Îles flottantes

***
IFFR Unleashed – 2001: Îles flottantes
Sjofel karakterdrama

door Sjoerd van Wijk

Het schematische karakterdrama in Îles flottantes (2001) drijft op een plezant lichtkomische sfeer van buitenissigheid, maar de bespiegelingen over het moeizame leven van drie vriendinnen ontloopt zelden de banaliteiten van een soap.

De drie dertigers van Îles Flottantes – Kaat, Sacha en Isa – proberen in Rotterdam hun leven op de rails te krijgen volgens het beproefde uitgangspunt van jongvolwassenen in een individualistische maatschappij. Elk lid van deze samen zonnebankende kliek drijft op haar eigen eiland, knipogend onderstreept tijdens een feestje waar ze het titulaire dessert geserveerd krijgen. Kaat (Maria Kraakman) zit vast in een onbevredigende relatie met de rijke Max (Leopold Witte). Ze gaat ‘uit verveling’ vreemd met de botte kunstenaar Christophe (Kuno Bakker), de vriend van eveneens beeldend kunstenares Isa (Halina Reijn) die haar werk niet aan de straatstenen kwijtraakt. Ondertussen kampt Sacha (Manja Topper) met een familietrauma terwijl ze er een ongezonde verhouding met de gewelddadige Peer (Jacob Derwig) op nahoudt.

Îles flottantes

Tikkeltje buitenissig
Een vaag aan Henry Mancini herinnerende jazzy soundtrack schetst een tikkeltje buitenissig Rotterdam als arena voor deze jongvolwassen zoektocht naar houvast. Met zijdelingse pans van de dames in zonnebanken of koddige half afgesneden frontale shots behandelt de mistroostige problematiek op een licht komische wijze. Humor krijgt in Îles Flottantes slechts de overhand wanneer een bakkerij opeens dubbel dienst draait als de klaagmuur voor een potsierlijk snotterende Halina Reijn.

De groep vormt een samengeraapt zooitje saamhorigheid, ook dankzij het feit dat twee van de drie in dezelfde straat wonen en de laatste al snel bij een van hen intrekt. Daarmee herinnert de film qua stijl en thematiek aan de zonderlinge sfeer in Amerikaanse komedies als Twister (1989), Ghost World (2001) en The Royal Tenenbaums (2001), waarin provisorische groepen eveneens kampen met een ontgoochelende wereld. In Îles Flottantes, het speelfilmdebuut van Nanouk Leopold, verdrinkt de humor echter in de problemen van de personages.

Îles flottantes

Enkelvoud
Dat wringt. Hun probleem definieert elk personage en elk krijgt een enkelvoudige oplossing afgeleverd op maatwerk. Zo rent de film weg voor uitdagingen zonder een innemend melancholische toon van een Wes Anderson. Een confrontatie als in Ghost World, die het cynisme van haar personages aandurft en reële lichtpunten vindt, blijft uit. Sacha’s worsteling met Peer raakt nog het meest met een even verrassend als onthutsende keuze om haar trauma de baas te worden. Maar om aan het eind vol goede moed de camera in te kunnen staren moet elk personage buiten zichzelf treden. Het specifieke bewustzijn van elk karakter blijkt slechts een façade waarachter een ideaalbeeld schuilgaat, een universeel archetypisch generiek optimisme.

Daar komt bij dat de weg naar de inwendige openbaringen geplaveid is met wendingen die weinig onderdoen voor die van een soapserie. De beproevingen blijven vaak in romantische banaliteiten hangen. Zelfs de goedaardige fietsenmaker om de hoek kan niet ontsnappen aan een mislukte poging tot seksuele toenadering, de meest crue manier waarop het scenario Kaats defaitisme tracht te schetsen. De cast weet niet de personages boven de triviale uitkomsten uit te laten stijgen, met voor de hand liggende expressies waar weinig individualiteit uit spreekt. Zo komt Îles Flottantes net zo sjofel over als Max’ half mislukte poging het titelrecept te maken voor Kaats verjaardag.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 26 mei 2021.

10 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Ilyich’s Gate

*****
IFFR Unleashed – 1990: Ilyich’s Gate
Twintig zijn en opgroeien in de Sovjet-Unie

door Bob van der Sterre

Het leven van twintigers is niet zo makkelijk. In Mne dvadtsat let (I am Twenty, later Ilyich’s Gate) krijgen we dat in geuren en kleuren geschetst. Einde van de vrijblijvendheid, begin van ‘het serieuze leven’. Hoe blijf je jezelf?

We observeren het leven van drie vrienden: Sergej, een melancholicus; jonge vader Slava en versierder Nikolaj. Ook zijn er natuurlijk meisjes: Vera, de eigenwijze zus van Sergej; Ljoesja, partner van Slava en het meisje dat Sergej tegenkomt.

De flirt in de bus is groot. De blonde adonis Sergej staart naar de knappe Russische in een regenjas. Ze giechelt. Het is druk – Sergej moet het leuke meisje laten passeren. Als een echte heer, springt hij erachteraan en stalkt haar naar het nabijgelegen koffiebarretje, boekenstalletje, metro (Komsomolskaya) en haar huis. Waar hij zwaait. Later ontmoet hij haar (Anja) weer en hebben ze echt een gesprek: ‘Je zou een vrouw niet zo moeten achtervolgen, ik werd er bang van.’

Ilyich’s Gate

Het leven der twintigers
Ze leven het leven der twintigers: ‘Er is nog een halve fles over…’ ‘Is het feest nog steeds gaande?’ ‘Kom je de nacht doorbrengen?’ ‘Als je wilt.’ En op een vroege ochtend mijmeren ze: ‘Mannen en vrouwen, dat is de belangrijkste filosofische vraag.’

Bij het volwassen worden liggen depressies op de loer. Sergej – de hoofdrolspeler – krijgt ook last van de blues. Na zijn militaire tijd past hij zich aan als arbeider in een moderne fabriek. ‘Heb je geen spijt van al die verloren jaren?’ vraagt iemand hem. ‘Genoeg.’ Dezelfde vriend zegt zelf: ‘Elke morgen sta ik op, ga ik naar werk, koop ik sigaretten, eet, adem, ga naar de films en zie jullie. En dat is mijn leven. Ik kan het niet anders doen. Misschien is het een gewoonte? Ik wil mijn gewoonte niet veranderen.’

Sergej gaat met Anja op stap. In een museum ontmoeten ze een man. ‘Wie is dat?’ ‘Een vertaler. Die ook mijn echtgenoot is.’ Sergej wil weten welke mogelijkheden hun relatie heeft. Anja heeft daar moeite mee: ‘Ik ben geen harmonieus persoon.’ Een huis hebben, vindt ze niet zo belangrijk als hij. ‘De laatste tijd heb ik moeite met thuiskomen. Misschien komt omdat ik volwassen word.’ Haar vader schudt zijn hoofd: ‘Ik geloof niet in mensen die te jong al assertief zijn.’

Een rare geschiedenis
De hamvraag: wat doet een film uit begin jaren zestig bij de IFFR-films van 1990? Het is een rare geschiedenis. De film van Marlen Choetsijev begon al in 1960 met de productie via de Gorky Film Studio. Hij koos voor samenwerking met schrijver/dichter Gennady Shpalikov, die zelf pas 23 jaar was en dus goed kon aanvoelen in welke taal jongeren van die tijd spraken.

Partijleider Chroesjtsjov was geen fan van de films van Choetsijev (hij had er al twee gemaakt) en vond het maar een raar idee dat jongeren hun eigen leven konden leiden: ‘Iedereen weet dat zelfs dieren hun jongeren niet alleen laten.’

