The Dead Don’t Hurt

***
recensie The Dead Don’t Hurt
Haar vrouwtje staan

door Bert Potvliege

Wereldberoemd acteur Viggo Mortensen (The Lord of the Rings) ontpopt zich tot een uitstekend regisseur. Met de western The Dead Don’t Hurt is hij nog maar aan zijn tweede langspeler toe, maar het resultaat toont een zelfverzekerde filmmaker. Het is een atypische western die het conventionele archetype van de vrouw omkeert. Mortensen doet dit door emancipatie voorop te plaatsen en vergevingsgezindheid te positioneren als een kracht.

Het is een nobele kunst om met de openingsbeelden van een film een toon te bepalen, wat exact is wat de drie eerste beelden van The Dead Don’t Hurt bereiken. Het zijn breedbeelden die spreken over de visuele aantrekkingskracht van de western, met die kenmerkende panorama’s van de Western Frontier. Het zijn tevens beelden die een rust vooropstellen, doordat ze in alle sereniteit ontvouwen en soms iets langer aanhouden dan nodig, hoewel ze de vertelling meer intrige geven. Maar het zijn ook beelden uit drie verschillende scènes, die in hun combinatie op poëtische wijze droom, afscheid en geweld prediken.

The Dead Don’t Hurt

Frontier Femininity
Het blijkt een uitstekende start om het verhaal van Vivienne (Vicky Krieps) te vertellen. In het Amerika van 1860 leert ze Olsen (Viggo Mortensen) kennen. Zij een vrijgevochten vrouw; hij een zachtaardige veteraan. De twee worden verliefd en besluiten samen een leven op te bouwen. Wanneer Olsen gaat vechten in de oorlog, blijft de sterke vrouw achter. Ze zal het alleen moeten rooien, terwijl ze de confrontatie aangaat met de corrupte burgemeester en de gewelddadige zoon van een zakenman. De manier waarop ze de uitdagingen op haar pad tegemoet gaat, spreekt boekdelen over haar eigengereidheid en haar morele overtuiging als een niet te negeren kracht.

Wat de prestatie van Mortensen extra in de verf zet, is dat hij naast de regie en een hoofdrol instond voor scenario, muziek en productie. De film is dan ook zijn kindje. Met The Dead Don’t Hurt brengt hij hulde aan zijn moeder, wier overlijden ook aan de basis lag van zijn regiedebuut Falling. De herinneringen aan haar waren een startpunt voor Mortensen om er tijdens de lockdown van 2020 dit scenario uit te persen.

Alle aandacht voor Vivienne
De manier waarop het verhaal zich ontwikkelt, is boeiend. De film speelt zich af in verschillende tijdssegmenten, bovendien in een niet-chronologische zin gestructureerd. We zien Vivienne in haar jeugd, in de jaren waarbij ze gelukkig samenleeft met Olsen, de periode dat ze het alleen dient te rooien en uiteindelijk de weinige tijd die de twee geliefden nog rest als Olsen weer thuis is van de oorlog. Haar in het begin van de film zien overlijden, zet je als kijker op scherp. Aanvankelijk meen je dat de focus op Olsen komt te liggen, totdat de film zich definitief settelt bij Vivienne.

The Dead Don’t Hurt

Mortensen is een klasbak in zijn rol, maar het is Vicky Krieps die met de prijzen gaat lopen. Ze had onze aandacht al sinds Phantom Thread, waar ze uitstekend weerwerk bood aan het acteermonster Daniel Day-Lewis. Ze legt wondermooie accenten in het gelaat in haar acteerspel. Knap werk als je er begint op te letten. In de marge van de twee hoofdfiguren zijn er mooie bijrollen voor Danny Huston (Children of Men) en Garret Dillahunt (No Country For Old Men). Enkel Solly McLeod als trigger-happy zoon van de zakenman, die denkt met alles weg te komen, is wat eendimensionaal.

Op zijn conto
The Dead Don’t Hurt is een meer dan geslaagde film, met een interessante vertelling en een fenomenale actrice in de hoofdrol. Alle lof voor Mortensen. Hoeveel heeft hij ons al gegeven de afgelopen dertig jaar? Hij viel eerst op in The Indian Runner en Carlito’s Way, om rond de eeuwwisseling zichzelf te vereeuwigen als Aragorn in The Lord of the Rings. Hij slaagde er vervolgens in om die rol van zich af te schudden – niet evident – met mooie prestaties in films van onder meer David Cronenberg (A History of Violence), met Oscarnominaties voor Eastern Promises, Captain Fantastic en Green Book, om vervolgens zelf films te gaan maken. Hij is ondertussen vijfenzestig jaar oud, maar we hopen dat hij doorgaat met regisseren.

 

3 juni 2024

 

ALLE RECENSIES

Dream Scenario

***
recensie Dream Scenario
Schaduwkant van beroemd zijn

door Cor Oliemeulen

Nicolas Cage is een van de meest productieve filmacteurs van zijn generatie. Als je zes films per jaar maakt, zit er vast wel eens een aardige tussen. Voor 2023 is dat Dream Scenario, een wonderlijk verhaal over een leraar die in de dromen van miljoenen mensen verschijnt.

In een interview met Entertainment Tonight vertelt Nicolas Cage dat tijdens de opname van Dream Scenario in Toronto zijn nicht Sofia Coppola in dezelfde stad bezig was met Priscilla en zijn oom Francis Ford Coppola in Atlanta met zijn nieuwe film Magalopolis. De drie zouden elkaar van feedback hebben voorzien. Je kunt Cage er niet van betichten dat hij in al zijn ruim honderd films meeliftte op de naam Coppola, de maker van al die onvervalste klassiekers in de jaren 70, want al na zijn eerste filmrol in Fast Times at Ridgemont High (1982) veranderde Nicolas zijn achternaam. Hij wilde zijn succes geheel op zijn eigen conto schrijven.

Dream Scenario

Uitstraling
Niet alleen Cage’s werkethos leverde door de jaren heen met enige regelmaat een voltreffer op, ook wist hij met zijn hoofdzakelijk energieke uitstraling, zelden verstoken van een portie overacting, een grote schare fans te verzamelen. Hoe anders is zijn personage in Dream Scenario, de jongste film van de Noorse filmmaker en scenarist Kristoffer Borgli (Sick of Myself). De acteur scheerde het midden van zijn hoofd kaal en liet zich een kunstneus aanmeten om schlemielig over te komen.

