Paula van der Oest over Love in a Bottle

Paula van der Oest over coronafilm Love in a Bottle:
“Er is een online identiteit en de echte”

door Alfred Bos

Paula van der Oest denkt en werkt buiten de polder. In haar meest recente speelfilm, Love in a Bottle, gaan twee jonge mensen, gespeeld door de Nederlandse actrice Hannah Hoekstra en de Britse acteur James Krishna Floyd, via het beeldscherm een relatie aan. “Dat gebeurt. Ik vind het fascinerend.”

Love in a Bottle verhaalt over Miles uit Londen en de Amsterdamse Lucky die elkaar vluchtig treffen op een vliegveld in Milaan. Eenmaal thuis breekt de coronacrisis uit en zitten ze opgesloten. Via FaceTime beginnen ze een digitale relatie.

Love in a Bottle is een coronafilm. Hij speelt tijdens corona en is gedraaid tijdens corona. Voor Lucky en Miles is de wereld vernauwd tot een beeldscherm. Voor de kijker van Love in a Bottle ook, want die ziet – nu de bioscopen weer open zijn – wat de personages zien.

Paula van der Oest | Foto: Janey van Ierland

Love in a Bottle werd gedraaid in tien dagen. Regisseur Paula van der Oest (Laag Soeren, 1965) rekruteerde filmstudenten en stond met twee jonge ploegen op twee plaatsen simultaan te filmen. “Ik wisselde elke dag van locatie, wat betekende dat ik de andere acteur via beeldscherm moest regisseren.”

Moderne schizofrenie
InDeBioscoop belt – zonder beeld – met de regisseur en speelt advocaat van de duivel.

Ik heb bewondering voor de vorm, maar ik erger me kapot aan de personages.

Van der Oest: “Dan is de film niet voor jou. Als je deze mensen niet leuk vindt, dan houdt het op. Dan moet je naar een andere film.”

Zij is competitief en hij is nerdy en een beetje sullig.

“Competitief zou ik niet willen zeggen. Wat eigenzinnig en gesteld op haar vrijheid. En een beetje onconventioneel.”

Miles, de man, schaakt. Hij zegt: ‘Schaken is een sport zonder physicality’. Dat is een metafoor voor wat er gebeurt in de film.

“Hij vindt de orde van het schaakspel fijn.”

Schaken doe je in je hoofd. Dat is sport zonder lichaam.

“Dat is leuk gevonden, dat klopt. Ik had het voornamelijk bedoeld als karaktertrek van Miles.”

Er is ook de tegenstelling tussen Britse reserve en Hollandse directheid. Dat zal niet helemaal toevallig zijn.

“Nee. Ik schreef de film terwijl de acteurs meelazen en online voorlazen, hardop. Ik heb twee keer in Engeland gewerkt – een serie en een film – en Engelsen zijn inderdaad heel indirect.”

Dat noemen ze understatement.

“Dat vinden Nederlanders dan weer schijnheilig.”

Laten we even filosofisch worden. Beeldschermen, daar zit de wereld vol mee. Veel van de hedendaagse verwarring kun je verklaren uit het gegeven dat de werkelijkheid en de mediarepresentatie van de werkelijkheid van plaats zijn verwisseld. De wereld is een scherm geworden en het scherm is de wereld geworden.

“Dat is een goeie samenvatting van hoe het is.”

De film gaat daar niet op in, maar raakt er wel aan. Wat je op het scherm ziet is fictie. Speelde dat mee bij het schrijven van het scenario?

“Zeker, want als je verliefd wordt op iemand weet je nooit wie die is. Daar kom je doorgaans langzaam achter. En met zo’n FaceTime-liefde is dat misschien wel helemaal zo. Normaal ontmoet je vrienden of ouders van iemand. Dit is een verdichte situatie. Alleen maar met elkaar zijn en heel versneld allerlei dingen meemaken die mensen doorgaans over langere tijd meemaken. Er blijft altijd de vraag: wie zit er eigenlijk tegenover me? Dat vond ik een mooi gegeven.”

Door de situatie is er geen context.

“Precies.”

En dan wordt het erg lastig om te peilen wat er tegenover je zit.

“Ja.”

Love in a Bottle

Is die verwarring tussen scherm en werkelijkheid iets wat in het dagelijkse leven ook steeds meer gaat spelen?

“Het is zeker zo dat we intussen niet alleen meer in de werkelijkheid bestaan. Sociale media zijn zeker voor de jonge generatie een verlengstuk van zichzelf. Identiteit is tweeledig geworden, een online identiteit en de echte.”

Dat is de moderne schizofrenie?

“Precies.”

Zie je dat als een probleem of is het gewoon zo?

“Alle ontwikkelingen werden door de geschiedenis heen met argwaan bekeken. Toen de trein kwam, zei men dat het ongezond was om je zo snel te verplaatsen. Maar ik vind het problematisch – en dat is een privéding – dat het bestaan zo onrustig is geworden door die smartphone. Ik ben de hele dag aan het schaken op zes borden, bij wijze van spreken. Ik vraag me af, en dat doen wetenschappers ook, wat dat doet met je hersenen. Met je focus. Daar hebben mijn kinderen helemaal geen last van. Voor hen is het een tweede natuur.”

Zorgen over de langetermijngevolgen, bijvoorbeeld voor de cognitie.

“Het is allemaal heel geraffineerd ontworpen, maar dat hebben we helemaal niet door. Dat is niet wat ik met deze film wil zeggen. Waar de film wel over gaat, is dat mensen op deze manier een relatie beginnen. Het kan op deze manier, het gebeurt. Ik vind het fascinerend, ik heb er geen oordeel over.”

Kun je je voorstellen dat ik me tijdens het zien van de film een voyeur voelde?

“Het was mijn bedoeling om zo dicht te komen bij mensen die elkaar verkennen, dat je er net tussen zit. Dit zie je eigenlijk nooit. Dat was een van de dingen die ik aan het verkennen was, die de bedoeling is. Jij vond het kennelijk onprettig dichtbij.”

Ik wil dat helemaal niet weten, dat is iets tussen die twee mensen. Daar wil ik helemaal niet bij zijn.

“Grappig. Ik heb de film aan een groep jongere mensen laten zien. Mag ik vragen hoe oud je bent?”

Ik ben 65, bijna 66.

“Dit is geen flauwe sneer, maar het zou kunnen dat het een soort leeftijdskwestie is.”

Die horen we vaker.

“Ik ben zelf 55, dus helemaal niet jong. Dan vind je waarschijnlijk al die realityprogramma’s op tv ook afgrijselijk?”

Te erg voor woorden.

“Weet je hoeveel mensen daar naar kijken? Ik ken veel mensen van tussen de 25 en de 35 die daarvan smullen. Niet dat ik een realityprogramma heb willen maken. Voor sommigen gaat de film te ver en anderen vinden het juist geweldig. Prima toch?”

Reality-tv is een contradictio in terminis. Het is tv, dus gemanipuleerd. Kennelijk zie ik als dinosaurus dat onderscheid wel en jonge mensen die zijn verkleefd met hun scherm, zien dat niet. Ze worden gemanipuleerd en ze zien het niet. Dat vind ik persoonlijk heel zorgwekkend.

“Dat is helemaal waar. Op school zou er mediafilosofie moeten worden gegeven. Je komt al heel snel bij nepnieuws en dergelijke. Dat ben ik helemaal met je eens, dat zou echt een schoolvak moeten zijn. Dat je door media gemanipuleerd wordt, dat er geen objectiviteit is, al die dingen. Heel belangrijk.”

Wat ik heel leuk vond: Lucky neemt met haar telefoon alles op. Ik moest direct denken aan Andy Warhol, die ook zijn hele leven heeft opgenomen en gedocumenteerd.

“Ja, dat klopt. Daar heb ik niet bewust aan gedacht. Hij was een maniakale kunstenaar.”

En ook heel modern in de zin dat hij in de jaren zestig al deed wat nu kennelijk meer mensen doen: alles vastleggen.

“Jezelf en je leven daarin centraal stellen. Zonder waardeoordeel: mensen zijn nu wel egocentrischer dan toen. Tegelijkertijd is er bij de jonge generatie ook veel bewustzijn over waar ze leven en hoe ze leven. Er is ook een ‘woke’ jeugd. Ik denk dat er altijd golfbewegingen zullen zijn. En altijd tegenbewegingen. Dus misschien hoeven we daar ook weer niet te somber over te zijn.”

