Innocents, The

****
recensie The Innocents
Gebroken glas in een schoen

door Cor Oliemeulen

Kinderen en bovennatuurlijke gaven vormen een dodelijke combinatie in het sfeergevoelige Noorse opgroeidrama The Innocents.

Eskil Vogt vormt samen met beste vriend Joachim Trier een bijna onafscheidelijk Noors duo dat verantwoordelijk is voor het boeiendste dat de Scandinavische cinema het laatste decennium heeft voortgebracht. Meestal schrijven ze samen het scenario, maar af en toe klimt Vogt zelf op de regisseursstoel. In zijn debuutfilm Blind (2014) kruipt hij in het hoofd van een jonge vrouw die plotseling haar gezichtsvermogen verliest en door middel van herinneringen en fantasie, samen met de kijker, haar weg in het donker moet zien te vinden. Eskil Vogt bedacht voor films van Joachim Trier al verhalen over tieners (Thelma, 2017) en jonge volwassenen (Reprise, 2006; Oslo August 31st, 2011; The Worst Person in the World, 2021), in zijn tweede regiefilm The Innocents krijgen jonge kinderen te maken met onbekende en onbestemde omstandigheden.

The Innocents

Moraliteitsbesef
Vogt liet zich inspireren door zijn eigen kinderen, die net als al hun leeftijdsgenootjes tijdens het opgroeien experimenteren en grenzen opzoeken. De vier kinderen in The Innocents zijn al even onschuldig, maar bovennatuurlijke gaven compliceren de weg naar moraliteitsbesef en realiteitszin. Neem nu Ida (Rakel Lenora Fløttum), die met haar gezin naar een stadje aan de rand van een bos is verhuisd en al snel kennismaakt met Benjamin (Sam Ashraf). Zij imponeert hem door haar flexibele armen te overstrekken, waarna Benjamin met zijn gedachten een steentje laat bewegen. Ze vinden elkaars talenten allebei even cool.

Ida schaamt zich voor haar oudere zusje Anna (Alva Brynsmo Ramstad) die ze buitenshuis moet begeleiden omdat Anna zwaar autistisch is en enkel korte geluidjes uitstoot. Volgens Ida voelt Anna geen pijn, ook als Benjamin hard in haar arm knijpt, geeft zij geen krimp. Echter het meisje Aisha (Mina Yasmin Bremseth Asheim) vertelt Ida en Benjamin dat Anna wel degelijk pijn kan voelen, maar niet in staat is haar emoties uit te drukken. Aisha kan het weten, ze is hypersensitief en kan soms gedachten lezen en voelen wat anderen voelen. Het viertal trekt met elkaar op, totdat een van hen een schokkende handeling verricht en een tiener wordt vermoord.

The Innocents

Kijk op de wereld
Wanneer het opgroeidrama zich ontpopt als bovennatuurlijke thriller doet de film al snel denken aan de Zweedse vampierfilm Let the Right One In (2008) van Tomas Alfredson, waarin jonge kinderen proberen te ontsnappen aan ouderlijke controle en zich overgeven aan duistere krachten, en het als sprookje verklede Mexicaanse drama Tigers Are Not Afraid (2019), waarin kinderen door fantasie de alledaagse ellende proberen te vergeten. Ook The Innocents wordt verteld vanuit het perspectief van kinderen. De camera is vooral laag gepositioneerd en focust op details waarop kinderen letten. Symbolisch zijn de shots van Ida die liggend op een schommel de wereld ondersteboven ziet en Benjamins beperkte blik op de realiteit kijkend door een gat in zijn broodje. De geluidsband is bij vlagen al even verontrustend.

The Innocents slaagt door de geheime wereld van de kindertijd bewonderenswaardig te portretteren en de perfecte casting van de vier kinderen. Terwijl de horrorgebeurtenissen zich langzaam opstapelen, lijkt Vogt wat te stoeien met de climax van zijn verhaal die misschien een beter lot had verdiend. Hoewel, de dood van een van de kinderen komt onverwacht, maar past in het plaatje: het leven gaat verder, zonder dat de volwassen buitenwereld een idee heeft wat zich allemaal tussen de kinderen heeft afgespeeld.

 

11 juli 2022

 

ALLE RECENSIES

Flee

*****
recensie Flee
Liefdevol eerbetoon aan stil migrantenkind

door Jochum de Graaf

Amin Nawabi ligt op de bank en sluit zijn ogen, hij ademt diep in en de stroom van lang vergeten herinneringen begint op gang te komen. Regisseur Jonas Poher Rasmussen heeft de camera in de aanslag, fungeert als zijn psychiater. Hij leerde Amin als middelbare scholier kennen, eerst als een jonge vluchteling uit een asielzoekerscentrum, later als een stil migrantenkind dat zijn best doet om zo weinig mogelijk opgemerkt te worden. Na tientallen jaren van hechte vriendschap legt Rasmussen het verhaal van Amin Nawabi vast.

De Deense animatie-documentaire Flee maakte op het afgelopen IDFA furore en is in maar liefst drie categorieën – beste animatie, beste documentaire en beste internationale film – voor een Oscar genomineerd.

Flee

De vlucht
In het begin van de film is Amin Nawabi (een pseudoniem) een jonge jongen die zorgeloos door de straten van het Kabul van de jaren tachtig danst, terwijl westerse popmuziek uit een roze koptelefoon op zijn oren knalt. Wat later zit hij in de achtertuin van zijn ouderlijk huis te luisteren naar verhalen over zijn vader, officier in het Afghaanse leger die gearresteerd wordt door de communistische regering en nooit meer zou worden teruggezien. Vervolgens herinnert hij zich de schok van het ontvluchten van het door oorlog verscheurde Afghanistan in 1989, wanneer het Sovjetleger de smadelijke aftocht geblazen heeft en plaats maken van de door de VS gefinancierde Mujahedeen.

Met zijn moeder en broers en zussen belandt Amin in Moskou waar ze met verlopen immigratiepapieren vast komen te zitten in het desolate post-Sovjet-Rusland, de tijd dodend met nagesynchroniseerde Mexicaanse telenovelas. De hoop is gevestigd op een broer die in Zweden woont en van zijn spaarzame inkomsten geld opzij moet leggen om zijn familieleden te laten overkomen.

Vanaf het begin weten we ook dat Amin veilig in Kopenhagen is aangekomen. Zijn jeugdherinneringen zijn verweven met scènes uit zijn volwassen leven. Hij staat op het punt om een ​​postdoc te worden in Princeton, en hij en zijn verloofde, Kasper, denken erover om een ​​huis te kopen.

Prachtige animatie
Van al die belevenissen zijn er geen of althans heel weinig beelden, en het verhaal van Amin is intrigerend genoeg voor een spannende documentaire waarin hij met commentaar van vrienden en familie zijn verhaal doet. Maar wat doe je als regisseur wanneer je hoofdpersoon alleen onder pseudoniem in beeld gebracht wil worden?

Rasmussen heeft dit opgelost met een briljante versie van een animatie-documentaire. De audiogedeelten van zijn interviews met Amin zijn omgezet in prachtig getekende sequenties, waarbij mensen zijn getekend in een variant op de Europese ‘klare lijn’, terwijl het vereenvoudigd realisme van de geschilderde achtergronden eerder aan Japanse anime doet denken. Met vintage journaalbeelden krijgen we het dagelijks leven in Kabul, Moskou en Kopenhagen te zien. Die afwisselende techniek werkt net zo meeslepend en suggestief als een ‘gewone’ live-actiefilm.

Flee

Het levensverhaal van Amin laat zien hoe de vluchtelingenindustrie werkt, de perverse wereld van de mensensmokkelaars, de exorbitante bedragen die betaald moeten worden, de kans op mislukking, de volgehouden leugens om de kans op een beter leven te vergroten. Tegelijkertijd zijn we getuige van zijn worsteling met homoseksualiteit in het aartsconservatieve Afghanistan en zijn latere emancipatie in de moderne Deense samenleving.

Humor en tederheid
Flee
heeft fijne momenten van humor en tederheid, zoals wanneer Amin Nawabi vertelt dat hij als jongen verliefd was op Jean-Claude “The Muscles from Brussels” Van Damme, die in geanimeerde flashback-vorm naar hem knipoogt vanaf de poster aan zijn slaapkamermuur in Kabul. Innemend hoe hij tijdens zijn eenzame en gevaarlijke vluchtavontuur een warme band met een oudere jongen opbouwt en hoe zijn familie uiteindelijk verrassend op zijn coming-out reageert.

Amins vluchtverhaal – hoe hij eerst naar Rusland gesmokkeld werd en vervolgens naar Denemarken, waar hij uiteindelijk alleen aankomt en als tiener in pleeggezinnen werd geplaatst – leidt tot een aantal onuitwisbare beelden: een mars door besneeuwde bossen belaagd door grenswachten, een hemeltergende scène van een boot vol hoopvolle vluchtelingen en een passerend cruiseschip.

Jonas Poher Rasmussen brengt een liefdevol en feilloos scherp eerbetoon aan zijn vriend Amin Nawabi, een dappere overlevende. De film mag met meerdere Oscars beloond worden.

