Dogman

****

recensie Dogman

De hondenman en de hond

door Tim Bouwhuis

Terechte lof in Cannes voor Dogman, de nieuwe film van de Italiaanse filmmaker Matteo Garrone (Gomorra). Marcello Fonte (ooit nog figurant in Scorseses Gangs of New York) schittert als een man die niet om kan gaan met de ongeschreven wetten van zijn mensonterende habitat.

‘Dogman’ moet zowel letterlijk als metaforisch begrepen worden. Letterlijk, omdat we de goedhartige Marcello (acteur en personage zijn in ieder geval ten dele één) vanaf de eerste scène op aandoenlijke wijze in de weer zien met de wezens die hem zo dicht aan het hart liggen. Metaforisch, omdat de hondse trouw van de hondenman bijdraagt aan zijn ondergang. Kern in Dogman is het conflict tussen een individu en zijn omgeving. Kan een goed mens het ooit goed doen in een verrotte wereld?

Dogman

Garrone creëert een compleet spanningsveld rond het personage van Simone (Edoardo Pesce). Deze heetgebakerde Goliath hangt van littekens aan elkaar en ruziet met alles dat los en vast zit. Scriptschrijvers Ugo Chiti en Massimo Gaudioso (schreven vaker voor Garrone’s films) tonen op effectieve wijze dat de angst van de plaatselijke bewoners zijn piek bereikt heeft: in een plaatselijk café krijgt Simone na het slopen van een flipperkast doodleuk zijn inzet terug. Buiten wordt zenuwachtig vergaderd. Zoals het politiek incorrecte Italianen betaamt, is het eeuwige stilzwijgen al snel onderwerp van gesprek.

Paard van Troje
Wederom komt dan het fijnzinnige script tussenbeide. In de schaduwen van de nacht wordt Simone nog relatief vroeg in de film neergeschoten door twee passanten op motors, maar van de resulterende schotwond horen en zien we later niets meer; een teken aan de wand dat uitschakeling vraagt om een andere strategie.

Marcello is de spil in de strijd tussen de agressor en zijn agressors. Allen lijden onder het geweld van Simone, maar in den beginne houden de Italiaanse Buster Keaton (de pers is scheutig met koosnaampjes) en de lichtgeraakte Simone er wel een discutabele ‘vriendschap’ op na. Zeg gerust dat er misbruik in het spel is: Simone komt om de haverklap lijntjes drugs halen, maar weigert zijn schulden af te betalen. Marcello is vermoedelijk niet de enige die zich bij zo’n ongeleid projectiel de kaas van het brood zou laten eten, maar we begrijpen wel hoe zijn vergeeflijke houding de situatie verder op de spits drijft. Het heeft geen enkele zin om trouw te zijn aan de trouweloosheid zelve.

Dogman

Trouw zijn en getrouwd zijn
Vermoedelijk is dat ook de reden waarom we Marcello’s ex-vrouw maar één keer in beeld zien, en dan ook nog eens wanneer ze met haar rug naar de camera het frame uitloopt. Hij die het allemaal te goed bedoelt zal zich in dit milieu áltijd verder in de problemen werken. Het mag dus al een godswonder heten dat de piepjonge Sofia (Alida Baldari Calabria) op gezette momenten überhaupt nog over de vloer komt. In een aantal verdwaalde shots diepzeeduiken vader en dochter in het blauwe niets van de toekomst: het water lijkt symbool voor de ontsnapping die nooit komen gaat. Wat wil je ook, in zo’n leefomgeving: als er Oscars waren voor oerlelijke locaties en meest troosteloze artdirection zou de concurrentie op voorhand kunnen inpakken.

Esthetiek als inhoud
Net als in zijn eerdere films heeft Garrone oog voor de verrotte kanten van mens en wereld, die hij vervolgens weer vangt in een paradoxaal kader van pure filmesthetiek. De opening van Gomorrah (2008) verraden Garrones achtergrond als schilder en zijn gevoel voor compositie, maar de film schetst een reddeloos Napels. In afgebladderde flatgebouwen denken jonge maffiosi dat ze Scarface zijn, de dodelijke afrekeningen die we zien komen plots en rauw. Geweld is niet mooi – noem het anti-esthetiek. Ook in Reality is alle schoonheid relatief. Centraal staat dit keer een arme visboer die droomt van een rol in een realityshow. Natuurlijk is die realiteit een illusie, wat Garrone een prachtig excuus geeft om te spelen met de esthetiek die de droom van het escapisme definieert. Zal de film ons uiteindelijk weer beide benen op de grond zetten of gunt Garrone (let vooral op het laatste shot) zich een zeldzaam uitstapje naar de echte fantasie?

Noem het een hervorming of update van het klassieke neorealisme (zie De Sica, Rossellini), benaderbaar via een speels-serieus begrip van neo-neorealisme: ‘acteurs’ worden uit het leven gegrepen (de protagonist van Reality is een ex-gedetineerde), er wordt op locatie gefilmd (Gomorra) en de esthetiek dient altijd in meer of mindere mate het narratief. De beelden zijn soms mooi doch bedrieglijk, soms lelijk in hun hyperrealisme. Stijl en thematiek vloeien in elkaar over en hangen samen, waardoor stilistische uitspattingen inhoudelijk toch nog een ongebreideld realisme kunnen ademen.

Dogman

Zo zit Garrones laatste worp voor Dogman, een curieuze collectie van Italiaanse fabels (Tale of Tales, 2015), vol met toespelingen op de ontwrichtende kracht van het schone. Mooie stemmen horen bij lelijke dames; lelijke dames veranderen in bloedmooie muzen. Maar niets is voor altijd, en het uiterlijke is een valstrik. Hebzuchtige personages verliezen hun onschuld omdat ze weigeren op innerlijke schoonheid af te gaan. Verbluffende sprookjeslandschappen zijn decors van decadentie. Tale of Tales lijkt binnen het oeuvre van Garrone een vreemde eend in de bijt, maar niets is minder waar: de reële dualiteiten van de mens openbaren zich voor de verandering alleen in een mythisch kader van esthetische pracht, waardoor het corrupte Italië van Garrones doorbraakfilm even ver weg lijkt.

De afgrond is menselijk
Of het nu de mens is die niet deugt of zijn omgeving, er blijft altijd ruimte voor humane inzichten, ook al wordt er zelden een definitieve oplossing voor de misère gevonden. In Dogman geldt telkens weer dat de overwegingen en karaktertrekken van de hondenman zijn lot bepalen. Gemotiveerd door de belofte van trouw en naïeve verwachtingspatronen belandt Marcello in een neerwaartse spiraal van desillusie en onmacht. Toch blijft de hondenman altijd een mens van vlees en bloed: een ambigue pion in de speeltuin van het leven.
 