We hebben het over biologieleraar Paul Matthews, een onopvallende verschijning die op een dag van zijn dochter krijgt te horen dat zij over hem heeft gedroomd. Vervolgens droomt zijn ex over hem en niet veel later slaat de onrust in de collegezaal toe nadat Paul ook in de dromen van zijn meeste leerlingen is opgedoemd. Dat bleken over het algemeen geen fijne dromen, hoewel de droom van een vrouwelijke leerling erotisch van aard was. Paul voelt zich gevleid, gaat wat met het meisje drinken en stemt schoorvoetend toe om de bewuste droom als het ware na te spelen.

Dream Scenario

Nachtmerries
Plotseling is Paul Matthews populair en weet hij eindelijk de belangstelling van zijn leerlingen te trekken door tijdens de colleges met hen over hun dromen te praten. Het duurt niet lang voordat miljoenen mensen op de wereld over de leraar dromen, voor velen betreft het nachtmerries. Hun meeste dromen gaan over verschrikkelijke voorvallen die ze beleven, echter de leraar heeft daarin nooit een aandeel, hij loopt gewoon voorbij of kijkt toe.

In tegenstelling tot zijn familieleden vindt Paul al die aandacht in de (sociale) media geen ramp. Hij hapt zelfs toe om gesprekken met een reclamebureau aan te gaan, want Paul heeft een boek met een weinig aansprekend thema geschreven en wil dat graag onder de aandacht brengen.

Dream Scenario toont de trend van beroemdheden die gevaar lopen om tot de enkels toe te worden afgefakkeld. Paul is geen televisiemaker met grensoverschrijdend gedrag, maar een eenvoudige goedzak die het niet kan helpen dat hij de nachtrust van zoveel mensen verstoort. Hij raakt in een diep dal.

Het is jammer dat de film wat onbevredigend eindigt, want we hadden graag iets geweten over het waarom Paul in andermans dromen verschijnt. In die zin doet deze donkere dramedy denken aan Cage’s optreden in Knowing (2009) waarin hij ook een leraar speelt en waarin het al even veelbelovende plot – over een man die aan de hand van cijfercodes de toekomst kan voorspellen – ook een beter slot had verdiend.

 

14 maart 2024

 

ALLE RECENSIES

Dmitriev Affair, The

***
recensie The Dmitriev Affair
Russische rechtsgang pijnlijk nauwkeurig blootgelegd

door Jochum de Graaf

Met de strafprocessen tegen Aleksej Navalny, Vladimir Kara-Moerza en recent Ervan Gershkovitsj is de ontmanteling van de rechtsstaat in Rusland stevig in gang gezet. Met The Dmitriev Affair legt Jessica Gorter pijnlijk nauwkeurig het achterliggende procedé bloot.

In Kamp no. 18 zit ie, Joeri Dmitriev, in maart 2021 veroordeeld tot vijftien jaar onder streng regime in Mordovië, een strafkolonie ver in de Goelag die als zodanig ook al dienstdeed in de Stalintijd.

Burgerbeweging Memorial
Dmitriev was de onverschrokken leider van Memorial, de burgerbeweging die met de val van de Sovjet-Unie de misdaden van het Stalinregime onderzocht. We maken kennis met hem als hij door de uitgestrekte bossen van Karelië, vergezeld van zijn jongste dochter Julia en speurhond Gerstja, zoekt naar sporen van massagraven. Een Solzjenitsyn-achtige figuur in camouflagepak die met moed en volharding zijn credo ‘ieder mens heeft het recht begraven te mogen worden volgens de tradities en het geloof van zijn voorvaderen’, waarmaakt. Hier in deze landstreek in het uiterste noordwesten van Rusland, honderden kilometers grenzend aan Finland, heeft hij enige duizenden graven weten bloot te leggen, slachtoffers van de door Stalin ontketende Grote Terreur van 1936-1938 die 350.000 meest onschuldige mannen het leven kostte.

The Dmitriev Affair

In de geheime archieven van de NKVD, voorganger van de KGB, waar de misdaden nauwgezet zijn bijgehouden, stond de instructie dat er tussen de gevangenis waar de veroordeelden waren opgesloten en de executieplaats niet meer dan tien kilometer mocht liggen, vermoedelijk om voor het vervoer benzine te sparen. De executies moesten bij voorkeur diep in de bossen plaatsvinden zodat  het geluid van schoten niet ver zou reiken en bovendien in de buurt van zandgrond, dat is wat makkelijker bij het graf delven.

Dmitriev haalde macabere details naar boven, leest het relaas van een beul, een zekere Shondysh die in de nacht van 22 op 23 januari 1938 446 mensen doodschoot. Dmitriev ontdekte ze in een massagraf voorover liggend, handen op de rug gebonden. ‘Die Shondysh deed dat niet met een machinegeweer of een automatisch wapen, nee gewoon met een revolver, in één nacht (diepe zucht). Ze kwamen er allemaal mee weg.’ 

Toenemende repressie onder Poetin
Voor zijn werk ontving Dmitriev de Sacharovprijs en het (Poolse) Kruis van Verdienste. We zien emotionele taferelen, huilende baboesjka’s die na jaren van geheimzinnigheid en mystificaties over hun lot eindelijk te weten kwamen wat er met hun verdwenen geliefden gebeurd was en ze alsnog een soort van laatste eer kunnen bewijzen.

Maar onder het steeds autoritairder wordende regime van Poetin verandert het politieke klimaat grondig en neemt de repressie toe. De vrijheid van meningsuiting wordt meer en meer ingeperkt en er wordt een wet aangenomen die betalingen aan ngo’s vanuit het buitenland verbiedt. Het zal op termijn het einde van Memorial betekenen. In 2016 wordt Dmitriev op grond van een vage aanklacht, het beledigen van de erfenis van de Grote Vaderlandse Oorlog (WO II bij ons), aangeklaagd en moet voor de rechter in Petrozavodsk, de Karelische hoofdstad, verschijnen.

Tegelijkertijd komt er een grootscheepse desinformatiecampagne in de staatsmedia op gang. Nee, in de gevonden massagraven lagen geen slachtoffers van de Stalinterreur, het zijn Finse burgers en soldaten die in de bloedige Russisch-Finse oorlog van 1938 zijn omgekomen. En die Dmitriev is een valse agent die uit het buitenland betaald wordt. Tot veler verrassing wordt hij na een maandenlang proces in eerste instantie vrijgesproken.

