Vox Lux

***
recensie Vox Lux

Zwarte zwaan wordt popicoon

door Tim Bouwhuis

In de traumatische nasleep van een school shooting zingt een tienermeisje een lied van verstilde wanhoop. Voor ze het weet heeft haar stem een natie verenigd. Zingen en dansen doet ze in de kooi van een studio, onder het toeziend oog van een producer in schaapskleren.

Celeste (‘hemels’) overleefde de schietpartij op miraculeuze wijze, maar het wordt snel duidelijk dat die ene gebeurtenis haar de rest van haar leven zal blijven achtervolgen. In het diep ongemakkelijke Vox Lux transformeert een jonge zangeres in een beroemd popicoon. Als de jonge actrice Raffey Cassidy halverwege de film van het toneel verdwijnt, neemt Natalie Portman een vlucht, met het advent van de eenentwintigste eeuw in haar kielzog. Als een zwaan die nooit wit is geweest.

Vox Lux

Misleid
Vox Lux
(‘stem van het licht’) draagt het stempel van een zelfbewuste maker. De dertigjarige Brady Corbet acteerde in films als Mysterious Skin, Funny Games U.S. en Martha Marcy May Marlene voordat hij in 2015 met een mateloos fascinerend regiedebuut kwam. The Childhood of a Leader, een onbehaaglijke vertelling over een onaards kind, heeft het effect van een donderslag bij heldere hemel. Desondanks sprak de film slechts een zeer beperkt publiek aan, laat staan dat hij in aanmerking voor een Nederlandse release kwam.

De strategie van Vox Lux is duidelijk anders, getuige de upgrade in naamsbekendheid (Portman, Jude Law als de producer) en de zorgvuldig gekanaliseerde promotie-inzet op Portmans rol als popzangeres. Het International Film Festival Rotterdam (IFFR) presenteerde Vox Lux als één van de toonaangevende titels in de als mainstream geafficheerde Voices-sectie. Op die manier had het er, kortom, de nodige schijn van dat Corbets tweede inhoudelijk ‘toegankelijker’ zou zijn dan zijn intrigerende debuut. Niets is minder waar.

Voorbereid
Op stilistisch vlak is Vox Lux, geheel gelijk haar voorganger, een stuk ambitieuzer dan ze zich ten aanzien van veel kijkers waarschijnlijk zal kunnen permitteren. Welbewuste interventies in de montage doorbreken de continuïteit van het scenario; beelden van een tweede schietpartij worden op een onderhuids ongemakkelijke manier met de vervreemdende realiteit van de film verweven. Deze waanzin is een stuk inzichtelijker als je bekend met Corbets eerder genoemde debuut. Ook in The Childhood of a Leader is de droom van een kind leidend voor de verdere afwikkeling van het verhaal.

Vox Lux

Een speciale vermelding moet uitgaan naar de onlangs overleden componist van Corbets werk, Scott Walker (ex-frontman van The Walker Brothers). Zijn schurende scores voor The Childhood of a Leader en Vox Lux scheppen majestueuze sleutelscènes, die zichzelf zonder uitzondering verheffen tot dreigende voorbodes van de dingen die komen gaan. Beide films maken een enigma van de toekomst; de beeldtaal houdt meer achter dan ze openbaart.

De regie kwijt
Het cruciale verschil tussen Corbets debuut en Vox Lux is dat die laatste film een voice-over bevat. De schrijvende cineast benut die om de kern van het mysterie boven de personages te verheffen. Op een paar gezette momenten in Vox Lux stopt het rad van chaos voor even met draaien, waarop de stem van Willem Dafoe de dingen vertelt die we anders niet zouden zien. Tenminste, dat lijkt de insteek: in feite ondermijnt de expliciete rol van de alwetende verteller de kracht van de suggestie. Die suggestie begint nog als een koortsdroom, maar kristalliseert in de tweede filmhelft als een opzichtig uitgelijnde reflectie van een popindustrie die werkelijk alles in zich opneemt. Ze rooft mensen en laat losse hulzen achter; in de slotakte danst een schmierende Portman op zielloze popbeats. De stem van het licht gaat uit als een nachtkaars.

 

14 april 2019

 

ALLE RECENSIES

Clovehitch Killer, The

***
recensie The Clovehitch Killer

De schone schijn

door Suzan Groothuis

Een klein stadje in de VS is na tien jaar nog steeds in de ban van de ‘Clovehitch Killer’, een seriemoordenaar die minstens tien moorden op zijn naam heeft staan. Wanneer tiener Tyler vermoedt dat zijn eigen vader wel eens de moordenaar kan zijn, komt zijn wereld op zijn kop te staan. 

Het begin van de film doet anders vermoeden. Tyler komt uit een typisch picture perfect gezin: christelijk opgevoed en geliefd in de gemeenschap. Zijn vader Don leidt met devotie een groep scouts, van wie Tyler er één is. En noemt zijn zoon steevast bud. Jawel, een vader en zoon met een goede band.

The Clovehitch Killer

Wanneer Tyler de truck van zijn vader leent om met een meisje op stap te gaan, ontdekt zij – net als ze een beetje willen gaan rommelen met elkaar – een verfrommelde foto. Het lijkt een knipsel uit een bondagetijdschrift. Voor het meisje een reden om de date onmiddellijk te beëindigen. De volgende dag krijgt Tyler het zwaar te verduren, want hij wordt er van beticht een viezerik te zijn. Zijn onschuld bewijzen, heeft weinig zin. Hij krijgt louter vuile blikken toegeworpen, zelfs van een goede scoutvriend. Maar wat nog schokkender is dan een pervert genoemd worden, is de gedachte dat de foto van zijn vader is.

