House That Jack Built, The

***
recensie The House That Jack Built

De Seriemoordenaar en de Kunsten

door Suzan Groothuis

Een nieuwe Von Trier staat gegarandeerd voor controverse. Helemaal als het gaat om The House That Jack Built die verhaalt over een seriemoordenaar. Von Trier duikt in zijn binnenste en er ontvouwt zich een continu spel met de kijker, provocatief maar ook gortdroog. Helemaal geslaagd is The House That Jack Built niet, maar het lukt Von Trier wel om de kijker te ontregelen.

Half Cannes liep weg bij de vertoning van Von Triers The House That Jack Built. Daarmee belooft de film controverse en provocatie, net zoals Hereditary het predicaat “engste film ooit!” kreeg. Ok, The House That Jack Built is controversieel. Maar dat is iedere Von Trier-film. In al zijn films zoekt de Deen de grenzen op.

The House That Jack Built

Zoekende, ongelukkige mensen
Hij toont zoekende, ongelukkige mensen. In The Idiots zoeken normale mensen de idioot in zichzelf op. Ter ontsnapping aan een dwingende, eisende maatschappij. In Breaking The Waves offert een naïeve, kwetsbare vrouw zichzelf op. In Melancholia zien we het einde van de wereld naderen, waarbij de ene zus dat accepteert en de ander zich overgeeft aan angst. In Antichrist hoopt een koppel nader tot elkaar te komen, maar de natuur beslist gruwelijk anders. En in The House That Jack Built duiken we in de geest van een seriemoordenaar.

Matt Dillon speelt Jack en is met zijn strakke gelaat en dwingende ogen perfect gecast. Hij vertelt zijn verhaal in vijf hoofdstukken, ofwel incidenten. Kenmerkend voor Von Trier, die graag structuur aanbrengt in zijn films. Hoofdstukken zijn hem eigen en werken altijd toe naar een dwingende catharsis. Terwijl Jack vertelt hoe hij seriemoordenaar is geworden en hoe hij geleidelijk aan gedreven werd tot grootse werken, is hij in dialoog met Verge (Bruno Ganz). In de openingsscène horen we klotsend water, alsof de twee ergens doorheen ploegen. Later leren we waar ze zijn.

Duistere iconen
In Incident 1 zien we Jacks eerste moord. Hij ontmoet een dame (Uma Thurman) met autopech, die hem om hulp vraagt. Haar krik is kapot en moet gerepareerd worden. Met zichtbare tegenzin brengt Jack haar naar de dichtstbijzijnde monteur. Terwijl ze rijden confronteert ze hem misschien wel een seriemoordenaar te zijn. “Me getting in this car with you. You might as well be a serial killer. Sorry, but you do kind of look like one”. Een voorbode van wat komen gaat. En met een knipoog naar de krik (jack in het Engels) als moordwapen.

The House That Jack Built

Met de incidenten die volgen, worden Jacks daden intenser en gruwelijker. Hij leert om goed te wurgen. En zijn dwangmatigheden nemen af. Hij heeft niet meer de neiging om de plaats van het misdrijf tot in de puntjes te reinigen en eindeloos op bloedvlekken te controleren. In een vriezer vol pizza’s bergt hij zijn slachtoffers. Ondertussen blijft bij in dialoog met de mysterieuze Verge, die we niet zien maar horen. Ze hebben het over zijn OCD en wat hem dreef om te moorden. Maar het gaat ook over kunst, architectuur en filosofie. Volgens Verge is er zonder liefde geen kunst. Jack denkt er anders over: “The old cathedrals often have sublime artworks hidden away in the darkest corners for only God to see. The same goes for murder.”

De dialoog culmineert in een discussie over iconen, waaronder Jack ook zichzelf schaart. “As disinclined as the world is to acknowledge the beauty of decay it’s just as disinclined to give credit to those… no, credit to us, who create the real icons of this planet. We are deemed the ultimate evil. All the icons that have had and always will have an impact in the world are for me extravagant art.” Hij haalt verschillende voorbeelden aan, zoals de Stuka uit de Tweede Wereldoorlog. Een vernietigende duikbommenwerper, berucht om zijn snerende sirenes, die de bijnaam “Trumpets of Jericho” kregen.

Hoogmoedig epos
Als Verge Jack vervolgens uitmaakt voor Antichrist, schieten beelden van films van Von Trier voorbij. Hoogmoed? Misschien, maar ook een spel met de kijker. En dat is wat Von Trier met The House That Jack Built steeds lijkt te doen. Van expliciet geweld (vooral vrouwen moeten het ontgelden) tot een overdadig tableau vivant: hij duikt op extreme maar ook gortdroge wijze in de diepste krochten van de menselijke ziel. Von Trier speelt met een combinatie van ironie, zwarte humor en schokkend geweld. Zo is er een briljante scène waarbij Jack ontsnapt uit de handen van een agent. Terwijl zijn bloedrode busje wegrijdt, slingert er een lijk achteraan, een lange rode streep achterlatend. Fame van Bowie schalt uit de speakers.

The House That Jack Built

Toch wringt er iets bij The House That Jack Built. Want wat wil Von Trier nu precies zeggen? Er is een kritische blik op Trumps “Make America Great Again”, getuige de rode petjes die Jack en een gezin dragen en het lugubere gevolg dat dit familie-uitje krijgt. Vrouwen zijn Jacks voornaamste slachtoffers en worden niet bepaald vleiend neergezet: irritant, simpel en makkelijk voor te liegen. Kansloze, lege zielen in Jacks handen en totaal tegenovergesteld aan de empathische verbeelding van het lijden van vrouwelijke personages als Bess McNeill uit Breaking the Waves en Selma uit Dancer In The Dark. En dan is er het solistische betoog van Jack, dat overeenkomsten laat zien met Von Trier zelf. Beiden meesters in het manipuleren van hun publiek, perversiteiten niet schuwend.

Goddelijke Komedie
Met The House That Jack Built heeft Von Trier zijn eigen Goddelijke Komedie gemaakt, waar de megalomanie soms van af druipt. Tegelijkertijd weet je: het is Von Trier, hij speelt een spel met de kijker. En net wanneer je denkt dat hij er met het einde een potje van maakt, verrast hij weer.

Dit epos vol kunst, verderf, pijn en verdriet is uiteindelijk een zoektocht naar verlossing. Een zwart-komische zoektocht welteverstaan, waarbij Von Trier de kijker constant bespeelt. Zoals ook Jack zijn omgeving bespeelt. Dan weer briljant en dan weer potsierlijk; het is een film die verdeeldheid geeft maar wel stof tot nadenken levert. En dat kan je tegenwoordig niet van veel films zeggen.

 

8 januari 2019

 

ALLE RECENSIES

Woman at War

****
recensie Woman at War

Vrouw wil moeder aarde redden

door Nanda Aris

Woman at War is een politieke, licht absurdistische en droogkomische film over een vrouw met een dubbelleven. Het plezier van film maken straalt van het doek in deze IJslandse inzending voor de Oscars. 

Halla (Halldóra Geirharðsdóttir) is de vijftigjarige dirigente van een koor, maar in het geheim een activiste. Ze dwarsboomt de aluminiumindustrie door elektriciteitsmasten te saboteren – met pijl en boog, zaag of slijptol – met als doel om de mooie IJslandse natuur te beschermen.

Woman at War

Heldhaftig
De film van Benedikt Erlingsson (Of Horses and Men, 2013), opent met Halla die haar pijl en boog klaarmaakt om te schieten, begeleid door opzwepende drums. We zien haar in een ruig landschap, ‘gesierd’ met elektriciteitsmasten. Deze saboteert ze, om zo de aluminiumindustrie schade toe te brengen. Halla is een soloactiviste, die zich geholpen ziet door een schapenherder in de bergen en een bevriend koorlid, dat ook politiek actief is.

Ze maken zich zorgen om Halla, maar die laat zich niet zomaar afschrikken. Heldhaftig gaat ze drones te lijf, verstopt zich voor patrouillerende helikopters en houdt zich schuil tussen de schapen. Net wanneer de aandacht van politie verscherpt en Halla als de ‘Mountain Woman’ haar volgende grote actie plant, krijgt ze bericht van het adoptiebureau.

Er volgt een hele mooie scène, waarin een tai-chiënde Halla het nieuws over klimaatproblemen op tv bekijkt en gebeld wordt. De camera houdt ons beeld op de tv waarop we mensen gered zien worden van een overstroming. Halla krijgt te horen van het adoptiebureau dat er een Oekraïens meisje beschikbaar is. Op de achtergrond fluit de waterketel hard op het vuur, symbool voor Halla’s gevoel. Het is de vraag of ze de verantwoordelijkheid op zich neemt als moeder van het Oekraïense meisje of dat ze verder wil gaan met haar activistische plannen om moeder aarde te redden.