Dus greep de censor in en werd de film deels opnieuw gefilmd en flink ingekort (een derde ongeveer). De baas van Gorky Film Studio had wel eerder dit varkentje gewassen. Hij wist wat hij moest veranderen om de grote bazen te plezieren. Dus werd ook het einde – dat juist zo ongelooflijk mooi is maar waar Chroesjtsjov razend over werd – geofferd.

Rehabilitatie… vijfentwintig jaar later
In 1965 verscheen dan I am Twenty, de herziene versie van de film die in feite in 1962 al af was. Ironie: Chroesjtsjov werd afgezet in 1964. En deze versie won prompt de juryprijs bij het filmfestival van Venetië.

Fastforward naar perestrojka. In 1988 werd Ilyich’s Gate gerehabiliteerd. Choetsijev zag zijn kans schoon en maakte ook nog wat nieuwe edits. Die versie werd in 1990 naar Rotterdam gestuurd. In zekere zin duurde de productie van de film die je hier ziet dus dertig jaar.

Ilyich’s Gate

Beter laat dan nooit kun je zeggen… maar het niet verschijnen van Ilyich’s Gate betekende toch gederfde artistieke reputatie voor Choetsijev. Want het was een film die door zijn gedurfdheid wereldwijd succes en invloed had kunnen hebben. Later, ja, veel later, werd hij overladen met prijzen en onderscheidingen. Gebrek aan erkenning op het moment: een probleem waar wel meer Russische artistieke talenten mee te maken krijgen.

Toch jammer. Want ‘moreel ziek’, zoals Chroesjtsjov ze noemde, nou nee. Deze personages zijn niet rebels en verzetten zich niet echt. De film ontwapent eerder dan hij confronteert. Daarmee had de film het communisme eerder een goede zaak kunnen doen.

Warm en evenwichtig beeld van Moskou
De verbeterde Ilyich’s Gate duurt weliswaar bijna drie uur maar heeft zoveel variatie, zoveel tempo, zoveel beeld: knappe jongen die zich hierbij verveelt. (En dan heb ik het hier niet eens over het thema, de opvolging van generaties, dat voor het veelbesproken einde zorgt.) Geniet bijvoorbeeld van de warme en gevoelvolle filmstijl van cinematograaf Margareta Pilkhina. Spontaniteit met handheld camera’s wisselen strakke beelden in kaders af. Het close-upeffect wordt zeer met mate ingezet.

Ilyich’s Gate doet daardoor soms denken aan Godard (maar dan een Godard light), Alexander Kluge (Yesterday Girl) en zelfs een beetje Terrence Malick. Dat komt door de combinatie van experimentele montage en buitenbeelden. Een dialoog terwijl je alleen maar een camera in een park van links naar rechts ziet gaan. Beelden van de universiteit, voice-over van Sergej. Enzovoort.

Geen wonder: vanaf zijn eerste film (Vesna na Zarechnoy ulitse uit 1956) toonde Marlen Choetsijev al interesse in de nouvelle vague. Dat sloeg ook aan: die film trok 30 miljoen bezoekers. Choetsijev rijpte deze ‘Godard-light’-stijl met deze film en July Rain (1967), die als zijn twee meesterwerken worden gezien.

Soms is het zeer ingenieus gefilmd. Zoals de scène in de kantine waarbij Nikolaj twee gesprekken tegelijkertijd voert. Het feestje (let op de choreografie tijdens de discussie). Het ‘laten we zeggen waar het op staat’ gesprek op het bankje van de metro na een uur of twee is praktisch een korte film op zichzelf.

Fluïde montage
De film bevat soms, tot afgrijzen van Godard ongetwijfeld, ook een zeer prettige, fluïde montage. Iemand die van straat een huis binnenloopt, gaat zo snel dat je het bijna niet merkt. Snelle stukken met veel mensen en intieme stukken in huizen houden elkaar goed in evenwicht. Het heeft wat van een muzikale composities met adagio en lento. Ene moment een druk straatfeest, andere moment Sergej die ‘s nachts al rokend alleen over straat kuiert. Sfeervol shot in tram, seconde later een actie in een ijshockeywedstrijd.

Anders dan bij de Godards van de wereld domineert het experimentele niet. Een emotioneel evenwichtig verhaal over mensen is meestal het eerste dat sneuvelt bij de creatieve hemelbestormers. Dat had hier niet gekund. Drie uur experiment is simpelweg niet uit te houden. En het Sovjetsysteem had het niet toegelaten.

Ilyich’s Gate

Dwarsdoorsnede van Moskou
De film heeft ook historische waarde. De echte Russofiel geniet van dit beeld van de Russische maatschappij van de jaren zestig. Glazen op je lichaam als medicijn (vacuüm massage, nog steeds populair). Voordrachten van de gedichten en de hele zaal is geconcentreerd (deze scène duurde trouwens uren, de dichters waren beroemd, men liep te hoop bij dit theater). Overvolle woningen delen met familie. Een verwijzing naar het blad Ogonyok (dat afgelopen december na 100 jaar ter ziele ging). De barre Russische oorlogsgeschiedenis komt ook ineens bovendrijven als moeder voedselbonnen vindt.

En daarbij ook nog eens een liefdevol portret van Moskou van die tijd. Van Rode Plein tot theater, van high societyfeestjes tot fabrieken, van de tram tot het Poesjkin-museum, van nieuwskiosken tot metrostation, van een sloopmachine tot straatbarretje.

Niet alles is goud. Het minste punt zijn de schetsmatige karakters van Sergej (ook superarbeider) en Anja. Die held en eigenzinnige vrouw is een bekend stramien in Russische films (zoals de in deze film ook gememoreerde Girls). De ontmoeting tussen Katja en Nikolaj in de tram bevatte meer kansen voor iets oorspronkelijks.

Onbekende held
Wie was dan toch de man die hier zo indrukwekkend tekeer ging, de toch volledig onbekende Georgische regisseur Marlen Choetsijev, wiens film beroemder is dan hijzelf? Er is heel weinig over hem geschreven, hoewel er veel te vertellen is (hij was student van Boris Barnet, maakte maar zes films in 65 jaar tijd en helemaal niets meer na 1992, zijn laatste film over Tsjechov en Tolstoj is nooit afgemaakt). De liefhebber doet er goed aan twee goede stukken over hem te lezen: dit profiel van een Argentijnse criticus en dit stuk van Harvard Film Archive.

Choetsijev stierf twee jaar geleden, vlak na het overlijden van zijn vrouw. Zijn film heeft hem ondanks alles toch overleefd en oogt nu, weer dertig jaar na 1990, nog steeds fris. Dat heet artistieke rechtvaardigheid.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 12 mei 2021.

25 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Ilha dos Amores, A

***
IFFR Unleashed – 1983: A Ilha dos Amores
Ontmoeten is het begin van scheiden

door Cor Oliemeulen

A Ilha dos Amores gaat over het leven, de liefdes en de dood van de Portugese schrijver Wenceslau de Moraes. Het drama van Paulo Rocha is door zijn theatrale, literaire en historische aanpak veel meer dan het lot van de zoveelste kunstenaar die na een turbulent en ellendig leven verpaupert en in eenzaam sterft.

Wenceslau de Moraes werd in 1854 in Lissabon geboren en overleed in 1929 in het Japanse Tokushima. De man kon moeilijk op één plek blijven. Zo vertoeft hij als marineofficier in Mozambique, vertrekt met zijn maîtresse Isabel naar Macau (sinds 1557 een belangrijke Portugese handelspost in Zuid-China), laat na enkele jaren zijn Chinese vrouw Atchan en hun twee kinderen achter voor een post als consul van Portugal in het Japanse Kobe (dat zijn haven had opengesteld voor handel met het westen), trouwt daar de Japanse O-Yoné, zegt na haar dood zijn baan op, trekt zich terug in het provinciestadje en vindt een nieuwe liefde met O-Yoné’s nichtje Ko-Haru, die zelf nog een andere geliefde heeft. Als haar kind wordt geboren, en spoedig sterft, is het niet duidelijk wie de vader is. Ko-Haru overlijdt niet lang daarna aan tuberculose.

