Living in the Future’s Past

****
recensie Living in the Future’s Past

Introductie over verval en liefde

door Sjoerd van Wijk

Als beknopt overzicht van de collapsologie slaagt Living in the Future’s Past er in om het complexe en deprimerende onderwerp van verval bespreekbaar te maken. Het geduld en respect waarmee dit gebeurt, betekent echter dat de film geen gewaagd terrein betreedt.

Denken over maatschappelijk en ecologisch verval kreeg in 1972 een impuls met de oprichting van de Club van Rome. Terwijl vijftig jaar lang de waarschuwingen van het Grenzen aan groei-rapport zijn genegeerd, volgt de wereld volgens onderzoeken angstwekkend accuraat het bekende World3-model welke leidt tot verval. Het is dan ook een misplaatst idee dat 2020 een uitzonderlijk jaar is – alle gebeurtenissen passen in het plaatje van een globaal systeem in neerwaartse spiraal. De documentaire Living in the Future’s Past zet in heldere termen de dynamiek van en psychologie achter dit proces uiteen, in voice-over verteld door Jeff Bridges (The Big Lebowski).

Living in the Future’s Past

Uitnodigend tot onderzoek
Een doordachte verzameling ingewijden onderbreken Bridges’ vertelling. Club van Rome-lid Ugo Bardi draaft niet toevallig op als een van de gasten. Rangerend van een milieubewuste Republikeinse oud-senator tot archeoloog Joseph Tainter, wiens boek The Collapse of Complex Societies (1988) een van de standaardwerken over het onderwerp is, legt men de materie uit. Denken over verval wint de laatste jaren aan terrein getuige zogenaamde “collapsnik” internetfora of de Franse collapsologie-beweging, maar een toegankelijke introductie ontbreekt. Hier leggen de gasten voor hen bekende concepten als Energy Return on Investment op informele wijze uit alsof men aan de theetafel zit.

Als introductie tot de collapsologie nodigt Living in the Future’s Past daarom uit tot verder onderzoek. Aan Bridges’ vertelling schreven diverse gasten zoals filosoof Timothy Morton mee en dat levert de nuchtere, redelijke en aangrijpende monologen op. Hij herhaalt vriendelijk hoe de vork in de steel zit en overpeinst in voice-over pienter over het geleerde. Dat de psychologen in de film vooral speculeren over de mentale processen die leiden tot verval stimuleert meer de reflectie dan dat het verhaal aan overtuiging inboet. Tevens helpt het een abstract onderwerp behapbaar te maken. Beelden ondersteunen vaak letterlijk waar men het over heeft, maar met Koyaanisqatsi-achtige versnellingen en totaalopnames maakt regisseuse Susan Kucera desalniettemin een meeslepend essay van de film die de overtuigingskracht van de gasten versterkt.

Living in the Future’s Past

Blinde vlek
Men praat van mens tot mens hier. De overtuigingskracht van Bridges en zijn gasten zit daardoor ook in een respectvolle houding naar de medemens zonder te prediken of te beleren. De veelbesproken milieudocumentaires Planet of the Humans (2020) en Cowspiracy (2014) stippen op instinctieve wijze onrecht aan maar porren zo effectief door een manipulatieve houding. Dat leidt bij de een nog tot een onthulling van de illusies rond zonne- en windenergie, de ander dringt echter de ideologie van de makers op. Living in the Future’s Past laat in het midden wat de verstrekte informatie betekent. De overpeinzingen van Bridges stimuleren vooral wat van het leven te maken, maar niet hoe. Te reflecteren over de positie van de mens, maar niet welke positie dat moet zijn.

Die oproep bevat echter een blinde vlek. Verval komt over als een monolithisch geheel. Het grote verhaal over energie wekt de suggestie dat dit proces gelijkmatig verloopt in de wereld. De film benoemt weliswaar de grotere problematiek voor armere landen, maar vergeet te concluderen dat verschillende gebieden op verschillende wijzen verval meemaken. Bridges’ aansporingen werken voor een westers publiek, maar bijvoorbeeld stammen in de Amazone moeten al leven met de consequenties van verval.

Living in the Future’s Past

Implicaties
Living in the Future’s Past brandt zich niet aan de gewaagdere implicaties van zijn verhaal. Dat de Neolithische Revolutie resulteerde in een ecologisch Ponzi-schema zit tussen de regels door. Een scepsis over vooruitgangsdenken, zoals filosoof John Zerzans kritiek op de symbolisering van beschaving of de technologiekritiek van Ted Kaczynski, blijft eveneens onbesproken. In dat soort gedachtegoed zitten juist de complexe vraagstukken, zoals de onmogelijkheid van een terugkeer naar jagen-verzamelen of de door de film benoemde paradox dat men deel uitmaakt van een destructief systeem dat moet plaatsmaken voor iets anders.

Een prozaïsche lofzang op de liefde concludeert de film. Daarmee vormt het qua optimisme en helderheid een perfecte double bill over verval met Jean-Luc Godards enigmatisch apocalyptische essayfilm Le livre d’image (2018) – verval roept immers verschillende emoties op. Waar Godard echter blijft graven, beperkt Living in the Future’s Past zich tot een individualistische kijk op verval.

De focus op liefde geeft geen plaats aan andere emoties die gepaard gaan met denken over verval zoals woede evenals reflecties op gemeenschappelijke ondernemingen. Hoe sympathiek Bridges à la The Dude ook in de camera blikt en de aftiteling vol Instagram waardige natuurshots ook zindert, Living in the Future’s Past lijkt zo te zijn vergeten dat Jezus Christus weliswaar naastenliefde predikte maar ook ferme politieke actie ondernam toen hij met harde hand de geldwisselaars uit de tempel verdreef.

25 augustus 2020

 

ALLE RECENSIES

Once Were Brothers

****
recensie Once Were Brothers

Broederschap, heroïne, autowrakken en Dylan

door Alfred Bos

Terug naar de wortels, was het muzikale credo van The Band. Hun verhaal valt nagenoeg samen met de ontwikkeling van de rockmuziek tussen eind jaren vijftig en midden jaren zeventig. “We stonden in de frontlinie van twee of drie muzikale revoluties”, aldus gitarist en voornaamste songschrijver Robbie Robertson in de documentaire Once Were Brothers, over de loopbaan van de groep.

Iedereen had het over ‘de band’, dus noemden ze zich The Band. Het debuutalbum veroorzaakte weinig minder dan een muzikale revolutie – ook The Beatles en Eric Clapton spiegelden zich eraan – en definieerde een tijdperk. Ze waren het lokaas om Bob Dylan uit zijn zelf verkozen retraite te bewegen. Ze voelden zich broers, maar weinig is zo licht ontvlambaar als familie. Dus na een dozijn jaren was The Band gedaan, de broers van elkaar vervreemd.