Woman at War

Vervreemding
Ondanks dat dit pas zijn tweede speelfilm is, is Erlingssons werk herkenbaar: droogkomisch, lichtvoetig, maar met serieuze thema’s. Met Woman at War geeft hij recht aan de natuur en vertelt hij een heldenverhaal. Zijn held Halla wordt, net als bij de oude Grieken, geïnspireerd door een muziekband (tegenover het Griekse koor) die Erlingsson bewust zichtbaar in de film plaatst. Dit vervreemdingseffect (een term van toneelschrijver Bertold Brecht) van de muziekband (en drie Oekraïense zangeressen) in beeld haalt de kijker uit het verhaal en herinnert ons aan de fictie van de film: achter alle schijn zit een boodschap die de kijker dient te ontdekken.

Deze stijlkeuze geeft niet alleen Halla kracht, maar ook de film. Zo is er de zachte begeleidende pianomuziek in de woonkamer wanneer zij het nieuws over de adoptie krijgt. De muzikanten begeleiden niet alleen, Halla communiceert ook met hen. Het driekoppige bandje heeft een cameo wanneer Halla de pamfletten uitstrooit en retweet de inhoud van het pamflet.

De manier waarop Hanna de natuur probeert te beschermen en de interactie met de muziekband maken van Woman at War een bijzondere Oscarinzending. Met zijn originele ideeën is Benedikt Erlingsson een regisseur om in de gaten te houden.

 

23 december 2018

 

ALLE RECENSIES

Gräns

***
recensie Gräns

Mens of monster

door Yordan Coban

Waar de meeste pogingen toch vaak te kinderlijk uitvallen, is Gräns een sprookje voor volwassenen. Het behandelt een fantasievol verhaal op een duistere manier zonder zijn elegantie te verliezen. Gräns is een zoektocht naar liefde en identiteit in een harde mensenwereld.

Tina (Eva Melander) is een vrouw wiens gezicht bijzonder onaantrekkelijk is. Ooit is haar verteld dat ze met een chromosoom te weinig geboren is, echter er schuilt meer achter haar misvorming. Een geheim dat alle eigenaardigheden in haar leven verklaart. Ze woont met haar vriend Roland (Jorgen Thorsson) die niet van haar houdt maar haar gebruikt als bezit. Tina werkt bij de ambassade vanwege haar unieke reukvermogen, want ze kan emoties van andere mensen ruiken. Als een speurhond ruikt ze of mensen zich schamen, zenuwachtig of angstig zijn.

Gräns

Op een dag stopt er een verdachte gedaante met een eigenaardige geur voor haar neus. Zijn naam is Vore (Eero Milonoff). Vore intrigeert Tina. Langzaam bloeien er romantische gevoelens tussen de twee. Vore deelt Tina’s dierlijke, onmenselijke trekjes en onthult een nieuwe kant van haar. Haar ware monsterlijke aard.

Bijzondere romantiek
De romantische relatie van Tina en Vore omvat voornamelijk de zelfacceptatie van Tina. Ze leert van Vore wie en wat zij is maar leert vooral van haarzelf te houden. Tina omarmt haar monsterlijke zelf niet zonder kanttekening, omdat zij altijd als mens geleefd heeft. Iets wat zij niet snel kan vergeten.

Romantiek met niet-menselijke wezens is geen nieuw fenomeen in de cinema. In The Shape of Water (2017) draait het om een romantische relatie tussen een vrouw en een visachtige mutant. In Thirst (2009) en Let the Right One In (2008) is er een liefdesrelatie met vampiers. En dan heb je nog het liefdesverhaal over een vrouw en een vervloekt harig monster in Belle en het Beest (1991).

Dit soort verhalen is er al sinds mensenheugenis. De liefde met vampiers, mutanten en andere mensachtige monsters spiegelen ons wat de mens zoekt in liefde, of juist mist. In The Shape of Water bijvoorbeeld symboliseert het de angst voor het vreemde. De angst om te houden van iets dat anders is dan jijzelf en het demoniseren wat daarmee gepaard gaat. In Gräns gaat het om het accepteren en houden van jezelf. Ook al val je buiten de boot.

Het verhaal is gebaseerd op een kort verhaal van John Ajvide Lindqvis, die ook meeschreef aan het script (net als zowel het boek als het script van Let the Right One In. De Zweedse regisseur van Gräns, Ali Abbasi (Shelley, 2016) won hij deze zomer op het Cannes Filmfestival Un Certain Regard, waarmee hij zich schaart in een rijtje grote namen als Yorgos Lanthimos, Apichatpong Weerasethakul en Cristi Puiu.

Grenzen vervagen
Dat Gräns van dezelfde schrijver is als van Let the Right One In is terug te zien aan de personages. Het personage van Tina is net als Eli een enigma en zit complex in elkaar. Haar intelligentie wordt niet expliciet naar voren gebracht maar valt af te leiden uit het feit dat zij als monsterlijk wezen kan functioneren in een menselijke samenleving. Ze heeft zich goed aangepast en trekt zich niks meer aan van wat mensen over haar uiterlijk zeggen na een leven vol pesterijen.

Eva Melander is op vakkundige wijze onherkenbaar gemaakt met een dikke laag make-up. Ze speelt haar rol genuanceerd. Ze acteert in het begin met een emotieloze berusting van haar liefdeloze bestaan. Naarmate de film vordert, vertoont ze steeds meer emotie. Hoe onmenselijker Tina in letterlijke zin wordt, hoe kwetsbaarder zij zich opstelt.

Als justitie haar gave ontdekt, wordt Tina gevraagd mee te werken aan de opsporing van kinderporno. Ook hier vertoont zich een cynische tegenstrijdigheid en blijkt hoe Gräns in zijn personages de grenzen tussen het monsterlijke en het menselijke opzoekt.

 

3 november 2018

 

ALLE RECENSIES

Regisseur Erik Poppe over Utøya 22. Juli

Regisseur Erik Poppe over Utøya 22. Juli:
De (on)gevoeligheid voor geweld

door Alfred Bos

Op 9 maart ging in Noorwegen Utøya 22. Juli in roulatie, de speelfilm over de aanslag van 2011. Een rechts-extremistische terrorist richtte een bloedbad aan onder de bezoekers van een politiek jeugdkamp dat plaatsvond op een klein eiland in de buurt van Oslo. “We hebben allemaal gehoord wat er die dag is gebeurd, maar het overgrote deel van de aandacht ging uit naar de dader. Over hem weten we bijna alles, van de slachtoffers weten we nauwelijks”, zegt regisseur Erik Poppe over de telefoon. De film, die inmiddels ook in Nederland is te zien, wil dat rechtzetten.

De feiten tarten de verbeelding: van de circa zeshonderd bezoekers van het kamp, georganiseerd door de jeugdafdeling van de op dat moment regerende Noorse Arbeiderspartij, lieten er 68 op Utøya het leven, één overleed een dag later in het ziekenhuis en minstens 110 raakten gewond, de helft levensgevaarlijk. Eerder die middag had de terrorist een bomaanslag gepleegd op het regeringscentrum in Oslo. Daarbij vielen acht slachtoffers, zeventien gewonden en twee zwaargewonden.

Erik Poppe (Foto: Paradox)

Het idee van een speelfilm over het dramatische incident – het bloedigste in Noorwegen sinds de Tweede Wereldoorlog – maakte in Poppe’s thuisland veel los, vooral afwijzende reacties. Het was te vroeg voor een film. Het was verkeerd om een film te maken. Het was onmogelijk om een film te maken. Geen vermaakfilm over zo’n traumatische gebeurtenis, dat is een verwerpelijk idee.

“De overlevenden zeiden tegen mij:
Jouw aanpak is de juiste”

“Wat mij betreft ben ik het daar helemaal mee eens”, zegt Poppe. “Terwijl die controverse in Noorwegen speelde, was ik intensief in gesprek met ouders van kinderen die tijdens de aanslag het leven hebben gelaten; met nabestaanden van wat je de slachtoffers mag noemen. Die stonden allemaal achter me. Ze wisten waar het om draaide en wat de bedoeling was. De overlevenden zeiden tegen mij: ‘Jouw aanpak is de juiste’. Het enige wat telt is dat je het verhaal zo realistisch en waarheidsgetrouw mogelijk vertelt, met waardigheid en respect.’”

