Kingmaker, The

****
recensie The Kingmaker

Manipulatieve Moeder van de Natie

door Suzan Groothuis

Ze noemt zichzelf de moeder van haar natie. De moeder van iedereen. Lauren Greenfield, die eerder in The Queen of Versailles vastlegde hoe rijkdom en overdaad zich verhouden, toont het leven van de omstreden Filipijnse voormalige first lady Imelda Marcos. Een inkijkje in een gouden, corrupte kooi.

Terwijl ze door de sloppen van Manilla rijdt, trekt voormalig Imelda Marcos een stapel bankbiljetten tevoorschijn. Met een treurig gezicht deelt ze ze uit aan een rij bedelende kinderen die almaar groter wordt. Hoe anders was het tijdens het bewind van haar man Ferdinand Marcos, merkt ze op. Toen was deze armoede er nog niet.

The Kingmaker

De Amerikaanse fotograaf en documentairemaker Lauren Greenfield duikt met haar nieuwste film in het leven van Imelda. Greenfields fascinatie voor rijkdom was eerder te zien in The Queen of Versailles, waarin ze een biljonair koppel volgt tijdens de constructie van hun eigen gouden Versailles-paleis. Maar de komst van een economische crisis maakt harde metten met hun kapitaal: hun gouden bubbel stort ineen. In haar expositie Generation Wealth borduurt Greenfield voort op het thema rijkdom, middels overdadige fotowerken waar de overvloed vanaf spat. Maar de weelde van de één procent rich and famous heeft een keerzijde: wat blijft er nog van je identiteit over, als je alles wat je hebt verliest?

Omstreden weelde
In The Kingmaker (hit op IDFA 2019 en nu eindelijk in de bioscoop) draait het om een vrouw die bewijst dat je alles kan kopen, zolang er maar geld is om uit te geven. Omstreden geld, dat wel, want het Marcos-regime was doorspekt met corruptie. The Kingmaker toont zowel beelden van het nu als de opkomst van de politieke carrière van Imelda. Ze verloor als jong meisje haar moeder. Een verlies dat een diepe impact op haar had en haar neiging om te “moederen” deed groeien. Die kans benutte ze ten volle toen ze Ferdinand Marcos in 1954 ontmoette. Zijn politieke carrière was in opmars en met Imelda aan zijn zijde veroverden ze het volk. Hij, met zijn daadkrachtige speeches en zij, met haar schoonheid en charme. In 1965 werd Marcos president en Imelda first lady. Haar moederlijke medeleven met de burgers leverde haar de titel Moeder van de Natie op.

En dan zijn er de omstreden gebeurtenissen, zoals de moord op oppositieleider Benigno Aquino in 1983. Veel mensen dachten dat de Marcossen ermee te maken hadden, maar dat is nooit bewezen. Imelda’s extravagante levensstijl en onbedwingbare koopzucht nam grote proporties aan: van haar gigantische schoenencollectie tot de aanschaf van gebouwen zoals de Crown Building in Manhattan. Meest frappant is echter het opzetten van het Calauit Safari Park in de Filipijnen. Onder meer giraffes, zebra’s en impala’s werden overgebracht vanuit Afrika en neergeplant op het eiland. De bewoners van Calauit moesten hun heil elders zoeken. Alles opzij voor de Moeder van de Natie!

The Kingmaker

Uiteindelijk kwam er tegenspoed op het pad van de Marcossen: het wantrouwen van het volk groeide en in 1986 moesten ze gedwongen aftreden. Meer en meer ontstond het idee van corruptie, want waar kwamen al die overdadige geldbestedingen vandaan? Ondanks metersdikke dossiers van aanklachten, waren er geen harde bewijzen en werd Imelda (haar Ferdinand was toen al overleden) onschuldig verklaard.

Herhaling van de geschiedenis
Die onschuld is in The Kingmaker moeilijk aan te nemen. Hoewel Imelda vol lof over de politiek van haar man spreekt en haar exuberante aankopen als iets doodnormaals ziet, zijn er getuigenissen van activisten en politieke tegenstanders die je heel anders naar haar gouden werkelijkheid doen kijken.

Anno nu zitten de Marcossen weer volop in de politiek. Zoon Bongbong met zijn hang naar het vice-presidentschap en moeder Imelda als congreslid. Duterte, de huidige, en eveneens van corruptie verdachte president van de Filipijnen, is met financiële investeringen van de Marcossen naar de politieke top geklommen. De donkere geschiedenis herhaalt zich. Greenfields documentaire laat op bijtende wijze zien hoe groot en absurd de tegenstellingen tussen arm en rijk zijn. Imelda is hierin niet de held van het verhaal, maar een weerzinwekkende koningin, steevast gepositioneerd temidden van haar overdadige luxe. Een vrouw die in haar eigen geschepte werkelijkheid gelooft, getuige haar woorden: “The poor always look for a star in the dark of the night.”

 

8 augustus 2020

 

ALLE RECENSIES

About Endlessness

****
recensie About Endlessness

Het is moeilijk om mens te zijn

door Bob van der Sterre

‘Het is al september.’
‘Hmmm.’
Met deze typische sketch van Roy Andersson begint zijn nieuwe film About Endlessness. Dat is sowieso een belevenis (zijn vierde in twintig jaar). Het was ook al zes jaar sinds zijn laatste film, het geweldige A Pigeon Sat on a Branch Reflecting on Existence.

Andersson films zijn onmogelijk uit te leggen. Geen films die de van ‘gewone’ films houdende kijkers zullen bekoren. Ze moeten zich voorbereiden op: 1. Vrijwel geen verhaal. 2. Trage scènes. 3. Amper bewegende beelden. 4. Karakters die figureren in de sketches (geen emotievolle close-ups). 5. De Zweedse zelfspot. 6. Zeer subtiele humor. 7. Zowel comedy als drama, mensen weten niet zeker welke van de twee. 8. Scènes in een take. 9. Immens gedetailleerde decors. 10. Vleugjes maatschappijkritiek. 11. Veel amateuracteurs. Ga zo maar door.

About Endlessness

Poëtisch? Filosofisch? Absurd?
Gelukkig hoeft film er niet alleen voor de grote gemene deler te zijn. Roy Andersson is daar duidelijk niet mee bezig. Hij maakte in 1970 en 1974 wel twee ‘normale’ films, nam toen een pauze als regisseur van 25 jaar (maakte vooral commercials voor tv), en maakte toen in 2000 (na vier jaar voorbereiding) het revolutionaire Songs from the Second Floor. Een artistieke hit. De film won de juryprijs in Cannes.

Songs from the Second Floor was de voorloper van de intussen vier films in dezelfde stijl. ‘Een slapstick-Ingmar Bergman’, typeert Village Voice hem, en dat is best aardig gevonden. Zijn eigen filosofie in een zin: ‘Het publiek moet zich niet te comfortabel voelen bij een film.’