The Dmitriev Affair

Procesgang Dmitriev
Jessica Gorter, die met De rode ziel (2017) ook al de Russische psyche blootlegde, laat zien hoe het kan dat ondanks de wetenschap van miljoenen slachtoffers in de Tweede Wereldoorlog onder het Poetinregime de persoonsverheerlijking van Stalin weer op gang gekomen is. In het narratief van de Russische staatspropagandamachine is hij toch maar de man onder wiens leiding nazi-Duitsland verslagen werd. Zoals Joeri Dmitriev het uitdrukt: ‘het is de tactiek van de Russische overheid om van ons land weer een door vijanden omgeven kamp te maken. Een geïntimideerd volk zoekt altijd de bescherming van een sterke leider.’

Gorter filmt tamelijk ingetogen en lineair de procesgang van Dmitriev, in coronatijd interviewt ze zijn advocaat via Zoom, ze is er bij wanneer hij voor het hoger beroep bij de rechtbank arriveert en agressief insinuerend door een van de Russische staatszenders geïnterviewd wordt. Confronterend is de scène waarin ze de verslagen familie in de huiskamer op de bank filmt terwijl Joeri beneden op straat een koffer met leeftocht voor de eerste weken in de kofferbak van zijn auto laadt.

Het hoger beroep wordt door de officier van justitie benut om een nieuwe uitgebreidere aanklacht tegen Dmitriev te fabriceren. Hij zou zich schuldig gemaakt hebben aan pedofilie, op een van zijn camera’s zijn naaktfoto’s van zijn pleegdochter aangetroffen, waarvan Dmitriev aan kan tonen dat hij op doktersverzoek haar ziekteontwikkeling in de buik vastlegde. In een proces dat onwillekeurig de herinnering aan de Stalintijd naar boven roept, komt het tot een draconische veroordeling.

Ach, je weet het misschien allemaal wel: veel van wat je ziet zal je bekend voorkomen wanneer je de rechtszaken tegen Aleksej Navalny, Vladimir Kara-Moerza en recent tegen de Amerikaanse journalist Ervan Gershkovitsj gevolgd hebt. Ook in die rechtszaken werden in eerste instantie niet zulke zware straffen opgelegd, maar ging het openbaar ministerie in hoger beroep wat de gelegenheid bood om een extra uitgebreide aanklacht te fabriceren die vervolgens tot fiks hogere straffen leidt. De pijnlijk nauwkeurige manier waarop dit procedé in beeld wordt gebracht, maakt van The Dmitriev Affair een schokkende ervaring.

 

8 juni 2023

 

ALLE RECENSIES

Dreaming Walls

***
recensie Dreaming Walls
Vergane glorie

door Jochum de Graaf

Het Chelsea Hotel, New York, Midtown Manhattan, vlakbij Greenwich Village. Als je in de jaren zestig en zeventig niet in dat hotel had gelogeerd, telde je in bepaalde kringen niet mee. 

Het Chelsea Hotel oefende een enorme aantrekkingskracht uit op kunstenaars, bohemiens en ontleende zijn reputatie aan al die beroemdheden die waren voorgegaan. Schilders als Willem de Kooning, filmers als Stanley Kubrick, schrijvers als Charles Bukowski, William S. Burroughs, Allen Ginsburg en Mark Twain, vele muzikanten als Nico, Lou Reed, Bob Dylan, Leonard Cohen en Janis Joplin. Jan Cremer logeerde er altijd wanneer hij in New York was en ook voor NRC-columnist Henk Hofland was het de favoriet pleisterplaats.

Dreaming Walls

Aan anekdotes en spraakmakende verhalen geen gebrek. Arthur C. Clarke schreef er het scenario voor 2001: A Space Odyssey, Jack Kerouac zwoegde er op On the Road, Andy Warhol nam er de film Chelsea Girls op, Leonard Cohen schreef er zijn song Chelsea Hotel #2 over zijn onenightstand met Janis Joplin. Ook Lou Reed, Joni Mitchell en Jefferson Airplane maakten nummers over het fameuze hotel. Meest besproken gebeurtenis is ongetwijfeld de roemruchte moord van punkmuzikant Sid Vicious op zijn vriendin en mede-junkie Nancy Spungen, oktober 1978. Jan Donkers memoreert in zijn onlangs verschenen rockmemoires Forty Tracks dat hij een uur voor de gebeurtenissen nog met hen in de lift stond.

Grote schoonmaak
Elf jaar geleden werd het voormalige kunstenaarshotel opgekocht door een internationale keten. Het was met die roemruchte traditie van seks, rock-’n-roll en drugs, heel veel drugs, danig in verval geraakt. Er werd een grote schoonmaak gehouden, ook onder de bewoners en er startte een grondige renovatie. Slechts een stuk of vijftig gasten konden er wegens langlopende huurcontracten niet uitgezet worden, er werd met een sterfhuisconstructie geprobeerd hen het hotel uit te werken.  Afgelopen maart ging het volledig opgepimpte Chelsea Hotel Savoy weer open en je kunt er tegenwoordig vanaf zo’n 600 dollar per nacht een eenvoudige kamer huren.

In de openingsbeelden van Dreaming Walls: Inside the Chelsea Hotel van de Vlaamse documentairemakers Maya Duverdier en Amélie van Elmbdt zien we filmbeelden van beroemde gasten als Marilyn Monroe, Jimi Hendrix, Salvador Dalí en Leonard Cohen op een schoorsteen op het dak geprojecteerd. Een nog jonge Patti Smith uit haar grote bewondering voor Dylan Thomas en prevelt een gedicht van hem.

We zien beelden van steigers, lange gangen, opdwarrelend stof, getimmer en geboor. Een van de bouwvakkers vertelt dat hij de geest van al die beroemdheden rond voelt waren.

We maken kennis met een stuk of wat achterblijvers van de hotelgasten die er vanwege langlopende huurcontracten niet uitgezet konden worden. Ze verblijven met elkaar op de eerste verdieping, zodat ze geen overlast kunnen geven voor de bouwvakkers en de nieuwe welgestelde hotelgasten die langzamerhand het hotel gaan bevolken.

