It Felt Like Love

****
IFFR Unleashed – 2013: It Felt Like Love
Seks om erbij te horen

door Cor Oliemeulen

It Felt Like Love is een tienerfilm die ook voor ouders van tieners zeer geschikt is. Natuurlijk moeten jongeren zelf zien te dealen met hun ontluikende seksualiteit, maar een klein beetje begeleiding van een ervaringsdeskundige kan soms uitwassen voorkomen.

Onafhankelijk filmmaakster Eliza Hittman heeft de gave om de zoektocht naar identiteit van pubermeisjes op een oprechte manier neer te zetten. Ging het in Never Rarely Sometimes Always (2020) over de 17-jarige Autumn die met haar zwangere vriendin van het behoudende Pennsylvania afreist naar New York om aldaar een abortus te kunnen laten plegen, in It Felt Like Love (2013) maken we kennis met de pas 14-jarige Lila (Gina Piersanti) die net als Autumn opkijkt tegen haar iets oudere vriendin, in dit geval omdat die een vriendje heeft terwijl Lila zelf nog maagd is.

It Felt Like Love

Gespierde jongenslichamen
Deze debuutfilm van de Amerikaanse Hittman portretteert jongeren die in de zomer verkoeling op het strand zoeken en ‘s avonds biljarten, een biertje drinken en een jointje roken. Lila’s 16-jarige vriendin heeft de seks ontdekt met haar vriendje, waardoor Lila zich nog onzekerder voelt. Van het thuisfront hoeft Lila geen ouderlijk advies of een arm om haar heen te verwachten, want moeder is recent overleden aan borstkanker en de relatie met haar vader is kil en moeizaam.

Op een dag ziet Lila op het strand een iets oudere jongen, die haar vriendin groet. Vanaf dat moment heeft Lila zich voorgenomen dat die jongen haar vriendje moet worden, of in ieder geval iemand met wie ze voor het eerst seks kan hebben. De camera fungeert regelmatig als Lila’s ogen. De fascinatie voor gespierde jongenslichamen en stoere tattoos is plotseling daar. Waar een filmmaakster als Claire Denis (White Material, 2009) bijvoorbeeld in Les salauds (2013) de verboden hunkering van een volwassene tot uiting brengt in korte shots van mannelijke lichaamsdelen (zelfs de fysieke inspanning van het repareren van een fiets krijgt hier iets erotisch), richt Hittman zich tot dusver in haar bescheiden oeuvre op de ontluikende seksualiteit van adolescenten.

It Felt Like Love

Geen feelgood
Het is juist haar vrij minimalistische aanpak, in combinatie met haar vertrouwenwekkende relatie met de jeugdige acteurs, die Hittmans films zo’n treffend authentiek realisme meegeeft. It Felt Like Love bevindt zich ergens in het midden van het komische tienerdrama The Breakfast Club (1985) en het hedonistische strandleven van Mektoub, My Love: Canto Uno (2017). Enerzijds rekent Eliza Hittman moeiteloos af met de clichématige idylle van het groepje nablijvers in John Hughes’ tienerklassieker, waarin de zeer uiteenlopende personages uiteindelijk begrip voor elkaar krijgen. Anderzijds blijft zij verre van de talrijke gemakkelijke shots van meisjesbillen die filmmaker Abdellatif Kechiche in zijn film meende te moeten gebruiken om jeugdige gevoelens van wellust te accentueren.

Feelgood staat niet in het filmvocabulaire van Hittman. In Never Rarely Sometimes Always registreert ze met een soms akelige precisie de praktijk van intake en behandeling van het tienermeisje dat een abortus krijgt. Die zakelijkheid wordt effectief gecompenseerd door de onvoorwaardelijke vriendschap en loyaliteit van haar vriendin. Ook in It Felt Like Love krijgt het hoofdpersoon te maken met een medische ingreep. Lila laat zich met spoed een pessarium aanmeten, want ze heeft snode plannen. Echter hierna is ze geheel op zichzelf aangewezen. Wanneer drie oudere jongens Lila voorstellen om hun broek te laten zakken, mag de kijker naar de afloop van de scène gissen. We vertrouwen op de letterlijke betekenis van de filmtitel, maar een gevoel van triestheid blijft nog wel even hangen.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 9 juni 2021.

24 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Old Joy

****
IFFR Unleashed – 2006: Old Joy
Een elegisch vaarwel

door Sjoerd van Wijk

Het elegische vaarwel van Old Joy (2006) onderstreept de gescheiden levenspaden van twee vrienden dermate stellig dat eerder sprake is van een tautologie dan poëzie. Desalniettemin zorgt een gevoelige inborst voor een waardig afscheid van deze vriendschap.

Kurt belt nogal impromptu zijn oude maat Mark op met de uitnodiging voor een kort wandelweekend bij een thermische bron. De twee oude vrienden gaan lang terug maar met de verstreken jaren hebben fundamentele verschillen hun intrede gedaan. Mark gaat als aanstaande vader een nieuwe levensfase tegemoet terwijl Kurt is blijven hangen in de losse hippieachtige levensstijl van voorheen. Zoals Mark verwacht, verloopt de trip met problemen de weg te vinden of het houden aan een plan. Tegelijk blijkt daaruit de verschillende golflengten waarop de twee zich bevinden met langs elkaar heengaande gesprekken of veelzeggend zwijgen.

Old Joy

Droefheid
In Hollywood is het idee van de buddyfilm een beproefd concept, waarin twee tegenpolen door noodgedwongen samenwerking elkaars vriend worden. In Old Joy laat de Amerikaanse regisseuse Kelly Reichardt het omgekeerde gebeuren met een lang onuitgesproken adieu aan een verlopen vriendschap. De droefheid sijpelt stilletjes uit elk beeld, gekaderd door korte ellipsen van de flora en fauna, die als een Yasujiro Ozu het verstrijken van de tijd gronden.

Zo trekt ook het landschapsschoon van Oregon langzaam voorbij, onderweg begeleid door de melancholische klanken van Yo La Tengo. Desolate wildernis verbeeld als picturale slijtage. De bestemming lijkt daardoor eerder de replica van Thoreau’s hut aan Walden Pond dan Bagby Hots Springs. Ook de interacties tussen Kurt en Mark zwemen van het meditatieve. Zelfs een speelgoedpistool om lege blikjes omver te schieten, zorgt voor tederheid.

