Painter and the Thief, The

****
recensie The Painter and the Thief

Hoe de kunstrover zelf een kunstwerk werd

door Ries Jacobs

In 2015 stalen inbrekers twee schilderijen van de Tsjechische kunstenares Barbora Kysilkova. De dieven pikten er de duurste doeken uit waardoor het in eerste instantie leek te gaan om een professionele kunstroof. Maar niets bleek minder waar.

De diefstal leek een vooraf zorgvuldig geplande actie te zijn. In plaats van het canvas snel en slordig uit de lijst te snijden, maakten de inbrekers het nietje voor nietje los van het houten frame. Maar de kunstdieven bleken twee junks die nauwelijks wisten waar ze mee bezig waren. Op basis van camerabeelden werden ze snel gevonden.

The Painter and the Thief

Met Karl Bertil-Nordland, een van de dieven, neemt de al jaren in Noorwegen woonachtige Kysilkova contact op in de hoop erachter te komen waar de gestolen schilderijen zijn. De met tatoeages bedekte inbreker heeft zichtbaar spijt van zijn daad. Hij wil alle medewerking verlenen, maar kan zich, met zijn hoofd vol drugs, niets van de diefstal herinneren. Kysilkova vraagt hem te poseren voor een kunstwerk. Dit is het begin van een reeks schilderijen en een vriendschap tussen de kunstenares en de dief.

Een prachtig sprookje?
Regisseur Benjamin Ree vertelt zijn verhaal niet altijd chronologisch, iets wat niet vaak gebeurt in documentaires en deze relatief lange film spannend houdt. Hij licht een belangrijke gebeurtenis uit en vertelt daarna uitvoerig welke ontwikkelingen tot deze gebeurtenis leidden. Het verhaal leent zich hier prima voor want de levens van de kunstenares en de drugsverslaafde nemen nog wel eens een onverwachte wending.

Maar hoe kwam Ree juist bij deze twee personen uit? De regisseur zegt ‘altijd gefascineerd te zijn geweest door kunstroof’. Het zijn de contrasten tussen de elitaire kunstwereld en de veelal van de straat afkomstige criminelen die hem intrigeren. ‘Wie zijn deze dieven? Hoe kiezen ze hun schilderijen?’ De regisseur begon zoals iedereen tegenwoordig start met zijn research, hij zocht op Google. Daarna had hij gesprekken met meerdere kunstdieven, maar geen van hen vond hij interessant genoeg voor een documentaire.

Dit veranderde toen hij las over een kunstroof bij de in Oslo gevestigde galerie Nobel, waar twee schilderijen van een relatief onbekende, in realistische schilderijen gespecialiseerde kunstenares gestolen waren. Hij begon te filmen en zag de band tussen de kunstenares en de drugsverslaafde uitgroeien tot een prachtig sprookje over oprechte spijt en vergeving. Of toch niet?

The Painter and the Thief

Spelend kind
Gelukkig is The Painter and the Thief niet zo eendimensionaal. Ja, spijt en vergeving zijn wel degelijk aspecten die centraal staan in de documentaire, maar er is meer. Zo zien we hoe de kunstenares zich als een moeder ontfermt over de stuurloze drugsgebruiker, maar haar leven zelf ook niet zo goed op de rails heeft. Ze heeft een huurschuld van drie maanden en haar aanvragen voor tentoonstellingen worden afgewezen. Toch vertikt ze het om een parttime baan te zoeken. Ze wil alleen maar schilderen, zoals een kind alleen maar wil spelen.

Beide hoofdrolspelers hebben hun eigen sores, beiden vinden het moeilijk om hun leven zin en richting te geven. In dat opzicht lijken ze op elkaar, deze twee mensen die in compleet verschillende werelden leven en elkaar onder normale omstandigheden nooit hadden leren kennen. Dit is het mooiste aspect van The Painter and the Thief. De film toont te kijker hoe de schilders en de dief, net als alle mensen – arm of rijk, hoog- of laagopgeleid, snobistisch of van de straat – beiden met vallen en opstaan proberen hun leven vorm te geven.

 

26 juli 2021

 

ALLE RECENSIES

Gunda

****
recensie Gunda

Geknor als dialoog

door Bob van der Sterre

Gunda van Viktor Kossakovsky is een prachtige film over varkens, kippen en koeien. Net als in veel speelfilms is er komedie, drama en zijn er dialogen, alleen verstaan we dit keer de talen niet en is er geen ondertiteling.

Het zijn de ogen die je het meest bijblijven in de film. De blik van Gunda, het varken, van de kippen, en van de koeien – ze staren je aan en spreken ermee. Dat katten en honden dat doen, weten de meeste mensen wel. Maar wie had wel eens in de mooie ogen van een koe gekeken zoals deze film doet?

Gunda

Een Kossakovsky-film kun je niet beschouwen zonder de auteur erbij te halen. En hij is gretig in het geven van interviews dus het is niet lastig om zijn visie te achterhalen. Kossakovsky is (net als ondergetekende trouwens) al lang vegetariër. Als vierjarige was hij getraumatiseerd dat een varkentje dat zijn vriendje was geworden werd gebruikt voor een maaltijd. Hij zag naar eigen zeggen toen al in dat ze emoties hadden.

In 1997 kwam hij plotseling op het idee om een film te maken over de ‘heilige drie-eenheid kippen, varkens en koeien’. Het duurde twintig jaar voor hij de financiën rondkreeg. Het idee van een documentaire in zwart-wit, over dieren, dat ging er niet makkelijk in. Olifanten, apen, ja, daar kijken mensen naar. Hij vindt dat maar niets. “Waarom niet over varkens? We kennen ze al duizenden jaren. We eten ze maar verder kijken we nooit naar ze.”

Vier biggetjes, schouder aan schouder
Gunda biedt deze beesten zoals je vermoedelijk niet eerder zag in een film. Je ziet biggetjes sabbelen aan tepels (en hoe Gunda dat moet ondergaan). Biggetjes die regen uit de lucht happen. Mooi beeld: de vier biggetjes die voor de schuur buiten staan, letterlijk vier op een rij, schouder tegen schouder, om daarna een voor een de stal binnen te gaan. Kippen die hun ‘jungle’ verkennen. Koeien die nergens in het bijzonder heen denderen, gezellig bij elkaar, als een soort voetbaltraining.

In een interview met Het Parool vertelt Kossakovsky dat hij zes maanden had uitgetrokken voor de voorbereiding. Ze hadden verwacht maanden bezig te zijn met het zoeken naar een protagonist. “Al op de eerste boerderij die we bezochten was het raak. Gunda kwam zelf op ons af stappen, we hadden direct contact. Er was zo veel te lezen in haar ogen.”

Daarna dus filmen: om 4:00 bij de schuur, tot zonsondergang. Alles draaide om het vertrouwen van de dieren, legt hij uit in interviews. “Een grote camera is geen probleem. Ze vertrouwen je snel. De makkelijkste film die ik ooit heb gemaakt.”

Geen propaganda, wel waarheid
Vleeseters kunnen rustig naar de film: dit is géén propaganda voor vegetariërs. Kossakovsky wilde geen enkel beeld manipuleren en wil ook niemand overtuigen. Ook kleur ontbreekt: de film is zwart-wit. Met reden natuurlijk: “In zwart-wit focus je op de ogen, waarmee je dus veel meer aandacht hebt voor die persoonlijkheden.” En ook geen muziek zoals vrijwel standaard is in dierendocumentaires. “Je kijkt naar de waarheid.”

Het meest schurende stukje is vermoedelijk van de kippen die hun hele leven opgesloten zijn geweest, en ineens de kans krijgen om de wereld om hen heen te ontdekken. Je ziet de angst in de ogen van de kippen. Ook al stond het deurtje van de kooi open, duurde het volgens Kossakovsky een uur voor de eerste kip eruit durfde te gaan.

Een met een poot hippende kip, bevrijd uit gevangenschap, nieuwsgierig rondkijkend in wat zijn wereld had moeten zijn: dat is natuurlijk prachtige, ontroerende cinema. Kossakovsky vertelde dat hij hier nog een mooi stuk had weggelaten, namelijk dat de tweede kip uit angst terugkeerde in de kooi. “Dat was mooi maar zou het tempo uit de film hebben gehaald en te politiek hebben gemaakt.”

Dan blijkt dat ook Kossakovsky een mens is en tegen zijn eigen regels in een documentaire maakt met een boodschap. “Ja, het werd tijd voor een boodschap. Vergeef me.” In praktisch alle interviews die hij doet, somt hij ook de lugubere cijfers op: Elk jaar (!) eten we anderhalf miljard varkens, 66 miljard kippen, bijna een half miljard koeien en ontelbare vissen. En dan nog paarden, schapen, konijnen, eenden…

Gunda

Een snaar geraakt buiten Europa
De film raakt de snaar die je kunt indenken dat ie raakt. Kossakovsky vertelt hoe hij bedolven wordt onder de post van ontroerde mensen. Recensies zijn méér dan lovend: The New York Times, The Guardian, The Wall Street Journal, Rolling Stone, ga zo maar door, ze strooien met complimenten.

De jubelrecensies gaan eerlijk gezegd in veel gevallen niet veel verder dan platitudes dan dat ze beschrijven wat ze er zo vernieuwend aan vinden. Deze film past goed bij Kosakovsky’s kenmerkende onvoorspelbaarheid, zoals ook in zijn vorige film: Aquarela (iets beter dan Gunda, hoewel het appels met peren vergelijken is).

Een groot verschil met andere films is dat de Verenigde Staten nu ook de eigenzinnige documentairemaker lijken te ontdekken. Dat is iets nieuws voor de Russische filmmaker, die wel bekend was in Europa, maar daarbuiten niet zo. Het hielp voor de bekendheid van deze film ook dat Joaquin Phoenix – een van de bekendste veganisten in de VS – er als producer bij aangesloten was.

We hoeven Kossakovsky nu niet te verdenken van snode commerciële belangen met dit project, want zijn hele carrière maakt hij films die nauwelijks geld opbrachten, en dat heeft hem nooit tegengehouden. Gunda kan wel eens zijn knaller zijn – en dat is hem gegund.

En Gunda? Ze zal in elk geval na een mooi leven sterven van ouderdom.

Meer over dieren en emoties? Bekijk dan de website: Indipendenza.nl.

 

19 juni 2021

 

ALLE RECENSIES

Something Must Break

****
IFFR Unleashed – 2014: Something Must Break
Weg met hokjesdenken

door Michel Rensen

Terwijl Ellie op zoek is haar eigen identiteit te ontdekken, wordt ze op slag verliefd op Andreas. Kan de relatie standhouden, terwijl ze zichzelf nog niet kent? En kan iemand überhaupt van haar houden?

De opening van het Tiger Award winnende Something Must Break van de Zweedse regisseur Ester Martin Bergsmark doet vermoeden dat het een doorsnee coming-of-agefilm is met een feestende, rebelse jonge vrouw met geverfd rood-zwart haar en een neuspiercing. De film blijkt al snel een andere invalshoek te hebben als haar huisgenoot met de naam Sebastian verwijst naar het hoofdpersonage, gespeeld door transgenderactrice Saga Becker.

Something Must Break

Lustobject
Het ongemak van deze adressering is van haar gezicht af te lezen. “Ik wil Ellie zijn”, zucht ze even later in eenzame stilte. Een verlangen dat ze nog niet naar anderen durft uit te spreken. De zoektocht naar haar eigen (gender)identiteit is pas in de beginfase, hoewel de afkeer tegen ‘Sebastian’ groeit. Die afkeer tegen zichzelf uit zich niet alleen in haar onzekerheid, maar ook in masochistische seksuele fantasieën en (zelf)destructief gedrag. Als ze controle over de situatie verliest, slaat ze om zich heen of trekt ze zich terug in anonieme seksuele escapades met mannen die haar als niets meer dan een lustobject zien.

Na een transfobe aanvaring in een toilet, ontmoet ze Andreas (Iggy Malmborg), haar redder in nood. De vonk slaat meteen over, maar de relatie tussen de twee blijkt moeizamer te verlopen dan Ellie hoopt. Andreas’ angst voor hoe de buitenwereld tegen hem aankijkt en Ellies eigen destructieve karakter gooien telkens roet in het eten. Een continue afwisseling van aantrekking en afstoting volgt, waarin intieme seksscènes opgevolgd worden door slaande ruzies en obsessieve stalking. Schoonheid en walging liggen steeds dicht bij elkaar.