2 september 2018

 
MEER RECENSIES

Dog Days

***

recensie Dog Days

Lieflijk aan de lijn

door Sjoerd van Wijk

Dog Days blijft aan het lijntje van de Amerikaanse feelgoodfilm, maar weet te sympathiseren met warm humanisme. 

Het is een bekend fenomeen in het park. Mensen laten de hond uit en komen met andere baasjes in contact als de viervoeters elkaar besnuffelen. Dog Days is het cinematische equivalent. Tijdens de warme zomerdagen in Los Angeles volgen we meerdere verhalen met de hond als leidraad. Zo is er de eenzame oude man die samen met zijn jonge pizzabezorger op zoek naar zijn vermiste hond gaat, en de lanterfantende gitarist die op de hond van zijn zwangere zus moet passen.

Volgens beproefd Hollywood-recept is het bij de opzet van elk verhaal al duidelijk waar het eindigen zal. Zo is er geen twijfel over mogelijk wat er gebeurt met de gespannen presentatrice en de ontwapenende co-presentator als hun honden het met elkaar kunnen vinden terwijl ze zelf elkaars tegenpolen zijn. Het ensemble van karakters wordt via de honden op verscheidene manieren met elkaar verbonden, onder andere in een voor de hand liggende finale waar iedereen toevalligerwijze rondloopt. 

Dog Days

Fluwelen handschoenen
De verhalen gaan over verbondenheid, iets waar elk karakter naar op zoek lijkt te zijn. Zoals een echte feelgoodfilm krijgt iedereen wat hij of zij wil en blijkt de kleine buurt in downtown Hollywood een grote gezellige familie. De weg ernaartoe is geplaveid met amusante, licht komische situaties die zorgen voor een aangename verpozing. Toch wringt er iets in deze zegetocht naar ontroering. Schrijvers Elissa Matsueda en Erica Oyama beroeren de karakters met fluwelen handschoenen, alsof ze bang zijn dat hen iets vervelends zal overkomen. De ontknopingen voelen daarom niet verdiend aan, want er is nauwelijks conflict geweest voor de karakters om de verbondenheid met anderen te vinden.

Zo kunnen de oudere man en de jonge snotneus van de pizza’s het wel erg snel met elkaar vinden. Tara (Vanessa Hudgens, Spring Breakers), een jongedame met een uitzichtloos baantje in een koffiezaak, kan vrij soepel haar carrière opstarten zonder dat er obstakels op de weg komen en krijgt een gratis soulmate op de koop toe. Het comfort van de karakters brengt problemen in het tempo van de film, want er gebeurt weinig significants wat de voorspelbare eindes nog in de weg kan liggen. Qua emotionele impact staat Dog Days daardoor in schril contrast tot een klassieke Amerikaanse feelgoodfilm als Mr. Deeds Goes to Town (1936), waar de ontroering ligt in bombastische pech voor de hoofdpersoon, zoals alleen regisseur Frank Capra die kon uitbeelden. 

Slapende honden
Deze voorzichtigheid met de karakters werkt ook op andere manieren door. Het missende venijn in de verhaallijnen laat Dog Days komische buitenkansen missen. De levens en de omgeving van de karakters zijn van een dermate Amerikaanse overdrevenheid, dat het nep begint aan te voelen. Met name het gelukkig getrouwde koppel dat een kind adopteert en moeite heeft om een band met het nieuwe dochtertje op te bouwen lijkt een valse idylle. Maar helaas worden slapende honden niet wakker gemaakt in Dog Days. Op meerdere momenten is er kans om de draak te steken met sociale situaties, maar wordt er vluchtig van weg gedanst.

De twee tegenpolen delen het gros van hun romance live op televisie, zonder dat hier grappen mee worden gemaakt. Hun honden komen elkaar tegen op een honden verjaardagsfeestje (inclusief cupcake met kaarsje), maar de aanzet voor een grap blijft slechts dat. De geestige scène waarin Tara in paranoïde paniek pepperspray spuit op haarzelf en de flierefluitende broer die een hond naar binnen smokkelt, laat zien hoeveel meer humor er uit de omgeving gehaald had kunnen worden. 

Dog Days

Sympathiek optimisme
Toch lijkt het unfair om Dog Days af te doen als een verkeerd gemixte formule. Er zit namelijk een groot hart verstopt in dit Amerikaanse massaproduct. Regisseur Ken Marino, normaliter acteur, zorgt voor een warme menselijke benadering van de karakters. Zijn humanisme bleek al eerder uit zijn bijdrage aan het scenario van Role Models, een ietwat grove komedie met verbazingwekkend veel hart. Elegant wisselen de beelden van de ene optimistische persoon zich af met de volgende. De acteurs, die voorrang krijgen van de camera, lijken net zoveel van de karakters te houden als de scenarioschrijvers. Er zit bezieling in hun inlevingsvermogen, waardoor het plezier afspat van de film. De lieflijke inborst werkt aanstekelijk met de talloze schattige honden, die door dit optimisme tot vrolijkheid stemmen.

Marino maakt hierdoor het gloedvolle temperament van een zomers Los Angeles welhaast een warm bad van goede intenties. Doordat de film excelleert in het brengen van vriendelijke figuren die niets anders dan sympathie verdienen, wordt het zelf ook een sympathieke vriend. Ondanks (of wellicht dankzij) de te lieve aanpak van de karakters en de onwil om zich te branden aan netelige kwesties, blijft het menselijke overeind in Dog Days, waardoor het moeilijk wordt de film te veroordelen voor de missers.
 

19 augustus 2018

 
MEER RECENSIES

Death of Stalin, The

*****

recensie The Death of Stalin

Dr. Strangelove vermomd als The Godfather

door Alfred Bos

Ensemblefilm met een rolbezetting van topacteurs over de dans om de macht in de USSR, na het overlijden van dictator Josef Stalin. The Death of Stalin is historisch kostuumdrama, maffiafilm en satire in een.

Wanneer Lavrenti Beria, de beul van Stalin en hoofd van de Russische geheime dienst, kwam aanlopen met een bosje bloemen, moest je als vrouw wegduiken. Als de dame – of vaker: het meisje – het boeket aannam, werd ze door hem verkracht. Weigerde ze de attentie, dan werd ze gearresteerd. Of erger. Beria was voor niemand bang, behalve voor zijn mentor, Stalin.