Kinky seks
Terwijl zijn vrienden Tyler links laten liggen, zoekt hij contact met outsider Kassi. Zij blijkt zich gespecialiseerd te hebben in de ‘Clovehitch’-zaak. Getriggerd door feitjes uit het politieonderzoek gaat Tyler anders tegen zijn vader aankijken. Zo brengt Don wel heel veel tijd door in zijn schuur (Tyler’s moeder: “Your father has his own hobbies”) en is hij een expert in knopen leggen. De ‘Clovehitch’-moordenaar heeft ook iets met knopen, want hij dankt zijn naam aan de manier waarop hij zijn slachtoffers vastbond. Tyler besluit op onderzoek te gaan en vanaf dat moment gaat het hard met de verwikkelingen. Van tijdschriften over kinky seks tot een vondst die wel heel direct lieert aan een seriemoordenaar: zijn vader blijkt complexer dan Tyler dacht.

The Clovehitch Killer is niet zozeer een whodunit, maar toont de misleiding van de schone schijn. Want wat doe je als een vertrouwd iemand in je omgeving anders is dan je dacht? Dit gegeven werkt in de start van de film, waarin de relatie tussen Tyler en zijn vader goed lijkt, maar je er ook iets ongemakkelijks in bespeurt. De twee acteurs spelen overtuigend: Charlie Plummer als Tyler timide en introvert, en Dylan McDermott als Don amicaal met een voelbare onderliggende dreiging. Zo is er een sterke scène in Dons schuur, waar hij een lastig gesprek met Tyler voert over seks. Als kijker voel je dat er meer aan de hand is: Don wéét dat Tyler heeft lopen snuffelen. In zijn monoloog sijpelt het geloof in alle facetten door: aan seks denken mag, maar doen is een ander ding. Zijn woorden vormen een groot contrast met de daden van ‘The Clovehitch’-moordenaar. Na afloop van het gesprek spreekt pa de opgeluchte woorden uit: “Awkward talk with dad, over!”

The Clovehitch Killer

Monster in de mens
Meer van zulke scènes had de opbouwende spanning tussen vader en zoon goed gedaan, maar regisseur Duncan Skiles kiest voor een andere weg. Tyler en Kassie komen door hun eigen geknutselde onderzoek in situaties die de geloofwaardigheid niet ten goede komen, zoals het pijlsnel vinden van belastend bewijsmateriaal. Het grootste probleem ligt echter in Tylers loyaliteit naar zijn vader. Hoe meer tekenen er zijn dat Don ‘Clovehitch’ is, hoe makkelijker Tyler zich door hem laat manipuleren. Waar er allang politie in het spel had moeten zijn, modderen de twee tieners aan met iemand die hoogstwaarschijnlijk een meedogenloos beest is.

Tylers loyaliteitsconflict brengt ons uiteindelijk naar het einde, waar nog wat geforceerde wendingen aan vooraf gaan. The Clovehitch Killer is zeker niet zonder haken en ogen, maar beklijft door het sterke acteren en het achterliggende idee dat in ieder mens een monster kan schuilen. Het gegeven van slechtheid in de mens is niet nieuw, maar de film roept de vraag op wát we ermee doen als zoiets uitkomt. Blijven we de schone schijn ten bate van onszelf of onze gemeenschap ophouden, of doorbreken we die? Dat is iets dat in deze roerige tijden, waarin mensen met zoveel dingen wegkomen, tot nadenken stemt.

 

27 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

Thunder Road

***
recensie Thunder Road

Dans voor overleden moeder

door Cor Oliemeulen

De politie kan in deze roerige tijden wel een beter imago gebruiken. Thunder Road schetst een tragikomisch portret van een agent die het allemaal heel goed bedoelt, maar wordt gehinderd door een naderende zenuwinzinking.

Jim Arnaud werkt zes jaar bij de politie in een klein Texaans stadje. Hij is gescheiden en dreigt de voogdij over zijn dochtertje te verliezen. Jim oogt erg nerveus, is soms onvoorspelbaar, praat veel en regelmatig over irrelevante zaken, en heeft sinds het recente overlijden van zijn moeder zijn emoties niet meer onder controle. Mensen die hem niet beter kennen, zouden hem compleet gestoord kunnen noemen en hem liever in een dwangbuis zien dan in een politie-uniform. Maar wij als filmkijkers leren Jim wel wat beter kennen. Hij heeft ontegenzeggelijk zijn hart op de goede plaats, maar dat hart een tikkeltje minder luchten, zou prettig zijn.

Thunder Road

Groot talent
Jim Cummings, die de hoofdrol speelt en de film regisseerde, blijkt in die beide hoedanigheden een groot talent. Als acteur creëert hij met gemak binnen tien seconden een heel arsenaal aan uiteenlopende emoties, terwijl hij als regisseur en producer zijn hele ziel en zaligheid in zijn speelfilmdebuut Thunder Road heeft gelegd. Met crowdfunding haalde hij een paar ton op, huurde vooral mensen uit zijn eigen omgeving in en distribueerde zijn film zelf naar een dertigtal Amerikaanse bioscopen. Gelukkig heeft de film nu ook de Nederlandse bioscoop bereikt.

Vanwege het gebrek aan voldoende financiële middelen maakte Cummings eerder zo’n tien korte films waarmee hij veel kon leren over narratief en techniek. Bijna alles nam hij op in één lang shot, waardoor situaties indringend worden omdat je als kijker maar één perspectief van een bepaalde, vaak absurde, gebeurtenis hebt. Dat experimenteren leidde in 2016 tot de briljante kortfilm Thunder Road (kijken!) die werd overstelpt met vele awards, zoals de juryprijs van het Sundance Film Festival. De monoloog van een man die wordt verteerd door herinneringen en verdriet tijdens zijn toespraak bij de kist van zijn overleden moeder is een klein meesterwerk van schrijven, regisseren en acteren. Het succes van de korte film smaakte naar meer en leverde Cummings’ eerste speelfilm met dezelfde titel op.

