Muy lejos

**
recensie Muy lejos
De afstand tot jezelf

door Cor Oliemeulen

Dertiger Sergio bezoekt met een groep supporters de uitwedstrijd van zijn voetbalclub tegen FC Utrecht. Kort daarna gooit hij tijdens een paniekaanval zijn portemonnee, inclusief paspoort, in een vuilnisbak. Hij wil niet terug naar huis. De filmtitel Muy lejos (‘Heel ver weg’) verwijst niet alleen naar de kilometers tussen Barcelona en Utrecht, maar krijgt gaandeweg een diepere betekenis: de afstand die iemand tot zichzelf kan voelen.

Deze debuutfilm van Gerard Oms oogstte in zijn thuisland Spanje lof vanwege het persoonlijke verhaal over angst, identiteit en zelfacceptatie. De regisseur putte uit zijn eigen ervaringen om te laten zien hoe iemand zichzelf kan worden door letterlijk afstand te nemen van zijn vertrouwde omgeving. Maar zoals vaker in films over herinneringen van filmmakers rijst al snel de vraag in hoeverre de kijker daar iets mee opschiet. Ook omdat het verhaal zich bijna twintig jaar geleden afspeelt, toen de maatschappelijke omstandigheden anders lagen.

Muy lejos

Heel ver weg… van dramatische spanning
Sergio (Mario Casas) lijkt in Barcelona alles te hebben wat op een stabiel leven wijst: vrienden, een toekomst, zelfs een aanstaand huwelijk. Wat een impulsieve vlucht lijkt, groeit uit tot een stille confrontatie met zichzelf. Muy lejos neemt veel tijd voor observatie en terughoudendheid. Dat geeft het verhaal weliswaar wat emotionele kracht, maar voelt op den duur afstandelijk of zelfs traag aan. De film blijft te lang in hetzelfde emotionele register hangen en biedt onderweg weinig ontwikkeling. Wat de kijker niet weet (en eigenlijk ook niet van tevoren moet weten), is dat Gerard Oms pas helemaal aan het eind onthult wat Sergio precies ontloopt.

Voor Spaanse kijkers zullen Sergio’s kennismaking met de Nederlandse taal (“Ze praten alsof ze de hele tijd een rochel in hun mond hebben”), cultuur en dagelijkse gewoonten voor de nodige glimlachjes zorgen. Vanuit Nederlands perspectief blijven sommige observaties steken in clichés. Zoals de Nederlander met zijn fiets, of liever gezegd zijn gestolen fiets, en de fiets die in de gracht wordt gepleurd. En natuurlijk het Sinterklaasfeest met zwart geschminkte knechten die stoute kinderen in hun zak meenemen naar Spanje.

Heel ver weg… van de Dardennes
Stilistisch sluit Gerard Oms aan bij de hedendaagse Europese auteurscinema: naturalistische stijl, weinig muziek, observerende cameravoering op de huid van de personages en een voorkeur voor alledaagse situaties waarin mensen langzaam veranderen. Sommigen vergelijken die sobere, ingetogen vertelstijl en de sociaal-realistische aanpak met die van Jean-Pierre en Luc Dardenne. Daar valt wat voor te zeggen, maar Oms blijft ver weg van hun dramatische precisie en emotionele diepgang.

Muy lejos

De keuze voor Mario Casas – die in Spanje lange tijd bekendstond als de “knappe jongen” – in de rol van de kwetsbare Sergio is goed getroffen. Voordat Oms zijn debuut als regisseur maakte, was hij jarenlang werkzaam als acteercoach en hielp hij Casas met zijn rol in No matarás (2020) aan zijn Goya Award voor beste acteur. Netflix-kijkers kennen hem van de thriller The Invisible Guest (Contratiempo, 2016) en het oorlogsdrama The Photographer of Mauthausen (2018). Ook in Muy lejos overtuigt Casas: het verdienen van geld, het zoeken naar een woonruimte en het worstelen met zijn identiteit zijn geloofwaardig. Zijn lichaamshouding, blikken en stiltes vertellen vaak meer dan de dialogen.

Heel ver weg… van de climax
De film legt niet expliciet uit waarom Sergio zijn leven in Barcelona achter zich laat. Pas gaandeweg wordt duidelijk dat zijn paniekaanvallen, vluchtgedrag en gevoel van verstikking een diepere oorzaak hebben. In de laatste tien minuten vallen de puzzelstukjes dan eindelijk op hun plaats. Het is geen spectaculaire onthulling, maar de ontbrekende sleutel tot alles wat de kijker al heeft gezien. Daardoor krijgen eerdere ontmoetingen, terloopse opmerkingen en ogenschijnlijk onbeduidende gebeurtenissen ineens een andere betekenis.

Die ontknoping is overtuigend, maar vraagt een investering van anderhalf uur die niet iedere kijker zal willen doen.

Wie zich nog afvraagt waarom Gerard Oms zijn kaarten zo lang tegen de borst houdt, kan hem dat maandag 20 juli tijdens de Q&A na de vertoning in het Utrechtse Slachtstraat Filmtheater zelf vragen.

 

15 juli 2026

 

ALLE RECENSIES

Amoeba

***
recensie Amoeba
Vormloze tienerrebellie

door Zoë van Leeuwen

Het coming-of-age-genre trapt maar al te graag in dezelfde bekende valkuilen en gebruikt vaak herkenbare formules die zelden nog verrassen. Toch bewijst regisseur Tan Siyou met haar speelfilmdebuut Amoeba dat het ook anders kan en dat er wel degelijk nieuwe manieren zijn om de worstelingen van een tiener te laten zien.

Amoeba volgt de 16-jarige Choo (Ranice Tay) en haar drie vriendinnen, Vanessa, Sofia en Gia, tijdens hun laatste jaar op een prestigieuze Chinese school, in het hart van Singapore. Choo is nieuw op school en lijkt al snel weerstand te bieden tegen de strenge regels van de leraren. Door hun afkeer van de ouderwetse sociale normen groeien de meiden al snel uit tot een hechte vriendengroep.

Amoeba

Maatschappelijke buitenbeentjes
Een amoebe is een eencellig organisme, hersenloos en fundamenteel solitair. Net als de vier vriendinnen muteert de cel voortdurend en verandert zich van vorm om zich aan te passen aan haar omgeving. In de strenge wereld van de eliteschool in Singapore worden Choo en haar vrienden als buitenbeentjes beschouwd. Ze voelen zich als vissen, opgesloten in een aquarium en filosoferen over de toekomst door de verouderde tradities van het schoolsysteem te bevragen.

Losjes gebaseerd op de middelbare schoolervaring van Siyou, markeert deze film een indrukwekkend en persoonlijk speelfilmdebuut voor de Singaporese filmmaker. Na een succesvolle reeks korte films die eerder al opvielen in Cannes en Berlijn, ging Amoeba vorig jaar in première op het Toronto International Film Festival.

