Downhill (1927)

De Herfst van de Stomme Film
Deze september blikken we in De Herfst van de Stomme Film terug op klassiekers uit de maanden voordat The Jazz Singer in oktober 1927 de geluidsfilm inluidde. Een laatste oogst van tien films voordat Hollywood begon te praten. Hieronder de tweede film.

 

Downhill (Groot-Brittannië, mei 1927)
Alfred Hitchcock en het ultieme offer

door Tim Bouwhuis

Enkele maanden voordat The Jazz Singer in de Verenigde Staten het huwelijk tussen beeld en geluid inluidde, verscheen aan de overzijde van de Atlantische Oceaan Alfred Hitchcocks Downhill. De zogenoemde ‘Master of Suspense’ behoeft ongetwijfeld geen nadere introductie, maar deze film waarschijnlijk wél.

Downhill is een stuk minder bekend dan The Lodger: A Story of the London Fog, de thriller die Hitchcock direct daarvoor opnam. Wie beslag weet te leggen op de Criterion-uitgave van de “eerste échte Hitchcock”, zoals de regisseur hem zelf beschouwde, krijgt als extraatje ook (het nota bene langere) Downhill te bekijken. Sinds 2012 zijn de twee titels dankzij het Britse Filminstituut in een gerestaureerde versie beschikbaar. Ivor Novello, de acteur die in beide films de hoofdrol opeist, schreef mee aan het toneelstuk dat aan de basis lag van het scenario.

Downhill (Groot-Brittannië, mei 1927)

Ditmaal geen moord
Dat de status en gemiddelde waardering van Downhill duidelijk onderdoet voor die van zijn ‘companion piece’, heeft er in elk geval mee te maken dat de film een stuk minder herkenbaar is als een typische Hitchcock-thriller (waarvan de Brit er nog tientallen zou maken). Het verhaal begint niet met een moord, maar met een vermeende vrijpartij. Een schijnbaar onschuldige flirt tussen een winkelbediende en een welgestelde scholier loopt uit de hand als de scholier niet op haar avances ingaat, en zij naar de directeur van zijn prestigieuze kostschool toestapt.

Hitchcock kennende zou je denken dat het verhaal draait om wat er écht tussen het meisje en de scholier is voorgevallen, maar in Downhill slaat de regisseur eerder de weg van het psychologische drama in. Hoofdpersoon Roddy (Novello) krijgt de schrik van zijn leven als niet zijn boezemvriend Tim, maar hijzelf door de bediende als aanrander wordt aangewezen. Ieder ander zou de schuld meteen doorschuiven, zo niet Roddy: de twee hebben namelijk afgesproken om voor elkaar door het vuur te gaan, en Tim maakt aanspraak op een grote studiebeurs. Een schorsing zou een streep zetten door zijn toekomstplannen, en dus besluit Roddy om de schuld op zich te nemen en zo een ultiem offer te brengen.

#MeToo avant la lettre
Over Hitchcocks diepgewortelde fascinatie en angst voor vrouwen zijn volwaardige studies verschenen, en wat dat betreft raakt Downhill dus wel degelijk aan thematiek die in het latere oeuvre van de regisseur veelvuldig zou opduiken. De vrouw die het leven van Roddy op zijn kop zet is geen gelaagd personage, maar puur en alleen degene die zijn noodlot activeert. Bijna honderd jaar voordat #MeToo zou leiden tot complexe discussies over de dynamiek tussen beschuldigen en daadwerkelijk schuldig zijn (lees: hoe kan een man die door een anonieme bron van grensoverschrijdend gedrag wordt beschuldigd zichzelf verdedigen?), liet Hitchcock alvast een (zijn?) nachtmerrie van een onterechte beschuldiging uitkomen.

De beeldtaal die de regisseur hanteert om de afdaling naar de krochten van Roddy’s ziel uit te drukken is niet al te origineel, maar wel doeltreffend. We zien de hoofdpersoon via de roltrap afdalen richting een perron van de Londense metro, met zijn leven gaat het vanaf dat moment verder ‘downhill’ en het schaduwspel dat de regisseur op zijn kader loslaat maakt de invloed van het Duitse expressionisme tastbaar. Niet mis te verstane tussenteksten als “de wereld van doen alsof” en “de wereld van verdwenen illusies” dienen op gezette momenten als Hitchcocks cynische commentaar op de wereld waarin Roddy er nu zielsalleen voorstaat.

Downhill (Groot-Brittannië, mei 1927)

Denken in mogelijkheden
Twee jaar na Downhill zou Hitchcock met Blackmail komen, de stille film die vanwege zijn integratie van geluidseffecten zijn overgang naar de geluidsfilm markeert. Downhill is een mooi bewijs dat de regisseur in de nadagen van de ‘stille’ periode absoluut niet in beperkingen dacht. De tussenteksten zijn beperkt tot een minimum (en bieden regelmatig dus eerder een commentaar óp de plot dan een uitleg ván de plot) en de pianoscore legt toepasselijke accenten, bijvoorbeeld als een van de personages voor de grap een ander laat schrikken. Hitchcock weet precies hoe hij visueel kan uitdrukken welke prijs Roddy voor zijn eed van loyaliteit moet betalen.

Het is jammer dat Downhill ruwe afslagen neemt in de afwikkeling van de plot; zo krijgt de hoofdpersoon op het dieptepunt van zijn neerslachtigheid plotsklaps een erfenis in de schoot geworpen en past de ‘eind goed al goed’-benadering van de slotakte maar matig bij de cynische bespiegelingen die daaraan vooraf gaan. Toch is het niet per definitie terecht dat de film in geen enkele academische of cinefiele canon van Hitchcocks beste of belangrijkste films een voorkeursbehandeling krijgt. Ondergetekende kan het weten, want initieel zou dit stuk over The Lodger gaan. Uiteindelijk kwam ik via een omweg bij Downhill uit, een Hitchcock die ik zelf ook nog niet kende en anders misschien zelfs nooit zou hebben gezien.

Nieuw tijdperk
En Ivor Novello? Toen Hitchcock zijn eerste geluidsfilms begon te produceren en zijn status als thrillerregisseur een verdere vlucht nam, groeiden de maker en zijn hoofdrolspeler (die in de eerste plaats een bekende naam op West End was) creatief uit elkaar. In de meer spektakelgerichte films (denk aan Sabotage) die de Brit al vanaf halverwege de jaren dertig afleverde, zou Novello wellicht sneller hebben misstaan, al zullen we dat door de loop van de geschiedenis nooit met honderd procent zekerheid kunnen zeggen.

Met de loopbaan van de acteur en schrijver ging het overigens ook niet ‘downhill’: in de jaren dertig en veertig bracht Novello de ene na de andere romantische musical op de plank. Regisseur én acteur vonden zo elk hun eigen weg in het nieuwe tijdperk dat door The Jazz Singer zou worden aangekondigd.

Deze film is gratis te zien op YouTube.

 

6 september 2026

 

THEMAMAAND ‘De Herfst van de Stomme Film’

It (1927)

De Herfst van de Stomme Film
Deze september blikken we in De Herfst van de Stomme Film terug op klassiekers uit de maanden voordat The Jazz Singer in oktober 1927 de geluidsfilm inluidde. Een laatste oogst van tien films voordat Hollywood begon te praten. Hieronder de eerste film.

