Claire’s Camera

****
recensie Claire’s Camera

Keuvelen in Cannes

door Michel Rensen

Claire’s Camera kijkt weg als een licht briesje. De film brengt ontspanning, vermaak en reflectie en voor je het weet zit je korte (bioscoop)vakantie in Cannes er weer op.

Hong Sangsoo is een zeer productieve filmmaker. In het afgelopen decennium maakte hij elk jaar minstens één nieuwe film, regelmatig zelfs drie in één jaar. Na de release van On the Beach at Night Alone eind vorig jaar bereiken zijn twee andere films uit 2017 deze zomer de bioscoop. Claire’s Camera en The Day After gingen tegelijkertijd in première in Cannes. Hongs tweede Franse productie, tevens zijn tweede film met Isabelle Huppert, speelt zich zelfs af tijdens het gerenommeerde filmfestival, waar de volledige delegatie van een nieuwe Koreaanse film Claire (Huppert) tegen het lijf loopt.

Claire's Camera

Feest van herkenbaarheid
Wie bekend is met het werk van Hong zal ook in deze film veel elementen herkennen. Zijn films zijn ogenschijnlijk simpele karakterstudies, vaak met filmmakers, actrices of andere artistieke types in de hoofdrol. Vaak bekruipt het gevoel dat Hong zijn eigen problemen via film probeert te overdenken. Hij observeert zijn personages droog, in lange takes en met zijn herkenbare, schijnbaar ongemotiveerde zoombewegingen, terwijl de personages na toevallige ontmoetingen gesprekken voeren over koffie of een maaltijd. De luchtige, licht-filosofische dialogen over de alledaagse problemen van de personages doen sterk denken aan het werk van Éric Rohmer, voor wie Hong ook vaak zijn bewondering uitspreekt, en de titel van deze film is ongetwijfeld een eerbiedige verwijzing naar Claire’s Knee.

Claire’s Camera volgt Manhee (The Handmaiden’s Kim Minhee) die net te horen heeft gekregen dat ze is ontslagen om voor haar onduidelijke redenen. Omdat het omboeken van haar vlucht te duur is, besluit ze toch in Cannes te blijven. Tijdens haar dwaaltocht door de rustige straten van Cannes, weg van de commotie van het festival, ontmoet ze Claire (Huppert), een lerares die voor de première van de film van een vriendin naar Cannes is afgereisd bewapend met een polaroidcamera. Diezelfde dag ontmoet Claire ook regisseur So en zijn producer, tevens de ex-baas van Manhee. Door de gesprekken tussen de personages kan Manhee de onuitgesproken reden van haar ontslag achterhalen.

Kunst van het alledaagse
Claire’s Camera zit vol ironie. Als Isabelle Huppert met veel vreugde roept dat dit haar eerste keer in Cannes is, zal de complete tegenstelling met de realiteit ongetwijfeld voor een lach bij de kijker zorgen. Ook de karakterschets van So als regisseur die met alle vrouwen op zijn pad probeert te flirten is een knipoog naar Hongs eigen reputatie die ontstaan is door zijn affaire met actrice Kim Minhee.

Door het herhaaldelijk gebruik van ironie laat de film in het midden of we Claire’s ietwat simplistische uitspraak over de magische kracht van haar polaroidcamera serieus moeten nemen. Ze gelooft dat ze de levens van mensen kan veranderen door foto’s van ze te nemen. Deze uitspraak sluit natuurlijk perfect aan bij het idee dat een foto een momentopname is, terwijl de wereld er omheen al veranderd is voor de foto ontwikkeld is, zelfs bij de directe afdruk van een polaroid. Met een ironische lezing levert de film kritiek op de continue zoektocht naar de diepere betekenis van kunst, alsof het alledaagse geen waarde heeft.

Claire's Camera

Beide lezingen sluiten perfect aan bij Hong Sangsoo’s manier van film maken. In Claire’s Camera laat hij weer zijn liefde voor het triviale zien. Hij toont dat een ogenschijnlijk simpele film net zo waardevol kan zijn als een film die complexe, filosofische vraagstukken voorlegt, terwijl er onder het oppervlak toch altijd meer speelt dan in de dialogen door de personages naar buiten gebracht wordt. Wanneer we de tijd nemen om het alledaagse rustig te bestuderen, blijkt er vanzelf een complexe wereld aan ten grondslag te liggen. Misschien is het niet het maken van de foto dat de wereld verandert, maar leidt het bestuderen van de foto tot een ander beeld van de realiteit.

 

14 juli 2019

 

Kijk hier waar Claire’s Camera draait.

 

ALLE RECENSIES

Ballon

***
recensie Ballon

Niet alleen vogels vliegen van oost naar west

door Cor Oliemeulen

Als het zou lukken, zou het DDR-systeem te kakken zijn gezet. Acht Oost-Duitsers proberen in 1979 met een zelfgemaakte heteluchtballon naar het westen te vluchten. Met de onstuitbare drang naar vrijheid en de Stasi op de hielen riskeren ze hun leven. Ballon voelt als een spannende familiefilm met voorspelbare afloop.

Met het neerhalen van de Berlijnse Muur op 9 november 1989 konden mensen plotseling vrij reizen tussen de DDR en de Bondsrepubliek Duitsland. Al direct vanaf de bouw van dit sluitstuk van de verdeling van Europa en Berlijn door de winnaars van de Tweede Wereldoorlog op 13 augustus 1961 probeerden inwoners van oost naar west te vluchten, vooral door het graven van tunnels. Volgens officiële bronnen vielen er in die 28 jaar ten minste 140 doden tijdens de vlucht naar de vrijheid: 101 DDR-inwoners, dertig personen die geen vluchtplannen hadden en toch werden doodgeschoten, alsook acht grenssoldaten (met name deserteurs).

