Bunuel in the labyrinth of the turtles

****
recensie Bunuel in the labyrinth of the turtles

Hoe de Spaanse surrealist zijn antidocumentaire Las Hurdes maakte

door Bob van der Sterre

Net na baanbrekende films Un Chien Andalou en L’Age d’Or had de jonge Luis Buñuel een moment van creatieve leegte. Hij kreeg een tip over een zeer geïsoleerde streek in West-Spanje, Las Hurdes. Het bleek de opmaat van een in alle opzichten krankzinnig project in 1933. Buñuel en el laberinto de las tortugas vertelt dit interessante stukje filmgeschiedenis in de vorm van een animatie.

Allereerst: wat was Las Hurdes en wat zag Buñuel in het idee van de film? Hij kreeg het project door van regisseur Yves Allégret en schrijver Jacques Prévert. Laten we het Buñuel zelf uitleggen: “Deze streek is een van de armoedigste gebieden op de hele aardbodem, geïsoleerd van de buitenwereld door een keten hoge, onbegaanbare bergen en met in totaal zesduizend inwoners verdeeld over tweeënvijftig gehuchten.”

Bunuel in the labyrinth of the turtles

Hij gaat verder: “Landbouwwerktuigen hebben ze vrijwel niet. Vee is er niet. Er is geen folklore. De armoede, de honger en de insecten. Geografen zijn het er erover eens dat de streek onbewoonbaar is.” Problemen als inteelt, dysenterie, malaria somt hij op. “Met hun kleren aan slapen ze op bedden van rottende bladeren.” Je snapt wat Buñuel zag in deze op zichzelf haast surrealistische omgeving.

Tweede vraag: wie wil in godsnaam voor een film over dit onderwerp betalen? Ramon Acin, een vriend, zei: ‘”ls ik de loterij win, dan mag jij jouw film maken.” Hij heeft zijn belofte geweten toen hij daadwerkelijk de loterij won! De cinematograaf Eli Lotar kwam erbij, net als dichter en vriend van Buñuel, Pierre Unik. Zij bleven twee maanden in Las Hurdes. Buñuel monteerde het materiaal vervolgens op een keukentafel in Madrid en gooide in zijn onervarenheid nog wat bruikbaar celluloid weg.

Een niet-surrealistisch project dat surrealistisch aanvoelde
Buñuel zal intuïtief gevoeld hebben dat er wel wat te halen viel. Hij moest ook loskomen van het surrealisme, waar hij een jaar geleden uitgestapt was. Het harde Spaanse leven gaf hem een kader waarin hij kon experimenteren. Hij kon hier een vernieuwende antidocumentaire maken, vol armoede, dood, lelijke en zieke mensen.

Buñuel zou Buñuel niet zijn als hij ‘de documentaire’ niet zou veranderen in zijn eigen cinematografische variatie op de werkelijkheid. (Overigens deed een van de beroemdste documentaires ooit, Nanook of the North, hetzelfde.) Zelf zei hij: “Het was een ongewoon soort werkelijkheid, een werkelijkheid die de verbeelding prikkelt.” En erkende later: “Het is een tendentieuze film.”

Dus als hij las over een ezel die door bijen wordt doodgestoken, kan hij het niet nalaten om honing over een ezel te gieten en te filmen hoe het arme beest aan zijn einde komt. Als een geit volgens broodjeaapverhalen soms in een ravijn viel, moest hij de realiteit wel een handje helpen. “Daar konden we niet op wachten en dus heb ik met een revolver ervoor gezorgd dat er een naar beneden viel.” Het hanentrekken… laten we het hier maar bij houden. Het was duidelijk dat de surrealist Buñuel de mens in de weg zat. Veel meer Buñuel wordt het niet als hij zegt: “Ik geloof in oncompromisloosheid.”

En was het ook niet wat je nu noemt exploitation van de bewoners? Maar, zo schrijft publicist Francisco Aranda later terecht: “Als Buñuel liefdadigheid bedreven had in dat gebied en niet de film had gemaakt, was het lot van de bewoners nooit in deze mate verbeterd.”

Bunuel in the labyrinth of the turtles

Geamuseerde en vlotte stijl
Dankzij Buñuel en el laberinto de las tortugas van animatieregisseur Salvador Simó zien we deze interessante geschiedenis terug in een geamuseerde en vlotte animatiestijl. Geslaagd zowel in stijl als in verhaal (anekdotisch), karakteriseringen en humor. Animatie als vorm is erg bruikbaar voor deze historische films (denk aan het recente Another Day of Life).

De film heeft twee minpunten: de muziekkeuze en het sentimentele einde. Die zijn niet des Buñuels want ze zijn toegevoegd uit commercieel oogpunt – en dat was altijd zijn grote vijand. Je zou bijna vergeten dat Buñuels voor het Las Hurdes-project een soort stage had gelopen in Hollywood maar weigerde films voor zakelijke motieven te maken.

Een eigenwijze film zoals Buñuel ze maakte, is deze film dan ook niet. In dit geval is dat ook niet het doel. De film wil ons laten zien wat een echt eigenwijs artiest wel is. En in die opzet slaagt Buñuel en el laberinto de las tortugas wel.

 

17 april 2019

 

ALLE RECENSIES

Leto

****
recensie Leto

Indringend portret toen rock naar Rusland kwam

door Jochum de Graaf

De titelsong speelt zich af op het strand, zanger Majk Naoemenko van de groep Zoopark, en zijn vrienden proberen een paar nieuwe nummers uit, pielen wat op de gitaar, draaien een jointje, flessen wodka gaan van hand tot hand, het is een beetje hippiesfeer, de meisjes wiegen en dansen rond op de klanken van Leto (Zomer). 

In de songtekst, in Engelse ondertiteling, wordt de tijdgeest verwoord.

Summer!
I’m fried like a croquette.
I’ve got time but no money,
And I don’t give a damn. 

Summer!
Recently I’ve heard somewhere
That a comet will come soon
And we will all die.

Leto

Verandering hangt in de lucht
Het is dansen op de vulkaan, de Sovjet-Unie begin jaren tachtig, de good old stagnation days van het Breznjev-regime, maar de verandering van de perestrojka hangt al in de lucht.