Heerlijk ongemakkelijk
Thunder Road, de prachtige openingstrack van het legendarische Bruce Springsteen-album Born to Run (1975), is het slaapliedje dat Jim Arnauds moeder vroeger altijd voor hem zong. “Iedereen rouwt op zijn eigen manier”, zegt de uitvaartleidster wanneer Jim met een roze cd-spelertje naar voren komt om iets over zijn lieve moeder te vertellen en al een idee heeft wat de komende tien minuten staat te gebeuren. Jims moeder runde een balletschool en was een vrije geest. Net zoals Springsteen zingt over gewone zielen in het andere Amerika en hen aanmoedigt om hun lusteloze levens te veranderen, kon ook zij zomaar in een auto stappen en vertrekken.

Thunder Road

Jim spreekt mooie woorden, stamelt, stottert, snottert. Zo intens aangrijpend dat de kijker voortdurend laveert tussen medelijden en verwondering. Buiten beeld wordt Jim op de moeilijkste momenten rustgevend toegesproken, getroost en aangemoedigd om zijn hart te volgen en zijn emoties de vrije loop te laten. Dan start de cd en horen we de piano en de mondharmonica. Bruce begint te zingen. En Jim zingt – door een zee van tranen en gebroken keelklanken – vol overgave met hem mee. Alsof dat nog niet confronterend genoeg is, doet Jim ook nog een maf dansje. Zelden zag je een dodelijkere combinatie van ontroering en ongerief op het scherm. Hoe jammer is het dan dat Jim in de speelfilm niet meezingt en hier ook de muziek niet is te horen (ditmaal werkt de cd-speler niet), maar gelukkig is zijn dansje wel gebleven.

Alle goede bedoelingen, originele invalshoeken en spitsvondigheden ten spijt schuilt in het uitbreiden van een korte film tot een lange film het gevaar van minder sterke fragmenten. We leren onze welwillende politieagent Jim Arnaud weliswaar een stuk beter kennen en hebben begrip voor zijn moeilijke levensfase, maar kunnen hem door enkele flauwigheden (Jim heeft ‘s nachts zijn koelkast gesloopt omdat hij dacht dat het een inbreker was) en ongepastheden (Jim slaat een zojuist overleden vrouw in het gezicht) moeilijk onze onvoorwaardelijk sympathie schenken. Echter vertolker Jim Cummings is zo oorspronkelijk, talentvol en heerlijk ongemakkelijk dat we reikhalzend uitzien naar zijn tweede speelfilm.

 

26 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

Private War, A

**
recensie A Private War

Vrouw verslaafd aan oorlogsleed

door Cor Oliemeulen

Wat beweegt iemand haar leven te riskeren door in oorlogsgebieden menselijk leed te verslaan? In A Private War kunnen we het antwoord niet goed ontdekken, maar zien we wel een authentieke held.

Een liefdesbrief aan de journalistiek en een hommage aan een van de meest gevierde oorlogscorrespondenten van deze tijd, Marie Colvin (Rosamund Pike), die keer op keer haar leven op het spel zette om de harde waarheid te publiceren. Dat was de insteek van de Amerikaanse documentairemaker Matthew Heineman toen hij met A Private War zijn eerste speelfilm ging maken. Focus op betrouwbare nieuwsgaring is volgens hem noodzakelijk in deze tijd waarin feiten en nepnieuws als bijna vanzelfsprekend inwisselbaar zijn ter ere van politieke propaganda en persoonlijk gewin.

A Private War

Onverwoestbaar
Het biografische oorlogsdrama, dat in episodische gebeurtenissen toewerkt naar die fatale dag in 2012 in de totaal verwoeste en ontredderde stad Homs, zou je enigszins bevooroordeeld kunnen noemen. De Syrische president Bashar al-Sadat bombardeert niet alleen tegenstanders van zijn regime maar ook onschuldige vrouwen en kinderen, terwijl dubieuze handelingen van de geallieerden geheel buiten schot blijven. Heinemans keuze heeft echter weinig te maken met politieke propaganda, hij vertelt slechts het verhaal van de moedige, onverwoestbare, oorlogsverslaafde Colvin, die op haar beurt lijdende burgers een stem en een gezicht gaf. Die keuze is zowel het sterke als het zwakke aspect van A Private War.

Zuipend, kettingrokend en vloekend, ging de in Amerika geboren Britse oorlogscorrespondente van The Sunday Times soms ten onder aan haar eigen demonen. Altijd emotioneel betrokken, maar zonder vrees; althans minder bang dan de oorlogsslachtoffers, zoals ze zelf zei. Of het nu was tijdens schermutselingen tussen het Sri Lankaanse leger en de Tamil Tijgers waarbij ze door een granaatinslag het zicht van haar linkeroog verloor, bij de opgraving van een massagraf bij de Iraakse grens, een bomexplosie in Afghanistan of haar interview met een van de eerste politieke slachtoffers van de Arabische Lente, de Libische premier Moammar Gaddafi die door Marie Colvin uiterst confronterend in een interview wordt aangepakt en niet lang daarna naakt en bebloed op de grond ligt terwijl opstandelingen lachend selfies naast de doodgemartelde dictator maken.

Trauma’s
We zien ook Colvin worstelen met trauma’s, maar steeds moet ze van zichzelf (en soms van de krant) weer naar de frontlinie om schrijnende verhalen van onzichtbaar gebleven slachtoffers te vertellen. Niets van embedded journalism voor haar; als een peloton reporters in 2003 door het Amerikaanse leger wordt geïnstrueerd om tijdens de invasie van Irak in het kielzog van de militaire troepen te opereren, regelt de eigenzinnige Colvin op de achtergrond een freelance fotograaf die jarenlang zal fungeren als haar ‘tweede’ oog op het oorlogsleed en als tolk in de meest precaire omstandigheden.

