C’est ça l’amour

***
recensie C’est ça l’amour

Intiem familieportret

door Nanda Aris

Wanneer een vader er alleen voor komt te staan, doet ie er alles aan om zijn vrouw terug te winnen en het gezin te herenigen. De toneelles waarvoor hij zich opgeeft, is een excuus om zijn vrouw te kunnen zien. Maar onverwachts biedt het hem meer dan gedacht. 

C’est ça l’amour is de eerste film die Claire Burger alleen regisseert. Voorgaande films – Party Girl (2014) en Forbach (2008) – schreef en maakte ze samen met Marie Amachoukeli-Barsacq. Ook deze film speelt in Forbach, een plaats dichtbij de Frans-Duitse grens. Ditmaal zelfs in het huis van Burgers vader, waarin zij opgroeide en dat eigenlijk te klein was om goed te kunnen bewegen voor cast en crew. Maar Burger wilde de film losjes baseren op haar eigen jeugd (haar ouders scheidden toen ze jong was) en kon zich uiteindelijk niet voorstellen ergens anders op te nemen dan in het ouderlijk huis. 

C’est ça l'amour

Dochters
Mario (Bouli Lanners, de enige professionele acteur in de film) is een lieve, zachtaardige vader en echtgenoot, die kapot is van het feit dat zijn vrouw hem en de kinderen verlaat. ‘Als je terugkomt, ben ik veranderd.’ Het is aandoenlijk en een beetje zielig tegelijk hoezeer Mario zijn vrouw mist en stalkt. Met zijn baard en buikje is het een teddybeer en een goedzak. De meeste vrouwen sollen een beetje met Mario, tot je als kijker hoopt dat hij een grens trekt en voor zichzelf opkomt.

Mario heeft een zeventienjarige dochter Niki (Sarah Henochsberg) en een veertienjarige dochter Frida (Justine Lacroix), een androgyn meisje dat haar seksuele voorkeur ontdekt. Vooral Frida maakt het Mario niet makkelijk, omdat zij het hem kwalijk neemt dat moeder Armelle (Cécile Rémy-Boutang, tevens productiemanager van de film) vertrokken is.

Wanneer Mario voorstelt dat Frida haar vriendinnetje van school uitnodigt voor een slaappartijtje, heeft hij daar andere ideeën bij dan Frida. Wanneer hij Frida ziet zoenen met haar vriendin, besluit hij dat het beter is als de meisjes niet in dezelfde kamer slapen. Het lijkt niet zozeer onwil, maar vooral onmacht, en schrik voor het feit dat zijn dochter opgroeit. Frida is echter woest en besluit haar vader terug te pakken door zijn kruidenthee extra spice te geven en MDMA toe te voegen. Er volgt een grappige, aandoenlijke, maar licht overdreven scène waarin de hele familie bij elkaar is, ook al bevindt Mario zich in een andere wereld door de drugs.

C’est ça l'amour

Atlas
Het theaterstuk waarvoor Mario zich heeft opgegeven, is in eerste instantie alleen een middel om dichtbij zijn vrouw te zijn, maar wanneer hij zich overgeeft aan de groep en de opdrachten die ze uitvoeren, blijkt het een therapeutische werking te hebben op hem. Het theaterstuk, waarin niet-professionele acteurs een korte tekst uitspreken die typerend is voor henzelf – wie ze zijn, of zouden willen zijn – is een werkelijk gespeeld stuk.

Antonia, de regisseuse van dit stuk in de film, is ook in werkelijkheid betrokken bij dit bestaande project, Atlas, dat wordt opgevoerd met lokale mensen. Op die manier kon Burger op een authentieke wijze de omgeving in haar film verwerken; een beeld van een snel veranderende regio, onder andere door sluiting van een mijn en de opkomst van het rechts-nationalistische Front National.

Zo krijgen we in C’est ça l’amour een beeld van de regio, niet door het tonen van industriële landschappen, maar door deze burgers een stem te geven. Tegelijkertijd krijgt Mario meer zelfvertrouwen, want hij vindt steun in zijn toneelspel, zijn medespelers en in Antonia. En zo zoekt en vindt ieder gezinslid liefde en geluk, ieder op een eigen manier, op een eigen pad.

 

24 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

Wajib

***
recensie Wajib

Een broos evenwicht

door Ries Jacobs

Soms moet je door de zure appel heen bijten en doen wat je omgeving van je verwacht. Soms moet je juist doen wat je zelf wilt. In de laatste film van de Palestijnse regisseuse Annemarie Jacir worstelen de hoofdrolspelers met de vraag voor welke van deze twee opties ze moeten kiezen.

Een vader met een snor en een ouderwetse pet, een zoon met een hipsterstaart en dito kleding. Al na vijf minuten is duidelijk dat dit een familiedrama is waarin traditie en moderniteit botsen. Vader Abu Shadi en zoon Shadi rijden in een oude Volvo rond om uitnodigingen voor het huwelijk van dochter en zus Amal te bezorgen. Volgens het lokale gebruik moet iedereen persoonlijk worden uitgenodigd en worden de huwelijksaankondigingen dus niet per post verstuurd.

Wajib

Vader is een Palestijn die in het tegenwoordig Israëlische Nazareth woont. Hij is gevoelig voor de plaatselijke roddel en achterklap, die zijn eer kunnen aantasten. Zoon werkt als architect in Italië. Hij is meer individualistisch ingesteld en begrijpt weinig van het eergevoel van zijn vader.

