The President’s Cake

***
recensie The President’s Cake
Avontuurlijke zoektocht naar ingrediënten

door Jochum de Graaf

Het is 26 april 1990. Over twee dagen is Saddam Hoessein, de wrede dictator van Irak, jarig en dat moet in het hele land uitbundig gevierd worden. Op een basisschool in het zuiden, de Mesopotamische moerasdelta, moeten alle leerlingen hun namen op een papiertje schrijven en dat in een koekblik doen. De meester pakt de lootjes een voor een en vertelt dan wat de opdracht voor een cadeautje wordt. De 9-jarige Lamia moet een taart voor Saddam bakken.

Het is de vooravond van de annexatie van Koeweit door Irak en de daarop volgende Tweede Golfoorlog, de inval van een internationale troepenmacht onder leiding van de VS, Operation Desert Storm. We zien straaljagers over de schitterende moerasdelta scheren. Het is een bijzonder gebied, rond de Eufraat en Tigris, de bakermat van onze beschaving, onderdeel van het werelderfgoed in het verder nogal dorre woestijnland Irak. Na de Golfoorlog werd het een toevluchtsoord voor tegenstanders van Saddam, die ze op straffe wijze probeerde uit te roken door hele moerassen droog te leggen.

The President’s Cake

Oorlogsdreiging
In The President’s Cake is de oorlogsdreiging al voelbaar. Irak heeft ernstig te leiden onder internationale sancties, er zijn grote voedseltekorten. Wanneer Lamia en grootmoeder Bibi naar de markt gaan om de ingrediënten voor de taart te kopen, zijn boter, suiker, bloem en eieren maar in beperkte mate te verkrijgen en bovendien tegen schreiend hoge prijzen. Grootmoeder Bibi bedenkt dat ze betere mogelijkheden in de grote stad zullen hebben. Ze nemen het een en ander aan huiselijke handelswaar mee, maar ook de haan Hindi. Geld voor de bus hebben ze niet. Ze krijgen een lift van de postbode uit hun dorp.

Eenmaal in Bagdad wil Bibi Lamia bij een ver familielid onderbrengen, want arm als ze is, kan ze niet meer goed voor haar zorgen. Lamia wil daar niets van weten, vlucht het huis uit en gaat zelf op zoek naar de ingrediënten, haan Hindi onder de arm. Ze komt klasgenoot Saeed tegen, die heimelijk verliefd is op Lamia, en van de meester de opdracht had gekregen om het fruit voor de cake te leveren. Saeed neemt het wat minder nauw met normen en waarden en deinst er niet voor terug Lamia te betrekken in een afleidingsmanoeuvre zodat hij in een fruitkraam zijn slag kan slaan. Ondertussen doet grootmoeder Bibi naarstige pogingen de politie in te schakelen om haar kleindochter op te sporen, maar die ondernemen weinig moeite omdat de arme plattelandsvrouw hen weinig te bieden heeft.

Komisch, soms hard realistisch
Overal in de stad is de dictatuur voelbaar, er is nauwelijks een straatbeeld zonder spandoeken of een poster waarop de lof en trouw aan de grote leider Saddam wordt betuigd. We zien een aantal keer groepjes demonstranten die luidkeels hun loyaliteit en trouw aan de grote leider schreeuwen: ‘Met ons bloed en onze ziel offeren wij ons op voor jou, Saddam’.

The President’s Cake laat vooral zien hoe gewone mensen onder het grotesk dictatoriaal regime van Saddam Hoessein toch iets van hun leven proberen te maken. In de strijd om rond te komen wil iedereen eerst en vooral het eigen hachje redden en wanneer ze iemand anders behulpzaam zijn is dat louter en alleen opportunisme.

The President’s Cake

De zoektocht naar ingrediënten levert een komisch drama op, al zijn er soms harde, realistische scènes. Er is het verhaal van de medepassagier in de auto op weg naar de grote stad, een man die blind is geworden door een Amerikaanse bom. Hij is op weg naar zijn verloofde die hij nog nooit heeft gezien, dus zegt ie: ‘Het maakt niet uit of ze niet mooi is.’ In de zijlijn zien we een kruidenier die een zwangere klant zeldzame zoetigheden aanbiedt in ruil voor een vluggertje, terwijl Saeed en Lamia de uitstalling buiten de winkel in de gaten moeten houden. En, tamelijk ernstig, een oudere man belooft Lamia wat bakpoeder als ze met hem meegaat naar zijn appartement. 

Haan Hindi
The President’s Cake is de eerste Iraakse film die geselecteerd werd voor Cannes vorig jaar en de Camera d’Or won. Regisseur Hasan Hadi kreeg voor zijn debuutfilm hulp uit Hollywood, van onder anderen scenarioschrijver Eric Roth (Ali, Forrest Gump) en producent/regisseur Chris Columbus (Home Alone en Harry Potter-films).

Extra speciaal is dat de cast uit louter niet-professionele Iraakse acteurs bestaat. Al is dat niet op alle fronten even geslaagd en had het scenario korter gekund en meer vaart mogen hebben. Baneen Ahmad Nayyef als de 9-jarig Lamia levert een heel behoorlijke acteerprestatie. Maar de meeste indruk maakt haan Hindi die bij de meeste enerverende ontwikkelingen rustig in de speciale doek onder Lamia’s arm blijft zitten, op zeker moment in alle tumult moet vluchten, maar toch weer bij zijn bazin terugkeert.

 

14 mei 2026

 

ALLE RECENSIES

Los domingos

***
recensie Los domingos
Geloof brengt troost én verwarring

door Cor Oliemeulen

Ainara wil non worden. Ze is 17 jaar en twijfelt geen moment. “God houdt van mij en heeft me geroepen. Het is heel gemakkelijk om me over te geven aan zo’n mooie liefde.” Haar familie probeert haar keuze te respecteren, maar vraagt zich tegelijk af of Ainara niet in de ban is geraakt van iets waarvan ze de gevolgen nog nauwelijks overziet.

Los domingos trok in Spanje bijna 700.000 bezoekers naar de bioscoop en werd overladen met filmprijzen. Dat is opvallend voor een drama met een dergelijk thema. Terwijl in Europa en Noord-Amerika de actieve beleving van het katholieke geloof steeds verder afneemt, krijgt de ‘radicale’ keuze van jonge vrouwen voor een sober kloosterleven tegenwoordig juist veel aandacht. Het bewust of onbewust afzetten tegen een moderne cultuur van individualisme, consumptie, datingapps en voortdurende online zichtbaarheid is voer voor sociologen, journalisten én filmmakers.