Once Were Brothers

Dat ‘broers van elkaar’ is de beleving van Robbie Robertson (1943), gitarist en voornaamste songschrijver van The Band, maar die had daar als enig kind wellicht het meest behoefte aan. Of de andere vier groepsleden die zienswijze delen, leert de documentaire Once Were Brothers niet. Pianist Richard Manuel (1943-1986), bassist Rick Danko (1943-1999) en drummer Levon Helm (1940-2012) leven niet meer; organist en saxofonist Garth Hudson (1937) leidt een teruggetrokken bestaan in Woodstock, New York. Daar groeide ‘de band’ uit tot The Band en beleefde er enkele idyllische jaren.

Boeiende verteller
De film ziet de loopbaan van The Band dus door de bril van Robertson. Zijn verhaal vormt de leidraad, de beelden uit zijn archief illustreren de vertelling, en het is zijn muziek die de aftiteling begeleidt. De film stopt op het moment dat Robbie Robertson stopt met The Band.

Wat de film niet vertelt, is dat The Band zonder Robertson in de jaren tachtig opnieuw ging toeren en in de jaren negentig nog enkele albums opnam. De film vermeldt evenmin dat Robertson in 2002 Garth Hudsons aandeel in de groep uitkocht. De relatie tussen Robertson en Levon Helm was verzuurd, maar Helm heeft zijn eigen film, Ain’t In it For My Health. In Once Were Brothers komen enkele intimi van Helm aan het woord, dat weer wel.

Eerlijk is eerlijk: Once Were Brothers is niet de complete filmtitel. Hij heeft nog een ondertitel en die is duidelijk genoeg: Robbie Robertson and The Band. De film schetst de evolutie van de tienerjaren als The Hawks, de begeleiders van rock’n-rollzanger Ronnie Hawkins; vervolgens op eigen benen als Levon and The Hawks; via naamloze begeleiders van Bob Dylan; naar de opkomst, gloriejaren en neergang als The Band. Robertson kan er boeiend over vertellen.

Once Were Brothers

Grondleggers van de rootsrock
Zo als dat gaat met verhalen die uit het leven zijn gegrepen, ontkomt ook het relaas van The Band niet aan de nodige ironie. De groep bestond uit vier Canadezen (alleen Helm had een Amerikaans paspoort) en wordt – dankzij hun debuutalbum Music From Big Pink uit 1968 – gezien als de grondlegger van het rootsrock-genre, tegenwoordig ook wel Americana genoemd.

Verfijnde ironie schuilt in hun samenwerking met Bob Dylan, die ze midden jaren zestig begeleidden tijdens de elektrisch versterkte concerten van de voormalige folkbard. Nadat Dylan zich in 1966 had teruggetrokken uit de muziekindustrie en The Band onder eigen vlag tot sterren waren uitgegroeid, werd de associatie in 1974 hernieuwd met de Before The Flood-tournee. Dylan is sindsdien al weer bijna een halve eeuw onafgebroken op tournee.

De broederschap van The Band daarentegen bladderde na de gezamenlijke concertreeks af. Op 27 november 1976, Thanksgiving Day, stonden ze voor het laatst in de oorspronkelijke bezetting op het toneel. Het concert werd, op verzoek van Robertson, als The Last Waltz op film vastgelegd door Martin Scorsese, die nadien concertfilms en documentaires heeft gemaakt over Bob Dylan, George Harrison en The Rolling Stones.

Once Were Brothers

Rock-’n-roll-lifestyle
Scorsese is een van de vele talking heads van naam die in Once Were Brothers aan het woord komt, naast een stoet vermaarde muzikanten als Bruce Springsteen, George Harrison, Eric Clapton (hij wilde in The Band spelen), Van Morrison (hun buurman in Woodstock) en Bob Dylan. Een ware schat aan archiefbeelden illustreert hun commentaar en de muziek is boven alle twijfel verheven. Het soundtrackalbum van Once Were Brothers – is er niet, gek genoeg – zou een fraaie Best of hebben opgeleverd.

Hoe kon de broederschap uiteenvallen? Om de bekende reden: de rock-’n-roll-lifestyle, drank en drugs. In de jaren dat The Band resideerde in de bosrijke omgeving van Woodstock zijn er verschillende automobielen om een boom gevouwen en werd de natte lunch afgetopt met heroïne. Het drietal grootverbruikers leeft al lang niet meer. Robertson, toentertijd getrouwd en vader: “My family was my saving grace.”

En dan nu de huiskamervraag: tijdens hun afscheidsconcert stond Eric Clapton met The Band op het toneel. Clapton – die inmiddels zijn eigen documentaire heeft: Life in 12 Bars (2017) – is gelieerd aan nog twee belangrijke Amerikaanse rootsrockgroepen. Welke? Het antwoord: de The Allman Brothers Band en Delaney & Bonnie, sleutelacts waarover ook weleens een documentaire gemaakt mag worden. Tot die tijd, en ondanks zijn beperkingen, verveelt Once Were Brothers geen seconde.

 

18 augustus 2020

 

ALLE RECENSIES

Kingmaker, The

****
recensie The Kingmaker

Manipulatieve Moeder van de Natie

door Suzan Groothuis

Ze noemt zichzelf de moeder van haar natie. De moeder van iedereen. Lauren Greenfield, die eerder in The Queen of Versailles vastlegde hoe rijkdom en overdaad zich verhouden, toont het leven van de omstreden Filipijnse voormalige first lady Imelda Marcos. Een inkijkje in een gouden, corrupte kooi.

Terwijl ze door de sloppen van Manilla rijdt, trekt voormalig Imelda Marcos een stapel bankbiljetten tevoorschijn. Met een treurig gezicht deelt ze ze uit aan een rij bedelende kinderen die almaar groter wordt. Hoe anders was het tijdens het bewind van haar man Ferdinand Marcos, merkt ze op. Toen was deze armoede er nog niet.

The Kingmaker

De Amerikaanse fotograaf en documentairemaker Lauren Greenfield duikt met haar nieuwste film in het leven van Imelda. Greenfields fascinatie voor rijkdom was eerder te zien in The Queen of Versailles, waarin ze een biljonair koppel volgt tijdens de constructie van hun eigen gouden Versailles-paleis. Maar de komst van een economische crisis maakt harde metten met hun kapitaal: hun gouden bubbel stort ineen. In haar expositie Generation Wealth borduurt Greenfield voort op het thema rijkdom, middels overdadige fotowerken waar de overvloed vanaf spat. Maar de weelde van de één procent rich and famous heeft een keerzijde: wat blijft er nog van je identiteit over, als je alles wat je hebt verliest?

Omstreden weelde
In The Kingmaker (hit op IDFA 2019 en nu eindelijk in de bioscoop) draait het om een vrouw die bewijst dat je alles kan kopen, zolang er maar geld is om uit te geven. Omstreden geld, dat wel, want het Marcos-regime was doorspekt met corruptie. The Kingmaker toont zowel beelden van het nu als de opkomst van de politieke carrière van Imelda. Ze verloor als jong meisje haar moeder. Een verlies dat een diepe impact op haar had en haar neiging om te “moederen” deed groeien. Die kans benutte ze ten volle toen ze Ferdinand Marcos in 1954 ontmoette. Zijn politieke carrière was in opmars en met Imelda aan zijn zijde veroverden ze het volk. Hij, met zijn daadkrachtige speeches en zij, met haar schoonheid en charme. In 1965 werd Marcos president en Imelda first lady. Haar moederlijke medeleven met de burgers leverde haar de titel Moeder van de Natie op.