A Ilha dos Amores

Filmmaker volgt schrijver
‘Ontmoeten is het begin van scheiden’, verzucht De Moraes (rol van Luís Miguel Cintra), die ’s nachts in een aftandse kimono rondzwerft bij de graftombes van zijn overleden geliefden en zich de rest van zijn leven aan schrijven zal wijden. Tussen 1916 en 1929 produceert hij zijn belangrijkste werken, waaronder De Dodendans van Tokushima. Zijn levenswandel in Azië wordt regelmatig onderbroken door kunstzinnige verwijzingen en korte fragmenten van het thuisfront waar vooral zijn zus Francesca haar broer mist. De prachtige, vrij statische cinematografie, bijna overal op locatie, is van Acácio de Almeida, Elso Roque en Kôzô Okazaki.

De temperamentvolle Wenceslau de Moraes wilde graag het materialisme van het westen inruilen voor het spirituele van het oosten. Bovendien had hij weinig op met de politieke toestand in zijn geboorteland. De Oktoberrevolutie van 1910 zorgde voor het verdwijnen van de constitutionele monarchie en het begin van de republiek waarin corruptie hoogtij vierde, wat uiteindelijk zou uitdraaien op een dictatuur.

Ook regisseur Paulo Rocha, die het scenario van A Ilha dos Amores schreef, hield het opmerkelijk genoeg niet uit in zijn geboorteland Portugal. Hij bereidde daar zijn film jarenlang voor, maar door de politieke spanningen, de oorlogen in het naar onafhankelijkheid snakkende Mozambique en Angola die het moederland in armoede hadden gestort, de linkse staatsgreep tijdens de Anjerrevolutie in 1974 (die direct de onafhankelijkheid van die Afrikaanse kolonies inleidde) leek het hem beter te vertrekken naar Japan, in het kielzog van De Moraes.

A Ilha dos Amores

Ontdekkingen
De negen hoofdstukken van A Ilha dos Amores verwijzen naar ruim tweeduizend jaar oude gedichten van de vader van de Chinese poëzie, Qu Yuan, terwijl de filmtitel is ontleend aan een hoofdstuk uit het beroemdste gedicht (Os Luciadas) van Portugals zestiende-eeuwse schrijver des vaderlands Luís de Camões (werkzaam als onderofficier in Macau!). Daarin bezingt hij de roem van de Portugezen en hoe ontdekkingsreiziger Vasco da Gama door de Romeinse godin Venus naar het eiland der liefdes (A Ilha dos Amores) wordt gevoerd om daar de geheimen van het leven en de liefde te kunnen ontdekken. In de roman Het Verboden Rijk van J. Slauerhoff (1898-1936) volgt onze eigen grote schrijver en dichter op zijn beurt de levenswandel van Luís de Camões.

Terwijl Wenceslau de Moraes in deze bijna drie uur durende film steeds ouder en grijzer wordt en steeds krommer gaat lopen, zoekt hij affectie bij een nichtje van Ko-Haru. Echter de inmiddels in eigen land geliefde schrijver is ver van huis verworden tot een getormenteerd mens, dienend als spiegel van een gedoemd land. De artistieke cameravoering – vaak half verscholen achter een boom of een grafsteen, door ramen, deuren en klamboes, of via een spiegel – maken de betrokkenheid met het personage lastiger. Zowel de schoonheid van de kunsten als de zeer originele en ambitieuze aanpak van filmmaker Rocha kunnen ten langen leste niet voorkomen dat A Ilha dos Amores een enigszins afstandelijke en deprimerende indruk achterlaat.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 21 april 2021.

12 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

India Song

***
IFFR Unleashed – 1975: India Song
Poëtisch psychodrama

door Cor Oliemeulen

India Song behandelt veel thema’s, zoals liefde, verlangen en sociale ongelijkheid als gevolg van koloniale overheersing. Bijna een halve eeuw na de vertoning op het IFFR mag je dit poëtische psychodrama van Marguerite Duras nog gerust zeer experimenteel noemen.

Op het filmdoek zien we tergend traag bewegende personages in weliswaar soms adembenemende interieurs, echter de werkelijke actie – in de vorm van vertellingen en herinneringen – speelt zich geheel buiten beeld af, en niet eens synchroon!

Het fragmentarische verhaal wordt verteld door vier stemmen: twee vrouwen en twee mannen, die zich de gebeurtenissen herinneren van een nachtelijk feest op de Franse ambassade in Calcutta in 1937 en de volgende dag in de Franse residentie op een eiland in de Indische Oceaan. Anne-Marie (Delphine Seyrig) is voor iedereen een bron van fascinatie. Hoewel ze is getrouwd met ambassadeur Stretter, heeft ze Michael Richardson (Claude Mann) als minnaar. Ze dansen in een kamer met een grote spiegel, terwijl twee andere mannen ook verliefd op haar zijn.

Onvoorwaardelijke beleving
De jonge Franse attaché (Matthieu Carrière) mag zo nu en dan aftikken, echter de komst van de Franse viceconsul van Lahore (Michael Lonsdale) zet de liefdesverhoudingen op scherp. Iedereen mijdt hem, want in de voice-overs blijkt dat hij vroeger een misdaad heeft begaan. De oplettende luisteraar leert verder dat Anne-Marie zelfmoord heeft gepleegd door de oceaan in te lopen om zichzelf te verdrinken. Haar eerdere lotgevallen spelen zich af binnen de weelderige grenzen van het Europese koloniale leven, waar de bevoorrechte blanken zich veilig afschermen voor de armoede, ziekte en honger van het Indiase volk. De kijker ziet niets daarvan, maar hoort bijvoorbeeld wel soms de snijdende klaagzang van een bedelaarster buiten de poort. Hoewel de film zich afspeelt in India is hij bijna geheel opgenomen in Château Rothschild nabij Parijs.

India Song is gebaseerd op een toneelstuk van Marguerite Duras uit 1972 dat eerst in boekvorm en als film verscheen en pas in 1993 voor het eerst op de planken werd opgevoerd. Het zou zomaar kunnen dat de tragische liefdesgeschiedenis van de ambassadeursvrouw vaak te gecompliceerd werd geacht, echter ook de film verlangt een tomeloos inlevings- en uithoudingsvermogen, en wordt misschien pas echt begrijpelijk als je hem nog een keer kijkt, en nog een keer. Tegelijkertijd is de door Duras gekozen vorm origineel: poëtisch, uitdagend, experimenteel. Begrip is misschien niet zozeer nodig, onvoorwaardelijke beleving staat voorop.

Duras lijkt in dat opzicht op de maestro van de moderne cinema Michelangelo Antonioni die in feite geen woorden nodig had om de vervreemding van zijn personages en de vrouwelijke zoektocht naar liefde en betekenis uit te drukken. Het beeld vormt immers de spiegel van emoties. Maar tegelijkertijd is het juist die dichterlijke brij van woorden in India Song die bijvoorbeeld Gustave Flauberts archetypische personage Madame Bovary bijna doet verbleken in haar drang te ontsnappen aan de banaliteit en de leegheid van het bestaan.

