Beau Travail

****
recensie Beau Travail
Masculiene fata morgana

door Yordan Coban

Mannelijke onzekerheid is misschien wel het gevaarlijkste wapen dat er is. Een man verteerd door zijn onvermogen om zich te uiten, om een mens te zijn, is spoedig tot excessief geweld te buigen. Beau Travail (1999, nu als 4K-restauratie in de bioscoop), het meest geroemde werk van Claire Denis, verkent dit concept in de aanwezigheid van een groep Franse soldaten tijdens een missie in de Franse oud-kolonie Djibouti. Onuitgesproken spanningen gecombineerd met nodeloze militaire oefeningen komen samen in deze masculiene fata morgana.

De film speelt zich af als een herinnering uit het leven van ex-sergeant Galoup (Denis Lavant) ten tijde van een missie aan de kust in Oost-Afrika. We zien de dagelijkse routine van het legioen waarover Galoup leiding geeft. Het legioen is vrij divers en kent een passende gelijkenis met de Franse samenleving en al haar koloniale uitwassen. Op de achtergrond komt telkens commandant Bruno Forestier (Michel Subor) in beeld. Hij doet denken aan Marlon Brando in Apocalypse Now (1979). Een man van weinig woorden voor wie Galoup enorme bewondering uit.

Beau Travail

Dan is er ook nog Gilles Sentain (Grégoire Colin), een enigmatische nieuwkomer in het legioen. Een jonge soldaat die – in de beleving van Galoup – het gezag van de onzekere sergeant ondermijnt. Er ontstaat een concurrentiestrijd tussen de twee waarbij Galoup zijn overwicht als sergeant misbruikt, wat uiteindelijk leidt tot zijn ontslag.

Absurditeit van militaire onderwerping
Bij het zien van Claire Denis’ beelden van de eindeloze taken die de militairen moeten uitvoeren, bekruipt de kijker een gevoel van zinloosheid. Wat zijn deze mannen nou eigenlijk aan het doen daar in de woestijn aan de andere kant van de wereld? Er wordt niet gevochten, slechts geoefend. De zinloosheid van het militaire bestaan begint gedurende de film naar de voorgrond te treden, zo ook de uitgesproken spanningen die geleidelijk subtiele homo-erotische trekjes krijgen.

Er wordt weinig gesproken, wat de kijker de ruimte geeft om te observeren en te interpreteren. De stilte en de onuitgesproken sentimenten denken aan het feministische meesterwerk Jeanne Dielman 23, quai du Commerce, 1080 Bruxelles (1976). Ook Chantal Akerman maakte gebruik van het nodeloos herhalen van taken om de kijker tot reflectie te bewegen. In beide films zien we hoe de zichtbare onderdrukking van emotie tot een kookpunt komt. De kracht van Beau Travail en Jeanne Dielman zit echter voornamelijk in de verwerking van de film naderhand, niet per se in de meest directe kijkervaring.

De discipline en hiërarchie van het leger zijn daarbij instrumenteel voor het scheppen van het spanningsveld dat de absurditeit van de militaire onderwerping zichtbaar maakt. Het strijken van de kleren, het strak opmaken van het beddengoed, de yogagroepssessies, de ijdele nadruk op het dragen van het uniform, allemaal kluchtige portretten van de militair en zijn masculiene profiel.

Beau Travail

Machtige climax
Claire Denis heeft een bijzondere relatie met het continent Afrika, dit vinden we ook terug in haar oeuvre. Als dochter van een koloniaal ambtenaar in Kameroen spendeerde zij een groot deel van haar jeugd aan de West-Afrikaanse kust. In eerdere werken als Chocolat (1988) en S’en fout la mort (1990) en het latere White Material (2010) onderzoekt Denis telkens de relatie tussen Frankrijk en haar oude kolonies. In Beau Travail paraderen de militairen door het landschap van Djibouti, onder het toeziend ook van de lokale bevolking, als een enigszins komische herinnering aan het koloniaal verleden.

De slotscène geeft de film een machtige climax. In de meeste films over masculiene impotentie wordt er gekozen voor een geweldsexplosie, zoals bijvoorbeeld in Taxi Driver (1976). Claire Denis kiest echter juist voor een uitbarsting van een meer vrouwelijke kracht. Galoup, in al zijn aandoenlijke verwarring over het verleden, laat zich voor even helemaal gaan op het ritme van de nacht.

 

21 februari 2024

 

ALLE RECENSIES

Robot Dreams

****
recensie Robot Dreams
Robotvriend tegen eenzaamheid

door Cor Oliemeulen

Tien jaar geleden bewees Spike Jonze met Her, waarin een man verliefd wordt op de stem van het besturingssysteem van zijn computer, dat technologie kan worden ingezet om de leegte in het menselijk bestaan op de vullen. Een decennium later toont Pablo Berger met Robot Dreams (genomineerd voor de Oscar voor beste animatiefilm) dat de introductie van een heuse robotvriend dichterbij is dan ooit.

De bioscoopbezoeker krijgt tegenwoordig het nodige voor zijn kiezen. De aanloop naar de atoombom (Oppenheimer), een man die zich te pletter valt (Anatomy of a Fall), de ondergang van een obese man (The Whale), afgeknipte vingers (The Banshees of Inisherin) en non-stop knallen en knokken (John Wick: Chapter 4) zijn slechts enkele voorbeelden. Films zonder geweld en ellende lijken al snel saai, maar dan ineens verschijnt daar een masterclass storytelling als Past Lives, dat je doet voelen wat echt belangrijk is in het leven: eenvoud, vriendschap en oprechtheid. Ook Robot Dreams voldoet aan die drie criteria.

Robot Dreams

Eenvoud
Pablo Berger kennen we vooral van Blancanieves (2012), een bewerking van het sprookje Sneeuwwitje van de gebroeders Grimm. Zijn animatiefilm Robot Dreams baseerde de Spaanse filmmaker op de gelijknamige striproman van de Amerikaanse auteur Sara Varon. Berger liet zich imponeren door de verrassende eenvoud van de vriendschap tussen een hond en een robot, maar ook door de simpele tekenstijl. Zijn film is een combinatie van analoog 2D en moderne technieken.

Al lang voordat de regisseur toestemming kreeg om Varons stripverhaal te verfilmen, had Pablo Berger het script al min of meer klaar. Het was hem duidelijk dat het een tragikomedie moest worden, bevolkt met personages die dieren zijn maar zich als mensen gedragen. Dat blijkt een goede keuze, want ‘gewone’ cartoonkarakters werken (Japanse Ghibli-films bijvoorbeeld daargelaten) doorgaans juist meer overdreven dan realistisch. Dat realisme in Robot Dreams wordt versterkt door de tijd waarin het verhaal zich afspeelt: de jaren 80 in New York. In een interview legt de regisseur uit waarom hij houdt van het idee van film als een tijdmachine. “We wilden een echte historische film maken en trouw blijven aan de geluiden, het uiterlijk, de kleding, de winkels – al die details, tot aan de geluiden van de alarmen, de ambulancegeluiden op straat.”

Die bijna chirurgische precisie staat tegenover het gegeven dat de film verstoken is van gesproken dialogen (net als Blancanieves, dat de personages als eerbetoon aan de stomme film laat praten middels schermvullende bordjes). De personages in Robot Dreams maken wel zo nu en dan piep- en fluitgeluiden om hun gemoedstoestand te versterken.

Vriendschap
Deze animatiefilm, die zijn Nederlandse première al beleefde in oktober tijdens het Imagine Film Festival, gaat vooral over vriendschap. We maken kennis met de eenzame Dog, die na het wegwerken van zijn dagelijkse magnetronmaaltijd van macaroni met kaas en het stompzinnige zappen op televisie, een kameraad wenst. Hij ziet de reclame van een zogenaamde Amica 2000 en bestelt deze robotvriend. Nadat er een groot pakket is bezorgd, gaat Dog de robot in elkaar zetten. Hoewel de fabrikant geen Ikea heet, houdt Dog wat schroeven over, maar zijn grijskleurige robotvriend doet het gelukkig. Nog wel.

Robot Dreams

Dog neemt Robot mee de metro in, ze wandelen samen in Central Park, gaan rollerskaten op de klanken van September van Earth, Wind & Fire, kijken The Wizard of Oz en gaan naar Ocean Beach. Ze zonnen, zwemmen en duiken. Maar helaas heeft Dog de gebruiksaanwijzing van Robot niet goed gelezen, want zijn mechanische metalen vriend kan niet tegen water. Sterker nog, Robot kan nog maar alleen zijn hoofd bewegen en blijkt te zwaar om te dragen. Het is de laatste dag van de zomervakantie en het strand en de boulevard gaan pas weer open op 1 juni van het volgende jaar. Wat Dog vervolgens ook probeert, hij moet al die tijd wachten om samen met zijn nieuwe vriend weer leuke dingen te kunnen ondernemen.

Oprechtheid
Tot die tijd volgen we Dog die probeert om nieuwe vriendschappen aan te gaan, maar zich geconfronteerd voelt met het verlies van zijn trouwe vriend. Ondertussen zien we Robot liggen op het strand, dromend over zijn avonturen met Dog, terwijl de seizoenen verstrijken, een vogel een nestje op hem bouwt en iemand met een metaaldetector angstvallig in de buurt komt.

De grote vraag is of de twee gezworen vrienden elkaar ooit zullen terugzien. Dog heeft weliswaar de datum van 1 juni groot omcirkeld op de kalender, maar kan hij wel zo lang wachten, of koopt hij een nieuwe robotvriend?

Pablo Berger gebruikt humor en inlevingsvermogen die ook de jonge kijker goed zal begrijpen en blijft tot en met het onverwachte einde trouw aan de oprechte gevoelens van zijn protagonisten.

 

9 februari 2024

 

ALLE RECENSIES

Zone of Interest, The

*****
recensie The Zone of Interest
Beter dan andere mensen

door Jochum de Graaf

Tien jaar na Under the Skin komt de Britse regisseur Jonathan Glazer met een nieuw meesterwerk. The Zone of Interest kreeg de Grand Prix in Cannes en is genomineerd voor de Oscar als beste niet-Engelstalige film. Een ijzingwekkend goede film die langzaam maar zeker onder je huid kruipt.

Rudolf Höss loopt licht beneveld door het lege trappenhuis, het feest onder in de balzaal is nog in volle gang. Op de voorafgaande conferentie heeft hij een voor hem uiterst belangrijke opdracht gekregen. Middenin de nacht belt hij euforisch zijn vrouw Hedwig: ‘ik wilde even je stem horen.’

Auschwitz
Hij wordt plaatsvervangend inspecteur van alle kampen en moet daarvoor naar Oranienburg, dichtbij Berlijn, verhuizen. Maar Hedwig voelt er niet zo voor om mee te gaan. Aan de oever van de rivier hebben ze een indringend gesprek, zoals tegenwoordig in ieder geëmancipeerd gezin zou kunnen plaatsvinden. Ze wonen nog niet zo lang in de mooie speciaal gebouwde villa en de kinderen zijn net aan school gewend in de nieuwe omgeving. Het is er zo heerlijk wonen. Ze hebben een paradijselijke tuin, geweldige broeikas met bijzondere groenten, de kinderen doen het goed, veel personeel en een fijne vriendenkring van andere Duitse kampfunctionarissen.   

The Zone of Interest

The Zone of Interest, losjes gebaseerd op de gelijknamige bestseller van Martin Amis (die opmerkelijk genoeg vlak voor de première in Cannes vorig jaar overleed), volgt het verhaal van Rudolf Höss en zijn gezin die in mei 1940 een speciaal voor hen gebouwde villa bij Auschwitz betrekken. In het vernietigingskamp (79 jaar geleden bevrijd) zouden rond 1,1 miljoen mensen, merendeels Joden, worden omgebracht. Höss stond er goed op bij de nazi-top, maakte snel carrière in de SS en na zijn bevordering naar Oranienburg werd hij in mei 1944 teruggeroepen naar Auschwitz om het transport naar en de verspreiding van 700.000 Hongaarse Joden over de kampen, ‘Aktion Höss’, te leiden. Het is de reden dat hij aan het eind van de film zo euforisch door het trappenhuis doolt.

Verschrikkingen buiten beeld
Van het uitgestrekte kampcomplex krijg je niets te zien; ja, wanneer grootmoeder op bezoek is en door de tuin wordt rondgeleid, valt opeens de wachttoren die uittorent boven de betonnen afscheidingsmuur op. Wanneer een bak met as over een bloemperkje wordt uitgestrooid, is de macabere suggestie van menselijke as onmiskenbaar. De verschrikkingen in de kampen worden echter zorgvuldig buiten beeld gehouden. De familie Höss geniet van het buitenleven, ze mogen graag vissen en zwemmen in de beken en meren van het idyllische Poolse platteland. Als vader Rudolf botresten of zwartgeblakerde deeltjes ontwaart in de rivier die van de kant van het kamp afstroomt, roept hij op stel en sprong de kinderen uit het water en beveelt ze zich snel thuis schoon te wassen.

Op zekere dag komt een hoge delegatie van SS’ers met bouwkundige ingenieurs op werkbezoek in de villa. Op tafel wordt een bouwtekening uitgespreid. Een nieuw revolutionair ontwerp voor verbrandingskamers, ‘ladingen’ kunnen voortaan uiterst efficiënt worden verwerkt. ‘Branden, koelen, ontladen, herladen, continu!’, klinkt het, het lijkt pijnlijk logisch, vanzelfsprekend, heel normaal.

Jonathan Glazer laat heel effectief het beeld en geluid het werk doen. De camera registreert meestal van een afstand, er komt slecht een enkele close-up voorbij. Met het niet vertonen van de wreedheden wordt niet zozeer de nieuwsgierigheid opgewekt, maar bekruipt je meer en meer het unheimische gevoel dat het allemaal van een groteske alledaagsheid was. Hoe kan het dat mensen uiteindelijk zo handelen en functioneren? Het is in optima forma de ‘banaliteit van het kwaad’, in de veelbesproken woorden van Hannah Ahrendt.

The Zone of Interest

Soundscape
Een essentiële rol speelt daarbij ook de soundtrack, beter gezegd de soundscape, waarvoor net als in Under the Skin, Glazers meesterwerk van tien jaar geleden, Mica Levi tekent. Achter de gewone huis-, tuin- en keukengeluiden horen we geblaf van honden, soms ijselijk gegil van mensen, marcherende soldaten, bevelen. En let dan ook eens op het begin van de film. Het beeld nog op zwart en een symfonie van een kleine twee minuten waar heavy metal langzaam overgaat in vogeltjesgefluit. Hel en hemel liggen vlak bij elkaar.

De verbijstering en het ongemak nemen in de loop van de film meer en meer toe, vooral ook door het fenomenale spel van hoofdrolspelers Christian Friedel (hij was de schoolmeester in Das weisse Band) en Sandra Hüller (terecht met een Oscar genomineerd voor Anatomy of a Fall). Ze kleuren hun rol opvallend onopvallend in. Friedel met hoog opgeschoren schedel, vette plak haar, ambitieuze doorsnee-nazi zoals er zovele waren. Hüller met een bundel vlechtjes in het haar, een kapsel dat bij de Bund Deutsche Mädel populair was. Ze geeft Hedwig gestalte als lompe, onbehouwen vrouw, die het personeel afsnauwt, maar tegelijkertijd zorgzaam is voor haar kinderen.

In een interview met Het Parool vertelde Sandra Hüller hoe ze zich voorbereidde op de rol: ‘veel ziel was er niet’. Volgens haar wilde Jonathan Glazer deze vorm van ongemak bereiken. ‘Hij wil dat mensen zich op een vreemde manier met Rudolf en Hedwig kunnen identificeren. Niet door ze menselijk te maken of door ze allerlei gevoelens en drama mee te geven, maar door naar hen te kijken terwijl ze hun leven leiden.’ (…) ‘Zij (Hedwig) en Rudolf namen de beslissing om zichzelf op de eerste plaats te zetten. Ze besloten dat ze beter waren dan andere mensen. Dat ze beter verdienden en dat de anderen moesten sterven. Het is een menselijke keuze en juist dat maakt het zo gevaarlijk.’

 

31 januari 2024

 

ALLE RECENSIES

Monster

****
recensie Monster
Maakt het uit wie het ‘monster’ is?

door Tim Bouwhuis

De bewonderingswaardige werkethos van Hirokazu Koreeda zorgt ervoor dat er bijna elk jaar wel een (al dan niet bekroonde) festivaltitel van de Japanse filmmaker in de Nederlandse zalen draait. Een jaar na de release van Broker, een geslaagd uitstapje naar Zuid-Korea, verschijnt Monster, een ambigu drama waarmee de bescheiden grootmeester opnieuw fascineert en beroert. Wie of wat is het monster waar de filmtitel naar verwijst? Of is die vraag te makkelijk gesteld, en is het Koreeda om veel complexere thema’s te doen?

“Als een mens de hersenen van een varken krijgt, is het dan een mens of een varken?” Het is geen vraag die je verwacht van een jongen in de basisschoolleeftijd, maar Minato confronteert zijn moeder er zonder schroom mee. De twee staan op het balkon van hun appartement terwijl er verderop een zware brand woedt. Al snel blijken die brand én Minato’s opmerking allebei van belang om het mysterie van Monster te doorgronden.

Monster

Verhaal halen
Saori maakt zich zorgen om haar zoon. De dood van Minato’s vader (en dus haar partner) heeft een litteken veroorzaakt, maar het kind lijkt bovenal geplaagd door gebeurtenissen die plaatsvonden in het klaslokaal. Als het hoge woord er bij Minato uitkomt, heeft Saori alle reden om verhaal te gaan halen. Heeft klasmeester Hori haar zoon inderdaad een klap in het gezicht gegeven, en hem een monster genoemd? En waarom zou een leraar zijn leerling ook nog eens aanmanen om zijn haar korter te knippen?

Het daadkrachtige optreden van Minato’s moeder mondt uit in een contrastrijke confrontatie. Waar Saori haar opkomende woede niet kan verbergen, blijven het bejaarde schoolhoofd en haar collega’s de rust en eerbied zelve. “We nemen uw mening serieus, en in de toekomst zullen we het beter doen”, klinkt het keer op keer. Tot klasmeester Hori het beu is dat Saori die uitleg niet accepteert, en hem in plaats daarvan met vragen over zijn betrokkenheid blijft bestoken. “Dit soort bezorgdheid is typerend voor alleenstaande moeders”, klapt hij uit de school. “Ik kan het weten, ik heb er zelf één.”

Een stap verder zetten
Een andere filmmaker dan Koreeda had van Monster waarschijnlijk een drama over grensoverschrijdend gedrag gemaakt. Die thematiek is actueel en prikkelend, maar de vragen die erbij horen liggen in zo’n scenario wel direct voor het grijpen: zodra duidelijk blijkt wat er precies in het klaslokaal is voorgevallen, kan de film verkennen of er wel of niet sprake was van ongepast gedrag of zelfs misbruik. Ook de rol van leraren als surrogaatouders kunnen in zo’n drama nader onder de loep genomen worden.

Koreeda (h)erkent de relevantie van dergelijke thematiek wel degelijk, maar is te ruimdenkend om zich volledig in de materie stuk te bijten. Net als Nuri Bilge Ceylan (wiens About Dry Grasses zich ook gedeeltelijk op een basisschool afspeelt) zet hij een stap verder: Monster gaat uiteindelijk niet zozeer over de vraag wie wat heeft gedaan (en of dat geoorloofd is), maar over de maatschappij waarin misverstanden over zulke incidenten kunnen ontstaan.