Antifilm
Er zijn eerder speelfilms gemaakt over bloedige aanslagen, zoals Elephant (Gus van Sant, 2003), over de schietpartij in 1999 op een school in de Amerikaanse plaats Columbine, en United 93 (Paul Greengrass, 2006), dat in real time verhaalt over het vliegtuig dat zich op 11 september 2001 in het Pentagon had moeten boren, maar voortijdig neerstortte door ingrijpen van passagiers.

Wat was zijn aanpak? De regisseur sprak met overlevenden om zich een zo volledig mogelijk beeld te vormen van wat er zich op 22 juli 2011 op het eiland heeft afgespeeld. Hij wilde het verhaal zo waarheidsgetrouw mogelijk in beeld brengen. “De film toont hoe het was om op Utøya te zijn, in het hart van een terroristische aanval”, aldus Poppe.

“Vanaf de allereerste bijeenkomst met de betrokkenen heb ik duidelijk gemaakt dat één ding voorop stond: waardigheid. Ik heb tegen het productieteam gezegd: iedere keer als je de telefoon pakt om een probleem op te lossen, houd voor ogen dat het gaat om waardigheid en respect. Vergeet onze traditionele werkwijze. Dit is geen genrefilm, het is eerder een antifilm. Vergeet structuur en opbouw. Vergeet dat soort dingen.”

In de laatste week van februari en de eerste week van maart heeft de regisseur de film laten zien aan de mensen die de aanslag hebben overleefd, de nabestaanden van slachtoffers en alle personen die betrokken zijn geweest bij het incident. Er waren een twintigtal voorvertoningen door heel Noorwegen. Poppe: “Daar waren psychologen en zorgverleners aanwezig om hulp te bieden aan mensen die daar om vroegen.”

Slachtoffers centraal
Voor de direct betrokkenen heeft de film therapeutisch gewerkt, aldus de regisseur. ”Nabestaanden en overlevenden zeiden: de film toont wat woorden niet kunnen zeggen. Uit hun reacties blijkt dat de film hen helpt bij het verwerkingsproces. De film kan het publiek ook helpen om te begrijpen wat er is gebeurd.”

U wilt met de film de aandacht verplaatsen van de dader naar de slachtoffers. Heeft u daarover met hen gesproken?

“Natuurlijk. Als we aan ’22 juli’ dachten, dachten we niet aan de slachtoffers. Ik ben met hen in contact getreden en gevraagd: Hoe is jullie situatie? Wat denken jullie? Er was veel onvrede over het gebrek aan aandacht. Bijvoorbeeld: er is in Noorwegen op de televisie door prominenten uit politiek en wetenschap gesproken over de vraag hoe terrorisme in Noorwegen is te voorkomen. Alsof men was vergeten dat het land al door terrorisme was getroffen!”

“De slachtoffers en nabestaanden meenden dat het belangrijk was het verhaal van ’22 juli’ te vertellen. Het is de missie van de jongerenorganisatie die tijdens de aanslag op het eiland zo zwaar is getroffen, om dit verhaal levend te houden. Ze reageerden overwegend positief toen ik hen vertelde dat ik overwoog een film te maken. Ze boden zich aan als consultant. Drie van hen hebben me nauw gevolgd tijdens het proces van het scenarioschrijven. Tijdens de filmopnames zaten ze naast me en gaven commentaar met de bedoeling om het zo waarheidsgetrouw mogelijk te maken. Als zij negatief hadden gedacht over het idee van een film over dit onderwerp, had ik hem niet gemaakt.”

Utøya 22. Juli

De filmpersonages zijn fictief, de film is geen documentaire. Dat is een bewuste keuze. Wat waren uw overwegingen?

“We hebben van de personages fictie gemaakt om te voorkomen dat nabestaanden zich tijdens het kijken naar de film zouden gaan afvragen: Is dat mijn dochter of zoon? Dat deden we uit respect voor de nabestaanden, maar ook uit respect voor de overlevenden. Als ik het verhaal van één specifiek individu zou vertellen, zou dat de verhalen van al die andere overlevenden onrecht doen. Het verhaal van het hoofdpersonage is samengesteld uit de verhalen van meerdere overlevenden. De film vertelt het verhaal van alle slachtoffers van de aanslag.”

“Van overlevenden hebben we verhalen gehoord die nog veel gruwelijker zijn van wat in de film wordt getoond. Ik wilde het drama niet afzwakken noch versterken. Ik wilde tonen wat er gebeurd is, op basis van de informatie die we hadden verzameld.”

“Er is opluchting dat de eerste film
een Noorse film is”

Disclaimer
Utøya 22. Juli is niet de enige film over de aanslag die dit jaar in roulatie gaat. In november komt de Engelse regisseur Paul Greengrass, de man van United 93, met Norway; daarin staat de dader centraal. Deze film over de terreuraanslag in Noorwegen is gemaakt door een regisseur uit Noorwegen, niet door een buitenstaander. Helpt dat?

“Niet noodzakelijk”, is Poppes eerste reactie. “Wat belangrijker is, is dat de eerste film over het incident van 22 juli 2011 het verhaal van de slachtoffers vertelt. Paul maakt een film over de dader. Daar weten we al veel over. Deze film vertelt de ervaring van Noorwegen, vanuit het perspectief van Noorwegen. Dus in antwoord op je vraag: ja, misschien. Er is opluchting dat de eerste film een Noorse film is.”

De film telt twee disclaimers. De eerste maakt duidelijk dat de filmpersonages fictieve karakters zijn, samengesteld uit de ervaringen van mensen die er die dag bij waren. Ik citeer de tweede disclaimer: “Its basis is one truth – others may exist”. Neem me niet kwalijk, maar dat is een slap excuus.

“Hm. Hoe bedoel je?”

Volgens cultuurrelativisten bestaat er niet zoiets als de waarheid. Er zijn geen feiten, alleen interpretaties. Interpretaties waarvan dan?

“In het begin van de film zegt de hoofdpersoon via de telefoon tegen haar ouders, en ook tegen de kijker: ‘Jullie zullen het nooit kunnen begrijpen’. Wat mij betreft gaat het daar om: we zullen het nooit kunnen begrijpen. Maar we kunnen in ieder geval proberen om het te begrijpen. Of de film de waarheid weergeeft of niet, het staat iedereen vrij om dat te bespreken. Films die gebaseerd zijn op waar gebeurde incidenten worden door een deel van het publiek gezien als een verslag van wat er is gebeurd. Ik heb die disclaimer gebruikt bij een vorige film. Hij maakt duidelijk dat Utøya 22. Juli een interpretatie is.”

Daar trapt u met veel politieke correctheid een open deur aan gort.

“Voor u en voor mij is dat een open deur. Maar niet voor iedereen. Jonge mensen die de film gaan zien, waren toen het incident plaatsvond te jong om zich alles te realiseren. Het is belangrijk om voor hen duidelijk te maken dat deze film niet het hele verhaal is.”

Deze film is niet gemaakt om te vermaken, klopt dat?

“Dat is juist. De film is ook niet gemaakt om het grootst mogelijke pubiek te bereiken. De film is bedoeld om aandacht te geven aan een groep die onderbelicht is gebleven. En om discussie op te roepen. Daarom hebben we ook afgezien van een aantal standaardpromotie- en marketingactiviteiten. Ik heb me lang verzet tegen een filmtrailer, in ieder geval voor de periode dat de film uit was in Scandinavië. Het artwork en de presentatie van de film moesten ingetogen zijn.”

Stel dat de film een succes blijkt en winst maakt, wat gebeurt er met dat geld? Gaat het naar de investeerders? Is er een speciaal slachtofferfonds?

“Het zal lastig blijken om geld te verdienen met deze film. Maar mochten we break even draaien en winst maken: er zijn geen investeerders. We hebben de film gemaakt met de middelen die we konden vinden, er zijn geen commerciële partijen bij betrokken. Eventuele winst gaat naar een fonds dat wordt beheerd door een groep mensen die de slachtoffers en nabestaanden vertegenwoordigt en die zijn aangewezen door de slachtoffers en nabestaanden. Er is geen productiemaatschappij die zich via deze film zal verrijken.”

72 minuten
Utøya 22. Juli wijkt niet alleen qua inhoud af van de gangbare speelfilm, ook de vorm is atypisch. Hij is gedraaid als één lange take (in werkelijkheid is het scenario op vijf opeenvolgende dagen verfilmd; uit de vijf takes heeft Poppe één ogenschijnlijk doorlopende opname gemonteerd). Wat deed de regisseur besluiten om het verhaal op die afwijkende manier te verfilmen?