Los domingos

Spanningen in de familie
Filmmaakster Alauda Ruiz de Azúa voert Ainara (debutant Blanca Soroa) op als een meisje dat alles goed op een rijtje heeft. Ze oogt vriendelijk, zingt in een koor, is verliefd op een van de mannelijke leden, maar zoekt haar grote liefde liever in het klooster. Haar moeder is op jonge leeftijd overleden en haar vader benadert de keuze van zijn dochter vooral zakelijk en afstandelijk. Spanningen in de familie die voorheen werden vermeden, steken nu plots de kop op, en het lijkt alsof iedereen een positie moet innemen. Wat volgt is een reeks gesprekken, stiltes en milde confrontaties. Die ingetogen aanpak past bij de film, al had iets meer drama en emotie hier niet misstaan.

Misschien wel de belangrijkste en sterkste rol in Los domingos heeft tante Maite (Patricia López Arnaiz), met wie Ainara de beste band heeft. Ze hebben mooie, zinvolle gesprekken. Maite wil begrijpen zonder te oordelen, maar tegelijkertijd wijst ze haar nichtje op haar weggegooide toekomst. Ze is nog zo jong en moet nog veel van de wereld ontdekken. Waarom gaat ze niet eerst een paar jaar studeren in het buitenland? Waar Maite steeds meer emotioneel betrokken raakt, wordt Ainara steeds standvastiger in haar keuze.

Spanje als decor
Ainara blijft vrij ongrijpbaar. Ze veroorzaakt onderhuidse spanningen in haar omgeving en dient als een spiegel waarin anderen zichzelf tegenkomen. Dat de film zich afspeelt in Spanje, en daar zo succesvol is, maakt Los domingos extra interessant.

Na decennia van het door Franco opgelegde katholicisme heeft Spanje een snelle secularisering doorgemaakt. Toch is religie nooit verdwenen. De kerk als instituut verloor vertrouwen, de actieve geloofspraktijk nam af, maar de katholieke tradities en symboliek bleven bestaan. Deze context verklaart de ambiguïteit van de personages. Ze zijn niet uitgesproken gelovig, maar ook niet uitgesproken antireligieus. Ze zitten daar tussenin. En dan ineens is daar iemand die het geloof bloedserieus neemt, en juist dat maakt Ainara’s keuze om als non te gaan leven zo ontregelend.

Los domingos

Geen eenduidig standpunt
De vergelijking van Los domingos, dat bewust afziet van onverwachte plotwendingen of schokkende gebeurtenissen, met het Duitse drama Kreuzweg (2014) dringt zich op. In dit verhaal trekt de 14-jarige Maria, aangemoedigd door haar moeder en een jonge pastoor, zich steeds verder terug uit het wereldse leven. Waar het ondubbelzinnige Kreuzweg godsdienst toont als een onderdrukkend systeem, kiest Los domingos voor nuance: open dialogen zonder duidelijke morele richting.

Vooral dat laatste is de kracht van Ruiz de Azúa’s film. Ze toont dat liefde en onbegrip naast elkaar kunnen bestaan, dat vrijheid en controle moeilijk te scheiden zijn en dat geloof zowel troost als verwarring kan brengen. Genoeg voer voor discussie dus.

 

11 mei 2026

 

ALLE RECENSIES

Two Prosecutors

****
recensie Two Prosecutors
Het ‘hoogtepunt’ van Stalins terreur

door Jochum de Graaf

Sergei Loznitsa maakte naam en faam met zeventien avondvullende documentaires over diep ingrijpende gebeurtenissen, met name de Tweede Wereldoorlog en het (post-)Sovjet-tijdperk. Met Maidan (2014), State Funeral (dood van Stalin, 2019), The Kiev Trial (2022), Babi Jar. Context (massamoord op Joden in Oekraïne, 2021) en The Invasion (Russische inval in Oekraïne, 2024) werd hij een gevierde gast op IDFA. Zijn vier uur durende Mr. Landsbergis kreeg in 2021 de Publieksprijs. Daarnaast maakte hij speelfilms, waarvan Donbass de meest succesvolle is. Nu is er Two Prosecutors, zijn vijfde speelfilm, waarin hij in zijn kenmerkende indringende stijl de Stalinterreur van de jaren dertig fileert.

Het is de Sovjet-Unie 1937: ‘het hoogtepunt van Stalins terreur’, aldus een korte, bondige aankondiging. We zijn bij de gevangenis in Brjansk, een kilometer of vierhonderd ten zuidwesten van Moskou, de grens van Belarus. Een bewaker in zwart uniform ontgrendelt de massieve hoge poort. Een groepje gevangenen, sjofel gekleed, kale koppen, sterk vermagerd, strompelt de binnenplaats op en wordt op een houten bank neergezet. Ze krijgen de opdracht om papieren te verbranden.

Two Prosecuters

Opdracht met één lucifer
De speciale gevangene Stepniak wordt intussen onder strenge bewaking in het gebouw door het trappenhuis geleid en in een cel met een klein kacheltje neergezet. Hij heeft twee grote bundels, dichtgeknoopte lakens over zijn schouder en krijgt één lucifer met de nadrukkelijke opdracht om alle papieren zonder uitzondering te verbranden. Blijft hij in gebreke dan volgt een straf van twintig maanden isoleercel. De papieren zijn voor het grootste deel verzoeken en petities van partijgetrouwen aan ‘beste kameraad Stalin’. Stepniak drukt echter een stukje karton met daarop een paar met bloed geschreven krabbels achterover en verbergt het in zijn overhemd.

Het kartonnetje wordt op slinkse wijze de gevangenis uitgesmokkeld en komt in handen van de net afgestudeerde jonge aanklager Aleksandr Kornyev (Aleksandr Kuznetsov). Kornyev kent de oude Bolsjewiek Stepniak van de rechtenfaculteit waar hij een voordracht hield over het zoeken naar waarheid en rechtvaardigheid in relatie tot het bolsjewisme. Hij gaat bij Stepniak op bezoek in de gevangenis, waar deze hem de littekens en bloederige wonden laat zien die hij over heeft gehouden aan de martelingen vanwege zijn weigering om een valse bekentenis af te leggen.

Stepniak overhandigt de jonge aanklager een brief waarin hij de veiligheidsdiensten in de Sovjet-Unie, met name de NKVD (voorloper van de KGB), in staat van beschuldiging stelt. Ze trekken zich niets aan van de rechtsstaat, de gevangenissen en het rechtssysteem worden gebruikt om een ​​hele generatie oudere partijveteranen zoals hij te martelen en te vermoorden om plaats te maken voor fanatieke incompetente partijleden die een uiterste loyaliteit aan Stalin betonen. En hij vraagt Kornyev om zijn zaak in Moskou aanhangig te maken bij het Politbureau en zo mogelijk bij Stalin zelf.

Wet is ondergeschikt aan terreur
In de trein naar Moskou wordt Kornyev de hele reis wakker gehouden door een oorlogsveteraan uit WO I met een zware handicap waaraan hij zijn bijnaam ‘Houten been’ overgehouden heeft. De oud-soldaat die nogal op Stepniak lijkt – het is inderdaad een dubbelrol van Aleksandr Fillipenko – vertelt de anekdote dat hij van Lenin in partijhoofdkwartier Smolny een aalmoes kreeg en hoopt dat hij nu ook van grote leider Stalin een dergelijke gunst te ontvangen.

