Assistant, The

***
recensie The Assistant

Als je vermoedt dat je baas een Harvey Weinstein is

door Ries Jacobs

The Assistant is niet de eerste film over #MeToo en ongetwijfeld ook niet de laatste. Toch is het een waardevolle aanvulling op andere films die deze misstanden aan de kaak stellen omdat de vrouwelijke hoofdpersoon ditmaal niet het slachtoffer is. Wat doe je als je vermoedt dat je baas zijn positie misbruikt?

Jane heeft net de studiebanken verlaten en werkt als assistente bij een producent in de entertainmentindustrie. De camera volgt een werkdag in het leven van de jonge alumnus. Ze is ambitieus en maakt lange dagen, maar collega’s negeren haar. Als een moderne Assepoester voert ze de klusjes uit waar geen eer aan te behalen is. Ze print de werklijsten van haar collega’s voor die dag en krijgt de opdracht om de vrouw van de directeur af te schepen als deze belt.

The Assistant

Nadat de directeur haar over de telefoon uitscheldt voelt Jane zich genoodzaakt om haar excuses aan te bieden. Om het allemaal nog erger te maken krijgt ze concurrentie van Sienna, een nieuwe bloedmooie assistente.

Jaloers
Regelmatig laat regisseur en scriptschrijver Kitty Green alleen de camera het werk doen om de sfeer binnen het bedrijf weer te geven. Iemands houding, een hoofdknikje of een enkel woord zijn vaak al voldoende om de broeierig competitieve spanning die in het bedrijf hangt weer te geven. Deze minimalistische manier van acteren gaat hoofdrolspeelster Julia Garner, vooral bekend van haar rollen in de series Ozark en The Americans, goed af. Ze is geknipt voor haar rol van de timide Jane. De immer ietwat trieste en wereldvreemde blik in de ogen van de actrice met de kenmerkende blonde krullen maakt haar personage compleet.

Als Jane bij een collega een klacht wil indienen omdat ze de directeur ervan verdenkt dat hij haar collega-assistente Sienna tot seksuele handelingen dwingt, krijgt ze de wind van voren. De oudere man tegenover haar poneert dat ze alleen maar jaloers is. De door Green subtiel neergepende dialoog verwerken de acteurs al even subtiel tot een scène die de kern van de film vormt. Inspiratie voor het script van The Assistant vond de regisseuse namelijk toen het onoorbare handelen van Harvey Weinstein wereldkundig werd.

Green maakt van haar film geen aanklacht tegen de wanpraktijken in de filmindustrie, ze lijkt eerder te willen laten zien hoe de filmindustrie werkte en waarschijnlijk nog steeds werkt, zij het wellicht in mindere mate dan voorheen. Ze geeft de zaken die de MeToo-beweging aan het licht bracht spitsvondig in beeld zonder naar een climax toe te werken.

The Assistant

Uit het leven van een hond
Het is begrijpelijk dat ze film kiest als medium om haar verhaal te vertellen, maar wellicht is het bewegende beeld hiervoor niet de meest geschikte vorm. Beter had de werkdag van Jane in een roman gegoten kunnen worden omdat dit meer ruimte geeft om in het hoofd van de hoofdpersoon te kruipen. Wat voor persoon is ze? Wat motiveert haar? Waarom heeft ze deze drijfveren? Veel komt de kijker hierover niet te weten, behalve dat ze ambitieus is en uiteindelijk als producent aan de slag wil.

Uit het leven van een hond, dit jaar de winnaar van de Libris Literatuurprijs, beschrijft net als The Assistant één dag uit het leven van de hoofdpersoon. Auteur Sander Kollaard had tijdens het schrijven de mogelijkheid om, bijvoorbeeld door middel van flashbacks, zijn hoofdpersoon diepgang te geven. Dat de plot zich minder ontwikkelt, is dan van minder belang. Deze mogelijkheid heeft een filmmaker in mindere mate. Omdat The Assistant een wat vlak plot heeft, is de film bij vlagen langdradig, ondanks de goede dialogen die prima vertolkt worden.

 

14 november 2020

 

ALLE RECENSIES

Vogelwachter, De

**
recensie De Vogelwachter

Half gelukte bijdrage aan Freeks filmcarrière

door Jochum de Graaf

Het verhaal van De Vogelwachter, een komisch drama met Freek de Jonge, is betrekkelijk eenvoudig verteld.

Al 45 jaar slijt de Vogelwachter ver afgezonderd van de bewoonde wereld zijn dagen op Benty Island, ‘en geen dag verzaakt’. Eens per week geeft hij vanuit zijn observatiehut de actuele standen van de kantelmeeuwen, tureluurs, steltlopers en wat dies meer zij door aan zijn vaste contactman Tom van het Bird Research Center. Hoogtepunt is voor hem dan dat hij als tegenprestatie de uitslagen van de Premier League terugontvangt, Everton – Huddersfield Town: 0-2!

De Vogelwachter

Zelfredzaamheid
Hij weet zich goed te vermaken met een voetbal die hij na halsbrekende toeren uit de branding weet te vissen. Toonbeeld van zelfredzaamheid is ook de manier waarop hij met behulp van een bankschroef zijn gebroken arm weet te spalken. Het bestaan op het onbewoonde eiland kabbelt zo door tot op zekere dag de vertrouwde stem van Tom niet meer uit de radio klinkt, hij is met pensioen gestuurd. De Vogelwachter krijgt aangezegd dat zijn dienstverband ten einde komt en daarmee wordt de grond onder zijn bestaan weggerukt. Hij doorloopt alle stadia van bedroefdheid, ontkenning, verzet, berusting.