Qua drama is A Private War geen slechte Hollywoodfilm, met weliswaar een voorspelbaar verloop en verstoken van noemenswaardige verrassingen. Rosemund Pike speelt een van haar meest geloofwaardige rollen, hoewel we haar eigen intense pijn nog meer hadden mogen voelen. Dan rest een weinig gecompliceerde geschiedenis van een vrouw die was verslaafd aan oorlogsleed en zich kennelijk verantwoordelijk voelde om de mensheid daarmee te confronteren. Een ware held(in) met het nobele doel de wereld beter te maken. Iemand die kon vermoeden dat ze in het harnas zou sterven.

Daarmee houdt de film op en mag de held terecht worden geëerd. Behalve als je meer over Colvins werkelijke drijfveren en persoonlijke achtergrond had willen weten. Samen met de eenzijdige blik op een cruciaal stukje wereldgeschiedenis blijft Heinemans speelfilmdebuut aan de fragmentarische en vlakke kant dat onvermijdelijk inspeelt op sentiment en onbehagen. Als iemand na afloop van de film geïnspireerd is om zich aan te melden als oorlogscorrespondent is dat natuurlijk mooi meegenomen.

 

22 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

High Life

****
recensie High Life

Alfa-aap van het niets

door Alfred Bos

De voorlaatste film van de Franse regisseur Claire Denis draaide om gemis van liefde. Ook in haar nieuwe, eerste Engelstalige werkstuk, een sciencefictionfilm, staat afwezigheid centraal. Ditmaal ontbreekt de zin van het leven.

High Life speelt zich geheel af in een ruimteschip met een respectabel aantal kilometers op de teller. Het vehikel is uitgewoond en metaalmoe, het begint kuren te vertonen en de voorraden zijn niet eindeloos herbruikbaar. Ook de bemanning (spreken we in politiek correcte tijden, met excuses aan robots, van bemensing?) van deep space vehicle 7 is niet okselfris meer. Nooit geweest overigens, want het team bestaat uit terdoodveroordeelde misdadigers.

High Life

Het schip is onderweg naar een zwart gat, om daar de energie af te tappen die op een uitgeputte aarde wordt begeerd—een bestaande wetenschappelijke theorie, vernoemd naar fysicus Roger Penrose. De reis is een experiment uit nood, in feite een zelfmoordmissie. De thuisplaneet en het leven aldaar zijn ver weg. Het ruimteschip is een eiland in de immense leegte, het vroegere bestaan een vage herinnering. De veroordeelden zijn op elkaar aangewezen, bijgestaan door een arts, Dr. Dibs (Juliette Binoche krijgt wederom een hoofdrol van Denis), met een strafblad en een sinistere agenda.

Existentiële leegte
High Life is de eerste Engelstalige productie van Claire Denis (Un Beau Soleil Intérieur, Les Salauds) en het is, met haar genadeloze kijk op de menselijke natuur en de compromisloze wijze waarop ze die verbeeldt, onmiskenbaar een Denis-film. High Life staat in een lange sciencefictiontraditie, maar wijkt daar niettemin op een wezenlijk punt vanaf. Geen weidse avonturen in deep space van een heroïsch gezelschap, zoals in de boeken van A. Bertram Chandler en James Blish; geen claustrofobe horror à la Alien of Event Horizon; niet de spirituele bespiegeling van Tarkovsky’s Solaris of Kubricks 2001, geen vertoon van menselijk vernuft zoals verbeeld in Interstellar en The Martian noch de ecologische boodschap van begin jaren zeventigfilms als Silent Running en Soylent Green.

High Life heeft een ironische titel. Hij staat voor drama van het existentiële soort. Wat rest er van het bestaan als alles – zekerheid, toekomst, verwanten en vrienden, cultuur, schoonheid, inspiratie, tijd – is weggevallen en de wereld is gekrompen tot een buitenmodel koekblik met ouderdomskuren? Het antwoord is seks.

Waar die seks toe leidt, is minder duidelijk. Het slot van de film laat zich op tegengestelde manieren uitleggen. Als ode aan wilskracht en liefde, schakels die bestand zijn tegen het bruutste wat het universum heeft te bieden. Of als ultieme ontgoocheling: alles, ook liefde, verdwijnt in een zwart gat. Uiteindelijk is er niets. We hebben enkel elkaar.

High Life

Zwart gat als metafoor
Het punt van High Life is niet het verhaal van Monte (Robert Pattinson, Maps to the Stars) , Dr. Dibs en het gezelschap van gestoorde, gebroken en door het leven gekneusde lotgenoten op reis naar het niets. Het punt van de film is dat hij draait om alles wat er niet is, wat het bestaan glans geeft. Die afwezigheid, dat metaforische zwarte gat, doet duidelijker uitkomen wat wezenlijk is. Door het gemis wint het aan gewicht. Maar wat betekent gewicht in een omgeving van gewichtsloosheid?

Een film die het niet moet hebben van plot of spektakel, waarin de personages vaag blijven en de sfeer – opgeroepen via de geluidsband: de brommende machines en het gekreun van het ruimteschip creëren een sluier van ruis – centraal staat, zo’n film steunt in de eerste plaats op de acteurs. Denis heeft een fraai stel bij elkaar gebracht. Pattinson is geknipt voor de rol van gevaarlijke, maar sensitieve man. Hij wordt ongewild de alfa-aap van de groep verstotenen, waarin we onder meer André Benjamin (André 3000 van het hiphopduo OutKast), Mia Goth (Suspiria) en Claire Tran (Valerian and the City of a Thousand Planets) herkennen.