De een noemt Anderssons stijl poëtisch, de ander filosofisch, en sommigen gebruiken een vaak misbruikt begrip als absurd. Wat het meest opvalt, is de hypercontrole op decor en acteurs. De acteurs zijn strikt geregisseerde figuranten in bewegende schilderijen. Filmschilderijtjes de vaak iets triests schetsen in een mensenbestaan. Het past dus ook dat zijn werk geëxposeerd is geweest in het MOMA in New York.

Tussen subtiele humor en triestheid
In About Endlessness borduurt Andersson verder op zijn vorige drie films. Ook hier weer een reeks sketches die gaan over onder anderen religie, oorlog, liefde en commercie. En ook hier het verbazingwekkende evenwicht tussen subtiele humor en triestheid.

Deze keer horen we een voice-over commentaar geven: ‘Ik zag vandaag een jongen op zoek naar liefde.’ Met weer een paar ijzersterke Anderssonesque scènes, zoals de man die bij een slager zijn ex-vrouw aanvalt en huilt: ‘Je weet toch dat ik van je hou?’ Haar antwoord: ‘Dat weet ik.’ Dan duiken de andere klanten op hem. Let op hoe de slager probeert mee te krijgen wat er gebeurt.

About Endlessness

Ook een prachtig beeld uit deze film: de twee mensen die boven een ruïnestad zweven. Of de scène dat nazi’s luisteren naar bombardementen terwijl een platenspeler aan blijft tikken (gebaseerd op het schilderij The End van Kukrynisky, een trio karikaturisten uit de Sovjettijd). De scène met de kruisdrager in de binnenstad doet dan weer denken aan Anderssons eigen film Songs from the Second Floor.

Is de film beter of minder dan zijn voorgangers? Het is niet te doen om zijn films met elkaar te vergelijken omdat ze zo gelijkwaardig zijn. Wie ze nog niet kende: beloon jezelf en ga ze kijken. Als je geduld hebt, krijg je er veel voor terug. Aan de andere kant is het misschien nu ook tijd voor Andersson om een nieuwe, revolutionaire stap in het duister te zetten. Andersson is weliswaar bijna tachtig, maar echt veel revolutionairen hebben we niet meer in de cinema. Probeer een keer een close-up of een ‘gewoon verhaal’. Verandering is gezond!

 

15 juni 2020

 

ALLE RECENSIES

Sons of Denmark

*
recensie Sons of Denmark

Nichts of Denmark

door Yordan Coban

Nog zeldzamer dan een terroristische aanval is het vinden van een goede film over de multiculturele samenleving. Sons of Denmark wil graag een boodschap overbrengen, maar vergeet een film te zijn.

De film opent met een bomaanslag die gevolgd wordt door een interview van een rechtse politicus die de oorlog verklaart aan migranten en de multiculturele samenleving. Vervolgens ontmoeten we Zakaria (gespeeld door Mohammed Ismael Mohammed) die samen met zijn moeder en zijn broertje uit Irak naar Denemarken gevlucht zijn. De aanslag beweegt een golf van xenofobe stuiptrekkingen, althans zo wordt beweerd. Zakaria besluit van zich af te bijten en zich aan te sluiten bij een terroristische groepering.

Sons of Denmark

Het gaat niet om Allah
Vol frustratie kijkt Zakaria ‘s nachts naar beelden van bombardementen in Irak en voedt zo zijn afkeer tegen het westen. De film heeft een duidelijke visie: terrorisme is vooral een geopolitiek gevolg en niet slechts een op zichzelf staand religieus fenomeen.

Dit is iets wat ook in de Nederlandse media te vaak onbelicht blijft. Geweld lokt altijd meer geweld uit. “Het gaat niet om Allah”, zegt Zakaria op een gegeven moment tegen zijn vriend. Eén van de weinige stukken dialoog in Sons of Denmark die enigszins tot hersenactiviteit beweegt.

Infantiel straatschoffie
Zakaria is het typische cliché-straatschoffie met een hart van goud. Zijn moeder en broer betekenen alles voor hem, dat wordt de kijker goed duidelijk gemaakt. De band tussen moeder en zoons bestaat uit samen eten en elkaar lachend aanstaren. Het script van de film is, ondanks het zware onderwerp, op kinderlijke wijze geschreven. Er wordt dromerig gepredikt in abstracto op een Terrence Malick-achtige wijze.

Toch profileren scènes zich meer mechanisch en onnatuurlijk, gelijke een Christopher Nolan-script of een generieke Netflix-serie. Gewelddadige scènes worden tegen een zielige uit het raam starende moeder gezet; zij compenseert de afwezigheid van haar zoon met het neuriën van de kinderliedjes uit zijn jeugd. Tenenkrommende zorgverzekeraarreclames zijn subtieler en geloofwaardiger in het mimicken van menselijke emotie.

Sons of Denmark

Dulden
Zakaria wordt verraden door zijn “vriend” Ali (gespeeld door Zaki Youssef) en opgepakt. De rechtse beweging Sons of Denmark begint vervolgens op de maat van Mozarts Lacrimosa minderheden aan te vallen. En de kijker heeft het maar te dulden. Maar gelukkig eindigen we in de grote finale met nog zo’n prachtig kinderliedje, om het af te leren.

Regisseur Ulaa Salim keek naar Aus dem Nichts (2017) en dacht: dat kan ik ook. Zonder cinematisch raffinement kan dat echter niet. Aus dem Nichts was dan nog niet eens één van de memorabele films van Fatih Akin. Er valt nog genoeg interessants te zeggen over de Europese multiculturele samenleving, de vluchtelingencrisis en integratie, maar er zijn zo weinig serieuze auteurs.

 

19 februari 2020

 

ALLE RECENSIES

Echo

***
recensie Echo

Een ongebruikelijke wintervertelling

door Ries Jacobs

Echo bestaat uit gebeurtenissen die ogenschijnlijk geen samenhang hebben. De film toont illegalen die worden opgepakt, een bevalling, een junk in de opvang en een doodskist waarin het levenloze lichaam van een jongen ligt. Een moeilijke film? Jazeker, maar de bijna anderhalf uur durende zit is wel de moeite waard.  

Regisseur Rúnar Rúnarsson wilde het anders aanpakken. ‘Ik werd een beetje moe van de gebruikelijke Griekse manier waarop we verhalen vertellen, vanuit een beginsituatie, gebeurtenissen en een uitkomst.’ Hij begon aan een experimenteel project en maakte een film, bestaande uit zesenvijftig scènes die onderling van elkaar losstaan.

Echo

Geen enkele acteur is meer dan eenmaal te zien, geen van de  scènes heeft een  connectie met het voorgaande of opvolgende shot. Maar het geheel toont een beeld van het leven in IJsland rond de feestdagen. Rúnarsson brengt niet alleen de feestelijkheden in beeld, maar ook kerststress, goede voornemens en het dagelijks leven dat ook tijdens de ‘most wonderful time of the year’ gewoon doorgaat.