 

It (Verenigde Staten, februari 1927)
Geboorte van de ‘It Girl’

door Cor Oliemeulen

Het zijn eerst die ogen. Groot, levendig, een tikje brutaal. Clara Bow hoeft in It nauwelijks iets te doen om je blik naar zich toe te trekken. En dat is nou precies waar deze film over gaat: een eigenschap die zich nauwelijks laat omschrijven, maar die je meteen voelt als je haar ziet.

Schrijfster Elinor Glyn noemde in haar novelle die eigenschap simpelweg It. Een soort X-factor avant la lettre, die volgens haar niets met schoonheid alleen te maken had. Een natuurlijke aantrekkingskracht en magnetische ‘sex appeal’, zonder dat je je daar zelf van bewust bent.

Clara Bow als de eerste It Girl.

De vrouw neemt het initiatief
De wat sullige Monty (William Austin) leest Glyns verhaal in de Cosmopolitan en begrijpt dat It dé eigenschap is waarmee iemand het andere geslacht aantrekt. Aha, dat geldt dus ook voor mannen, concludeert hij als hij zichzelf tevreden in de spiegel bekijkt.

Met het magazine in de hand loopt hij naar zijn vriend Cyrus (Antonio Moreno), de nieuwe baas van het immense warenhuis. Die heeft geen tijd om zich te laten beoordelen. Dan maar eens zoeken op de damesafdeling naar iemand met It. Monty blijft staan voor enkele verkoopsters, leest nog even een paar regels uit het verhaal en weet het zeker: verkoopster Betty Lou (Clara Bow) heeft ‘het’. Maar zij staat inmiddels in katzwijm te kijken naar Cyrus, die nu ook op haar afdeling is verschenen.

Terwijl Monty voorzichtig contact met haar zoekt, vangt Betty Lou op dat Cyrus die avond in de Ritz dineert. Ze laat zich snel door Monty uitnodigen om zo met haar baas in contact te kunnen komen. Of het eenvoudige meisje en de rijke directeur uiteindelijk bij elkaar komen, verklappen we natuurlijk niet.

Wat we wel kunnen verklappen, is dat de film – behalve het begrip It – nauwelijks iets van Glyns novelle overneemt. In dat verhaal is geen vrouw maar een succesvolle zakenman gezegend met It. De film draait dus de rollen om en maakt van het arme winkelmeisje Betty Lou de belichaming ervan: bruisend, energiek en brutaal. Iemand die niet afwacht tot ze wordt versierd, maar zelf het initiatief neemt. Ze gebruikt haar It-factor juist heel bewust om Cyrus te verleiden.

De wilde jaren 20
We zitten midden in de Roaring Twenties als ene Clarence G. Badger It regisseert. Een periode van economische groei, consumptie, auto’s, radio, jazz, stadsleven, film en een veranderende jeugdcultuur. Flappers, zo noemen ze jonge vrouwen die breken met normen over hoe zij zich horen te gedragen. Ze dragen kort haar en nog kortere jurken, dansen, roken, drinken, flirten en zijn zelfstandig.

Een actrice als Clara Bow had al in films met veelzeggende titels als Dancing Mothers en Mantrap een reputatie opgebouwd als een vrouw met een heel directe en levendige aanwezigheid. Heel anders dan de afstandelijke elegantie van Greta Garbo en het onschuldige imago van Mary Pickford oogde Bow spontaan, fysiek aanwezig, ondeugend en modern.

Met haar grote, donkere en sprekende ogen keek zij nieuwsgierig en vol zelfvertrouwen de wereld in. Haar sterk aangezette, hartvormige bovenlip werd een kenmerk van die wilde jaren. Bijna elke flapper had er een. Maar ook kapsels, kleding en gedrag werden massaal gekopieerd.

It (Verenigde Staten, februari 1927)

It werd een groot kassucces en Clara Bow was een sensatie. In datzelfde jaar speelde ze ook in Wings (augustus 1927). Dit spectaculaire oorlogsdrama, met het beroemde tracking shot waarbij de camera zich soepel over zes tafels in een afgeladen Folies Bergère beweegt, ging de geschiedenis in als de eerste winnaar van de Oscar voor beste film. Haar rol is daar kleiner – de film draait vooral om twee bevriende gevechtspiloten – maar ook als het verliefde buurmeisje Mary Preston spat Bow van het doek.

Filmstudio Paramount verkocht vooral die sprankelende persoonlijkheid. Bladen schreven voortdurend over haar privéleven. Haar kracht lag in het gevoel dat ze niet acteerde, maar dat ze gewoon was.

Meer dan je naam op een parfumflesje
Met die zwijgende romantische komedie uit 1927 werd Clara Bow wereldberoemd als de “It Girl”. Honderd jaar later is het begrip nog springlevend, maar flink gedevalueerd. Denk aan al die influencende modepoppen, zoals weet ik hoeveel Kardashians, waarbij het vooral draait om het verkopen van allerlei rotzooi aan jonge meiden van wie de eigen smaak zich nog moet ontwikkelen. Ooit betekende It dat iemand een ondefinieerbare aantrekkingskracht had. Tegenwoordig is het al genoeg als je maar vaak op een scherm verschijnt en er iemand staat te popelen om je naam op een parfumflesje of op een potje wondercrème te zetten.

Het leven van Clara Bow zou uiteindelijk een stuk minder zorgeloos verlopen dan haar verschijning op het witte doek deed vermoeden. De roem, schandalen en voortdurende belangstelling voor haar privéleven eisten hun tol. Al even populair was Bow in de vroege geluidsfilms, maar door het gebruik van microfoons kon ze minder vrij bewegen. Juist toen bleek pas goed dat haar lichamelijke manier van acteren, haar spontaniteit en die directe relatie met de camera waren gevormd door de stomme film.

Deze film is gratis te zien op YouTube.

 

3 september 2026

 

THEMAMAAND ‘De Herfst van de Stomme Film’

Histoires Parallèles

***
recensie Histoires parallèles
Uit de hand gelopen fantasie

door Cor Oliemeulen

Een teruggetrokken schrijfster bespiedt haar overburen en verzint een broeierig melodrama. Als een jonge man ontdekt dat de personages echt bestaan, beginnen fictie en werkelijkheid elkaar te beïnvloeden. Histoires parallèles bevat alle ingrediënten van een typische Asghar Farhadi, maar de Iraanse meesterregisseur heeft ze weleens overtuigender door elkaar geroerd.

Een klein voorval kan bij Asghar Farhadi enorme gevolgen hebben. Een verdwijning, een scheiding, een tas met geld: meer is niet nodig om zijn personages te verstrikken in een web van leugens, halve waarheden en verkeerde aannames. Het knappe is dat de kijker daarin net zo verstrikt raakt.

Histoires Parallèles

Kettingreactie
Misschien werkt dat wel het sterkst in About Elly (2009), waarin de verdwijning van een jonge vrouw tijdens een uitstapje aan zee langzaam de onderlinge verhoudingen binnen een vriendengroep blootlegt.

