The Voice of Hind Rajab

**
recensie The Voice of Hind Rajab
De schaamte niet te beminnen

door Bert Potvliege

De suspensefilm The Voice of Hind Rajab haalt zijn kracht uit een immense morele verontwaardiging. De waanzin van de genocide in Gaza zou nooit eerder zo doeltreffend verbeeld zijn. Kaouther Ben Hania vertelt het waargebeurde verhaal van de brutale moord op het Palestijnse meisje Hind door het Israëlische leger.

Een brandend actuele politieke lading als deze is niet zelden funest voor de nuchtere evaluatie: Wat u te zien krijgt, is belangrijk! Hind Rajab brengt een activisme dat evenzeer bloeit als woekert, en doet zo zichzelf de das om. Want het onevenwicht tussen intentie en kwaliteit is groot, met een boodschap van reusachtig belang waar een vrij alledaagse formulefilm tegenover staat. Alle lof die de film te beurt valt, smaakt zodoende wrang. Dit voelt geforceerd.

The Voice of Hind Rajab

Droeve ogen
Het waargebeurde kader van de film gaat een stap verder dan in soortgelijke cinema: de echte audio-opnames van het onder vuur genomen kind vormen het hart van deze thriller, die zich volledig afspeelt bij de telefooncentrale van de Palestijnse Rode Halve Maan. Terwijl de hulpverleners de noodoproep van Hind ontvangen, proberen zij te coördineren wat er moet gebeuren om haar te proberen redden van het oorlogsgeweld.

Ben Hania presenteert het geheel als een spannende genrefilm – de aandacht ligt op het verhaal en is niet al te openlijk een vingerwijzend politiek pamflet die zijn boodschap in woede brult. Die houvast aan de formules van een genre maken de film toegankelijk, wat de wijde verspreiding van de boodschap ten goede komt. Missie geslaagd, want de film is een wereldwijd succes en de boodschap krijgt de aandacht die hij verdient.

Motaz Malhees in de rol van Omar, door wiens ogen we dit drama zien ontvouwen, is een uitstekende gids in dit verhaal: de droefenis in zijn vermoeide ogen fungeert als het empathische fundament voor de kijker – even doeltreffend als de met puppy-ogen gezegende Macon Blair in de mistroostige thriller Blue Ruin.

Kopie
Het is echter zinvol om de film los van zijn eervolle intentie te bekijken. Ben Hania maakte een film volgens de regels van het vak, maar enthousiast word je daar niet van. The Voice of Hind Rajab is een huis clos-thriller in de traditie van films als Sidney Lumets 12 Angry Men of recenter werk als Locke en The Guilty. Nieuwigheden in deze genre-reconstructie vallen er niet te rapen.

De beleving van de film is evident, geconstrueerd om de spanning erin te houden tot het allerlaatste moment. Je voelt het gemakzuchtige mechanisme waarbij Ben Hania op de knoppen drukt om dit te bewerkstelligen – Florian Zeller had hetzelfde probleem bij zijn film The Son. Het cliché van de leidinggevende die Omar tegenkanting biedt, vind je in zowat elke politiefilm terug. De zenuwslopende stiltes, wanneer personages verstijfd aan de lijn wachten op een verlossende stem, zijn schering en inslag.

Hind Rajab kopieert de visuele stijl van de Jason Bourne-films (Paul Greengrass) – een ruwe, verhakkelde visuele stijl die de sensatie van journalistieke live footage behandelt als cinéma vérité. Een schoudercamera voert een opeenvolging van schichtige mini-zooms uit; de scherpte wordt bruusk verlegd van een over het voorhoofd parelende zweetdruppel naar een zoemende computermonitor.

De cinematische keuzes sluiten zo netjes aan bij de zindering van het verhaal – een beproefde formule, functioneel maar zonder frisse insteek. Het doet denken aan films als Whiplash: geslaagd in wat het doet, maar kniehoog gemikt.

The Voice of Hind Rajab

Blind ontvangen
Dé fundamentele fout van The Voice of Hind Rajab is dat het de kijker in een gedwongen positie plaatst. Uiteraard zijn we verontwaardigd over de gepresenteerde gebeurtenissen, maar het is het enige mogelijke standpunt dat de kijker kan en mag innemen. Storend is het ons de vrijheid te ontnemen zelf aan de slag te gaan met het materiaal. Zeg niet wat we moeten denken, maar vraag ons wat voor ogen staat. Een kant-en-klaar gepresenteerde betekenis stimuleert enige onderzoek niet – de aard van oorlog, de zinloze wij-zij-dichotomie. Het is fout om de kijker geen eigen morele keuzes te laten, zelfs wanneer het onderwerp een gedocumenteerde oorlogsmisdaad betreft.

Voor wie is deze film dan bedoeld? Misschien voor een reeds lange tijd van dit onrecht overtuigd publiek, dat op deze wijze haar empathie tastbaar kan maken. Daar is voor alle duidelijkheid niks mis mee, maar allerminst een voorbeeld van de kracht van cinema – ook al denkt de film dit wel te zijn.

De Zilveren Leeuw op het Filmfestival van Venetië en een nobele inborst kunnen het gebrek aan filmische ambitie niet maskeren. Middelmatigheid op een troon plaatsen – omdat het van groot belang is – is niet de gewenste weg. Het is veel te weinig cinema. Het standpunt dat dit relaas een toonbeeld is van de politieke impact van film, mag er gerust zijn, maar een huis van troost kan niet worden gebouwd op wankele elementen.

 

20 januari 2026

 

ALLE RECENSIES

Blue Moon

***
recensie Blue Moon
Toneel als film

door Cor Oliemeulen

Lorenz Hart was een van de meest invloedrijke Amerikaanse songwriters van zijn tijd. Samen met componist Richard Rodgers schreef hij 28 musicals en meer dan 500 nummers, waaronder Blue Moon. Aan hun samenwerking komt abrupt een einde als Rodgers kiest voor een nieuwe tekstschrijver: Oscar Hammerstein.

Regisseur Richard Linklater – zijn Godard-reconstructie Nouvelle Vague draait sinds eind november in de bioscoop – liep al ruim tien jaar geleden met het scenario van Blue Moon onder de arm, maar vond acteur Ethan Hawke (Boyhood, Before-trilogie) toen nog te jong. Een uitstekende keuze, want een gerijpte Hawke speelt de sterren van de hemel als de tragikomische Lorenz Hart. We treffen hem in een bar op Broadway waar hij troost zoekt in een fles martini. Wanneer Rodgers, Hammerstein en hun entourage na de première van hun eerste musical, Oklahoma!, vol enthousiasme arriveren, realiseert Hart zich dat zijn succes nooit meer zal terugkeren.

Blue Moon

Scherp van geest en woord
Hawke maakt van Hart geen karikatuur van een gevallen genie, maar speelt een vat vol tegenstrijdigheden: scherp van geest en woord, maar soms ook onberekenbaar. Terwijl barman Eddie (Bobby Cannavale) een luisterend oor biedt – met zo nu en dan een weerwoord – analyseert Hart muziek, mensen en zijn eigen falen in een waterval van mooi geformuleerde zinnen en met een blik die voortdurend zoekt naar bevestiging.

Zijn onzekerheid wordt benadrukt door de manier waarop Hart, met zijn geringe lengte van ruim anderhalve meter, slim in beeld wordt gebracht. Vaak staat en zit hij letterlijk lager dan de andere personages, moet hij bijna op zijn barkruk klimmen en wordt hij gefilmd vanuit hoeken die hem nog kleiner doen lijken. Zijn oversized pak en een gebogen houding versterken dat effect. Zo is Hart een kop kleiner dan Elizabeth (Margaret Qualley), een jonge, knappe theaterstudente die van hem wil leren en hem bewondert om zijn taalgebruik en scherpte. Zij ziet hem als mentor; hij is verliefd, maar zich pijnlijk bewust van de illusie.