Ballon

Vluchtpogingen
Minder prominent in de geschiedenis is de vlucht naar het westen buiten de stad Berlijn. Bij de talrijke pogingen werden maar liefst 75.000 Oost-Duitsers gearresteerd, terwijl zo’n 800 mensen hun leven aan de grens verloren, meer dan 250 bij grenscontroles door een hartinfarct als gevolg van stress. Na de oprichting van de DDR in 1949 verlieten zo’n 2,7 miljoen mensen het land, na de bouw van de Muur waren dat er nog maar enkele honderden per jaar. De manieren waarop varieerden van inventief tot wanhopig en dom, vaak niet ontbloot van levensgevaar.

Zo zijn er verhalen van vluchtelingen die miniduikboten voor de Oostzee construeerden, gepantserde Trabantjes om door grensovergangen te breken, met pijl-en-boog en een kabelbaan, per luchtbed over de Elbe, een tiener met een bulldozer en zelfs pogingen om een vliegtuig te kapen. Maar het kan nog origineler en gewaagder. Zoals de filmtitel al verklapt, reconstrueert de historische thriller Ballon een spraakmakende vlucht door de lucht in 1979. Acht personen van twee bevriende Oost-Duitse families proberen op 16 september van dat jaar, nadat de helft tijdens de eerste poging was neergestort, met een in elkaar geknutselde heteluchtballon West-Duitsland te bereiken.

Ballon

Bloedhond
Aan de ontsnappingspoging zijn uiteraard de nodige publicaties gewijd. Hollywood verfilmde het avontuur – waarin de vluchters bijvoorbeeld geen tijd meer hadden om de ballon te testen – in Night Crossing (1982) met John Hurt als Peter Strelzyk (Friedrich Mücke), het brein achter de actie. Ook de Duitse regisseur Michael Bully Herbig (in eigen land bekend van hitkomedies) waagde zich aan deze historische thriller. Met medewerking van beide families in kwestie, Strelzyk en Wetzel, verfilmde hij de lotgevallen van de vier volwassenen en vier kinderen zo gedetailleerd mogelijk: van het in het geheim repen aan elkaar naaien op zolder tot het experimenteren met branders. De ballonnen van respectievelijk 28 en 32 meter hoog werden exact nagebouwd, hoewel de 1.250 vierkante meter taft van destijds vanwege schaarste moest worden vervangen door zijde.

En hoe reageert een tienerjongen, die verliefd is op een meisje van een Stasi-gezin, op het verbod om zijn mond te houden en afscheid van haar te nemen? Het is aan haar vader, luitenant-kolonel Seidel (Thomas Kretschmann), om zich geen blamage van zowel de heilstaat als zichzelf te permitteren. Als een bloedhond ruikt hij zijn kansen en stort hij zich met hart en ziel op het opsporen van de landverraders en het onderscheppen van de ballon, als het moet met grof geweld.

 

12 juli 2019

 

ALLE RECENSIES

Dentellière, La

****
recensie La Dentellière

Stille anonimiteit

door Suzan Groothuis

Het is de zomer van Isabelle Huppert. Filminstituut Eye in Amsterdam zet de Franse actrice in de spotlights middels een retrospectief, waaronder landelijke vertoningen van ​Les Valseuses, La Cérémonie, La Pianiste en ​La Dentellière​ van de Zwitserse regisseur Claude Goretta, met een nog jonge Huppert, onbevangen en kwetsbaar. De titel verwijst naar het schilderij De Kantwerkster van Vermeer.  

Huppert is gewend om niet de gemakkelijkste rollen op zich te nemen. Ze speelt vaak dualistische personages. Afstandelijk, kil en hard tegenover emotioneel en kwetsbaar. In Goretta’s ​La Dentellière, naar de bewerking van de gelijknamige roman van ​Pascal Lainé​, is zij de jonge en zwijgzame Beatrice. ​Het was Hupperts eerste hoofdrol en betekende haar doorbraak op het grote doek. Voor haar subtiele vertolking ontving ze de BAFTA Award voor beste nieuwkomer. Anno nu maakt de film nog steeds indruk door Hupperts naturelle spel, waarbij ze Beatrices kwetsbaarheid pijnlijk invoelbaar maakt.

La Dentellière

Teruggetrokken bestaan
La Dentellière speelt in Parijs, waar Beatrice bij haar moeder woont en we van haar vader weten dat hij al vroeg uit haar leven is verdwenen. Haar enige vriendin is de oudere en levenslustige Marylène, met wie ze samen in een kapsalon werkt. Het wereldje van Beatrice, door Marylène liefkozend Pomme genoemd, is klein: haar dagen bestaan uit naar werk gaan en naar huis gaan. Wanneer Marylène’s relatie strandt, besluit ze samen met Beatrice voor een paar dagen naar de badplaats Cabourg in Normandië te gaan.

Terwijl de extraverte Marylène zich stort op het uitgaansleven, zet Beatrice haar teruggetrokken bestaan voort. Stilletjes op een verlaten terras een ijsje eten. Of als een muurbloempje in de discotheek toekijken hoe haar vriendin losgaat op de dansvloer. Wanneer een jonge man haar benadert om te dansen, wijst ze hem beleefd af. Echt interesse in mannen lijkt ze niet te hebben. Dat verandert echter wanneer Beatrice de eveneens verlegen Letteren-student François (Yves Beneyton) ontmoet. Hij is onder de indruk van haar teruggetrokken karakter en zij van zijn kennis. Ze worden verliefd en François confronteert Beatrice met nieuwe uitdagingen.

Pijnlijke verwijdering
Zo leidt hij haar, haar ogen gesloten, naar de rand van een klif. Wanneer Beatrice haar ogen opent, schrikt ze van de diepte. François stelt haar gerust: hij zou haar nooit laten vallen. De scène heeft iets romantisch, maar toont ook hoe gemakkelijk Beatrice zich laat dirigeren. Weer terug in Parijs trekt zij bij François in en vermengen hun levens zich met elkaar. Maar hoe meer ze samenzijn, des te meer de verschillen opvallen: hij intellectueel en diepzinnig, zij eenvoudig en onwetend. Tot die onvermijdelijke breuk, pijnlijk vastgelegd tijdens een bezoek aan zijn ouders: een scène die laat zien dat hun liefde niet tegen de sociale kloof is opgewassen.