Love in a Bottle

Zit er een moraal in de film?

“Het is een liefdesfilm. Als je een liefdesrelatie of een verbintenis met iemand aangaat, moet je een stukje van jezelf opofferen. Dat kan niet anders. Lucky is zo onafhankelijk dat ze voelt dat ze eigenlijk wel meer zou willen met deze jongen en dan komt ze in verzet. Ze leert dat het niet erg is om een beetje van jezelf op te offeren.”

Waardering en geld
Paula van der Oest heeft tv-series (zoals Noord Zuid en The Split, voor de BBC) en speelfilms (Zus & zo, Oscarnominatie; Tonio) geregisseerd, de laatste vaak op basis van een eigen scenario. In 2018 begon ze met Alain de Levita en Mark van Eeuwen het tv- en filmproductiebedrijf Levitate, dat onder meer De Slag om de Schelde en Love in a Bottle produceerde. Later dit jaar verschijnt haar verfilming van de thriller The Bay of Silence (met Olga Kurylenko en Claes Bang) in de Nederlandse bioscoop.

Je hebt ooit – tegen Psychologie Magazine in 2009 – opgemerkt dat filmmaken in Nederland vooral hobby is, we hebben het gezellig met elkaar. Denk je daar nu nog steeds zo over?

“Als je aan een Nederlandse filmmaker vraagt wie zijn voorbeelden zijn, dan noemen ze nooit een Nederlandse filmmaker. Behalve Alex van Warmerdam, die heeft door de jaren heen ijzerenheinig zijn eigen oeuvre gemaakt. Kijk naar wat er aan de hand is in de politiek, minister De Jonge zegt: ‘Je kunt rustig een dvd’tje opzetten’. Er is dedain voor kunst en cultuur. Filmmaken heeft daar soms een beetje last van.”

“In Amerika is filmmaken kunst. Het vak wordt daar serieus genomen en serieus nemen betekent dat je er geld in moet steken. We zitten al heel lang met een kabinet dat de ene na de andere bezuinigingsronde heeft uitgevoerd. Geld drukt waardering uit.”

“Ik vind nog steeds dat we strenger moeten zijn op scenario’s. Schrijven is een moeilijk vak.”

En het is ook heel eenzaam.

“Ontzettend!” En lachend: “Het is eigenlijk helemaal geen leuk vak.”

Love in a Bottle draait vanaf 24 juni in de bioscoop

 

24 juni 2021

 

 

MEER INTERVIEWS

Slag om de Schelde, De

****
recensie De Slag om de Schelde

Beste Nederlandse oorlogsfilm ooit

door Jochum de Graaf

Het had de grote blockbuster van kerst 2020 moeten worden: half december een grootse première in Vlissingen en vervolgens uitbreng in 166 bioscopen. Maar 17 december begon de tweede lockdown en werd keer op keer de bioscooprelease uitgesteld, tot nu, zaterdag 5 juni 2021.

De Slag om de Schelde was bedacht als afsluiting van het herdenkingsjaar 2020, 75 jaar na de Bevrijding, die vooral de jongeren zou moeten aanspreken. Maar de film heeft momentum gemist, vertoning in de herdenkingsmaand mei zat er niet in en nu kan het grote publiek – nou ja, maximaal 50 personen per bioscoopzaal op anderhalve meter afstand op 162 locaties – op een tamelijk willekeurig door het coronavirus bepaald moment genieten van de beste Nederlandse oorlogsfilm ooit.

De Slag om de Schelde

Miserabele vergeten veldslag
Het kan natuurlijk nog verkeren, maar in vergelijking met de uitbreng van De Oost, waar geen dag voorbijgaat voor er weer iets nieuws gemeld wordt, gebeurt er rond De Slag om de Schelde vooralsnog weinig. Net als De Oost is De Slag om de Schelde medegefinancierd door een van de grote streamingdiensten: bij De Oost is dat Amazon, later dit jaar zal Netflix De Slag om de Schelde (als The Forgotten Battle) uitbrengen. Maar bij De Oost waren ze zo slim om het om te draaien, eerst uitbreng via Amazon en daarmee op een doodstil moment in het anders zo drukke mediageweld van de filmwereld enorm veel publiciteit te genereren, met een kort geding van Indië-veteranen, items in talkshows, aankondiging in het NOS Journaal. En dan heeft De Oost natuurlijk een ‘actueel’ thema te pakken, na ruim zeventig jaar aandacht voor de vermeende oorlogsmisdaden van ‘onze jongens’ in Indonesië, waar met het NIOD-onderzoek naar de politionele acties op komst, nog lang niet het laatste woord over gezegd is.

Intussen denken we over de Tweede Wereldoorlog in Europa zo onderhand alles wel te weten. Maar dan doe je De Slag om de Schelde ernstig tekort: het verhaal over de halfvergeten gruwelijke veldslag in Zeeland herfst 1944 om de toegang tot de haven van Antwerpen was cruciaal voor de eindstrijd tegen nazi-Duitsland. Het beeld van die eindstrijd is tot nu toe vooral bepaald door een film als A Bridge Too Far (1977), de spectaculaire maar mislukte strijd om een bruggenhoofd over de Rijn, met luchtaanvallen, parachutisten, man-tegen-mangevechten rond de Rijn. Uitgevoerd met een Hollywood-sterrencast is dat aanmerkelijk sexyer dan de miserabele vergeten veldslag in het modderige Zeeuwse achterland om de Sloedam. Daar kan dus nu verandering in komen.

De Slag om de Schelde

Natuurlijker dan Zwartboek
Het Britse 1917, door velen beschouwd als de beste film van 2019, zette een nieuwe internationale norm voor het genre oorlogsfilms neer. In ons land is Zwartboek (2006), in 2008 uitgeroepen tot de beste Nederlandse film aller tijden, de standaard. Het zijn niet de minste voorbeelden waarmee De Slag om de Schelde – met een budget van veertien miljoen euro de op een na duurste Nederlandse oorlogsfilm – vergeleken zal worden.

In 1917 voel je je onderdeel van de oorlogshandelingen, je loopt als het ware zelf door de Britse loopgraven, achter korporaal Schofield door het niemandsland en de Duitse linies. Met een beperkter budget en minder technische mogelijkheden is die reallife ervaring nauwelijks te evenaren. Maar de raid op de Sloehaven, wanneer gliderpiloot William Sinclair (Jamie Flatters) in zijn Spitfire temidden van een enorm luchtgevecht in de Zeeuwse klei en wateren neerstort, nadert het werkelijk zelf meemaken zeer behoorlijk.

Zwartboek is een zwaar overschatte film. Paul Verhoeven heeft nogal de neiging om de karakters in zijn films clichématig uit te vergroten en een scenario te hanteren waarbij de hoofdrolspelers op opvallend toevallige ontmoetingen en soms onwaarschijnlijke verwikkelingen een tamelijk ingewikkelde plot afwikkelen. De verhaallijnen die Paula van der Oest voor De Slag om de Schelde bedacht, zijn veel natuurlijker, staan op zichzelf, raken elkaar zijdelings, maar horen toch heel goed en gevoelsmatig bij elkaar en geven zonder pathetisch of larmoyant te worden een heel goed en breed beeld van de nadagen van de oorlog.

De Slag om de Schelde

Menselijke karaktertrekken in tijd van oorlog
We volgen de Britse avonturier, piloot William Sinclair, de ontgoochelde Nederlandse SS’er Marinus van Staveren (Gijs Blom), teruggestuurd van het Oostfront, en het Zeeuwse meisje, secretaresse van de burgemeester van Vlissingen, Teuntje Visser (Susan Radder) die in eerste instantie denkt dat neutraliteit een optie is. De losse verhaallijnen – William die zich door de Zeeuwse modder en klei een weg naar zijn eenheid moet vinden, Marinus die ernstig met zijn loyaliteit gaat worstelen en Teuntje die door een onbezonnen daad van haar jongere broer meer en meer bij het verzet betrokken raakt – staan op zichzelf maar vullen elkaar gevoelsmatig toch steeds aan. Bij iedere decorwisseling voel je opnieuw de spanning.