Onderstreepte tegenstellingen
De tegenstelling tussen de twee krijgt keer op keer eenzelfde duiding. Exemplarisch daarvoor is een korte scène in een eettentje waar Kurt enthousiast concludeert dat ze dichterbij zijn dan verwacht terwijl Mark pretendeert nooit aan hem te hebben getwijfeld. Even later hangt Mark aan de telefoon terwijl hij zijn bestelling doorgeeft, zijn aandacht verdelend over zijn vriend, het landschap en zijn vrouw waar hij zich verontschuldigt dat de trip langer gaat duren dan gepland (“je weet met wie we te maken hebben”). De elegie slaat continu deze noot aan wat betreft de verantwoordelijke en afstandelijke Mark en de bandeloze maar gemoedelijke Kurt.

Kelly Reichardts beschouwende stijl veinst observatie maar onderstreept voortdurend de tegenstellingen. Ook scenario-technisch valt daar niet aan te ontsnappen. Een duidend begin aan Marks thuisfront en een als verloren ziel ronddolende Kurt boekstaven de zwanenzang. Daar zit ook misplaatste politieke sturing bij, als Mark onverschillig voor de stellige discussies op de radio door de stad rijdt.

Old Joy

Fraai spanningsveld
Kurt babbelt er soms onzeker op los zoekende naar toenadering, maar Mark slaat deze af met beleefdheden waar een acceptatie van het eind van uit gaat. Daniel London als de kalme Mark kent slechts een stoïcijnse blik. Een ruw bebaarde Will Oldham (beter bekend onder de naam Bonnie “Prince” Billy) als Kurt weet met zijn spel echter nog leven in de brouwerij te brengen. Midden in de wildernis duidelijk meer in zijn element resoneert zijn relaxere houding terwijl Mark gejaagd blijft.

Reichardt trekt in een fraaie scène bij de Hot Springs de indruk dat Mark de verstandige lijkt subtiel in het ambigue. Kurts poging tot toenadering met een massage na een oeverloze monoloog suggereert niet alleen de tragiek van een wegkwijnende vriendschap, maar ook hoe met de jaren iets wegkwijnt in de personages zelf. Waar de rest van Old Joy snel vervalt in een triviale observatie over vriendschappen op middelbare leeftijd, begeeft de film zich hier voor even op een intrigerend spanningsveld.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 26 mei 2021.

17 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Watermelon Woman, The

***
IFFR Unleashed – 1997: The Watermelon Woman
Verstrengelde levens

door Cor Oliemeulen

Een jonge zwarte vrouw in het Philadelphia van de jaren 90 raakt gefascineerd door een jonge zwarte vrouw in het Hollywood van de jaren 30. Het verrassende van The Watermelon Woman (1996) is dat de film steeds meer raakvlakken krijgt met de film in de film.

Het beeld van de mammy in Amerikaanse films is bijna altijd stereotiep geweest. De zwarte huishoudster, vaak een gezette vrouw met een bulderende lach, toont zich zeer loyaal aan haar werkgever en heeft een dieper geloof in God dan de paus. In The Birth of a Nation (1915) van filmpionier D.W. Griffith verdedigt zij het huis van haar witte meester tegen zowel zwarte als witte soldaten, onder het mom dat zij liever vecht dan vrij is. Minder propagandistisch maar even onthutsend is de rol van de mammy in Gone with the Wind (1939) als zij het opneemt tegen zwarte soldaten van wie zij denkt dat die de woning van haar witte meesteres willen binnendringen.

The Watermelon Woman

Zwart en lesbisch
Veel minder bekend dan Hattie McDaniel, de huishoudster in laatstgenoemde filmklassieker, is de naam van Fae Richards, die door haar optredens in Amerikaanse films uit de jaren 30 de bijnaam The Watermelon Woman kreeg. Ze was mooi, ongrijpbaar en kon bovendien goed zingen. Tientallen jaren later raakt de 25-jarige Cheryl in Philadelphia gefascineerd door deze zwarte actrice en als aspirant-filmmaker besluit ze een documentaire over haar te gaan maken. Met de camera in de hand gaat ze op zoek naar de achtergronden van Fae Richards, ontmoet mensen die haar kenden en ontdekt waarom zij The Watermelon Woman werd genoemd.

In het gelijknamige speelfilmdebuut van Cheryl Dunye, die min of meer zichzelf speelt, ontdekt ze tevens dat de actrice van weleer lesbisch is, en net als zij een relatie met een witte vrouw heeft, nota bene een regisseur van een film waarin Fae speelde. In archieven vindt Cheryl foto’s en filmmateriaal van haar. Ze is geschokt dat zwarte actrices destijds vaak niet eens op de aftiteling verschenen. Hoewel Fae Richards voor Cheryl als een soort rolmodel gaat fungeren, blijkt de ‘romantiek’ van het verleden en toekomst van zwarte lesbiennes ook scherpe randjes te hebben.

The Watermelon Woman

Originele revisie
The Watermelon Woman is de eerste film die gemaakt werd door een openlijk lesbische zwarte vrouw en is niet alleen daardoor bijzonder, maar ook omdat de film gaat over het maken van een film. De 25-jarige Cheryl werkt in een videotheek. Tegelijk met het maken van een documentaire over het lot van zwarte actrices in het oude Hollywood wordt haar film langzaam een soort autobiografie, omdat haar eigen leven en haar gevoelens steeds meer gaan lijken op die van Fae Richards.

Het gegeven wordt nog interessanter als de kijker zich realiseert dat The Watermelon Woman in feite een fictief personage is. Met die kennis zijn Cheryls zoektochten en interviews, en haar gebruik van (nagemaakt) archiefmateriaal voor haar documentaire, plotseling onderdeel van een parallelle werkelijkheid.

De lowbudgetsetting en de kleurrijke personages van The Watermelon Woman geven het leven van jongeren in het Philadelphia van de jaren negentig in korte fragmenten treffend weer. De film is nu nog, ook door zijn spontaniteit en humor, zeer genietbaar en zal potentiële filmmakers inspireren om zelf de camera ter hand te nemen. Onderwerpen genoeg in deze tijd!

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 12 mei 2021.