“Ik wilde de tijd, die 72 minuten van de aanslag
in de film opvoeren als een personage”

Poppe: “We hebben meer dan veertig van de overlevenden geïnterviewd en ze vertelden allemaal dat de 72 minuten die de aanslag duurde, voor hen voelde als een eeuwigheid. Voor hen was dat heel erg belangrijk: het duurde heel lang eer er iets gebeurde, eer er een reactie kwam . Ik wilde de tijd, die 72 minuten van de aanslag, in de film opvoeren als een personage.”

“Vandaar dat het verhaal wordt verteld in real time, van minuut tot minuut, van seconde tot seconde, in één take, zonder montage, zonder muziek. Op die manier wilde ik de kijker in de situatie plaatsen, in het moment. Ik wilde bovendien dat die aanpak niet zou worden gebruikt in de promotie van de film. Deze film gaat niet over filmische techniek. Het draait om wat er wordt verteld.”

Persconferentie met Erik Poppe en deel cast

Victoria, de film van 2015 uit Berlijn, is gedraaid als single take. Het suggereert realisme, maar het is juist erg gekunsteld. Heeft dat meegespeeld bij uw overwegingen?

“Ik heb me verdiept in dat soort films en ik ben het met je eens. Ik begrijp niet waarom men die films in één take heeft willen draaien. De enige reden die ik kan verzinnen is om te pronken met een technisch hoogstandje. Voor mij werkt die keuze niet in een film als Victoria en de andere single take-films die ik heb gezien. Waarom ik voor deze film juist voor deze aanpak heb gekozen is omdat er eigenlijk geen andere manier was om over te brengen wat ik wilde overbrengen. Montage suggereert, ook bij het publiek, direct: dit is film. Ik wilde dat de kijker als het ware zelf kon beleven wat er die dag op dat eiland is gebeurd, vanuit het perspectief van de slachtoffers.”

“Daarom wilde ik er in de publiciteit ook over zwijgen, terwijl men bij die film uit Berlijn over niets anders kon praten dan het gegeven dat het een take van 132 minuten was.”

Deze film gaat over geweld en geweld is een prominent aspect van de eigentijdse cinema. Geweld als vermaak is in absurde hoeveelheden te zien, het druipt van het filmdoek. Wat zijn uw ideeën daar over?

“Geweld gaat over het maken van slachtoffers.
Niet over het maken van helden”

“Dank dat je er over begint. Ik heb me daar eerder over uitgesproken en ik doe het nu graag weer, want naar mijn mening is onze hele westerse cultuur van vandaag gebaseerd op wijd verspreid gebruik van geweld, en wel zodanig dat we er bijna immuun voor zijn geworden.We reageren er nauwelijks meer op. We stellen er ons geen vragen meer bij. Zelfs tijdens het tv-journaal worden we geconfronteerd met absurd geweld. Het is natuurlijk mogelijk dat al dat geweld een behoefte van onze cultuur uitdrukt.”

“Ik ben van mening dat het belangrijk is om binnen te treden in het hart van het geweld, om als het ware zelf een slachtoffer van het geweld te worden. Mijn film gaat niet alleen over het incident op Utøya, maar ook over de schietpartijen op scholen in Amerika en de andere terroristische aanslagen in Europa. Ik wilde onderzoeken of het mogelijk is om mensen wakker te schudden: zo ziet geweld er uit als je midden in een aanslag zit. Zoals het stuk in Indiewire over Utøya 22. Juli opmerkte: misschien kan het geweld in deze film ons weer gevoeliger maken voor wat geweld werkelijk is. Het geweld dat wordt getoond in films is niet zoals geweld in werkelijkheid is. Gestileerd geweld is een plaag.”

“Geweld gaat over het maken van slachtoffers. Niet over het maken van helden.”

 

12 juni 2018

 

MEER INTERVIEWS

Kunnen we wel kunst van recent leed maken?

Ondertussen, op de redactie:

Kunnen we wel kunst van recent leed maken?

TIM:

Volgende week hoop ik Utøya 22. juli te zien, de in Berlijn gepresenteerde film over de terroristische aanval van Anders Breivik (2011). De zeven jaren die zijn overbrugd zullen voor betrokkenen en nabestaanden aanvoelen als een gecomprimeerd continuüm van rouw. Met hoeveel respect de film ook gemaakt zal zijn, ze zal de wonden van die dag nooit helemaal kunnen helen. Waarom dan toch zo’n filmische herinnering, een document dat het verleden terughaalt?

Ergens hoop je altijd dat de wetten van de commercie in deze gevallen niet opgaan, maar bioscoopjaar 2017 doet anders vermoeden. Met Patriot’s Day en Stronger draaiden er alleen al twee titels die hun bestaan aan de aanslagen tijdens de Boston Marathon (2013) ontlenen. Hierop direct roepen dat het hier ook wel om de Verenigde Staten gaat, is mij te gemakkelijk – ook in dit geval denk ik dat de lijn tussen exploitatie en eerbetoon (zie ook één van de koppen van de laatste Filmkrant) op voorhand gevaarlijk dun is.

Kunnen we eigenlijk wel kunst maken – en waarderen – van recent leed?

P.S. Ik denk dat het wel degelijk kan – en zou Elephant als eerste voorbeeld aandragen.

Utøya 22. juli

Utøya 22. juli

 

YORDAN:

Ik denk niet dat een filmmaker te veel moet luisteren naar de gevoeligheid van mensen, anders zouden films als A Clockwork Orange nooit gemaakt zijn. ‘Het is maar een film’ is een zin die ik normaal gesproken niet kan uitstaan, maar in deze context wel enigszins zinnig acht. Ik denk niet dat men werkelijk beledigd moet zijn door een film, tenzij deze film misschien een ernstige misrepresentatie van iemands karakter of persoon is. Als het te gevoelig ligt voor iemand, dan is de oplossing simpel in mijn optiek: kijk de film niet.

Daarnaast kan een ingrijpende recente gebeurtenis juist de perfecte gelegenheid zijn om iets significants te vertellen over deze tijd. Na 9/11 zijn er tientallen films over de aanslag uitgekomen met vaak een geluid van onverzettelijkheid in de film verwerkt. Als nabestaanden kan je daar meestal juist kracht uit halen. Een goed voorbeeld daarvan is United 93. Juist deze verhalen over gruwelijkheden dienen verteld te worden, ik denk niet dat film een compromis moet zijn.

 

COR:

Als ik de beschrijving van Utøya 22. juli lees, vermoed ik vooral exploitatie. En jazeker, ook een eerbetoon, maar waarschijnlijk minder aan de slachtoffers dan aan die loser van een Breivik. Het is namelijk een thriller, die beoogt de kijker iets van die beangstigende sfeer van die moordpartij te laten ervaren. Als zoiets fictie is, lijkt me dat okay voor mensen die van het genre houden; als het is gebaseerd op feiten, neigt het bij voorbaat naar exploitatie.

De vraag die allereerst dient te worden gesteld is: Wat is het doel van de film?

 

ALFRED:

Exploitatie of eerbetoon? Ook rouw is handel geworden, het zegt iets over de (im)moraliteit van het vrijemarkt-denken.

Het is jammer dat met de release van Utøya 22. juli de naam van de dader weer in de kranten staat. Veel te veel eer. Sinds het voorval van zomer 2011 heb ik het in dit verband steevast over ‘die enge man uit Noorwegen’, net zo als ik de huidige president van Amerika consequent Donald Duck noem. Hoef ik niet uit te leggen, iedereen snapt het. Sommigen mensen verdienen het te worden doodgezwegen. Anti-branding, of zoiets. Wel shaming, geen naming.

Wat Erik Poppe, regisseur van de Noorse knalfilm, heeft bewogen om dit drama te verfilmen, weet ik niet; het is voor mij gissen. Wil hij de ellende invoelbaar maken? Daar heb ik geen film voor nodig, dat snap ik zo ook wel; en ik neem aan dat ik niet de enige ben. Nogmaals, ik ken zijn beweegredenen niet, maar van welke kant je het ook bekijkt, enige sensatiezucht valt het project niet te ontzeggen. Typisch gevalletje van wat de Franse filosoof Guy Debord – in 1967 al – de spektakelmaatschappij noemde. Emotionele afstomping is daar symptoom en gevolg van.

Ik heb de film niet gezien – en ga hem ook niet zien – want mijn grootste probleem met Poppe’s nagespeelde drama is een vormkwestie. Uit de publiciteit heb ik begrepen dat de film in één take is gedraaid. En daarmee ontkent Poppe een cineast te zijn, want film draait om montage, om het manipuleren, het versnellen en vertragen, van de tijd. Dat is het wezen van film. En niet alleen van film, het is het wezen van vertellen. Vertellen is iets anders dan registreren. Van leed kun je wel degelijk kunst maken – ik voelde mijn huid kruipen en ik werd heel klein toen ik in het Prado voor Picasso’s Guernica stond – maar niet als je jezelf, zoals Poppe heeft gedaan, al bij voorbaat als kunstenaar buitenspel zet.