Josef Stalin, geboren Dzjoegasjvili, was een crimineel uit Georgië die banken beroofde en zo de Bolsjewieken hielp hun revolutie te financieren. Als de man van staal transformeerde hij de Sovjet-republiek in moordend (en dat letterlijk) tempo van achterlijk boerenland tot industriële grootmacht. Onder zijn terreur werden miljoenen mensen de dood in gejaagd. Stalin, wiens paranoia niemand deed vertrouwen, regeerde via angst. Onder het mom van zuiveringen waren executies van politieke tegenstanders, trouwe aanhangers en willekeurige burgers routine. Niemand was veilig, zelfs zijn familie niet.

The Death of Stalin

En Stalin zelf ook niet, want na zijn plotselinge dood op 5 maart 1953 zijn de speculaties over moord nooit verstomd. De man van staal – met lamme arm en horrelvoet – was een gangster, aan de top van de Sovjet-macht omringd door gangsters, loerend naar elkaar. Was het Beria, de serieverkrachter die uit Stalins gratie was gevallen? Of Molotov, Stalins voorganger als secretaris-generaal van de communistische partij wiens vrouw op last van Stalin was opgepakt en die nu zelf voor zijn leven vreesde? Of was het gewoon een fatale hersenbloeding?

Zwarte komedie
Over dat gezelschap van machtswellustige, door angst gedreven mannen gaat The Death of Stalin, een zwarte komedie die uit de pen van het Monthy Python-gezelschap had kunnen komen. Scenarist en regisseur Armando Iannucci, de man achter sublieme komedieseries als I’m Alan Partridge en Veep, houdt zich grotendeels aan de historisch feiten, uit respect voor de miljoenen slachtoffers van Stalins terreur. De film is geestig omdat het gegeven, de stoelendans in het machtsvacuüm na de dood van Stalin, zo krankzinnig en angstaanjagend is. Wie zoekt naar een precedent komt uit bij Dr. Strangelove, vermomd als The Godfather.

The Death of Stalin is tegelijk grimmig en hilarisch, geen kleine verdienste. Naast de absurdistische – maar realistische – dialogen is daarvoor verantwoordelijk de voortreffelijke ensemblerolbezetting met Simon Russell Beale als het addergebroed Beria, Michael Palin als de geplaagde intrigant Molotov, Jeffrey Tambor als de ijdeltuit Malenkov, en Steve Buscemi in de rol van hofnar Chroesjtsjov als de voornaamste leden van het Politbureau, aangevuld met Jason Isaacs (testosteronbom maarschalk Zjoekov), Andrea Riseborough (Stalins getraumatiseerde dochter Svetlana) en Richard Friend (Stalins alcoholistische zoon Vasili). Ze spreken eigentijds Engels, zonder namaak-Russisch accent.

Het zijn geen karikaturen maar personages, elk met hun eigen tics. Een onwaarschijnlijk gezelschap van intellectuelen en boeren, bedreven in het overlevingsspel van manipulatie en intrige. De kolderieke scènes rollen vanaf de proloog, fijntjes gesitueerd buiten de kring van Stalin, in hoog tempo over elkaar. Het gesjor met het lijk van de dictator (Adrian McLoughlin), de mist van intrige in en om diens dascha in Koenstevo, de bijeenkomsten en stemmingen van het Politbureau, de verwikkelingen rond Stalins begrafenis die ontaarden in een slachting—het zijn onontwarbare kluwen van surrealisme en dodelijke ernst. Was Iannucci’s debuutfilm In the Loop politieke satire, The Death of Stalin heeft meer dan één register.

The Death of Stalin

Nihilistische portret
Aan de vraag of Stalin werd vermoord en zo ja, door wie, waagt de regisseur zich niet. Het is hem te doen om de immoraliteit van mensen die uit naam van de goede zaak routinematig verraad plegen en moorden. De afloop is bekend: Beria ziet zijn kans schoon, maar Chroesjtsjov weet Stalins opvolger Malenkov tegen hem over te halen en het leger, in de persoon van Zjoekov, zet Beria en diens de geheime dienst buiten spel. “Zo gaan mensen dood, als hun verhaal niet klopt”, aldus Chroesjtsjov.

Ondertussen is The Death of Stalin niet alleen superieure satire, maar ook een film die wijst op de donkere kanten van politiek, op de bewustzijnsvernauwing van een gesloten kaste, op de ongecontroleerde macht die monsters kweekt, de consequenties van institutionele paranoia en op de verloederende werking van nepnieuws en een gescripte werkelijkheid. Een film over de wereld van vandaag dus. De running gag van The Death of Stalin zijn de terloops bevolen executies: “Eerst zijn vrouw en zorg dat hij het ziet, daarna hij.”  Zo’n film is het dus, het nihilistische portret van een nihilistisch systeem. Karl Marx wist het al, na de tragedie herhaalt de geschiedenis zich als farce.
 

1 mei 2018

 
MEER RECENSIES

Darkest Hour

**

recensie Darkest Hour

Fantastische rol, matige film

door Alfred Bos

Gary Oldman excelleert in een speelfilm over de eerste weken van Winston Churchill als leider van de Britse regering. In mei 1940 was Engeland niet klaar voor een oorlog met Duitsland. Taal was Churchills enige wapen.

Winston Churchill was 65 jaar oud en had al een roerig leven in de Engelse politiek achter de rug toen hij op 10 mei 1940 aantrad als eerste minister van het Verenigd Koninkrijk. Diezelfde dag vielen de troepen van Hitler Nederland en België binnen. De Blitzkrieg was ongekend succesvol, twee weken later stonden de Duitsers op het punt het Britse leger in Frankrijk bij Duinkerke in zee te drijven. De oorlog leek verloren eer hij nauwelijks begonnen was.

Darkest Hour

Darkest Hour toont Winston Churchill in de weken tussen zijn aantreden als eerste minister en zijn befaamde ‘we shall fight on the beaches’-toespraak in het parlement van 4 juni, nadat 300.000 Britse soldaten van het strand van Duinkerke waren gered. Dat wapenfeit, Operatie Dynamo, was vorig jaar het onderwerp van Christopher Nolans Dunkirk. Daarin is Churchill alleen te horen, in Darkest Hour is hij in iedere scène in beeld. Beide films zijn genomineerd voor meerdere BAFTA’s, de Britse Oscars, en Gary Oldman kan de prijs voor de beste mannelijke hoofdrol nauwelijks ontgaan. Zijn vertolking van Churchill is fenomenaal.