Israëlische hond
Jacir weet als geen ander hoe ze het dagelijks leven in Israël in beeld moet brengen. Ook in haar derde lange film doet ze dit vanuit het Palestijnse perspectief. Op een subtiele manier geeft ze weer hoe in het leven van Shadi en Abu Shadi plaats is voor christenen, joden en moslims. Ze gaan langs bij families waar een kerstboom het huis versiert, maar ook bij zionisten in Israëlische nederzettingen.

Het nieuws geeft ons een beeld van Israël als land dat bestaat uit twee kampen die elkaar de hersens inslaan, maar Jacir laat zien dat de verschillende geloofsgemeenschappen geen gescheiden werelden zijn. Meestal leven ze vreedzaam naast elkaar. Soms lukt dat niet, bijvoorbeeld wanneer Abu Shadi in een joodse nederzetting een hond aanrijdt en er daarna vandoor gaat. “Je weet wat er gebeurt in dit land als je een beest kwetst? En zeker een Israëlische hond!”

Wajib

Lied zonder refrein
Wajib bevat meer scènes waarin de onderhuidse spanning tussen Palestijnen en joden tot uiting komt. Zo hebben vader en zoon bijna constant ruzie over wie ze moeten uitnodigen voor de bruiloft, waarbij zoon principieel is en vader niemand voor het hoofd wil stoten teneinde het broze evenwicht met Palestijnen en joden in zijn omgeving te bewaren. Als hij nu de verwachtingen van zijn omgeving inlost, krijgt hij later geen probleem. Dit verklaart de naam van de film. Een wajib is een voor moslims noodzakelijke handeling, zoals het gebed of de ramadan. Wie deze uitvoert wordt later beloond, wie deze verwaarloost wordt gestraft.

Jacirs poging om de spagaat waarin veel Palestijnen zich bevinden weer te geven is zonder meer geslaagd. Dit geldt niet voor de film als geheel, waarin niet zoveel gebeurt. Vader en zoon rijden, bezorgen ergens een uitnodiging, rijden weer verder, gaan weer bij iemand langs en rijden weer verder. De verhaallijn van het door Jacir zelf geschreven script is flinterdun en maakt de film, ondanks de goed uitgewerkte karakters, bij vlagen vlak en spanningsloos.

Kijken naar een film zonder verhaal is als luisteren naar een lied zonder refrein. Na een tijdje gaat het vervelen omdat het meer van hetzelfde is. Dit geldt ook voor Wajib, ondanks de sfeer die Jacir weet te creëren. Als regisseuse is de Palestijnse filmmaakster deze keer beter geslaagd dan als scriptschrijfster.

 

23 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

Private War, A

**
recensie A Private War

Vrouw verslaafd aan oorlogsleed

door Cor Oliemeulen

Wat beweegt iemand haar leven te riskeren door in oorlogsgebieden menselijk leed te verslaan? In A Private War kunnen we het antwoord niet goed ontdekken, maar zien we wel een authentieke held.

Een liefdesbrief aan de journalistiek en een hommage aan een van de meest gevierde oorlogscorrespondenten van deze tijd, Marie Colvin (Rosamund Pike), die keer op keer haar leven op het spel zette om de harde waarheid te publiceren. Dat was de insteek van de Amerikaanse documentairemaker Matthew Heineman toen hij met A Private War zijn eerste speelfilm ging maken. Focus op betrouwbare nieuwsgaring is volgens hem noodzakelijk in deze tijd waarin feiten en nepnieuws als bijna vanzelfsprekend inwisselbaar zijn ter ere van politieke propaganda en persoonlijk gewin.

A Private War

Onverwoestbaar
Het biografische oorlogsdrama, dat in episodische gebeurtenissen toewerkt naar die fatale dag in 2012 in de totaal verwoeste en ontredderde stad Homs, zou je enigszins bevooroordeeld kunnen noemen. De Syrische president Bashar al-Sadat bombardeert niet alleen tegenstanders van zijn regime maar ook onschuldige vrouwen en kinderen, terwijl dubieuze handelingen van de geallieerden geheel buiten schot blijven. Heinemans keuze heeft echter weinig te maken met politieke propaganda, hij vertelt slechts het verhaal van de moedige, onverwoestbare, oorlogsverslaafde Colvin, die op haar beurt lijdende burgers een stem en een gezicht gaf. Die keuze is zowel het sterke als het zwakke aspect van A Private War.

Zuipend, kettingrokend en vloekend, ging de in Amerika geboren Britse oorlogscorrespondente van The Sunday Times soms ten onder aan haar eigen demonen. Altijd emotioneel betrokken, maar zonder vrees; althans minder bang dan de oorlogsslachtoffers, zoals ze zelf zei. Of het nu was tijdens schermutselingen tussen het Sri Lankaanse leger en de Tamil Tijgers waarbij ze door een granaatinslag het zicht van haar linkeroog verloor, bij de opgraving van een massagraf bij de Iraakse grens, een bomexplosie in Afghanistan of haar interview met een van de eerste politieke slachtoffers van de Arabische Lente, de Libische premier Moammar Gaddafi die door Marie Colvin uiterst confronterend in een interview wordt aangepakt en niet lang daarna naakt en bebloed op de grond ligt terwijl opstandelingen lachend selfies naast de doodgemartelde dictator maken.

Trauma’s
We zien ook Colvin worstelen met trauma’s, maar steeds moet ze van zichzelf (en soms van de krant) weer naar de frontlinie om schrijnende verhalen van onzichtbaar gebleven slachtoffers te vertellen. Niets van embedded journalism voor haar; als een peloton reporters in 2003 door het Amerikaanse leger wordt geïnstrueerd om tijdens de invasie van Irak in het kielzog van de militaire troepen te opereren, regelt de eigenzinnige Colvin op de achtergrond een freelance fotograaf die jarenlang zal fungeren als haar ‘tweede’ oog op het oorlogsleed en als tolk in de meest precaire omstandigheden.