Goretta brengt de groeiende verwijdering bijzonder subtiel en natuurlijk in beeld, waarbij de camera veel aandacht voor lichaamstaal heeft. Er is een samenzijn met vrienden van François, met Beatrice als zwijgzame toeschouwer. Terwijl er diepgaand gesproken wordt, neemt ze geen deel aan het gesprek – ze weet gewoonweg niet waarover het gaat. We zien hoe ze er is, en niet is, als zijnde een stille anonimiteit. Of een scène waarbij François uit het raam staart en Beatrice naakt naast hem komt te staan. Ze vraagt niets, maar lijkt te verlangen naar intimiteit, naar liefde. Hij negeert haar, en hoewel Beatrice onwetend is in het leven, moet ze het voelen: ze is niet meer gewild.

La Dentellière

La Dentellière doet qua thematiek wat denken aan ​Pygmalion​ van George Bernard Shaw: meisje van eenvoudig komaf ontwikkelt zich. Althans, dat is wat François van haar vraagt. Maar Beatrice is tevreden met het rustige leven dat ze leidt en heeft geen ambities. En dat is misschien wel het grootste pijnpunt van de film: Beatrice, puur en gevoelig, is zichzelf, maar niet goed genoeg in de ogen van haar partner. Met zijn afwijzing valt ze terug op al wat ze in zich heeft: haar ​geïsoleerde​ zwijgzaamheid. Met een laatste indringend shot zien we Beatrice lang de camera inkijken – niet meer van en niet meer in de wereld, maar teruggetrokken in haar eigen verstilde universum.

 

Kijk hier het landelijke draaischema van La Dentellière.

 

9 juli 2019

 

ALLE RECENSIES

Professor and the Madman, The

*
recensie The Professor and the Madman

Scherts van gekkenwerk

door Sjoerd van Wijk

In plaats van ambities waarmaken is The Professor and the Madman een onbedoelde schertsvertoning. Het onvoorstelbare in de film is eerder hoezeer Sean Penn door het ijs zakt dan de geschiedenis rond het eerste Oxford Engels woordenboek.

Het cliché dat een beeld meer zegt dan duizend woorden gaat voor de hoofdpersonages van The Professor and the Madman niet op. Zij zien het poëtische terug in elk woord, waarin altijd een rijke voorgeschiedenis zit gesloten. De voortdurende voortvloeiende evolutie van betekenis als een snapshot vastleggen is de opdracht waaraan een van hen, professor James Murray (Mel Gibson), sinds 1857 zijn leven wijdt. Rechtlijnige figuren hijgen hem namens de Universiteit van Oxford in de nek om het door hen zo gewenste eerste Oxford-woordenboek der Engelse taal af te raffelen.

The Professor and the Madman

Het is een strijd tussen de perfectionist die alle woorden wil vangen versus een intellectuele elite voor wie alledaagse woorden niet hoeven als deze lelijk zijn. Gelukkig voor Murray is er hulp in de vorm van dr. W.C. Minor (Sean Penn), die de oproep om vrijwilligerswerk met beide handen aangrijpt en duizenden contributies maakt. Het enige probleem is dat Minor zich na een onfortuinlijke moord bevindt in het gesticht, waar hij tussen zijn waanbeelden door probeert het goed te maken met de gedupeerde weduwe (Natalie Dormer).

Ontbrekende offers
De complete Engelse taal documenteren lijkt een futiliteit, zoals een van de personages tersluiks opmerkt. Het leven slaat altijd nieuwe wegen in terwijl de wetenschapper slechts tijdelijke opnamen kan maken. Gibsons gemoedelijke Murray doet het dan ook uit liefde voor de taal en vindt in Minor een onverwachte boezemvriend. Dat zo’n megalomaan project meer obsessie dan liefde is, weet regisseur Farhad Safinia met zijn co-scenarist Todd Komarnicki echter niet uit te drukken.

Murrays gezin zou er onder lijden, maar zijn voor de Bechdel Test zakkende vrouw spreekt dit met haar handelingen tegen. Voor Minor is de obsessie meer afleiding van zijn innerlijke demonen. Zo ontbreekt het offer voor beide heren, wat doet afvragen wat er nu werkelijk op het spel staat in het jarenlange werken aan het eerste Engelse woordenboek.

Karikatuur van manie
Gibson laat Murray immer galant zijn, hoezeer de andere professoren met hun karikaturale hang naar Engelse prestige hem ook tegenwerken. Eerder dit jaar imponeerde Gibson als stoïcijnse agent in Dragged Across Concrete, hier schuurt hij tegen het beschamende aan met een ongemakkelijk Schots accent. Penn gaat over deze grens heen. Minor is een karikatuur van manie die op de intense momenten doet denken aan een stuntelende Nicholas Cage.

The Professor and the Madman

Waar Penn in de door John Cassavetes geschreven She’s So Lovely met onberekenbaarheid complexiteit wist aan te brengen aan een psychiatrische patiënt, ontbreekt hier de nuance. In de afwisseling tussen excentrieke gedragingen, klungelige droombeelden en overdreven uitbarstingen, ontbreekt het aan inzicht over Minors uit de lucht gevallen taalknobbel. En daarmee is de vriendschap tussen Murray en Minor eerder ongemakkelijk dan innemend.

Incongruent en flets
De onbeholpenheid in acteren en scenario versterkt Mel Gibsons protegé Safinia (die meeschreef aan diens Apocalypto) met stuntelige regie. Incongruentie is het toverwoord van deze in elkaar geknutselde vertaalslag van het boek The Surgeon of Crowthorne (Simon Winchester) naar het grote scherm. Het houterige tempo waarmee beelden van plompverloren neergezette personages elkaar afwisselen, doet de al weinig aanwezige belangen verder teniet. En de potsierlijkheid zit niet alleen in Penns zakken door de ondergrens.

