Irishman, The

*****
recensie The Irishman

Knecht van twee meesters

door Alfred Bos

Het matige filmjaar sluit meeslepend af met dit meesterwerk van Martin Scorsese. The Irishman draait een paar dagen in de bioscoop, eer de film op 27 november uitgaat via streamingdienst Netflix. Zo’n grootse film moet je zien op het grote doek.

The Irishman voelt als een afscheid. Van een generatie acteurs, van een bepaald soort film en een bepaald soort filmbeleving, van een tijdperk. Martin Scorsese behoort met Francis Ford Coppola, Brian de Palma, George Lucas en Steven Spielberg tot de coterie van aanstormend filmtalent dat in de jaren zeventig de Amerikaanse cinema, met Hollywood voorop, behoedde voor aderverkalking. Film was voor hen kunst, méér dan louter vermaak. Film moest iets vertellen over mensen, de wereld, het leven.

The Irishman

Van het kwintet jonge honden is Martin Scorsese het dichtst bij dat uitgangspunt gebleven. Hij heeft er nooit een geheim van gemaakt dat hij door afkomst – zoon van Italiaanse immigranten, en milieu, het straatleven in de Italiaanse buurt van New York – was voorbestemd om te kiezen tussen kerk en crime. Het werd een loopbaan als cineast die films maakte over misdaad en geloof. Een van de redenen waarom The Irishman oogt als Scorsese’s magnum opus, het uitroepteken achter een uitzonderlijke carrière, is dat de film beide thema’s samenbrengt. Maar niet op de manier die je zou verwachten.

De boefjes en boeven van Mean Streets (1973), Goodfellas (1990) en Casino (1995) – Scorsese’s eigentijdse films over misdaad en maffia – zijn vrijgevochten en kennen wet noch moraal. Ze ambiëren aanzien en zijn boos op de wereld, vooral op iedereen die zich niet naar hun hand laat zetten. Die films schetsen de georganiseerde misdaad als familie, met alle naijver die daar bijhoort. De maffia zorgt voor je. Behalve als je Frank Sheeran heet.

Verdorven vaderfiguren
Frank Sheeran is de protagonist van The Irishman, een emotieloze vrachtwagenchauffeur die in het criminele milieu belandt, vertolkt door Scorsese-veteraan Robert De Niro. De oorlogsveteraan is een karakterloze windvaan die door tegenstrijdige loyaliteiten in een gewetensknoop raakt. De prijs is hoog, hij wordt verstoten. Niet door zijn criminele kornuiten, want die zijn dood of zitten in de bak. Maar door zijn familie. Schrijnender lot bestaat er in de ogen van de filmmaker niet. The Irishman is geen noodlotsdrama, het is een karakterstudie.

De film van drie-en-een-halfuur lengte is episch van opzet en intiem qua uitwerking. Hij is gecentreerd rond de moord op Jimmy Hoffa, een corrupte vakbondsman met een monsterego die in 1975 verdween; zijn lijk is nimmer gevonden. Hoffa is een glansrol van Al Pacino, die iedere scène dreigt te stelen waarin zijn personage optreedt. The Irishman schetst en passant het reilen en zeilen van de maffia, en de rol die de georganiseerde misdaad heeft gespeeld in de Amerikaanse politiek van na de oorlog. Het is een filmische tegenhanger van James Ellroys Underworld USA-trilogie.

The Irishman

Rond 1960 wint de georganiseerde misdaad aan invloed, het wordt een internationaal opererend bedrijf dat zijn tentakels uitslaat naar politiek en vakbond. In het oog van de storm schuilt Frank ‘The Irishman’ Sheeran, een ex-soldaat die in de Tweede Wereldoorlog op commando krijgsgevangenen doodschoot. Via een toevallige samenloop van omstandigheden is hij gerekruteerd door Russell Bufalino, capo van de machtigste misdaadfamilie in Pennsylvania; Joe Pesci onderbrak zijn pensioen voor de rol van Bufalino, hij speelt hem als een gelooide varaan. Het zijn de verdorven vaderfiguren Bufalino en Hoffa die de ‘soldaat’ Sheen corrumperen. The Irishman is een film over (on)trouw en solidariteit: tussen arbeiders, familieleden, vrienden en maffiosi. Over fatsoen in een immorele wereld.

Breed canvas
De kracht van The Irishman is de vervlechting van Frank Sheerans persoonlijke verhaal met de geschiedenis van de Amerikaanse politiek in jaren zestig: de verkiezing van John F. Kennedy tot president, de opkomende macht van de vakbond voor vrachtwagenchauffeurs (de International Brotherhood of Teamsters) en de inspanningen van Kennedy’s broer Robert, minister van justitie, om de macht van de maffia te breken. Politiek en misdaad gaan in Amerika sinds de drooglegging van de jaren twintig hand in hand, misdaadauteur James Ellroy heeft er zijn levenswerk van gemaakt om feit te verdichten met fictie.

The Irishman toont de psychologie – of psychopathologie – achter de feiten. Met de moord op president Kennedy (Dallas, 22 november 1963) slaat de maffia drie vliegen in één klap. Ze bestraffen JFK voor diens verraad: hij heeft zijn verkiezingsoverwinning te danken aan de ‘familie’, die stemmen voor hem heeft geronseld; als dank laat hij zijn broer de georganiseerde misdaad aanpakken. Met de eliminatie van de president zijn ze tevens van die vervelende horzel Robert Kennedy af en komt de rijkgevulde pensioenkas van de Teamsters-vakbond vrij voor de schaduweconomie van de misdaad.

De film spant een breed canvas, van de jaren vijftig tot deze eeuw. Het hart vormt de reis per auto die Sheenan, Bufalino en hun echtgenotes in 1975 ondernemen om het huwelijk van Bufalino’s dochter in Detroit bij te wonen, althans dat denkt Sheeran. Die scènes worden afgewisseld met flashbacks over hun voorgeschiedenis en de opkomst van Jimmy Hoffa. Dat alles is ingebed in waar het werkelijk om draait: de proloog en epiloog met Frank Sheeran in het bejaardenhuis.