Magnetronmaaltijd
Enerzijds laat Echo de donkere grauwheid van de IJslandse winter zien, anderzijds hoe de inwoners deze duisternis gelaten ondergaan. Typerend is de scène waarin een man in zijn eentje de kerstmaaltijd nuttigt. Hij schenkt zichzelf een glas rode wijn in en begint aan zijn magnetronmaaltijd. In plaats van de sfeer nog pathetischer te maken laat Rúnarsson halverwege dit shot de smartphone afgaan. De man grinnikt om het bericht dat hij ontvangt en stuurt iets terug. Bij het volgende bericht lacht hij weer.

Hierna gaat de film door met een nieuw verhaal dat niets met de lachende man te maken heeft. De kijker blijft achter met vragen. Is deze man alleenstaand? Heeft hij geen familie waar hij terecht kan? Wie stuurt hem een berichtje? Dit is niet de enige scène die krachtiger wordt juist door het ontbreken van enige context.

Echo

Verantwoordelijkheid
Dit gebrek aan context maakt de film tegelijkertijd soms wat langdradig en bovendien moeilijk te volgen. Het duurt even voordat je een rode draad ziet en de nodige k ijkers zullen tegen die tijd al zijn afgehaakt. Dat is jammer, want wie blijft kijken ziet een mengeling van soms verwarmend, en dan weer rauw realisme. Bovendien spelen de meeste acteurs ijzersterk, zeker als je bedenkt dat ze nagenoeg allemaal afkomstig zijn uit het IJslandse amateurtheater. Volgens Rúnarsson spelen ze allemaal bijrollen en is ‘de maatschappij de hoofdrolspeler’.

Echo is echter geen film vol maatschappijkritiek of met een duidelijke moraal, want daarvoor is het leven volgens de regisseur te complex. Hij brengt liefde, saamhorigheid, spijt, eenzaamheid, conflict en verspilling in beeld en maakt op een abstracte manier duidelijk dat alles met elkaar samenhangt. We zijn niet alleen op de wereld en onze daden hebben gevolgen voor anderen, wat ons ook een zekere verantwoordelijkheid geeft. Iedere scène is een echo van een andere. Rúnarsson verkent met zijn onorthodoxe aanpak de grenzen van de cinema en het lukt hem om van dit op voorhand risicovolle project iets moois te maken.

 

9 december 2019

 

ALLE RECENSIES

Sonja: The White Swan

**
recensie Sonja: The White Swan

Sportheldin rijdt scheve schaats

door Cor Oliemeulen

Een zwaan staat symbool voor liefde, harmonie, kracht, wijsheid en elegantie. In Sonja: The White Swan ontdekken we vooral haar sierlijkheid en het flirten met zelfdestructie.

Sonja Henie werd al op haar tiende Noors kampioen kunstschaatsen en won de Olympische titels in 1928, 1932 en 1936. Nadat zij in Garmisch-Partenkirchen is gehuldigd en de hand van Adolf Hitler mag schudden, vertrekt ze met haar ouders en broer naar Amerika om professioneel ijsdanser te worden. Toeschouwers zijn verrukt, want zo’n show heeft men nog nooit gezien. Sonja gaat bakken met geld verdienen en wil ook filmster worden. Ze klopt aan bij de grote baas van Twentieth-Century Fox, Darryl F. Zanuck, die haar een solo-optreden van twaalf minuten in een film aanbiedt voor 75.000 dollar. Echter Sonja wil meer: een contract voor vier films, want ze gelooft heilig in zichzelf en haar succes. “Greta Garbo lijkt wel een vent en Shirley Temple is net uit de luiers.”

Sonja: The White Swan

Turbulent leven
Sonja: The White Swan is een biopic van een vergeten sportheldin, die een tijd lang de best betaalde actrice van Hollywood was en die in haar leven naast de ijsbaan en de filmset meer downs dan ups beleefde. Als tienvoudig wereldkampioen was ze vooral in eigen land een grootheid. In ons land stond zij indirect aan de wieg van het kunstschaatsen nadat ze in 1934 in Amsterdam onze eerste kunstijsbaan had geopend waar twintig jaar later onze eigen schaatsheldinnen Sjoukje Dijkstra en Joan Haanappel hun pirouettes zouden draaien en hun dubbele axels zouden springen.

Het is voor regisseur Anne Sewitsky (Happy, Happy) een onmogelijke taak om het turbulente leven van Sonja Henie in krap twee uur samen te vatten. Terwijl de hele familie profiteert van haar snel vergaarde rijkdom (vooral haar geliefde broer Leif maakt er een potje van) waant de ster zich aanvankelijk onaantastbaar, maar zie je haar langzaam aftakelen door de uitzinnige feesten waarop Sonja niet vies blijkt van drank, drugs en seks. Nadat ze breekt met de organisator die haar naar Amerika heeft gehaald (hij heeft een nieuwe, jongere ijsdanseres ontdekt), dreigt Sonja alles te verliezen wat ze met zoveel inzet en toewijding heeft opgebouwd.

Sonja: The White Swan

Gemiste kansen
Titelvertolkster Ine Marie Wilmann, die bijna alle dansscènes op het ijs zelf voor haar rekening neemt, speelt een krachtige persoonlijkheid, maar ontpopt zich zo nu en dan als een ijskonijn. Ze ziet er mooi uit en oogt in haar korte rokjes sexyer dan de echte Sonja Henie, maar een binding met het personage krijgen we pas helemaal aan het eind als ze op haar aandoenlijkst is. Hoe prachtig het productiedesign van de film ook is, het blijft moeilijk om ook met alle andere personages mee te leven.

De lukrake soundtrack met zo nu en dan elektronische klanken om de productie wat eigentijdser te laten aanvoelen, is ook niet zo gelukkig. De makers hadden een voorbeeld kunnen nemen aan Sofia Coppola die haar historische biografie Marie Antoinette (2006) consequent met eigentijdse muziek lardeerde, waarmee ze het ambivalente karakter van het hoofdpersonage benadrukte. Het wisselvallige niveau van Sonja: The White Swan komt vooral door de matige regie, waardoor de film uiteindelijk niet meer is dan de treurige teloorgang van een niet al te sympathieke vrouw die het moderne ijsdansen heeft uitgevonden.

 

26 oktober 2019

 

ALLE RECENSIES

Before the Frost

***
recensie Before the Frost

Met liefde kom je de winter niet door

door Paul Rübsaam

Hoe loodst de negentiende-eeuwse Deense boer Jens met slechts twee koeien en een stuk land dat nauwelijks wat opbrengt zichzelf, zijn huwbare dochter en twee inwonende neven door de komende strenge winter? De omstandigheden transformeren de aanvankelijk trotse agrariër tot een meelijwekkende opportunist. 

In het hardgekookte historisch drama Before the Frost (Før Frosten) van de Deense regisseur Michael Noer (1978) kun je de mufheid bijna ruiken van de schaars verlichte boerenwoning waar Jens Møsegard (Jesper Christensen), zijn dochter Signe (Clara Rosager) en de jonge neven Peder en Mads hun waterige pap uit één gezamenlijk bord moeten lepelen. 