In zijn Oscarwinnaar A Separation (2011) leidt een huwelijkscrisis via een ogenschijnlijk klein incident tot een moreel conflict waarin afkomst, religie, geld en verantwoordelijkheid een rol gaan spelen. Farhadi zet de kijker op de stoel van de rechter en elke nieuwe onthulling maakt het vellen van een oordeel moeilijker.

Ook A Hero (2021) draait om zo’n kettingreactie. Een gevangene vindt tijdens zijn verlof een tas met gouden munten en lijkt door die terug te geven plotseling een held. Maar zijn goede daad is minder eenvoudig dan gedacht en voordat hij het zich realiseert staan zijn reputatie, trots en waarheid op het spel.

Het zijn allemaal typische Farhadi-drama’s die de spanning van een thriller krijgen zonder thrillers te zijn.

Kijken naar de overkant
In Histoires parallèles speelt Isabelle Huppert Sylvie, een succesvolle maar vereenzaamde schrijfster die half verslonst in haar Parijse appartement rondhangt. Met een telescoop observeert ze mensen aan de overkant. Wat ze ziet, gebruikt ze als inspiratie voor een nieuwe roman. Uit flarden van het dagelijks leven fantaseert ze een opwindend bestaan bij elkaar.

Sylvies nichtje vraagt de jonge dakloze Adam (Adam Bessa) om haar tante in het dagelijks leven te helpen. Langzaam ontdekt hij Sylvies schrijfsels en dat de mensen aan de overkant model staan voor haar verhaal. Het gaat om twee broers, Nicolas (Vincent Cassel) en Théo (Pierre Niney), die daar met hun aantrekkelijke collega Nita (Virginie Efira) tot laat in de avond geluidseffecten voor films maken.

Dat laatste is een leuke vondst, want naast beeld en fictie speelt ook geluid voortdurend met wat echt is en wat de kijker als echt ervaart. Farhadi versterkt dat mysterieuze gevoel in het begin met kleine parallellen. Sylvie trapt met haar blote voet in een stukje glas en even later overkomt Nita aan de overkant hetzelfde. Adam maakt een gasfornuis schoon, even later gebeurt aan de overkant hetzelfde.

Histoires Parallèles

De parallellen doorbreken
De filmtitel krijgt gaandeweg steeds meer betekenis. Er lopen twee verhalen naast elkaar: Sylvies verzonnen versie van haar overburen en hun werkelijke bestaan. Adam is degene die de parallellen doorbreekt. De fictie begint de werkelijkheid te veranderen. Vervolgens beginnen de personen uit het verhaal anders naar elkaar en naar zichzelf te kijken.

Maar daar begint het scenario wat te wringen. Farhadi maakt weliswaar voldoende duidelijk dat Adam geobsedeerd raakt, maar minder overtuigend waarom zijn fascinatie zo’n extreme vormen aanneemt. Verder heeft het scenario enkele gekunstelde neigingen. Zo wurgt in Sylvies manuscript de ene man de andere met een elektriciteitskabel. Tegen het einde struikelt iemand bijna over een kabel en pakt die vervolgens op, waarmee Farhadi wel heel nadrukkelijk suggereert dat de werkelijkheid de fictie gaat herhalen.

Buiten Iran
Farhadi’s films buiten Iran voelen vaker nét anders aan. Le passé (2013) en het in Spanje gedraaide Todos lo saben (2018) zijn bepaald geen slechte films, maar missen iets van de vanzelfsprekendheid van zijn Iraanse werk. De regisseur erkende zelf bij Todos lo saben dat culturele verschillen zijn manier van vertellen beïnvloedden. Een deel van de spanning in zijn Iraanse films komt juist doordat mensen binnen die cultuur minder direct tegen elkaar zeggen wat ze denken en voelen. Je ziet dat ook bij een andere grote filmmaker als Hirokazu Kore-eda, wiens Franse La vérité (2019) anders aanvoelt dan zijn Japanse familiedrama’s.

De cast houdt Histoires parallèles moeiteloos overeind. Vincent Cassel en Isabelle Huppert zijn als vanouds uitstekend op dreef, Pierre Niney etaleert zachtaardigheid met een scherp randje, Virginie Efira weet als geen ander hoe een kwetsbare vrouw neer te zetten en Adam Bessa laat in het midden of we naar een onvervalste romanticus of een obsessieve zonderling zitten te kijken. De paar minuten speeltijd van Catherine Deneuve als impresario, uiteraard met sigaret, zorgen voor een zeldzaam komisch moment. Ook een mindere Asghar Farhadi is nog dik de moeite waard.

 

1 september 2026

 

ALLE RECENSIES

Hundreds of Beavers

****
recensie Hunderds of Beavers
Weergaloze, originele nepheid

door Cor Oliemeulen

Een man in de sneeuw. Een konijn in een pak. Een val die niet werkt. Nog een val die niet werkt. En dan: honderden bevers. Het klinkt als een grap, verzonnen met veel bier achter de kiezen – wat ook klopt. Het moest zelfs een hele film worden. Hundreds of Beavers van Mike Cheslik duurt uiteindelijk bijna twee uur zonder gesproken woorden, waarin de gein en ongein steeds uitgekiender en absurder uitpakken.

Jean Kayak is een succesvolle producent van appelbrandewijn in de besneeuwde wildernis van Noord-Amerika. Nadat bevers zijn boomgaard en stokerij vernielen, blijft hij berooid achter. De niet zo snuggere dronkaard moet leren overleven en besluit om pelsjager te worden. Eerst probeert hij konijnen en ander klein wild te verschalken, later richt hij zijn pijlen en andere hulpmiddelen, zoals boomstammen en ijspegels, op de bevers die hem ten gronde hebben gericht. Ondertussen probeert hij indruk te maken op de dochter van een bonthandelaar. Ook die heeft zo zijn zwakheden: het lukt hem maar niet om zijn pruimtabak in een potje uit te spugen.

Hunderds of Beavers

Slapstick, cartoon en videogame
Cheslik vertelt het eenvoudige verhaal met beweging, montage, geluid en onnozele blikken. Daarmee roept Hundreds of Beavers direct de wereld van de stomme film op. Hoofdrolspeler Ryland Brickson Cole Tews heeft het onverstoorbare gezicht van een klassieke slapstick-acteur en moet vooral fysiek acteren: vallen, glijden, rennen, klimmen, bevriezen, door het ijs zakken en continu nét te laat beseffen dat elk plan tot een nieuwe frustratie leidt.

De invloed van Buster Keaton ligt voor de hand, maar Hundreds of Beavers is meer dan alleen een moderne stomme komedie. De capriolen van onze antiheld volgen de logica van een cartoon: fysiek onmogelijk, maar hier volkomen vanzelfsprekend. Verder is de structuur van de film beïnvloed door een videogame. Jean leert van zijn mislukkingen, verzamelt buit, verbetert zijn vaardigheden en neemt het op tegen steeds sterkere tegenstanders. Honderden bevers.