Blue Moon

Pijnlijke confrontatie
De emotionele kern van de film ligt echter in de relatie tussen Lorenz Hart en Richard Rodgers (Andrew Scott). Hart spreekt met diep respect over Rodgers. “Hij is een genie. Er is niemand met zijn bereik en vindingrijkheid, zijn toffe, mannelijke melodieën die aanzwellen als heimachines.” Tegelijk is hij meedogenloos eerlijk: Rodgers is volgens hem een kilhartige klootzak maar wel een die een melodie kan laten zweven.

Naarmate de avond vordert, wachten we op het moment waarop Hart het onvermijdelijke contact zoekt met Rodgers, die voortdurend wordt opgehouden door mensen die hem feliciteren met het succes van zijn musicalpremière. Hart krimpt steeds verder ineen, maar vertrouwt op zijn woorden. De confrontatie die volgt is ingetogen en pijnlijk. Nadat ze zich even hebben teruggetrokken uit de drukte zegt Rodgers: “Ik dank mijn beroepsleven aan jou. Je werk is briljant.“ Maar dan wordt duidelijk waarom hij na twintig jaar niet langer met Hart kon samenwerken. Het is geen verwijt, maar een vaststelling – en juist daardoor zo vernietigend.

Blue Moon is een hommage aan een briljante verteller die zichzelf langzaam buitenspel heeft gezet. Dankzij de tour de force van Ethan Hawke is Lorenz Hart geen voetnoot in de muziekgeschiedenis, maar een levende, tragikomische figuur die uiteindelijk zichzelf verloor.

 

14 januari 2026

 

ALLE RECENSIES

Was Marielle Weiss

***
recensie Was Marielle Weiss
Amusant sociaal experiment

door Jochum de Graaf

Wat als je dochter opeens over paranormale gaven blijkt te beschikken en al je doen en laten blijkt te kunnen horen en zien? Het overkomt Julia en Thomas, op het oog een perfect stel, allebei hoogopgeleid, goede maar veeleisende banen, redelijke welstand in een Duitse voorstad, samen met dochter Marielle  vormen ze een modelgezin. Maar achter die façade broeit onrust.

Moeder Julia (Julia Jentsch: 20 jaar geleden glansrol als Sophie Scholl – The Last Days) flirt op haar werk met knappe collega Max. In de rookpauzes zoeken ze elkaar op en we zien een fijn pikante beginscène als ze in heerlijke Duitse pornotaal vertellen hoe ze hun seksuele fantasieën op elkaar willen uitleven. Vader Tobias (Felix Kramer: Irgendwann werden wir uns alles erzählen, 2023), uitgever, heeft een vervelend gesprek met zijn team over een nieuwe boekcover en wordt telkens voor lul gezet door pedante collega Sören.

Was Marielle Weiss

Harde klap in het gezicht
Tienerdochter Marielle (Laeni Geiseler) zit aan het eind van haar schooljaar vlak voor haar examens en houdt zich in het gezin wat op de vlakte. En zo zitten ze op zekere avond aan tafel en wisselen de ouders uit wat ze die dag beleefd hebben. Op de vraag waarom Marielle zo stil is, antwoordt die dat ze van klasgenote Svenja een harde klap in het gezicht heeft gekregen en nu kan ze alles zien en horen wat haar ouders doen. Verbazing, ongeloof en ontkenning bij de ouders. Julia bezweert bij hoog en bij laag dat ze niet rookt en een verhouding met een collega, zoiets zou ze nooit doen. Thomas stelt dat hij zich juist heel assertief tegen die valse collega Sören heeft opgesteld. Maar de droogkomische manier waarop Marielle hun handelingen beschrijft en letterlijk uit hun gesprekken citeert, werkt ontluisterend.

Het ongeloof slaat om in onthutsing en verbijstering. Heeft Marielle misschien microfoontjes overal in huis en op hun werk geplaatst, hun telefoons gehackt, agenda’s stiekem bekeken?  De argwaan levert een heerlijk komische scène op wanneer Julia en Tobias in de slaapkamer Frans met elkaar spreken, in de veronderstelling dat er in het paranormale pakket geen vertaalmodus zit. Het blijft toch een eng idee dat iemand je 24 uur per dag dicht op de huid kan volgen, alles weet wat je doet en zegt. Wat blijft er dan van je persoonlijke vrijheid over? 

Was Marielle Weiss

Zowel slachtoffer als dader
Was Marielle Weiss is een amusant sociaal experiment over de vraag of je in een relatie wel alles zou moeten weten van elkaar en laat de uiterste consequentie daarvan zien in ons tijdperk waarin mensen massaal elke gedachte en daad via sociale media delen. Is het niet beter dat sommige privézaken gewoon privé blijven, is de boodschap.

Regisseur Frédéric Hambalek  (dit is na Model Olimpia pas zijn tweede speelfilm) wikkelt het als-wat-scenario inventief en intelligent af. Mooie vondst om sommige scènes met een bewakingscamera te filmen, waarmee de absurditeit van een situatie subtiel wordt benadrukt. En wanneer je denkt dat Julia en Tobias het enigszins onder controle hebben, loopt het net weer even anders. Na de fase van de ontkenning gedragen ze zich uiterst braaf, doen alles in het nette. Maar dan gaan ze vervolgens tot precies het tegenovergestelde over. Thomas pakt die naargeestige Sören eens stevig aan. Julia, die een tijdje doet alsof Max voor haar niet bestaat, gaat ineens vol op zijn avances in, wat een hilarisch knullige seksscène oplevert.

Alle drie de personages wisselen van rol, zijn zowel slachtoffer als dader in een ontspoorde relatie. Marielle is het minst ontwikkelde karakter. Er zijn wel wat hints naar verwaarlozing in haar jeugd, maar gedurende de film functioneert ze vooral als medium, de camera staat secondenlang op haar gezicht en je vraagt je af wat er allemaal in haar hoofd rondgaat.

Ze zit er zelf ook mee wat ze allemaal te weten komt over haar ouders. Ze wil eigenlijk wel van haar paranormaliteit af. Is ze misschien te genezen als ze opnieuw een harde klap in haar gezicht krijgt?

Het open einde doet je beseffen dat het ook wel goed is om te weten, dat je niet weet wat Marielle nu werkelijk weet.

 

7 januari 2026

 

ALLE RECENSIES

Left-Handed Girl

****
recensie Left-Handed Girl
Trauma voor generaties door hand van de duivel

door Zoë van Leeuwen

Na jarenlange samenwerking met Oscarwinnende regisseur Sean Baker, komt Shih-Ching Tsou met haar intieme regiedebuut. In Left-Handed Girl geeft ze de kijker een rauwe en realistische blik op genderrollen, jeugdtrauma en Taiwanese tradities. Allemaal gefilmd met slechts een iPhone. 

Shu-Fen (Janel Tsai) heeft het maar zwaar. De alleenstaande moeder en haar twee dochters keren na jaren leven op het platteland terug naar het bruisende Taipei om een kraam te openen op een avondmarkt. Hier blijkt het nog een hele opgave om alle familiebanden bij elkaar te houden. Zeker wanneer opa de 5-jarige I-Jing (Nina Ye) wijsmaakt dat het gebruiken van haar linkerhand het werk van de duivel is, waardoor de kleuter ervan overtuigd is dat alle problemen haar fout zijn.