Liefdevol portret
De film schittert het sterkst wanneer de camera op Becker gefocust is. Haar subtiele acteerwerk maakt een eeuwig gevoel van dwaling invoelbaar, alsof haar personage nergens echt op haar plaats is. Something Must Break laat die onzekerheid zien, maar gaat er slechts beperkt in mee. Hoewel Ellie sterk twijfelt of ze wel écht gezien en geliefd kan worden, laat de camera er geen twijfel over en de film brengt haar op een intieme en liefdevolle manier in beeld. De film lijkt Ellie al te kennen voor ze zichzelf kent.

Something Must Break

Kan Ellies zoektocht naar haar identiteit wel verenigd worden met de ontvlammende liefde? Het lijkt onverenigbaar en leidt steeds weer tot conflict. Andreas voelt zich vooral in het openbaar zeer ongemakkelijk met Ellies androgyne voorkomen. Hokjesdenken compliceert de relatie als Andreas na hun eerste intieme moment abrupt stelt dat hij niet homoseksueel is en Ellie alleen achterlaat. Zijn angst voor de blik van anderen blijkt telkens sterker dan zijn aantrekkingskracht tot Ellie. Haar eigen onzekerheid over haar identiteit maakt het voor de twee nog lastiger.

Enige weg naar vrijheid
Als Ellie haar wens om als Ellie door het leven te gaan aan Andreas vertelt, lijkt hij in eerste instantie haar nieuwe identiteit te omarmen, maar ook hier zitten haken en ogen aan. Binnen Andreas’ heteronormatieve wereld moet elke vorm van ambiguïteit immers verholpen worden.

Andreas liefde is afhankelijk van hoe vrouwelijk ze is, en binnen een heteronormatieve seksuele relaties spelen de geslachtsdelen daarin om de een of andere reden altijd een prominente rol. Gelukkig wordt het Ellie duidelijk dat zijn tere heteroseksuele ziel niet in staat is om haar te accepteren voor wie ze is. De enige weg naar vrijheid is door los te raken uit zijn obsessieve pogingen om haar binnen zijn beperkte kaders te begrijpen, weg van alle hokjes.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 9 juni 2021.

26 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

IFFR 2021: Deense grimmigheid in Shorta en Riders of Justice

IFFR 2021 (februari-editie) – Deel 1 :
Deense grimmigheid in gretig opgeklopte vertellingen

door Tim Bouwhuis

Ondanks de afgeslankte line-up zijn er tijdens het eerste luik van deze IFFR-jubileumeditie toch twee redelijk vergelijkbare films uit Denemarken te zien. Shorta en Riders of Justice ademen actualiteit door aan de hand van grimmige, gretig opgeklopte vertellingen thema’s als politiegeweld, terrorisme en complotdenken te behandelen.

Helaas zorgen de aangezette, uitgelijnde scenario’s er in beide gevallen voor dat de uitwerking van die thema’s zich nauwelijks serieus laat nemen. Let op: om deze kritiek concreet te kunnen maken, neemt dit verslag het niet al te nauw met spoilers.

Adrenaline en amusement
Shorta, het regiedebuut van Frederik Louis Hviid en Anders Ølholm, begint letterlijk met een “I can’t breathe”-moment. Een tiener wordt bekneld door twee politieagenten. Dat zij blank zijn, en hij niet, mag natuurlijk geen toeval zijn. Even later leren we uit een nieuwsfragment dat de tiener Talib heette en dat het voorval hem uiteindelijk fataal is geworden. Twee andere politieagenten begeven zich op dat moment richting Svalegården, een buurt die zo berucht is dat de politiemacht van Kopenhagen haar doorgaans mijdt. In het kielzog van een verdacht voertuig belanden de twee hoofdpersonen er uiteraard wél, waarop het niet lang duurt voor de boel uit de hand begint te lopen.

Shorta

Svalegården blijkt een soort ‘Hotel California’: de agenten raken zodanig ingesloten dat ze op den duur – ironisch genoeg – ronddolen in een gevangenis zonder spijlen. De avond valt, er wordt geschoten en de geluidsband draait overuren. Deze thriller, die ook nog eens rijk aan actie is, zadelt kijkers zo al dan niet expliciet op met een dilemma. Shorta (een Arabische, vaak laatdunkend gebruikte term voor de politie) is pure adrenaline, en dus voor velen (puur) entertainment. De thema’s die de film aansnijdt vragen echter juíst om een meer nuchtere analyse, waarin de kritieke karakterschetsen en de vele plotwendingen niet direct naar de marge verdwijnen door het hoge verteltempo.

In een interview na afloop van de online vertoning stelde een van de regisseurs dat hun intentie altijd was geweest om geen directe oplossingen te presenteren voor de problematiek (sociaaleconomische verloedering, stelselmatig racisme, spiralen van geweld) die Shorta inzichtelijk poogt te maken, maar, vrij geparafraseerd, juist de grijze ethische gebieden te verkennen die je automatisch betreedt als je het oog van de storm eenmaal bereikt hebt. Curieus genoeg komt de film alleen allesbehalve grijs over.

Plot vol tegenstellingen
Het begint met de twee hoofdpersonen, die vrij letterlijke tegenpolen van elkaar zijn. Mike (Jacob Lohmann) is een barse alfa die zich makkelijk op laat hitsen, en het aan het begin van de film uitschatert als zijn collega een misplaatste anekdote over zigeuners vertelt. Jens (Simon Sears) voelt zich duidelijk wat ongemakkelijk als Mike zigeuners na zijn schaterlach verder begint te discrimineren, en het daarbij eigenlijk heeft over ‘vreemdelingen’ in het algemeen. “Dit is Denemarken niet”, roept hij even later. Op dat moment zijn de twee al even gearriveerd in Svalegården, wat de regisseurs duidelijk hebben gemaakt door de agenten in slow motion uit het autoraam naar een passerende moslima te laten kijken. Het conflict tussen de agenten en de buurtbewoners begint met een sleutelscène: een tiener wordt staande gehouden en door Mike tot zijn onderbroek aan toe gefouilleerd. Op de achtergrond zwelt het gejoel aan, en als de agenten deze Amos (Tarek Zayat) met zich mee willen nemen, vliegt de eerste steen tegen de autoruit.

De overduidelijke verschillen tussen de twee agenten zijn een zwakke, doorzichtige basis voor de verdere verloop van de plot. Het is een kwestie van tijd voor Jens, die steeds openlijker gaat twijfelen aan het politieoptreden dat tot Talibs dood leidde, en Mike, die stelt dat politieagenten het koste wat het kost voor elkaar moeten blijven opnemen, met elkaar op de vuist zullen gaan. De twee agenten wekken bewust of onbewust de indruk dat de politiemacht in twee kampen kan worden verdeeld. Die indruk blijft zelfs bestaan als de regisseurs (die het scenario ook voor hun rekening namen) plotwendingen gaan gebruiken om de dramatische spanning te verhogen. Aan de ene kant moet Mike op haast therapeutische wijze zijn vooroordelen onder ogen zien als hij door een verwonding afhankelijk wordt van, jawel, de goedwillende medische verzorging van Amos’ nietsvermoedende Pakistaanse moeder. Aan de andere kant zal Jens uiteindelijk een voor zichzelf traumatische gebeurtenis veroorzaken die het vertrouwen in zijn eigen werk definitief wegneemt.

Kijken naar “de ongelukkigen”
In iedere wending is zo duidelijk de pen van de scenaristen te herkennen dat de geloofwaardigheid telkens ver te zoeken blijft. Shorta doet wat dat betreft sterk denken aan het overmatig gelauwerde Les Misérables (Ladj Ly, 2019), waarin de agenten (daar zijn het er drie) eveneens verschijnen als karikaturen die elkaar naadloos aanvullen in hun gedrag en blik op de situatie. Ook in die film raken de agenten geïsoleerd in een zogenoemde probleembuurt waar de vlam steeds feller in de pan slaat (en zigeuners toevallig ook een belangrijke rol in het conflict spelen).

Niemand twijfelt eraan dat deze “probleembuurten” (tussen aanhalingstekens, want de politie is (mede) verantwoordelijk) bestaan, en het is op zichzelf ook zeker geen probleem dat de regisseurs van beide films geen directe oplossingen kunnen of willen voorzien. De dwarsliggers zijn de rigide scenario’s, die aangezette karakterschetsen en plotontwikkelingen op de context projecteren en de integriteit van het geheel op die manier aantasten.

Regisseur met handtekening
Een vergelijkbaar manco ondermijnt Riders of Justice, de film die vooraf breed werd uitgelicht als programma-opener en in principe ook nog regulier zal worden uitgebracht. Regisseur Anders Thomas Jensen (Adam’s Apples, Men & Chicken) heeft de afgelopen twintig jaar een behoorlijke status opgebouwd in het mixen van drama en donkere humor, niet in de laatste plaats dankzij zijn vaste acteurs Mads Mikkelsen (Casino Royale, Jagten) en Nikolaj Lie Kaas (Reconstruction, de Dossier Q-reeks). Riders of Justice is duidelijk herkenbaar als een komedie van zijn hand; de vraag is alleen of de verkozen wisselingen van toon en insteek ook daadwerkelijk goed uitpakken.

Riders of Justice

Het drama begint met een bomaanslag in de metro, die de moederfiguur wegvaagt uit de levens van militair gediende Markus (Mikkelsen) en zijn dochter Mathilde (Andrea Heick Gadeberg). Markus’ boosheid kan geen kant op en zijn trauma krijgt langzaam vorm. Zijn dochter is ontvankelijker voor hulp, maar haar vader blokkeert iedere poging tot toenadering en raadt haar ook af om spirituele troost te zoeken. Er was waarschijnlijk lang geen schot in de situatie gekomen als Markus niet zou zijn opgezocht door de excentriekelingen Otto en Lennart (Kaas en Lars Brygmann). Deze verstrooid uitziende whizzkids, die in de meest willekeurige situaties met onmogelijke statistieken komen aanzetten, zijn ervan overtuigd geraakt dat de aanslag in de metro geen ongeluk was. Aan de hand van kansberekeningen, getuigenobservaties van Otto en de nodige hulp van een al even excentrieke hacker (Nicolas Bro) komen de twee tot een samenzweringsthese die in de richting wijst van motorclub Riders of Justice.

De radicalisering van ‘complotdenkers’
Je kunt Jensen en zijn groteske typetjes een aantal geslaagde grappen zeker niet ontzeggen, maar toch raakt de film al snel verstrikt in de verschillende netten die hij zelf uitgooit. Zo heeft de verhaallijn rond het verdriet van Mathilde en de band met haar vader best wat potentie, maar wordt iedere aanzet tot welgemeend drama door Jensen zelf weer om zeep geholpen. Mikkelsen acteert goed, zoals we van hem gewend zijn, en Gadeberg is erg beloftevol, maar de meeste andere acteurs schmieren er bewust op los, waardoor de personages nooit geloofwaardig bij elkaar komen.

Dat heeft vooral consequenties als de samenzweringsthese van het drietal het ensemble daadwerkelijk aanzet tot gewelddadige actie. Moeten kijkers daadwerkelijk geloven dat een computernerd zijn onderdrukte frustraties moeiteloos botviert op een volautomatisch geweer, en hooguit even twijfelt om de genadeklap uit te delen? Natuurlijk niet, dat is de aangezette genre-insteek, maar daar komt de film wel in de knel met de duidelijk doorschijnende boodschap over het voorgestelde gevaar van complottheorieën en, daaraan gelinkt, van extremisme of radicalisering.

Riders of Justice

Riders of Justice behandelt dat flink geactualiseerde onderwerp op de meest banale manier mogelijk: de twee ‘complotdenkers’ van dienst maken één cruciale fout, waardoor er aan het einde van de rit overal lijken op straat liggen. De getraumatiseerde Markus wordt daarbij meegesleept in de überhaupt giftige gedachte dat er wraak valt te behalen, waardoor hij zijn militaire kennis en fysiek op gruwelijke wijze misbruikt.