Die middag aan het strand voegen zich Viktor Tsoj, op dat moment nog de onbekende voorman van de legendarische groep Kino, en een vriend bij de groep. Vervolgens ontspint zich het verhaal tussen de beide grootheden van de Leningradse rockscene die elkaar opstuwen in artistieke creativiteit en ook op het persoonlijke vlak met elkaar verweven raken in een driehoeksverhouding met Natalja Naoemenko, op wier memoires de film losjes is gebaseerd.

Terug van het strand krijgt de groep het in de trein aan de stok met een oorlogsveteraan die ze westerse decadentie voor de voeten gooit ‘Hé Amerikaan, wat zie je eruit.’ Conducteurs en bewakers komen erbij, er worden stevige klappen uitgedeeld en de jongeren slaan fors terug. Het is een scherp gemaakte clip in zwart-wit met teksten in stripballoons, fraaie animaties op de tonen van Talking Heads’ Pyscho Killer.

Een van de jongeren met de omineuze naam Sceptic toont een bord in  beeld ‘Dit is niet gebeurd’ en later boven het hoofd van de Koreaanse acteur Teo Yoo, die Viktor Tsoj speelt, ‘Dit is hem niet’.

Spel met realiteit en fantasie
Boris Grebensjtsjikov, die met zijn groep Aquarium een vooraanstaande plaats innam in de Leningradse rockscene in de jaren tachtig, heeft forse kritiek op Leto, vindt dat de film een karikatuur maakt van hun leven, hen afschildert als ‘een soort Moskouse hipsters, die niks kunnen behalve copuleren ten koste van een ander’.

Maar om waarheidsgetrouwheid gaat het niet in Leto, juist het spel met realiteit en fantasie maakt de film zo interessant. Het is de opwinding bij de optredens, waarbij het publiek eerst nog onder streng toezicht in de stoelen moet blijven zitten, een meisje dat wordt opgepakt wegens subversief gedrag omdat ze een levensgroot hart voor de zanger omhoog houdt, het meezingen met de songteksten, het met z’n allen het podium bestormen. De Russische variant op de legendarische concerten van de Stones in het Kurhaus en The Beatles in Blokker. Het onweerstaanbare gevoel dat je ooggetuige bent van de opkomst van de rock-‘n-roll in Rusland en de omwenteling die het teweeg bracht.

Leto

Voor mij riep het de zoete herinnering op aan het zinderende optreden van Zoopark dat ik meemaakte in de statige grote schouwburg van Kiev vlak voor de zomer van ’88, eerst aarzelend meedeinen in de stoelen en uiteindelijk volkomen uit het dak in de gangpaden, op het podium en de belendende ruimten; het bleef nog lang onrustig in de stad.

In bedwang houden
Om in de Leningradse Rockclub op te mogen treden, moesten de artiesten hun teksten voorleggen aan de lokale commissie van de Bond van Sovjetcomponisten. Dat levert droogkomische scènes op met een discussie over de functie van het eindrijm en welke consequenties dat heeft voor inhoud en vorm van de song. De muzikanten moeten elkaar in bedwang houden om niet al te opstandig te reageren, ook in de commissie is er onenigheid, de teksten voldoen natuurlijk niet aan de vereisten voor ondersteuning van het Sovjetcultuur. Uiteindelijk worden ze toegelaten met het argument dat het hier ‘satire’ betreft.

Halverwege de film verschuift het perspectief van de artistieke wisselwerking tussen de gevestigde Majk Naoemenko en coming man Viktor Tsoj naar hun relatieperikelen. Natalja, vrouw en muze van Naoemenko, maakt werk van haar verliefdheid op Tsoj en verleidt hem tot steeds intiemer handelingen in stilzwijgende instemming van man Majk.

Maar het is niet de tamelijk vlakke plot en weinig dramatische ontknoping die Leto tot een aansprekende schildering van de Russische rock in de jaren tachtig maakt. Dat zijn toch de rauwe in zwart-wit gefilmde beelden van het dagelijks leven voor jongeren in de Sovjet Unie en de expressieve clips met Russische versies van Lou Reeds Perfect Day, Iggy Pops The Passenger en Mott The Hooples All The Young Dudes. En vooral ook de discussies welke groepen belangrijk zijn voor de ontwikkeling van de popmuziek, de exegese van de teksten, hun fan zijn van Bowie, Lou Reed, The Sex Pistols, Blondie, The Clash en niet te vergeten T-Rex.

Leto

Huisarrest
Ik heb het altijd opvallend gevonden die bijzondere aandacht in het Oostblok voor T-Rex, in het westen was hun invloed maar beperkt – mooie jongen Marc Bolan die een cultstatus kreeg door zijn vroege overlijden bij een auto-ongeluk. In de Sovjet-Unie kreeg dat een extra dimensie doordat ook Viktor Tsoj in 1990 een paar maanden na zijn 27e (!) verjaardag bij een auto-ongeluk om het leven kwam. Majk Naoemenko overleed een jaar later door overmatig drankgebruik.

Regisseur Kirill Serebrennikov werd tijdens het maken van de film onder huisarrest gesteld, zogenaamd omdat hij fraude met subsidiegelden zou hebben gepleegd. Algemeen wordt aangenomen dat hij zoals zo vaak in het huidige Rusland van Poetin administratief werd gestraft vanwege zijn deelname aan demonstraties tegen het regime. Juist vorige week werd zijn huisarrest opgeheven. En zo zou een parallel met de jaren van onderdrukking in de Sovjet-Unie gelegd kunnen worden. Maar Leto is eerst en vooral een indringend en innemend portret van de tijd toen rock-‘n-roll naar Rusland kwam.

 

15 april 2019

 

ALLE RECENSIES

Vox Lux

***
recensie Vox Lux

Zwarte zwaan wordt popicoon

door Tim Bouwhuis

In de traumatische nasleep van een school shooting zingt een tienermeisje een lied van verstilde wanhoop. Voor ze het weet heeft haar stem een natie verenigd. Zingen en dansen doet ze in de kooi van een studio, onder het toeziend oog van een producer in schaapskleren.

