Wolfwalkers

****
recensie Wolfwalkers

Lesje voor volwassenen

door Cor Oliemeulen

Liefdevol met de hand getekend animatiesprookje over het Engelse meisje Robyn dat vriendschap sluit met het Ierse meisje Mehb, dat zichzelf in een wolf kan veranderen, tegen de achtergrond van de Engelse kolonisatie van Ierland waar magie en Keltische mythes nooit ver weg zijn.

Het is 1650. Robyn Goodfellowe en haar vader Bill zijn verhuisd van Engeland naar Ierland. Als succesvolle jager is Bill ingehuurd door de Engelse grootvorst om een eind te maken aan de vermeende wolvenplaag nabij een Ierse stad. Ook de elfjarige Robyn wil jager worden, maar wordt door haar vader voortdurend binnengehouden om haar te beschermen. Maar natuurlijk gaat de kleine meid stiekem naar buiten waar ze vanwege haar afkomst door Ierse kinderen wordt uitgelachen. Het is niet meer dan logisch dat ze zal proberen om vriendschap te sluiten buiten deze gemeenschap. Op een dag ontdekt ze wolven in het bos en ontmoet ze de negenjarige Mehb Óg MacTíre die daar woont met een roedel wolven. De stoere roodharige Mehb kan niet alleen praten met wolven, maar kan zich ook in een wolf veranderen. Ze wacht op haar moeder, die een tijd geleden is vertrokken, en doet alles wat in haar vermogen ligt om de wolven in het bos te beschermen.

Wolfwalkers

Blind volgen
In tegenstelling tot Robyn en Mehb is Bill zeer gezagsgetrouw. Hij neemt zijn opdracht zeer serieus en wordt boos op zijn dochtertje als zij vertelt dat de wolven niemand kwaad willen doen. Met dit gegeven snijden de makers van Wolfwalkers het thema autoriteit aan. De grootvorst is in feite het Engelse staatshoofd Oliver Cromwell (door veel Britten tegenwoordig nog steeds op handen gedragen) die de republikeinse troepen leidde tegen de Anglicaanse troepen tijdens de Engelse burgeroorlogen, opdracht gaf koning Karel I te laten onthoofden en door een staatsgreep dictatoriale macht kreeg (en na zijn dood werd opgegraven en alsnog geëxecuteerd, waarna zijn hoofd op een staak werd gespietst en de rest van zijn lichaam in een put werd gegooid).

Bill gaat door het stof voor de staatsman en bedoelt het goed om Robyn te beschermen, maar heeft niet in de gaten hoe kwalijk het is om een leider blind te volgen, terwijl de kinderen handelen vanuit oprechtheid en (vrouwelijke) intuïtie. Bill moet duidelijk nog leren dat je vijand niet langer je vijand is als je bereid bent de ander te begrijpen.

Natuur
Wanneer het geduld van de grootvorst opraakt, gebiedt hij Bill de bossen te vernietigen, opdat de wolven zeker zullen verdwijnen. Terwijl Robyn zich in allerlei avonturen stort, onder meer de zoektocht naar Mehbs moeder, dreigt zij steeds meer vervreemd te geraken van haar vader. Zij heeft leren kijken vanuit het perspectief van Mehb en de wolven en probeert alles om Bill te overtuigen om zijn strijd tegen de wolven te staken.

Wolfwalkers

Het sterke punt van Wolfwalkers is dat de stad en haar inwoners worden afgeschilderd als kil en oppervlakkig waar de bossen en de dieren symbool staan voor een betoverende wereld vol magie en mythes. De stad is neergezet in vierkante en rechthoekige vormen, terwijl de wolven en het bosleven bijna schetsmatig zijn neergezet, maar wel met veel ronde vormen en fantastisch kleurrijk. Hoewel tweedimensionaal getekend en de contouren van de personages eenvoudig zijn, laat de expressiviteit van hun gelaatstrekken weinig aan de verbeelding over. De grootvorst is met zijn hoofd als een strijkijzer het meest eendimensionaal, terwijl Robyn en Mehb als onbevooroordeelde personages van het doek afspatten. De relatie tussen mens en natuur is synoniem aan onderdrukking versus vrijheid en een les voor onze tijd waarin bossen en diersoorten in ras tempo verdwijnen.

Ziel
Net als de beroemde Japanse Ghibli-films zijn de producties van Cartoon Saloon vaak geïnspireerd op klassieke sprookjes en gedreven door passie met de hand getekend. Deze Ierse studio maakte eerder The Secret of Kells (2009), Song of the Sea (2014) en The Breadwinner (2017), waarin steeds de belevingswereld van kinderen in de onbegrijpelijke grotemensenwereld centraal staat en waarbij vooral volwassenen een lesje kunnen leren.

De 2D-animatie van deze tekenfilms lijkt zich weliswaar te beperken tot een ouderwetse stijl waarbij de personages bewegen in achtergronden van waterverf, maar juist door alle details krijgen ze in vergelijking met het gros van de door computer gegenereerde tekenfilms per definitie meer ziel en karakter. Dat maakt van elk frame van The Wolfwalkers een alleraardigst schilderij.

 

21 november 2020

 

ALLE RECENSIES

Assistant, The

***
recensie The Assistant

Als je vermoedt dat je baas een Harvey Weinstein is

door Ries Jacobs

The Assistant is niet de eerste film over #MeToo en ongetwijfeld ook niet de laatste. Toch is het een waardevolle aanvulling op andere films die deze misstanden aan de kaak stellen omdat de vrouwelijke hoofdpersoon ditmaal niet het slachtoffer is. Wat doe je als je vermoedt dat je baas zijn positie misbruikt?