Victoria

Victoria

Ik heb nooit begrepen waarom de Duitse film Victoria uit 2015 zoveel lof kreeg toegezwaaid. Quasi-cinema verité uit het leven van jonge mensen in Berlijn, gedraaid in een take van 138 minuten. Dat is bedoeld om realistisch over te komen, maar vestigt juist de aandacht op het kunstmatige van de situatie. Het is een halfbakken en ondoordacht idee, ‘realisme’ suggereren door afstand te doen van montage c.q. bewuste manipulatie. De Italiaanse regisseur Luca Guadagnino, de man van Call Me By Your Name, viel me op dat punt bij toen ik hem enkele jaren terug sprak naar aanleiding van zijn vorige film, A Bigger Splash. “Ik begrijp niet wat de makers van Victoria heeft bezield. Wat willen ze bewijzen?”, was zijn reactie.

Ik weet ook wel dat Victoria fictie is en Utøya 22. juli een quasi-documentaire, want gebaseerd op een nieuwsfeit, dus de vergelijking gaat niet 100 procent op. Maar los van de vraag of het nodig is om uit oogpunt van winstbejag – heb geen illusies, deze film is niet gemaakt uit liefdadigheid – te krabben aan oude wonden van direct betrokkenen en nabestaanden, is het wat mij betreft ook in puur filmisch opzicht een miskleun. Het enige positieve wat ik over de film kan zeggen dat het een mooi gegeven is voor een aflevering van Ondertussen, op de redactie. Dank voor je opmerking!

 

SJOERD:

Toeristen maken selfies bij het holocaustmonument in Berlijn, tot verontwaardiging van iedereen. Tegelijkertijd is het prima als de selfiestick te voorschijn komt in het Colosseum te Rome, waar vele liters bloed hebben gevloeid. Over vijftig jaar, als het holocaustmonument dan nog bestaat, is het voor te stellen dat mensen op de stenen zitten om van de zon te genieten en jongeren er skateboarden. Op den duur wordt elke zwarte pagina in de geschiedenis ingehaald door de tijd.

Zo is er verontwaardiging over Utøya 22. juli, terwijl dit bijvoorbeeld niet het geval is bij Dunkirk of Braveheart. In principe kan en moet leed verfilmd worden als er een verhaal te vertellen valt. Iets waar mensen van kunnen leren. De Duitse filosoof Theodor Adorno zei ooit dat poëzie schrijven na Auschwitz barbarij was, omdat naar zijn mening kunstenaars hadden gefaald in het verbeelden van het onvoorstelbare lijden. Het is dan ook zeker een zware taak voor cinema om ondraaglijk leed te verfilmen, maar geen onmogelijke. Zo vraag ik me af of Adorno Rome, Open City heeft gekeken.

Toch deel ik de twijfel over het verfilmen van Anders Breivik’s daden. Mijn indruk is dat het motief inderdaad meer ligt in de zucht naar sensatie dan naar het vertellen van een indringend verhaal. Met andere woorden, het leed van de slachtoffers wordt als signaal zonder inhoud gebruikt. De kijker vertrekt na afloop met de gedachte: “wat erg he?” Maar de ruimte tot reflectie wordt niet geboden. Dit zou een doorwrocht verhaal met diepgaande karakters wel bieden.

The Wire

The Wire

Een voorbeeld is de televisieserie The Wire, waar de uitzichtloosheid van The War on Drugs in Baltimore invoelbaar wordt doordat alle dealers als mensen in plaats van schurken worden neergezet. Een andere optie om met leed om te gaan is de humor, die alles van haar voetstuk weet te halen. Als we lachen om de grote dictator Charlie Chaplin, zien we in dat geweld en haat niet de oplossing hoeven te zijn voor problemen.

 

BOB:

Ik ben er zoals gebruikelijk laat bij en heb er (vrijwel) niets meer aan toe te voegen. Ben ook al geen fan van dit soort films, in de eerste plaats omdat ik geëntertaind wil worden door lichtvoetige artisticiteit en ik weet al dat ik die hier niet ga vinden, één take of niet. Het zal toch voornamelijk een spannende film voorstellen. United 93 had ik hetzelfde gevoel bij. Elephant: ook niet mijn cup of tea. De dag dat iemand besluit om de aanslag van Bataclan te verfilmen zal net zo’n rampdag zijn als toen Donald Duck president werd van de VS.

Aan de andere kant vond ik Tower, een geanimeerde documentaire over een aanslag in Texas in 1966, wel erg geslaagd. Een andere genre maakt het verschil.

Een mooi moment misschien om schaamteloos mijn hyperrealisme-artikel te pluggen, dat hier wel wat verwantschap mee heeft.

Mooi weekend allen!

 

ALFRED:

Kunnen we wel kunst van recent leed maken? Natuurlijk kan dat. Sterker, kunst is een manier om het leed te verwerken. Voor de maker, de kunstenaar. En voor de kijker, luisteraar of lezer die het kunstwerk ‘consumeert’, of liever: beleeft. Kunst kan therapeutisch werken, zoals Yordan opmerkt. Volgens mij – en in ieder geval voor mij – is dat een van de voornaamste functies van kunst. Het werkt helend, verzoenend. Ik zeg wel eens, half schertsend en half gemeend: ik schuil in schoonheid.

We leven in een tijd waarin wegduiken voor lastige vragen bijna reflex is geworden. In het openbare ‘debat’ is bevestiging de regel, een afwijkende mening reden tot woede; kritiek aanleiding voor doodsbedreigingen. Voor mij bevestigt het stellen van de vraag ‘Kunnen we wel kunst van recent leed maken?’ hoe bang we zijn geworden voor alles wat ons niet direct bevestigt in ons gelijk of onze zelfgenoegzaamheid behaagt.

Kunst is schrikdraad. Geen smoothie.

Laten we de distributeur van Utøya 22. juli eens bellen met de vraag of regisseur Erik Poppe zich wil laten uithoren over zijn motieven.

 

COR:

Het is zo goed als geregeld. Je kunt hem volgende week bellen!

 

TIM:

Dank voor jullie prikkelende reacties – het moge duidelijk zijn dat we in een discours zitten dat altijd weer ruimte laat voor nieuwe perspectieven, tegen- en middenstemmen. En juist dat maakt het de moeite, denk ik zo;)

Laat ik voorop stellen dat ik liever geen stenen werp als het slachtoffer nog niet eens in beeld is. Ik moet eerst nog maar zien wat een viewing van Poppes film met me doet, maar ik sluit me wél aan bij de idee dat filmstijl waarschijnlijk de sleutel gaat worden tot ieder mogelijk moreel dan wel artistiek oordeel. Een korte historische inkadering:

Pantserkruiser Potemkin

Pantserkruiser Potemkin

Alfred raakt in zijn kritiek op de long take-techniek aan een discussie die bijna zo oud is als de film zelf. De Russische Montage-giganten verbleekten als je riep dat een film ‘geschoten werd’. Nee, een film wordt altijd gebouwd in de montagekamer. Voor die tijd is er geen film. Was getekend, Vsevolod Pudovkin.

Cahiers du Cinema-criticus André Bazin betoogde in de late jaren veertig dat juist de long take de film tot leven brengt. Of, nog beter: dat de long take toegang geeft tot de realiteit, vóór de techniek van montage haar weer manipuleert. Sjoerds opmerking dat film ‘altijd manipulatie is’ verbeeldt de belangrijkste contemporaine kritiek op steeds vaker als achterhaald beschouwde gedachtegoed.

Ik denk dat het in het geval van Utøya 22. juli wat complexer ligt. Zoals Bazin zichzelf nuanceerde toen hij Citizen Kane (om zijn combinatie van snelle newsreel-montage én de long take) de hemel in prees, zo heeft iedere stijlkeuze van Poppe onvermijdelijk voor- én nadelen. Een belangrijk voordeel van de long take is dat Poppe zich consistent kan vastpinnen op het perspectief van de slachtoffers. Inderdaad, om “een idee te geven van hoe het echt was”.

Als ik het correct heb vernomen, wordt Breivik in de film enkel als een vage schim getoond. Vanuit dat slachtofferperspectief dus. Stel je gewone shot-reverse-shotmontage voor: Poppe zou snel(ler) genoodzaakt zijn om die enge man uit Noorwegen een perspectief te geven. Juist in die dialectiek van beelden. Het conflict (of zelfs de gelijke dialoog?) van de montage geeft de antagonist een stem. En juist dat wil je vermijden, zo geef je, Alfred, zelf aan. Omdat de antagonist die stem niet altijd verdient.