Celeste (‘hemels’) overleefde de schietpartij op miraculeuze wijze, maar het wordt snel duidelijk dat die ene gebeurtenis haar de rest van haar leven zal blijven achtervolgen. In het diep ongemakkelijke Vox Lux transformeert een jonge zangeres in een beroemd popicoon. Als de jonge actrice Raffey Cassidy halverwege de film van het toneel verdwijnt, neemt Natalie Portman een vlucht, met het advent van de eenentwintigste eeuw in haar kielzog. Als een zwaan die nooit wit is geweest.

Vox Lux

Misleid
Vox Lux
(‘stem van het licht’) draagt het stempel van een zelfbewuste maker. De dertigjarige Brady Corbet acteerde in films als Mysterious Skin, Funny Games U.S. en Martha Marcy May Marlene voordat hij in 2015 met een mateloos fascinerend regiedebuut kwam. The Childhood of a Leader, een onbehaaglijke vertelling over een onaards kind, heeft het effect van een donderslag bij heldere hemel. Desondanks sprak de film slechts een zeer beperkt publiek aan, laat staan dat hij in aanmerking voor een Nederlandse release kwam.

De strategie van Vox Lux is duidelijk anders, getuige de upgrade in naamsbekendheid (Portman, Jude Law als de producer) en de zorgvuldig gekanaliseerde promotie-inzet op Portmans rol als popzangeres. Het International Film Festival Rotterdam (IFFR) presenteerde Vox Lux als één van de toonaangevende titels in de als mainstream geafficheerde Voices-sectie. Op die manier had het er, kortom, de nodige schijn van dat Corbets tweede inhoudelijk ‘toegankelijker’ zou zijn dan zijn intrigerende debuut. Niets is minder waar.

Voorbereid
Op stilistisch vlak is Vox Lux, geheel gelijk haar voorganger, een stuk ambitieuzer dan ze zich ten aanzien van veel kijkers waarschijnlijk zal kunnen permitteren. Welbewuste interventies in de montage doorbreken de continuïteit van het scenario; beelden van een tweede schietpartij worden op een onderhuids ongemakkelijke manier met de vervreemdende realiteit van de film verweven. Deze waanzin is een stuk inzichtelijker als je bekend met Corbets eerder genoemde debuut. Ook in The Childhood of a Leader is de droom van een kind leidend voor de verdere afwikkeling van het verhaal.

Vox Lux

Een speciale vermelding moet uitgaan naar de onlangs overleden componist van Corbets werk, Scott Walker (ex-frontman van The Walker Brothers). Zijn schurende scores voor The Childhood of a Leader en Vox Lux scheppen majestueuze sleutelscènes, die zichzelf zonder uitzondering verheffen tot dreigende voorbodes van de dingen die komen gaan. Beide films maken een enigma van de toekomst; de beeldtaal houdt meer achter dan ze openbaart.

De regie kwijt
Het cruciale verschil tussen Corbets debuut en Vox Lux is dat die laatste film een voice-over bevat. De schrijvende cineast benut die om de kern van het mysterie boven de personages te verheffen. Op een paar gezette momenten in Vox Lux stopt het rad van chaos voor even met draaien, waarop de stem van Willem Dafoe de dingen vertelt die we anders niet zouden zien. Tenminste, dat lijkt de insteek: in feite ondermijnt de expliciete rol van de alwetende verteller de kracht van de suggestie. Die suggestie begint nog als een koortsdroom, maar kristalliseert in de tweede filmhelft als een opzichtig uitgelijnde reflectie van een popindustrie die werkelijk alles in zich opneemt. Ze rooft mensen en laat losse hulzen achter; in de slotakte danst een schmierende Portman op zielloze popbeats. De stem van het licht gaat uit als een nachtkaars.

 

14 april 2019

 

ALLE RECENSIES

Grand Bain, Le

***
recensie Le Grand Bain

Synchroonzwemmers in midlifecrisis

door Sjoerd van Wijk

Le Grand Bain brengt energie in een klassiek underdogverhaal. De sierlijkheid waarmee de film over een olijke bende mannen in midlifecrisis verhaalt, leidt tot aanstekelijk optimisme, maar is wel een misvatting van hun problematiek. 

Bij het plaatselijke zwembad vormt een samengeraapt zooitje mannen van middelbare leeftijd een synchroonzwemteam. Tweewekelijks is het trainen van het niveau bierteam geblazen, gevolgd door diepe gesprekken over ieders problemen. Want ze hebben allen wel iets, van depressie, falende ondernemingen tot aan woede-uitbarstingen. Totdat zij besluiten mee te doen aan het wereldkampioenschap synchroonzwemmen voor heren. Het verhaal volgt vele welbekende punten, inclusief voormalige topzwemsters met een verleden die hen moeten omscholen tot kampioenen. Maar Le Grand Bain draait gelukkig niet om deze sportfilmclichés waarin een montage om progressie aan te duiden niet kan ontbreken. 

Le Grand Bain

Midlifecrisis smörgåsbord
Het gaat om de triomf van de mannen om weer iets van het leven te maken. Het koddige ensemble vertedert, wat een prestatie is gezien het feit dat het om een stel heren uit de middenklasse gaat, normaliter niet een groep die als underdog bekend staat. De groep is een waar smörgåsbord van hedendaagse problemen, of het nu refereert aan de depressie-epidemie zoals bij Bertrand (Mathieu Almaric) of iets eenvoudiger als Simons (Jean-Huges Anglade) verwoede pogingen om zijn droom van rockster waar te maken.

De herkenbaarheid komt eerder oprecht dan schematisch over mede dankzij het innemende spel van acteurs als Guillame Canet (Double Vies). Dat de vele verhaallijnen vaak plotse wendingen bevatten, zoals Simons van hem vervreemde dochter die uit haarzelf de verzoening inzet, doet geen afbreuk aan de authenticiteit. 

Innemend energiek
De vaart blijft er in met een sierlijkheid die past bij het synchroonzwemmen. Regisseur Gilles Lellouche moet verschillende ballen tegelijk in de lucht houden en doet dit op dynamische wijze. Beweeglijk voert Le Grand Bain mee van hot naar her met amusante onderonsjes tussen de personages als boeg binnen alle vaarwateren. De spanningen die een strenger trainingsregime met zich meebrengen, geven Leïla Bekhti als de aan een rolstoel gekluisterde oud-topper Amanda de ruimte om te schitteren. Haar tekeergaan tegen de stukken onbenul is van een bevrijdende geestigheid. 