Safinia brengt de kalmte van Engelse beleefdheid dikwijls in beeld met een afleidende nervositeit. Gepaard met de alomtegenwoordige melodramatische strijkmuziek lijkt het qua vervreemdende tegenstellingen op scènes uit The Room, maar dan zonder Tommy Wiseau’s oprechtheid. Het zorgt ervoor dat gewichtige zaken als obsessie en psychiatrie flets overkomen, alsof er niks op het spel staat. The Professor and the Madman maakt daarmee onbedoeld scherts van gekkenwerk.

 

9 juli 2019

 

ALLE RECENSIES

Pianiste, La

*****
recensie  La Pianiste

Bach, Freud en masochisme

door Yordan Coban

Erika Kohut is een strenge pianolerares die zich begeeft onder de Parijse elite. Het kan niet anders dan dat haar verbitterdheid, die in elke vezel van haar lichaam terug te vinden is, een grondslag kent in de teleurstelling over haar eigen talent.

Ze is nors tegen haar studenten en lijkt op iedereen neer te kijken. Maar haar verbolgenheid blijkt, bij het aandringen van de nacht, andere wortels te hebben. La Pianiste geeft een inzicht in de wereld van seksuele obsessie. Het toont het slachtoffer van perversie op een wijze die doet denken aan de controversiële roman Lolita van Vladimir Nabokov.

La Pianiste

Freudiaanse weerwolf
Erika is overdreven elitair bij dag en dierlijk seksueel bij nacht. In die zin is zij te vergelijken met Dr. Jekell (en Mr. Hyde) uit de gelijknamige film Dr. Jekell en Mr. Hyde (1931). Een Freudiaanse weerwolf wiens ego de macht over het stuur verloren is. Net zoals Gustav von Aschenbach (elitairder kan haast niet) in Death in Venice (1971) volgt Erika haar duistere pad der lusten, met als onontkoombare consequentie, haar eigen ondergang.

Ze bewandelt dit pad met een van haar pupillen die haar uitgesproken en niet terughoudend bewondert: Walter Klemmer (Benoît Magimel). Hij heeft een charmante jeugdigheid en is vastberaden Erika te doorgronden. Haar hele verschijning intrigeert Walter vanaf minuut één en door de wijze hoe hij haar het hof maakt galmt een wanhopige verliefdheid.

Toiletvloer
De scène waarin Walter en Erika op de wc-vloer storten, zich overgevend aan hun verlangens, schuurt met elke norm van romantiek die we gewend zijn van film. Het is alsof Haneke ons concessieloze lust wil tonen daar op de koude tegels van het toilet. Dit doet denken aan de scène in Blue Velvet (1986) waarin Dorothy (Isabella Rossellini) zich naakt openbaart aan Jeffrey en Sandy, pijnlijk schreeuwend om liefde.

Het toilet is ook nooit toevallig de locatie voor dergelijke scènes. De toiletscènes in Eyes Wide Shut (1999) en Tourist (2014) laten bijvoorbeeld zien dat de seks op tragisch kwetsbare wijze uit een relatie gewrongen is. Ook de scène uit The Conversation (1974) springt dan direct in de gedachte. In het denken over de ander laat men vaak bepaalde ongewilde aspecten weg. In The Conversation komt bij het spoelen van de wc alle narigheid omhoog. Een overspoeling van bloed en vlees komt terug de realiteit in om ons te confronteren. Op deze wc-vloer laat Haneke zijn personages zich op ongemakkelijke rauwe wijze aan elkaar overgeven.

Media en realiteit
Haneke’s films gaan bijna allemaal over de verhouding tussen realiteit en media. In La Pianiste zien we dan ook dat Erika van tijd tot tijd naar de pornografische videotheek gaat. Meestal toont Haneke de breuk tussen fictie en realiteit met een openbaring van geweld. In La Pianiste lijkt het geweld zich vooral te openbaren door seks. In zijn laatste film Happy End (2018) speelde Haneke daar ook al mee. De seks en het geweld in zijn films zijn vaak droog en verdovend.

Dan is daar nog de moederpersonage (Annie Girardot), de beklemmende moeder. Erica woont met haar moeder, ze slapen zelfs bij elkaar. Er is een bijzondere relatie tussen de twee die doet denken aan het welbekende Norman Bates-syndroom.

La Pianiste

Bach
Zelden gebruikt Haneke muziek, maar uiteraard in La Pianiste wel. Erika is gespecialiseerd in Bach. De ernstige maar charmante melodieën van Bach zijn treffend in het scheppen van de toon van de film. Het leven van Erika zit vol teleurstellingen en frustraties. Ze symboliseert de duistere kant van de bourgeoisie en de leegte in het leven van de elite. Thematiek die in Haneke’s oeuvre vaak terugkomt. Een referentie naar het akelige dat vaak ten grondslag ligt aan financieel fortuin.

Nergens is Isabelle Huppert zo goed als in La Pianiste. In Paul Verhoeven’s Elle (2016) speelt ze een identieke rol maar in La Pianiste is de discrepantie tussen haar gereserveerde persona overdag en haar driften enorm krachtig. Ze geeft haar personage een element van mysterie en ondoorgrondelijkheid. Isabelle Huppert is een van de beste vrouwelijke actrices ooit. Ze speelt altijd interessante beladen rollen en neemt daarbij geen blad voor de mond. Haar vakmanschap oppert de onvermijdelijke gedachte dat Huppert in haar persoonlijke leven wel enigszins op een strenge pianolerares moet lijken.

Kijk hier het landelijke draaischema van La Pianiste.

 

7 juli 2019

 

ALLE RECENSIES

Cérémonie, La

****
recensie La Cérémonie

Meedogenloze klassenstrijd

door Cor Oliemeulen

Een introvert dienstmeisje raakt innig bevriend met een levenslustige postbeambte die haar ophitst om wraak op het gezin des huizes te nemen. Isabelle Huppert won met haar veelbesproken rol van onruststoker in La Cérémonie van Claude Chabrol haar eerste César na zeven nominaties in twintig jaar.