Die hand van de duivel is niet alleen een eigenaardigheid van de film. Het zeer reële Taiwanese bijgeloof gaat generaties terug, weet ook Tsou. Haar kindertijd in Taiwan en alle moeilijkheden die daarbij kwamen kijken inspireerden haar regiedebuut.

Left-Handed Girl

Familierollen
Het gezin loopt al snel een huurachterstand op door de schulden van de ex-man van Shu-Fen en moet gedwongen om geld smeken bij oma, die ondanks dat ze drie dochters heeft alleen maar over haar succesvolle zoon kan praten. Ondertussen doet I-Jing’s oudere zus Ik-Ann (Shih-Yuan Ma) er alles aan om al die familietradities te vermijden. Ze is het zwarte schaap van de familie en heeft gekozen om in een sigarettenwinkel te gaan werken in plaats van te gaan studeren. Moeder wordt boos omdat Ik-Ann weigert mee te helpen in de eetkraam en dochter voelt zich niet begrepen door Shu-Fen, die volgens haar vastzit in de tradities. Ondertussen wordt I-Jing geacht te gehoorzamen en geen geluid te maken als de volwassenen aan het praten zijn.

Alle onderdrukte gevoelens en geheimen zorgen ervoor dat de pot elk moment kan overkoken. Het kleine appartement, waar de vrouwen dagelijks om elkaar heen moeten manoeuvreren, illustreert perfect wat er ook in hun hoofd omgaat. Als kijker krijg je bijna het gevoel dat je deel uitmaakt van dit Taiwanese gezin. Dat realistische karakter van het verhaal wordt nog verder gevoed door het camerawerk: Tsou filmde volledig met iPhones. De camera beweegt en schudt mee met iedere beweging van de personages en doet daardoor soms denken aan een documentaire. Vaak ligt de focus in het frame op I-Jing en verdwijnen de volwassenen uit beeld.

Klein meisje, grote gevoelens
Het enige wat het jonge meisje lijkt op te vrolijken, is haar nieuwe huisdier Googoo, een stokstaartje dat Shu-Fens ‘nutteloze’ ex-man heeft achtergelaten. Maar wanneer I-Jing per ongeluk Googoo’s bal van het balkon gooit en het arme dier doodvalt, is het meisje ervan overtuigd dat dit komt omdat ze de bal met haar linkerhand heeft gegooid. Vanwege de financiële problemen van het gezin begint I-Jing te stelen en overtuigt ze haar vijfjarige brein dat niet zijzelf iets slechts doet, maar dat het de duivel is. Het escaleert tot het punt waarop I-Jing in de keuken staat, met een mes in haar rechterhand, tranen in haar ogen, klaar om haar linkerhand af te snijden, die het gezin zoveel problemen bezorgt.

Left-Handed Girl

Het tij lijkt pas te keren wanneer haar zus ontdekt dat ze steelt. Haar bitchy houding die ze de hele film had, lijkt te verdwijnen wanneer haar zusje haar huilend vertelt dat opa had gezegd dat haar linkerhand duivels is. Ze sleept I-Jing naar hun grootouders en dwingt opa haar te vertellen dat het gewoon een oud bijgeloof is en laat haar zusje alle gestolen spullen teruggeven. Voor het eerst lijkt het alsof iemand I-Jing opvoedt. Ik-Ann doet haar best om I-Jing niet bloot te stellen aan dezelfde strenge tradities waarmee ze zelf is opgegroeid.

Chaos in het dimsumrestaurant
Alle familiegeheimen en problemen leiden tot een chaotische climax in een dimsumrestaurant tijdens de viering van oma’s 60ste verjaardag. Deze twist van de film, hoewel enorm goed bedacht, komt veel te laat. Je moet eigenlijk de film opnieuw kijken om het door een andere lens te zien.

De samenwerking tussen Baker en Tsou voelt vertrouwd aan en is ook vernieuwend. De manier waarop I-Jing doelloos uren over de drukke avondmarkt slentert, doet denken aan The Florida Project waar onbezonnen kinderen door LA zwerven op zoek naar avontuur.

Left-Handed Girl introduceert het publiek in een wereld die voor menig westerse kijker onbekend is, maar laat je verlangen naar meer van de drukke markten en levendige kleuren van Taiwan. Het einde van de film roept veel vragen op, maar dat is niet erg. Eeuwenoude tradities en patriarchale opvattingen verdwijnen niet zomaar. Het leven voor dit gezin gaat gewoon door, al lijkt er wel iets positiefs te zijn veranderd voor de drie vrouwen.

 

17 december 2025

 

 

ALLE RECENSIES

Angel’s Egg (4K re-release)

****
recensie Angel’s Egg
Alsof de tijd is bevroren

door Cor Oliemeulen

Een klein meisje met droevige ogen zwerft door een verlaten, versteende stad die deels onder water staat. Onder haar jurk draagt ze een groot ei, dat ze angstvallig beschermt. Een jongen, met een wapen in de vorm van een kruisbeeld op zijn schouder, volgt haar. Hij lijkt geïnteresseerd in het ei. Soms rijden er grote machines door de stad en zien we schimmen van soldaten die op grote schaduwen van vliegende vissen jagen. We kijken naar Angel’s Egg (1985), een vergeten meesterwerk dat veertig jaar na de geboorte gerestaureerd in de bioscoop draait.

Het surrealisme van de Japanse filmmaker Mamoru Oshii doet nauwelijks denken aan dat van Salvador Dalí. Dit Spaanse boegbeeld van het surrealisme zou de beelden in Angel’s Egg fantastisch hebben gevonden, maar de pure, onafgebroken somberheid zou voor hem vast te monotoon zijn geweest. Dalí’s werk is vaak theatraal en vol (bizarre) energie, Oshii’s met de hand getekende film is stil, kil en melancholisch.

Angel's Egg

Hier steken gigantische, verlaten gebouwen willekeurig uit het water omhoog, alsof ze de restanten zijn van een lang verdwenen beschaving. De architectuur voelt onlogisch en onbewoonbaar: geen echte stad, maar een droomdecor. Er zijn slechts twee ‘levende’ mensen – het meisje en de jongen – die nauwelijks een paar zinnen met elkaar wisselen. Allebei lijken ze op een missie, een pelgrimstocht. Alles om hen heen lijkt stil te staan, alsof de tijd zelf is bevroren.

Meditatieve ervaring
Angel’s Egg laat zich kijken als een kunstwerk, begeleid door psychedelische muziek, vaak met de etherische stemmen van een koor. De sfeer is 72 minuten lang dystopisch, donker, dromerig, raadselachtig. De achtergronden zijn rijk en gedetailleerd, alsof elk beeld een schilderij is. Tegelijk zijn de personages juist eenvoudig getekend. Dit sterke contrast benadrukt hoe klein en kwetsbaar ze zijn in deze schaduwrijke wereld, die vooral existentiële vragen oproept.

Het verhaal kent geen kop noch staart. De jongen vertelt het meisje weliswaar over een zondvloed en de Ark van Noach, waardoor er een zweem van christelijke symboliek ontstaat, maar de kijker hoeft geen nadere uitleg of conclusie te verwachten. Zelfs regisseur Oshii gaf in interviews toe dat ook hij eigenlijk geen idee had waar zijn film precies over gaat. Hij koos voor langzame en schaarse bewegingen, statische shots, symboliek en stilte. Een meditatief tempo dat uitdaagt voor je eigen interpretatie. Of voor een moment van innerlijke rust.

