Fall Collini, Der

***
recensie Der Fall Collini

Een appel stelen als je honger hebt

door Cor Oliemeulen

Intrigerend rechtbankdrama over een juridisch schandaal in Duitsland dat zou leiden tot de moord op een grootindustrieel. Ondanks enkele onwaarschijnlijkheden in het verhaal stuurt Der Fall Collini aan op een afgrijselijke, emotionele afloop.

“Stelt u zich voor dat u een winkel hebt en een jongen steelt een appel. U zou dan boos zijn. Maar als u zou weten dat die jongen twee dagen niet gegeten heeft, zou u minder boos zijn, toch?” De jonge advocaat Caspar Leinen (Elyas M’Barek) legt de verdachte uit dat een verklaring afleggen zinvol is, want als de misdaad emotioneel is te begrijpen, kan dat tot strafvermindering leiden. Pas wanneer Leinen iets vertelt over zijn jeugd en de relatie met zijn vader beginnen de blauwe ogen van de verdachte te fonkelen en lijkt hij te willen praten. Maar daadwerkelijk iets vertellen, heeft volgens hem toch geen zin, hoe hoog de strafeis ook moge zijn.

Der Fall Collini

Moord op surrogaatvader
De bekende Berlijnse strafpleiter Ferdinand von Schirarch verkocht meer dan een half miljoen boeken van De zaak Collini waarop regisseur Marco Kreuzpainter zijn rechtbankdrama Der Fall Collini baseert. Het verhaal begint in 2001 als grootindustrieel Meyer dood in zijn hotelkamer wordt aangetroffen met drie kogels door zijn hoofd geschoten en een kant van zijn gezicht tot gort getrapt. Lang zoeken naar de vermeende dader hoeft de politie niet. De gepensioneerde Italiaanse gastarbeider Fabrizio Collini (Franco Nero) gaat rustig in de hotellobby zitten met Meyers bloed op zijn kleren en schoenen.

Gemakkelijker kun je het niet hebben, zou je zeggen. Dat vindt ook Caspar Leinen die voor zijn eerste zaak als pro-Deoadvocaat wordt aangewezen. Maar hij schrikt als hij verneemt dat de vermoorde industrieel Jean-Baptiste Meyer dezelfde persoon is als Hans Meyer, de grootvader van zijn jeugdvriendje Philip. In flashbacks leren we hoe Caspar er kind aan huis was en dat Hans zich ontpopte als een vaderfiguur voor hem. De oude Mercedes waarin de advocaat nu rijdt, kreeg hij van Meyer toen hij als jurist afstudeerde.

Gevoelens buiten de rechtszaal
Wanneer Philips zus Johanna (Alexandra Maria Lara), met wie Caspar destijds een korte liefdesrelatie had, zich meldt, ziet hij er vanaf om Collini te verdedigen. Echter Caspars professor van de universiteit en tevens beroemd strafpleiter Richard Mattinger (Heiner Lauterbach) moedigt hem aan de zaak toch op zich te nemen, terwijl Mattinger nota bene zelf zal fungeren als mede-aanklager. Persoonlijke gevoelens hebben toch niets te zoeken in de rechtszaal? Die woorden zijn voor Caspar voldoende reden om alsnog door te zetten, tot afschuw van Johanna. “Ik ben advocaat”, zegt Caspar.
“Ja, en dat heb je aan mijn grootvader te danken”, snauwt Johanna. “Anders had je nu in een shoarmazaak gestaan.” Ondanks de verschillende belangen en emoties laait hun amoureuze relatie weer op.

Der Fall Collini

Na mooie woorden tijdens de uitvaart over de overledene, zowel op persoonlijk als zakelijk vlak, en omdat Collini blijft weigeren om een verklaring af te leggen en zijn vingerafdrukken op het moordwapen worden bevestigd, lijkt de zaak snel beklonken. Totdat onze rookie een ingeving krijgt. Hij vraagt de rechter uitstel, duikt de archieven in en gaat naar de geboorteplaats van Collini in Italië waar hij een ontdekking doet. Het blijkt dat er op 19 juni 1944 iets is gebeurd wat van invloed op het misdrijf is. Voor de weldenkende kijker van Der Fall Collini is het waarschijnlijk geen verrassende ontdekking, want twee bejaarde mannen in Duitsland zullen nu eenmaal snel worden gelinkt aan de Tweede Wereldoorlog. Alle omstandigheden en nuances gaan we hier natuurlijk niet verklappen.

Motief gerechtvaardigd?
Minder waarschijnlijk is het feit dat een juridisch groentje de kans krijgt om tijdens ‘het proces van het jaar’ de verdachte in zijn eentje te verdedigen. Bovendien is het bijzonder dat hij in eerste instantie niet in de gaten heeft dat grootindustrieel Jean-Baptiste Meyer dezelfde persoon is als Hans Meyer, zijn surrogaatvader. En dan de rol van de media. Hoewel het tegenwoordige verhaal zich zo’n twee decennia geleden afspeelt en de communicatiemiddelen beperkter waren, komt de pers er bekaaid van af. De zaak Collini schreeuwt om het achterhalen van het moordmotief, echter geen enkele Duitse journalist vindt kennelijk de relatie tussen de verdachte en het slachtoffer, terwijl Caspar Leinens dagtripje naar Italië prompt het raadsel oplost.

Dat alles wil zeker niet zeggen dat Der Fall Collini een simplistische geschiedenis vertelt. Collini begaat de moord omdat de wet volgens hem geen rechtvaardigheid bracht. Maar maakt dat hem minder schuldig?

 

10 juli 2020

 

ALLE RECENSIES

Vitalina Varela

**
recensie Vitalina Varela

De vrouw die achterbleef

door Yordan Coban

De vrouw die achterbleef. Zo beschrijft regisseur Pedro Costa zijn nieuwe film Vitalina Varela. Een persoonlijk verhaal dat zich afspeelt in duisternis en stilte. Stilleven zonder concessies maar daardoor ook bijzonder ontoegankelijk.

