Dealer

***
recensie Dealer

Teleurstellende volwassenen

door Cor Oliemeulen

Dealer is een rauw Vlaams drama waarin een puberjongen actief is als drugsrunner in Antwerpen. De film toont gretig hoezeer volwassen rolmodellen een wezenlijke invloed hebben op de toekomst van ontspoorde kinderen.

De Belgische acteur Jeroen Perceval (Rundskop, 2011), tevens scriptschrijver en rapper, portretteert in zijn regiedebuut de 14-jarige Johnny (nieuweling Sverre Rous) die een betrouwbaar rolmodel nodig heeft om zijn troosteloze straatleven te kunnen ontvluchten. “Tegelijkertijd wilde ik twee werelden samenbrengen of verbinden”, aldus Perceval. “De kunstwereld waar veel egocentrische personen rondlopen die toch een vorm van schoonheid voortbrengen, en de criminele wereld waar eveneens egocentrische mensen trachten te overleven en ook iemand willen zijn.” Of om met een Nederlandse politica te spreken: ‘Wie zijn die mensen?’

Dealer

Rolmodellen
Er zijn drie volwassenen die een grote invloed hebben op het hachelijke leven van de jonge drugsrunner, die zich met zijn stoere fietsje door de straten en parken van Antwerpen begeeft om harddrugs te verkopen. Allereerst is daar Johnny’s moeder Eva (Veerle Baetens: The Broken Circle Breakdown, 2012). Zij mag dan wel een getalenteerde kunstschilder zijn, maar is te labiel om voor haar zoon te zorgen. Johnny verblijft in een jeugdinstelling, maar gaat regelmatig bij Eva op bezoek. Ze kunnen het goed met elkaar vinden en roken samen een jointje. Eva hoopt dat ze haar schilderijen kan verkopen, zodat ze met Johnny naar Zuid-Frankrijk kan om daar een nieuw en gezonder leven op te bouwen. Zowel Johnny als de kijker weten dat het niet zover zal komen vanwege Eva’s frustraties en psychoses.

Als tweede is daar de onberekenbare dealer Luca (Bart Hollanders), die enkele jonge drugsrunners aanstuurt. Vanzelfsprekend kijkt Johnny aanvankelijk op tegen Luca’s geldelijke gewin, maar knapt langzaam af op diens agressie en geweld. Zeker nadat Luca de heroïnespuit aan hem opdringt en zijn vriendje heeft mishandeld.

Net als Eva en Luca worstelt de beroemde acteur Antony (Ben Segers) met een leegte in zijn bestaan, ondanks zijn enorme succes, erkenning en rijkdom. Antony sleept Johnny mee in de partyscene vol drank, drugs en seks, echter Johnny is vooral geobsedeerd door het toneel. “Ik wil ook acteren, in films spelen en beroemd worden”, zegt hij. Terwijl Johnny in Antony een vaderfiguur ziet, heeft Antony op zijn beurt een zwak voor de pientere Johnny, die hij uit het criminele straatleven wil trekken. Dat zou voor de acteur zelf tevens een stimulans zijn om te stoppen met zijn lege hedonisme. “Ik stop met gebruiken, jij met dealen, ok?”, stelt Antony voor. Dat blijkt voor allebei gemakkelijker gezegd dan gedaan.

Dealer

Zelfkant
Na een wat aarzelend begin lukt het Jeroen Perceval de kijker mee te nemen met worstelende individuen in de zelfkant van de Antwerpse samenleving, gesteund door het geloofwaardige acteren van alle hoofdrolspelers, die niet verzaken hun kwetsbare kanten te tonen. In feite verschilt de destructieve wereld van de acteur Antony niet veel van die van de pusher Luca. Het vluchten in kortstondig geluk van genot biedt een wankele basis voor een luchthartige toekomst voor hen allebei. En hoe sympathiek dan ook, ook Eva wordt te veel gehinderd door haar demonen.

In Dealer is de tienerjongen zoals al zijn leeftijdgenoten op zoek naar zijn identiteit, maar ontbeert het hem aan meerderjarige rolmodellen die hem een heilzaam perspectief kunnen bieden. Johnny is slimmer en nuchterder dan de drie volwassenen in zijn directe omgeving. De vraag is of hij reddeloos verloren is wanneer het misbruik van zijn goede wil toeneemt.

 

18 september 2022

 

ALLE RECENSIES

Damnation (Kárhozat, 1988) van Béla Tarr

Damnation (Kárhozat, 1988) van Béla Tarr
Dolende zielen op eindeloos modderige paden

door Ralph Evers

De premières van de gerestaureerde films van de Hongaarse regisseur Béla Tarr werden al enkele malen uitgesteld en het is maar de vraag of vertoning dit najaar gaat lukken. Hoog tijd dus voor een beschouwing van Damnation (Kárhozat, 1988). De vraag is ook wat er valt toe te voegen aan de beeldtaal, die zich zo idiosyncratisch en krachtig opwerpt aan de kijker. De een slaat ervan aan en de ander haakt af.

De tagline ‘dolende zielen op eindeloos modderige paden’ kan opgaan voor vrijwel elke andere film van Tarr, beginnende bij Damnation. Bij deze film en later bij Sátántangó (1994) nog veel meer lijkt er een rol weggelegd voor modder. Van Damnation is bekend dat er voor de locaties gezocht is naar zoveel mogelijk vervallenheid. De prominente rol van de omgeving en de manier waarop die in beeld komt, doet – terecht – vermoeden dat de omgeving een integraal onderdeel van de film is en een eigen rol speelt.

Damnation (Kárhozat, 1988)

De camera
Laten we de opening van de film eens vanuit een hermeneutisch perspectief beschrijven. Het openingsshot laat mijnkarretjes over een schier eindeloze gondel aan ons voorbijglijden tegen een net iets overbelicht landschap met een snel op te merken ritmiek. De camera rust uit, het beeld, het landschap zo je wilt, bevindt zich in sluimertoestand. Het indolente ritme kan nog net. Er dreigt iets.