Jane heeft net de studiebanken verlaten en werkt als assistente bij een producent in de entertainmentindustrie. De camera volgt een werkdag in het leven van de jonge alumnus. Ze is ambitieus en maakt lange dagen, maar collega’s negeren haar. Als een moderne Assepoester voert ze de klusjes uit waar geen eer aan te behalen is. Ze print de werklijsten van haar collega’s voor die dag en krijgt de opdracht om de vrouw van de directeur af te schepen als deze belt.

The Assistant

Nadat de directeur haar over de telefoon uitscheldt voelt Jane zich genoodzaakt om haar excuses aan te bieden. Om het allemaal nog erger te maken krijgt ze concurrentie van Sienna, een nieuwe bloedmooie assistente.

Jaloers
Regelmatig laat regisseur en scriptschrijver Kitty Green alleen de camera het werk doen om de sfeer binnen het bedrijf weer te geven. Iemands houding, een hoofdknikje of een enkel woord zijn vaak al voldoende om de broeierig competitieve spanning die in het bedrijf hangt weer te geven. Deze minimalistische manier van acteren gaat hoofdrolspeelster Julia Garner, vooral bekend van haar rollen in de series Ozark en The Americans, goed af. Ze is geknipt voor haar rol van de timide Jane. De immer ietwat trieste en wereldvreemde blik in de ogen van de actrice met de kenmerkende blonde krullen maakt haar personage compleet.

Als Jane bij een collega een klacht wil indienen omdat ze de directeur ervan verdenkt dat hij haar collega-assistente Sienna tot seksuele handelingen dwingt, krijgt ze de wind van voren. De oudere man tegenover haar poneert dat ze alleen maar jaloers is. De door Green subtiel neergepende dialoog verwerken de acteurs al even subtiel tot een scène die de kern van de film vormt. Inspiratie voor het script van The Assistant vond de regisseuse namelijk toen het onoorbare handelen van Harvey Weinstein wereldkundig werd.

Green maakt van haar film geen aanklacht tegen de wanpraktijken in de filmindustrie, ze lijkt eerder te willen laten zien hoe de filmindustrie werkte en waarschijnlijk nog steeds werkt, zij het wellicht in mindere mate dan voorheen. Ze geeft de zaken die de MeToo-beweging aan het licht bracht spitsvondig in beeld zonder naar een climax toe te werken.

The Assistant

Uit het leven van een hond
Het is begrijpelijk dat ze film kiest als medium om haar verhaal te vertellen, maar wellicht is het bewegende beeld hiervoor niet de meest geschikte vorm. Beter had de werkdag van Jane in een roman gegoten kunnen worden omdat dit meer ruimte geeft om in het hoofd van de hoofdpersoon te kruipen. Wat voor persoon is ze? Wat motiveert haar? Waarom heeft ze deze drijfveren? Veel komt de kijker hierover niet te weten, behalve dat ze ambitieus is en uiteindelijk als producent aan de slag wil.

Uit het leven van een hond, dit jaar de winnaar van de Libris Literatuurprijs, beschrijft net als The Assistant één dag uit het leven van de hoofdpersoon. Auteur Sander Kollaard had tijdens het schrijven de mogelijkheid om, bijvoorbeeld door middel van flashbacks, zijn hoofdpersoon diepgang te geven. Dat de plot zich minder ontwikkelt, is dan van minder belang. Deze mogelijkheid heeft een filmmaker in mindere mate. Omdat The Assistant een wat vlak plot heeft, is de film bij vlagen langdradig, ondanks de goede dialogen die prima vertolkt worden.

 

14 november 2020

 

ALLE RECENSIES

Vogelwachter, De

**
recensie De Vogelwachter

Half gelukte bijdrage aan Freeks filmcarrière

door Jochum de Graaf

Het verhaal van De Vogelwachter, een komisch drama met Freek de Jonge, is betrekkelijk eenvoudig verteld.

Al 45 jaar slijt de Vogelwachter ver afgezonderd van de bewoonde wereld zijn dagen op Benty Island, ‘en geen dag verzaakt’. Eens per week geeft hij vanuit zijn observatiehut de actuele standen van de kantelmeeuwen, tureluurs, steltlopers en wat dies meer zij door aan zijn vaste contactman Tom van het Bird Research Center. Hoogtepunt is voor hem dan dat hij als tegenprestatie de uitslagen van de Premier League terugontvangt, Everton – Huddersfield Town: 0-2!

De Vogelwachter

Zelfredzaamheid
Hij weet zich goed te vermaken met een voetbal die hij na halsbrekende toeren uit de branding weet te vissen. Toonbeeld van zelfredzaamheid is ook de manier waarop hij met behulp van een bankschroef zijn gebroken arm weet te spalken. Het bestaan op het onbewoonde eiland kabbelt zo door tot op zekere dag de vertrouwde stem van Tom niet meer uit de radio klinkt, hij is met pensioen gestuurd. De Vogelwachter krijgt aangezegd dat zijn dienstverband ten einde komt en daarmee wordt de grond onder zijn bestaan weggerukt. Hij doorloopt alle stadia van bedroefdheid, ontkenning, verzet, berusting.

Hij schrijft een uitgebreide brief aan de directie van het Bird Center, biedt aan pensioen in te leveren en het rantsoen van Brinta en bruine bonen kan voortaan wel toe met een keer per jaar levering, dat bederft toch niet. Maar de reactie is onverbiddelijk, de Vogelwachter moet nu toch echt aanstalten maken om zijn hebben en houden in te pakken, met drie weken zal hij worden opgehaald.

