Coward

****
recensie Coward
Liefde vergt meer moed dan oorlog

door Jochum de Graaf

In Girl verkende Lukas Dhondt het thema identiteit, in Close ging het over intimiteit, in zijn nieuwste film Coward gaat het over lafheid. Ook nu weer een prachtige film die je op een andere manier naar de werkelijkheid laat kijken.

De Eerste Wereldoorlog (1914-1918) is nog steeds het ijkpunt voor de gruwelijkheden en de zinloosheid van oorlog. 65 miljoen soldaten werden gemobiliseerd voor een jarenlange loopgravenoorlog, ten koste van meer dan tien miljoenen verliezen. Er zijn onnoemelijk veel films, boeken, tentoonstellingen, rondleidingen en herdenkingen waarin de gruwelen aan de orde komen.

Coward (foto: The Reunion)

Leven achter de linies
Coward, de nieuwe speelfilm van de Belgische regisseur Lukas Dhondt (Girl, Close) is een atypische oorlogsfilm. Echte krijgshandelingen krijgen we niet te zien, er wordt geen schot gelost. We zijn aan de Belgische kant van het front. In de verte zien we donkere wolken, we horen daverend kanongebulder, maar de film speelt zich geheel af achter de schermen, beter gezegd achter de linies.

In de openingsscène komt een groep soldaten in een legertruck aangereden. Ze zingen een vrolijk marslied: ‘steek al je zorgen in je plunjezak en lach, lach, lach’ – Vlaamse vertaling van het in WO I bij alle fronten populaire Pack Up Your Troubles. De camera zoomt in op de jonge dienstplichtige Pierre (Emmanuel Macchia). Hij is ingedeeld bij een compagnie die obussen, zware artilleriegranaten, naar kanonnen moet brengen, gewonden van het slagveld moet halen en doden moet begraven. Er volgen initiatierituelen: hoe gedraag je je aan tafel, hoe stel je je op tegenover een meerdere? En er worden allerlei strapatsen met elkaar uit gehaald.

Soldaat Jacobs heeft net nu hij aan het front is gekomen gehoord dat hij vader is geworden en wil natuurlijk niets liever dan zijn pasgeboren zoontje gaan bewonderen. Dan komt er een brancard de barak binnengedragen. Onder een laken ligt een verklede soldaat met hoofddoek, enorm dikke buik, kreunend, zo te zien hoogzwanger. ‘Pers!Pers!Pers!’, brult het regiment, en van onder het laken komt tot ieders grote vreugde een artilleriehuls met een koordje er aan tevoorschijn. Onder luid gejuich mag Jacobs deze navelstreng doorsnijden. Soldatenhumor.

Geheime verhouding tussen twee soldaten
De bevallende vrouw wordt gespeeld door Francis (Valentin Campagne), de artistieke voorman van een theatergroep die voor ontspanning en vermaak in oorlogstijd moet zorgen. Het is een groepje ongeregeld, buitenbeentjes die gewond, lichamelijk of geestelijk niet meer aan de gevechtshandelingen kunnen deelnemen.

Pierre heeft gebiologeerd staan kijken, Francis merkt hem al snel op en er ontstaat een geheime verhouding tussen de twee die steeds meer tijd met elkaar willen doorbrengen. Het is een scherp contrast tussen introverte boerenzoon Pierre die nog diep in de kast zit en de uitbundige extraverte Francis, kleermakerszoon, die met zijn seksuele identiteit kan spelen in het theater.

Coward (foto: Kris Dewitte)

Pierre kan aan de slag als toneelknecht bij de theatergroep. In een vervallen schuur wordt op een provisorisch aan elkaar getimmerd podium een revue in elkaar gezet. Veel zang en dans, uitgevoerd door als vrouwen verklede mannen. Het zijn voorstellingen die net wat anders uitpakken dan je zou verwachten. In een hospitaal paraderen ze fris en vrolijk tussen de zwaargewonden die er zo zwaar aan toe zijn dat het spel totaal aan ze voorbij gaat. Een patiënt spuwt bloed, de acteurs weten niet wat ze moeten doen. Ze moeten optreden voor een groep hooggeplaatste officieren; een intieme setting waarin die zich vergrijpen aan de ‘vrouwtjes’, die al dat onbeschofte gedrag over zich heen moeten laten gaan.

Laf?
Francis en Pierre bespreken met elkaar wat ze zullen doen: openlijk uitkomen voor hun geaardheid, samen vluchten naar een neutraal land als Spanje of Zwitserland, deserteren, of zijn ze daar eigenlijk te laf voor? In de heersende militaire cultuur is desertie natuurlijk de ultieme vorm van lafheid. Het woord coward valt nergens in de film. Dhondt speelt subtiel met dit thema en maakt ruimte voor een andere invulling. De vele soldaten die met oogkleppen op ten strijde trekken en de vanzelfsprekendheid van de oorlog niet ter discussie durven te stellen, zou je ook laf kunnen noemen.

De scènes aan het front zijn onverbloemd realistisch en indrukwekkend gefilmd. Er is de scène waarin enkele soldaten onder hevig kanonvuur de modder van het niemandsland worden ingestuurd waar ze de lijken van hun makkers bijeenrapen en in karren afvoeren. Pierre steekt in een heftig realistische scène een bajonet door zijn hand, zodat hij lid kan worden van de groep van afgekeurden. Scènes die laten zien hoe snel je in oorlogsomstandigheden je menselijkheid kunt verliezen en wanhopig kunt worden. En als je dan besluit dat je daar niet langer meer aan mee wilt doen, ben je dan laf?

Emmanuel Macchia en Valentin Campagne (als Pierre en Francis) zijn door Lukas Dhondt zelf ontdekte natuurtalenten, die in Cannes ex-aequo de prijs voor beste mannelijke hoofdrol kregen. Geen van beide heeft een acteursopleiding – Macchia had zelfs nog nooit geacteerd. Al is het einde wat voorspelbaar: Coward is na Girl (2018) en Close (2022) opnieuw een diep menselijke film waarin het intieme leven van de personages centraal staat.

 

21 oktober 2026

 

ALLE RECENSIES

The Cave of the Silken Web (1927)

De Herfst van de Stomme Film
Deze september blikken we in De Herfst van de Stomme Film terug op klassiekers uit de maanden voordat The Jazz Singer in oktober 1927 de geluidsfilm inluidde. Een laatste oogst van tien films voordat Hollywood begon te praten. Hieronder de zesde film.

 

The Cave of the Silken Web (China, februari 1927)
Ontsnapt uit het web van de tijd

door Cor Oliemeulen

Een jonge boeddhistische monnik belandt in een grot bij zeven vrouwen die hem in hun web willen lokken. The Cave of the Silken Web van de Chinese filmpionier Dan Duyu is een simpele maar curieuze fantasiefilm met spinnengeesten, kannibalisme, verdwijntrucs en een merkwaardige bruiloft. Dat we de film bijna honderd jaar later überhaupt nog kunnen zien, is misschien wel het meest bijzondere aan dit avontuur uit 1927.

Van de films uit het stomme tijdperk is het grootste deel verdwenen. Eye Filmmuseum schat het verlies wereldwijd op tachtig procent. Van sommige films weten we alleen dankzij oude inventarislijsten, recensies en bioscoopadvertenties dat ze ooit hebben bestaan. “Een verrassend groot deel van die films is al in de eerste helft van de twintigste eeuw actief vernietigd, want film gold als een vermaaksartikel zonder cultuurhistorische waarde.”

The Cave of the Silken Web (1927)

Verdwenen of een tweede leven
Er is nog een andere belangrijke reden: het materiaal. Films werden geschoten op zeer brandbaar nitraat. Wie Inglourious Bastards (2009) van Quentin Tarantino heeft gezien, kan dat volmondig beamen. Ook aanraken, vocht en droogte waren niet bevorderlijk voor een lang leven van de film. Als je nu de geschiedenis van de stomme film bekijkt, zie je dus een geschiedenis vol gaten. En films met gaten.