Netflix
Het boek waarop The Irishman is gebaseerd, I Heard You Paint Houses van de voormalige aanklager Charles Brandt, verscheen in 2004 en het kostte Scorsese vijftien jaar om zijn project te realiseren. Naar verluidt is co-producer Robert De Niro er verantwoordelijk voor dat de film ondanks alle praktische perikelen toch is gemaakt. De tijd begon te dringen: regisseur en het trio hoofdrolspelers – naast De Niro, Pacino en de eenmalig teruggekeerde Pesci zijn er bijrollen voor onder meer Harvey Keitel, Ray Romano, Bobby Cannavale, Anna Paquin, Stephen Graham en Jesse Plemons – werden er niet jonger op. De digitale technologie om de acteurs te verjeugdigen, heeft een flink deel van het budget van 160 miljoen dollar opgesoupeerd.

The Irishman

De regisseur vond geen enkele filmproducent bereid om zo’n bedrag voor zo’n film op te hoesten. Het project kreeg de zegen van Netflix, dat The Irishman vanaf 27 november via haar streamingdienst aanbiedt. De consequentie is dat de film slechts luttele dagen op het grote bioscoopdoek is te zien. Ook in dat opzicht voelt The Irishman als een elegie voor een vervlogen tijdperk. Films van een dergelijk brede opzet en psychologische finesse kunnen naar het oordeel van de Amerikaanse filmindustrie niet meer gemaakt worden voor een bioscooppubliek.

Soundtrack met periodemuziek
Het is een ander soort gangsterfilm dan Goodfellas, dat zonder te oordelen mores en milieu van de maffia observeert. Het is ook geen Casino, dat de verstrengeling van onderwereld en bedrijfsleven illustreert aan de hand van Las Vegas in de jaren zeventig en tachtig. Met zijn historische zwier is het zeker geen Mean Streets, dat de psychologie van de crimineel toont op buurtniveau. De periodemuziek, de doowop van de Five Satins (In the Still of the Night), de rhythm & blues van Jimmy Reed (Baby What Do You Want Me to Do) en de proto- rock-’n-roll van Fats Domino (The Fat Man), speelt een bescheiden rol op de geluidsband en wordt niet ingezet om het verhaal voort te stuwen.

The Irishman is een rijke, grootse, oeuvre omspannende en laat in de loopbaan geplaatste krachtoer à la Kurosawa’s Ran of Bergmans Fanny en Alexander. Het had zomaar een miniserie voor tv kunnen zijn, maar net als Bergman indertijd kiest Scorsese voor het grote scherm. Drie-en-een-halfuur lijkt een hele zit en de epiloog kan voelen als een onnodige appendix. Maar juist in die slotscènes met een hoogbejaarde en schuldbewuste Frank Sheeran in het verzorgingshuis, afgewezen door zijn favoriete dochter, zit de kern van de film en betoont Scorsese zich de priester die hij aanvankelijk dacht te worden. Wie zal je troosten wanneer iedereen je heeft verlaten?

 

12 november 2019

 

ALLE RECENSIES

Itzhak

***
recensie Itzhak

Viool als replica van de ziel

door Cor Oliemeulen

Itzhak Perlman is een prima verteller, zelfverzekerd, goedlachs en gevat. Hij geldt als een van de grootste violisten van de tweede helft van de twintigste eeuw. “Waar ter wereld ik ook kom, het enige verzoek dat ik krijg, is de muziek van Schindler’s List.”

Itzhak ademt een onvoorwaardelijke liefde voor de kunst. Alison Chernik maakte eerder korte documentaires over popartheld Roy Lichtenstein, beeldend kunstenaar Jeff Koons, expressionistisch schilder Jackson Pollock, multitalent Julian Schnabel, alsook de filmregisseurs Pedro Almodóvar en Francis Ford Coppola. Ditmaal neemt ze vijf kwartier de tijd voor de man op en achter de viool. Niet alleen muziek komt aan bod; eten en honden lopen als leuke draadjes door de film heen.

Polio
Getroffen door polio op zijn vierde, zien we Perlman nu altijd en overal op zijn scootmobiel. Zoals wanneer hij in een vol honkbalstadion het Amerikaanse volkslied speelt voor een wedstrijd van de New York Mets, luisterend naar een mooie speech van de Amerikaanse president Obama, tijdens een optreden met zanger Billy Joel, het repeteren met andere muzikanten en wanneer acteur Alan Alda een hapje komt eten en een goed glas wijn komt drinken. Op visite bij de Israëlische premier Netanyahu zal hij beslist niet over politiek praten, en inderdaad zien we even later dat het gesprek gaat over eten en honden. De een miljoen dollar behorende bij de prestigieuze Genesis Prize in Jeruzalem zal hij aanwenden voor het opleiden van jong muzikaal talent, met de nadruk op gehandicapten.

Nadat hij op zijn dertiende met zijn moeder naar New York verkaste omdat hij was aangenomen op het beroemde Juilliard viel het zijn tweede vioollerares (de eerste was een kreng) op hoe virtuoos de jeugdige Itzhak al was: “Hij speelde Mendelssohn twee keer sneller dan het moest, maar het was ongelooflijk”, zegt ze. “Ik denk dat ik verliefd op hem was.” Dat gold ook voor Perlmans huidige echtgenote, de vrolijke Toby, die hem na een optreden ten huwelijk vroeg. Itzhak was nog maar zeventien en kreeg een jaar de tijd om zijn relatie met een ander meisje op wie hij nog verliefd was te verbreken. Meer dan vijftig jaar later is Toby nog steeds lyrisch over zijn spel, maar een kritische noot schuwt ze nooit. “Je kende nog niets van Schubert toen we elkaar ontmoetten.”

Net gearriveerd in New York werd de jonge Itzhak uitgenodigd voor de Ed Sullivan Show en aangekondigd als uitzonderlijk talent. We horen hoe prachtig hij daar speelde. Terugblikkend: “Ik weet niet of ik toen was uitgenodigd voor mijn vioolspel.” Toby weet het wel: “Je was die arme kleine kreupele jongen.” Tegenwoordig speelt Perlman altijd op zijn Stradivarius uit 1714 die volgens hem precies de klank heeft die hij van binnen voelt. “Als je een hond hebt en je bent nerveus, dan is je hond nerveus. Als je rustig bent, is je hond rustig. De viool is de replica van de ziel.”