Dan wordt een zware storm aangekondigd en de vogelwachter bouwt van juttersspullen een soort vlot dat verticaal tegen de hut wordt gezet. Midden in de nacht bij het hoogtepunt van de storm wordt door een helikopter een kist met luxe goederen, exquise wijn, bijzondere kazen afgeworpen.

Als het ergste voorbij is – de Vogelwachter ligt nog onder de dekens in afwachting van nog groter onheil – klopt een Zeilmeisje bij de hut aan. Ze is met haar moderne catamaran fiks uit koers geraakt en wil graag de coördinaten weten. Na wat aftastende bewegingen raken ze op elkaar gesteld, repareren de boot en swingen op het strand bij een kampvuur. Ze biedt de Vogelwachter aan met haar mee terug te gaan naar de bewoonde wereld, ze maken een selfie.
Hoe de film afloopt? Wat onbestemd zou ik zeggen.

Wegwerpmaatschappij
Je zou kunnen volhouden dat De Vogelwachter aan grote thema’s raakt, het verschil tussen afzondering en eenzaamheid, tussen ouder worden en veroudering, de conservatie van alles wat van waarde is, de confrontatie met de moderne wereld na jaren van isolatie, de schoonheid van de natuur en de menselijke aantasting daarvan. En met het fraai in beeld gebrachte eilandleven en de jutterspraktijken van Freek zou de film ook gezien kunnen worden als kritiek op de moderne wegwerpmaatschappij.

De Vogelwachter

Het willen aanraken van grote thema’s wordt versterkt door een aantal bijzondere details. In de beginscène, de jonge vogelwachter (Nick Golterman) is zojuist op het eiland belandt, zien we een grafkruis met het opschrift ‘Ishmael’. Wanneer na de storm het strand weer is drooggevallen, vindt het Zeilmeisje het grafkruis opnieuw. Kennelijk heeft de verteller van Herman Melvilles wereldberoemde Moby Dick zijn einde op Benty Island gevonden. Met wat goede wil zou de verschijning van het Zeilmeisje (de zwarte actrice Quiah Shilue) een reminiscentie aan Robinson Crusoe kunnen zijn, met het meisje in de rol van Vrijdag.

Filmcarrière
Maar De Vogelwachter komt niet veel verder dan het aanstippen van dergelijke thematiek. De film wil te veel, ontbeert een duidelijke plot, wordt nergens groots of meeslepend. De natuurscènes zijn prachtig en die doorleefde kop van Freek (75!) doet het ook altijd goed op het doek, maar De Vogelwachter blijft oppervlakkig en daarmee al met al een lange zit.

In een interview met de NRC gaf regisseur Threes Anna (Bird Can’t Fly, Silent City, Platina Blues) aan dat ze nogal serieus van aard is: ‘ik vind grappen zelden leuk’. Bij de opnamen schijnt menige door Freek bedachte komische scène gesneuveld te zijn. En dat is spijtig, want het maken van grappen is natuurlijk niet de minste eigenschap van Freek. Na De Illusionist (1983) en De kKKomediant (1986) is daarmee De Vogelwachter opnieuw slechts een half gelukte bijdrage aan Freeks filmcarrière.

 

2 november 2020

 

ALLE RECENSIES

Singing Club, The

**
recensie The Singing Club

Zingen met of zonder mondkapje

door Cor Oliemeulen

The Singing Club volgt de platgetreden paden van een Engelse filmtraditie die met een lach en een traan terugblikt op een historische gebeurtenis met de bedoeling dat de kijker er kracht en een voldaan gevoel uit put. De ene keer lukt dat beter dan de andere keer.

Als je getrouwd bent met een militair die wordt uitgezonden naar een conflictgebied in het buitenland moet je niet zeuren dat je moederziel alleen thuis achterblijft en de kans aanwezig is dat je op een dag slecht nieuws krijgt. Om te tijd te doden en afleiding te vinden, kun je samen met de andere vrouwen gaan breien, een boekenclubje beginnen of gaan zingen in een koor. Zingen kan immers gevoelens van stress, depressies en isolatie temperen, terwijl saamhorigheid en verbondenheid het gemis kunnen verzachten.

The Singing Club

Onderhoudend maar voorspelbaar
De makers van The Singing Club, met regisseur Peter Cattaneo (van The Full Monty, 1997) voorop, dachten vast dat het publiek in deze onzekere tijd van pandemie wel een feelgoodfilm kon gebruiken. Hoewel de geschiedenis over deze achtergebleven soldatenvrouwen die gaan zingen en door hun finale optreden in de Royal Albert Hall vele harten beroerden en door alle media-aandacht ook over de landsgrenzen veel navolging kenden, is dit komische drama even voorspelbaar als COVID-21.

Onlangs verscheen een andere Engelse feelgoodfilm in de bioscoop (en tegenwoordig vaak direct op video on demand): Misbehaviour, waarin de opkomst van de vrouwenemancipatiebeweging centraal staat. Waar in die productie de verschillende typetjes feministen (variërend van de stoere rosse krullenbol die de meeste mannen beschouwt als seksisten tot en met de keurige studente die zich aanvankelijk aarzelend opstelt maar nadien het hardst leuzen schreeuwt) zijn de vrouwelijke leden van The Singing Club al even gemêleerd, maar biedt het verhaal nauwelijks diepgang.