 

2 maart 2021

 

ALLE RECENSIES

Worst Person in the World, The

****
recensie The Worst Person in the World
Liefde en de vergankelijkheid van het leven

door Cor Oliemeulen

De 30-jarige Julie is zoals veel van haar generatiegenoten: ze weet vooral wat ze niet wil, maar niet wat ze wel wil. Ze is cynisch, egoïstisch, onzeker en besluiteloos, maar ook intelligent, spontaan, empathisch en grappig. Ze begon aan studies medicijnen, psychologie en fotografie, maar ze werkt nu in een boekhandel.  

The Worst Person in the World is een komisch drama over liefde en de vergankelijkheid van het leven. Hoofdpersoon is Julie (Renate Reinsve), die zoveel mogelijk van het leven wil genieten, maar zich daardoor soms de slechtste persoon in de wereld voelt. Ze heeft een relatie met de 44-jarige Aksel (Anders Danielsen), die succesvol is als maker van controversiële stripboeken, terwijl ze zelf complimenten krijgt voor haar artikel ‘Orale seks in het MeToo-tijdperk’. Aksel introduceert haar in zijn familie en wil graag kinderen, maar Julie is daar nog lang niet aan toe. Als ze op een feest de jongere Eivind (Herbert Nordrum) ontmoet, weet ze dat haar relatie met Aksel eindig is.

The Worst Person in the World

Musical zonder zang
Het is bijzonder dat een film met een dergelijk thema is gemaakt door een mannelijke regisseur. Het lukt Joachim Trier, die al zijn films samen schreef met zijn Noorse landgenoot Eskil Vogt (zoals Louder Than Bombs en Oslo, August 31st), voortreffelijk om zijn hoofdrolspeelster in al haar vrouwelijke kracht en twijfel neer te zetten, zonder te vervallen in genderclichés. The Worst Person in the World is vooral een menselijke film over de valkuilen van romantiek. Geen romantische komedie in de gangbare betekenis, maar een over het algemeen opgewekt humaan drama dat soepel en geloofwaardig uitmondt in een existentiële twist. Al die tijd spat Renate Reinsve (tijdens het filmfestival van Cannes uitgeroepen tot beste actrice) in al haar emotionele gelaagdheid van het scherm.

Door de afgebakende structuur van twaalf gefragmenteerde hoofdstukken en de speelse vorm (let bijvoorbeeld op Julie’s ervaringen in een paddotrip) voelt de film als een musical zonder zang (maar wel met een vlotte, gevarieerde soundtrack). Het meest verbluffende voorbeeld hiervan is het moment dat Julie in de keuken achter Aksel staat en de lichtschakelaar aanklikt. Plotseling beweegt Aksel niet meer en staat de tijd stil. Julie holt met een gelukzalige grijns op haar gezicht de straat op, iedereen en alles staat stil (geen computerbeeld, maar briljant geconstrueerd). Ze rent naar de cafetaria waar Eivind werkt, ze kussen elkaar en bewegen zich als een verliefd koppel door Oslo. Als Julie terugkeert in het appartement, klikt ze de schakelaar uit en gaat het leven verder. Niet lang daarna zonder Aksel.

The Worst Person in the World

Werkelijke liefde
Gelukkig voor haar denkt Julie’s leeftijdsgenoot Eivind ook niet aan kinderen, zeker niet met het oog op de onzekere toekomst door klimaatverandering. Maar zoals de kijker al kon vermoeden, is een relatie met hem waarschijnlijk ook geen lang leven beschoren. Dat alles klinkt misschien als een jonge vrouw die wel de lusten maar niet de lasten wil, echter niets is minder waar. Julie kan volledig zichzelf zijn bij Eivind, maar mist de intellectuele uitdagingen van iemand als Aksel, met wie ze bovendien veel beter kon communiceren.

Daarom straalt Julie als ze op tv een interview met Aksel ziet. Hij discussieert vol overgave met een vrouw over zijn stripboeken, die zijn gesprekspartner als seksistisch ervaart. Aksel geeft de feministe lik op stuk. Een rendez-vous van Julie en Aksel is aanstaande. Wat volgt is het meest ontzagwekkende en zielroerende hoofdstuk, met werkelijk ruimte voor liefde.

 

3 februari 2022

 

ALLE RECENSIES

Songs of Repression

***
recensie Songs of Repression

Levend verleden

door Tim Bouwhuis

Een kleine tien jaar geleden gaf de Brits-Amerikaanse regisseur Joshua Oppenheimer ons historische denken over trauma en herinnering een impuls met zijn verbijsterende The Act of Killing (2012). Dat zijn visionaire aanpak ook andere filmmakers inspireert, bewijst het door Oppenheimer geproduceerde Songs of Repression.

Aan de Chileense voet van het Andesgebergte volgen de generaties van Duitse immigranten elkaar al ongeveer een halve eeuw op. In 1961 stichtte de geboren Duitser Paul Schäfer er de nederzetting Colonia Dignidad, die later werd omgedoopt tot Villa Baviera. Mede door de afgelegen ligging en de dwingende autoriteit van Schäfer kon dit bescheiden baken van de Duitse diaspora uitgroeien tot een religieuze sekte waarin seksueel misbruik aan de orde van de dag was. Na de geslaagde staatsgreep (1973) van Augusto Pinochet werd Colonia Dignidad door het nieuwe gezag gebruikt als detentiekamp voor politieke gevangenen. De Duitse regisseur Florian Gallenberger maakte over deze schrijnende geschiedenis de (helaas weinig subtiele) speelfilm Colonia (2015).

Songs of Repression

Nalatenschap van een dader
De excessen van Schäfer en zijn volgers stopten pas in de jaren negentig. Schäfer vluchtte (1997) onder het bewind van Eduardo Frei Ruiz-Tagle, de toenmalige president van Chili, en werd pas in 2005 gevonden en gearresteerd. Songs of Repression laat impliciet zien dat de dood van een dader (vijf jaar later, in 2010) nooit volledig louterend kan werken voor mensen die decennialang door een manier van leven getekend zijn.

Regisseurs Estephan Wagner en Marianne Hougen-Moraga verbleven en filmden achttien relatief recente maanden onder medeplichtigen en slachtoffers (voor zover het mogelijk is die labels toe te kennen) die de nederzetting nooit hebben verlaten. De meesten van hen zijn op leeftijd of verblijven al in het ouderenhuis. Bedrieglijk simpele ontmoetingen maken en gebaren inzichtelijk hoe het verleden in Villa Baviera altijd is blijven leven.

Collectief bewustzijn
In de geest van Oppenheimer proberen Wagner en Hougen-Moraga grip te krijgen op de complexiteit van het begrip ‘collectief bewustzijn’. Door het vertrouwen van de bewoners te winnen, kunnen zij met sommigen spreken over hun herinneringen aan de jaren onder Schäfer. De onderliggende gedachte is dat psychologie de bepalende factor zou moeten zijn in het doorgronden van trauma. Termen als ‘dader’ en ‘slachtoffer’ kunnen de lading nooit volledig dekken, omdat een omlijnd politiek-historisch en moreel kader in de lange periode van misbruik ontbrak. Zo vertelt een van de misbruikte mannen dat hij niet besefte wat er fout was aan het wenken van Schäfer en het gebruikelijke vervolg op diens kantoor. Het was de enige realiteit die hij kende; wat wij zonder enige twijfel slachtofferschap noemen, was vanuit de isolatie en ideologische introductie van Colonia Dignidad niet te bevatten.

The Act of Killing was vooral visionair in zijn haast surreële weergave van zogeheten ‘re-enactments’, waarbij daders uit het verleden situaties met slachtoffers naspeelden en daar vervolgens zelf op reageerden. De regisseurs van Songs of Repression gaan niet zover, maar hun film heeft wel een gelijkaardige theatrale dimensie: de titel hint naar een repertoire van Duitstalige liederen die de bewoners al decennialang zingen. Op het ‘hoogtepunt’ van de documentaire pakt een hoogbejaarde dame in haar ziekbed een mondharmonica om vervolgens met krakende stem Deutschland über alles in te zetten.

Songs of Repression

Gebreken van een schouwspel(?)
Oppenheimer werd er door sommige sceptici van beticht dat hij zijn hoofdpersonen te kijk zetten door hen te laten figureren in hun eigen bizarre schouwspel. In Songs of Repression loopt dat überhaupt niet zo’n vaart, omdat de meer theatrale scènes nooit zo ver gaan of zo diep graven als de meest bepalende re-enactments in The Act of Killing. Er is daardoor minder aanleiding om af te geven op de aanpak van de regisseurs, maar dit gebrek aan controverse legt wel een zwakte van de documentaire bloot: mede door de puur functionele cinematografie (establishment shots van de omgeving, gesprekken vastgelegd in medium shots en close-ups) en de informatieve tussenteksten over de geschiedenis van de sekte voelt de film op momenten toch te oppervlakkig aan.

Die kritiek lijkt buiten bereik bij een film over zo’n pijnlijke geschiedenis, maar misschien heeft het te maken met de beschikbaarheid van vergelijkbare titels en met de keuze van de regisseurs om een aanzienlijk aantal bewoners voor de camera te laten verschijnen. Hierdoor mist het eindresultaat focus en kun je je afvragen of negentig minuten voldoende is om diep tot de psyche van deze mensen door te dringen.

Uiteindelijk zijn het kleine, individuele momenten die voor het meeste ongeloof zorgen en bij zullen blijven waar de documentaire als geheel op sommige fronten tekortschiet. Villa Baviera is al een tijd geen gesloten nederzetting meer, maar toch lijkt een vertrek voor de mensen in Songs of Repression voor eeuwig uitgesloten. Alsof hun getraumatiseerde geest hen in stilte aan dat bedrieglijk serene natuurlandschap heeft gebonden.