Hij schrijft een uitgebreide brief aan de directie van het Bird Center, biedt aan pensioen in te leveren en het rantsoen van Brinta en bruine bonen kan voortaan wel toe met een keer per jaar levering, dat bederft toch niet. Maar de reactie is onverbiddelijk, de Vogelwachter moet nu toch echt aanstalten maken om zijn hebben en houden in te pakken, met drie weken zal hij worden opgehaald.

Dan wordt een zware storm aangekondigd en de vogelwachter bouwt van juttersspullen een soort vlot dat verticaal tegen de hut wordt gezet. Midden in de nacht bij het hoogtepunt van de storm wordt door een helikopter een kist met luxe goederen, exquise wijn, bijzondere kazen afgeworpen.

Als het ergste voorbij is – de Vogelwachter ligt nog onder de dekens in afwachting van nog groter onheil – klopt een Zeilmeisje bij de hut aan. Ze is met haar moderne catamaran fiks uit koers geraakt en wil graag de coördinaten weten. Na wat aftastende bewegingen raken ze op elkaar gesteld, repareren de boot en swingen op het strand bij een kampvuur. Ze biedt de Vogelwachter aan met haar mee terug te gaan naar de bewoonde wereld, ze maken een selfie.
Hoe de film afloopt? Wat onbestemd zou ik zeggen.

Wegwerpmaatschappij
Je zou kunnen volhouden dat De Vogelwachter aan grote thema’s raakt, het verschil tussen afzondering en eenzaamheid, tussen ouder worden en veroudering, de conservatie van alles wat van waarde is, de confrontatie met de moderne wereld na jaren van isolatie, de schoonheid van de natuur en de menselijke aantasting daarvan. En met het fraai in beeld gebrachte eilandleven en de jutterspraktijken van Freek zou de film ook gezien kunnen worden als kritiek op de moderne wegwerpmaatschappij.

De Vogelwachter

Het willen aanraken van grote thema’s wordt versterkt door een aantal bijzondere details. In de beginscène, de jonge vogelwachter (Nick Golterman) is zojuist op het eiland belandt, zien we een grafkruis met het opschrift ‘Ishmael’. Wanneer na de storm het strand weer is drooggevallen, vindt het Zeilmeisje het grafkruis opnieuw. Kennelijk heeft de verteller van Herman Melvilles wereldberoemde Moby Dick zijn einde op Benty Island gevonden. Met wat goede wil zou de verschijning van het Zeilmeisje (de zwarte actrice Quiah Shilue) een reminiscentie aan Robinson Crusoe kunnen zijn, met het meisje in de rol van Vrijdag.

Filmcarrière
Maar De Vogelwachter komt niet veel verder dan het aanstippen van dergelijke thematiek. De film wil te veel, ontbeert een duidelijke plot, wordt nergens groots of meeslepend. De natuurscènes zijn prachtig en die doorleefde kop van Freek (75!) doet het ook altijd goed op het doek, maar De Vogelwachter blijft oppervlakkig en daarmee al met al een lange zit.

In een interview met de NRC gaf regisseur Threes Anna (Bird Can’t Fly, Silent City, Platina Blues) aan dat ze nogal serieus van aard is: ‘ik vind grappen zelden leuk’. Bij de opnamen schijnt menige door Freek bedachte komische scène gesneuveld te zijn. En dat is spijtig, want het maken van grappen is natuurlijk niet de minste eigenschap van Freek. Na De Illusionist (1983) en De kKKomediant (1986) is daarmee De Vogelwachter opnieuw slechts een half gelukte bijdrage aan Freeks filmcarrière.

 

2 november 2020

 

ALLE RECENSIES

Singing Club, The

**
recensie The Singing Club

Zingen met of zonder mondkapje

door Cor Oliemeulen

The Singing Club volgt de platgetreden paden van een Engelse filmtraditie die met een lach en een traan terugblikt op een historische gebeurtenis met de bedoeling dat de kijker er kracht en een voldaan gevoel uit put. De ene keer lukt dat beter dan de andere keer.

Als je getrouwd bent met een militair die wordt uitgezonden naar een conflictgebied in het buitenland moet je niet zeuren dat je moederziel alleen thuis achterblijft en de kans aanwezig is dat je op een dag slecht nieuws krijgt. Om te tijd te doden en afleiding te vinden, kun je samen met de andere vrouwen gaan breien, een boekenclubje beginnen of gaan zingen in een koor. Zingen kan immers gevoelens van stress, depressies en isolatie temperen, terwijl saamhorigheid en verbondenheid het gemis kunnen verzachten.

The Singing Club

Onderhoudend maar voorspelbaar
De makers van The Singing Club, met regisseur Peter Cattaneo (van The Full Monty, 1997) voorop, dachten vast dat het publiek in deze onzekere tijd van pandemie wel een feelgoodfilm kon gebruiken. Hoewel de geschiedenis over deze achtergebleven soldatenvrouwen die gaan zingen en door hun finale optreden in de Royal Albert Hall vele harten beroerden en door alle media-aandacht ook over de landsgrenzen veel navolging kenden, is dit komische drama even voorspelbaar als COVID-21.

Onlangs verscheen een andere Engelse feelgoodfilm in de bioscoop (en tegenwoordig vaak direct op video on demand): Misbehaviour, waarin de opkomst van de vrouwenemancipatiebeweging centraal staat. Waar in die productie de verschillende typetjes feministen (variërend van de stoere rosse krullenbol die de meeste mannen beschouwt als seksisten tot en met de keurige studente die zich aanvankelijk aarzelend opstelt maar nadien het hardst leuzen schreeuwt) zijn de vrouwelijke leden van The Singing Club al even gemêleerd, maar biedt het verhaal nauwelijks diepgang.