Mensen in dierenpakken
De dieren maken deze platte wereld nog merkwaardiger. Konijnen, wolven en natuurlijk bevers worden gespeeld door mensen in mascottepakken. De beverpakken werden gekocht bij een Chinese webshop, want met een filmbudget van ongeveer 150.000 dollar moet je keuzes maken. Het voordeel was dat de dierenpakken uitgebreide casting overbodig maakten: wie beschikbaar was, kon een kostuum aantrekken. Vervolgens konden enkele gefilmde dieren digitaal worden vermenigvuldigd tot complete groepen.

Hunderds of Beavers

Het resultaat ziet er soms uit alsof een stel studenten met een camera, goedkope attributen en een computer aan het improviseren is geslagen. Maar achter die ogenschijnlijke eenvoud zit veel voorbereiding: bewegingen, valpartijen, landschappen en andere elementen werden afzonderlijk opgenomen en later in de montage en met digitale effecten samengevoegd. Cheslik verzorgde zo’n 1500 digitale effectshots grotendeels zelf.

Daarom voelt Hundreds of Beavers als een cartoon met echte mensen. Personages worden verschoven, gekopieerd, versneld en tegen elkaar uitgespeeld. Zwart-witbeelden, harde contrasten, digitale filmkorrel, simpele composities en zichtbaar kunstmatige decors benadrukken de weergaloze, originele nepheid van de film.

Bijna twee uur slapstick is lang. Vooral in het middenstuk dreigen al die valpartijen en mislukkingen voorspelbaar te worden. Bovendien is niet iedere grap even sterk. Maar gelukkig groeit het speelveld van Jean Kayak. De tegenstanders worden talrijker, de constructies ingewikkelder en de schaal grotesker, met als apotheose zijn aanval op de beverburcht. En natuurlijk kunnen we niet wachten op het moment dat hij de dochter van de bonthandelaar in de armen kan sluiten.

 

24 augustus 2026

 

ALLE RECENSIES

Sehnsucht in Sangerhausen

****
recensie  Sehnsucht in Sangerhausen
Verlangen naar een ander leven

door Zoë van Leeuwen

Er gebeurt weinig in het Oost-Duitse Sangerhausen, een stadje dat bekendstaat om de grootste collectie rozen ter wereld en een honderd meter hoge berg gemaakt van afval uit de mijnen. Een perfect decor voor Julian Radlmaiers absurdistische komediedrama Sehnsucht in Sangerhausen, over het verlangen naar een ander leven.

De titel vat de film bijna perfect samen. ‘Sehnsucht’ is het Duitse woord voor een diep, melancholisch verlangen, een drang naar een onbereikbare situatie. Radlmaier voegt hier een hoop Duitse sprookjes en een lading ‘Volksmusik’ aan toe. Het resultaat is een fabel die even romantisch als komisch is, over vier buitenstaanders die dromen van verandering op een plek waar de tijd stil lijkt te staan. In vier hoofdstukken komen deze thema’s tot leven. Samen tonen ze Sangerhausen vanuit unieke perspectieven en verschillende momenten in de tijd.

Sehnsucht in Sangerhausen

De film opent in de 18e eeuw, waar we kennismaken met Lotte (Paula Schindler), een dienstmeisje van de beroemde dichter Novalis in zijn landhuis in de stad. Haar saaie werk doet haar verlangen naar meer en wanneer ze een jonge reiziger ontmoet, besluiten ze samen naar Frankrijk te vluchten. Later komen we er achter dat ze de grens nooit heeft gehaald.

Mysterieuze steen
In het hedendaagse Oost-Duitsland verschuift de focus naar Lottes achterkleinkind Ursula (Clara Schwinning), een jonge moeder die vastzit in een gemakzuchtig huwelijk. Parallel aan Ursula is er Neda (Maral Keshavarz), een YouTuber uit Iran die wordt gekweld door de geest van haar vriendin die ze in Teheran heeft achtergelaten.

Een mysterieuze steen verbindt de personages met elkaar. De felle blauwe steen is een knipoog naar de Blaue Blume, een symbool van de Duitse Romantiek dat staat voor een diep verlangen naar het oneindige. Als talisman wordt de steen keer op keer gevonden en overgedragen, en lijkt hij de personages op bijna magische wijze wakker te schudden uit hun emotionele verdoving.

Dat deze menging van innerlijke worstelingen en absurdistische magie zo goed werkt, heeft alles te maken met Radlmaiers regie. Hij staat voornamelijk bekend om zijn maatschappijkritische films als Self-Criticism of a Bourgeois Dog (2017) en Bloodsuckers (2021) en weet ook dit keer weer serieuze thema’s met heel wat droge humor te combineren.

Hedendaags sprookje
Wanneer ze op een dag een Berlijns muzikantengezelschap ontmoet, spijbelt Ursula van haar werk voor de innemende violiste Zulima (Henriette Confurius). Hun romance duurt niet langer dan een vluchtig moment, maar het wakkert iets in Ursula aan wat ze niet meer kan loslaten. Iets dat Schwinning zonder enig woord voelbaar maakt.

Behoefte aan verandering was ook de reden waarom Neda naar Duitsland kwam. Nu ze reisvideo’s maakt over de bezienswaardigheden van de deelstaat, verlangt ze ernaar om een echte filmmaker te worden, terwijl ze blijft vasthouden aan de spijt die ze voelt over het achterlaten van haar vriendin. Dat gevoel volgt haar letterlijk als een schim door de stad.

Visueel draagt de film nog meer bij aan het sprookjesachtige gevoel. De korrelige beelden blijven vaak op afstand en tonen statische landschappen en lege straten, als een ode aan de eenvoud en rust van de streek. Meerdere keren beweegt de camera langzaam terwijl een persoon het beeld abrupt verlaat; het wordt bijna komisch hoe de lens de personages niet kan bijhouden.

Sehnsucht in Sangerhausen

Ook de muziekkeuze doet meteen denken aan een verfilming van een verhaal van de gebroeders Grimm. De vioolklanken binden de hoofdstukken aan elkaar en geven Sangerhausen een nog sterkere fabelachtige sfeer.

Op zoek naar geesten uit het verleden
Wanneer in het laatste hoofdstuk ook de Koreaanse gids Sung-Nam zijn entree maakt, laat Radlmaier pas echt zijn talent zien. Sung-Nam wordt door de andere bewoners regelmatig weggezet als ‘de Chinees’, een alledaagse vorm van racisme waar ook Neda mee te maken krijgt. Radlmaier weet hier maatschappelijke problemen naadloos te verwerken. Juist dit gevoel van anders zijn, brengt de groep bij elkaar. Wanneer het drietal met een gammel busje op weg gaat naar het Kyffhäusergebergte, op zoek naar geesten uit het verleden, komen ze uiteindelijk oog in oog te staan met zichzelf.

De vier hoofdstukken komen op poëtische wijze samen met een magische ontmoeting in een grot, waarin het vooral duidelijk wordt dat hopen op een beter leven geen passieve droom hoeft te zijn. Soms hoef je alleen maar even uit je eigen bubbel te stappen.

 

19 augustus 2026

 

ALLE RECENSIES

Los Tigres

***
recensie Los Tigres
Meeslepend, maar minder uitgewerkt

door Cor Oliemeulen

Wie een film van de Spaanse regisseur Alberto Rodríguez kijkt, komt nooit bedrogen uit. Ditmaal is het een combinatie van sociaal drama en thriller die zich afspeelt in de wereld van beroepsduikers. Hoe vakkundig regie, cinematografie en acteren ook nu weer zijn, Los Tigres is geen La isla mínima.