Dreaming Walls

De huidige bewoners
We maken kennis met een transgender, die last heeft van duizelingen en alleen ’s nachts kan leven en door de gangen dwaalt. Een choreografe in ruste die op haar hoge leeftijd met een paar jonge dansers op de trappen balletten oefent. Als voorzitter van de huurdersvereniging zou ze graag zien dat de verbouwing snel voorbij is, andere huurders zijn het totaal niet met haar eens, zwelgen liever in het verleden. We zien een kunstenaar, draadbeeldhouwer, die fantastisch mooie beeldjes, miniaturen van ijzerdraad vormt en als gescheiden vader zijn tienerdochter tekenles geeft met al even prachtige resultaten. We krijgen een intiem inkijkje in het leven van een excentriek echtpaar in een ruim appartement dat ooit grandeur en status moet hebben gehad. De vrouw, ooit gevierd schilderes, krijgt steeds meer moeite met de zorg voor haar aan alzheimer lijdende man, voormalig kunstverzamelaar. Tussendoor zijn er uitstapjes naar het verleden toen het hotel nog ‘the place to be’ was.

Er worden herinneringen opgehaald aan de legendarische manager Stanley Bard, die zomaar ineens door het nieuwe management op straat werd gezet. We horen bij de verbouwingsbeelden fragmenten uit dagboeken, romans en teksten waarin het hotel voorkomt.

Multimediakunstenaar Steve Willis is in de loop van de jaren een groot deel van zijn ruime appartement kwijtgeraakt. Hij geeft een rondleiding door zijn krappe studio. Hij heeft de muur blauw geverfd en toont zijn tandenborstelhouder, die was ooit in het bezit van Janis Joplin. Ook het zeepbakje staat er nog, hij weet te melden dat Janis niet zo bekend stond om haar goede persoonlijke hygiëne.

Ach, het is allemaal wel amusant, mooi gefilmde portretten van de achtergebleven paradijsvogels, maar er zit verder niet zoveel verhaal in. Afgaande op de titel zou je wat meer spannende en misschien onthullende verhalen ‘als muren konden praten’ verwachten, maar Dreaming Walls blijft net iets te veel hangen in het oppervlakkig benoemen van vergane glorie.

 

23 november 2022

 

ALLE RECENSIES

Dealer

***
recensie Dealer
Teleurstellende volwassenen

door Cor Oliemeulen

Dealer is een rauw Vlaams drama waarin een puberjongen actief is als drugsrunner in Antwerpen. De film toont gretig hoezeer volwassen rolmodellen een wezenlijke invloed hebben op de toekomst van ontspoorde kinderen.

De Belgische acteur Jeroen Perceval (Rundskop, 2011), tevens scriptschrijver en rapper, portretteert in zijn regiedebuut de 14-jarige Johnny (nieuweling Sverre Rous) die een betrouwbaar rolmodel nodig heeft om zijn troosteloze straatleven te kunnen ontvluchten. “Tegelijkertijd wilde ik twee werelden samenbrengen of verbinden”, aldus Perceval. “De kunstwereld waar veel egocentrische personen rondlopen die toch een vorm van schoonheid voortbrengen, en de criminele wereld waar eveneens egocentrische mensen trachten te overleven en ook iemand willen zijn.” Of om met een Nederlandse politica te spreken: ‘Wie zijn die mensen?’

Dealer

Rolmodellen
Er zijn drie volwassenen die een grote invloed hebben op het hachelijke leven van de jonge drugsrunner, die zich met zijn stoere fietsje door de straten en parken van Antwerpen begeeft om harddrugs te verkopen. Allereerst is daar Johnny’s moeder Eva (Veerle Baetens: The Broken Circle Breakdown, 2012). Zij mag dan wel een getalenteerde kunstschilder zijn, maar is te labiel om voor haar zoon te zorgen. Johnny verblijft in een jeugdinstelling, maar gaat regelmatig bij Eva op bezoek. Ze kunnen het goed met elkaar vinden en roken samen een jointje. Eva hoopt dat ze haar schilderijen kan verkopen, zodat ze met Johnny naar Zuid-Frankrijk kan om daar een nieuw en gezonder leven op te bouwen. Zowel Johnny als de kijker weten dat het niet zover zal komen vanwege Eva’s frustraties en psychoses.

Als tweede is daar de onberekenbare dealer Luca (Bart Hollanders), die enkele jonge drugsrunners aanstuurt. Vanzelfsprekend kijkt Johnny aanvankelijk op tegen Luca’s geldelijke gewin, maar knapt langzaam af op diens agressie en geweld. Zeker nadat Luca de heroïnespuit aan hem opdringt en zijn vriendje heeft mishandeld.

Net als Eva en Luca worstelt de beroemde acteur Antony (Ben Segers) met een leegte in zijn bestaan, ondanks zijn enorme succes, erkenning en rijkdom. Antony sleept Johnny mee in de partyscene vol drank, drugs en seks, echter Johnny is vooral geobsedeerd door het toneel. “Ik wil ook acteren, in films spelen en beroemd worden”, zegt hij. Terwijl Johnny in Antony een vaderfiguur ziet, heeft Antony op zijn beurt een zwak voor de pientere Johnny, die hij uit het criminele straatleven wil trekken. Dat zou voor de acteur zelf tevens een stimulans zijn om te stoppen met zijn lege hedonisme. “Ik stop met gebruiken, jij met dealen, ok?”, stelt Antony voor. Dat blijkt voor allebei gemakkelijker gezegd dan gedaan.

Dealer

Zelfkant
Na een wat aarzelend begin lukt het Jeroen Perceval de kijker mee te nemen met worstelende individuen in de zelfkant van de Antwerpse samenleving, gesteund door het geloofwaardige acteren van alle hoofdrolspelers, die niet verzaken hun kwetsbare kanten te tonen. In feite verschilt de destructieve wereld van de acteur Antony niet veel van die van de pusher Luca. Het vluchten in kortstondig geluk van genot biedt een wankele basis voor een luchthartige toekomst voor hen allebei. En hoe sympathiek dan ook, ook Eva wordt te veel gehinderd door haar demonen.

In Dealer is de tienerjongen zoals al zijn leeftijdgenoten op zoek naar zijn identiteit, maar ontbeert het hem aan meerderjarige rolmodellen die hem een heilzaam perspectief kunnen bieden. Johnny is slimmer en nuchterder dan de drie volwassenen in zijn directe omgeving. De vraag is of hij reddeloos verloren is wanneer het misbruik van zijn goede wil toeneemt.

 

18 september 2022

 

ALLE RECENSIES

Damnation (Kárhozat, 1988) van Béla Tarr

Damnation (Kárhozat, 1988) van Béla Tarr
Dolende zielen op eindeloos modderige paden

door Ralph Evers

De premières van de gerestaureerde films van de Hongaarse regisseur Béla Tarr werden al enkele malen uitgesteld en het is maar de vraag of vertoning dit najaar gaat lukken. Hoog tijd dus voor een beschouwing van Damnation (Kárhozat, 1988). De vraag is ook wat er valt toe te voegen aan de beeldtaal, die zich zo idiosyncratisch en krachtig opwerpt aan de kijker. De een slaat ervan aan en de ander haakt af.