De kracht is dat die drie perspectieven (geallieerden, Duitsers, verzet) niet zwart-wit worden uitgewerkt, maar er alle ruimte is voor bijzondere tinten grijs, zoals in de rol van de vader van Teuntje die met de Duitse Ortskommandantur gaat heulen in een vergeefse poging zijn zoon vrij te krijgen. Nee, De Slag om de Schelde is geen geijkt heldenepos over de WOII, geen verslag van een veldslag waarvan je de afloop van verre ziet aankomen. Het laat onopgesmukt de gruwelijkheden, maar ook de onverschrokkenheid en drang naar vrijheid, de sterke en zwakke menselijke karaktertrekken die in tijden van oorlog naar boven komen in al zijn aspecten en accenten zien. Niet veel vaker het gevoel gehad dat de werkelijkheid zo dicht benaderd werd.

 

3 juni 2021

 

ALLE RECENSIES

De Oost

****
recensie De Oost

Grauwe historische spiegel

door Jochum de Graaf

Tijdens het draaien van De Oost zuchtten cast en crew onder de hitte, overstromingen en tropische ziekten op Java. Zonnesteken, knokkelkoorts, malaria, buiktyfus, schorpioenen, moeizame onderhandelingen met de Indonesische autoriteiten, het leger dat met regelmaat langskwam op de set, de coronapandemie die de opnamen stillegde, er zijn maar weinig ontberingen die de film bespaard zijn gebleven.

Geldnood, ook zoiets. Regisseur Jim Taihuttu moest naar verluidt inkomsten uit zijn dj-bijbaan investeren en alleen door een deal met Amazon – waardoor de film nu eerst via een streamingdienst te zien is voordat hij in de bioscoop komt – konden de laatste draaidagen opgenomen worden.

En dan was er nog een kort geding, waarbij een organisatie van Indië-veteranen een extra disclaimer aan het begin van de film eiste, omdat de uniformen van de soldaten, de insignes, de snor van kapitein Westerling, een van de hoofdrolspelers, de belettering van de titel teveel reminiscentie aan de nazitijd zou verbeelden.

De Oost

Schijnrumoer
Eerlijk gezegd denk ik dat dit schijnrumoer de makers uit publiciteitsoverwegingen niet zo slecht uitkwam. Indië-veteranen zijn nogal makkelijk uit de tent te lokken. Denk aan de affaire-Hueting eind jaren zestig (aantonen oorlogsmisdaden), het tumult rond het bezoek van Poncke Princen midden jaren tachtig (vermeende overloper) en het aanbieden van excuses door onze koning ruim een jaar geleden voor het door Nederland gepleegde geweld, nota bene ruim 70 jaar na dato.

Terecht dat de rechter de eis voor een extra disclaimer aan het begin van de film afwees. De Oost is geen documentaire over de koloniale oorlog, eufemistisch aangeduid als ‘politionele acties’, die Nederland tussen 1945 en 1949 tegen de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië uitvocht; geen nauwgezet verslag van de vermeende wandaden van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger met pakweg 100.000 slachtoffers aan Indonesische en 5.000 aan Nederlandse kant; geen zwart-witfilm over goed en kwaad waarbij de Nederlandse soldaten als nazi’s worden weggezet.

Moreel moeras
De Oost is een dramatische schets hoe naïeve jongens van diverse pluimage uit alle windstreken, hoeken en gaten van het land langzaam maar zeker een oorlog voor een kansloos doel, de herovering van kolonie Indonesië, werden ingezogen. Maar bovenal vertelt de film het individuele verhaal van Johan de Vries (een veel Hollandser naam kun je niet verzinnen) die door een krampachtig streven naar revanche in een moreel moeras belandt.

De Oost

Martijn Lakemeier speelt overtuigend de soldaat die in 1946 samen met ruim honderdduizend anderen wordt uitgezonden om in Nederlands-Indië orde op zaken te stellen. In het eerste deel van de film raakt hij langzaamaan gefrustreerd van het landerige soldatenleven met patrouilles door doodsbange kampongs waar niemand iets over opstandelingen durft te zeggen, het gemopper en gevloek op ‘zwartjes’ en ‘apen’, het vermaak met stoere praatjes en bordeelbezoek. Johan doet de nodige moeite om zich in de Indonesische cultuur te verdiepen, hij deelt koekjes uit aan kinderen, leert zichzelf de taal en heeft een affaire met prostituee Gina. Hij lijkt een ‘eerlijke’ soldaat met een groot rechtvaardigheidsgevoel.

Zuiveringen
Dat gewone soldatenleven verandert op slag met de verschijning van kapitein Raymond Westerling (sterke rol van Marwan Kenzami) op het strijdtoneel. Johan raakt meer en meer in de ban van deze even charismatische als onberekenbare ‘Turk’ die eind 1946 met een speciale eenheid, het door hem zelf samengestelde Depot Speciale Troepen (DST), carte blanche kreeg om Zuid-Celebes, het tegenwoordige Zuid-Sulawesi, van alle opstandige elementen te zuiveren. De nog steeds ernstig omstreden Westerling gaf daar een eigen invulling aan en werd beschuldigd van excessief geweld, misdaden tegen de menselijkheid en het veroorzaken van vele burgerslachtoffers.

Wreed en straight is hij, de man die de mensheid in twee soorten opdeelt: ‘je bent jager of je bent prooi’. Het gaat van kwaad tot erger. Eerst worden de kampongs platgebrand, later gaat hij over tot standrechtelijke executies. De namen van mogelijke verraders staan bij hem in een boekje en bij het omroepen van de naam moeten ze naar voren komen en worden zonder pardon neergeknald. Op dit punt begint de film toch een beetje te wringen. Niet zozeer omdat het geweld fel realistisch en bruut in beeld wordt gebracht, maar meer omdat het zo breed uitgesponnen wordt en het daarmee nogal wat tijd kost voor Johan om tegen deze oorlogsmisdaden in het geweer te komen en de plot een dramatische wending neemt.

De Oost

Karakterontwikkeling
Daarentegen is wel de opbouw van de karakterontwikkeling van Johan goed gedoseerd. In eerste instantie fungeert hij als een soort rechtvaardige soldaat, later kiest hij toch uit verveling of misschien tegen de achtergrond van het NSB-verleden van zijn vader voor de foute kant aan de zijde van Westerling. We zien in flashforwards hoe hij zijn door PTSS en wrok getekende leven in het naoorlogse wederopbouwend Nederland niet goed meer op de rails krijgt. Er is hier geen enkele aandacht voor wat hij heeft meegemaakt. Dat hij tenslotte toch opstaat tegen zijn mentor in een hernieuwde confrontatie van Johan met Westerling leidt tot een opera-achtige apotheose met een onverwacht slot.

De Oost – uitgebracht in de tijd dat bijvoorbeeld het NIOD grondig onderzoek doet naar de oorlogsmisdaden in Indonesië en met het boek Revolusi van David Van Reybrouck eindelijk serieuze aandacht komt voor deze donkere, veel te lang onderbelichte episode uit de vaderlandse geschiedenis – houdt ons een grauwe historische spiegel voor.

De Oost is sinds 13 mei te zien op Prime Video en verschijnt op het witte doek zodra de bioscopen weer open mogen.

 

14 mei 2021

 

ALLE RECENSIES

Desert Paradise

****
recensie Desert Paradise

Op eigen benen leren staan

door Ries Jacobs

We are our little oasis in the desert.’ Wat een oudere dame uit Oranjemund halverwege de documentaire zegt, is waar. De brede hoofdwegen van het vierduizend inwoners tellende woestijnstadje zijn omgeven door laanbomen en de tuintjes ogen groen. Maar voor hoelang nog?

Zuidelijk-Afrika is de muze van de Nederlandse regisseur Ike Bertels. Haar eerdere documentaires Treatment for Traitors (1983) en Guerilla Grannies (2013) portretteren het leven in Mozambique. Voor haar nieuwste film reisde ze naar Namibië, om precies te zijn naar het tegen de Zuid-Afrikaanse grens liggende stadje Oranjemund.

