The Unknown (1927)

De Herfst van de Stomme Film
Deze september blikken we in De Herfst van de Stomme Film terug op klassiekers uit de maanden voordat The Jazz Singer in oktober 1927 de geluidsfilm inluidde. Een laatste oogst van tien films voordat Hollywood begon te praten. Hieronder de achtste film.

 

The Unknown (Verenigde Staten, juni 1927)
Hoe ver ga je voor de liefde?

door Zoë van Leeuwen

Nog voordat zijn bekendste geluidsfilm, Dracula (1931), in de bioscopen verscheen, was de Amerikaanse regisseur Tod Browning al de onbetwiste meester van het macabere. Dat blijkt ook uit zijn bijna verloren meesterwerk The Unknown, waarin hij thema’s als obsessie verweeft met zijn liefde voor het circus en de buitenbeentjes van de samenleving.

Lon Chaney speelt de rol van Alonzo ‘de armloze’, een messenwerper in het circus die zijn voeten gebruikt om zijn verschillende kunstjes uit te voeren. Hij is verliefd op de dochter van de circusbaas, Nanon (Joan Crawford), die een fobie heeft voor mannenhanden. Het klinkt als een eenvoudig verhaal, totdat we erachter komen dat Alonzo helemaal niet armloos is, maar zijn armen gewoon strak tegen zijn lichaam bindt omdat hij, vanwege zijn dubbele duim, wordt verdacht van meerdere misdaden.

The Unknown (1927)

Liefde voor ‘freaks’
Voordat Browning een pionier werd op het gebied van vroege Hollywood-horror, begon hij zijn carrière in het circus. Hij trad daar op als clown, slangenmens en had een act als ‘The Living Hypnotic Corpse’. Dit heeft zijn latere filmstijl sterk beïnvloed, met films als The Unknown en later zijn meer beroemde werk Freaks (1932), waarin echte circusartiesten te zien waren.

Hij was gefascineerd door lichamelijke misvormingen en de duistere menselijke geest, en verweefde vaak thema’s als horror en het macabere met diepe menselijke emoties. Deze fascinatie leverde hem de bijnaam ‘de Edgar Allan Poe van de filmwereld’ op. Zijn fixatie met de duistere kant van de samenleving was zo groot dat hij zelfs zijn eigen naam veranderde naar ‘Tod’, wat het Duitse woord voor dood is.

Dat The Unknown überhaupt nog te zien is, is een wonder. Net als vele andere films uit het tijdperk, werd de film van Browning tientallen jaren als verloren beschouwd. Totdat er in 1970 in de filmarchieven van Frankrijk een lading aan filmrollen werd gevonden. Op enkele beelden na is de film sinds een restauratie uit 2022, waarbij ongeveer tien minuten aan teruggevonden materiaal werd toegevoegd, vrijwel compleet.

Obsessie vermomd als liefde
Alonzo is niet de enige man die smacht naar Nanons liefde. De charismatische krachtpatser Malabar vertelt aan iedereen die het maar horen wil dat hij op een dag met Nanon zal trouwen, tot groot ongenoegen van Alonzo. Terwijl Nanon de man zonder armen als een veilige haven beschouwt, groeit Alonzo’s obsessie voor haar, en roept hij uit: “Niemand krijgt haar, niemand behalve ik.”

Wanneer je The Unknown met een hedendaagse blik bekijkt, kun je er niet omheen dat de film is doordrenkt met vrouwonvriendelijkheid. Nanons angst voor mannenhanden, dat heel waarschijnlijk komt door het misbruik van haar vader, wordt door beide mannen totaal niet serieus genomen. Alonzo manipuleert haar door te doen alsof hij geen armen heeft en zelfs de ‘nobele’ Malabar, overtuigd dat hij ‘een van de goede’ is, grijpt keer op keer naar Nanons lichaam. Joan Crawfords personage wordt enkel gebruikt als een object voor de mannen om te winnen.

Hoewel Browning geen moderne feminist was, creëerde hij wel degelijk bewust een verhaal over mannelijk privilege en de obsessie van mannelijk verlangen. Toch kunnen we niet negeren dat de film is gemaakt in 1927, een tijd die niet bepaald bekend staat om vrouwenemancipatie. Want hoewel hij met een kritisch oog kijkt naar de man, was hij niet in staat om zijn vrouwelijke hoofdrolspeler meer te maken dan een object om zijn boodschap over te brengen. Het is wel de moeite waard om op te merken dat Browning in eerdere projecten, zoals Outside the Law (1920) of Drifting (1923), vrouwen wel degelijk afschildert als stoere, onafhankelijke personages.

The Unknown (1927)

‘The man of a thousand faces’
Alonzos obsessie met Nanon groeit alsmaar door. Wanneer de twee dichter bij elkaar komen, wordt de messenwerper er door zijn vriend Cojo aan herinnerd dat als ze te dicht bij hem komt, ze zijn armen zal voelen. Omdat hij haar niet uit zijn greep wil laten ontsnappen, blijft er maar één wanhopige oplossing over: Alonzo besluit zijn armen chirurgisch te laten amputeren.

De tragiek die Alonzo met zich meedraagt is de danken aan de acteerkunsten van de legendarische Lon Chaney. Browning en Chaney werkten maar liefst tien keer samen en het gerucht gaat dat Chaney de wereldberoemde vampier zou spelen in Brownings Dracula (1931) voordat hij in 1930 stierf. ‘The Man of a Thousand Faces’ stond bekend om zijn fysieke toewijding en liet voor The Unknown dan ook zijn armen dagenlang strak vastbinden om de illusie van zijn handicap geloofwaardig te maken.

De scène waarin Alonzo terugkeert van de chirurg en ontdekt dat Nanon ondertussen van haar angst is genezen en is verloofd met Malabar, is het toppunt van fysieke cinema. De schok, het hysterische gelach en het immense verdriet dat volgt zonder dat Chaney maar een woord hoeft te zeggen, zal iedere kijker raken en wekt, ondanks Alonzos manipulatieve aard, medelijden op.

Hoewel de wereld van het genre de afgelopen honderd jaar behoorlijk is veranderd, weet The Unknown zich nog steeds staande te houden in de wereld van horror. Niet met jumpscares of bloed, maar door de grenzen tussen monster en slachtoffer te vervagen en ons de wrede ironie te tonen van het verlangen naar een ideaal dat je nooit kunt bereiken.

Deze film is gratis te zien op YouTube.

 

23 september 2026

 

THEMAMAAND ‘De Herfst van de Stomme Film’

Sunrise: A Song of Two Humans (1927)

De Herfst van de Stomme Film
Deze september blikken we in De Herfst van de Stomme Film terug op klassiekers uit de maanden voordat The Jazz Singer in oktober 1927 de geluidsfilm inluidde. Een laatste oogst van tien films voordat Hollywood begon te praten. Hieronder de zevende film.

 

Sunrise: A Song of Two Humans (Verenigde Staten, september 1927)
Een wereld zonder vrouwelijke woede

door Małgorzata Zielińska

Sunrise: A Song of Two Humans is de eerste Amerikaanse film van de Duitse regisseur F.W. Murnau, een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het expressionisme. Murnau kwam naar de Verenigde Staten op uitnodiging van producent William Fox, die hem ruime financiële middelen ter beschikking stelde. Daardoor kon hij indrukwekkende studiodecors bouwen en op locatie filmen. De film ging slechts twee weken vóór The Jazz Singer in première en wordt vanwege het gebruik van het Fox Movietone-systeem vaak beschouwd als een brug tussen de stomme film en de geluidsfilm.

Sunrise staat steevast hoog in ranglijsten van de beste films aller tijden. Hoewel de film nog steeds wordt geprezen om zijn artistieke kwaliteit en de vermeende universaliteit van zijn liefdesverhaal, verdient juist die universaliteit een kritische beschouwing. Dat de film bijna een eeuw na zijn première kijkers blijft fascineren, getuigt van zijn artistieke kracht. Tegelijkertijd roept de blijvende populariteit de vraag op wat dit verhaal zegt over onze samenleving en over de verwachtingen die nog altijd aan vrouwen worden gesteld.