Door de gewelddadige loop krijgt Jensens blik op de samenzweringsthese enorm veel gewicht, maar dat gewicht is niet terecht, aangezien Jensen in een interview ook niet veel verder komt dan de holle leus ‘Complotdenkers, het zijn allemaal losers!’. Riders of Justice zit zo verstrikt in de spanning tussen het luchtige amusement dat Jensen met zijn karakteristieke zwarte humor brengt en de serieuze onderwerpen waar hij op gedramatiseerde wijze iets over wil zeggen.

Shorta en Riders of Justice zijn allebei online te zien (geweest) tijdens dit eerste luik van de IFFR-jubileumeditie. Shorta is nog beschikbaar tot en met vrijdag 5 februari om 16:00, Riders of Justice tot en met donderdag 4 februari om 21:30. Van deze twee titels zal alleen Riders of Justice met zekerheid nog regulier fysiek en/of ‘on demand’ uitgebracht worden.
In een tweede, later te verschijnen verslag aandacht voor positieve hoogtepunten uit de Tigercompetitie.

 

4 februari 2021

 

IFFR 2021 (februari-editie): Fantasierijke producties

IFFR 2021 (februari-editie): Blik op het binnenland

IFFR 2021 (februari-editie): Zwart-wit en wraak op mannen 

IFFR 2021 (februari-editie): Decepties en illusies

 

MEER FILMFESTIVAL

Bovennatuurlijke wezens in IJslandse films – Deel 2: Trollen, spoken, dwergen en zeemeerminnen

Bovennatuurlijke wezens in IJslandse films – Deel 2:
Trollen, spoken, dwergen en zeemeerminnen

door Maaike Mulder

In het eerste deel van dit tweeluik besprak ik de elfen in de IJslandse cinema. In dit tweede deel komen andere bovennatuurlijke wezens aan de orde: trollen, dwergen, spoken en zeemeerminnen.

De verhalen waarin de bovennatuurlijke wezens voorkomen, zijn heel oud. Hun geboortegrond lijkt Scandinavië te zijn. Het geloof in trollen was zelfs zo sterk dat er in Noorwegen wetgeving tegen bestond. Mensen die trollen uitlokten tot het plegen van een misdrijf, werden streng veroordeeld. Zij moesten de gemeenschap verlaten en in de wildernis zien te overleven.

Als IJsland in de negende eeuw door de Noren wordt gekoloniseerd, komen de mythologische verhalen in hun kielzog mee. In de Edda van Snorri Sturluson, geschreven in de dertiende eeuw, maar gebaseerd op oudere verhalen, komen niet alleen de Germaanse goden voor, maar zijn ook deze bovennatuurlijke wezens al volop van de partij.

Tröllaskagi: het schiereiland waar trollen leven

Tröllaskagi: het schiereiland waar trollen leven.

Mensen die door de omgeving als trol of heks gezien worden, zijn geen bovennatuurlijke wezens. Dus Grendel in de film Beowulf & Grendel (2005) valt buiten de boot, ondanks dat hij door de Deense koning als een trol-achtig wezen wordt gezien.

Dan zijn er nog de films waarin de hoofdpersoon een dreiging ervaart die vooral te maken lijkt te hebben met de eigen psychische labiliteit. De bedreigende monsters of geesten van gestorvenen bestaan alleen in de eigen verbeelding en komen dan in de film meestal ook niet tot leven. Hierbij kun je denken aan films als Blóðrautt sólarlag (The Crimson Sunset, 1977) en Skammdegi (Deep Winter, 1985).

Ook de tilberi, een specifiek IJslands monster, laat ik buiten beschouwing, omdat deze ‘koerier’ een product is van menselijke activiteit en niet een bewoner van ‘de andere wereld’. Viðar Vikingsson heeft een film gemaakt over een dergelijk monster: Tilbury (1987), te bekijken op YouTube. (Wel de naam van de regisseur ook invoeren, want er zijn meerdere films met die naam.)

Wat houden we dan over? Trollen, dwergen, spoken en zeemeerminnen.

Trollen
Trollen (tröll) zijn in de Scandinavische mythologie reusachtige, kwaadaardige wezens. Ze worden beschreven als oud en heel sterk, maar ook traag en dom. Ze kunnen het geluid van kerkklokken niet verdragen en moeten daarom ver van de beschaving leven. Ze ontvoeren soms eenzame reizigers om ze daarna op te eten. Vaak worden ze beschreven als nachtwezens die geen zonnestraaltje kunnen verdragen. Als ze zich ´s morgens niet op tijd hebben teruggetrokken in hun holen, verstenen ze. Zowel Tolkien (The Lord of the Rings) als Rowling (Harry Potter) hebben zich gebaseerd op deze oude beschrijvingen van de trollen: wezens die het goede bestrijden en voor het kwade kiezen.

Ieder kind in IJsland krijgt al op jonge leeftijd het verhaal te horen van Grýla, een vrouwelijk monster dat in de IJslandse bergen leeft. Haar naam wordt al in de Edda genoemd. Ze is een vreselijk wezen, deels trol en deels dier, en sinds de zeventiende eeuw ook de moeder van de dertien trollen of jólasveinar (kerstmannetjes). Met kerst komen Grýla en haar zonen uit de bergen: ze gaan op zoek naar stoute kinderen om die mee te lokken en op te eten. Tegenwoordig zijn de jólasveinar gelukkig getransformeerd tot vriendelijke trollen die weliswaar kattenkwaad uithalen, maar ook lekkers in de schoen van de kinderen stoppen.

Trollen zijn oersterk, dom en vraatzuchtig.

Trollen zijn oersterk, dom en vraatzuchtig.

Zij mogen hun boosaardige karakter in de loop der eeuwen dan wel zijn kwijtgeraakt, dat geldt niet voor de trollen die we in verhalen en films tegenkomen. Daar blijven ze de afzichtelijke wezens die ze van oorsprong zijn. Soms nemen ze de vorm aan van een vriendelijke man of vrouw, maar dat gebeurt dan enkel en alleen om op die wijze de mensen in hun macht te krijgen. Een oplettend iemand kan ze herkennen aan hun kracht en hun enorme eetlust.

Dwergen
In de oude verhalen komen dwergen (dvergar) wel regelmatig voor, maar in de films treffen we ze nauwelijks aan. Ik ken maar één film waarin een dwerg voorkomt, en dat is Síðasti bærinn í dalnum (The Last Farm in the Valley, 1950). Deze dwerg is een vriendelijk mannetje dat contact onderhoudt met de elfen en dat de mensen behulpzaam is. Deze karakterisering geldt ook voor de dwergen in de verhalen. Ze zijn een soort kabouters die de mensen soms plagen, maar in wezen niet boosaardig zijn.

Elfen
In de hierboven genoemde film komen naast dwergen ook trollen en elfen voor. Het voorkomen van elfen in de IJslandse films is in het voorgaande artikel besproken. Hier nog even een korte karakterisering. Elfen zijn in de IJslandse verhalen vrijwel altijd vrouwelijke wezens die een bijzondere uitstraling hebben en over bovennatuurlijke krachten beschikken. Ze leven in heuvels, rotsen of steenpartijen, maar kunnen ook als mens onder de mensen leven. Ze zijn in het algemeen behulpzaam tegenover de mensen. Er zijn ook verhalen waarin elfen demonische wezens zijn, die de mensen ellende brengen, maar dit type elf komt in de IJslandse films niet voor.

Síðasti bærinn í dalnum
De eerste en tevens belangrijkste film waarin trollen en bovendien ook elfen en dwergen een rol spelen, is de in 1950 verschenen familiefilm Síðasti bærinn í dalnum (The Last Farm in the Valley) van Óskar Gíslason, met daarbij speciale filmmuziek, gecomponeerd door Jórunn Viðar.

Het is Óskars eerste film en het is pas de tweede speelfilm die in IJsland is gemaakt. Het is enkele jaren na de Tweede Wereldoorlog en IJsland is pas sinds zes jaar onafhankelijk. Het leven op het platteland is hard voor de boeren en dat blijkt ook uit de filmbeelden. We zien vervallen boerderijen die geen eigenaar meer hebben, verwilderd land en met gras overwoekerde paden.

The Last Farm in the Valley (1950)

Síðasti bærinn í dalnum (1950)

Toch heeft Óskar een sprookjesachtige film weten te maken waaruit vooral hoop spreekt. In de strijd van het goede tegen het kwade zal het goede uiteindelijk winnen. De film is een groot succes, zowel in binnen- als buitenland. De regisseur heeft zijn naam hiermee voorgoed gevestigd. De film, waarvan slechts één exemplaar bestond, is als gevolg van de vele vertoningen verschillende keren gebroken en weer aan elkaar gelijmd. Daardoor liep de muziek na een aantal jaren niet meer synchroon met het beeld. In 2010 is de film gerestaureerd en gedigitaliseerd en het IJslands symfonieorkest heeft toen de muziek van Jórunn Viðar opnieuw uitgevoerd, passend bij de gerestaureerde versie.

De inhoud van de film is een raamvertelling: een grootmoeder vertelt aan haar kleindochter het volgende verhaal:

Alle boeren uit een dal met vruchtbare grond zijn door een trollenechtpaar verjaagd, behalve eentje, Björn. Zijn moeder heeft namelijk een ring van de elfenkoningin gekregen die de familie beschermt tegen alle kwaad. De trollen proberen natuurlijk de ring te stelen. Eerst verandert de mannelijke trol zich in een arbeider die Björn op de boerderij komt helpen. Hij blijkt heel sterk en kan enorme hoeveelheden eten en drinken. Als het hem niet lukt de ring te stelen, komt ook zijn vrouw in de vorm van een dienstmeisje naar de boerderij. Dankzij de oplettendheid van de kinderen van Björn lukt het ook haar niet de ring te pakken te krijgen. Deze twee kinderen hebben vriendschap gesloten met een dwerg, die zichzelf onzichtbaar kan maken, en met de elfenkoningin, die kan toveren. Met behulp van deze vrienden weet de familie de twee trollen voorgoed uit het dal te verjagen. Nu zullen ook andere boeren zich weer in het dal kunnen vestigen.

Naast de bijzondere muziek is ook de elfendans die opgevoerd wordt in de elfengrot het vermelden waard. Óskar heeft gekozen voor een dans die in het begin van de twintigste eeuw door Isadora Duncan, de pionier van de moderne dans, is bedacht. Zij hield niet van de stijve techniek van het ballet en liet haar acteurs op blote voeten dansen (in Griekse gewaden) waarbij de bewegingen gebaseerd waren op de natuurlijke ritmes van het lichaam.

Síðasti bærinn í dalnum (1950)

De film is een klassieker en een van de meest geliefde films in IJsland. Toen de gerestaureerde film in 2010 opnieuw werd vertoond, stonden de mensen rijen dik voor de kassa om kaartjes te bemachtigen.

Ik noem nog twee andere films waarin trollen voorkomen. Árni Thor Jónsson maakte een korte film over de kersttrollen in hun oorspronkelijke boosaardige gedaante, Örstutt jól (Unholy Night, 2007). En in Gilitrutt (1957), een bewerking van het sprookje Repelsteeltje door Jónas Jónasson, ontmoeten we een vrouwelijke trol als vervangster van de dwerg in het sprookje.

Zeemeerminnen
Zeemeerminnen (hafmeyjur) zijn misschien wel de beroemdste mythische wezens ter wereld. Ze zijn een soort watergeesten, half vrouw en half vis. Het zijn onsterfelijke, jonge, aantrekkelijke vrouwen die de mannen naar zich toe lokken. Ze zijn niet afkomstig uit Scandinavië, maar uit het Midden-Oosten. De kerk gebruikte afbeeldingen van de zeemeermin om de mensen te waarschuwen voor de verleidingen van het kwaad. Zeemeerminnen zouden volgens de kerk geen ziel hebben en deze alleen maar kunnen verkrijgen door een man te trouwen en een kind te krijgen. Daarna zouden ze echter hun onsterfelijkheid hebben verloren.

