden

door Tim Bouwhuis

Red Road opent met het alziend oog van de hoofdpersoon en een overweldigende wand van videoschermen. De beelden van bewakingscamera’s bieden Jackie, hun voornaamste toeschouwer, de illusie van controle. De grip op haar eigen leven blijkt zij in een vroeger stadium te zijn kwijtgeraakt.

Met een bedrieglijk eenvoudig uitgangspunt creëert debuterend regisseuse Andrea Arnold (Fish Tank, Wuthering Heights, American Honey) een gespiegelde wereld voor haar getroebleerde hoofdpersoon. Als de baan van Jackie (Kate Dickie) model moet staan voor de moderne farce van zekerheid en overzicht door surveillance, gedraagt Jackie zich zelf juist in alle opzichten onberekenbaar. Alsof ze het levende bewijs is dat alomtegenwoordige camera’s de mens niet kunnen temmen.

Red Road

Jackie’s belangrijkste taak bestaat eruit contact op te nemen met de surveillancediensten in de omgeving als ze iets verdachts observeert. Dat gaat al snel mis. Een man lijkt zich op te dringen aan een dame in wat vervolgens een seksuele ontmoeting met wederzijds goedkeuren blijkt te zijn. Bij de belangrijkste observatie van de film liegen de beelden niet. Jackie herkent een man (Tony Curran) die iets in haar losmaakt; verwarring, obsessie, ingehouden agressie. Ze ontpopt zich tot zijn schaduw.

Tussen agressie en passie
Het siert Arnold dat ze zich niet haast te verduidelijken waarom haar hoofdpersoon zo’n fascinatie ontwikkelt voor een man die Jackie op zijn beurt helemaal niet lijkt te (her)kennen. Kijkers worden zo onherroepelijk deelgenoot van Jackie’s onevenwichtige gedrag – schipperend tussen agressie en passie – en kunnen moeilijker ontsnappen aan de door trauma aangedreven zweem van desoriëntatie die zich van haar meester heeft gemaakt. Het loshandige camerawerk, dat de zintuiglijke ervaring benadrukt en uitvergroot, draagt hier nog eens extra aan bij.

Red Road werd ontwikkeld als de opener van een destijds beoogd drieluik, getiteld The Advance Party (de derde film werd uiteindelijk nooit gemaakt), dat schatplichtig moest zijn aan de Deense Dogma-stroming van de jaren negentig. De films moesten verschillende regisseurs hebben maar voortborduren op dezelfde personages, die waren geschreven door de Deense filmmakers en scenaristen Lone Scherfig (An Education) en Anders Thomas Jensen (Adam’s Apples, Riders of Justice).

Red Road

Stijlkenmerken
Het is wellicht tekenend dat ondergetekende er pas na het kijken achter kwam dat deze productie gebaseerd was op een overkoepelend conceptueel project met een dergelijke voorgeschiedenis. Zo voelt
Red Road nooit aan als een geïnstrueerd drama of een stellig vormexperiment, ook al leunt Arnold wel degelijk op stijlkenmerken (geen externe belichting, het eerder genoemde handheld camerawerk) die door Dogma 95 werden gepropageerd. Telkens overheerst de indruk van levensechte personages, zoals die bijvoorbeeld ook terug te vinden zijn in het vroege werk van de Schotse Lynne Ramsay (Ratcatcher, Morvern Callar). Dickie is compleet geloofwaardig in haar hoofdrol.

Het grauwe aanzicht van de film is passend voor een verloederd deel van Glasgow, waar zogeheten ‘high-rise’ flats (die referenties naar J.G. Ballard’s gelijknamige roman uit 1975 – verfilmd door Ben Wheatley – oproepen) als paddenstoelen uit de grond zijn geschoten. Verwacht hier alleen geen decadente etages die speciaal voor de allerrijksten van alle gemakken zijn voorzien. Een groezelige lift leidt in Red Road naar het appartement van de schim uit Jackie’s verleden. Een schrijnende sociaaleconomische oplossing voor een vastgesteld woningtekort, en kennelijk ook de enige plaats waar Jackie kan afrekenen met het trauma dat ze met zich meedraagt.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 26 mei 2021.

19 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR