**
recensie Muy lejos
De afstand tot jezelf
door Cor Oliemeulen
Dertiger Sergio bezoekt met een groep supporters de uitwedstrijd van zijn voetbalclub tegen FC Utrecht. Kort daarna gooit hij tijdens een paniekaanval zijn portemonnee, inclusief paspoort, in een vuilnisbak. Hij wil niet terug naar huis. De filmtitel Muy lejos (‘Heel ver weg’) verwijst niet alleen naar de kilometers tussen Barcelona en Utrecht, maar krijgt gaandeweg een diepere betekenis: de afstand die iemand tot zichzelf kan voelen.
Deze debuutfilm van Gerard Oms oogstte in zijn thuisland Spanje lof vanwege het persoonlijke verhaal over angst, identiteit en zelfacceptatie. De regisseur putte uit zijn eigen ervaringen om te laten zien hoe iemand zichzelf kan worden door letterlijk afstand te nemen van zijn vertrouwde omgeving. Maar zoals vaker in films over herinneringen van filmmakers rijst al snel de vraag in hoeverre de kijker daar iets mee opschiet. Ook omdat het verhaal zich bijna twintig jaar geleden afspeelt, toen de maatschappelijke omstandigheden anders lagen.

Heel ver weg… van dramatische spanning
Sergio (Mario Casas) lijkt in Barcelona alles te hebben wat op een stabiel leven wijst: vrienden, een toekomst, zelfs een aanstaand huwelijk. Wat een impulsieve vlucht lijkt, groeit uit tot een stille confrontatie met zichzelf. Muy lejos neemt veel tijd voor observatie en terughoudendheid. Dat geeft het verhaal weliswaar wat emotionele kracht, maar voelt op den duur afstandelijk of zelfs traag aan. De film blijft te lang in hetzelfde emotionele register hangen en biedt onderweg weinig ontwikkeling. Wat de kijker niet weet (en eigenlijk ook niet van tevoren moet weten), is dat Gerard Oms pas helemaal aan het eind onthult wat Sergio precies ontloopt.
Voor Spaanse kijkers zullen Sergio’s kennismaking met de Nederlandse taal (“Ze praten alsof ze de hele tijd een rochel in hun mond hebben”), cultuur en dagelijkse gewoonten voor de nodige glimlachjes zorgen. Vanuit Nederlands perspectief blijven sommige observaties steken in clichés. Zoals de Nederlander met zijn fiets, of liever gezegd zijn gestolen fiets, en de fiets die in de gracht wordt gepleurd. En natuurlijk het Sinterklaasfeest met zwart geschminkte knechten die stoute kinderen in hun zak meenemen naar Spanje.
Heel ver weg… van de Dardennes
Stilistisch sluit Gerard Oms aan bij de hedendaagse Europese auteurscinema: naturalistische stijl, weinig muziek, observerende cameravoering op de huid van de personages en een voorkeur voor alledaagse situaties waarin mensen langzaam veranderen. Sommigen vergelijken die sobere, ingetogen vertelstijl en de sociaal-realistische aanpak met die van Jean-Pierre en Luc Dardenne. Daar valt wat voor te zeggen, maar Oms blijft ver weg van hun dramatische precisie en emotionele diepgang.

De keuze voor Mario Casas – die in Spanje lange tijd bekendstond als de “knappe jongen” – in de rol van de kwetsbare Sergio is goed getroffen. Voordat Oms zijn debuut als regisseur maakte, was hij jarenlang werkzaam als acteercoach en hielp hij Casas met zijn rol in No matarás (2020) aan zijn Goya Award voor beste acteur. Netflix-kijkers kennen hem van de thriller The Invisible Guest (Contratiempo, 2016) en het oorlogsdrama The Photographer of Mauthausen (2018). Ook in Muy lejos overtuigt Casas: het verdienen van geld, het zoeken naar een woonruimte en het worstelen met zijn identiteit zijn geloofwaardig. Zijn lichaamshouding, blikken en stiltes vertellen vaak meer dan de dialogen.
Heel ver weg… van de climax
De film legt niet expliciet uit waarom Sergio zijn leven in Barcelona achter zich laat. Pas gaandeweg wordt duidelijk dat zijn paniekaanvallen, vluchtgedrag en gevoel van verstikking een diepere oorzaak hebben. In de laatste tien minuten vallen de puzzelstukjes dan eindelijk op hun plaats. Het is geen spectaculaire onthulling, maar de ontbrekende sleutel tot alles wat de kijker al heeft gezien. Daardoor krijgen eerdere ontmoetingen, terloopse opmerkingen en ogenschijnlijk onbeduidende gebeurtenissen ineens een andere betekenis.
Die ontknoping is overtuigend, maar vraagt een investering van anderhalf uur die niet iedere kijker zal willen doen.
Wie zich nog afvraagt waarom Gerard Oms zijn kaarten zo lang tegen de borst houdt, kan hem dat maandag 20 juli tijdens de Q&A na de vertoning in het Utrechtse Slachtstraat Filmtheater zelf vragen.
15 juli 2026



