Kornyev moet een aantal dagen urenlang in de wachtkamer van de beruchte procureur-generaal Vysjinski zitten voor hij belet krijgt. Vysjinski, die routineus schreeuwend en bevelend de vele wachtenden met hun verzoekschriften en smeekbeden afhandelt, is als ‘tweede’ aanklager het volkomen contrast met Kornyev. De man die alle zuiveringen zou overleven, heeft geen enkel begrip voor wie dan ook, de wet is voor hem totaal ondergeschikt aan de terreur. Kornyev wordt beleefdheidshalve aangehoord maar krijgt al snel de opdracht om nog eens terug te gaan naar Brjansk en aanvullend bewijsmateriaal te leveren.

Two Prosecutors

Meeslepend en beklemmend
Hoewel je de afloop voor Kornyev eigenlijk al van het begin af aan ziet aankomen, word je toch meegesleept in het verhaal (gebaseerd op een novelle van Georgy Demidov, een politieke gevangene die veertien jaar vastzat in een goelag). In zijn documentaires laat Lotznitza door de knappe montage archiefbeelden zonder voice-over voor zichzelf spreken, waarmee de grote gebeurtenissen secuur worden ontleed. Die strakke montage is er ook in Two Prosecutors: afzonderlijke scènes die met een take, vanuit een camerastandpunt in beeld worden gebracht.

Dat werkt nogal confronterend. De bang makende bejegening van de bewakers als Kornyev bij Stepniak op bezoek gaat. De bleke gezichten en spaarzame woorden in de zaal met wachtenden voor ze bij Vysjinsky naar binnen mogen. De zogenaamd joviale partijgenoten die Kornyev oppikken en dicht tegen hem aan gaan zitten in de auto, wanneer hij terug naar Brjansk moet. De grauwsluier die over de Sovjet-samenleving hangt, al is er geen vorst of sneeuw te bekennen. De kilte slaat om je hart.

Het is kafkaësk wat er gebeurt, beklemmend, onontkoombaar. Two Prosecutors legt het dieptepunt van het sinistere Stalinisme bloot, de totalitaire nachtmerrie waar niet aan te ontsnappen leek.

 

29 april 2026

 

ALLE RECENSIES

Silent Friend

****
recensie Silent Friend
Natuurlijke behoefte aan verbinding

door Zoë van Leeuwen

In de botanische tuin van de Universiteit van Marburg staat een enorme ginkgo-boom, die al bijna twee eeuwen wordt bestudeerd en onderzocht, maar tegelijkertijd de wereld om haar heen nauwkeurig observeert. Met Silent Friend brengt de Hongaarse regisseur Ildikó Enyedi een poëtische ode aan de natuur en de primitieve drang van de mens om verbinding te maken. 

Enyedi maakt van de gigantische ginkgo de stille kracht, die de tweeënhalf uur durende film draagt en de kijker meeneemt in het trage ritme van de natuur. Na haar geflopte The Story of My Wife uit 2021, is Enyedi met Silent Friend op haar best en brengt een kleinschalige, maar indrukwekkende film die het publiek een zelden belicht perspectief biedt. Het verhaal is opgebouwd als een drieluik dat zich afspeelt op de campus van de universiteit in drie verschillende tijdperken en volgt drie mensen die in hun zoektocht naar connectie verbonden raken met de natuur, en zo ook met elkaar.

Silent Friend

Zoeken naar connectie
De film opent met professor Tony Wong, gespeeld door Tony Leung Chiu-Wai, voor wie Enyedi de rol speciaal schreef. De neurowetenschapper uit Hongkong is in 2020 gastleraar in Marburg, waar hij zich een buitenbeentje voelt tussen zijn Duitse collega’s. Die eenzaamheid wordt nog sterker wanneer de eerste COVID-lockdown wordt ingevoerd en hij als enige op de campus achterblijft.

Wat volgt is een grote stap terug in de tijd naar 1908, waar Grete (Luna Wedler) de eerste vrouw is die wordt toegelaten tot de botanische afdeling van de universiteit. Dat gaat niet zonder slag of stoot, want ondanks haar enorme hoeveelheid kennis, wordt ze in iedere stap tegengewerkt door de seksistische vooroordelen van de vrouwen hatende professoren.

Het derde en laatste verhaal speelt zich af in de zomer van 1972. Hannes (Enzo Brumm) heeft niks met planten, maar is wel helemaal weg van hippie Gundula (Marlene Burow), die met haar geraniumexperiment probeert te bewijzen dat planten wel degelijk kunnen reageren op menselijke aanwezigheid.

Audiovisuele parel
Toch voelen de drie verhalen niet overweldigend en worden ze op schijnbaar moeiteloze wijze van elkaar gescheiden door het prachtige camerawerk van Gergely Pálos, die bijvoorbeeld een 35mm-camera gebruikt voor de contrasterende zwart-wittinten van 1908. De zonovergoten, korrelige uitstraling van 1972 wordt bereikt met een 16mm-camera, terwijl 2020 wordt weerspiegeld door ultrascherpe digitale beelden.

De bladeren en takken van verschillende planten en bomen in de botanische tuin verbinden deze verhalen met elkaar. Alle flora is in Silent Friend net zo belangrijk als de menselijke personages. In de meeste shots staan de planten prominent in beeld, als een stille vriend die meekijkt, waarbij de mens wordt omringd door bladeren of zelfs verdwijnt achter een dikke boomstam. Deze manier van filmen laat zien waar meerdere personages het over hebben: de natuur om ons heen is constant aanwezig en observeert ons net zo veel als wij haar observeren. Het geluid in de film draagt hier nog meer aan bij. Je hoort dingen die je normaal nooit opmerkt, zoals het sap dat door de boom stroomt, ritselende blaadjes of wortels die heel langzaam door de aarde duwen.

Silent Friend

Natuur als vriend
Het onderzoek van professor Wong op mensen is stopgezet vanwege de pandemie. Hij besteedt zijn vrije tijd op campus aan het bekijken van video’s van de Franse botanicus Alice Sauvage (Léa Seydoux), die hem inspireert om neurologisch onderzoek te gebruiken om planten beter te begrijpen. Ondertussen ontwikkelt Grete een liefde voor fotografie wanneer de academische wereld haar buitensluit. Ze leert de camera te gebruiken om de fijne details van planten vast te leggen en herontdekt haar liefde voor de plantkunde.

Vooral in 1972 lijkt er liefde te bloeien. Wanneer Gundula vraagt of Hannes een aantal weken op haar geranium wil passen, doet hij dat in eerste instantie uit liefde voor haar. Maar wanneer hij de ware mogelijkheden van de plant ontdekt, begint hij juist datgene te waarderen waarvan hij aanvankelijk had gezworen dat hij het nooit zou begrijpen.