Vitalina Varela is als een begrafenis. Dat klinkt misschien niet als een aantrekkelijke ervaring, maar het is op zijn minst een met authentieke intimiteit doordrongen beleving. Treffend genoeg is het in de film ook te doen om het verwerken van een overleden ex-geliefde. Het is het echte verhaal van Vitalina, die zelf ook de hoofdrol speelt. Pedro Costa benadrukt dan ook dat dit haar film is en dat hijzelf slechts faciliteerde.

Vitalina Varela

De tijd nemen
Een film is een intiem geheim, vindt Costa. Een geheim waar je niet te veel over moet zeggen. De regisseur ziet het als zijn taak een verhaal zo trouw en rauw mogelijk te vertellen, een verantwoordelijkheid waarmee hij niet licht omspringt.

Geïnspireerd door de beroemde foto’s van de Deense fotograaf Jocob Riis schotelt Costa zijn publiek een film voor die de tijd neemt. Want hij vindt het belangrijk om de tijd nemen om het leven te filmen en zijn subjecten te doorgronden. Personages bewegen langzaam in shots die onheilspellend voorbijgaan als een sombere fotocollage.

Een wereld vol schaduw
In een straatarme wijk van Lissabon hult Vitalena zich in een wereld vol schaduw. Ze is alleen, verdronken in haar verdriet. Haar ex-geliefde liet haar ooit in de steek met de belofte terug te komen. De jaren gingen voorbij en alles werd eigenlijk alleen maar minder. Zo ook haar liefde, die nu bij het graf van haar man nog eenmaal tiert.

Vitalina Varela

De film is tragisch poëtisch, maar om eerlijk te zijn ook tragisch saai. De kracht van de cinematografie grijpt de aandacht van de kijker in het begin maar is halverwege de film uitgewerkt. Het plot lijkt op dat moment neergedaald te zijn en neemt geen verdere wending meer. Maar misschien is dat ook iets wat je niet snel moet verwachten bij een film van Pedro Costa. In het surreële Vitalina Varela mag dan misschien niet veel gebeuren, het drama won in 2019 wel het Gouden Luipaard en de prijs voor Beste Actrice op het festival van Locarno.

De schrijnende armoede van de in Portugal wonende Kaapverdiërs refereert naar een politieke schaduw. Een schaduw die in deze tijd van raciale spanningen en activisme doemend op de achtergrond aanwezig is. Aan alles zie je dat Costa – geboren in Kaapverdië en sinds 25 jaar woonachtig in Portugal – politiek geëngageerd is, maar in zijn vak speelt het een secundaire rol. Liever heeft Costa het over de pijn en verdriet van Vitalena terwijl hij haar omringt met de duisternis van een koloniaal verleden.

 

7 juli 2020

 

ALLE RECENSIES

Odisea, La

***
recensie La odisea

De gewone man geeft nooit op

door Cor Oliemeulen

Onderhoudende zwarte komedie die speelt tegen de achtergrond van de economische crisis van begin deze eeuw in Argentinië over gewone dorpelingen die worden gedupeerd door een criminele bankmedewerker.

Veel Argentijnse films gaan over de militaire dictatuur van Jorge Videla van 1976 tot 1981 en de verdwijning van burgers. La odisea heeft een ander nationaal litteken als uitgangspunt: de Carralito. Dit is de naam van de economische maatregelen die in 2001 werden genomen toen het land in een zware recessie verkeerde en op het punt van faillissement stond. Burgers mochten nog maar 250 peso’s per week van hun bankrekening halen en velen konden naar hun spaargeld fluiten. Zo ook Fermín Perlassi (Ricardo Darín) en zijn vrouw Lidia (Verónica Llinas) die samen met een aantal andere dorpelingen hun zuurverdiende geld hadden ingezameld om een coöperatie te beginnen. Spijtig genoeg blijkt bankmedewerker Fortunato Manzi ermee vandoor te zijn gegaan. En of de misère nog niet genoeg is, maakt een tragisch verkeersongeluk een eind aan al Fermíns dromen.

La odisea

Avontuurlijke misdaadkomedie
Ondanks deze trieste premisse is deze film van Sebastián Borensztein geen drama, maar evolueert hij snel in een avontuurlijke misdaadkomedie, die is gebaseerd op het boek La noche de la Usina (De nacht van de energiecentrale) van Eduardo Sacheri. De odyssee begint in feite pas op het moment dat Fermín ontdekt dat de stelende bankmedewerker hun geld in een ondergrondse kluis heeft ondergebracht. Echter deze man kent psychopathische trekjes en heeft zijn op gewiekste wijze verworven bezittingen zeer goed beveiligd. Een plot is natuurlijk pas een plot als de gedupeerden proberen de kluis te kraken.

Tegen de achtergrond van de economische malaise met veel armoede, een hoge werkeloosheid en het bijbehorende cynisme maken we kennis met het gemêleerde gezelschap dat besluit de langdurige en moeitevolle tocht te ondernemen. Denk niet aan de gekunstelde samenstelling van verschillende karakters zoals bijvoorbeeld in al die Ocean-films, maar aan een mooie dwarsdoorsnede van de Argentijnse bevolking. Echte mensen van vlees en bloed, misschien in een enkel geval wat stereotiep, maar zonder overdrijvingen. Iedereen heeft zijn of haar eigen achtergronden, bezigheden, dromen en tekortkomingen. En dat maakt hen (bijna) zonder uitzondering sympathiek.