Mysterieus relatiespel
Duras geldt als exponent van de Nouveau Roman, een literaire beweging die in de jaren 40 en 50 tot bloei kwam en afrekende met de conventionele romanvorm. De eigen verbeelding en de persoonlijke reflectie van het personage, dat de neiging heeft het verleden te reconstrueren, staat centraal. Beroemd zijn de poëtische teksten die zij schreef voor de gekwelde actrice in Hiroshima mon amour (1959), de debuutspeelfilm van Alain Resnais. Deze regisseur integreerde Duras’ dialogen subliem in een psychologisch relatiespel, wat hij in zijn volgende monumentale film, L’année dernière à Marienbad, verder, en mysterieuzer, zou uitwerken. De setting en het psychologische relatiespel van India Song doen niet voor niets denken aan Resnais’ Marienbad.

Marguerite Duras is veel meer dan alleen de regisseur en schrijver van India Song. In een interview rond de première in Cannes liet ze weten dat ze ook in de film zit. Niet alleen de vrouw, maar ook alle andere personages zijn reflecties van haarzelf en haar demonen. Je vraagt je af of Duras wel voldoende tevreden was met het resultaat van de niet afgesloten herinneringen en overpeinzingen van een overleden vrouw, want al een jaar later maakte ze Son nom de Venise dans Calcutta désert met opnieuw Anne-Marie Stretter, opnieuw vertolkt door Delphine Seyrig, volgens Duras de beste Franse actrice in die tijd. Het feit dat Duras de complete geluidsband van India Song opnieuw gebruikte voor de emotionele innerlijke zelfwaarneming van de hoofdpersoon onderstreept nog meer haar cinematografische vernieuwingsdrang dan haar eigenzinnigheid.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 7 april 2021.

1 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

I Am Greta

*
recensie I Am Greta

Gewichtige nepperij

door Sjoerd van Wijk

I Am Greta voelt als een rekruteringsfilmpje waarbij de vraag wie daarvan profiteert speelt. Het portret van klimaatactiviste Greta Thunberg veinst authenticiteit en gebruikt deze voor gewichtige nepperij.

Terwijl dit jaar de omvang van ijskappen op de Noordpool bijna het dieptepunt uit 2012 evenaarde, realiseren steeds meer kinderen zich dat hen een precaire toekomst wacht. Zo ook de Zweedse Greta Thunberg (frappant genoeg familie van Svante Arrhenius die het broeikaseffect theoretiseerde). Als vijftienjarige domineerde ze een tijd lang de media met haar viraal gaande schoolstaking om aandacht te vragen voor de klimaatcatastrofe. Of zij net als Severn Cullis-Suzuki de vergetelheid ingaat of een blijvende stem in de klimaatbeweging blijft, moet nog blijken, maar I Am Greta komt uit aan het einde van haar sabbatical besteed aan voltijds activisme. Documentairemaker Nathan Grossman volgt haar vanaf het prille begin in Stockholm tot de massale scholierprotesten in Brussel en haar bezoek aan de internationale klimaattoppen.

I Am Greta

Real Deal
Op losse wijze hangt de camera rond achter de schermen als Thunberg ronddanst met zichtbaar plezier of helemáál geen zin heeft iets te eten ondanks het aandringen van vader Svante. Ook haar frustraties over de almaar niet luisterende politici komen voorbij, iets wat ze met overgave in haar dikwijls louterende speeches verwerkt. Daar kan vader Svante niets aan veranderen.

Grossman besteedt ook aandacht aan haar thuishaven, waar tijdens huiselijke taferelen op openhartige wijze haar heftige jeugd met eco-depressie en moeizaam opgebouwde sociale vaardigheden door het syndroom van Asperger ter sprake komt. De vlammende voordrachten suggereren in tandem met de intiemere momenten een authenticiteit, dat Thunberg de ‘real deal’ is wat betreft het actievoeren.

Marketingmachine
Als mediafenomeen ligt dat anders. Iedereen plakt zijn eigen etiket op Thunberg of gebruikt opportunistisch haar persona. De een droomt van een Jeanne d’Arc voor de klimaatbeweging, de ander hoopt op een mooie foto uit pr-overwegingen, wat Thunberg zelf ook doorheeft. Dan zijn er nog de vele sneren, die Grossman door de documentaire snijdt, inclusief haar laconieke reacties. Klimaatscepsis of smerige persoonlijke aanvallen, veelal geuit door verongelijkte babyboomers, de generatiekloof impliciet in het klimaat spijbelen getrouw.

I Am Greta

I Am Greta plakt echter zelf ook een etiket op Thunberg, waarmee de authenticiteit verdwijnt. Zo insinueert de film dat zij een grassrootsbeweging startte, terwijl Grossman al vanaf haar start toevallig daar rondloopt. Niet vermeld wordt onder andere de vroege social mediasteun van de NGO We Don’t Have Time (van het type waarvoor Planet of the Humans waarschuwt), voor wie Thunberg een tijd jeugdadviseur was. Haar zeiltocht naar de Verenigde Staten onthaalt de film als een morele keuze om emissies uit te sparen. Dat het dan vreemd is als een deel van de crew van de professionele YouTube-zeiler daarvoor moet overvliegen, laat Grossman opvallend ongemoeid. Kortom, de marketingmachine achter Thunberg blijft frappant genoeg buiten beeld.

Hypocriet heldendom
Het gaat hier om een heldin die strijdt tegen de algehele apathie rondom de klimaatcatastrofe, zo blijkt uit de grandioze muzikale begeleiding en gewichtige speeches. In de climax van de film komen massa’s spijbelende schoolkinderen voorbij alsof het een revolutie betreft. Dat voelt een jaar na dato al aan als verleden tijd nu de media hun aandacht hebben verlegd en door het coronavirus het milieuactivisme op een laag pitje staat. Het getuigt van een potsierlijke eigendunk typerend voor bourgeois activisme: het verkopen van deugd signalerende demonstraties als succesvolle rebellie.

Thunberg staart over zee zittend in de boot, terwijl de golven over haar heen spatten. Door de onbesproken marketing en overschatting van het succes komt dat eerder ergerlijk over dan heroïsch. Schrijver Edward Abbey (Desert Solitaire) etaleert een meeslepender vorm van hypocriet heldendom. Diens overdreven machismo roept dankzij de onderliggende satire op krachtige wijze rebelse gevoelens op jegens de systemische oorzaken van de ecologische catastrofe waar Thunberg deze juist kanaliseert.

I Am Greta

Ingekapseld
De filosoof Herbert Marcuse beschreef hoe systeemkritiek ingekapseld raakt en zo haar angel verliest. Waarvoor peppen Thunbergs speeches eigenlijk op? De catharsis van Greta’s “How dare you?” komt op hetzelfde neer als Zach de la Rocha’s (Rage Against the Machine) “Fuck you, I won’t do what you tell me!” Een kanaliseren van terechte woede naar onschuldiger wateren. Sterker nog, door de roep voor Green New Deals zelfs schadelijk – actievoeren voor massale investeringen in zonne- en windenergie waarvan energiebedrijven de vruchten zullen plukken, maar de ecosystemen waar de mineralen en metalen zich bevinden niet.

De aan de schoolstakingen gerelateerde Sunrise-beweging werd “grassroots” gestart door het gecompromitteerde Sierra Club, gerund door een staf van meer dan vijftien personen. Zo lijken de spijbelende kinderen de inzet voor een campagne waarvan de motieven in het duister blijven. Op eenzelfde wijze voelt I Am Greta aan als het geniepig ronselen van zieltjes en is daarmee nep.

 

16 oktober 2020

 

ALLE RECENSIES

In the Mood for Love (2000)

REWIND: In the Mood for Love (2000)
Verlangen geeft liefde kleur

door Yordan Coban

De beste film van deze eeuw is afkomstig uit Hong Kong, van de hand en visioenen van regisseur Wong Kar-Wai. Freud stelde dat elke relatie een verhouding tussen vier personen is: de twee daadwerkelijke mensen én hun fantasieën. In In the Mood For Love speelt Wong Kar-Wai met dit idee en conceptualiseert dit tot een wals van onbeantwoorde verlangens.