En dan zijn er de omstreden gebeurtenissen, zoals de moord op oppositieleider Benigno Aquino in 1983. Veel mensen dachten dat de Marcossen ermee te maken hadden, maar dat is nooit bewezen. Imelda’s extravagante levensstijl en onbedwingbare koopzucht nam grote proporties aan: van haar gigantische schoenencollectie tot de aanschaf van gebouwen zoals de Crown Building in Manhattan. Meest frappant is echter het opzetten van het Calauit Safari Park in de Filipijnen. Onder meer giraffes, zebra’s en impala’s werden overgebracht vanuit Afrika en neergeplant op het eiland. De bewoners van Calauit moesten hun heil elders zoeken. Alles opzij voor de Moeder van de Natie!

The Kingmaker

Uiteindelijk kwam er tegenspoed op het pad van de Marcossen: het wantrouwen van het volk groeide en in 1986 moesten ze gedwongen aftreden. Meer en meer ontstond het idee van corruptie, want waar kwamen al die overdadige geldbestedingen vandaan? Ondanks metersdikke dossiers van aanklachten, waren er geen harde bewijzen en werd Imelda (haar Ferdinand was toen al overleden) onschuldig verklaard.

Herhaling van de geschiedenis
Die onschuld is in The Kingmaker moeilijk aan te nemen. Hoewel Imelda vol lof over de politiek van haar man spreekt en haar exuberante aankopen als iets doodnormaals ziet, zijn er getuigenissen van activisten en politieke tegenstanders die je heel anders naar haar gouden werkelijkheid doen kijken.

Anno nu zitten de Marcossen weer volop in de politiek. Zoon Bongbong met zijn hang naar het vice-presidentschap en moeder Imelda als congreslid. Duterte, de huidige, en eveneens van corruptie verdachte president van de Filipijnen, is met financiële investeringen van de Marcossen naar de politieke top geklommen. De donkere geschiedenis herhaalt zich. Greenfields documentaire laat op bijtende wijze zien hoe groot en absurd de tegenstellingen tussen arm en rijk zijn. Imelda is hierin niet de held van het verhaal, maar een weerzinwekkende koningin, steevast gepositioneerd temidden van haar overdadige luxe. Een vrouw die in haar eigen geschepte werkelijkheid gelooft, getuige haar woorden: “The poor always look for a star in the dark of the night.”

 

8 augustus 2020

 

ALLE RECENSIES

Controversiële film Crash naar boek J.G. Ballard weer in bios

Controversiële film Crash naar boek J.G. Ballard gerestaureerd
De filmset als werkelijkheid

door Alfred Bos

De Britse auteur J.G. Ballard voorzag de spektakelmaatschappij. Wanneer de werkelijkheid een filmset is geworden, is waanzin het laatste toevluchtsoord van de verbeelding – zoals David Cronenbergs verfilming van Ballards roman Crash illustreert. Hoe mediaverzadiging mensen ongemerkt gek maakt.

Een groep jongeren feest na sluitingstijd in een luxe warenhuis. Op beeldschermen zien ze het resultaat van hun activiteiten overdag. Ze hebben op willekeurige plaatsen in de stad bommen geplaatst. De explosies vormen het sensatienieuws van die avond.

Crash (1996)

Crash (1996)

De publiciteit rond de Franse speelfilm Nocturama noemt nergens de naam van J.G. Ballard, maar het gegeven komt uit de verbeelding van de in 2009 overleden schrijver. Zielloos consumentisme, terrorisme uit verveling, sensatiezucht, media-overkill—het zijn thema’s van het post-millennium. Ballard schreef er vanaf de jaren zestig van de vorige eeuw romans over.

De geestesgesteldheid van de mens die leeft in een technologisch hoog ontwikkelde samenleving, vormt het onderwerp van Ballards fictie. Het beschrijft, in zijn woorden, de “dubieuze geneugten van het leven in een geavanceerde technologie”. Het onbewuste en onbedoelde effect van die technologie is dat “ze perverse impulsen kanaliseren, temmen en acceptabel maken. Technologie geeft ons de middelen om onze psychopathologie uit te leven. Het versterkt de menselijke natuur.”

Wanneer hun primaire wensen zijn vervuld en het leven een staat van schijndood is geworden, gaan mensen zich gedragen als psychopaten. Het comateuze brein kan alleen nog worden gestimuleerd door sensatieprikkels. Wanneer de ziel en het geweten zijn verdoofd, is extreem gedrag het panacee tegen de leegte.

J.G. Ballard

J.G. Ballard

Omgeving zonder identiteit
Eigenlijk had de schrijver psychiater willen worden, maar hij brak zijn studie voortijdig af om zich volledig aan de literatuur te kunnen wijden. Ballard, in 1930 geboren in Sjanghai, kwam als tiener, in 1946, naar Engeland. Hij arriveerde als buitenstaander en trof een vermoeide samenleving aan, vastgeroest in een overleefd klassensysteem, nostalgisch zwijmelend in een mythisch verleden van een wereldmacht die in werkelijkheid door de geschiedenis was ingehaald. Hij blééf een buitenstaander, zijn leven lang.

In zijn romans betoont Ballard zich een psychiater die met geïnteresseerde en geamuseerde blik naar de geesteszieke patiënt kijkt. Als jongetje zag hij in Sjanghai de bruutheid van het bestaan; mondaine weelde versus tergende armoede, het dagelijkse geweld, lijken op straat. Zijn puberjaren bracht hij door in een Jappenkamp. Die jeugdherinneringen, opgeschreven in de roman Empire of the Sun, zijn in 1987 verfilmd door Steven Spielberg. Toen Ballard na de oorlog in Engeland arriveerde, had hij over de menselijke natuur geen illusies. Zijn persoonlijke geschiedenis maakt hem tot een unieke observator.

De jaren na de Tweede Wereldoorlog waren ook in Engeland een tijd van wederopbouw en optimisme. De verzorgingsstaat kreeg vorm, wetenschap en technologie beloofden vooruitgang: gemak en welvaart op een voorheen ongekende schaal. Die nieuwe wereld vormt het decor van Ballards romans: snelwegen, torenflats, winkelcentra, bedrijventerreinen en wetenschapsparken. De ontmenselijkte, identiteitsloze, volstrekt neutrale en ontzielde omgevingen die de modernistische architectuur van de naoorlogse jaren kenmerkt.