Echte gangsters
De rebellie wordt nog verder aangewakkerd door de stoere verhalen van Sofia’s bejaarde chauffeur Oom Phoon (Jack Kao). Samen met hun liefde voor Chinese gangsterrap besluit de groep om hun eigen ‘meidengang’ te beginnen. Een symbolische middelvinger naar het schoolsysteem en de Singaporese maatschappij. De onnozele manier waarop ze deze pas ontdekte ongehoorzaamheid aanpakken, vormt het meest charmante onderdeel van de film.

Want hoewel ze zich laten inspireren door de heftige verhalen over de onderwereld van de triades in Singapore, blijft hun eigen opstandigheid heerlijk knullig. Er is geen sprake van criminaliteit, maar van spijbelen, het roken van sigaretten en het uitvoeren van een hilarisch chaotische voorstelling, tot ergernis van de leraren. Hun verzet is klein, maar in de ogen van de tieners is het een eerste stap naar echte individualiteit. Het acteerwerk van het viertal spant hierbij de kroon. De dynamiek tussen de actrices voelt niet gespeeld en hun vriendschap is herkenbaar voor iedereen die ooit zestien is geweest.

Dualiteit van de camera
Visueel maakt Amoeba weinig indruk. Het grootste deel van de film bestaat uit kille digitale beelden die niet veel emotie opwekken. We zien witte klaslokalen, schooluniformen en de straten van Singapore. Maar misschien is dat precies wat cameravrouw Neus Ollé wil laten zien: de kijker onderdompelen in dezelfde saaie wereld die de meisjes ervaren. Want zodra de groep de digitale camcorder van Sofia’s familie steelt, beginnen de vriendinnen en de film een creatievere kant te laten zien.

De textuur en de ongecontroleerde bewegingen van de camera schijnen een nieuw licht op Singapore wanneer de groep hun dagelijks leven filmt. Verlost van hun schooluniformen zien we de vier meiden voor het eerst als individuen met een eigen stijl en persoonlijkheid. Ze filmen alles wat ze willen en krijgen zo even de kans om de regie over hun eigen leven te bepalen. Maar juist dat individualisme zorgt ervoor dat de eerste barsten in hun vriendschap zichtbaar worden.

Amoeba

Vechten voor aandacht
De film verliest zijn houvast wanneer er te veel ballen in de lucht worden gehouden. Het verhaal rondom de geest in Choo’s kamer intrigeert in de eerste helft, maar verandert snel in een overbodig zijverhaal, en zo verdwijnen meer aspecten naar de achtergrond. Amoeba probeert staatskritiek, eeuwenoude volksverhalen, een subtiele queer subtekst, de dood van een geliefde én een coming-of-age-drama te verwerken in een film van minder dan twee uur. Hierdoor krijgen al deze noemenswaardige thema’s geen ruimte om te ademen en lijkt de film te brokkelen onder het gewicht van zijn eigen ambitieuze aanpak.

Toch weet Amoeba de focus aan het eind enigszins te herpakken. Tijdens een mondeling examen om naar een universiteit te mogen, bevraagt Choo haar toekomst hardop terwijl ze recht in de camera kijkt. Met de zin “Ik vraag me af wat echt is” vat ze de hele film samen. Het ‘perfecte’ plaatje van school en de zoektocht naar de identiteit van Singapore en zichzelf. Misschien was de rebellie enkel dat, een fase om te overleven, en blijft Choo uiteindelijk die solitaire cel die zich voortdurend moet blijven muteren om niet te worden verpletterd door het systeem.

 

8 juli 2026

 

ALLE RECENSIES

A pied d’oeuvre

***
recensie A pied d’oeuvre
De schrijver die liever klusjesman wilde zijn

door Bob van der Sterre

Paul Marquet was fotograaf en kon er goed van leven. En is nu schrijver. Maar hij is vooral klusjesman. Voor twintig euro kun je hem inhuren om je kelder leeg te ruimen.

Het ging Marquet voor de wind als duurbetaalde fotograaf. Maar het verandert als hij zelf beslist dat hij schrijver wil worden. Zijn kinderen zijn bij zijn ex-vrouw en hij ziet ze vrijwel nooit want ze wonen in de VS. ‘Ze hebben een ander rolmodel nodig op die leeftijd.’

Het kiezen voor het schrijverschap gaat met offers. Hij gaat van een prachtig appartement naar een goedkope, bedompte kelder. En van geld bij de vleet naar bijna niks meer. ‘Ze krijgen mooie kritieken maar de verkoop valt tegen.’

A pied d'oeuvre

App voor klusjesmannen
Paul heeft geld nodig en schrijft zich in bij een app voor klusjesmannen, die je helpt als je onmiddellijke nood hebt met koelkasten, trappen plaatsen, verstoppingen, elektriciteit. Of als je planten weg wilt doen, een taxichauffeur zoekt, meubels uit elkaar wilt halen, een spiegel ophangen, glazen laat wassen of een kelder laten leegruimen. Klusjes van 20 tot 30 euro met een ratingsysteem. Een oude schoolvriend: ‘Je had ook consultant kunnen zijn.’

Hij past zich aan. ‘Ik trek één velletje van het wc-papier, zet de temperatuur wat lager. Er is altijd iets op te offeren als je met weinig moet leven.’

Het budgettair lijden bevalt hem eigenlijk zo goed dat hij nog maar weinig interesse heeft in het schrijven van een nieuwe roman. Iedereen raadt hem dat trouwens toch af. Met name zijn vader vindt het maar niets: ‘Waarom kies je dit leven? Wat wil je bewijzen? En wat schrijven? Waarom? Je bent al op televisie geweest en het leidt nergens naar.’ Zijn vrouw: ‘Kun je alsjeblieft stoppen met mij vermelden in je boeken? Het is toegestaan om het niet te willen…’

Waarom eigenlijk?
En eerlijk gezegd, na het kijken van de film snap je als kijker ook niet zo goed waarom hij stopte met zijn blijkbaar commercieel erg succesvolle fotografie. Was het niet mogelijk gewoon iets minder te werken? En waar is het grote geld dat hij ermee verdiende heengegaan? En dan krijgt hij nog 250 aan royalty’s, wat een mazzelaar!

Als droog drama is het best goed, de klussen zijn een sterk stuk in de film, maar als komedie is er niets te zien. Het is ook moeilijk houden van iemand waar net zoveel persoonlijkheid in zit als een krant. In geen enkel beeld raak je overtuigd van een verborgen talent. Hij zegt en denkt bijna niets.