5 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Dead Man

****
IFFR Unleashed – 1996: Dead Man
Van onschuld naar wijsheid

door Alfred Bos

Dead Man is een acid western, de psychedelische variant van de cowboyfilm. De film van Jim Jarmusch breekt met de traditionele waarden, ook van het genre.

De klassieke western, dat is de wereld in zwart-wit. Blanke man goed, indiaan fout. Blanke man sterk, vrouw zwak. Blanke man baas, rest knecht.

Het subversieve tegendeel van de klassieke western is de acid western, voortgekomen uit de psychedelische revolutie van de jaren zestig. Daarin is elk geloof in sociale orde verdwenen. De samenleving is corrupt, mensen onbetrouwbaar, solidariteit een illusie. De personages leven in een existentiële wildernis waar alles ongewis is. De acid western visualiseert een hallucinant, naar absurdisme hellend wereldbeeld. Chaos regeert.

Dead Man

De term, in 1971 gemunt door de vermaarde filmcriticus Pauline Kael, verwijst naar het surrealisme. Kael typeerde Alejandro Jodorowsky’s El Topo als ‘een spaghettiwestern in de stijl van Luis Buñuel’. De acid western is psychedelisch. Vervreemding is het thema, zijn (anti)held psychotisch. De held van Dead Man is passief.

Vervreemd van zichzelf
Dead Man, de zesde speelfilm van Jim Jarmusch, is – met El Topo – het archetype van de acid western. Alles aan de film is subversief. Hij is gedraaid in zwart-wit, wat de financiering niet eenvoudiger maakte. Hij gaat over een man die dood is en zijn ziel zoekt, vertolkt door een Hollywood-ster; in een genre dat in 1995, het jaar van verschijning, allang passé is: de western. Veel meer afstand van de bestaande orde kun je als onafhankelijk filmmaker niet nemen.

Dead Man typeert de maatschappij van de blanke man als immoreel, ontdaan van spiritualiteit, een gruwelijke grol. Moordzuchtig nihilisme, blinde hebzucht, tomeloze wellust, rabiaat egoïsme, zelfs kannibalisme—niets is de blanke man vreemd. Hij is gestoord, vervreemd van zichzelf.

De hoofdpersoon, gespeeld door Johnny Depp, heet William Blake, naar de achttiende-eeuwse auteur van Songs of Innocence and of Experience. Onschuld en ervaring zijn de yin en yang van de menselijke ziel. Maar Dead Man is subversief: onschuld staat voor naïviteit, onbenul. En ervaring niet voor door de wol geverfd, maar voor wijsheid.

“Dit is Amerika”
Jarmusch verbeeldt het leven als een reis, in de proloog letterlijk. William Blake zit in de trein en kijkt naar buiten, naar het landschap. Daar grazen bizons, die voor de sport worden afgeknald. Hij is onderweg naar het stadje Machine, waar hij in de staalfabriek als boekhouder aan de slag wil. Machine is de hel, het einde van de reis. De hel als smidse is een klassieke troop, van Griekse mythologie tot Lord of the Rings. We gaan een mythische film zien. Misschien zelfs wel een epos.

Machine is gestoffeerd met doodskisten, schedels (ook menselijke), geweien, jachttrofeeën. Het is het oord van de dood. De handwerkers zijn asociale bruten, de kantoorklerken laffe kuddedieren, de fabrieksdirecteur een gestoorde maniak. In deze door mensen gecreëerde hel staat iedereen iedereen naar het leven.

Blake helpt een bloemenmeisje en vindt in haar bed een pistool. Waarom heeft ze een pistool, wil hij weten. “Dit is Amerika”, antwoordt ze. Haar ex-vriend komt binnen en wil zijn rivaal doodschieten. Het bloemenmeisje vangt de kogel op, maar niet helemaal. Hij doorboort háár en blijft steken in Blake. Dan begint zijn reis van onschuld naar wijsheid.

Dead Man

“Stupid fucking white man”
De film opent met een citaat van een surrealist, de Belgische schrijver Henri Michaux, en is surrealistisch van toon, voelt als een droom. Verantwoordelijk voor de schitterende zwart-witfotografie is de Nederlandse cinematograaf Robbie Müller, hij werkte eerder met Jarmusch aan diens Down By Law (1986) en Mystery Train (1989).

Het is het palet van de film noir en Jarmusch vond inspiratie in de noir western Blood on the Moon van Robert Wise uit 1948 (met Robert Mitchum in de hoofdrol, hij speelt hier de fabrieksdirecteur), Fritz Langs Rancho Notorious uit 1952 (diens enige western in zwart-wit) en Johnny Guitar (1954) van zijn leermeester Nicholas Ray.

Die films zijn door Jarmusch getypeerd als Brechtiaanse westerns. “Ze zien er anders uit. Ze pretenderen niet een western te zijn.” De western is bij uitstek het genre waarin Amerika zichzelf en zijn geschiedenis beziet. In Dead Man verwoordt de indiaan Nobody (gespeeld door Gary Farmer) de kijk van Jarmusch, naast regie tevens verantwoordelijk voor het scenario: “Stupid fucking white man”. Nobody is Blakes gids in de zoektocht naar aanvaarding. De reis door de wildernis is een allegorie.

Soundtrack Neil Young
Dead Man toont de barbarij van een ontzielde wereld, niet als aanklacht, ook niet als satire, maar als een absurdistische klucht. Ook zonder slapstick zit er een vleugje Buster Keaton en Charlie Chaplin in de film en niet omdat Jarmusch terugvalt op het sjabloon van zijn tweede speelfilm Stranger Than Paradise: korte scènes gedraaid in zwart-wit, onderbroken door zwarte schermen. De wereld van Dead Man is inderdaad geen paradijs, hij is veel vreemder. De film is existentieel én psychedelisch. Hij oogt als een droom.

Bij zijn verschijning werd Dead Man zeer gemengd ontvangen. Er was lof en er was onbegrip. Maar een kwarteeuw later is de receptie gekanteld naar jubel. De absurde personages, de gitzwarte humor, de maatschappijkritiek verpakt als allegorie, de soundtrack met de minimalistische motiefjes van Neil Youngs vervormde gitaar, de speelsheid binnen de strikte vorm en niet in de laatste plaats de visuele pracht van Robbie Müllers cinematografie—het komt allemaal naadloos samen. Dead Man is wellicht Jim Jarmuschs beste film.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 12 mei 2021.