Empire of the Sun (1987)

Empire of the Sun (1987)

Dat ontzielde decor is gevuld met media: beeldschermen en reclameborden laten een niet aflatend bombardement van sensationele prikkels en commerciële boodschappen op het individu los. Die wordt door de zielloze omgeving zelf ontzield en gevuld met de gemanipuleerde mediaboodschappen. Het identiteitsloze individu is gereduceerd tot consument, prooi van spin en marketing. Over dat individu, die lege huls op zoek naar sensatie, gaan Ballards romans.

Spektakel regeert
De inwerking van betonjungle en mediaverzadiging op de menselijke psyche resulteert in een toestand van psychose. De buitenwereld wordt de binnenwereld, realiteit en fantasie zijn verwisseld. Dat is de psychopathologie van Ballards personages. Ze zijn vervreemd van de werkelijkheid en zichzelf. De mediarepresentatie, het simulacrum, heeft de plaats van de realiteit ingenomen. Ze leven in een virtuele wereld en beleven die als authentiek; het is echter een waan. Het echte leven, het authentieke, is verdwenen achter een scherm van marketing en technologie.

In zijn meest controversiële roman Crash (1973) ontmoet de verteller, net als de schrijver James Ballard geheten, de voormalige tv-wetenschapper Robert Vaughan. De doctor is de leider van een groep verkeersslachtoffers die verkeersongelukken van beroemdheden naspelen en daar seksuele opwinding aan ontlenen. De droom van Vaughan is om te verongelukken in een frontale botsing met filmster Elizabeth Taylor.

De roman begon als een kort verhaal, getiteld Crash!, onderdeel van de experimentele roman annex verhalenbundel (je kunt de teksten in willekeurige volgorde lezen) The Atrocity Exhibition. Het boek bevat tevens het verhaal Why I Want To Fuck Ronald Reagan, waarmee Ballard reeds in 1970 een politieke carrière voorzag voor beroemdheden en tv-persoonlijkheden. Spektakel regeert.

Lust opwekkende wrakken
Na de publicatie van The Atrocity Exhibition (het gruwelkabinet) organiseerde Ballard in het New Arts Laboratory in Londen een expositie van autowrakken. In 1978 vertelde hij in het undergroundmagazine Search & Destroy wat er vervolgens gebeurde. “Ik wilde mijn vermoedens testen en stelde drie wrakken ten toon. Ik heb nog nooit mensen zo agressief dronken zien worden als tijdens vernissage. Ik werd bijna aangevallen door een verslaggever.”

Het werd nog leuker. “Ik liet een jonge vrouw zonder topje de genodigden interviewen en er was closed circuit tv waarop de gasten konden zien hoe ze te midden van autowrakken werden aangesproken door een jongedame met blote borsten. Dat was teveel, iedereen raakte van de kook. De vrouw werd bijna verkracht op de achterbank van een wrak. Dat voorval bevestigde mijn vermoedens.”

De tentoonstelling liep een maand en de autowrakken werden doorlopend gemolesteerd. “Ze werden met verf bespoten, ramen kapot geslagen, spiegels afgebroken—de vijandigheid was verbazingwekkend.” In 1971 maakte Ballard voor de BBC een korte film naar het verhaal, met hemzelf en actrice Gabrielle Drake in de hoofdrollen. De roman Crash veroorzaakte na publicatie in 1973 veel controverse. Later verklaarde de schrijver: “Ik wilde de lezer provoceren om onder ogen te zien wat naar mijn idee een omkering van menselijke waarden was, de dood van de emotie. Crash was een wanhopige poging om de sensationalisering van geweld te begrijpen.”

Psychopathologie van de mediamens
Het heden is voor Ballard de sleutel tot de toekomst, niet het verleden. Zijn boeken zijn gesitueerd in een verhevigde variant van het heden, een toekomst die op het punt staat te gebeuren. Ballard: “Ik ben geïnteresseerd in de komende vijf minuten.” Diens favoriete sciencefictionfilm was Alphaville van Jean-Luc Godard, waarin de modernistische nieuwbouw van Parijs dient als decor voor dienst dystopische schets van de toekomst.

Ballards debuutroman, The Wind from Nowhere (1961), is de eerste van een reeks boeken waarin de beschaving ten onder gaat door natuurrampen. In zijn boeken vanaf The Atrocity Exhibition (1970) heeft de werkelijkheid van wind en water plaatsgemaakt voor een medialandschap. In de jaren zestig was de televisie uitgegroeid tot het venster op de wereld.

De mediaverzadiging heeft consequenties, meent Ballard. De virtuele wereld van de elektronische media – televisie, film, radio en, vanaf de late jaren zeventig, computer – is een kunstmatige, geregisseerde representatie van de werkelijkheid. Die simulatie neemt gaandeweg en ongemerkt de plaats in van de fysieke werkelijkheid. Met als resultaat dat verbeelding en realiteit van plaats wisselen. “Het medialandschap is een kaart op zoek naar een gebied”, aldus Ballard.

De consequenties voor de bewoner van die mediarealiteit zijn vergaand. Hij is vervreemd van zijn fysieke realiteit en identiteit, van zichzelf. Die vervreemding – je zou het ‘cognitieve dissociatie’ kunnen noemen – is een door media geïnduceerde psychose. Het lichaam verblijft in de fysieke wereld, het hoofd in de virtuele wereld van media en internet. Die verwarring is de default-stand van de eenentwintigste-eeuwse, posttruth samenleving geworden.

Smartphoneverslaving, nepnieuws, terroristische aanslagen, een eindeloze stroom van sensationele prikkels zonder samenhang of context, de mens als maakbaar object, obsessief groepsdenken, ultrageweld—het zijn symptomen van de psychopathologie die Ballards romans beschrijven. Wanneer de werkelijkheid een filmset is geworden, is gekte het laatste toevluchtsoord van de verbeelding.

De observaties van Ballard sporen met de ideeën van de Franse filosoof Guy Debord, de man die de term ‘spektakelmaatschappij’ muntte. Debords collega Jean Baudrillard roemde Crash als “de eerste roman over het universum van de simulatie”.

The Atrocity Exhibition (2000)

The Atrocity Exhibition (2000)

Ballard op het filmdoek
Het duurde tot 1996 eer Crash – met James Spader als Ballard en Elias Koteas als Vaughan – werd verfilmd door de Canadese regisseur David Cronenberg en opnieuw een controverse veroorzaakte. ‘De personages slaapwandelen door het verhaal in een staat van futuristische afstomping, op zoek naar extreme vormen van sensatie omdat ze geen normale emoties meer kunnen voelen’, schreef The New York Times. De Washington Post was vernietigend: ‘Crash reikt niet verder dan de meest directe sensatiezucht’.

De boeken van Ballard zijn zeer geschikt voor verfilming, ze zijn visueel rijk. De auteur ziet zichzelf als een gemankeerde schilder. “Ik schilder mijn boeken als het ware.”