Iconische sigaren
En toch overtuigt de film niet. Het eerste probleem is het script van Anthony McCarten. Diens scenario voor de Stephen Hawking-biopic The Theory of Everything miste dramatische diepgang en al biedt het eveneens waargebeurde verhaal van Darkest Hour drama te over, beklemmend zijn deze donkere uren nimmer. De confrontatie met Churchills voornaamste tegenstrever en gedoodverfde opvolger als premier, de minister van buitenlandse zaken Lord Halifax (Stephen Dillane), mist het venijn van kampende aartsrivalen.

Wat stoort, omdat Halifax via Mussolini wil onderhandelen met Hitler en Churchill pertinent weigert. Die wil vechten, al is Engeland nauwelijks voorbereid op een gewapend conflict. Churchills onverzettelijkheid, zie de ‘we shall fight on the beaches’-rede, vormt het hart van zijn rol – en belang – als leider in oorlogstijden. Dat drama vervliegt als de rook van Churchills iconische sigaren, wellicht ook omdat het verhaal exclusief vanuit Churchills positie wordt verteld en de intrige achter de schermen goeddeels buiten beeld blijft.

Darkest Hour

Depressies
Bovendien is regisseur Joe Wright (Anna Karenina) geen Steven Spielberg. Zijn forte, intimiteit op privé-niveau, staat ver af van het drama op wereldschaal van Darkest Hour. De huiselijke scènes tussen de bullebak met een afkeer van autoriteit en zijn vrouw Clemmie (Kristin Scott Thomas, onlangs nog te zien in The Party) hadden als contrapunt kunnen fungeren, maar blijven karikaturaal. Zoals alle historische personages buiten Churchill bijrollen blijven. Het typeert de dramatische zwakte van de film.

Het best uit de verf komt Churchills relatie met de stotterende, hier lispelende koning, George VI (Ben Mendelsohn). In elkaar herkennen ze zichzelf: mannen die zich bewust zijn van hun tekortkomingen, maar door omstandigheden gedwongen om boven zichzelf uit te stijgen. Churchills beruchte black dog, de periodes van depressie die hem zijn leven lang hebben geplaagd, komt evenwel uit de lucht vallen en blijft als drama-gegeven onbenut.

Hollywood-fictie
Ronduit ridicuul in een speelfilm die het historische gegeven benadrukt met schermgrote dagaanduidingen is de fictieve underground-scène. Op weg naar het parlement om zijn ‘we shall fight on the beaches’-toespraak af te steken stapt Churchill uit de limousine en reist het laatste stuk met de metro. Daar vraagt hij gewone Londenaars naar hun mening: vechten of onderhandelen? Vechten, zeggen ze allemaal en Churchill noemt elk bij naam in zijn historische rede.

Dat ergerlijke staaltje Hollywood-fictie is regelrechte geschiedvervalsing, van A tot Z sprookjesromantiek. Churchill stapte op 4 juni 1940 niet in de metro, de bevolking was niet strijdbaar maar doodsbenauwd en in het Londen van 1940 liepen geen West-Indische Gemenebest-onderdanen rond, al helemaal niet in een openlijke liefdesrelatie met een blanke vrouw. Die politiek correcte Disney-fantasie kost een ster.

Darkest Hour

Talent voor taal
Churchills talent was taal – in 1953 kreeg hij de Nobelprijs voor zijn geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog – en de drie historische toespraken waarmee hij de Britten geestelijk voorbereidde op een overlevingsoorlog, vormen het hart van Darkest Hour. Die zijn van Shakespeareaanse allure en Gary Oldman brengt ze navenant.

Darkest Hour is in feite een film over de kracht van taal, want Churchill, niet populair en leider van een land zonder bondgenoten of leger (wat er restte was uit Duinkerke gered), had niets anders tot zijn beschikking dan karakter en taal. Zoals de Amerikaanse radiojournalist Edward R. Murrow na Churchills toespraak van 4 juni opmerkte: “He mobilized the English language and sent it into battle”. Dat is de kortst denkbare samenvatting van dit eerbetoon aan een Brits monument.

Winston Churchill is de hoofdpersoon van menige speelfilm, docudrama of tv-serie. Afgelopen jaar nog speelde Brian Cox de man met de sigaar en het V-teken in Churchill van Jonathan Teplitzky, gesitueerd aan de vooravond van D-Day. Die heeft de Nederlandse bioscoop nooit gehaald. Darkest Hour is na Dunkirk tevens de tweede film binnen een jaar, het jaar na de Brexit, die de eilandmentaliteit van de Britten schetst. Dramatischer setting is nauwelijks denkbaar, maar buiten Oldhams Churchill blijven personages en drama flets. Dan is Durnkirk, veel bekritiseerd om zijn gebrekkige karaktertekening, toch een stuk enerverender.
 

16 januari 2017

 
MEER RECENSIES

Draken en deuntjes

***

recensie Draken en deuntjes

Draken, ridders, koningen en een eenhoorn

door Nanda Aris

Vijf verschillende verhalen voor kinderen vanaf vijf jaar waarin fantasie – naast draken, ridders en koningen – het overkoepelde thema is. 

De Belgische Arnaud Demuynck heeft vooral als producent, maar ook als regisseur en schrijver meerdere korte films op zijn naam staan. Zo maakte hij Signes de Vie (2004) en Le parfum de la carotte (2014), beide korte animatiefilms, de eerste niet voor kinderen, de tweede wel.

Draken en Deuntjes bestaat uit vijf verschillende muzikale kinderfilmpjes, van verschillende regisseurs. Dit zorgt voor afwisseling, maar ook voor minder uniformiteit.

Draken en deuntjes

Vlaams
De filmpjes in Draken en Deuntjes zijn Vlaams ingesproken, wat zorgt voor een lieve en zachte toon, maar wat wellicht ook voor onbegrip kan zorgen. Woorden als ‘pralinekes’, ‘geluimd’ en ‘troubadour’ kunnen lastige woorden zijn voor Nederlandse kinderen. Gelukkig draait het in deze filmpjes niet zozeer om de tekst, maar meer om het beeld.

De eerste korte film is van Anaïs Sorrentino, Draken en Kant (2015). Over een meisje dat thee drinkt met haar vriendinnetjes, maar liever zou vechten met haar zwaard.

De tweede korte film Drakenjacht (2015) is van Arnaud Demuynck zelf, en vertelt over een zusje dat niet met haar broertjes mee mag op drakenjacht. Het lijkt alsof het verhaal het gender neutrale debat aan wil snijden door de broertjes te laten zeggen dat hun zusje niet mee mag op drakenjacht, want ‘draken jagen is niet voor kleine meisjes’. Het wordt niet geheel opgelost, want het zusje mag nog steeds niet mee op drakenjacht, ook al vindt ze al snel haar eigen draak.