Itzhak

Auschwitz
En zo zit Itzhak vol ontmoetingen, herinneringen en gesprekken, gelardeerd met kort archiefmateriaal. Met zijn joodse achtergrond is Auschwitz nooit ver weg. Op weg daar naartoe namen joden bijna altijd hun viool mee. Die instrumenten werden natuurlijk door de nazi’s afgepakt, waarna de eigenaren naar de gaskamer moesten. De violen gingen naar het orkest, dat een enkeling aangreep om aan het verschrikkelijke lot te ontsnappen. De al even beroemde violist Isaac Stern antwoordde ooit op de vraag waarom zoveel joden viool spelen: “Dit is het gemakkelijkste instrument om op te pakken en weg te rennen.”

Perlman horen we soms heel aardig relativeren en blijkt niet vies van de nodige ironie, maar de enige keer dat we hem niet opgewekt zien, is het moment waarop de joodse eigenaar van een vioolwinkel een oude viool toont. Als hij het instrument openmaakt, zien we daarin een papieren vel in de vorm van een viool met daarop de tekst ‘Heil Hitler 1936’ en de tekening van een hakenkruis. “Zorg ervoor dat er geen snaren meer op komen”, zegt Perlman veelbetekenend.

De bijzondere geschiedenis van een groot kunstenaar maakt een portret al snel de moeite waard. Juist om die reden is de spontane, probleemloze documentaire Itzhak niet uitsluitend boeiend voor liefhebbers en beoefenaars van klassieke muziek.

 

6 oktober 2019

 

ALLE RECENSIES

Instinct

***
recensie Instinct

Dierlijk verlangen

door Michel Rensen

Sterk machtsspel tussen grootse acteurs. Halina Reijns regiedebuut is een genuanceerde erotische thriller, maar vooral een echte acteursfilm waarin Carice van Houten en Marwan Kenzari gloriëren. 

Al voor de Nederlandse première heeft Instinct een mooi festivaltoer achter de rug met een wereldpremière op het filmfestival van Locarno, waar de film de Variety Piazza Grande Award won, en was de film geselecteerd voor het filmfestival van Toronto. In Nederland zal de film zijn première beleven als opening van het Nederlands Film Festival en de film is ook geselecteerd als Nederlandse Oscarinzending.

Instinct

Acteursfilm
Nicoline (Carice van Houten), een ervaren psychologe, begint aan haar nieuwe baan in een TBS-kliniek, waar ze onder andere Idris (Marwan Kenzari) onder haar hoede heeft. Idris is een serieverkrachter wiens behandeltraject er bijna op zit. De rest van het team is ervan overtuigd dat Idris klaar is om met onbegeleid verlof weer terug de samenleving in te gaan, maar Nicoline is daar niet zo van overtuigd. Zijn manipulatieve karakter maakt het voor haar moeilijk om te achterhalen of zijn positieve ontwikkeling echt of gespeeld is. Als ze ook seksuele verlangens naar de aantrekkelijke Idris krijgt, raakt Nicoline ondanks haar professionele ervaring verstrikt in een machtsspel.

Zoals misschien wel te verwachten als een actrice in de regiestoel kruipt, is Instinct een echte acteursfilm. Het lijkt geschreven voor ‘s Neerlands grootste acteertalenten. Met complexe en onuitgesproken verlangens biedt het script van Esther Gerritsen en Halina Reijn een ideaal speelveld waarin Van Houten en Kenzari hun capaciteiten in de volle glorie laten zien. Hun performances laten de nuance van de moreel complexe situatie optimaal naar buiten komen. Nicoline weet niet wat met haar gevoelens te doen en we krijgen als kijker ook geen grip op Idris’ ware aard.

Instinct

Machtsspel
Tussen de twee ontstaat een venijnig machtsspel. Idris wil niets liever dan weer de vrijheid ruiken en Nicoline is de enige die daar nog een stokje voor kan steken. Aangezien Nicoline niet overtuigd is van Idris’ voortgang, probeert hij haar van zijn goedheid te overtuigen, maar in hoeverre zijn woorden te vertrouwen zijn, blijft onduidelijk. Kenzari weet de grens tussen charmante verleider en manipulatieve crimineel perfect te bespelen, waardoor zijn personage niet een eenzijdig figuur is, maar een complex personage dat niet simpel weggezet kan worden als één van de twee. Daar zit voor Nicoline het morele vraagstuk. In hoeverre kan ze Idris’ vertrouwen? En in hoeverre kan ze haar eigen waarnemingen nog vertrouwen als haar verlangens deze beïnvloeden?

De titel laat al duidelijk zien dat Instinct zich voornamelijk richt op de grens tussen onze rationaliteit en ons beestachtige instinct. Dit wordt nog eens bevestigd met een knullige insert van een natuurdocumentaire vroeg in de film, waarin de relatie tussen roofdier en prooi besproken wordt. Het machtsspel vindt niet alleen tussen de twee personages plaats, maar ook in Nicolines worsteling met haar verlangen terwijl ze objectief haar werk probeert doen. Deze worsteling is fascinerend om uitgespeeld te zien worden door de twee fenomenale acteurs, maar de zoektocht naar een uitkomst van het machtsspel zit de genuanceerde vertelling in de weg. Het zwakke en misplaatste einde reduceert de complexe thematiek tot een simpele dader-slachtofferverhouding.

 

27 september 2019

 

ALLE RECENSIES

In Fabric

****
recensie In Fabric

Duivelse jurk

door Suzan Groothuis

Een kledingstuk moordzuchtig? Het klinkt vergezocht, maar in Peter Stricklands In Fabric zien we hoe een rode, wulpse jurk slachtoffers maakt. De film overtuigt vooral qua sfeer, waarin beeld en soundtrack de kijker bedwelmen.