4 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Sleepwalk

**
IFFR Unleashed – 1987: Sleepwalk
Slaapwandelen door Manhattan

door Cor Oliemeulen

Onafhankelijk filmmaakster Sara Driver brengt in haar speelfilmdebuut Sleepwalk (1986) een ode aan Lower East Side, New York waar ze opgroeide. Denk niet aan een luchtig, hilarisch eerbetoon als Manhattan (1979) van Woody Allen, maar aan in het halfduister verscholen personages en een mysterieus Chinees manuscript in een fantasieverhaaltje.

Sleepwalk mag worden gerekend tot de zogenaamde New Cinema, die medio jaren 70 ontstond. Onafhankelijke filmmakers in Lower East Side, New York spraken liever van ‘no wave’, een stroming die min of meer parallel liep met de opkomst van de (art)punk en new wave in de muziek. Zo zie je in de eerste undergroundfilm van die beweging, The Blank Generation (1976), optredens van Blondie, The Ramones, Iggy Pop, Television en Talking Heads.

Sleepwalk

Blauwdruk Jim Jarmusch
Een van de bekendste filmmakers aldaar, Jim Jarmusch, die in 1980 debuteerde met Permanent Vacation (zijn afstudeerfilm), voelde zich als een vis in het water in het New York van de late jaren 70. “Alles leek mogelijk. Je kon een film of een plaat maken, parttime werken en een appartement voor 160 dollar per maand huren. Gesprekken gingen over ideeën. Niemand sprak over geld. Het was fantastisch en ik ben blij dat ik daar was.”

Ondertussen had Jim Jarmusch een relatie gekregen met Sara Driver (met wie hij 20 jaar zou samenwonen), die Permanent Vacation (en een aantal andere van zijn films) produceerde. Op zijn beurt deed Jarmusch het camerawerk van Drivers korte filmdebuut You Are Not I (dat draaide op het IFFR van 1982) en ook deels voor Sleepwalk. Je kunt er gif op innemen dat hij de beelden schoot van de uitgestorven straten vol rommel, oude panden vol graffiti en glimpen van een brug en een rivier bij nacht. De zon lijkt er letterlijk en figuurlijk nooit te schijnen. Zo vormen Drivers eerste films qua atmosfeer een blauwdruk van die van Jarmusch.

Maar in diezelfde films gebeurt er ook verdomd weinig en hangen de personages ogenschijnlijk maar een beetje rond. Jarmusch verkent de contouren van existentialisme en nihilisme (op een droogkomische manier), terwijl Driver haar karakters laat ronddwalen in een spookachtige droomwereld. Hoofdrolspeelster Nicki (Suzanne Fletcher) van Sleepwalk werkt op een schimmig, slecht verlicht kantoor. Ze verwerkt medische data in een bakbeest van een computer, haar zweterige baas heeft drie telefoons op zijn bureau en eet tussen de gesprekken door een zak chips leeg en een collega scheurt met een liniaal repen van een rol computerpapier (let ook op een van de eerste rolletjes van Steve Buscemi). Alles is ogenschijnlijk doelloos, met de nadruk op mysterieus.

Sleepwalk

Stijloefening
De geheimzinnigheid neemt toe nadat een Chinese man en zijn lange, donkere assistent (met een paar afgehakte vingers in een bebloed verband) plotseling voor Nicki staan met een Chinees manuscript, dat zij tegen betaling mag vertalen in het Engels. Nicki heeft een Chinees zoontje, dus dat moet vast wel gaan lukken. Hoewel. Vanaf het moment dat ze ’s avonds na haar werk op het verlaten kantoor aan de klus begint, gaat een vinger spontaan bloeden en worden haar pupillen af en toe groen. In haar omgeving ruikt men een amandellucht. Een geslaagd magisch-realistisch ritje in een goederenlift en de nachtelijke gang naar haar al even miserabele appartementje versterken de onheilspellende, droomachtige sfeer.

Films kunnen in beginsel zonder plot, echter Sleepwalk blijft hangen in die sfeer zonder maar een enkele van de schaarse handelingen of gebeurtenissen te verklaren. Dat mag de kijker natuurlijk doen. Als vriendin en flatgenootje Isabelle na een bezoek aan de manuscript vertalende Nicki al haar haren verliest, gaat ze niet naar de dokter (ze is een illegaal) om de oorzaak te achterhalen, maar wil ze zich gewoon een tijdje terugtrekken in de hoop dat haar haren gaan aangroeien. En als in de tussentijd ook nog eens Nicki’s zoontje per ongeluk wordt ontvoerd, denkt niemand aan de politie. Het abrupte open einde past prima in deze bescheiden stijloefening van suspense, die blijft steken in de experimentele fase.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 21 april 2021.

20 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Stop Making Sense

*****
IFFR Unleashed – 1985: Stop Making Sense
Van nerd naar funkbeest

door Alfred Bos

De klassieke concertfilm van Jonathan Demme is nog altijd even spectaculair als op de dag dat hij in 1985 verscheen. Dat komt volledig op het conto van Talking Heads en hun voorman David Byrne.

Stop Making Sense was bij verschijning in 1985 in Nederland – in de USA een jaar eerder – een baanbrekende concertfilm. Woodstock (1970) is de registratie van een historisch muziekfestival. The Last Waltz (1978) is de registratie van een concert, het laatste van The Band. Stop Making Sense is de registratie van een theatervoorstelling. Het documenteert een concept.

Stop Making Sense

In 1977 was Talking Heads een opvallende debutant, buitenbeentjes binnen een nieuwe lichting rockgroepen uit New York. Van die nieuwe golf werd Blondie wereldberoemd, The Ramones een punklegende, Television een gewaardeerde cult-act. De groep rond zanger David Byrne volgde een ander traject, het verlegde grenzen.

Avant-pop
Het keurslijf van de populaire muziek heeft David Byrne nimmer gepast. Hij is een observator à la Lou Reed, een conceptueel kunstenaar als Laurie Anderson. Onder zijn leiding ontwikkelde Talking Heads zich in luttele jaren van new wave-trio tot negenkoppig funk-orkest. Voor de muziekliefhebber was het adembenemend.