 

15 oktober 2021

 

ALLE RECENSIES

Druk

***
recensie Druk

Rechtlijnige ode aan levensvreugde

door Sjoerd van Wijk

Druk houdt het wonderlijk optimistisch voor het documenteren hoe een lerarengroep langzaam afglijdt richting alcoholisme. De omarming van levensvreugde werkt bemoedigend in dankzij Mads Mikkelsen, maar schiet daarmee ook de personages tekort.

Alcohol kent meerdere gezichten, van bron van gezelligheid tot maatschappelijke schade (die wel eens zou kunnen tippen aan een drug als heroïne). In Druk (internationale titel Another Round) bestudeert regisseur Thomas Vinterberg (Festen, 1998) de ambivalente verhouding van alcohol tot de mens. Martin (Mads Mikkelsen) doceert geschiedenis aan een klas die piekert of zij wel hun eindexamen kunnen halen met hem aan het roer. Hij voelt zich al tijden niet de Martin van weleer en blijkt ook in zijn huwelijk gespeend van communicatie. Als hij aan het bruiswater wil blijven tijdens een verjaardagsdiner met drie collega’s haalt Nikolaj (Magnus Millang) de theorie van een filosoof aan dat de mens met 0,5% te laag promillage is geboren. De volgende dag begint Martin aan een “wetenschappelijk” experiment om deze theorie in de praktijk te brengen en al snel doet de hele groep mee.

Druk (Another Round)

Tact en humor
Als men een samenleving kan doorgronden aan haar drugs naar keuze dan duidt de populariteit van alcohol op een vermoeide waar constante stimulatie de mens in beweging moet houden. Zorgvuldig dienen de subjecten dan ook hun doses toe, stiekem op de wc bijgehouden met een promillagemeter. Dat levert komische taferelen op, zoals de geprikkelde voetbaltrainer Tommy (Thomas Bo Larsen) die niet zomaar zijn waterfles aan een pupil kan geven, terwijl met scherpzinnige ironie tussentitels het promillage van de proefkonijnen bijhouden.

Druk verweeft alcohol als het sociale smeermiddel met een addertje onder het gras op pientere wijze in alle interacties, waar een glas wijn bij het eten vanzelf spreekt. Verleidelijk fonkelen de kristallen glazen met kraakheldere wodka of loopt het schuim over een ontkurkte champagnefles. Een duidelijk gebrachte motivatie voor de personages van wegkwijnen nu de volwassenheid is gekomen met verlies van een ‘vonk’ waarvoor alcohol de oplossing lijkt, behandelt Vinterberg zo met tact en humor. Het maakt het afglijden naar alcoholisme inzichtelijk.

Verborgen krachten
Zo strak afgemeten als de alcoholporties in het begin pakt Mikkelsen gaandeweg uit met flarden van zijn zogenaamde oude zelf, alsof het van nature boven komt drijven. Zijn begenadigde optredens voor de klas met een intonatie die het midden houdt tussen peptalk en sterk verhaal in de kroeg werken aanstekelijk in. Twee jongerenfeesten boekstaven de film en de tweede keer staat het reeds lang aangekondigde jazzdanstalent van Martin in de schijnwerpers.

Druk (Another Round)

De energieke handcamerastijl van cinematografe Sturla Brandth Grøvlen (Rams), kenmerkend voor regisseur Vinterbergs Dogme 95-verleden, vat het bemoedigende optreden op meeslepende wijze. Ondertussen hoeft Mads Mikkelsen zich voor de camera niet uit te sloven om die later losgekomen verborgen krachten te etaleren. Zijn uitstraling alleen al vat krachtig de staat van anhedonie waarin hij zich bevindt.

Tekortschieten
Voor de vrienden eindigt het wetenschappelijke avontuur met een begrafenis, waar dat voor Husbands (1968) begint. John Cassavetes, Peter Falk en Ben Gazzara graven vol overgave in de stilstaande levens van hun personages, wat de daar eveneens komische alcoholische uitspattingen een tragische dimensie geeft. Druk schiet echter de vier leraren tekort. Alcohol haalt hen voor even uit de put maar de uiteindelijke oplossing bevindt zich in henzelf, bij twee vrienden gesymboliseerd door het mentoren van een leerling. In het geval van Tommy die als een redder in nood een buitengesloten jongetje weet te integreren in het voetbalteam riekt het naar sentimentaliteit.

De film volgt zo een klassieke individualistische Hollywood-vertelstructuur, waardoor het uitgangspunt bij een boodschap blijft en de levens van de leraren een middel blijken voor een rechtlijnige ode aan levensvreugde.

 

19 augustus 2021

 

ALLE RECENSIES

Painter and the Thief, The

****
recensie The Painter and the Thief

Hoe de kunstrover zelf een kunstwerk werd

door Ries Jacobs

In 2015 stalen inbrekers twee schilderijen van de Tsjechische kunstenares Barbora Kysilkova. De dieven pikten er de duurste doeken uit waardoor het in eerste instantie leek te gaan om een professionele kunstroof. Maar niets bleek minder waar.

De diefstal leek een vooraf zorgvuldig geplande actie te zijn. In plaats van het canvas snel en slordig uit de lijst te snijden, maakten de inbrekers het nietje voor nietje los van het houten frame. Maar de kunstdieven bleken twee junks die nauwelijks wisten waar ze mee bezig waren. Op basis van camerabeelden werden ze snel gevonden.

The Painter and the Thief

Met Karl Bertil-Nordland, een van de dieven, neemt de al jaren in Noorwegen woonachtige Kysilkova contact op in de hoop erachter te komen waar de gestolen schilderijen zijn. De met tatoeages bedekte inbreker heeft zichtbaar spijt van zijn daad. Hij wil alle medewerking verlenen, maar kan zich, met zijn hoofd vol drugs, niets van de diefstal herinneren. Kysilkova vraagt hem te poseren voor een kunstwerk. Dit is het begin van een reeks schilderijen en een vriendschap tussen de kunstenares en de dief.

Een prachtig sprookje?
Regisseur Benjamin Ree vertelt zijn verhaal niet altijd chronologisch, iets wat niet vaak gebeurt in documentaires en deze relatief lange film spannend houdt. Hij licht een belangrijke gebeurtenis uit en vertelt daarna uitvoerig welke ontwikkelingen tot deze gebeurtenis leidden. Het verhaal leent zich hier prima voor want de levens van de kunstenares en de drugsverslaafde nemen nog wel eens een onverwachte wending.

Maar hoe kwam Ree juist bij deze twee personen uit? De regisseur zegt ‘altijd gefascineerd te zijn geweest door kunstroof’. Het zijn de contrasten tussen de elitaire kunstwereld en de veelal van de straat afkomstige criminelen die hem intrigeren. ‘Wie zijn deze dieven? Hoe kiezen ze hun schilderijen?’ De regisseur begon zoals iedereen tegenwoordig start met zijn research, hij zocht op Google. Daarna had hij gesprekken met meerdere kunstdieven, maar geen van hen vond hij interessant genoeg voor een documentaire.

Dit veranderde toen hij las over een kunstroof bij de in Oslo gevestigde galerie Nobel, waar twee schilderijen van een relatief onbekende, in realistische schilderijen gespecialiseerde kunstenares gestolen waren. Hij begon te filmen en zag de band tussen de kunstenares en de drugsverslaafde uitgroeien tot een prachtig sprookje over oprechte spijt en vergeving. Of toch niet?

The Painter and the Thief

Spelend kind
Gelukkig is The Painter and the Thief niet zo eendimensionaal. Ja, spijt en vergeving zijn wel degelijk aspecten die centraal staan in de documentaire, maar er is meer. Zo zien we hoe de kunstenares zich als een moeder ontfermt over de stuurloze drugsgebruiker, maar haar leven zelf ook niet zo goed op de rails heeft. Ze heeft een huurschuld van drie maanden en haar aanvragen voor tentoonstellingen worden afgewezen. Toch vertikt ze het om een parttime baan te zoeken. Ze wil alleen maar schilderen, zoals een kind alleen maar wil spelen.

Beide hoofdrolspelers hebben hun eigen sores, beiden vinden het moeilijk om hun leven zin en richting te geven. In dat opzicht lijken ze op elkaar, deze twee mensen die in compleet verschillende werelden leven en elkaar onder normale omstandigheden nooit hadden leren kennen. Dit is het mooiste aspect van The Painter and the Thief. De film toont te kijker hoe de schilders en de dief, net als alle mensen – arm of rijk, hoog- of laagopgeleid, snobistisch of van de straat – beiden met vallen en opstaan proberen hun leven vorm te geven.

 

26 juli 2021

 

ALLE RECENSIES

Gunda

****
recensie Gunda

Geknor als dialoog

door Bob van der Sterre

Gunda van Viktor Kossakovsky is een prachtige film over varkens, kippen en koeien. Net als in veel speelfilms is er komedie, drama en zijn er dialogen, alleen verstaan we dit keer de talen niet en is er geen ondertiteling.

Het zijn de ogen die je het meest bijblijven in de film. De blik van Gunda, het varken, van de kippen, en van de koeien – ze staren je aan en spreken ermee. Dat katten en honden dat doen, weten de meeste mensen wel. Maar wie had wel eens in de mooie ogen van een koe gekeken zoals deze film doet?