The Singing Club

Officiersvrouwenfittie
Lichtpuntje is Kristin Scott Thomas, die door haar bilingualiteit even gemakkelijk kan excelleren in zowel Franse drama’s (Il y a longtemps que je t’aime, 2008) als Engelse komedies (Four Weddings and a Funeral, 1994) en vaak een genot is om naar te kijken. Als vrouw van een officier die het hoogst in rang is, voelt Kate zich geroepen om een koor uit de grond te stampen en een verantwoord (lees: saai) repertoire te onderrichten. Getourmenteerd door het verlies van haar zoon onderdrukt zij haar emoties voor de goede zaak. Met haar ogenschijnlijke arrogantie en kilheid roept ze de nodige weerstand op.

De plot van The Singing Club draait om haar conflict met de andere officiersvrouw Lisa (Sharon Horgan) die een totaal andere aanpak voor ogen heeft. Zingen doe je voor de lol, en dat het niet altijd even zuiver is, maakt niets uit. Terwijl Kate zich als een volleerde dirigent opstelt voor het zootje ongeregeld, geeft Lisa achter een keyboard met twee vingers de melodie aan. Uiteindelijk ontstaat er een aanstekelijk repertoire van zowel klassieke liederen (Ave Maria) als lekker in het gehoor liggende popdeuntjes uit de jaren 80 (Only You van Yazoo, Time After Time van Cyndi Lauper). Best jammer dat je tegenwoordig van Rutte niet meer keihard mag meezingen in de bioscoop.

 

1 november 2020

 

ALLE RECENSIES

Farewell Paradise

****
recensie Farewell Paradise

Keihard eerlijk

door Sjoerd van Wijk

Met keiharde eerlijkheid toont Farewell Paradise een enerverend portret van een gebroken familie. Niemand lijkt een blad voor de mond te nemen, maar toch blijven er vragen hangen. Het gesprek zal nooit af zijn.

Regisseuse Sonja Wyss interviewt in deze documentaire haar vader, moeder en oudere zussen een op een over hun veelbewogen familiegeschiedenis. Moeder vluchtte op een dag weg uit de Bahama’s na de zoveelste affaire van vader en het gezin brak uiteen. Een deel bleef achter in de Verenigde Staten, terwijl de jongere zusters om vage redenen verder reisden naar land van herkomst Zwitserland. In de interviews passeren vele verhuizingen, een halfslachtige tweede poging van de ouders om bij elkaar te blijven en diverse nalatigheden van de verschillende familieleden de revue. Wyss lijkt daar als jongste kind het meest onder te hebben geleden. Zo blijkt maar weer dat de structuur van het kerngezin niet altijd een hoeksteen in de samenleving is.

Farewell Paradise

Pratende hoofden
Deze verhandeling van een mislukt huisje-boompje-beestje fantasie is ogenschijnlijk een verzameling pratende hoofden die vertellen over wat er is gebeurd, waar maar sporadisch beeldmateriaal uit het familiearchief ter ondersteuning bijkomt. Pratende hoofden zijn vaak een cliché in documentaires, maar Wyss weet dit op zijn kop te zetten met een enerverende film.

Op zwartgrijze achtergrond steken de familieleden fel af tijdens het vragenvuur van de jongste, die bijzonder kritisch durft te zijn. Geen opsmuk, de camera staat op gepaste afstand om elke gelaatstrekking secuur vast te leggen voor het nageslacht. Wyss neemt de tijd om reacties op een confronterende vraag, of gewoon mijmeren hoe het ook alweer zat, af te laten spelen tot de volgende revelatie van de bizarre verhoudingen.

Wederhoor geen kruisverhoor
Die nadruk op de scherp opgenomen aan hun stoel gekluisterde ondervraagden maakt Farewell Paradise tot een enerverend onderzoek van een gebroken familie. De lukrake intermezzo’s van landschappen steken er enigszins potsierlijk bij af, een misplaatste stilte voor een woordenstorm. Het is echter niet louter een kruisverhoor, want er is ook wederhoor. Wyss is niet uit op bloed noch wraak, maar begrip.

Doordat het geen moddergooien is, schetst zich langzaam maar zeker een beeld van ieders aandeel in de familiegeschiedenis. Zelfs in heftiger momenten blijft de kalmte overeind, als bijvoorbeeld de vader zonder blikken of blozen de verantwoordelijkheid voor het ontfermen over zijn van moeder weggelopen dochter bij zijn nieuwe vrouw legt in plaats van zichzelf.

Farewell Paradise

Ontwapenend openhartig
Zoals het een gecompliceerde familieverhouding betaamt, heeft uiteindelijk niemand echt schuld aan alle gebeurtenissen. In alle heftige gesprekken spreekt iedereen elkaar tegen, want iedereen beleefde elk moment vanuit een ander perspectief. Het werkelijke verhaal speelt zich niet af in een zelden tot niet getoond verleden, maar op de gezichten wanneer alle kaarten open op tafel komen.

Dankzij de strakke hand van Wyss resoneren de dialogen, die de spanning opdrijven. Momenten van hardvochtigheid, verteld met een onschuldige glimlach, hakken er zo in. De openhartigheid is ontwapenend en leidt als vanzelf tot nieuwe mysteries dankzij de tegenspraak. Daarbij stoort het wel dat de openingsfoto, die bij de moeder inslaat als een bom, weinig verdere context krijgt. Maar misschien is dat maar beter zo, want dit soort gesprekken zullen nooit een einde krijgen.