De camera trekt zich terug. We blijken vanuit een raam te hebben toegekeken. Vreemd dat het geluid van die karretjes dan zo hoorbaar was en de wind nauwelijks. We zien een achterhoofd en sigarettenrook. Fotogeniek, in het contrastrijke zwart-wit. Het volgende shot valt op door de focus op de structuur van de dingen en de nadruk op het scheren. Geen muziek, nauwelijks geluid, slechts een blik, een toeschouwer?

De vreemdeling
Béla Tarr was als filmmaker altijd het buitenbeentje, de vreemdeling, zonder formele opleiding, met projecten die moeilijk van de grond kwamen en het tarten van wat zowel in mainstream als in arthouse-cinema gangbaar is. Die buitenstaander komen we in vrijwel elke film van hem tegen, maar het gaat te ver om die persoon (auto)biografisch te noemen. De buitenstaander is als Jungs archetypische karakters, naast de wees, de krijger, de nar, de zoeker, et cetera. De buitenstaander gaat diens eigen weg in de hoop te verkrijgen wat begeerd wordt. De beeldtaal heeft reeds verraden dat er iets dreigt. De mens staat niet los van diens omgeving en geworpenheid, lijkt de beeldtaal ons te willen benadrukken.

Een volgend moment wacht hij bij een muur. In een effectieve scherpte/dieptewerking zien we op de achtergrond een alledaagse gebeurtenis. Maar het betekent iets. Niet alleen in het reeds ontvouwde narratief, maar mede door de enscenering. Wederom horen we dingen veel luider dan we zouden moeten horen, ligt er overal modder, is het mistig, verraadt de houding van de man een relatie met deze personen op de achtergrond en neemt de camera de tijd om waar te nemen.

Damnation (Kárhozat, 1988)

Het tempo
We zitten dan ruim 7 minuten in de film en menigeen zal wellicht opmerken dat het tempo ondanks de traagte hoog ligt. Een eerste conversatie – of stoorzender – zal spoedig volgen. Het kader kantelt. Hoe staat het gezegde in relatie tot het getoonde? Is dit een detective, een film noir, een drama, waar kijk ik eigenlijk naar?

Tarr zelf is altijd wars geweest van interpretatie. Je ondergaat zijn films, waarin hij de keuze voor narratief en beeld heeft gemaakt, en je maakt er je eigen verhaal van. De Breugheliaanse koppen, de statische beelden, de afwezigheid van kleur, het is maar zo of je stelt jezelf in de getoonde situaties voor. Film ontdaan van glamour en arthouse-moeilijkdoenerij, maar juist gevuld met zo’n eigen visie. Ik was van moment één overstag: fijnproeverscinema.

Wie niet langer kan wachten op de gerestaureerde versie van Damnation in de bioscoop kan o.a. hier terecht.

 

11 juni 2022

 

ALLE ESSAYS

Duke, The

***
recensie The Duke
Herinnert u zich die gekke vent nog?

door Paul Rübsaam

In The Duke geeft Jim Broadbent overtuigend gestalte aan de excentrieke Kempton Bunton, die in 1965 terechtstond voor de diefstal van het schilderij ‘Portrait of The Duke of Wellington’ van Francisco Goya. Toch weet de film van Roger Michell niet uit te stijgen boven het niveau van een aardige anekdote. 

Een oudere autodidactische intellectueel, gehuld in een lange regenjas, met een slappe vilten hoed op zijn hoofd en een pijp in zijn mond, die veel, héél veel praat. Niet zonder humor, maar met een vleugje bitterheid stelt hij voortdurend sociale misstanden aan de kaak, ten overstaan van iedereen die dat horen en niet horen wil.

The Duke

Zo’n type was Kempton Bunton (1904-1976), in ieder geval in de interpretatie van acteur Jim Broadbent in The Duke van de Britse regisseur Roger Michell (1956-2021). The Duke toont een werkloze chauffeur, die in 1961 het door de Britse staat voor honderdveertigduizend pond gekochte schilderij ´Portrait of The Duke of Wellington’ van de Spaanse schilder Francisco Goya gestolen zou hebben uit The National Gallery in Londen. 

Podium
In de flash forward van de openingsscène zien we Bunton voor het gerecht staan. Volgens de film was dat een paar maanden na de diefstal, in werkelijkheid vier jaar later. De rol van verdachte van een geruchtmakende kunstroof zou hem het podium kunnen verschaffen waar hij al zo lang naar snakt. In de arbeidersbuurt in Newcastle waar hij woont is hij al een bekende met zijn acties tegen het vragen van kijkgeld aan gepensioneerden en oorlogsveteranen voor televisie-uitzendingen van de BBC.

Bunton schreef toneelstukken, maar die vonden nooit een uitgever. Echter voor een publiek, dat de hele staat vertegenwoordigt, zou hij de show kunnen stelen en aandacht kunnen vragen voor zijn Robin Hood-achtige altruïsme. Want Bunton heeft het losgeld dat hij vroeg voor het ontvreemde schilderij, aangekocht met belastinggeld van de Britse burgerij, nooit voor zichzelf willen houden.

De Buntons
Zal het pleidooi van de verdachte zelf de jury overtuigen, of heeft zijn aanvankelijk zwijgzame advocaat Jeremy Hutchinson (Matthew Goode) ook nog argumenten ten gunste van zijn cliënt? Voor we daar achter komen, leren we meer over het dagelijks leven van Bunton in de tijd voorafgaand aan de kunstroof en de periode waarin hij samen met zijn zoon Jackie (Fionn Whitehead) het ontvreemde schilderij niet alleen voor de buitenwereld verborgen probeert te houden, maar ook voor zijn  ietwat knorrige vrouw Dorothy (Helen Mirren), die tegenwicht probeert te bieden aan haar idealistische, maar onverantwoord handelende echtgenoot.

Naast de nog thuiswonende Jackie hebben Kempton en Dorothy nog een oudere zoon: Kenny (Jack Bandeira). Hij woont in het volgens Dorothy sowieso al twijfelachtige Leeds, waar hij er eveneens twijfelachtige, al dan niet criminele activiteiten op nahoudt. Ook Kenny verschijnt nog regelmatig in zijn ouderlijk huis, soms in gezelschap van zijn niet al te sympathieke vriendin Pammy. Die laatste zou Kempton nog wel eens in de problemen kunnen brengen. De Buntons hadden ooit ook nog een dochter: Marian. Zij kwam dertien jaar eerder bij een verkeersongeluk om het leven.