La odisea

Odyssee naar de verborgen schat
De dialogen tijdens het beramen van hun plan zijn fantastisch. Elk personage heeft een eigen manier van redeneren en het doen van suggesties, zonder dat hierbij noemenswaardige conflicten ontstaan. Die droogkomische interactie met het oog op het vinden van de buit doet soms denken aan de Roemeense komedie The Treasure (2016) van Corneliu Porumboiu waarin de protagonisten op een al even nuchtere manier met hulpmiddelen, zoals een metaaldetector, in de weer zijn. Echter La odisea is nauwelijks melig – buiten Fermíns zoon Rodrigo (tevens zoon van Ricardo Darín) die als zogenaamde plantendeskundige bij de bankmedewerker kennis moet vergaren – maar een vlot vertelde queeste, die uiteindelijk nog spannend wordt ook.

La odisea kan bogen op een sterke cast met Andrés Parra (hoofdrol in de populaire tv-serie Pablo Escobar: El Patrón del Mal, 2012) als de bankschurk en Rita Cortese (Wild Tales, 2014) als een van de gedupeerden. Het is geen verrassing dat de film drijft op het talent en de charismatische uitstraling van Ricardo Darín, die als voormalige soapacteur is uitgegroeid tot een toonaangevende Argentijnse filmacteur. Of het nu gaat om een getergde jurist in zijn doorbraakrol van El secreto de sus ojos (2009), een tobbende veertiger in Una Pistola en Cada Mano (2012), aandoenlijke hondenbezitter met terminale kanker in Truman (2015), treurende ouder in Todos lo saben (2018) of een man die opnieuw verliefd wordt op zijn ex in Un Unexpected Love (2019) – alleen al door zijn aanwezigheid wordt een film met Ricardo Darín automatisch naar een hoger niveau getild.

 

5 juli 2020

 

ALLE RECENSIES

Collective

***
recensie Collective

Medisch machteloos

door Tim Bouwhuis

In de nasleep van een clubbrand legt een reeks dodelijke ziekenhuisopnames een web van bestuurlijke corruptie en nalatigheid bloot. Menig auteur van medische thrillers zou tekenen voor een premisse van deze aard, maar Collective is ‘gewoon’ een documentaire uit Roemenië. Het is, en dat mag een understatement heten, niet gemakkelijk om dit verslag van mensonterende praktijken en medische misère te bekijken tijdens een lopende gezondheidscrisis van mateloze omvang.

Boekarest, 30 oktober 2015. Een korte, maar felle brand maakt een tragisch einde aan een muzikaal optreden in een nachtclub. 26 mensen laten het leven, mede door een gebrek aan goede branduitgangen. In de nasleep van de ramp belanden brandwondenslachtoffers van de regen in de drup: 38 van hen sterven aan infecties die bestreden worden met sterk verdunde desinfectiemiddelen. De verantwoordelijke partij, Hexi Pharma, opereert onder het fiat en medeweten van de Roemeense overheid.

Collective

De journalist en de minister
De eerste helft van Collective concentreert zich op dit farmaceutische schandaal, dat publiek barstte toen sportkrant Gazeta Sporturilor maanden nadien over durfde te gaan tot het publiceren van haar onthullende bevindingen. In november 2015 hadden gespannen protesten in de hoofdstad dan wel bijgedragen aan het aftreden van het toenmalige kabinet, de opvolgers waren hooguit nieuwe vertakkingen van verrotte wortels.

Regisseur Alexander Nanau (Toto and His Sisters was in 2015 te zien op het IFFR) heeft in dit corrupte autoriteitskader willen uitgaan van de spaarzame stemmen (met invloed) die zich tegen de doofpotaffaire uitspraken. In gesprek met De Groene Amsterdammer geeft Nanau aan dat de redactieleden van de sportkrant “de eersten waren die de juiste vragen stelden (…) de leugens van de autoriteiten in de zaak-Colectiv ontdekten.” Omgekeerde werelden schreeuwen om kritische denkers en onderzoekers. “Als de pers buigt voor de autoriteiten, zullen die autoriteiten misbruik maken van het volk”, laat Gazeta-journalist Cătălin Tolontan vroeg in de film optekenen.

Ongeveer halverwege Collective verlegt Nanau zijn focus van de krantenredactie naar het doen en laten van Vlad Voiculescu, die zich in mei 2016 van zijn taak kweet de opgestapte schandaalminister van volksgezondheid op te volgen. Voiculescu’s nobele wens om het beste te doen voor de slachtoffers van de abominabele Roemeense gezondheidszorg maakt hem duidelijk een uitzonderingsgeval binnen het corrupte politieke bestel. Dit kan direct verklaren waarom de camera’s de minister ook achter de schermen mochten blijven volgen, waar ze Voiculescu’s persoonlijke overwegingen en conversaties met collegae uitvoerig vastlegden.

De film wordt er in deze fase zeker niet minder interessant op, maar verliest wel veel van zijn scherpte. Waar het journalistieke venster tenminste ten dele inzichtelijk maakt wie er achter de schermen nu precies verantwoordelijk en betrokken waren, benadrukt het kortstondige functioneren van de minister (Voiculescu diende nog geen acht maanden) vooral het failliet van eerlijkheid en rechtvaardigheid, zonder dat er echt oplossingen of concrete (voor)uitzichten worden aangedragen. Tijdens een nachtelijke autorit vat Voiculescu zijn machteloosheid eigenlijk perfect samen: als het volk tijdens de lokale verkiezingen van 2016 gewoon weer blijkt te stemmen voor de sociaaldemocratische partij die primair verantwoordelijk is geweest voor het Colectiv-schandaal, wat kan hij als eerlijke tegenstem dan nog doen?

Collective

Als kijker kun je cynisch op die vraag reageren, en daarmee de hoop van journalisten als Tolontan genadeloos onder het tapijt vegen. Gelukkig handelden niet alle mensen die er in de context van Collective in de allereerste plaats toe doen op deze manier. Voor veel Roemeense kijkers betekende de gedocumenteerde erkenning van het berokkende leed op zichzelf al heel veel, zo bewezen reacties na de eerste premières in eigen land.