Koningen
Het derde filmpje is van Madina Iskhakova, De nachtvrouw (2015), en gaat over drie buffels en een vrouw die samenwonen in een huis. Zodra het donker wordt, zijn ze alle drie binnen en sluiten ze ramen en deuren. Maar op een avond vergeten ze een raam te sluiten.

Dit filmpje zou wel eens te spannend kunnen zijn voor kleine kinderen, de nachtvrouw is angstaanjagend, en de angst wordt aangewakkerd door de voice over die zegt: ‘Zoals alle mannen en vrouwen ter wereld waren ze bang voor de diepdonkere, sombere nacht’. Het eindigt goed gelukkig, voor de kinderen die niet halverwege afgehaakt zijn.

Draken en deuntjes

In De eenhoorn (2017) van Rémi Durin wil een koning het witte wezen, een eenhoorn, dat hij tegenkwam in het bos tijdens een wandeling, als huisdier. De muziek van dit filmpje is prachtig.
Het laatste filmpje, De wind in het riet (2016) is het langst, 26 minuten, en is wederom van Arnaud Demuynck, in samenwerking met Nicolas Liguori. Het gaat over een koning die muziek heeft verboden, de vriendschap tussen een troubadour en een meisje, en hoe zij er samen voor zorgen dat er weer muziek gespeeld mag worden in het land.

Uil
Tussen de filmpjes door spreekt er een (Fabeltjeskrant-achtige) uil, die het geheel aan elkaar praat. De uil is soms een beetje te wijs, zoals wanneer hij zegt na De eenhoorn: ‘Het is niet omdat hij de koning is dat alles van hem is, of iemands leven van hem is. Begrijp je? Niets is belangrijker dan de vrijheid’.

Een vermakelijke film voor jonge kinderen, soms een beetje (te) spannend, soms qua tekst niet geheel te begrijpen, maar de fantasie en muziek van de filmpjes zal de kleintjes meenemen in de verhalen.
 

30 oktober 2017

 
MEER RECENSIES

Detroit

****

recensie Detroit

De zomer van de haat

door Alfred Bos

De Amsterdamse burgemeester Van der Laan koos Alabama Burning als slotfilm van zijn optreden in Zomergasten. Ook Detroit van Kathryn Bigelow reconstrueert een waar gebeurd rassenincident uit de jaren zestig, nog een paar tandjes gruwelijker.

Detroit, zondag 23 juli 1967, de vroege uurtjes. Het is de Summer of Love en All You Need Is Love van The Beatles domineert de hitparades van West-Europa en Noord-Amerika. In een illegale bar in de binnenstad van Detroit klinkt The Temptations-hit uit 1966, (I Know) I’m Losing You. Er wordt gedronken, geflirt en gegokt. Buiten is het een zoele zomernacht, er zijn veel mensen op straat.

Voor de achterdeur staat politie, klaar voor een inval. Maar de deur zit op slot, wrikken helpt niet. Dan maar, in vol zicht van het volk op straat, door de voordeur. Binnen ontsteltenis, geschreeuw, klappen. De arrestanten, ook de vrouwen, worden hardhandig afgevoerd. De arrestantenbusjes zijn laat. Het straatvolk mort. Eerst scheldwoorden. Vervolgens stenen. Dan molotovcocktails. Het loopt uit de hand. Totaal.

Detroit

Weinig Summer of Love in het Amerika van juli 1967. Wat naderhand bekend is komen te staan als de 12th Street Riot – die vijf dagen duurde, meer dan tweeduizend gebouwen in de as legde en 43 mensen het leven kostte, plus 1189 gewonden en 7200 arrestanten opleverde – was slechts een van de 159 rassenrellen die de Verenigde Staten tijdens die ‘zomer van de liefde’ teisterden.

Alarmpistool
De speelfilm Detroit van Oscar-winnares Kathryn Bigelow (The Hurt Locker, nominatie voor Zero Dark Thirty) is gebaseerd op feiten en persoonlijke getuigenissen. Hij vertelt het verhaal van het Algiers Motel-incident, waar enkele blanke agenten, niet gehinderd door de staatspolitie noch de troepen van de Nationale Garde, een aantal Afro-Amerikaanse mannen en twee jonge blanke vrouwen urenlang terroriseerden. Drie mannen werden in koelen bloede doodgeschoten. De agenten kwamen twee jaar later voor de rechter en werden vrijgesproken.

Centraal in het zenuw vretende verhaal staan Larry Reed (Algee Smith), zanger van de soulgroep The Dramatics, en Philip Krauss (de Engelse acteur Will Poulter), een blanke agent; in de proloog leren we hem kennen als overijverig wanneer hij – tegen de orders in – een plunderaar in de rug schiet. Tussen die twee polen navigeert Melvin Dismukes (Star Wars-ster John Boyega), een Afro-Amerikaan in uniform; hij is privébewaker.

Op de derde dag van de rellen wordt een optreden van The Dramatics op het laatste moment door de politie afgebroken en wanneer onderweg naar huis hun bus door relschoppers wordt aangevallen, besluiten Reed en zijn vriend Fred Temple (Jacob Latimore) de onrust uit te zitten in het Algiers Motel. Daar ontmoeten ze twee jonge blanke vrouwen, Julie (Hannah Murray, Game of Thrones) en Karen (Kaitlyn Dever, Justified), en hun Afro-Amerikaanse vrienden. Een van hen schiet als geintje met een alarmpistool uit het raam en bij de ordehandhavers (lokale politie, staatspolitie, leger) slaan de stoppen door.

Omstandige expositie
Bigelow neemt de tijd om de context van het historische voorval, de sociaaleconomische omstandigheden en psychologie van de voornaamste personages inzichtelijk neer te zetten. In de proloog geeft ze via animaties een sociale mini-geschiedenis van Amerika: voor de Tweede Wereldoorlog trekken Afro-Amerikanen vanuit het verarmde zuiden naar de industriesteden in het noorden, waar na de oorlog de blanke bevolking verkast naar de nieuwe buitenwijken en het centrum langzaam verpaupert. Er tikt een bom en die klapt in de zomer van 1967.