Gunda

Een Kossakovsky-film kun je niet beschouwen zonder de auteur erbij te halen. En hij is gretig in het geven van interviews dus het is niet lastig om zijn visie te achterhalen. Kossakovsky is (net als ondergetekende trouwens) al lang vegetariër. Als vierjarige was hij getraumatiseerd dat een varkentje dat zijn vriendje was geworden werd gebruikt voor een maaltijd. Hij zag naar eigen zeggen toen al in dat ze emoties hadden.

In 1997 kwam hij plotseling op het idee om een film te maken over de ‘heilige drie-eenheid kippen, varkens en koeien’. Het duurde twintig jaar voor hij de financiën rondkreeg. Het idee van een documentaire in zwart-wit, over dieren, dat ging er niet makkelijk in. Olifanten, apen, ja, daar kijken mensen naar. Hij vindt dat maar niets. “Waarom niet over varkens? We kennen ze al duizenden jaren. We eten ze maar verder kijken we nooit naar ze.”

Vier biggetjes, schouder aan schouder
Gunda biedt deze beesten zoals je vermoedelijk niet eerder zag in een film. Je ziet biggetjes sabbelen aan tepels (en hoe Gunda dat moet ondergaan). Biggetjes die regen uit de lucht happen. Mooi beeld: de vier biggetjes die voor de schuur buiten staan, letterlijk vier op een rij, schouder tegen schouder, om daarna een voor een de stal binnen te gaan. Kippen die hun ‘jungle’ verkennen. Koeien die nergens in het bijzonder heen denderen, gezellig bij elkaar, als een soort voetbaltraining.

In een interview met Het Parool vertelt Kossakovsky dat hij zes maanden had uitgetrokken voor de voorbereiding. Ze hadden verwacht maanden bezig te zijn met het zoeken naar een protagonist. “Al op de eerste boerderij die we bezochten was het raak. Gunda kwam zelf op ons af stappen, we hadden direct contact. Er was zo veel te lezen in haar ogen.”

Daarna dus filmen: om 4:00 bij de schuur, tot zonsondergang. Alles draaide om het vertrouwen van de dieren, legt hij uit in interviews. “Een grote camera is geen probleem. Ze vertrouwen je snel. De makkelijkste film die ik ooit heb gemaakt.”

Geen propaganda, wel waarheid
Vleeseters kunnen rustig naar de film: dit is géén propaganda voor vegetariërs. Kossakovsky wilde geen enkel beeld manipuleren en wil ook niemand overtuigen. Ook kleur ontbreekt: de film is zwart-wit. Met reden natuurlijk: “In zwart-wit focus je op de ogen, waarmee je dus veel meer aandacht hebt voor die persoonlijkheden.” En ook geen muziek zoals vrijwel standaard is in dierendocumentaires. “Je kijkt naar de waarheid.”

Het meest schurende stukje is vermoedelijk van de kippen die hun hele leven opgesloten zijn geweest, en ineens de kans krijgen om de wereld om hen heen te ontdekken. Je ziet de angst in de ogen van de kippen. Ook al stond het deurtje van de kooi open, duurde het volgens Kossakovsky een uur voor de eerste kip eruit durfde te gaan.

Een met een poot hippende kip, bevrijd uit gevangenschap, nieuwsgierig rondkijkend in wat zijn wereld had moeten zijn: dat is natuurlijk prachtige, ontroerende cinema. Kossakovsky vertelde dat hij hier nog een mooi stuk had weggelaten, namelijk dat de tweede kip uit angst terugkeerde in de kooi. “Dat was mooi maar zou het tempo uit de film hebben gehaald en te politiek hebben gemaakt.”

Dan blijkt dat ook Kossakovsky een mens is en tegen zijn eigen regels in een documentaire maakt met een boodschap. “Ja, het werd tijd voor een boodschap. Vergeef me.” In praktisch alle interviews die hij doet, somt hij ook de lugubere cijfers op: Elk jaar (!) eten we anderhalf miljard varkens, 66 miljard kippen, bijna een half miljard koeien en ontelbare vissen. En dan nog paarden, schapen, konijnen, eenden…

Gunda

Een snaar geraakt buiten Europa
De film raakt de snaar die je kunt indenken dat ie raakt. Kossakovsky vertelt hoe hij bedolven wordt onder de post van ontroerde mensen. Recensies zijn méér dan lovend: The New York Times, The Guardian, The Wall Street Journal, Rolling Stone, ga zo maar door, ze strooien met complimenten.

De jubelrecensies gaan eerlijk gezegd in veel gevallen niet veel verder dan platitudes dan dat ze beschrijven wat ze er zo vernieuwend aan vinden. Deze film past goed bij Kosakovsky’s kenmerkende onvoorspelbaarheid, zoals ook in zijn vorige film: Aquarela (iets beter dan Gunda, hoewel het appels met peren vergelijken is).

Een groot verschil met andere films is dat de Verenigde Staten nu ook de eigenzinnige documentairemaker lijken te ontdekken. Dat is iets nieuws voor de Russische filmmaker, die wel bekend was in Europa, maar daarbuiten niet zo. Het hielp voor de bekendheid van deze film ook dat Joaquin Phoenix – een van de bekendste veganisten in de VS – er als producer bij aangesloten was.

We hoeven Kossakovsky nu niet te verdenken van snode commerciële belangen met dit project, want zijn hele carrière maakt hij films die nauwelijks geld opbrachten, en dat heeft hem nooit tegengehouden. Gunda kan wel eens zijn knaller zijn – en dat is hem gegund.

En Gunda? Ze zal in elk geval na een mooi leven sterven van ouderdom.

Meer over dieren en emoties? Bekijk dan de website: Indipendenza.nl.

 

19 juni 2021

 

ALLE RECENSIES

Something Must Break

****
IFFR Unleashed – 2014: Something Must Break
Weg met hokjesdenken

door Michel Rensen

Terwijl Ellie op zoek is haar eigen identiteit te ontdekken, wordt ze op slag verliefd op Andreas. Kan de relatie standhouden, terwijl ze zichzelf nog niet kent? En kan iemand überhaupt van haar houden?

De opening van het Tiger Award winnende Something Must Break van de Zweedse regisseur Ester Martin Bergsmark doet vermoeden dat het een doorsnee coming-of-agefilm is met een feestende, rebelse jonge vrouw met geverfd rood-zwart haar en een neuspiercing. De film blijkt al snel een andere invalshoek te hebben als haar huisgenoot met de naam Sebastian verwijst naar het hoofdpersonage, gespeeld door transgenderactrice Saga Becker.

Something Must Break

Lustobject
Het ongemak van deze adressering is van haar gezicht af te lezen. “Ik wil Ellie zijn”, zucht ze even later in eenzame stilte. Een verlangen dat ze nog niet naar anderen durft uit te spreken. De zoektocht naar haar eigen (gender)identiteit is pas in de beginfase, hoewel de afkeer tegen ‘Sebastian’ groeit. Die afkeer tegen zichzelf uit zich niet alleen in haar onzekerheid, maar ook in masochistische seksuele fantasieën en (zelf)destructief gedrag. Als ze controle over de situatie verliest, slaat ze om zich heen of trekt ze zich terug in anonieme seksuele escapades met mannen die haar als niets meer dan een lustobject zien.

Na een transfobe aanvaring in een toilet, ontmoet ze Andreas (Iggy Malmborg), haar redder in nood. De vonk slaat meteen over, maar de relatie tussen de twee blijkt moeizamer te verlopen dan Ellie hoopt. Andreas’ angst voor hoe de buitenwereld tegen hem aankijkt en Ellies eigen destructieve karakter gooien telkens roet in het eten. Een continue afwisseling van aantrekking en afstoting volgt, waarin intieme seksscènes opgevolgd worden door slaande ruzies en obsessieve stalking. Schoonheid en walging liggen steeds dicht bij elkaar.

Liefdevol portret
De film schittert het sterkst wanneer de camera op Becker gefocust is. Haar subtiele acteerwerk maakt een eeuwig gevoel van dwaling invoelbaar, alsof haar personage nergens echt op haar plaats is. Something Must Break laat die onzekerheid zien, maar gaat er slechts beperkt in mee. Hoewel Ellie sterk twijfelt of ze wel écht gezien en geliefd kan worden, laat de camera er geen twijfel over en de film brengt haar op een intieme en liefdevolle manier in beeld. De film lijkt Ellie al te kennen voor ze zichzelf kent.

Something Must Break

Kan Ellies zoektocht naar haar identiteit wel verenigd worden met de ontvlammende liefde? Het lijkt onverenigbaar en leidt steeds weer tot conflict. Andreas voelt zich vooral in het openbaar zeer ongemakkelijk met Ellies androgyne voorkomen. Hokjesdenken compliceert de relatie als Andreas na hun eerste intieme moment abrupt stelt dat hij niet homoseksueel is en Ellie alleen achterlaat. Zijn angst voor de blik van anderen blijkt telkens sterker dan zijn aantrekkingskracht tot Ellie. Haar eigen onzekerheid over haar identiteit maakt het voor de twee nog lastiger.