In 2000 bewerkte de Amerikaan Jonathan Weiss het fragmentarische The Atrocity Exhibition voor het witte doek, het is zijn eerste en enige film. Weiss verwerkte archiefbeelden van nieuwsfeiten uit de jaren zestig in het verhaal rond Dr. Talbert. Die werkt aan een gruwelkabinet. Hij verzamelt foto’s van de handen van Lee Harvy Oswald, de moordenaar van president Kennedy; sjouwt rond met twee onthoofde Christusbeelden; en neemt een meisje van achteren terwijl ze naar een foto van Ronald Reagan kijkt.

Ballard was zeer te spreken over Weiss’ boekverfilming. Hij stuurde de regisseur een fax: “Toen ik naar de film keek had ik bijna het idee dat ik het boek las.”

High-Rise (2015)

High-Rise (2015)

Continue soap
De Britse cult-regisseur Ben Wheatley waagde zich in 2015 aan de verfilming van High-Rise (1975), nadat Nicolas Roeg in de jaren zeventig een poging had gewaagd maar het boek onverfilmbaar noemde. (Het probleem lag volgens Ballard bij de scenarist, Paul Mayersberg, niet het boek.) Tom Hiddleston speelt de rol van Robert Laing, de arts en universitair docent die verhuist naar een net opgeleverde luxe woontoren waar zich al snel een barbaarse klassenoorlog ontwikkelt.

Tijdens de promotietournee voor de film las Hiddleston voor uit een interview van Ballard uit 1978. Een paar citaten:

“Ik kan me een enorme uitbreiding van het beeldmateriaal voorstellen, beschikbaar door de druk op een knop, zoals je nu kunt bellen naar een nummer voor het weerbericht.”

“Ik denk dat de grootste ontwikkeling van de komende twintig, dertig jaar zal zijn de introductie van beeldsystemen: iedere kamer van ieder woning of flat heeft een camera die registreert wat er gebeurt. De transformatie van de huiskamer tot tv-studio schept een nieuw soort realiteit.”

“Als iedereen een camera heeft beginnen mensen eindeloos zichzelf te fotograferen; terwijl ze zich scheren, zitten te eten, ruzie maken; en de toepassingen voor de slaapkamer liggen voor de hand. Maar daarna zal ieder van ons de focus zijn van een continue soap.”

Ballard voorzag de sociale media, met hun obsessieve zucht naar aandacht, hun echokamers en hun agressie tegen afwijkende meningen; het zijn symptomen van de mediapsychose. Zijn favoriete plek was de anonieme lounge van de Londense luchthaven Gatwick. Daar voelde hij zich thuis.

Crash (1996)

Crash (1996)

Techno-surrealisme
Ballards latere boeken, gepubliceerd na het autobiografische Empire of the Sun, zijn (nog) niet verfilmd, maar dat lijkt een kwestie van tijd. Cocaine Nights (1996) gaat over een schaduwwereld van brandstichting, geweld en buitenechtelijke seks in een Spaanse woonenclave voor Britse welgestelden. Het businesspark Eden-Olympia uit Super-Cannes (2000) is het decor van perversie en deprivatie voor een kaste van geprivilegieerde professionals van artsen, architecten, producers en zakenmannen.

In Millennium People (2003), de eerste Ballard-roman na nine eleven, gaat de hoofdpersoon op zoek naar de waarheid achter de dood van zijn vrouw, die om het leven kwam bij een terroristische aanslag op de luchthaven Heathrow. De afgeschermde gemeenschap van het wooncomplex Chelsea Marina blijkt een broeinest van middleclass terroristen. Dit is het boek waarop Nocturama lijkt te zijn geïnspireerd.

Kingdom Come (2006), satireert de triomf van het consumentisme, dat in feite een vorm van fascisme is, met de shopping mall als focus. De consument wordt geïnformeerd via tv-commercials en de beschaafde middenklasse blijkt een kudde barbaren, voetbalhooligans in maatpak. Geweld is vermaak, een panacee tegen de leegte. Wat in Crash nog was voorbehouden aan insiders, is in Ballards laatste roman massavermaak geworden. Het consumentenparadijs is instabiel, want gebouwd op een waan.

De tijd is rijp voor een herwaardering van David Cronenbergs film naar Ballards meest geruchtmakende roman. Nu dankzij het Covid-virus de dagelijkse realiteit is verworden tot een draaiboek van protocollen en gedragsregels, en aldus is getransformeerd tot filmset, behoort Crash tot het nieuwe normaal.

De ongecensureerde 4K-restauratie van Crash is vanaf donderdag 6 augustus te zien in een aantal bioscopen.

 

31 juli 2020

 
ALLE ESSAYS

Yellowstone

***
recensie Yellowstone

Het nut van beren en wolven

door Paul Rübsaam

De oude berenmoeder Qoad Mom en de eenzame wolf Blacktail zijn de helden in de natuurdocumentaire Yellowstone. Samen met hun soortgenoten herstellen deze vleeseters het natuurlijk evenwicht in het oudste natuurreservaat ter wereld.

Onder invloed van de excentrieke geleerde en globetrotter Alexander von Humboldt (1769-1859) won in de loop van de negentiende eeuw de opvatting terrein dat natuur een kostbaar, maar ook kwetsbaar goed is. Dat resulteerde onder andere in de opening in 1872 van het Amerikaanse Yellowstone National Park. Vanaf dat jaar hebben het landschap van dit oudste nationale park ter wereld en een deel van de dieren die er leven een beschermde status.

Yellowstone

Het inzicht dat niet alleen prooidieren, maar ook roofdieren als beren, wolven, coyotes en poema’s bescherming verdienen, is van veel recentere datum. Aanvankelijk opende het Amerikaanse leger in Yellowstone Park juist de jacht op de verguisde vleeseters. Zo werd de laatste grijze wolf in 1926 doodgeschoten en was het lot van de grizzlyberen niet veel beter. Alleen coyotes met hun grote aanpassingsvermogen en de voornamelijk ‘s nachts actieve poema’s wisten min of meer stand te houden.

Uit balans
De natuurdocumentaire Epic Yellowstone – Return of the Predator van de Amerikaanse regisseurs Eric Bendick en Tom Winston vertelt ons echter dat het ecosysteem van Yellowstone uit balans raakte door de afwezigheid van de grote vleeseters. Bij gebrek aan natuurlijke vijanden graasden de grote kuddes van herbivoren de weides van het park volledig kaal. Er moest dus iets gebeuren.

In 1995 werden er vijftien in Canada gevangen grijze wolven in Yellowstone losgelaten Maar zouden de dieren het redden? Zouden ze hun ecologische taak naar behoren weten te vervullen? Dezelfde brandende vraag kon gesteld worden naar aanleiding van de gedecimeerde grizzlyberen met hun tijdrovende paringsrituelen en lange draagtijd.

Stoere protagonisten
Yellowstone roept enige associaties op met televisiezenders als RTL 7 en National Geographic. Je zou het een natuurdocumentaire ‘voor mannen’ kunnen noemen. Niet het broedgedrag van kleine vogeltjes staat centraal, maar de survival van beren en wolven, die zich wagen aan de jacht op bizons en elanden, toch ook niet de kleinste vertegenwoordigers van het dierenrijk. De voice-over van de Amerikaanse acteur Bill Pullman, met zijn doorrookte, ietwat hees klinkende stem, voorziet de wederwaardigheden van de vleeseters van commentaar. Het brengt bij de kijker een westernachtig gevoel teweeg.

