Recensie Inherent Vice

***

recensie  Inherent Vice

Eén keer kijken is niet genoeg

door Cor Oliemeulen

Er is geduld nodig voor het kijken naar Inherent Vice. In deze mix van mysterie, komedie en psychedelische thriller met maffe dialogen raak je gegarandeerd verstrikt in alle losse eindjes, maar dat is kennelijk van ondergeschikt belang.

Thomas Pynchon is volgens sommigen de belangrijkste Amerikaanse schrijver die het moderne en complexe leven vanaf de jaren zestig beschrijft. Historisch, wetenschappelijk, dromerig, mysterieus, humoristisch en aanstekelijk tegelijk. In zijn boeken zitten veel verwijzingen naar de cinema, echter van een film kwam het nog nooit: te moeilijk. Paul Thomas Anderson nam de uitdaging aan en verfilmde het overweldigend gecompliceerde verhaal over de voortdurend bedwelmde privédetective Doc Sportello (Joaquin Phoenix).

Recensie Inherent Vice

De met zware bakkebaarden uitgeruste Doc is een kruising tussen de stevig drinkende eenling Philip Marlowe in The Big Sleep (1939) en de eeuwige blower The Dude in The Big Lebowski (1998). Van de ene kant de stoere, melancholische privédetective die door roeien en ruiten gaat, van de andere kant de slome, lepe hippie die nog geen deuk in een pakje boter kan slaan.

Flagrante personages
Doc’s ex-geliefde Shasta Fay Hepworth (Katherine Waterston), een vrijgevochten strandmeisje, duikt uit het niets op met een verdwijningsverhaal dat bij zowel Doc als de kijker voor de nodige hoofdbrekens zal zorgen. Shasta’s huidige vriend Mickey Wolfmann (Eric Roberts), die zijn miljarden heeft vergaard omdat hij traditionele buurten in Los Angeles heeft weggevaagd ten faveure van luxe optrekjes voor de rijken, blijkt namelijk plotseling verdwenen. Advocaat Sauncho Smilex (Benicio Del Toro) geeft Doc advies, terwijl saxofonist Coy Harlingen (Owen Wilson) zijn eigen dood in scène zet zodat hij undercover als verklikker kan fungeren.

En dan zijn er nog Martin Short als Dr. Rudy Blatnoyd, de altijd geile, coke snuivende tandarts die banden heeft met het mysterieuze Golden Fang-imperium, en de zichtbaar genietende Josh Brolin als de met chocola overgoten bevroren bananen etende en om pannenkoeken schreeuwende politierechercheur Christian ‘Bigfoot’ Bjornsen, die een haat-liefdeverhouding met Doc heeft, burgerrechten aan zijn laars lapt, maar wel thuis onder de plak zit van zijn vrouw.

Creatief team
Paul Thomas Anderson heeft bovendien de beschikking over een creatief team van Oscarwinnaars met wie hij eerder samenwerkte. Zo verzorgt Robert Elswit (There Will Be Blood, 2007) de fotografie: ditmaal veel medium shots en close-ups. Het productieontwerp van David Crank (The Master, 2012) plaatst je knap terug in de tijd – al was de typische jaren zeventig-setting in Andersons Boogie Nights (1997) veel treffender. Kostuumontwerper Mark Bridges, die voor genoemde schets van de Californische porno-industrie niet veel kledingkasten hoefde open te trekken en later een Oscar won voor The Artist (2011), draagt ook sterk bij aan het oproepen van de vereiste nostalgische sfeer. En dan is er nog de beheerste, evenwichtige soundtrack van Jonny Greenwood van de Britse band Radiohead met een geslaagde mix van seventies grooves, zachte romantische strijkers en de folk van Neil Young.

Melancholie versus verloren onschuld
Het is Andersons bedoeling om de laag van melancholie onder Doc’s onderzoek exact neer te zetten zoals Thomas Pynchon het in zijn boek beschrijft. Een twijfelend gevoel van hoop dat veel mensen in die tijd voelen en betrokkenheid bij het lot van Amerika. Een periode waarin idealisten de Californian Dream van terug naar de natuur langzaam zien vervliegen door projectontwikkelaars, Amerikaanse troepen in Cambodja, studentenprotesten met doden, engerds als Charles Manson en politiek activisme dat de kop wordt ingedrukt door spionage, infiltratie en smerige politieke spelletjes, zoals Watergate.

Recensie Inherent Vice

Tegen die achtergrond speelt Inherent Vice. Een samenleving die langzaam zijn spirituele onschuld verliest, terwijl consumentisme en paranoia ervoor in de plaats komen. Terugverlangen naar wat bijna is verdwenen en hopen op het beste. Een strompelende tegencultuur waarvan Doc deel uitmaakt. In de film merken we jammer genoeg te weinig van die typische overgang van de jaren zestig naar de jaren zeventig in het toenmalige Los Angeles. Hoewel Doc aan het strand woont, zien we er maar één scène van terwijl er ook nauwelijks aandacht is voor de Sunset Strip waar hippies, muzikanten en gokkers zich kunnen overgeven aan het wilde leven net buiten de stad. Inherent Vice  is vooral een praatfilm geworden.

Overvloed
Pas als je bereid en bij machte bent de situaties, handelwijzen en gedachten van de personages in hun sociaalhistorische context te plaatsen, ontplooit zich een technisch en artistiek ongeëvenaard kunstwerk. Zo niet, dan bestaat de kans dat je zelf snel afglijdt in een laconieke staat van bedwelming, omdat de dwingende vorm, inhoud en stijl in combinatie met de overvloed aan details zomaar kunnen verzanden in een vage, langdradige en onoplosbare whodunnit. Eén keer kijken is eigenlijk niet genoeg. Het is als een schilderij van Kandinsky: hoe vaker je kijkt, hoe meer je ontdekt en hoe meer je denkt te begrijpen. Maar hoeveel bioscoopgangers doen dat?

 

30 januari 2015

 

MEER RECENSIES

 

Tien drugsfilms: populaire narcotica door de tijd heen