De stijl van Wong Kar-Wai is onmiskenbaar elegant. De muziek en de kleuren zijn een lust voor de zintuigen en dansen op een virtuoos ritme aan de kijker voorbij. De camera staat altijd verborgen achter een gordijn of ‘afluisterend’ vanuit een hoek, alsof de kijker de betreffende affaire op geheimzinnige voet volgt. Wong Kar-Wai gebruikt originele cameraposities, spiegelreflecties en langzaam bewegende shots, zijn vakmanschap is terug te vinden in elke camera-instructie.

In the Mood for Love (2000)

In het bijzonder dient de kijker te letten op de muziek. Daaraan valt in feite niet te ontkomen, want die past perfect bij de sentimenten van de film en genereert direct een melancholische gemoedstoestand. Elk aangezicht krijgt een emotionele ontlading bij het horen van de snijdende viool in Yumeji’s Theme van Michael Galasso.

Vergankelijkheid van tijd
Mevrouw Chan (gespeeld door Maggie Cheung) en meneer Chow (gespeeld door Tony Chiu-Wai Leung) zijn buren die door omstandigheden naar elkaar geduwd worden. Ze raken verstrengeld in een affaire doordat ze ondervinden dat hun partners opvallend frequent en langdurig op zakenreis gaan. Als de twee, alhoewel hun ogen elkaar al geruime tijd volgen, besluiten om de achtergelaten leegte op te vullen met elkaars gezelschap, begint er een tragisch liefdesspel. Beide acteurs spelen ingetogen, de emotie wordt gedragen door de brandende kleuren rondom.



In REWIND opnieuw aandacht voor opvallende films uit dit millennium.

 

Tijd is een terugkerend thema in het werk van de Hongkongse regisseur. Close-ups van klokken en slow motionshots reflecteren op de gedocumenteerde emotie van het moment. Tijd houdt nergens rekening mee. Tijd neemt ons bij de hand, verandert ons geleidelijk en laat een spoor van geleefde emotie na. Emotie die niet herbeleefd kan worden, slechts herinnerd.

Twee gezichten
Wong Kar-Wai kent twee gezichten. Meneer Chow geeft dit, als verlengde van de regisseur, uitgesproken weer. Wong Kar-Wai vertelt namelijk twee soorten verhalen: verhalen met strijd en verhalen met romantiek. In Fallen Angels (1995) probeert Wong Kar-Wai de twee verhaalsoorten te combineren, enigszins met succes. Dat zelfde hinken op twee gedachten vind je al terug in zijn debuutfilm As Tears Goes By (1988), een wat manke visueel opvallende verfilming van Mean Streets (1973) van Martin Scorsese, en in de internationale hit Chungking Express (1990).

In the Mood for Love (2000)

Maar in In the Mood for Love (Faa yeung nin wa) bekent Wong Kar-Wai eindelijk kleur en toont de regisseur dat hij ontegenzeglijk is geboren voor melancholie en romantiek. In die stijl van bedwelmende driften is Wong Kar-Wai onloochenbaar. Geen regisseur kan wat hij kan: de lichten van de nacht doemen aan zijn eenzame personages voorbij, diens personages schreeuwen om beminning.

Onmogelijke zomerliefde
In the Mood for Love is als een onmogelijke zomerliefde. Is het ware verliefdheid die de twee tot elkaar brengt of slechts een brandend verlangen geboren uit een impulsieve fantasie? En wat maakt het eigenlijk uit? Geen verliefdheid doorstaat de vergankelijkheid van tijd.

Toch is misschien nu juist de herinnering aan een onbeantwoorde liefde, er één die zich het meest potent in ons geheugen wortelt. De zoektocht naar liefde lijkt voor velen moeizaam of onmogelijk in dit coronatijdperk. Een film over een tragische herinnering van liefde kan de kijker mogelijk berusting geven. Het verlangen maakt het liefhebben de moeite waard. Nog even melancholisch smachten dus.

 

IN THE MOOD FOR LOVE KIJKEN: te koop op Bol en Amazon. NB: Check ook regelmatig MUBI, Netflix, CineMember en andere VOD-diensten voor REWIND-films.

 

Meer REWIND

 

I See You

***
recensie I See You

Zaken die niet te verklaren zijn (of toch wel?)

door Ries Jacobs

Een huis vol vreemde geluiden, waar de televisie plotseling aanspringt en spullen even mysterieus verdwijnen als ze weer tevoorschijn komen. Is I See You de zoveelste bovennatuurlijke Hollywoodproductie in de stijl van Gothika (2003) en What Lies Beneath (2000)?

Los van een mooie sfeerimpressie van het ietwat vervallen stadje begint de film met weinig meer dan Hollywoodclichés. Rechercheur Greg Harper woont met zijn vrouw Jackie en hun tienerzoon Connor in een slaperig Amerikaans stadje. De sfeer in huis is niet al te best nadat Greg ontdekte dat zijn echtgenote een buitenechtelijke relatie heeft.

I See You

Terwijl op zijn werk het onderzoek naar twee op mysterieuze wijze verdwenen kinderen vastloopt en de relatie met zijn vrouw ijskoude diepten bereikt, verandert zijn huis langzaamaan in een broeinest van onverklaarbare zaken. Het zilveren bestek verdwijnt uit de besteklade om later op te duiken in de wasmachine en de pick-up speelt uit het niets langspeelplaten af. Als klap op de vuurpijl staat Jackie’s minnaar plots op de stoep.

Kleine producties en televisieseries
Naast regisseur Adam Randall drukt scriptschrijver Devon Graye zijn stempel op de film. Graye, van oorsprong een acteur die nooit verder kwam dan rollen in kleine producties en televisieseries, koos ervoor om het verhaal van zijn eerste script in tweeën te knippen. Het tweede deel verklaart de vreemde gebeurtenissen die in het voorgaande deel plaatsvonden.

Randall laat zien prima met dit script overweg te kunnen. Hij laat scènes uit het eerste deel van de film een aantal keer vanuit een andere camerahoek zien om te verklaren wat er gebeurt. De kijker ontdekt op deze wijze zelf wat er werkelijk aan de hand is in huize Harper. Steeds licht Randall een extra tipje van de sluier op en naarmate de film zijn einde nadert, komt alles op knappe wijze bij elkaar. De regisseur jast het verhaal er in minder dan anderhalf uur doorheen, maar dit gaat niet ten koste van het verhaal of de karakters. Deze zijn goed genoeg uitgewerkt, hoewel de verhouding tussen de echtelieden Jackie en Greg meer aandacht zou mogen krijgen.

I See You

Puisterige onruststokers
Na een handvol korte films en de matig ontvangen lowbudgetfilms Level Up (2016) en iBoy (2017) blijkt Randall meer in zijn mars te hebben dan alleen eendimensionale actie. Hij laat zien sfeer te kunnen creëren en het beste uit onbekend filmtalent te kunnen halen. Acteurs Libe Barer en Owen Teague transformeren schijnbaar moeiteloos in de puisterige onruststokers Mindy en Alec.

De regisseur toont dat hij met een budget van slechts drie miljoen dollar en zonder sterrencast (Oscarwinnares Helen Hunt is de bekendste naam op het affiche) een puike film in de bioscoopzalen krijgt. I See You heeft zijn spannende momenten en goed gevonden plotwisselingen, maar ook de mistroostige sfeer van Amerikaans provincialisme. De film laat velen van zijn in Hollywood gemaakte evenknieën achter zich. Deze regisseur beheerst zijn vak en is na drie independents klaar voor het grote werk. Dit viel de grote jongens van Netflix ook op. De streamingdienst contracteerde Randall om de thriller Night Teeth te regisseren.