The Singing Club

Officiersvrouwenfittie
Lichtpuntje is Kristin Scott Thomas, die door haar bilingualiteit even gemakkelijk kan excelleren in zowel Franse drama’s (Il y a longtemps que je t’aime, 2008) als Engelse komedies (Four Weddings and a Funeral, 1994) en vaak een genot is om naar te kijken. Als vrouw van een officier die het hoogst in rang is, voelt Kate zich geroepen om een koor uit de grond te stampen en een verantwoord (lees: saai) repertoire te onderrichten. Getourmenteerd door het verlies van haar zoon onderdrukt zij haar emoties voor de goede zaak. Met haar ogenschijnlijke arrogantie en kilheid roept ze de nodige weerstand op.

De plot van The Singing Club draait om haar conflict met de andere officiersvrouw Lisa (Sharon Horgan) die een totaal andere aanpak voor ogen heeft. Zingen doe je voor de lol, en dat het niet altijd even zuiver is, maakt niets uit. Terwijl Kate zich als een volleerde dirigent opstelt voor het zootje ongeregeld, geeft Lisa achter een keyboard met twee vingers de melodie aan. Uiteindelijk ontstaat er een aanstekelijk repertoire van zowel klassieke liederen (Ave Maria) als lekker in het gehoor liggende popdeuntjes uit de jaren 80 (Only You van Yazoo, Time After Time van Cyndi Lauper). Best jammer dat je tegenwoordig van Rutte niet meer keihard mag meezingen in de bioscoop.

 

1 november 2020

 

ALLE RECENSIES

Última Primavera, La

***
recensie La Última Primavera 

De ontheemden ontheemd

door Paul Rübsaam

In La Última Primavera zijn we van nabij getuige van het wel en wee van de Spaanse outsidersfamilie Gabarre Mendoza. Een gemeentelijk bestemmingsplan verordonneert dat hun schamele, maar vertrouwde woning in een sloppenwijk net buiten Madrid met de grond gelijk zal worden gemaakt.

La Última Primavera (De laatste lente) is het speelfilmdebuut van de Spaans-Nederlandse regisseuse Isabel Lamberti (1987). Haar hybridedebuut met speelfilmlengte, om precies te zijn. De film waarin bestaande mensen een situatie naspelen (voorspelen) die zich in hun leven werkelijk zal gaan voordoen, bevindt zich op het grensgebied tussen speelfilm en documentaire.

La Última Primavera

Het gaat om de verschillende leden van de Spaanse familie Gabarre Mendoza. Je zou ze ‘zigeuners’ kunnen noemen, maar over de juistheid van die term valt te twisten. Ze leven in ieder geval met veel familieleden onder één dak en bevinden zich zowel wat hun huisvesting als hun werkzaamheden betreft in de marge van de samenleving. Hun zelfgebouwde woning in de sloppenwijk La Cañada Real, net buiten Madrid, zal evenals alle andere woningen daar gesloopt worden en dat maakt hun toekomst uiterst onzeker.

Oude bekenden
Het hybridegenre is niet nieuw voor Lamberti. Ook de personages in La Última Primavera zijn tot op zekere hoogte oude bekenden van haar. In haar eerdere korte film Volando Voy (Vliegend ga ik, 2015) draaide het al om twee jongens die in La Cañada Real woonden en de avonturen die zij beleefden op de ellenlange weg langs snelwegen en verlaten bouwterreinen die zij lopend van school naar huis af moesten afleggen.

Eén van die twee, David Gabarre Mendoza, is in de tussenliggende jaren van een beginnende puber een jongeman geworden. Hij wil soms een beetje stoer doen, maar heeft eigenlijk een klein hartje. Tegen heug en meug laat hij zich overhalen om onderdelen van gestolen auto’s te helen. Tegelijkertijd betoont hij zich een ambitieuze leerling bij zijn kappersopleiding en solliciteert hij fanatiek naar een baan in een kapperszaak.

Davids oudere broer Ángelo is getrouwd met María, tot ongenoegen van haar in een keurige flat in Madrid wonende moeder. Ze hebben een zoontje dat aan het begin van de film zijn derde verjaardag viert. Het drietal woont in bij Ángelo’s eigen ouders, die naast Ángelo en David nog een zwangere dochter hebben en een zoontje van negen. De Gabarre Mendoza’s zijn het zo gewend en willen het ook zo. De ambtenaren die moeten beslissen over het toewijzen van een nieuwe woning aan de familie hebben hier echter andere ideeën over.

De (groot)vader van de familie, een schroothandelaar die evenals zijn zoon David heet, volgt een computercursus om de aanvraag voor een nieuwe woning zo goed mogelijk te laten verlopen. Ook is hij is steevast van de partij bij door de gemeente Madrid georganiseerde inspraakavonden. De bureaucratie waarop hij stuit, maakt hem soms moedeloos. Als hij daarover verslag doet aan zijn vrouw Agustina reageert zij vaak emotioneel.

Over de vraag wannéér de woning van de familie Gabarre Mendoza en de andere woningen in La Cañada Real precies gesloopt zullen worden, laten de ambtenaren grote onduidelijkheid bestaan. Die onduidelijkheid heeft de nodige gevolgen. Zo vraagt vader David zijn buren toch nog om mee te betalen aan een betere elektriciteitsvoorziening voor de sloppenwijk. Aangezien de toekomst echter zo onzeker is, wil niemand zo’n investering doen.