Hoewel IJsland omringd wordt door de zee, komen zeemeerminnen niet veel voor in verhalen en films, in tegenstelling tot elfen en trollen. De enige film waarin een zeemeermin een hoofdrol speelt is Í faðmi hafsins (In the Arm of the Sea, 2001) van Jóskim Reynisson. Het verhaal is losjes gebaseerd op het bekende sprookje De Kleine Zeemeermin van Andersen. In deze film, die bol staat van de symboliek, lijkt de zeemeermin er inderdaad op uit om een kind te krijgen. Of ze daarna ook haar onsterfelijkheid verliest, vermeldt de historie niet.

Vlakbij het stadhuis van Reykjavik staat dit standbeeld van een zeemeermin.

Vlakbij het stadhuis van Reykjavik staat dit standbeeld van een zeemeermin.

Í faðmi hafsins
Deze film begint met de voorbereidingen voor de bruiloft van Valdimar (Hinrik Ólafsson) en Unnur (Margrét Vilhjálmsdóttir). Enige tijd geleden is Unnur zomaar op een dag in het dorp verschenen en Valdimar, de kapitein van een vissersschip, is van plan met deze mooie vrouw te trouwen. Unnur krijgt op de ochtend van het huwelijk haar trouwjurk cadeau van de oude Ægir (Sigurður Kristjánsson), een witte jurk versierd met schelpen. Weet Ægir soms wie Unnar werkelijk is? (Ægir is de naam van de zeegod in de Noorse mythologie.)

In de huwelijksnacht verdwijnt Unnur om nooit meer terug te keren. Valdimar is ontroostbaar. Met zijn zaken gaat het evenwel voorspoedig. Niemand vangt vanaf dat moment zoveel vis als Valdimar. Na ruim een jaar vindt hij een baby op het strand. Hij weet dat dit het kind van hem en Unnur is. Hij voedt het zoontje, dat hij Mar noemt, op.

In de nacht vóór Mar’s zevende verjaardag zien we Unnur wadend door het water op weg naar haar zoon. Als Mar wakker wordt, ligt er zeewier op zijn bureautje. Een cadeautje van zijn moeder. Als het jongetje na het verjaardagsfeest naar bed wil gaan, kan hij niet meer lopen. Valdimar realiseert zich wat dit betekent. Hij zal het kind aan zijn moeder moeten overdragen. Hij haalt Ægir op en brengt hem en Mar naar een roeiboot. Hij legt zijn zoon naast de oude man in de boot en samen varen de twee de zee op.

Spoken
Spoken (draugar) of geesten zijn wezens die gestorven zijn maar in hun dood nog geen rust kunnen vinden omdat ze nog iets moeten afronden. Zij kunnen zich vrijelijk bewegen en worden niet tegengehouden door deuren of muren. Een ontmoeting van een mens met een spook betekent meestal een spoedige dood voor de mens en dus is een spook een ideale figuur voor een horrorfilm.

Het mooiste voorbeeld van een film waarin een spook met een ‘unfinished business’ figureert, is mijns inziens de jeugdfilm Duggholufólkið (No Network, Geen bereik, 2007) van Ari Kristinsson die ook in Nederland is vertoond, zowel in de bioscoop als op de televisie.

Duggholufólkið (2007)

Duggholufólkið (2007)

Duggholufólkið
Kalli (Bergþor Þorvaldsson) is een twaalfjarige computerfreak, die met zijn moeder in Reykjavik woont. Omdat hij een foto van zijn leraar in de schoolkrant heeft bewerkt, wordt hij van school gestuurd. Hij moet van zijn moeder enkele weken bij zijn vader en diens nieuwe gezin in de Westfjorden gaan logeren. Hij heeft het daar helemaal niet naar zijn zin, vooral niet omdat hij het grootste deel van de dag ‘geen bereik’ heeft en dus niets kan met zijn mobieltje. Bovendien botert het niet tussen hem en zijn paranormaal begaafde stiefzus Ellen (Þordis Hulda Árnadóttir).

Op een ochtend als Kalli en Ellen alleen thuis zijn, breekt er een sneeuwstorm los. Het huis is volledig van de buitenwereld afgesloten. Kalli is het verblijf in de Westfjorden inmiddels al helemaal zat. Hij loopt weg en probeert het netwerk in de zendmast te repareren zodat hij een taxi kan bellen om hem naar de stad te brengen. Zijn stiefzus is hem gevolgd. Tijdens de hevige sneeuwstorm belanden ze in een onbewoond huis dat heeft toebehoord aan de familie van ene Lárus. Ellen weet te vertellen dat deze Lárus zijn familie tijdens een sneeuwstorm naar de Dugg-klif (Dugghola) heeft geleid, waarop zij allemaal naar beneden zijn gestort en zijn omgekomen.

Ze krijgen in het huis te maken met de geest van deze Lárus. De geest (een jongen met een doorzichtig lichaam) volgt Kalli overal in het huis, tot op de wc. Hij wordt immers niet door muren tegengehouden. Hij weerspreekt het verhaal van Ellen: hij heeft juist geprobeerd zijn familie ervan te weerhouden om over de klif te gaan, maar ze wilden niet luisteren. Hij is als enige achtergebleven en in een kloof terechtgekomen (en daar doodgevroren). Hij vraagt Kalli nu zijn botten te zoeken op de plaats waar hij is gestorven en die op het graf van zijn verwanten te leggen zodat hij bij hen begraven kan worden. Het feit dat zijn botten in de kloof zullen zijn gevonden, zal meteen duidelijk maken dat hij onschuldig is aan de tragedie. Als Kalli en Ellen zijn opdracht uitvoeren, zal hij hen niet doden.

Aanvankelijk heeft Kalli weinig zin in dit avontuur, maar de geest plaagt hem zozeer (kaarsen uit laten gaan, mobieltje in een glas water stoppen, etc.) dat Kalli uiteindelijk belooft het te doen. Samen met Ellen gaat Kalli naar de kloof. Ze vinden de botten inderdaad, graven ze uit en brengen ze naar het kerkhof in Isafjörður. Daar leggen ze de botten op het graf van Lárus’ familie.

Enkele andere films met spoken zijn Drauga Saga (Ghost Story, 1985), de komedie Ófeigur gengur aftur (Spooks and Spirits, 2013) en Ég man þig (I Remember You, 2017). De laatste film is een bewerking van het gelijknamige boek van de populaire thrillerschrijfster Yrsa Sigurðardóttir, dat in het Nederlands is vertaald als Ik vergeet je niet.

Rotsen
Rotsen met hun grillige vormen hebben altijd sterk tot de verbeelding gesproken. Ze worden vaak beschouwd als de woonplaats van de bovennatuurlijke wezens. In de film Síðasti bærinn í dalnum wonen zowel de trollen als de elfen in een rots, respectievelijk in de Tröllaborg en de Fögrubjörg.

Daarnaast worden alleenstaande rotsen in de verhalen vaak beschouwd als versteende trollen. In de detective-serie Hamarinn (The Cliff, 2009-2010) lijkt de rotspartij echter een zelfstandig bovennatuurlijk wezen.

In 1992 wordt er in IJsland een verhalenwedstrijd uitgeschreven. Het verhaal moet geschikt zijn als leesmateriaal voor de schoolkinderen. Guðrún Kristín Magnúsdóttir, die veel kinderboeken en televisieseries op haar naam heeft staan, wint de wedstrijd met Tröllabarn (Het kind van de trollen).

In dit verhaal vertelt een grootvader aan zijn kleinzoon het verhaal van een kleine trol die de tijd vergeten was toen hij schelpen aan het zoeken was. Vader, moeder en zusje gingen hem zoeken, maar de zoektocht duurde te lang en ze werden door het daglicht verrast. Alle vier versteenden ze tot rotsen. Vlak voor het noodlot toesloeg schreeuwde de grote trol nog: Als iemand ons kwaad doet, laat ik uit de berg stenen naar beneden storten, grote en kleine brokken steen, die hem zullen vernietigen die ons schade toebrengt.

Leven rotsen?

Leven rotsen?

Hamarinn
In de detective-serie Hamarinn heeft regisseur Reynier Lyngal een verhaal als dat van Guðrún als basis gebruikt. Hierin komt het oude IJsland met zijn geloof in bovennatuurlijke wezens in botsing met het nieuwe IJsland, dat net zo modern wil zijn als alle andere landen in de westerse wereld.

Midden in de nacht raakt Snorri (Thorir Sæmundsson) zwaargewond als hij met zijn graafmachine over de rand van een klif naar beneden stort. Het lijkt in eerste instantie te gaan om een bizar ongeluk, maar al gauw blijkt dat er meer aan de hand is.

De rots waar de graafmachine vóór staat, zal namelijk opgeblazen worden omdat daar een mast voor een elektriciteitscentrale moet komen. Daar zitten de meeste dorpsbewoners niet op te wachten. Zij zijn bang dat de mooie natuur rond hun dorp vernietigd zal worden. Een groep milieuactivisten strijdt voor het behoud van de rots. Zij beschouwen, net als vele bewoners, de rots als een heilige plaats, waarvan je de rust niet mag verstoren. En ook de rots zelf lijkt het niet eens te zijn met de bouwplannen. Kan hij het ongeluk veroorzaakt hebben?

De rots lijkt veel op zijn geweten te hebben. Het werk was nog maar nauwelijks gestart toen er een bekroonde merrie van Snorri’s ouders dood ging. Vervolgens kreeg zijn vader een splinter in zijn hand en die wond wil maar niet genezen. Bovendien zijn er allerlei machines stuk gegaan. En nu is het maar de vraag of Snorri dit ernstige ongeluk overleeft. En om het nog erger te maken komt er de dag na het ongeluk ook nog een rotsblok naar beneden gevallen waardoor een auto van een van de werkmannen verpletterd wordt, terwijl de chauffeur erin zit. Nee, er rust beslist geen zegen op dit project.

Inga (Dóra Jóhannsdóttir), die de plaatselijke politie vertegenwoordigt, krijgt hulp van Helgi (Björn Hlynur Haraldsson), een inspecteur van politie uit Reykjavik. Helgi is vertrouwd met de omgeving, waar hij een deel van zijn jeugd heeft doorgebracht, en hij weet dat veel dorpsbewoners de rots als een heilige plaats beschouwen. Toch gaat hij niet zover dat hij de rots de schuld wil geven van Snorri’s ongeluk.

Inga lacht om al die verhalen over een zogenaamde heilige plaats. Ze schopt zelfs tegen de rots en als er een stuk steen afbreekt, legt ze dat op de passagiersstoel van haar auto om het mee naar huis te nemen. Zoiets kan natuurlijk niet onbestraft blijven. Eerst wil de auto niet starten en vervolgens, als ze uiteindelijk rijdt, verschijnt er ineens een man vóór haar op de weg. Ze moet hard remmen. Als ze hevig geschrokken uit de auto stapt, is er evenwel niets te zien. Ze gooit nu toch de steen maar uit de auto.

Er komt een inspraakavond in het dorp waar een medium contact legt met de bewoners van de andere wereld om aan hen te vragen of de rots opgeblazen mag worden. Het antwoord is duidelijk: Nee. Het gemeentebestuur dat het dorp zo graag een nieuwe tijd in wilde loodsen, moet zijn plan terugtrekken. Er komt geen mast, er zal niets worden opgeblazen. De rots is, met behulp van de milieuactivisten, als overwinnaar uit de bus gekomen.

Deze populaire detective-serie – die in Nederland op televisie is geweest en daarna enkele jaren op Netflix – heet niet voor niets Hamarinn. De rots is de ‘hoofdpersoon’. De natuur, waar de bewoners van ‘de andere wereld’ hun woonplaats hebben, moet gerespecteerd worden. En wat de mensen verder allemaal verzinnen, en welke menselijke drama´s zich voltrekken, dat is voor de rots niet van belang. Voor de politie zijn evenwel de menselijke relaties en de drijfveren die de handelingen sturen, hoogst interessant en alleen als ze die weten te ontrafelen, zullen ze het mysterie kunnen oplossen.

Conclusie
Elfen en trollen vertegenwoordigen het goed en het kwaad, verbeeld als krachten buiten de mens. Trollen bezorgen de mens alleen maar ellende. De elfen daarentegen zijn de mensen gunstig gezind, ook al treden ze soms streng op als er sprake is van onrechtvaardigheid. Soms worden ze geholpen door dwergen. Een zeemeermin zou je een elf van de zee kunnen noemen, die de mens ertoe verleidt om voor een droomwereld te kiezen.