De onafscheidelijke Franse zusjes Christine en Léa Papin waren inwonende dienstmeisjes die in 1933 werden veroordeeld voor de moord op de vrouw en dochter van hun werkgever in Le Mans. Moordwapens: mes en hamer. De zaak deed veel stof opwaaien, terwijl intellectuelen als Jean Genet en Jean-Paul Sartre zich bogen over de vraag in hoeverre het motief van de zusjes met klassenstrijd had te maken. Er verschenen toneelstukken en boeken, waaronder A Judgement in Stone (1977) van de Engelse schrijfster van psychologische misdaadromans Ruth Rendell dat door de Franse filmregisseur Claude Chabrol werd bewerkt voor La Cérémonie (1995).

La Cérémonie

Dikke maatjes
Sophie (Sandrine Bonnaire) is een introverte jonge vrouw die door Catherine Lelievre (Jacqueline Bisset) wordt aangenomen als dienstmeisje in het grote, afgelegen huis waar zij woont met echtgenoot Georges (Jean-Pierre Cassel), haar zoon en zijn dochter. Sophie doet het huishouden naar behoren, kookt voortreffelijk en trekt zich in haar vrije tijd terug op haar kamer om tv te kijken. Er hangt een zweem van mysterie over haar heen. Zo blijkt dat haar vader op onnatuurlijke wijze is overleden. Tijdens haar sollicitatiegesprek kon Sophie weliswaar een aanbevelingsbrief van een andere welgestelde familie laten zien, maar later blijkt dat ze niet kan lezen en zich in allerlei bochten moet wringen om haar handicap voor het gezin Lelievre te verdoezelen.

Hoewel Sophie erg op zichzelf is, ontwikkelt ze een vriendschap met de recalcitrante postbeambte Jeanne (Isabelle Huppert), die een hardvochtige hekel aan de Lelievres heeft en er niet voor terugdeinst om Georges’ post te openen en de familie in het dorp zwart te maken. Ook zij heeft een verleden: ze verloor haar driejarige dochtertje. Net als het oudste zusje Papin gebruikt Jeanne haar dominante karakter om zich steeds meer aan haar soulmate op te dringen. Wanneer Georges ontdekt dat Jeanne regelmatig stiekem op bezoek komt en nota bene Sophie zijn dochter chanteert, is het uit met de pret en krijgt Sophie een week om haar biezen te pakken.

Opstand
Van hieruit weet Claude Chabrol de spanning met kleine gebeurtenissen en slimme montage tot aan de dramatische finale bijna ongemerkt verder op te bouwen. Het lijkt alsof Sophie en Jeanne zelf helemaal geen idee hebben waartoe ze in staat zijn, wanneer berusting en onverschilligheid langzaam zijn omgeslagen in minachting en haat. Alsof het – nu Sophie is afgedankt en Jeanne toegang tot het huis is ontzegd – niets meer dan vanzelfsprekend is dat de beschimpte arbeider in opstand komt tegen de arrogante welgestelde. De confrontatie tijdens een opvoering van Mozarts Don Giovanni komt over als een alledaagse bezigheid, zoals boodschappen doen.

Chabrol noemde La Cérémonie een marxistische thriller, die een kwarteeuw later nog even ongemakkelijk aanvoelt. Je krijgt weliswaar sympathie voor de underdog, terwijl die dat door zijn handelswijze in feite niet verdient. In Die fetten Jahre sind vorbei (2004) van Hans Weingartner breken jonge activisten in bij zwaarbeveiligde rijkaards om hen in te wrijven hoe kwetsbaar ze zijn, totdat ze worden betrapt en in gesprek gaan met een vermeende uitbuiter. La Cérémonie biedt geen plaats voor filosofische discussies over de klassenmaatschappij en laat het dispuut geheel over aan de kijker.

La Cérémonie

Rode draad
Net als de drie andere hoofdrolspelers van La Cérémonie is Isabelle Huppert perfect gecast. Al in het schandaleuze Les Valseuses (1974) van Bertrand Blier valt de actrice op als iemand die zich afzet tegen de heersende normen, in dit geval als maagdelijk meisje dat er vandoor gaat met twee soms charmante, maar vooral criminele jongemannen die zuchten naar zinnelijk genot. Non-conformisme vormt een rode draad in Hupperts oeuvre van meer dan honderd speelfilms.

Die eigenzinnige rollen zie je ook terug in haar zes producties met Claude Chabrol, bijvoorbeeld als hoertje dat haar ouders vergiftigt in Violette Nozière (1978), de alleenstaande moeder die abortussen uitvoert in Une affaire de femmes (1988) en de overspelige Emma in Madame Bovary (1991). Laverend tussen ingetogen en intens, afstandelijk en spannend, of melancholiek en hartstochtelijk – bijna zonder uitzondering spat Hupperts spelplezier van het scherm, ook in La Cérémonie.

Houd deze maand onze special in de gaten voor veel meer films met Isabelle Huppert!

Kijk hier het landelijke draaischema van La Cérémonie.

 

6 juli 2019

 

ALLE RECENSIES

Jeune Ahmed, Le

***
recensie Le Jeune Ahmed

Schim van karakterisering

door Sjoerd van Wijk

Het blijft bij observeren in plaats van doorgronden bij Le Jeune Ahmed. De kenmerkende sobere stijl van de gebroeders Dardenne werkt hier tegen. Ahmeds motivaties en de oorzaken van zijn radicalisering blijven op de vlakte.