De tagline ‘dolende zielen op eindeloos modderige paden’ kan opgaan voor vrijwel elke andere film van Tarr, beginnende bij Damnation. Bij deze film en later bij Sátántangó (1994) nog veel meer lijkt er een rol weggelegd voor modder. Van Damnation is bekend dat er voor de locaties gezocht is naar zoveel mogelijk vervallenheid. De prominente rol van de omgeving en de manier waarop die in beeld komt, doet – terecht – vermoeden dat de omgeving een integraal onderdeel van de film is en een eigen rol speelt.

Damnation (Kárhozat, 1988)

De camera
Laten we de opening van de film eens vanuit een hermeneutisch perspectief beschrijven. Het openingsshot laat mijnkarretjes over een schier eindeloze gondel aan ons voorbijglijden tegen een net iets overbelicht landschap met een snel op te merken ritmiek. De camera rust uit, het beeld, het landschap zo je wilt, bevindt zich in sluimertoestand. Het indolente ritme kan nog net. Er dreigt iets.

De camera trekt zich terug. We blijken vanuit een raam te hebben toegekeken. Vreemd dat het geluid van die karretjes dan zo hoorbaar was en de wind nauwelijks. We zien een achterhoofd en sigarettenrook. Fotogeniek, in het contrastrijke zwart-wit. Het volgende shot valt op door de focus op de structuur van de dingen en de nadruk op het scheren. Geen muziek, nauwelijks geluid, slechts een blik, een toeschouwer?

De vreemdeling
Béla Tarr was als filmmaker altijd het buitenbeentje, de vreemdeling, zonder formele opleiding, met projecten die moeilijk van de grond kwamen en het tarten van wat zowel in mainstream als in arthouse-cinema gangbaar is. Die buitenstaander komen we in vrijwel elke film van hem tegen, maar het gaat te ver om die persoon (auto)biografisch te noemen. De buitenstaander is als Jungs archetypische karakters, naast de wees, de krijger, de nar, de zoeker, et cetera. De buitenstaander gaat diens eigen weg in de hoop te verkrijgen wat begeerd wordt. De beeldtaal heeft reeds verraden dat er iets dreigt. De mens staat niet los van diens omgeving en geworpenheid, lijkt de beeldtaal ons te willen benadrukken.

Een volgend moment wacht hij bij een muur. In een effectieve scherpte/dieptewerking zien we op de achtergrond een alledaagse gebeurtenis. Maar het betekent iets. Niet alleen in het reeds ontvouwde narratief, maar mede door de enscenering. Wederom horen we dingen veel luider dan we zouden moeten horen, ligt er overal modder, is het mistig, verraadt de houding van de man een relatie met deze personen op de achtergrond en neemt de camera de tijd om waar te nemen.

Damnation (Kárhozat, 1988)

Het tempo
We zitten dan ruim 7 minuten in de film en menigeen zal wellicht opmerken dat het tempo ondanks de traagte hoog ligt. Een eerste conversatie – of stoorzender – zal spoedig volgen. Het kader kantelt. Hoe staat het gezegde in relatie tot het getoonde? Is dit een detective, een film noir, een drama, waar kijk ik eigenlijk naar?

Tarr zelf is altijd wars geweest van interpretatie. Je ondergaat zijn films, waarin hij de keuze voor narratief en beeld heeft gemaakt, en je maakt er je eigen verhaal van. De Breugheliaanse koppen, de statische beelden, de afwezigheid van kleur, het is maar zo of je stelt jezelf in de getoonde situaties voor. Film ontdaan van glamour en arthouse-moeilijkdoenerij, maar juist gevuld met zo’n eigen visie. Ik was van moment één overstag: fijnproeverscinema.

Wie niet langer kan wachten op de gerestaureerde versie van Damnation in de bioscoop kan o.a. hier terecht.

 

11 juni 2022

 

ALLE ESSAYS

Duke, The

***
recensie The Duke
Herinnert u zich die gekke vent nog?

door Paul Rübsaam

In The Duke geeft Jim Broadbent overtuigend gestalte aan de excentrieke Kempton Bunton, die in 1965 terechtstond voor de diefstal van het schilderij ‘Portrait of The Duke of Wellington’ van Francisco Goya. Toch weet de film van Roger Michell niet uit te stijgen boven het niveau van een aardige anekdote. 

Een oudere autodidactische intellectueel, gehuld in een lange regenjas, met een slappe vilten hoed op zijn hoofd en een pijp in zijn mond, die veel, héél veel praat. Niet zonder humor, maar met een vleugje bitterheid stelt hij voortdurend sociale misstanden aan de kaak, ten overstaan van iedereen die dat horen en niet horen wil.

The Duke

Zo’n type was Kempton Bunton (1904-1976), in ieder geval in de interpretatie van acteur Jim Broadbent in The Duke van de Britse regisseur Roger Michell (1956-2021). The Duke toont een werkloze chauffeur, die in 1961 het door de Britse staat voor honderdveertigduizend pond gekochte schilderij ´Portrait of The Duke of Wellington’ van de Spaanse schilder Francisco Goya gestolen zou hebben uit The National Gallery in Londen. 

Podium
In de flash forward van de openingsscène zien we Bunton voor het gerecht staan. Volgens de film was dat een paar maanden na de diefstal, in werkelijkheid vier jaar later. De rol van verdachte van een geruchtmakende kunstroof zou hem het podium kunnen verschaffen waar hij al zo lang naar snakt. In de arbeidersbuurt in Newcastle waar hij woont is hij al een bekende met zijn acties tegen het vragen van kijkgeld aan gepensioneerden en oorlogsveteranen voor televisie-uitzendingen van de BBC.

Bunton schreef toneelstukken, maar die vonden nooit een uitgever. Echter voor een publiek, dat de hele staat vertegenwoordigt, zou hij de show kunnen stelen en aandacht kunnen vragen voor zijn Robin Hood-achtige altruïsme. Want Bunton heeft het losgeld dat hij vroeg voor het ontvreemde schilderij, aangekocht met belastinggeld van de Britse burgerij, nooit voor zichzelf willen houden.