Spektakel voor de zintuigen
Hoewel het uitgangspunt van de film misschien wat zweverig klinkt, vindt Silent Friend haar houvast niet alleen in de wortels van de bomen, maar ook in haar fenomenale cast. Als hoofdrolspeler weet Tony Leung melancholische gevoelens over te brengen zonder ook maar een woord te zeggen en Luna Wedler speelt met een moedige vastberadenheid dat je bijna zou vergeten dat dit haar eerste grote internationale speelfilm is. Haar vertolking van Grete werd erkend met een Marcello Mastroianni Award voor Beste Jonge Acteur op het Filmfestival van Venetië.

Silent Friend zal niet bij iedereen in de smaak vallen, maar wie de lange speelduur van de film volhoudt, wordt beloond. Niet met een grootse climax, maar met een spektakel voor alle zintuigen en een nuchtere boodschap: dat we pas echt mens worden als we beseffen dat we deel uitmaken van een groter, levend netwerk.

 

20 april 2026

 

ALLE RECENSIES

Father Mother Sister Brother

***
recensie Father Mother Sister Brother
Droge gesprekken, lange stiltes en een druppelende kraan

door Cor Oliemeulen

Wie van actie houdt, is bij Jim Jarmusch aan het verkeerde adres. De Amerikaanse filmmaker, die in 1984 doorbrak met Stranger Than Paradise, laat in zijn films veel aan de kijker over. Father Mother Sister Brother, winnaar van de Gouden Leeuw in Venetië, bestaat uit drie losse verhalen. Samen vormen ze een beheerste, minimalistische blik op familierelaties.

Het eerste deel, Father, is het sterkst, vooral door het uitstekende spel en de onverwachte, hilarische apotheose. Het is een tijd geleden dat Jeff (Adam Driver) en zijn zus Emily (Mayim Bialik) op bezoek gaan bij hun vader, vertolkt door Tom Waits. Zoals altijd beweegt hij zich moeiteloos als een droog, eigenzinnig en licht absurdistisch personage in het universum van Jim Jarmusch.

Father Mother Sister Brother

Vader
Vader woont in een afgelegen gebied in New Jersey aan een meer. Hij verwelkomt zijn kinderen in een ongemakkelijke sfeer. Jeff heeft een doos met voedingsmiddelen meegebracht. Of ze iets willen drinken. Ai, vader heeft alleen water in huis, maar gelukkig vindt Emily thee in de keuken. Het huis is een zooitje: een verfrommeld kleed over de bank, boeken en spullen her en der. Korte, plichtmatige gesprekjes over werk, kinderen, gezondheid. Het zwijgen overheerst. Jee, is het al zo laat? Een voorzichtige omhelzing. Jeff stopt vader nog wat geld toe. Opluchting bij alle drie dat het bezoek voorbij is.

Moeder
Het tweede deel is opnieuw traag, minimalistisch en vol stiltes. De invloed van Jarmusch’ vriend en geestverwant Aki Kaurismäki (o.a. Fallen Leaves) is duidelijk voelbaar. Net als in Father zit de kracht in kleine momenten, subtiele interacties, droge humor en aandacht voor buitenstaanders. Zo iemand is Lilith (Vicky Krieps), een vrij onaangepast punktype, die door haar moeder (Charlotte Rampling) in Dublin is uitgenodigd voor een min of meer verplichte lunch. Even later arriveert haar stijve zus Timothea (Cate Blanchett) met een bos bloemen. Ook hier hebben moeder en dochters elkaar al een tijd niet gezien. Gezeten achter duur servies en kleine, luxe hapjes kan de kijker zich laven aan heerlijk nietszeggende conversaties en ongemakkelijke stiltes van drie topactrices.

Zus en broer
In de afsluiting van het drieluik over Jarmusch’ familierelaties maken we kennis met Billy (Luka Sabbat) en Skye (Indya Moore). In Sister Brother keert deze tweeling voor even terug naar het lege appartement in Parijs waar ze opgroeiden om met behulp van oude foto’s en documenten herinneringen op te halen aan hun jeugd en hun overleden ouders.

Ditmaal kiest Jarmusch voor een voortkabbelende stroom van gesprekjes zonder noemenswaardige gebeurtenissen. Waar Father langzaam opbouwt tot een verrassende finale en Mother een duidelijke stijl heeft, lijkt Sister Brother met zijn hyperrealisme stil te blijven staan. In zijn vroege film Stranger Than Paradise was die functionele eenvoud vernieuwend. De leegte voelde toen als iets nieuws en paste bij de tijdgeest. In Jarmusch’ latere films, zoals The Limits of Control, wordt die stijl radicaler. Daarin zitten nog wel mysterieuze en absurdistische momenten, maar voor veel kijkers ontbreekt ontwikkeling. Dat geldt ook voor het derde deel van Father Mother Sister Brother, waardoor het zich loswringt van de eerste twee delen en het geheel onevenwichtig maakt.

Father Mother Sister Brother

Liever geen afgebakend plot
Het is een bewuste keuze van een filmmaker die sfeer, observatie en stilte belangrijker vindt dan een afgebakend plot. Minimalisme is wars van een verplichte onthulling. In die zin staat Jim Jarmusch in lijn met regisseurs als Aki Kaurismäki, Robert Bresson en Yasujirō Ozu, die film zien als een reeks momenten en niet als een verhaal met een duidelijk einde.

In Father Mother Sister Brother leiden familiebanden niet tot een inzicht of een oplossing, maar blijven ze bestaan in al hun onvolledigheid en imperfectie. Jarmusch trekt zijn minimalistische benadering door in de muziek, die hij zelf mee vormgeeft. Direct na afloop klinkt een sobere uitvoering van Jackson Browne’s These Days, met de tekst “These days I seem to think a lot / About the things that I forgot to do for you…”

Die regels vatten perfect samen waar Father Mother Sister Brother uiteindelijk om draait: niet wat er gebeurt, maar wat achterwege blijft.

 

14 april 2026

 

ALLE RECENSIES

Romería

***
recensie Romería
De camera naar binnen gericht

door Bert Potvliege

Wat zou er in de navel van Carla Simón te vinden zijn? In Romería keert de cineaste nadrukkelijk naar binnen waardoor haar film dreigt te verzanden in zelfbeklag. Hoewel ze gezegend is met flair en kan rekenen op een sterk team voor en achter de camera, ondermijnen fundamentele problemen in het scenario het geheel. Wat overblijft voelt meer als therapie dan als cinema: een sterke dramatische ruggengraat ontbreekt.

Met haar derde film breit de cineaste een sluitstuk aan haar onofficiële trilogie. Na Estiu 1993 en Alcarràs (Gouden Beer op het Filmfestival van Berlijn in 2022) verschijnt nu Romería. Het zijn stuk voor stuk autobiografisch-geïnspireerde verkenningen in een Spaanse context, met een nadruk op familie en identiteit. Ook Romería is een duik in een warm bad van nostalgie, waarin havenstad Vigo en de couleur locale een niet te onderschatten rol spelen.