Roofdieren zijn anders dan plantenetende prooidieren, wier voedsel alom aanwezig is, volledig afhankelijk van vlees. Hun jachtpartijen zijn lang niet altijd succesvol, waardoor ze regelmatig balanceren op de rand van de hongerdood. Toch weten de wolven die zich verenigd hebben in roedels met illustere namen als The Mollie Pack en The Wapiti Pack het te redden in Yellowstone. De enige eenzaat is de jonge wolf Blacktail. Pullman spreekt diens naam uit met een mannelijke snik in zijn stem.

Yellowstone

Voor de grizzlyberen is de vruchtbare berin Quad Mom het boegbeeld. Ze dankt haar naam aan een nest met maar liefst vier welpen, een zeldzaamheid onder grizzlyberen, wat in 2010 een ferme bijdrage aan het opkrikken van het berenbestand in Yellowstone betekende. Quad Mom is herkenbaar aan een litteken op haar voorhoofd, een herinnering aan een gevecht met een mannetjesgrizzly die haar welpen wilde doden.

Seizoenen
Bendick en Winston hadden het geluk dat zich tijdens de opnames van de documentaire een enkele minuten durende volledige zonsverduistering boven Yellowstone voltrok, terwijl de volgende pas over 235 jaar te verwachten is. Het levert prachtige beelden op. Voor het overige dienen de vier seizoenen als weinig origineel fundament voor het draaiboek.

Maar helemaal voorspelbaar is Yellowstone toch niet. Als recensent moet je wel degelijk op je hoede zijn voor spoilers. Vindt Blacktail nog aansluiting bij een roedel? Zullen de twee laatste welpen van de eigenlijk al te oude berenmoeder Quad Mom hun winterslaap overleven? We zullen het niet verklappen.

 

26 juli 2020

 

ALLE RECENSIES

Never Rarely Sometimes Always

***
recensie Never Rarely Sometimes Always

Roadtrip naar abortus

door Cor Oliemeulen

De filmtitel slaat op de vragenlijst die Autumn in de abortuskliniek moet invullen. ‘Voelde je druk toen je seks met die jongen had? Nooit, Zelden, Soms of Altijd?’ Autumn antwoordt niet. Haar gezicht spreekt boekdelen.

Autumn (Sidney Flanigan) is een 17-jarig meisje in een stadje in Pennsylvania dat veel haar leeftijdsgenoten een alto zou noemen. Ze zingt en speelt gitaar, zonder succes, maar dat lijkt haar nauwelijks te deren. Als ze besluit een neuspiercing te nemen, pakt ze gewoon een veiligheidsspeld, ontsmet weliswaar de punt, en steekt die dwars door haar neusvleugel. Na school werkt ze, net als haar nichtje en beste vriendin Skylar (Talia Ryder), als caissière in een supermarkt. Op een dag ontdekt Autumn tot haar grote schrik dat ze zwanger is. Ze voelt dat ze niet terecht kan bij haar moeder, die sowieso weinig aandacht aan haar lijkt te schenken, en zeker niet bij haar stiefvader die haar zeker niet serieus neemt, wat overigens geheel wederzijds is.

Never Rarely Sometimes Always

Magisch geluid
“Dit is het meest magische geluid dat je ooit hebt gehoord”, zegt de verpleegster als zij tijdens de echo de snelle hartslag van Autums ongeboren kind laat horen. De moeder lijkt niet erg onder de indruk, want ze bezoekt de kliniek om te informeren naar een abortus. Een andere, oudere medewerkster vraagt waarom Autumn haar kindje niet wil houden en probeert haar op andere gedachten te brengen. Pennsylvania blijkt een conservatieve omgeving waarin het moederschap juist wordt toegejuicht en abortus wordt verafschuwd, ook gezien het wrede filmpje over de verwijdering van een embryo dat Autumn (maar niet de kijker) krijgt voorgeschoteld.

Eliza Hittman is een onafhankelijke filmmaakster die zich graag richt op jongeren die hun identiteit zoeken. Ze debuteerde met It Felt Like Love (2013) waarin ook al een jong meisje de keerzijde van seksualiteit ontdekt, en Beach Rats (2017) waarin een jongen experimenteert met drugs en op het internet contact met oudere mannen zoekt. Voor Never Rarely Sometimes Always liet Hittman zich inspireren door de 28-jarige Ierse tandarts Savita Halappanavar die in 2012 zwanger van haar eerste kind was, complicaties kreeg, smeekte om een abortus, die werd geweigerd omdat de Ierse wetgeving dat niet toestaat, en een week later in het ziekenhuis overleed.

Never Rarely Sometimes Always

Griezelige precisie
Hittman was zo aangeslagen dat ze zich in de materie ging verdiepen en onderdook in de mentaliteit van het kleine stadsleven in de Amerikaanse staat Pennsylvania waar de wetgeving abortus slechts onder strikte omstandigheden toestaat, zodat veel meisjes en vrouwen uitwijken naar New Jersey en New York. Met een soms griezelige precisie toont Hittman de procedures die Autumn moet ondergaan en de emotionele weerslag in haar gelaat en lichaamshouding. Natuurlijk suggereert Hittman dat Autumn onder een bepaalde druk zwanger is geraakt, maar ze maakte Never Rarely Sometimes Always met zoveel toewijding en begrip dat de regisseur iets meer aandacht voor de gevolgen van onveilig vrijen bij jongeren had mogen hebben. Cynici zouden na afloop zelfs kunnen beweren dat het maar goed is dat je zoveel moeite voor een abortus moet doen.

Hoewel Autumn door de hulpverleners in New York wel met heel veel liefde wordt omringd, gaat het verblijf aldaar namelijk niet zonder slag of stoot. Autumn blijkt in haar thuisstaat verkeerd te zijn voorgelicht, zodat de behandeling niet dezelfde dag kan worden verricht. Zonder slaapplek en met nog weinig geld op zak ontdekken Autumn en Skylar het leven in de grote stad. Verwacht geen schokkende gebeurtenissen, maar wel een kalme, meeslepende trip, waarin de twee geloofwaardig acterende meiden nauwelijks een woord wisselen, maar altijd weten dat hun solidariteit en vriendschap onvoorwaardelijk is. Vooral dat maakt de film aantrekkelijk.

 

26 juni 2020

 

ALLE RECENSIES

King of Staten Island, The

***
recensie The King of Staten Island

Overjarige onvolwassene ontwaakt

door Cor Oliemeulen

De hoofdpersonages in films van Judd Apatow nemen het leven meestal niet zo serieus. Vaak is een externe prikkel nodig om zich aan de lamlendigheid van drank en blowen te kunnen onttrekken. Zo vergaat het ook Scott in The King of Staten Island, dat in eigen land door de coronacrisis slechts online werd uitgebracht, maar bij ons gewoon in de bioscoop verschijnt.