Alberto Rodríguez en Rafael Cobos vormen met Rodrigo Sorogoyen en Isabel Peña de sterkste vaste scenaristenduo’s van de hedendaagse Spaanse cinema. Terwijl laatstgenoemden vooral hyperrealistische, moderne thrillers vol morele twijfel en psychologische spanning maken, zoals Que Dios nos perdone en Las Bestias, blinkt het duo Rodríguez/Cobos vaak uit met sfeervolle, historische misdaadverhalen, zoals La isla mínima en Modelo 77, die politieke en maatschappelijke trauma’s van de Spaanse geschiedenis blootleggen. Ditmaal gooien zij het over een heel andere boeg met Los Tigres, een intiem drama over een broer en zus die werken als beroepsduikers. Maar rauwe misdaad is nooit ver weg.

Los Tigres (Foto: Julio Vergne)

Beroepsduiken is gevaarlijk
Industrieel duiken geldt als een van de gevaarlijkste beroepen. Beroepsduikers werken bijvoorbeeld aan schepen, pijpleidingen en installaties onder water, vaak bij slecht zicht en onder zware omstandigheden. In Los Tigres werken Antonio (Antonio de la Torre) en Estrella (Bárbara Lennie) in het industrie- en havengebied van Huelva, waar grote olietankers en petrochemische installaties het landschap bepalen. Regisseur Alberto Rodríguez raakte gefascineerd door deze voor buitenstaanders vrijwel onbekende wereld en deed uitgebreid onderzoek naar het beroep.

De risico’s spelen een belangrijke rol in het verhaal. Zo liep Estrella als kind tijdens het duiken gehoorschade op en mag daardoor niet dieper dan twintig meter. Antonio krijgt vanwege hartproblemen te horen dat hij helemaal niet meer zou moeten duiken. Voor hem is dat extra ingrijpend: duiken is niet alleen zijn beroep, maar ook het enige werk waarmee hij geld kan verdienen. En geld heeft hij hard nodig, want zijn ex-vrouw ontvangt niet de afgesproken alimentatie voor hun twee dochters en dreigt met een contactverbod. Als Antonio per toeval in de romp van een schip cocaïne ontdekt, smeedt hij met Estrella een plan.

Andalusië als decor
De bijzondere setting en de soms letterlijk adembenemende onderwaterfotografie bepalen mede de sfeer van Los Tigres. Net als in La isla mínima is Andalusië het decor, maar toen waren het de moerassen van de Guadalquivir. In die veel bekroonde film wordt de spanning gecombineerd met de erfenis van de Franco-dictatuur. In Los Tigres zijn arbeidsrisico en bestaanszekerheid onderliggende thema’s. In beide films, en ook vaak in andere films van Rodríguez, vervaagt de grens tussen goed en kwaad.

Naast de gezondheidsrisico’s van duiken en het plan om cocaïne te stelen en te verkopen, draait de film vooral om de relatie tussen Antonio en Estrella. Hun band is uitzonderlijk hecht en soms bijna verstikkend. Het lijkt wel alsof Estrella de rol van moederfiguur op zich heeft genomen: ze zorgt voor Antonio en probeert hem tegen zichzelf te beschermen. Tegelijkertijd draagt ze een trauma uit hun jeugd met zich mee, dat samenhangt met hun vader en een duikwedstrijd tussen haar en Antonio. Het uitstapje naar het misdaadmilieu zet hun relatie onder druk. We ervaren de interacties van broer en zus, terwijl we de criminelen wel horen maar niet zien.

Los Tigres (Foto: Julio Vergne)

Ingehouden spel
Bijna als een succesformule maakt Alberto Rodríguez opnieuw gebruik van het acteertalent van Antonio de la Torre. Het maakt niet uit welke rol hij speelt, hij is altijd goed, want je hebt nooit het gevoel dat hij nadrukkelijk aan het transformeren is. In Álex de la Iglesia’s Balada triste de trompeta (2010) speelt hij de gewelddadige, macho circusclown. Van die uitzinnige potsierlijkheid is weinig over in Los Tigres, waar zijn naturalistische, ingehouden spel hem al even gemakkelijk af gaat.

Een vergelijkbaar bereik heeft actrice Bárbara Lennie. In Magical Girl (2014) van Carlos Vermut speelt ze een excentrieke, volkomen ontregelde vrouw, terwijl ze in Los Tigres vooral beheerst en aards is en haar best doet om steeds de rotzooi van haar broer op te vangen. Hun acteerprestaties en geloofwaardige relatie maken de film meeslepend van begin tot eind, ook al blijft het scenario wat minder uitgewerkt, vooral als het gaat om het misdaadplot en het jeugdtrauma.

 

12 augustus 2026

 

ALLE RECENSIES

The Desert of the Real

****
recensie The Desert of the Real
Hoe weten we wanneer iets echt is?

door Ralph Evers

Nietzsche’s Overmens (Übermensch) wist het al: alles is relatief, er is geen vaste grond waar vanuit we de wereld waarnemen. De protagonisten in The Desert of the Real hebben allen de wereld vanuit een psychotische staat waargenomen. Kenmerkend voor een dergelijke ervaring is dat alle vaste waarheden vloeibaar worden.

The Desert of the Real (De woestijn van het ware) roept als titel een vraag op en maakt een statement. Wij postmodernen zijn al langere tijd aangekomen in de relatief ware wereld. Niemand heeft de absolute kennis in handen.

The Desert of the Real

Een documentaire over psychosen met een filosoof, Wouter Kusters, roept al gauw diepe vragen op. Terecht. Neem daarbij een kunstenaar, muzikant en een psycholoog, en je alledaagse denken wordt even goed op de helling gezet.

De titel roept een associatie op: The Desert of the Reel (De woestijn van de filmrol). De filmrol is de illusie en schijnwerkelijkheid bij uitstek. Het lijkt zo echt, het is zo nep. Ook documentaires ontkomen hier niet aan, door alleen dat te laten zien wat de boodschap wil overbrengen. Woorden, beelden, ervaringen, de wereld blijkt helaas zo complex, ze is nimmer te vangen. Een metapositie binnen een pararealiteit – van het Griekse para: afwijkend van; in dit geval: afwijkend van de alledaagse perceptie van ‘s werelds realiteit.

Denk opnieuw
Maar misschien ervaren we als mens iets van die complexe totaliteit, wanneer we in een psychotische staat geraken. Althans, dat vermoeden kon je weleens bekruipen wanneer je naar de mensen luistert die centraal staan in deze documentaire van Luuk Bouwman. Zes mensen komen aan het woord: filosoof Wouter Kusters, kunstenares Ine Poppe, muzikant Simon van den Berg, psycholoog Jan Gerrit Schuurman, ervaringsdeskundige Calypso Marengo en de psychiatrisch verpleegkundige Eloy Vos.