Romería

Vervlogen tijden
De film volgt de jonge studente Marina (Llúcia Garcia) – voelbaar geïnspireerd op Simón zelf – die de vervreemde familie van haar al lang overleden vader opzoekt aan de Galicische kust. Ze heeft van hen een verklaring van verwantschap nodig om een studiebeurs aan te vragen. Tijdens haar verblijf ontmoet ze familieleden – niet in het minst haar strenge grootouders – en probeert ze via gesprekken een beeld te vormen van wie haar ouders waren en hoe ze haar heimat meedraagt. De film duikt via homevideo’s geregeld het verleden in, en voegt naar het einde enkele fantasierijke toetsen toe.

De makers presenteren Romería in een knap jasje. De Spaanse sfeer van het dagelijks leven schemert er aangenaam door: een net gevangen vis op de barbecue, een zwoele zon als warme deken, serene blauwe zeevista’s die de kijker doen wegdromen. Simón nestelt zich even graag en goed in de Zuid-Europese sfeer als Luca Guadagnino (Call Me by Your Name) en Alice Rohrwacher (La Chimera). Ook de cast draagt bij aan die toon: fraai zijn de door de zon gebeitelde gezichten, een oud besje met perkamenten huid in een knalgeel, spuuglelijk bloesje. Kleine momenten, zoals opa die centjes uitdeelt aan de kleinkinderen, zijn sprekend voor Simóns streven naar enige waarachtigheid.

Gedreven door formaliteit
De verpakking van Romería is fraai, maar het geschenk zelf stelt licht teleur. Autobiografisch onderzoek is welkom in de kunsten, maar een goed verhaal vertellen blijft een basisvoorwaarde in narratieve cinema. Het is hier dat Simón struikelt, want haar relaas blijft steken bij therapeutische nobiliteit. Een protagonist die het verleden opzoekt om inzicht in zichzelf en haar familie te krijgen, is een veelgebruikte insteek voor een plot – recente voorbeelden zijn Past Lives, Aftersun en All of Us Strangers. Wat Romería mist, is originaliteit, lef en dramaturgische diepgang. Dat Marina zichzelf en haar familie leert beter begrijpen, door vele gesprekken te voeren met figuren uit het verleden, is narratief te mager.

Romería

Een volgend voorbeeld van verhalende droogte is het conflict dat alles in gang zet: Marina heeft een document nodig. Niet liefde of emotionele nood, maar een administratieve formaliteit drijft haar naar Vigo. Dat voelt verhaaltechnisch goedkoop: zolang het doel maar bereikt wordt, lijkt het weinig uit te maken wat haar werkelijk beweegt. Ze meldt bovendien dat het document nodig is voor een studiebeurs voor een filmopleiding – een overduidelijke manier om haar autobiografische representatie aan de kijker te benadrukken. Het leidt tot een rollen met de ogen.

De kijker terzijde geschoven
Het gemak waarmee tussentitels worden ingezet, is problematisch. Half-filosofische mijmeringen zoals ‘Wie zou ik zijn als mijn vaders familie me had opgevoed?’ of ‘Betekent hetzelfde bloed delen dat je deel uitmaakt van dezelfde familie?’ vertellen de kijker wat bevraagd zou moeten worden door de scènes die erop volgen. Beeldend vertellen wordt overbodig wanneer de intentie vooraf letterlijk wordt meegedeeld. Zo wordt actief meedenken uitgeschakeld en verliest het verhaal nog meer kracht.

De cruciale tekortkomingen nemen niet weg dat het nostalgische voorkomen van Romería zalft. Naar het einde toe introduceert Simón bovendien enkele fantasierijke toetsen die enthousiasmeren (de scène met de trapladder aan het flatgebouw). De cineaste gaat ook intrigerend aan de slag met de sensualiteit van jeugd – de naakt door het land lopende ouders van Marina doen aan de fotografie van Ryan McGinley denken. Mooi om te zien, maar het geheel is narratief te flets om een aanrader te noemen.

 

7 april 2026

 

ALLE RECENSIES

Broken English

**
recensie Broken English
Misunderstanding Broken English

door Jochum de Graaf

Marianne Faithfull heeft meerdere levens geleid. Ze was in de swinging sixties het archetype van de ‘rockchick’, het meisje dat zich in de entourage van beroemde rockbands ophield. Ze werd ontdekt door manager Andrew Loog Oldham op een feestje van The Rolling Stones.

De Londense zangeres kreeg een relatie met Mick Jagger en had, in 1964, al op 17-jarige leeftijd een wereldhit met ‘As Tears Go By’. Ze was de inspiratie voor een aantal Stones-nummers en is te horen op ‘Yellow Submarine’ van The Beatles. In 1969 schreef ze de tekst voor het roemruchte ‘Sister Morphine’, dat over haarzelf leek te gaan, waardoor ze verguisd werd. Maar toen The Stones het korte tijd later op ‘Sticky Fingers’ zetten, met de credits voor Jagger en Richards, viel niemand erover. Na een rechtsgang van meer dan twintig jaar kreeg Marianne Faithfull haar deel van de rechten.

Broken English

Wereldroem en drama
Na de scheiding van Jagger vanwege een miskraam stopte ze een tijdje met muziek maken. Ze probeerde van haar verslaving af te komen en leefde zelfs enige tijd op straat. Eenmaal afgekickt was haar stem door het vele drank- en drugsgebruik blijvend veranderd. Faithfull herontdekte zichzelf onder invloed van de new wave en punk met het gedurfde album waaraan de film zijn titel ontleent. ‘Broken English’ (1979) sloeg in als een bom en verschafte haar opnieuw wereldroem. Daarna volgden nog een stuk of tien albums waarin de stijl met die indringende gruizende stem werd voortgezet.

In de jaren zestig was ze al begonnen met acteren, speelde in toneelstukken van Tsjechov, speelde zichzelf in Godards Made in USA (1966) en de op haar lijf geschreven rol van Ophelia in Hamlet (1969) van Tony Richardson. Na haar comeback met ‘Broken English’ pakte ze ook haar acteerwerk voor theater, tv en film weer op, en speelde in tientallen producties in binnen- en buitenland.

De film concentreert zich vooral op haar muziekcarrière. Ruim tien jaar geleden maakte ze furore in de combinatie van muziek en theater met de hoofdrol van Anna in ‘The Seven Deadly Sins’, de chanteuse opera van Kurt Weil en Berthold Brecht. In 2018 verscheen haar laatste album ‘Negative Capability’ waarop ze onder anderen samenwerkte met Nick Cave en Warren Ellis.

Marianne Faithfull had drie huwelijken, onderging vier abortussen. Ze was verslaafd aan heroïne, overleed bijna aan een overdosis, leed aan anorexia, deed een zelfmoordpoging, overleefde borstkanker, tal van andere lichamelijke ongemakken. In 2020 lag ze een aantal weken in coma, maar overleefde ook covid. Eind januari 2025 overleed ze na een kort ziekbed.