Begin jaren tachtig begon het rockcorset te knellen. Byrne maakte met de Britse studiovisionair Brian Eno een baanbrekend album dat preludeerde op sample-muziek. De andere twee van het oorspronkelijke trio, het echtpaar Tina Weymouth (bas) en Chris Frantz (drums), scoorde als Tom Tom Club internationale hits. Avant-garde en pop gaan bij Talking Heads hand in hand.

In 1983 kwamen ze terug met hun beste album, Speaking in Tongues, en een reeks opzienbarende optredens. De nieuwe show was geen traditioneel rockconcert, het was een concept waarin muziek, choreografie, kostumering, belichting en multimedia samenkwamen. Het werd door regisseur Jonathan Demme vastgelegd als de concertfilm Stop Making Sense.

Orgie van funk
Alles aan het optreden en de film is conceptueel. Byrne deconstrueert het fenomeen rockconcert door het te reconstrueren. De film opent met een close-up van een schaduw in de coulissen en eindigt met een blik vanaf het podium op een zaal met extatisch publiek. Doek. Tijdens de aftiteling zien we vanuit de verlaten zaal hoe toneelassistenten het decor afbouwen.

Het optreden opent met David Byrne op een leeg toneel. Hij begeleidt zichzelf op akoestische gitaar, geholpen door een ritmebox die vanaf een cassette uit een gettoblaster klinkt. Anderhalf uur later sluit het concert zinderend af met een orgie van funk. Op het scherm heeft zich de evolutie van de groep – dat wil zeggen, de emancipatie van David Byrne – ontrold.

In de tussentijd speelt de groep zeven van de negen nummers van Speaking In Tongues, aangevuld met een nummer van hun debuutalbum, drie van hun tweede album, twee van hun derde album, twee van hun vierde album en één nimmer opgenomen nummer. What a Day That Was is alleen hier te horen.

We zien de transformatie van David Byrne, van wereldschuwe nerd tot bezeten funkmeister. Treffend is Once in a Lifetime, waarin hij, compleet met bril, de extase van een Amerikaanse plattelandsdominee verbeeldt. Net als David Bowie, die andere theaterman van de rock, zingt hij zijn nummers niet, hij acteert ze. Zijn theater is, alweer als Bowie, tegelijkertijd naturel en conceptueel.

Stop Making Sense

Gortdroge registratie
Stop Making Sense, concertfilm en gelijknamig livealbum, markeerde het artistieke hoogtepunt van de groep. Na de tournee van 1983 zouden ze nooit meer optreden. Ze maakten nog drie albums, maar haalden nimmer het niveau van Speaking in Tongues en de daarop volgende concertfilm. De fut leek eruit en eind jaren tachtig was het voorbij.

Paolo Sorrentino liet zich door Stop Making Sense inspireren voor zijn This Must Be The Place, de film die voorafgaat aan La Grande Bellezza. Het gelijknamige nummer – David Byrne herhaalt in Sorrentino’s film zijn enscenering in de concertfilm – is in het nieuwe millennium uitgegroeid tot het populairste liedje van de groep, inmiddels meer dan veertig keer gecoverd.

Stop Making Sense inspireerde ook David Byrne. Regisseur Spike Lee filmde op diens verzoek Byrne’s Broadway-voorstelling American Utopia, een performance waarin muziek en choreografie samenvloeien. (De film was te zien tijden IDFA 2020 en verschijnt binnenkort in de Nederlandse bioscoop.)

Jonathan Demme’s concertfilm uit 1983 is gortdroog, het eerste publiekshot is op een uur en 24 minuten. Dat is een wijze aanpak, want de voorstelling is zo doordacht van opzet en uitvoering dat een simpele registratie genoeg is om er spektakel van te maken. En voor wie Talking Heads nog niet kent, is Stop Making Sense een overweldigende kennismaking met de beste band van de wave-generatie.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 21 april 2021.

16 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Scenic Route, The

****
IFFR Unleashed – 1979: The Scenic Route
Dromen boetseren de realiteit

door Sjoerd van Wijk

In The Scenic Route vervlechten de buiten- en belevingswereld dermate innig dat de film een eigen terrein afbakent. Mythe en droom maken daar de dienst uit en geven een gestalte aan het vervreemde leven van de personages.

Estelle leeft als jonge alleenstaande vrouw in New York nadat haar huwelijk op akelige wijze eindigt. In haar kale appartement met sterrenbehang deelt ze per voice-over haar bespiegelingen over het leven, de liefde en de moeizame verhouding met haar zus Lena die een tijd heeft vastgezeten. Ze rommelt wat aan met de stille Paul, die haar vanaf de eerste ontmoeting enigmatisch aanstaart.

The Scenic Route

Als deze gecompliceerde relatie eindigt staat Lena opeens voor de deur op zoek naar onderdak. Daarmee vangt een delicate driehoeksverhouding aan. Want een tijdje later neemt Lena onwetend over Estelles relatie Paul mee naar huis. Voor zowel Estelle als Lena is het aanleiding verder te reflecteren over hun getroebleerde verleden waar liefde ook een rol speelde.

Mythologisering
Refererend naar de mythe van Orpheus en Eurydice analyseren de zusters met de hoop dat zij wel vooruit blijven kijken. Het creëert de achtergrond voor een verhandeling waarin de personages vastzitten in de dagelijkse mythologisering van een stedelijk Amerika. De camera glijdt van designerbehang en muffe kamers inspecterend naar de schilderkunst aan de muren tot aan de personages die zelf bij tijd en wijle als een model staan en staren.

Hun denkbeelden zitten vast in gemeenplaatsen over de romantiek zijn zo gepolijst als die beelden. Soms waait een zweem van realiteit langs in de vorm van geweld, vaak meegedeeld vanaf de televisie. Dat gaat door tot allegorische hoogtes, wanneer bijvoorbeeld op straat een in de rug gestoken slachtoffer in Estelles armen loopt in een buitenissige scène.

Ironie
Haar wapperende haar voor dat moment suggereert nog een breken met alle gedruktheid binnenskamers, maar de plastische close-up van Estelles paniekerige gezicht trekt de film bruusk terug in dromeriger sferen. Zo vervlecht regisseur Mark Rappaport de innerlijke belevingswereld met een gestileerde buitenwereld. Tussen de fantasiescènes met onder anderen opera en geënsceneerd aandoende uitwisselingen aan de ontbijttafel zit een dunne scheidingslijn, waartussen de illustratieve muurdecoraties een gammele brug vormen.