De films van de Amerikaanse regisseur worden gekenmerkt door een hoog awkward gehalte: ongemakkelijk, pijnlijk, gênant, raar, tenenkrommend. Denk maar aan The 40-Year-Old Virgin (2005), Knocked Up (2007) en Funny People (2009). Zonder al teveel fantasie zou je Judd Apatow het zwakker begaafde neefje van Woody Allen kunnen noemen. Er zijn ontegenzeggelijk overeenkomsten tussen de twee filmmakers: beide van joodse komaf, opgegroeid in New York en begonnen als schrijver voor tv-comedy’s. De verschillen zijn opmerkelijker: Allen figureert in veel van zijn films (bijna niemand anders kan immers beter zijn eigen grappen vertolken), terwijl Apatow nauwelijks in zijn eigen films acteert, maar op zijn manier ook de lach aan zijn kont heeft hangen.

The King of Staten Island

Kansloos
Bij Allen herken je snel een ‘Woody Allen’-karakter, waar je in films waarbij Apatow is betrokken diens signatuur moeiteloos ontdekt, ook in films die hij produceerde, zoals The Cable Guy (1996), de twee Anchor-films (2004 en 2013), Superbad (2007) en Forgetting Sarah Marshall (2008). Veel van die komedies zijn over de top en worden bevolkt door onconventionele types als Seth Rogen of Jason Segel en blinken uit in ongerieflijke situaties, structureel drank- en drugsgebruik en obsceniteiten. Maar uiteindelijk zit het hart op de goede plaats en belooft een happy end beterschap voor de overjarige onvolwassenen. In de films van Woody Allen zijn het vaak artistieke jongeren uit een kansrijker milieu die worstelen met hun identiteit en neuroses, maar ook daar komt alles meestal wel op zijn pootjes terecht.

De hoofdpersoon van The King of Staten Island is de 24-jarige Scott, gespeeld door stand-upcomedian Pete Davidson, wiens karakter voor een deel uit zijn eigen leven is gegrepen. Scott is depressief, blowt en drinkt met zijn al even kansloze vrienden en heeft geen idee wat hij met zijn leven aanmoet. Hij klust wat als ‘tattoo artist’ en droomt van een ‘tattoo-restaurant’, want de formule van je laten tatoeëren tijdens het eten van een kipmenu bestaat immers nog niet.

The King of Staten Island

Ontdekkingstocht
Gezien het merendeel van de afbeeldingen op zijn eigen lijf en die van zijn vrienden werkt Scotts impulsieve en naïeve gedrag niet direct bevorderlijk om als gerespecteerd kunstenaar door het leven te gaan. Toch blijkt hij wel degelijk talent te hebben, hoewel niet iedereen daar in eerste instantie oog voor heeft. Zo laat Scotts moeder Margie (Marisa Tomei) iemand haar bovenarm zien. ‘Ah, een cockerspaniël.’ ‘Nee, het is mijn dochter.’

Veel dialogen en situaties zijn levensecht en regelmatig grappig. De lamlendigheid van het bestaan als jongvolwassene die geen flauw idee heeft hoe hij onderwerp van een hoopvolle toekomst moet worden. Scott: ‘Wat is dit voor een slechte wiet, ik merk niks.’ Vriend: ‘Ik word ook niet meer high, maar blowen is wel een lifestyle.’ Margie, die na zeventien jaar weduwe zijn een nieuwe liefde krijgt, gooit Scott na een ruzie het huis uit en dwingt hem zo om zelfstandig te worden. Dat proces gaat natuurlijk met horten en stoten, maar uiteindelijk ontdekt Scott dat hij meer in zijn mars heeft dan hij dacht en krijgt hij van heel dichtbij de kans om zijn overleden vader beter te leren kennen. The King of Staten Island is wat aan de lange kant, maar soms hebben mensen nu eenmaal veel tijd nodig zichzelf te ontdekken.

 

21 juni 2020

 

ALLE RECENSIES

Honey Boy

****
recensie Honey Boy

Shia LaBeoufs therapie

door Sjoerd van Wijk

Honey Boy is uit het hart gegrepen dankzij Shia LaBeoufs imponerende aanwezigheid. De film krijgt een therapeutische lading door het intens gebrachte autobiografische verhaal, wat het simpele scenario doet vergeten. 

“Honey boy” is namelijk het koosnaampje dat LaBeoufs eigen vader gebruikte toen de acteur zijn eerste stappen als kindfilmster zette. Hij schreef de film over de traumatische verhouding met zijn vader tijdens zijn verblijf in de verslavingszorg. In Honey Boy is de 22-jarige Otis Lort (gespeeld door Lucas Hedges) LaBeoufs alter ego: een filmster die na een auto-ongeluk in de verslavingszorg belandt. Zijn jeugd besluipt hem daar als de psycholoog een jeugdtrauma constateert.

Honey Boy

Terug naar het verleden dus, waar Noah Jupe als 12-jarige Otis te maken heeft met LaBeouf (American Honey, The Peanut Butter Falcon) als vader James die vooral van de alcohol moet wegblijven en zijn frustraties op zijn zoon botviert. James als mislukte rodeoclown kan alleen maar met Otis omgaan omdat deze hem als assistent heeft aangenomen.

Salonpsychologie
Deze getroebleerde vader-zoonrelatie is een typisch gegeven waar LaBeoufs scenario weinig van afwijkt. Na lange flashback-episodes reageert de volwassen Otis weer boos. Natuurlijk ontkent hij de manipulatie van zijn vader maar geeft uiteindelijk toch schoorvoetend toe dat zijn jeugd niet zo gelukkig was. Bij het duiden van Otis’ trauma vervalt Honey Boy regelmatig in salonpsychologie.

Elk moment uit het verleden moet resoneren in het heden, als Otis gebroken de dialogen herhaalt. De stugge psychologen blijven graven in de slechte jeugd waarbij de bank om languit op te liggen ontbreekt. Een van hen adviseert Otis om eens lekker hard te schreeuwen in z’n eentje; een nichetherapie in het echte leven, maar in films een cliché. Gelukkig blijkt de scenariostructuur een grote MacGuffin voor de werkelijke therapie: die van LaBeouf zelf.

LaBeouf doet het
Want Honey Boy beklijft dankzij zijn krachtsinspanning. De vader is de oorzaak van het trauma en eist vanzelfsprekend alle aandacht op in beeld. De film raast door dankzij Natasha Braiers geagiteerde camerawerk, waar de als door een duivel bezeten LaBeouf een flinke schep bovenop doet. Het is zijn van het internet bekende Just Do It-bombast waar het theatrale aankomt als een gedecideerde mokerslag.

Elk handgebaar, elke oogopslag barst welhaast van de spanning met een intensiteit die doet denken aan het acteergeweld in John Cassavetes’ films. LaBeouf evenaart de iconische acteurs uit die films met spel à la Peter Falk in Husbands die uit man en macht probeert bij de groep te horen en daarbij over de schreef gaat. Het brengt de intimiderende persoonlijkheid die LaBeoufs vader moet zijn geweest tot leven.