Angel's Egg

De symboliek van water
Mamoru Oshii zei dat hij zich sterk had laten beïnvloeden door de Russische filmmaker Andrej Tarkovski. Zo staat in diens Solaris (1972) water symbool voor herinnering, schuld en een innerlijke strijd; de oceaan is zelfs een soort levend bewustzijn. En net als in Tarkovski’s Stalker (1979) is Angel’s Egg traag, mysterieus en filosofisch, met een verlaten landschap dat bijna een eigen persoonlijkheid heeft. Bij Oshii staat water niet alleen voor vernietiging, maar ook voor stilstand, reflectie en misschien zelfs wedergeboorte – zoals de slotscène doet vermoeden.

Het is bijzonder dat Paradiso Films de filmliefhebber anno 2025 deze unieke, meditatieve kijk- en luisterervaring gunt. Angel’s Egg was destijds een enorme financiële flop. Mamoru Oshii kon hierna drie jaar lang geen werk krijgen. Hij noemde de film “een beklagenswaardige dochter die ik niet goed aan de wereld kon voorstellen”.

Ook Ghibli-regisseur Hayao Miyazaki had zo zijn bedenkingen. Hij vond de film niet slecht, maar begreep dat die zó extreem en compromisloos was, dat hij nauwelijks een publiek kon vinden. Nadat ook Oshii commerciëler ging denken, bereikte hij tien jaar na Angel’s Egg met Ghost in the Shell (1995) zijn verdiende wereldsucces. Die combinatie van filosofische diepgang, actie en een helder verhaal werd later ook door de makers van The Matrix omarmd, maar de stille oorsprong daarvan ligt in Angel’s Egg.

 

9 december 2025

 

 

ALLE RECENSIES

The Last Viking

*****
recensie The Last Viking
Wat is ‘normaal’ en wat niet?

door Jochum de Graaf

Na een jarenlange gevangenisstraf gaat bankrover Anker naar zijn broer Manfred die hij opdracht had gegeven de buit bij hun ouderlijk huis te begraven. Er ontstaat een probleem omdat Manfred niet meer weet waar hij het geld verstopt heeft, maar ook omdat er een paar steekjes aan hem los zitten. Zo steelt hij honden en schept hij op dat iedereen van hem houdt omdat hij John Lennon is.

Manfred (Mads Mikkelsen) heeft een dissociatieve identiteitsstoornis: het ene moment waant hij zich John Lennon, maar er zijn ook momenten dat hij zich een Viking voelt, zoals in zijn jeugd. ‘Manfred’ wil hij in ieder geval niet meer genoemd worden. Als Anker (Nikolaj Lie Kaas) hem zo aanspreekt, doet hij gekke dingen: springt spontaan uit een raam van de flat of laat zich vallen uit een rijdende auto.

The Last Viking

The Beatles spelen ABBA
Hij is onder behandeling bij arts en therapeut Lothar (Lars Brygmann) die op een lumineus idee komt. Als er een John Lennon bestaat, zijn er vast ook mensen die al dissociërend denken dat ze Paul McCartney, George Harrison of Ringo Starr zijn. En als je die opspoort, dan kun je The Beatles weer bij elkaar brengen! Maar in Denemarken is er slechts één iemand die George denkt te zijn. In Zweden is er wel een Paul én een Ringo te vinden. Bij nader inzien is hij dat allebei, maar op verschillende momenten.

Deze Zweed, Hamdan (Kardo Razzazi), die Paul en Ringo in zich verenigt, voelt zich op enig moment ook Iron Man, Heinrich Himmler en niet te vergeten Bjørn van ABBA. Na een half uurtje oefenen, zet het trio in Sgt. Pepper-outfit Chiquitita in.

Het leidmotief, de jacht op de buit, wordt geweldig uitgewerkt. Maar de film gaat over een aantal thema’s meer: broederliefde, loyaliteit, solidariteit en over hoe je met afwijkende mensen moet omgaan. Maar het is ook een briljant spel met de vraag wat normaal is en wat niet.

Arme Vikingen
In een korte animatiefilm voorafgaand zien we een middeleeuws Viking-stamhoofd dat zijn gehandicapte zoon wil oppeppen. Die heeft in een bloedige stammenstrijd zijn arm verloren en voelt zich erg ongelukkig. Op bevel van het stamhoofd worden alle andere krijgers gedwongen hun arm af te hakken, waarmee iedereen weer gelijk is. De absurde maar ijzeren logica is dat mensen die een afwijking hebben alleen afwijkend zijn wanneer andere mensen deze afwijking niet delen. Als je nou gewoon zorgt dat alle mensen dezelfde afwijking hebben, wordt die afwijking het nieuwe ‘normaal’ en voelt niemand zich meer eenzaam.

The Last Viking verloopt volgens een krankzinnig scenario. Het bijzondere is wel dat je alle verwikkelingen als logisch en volkomen normaal ervaart. Wanneer Anker en Manfred bij hun voormalige ouderlijk huis aankomen, treffen ze daar het constant ruziënde stel Margrethe (Sofie Gråbøl) en Werner (Søren Malling) aan. Zij is een ijdel voormalig model dat nu elke dag bokst, hij een voormalig ontwerper die probeert een kinderboek te schrijven en leeft van het geld van een ongeluk waarbij een airbag in zijn gezicht ontplofte.

We zijn in de tweede helft van de film wanneer de zwaarlijvige beroepscrimineel Friendly Flemming (Nicolas Bro) ten tonele verschijnt en de gitzwarte komedie omdraait naar een misdaadfilm. Flemming heeft nog een oude rekening met Anker te vereffenen en eist een fors deel van de buit op. Er volgt een hevige achtervolging met gebruik van veel en grotesk geweld.

The Last Viking

Typische Thomas Jensen-creaties
Met Anker en Manfreds zus, Freja (Bodil Jørgensen), erbij zijn het allemaal typische Anders Thomas Jensen-creaties. Personages die als je het zo opschrijft een paar nogal merkwaardige karaktertrekken hebben, maar door het scenario en het fenomenale acteerspel volstrekt geloofwaardig overkomen. Anker, Lars, Hamdan, Margrethe, Werner, Freja – aan achternamen wordt niet gedaan – elk personage is sterk uitgewerkt, ieder met een eigen verhaal. Goede chemie tussen de acteurs, fijne dialogen, bijzondere plottwists en ‘zijverhalen’, het klopt allemaal.

Mads Mikkelsen had een groot aandeel in het scenario en de dialogen. De zeer vruchtbare samenwerking met Thomas Jensen leverde in 25 jaar vijf hele sterke films op, zoals Men & Chicken (2015) en Riders of Justice (2020), ook al zo’n zwarte komedie met krankzinnige plot, een voorlopig hoogtepunt.

Maar The Last Viking doet daar nog een schepje bovenop, vooral dankzij Mads Mikkelsen. Kijk hoe hij met bril en een van de meest beroerde permanentjes uit de filmgeschiedenis in en onder de huid kruipt van de schlemielige loonatic Manfred. Die houterige lichaamstaal, wapperende armgebaren, dat speciaal loopje: het is onmiskenbaar Manfred, je vergeet dat het Mikkelsen is.

Net als al die personages is de film vele dingen tegelijk. De toon verandert soms in één scène: van ontroerend, naar bruut geweld en donkere humor. Een heerlijk geweldige film die je nog een keer of misschien wel vaker zou moeten zien.