Gebeden wordt er wel aan tafel, alvorens het karige maal te nuttigen. Want Gods woord geldt als onmisbare brandstof voor de geest. Of is de Bijbel slechts een instrument waarmee sociale klassenverschillen in stand worden gehouden? Als Jens genoodzaakt is voor een te laag bedrag één van zijn twee koeien te verkopen, weet iedereen tot in het nabije dorp Nyholm daarvan, met inbegrip van de diaken van de plaatselijke kerkgemeenschap. Deze wrijft Jens en de zijnen het verlies van hun sociale status in door ze naar een kerkbankje te dirigeren achter dat waar ze aanvankelijk op plaats mochten nemen. 

Before the Frost

Maar misschien is er nog hoop. Signe zou met Ole kunnen trouwen, de zoon van de eigenaar van het boerenbedrijf dat aanpaalt aan dat van Jens. De tweede koe zou als bruidsschat kunnen dienen, met een oudedagsvoorziening in de vorm van de nodige voedselpakketten voor Jens zelf als tegenprestatie. De neven zouden in dat geval elders onder een baas moeten gaan werken. Het lijkt niet zo’n slecht plan, want Ole en Signe vinden elkaar werkelijk leuk. Ook de buren hebben het echter niet breed. En ‘met liefde alleen kom je de winter niet door’, zoals Signe door haar vader wordt voorgehouden.

Andere plannen   
Als Jens, die als een van de weinigen in de omgeving dit handwerk nog beheerst, ontboden wordt op een veel grotere boerderij dan de zijne om daar een kalf ter wereld te brengen, komt hij in contact met de rijke Zweedse boer Gustav. Verrassend genoeg blijkt deze een drassig stukje land te willen kopen dat de arme boer toebehoort. Dit zou als het gedraineerd wordt bij uitstek geschikt zijn voor het telen van suikerbieten, het gewas van de toekomst.

Jens moet er aanvankelijk niets van hebben. Totdat hij op het idee komt Gustav een veel omvangrijkere deal voor te stellen. De Zweed zou niet alleen het stukje moerasland over moeten nemen, maar Jens’ gehele nauwelijks vruchtdragende territorium, inclusief diens schamele, maar tegen een hoog bedrag verzekerde boerderij. Dan zou weduwnaar Gustav met Signe kunnen trouwen en Ole als beoogde bruidegom het veld moeten ruimen. Onder de hoede van Gustav moet er voor Signe, Peder, Mads en Jens een zorgeloze toekomst weggelegd zijn.

Before the Frost

Geen winterclichés
Alleen in de openingsscène van Before the Frost zien we een berijpt landschap en een bevroren meer. Onder het ijs is nog juist de hand waarneembaar van iemand die daar eerder blijkbaar verdronken is, dan wel vermoord. Het blijkt een flashforward die door de film zelf nooit helemaal wordt ingehaald. Zelfs in de laatste scènes zien we slechts wat natte sneeuw, die eerder de late Deense herfst kenmerkt. De dreigende winter als symbool van totale verkilling en uiteindelijk desillusie, maakt het feitelijke vertoon van een onverbiddelijk, maar clichématig Scandinavisch sneeuwlandschap overbodig.

Het is een fraaie constructie, die de narratieve gebreken in de film niet geheel kan verbloemen. Het mogelijke misdrijf waar de openingsscène naar verwijst, houdt verband met het opportunisme waarmee Jens zich overlevert aan Gustav en diens onaangename moeder. Bij de ontwikkeling die de protagonist doormaakt van principiële boer oude stijl naar iemand die rücksichtslos eieren voor zijn geld kiest, worden echter te grote stappen gemaakt. Naasten voor wie Jens zich aanvankelijk sterk maakt, laat hij onbegrijpelijk snel in de kou staan, waarbij dat laatste nog voorzichtig is uitgedrukt.

Steracteur Jesper Christensen (1944) had een gelijkmatigere ontwikkeling van zijn personage in het script (Michel Noer, Jesper Fink) zeker verdiend. Met zijn markante, doorgroefde gelaat en ingehouden spel laat hij zien hoe de ene vernedering plaats heeft gemaakt voor de andere. Als Jens samen met Signe en Gustav voor het eerst van zijn leven in een koets mag plaatsnemen, oogt hij apathisch. Dat hij zijn gerafelde wollen mutsje voor een vilten hoed mag inruilen en met ‘meneer Jens’ wordt aangesproken, verschaft hem zichtbaar geen vreugde. 

Kerk en moraal
Een verontrustende, maar eveneens te weinig uitgewerkte rol is in de film weggelegd voor de kerk als instituut. Verloochent Jens zijn principes en is hij niet meer Bijbelvast? Of is hij dat laatste juist wel? De diaken ontvangt de later welgesteldere oude man immers weer met open armen in zijn kerkgemeenschap. Het blijft echter een los eindje. In de door Michael Noer (R, (2010), Northwest (2013), Papillon (remake, 2018)) volgens zijn director’s note beoogde ‘dark moral western’ was een duidelijkere stellingname voor wat betreft de invloed van de kerk in negentiende-eeuws Denemarken wel op zijn plaats geweest.

 

15 oktober 2019

 

ALLE RECENSIES

Cold Case Hammarskjöld

***
recensie Cold Case Hammarskjöld

Onthulling Brügger vraagt om spoileralerts, maar ook scepsis

door Paul Rübsaam

In september 1961 stortte een vliegtuig neer met aan boord Dag Hammarskjöld, de toenmalige voorman van de Verenigde Naties. Hoe dringend is de vraag nog wie er achter deze mogelijke moordaanslag zat? De Deense documentairemaker Mads Brügger stuit in zijn onderzoek daarnaar hoe dan ook op iets groters.

Nabij het plaatsje Ndola in het toenmalige Rhodesië vond men het wrak van een vliegtuig dat daar op 18 september 1961 neerstortte. Eén van de verongelukte inzittenden was Dag Hammarskjöld, de Zweedse secretaris-generaal van de Verenigde Naties die destijds bemiddelde in een conflict tussen regeringstroepen en rebellen in Congo. Nog altijd is het neergestorte vliegtuig met een mysterie omgeven. Had de piloot een fout gemaakt, zoals aanvankelijk werd gemeld? Of was er sprake van een moordaanslag op Hammarskjöld?

Hoe belangrijk zijn meer dan zevenenvijftig jaar na dato de achtergronden nog van de mogelijke aanslag op deze diplomaat? Congo heet inmiddels al lang niet meer Zaïre, toen dictator Mobutu Sese Seko er de scepter zwaaide. Het in de vroege jaren zestig door de Koude Oorlog gedomineerde wereldtoneel is ingrijpend veranderd. De mogelijke moordenaars van Hammarskjöld zijn bovendien al lang dood.

Cold Case Hammarskjöld

De Deense documentairemaker Mads Brügger (1972), die niet vies is van een beetje provocatie, betoont zich halverwege zijn documentaire Cold Case Hammarskjöld zelfs verheugd als hij iets interessanters op het spoor komt dan dit onderwerp voor ‘oude mensen’. Als we echter denken dat hij de Hammarskjöld-kwestie dan maar verder laat liggen, zouden we hem onderschatten.   