Sunrise: A Song of Two Humans (1927)

De film won drie Oscars tijdens de eerste Academy Awards-uitreiking in 1929. Als enige film ontving hij de aparte prijs voor Unique and Artistic Picture, een categorie die daarna niet meer werd toegekend. Daarnaast won de film de prijs voor cinematografie voor het werk van Charles Rosher en Karl Struss. Janet Gaynor ontving de prijs voor Beste Actrice voor haar rollen in Sunrise, 7th Heaven en Street Angel. Bij de première in New York werd de film voorafgegaan door sprekende journaalbeelden met Benito Mussolini, bedoeld om een breder publiek aan te trekken.

Sunrise wordt vandaag nog steeds bewonderd om zijn visuele schoonheid, vernieuwende cinematografie en de acteerprestaties. De dynamische camerabewegingen, die personages en objecten door de ruimte volgen, waren voor die tijd vernieuwend.

Liefdesdriehoek
Sunrise vertelt het verhaal van een liefdesdriehoek dat de vrouwen presenteert als de heilige en de verleidster. Aan de ene kant staat de deugdzame, passieve Vrouw (Janet Gaynor), aan de andere kant de onafhankelijke, moderne en sensuele Stadsvrouw (Margaret Livingston). Toch lijken beide personages door hetzelfde verlangen te worden gedefinieerd: begeerd worden door dezelfde, grotendeels passieve Man (George O’Brien).

De Man heeft een verhouding met de Stadsvrouw. Op haar aandringen stemt hij in met een plan om zijn Vrouw te verdrinken tijdens een geënsceneerd ongeluk. Hij aarzelt wanneer hij op het beslissende moment de kerkklokken hoort. De Vrouw vlucht naar de stad, waar het echtpaar zich verzoent en hun liefde herleeft. Wanneer tijdens de terugreis vanuit de stad een storm losbarst, raakt de Man ervan overtuigd dat de Vrouw is verdronken. In wanhoop en woede probeert hij vervolgens zijn minnares te wurgen. Uiteindelijk wordt de Vrouw levend teruggevonden en eindigt de film met de hereniging van het echtpaar, terwijl de Stadsvrouw het dorp verlaat.

Binaire tegenstellingen
De film is opgebouwd rond scherpe tegenstellingen: stad en platteland, dag en nacht, kuisheid en seksualiteit, dominantie en onderwerping.

De blonde Vrouw belichaamt een ideaal van deugd, moederschap en bijna aseksuele kuisheid. Zij is passief, afhankelijk en doet denken aan een sprookjesfiguur zoals Doornroosje. Maar de Vrouw is ook financieel zelfstandig en vindingrijk.

De Vrouw verschijnt vooral in het daglicht, thuis, en draagt meestal lichte kleding, terwijl de Stadsvrouw wordt geassocieerd met de nacht, de maan, het moerassige landschap en donkere kleding. Zo ontstaat een visuele tegenstelling tussen licht en duisternis, orde en verleiding, goed en kwaad.

De donkerharige Stadsvrouw vertegenwoordigt daarentegen levendigheid, moderniteit, onafhankelijkheid en doet denken aan een vampier. Vanuit een hedendaags perspectief lijkt de film te suggereren dat vrouwelijke autonomie en seksuele vrijheid tot ontwrichting, geweld en uiteindelijk zelfs moord kunnen leiden.

De illusie van keuzevrijheid: hoer of heilige
In de film lijken slechts twee vormen van vrouwelijkheid mogelijk. De ene wordt aangemoedigd, beloond en maatschappelijk gewaardeerd, de andere veroordeeld, uitgesloten en uiteindelijk verworpen.

Beide vrouwelijke personages zijn extreme stereotypen. Daardoor voelen zij minder aan als echte mensen. Paradoxaal genoeg is het juist de Man die het meest geloofwaardig overkomt. Verteerd door verlangen, twijfel, lafheid en woede voelt hij menselijker en herkenbaarder aan dan beide vrouwen. Soms lijkt de Man een sluipende dief of zelfs een monster, zoals in de eerste scène in de boot; op andere momenten is hij een onzekere en berouwvolle echtgenoot. Juist daardoor blijft hij het meest intrigerende en geloofwaardige personage van de film.

De kerkklokken en het bezoek aan de kerk kunnen worden geïnterpreteerd als een symbolische beteugeling van de maatschappelijk onaanvaardbare impulsen en verlangens van de Man. Toch blijkt uit de scène met het mes, waarin hij een man die zijn vrouw het hof maakt gewelddadig bedreigt, dat het vernis van beschaving dun is.

Veelzeggend is ook de rol van het (vergeten) kind. Het verschijnt vrijwel uitsluitend samen met de Vrouw en slechts twee keer kort met de Man. Wanneer hij plannen maakt om zijn echtgenote te verdrinken, de boerderij te verkopen en met zijn minnares naar de stad te vertrekken, komt het lot van het kind niet ter sprake. De film lijkt het kind voornamelijk met het moederschap te associëren, terwijl het vaderschap nauwelijks deel uitmaakt van de identiteit van de Man.

Sunrise: A Song of Two Humans (1927)

Stad en platteland
Vanaf de eerste minuten wordt de Stadsvrouw voorgesteld als een verstoring van de orde. In plaats van na de zomer naar de stad terug te keren, blijft zij op het platteland. De film lijkt te suggereren dat een dergelijke vermenging van werelden slechts tijdelijk mogelijk is en alleen binnen maatschappelijk aanvaarde grenzen.

De stad wordt geportretteerd als een vreemde wereld, een bijna droomachtig pretpark bevolkt door mensen met andere kleding, kapsels en gewoonten. Toch verandert het verblijf in de stad de identiteit van het echtpaar nauwelijks. Hun gedrag, uiterlijk en maatschappelijke rollen blijven grotendeels intact. De kerk, waar de verzoening van het echtpaar plaatsvindt, en het huwelijk spelen een centrale rol in het herstel van de maatschappelijke orde. De dansscène benadrukt dat het echtpaar, ondanks het verblijf in de stad, zijn landelijke identiteit behoudt.

Misdaad zonder straf
De film is geïnspireerd op het korte verhaal De reis naar Tilsit van Hermann Sudermann, bewerkt door Carl Mayer. Murnau veranderde het einde echter ingrijpend.

In Sudermanns verhaal overleeft de Vrouw, terwijl de Man tijdens de terugreis om het leven komt. Zijn dood vormt een duidelijk patroon van misdaad en straf. In Sunrise ontsnapt de Man daarentegen niet alleen aan de gevolgen van zijn moordplan, maar ook aan zijn poging de Stadsvrouw te wurgen.

Vanuit een hedendaags perspectief kun je de film lezen als een verhaal waarin vrouwelijke meegaandheid, vergevingsgezindheid en het ontbreken van vrouwelijke verontwaardiging worden beloond met het herstel van het huwelijk en maatschappelijke erkenning. De woede van de Man wordt daarentegen verklaard, getolereerd en vergeven.

Ook na bijna een eeuw blijft Sunrise opvallend actueel: de verantwoordelijkheid voor kinderen ligt vooral bij de moeder en geweld tegen vrouwen wordt in veel landen gebagatelliseerd. Anti-emancipatoire bewegingen winnen aan invloed en opvattingen die vrouwen vooral willen beperken tot de rollen van moeder en echtgenote keren terug.

Deze film is gratis te zien op YouTube.

 

20 september 2026

 

THEMAMAAND ‘De Herfst van de Stomme Film’

The Cat and the Canary (1927)

De Herfst van de Stomme Film
Deze september blikken we in De Herfst van de Stomme Film terug op klassiekers uit de maanden voordat The Jazz Singer in oktober 1927 de geluidsfilm inluidde. Een laatste oogst van tien films voordat Hollywood begon te praten. Hieronder de vierde film.