 

3 december 2025

 

 

ALLE RECENSIES

Nouvelle Vague

***
recensie Nouvelle Vague
Een vrouw en een wapen zijn voldoende

door Cor Oliemeulen

De geboorte van de Nouvelle Vague in Frankrijk is een van de belangrijkste momenten in de filmgeschiedenis. Met zijn gelijknamige biografie brengt Richard Linklater een nostalgische ode aan de revolutionaire filmbeweging met een reconstructie van de totstandkoming van À Bout de Souffle (1960), dat op een vrije, speelse manier afrekende met de stoffige tradities van de toenmalige cinema. Maar waar de nieuwe beweging durfde te schokken, blijft Linklater binnen de lijntjes kleuren.

Al vanaf de opening van het in stemmig zwart-wit 4:3 beeldformaat geschoten Nouvelle Vague druipt de liefde voor film en de filmgeschiedenis van het scherm. Het culturele leven van het Parijs van 1959 bruist. Een hele reeks figuren van de nieuwe generatie filmmakers verschijnt voor de lens: François Truffaut – verantwoordelijk voor de allereerste film van de beweging, Le Beau Serge (1958) – en Claude Chabrol, maker van de tweede film, Les Cousins (1959). Samen met Éric Rohmer en Jacques Rivette maken zij deel uit van Cahiers du Cinéma, een invloedrijk filmtijdschrift én de broedplaats van de nieuwe generatie filmmakers. Hun boodschap: de regisseur is de belangrijkste creatieve kracht achter een film.

Nouvelle Vague

“Zolang je maar niet acteert”
Jean-Luc Godard (Guillaume Marbeck) noemt zichzelf de enige redacteur van Cahiers du Cinéma die nog niets heeft gepresteerd. Op de redactie pakt hij stiekem wat geld uit een la en rijdt naar het Filmfestival van Cannes voor de première van Truffauts meesterwerk Les 400 coups (1959). Nu moet en zal hij ook een speelfilm maken! Een producent wil hem wel steunen, maar alleen als hij een scenario van Truffaut zal verfilmen. Uiteindelijk krijgt hij toch groen licht voor zijn eigen ideeën – ook al blijft lang onduidelijk waar de film over gaat.

“Voor het maken van een film is een vrouw en een wapen voldoende,” zegt Godard tegen de producent die een “realistische, sexy film noir” voor ogen heeft. Zijn beoogde hoofdrolspeelster  vindt Godard in het gezicht van Jean Seberg (Zoey Deutch), dat hij op de cover van een magazine ziet: “Haar wil ik.” De man met het wapen moet Jean-Paul Belmondo (Aubry Dullin) zijn. De acteur speelde al in een korte film van Godard en stemt meteen toe als zijn vriend hem opzoekt in een boksschool.

De eerste ontmoeting tussen Seberg en Belmondo is de opmaat voor nog meer prettig onheil. De actrice heeft zojuist de opnames van Otto Premingers Bonjour Tristesse afgerond en zegt: “Hierna valt iedere andere regisseur wel mee.” Als ze aan haar tegenspeler vraagt of Godard iets om acteurs geeft, krijgt ze te horen: “Zolang je maar niet acteert.”

Ondoorgrondelijk personage
De productie van Godards eerste speelfilm À Bout de Souffle gaat anders dan iedereen – behalve Godard zelf – zich had voorgesteld. Linklater maakt het gebrek aan script en structuur mooi zichtbaar. Godard schrijft ideeën op papiertjes, Seberg en Belmondo krijgen hun tekst vlak voor het draaien. Vaak is één take genoeg, want de stemmen worden achteraf toch gedubd. De producent wordt met de dag nerveuzer en begrijpt amper wat Godard aan het maken is.

Ook sterk is de uiterst gedetailleerde reconstructie van de filmset en filmwereld van 1959. Linklater duikt niet zozeer in Godards psyche, maar in de energie, speelsheid en chaos waarmee zijn werkwijze ontstond. Godard oogt zelfverzekerd, maar ook ondoorgrondelijk. Die keuze is bewust en begrijpelijk, omdat de figuur Godard – met die eeuwige zonnebril – altijd door een bepaalde geheimzinnigheid werd omgeven.

In Le Redoutable (2017) van Michel Hazanavicius leer je Godard veel beter kennen. Na zijn vroege successen zien we een man vol twijfel, cynisme, zelfspot en toenemend politiek radicalisme. Hij gooit stenen naar de politie tijdens demonstraties en worstelt met zijn relatie. Hier leef je veel meer mee met Godard, en waarschijnlijk komt dat ook omdat Hazanavicius zijn hoofdrolspeler een lichter getinte zonnebril laat dragen, zodat je hem in de ogen – en ziel – kunt kijken.

Nouvelle Vague

De revolutie is een attitude
Nouvelle Vague is een must voor cinefielen en mensen die een goed idee willen krijgen over het ontstaan van À Bout de Souffle (vanaf 11 december in een 4K-restauratie in de bioscoop) – of lees deze reis in de tijd. Hoewel Linklaters film zelden echt sprankelt, blijft de onvoorwaardelijke liefde voor film van begin tot eind voelbaar. En er valt regelmatig te lachen. Bijvoorbeeld tijdens een buitenopname van Godards filmdebuut als de cameraman zich in een postkarretje moet proppen zodat voorgangers niet in de gaten hebben dat er op straat wordt gefilmd. Of het bezoek van de beroemde Italiaanse filmmaker Roberto Rossellini aan de redactie van Cahiers du Cinéma die uitlegt hoe je volgens hem een film moet maken – om bij zijn afscheid nog even wat eten van een schaal te graaien en Godard te vragen of hij geld kan lenen.

Dat À Bout de Souffle vernieuwend werd en de eerste Nouvelle Vague-film met een gigantische impact, had uiteindelijk minder te maken met wat er op de set gebeurde dan met wat er in de montagekamer ontstond. Godard ging knippen binnen de scènes, door middel van ‘jump cuts’, waardoor het lijkt alsof de film ‘haast’ heeft. Richard Linklater toont dat de revolutie niet zit in de technologie, maar in de attitude.

 

27 november 2025

 

 

ALLE RECENSIES

The Chronicles of Narnia (2005)

The Chronicles of Narnia (2005)
Fantasierijke vertolking van trauma

door Zoë van Leeuwen

In een themamaand rondom Tilda Swinton mogen we naast alle drama-, horror- en zelfs actiefilms deze fantasierijke kinderfilm zeker niet vergeten. The Chronicles of Narnia: The Lion, the Witch and the Wardrobe is echter niet zomaar een sprookje, maar ook een waardevolle toevoeging aan haar rijke carrière. 

De verfilming van het eerste Narnia-boek van Britse schrijver C.S. Lewis uit 1950 draait om de broers en zussen Peter, Susan, Edmund en Lucy, die tijdens de Tweede Wereldoorlog worden geëvacueerd naar een landhuis op het Britse platteland. Om de tijd te doden spelen de kinderen verstoppertje, waardoor de jongste van het viertal, Lucy, een magische kledingkast ontdekt die hen naar Narnia brengt. Daar blijkt Jadis, beter bekend als The White Witch, een vloek uitgesproken te hebben over het fantasieland waardoor Narnia in een ijzige wereld is veranderd en zij zichzelf nu tot koningin heeft uitgeroepen. Ook blijkt dat een voorspelling vier kinderen beschrijft die Narnia redden en de vrede herstellen.

The Chronicles of Narnia The Lion, the Witch and the Wardrobe

Angst voor The White Witch
Tilda Swinton belichaamt al het kwaad in heel Narnia, met haar rol als de machtige heks Jadis, wiens volgelingen alle monsterlijke wezens uit deze sprookjeswereld zijn. Een merkwaardige rol kun je het al bijna niet meer noemen, gezien Swintons uitbundige repertoire die onder andere bestaat uit rollen als engel, spion, superheld en vampier.