De Library of Congress in de Verenigde Staten onderzocht 10.919 Amerikaanse stomme speelfilms die tussen 1912 en 1929 werden uitgebracht. Ongeveer zeventig procent daarvan is volledig verloren.

Japan werd nog harder getroffen. Het National Film Archive of Japan bezit slechts 4,1 procent van de Japanse speelfilmproductie uit de jaren twintig. Zelfs regisseurs die later behoorden tot de grootmeesters van de wereldcinema verloren een groot deel van hun vroege werk. Zo ging ongeveer tachtig procent van de vooroorlogse films van Kenji Mizoguchi verloren, van die van Yasujirō Ozu bijna de helft. Zijn debuut Sword of Penitence verscheen in 1927. Het zou een ideale kandidaat zijn geweest voor onze themamaand De Herfst van de Stomme Film – maar helaas kan niemand die film meer kijken.

Zelfs als een film overleeft, kan de kopie versleten of beschadigd zijn. Gelukkig zijn er methodes om oude films van de ondergang te redden. Een mooi voorbeeld zie je bij Auguste en Louis Lumière. Voor Lumière! L’Aventure Commence werden 144 van hun filmpjes in 4K gerestaureerd.

Hoe ingrijpend zo’n restauratie kan zijn, bleek ook bij Le Voyage dans la Lune (1902), waarvoor duizenden afzonderlijke beeldjes moesten worden gefotografeerd, gescand en hersteld. Een van de restaurateurs sprak dan ook van ‘een wederopstanding’ in plaats van een restauratie.

Eten of gegeten worden
Ook The Cave of the Silken Web (Pan si dong, 1927) kreeg een tweede leven. De enige bekende, onvolledige nitraatkopie werd in 2011 teruggevonden in Noorwegen en door de National Library of Norway gerestaureerd. Van de oorspronkelijke circa 1900 meter bleef ruim 1200 meter over, goed voor 59 minuten film. Het is deze restauratie die we nu kijken en bespreken.

De jonge boeddhistische monnik Tang Xuanzang is op weg naar het westen om heilige geschriften op te halen. Onderweg krijgt hij honger en gaat hij op zoek naar voedsel. Hij belandt bij zeven jonge vrouwen in een grot. Ze ontvangen hem vriendelijk en nodigen hem uit voor het eten. De monnik weigert echter de maaltijd omdat hij als boeddhist geen vlees eet. Met een brede grijns merkt een zwarte bediende op dat hij al een maand geen monnik heeft gegeten. De vrouwen blijken spinnengeesten die mannen hun web in lokken. “Als je eenmaal in het web zit, wil je nooit meer weg.”

De monnik voelt dat er iets niet klopt, maar ontsnappen is lastig. Van zijn drie reisgenoten speelt vooral Pigsy een grote rol. Met zijn grote varkenskop is hij een komische, maar vooral afstotelijke verschijning tussen de jonge vrouwen. Ook hij raakt verstrikt in hun web.

Mensen en geesten verdwijnen plotseling en duiken weer spontaan op, soms in een andere gedaante. Dat gebeurde zonder revolutionaire technieken. De camera werd simpelweg stilgezet, waarna een acteur of object werd verwisseld en de opname verderging. Georges Méliès gebruikte dat soort trucs al dertig jaar eerder.

Een veel opmerkelijker experiment kunnen we helaas niet meer beoordelen. In de oorspronkelijke film zat een zwemscène waarvoor onderwateropnamen werden gemaakt, volgens bronnen een primeur voor de Chinese cinema.

The Cave of the Silken Web (1927)

Een nadere blik op 1927
Wie bij een stomme film automatisch aan zwart-wit denkt, vergeet dat kleur al lang vóór de kleurenfilm werd gebruikt. Filmkopieën werden getint om een hele scène een bepaalde kleur en sfeer te geven. D.W. Griffith deed dat al in Intolerance (1916). The Cave of the Silken Web is grotendeels bruinachtig getint. Daardoor valt de paars-rode kleur van de vurige finale extra sterk op.

Hoe groot de culturele afstand tot 1927 inmiddels is, zie je in het karikaturale portret van de zwarte bedienden in de grot. Ze springen als vrolijke wilden uitbundig en voortdurend lachend door het decor.

De maker van de film, Dan Duyu, hielp in de jaren twintig de Chinese speelfilmindustrie op te bouwen in Shanghai, het toenmalige centrum van de cinema. Naast melodrama ontstond een commerciële cinema vol historische verhalen, martial arts, geesten, magie en monsters. The Cave of the Silken Web past goed bij die populaire cultuur. Het is geen zwaar kunstwerk, maar amusement met bekende sterren, kostuums, decors, kleuren, humor en technische experimenten.

Net zoals Amerikaanse stomme films soms alleen overleefden omdat ergens in Europa een kopie opdook, dankt deze Chinese film zijn voortbestaan aan een toevallige vondst. The Cave of the Silken Web gaat daarom niet alleen over een monnik die wordt gevangen in een web van aantrekkelijke spinnenvrouwen – de film zelf is ontsnapt uit een web van verval, vernietiging en vergetelheid.

Deze film is gratis te zien op YouTube.

 

17 september 2026

 

THEMAMAAND ‘De Herfst van de Stomme Film’

The Cat and the Canary (1927)

De Herfst van de Stomme Film
Deze september blikken we in De Herfst van de Stomme Film terug op klassiekers uit de maanden voordat The Jazz Singer in oktober 1927 de geluidsfilm inluidde. Een laatste oogst van tien films voordat Hollywood begon te praten. Hieronder de vierde film.

 

The Cat and the Canary (Verenigde Staten, augustus 1927)
Laat je niet gek maken door een spookhuis

door Bob van der Sterre

Verdelingen van erfenissen: altijd een dankbaar onderwerp voor films. In The Cat and the Canary is het de basis voor een heerlijk avondje exquis griezelen.

Superrijk zijn heeft ook nadelen als je hebzuchtige familieleden hebt. Dat maakt Cyrus West mee. We zien de miljonair in kwestie op een stoel tussen reusachtige lege flessen en katten om zich heen. “Zijn hebzuchtige familieleden, die waren als katten bij een kanarie en hadden hem op de rand van waanzin gebracht.”

Maar hij krijgt ze nog wel.

Zijn envelop met de erfenis mag pas twintig jaar na zijn dood worden geopend. Twintig jaar lang wachten – dan klopt de notaris aan. Die vraagt aan de voormalige verzorgster, genaamd Mummy Pleasant: “Het moet hier wel eenzaam zijn geweest, twintig jaar lang.” Haar antwoord: “Ik heb de levenden niet nodig.”

The Cat and the Canary (1927)

Een levende mot: vals spel
Een weird huis dus van een weirde miljonair. Toch melden alle hebzuchtige familieleden zich op de bijzondere dag bij het kasteel. Eenmaal bij elkaar valt het schilderij van Cyrus West op de grond. Mummy Pleasant kijkt hen vuil aan als ze het schilderij meeneemt en zegt: “Iets vreselijks gaat hier gebeuren.”

Als Annabelle West (rol Laura La Plante) vervolgens de erfenis krijgt, is de enige voorwaarde dat ze ‘gezond’ verklaard moet worden door een dokter. Dat valt wel mee, denk je. Hoewel… In de tweede envelop staat wie anders de erfenis krijgt. Probleem: de enveloppen waren al gezien door iemand want er zat een levende mot in de kluis! Die persoon hoeft haar dus alleen nog maar waanzinnig te laten verklaren om steenrijk te worden. Maar als de notaris wil onthullen wie hij is, grijpt een klauw hem van achteren en is hij weg.