 

The Cat and the Canary (Verenigde Staten, augustus 1927)
Laat je niet gek maken door een spookhuis

door Bob van der Sterre

Verdelingen van erfenissen: altijd een dankbaar onderwerp voor films. In The Cat and the Canary is het de basis voor een heerlijk avondje exquis griezelen.

Superrijk zijn heeft ook nadelen als je hebzuchtige familieleden hebt. Dat maakt Cyrus West mee. We zien de miljonair in kwestie op een stoel tussen reusachtige lege flessen en katten om zich heen. “Zijn hebzuchtige familieleden, die waren als katten bij een kanarie en hadden hem op de rand van waanzin gebracht.”

Maar hij krijgt ze nog wel.

Zijn envelop met de erfenis mag pas twintig jaar na zijn dood worden geopend. Twintig jaar lang wachten – dan klopt de notaris aan. Die vraagt aan de voormalige verzorgster, genaamd Mummy Pleasant: “Het moet hier wel eenzaam zijn geweest, twintig jaar lang.” Haar antwoord: “Ik heb de levenden niet nodig.”

The Cat and the Canary (1927)

Een levende mot: vals spel
Een weird huis dus van een weirde miljonair. Toch melden alle hebzuchtige familieleden zich op de bijzondere dag bij het kasteel. Eenmaal bij elkaar valt het schilderij van Cyrus West op de grond. Mummy Pleasant kijkt hen vuil aan als ze het schilderij meeneemt en zegt: “Iets vreselijks gaat hier gebeuren.”

Als Annabelle West (rol Laura La Plante) vervolgens de erfenis krijgt, is de enige voorwaarde dat ze ‘gezond’ verklaard moet worden door een dokter. Dat valt wel mee, denk je. Hoewel… In de tweede envelop staat wie anders de erfenis krijgt. Probleem: de enveloppen waren al gezien door iemand want er zat een levende mot in de kluis! Die persoon hoeft haar dus alleen nog maar waanzinnig te laten verklaren om steenrijk te worden. Maar als de notaris wil onthullen wie hij is, grijpt een klauw hem van achteren en is hij weg.

Dan komt er ook nog een agent binnen: “Een gestoorde is ontsnapt en hij moet hier ergens op het terrein zitten. Een maniak die denkt dat hij een kat is en verscheurt zijn slachtoffers als kanaries!” Vanaf dat moment doolt hij rond in het kasteel van de overleden miljonair.

De chaos neemt alsmaar toe want de West-diamanten van Annabelle, nét gevonden dankzij een hint van de overleden miljonair, zijn opeens gestolen. Ze legt het uit aan de andere mogelijke erfgenamen: “Een hand, als een klauw of een spin, kwam opeens uit de muur en stal de ketting die ik droeg.” De anderen beginnen haar steeds meer gestoord te vinden. Maar bij hen begint de spanning ook op te lopen. Zal de dokter Annabelle gezond verklaren?

Ontbrekende stemmen laten je focussen op het beeld
Waarom is deze film een stuk entertainender dan de versies die later verschenen? Het antwoord ligt voor de hand: het ontbreken van stemmen. Doordat je je focust op beeld, werkt sfeer zoveel beter.

We worden ook wel erg verwend met veel speelsheid in The Cat and the Canary, zoals close-ups van pratende monden, wapperende gordijnen, gezichten met lichtval van onderen, letters die in beeld dansen, enorme schaduwen, vervormde gezichten (speciale lenzen), of de hamertjes van een klok die dwars door het beeld van kletsende familieleden is te zien. Leni had intussen een boel trucs geleerd en paste ze allemaal toe.

De visualisatie van de tekst draagt bij aan soms komische momenten waar de film ook wel bekend om is. Zo worden we als een tante haar mond opent getrakteerd op een explosie van tekens – een visualisatie van een serie vloeken zoals je die kent uit strips. Hilarisch moment! Ook aardig: knalgroot HELP!! als er gegild wordt, of SUSAN! als zij opeens wegrent.

Paul Leni: een vindingrijke expressionist
Niet zo raar, al deze vindingrijkheid, want regisseur Paul Leni had een achtergrond als schilder, ontwierp filmsets (en kostuums) en begon in 1913 met films maken. Hij werd een belangrijk persoon in de Duitse expressionistische cinema, met films als Hintertreppe (1921) en Waxworks (1924). Dat is waarom je in deze film misschien soms denkt aan de horrorklassieker des horrorklassiekers: Nosferatu (waar hij trouwens niet aan meewerkte).

The Cat and the Canary (1927)

Na successen in Duitsland kwam Leni in 1927 op uitnodiging naar Hollywood en maakte de film zonder zelfs Engels te kunnen spreken (de schrijver van het script, Robert F. Hill, sprak gelukkig Duits). Het is een film die nu wordt gezien als een van de klassiekers in het haunted-house-genre en die de voorbode was van de hausse van films hierover in de jaren vijftig, zestig.

Leni maakte in 1928 ook het voortreffelijke The Man Who Laughs (met Conrad Veidt) en overleed helaas al heel jong in 1929, 44 jaar oud. Dat was nog in de tijd dat mensen veel vaker stierven aan sepsis door een tandinfectie, wat hem dus ook overkwam.

Toneelstuk als voorloper
Hij had ook wel veel baat bij het feit dat het een toneelstuk was geweest (van John Willars). Het helpt het tempo en zorgt dat er een goed evenwicht is tussen beeld en verhaal. Dit script gaf Leni de kans om de art design een grote rol te geven. Met acteurs die de sfeer van het art design als het ware voortrekken in de karakters die ze speelden, zoals de streng ogende Martha Mattox als ‘Mummy Pleasant’, of Lucien Littlefield als de creepy dokter Ira Lazar.

Hierna zou het verhaal nog vijf keer verfilmd worden, maar ze zijn (logisch) veel prateriger en missen het toch wel het af en toe briljante visuele talent in Leni’s versie.

Er valt wel wat voor te zeggen dat de film iets te veel ‘style over substance’ is – zeker als je vergelijkt met een aantal van zijn Duitse tijdgenoten (Metropolis, Der Letzte Mann, Dr. Mabuse). Er zijn ook wel wat moderne critici die de film om deze reden wat minder interessant vinden. Toch is dat ook een kwestie van smaak: wat is een film als er visueel niets te genieten valt?

Het blijft zonde dat zoveel zwijgende films nog steeds ondergewaardeerd zijn – zeker bij de moderne generatie die alles van voor 2000 ‘oud’ vindt. Er valt zoveel aan deze vroege cinema te ontdekken. Meer weten? Lees dan ook mijn stuk over de misvattingen van zwijgende films!

Deze film is gratis te zien op YouTube.

 

12 september 2026

 

THEMAMAAND ‘De Herfst van de Stomme Film’

It (1927)

De Herfst van de Stomme Film
Deze september blikken we in De Herfst van de Stomme Film terug op klassiekers uit de maanden voordat The Jazz Singer in oktober 1927 de geluidsfilm inluidde. Een laatste oogst van tien films voordat Hollywood begon te praten. Hieronder de eerste film.

 

It (Verenigde Staten, februari 1927)
Geboorte van de ‘It Girl’

door Cor Oliemeulen

Het zijn eerst die ogen. Groot, levendig, een tikje brutaal. Clara Bow hoeft in It nauwelijks iets te doen om je blik naar zich toe te trekken. En dat is nou precies waar deze film over gaat: een eigenschap die zich nauwelijks laat omschrijven, maar die je meteen voelt als je haar ziet.

Schrijfster Elinor Glyn noemde in haar novelle die eigenschap simpelweg It. Een soort X-factor avant la lettre, die volgens haar niets met schoonheid alleen te maken had. Een natuurlijke aantrekkingskracht en magnetische ‘sex appeal’, zonder dat je je daar zelf van bewust bent.

Clara Bow als de eerste It Girl.