Detroit

De tweede akte, het Algiers Motel-incident, vormt het hart van de film en is, ook voor de filmkijker, een claustrofobische en zenuwslopende ervaring. Het is nagenoeg in real-time en quasi-documentair gefilmd. Bigelow heeft er doelbewust voor gekozen om de camera geen seconde rust te gunnen – de acteurs konden niet tegen de camera spelen en het hield hen scherp, ze wisten niet wat ze konden verwachten – waardoor de stress en angst van de personages onverdund overslaat op de toeschouwer. Veel dramatischer wordt drama niet.

Vijftigste verjaardag
De derde akte, de afwikkeling en de rechtszaak, voelt daardoor een beetje als mosterd zonder pit, al is de bijna onvermijdelijke uitkomst, vrijspraak voor de moordende agenten, zuur genoeg. Detroit kwam in Amerika uit op de vijftigste verjaardag van het incident. Dat actuele haakje heeft de film niet nodig, want de krant leert wekelijks dat er een halve eeuw later qua racisme en geweld bij de Amerikaanse politie, en het rechtssysteem, geen bloedspat is veranderd.

Detroit is de rellen nooit te boven gekomen, Larry Reed ook niet. De auto-industrie stortte in, Motown Records verhuisde naar Los Angeles en de stad verpauperde. Detroit werd een spookstad, symbool van industrieel verval. (I Know) I’m Losing You van The Temptations is uitgegroeid tot klassieker. En The Dramatics werden een hit-act, maar zonder Reed. Die dirigeert nog altijd het lokale kerkkoor.
 

26 september 2017

 
MEER RECENSIES

Dunkirk

*****

recensie Dunkirk

De Brexit van 1940

door Alfred Bos

Christopher Nolan verfilmt het oorlogsdrama over de omstreden evacuatie van de British Expeditionary Force uit het Noord-Franse Duinkerke, in de laatste meidagen van 1940, als een caleidoscopische vertelling.

De openingsminuten maken direct duidelijk dat Dunkirk, de tiende speelfilm van Christopher Nolan, geen oorlogsverheerlijkend bravourestukje is. Britse soldaten rennen door de straten en tuinen van Duinkerke om te ontkomen aan Duits spervuur. Van de ploeg weet alleen Tommy (de debuterende Fionn Whitehead) de Franse linie te bereiken. De kijker leert in luttele minuten: dit is geen heroïsche strijd, hier proberen mensen onder extreme stress te overleven.

Dunkirk

In de laatste week van mei 1940 dreigde het Britse leger dat in Frankrijk hielp de Blitzkrieg te weerstaan door de Duitse invallers in zee te worden gedreven. Het was een precair moment in de openingsweken van de Tweede Wereldoorlog. Nederland was al gevallen, Frankrijk kraakte in zijn voegen en toen op 28 mei België capituleerde, zaten zo’n 200.000 Britse soldaten vast op het strand van Duinkerke. Ze werden in een week tijd door een vloot van Britse, Belgische en Nederlandse vissersboten naar Engeland verscheept.

Nolan toont het drama van Operation Dynamo, zoals de reddingsoperatie officieel heet, via drie verhalen die elkaar aanvullen en via briljant spel met montage en tijd gaandeweg versmelten. Het is een geraffineerde aanpak – Nolan tekende ook voor het script – die de vaart er in en de spanning op kook houdt. Niet de strategie of het verloop van de oorlogshandelingen staat centraal, maar het persoonlijke drama van de betrokken militairen. De regisseur heeft slechts één uur en drie kwartier nodig om de logistieke monsteroperatie in de kern te raken. Dunkirk telt geen grammetje vet, iedere seconde is raak.

Dunkirk

Te land, ter zee en in de lucht
Op het strand annex kerkhof volgen we Tommy en diens toevallige maat Alex (One Direction-zanger Harry Styles in zijn filmdebuut) als mieren in de massa Britse soldaten die dienen als schietschijf voor de oppermachtige Luftwaffe. Door het Nauw van Calais koerst de Britse plezierboot Moonstone naar Duinkerke, met aan boord meneer Dawson (Mark Rylance), zijn zoon, diens vriend en een uit het water geviste soldaat met PTSD (Cillian Murphy). Zijn evacuatieschip is door de Luftwaffe naar de haaien geschoten en dat dreigt nogmaals te gebeuren.

Boven het Kanaal gaat een drietal Spitfires (met vaste Nolan-acteur Tom Hardy als piloot Farrier en Jack Lowden als piloot Collins) de ongelijke strijd aan met de Messerschmitt-jagers en Henkel-jachtbommenwerpers die zich als wolven op elke boot met evacués storten. Die dog fights, gezien vanuit de Britse cockpits, horen tot de enerverendste momenten van de film (die tevens in een IMAX-versie draait). Naast de vijand moeten de Spitfire-piloten de naald van hun brandstofmeter in het oog houden.

Dunkirk

Claustrofobische close-ups
Met die drie verknoopte verhaallijnen maakt Nolan een reeks aspecten van het Duinkerke-drama zichtbaar en vooral invoelbaar. De verwoestende uitwerking van de Junkers-duikbommenwerpers; de enormiteit van de taak waar de Britse marinecommandant Bolton (Kenneth Branagh) zich voor gesteld ziet; de paniek in het ondergelopen ruim van een schip dat door torpedo’s tot zinken wordt gebracht; de spanning tussen Britse en Franse soldaten; de chaos; de naakte overlevingsstrijd. In de ensemble cast figureert een peloton Britse acteurs van naam.

Geholpen door de grimmige, grotendeels elektronische soundtrack van Nolans vaste filmcomponist Hans Zimmer, weet de regisseur de spanning tot op de tel te doseren door de weidsheid van het strand, de zee en de lucht optimaal te contrasteren met de claustrofobie van de cockpit en de scheepsruimtes. Veel scènes spelen zich af in kleine of besloten vertrekken en de Nederlandse cinematograaf Hoyte Van Hoytema (hij deed ook Nolans voorlaatste film, Interstellar) brengt het drama naar de kijker met een reeks van close-ups. Het werkt bijzonder effectief bij de schermgrote koppen van de Spitfire-piloten, die opgesloten in hun cockpit door het zwerk zwieren.

Door de Britten werd ‘Duinkerke’ – om redenen van propaganda allicht – gevierd als een heroïsche overwinning, voor de Fransen was het een smadelijke aftocht; hadden de Britten door geknokt, dan was Parijs wellicht nooit gevallen en de oorlog heel anders verlopen. Daar houdt Dunkirk zich niet mee bezig, op een paar patriottische slotminuten na, zoals de film zich überhaupt niet bezighoudt met de Fransen noch de Duitsers. Dunkirk evoceert de historische gebeurtenis als een krankzinnige mix van heldenmoed en egoïsme. Een betere oorlogsfilm zal er dit jaar niet uitkomen. Misschien kunnen we dat ‘oorlogs’ wel weglaten.
 