Tegenover deze lach staat de traan van alle individuele problematiek. In de verte doet deze versie van feelgood denken aan Little Miss Sunshine of Jean-Pierre Jeunet, maar Lellouche geeft er een eigen draai aan met vlotte overgangen en opzwepende beweeglijkheid. Zo is een onderwerp wat op het eerste gezicht had kunnen leiden tot oubolligheid juist innemend energiek. 

Le Grand Bain

Hartverwarmend maar verraderlijk
Deze vitaliteit is onlosmakelijk verbonden met de overduidelijke moraal van het verhaal. Rondjes en vierkanten passen niet in elkaar, of toch wel? Deze moraal is weliswaar vernuftig geïntroduceerd met een gesmeerde stortvloed aan beelden, maar komt erg sturend over met gevormde kadering. De plotse wendingen getuigen daarom ook van een gebrek aan echte beproevingen voor de personages die deze gedachte kenbaar maken. Alles voor elkaar boksen met het team lijkt al voldoende voor alle individuele problematiek. Aan de ene kant werkt deze energieke lofzang op het onmogelijke voor elkaar krijgen aanstekelijk. Het optimisme waarmee de personages hun problemen als sneeuw voor de zon zien verdwijnen, is hartverwarmend. 

Maar daarin zit tegelijk ook een vorm van verraad. De midlifecrisis van de teamleden komt dikwijls neer op systemische mankementen, gebaseerd op de hedendaagse ethos dat alles kan als men er maar voor werkt. Zoals filosoof Byung-Chul Han opmerkt, leven wij in de vermoeide samenleving waar niet een ander ons dwingt iets te moeten doen, maar wij onszelf dwingen alles te kunnen doen. Le Grand Bain ziet daarmee niet in dat het geloof alles te kunnen geen triomfantelijke conclusie is maar juist de oorzaak van de problemen van zijn personages.

 

8 april 2019

 

ALLE RECENSIES

Thunder Road

***
recensie Thunder Road

Dans voor overleden moeder

door Cor Oliemeulen

De politie kan in deze roerige tijden wel een beter imago gebruiken. Thunder Road schetst een tragikomisch portret van een agent die het allemaal heel goed bedoelt, maar wordt gehinderd door een naderende zenuwinzinking.

Jim Arnaud werkt zes jaar bij de politie in een klein Texaans stadje. Hij is gescheiden en dreigt de voogdij over zijn dochtertje te verliezen. Jim oogt erg nerveus, is soms onvoorspelbaar, praat veel en regelmatig over irrelevante zaken, en heeft sinds het recente overlijden van zijn moeder zijn emoties niet meer onder controle. Mensen die hem niet beter kennen, zouden hem compleet gestoord kunnen noemen en hem liever in een dwangbuis zien dan in een politie-uniform. Maar wij als filmkijkers leren Jim wel wat beter kennen. Hij heeft ontegenzeggelijk zijn hart op de goede plaats, maar dat hart een tikkeltje minder luchten, zou prettig zijn.

Thunder Road

Groot talent
Jim Cummings, die de hoofdrol speelt en de film regisseerde, blijkt in die beide hoedanigheden een groot talent. Als acteur creëert hij met gemak binnen tien seconden een heel arsenaal aan uiteenlopende emoties, terwijl hij als regisseur en producer zijn hele ziel en zaligheid in zijn speelfilmdebuut Thunder Road heeft gelegd. Met crowdfunding haalde hij een paar ton op, huurde vooral mensen uit zijn eigen omgeving in en distribueerde zijn film zelf naar een dertigtal Amerikaanse bioscopen. Gelukkig heeft de film nu ook de Nederlandse bioscoop bereikt.

Vanwege het gebrek aan voldoende financiële middelen maakte Cummings eerder zo’n tien korte films waarmee hij veel kon leren over narratief en techniek. Bijna alles nam hij op in één lang shot, waardoor situaties indringend worden omdat je als kijker maar één perspectief van een bepaalde, vaak absurde, gebeurtenis hebt. Dat experimenteren leidde in 2016 tot de briljante kortfilm Thunder Road (kijken!) die werd overstelpt met vele awards, zoals de juryprijs van het Sundance Film Festival. De monoloog van een man die wordt verteerd door herinneringen en verdriet tijdens zijn toespraak bij de kist van zijn overleden moeder is een klein meesterwerk van schrijven, regisseren en acteren. Het succes van de korte film smaakte naar meer en leverde Cummings’ eerste speelfilm met dezelfde titel op.

Heerlijk ongemakkelijk
Thunder Road, de prachtige openingstrack van het legendarische Bruce Springsteen-album Born to Run (1975), is het slaapliedje dat Jim Arnauds moeder vroeger altijd voor hem zong. “Iedereen rouwt op zijn eigen manier”, zegt de uitvaartleidster wanneer Jim met een roze cd-spelertje naar voren komt om iets over zijn lieve moeder te vertellen en al een idee heeft wat de komende tien minuten staat te gebeuren. Jims moeder runde een balletschool en was een vrije geest. Net zoals Springsteen zingt over gewone zielen in het andere Amerika en hen aanmoedigt om hun lusteloze levens te veranderen, kon ook zij zomaar in een auto stappen en vertrekken.

Thunder Road

Jim spreekt mooie woorden, stamelt, stottert, snottert. Zo intens aangrijpend dat de kijker voortdurend laveert tussen medelijden en verwondering. Buiten beeld wordt Jim op de moeilijkste momenten rustgevend toegesproken, getroost en aangemoedigd om zijn hart te volgen en zijn emoties de vrije loop te laten. Dan start de cd en horen we de piano en de mondharmonica. Bruce begint te zingen. En Jim zingt – door een zee van tranen en gebroken keelklanken – vol overgave met hem mee. Alsof dat nog niet confronterend genoeg is, doet Jim ook nog een maf dansje. Zelden zag je een dodelijkere combinatie van ontroering en ongerief op het scherm. Hoe jammer is het dan dat Jim in de speelfilm niet meezingt en hier ook de muziek niet is te horen (ditmaal werkt de cd-speler niet), maar gelukkig is zijn dansje wel gebleven.