A pied d’oeuvre van Valérie Donzelli (gefilmd naar een boek van Franck Courtes) gaat uit van iets waar je sowieso weinig van leert: hoe andere mensen jouw keuzes beoordelen. En dan nog bevestigt het op het einde precies waar het niet om leek te draaien: succes. Ja, zo is het wel makkelijk plots verzinnen.

A pied d'oeuvre

Geen Antoine Doinel
De film doet met de klusjes wat denken aan een klassieke antiheld met dezelfde vreemde baantjes en passies: Antoine Doinel. Bekend van Truffauts beroemde vijf films over dit karakter.

Maar waar de films van Antoine Doinel vreemder, vlotter, satirischer en grappiger zijn (dialogen, karakters, acteren en scènes – en dat is dan nota bene vijftig jaar geleden), is deze film vrij humorloos, statisch en weinig biedend wat afwijkt van het arthousegemiddelde. Ook in stijl: talloze close-ups van de nietszeggende blik van de hoofdpersoon. Waarom dat een trend is in arthouseland heb ik nooit begrepen.

Het meest verdrietig is dat het geschetste schrijversleven altijd een romantisch bestaan is – met een alwetende en supportende uitgever – en meesterwerken die uit de lucht komen vallen. Je hoopt toch weer elke keer op een film die het schrijverschap écht weergeeft, dus met uitgevers als geldwolven, recensenten als ijdele slijmerds en feestjes waarbij iedereen de meest belezene wil zijn.

Voorbeelden zijn er genoeg als je de serie Privé-domein van de Arbeiderspers leest, met schrijvers in alle soorten dramatische situaties, maar de vloek van de romantiek rondom dat beroep blijft zo’n eerlijk beeld altijd verhinderen.

 

17 juni 2021

 

ALLE RECENSIES

Calle Málaga

****
recensie Calle Málaga
Oud worden onder eigen voorwaarden

door Cor Oliemeulen

Oudere actrices hebben moeite om aan de bak te komen in de filmwereld. “Het lijkt alsof huisdieren vaker worden gecast voor een film dan oudere vrouwen”, zegt Carmen Maura in een interview. De Spaanse steractrice, die in de jaren 80 doorbrak in de films van Pedro Almodóvar, bewijst op haar tachtigste dat ze nog altijd een film kan dragen. In Calle Málaga van Maryam Touzani speelt ze een oudere vrouw die weigert achter de geraniums te zitten.

Dat actrices van boven de vijftig vaak worden genegeerd voor interessante filmrollen, is geen nieuw verschijnsel. Dat ondervonden zelfs twee van de bekendste Hollywood-actrices, Bette Davis en Joan Crawford, in 1962 toen ze waren gecast voor What Ever Happened to Baby Jane? Volgens de serie Feud speelde hun beruchte rivaliteit daarbij een niet onbelangrijke rol. In het horrordrama van Robert Aldrich spelen ze twee zussen van wie de een wraak neemt op de ander die vroeger succesvol was. Tijdens de opnamen waren Davis en Crawford volgens de overlevering het alleen met elkaar eens wanneer er een jonge, aantrekkelijke vrouw op de set rondliep. “In Hollywood is alleen nog maar plaats voor vrouwen met grote borsten en een klein brein.”

Calle Málaga

Laatste kans op zelfstandigheid
Waar Bette Davis en Joan Crawford nog vochten tegen een industrie die oudere vrouwen naar de marge duwde, onderzoeken recente films steeds vaker hoe vrouwen zelf omgaan met ouder worden. The Substance (2024) met Demi Moore is misschien wel de meest besproken film over dit thema van de laatste jaren. Daarin wordt een verouderende beroemdheid afgedankt en letterlijk vervangen door een jongere versie van zichzelf. In The Room Next Door (2024) gaat het juist niet om rimpels of carrière, maar om zelfredzaamheid, vriendschap en de wens om waardig te kunnen sterven.

In Calle Málaga kiest filmmaakster Maryam Touzani (The Blue Caftan, 2022) niet voor bodyhorror of existentiële zwaarte, maar voor een warme observatie van een vrouw die weigert haar leven door leeftijd te laten dicteren. Het gaat om Maria (Carmen Maura), die werd geboren in de Marokkaanse stad Tanger nadat haar ouders in de jaren dertig het fascisme in Spanje waren ontvlucht. Ze woont al veertig jaar in een appartement in een levendige buurt, omringd door vertrouwde gezichten en hechte contacten. Maar dan staat plotseling Maria’s dochter Clara (Marta Etura: Mientras duermes, 2011) uit Madrid voor de deur. Ze wil het appartement, dat op haar naam staat, verkopen, omdat ze sinds haar scheiding financieel moet rondkomen. Moeder is welkom om bij haar en haar kind in Madrid te komen wonen, maar Maria verhuist nog liever naar een bejaardentehuis van de staat. Dat lijkt een uitgemaakte zaak – totdat Maria besluit te vechten voor een laatste kans op zelfstandigheid, en misschien zelfs op een nieuw begin.

Calle Málaga

Zelfverzekerder dan ooit
Het doet goed om Carmen Maura weer op het witte doek te zien stralen. Nog altijd dat markante gezicht met die grote, sprekende ogen – van verdrietig tot ondeugend – en die innemende lach. Sinds haar rollen als impulsieve, losgeslagen en emotioneel ontspoorde vrouwen in de vroege, uitzinnige films van Pedro Almodóvar en haar memorabele optreden als verzetsheldin in Carlos Saura’s Ay, Carmela! (1990), zien we de laatste decennia een andere Carmen Maura: minder explosieve hoofdrollen zoals in de jaren tachtig, meer moederfiguren, excentrieke oudere vrouwen en internationale coproducties. Haar charme, warmte en lichtvoetigheid zijn nooit verdwenen. Ook buiten het scherm lijkt ze vrijer en zelfverzekerder dan ooit – misschien wel de reden dat ze op bijna tachtigjarige leeftijd zonder aarzeling instemde met een korte naaktscène.

Maria in Calle Málaga is een vrouw die niet ‘gered’ wil worden, maar zelf de regie over haar leven wil houden. Ze vindt een onverwacht grappig klankbord in de non Josefa. Ze zijn hier samen opgegroeid, maar hun levens liepen totaal anders: Maria stortte zich volledig in de vrolijke levendigheid van de stad, Josefa trok zich terug in het klooster om zich te richten op gebed en absolute stilte. Toch is het juist bij Josefa dat Maria haar verhaal kwijt kan: eerst over de harde opstelling van haar dochter, later over een opgebloeide liefde – en seks. Josefa zegt niets terug, maar de rode oortjes lijken bijna door haar habijt heen te schijnen. Samen zachtjes giechelen als pubermeisjes mag kennelijk nog wel.