The Duke

Glimlachje
Er zijn genoeg redenen te bedenken waarom The Duke op onze sympathie mag rekenen. De première is lang uitgesteld vanwege meerdere lockdowns; regisseur Roger Michell overleed in september zonder de vertoning van zijn laatste film in de bioscopen te hebben meegemaakt; de film heeft een plezierige, voor de vroege jaren zestig gepaste soundtrack (met onder andere ‘Walking back to Happiness’ van Helen Shapiro) en Broadbent en Mirren vormen een sterk protagonistenkoppel. Bovendien presenteert de film recentere (maar niet nieuwe) informatie, die de ongerijmdheid kan verklaren dat de tamelijk oude en zwaarlijvige Bunton zich destijds gebruikmakend van een ladder en een klein toiletraampje toegang zou hebben weten te verschaffen tot The National Gallery.

Maar Roger Michell, die bij zijn dood in september 2021vooral herdacht werd als de regisseur van het onvermijdelijke Notting Hill (1999) demonstreert toch te weinig behoefte om een spraakmakend nieuw licht op de oude geschiedenis van Bunton te werpen. Stonden politie en justitie met hun aanvankelijke veronderstelling dat een groep professionele criminelen verantwoordelijk was voor de inbraak destijds niet volledig voor gek? Had Bunton niet een punt met zijn opvatting over een rechtvaardigere besteding van belastinggelden? Vormden zijn familieomstandigheden niet eerder de ingrediënten voor een intens drama, in plaats van dat het allemaal zo grappig en lichtvoetig was?

Een dwingende keuze uit dat soort mogelijke invalshoeken, die redengevend zou kunnen zijn voor het hervertellen van het zevenenvijftig jaar oude verhaal, ontbreekt. Het gevolg is dat je na de aftiteling van The Duke als kijker slechts een obligaat glimlachje produceert en je aandacht al gauw weer richt op actueler en belangrijker lijkende zaken.

 

12 maart 2022

 

ALLE RECENSIES

Druk

***
recensie Druk

Rechtlijnige ode aan levensvreugde

door Sjoerd van Wijk

Druk houdt het wonderlijk optimistisch voor het documenteren hoe een lerarengroep langzaam afglijdt richting alcoholisme. De omarming van levensvreugde werkt bemoedigend in dankzij Mads Mikkelsen, maar schiet daarmee ook de personages tekort.

Alcohol kent meerdere gezichten, van bron van gezelligheid tot maatschappelijke schade (die wel eens zou kunnen tippen aan een drug als heroïne). In Druk (internationale titel Another Round) bestudeert regisseur Thomas Vinterberg (Festen, 1998) de ambivalente verhouding van alcohol tot de mens. Martin (Mads Mikkelsen) doceert geschiedenis aan een klas die piekert of zij wel hun eindexamen kunnen halen met hem aan het roer. Hij voelt zich al tijden niet de Martin van weleer en blijkt ook in zijn huwelijk gespeend van communicatie. Als hij aan het bruiswater wil blijven tijdens een verjaardagsdiner met drie collega’s haalt Nikolaj (Magnus Millang) de theorie van een filosoof aan dat de mens met 0,5% te laag promillage is geboren. De volgende dag begint Martin aan een “wetenschappelijk” experiment om deze theorie in de praktijk te brengen en al snel doet de hele groep mee.

Druk (Another Round)

Tact en humor
Als men een samenleving kan doorgronden aan haar drugs naar keuze dan duidt de populariteit van alcohol op een vermoeide waar constante stimulatie de mens in beweging moet houden. Zorgvuldig dienen de subjecten dan ook hun doses toe, stiekem op de wc bijgehouden met een promillagemeter. Dat levert komische taferelen op, zoals de geprikkelde voetbaltrainer Tommy (Thomas Bo Larsen) die niet zomaar zijn waterfles aan een pupil kan geven, terwijl met scherpzinnige ironie tussentitels het promillage van de proefkonijnen bijhouden.

Druk verweeft alcohol als het sociale smeermiddel met een addertje onder het gras op pientere wijze in alle interacties, waar een glas wijn bij het eten vanzelf spreekt. Verleidelijk fonkelen de kristallen glazen met kraakheldere wodka of loopt het schuim over een ontkurkte champagnefles. Een duidelijk gebrachte motivatie voor de personages van wegkwijnen nu de volwassenheid is gekomen met verlies van een ‘vonk’ waarvoor alcohol de oplossing lijkt, behandelt Vinterberg zo met tact en humor. Het maakt het afglijden naar alcoholisme inzichtelijk.

Verborgen krachten
Zo strak afgemeten als de alcoholporties in het begin pakt Mikkelsen gaandeweg uit met flarden van zijn zogenaamde oude zelf, alsof het van nature boven komt drijven. Zijn begenadigde optredens voor de klas met een intonatie die het midden houdt tussen peptalk en sterk verhaal in de kroeg werken aanstekelijk in. Twee jongerenfeesten boekstaven de film en de tweede keer staat het reeds lang aangekondigde jazzdanstalent van Martin in de schijnwerpers.

Druk (Another Round)

De energieke handcamerastijl van cinematografe Sturla Brandth Grøvlen (Rams), kenmerkend voor regisseur Vinterbergs Dogme 95-verleden, vat het bemoedigende optreden op meeslepende wijze. Ondertussen hoeft Mads Mikkelsen zich voor de camera niet uit te sloven om die later losgekomen verborgen krachten te etaleren. Zijn uitstraling alleen al vat krachtig de staat van anhedonie waarin hij zich bevindt.

Tekortschieten
Voor de vrienden eindigt het wetenschappelijke avontuur met een begrafenis, waar dat voor Husbands (1968) begint. John Cassavetes, Peter Falk en Ben Gazzara graven vol overgave in de stilstaande levens van hun personages, wat de daar eveneens komische alcoholische uitspattingen een tragische dimensie geeft. Druk schiet echter de vier leraren tekort. Alcohol haalt hen voor even uit de put maar de uiteindelijke oplossing bevindt zich in henzelf, bij twee vrienden gesymboliseerd door het mentoren van een leerling. In het geval van Tommy die als een redder in nood een buitengesloten jongetje weet te integreren in het voetbalteam riekt het naar sentimentaliteit.