Dan komt er ook nog een agent binnen: “Een gestoorde is ontsnapt en hij moet hier ergens op het terrein zitten. Een maniak die denkt dat hij een kat is en verscheurt zijn slachtoffers als kanaries!” Vanaf dat moment doolt hij rond in het kasteel van de overleden miljonair.

De chaos neemt alsmaar toe want de West-diamanten van Annabelle, nét gevonden dankzij een hint van de overleden miljonair, zijn opeens gestolen. Ze legt het uit aan de andere mogelijke erfgenamen: “Een hand, als een klauw of een spin, kwam opeens uit de muur en stal de ketting die ik droeg.” De anderen beginnen haar steeds meer gestoord te vinden. Maar bij hen begint de spanning ook op te lopen. Zal de dokter Annabelle gezond verklaren?

Ontbrekende stemmen laten je focussen op het beeld
Waarom is deze film een stuk entertainender dan de versies die later verschenen? Het antwoord ligt voor de hand: het ontbreken van stemmen. Doordat je je focust op beeld, werkt sfeer zoveel beter.

We worden ook wel erg verwend met veel speelsheid in The Cat and the Canary, zoals close-ups van pratende monden, wapperende gordijnen, gezichten met lichtval van onderen, letters die in beeld dansen, enorme schaduwen, vervormde gezichten (speciale lenzen), of de hamertjes van een klok die dwars door het beeld van kletsende familieleden is te zien. Leni had intussen een boel trucs geleerd en paste ze allemaal toe.

De visualisatie van de tekst draagt bij aan soms komische momenten waar de film ook wel bekend om is. Zo worden we als een tante haar mond opent getrakteerd op een explosie van tekens – een visualisatie van een serie vloeken zoals je die kent uit strips. Hilarisch moment! Ook aardig: knalgroot HELP!! als er gegild wordt, of SUSAN! als zij opeens wegrent.

Paul Leni: een vindingrijke expressionist
Niet zo raar, al deze vindingrijkheid, want regisseur Paul Leni had een achtergrond als schilder, ontwierp filmsets (en kostuums) en begon in 1913 met films maken. Hij werd een belangrijk persoon in de Duitse expressionistische cinema, met films als Hintertreppe (1921) en Waxworks (1924). Dat is waarom je in deze film misschien soms denkt aan de horrorklassieker des horrorklassiekers: Nosferatu (waar hij trouwens niet aan meewerkte).

The Cat and the Canary (1927)

Na successen in Duitsland kwam Leni in 1927 op uitnodiging naar Hollywood en maakte de film zonder zelfs Engels te kunnen spreken (de schrijver van het script, Robert F. Hill, sprak gelukkig Duits). Het is een film die nu wordt gezien als een van de klassiekers in het haunted-house-genre en die de voorbode was van de hausse van films hierover in de jaren vijftig, zestig.

Leni maakte in 1928 ook het voortreffelijke The Man Who Laughs (met Conrad Veidt) en overleed helaas al heel jong in 1929, 44 jaar oud. Dat was nog in de tijd dat mensen veel vaker stierven aan sepsis door een tandinfectie, wat hem dus ook overkwam.

Toneelstuk als voorloper
Hij had ook wel veel baat bij het feit dat het een toneelstuk was geweest (van John Willars). Het helpt het tempo en zorgt dat er een goed evenwicht is tussen beeld en verhaal. Dit script gaf Leni de kans om de art design een grote rol te geven. Met acteurs die de sfeer van het art design als het ware voortrekken in de karakters die ze speelden, zoals de streng ogende Martha Mattox als ‘Mummy Pleasant’, of Lucien Littlefield als de creepy dokter Ira Lazar.

Hierna zou het verhaal nog vijf keer verfilmd worden, maar ze zijn (logisch) veel prateriger en missen het toch wel het af en toe briljante visuele talent in Leni’s versie.

Er valt wel wat voor te zeggen dat de film iets te veel ‘style over substance’ is – zeker als je vergelijkt met een aantal van zijn Duitse tijdgenoten (Metropolis, Der Letzte Mann, Dr. Mabuse). Er zijn ook wel wat moderne critici die de film om deze reden wat minder interessant vinden. Toch is dat ook een kwestie van smaak: wat is een film als er visueel niets te genieten valt?

Het blijft zonde dat zoveel zwijgende films nog steeds ondergewaardeerd zijn – zeker bij de moderne generatie die alles van voor 2000 ‘oud’ vindt. Er valt zoveel aan deze vroege cinema te ontdekken. Meer weten? Lees dan ook mijn stuk over de misvattingen van zwijgende films!

Deze film is gratis te zien op YouTube.

 

12 september 2026

 

THEMAMAAND ‘De Herfst van de Stomme Film’

De la Comédie-Française

***
recensie De la Comédie-Française
The show must go on

door Małgorzata Zielińska

Twee maanden schrijven, drie weken voorbereiden en veertien dagen filmen. Twee coregisseurs en vier scenaristen. Het eindresultaat is een komische, flamboyante film van 1 uur en 15 minuten met acteurs van de Comédie-Française die laten zien dat Fransen de kampioenen van zelfspot en relativeringsvermogen zijn.

Over drie uur moet Nina (Pauline Clément) haar eerste toneelstuk, Macbeth, regisseren in de Comédie-Française. Maar alles lijkt tegen te werken. Alles wat mis kan gaan, gaat ook daadwerkelijk mis: afwezige hoofdactrice, kapotte decors, haar ex-partner die hun baby naar haar werk brengt en vervolgens verdwijnt, tot een onverwacht bezoek van de minister van Cultuur, van wiens oordeel belangrijke subsidies afhangen.

De la Comédie-Française

Wanneer het theater verandert in een vrolijk gekkenhuis, moet Nina tegen de klok vechten om de voorstelling toch op de planken te krijgen. Want in de Comédie-Française wordt een voorstelling nooit afgelast.

Om de spanning op te voeren, is de film opgedeeld in scènes die worden gemarkeerd door tijdsaanduidingen: 18.00 uur, 18.30 uur, 19.00 uur enzovoort. Met elke nieuwe scène tikt de klok verder richting de première van 21.00 uur, waardoor de druk op Nina steeds verder toeneemt.

De keuze voor Macbeth als toneelstuk dat Nina moet opvoeren, is geen toeval. De regisseurs zochten bewust naar een contrast met de komische toon van de film. Bovendien is Macbeth omgeven door bijgeloof, dat ook in de film opduikt en naadloos aansluit bij de eindeloze reeks tegenslagen die Nina op de avond van de première achtervolgt.

Veel Leven om Niets
De eerste veertig minuten van het regiedebuut van Martin Darondeau en Bertrand Usclat zitten vol geestige dialogen, boeiende scènes en originele personages die soms ronduit absurd zijn. Er valt veel te lachen met zowat alle stereotypen over acteurs en het theater. We zien bijgelovige acteurs, zoals Nadine, de grande dame van het theater (Danièle Lebrun) die nog altijd rookt om haar plankenkoorts te bestrijden om vervolgens compleet stoned rond te dwalen. Daarnaast komt uitgerekend nu een geheime romance uit en begrijpt een van de actrices Suzanne (Adeline D’Hermy) totaal niet wie haar personage is of wat haar rol inhoudt.

Na al die komische verwikkelingen voelt het rustiger en meer sentimentele vervolg kleurlozer en onevenwichtig aan door de abrupte overgang in toon en ritme. Dat komt omdat het idee voor de film zijn oorsprong vindt in een plan om een korte, humoristische video te maken voor de sociale media van de Comédie-Française. Dat leidt eerder tot een reeks komische situaties en sketches dan tot een diepgaande karakterstudie.