Trollen, dwergen, elfen en zeemeerminnen vallen óf mensen lastig, óf helpen mensen. Bij de spoken ligt dat anders. Zij hebben de mensen juist nodig om onrecht dat hen in het verleden is aangedaan, recht te zetten.

In IJsland zetten meerdere films en boeken van de laatste decennia het geloof in de andere wereld in als wapen in de strijd tegen de verwoesting van de natuur. Gebeurt dat alleen in IJsland?

In De Vierklank, een regionale krant in Bilthoven en omgeving, las ik op 6 januari 2021 het volgende ingezonden stuk:

Mijn naam is Olly, ik ben een boskabouter van 317 jaar oud. Ik woon in het bos tussen Hollandsche Rading en de Lage Vuursche, op een geheime plek. Ik hoop dat jullie begrijpen dat ik mijn adres niet kan geven. […] en daarom schrijf ik een brief, want ik zie de bewoners verdrietig, er gebeuren dingen die ik niet zo goed begrijp en het is onrustig in een van de laantjes… er komt een nieuwe woning, een soort resort, gigantisch zo (te) groot! Niemand begrijpt waarom de gemeente zo een vergunning heeft kunnen geven, in het bos! […] ik zag hoe tientallen bomen werden gekapt … zonder toestemming of nut!

En nadat de kabouter ook nog heeft aangekaart dat er misschien een windmolenpark bij zijn huis komt, besluit hij met:

Gemeente, dit is een natuurgebied!! Hier zouden jullie trots op moeten zijn, stop alsjeblieft met het brengen van de stad naar het bosleven, ons meest kwetsbare gebied. Olly, de boskabouter.

Ik hoop van harte dat Olly’s noodkreet wordt gehoord. Of lukt zoiets alleen in IJslandse films?

 

Maaike Mulder was docent taalkunde aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Na haar pensioen heeft zich toegelegd op de studie van de IJslandse taal en cultuur. Geïnteresseerden in de IJslandse filmgeschiedenis kunnen terecht op haar website www.talengek.nl.

 

24 januari 2021

 

Deel 1: Elfen streven naar rechtvaardige wereld

 

ALLE ESSAYS

Bovennatuurlijke wezens in IJslandse films – Deel 1: Elfen

Bovennatuurlijke wezens in IJslandse films (deel 1):
Elfen streven naar rechtvaardige wereld

door Maaike Mulder

In oude verhalen lees je regelmatig over elfen, trollen, dwergen en spoken. De IJslandse cinema staat bol van verwijzingen naar bovennatuurlijke wezens. In het eerste deel van dit tweeluik aandacht voor elfen. Elfen streven naar een rechtvaardige wereld en bieden ontsnapping naar een droomwereld. Maar dat is nog lang niet alles!

Het geloof in elfen, trollen, dwergen en spoken was vroeger meer algemeen dan vandaag de dag. De oude saga’s, mythen en sprookjes kennen deze bovennatuurlijke wezens al eeuwenlang. Toch komen we ze ook in de jongere literatuur nog regelmatig tegen. Niet alleen in IJsland en de Scandinavische landen, maar in heel de (westerse) wereld. Een schrijver als Tolkien (The Hobbit en The Lord of the Rings) heeft zijn elfen, dwergen en trollen voornamelijk aan de oude Scandinavische verhalen ontleend. En veel van de magische wezens bij J.K. Rowling (Harry Potter) zijn óf uit de Griekse mythologie óf uit de Britse en Scandinavische folklore voortgekomen.

Aangezien films hun motieven en verhaallijnen vaak ontlenen aan oude verhalen, of directe verfilmingen zijn van boeken, zullen we deze bovennatuurlijke wezens dus ook in films aantreffen. Wie de films van Harry Potter of van The Lord of the Rings heeft gezien, is al min of meer vertrouwd met de aanwezigheid van zulke wezens in de film.

Huldufólk 102

Huldufólk 102: Verhalen over ‘de parallelle wereld’.

Het verborgen volk
In IJsland gelooft volgens recent onderzoek nog steeds het overgrote deel van de bevolking in het bestaan van bovennatuurlijke wezens of houdt het in ieder geval voor mogelijk dat ze bestaan. Slechts 10% van de mensen geeft aan er beslist niet in te geloven.

Het is dan ook niet verbazingwekkend dat er juist in IJsland een documentaire over ‘het verborgen volk’ is gemaakt, genaamd Huldufólk 102. Deze begint met:There is no doubt in my mind anymore that there are two nations living in this country: the Icelandic nation and this invisible nation.” En iets later wordt deze ‘invisible nation’ aangeduid als the parallel world.

In deze documentaire uit 2006 vertellen mensen hoe de bewoners van ‘de parallelle wereld’ in de afgelopen jaren van zich hebben laten horen.

Een mooi voorbeeld is een voorval dat zich in Kópavogur heeft afgespeeld. Er was een weg gepland waarlangs huizen zouden worden gebouwd. Maar een groep stenen stond in de weg: volgens sommigen woonden daarin elfen. Er werd een petitie aan de gemeenteraad aangeboden met het verzoek een bocht in de weg te leggen en de stenen niet te verwijderen, zodat de elfen niet gestoord zouden worden. Dat verzoek werd ingewilligd. Tussen de huisnummers 100 en 104 maakt de weg nu een bocht en de hoop stenen die daar ligt, heeft als adres Álfhólsvegur nr. 102.

Een ander voorbeeld: In 2013 heeft het IJslandse Hooggerechtshof de plannen voor de aanleg van een weg afgekeurd, omdat door deze weg een elfenkerk verwoest zou worden. Na overleg is de weg op die plaats versmald en de elfenkerk iets verplaatst. Zowel mensen als elfen waren tevreden.

Elfen (álfar of huldufólk) zijn de meest voorkomende wezens van de andere wereld. Zij wonen in stapels stenen of rotsen, die dan elfenstenen worden genoemd. Deze stenen geven toegang tot een andere dimensie, die slechts weinig mensen kunnen waarnemen en waar slechts een enkeling toegang toe heeft. De elfen kunnen heel oud worden en zijn over het algemeen hulpvaardig tegenover mensen. Als ze echter worden dwarsgezeten of van hun woningen worden beroofd, kunnen ze ook boosaardig zijn. Ze kunnen dan schade toebrengen aan gebruiksvoorwerpen (aan een ploeg bijvoorbeeld), ze kunnen dieren en mensen ziek maken of zelfs hun dood veroorzaken. En soms stelen ze een pasgeboren kind, waarvoor dan een eigen kind in de plaats gelegd wordt (een zogenaamd wisselkind).

Ik bespreek vier films waarin elfen een min of meer prominente rol spelen.

Sóley
De arthousefilm Sóley (The Hidden People of the Shadowy Rocks, 1982) is geschreven en geregisseerd door de avantgardistische kunstenaar Róska, samen met haar man, de Italiaan Manrico Pavelottino. Het is de eerste speelfilm van een vrouw in IJsland. Róska (1940-1996) was niet alleen kunstenaar, maar ook politiek actief, streed voor een rechtvaardiger samenleving en was een overtuigd communist. Ze streed in haar werk voor de positie van de vrouw en voor een rechtvaardige behandeling van de sociaal minder bedeelden. Haar ideeën waren destijds controversieel in IJsland.

Sóley

Sóley: De elfen staan symbool voor een vrije en rechtvaardige wereld.

Róska’s film speelt in de 18e eeuw op het IJslandse platteland. De (Deense) kerk eist veel belasting van de arme keuterboertjes en als die beweren dat ze geen geld hebben, stuurt de dominee zijn mannen naar de boerderijtjes en die nemen mee wat ze aan kostbaarheden kunnen vinden. En als er geen kostbaarheden zijn, nemen ze de paarden mee. Ondertussen houdt de dominee in de kerk donderpreken: dienstmeisjes die zich net zo willen kleden als hun mevrouw, knechten die denken zich te kunnen gedragen als hun heer, mensen die in het bestaan van elfen geloven – allen wacht de eeuwige verdoemenis.

Thor (Rúnar Guðbrandsson), een boerenzoon, is vier van zijn paarden kwijt. Paarden staan voor vrijheid. Thor gaat op zoek naar de dieren en passeert de rotsen, waarna hij in het land komt waar de elfen wonen. Men heeft hem geleerd dat deze elfen, die altijd een dolk in hun hand hebben, wreed zijn en dat zij de mensen bestelen. Maar dan ontmoet hij Sóley (Tina Hagedorn Olsen), een jonge elfenvrouw, die helemaal niet wreed is, maar vriendelijk, en die hem helpt bij zijn zoektocht naar de paarden.

Hij raakt in de ban van deze geweldige jonge vrouw en brengt enkele maanden met haar door in de elfengemeenschap. Sóley heeft een directe band met de natuur: haar geloof is gevestigd in de aarde en de rotsen, zij spreekt met het water als een vriend en ze beheerst de kracht van het vuur. Van haar leert Thor de gewoonten van haar volk en zij legt hem uit waarom de elfen altijd in het donker opereren: net als de trollen zullen ze verstenen als er licht op hen schijnt. Ze vertelt hem ook dat de elfen alleen stelen van de rijken en niet van de armen, omdat de menselijke samenleving zo onrechtvaardig is.

De film eindigt tijdens de langste nacht van het jaar, de midwinternacht. Dan komen de elfen op paarden en met brandende toortsen in hun handen de nachtkerkdienst verstoren. Niemand luistert meer naar de dominee, iedereen is in de ban van de elfen die symbool staan voor een vrije en rechtvaardiger wereld. Sóley neemt afscheid van Thor, die zijn paarden inmiddels terug heeft, en belooft hem dat ze hun zoon waarvan ze zwanger is, op zesjarige leeftijd naar hem toe zal sturen.

Helaas is het negatief van Sóley verloren gegaan. In 2019 hebben twee IJslandse kunstenaars de film ‘gerestaureerd’ en gedigitaliseerd op basis van enkele slechte kopieën.

Kristnihald undir jökli
Kristnihald undir jökli (Under the Glacier, 1982) is een verfilming door Guðny Halldórsdóttir van de gelijknamige roman van haar vader, Halldór Laxness, die in het Nederlands is vertaald als Aan de voet van de gletsjer. Het boek – geschreven in 1968, de tijd van de flowerpower – vertelt een kostelijk absurdistisch verhaal dat je kunt zien als een satire op elk soort geloof: christendom, boeddhisme, geloof in de bovennatuurlijke krachten van de vulkaan, de gletsjer en bovennatuurlijke wezens. Of dat laatste misschien toch niet?

Kristnihald undir jökli

Kristnihald undir jökli: De elfen scheppen een droomwereld, die een ontsnapping uit de alledaagse werkelijkheid biedt.

Het verhaal speelt zich af in een klein dorpje aan de voet van de vulkaan en de gletsjer op het uiterst westelijke puntje van het schiereiland Snæfellsnes. De dochter volgt het boek van haar vader heel trouw; veel van zijn dialogen kan zij zo in de film gebruiken. De hoofdpersoon is de jonge, pas afgestudeerde theoloog Umbi, de afkorting van umboðsmaður biskups (afgevaardigde van de bisschop). Hij doet namens de bisschop onderzoek naar de kerkelijke gemeenschap in dit dorp waar de kerk is dichtgetimmerd, de dominee zijn brood verdient met paarden beslaan en primussen repareren, waar kinderen niet gedoopt worden, waar lijken niet worden begraven en waar men aan de gletsjer bovennatuurlijke krachten toekent.

Umbi (Sigurður Sigurjónsson: Hrútur (Rams, 2015), Undir trénu (Under the Tree, 2017)) maakt kennis met een bijzondere verzameling mensen waaronder de dominee (Baldvin Halldsórsson) die zijn eigen utopische versie van het geloof uitdraagt, zijn huishoudster (Kristbjörg Kjeld), die Umbi op een dieet van koffie en taarten zet, de ouderling met zijn eigen gezonde boerenlogica en de mysterieuze vriend en zakenman, professor Góðman Sýngmann, die na jarenlange afwezigheid net nu terugkeert om enkele mysterieuze experimenten in de gletsjer te doen. In opdracht van de bisschop neemt Umbi alle gesprekken op een bandrecorder op. Die kan de bisschop dan later afluisteren.