Toch is dit voor velen hun eerste ontmoeting met de acteerkunsten van Swinton, zeker voor mijn generatie. Hoewel ze tegen 2005 al een behoorlijke reputatie had opgebouwd in onafhankelijke en arthousefilms, maakte haar rol als Jadis haar bekend bij een groter publiek, met name bij jongere kijkers en gezinnen. Toen de film voor het eerst op mijn netvlies verscheen, was ik weliswaar te jong om me bezig te houden met plot, scripts en acteerwerk, maar de angst voor The White Witch is me een lange tijd bijgebleven.

Nu, zo’n twintig jaar later, is Swinton al lang niet meer zo eng als ik ooit dacht, maar dat betekent niet dat bij het herkijken van deze film haar rol enigszins minder indrukwekkend is. Het duurt minstens een half uur voordat we haar voor het eerst op het scherm zien, maar haar aanwezigheid wordt al veel eerder duidelijk door het ijzige landschap van Narnia en de verhalen die de faun Tumnus (een van de eerste grote rollen voor James McAvoy) aan de jongste zus Lucy vertelt over een machtshongerige heks die Narnia helemaal voor zichzelf wil hebben.

Foto: Brigitte LacombeDe manier waarop ze Edmund manipuleert – hij voelt zich als het zwarte schaap van zijn familie – toont haar ware aard. Bij hun eerste ontmoeting wordt hij onthaald met Turks fruit en de belofte dat hij ooit koning zou kunnen worden. Maar haar façade verdwijnt snel wanneer de jongen faalt om terug te keren met zijn broers en zussen, ze hem vol in zijn gezicht slaat en opsluit in de kerker.

Swintons rol als gegoten
Swinton is niet alleen indrukwekkend in haar acteerkunsten, maar ook haar uitstraling voegt heel wat toe aan The Chronicles of Narnia. In de boeken van C.S Lewis omschrijft hij Jadis als “een vrouw met een wit gezicht, niet alleen bleek, maar wit als sneeuw of papier of poedersuiker, met uitzondering van haar zeer rode mond. Het was een mooi gezicht in andere opzichten, maar trots en koud en streng.” Swinton belichaamt deze rol volledig, en met de toevoeging van een ‘grote oude pruik’, zoals de actrice het ooit noemde, ziet ze er precies zo uit als beschreven in de boeken.

Na achternagezeten te zijn door de wolven van Jadis, ontmoeten de kinderen de pratende leeuw Aslan. Samen met zijn leger van eenhoorns, centaurs en vele andere goed-geaarde dieren, maken de kinderen zich klaar voor de strijd tegen het kwaad. Zoals gebruikelijk bij kinderfilms, leert het viertal binnen enkele uren om te gaan met paarden en wapens, maar dat mag de pret niet drukken.

Wanneer enkele scènes later Aslan zijn leven opoffert om Edmund te redden, staat de familie er alleen voor. Peter leidt het leger in de strijd, die er voor een kinderfilm behoorlijk heftig aan toe gaat en je op het bloed na, grote hoeveelheden personages ziet sterven op het slagveld. Als haar laatste ‘powermove’ in de film paradeert The White Witch het slagveld op, in een koets getrokken door ijsberen, zwaaiend met twee zwaarden en gehuld in de afgeknipte manen van Aslan. Ze bevestigt nogmaals haar positie als ware schurk voordat ze uiteindelijk in de strijd wordt gedood.

The Chronicles of Narnia The Lion, the Witch and the Wardrobe

Veel meer dan een sprookje
Voor wie denkt dat The Chronicles of Narnia gewoon maar een kinderfilm is, heeft het goed mis. Ja, het mist hier en daar wat diepgang die andere projecten van Swinton hebben, maar vergis je niet, de film is veel meer dan een Disney-sprookje. Je kunt Narnia zelfs beschouwen als een heuse oorlogsfilm en gebruikt bijna dezelfde formule als Guillermo del Toro’s Pan’s Labyrinth, die een jaar later uitkwam.

Narnia is een ontsnapping aan de zeer reële oorlog die buiten de kast woedt en het gevoel van eenzaamheid nadat ze door hun moeder voor hun veiligheid zijn weggestuurd. Hoewel nooit wordt bevestigd of Narnia echt bestaat of slechts een fantasie van de kinderen is, is het niet vreemd om te stellen dat het verhaal veel te maken heeft met de Tweede Wereldoorlog, zeker gezien C.S. Lewis zijn eerste boek in 1950 schreef en tijdens de oorlog zelf ook kinderen uit Londen opving in zijn huis in Oxford. De strijd tegen de Witte Heks is misschien wel een manier voor de kinderen om eindelijk het gevoel te krijgen dat ze aan het winnen zijn.

De film uit 2005 lijkt dus relevanter dan ooit, vindt ook Swinton, die in een interview uit 2022 zei dat Narnia “het mooiste verhaal over genezing is en het is een prachtige boodschap voor onze kinderen om nu te zien dat ze de toekomst in hun handen hebben, en dat ze moeten weten dat als ze willen dat hun toekomstige wereld anders wordt, ze de macht hebben om dat te bewerkstelligen.”

The Chronicles of Narnia is te zien in Eye.

 

30 oktober 2025

 

 

THEMAMAAND TILDA SWINTON

Bugonia

***
recensie Bugonia
De routine van een wankele koning

door Bert Potvliege

Bugonia vertelt het verhaal van de meelijwekkende incel Teddy (Jesse Plemons), die zakenmagnaat Michelle (de alweer indrukwekkende Emma Stone) ontvoert. Teddy vermoedt namelijk – hou je vast – dat Michelle een buitenaards wezen is dat van plan is de aarde te vernietigen. Tijdens haar gevangenschap ontstaat een vreemde, maar intrigerende dynamiek tussen dader en slachtoffer. Teddy blijkt beïnvloedbaar maar gevaarlijk, terwijl Michelle allerminst zo onschuldig is als ze lijkt.

Al enige tijd lijkt het alsof de Griekse filmmaker Yorgos Lanthimos weinig fout kan doen in de ogen van de modale cinefiel. De bejubeling is al jaren aan de gang – Dogtooth was zijn doorbraak, maar pas met de overstap naar Hollywood werd zijn naam klinkend. Films als The Favourite en Poor Things sloegen gensters. De eerste barsten toonden zich vorig jaar, met het lauwe onthaal van Kinds of Kindness. Herpakt de regisseur zich met Bugonia?

Bugonia

Onfris gedrag
Op het eerste gezicht lijkt Lanthimos met deze film (gebaseerd op de Zuid-Koreaanse cultfilm Save the Green Planet! uit 2003) zijn eigen versie van Kurosawa’s High and Low te hebben gemaakt: beide films onderzoeken klassenverschillen via een ontvoeringsplot. Maar de film ontvouwt zich evenzeer tot een maatschappijkritische reflectie op onze gebrekkige mediawijsheid en de omgang met online complottheorieën. Uiteindelijk laat Lanthimos zijn verhaal bewust ontsporen en verzandt Bugonia in een zonderlinge, absurdistische bedoening die dicht aanleunt bij de cinema van Alex van Warmerdam (Nr. 10). De cineast lijkt er zichtbaar plezier in te scheppen opnieuw te mogen regeren als the king of weird.

