Recensie: The Day Will Come

***

recensie The Day Will Come

Terreur in belang van kind

door Cor Oliemeulen

Op het eerste gezicht lijkt The Day Will Come het zoveelste drama waarin een slachtoffer door middel van fantasie de hel probeert te ontvluchten. Maar wie verder kijkt dan de verwachtingsvolle titel ziet een modern Oliver Twist-verhaal met intrigerend plot en sterke vertolkingen.

De Denen hebben het laatste decennium danig van zich laten horen met filmproducties die ver buiten Scandinavië furore maakten. Al voordat hele volksstammen zich lieten vollopen met vooral Amerikaanse tv-series kluisterden fans zich massaal aan het beeldscherm voor de politiereeks The Killing (Forbrydelsen) en het politieke drama Borgen. Zentropa, het productiehuis van regisseur Lars von Trier, bracht voor The Day Will Come een aantal zeer getalenteerde landgenoten bij elkaar.

The Day Will Come

Wreed
We hebben het allemaal al eerder gezien: jongens belanden op last van de staat in een weeshuis of tuchthuis alwaar zij hard, soms onmenselijk wreed, worden aangepakt om later als volwaardige en brave burgers aan de maatschappij te kunnen deelnemen. Maar in het Denemarken van eind jaren 60 waarin jongeren openlijk strijden voor vrede, vrijheid en liefde, kan de generatiekloof bijna niet groter zijn. Degene die zich niet gedraagt of geen ouder heeft die voor hem kan zorgen, loopt kans te belanden in het tehuis van de tirannieke Frederik Heck (Lars Mikkelsen: The Killing, Borgen en later als Russische president in House of Cards). Een idealist van de oude stempel die door middel van keiharde discipline en vernedering heilig gelooft het belang van het kind te dienen.

Als iemand zich niet aan de regels houdt, mag de groep kiezen: óf iedereen wordt gestraft óf iedereen mag de zondaar enkele rake klappen verkopen. Bedplassers moeten buiten in weer en wind in hun onderbroek op een kistje staan net zo lang tot het natte laken, dat ze met gestrekte armen moeten vasthouden, is opgedroogd. Als het hulpje van de directeur met zijn sleutelbos rammelt, moet je pas echt op je tellen passen. En dan is er altijd nog een pedofiele begeleider die ’s nachts een jongetje uit de slaapzaal komt halen en niet vies is van een verkrachting meer of minder.

The Day Will Come

Watertoren als Apollo
The Day Will Come drijft op treurnis en geweld, maar stijgt uit boven clichés en middelmaat. Enerzijds door het sterke scenario van Søren Sveistrup, de bedenker en schrijver van The Killing, die de hoofdpersonages een realistische complexiteit heeft toebedeeld. Anderzijds door de strakke, gedegen regie van Jesper Nielsen, eerder verantwoordelijk voor een aantal afleveringen van Borgen. En dan is er nog Sofie Gråbøl, die in het eerste en derde seizoen van The Killing de eigengereide hoofdinspecteur Sarah Lund speelt. Ditmaal fungeert zij als de nieuwe lerares in het jongenstehuis die met lede ogen moet toezien hoe hier de tijd heeft stilgestaan. Hoewel zij gefrustreerd met de noorderzon vertrekt, blijft de kijker zich vastklampen aan de hoopgevende filmtitel.

Centraal in het drama staan de broertjes Elmer en Erik, in het tehuis geplaatst nadat hun moeder voor behandeling van kanker in het ziekenhuis is opgenomen. De oudste, Erik, is de rebel; Elmer (met klompvoet) de dromer. Met zijn fantasierijke verhalen weet Elmer voor zowel zichzelf als zijn broer en lotgenootjes het alledaagse leed te verzachten. Hij is gefascineerd door de ruimtevaart en wil later astronaut worden. De watertoren op het buitenterrein, mooi van onderaf gefilmd met de maan erboven, geldt als metafoor voor de eerste Amerikaanse Apollo-raket die op het punt staat om op de maan te landen en staat tegelijkertijd symbool voor Elmers drang naar vrijheid en rechtvaardigheid. Terwijl de directeur zowaar op weg is naar een koninklijke onderscheiding, is het aan een nieuwe inspecteur om tot de lamgeslagen jongens door te dringen. Maar dan weet de kijker gelukkig allang dat ooit De Dag Zal Komen.
 

10 maart 2017

 
MEER RECENSIES