Monster

Andere vragen stellen
Door continue wisselingen van vertelperspectief onthult Monster geleidelijk zijn ware aard. Nét als in het onderschatte The Third Murder (2017), dat op papier een gelaagd moordmysterie lijkt, maar in feite geen grootse plotwendingen hanteert om de waarheid te onthullen. Dat die aanpak kijkers kan verwarren, heeft ermee te maken dat scriptschrijvers in (met name) Hollywood al decennia dezelfde mechanismes gebruiken om mysteries op te lossen. Na de introductie van een centraal vraagstuk werken talloze films via een reeks obstakels naar een duidelijk ’aha’-moment toe.

Zijn de vragen die we als filmkijkers stellen misschien te triviaal? Ook ondergetekende stelde zich na de sprekende dialogen in de openingsakte direct de vraag wie of wat het ‘monster’ moest voorstellen. ‘Het zal Minato toch niet zijn?’, is de gedachte die zich als eerste opdringt. Als kijker kun je er eenvoudig naar neigen om in ieder geval te sympathiseren met degene die als hoofdpersoon wordt geïntroduceerd. Je wilt niet dat Minato zichzelf demoniseert omdat iemand anders hem op verkeerde gedachten heeft gebracht. Is klasmeester Hori dan de boosdoener? Of schuilt er een addertje onder het gras?

Koreeda deelt voldoende hints uit om de vraag naar het ‘monster’ oplettend te kunnen beantwoorden. De echte openbaring zit hem erin dat als je dat antwoord eenmaal kunt geven, de oorspronkelijke vraag naar het wat en waarom van het klasincident al bijna weer vergeten is. In Monster gaat het er uiteindelijk niet om wie er ‘schuldig’ is en wat er precies is voorgevallen, maar hoe die gebeurtenissen (en onze blik daarop) de maatschappij en zijn keten van complexe sociale verhoudingen (her)vormen. De film verhaalt over (voor)oordelen, sociale druk en verwachtingspatronen. En hoe donker de lucht daarbij soms ook kleurt, aan het (in Monster letterlijke) eind van de tunnel gloort altijd nog wat hoop om opnieuw te kunnen beginnen.

 

14 januari 2024

 

ALLE RECENSIES

Holdovers, The

****
recensie The Holdovers
Overblijven en overleven

door Cor Oliemeulen

Nadat de dennennaalden allang bij elkaar zijn geveegd, verschijnt The Holdovers bij ons in de bioscoop. Deze lang verwachte film van Alexander Payne is dan ook geen traditionele kerstfilm met winteractiviteiten, zich volvretende families of kleffe geliefden tussen de kerstballen, maar een komisch schooldrama met een positieve boodschap.

Na zijn jammerlijk geflopte sociale satire Downsizing (2017), waarin een man zich laat verkleinen tot krap vijftien centimeter om zijn ecologische voetafdruk te reduceren en op die manier toch in weelde te kunnen blijven leven, keert de Amerikaanse filmmaker Alexander Payne terug naar de sfeer van zijn bejubelde films About Schmidt (2002), Sideways (2004) en Nebraska (2013). Het zijn allemaal karakter gedreven verhalen met een satirische benadering van menselijke relaties in een complexe samenleving.

The Holdovers

No-nonsense
De regisseur liet zich inspireren door het plot van de oude Franse komedie Merlusse (1935) van Marcel Pagnon. Die film gaat over een verre van populaire leraar die tijdens de kerstvakantie op een groepje scholieren moet passen. In The Holdovers schittert Paul Giamatti (nog meer dan in Sideways) als oppasleraar van een handjevol rijkeluisjongens op een privéschool die door omstandigheden de kerstvakantie niet bij hun familie kunnen doorbrengen.

Deze Paul Hunham is zeker geen leraar die zijn leerlingen inspireert, zoals bijvoorbeeld Robin Williams dat deed als John Keating in Dead Poet’s Society (1989) van Peter Weir. Hunham is stug, cynisch en no-nonsense. Hij noemt zichzelf geen leraar geschiedenis maar leraar oudheidkunde en zadelt zijn leerlingen op met kennis waarvan zij zich afvragen wat zij er in hemelsnaam mee moeten. Zeker voor tienerjongens is het dan ook lastig te duiden welke invloed de Tweede Peloponnesische Oorlog (vijfde eeuw voor Christus) heeft op het leven in de huidige tijd. Het mag dan wel kerstvakantie zijn, de jongens moeten van hun oppasser absoluut blijven studeren, maar ook regelmatig sporten, ook al vriest het buiten. “De Romeinen namen een buitenbad bij minus 15 graden”, zo vertrouwt Hunham hen toe.

Wanneer de decemberdagen van 1970 op de Barton Academy langzaam verstrijken, leren we onze leraar oudheidkunde beter kennen. Hij blijkt nauwelijks de campus te verlaten, is eenzaam en drinkt alcohol om zijn saaie leven wat op te vrolijken. Dat laatste geldt ook voor het hoofd van de keuken, Mary (Da’Vine Joy Randolph), die rouwt om haar in Vietnam gesneuvelde zoon. Samen met Hunhams beste leerling Angus (verrassende debutant Dominic Sessa), die uiteindelijk als enige leerling overblijft, proberen ze er het beste van te maken. De focus ligt op de relatie tussen de mopperende Hunham en de recalcitrante, maar breekbare Angus die elkaar langzaam beter leren kennen door elkaar uit te dagen en oprecht te zijn.

The Holdovers

Catharsis
De films van Alexander Payne kenmerken zich door sterke karakterontwikkelingen. En zoals in eerdere films is er in The Holdovers uiteindelijk sprake van een roadtrip die leidt tot een catharsis en een extra mogelijkheid om de sfeer en cultuur van de betreffende plaatsen op te snuiven. De regisseur draaide geen enkele scène in de studio. Hij construeerde de fictieve Barton Academy uit vijf bestaande Amerikaanse scholen; de eetzaal, gymzaal, kapel, gangen en de buitenkant van het gebouw passen uitstekend bij elkaar.

Net als in recente films als The Fabelmans (Steven Spielberg), Empire of Light (Sam Mendes) en Fallen Leaves (Aki Kaurismäki) speelt de liefde voor cinema in The Holdovers een mooie bijrol. Voordat Alexander Payne begon met filmen, bracht hij een deel van de acteurs en de crew in aanraking met de uitstraling en het gevoel van weleer door het vertonen van typische  jarenzeventigfilms als The Graduate, The Last Detail, Paper Moon en Harold and Maude. En hoe vaak zou het gebeuren dat leraar en leerling samen in de bioscoop kijken naar Little Big Man van Arthur Penn? Het nieuwe jaar is pas net begonnen en telt met The Holdovers al het eerste hoogtepunt.