Toch is de beleving van Bugonia niet zonder brokken, want in het eerste uur lijkt er sleet te zitten op zijn formule. De bizarre aard van zijn verhalen – waarin personages terugvallen op hun dierlijke instincten zodra sociale conventies wegvallen – is intussen te herkenbaar geworden. Sommige komische noten zijn bij de haren gegrepen – het personage Don, Teddy’s neef die een handje toesteekt bij de ontvoering, is flauw en kleurloos. Wat bij Dogtooth nog fris, gewaagd en grappig aanvoelde, voelt hier soms krampachtig. De herhaling dreigt; Lanthimos persifleert zichzelf. De eerste helft van Bugonia baart zorgen.

Aan het rare roer
Dat de film gaandeweg wel de moeite blijkt te zijn, heeft alles te maken met het talent en de vaardigheden van cast en crew. Het heeft haar een aantal jaren inzet gekost – niet in het minst om het publiek ervan te overtuigen – maar Emma Stone mag zich een grote actrice noemen. Hoe verder de film vordert, hoe sterker haar aanwezigheid blijkt. Ze krijgt het nodige weerwerk van Jesse Plemons, die de laatste jaren naam maakte met rollen in The Power of the Dog, Killers of the Flower Moon en Civil War. Met die twee aan het roer is de casting alvast een schot in de roos. Het is vermakelijk om te zien hoe ze, na de wat ongemakkelijke start, steeds dieper worden meegezogen in het gekker wordende geheel.

Bugonia

Toch blijft het Lanthimos zelf die de aandacht naar zich toetrekt. Niet al zijn werken lieten zich even vlot verteren, maar zijn greep op de hedendaagse filmwereld is groot. Zijn oeuvre is bevreemdend, maar altijd met overtuiging en verbeelding gebracht. In de tweede helft breekt hij Bugonia open: de gekte wordt intenser, de narratieve wendingen volgen elkaar sneller op, en plots zit de film op het juiste spoor. Het resultaat is zowel geestig als meeslepend. In de zaal was het enthousiasme voelbaar – zeker bij die ene toeschouwer die onophoudelijk zat te gieren van het lachen.

Shoot sleep repeat
Na het wat wrange Kinds of Kindness zet Lanthimos opnieuw een stap in een meer publieksvriendelijke richting, met meer ruimte voor amusement en toegankelijkheid. Toch loert gevaar, want de cineast dreigt zichzelf in een hoek te werken waar het eigen werk herkauwd wordt tot in het oneindige. Ook zijn tempo – drie films in twee jaar – voelt onhoudbaar. Wanneer filmmakers te snel produceren, verstikt vaak het momentum dat hun werk kracht geeft. Luca Guadagnino (Challengers, Queer) heeft momenteel hetzelfde probleem.

Met Bugonia bewijst Lanthimos dat zijn bizarre universum nog steeds kan verrassen, al kraakt zijn formule bij momenten onder haar eigen gewicht. Als hij zichzelf de komende jaren wat ademruimte gunt, kan die eigenzinnigheid weer de frisheid terugkrijgen die ooit zo onweerstaanbaar was.

 

28 oktober 2025

 

 

ALLE RECENSIES

Suspiria (2018)

Suspiria (2018)
Dansend door het doolhof

door Bert Potvliege

De consensus kan al eens fout zijn. De filmgeschiedenis is doorspekt met verbluffende prenten die bij hun release verkeerd begrepen of genegeerd werden. Een aantal groeiden uit tot cultfilms, waarbij de wereld gewoon wat later tot inzicht kwam. Soms voel je een toekomstige cultklassieker van mijlenver aankomen. Luca Guadagnino’s Suspiria, de uit 2018 daterende remake van de horrorklassieker van Dario Argento, is zo’n film. Ik heb geen idee hoeveel tijd de wereld nodig zal hebben om er de ogen voor te openen, maar die dag komt.

In de vele wonderlijke samenwerkingen die actrice Tilda Swinton de afgelopen decennia aanging, was haar partnerschap met een filmmaker zelden inniger dan met Guadagnino. Swinton is een hartsvriendin en een muze voor de Italiaanse arthouse-cineast. Hun horrorfilm (bovendien niet hun enige samenwerking) is niet enkel ravissante cinema, maar ook een ode aan de met raadselachtige allure gezegende Swinton. Pers en publiek hielden er aanvankelijk een andere mening op na en wisten niet goed hoe aan de slag te gaan met Suspiria.

Suspiria

Geen olijfbomen meer
Luca Guadagnino is al vijftien jaar een vaste waarde in de Europese cinema, met intussen ook een boeiende stap naar Hollywood (Challengers, Bones and All). Een sfeer van onbezonnen Italiaanse zomers was tot 2017 zijn stilistisch handelsmerk. Hij perste steevast alle mediterrane romantiek en erotiek uit zijn verhalen, waardoor de cinema van Paolo Sorrentino (La grande bellezza) nooit veraf was. Call Me by Your Name was in deze fase van zijn carrière het hoogtepunt.

Nog geen jaar later gooide Guadagnino het roer echter volledig om en waagde hij zich, tot ieders verbazing, aan een remake van de expressionistische horrorfilm Suspiria. Hij liet zijn vertrouwde stijl voor wat die was en zocht nieuwe oorden op. Niemand zag het aankomen en eerlijk gezegd zat niemand erop te wachten. Weg met de verschroeiende Italiaanse zomerzon, op naar het Berlijnse beton.

Critici struikelden over de lange speelduur en vroegen zich af waarom deze update van tweeënhalf uur een vol uur langer moest duren dan het origineel. Ook de iconische status van Dario Argento’s Suspiria werkte tegen, want het zat een warme ontvangst van de remake in de weg. Daarnaast vonden sommigen de arthouse-aanpak potsierlijk en pretentieus. Zelf ervoer ik dat helemaal anders. Guadagnino’s Suspiria hield me 150 minuten lang in de ban en liet me achter met een gevoel dat ik nog altijd koester.

Onder moeders vleugels
Berlijn, 1977. De jonge Amerikaanse Susie (Dakota Johnson) dwaalt wat verloren door de metro, op weg naar dansschool TANZ. De naam prijkt in harde letters boven een grauwe betonnen ingang, pal naast de Muur. Susie droomt van een plek in het gezelschap en hoopt tijdens haar auditie te overtuigen. Al bij haar eerste dans valt ze op bij de raadselachtige Madame Blanc (Tilda Swinton), die haar onder haar hoede neemt. Tussen beiden groeit een bijzondere band.

Maar TANZ blijkt veel meer dan een dansschool. Achter de façade schuilt een heksenkring, verscheurd door een machtsstrijd tussen Blanc en de aftakelende Moeder Markos (eveneens gespeeld door Swinton). De groep bereidt een ritueel voor dat Markos nieuw leven moet schenken en daarvoor hebben ze een jong lichaam nodig. Susie raakt steeds dieper verstrikt in hun plannen.

Ondertussen zoekt Patricia, een meisje dat uit de school is gevlucht, steun bij psychiater Dr. Klemperer (óók vertolkt door Swinton, ditmaal als oude man). De dokter besluit de waarheid achter de school te onderzoeken, maar stuit op onverschilligheid bij de autoriteiten. Zelf draagt hij een ondraaglijk oorlogstrauma met zich mee: het verdwijnen van zijn vrouw Anke, van wie hij nooit het lot heeft vernomen. Zijn verleden en zijn zoektocht zullen onverwacht een rol spelen in het duistere ritueel dat de heksen voorbereiden.