Zoals gebruikelijk bij dit Luikse duo schrijvers-regisseurs (Le Fils) volgt Le Jeune Ahmed iemand op intieme wijze. Ditmaal is het de dertienjarige Ahmed, die onder invloed van zijn fundamentalistische imam steeds verder radicaliseert tot wanhoop van zijn omgeving. Het blijft niet bij het strikte bidden en filmpjes van ISIS-martelaars bekijken. Zodra zijn vrijzinnige lerares Inès (Myriem Akheddiou) extra Arabische lessen inplant zonder gebruik te maken van de Koran is dat aanleiding voor Ahmed deze afvalligheid te bestraffen. De zorgen van de gespannen moeder (Claire Bodson) blijken terecht als Ahmed na een mislukte aanval in jeugddetentie belandt. Tijdens het werken op een boerderij is het de vraag hoever hij wil gaan voor zijn geloof en in hoeverre hij spijt heeft van zijn daad.

Le Jeune Ahmed

De gewiekste Ahmed
Ahmeds aanval dringt in dankzij de onderkoelde handelingen en de sobere wijze waarmee de gebroeders Dardenne de voorbereiding volgen. De debuterende Idir Ben Addi overtuigt in deze rol als ingetogen jongen, die zijn devotie tot gevaarlijke hoogten laat stijgen. Hierdoor valt zijn gewiekstheid in het voorbereiden van nieuwe aanslagen extra op, ondanks dat de medewerkers in de jeugdgevangenis iets te goeder trouw zijn.

Toch voorkomt Ben Addi dat Ahmed al teveel een machine is die louter doctrines opvolgt zoals het zeer strikte rooster van bidden. Op spaarzame tijden breekt de kwetsbaarheid door en is duidelijk dat hij nog een kind is. De al te zeer voor de hand liggende uitdaging in de liefde met boerendochter Louise (Victoria Bluck) is desalniettemin een innemende uitzondering op alle Spartaanse observaties.

Wel hoe, geen waarom
In de gesloten uitvoering zit een gemiste kans. Het hoe van Ahmeds determinatie is overduidelijk, maar het waarom blijft achterwege. Met de aanslagen van 2016 in Brussel in het achterhoofd is dat wel een pertinente vraag. Waar regisseur Laurent Cantet met L’Atelier tot de kern van een jongens radicalisering naar het fascisme wist te komen, blijven de gebroeders Dardenne in gebreke.

Het antwoord is niet meer dan een te invloedrijke imam, maar de reden voor het extremisme van dit personage is onbekend. Elk obstakel op Ahmeds pad laat hem zich verder in zijn religieuze opvattingen vastbijten. De manier waarop hij Louise afwijst, is wel erg gekunsteld als iemand net de eerste stappen in de liefde heeft gezet. Doordat Ahmeds innerlijk conflict zo rechtlijnig blijft, komt zijn omslagpunt na nog een mislukte aanval over als onoprecht.

Le Jeune Ahmed

Geveinsde verité
Dat de gebroeders Dardenne in staat zijn om sociale problematiek omtrent migratie aan de kaak te stellen, bleek uit hun vorige film La Fille Inconnue, waar in de intrigerende zoektocht van het hoofdpersonage de hedendaagse verhoudingen doorschemeren. Hier werkt hun stijl juist tegen. De sobere beweeglijkheid van vaste kracht Benoît Dervaux’ handcamera brengt een afstandelijkheid, die in Le Jeune Ahmed voorkomt dat Ahmed een bekende wordt.

Daarmee lijkt het Ahmeds terrorisme ondanks de beïnvloeding van de imam een individuele afweging. Het laat indirect zien hoe zogenaamde cinéma vérité tegenwoordig verwordt tot een rigide entiteit, met dicht op de huid als schematisch teken van realisme. Waar pionier John Cassavetes’ frivole camerabewegingen nog dienden als enthousiaste schets van vitaliteit, zijn de gebroeders Dardenne exemplarisch voor de verkilling van deze esthetiek tot quasi neutraal observeren, indringende werken als Le Fils ten spijt. Het veinst objectief weer te geven wat is, maar juist door deze keuze naturaliseert het de omstandigheden waarin het personage zich bevindt. Daaraan valt Le Jeune Ahmed ook ten prooi. Structurele oorzaken van terrorisme en radicalisering zijn weggemoffeld, waardoor een schim van karakterisering overblijft.

 

30 juni 2019

 

ALLE RECENSIES

Yesterday

****
recensie Yesterday

Wat als Google The Beatles heeft gewist?

door Alfred Bos

Hoe zou het zijn wanneer de grootste Britse songschrijvers van hun generatie, The Beatles (wie anders), het zouden opnemen tegen de beste songschrijver van de huidige generatie, Ed Sheeran? Het geeft Danny Boyle de gelegenheid om de wereld van nu tegen het licht te houden.

Yesterday is sociale satire, vermomd als romcom, geserveerd met een vleugje sciencefiction. Wanneer een weinig getalenteerde muzikant na een verkeersongeval wakker wordt in het ziekenhuis, is de wereld onzichtbaar veranderd. Zonnevlammen veroorzaken een wereldwijde stroomstoring van exact twaalf seconden die The Beatles uit het collectieve geheugen heeft gewist. De muzikant, Jack Malik (doorbraakrol van de 28-jarige Himesh Patel), herinnert zich de liedjes van John Lennon en Paul McCartney wél. En wordt een wereldster.

Yesterday

Yesterday is een gelaagde film. Hij spant het clichéverhaal van sukkel wordt held om een bizarre premisse. Op het eerste gezicht krijgt de kijker een romantische komedie voorgeschoteld waarin de rollen zijn omgedraaid. Ellie Appleton (Lily James), wiskundelerares, is al sinds de schoolbanken verliefd op Jack, die daar blind voor is. Hij denkt dat Ellie zijn manager is die hem naar optredens in luidruchtige kroegen en lege festivaltenten rijdt. Na talloze verwikkelingen vallen hem de schellen van de ogen. Happy end.