De film volgt zo een klassieke individualistische Hollywood-vertelstructuur, waardoor het uitgangspunt bij een boodschap blijft en de levens van de leraren een middel blijken voor een rechtlijnige ode aan levensvreugde.

 

19 augustus 2021

 

ALLE RECENSIES

DNA

***
recensie DNA

Zoektocht als rouwproces

door Paul Rübsaam

DNA (ADN) van de Franse regisseuse en actrice Maïwenn toont onverbiddelijk het groteske en hartverscheurende gedoe rond het overlijden van de Algerijnse grootvader van protagoniste Neige. Met haar daaropvolgende zoektocht naar haar Algerijnse wortels probeert Neige te overleven in een werkelijkheid die door het wegvallen van haar grootvader te pijnlijk is geworden.

Grootvader Emir Fellah (‘Papi’ voor zijn familieleden) is de spil waaromheen de familie van Neige Robert draait. Zijn kleinkinderen (en achterkleinkinderen) zijn misschien wel gekker op hem dan zijn twee dochters. Zo heeft Neige, een gescheiden moeder met drie zoontjes, een bevriende journaliste gevraagd samen met haar grootvader een boek voor de familie samen te stellen over Emirs bewogen leven als eigenzinnige Algerijnse communist. Haar rappende en blowende neef Kevin heeft er voorts geen enkel bezwaar tegen om, weliswaar tegen de regels, een nachtje bij zijn dementerende grootvader in het verzorgingstehuis te logeren.

Maar als de hele familie ter gelegenheid van de presentatie van het boek in het verzorgingstehuis bijeen is, blijkt die familie toch niet zo’n harmonieus geheel te vormen. Neiges moeder Caroline (vertolkt door de fameuze Franse actrice Fanny Ardant) vindt het door een buitenstaander geschreven boek over haar vader te traditioneel opgezet. Neige is door die schijnbaar voorzichtig geuite kritiek onaangenaam verrast.

DNA

Wegduwen
Als Papi onverwacht aan een hartstilstand overlijdt, blijkt deze rimpeling slechts een voorproefje van de scheuren in de familie die zich aftekenen onder invloed van het onvermijdelijke, gedetailleerd in beeld gebrachte uitvaartprotocol. Dat het kamertje van Emir in het verzorgingstehuis snel ontruimd moet worden, zet de familie reeds onder spanning. Wanneer de nabestaanden wat later een kist voor grootvader mogen uitzoeken, is de vraag van welke houtsoort deze moet zijn en wat hij kosten mag als hij bij de crematie toch in de fik gaat een bron van onverkwikkelijke discussies. En is het nodig dat Caroline de voorbeeldlapjes voor de voering van de kist steeds nijdig op tafel smijt? Haar zus Françoise wordt daar gek van.

Neiges betrekkingen met haar moeder bereiken een dieptepunt wanneer de laatste tijdens de uitvaartplechtigheid haar dochter wegduwt van het podium als deze een tekst voorleest van de schrijfster van het door Caroline verguisde boek. Later, als Caroline de urn met as van Emir zoals afgesproken aan Neige overhandigt, betuigt ze tevergeefs haar spijt. In een ijzingwekkende scène die volgt, laat de tot op het bot gekwetste Neige de diepe angst die ze voelt voor haar moeder en zelfs de weerzin die de lichaamsgeur van Caroline bij haar opwekt niet onbesproken. Een breuk tussen de twee is onvermijdelijk.

Dat Neige zich bij haar van haar moeder gescheiden vader Pierre beter thuisvoelt, blijkt helaas te veel gezegd. Pierre is een kille intellectueel, die een slang als huisdier houdt en alles dat maar zweemt naar naïviteit of gevoeligheid afdoet als ‘dom’ of ‘debiel’. Als Neige, die gepreoccupeerd raakt door haar etnische afkomst hem vraagt ten behoeve van haar DNA-profiel wat wangslijm af te staan, weigert hij botweg. En als hij merkt dat ze moet huilen, loopt hij liever even de kamer uit.

DNA

Schrale verhaallijn?
Na de overrompelende en indringende eerste helft van DNA lijkt de verhaallijn die ons naar de aftiteling moet voeren op het eerste gezicht misschien wat schraal. Neige belandt in een diepe emotionele crisis en begint met steun van haar ex-vriend François, die de nodige relativerende humor paraat heeft en haar jongere zus Lilah (met wie ze aanvankelijk gebrouilleerd was) het Algerijnse deel van haar roots te verabsoluteren.

Regisseuse, actrice en voormalig kindsterretje Maïwenn Le Besco (1976) zelf, die op haar zestiende trouwde met de Franse regisseur Luc Besson (ze zijn al lang weer gescheiden), mag bij uitstek een kind van de Franse cinema worden genoemd. Het zou in ieder geval overdreven zijn als wij haar, met haar Bretonse vader en Frans-Algerijnse moeder (tevens actrice), op grond van deze autobiografisch geïnspireerde nieuwste film ineens als ‘Algerijnse’ moesten gaan aanmerken.

Maar is dat wat Maïwenn met DNA betogen wil? In de drie eerdere films onder haar regie waarin ze zelf tevens meespeelde, te weten: Pardonnez-moi (2006), Le bal des actrices (2009) en Polisse (2011) noopte die dubbelfunctie haar nog tot ietwat geforceerde constructies als een faux (familie)documentaire, een faux documentaire over Franse actrices waaronder zijzelf en een verhaal waarin ze zelf de rol van journaliste vervulde. DNA is echter een speelfilm pur sang en Neige een personage dat zelf niet acteert, films maakt of iets van die aard doet.

Vervreemd van haar ouders en andere familieleden omarmt Neige haar gedeeltelijk Algerijnse identiteit om zich minder eenzaam en dichter bij haar beminde en overleden grootvader te kunnen voelen. Dat maakt DNA eerder een film over rouw en de identiteitscrisis die daar het gevolg van kan zijn dan een film over etniciteit. Je zou het voor een vrouw van in de veertig wat meisjesachtig kunnen vinden om je zo vast te klampen aan een alles reddende exotische afkomst. Maar begrijpelijk en vergeeflijk is dat in Neiges geval wel.