Enige weg naar vrijheid
Als Ellie haar wens om als Ellie door het leven te gaan aan Andreas vertelt, lijkt hij in eerste instantie haar nieuwe identiteit te omarmen, maar ook hier zitten haken en ogen aan. Binnen Andreas’ heteronormatieve wereld moet elke vorm van ambiguïteit immers verholpen worden.

Andreas liefde is afhankelijk van hoe vrouwelijk ze is, en binnen een heteronormatieve seksuele relaties spelen de geslachtsdelen daarin om de een of andere reden altijd een prominente rol. Gelukkig wordt het Ellie duidelijk dat zijn tere heteroseksuele ziel niet in staat is om haar te accepteren voor wie ze is. De enige weg naar vrijheid is door los te raken uit zijn obsessieve pogingen om haar binnen zijn beperkte kaders te begrijpen, weg van alle hokjes.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 9 juni 2021.

26 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

IFFR 2021: Deense grimmigheid in Shorta en Riders of Justice

IFFR 2021 (februari-editie) – Deel 1 :
Deense grimmigheid in gretig opgeklopte vertellingen

door Tim Bouwhuis

Ondanks de afgeslankte line-up zijn er tijdens het eerste luik van deze IFFR-jubileumeditie toch twee redelijk vergelijkbare films uit Denemarken te zien. Shorta en Riders of Justice ademen actualiteit door aan de hand van grimmige, gretig opgeklopte vertellingen thema’s als politiegeweld, terrorisme en complotdenken te behandelen.

Helaas zorgen de aangezette, uitgelijnde scenario’s er in beide gevallen voor dat de uitwerking van die thema’s zich nauwelijks serieus laat nemen. Let op: om deze kritiek concreet te kunnen maken, neemt dit verslag het niet al te nauw met spoilers.

Adrenaline en amusement
Shorta, het regiedebuut van Frederik Louis Hviid en Anders Ølholm, begint letterlijk met een “I can’t breathe”-moment. Een tiener wordt bekneld door twee politieagenten. Dat zij blank zijn, en hij niet, mag natuurlijk geen toeval zijn. Even later leren we uit een nieuwsfragment dat de tiener Talib heette en dat het voorval hem uiteindelijk fataal is geworden. Twee andere politieagenten begeven zich op dat moment richting Svalegården, een buurt die zo berucht is dat de politiemacht van Kopenhagen haar doorgaans mijdt. In het kielzog van een verdacht voertuig belanden de twee hoofdpersonen er uiteraard wél, waarop het niet lang duurt voor de boel uit de hand begint te lopen.

Shorta

Svalegården blijkt een soort ‘Hotel California’: de agenten raken zodanig ingesloten dat ze op den duur – ironisch genoeg – ronddolen in een gevangenis zonder spijlen. De avond valt, er wordt geschoten en de geluidsband draait overuren. Deze thriller, die ook nog eens rijk aan actie is, zadelt kijkers zo al dan niet expliciet op met een dilemma. Shorta (een Arabische, vaak laatdunkend gebruikte term voor de politie) is pure adrenaline, en dus voor velen (puur) entertainment. De thema’s die de film aansnijdt vragen echter juíst om een meer nuchtere analyse, waarin de kritieke karakterschetsen en de vele plotwendingen niet direct naar de marge verdwijnen door het hoge verteltempo.

In een interview na afloop van de online vertoning stelde een van de regisseurs dat hun intentie altijd was geweest om geen directe oplossingen te presenteren voor de problematiek (sociaaleconomische verloedering, stelselmatig racisme, spiralen van geweld) die Shorta inzichtelijk poogt te maken, maar, vrij geparafraseerd, juist de grijze ethische gebieden te verkennen die je automatisch betreedt als je het oog van de storm eenmaal bereikt hebt. Curieus genoeg komt de film alleen allesbehalve grijs over.

Plot vol tegenstellingen
Het begint met de twee hoofdpersonen, die vrij letterlijke tegenpolen van elkaar zijn. Mike (Jacob Lohmann) is een barse alfa die zich makkelijk op laat hitsen, en het aan het begin van de film uitschatert als zijn collega een misplaatste anekdote over zigeuners vertelt. Jens (Simon Sears) voelt zich duidelijk wat ongemakkelijk als Mike zigeuners na zijn schaterlach verder begint te discrimineren, en het daarbij eigenlijk heeft over ‘vreemdelingen’ in het algemeen. “Dit is Denemarken niet”, roept hij even later. Op dat moment zijn de twee al even gearriveerd in Svalegården, wat de regisseurs duidelijk hebben gemaakt door de agenten in slow motion uit het autoraam naar een passerende moslima te laten kijken. Het conflict tussen de agenten en de buurtbewoners begint met een sleutelscène: een tiener wordt staande gehouden en door Mike tot zijn onderbroek aan toe gefouilleerd. Op de achtergrond zwelt het gejoel aan, en als de agenten deze Amos (Tarek Zayat) met zich mee willen nemen, vliegt de eerste steen tegen de autoruit.

De overduidelijke verschillen tussen de twee agenten zijn een zwakke, doorzichtige basis voor de verdere verloop van de plot. Het is een kwestie van tijd voor Jens, die steeds openlijker gaat twijfelen aan het politieoptreden dat tot Talibs dood leidde, en Mike, die stelt dat politieagenten het koste wat het kost voor elkaar moeten blijven opnemen, met elkaar op de vuist zullen gaan. De twee agenten wekken bewust of onbewust de indruk dat de politiemacht in twee kampen kan worden verdeeld. Die indruk blijft zelfs bestaan als de regisseurs (die het scenario ook voor hun rekening namen) plotwendingen gaan gebruiken om de dramatische spanning te verhogen. Aan de ene kant moet Mike op haast therapeutische wijze zijn vooroordelen onder ogen zien als hij door een verwonding afhankelijk wordt van, jawel, de goedwillende medische verzorging van Amos’ nietsvermoedende Pakistaanse moeder. Aan de andere kant zal Jens uiteindelijk een voor zichzelf traumatische gebeurtenis veroorzaken die het vertrouwen in zijn eigen werk definitief wegneemt.

Kijken naar “de ongelukkigen”
In iedere wending is zo duidelijk de pen van de scenaristen te herkennen dat de geloofwaardigheid telkens ver te zoeken blijft. Shorta doet wat dat betreft sterk denken aan het overmatig gelauwerde Les Misérables (Ladj Ly, 2019), waarin de agenten (daar zijn het er drie) eveneens verschijnen als karikaturen die elkaar naadloos aanvullen in hun gedrag en blik op de situatie. Ook in die film raken de agenten geïsoleerd in een zogenoemde probleembuurt waar de vlam steeds feller in de pan slaat (en zigeuners toevallig ook een belangrijke rol in het conflict spelen).

Niemand twijfelt eraan dat deze “probleembuurten” (tussen aanhalingstekens, want de politie is (mede) verantwoordelijk) bestaan, en het is op zichzelf ook zeker geen probleem dat de regisseurs van beide films geen directe oplossingen kunnen of willen voorzien. De dwarsliggers zijn de rigide scenario’s, die aangezette karakterschetsen en plotontwikkelingen op de context projecteren en de integriteit van het geheel op die manier aantasten.

Regisseur met handtekening
Een vergelijkbaar manco ondermijnt Riders of Justice, de film die vooraf breed werd uitgelicht als programma-opener en in principe ook nog regulier zal worden uitgebracht. Regisseur Anders Thomas Jensen (Adam’s Apples, Men & Chicken) heeft de afgelopen twintig jaar een behoorlijke status opgebouwd in het mixen van drama en donkere humor, niet in de laatste plaats dankzij zijn vaste acteurs Mads Mikkelsen (Casino Royale, Jagten) en Nikolaj Lie Kaas (Reconstruction, de Dossier Q-reeks). Riders of Justice is duidelijk herkenbaar als een komedie van zijn hand; de vraag is alleen of de verkozen wisselingen van toon en insteek ook daadwerkelijk goed uitpakken.

Riders of Justice

Het drama begint met een bomaanslag in de metro, die de moederfiguur wegvaagt uit de levens van militair gediende Markus (Mikkelsen) en zijn dochter Mathilde (Andrea Heick Gadeberg). Markus’ boosheid kan geen kant op en zijn trauma krijgt langzaam vorm. Zijn dochter is ontvankelijker voor hulp, maar haar vader blokkeert iedere poging tot toenadering en raadt haar ook af om spirituele troost te zoeken. Er was waarschijnlijk lang geen schot in de situatie gekomen als Markus niet zou zijn opgezocht door de excentriekelingen Otto en Lennart (Kaas en Lars Brygmann). Deze verstrooid uitziende whizzkids, die in de meest willekeurige situaties met onmogelijke statistieken komen aanzetten, zijn ervan overtuigd geraakt dat de aanslag in de metro geen ongeluk was. Aan de hand van kansberekeningen, getuigenobservaties van Otto en de nodige hulp van een al even excentrieke hacker (Nicolas Bro) komen de twee tot een samenzweringsthese die in de richting wijst van motorclub Riders of Justice.

De radicalisering van ‘complotdenkers’
Je kunt Jensen en zijn groteske typetjes een aantal geslaagde grappen zeker niet ontzeggen, maar toch raakt de film al snel verstrikt in de verschillende netten die hij zelf uitgooit. Zo heeft de verhaallijn rond het verdriet van Mathilde en de band met haar vader best wat potentie, maar wordt iedere aanzet tot welgemeend drama door Jensen zelf weer om zeep geholpen. Mikkelsen acteert goed, zoals we van hem gewend zijn, en Gadeberg is erg beloftevol, maar de meeste andere acteurs schmieren er bewust op los, waardoor de personages nooit geloofwaardig bij elkaar komen.