De vrouw neemt het initiatief
De wat sullige Monty (William Austin) leest Glyns verhaal in de Cosmopolitan en begrijpt dat It dé eigenschap is waarmee iemand het andere geslacht aantrekt. Aha, dat geldt dus ook voor mannen, concludeert hij als hij zichzelf tevreden in de spiegel bekijkt.

Met het magazine in de hand loopt hij naar zijn vriend Cyrus (Antonio Moreno), de nieuwe baas van het immense warenhuis. Die heeft geen tijd om zich te laten beoordelen. Dan maar eens zoeken op de damesafdeling naar iemand met It. Monty blijft staan voor enkele verkoopsters, leest nog even een paar regels uit het verhaal en weet het zeker: verkoopster Betty Lou (Clara Bow) heeft ‘het’. Maar zij staat inmiddels in katzwijm te kijken naar Cyrus, die nu ook op haar afdeling is verschenen.

Terwijl Monty voorzichtig contact met haar zoekt, vangt Betty Lou op dat Cyrus die avond in de Ritz dineert. Ze laat zich snel door Monty uitnodigen om zo met haar baas in contact te kunnen komen. Of het eenvoudige meisje en de rijke directeur uiteindelijk bij elkaar komen, verklappen we natuurlijk niet.

Wat we wel kunnen verklappen, is dat de film – behalve het begrip It – nauwelijks iets van Glyns novelle overneemt. In dat verhaal is geen vrouw maar een succesvolle zakenman gezegend met It. De film draait dus de rollen om en maakt van het arme winkelmeisje Betty Lou de belichaming ervan: bruisend, energiek en brutaal. Iemand die niet afwacht tot ze wordt versierd, maar zelf het initiatief neemt. Ze gebruikt haar It-factor juist heel bewust om Cyrus te verleiden.

De wilde jaren 20
We zitten midden in de Roaring Twenties als ene Clarence G. Badger It regisseert. Een periode van economische groei, consumptie, auto’s, radio, jazz, stadsleven, film en een veranderende jeugdcultuur. Flappers, zo noemen ze jonge vrouwen die breken met normen over hoe zij zich horen te gedragen. Ze dragen kort haar en nog kortere jurken, dansen, roken, drinken, flirten en zijn zelfstandig.

Een actrice als Clara Bow had al in films met veelzeggende titels als Dancing Mothers en Mantrap een reputatie opgebouwd als een vrouw met een heel directe en levendige aanwezigheid. Heel anders dan de afstandelijke elegantie van Greta Garbo en het onschuldige imago van Mary Pickford oogde Bow spontaan, fysiek aanwezig, ondeugend en modern.

Met haar grote, donkere en sprekende ogen keek zij nieuwsgierig en vol zelfvertrouwen de wereld in. Haar sterk aangezette, hartvormige bovenlip werd een kenmerk van die wilde jaren. Bijna elke flapper had er een. Maar ook kapsels, kleding en gedrag werden massaal gekopieerd.

It (Verenigde Staten, februari 1927)

It werd een groot kassucces en Clara Bow was een sensatie. In datzelfde jaar speelde ze ook in Wings (augustus 1927). Dit spectaculaire oorlogsdrama, met het beroemde tracking shot waarbij de camera zich soepel over zes tafels in een afgeladen Folies Bergère beweegt, ging de geschiedenis in als de eerste winnaar van de Oscar voor beste film. Haar rol is daar kleiner – de film draait vooral om twee bevriende gevechtspiloten – maar ook als het verliefde buurmeisje Mary Preston spat Bow van het doek.

Filmstudio Paramount verkocht vooral die sprankelende persoonlijkheid. Bladen schreven voortdurend over haar privéleven. Haar kracht lag in het gevoel dat ze niet acteerde, maar dat ze gewoon was.

Meer dan je naam op een parfumflesje
Met die zwijgende romantische komedie uit 1927 werd Clara Bow wereldberoemd als de “It Girl”. Honderd jaar later is het begrip nog springlevend, maar flink gedevalueerd. Denk aan al die influencende modepoppen, zoals weet ik hoeveel Kardashians, waarbij het vooral draait om het verkopen van allerlei rotzooi aan jonge meiden van wie de eigen smaak zich nog moet ontwikkelen. Ooit betekende It dat iemand een ondefinieerbare aantrekkingskracht had. Tegenwoordig is het al genoeg als je maar vaak op een scherm verschijnt en er iemand staat te popelen om je naam op een parfumflesje of op een potje wondercrème te zetten.

Het leven van Clara Bow zou uiteindelijk een stuk minder zorgeloos verlopen dan haar verschijning op het witte doek deed vermoeden. De roem, schandalen en voortdurende belangstelling voor haar privéleven eisten hun tol. Al even populair was Bow in de vroege geluidsfilms, maar door het gebruik van microfoons kon ze minder vrij bewegen. Juist toen bleek pas goed dat haar lichamelijke manier van acteren, haar spontaniteit en die directe relatie met de camera waren gevormd door de stomme film.

Deze film is gratis te zien op YouTube.

 

3 september 2026

 

THEMAMAAND ‘De Herfst van de Stomme Film’

Hundreds of Beavers

****
recensie Hunderds of Beavers
Weergaloze, originele nepheid

door Cor Oliemeulen

Een man in de sneeuw. Een konijn in een pak. Een val die niet werkt. Nog een val die niet werkt. En dan: honderden bevers. Het klinkt als een grap, verzonnen met veel bier achter de kiezen – wat ook klopt. Het moest zelfs een hele film worden. Hundreds of Beavers van Mike Cheslik duurt uiteindelijk bijna twee uur zonder gesproken woorden, waarin de gein en ongein steeds uitgekiender en absurder uitpakken.

Jean Kayak is een succesvolle producent van appelbrandewijn in de besneeuwde wildernis van Noord-Amerika. Nadat bevers zijn boomgaard en stokerij vernielen, blijft hij berooid achter. De niet zo snuggere dronkaard moet leren overleven en besluit om pelsjager te worden. Eerst probeert hij konijnen en ander klein wild te verschalken, later richt hij zijn pijlen en andere hulpmiddelen, zoals boomstammen en ijspegels, op de bevers die hem ten gronde hebben gericht. Ondertussen probeert hij indruk te maken op de dochter van een bonthandelaar. Ook die heeft zo zijn zwakheden: het lukt hem maar niet om zijn pruimtabak in een potje uit te spugen.

Hunderds of Beavers

Slapstick, cartoon en videogame
Cheslik vertelt het eenvoudige verhaal met beweging, montage, geluid en onnozele blikken. Daarmee roept Hundreds of Beavers direct de wereld van de stomme film op. Hoofdrolspeler Ryland Brickson Cole Tews heeft het onverstoorbare gezicht van een klassieke slapstick-acteur en moet vooral fysiek acteren: vallen, glijden, rennen, klimmen, bevriezen, door het ijs zakken en continu nét te laat beseffen dat elk plan tot een nieuwe frustratie leidt.

De invloed van Buster Keaton ligt voor de hand, maar Hundreds of Beavers is meer dan alleen een moderne stomme komedie. De capriolen van onze antiheld volgen de logica van een cartoon: fysiek onmogelijk, maar hier volkomen vanzelfsprekend. Verder is de structuur van de film beïnvloed door een videogame. Jean leert van zijn mislukkingen, verzamelt buit, verbetert zijn vaardigheden en neemt het op tegen steeds sterkere tegenstanders. Honderden bevers.

Mensen in dierenpakken
De dieren maken deze platte wereld nog merkwaardiger. Konijnen, wolven en natuurlijk bevers worden gespeeld door mensen in mascottepakken. De beverpakken werden gekocht bij een Chinese webshop, want met een filmbudget van ongeveer 150.000 dollar moet je keuzes maken. Het voordeel was dat de dierenpakken uitgebreide casting overbodig maakten: wie beschikbaar was, kon een kostuum aantrekken. Vervolgens konden enkele gefilmde dieren digitaal worden vermenigvuldigd tot complete groepen.