Qua drama is A Private War geen slechte Hollywoodfilm, met weliswaar een voorspelbaar verloop en verstoken van noemenswaardige verrassingen. Rosemund Pike speelt een van haar meest geloofwaardige rollen, hoewel we haar eigen intense pijn nog meer hadden mogen voelen. Dan rest een weinig gecompliceerde geschiedenis van een vrouw die was verslaafd aan oorlogsleed en zich kennelijk verantwoordelijk voelde om de mensheid daarmee te confronteren. Een ware held(in) met het nobele doel de wereld beter te maken. Iemand die kon vermoeden dat ze in het harnas zou sterven.

Daarmee houdt de film op en mag de held terecht worden geëerd. Behalve als je meer over Colvins werkelijke drijfveren en persoonlijke achtergrond had willen weten. Samen met de eenzijdige blik op een cruciaal stukje wereldgeschiedenis blijft Heinemans speelfilmdebuut aan de fragmentarische en vlakke kant dat onvermijdelijk inspeelt op sentiment en onbehagen. Als iemand na afloop van de film geïnspireerd is om zich aan te melden als oorlogscorrespondent is dat natuurlijk mooi meegenomen.

 

22 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

Lazarro Felice

***
recensie Lazarro Felice

Merkwaardige magische parabel

door Sjoerd van Wijk

De merkwaardige parabel van Lazzaro Felice komt soms aandoenlijk uit de hoek. Maar blijft wel tot op het bot didactisch zoals dat een parabel betaamt.

Voordat de loonslavernij zijn intrede deed, was er sprake van pachtvormen, waarbij landarbeiders een deel van hun oogst afstaan aan de landbezitter in ruil voor voeding en onderdak. In Lazzaro Felice heeft de tijd op het landgoed Inviolata stilgestaan sinds een modderstroom de stad slecht bereikbaar maakte. De parmantige Markiezin zorgt ervoor dat de inwoners nog steeds bij haar in het krijt staan. En dat deze landarbeiders niet beter weten dan dat zij een handjevol gloeilampen moeten delen en tabak moeten verbouwen. De jongen Lazzaro is echter een ander slag boer. Als de goedheid zelve helpt hij iedereen onvoorwaardelijk. Zodra de oplichterij onvermijdelijk uitkomt, ontspint zich een zoektocht naar Tancredi, de flamboyante zoon van de Markiezin met wie Lazzaro net een vriendschap had gesloten.

Lazarro Felice

Vreemd giswerk
Het blijft een doorgaand giswerk wanneer Lazzaro Felice zich precies afspeelt. Alsof het een nabije toekomst is waar de middenklasse volledig door het kapitaal is verpulverd. Waar rijk en arm overblijven en het feodalisme in nieuwe vormen is teruggekeerd. Door de markante gebruiken van de landarbeiders, inclusief opmerkelijk bijgeloof, dompelt de film direct onder in een vervreemdende wereld. Een tot leven gekomen poppenkast, waar de personages onbehouwen met elkaar omgaan.

Het is extra opmerkelijk door de nuchtere stijl waarmee schrijfster-regisseuse Alice Rohrwachter (Le Meraviglie) te werk gaat. Wel veert ze dikwijls van nonchalance naar slordigheid. Het contrast met de engelachtige Lazzaro kan niet groter, waardoor het gebeuren een magisch tintje krijgt. Zijn wederopstanding in de grote stad doet ondanks de klungelige opbouw bijwijlen betoverend aan.

Wringen versus gunnen
Als vreemdste vogel van allemaal is Lazzaro niet zozeer een personage, maar een op aarde neergedaalde heilige. De non-acteur Adriano Tardiolo combineert het dromerige van Timothée Chalamet (Beautiful Boy) met de nederigheid van Padre Nazario uit Nazarín. Net als in laatstgenoemde film krijgt ook hier de hoofdpersoon het zwaar te verduren in een vervelende wereld. Maar waar Luis Buñuel zijn priester van innemende tragiek voorziet, wringt de uitbuiting van Lazzaro vooral door het tergende contrast tussen hem en zijn omgeving. De voortdurende naastenliefde werkt op de zenuwen, omdat er weinig anders is om houvast aan te hebben bij het personage. Daardoor weet de prille vriendschap met charlatan Tancredi van beide kanten niet te overtuigen.

Lazarro Felice

Ondanks de uitbuitende inborst van zijn compagnons hebben de afgeperste arbeiders wel iets aandoenlijks. Hun overgang van opgelicht op het platteland naar oplichter in de stad is geen aanleiding voor cynisme, maar een koddige overpeinzing over saamhorigheid. Rohrwachters zus Alba (Figlia Mia) vermengt hierbij verdienstelijk onschuld met ondeugd als de lieve bengel Antonia. De gunfactor voor dit rapaille stijgt des te meer als zij namens hen bedelt met hun schamele bezit bij de patisserie. Deze groep misfits zorgt voor een vrolijke noot. Iets wat door Alice Rohrwachters slodderige devotie aan de parabel welhaast letterlijk zo is.

Moraal van het verhaal
Lazzaro Felice zou dan ook geen parabel zijn zonder een moraal van het verhaal. Demonstratief maakt de film daarom het adagium uit Mattheus 5:5 met de grond gelijk. Lazzaro zal als zwakkere nooit de aarde erven. De reden daarvoor heeft de Markiezin in kunstmatige dialoog al uit de doeken gedaan. Alice Rohrwachters stijl voelt op deze wijze aan als een vriendelijke versie van Lars von Trier, mede dankzij een voice-over die een mirakel duidt. Maar waar de meester zelf is getransformeerd tot guitige predikant in The House That Jack Built en adept Brady Corbet met Vox Lux (binnenkort in de bioscoop) hedendaagse nervositeit vat, lijkt Lazzaro Felice in vergelijking minder relevant. De slordig uitgewerkte didactiek doet afbreuk aan het magische potentieel van deze door religie ingegeven vertelling.