The Scenic Route

Niet louter ernstig distantieert de film zich door middel van subtiele ironie. Als de drie personages keurig gepositioneerd zitten met indringende blikken als paspoppen bevat dat iets geestigs. In een van de indringender scènes dansen ze netjes op de maat van een swingend nummer. Mechanisch bewegen zij met een nimmer van hun kant wijkende camera heen en weer, op gezette tijden de sleur doorbrekend met net onhandig getimede handklappen. Zo met elkaar een geworden komen zij allen over als manifestaties van een nooit gespecificeerd vierde personage.

Sociaal wenselijk
In The Scenic Route boetseren dromen zo de realiteit. In die vervreemdende wereld vol zelf aangeprate routines in de liefde of andere sociale omgangsvormen zitten Estelle en Lena vast, niet alleen aan Paul. Hun verhalen lijken vooral rationalisaties voor ingesleten gedragspatronen. Wat de zussen zichzelf vertellen, schijnt vaker aangeleerd dan een oprecht karakter. De gestileerde worstelingen als vervreemding in een mythologiserende wereld werken in, altijd scherp gebalanceerd op een draadje waar sociaal wenselijke dromen en de harde persoonlijke realiteit van karakter met elkaar strijden om de overhand te krijgen.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 7 april 2021.

5 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Last Movie, The

***
IFFR Unleashed – 1977: The Last Movie
De ellende van de filmindustrie

door Bob van der Sterre

Dennis Hopper heeft veel mooie, interessante filmmomenten meegemaakt. De acteur, die ons meer dan tien jaar geleden is ontvallen, acteerde in tal van legendarische films en regisseerde er vijf, waaronder Easy Rider, Colors en The Last Movie. Laatstgenoemde werd gemaakt in 1971 en kwam pas onder de Nederlanders via het IFFR van 1977.

In The Last Movie bekijken we hoe in Peru filmopnamen worden gemaakt. Amerikanen maken daar de western Pat Garrett & Billy the Kid. ‘Kansas’, een stuntman, manusje-van-alles, blijft na afloop van de opnamen in Peru hangen met zijn Peruaanse vriendin, Maria.

The Last Movie

Hij ontmoet een groep Amerikanen. Een bezemmagnaat, die net als zijn vrouw wel een verzetje nodig heeft. Zijn vrouw ziet de ‘cowboy’ Kansas wel zitten, de bezemmagnaat houdt van doorzakken. En dan is er nog een vriend, een lamstraal, die alsmaar zeurt over de kansen van een goudmijn.

Maria voelt zich steeds meer verloren in dit cynische gezelschap, maar met Kansas gaat het langzaam maar zeker ook steeds slechter. Hij zuipt en raakt verwilderd. Peruanen maken ondertussen gebruik van de achtergelaten locaties en kopiëren de westernfilm tijdens een feest. Het middelpunt is Kansas die gelooft dat hij Jezus is geworden.

Gewaagde film
Hopper schaamde zich niet voor zijn ambities en na lange smeekbedes (vijf jaar) bij studio’s om geld kreeg hij eindelijk een zak met geld van studio Universal, en zelfs de vrijheid om te doen wat hij wilde. Hij maakte deze gewaagde, redelijk ontoegankelijke film die zeker niet ieders cup of tea zal zijn, en ook niet overal in slaagt, maar die wel voelt als iets bijzonders. Je krijgt in deze film:

  • een satire op het maken van westerns of de ‘Hollywooddroom’
  • een schets van westerse (Amerikaanse) nonchalance ten opzichte van andere culturen (in dit geval Peruaans)
  • Dennis Hoppers eigen getroebleerde denken als de ontsporende ‘Kansas’
  • een kruisigingsverhaal
  • talloze cinematografische verwijzingen
  • een parodie

En dat allemaal in krap twee uur – wat ook best de inhoud van een serie van tien afleveringen van een uur had kunnen zijn.

Ik wil de bontjas!
De filmindustrie staat hier voor een hoop ellende. Alleen al dat The Last Movie draait om een film in een film – en daarna om een kopie van een film in een film. Dat idee van de culture clash (Hollywood in Peru) was een ervaring die Dennis Hopper zelf in 1965 in Mexico had meegemaakt tijdens opnamen van de John Wayne-film The Sons of Katie Elder. Die inspireerde hem tot dit verhaal.

Als je essayisten zou loslaten op deze film, komen ze allemaal met iets anders terug. Let eens op hoe vaak kruisen terugkeren in de film. Of de opmerkelijke rol van muziek: dit is praktisch een lange soundtrack die scènes aan elkaar plakt. Of de momenten die Kansas’ troebelen weerspiegelen: interessante en experimentele shots. Je hebt als beginnend regisseur moed nodig om dit te durven.

The Last Movie

Wat The Last Movie niet biedt, is een coherent verhaal over een onderwerp. De Amerikanen in andere landen zijn alleen maar uit op drank, genot en seks en willen ook nog eens de grondstoffen stelen. Kansas is niet anders. En de armere culturen zijn evenmin geweldig. Zijn vriendin zegt letterlijk: ‘Omdat we geen elektriciteit en geen water hebben, betekent niet dat we geen leuke dingen willen hebben, gringo. Ik wil de bontjas van Mrs Anderson!’

De film is zo in zekere zin de antifilm van Hoppers toch redelijk te volgen debuut Easy Rider uit 1969. Je belandt soms van belachelijke passages (de goudmijnactie in drie minuten) in best sterke, speelfilmachtige scènes. De scène met Julie Adams als de naar ruige seks hunkerende Miss Anderson bijvoorbeeld. De dronken scène in de bar met prostituees. Ook mooi: hoe Kansas ineens te paard dwars door een scène huppelt.

Flashforwards, flashbacks en een vleugje Godard
De montage speelt een hoofdrol in The Last Movie. Naar hartenlust flashforwards, flashbacks, surrealisme – zelfs cowboy te paard tegen ondergaande zon. Een plotseling beeld van een volwassen man die gevoed wordt met melk uit een vrouwenborst? Check. Een seksscène onder een waterval? Ook check. Uit de lucht vallende waanzin à la Apocalypse Now? Inderdaad.