Helden tegen beter weten in?
Tegelijkertijd is Collective niet de eerste Roemeense film die de ziekenhuiswereld (mede) bekijkt in het donkere licht van bureaucratisering en politieke nevenbelangen. Cristi Puiu, wiens meest recente Malmkrog (Berlinale 2020) hopelijk nog op Nederlandse distributie mag rekenen, maakte in 2005 The Death of Mr. Lazarescu, over de tamelijk bizarre ziekenhuisgang van een man die alleen maar geholpen hoeft te worden. Het helaas mager uitgewerkte Thou Shalt Not Kill (Catalin Rotaru, Gabi Virginia Sarga, 2018), eveneens over het schandaalgegeven van verdunde ontsmettingsmiddelen, draaide afgelopen najaar nog op Film Fest Gent.

Collective moet het met zijn gedefinieerde helden op voorhand opnemen tegen een wereld die murw geslagen is door stelselmatig onrecht. Precies daarom was Todd Haynes’ recente Dark Waters (in januari in Nederland uitgebracht) ook zo’n frustrerende kijkervaring. Held bij uitverkiezing is daar een advocaat met geweten (Mark Ruffalo), maar ook deze klokkenluider kan de corrupte machine niet volledig tot stilstand brengen. Het berokkende leed teniet doen. De helden die films ons graag blijven voorhouden, worden in werkelijkheid helaas maar al te vaak weggevaagd door de storm.

4 juli 2020

 

ALLE RECENSIES

Plus belles années d’une vie, Les

****
recensie Les plus belles années d’une vie 

Romance, reünie en race

door Cor Oliemeulen

Vijftig jaar na hun romance bezoekt Anne haar toenmalige geliefde Jean-Louis in een luxueus verzorgingstehuis. De voormalige autocoureur, die licht dementerend is, herkent haar pas als zij zegt wie zij is. Het wordt een rendez-vous vol emoties en dierbare herinneringen.

Les plus belles années d’une vie (de mooiste jaren van een leven) grijpt terug op Un homme et une femme (de 4K-restauratie krijgt tegelijkertijd een Nederlandse première) dat Claude Lelouch in 1966 maakte met dezelfde hoofdrolspelers, Anouk Aimée en Jean-Louis Trintignant. Hoewel er twintig jaar later een vervolgfilm kwam, gebruikt de Franse regisseur beelden uit de eerste film, zodat we een goed idee krijgen van hoe innig het koppel toen was. Destijds was de poëtische manier van het uiten van dergelijke liefdevolle woorden, blikken en aanrakingen ongekend en werd het romantische drama een groot succes bij zowel publiek als critici. Echter de snelheidsduivel Jean-Louis bleek een womanizer, dus hun romance was geen lang leven beschoren.

Les plus belles années d'une vie

Realtime
De hernieuwde kennismaking is door Claude Lelouch vastgelegd in een realtime scène van 19 minuten, waarin voornamelijk bij Anne flarden van oude gevoelens terugkeren en waarmee Aimée en Trintignant (beiden eind tachtig) middels subtiele gezichtsuitdrukkingen en gebaren moeiteloos hun glorieuze status in de Franse cinema bevestigen. De ontmoeting is tragisch en lijkt zinloos, maar is tegelijkertijd charmant en levendig. Er zijn korte grappige en spontane momenten, hoewel Lelouch het duo zoveel mogelijk zijn script wilde laten volgen.

Deze wonderschone, ontroerende eerste rendez-vous zal uitmonden in bezoekjes aan plaatsen die ze vroeger samen bezochten. Uiteraard is Jean-Louis niet meer de grillige autocoureur die hij was, maar zijn rijgedrag is nog opvallend genoeg om door de politie aan de kant van de weg te worden gezet. De gesprekken tussen Anne en Jean-Louis verlopen moeizaam door de geestesgesteldheid van de laatste. Door flashbacks uit Un homme et une femme zien we dat het hotel en de boulevard nauwelijks zijn veranderd. Hoewel Jean-Louis voldoende genegenheid toont, is het duidelijk dat vooral Anne wat krassen op haar ziel heeft, maar desondanks voelt ze zich dankbaar en gelukkig.

Reünie
Saillant detail van Les plus belles années d’une vie is dat ook Anne’s dochter en Jean-Louis’ zoon (die Anne heeft opgezocht omdat zijn vader enkel nog zou opleven door herinneringen aan hun oude liefde) worden gespeeld door de zelfde actrice en acteur. Ook filmcomponist Francis Lai is weer van de partij om de reünie ingetogen stemmig te begeleiden. De sfeer is bijna hoopvol, vol joie de vivre en de dood is ver weg. En zo kabbelt de film wat voort tot de grandioze finale die in feite weinig met het verhaal heeft te maken.

Het betreft een flashback, niet uit Un homme et une femme maar uit C’était un Rendez-vous (1976). Lelouch had na zijn recente opnamen van Si C’était à Refaire met Catherine Deneuve een stuk filmband over en besloot spontaan om met een snelle auto ’s morgens in alle vroegte door het centrum van Parijs te scheuren. Hoewel hij iemand met een walkietalkie (die niet bleek te werken) op het eind van een tunnel had laten posteren, kruipt Lelouch meerdere malen (achttien keer door rood licht) door het oog van de naald en bereikt hij snelheden van bijna 200 kilometer per uur. De regisseur zou zich hebben laten inspireren door Steve McQueen in Bullitt (1968).

Bloedstollende autorace
Het is waarschijnlijk de mooiste, meest bloedstollende en realistische autorace die je ooit op het witte doek hebt gezien. Het is één take van 9 minuten en Lelouch reed in een Mercedes-Benz 450SEL en gebruikte het geluid van een Ferrari 275 GTB. Hij zei aanvankelijk tegen een politieman dat een Formule 1-coureur achter het stuur had gezeten, maar nadien vertelde hij dat hij een date had en dat je een vrouw nooit moet laten wachten. Zijn actie was volstrekt onverantwoord, zoals hij volmondig zou toegeven. Wonder boven wonder vallen er geen doden of gewonden. Maar als je terugkijkt, realiseer je dat Les plus belles années d’une vie vanwege die capriolen net zo goed nooit zou zijn gemaakt.
Drie sterren voor de film, één ster extra door de krankzinnige finale.