In het totale isolement komen de diepmenselijke trekken boven. De reizigers zijn tot elkaar veroordeeld, maar harmonieus is het gezelschap allerminst en de kilheid van hun situatie kan de extremen niet dempen. Al het dierlijke dat de mens eigen is, komt tijdens de reis naar buiten. En bepaalt uiteindelijk het lot van Monte. Is hij een Kaïn, een Lazarus, een Jezus of een Adam? Hij is bovenal menselijk, ook in de peilloze leegte van het heelal.

High Life

Niet-lineair verteld
High Life is arthouse-sciencefiction. De film gebruikt de situaties en tropen van het genre en herschept ze tot een reflectie op levensvragen. Het verhaal in het ruimteschip wordt niet-lineair verteld, inclusief flashbacks naar het leven vóór de missie, waardoor het gebrek aan dialoog nauwelijks opvalt. De kijker moet de situatie, de personages en hun onderlinge relaties samenstellen uit de informatie die stilaan wordt prijsgegeven, en details die in het voorbijgaan niet direct opvallen maar betekenisvol zijn.

Claire Denis gebruikt een breed scala van beelden, van horror en gore tot niet zo pastorale natuur (ze echoën Solaris). Er zijn briljante momenten, zoals de scène met Dr. Dibs in de masturbatiekamer, de Fuckbox. En de lege handschoen die gewichtsloos door het vacuüm zweeft en een spook suggereert, iemand die er niet is. Of het zeemansgraf van dode teamleden die in formatie en in slow motion over het scherm schuiven—een beeld dat even poëtisch als verontrustend is. Net als de film.

 

12 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

Front Runner, The

***
recensie The Front Runner

Politicus gaat vreemd

door Cor Oliemeulen

Stop de persen! De senator gaat vreemd! Met de buitenechtelijke escapades van de Amerikaanse presidentskandidaat Gary Hart eind jaren tachtig veranderde de rol van de media voorgoed.

De Canadese regisseur Jason Reitman (Juno, Tully) baseerde zijn biografische drama The Front Runner op het boek All the Truth Is Out: The Week Politics Went Tabloid (2014) van de Amerikaanse schrijver Matt Bai. Laatstgenoemde produceerde het filmscenario samen met Jason Reitman en Hillary Clintons voormalige perschef Jay Carson, die eerder meeschreef aan de politieke serie House of Cards.

The Front Runner

Privé
De onthullingen over Gary Harts scheve schaats komen nadat de rijzende politicus terloops tegen een journalist van The Washington Post zegt dat hij niets te verbergen heeft. Medewerkers van de minder serieuze Miami Herald willen dat maar al te graag checken en posten net zo lang bij Harts onderkomen totdat ze hem kunnen fotograferen met een jonge vrouw aan zijn zijde. Terwijl het campagneteam de bui al ziet hangen en strategisch de bakens wil verzetten, weigert Hart categorisch om op zijn privéleven in te gaan. Dat maakt zijn rol zowel in de verkiezingsstrijd als in de film ondergeschikt.

Hoewel Hugh Jackman geloofwaardig is als de goed uitziende, relatief jonge en soms koppige democratische senator met presidentiële ambities verbleken zijn acteerprestaties naast die van Vera Farmiga (eerder te zien in Reitmans Up in the Air) als Harts echtgenote, J.K. Simmons (Juno en Up in the Air) als zijn campagnemanager en Sara Paxton als zijn love interest die een en al eighties uitstraalt. Het titelpersonage blijft letterlijk en figuurlijk op afstand. Er is weinig ruimte voor zijn politieke ideeën en buiten zijn charismatische voorkomen blijft het gissen waarom hij jongeren zo aansprak. Gary Hart blijft ongrijpbaar, maar wordt in alle omstandigheden sympathiek opgevoerd, ook als ontrouwe echtgenoot.

Journalistiek
The Front Runner
is dan ook geen karakterstudie – Jackman is op zijn best en vertrouwdst tijdens een potje bijlwerpen op een campagnebijeenkomst – maar vooral een verhaal over de tendentieuze rol van media die buitenechtelijke affaires interessanter vinden dan politieke visies. Juist vanaf eind jaren tachtig, de periode waarin de film zich afspeelt, hebben media de neiging om de behoefte van het publiek te volgen. En hoe meer je aan die sensatiezucht tegemoet komt, hoe meer geld je ermee kunt verdienen. Begonnen in Amerika, inmiddels als epidemie over de hele wereld uitgewaaierd.

The Front Runner

Terwijl het script weinig ruimte laat voor enige karakterontwikkeling van de hoofdpersoon krijgt de verschuiving van serieuze berichtgeving naar riooljournalistiek wel de nodige dynamiek en diepgang. De roep om meer en sappiger nieuws over de mens achter de functie past bij de maatschappelijke ontwikkelingen en Gary Hart, die in 1988 streed om koploper van de Democraten te worden, was een van de eerste slachtoffers. Terecht of onterecht? Die conclusie laat Jason Reitman de kijker zelf trekken.

Infotainment
Reitmans docudrama toont hoe hard nieuws plaatsmaakt voor zacht nieuws en hoe journalistieke integriteit ondergeschikt wordt aan infotainment. Zien we in The Post hoe Tom Hanks als Ben Bradlee, hoofdredacteur van The Washington Post, in 1972 nog uiterst zorgvuldig afweegt hoe en wanneer zijn toen nog onbeduidende krant het Watergate-schandaal zal publiceren, in The Front Runner gaat diezelfde hoofdredacteur (Alfred Molina) wel over een nacht ijs: geruchten en suggestieve foto’s vormen voldoende motivatie om te berichten over (vermeende) buitenechtelijke escapades van een veelbelovende politicus. Je zou de boot maar missen!