 

7 januari 2024

 

ALLE RECENSIES

One Life

***
recensie One Life
Eerbetoon aan humaniteit

door Jochum de Graaf

One Life, het verhaal van Nicky Winton die vlak voor WOII honderden vluchtelingen aan nazi-dreiging hielp ontsnappen, is een echte tearjerker. Anthony Hopkins weet het gekwelde gemoed van de Londense mensenredder emotievol gestalte te geven. Toch blijft de film wat aan de oppervlakte.

Het is natuurlijk een hartverwarmend verhaal. Rond Kerst 1938 bezoekt de Londense effectenmakelaar Nicholas “Nicky” Winton een vriend in Praag die betrokken is bij de hulp aan vluchtelingen. De Kristallnacht eerder dat jaar had voor een toestroom van voornamelijk Joodse vluchtelingen naar de Tsjecho-Slowaakse hoofdstad gezorgd.

One Life

Vluchtelingkinderen
Nicky Winton, uit een geassimileerde Joodse familie, besluit in zijn eentje een organisatie op te zetten om kinderen naar Groot-Brittannië te laten reizen. Het Lagerhuis had in reactie op de Jodenvervolging een wet aangenomen waardoor vluchtelingkinderen – mits voorzien van een adres van een pleeggezin en een borgstelling per treintransport – Praag konden verlaten. Pikant detail was dat in eerste instantie de doortocht naar Hoek van Holland een obstakel was; de Nederlandse regering had juist in reactie op de Kristallnacht de grens voor Joodse vluchtelingen gesloten.

Toen dit eenmaal door Britse garanties overwonnen was, slaagden Winton en zijn helpers er binnen een jaar in om 669 kinderen aan de nazi-bezetting te laten ontkomen. Een laatste transport met 250 kinderen werd op brute wijze verhinderd toen op 1 september 1939 Hitler besloot Polen binnen te vallen en de Tweede Wereldoorlog begon. Van de 150.000 kinderen die achterbleven, zouden slechts zo’n 200 de oorlog overleven.

Bescheiden
One Life begint 50 jaar later, in 1988 in het Engelse Maidenhead. Nicky Winton (Anthony Hopkins) gaat net met pensioen als financieel adviseur van diverse instellingen en banken en leidt een tamelijk teruggetrokken bestaan. Op zolder onderhoudt hij een almaar uitdijende verzameling snuisterijen en plakboeken waarvan hij maar geen afstand kan doen. Over de oorlog heeft hij het maar zelden en ook in zijn omgeving komt zijn heldhaftige verleden niet of nauwelijks aan de orde. In zichzelf gekeerd heeft hij eerder wroeging dat hij eigenlijk te weinig gedaan heeft. Hij had toch veel meer, zo niet alle, kinderen kunnen of zelfs moeten redden. Een bescheiden ingetogen man met de last van de wereld op zijn schouders.

Mede op aandringen van zijn vrouw die hem zegt toch eens op te gaan ruimen, biedt hij zijn Praagse plakboek aan de plaatselijke krant aan, volgens hem een document van historische waarde. Als hij enigszins tegen zijn wil geïnterviewd wordt (“het ging niet om mij”), komt zijn leven in een stroomversnelling. Via de vrouw van de roemruchte mediatycoon Robert Maxwell krijgt hij een uitnodiging voor That’s Life, de legendarische commerciële familieshow van de BBC. Wanneer hij zijn verhaal gedaan heeft, blijkt hij tussen overlevenden te zitten. Een emotioneel weerzien dat zoveel reacties oproept dat in een extra aflevering nog uitgebreider de lang verzwegen reddingsactie met alle nog levende overlevenden aan de orde komt.

One Life

Tussen hectiek en herinneringen
Heen en weer pendelend tussen 1938 en 1988 zien we het leven van de jonge (een wat vlakke Johnny Flynn) en oudere Nicky Winton aan ons voorbij trekken. Het simpele kantoortje aan de restauranttafel in het Praagse hotel, de bijzondere rol voor zijn moeder (sterke rol van Helena Bonham Carter) die de campagne vanuit Londen leidt, de schrijnende omstandigheden in de vluchtelingkampen, de aangrijpende scènes van kinderen die wel of juist net niet weten te ontkomen. De vooroorlogse beelden brengen indringend de hectiek en snelheid waarmee gehandeld moest worden in beeld. In 1988 ligt het tempo met de nadruk op de herinneringen en overpeinzingen van Winton een stuk lager. Als een soort bijvangst levert het een bijzonder tijdsbeeld op over de opkomst van emo-tv eind jaren tachtig.

Het levensverhaal van Nicky Winton hoort in een rijtje helden als de industrieel Oskar Schindler en Jan Zwartendijk, de Nederlandse consul in Litouwen die ook, zichzelf wegcijferend, grote groepen weerloze mensen aan de verschrikkingen van het nazisme hielpen te ontkomen. 

One Life is een eerbetoon aan de humaniteit waartoe een mens in staat is, maar blijft toch een beetje aan de oppervlakte. Als film is hij duidelijk minder dan Schindler’s List (1993). En Anthony Hopkins kan natuurlijk het gekwelde gemoed van Nicky Winton prachtig gestalte geven, maar hij haalt niet het niveau van The Father (2020).

 

3 januari 2024

 

ALLE RECENSIES

Old Oak, The

*****
recensie The Old Oak
Hoop voor gepolariseerde samenleving

door Jochum de Graaf

The Old Oak, de afscheidsfilm van Ken Loach (87), legt nog eenmaal haarscherp een uiterst actueel maatschappelijk vraagstuk bloot: migratie. Een schitterende zwanenzang van zijn imposante ruim zestig jaar omspannende oeuvre.

TJ Ballantyne, (innemende rol van Dave Turner) de getormenteerde kroegbaas van The Old Oak, de enige nog enigszins lopende pub in Durham, Noordoost-Engeland, loopt vanaf het strand de zee in, want hij is van plan een eind aan zijn leven te maken. Hij waadt naar de plek waar zijn vader jaren eerder hetzelfde deed. Vanuit een ooghoek ziet hij een klein hondje vrolijk aan komen lopen, keffend, kwispelend. Aangetrokken door de levenslust van het hondje besluit hij van zijn zelfmoordplan af te zien. Het wordt zijn trouwe kameraad en hij noemt het Marra, de benaming in de Noord-Engelse mijnstreek voor de persoon op wie je altijd en overal kunt vertrouwen, van wie je op aan kon bij het zware leven onder de grond. Het is een scène die als voorspelbaar, sentimenteel, larmoyant zelfs, kan worden opgevat. Maar omdat we dan al weten hoe het met Marra afloopt, is er geen enkele reden om dit als spelen op vals sentiment te benoemen. 