De Buntons
Zal het pleidooi van de verdachte zelf de jury overtuigen, of heeft zijn aanvankelijk zwijgzame advocaat Jeremy Hutchinson (Matthew Goode) ook nog argumenten ten gunste van zijn cliënt? Voor we daar achter komen, leren we meer over het dagelijks leven van Bunton in de tijd voorafgaand aan de kunstroof en de periode waarin hij samen met zijn zoon Jackie (Fionn Whitehead) het ontvreemde schilderij niet alleen voor de buitenwereld verborgen probeert te houden, maar ook voor zijn  ietwat knorrige vrouw Dorothy (Helen Mirren), die tegenwicht probeert te bieden aan haar idealistische, maar onverantwoord handelende echtgenoot.

Naast de nog thuiswonende Jackie hebben Kempton en Dorothy nog een oudere zoon: Kenny (Jack Bandeira). Hij woont in het volgens Dorothy sowieso al twijfelachtige Leeds, waar hij er eveneens twijfelachtige, al dan niet criminele activiteiten op nahoudt. Ook Kenny verschijnt nog regelmatig in zijn ouderlijk huis, soms in gezelschap van zijn niet al te sympathieke vriendin Pammy. Die laatste zou Kempton nog wel eens in de problemen kunnen brengen. De Buntons hadden ooit ook nog een dochter: Marian. Zij kwam dertien jaar eerder bij een verkeersongeluk om het leven.

The Duke

Glimlachje
Er zijn genoeg redenen te bedenken waarom The Duke op onze sympathie mag rekenen. De première is lang uitgesteld vanwege meerdere lockdowns; regisseur Roger Michell overleed in september zonder de vertoning van zijn laatste film in de bioscopen te hebben meegemaakt; de film heeft een plezierige, voor de vroege jaren zestig gepaste soundtrack (met onder andere ‘Walking back to Happiness’ van Helen Shapiro) en Broadbent en Mirren vormen een sterk protagonistenkoppel. Bovendien presenteert de film recentere (maar niet nieuwe) informatie, die de ongerijmdheid kan verklaren dat de tamelijk oude en zwaarlijvige Bunton zich destijds gebruikmakend van een ladder en een klein toiletraampje toegang zou hebben weten te verschaffen tot The National Gallery.

Maar Roger Michell, die bij zijn dood in september 2021vooral herdacht werd als de regisseur van het onvermijdelijke Notting Hill (1999) demonstreert toch te weinig behoefte om een spraakmakend nieuw licht op de oude geschiedenis van Bunton te werpen. Stonden politie en justitie met hun aanvankelijke veronderstelling dat een groep professionele criminelen verantwoordelijk was voor de inbraak destijds niet volledig voor gek? Had Bunton niet een punt met zijn opvatting over een rechtvaardigere besteding van belastinggelden? Vormden zijn familieomstandigheden niet eerder de ingrediënten voor een intens drama, in plaats van dat het allemaal zo grappig en lichtvoetig was?

Een dwingende keuze uit dat soort mogelijke invalshoeken, die redengevend zou kunnen zijn voor het hervertellen van het zevenenvijftig jaar oude verhaal, ontbreekt. Het gevolg is dat je na de aftiteling van The Duke als kijker slechts een obligaat glimlachje produceert en je aandacht al gauw weer richt op actueler en belangrijker lijkende zaken.

 

12 maart 2022

 

ALLE RECENSIES

Druk

***
recensie Druk

Rechtlijnige ode aan levensvreugde

door Sjoerd van Wijk

Druk houdt het wonderlijk optimistisch voor het documenteren hoe een lerarengroep langzaam afglijdt richting alcoholisme. De omarming van levensvreugde werkt bemoedigend in dankzij Mads Mikkelsen, maar schiet daarmee ook de personages tekort.

Alcohol kent meerdere gezichten, van bron van gezelligheid tot maatschappelijke schade (die wel eens zou kunnen tippen aan een drug als heroïne). In Druk (internationale titel Another Round) bestudeert regisseur Thomas Vinterberg (Festen, 1998) de ambivalente verhouding van alcohol tot de mens. Martin (Mads Mikkelsen) doceert geschiedenis aan een klas die piekert of zij wel hun eindexamen kunnen halen met hem aan het roer. Hij voelt zich al tijden niet de Martin van weleer en blijkt ook in zijn huwelijk gespeend van communicatie. Als hij aan het bruiswater wil blijven tijdens een verjaardagsdiner met drie collega’s haalt Nikolaj (Magnus Millang) de theorie van een filosoof aan dat de mens met 0,5% te laag promillage is geboren. De volgende dag begint Martin aan een “wetenschappelijk” experiment om deze theorie in de praktijk te brengen en al snel doet de hele groep mee.

Druk (Another Round)

Tact en humor
Als men een samenleving kan doorgronden aan haar drugs naar keuze dan duidt de populariteit van alcohol op een vermoeide waar constante stimulatie de mens in beweging moet houden. Zorgvuldig dienen de subjecten dan ook hun doses toe, stiekem op de wc bijgehouden met een promillagemeter. Dat levert komische taferelen op, zoals de geprikkelde voetbaltrainer Tommy (Thomas Bo Larsen) die niet zomaar zijn waterfles aan een pupil kan geven, terwijl met scherpzinnige ironie tussentitels het promillage van de proefkonijnen bijhouden.

Druk verweeft alcohol als het sociale smeermiddel met een addertje onder het gras op pientere wijze in alle interacties, waar een glas wijn bij het eten vanzelf spreekt. Verleidelijk fonkelen de kristallen glazen met kraakheldere wodka of loopt het schuim over een ontkurkte champagnefles. Een duidelijk gebrachte motivatie voor de personages van wegkwijnen nu de volwassenheid is gekomen met verlies van een ‘vonk’ waarvoor alcohol de oplossing lijkt, behandelt Vinterberg zo met tact en humor. Het maakt het afglijden naar alcoholisme inzichtelijk.

Verborgen krachten
Zo strak afgemeten als de alcoholporties in het begin pakt Mikkelsen gaandeweg uit met flarden van zijn zogenaamde oude zelf, alsof het van nature boven komt drijven. Zijn begenadigde optredens voor de klas met een intonatie die het midden houdt tussen peptalk en sterk verhaal in de kroeg werken aanstekelijk in. Twee jongerenfeesten boekstaven de film en de tweede keer staat het reeds lang aangekondigde jazzdanstalent van Martin in de schijnwerpers.