Een nadeel hebben Sjoerd en Alfred zelf al op de proppen geworpen: mooifilmerij ligt op de loer en je artistieke keuze dreigt te gaan prevaleren boven het vertellende aspect. Uit een recensie op internet (tijdens de Berlinale, red.) haal ik dat Poppes techniek daarnaast leidt tot een soort horror-vibe die de film voorzichtig richting genre-titel doet bewegen. Schiet je je doel dan voorbij? Hoogstwaarschijnlijk.

De moraal van dit verhaal lijkt dat je met een film over die wrede zomerdag nooit goed kunt doen. Ik hoop dat de toekomst mijn ongelijk bewijst.

 

3 juni 2018

 

Meer ‘Ondertussen, op de redactie’

Under the Tree

****

recensie Under the Tree

Ideale inspiratiebron voor burenconflict

door Cor Oliemeulen

In IJsland hebben ze kennelijk geen Rijdende Rechter om in een burenconflict te bemiddelen, dus escaleren de perikelen rondom een boom snel, nadat er een kat is verdwenen. Under the Tree is een ideale inspiratiebron voor steggelende buren.

Under the Tree begint als een drama met thrillerelementen. Nadat Atli (de in eigen land populaire komiek Steinþór Hróar Steinþórsson) door zijn vrouw Agnes met een hand in zijn broek wordt betrapt als hij een sekshomevideo van hem en zijn ex-vriendin Rakel kijkt, is hun toch al moeizame relatie direct over. Rakel vervangt het slot van de voordeur en ontneemt Atli contact met hun dochtertje Asa. Dat leidt onder meer tot onaangename bezoeken aan de peuterspeelzaal en Agnes’ kantoor, alsook een spannende achtervolgingsscène.

Under the Tree

Kettingzaag
Atli wil tijdelijk bij zijn ouders gaan wonen en merkt dat ook moeder Inga en vader Baldvin middenin een conflict zitten. Inga is zichzelf niet meer na de zelfgekozen dood van haar oudste zoon. Met de komst van Atli neemt haar irritatie en drankgebruik alleen maar toe. Haar frustratie viert zij verbaal bot op Eybjorg, de nieuwe vrouw van buurman Konrad. Inga vindt Eybjorg een tikkeltje te sportief en aantrekkelijk en bovendien schijt haar herdershond Askur weleens in hun tuin. Nee, als het aan Inga ligt, wordt er nog geen takje gesnoeid, ook al neemt hun boom bijna alle zon uit Eybjorgs en Konrads tuin weg.

Baldvin is een goedzak, die in een mannenkoor zingt en wel begrip heeft voor de klacht van de buren. Maar als op een dag de vier banden van zijn auto zijn lek gestoken, krijgt hij zijn twijfels. Als dan ook nog Inga’s kat spoorloos is, raken de poppen aan het dansen. Bloemen worden uit de grond getrokken, tuinkabouters worden verhuisd en ook Askur verdwijnt, maar meldt zich later op wonderbaarlijke wijze weer op de stoep bij de voordeur. En als Inga haar buurman een kettingzaag uit de kofferbak ziet halen, blijkt die aangeschafte veiligheidscamera geen overbodige luxe.

Under the Tree

Akkoord
In zijn pas derde speelfilm Under the Tree weet de IJslandse regisseur Hafsteinn Gunnar Sigurðsson subtiele Noord-Europese droogheid uitstekend te combineren met een dramatisch plot vol zwarte humor. Na elke pesterij toont hij een tussenshot van de omstreden boom: even langzaam als de zonnestralen zich een weg banen door de bladeren, verdwijnen ze ook weer. Geleidelijk krijgt de dreigende muziek wat frivolere klanken.

De plot van de overspelige man die zijn vrouw om vergeving vraagt omdat hij zijn dochtertje wil blijven zien en de plot van de ruziënde buren vormen samen een gedoseerde reeks van escalaties die leiden tot een regelrechte tragedie. Het meest sprekende personage is Baldvin (Sigurður Sigurjónsson, o.a. Rams) die zich lange tijd zoveel mogelijk afzijdig houdt maar zijn ogen boekdelen laat spreken. Hij heeft ook de mooiste dialoog, bijvoorbeeld als hij tot zijn zoon Atli spreekt: ‘Ik dacht dat jullie wel tot een akkoord zouden komen, zoals volwassenen dat doen.’

Tot de gewelddadige finale van Under the Tree beweegt de kijker zich tussen een gevoel van lachen en janken. Maar als aan alle ruzies dan een definitief einde is gekomen, realiseer je je in één simpel shot hoe kinderachtig volwassenen kunnen zijn. Zelfs in IJsland, waar je relatief weinig bomen en zonuren hebt.
 

13 mei 2018

 
MEER RECENSIES

Tom of Finland

***

recensie Tom of Finland

‘It seems Finland has bigger cocks’

door Ralph Evers

De biopic Tom of Finland verhaalt over de levenswandel van de introverte homo-kunstenaar Touko Laaksonen, die internationaal bekend werd door zowel zijn hypermasculiene homo-verheerlijking als zijn handtekening ‘Tom of Finland’.

Finland is een beetje een vreemde eend in de Europese bijt. Dat andere taaltje dat godsonmogelijk is om onder de knie te krijgen. Dat woeste land, dat enerzijds kalmeert door haar duizenden meren en verlaten, stille landschappen. Anderzijds de moordende kou in de winter en de even zo moordende hoeveelheid muggen in de zomer.

Kennismaking met Finland
De schrijver van deze recensie kwam in zijn studententijd graag in Finland. Hij had daar – mede door zijn metal-liefhebberij – aardig wat vrienden zitten en met zijn studie psychologie zeeën van tijd. Zo leerde hij al gauw de modernistische architectuur van Alvar Aalto kennen, de symfonieën van Sibelius en, wat natuurlijk veel interessanter was, de films van Kaurismäki, maar ook de karaoke-cafés, om te eindigen met de heerlijk sappige soap van een andere wereldberoemde Fin: Matti Nykänen (verfilmd in 2006 onder de titel Matti). Beschouwd als ‘s werelds grootste skischansspringer die viermaal olympisch goud won. Daarnaast was het een notoire drinker, sloeg hij menig vrouw het ziekenhuis in en wist hij vriend en vijand te verbazen met niet al te snuggere oneliners. Tot slot was daar Tom of Finland.

Tom of Finland

De film begint ten tijde van de winteroorlog tegen de Russen in begin 1940 (het verslag van deze oorlog is indrukwekkend verfilmd in Talvisota). Tussen het oorlogsgeweld door zien we hoe in het geheim homomannen elkaar wisten te vinden in de donkere parken. We leren Touko kennen als de introverte man, die z’n werk bij de luchtafweer halfbakken doet en een leven lang worstelt met het feit dat hij een Russische paratrooper doodde. Na de oorlog gaan de ontmoetingen door, altijd in het geheim. Soms bij hooggeplaatste mensen waar andere homo’s zich tijdelijk veilig wanen en hun fantasieën kunnen uitleven, soms leidend tot excessief geweld van de autoriteiten. Homoseksualiteit was ook in Finland, evenals zoveel andere landen, niet toegestaan in de bekrompen jaren 50.

Hypermasculiene fantasieën
Om toch uiting te geven aan zijn erotische fantasieën tekent Touko ze op papier. Al snel slaan zijn geïdealiseerde, gestyleerde en hypermasculiene fantasieën aan. Eerst in kleine kring, later wereldwijd. Uiteraard mag zijn zus onder geen voorwaarde te weten komen van zijn geaardheid. Via een misgelopen avontuur in Berlijn, in de jaren na de oorlog één van de weinige plekken waar je je als homoseksueel kon overgeven aan een nachtleven, belanden zijn tekeningen in Californië. In de tussentijd werkt Touko, samen met zijn zus, als grafisch vormgever. Tevens leert hij een vroege kameraad uit het leger kennen, nu een danser, die verwoede pogingen doet diens homoseksuele geaardheid te verbloemen (hij was één van de slachtoffers van het eerder genoemde geweld).

Tom of Finland zal uiteindelijk de geschiedenisboeken ingaan als één van de meest bepalende homo-erotische kunstenaars. Een kunstenaar die oog had voor maatschappelijke posities en deze in zijn fantasierijke wereld ten positieve voor de underdog weet om te draaien. Hierin is zijn werk dubbel ondermijnend voor het gezag. In de eerste plaats omdat het tot voor kort in veel landen verboden was om homoseksueel gedrag te uiten, of überhaupt homoseksueel te zijn. In de tweede plaats omdat in zijn afbeeldingen gezagsdragers zich overgeven aan hun verborgen homo-erotische lusten (iets wat altijd al in die uniformen zat).