The Old Oak

Sociale voorzieningen verdwenen
The Old Oak is van minimaal hetzelfde niveau als het hooggewaardeerde Sorry We Missed You dat gaat over de pakketjes-economie en Gouden Palm-winnaar I, Daniel Blake over het uitkeringssysteem. Het is ook het slotstuk van een trilogie, films die zich alle drie afspelen in het verkommerde en verpauperde Noordoost-Engeland. Sinds de jaren tachtig, toen in de Thatcher-tijd na een keiharde strijd met de vakbonden de mijnen werden gesloten, is de streek langzaam maar zeker teloorgegaan. De overheid heeft zich teruggetrokken. Er is geen werk meer en de meeste sociale voorzieningen zijn gestript. Scholen, winkels en kerken zijn dicht, de woningmarkt, zo weten ze in de pub te vertellen, is ontwricht door ‘een bedrijf op Cyprus’. Voor een spotprijs zijn de huizen van weggetrokken bewoners opgekocht, waardoor de achterblijvende huisbezitters geen kans meer krijgen om elders een beter bestaan op te bouwen.

De mijnwerkersclub, in een bijzaal van de pub, waar foto’s en vaandels herinneren aan het glorieuze arbeidersverleden, is inmiddels opgedoekt. Schimmel en spinrag bedekken de vloer en het achtergelaten meubilair. The Old Oak zelf staat op instorten en wordt financieel ternauwernood overeind gehouden door een groepje locals, dat iedere middag zijn gram komt spuien over alle kwaad dat hen door de buitenwereld is aangedaan. Bij de vele pinten Bitter voeren boosheid en bitterheid de boventoon in hun rauwe kroegpraat. De treurnis om het verlies van de vertrouwde wereld uit zich bij tijd en wijle in vreemdelingenhaat. Het is het bekende mechanisme: wanneer mensen geen grip op hun leven ervaren, compenseren ze dat door zondebokken te zoeken.

Syrische vluchtelingen
En dan arriveert een groep Syrische vluchtelingen in het dorp, moe en uitgeput van een lange reis. Gelijk al als ze uit de bus stappen, gaat een gast in een Newcastle-shirt heftig tekeer tegen ze: ‘wat kom je hier doen, ga toch terug naar je eigen land.’ Het is 2016, het jaar nul voor de Brexit. De Syriërs worden door een deel van de bevolking, waaronder TJ Ballantyne, barmhartig opgevangen. Hij raakt bevriend met Yara (Ebla Mari, weer een van de door Loach zo vaak gevonden natuurtalenten), een fotografe met een dramatisch vluchtverhaal en grote zorgen om haar achtergebleven vader.

The Old Oak

Voor de locals in de pub is hun komst aanleiding om nog eens extra te zwelgen in hun misantropie en xenofobie. ‘Zij krijgen alles, zomaar, gratis, pikken onze huizen en banen in’; ‘we gaan toch niet meemaken dat die tulbanden hier de dienst gaan uitmaken?’. Als Yara even in de The Old Oak geweest is, klinkt ‘dit is onze pub niet meer’. Een Syrisch jongetje wordt er van beschuldigd dat hij te veel naar de Engelse meisjes in zijn klas kijkt en een stuk of vier opgeschoren kapsels nemen hem fiks te grazen.

Zoals vaker bij de komst van een asielzoekerscentrum of de tijdelijke huisvesting van vluchtelingen (Albergen, Loosduinen!), willen de locals het initiatief nemen om een bewonersavond voor de plaatselijke bevolking te organiseren. Dat zou dan plaats moeten vinden in het zaaltje van de mijnwerkersclub, maar TJ Ballantyne weigert hieraan mee te werken.

Twee getraumatiseerde groepen
Om de oplopende spanningen een halt toe te roepen, bedenkt hij samen met Yara en hulpverlener Laura een plan om de twee getraumatiseerde groepen nader tot elkaar te brengen. En in een dergelijk warmbloedig scenario blinken Ken Loach en zijn vaste scenarioschrijver Paul Laverty uit. Niet zwart-wit de tegenstellingen in sjablonen uitvergroten, maar vooral ook met verschillende tinten grijs te laten zien dat er toch ook nog de nodige menselijkheid in onze maatschappij bestaat.

Het is een ragfijn spel met alle bekende vooroordelen uit het migratiedebat. Sommige verwikkelingen zie je van ver aankomen, maar ook met wendingen die je emotioneel raken. Ken Loach’ laatste woord is een spijkerhard oordeel over de net als in Nederland zwaar gepolariseerde samenleving dat toch hoop biedt. Bij ons klinkt tegenwoordig de roep dat we beter zouden moeten luisteren naar wat al die PVV-stemmers bewogen heeft. Ik zou iedereen vooral willen aanraden The Old Oak te gaan zien.

 

20 december 2023

 

ALLE RECENSIES

Perfect Days

****
recensie Perfect Days
Vreugde in het leven van alledag

door Jochum de Graaf

Wim Wenders heeft na jaren van creatieve stilstand een film afgeleverd die zich kan meten met zijn beste werk. Perfect Days gaat over het vinden van vreugde in het leven van alledag. De Japanse hoofdrolspeler kreeg in Cannes de prijs voor de beste acteerprestatie.

Voor Hirayama (geweldige rol van Koji Yakusho) lijken de dagen zich aaneen te rijgen. Hij staat op van zijn slaapmatje, poetst zijn tanden, punt zijn snor bij, trekt zijn blauwe overall aan met opschrift ‘The Tokyo Toilet’, steekt wat kleingeld voor automatenkoffie bij zich en stapt in zijn blauwe busje. Zijn dienst begint. Hij rijdt kriskras door ontwakend Tokyo, stopt bij openbare toiletten, gaat met emmer en een mop de vloer te lijf, wrijft de bril schoon, spoelt wat bleekwater door het toilet, leegt vuilnisbakken, hangt een nieuwe wc-rol op. Wanneer er iemand nodig moet, stapt hij even opzij, klapt het gele bord ‘toilet cleaning’ in, rookt buiten even een sigaretje of doet het belendende toilet en gaat weer verder. Hij doet zijn werk consciëntieus, vrijwel woordloos, ziet af en toe een collega. Aan het eind van de dienst gaat hij steevast naar hetzelfde rumoerige restaurant, heeft er een vaste stek aan tafel, waar hij als vaste prik een groot glas sake met een knal op tafel gezet krijgt: ‘Hier, voor een dag hard werken!’ Hij kijkt nog wat naar sport op het grote tv-scherm, leest nog wat en legt zich ter ruste, morgen weer een dag.