De dominee is dertig jaar geleden getrouwd geweest met Úa, die kort na haar huwelijk is ‘overgenomen’ door zijn vriend Góðman. Úa (Margrét Helga Jóhannsdóttir) heeft de professor trouwens ook weer verlaten en heeft een turbulent leven geleid, zoals Umbi later hoort, waarin ze onder meer bordeelhoudster in Zuid-Amerika en non in een Spaans klooster is geweest. De dominee beschrijft haar als een van die mysterieuze vrouwen uit het zuiden van wie je niet kunt zeggen of ze luchtgeesten of aardbewoners zijn. Deze vrouwen worden nooit oud, ze blijken een soort koninginnen die de mensen volledig in hun ban hebben; ze wassen zich nooit want zijn altijd rein, ze lezen nooit een boek want weten alles wat er te weten valt, ze eten nooit want zijn altijd verzadigd, en bovendien hebben ze geen slaap nodig.

Tijdens Umbi´s verblijf in het dorp arriveert Úa en hij raakt onmiddellijk volledig in de ban van deze bijzondere vrouw. Hoewel hij eigenlijk terug zou moeten om de bisschop verslag uit te brengen, blijft hij in het dorp. Alle besef van tijd is verdwenen. Door Úa leert Umbi het mysterie van de liefde kennen. Hij is bereid met deze ‘godin’ naar het einde van de wereld te trekken! Aan het einde van de film vertrekken ze inderdaad samen, maar of ze het einde van de wereld halen?

Zowel boek als film zijn bestemd voor de fijnproever, die er van het eerste tot het laatste moment van zal genieten.

Mávahlátur
Mávahlátur (The Seagull´s Laughter, 2001) is een verfilming door Ágúst Guðmundsson van de gelijknamige roman van Kristín Marja Baldursdóttir die in het Nederlands is vertaald als De lach van de meeuw (1995). Het boek, en dus ook de film, geeft een beeld van de jaren ’50 in Hafnarfjörður, toen nog een vissersdorp, nu inmiddels een voorstad van Reykjavik. Het is de periode vlak na de oorlog waarin het land een enorme omwenteling doormaakt. Door de aanwezigheid van de Amerikanen tijdens en na de oorlog, maken de IJslanders kennis met de ‘moderne’ wereld van cola, kauwgum, lippenstift, nylons en rock-‘n-roll.

Mávahlátur

Mávahlátur: De elfen bestraffen onrecht dat hen is aangedaan.

Deze moderne wereld doet in het dorp zijn intrede via Freyja (Margrét Vilhjálmsdóttir), een mondaine jonge vrouw die getrouwd is geweest met een Amerikaanse officier. Na de oorlog is zij met hem naar Amerika vertrokken, maar nu keert ze terug naar IJsland omdat hij is overleden. Maakt ze een grapje als ze zegt dat ze hem vermoord heeft? Ze trekt in bij haar oudtante Juliana (Kristbjörg Kjeld). De man van Juliana is visser en bijna nooit thuis. Alle gebeurtenissen spelen zich dan ook af rond de vrouwen in het huis: Juliana, haar twee dochters, een schoonzuster, kleindochter Agga, en nu dan ook nog deze nicht Freyja.

Het hele verhaal wordt verteld door de ogen van Agga (Ugla Egilsdóttir: maakt later deel uit van comedygroep Mid-Iceland) die uiterst nieuwsgierig is, iedereen afluistert, kasten en laden doorzoekt en brieven van anderen open maakt. Agga vertrouwt Freyja niet. Is ze een incarnatie van de godin Freya? Is ze een lid van de elfenfamilie die in de rotsen buiten het dorp woont? Of is ze alleen maar een vrouw met boze ogen, een soort wraakgodin, een moordenares wellicht?

Freyja voelt zich niet thuis in het bekrompen, koude en donkere IJsland. En op de momenten dat het haar allemaal teveel is, gaat ze naar de rotsen om daar de elfen te bezoeken. Al in het begin van de film zien we haar via een spleet bij een groep rotsen naar binnen gaan en als ze binnen is, bewegen de rotsen alsof ze haar welkom heten. Agga volgt haar tot vlakbij de rotsen, maar is niet in staat haar naar binnen te volgen. Als ze haar oma vertelt dat Freyja de elfen bezoekt, blijkt deze dat de gewoonste zaak van de wereld te vinden.

Als er in het dorp een toneelstuk over elfen opgevoerd zal worden, lijkt Freyja de aangewezen persoon voor de rol van de elfenkoningin, maar door de intriges van een jaloerse mededingster wordt deze rol haar niet gegund. Dat is niet erg, zegt Freyja: zij speelt dan wel niet de elfenkoningin, zij is de elfenkoningin.

Op een gegeven moment hoort Freyja dat haar vriendin door haar man wordt mishandeld. Ze haalt haar en de kinderen uit het huis. Die nacht, als de man alleen thuis is, brandt het huis op raadselachtige wijze af. Haar vriendin is weduwe geworden. Agga vermoedt, nee, weet zeker, dat Freyja hier de hand in heeft gehad. Zij vertelt aan Magnus, een bevriende agent, wat ze weet, namelijk dat Freyja die nacht een fles spiritus en lucifers heeft meegenomen toen ze een wandeling ging maken. Magnus (Hilmir Snær Guðnason) gelooft haar niet en lacht haar uit.

Freyja brengt het hart van alle mannen op hol, ook dat van Magnus. Maar een agent is Freyja te min. Ze laat haar oog vallen op Björn, de knapste (en rijkste) man van het dorp, en deze vraagt haar dan ook ten huwelijk. Als het huwelijk na enige tijd spaak loopt omdat de man vreemdgaat, keert Freyja weer terug naar het huis van Juliana. Als een dronken Björn daar aanbelt en zijn vrouw opeist, nemen de vrouwen wraak. Freyja slaat haar man met de bronzen vlaggenstandaard van de IJslandse tafelvlag op zijn hoofd. Dat overleeft hij niet. Haar tweede (of derde?) moord, volgens Agga.

De politie doet onderzoek naar de toedracht van deze plotselinge dood, maar de vrouwen staan als één man achter Freyja en ze beweren dat Björn van de trap is gevallen. Als Agga aan Magnus het ware verhaal vertelt, wordt ze aanvankelijk weer niet geloofd. Maar als Magnus na enige tijd dan toch de mogelijkheid van moord overweegt en haar duidelijk maakt dat in dat geval alle vrouwen naar de gevangenis zullen gaan, krabbelt ze terug en zegt dat ze alleen maar wat heeft verzonnen, omdat ze zo´n hekel aan Freyja heeft. En dus komt de ‘elfenkoningin’ Freyja ook met deze moord weg.

Sumarlandið
De komische film Sumarlandið (Summerland, 2010), geschreven en geregisseerd door Grímur Hákonarson, is uitsluitend in IJsland vertoond. Het verhaal speelt in Kópavogur, een buitenwijk van Reykjavik, die sterk geassocieerd wordt met de verhalen over elfen. Het is de plaats waar, zoals we boven gezien hebben, een weg moest worden omgelegd vanwege een elfensteen. De naam Sumarlandið verwijst naar de wereld waar de geesten na hun dood zullen vertoeven (een soort hemel dus).

Sumarlandið

Sumarlandið: De elfen maken ons duidelijk dat de waarde van de ‘natuurlijke’ wereld en haar bewoners niet in geld is uit te drukken.

In de tuin van Óskar (Kjartan Guðjónsson) staat een elfensteen die door Lára elke dag wordt verzorgd en waarbij ze kaarsjes brandt en bloemen neerlegt. Lára is een medium: ze heeft contact met geesten van overledenen en met de elfen die in de steen wonen. Óskar, die volstrekt niet in geesten en elven gelooft, is werkzaam in de toeristenindustrie. Hij heeft een busje waarmee hij toeristen een sightseeing-tour biedt en ondertussen ter vermaak mooie verhalen over elfen en trollen vertelt. Het echtpaar heeft twee kinderen: een zoon die net als zijn moeder in het bestaan van de elfen gelooft en een dochter die er net als haar vader volstrekt niets van moet hebben.

De toeristenbusiness gaat slecht en het gezin dreigt failliet te gaan. Op een dag arriveert een Duitse handelaar die Óskar 50.000 euro voor de elfensteen biedt. Óskar accepteert het bod en de dreiging van een faillissement is afgewend. Hij kan nu zelfs een breedbeeld-tv kopen! De steen wordt weggetakeld en verhuist naar Duitsland. Lára is woedend omdat Óskar haar en haar contact met de elfen blijkbaar niet serieus neemt. De elfen zijn inmiddels naar een andere steen verhuisd, maar ze nemen wraak: de zoon van Lára en Óskar is verdwenen en Lára raakt in coma. Óskar krijgt enorme spijt van zijn daad.

Als de gemeente enige tijd later de ‘nieuwe’ elfensteen voor een flink bedrag wil verkopen, is er een breed protest van de bevolking. Ook Óskar protesteert en hij gaat voor de steen staan die door een bulldozer zal worden weggetild. De remmen van de bulldozer weigeren en Óskar wordt verpletterd. Tijdens de begrafenis van Óskar zegt de priester: “Deze vreselijke gebeurtenis zal de IJslanders lang heugen. We moeten erkennen dat we niet alleen leven in dit land. We moeten de wereld van de natuur met liefde en respect behandelen en deze niet verkwanselen voor geldelijk gewin. Óskar die zijn idealen met zijn leven heeft betaald, moet een voorbeeld zijn voor ons allen.

Dit lijkt inderdaad de serieuze boodschap van deze film uit 2010 (twee jaar na de bankencrisis!): IJsland, blijf jezelf en verkoop je niet aan wie dan ook. Niet aan de toeristen die de natuur en de natuurwezens niet het vereiste respect betonen en ook niet aan grote ondernemingen die gretig azen op de delfstoffen die in je bodem te vinden zijn.

Conclusies
De elfengemeenschap streeft naar een rechtvaardige wereld waarin ieder wezen wordt gerespecteerd (Sóley en Sumarlandið), en ze neemt op hardvochtige wijze wraak als er iemand of iets onrecht wordt aangedaan (Mávahlátur en Sumarlandið).

De elfenvrouwen zijn heel bijzondere wezens. Soms leven ze gewoon in de mensenwereld zonder dat men weet dat zij elf zijn (Mávahlátur en Kristnihald). Zij oefenen een grote aantrekkingskracht uit op mannen (Sóley, Mávahlátur en Kristnihald) en ze beschikken over bijzondere eigenschappen: ze kunnen spelen met tijd en ruimte, ze hebben macht over de elementen en ze verouderen niet (Sóley en Kristnihald).

Er zit 30 jaar tussen de eerste en de laatste van de films. Zowel in de eerste film (Sóley) als in de laatste (Sumarlandið) strijden de elfen voor een rechtvaardiger wereld. In de eerste film is de vijand die bestreden moet worden de sociale ongelijkheid, die door de kerk in stand wordt gehouden. In de laatste film is het de hebzucht van de mens die geen waarde hecht aan de natuur en de eigenheid van het land.

En de andere twee films? In Mávahlátur strijdt de elfenkoningin Freyja op haar manier (door haar wraakacties) ook voor een rechtvaardiger samenleving. En in Kristnihald tenslotte schept Úa, net als Sóley in de gelijknamige film, een droomwereld die toegankelijk is voor ieder die aan de grauwe werkelijkheid van alledag wil ontsnappen.

‘Streven naar een rechtvaardige wereld’ en ‘ontsnapping bieden naar een droomwereld’ lijken tot de kerntaken van de elfen te behoren. In onze tijd heeft de milieuproblematiek het streven naar een rechtvaardige wereld uitgebreid met: ‘bescherming van de natuur en al wat daarin leeft’.

 

Maaike Mulder was docent taalkunde aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Na haar pensioen heeft ze zich toegelegd op de studie van de IJslandse taal en cultuur. Geïnteresseerden in de IJslandse filmgeschiedenis kunnen terecht op haar website www.talengek.nl.