 

10 juni 2026

 

ALLE RECENSIES

L’affaire Bojarski

****
recensie L’affaire Bojarski
De betekenis van geld

door Małgorzata Zielińska

Regisseur Jean-Paul Salomé baseerde L’affaire Bojarski op het leven van Czesław Jan Bojarski, een Poolse ingenieur, uitvinder en valsemunter die probeert zijn leven op te bouwen in het naoorlogse Frankrijk. De film is geïnspireerd op waargebeurde gebeurtenissen, wat vrij ongebruikelijk is binnen het film noir-genre.

De film begint met een achtervolgingsscène waarin een bende een hinderlaag legt voor een transport. Het kostbare materiaal is geen geld of juwelen, maar iets nog fundamentelers: het papier waarop officiële bankbiljetten worden gedrukt. De achtervolging is dynamisch en goed gefilmd. Daarna ontmoeten we voor het eerst de hoofdpersoon, zijn gezicht half verborgen op de achterbank van een auto, stil en afwachtend. Vanaf het begin begrijpen we dat hij geen moreel verscheurde held is. Hij lijkt zich niet te bekommeren om de prijs die anderen betalen. Wat telt, is zijn doel. Hij observeert passief en emotieloos hoe veiligheidsmedewerkers worden vermoord; het enige wat hem interesseert, is het kostbare papier.

Later ervaren we meerdere keren deze spannende dynamiek, waar het personage voortdurend wordt bedreigd met ontmaskering en het risico opgepakt te worden.

L’affaire Bojarski

Dubbelleven
L’affaire Bojarski volgt het pad van de hoofdpersoon en wij volgen hem als toeschouwers op de eerste rij van een fascinerend kijkje achter de schermen, waarin de technische en praktische kant van geldvervalsing wordt getoond, evenals de tol die dit eist van hem en zijn gezin. Een dubbelleven leidt zelden tot gezinsgeluk. Geheimen en het voortdurende risico van ontmaskering zorgen voor vervreemding.

Bojarskidie bekend zou worden als de “Cézanne onder de valsemunters”wordt ingetogen en geloofwaardig vertolkt door Reda Kateb (A Prophet, 2009). Als een kalm, stil, teruggetrokken, vastberaden, intelligent en hardwerkend persoon doet hij zich aan ons voor. Nadat hij tevergeefs heeft geprobeerd interesse te wekken voor zijn uitvindingen nieuwe huishoudelijke producten zoals koffiepadmachines of andere apparaten die tegenwoordig algemeen gebruikt worden of met fysiek werk zijn gezin te onderhouden, wendt hij zich tot vervalsing.

Bojarski’s toewijding aan zijn zelfopgelegde taak om bankbiljetten te creëren die mooier zijn dan de originelen is deels indrukwekkend en deels verontrustend. Zoals in veel film noirs is het moeilijk om volledig mee te leven met een personage dat zich met ernstige criminaliteit bezighoudt en geleidelijk bezeten raakt door zijn creatie. Toch blijven zijn toewijding, inventiviteit en arbeidsethos opvallend en in hoe paradoxaal het ook klinkt binnen een criminele context zelfs inspirerend.

Migrantenervaring
Een ander belangrijk personage is Bojarski’s vrouw, gespeeld door Sara Giraudeau, die op overtuigende wijze haar pijnlijke transformatie neerzet van een zorgeloze, gelukkige echtgenote en moeder tot de gedesillusioneerde en verbitterde partner van een vervalser.
Ook commissaris Mattei is een sleutelpersonage, gespeeld met vanzelfsprekend gemak door Bastien Bouillon. Hij probeert jarenlang Bojarski te arresteren en raakt uiteindelijk geobsedeerd door hem.

L’affaire Bojarski

L’affaire Bojarski is meer dan alleen een misdaadverhaal over de opkomst en ondergang van een gedoemde man die niet kan ontsnappen aan de criminele wereld en uiteindelijk het lot tart door contact te zoeken met de commissaris die hem achtervolgt – de enige die zijn “kunst” lijkt te begrijpen. De film voelt bijzonder relevant in zijn weergave van Bojarski’s migrantenervaring: afwijzing door ondernemers die geen vertrouwen hebben in uitvindingen van een buitenlander, grove beledigingen gebaseerd op zijn Poolse afkomst, een voorkeur voor lokale werknemers boven migranten en spot met zijn gebrekkige Frans. Deze scènes zijn pijnlijk hedendaags en tonen de sociale gevoeligheid van de regisseur.

Behoefte aan erkenning
Een ander belangrijk thema dat de film onderzoekt, is de behoefte aan erkenning als kunstenaar. Het is gemakkelijk om het eens te zijn met commissaris Mattei dat Bojarski niet werkelijk geïnteresseerd is in geld – hij wil perfecte bankbiljetten creëren en erkend worden als kunstenaar.

Afgezien van de eerste twintig minuten opgesplitst in vier verweven tijdlijnen, een keuze die het voor de kijker moeilijker maakt om in het verhaal te komen houdt de film daarna een degelijk tempo aan. Naarmate de tijdlijnen langer en duidelijker worden, gestructureerd rond de bankbiljetten die Bojarski vervaardigt, kan de kijker zich beter in het verhaal verdiepen. De cinematografie, muziek, montage en het acteerwerk zowel van de hoofd- als bijrollen zijn van hoog niveau en versterken de algehele filmervaring.

We verlaten de bioscoop niet alleen met een uniek inzicht van een intrigerend persoon en valsemunter, maar ook met reflecties over migrantenervaring in een wereld die in de afgelopen zeventig jaar nauwelijks is veranderd.

 

7 juni 2026

 

ALLE RECENSIES

Blue Heron

****
recensie Blue Heron
Op zoek naar antwoorden in het verleden

door Zoë van leeuwen

Herinneringen zijn iets merkwaardigs – vooral als dat alles is wat je hebt in een poging om het onbegrijpelijke te begrijpen. Ingeklemd tussen het verleden en het heden, laat regisseur Sophy Romvari met haar speelfilmdebuut Blue Heron zien hoe herinneringen het leven kunnen vormen. De mooie, de lelijke, en alles er tussenin.

Een gezin van zes verhuist eind jaren negentig van Hongarije naar Vancouver Island, in de hoop een nieuwe start te maken. De zonovergoten beelden van de Canadese zomer doen je geloven dat je niets anders bekijkt dan een eenvoudig portret van een immigrantengezin, dat we volgen via de herinneringen van de 8-jarige Sasha (Eylul Guven). Ze is scherpzinnig en heeft oog voor de kleinste details. Het soort ontbijtgranen dat ze ’s ochtends eten of de specifieke tekenfilm die op de achtergrond speelt, zijn diep in haar geheugen gegrift. Maar wat haar vader precies op de computer doet voor werk en zelfs de namen van haar ouders blijven voor de kijker in het duister, net als alle andere onbelangrijke dingen voor een 8-jarige. Toch ontgaat het zelfs het jonge meisje niet dat haar ouders worstelen met het verontrustende gedrag van haar oudere halfbroer Jeremy (Edik Beddoes).