Perfect Days

Openbare toiletten
Hirayama is niet een doorsnee-toiletman. Hij ziet er gedistingeerd uit, heeft een luxe wit sjaaltje om, soigneert zich goed, is uiterst voorkomend tegen voorbijgangers, leest goede boeken als Wild Palms van William Faulkner en Eleven van Patricia Highsmith. En de hoogwaardige openbare toiletten van The Tokyo Toilet in de wijk Shibuya, ontworpen door wereldberoemde architecten als Tadao Ando en Shigeru Ban, zijn echt van een andere orde als de wc’s op onze treinstations.

Regisseur Wim Wenders laat in zijn eerste meesterwerk sinds jaren zijn bijzondere kijk op wereldstad Tokyo zien. Het toch relatief vele groen tussen al het glas en beton, het landmark van de Skytree, mensen in allerlei soorten en maten, onderweg naar of terug van het werk en allemaal moeten ze op gezette tijden naar het toilet.

Onderweg naar de diverse locaties stopt Hirayama telkens een cassettebandje in de recorder. Perfect Days van Lou Reed natuurlijk, Pale Blue Eyes, ook van Reed, Redondo Beach van Patti Smith, (Sitting at) The Dock of the Bay van Otis Redding, Sunny Afternoon van The Kinks. Het lijkt alsof hij in het verleden leeft. Hirayama fotografeert veel, met een ‘eitje’, de iconische kleine Canon-camera uit de jaren tachtig. Als zijn nichtje bij hem in de auto zit, stopt hij Van Morrisons Brown Eyed Girl in de recorder. ‘Staat dit ook op Spotify?’, vraagt ze.

Perfect Days

Boeken en muziek
Je denkt er moet iets zijn geweest in zijn verleden, draagt hij misschien een geheim met zich mee? Gaandeweg de film komen we meer en meer over zijn karakter te weten, zien we bijzondere voorvallen. In een van de toiletten ziet Hirayama een briefje in een gleuf met een opzet voor boter, kaas en eieren. Hij doet een zet en vindt telkens een tegenzet, totdat zoals meestal als je het slim speelt, geen van de spelers wint.

Niko, dat nichtje, staat ineens voor zijn deur, is van huis weggelopen en wil haar oom die ze al jaren niet gezien heeft beter leren kennen. Ze gaat met hem mee als hij dienst heeft. Ze maken een fietstochtje langs de rivier. ‘In welke wereld leef ik?’, vraagt ze. Ze wordt opgehaald door haar moeder, zus Keiko, in een auto met chauffeur. Ze hebben elkaar jaren niet gezien. Keiko kijkt wat misprijzend naar haar broer, ‘maak je echt toiletten schoon?’ Hirayama glimlacht onaangedaan, hij heeft er vrede mee. Voor ze wegrijden is er een innige emotionele omhelzing van broer en zus.

Pasklare antwoorden worden niet gegeven, evenmin is er sprake van een spannende plot. Maar de figuur van Hirayama blijft van begin tot eind fascineren. De serveerster in een lunchrestaurant vraagt hem wat hij het laatst gelezen heeft en als ze op zijn antwoord ‘Faulkner’ zegt ze dat hij toch wel een intellectueel is, relativeert hij dat sterk. Als een bibliothecaresse stelt dat Patricia Highsmith schrijft over beklemming, ons het verschil met angst laat zien, begint hij een heel gesprek.

Ook de keuze van de songs en de volgorde daarvan is betekenisvol. De geweldige soundtrack vindt zijn hoogtepunt in een Japanse versie van The House of the Rising Sun, gezongen in een nachtclub. Aan het slot klinkt Feeling Good uit de recorder, Nina Simone zingt over a new dawn, a new life, Hirayama lijkt een zonnige toekomst tegemoet te gaan.

Perfect Days kan zich meten met Wenders’ werk Paris, Texas (1984) en Der Himmel über Berlin (1987). Koji Yakusho is van gelijkwaardig niveau als Harry Dean Stanton en Bruno Ganz. Het zou niet verbazen als deze bijzondere film over het vinden van vreugde in het leven van alledag eenzelfde status krijgt.

 

13 december 2023

 

ALLE RECENSIES

Fallen Leaves

***
recensie Fallen Leaves
Romance in Kaurismäki-stijl

door Cor Oliemeulen

Als de blaadjes vallen, krijgen mensen te maken met zwaarmoedige gevoelens. In het Finland van Aki Kaurismäki is het altijd herfst. In het droogkomische drama Fallen Leaves hebben twee dertigers moeite om samen de zon te laten schijnen.

Volgens het World Happiness Report 2023 is Finland voor het zesde jaar op rij het gelukkigste land ter wereld. Belangrijkste kernwaarden voor de Finnen zijn natuur, levensstijl, gezondheid, voeding en welzijn. In het Helsinki van Fallen Leaves lijkt geen hond gelukkig. Niemand heeft haast, en het lijkt alsof iedereen zijn of haar kleurloze lot volstrekt gelaten ondergaat.

Fallen Leaves

Arbeiders
Ansa (Alma Pöysti) werkt in een supermarkt, maar wordt ontslagen omdat ze een broodje meeneemt dat over de datum is en volgens haar baas weggegooid had moeten worden. Ze gaat werken in een café als afwasser, maar staat niet lang daarna op straat omdat de eigenaar wordt gearresteerd voor het dealen van drugs. Uiteindelijk zien we dat Ansa niet beroerd is om zwaar werk te doen. Holappa (Jussi Vatanen) werkt in een metaalfabriek en wordt ontslagen omdat hij alcohol drinkt tijdens het werk. Ook als arbeider van een bouwbedrijf moet hij om dezelfde reden zijn biezen pakken. Ansa en Holappa zijn twee eenzame zielen. Ze ontmoeten elkaar zwijgzaam in een karaokebar en lijken elkaar wel leuk te vinden.

Aki Kaurismäki maakte met Fallen Leaves een vervolg op zijn ‘proletariaat-trilogie’, bestaande uit Shadows in Paradise (1986), Ariel (1988) en The Match Factory Girl (1990). In al die films zet hij de solidariteit en de generositeit van de arbeidersklasse tegenover uitbuiting en slechte sociale omstandigheden. Anders dan zijn Britse collega Ken Loach (I, Daniel Blake, 2016), die het arbeidersleed soms bijna als een karikatuur neerzet, maakt Kaurismäki het leven van zijn personages wat draaglijker met droge humor en situaties. Ansa en Holappa’s blikken vangen elkaars soms, maar hun gezichten blijven nagenoeg in dezelfde plooi. Later zitten ze samen op een bank, maar allebei in een hoek.