Alle goede bedoelingen, originele invalshoeken en spitsvondigheden ten spijt schuilt in het uitbreiden van een korte film tot een lange film het gevaar van minder sterke fragmenten. We leren onze welwillende politieagent Jim Arnaud weliswaar een stuk beter kennen en hebben begrip voor zijn moeilijke levensfase, maar kunnen hem door enkele flauwigheden (Jim heeft ‘s nachts zijn koelkast gesloopt omdat hij dacht dat het een inbreker was) en ongepastheden (Jim slaat een zojuist overleden vrouw in het gezicht) moeilijk onze onvoorwaardelijk sympathie schenken. Echter vertolker Jim Cummings is zo oorspronkelijk, talentvol en heerlijk ongemakkelijk dat we reikhalzend uitzien naar zijn tweede speelfilm.

 

26 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

Ash is Purest White

***
recensie Ash is Purest White

Twee decennia modern China

door Bob van der Sterre

De nieuwste film van Zhangke Jia is een soort laatste hoofdstuk van zijn films. De grootmeester van de vijfde generatie, Zhang Yimou, vond zichzelf opnieuw uit als expert in wuxiafilms. Na het zien van Ash is Purest White vraag je je af of Zhangke Jia, grootmeester van de zesde generatie, ook rijp is voor zo’n radicale stap. Comedy? Horror? Want hij lijkt nu wel klaar met zijn gigantische filmproject over mensen die worstelen met de realiteit in China.

En worstelen doen ze, het stelletje Bin en Qiao. In 2001 gaat het nog de goede kant op. Bin is nog een lokale crimineel, Qiao zijn liefje. Ze lossen allerlei zaken op in de buurt van de opkomende stad Datong. Hij lost zaken liever met hersens op dan met wapens.

Ash is Purest White

Agressieve bendes
Totdat er ineens agressieve bendes opduiken en hem uitdagen. Op een kruising levert dat een heftige vechtpartij op. Qiao pakt een wapen en schiet in de lucht. Qiao komt in de gevangenis omdat ze zegt dat het haar wapen was.

In 2006 als ze weer vrij is, staat Bin er niet om haar te bedanken. Ze reist naar de plek waar de Drieklovendam wordt gebouwd. Ze moet mannen oplichten om aan geld te komen. Daar vindt ze hem uiteindelijk, uitgeleefd en depressief. Ze rent weg. In de trein ontmoet ze een vlotte vent die ‘de toerismesector van Urumqi aan het ontwikkelen is’. Maar niets is in China wat het lijkt: ‘Sorry, ik heb alleen maar een klein winkeltje in mijn geboortedorp.’

Ze keert terug naar haar kroeg van vroeger. Tot op een dag in het heden Bin arriveert… Niet zoals ze had gehoopt.

Cinematografische verwijzingen naar jezelf
Zhangke is intussen een veteraan onder de Chinese regisseurs. De beroemdste van de zesde generatie, die – in tegenstelling tot de vijfde generatie met haar historische drama’s – het rauwe, persoonlijke leven van het heden toont. Ash is Purest White pakt uit met allerlei bekende Zhangke-thema’s. Het is een soort medley van zijn eigen werk.

Je ziet in deze film de kleine misdaad van A Touch of Sin en Xiao Wu, de Drieklovendamregio van Still Life, de verstedelijking  van The World, de veranderingen van 24 City, het portret van de vrouw in Mountains May Depart. En zoals zo vaak met redelijk forse tijdverspringing en opgeknipt in verschillende episoden.

Cinematografische verwijzingen zijn er vooral naar zichzelf. Geen genres, geen voorspelbaarheid, geen stilisme, geen makkelijke thema’s. Invloeden zijn letterlijk op een vinger te tellen: zichzelf. Hoewel hij zelf Ozu, De Sica, Fellini en Bresson noemt als voorbeelden, maar dat zie je niet zo in zijn films terug.

Ash is Purest White

Actrice Zhao Tao’s scène in Still Life keert bijna letterlijk terug in Ash is Purest White (met wederom een flesje water). Ook Shenxi, de provincie waar de eerste films zich afspelen, heeft hier ook een hoofdrol. De rauwheid van zijn vroegste films (met name Xiao Wu). En de film omspant misschien niet toevallig ook Zhangke Jia’s carrière als regisseur. Daarmee zou je een van de ergste oeuvreclichés van stal kunnen halen: er is een cirkel rondgemaakt.

Een nadeel: mensen die zich zo eigenwijs werken, kunnen behoorlijke clichés opdissen als iets verheffends. Flauw is bijvoorbeeld in deze film hoe mobieltjes symbool staan voor een bepaalde periode. Misschien heeft Zhangke Jia dat nog nooit in andere films of series gezien? Hoe kun je anders niet weten dat het intussen een cliché is?

Een flow in plaats van een verhaal
Zhangke Jia wordt vaak gewaardeerd om zijn stijl maar dat is een vergissing. Tenzij je houdt van de stijl van rauwe en eerlijke cinema. Hij gelooft niet in overstilering – waarschijnlijk niet eens in stilering zelf.

Ook in het verhaal. Je kijkt eerder naar een flow dan een verhaal met een net script. Als filmkijker moet je dus wel even je visuele verlangens terugschroeven als je zijn films gaat kijken. Maar de flow breekt je verzet. Als je soms simpel camerawerk, houterig acteerwerk en kitscherige scènes ziet, dan accepteer je dat sneller dan normaal.

Zijn karakters zijn al net zo rauw. Ze zijn overlevers in een veranderende wereld en hebben een voor film karig gevoel voor romantiek. Ze zijn figuranten van het leven die een dialect-Chinees spreken. Zhangke Jia streeft naar ‘objectieve films’, dus meer antihelden met tekortkomingen dan sterke figuren.