In dat leven, die levens, zit genoeg drama om er een geweldige documentaire, misschien wel drie of meer, over te maken.

Kunstgreep overheerst
Iain Forsyth en Jane Pollard, die enige naam maakten met 20,000 Days on Earth (2014), het ‘leven uit een dag’ van Nick Cave, kozen voor een bijzondere kunstgreep: ze verzonnen het ‘Ministerie van Niet Vergeten’. Het Ministerie heeft als doel het ‘onderzoeken van waarheden en mythen, en de poreuze grens daartussen’.

Aan het begin van de film krijgen we een rondleiding: een donkere sombere ruimte met stalen meubels, tafellampen die een schaars licht op de bureaus werpen, draaischijftelefoons onder handbereik, uitschuifbare kasten waar kranten, boeken, lp’s zijn opgeslagen, cassettedecks en archiefdozen. De sfeer van een sciencefictionfilm uit de jaren zestig. Tilda Swinton heeft er de leiding. Ze spreekt ons streng toe en legt uit dat ‘niet vergeten’ iets anders is dan ‘herinneren’. Het eerste object van onderzoek is Marianne Faithfull. ‘We moeten Mariannes rol als destabiliserende invloed eens goed onder de loep nemen’, zegt Swinton. Marianne wordt binnengereden in een rolstoel, zuurstofslangetje in de neus, zwaar ademend, en het interview met de archivaris van het archief, acteur George MacKay, gaat van start.

Dat niet bestaande nep-ministerie is een kunstgreep die doorheen de film verder wordt doorgevoerd met een groot bord met post-its, foto’s, pijlen, cirkels, strepen, data en namen, zoals je ze op politiebureaus in detectiveseries ziet, waarop dan weer wordt ingezoomd op een bepaalde episode uit Mariannes leven. Al dat randgebeuren kost een boel schermtijd en overheerst de potentieel interessante inhoud.

Soms lijkt die kunstgreep goed te werken. George MacKay als interviewer stelt interessante vragen over haar verleden in de nabijheid van The Rolling Stones, toont fragmenten van optredens die ze lang niet gezien heeft. Maar dan word je weer afgeleid door dat belachelijke quasi-intellectuele brilletje dat hij op zijn neus heeft. En dan krijg je weer de in een stijve plusfour gestoken Tilda Swinton, de geblondeerde haren strak achterover gekamd, die pedante teksten uit een of ander document opleest.

Broken English (foto Joseph Lynn)

Beeldvorming
Er waren afspraken met Marianne Faithfull dat ze over bepaalde onderwerpen niet wilde spreken. De breed uitgemeten roddels en verhalen in de Britse tabloids over haar kind, het drugsgebruik, de foto op een party waar ze naakt onder een bontjas zat, de arrestatie vanwege marihuanabezit, de driehoeksrelatie met Anita Pallenberg en Keith Richards. We krijgen een serie hitsige presentatoren die maar blijven doorvragen over haar roemruchte minnaars, de verslavingen.

Dan is het niet zo’n gek idee om een aantal vriendinnen en goede bekenden van Marianne aan het woord te laten over het seksisme en de beeldvorming, hoe ze werd neergesabeld en dan toch weer de kracht vond om zich op te richten en door te gaan. Maar de dames, onder wie de feministische historica Kathy Hessel, blijven steken in algemeenheden, en de beelden van vroeger op de achtergrond zijn behoorlijk vaag.

Ontroerende momenten
Daartegenover zitten er ontroerende momenten in de film, waarmee het bij tijd en wijle toch een monument wordt voor die geweldige persoonlijkheid en vooral ook die stem. Beth Orton zingt een mooi breekbare versie van ‘As Tears Go By’. Courtney Love draagt een krachtige versie van ‘Times Square’ voor, en de Franse actrice-zangeres Jehnny Beth geeft een punkachtige, new wave-twist aan het scherpe ‘Why’d Ya Do It?’.

Let vooral ook op Marianne als ze met veel liefde vertelt over producer Hal Willner, de enige persoon uit de muziekbusiness die haar haar hele leven heeft bijgestaan. En hoe ze straalt bij het fragment dat haar getoond wordt, waarin Willner zegt: ’Dit is de stem van een leven. Een moeilijk leven.’

En dan volgt haar laatste optreden samen met Nick Cave en Warren Ellis. Ze zingt met een mooi invallende tweede stem van Cave de melancholieke ballad ‘Misunderstanding’ van haar laatste album ‘Negative Capacity’ uit 2018.

Het is de vraag hoe bewust Pollard en Forsyth voor dit slotakkoord hebben gekozen, maar die titel is wel toepasselijk voor hun mislukte aanpak.

 

2 april 2026

 

ALLE RECENSIES

I Swear

****
recensie I Swear
Leren omgaan met onbegrip

door Zoë van Leeuwen

Met een BAFTA en de publieksprijs op het IFFR bevestigt regisseur Kirk Jones zijn plek in de Britse filmwereld. In I Swear schetst hij een bitterzoet portret van de Schotse Tourette-activist John Davidson, waarbij de oprechte kern de film verheft boven een doorsnee biografische feelgood. 

“Fuck the queen!”, schreeuwt John tijdens een ontmoeting met hare majesteit en zet zo binnen de eerste vijf minuten de perfecte toon voor de rest van de film. We keren terug naar het Schotland van 1983, waar John (Ellis Watson) nog een zelfverzekerde, maar vooral doodgewone tiener is. De sfeer van dit tijdperk wordt ondersteund door een fijne soundtrack vol nostalgische Britse new wave- en post-punknummers. Wanneer hij op een dag vreemde tics begint te krijgen, weet eigenlijk niemand hoe ze daarmee om moeten gaan. Hierdoor wordt John vaker gestraft dan geholpen. Zijn vader verlaat het gezin, omdat hij de situatie niet langer aankan en op school ziet zijn rector de tics als ongehoorzaamheid.

I Swear

Humor als leidraad
Regisseur Kirk Jones, die vooral bekend is van publiekslievelingen als Waking Ned en Nanny McPhee, laat met I Swear zien dat hij meer in zijn mars heeft dan familiefilms en zachtaardige Britse humor. Wanneer de film een sprong maakt van dertien jaar naar de volwassen John (Robert Aramayo) probeert hij in een wereld vol vooroordelen en anti-psychotische medicijnen zijn weg te vinden. Toch schuwt Jones niet weg van zijn kenmerkende humor en laat hij zien dat Johns tics, en vooral de timing ervan, soms ook gewoon erg komisch kunnen zijn, zonder dat de ernst van de situatie daarbij verloren gaat. De film is niet bang voor humor, en zo wordt het leven van Davidson ook niet weggezet als een tragedie.