 

30 juni 2020

 

ALLE RECENSIES

Somebody Up There Likes Me

**
recensie Somebody Up There Likes Me

Leve de lol en excuses voor de brokken

door Alfred Bos

Sympathieke, maar rommelige documentaire over de schilderende schelm van de Britse rockaristocratie, Stones-gitarist Ron Wood. “Waarschijnlijk vind ik dingen te lekker.”

Sommige mensen zwijnen door het leven. Neem Ron Wood, gitarist van The Rolling Stones en bon vivant par excellence. Zijn vader een onverbeterlijke pretletter, zijn beide broers alcoholist, hijzelf misbruiker van meerdere substanties. Maar ook: intiem met de Britse rockroyalty, altijd op het juiste moment op de juiste plek, heel sociaal, te aardig om boos op te worden.

En getalenteerd. Dubbel zelfs, als muzikant en beeldend kunstenaar, net als zijn tien jaar oudere broer Art. Ron Wood (1947) is van de Britse generatie arbeiderskinderen die na de oorlog via de kunstacademie aan hun milieu konden ontsnappen, evenals collega-Rolling Stone Keith Richards, Who-voorman Pete Townshend, meestergitarist Eric Clapton en vele anderen.

Somebody Up There Likes Me

En ook: het jongste broertje, letterlijk en figuurlijk. Nooit de brandhaard zelf, wel altijd dicht bij het vuur te vinden. En genoeg feestnummer om de kachel op te stoken wanneer de vlam dreigt te smeulen. Het boefje dat door iedereen wordt vergeven, omdat—wel, wat heeft hij eigenlijk kwaad gedaan? We hadden toch lol?

Ron Wood is twee keer opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame, in 1989 met The Rolling Stones en in 2012 met The Faces. Iemand daarboven had een oogje op hem.

In de sterren geschreven
In The Rolling Stones is Wood de sparringpartner van Keith Richards, samen vlechten ze het gitaartapijt waarop Mick Jagger danst. Als Stones-fan van het allereerste uur heeft hij die rol altijd geambieerd. Toen Brian Jones in 1969 uit de Stones werd geknikkerd, was hij al in beeld als vervanger. Zijn kans zou later komen.

De derde band waarmee Ron Wood had kunnen schitteren in de Rock and Roll Hall of Fame is de Jeff Beck Group, waarin hij speelde als bassist. Die groep pionierde het geluid waarmee Led Zeppelin wereldberoemd werd. Daar leerde hij Rod Stewart kennen en als The Faces zetten ze begin jaren zeventig nieuwe records op het vlak van feestelijke uitspattingen. In muzikaal opzicht waren The Faces een kloon van de Stones.

Wanneer The Faces op pauze stonden omdat Stewart druk was met zijn solocarrière, toerde Wood met Keith Richards en andere bevriende muzikanten als Woody & Friends. Richards speelde ook mee op Woods eerste soloalbums, I’ve Got My Own Album To Do (1974) en Now Look (1975), evenals Mick Jagger, de andere Stones-gitarist Mick Taylor en voormalige Beatle George Harrison.

Toen Mick Taylor in 1975 de Stones plots verliet, was zijn opvolger snel gevonden. Het stond in de sterren geschreven.

Somebody Up There Likes Me

Ons-kent-ons
De loopbaan van Ron Wood is die van insider in bevoorrechte kringen en jammer genoeg heeft de documentaire Somebody Up There Likes Me een hoog ons-kent-ons gehalte. Niks mis mee, alleen wordt er niets uitgelegd en teveel aan de kijker overgelaten. Geen context, geen achtergrond—het wordt kennelijk bekend verondersteld. Zo is het gesprek tussen Peter Grant, manager van Led Zeppelin, en Malcolm McLaren, manager van de Sex Pistols, voor niet-insiders volstrekte abracadabra en zijn hun opmerkingen over de links tussen gangsters en de Londense muziekscene van de jaren zestig interessant genoeg voor een eigen documentaire.

Er is geen duidelijke tijdlijn en geen helder verhaal. Er zijn clips van toen. We zien Wood in de weer met penseel en gitaar. Rod Stewart is Rod Stewart, ook al gaat het over Ron Wood. Diens problemen met alcohol en drugs worden eufemistisch aangestipt door Mick Jagger, Charlie Watts en Keith Richards, die erg hun best doen om in vleiende termen ’s mans schaduwkanten te schetsen. Het feestvarken zelf, charmant en de vriendelijkheid zelve, constateert dat hij altijd kiest voor avontuur, zonder nadenken. Keith Richards roemt zijn gestel: “Hij heeft een hoge tolerantie voor pijn en een geweldig afweersysteem.”

Somebody Up There Likes Me van de Engelse regisseur Mike Figgis (bekendste werk: Leaving Las Vegas, 1995) stond aanvankelijk gepland als openingsfilm van het muziekdocumentairefestival In-Edit. Veel wijzer worden we niet van deze korte, krap vijf kwartier durende documentaire. Misschien is documentaire een te groot woord voor deze film. Het is eerder een ‘Wij van Wc-eend’ portret van iemand die brokken maakt. En hem veel geluk brachten.

 

29 juni 2020

 

ALLE RECENSIES

Gauguin: From the National Gallery, London

***
recensie Gauguin: From the National Gallery, London

De geboorte van de schilder als kunstenaar

door Ries Jacobs

Op 8 mei 1903 stierf de schilder en beeldhouwer Paul Gauguin na een leven vol armoede en miskenning. Nu zijn de kunstwerken die hij maakte miljoenen waard. Gauguin: From the National Gallery, London toont ons het leven en werk van de kunstenaar aan de hand van de tentoonstelling die afgelopen najaar in het museum in de Engelse hoofdstad te zien was. 