Publiciteit moet gaan over politiek en niet over de persoon achter de politicus, luidt het motto van Gary Hart. Jason Reitman draagt met The Front Runner dezelfde boodschap uit. Hoezeer zijn regie als vanouds vakkundig is en hij de tijdsgeest uitstekend neerzet, voelt Reitmans film overbodig en is hij niet bijster interessant voor kijkers onder de vijftig. Het wachten is op een smeuïge reconstructie van hoe een Democraat het in de jaren negentig wél tot president zou schoppen, Bill Clinton. Een film met als titel The Intern, Her President & His Cigar zal eerder volle zalen trekken.

 

2 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

Minding the Gap

****
recensie Minding the Gap 

Skateboarden geneest hartzeer

door Alfred Bos

Drie vrienden groeien op in Rockford, Illinios, en delen een passie voor skateboarden. Bing Liu is een van hen, en filmt alles, twaalf jaar lang. De problemen die ze thuis hebben, vervagen wanneer ze op hun boards door de straten zoeven. 

Bing Liu maakt al op jonge leeftijd filmpjes van het skateboarden en van zijn vrienden. Waarschijnlijk toen nog niet wetende dat hij dit materiaal later zou verwerken in een documentaire.  En zeker niet dromende van een Oscarnominatie voor zijn documentaire Minding the Gap.

Minding the Gap

Skateboarden
De film focust in het prille begin vooral op het skateboarden, waardoor je als kijker denkt dat je werkelijk naar een film over skateboarden gaat kijken. Aangezien Liu zelf ook goed skateboardt, kan hij zijn vrienden perfect volgen en hun acties in heerlijke beelden vastleggen. We voelen de vrijheid, de snelheid en de energie die het boarden geeft.

Maar de film gaat over veel meer dan skateboarden: opgroeien, volwassen worden, vriendschap, en gescheiden families. Daardoor doet de film denken aan Boyhood (2014), waar ook over een tijdspannen van twaalf jaar is gefilmd.

Gelukkig
Liu volgt het leven en de perikelen van twee van zijn vrienden, Zack Mulligan en Kiere Johnson. Net als hijzelf komen ook zij niet uit gelukkige gezinnen waar vader en moeder nog samen zijn. De film is nog niet vergevorderd als we erachter komen dat Zack met zijn vriendin Nina een kindje verwacht.

Waar het even lijkt alsof ze de komst van de kleine goed samen oppakken, blijkt dat al snel een illusie en worden de ruzies steeds akeliger. Liu probeert beide kanten van het verhaal te achterhalen, en niet alleen de kant van zijn vriend te belichten. Het levert wel een klein scheurtje in de vriendschap op. Het verleden lijkt zich te herhalen.

Minding the Gap

Kindermishandeling
Zijn andere vriend Kiere Johnson is iets jonger en heeft bij z’n vader gewoond totdat deze overleed. Wanneer Kiere zijn kamer uit glipte om te skateboarden en hij daarvan thuis kwam, werd hij door zijn vader ‘gedisciplineerd’. Tegenwoordig zou dat kindermishandeling heten, zo zegt hij. Kiere’s lach is aanstekelijk, zijn tranen echt.

Hij heeft door zijn vader geen makkelijke jeugd gehad, maar hij mist hem ook. Met zijn baantje als afwasser en later in de bediening weet hij geld voor zichzelf en voor z’n moeder te verdienen. Kiere heeft veel blanke vrienden, maar is dat zelf niet, en dat is niet altijd makkelijk. Maar, zo zei zijn vader: ‘zwart zijn is cool, want elke dag kun je mensen hun ongelijk bewijzen’.

Open
Liu komt zelf ook aan bod. Hij interviewt zijn moeder over de mishandeling bij hen thuis, want zijn stiefvader sloeg Liu en zijn halfbroer. Het is dapper en confronterend dat hij dit gesprek knap met zijn moeder aangaat. Hij is gegroeid als filmmaker en na al die jaren, en naar het einde van de film, is het goed om ook zijn verhaal te horen.

Dat doen niet alleen Liu en zijn moeder, ook zijn vrienden stellen zich open. Ze zijn gewend aan de camera en storen zich niet aan het feit dat Liu vaak en veel gefilmd zal hebben, noch aan de persoonlijke vragen die hij soms stelt. Dat maakt Minding the Gap een persoonlijke film, die een inkijk geeft in een aantal gebroken gezinnen, waarin de kinderen moeite hebben om zich staande te houden, een draai te vinden in het leven. En daarvoor staat het skateboarden symbool: het leven met vallen en opstaan.

 

1 januari 2019

 

ALLE RECENSIES

Eighth Grade

****
recensie Eighth Grade

Memoires van een tiener

door Suzan Groothuis

Wat heb je er voor nodig om jezelf te zijn? Hoe ga je confrontaties aan? En hoe bereid je je voor op die moeilijke stap naar high school? Tiener Kayla etaleert deze kwesties op haar YouTube-kanaal, steevast afsluitend met: Gucci!

De kracht van internet: ook puber Kayla heeft hem gevonden. Op YouTube laat ze filmpjes van zichzelf zien en heeft ze het over de worstelingen van het opgroeien. Jezelf zijn is lastig. Zeker als je verlegen bent en door iedereen gezien wordt als het stille meisje. Sterker nog, wanneer er op school een superlatievenwedstrijd is, is Kayla “the most quiet girl”. Maar als je naar haar YouTube-video kijkt, leer je een andere Kayla kennen. Ze is niet verlegen, ze wil gewoon niet praten.

Eighth Grade

YouTube is voor Kayla een middel om zichzelf te uiten. Op aandoenlijke en eerlijke wijze heeft ze het voor de camera over je angsten overwinnen en wat daarvoor nodig is. Of hoe je jezelf meer kan laten zien. De echte jij, welteverstaan. Maar in het dagelijks leven is het tonen van die echte ik een worsteling. In de klas is Kayla een eenling. Als ze iets zegt, wordt ze nauwelijks opgemerkt. En als ze al contact probeert te maken met de populaire meiden uit haar klas, staan ze ongeïnteresseerd met hun blik op hun telefoon gericht. Thuis is het tegenovergesteld: daar probeert vader Mark (Josh Hamilton, 13 Reasons Why, American Horror Story) contact met Kayla te maken. En zit zij letterlijk in haar telefoon. Hoe meer de betrokken Mark toenadering zoekt, hoe meer Kayla afstand houdt.