Tom of Finland

Zelfcensuur
Tom of Finland lijdt aan een vorm van zelfcensuur die haaks staat op de provocaties die Touko’s tekeningen voor de buitenwereld hebben. De film is suggestief in het tonen van homoseksualiteit en te tam voor deze tijd. (Wie wat dat betreft the real deal wil, wende zich tot de documentaire uit 1991 Daddy and the Muscle Academy). Daarnaast wordt eveneens controversiële interesse van nazi’s uit de film gelaten. Niet omdat Touko ze hoog had zitten, maar omdat ze nu eenmaal de meest sexy uniformen hadden.

Mogelijk leidt deze selectieve biografische vertelling en preutse vertoning tot een bredere vertoning van de film. Toch blijft het gevoel van iets missen aanwezig. Daarbij helpt het trage tempo en de nauwelijks aanwezige spanningsboog niet mee. Desondanks weet regisseur Dome Karukoski een mooi eerbetoon af te leveren en doet hij voldoende recht aan die beeldbepalende illustrator Tom of Finland, die sympathiek neergezet wordt door acteur Pekka Strang.
 

10 maart 2018

 
MEER RECENSIES

Thelma

***

recensie Thelma

Duistere verleiding

door Suzan Groothuis

Het leven verandert voor de jonge studente Thelma. Los van haar religieuze ouders, rijp voor de verlokkingen des levens. Een coming of age-drama met horrorrandjes, waar kinetische krachten samengaan met verliefd worden.

In Thelma volgen we de gelijknamige hoofdpersoon. De openingsscène verraadt al dat zij geen gewoon meisje is. We zien beelden van een jonge Thelma die met haar vader gaat jagen. Er gaat een bepaalde kracht uit van het meisje. Wat precies, weet de kijker dan nog niet, maar het feit dat haar vader plots zijn geweer op haar richt doet het ergste vermoeden.

Vervolgens een sprong in de tijd: Thelma (Eili Harboe) als jonge studente. Weg uit het ouderlijk huis, teruggeworpen op zichzelf. In rustig tempo, met een onderhuids broeierige spanning, volgt de camera haar. Thelma lijkt een net, rustig meisje. Eenzaam ook. Totdat ze medestudente Anja ontmoet en er innerlijk vuur brandt.

Thelma

Het spel van verleiding
De verlokkingen des levens nodigen Thelma uit. De mooie Anja, uitgaan, drank, roken. Verlokkingen waarvoor ze altijd gewaarschuwd is. Thelma komt namelijk uit een streng religieus gezin, waar genoemde zaken uit den boze zijn. En zo ontstaat er tweestrijd: toegeven aan de verleidingen of luisteren naar de stem van haar vader.

Met de verleidingen komen ook Thelma’s aanvallen. Epilepsie lijkt het. Trillen, zweten, vallen. Niet eenmaal, maar meerdere keren, pijnlijk realistisch in beeld gebracht. Het komt tot een onderzoek, maar Thelma wil niet dat de arts haar ouders inlicht.

En zo werkt de Noorse regisseur Joachim Trier geleidelijk naar een coming of age-drama met duistere randjes. Want Thelma lijdt niet aan epilepsie, maar vecht tegen kinetische krachten. Een beetje zoals in het Duitse Requiem. Hierin heeft een jonge vrouw aanvallen die overeenkomsten met epilepsie en duivelse bezetenheid hebben.

Wanneer duidelijk is wat er speelt, verandert de sfeer en verkent Thelma haar krachten op gevaarlijk niveau. Met als hoogtepunt een scène waar zij en Anja een balletvoorstelling bijwonen. Terwijl de seksuele spanning tussen hen stijgt, moet Thelma haar best doen haar krachten te bedwingen. Een gigantisch decorstuk begint te trillen en te schuiven. Toegeven aan verleiding staat gelijk aan destructie; het gevecht van Thelma om zichzelf onder controle te houden is sensueel, krachtig en spanningsvol in beeld gebracht.

Superieure worsteling
Je verlangt naar meer van deze momenten, maar Thelma houdt die intense mix tussen spanning en erotiek en afstand en nabijheid niet vast. Terwijl Thelma de uitdaging van de verleiding aangaat, zoomt Trier in op haar verleden en vallen de puzzelstukjes op hun plaats. Een familietragedie waarin Thelma een bepalende rol had. En religie een middel is tot vergeving en bezinning. Maar hoe bepalend Gods wetten ook zijn,  innerlijke krachten zijn sterker. Thelma voelt het en weet het. Ik ben beter dan anderen, fluistert ze haar vader toe.

In vergelijking tot Triers eerdere films (Oslo, August 31st, Reprise en Louder Than Bombs) duikt Thelma minder de diepte in. Triers films kenmerken zich door worstelende hoofdpersonen. Adolescenten die kampen met twijfel, met verlies. En zingeving zoeken in literatuur, kunst en muziek. Ook in Thelma is er sprake van worsteling (religie versus vrijheid, kuisheid versus verleiding), maar er worden minder levensvragen gesteld. Misschien wel, omdat Thelma zich diep van binnen superieur voelt ten opzichte van de mensen om zich heen.

Thelma

Opzichtige en overbodige symboliek
Symboliek speelt een opzichtige rol in de film – zoals de slang die we meerdere malen in beeld zien, verwijzend naar de rol van verleiding in de bijbel. Want verleiding is voelbaar als we kijken naar de twee jonge vrouwen die zich aangetrokken voelen tot elkaar. Evenals de dreiging die ontstaat als Thelma toegeeft aan haar verlangens. De slang is een overbodige illustratie van onheil dat komen gaat.

En zo is er wel meer overbodig in deze kruisbestuiving van Brian de Palma’s Carrie, vampierfilm Let The Right One In en de ontluikende liefde tussen twee tienermeisjes in Show Me Love. Het spelen met het begrip tijd aan de hand van verwarrende flashforwards en flashbacks, het toewerken naar een dramatische climax en bovenal, het grote gebaar.

Thelma overtuigt in zijn kille, ontluisterende eerste helft, maar wil daarna te graag imponeren. De filosofische levensvragen, die in Triers eerdere films zo prominent aanwezig waren en dwongen tot nadenken, blijven in Thelma achterwege. De film heeft pretenties, maar is uiteindelijk vlak en voorspelbaar. En doet niet wat de beelden te opzichtig willen: onder de huid kruipen.
 

5 december 2017

 
MEER RECENSIES

Square, The

****

recensie The Square

Vertrouwen is een kunstwerk

door Alfred Bos

Met twee en een half uur is de nieuwe film van de Zweedse regisseur Ruben Östlund tjokvol. Wellicht te vol, want zijn verhaal over de museumdirecteur die zijn telefoon kwijtraakt biedt voldoende gelegenheid om zijn punt te scoren.

Ruben Östlund is een provocateur, een beetje als Paul Verhoeven. De Zweedse regisseur doet niet aan politiek correct en laat zijn publiek ongemakkelijk in hun stoelen schuiven. In zijn vorige film, Turist, was een huisvader het middelpunt van morele vragen over zorgzaamheid en persoonlijke moed. Ook in zijn nieuwe, het met de Gouden Palm van het filmfestival in Cannes onderscheiden The Square, wordt het egoïsme van een vader getest. Het is een zwarte komedie met surrealistische trekjes.

The Square

Christian (Claes Bang) is directeur van het museum X-Royali dat het kunstwerk Mirrors & Piles of Gravel van de kunstenaar Gijoni exposeert. Hij en zijn team zijn druk met de voorbereiding van de komende tentoonstelling, The Square, van de kunstenares Lole Ariane. Dat betreft een vierkant, gemarkeerd in kasseien, waar iedereen dezelfde rechten en plichten heeft. We begrijpen: dat geldt in de moderne samenleving niet meer.

Dat gegeven grijpt Östlund aan om een reeks spottende grappen over het snobisme en de luchtfietserij van de kunstwereld te maken – zie de prietpraat over de tentoonstelling die wordt gepresenteerd als non-tentoonstelling – maar het werkelijke object van zijn venijn is de moraal van het individu in het welvarende westen. Christian denkt hoog over zichzelf, maar een mondig immigrantenjongetje zet hem op zijn plek.