 

17 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

Sunset

****
recensie Sunset

Duistere geheimen in Boedapest

door Suzan Groothuis

Na het claustrofobische en beklemmende Son of Saul is László Nemes terug met het stemmingsvolle Sunset. Een kostuumdrama met een duistere laag, waarin een jonge vrouw op zoek gaat naar haar mysterieuze broer. 

Sunset speelt in 1913 in Boedapest, toen de stad nog deel uitmaakte van het Oostenrijks-Hongaarse rijk en het hart van Europa vormde. De twintigjarige Irisz Leiter (Juli Jakab) is naar de Hongaarse hoofdstad getrokken om te werken bij het vooraanstaande hoedenmagazijn Leiter. De naam is geen toeval: Irisz is de dochter van de oprichters, maar haar ouders zijn op duistere wijze overleden. Wanneer Irisz haar intrede doet, is gelijk merkbaar dat ze niet welkom is.

Eigenaar Brill vertelt Irisz dat er geen werk is en raadt haar aan weer uit Boedapest te vertrekken. De nacht kan ze er nog blijven, een morsige plek in het pand waar ze is geboren. Dan komt er een indringer haar kamer binnen, die haar vertelt dat Irisz een broer heeft. Vanaf dat moment ontstaat er voor Irisz een persoonlijke queeste: haar broer, als hij al bestaat, vinden.

Sunset

Geschoten op prachtig celluloid
Die zoektocht is bijzonder fraai in beeld gebracht. Net als het intense Holocaust-drama Son of Saul is de film analoog geschoten, met de focus op de vastberaden en opgejaagde Irisz. De camera volgt haar in haar onverschrokken tocht, terwijl ze heen en weer geslingerd wordt door vertwijfeling. Wat klopt van wat ze over haar broer heeft gehoord? Wie is te vertrouwen? En vooral: wie niet? Terwijl de politieke onrust toeneemt en de chaos in de stad verergert, geeft Irisz – meestal gefilmd vanuit haar rug, haar witte kanten kraagje omhoog stekend – haar onderneming niet op.

Nemes laat twee kanten van Boedapest zien: de weelderige, met prachtige decors en kostuums, en de grimmige, met donkere achteraf steegjes waar geruchten rommelen dat Irisz’ broer voor een bloedbad zal zorgen. Die omgevingen zijn echter ondergeschikt aan de hoofdpersoon, op wie de camera – vaak in lange shots – steevast gericht is. In haar fixatie om haar broer te vinden, dringt de omringende realiteit slechts af en toe binnen. Je hoort geroezemoes over de hittegolf in de stad, over het bezoek van de Weense prinses en een eindfeest bij Leiter. Flarden van nieuwsberichten zeggen iets over politieke spanningen.

Dwingende meeslependheid
Sunset
dwingt de kijker mee te gaan op Irisz’ reis. Nemes hanteert een claustrofobische, jachtige stijl. Telkens afgeleid – een hoedenkamer versieren voor het bezoek van de Weense prinses, terwijl je je broer wil vinden – volgen we Irisz die in plaats van antwoorden steeds meer vragen op haar pad tegenkomt. Waarom kiest haar broer voor extreem geweld? Wat is Brills agenda? En waarom wordt een van de meisjes die bij Leiter werkt uitverkoren om aan het Weense hof te gaan werken?

Sunset

Nemes geeft geen antwoorden, maar maakt Irisz’ realiteit steeds grimmiger en verwarrender. Aan de hand van wat er om haar heen gebeurt, of wat ze meent te zien gebeuren, trekt ze conclusies. Tegelijkertijd ondergaat haar personage wel een verandering, want ze wordt onbevreesd en strijdbaar. Uiteindelijk lijken Irisz en haar broer één. Waarmee je als kijker weer een vraag rijker bent: bestaat haar broer wel?

Eerlijk gezegd doet het er niet toe, want Sunset is vooral een film om te beleven, te voelen. Laat de dromerige, rijke beelden zoals van het feest in het park of het statige hoedenmagazijn je niet misleiden. Eronder gaat een broeierige duisternis schuil, nietsontziend afstevenend op het begin van de Eerste Wereldoorlog. Een film laverend tussen schoonheid en vernietiging, zijnde een duistere trip die iets wil ontrafelen maar alleen maar meer verwarring schept. Binnen die chaos moet je je staande zien te houden. En dat is precies wat Irisz doet, getuige dat laatste shot waar ze krachtig de camera in kijkt. Sunset laat zich niet vangen, maar absorbeert je van begin tot eind.

 

13 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

High Life

****
recensie High Life

Alfa-aap van het niets

door Alfred Bos

De voorlaatste film van de Franse regisseur Claire Denis draaide om gemis van liefde. Ook in haar nieuwe, eerste Engelstalige werkstuk, een sciencefictionfilm, staat afwezigheid centraal. Ditmaal ontbreekt de zin van het leven.

High Life speelt zich geheel af in een ruimteschip met een respectabel aantal kilometers op de teller. Het vehikel is uitgewoond en metaalmoe, het begint kuren te vertonen en de voorraden zijn niet eindeloos herbruikbaar. Ook de bemanning (spreken we in politiek correcte tijden, met excuses aan robots, van bemensing?) van deep space vehicle 7 is niet okselfris meer. Nooit geweest overigens, want het team bestaat uit terdoodveroordeelde misdadigers.