 

26 oktober 2020

 

ALLE RECENSIES

Última Primavera, La

***
recensie La Última Primavera 

De ontheemden ontheemd

door Paul Rübsaam

In La Última Primavera zijn we van nabij getuige van het wel en wee van de Spaanse outsidersfamilie Gabarre Mendoza. Een gemeentelijk bestemmingsplan verordonneert dat hun schamele, maar vertrouwde woning in een sloppenwijk net buiten Madrid met de grond gelijk zal worden gemaakt.

La Última Primavera (De laatste lente) is het speelfilmdebuut van de Spaans-Nederlandse regisseuse Isabel Lamberti (1987). Haar hybridedebuut met speelfilmlengte, om precies te zijn. De film waarin bestaande mensen een situatie naspelen (voorspelen) die zich in hun leven werkelijk zal gaan voordoen, bevindt zich op het grensgebied tussen speelfilm en documentaire.

La Última Primavera

Het gaat om de verschillende leden van de Spaanse familie Gabarre Mendoza. Je zou ze ‘zigeuners’ kunnen noemen, maar over de juistheid van die term valt te twisten. Ze leven in ieder geval met veel familieleden onder één dak en bevinden zich zowel wat hun huisvesting als hun werkzaamheden betreft in de marge van de samenleving. Hun zelfgebouwde woning in de sloppenwijk La Cañada Real, net buiten Madrid, zal evenals alle andere woningen daar gesloopt worden en dat maakt hun toekomst uiterst onzeker.

Oude bekenden
Het hybridegenre is niet nieuw voor Lamberti. Ook de personages in La Última Primavera zijn tot op zekere hoogte oude bekenden van haar. In haar eerdere korte film Volando Voy (Vliegend ga ik, 2015) draaide het al om twee jongens die in La Cañada Real woonden en de avonturen die zij beleefden op de ellenlange weg langs snelwegen en verlaten bouwterreinen die zij lopend van school naar huis af moesten afleggen.

Eén van die twee, David Gabarre Mendoza, is in de tussenliggende jaren van een beginnende puber een jongeman geworden. Hij wil soms een beetje stoer doen, maar heeft eigenlijk een klein hartje. Tegen heug en meug laat hij zich overhalen om onderdelen van gestolen auto’s te helen. Tegelijkertijd betoont hij zich een ambitieuze leerling bij zijn kappersopleiding en solliciteert hij fanatiek naar een baan in een kapperszaak.

Davids oudere broer Ángelo is getrouwd met María, tot ongenoegen van haar in een keurige flat in Madrid wonende moeder. Ze hebben een zoontje dat aan het begin van de film zijn derde verjaardag viert. Het drietal woont in bij Ángelo’s eigen ouders, die naast Ángelo en David nog een zwangere dochter hebben en een zoontje van negen. De Gabarre Mendoza’s zijn het zo gewend en willen het ook zo. De ambtenaren die moeten beslissen over het toewijzen van een nieuwe woning aan de familie hebben hier echter andere ideeën over.

De (groot)vader van de familie, een schroothandelaar die evenals zijn zoon David heet, volgt een computercursus om de aanvraag voor een nieuwe woning zo goed mogelijk te laten verlopen. Ook is hij is steevast van de partij bij door de gemeente Madrid georganiseerde inspraakavonden. De bureaucratie waarop hij stuit, maakt hem soms moedeloos. Als hij daarover verslag doet aan zijn vrouw Agustina reageert zij vaak emotioneel.

Over de vraag wannéér de woning van de familie Gabarre Mendoza en de andere woningen in La Cañada Real precies gesloopt zullen worden, laten de ambtenaren grote onduidelijkheid bestaan. Die onduidelijkheid heeft de nodige gevolgen. Zo vraagt vader David zijn buren toch nog om mee te betalen aan een betere elektriciteitsvoorziening voor de sloppenwijk. Aangezien de toekomst echter zo onzeker is, wil niemand zo’n investering doen.

La Última Primavera

Kaal en onbestemd
De vorm die de regisseuse voor haar film gekozen heeft, werkt gedeeltelijk. Je kunt je in ieder geval goed identificeren met haar waarachtige personages. Maar dat niet alles wat de Gabarre Mendoza’s overkomt op het moment van filmen daadwerkelijk plaatsvindt, leidt er ook toe dat La Última Primavera bij de kijker een wat kale en onbestemde indruk achterlaat.

Het is duidelijk dat de familieleden met hun sterke onderlinge banden gehecht zijn aan hun woning en hun manier van leven in La Cañada Real. Tamelijk laat in de film blijkt echter ook dat het dicht op elkaar zitten onder oncomfortabele omstandigheden aanleiding kan zijn voor ruzies en spanningen. Is die verhuizing die wel een beetje wordt nagespeeld, maar waar we niet werkelijk getuige van zijn dan alleen maar slecht, ga je je als kijker afvragen. ‘Show, don’t tell’ luidt het voorschrift voor schrijvers en filmmakers. Je kunt dat ook omdraaien. Isabel Lamberti laat in samenwerking met haar niet-professionele acteurs zeker het nodige zien. Maar wat wil ze precies vertellen?

 

25 oktober 2020

 

ALLE RECENSIES

Phil Lynott: Songs for while I’m away

**
recensie Phil Lynott: Songs for while I’m away

Half boef, half dromer

door Alfred Bos

Documentaire die het tragisch geëindigde leven van Thin Lizzy-voorman Phil Lynott retoucheert tot portret van een romantische rockheld. Collega-muzikanten en familieleden nemen het H-woord niet in de mond.