La Última Primavera

Kaal en onbestemd
De vorm die de regisseuse voor haar film gekozen heeft, werkt gedeeltelijk. Je kunt je in ieder geval goed identificeren met haar waarachtige personages. Maar dat niet alles wat de Gabarre Mendoza’s overkomt op het moment van filmen daadwerkelijk plaatsvindt, leidt er ook toe dat La Última Primavera bij de kijker een wat kale en onbestemde indruk achterlaat.

Het is duidelijk dat de familieleden met hun sterke onderlinge banden gehecht zijn aan hun woning en hun manier van leven in La Cañada Real. Tamelijk laat in de film blijkt echter ook dat het dicht op elkaar zitten onder oncomfortabele omstandigheden aanleiding kan zijn voor ruzies en spanningen. Is die verhuizing die wel een beetje wordt nagespeeld, maar waar we niet werkelijk getuige van zijn dan alleen maar slecht, ga je je als kijker afvragen. ‘Show, don’t tell’ luidt het voorschrift voor schrijvers en filmmakers. Je kunt dat ook omdraaien. Isabel Lamberti laat in samenwerking met haar niet-professionele acteurs zeker het nodige zien. Maar wat wil ze precies vertellen?

 

25 oktober 2020

 

ALLE RECENSIES

Sweet Thing

***
recensie Sweet Thing

Te vroeg volwassen

door Yordan Coban

Alexandre Rockwell en haar gezin brengen ons een ingetogen en visueel in het oog springende film over kinderen die vroeg geconfronteerd worden met de akeligheden uit de boze grotemensenwereld.

Deze gezinsfilm speelt zich af rond kerst maar mist de stemming ervoor. Het merendeel van de film is in zwart-wit. De sporadische verschijning van kleur is gekoppeld aan de ontlading van emotie van de kinderen. De film vloeit ook voort uit hun perspectief. Dromerig en speels. De kinderen zijn Billie (gespeeld door Lana Rockwell) en Nico (gespeeld door Nico Rockwell). Ze wonen bij hun vader Adam (gespeeld door Will Patton) wiens leven een goot te noemen is. Vader drinkt heel veel en verdient heel weinig. Moeder Eve (gespeeld door Karyn Parsons) is nog in beeld, maar lijkt vooral voor zichzelf gekozen te hebben. Een rolverdeling die normaal gesproken omgedraaid is.

Sweet Thing

Billie Holiday
Billie is vernoemd naar Billie Holiday. Niet omdat Holiday mooi kon zingen maar omdat het zo uniek klonk, legt haar vader uit. Mensen die vernoemd zijn naar een bekend persoon zijn daar vaak niet heel enthousiast meer over in later stadium van hun leven. Het is dan vaak verdrongen tot een vermoeiende triviale referentie. Ergens is dat fenomeen wel kernachtig voor deze film. Het perspectief van Billie is nog hoopvol, nog niet bedorven.

In een interview geeft Alexandre Rockwell aan dat haar intentie was om het verhaal vanuit de beleving van de kinderen te vertellen. Het geeft de lens een filter van onschuld zoals we dat ook zien in films als The Florida Project (2017) en George Washington (2000). De keerzijde is echter dat dit in enkele scènes onnatuurlijk voelt. Scènes die moeten illustreren dat er lol gemaakt wordt, komen nep over.

In films met vergelijkbare onderwerpen, films als Shoplifters (2018), Lean on Pete (2017) en Chop Shop (2007) zien we dat de kinderen gedwongen worden om vroeg op te groeien, sterk te zijn. In Sweet Thing is dit voornamelijk vanwege het niet functioneren van de ouders en de armoede binnen het gezin die dat teweegbrengt.

Sweet Thing

Ensemblestuk
Het is niet de eerste keer dat dit gezin samen een film maakt. In haar eerdere films Little Feet (2013) en Pete Smalls is Dead (2010) speelden Rockwells kinderen ook al mee. Karyn Parsons acteert al wat langer dan vandaag. Haar rol als Hilary Banks in The Fresh Prince of Bel-Air (1990-1996) is de meest memorabele.

De film lijkt ook kort in te haken op het maatschappelijke debat dat ontstaan is na de protesten tegen het politiegeweld in de Verenigde Staten. Zo doet zich in de film een ontspoorde arrestatie voor zoals dat al zo vaak is voorgekomen. De film gaat er verder niet op in. Dit heeft ook eigenlijk geen plek in een kinderwereld. Rockwell wilde de weerbarstigheid van kinderen tonen. Wiens vermogen om plezier te maken onbegrensd lijkt. Allemaal kinderen die puzzelend kijken naar de absurditeit van de wereld van de volwassene.

 

20 oktober 2020

 

ALLE RECENSIES

Last Right, The

****
recensie The Last Right

In een oude Volvo dwars door Ierland

door Ries Jacobs

Weet je, jullie twee hebben wel iets weg van Rain Man.’ Met deze woorden begint Mary de tocht dwars door Ierland die ze samen met de broers Daniel en Louis Murphy onderneemt. Bij het kijken van The Last Right kun je niet om de klassieker uit 1988 heen. Daarvoor zijn de gelijkenissen – twee broers, waarvan er een autistisch is, op een roadtrip – te treffend.

De film nadert zijn eindfase als de drie een doodskist rondzeulen door een weiland in Noord-Ierland. De voettocht door het gras is de climax van hun reis die als doel heeft het lichaam van een dode man naar zijn laatste rustplaats te brengen. De hieraan voorafgaande reeks van absurde gebeurtenissen begint als Daniel van New York naar Ierland vliegt om zijn overleden moeder te begraven. Door een speling van het lot krijgt hij de verantwoordelijkheid voor het stoffelijk overschot van een tijdens zijn vlucht overleden medepassagier.