Tussen de openhartige onthullingen en interviews krijgen we prikkelende citaten uit Alice in Wonderland van Lewis Carroll en ensceneringen van de ervaringen die treffend resoneren bij de sterk idiosyncratische ervaringen van een ieders psychotische episode(n). Om dat eigene van ieders unieke ervaring van hun psychosen naar voren te brengen, worden de interviews afgewisseld met kleurrijke decors, Halsman-achtige droomtaferelen en Magritte-achtige logica. Die eindeloos complexe wereld, een stukje daarvan, temidden van de optimale optische illusie die film is, om een ervaring over te brengen. Daarin zou je een poging tot metanoia kunnen zien, wat vertaalt kan worden naar: denk opnieuw, een verandering van inzicht, perspectief.

Afwijken van ‘de norm’
Wat spreekt is de alledaagsheid van pech in het ontwikkelen van een psychose. Zo vertelt Ine hoe vrije seks bij haar leidde tot zwangerschap, waarna een nieuw vriendje losse handen had, haar financiële situatie noopte tot werken en haar jonge leeftijd van 22 haar deed denken: ‘Dat doe ik wel effe.’ Of Calypso, die van Suriname in Limburg neerstreek, uitblonk op het atheneum en geconfronteerd werd met de plotselinge dood van haar broertje. Of krijg je de verleiding als kijker om bij filosoof Wouter – die zulke grote verbanden en betekenissen zag dat alles wat er te zeggen valt over de wereld te vatten is in één punt – te denken: het zat er blijkbaar altijd al in! Of: wat een genie, toen al!

De regisseur, Luuk Bouwman, heeft nergens gepoogd deze documentaire als een objectief verslag van psychosen te maken. Dat lijkt me een juiste keuze en vorm. De focus ligt op de zes hoofdpersonen, de psychiatrie zelf komt slechts zijdelings aan bod. Meest nog de dubbelfunctie van de psychiatrie: enerzijds de patiënt beter maken, anderzijds de samenleving veilig houden.

Hier zou een klein uitstapje naar andere culturen ons kader kunnen verruimen. Een noodzakelijke verruiming te midden van een steeds benauwender omgang in onze maatschappij met dat wat afwijkt van ‘de norm’. Neem de toename aan ‘verwarde personen’, of ‘trauma’.

The Desert of the Real

‘Een psychose is een normale reactie op een gestoorde maatschappij’
Uit mijn studie psychologie herinner ik me dat in andere landen, zoals Japan en meerdere Afrikaanse landen, psychose in een heel ander perspectief wordt gezien. Zo zou je in Japan ‘geraakt’ zijn door een van de Goden uit hun pantheon en richt de behandeling zich meer op de ermee gepaard gaande angstklachten.

Eloy Vos – wiens leven langzaamaan ontregelde tot het zodanig in onbalans raakte dat hij psychotisch wordt – stelt: ‘Een psychose is een normale reactie op een gestoorde maatschappij.’ Ook Ine grossiert in ervaringen die je naast de psychotische ervaring in deze samenleving doet staan: ‘Je voelt je als mens mislukt als je wordt opgenomen.’

Het siert deze documentaire om aan deze mensen en hun ervaringen een stem te geven.

 

9 augustus 2026

 

ALLE RECENSIES

De Gaulle: Résistance

**
recensie De Gaulle: Résistance
Karikaturaal beeld van Franse verzetsheld

door Jochum de Graaf

In 2020, vijftig jaar na zijn dood, verscheen een aantal speelfilms, dramaseries en documentaires over het leven en de politieke erfenis van Charles de Gaulle. Met De Gaulle: l’éclat et le secret, De Gaulle: histoire d’un géant, Becoming De Gaulle en eerder al met Le grand Charles (2006) werd een stevige traditie van mythe- en legendevorming in gang gezet. De heldenverering van de Franse generaal die verzetsheld werd en van 1959 tot 1969 de eerste president van de door hem geconstitueerde Vijfde Franse Republiek.

Nu is er, gebaseerd op het boek A Certain Idea of France: The Life of Charles de Gaulle van de Britse historicus Julian Jackson, een tweeluik van Antonin Baudry dat ten doel heeft met een frisse blik en nieuwe inzichten De Gaulle te ontmythologiseren en tot meer menselijke proporties terug te brengen.

De Gaulle: Résistance

Verzetsheld in Londen
In dit eerste deel, De Gaulle: Résistance, beginnen we met de aanval van de Duitsers op Frankrijk. Na de bezetting van Nederland en België is dit voor Hitler de hoofdprijs voor zijn heerschappij over het Europese vasteland. Parijs valt na een verrassend snelle opmars zonder een schot te lossen en op 22 juni 1940 wordt de wapenstilstand gesloten.

De nieuwe premier, maarschalk Pétain, vestigt in het onbezette zuidelijke deel van Frankrijk zijn Vichy-regime dat openlijk collaboreert met de Duitsers. Ook de geallieerden werken aanvankelijk samen met Pétain, vooral vanwege de machtige Franse vloot onder leiding van admiraal Darlan. De dan nog vrij onbekende generaal Charles de Gaulle verzet zich tegen het Vichy-regime, vlucht naar Londen waar hij leiding geeft aan de beweging van Vrije Fransen. Daar groeit hij uit tot de grote verzetsheld die een sterk leger op de been weet te krijgen en uiteindelijk via de Franse koloniën in Afrika met de geallieerden tegen de Duitsers de strijd aanbindt en na de oorlog in Frankrijk aan de macht komt.

Regisseur Baudry heeft de historische ontwikkelingen nauwkeurig gevolgd. Het zal ongetwijfeld met zijn achtergrond als diplomaat te maken hebben dat hij zich concentreert op de verhouding van De Gaulle met Churchill en de strijd om in de gunst te komen bij de geallieerden.

Het kostte nogal wat moeite om zich een positie bij met name de Amerikanen te verwerven, die de eerste jaren maar weinig onder de indruk waren van zijn leger in opbouw en op de wereldzeeën geconfronteerd werden met de machtige Franse marine onder leiding van admiraal Darlan, die toen nog aan de kant van Pétain stond.

De gebeurtenissen en verwikkelingen lenen zich goed voor doorwrochte studies en documentaires, ze in beeld brengen in een speelfilm is nogal een opgave. ‘Erken me en ik vorm een overwinningsleger’, zegt De Gaulle tegen Churchill als hij zich in Londen vestigt. Met zijn eigenzinnige en arrogante optreden jaagt hij Churchill en Roosevelt regelmatig tegen zich in het harnas.

Groot ego
Hij heeft nogal een groot ego, spreekt over zichzelf in de derde persoon. Op bezoek in Afrika wanneer hij gewaarschuwd wordt voor het gevaar van malaria reageert hij stoïcijns: ‘De muggen prikken generaal De Gaulle niet.’ Hij vereenzelvigt zich met de legendarische koning Clovis, met Jeanne d’Arc, met de grandeur van de Franse beschaving.

Maar De Gaulle is een weinig empathisch figuur, geen enthousiasmerende man van vlees en bloed. Als zijn vrouw en dochter op bezoek komen, is er een stijve formele begroeting en kan er niet meer dan een korte omhelzing van af. Het lijkt er zeker in die begindagen op alsof hij alles in zijn eentje doet, een eenzelvige figuur die vanuit zijn krappe kantoor in Hampstead de strijd met de hele vijandige wereld om hem heen aanbindt.