High Life

Het schip is onderweg naar een zwart gat, om daar de energie af te tappen die op een uitgeputte aarde wordt begeerd—een bestaande wetenschappelijke theorie, vernoemd naar fysicus Roger Penrose. De reis is een experiment uit nood, in feite een zelfmoordmissie. De thuisplaneet en het leven aldaar zijn ver weg. Het ruimteschip is een eiland in de immense leegte, het vroegere bestaan een vage herinnering. De veroordeelden zijn op elkaar aangewezen, bijgestaan door een arts, Dr. Dibs (Juliette Binoche krijgt wederom een hoofdrol van Denis), met een strafblad en een sinistere agenda.

Existentiële leegte
High Life is de eerste Engelstalige productie van Claire Denis (Un Beau Soleil Intérieur, Les Salauds) en het is, met haar genadeloze kijk op de menselijke natuur en de compromisloze wijze waarop ze die verbeeldt, onmiskenbaar een Denis-film. High Life staat in een lange sciencefictiontraditie, maar wijkt daar niettemin op een wezenlijk punt vanaf. Geen weidse avonturen in deep space van een heroïsch gezelschap, zoals in de boeken van A. Bertram Chandler en James Blish; geen claustrofobe horror à la Alien of Event Horizon; niet de spirituele bespiegeling van Tarkovsky’s Solaris of Kubricks 2001, geen vertoon van menselijk vernuft zoals verbeeld in Interstellar en The Martian noch de ecologische boodschap van begin jaren zeventigfilms als Silent Running en Soylent Green.

High Life heeft een ironische titel. Hij staat voor drama van het existentiële soort. Wat rest er van het bestaan als alles – zekerheid, toekomst, verwanten en vrienden, cultuur, schoonheid, inspiratie, tijd – is weggevallen en de wereld is gekrompen tot een buitenmodel koekblik met ouderdomskuren? Het antwoord is seks.

Waar die seks toe leidt, is minder duidelijk. Het slot van de film laat zich op tegengestelde manieren uitleggen. Als ode aan wilskracht en liefde, schakels die bestand zijn tegen het bruutste wat het universum heeft te bieden. Of als ultieme ontgoocheling: alles, ook liefde, verdwijnt in een zwart gat. Uiteindelijk is er niets. We hebben enkel elkaar.

High Life

Zwart gat als metafoor
Het punt van High Life is niet het verhaal van Monte (Robert Pattinson, Maps to the Stars) , Dr. Dibs en het gezelschap van gestoorde, gebroken en door het leven gekneusde lotgenoten op reis naar het niets. Het punt van de film is dat hij draait om alles wat er niet is, wat het bestaan glans geeft. Die afwezigheid, dat metaforische zwarte gat, doet duidelijker uitkomen wat wezenlijk is. Door het gemis wint het aan gewicht. Maar wat betekent gewicht in een omgeving van gewichtsloosheid?

Een film die het niet moet hebben van plot of spektakel, waarin de personages vaag blijven en de sfeer – opgeroepen via de geluidsband: de brommende machines en het gekreun van het ruimteschip creëren een sluier van ruis – centraal staat, zo’n film steunt in de eerste plaats op de acteurs. Denis heeft een fraai stel bij elkaar gebracht. Pattinson is geknipt voor de rol van gevaarlijke, maar sensitieve man. Hij wordt ongewild de alfa-aap van de groep verstotenen, waarin we onder meer André Benjamin (André 3000 van het hiphopduo OutKast), Mia Goth (Suspiria) en Claire Tran (Valerian and the City of a Thousand Planets) herkennen.

In het totale isolement komen de diepmenselijke trekken boven. De reizigers zijn tot elkaar veroordeeld, maar harmonieus is het gezelschap allerminst en de kilheid van hun situatie kan de extremen niet dempen. Al het dierlijke dat de mens eigen is, komt tijdens de reis naar buiten. En bepaalt uiteindelijk het lot van Monte. Is hij een Kaïn, een Lazarus, een Jezus of een Adam? Hij is bovenal menselijk, ook in de peilloze leegte van het heelal.

High Life

Niet-lineair verteld
High Life is arthouse-sciencefiction. De film gebruikt de situaties en tropen van het genre en herschept ze tot een reflectie op levensvragen. Het verhaal in het ruimteschip wordt niet-lineair verteld, inclusief flashbacks naar het leven vóór de missie, waardoor het gebrek aan dialoog nauwelijks opvalt. De kijker moet de situatie, de personages en hun onderlinge relaties samenstellen uit de informatie die stilaan wordt prijsgegeven, en details die in het voorbijgaan niet direct opvallen maar betekenisvol zijn.

Claire Denis gebruikt een breed scala van beelden, van horror en gore tot niet zo pastorale natuur (ze echoën Solaris). Er zijn briljante momenten, zoals de scène met Dr. Dibs in de masturbatiekamer, de Fuckbox. En de lege handschoen die gewichtsloos door het vacuüm zweeft en een spook suggereert, iemand die er niet is. Of het zeemansgraf van dode teamleden die in formatie en in slow motion over het scherm schuiven—een beeld dat even poëtisch als verontrustend is. Net als de film.

 

12 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

Another Day of Life

****
recensie Another Day of Life 

Vergeten gezicht van de hel

door Ralph Evers

Tegen de achtergrond van de onafhankelijkheidsoorlog van Angola in de jaren 70 vertelt Another Day of Life het leven en werk van de Poolse journalist Ryszard Kapuściński. 