Horrorfilms kennen vele monsters, maar een kledingstuk dat moordt is vrij uniek. Net zoals de moordende autoband in Quentin Dupieux’ Rubber. In Peters Stricklands horrorkomedie In Fabric maakt een opvallende rode jurk de dienst uit. Verkocht in het luxe warenhuis Thames Valley Dentley & Soper, waar speciale prijzen de massa lokken en mysterieuze zwart gekapselde dames achter de toonbank staan. Miss Luckmoore (Fatma Mohamed) zwaait er de scepter en doet met haar uiterlijk nog het meest aan een kille vampier uit vroeger tijden denken.

In Fabric

Sheila (Marianne Jean-Baptiste, Oscar-genomineerd voor haar rol in Mike Leighs Secrets & Lies), zoekend naar een mooie outfit voor een date, laat haar oog vallen op de jurk. Er is er maar één van, laat ze zich door de autoritaire, deftig sprekende Miss Luckmoore vertellen. Hoewel maatje 36 wat smal lijkt voor Sheila, past ze er opvallend goed in. De jurk gaat mee, niet wetend dat ze daarmee het kwaad in huis haalt.

Thuis heeft de gescheiden Sheila het te stellen met haar zelfzuchtige zoon Vince en zijn masochistische vriendin Gwen. In die laatste herkennen we actrice Gwendoline Christie, die hitserie Game of Thrones opsierde als stoere vrouw Brienne of Tarth. Dat Sheila onderliggend eenzaam is en hunkert naar wat liefde en aandacht, merken de twee niet op. Sterker nog, ze eigenen zich het huis toe, alsof Sheila er niet is.

Dominant en bloeddorstig pronkstuk
Je raadt het al: de entree van de rode jurk doet alles veranderen. Eerst de lichamelijke sensatie, want na het dragen ervan heeft Sheila een vreemde uitslag op haar borst. Ook zijn er ‘s nachts vreemde geluiden te horen van iets dat tegen metaal schraapt. Een scène die doet denken aan BBC-serie Ghost Watch, waarin vreemde, spookachtige geluiden in de nachtelijke uren een heel huishouden domineren. De gebeurtenissen krijgen een steeds heftiger karakter, waarin de jurk als dominant pronkstuk overeind blijft. Kapotgebeten door een woeste hond? De volgende dag is de jurk weer back in business – schoon, bloedrood en dreigend.

Stricklands handelsmerk is, net als in zijn vorige films Berberian Sound Studio en The Duke of Burgundy, onmiskenbaar aanwezig: stilistisch verwijzend naar Italiaanse giallo, met de kleur rood prominent in beeld, een occulte en fetisjistische sfeer ademend. Ook zien we zijn acteurs terug: Fatma Mohamed en Sidse Babett Knudsen, eerder verwikkeld in een dominatrix-intrige in The Duke of Burgundy, staan nu in dienst van een duivelse rode jurk.

In Fabric

Hoewel de film naar het einde toe wat repetitief is – jurk gaat van drager naar drager en richt geweld en verwoesting aan – zijn er diepere lagen te ontdekken. Kritiek op de consumptiemaatschappij bijvoorbeeld, waarin uitverkoop in een duur warenhuis leidt tot waanzin onder kopers. En dan is er nog het perfecte maatje 36, waarin modellen zich hullen in  modieuze tijdschriften en ons iets zeggen over de geldende schoonheidsnorm. Ondertussen stelt Strickland ook op satirische wijze normen en waarden op de werkvloer aan de kaak. Personeelszakenmedewerkers Stash & Clive (komieken Julian Barratt en Steve Oram) onderwerpen Sheila aan een onmogelijk vragenvuur wat wel en niet kan tijdens werkuren. Zoals haar vermeende, veelvuldige toiletbezoeken vlak voor lunchtijd. Maar uiteindelijk willen ze het alleen over haar dromen hebben.

Spelen met genres
In Fabric ademt een eigen, vervreemdende sfeer, zoals Stricklands voorgangers dat ook deden. Zijn film is qua genre moeilijk te duiden en is wat kort door de bocht met de benaming horrorkomedie: er sluipen ook sociaal-realisme, ironie, fetisjisme en occulte magie doorheen. Het verhaal speelt in een tijdloos universum, maar refereert onmiskenbaar aan de stijl van de seventies, een tijd waarin luxe-consumptie voor de meeste Britten toegankelijk werd. Het warenhuis is als een exclusieve façade, dat het volk en masse lokt met uitverkoop. Maar achter de schone schijn wankelt het en heersen kwaadaardige intenties.

In de wondere wereld die In Fabric rijk is – zie het als een duister, surrealistisch sprookje – zijn het vooral beeld en soundtrack die imponeren. Cavern of Anti-Matter (met twee leden van Stereolab) verzorgt ditmaal de soundtrack, waarvan de spookachtige, melancholische sound perfect aansluit op de droomachtige, stilistische beelden. Een vreemde, maar bedwelmende kijkervaring, zoveel is zeker.

 

2 september 2019

 

Lees hier ons interview met regisseur Peter Strickland.

 

ALLE RECENSIES

Ik ben er even niet

****
recensie Ik ben er even niet

Waar komen die beelden vandaan?

door Ries Jacobs

De wolf kijkt Caro aan met zijn felgele ogen. Langzaam komt hij vanuit haar ooghoek op haar af. Bijna iedere dag weer bezoekt hij haar, soms meerdere keren per dag. De wolf is niet echt, maar tijdens haar aanvallen ervaart Caro hem als levensecht.

Als kind speelde documentairemaakster Maartje Nevejan tijdens een dagje aan het strand in de branding. Opeens kreeg ze een black-out. Het viel haar ouders op dat ze enkele seconden van de wereld leek te zijn. Haar vader nam haar mee naar het ziekenhuis, waar artsen de diagnose absence epilepsie stelden. Deze ziekte uit zich niet in de heftige aanvallen die andere vormen van epilepsie kenmerkt, een aanval (ook absence genoemd) duurt maar enkele seconden en uit zich naar buiten toe slechts door afwezigheid. Iemand is even weg van deze wereld en na hoogstens dertig seconden weer bij bewustzijn.