Je ziet vooral heel veel intuïtie – en dat is zonder twijfel ook de invloed van Alejandro Jodorowsky, die aanvankelijk hielp met de montage. Geen wonder die hulp, zou je zeggen. Hopper had destijds meer dan 40 uur materiaal om uit te kiezen en deed een jaar over de montage. Een nadeel hiervan is sowieso dat de film nu meer oogt als een reeks aan elkaar gelaste stukjes dan als een vloeiende speelfilm. Het noopte filmcriticus Roger Ebert in 1971 tot zijn wel erg botte conclusie: Dennis Hopper’s “The Last Movie” is a wasteland of cinematic wreckage.

The Last Movie komt ook wel over als een afspiegeling van de cinema die in 1971 in artistieke kringen populair was. Je ziet hier een soort blend van een Altmanesque satire (MASH, 1970), bizarre momenten à la Luis Buñuel (La Voie Lactée 1969, Tristana 1970), typische Werner Herzog-toestanden (Lebenszeichen, 1968). absurdisme van Jodorowsky (El Topo, 1970) en zelfs een vleugje Godard (het bordje Scene missing).

Film over film dus. Regisseur Henry Hathaway komt langs (hier gespeeld door regisseur Sam Fuller), Walter Huston wordt genoemd (in de film) en Sam Peckinpah zou zelfs echt Pat Garrett & Billy the Kid maken in 1973.

The Last Movie

En dat is ook precies de kern van mijn kritiek: The Last Movie wil te veel. Dat is wat je vaak ziet bij acteurs die beginnen als regisseurs. Ook bij het regiedebuut van Ryan Gosling, George Clooney, Robert De Niro, Clint Eastwood; in feite praktisch al die ambitieuze acteurs die aan het filmen slaan, willen het te goed doen, te veel vakjes aanvinken. Een ‘gewone’ regisseur heeft ook wel ambities, maar offert niet het verhaal op om alle ideeën en kritieken die hij of zij maar heeft te verpanden aan het kijkerspubliek. Less is soms more voor je eigen stijl en ideeën.

Ontvangst in 1971: matig
De film werd slecht ontvangen. Proefscreenings waren onsuccesvol. Hopper kreeg zelfs klappen van vrouwelijke kijkers die niet gediend waren van het seksisme in de film (er wordt wel wat geslagen).

Dan hebben we het nog niet gehad over het drugs- en drankgebruik tijdens deze productie – een beetje ironisch gezien het thema van de film. (Er zijn anekdotes dat Dennis Hopper er alles aan deed om de junta toen in Peru te beledigen. En dat die regering op zijn beurt spionnen inhuurde om hem in de gaten te houden.)

Toch won The Last Movie in 1971 de prijs van de critici in Venetië. De grap in Woody Allens film Hollywood Ending (2002) dat de ‘mislukte’ film in Frankrijk als meesterwerk werd ontvangen, ging hier niet op, want de film was simpelweg niet in Europa te zien (Franse première volgde pas in 1988).

Hoe dat kwam? Studiobaas Lew Wasserman van Universal eiste een re-cut van Hopper, ook al had de film dus al toegeslagen in Venetië, anders zou hij de film op de plank laten liggen. Hopper weigerde dat en de rest is geschiedenis.

En is de cirkel van de kunst en de pulp op celluloid weer rond!

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 7 april 2021.

3 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Straight Up (2019)

REWIND: Straight Up (2019)
Fiere confrontatie met hedendaagse onzekerheden

door Sjoerd van Wijk

In het overweldigende streaming aanbod van 2020 raakte het regiedebuut van James Sweeney onterecht ondergesneeuwd. Straight Up (2019) confronteert hedendaagse onzekerheden rondom romantiek, vriendschap en identiteit met een rechte rug.

Sweeney zelf speelt de neurotische Todd, die zich bij zijn therapeute grote zorgen maakt of hij alleen oud zal worden. Als homoseksueel kent zijn liefdesleven weinig succes dus besluit hij het over een andere boeg te gooien. Misschien is hij toch heteroseksueel? Zijn vrienden reageren vol ongeloof, want Todd conformeert aan alle stereotypen met als dooddoener zijn encyclopedische kennis van Gilmore Girls. Overstappen op vrouwen lijkt dan ook een wanhoopsdaad, maar wel een die een staartje van anderhalf uur krijgt zodra hij in gesprek raakt met de net zo neurotische Rory (Katie Findlay). Ze lijken voor elkaar gemaakt op intellectueel vlak. Op seksueel gebied blijft het echter stil en hangt de onzekerheid over Todds geaardheid als een zwaard van Damocles boven de relatie.

Straight Up (2019)

Obsessief gedrag
Al het lawaai komt van de staccato afgevuurde gesprekken tussen Todd en Rory waar referenties uit de populaire cultuur vernuftig in voorkomen. De seksuele stilte verdient een rationalisering en die vindt het stel in hun obsessieve gedrag rondom trivia en meer. Todd houdt nu eenmaal van orde en netheid en daar passen menselijke vloeistoffen niet bij. De popcultuur komt ook gewiekst terug op een gekostumeerd feest waarvoor ze niet genoeg tussen de regels door keken bij Cat on a Hot Tin Roof (1958) en verkleed gaan als het getroebleerde stel uit die film.



In REWIND opnieuw aandacht voor opvallende films uit dit millennium.

 


De romantische komedie kent vele gemeenplaatsen, zoals de kus die de voorbestemde liefde bezegelt of de grote realisering over de relatie nadat deze uitgaat. Net als in de trivia springt Sweeney vindingrijk om met die gemeenplaatsen. Voor de lichamelijke climax schiet Sweeney het stel treffend van bovenaf terwijl ze op het tapijt elkaars hand vasthouden. Todds geestige conclusie eindigt onbeantwoord met een intrigerend laatste beeld van de twee soulmates met een onbekende derde partij. Het voelt als een update van klassieke screwballcomedy’s, zoals Bringing Up Baby (1938) met alle maniertjes en absurditeiten over de liefde verpakt in messcherpe kruisverhoren. In plaats van een luipaard zorgt aseksuele romantiek voor een warboel.