 

21 juni 2021

 

ALLE RECENSIES

David Byrne’s American Utopia

*****
recensie David Byrne’s American Utopia

Van hier naar nergens

door Alfred Bos

David Byrne maakte in 2019 een Broadway-voorstelling rond zijn meest recente album, American Utopia, en regisseur Spike Lee legde het vast op film. Het resultaat overtreft de klassieke concertfilm Stop Making Sense. Betere technologie en een kwarteeuw persoonlijke groei maken het verschil.

Het podium is leeg. David Byrne zit achter een tafel en houdt een model van het menselijke brein in zijn hand. Hij zingt: “Hier is het gebied dat vraagt om aandacht. En hier is het gebied dat doorgaat met leven, ook als de rest zelden wordt gebruikt.” Hij doelt op het zelf, dat zelf is alleen. Hij besluit het lied, Here, met: “En hier is de verbinding met de andere kant.” Letterlijk: de corpus callosum, de balk tussen de twee hersenhelften. Maar vooral figuurlijk: de andere kant is de ander.

David Byrne’s American Utopia

Gaan wetenschap en kunst, logica en poëzie, samen? Alleen als je je hele brein gebruikt. Maar dat is niet het thema van American Utopia, de titel van Byrne’s meest recente soloalbum en bijbehorende podiumvoorstelling. Die voorstelling is op film vastgelegd door regisseur Spike Lee. Voorstelling en film zijn de natuurlijke nazaat van (het logische vervolg op?) Stop Making Sense, de concertfilm uit 1984 rond Byrne’s toenmalige groep Talking Heads.

Net als toen is de nieuwe voorstelling conceptueel van aard en de film droog gedraaid. Maar er is een belangrijk verschil. Stop Making Sense is een verzameling losse liedjes. De twintig nummers van American Utopia – een mix van nummers van het gelijknamige album en bekend Talking Heads-repertoire – vormen tezamen een verhaal. Ze zijn een betoog.

Geestige monologen
American Utopia is meer dan een concert, het is een theatervoorstelling. Met muziek, dans, licht. En gesproken woord. Byrne’s korte monologen tussen de nummers zijn overpeinzingen van een vragende geest, filosofisch en geestig. Ze geven de muziek context en verhelderen het verhaal.

Ze zijn in feite onmisbaar (zoals het bijbehorende livealbum, zonder de babbels, duidelijk maakt). David Byrne, de prater, de communicator—wie had dat gedacht van de pseudo-autistische hork die in de jaren zeventig bekend werd als voorman van die opvallende new wave-act uit New York, Talking Heads?

David Byrne’s American Utopia

En dat is precies het punt van American Utopia: het brein is flexibel, het is lenig, het kan leren, het kan nieuwe connecties maken en nieuwe verbindingen leggen. De twintig liedjes van American Utopia verhalen over een reis van een introvert kind, verbijsterd door de chaos en wemeling van de wereld, naar een mens die zich laaft aan anderen, aan andere mensen. Het is meer dan een humanistische boodschap. Het is een helende boodschap.

Prikkelend schouwspel
De aankleding van de voorstelling is doordacht. Het doet in zijn minimalisme denken aan de theaterproducties van Laurie Anderson en Kraftwerk: het podium is leeg, er is geen decor, geen geluidsapparatuur, geen kabels of snoeren, en, opvallend genoeg, geen beeldschermen voor projecties. Er zijn alleen mensen op het toneel – de muzikanten met hun instrumenten, “that’s the show” – en de mensen in de zaal. De muzikanten bewegen vrij, in choreografie. Het onderscheid tussen muziek en dans valt vrijwel weg.

Dat is door regisseur Spike Lee fraai vastgelegd door de camera zowel voor het toneel (blik publiek vanuit zaal) als achter het toneel (blik muzikanten op zaal) als boven het toneel (onmogelijke blik die de geometrie van de choreografie helder maakt) te plaatsen. Tezamen met close-ups en montage levert dat een prikkelend schouwspel op. Het minimalisme – en de gedachte achter de voorstelling – komt optimaal tot recht. Alleen mensen en hun interactie. Samen creëren ze schoonheid.

David Byrne’s American Utopia

Van persoonlijk naar algemeen
De band telt muzikanten en dansers van drie continenten, is heterogeen van afkomst, huidskleur, sekse en geaardheid. Een afspiegeling van het multiculturele New York, het immigratieland Amerika. “We zijn allemaal toeristen in dit leven”, aldus Byrne. En hop, daar zet Everybody’s Coming to My House in. Er is veel om je over te verwonderen in die wemelende wereld, Everyday is a Miracle. Denk voor jezelf en wees aardig voor elkaar, weet het gerijpte kind.

American Utopia is niet alleen persoonlijk, het wordt ook politiek. Byrne wijst op het belang van meedoen met verkiezingen, laat je stem horen. Hij adopteert Janelle Monáe’s protestsong Hell You Talmbout, over dodelijk politiegeweld tegen gekleurde mensen, in een arrangement van slagwerk en koorzang, en voor dit ene moment zijn er beeldprojecties, om slachtoffers een naam en een gezicht te geven. “We zijn een werk in wording, ons brein is kneedbaar”, en daar volgt de a capella gezongen, utopisch gospel One Fine Day. Een betere wereld is binnen bereik, als we ons ertoe zetten.

Voor het slotnummer Road to Nowhere stappen Byrne en band van het toneel en gaan de zaal in. Het is zeker niet toevallig dat American Utopia eindigt zoals Federico Fellini diens Otto e mezzo afsloot, met een fanfare in polonaise. Net als de regisseur in – en van – die film is David Byrne de kunstenaar die zichzelf geneest, via introspectie en het scheppen van schoonheid. Groter worden triomfen niet.

 

8 juni 2021

 

ALLE RECENSIES

Dea Fortuna, La

**
recensie La Dea Fortuna

Flauwe Italiaanse feelgoodfilm

door Yordan Coban

Driehoeksverhoudingen, terminale ziekte, ongewenste kinderen en vreemdgaan, dat is La Dea Fortuna in een notendop. Een dramatische feelgoodfilm zoals we die al zo vaak gezien hebben.