Het leven van Ryszard Kapuściński heeft iets weg van een avonturenroman. Weliswaar met een zeer donker randje. Hij werd in 1932 geboren en maakte als kind de vernietiging van zijn geboorteland Polen mee. Zowel de nazi’s als de Sovjets wilden Polen van de landkaart vegen en het grondgebied aan het eigen rijk toevoegen. Toen de hel van de Tweede Wereldoorlog voorbij was, viel Polen het ongelukkige lot van zoveel andere Oost- en Midden-Europese landen ten deel. Kapuściński slaagde erin zijn land te ontkomen als journalist. Hij verruilde de ene hel met de andere, want hij vertrok in de jaren zeventig naar Angola. In Angola streden twee partijen voor de onafhankelijkheid, de MPLA, later gesteund door de Sovjet-Unie en de UNITA en FNLA, gesteund door de Verenigde Staten (de CIA) en Zuid-Afrika.

Another Day of Life

Menselijke daden in onmenselijke situaties
De film is gebaseerd op Kapuściński’s boek Jeszcze dzień życia, in het Engels bekend als Another Day of Life en gaat in op zijn rol en overwegingen in de roerige tijd in Angola na de Anjerrevolutie van 1974. Deze revolutie ging gepaard met een onafhankelijkheidsoorlog, waarbij zowel de Sovjets als de CIA betrokken waren. De film doet dat op een interessante, indringende, emotionele en reflecterende wijze. Interessant door de hoofdpersonen tijdens die tijd hun stem te geven. Grotendeels geanimeerd, met her en der archiefbeelden en opnames van het huidige dagelijkse leven in Angola.

We gaan mee met Ricardo, zoals Ryszard in het Portugees sprekende Angola genoemd werd, en collega Artur, die met gemengde gevoelens terugkijkt op die tijd en de oorlog. Beelden van brute slachtpartijen, waar zwangere vrouwen en jonge kinderen niet werden gespaard, draagt hij tot op de dag van vandaag met zich mee.

Artur, als Portugees vrije toegang tot andere gebieden hebbende en de mores van het land kennende, leert Ricardo de meest cruciale overlevingsregels in het onvoorspelbare land buiten hoofdstad Luanda. De helse reis naar het zuiden leidt tot ontmoetingen met illustere figuren als de 19-jarige vrouwelijke strijder Carlotta en later Farrusco, een generaal die een sleutelrol in de oorlog in het zuiden speelde. Carlotta is een guerrillero met een menselijk gezicht, verbrandt de vele lijken omdat die ziektes in zich kunnen hebben en er kinderen niet ver van de slachtvelden spelen. Een feit zo voldongen dat de gruwelijkheid als een absurde vergissing meeklinkt.

Another Day of Life

Reis van de held
De film doet denken aan Waltz with Bashir van Ari Folman, ook een animatiefilm over een oorlog. Ook daarin ruimte voor creatieve expressie en het zoeken naar een indringende taal om de kijker op een andere, doch directe wijze te raken. Het belangrijkste verschil is dat Folmans film verslag doet van de Zesdaagse Oorlog, terwijl Another Day of Life de oorlog verslaat vanuit de ervaringen van Ryszard, die zich afvraagt in hoeverre hij de oorlog beïnvloed heeft.

Hij is de onverschrokken journalist die in zijn zoektocht naar antwoorden voortdurend de dood op zijn hielen heeft. Hij komt eruit als een held, die de wereld iets kan laten zien, wat niet bekend is en bekend mocht worden. Hij staat voor een cruciale beslissing, wat te doen met die kennis? Dat is later geschiedenis geworden. Dat maakt dat deze film zo dichtbij voelt. Het perspectief van een gezicht van de hel toen met beelden van Angola nu. Het is een intelligente manier om de kijker te betrekken bij een vergeten oorlog.

 

8 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

Posoki

***
recensie Posoki

Optimistische klaagzang in Bulgarije

door Sjoerd van Wijk

Posoki had gemakkelijk een klaagzang kunnen blijven, maar weet het optimisme te vinden. Dankzij de intense interacties betekent een achtergesteld Bulgarije niet altijd louter kommer en kwel. 

In de nacht rijden zes verschillende taxichauffeurs rond met uiteenlopende passagiers. Een man blijft giechelen met zijn maîtresse in het bijzijn van een rouwende chauffeur en heeft moeite de stilte te bewaren als de echtgenote belt. Ergens anders ontspoort een verhitte discussie over de hoge rekening. Toch zit er een rode draad in de gebeurtenissen. Terwijl de chauffeurs af en aan rijden, brabbelt de radio door over het incident waarmee Posoki opent. Een man knoopt de eindjes aan elkaar met de taxi als extra inkomsten. Als zijn aanvraag voor een nieuwe lening door de mand valt door corruptie, gaat hij door het lint. Waar is het fatsoen gebleven? Of is deze uitbarsting over onrecht begrijpelijk? Zowel de vignetten indirect als het radiodebat direct soebatten over deze vraagstukken in een Bulgarije dat de wanhoop nabij lijkt te zijn. 

Posoki

Claustrofobisch vastgepind
Het doet denken aan Taxi Teheran, maar dan zonder de Iraanse speelsheid. Hier is de taxi het vehikel bij uitstek om de precaire situaties van de ingezetenen te omlijsten. Bulgaars lidmaatschap van de Europese Unie woekert hier vooral in de vorm van terugkerende expats die het elders beter hebben. Het technocratische project lijkt niet de economische malaise af te stoppen.

Posoki is met haar vlakke beelden net zo opgesloten als de ingezetenen, die vaak lijken op leden van het precariaat. Regisseur Stephan Komandarev ketent deze personages vast in het metalen omhulsel van de taxi tot aan het claustrofobische toe. 