Marketingmachine
De buitenkant van Yesterday, de romcom-laag, is versuikerd met een gulle greep uit het Beatles-repertoire en verwijzingen naar klassieke Beatles-momenten. Ed Sheeran, de echte, heeft Jack gehoord via een lokale tv-show en vraagt hem als voorprogramma van zijn Russische tournee. Ed is net als iedereen The Beatles vergeten en meent een groot talent te hebben ontdekt. Voor hij het weet heeft Jack hem overvleugeld. Als songschrijver, als rockster. De film is ook een ode aan The Beatles.

Achter die suikerlaag worden vragen opgegooid over de huidige wereld van digitale media en de marketingmachine die cultuur vermaalt tot lifestyle en spektakelentertainment. Door de stroomstoring zijn The Beatles gewist in de cloud. Wie hun naam intikt op een zoekmachine krijgt—insecten. Op slag zijn de Fab Four verdwenen uit het collectieve geheugen van de mens. Dat krijg je wanneer je het meest persoonlijke deel van je brein, het geheugen, delegeert aan computer en smartphone.

Jack wordt geronseld door een Amerikaanse manager, Debra Hammer (Kate McKinnon), die hem overhaalt naar Los Angeles te komen. Ze is de verpersoonlijking van het type ondernemer dat muzikanten beschouwt als pinautomaat: ambitie tien, empathie nul. Bepaald hilarisch is de marketingvergadering waarin hoesontwerp en albumtitel van Jacks debuutplaat, een dubbelaar uiteraard, worden onthuld. Tot tien decimalen achter de komma gecalculeerd; Jack is immers product, geen mens.

Yesterday

Toe-eigening
Dat markeringcynisme staat haaks op de authenticiteit van Jack en zo leggen regisseur Danny Boyle (Trainspotting, Slumdog Millionaire, Trance) en scriptschrijver Richard Curtis (Four Weddings and a Funeral, The Boat That Rocked, Mamma Mia! Here We Go Again) een deken van nostalgie over een wereld die is vergeten wat romantiek is, zo lijkt het althans. Maar wacht even, wie verder kijkt ziet dat ze met een scalpel de wereld van nu met zijn mediamanipulatie en instant succes fileren. Yesterday draait om het eigentijdse thema van appropriation. Jack heeft succes met liedjes die helemaal niet van hem zijn, creaties die hij zich heeft toegeëigend. Zijn talent is nep. En iedereen trapt er in.

Voor de Beatles-fans is Yesterday een feest der herkenning, waarin John Lennon (een cameo van Trainspotting-veteraan Robert Carlyle) aan de kust van Suffolk woont als tekenende kluizenaar. Het verhaal van Jack en Ellie is verteld in de van Danny Boyle bekende kinetische filmstijl, inclusief teksten die in de film stappen en personage van surrealistische scènes worden. Zoals bij alle Boyle-films is de soundtrack dik in orde, al is dat in dit geval een inkoppertje. Maar wat als door kosmisch ingrijpen The Beatles zijn gewist? En Coca Cola? En Harry Potter? Dan zijn we ook verlost van Oasis.

 

26 juni 2019

 

ALLE RECENSIES

Apollo 11

*
recensie Apollo 11

Technologische agitprop

door Sjoerd van Wijk

Apollo 11 bejubelt de triomf van de eerste reis naar de maan. Dit is weliswaar meeslepend, maar het ontzag voor de technische hoogstandjes heeft een perfide invloed. Alsof de mens slechts tot grootse dingen in staat is terwijl technologie gepaard gaat met destructie. 

Het is een optimisme dat past bij de late jaren 1960 toen ondanks de Koude Oorlog en Vietnam er nog steeds een geloof in de vooruitgang was. Het idee dat alles kan als men er maar voor werkt, ligt wellicht ook ten grondslag aan het megalomane project van de V.S. om in 1969 een tweetal personen op de maan te krijgen. Met behulp van gerestaureerde beelden en geluidsopnames die verloren waren geacht, schetst Apollo 11 een beeld van deze missie. Regisseur en editor Todd Douglas Miller slaat wijselijk de pratende hoofden over in deze documentaire en tracht zo het maximale te halen uit de schat van nog nooit eerder vertoond materiaal.

Apollo 11 

Zinderende missie
Het is bewonderenswaardig hoe zo een uitgekauwd onderwerp hiermee nieuw leven krijgt ingeblazen. Ondanks de wereldberoemde goede afloop houdt elke nieuwe aftelling naar weer een cruciale fase de spanning hoog. De vlotte schakeling tussen gezichten in opperste concentratie en het grotere plaatje tonen de hectiek tijdens deze grandioze prestatie zonder in onbegrijpelijke chaos te vervallen. Sterker nog, iedere stap doet intuïtief aanvoelen hoe enerverend de acht dagen van de missie moeten zijn geweest. De schematisch verhitte muziek op de achtergrond is welhaast overbodig bij het ritmische opzwepen naar elk spannend moment. Zo laat de kalme communicatie plus Buzz Aldrins filmen Neil Armstrongs afdaling van de ladder al afdoende zinderen. 

De mensheid als held
Daarmee lijkt Apollo 11 het laatste woord over de legendarische maanlanding te hebben. Deze symfonische vertelling brengt niet alleen de hectiek over. Zij vindt ook de spanning door het tonen van de schaal van deze missie. Dankzij het scherpe breedbeeld van de oude beelden komt een vijftig jaar oude gebeurtenis fris en overweldigend over. Of het nu gaat om de mensenmassa die de lancering ter plekke bijwonen of de astronauten die de aarde van een afstand bewonderen, de precaire situaties van laatstgenoemden zijn door het sterke detail en context des te meer onvoorstelbaar. 

Hierbij gaat de documentaire verheerlijking van het individu uit de weg. Neil Armstrong is slechts een van de velen die dit mogelijk maakten. Typerend is de aandacht voor de monteurs die nog even een schroefje aandraaien twee uur voor lancering. Zo wordt de film een machtig epos met de mensheid zelf als de grote held, voortgedreven door onbedwingbare nieuwsgierigheid. 