Thin Lizzy is de beste rockgroep die het nooit heeft kunnen maken in Amerika, het beloofde land voor iedere muzikant van een zekere generatie. Tijdens hun hoogtepunt, midden jaren zeventig, was het kwartet – een blanke Ier, een zwarte Ier, een Schot en een Amerikaan – de definitie van rock. Niet hardrock, niet heavy metal en zeker niet metal. Maar rock, onverdund en zonder toevoegingen. Gitaren, branie en outsiderromantiek. Met een herkenbaar eigen geluid, de dubbele, harmoniërende gitaarlijnen.

Phil Lynott: Songs for while I’m away

Phil Lynott (1949-1986), de boomlange bassist van Iers-Nigeriaanse afkomst, was het middelpunt van de band, de leider. Hij trok de aandacht, op het podium als zanger en daarbuiten als rockgod. Hij schreef de teksten, was als co-componist betrokken bij alle liedjes, bepaalde de muzikale koers en domineerde het groepsimago. Een natuurtalent met het charisma van een gulhartige piraat. Half boef, half dromer. Of de boef uiteindelijk de dromer de das om deed, of de dromer de boef, is een vraag die de documentaire Phil Lynott: Songs for while I’m away onbeantwoord laat.

Vrijbuiters en vagebonden
De wereld maakte kennis met Thin Lizzy – vernoemd naar een strip over een vrouwelijke robot, Tin Lizzy – in het vroege voorjaar van 1973 en de hit Whiskey In The Jar. Het Ierse volksliedje werd opgenomen als grap, maar bevat met de wijsheid van achteraf meerdere elementen die de groep en haar loopbaan typeren. Het gaat over een struikrover die wordt verraden door de liefde. De folktraditional is Iers tot in het merg. En de whiskey zou in het geval van Lynott en Thin Lizzy heroïne blijken. Maar ‘there’s smack in the needle’ bekt niet zo lekker.

Lynott, zoon van een Ierse moeder en een Nigeriaanse vader, werd geboren in Londen, maar groeide op bij zijn grootouders in Dublin. Hij voelde zich Iers, identificeerde zich met de Keltische cultuur – en cowboys – was trots op zijn Ierse bloed. Een zwarte Ier was in het Dublin van de jaren vijftig en zestig een exotisch unicum.

Die rol van outsider voedde Lynotts romantische inborst. In de liedjes van Thin Lizzy wemelt het van de vrijbuiters en vagebonden, macho’s buiten de maatschappelijke orde, gebonden aan god noch gebod, gemankeerd door hun ontembare natuur of het drijfzand van de liefde. De boef was de buitenkant van Lynott, achter die façade school een verlegen dromer. De twee kwamen samen in zijn songteksten, die meer persoonlijk getint waren dan het publiek destijds kon vermoeden.

Phil Lynott: Songs for while I’m away

Geretoucheerd portret
Romantiek en roem kunnen een fatale cocktail zijn, zeker wanneer ze samenkomen in een heroïnespuit. Got To Give It Up stelde Lynott in het gelijknamige nummer van het album Black Rose uit 1979. Op die plaat bezingt hij ook Sara, de eerste dochter uit de relatie met zijn latere echtgenote Caroline Crowther (Cathleen, zijn tweede dochter, kreeg haar nummer op zijn tweede soloplaat). Zijn stem werd minder; op het laatste Thin Lizzy-album, Thunder And Lightning uit 1983, met onder andere Cold Sweat, klinkt hij schor en verstopt.

De Amerikaanse doorbraak is er nooit gekomen en niet alleen door botte pech. De eerste tournee door de States werd voortijdig afgebroken omdat Lynott hepatitis had opgelopen (vervuilde naald). De tweede moest worden uitgesteld omdat gitarist Brian Robertson zijn hand had verwond in een ontaarde ruzie. Halverwege de derde Amerikaanse tournee vertrok gitarist Gary Moore (hij was het heroïnegebruik van Lynott en gitarist Scott Gorham beu) en trok de Amerikaanse platenmaatschappij zijn handen van de groep.

Het woord heroïne valt niet in Phil Lynott: Songs for while I’m away. Het is een geretoucheerd portret van een complex talent, met bijdragen van oud-collega’s (eerste Lizzy-gitarist Eric Bell, Scott Gorham, maar geen Brian Robertson), muzikanten (U2-bassist Adam Clayton, Midge Ure, Metallica’s James Hetfield, Suzy Quatro) en familie (zijn vrouw en dochters, moeder Philomena ontbreekt). Dat hij ten onder ging aan zijn imago is een romantisch cliché en een uitgekauwde smoes die de mythe rond Lynotts persoon – en persona – in stand houdt. Deze ‘definitieve’ docu is gelikt, ook qua presentatie. Op YouTube zijn oudere en betere documentaires te vinden.

Phil Lynott: Songs for while I’m away is op 27 oktober in deze bioscopen te zien. Op 23 oktober is de 6CD+DVD Rock Legends verschenen, met demo’s, liveopnames, radiosessies, single edits en de BBC-documentaire Bad Reputation uit 2015.

 

23 oktober 2020

 

ALLE RECENSIES

Sweet Thing

***
recensie Sweet Thing

Te vroeg volwassen

door Yordan Coban

Alexandre Rockwell en haar gezin brengen ons een ingetogen en visueel in het oog springende film over kinderen die vroeg geconfronteerd worden met de akeligheden uit de boze grotemensenwereld.