Een hoop vlees
Foto: Brigitte LacombeDe rijkdom van Suspiria schuilt in de toverdrank die Guadagnino stookt, met drie kerningrediënten: horror, erotiek en ontroering zijn in een dans verwikkeld met elkaar, met even prikkelende uitbarstingen als het door de danseressen opgevoerde spektakel Volk. Dat wringen van die ingrediënten leidt tot een bedwelmende cocktail die mismeestert. De horror krijgt een erotische lading terwijl de erotiek me de stuipen op het lijf jaagt, en doorheen dit alles spoken wonderlijke toetsen van ontroering.

Dat juist Guadagnino, een uitgesproken arthouse-regisseur en allerminst een genrefilmer, zich aan een horrorproject waagde, maakte dit experiment zo intrigerend. Het merendeel van hedendaagse horror weet me nauwelijks nog te beangstigen; wat zou een artistieke stilist als Guadagnino er dan van bakken? Heus wel wat, zo blijkt.

De vervormde spiegelwanden in de danszaal symboliseren de dreigende labyrintische aard van deze mysterieuze school. Nacht na nacht sturen de heksen Susie vergiftigde dromen, een sinistere voorbereiding op het ritueel. Die droomsequenties wemelen van de onheilspellende beelden, vaak doordrenkt met body horror. De fysieke vervormingen zijn een metaforische verbeelding van het reële lijden van dansers: lichamen tot het uiterste geduwd; jeugd en schoonheid versneld uitgehold. Onder de oppervlakte sluimert een erotische spanning, waarin verlangen en lichamelijke aftakeling samensmelten. Dat verlangen wordt ingelost bij het ritueel, waarbij het feminiene wordt verorberd. Daarmee legt de film al de thematische kiem voor Bones and All, Guadagnino’s romantisch kannibalendrama dat enkele jaren later zou volgen – het verslinden van de andere in de naam van liefde.

Wanneer danseres Olga besluit de school te verlaten, loopt het fout. De heksen laten haar niet ontsnappen. Ze verdwaalt in de vele donkere gangen en komt terecht in de afgesloten danszaal, waar haar lichaam op bovennatuurlijke wijze kraakt en breekt. Haar ledematen komen verwrongen te staan, haar lichaam uitgeperst. Ze plast in haar broek en komt als een hoopje samengevouwen vlees op de vloer te liggen. Het is een scène die evenzeer verontrust als dat ze opwindend en hypnotiserend is. Net zoals David Lynch (Lost Highway, Mulholland Drive) hanteert Guadagnino hier een fetisjistisch omgaan met zijn vrouwelijke personages. Hij brengt hen op bijna vertederende wijze een zuiverende pijn toe, als een vreemdsoortige ode aan de vrouw. De metalen sikkels die nadien nog door Olga’s vlees gestoken worden, stellen de prikkelende terreur en het ongemakkelijke vleselijke verlangen op scherp.

Een touw vastknopen aan opwinding
Suspiria is zo doordrenkt van seksualiteit dat de film vonkt. Het is een onverwachte dimensie die de prent naar een hoger niveau tilt. Seksualiteit in horror is schering en inslag, maar zelden wordt ze zo gelijkwaardig aan angst ingezet als hier. In Suspiria vervloeien horror en erotiek tot een enkele, bedwelmende ervaring. Op de meest verontrustende momenten merk ik een opwinding – gezien de terreur op het scherm is het een vreemd en zelfs ongepast gevoel. De film confronteert me met mijn eigen dierlijk instinct, dat een immorele vorm durft aan te nemen. Guadagnino laat me zo schrikken van mezelf.

Susie kronkelt en beweegt tijdens het dansen op een hypnotiserend verleidelijke manier over de vloer. Voor de uitvoering van Volk dragen de dansers rode touwen als kostuum, wat sterk doet denken aan bondage. Susie die samen in bed hangt met de frêle Sara. Susie die even gaat plassen. Het vele naakt bij het ritueel. Iemand vraagt Susie hoe het is om in de opvoering te dansen. “Als geneukt worden door een dier”, antwoordt ze laconiek. Elk van deze momenten roept sensaties bij me op die moeilijk te verantwoorden zijn. Guadagnino presenteert hier een bijna bacchanaals spektakel en creëert met Suspiria misschien wel een van de meest sensueel geladen films van deze eeuw. Zijn adoratie van Swinton – al ware ze een godin – maakt de erotische uitspatting compleet.

Suspiria biedt zichzelf aan met heel wat filmisch vernuft. De montage is opvallend expressief: talrijke licht variërende beelden volgen elkaar in een snel tempo op, zonder dat ze expliciete informatie toevoegen. De intentie is onduidelijk, wat oncomfortabel voelt en een heldere interpretatie bemoeilijkt. Ook het kleurenpalet van de film draagt bij aan die verstoring: eenmaal in de dansschool heb je het gevoel in een andere wereld te stappen. De vloertegels zijn net zo verontrustend als het tapijt in The Shining. De cameravoering en beeldcompositie zijn uitstekend, maar ik verwacht niets minder van Guadagnino.

Suspiria

Entry music (for a film)
Een laatste, bepalend ingrediënt in de cocktail die Suspiria heet, is de ontroering. Ik kreeg een krop in de keel bij het acteerwerk van Tilda Swinton. Neem bijvoorbeeld de slotscène van Dr. Klemperer, wanneer hij eindelijk te horen krijgt wat er met zijn geliefde Anke is gebeurd. Verborgen achter lagen make-up weet Swinton nét genoeg expressie te tonen om me te raken. Het daaropvolgende slotbeeld, met de in de muur gekerfde letters, is buitengewoon teder. Ook de ondergang van Patricia en Sara tijdens het ritueel weet op een vergelijkbare manier te ontroeren.

De meest intense emotie komt echter van muzikant Thom Yorke. De Radiohead-frontman schreef voor deze film zijn allereerste score. Net zoals hij met zijn solodebuut Eraser uit 2006 nog zoekende was naar zijn eigen stem als soloartiest, speurt hij hier naar zijn identiteit als filmcomponist. Hoewel hij die nog niet volledig heeft gevonden, schemert de voor Yorke typerende emotionele muzikaliteit wel al sterk door. De track Suspirium, die over de openingsgeneriek ligt, is zelfs een van zijn krachtigste nummers in jaren. De generiek zelf speelt als een aangrijpende miniatuurfilm en getuigt van Guadagnino’s talent: compositie, kleur, ritme, sfeer en muziek smelten samen tot een werkelijk betoverende scène. Moeder ligt in bed met een doodsrochel, terwijl Yorke’s ijle stem weerklinkt: “All is well, as long as we keep spinning. Here and now, death still behind a wall.” 

De kracht van de vrouw
De kans bestaat dat je Suspiria vervloekt, omdat het niet evident is te achterhalen wat je ermee aan moet. Velen krijgen niet wat ze verwachten dat horror hen zou moeten geven, hoewel ik het net een zeldzaam angstaanjagende prent vind. De fans van Guadagnino zaten al helemaal met de handen in het haar, want hun idool leek zijn stijl compleet overboord te kieperen. En toch is het feminiene – zo essentieel in het oeuvre van Guadagnino – ook hier centraal aanwezig.

Guadagnino’s zin voor risico – waarbij hij onderzoekt, experimenteert en wat grenzen verlegt – kan ik enkel toejuichen. Ik voel en begrijp zijn fascinatie voor het materiaal, alsof we een geheim delen. Het is verslavend te verdwalen in het prikkelende Suspiria, waar vrouwelijkheid zowel erotiseert als afschrikt door haar verscholen krachtdadigheid en dreigende aard.

Suspiria is te zien in Eye.

 

27 oktober 2025

 

THEMAMAAND TILDA SWINTON