Na Secret Impressionists van de serie Arts in Cinema is Paul Gaugain aan de beurt. Tot zijn bekendste werken behoren ongetwijfeld de schilderijen van Polynesische vrouwen die hij aan het einde van zijn leven tijdens zijn twee verblijven in Tahiti maakte. Zijn aankomst op het eiland in de Stille Zuidzee was echter een bittere teleurstelling. Waar hij natuurmensen verwachtte te zien die niet aangetast waren door de moderniteit, stuitte hij op keurige Fransen en verpauperde kolonialen. Pas toen hij dieper landinwaarts trok, zag hij wat hij hoopte.

Gauguin: From the National Gallery, London

Zijn leven lang was Gauguin gefascineerd door het eenvoudige (boeren)leven als beter alternatief voor de grauwe moderniteit van de stad. De documentaire laat goed zien waar de oorsprong van deze fascinatie ligt. Zijn vader Clovis Gauguin, een maatschappijkritische journalist, vluchtte in 1850 na politieke omwentelingen van Frankrijk naar Peru en nam zijn jonge kinderen mee. De vroegste jeugdherinneringen van Gauguin stammen uit Peru. In 1848 keerde hij als zesjarige terug in Frankrijk en bracht zijn jeugd door in Orléans en Parijs. De rest van zijn leven had hij een hang naar het eenvoudige (Peruviaanse) leven.

Vincent van Gogh
Beïnvloed door de impressionisten, met name Camille Pissarro, begon de huisvader en zakenman Gauguin in de jaren 1870 te schilderen om zich hier vanaf 1885 volledig op toe te leggen. Drie jaar later leefde en werkte hij samen met Vincent van Gogh in het Zuid-Franse Arles. Beiden hadden de idylle van het landleven als voornaam thema, maar waar Van Gogh het doek royaal met verf besmeerde, was Gauguin soberder en ingetogener.

In The National Gallery loopt kunstenaar Billy Childish langs de geëxposeerde schilderijen en vergelijkt het portret dat Gauguin maakte van madame Roulin met het schilderij dat Van Gogh maakte van deze dame. Dit doet hij zonder teveel in te gaan op technische details, waardoor zijn uitleg ook voor mensen zonder kunsthistorische achtergrond te volgen is. Gauguin: From the National Gallery, London is meer dan een biografie, maar toch toegankelijk voor iedereen.

Gauguin: From the National Gallery, London

Eigen invulling van de realiteit
De voice-over is van acteur Dominic West (bekend van onder andere The Wire) en de Britse documentairemaakster Patricia Wheatley neemt de regie voor haar rekening. Wat ze niet belicht is de invloed die de uitvinding van de fotografie heeft op de schilderkunst in de tweede helft van de negentiende eeuw. Daarvoor werkten schilders vaak in opdracht. De technisch meest vaardige schilders verdienden veel geld en lof. Na de intrede van de fotografie was het voor de schilder niet langer zaak om de realiteit zo goed mogelijk op het doek te kopiëren, het was de bedoeling om een eigen invulling te geven aan die realiteit. Mensen gingen voor het vastleggen van een portret of iets anders naar de fotograaf.

Gauguin: From the National Gallery, London laat wel zien hoe in die periode aan nieuw soort schilder zijn intrede deed. Gauguin en veel van tijdgenoten creëerden wat zij voelden en waren daarin compromisloos, wat vaak resulteerde in miskenning en bittere armoede. Deze tijd markeerde de geboorte van de schilder als bohemien en kunstenaar.

Kijk hier waar Gaugain: From the National Gallery, London vanaf 2 juli draait.

 

29 juni 2020

 

ALLE RECENSIES

Bacurau

**
recensie Bacurau

Camp verpakt als politiek

door Sjoerd van Wijk

Bacurau poogt van twee walletjes te eten door camp te verpakken in politieke boodschappen. De omgeving als hoofdpersonage intrigeert, maar raakt ondergesneeuwd in de eclectische genremix met cartoonesk kwaad.

Een paar jaar in de toekomst ligt ergens in een door iedereen vergeten stukje Brazilië het dorp Bacurau. Haar inwoners houden moedig stand ondanks een nijpend watertekort, veroorzaakt door een dam waaraan een op herverkiezing beluste burgemeester vals belooft iets te gaan doen. Vlak na de begrafenis van de iconische dorpsoudste beginnen zich vreemde dingen voor te doen in de omgeving ingeluid door twee flamboyant geklede motorrijders op toer door het platteland. Een of andere sinistere Amerikaanse organisatie, geleid door een ruige Udo Kier, heeft snode plannen met het dorp, getuige hun wapentuig en drone gebouwd als UFO. De dorpelingen denken daar in het nauw gedreven echter anders over.

Bacurau

Hallucinant
Het broeit in het dorpje van een voortdurende drang te overleven. Die toon zet de begrafenis als de inwoners op occulte wijze een laatste eer bewijzen aan de overleden dorpsoudste. Het regieduo Kleber Mendonça Filho en Juliano Dornelles (normaliter Mendonça Filho’s production designer) bouwt gestaag een vervreemdende dorpssfeer op, met ruimte voor de vrolijke noot getuige het afserveren van de slinkse politicus op verkiezingscampagne. Diens carnavalsmuziek wordt niet gewaardeerd. Een oudere die de motorrijders spottend toezingt op gitaar werkt aanstekelijker.

Het dorre landschap, de gloedvolle nachtval en de verlichte lege straten schetsen een verlaten plek waar iedereen op zichzelf is aangewezen. En daarmee op elkaar want samen staan ze sterk tegen de buitenwereld. De eerste tekenen van onheil voelen als een El Topo afgespeeld op halve snelheid maar met evenveel verwijzingen naar van alles en nog wat. Het broeierige blijkt zo hallucinant als de dorpelingen zelf na het nemen van psychotropische drugs in voorbereiding op de strijd.