The Last Right

De botsende persoonlijkheden van de autistische Louis, de egocentrische Daniel en de extraverte Mary zorgen voor zowel emotionele als hilarische scènes. Kenmerkend is de scène waarin Louis aangeeft niet met een lijkwagen op pad te willen. De autistische tiener durft alleen in de vertrouwde Volvo-stationwagen van zijn moeder te zitten. Om op pad te kunnen binden ze de doodskist tenslotte vast op de dakdragers van de Volvo.

Game of Thrones
Dit doet denken aan de scène van Rain Man waarin de door Dustin Hoffman gespeelde Raymond Babbitt alleen met Qantas wil vliegen omdat van deze luchtvaartmaatschappij nog nooit een vliegtuig is neergestort. Toch lukt het acteur Samuel Bottomley om van Louis een aandoenlijke tiener te maken die menselijker overkomt dan Hoffmans personage. De jongen lijkt een normale tiener die een jeugdvriendinnetje heeft, maar toont zijn autistische trekken als hij aan zijn reisgenoten vertelt dat hij drie maanden, acht dagen en vijf uur verkering met haar heeft.

The Last Right

Ook het acteerwerk van de overige hoofdrolspelers is degelijk. Onze eigen Michiel Huisman neemt de rol van Daniel op zich, een gewiekste advocaat die ook gevoelens blijkt te hebben. Huisman zet het personage evenwichtig neer, geen moment komt van beide kanten van zijn personage teveel op de voorgrond. Hij heeft al meerdere malen laten zien goed overeind te blijven tussen het internationale acteertalent (onder andere in de hitseries Orphan Black en Game of Thrones) en doet dat nu weer.

Sprookje
The Last Right is de eerste lange film van de Ierse regisseuse Aoife Crehan, die ook het script schreef. Ze hanteert het heerlijk snelle tempo dat we vaker zien bij comedy’s, de kijker valt vanaf minuut één in de film. Tegelijkertijd ontroert de manier waarop met name Mary en Louis zich staande proberen te houden in een wereld die hen overweldigt en die ze bovendien niet begrijpen. Toegegeven, de plot hangt aan elkaar van ongeloofwaardige toevalligheden en dat maakt The Last Right even realistisch als een sprookje of de gemiddelde actiefilm, maar storend is dat geen moment. Bovendien creëert ze samen met Bottomley een autistisch personage dat complex, maar geloofwaardig is. Gecombineerd met het lichte en vaak humoristische verhaal kunnen we The Last Right typeren als de lightversie van Rain Man.

 

20 oktober 2020

 

ALLE RECENSIES

Painted Bird, The

*
recensie The Painted Bird

Groteske geweldsorgie

door Michel Rensen

The Painted Bird schetst een verdorven, gewelddadige samenleving waarin de holocaust onvermijdelijk lijkt. Bij de opeenstapeling van grotesk geweld verstomt enige vorm van gevoel of reflectie.

Gehijg. Met zijn huisdier in de hand probeert het Joodse jongetje Joska aan zijn belagers te ontkomen, maar zijn leeftijdsgenoten zijn hem te slim af. Nadat hij tegen de grond gewerkt wordt, gieten zijn belagers een brandbare vloeistof over het dier heen voor ze het levend verbranden. De openingsscène zet de toon voor de rest van de film. De gruwelijke dood van het beestje zal snel overstemd worden door nog veel ergere geweldsuitbarstingen.

The Painted Bird

Joska blijkt op weg te zijn naar zijn tante, waar zijn ouders hem uit voorzorg naar toe hebben gestuurd. Wanneer zijn tante snel overlijdt en Joska per ongeluk de hele boerderij in de fik zet, staat hij er helemaal alleen voor. De weg terug naar huis zoekend, struikelt hij van de ene in de andere nare situatie. Van dorpelingen die hem met alle vooroordelen proberen te verdrijven tot religieuze fanatici en seksueel verdorven vrouwen. En dan liggen ook het Duitse en het Russische leger telkens op de loer.

Wereld vol geweld
De lang aanhoudende, zwart-witcinematografie is een wonder voor het oog, maar ook het geweld wordt met dezelfde schoonheid vastgelegd. De film is een kruisbestuiving tussen Tarkovski’s Ivan’s Childhood, waar ook een kind in zwart-wit door oorlogsgebied trekt, en de rauwe anti-oorlogsfilm Come and See, wiens hoofdrolspeler Aleksey Kravchenko in deze film een Russische officier speelt. The Painted Bird mist echter de filosofische reflecties die van deze twee voorgangers tijdloze meesterwerken maken.

Wanneer Udo Kier uit jaloezie de ogen van een man uit zijn oogkassen lepelt, omdat hij naar zijn vrouw zou hebben geloerd, begin je je af te vragen wat deze film probeert te zeggen. Is de film een kritiek op de geweld verheerlijkende samenleving waar de holocaust uit voortkwam? Of is de film net zo hard aan het genieten van zijn geweldsfantasieën als je van een slasherfilm zou verwachten? De film blijft vasthouden aan een realistische verfilming, terwijl de geweldsuitspattingen dusdanig overdreven worden dat ze niet binnen een realistisch kader te vatten zijn. De opeenstapeling van exploitatief, grotesk geweld verstomt het relatief gematigde, antisemitische geweld van de Duitse soldaten. Noch als kritiek, noch als emotioneel beladen film weet The Painted Bird te raken.

The Painted Bird

Historisch besef
Het wrange aan deze film is dat het iets oprechts lijkt te willen zeggen over de samenleving in Europa waar de holocaust kon gebeuren, maar de film presenteert een wereld die zo doorgrond is van geweld dat er geen onderscheid is tussen verschillende vormen van geweld. Het verbranden van een dier door tieners, het verblinden uit jaloezie en de moorden van nazi’s zijn allemaal het gevolg van deze verdorven samenleving.