De la Comédie-Française

Spelen of niet spelen, dat is de vraag
Toch probeert de film de ontwikkeling van Nina te tonen. Aan het begin is ze voortdurend bezig iedereen tevreden te houden. Lange tijd slaagt ze erin de enige redelijke persoon te blijven in een werkelijkheid die steeds chaotischer wordt. Wanneer de actrice die Lady Macbeth moet spelen niet op de première verschijnt, wordt Nina gedwongen de rol zelf op zich te nemen. Naarmate ze letterlijk in het kostuum van Lady Macbeth stapt, wordt ze ook steeds daadkrachtiger en vastberadener. De film is echter te kort om deze evolutie volledig geloofwaardig uit te werken.

De film werd opgenomen in het indrukwekkende gebouw van de Comédie-Française. Dit theatergezelschap, opgericht in 1680 door Lodewijk XIV, is het oudste nog actieve theatergezelschap ter wereld. Alle acteurs en medewerkers die in de film te zien zijn – van acteurs tot technici – zijn allen werkzaam in de Comédie-Française.

Niet alleen het theatergebouw, maar ook de muziek van Clément Ducol draagt bij aan de dynamiek en spanning. De componist, die in 2025 een Oscar won voor Emilia Pérez van Jacques Audiard, zet in de meest dynamische scènes percussie in om het ritme en de energie van de film te versterken.

Al met al is dit een onderhoudende komedie, gedragen door sterk acteerwerk. De kleurrijke personages, scherpe humor en unieke locatie maken van de film een aangename kijkervaring, die kijkers mogelijk zullen aanzetten om de Comédie-Française zelf eens te bezoeken.

 

29 juli 2026

 

ALLE RECENSIES

Calle Málaga

****
recensie Calle Málaga
Oud worden onder eigen voorwaarden

door Cor Oliemeulen

Oudere actrices hebben moeite om aan de bak te komen in de filmwereld. “Het lijkt alsof huisdieren vaker worden gecast voor een film dan oudere vrouwen”, zegt Carmen Maura in een interview. De Spaanse steractrice, die in de jaren 80 doorbrak in de films van Pedro Almodóvar, bewijst op haar tachtigste dat ze nog altijd een film kan dragen. In Calle Málaga van Maryam Touzani speelt ze een oudere vrouw die weigert achter de geraniums te zitten.

Dat actrices van boven de vijftig vaak worden genegeerd voor interessante filmrollen, is geen nieuw verschijnsel. Dat ondervonden zelfs twee van de bekendste Hollywood-actrices, Bette Davis en Joan Crawford, in 1962 toen ze waren gecast voor What Ever Happened to Baby Jane? Volgens de serie Feud speelde hun beruchte rivaliteit daarbij een niet onbelangrijke rol. In het horrordrama van Robert Aldrich spelen ze twee zussen van wie de een wraak neemt op de ander die vroeger succesvol was. Tijdens de opnamen waren Davis en Crawford volgens de overlevering het alleen met elkaar eens wanneer er een jonge, aantrekkelijke vrouw op de set rondliep. “In Hollywood is alleen nog maar plaats voor vrouwen met grote borsten en een klein brein.”

Calle Málaga

Laatste kans op zelfstandigheid
Waar Bette Davis en Joan Crawford nog vochten tegen een industrie die oudere vrouwen naar de marge duwde, onderzoeken recente films steeds vaker hoe vrouwen zelf omgaan met ouder worden. The Substance (2024) met Demi Moore is misschien wel de meest besproken film over dit thema van de laatste jaren. Daarin wordt een verouderende beroemdheid afgedankt en letterlijk vervangen door een jongere versie van zichzelf. In The Room Next Door (2024) gaat het juist niet om rimpels of carrière, maar om zelfredzaamheid, vriendschap en de wens om waardig te kunnen sterven.

In Calle Málaga kiest filmmaakster Maryam Touzani (The Blue Caftan, 2022) niet voor bodyhorror of existentiële zwaarte, maar voor een warme observatie van een vrouw die weigert haar leven door leeftijd te laten dicteren. Het gaat om Maria (Carmen Maura), die werd geboren in de Marokkaanse stad Tanger nadat haar ouders in de jaren dertig het fascisme in Spanje waren ontvlucht. Ze woont al veertig jaar in een appartement in een levendige buurt, omringd door vertrouwde gezichten en hechte contacten.

Maar dan staat plotseling Maria’s dochter Clara (Marta Etura: Mientras duermes, 2011) uit Madrid voor de deur. Ze wil het appartement, dat op haar naam staat, verkopen, omdat ze sinds haar scheiding financieel moet rondkomen. Moeder is welkom om bij haar en haar kind in Madrid te komen wonen, maar Maria verhuist nog liever naar een bejaardentehuis van de staat. Dat lijkt een uitgemaakte zaak – totdat Maria besluit te vechten voor een laatste kans op zelfstandigheid, en misschien zelfs op een nieuw begin.

Calle Málaga

Zelfverzekerder dan ooit
Het doet goed om Carmen Maura weer op het witte doek te zien stralen. Nog altijd dat markante gezicht met die grote, sprekende ogen – van verdrietig tot ondeugend – en die innemende lach. Sinds haar rollen als impulsieve, losgeslagen en emotioneel ontspoorde vrouwen in de vroege, uitzinnige films van Pedro Almodóvar en haar memorabele optreden als verzetsheldin in Carlos Saura’s Ay, Carmela! (1990), zien we de laatste decennia een andere Carmen Maura: minder explosieve hoofdrollen zoals in de jaren tachtig, meer moederfiguren, excentrieke oudere vrouwen en internationale coproducties. Haar charme, warmte en lichtvoetigheid zijn nooit verdwenen. Ook buiten het scherm lijkt ze vrijer en zelfverzekerder dan ooit – misschien wel de reden dat ze op bijna tachtigjarige leeftijd zonder aarzeling instemde met een korte naaktscène.

Maria in Calle Málaga is een vrouw die niet ‘gered’ wil worden, maar zelf de regie over haar leven wil houden. Ze vindt een onverwacht grappig klankbord in de non Josefa. Ze zijn hier samen opgegroeid, maar hun levens liepen totaal anders: Maria stortte zich volledig in de vrolijke levendigheid van de stad, Josefa trok zich terug in het klooster om zich te richten op gebed en absolute stilte. Toch is het juist bij Josefa dat Maria haar verhaal kwijt kan: eerst over de harde opstelling van haar dochter, later over een opgebloeide liefde – en seks. Josefa zegt niets terug, maar de rode oortjes lijken bijna door haar habijt heen te schijnen. Samen zachtjes giechelen als pubermeisjes mag kennelijk nog wel.

 

10 juni 2026

 

Lees ook: Boek over Spaanse cinema.

ALLE RECENSIES

The Chronicles of Narnia (2005)

The Chronicles of Narnia (2005)
Fantasierijke vertolking van trauma

door Zoë van Leeuwen

In een themamaand rondom Tilda Swinton mogen we naast alle drama-, horror- en zelfs actiefilms deze fantasierijke kinderfilm zeker niet vergeten. The Chronicles of Narnia: The Lion, the Witch and the Wardrobe is echter niet zomaar een sprookje, maar ook een waardevolle toevoeging aan haar rijke carrière. 

De verfilming van het eerste Narnia-boek van Britse schrijver C.S. Lewis uit 1950 draait om de broers en zussen Peter, Susan, Edmund en Lucy, die tijdens de Tweede Wereldoorlog worden geëvacueerd naar een landhuis op het Britse platteland. Om de tijd te doden spelen de kinderen verstoppertje, waardoor de jongste van het viertal, Lucy, een magische kledingkast ontdekt die hen naar Narnia brengt. Daar blijkt Jadis, beter bekend als The White Witch, een vloek uitgesproken te hebben over het fantasieland waardoor Narnia in een ijzige wereld is veranderd en zij zichzelf nu tot koningin heeft uitgeroepen. Ook blijkt dat een voorspelling vier kinderen beschrijft die Narnia redden en de vrede herstellen.