Wanneer hij voor de zoveelste keer een lantaarnpaal moet kussen, omdat hij scheef staat, of wanneer hij op een wat ongelukkig moment tegen de politie zegt dat hij pedofiel is, lach je als kijker met John mee. Desondanks blijft de ernst van Johns problemen niet onopgemerkt. Vooral zijn eigen moeder (Shirley Henderson) weet na al die jaren nog steeds niet om te gaan met haar zoon en lijkt te uitgeput om het nog een kans te geven. Henderson vertolkt de uitputting en machteloosheid van een moeder die ten einde raad is op een tragisch overtuigende wijze.

Drijfkracht
Het leven van John neemt een positieve wending wanneer hij de moeder van een vriend ontmoet. Dottie (Maxine Peake) heeft snel door dat het niet goed gaat met John en verwelkomt hem met open armen. Ter ergernis van zijn moeder, die het niet kan laten om jaloers te zijn, omdat Dottie John daadwerkelijk lijkt te helpen.

Het indrukwekkende acteerwerk van de hoofdrolspelers is de drijvende kracht van de film. Met name Aramayo’s vertolking van John voelt authentiek en emotioneel, zonder dat de komische timing verloren gaat. De tics voelen niet als een ingestudeerd kunstje, maar als een reflex, alsof Aramayo in de huid van de echte John is gekropen. Het is een topprestatie die hem terecht een BAFTA opleverde.

I Swear

Elkaar beter begrijpen
John en Dottie worden steeds betere vrienden. Voor het eerst voelt hij onvoorwaardelijke liefde en acceptatie zonder dat iemand hem wil ‘repareren’. “If you do anything you can’t help, don’t apologize”, drukt ze hem op het hart wanneer hij voor de zoveelste keer sorry zegt door een van zijn tics. Haar nuchtere advies markeert het punt waarop John stopt met het vechten tegen zijn tics en een poging doet om een normaal leven te leiden. Toch beseft hij langzaam dat zijn versie van normaal simpelweg anders is dan voor de meeste mensen.

Wanneer Tommy (Peter Mullan) hem een baan aanbiedt bij het gemeenschapscentrum en John zijn hond slaat, verliest hij bijna meteen zijn baan. Hier zit ook een punt van kritiek. De film komt hier en daar nogal voorspellend uit de hoek door de repetitieve scenario’s. Telkens als er iets goed gaat in zijn leven, wacht je als kijker tot zijn tics het verpesten.

Toch gaat I Swear uiteindelijk minder over Tourette zelf dan over de reactie van de samenleving erop. De film laat goed zien dat de maatschappij neurodiversiteit liever bestraft dan probeert te begrijpen. Met een einde dat hoopvol is voor de toekomst, maakt I Swear duidelijk dat mensen zoals John pas tot bloei kunnen komen als hun omgeving begint te veranderen.

 

24 maart 2026

 

 

ALLE RECENSIES

La Grazia

***
recensie La Grazia
De ondraaglijke twijfel van lafheid

door Ralph Evers en Małgorzata Zielińska

La Grazia, de nieuwste film van Paolo Sorrentino, probeert enkele complexe en ingewikkelde ethische onderwerpen aan te snijden: euthanasie, lijden, huiselijk geweld en het recht op vergeving. Daarnaast onderzoekt hij de mate waarin we degenen die ons het meest nabij staan, waarlijk kunnen kennen – een echtgenote, een dochter en een jeugdvriend.  

Maar wat we krijgen is een gelimiteerde schijnwerper op de hoofdrolspeler, Mariano de Santis, een weduwnaar, een katholiek, een gerespecteerde jurist en bovenal een vaardig en populaire politicus, de president van Italië. Iemand die in de laatste maanden van zijn presidentschap voor een dilemma zit: het eventueel verlenen van gratie aan twee veroordeelde moordenaars en het wel of niet tekenen van een nieuwe euthanasiewet.

La Grazia

De hoofdrol van Mariano de Santis wordt vertolkt door de karakteristieke Toni Servillo, een geliefd acteur van regisseur Sorrentino. Telkens die kop die je uit duizenden herkent: van de doorbraakfilm uit 2004, Le conseguenze dell’amore, tot de onverschillige intellectueel in de De Grote Schoonheid en de hedonistische Berlusconi in Loro. Ditmaal speelt Servillo een emotioneel bevroren, eenzame, zich wat teruggetrokken oudere man. Hij draagt voortdurend onberispelijk op maat gesneden zwarte pakken, die als een harnas zitten en bijdragen aan zijn bijnaam ‘Gewapend Beton’. Hij voelt aan als een Byzantijnse monarch uit oude tijden, omgeven door volgelingen die ook allen hun afstand bewaren en weloverwogen spreken.

Vervagende signatuur
La Grazia is traag en geschoten in een elegante, doch ingehouden stijl, veelal donker in de gepolijste, klinische kamer van het presidentiële paleis. Hiermee zit de film en zijn visuele stijl regelmatig te dicht op de hoofdpersoon, wat het koude, afstandelijke en onthechte van diens persoon te veel kracht bijzet. Evenals bij Mariano de Santis ontbreekt het de film aan moed, licht, levenslust en ademruimte. De donkere, benauwende hoofdmoot van de film wordt slechts sporadisch onderbroken door dat typische, flamboyante of verstillende van Sorrentino.

Er is de scène met de zwarte paus, compleet met dreadlocks, een oorbel en een pausmotor, de haast misplaatste rapmuziek in de majesteitelijke, grootse, lege ruimten van het paleis, de herinneringen aan zijn verloren liefde Aurora, die hem in de liefde verraadde, en misschien nog wel het meest des Sorrentino’s: de lange wandeling door de straten na het afscheid van zijn presidentschap. Het is deze scène, begeleid door bezinnende muziek, die onmiskenbaar Sorrentino is en die zijn vorige film Parthenope juist dat extra’s gaf in een verder toch wel wat oppervlakkige film. Diezelfde oppervlakkigheid dreigt ook in deze film, die zijn twee uur en een kwartier niet weet te rechtvaardigen.

La Grazia

Stemmige leegheid
De twijfel en stilte, de nostalgie voor zijn overleden vrouw en de daarbij gepaard gaande pijnlijke herinneringen komen helaas onbewogen en weinig levendig over op de kijker. Dit terwijl de lijdende onderwerpen en de beslissing over hun ongeneeslijke pijn – of het nu zijn vrouw, een geliefd paard of zijn onderdanen betreft – toch de nodige emoties en strijdige meningen zouden moeten oproepen. Doordat ze voornamelijk als een theoretische en koud juridische vraag worden geponeerd, is deze levendigheid effectief kaltgestellt.

En dat is jammer, want de film richt zich op een aantal actuele, lastige thema’s, die moed, gevoeligheid en doortasting vragen. Door dit te laten uitvoeren door een weinig moedig en inmiddels weinig verheffende man, is ofwel een gemakkelijke uitweg, ofwel een statement tegen een snel veranderende wereld, gedomineerd door oude, conservatieve, grijze mannen, die hooguit moedig in woord, maar niet in daden, zijn. Het lijkt toch meer op het eerste. Door het gebrek aan betrokkenheid interesseert het je als kijker nog nauwelijks of hij nu wel of niet gratie gaat verlenen of de euthanasiewet gaat tekenen. 