 

27 mei 2020

 

ALLE RECENSIES

Idiocracy (2006)

REWIND: Idiocracy (2006)
Domheid als het nieuwe normaal

door Tim Bouwhuis

In de Amerikaanse cultkomedie Idiocracy (2006) slingert een curieus militair experiment een modelburger vijfhonderd jaar de toekomst in. Anno 2505 is domheid het ‘nieuwe normaal’, maar het IQ van tijdreiziger Joe blijkt ‘Messias-waardig’. Hoog tijd voor een REWIND-artikel dat deze bijna vijftien jaar oude, als bron van irritatie vermomde profetie herwaardeert in het licht van het heden.

De Amerikaanse filmmaker en schrijver Mike Judge maakte in de loop van de jaren negentig vooral naam als bedenker van de animatieserie Beavis and Butt-Head. De titelfiguren zijn twee niet al te intelligente tieners die, zodra ze zich vervelen, nogal eens tot idiote fratsen overgaan. Dit uitgangspunt bleek effectief: tussen 1993 en 2011 verschenen er in totaal acht seizoenen. Het is geen grote stap van de twee animatie-karikaturen naar de platvloerse populatie die je in Idiocracy aantreft. Judge deed het initiële idee voor zijn film dan ook al op tijdens de productie van het uit de serie voortgevloeide Beavis and Butt-Head Do America (1996), nog voor hij Office Space (1999, met Ron Livingston en Jennifer Aniston) regisseerde.

Idiocracy

Staakt het voortplanten
Idiocracy
begint met een rechtvaardiging van de titel. Hoe monden democratie en technocratie in het universum van Judge uiteindelijk uit in ‘idiocratie’? De scenarioschets is misschien wat kortzichtig, maar de aangevoerde hoofdreden is warempel bijzonder actueel: de intelligente laag van de bevolking ziet wat betreft zwangerschap te veel leeuwen en beren op de weg. Het stel dat Judge opvoert, stipt de ongunstige huizenmarkt aan (typisch, zo richting de beurskrach van 2008), en vandaag de dag zou je daar, naast het carrièreperspectief, een eco-politiek motief bij kunnen denken.

Judge’s filmische conclusie is snel en functioneel: als intelligente burgers het voortplanten staken, terwijl de dommen zich zorgeloos blijven voortplanten, is er over vijfhonderd jaar met zekerheid geen slimme geest meer over. In dit ideale tijdreisscenario ontwaakt officier Joe Bauers (Luke Wilson), proefkonijn voor een vergeten Pentagon-project, precies uit zijn cryo-slaap op het moment dat zijn modale IQ broodnodig is geworden.

Torenhoge bergen afval zijn het aanzicht van 2505. Wie Pixar-hit Wall*E (Andrew Stanton, 2008) zag, kan beide eco-rampen naadloos aan elkaar spiegelen: waar er in de animatie een eenzame afvalrobot door het vuil struint, vindt er in de puinhopen van Idiocracy een heuse afvallawine plaats. De aardverschuiving laat Joe’s cryo-doodskist vrij letterlijk met de deur in huis vallen bij de onnozele Frito (Dex Shepard), die aan een collage beeldbuizen gekluisterd zit terwijl hij schier onophoudelijk vocht en fastfood krijgt aangevoerd (vergelijkbaar met de bewoners van het ruimteschip in Wall*E). De ontmoeting tussen Frito en zijn gast uit het verleden zet een keten van surreële, hysterische en boud aangezette taferelen in gang. Judge neemt zijn neologisme op zijn woord: de domheid van de burgers valt zo mogelijk nog in het niet bij die van de bestuurders.



In REWIND opnieuw aandacht voor opvallende films uit dit millennium.

 


Brave New World
Deze bestuurders blijken anderzijds nog wel slim genoeg te zijn geweest om een registratieplicht in te voeren. Op bevel stopt Joe zijn rechterarm in een plompe machine, om er met een barcode-tattoo weer uit te komen. De wereld van Idiocracy begeeft zich zo in het huiveringwekkende verlengde van een volledig gerealiseerde technocratie. Het is niet uit te sluiten dat Judge goed naar sciencefictionklassieker Demolition Man (1993, met Sylvester Stallone) heeft gekeken, dat op zijn beurt overduidelijk geïnspireerd is door Aldous Huxley’s literaire technotopie Brave New World (1932).

Op het moment van schrijven vraagt ondergetekende zich nog altijd af hoe de karikaturen van Judge er in vredesnaam in geslaagd zijn een functionele politiestaat uit de grond te stampen. Als Joe ergens halverwege de film met twee metgezellen (Frito en mede-tijdreiziger Rita, gespeeld door Maya Rudolph) op de vlucht slaat, duurt het niet al te lang voor de in het straatbeeld geïntegreerde scanapparatuur hard begint te loeien. Joe’s enige voordeel is dat zijn strafpleiters een stuk naïever zijn dan de autoriteiten in het hedendaagse China.

Idiocracy

Laat er geen verwarring over bestaan: de kans dat Idiocracy je snel op de zenuwen gaat werken, is door de jolige opzet van het geheel bijzonder groot. Tegelijkertijd is de toonzetting extreem functioneel: in een interview naar aanleiding van het tienjarig bestaan (2016) gaf Judge zelfs aan dat hij sommige elementen misschien niet eens genoeg had overdreven. Als je bedenkt dat 2016 Trumps (vorige) verkiezingsjaar was, en je vervolgens het geschmier van fictioneel president Camacho (Terry Crews) gadeslaat, kun je je daar wellicht al enigszins een voorstelling bij maken. De gretig gemediatiseerde excessen in politiek en entertainment – permanente parades van maskers – zijn de afgelopen decennia geleidelijk steeds verder genormaliseerd, betoogt de Britse documentairemaker Adam Curtis in Hypernormalisation (2016).

Op den duur heb je nog maar twee keuzes: je geeft je (bewust of onbewust) over aan de waanzin, of je probeert tot de laatste seconden tegen de stroom in te zwemmen. In een idiocratie is ook die keuze op voorhand van de burgers weggenomen: zij weten gewoonweg niet beter dan dat ze in hun leven geen groter meesterwerk gaan zien dan ‘Ass’, een negentien minuten aangehouden close-up van de titelfiguur. Judge vertelt er terloops bij dat de film in zijn jaar een Oscar voor beste scenario won.

Idiocracy

Zo zijn er meer toepasselijke vondsten: Joe wordt geridiculiseerd om zijn beheersing van een dialectloos Engels, het volk wordt gemend in een arena (lees: brood en spelen) en Starbucks heeft zich in de loop van de eeuwen toegespitst op een zeker mannelijk genot. Het scherpst uitgewerkte kenmerk van deze idiocratie is een naar Gatorade gemodelleerde vloeistof, die water blijkt te hebben vervangen als dorstlesser en voornaamste voedingsbron van gewassen. Het marktmonopolie van de betrokken corporatie, Brawndo, doet denken aan de hegemonie van het merk Soylent Green in de gelijknamige sciencefictionklassieker van Richard Fleischer, met Charlton Heston (1973). Soylent Green is gebaseerd op een ronduit macaber recept: in het universum van Judge moet Joe land en volk vooral verlossen van de milieudepressie die het middel teweeg heeft gebracht.