The Chronicles of Narnia The Lion, the Witch and the Wardrobe

Angst voor The White Witch
Tilda Swinton belichaamt al het kwaad in heel Narnia, met haar rol als de machtige heks Jadis, wiens volgelingen alle monsterlijke wezens uit deze sprookjeswereld zijn. Een merkwaardige rol kun je het al bijna niet meer noemen, gezien Swintons uitbundige repertoire die onder andere bestaat uit rollen als engel, spion, superheld en vampier.

Toch is dit voor velen hun eerste ontmoeting met de acteerkunsten van Swinton, zeker voor mijn generatie. Hoewel ze tegen 2005 al een behoorlijke reputatie had opgebouwd in onafhankelijke en arthousefilms, maakte haar rol als Jadis haar bekend bij een groter publiek, met name bij jongere kijkers en gezinnen. Toen de film voor het eerst op mijn netvlies verscheen, was ik weliswaar te jong om me bezig te houden met plot, scripts en acteerwerk, maar de angst voor The White Witch is me een lange tijd bijgebleven.

Nu, zo’n twintig jaar later, is Swinton al lang niet meer zo eng als ik ooit dacht, maar dat betekent niet dat bij het herkijken van deze film haar rol enigszins minder indrukwekkend is. Het duurt minstens een half uur voordat we haar voor het eerst op het scherm zien, maar haar aanwezigheid wordt al veel eerder duidelijk door het ijzige landschap van Narnia en de verhalen die de faun Tumnus (een van de eerste grote rollen voor James McAvoy) aan de jongste zus Lucy vertelt over een machtshongerige heks die Narnia helemaal voor zichzelf wil hebben.

Foto: Brigitte LacombeDe manier waarop ze Edmund manipuleert – hij voelt zich als het zwarte schaap van zijn familie – toont haar ware aard. Bij hun eerste ontmoeting wordt hij onthaald met Turks fruit en de belofte dat hij ooit koning zou kunnen worden. Maar haar façade verdwijnt snel wanneer de jongen faalt om terug te keren met zijn broers en zussen, ze hem vol in zijn gezicht slaat en opsluit in de kerker.

Swintons rol als gegoten
Swinton is niet alleen indrukwekkend in haar acteerkunsten, maar ook haar uitstraling voegt heel wat toe aan The Chronicles of Narnia. In de boeken van C.S Lewis omschrijft hij Jadis als “een vrouw met een wit gezicht, niet alleen bleek, maar wit als sneeuw of papier of poedersuiker, met uitzondering van haar zeer rode mond. Het was een mooi gezicht in andere opzichten, maar trots en koud en streng.” Swinton belichaamt deze rol volledig, en met de toevoeging van een ‘grote oude pruik’, zoals de actrice het ooit noemde, ziet ze er precies zo uit als beschreven in de boeken.

Na achternagezeten te zijn door de wolven van Jadis, ontmoeten de kinderen de pratende leeuw Aslan. Samen met zijn leger van eenhoorns, centaurs en vele andere goed-geaarde dieren, maken de kinderen zich klaar voor de strijd tegen het kwaad. Zoals gebruikelijk bij kinderfilms, leert het viertal binnen enkele uren om te gaan met paarden en wapens, maar dat mag de pret niet drukken.

Wanneer enkele scènes later Aslan zijn leven opoffert om Edmund te redden, staat de familie er alleen voor. Peter leidt het leger in de strijd, die er voor een kinderfilm behoorlijk heftig aan toe gaat en je op het bloed na, grote hoeveelheden personages ziet sterven op het slagveld. Als haar laatste ‘powermove’ in de film paradeert The White Witch het slagveld op, in een koets getrokken door ijsberen, zwaaiend met twee zwaarden en gehuld in de afgeknipte manen van Aslan. Ze bevestigt nogmaals haar positie als ware schurk voordat ze uiteindelijk in de strijd wordt gedood.

The Chronicles of Narnia The Lion, the Witch and the Wardrobe

Veel meer dan een sprookje
Voor wie denkt dat The Chronicles of Narnia gewoon maar een kinderfilm is, heeft het goed mis. Ja, het mist hier en daar wat diepgang die andere projecten van Swinton hebben, maar vergis je niet, de film is veel meer dan een Disney-sprookje. Je kunt Narnia zelfs beschouwen als een heuse oorlogsfilm en gebruikt bijna dezelfde formule als Guillermo del Toro’s Pan’s Labyrinth, die een jaar later uitkwam.

Narnia is een ontsnapping aan de zeer reële oorlog die buiten de kast woedt en het gevoel van eenzaamheid nadat ze door hun moeder voor hun veiligheid zijn weggestuurd. Hoewel nooit wordt bevestigd of Narnia echt bestaat of slechts een fantasie van de kinderen is, is het niet vreemd om te stellen dat het verhaal veel te maken heeft met de Tweede Wereldoorlog, zeker gezien C.S. Lewis zijn eerste boek in 1950 schreef en tijdens de oorlog zelf ook kinderen uit Londen opving in zijn huis in Oxford. De strijd tegen de Witte Heks is misschien wel een manier voor de kinderen om eindelijk het gevoel te krijgen dat ze aan het winnen zijn.

De film uit 2005 lijkt dus relevanter dan ooit, vindt ook Swinton, die in een interview uit 2022 zei dat Narnia “het mooiste verhaal over genezing is en het is een prachtige boodschap voor onze kinderen om nu te zien dat ze de toekomst in hun handen hebben, en dat ze moeten weten dat als ze willen dat hun toekomstige wereld anders wordt, ze de macht hebben om dat te bewerkstelligen.”

The Chronicles of Narnia is te zien in Eye.

 

30 oktober 2025

 

 

THEMAMAAND TILDA SWINTON

Caravaggio (1986)

Caravaggio (1986)
Een film als een schilderij

door Cor Oliemeulen

Tilda Swinton dacht dat ze maar één film zou maken. Ze kwam uit de theaterwereld en zocht naar kunstzinnige projecten. Haar samenwerking met Derek Jarman leidde ertoe dat ze in acht van zijn films verscheen. Hun reis begon met Caravaggio (1986), Jarmans eigenzinnige interpretatie van het leven van de Italiaanse barokschilder, bekend om zijn licht-donkercontrasten en rauwe, realistische taferelen. De film toont hem als een briljant kunstenaar met een destructieve kant, terwijl Swintons personage zijn grillige persoonlijkheid blootlegt.

Swintons filmdebuut in Caravaggio valt niet los te zien van de periode waarin Jarman de film maakte. Engeland verkeerde in politieke en sociale beroering: Thatchers beleid zorgde voor polarisatie, stedelijke kunst- en LGBTQ+-gemeenschappen zochten nieuwe, kritische vormen van expressie, en de opkomst van aids bracht angst en kwetsbaarheid, vooral in de kunstscene. Zie hier de voedingsbodem voor Jarmans intense ondertoon.

Caravaggio

Caravaggio (Foto: British Film Institute)

De filmmaker Derek Jarman
Derek Jarman was veelzijdig: regisseur, schilder, kostuumontwerper, schrijver en homorechtenactivist. Hij stond bekend om zijn experimentele en vaak provocerende films met politieke en maatschappelijke thema’s. Zijn doorbraak kwam met Jubilee (1978), een kritisch portret van een Engeland vol sociale ontwrichting, drugsgebruik en een nihilistische punkbeweging, terwijl Jarman al net zo makkelijk de monarchie, de consumptiemaatschappij en religie op de hak nam.