De prijs is dat je soms wordt verbluft door momenten van prachtige eenvoud. In deze film is de scène in het hotel hartbrekend. Niet volgens een plan. Die scène duikt plotseling op. Zoals je ook de indrukwekkende vechtscène waarin Bin het alleen tegen een hele bende opneemt niet ziet aankomen. Er is weinig wat je wel ziet aankomen bij Jia’s films.

Ash is Purest White

Zhangke Jia: de regisseur
Omdat de film een soort medley van zijn werk is en hij gretig zichzelf citeert, maak er dan meteen een feestje van en bekijk ook de masterclass van afgelopen IFFR. Al die leuke weetjes! Hij leerde veel uit een boekje van Fassbinder dat gaat over hoe je het budget van je film kunt rond krijgen. Hij studeerde montage van Eisenstein maar ‘zoiets vind je niet in mijn films’. En cameraman leek hem eigenlijk leuker – maar hij was te klein om die studie te mogen volgen.

Of zijn oeuvre met deze film nu rond is of niet – en of hij zich hierna wel eens moet vernieuwen of niet – Jia blijft een van de groten van China. Zijn gewone, weinig mysterieuze houding tegenover zijn werk bewijst dat. Voor protserigheid is hij gewoon te nuchter. En dat kenmerkt de grote artiesten.

 

25 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

C’est ça l’amour

***
recensie C’est ça l’amour

Intiem familieportret

door Nanda Aris

Wanneer een vader er alleen voor komt te staan, doet ie er alles aan om zijn vrouw terug te winnen en het gezin te herenigen. De toneelles waarvoor hij zich opgeeft, is een excuus om zijn vrouw te kunnen zien. Maar onverwachts biedt het hem meer dan gedacht. 

C’est ça l’amour is de eerste film die Claire Burger alleen regisseert. Voorgaande films – Party Girl (2014) en Forbach (2008) – schreef en maakte ze samen met Marie Amachoukeli-Barsacq. Ook deze film speelt in Forbach, een plaats dichtbij de Frans-Duitse grens. Ditmaal zelfs in het huis van Burgers vader, waarin zij opgroeide en dat eigenlijk te klein was om goed te kunnen bewegen voor cast en crew. Maar Burger wilde de film losjes baseren op haar eigen jeugd (haar ouders scheidden toen ze jong was) en kon zich uiteindelijk niet voorstellen ergens anders op te nemen dan in het ouderlijk huis. 

C’est ça l'amour

Dochters
Mario (Bouli Lanners, de enige professionele acteur in de film) is een lieve, zachtaardige vader en echtgenoot, die kapot is van het feit dat zijn vrouw hem en de kinderen verlaat. ‘Als je terugkomt, ben ik veranderd.’ Het is aandoenlijk en een beetje zielig tegelijk hoezeer Mario zijn vrouw mist en stalkt. Met zijn baard en buikje is het een teddybeer en een goedzak. De meeste vrouwen sollen een beetje met Mario, tot je als kijker hoopt dat hij een grens trekt en voor zichzelf opkomt.

Mario heeft een zeventienjarige dochter Niki (Sarah Henochsberg) en een veertienjarige dochter Frida (Justine Lacroix), een androgyn meisje dat haar seksuele voorkeur ontdekt. Vooral Frida maakt het Mario niet makkelijk, omdat zij het hem kwalijk neemt dat moeder Armelle (Cécile Rémy-Boutang, tevens productiemanager van de film) vertrokken is.

Wanneer Mario voorstelt dat Frida haar vriendinnetje van school uitnodigt voor een slaappartijtje, heeft hij daar andere ideeën bij dan Frida. Wanneer hij Frida ziet zoenen met haar vriendin, besluit hij dat het beter is als de meisjes niet in dezelfde kamer slapen. Het lijkt niet zozeer onwil, maar vooral onmacht, en schrik voor het feit dat zijn dochter opgroeit. Frida is echter woest en besluit haar vader terug te pakken door zijn kruidenthee extra spice te geven en MDMA toe te voegen. Er volgt een grappige, aandoenlijke, maar licht overdreven scène waarin de hele familie bij elkaar is, ook al bevindt Mario zich in een andere wereld door de drugs.

C’est ça l'amour

Atlas
Het theaterstuk waarvoor Mario zich heeft opgegeven, is in eerste instantie alleen een middel om dichtbij zijn vrouw te zijn, maar wanneer hij zich overgeeft aan de groep en de opdrachten die ze uitvoeren, blijkt het een therapeutische werking te hebben op hem. Het theaterstuk, waarin niet-professionele acteurs een korte tekst uitspreken die typerend is voor henzelf – wie ze zijn, of zouden willen zijn – is een werkelijk gespeeld stuk.

Antonia, de regisseuse van dit stuk in de film, is ook in werkelijkheid betrokken bij dit bestaande project, Atlas, dat wordt opgevoerd met lokale mensen. Op die manier kon Burger op een authentieke wijze de omgeving in haar film verwerken; een beeld van een snel veranderende regio, onder andere door sluiting van een mijn en de opkomst van het rechts-nationalistische Front National.

Zo krijgen we in C’est ça l’amour een beeld van de regio, niet door het tonen van industriële landschappen, maar door deze burgers een stem te geven. Tegelijkertijd krijgt Mario meer zelfvertrouwen, want hij vindt steun in zijn toneelspel, zijn medespelers en in Antonia. En zo zoekt en vindt ieder gezinslid liefde en geluk, ieder op een eigen manier, op een eigen pad.

 

24 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

Wajib

***
recensie Wajib

Een broos evenwicht

door Ries Jacobs

Soms moet je door de zure appel heen bijten en doen wat je omgeving van je verwacht. Soms moet je juist doen wat je zelf wilt. In de laatste film van de Palestijnse regisseuse Annemarie Jacir worstelen de hoofdrolspelers met de vraag voor welke van deze twee opties ze moeten kiezen.

Een vader met een snor en een ouderwetse pet, een zoon met een hipsterstaart en dito kleding. Al na vijf minuten is duidelijk dat dit een familiedrama is waarin traditie en moderniteit botsen. Vader Abu Shadi en zoon Shadi rijden in een oude Volvo rond om uitnodigingen voor het huwelijk van dochter en zus Amal te bezorgen. Volgens het lokale gebruik moet iedereen persoonlijk worden uitgenodigd en worden de huwelijksaankondigingen dus niet per post verstuurd.