Apollo 11

Technologisch exceptionalisme
Dat alles leidt tot de keerzijde van deze triomftocht over technische prestaties. De voor Amerikaanse begrippen atypische visie van collectieve inzet gaat gepaard met een stuk Amerikaans exceptionalisme. De Sovjet-Unie de loef afsteken, was de voornaamste reden om met man en macht als eerste iemand op de maan te krijgen, het hoogdravende telefoontje van president Johnson aan Armstrong ten spijt. Miller benoemt dit slechts mondjesmaat en prefereert toespraken over de kracht van menselijke nieuwsgierigheid. Dat de V.S. zichzelf in de ruimte presenteert als de representant van de mensheid blijft onbenoemd. 

Dit is echter niet de voornaamste reden waarom deze epische hosanna argwaan wekt. De spanning over het onvoorstelbare leidt tot technologisch exceptionalisme. De nieuwsgierigheid krijgt hier louter zijn voeding van technisch vernuft. Dat moderne technologie vaak inherent exploitatie betekent, komt niet aan de orde, terwijl het in tijden van ecologische crisis pertinent is dit te onderkennen. Man with a Movie Camera (1929) toont eenzelfde optimisme over technologische vooruitgang als Apollo 11, maar in die documentaire ligt een speelse houding ten grondslag in tegenstelling tot een van exploitatie. De technologie is niet de oplossing zoals Apollo 11 suggereert, maar het probleem. 

Nieuwsgierigheid is geen vrijbrief om het niet-menselijke te misbruiken als middel om deze dorst naar kennis te lessen. Nieuwsgierigheid kan ook leiden tot verbondenheid met de wereld. Maar het argeloze dumpen van afval in de ruimte lijkt nu een vanzelfsprekendheid, alsof de mens het recht heeft het universum te bevuilen ter eigen glorie. Daarmee is Apollo 11 uiteindelijk agitprop voor een technologische utopie.

 

22 juni 2019

 

ALLE RECENSIES

Ik ben er even niet

****
recensie Ik ben er even niet

Waar komen die beelden vandaan?

door Ries Jacobs

De wolf kijkt Caro aan met zijn felgele ogen. Langzaam komt hij vanuit haar ooghoek op haar af. Bijna iedere dag weer bezoekt hij haar, soms meerdere keren per dag. De wolf is niet echt, maar tijdens haar aanvallen ervaart Caro hem als levensecht.

Als kind speelde documentairemaakster Maartje Nevejan tijdens een dagje aan het strand in de branding. Opeens kreeg ze een black-out. Het viel haar ouders op dat ze enkele seconden van de wereld leek te zijn. Haar vader nam haar mee naar het ziekenhuis, waar artsen de diagnose absence epilepsie stelden. Deze ziekte uit zich niet in de heftige aanvallen die andere vormen van epilepsie kenmerkt, een aanval (ook absence genoemd) duurt maar enkele seconden en uit zich naar buiten toe slechts door afwezigheid. Iemand is even weg van deze wereld en na hoogstens dertig seconden weer bij bewustzijn.

Ik ben er even niet

Neurowetenschappers nemen tijdens een aanval geen abnormale hersenactiviteit waar en concluderen daarom dat er dan niets is, maar dat zit Nevejan niet lekker. Volgens haar is er wel degelijk iets. Ze ziet beelden tijdens een aanval, en met haar vele medepatiënten. Haar zoon Abel heeft ook absence epilepsie. Hij ziet sterren en andere hemellichamen. Caro ziet een wolf. En de filmmaakster zelf tenslotte ziet telkens weer dezelfde beelden uit Pepper Police Woman, een Amerikaanse televisieserie uit de jaren 70.

Geen charlatans
Wat zien Nevejan en haar lotgenoten tijdens hun epileptische aanvallen? De wetenschap kan hierop geen antwoord geven. Daarom wendt de regisseuse zich tot kunstenaars, die zo goed mogelijk weergeven wat zij, Abel, Caro en anderen zien als ze er even niet zijn. Het mooie is dat ook de neurologen, begiftigd met de hen kenmerkende wetenschappelijke nieuwsgierigheid, het project met interesse volgen. Ze zien de kunstenaars niet als concurrenten of charlatans. De wetenschap kan steeds meer, maar niet de beelden van een absence zichtbaar maken.

Maar nadat de kunstenaars de ervaring zo zichtbaar mogelijk maken, speelt bij Nevejan nog steeds de vraag of wat ze ziet tijdens haar absences echt is. Pepper is er wel voor haar, maar niet voor de rest van de wereld. In het tweede deel van de film probeert ze die vraag zo goed mogelijk te beantwoorden.

Ik ben er even niet

Leonardo da Vinci
De spooky en soms bewust rommelige filmbeelden doen op momenten denken aan een videoclip. Ze overladen het publiek met emoties en vragen, altijd gesteld vanuit het perspectief van de mensen die absences ervaren. Wat zie ik? Hoe komt het dat ik dit zie? Is wat ik ervaar tijdens mijn absences echt? En als het echt is, waar komt het dan vandaan? En misschien wel de belangrijkste vraag: hoe geef ik mijn aanvallen een plaats in mijn leven? Verwacht hierop geen kant-en-klare antwoorden of nieuwe inzichten, maar wel een film die je meesleept in de ervaringswereld van iemand met absence epilepsie.

Leonardo da Vinci was kunstenaar, wetenschapper en filosoof. Hij en zijn tijdgenoten konden de drie disciplines niet los van elkaar zien. Later gingen kunst, wetenschap en filosofie ieder hun eigen weg. Nevejan brengt de drie weer samen in Ik ben er even niet. In haar zoektocht naar de kern van haar ziekte vlecht ze wetenschappelijke inzichten, filosofische vraagstukken en artistieke uitingen ineen. De film lang gaan epileptici, kunstenaars en wetenschappers de dialoog met elkaar aan. De documentaire is meer dan de som van deze drie delen.

 

19 juni 2019

 

ALLE RECENSIES