Een decennium later vermengde Jarman in Caravaggio (1986) en The Last of England (1987, ook met Swinton) film, poëzie en schilderkunst tot een eigenzinnige stijl. Naast hun artistieke en provocerende kwaliteiten, hebben veel van zijn films uit die tijd een queer-georiënteerde inslag. Geen expliciet politieke statements, maar stevige kritiek op macht, hypocrisie en sociale conventies. Vaak fragmentarisch, chaotisch en surrealistisch, en dus ook vernieuwend.

Deze vernieuwende stijl krijgt in Caravaggio extra betekenis dankzij de low-budgetproductie: de beperkte middelen dwongen Jarman creatief om te gaan met decors, licht en compositie. Daardoor krijgt dit drama vaak een toneelachtige uitstraling, met geïsoleerde sets en zorgvuldig geënsceneerde scènes die doen denken aan podiumvoorstellingen en schilderijen. Het geheel werkt als een poëtische collage, waarin tekst, dialoog en visuele stijl elkaar versterken.

Foto: Brigitte LacombeDe kunstenaar Caravaggio
Jarman wilde geen film maken over een schilder, maar een film die een schilderij was. “Caravaggio was een straatjongen, een oplichter en een outsider, daarom voelde ik me zo close met hem”, zei hij na het verschijnen van de film.

Caravaggio is gebaseerd op de historische figuur Michelangelo Merisi da Caravaggio (1571-1610). De film is eerder een poëtische interpretatie dan een biografische reconstructie.

Vanaf zijn sterfbed in 1610 blikt de armoedige renaissancekunstenaar Caravaggio (Nigel Terry) terug op zijn bewogen driehoeksverhouding met twee van zijn modellen: crimineel Ranuccio (Sean Bean) en diens liefje Lena (Tilda Swinton).

In Jarmans beleving is Caravaggio’s kunstenaarswereld een microkosmos van macht, intriges en afhankelijkheid. Sociale status bepaalt wie succes heeft en overleeft. Zijn reputatie als schilder van religieuze taferelen trekt de aandacht van kardinaal Del Monte, die hem bescherming biedt en toegang tot invloedrijke kringen, maar ook loyaliteit en wederdiensten verwacht, waarbij seksuele spanning tussen hen wordt gesuggereerd. Zo zijn kunst, macht (van kerkelijke autoriteiten) en verlangens in Caravaggio’s wereld onlosmakelijk met elkaar verbonden. Tegelijkertijd is er hypocrisie: hij schildert heiligen en Bijbelse scènes, terwijl zijn eigen leven vol conflicten, geweld en (homo)seksuele vrijheid zit.

De “bewuste fouten” in tijd en stijl
De film is bezaaid met mooie, literaire teksten: niet louter informatief, maar symbolisch en reflecterend op Caravaggio’s innerlijke belevingswereld. Hierop stapelt Jarman bewust een aantal anachronismen: elementen die niet in Caravaggio’s tijd thuishoren, maar zijn bedoeld om de kijker uit zijn historische comfortzone te halen en parallellen met de moderne wereld te trekken.

Zo verwijst de spontane verschijning van een typemachine naar bureaucratie, terwijl het plotselinge treingeluid een gevoel van dreiging en ontsnapping oproept. Het taalgebruik uit de Londense underground van de jaren 80 plaatst Caravaggio’s conflicten en verlangens in een universele, tijdloze context, waardoor de emoties en strijd van de personages voor een hedendaags publiek voelbaar blijven.

Tilda Swinton debuteert in Caravaggio

Tilda Swinton debuteert in Caravaggio

De tijdloze look van Tilda Swinton
In een interview met The Guardian legde Tilda Swinton uit waarom Derek Jarman haar castte. “We mochten elkaar heel erg en ik leek op meisjes in schilderijen.” Veel critici zijn het er over eens dat het gezicht van de actrice iets abstracts heeft dat je kunt ‘lezen’ als klassiek én modern. Met haar androgyne uitstraling kan ze zowel mannelijk als vrouwelijk, alsook engelachtig of demonisch, spelen. In Caravaggio zien we voor het eerst haar bleke huid (met blosjes op de wangen), de scherpe gelaatstrekken en haar klassieke schoonheid – alsof ze uit een zeventiende-eeuws schilderij is gestapt.

Swinton heeft een tijdloze uitstraling die een eeuwenoud archetype weerspiegelt. In Orlando (1992) reist haar personage door vier eeuwen en verandert probleemloos van man in vrouw. Als Witte Heks in The Chronicles of Narnia (2005) is ze sprookjesachtig en koel modern tegelijk. In Only Lovers Left Alive (2013) belichaamt ze letterlijk onsterfelijkheid, en in Doctor Strange (2016) is ze de “Ancient One”, een bron van eeuwenoude wijsheid.

En zo werd wat één film had moeten zijn, een imposante filmcarrière die Tilda Swinton tot een van de meest bijzondere en veelzijdige actrices van onze tijd maakt.

Caravaggio is in een digitaal gerestaureerde versie te zien in Eye en een aantal andere bioscopen.

 

30 september 2025

 

THEMAMAAND TILDA SWINTON

A Complete Unknown

****
recensie A Complete Unknown
Bob Dylan veranderde de muziek voorgoed

door Jochum de Graaf

Met acht Oscarnominaties is A Complete Unknown rijkelijk bedeeld. Een ouderwets goed gemaakte Hollywoodfilm over de ontwikkeling van het fenomeen Dylan in de jaren zestig van zijn aankomst in New York 1961 tot het baanbrekende optreden op Newport Folk Festival 1965.

Het is januari 1961 als de 20-jarige Robert Zimmerman, artiestennaam Bob Dylan, met zijn gitaar in de hand uit de bus stapt in Greenwich Village, waar ‘het’ allemaal gebeurt op muzikaal gebied. Hij wil op bezoek bij zijn grote held, folkzanger Woody Guthrie, maar die ligt in een ziekenhuis in New Yersey, heeft de ziekte van Huntington, kan niet praten, laat staan zingen. Pete Seeger, die andere grote folklegende van begin jaren zestig, is op bezoek. Ze zijn diep onder de indruk als de jonge Bob zijn speciaal geschreven Song for Woody speelt.

A Complete Unknown

Folkscene
Seeger ontfermt zich over Dylan en introduceert hem in de levendige folkscene van New York. Het is de enerverende tijd van de opkomende burgerrechtenbeweging, waarin Seeger actief is: van de Cuba-crisis, de moord op Kennedy, de jeugdrevolutie. In het kielzog van Seeger groeit Dylan uit tot een icoon van de jaren zestig, de wereldberoemde protestzanger met zijn nog steeds relevante songs als Blowin’ in the Wind en The Times They Are a-Changin’.

Aan het eind van de film is er het generatieconflict wanneer Dylan op het Newport Folk Festival 20 juli 1965 aangeeft een aantal nummers met elektrisch versterkte gitaren te gaan spelen. Voor puristen als de oude Pete is er op het belangrijkste folkfestival van Amerika geen plaats voor moderne gitaarherrie. Het conflict loopt zo hoog op dat Seeger gewapend met een bijl de mengtafel bestormt en dreigt de kabels door te snijden. 

Artistieke sfinx
De filmtitel, A Complete Unknown, komt uit Like a Rolling Stone, de song waarmee Dylan op Newport zijn luidruchtige breuk met de dogmatische wereld van folkmuziek en overjarige wereldverbeteraars aangaf. Maar het geeft ook voeding aan de mythologisering van Dylan zelf, de sfinx die zich graag in nevelen hult.

Naast een schitterend tijdsbeeld over een van de meest belangrijke veranderingen in de moderne popgeschiedenis biedt de film een goed inzicht in Dylans artistieke brille, zijn worsteling met de wereldroem en vooral ook zijn moeizame omgang met vrouwen, en hoe hij überhaupt in het leven staat.