Een kritieke aanklacht
In het eerder aangehaalde interview kreeg Judge de fascinerende vraag of hij zich herkende in de marginale kritiek dat zijn film impliciet zou oproepen tot de politieke overweging van eugenetische praktijken (met betrekking tot de voortplantingsdrang van de ‘dommen’). De regisseur ontkent dat op een losse, relatief luchtige manier, die past bij de toon van de satire. Toch onderstreept de vraag nog maar eens dat Idiocracy politiek een stuk gevoeliger is dan alle schijtlolligheid aan de oppervlakte mag doen vermoeden. Het beste, maar ook meest curieuze argument tegen de vragende beschuldiging volgt in de slotakte van de film zelf: uiteindelijk blijken de twee tijdreizigers ineens permanent in idiocratie te willen leven. In extremis ontmantelt Idiocracy zichzelf zo op ironische wijze als een aanklacht tegen de even verre als nabije toekomst.

IDIOCRACY KIJKEN: huur op Google Play en YouTube; koop op Amazon en Bol.  

 

Meer REWIND

It Must Be Heaven

***
recensie It Must Be Heaven 

Een kosmopolitische buitenstaander

door Paul Rübsaam

De Palestijnse regisseur Elia Suleiman verlaat in It Must Be Heaven zijn woonplaats Nazareth om een reis te maken naar Parijs, New York en Montreal. Dat lijkt een hele onderneming. Maar eigenlijk verandert er niet zoveel. Waar Suleiman ook komt en welke vreemde taferelen hij ook aantreft, hij staat er zwijgend bij en kijkt ernaar.

Nazareth is niet alleen de plaats waar Jezus Christus zijn jeugd zou hebben doorgebracht. Het is tevens de geboorteplaats van de Palestijnse regisseur Elia Suleiman (1960), die er tegenwoordig weer woont. De eerste scènes van It Must Be Heaven spelen zich af in dit hoofdzakelijk door Arabieren bewoonde stadje in Noord-Israël, dat voor zover het niet overspoeld wordt door christenpelgrims een verstilde mediterrane atmosfeer ademt.

It Must Be Heaven

Als het belangrijkste personage in zijn eigen film vervult Suleiman ook als hij thuis is hoofdzakelijk de rol van observator. Met zijn gedrongen gestalte, zomerhoed en klassieke bril zien we hem veelal zittend, of staand met de handen op de rug gevouwen. Hij kijkt of luistert, spreekt nooit, maar kan veelzeggend zijn wenkbrauwen optrekken. Op deze wijze luistert hij in Nazareth bijvoorbeeld naar het  verhaal van een oude buurman over een dankbare slang die de lekke band van diens auto opblies, nadat hij het dier uit de klauwen van een adelaar had gered.

Suleiman laat zich met zijn veelvuldig gebruik van een statische camera en vaste kaders inspireren door de cinematografische wetten zoals die tot ongeveer 1920 golden. Binnen het frame kan hij, met zijn van afstand herkenbare verschijning, bijna als decorstuk functioneren. Zoals ook Jacques Tati dat kon met zijn kenmerkende slungelige, ietwat gebogen gestalte, slappe hoed en eeuwige pijp. 

Angst voor geweld
Expliciet geweld ontbreekt in It Must Be Heaven geheel. Des te nadrukkelijker zijn in het door Suleiman bezochte Parijs van Bataclan en New York van 9/11 de vaak potsierlijke sporen van de angst voor geweld zichtbaar. Overal heerst dreiging en achterdocht, veroorzaakt door aanslagen die in de verte een connectie hebben met het Palestijnse conflict. In zijn director’s note schreef Suleiman dat in zijn eerdere films als Chronicle of a Disappearence (1996) en The Time That Remains (2009)  Palestina werd vergeleken met een microkosmos van de wereld, terwijl It Must Be Heaven de wereld presenteert als een microkosmos van Palestina.

It Must Be Heaven

Zeer bedreigend, schijnbaar in ieder geval, is de man die Suleiman ‘s ochtends vroeg als enige medepassagier aantreft in de Parijse metro. Welhaast tot op de tanden getatoeëerd, bier drinkend en boeren latend blijft hij recht tegenover Suleiman staand deze uitermate vuil aankijken. Maar er gebeurt uiteindelijk niets. Waardoor we getuige zijn van een merkwaardig contextloos stukje pantomime voor twee zwijgende heren.

Ook de politie gedraagt zich in Parijs nogal vreemd. Agenten nemen sierlijk manoeuvrerend op gemotoriseerde stepjes notitie van een fout geparkeerde auto, maar niet van een mogelijk gevaarlijk object dat daaronder is geworpen door een wegrennende jongen. Als Suleiman later op een terras in zijn eentje wat zit te drinken, wordt dat terras om redenen waar slechts naar te gissen valt door vier agenten nauwkeurig opgemeten.

In New York is het hoge gegil van de sirenes van de NYPD overal te horen. We zien de politie echter slechts uitrukken om een jonge vrouw met engelenvleugels op haar rug als een kat in de zak te vangen, wat nog niet eens lukt ook. Veel New Yorkse burgers zijn gewapend. En niet zo’n beetje. Men doet boodschappen of brengt kinderen naar school met Kalasjnikovs of zelfs raketwerpers over de schouder geslagen.

It Must Be Heaven

Collage
De film kent nog meer thema’s. Zo wordt Parijs niet alleen getypeerd als een stad in de greep van paranoia, maar ook als een plek waar de medemenselijkheid goed georganiseerd is, maar niet bepaald spontaan opwelt. Een dakloze die op een tweepersoons matras op straat bier ligt te drinken, krijgt door bezorgde medische dienstverleners een viergangenmenu aangeboden. Als de Parijzenaren evenwel in een park van het zonnetje willen genieten, mondt dat uit in een weliswaar kolderieke, maar ook bittere strijd om de schaars beschikbare stoeltjes.

Welbeschouwd is It Must Be Heaven eerder een collage van beeldcolumns, dan een film met een rode draad en één overkoepelende visie. Of dat een bezwaar is, hangt af van de stemming van de kijker. Bovengetekende zag de film twee keer en had de eerste keer last van dat gebrek aan eenheid, maar de tweede keer minder. Hoe dan ook valt de herinnering aan iedere film tenslotte uiteen in los van elkaar staande herinneringen aan sterke scènes. Sterke, in casu absurde en komische scènes heeft deze film van Elia Suleiman genoeg te bieden.

 

17 december 2019

 

ALLE RECENSIES

Irishman, The

*****
recensie The Irishman

Knecht van twee meesters

door Alfred Bos

Het matige filmjaar sluit meeslepend af met dit meesterwerk van Martin Scorsese. The Irishman draait een paar dagen in de bioscoop, eer de film op 27 november uitgaat via streamingdienst Netflix. Zo’n grootse film moet je zien op het grote doek.

The Irishman voelt als een afscheid. Van een generatie acteurs, van een bepaald soort film en een bepaald soort filmbeleving, van een tijdperk. Martin Scorsese behoort met Francis Ford Coppola, Brian de Palma, George Lucas en Steven Spielberg tot de coterie van aanstormend filmtalent dat in de jaren zeventig de Amerikaanse cinema, met Hollywood voorop, behoedde voor aderverkalking. Film was voor hen kunst, méér dan louter vermaak. Film moest iets vertellen over mensen, de wereld, het leven.

The Irishman

Van het kwintet jonge honden is Martin Scorsese het dichtst bij dat uitgangspunt gebleven. Hij heeft er nooit een geheim van gemaakt dat hij door afkomst – zoon van Italiaanse immigranten, en milieu, het straatleven in de Italiaanse buurt van New York – was voorbestemd om te kiezen tussen kerk en crime. Het werd een loopbaan als cineast die films maakte over misdaad en geloof. Een van de redenen waarom The Irishman oogt als Scorsese’s magnum opus, het uitroepteken achter een uitzonderlijke carrière, is dat de film beide thema’s samenbrengt. Maar niet op de manier die je zou verwachten.