Ik ben er even niet

Neurowetenschappers nemen tijdens een aanval geen abnormale hersenactiviteit waar en concluderen daarom dat er dan niets is, maar dat zit Nevejan niet lekker. Volgens haar is er wel degelijk iets. Ze ziet beelden tijdens een aanval, en met haar vele medepatiënten. Haar zoon Abel heeft ook absence epilepsie. Hij ziet sterren en andere hemellichamen. Caro ziet een wolf. En de filmmaakster zelf tenslotte ziet telkens weer dezelfde beelden uit Pepper Police Woman, een Amerikaanse televisieserie uit de jaren 70.

Geen charlatans
Wat zien Nevejan en haar lotgenoten tijdens hun epileptische aanvallen? De wetenschap kan hierop geen antwoord geven. Daarom wendt de regisseuse zich tot kunstenaars, die zo goed mogelijk weergeven wat zij, Abel, Caro en anderen zien als ze er even niet zijn. Het mooie is dat ook de neurologen, begiftigd met de hen kenmerkende wetenschappelijke nieuwsgierigheid, het project met interesse volgen. Ze zien de kunstenaars niet als concurrenten of charlatans. De wetenschap kan steeds meer, maar niet de beelden van een absence zichtbaar maken.

Maar nadat de kunstenaars de ervaring zo zichtbaar mogelijk maken, speelt bij Nevejan nog steeds de vraag of wat ze ziet tijdens haar absences echt is. Pepper is er wel voor haar, maar niet voor de rest van de wereld. In het tweede deel van de film probeert ze die vraag zo goed mogelijk te beantwoorden.

Ik ben er even niet

Leonardo da Vinci
De spooky en soms bewust rommelige filmbeelden doen op momenten denken aan een videoclip. Ze overladen het publiek met emoties en vragen, altijd gesteld vanuit het perspectief van de mensen die absences ervaren. Wat zie ik? Hoe komt het dat ik dit zie? Is wat ik ervaar tijdens mijn absences echt? En als het echt is, waar komt het dan vandaan? En misschien wel de belangrijkste vraag: hoe geef ik mijn aanvallen een plaats in mijn leven? Verwacht hierop geen kant-en-klare antwoorden of nieuwe inzichten, maar wel een film die je meesleept in de ervaringswereld van iemand met absence epilepsie.

Leonardo da Vinci was kunstenaar, wetenschapper en filosoof. Hij en zijn tijdgenoten konden de drie disciplines niet los van elkaar zien. Later gingen kunst, wetenschap en filosofie ieder hun eigen weg. Nevejan brengt de drie weer samen in Ik ben er even niet. In haar zoektocht naar de kern van haar ziekte vlecht ze wetenschappelijke inzichten, filosofische vraagstukken en artistieke uitingen ineen. De film lang gaan epileptici, kunstenaars en wetenschappers de dialoog met elkaar aan. De documentaire is meer dan de som van deze drie delen.

 

19 juni 2019

 

ALLE RECENSIES

I Dream in Another Language

***
recensie I Dream in Another Language

Vastleggen van eeuwenoude uitstervende taal blijkt opgave

door Nanda Aris

Diep in het oerwoud van Mexico wordt Zikril gesproken; een taal die nog maar een paar personen kennen. Martin, een student linguïstiek, wil de taal graag vastleggen, zodat deze niet verloren gaat. Maar de twee mannen die deze taal nog spreken, hebben al jarenlang ruzie met elkaar en zijn niet van plan om deze zomaar bij te leggen. 

De gebroeders Ernesto (regisseur) en Carlos (schrijver) Contreras werkten eerder samen, onder andere voor de film Las Oscuras Primaveras (2014) en Párpados Azules (2007). In I Dream in Another Language (Sueño en otro idioma) staat het verhaal dichtbij de broers zelf. Hun grootmoeder werd geboren in het gebied Tehuantepe in het zuiden van Mexico, en sprak Zapoteco. Als kind hoorde Ernesto haar liever Spaans praten, maar toen ze overleed, vond hij het jammer dat hij de taal niet kende. Het Zikril is speciaal bedacht voor de film.

I Dream in Another Language

Taal
De spontane student linguïstiek Martin (Fernando Alvarez Rebeil) probeert bij aankomst in het afgelegen dorpje de enige twee mannen, Evaristo (Eligio Meléndez) en Isauro (José Manuel Poncelis) die het Zikril spreken, nader tot elkaar te brengen. De jarenlange ruzie van de ooit intens bevriende mannen heeft te maken met een voorval in hun jongere jaren.

Mooie beelden van strand, de weelderige groene bebossing, de schooltijd, kortom de onbezorgde jeugdjaren, volgen. Beide jongens waren verliefd op hetzelfde meisje, Maria (Nicolasa Ortíz Monasterio). Evaristo, de enige van de twee die naast het Zikril ook Spaans spreekt, trouwt haar en de mannen spreken elkaar nooit meer.

Teruggetrokken
Isauro trekt zich terug aan de rand van het dorp, buitengesloten door het Spaans dat hij niet spreekt. Evaristo woont na het overlijden van Maria als bittere en norse man samen met zijn mooie dochter Lluvia (Fátima Molina). Het is overduidelijk dat Martin en Lluvia een romance zullen starten. Nadat Evaristo Martin streng toespreekt en hem waarschuwt geen vinger naar zijn dochter uit te steken, treffen we de twee samen in bed aan. Daardoor voelt het alsof de romance niet heel veel toevoegt aan het verhaal.

I Dream in Another Language

Het verwezenlijken van deze film is een manier om de kijker bewust te maken van het feit dat talen uitsterven, en dat daarmee een unieke kijk op het leven verdwijnt. Het idee dat er een taal bestaat die niet alleen door mensen begrepen wordt, maar ook door andere bewoners van het oerwoud, is mooi. Maar daar had het magisch realisme beter op kunnen houden. Dat de Zikril-sprekers samenkomen in een grot na hun dood, maakt het geheel wat ongeloofwaardig.

I Dream in Another Language is een lieve film, die meer indruk had kunnen maken als het bovennatuurlijke geloofwaardiger was geweest, en de karakters, vooral van de jonge spelers, iets meer diepgang had gekregen. Maar de film is wel origineel en toont mooie beelden van Mexico, dus het bekijken waard.