Straight Up (2019)

Fundament van bezinning
Daar ligt een jachtige Los Angeles-levensstijl aan ten grondslag. Cinematograaf Greg Cotten laat Todd en Rory als gevangenen hun kruisverhoren geven in vlakke totaalopnames, vlot opengebroken door splits screens, passend bij de hen eeuwig achtervolgende keuzestress. Op de marktplaats van het leven komt elke beslissing met eigen verantwoordelijkheid, die Todd getuige zijn therapiesessies heeft geïnternaliseerd. Zijn beklemming, vervat in monologen en overgaand in voice-overs, geven de film een fundament van bezinning.

In de Hollywood-film zie je vaak een behapbare veilige omgeving die in dienst staat van de vertelling. Een landhuis in Philadelphia of een winkel om de hoek waar de personages met elkaar botsen alvorens tot een onvermijdelijke conclusie te komen. De nette appartementen in Straight Up leiden hier echter tot een scherpe blik inwaarts voor Todd en Rory. Liefde, vriendschap en overkoepelende identiteit smelten samen in het luchtledige en vanuit die onzekerheid moeten zij nieuwe vormen aannemen, wars van stereotypes. De broosheid van zo’n bestaan weet Straight Up te gronden tot een gezamenlijke ervaring.

 

STRAIGHT UP KIJKEN: vind streams of bestel hier de dvd.

 

Meer REWIND

Rifkin´s Festival

***
recensie Rifkin´s Festival

Film is kunst, een goed leven ook

door Alfred Bos

In de schemer van zijn lange loopbaan zet Woody Allen in Rifkin’s Festival de grappen op een lager pitje en stookt het vuur onder de existentiële vragen op. En komt in het aanzien van de Dood tot een wijze conclusie.

Op 1 december van dit jaar is Woody Allen 85 jaar geworden. Rifkin’s Festival is zijn achtenveertigste speelfilm, als we goed hebben geteld. Allens toon en stijl zijn bekend, we hoeven geen schokkende vernieuwingen te verwachten; geen radicale breuk met het verleden. Zijn jaarlijkse filmrelease is als die wat excentrieke oom die ieder jaar tijdens je verjaardag opduikt om weer dezelfde grappen te vertellen als al die vorige jaren. Maar elk jaar net iets anders, afhankelijk van zijn luim.

Rifkin´s Festival

Dit jaar is de excentrieke oom een tikje melancholisch gestemd, zijn de grappen wat dunner gezaaid. Hij is in een filosofische bui. Hij reflecteert op de grote levensvragen; op het eeuwige, want “politiek is altijd tijdelijk”. Wat maakt het bestaan waardevol? Wat is een nuttig besteed leven? Draait het om roem, status en aanzien? Of om klein geluk in de marge van de rat race? In die zin vertoont Rifkin’s Festival overeenkomsten met La Grande Bellezza, al is Allens toon mild-ironisch vergeleken met het sarcasme van Paolo Sorrentino.

Dagdromen over liefde
Plaats van handeling is het Filmfestival van San Sebastian. Mort Rifkin (Wallace Shawn, die als filmacteur debuteerde in Allens Manhattan) is een schrijver die nauwelijks schrijft omdat hij geen middelmaat wil produceren, alleen grootse meesterwerken à la Dostojevski of Proust. Hij verdient de kost als filmdocent, wat hem eigenlijk prima bevalt want klassieke cinema is zijn passie. De film wordt gepresenteerd als flashback, gekaderd door een sessie bij de psychiater. Rifkin is de verteller wiens voice-over de scènes verbindt.

Rifkin vergezelt zijn vrouw Sue (Gina Gershon) naar het festival in Spanje, waar ze de perszaken regelt voor een modieus hippe regisseur Philippe (Louis Garrel, die Jean-Luc Godard speelde in de biopic Le Redoutable). De hypochonder Rifkin heeft niets om handen en piekert over een mogelijke affaire van zijn vrouw met de veel jongere regisseur. En over zijn leven. Hij fantaseert over een romance met een Spaanse arts (gespeeld door Elena Anaya, Dr. Maru in Wonder Woman) die in New York heeft gestudeerd maar, teleurgesteld door het leven en de liefde, kwijnt in de Spaanse provincie.

Droomscènes als filmpastiches
Woody Allen heeft nooit een geheim gemaakt van zijn bewondering voor klassieke regisseurs als Fellini, Buñuel en Bergman. Filmdocent Rifkin heeft dromen over zijn vrouw en de arts (in zwart-wit, uiteraard) die pastiches zijn van bekende scènes uit beroemde films van Allens favoriete regisseurs. De reeks citaten opent niet toevallig met Otto et Mezzo van Fellini, een film over film. Het is meer dan een meta-grap, Allen benadrukt het belang van verbeelding. Rifkin’s Festival is zijn weerwoord tegen film als louter vermaak.

Rifkin´s Festival

Daarnaast herkent de filmliefhebber, onder meer, Jules et Jim (Truffaut), Citizen Kane (Orson Welles), A bout de souffle (Godard), El ángel extreminador (Buñuel) en Het zevende zegel (Bergman, met Christoph Waltz als de Dood). Geestig is het droomsegment over Persona (Bergman) als de actrices plots in het Zweeds praten.

Wijsheid in plaats van grappen
De pastiche van Het Zevende Zegel is de laatste van de reeks verwijzingen die de ruggengraat van de film vormen. Rifkin’s Festival illustreert letterlijk het bekende cliché dat films celluloid dromen zijn. Qua grappendichtheid staat de film ergens halverwege het oeuvre van Woody Allen, de sterkste is wellicht de vraag van een journalist tijdens een persconferentie: “Were all your orgasms special effects?”

Het zal ook niet helemaal toevallig zijn dat de reeks hommages afsluit met Bergman, want de Dood verwoordt een wijsheid: “Verwar leeg niet met betekenisloos”. Wees geen snob en doe wat je plezier geeft. Zo past de boodschap van Rifkin’s Festival, gedraaid tijdens de nazomer van 2018, onbedoeld maar naadloos bij het bizarre jaar van de pandemie. Want wat de coronacrisis – naast economisch onrecht en een onhoudbare manier van leven – vooral duidelijk heeft gemaakt: goed leven is een kunst en kunst geeft het leven glans.

 

1 december 2020

 

ALLE RECENSIES