Blue Heron

Met haar semi-autobiografische Blue Heron bouwt Romvari verder op haar korte film Still Processing uit 2020, waar ze aan de hand van foto’s de dood van haar twee broers probeert te verwerken. Ook nu laat ze haar liefde voor analoge media zien. Of het nu gaat om de handgetekende openingscredits of de soms wankele handheldbeelden, waardoor de hele eerste helft van de film aanvoelt als een homevideo. Fotografie lijkt opnieuw net zo belangrijk als de bewegende beelden. De ouders gebruiken hun analoge camera om gedurende de hele film tal van intieme familiemomenten vast te leggen. Toch tonen deze foto’s enkel de mooie momenten, terwijl de grillige kant van hun gezinsleven buiten beeld blijft. Romvari laat hiermee zien hoe dit soort beelden herinneringen achteraf kunnen vervormen.

Ouders doen hun best
Jeremy is een eenling, teruggetrokken en vaak afgesplitst van de rest van de familie. Zijn gedrag hangt als een donkere wolk boven het gezin. Hij steelt, verwondt zichzelf en verandert een uitje naar het strand in een stressvolle situatie wanneer hij besluit weg te lopen. Zijn ouders zijn ten einde raad. Ze maken voortdurend ruzie in het Hongaars en net als Sasha krijg je als kijker geen ondertiteling het enige wat overblijft is het gevoel dat er iets heel erg mis is.

Toch is hij ook een lieve broer voor Sasha en haar twee andere broertjes. Hij pikt een sleutelhanger van een blauwe reiger en geeft die stiekem aan Sasha. En als zijn jongere broertjes en zusjes in de keuken zijn, laat hij met een zeef poedersuiker regenen. Jeremy wordt niet weggezet als monster, maar als een tiener met problemen, die tragisch genoeg in een tijd leeft waarin de middelen om hem te helpen ontbreken.

Blue Heron

Cameravrouw Maya Bankovic brengt deze kloof op treffende wijze in beeld door haar slimme gebruik van shots, waarbij ze vaak letterlijk een barrière tussen Jeremy en de rest van de familie plaatst. In andere scènes duikt de camera achter een struik, filmt ze vanuit een raam of zijn de ruziënde ouders nauwelijks in beeld, weggestopt in hun kamer, terwijl Sasha toekijkt hoe het gezin langzaam uit elkaar valt. De kleurrijke beelden van de Canadese natuur en het warme zomergevoel uit Sasha’s herinneringen worden in de tweede helft van de film omgeruild voor een koele blauwe gloed en haarscherpe digitale beelden van de 21ste eeuw.

Een onmogelijke ontmoeting
De inmiddels volwassen Sasha (Amy Zimmer) wordt nog steeds achtervolgd door haar jeugd. Als documentairemaakster probeert Sasha de gaten in haar verleden op te vullen door zich verder te verdiepen in het leven van haar broer. Ze brengt een groep jeugdzorgmedewerkers bijeen om Jeremy’s zaak te bespreken, waarbij de grenzen tussen film en documentaire vervagen en Sasha als het ware de rol van Romvari speelt. Een originele en doeltreffende manier om de autobiografische kant van de film te laten zien en de kijker er tegelijkertijd aan te herinneren dat Blue Heron vooral een terugblik op herinneringen is.

De film eindigt met een onmogelijke ontmoeting wanneer Sasha terugkeert naar haar ouderlijk huis, ditmaal als maatschappelijk werkster voor haar eigen familie. Ze zegt tegen haar ouders dat ze alles hebben gedaan wat ze konden. Maar het lijkt er meer op dat ze zichzelf daarvan probeert te overtuigen dan dat ze haar ouders wil troosten. Gekweld door haar eigen leven komt ze oog in oog te staan met haar 8-jarige zelf. Wat volgt is geen magische oplossing voor de schade, maar het beginnende besef dat je het verleden niet kan veranderen, zelfs als je alle antwoorden hebt.

 

2 juni 2026

 

ALLE RECENSIES

REWIND: Gegen die Wand (2004)

REWIND: Gegen die Wand (2004)
Star-crossed lovers

door Bert Potvliege

Op het Filmfestival van Berlijn in 2004 overhandigde juryvoorzitter Frances McDormand de Gouden Beer aan cineast Fatih Akin. Zijn passionele melodrama Gegen die Wand, een romantische vertelling over een moeilijke liefde en identiteit in de Turks-Duitse gemeenschap in Hamburg, had de juryleden geraakt.

De recette van meer dan tien miljoen euro bewijst dat zij niet de enigen waren die de ontroering voelden. Het publiek werd bedwelmd door deze mistroostige figuren die liefde willen – omdat we allemaal zo zijn?

Hoe zou een festivaljury meer dan twintig jaar later terugkijken op haar keuze: blijft de lofzang overeind of heeft de film de tand des tijds niet doorstaan? Het kan dat de zinderende adoratie van het publiek ertoe leidde dat enige minpunten destijds genegeerd werden. Liefde maakt tenslotte blind – zo ook voor de star-crossed lovers in Gegen die Wand.

REWIND: Gegen die Wand (2004)

De geur van kleren
Akin schetst het verhaal van Cahit (Birol Ünel), een Duitse man met Turkse roots die na een destructieve periode van alcoholmisbruik en een mislukte zelfmoordpoging in contact komt met Sibel (Sibel Kekilli), een jonge Turkse vrouw die zich wil loskoppelen van de verstikkende controle van haar traditionele familie. Hun ontmoeting leidt tot een pragmatisch huwelijk: een afspraak die haar vrijheid moet opleveren om “te dansen en te neuken met wie ik wil”.

Waarom Cahit ingaat op het voorstel, lijkt voor eeuwig troebel te zijn. Het niet sluitend kunnen beantwoorden van die vraag spreekt over de onverklaarbaarheid van liefde. De geur van Sibels gewassen kledij in Cahits kast intoxiceert hem. Verliefdheid heeft ons sneller in de greep dan we denken.



In REWIND opnieuw aandacht voor opvallende films uit dit millennium.

 


Iedereen die ooit een film heeft gezien, weet dat deze twee verloren zielen verliefd zullen worden op elkaar. Toch laten we ons opnieuw vangen – en graag. Eens Cahit inziet dat hij van Sibel houdt, slaat hij hard op tafel en breekt in die plotse euforie enkele glazen. Hij snijdt zich aan het glas en bloed stroomt over zijn armen – een mooie visuele tegenhanger voor het oversnijden van de polsen eerder. Vervolgens gaat hij bloedend dansen op een podium. Dat is liefde, een en al gekheid, en die verandert alles. Maar een noodlottig probleem met een rivaal zal alles kapotmaken.