 

10 januari 2021

 

Deel 2: Trollen, spoken, dwergen en zeemeerminnen

 
ALLE ESSAYS

Bothersome Man, The (2006)

REWIND: The Bothersome Man (2006)
Een hel als hemel

door Paul Rübsaam

Er zijn van die films die je tot je eigen verbazing steeds opnieuw van je plankje grist. Het Noorse The Bothersome Man (Den brysomme mannen) van Jens Lien uit 2006 is er zo eentje. Misschien omdat je je blijft afvragen wat het eigenlijk voor film is. Een dystopie? Nee, het is toch erger. Het getoonde lijkt verdacht veel op de werkelijkheid.

Op een perron staan een jonge man en een jonge vrouw met een starre blik in hun ogen werktuigelijk te tongzoenen. Het smakkende geluid daarvan draagt ver in de bijna uitgestorven ruimte. Aan de rand van de rails heeft zich een transpirerende en wanhopig kijkende man in een grijs colbertje geposteerd. We horen het geluid van een snel naderende trein. De man aarzelt nog even en springt.

The Bothersome Man

Is deze openingsscène van The Bothersome Man een beschrijving van wat voorafging en biedt de rest van de film een kijkje in het hiernamaals waar onze zelfmoordenaar Andreas Ramsfjell (Trond Fausa Aurvåg) terecht is gekomen? Tot op zekere hoogte slechts, want de scène is tevens een flashforward. In het ‘hiernamaals’ zal Andreas onder identieke omstandigheden opnieuw voor de trein te springen, waarna hij weer herstelt van zijn afschuwelijke verminkingen.

Smakeloos voedsel en vioolklanken
We kunnen maar het beste beginnen met het eigenlijke begin van The Bothersome Man, dat wil zeggen: vanaf de openingsscène. Nog steeds in kantooroutfit, maar bebaard en met gymschoenen aan zijn voeten en een baseballpet op zijn hoofd arriveert Andreas als enige passagier van een autobus bij een verlaten tankstation in een vulkanisch landschap. Daar heeft een oudere man zojuist een spandoek met de tekst ‘Velkommen’ (‘Welkom’) voor hem opgehangen.



In REWIND opnieuw aandacht voor opvallende films uit dit millennium.

 


In een klein, gedateerd ogend autootje chauffeert de oudere man Andreas vervolgens naar een stad waar een sobere flat en een betrekking reeds voor hem gereserveerd zijn. De volgende dag mag hij beginnen als werknemer van een groot bedrijf, gevestigd in een wolkenkrabber in een op de Amsterdamse Zuid-As gelijkende moderne kantoorwijk. Hij krijgt een klein, smetteloos werkkamertje toegewezen, waar hij vanachter de computer eenvoudige boekhoudkundige taken moet verrichten.

Zijn nieuwe chef en collega’s maken een niet onvriendelijke, zij het wat flegmatieke indruk. Het eten in de stad heeft echter geur noch smaak en van de ‘alcoholica’ die men verstrekt, word je niet dronken. Op de toiletten van een uitgaansgelegenheid hoort Andreas iemand zich daarover beklagen. Hij volgt deze persoon in wie hij een mogelijke geestverwant herkent ‘s nachts naar diens woning, die deel uitmaakt van een souterrain waaruit gedempte vioolklanken opstijgen. Als hij de volgende dag weer terug is op kantoor legt hij snakkend naar authentieke sensaties zijn vinger onder de papiersnijmachine. Het doet vreselijk pijn en hij bloedt hevig, maar de afgehakte vinger groeit uiteindelijk vanzelf weer aan.

The Bothersome Man

Fysiek ongeschonden, maar toenemend verontrust, vindt hij toch aansluiting bij zijn collega’s en weet hij zich aan te passen aan hun conversatiestof, die zich volledig beperkt tot het onderwerp woninginrichting. Er ontvouwt zich een sociaal leven voor hem en Anne-Britt (Petronella Barker), een niet onaantrekkelijke vrouwelijke collega, is zelfs genegen een relatie met hem te beginnen. Al gauw kan hij intrekken in haar veel ruimere huis, waar ze hun voortdurende pogingen om haar interieur nog te verfraaien afwisselen met mechanische copuleersessies.

Desillusie
Maar de relatie met Anne-Britt verveelt hem al snel. Op zijn werk heeft hij inmiddels ook de jongere, blonde Ingeborg (Birgitte Larsen) ontmoet, die best met hem uit wil. Ingeborg praat zelf niet zo veel, maar etaleert een charmante eenvoud en luistert graag naar Andreas, wat diens verlangen naar romantiek hevig aanwakkert.

De grote deceptie volgt als ook Ingeborg zielloos en gelijkmoedig blijkt te zijn. Tijdens een romantisch verrassingsdinertje bekent Andreas haar dat hij voor haar bereid is een punt te zetten achter zijn relatie met Anne-Britt. Ingeborg vindt dat echter helemaal niet nodig. Alles gaat toch prima zo? Zelf ziet ze ook drie andere mannen. Die ze trouwens best vaarwel wil zeggen, omdat ze nu eenmaal alles wel best vindt.

Wanhopig begeeft Andreas zich naar het station. Op het perron met het tongzoenende paar stort hij zich (opnieuw) voor de trein. Die houdt juist halt, maar komt weer in beweging als hij zich nog bedenken wil. Nadat drie achtereenvolgende treinen hem mee hebben gesleurd over de rails richt het verminkte, bloederige hoopje mens dat hij is geworden zich weer op en strompelt op de melancholieke klanken van Edvard Griegs Solveig’s Song door de verlaten kantoorwijk. Twee gemeenteambtenaren brengen hem tenslotte in een dienstautootje naar het huis van Anne-Britt, die haar nog hevig bloedende partner achteloos verwelkomt.

The Bothersome Man

Tunnel naar vroeger
Nadat zijn lichaam zich op wonderbaarlijke wijze, maar allerminst tot zijn vreugde volledig hersteld heeft, is Andreas’ enige hoop nog gevestigd op de vioolklanken in het souterrain. De man die hij daar heeft zien binnengaan (Per Schaanning) ontvangt hem na enge aarzeling in zijn door trossen gloeilampen verlichte, grotachtige onderkomen. Daar blijkt zich achter een opgehangen schilderijtje een gleuf in de muur te bevinden, van waaruit de vioolklanken tot hen komen. Andreas gaat de muur met een voorhamer en een drilboor lijf. Zijn aanvankelijk tegensputterende geestverwant komt hem te hulp als hen door het al groter geworden gat een heerlijke geur bereikt.

Dat Andreas ondertussen op kantoor zijn ontslag krijgt, kan hem weinig deren. Want inmiddels kunnen ze koffiedrinken in het stuk tunnel dat reeds is uitgehakt. Bejaarden die op de geur zijn afgekomen kloppen op de voordeur van Andreas’ handlanger, die ze met een smoesje afscheept. Langzaam maar zeker wordt zichtbaar wat zich aan de andere kant van de tunnel bevindt: een keuken met rood-wit geblokt zeil op de vloer, gemeubileerd met houten kastjes en tafels, met daarop schalen met verse groenten, een transistorradio en niet in de laatste plaats een aangebroken tulbandvormige, geglazuurde cake. Door een openslaande, glazen deur komt zonlicht en het geluid van spelende kinderen uit een tuin naar binnen.

Andreas weet nog juist zijn arm door het gat van de tunnel te steken en een stuk cake te bemachtigen. Terwijl gemeenteambtenaren het blijkbaar verraden tweetal door de andere kant van de tunnel weer naar buiten slepen, propt hij zijn mond vol. Zijn handlanger wordt uiteindelijk weer vrijgelaten. Maar hijzelf moet terug naar het verlaten tankstation. Daar wordt hij in het laadruim van de autobus gegooid. Als hij zich na een hobbelige en benauwde rit weet te bevrijden, belooft de sneeuwstorm waarin hij is terechtgekomen weinig goeds.

Aartsconservatief?
Is The Bothersome Man een beschrijving van het leven na de dood? De alternatieve titel voor de film: No(r) way of life geeft al aan dat het eerder gaat om een satire op het bestaande leven in Noorwegen. Andreas doet in het schijnbare ‘leven na de dood’ opnieuw een zelfmoordpoging, maar blijkt onsterfelijk te zijn, waarmee de uitzichtloosheid van zijn oorspronkelijke bestaan een cyclisch karakter krijgt.

De gedeeltelijk in IJsland opgenomen film naar een script van Per Schreiner is geen pur sang dystopie, maar een ironische schets van een ‘heilstaat’, waarin zich slechts één vervelende (‘bothersome’) dwarsligger manifesteert. De andere mensen in de stad, dood of levend, zijn dik tevreden in hun geur- en smaakloze wereld, waar een liberale seksuele moraal heerst en het interieur – in de geest van Ikea en andere Scandinavische meubelgiganten – moet dienen als de verwerkelijking van een moderne maatschappijfilosofie.

Alleen Andreas Ramsfjell, die zeurpiet, is ontevreden. Met zijn verlangen naar ware liefde en grootmoeders cake is hij de held van een film die je welbeschouwd aartsconservatief zou moeten noemen. Maar het parallelle universum van The Bothersome Man is zo beklemmend en herkenbaar dat het de sluimerende conservatieve geestesgesteldheden van de kijker onweerstaanbaar prikkelt. Een gotspe eigenlijk dat de tekst op de achterkant van het dvd-hoesje de film in één adem noemt met het intens flauwe, veel te opzichtig provocatieve Adam’s Apples (2000) van de Deense regisseur Anders Thomas Jensen (óók Scandinavische zwarte humor, ach ja..).

 

THE BOTHERSOME MAN KIJKEN: o.a. te koop via Bookspot en Ebay.

 

Meer REWIND

I Am Greta

*
recensie I Am Greta

Gewichtige nepperij

door Sjoerd van Wijk

I Am Greta voelt als een rekruteringsfilmpje waarbij de vraag wie daarvan profiteert speelt. Het portret van klimaatactiviste Greta Thunberg veinst authenticiteit en gebruikt deze voor gewichtige nepperij.

Terwijl dit jaar de omvang van ijskappen op de Noordpool bijna het dieptepunt uit 2012 evenaarde, realiseren steeds meer kinderen zich dat hen een precaire toekomst wacht. Zo ook de Zweedse Greta Thunberg (frappant genoeg familie van Svante Arrhenius die het broeikaseffect theoretiseerde). Als vijftienjarige domineerde ze een tijd lang de media met haar viraal gaande schoolstaking om aandacht te vragen voor de klimaatcatastrofe. Of zij net als Severn Cullis-Suzuki de vergetelheid ingaat of een blijvende stem in de klimaatbeweging blijft, moet nog blijken, maar I Am Greta komt uit aan het einde van haar sabbatical besteed aan voltijds activisme. Documentairemaker Nathan Grossman volgt haar vanaf het prille begin in Stockholm tot de massale scholierprotesten in Brussel en haar bezoek aan de internationale klimaattoppen.

I Am Greta

Real Deal
Op losse wijze hangt de camera rond achter de schermen als Thunberg ronddanst met zichtbaar plezier of helemáál geen zin heeft iets te eten ondanks het aandringen van vader Svante. Ook haar frustraties over de almaar niet luisterende politici komen voorbij, iets wat ze met overgave in haar dikwijls louterende speeches verwerkt. Daar kan vader Svante niets aan veranderen.

Grossman besteedt ook aandacht aan haar thuishaven, waar tijdens huiselijke taferelen op openhartige wijze haar heftige jeugd met eco-depressie en moeizaam opgebouwde sociale vaardigheden door het syndroom van Asperger ter sprake komt. De vlammende voordrachten suggereren in tandem met de intiemere momenten een authenticiteit, dat Thunberg de ‘real deal’ is wat betreft het actievoeren.

Marketingmachine
Als mediafenomeen ligt dat anders. Iedereen plakt zijn eigen etiket op Thunberg of gebruikt opportunistisch haar persona. De een droomt van een Jeanne d’Arc voor de klimaatbeweging, de ander hoopt op een mooie foto uit pr-overwegingen, wat Thunberg zelf ook doorheeft. Dan zijn er nog de vele sneren, die Grossman door de documentaire snijdt, inclusief haar laconieke reacties. Klimaatscepsis of smerige persoonlijke aanvallen, veelal geuit door verongelijkte babyboomers, de generatiekloof impliciet in het klimaat spijbelen getrouw.