Platform om jezelf te zijn
Eighth Grade is het debuut van Bo Burnham en laat op integere wijze de worsteling van een meisje met zichzelf en de wereld om haar heen zien. Burnham, die als tiener ook YouTube inzette om zijn onzekerheden van zich af te praten, geeft Kayla een platform om zichzelf te kunnen zijn en haar hoop en wensen vorm te kunnen geven. Hoewel er genoeg momenten zijn die Kayla’s zelfvertrouwen doen wankelen, zoals een ongemakkelijk verjaardagsfeest van het populairste meisje uit de klas, blijft zij als persoon overeind. Anders dan bijvoorbeeld een film als Todd Solondz’, Welcome to the Doll House, waarin de onaantrekkelijke Dawn Wiener (een seventh grader) in een neerwaartse spiraal terechtkomt. En Kayla schopt het ook weer niet van grijze muis tot een van de populaire meiden, zoals de dikke Patty uit de serie Insatiable die kilo’s lichter ineens razend gewild is.

Hoewel er een hang is naar erbij willen horen, of gezien willen worden, is Eighth Grade vooral een zoektocht naar je eigen identiteit. Burnham balanceert kundig tussen komisch, ongemakkelijk en realistisch en heeft met Elsie Fisher als Kayla een ongelofelijk sterke troef in handen. Volstrekt natuurlijk zet ze Kayla neer. Als kijker voel je haar onzekerheden, angsten en hoop – gevoelens die voor iedereen die tiener is of tiener is geweest (pijnlijk) herkenbaar zullen zijn.

Eighth Grade

Tienerdagboek tot leven
Het is knap hoe authentiek de film aanvoelt, alsof een tienerdagboek tot leven komt. Terwijl Burnham ook speelt met de herkenbare elementen van een (pre) high school comedy: de hunk uit de klas die jou niet ziet zitten, maar je wel doet zweven; een overbezorgde vader voor wie je je schaamt en de nerd die later toch wel leuk blijkt te zijn. Dit alles gekoppeld aan de tijd van nu, waarin social media een bepalende rol hebben.

Die huidige tijdgeest weet Burnham perfect te vangen. Tieners die opstaan en naar bed gaan met hun telefoon, waaraan hun hele zijn is gelieerd. Ook in het geval van Kayla, die liever filmpjes kijkt of muziek luistert dan haar vader aanhoren. Maar ondertussen is ze, dan weer kwetsbaar, dan weer krachtig, temidden van al die likes en snapchats, op zoek naar haar echte ik en verbondenheid.

 

19 februari 2019

 

ALLE RECENSIES

Can You Ever Forgive Me?

**
recensie Can You Ever Forgive Me?

Lee Israel neemt de boel in de maling

door Yordan Coban

Leugens zijn een invloedrijke bron van veel kwaad in de wereld. Mensen nemen elkaar voortdurend in de maling. Films behandelen dit onderwerp vaak op dezelfde manier. Valt Can You Ever Forgive Me? te vergeven ondanks het gebruik van dit veelgebruikte format?

Lee Israel (gespeeld door Melissa McCarthy) heeft in het verleden succes behaald met het schrijven van biografieën. Ze heeft een afkeer tegen de wijze waarop de meeste schrijvers zich profileren om zo interessant over te komen. Ze doet niet mee aan het commerciële circus rond de literatuur. Dit is mede de reden voor haar stagnerende succes als schrijfster. Door brieven van beroemde schrijvers te vervalsen, probeert ze financieel haar hoofd boven water te houden.

Can You Ever Forgive Me?

Lee Israel is in Can You Ever Forgive Me? bepaald geen warm mens. Melissa McCarthy speelt overtuigend haar personage, dat een leven vol teleurstelling heeft gekend. De actrice laat Lee Israel lijken op de vrouwelijke versie van Bill Murray in zijn hoogtijdagen als acteur (Groundhog Day, Lost in Translation en Broken Flowers).

Leugens
De ethiek in films die leugens behandelen, is vaak kwalijk kort door de bocht. In negen van de tien keer liegt het personage voor eigen gewin; de leugen komt uit waardoor het personage een korte periode van onfortuin kent; het personage verontschuldigt zich en wordt verlost van de zonde en alles komt goed. Om dit allemaal te laten werken, heeft de film op zijn minst een sterke karakterontwikkeling nodig.

In Can You Ever Forgive Me? zien we dat Lee moeite heeft om zich open te stellen in haar schrijfwerk (vandaar dat ze biografieën schrijft) en in haar persoonlijke leven. Aan het einde van de film heeft zij dit geleerd omdat zij aan een roman over haarzelf begonnen is. Er is een sterk geacteerde scène in de rechtbank, waarin Lee stelt dat ze is gefaald als schrijfster. Voor even laat ze het achterste van haar tong zien. Lee zegt met tranen in haar ogen dat de afgelopen tijd de gelukkigste periode uit haar leven was en dat ze er geen spijt van heeft. Het klinkt ontroerend maar ze slaat de plank mis. Geen moment lijkt Lee werkelijk gelukkig. Ze is continu eenzaam, gestrest en verbitterd. Dat is niet erg, maar als de film achteraf meent dat ze al die tijd gelukkig was, voelt de kijker zich in de maling genomen. Haar vervalsingen hebben haar alleen maar ellende bezorgd.