Het verhaal gaat over de twee mannelijke partners Arturo (gespeeld door Stefano Accorsi) en Alessandro (gespeeld door Edoardo Leo) wiens relatie met de vrouw Annamaria (gespeeld door Jasmine Trinca) voor complicaties zorgt als blijkt dat Alessandro de vader van de jongste zoon is. Annamaria blijkt ernstig ziek te zijn en het koppel vangt de kinderen op. Arturo is daar echter minder enthousiast over wat tot spanningen in de relatie tussen Alessandro en Arturo leidt. Wat de kinderen nou eigenlijk onwenselijk maakt is echter niet helemaal duidelijk.

La Dea Fortuna

Uit de toon
De film mikt qua toon op een doorsnee Europese filmhuisfilm, oogt aanvankelijk als een Netflix-original maar degradeert zichzelf geleidelijk richting het niveau van een serie als Goede tijden, slechte tijden. De film gaat van conflict naar conflict, maar elke poging tot dramatiek voelt geforceerd en misplaatst. De relatie van Arturo en Alessandro bijvoorbeeld oogt vredig en stabiel maar kennelijk was dat louter schijn. Buiten het feit dat de aanwezigheid van de kinderen spanning zet op de relatie, blijkt Arturo ook nog eens een minnaar te hebben, wat nogal uit het niets komt voor zowel de kijker als voor Alessandro.

Beiden staan bijzonder tolerant tegenover uitspattingen van de lustige aard, maar Arturo lijkt meer te missen in zijn huidige relatie dan alleen een seksuele bevrediging. De film gaat vooral herhaaldelijk in op de droom om altijd samen te blijven, duurzame liefde, wat voor Arturo onmogelijk is met Alessandro, zo zegt hij zelf. De belevingswereld van de personages wordt in tekst geuit maar communiceert niet met de verdere realiteit van de film. De plotontwikkelingen worden niet of amper begeleid in de regiekeuzes.

La Dea Fortuna

Europese feelgood
Het meest weerzinwekkende van de film is de muziekkeuze. Waar sommige scènes nog een glimlach op het gezicht van de kijker teweeg kunnen brengen, zorgt de begeleiding van de muziekkeuze van regisseur (Ferzan Özpetek) dat dit een vrij onwaarschijnlijk gegeven is.

De Europese feelgoodkraker presenteert zich aanvankelijk als niet-Amerikaanse arthouse maar kent in zich eigenlijk alle oppervlakkige gewaarwordingen die we gewend zijn uit Hollywood. Een terminale ziekte of het geïdealiseerde romantische beeld van de eeuwige liefde, La Dea Fortuna vinkt het allemaal af. Films als Intouchables (2011) of Simon (2003) zijn voorbeelden van vruchten van deze veramerikanisering van filmmarkten wereldwijd; dramatischer in toon, oppervlakkiger qua inhoud. La Dea Fortuna lijkt hiervan het schoolvoorbeeld.

 

6 juni 2021

 

ALLE RECENSIES

De Oost

****
recensie De Oost

Grauwe historische spiegel

door Jochum de Graaf

Tijdens het draaien van De Oost zuchtten cast en crew onder de hitte, overstromingen en tropische ziekten op Java. Zonnesteken, knokkelkoorts, malaria, buiktyfus, schorpioenen, moeizame onderhandelingen met de Indonesische autoriteiten, het leger dat met regelmaat langskwam op de set, de coronapandemie die de opnamen stillegde, er zijn maar weinig ontberingen die de film bespaard zijn gebleven.

Geldnood, ook zoiets. Regisseur Jim Taihuttu moest naar verluidt inkomsten uit zijn dj-bijbaan investeren en alleen door een deal met Amazon – waardoor de film nu eerst via een streamingdienst te zien is voordat hij in de bioscoop komt – konden de laatste draaidagen opgenomen worden.

En dan was er nog een kort geding, waarbij een organisatie van Indië-veteranen een extra disclaimer aan het begin van de film eiste, omdat de uniformen van de soldaten, de insignes, de snor van kapitein Westerling, een van de hoofdrolspelers, de belettering van de titel teveel reminiscentie aan de nazitijd zou verbeelden.

De Oost

Schijnrumoer
Eerlijk gezegd denk ik dat dit schijnrumoer de makers uit publiciteitsoverwegingen niet zo slecht uitkwam. Indië-veteranen zijn nogal makkelijk uit de tent te lokken. Denk aan de affaire-Hueting eind jaren zestig (aantonen oorlogsmisdaden), het tumult rond het bezoek van Poncke Princen midden jaren tachtig (vermeende overloper) en het aanbieden van excuses door onze koning ruim een jaar geleden voor het door Nederland gepleegde geweld, nota bene ruim 70 jaar na dato.

Terecht dat de rechter de eis voor een extra disclaimer aan het begin van de film afwees. De Oost is geen documentaire over de koloniale oorlog, eufemistisch aangeduid als ‘politionele acties’, die Nederland tussen 1945 en 1949 tegen de onafhankelijkheidsstrijd van Indonesië uitvocht; geen nauwgezet verslag van de vermeende wandaden van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger met pakweg 100.000 slachtoffers aan Indonesische en 5.000 aan Nederlandse kant; geen zwart-witfilm over goed en kwaad waarbij de Nederlandse soldaten als nazi’s worden weggezet.

Moreel moeras
De Oost is een dramatische schets hoe naïeve jongens van diverse pluimage uit alle windstreken, hoeken en gaten van het land langzaam maar zeker een oorlog voor een kansloos doel, de herovering van kolonie Indonesië, werden ingezogen. Maar bovenal vertelt de film het individuele verhaal van Johan de Vries (een veel Hollandser naam kun je niet verzinnen) die door een krampachtig streven naar revanche in een moreel moeras belandt.