I Am Greta

I Am Greta plakt echter zelf ook een etiket op Thunberg, waarmee de authenticiteit verdwijnt. Zo insinueert de film dat zij een grassrootsbeweging startte, terwijl Grossman al vanaf haar start toevallig daar rondloopt. Niet vermeld wordt onder andere de vroege social mediasteun van de NGO We Don’t Have Time (van het type waarvoor Planet of the Humans waarschuwt), voor wie Thunberg een tijd jeugdadviseur was. Haar zeiltocht naar de Verenigde Staten onthaalt de film als een morele keuze om emissies uit te sparen. Dat het dan vreemd is als een deel van de crew van de professionele YouTube-zeiler daarvoor moet overvliegen, laat Grossman opvallend ongemoeid. Kortom, de marketingmachine achter Thunberg blijft frappant genoeg buiten beeld.

Hypocriet heldendom
Het gaat hier om een heldin die strijdt tegen de algehele apathie rondom de klimaatcatastrofe, zo blijkt uit de grandioze muzikale begeleiding en gewichtige speeches. In de climax van de film komen massa’s spijbelende schoolkinderen voorbij alsof het een revolutie betreft. Dat voelt een jaar na dato al aan als verleden tijd nu de media hun aandacht hebben verlegd en door het coronavirus het milieuactivisme op een laag pitje staat. Het getuigt van een potsierlijke eigendunk typerend voor bourgeois activisme: het verkopen van deugd signalerende demonstraties als succesvolle rebellie.

Thunberg staart over zee zittend in de boot, terwijl de golven over haar heen spatten. Door de onbesproken marketing en overschatting van het succes komt dat eerder ergerlijk over dan heroïsch. Schrijver Edward Abbey (Desert Solitaire) etaleert een meeslepender vorm van hypocriet heldendom. Diens overdreven machismo roept dankzij de onderliggende satire op krachtige wijze rebelse gevoelens op jegens de systemische oorzaken van de ecologische catastrofe waar Thunberg deze juist kanaliseert.

I Am Greta

Ingekapseld
De filosoof Herbert Marcuse beschreef hoe systeemkritiek ingekapseld raakt en zo haar angel verliest. Waarvoor peppen Thunbergs speeches eigenlijk op? De catharsis van Greta’s “How dare you?” komt op hetzelfde neer als Zach de la Rocha’s (Rage Against the Machine) “Fuck you, I won’t do what you tell me!” Een kanaliseren van terechte woede naar onschuldiger wateren. Sterker nog, door de roep voor Green New Deals zelfs schadelijk – actievoeren voor massale investeringen in zonne- en windenergie waarvan energiebedrijven de vruchten zullen plukken, maar de ecosystemen waar de mineralen en metalen zich bevinden niet.

De aan de schoolstakingen gerelateerde Sunrise-beweging werd “grassroots” gestart door het gecompromitteerde Sierra Club, gerund door een staf van meer dan vijftien personen. Zo lijken de spijbelende kinderen de inzet voor een campagne waarvan de motieven in het duister blijven. Op eenzelfde wijze voelt I Am Greta aan als het geniepig ronselen van zieltjes en is daarmee nep.

 

16 oktober 2020

 

ALLE RECENSIES

Kingmaker, The

****
recensie The Kingmaker

Manipulatieve Moeder van de Natie

door Suzan Groothuis

Ze noemt zichzelf de moeder van haar natie. De moeder van iedereen. Lauren Greenfield, die eerder in The Queen of Versailles vastlegde hoe rijkdom en overdaad zich verhouden, toont het leven van de omstreden Filipijnse voormalige first lady Imelda Marcos. Een inkijkje in een gouden, corrupte kooi.

Terwijl ze door de sloppen van Manilla rijdt, trekt voormalig Imelda Marcos een stapel bankbiljetten tevoorschijn. Met een treurig gezicht deelt ze ze uit aan een rij bedelende kinderen die almaar groter wordt. Hoe anders was het tijdens het bewind van haar man Ferdinand Marcos, merkt ze op. Toen was deze armoede er nog niet.

The Kingmaker

De Amerikaanse fotograaf en documentairemaker Lauren Greenfield duikt met haar nieuwste film in het leven van Imelda. Greenfields fascinatie voor rijkdom was eerder te zien in The Queen of Versailles, waarin ze een biljonair koppel volgt tijdens de constructie van hun eigen gouden Versailles-paleis. Maar de komst van een economische crisis maakt harde metten met hun kapitaal: hun gouden bubbel stort ineen. In haar expositie Generation Wealth borduurt Greenfield voort op het thema rijkdom, middels overdadige fotowerken waar de overvloed vanaf spat. Maar de weelde van de één procent rich and famous heeft een keerzijde: wat blijft er nog van je identiteit over, als je alles wat je hebt verliest?

Omstreden weelde
In The Kingmaker (hit op IDFA 2019 en nu eindelijk in de bioscoop) draait het om een vrouw die bewijst dat je alles kan kopen, zolang er maar geld is om uit te geven. Omstreden geld, dat wel, want het Marcos-regime was doorspekt met corruptie. The Kingmaker toont zowel beelden van het nu als de opkomst van de politieke carrière van Imelda. Ze verloor als jong meisje haar moeder. Een verlies dat een diepe impact op haar had en haar neiging om te “moederen” deed groeien. Die kans benutte ze ten volle toen ze Ferdinand Marcos in 1954 ontmoette. Zijn politieke carrière was in opmars en met Imelda aan zijn zijde veroverden ze het volk. Hij, met zijn daadkrachtige speeches en zij, met haar schoonheid en charme. In 1965 werd Marcos president en Imelda first lady. Haar moederlijke medeleven met de burgers leverde haar de titel Moeder van de Natie op.

En dan zijn er de omstreden gebeurtenissen, zoals de moord op oppositieleider Benigno Aquino in 1983. Veel mensen dachten dat de Marcossen ermee te maken hadden, maar dat is nooit bewezen. Imelda’s extravagante levensstijl en onbedwingbare koopzucht nam grote proporties aan: van haar gigantische schoenencollectie tot de aanschaf van gebouwen zoals de Crown Building in Manhattan. Meest frappant is echter het opzetten van het Calauit Safari Park in de Filipijnen. Onder meer giraffes, zebra’s en impala’s werden overgebracht vanuit Afrika en neergeplant op het eiland. De bewoners van Calauit moesten hun heil elders zoeken. Alles opzij voor de Moeder van de Natie!

The Kingmaker

Uiteindelijk kwam er tegenspoed op het pad van de Marcossen: het wantrouwen van het volk groeide en in 1986 moesten ze gedwongen aftreden. Meer en meer ontstond het idee van corruptie, want waar kwamen al die overdadige geldbestedingen vandaan? Ondanks metersdikke dossiers van aanklachten, waren er geen harde bewijzen en werd Imelda (haar Ferdinand was toen al overleden) onschuldig verklaard.

Herhaling van de geschiedenis
Die onschuld is in The Kingmaker moeilijk aan te nemen. Hoewel Imelda vol lof over de politiek van haar man spreekt en haar exuberante aankopen als iets doodnormaals ziet, zijn er getuigenissen van activisten en politieke tegenstanders die je heel anders naar haar gouden werkelijkheid doen kijken.

Anno nu zitten de Marcossen weer volop in de politiek. Zoon Bongbong met zijn hang naar het vice-presidentschap en moeder Imelda als congreslid. Duterte, de huidige, en eveneens van corruptie verdachte president van de Filipijnen, is met financiële investeringen van de Marcossen naar de politieke top geklommen. De donkere geschiedenis herhaalt zich. Greenfields documentaire laat op bijtende wijze zien hoe groot en absurd de tegenstellingen tussen arm en rijk zijn. Imelda is hierin niet de held van het verhaal, maar een weerzinwekkende koningin, steevast gepositioneerd temidden van haar overdadige luxe. Een vrouw die in haar eigen geschepte werkelijkheid gelooft, getuige haar woorden: “The poor always look for a star in the dark of the night.”

 

8 augustus 2020

 

ALLE RECENSIES

About Endlessness

****
recensie About Endlessness

Het is moeilijk om mens te zijn

door Bob van der Sterre

‘Het is al september.’
‘Hmmm.’
Met deze typische sketch van Roy Andersson begint zijn nieuwe film About Endlessness. Dat is sowieso een belevenis (zijn vierde in twintig jaar). Het was ook al zes jaar sinds zijn laatste film, het geweldige A Pigeon Sat on a Branch Reflecting on Existence.

Andersson films zijn onmogelijk uit te leggen. Geen films die de van ‘gewone’ films houdende kijkers zullen bekoren. Ze moeten zich voorbereiden op: 1. Vrijwel geen verhaal. 2. Trage scènes. 3. Amper bewegende beelden. 4. Karakters die figureren in de sketches (geen emotievolle close-ups). 5. De Zweedse zelfspot. 6. Zeer subtiele humor. 7. Zowel comedy als drama, mensen weten niet zeker welke van de twee. 8. Scènes in een take. 9. Immens gedetailleerde decors. 10. Vleugjes maatschappijkritiek. 11. Veel amateuracteurs. Ga zo maar door.

About Endlessness

Poëtisch? Filosofisch? Absurd?
Gelukkig hoeft film er niet alleen voor de grote gemene deler te zijn. Roy Andersson is daar duidelijk niet mee bezig. Hij maakte in 1970 en 1974 wel twee ‘normale’ films, nam toen een pauze als regisseur van 25 jaar (maakte vooral commercials voor tv), en maakte toen in 2000 (na vier jaar voorbereiding) het revolutionaire Songs from the Second Floor. Een artistieke hit. De film won de juryprijs in Cannes.

Songs from the Second Floor was de voorloper van de intussen vier films in dezelfde stijl. ‘Een slapstick-Ingmar Bergman’, typeert Village Voice hem, en dat is best aardig gevonden. Zijn eigen filosofie in een zin: ‘Het publiek moet zich niet te comfortabel voelen bij een film.’

De een noemt Anderssons stijl poëtisch, de ander filosofisch, en sommigen gebruiken een vaak misbruikt begrip als absurd. Wat het meest opvalt, is de hypercontrole op decor en acteurs. De acteurs zijn strikt geregisseerde figuranten in bewegende schilderijen. Filmschilderijtjes de vaak iets triests schetsen in een mensenbestaan. Het past dus ook dat zijn werk geëxposeerd is geweest in het MOMA in New York.

Tussen subtiele humor en triestheid
In About Endlessness borduurt Andersson verder op zijn vorige drie films. Ook hier weer een reeks sketches die gaan over onder anderen religie, oorlog, liefde en commercie. En ook hier het verbazingwekkende evenwicht tussen subtiele humor en triestheid.

Deze keer horen we een voice-over commentaar geven: ‘Ik zag vandaag een jongen op zoek naar liefde.’ Met weer een paar ijzersterke Anderssonesque scènes, zoals de man die bij een slager zijn ex-vrouw aanvalt en huilt: ‘Je weet toch dat ik van je hou?’ Haar antwoord: ‘Dat weet ik.’ Dan duiken de andere klanten op hem. Let op hoe de slager probeert mee te krijgen wat er gebeurt.

About Endlessness

Ook een prachtig beeld uit deze film: de twee mensen die boven een ruïnestad zweven. Of de scène dat nazi’s luisteren naar bombardementen terwijl een platenspeler aan blijft tikken (gebaseerd op het schilderij The End van Kukrynisky, een trio karikaturisten uit de Sovjettijd). De scène met de kruisdrager in de binnenstad doet dan weer denken aan Anderssons eigen film Songs from the Second Floor.

Is de film beter of minder dan zijn voorgangers? Het is niet te doen om zijn films met elkaar te vergelijken omdat ze zo gelijkwaardig zijn. Wie ze nog niet kende: beloon jezelf en ga ze kijken. Als je geduld hebt, krijg je er veel voor terug. Aan de andere kant is het misschien nu ook tijd voor Andersson om een nieuwe, revolutionaire stap in het duister te zetten. Andersson is weliswaar bijna tachtig, maar echt veel revolutionairen hebben we niet meer in de cinema. Probeer een keer een close-up of een ‘gewoon verhaal’. Verandering is gezond!

 

15 juni 2020

 

ALLE RECENSIES