Telefoon is identiteit
Voor het zover is moet de kijker door 150 minuten sociale satire laveren en tussen de geslaagde scènes – waarvan er één ronduit briljant is – zitten genoeg té lang gerekte conversaties en minder relevante zijpaden om de film met een half uur te trimmen zonder aan zeggingskracht in te boeten. Die zou in meer compacte vorm wellicht nog groter zijn.

The Square toont ons het leven van Christian. De museumdirecteur is gescheiden en deeltijdpapa voor zijn twee jonge dochters. Hij is zelfingenomen en ijdel, maar ook maatschappelijk bewogen. De belangrijkste verhaallijn draait rond zijn pogingen om zijn smartphone en portefeuille terug te krijgen, nadat die hem op ingenieuze wijze, door teamwork (!), zijn ontfutseld. Die telefoon, meer nog dan zijn portemonnee, is zijn identiteit, zijn zekerheid.

Daar doorheen weeft Östlund, die tevens tekende voor het script, de voorbereidingen van de expositie over het vierkant dat vertrouwen symboliseert. De regisseur neemt alle ruimte – en op sommige momenten helaas ook iets teveel tijd – om de blaaskakerij van de eigentijdse kunstwereld te persifleren. Als een journaliste, Anne (Elisabeth Moss), Christian vraagt zijn abstracte woorddiarree om te zetten in normale taal, valt hij stil.

Anne jaagt op Christian als seksobject en de verhaallijn over hun relatie is, hoewel goed voor een stuntelige bedscène en een geestige dialoog in het museum, in feite overbodig. Dat het Christian ontbreekt aan ruggengraat hadden we al begrepen uit de scènes waarin hij zich druk maakt om zijn verdwenen telefoon. Dat hij ook in de liefde passief-agressief is, voegt niets toe. Of heeft Östland die zijlijn nodig vanwege Anne’s huisdier, een chimpansee?

The Square

Universele moraal
Östlund neemt veel op de korrel. Mediahysterie, aangejaagd door zielloze (en feitelijk a-creatieve) marketing, veroorzaakt een schandaal dat de museumdirecteur in grotere problemen brengt dan zijn verloren telefoon. Slim weeft de regisseur de thematiek rond immigranten en zwervers als running gag door het verhaal; een zwerfvrouw bedelt met de tekst “Ik heb drie kinderen en diabetes.” Tolerantie strekt tot Tourette-patiënten die met schunnige praat openbare interviews verstoren, dat heet vrijheid van meningsuiting. Bejaarden staan te dansen op de beukende techno van Justice. Ook de muziekselectie zal geen toeval zijn.

Net als in Turist blijken Zweedse kinderen tirannieke monsters. Ook Christians tegenstrever, een jongetje met een niet-Scandinavische achtergrond, lijkt zich onuitstaanbaar te gedragen en staat haaks op de beschaving die Christian personifieert, maar hij heeft geen vierkant nodig om temidden van alle surrealistische gekte een universele moraal uit te dragen.

Dat alles is zeer vermakelijk en raakt enkele open zenuwen van het westerse consumptieparadijs. Östlunds bijtende humor staat haaks op de bloedige ernst waarmee de Fransman Bertrand Bonello in Nocturama de ontzielende werking van het kapitalisme schetst. Maar het absolute hoogtepunt van de film – en wellicht het filmjaar – is het galadiner waarop de zelfgenoegzame winnaars van de maatschappelijke rat race op onnavolgbare wijze een spiegel krijgen voorgehouden. De mens is een aap met smartphone, maar nog steeds een aap.
 

7 november 2017

 
MEER RECENSIES

Avicii: True Stories

***

recensie Avicii: True Stories

De kunstenaar wint, niet het geld

door Alfred Bos

Vorig jaar kondigde de Zweedse superster-deejay Avicii aan te stoppen met optreden. Een zeldzaam openhartige documentaire toont hoe de producer moest knokken om het juk van de roem af te schudden.

Tim Bergling was 21 jaar toen hij in 2011 als deejay optrad voor een uitverkocht stadion in zijn geboorteplaats Stockholm. Na afloop vraagt een journaliste hem: Wat is je doel? Dit zo lang mogelijk doen, antwoordt Bergling bleu maar tevens blij. Op 28 augustus 2016 deed hij zijn laatste optreden, in de club Ushuaia op Ibiza. Wat er in de vijf tussenliggende jaren gebeurde is het onderwerp van Avicii: True Stories.

Avicii: True Stories

De film toont kanten van het bestaan als internationaal vermaarde superster-deejay die doorgaans voor het publiek verborgen blijven. Als één van de populairste deejays en best verkopende producers van de planeet is Avicii een geldmachine en die wordt door de krachten achter de schermen, zijn manager voorop, genadeloos geëxploiteerd. Tot er iets knapt. Levan Tsikurishvili – die eerder enkele kortfilms rond nummers van Avicii regisseerde – heeft de Werdegang van Bergling als een vlieg op de muur geregistreerd. Hij toont de werkelijkheid achter het imago, het marketing-masker.

Monsterhit Wake Me Up
Tim Bergling (8 september 1989) leert zichzelf produceren door instructiefilmpjes op YouTube te bestuderen. Zijn held is de Nederlandse producer Laidback Luke, hij stuurt hem vijf demo’s per week. Ook een andere Nederlander, Tiësto, hoort zijn talent en draait als eerste topdeejay Avicii’s tracks. Dan verschijnt Ash Pournouri in beeld. Hij heeft op internet Berglings eerste producties gehoord en meent de ruwe diamant te kunnen slijpen tot een superster.

Dat lukt boven verwachting. In het najaar van 2011 maakt de hit Levels van Avicii een internationale ster. Zijn track Wake Me Up, volgens Incubus-gitarist Mike Einziger ‘geschreven in een half uur’, is in 2013 een monsterhit. In Nederland wordt het de bestverkochte single van dat jaar; het nummer staat 82 (!) weken in de Single Top 100. Bergling heeft talent – getuigen ook profi’s als Nile Rodgers, Wyclef Jean en Coldplay’s Chris Martin – en werkt hard voor zijn succes. Hij is constant bezig, slaat nachtrust over.

Avicii: True Stories

Het succes van Avicii reikt tot de stratosfeer. Optredens op grote festivals, blokboekingen in Las Vegas, studiotijd met beroemde muzikanten, Madonna die hem aankondigt in Miami en tournees langs zo ongeveer alle continenten. Maar dan volgt tegenslag. Bergling krijgt lichamelijke klachten (galblaas, appendix) en ligt met zijn laptop in het ziekenhuisbed te werken. Het toeren gaat hem tegenstaan, hij is niet gebouwd voor de niet aflatende werkdruk.

‘De betekenis van geld’
Het hart van de film is de strijd tussen de deejay en diens manager om controle over de loopbaan van de ster. Bergling begint langzaam iets te dagen. Hij leest de Zwitserse psycholoog Carl Jung en ontdekt dat hij introvert is; op intuïtie koest, niet volgens een plan. Hij wil minder optreden of eigenlijk helemaal niet meer. De mensen om hem heen zetten de producer in een droomvilla op Ibiza en vervolgens een strandwoning in het Californische Malibu, maar de stressklachten blijven. Avicii wil eruit. Stoppen met toeren, lekker muziek maken in de studio; met vrienden, collega’s of alleen.

‘Hij snapt de betekenis van geld niet’, zegt manager Ash over Avicii en dan weet je dat de breuk onvermijdelijk is. Bonentellers en creatievelingen leven in gescheiden werelden en op zijn zesentwintigste stapt Avicii weloverwogen uit het spotlicht. Hij ging bijna kapot aan de stress van het succes en moest vechten voor zijn vrijheid. Hij zit nu met gitaar op het strand van een paradijselijk eiland nabij Madagaskar en werkt aan zijn nieuwe album. Met Avicii komt het goed.

Avicii: True Stories

Asif Kapadia, de regisseur van de documentaire Amy over Amy Winehouse, moest het doen met home movies en via smartphone gedraaide filmbeelden. Levan Tsikurishvili is een jeugdvriend van Tim Bergling en kon de producer jarenlang van nabij volgen. Dat resulteert in een ongewoon openhartige documentaire die – anders dan Amy – eindigt met een persoonlijke triomf.

Avicii: True Stories – vernoemd naar de titels van zijn eerste twee albums, True (2013) en Stories (2015) – ging afgelopen week in wereldpremière tijdens het Amsterdam Dance Event en draait op donderdag 26 oktober wereldwijd eenmalig in de bioscoop. In Nederland is de film hier te zien. Na afloop van de documentaire wordt een concertfilm van dertig minuten over Avicii’s afscheidsoptreden op Ibiza vertoond.
 

24 oktober 2017

 
MEER RECENSIES