Maatschappijkritiek
Het regieduo breekt de betovering te pas en te onpas om een flinke dosis maatschappijkritiek toe te voegen. Daar lijkt veel verborgen te zitten voor een Braziliaan met verwijzingen naar bijvoorbeeld de inheemse culturen, andere elementen drukken met de neus op de stempel – de geest van Bolsonaro waart rond. Het groepje Amerikanen als een soort doorgedraaide kolonisten kent weinig nuance op een van hun schietgrage gekken na (hij heeft principes: géén kinderen). Dat zij de tegenstand, geholpen door een teruggekeerde rebellenleider met New Kids-kapsel, onderschatten kent geen dramatische repercussies.

Bacurau

Het is de camp filmlogica van slechteriken die vanzelfsprekend een gruwelijk einde verdienen. De politieke dimensie geeft er nog iets doordachts aan, maar het naar hartenlust mixen van genres (van sciencefiction tot western en horror) getuigt van eenzelfde sadistisch plezier als Quentin Tarantino.

Conflict uit de weg
Zo is er dus lering bij het bloederige vermaak. Maar die twee elementen draaien om elkaar heen zonder raakvlak. De politieke dimensie blijft steken in een goed versus slecht-denken en daarmee een goedmakertje voor de geweldsfantasie. In de Verenigde Staten bouwt regisseur S. Craig Zahler op vergelijkbare wijze een surreële wereld op met camp verwijzingen. In bijvoorbeeld Brawl in Cell Block 99 leidt dat tot een hel passend bij het lot van kolos Vince Vaughn. Zulke eruditie en uitdieping van personages ontbreekt in Bacurau – het dorp blijft door randgebeuren onderbelicht. Een inheemse boer gaat ogenschijnlijk nietsvermoedend zijn huis binnen met twee Amerikanen op de loer, maar die spanning leidt tot een flauwe gotcha als de boer een grote shotgun blijkt te hebben. Dat is exemplarisch voor de film: conflicten uit de weg gaan voor toeters en bellen.

 

28 juni 2020

 

ALLE RECENSIES

Elephants Up Close

***
recensie Elephants Up Close

De porseleinkast van het olifantenbestaan

door Paul Rübsaam

In de natuurdocumentaire Elephants Up Close leren we olifanten van nabij kennen. Het blijken fijnzinnige, sociale en in hun voortbestaan bedreigde dieren. Hun tere huid heeft bovendien regelmatig een modderbad nodig.

Natuurdocumentaires dienen van oudsher tot lering en vermaak. De lering is de laatste decennia echter op de voorgrond komen te staan. Nadrukkelijk confronteren hedendaagse documentaires ons ermee dat natuur een welhaast museaal begrip is geworden. Door de alomtegenwoordigheid van de mens bestaat de huidige wereld louter uit steden, dorpen, weilanden, akkers en plantages, met nog slechts hier en daar ruimte voor een natuurreservaat.

Elephants Up Close

De spectaculaire ontwikkeling van de cameratechnieken stelt ons evenwel in staat de levens van onze niet menselijke medeschepselen in hun steeds kleiner wordende habitat nauwkeurig te registreren. We leren veel dieren wrang genoeg pas echt kennen nu het bijna te laat is.

Weinig kijkers zullen ooit eerder olifanten van zo dichtbij en in zulke grote getale hebben gezien als in Elephants Up Close (Elefanten Hautnah), een documentaire van de Duitse regisseurs Jens Westphalen en Thoralf Grospitz, die in het kader van Wild Life Film Festival Rotterdam on tour (door de coronacrisis uitgesteld) de landelijke bioscopen aandoet. In close-ups zien we de lange zwarte wimpers rond de kleine ogen van de zachtaardige reuzen. En middels panoramashots vanuit de lucht de bijeenkomst van vele honderden olifanten bij een drinkplaats.

Verfijnde communicatietechnieken
De kolossale, tonnen wegende olifanten zijn allesbehalve onkwetsbaar, zo vernemen we. In voorbije jaren waren er diverse plaatsen in Afrika waar de dieren met velen bijeenkwamen. Maar door stroperij en de toenemende droogte op het Afrikaanse continent vormen de rivierdelta’s in het noorden van Botswana (nabij de grens met Namibië) nog een van de weinige gebieden waar je de dikhuiden in groten getale kunt zien.

De als nomaden voorttrekkende olifanten leven in familieverbanden, met een zekere scheiding tussen stierenkuddes en koeienkuddes. Van de koeienkuddes maken de kalveren van uiteenlopende leeftijd deel uit. Een koeienkudde wordt aangevoerd door een matriarch, wier zusters en volwassen dochters tevens tot de kudde behoren. Ieder lid van deze groep draagt verantwoordelijkheid voor alle kalveren.

Verschillende olifantenfamilies kunnen allianties met elkaar aangaan. Olifanten zijn met hun verfijnde communicatietechnieken in staat deel uit te maken van grotere gemeenschappen. Van het scala aan verschillende geluiden dat ze met hun stembanden voortbrengen, is een deel voor mensen onhoorbaar. Die diepe geluiden laten ze met behulp van hun poten via de grond resoneren, zodat soortgenoten de vibraties met informatie over drinkplaatsen, aankomende stormen en dergelijke op grote afstand op kunnen vangen.

Elephants Up Close

Behendig en kwetsbaar
Zoals bekend beschikken olifanten over een uitstekend geheugen. De ooit naar een drinkplaats afgelegde route wordt jaren later nog feilloos gevolgd. Maar niet alleen de intelligentie en sociale gezindheid van olifanten doet bijna menselijk aan. Met hun slurf, hielen en tenen kunnen de schijnbaar plompe dieren tevens verfijnde bewegingen maken. Een scène in Elephants Up Close waarin een stier het lichaam van een aan dorst overleden, bevriende soortgenoot aan een nauwkeurig, maar teder onderzoek onderwerpt, laat dat fraai zien.