Baudry probeert dat wat op te leuken door als adjudant de fictieve Poolse loodgieter Blazej op te voeren, een rol die doet denken aan café-eigenaar René uit de serie ‘Allo ‘Allo!. En speciale gezant René Pleven die met een strategisch goed opgezette missie in Afrika de Franse gouverneurs aan de kant van de Vrije Fransen weet te krijgen, lijkt in eerste instantie nogal op een Kees van Kooten-typetje.

In interviews heeft Antonin Baudry aangegeven dat hij De Gaulle tot op zekere hoogte als een soort Don Quichot ziet. De Frans-Armeense acteur Simon Abkarian (hij speelde onder andere in de James Bond-film Casino Royale) zet de onverzettelijkheid van De Gaulle met zijn rechtlijnige militaire ethiek overdreven neer. Dat werkt onbedoeld komisch en wordt soms ronduit potsierlijk.

De Gaulle: Résistance

Als hij per schip naar Kameroen reist, om de aansluiting van de kolonie aan de Vrije Fransen te vieren en de controle over te nemen, kan het schip door ongunstig tij en zandbanken voor de kust niet in de haven van Douala aanmeren. Er wordt geprobeerd bemanning met de kleinere boten aan land te brengen, maar De Gaulle besluit in vol ornaat overboord te stappen en schrijdt met die kenmerkende kepie en rijlaarzen door de branding en klimt bemodderd op de kade.

Technisch knap gemaakt
Technisch steekt De Gaulle: Résistance knap in elkaar en Volker Bertelmann (Im Westen nichts Neues) schreef een zeer pakkende soundtrack. Met een groot budget van 74 miljoen euro kon Baudry fors uitpakken met imposante opnamen, locaties, decors en enscenering. Grote gebeurtenissen – zoals de in Europa weinig bekende Slag bij Bir Hakeim, de zeeslag om de haven van Dakar, waarbij de Vrije Fransen samen met de Britten vochten tegen de Vichy-vloot, het latere bombardement van de Britten op die vloot bij het Algerijnse Mers-el-Kébir met bijna 1.300 Franse slachtoffers – zijn gebruikmakend van archiefbeelden en nieuw opgenomen scènes met veel verve in beeld gebracht. Historisch gezien is het allemaal kloppend.

Dat geldt in mindere mate voor de figuur van Fernand Bonnier de La Chapelle (rol van opkomend talent Florian Lesieur), de jonge student die we vanaf het begin van de film zien groeien in zijn verzet tegen het Vichy-regime. Die was niet de grote studentenleider die Baudry van hem maakt, en ook de affaire met de Joodse Livia heeft in werkelijkheid niet plaatsgevonden. Het merkwaardige is vooral dat het verhaal van Fernand een soort film in de film is, geheel los staand van het verhaal van De Gaulle. Pas op het eind wordt de link duidelijk als Fernand een historische daad pleegt die van doorslaggevende betekenis is voor de rol die De Gaulle na de oorlog zal gaan spelen. Het is de cliffhanger voor deel 2.

In De Gaulle: Résistance krijgen we een wat oppervlakkig, karikaturaal beeld van Le Grand Charles en blijft een groot deel van de mythe intact. Mogelijk dat dit beeld nog omslaat. Volgende maand verschijnt De Gaulle: Liberté, al zal dat met dik 2,5 uur ook weer een hele zit worden.

 

5 augustus 2026

 

ALLE RECENSIES

De la Comédie-Française

***
recensie De la Comédie-Française
The show must go on

door Małgorzata Zielińska

Twee maanden schrijven, drie weken voorbereiden en veertien dagen filmen. Twee coregisseurs en vier scenaristen. Het eindresultaat is een komische, flamboyante film van 1 uur en 15 minuten met acteurs van de Comédie-Française die laten zien dat Fransen de kampioenen van zelfspot en relativeringsvermogen zijn.

Over drie uur moet Nina (Pauline Clément) haar eerste toneelstuk, Macbeth, regisseren in de Comédie-Française. Maar alles lijkt tegen te werken. Alles wat mis kan gaan, gaat ook daadwerkelijk mis: afwezige hoofdactrice, kapotte decors, haar ex-partner die hun baby naar haar werk brengt en vervolgens verdwijnt, tot een onverwacht bezoek van de minister van Cultuur, van wiens oordeel belangrijke subsidies afhangen.

De la Comédie-Française

Wanneer het theater verandert in een vrolijk gekkenhuis, moet Nina tegen de klok vechten om de voorstelling toch op de planken te krijgen. Want in de Comédie-Française wordt een voorstelling nooit afgelast.

Om de spanning op te voeren, is de film opgedeeld in scènes die worden gemarkeerd door tijdsaanduidingen: 18.00 uur, 18.30 uur, 19.00 uur enzovoort. Met elke nieuwe scène tikt de klok verder richting de première van 21.00 uur, waardoor de druk op Nina steeds verder toeneemt.

De keuze voor Macbeth als toneelstuk dat Nina moet opvoeren, is geen toeval. De regisseurs zochten bewust naar een contrast met de komische toon van de film. Bovendien is Macbeth omgeven door bijgeloof, dat ook in de film opduikt en naadloos aansluit bij de eindeloze reeks tegenslagen die Nina op de avond van de première achtervolgt.

Veel Leven om Niets
De eerste veertig minuten van het regiedebuut van Martin Darondeau en Bertrand Usclat zitten vol geestige dialogen, boeiende scènes en originele personages die soms ronduit absurd zijn. Er valt veel te lachen met zowat alle stereotypen over acteurs en het theater. We zien bijgelovige acteurs, zoals Nadine, de grande dame van het theater (Danièle Lebrun) die nog altijd rookt om haar plankenkoorts te bestrijden om vervolgens compleet stoned rond te dwalen. Daarnaast komt uitgerekend nu een geheime romance uit en begrijpt een van de actrices Suzanne (Adeline D’Hermy) totaal niet wie haar personage is of wat haar rol inhoudt.

Na al die komische verwikkelingen voelt het rustiger en meer sentimentele vervolg kleurlozer en onevenwichtig aan door de abrupte overgang in toon en ritme. Dat komt omdat het idee voor de film zijn oorsprong vindt in een plan om een korte, humoristische video te maken voor de sociale media van de Comédie-Française. Dat leidt eerder tot een reeks komische situaties en sketches dan tot een diepgaande karakterstudie.

De la Comédie-Française

Spelen of niet spelen, dat is de vraag
Toch probeert de film de ontwikkeling van Nina te tonen. Aan het begin is ze voortdurend bezig iedereen tevreden te houden. Lange tijd slaagt ze erin de enige redelijke persoon te blijven in een werkelijkheid die steeds chaotischer wordt. Wanneer de actrice die Lady Macbeth moet spelen niet op de première verschijnt, wordt Nina gedwongen de rol zelf op zich te nemen. Naarmate ze letterlijk in het kostuum van Lady Macbeth stapt, wordt ze ook steeds daadkrachtiger en vastberadener. De film is echter te kort om deze evolutie volledig geloofwaardig uit te werken.