Deze gezinsfilm speelt zich af rond kerst maar mist de stemming ervoor. Het merendeel van de film is in zwart-wit. De sporadische verschijning van kleur is gekoppeld aan de ontlading van emotie van de kinderen. De film vloeit ook voort uit hun perspectief. Dromerig en speels. De kinderen zijn Billie (gespeeld door Lana Rockwell) en Nico (gespeeld door Nico Rockwell). Ze wonen bij hun vader Adam (gespeeld door Will Patton) wiens leven een goot te noemen is. Vader drinkt heel veel en verdient heel weinig. Moeder Eve (gespeeld door Karyn Parsons) is nog in beeld, maar lijkt vooral voor zichzelf gekozen te hebben. Een rolverdeling die normaal gesproken omgedraaid is.

Sweet Thing

Billie Holiday
Billie is vernoemd naar Billie Holiday. Niet omdat Holiday mooi kon zingen maar omdat het zo uniek klonk, legt haar vader uit. Mensen die vernoemd zijn naar een bekend persoon zijn daar vaak niet heel enthousiast meer over in later stadium van hun leven. Het is dan vaak verdrongen tot een vermoeiende triviale referentie. Ergens is dat fenomeen wel kernachtig voor deze film. Het perspectief van Billie is nog hoopvol, nog niet bedorven.

In een interview geeft Alexandre Rockwell aan dat haar intentie was om het verhaal vanuit de beleving van de kinderen te vertellen. Het geeft de lens een filter van onschuld zoals we dat ook zien in films als The Florida Project (2017) en George Washington (2000). De keerzijde is echter dat dit in enkele scènes onnatuurlijk voelt. Scènes die moeten illustreren dat er lol gemaakt wordt, komen nep over.

In films met vergelijkbare onderwerpen, films als Shoplifters (2018), Lean on Pete (2017) en Chop Shop (2007) zien we dat de kinderen gedwongen worden om vroeg op te groeien, sterk te zijn. In Sweet Thing is dit voornamelijk vanwege het niet functioneren van de ouders en de armoede binnen het gezin die dat teweegbrengt.

Sweet Thing

Ensemblestuk
Het is niet de eerste keer dat dit gezin samen een film maakt. In haar eerdere films Little Feet (2013) en Pete Smalls is Dead (2010) speelden Rockwells kinderen ook al mee. Karyn Parsons acteert al wat langer dan vandaag. Haar rol als Hilary Banks in The Fresh Prince of Bel-Air (1990-1996) is de meest memorabele.

De film lijkt ook kort in te haken op het maatschappelijke debat dat ontstaan is na de protesten tegen het politiegeweld in de Verenigde Staten. Zo doet zich in de film een ontspoorde arrestatie voor zoals dat al zo vaak is voorgekomen. De film gaat er verder niet op in. Dit heeft ook eigenlijk geen plek in een kinderwereld. Rockwell wilde de weerbarstigheid van kinderen tonen. Wiens vermogen om plezier te maken onbegrensd lijkt. Allemaal kinderen die puzzelend kijken naar de absurditeit van de wereld van de volwassene.

 

20 oktober 2020

 

ALLE RECENSIES

Last Right, The

****
recensie The Last Right

In een oude Volvo dwars door Ierland

door Ries Jacobs

Weet je, jullie twee hebben wel iets weg van Rain Man.’ Met deze woorden begint Mary de tocht dwars door Ierland die ze samen met de broers Daniel en Louis Murphy onderneemt. Bij het kijken van The Last Right kun je niet om de klassieker uit 1988 heen. Daarvoor zijn de gelijkenissen – twee broers, waarvan er een autistisch is, op een roadtrip – te treffend.

De film nadert zijn eindfase als de drie een doodskist rondzeulen door een weiland in Noord-Ierland. De voettocht door het gras is de climax van hun reis die als doel heeft het lichaam van een dode man naar zijn laatste rustplaats te brengen. De hieraan voorafgaande reeks van absurde gebeurtenissen begint als Daniel van New York naar Ierland vliegt om zijn overleden moeder te begraven. Door een speling van het lot krijgt hij de verantwoordelijkheid voor het stoffelijk overschot van een tijdens zijn vlucht overleden medepassagier.

The Last Right

De botsende persoonlijkheden van de autistische Louis, de egocentrische Daniel en de extraverte Mary zorgen voor zowel emotionele als hilarische scènes. Kenmerkend is de scène waarin Louis aangeeft niet met een lijkwagen op pad te willen. De autistische tiener durft alleen in de vertrouwde Volvo-stationwagen van zijn moeder te zitten. Om op pad te kunnen binden ze de doodskist tenslotte vast op de dakdragers van de Volvo.

Game of Thrones
Dit doet denken aan de scène van Rain Man waarin de door Dustin Hoffman gespeelde Raymond Babbitt alleen met Qantas wil vliegen omdat van deze luchtvaartmaatschappij nog nooit een vliegtuig is neergestort. Toch lukt het acteur Samuel Bottomley om van Louis een aandoenlijke tiener te maken die menselijker overkomt dan Hoffmans personage. De jongen lijkt een normale tiener die een jeugdvriendinnetje heeft, maar toont zijn autistische trekken als hij aan zijn reisgenoten vertelt dat hij drie maanden, acht dagen en vijf uur verkering met haar heeft.

The Last Right

Ook het acteerwerk van de overige hoofdrolspelers is degelijk. Onze eigen Michiel Huisman neemt de rol van Daniel op zich, een gewiekste advocaat die ook gevoelens blijkt te hebben. Huisman zet het personage evenwichtig neer, geen moment komt van beide kanten van zijn personage teveel op de voorgrond. Hij heeft al meerdere malen laten zien goed overeind te blijven tussen het internationale acteertalent (onder andere in de hitseries Orphan Black en Game of Thrones) en doet dat nu weer.