Dat heeft vooral consequenties als de samenzweringsthese van het drietal het ensemble daadwerkelijk aanzet tot gewelddadige actie. Moeten kijkers daadwerkelijk geloven dat een computernerd zijn onderdrukte frustraties moeiteloos botviert op een volautomatisch geweer, en hooguit even twijfelt om de genadeklap uit te delen? Natuurlijk niet, dat is de aangezette genre-insteek, maar daar komt de film wel in de knel met de duidelijk doorschijnende boodschap over het voorgestelde gevaar van complottheorieën en, daaraan gelinkt, van extremisme of radicalisering.

Riders of Justice

Riders of Justice behandelt dat flink geactualiseerde onderwerp op de meest banale manier mogelijk: de twee ‘complotdenkers’ van dienst maken één cruciale fout, waardoor er aan het einde van de rit overal lijken op straat liggen. De getraumatiseerde Markus wordt daarbij meegesleept in de überhaupt giftige gedachte dat er wraak valt te behalen, waardoor hij zijn militaire kennis en fysiek op gruwelijke wijze misbruikt.

Door de gewelddadige loop krijgt Jensens blik op de samenzweringsthese enorm veel gewicht, maar dat gewicht is niet terecht, aangezien Jensen in een interview ook niet veel verder komt dan de holle leus ‘Complotdenkers, het zijn allemaal losers!’. Riders of Justice zit zo verstrikt in de spanning tussen het luchtige amusement dat Jensen met zijn karakteristieke zwarte humor brengt en de serieuze onderwerpen waar hij op gedramatiseerde wijze iets over wil zeggen.

Shorta en Riders of Justice zijn allebei online te zien (geweest) tijdens dit eerste luik van de IFFR-jubileumeditie. Shorta is nog beschikbaar tot en met vrijdag 5 februari om 16:00, Riders of Justice tot en met donderdag 4 februari om 21:30. Van deze twee titels zal alleen Riders of Justice met zekerheid nog regulier fysiek en/of ‘on demand’ uitgebracht worden.
In een tweede, later te verschijnen verslag aandacht voor positieve hoogtepunten uit de Tigercompetitie.

 

4 februari 2021

 

IFFR 2021 (februari-editie): Fantasierijke producties

IFFR 2021 (februari-editie): Blik op het binnenland

IFFR 2021 (februari-editie): Zwart-wit en wraak op mannen 

IFFR 2021 (februari-editie): Decepties en illusies

 

MEER FILMFESTIVAL

Bovennatuurlijke wezens in IJslandse films – Deel 2: Trollen, spoken, dwergen en zeemeerminnen

Bovennatuurlijke wezens in IJslandse films – Deel 2:
Trollen, spoken, dwergen en zeemeerminnen

door Maaike Mulder

In het eerste deel van dit tweeluik besprak ik de elfen in de IJslandse cinema. In dit tweede deel komen andere bovennatuurlijke wezens aan de orde: trollen, dwergen, spoken en zeemeerminnen.

De verhalen waarin de bovennatuurlijke wezens voorkomen, zijn heel oud. Hun geboortegrond lijkt Scandinavië te zijn. Het geloof in trollen was zelfs zo sterk dat er in Noorwegen wetgeving tegen bestond. Mensen die trollen uitlokten tot het plegen van een misdrijf, werden streng veroordeeld. Zij moesten de gemeenschap verlaten en in de wildernis zien te overleven.

Als IJsland in de negende eeuw door de Noren wordt gekoloniseerd, komen de mythologische verhalen in hun kielzog mee. In de Edda van Snorri Sturluson, geschreven in de dertiende eeuw, maar gebaseerd op oudere verhalen, komen niet alleen de Germaanse goden voor, maar zijn ook deze bovennatuurlijke wezens al volop van de partij.

Tröllaskagi: het schiereiland waar trollen leven

Tröllaskagi: het schiereiland waar trollen leven.

Mensen die door de omgeving als trol of heks gezien worden, zijn geen bovennatuurlijke wezens. Dus Grendel in de film Beowulf & Grendel (2005) valt buiten de boot, ondanks dat hij door de Deense koning als een trol-achtig wezen wordt gezien.

Dan zijn er nog de films waarin de hoofdpersoon een dreiging ervaart die vooral te maken lijkt te hebben met de eigen psychische labiliteit. De bedreigende monsters of geesten van gestorvenen bestaan alleen in de eigen verbeelding en komen dan in de film meestal ook niet tot leven. Hierbij kun je denken aan films als Blóðrautt sólarlag (The Crimson Sunset, 1977) en Skammdegi (Deep Winter, 1985).

Ook de tilberi, een specifiek IJslands monster, laat ik buiten beschouwing, omdat deze ‘koerier’ een product is van menselijke activiteit en niet een bewoner van ‘de andere wereld’. Viðar Vikingsson heeft een film gemaakt over een dergelijk monster: Tilbury (1987), te bekijken op YouTube. (Wel de naam van de regisseur ook invoeren, want er zijn meerdere films met die naam.)

Wat houden we dan over? Trollen, dwergen, spoken en zeemeerminnen.

Trollen
Trollen (tröll) zijn in de Scandinavische mythologie reusachtige, kwaadaardige wezens. Ze worden beschreven als oud en heel sterk, maar ook traag en dom. Ze kunnen het geluid van kerkklokken niet verdragen en moeten daarom ver van de beschaving leven. Ze ontvoeren soms eenzame reizigers om ze daarna op te eten. Vaak worden ze beschreven als nachtwezens die geen zonnestraaltje kunnen verdragen. Als ze zich ´s morgens niet op tijd hebben teruggetrokken in hun holen, verstenen ze. Zowel Tolkien (The Lord of the Rings) als Rowling (Harry Potter) hebben zich gebaseerd op deze oude beschrijvingen van de trollen: wezens die het goede bestrijden en voor het kwade kiezen.

Ieder kind in IJsland krijgt al op jonge leeftijd het verhaal te horen van Grýla, een vrouwelijk monster dat in de IJslandse bergen leeft. Haar naam wordt al in de Edda genoemd. Ze is een vreselijk wezen, deels trol en deels dier, en sinds de zeventiende eeuw ook de moeder van de dertien trollen of jólasveinar (kerstmannetjes). Met kerst komen Grýla en haar zonen uit de bergen: ze gaan op zoek naar stoute kinderen om die mee te lokken en op te eten. Tegenwoordig zijn de jólasveinar gelukkig getransformeerd tot vriendelijke trollen die weliswaar kattenkwaad uithalen, maar ook lekkers in de schoen van de kinderen stoppen.

Trollen zijn oersterk, dom en vraatzuchtig.

Trollen zijn oersterk, dom en vraatzuchtig.

Zij mogen hun boosaardige karakter in de loop der eeuwen dan wel zijn kwijtgeraakt, dat geldt niet voor de trollen die we in verhalen en films tegenkomen. Daar blijven ze de afzichtelijke wezens die ze van oorsprong zijn. Soms nemen ze de vorm aan van een vriendelijke man of vrouw, maar dat gebeurt dan enkel en alleen om op die wijze de mensen in hun macht te krijgen. Een oplettend iemand kan ze herkennen aan hun kracht en hun enorme eetlust.

Dwergen
In de oude verhalen komen dwergen (dvergar) wel regelmatig voor, maar in de films treffen we ze nauwelijks aan. Ik ken maar één film waarin een dwerg voorkomt, en dat is Síðasti bærinn í dalnum (The Last Farm in the Valley, 1950). Deze dwerg is een vriendelijk mannetje dat contact onderhoudt met de elfen en dat de mensen behulpzaam is. Deze karakterisering geldt ook voor de dwergen in de verhalen. Ze zijn een soort kabouters die de mensen soms plagen, maar in wezen niet boosaardig zijn.

Elfen
In de hierboven genoemde film komen naast dwergen ook trollen en elfen voor. Het voorkomen van elfen in de IJslandse films is in het voorgaande artikel besproken. Hier nog even een korte karakterisering. Elfen zijn in de IJslandse verhalen vrijwel altijd vrouwelijke wezens die een bijzondere uitstraling hebben en over bovennatuurlijke krachten beschikken. Ze leven in heuvels, rotsen of steenpartijen, maar kunnen ook als mens onder de mensen leven. Ze zijn in het algemeen behulpzaam tegenover de mensen. Er zijn ook verhalen waarin elfen demonische wezens zijn, die de mensen ellende brengen, maar dit type elf komt in de IJslandse films niet voor.

Síðasti bærinn í dalnum
De eerste en tevens belangrijkste film waarin trollen en bovendien ook elfen en dwergen een rol spelen, is de in 1950 verschenen familiefilm Síðasti bærinn í dalnum (The Last Farm in the Valley) van Óskar Gíslason, met daarbij speciale filmmuziek, gecomponeerd door Jórunn Viðar.

Het is Óskars eerste film en het is pas de tweede speelfilm die in IJsland is gemaakt. Het is enkele jaren na de Tweede Wereldoorlog en IJsland is pas sinds zes jaar onafhankelijk. Het leven op het platteland is hard voor de boeren en dat blijkt ook uit de filmbeelden. We zien vervallen boerderijen die geen eigenaar meer hebben, verwilderd land en met gras overwoekerde paden.