Desert Paradise

Op een steenworp afstand van de woestijnnederzetting ligt het met hekwerk en prikkeldraad afgezette Sperrgebiet. Een dreigende waarschuwing bij de ingang van het gebied laat aan duidelijkheid niets te wensen over: ‘Oortreders sal vervolg word’. Het stadje dankt zijn bestaan aan de diamantmijn in het verboden Sperrgebiet.

Hoge waterprijzen
De nederzetting die nabij de monding van de Oranjerivier verrees, is meer dan een mijnstad. Niet alleen woonden de werknemers van diamantmaatschappij Namdeb er, Oranjemund was eigendom van Namdeb. Het bedrijf stampte hele wijken uit de grond en verhuurde de huizen goedkoop aan zijn werknemers. De watervoorziening – een belangrijke dienst middenin de Kalahari-woestijn – was bijna gratis. In 2017 droeg Namdeb het bestuur van Oranjemund over aan de lokale autoriteiten en over enkele jaren zal de mijn sluiten.

Bertels brengt in beeld hoe de inwoners van het woestijnstadje op eigen benen leren staan. Ze klagen over hoge waterprijzen, maken plannen voor de toekomst en mijmeren over hoe goed ze het vroeger hadden in hun paradijsje waar zwart en wit al jaren vreedzaam en zonder apartheid wonen. Gehecht als ze zijn aan hun geboortegrond willen ze er niet weg, maar ze zien tegelijkertijd dat er nauwelijks een toekomst voor hen is in hun woonplaats.

Desert Paradise

Van Loppersum tot Landgraaf
Bij dreigend gevaar kent de mens drie reacties: vechten, vluchten of bevriezen. In Oranjemund is het niet anders. Sommige mensen doen niets (tenzij klagen een activiteit is) en anderen proberen een eigen zaak op te zetten, waarbij velen het toerisme zien als de banenmotor van de regio. Een derde groep maakt plannen om te vertrekken naar de hoofdstad Windhoek of een andere grote plaats. Zoals water zijn weg vindt naar het laagste punt, zo vinden ook in Namibië de mensen hun weg richting de verstedelijkte centra.

Dit maakt Desert Paradise tot een universeel verhaal. Van Loppersum tot Landgraaf, van Franse Pyreneeëndorpjes tot de steppen van Kazachstan, wereldwijd loopt het platteland leeg. Wat resteert zijn halflege dorpen waar de bevolking vergrijst en de huizen langzaam verworden tot ruïnes. Elk van deze dorpjes heeft zijn eigen verhaal, maar toch hebben al deze geschiedenissen dezelfde rode draad. Overal op het wegkwijnende platteland zie je dezelfde mix van apathie, vechtlust en vluchtgedrag die je tegenkomt in Oranjemund. Hoe zal het de mijnstad vergaan? Niemand heeft een glazen bol, maar de kans is zeer aannemelijk dat dit nu nog zo paradijselijk ogende oord ooit zal vervallen tot een spookstad.

Deze documentaire is vanaf donderdag 29 april te zien op Picl en Vitamine Cineville. 

 

26 april 2021

 

ALLE RECENSIES

Îles flottantes

***
IFFR Unleashed – 2001: Îles flottantes
Sjofel karakterdrama

door Sjoerd van Wijk

Het schematische karakterdrama in Îles flottantes (2001) drijft op een plezant lichtkomische sfeer van buitenissigheid, maar de bespiegelingen over het moeizame leven van drie vriendinnen ontloopt zelden de banaliteiten van een soap.

De drie dertigers van Îles Flottantes – Kaat, Sacha en Isa – proberen in Rotterdam hun leven op de rails te krijgen volgens het beproefde uitgangspunt van jongvolwassenen in een individualistische maatschappij. Elk lid van deze samen zonnebankende kliek drijft op haar eigen eiland, knipogend onderstreept tijdens een feestje waar ze het titulaire dessert geserveerd krijgen. Kaat (Maria Kraakman) zit vast in een onbevredigende relatie met de rijke Max (Leopold Witte). Ze gaat ‘uit verveling’ vreemd met de botte kunstenaar Christophe (Kuno Bakker), de vriend van eveneens beeldend kunstenares Isa (Halina Reijn) die haar werk niet aan de straatstenen kwijtraakt. Ondertussen kampt Sacha (Manja Topper) met een familietrauma terwijl ze er een ongezonde verhouding met de gewelddadige Peer (Jacob Derwig) op nahoudt.

Îles flottantes

Tikkeltje buitenissig
Een vaag aan Henry Mancini herinnerende jazzy soundtrack schetst een tikkeltje buitenissig Rotterdam als arena voor deze jongvolwassen zoektocht naar houvast. Met zijdelingse pans van de dames in zonnebanken of koddige half afgesneden frontale shots behandelt de mistroostige problematiek op een licht komische wijze. Humor krijgt in Îles Flottantes slechts de overhand wanneer een bakkerij opeens dubbel dienst draait als de klaagmuur voor een potsierlijk snotterende Halina Reijn.

De groep vormt een samengeraapt zooitje saamhorigheid, ook dankzij het feit dat twee van de drie in dezelfde straat wonen en de laatste al snel bij een van hen intrekt. Daarmee herinnert de film qua stijl en thematiek aan de zonderlinge sfeer in Amerikaanse komedies als Twister (1989), Ghost World (2001) en The Royal Tenenbaums (2001), waarin provisorische groepen eveneens kampen met een ontgoochelende wereld. In Îles Flottantes, het speelfilmdebuut van Nanouk Leopold, verdrinkt de humor echter in de problemen van de personages.

Îles flottantes

Enkelvoud
Dat wringt. Hun probleem definieert elk personage en elk krijgt een enkelvoudige oplossing afgeleverd op maatwerk. Zo rent de film weg voor uitdagingen zonder een innemend melancholische toon van een Wes Anderson. Een confrontatie als in Ghost World, die het cynisme van haar personages aandurft en reële lichtpunten vindt, blijft uit. Sacha’s worsteling met Peer raakt nog het meest met een even verrassend als onthutsende keuze om haar trauma de baas te worden. Maar om aan het eind vol goede moed de camera in te kunnen staren moet elk personage buiten zichzelf treden. Het specifieke bewustzijn van elk karakter blijkt slechts een façade waarachter een ideaalbeeld schuilgaat, een universeel archetypisch generiek optimisme.

Daar komt bij dat de weg naar de inwendige openbaringen geplaveid is met wendingen die weinig onderdoen voor die van een soapserie. De beproevingen blijven vaak in romantische banaliteiten hangen. Zelfs de goedaardige fietsenmaker om de hoek kan niet ontsnappen aan een mislukte poging tot seksuele toenadering, de meest crue manier waarop het scenario Kaats defaitisme tracht te schetsen. De cast weet niet de personages boven de triviale uitkomsten uit te laten stijgen, met voor de hand liggende expressies waar weinig individualiteit uit spreekt. Zo komt Îles Flottantes net zo sjofel over als Max’ half mislukte poging het titelrecept te maken voor Kaats verjaardag.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 26 mei 2021.

10 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Vogelwachter, De

**
recensie De Vogelwachter

Half gelukte bijdrage aan Freeks filmcarrière

door Jochum de Graaf

Het verhaal van De Vogelwachter, een komisch drama met Freek de Jonge, is betrekkelijk eenvoudig verteld.

Al 45 jaar slijt de Vogelwachter ver afgezonderd van de bewoonde wereld zijn dagen op Benty Island, ‘en geen dag verzaakt’. Eens per week geeft hij vanuit zijn observatiehut de actuele standen van de kantelmeeuwen, tureluurs, steltlopers en wat dies meer zij door aan zijn vaste contactman Tom van het Bird Research Center. Hoogtepunt is voor hem dan dat hij als tegenprestatie de uitslagen van de Premier League terugontvangt, Everton – Huddersfield Town: 0-2!

De Vogelwachter

Zelfredzaamheid
Hij weet zich goed te vermaken met een voetbal die hij na halsbrekende toeren uit de branding weet te vissen. Toonbeeld van zelfredzaamheid is ook de manier waarop hij met behulp van een bankschroef zijn gebroken arm weet te spalken. Het bestaan op het onbewoonde eiland kabbelt zo door tot op zekere dag de vertrouwde stem van Tom niet meer uit de radio klinkt, hij is met pensioen gestuurd. De Vogelwachter krijgt aangezegd dat zijn dienstverband ten einde komt en daarmee wordt de grond onder zijn bestaan weggerukt. Hij doorloopt alle stadia van bedroefdheid, ontkenning, verzet, berusting.