Hunderds of Beavers

Het resultaat ziet er soms uit alsof een stel studenten met een camera, goedkope attributen en een computer aan het improviseren is geslagen. Maar achter die ogenschijnlijke eenvoud zit veel voorbereiding: bewegingen, valpartijen, landschappen en andere elementen werden afzonderlijk opgenomen en later in de montage en met digitale effecten samengevoegd. Cheslik verzorgde zo’n 1500 digitale effectshots grotendeels zelf.

Daarom voelt Hundreds of Beavers als een cartoon met echte mensen. Personages worden verschoven, gekopieerd, versneld en tegen elkaar uitgespeeld. Zwart-witbeelden, harde contrasten, digitale filmkorrel, simpele composities en zichtbaar kunstmatige decors benadrukken de weergaloze, originele nepheid van de film.

Bijna twee uur slapstick is lang. Vooral in het middenstuk dreigen al die valpartijen en mislukkingen voorspelbaar te worden. Bovendien is niet iedere grap even sterk. Maar gelukkig groeit het speelveld van Jean Kayak. De tegenstanders worden talrijker, de constructies ingewikkelder en de schaal grotesker, met als apotheose zijn aanval op de beverburcht. En natuurlijk kunnen we niet wachten op het moment dat hij de dochter van de bonthandelaar in de armen kan sluiten.

 

24 augustus 2026

 

ALLE RECENSIES

Father Mother Sister Brother

***
recensie Father Mother Sister Brother
Droge gesprekken, lange stiltes en een druppelende kraan

door Cor Oliemeulen

Wie van actie houdt, is bij Jim Jarmusch aan het verkeerde adres. De Amerikaanse filmmaker, die in 1984 doorbrak met Stranger Than Paradise, laat in zijn films veel aan de kijker over. Father Mother Sister Brother, winnaar van de Gouden Leeuw in Venetië, bestaat uit drie losse verhalen. Samen vormen ze een beheerste, minimalistische blik op familierelaties.

Het eerste deel, Father, is het sterkst, vooral door het uitstekende spel en de onverwachte, hilarische apotheose. Het is een tijd geleden dat Jeff (Adam Driver) en zijn zus Emily (Mayim Bialik) op bezoek gaan bij hun vader, vertolkt door Tom Waits. Zoals altijd beweegt die zich moeiteloos als een droog, eigenzinnig en licht absurdistisch personage in het universum van Jim Jarmusch.

Father Mother Sister Brother

Vader
Vader woont in een afgelegen gebied in New Jersey aan een meer. Hij verwelkomt zijn kinderen in een ongemakkelijke sfeer. Jeff heeft een doos met voedingsmiddelen meegebracht. Of ze iets willen drinken. Ai, vader heeft alleen water in huis, maar gelukkig vindt Emily thee in de keuken. Het huis is een zooitje: een verfrommeld kleed over de bank, boeken en spullen her en der. Korte, plichtmatige gesprekjes over werk, kinderen, gezondheid. Het zwijgen overheerst. Jee, is het al zo laat? Een voorzichtige omhelzing. Jeff stopt vader nog wat geld toe. Opluchting bij alle drie dat het bezoek voorbij is.

Moeder
Het tweede deel is opnieuw traag, minimalistisch en vol stiltes. De invloed van Jarmusch’ vriend en geestverwant Aki Kaurismäki (o.a. Fallen Leaves) is duidelijk voelbaar. Net als in Father zit de kracht in kleine momenten, subtiele interacties, droge humor en aandacht voor buitenstaanders. Zo iemand is Lilith (Vicky Krieps), een vrij onaangepast punktype, die door haar moeder (Charlotte Rampling) in Dublin is uitgenodigd voor een min of meer verplichte lunch. Even later arriveert haar stijve zus Timothea (Cate Blanchett) met een bos bloemen. Ook hier hebben moeder en dochters elkaar al een tijd niet gezien. Gezeten achter duur servies en kleine, luxe hapjes kan de kijker zich laven aan heerlijk nietszeggende conversaties en ongemakkelijke stiltes van drie topactrices.

Zus en broer
In de afsluiting van het drieluik over Jarmusch’ familierelaties maken we kennis met Billy (Luka Sabbat) en Skye (Indya Moore). In Sister Brother keert deze tweeling voor even terug naar het lege appartement in Parijs waar ze opgroeiden om met behulp van oude foto’s en documenten herinneringen op te halen aan hun jeugd en hun overleden ouders.

Ditmaal kiest Jarmusch voor een voortkabbelende stroom van gesprekjes zonder noemenswaardige gebeurtenissen. Waar Father langzaam opbouwt tot een verrassende finale en Mother een duidelijke stijl heeft, lijkt Sister Brother met zijn hyperrealisme stil te blijven staan. In zijn vroege film Stranger Than Paradise was die functionele eenvoud vernieuwend. De leegte voelde toen als iets nieuws en paste bij de tijdgeest. In Jarmusch’ latere films, zoals The Limits of Control, wordt die stijl radicaler. Daarin zitten nog wel mysterieuze en absurdistische momenten, maar voor veel kijkers ontbreekt ontwikkeling. Dat geldt ook voor het derde deel van Father Mother Sister Brother, waardoor het zich loswringt van de eerste twee delen en het geheel onevenwichtig maakt.

Father Mother Sister Brother

Liever geen afgebakend plot
Het is een bewuste keuze van een filmmaker die sfeer, observatie en stilte belangrijker vindt dan een afgebakend plot. Minimalisme is wars van een verplichte onthulling. In die zin staat Jim Jarmusch in lijn met regisseurs als Aki Kaurismäki, Robert Bresson en Yasujirō Ozu, die film zien als een reeks momenten en niet als een verhaal met een duidelijk einde.

In Father Mother Sister Brother leiden familiebanden niet tot een inzicht of een oplossing, maar blijven ze bestaan in al hun onvolledigheid en imperfectie. Jarmusch trekt zijn minimalistische benadering door in de muziek, die hij zelf mee vormgeeft. Direct na afloop klinkt een sobere uitvoering van Jackson Browne’s These Days, met de tekst “These days I seem to think a lot / About the things that I forgot to do for you…”

Die regels vatten perfect samen waar Father Mother Sister Brother uiteindelijk om draait: niet wat er gebeurt, maar wat achterwege blijft.

 

14 april 2026

 

ALLE RECENSIES

Movies that Matter 2026 – Deel 2: Amerika, land van tegenstellingen

Movies that Matter 2026 – Deel 2:
Amerika, land van tegenstellingen

door Tim Bouwhuis

Dat Amerika een land van tegenstellingen is, klinkt in het politieke en sociaal-culturele tumult van de voorbije jaren al lang niet meer als een boude stelling. Wie toch nog twijfelt, kan zich op het Movies that Matter Festival verwonderen over de inhoud van The Alabama Solution en All About the Money. De twee documentaires brengen extremen naar voren waar de gemiddelde speelfilmregisseur jaloers op zou zijn.

In de eerste minuten van The Alabama Solution bezoekt een cameraploeg het buitenterrein van een grote gevangenis. Ergens in de open ruimte is een muziekpodium opgetuigd voor een middagje ongebruikelijk vertier. Er is geen wolkje aan de lucht, en juist dát blijkt in deze ontstellende HBO-docu het probleem. Zodra de cameraman een van de gevangenen naar binnen probeert te volgen, wordt de sfeer onrustiger en begint de man in kwestie schichtig om zich heen te kijken. Het ‘bezoekuur’ heet hier bezoekuur met een reden.

The Alabama Solution

The Alabama Solution

Afgeschermd van de buitenwereld
Hoe documentairemakers Andrew Jarecki en Charlotte Kaufman erop kwamen om juist deze gevangenis te bezoeken – en hoe ze toestemming kregen – wordt in de film zelf niet verduidelijkt (in online achtergrondartikelen gelukkig wel). Alles draait om de ontwikkelingen die door dat eerste bezoek in gang werden gezet. In de periode nadat het duo zijn opnames had gemaakt, kregen Jarecki en Kaufman meerdere telefoontjes van gevangenen die communiceerden met gesmokkelde gsm’s.