Hierdoor trekt The Painted Bird de holocaust los van zijn context. De Tweede Wereldoorlog en al zijn uitspattingen zijn slechts het onoverkomelijke gevolg van deze gewelddadige wereld en niet een gerichte genocide opgezweept door nationalisme, antisemitisme en vreemdelingenhaat. Dat The Painted Bird zo blind is voor de politieke context is niet alleen zorgwekkend, maar toont vooral een heel groot gebrek aan historisch besef.

 

13 oktober 2020

 

ALLE RECENSIES

Corpus Christi

****
recensie Corpus Christi

Tussen spiritualiteit en zonde

door Cor Oliemeulen

Laat je niet afschrikken door de titel of door het verhaal over een priester. Het voor een Oscar genomineerde Poolse drama Corpus Christi is een rauwe spirituele film, die vragen stelt over het vermogen tot verandering van mensen die zijn gevormd door het verleden. Hebben we te maken met een criminele charlatan of een begenadigd geestelijk leider die troost brengt?

Je hebt mensen die zich uitgeven voor iemand anders maar door geheugenverlies niet meer weten hoe het zo ver kon komen, zoals Gregory Peck in Alfred Hitchcocks psychologische thriller Spellbound (1945). Je hebt ook mannen die zich als vrouw verkleden om zich te verstoppen voor de maffia, zoals Tony Curtis en Jack Lemmon in Billy Wilders weergaloze komedie Some Like It Hot (1959). Het gegeven van het aannemen van een andere identiteit is in beide filmklassiekers niet geheel authentiek, maar dat hoeft ook niet.

Corpus Christi

In het recente Poolse drama Corpus Christi, een filmklassieker in wording, valt of staat de fysieke identiteitsfraude wél met de geloofwaardigheid van het karakter en de situatie. Regisseur Jan Komasa inspireerde zijn film op het verhaal van een jongeman die zich voordeed als priester in een Pools stadje en slaagt erin de komst en het optreden van de misleider van begin tot einde uiterst aannemelijk te houden.

Spirituele transformatie
Daniel (Bartosz Bielenia) zit in een jeugdgevangenis. Het blijft lang onduidelijk wat hij op zijn kerfstok heeft. Wat we wel al snel zien, is het feit dat hij wordt beschouwd als buitenbeentje dat regelmatig door medegevangenen gemolesteerd wordt. Deze omgeving blijkt geen onlogische voedingsbodem voor iemand die zijn leven wil beteren en zich overgeeft aan het geloof, geïnspireerd door priester Tomasz die de diensten in het detentiecentrum leidt. Het is de vraag of Daniel als lid van de burgermaatschappij ook gevoelig voor een spirituele transformatie zou zijn geweest.

Op een dag mag Daniel op werkverlof. Het is de bedoeling dat hij zich meldt bij een zaagfabriek op het Poolse platteland, maar eenmaal in het stadje aangekomen, lopen de zaken anders. Allereerst bezoekt hij een kapel waar hij het meisje Lidia (Eliza Rycembel) ontmoet. Hij laat zich verleiden tot een leugentje, en voordat hij het zich realiseert, wordt Daniel gevraagd om de priester van de kleine geloofsgemeenschap te vervangen. Die is bezweken aan de gevolgen van een alcoholverslaving en vertrekt tijdelijk naar een afkickkliniek. Zijn eerste kerkdienst is nog wat onwennig, maar het duurt niet lang voordat Daniel zich geheel in zijn element voelt. Hij neemt biechten af en leidt processies. Zijn drugsgebruik en tatoeages blijven vooralsnog verborgen.

Corpus Christi

Fris pragmatisme
Hoewel we te maken hebben met een conservatieve parochie is Daniel in korte tijd vele malen populairder dan de oude priester. Niet alleen zijn expressieve ogen verschaffen hem een charismatische uitstraling, maar vooral zijn onorthodoxe visie en frisse pragmatisme leveren hem zowel bijval als nieuwe kerkgangers op. Het duurt niet lang voordat Daniel merkt dat een deel van de gemeenschap rouwt om een recente verkeerstragedie waarbij een aantal dorpsgenoten omkwam en die het dorp in tweeën splitste. Wonderwel vindt Daniel de juiste aanpak en woorden voor verzoening en troost.

Dat alles maakt van Corpus Christi een rauw drama met een vleugje humor, mooi gefilmd, gedecideerd geregisseerd en gezegend met een fantastische hoofdrolspeler. Deze sublieme film vertelt een universeel verhaal over het verdienen van een tweede kans en speelt met het gegeven van de voorbeeldige persoon die slechte dingen doet en met de slechte persoon die goede dingen doet. Daniel laveert tussen spiritualiteit en zonde. Het is een kwestie van tijd dat hij zal worden ontmaskerd, want hij neemt de nodige risico’s door zich op te offeren voor het herstel van een harmonieuze gemeenschap. Bovendien geeft hij niet toe aan de nukken en bedreigingen van de corrupte burgemeester die hij tijdens het zegenen van de zaagfabriek (!), samen met andere hoogwaardigheidsbekleders, pardoes in de modder laat knielen voor een gebed. Ook zijn ongemakkelijk broeiende relatie met Lidia komt tot een climax. De uiteindelijke boodschap van Corpus Christi is snoeihard: niemand kan ontsnappen aan het verleden.