Zo blijft er voor de liefhebbers van de films van Sorrentino, zijn stijl en acteurs, een film over, die als beginpunt voor belangrijke discussies over existentiële zaken kan dienen. Een film die je tegelijkertijd weinig inzichten zal geven, behalve het belang dat deze thema’s aangesneden worden en in het nagesprek met de benodigde moed, vitaliteit, lef en passie behandeld worden.

 

17 maart 2026

 

 

ALLE RECENSIES

Joe Speedboot

****
recensie Joe Speedboot
Film blijft dicht bij boek

door Jochum de Graaf

Met ruim 450.000 verkochte exemplaren in meer dan tien talen is Joe Speedboot (eerste druk 2005) van Tommy Wieringa een moderne klassieker in de Nederlandse literatuur. Na een mislukt project waar een jarenlange slepende rechtszaak aan te pas kwam, is er nu de film. Regisseur Sam de Jong, vanwege De drie Musketiers (2021), Met mes (2022) en de videoclip voor Drank & Drugs van Lil’Kleine en Ronnie Flex goed bij het onderwerp passend, is dicht bij het verhaal gebleven en brengt heel sterk de ontwikkelingsroman in beeld.

De coming of age van Fransje Hermans (Daan Buringa) in het provinciaalse Lomark wordt in het begin van de film licht nostalgisch in de tijd geplaatst: huizen, gebouwen, interieurs, auto’s, brommers, kleding, haardracht, cultuur; eind jaren tachtig, begin jaren negentig van de vorige eeuw: van moderne telefoons en internet nog geen spoor, en er wordt nog gewoon met guldens betaald.

Joe Speedboot

Maaidorser
Fransje is tijdens een oogstfeest in het dorp onder een maaidorser gekomen, raakt in coma en belandt voor de rest van zijn leven in een rolstoel. Hij kan niet meer lopen en praten, alleen met mimiek en gebaren iets van zijn gevoelens uiten. Een arm gebruiken gaat nog wel, hij leert zichzelf schrijven waardoor hij in dagboekjes het leven op kan tekenen. Hij slijt zijn dagen met het monomaan in elkaar persen van briketten in een schuurtje naast de sloperij van zijn vader. Een eentonig bestaan in het slaperige Lomark, in de film gesitueerd in het saaie rivierenlandschap van de Betuwe, waar verder geen ruk te beleven is.

Dat verandert wanneer op zekere dag de branie Joe Speedboot (Tobias Kersloot) in het dorp verschijnt. Een energieke jongen, complete tegenpool van Fransje, gek van motoren en snelheid, die zijn grote dromen najaagt en bezig gaat met het bouwen van een eigen vliegtuig en later bedenkt dat een shovel misschien ook erg van nut kan zijn. Er is gelijk een goede chemie met Fransje die in het roekeloze avonturisme van Joe herkent dat ook hij misschien ongedachte dromen kan verwezenlijken.

Armworstelaar
Joe is de ontdekker van Fransje als armworstelaar. Op de kermis blijkt hij met zijn door de briketten tot Popeye-achtige omvang opgezwollen biceps met het grootste gemak alle tegenstanders de arm op tafel te kunnen drukken. Onder leiding van Joe en een geheel Lomarks begeleidingsteam van vrienden en assistenten gaan ze alle kermissen in binnen- en buurlanden af en komen uiteindelijk in de finale van het ‘Championnat d’Europe de bras de fer’.

Das Ungeheuer, het monster, is Fransjes bijnaam in het circuit. Zijn tegenstander is de regerende kampioen Mansur, een nogal geblokt type, kale schedel, brede schouders, donkerder dan Mohammed Ali.  Een donkere rokerige gymzaal in Poznan, met tafels vol bierglazen en waar je met forse bedragen kunt gokken op de uitslag. Flyers en affiches van eerdere wedstrijden, een publiek van getatoeëerde spierbundels en een opkomst van de matadoren zoals je die tegenwoordig bij de kickboksgala’s van Nico Verhoeven ziet. De afloop betekent een omslagpunt in de verhouding tussen Fransje en Joe.

Mooiste meisje van de klas
En dan is er de intrige rond Picolien Jane, ofwel PJ, het ‘mooiste meisje van de klas’ van Lomark, waar alle jongens en zeker ook Fransje heimelijk verliefd op zijn. Ook zij is in eerste instantie een buitenstaander als ze vanuit Zuid-Afrika in het dorp arriveert. Ze is wat mysterieus, zowel aantrekkelijk als afstotend. Ze speelt een eigenzinnige rol op het examenfeest van de middelbare school, het moment dat het einde van de jeugd en voor de meesten het begin van het volwassen leven buiten Lomark markeert.

Joe Speedboot

Samen met klasgenoot Christof zingt ze het melancholische duet Wêr Bisto van Twarres, zo goed passend bij de nostalgie naar de jaren negentig. Voor Fransje is dat wat pijnlijk in het besef dat hij fysiek niet in staat is om met haar te praten en te zingen. Fransjes liefde kan niet anders dan platonisch zijn, PJ is zijn grote muze. Voor Joe Speedboot is ze daarentegen een goede partner in crime en gaat volop mee met zijn avontuurlijke fratsen. Wanneer Joe en PJ hun verloving aankondigen is dat voor Fransje extra pijnlijk. Hij heeft PJ altijd op een voetstuk geplaatst en voelt zich nu verraden door zijn beste vriend.

Rolstoel
In het boek is de meeste tijd Fransje aan het woord die zijn leven en de verwikkelingen met Joe Speedboot beschrijft. Het is een sterke vondst om PJ (goede rol van QiQi van Boheemen) in de film de rol van voice-over te geven, voorlezend uit de dagboekjes waarin Fransje Joe’s leven heeft opgetekend. Dat geeft haar meer reliëf dan het meisje dat alleen maar mooi staat te wezen.

Geen geschiktere acteur voor de rol van Fransje Hermans dan Daan Buringa, de eerste student aan de toneelacademie die in een rolstoel afstudeerde. Behalve zijn leeftijd en provinciale afkomst heeft hij met Fransje ook gemeen dat hij bij een partijtje armworstelen zijn onderarm brak. Daan Buringa liep toen hij in zijn jeugd vanwege een zeldzame erfelijke aandoening aan zijn ruggengraat geopereerd moest worden een dwarslaesie op. Zijn ziekte is progressief en een van de gevolgen kan zijn dat hij langzaam maar zeker zijn stem zal verliezen. Toen hij zijn lot eenmaal aanvaardde, bedacht hij dat hij zo lang hij maar heeft  alleen nog maar wilde schitteren op het toneel en in films. Dat is het met zijn eerste grote filmrol in Joe Speedboot alvast behoorlijk gelukt.

 

11 maart  2026

 

 

ALLE RECENSIES