She give power
In 2004 drong Gegen die Wand zich op als kandidaat voor de film van het jaar: een vlot verteld en ontroerend drama, met twee uitstekende acteurs in de hoofdrollen die zich volledig inleven in hun rol en elkaar echt graag lijken te zien. Het publiek sloot hen in de armen, en mocht delen in hun liefde. Het herbekijken van de film was als het mogen herontdekken van die oude gevoelens.

Wanneer Cahit tijdens zijn zoektocht in Istanboel Sibels Turkse nicht Selma ontmoet, blijkt de greep op zijn moedertaal roestig. Hij moet overschakelen naar zijn matige kennis van het Engels, om aan Selma te kunnen uitleggen waarom ze hem moet helpen zijn geliefde terug te vinden. Het is een eenvoudig verweer, maar snijdt diep: “When I met Sibel the first time, I was dead. Then she come, drop in my life. She give me love. And she give me power.”

Cahit staat met opgeheven hoofd voor het dwarsliggende familielid, in wat een zinloze poging lijkt haar te willen overtuigen. Maar hij doet het – en toont hoe liefde hem kracht en levensrust geeft. Het publiek is, net als Selma, getuige van zijn ontroerende oprechtheid. Voor ons staat een man die, door zijn houden van, sterker is dan eender wie ter wereld. Ünel is betoverend in zijn acteerspel – alle lof voor de in 2020 aan kanker overleden acteur (een nieuwsfeit dat ons pas bij het schrijven van deze tekst bereikte, en droevig stemt).

REWIND: Gegen die Wand (2004)

Voor het hart
Veel van Gegen die Wand blijft overeind, maar het is een film voor het hart en niet voor het hoofd. Akin was twintig jaar geleden (hij was nauwelijks 30) een minder goede regisseur dan wanneer hij jaren later uitstekend werk als Der goldene Handschuh uitbracht. Maar als jonge snaak was hij wel een enorm openhartige regisseur: je voelt zijn rotsvast geloof in zijn personages, en zijn leiderschap over zijn acteurs om die tot leven te brengen.

Narratief en visueel is de film weinig uitdagend te noemen – de sterktes liggen elders. Alle elementen staan in dienst van het soepel vertellen van een romantisch verhaal, het gedegen schetsen van enkele figuren, en het enigszins aankaarten van moeilijkheden in de Turks-Duitse gemeenschap (kwesties over familie-eer en identiteit in een multiculturele setting). Gegen die Wand is een film die netjes de houvast van de publieksvriendelijke narratieve film volgt. Bovendien mist Akin als scenarioschrijver soms enige subtiliteit – Sibel die wel héél snel overgaat tot het oversnijden van de polsen, de extreem gemarginaliseerde woonsituatie van Cahit…

Liefde valt niet te distilleren
We schrijven vele jaren later, maar nog steeds staat de gemeendheid van de film als een huis. Briljante cinema wordt het nergens, maar authenticiteit kan je er in overvloed vinden. De hartstocht van Cahit en Sibel proberen definiëren, kan een mens op de grenzen van taal doen stoten: het is evenzeer passioneel, nostalgisch, gedoemd, onbezonnen, mysterieus als rock-‘n-roll. Er valt geen logica uit te distilleren – niet uit wat deze geliefden overkomt, en niet uit wat de film zelfs twintig jaar na zijn verschijnen teweegbrengt.

Enkele jaren terug liep Fatih Akin ons onverwacht voorbij op een filmfestival. We hadden jaren niet aan zijn film gedacht. We werden bij het zien van de man in een fractie terug gekatapulteerd naar die hotelkamer in Istanboel, waar twee verloren zielen de dag weg vreeën – de dialoog is er spaarzaam, de blikken verzetten het werk.

De man die in de slotscène naar de buschauffeur teken doet om achteruit te rijden, is sinds Gegen die Wand een metafoor die ons kraakt – een beeld van vaarwel. Telkens we iemand zo zien gebaren, wenden we het hoofd af – het liefdesverdriet is te groot, maar tezelfdertijd verslavend. Want als we elkaar niet kunnen hebben, mogen we dan op zijn minst het gemis aan elkaar meedragen?

 

GEGEN DIE WAND KIJKEN: o.a. hier

 

 

Meer REWIND

The President’s Cake

***
recensie The President’s Cake
Avontuurlijke zoektocht naar ingrediënten

door Jochum de Graaf

Het is 26 april 1990. Over twee dagen is Saddam Hoessein, de wrede dictator van Irak, jarig en dat moet in het hele land uitbundig gevierd worden. Op een basisschool in het zuiden, de Mesopotamische moerasdelta, moeten alle leerlingen hun namen op een papiertje schrijven en dat in een koekblik doen. De meester pakt de lootjes een voor een en vertelt dan wat de opdracht voor een cadeautje wordt. De 9-jarige Lamia moet een taart voor Saddam bakken.

Het is de vooravond van de annexatie van Koeweit door Irak en de daarop volgende Tweede Golfoorlog, de inval van een internationale troepenmacht onder leiding van de VS, Operation Desert Storm. We zien straaljagers over de schitterende moerasdelta scheren. Het is een bijzonder gebied, rond de Eufraat en Tigris, de bakermat van onze beschaving, onderdeel van het werelderfgoed in het verder nogal dorre woestijnland Irak. Na de Golfoorlog werd het een toevluchtsoord voor tegenstanders van Saddam, die ze op straffe wijze probeerde uit te roken door hele moerassen droog te leggen.

The President’s Cake

Oorlogsdreiging
In The President’s Cake is de oorlogsdreiging al voelbaar. Irak heeft ernstig te leiden onder internationale sancties, er zijn grote voedseltekorten. Wanneer Lamia en grootmoeder Bibi naar de markt gaan om de ingrediënten voor de taart te kopen, zijn boter, suiker, bloem en eieren maar in beperkte mate te verkrijgen en bovendien tegen schreiend hoge prijzen. Grootmoeder Bibi bedenkt dat ze betere mogelijkheden in de grote stad zullen hebben. Ze nemen het een en ander aan huiselijke handelswaar mee, maar ook de haan Hindi. Geld voor de bus hebben ze niet. Ze krijgen een lift van de postbode uit hun dorp.

Eenmaal in Bagdad wil Bibi Lamia bij een ver familielid onderbrengen, want arm als ze is, kan ze niet meer goed voor haar zorgen. Lamia wil daar niets van weten, vlucht het huis uit en gaat zelf op zoek naar de ingrediënten, haan Hindi onder de arm. Ze komt klasgenoot Saeed tegen, die heimelijk verliefd is op Lamia, en van de meester de opdracht had gekregen om het fruit voor de cake te leveren. Saeed neemt het wat minder nauw met normen en waarden en deinst er niet voor terug Lamia te betrekken in een afleidingsmanoeuvre zodat hij in een fruitkraam zijn slag kan slaan. Ondertussen doet grootmoeder Bibi naarstige pogingen de politie in te schakelen om haar kleindochter op te sporen, maar die ondernemen weinig moeite omdat de arme plattelandsvrouw hen weinig te bieden heeft.