18 juli 2017

 
MEER RECENSIES

Daughters of the Dust

***

recensie Daughters of the Dust

Verleden en toekomst

door Nanda Aris

We volgen verschillende generaties van de familie Peazant op de Sea Islands, voor de kust van North Carolina. Ze zijn onderdeel van de Gullah-gemeenschap, voormalige West-Afrikaanse tot slaaf gemaakten die veel van de Yoruba-tradities van hun voorouders hebben overgenomen. Het verhaal kent geen klassiek narratief: alles dat we zien heeft te maken met hun migratie naar het vasteland. 

In 1991 was Julie Dash de eerste zwarte vrouwelijke filmmaker met een grote bioscooprelease. Ze deed veel onderzoek en de film is dan ook een rijk historisch verhaal, met een educatief karakter. Daughters of the Dust gaat na zesentwintig jaar in een gerestaureerde versie in première.

Daughters of the Dust

Generaties
Nana Peazant (een mooie rol van Cora Lee Day) is de grootmoeder van de familie Peazant, vertegenwoordigt de oude tradities en is de link tussen oud en nieuw, het verleden en de toekomst. Dan is er Eula Peazant (Alva Rogers): zij is zwanger, maar haar man Eli (Adisa Anderson) twijfelt eraan of het kind van hem is, of door de verkrachting van een blanke man.

Twee andere familieleden, die thuiskomen voor de migratie naar het vasteland, zijn Yellow Mary en Viola Peazant, twee uitersten. Yellow Mary wordt door velen van de familie minachtend ontvangen; ze is een prostitué, en neemt haar blanke vriendin Trula mee. Viola daarentegen is een toegewijd Baptist en missionaris.

Ze hebben allen hun eigen verhaal, symbolisme en eigenschappen. Wat hen verenigt is het verleden, en de grote migratie die op komst is.

Cinematografie
De film ontving op het Sundance Filmfestival in 1991 de prijs voor Best Cinematography. Daughters of the Dust kent inderdaad prachtige beelden, onder andere van het bereiden van voedsel en veel mooie natuurshots, zoals een zoom out van een persoon zittend in een immense boom.

Daughters of the Dust

Naast de prachtige cinematografie kent de film een mooie mis-en-scène. Er zijn veel symbolen en verwijzingen naar het verleden van de gemeenschap. Zoals het gebruik van decoratie op graven, om de doden te begeleiden naar de andere wereld. Ook het gebruik van de kleur indigo, wat tijdens het werken met de verfstof aan de handen van de leden van de gemeenschap komt, verwijst naar de slavernij.

Symbolisme en identiteit
Naast dat dit de kracht van de film is, is het tevens de mindere sterke kant van de film. Er zijn zoveel verwijzingen, symbolen en spiritualiteit, die je als kijker niet direct begrijpt of ziet. Door het ontbreken van een sterk narratief en het gebrek aan actie, kan de film daarom, vooral aan het begin, ietwat traag aanvoelen. En die traagheid, en het gebrek aan narratief maakt de film minder gangbaar, maar wel artistiek. 

In een jaar waarin ook Moonlight en Fences uitkomen, is de timing van Daughters of the Dust niet slecht. Zowel Moonlight alsook Fences concentreren zich op leden van de Afrikaans-Amerikaanse gemeenschap, en de strijd die zij voeren over identiteit, los kunnen komen van het verleden, stereotypering en tradities.
 

30 mei 2017

 
MEER RECENSIES

Django

***

recensie Django

Requiem voor zigeunerbroeders

door Alfred Bos

De legendarische jazzgitarist Django Reinhardt is het hoofdpersonage van een geromantiseerd verhaal over zijn leven tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het dient als kapstok voor een film over de zigeunervervolging door de nazi’s.

Muziek stond centraal in het leven van gitarist Django Reinhardt (1910 – 1953), de in België geboren zigeuner die als kind bij een brand twee vingers verloor maar in het Parijs van de jaren dertig uitgroeide tot een in Amerika gekend gitaarfenomeen. Hij creëerde een geheel eigen stijl, die de basis vormde voor een nieuw en uniek genre – hot jazz, of zigeunerjazz, de enige Europese bijdrage aan de jazz – dat ook in de eenentwintigste eeuw nog immer springlevend is. Als gitarist is hij nimmer geëvenaard: Reinhardt gaf iedere noot, en dat waren er veel want de man speelde sneller dan het licht, zijn eigen coloratuur mee. En dat onversterkt, met twee vingers. De man was meer dan virtuoos, hij was een genie.

Django

Django is geen biopic over leven en werk van de legendarische jazzgitarist. In de naar hem vernoemde film speelt de uitvinder van de hot jazz weliswaar de hoofdrol, maar het verhaal komt uit de fantasie van auteur Alexis Salatko. Die publiceerde in 2013 de roman Folles de Django, over het wedervaren van de muzikant tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het is een fictief verhaal binnen een historisch kader, met biografische feiten als uitgangspunt. De film vestigt de aandacht op een vaak onderbelicht aspect van de naziterreur.

Niet-arische instrumenten verboden
Django opent in juni 1943 in de Belgische Ardennen met de vervolging en executie van musicerende zigeuners. De proloog introduceert het hoofdthema: niet alleen joden, ook zigeuners werden door de nazi’s beschouwd als untermenschen en op grote schaal afgevoerd naar vernietigingskampen. De film sluit af met de uitvoering van Requiem voor zigeunerbroeders, een klassieke compositie die Reinhardt tijdens de oorlogsjaren heeft geschreven. In de twee uur tussen proloog en epiloog wordt de historische werkelijkheid opgeleukt met fictie.

Django Reinhardt, gespeeld door Reda Kateb (in Nederland te zien geweest in La résistance de l’air), is in 1943 getrouwd met Naguine (de Roemeense folkzangeres Beata Palya). Vanwege zijn populariteit gedogen de nazi’s zijn optredens in de clubs van Parijs. Voor propagandadoeleinden nodigen ze hem zelfs uit voor een tournee door Duitsland, mits hij niet met zijn voet de maat meetikt. ‘Blues breaks’ en niet-arische instrumenten zijn verboden.