 

15 januari 2019

 

ALLE RECENSIES

Imagine

***

recensie Imagine

De eerste vlog, ruim voor het social media-tijdperk

door Alfred Bos

Alleen op de Amerikaanse tv vertoonde film van en over John Lennon en Yoko Ono komt digitaal opgepoetst in de bioscoop. Eerherstel voor de lang verguisde Ono die inmiddels een gevierde kunstenares is.

In 1971 waren The Beatles officieel een jaar uit elkaar, informeel al langer. John Lennon woonde met echtgenote Yoko Ono op het landgoed Tittenhurst Park, vlakbij Ascot. De relaties met zijn ex-collega’s waren wisselend. Het contact met gitarist George Harrison was warm, hij speelde mee op Lennons tweede solo-album Imagine. Drummer Ringo Starr nam landhuis en bijbehorend park over toen de Lennons in het najaar van 1971 naar New York verkasten. Paul McCartney was de gebeten hond, het onderwerp van het snerende How Do You Sleep?

Imagine

Dat nummer staat ook op Imagine en het is de tegenpool van het wereldberoemd geworden titelnummer, dat na Lennons dood in 1980 uitgroeide tot het lijflied van Amnesty International. De reflectie over universele verdraagzaamheid was Lennons droom, zijn ultieme wens, aldus Yoko Ono in de documentaire Imagine uit 1988, over het wordingsproces van Lennons meest beroemde album. Dat beeldverslag heeft dezelfde titel – tikje verwarrend – als de film van en over de Lennons die in december 1972 op de Amerikaanse televisie werd vertoond. Onder supervisie van Yoko Ono is het werkstuk digitaal opgepoetst en verschijnt, aangevuld met bonusmateriaal, alsnog in de bioscoop.

Andy Warhol
In 1971 was George Harrison de meest succesvolle solo-Beatle en Ringo Starr stond in de coulissen klaar om het stokje van hem over te nemen (met dank aan Harrison, die Starrs eerste hit, It Don’t Come Easy, schreef). Paul McCartney daarentegen hing in de touwen, uitgekotst door pers en publiek—en John Lennon. Die maakte optimaal gebruik van zijn faam en reputatie, geïnspireerd – en sommigen zeggen geregisseerd – door Yoko Ono. Want hoe de Imagine-film uit te leggen of te duiden? Amerikaanse critici noemden het de duurste homevideo ooit en al is dat een tikje vals, er zit wat in.

We zien de Lennons op het landgoed, wandelend hand in hand, elkaars lippen beroeren. We zien ze in de straten van Londen een demonstratie leiden. We zien ze in Central Park voor verbaasde omstanders een drollig dansje doen. Kortom, we zien héél veel John & Yoko die héél erg verliefd zijn. En de buitenwereld? Dat zijn de kennissen en beroemde gasten tijdens een besloten borrel op het landgoed. Kijk, daar staat Andy Warhol een paar fotomodellen te filmen. Of dat zijn Hollywood-coryfeeën als Jack Palance en Fred Astaire die opdraven in een dadaïstische beeldsonate voor kamer, deur en diva’s.

Fluxus
Voor Yoko Ono eind 1966 John Lennon ontmoette in Londen, maakte ze in New York deel uit van de avant-gardistische kunstbeweging Fluxus en haar hand is terug te zien in de absurdistische en dadaïstische beelden die in de film de nummers van Lennons album begeleiden. Potje schaak met exclusief witte stukken op een bord met uitsluitend witte vlakken? Een onder een zwarte doek (anno nu denken we boerka) verscholen personage dat door de straten van Londen doolt? Schokkerig walsje in een verlaten steeg? Het had Hans Richter kunnen zijn die een idee van Marcel Duchamps op celluloid vangt.

De film heeft eigenlijk de verkeerde titel, hij zou Imagine/Fly moeten heten. Het album Imagine duurt een kleine veertig minuten en de film ruim een uur; de extra tijd wordt gevuld met muziek van Ono. Lennons songs alterneren met nummers van Fly, Yoko Ono’s dubbelalbum uit 1971 dat indertijd werd gekraakt (in het beste geval genegeerd) maar tegenwoordig als baanbrekend wordt gehoord. Wie een ingeslapen kinderfeestje weer tot leven wil wekken, draait Mind Train; succes verzekerd, kleuters door het dolle heen. En de Duitse band Can heeft er ook naar geluisterd. Mind Train is in Imagine te horen onder de scène met Jack Palance en Dick Cavett.

Het beeld van Lennon is vertekend door de lens van de roem en Imagine is bovenal een film van Yoko Ono, met John Lennon als aanleiding en hun wederzijdse affectie tot onderwerp. Hij is overdadig en tenenkrommend, neigend naar narcisme. Maar hij is ook bruut in zijn openheid en het delen van wat nog niet zo lang geleden als privé werd beschouwd. In feite is Imagine de eerste vlog van het social media-tijdperk dat in 1972 nog niet bestond. Geheel in de geest van Andy Warhol dus en zijn tijd vooruit.
 

14 september 2018

 

Kijk hier waar en wanneer Imagine draait.

 

MEER RECENSIES

Inspirator, De

***

recensie De Inspirator

Is het gras bij de buren wel groener?

door Ries Jacobs

Een managementgoeroe, een ambitieuze zakenvrouw, een werkloze kunsthistoricus en een verveelde huisvrouw. Gooi deze personages in de blender en je hebt De Inspirator, een film over ontrouw aan anderen en aan jezelf. Geslaagd? Jawel, maar toch komen de karakters niet helemaal uit de verf. 

Gijs Schippers verdient zijn geld als inspirator. Hij spreekt zalen vol werknemers toe over verandermanagement. De goeroe staat op het punt om zijn vrouw Elske ‘in te ruilen’ voor de jonge carrièrevrouw Judith, maar wacht op het geschikte moment om het haar te vertellen. Dan overlijdt de broer van Elske plotseling en schuift Schippers het moment van de waarheid voor zich uit.