De boefjes en boeven van Mean Streets (1973), Goodfellas (1990) en Casino (1995) – Scorsese’s eigentijdse films over misdaad en maffia – zijn vrijgevochten en kennen wet noch moraal. Ze ambiëren aanzien en zijn boos op de wereld, vooral op iedereen die zich niet naar hun hand laat zetten. Die films schetsen de georganiseerde misdaad als familie, met alle naijver die daar bijhoort. De maffia zorgt voor je. Behalve als je Frank Sheeran heet.

Verdorven vaderfiguren
Frank Sheeran is de protagonist van The Irishman, een emotieloze vrachtwagenchauffeur die in het criminele milieu belandt, vertolkt door Scorsese-veteraan Robert De Niro. De oorlogsveteraan is een karakterloze windvaan die door tegenstrijdige loyaliteiten in een gewetensknoop raakt. De prijs is hoog, hij wordt verstoten. Niet door zijn criminele kornuiten, want die zijn dood of zitten in de bak. Maar door zijn familie. Schrijnender lot bestaat er in de ogen van de filmmaker niet. The Irishman is geen noodlotsdrama, het is een karakterstudie.

De film van drie-en-een-halfuur lengte is episch van opzet en intiem qua uitwerking. Hij is gecentreerd rond de moord op Jimmy Hoffa, een corrupte vakbondsman met een monsterego die in 1975 verdween; zijn lijk is nimmer gevonden. Hoffa is een glansrol van Al Pacino, die iedere scène dreigt te stelen waarin zijn personage optreedt. The Irishman schetst en passant het reilen en zeilen van de maffia, en de rol die de georganiseerde misdaad heeft gespeeld in de Amerikaanse politiek van na de oorlog. Het is een filmische tegenhanger van James Ellroys Underworld USA-trilogie.

The Irishman

Rond 1960 wint de georganiseerde misdaad aan invloed, het wordt een internationaal opererend bedrijf dat zijn tentakels uitslaat naar politiek en vakbond. In het oog van de storm schuilt Frank ‘The Irishman’ Sheeran, een ex-soldaat die in de Tweede Wereldoorlog op commando krijgsgevangenen doodschoot. Via een toevallige samenloop van omstandigheden is hij gerekruteerd door Russell Bufalino, capo van de machtigste misdaadfamilie in Pennsylvania; Joe Pesci onderbrak zijn pensioen voor de rol van Bufalino, hij speelt hem als een gelooide varaan. Het zijn de verdorven vaderfiguren Bufalino en Hoffa die de ‘soldaat’ Sheen corrumperen. The Irishman is een film over (on)trouw en solidariteit: tussen arbeiders, familieleden, vrienden en maffiosi. Over fatsoen in een immorele wereld.

Breed canvas
De kracht van The Irishman is de vervlechting van Frank Sheerans persoonlijke verhaal met de geschiedenis van de Amerikaanse politiek in jaren zestig: de verkiezing van John F. Kennedy tot president, de opkomende macht van de vakbond voor vrachtwagenchauffeurs (de International Brotherhood of Teamsters) en de inspanningen van Kennedy’s broer Robert, minister van justitie, om de macht van de maffia te breken. Politiek en misdaad gaan in Amerika sinds de drooglegging van de jaren twintig hand in hand, misdaadauteur James Ellroy heeft er zijn levenswerk van gemaakt om feit te verdichten met fictie.

The Irishman toont de psychologie – of psychopathologie – achter de feiten. Met de moord op president Kennedy (Dallas, 22 november 1963) slaat de maffia drie vliegen in één klap. Ze bestraffen JFK voor diens verraad: hij heeft zijn verkiezingsoverwinning te danken aan de ‘familie’, die stemmen voor hem heeft geronseld; als dank laat hij zijn broer de georganiseerde misdaad aanpakken. Met de eliminatie van de president zijn ze tevens van die vervelende horzel Robert Kennedy af en komt de rijkgevulde pensioenkas van de Teamsters-vakbond vrij voor de schaduweconomie van de misdaad.

De film spant een breed canvas, van de jaren vijftig tot deze eeuw. Het hart vormt de reis per auto die Sheenan, Bufalino en hun echtgenotes in 1975 ondernemen om het huwelijk van Bufalino’s dochter in Detroit bij te wonen, althans dat denkt Sheeran. Die scènes worden afgewisseld met flashbacks over hun voorgeschiedenis en de opkomst van Jimmy Hoffa. Dat alles is ingebed in waar het werkelijk om draait: de proloog en epiloog met Frank Sheeran in het bejaardenhuis.

Netflix
Het boek waarop The Irishman is gebaseerd, I Heard You Paint Houses van de voormalige aanklager Charles Brandt, verscheen in 2004 en het kostte Scorsese vijftien jaar om zijn project te realiseren. Naar verluidt is co-producer Robert De Niro er verantwoordelijk voor dat de film ondanks alle praktische perikelen toch is gemaakt. De tijd begon te dringen: regisseur en het trio hoofdrolspelers – naast De Niro, Pacino en de eenmalig teruggekeerde Pesci zijn er bijrollen voor onder meer Harvey Keitel, Ray Romano, Bobby Cannavale, Anna Paquin, Stephen Graham en Jesse Plemons – werden er niet jonger op. De digitale technologie om de acteurs te verjeugdigen, heeft een flink deel van het budget van 160 miljoen dollar opgesoupeerd.

The Irishman

De regisseur vond geen enkele filmproducent bereid om zo’n bedrag voor zo’n film op te hoesten. Het project kreeg de zegen van Netflix, dat The Irishman vanaf 27 november via haar streamingdienst aanbiedt. De consequentie is dat de film slechts luttele dagen op het grote bioscoopdoek is te zien. Ook in dat opzicht voelt The Irishman als een elegie voor een vervlogen tijdperk. Films van een dergelijk brede opzet en psychologische finesse kunnen naar het oordeel van de Amerikaanse filmindustrie niet meer gemaakt worden voor een bioscooppubliek.

Soundtrack met periodemuziek
Het is een ander soort gangsterfilm dan Goodfellas, dat zonder te oordelen mores en milieu van de maffia observeert. Het is ook geen Casino, dat de verstrengeling van onderwereld en bedrijfsleven illustreert aan de hand van Las Vegas in de jaren zeventig en tachtig. Met zijn historische zwier is het zeker geen Mean Streets, dat de psychologie van de crimineel toont op buurtniveau. De periodemuziek, de doowop van de Five Satins (In the Still of the Night), de rhythm & blues van Jimmy Reed (Baby What Do You Want Me to Do) en de proto- rock-’n-roll van Fats Domino (The Fat Man), speelt een bescheiden rol op de geluidsband en wordt niet ingezet om het verhaal voort te stuwen.

The Irishman is een rijke, grootse, oeuvre omspannende en laat in de loopbaan geplaatste krachtoer à la Kurosawa’s Ran of Bergmans Fanny en Alexander. Het had zomaar een miniserie voor tv kunnen zijn, maar net als Bergman indertijd kiest Scorsese voor het grote scherm. Drie-en-een-halfuur lijkt een hele zit en de epiloog kan voelen als een onnodige appendix. Maar juist in die slotscènes met een hoogbejaarde en schuldbewuste Frank Sheeran in het verzorgingshuis, afgewezen door zijn favoriete dochter, zit de kern van de film en betoont Scorsese zich de priester die hij aanvankelijk dacht te worden. Wie zal je troosten wanneer iedereen je heeft verlaten?

 

12 november 2019

 

ALLE RECENSIES