Dat olifanten graag een modderbad nemen, wijst eerder op hun kwetsbaarheid, dan op hun slechte manieren. Het modderlaagje beschermt hen tegen de felle Afrikaanse zon, die zelfs voor hun dikke, donkergrijze huid te veel kan zijn. Bovendien is de modder een probaat middel tegen hinderlijke insecten en parasieten.

Pro olifant
Zoals niet verbazen zal, zijn de documentairemakers bij uitstek pro olifant. Dat olifanten met hun vraatzucht het landschap van de savannen zouden verwoesten, wordt gerelativeerd. Dat landschap herstelt zich wel weer. Men benadrukt daarentegen dat olifantenuitwerpselen voedzaam zijn en dat onder anderen bavianen en vlinders zich eraan te goed kunnen doen.

Westphalen en Grospitz hopen dat wie de grijze gigant beter leert kennen vanzelf van het dier zal gaan houden. De boodschap dat het lot van het grootste landzoogdier op aarde in onze handen ligt, wordt niet al te fanatiek ingewreven. De kijker hoeft zich slechts te verwonderen over de leefwijze en de talenten van de sympathieke dieren met hun koddige koters. Dat moet het begin zijn van een verandering in ons denken die de olifanten uiteindelijk ten goede komt.

 

27 juni 2020

 

ALLE RECENSIES

Never Rarely Sometimes Always

***
recensie Never Rarely Sometimes Always

Roadtrip naar abortus

door Cor Oliemeulen

De filmtitel slaat op de vragenlijst die Autumn in de abortuskliniek moet invullen. ‘Voelde je druk toen je seks met die jongen had? Nooit, Zelden, Soms of Altijd?’ Autumn antwoordt niet. Haar gezicht spreekt boekdelen.

Autumn (Sidney Flanigan) is een 17-jarig meisje in een stadje in Pennsylvania dat veel haar leeftijdsgenoten een alto zou noemen. Ze zingt en speelt gitaar, zonder succes, maar dat lijkt haar nauwelijks te deren. Als ze besluit een neuspiercing te nemen, pakt ze gewoon een veiligheidsspeld, ontsmet weliswaar de punt, en steekt die dwars door haar neusvleugel. Na school werkt ze, net als haar nichtje en beste vriendin Skylar (Talia Ryder), als caissière in een supermarkt. Op een dag ontdekt Autumn tot haar grote schrik dat ze zwanger is. Ze voelt dat ze niet terecht kan bij haar moeder, die sowieso weinig aandacht aan haar lijkt te schenken, en zeker niet bij haar stiefvader die haar zeker niet serieus neemt, wat overigens geheel wederzijds is.

Never Rarely Sometimes Always

Magisch geluid
“Dit is het meest magische geluid dat je ooit hebt gehoord”, zegt de verpleegster als zij tijdens de echo de snelle hartslag van Autums ongeboren kind laat horen. De moeder lijkt niet erg onder de indruk, want ze bezoekt de kliniek om te informeren naar een abortus. Een andere, oudere medewerkster vraagt waarom Autumn haar kindje niet wil houden en probeert haar op andere gedachten te brengen. Pennsylvania blijkt een conservatieve omgeving waarin het moederschap juist wordt toegejuicht en abortus wordt verafschuwd, ook gezien het wrede filmpje over de verwijdering van een embryo dat Autumn (maar niet de kijker) krijgt voorgeschoteld.

Eliza Hittman is een onafhankelijke filmmaakster die zich graag richt op jongeren die hun identiteit zoeken. Ze debuteerde met It Felt Like Love (2013) waarin ook al een jong meisje de keerzijde van seksualiteit ontdekt, en Beach Rats (2017) waarin een jongen experimenteert met drugs en op het internet contact met oudere mannen zoekt. Voor Never Rarely Sometimes Always liet Hittman zich inspireren door de 28-jarige Ierse tandarts Savita Halappanavar die in 2012 zwanger van haar eerste kind was, complicaties kreeg, smeekte om een abortus, die werd geweigerd omdat de Ierse wetgeving dat niet toestaat, en een week later in het ziekenhuis overleed.

Never Rarely Sometimes Always

Griezelige precisie
Hittman was zo aangeslagen dat ze zich in de materie ging verdiepen en onderdook in de mentaliteit van het kleine stadsleven in de Amerikaanse staat Pennsylvania waar de wetgeving abortus slechts onder strikte omstandigheden toestaat, zodat veel meisjes en vrouwen uitwijken naar New Jersey en New York. Met een soms griezelige precisie toont Hittman de procedures die Autumn moet ondergaan en de emotionele weerslag in haar gelaat en lichaamshouding. Natuurlijk suggereert Hittman dat Autumn onder een bepaalde druk zwanger is geraakt, maar ze maakte Never Rarely Sometimes Always met zoveel toewijding en begrip dat de regisseur iets meer aandacht voor de gevolgen van onveilig vrijen bij jongeren had mogen hebben. Cynici zouden na afloop zelfs kunnen beweren dat het maar goed is dat je zoveel moeite voor een abortus moet doen.

Hoewel Autumn door de hulpverleners in New York wel met heel veel liefde wordt omringd, gaat het verblijf aldaar namelijk niet zonder slag of stoot. Autumn blijkt in haar thuisstaat verkeerd te zijn voorgelicht, zodat de behandeling niet dezelfde dag kan worden verricht. Zonder slaapplek en met nog weinig geld op zak ontdekken Autumn en Skylar het leven in de grote stad. Verwacht geen schokkende gebeurtenissen, maar wel een kalme, meeslepende trip, waarin de twee geloofwaardig acterende meiden nauwelijks een woord wisselen, maar altijd weten dat hun solidariteit en vriendschap onvoorwaardelijk is. Vooral dat maakt de film aantrekkelijk.

 

26 juni 2020

 

ALLE RECENSIES