Sluimerende nacht
Binnen de auto’s sluimert de lange nacht monotoon voort. Zoals de filmtitel (‘richtingen’ in het Nederlands) al aangeeft, zit in het opgesloten karakter van Posoki stilletjes de hoop een nieuwe weg in te slaan. Maar ook de uitzichten uit de taxi maken de stedelijke omgeving vooral tot eentonige nocturne. De herhaling is Komandarev en co-scenarist Simeon Ventsislavov niet vreemd.

In tegenstelling tot het meditatieve van Like Someone in Love komen de autobeelden hier eerder ondubbelzinnig over. De heren hameren daarbij continue op dezelfde punten door, met de vele debatten op de radio en gemaakt toeval die een en ander in elkaar laat overlopen. Het is overduidelijk wat alle bedoelingen zijn als zelfs een priester de taxi als noodzakelijke schnabbel heeft en het lot wilt dat hij net nu een hartpatiënt vervoert. 

Intense doortastendheid
De opgesloten aard van deze lange nacht rekt Komandarev nog verder op met lange takes. Het voorkomt dat de handcamera van cameraman Vesselin Hristov al te zeer vervalt in een clichématige replica van fixatie op personages à la John Cassavetes of de gebroeders Dardenne. Komandarev gebruikt de lange take wel met wisselend succes.

Posoki

Aan de ene kant leidt het tot intense hoogtepunten, die het menselijke van de personages doortastend vatten. Met name de chauffeur die een verstoorde leraar van de brug af praat boeit in de mengeling van hardheid en begrip dankzij de voortdurende focus op hun expressie. Aan de andere kant schijnt af en toe het kunstmatige karakter van deze realiteit door. Komandarev’s inconsequente toepassing van deze techniek breekt de lange nacht op 

Geloof in goedheid
In de vignetten zit immer een opgekropt geloof in de goede afloop. Zoals een personage in de film opmerkt, zijn de realisten en pessimisten geëmigreerd en blijven de optimisten achter. Ondanks dat niet elke situatie vrolijk eindigt, schijnt deze observatie altijd door. Hoe slecht men het ook heeft, als het er op aan komt, zegeviert de vriendelijkheid. Daar doen de bruuske dialogen niet aan af.

In Posoki zijn wandaden eerder een expressie van systemische wantoestanden dan een defect in karakter. Het maakt het voorlaatste beeld van de hartpatiënt die het ziekenhuis betreedt zo innemend en gepast, dankzij de diepte die vlakke monotonie vervangt. Helaas hameren de scenaristen tot het einde toe door, wat hun beschouwing over het hedendaagse Bulgarije wranger maakt dan het had kunnen zijn.

 

4 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

Front Runner, The

***
recensie The Front Runner

Politicus gaat vreemd

door Cor Oliemeulen

Stop de persen! De senator gaat vreemd! Met de buitenechtelijke escapades van de Amerikaanse presidentskandidaat Gary Hart eind jaren tachtig veranderde de rol van de media voorgoed.

De Canadese regisseur Jason Reitman (Juno, Tully) baseerde zijn biografische drama The Front Runner op het boek All the Truth Is Out: The Week Politics Went Tabloid (2014) van de Amerikaanse schrijver Matt Bai. Laatstgenoemde produceerde het filmscenario samen met Jason Reitman en Hillary Clintons voormalige perschef Jay Carson, die eerder meeschreef aan de politieke serie House of Cards.

The Front Runner

Privé
De onthullingen over Gary Harts scheve schaats komen nadat de rijzende politicus terloops tegen een journalist van The Washington Post zegt dat hij niets te verbergen heeft. Medewerkers van de minder serieuze Miami Herald willen dat maar al te graag checken en posten net zo lang bij Harts onderkomen totdat ze hem kunnen fotograferen met een jonge vrouw aan zijn zijde. Terwijl het campagneteam de bui al ziet hangen en strategisch de bakens wil verzetten, weigert Hart categorisch om op zijn privéleven in te gaan. Dat maakt zijn rol zowel in de verkiezingsstrijd als in de film ondergeschikt.

Hoewel Hugh Jackman geloofwaardig is als de goed uitziende, relatief jonge en soms koppige democratische senator met presidentiële ambities verbleken zijn acteerprestaties naast die van Vera Farmiga (eerder te zien in Reitmans Up in the Air) als Harts echtgenote, J.K. Simmons (Juno en Up in the Air) als zijn campagnemanager en Sara Paxton als zijn love interest die een en al eighties uitstraalt. Het titelpersonage blijft letterlijk en figuurlijk op afstand. Er is weinig ruimte voor zijn politieke ideeën en buiten zijn charismatische voorkomen blijft het gissen waarom hij jongeren zo aansprak. Gary Hart blijft ongrijpbaar, maar wordt in alle omstandigheden sympathiek opgevoerd, ook als ontrouwe echtgenoot.

Journalistiek
The Front Runner
is dan ook geen karakterstudie – Jackman is op zijn best en vertrouwdst tijdens een potje bijlwerpen op een campagnebijeenkomst – maar vooral een verhaal over de tendentieuze rol van media die buitenechtelijke affaires interessanter vinden dan politieke visies. Juist vanaf eind jaren tachtig, de periode waarin de film zich afspeelt, hebben media de neiging om de behoefte van het publiek te volgen. En hoe meer je aan die sensatiezucht tegemoet komt, hoe meer geld je ermee kunt verdienen. Begonnen in Amerika, inmiddels als epidemie over de hele wereld uitgewaaierd.