The Last Farm in the Valley (1950)

Síðasti bærinn í dalnum (1950)

Toch heeft Óskar een sprookjesachtige film weten te maken waaruit vooral hoop spreekt. In de strijd van het goede tegen het kwade zal het goede uiteindelijk winnen. De film is een groot succes, zowel in binnen- als buitenland. De regisseur heeft zijn naam hiermee voorgoed gevestigd. De film, waarvan slechts één exemplaar bestond, is als gevolg van de vele vertoningen verschillende keren gebroken en weer aan elkaar gelijmd. Daardoor liep de muziek na een aantal jaren niet meer synchroon met het beeld. In 2010 is de film gerestaureerd en gedigitaliseerd en het IJslands symfonieorkest heeft toen de muziek van Jórunn Viðar opnieuw uitgevoerd, passend bij de gerestaureerde versie.

De inhoud van de film is een raamvertelling: een grootmoeder vertelt aan haar kleindochter het volgende verhaal:

Alle boeren uit een dal met vruchtbare grond zijn door een trollenechtpaar verjaagd, behalve eentje, Björn. Zijn moeder heeft namelijk een ring van de elfenkoningin gekregen die de familie beschermt tegen alle kwaad. De trollen proberen natuurlijk de ring te stelen. Eerst verandert de mannelijke trol zich in een arbeider die Björn op de boerderij komt helpen. Hij blijkt heel sterk en kan enorme hoeveelheden eten en drinken. Als het hem niet lukt de ring te stelen, komt ook zijn vrouw in de vorm van een dienstmeisje naar de boerderij. Dankzij de oplettendheid van de kinderen van Björn lukt het ook haar niet de ring te pakken te krijgen. Deze twee kinderen hebben vriendschap gesloten met een dwerg, die zichzelf onzichtbaar kan maken, en met de elfenkoningin, die kan toveren. Met behulp van deze vrienden weet de familie de twee trollen voorgoed uit het dal te verjagen. Nu zullen ook andere boeren zich weer in het dal kunnen vestigen.

Naast de bijzondere muziek is ook de elfendans die opgevoerd wordt in de elfengrot het vermelden waard. Óskar heeft gekozen voor een dans die in het begin van de twintigste eeuw door Isadora Duncan, de pionier van de moderne dans, is bedacht. Zij hield niet van de stijve techniek van het ballet en liet haar acteurs op blote voeten dansen (in Griekse gewaden) waarbij de bewegingen gebaseerd waren op de natuurlijke ritmes van het lichaam.

Síðasti bærinn í dalnum (1950)

De film is een klassieker en een van de meest geliefde films in IJsland. Toen de gerestaureerde film in 2010 opnieuw werd vertoond, stonden de mensen rijen dik voor de kassa om kaartjes te bemachtigen.

Ik noem nog twee andere films waarin trollen voorkomen. Árni Thor Jónsson maakte een korte film over de kersttrollen in hun oorspronkelijke boosaardige gedaante, Örstutt jól (Unholy Night, 2007). En in Gilitrutt (1957), een bewerking van het sprookje Repelsteeltje door Jónas Jónasson, ontmoeten we een vrouwelijke trol als vervangster van de dwerg in het sprookje.

Zeemeerminnen
Zeemeerminnen (hafmeyjur) zijn misschien wel de beroemdste mythische wezens ter wereld. Ze zijn een soort watergeesten, half vrouw en half vis. Het zijn onsterfelijke, jonge, aantrekkelijke vrouwen die de mannen naar zich toe lokken. Ze zijn niet afkomstig uit Scandinavië, maar uit het Midden-Oosten. De kerk gebruikte afbeeldingen van de zeemeermin om de mensen te waarschuwen voor de verleidingen van het kwaad. Zeemeerminnen zouden volgens de kerk geen ziel hebben en deze alleen maar kunnen verkrijgen door een man te trouwen en een kind te krijgen. Daarna zouden ze echter hun onsterfelijkheid hebben verloren.

Hoewel IJsland omringd wordt door de zee, komen zeemeerminnen niet veel voor in verhalen en films, in tegenstelling tot elfen en trollen. De enige film waarin een zeemeermin een hoofdrol speelt is Í faðmi hafsins (In the Arm of the Sea, 2001) van Jóskim Reynisson. Het verhaal is losjes gebaseerd op het bekende sprookje De Kleine Zeemeermin van Andersen. In deze film, die bol staat van de symboliek, lijkt de zeemeermin er inderdaad op uit om een kind te krijgen. Of ze daarna ook haar onsterfelijkheid verliest, vermeldt de historie niet.

Vlakbij het stadhuis van Reykjavik staat dit standbeeld van een zeemeermin.

Vlakbij het stadhuis van Reykjavik staat dit standbeeld van een zeemeermin.

Í faðmi hafsins
Deze film begint met de voorbereidingen voor de bruiloft van Valdimar (Hinrik Ólafsson) en Unnur (Margrét Vilhjálmsdóttir). Enige tijd geleden is Unnur zomaar op een dag in het dorp verschenen en Valdimar, de kapitein van een vissersschip, is van plan met deze mooie vrouw te trouwen. Unnur krijgt op de ochtend van het huwelijk haar trouwjurk cadeau van de oude Ægir (Sigurður Kristjánsson), een witte jurk versierd met schelpen. Weet Ægir soms wie Unnar werkelijk is? (Ægir is de naam van de zeegod in de Noorse mythologie.)

In de huwelijksnacht verdwijnt Unnur om nooit meer terug te keren. Valdimar is ontroostbaar. Met zijn zaken gaat het evenwel voorspoedig. Niemand vangt vanaf dat moment zoveel vis als Valdimar. Na ruim een jaar vindt hij een baby op het strand. Hij weet dat dit het kind van hem en Unnur is. Hij voedt het zoontje, dat hij Mar noemt, op.

In de nacht vóór Mar’s zevende verjaardag zien we Unnur wadend door het water op weg naar haar zoon. Als Mar wakker wordt, ligt er zeewier op zijn bureautje. Een cadeautje van zijn moeder. Als het jongetje na het verjaardagsfeest naar bed wil gaan, kan hij niet meer lopen. Valdimar realiseert zich wat dit betekent. Hij zal het kind aan zijn moeder moeten overdragen. Hij haalt Ægir op en brengt hem en Mar naar een roeiboot. Hij legt zijn zoon naast de oude man in de boot en samen varen de twee de zee op.

Spoken
Spoken (draugar) of geesten zijn wezens die gestorven zijn maar in hun dood nog geen rust kunnen vinden omdat ze nog iets moeten afronden. Zij kunnen zich vrijelijk bewegen en worden niet tegengehouden door deuren of muren. Een ontmoeting van een mens met een spook betekent meestal een spoedige dood voor de mens en dus is een spook een ideale figuur voor een horrorfilm.

Het mooiste voorbeeld van een film waarin een spook met een ‘unfinished business’ figureert, is mijns inziens de jeugdfilm Duggholufólkið (No Network, Geen bereik, 2007) van Ari Kristinsson die ook in Nederland is vertoond, zowel in de bioscoop als op de televisie.

Duggholufólkið (2007)

Duggholufólkið (2007)

Duggholufólkið
Kalli (Bergþor Þorvaldsson) is een twaalfjarige computerfreak, die met zijn moeder in Reykjavik woont. Omdat hij een foto van zijn leraar in de schoolkrant heeft bewerkt, wordt hij van school gestuurd. Hij moet van zijn moeder enkele weken bij zijn vader en diens nieuwe gezin in de Westfjorden gaan logeren. Hij heeft het daar helemaal niet naar zijn zin, vooral niet omdat hij het grootste deel van de dag ‘geen bereik’ heeft en dus niets kan met zijn mobieltje. Bovendien botert het niet tussen hem en zijn paranormaal begaafde stiefzus Ellen (Þordis Hulda Árnadóttir).

Op een ochtend als Kalli en Ellen alleen thuis zijn, breekt er een sneeuwstorm los. Het huis is volledig van de buitenwereld afgesloten. Kalli is het verblijf in de Westfjorden inmiddels al helemaal zat. Hij loopt weg en probeert het netwerk in de zendmast te repareren zodat hij een taxi kan bellen om hem naar de stad te brengen. Zijn stiefzus is hem gevolgd. Tijdens de hevige sneeuwstorm belanden ze in een onbewoond huis dat heeft toebehoord aan de familie van ene Lárus. Ellen weet te vertellen dat deze Lárus zijn familie tijdens een sneeuwstorm naar de Dugg-klif (Dugghola) heeft geleid, waarop zij allemaal naar beneden zijn gestort en zijn omgekomen.

Ze krijgen in het huis te maken met de geest van deze Lárus. De geest (een jongen met een doorzichtig lichaam) volgt Kalli overal in het huis, tot op de wc. Hij wordt immers niet door muren tegengehouden. Hij weerspreekt het verhaal van Ellen: hij heeft juist geprobeerd zijn familie ervan te weerhouden om over de klif te gaan, maar ze wilden niet luisteren. Hij is als enige achtergebleven en in een kloof terechtgekomen (en daar doodgevroren). Hij vraagt Kalli nu zijn botten te zoeken op de plaats waar hij is gestorven en die op het graf van zijn verwanten te leggen zodat hij bij hen begraven kan worden. Het feit dat zijn botten in de kloof zullen zijn gevonden, zal meteen duidelijk maken dat hij onschuldig is aan de tragedie. Als Kalli en Ellen zijn opdracht uitvoeren, zal hij hen niet doden.