Tropenhelmen en Cubaanse sigaren
Mads Brügger maakt zijn documentaires in de zogeheten Gonzo-stijl. Als maker is hij rollen spelend zelf in beeld en wendt hij zich regelmatig tot de kijker of zijn helpers om de vorderingen van zijn onderzoek, dan wel het gebrek daaraan te bespiegelen. Naar eigen zeggen is hij serieuzer dan Sacha Baron Cohen en minder activistisch dan Michael Moore. Dat eerste is goddank zeker waar. Al flirt ook Brügger, gedreven door een weerzin tegen politieke correctheid, met het imago van de personen die hij juist ontmaskeren wil.

In Afrika, waar hij zijn onderzoek doet, is Brügger met zijn rode ringbaardje, bleke huid en tropenoutfit opzettelijk een eigenaardige, kolonialistisch ogende verschijning. Om lekker ‘fout’ te zijn, laat hij het draaiboek van zijn documentaire uittypen door twee zwarte secretaresses, die wel de gelegenheid krijgen het draaiboek te becommentariëren. Wanneer Brügger samen met de uiterst serieuze Zweedse privédetective Göran Björkdahl in Ndola het begraven wrak van Hammerskjölds vliegtuig wil gaan opsporen, neemt hij naast schoppen en een metaaldetector tropenhelmen en twee havanna’s mee. De sigaren kunnen worden opgestoken zodra de opgraving de beoogde verrassende resultaten heeft opgeleverd. Maar juist als hij volledig op dood spoor lijkt te zijn gekomen, steekt Brügger om zichzelf te troosten de dikke sigaar alvast op.

Kaartspel
Brügger houdt van spelletjes. Van het kaartspel in het bijzonder. Als je je afvraagt wat voor kaarten hij nou helemaal tegen de borst houdt, weet hij toch weer een troef op tafel te leggen, zoals de schoppenaas die in de overhemdboord van de dode Hammerskjöld was gestoken. Zijn spel als documentairemaker en de kijkervaring die hij daarmee biedt, zou je verpesten als je te veel vertelt over zijn ontdekkingen. Lastig voor de recensent is die terughoudendheid wel. Want waar Brügger uiteindelijk op stuit, is allesbehalve lachwekkend. Bovendien is zijn onthulling door verschillende media reeds kritisch besproken.

Een tipje van de sluier dan maar. Het duivelse personage waarnaar Brügger met zijn eigen outfit verwijst, blijkt een megalomane gek, die zich voordeed als arts en zich graag verkleedde als een achttiende-eeuwse Britse marineofficier. Deze man die actief was in Zuid-Afrika ten tijde van het Apartheidsregime koesterde plannen voor een soort Holocaust op het gehele Afrikaanse continent.

Cold Case Hammarskjöld

Mager bewijs
Brügger suggereert zelfs dat de ‘marineofficier’ in de jaren tachtig en negentig daadwerkelijk begonnen was zijn duivelse plannen ten uitvoer te brengen. Dat blijft echter de vraag. In onder andere The New York Times vertellen deskundigen dat hij daarvoor niet over de juiste instrumenten beschikte.

Voor wat betreft de vermoedelijke moord op Dag Hammarskjöld, met zijn voor zijn tijd progressieve ideeën over de emancipatie van de Afrikaanse landen, komt Cold Case Hammarskjöld met nieuwe getuigenverklaringen die in de richting wijzen van een mogelijke dader die al veel langer in beeld was. Maar dat was slechts een uitvoerder. Was Brüggers diabolische antagonist de man achter de moord? Ter ondersteuning van dat vermoeden komt maar één document boven tafel waarvan de authenticiteit twijfelachtig is. Brüggers ‘kroongetuige’ laat zich bovendien om hem moverende redenen graag in de door de documentairemaker gewenste richting sturen.

Vervolgonderzoek is noodzakelijk en Mads Brügger zal de laatste zijn om dat te ontkennen. Maar dat volstaat niet als excuus voor het rammelen van zijn trukendoos, die hij weliswaar op meeslepende en waar het kan vermakelijke wijze weet open te trekken. Toch toont hij minstens aan dat onze wereld wordt en werd bevolkt door mensen die gevaarlijker en geschifter zijn dan je je kunt voorstellen en dat er achter het Zuid-Afrikaanse Apartheidsregime krachten schuil gingen die nog monsterlijker waren dan dat regime zelf.

 

1 april 2019

 

ALLE RECENSIES

Lars von Trier: gek of geniaal?

Ondertussen, op de redactie:

Lars von Trier: gek of geniaal? (Deel 1)

SJOERD:

Door de uiteenlopende kritieken besloot ik The House That Jack Built een kans te geven. En daar heb ik geen spijt van.

In deze overgevoelige tijden is Lars von Trier de hofnar die wij verdienen. Waar Antichrist vooral onoprecht was door vileine provocatie, is het sarren in deze film juist oprecht door het megalomane narcisme. Jack is overduidelijk Von Trier zelf. De morbide kwinkslagen schoppen menig heilig huisje omver, inclusief de regisseur zelf. Het is bij vlagen hilarisch dankzij messcherpe ironie.

David Bowie werkt hier beter in de soundtrack dan Inglourious Basterds door de onderliggende visie. Indirect neemt The House That Jack Built namelijk de popcultuur op de schop. De ironie, met Jack die à la Bob Dylan woordkaartjes toont, leidt hier niet tot verstikkende betekenisloosheid. Het jachttableau veroorzaakt sadistisch gegniffel en maakt Von Trier tot een geslepen moralist.

Lars von Trier

Lars von Trier

Alle naargeestige taferelen werken hilarisch, maar blijven ook weerzinwekkend. Geweld is daardoor in deze film niet alleen vermakelijk, maar roept tegelijk ook schuldgevoelens op (iets wat de epische coda verder versterkt). Gestileerd geweld wat voor de verandering geen spektakel is.

Wat een contrast met regisseurs als Tarantino, waar het geweld is verworden tot hap slik weg en de kritische dimensie achterwege blijft. Daar hoeven wij ons niet te schamen noch te reflecteren op ons vermaak. Of Haneke, wiens Funny Games vooral pedante exploitatie is en eigenlijk een intellectuele versie van Tarantino.

In tegenstelling tot Alfred zie ik het pure stylisme van een Tarantino namelijk niet als onschuldig. Er spreekt een cynisme uit wat engagement met sociale misstanden verbloemt.

In hoeverre mag geweld puur vermakelijk zijn in films? Zou men niet eerder de zaal voortijdig moeten verlaten bij Tarantino in plaats van Von Trier?

 

TIM:

Hallo Sjoerd, dank voor je aanzet. Je vragen en overwegingen kristalliseerden bij mij vrij helder, tijdens en vooral ook na het kijken. Ik hoor sommige Von Trier-sympathisanten zeggen dat het één van zijn beste films is, zo niet de kroon op zijn werk. Begrijpelijk, als je ‘s mans donkere filmspiegel van zichzelf ziet voor wat het is: een optelsom van Von Triers hersenspinsels rond kunst en kwaad.