Een film die dit gegeven wel goed aanpakt, is L’emploi du temps (2001) van Laurent Cantet. In dit drama komt wat betreft de leugen alles uiteindelijk goed in oppervlakkige zin. Maar de diepere oorzaak van de problemen van het hoofdpersonage blijven aan het einde zichtbaar onopgelost. Problemen die iets fundamenteels zeggen over onze samenleving en waaraan het hoofdpersonage zich machteloos moet overgeven. De leugen was een ontsnappingspoging maar ontsnappen is voor hem onmogelijk. Voor Lee komt daarentegen alles voorspoedig plompverloren samen.

Can You Ever Forgive Me?

Onverdiend gejuich
Naast het feit dat het verhaal cliché is, doet de climax van de film erg denken aan de afhandeling van het geschiede kwaad door Dixon (Sam Rockwell) in het onterecht geprezen Three Billboards Outside Ebbing, Missouri (2017). Als Dixon (een gewelddadige racistische man die van zijn daden niks geleerd heeft) besluit om iemand om te leggen waarvan hij niet eens weet of diegene ook werkelijk een misdadiger is, is gejuich niet op zijn plek. Hoe erg de film dit ook probeert te verkopen. Zo extreem is het gelukkig niet in Can You Ever Forgive Me? De daden van Lee Israel zijn beduidend geringer van aard. Toch blijft het onderliggende sentiment tenenkrommend.

Leugens zijn een hardnekkige wortel der kwaad in de wereld. Donald Trump confronteert ons daar elke dag mee. Can You Ever Forgive Me? bevestigt dat als iemand sympathiek genoeg is, je er wel mee weg kan komen als je er een feelgood-einde aan draait.

 

17 februari 2019

 

ALLE RECENSIES

Mid90s

**
recensie Mid90s

Onschuldige skaters in LA

door Cor Oliemeulen

Dat kids ook in de jaren negentig hadden te maken met opgroeiperikelen en graag bij een groep hoorden, wilde acteur Jonah Hill graag laten zien in zijn regiedebuut.

In een aantal episoden volgen we vijf tieners in Los Angeles die hun zomerdagen slijten met skateboarden, rondhangen en stoere taal. Het magere plot draait om de hiërarchie in de groep met als middelpunt de dertienjarige Stevie (Sunny Suljic), die door leergierigheid en lef langzaam zijn plekje en enig aanzien verkrijgt. Stevie’s oudere broer Ian (Lucas Hedges) slaat hem regelmatig, vooral omdat het hemzelf niet lukt in een groepje te belanden, terwijl zijn alleenstaande moeder Dabney (Katherine Waterston) lange tijd niet weet met wie haar zoontje optrekt en wat hij allemaal uitvreet. Steeds als Stevie thuiskomt, spuit hij luchtverfrisser op zijn kleren en spoelt hij zijn mond met zeep om de rooklucht te camoufleren.

Mid90’s

Authentieke look-and-feel
Het lijkt soms alsof je een documentaire zit te kijken. Dat komt omdat Mid90s is geschoten op Super 16mm met een ouderwetse beeldratio van 4:3, er heel natuurlijk wordt geacteerd en de aankleding en het taalgebruik authentiek overkomen, zonder te overdrijven. In de huidige MeToo-periode is het even wennen aan tijden waarin racistische en homofobe opmerkingen veel meer tot een stoer gesprek behoorden. Maar die waren veel onschuldiger dan het lijkt, zeker uit de mond van puisterige tieners die hun eigen identiteit zoeken en een veilig plekje in een groep proberen te bemachtigen.

Volgens Jonah Hill (vooral bekend van een reeks Judd Apatow-komedies en als de mollige jongen die in The Wolf of Wall Street tijdens een stout feestje opgewonden zijn lul uit zijn broek laat hangen) is zijn zelfgeschreven regiedebuut niet autobiografisch. Hij groeide weliswaar op in het Los Angeles van de jaren negentig, echter lag zelf meer naast het skateboard dan dat hij erop stond. Maar ook hij herinnert zich zijn gevoelens over hoe te overleven in een groep: de onzekerheid om je als jonkie te bewijzen en de machtspositie van het oudere groepslid dat de groentjes met plezier laat worstelen. Dat idee komt in Mid90s aardig uit de verf.

Mid90’s

Onderhoudend maar oppervlakkig
De film is met zijn 85 minuten aan de korte kant, maar precies lang genoeg om onderhoudend te blijven. Het louter registreren van Stevie’s opgroeibelevenissen en zijn snelle ontwikkeling ten opzichte van zowel de skategroep als van zijn broer en moeder, is te weinig om Mid90s op te hemelen. De karakters, hoe goed gekozen dan ook, blijven oppervlakkig en het verhaal houdt in feite op waar betere films met dezelfde thematiek beginnen. Hill liet de jonge acteurs verplicht kijken naar de groepsdynamiek in This Is England (2006), waarin een jochie aansluiting zoekt bij een groep skinheads, maar zijn eigen film blijft in alle opzichten inferieur daaraan en verstoken van een enkele overrompeling. Misschien komt dat omdat de meeste skaters lief en onbedorven zijn.

Wat is dat toch dat acteurs en actrices zo graag zelf een film willen maken? Natuurlijk zijn er aardige recente voorbeelden: Greta Gerwig met Lady Bird, John Krasinski met A Quiet Place en Bradley Cooper met A Star Is Born, maar je ziet ook minder geslaagde pogingen, zoals Brie Larson met Unicorn Store en Ryan Gosling met Lost River. Het imiteren van regisseurs onder wie je acteerde ligt al snel op de loer. Het siert Jonah Hill dat hij zich met zijn eerste regiefilm niet heeft laten verleiden om een voorspelbare komedie te maken. Maar we zijn benieuwd of we hem in de toekomst mogen betrappen op een origineel wereldbeeld of een pakkende visie.

 

15 februari 2019

 

ALLE RECENSIES