Druk (Another Round)

De energieke handcamerastijl van cinematografe Sturla Brandth Grøvlen (Rams), kenmerkend voor regisseur Vinterbergs Dogme 95-verleden, vat het bemoedigende optreden op meeslepende wijze. Ondertussen hoeft Mads Mikkelsen zich voor de camera niet uit te sloven om die later losgekomen verborgen krachten te etaleren. Zijn uitstraling alleen al vat krachtig de staat van anhedonie waarin hij zich bevindt.

Tekortschieten
Voor de vrienden eindigt het wetenschappelijke avontuur met een begrafenis, waar dat voor Husbands (1968) begint. John Cassavetes, Peter Falk en Ben Gazzara graven vol overgave in de stilstaande levens van hun personages, wat de daar eveneens komische alcoholische uitspattingen een tragische dimensie geeft. Druk schiet echter de vier leraren tekort. Alcohol haalt hen voor even uit de put maar de uiteindelijke oplossing bevindt zich in henzelf, bij twee vrienden gesymboliseerd door het mentoren van een leerling. In het geval van Tommy die als een redder in nood een buitengesloten jongetje weet te integreren in het voetbalteam riekt het naar sentimentaliteit.

De film volgt zo een klassieke individualistische Hollywood-vertelstructuur, waardoor het uitgangspunt bij een boodschap blijft en de levens van de leraren een middel blijken voor een rechtlijnige ode aan levensvreugde.

 

19 augustus 2021

 

ALLE RECENSIES

DNA

***
recensie DNA

Zoektocht als rouwproces

door Paul Rübsaam

DNA (ADN) van de Franse regisseuse en actrice Maïwenn toont onverbiddelijk het groteske en hartverscheurende gedoe rond het overlijden van de Algerijnse grootvader van protagoniste Neige. Met haar daaropvolgende zoektocht naar haar Algerijnse wortels probeert Neige te overleven in een werkelijkheid die door het wegvallen van haar grootvader te pijnlijk is geworden.

Grootvader Emir Fellah (‘Papi’ voor zijn familieleden) is de spil waaromheen de familie van Neige Robert draait. Zijn kleinkinderen (en achterkleinkinderen) zijn misschien wel gekker op hem dan zijn twee dochters. Zo heeft Neige, een gescheiden moeder met drie zoontjes, een bevriende journaliste gevraagd samen met haar grootvader een boek voor de familie samen te stellen over Emirs bewogen leven als eigenzinnige Algerijnse communist. Haar rappende en blowende neef Kevin heeft er voorts geen enkel bezwaar tegen om, weliswaar tegen de regels, een nachtje bij zijn dementerende grootvader in het verzorgingstehuis te logeren.

Maar als de hele familie ter gelegenheid van de presentatie van het boek in het verzorgingstehuis bijeen is, blijkt die familie toch niet zo’n harmonieus geheel te vormen. Neiges moeder Caroline (vertolkt door de fameuze Franse actrice Fanny Ardant) vindt het door een buitenstaander geschreven boek over haar vader te traditioneel opgezet. Neige is door die schijnbaar voorzichtig geuite kritiek onaangenaam verrast.

DNA

Wegduwen
Als Papi onverwacht aan een hartstilstand overlijdt, blijkt deze rimpeling slechts een voorproefje van de scheuren in de familie die zich aftekenen onder invloed van het onvermijdelijke, gedetailleerd in beeld gebrachte uitvaartprotocol. Dat het kamertje van Emir in het verzorgingstehuis snel ontruimd moet worden, zet de familie reeds onder spanning. Wanneer de nabestaanden wat later een kist voor grootvader mogen uitzoeken, is de vraag van welke houtsoort deze moet zijn en wat hij kosten mag als hij bij de crematie toch in de fik gaat een bron van onverkwikkelijke discussies. En is het nodig dat Caroline de voorbeeldlapjes voor de voering van de kist steeds nijdig op tafel smijt? Haar zus Françoise wordt daar gek van.

Neiges betrekkingen met haar moeder bereiken een dieptepunt wanneer de laatste tijdens de uitvaartplechtigheid haar dochter wegduwt van het podium als deze een tekst voorleest van de schrijfster van het door Caroline verguisde boek. Later, als Caroline de urn met as van Emir zoals afgesproken aan Neige overhandigt, betuigt ze tevergeefs haar spijt. In een ijzingwekkende scène die volgt, laat de tot op het bot gekwetste Neige de diepe angst die ze voelt voor haar moeder en zelfs de weerzin die de lichaamsgeur van Caroline bij haar opwekt niet onbesproken. Een breuk tussen de twee is onvermijdelijk.

Dat Neige zich bij haar van haar moeder gescheiden vader Pierre beter thuisvoelt, blijkt helaas te veel gezegd. Pierre is een kille intellectueel, die een slang als huisdier houdt en alles dat maar zweemt naar naïviteit of gevoeligheid afdoet als ‘dom’ of ‘debiel’. Als Neige, die gepreoccupeerd raakt door haar etnische afkomst hem vraagt ten behoeve van haar DNA-profiel wat wangslijm af te staan, weigert hij botweg. En als hij merkt dat ze moet huilen, loopt hij liever even de kamer uit.

DNA

Schrale verhaallijn?
Na de overrompelende en indringende eerste helft van DNA lijkt de verhaallijn die ons naar de aftiteling moet voeren op het eerste gezicht misschien wat schraal. Neige belandt in een diepe emotionele crisis en begint met steun van haar ex-vriend François, die de nodige relativerende humor paraat heeft en haar jongere zus Lilah (met wie ze aanvankelijk gebrouilleerd was) het Algerijnse deel van haar roots te verabsoluteren.

Regisseuse, actrice en voormalig kindsterretje Maïwenn Le Besco (1976) zelf, die op haar zestiende trouwde met de Franse regisseur Luc Besson (ze zijn al lang weer gescheiden), mag bij uitstek een kind van de Franse cinema worden genoemd. Het zou in ieder geval overdreven zijn als wij haar, met haar Bretonse vader en Frans-Algerijnse moeder (tevens actrice), op grond van deze autobiografisch geïnspireerde nieuwste film ineens als ‘Algerijnse’ moesten gaan aanmerken.

Maar is dat wat Maïwenn met DNA betogen wil? In de drie eerdere films onder haar regie waarin ze zelf tevens meespeelde, te weten: Pardonnez-moi (2006), Le bal des actrices (2009) en Polisse (2011) noopte die dubbelfunctie haar nog tot ietwat geforceerde constructies als een faux (familie)documentaire, een faux documentaire over Franse actrices waaronder zijzelf en een verhaal waarin ze zelf de rol van journaliste vervulde. DNA is echter een speelfilm pur sang en Neige een personage dat zelf niet acteert, films maakt of iets van die aard doet.