Komisch, soms hard realistisch
Overal in de stad is de dictatuur voelbaar, er is nauwelijks een straatbeeld zonder spandoeken of een poster waarop de lof en trouw aan de grote leider Saddam wordt betuigd. We zien een aantal keer groepjes demonstranten die luidkeels hun loyaliteit en trouw aan de grote leider schreeuwen: ‘Met ons bloed en onze ziel offeren wij ons op voor jou, Saddam’.

The President’s Cake laat vooral zien hoe gewone mensen onder het grotesk dictatoriaal regime van Saddam Hoessein toch iets van hun leven proberen te maken. In de strijd om rond te komen wil iedereen eerst en vooral het eigen hachje redden en wanneer ze iemand anders behulpzaam zijn is dat louter en alleen opportunisme.

The President’s Cake

De zoektocht naar ingrediënten levert een komisch drama op, al zijn er soms harde, realistische scènes. Er is het verhaal van de medepassagier in de auto op weg naar de grote stad, een man die blind is geworden door een Amerikaanse bom. Hij is op weg naar zijn verloofde die hij nog nooit heeft gezien, dus zegt ie: ‘Het maakt niet uit of ze niet mooi is.’ In de zijlijn zien we een kruidenier die een zwangere klant zeldzame zoetigheden aanbiedt in ruil voor een vluggertje, terwijl Saeed en Lamia de uitstalling buiten de winkel in de gaten moeten houden. En, tamelijk ernstig, een oudere man belooft Lamia wat bakpoeder als ze met hem meegaat naar zijn appartement. 

Haan Hindi
The President’s Cake is de eerste Iraakse film die geselecteerd werd voor Cannes vorig jaar en de Camera d’Or won. Regisseur Hasan Hadi kreeg voor zijn debuutfilm hulp uit Hollywood, van onder anderen scenarioschrijver Eric Roth (Ali, Forrest Gump) en producent/regisseur Chris Columbus (Home Alone en Harry Potter-films).

Extra speciaal is dat de cast uit louter niet-professionele Iraakse acteurs bestaat. Al is dat niet op alle fronten even geslaagd en had het scenario korter gekund en meer vaart mogen hebben. Baneen Ahmad Nayyef als de 9-jarig Lamia levert een heel behoorlijke acteerprestatie. Maar de meeste indruk maakt haan Hindi die bij de meeste enerverende ontwikkelingen rustig in de speciale doek onder Lamia’s arm blijft zitten, op zeker moment in alle tumult moet vluchten, maar toch weer bij zijn bazin terugkeert.

 

14 mei 2026

 

ALLE RECENSIES

Los domingos

***
recensie Los domingos
Geloof brengt troost én verwarring

door Cor Oliemeulen

Ainara wil non worden. Ze is 17 jaar en twijfelt geen moment. “God houdt van mij en heeft me geroepen. Het is heel gemakkelijk om me over te geven aan zo’n mooie liefde.” Haar familie probeert haar keuze te respecteren, maar vraagt zich tegelijk af of Ainara niet in de ban is geraakt van iets waarvan ze de gevolgen nog nauwelijks overziet.

Los domingos trok in Spanje bijna 700.000 bezoekers naar de bioscoop en werd overladen met filmprijzen. Dat is opvallend voor een drama met een dergelijk thema. Terwijl in Europa en Noord-Amerika de actieve beleving van het katholieke geloof steeds verder afneemt, krijgt de ‘radicale’ keuze van jonge vrouwen voor een sober kloosterleven tegenwoordig juist veel aandacht. Het bewust of onbewust afzetten tegen een moderne cultuur van individualisme, consumptie, datingapps en voortdurende online zichtbaarheid is voer voor sociologen, journalisten én filmmakers.

Los domingos

Spanningen in de familie
Filmmaakster Alauda Ruiz de Azúa voert Ainara (debutant Blanca Soroa) op als een meisje dat alles goed op een rijtje heeft. Ze oogt vriendelijk, zingt in een koor, is verliefd op een van de mannelijke leden, maar zoekt haar grote liefde liever in het klooster. Haar moeder is op jonge leeftijd overleden en haar vader benadert de keuze van zijn dochter vooral zakelijk en afstandelijk. Spanningen in de familie die voorheen werden vermeden, steken nu plots de kop op, en het lijkt alsof iedereen een positie moet innemen. Wat volgt is een reeks gesprekken, stiltes en milde confrontaties. Die ingetogen aanpak past bij de film, al had iets meer drama en emotie hier niet misstaan.

Misschien wel de belangrijkste en sterkste rol in Los domingos heeft tante Maite (Patricia López Arnaiz), met wie Ainara de beste band heeft. Ze hebben mooie, zinvolle gesprekken. Maite wil begrijpen zonder te oordelen, maar tegelijkertijd wijst ze haar nichtje op haar weggegooide toekomst. Ze is nog zo jong en moet nog veel van de wereld ontdekken. Waarom gaat ze niet eerst een paar jaar studeren in het buitenland? Waar Maite steeds meer emotioneel betrokken raakt, wordt Ainara steeds standvastiger in haar keuze.

Spanje als decor
Ainara blijft vrij ongrijpbaar. Ze veroorzaakt onderhuidse spanningen in haar omgeving en dient als een spiegel waarin anderen zichzelf tegenkomen. Dat de film zich afspeelt in Spanje, en daar zo succesvol is, maakt Los domingos extra interessant.

Na decennia van het door Franco opgelegde katholicisme heeft Spanje een snelle secularisering doorgemaakt. Toch is religie nooit verdwenen. De kerk als instituut verloor vertrouwen, de actieve geloofspraktijk nam af, maar de katholieke tradities en symboliek bleven bestaan. Deze context verklaart de ambiguïteit van de personages. Ze zijn niet uitgesproken gelovig, maar ook niet uitgesproken antireligieus. Ze zitten daar tussenin. En dan ineens is daar iemand die het geloof bloedserieus neemt, en juist dat maakt Ainara’s keuze om als non te gaan leven zo ontregelend.

Los domingos

Geen eenduidig standpunt
De vergelijking van Los domingos, dat bewust afziet van onverwachte plotwendingen of schokkende gebeurtenissen, met het Duitse drama Kreuzweg (2014) dringt zich op. In dit verhaal trekt de 14-jarige Maria, aangemoedigd door haar moeder en een jonge pastoor, zich steeds verder terug uit het wereldse leven. Waar het ondubbelzinnige Kreuzweg godsdienst toont als een onderdrukkend systeem, kiest Los domingos voor nuance: open dialogen zonder duidelijke morele richting.