Aanvankelijk heeft Kalli weinig zin in dit avontuur, maar de geest plaagt hem zozeer (kaarsen uit laten gaan, mobieltje in een glas water stoppen, etc.) dat Kalli uiteindelijk belooft het te doen. Samen met Ellen gaat Kalli naar de kloof. Ze vinden de botten inderdaad, graven ze uit en brengen ze naar het kerkhof in Isafjörður. Daar leggen ze de botten op het graf van Lárus’ familie.

Enkele andere films met spoken zijn Drauga Saga (Ghost Story, 1985), de komedie Ófeigur gengur aftur (Spooks and Spirits, 2013) en Ég man þig (I Remember You, 2017). De laatste film is een bewerking van het gelijknamige boek van de populaire thrillerschrijfster Yrsa Sigurðardóttir, dat in het Nederlands is vertaald als Ik vergeet je niet.

Rotsen
Rotsen met hun grillige vormen hebben altijd sterk tot de verbeelding gesproken. Ze worden vaak beschouwd als de woonplaats van de bovennatuurlijke wezens. In de film Síðasti bærinn í dalnum wonen zowel de trollen als de elfen in een rots, respectievelijk in de Tröllaborg en de Fögrubjörg.

Daarnaast worden alleenstaande rotsen in de verhalen vaak beschouwd als versteende trollen. In de detective-serie Hamarinn (The Cliff, 2009-2010) lijkt de rotspartij echter een zelfstandig bovennatuurlijk wezen.

In 1992 wordt er in IJsland een verhalenwedstrijd uitgeschreven. Het verhaal moet geschikt zijn als leesmateriaal voor de schoolkinderen. Guðrún Kristín Magnúsdóttir, die veel kinderboeken en televisieseries op haar naam heeft staan, wint de wedstrijd met Tröllabarn (Het kind van de trollen).

In dit verhaal vertelt een grootvader aan zijn kleinzoon het verhaal van een kleine trol die de tijd vergeten was toen hij schelpen aan het zoeken was. Vader, moeder en zusje gingen hem zoeken, maar de zoektocht duurde te lang en ze werden door het daglicht verrast. Alle vier versteenden ze tot rotsen. Vlak voor het noodlot toesloeg schreeuwde de grote trol nog: Als iemand ons kwaad doet, laat ik uit de berg stenen naar beneden storten, grote en kleine brokken steen, die hem zullen vernietigen die ons schade toebrengt.

Leven rotsen?

Leven rotsen?

Hamarinn
In de detective-serie Hamarinn heeft regisseur Reynier Lyngal een verhaal als dat van Guðrún als basis gebruikt. Hierin komt het oude IJsland met zijn geloof in bovennatuurlijke wezens in botsing met het nieuwe IJsland, dat net zo modern wil zijn als alle andere landen in de westerse wereld.

Midden in de nacht raakt Snorri (Thorir Sæmundsson) zwaargewond als hij met zijn graafmachine over de rand van een klif naar beneden stort. Het lijkt in eerste instantie te gaan om een bizar ongeluk, maar al gauw blijkt dat er meer aan de hand is.

De rots waar de graafmachine vóór staat, zal namelijk opgeblazen worden omdat daar een mast voor een elektriciteitscentrale moet komen. Daar zitten de meeste dorpsbewoners niet op te wachten. Zij zijn bang dat de mooie natuur rond hun dorp vernietigd zal worden. Een groep milieuactivisten strijdt voor het behoud van de rots. Zij beschouwen, net als vele bewoners, de rots als een heilige plaats, waarvan je de rust niet mag verstoren. En ook de rots zelf lijkt het niet eens te zijn met de bouwplannen. Kan hij het ongeluk veroorzaakt hebben?

De rots lijkt veel op zijn geweten te hebben. Het werk was nog maar nauwelijks gestart toen er een bekroonde merrie van Snorri’s ouders dood ging. Vervolgens kreeg zijn vader een splinter in zijn hand en die wond wil maar niet genezen. Bovendien zijn er allerlei machines stuk gegaan. En nu is het maar de vraag of Snorri dit ernstige ongeluk overleeft. En om het nog erger te maken komt er de dag na het ongeluk ook nog een rotsblok naar beneden gevallen waardoor een auto van een van de werkmannen verpletterd wordt, terwijl de chauffeur erin zit. Nee, er rust beslist geen zegen op dit project.

Inga (Dóra Jóhannsdóttir), die de plaatselijke politie vertegenwoordigt, krijgt hulp van Helgi (Björn Hlynur Haraldsson), een inspecteur van politie uit Reykjavik. Helgi is vertrouwd met de omgeving, waar hij een deel van zijn jeugd heeft doorgebracht, en hij weet dat veel dorpsbewoners de rots als een heilige plaats beschouwen. Toch gaat hij niet zover dat hij de rots de schuld wil geven van Snorri’s ongeluk.

Inga lacht om al die verhalen over een zogenaamde heilige plaats. Ze schopt zelfs tegen de rots en als er een stuk steen afbreekt, legt ze dat op de passagiersstoel van haar auto om het mee naar huis te nemen. Zoiets kan natuurlijk niet onbestraft blijven. Eerst wil de auto niet starten en vervolgens, als ze uiteindelijk rijdt, verschijnt er ineens een man vóór haar op de weg. Ze moet hard remmen. Als ze hevig geschrokken uit de auto stapt, is er evenwel niets te zien. Ze gooit nu toch de steen maar uit de auto.

Er komt een inspraakavond in het dorp waar een medium contact legt met de bewoners van de andere wereld om aan hen te vragen of de rots opgeblazen mag worden. Het antwoord is duidelijk: Nee. Het gemeentebestuur dat het dorp zo graag een nieuwe tijd in wilde loodsen, moet zijn plan terugtrekken. Er komt geen mast, er zal niets worden opgeblazen. De rots is, met behulp van de milieuactivisten, als overwinnaar uit de bus gekomen.

Deze populaire detective-serie – die in Nederland op televisie is geweest en daarna enkele jaren op Netflix – heet niet voor niets Hamarinn. De rots is de ‘hoofdpersoon’. De natuur, waar de bewoners van ‘de andere wereld’ hun woonplaats hebben, moet gerespecteerd worden. En wat de mensen verder allemaal verzinnen, en welke menselijke drama´s zich voltrekken, dat is voor de rots niet van belang. Voor de politie zijn evenwel de menselijke relaties en de drijfveren die de handelingen sturen, hoogst interessant en alleen als ze die weten te ontrafelen, zullen ze het mysterie kunnen oplossen.

Conclusie
Elfen en trollen vertegenwoordigen het goed en het kwaad, verbeeld als krachten buiten de mens. Trollen bezorgen de mens alleen maar ellende. De elfen daarentegen zijn de mensen gunstig gezind, ook al treden ze soms streng op als er sprake is van onrechtvaardigheid. Soms worden ze geholpen door dwergen. Een zeemeermin zou je een elf van de zee kunnen noemen, die de mens ertoe verleidt om voor een droomwereld te kiezen.

Trollen, dwergen, elfen en zeemeerminnen vallen óf mensen lastig, óf helpen mensen. Bij de spoken ligt dat anders. Zij hebben de mensen juist nodig om onrecht dat hen in het verleden is aangedaan, recht te zetten.

In IJsland zetten meerdere films en boeken van de laatste decennia het geloof in de andere wereld in als wapen in de strijd tegen de verwoesting van de natuur. Gebeurt dat alleen in IJsland?

In De Vierklank, een regionale krant in Bilthoven en omgeving, las ik op 6 januari 2021 het volgende ingezonden stuk:

Mijn naam is Olly, ik ben een boskabouter van 317 jaar oud. Ik woon in het bos tussen Hollandsche Rading en de Lage Vuursche, op een geheime plek. Ik hoop dat jullie begrijpen dat ik mijn adres niet kan geven. […] en daarom schrijf ik een brief, want ik zie de bewoners verdrietig, er gebeuren dingen die ik niet zo goed begrijp en het is onrustig in een van de laantjes… er komt een nieuwe woning, een soort resort, gigantisch zo (te) groot! Niemand begrijpt waarom de gemeente zo een vergunning heeft kunnen geven, in het bos! […] ik zag hoe tientallen bomen werden gekapt … zonder toestemming of nut!

En nadat de kabouter ook nog heeft aangekaart dat er misschien een windmolenpark bij zijn huis komt, besluit hij met:

Gemeente, dit is een natuurgebied!! Hier zouden jullie trots op moeten zijn, stop alsjeblieft met het brengen van de stad naar het bosleven, ons meest kwetsbare gebied. Olly, de boskabouter.

Ik hoop van harte dat Olly’s noodkreet wordt gehoord. Of lukt zoiets alleen in IJslandse films?

 

Maaike Mulder was docent taalkunde aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Na haar pensioen heeft zich toegelegd op de studie van de IJslandse taal en cultuur. Geïnteresseerden in de IJslandse filmgeschiedenis kunnen terecht op haar website www.talengek.nl.

 

24 januari 2021

 

Deel 1: Elfen streven naar rechtvaardige wereld

 

ALLE ESSAYS