De Inspirator

Judith wacht ook op het geschikte moment om haar relatie met de werkloze kunsthistoricus Bas te verbreken, maar zit ondertussen tegen haar zin met haar vriend op een kamp voor verstandelijk beperkten. Losgerukt uit hun vertrouwde snelle leventje, vragen de verandermanager en zijn minnares zich af of ze hun relatie wel willen beëindigen en of ze wel echt hun eigen keuzes maken. Is het gras bij de buren wel groener?

Emile Ratelband
Hoofdrolspeler Hans Breetveld, bekend van onder andere de televisieserie Het oude noorden en de films Jan Rap en z’n maat en Lege maag, neemt ook het scenario en de regie op zich. Het lijkt erop dat Breetveld de tijd wil nemen om de karakters neer te zetten. Dit haalt de vaart enigszins uit de film, temeer omdat de karakters aanvankelijk niet goed uit de verf komen. De verandermanagementgoeroe lijkt met uitspraken als “je moet van beren op de weg knuffelberen maken” wel erg op Emile Ratelband en de verstandelijk beperkte vakantiegangers waar Judith en Bas voor zorgen, grossieren aanvankelijk in overacting.

Hierdoor zijn de karakters lange tijd eendimensionaal en de scènes soms voorspelbaar. Dat is jammer, want Breetveld heeft een prima cast weten te strikken voor zijn film. Mary-Lou van Steenis, ooit bekend als Ellen in de televisieserie Vrienden voor het leven, is als enige bij een groter publiek bekend. Maar ook de andere hoofdrolspelers zijn beslist niet van de straat. Allen hebben ze een afgeronde opleiding aan een toneelschool of kleinkunstacademie en een prachtig cv.

De Inspirator

Diesel
Pas halverwege de film, wanneer de personages hun ware gezicht laten zien, begint de film echt te leven. De karakters komen pas tot leven als vriendschappelijke en liefdesrelaties in een neerwaartse spiraal komen en uiteindelijk hun dieptepunt bereiken. Dit maakt het tweede deel van de film meeslepend en soms ook grappig. De Inspirator is als een diesel die langzaam op gang komt, maar uiteindelijk lekker rijdt.

De symboliek van een verandermanagementgoeroe die moeite heeft om de – al dan niet noodzakelijke – veranderingen in zijn eigen leven vorm te geven is natuurlijk een prachtige vondst van de filmmakers. Toch had Breetveld meer uit de film kunnen halen als hij zijn eigen karakter wat subtieler had neergezet. Hij zet zijn personage soms te dik aan, waardoor het bijna een parodie wordt. Als kritiek op het jachtige en oppervlakkige (zaken)leven komt de film dan ook niet helemaal tot zijn recht.
 

3 september 2018

 
MEER RECENSIES

Irma la Douce

Irma la Douce

Listige liefde

door Suzan Groothuis

In deze romantische komedie zien we hoe een prostituee en een agent de liefde vinden. Hoewel dat niet zonder slag of stoot gaat: hij strijdt tegen corruptie en wil dat ze stopt met haar werk. Maar de eigenzinnige Irma laat zich niet zomaar iets vertellen. Met Shirley MacLaine en Jack Lemmon, die opnieuw het witte doek delen na Billy Wilders The Apartment (1960).

Billy Wilder was verantwoordelijk voor zowel de regie als het script van Irma la Douce (1963), een romantische komedie waarin Jack Lemmon en Shirley MacLaine de hoofdrollen sieren. Zij speelt Irma, een eigenzinnige prostituee herkenbaar aan haar zwart-groene outfit, al rokend met haar hondje op de arm. Ze werkt in Rue Casanova, dat ook wel bekend staat als Parijs’ vulgaire hart. Zij is een poule, een prostituee die haar centjes afdraagt aan haar mec, zeg, in nette bewoordingen, haar manager.

Irma la Douce

In Irma’s woon- en werkgebied maakt corruptie de dienst uit. Genoeg werk dus voor een agent, zeker als dat de jonge Nestor Patou (Lemmon) betreft. Patou, strijdend voor de goede moraal, besluit het rigoureus aan te pakken. Alle prostituees worden uit hun werkplek gejaagd en in een politiebusje afgevoerd. Dat hij vlak daarvoor zijn oog heeft laten vallen op de kokette Irma, verraadt het verloop van de film: de twee worden verliefd, maar haar werk komt tussen hen in te staan.

Patou eist van Irma dat zij stopt met haar dubieuze day job. Maar Irma wil haar eigen boontjes doppen en laat zich niet overtuigen. Hardop vraagt ze zichzelf af waarom mannen haar steeds willen veranderen. Dat ze zich omgeeft met minder zuiver volk, neemt ze op de koop toe: “Who wants to be a stray dog? You got to belong to someone, even if he kicks you once in a while”.

Billy WilderBitterzoet en omstreden
Irma la Douce is Wilders bewerking van een Franse musical. Hij schrapte de songs en bewerkte het verhaal tot een bitterzoete mengeling van humor en romance. In Technicolor geschoten toont hij Parijs als een bont, ordinair spektakel. Hulde voor de art direction: er is veel aandacht voor de decors en kostuums. Sommige outfits van de prostituees matchen precies met de gevel waar ze voor staan. En dan is er Irma, immer in verleidelijk zwart-groen gehuld; zelfs haar hondje heeft een eigenwijs groen strikje op de kop. En de groene kousen die haar benen sieren, krijgen nog een functie later in het verhaal.

Voor zijn tijd kan je Irma la Douce een omstreden film noemen. Een over de verlokkingen des levens en het vraagstuk wat moreel wel en niet door de beugel kan. In de woorden van de voice over aan het begin: “A story of passion, bloodshed, desire, and death. Everything, in fact, that makes life worth living.” Het personage van Irma staat voor verleiding; niet voor niets is zij met haar nonchalante aantrekkingskracht de meest gewilde poule van haar straat. En wat zich allemaal in haar wijk afspeelt, wordt oogluikend toegestaan door de autoriteiten, die er zelf maar al te graag aan mee doen. Wanneer Patou alle prostituees en hun klanten oppakt, zit daar ook zijn eigen korpschef bij.