 

5 oktober 2020

 

ALLE RECENSIES

Atlantis

***
recensie Atlantis

Als de oorlog voorbij is

door Ries Jacobs

We are still in the desert.’ Doelend op de Eerste Golfoorlog die voortduurt in het hoofd van soldaten, eindigde Jake Gyllenhaal met deze woorden Jarhead (2005). Atlantis gaat door waar het oorlogsdrama van Sam Mendes eindigt. Hoe gaat een met PTSS kampende veteraan door met leven?

Sergiy werkt na de recente Oekraïense burgeroorlog in een staalfabriek. Nadat zijn vriend zelfmoord pleegt en de fabriek sluit, vindt hij een baan als vrachtwagenchauffeur. De oorlogsveteraan brengt schoon drinkwater naar plaatsen die hij enkele jaren eerder doorkruiste met het geweer in de hand. In deze gebieden is het water door de oorlog zo verontreinigd dat het niet meer drinkbaar is.

Atlantis

Op een van zijn tochten ontmoet hij Katya, een vrouw die werkt voor de vrijwilligersorganisatie Black Tulip, die als doel heeft om opgegraven oorlogsdoden te identificeren en een waardig graf te geven. Sergiy meldt zich aan als vrijwilliger en weet zo zijn leven weer wat zin te geven.

Opgegraven oorlogsslachtoffers
Veel scènes schoot regisseur en scenarioschrijver Valentyn Vasyanovych op bestaande locaties in het voormalige oorlogsgebied. Met name de gedateerde staalfabriek en zijn grauwe omgeving brengt hij mooi in beeld. Hoofdrolspeler Andriy Rymaruk, in werkelijkheid een oorlogsveteraan die werkt voor de Come Back Alive Foundation, tipte de regisseur vooraf over enkele mogelijke filmlocaties. De regisseur en de acteur creëren een sfeer die perfect bij het verhaal past en de film, mede door het gebruik van deze bestaande locaties, een rauw realisme geeft.

Door dit realisme, vormgegeven door lange en sobere scènes waarbij de camera nauwelijks van positie wisselt, heeft Atlantis soms iets weg van een documentaire. De regisseur zegt deze stijl bewust te hebben gekozen. De traagheid van de beelden symboliseert natuurlijk de doelloosheid van het leven van de met een trauma kampende veteraan Sergiy, maar traagheid moet je als regisseur beheersen. Dat doet Vasyanovych niet altijd; meer dan eens lukt het hem niet om de spanning vast te houden.

Atlantis

Zelfs in de wetenschap dat de lijken nep zijn, zijn de scènes waarin de camera minutenlang gericht is op in staat van ontbinding verkerende oorlogsslachtoffers niet alleen tergend traag, maar ook ronduit stuitend. Het lijkt soms alsof de regisseur door de scènes uit te rekken van een korte film een volwaardige bioscoopfilm wil maken, maar daarvoor leent het verhaal zich eenvoudigweg niet.

Rituele reiniging
Bovendien zijn de scènes onderling soms onsamenhangend. Bij meerdere beelden vraag je je af wat deze in de film doen. Een voorbeeld hiervan is het moment dat Sergiy een achtergelaten schep van een graafmachine met water vult en deze als bad gebruikt. Je kunt dit interpreteren als een rituele reiniging of als een poging van de oorlogsveteraan om tot rust te komen, maar het is niet relevant voor de ontwikkeling van de plot of de karakters en vertraagt de boel daarom vooral.

Toch is de film als geheel de moeite waard. Atlantis laat zien dat je een trauma soms beter verwerkt door het verleden op te zoeken, dan door ervoor weg te lopen. Dit klinkt als een moraal die zo uit de televisieserie Full House had kunnen komen, maar Vasyanovych brengt deze boodschap rauw en zonder franje in beeld. Hij doet dit zo geloofwaardig dat zelfs de traagheid van de film hem vergeven is.

 

15 september 2020

 

ALLE RECENSIES

Turtles Can Fly (2004)

REWIND: Turtles Can Fly (2004)
Koerden die de kindertijd overslaan

door Cor Oliemeulen

Het valt niet altijd mee om te kijken naar de lichamelijke en geestelijke verminkingen van oorlogskinderen in Turtles Can Fly (2004). Het drama speelt zich af in een Koerdisch vluchtelingenkamp tijdens de Amerikaanse invasie van Irak en focust op jonge kinderen tijdens het opruimen van Sadam Hoesseins mijnenvelden bij de grens tussen Turkije en de Koerdische Autonome Regio.

De dertienjarige Kak Satelliet geldt hier als een gerespecteerd man omdat hij de Engelstalige berichten op de radio begrijpt, en als hij die niet begrijpt, verzint hij zelf wel wat om de oudsten te behagen. Ondertussen leidt hij de kinderen, die niet-ontplofte munitie verzamelen om in de stad te verkopen. Als Kak een satellietontvanger heeft mogen aanschaffen, kunnen de mensen in het kamp zien hoe Amerika Irak is binnengevallen en hoe het beeld van Saddam van zijn sokkel wordt getrokken. Niet veel later strooien helikopters pamfletten uit boven het vluchtelingenkamp.

Turtles Can Fly

Tweederangs burgers
Toen regisseur Bahman Ghobadi twaalf was, brak de oorlog tussen Irak en Iran uit en verloor hij veel familieleden door Iraakse bombardementen. Ook vanwege de onderdrukking door Iran en later door Irak realiseerde hij zich de penibele situatie van zijn Koerdische volk. Hij raakte gedeprimeerd en werd boos dat de Koerden al zolang als tweederangs burgers moeten leven en geen eigen land hebben. “Mijn films zijn mijn leven, hoe ik leefde en hoe ik leef”, zegt Ghobadi. “In mijn films gebruik ik humor en satire, anders raakt het publiek misschien te geschokt.”