Met de hand opgenomen filmpjes van de gangen en binnenvertrekken van de bezochte gevangenis tonen de mensonterende omstandigheden waarin de gevangenen hun tijd moeten uitzitten. Een tussentekst stelt dat staatsgevangenissen als deze opereren op tweehonderd procent capaciteit met hooguit een derde van het benodigde personeel, en het personeel dat er is misdraagt zich. In een van de telefoongesprekken vertelt een gevangene dat een andere gevangene in elkaar zou zijn geslagen door een cipier en zou zijn afgevoerd. De makers spoeden zich naar de IC van het naburige ziekenhuis en stuiten op een lijkzak.

Corrupt tot op het bot
The Alabama Solution brengt een wetteloze toestand in kaart, en vertaalt de aangezette gevangenisdramatiek van een serie als Prison Break zo onverbloemd naar de Verenigde Staten van hier en nu. De angst van de gevangenen om hun mond open te doen over het schrikbewind van een – er is geen beter woord – door de staat gevalideerde knokploeg komt duidelijk over. “Als je niets zag, zou een transfer naar een andere gevangenis misschien leuk zijn”, kreeg een gevangene die het doofpotincident aanschouwde later te horen.

De participerende filmvorm van de documentaire (door zelf contact op te nemen, werken de gevangenen zich in feite op tot coauteurs) is goed voor een prikkelende kijkervaring, maar het proces van interactie tussen de driehoek van makers, gevangenen en gevangenis had meer interne reflectie verdiend. Jarecki en Kaufman tonen zich net te gretig om al vroeg in de film een narratief op het maakproces te projecteren, waarin alle rollen (de gevangenen als slachtoffers, de cipiers als daders en het ‘systeem’ als grotere schuldige) naadloos zijn uitgetekend en complicerende vragen buiten schot blijven.

Zijn de makers bijvoorbeeld niet zelf medeplichtig als gevangenen door te filmen en zich uit te spreken in de problemen komen? En hoe lukte het Jarecki en Kaufman in vredesnaam om in contact te komen met een gevangene die al vijf jaar zat weggestopt in een isoleercel? De titel van de film is ironisch: een oplossing voor deze schrijnende toestand is ver te zoeken, en het onconventionele maakproces roept nieuwe vragen op.

In de schoot geworpen
Als The Alabama Solution al een documentaire is die meer vragen oproept dan ze beantwoordt, dan geldt dat zéker voor het bizarre All About the Money. De Ierse regisseuse Sinéad O’Shea laat ons kennismaken met Fergie Chambers, een steenrijke Amerikaan die zijn privileges te danken heeft aan een imposant familiebedrijf. Mede omdat zijn overgrootvader honderd jaar terug kans maakte om president van de Verenigde Staten te worden, heeft Fergie nu een geschat vermogen van bijna vijfhonderd miljoen.

All About the Money

All About the Money

Als er zoiets bestaat als een ‘atypische’ miljonair, dan is Fergie waarschijnlijk het schoolvoorbeeld. In het eerste halfuur voert de hoofdpersoon het woord in een op het oog gemiddeld appartement, gekleed in een simpele sweater en gekleurd door een stel markante tattoos. Broodnuchter legt hij uit dat hij zoveel geld kan weggeven als hij wil, omdat hij alles toch weer schier automatisch terugverdient. Wat Fergie onderscheidt van zat andere miljonairs, is niet alleen dat hij dat eerste ook daadwerkelijk doet, maar dat hij er een (o ironie!) antikapitalistische ideologie aan koppelt.

Hier is wonen gratis
Nadat O’Shea haar hoofdpersoon geïntroduceerd heeft, gaat ze twee jaar terug in de tijd, op bezoek bij de leden van een communistisch georiënteerde woongroep. De rustieke leefomgeving van de gelijkgestemden is opgekocht door Fergie, die van zijn uitverkorenen alleen eist dat ze alles goed onderhouden. Huur betalen is niet nodig. Aan de wand van het hoofdgebouw – dat dient als vergaderruimte maar ook als sporthonk – hangt een Palestijnse vlag naast een plakkaat van de Black Panthers. In Fergies huis treffen we boeken van Xi Jinping en warempel zelfs een schilderij van Stalin aan.

Gesprekken met Fergie en de leden van de woongroep en uitgesproken posts van zijn Instagramaccount maken duidelijk hoe de miljonair in het leven staat, maar niet hoe hij de enorme tegenstellingen van zijn bestaan concreet met elkaar verenigt. All About the Money kent een aantal opvallende omissies; periodes waarin O’Shea klaarblijkelijk minder makkelijk in Fergies buurt kon komen, maar waarin zijn leven natuurlijk gewoon doorging. Vooral de overgang naar zijn verhuizing naar Tunis en zijn bekering tot de Islam (rond 2023) doet in de montage nogal abrupt aan.

Het achterste van de tong
Tussenteksten die de missende verbanden compact adresseren kunnen niet voorkomen dat de documentaire vooral in het tweede deel onvolledig, onvolkomen en afstandelijk overkomt. De gesprekken met Fergie prikkelen vrijwel zonder uitzondering – veel enigmatischer en atypischer ga je miljonairs niet aantreffen – maar de man lijkt niet het achterste van zijn tong te laten zien. Tekenend is ook dat de gezichten van zijn kinderen zijn geblurd. Ongetwijfeld vanuit verklaarbare veiligheidsoverwegingen, maar toch; je krijgt niet de indruk dat O’Shea dieper tot het bestaan en de psyche van haar hoofdpersoon heeft kunnen doordringen.

De uitsmijter van All About the Money is een ontboezeming. Na de opnames van de documentaire zou Fergie hebben aangeboden de kosten van de productie te dekken en een afzonderlijke cashbetaling te doen om ervoor te zorgen dat de film nergens vertoond hoefde te worden. O’Shea wees het voorstel af, en knipoogt daarmee op de valreep naar haar publiek: draait toch niet álles om geld. Nobel natuurlijk, maar of we dankzij haar inspanningen ook de vele tegenstellingen van Fergie Chambers beter begrijpen? In elk geval weten we dankzij deze wonderlijke weldoener dat geen enkel verhaal te bizar hoeft te klinken om waar te zijn.

Bezoek de filmpagina’s van The Alabama Solution en All About the Money voor informatie over de geplande vertoningen en beschikbare tickets.

 

22 maart 2026

 

Movies that Matter 2026 – Deel 1: Gaza en Oekraïne
Movies that Matter 2026 – Deel 3: Vechten tegen de bierkaai?
Movies that Matter 2026 – Deel 4: Rusland en Hongarije


MEER FILMFESTIVAL

The Wizard of the Kremlin

***
recensie The Wizard of the Kremlin
Cynische mediamanipulator in vlakke politieke thriller

door Jochum de Graaf

‘Als de Tsaar eenmaal het besluit had genomen, heb ik er alles aan gedaan om het te laten slagen. Hoewel ik het vaak niet met hem eens was, deed ik het toch, uit gewoonte, uit trots, en gewoon omdat ik het kon.’ Vadim Baranov (Paul Dano) kijkt aan het eind van de film terug op zijn carrière in de schaduw van Vladimir Poetin.

Baranov is de ‘Wizard van het Kremlin’ uit het boek Le mage du Kremlin van Giuliano da Empoli, een fictief en geromantiseerd verhaal gebaseerd op Vladislav Soerkov, de man die Vladimir Poetin groot maakte. Soerkov is de grondlegger van het concept van de ‘soevereine democratie’: een doctrine, die, met een sterk beroep op de Russisch-orthodoxe kerk en een teruggrijpen op het groot-Russische tsarenrijk van de 19e eeuw, een autoritair Russisch model ontwikkelde als tegenwicht tegen wat hij zag als decadente westerse democratische normen en waarden.