Mijn kritiek is dan ook niet dat het The House That aan reflectie ontbeert, maar dat die reflectie zich uiteindelijk vooral omspint rond het zelfbegrip van de maker. Meer dan ooit is de wandelende performance Von Trier erin ‘geslaagd’ een film- én mediaruimte te creëren waarin hij zichzelf naar willekeur kan aanvullen dan wel tegenspreken. De zelfgenoegzame collage van eerder werk en de onvermijdelijke opstand van het klassieke kwaad (Dante en Vergilius, Ganz en Hitler) onderstrepen dat deze filmdialoog in essentie ver afstaat van welk een publiek dan ook: de media praten eindeloos met Von Trier, maar Von Trier praat vooral met zichzelf.

Meer denkstof behoud ik even voor aan de recensie die ik eerder schreef, je verwijzing naar Tarantino is wellicht een aanleiding voor reacties van anderen.

 

ALFRED:

Voor IDB heb ik Nymphomaniac 1 en 2 besproken. Ik was er niet enthousiast over. Om te beginnen heb ik weinig empathie met en sympathie voor het uitgangspunt: man gaat ons uitleggen wat de vrouwelijke lustbeleving inhoudt. Mijn privégedachte: doe dat lekker thuis vriend, met je drinkebroers, terwijl de dames zichzelf in de sauna verwennen. Ook de quasi-gewichtige vorm kon me niet imponeren. Het filmessay is door uiteenlopende types als Godard en Laurie Anderson beter gedaan. Hier diende het als schaamlap om het arthousepubliek een pornofilm voor te schotelen. Maar dan wel gereformeerde porno, dus zonder seks.

Nymphomaniac: Vol. I (2013)

Nymphomaniac: Vol. I (2013)

Wat me minder verbaasde, was mijn gebrek aan enthousiasme voor Von Triers verkenning van de vleseljke zonde. Zijn film van daarvoor, Melancholia, heb ik niet uitgekeken. Antichrist staat in Cinema Bos te boek als het meest pretentieuze gedrocht ooit in de bioscoop vertoond. Product van een door zondebesef verwrongen geest uit het land van Kierkegaard en via peer pressure genormeerde hypocrisie. Kortom, ik ben geen fan van Von Trier (van Denemarken overigens ook niet). Nimmer geweest en zal het wellicht nimmer worden. Niet erg, iedereen heeft zijn sym- en antipathieën. Daar staat geen straf op, nog niet.

In mijn optiek is de man rijp voor het gesticht en ik heb ondertussen begrepen dat therapie tot zijn wekelijkse boodschappenlijstje behoort. Laten we hopen dat medicatie en knuffels hun werk doen. Wat mij betreft gaat de camera naar zolder en blijft daar.

Ik sta derhalve niet te trappelen om ‘s mans als speelfilm vermomde essay over geweld met twee uur van mijn zuinige tijd te begunstigen. Uit reacties begrijp ik dat The House That Jack Built niet eens zo beroerd is, sterker, eigenlijk heel behoorlijk, zelfs een stap terug naar het niveau van toen (dat, zoals gezegd, in mijn beleving van polderpeil is en derhalve doorlopend moet worden bemalen wegens dreigende verzomping). Hulde voor Sjoerd, die over zijn scepsis is gestapt en de film gaan zien. Sjoerd liever dan ik.

Alles wat ik nu over The House That Jack Built ga opmerken is gebaseerd op reacties, uit de tweede hand dus, en derhalve niet op eigen waarneming. Over de vorm, essay via dialogen tussen protagonist en verteller: hoe origineel is het om naar Dante en Vergilius te grijpen? Laat ik het beleefd zeggen: niet bijster. Dan was De Sade toch een stuk origineler. Idem dito Thomas Harris, toen hij in 1981 met zijn roman Red Dragon de seriemoordenaar – en Hannibal Lector – introduceerde in de populaire cultuur. De seriemoordenaar—zijn we die, na een eindeloze reeks verschijningen op filmdoek en tv-scherm, niet kotsbeu? Verzin eens wat nieuws. Een transseksuele terrorist, bijvoorbeeld. Met baard, uiteraard.

Von Trier citeert uit eigen werk. Uit interviews met de man, naar aanleiding van zijn nieuwe film, heb ik begrepen dat we dat niet als zelfgenoegzaamheid moeten verstaan. Er is een eenvoudige reden: geld. Filmcitaten van andersmans werk moeten worden betaald en het was goedkoper om een greep te doen in het eigen archief. Niks mis mee, hineininterpreteren niet nodig. Niet naar betekenis zoeken waar geen betekenis is. Dat had Von Trier ook moeten doen en waren we van zijn celluloidneuroses verschoond gebleven.

The House That Jack Built (2018)

The House That Jack Built (2018)

Ik heb Jack dus niet gezien, maar koester het donkerbruine vermoeden dat het Von Triers reactie is op de meest recente film van diens jongere landgenoot die flinke stappen heeft gezet om zijn plaats als internationaal meest gevierde Deense cineast over te nemen. Ik bedoel Nicolas Winding Refn en diens The Neon Demon: een reflectie op het kwaad en de rol van media in beeldvorming (geen woordgrap).

En wat betreft Tarantino en diens vermeende gebrek aan engagement met sociale misstanden: laten we de discussie helder houden en de identiteitspolitiek aan de sociale media laten. Filmmakers maken films en actievoerders voeren actie. Je kunt een alcoholist niet verwijten dat hij geen bruiswater blieft.

 

COR:

Ook ik heb Jacks door kunst geïnspireerde, moorddadige activiteiten (nog) niet gezien. Desondanks kan ik me voor een deel vinden in Alfreds kritiek. Inderdaad, mijn god, alweer een seriemoordenaar??

Ik denk ook dat Von Trier (wat mij betreft na het uiterst sfeerrijke Melancholia) de weg kwijt is en bewust geen broodkruimels heeft gestrooid. Wat eens zo mooi begon met het principe van pure cinema – verwoord in het manifest Dogma 95 dat leidde tot het onvolprezen Breaking the Waves – is kennelijk uitgemond in een theatrale persoonlijkheidsstoornis (hoewel je dat pas echt kunt beoordelen als je iemand hebt ontmoet). Tegelijkertijd vraag ik me af of de man niet gewoon een spel met de publieke opinie speelt.

Verder vind ik – hoewel ik Refns boodschap best begrijp – The Neon Demon (door zaken als necrofilie en kannibalisme) een kansloze achtbaan van sensatiezucht. Hoewel niet minder gewelddadig vind ik ook zijn vroege werk (o.a. de Pusher-trilogie) veel beter; wat mij betreft ging het met onze vermeende troonpretendent al mis met God Only Forgives.

Over Deense filmmakers gesproken: kijk eens naar de fantastische cinema zonder al die poespas van de oude meester Carl Theodor Dreyer. OK, die zette Jeanne d’Arc goed in de hens op de brandstapel, maar dat getoonde geweld is uiterst functioneel. Praten we nu verder over de geestesgesteldheid van Von Trier of over het (on)verantwoorde en (on)doelmatige gebruik van geweld in films?