De Oost

Martijn Lakemeier speelt overtuigend de soldaat die in 1946 samen met ruim honderdduizend anderen wordt uitgezonden om in Nederlands-Indië orde op zaken te stellen. In het eerste deel van de film raakt hij langzaamaan gefrustreerd van het landerige soldatenleven met patrouilles door doodsbange kampongs waar niemand iets over opstandelingen durft te zeggen, het gemopper en gevloek op ‘zwartjes’ en ‘apen’, het vermaak met stoere praatjes en bordeelbezoek. Johan doet de nodige moeite om zich in de Indonesische cultuur te verdiepen, hij deelt koekjes uit aan kinderen, leert zichzelf de taal en heeft een affaire met prostituee Gina. Hij lijkt een ‘eerlijke’ soldaat met een groot rechtvaardigheidsgevoel.

Zuiveringen
Dat gewone soldatenleven verandert op slag met de verschijning van kapitein Raymond Westerling (sterke rol van Marwan Kenzami) op het strijdtoneel. Johan raakt meer en meer in de ban van deze even charismatische als onberekenbare ‘Turk’ die eind 1946 met een speciale eenheid, het door hem zelf samengestelde Depot Speciale Troepen (DST), carte blanche kreeg om Zuid-Celebes, het tegenwoordige Zuid-Sulawesi, van alle opstandige elementen te zuiveren. De nog steeds ernstig omstreden Westerling gaf daar een eigen invulling aan en werd beschuldigd van excessief geweld, misdaden tegen de menselijkheid en het veroorzaken van vele burgerslachtoffers.

Wreed en straight is hij, de man die de mensheid in twee soorten opdeelt: ‘je bent jager of je bent prooi’. Het gaat van kwaad tot erger. Eerst worden de kampongs platgebrand, later gaat hij over tot standrechtelijke executies. De namen van mogelijke verraders staan bij hem in een boekje en bij het omroepen van de naam moeten ze naar voren komen en worden zonder pardon neergeknald. Op dit punt begint de film toch een beetje te wringen. Niet zozeer omdat het geweld fel realistisch en bruut in beeld wordt gebracht, maar meer omdat het zo breed uitgesponnen wordt en het daarmee nogal wat tijd kost voor Johan om tegen deze oorlogsmisdaden in het geweer te komen en de plot een dramatische wending neemt.

De Oost

Karakterontwikkeling
Daarentegen is wel de opbouw van de karakterontwikkeling van Johan goed gedoseerd. In eerste instantie fungeert hij als een soort rechtvaardige soldaat, later kiest hij toch uit verveling of misschien tegen de achtergrond van het NSB-verleden van zijn vader voor de foute kant aan de zijde van Westerling. We zien in flashforwards hoe hij zijn door PTSS en wrok getekende leven in het naoorlogse wederopbouwend Nederland niet goed meer op de rails krijgt. Er is hier geen enkele aandacht voor wat hij heeft meegemaakt. Dat hij tenslotte toch opstaat tegen zijn mentor in een hernieuwde confrontatie van Johan met Westerling leidt tot een opera-achtige apotheose met een onverwacht slot.

De Oost – uitgebracht in de tijd dat bijvoorbeeld het NIOD grondig onderzoek doet naar de oorlogsmisdaden in Indonesië en met het boek Revolusi van David Van Reybrouck eindelijk serieuze aandacht komt voor deze donkere, veel te lang onderbelichte episode uit de vaderlandse geschiedenis – houdt ons een grauwe historische spiegel voor.

De Oost is sinds 13 mei te zien op Prime Video en verschijnt op het witte doek zodra de bioscopen weer open mogen.

 

14 mei 2021

 

ALLE RECENSIES

De nueva otra vez

*
IFFR Unleashed – 2019: De nueva otra vez
Een gebroken voorruit en verder?

door Paul Rübsaam

‘Docufictie’ staat in De nueva otra vez (2019) van de Argentijnse regisseuse Romina Paula blijkbaar voor twee keer niets. Diaseries en statische voordrachtjes compenseren allerminst het pijnlijke gebrek aan bewegend beeld dat de emotionele crisis van de protagoniste zichtbaar en voelbaar maakt.

Een dia van een bestelwagen met een gebroken voorruit. Ondertussen vraagt protagoniste en regisseuse Romina Paula (1979) zich in een voice-over af of het gezonde verstand haar de das om heeft gedaan. Met ‘gezond verstand’ bedoelt ze: je leven leiden zoals dat van je verwacht wordt. Daarmee is dit openingsbeeld van de hybride De nueva otra vez nog niet eens onaardig: je doet je best en toch krijg je panne.

De nueva otra vez

Huis-, tuin- en keukenscènes
Maar wat is er aan de hand met de hoofdpersoon? Haar vriend (tevens vader van haar driejarige zoontje Ramón) heeft het in hun landelijke huis nabij Córdoba druk met zijn werkzaamheden. Zelf heeft ze behoefte aan een retraite in Buenos Aires, in het huis van haar eigen moeder, die dan ook wat voor Ramón kan zorgen. Maar waarom precies? Heeft ze een verlate post-partumdepressie, een vroege midlifecrisis of leidt ze aan een chronische vorm van adolescentie?

Het moederschap valt Romina zwaar, mogen we geloven. Dat kan natuurlijk. Maar Ramón lijkt, voor wat we van hem te zien krijgen, toch een leuk knulletje. En van de nu en dan wat peinzende blikken van Romina zelf worden we ook al niet veel wijzer. De vriend begraaft zich ondertussen blijkbaar zo fanatiek in zijn werk dat we nauwelijks iets van hem te zien krijgen. We komen er dus ook niet achter wat hem beweegt.

En dan de moeder van Romina. In weinig verontrustende huis, tuin- en keukenscènes betoont ze zich als Romina’s steun en toeverlaat een oase van begrip. Of moeten we deze alleraardigste vrouw soms kwalijk nemen dat ze als Argentijnse van geboorte consequent de taal van haar Duitse grootouders is blijven spreken?

Voorts geeft Romina een jongeman die ze leuk vindt Duitse les, gaat ze naar een feestje waar zich tegen heug en meug settelende dertigers nog wat kunnen flirten en drinken en zoent ze een beetje met de artistieke jongere zus van haar beste vriendin Mariana, waaruit we dan nog kunnen opmaken dat haar seksuele identiteit nog niet helemaal een uitgemaakte zaak is.