The Wizard of the Kremlin

Duistere kracht
Hij was, met een achtergrond als toneelregisseur en tv-producent, betrokken bij de zoektocht naar een opvolger voor Jeltsin, die uitkwam bij FSB-baas (opvolger van KGB) Poetin. Hij ontwikkelde het Kremlin-beleid ten aanzien van Oekraïne en de afvallige regio’s in de Donbas en was de drijvende kracht achter de annexatie van de Krim. Na de coronatijd werd hij ontslagen en leeft sindsdien onder de radar.

Soerkov had als bijnaam de ‘grijze kardinaal’ van het Kremlin, en ook wel ‘de puppet master’, de poppenspeler die aan vele touwtjes trekt. De ‘wizard’, de tovenaar of de ‘Kremlinfluisteraar’ – het klinkt wat mysterieus, niet per se negatief. En het ligt voor de hand om in de Russische verhoudingen te spreken over een nieuwe Raspoetin, de duistere kracht achter de echte Poetin, maar voor de Vadim Baranov in The Wizard of the Kremlin, zijn deze bijnamen toch iets te veel eer. Hij is eerst en vooral een cynische mediamanipulator, een fixer achter de schermen die zonder scrupules menig vuil werkje voor zijn baas opknapt.

Hoe het Poetinsysteem gestalte kreeg
Wanneer je de recente geschiedenis van Rusland en de opkomst van Poetin een beetje gevolgd hebt, zul je weinig nieuws ontdekken. De film neemt je mee in de neergang van de zieke president Boris Jeltsin in de jaren negentig en de gelijktijdige opkomst van de oligarchen die in FSB-chef Vladimir Poetin de man zien die hun macht en rijkdom kan veiligstellen.

Eenmaal aan de macht ontketent hij de Tweede Tsjetsjeense Oorlog, ontwikkelt hij zijn keiharde meedogenloosheid bij de ondergang van de Koersk-onderzeeër, schakelt zijn kingmaker oligarch Berezovsky uit, zet zijn grote tegenstrever oligarch Chodorovski op een zijspoor, poetst zijn imago op met de Olympische Winterspelen in subtropisch Sotsji, versterkt het Russische nationalisme inclusief de renaissance van de Stalinverheerlijking en ontwikkelt een sterke haat tegen Oekraïne, met de  interventie in de Majdan-revolutie, het binnenvallen van de Donbas en de annexatie van de Krim.

We zien ook hoe Baranov een conglomeraat van tegenstrijdige en excentrieke stromingen –  van ultraorthodoxe gelovigen en extremistische motorbendes tot een ‘Nationaal-Bolsjewistische Partij’ onder leiding van het literaire icoon Eduard Limonov – manipuleert tot een soort ‘officiële oppositie’, bedoeld om het Poetinregime van een democratische façade te voorzien. Hij ontwikkelt ook Ruslands cyberstrategie en het concept van hybride oorlogvoering, met sabotage- en ontwrichtingsacties die tot doel hebben permanente chaos en verwarring te zaaien in het Westen. Samen met nota bene Wagner-leider Jevgeni Prigozjin, die dan nog vooral bekendstaat als Poetins ‘chef-kok’, brengt Baranov een bezoek aan een ‘trollenfabriek’ in Sint-Petersburg.

Zo op een rijtje geeft The Wizard of the Kremlin een huiveringwekkend beeld hoe het Poetinsysteem gestalte kreeg: met zijn hedendaags populisme, de minachting voor de objectieve waarheid en de uitholling van de democratie en rechtsstaat.

The Wizard of the Kremlin

Veel blijft buiten beschouwing
De vergelijking met The Apprentice dringt zich op, met een glansrol voor Jeremy Strong als de roemruchte advocaat Roy Cohn die Trump de levenslessen van de immoraliteit bijbracht. Hoewel beide films de werking van de autocratie blootleggen is The Wizard of the Kremlin een stuk minder indringend. Dat heeft er deels mee te maken dat regisseur Olivier Assayas (Carlos, Wasp Network) noodgedwongen voor een compleet Engelstalige cast heeft gekozen wat de authenticiteit niet ten goede komt.

Daar komt bij dat Paul Dano (There Will be Blood) de rol van Baranov nogal matig invult, met een eentonige neuzelende stem waarmee hij ook nog eens in de veelvuldige voice-over alle gebeurtenissen en verwikkelingen becommentarieert. Het levert een nogal vlakke politieke thriller met een pathetisch einde op.

Jude Law (The Talented Mr. Ripley, Cold Mountain) als de ‘Tsaar’ is daarentegen wel sterk. Hoewel hij fysiek niet op hem lijkt, heeft hij heel goed de mimiek van gluipkop Poetin bestudeerd, de dunne glimlach, het parmantige loopje, de korte handdruk met de al bij voorbaat geïntimideerde bezoeker, het afgemeten gebaar naar de stoel waar ze moeten gaan zitten.

In tegenstelling tot de Trump uit The Apprentice krijgen we helaas geen diepgaande verkenning van de persoonlijkheid van Poetin: hoe hij van relatief onbekende spionagechef uitgroeide tot de machtswellusteling en gezochte oorlogsmisdadiger. Het brute, meedogenloze optreden in Tsjetsjenië, in Syrië, in Oekraïne, het uitschakelen en vermoorden van tegenstanders, het blijft buiten beschouwing.

En ook de toch wel sterke aanwijzingen dat Trump bij de Russen in de zak zit, de oligarchen die zijn zakenimperium in de jaren negentig van de ondergang hebben gered, de Russische beïnvloeding van de Amerikaanse presidentsverkiezingen te zijner gunste, het komt niet aan de orde. Wat zou daar zou een interessante film over gemaakt kunnen worden.

 

25 februari 2026

 

ALLE RECENSIES

Blue Moon

***
recensie Blue Moon
Toneel als film

door Cor Oliemeulen

Lorenz Hart was een van de meest invloedrijke Amerikaanse songwriters van zijn tijd. Samen met componist Richard Rodgers schreef hij 28 musicals en meer dan 500 nummers, waaronder Blue Moon. Aan hun samenwerking komt abrupt een einde als Rodgers kiest voor een nieuwe tekstschrijver: Oscar Hammerstein.

Regisseur Richard Linklater – zijn Godard-reconstructie Nouvelle Vague draait sinds eind november in de bioscoop – liep al ruim tien jaar geleden met het scenario van Blue Moon onder de arm, maar vond acteur Ethan Hawke (Boyhood, Before-trilogie) toen nog te jong. Een uitstekende keuze, want een gerijpte Hawke speelt de sterren van de hemel als de tragikomische Lorenz Hart. We treffen hem in een bar op Broadway waar hij troost zoekt in een fles martini. Wanneer Rodgers, Hammerstein en hun entourage na de première van hun eerste musical, Oklahoma!, vol enthousiasme arriveren, realiseert Hart zich dat zijn succes nooit meer zal terugkeren.

Blue Moon

Scherp van geest en woord
Hawke maakt van Hart geen karikatuur van een gevallen genie, maar speelt een vat vol tegenstrijdigheden: scherp van geest en woord, maar soms ook onberekenbaar. Terwijl barman Eddie (Bobby Cannavale) een luisterend oor biedt – met zo nu en dan een weerwoord – analyseert Hart muziek, mensen en zijn eigen falen in een waterval van mooi geformuleerde zinnen en met een blik die voortdurend zoekt naar bevestiging.

Zijn onzekerheid wordt benadrukt door de manier waarop Hart, met zijn geringe lengte van ruim anderhalve meter, slim in beeld wordt gebracht. Vaak staat en zit hij letterlijk lager dan de andere personages, moet hij bijna op zijn barkruk klimmen en wordt hij gefilmd vanuit hoeken die hem nog kleiner doen lijken. Zijn oversized pak en een gebogen houding versterken dat effect. Zo is Hart een kop kleiner dan Elizabeth (Margaret Qualley), een jonge, knappe theaterstudente die van hem wil leren en hem bewondert om zijn taalgebruik en scherpte. Zij ziet hem als mentor; hij is verliefd, maar zich pijnlijk bewust van de illusie.