Hij schrijft een uitgebreide brief aan de directie van het Bird Center, biedt aan pensioen in te leveren en het rantsoen van Brinta en bruine bonen kan voortaan wel toe met een keer per jaar levering, dat bederft toch niet. Maar de reactie is onverbiddelijk, de Vogelwachter moet nu toch echt aanstalten maken om zijn hebben en houden in te pakken, met drie weken zal hij worden opgehaald.

Dan wordt een zware storm aangekondigd en de vogelwachter bouwt van juttersspullen een soort vlot dat verticaal tegen de hut wordt gezet. Midden in de nacht bij het hoogtepunt van de storm wordt door een helikopter een kist met luxe goederen, exquise wijn, bijzondere kazen afgeworpen.

Als het ergste voorbij is – de Vogelwachter ligt nog onder de dekens in afwachting van nog groter onheil – klopt een Zeilmeisje bij de hut aan. Ze is met haar moderne catamaran fiks uit koers geraakt en wil graag de coördinaten weten. Na wat aftastende bewegingen raken ze op elkaar gesteld, repareren de boot en swingen op het strand bij een kampvuur. Ze biedt de Vogelwachter aan met haar mee terug te gaan naar de bewoonde wereld, ze maken een selfie.
Hoe de film afloopt? Wat onbestemd zou ik zeggen.

Wegwerpmaatschappij
Je zou kunnen volhouden dat De Vogelwachter aan grote thema’s raakt, het verschil tussen afzondering en eenzaamheid, tussen ouder worden en veroudering, de conservatie van alles wat van waarde is, de confrontatie met de moderne wereld na jaren van isolatie, de schoonheid van de natuur en de menselijke aantasting daarvan. En met het fraai in beeld gebrachte eilandleven en de jutterspraktijken van Freek zou de film ook gezien kunnen worden als kritiek op de moderne wegwerpmaatschappij.

De Vogelwachter

Het willen aanraken van grote thema’s wordt versterkt door een aantal bijzondere details. In de beginscène, de jonge vogelwachter (Nick Golterman) is zojuist op het eiland belandt, zien we een grafkruis met het opschrift ‘Ishmael’. Wanneer na de storm het strand weer is drooggevallen, vindt het Zeilmeisje het grafkruis opnieuw. Kennelijk heeft de verteller van Herman Melvilles wereldberoemde Moby Dick zijn einde op Benty Island gevonden. Met wat goede wil zou de verschijning van het Zeilmeisje (de zwarte actrice Quiah Shilue) een reminiscentie aan Robinson Crusoe kunnen zijn, met het meisje in de rol van Vrijdag.

Filmcarrière
Maar De Vogelwachter komt niet veel verder dan het aanstippen van dergelijke thematiek. De film wil te veel, ontbeert een duidelijke plot, wordt nergens groots of meeslepend. De natuurscènes zijn prachtig en die doorleefde kop van Freek (75!) doet het ook altijd goed op het doek, maar De Vogelwachter blijft oppervlakkig en daarmee al met al een lange zit.

In een interview met de NRC gaf regisseur Threes Anna (Bird Can’t Fly, Silent City, Platina Blues) aan dat ze nogal serieus van aard is: ‘ik vind grappen zelden leuk’. Bij de opnamen schijnt menige door Freek bedachte komische scène gesneuveld te zijn. En dat is spijtig, want het maken van grappen is natuurlijk niet de minste eigenschap van Freek. Na De Illusionist (1983) en De kKKomediant (1986) is daarmee De Vogelwachter opnieuw slechts een half gelukte bijdrage aan Freeks filmcarrière.

 

2 november 2020

 

ALLE RECENSIES

Farewell Paradise

****
recensie Farewell Paradise

Keihard eerlijk

door Sjoerd van Wijk

Met keiharde eerlijkheid toont Farewell Paradise een enerverend portret van een gebroken familie. Niemand lijkt een blad voor de mond te nemen, maar toch blijven er vragen hangen. Het gesprek zal nooit af zijn.

Regisseuse Sonja Wyss interviewt in deze documentaire haar vader, moeder en oudere zussen een op een over hun veelbewogen familiegeschiedenis. Moeder vluchtte op een dag weg uit de Bahama’s na de zoveelste affaire van vader en het gezin brak uiteen. Een deel bleef achter in de Verenigde Staten, terwijl de jongere zusters om vage redenen verder reisden naar land van herkomst Zwitserland. In de interviews passeren vele verhuizingen, een halfslachtige tweede poging van de ouders om bij elkaar te blijven en diverse nalatigheden van de verschillende familieleden de revue. Wyss lijkt daar als jongste kind het meest onder te hebben geleden. Zo blijkt maar weer dat de structuur van het kerngezin niet altijd een hoeksteen in de samenleving is.

Farewell Paradise

Pratende hoofden
Deze verhandeling van een mislukt huisje-boompje-beestje fantasie is ogenschijnlijk een verzameling pratende hoofden die vertellen over wat er is gebeurd, waar maar sporadisch beeldmateriaal uit het familiearchief ter ondersteuning bijkomt. Pratende hoofden zijn vaak een cliché in documentaires, maar Wyss weet dit op zijn kop te zetten met een enerverende film.

Op zwartgrijze achtergrond steken de familieleden fel af tijdens het vragenvuur van de jongste, die bijzonder kritisch durft te zijn. Geen opsmuk, de camera staat op gepaste afstand om elke gelaatstrekking secuur vast te leggen voor het nageslacht. Wyss neemt de tijd om reacties op een confronterende vraag, of gewoon mijmeren hoe het ook alweer zat, af te laten spelen tot de volgende revelatie van de bizarre verhoudingen.

Wederhoor geen kruisverhoor
Die nadruk op de scherp opgenomen aan hun stoel gekluisterde ondervraagden maakt Farewell Paradise tot een enerverend onderzoek van een gebroken familie. De lukrake intermezzo’s van landschappen steken er enigszins potsierlijk bij af, een misplaatste stilte voor een woordenstorm. Het is echter niet louter een kruisverhoor, want er is ook wederhoor. Wyss is niet uit op bloed noch wraak, maar begrip.

Doordat het geen moddergooien is, schetst zich langzaam maar zeker een beeld van ieders aandeel in de familiegeschiedenis. Zelfs in heftiger momenten blijft de kalmte overeind, als bijvoorbeeld de vader zonder blikken of blozen de verantwoordelijkheid voor het ontfermen over zijn van moeder weggelopen dochter bij zijn nieuwe vrouw legt in plaats van zichzelf.

Farewell Paradise

Ontwapenend openhartig
Zoals het een gecompliceerde familieverhouding betaamt, heeft uiteindelijk niemand echt schuld aan alle gebeurtenissen. In alle heftige gesprekken spreekt iedereen elkaar tegen, want iedereen beleefde elk moment vanuit een ander perspectief. Het werkelijke verhaal speelt zich niet af in een zelden tot niet getoond verleden, maar op de gezichten wanneer alle kaarten open op tafel komen.

Dankzij de strakke hand van Wyss resoneren de dialogen, die de spanning opdrijven. Momenten van hardvochtigheid, verteld met een onschuldige glimlach, hakken er zo in. De openhartigheid is ontwapenend en leidt als vanzelf tot nieuwe mysteries dankzij de tegenspraak. Daarbij stoort het wel dat de openingsfoto, die bij de moeder inslaat als een bom, weinig verdere context krijgt. Maar misschien is dat maar beter zo, want dit soort gesprekken zullen nooit een einde krijgen.

 

26 oktober 2020

 

ALLE RECENSIES

Regisseur Elbert van Strien over Marionette

Elbert van Strien, regisseur Marionette:
“De vraag is: in welk verhaal wil je leven?”

door Alfred Bos

Marionette is de tweede speelfilm van regisseur Elbert van Strien, genomineerd voor drie Gouden Kalveren, waaronder beste regie. “Ik heb het ooit als een strip bedacht in 1988. Dit verhaal gaat mijn hele leven mee.”