Hij heeft een aan-uit-verhouding met de liefdevolle Sylvie Russo (gebaseerd op Dylans eerste grote liefde Suze Rotolo) met wie hij een goede intellectuele klik heeft, maar zijn wispelturigheid, rusteloosheid, continue experimenteerdrift biedt weinig zicht op een standvastige relatie. Op tournee onderhoudt hij een vrijage met de veel oudere Joan Baez, net als hij jarenzestigicoon. Maar eigenlijk zou hij het liefst een ongebonden artistiek vrijgezellenbestaan leven.

Wanneer Sylvie alleen op vakantie gaat en het onzeker is wanneer ze elkaar weer zullen zien, zegt ze: ‘Ik besef dat ik je eigenlijk niet ken.’ Veelbetekenend is de scène wanneer Dylan met Sylvie naar de film Now Voyager (1942) zit te kijken. Bette Davis kreeg een Oscar voor haar vertolking van de oude vrijster die zich ontworstelt aan haar strenge dominante moeder en zich ontwikkelt tot een extroverte, aimabele vrouw. ‘Kijk’, zegt hij over haar, ‘Ze maakte iets anders van zichzelf, een persoon die ze op dat moment wilde zijn.’

Motorongeluk
Todd Haynes’ I’m Not There (2007) probeerde grip op het fenomeen te krijgen en toonde Dylan in liefst zes verschillende fictieve variaties met even zovele acteurs. De Coen-broers creëerden in Inside Llewyn Davis (2013) een muzikant die op Dylan leek. Martin Scorsese maakte in 2019 een fantasievolle documentaire Rolling Thunder Revue: A Bob Dylan Story over de gelijknamige legendarische tournee in 1975, nadat hij in 2005 met No Direction Home al een vingeroefening had gemaakt. Het zijn films die reflecteren op de raadselachtige, sfinxachtige persoon die Dylan is.

Het sterke van A Complete Unknown is dat we juist in een conventionele Hollywood-opzet de ontwikkeling van het enigma Dylan te zien krijgen. Dylan die zich om god weet wat voor reden tegen zijn eigen fans afzet en weigert om een ​​aantal van zijn grootste hits te spelen als hij met Baez op tournee is. Waarom hield hij zo hardnekkig vast aan het plan om elektrisch te gaan in Newport, was dat recalcitrantie of voelde hij juist de veranderende tijdgeest zo goed aan?

A Complete Unknown

En dan is er de motor. Dylan die bij emotionele gebeurtenissen op zijn motor stapt en zonder helm of motorpak met wapperende haren door de stad rijdt of over een lange door bomen omzoomde landweg. Waar denkt hij aan, wat gaat er door zijn hoofd? Het is een motief dat doet denken aan de Wet van Tsjechov: als je een revolver in een stuk te zien krijgt, is dat een aankondiging dat er op zeker moment een schot mee gelost zal worden. In het geval van Dylan verwacht je het motorongeluk in juli ’66 te zien. Het was een jaar na Newport en zou de tweede cesuur in zijn carrière inleiden. Pas acht jaar later ging hij weer op tournee.

Geloofwaardige interpretaties
A Complete Unknown kent een sterk scenario en een uitstekende cast. Dylan gaf zijn zegen aan tieneridool Timothée Chalamet, die een zeer geloofwaardige interpretatie van hem neerzet. Monica Barbaro lijkt ook fysiek erg op Joan Baez. Edward Norton zet een zeer solide Pete Seeger (inclusief banjo) neer. Boyd Holbrook speelt overtuigend Johnny Cash, die al vroeg het genie in Dylan zag.

Regisseur James Mangold – die ook tekende voor Walk the Line, de biopic van Johnny Cash en vrouw June Carter – had veel overleg over de historische juistheid met Dylan, die tegelijkertijd bedong dat er ook fictieve elementen zouden worden toegevoegd. Natuurlijk is niet bekendgemaakt welke dat zijn.

Maar waarheidsgetrouwheid is helemaal niet zo interessant. Veel boeiender is die kennismaking met het ongelooflijk creatieve genie van Dylan, de man die de popmuziek voorgoed zou veranderen en nog steeds actief is. Dat toont zich in de indrukwekkende soundtrack en de enerverende optredens in de film waarbij je ook in de bioscoop uit je stoel opveert. A Hard Rain’s A‐Gonna Fall, Highway 61 Revisited, Mr. Tambourine Man, Maggie‘s Farm, Like a Rolling Stone en It‘s All Over Now, Baby Blue.

Let vooral eens op het publiek in Newport wanneer Bob voor het eerst The Times They Are a-Changin’ speelt, het nummer dat we ook nu nog vrijwel geheel uit het hoofd kennen. Die blikken die het onmiddellijk lijken te herkennen als meesterwerk. Geweldige scène.

 

20 februari 2025

 

ALLE RECENSIES

Caught by the Tides

****
recensie Caught by the Tides
De rijkdom van verarming

door Bert Potvliege

Jia Zhang-ke wordt beschouwd als een van de meest voorname hedendaagse Chinese filmmakers, maar toch blijft de man een onderbelichte figuur in onze contreien. Met zijn uitstekende nieuwe film, Caught by the Tides, bewijst hij voor een zoveelste maal waarom. Dit is minimalistische cinema die vormelijk uitdagend is en waar het ruimere arthouse-publiek moeilijk een toegang tot zal vinden. Een gemiste kans voor velen, want de cinema van Zhang-ke boeit. 

De 54-jarige regisseur heeft er al een lange en illustere carrière opzitten, met films die al sinds de eeuwwisseling wereldwijd prijzen winnen. De grootste wapenfeiten zijn de Gouden Leeuw op het filmfestival van Venetië voor Still Life (2006) en de prijs voor beste scenario in Cannes voor A Touch of Sin (2013). Met Caught by the Tides was hij reeds aan zijn zesde nominatie voor een Gouden Palm toe. Het werk van Zhang-ke leeft, maar door de idiosyncratische aard onterecht in een te grote stilte.

Caught by the Tides

Twintig jaar eenzaamheid
De aanzet van deze film was een gevolg van de COVID-19-pandemie. Filmen in China was moeilijk, dus dook de cineast in een verleden van twee decennia beelden maken. Hij realiseerde zich gauw dat een aantal hiervan gebruikt kon worden voor een nieuw werk. Enkel het laatste deel van de film, dat zich afspeelt in het hedendaagse China, werd opgenomen tijdens de coronajaren. Caught by the Tides is zodoende een mengelmoes van beelden die gedraaid werden over die lange periode, waarvan sommige fragmenten en personages zelfs uit eerdere films van Zhang-ke komen. Het geheel is een meanderende kijk op een evoluerend China – een ontwikkeling die voor de filmmaker eerder een neergang dan een verrijking lijkt.

Het verhaal vangt aan in de Noord-Chinese stad Datong in 2001, waar Qiaoqiao (Tao Zhao) een romantische relatie heeft met haar manager Guo Bin (Zhubin Li). Het is een mijnwerkersstad in verval, waar Qiaoqiao de kost verdient als zangeres en entertainer voor de arbeiders. Bin besluit de stad achter zich te laten, op zoek naar geluk elders. Na enige tijd vruchteloos wachten op nieuws van haar geliefde, gaat Qiaoqiao zelf op zoek naar hem. Haar tocht toont een China in zogezegde bloei en brengt haar onder meer bij landgenoten die verdreven worden door de komst van de Drieklovendam. Een uiteindelijke hereniging van de geliefden zal na enkele omzwervingen plaatsvinden tijdens de pandemie, een tijd waarin technologische ontwikkelingen een (ongewenste) modernisering inluiden.