De film werd opgenomen in het indrukwekkende gebouw van de Comédie-Française. Dit theatergezelschap, opgericht in 1680 door Lodewijk XIV, is het oudste nog actieve theatergezelschap ter wereld. Alle acteurs en medewerkers die in de film te zien zijn – van acteurs tot technici – zijn allen werkzaam in de Comédie-Française.

Niet alleen het theatergebouw, maar ook de muziek van Clément Ducol draagt bij aan de dynamiek en spanning. De componist, die in 2025 een Oscar won voor Emilia Pérez van Jacques Audiard, zet in de meest dynamische scènes percussie in om het ritme en de energie van de film te versterken.

Al met al is dit een onderhoudende komedie, gedragen door sterk acteerwerk. De kleurrijke personages, scherpe humor en unieke locatie maken van de film een aangename kijkervaring, die kijkers mogelijk zullen aanzetten om de Comédie-Française zelf eens te bezoeken.

 

29 juli 2026

 

ALLE RECENSIES

Playtime (4K re-release)

*****
recensie Playtime (4K re-release)
De titel dekt de lading

door Bert Potvliege

De cinema van Jacques Tati is als fijne wijn: wondermooi gerijpt doorheen de jaren. We schrijven meer dan zeventig jaar na de creatie van Monsieur Hulot, het memorabele hoofdpersonage uit zijn films (door de regisseur zelf gespeeld), en nog steeds schuddebuiken cinefielen smakelijk door zijn filmografie. De lichtvoetige aard van die prenten zou je bijna doen vergeten wat voor monumentale cinema het eigenlijk is – de impact van Tati is immens. De ambitie van Playtime (1967) was dat evenzeer.

Deze zomer loopt er een retrospectief met nieuwe 4K-restauraties van al zijn speelfilms: de uitgelezen kans om te (her)ontdekken wat voor uitzonderlijk talent Tati was, van halfweg de twintigste eeuw tot zijn carrière drie decennia later uitdoofde. Hij overleed in armoede in 1982 – de ontbering het gevolg van de financiële ramp die Playtime was.

Playtime (4K-restauratie)

Cinema van nostalgie
Het valt aan te raden de duik in Tati’s universum niet te beginnen met Playtime: de schok kan te bruusk zijn, de uitdaging te groot. Mon oncle (1958) is daarentegen een uitstekende introductie en toont ten voeten uit wie hij was als filmmaker: cinema van nostalgie, met gortdroge visuele humor, verwondering voor mens en wereld, en een immense nadruk op het beeld. Tati’s films hebben een vitale relatie met het medium waarin ze bestaan; enkel in cinema kon hij deze verhalen vertellen. Deze zachtere instap is de ideale opwarmer voor Playtime: een knettergekke titaan die uit zijn voegen dreigt te barsten. De film staat bovendien op de 23ste plaats in de gezaghebbende Sight & Sound Poll van beste films ooit.

Hulot is een ietwat naïef maar zeer onschuldig typetje dat vasthoudt aan de eenvoud van het verleden en vol verbazing de hoogtechnologische bureaucratische architectuur beleeft. Met grote ogen flaneert hij door het moderne bestaan. En in Playtime kan je eindeloos flaneren. Waarlijk eindeloos.

De plot is zo goed als verwaarloosbaar (er is bovendien nauwelijks dialoog). Hulot volgt zijn neus in het drukke Parijs: een wereld van staal, beton en glas, waar het verkeer raast en miljoenen mensen onderweg zijn. Zo ook Hulot, op weg naar een afspraak in een gigantisch kantoorgebouw – een taak die meer uitdagingen en side quests blijkt te hebben dan verwacht. Personages kruisen elkaar voortdurend in deze wirwar van stadsdrukte: luchthavens, winkels, beurzen, appartementen, kantoren. Op parkeerterreinen staan wagens in rijen van drie tegen elkaar geplakt – een onmogelijke situatie om uit te geraken.

Blik van kinderlijke onschuld
De blik van kinderlijke onschuld voelt vertederend aan, en de kijker mag door die ogen die wereld mee beleven. En wat komt die binnen bij onze protagonist: de gekke vering van een stoel boeit hem mateloos, de receptionist die zijn drukke balie beheert met snedig voetenwerk intrigeert, de labyrintische kantoorruimte met cubicles lijkt waanzinnig, en een communicatiebord met vele lichtjes en knopjes oogt ronduit absurd. Alles verdient aandacht, alles is spel. En Hulot speelt het mee.

De film mondt uit in een langgerekte restaurantscène, waarin het net geopende etablissement spelenderwijs tot schroot wordt herleid. Deze wereld is als een kermis – wat finaal wordt bevestigd door een druk rond punt dat alle schijn heeft van een carrousel. De verbeelding is indrukwekkend, de visuele humor feilloos, de adoratie voor de wereld totaal.

Playtime (4K-restauratie)

Maar er is meer dat de film naar dat bijna onbereikbare niveau tilt: megalomanie. De ambitie van Tati’s project was gigantisch, maar ook roekeloos. Hij liet een volledige kunstmatige stad bouwen (toepasselijk ‘Tativille’ genoemd) om volledige controle te hebben over elk aspect van de productie. De film werd gedraaid op peperdure 70 mm-pellicule, bedoeld om de enorme hoeveelheid beeldinformatie te dragen – je kan erin verdwalen. De productie duurde jaren en liep zwaar over budget.

Bankroet
Net zoals Francis Ford Coppola zijn eigen geld investeerde in het onderschatte Megalopolis, financierde Tati zijn film zelf. En net als Coppola verloor hij bakken geld: Playtime werd destijds de duurste Franse film ooit en een commerciële flop. Dat Tati zo obsessief te werk ging, blijft fascinerend – weinig zaken op het witte doek spreken zo tot de verbeelding als megalomanie: een kunstenaar die opgeslorpt wordt door zijn eigen ambitie en vervolgens iets monsterlijks creëert. Dat geldt voor Werner Herzog met Fitzcarraldo, voor Coppola met Apocalypse Now, en zelfs voor het onbezonnen (maar fenomenaal) drama Magnolia van Paul Thomas Anderson. Voor Tati leidde het tot bankroet – een Icarus die ter aarde stort.

De eerder vermelde verbijstering over de wereld wordt hier ook vanuit die grootheidswaanzin benaderd. Die blik van verwondering is er een die we doorgaans ergens in de kindertijd naar de achtergrond verdringen, maar voor Tati lijkt het de enige manier om de wereld te benaderen. De openingsscène in de terminal toont beelden die tot de rand gevuld zijn met bezienswaardigheden, klaar om in te verdwalen. Merkwaardig hoe vlot hij de kijker in dat tempo en die perceptie meeneemt, klaar om de komende twee uur de wereld op zijn manier te beleven. Playtime is een uitnodiging om stil te staan bij schoonheid en speelsheid, terwijl de wereld als een gek om ons heen draait.

Al deze elementen samen – megalomanie, verwondering, humor, onschuld en verbeelding – in combinatie met ontzettend sterke beelden, maken Playtime tot essentiële cinema: Tati leert ons kijken op manieren die we verloren zijn. Dit eindeloos flaneren kan je leven veranderen..

 

26 juli 2026

 

ALLE RECENSIES