Sprookje
The Last Right is de eerste lange film van de Ierse regisseuse Aoife Crehan, die ook het script schreef. Ze hanteert het heerlijk snelle tempo dat we vaker zien bij comedy’s, de kijker valt vanaf minuut één in de film. Tegelijkertijd ontroert de manier waarop met name Mary en Louis zich staande proberen te houden in een wereld die hen overweldigt en die ze bovendien niet begrijpen. Toegegeven, de plot hangt aan elkaar van ongeloofwaardige toevalligheden en dat maakt The Last Right even realistisch als een sprookje of de gemiddelde actiefilm, maar storend is dat geen moment. Bovendien creëert ze samen met Bottomley een autistisch personage dat complex, maar geloofwaardig is. Gecombineerd met het lichte en vaak humoristische verhaal kunnen we The Last Right typeren als de lightversie van Rain Man.

 

20 oktober 2020

 

ALLE RECENSIES

Stevie Nicks’ 24 Karat Gold: The Concert

***
recensie Stevie Nicks’ 24 Karat Gold: The Concert

Weesliederen uit de gotische koffer

door Alfred Bos

Stevie Nicks introduceert haar nieuwe livealbum met een concertfilm die wereldwijd op twee avonden in geselecteerde zalen is te zien. Er is niet alleen muziek, maar ook een zangeres op haar praatstoel.

In 1981 zei Stevie Nicks tegen haar collega’s van Fleetwood Mac: ‘Ik zal de groep altijd trouw blijven en ik ga een soloplaat maken.’ Dat album, Bella Donna, was in Amerika goed voor drie hits. Opvolger The Wild Heart leverde eveneens drie (Amerikaanse) hits op en zo werd Stevie Nicks de eerste vrouw die tweemaal zou worden opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame: met Fleetwood Mac én op eigen kracht, als soloartiest.

Stevie Nicks’ 24 Karat Gold: The Concert

Er zijn weinig muzikanten in geslaagd om buiten een succesvolle groep om gelijktijdig een eigen pad naar bijval en roem te navigeren. Dat zegt iets over Nicks’ talent en, vooral, over haar karakter. Sterke vrouw, onafhankelijk en eigenzinnig, vlinderend door de ijlste regionen van het popbedrijf. Romantisch gelieerd aan meerdere muzikanten van de grootste Amerikaanse bands van de jaren zeventig, Fleetwood Mac en The Eagles, maar slechts éénmaal – en dan voor slechts drie maanden – getrouwd en bewust kinderloos gebleven. Gewone stervelingen schenken de wereld kroost, Stevie Nicks geeft de wereld muziek.

Praatgraag
Stevie Nicks’ 24 Karat Gold: The Concert documenteert de tournee van 2017 die in het teken stond van het 24 Karat Gold album uit 2014, een verzameling nummers afkomstig uit (in Nicks’ woorden) ‘the gothic trunk of lost songs’, liedjes over relaties die om uiteenlopende redenen nooit eerder waren uitgebracht. Niet op de langspelers van Fleetwood Mac, omdat de groep met drie componisten materiaal genoeg had. Niet op Nicks’ soloplaten, omdat ze de tijd niet rijp achtte.

De concertfilm is opgenomen in Indianapolis en Pittsburgh, in zalen met de intimiteit van een sporthal. Begeleid door haar vaste band sinds de jaren tachtig, onder muzikale leiding van gitarist Waddy Wachtel, staat Nicks dik twee uur op het toneel voor een selectie bekende nummers uit de vroege jaren tachtig (Bella Donna, Stop Draggin’My Heart Around, Edge of Seventeen, Stand Back) en weesliederen uit de gotische koffer (Starlight, Belle Fleur, I Don’t Care).

Tussendoor vertelt Nicks ontspannen en niet gehinderd door gêne over de achtergrond van een aantal liedjes. Een enkele maal is dat onbedoeld hilarisch, zoals het verhaal over de plaatopnamen van Fleetwood Mac in een Frans kasteel ‘zonder airco en ijsblokjes’. Nicks is in haar woorden ‘a reporter, I chronicle things, I archive things’. Ze is ook brutaal genoeg, zo blijkt, om Prince te bellen en hem te vertellen dat ze een van diens composities heeft herschreven met een eigen tekst en nieuwe muzikale draai: Little Red Corvette werd Stand Back.

Stevie Nicks’ 24 Karat Gold: The Concert

Soundstage Sessions
In visueel opzicht is de concertfilm vergelijkbaar met de tv-registraties van Soundstage, de concertreeks van de Amerikaanse publieke omroep waarvan een aantal op dvd zijn uitgebracht (in 2009 de aflevering met Stevie Nicks) . Belichting en montage zijn conventioneel, ondergeschikt aan de performance. De enige concessie aan theatrale presentatie is het – voor stadionconcerten bijna verplichte – levensgrote beeldscherm als achterwand.

De zangeres laat haar publiek na twee uur en twintig minuten niet naar huis gaan zonder haar bekendste en meest gewaardeerde bijdragen aan Fleetwood Mac te hebben gezongen: Gold Dust Woman (wellicht haar signature song), Rhiannon en het gelauwerde Landslide. Het geeft haar ook de kans om haar elfje-op-acid derwisjdans te etaleren. Ondanks haar status heeft Stevie Nicks op haar achtenzestigste nog steeds iets te bewijzen. Daar zal geen fan om rouwen.

Stevie Nicks’ 24 Karat Gold: The Concert is op 21 en 25 oktober in deze bioscopen te zien. Het gelijknamige album verschijnt op 30 oktober.

 

18 oktober 2020

 

ALLE RECENSIES