Vooral dat laatste is de kracht van Ruiz de Azúa’s film. Ze toont dat liefde en onbegrip naast elkaar kunnen bestaan, dat vrijheid en controle moeilijk te scheiden zijn en dat geloof zowel troost als verwarring kan brengen. Genoeg voer voor discussie dus.

 

11 mei 2026

 

ALLE RECENSIES

Two Prosecutors

****
recensie Two Prosecutors
Het ‘hoogtepunt’ van Stalins terreur

door Jochum de Graaf

Sergei Loznitsa maakte naam en faam met zeventien avondvullende documentaires over diep ingrijpende gebeurtenissen, met name de Tweede Wereldoorlog en het (post-)Sovjet-tijdperk. Met Maidan (2014), State Funeral (dood van Stalin, 2019), The Kiev Trial (2022), Babi Jar. Context (massamoord op Joden in Oekraïne, 2021) en The Invasion (Russische inval in Oekraïne, 2024) werd hij een gevierde gast op IDFA. Zijn vier uur durende Mr. Landsbergis kreeg in 2021 de Publieksprijs. Daarnaast maakte hij speelfilms, waarvan Donbass de meest succesvolle is. Nu is er Two Prosecutors, zijn vijfde speelfilm, waarin hij in zijn kenmerkende indringende stijl de Stalinterreur van de jaren dertig fileert.

Het is de Sovjet-Unie 1937: ‘het hoogtepunt van Stalins terreur’, aldus een korte, bondige aankondiging. We zijn bij de gevangenis in Brjansk, een kilometer of vierhonderd ten zuidwesten van Moskou, de grens van Belarus. Een bewaker in zwart uniform ontgrendelt de massieve hoge poort. Een groepje gevangenen, sjofel gekleed, kale koppen, sterk vermagerd, strompelt de binnenplaats op en wordt op een houten bank neergezet. Ze krijgen de opdracht om papieren te verbranden.

Two Prosecuters

Opdracht met één lucifer
De speciale gevangene Stepniak wordt intussen onder strenge bewaking in het gebouw door het trappenhuis geleid en in een cel met een klein kacheltje neergezet. Hij heeft twee grote bundels, dichtgeknoopte lakens over zijn schouder en krijgt één lucifer met de nadrukkelijke opdracht om alle papieren zonder uitzondering te verbranden. Blijft hij in gebreke dan volgt een straf van twintig maanden isoleercel. De papieren zijn voor het grootste deel verzoeken en petities van partijgetrouwen aan ‘beste kameraad Stalin’. Stepniak drukt echter een stukje karton met daarop een paar met bloed geschreven krabbels achterover en verbergt het in zijn overhemd.

Het kartonnetje wordt op slinkse wijze de gevangenis uitgesmokkeld en komt in handen van de net afgestudeerde jonge aanklager Aleksandr Kornyev (Aleksandr Kuznetsov). Kornyev kent de oude Bolsjewiek Stepniak van de rechtenfaculteit waar hij een voordracht hield over het zoeken naar waarheid en rechtvaardigheid in relatie tot het bolsjewisme. Hij gaat bij Stepniak op bezoek in de gevangenis, waar deze hem de littekens en bloederige wonden laat zien die hij over heeft gehouden aan de martelingen vanwege zijn weigering om een valse bekentenis af te leggen.

Stepniak overhandigt de jonge aanklager een brief waarin hij de veiligheidsdiensten in de Sovjet-Unie, met name de NKVD (voorloper van de KGB), in staat van beschuldiging stelt. Ze trekken zich niets aan van de rechtsstaat, de gevangenissen en het rechtssysteem worden gebruikt om een ​​hele generatie oudere partijveteranen zoals hij te martelen en te vermoorden om plaats te maken voor fanatieke incompetente partijleden die een uiterste loyaliteit aan Stalin betonen. En hij vraagt Kornyev om zijn zaak in Moskou aanhangig te maken bij het Politbureau en zo mogelijk bij Stalin zelf.

Wet is ondergeschikt aan terreur
In de trein naar Moskou wordt Kornyev de hele reis wakker gehouden door een oorlogsveteraan uit WO I met een zware handicap waaraan hij zijn bijnaam ‘Houten been’ overgehouden heeft. De oud-soldaat die nogal op Stepniak lijkt – het is inderdaad een dubbelrol van Aleksandr Fillipenko – vertelt de anekdote dat hij van Lenin in partijhoofdkwartier Smolny een aalmoes kreeg en hoopt dat hij nu ook van grote leider Stalin een dergelijke gunst te ontvangen.

Kornyev moet een aantal dagen urenlang in de wachtkamer van de beruchte procureur-generaal Vysjinski zitten voor hij belet krijgt. Vysjinski, die routineus schreeuwend en bevelend de vele wachtenden met hun verzoekschriften en smeekbeden afhandelt, is als ‘tweede’ aanklager het volkomen contrast met Kornyev. De man die alle zuiveringen zou overleven, heeft geen enkel begrip voor wie dan ook, de wet is voor hem totaal ondergeschikt aan de terreur. Kornyev wordt beleefdheidshalve aangehoord maar krijgt al snel de opdracht om nog eens terug te gaan naar Brjansk en aanvullend bewijsmateriaal te leveren.

Two Prosecutors

Meeslepend en beklemmend
Hoewel je de afloop voor Kornyev eigenlijk al van het begin af aan ziet aankomen, word je toch meegesleept in het verhaal (gebaseerd op een novelle van Georgy Demidov, een politieke gevangene die veertien jaar vastzat in een goelag). In zijn documentaires laat Lotznitza door de knappe montage archiefbeelden zonder voice-over voor zichzelf spreken, waarmee de grote gebeurtenissen secuur worden ontleed. Die strakke montage is er ook in Two Prosecutors: afzonderlijke scènes die met een take, vanuit een camerastandpunt in beeld worden gebracht.

Dat werkt nogal confronterend. De bang makende bejegening van de bewakers als Kornyev bij Stepniak op bezoek gaat. De bleke gezichten en spaarzame woorden in de zaal met wachtenden voor ze bij Vysjinsky naar binnen mogen. De zogenaamd joviale partijgenoten die Kornyev oppikken en dicht tegen hem aan gaan zitten in de auto, wanneer hij terug naar Brjansk moet. De grauwsluier die over de Sovjet-samenleving hangt, al is er geen vorst of sneeuw te bekennen. De kilte slaat om je hart.

Het is kafkaësk wat er gebeurt, beklemmend, onontkoombaar. Two Prosecutors legt het dieptepunt van het sinistere Stalinisme bloot, de totalitaire nachtmerrie waar niet aan te ontsnappen leek.

 

29 april 2026

 

ALLE RECENSIES