Elbert van Strien (Rotterdam, 1964) won in 1993 een Gouden Kalf voor zijn eindexamenfilm De Marionettenwereld. Het idee voor het verhaal had hij vijf jaar al als basis voor een strip, voor hij ging studeren aan de Nederlandse Film en Televisie Academie. Na het kalf en een nominatie voor de ‘studentenoscar’ wist Van Strien: hier moet ik ooit een lange film van maken, in het Engels. Ruim een kwarteeuw later is die film er. Hij heet Marionette en heeft een vrouwelijke hoofdpersoon, gespeeld door Thekla Reuten.

Elbert van Strien geeft Thekla Reuten aanwijzingen op de set van Marionette

Elbert van Strien geeft Thekla Reuten aanwijzingen op de set van Marionette

Marionette is een psychologische thriller met elementen van horror (subgenre: het enge kind) en het bovennatuurlijke. Niet het soort film waar de Nederlandse cinema – groot in documentaire en kinderfilm – om bekend staat. Wel het soort film dat de Fantasten voor ogen stond, zoals verwoord in het Manifest voor de Verbeelding. Van Strien was in 1999, met onder meer Martin Koolhoven en Schokkend Nieuws-hoofdredacteur Phil van Tongeren, een van de ondertekenaars. Is er sindsdien veel veranderd?

Van Strien vreest van niet. “Ik vond het jammer dat we destijds min of meer als studenten werden weggezet. De reacties waren: ‘ja, maar er is echt wel verbeelding’. Ik denk dat het probleem was dat we toen nog te weinig gemaakt hadden. Daardoor konden we niet echt een vuist maken.”

De regisseur trok zijn eigen pad, maakte een aantal korte films in het fantastische genre. In 2010 verscheen zijn eerste lange speelfilm, de suspense/horrorthriller Zwart Water, in het buitenland bekend als Two Eyes Staring. “Die is niet helemaal gelukt”, zegt Van Strien nu. “Dus ik wist, deze film moet goed lukken. Om duidelijk te maken: dit bedoel ik.”

De lange weg naar Marionette
Filmmaken gaat over camera’s en acteurs, maar vooral over geld. Meer in het bijzonder, de zoektocht naar geld. Daar is Van Strien niet onbekend mee, in 2003 startte hij het productiebedrijf Accento Films. Met in zijn achterhoofd onder meer het idee om die lange film te maken, in het Engels. Wat er vervolgens gebeurde, is een dwaaltocht naar de gouden pot aan het eind van de regenboog. Elbert van Strien vertelt het in een lange monoloog – en dat is de korte versie. Laat het aspirant-cineasten vooral niet ontmoedigen.

“Ik heb drie jaar moeten onderhandelen
om het script terug te krijgen”

“In 2004 werd ik opgepikt door een Engelse producent. Toen heb ik ook de co-schrijver Ben Hopkins ontmoet. We hebben meerdere versies geschreven, maar het proces liep vast. De Engelse producent deed een aantal bokkensprongen, waarop ik dacht: ‘Ik ga de optie niet verlengen’. Ik heb drie jaar moeten onderhandelen om het script terug te krijgen. Ik had de onderliggende rechten van de korte film. Zij konden niks zonder mij.”

“In 2010 had ik het script terug en toen kwam net Zwart Water uit. We dienden een voorstel in bij het Filmfonds, maar we mochten geen Engelstalige film ontwikkelen. We kregen geen geld om het script af te maken. Door Zwart Water hadden we opeens aansluiting in Hollywood: de remake-rechten werden aangekocht door de productiemaatschappij van Charlize Theron.”

Zwart Water

Hadewych Minis in Zwart Water

“Ik kwam in contact met een Amerikaanse producent en die had oren naar het project. Ik heb nog wat geschreven aan het script en hij heeft het eind 2012 naar een aantal financiers gestuurd. We waren op het filmfestival van Toronto om die te ontmoeten en bij de eerste financier was het raak. We are the green light committee and we say yes.’ Hup, na één uur negen miljoen dollar. Wij keken elkaar verbijsterd aan. Kan dit ook?”

“We gingen onderhandelen. Er kwamen krankzinnige lijsten met namen voor de hoofdrol. Destijds had Marionette nog een mannelijke hoofdrol, net als de korte film. Bovenaan stond Matt Damon. Ik geloofde niet dat zoiets zou gebeuren. Maar als jullie willen: ga ‘m benaderen. Tot ieders verbazing wilde Damon me daarna ontmoeten.”

Hitte in Hollywood
“Ik werd businessclass naar New York gevlogen. Ik heb een uur bij hem thuis gezeten en hij begon het gesprek met: ‘Ik heb het script drie keer gelezen en ik wil het doen’. Leuk gesprek gehad, hele aardige kerel, nuchter gebleven ook. Hij gaf me zijn e-mailadres en ik liep naar buiten met het idee: hij gaat het doen. Ik heb de producent gebeld. En de financier. Iedereen in de wolken.”

“Daarna was de hitte in Hollywood compleet. Agenten belden om voorstellen te doen voor de bijrollen. Ze wilden me vertegenwoordigen. Ik belde mijn co-schrijver en vertelde hem: ‘We zijn hot in Hollywood’. Zijn reactie: ‘For three weeks’. Hij had zoiets eerder meegemaakt met Angelina Jolie. Hij had gelijk, zo bleek. Matt Damon zei geen ‘nee’, maar hij zei ook geen ‘ja’. Na een maand zijn we toch weer verdergegaan naar een volgende ster. Iedere ster die je benadert wil exclusiviteit, dus je wacht drie of vier weken op een antwoord. En zo ben je voor je het weet weer tien maanden verder.”

“In Amerikaanse handen bleek die film
11,5 miljoen te kosten in plaats van 9”

“Gaandeweg ontdekte ik dat er allemaal verborgen agenda’s waren met de film. Er was een gat van 2,5 miljoen, want in Amerikaanse handen bleek die film 11,5 miljoen te kosten in plaats van 9. Mijn vraag was: hoe gaan we dat oplossen? Het enige antwoord wat ik daarop kreeg was: pagina’s uit het script scheuren. Dat was niet het idee. Zo wil ik de film niet maken, want dan ben je een soort shotjesleverancier.”

“Er gebeurden nog een paar dingen. Ik kreeg een contract voor mijn neus waarin ik vijf gegarandeerde draaidagen had en daarna mochten ze me zonder opgaaf van reden naar huis sturen. De financier bleek gezegd te hebben: ‘Schrödinger’s cat is too complicated for an American audience’. Het gedachte-experiment uit de kwantummechanica speelt een rol in Marionette. Als je dat eruit haalt, ben je de interne logica van de film aan het ondermijnen.”

Matt Damon

Matt Damon

Puzzel gelegd
“Ik had kunnen tekenen, het contract lag klaar, maar ik was waarschijnlijk erg ongelukkig geworden met het resultaat. Er waren allerlei zaken waarvan ik dacht: wegwezen, dit is niet goed. Ik moet terug naar Europa. Daar kunnen we de film voor de helft van het geld maken. En dan hebben we een kans om met een kleinere ster die film te financieren.”

“Dat hebben we gedaan. In 2015 had ik een Britse ster aan de haak. Die was op dat moment heel hot en wilde het dolgraag doen. Maar het vreemde feit deed zich voor dat haar manager het tegenhield. We hadden een sterke sales agent aan boord in Cannes, maar we mochten haar naam niet in de magazines publiceren. Er was veel interesse, maar alle potentiële kopers vroegen zich daardoor af: ’Heb je haar nou of niet?’”

“Toen zakte de financiering opnieuw in elkaar. Eind 2015 dacht ik: waar ben ik in godsnaam mee bezig? Ik steek er jaren in en misschien gebeurt het nooit. Terwijl iedereen zo fantastisch reageerde op het script. Dat was zo raar. Alle financiers, alle distributeurs, iedereen was laaiend enthousiast over het script. Dan laat je het ook niet los, natuurlijk. Maar eind 2015 leek het er sterk toch op dat het niet zou gaan gebeuren.”

“Hollywood was nummer één. De Britse ster was nummer twee. Nu komen we bij nummer drie. Dat was de film ouderwets via subsidies financieren. Halverwege 2016 hebben we het geld gekregen en is het Filmfonds er volledig achter gaan staan. Al was het begin 2018 nog even spannend of de financiering helemaal rond zou komen.