Fallen Leaves

Universum
Het is de charme van Kaurismäki’s films dat het leven soms bijna lijkt stil te staan. Het tempo is uiterst traag, de dialogen zijn minimaal, maar een glimlach ligt voortdurend op de loer. In die zin doet zijn werk denken aan dat van zijn voorbeeld en vriend Jim Jarmusch. Leuk is dat zowel Ansa als Holappa genieten van Jarmusch’ zombiefilm The Dead Don’t Die (2019) die ze tijdens hun eerste date in de bioscoop zien. Niet alleen de bioscoop in Fallen Leaves, die is behangen met filmposters van klassiekers, is een hommage aan de cinema, maar ook de referenties naar andere films.

Het universum van Fallen Leaves is uniek. Een kalender toont dat het herfst 2024 is. We zien echter ouderwetse telefoons en horen zelfs een stoomtrein. De muziek is gedateerd en melancholisch, de songteksten onderstrepen de zwaarmoedigheid van de personages. We zien ook een oude analoge radio, alsof het de jaren 50 is, maar uit de luidspreker klinken regelmatig nieuwsberichten van de Russische inval in Oekraïne in 2022. Ondanks deze bijzondere setting en de ‘bescheiden’ chemie van de personages is deze romantische komedie in Kaurismäki-stijl vooral veel van wat hij eerder voorschotelde. Maar zeker leuk genoeg om even onze eigen gejaagde wereld te ontvluchten.

 

6 december 2023

 

ALLE RECENSIES

God Is a Bullet

***
recensie God Is a Bullet
Satan is een slechte tatoeëerder

door Cor Oliemeulen

De nieuwe film van Nick Cassavetes kent een interessant vertrekpunt, maar het sympathieke realisme van de relatie tussen twee tegenpolen botst met het ongeloofwaardige geweld.

Het duurde bijna tien jaar voordat Cassavetes zich waagde aan zijn tiende speelfilm. Ditmaal geen romantische film zoals She’s So Lovely (1997) of The Notebook (2004), volgens eigen zeggen zijn slechtste film. Ook geen familiedrama als My Sister’s Keeper (2009) of Yellow (2012). Misdaadfilms liggen hem het best, zoals John Q (2002) en Alpha Dog (2006). Net als zijn vader John, de beroemde onafhankelijke New Yorkse filmmaker van weleer, heeft Nick oog voor emotionele diepgang en complexe menselijke relaties. Dat zie je terug in zijn nieuwe actiethriller God Is a Bullet.

God Is a Bullet

Ontvoerde dochter
De film opent met de ontvoering van een jong meisje door een groep duistere figuren die later blijken te behoren tot een satanische sekte. Haar moeder, die net de supermarkt verlaat als haar dochter in een obscuur busje wordt gegooid, ziet haar rode ballon in de lucht langzaam kleiner worden. Dan schakelen we over naar een riant huis met zwembad waar diezelfde satanisten een man en een vrouw vermoorden en opnieuw een meisje meenemen. Haar vader Bob (Nikolaj Coster-Waldau: Game of Thrones, 2011-2019) ontdekt dat zijn 14-jarige dochter Gabi is verdwenen. Bob is politieagent, die zijn meeste werkzaamheden achter een bureau verricht. Hij wacht zes weken tevergeefs tot zijn collega’s een spoor van haar hebben gevonden. Dan komt de tijd dat hij zelf op onderzoek uitgaat.

Bob krijgt contact met de getroebleerde jonge vrouw Case (uitstekende rol van Maika Monroe: It Follows, 2014), die zegt aan de betreffende sekte te zijn ontsnapt en hem wil helpen Gabi te vinden. De creepy uitgedoste leden behoren tot de Left Handed Path die zich bezighouden met een satanische vorm van spiritualiteit. Ze wijzen elke vorm van godsdienst af en doen aan zelfvergoddelijking. Hoewel deze gasten wat over de top zijn neergezet – alsof ze een wedstrijd hebben gehouden wie de meest afschuwelijke tatoeages op zijn gezicht durft te zetten – weet de kijker dat Bob een flinke kluif aan deze gasten zal krijgen. Om ook stoer over te komen, laat hij zichzelf ook een aanzienlijke tatoeage aanmeten door de zonderlinge Ferryman (Jamie Foxx: Django Unchained, 2012). Samen met Case daalt hij af naar de diep verborgen, donkere krochten van gewelddadig satanisme om Gabi te vinden. Het grootste obstakel vormt de sadistische bendeleider Cyrus (Karl Glusman: The Neon Demon, 2016).

God Is a Bullet

Tegenpolen
Nick Cassavetes weet de duistere, hallucinante omgeving waarin Bob en Case zich begeven sfeervol weer te geven. Hun groeiende relatie is het sterke deel van God Is a Bullet. Grotere tegenpolen zijn er nauwelijks, maar hun traumatische verledens brengen hen dichter bij elkaar. De christen ontmoet de goddeloze wereld, en de goddeloze vindt langzaam het geloof dat er ook hoop voor haar is. Als hun wederzijdse vooroordelen verdwijnen, kunnen ze elkaar verder helpen. Echter het probleem van dit sympathieke gegeven is dat hun persoonlijke queeste te veel botst met alle gewelddadigheden die zowel zij als de kijker voor de kiezen krijgen.

In sommige Amerikaanse bioscopen draaide de ongecensureerde versie van ruim tweeënhalf uur, bij ons duurt de film twee uur. Waarschijnlijk zijn de meest aanstootgevende scènes eruit geknipt. Mogelijk is er ook wat gerommeld met de opbouw van het verhaal, want sommige plotgaten zijn storend. Het realisme van de onderlinge band tussen Bob en Case gaat hopeloos ten onder in het ongeloofwaardige geweld. Zo wordt Bob met een mes bewerkt (waarna hij de enorme snee in zijn buik met lijm en nietjes moet dichtmaken), gebeten door een giftige slang, gedrogeerd, toegetakeld met een vlammenwerper en tot pulp geslagen met een honkbalknuppel. Case wordt ‘slechts’ een paar keer keihard in haar gezicht gestompt en verkracht. Dat alles zal het koppel er niet van weerhouden de ultieme confrontatie met het gespuis aan te gaan – met dank aan het begeleidende Requiem van Mozart en de mooie soundtrack van de film.

 

29 november 2023

 

ALLE RECENSIES