Duitsland en jager-verzamelaars
De meer geënsceneerde delen van de film moeten Romina’s schimmige emotionele geworstel blijkbaar van een universelere dimensie voorzien. Zo vertelt Mariana staande voor de projectie van een dia waarvan de betekenis onduidelijk blijft iets over het verschil tussen het leven op het platteland en het leven in de grote stad, waarbij ze regelmatig en gretig de woorden ‘opinie’ en ‘abstractie’ gebruikt.

De jongeman die Duitse les krijgt, mag met behulp van dia’s van onder andere Der Brandenburger Tor iets vertellen over zijn geplande reis naar Duitsland, een land waarvan hij nog niet of het hem aantrekt of juist afstoot.

En de artistieke jongere zus van Mariana haalt in haar voordrachtje de mythe rond Zeus en zijn moederloze dochter Athena erbij om op te roepen tot de revolutie van de ‘dochters’ (kinderloze jonge vrouwen die in het Argentinië van de toekomst het voortouw moeten gaan nemen).

De nueva otra vez

Zelf leest Romina in de tuin haar moeder en andere oudere vrouwen uit het gymklasje van haar moeder voor uit een boek waarin betoogd wordt dat ‘de man’ is blijven steken in zijn oerfase van jager-verzamelaar, terwijl ‘de vrouw’ zich veel beter staande weet te houden in de moderne samenleving. Verder becommentarieert ze regelmatig dia’s uit het familiealbum, waarbij ze het doorsneegehalte en de Duitse origine van haar familie benadrukt. Wat dit te maken heeft met haar eigen, op zich al vaag blijvende huidige levensfase wil zich maar niet aan de kijker mededelen.

Nog maar eens een keer
Het geheel van De nueva otra vez imponeert niet als meer dan de som van de weinig overtuigende delen. Er is geen interactie van betekenis tussen het te alledaagse ‘dynamische’ gedeelte van de film en het te pretentieuze statische, die zich vermoedelijk als praktijk en theorie tot elkaar hadden moeten verhouden.

Blijkens de titel van de film (in het Engels: Again Once Again) wil de protagoniste door de weg van haar eigen leven in omgekeerde richting af te leggen tot dieper inzicht komen. Het jubilerende IFFR had hier echter geen reden in mogen zien om dit twee jaar oude, quasidiepzinnige oudere meisjesgezemel ‘nog maar een keer’ te programmeren.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 9 juni 2021.

1 mei 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Desert Paradise

****
recensie Desert Paradise

Op eigen benen leren staan

door Ries Jacobs

We are our little oasis in the desert.’ Wat een oudere dame uit Oranjemund halverwege de documentaire zegt, is waar. De brede hoofdwegen van het vierduizend inwoners tellende woestijnstadje zijn omgeven door laanbomen en de tuintjes ogen groen. Maar voor hoelang nog?

Zuidelijk-Afrika is de muze van de Nederlandse regisseur Ike Bertels. Haar eerdere documentaires Treatment for Traitors (1983) en Guerilla Grannies (2013) portretteren het leven in Mozambique. Voor haar nieuwste film reisde ze naar Namibië, om precies te zijn naar het tegen de Zuid-Afrikaanse grens liggende stadje Oranjemund.

Desert Paradise

Op een steenworp afstand van de woestijnnederzetting ligt het met hekwerk en prikkeldraad afgezette Sperrgebiet. Een dreigende waarschuwing bij de ingang van het gebied laat aan duidelijkheid niets te wensen over: ‘Oortreders sal vervolg word’. Het stadje dankt zijn bestaan aan de diamantmijn in het verboden Sperrgebiet.

Hoge waterprijzen
De nederzetting die nabij de monding van de Oranjerivier verrees, is meer dan een mijnstad. Niet alleen woonden de werknemers van diamantmaatschappij Namdeb er, Oranjemund was eigendom van Namdeb. Het bedrijf stampte hele wijken uit de grond en verhuurde de huizen goedkoop aan zijn werknemers. De watervoorziening – een belangrijke dienst middenin de Kalahari-woestijn – was bijna gratis. In 2017 droeg Namdeb het bestuur van Oranjemund over aan de lokale autoriteiten en over enkele jaren zal de mijn sluiten.

Bertels brengt in beeld hoe de inwoners van het woestijnstadje op eigen benen leren staan. Ze klagen over hoge waterprijzen, maken plannen voor de toekomst en mijmeren over hoe goed ze het vroeger hadden in hun paradijsje waar zwart en wit al jaren vreedzaam en zonder apartheid wonen. Gehecht als ze zijn aan hun geboortegrond willen ze er niet weg, maar ze zien tegelijkertijd dat er nauwelijks een toekomst voor hen is in hun woonplaats.

Desert Paradise

Van Loppersum tot Landgraaf
Bij dreigend gevaar kent de mens drie reacties: vechten, vluchten of bevriezen. In Oranjemund is het niet anders. Sommige mensen doen niets (tenzij klagen een activiteit is) en anderen proberen een eigen zaak op te zetten, waarbij velen het toerisme zien als de banenmotor van de regio. Een derde groep maakt plannen om te vertrekken naar de hoofdstad Windhoek of een andere grote plaats. Zoals water zijn weg vindt naar het laagste punt, zo vinden ook in Namibië de mensen hun weg richting de verstedelijkte centra.

Dit maakt Desert Paradise tot een universeel verhaal. Van Loppersum tot Landgraaf, van Franse Pyreneeëndorpjes tot de steppen van Kazachstan, wereldwijd loopt het platteland leeg. Wat resteert zijn halflege dorpen waar de bevolking vergrijst en de huizen langzaam verworden tot ruïnes. Elk van deze dorpjes heeft zijn eigen verhaal, maar toch hebben al deze geschiedenissen dezelfde rode draad. Overal op het wegkwijnende platteland zie je dezelfde mix van apathie, vechtlust en vluchtgedrag die je tegenkomt in Oranjemund. Hoe zal het de mijnstad vergaan? Niemand heeft een glazen bol, maar de kans is zeer aannemelijk dat dit nu nog zo paradijselijk ogende oord ooit zal vervallen tot een spookstad.

Deze documentaire is vanaf donderdag 29 april te zien op Picl en Vitamine Cineville. 

 

26 april 2021

 

ALLE RECENSIES