Melancholia (2011)

Melancholia (2011)

 

BOB:

Pfoe… Ik heb de discussie niet eens meegekregen, zo zat ik met mijn neus in bergen pretentieuze trailers.

Daar komt ie ineens weer op mijn pad: de heer Von Trier. Trier heet hij eigenlijk, ‘von’ is er in de filmacademietijd aan toegevoegd.

Nog vier fun facts over Von Trier. Wist je dat:

• Von Trier introk bij zijn babysitter toen zijn vrouw zwanger was?
• Zijn moeder op haar sterfbed verklaarde dat zijn vader niet zijn vader was, maar een artiest want ‘ze hield van artistieke genen’?
• Hij door zijn fobieën alleen maar in een speciaal ingerichte trailer naar de ceremonie van de Palme d’Or in Cannes kon?
• Hij het aldoor heeft over de Amerikaanse cultuur maar nog nooit in de VS is geweest?

Ik ben zo te zien op tijd gestopt als Cor zegt dat Melancholia zijn laatste goede film was. Normaal gesproken zou ik zelfs die film links hebben laten liggen, maar ik vermoed dat ik toen omgepraat ben.

Ik geloof Sjoerd best dat hij met zijn laatste film een opwaartse beweging maakt. Ook iemand die niet echt je smaak is, heeft goede en mindere perioden. Ook van Ed Wood zijn er vast fans die beweren dat hij zijn betere en mindere perioden had.

(Ik dook even in Ed Woods geschiedenis. Toen ik diens Necromania’: A Tale of Weird Love! uit 1971 zag staan, dacht ik: dat zou me niet eens verbazen, als Von Trier ineens een persconferentie geeft en serieus meedeelt dat hij daar een remake van wil maken.)

Toch weet ik al dat ik The House That Jack Built vrijwel zeker oversla. Na de combinatie porno en Von Trier staat seriemoordenaar en Von Trier ook hoog op mijn ongewenste-filmlijst. Ik kan dus heel goed meegaan in de fraaie rant van Alfred.

Als Tim zegt dat de film in feite een soort narcistische tv-show is van de beste man – als ik je goed heb begrepen – dan geloof ik dat uiteraard meteen.

Wat is het toch, wat me zo irriteert, vraag ik me af? De persoon? Ik wil al het werk van Orson Welles in me opzuigen en dat was een nog vervelender kerel als je verhalen mag geloven.

Dogville (2003)

Dogville (2003)

Nee, het verschil zit hem denk ik in het gevoel voor stijl. Stilistisch komen zijn films bij mij niet zo binnen als die van ‘de meesters’. Het is vooral extreem, academisch, drama. Kennelijk effectief want hij heeft een grote schare fans. Maar voor mijn gevoel zijn de locaties, karakters en cameraperspectieven allemaal ondergeschikt aan die gewenste provocatie. Die moet elke keer uit zijn systeem.

En is het inderdaad echt zo origineel dan? Alfred noemt voorbeelden van andere filmessayisten die hun vak beter verstonden. Een ander voorbeeld is hoe Dogville al was gedaan (en wat mij betreft ook geestiger) in Le Paltoquet. (Zie mijn allereerste Camera Obscura!)

Geweld in cinema blijft ook een inspirerend onderwerp, maar ik ben moe van van alles en nog wat, ik taai dus af.

Maar ik vraag me toch echt af wat die Denen je misdaan hebben, Alfred…

 

24 januari 2018

 

Deel 2

 

Meer ‘Ondertussen, op de redactie’

House That Jack Built, The

***
recensie The House That Jack Built

De Seriemoordenaar en de Kunsten

door Suzan Groothuis

Een nieuwe Von Trier staat gegarandeerd voor controverse. Helemaal als het gaat om The House That Jack Built die verhaalt over een seriemoordenaar. Von Trier duikt in zijn binnenste en er ontvouwt zich een continu spel met de kijker, provocatief maar ook gortdroog. Helemaal geslaagd is The House That Jack Built niet, maar het lukt Von Trier wel om de kijker te ontregelen.

Half Cannes liep weg bij de vertoning van Von Triers The House That Jack Built. Daarmee belooft de film controverse en provocatie, net zoals Hereditary het predicaat “engste film ooit!” kreeg. Ok, The House That Jack Built is controversieel. Maar dat is iedere Von Trier-film. In al zijn films zoekt de Deen de grenzen op.

The House That Jack Built

Zoekende, ongelukkige mensen
Hij toont zoekende, ongelukkige mensen. In The Idiots zoeken normale mensen de idioot in zichzelf op. Ter ontsnapping aan een dwingende, eisende maatschappij. In Breaking The Waves offert een naïeve, kwetsbare vrouw zichzelf op. In Melancholia zien we het einde van de wereld naderen, waarbij de ene zus dat accepteert en de ander zich overgeeft aan angst. In Antichrist hoopt een koppel nader tot elkaar te komen, maar de natuur beslist gruwelijk anders. En in The House That Jack Built duiken we in de geest van een seriemoordenaar.

Matt Dillon speelt Jack en is met zijn strakke gelaat en dwingende ogen perfect gecast. Hij vertelt zijn verhaal in vijf hoofdstukken, ofwel incidenten. Kenmerkend voor Von Trier, die graag structuur aanbrengt in zijn films. Hoofdstukken zijn hem eigen en werken altijd toe naar een dwingende catharsis. Terwijl Jack vertelt hoe hij seriemoordenaar is geworden en hoe hij geleidelijk aan gedreven werd tot grootse werken, is hij in dialoog met Verge (Bruno Ganz). In de openingsscène horen we klotsend water, alsof de twee ergens doorheen ploegen. Later leren we waar ze zijn.

Duistere iconen
In Incident 1 zien we Jacks eerste moord. Hij ontmoet een dame (Uma Thurman) met autopech, die hem om hulp vraagt. Haar krik is kapot en moet gerepareerd worden. Met zichtbare tegenzin brengt Jack haar naar de dichtstbijzijnde monteur. Terwijl ze rijden confronteert ze hem misschien wel een seriemoordenaar te zijn. “Me getting in this car with you. You might as well be a serial killer. Sorry, but you do kind of look like one”. Een voorbode van wat komen gaat. En met een knipoog naar de krik (jack in het Engels) als moordwapen.

The House That Jack Built

Met de incidenten die volgen, worden Jacks daden intenser en gruwelijker. Hij leert om goed te wurgen. En zijn dwangmatigheden nemen af. Hij heeft niet meer de neiging om de plaats van het misdrijf tot in de puntjes te reinigen en eindeloos op bloedvlekken te controleren. In een vriezer vol pizza’s bergt hij zijn slachtoffers. Ondertussen blijft bij in dialoog met de mysterieuze Verge, die we niet zien maar horen. Ze hebben het over zijn OCD en wat hem dreef om te moorden. Maar het gaat ook over kunst, architectuur en filosofie. Volgens Verge is er zonder liefde geen kunst. Jack denkt er anders over: “The old cathedrals often have sublime artworks hidden away in the darkest corners for only God to see. The same goes for murder.”