Blue Moon

Pijnlijke confrontatie
De emotionele kern van de film ligt echter in de relatie tussen Lorenz Hart en Richard Rodgers (Andrew Scott). Hart spreekt met diep respect over Rodgers. “Hij is een genie. Er is niemand met zijn bereik en vindingrijkheid, zijn toffe, mannelijke melodieën die aanzwellen als heimachines.” Tegelijk is hij meedogenloos eerlijk: Rodgers is volgens hem een kilhartige klootzak – maar wel een die een melodie kan laten zweven.

Naarmate de avond vordert, wachten we op het moment waarop Hart het onvermijdelijke contact zoekt met Rodgers, die voortdurend wordt opgehouden door mensen die hem feliciteren met het succes van zijn musicalpremière. Hart krimpt steeds verder ineen, maar vertrouwt op zijn woorden. De confrontatie die volgt is ingetogen en pijnlijk. Nadat ze zich even hebben teruggetrokken uit de drukte zegt Rodgers: “Ik dank mijn beroepsleven aan jou. Je werk is briljant.“ Maar dan wordt duidelijk waarom hij na twintig jaar niet langer met Hart kon samenwerken. Het is geen verwijt, maar een vaststelling – en juist daardoor zo vernietigend.

Blue Moon is een hommage aan een briljante verteller die zichzelf langzaam buitenspel heeft gezet. Dankzij de tour de force van Ethan Hawke is Lorenz Hart geen voetnoot in de muziekgeschiedenis, maar een levende, tragikomische figuur die uiteindelijk zichzelf verloor.

 

14 januari 2026

 

ALLE RECENSIES

Nouvelle Vague

***
recensie Nouvelle Vague
Een vrouw en een wapen zijn voldoende

door Cor Oliemeulen

De geboorte van de Nouvelle Vague in Frankrijk is een van de belangrijkste momenten in de filmgeschiedenis. Met zijn gelijknamige biografie brengt Richard Linklater een nostalgische ode aan de revolutionaire filmbeweging met een reconstructie van de totstandkoming van À Bout de Souffle (1960), dat op een vrije, speelse manier afrekende met de stoffige tradities van de toenmalige cinema. Maar waar de nieuwe beweging durfde te schokken, blijft Linklater binnen de lijntjes kleuren.

Al vanaf de opening van het in stemmig zwart-wit 4:3 beeldformaat geschoten Nouvelle Vague druipt de liefde voor film en de filmgeschiedenis van het scherm. Het culturele leven van het Parijs van 1959 bruist. Een hele reeks figuren van de nieuwe generatie filmmakers verschijnt voor de lens: François Truffaut – verantwoordelijk voor de allereerste film van de beweging, Le Beau Serge (1958) – en Claude Chabrol, maker van de tweede film, Les Cousins (1959). Samen met Éric Rohmer en Jacques Rivette maken zij deel uit van Cahiers du Cinéma, een invloedrijk filmtijdschrift én de broedplaats van de nieuwe generatie filmmakers. Hun boodschap: de regisseur is de belangrijkste creatieve kracht achter een film.

Nouvelle Vague

“Zolang je maar niet acteert”
Jean-Luc Godard (Guillaume Marbeck) noemt zichzelf de enige redacteur van Cahiers du Cinéma die nog niets heeft gepresteerd. Op de redactie pakt hij stiekem wat geld uit een la en rijdt naar het Filmfestival van Cannes voor de première van Truffauts meesterwerk Les 400 coups (1959). Nu moet en zal hij ook een speelfilm maken! Een producent wil hem wel steunen, maar alleen als hij een scenario van Truffaut zal verfilmen. Uiteindelijk krijgt hij toch groen licht voor zijn eigen ideeën – ook al blijft lang onduidelijk waar de film over gaat.

“Voor het maken van een film heb je alleen een vrouw en een wapen nodig,” zegt Godard tegen de producent die een “realistische, sexy film noir” voor ogen heeft. Zijn beoogde hoofdrolspeelster  vindt Godard in het gezicht van Jean Seberg (Zoey Deutch), dat hij op de cover van een magazine ziet: “Haar wil ik.” De man met het wapen moet Jean-Paul Belmondo (Aubry Dullin) zijn. De acteur speelde al in een korte film van Godard en stemt meteen toe als zijn vriend hem opzoekt in een boksschool.

De eerste ontmoeting tussen Seberg en Belmondo is de opmaat voor nog meer prettig onheil. De actrice heeft zojuist de opnames van Otto Premingers Bonjour Tristesse afgerond en zegt: “Hierna valt iedere andere regisseur wel mee.” Als ze aan haar tegenspeler vraagt of Godard iets om acteurs geeft, krijgt ze te horen: “Zolang je maar niet acteert.”

Ondoorgrondelijk personage
De productie van Godards eerste speelfilm À Bout de Souffle gaat anders dan iedereen – behalve Godard zelf – zich had voorgesteld. Linklater maakt het gebrek aan script en structuur mooi zichtbaar. Godard schrijft ideeën op papiertjes, Seberg en Belmondo krijgen hun tekst vlak voor het draaien. Vaak is één take genoeg, want de stemmen worden achteraf toch gedubd. De producent wordt met de dag nerveuzer en begrijpt amper wat Godard aan het maken is.

Ook sterk is de uiterst gedetailleerde reconstructie van de filmset en filmwereld van 1959. Linklater duikt niet zozeer in Godards psyche, maar in de energie, speelsheid en chaos waarmee zijn werkwijze ontstond. Godard oogt zelfverzekerd, maar ook ondoorgrondelijk. Die keuze is bewust en begrijpelijk, omdat de figuur Godard – met die eeuwige zonnebril – altijd door een bepaalde geheimzinnigheid werd omgeven.

In Le Redoutable (2017) van Michel Hazanavicius leer je Godard veel beter kennen. Na zijn vroege successen zien we een man vol twijfel, cynisme, zelfspot en toenemend politiek radicalisme. Hij gooit stenen naar de politie tijdens demonstraties en worstelt met zijn relatie. Hier leef je veel meer mee met Godard, en waarschijnlijk komt dat ook omdat Hazanavicius zijn hoofdrolspeler een lichter getinte zonnebril laat dragen, zodat je hem in de ogen – en ziel – kunt kijken.

Nouvelle Vague

De revolutie is een attitude
Nouvelle Vague is een must voor cinefielen en mensen die een goed idee willen krijgen over het ontstaan van À Bout de Souffle (vanaf 11 december in een 4K-restauratie in de bioscoop) – of lees deze reis in de tijd. Hoewel Linklaters film zelden echt sprankelt, blijft de onvoorwaardelijke liefde voor film van begin tot eind voelbaar. En er valt regelmatig te lachen. Bijvoorbeeld tijdens een buitenopname van Godards filmdebuut als de cameraman zich in een postkarretje moet proppen zodat voorgangers niet in de gaten hebben dat er op straat wordt gefilmd. Of het bezoek van de beroemde Italiaanse filmmaker Roberto Rossellini aan de redactie van Cahiers du Cinéma die uitlegt hoe je volgens hem een film moet maken – om bij zijn afscheid nog even wat eten van een schaal te graaien en Godard te vragen of hij geld kan lenen.

Dat À Bout de Souffle vernieuwend werd en de eerste Nouvelle Vague-film met een gigantische impact, had uiteindelijk minder te maken met wat er op de set gebeurde dan met wat er in de montagekamer ontstond. Godard ging knippen binnen de scènes, door middel van ‘jump cuts’, waardoor het lijkt alsof de film ‘haast’ heeft. Richard Linklater toont dat de revolutie niet zit in de technologie, maar in de attitude.

 

27 november 2025

 

 

ALLE RECENSIES