Nadat hij vanaf zijn zeventiende Super 8-films ging maken, de filmacademie in Teheran voltooide en assistent van zijn bekende landgenoot Abbas Kiarostami werd, kreeg Ghobadi al na zijn debuut, A Time for Drunken Horses (2000), een belangrijke rol in de globalisering van de Koerdische film. Maar zoals dat voor zijn latere films ook zou gelden, duurde het lang voordat hij toestemming van de Iraanse autoriteiten kreeg. Ghobadi verzweeg dat hij de film in de Koerdische taal wilde opnemen, terwijl de Koerden zelf de filmmaker wantrouwden, want wie anders dan de overheid maakt een film over ons? Toen de debuutfilm, die werd geschoten in zijn geboortedorp, eenmaal klaar was, probeerde Ghobadi reclametijd op tv te kopen. Ze zeiden aanvankelijk ‘nee’, maar nadat de regisseur refererend naar de filmtitel verklaarde dat er geen sprake is van dronken mensen, maar van een dronken paard, kreeg hij wel toestemming.



In REWIND opnieuw aandacht voor opvallende films uit dit millennium.

 


Geestkracht
De allereerste Koerdische speelfilm won de Gouden Camera in Cannes en was de Iraanse inzending voor de Oscars. Het verhaal gaat over Iraanse-Koerdische wezen, die proberen te overleven na de dood van hun ouders. In feite hebben bijna al Ghobadi’s films een vaak poëtische manier van filmen en een traditie in het Italiaanse neorealisme. Dat wil zeggen: low budget, filmen op locatie in documentaire-stijl en met niet-professionele acteurs. Net als in A Time for Drunken Horses spelen in Turtles Can Fly kinderen de hoofdrollen. “Jullie zien hen als kinderen, maar het zijn geen kinderen”, aldus Ghobadi. “Ik denk dat Koerden de kindertijd overslaan. De kinderen in mijn films lijden en worstelen zoals Europeanen dat pas doen in hun dertig of veertig. Mijn films gaan dus niet over kinderen, maar over mensen met kleine lichamen, maar een grote geestkracht.”

Turtles Can Fly (Koerdisch: Kûsî Jî Dikarin Bifirin) werd deels in Iran en deels in de Koerdische Autonome Regio in het noorden van Irak opgenomen. Het leven in het vluchtelingenkamp is ontdaan van enige romantiek en een enkel sprankje hoop. Ondanks de deprimerende omstandigheden en het hartverscheurende einde is het niet moeilijk te sympathiseren met de kinderen van wie de meesten minimaal een ledemaat missen. Diezelfde betrokkenheid en geloofwaardigheid zie je in alle zes speelfilms van Bahman Ghobadi, die het steeds moeilijker vond om zichzelf te censureren en direct na het voltooien van zijn undergroundfilm over een popband in Teheran, No One Knows About Persian Cats (2009), samen met de twee hoofdrolspelers Iran zou verlaten. Sinds die tijd pendelt hij tussen New York, Berlijn en Istanbul, waar hij met Rhino Season (2012) een film maakte over de Koerdisch-Iraanse dichter Sahel die wordt vrijgelaten na dertig jaar gevangenschap. Hij reist naar Istanbul om zijn vrouw te zoeken, maar zij denkt dat hij al twintig jaar dood is.

Turtles Can Fly

Van filmmaker tot activist
Sinds die tijd heeft Ghobadi nog slechts twee documentaires gemaakt. De filmmaker is nu vooral activist, die niet meer welkom is in zijn geboorteland. Zijn familieleden krijgen meestal geen toestemming om Iran te verlaten, bijvoorbeeld voor een bezoek aan Bahman vorig jaar in Ankara. Dat was een paar maanden nadat de onafhankelijke Iraanse filmmaker Mohammad Rosoulof een gevangenisstraf van een jaar kreeg vanwege de inhoud van zijn films. Ook Ghobadi’s broer Behrouz, eveneens filmmaker, verdween zeven maanden achter de tralies.

Het pionierswerk van Bahman Ghobadi heeft twintig jaar later meer dan duizend Koerdische filmmakers opgeleverd, echter volgens de regisseur worden zij nauwelijks gesteund en tellen alle gebieden in het Midden-Oosten waar de Koerden wonen samen nog geen tien bioscopen.

TURTLES CAN FLY KIJKEN: gratis op YouTube.

 

 

Update: De European Film Academy en het Internationaal Filmfestival van Berlijn roepen op tot de onmiddellijke en onvoorwaardelijke vrijlating van de Iraanse auteur, advocaat in mensenrechten en activist Nasrin Sotoudeh. Ze is de laatste passagier in Jafar Panahi’s film Taxi Teheran, winnaar van de Gouden Beer, waarin ze openlijk praat over haar toewijding voor politieke gevangenen. Nasrin Sotoudeh werd in juni 2018 gearresteerd op basis van dubieuze aantijgingen die betrekking hadden op haar werk als advocaat. Ze werd veroordeeld tot 30 jaar gevangenisstraf en 148 zweepslagen. Ze zit opgesloten in de beruchte Evin-gevangenis in Teheran waar ze op 11 augustus aan haar tweede hongerstaking begon om te protesteren tegen het regime dat weigert om politieke gevangenen tijdens de pandemie vrij te laten. Haar gezondheid is kritiek en een onmiddellijke vrijlating is noodzakelijk om haar medische hulp te kunnen geven.
Teken hier de petitie om haar onmiddellijk uit de gevangenis te ontslaan zodat ze de nodige medische hulp kan krijgen.

 

Meer REWIND