Hij heeft ook een aanbidster, Louise de Klerk (de Belgische actrice Cécile De France), die door de nazi’s wordt gebruikt, en misbruikt, als informant c.q. verklikker. Ze waarschuwt Django: zigeuners zullen worden opgepakt, vlucht nu het nog kan.Via het verzet komt de gitarist, met zwangere vrouw en musicerende broers La Plume en Nin-nin, tot de Zwitserse grens. Daar wordt hij pion in een dubbelspel rond een villa met hoog bezoek, een Britse piloot die naar Zwitserland moet vluchten en een aanslag.

Django

Voortreffelijke soundtrack
Het klinkt allemaal tamelijk gekunsteld, dat gesjacher met feit en fictie. Reinhardt heeft in werkelijkheid twee pogingen ondernomen om naar Zwitserland te ontkomen, wat niet lukte. De tweede keer bereikte hij neutrale bodem, maar grenswachten stuurden hem terug. Mevrouw De Klerk en de verwikkelingen rond de villa aan het meer daarentegen zijn fantasie. En passant zien we hoe de gitarist achter een kerkorgel kruipt en de eerste schetsen voor zijn Requiem componeert; zijn broer noteert wat hij improviseert. Het is een omslachtige manier om het thema van Django te illustreren: de zigeunervervolging. Het historische personage zit het punt van de film eerder in de weg, terwijl het dat juist zou moeten schragen.

Debuterend regisseur Etienne Comar, een ervaren producent die zich tevens als scenarist heeft laten kennen, ook voor deze film, is het best op dreef in de eerste akte, die het muzikantenmilieu van bezet Parijs schetst. Daarin is ook de meeste – en voortreffelijke – muziek te horen. De razendsnelle riedels van Katebs Reinhardt komen uit de gitaar van Stochelo Rosenberg, sologitarist van het Nederlandse Rosenberg Trio dat tekent voor de soundtrack. Die is wellicht het best deel van deze tweeslachtige film. En Reinhardts Requiem moet nodig integraal op plaat verschijnen.
 

29 april 2017

 
MEER RECENSIES

Denial

***

recensie Denial

Holocaust: feit of mening?

door Cor Oliemeulen

Al lang voordat politici strooiden met kwalificaties als ‘nepnieuws’ en ‘alternatieve feiten’ profileerden personen een feit als mening. De ontkenning van de Holocaust is misschien wel het meest pijnlijke voorbeeld. Het biografische drama Denial registreert één van de meest geruchtmakende rechtszaken uit de Britse geschiedenis.

In 1994 is de Amerikaanse historica Deborah Lipstadt (Rachel Weisz) professor van de modern joodse geschiedenis aan de Emory University in Atlanta. Ze schrijft de vier belangrijkste argumenten van de Holocaust-ontkenning op het schoolbord. ‘De moorden op de Joden waren niet systematisch. Het aantal doden was overdreven. Auschwitz was niet gebouwd met gaskamers ten behoeve van uitroeiing. De Holocaust is een mythe, bedacht door Joden om financiële compensatie voor Israël te krijgen.’

Denial

Omgekeerde bewijslast
Een jaar eerder publiceerde zij ‘Denying the Holocaust’, waarin Lipstadt haar Engelse collega David Irving (Timothy Spall) bestempelde als ontkenner van de Holocaust en zijn geloofwaardigheid als historicus ernstig in twijfel trok. Irving verstoorde een lezing tijdens haar boekpresentatie en klaagde haar en haar uitgeverij Penguin Books in 1996 aan wegens smaad. Het proces dat vier jaar later volgde, werd een belangrijke juridische beproeving op het snijvlak van Holocaust-ontkenning en vrijheid van meningsuiting.

David Irving, die zich eerder associeerde met rechtsextremisten en neonazisme promootte, wil dat het proces wordt gehouden in Engeland. Hier geldt namelijk omgekeerde bewijslast: je moet kunnen aantonen dat wat je schrijft waar is, terwijl volgens het Amerikaanse recht iemand onschuldig is totdat het tegendeel bewezen is. Dat blijkt bij voorbaat een hele kluif, want er is nog nooit een zeer gedegen forensische studie naar de Holocaust gedaan. Wanneer Lipstadt met haar raadsman (Tom Wilkinson) Auschwitz bezoekt, wordt bevestigd hoe lastig het is om bewijs aan te dragen voor de systematische uitroeiing van miljoenen Joden.

Getuigen
Dus wat een fluitje van een cent lijkt, resulteert in een wekenlang proces. Deborah Lipstadt is ver van huis, in een onbekend land met een totaal ander rechtssysteem en moet zich grote moeite getroosten om haar juristen te leren vertrouwen. Het liefst zou ze Irving zelf van repliek dienen, echter haar legertje raadslieden raadt haar ten strengste af om zelf als getuige op te treden, want teveel emotionele betrokkenheid kan de zaak schaden. Het liefst geeft Lipstadt in het proces ook enkele Holocaust-overlevers een stem, maar ook dat zou onverstandig zijn. David Irving zou ze vernederen en belachelijk maken, omdat ze zich niet alle details zouden kunnen herinneren.

Denial

Terwijl buiten het gerechtshof en in de media het tumult toeneemt, is David Irving in zijn element, omdat hij ervan overtuigd is dat zijn opponenten nooit concreet bewijs voor het bestaan van de Holocaust kunnen aantonen. Bovendien weet hij zich aan het eind van het proces plotseling gesteund door de rechter die zich hardop afvraagt hoe je iemand van leugens kunt betichten als die persoon zelf ervan overtuigd is dat iets is zoals hij denkt dat het is, zelfs al is die persoon antisemiet.

Feit of mening
Denial
is deels een rechtbankdrama en deels een portret van een vrouw die onrecht wil uitbannen, maar te maken krijgt met een zeer lastige juridische kwestie. Na een aantal bijrollen (Youth, The Lobster, The Light Between Oceans) en recent een niet onverdienstelijke hoofdrol (Complete Unknown) is Rachel Weisz weer eens alom aanwezig en ouderwets op dreef. In Timothy Spall vindt zij een antagonist die goed is in het neerzetten van grommige botteriken (Mr. Turner).

Het scenario van Engelsman David Hare mag dan minder sterk en meer voorspelbaar zijn dan van zijn toppers The Hours (2002) en The Reader (2008), Denial is geen stugge film vol jargon. Het is eerder een onderhoudend drama voor het grote publiek, in een tijd en wereld waarin de waarheid regelmatig geweld wordt aangedaan. Mensen lezen weleens iets op het internet en nemen dan automatisch aan dat dat waar is. Een mening hebben is prima en vrijheid van meningsuiting een groot goed, maar over feiten kun je nu eenmaal geen mening hebben. Feiten staan vast.
 

1 april 2017

 
MEER RECENSIES