Wajib

Vader is een Palestijn die in het tegenwoordig Israëlische Nazareth woont. Hij is gevoelig voor de plaatselijke roddel en achterklap, die zijn eer kunnen aantasten. Zoon werkt als architect in Italië. Hij is meer individualistisch ingesteld en begrijpt weinig van het eergevoel van zijn vader.

Israëlische hond
Jacir weet als geen ander hoe ze het dagelijks leven in Israël in beeld moet brengen. Ook in haar derde lange film doet ze dit vanuit het Palestijnse perspectief. Op een subtiele manier geeft ze weer hoe in het leven van Shadi en Abu Shadi plaats is voor christenen, joden en moslims. Ze gaan langs bij families waar een kerstboom het huis versiert, maar ook bij zionisten in Israëlische nederzettingen.

Het nieuws geeft ons een beeld van Israël als land dat bestaat uit twee kampen die elkaar de hersens inslaan, maar Jacir laat zien dat de verschillende geloofsgemeenschappen geen gescheiden werelden zijn. Meestal leven ze vreedzaam naast elkaar. Soms lukt dat niet, bijvoorbeeld wanneer Abu Shadi in een joodse nederzetting een hond aanrijdt en er daarna vandoor gaat. “Je weet wat er gebeurt in dit land als je een beest kwetst? En zeker een Israëlische hond!”

Wajib

Lied zonder refrein
Wajib bevat meer scènes waarin de onderhuidse spanning tussen Palestijnen en joden tot uiting komt. Zo hebben vader en zoon bijna constant ruzie over wie ze moeten uitnodigen voor de bruiloft, waarbij zoon principieel is en vader niemand voor het hoofd wil stoten teneinde het broze evenwicht met Palestijnen en joden in zijn omgeving te bewaren. Als hij nu de verwachtingen van zijn omgeving inlost, krijgt hij later geen probleem. Dit verklaart de naam van de film. Een wajib is een voor moslims noodzakelijke handeling, zoals het gebed of de ramadan. Wie deze uitvoert wordt later beloond, wie deze verwaarloost wordt gestraft.

Jacirs poging om de spagaat waarin veel Palestijnen zich bevinden weer te geven is zonder meer geslaagd. Dit geldt niet voor de film als geheel, waarin niet zoveel gebeurt. Vader en zoon rijden, bezorgen ergens een uitnodiging, rijden weer verder, gaan weer bij iemand langs en rijden weer verder. De verhaallijn van het door Jacir zelf geschreven script is flinterdun en maakt de film, ondanks de goed uitgewerkte karakters, bij vlagen vlak en spanningsloos.

Kijken naar een film zonder verhaal is als luisteren naar een lied zonder refrein. Na een tijdje gaat het vervelen omdat het meer van hetzelfde is. Dit geldt ook voor Wajib, ondanks de sfeer die Jacir weet te creëren. Als regisseuse is de Palestijnse filmmaakster deze keer beter geslaagd dan als scriptschrijfster.

 

23 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

Private War, A

**
recensie A Private War

Vrouw verslaafd aan oorlogsleed

door Cor Oliemeulen

Wat beweegt iemand haar leven te riskeren door in oorlogsgebieden menselijk leed te verslaan? In A Private War kunnen we het antwoord niet goed ontdekken, maar zien we wel een authentieke held.

Een liefdesbrief aan de journalistiek en een hommage aan een van de meest gevierde oorlogscorrespondenten van deze tijd, Marie Colvin (Rosamund Pike), die keer op keer haar leven op het spel zette om de harde waarheid te publiceren. Dat was de insteek van de Amerikaanse documentairemaker Matthew Heineman toen hij met A Private War zijn eerste speelfilm ging maken. Focus op betrouwbare nieuwsgaring is volgens hem noodzakelijk in deze tijd waarin feiten en nepnieuws als bijna vanzelfsprekend inwisselbaar zijn ter ere van politieke propaganda en persoonlijk gewin.

A Private War

Onverwoestbaar
Het biografische oorlogsdrama, dat in episodische gebeurtenissen toewerkt naar die fatale dag in 2012 in de totaal verwoeste en ontredderde stad Homs, zou je enigszins bevooroordeeld kunnen noemen. De Syrische president Bashar al-Sadat bombardeert niet alleen tegenstanders van zijn regime maar ook onschuldige vrouwen en kinderen, terwijl dubieuze handelingen van de geallieerden geheel buiten schot blijven. Heinemans keuze heeft echter weinig te maken met politieke propaganda, hij vertelt slechts het verhaal van de moedige, onverwoestbare, oorlogsverslaafde Colvin, die op haar beurt lijdende burgers een stem en een gezicht gaf. Die keuze is zowel het sterke als het zwakke aspect van A Private War.

Zuipend, kettingrokend en vloekend, ging de in Amerika geboren Britse oorlogscorrespondente van The Sunday Times soms ten onder aan haar eigen demonen. Altijd emotioneel betrokken, maar zonder vrees; althans minder bang dan de oorlogsslachtoffers, zoals ze zelf zei. Of het nu was tijdens schermutselingen tussen het Sri Lankaanse leger en de Tamil Tijgers waarbij ze door een granaatinslag het zicht van haar linkeroog verloor, bij de opgraving van een massagraf bij de Iraakse grens, een bomexplosie in Afghanistan of haar interview met een van de eerste politieke slachtoffers van de Arabische Lente, de Libische premier Moammar Gaddafi die door Marie Colvin uiterst confronterend in een interview wordt aangepakt en niet lang daarna naakt en bebloed op de grond ligt terwijl opstandelingen lachend selfies naast de doodgemartelde dictator maken.

Trauma’s
We zien ook Colvin worstelen met trauma’s, maar steeds moet ze van zichzelf (en soms van de krant) weer naar de frontlinie om schrijnende verhalen van onzichtbaar gebleven slachtoffers te vertellen. Niets van embedded journalism voor haar; als een peloton reporters in 2003 door het Amerikaanse leger wordt geïnstrueerd om tijdens de invasie van Irak in het kielzog van de militaire troepen te opereren, regelt de eigenzinnige Colvin op de achtergrond een freelance fotograaf die jarenlang zal fungeren als haar ‘tweede’ oog op het oorlogsleed en als tolk in de meest precaire omstandigheden.