De dialoog culmineert in een discussie over iconen, waaronder Jack ook zichzelf schaart. “As disinclined as the world is to acknowledge the beauty of decay it’s just as disinclined to give credit to those… no, credit to us, who create the real icons of this planet. We are deemed the ultimate evil. All the icons that have had and always will have an impact in the world are for me extravagant art.” Hij haalt verschillende voorbeelden aan, zoals de Stuka uit de Tweede Wereldoorlog. Een vernietigende duikbommenwerper, berucht om zijn snerende sirenes, die de bijnaam “Trumpets of Jericho” kregen.

Hoogmoedig epos
Als Verge Jack vervolgens uitmaakt voor Antichrist, schieten beelden van films van Von Trier voorbij. Hoogmoed? Misschien, maar ook een spel met de kijker. En dat is wat Von Trier met The House That Jack Built steeds lijkt te doen. Van expliciet geweld (vooral vrouwen moeten het ontgelden) tot een overdadig tableau vivant: hij duikt op extreme maar ook gortdroge wijze in de diepste krochten van de menselijke ziel. Von Trier speelt met een combinatie van ironie, zwarte humor en schokkend geweld. Zo is er een briljante scène waarbij Jack ontsnapt uit de handen van een agent. Terwijl zijn bloedrode busje wegrijdt, slingert er een lijk achteraan, een lange rode streep achterlatend. Fame van Bowie schalt uit de speakers.

The House That Jack Built

Toch wringt er iets bij The House That Jack Built. Want wat wil Von Trier nu precies zeggen? Er is een kritische blik op Trumps “Make America Great Again”, getuige de rode petjes die Jack en een gezin dragen en het lugubere gevolg dat dit familie-uitje krijgt. Vrouwen zijn Jacks voornaamste slachtoffers en worden niet bepaald vleiend neergezet: irritant, simpel en makkelijk voor te liegen. Kansloze, lege zielen in Jacks handen en totaal tegenovergesteld aan de empathische verbeelding van het lijden van vrouwelijke personages als Bess McNeill uit Breaking the Waves en Selma uit Dancer In The Dark. En dan is er het solistische betoog van Jack, dat overeenkomsten laat zien met Von Trier zelf. Beiden meesters in het manipuleren van hun publiek, perversiteiten niet schuwend.

Goddelijke Komedie
Met The House That Jack Built heeft Von Trier zijn eigen Goddelijke Komedie gemaakt, waar de megalomanie soms van af druipt. Tegelijkertijd weet je: het is Von Trier, hij speelt een spel met de kijker. En net wanneer je denkt dat hij er met het einde een potje van maakt, verrast hij weer.

Dit epos vol kunst, verderf, pijn en verdriet is uiteindelijk een zoektocht naar verlossing. Een zwart-komische zoektocht welteverstaan, waarbij Von Trier de kijker constant bespeelt. Zoals ook Jack zijn omgeving bespeelt. Dan weer briljant en dan weer potsierlijk; het is een film die verdeeldheid geeft maar wel stof tot nadenken levert. En dat kan je tegenwoordig niet van veel films zeggen.

 

8 januari 2019

 

ONDERTUSSEN, OP DE REDACTIE: Lars von Trier: gek of geniaal?

 

ALLE RECENSIES

Woman at War

****
recensie Woman at War

Vrouw wil moeder aarde redden

door Nanda Aris

Woman at War is een politieke, licht absurdistische en droogkomische film over een vrouw met een dubbelleven. Het plezier van film maken straalt van het doek in deze IJslandse inzending voor de Oscars. 

Halla (Halldóra Geirharðsdóttir) is de vijftigjarige dirigente van een koor, maar in het geheim een activiste. Ze dwarsboomt de aluminiumindustrie door elektriciteitsmasten te saboteren – met pijl en boog, zaag of slijptol – met als doel om de mooie IJslandse natuur te beschermen.

Woman at War

Heldhaftig
De film van Benedikt Erlingsson (Of Horses and Men, 2013), opent met Halla die haar pijl en boog klaarmaakt om te schieten, begeleid door opzwepende drums. We zien haar in een ruig landschap, ‘gesierd’ met elektriciteitsmasten. Deze saboteert ze, om zo de aluminiumindustrie schade toe te brengen. Halla is een soloactiviste, die zich geholpen ziet door een schapenherder in de bergen en een bevriend koorlid, dat ook politiek actief is.

Ze maken zich zorgen om Halla, maar die laat zich niet zomaar afschrikken. Heldhaftig gaat ze drones te lijf, verstopt zich voor patrouillerende helikopters en houdt zich schuil tussen de schapen. Net wanneer de aandacht van politie verscherpt en Halla als de ‘Mountain Woman’ haar volgende grote actie plant, krijgt ze bericht van het adoptiebureau.

Er volgt een hele mooie scène, waarin een tai-chiënde Halla het nieuws over klimaatproblemen op tv bekijkt en gebeld wordt. De camera houdt ons beeld op de tv waarop we mensen gered zien worden van een overstroming. Halla krijgt te horen van het adoptiebureau dat er een Oekraïens meisje beschikbaar is. Op de achtergrond fluit de waterketel hard op het vuur, symbool voor Halla’s gevoel. Het is de vraag of ze de verantwoordelijkheid op zich neemt als moeder van het Oekraïense meisje of dat ze verder wil gaan met haar activistische plannen om moeder aarde te redden.

Woman at War

Vervreemding
Ondanks dat dit pas zijn tweede speelfilm is, is Erlingssons werk herkenbaar: droogkomisch, lichtvoetig, maar met serieuze thema’s. Met Woman at War geeft hij recht aan de natuur en vertelt hij een heldenverhaal. Zijn held Halla wordt, net als bij de oude Grieken, geïnspireerd door een muziekband (tegenover het Griekse koor) die Erlingsson bewust zichtbaar in de film plaatst. Dit vervreemdingseffect (een term van toneelschrijver Bertold Brecht) van de muziekband (en drie Oekraïense zangeressen) in beeld haalt de kijker uit het verhaal en herinnert ons aan de fictie van de film: achter alle schijn zit een boodschap die de kijker dient te ontdekken.

Deze stijlkeuze geeft niet alleen Halla kracht, maar ook de film. Zo is er de zachte begeleidende pianomuziek in de woonkamer wanneer zij het nieuws over de adoptie krijgt. De muzikanten begeleiden niet alleen, Halla communiceert ook met hen. Het driekoppige bandje heeft een cameo wanneer Halla de pamfletten uitstrooit en retweet de inhoud van het pamflet.

De manier waarop Hanna de natuur probeert te beschermen en de interactie met de muziekband maken van Woman at War een bijzondere Oscarinzending. Met zijn originele ideeën is Benedikt Erlingsson een regisseur om in de gaten te houden.

 

23 december 2018

 

ALLE RECENSIES