Vervreemd van haar ouders en andere familieleden omarmt Neige haar gedeeltelijk Algerijnse identiteit om zich minder eenzaam en dichter bij haar beminde en overleden grootvader te kunnen voelen. Dat maakt DNA eerder een film over rouw en de identiteitscrisis die daar het gevolg van kan zijn dan een film over etniciteit. Je zou het voor een vrouw van in de veertig wat meisjesachtig kunnen vinden om je zo vast te klampen aan een alles reddende exotische afkomst. Maar begrijpelijk en vergeeflijk is dat in Neiges geval wel.

 

21 juni 2021

 

ALLE RECENSIES

David Byrne’s American Utopia

*****
recensie David Byrne’s American Utopia

Van hier naar nergens

door Alfred Bos

David Byrne maakte in 2019 een Broadway-voorstelling rond zijn meest recente album, American Utopia, en regisseur Spike Lee legde het vast op film. Het resultaat overtreft de klassieke concertfilm Stop Making Sense. Betere technologie en een kwarteeuw persoonlijke groei maken het verschil.

Het podium is leeg. David Byrne zit achter een tafel en houdt een model van het menselijke brein in zijn hand. Hij zingt: “Hier is het gebied dat vraagt om aandacht. En hier is het gebied dat doorgaat met leven, ook als de rest zelden wordt gebruikt.” Hij doelt op het zelf, dat zelf is alleen. Hij besluit het lied, Here, met: “En hier is de verbinding met de andere kant.” Letterlijk: de corpus callosum, de balk tussen de twee hersenhelften. Maar vooral figuurlijk: de andere kant is de ander.

David Byrne’s American Utopia

Gaan wetenschap en kunst, logica en poëzie, samen? Alleen als je je hele brein gebruikt. Maar dat is niet het thema van American Utopia, de titel van Byrne’s meest recente soloalbum en bijbehorende podiumvoorstelling. Die voorstelling is op film vastgelegd door regisseur Spike Lee. Voorstelling en film zijn de natuurlijke nazaat van (het logische vervolg op?) Stop Making Sense, de concertfilm uit 1984 rond Byrne’s toenmalige groep Talking Heads.

Net als toen is de nieuwe voorstelling conceptueel van aard en de film droog gedraaid. Maar er is een belangrijk verschil. Stop Making Sense is een verzameling losse liedjes. De twintig nummers van American Utopia – een mix van nummers van het gelijknamige album en bekend Talking Heads-repertoire – vormen tezamen een verhaal. Ze zijn een betoog.

Geestige monologen
American Utopia is meer dan een concert, het is een theatervoorstelling. Met muziek, dans, licht. En gesproken woord. Byrne’s korte monologen tussen de nummers zijn overpeinzingen van een vragende geest, filosofisch en geestig. Ze geven de muziek context en verhelderen het verhaal.

Ze zijn in feite onmisbaar (zoals het bijbehorende livealbum, zonder de babbels, duidelijk maakt). David Byrne, de prater, de communicator—wie had dat gedacht van de pseudo-autistische hork die in de jaren zeventig bekend werd als voorman van die opvallende new wave-act uit New York, Talking Heads?

David Byrne’s American Utopia

En dat is precies het punt van American Utopia: het brein is flexibel, het is lenig, het kan leren, het kan nieuwe connecties maken en nieuwe verbindingen leggen. De twintig liedjes van American Utopia verhalen over een reis van een introvert kind, verbijsterd door de chaos en wemeling van de wereld, naar een mens die zich laaft aan anderen, aan andere mensen. Het is meer dan een humanistische boodschap. Het is een helende boodschap.

Prikkelend schouwspel
De aankleding van de voorstelling is doordacht. Het doet in zijn minimalisme denken aan de theaterproducties van Laurie Anderson en Kraftwerk: het podium is leeg, er is geen decor, geen geluidsapparatuur, geen kabels of snoeren, en, opvallend genoeg, geen beeldschermen voor projecties. Er zijn alleen mensen op het toneel – de muzikanten met hun instrumenten, “that’s the show” – en de mensen in de zaal. De muzikanten bewegen vrij, in choreografie. Het onderscheid tussen muziek en dans valt vrijwel weg.

Dat is door regisseur Spike Lee fraai vastgelegd door de camera zowel voor het toneel (blik publiek vanuit zaal) als achter het toneel (blik muzikanten op zaal) als boven het toneel (onmogelijke blik die de geometrie van de choreografie helder maakt) te plaatsen. Tezamen met close-ups en montage levert dat een prikkelend schouwspel op. Het minimalisme – en de gedachte achter de voorstelling – komt optimaal tot recht. Alleen mensen en hun interactie. Samen creëren ze schoonheid.

David Byrne’s American Utopia

Van persoonlijk naar algemeen
De band telt muzikanten en dansers van drie continenten, is heterogeen van afkomst, huidskleur, sekse en geaardheid. Een afspiegeling van het multiculturele New York, het immigratieland Amerika. “We zijn allemaal toeristen in dit leven”, aldus Byrne. En hop, daar zet Everybody’s Coming to My House in. Er is veel om je over te verwonderen in die wemelende wereld, Everyday is a Miracle. Denk voor jezelf en wees aardig voor elkaar, weet het gerijpte kind.

American Utopia is niet alleen persoonlijk, het wordt ook politiek. Byrne wijst op het belang van meedoen met verkiezingen, laat je stem horen. Hij adopteert Janelle Monáe’s protestsong Hell You Talmbout, over dodelijk politiegeweld tegen gekleurde mensen, in een arrangement van slagwerk en koorzang, en voor dit ene moment zijn er beeldprojecties, om slachtoffers een naam en een gezicht te geven. “We zijn een werk in wording, ons brein is kneedbaar”, en daar volgt de a capella gezongen, utopisch gospel One Fine Day. Een betere wereld is binnen bereik, als we ons ertoe zetten.

Voor het slotnummer Road to Nowhere stappen Byrne en band van het toneel en gaan de zaal in. Het is zeker niet toevallig dat American Utopia eindigt zoals Federico Fellini diens Otto e mezzo afsloot, met een fanfare in polonaise. Net als de regisseur in – en van – die film is David Byrne de kunstenaar die zichzelf geneest, via introspectie en het scheppen van schoonheid. Groter worden triomfen niet.

 

8 juni 2021

 

ALLE RECENSIES