Qua drama is A Private War geen slechte Hollywoodfilm, met weliswaar een voorspelbaar verloop en verstoken van noemenswaardige verrassingen. Rosemund Pike speelt een van haar meest geloofwaardige rollen, hoewel we haar eigen intense pijn nog meer hadden mogen voelen. Dan rest een weinig gecompliceerde geschiedenis van een vrouw die was verslaafd aan oorlogsleed en zich kennelijk verantwoordelijk voelde om de mensheid daarmee te confronteren. Een ware held(in) met het nobele doel de wereld beter te maken. Iemand die kon vermoeden dat ze in het harnas zou sterven.

Daarmee houdt de film op en mag de held terecht worden geëerd. Behalve als je meer over Colvins werkelijke drijfveren en persoonlijke achtergrond had willen weten. Samen met de eenzijdige blik op een cruciaal stukje wereldgeschiedenis blijft Heinemans speelfilmdebuut aan de fragmentarische en vlakke kant dat onvermijdelijk inspeelt op sentiment en onbehagen. Als iemand na afloop van de film geïnspireerd is om zich aan te melden als oorlogscorrespondent is dat natuurlijk mooi meegenomen.

 

22 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

Lazarro Felice

***
recensie Lazarro Felice

Merkwaardige magische parabel

door Sjoerd van Wijk

De merkwaardige parabel van Lazzaro Felice komt soms aandoenlijk uit de hoek. Maar blijft wel tot op het bot didactisch zoals dat een parabel betaamt.

Voordat de loonslavernij zijn intrede deed, was er sprake van pachtvormen, waarbij landarbeiders een deel van hun oogst afstaan aan de landbezitter in ruil voor voeding en onderdak. In Lazzaro Felice heeft de tijd op het landgoed Inviolata stilgestaan sinds een modderstroom de stad slecht bereikbaar maakte. De parmantige Markiezin zorgt ervoor dat de inwoners nog steeds bij haar in het krijt staan. En dat deze landarbeiders niet beter weten dan dat zij een handjevol gloeilampen moeten delen en tabak moeten verbouwen. De jongen Lazzaro is echter een ander slag boer. Als de goedheid zelve helpt hij iedereen onvoorwaardelijk. Zodra de oplichterij onvermijdelijk uitkomt, ontspint zich een zoektocht naar Tancredi, de flamboyante zoon van de Markiezin met wie Lazzaro net een vriendschap had gesloten.

Lazarro Felice

Vreemd giswerk
Het blijft een doorgaand giswerk wanneer Lazzaro Felice zich precies afspeelt. Alsof het een nabije toekomst is waar de middenklasse volledig door het kapitaal is verpulverd. Waar rijk en arm overblijven en het feodalisme in nieuwe vormen is teruggekeerd. Door de markante gebruiken van de landarbeiders, inclusief opmerkelijk bijgeloof, dompelt de film direct onder in een vervreemdende wereld. Een tot leven gekomen poppenkast, waar de personages onbehouwen met elkaar omgaan.

Het is extra opmerkelijk door de nuchtere stijl waarmee schrijfster-regisseuse Alice Rohrwachter (Le Meraviglie) te werk gaat. Wel veert ze dikwijls van nonchalance naar slordigheid. Het contrast met de engelachtige Lazzaro kan niet groter, waardoor het gebeuren een magisch tintje krijgt. Zijn wederopstanding in de grote stad doet ondanks de klungelige opbouw bijwijlen betoverend aan.

Wringen versus gunnen
Als vreemdste vogel van allemaal is Lazzaro niet zozeer een personage, maar een op aarde neergedaalde heilige. De non-acteur Adriano Tardiolo combineert het dromerige van Timothée Chalamet (Beautiful Boy) met de nederigheid van Padre Nazario uit Nazarín. Net als in laatstgenoemde film krijgt ook hier de hoofdpersoon het zwaar te verduren in een vervelende wereld. Maar waar Luis Buñuel zijn priester van innemende tragiek voorziet, wringt de uitbuiting van Lazzaro vooral door het tergende contrast tussen hem en zijn omgeving. De voortdurende naastenliefde werkt op de zenuwen, omdat er weinig anders is om houvast aan te hebben bij het personage. Daardoor weet de prille vriendschap met charlatan Tancredi van beide kanten niet te overtuigen.

Lazarro Felice

Ondanks de uitbuitende inborst van zijn compagnons hebben de afgeperste arbeiders wel iets aandoenlijks. Hun overgang van opgelicht op het platteland naar oplichter in de stad is geen aanleiding voor cynisme, maar een koddige overpeinzing over saamhorigheid. Rohrwachters zus Alba (Figlia Mia) vermengt hierbij verdienstelijk onschuld met ondeugd als de lieve bengel Antonia. De gunfactor voor dit rapaille stijgt des te meer als zij namens hen bedelt met hun schamele bezit bij de patisserie. Deze groep misfits zorgt voor een vrolijke noot. Iets wat door Alice Rohrwachters slodderige devotie aan de parabel welhaast letterlijk zo is.

Moraal van het verhaal
Lazzaro Felice zou dan ook geen parabel zijn zonder een moraal van het verhaal. Demonstratief maakt de film daarom het adagium uit Mattheus 5:5 met de grond gelijk. Lazzaro zal als zwakkere nooit de aarde erven. De reden daarvoor heeft de Markiezin in kunstmatige dialoog al uit de doeken gedaan. Alice Rohrwachters stijl voelt op deze wijze aan als een vriendelijke versie van Lars von Trier, mede dankzij een voice-over die een mirakel duidt. Maar waar de meester zelf is getransformeerd tot guitige predikant in The House That Jack Built en adept Brady Corbet met Vox Lux (binnenkort in de bioscoop) hedendaagse nervositeit vat, lijkt Lazzaro Felice in vergelijking minder relevant. De slordig uitgewerkte didactiek doet afbreuk aan het magische potentieel van deze door religie ingegeven vertelling.

 

17 maart 2019

 

ALLE RECENSIES