“Ik heb nog een omzetting in het script gedaan. Luxemburg wilde meebetalen, maar daar staan draaidagen tegenover. Een deel van de film speelde aanvankelijk in een woestijnachtige omgeving in New Mexico. Dat heb ik omgezet naar upstate New York, zodat we die scènes konden draaien in Luxemburg. Puzzel gelegd. De laatste private partijen zijn ook aan boord gekomen en konden we eindelijk gaan draaien.”

Elijah Wolf in Marionette

Elijah Wolf in Marionette

Twee realiteiten
De regisseur ziet Marionette als een Europese thriller met veel onderlagen. “Een psychologische thriller met diepere vragen over het bestaan. Er zitten filosofische discussies in, maar ook een theologisch debat. Zelfs het paradijsverhaal zit erin verwerkt, haha!”

De film heeft iets van een eigentijdse variant op het spookverhaal. Het jongetje Manny (gespeeld door Elijah Wolf, die eerder te zien was in T2 Trainspotting) maakt tekeningen die de/een werkelijkheid afbeelden. Ze zijn een simulacrum: een mediabeeld of nabootsing.

“De werkelijkheid is een stuk gereedschap om grip
te krijgen op de onmetelijkheid van het bestaan”

“Wie kent de werkelijkheid?”, reageert Elbert van Strien. “In mijn visie is de werkelijkheid een stuk gereedschap om grip te krijgen op de onmetelijkheid van het bestaan. Om de chaos te temmen. Iedereen heeft zo zijn eigen interpretatie. Het kan een spiritueel systeem zijn. Maar het zit ook in politieke systemen, bijvoorbeeld: de markt staat centraal en dan worden we allemaal gelukkig. Wat niet zo blijkt. Op een gegeven moment loopt zo’n systeem vast en dan moet je jezelf opnieuw uitvinden. Dat is het moment waarop het universum terug begint te praten.”

“De film roept vragen op: in hoeverre hebben we grip op ons leven? Worden we bepaald door onze omstandigheden, door het lot, door God? Is toeval blind? In hoeverre hebben we invloed met ons denken? De werkelijkheid is eigenlijk een verhaal. De vraag is: in welk verhaal wil je leven? Einstein heeft wel eens gezegd dat de belangrijkste keuze in je leven de beslissing is of je leeft in een welwillend of in een vijandig universum. Daar gaat de film over. De vrije wil zit verborgen in de perceptie, hoe je kijkt. Vandaar de link met kwantummechanica in de film: we bepalen de dingen door hoe we kijken.”

Je maakt de werkelijkheid.

“Ja, en wie is dan de baas? Ook een interessante vraag.”

Je maakt niet iedere dag mee dat je over filosofie zit te praten naar aanleiding van een film. Je kunt je afvragen: is film wel een geschikt medium voor zoiets als filosofie? Kennelijk dus wel.

“Absoluut! En dat is de grote misser in heel veel films, vind ik. Dat de makers dat gebied totaal veronachtzamen. En dat is niet altijd zo geweest. De nouvelle vague zit er vol mee. Tarkovski, noem maar op. Ik vind het zo beperkt. Ik snap het ook niet. Je hebt echt nog geen goeie film als je alleen maar een maatschappelijk issue naar voren haalt. Of relaties van mensen in beeld brengt. Dat is niet genoeg, je kunt veel verdergaan. Ik vind dat echt een gemiste kans!”

“De grotere vragen van het bestaan,
dat is toch waar je films over wilt maken?”

Hij zucht. “Ik raak hier gepassioneerd van. Cinema is zo ongelooflijk waanzinnig! Kan die onmetelijkheid juist uitdrukken. Als je naar Kubrick kijkt, naar 2001 – wat hij daar gedaan heeft is onvoorstelbaar. Door maar weg te halen en te schrappen. Daardoor is het in één keer poëzie. Het is zo zonde dat zo weinig mensen daarmee aan de slag gaan.”

“Het is een dimensie die ook ontbreekt omdat er gebrek aan kennis is over mythologie en sprookjes. Sprookjes zijn een weerslag van spirituele systemen, net als mythologie. Daar zit zoveel wijsheid in verborgen. De grotere vragen van het bestaan, dat is toch waar je films over wilt maken? Ik wel, tenminste. Ik probeer dat.”

Thekla Reuten in Marionette

Thekla Reuten in Marionette

Het is goed om dit soort passie tegen te komen. Zeker als het gaat over kunst.

“Anders zitten we op een dood spoor.”

Zeg het vooral tegen de VVD.

“Breek me de bek niet open.”

Oké, die zetten we even aan de kant. De film gaat ook over solipsisme.

“Zeker, dat is een van de ballen die ik in de lucht gooi. Existentialisme zit er in. Fatalisme. De boeddhistische benadering. Dat zijn allemaal opvattingen van hoe je ermee omgaat. Dat zit in alle personages verborgen, zeg maar. Solipsisme is onderdeel van het debat.”

“Als ik een solipsist zou zijn, dan was corona er alleen maar vanwege mij.” Hij lacht. “Het is ook een soort beroepsdeformatie die ontstaat als je zolang met zo’n film bezig bent. Het spook dat door je hoofd gaat: mag het niet? Zit er iemand ergens dit tegen te houden? De goden willen het niet. Alsof ik God heb uitgedaagd. Jij gaat geen film over religie maken. Dat gaat niet gebeuren.”

“Toen ik het einde vond, was het
echt een gevoel van bevrijding”

“Het was een heel proces om daar te komen, met name de ontknoping van de film. Ik heb wel iets van tien eindes geprobeerd en iedere keer zei Ben, mijn co-schrijver: crap ending. Toen ik het vond was het echt een gevoel van bevrijding. Alles viel op zijn plek.”

“Toen ik het einde had, heb ik al mijn aantekeningen door de jaren heen doorgelopen met het idee: wat kan ik wel of niet gebruiken? Onderaan het allereerste document dat ik had geschreven, stond het einde al. Maar ik moest toch dat proces door om het emotioneel te snappen. Ik kan me vaag nog herinneren dat ik toen dacht: het is een soort stripeinde, dat is niet goed. De diepte ervan begreep ik pas later.”

Is er na corona nog een filmindustrie?

“In de cultuursector is sprake van kaalslag. Ik heb geen idee wat er gebeurt met de budgetten voor films. Filmgeld is risicogeld. Met de streamingdiensten gaat het uitstekend. Die zullen ook zeker films blijven maken. Wat dat betekent voor de lokale industrie, geen idee. Hollywood zal zich vast ook opnieuw moeten gaan uitvinden. Want het risico van een film van tweehonderd miljoen is na dit alles misschien wel te groot.”

“Independent films hadden het al heel moeilijk door het wegvallen van de dvd-verkoop en de komst van de streamingplatforms. Dat zal na corona niet makkelijker zijn.”

“Los daarvan, filmmakers blijven altijd films maken. Dat zit in hun hart en nieren. Die zullen uiteindelijk wel wegen vinden, maar met veel kleinere budgetten. Ik wil graag mijn volgende politieke paranoiafilm maken. Die gaat over hoe technologie onze werkelijkheid verandert.”

 

Marionette draait sinds 1 oktober in deze bioscopen.

 

2 oktober 2020

 

Lees hier ons interview met Thekla Reuten, de hoofdrolspeelster van Marionette.

 

MEER INTERVIEWS

Allen Tegen Allen

****
recensie Allen Tegen Allen

Fascinatie voor fascisme

door Sjoerd van Wijk

Allen Tegen Allen geeft een intrigerende geschiedenisles over het Nederlandse fascisme van de vroeg twintigste eeuw. Het brengt een fascinatie over het ongrijpbare van de ideologie maar houdt daardoor de boot af voor een fundamentelere analyse.