Ondanks dat Irma en Patou verschillend denken over haar beroep, en het ‘live and let live’-principe in Irma’s wijk, worden de twee verliefd. En bedenkt de twijfelende Patou een list om haar voor zich te winnen, zonder dat zij seks heeft met andere mannen.

Irma la Douce

Grote filmhit, maar niet Wilders beste
Irma la Douce was een grote hit toen hij uitkwam, films als The Great Escape en The Birds overtreffend. Inmiddels is het een van de minder bekende Wilder-films, overschaduwd door meesterwerken als Sunset Boulevard, Some Like It Hot en The Apartment. Toch is het een duidelijke Wilder, voorzien van cynisme en provocatie (neem de gedurfde onderwerpkeuze van betaalde seks!).

Hoewel vermakelijk, is het niet Wilders beste: de film kent behoorlijk wat slapstickmomenten. Neem de flauwe lampenscène in de bar waar Patou in gevecht raakt met een van de mecs. Of zijn ludieke, over the top personificatie van een Britse aristocraat.

Het verhaal is het sterkst in het begin, waar we kennismaken met de gewiekste Irma en hoe zij in het leven staat. Omstreden, eigenwijs, cynisch en tegelijkertijd teder en charmant. Het verhaal ontvouwt zich tot een lange (met een speelduur van bijna 2,5 uur) rollercoaster vol dwaze avonturen. Patou, de grenzen van zijn eigen moraal opzoekend, trekt onstuimig en onhandig alles uit de kast om Irma voor zich te winnen – en voor zichzelf te houden. En ook al gaat het credo ‘de aanhouder wint’ op, aan het einde word je als kijker eventjes verrast door een surreëel spelletje van Wilder. Maar dat is voor een ander verhaal, zoals een van de personages stijlvol afsluit.

 

3 augustus 2018

 

Deze film draait binnenkort o.a. in EYE Amsterdam. 

 

MEER BILLY WILDER

Isle of Dogs

***

recensie Isle of Dogs

Dystopische poppenkast

door Sjoerd van Wijk

Isle of Dogs is een dystopische poppenkast (met stemmen van een grote sterrencast) die het universum van schrijver/regisseur Wes Anderson uit weet te breiden.

In een nabije toekomst zit de fictieve Japanse metropolis Megasaki met een hondenprobleem. De dieren zijn geïnfecteerd met een ongeneeslijke ziekte, die semi-dictator Kobayashi doet besluiten hen te verbannen naar het nabijgelegen afvaleiland. De film volgt de avonturen van vier honden, die samen met een jongetje op zoek gaan naar de hond van de laatste. Een complicatie is dat het jongetje de geadopteerde zoon van Kobayashi (Koyu Rankin) is en de missende hond zijn voormalige wachthond. Terug in de grote stad komt langzaam maar zeker een opstand op gang, aangevoerd door een eigenzinnige uitwisselingsstudente (Greta Gerwig). 

Isle of Dogs

Bekend terrein
Deze tweede stop-motion film (na The Fantastic Mr. Fox) laat wederom zien hoezeer deze techniek past bij Wes Andersons droogkomische oog voor detail. Het is vanaf het eerste moment duidelijk wie de film heeft geregisseerd. De gebruikelijke gestileerde mise-en-scène en strak gevoerde camera creëren in combinatie met de stop-motion techniek een betoverende poppenkast. De permanente pokerfaces van de karakters en de verfijnde details in de decors werken droogkomisch dankzij de minutieus getimede camerabewegingen.

De creaties van klei versterken waar Wes Anderson goed in is: het creëren van een wereld die meandert tussen kinderlijke fantasie en volwassenen oprechtheid. Normaliter gaat deze spanning gepaard met een melancholische ondertoon, alsof iedereen zich realiseert dat de terugkeer naar de kindertijd onmogelijk is. Het is hier dat Isle of Dogs voor Wes Anderson onbekend terrein betreedt. 

Exotica
Naast de gebruikelijke stilistische kenmerken is het met name prijzenswaardig dat in Isle of Dogs een nieuwe dimensie in het universum van Wes Anderson wordt aangeboord. De melancholische ondertoon maakt pas op de plaats voor de bouw van een vervallen wereld met subtiele sociale kritiek. Het futuristische Japan komt op volledig eigenzinnige wijze net zo inlevend buitenaards over als klassieke anime’s zoals Ghost in the Shell.

Er wordt volop in het Japans zonder ondertiteling gesproken en vele van de zo bekende details zijn geschriften in kanji of Japanse symboliek. Het maakt de film tot een waar exotisch theaterspel waaruit respect voor het land blijkt. Dit zorgt ervoor dat de dystopie van de mens die haar trouwste metgezel aan de kant zet innemend vervreemdend overkomt. Zo wordt op ludieke wijze herinnerd aan de huidige milieuproblematiek, wat de film hoopvol maakt in plaats van te kapitaliseren op misère. 

Isle of Dogs

Verstijvende tijd
De cast is zoals altijd gevuld met (de gebruikelijke) sterren, van wie ditmaal Bryan Cranston als trotse zwerfhond de show steelt. Toch zit hier ook de zwakte van de film. De karakters voelen onderontwikkeld, waardoor de taferelen op een afstand blijven. Het is een gebruikelijk defect in de regiestijl van Wes Anderson, waar karakters al snel te stijve ornamenten in het decor dreigen te worden.

In Isle of Dogs lijkt er echter ook in het scenario te weinig aandacht te zijn geweest om meer dan rudimentaire motivaties aan alle personages te geven. Het zorgt er tevens voor dat het tempo van de film niet lijkt te stroken met de wendingen van het verhaal. De flashbacks die meer achtergrond horen te geven, halen de vaart uit het avontuur door de houterige wijze waarop ze het tempo opbreken. 

Uiteindelijk is Isle of Dogs daarom niet een volledig geslaagd experiment. Aan de ene kant excelleert Wes Anderson door zijn regiestijl te gebruiken om een volledig nieuwe waarlijk exotische wereld te bouwen. Aan de andere kant is het scenario onderontwikkeld en komen de gebruikelijke zwaktes van zijn karakters naar voren.
 

4 mei 2018

 
MEER RECENSIES