Een cocktail van verval
Aangezien Zhang-ke plukt uit een rijk en divers archief aan beelden, oogt het resultaat vaak als een vrijblijvende en soms zelfs ronduit richtingloze kijk op een China in groei. De traditionele identiteit van het land lijkt gedoemd om te verdwijnen in het verleden. De cineast zegt het nergens expliciet, maar de weemoedige aard van zijn film bewijst dat die zogenaamde vooruitgang van zijn thuisland voor hem een achteruitgang betekent. Die problematische kijk op de toekomst kadert hij aan de hand van een liefdesverhaal dat gepresenteerd wordt als een relaas van isolatie en eenzaamheid – het oog van de camera en de aard van de vertelling gaan hand in hand.

Caught by the Tides is een formeel uitdagende prent die de conventies van cinema enigszins tart. Zhang-ke volgt enkel het eigen instinct en hij bevindt zich ergens tussen een dwarsligger en een revolutionair. Docu en fictie worden lukraak door elkaar gebruikt, ook al komt er naar het einde toe een grotere nadruk op fictie te liggen. De film is een cocktail van digitale beelden en pellicule (zowel 16mm als 35mm). De plot is flinterdun en komt in de meest minimale vorm aan bod – hoofdfiguur Qiaoqiao zegt letterlijk geen woord. Hierdoor komt de aandacht te liggen op de observerende aard van de camera, die op impressionistische wijze het Chinese land bestudeert. De potpourri van het geheel is, voor zij die op de golflengte van de prent geraken, visueel rijk.

Caught by the Tides

Drempelvrees
Een recente film die in de buurt komt van Zhang-ke’s benadering van cinema is Grand Tour van Miguel Gomes, nog zo een wonderlijke rit die een filmische uitdaging is door de atypische vorm waarin deze verschijnt. Caught by the Tides is provocerende cinema want haar ontoegankelijkheid – wat voor alle duidelijkheid geen punt van kritiek is – zal een hoge drempel zijn voor een aanzienlijk deel van het publiek. Deze stijl is deel van het idioom van de cinema van Zhang-ke, waar niet over onderhandeld moet of kan worden. Daarom blijft hij een onderbelichte figuur in ons cinemalandschap.

Met dit werk verbeeldt de filmmaker tragische sferen over China, waarbij de intentie niet hapklaar te definiëren valt. Hoofdrolspeelster Tao Zhao – tevens de echtgenote van de regisseur – troont de kijker mee in dit melancholisch schouwspel, als de cruciale factor in het mee communiceren van die intentie naar de kijker. Er schuilt een poëtische droefenis in haar blik, niet in het minst bij de fantastische slotscène met de groep joggers. Haar personage kwam ook al aan bod in de eerdere film van haar man, het niet onopgemerkt gebleven Ash is the Purest White.

Het vergt een overgave en bereidwilligheid van de kijker om deze film te kunnen smaken. Zij die er de maag voor hebben, zullen een prikkelende filmmaker aantreffen met een atypische stem. Jia Zhang-ke gaat op een andere manier aan de slag met het medium en toont een door droefenis geteisterde nostalgie. Dat het publiek kan en mag delen in die melancholie, is niks minder dan wondermooi.

 

19 februari 2025

 

ALLE RECENSIES

La Cocina

****
recensie La Cocina
Je kunt niet dromen in een keuken

door Zoë van Leeuwen

In de eerste Engelse speelfilm van de Mexicaanse regisseur Alonso Ruizpalacios jagen de koks en serveerders van het drukke restaurant The Grill de ‘American dream’ na. La Cocina toont op een soms theatrale wijze hoe slopende dagelijkse routines het vermogen om te dromen kunnen vernietigen.

Ruizpalacios vierde speelfilm ging afgelopen voorjaar in wereldpremière op het filmfestival van Berlijn en werd daar genomineerd voor een Gouden Beer. La Cocina werd in zijn thuisland genomineerd voor Ariel-award, de belangrijkste filmprijs van Mexico. En waar zijn eerdere films verschillende spanningen in Mexico onder de loep namen, neemt hij de kijker in La Cocina letterlijk en figuurlijk mee naar Hell’s Kitchen in New York.

Losjes gebaseerd op het toneelstuk The Kitchen van Arnold Wesker uit 1957, duikt Ruizpalacios halsoverkop in thema’s als kapitalisme, liefde en het verlangen naar een betere toekomst. Inclusief een grote dosis sociale kritiek op de harde realiteit waar veel arbeidsmigranten mee te maken krijgen.

La Cocina

Chaos in de keuken
La Cocina volgt het verhaal van jonge kok Estella (Anna Díaz), die haar weg baant door het drukke Times Square en uiteindelijk terechtkomt bij het restaurant The Grill. Wanneer Estella, die geen sollicitatiegesprek heeft, door de chaos toch maar aan het werk wordt gezet, ontmoeten we de rest van de kleurrijke cast. De meeste van hen zijn immigranten zonder papieren die hopen op een beter leven, buiten het werk in het restaurant. Ondanks dat het werk tegen kan vallen, weten velen dat het voor hen niet beter wordt dan dit. Vooral niet voor de velen die zonder verblijfsvergunning hun geld verdienen.

Pedro (Raúl Briones) is een kok met een kort lontje die ervan droomt om vrij te zijn. Als serveerster Julia (Rooney Mara), met wie Pedro een gecompliceerde liefdesrelatie heeft, hun kind wil laten aborteren, stort zijn hele wereld in.

De druk wordt verder opgevoerd als er meer dan 800 dollar lijkt te missen uit de kassa en de manager op zoek gaat naar de dader. En laat dat bedrag nu net de hoeveelheid zijn die Pedro en Julia nodig hebben voor de abortus. Als Pedro er na de lunch achter komt dat Julia in haar pauze naar de kliniek is gegaan, kookt de pan over. Met een chaotisch einde als gevolg.

Kleurrijke cast
Ruizpalacios weet, in een tijdspan van bijna tweeënhalf uur, één enkele dag in de hectische keuken van The Grill te tonen. En hoewel het tempo van de film soms iets te snel aanvoelt, is die ene dag ook alles wat Ruizpalacios nodig heeft om een goed en compleet verhaal te vertellen met meerdere verhaallijnen en uiteenlopende personages.

Dat is dan ook een van de sterkste punten van de film: het kleurrijke bij elkaar geraapte stelletje koks, die aan de lopende band bier drinken en roken. De personages in La Cocina voelen als echte mensen, ieder met een eigen verhaal en verlangens. 

La Cocina

Het zwart-wit-filter en het gebrek aan contrast maakt het eten soms onsmakelijk. Zelfs het broodje, dat Pedro maakt als liefdesgebaar naar Julia, mist een appetijtelijke uitstraling. Het constante gerook en gezuip van de koks helpt daar niet aan mee. Het laat aan de kijker zien dat al het ‘mooie’ eten in het restaurant midden op Times Square helemaal niet zo mooi is als je een kijkje achter de schermen neemt.

Maar de film is niet geheel ontdaan van kleur en contrast. Want zowel in een romantische scène tussen Pedro en Julia, als in de laatste scène waarin we de nasleep zien van Pedro’s ravage, zien we een beetje kleur. Een lichtpuntje in de grijze en grauwe wereld van La Cocina.

Het einde van de film is wat theatraal en beweegt weg van het realistische gevoel van de rest van het verhaal, maar de boodschap blijft duidelijk: je kunt niet dromen in een keuken. Of zoals Ruizpalacios zegt: ‘Productiviteit doodt de verbeelding’. 

La Cocina is een eerbetoon aan de onzichtbare helden in de keuken en een keiharde realiteitscheck van de huidige situatie waarin veel arbeidsmigranten zich bevinden.

 

2 december 2024

 

ALLE RECENSIES