Waar een klein land al niet groot in kan zijn. Deze documentaire doet een boekje open hoe fascisme in Nederland meer is dan de NSB en Anton Mussert, ook al neemt diens muur in Lunteren een prominente plaats in. De documentaire vertelt over de steeds wijdere vertakkingen die met elkaar in onmin leven. Van de prille ideologische invloed van professor Gerard Bolland tot de flamboyante artiest Erik Wichman die voor het Nederlands fascisme een vergelijkbare rol vervulde als Gabriele d’Annunzio voor het Italiaanse. De rode draad bestaat uit het zoeken naar die rode draad. Op essayistische wijze tracht regisseur Luuk Bouwman met een breed scala aan gasten te achterhalen wat het fascisme nu eigenlijk inhoudt. Die kwamen er overigens zelf ook niet uit op een internationaal congres in 1934. Allen Tegen Allen refereert daar niet zonder reden aan, want de definitie glipt steevast tussen de vingers.

Allen Tegen Allen

Nieuwsgierigheid
Als het decor voor menig geluidsfragment of voorgedragen citaat van sleutelfiguren als Anton Meijer en Jan Baars (die later in het verzet ging) ligt daar het vlakke Nederlandse grasland doorkruist door een rivier in mist gehuld. Het uitzicht op die nevelen à la Caspar David Friedrichs wandelaar hinten naar een Romantisch verlangen en daaruit voortkomende vervreemding. Fascisten kapitaliseren ook dikwijls op gevoelens van vervreemding zoals ook uitgesproken door een van de gasten.

Deze mystiek vol weemoed vat zowel een stuk fascistische psychologie als dat het prikkelt te ontdekken wat iemand beweegt zich tot die ideologie aangetrokken te voelen. Daardoor spreekt uit deze met drone geschoten vergezichten een soort morbide nieuwsgierigheid, die de gasten zelf ook allen etaleren.

Levende geschiedenis
Deze documentaire voelt niet puur over het fascisme door die onderhuidse fascinatie. Terug op aarde tonen fervente verzamelaars van fascistische parafernalia hun pronkstukken en vertellen daarbij in geuren en kleuren hoe het fascisme zich ontwikkelde in Nederland. Samen met diverse auteurs trekken zij een blik aan vaak in de Nederlandse geschiedenis onderbelichte informatie open.

Een nonchalante handcamera begeleidt de gasten op onbewaakte momenten als ze ritselen in paperassen op zoek naar dat ene ding zoals Musserts paspoort. De geschiedenis komt tot leven als heden en verleden door elkaar heen lopen, met oude videofragmenten van bijvoorbeeld oud-leden van het Zwart Front die het antisemitisme van die club op voorspelbare wijze ontkennen. De aantrekkingskracht van deze boeiende historie dwingt zo als vanzelf tot reflecteren.

Allen Tegen Allen

Om de hete brij heen
Het ongrijpbare blijft overeind, want de gasten spreken elkaar regelmatig tegen. De hamvraag wat fascisme is, blijft overeind wanneer de vele facetten de revue passeren, waarbij prijzenswaardig het heden buiten beschouwing blijft. Bouwman laat daarmee het verleden voor zichzelf spreken, wat de aantrekkingskracht van de geschiedenis sterk maakt. De psychologie neemt een belangrijke plaats in bij Bouwmans filmessay. Allen tegen allen past wat dat betreft in de canon voor wie de fascist wilt doorgronden, zoals bijvoorbeeld Visconti’s meeslepende The Damned of primaire bronnen als Ohm Krüger.

Dat ongrijpbare betekent wel dat de film snel om de hete brij heen draait. In plaats van een resolute analyse komen platitudes over populisme langs en krijgt Plato voor zijn kritiek op de democratie op zijn dak – terwijl deze getuige het electorale succes van vele fascisten wel een punt heeft. Diepere structurele pijnpunten waarom het fascisme de kop op kan steken, laat Allen Tegen Allen zo ongemoeid. Maar het spreekt voor de film dat deze de fascinatie voor fascisme deelt en zo uitnodigt zelf de geschiedenisles af te maken.

 

27 september 2020

 

ALLE RECENSIES

Lamentations of Judas

****
recensie Lamentations of Judas 

Verlaten mensen

door Sjoerd van Wijk

Lamentations of Judas schept op respectvolle wijze een indringend beeld van aan hun lot overgelaten Angolese oud-soldaten. Het Zuid-Afrika van de Apartheid rekruteerde hen ooit. Die tegenstrijdigheid tekent de eenzame gezichten tijdens indringende interviews.

Er gaat een complexe geschiedenis aan vooraf dat de oud-soldaten zich ophouden bij een voormalige asbestmijn in Pomfret vlakbij de Kalahari-woestijn. Afkomstig van verschillende Angolese milities die de strijd in 1975 verloren, vluchtten ze naar huidig Namibië. Daar vormde het Zuid-Afrikaanse leger hen om tot het beruchte 32ste bataljon (bijnaam De Verschrikkelijken). Ze ondernamen missies in Angola namens het Apartheid-regime, dat bang was voor de socialistische noorderburen. Gerepatrieerd in Pomfret werden ze nog eenmaal ingezet tijdens de overgang naar democratie en leidde hun manier van orde bewaken in zwarte gemeenschappen wederom tot controverse. Het zijn dus zwarte soldaten die in een roerig tijdperk voor de witte overheerser vochten, door iedereen werden verlaten en zijn achtergebleven met tegenstrijdige gevoelens. In deze documentaire spelen ze het verhaal van Jezus en Judas’ verraad na en gaan de confrontatie met hun herinneringen aan.

Lamentations of Judas

Open boek
De ensceneringen van Jezus’ verhaal en de sfeerbeelden van Pomfret krijgen structuur door individuele interviews met de voormalige leden van het bataljon. Regisseur wijlen Boris Gerrets etaleert zo een christelijke vergevingsgezindheid die boeken opent. Dankzij de recht voor hun raap natuur drijft het vragenvuur de herinneringen aan het beruchte verleden naar boven. Het begint militair als iedereen monotoon zijn naam en registratienummer opdreunt vanachter een tafel waarvan Nic Hofmeyrs camera op gepaste afstand blijft.

Al snel komen de parallellen met Jezus’ verhaal en de Romeinse soldaten die hem arresteerden op tafel – de aanleiding voor overpeinzingen over vrije wil en de schuldvraag. Het komt sterk over als velen vinden dat de Romeinse soldaten de gevangenis verdienen maar niet hun orders mochten weigeren. Afkeuring en plichtsbesef met elkaar in strijd. Het bekende idee van slechts orders volgen is echter een opstapje voor diverse perspectieven. De een vertelt vol overtuiging hoe zij juist een bijdrage aan dekolonisatie leverden, de ander deelt gebroken zijn berouw. De film komt letterlijk met indringende montage en figuurlijk dichterbij op zulke intense momenten.

Lamentations of Judas

Bijbelspel
De antwoorden in de interviews geven het bijbelspel extra cachet met de treffend gekozen focus op de klassieke verrader Judas Iskariot. Maar de gepaste afstand van de camera breekt hier dikwijls de film op. Ondanks de vernuftige parallellen komt het spel soms losjes over binnen de strakke structuur. In de verte banjeren de apostelen voort in de woestijn en mist de link met de beleving van het spelen van de rollen door de oud-soldaten.

De beleving dringt daarom zelden in, behalve bij het intiemere Laatste Avondmaal of Jezus die in een onderonsje Judas vergeeft en hem aanspoort diens lot te ondergaan. De episode waarin Jezus als strijdvaardige activist de bankiers uit de tempel verdrijft, mengt fictie met herinnering en levert een huiveringwekkende glimp op van de bataljonmethodiek.

Eenzaamheid
De figuren afgetekend tegen de droge Kalahari-vlakte met hier en daar een vervallen huis geeft daarentegen wel de eenzaamheid van deze groep weer. De Zuid-Afrikaanse staat behandelde hen als oud vuil door ze hier weg te moffelen. Een trap na gezien hun controversiële status binnen de gemeenschap vanwege hun rol in de Apartheid. Het desolate landschap, waar de enige metgezellen op een zeldzaam kind na de oud-strijdgenoten en het geweten zijn, zorgt voor een decor van tragische boetedoening. Dat gaat gepaard met een soms hoogdravende sturing door spirituele Afrikaanse muziek en filosofisch getinte voice-overs. Ondanks dat soort wereldwijsheid blijft Lamentations of Judas een krachtig portret van door iedereen verlaten mensen die de vraag over schuld en vrije wil in systemische misstanden scherpstelt en hen in hun waarde laat.

 

4 augustus 2020

 

ALLE RECENSIES