The Front Runner

Terwijl het script weinig ruimte laat voor enige karakterontwikkeling van de hoofdpersoon krijgt de verschuiving van serieuze berichtgeving naar riooljournalistiek wel de nodige dynamiek en diepgang. De roep om meer en sappiger nieuws over de mens achter de functie past bij de maatschappelijke ontwikkelingen en Gary Hart, die in 1988 streed om koploper van de Democraten te worden, was een van de eerste slachtoffers. Terecht of onterecht? Die conclusie laat Jason Reitman de kijker zelf trekken.

Infotainment
Reitmans docudrama toont hoe hard nieuws plaatsmaakt voor zacht nieuws en hoe journalistieke integriteit ondergeschikt wordt aan infotainment. Zien we in The Post hoe Tom Hanks als Ben Bradlee, hoofdredacteur van The Washington Post, in 1972 nog uiterst zorgvuldig afweegt hoe en wanneer zijn toen nog onbeduidende krant het Watergate-schandaal zal publiceren, in The Front Runner gaat diezelfde hoofdredacteur (Alfred Molina) wel over een nacht ijs: geruchten en suggestieve foto’s vormen voldoende motivatie om te berichten over (vermeende) buitenechtelijke escapades van een veelbelovende politicus. Je zou de boot maar missen!

Publiciteit moet gaan over politiek en niet over de persoon achter de politicus, luidt het motto van Gary Hart. Jason Reitman draagt met The Front Runner dezelfde boodschap uit. Hoezeer zijn regie als vanouds vakkundig is en hij de tijdsgeest uitstekend neerzet, voelt Reitmans film overbodig en is hij niet bijster interessant voor kijkers onder de vijftig. Het wachten is op een smeuïge reconstructie van hoe een Democraat het in de jaren negentig wél tot president zou schoppen, Bill Clinton. Een film met als titel The Intern, Her President & His Cigar zal eerder volle zalen trekken.

 

2 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

Minding the Gap

****
recensie Minding the Gap 

Skateboarden geneest hartzeer

door Alfred Bos

Drie vrienden groeien op in Rockford, Illinios, en delen een passie voor skateboarden. Bing Liu is een van hen, en filmt alles, twaalf jaar lang. De problemen die ze thuis hebben, vervagen wanneer ze op hun boards door de straten zoeven. 

Bing Liu maakt al op jonge leeftijd filmpjes van het skateboarden en van zijn vrienden. Waarschijnlijk toen nog niet wetende dat hij dit materiaal later zou verwerken in een documentaire.  En zeker niet dromende van een Oscarnominatie voor zijn documentaire Minding the Gap.

Minding the Gap

Skateboarden
De film focust in het prille begin vooral op het skateboarden, waardoor je als kijker denkt dat je werkelijk naar een film over skateboarden gaat kijken. Aangezien Liu zelf ook goed skateboardt, kan hij zijn vrienden perfect volgen en hun acties in heerlijke beelden vastleggen. We voelen de vrijheid, de snelheid en de energie die het boarden geeft.

Maar de film gaat over veel meer dan skateboarden: opgroeien, volwassen worden, vriendschap, en gescheiden families. Daardoor doet de film denken aan Boyhood (2014), waar ook over een tijdspannen van twaalf jaar is gefilmd.

Gelukkig
Liu volgt het leven en de perikelen van twee van zijn vrienden, Zack Mulligan en Kiere Johnson. Net als hijzelf komen ook zij niet uit gelukkige gezinnen waar vader en moeder nog samen zijn. De film is nog niet vergevorderd als we erachter komen dat Zack met zijn vriendin Nina een kindje verwacht.

Waar het even lijkt alsof ze de komst van de kleine goed samen oppakken, blijkt dat al snel een illusie en worden de ruzies steeds akeliger. Liu probeert beide kanten van het verhaal te achterhalen, en niet alleen de kant van zijn vriend te belichten. Het levert wel een klein scheurtje in de vriendschap op. Het verleden lijkt zich te herhalen.

Minding the Gap

Kindermishandeling
Zijn andere vriend Kiere Johnson is iets jonger en heeft bij z’n vader gewoond totdat deze overleed. Wanneer Kiere zijn kamer uit glipte om te skateboarden en hij daarvan thuis kwam, werd hij door zijn vader ‘gedisciplineerd’. Tegenwoordig zou dat kindermishandeling heten, zo zegt hij. Kiere’s lach is aanstekelijk, zijn tranen echt.

Hij heeft door zijn vader geen makkelijke jeugd gehad, maar hij mist hem ook. Met zijn baantje als afwasser en later in de bediening weet hij geld voor zichzelf en voor z’n moeder te verdienen. Kiere heeft veel blanke vrienden, maar is dat zelf niet, en dat is niet altijd makkelijk. Maar, zo zei zijn vader: ‘zwart zijn is cool, want elke dag kun je mensen hun ongelijk bewijzen’.

Open
Liu komt zelf ook aan bod. Hij interviewt zijn moeder over de mishandeling bij hen thuis, want zijn stiefvader sloeg Liu en zijn halfbroer. Het is dapper en confronterend dat hij dit gesprek knap met zijn moeder aangaat. Hij is gegroeid als filmmaker en na al die jaren, en naar het einde van de film, is het goed om ook zijn verhaal te horen.

Dat doen niet alleen Liu en zijn moeder, ook zijn vrienden stellen zich open. Ze zijn gewend aan de camera en storen zich niet aan het feit dat Liu vaak en veel gefilmd zal hebben, noch aan de persoonlijke vragen die hij soms stelt. Dat maakt Minding the Gap een persoonlijke film, die een inkijk geeft in een aantal gebroken gezinnen, waarin de kinderen moeite hebben om zich staande te houden, een draai te vinden in het leven. En daarvoor staat het skateboarden symbool: het leven met vallen en opstaan.

 

1 januari 2019

 

ALLE RECENSIES