Honey Boy

Verbazing
Ogenschijnlijk simpel opgezette films kunnen af en toe toch verbazen en daar is Honey Boy er een van. Het echte graven vindt niet plaats met Hedges maar in elke scène waar LaBeouf zijn eigen vader tracht te doorgronden. Een zoektocht die continu enerveert. LaBeouf put zo met zijn acteerprestatie waarheid uit het clichématige scenario.

De kommer en kwel krijgt een gepast nostalgische toon op selecte momenten. Regisseuse Alma Har’el, die een overstap van documentaire naar fictiefilm maakt, brengt in zachte tinten de spaarzame toenadering tussen vader en zoon die door de tederheid Otis’ herinnering compliceren. Het zijn welkome adempauzes in alle razernij, die het eindeloze conflict tussen vader en zoon benadrukken. Uiteindelijk vertelt Otis in een droom aan zijn vader dat hij een film over hem gaat maken. Dat is door LaBeoufs imposante aanwezigheid goed voor te stellen.

 

1 juni 2020

 

ALLE RECENSIES

I See You

***
recensie I See You

Zaken die niet te verklaren zijn (of toch wel?)

door Ries Jacobs

Een huis vol vreemde geluiden, waar de televisie plotseling aanspringt en spullen even mysterieus verdwijnen als ze weer tevoorschijn komen. Is I See You de zoveelste bovennatuurlijke Hollywoodproductie in de stijl van Gothika (2003) en What Lies Beneath (2000)?

Los van een mooie sfeerimpressie van het ietwat vervallen stadje begint de film met weinig meer dan Hollywoodclichés. Rechercheur Greg Harper woont met zijn vrouw Jackie en hun tienerzoon Connor in een slaperig Amerikaans stadje. De sfeer in huis is niet al te best nadat Greg ontdekte dat zijn echtgenote een buitenechtelijke relatie heeft.

I See You

Terwijl op zijn werk het onderzoek naar twee op mysterieuze wijze verdwenen kinderen vastloopt en de relatie met zijn vrouw ijskoude diepten bereikt, verandert zijn huis langzaamaan in een broeinest van onverklaarbare zaken. Het zilveren bestek verdwijnt uit de besteklade om later op te duiken in de wasmachine en de pick-up speelt uit het niets langspeelplaten af. Als klap op de vuurpijl staat Jackie’s minnaar plots op de stoep.

Kleine producties en televisieseries
Naast regisseur Adam Randall drukt scriptschrijver Devon Graye zijn stempel op de film. Graye, van oorsprong een acteur die nooit verder kwam dan rollen in kleine producties en televisieseries, koos ervoor om het verhaal van zijn eerste script in tweeën te knippen. Het tweede deel verklaart de vreemde gebeurtenissen die in het voorgaande deel plaatsvonden.

Randall laat zien prima met dit script overweg te kunnen. Hij laat scènes uit het eerste deel van de film een aantal keer vanuit een andere camerahoek zien om te verklaren wat er gebeurt. De kijker ontdekt op deze wijze zelf wat er werkelijk aan de hand is in huize Harper. Steeds licht Randall een extra tipje van de sluier op en naarmate de film zijn einde nadert, komt alles op knappe wijze bij elkaar. De regisseur jast het verhaal er in minder dan anderhalf uur doorheen, maar dit gaat niet ten koste van het verhaal of de karakters. Deze zijn goed genoeg uitgewerkt, hoewel de verhouding tussen de echtelieden Jackie en Greg meer aandacht zou mogen krijgen.

I See You

Puisterige onruststokers
Na een handvol korte films en de matig ontvangen lowbudgetfilms Level Up (2016) en iBoy (2017) blijkt Randall meer in zijn mars te hebben dan alleen eendimensionale actie. Hij laat zien sfeer te kunnen creëren en het beste uit onbekend filmtalent te kunnen halen. Acteurs Libe Barer en Owen Teague transformeren schijnbaar moeiteloos in de puisterige onruststokers Mindy en Alec.

De regisseur toont dat hij met een budget van slechts drie miljoen dollar en zonder sterrencast (Oscarwinnares Helen Hunt is de bekendste naam op het affiche) een puike film in de bioscoopzalen krijgt. I See You heeft zijn spannende momenten en goed gevonden plotwisselingen, maar ook de mistroostige sfeer van Amerikaans provincialisme. De film laat velen van zijn in Hollywood gemaakte evenknieën achter zich. Deze regisseur beheerst zijn vak en is na drie independents klaar voor het grote werk. Dit viel de grote jongens van Netflix ook op. De streamingdienst contracteerde Randall om de thriller Night Teeth te regisseren.

 

27 mei 2020

 

ALLE RECENSIES

Planeet van de sensatiebelusten?

Ondertussen, op de redactie:

Planeet van de sensatiebelusten?

RALPH:

Hoe kun je een kikker die in een put leeft de grootsheid van de oceaan duidelijk maken? Hij zal je niet begrijpen – Taoïstisch gezegde.

Ik zag onlangs Planet of the Humans en heb daarna e.e.a. gelezen over de film. Een film die veel (fijn)stof heeft doen opwaaien en ook onze recensent Sjoerd meekrijgt in het aanstippen van de kritiek die de film spuit op hernieuwbare energie.

Het zou de ogen van de ‘groenen’, de ‘duurzaamheidshippies’ en klimaatactivisten hebben moeten openen, maar zij worden nu weggezet als fundamentalisten die niet tegen kritiek kunnen. Want de film is sterk bekritiseerd vanuit de klimaat-activistische hoek. En terecht. Van Michael Moore is bekend dat hij jokt, bedriegt en op grote schaal manipuleert. Hij verstaat de kunst als geen ander om middels selectieve montage menig emotie op te roepen en het kritische denken bij de niet-ingewijden te doen versuffen en je mee te krijgen voor zijn boodschap. (In Bowling for Columbine leek het alsof hij bij het openen van een bankrekening een jachtgeweer kreeg en zijn Sicko is eveneens zeer selectief).

Jeff Gibbs doet weinig anders. Evenals Ozzie Zehner, ze hebben geld in de docu gestoken, zijn overtuigd van hún boodschap, dus hoppatee, open die registers! Het past naadloos binnen de factfree, posttruth samenleving onder Trump, de grootste jokkebrok van allen. Ik laat het  factchecken over aan degenen die er verstand van hebben, zoals Jasper Vis: https://jaspervis.wordpress.com/2020/05/01/ik-zocht-de-feiten-bij-de-film-planet-of-the-humans-van-jeff-gibbs-michael-moore-en-gooide-halverwege-mijn-laptop-in-de-tuin/

Mij gaat het hier over een ander punt. En niet eens het punt dat Jan Rotmans aansnijdt: https://www.trouw.nl/opinie/en-toch-heeft-michael-moore-een-punt-met-planet-of-the-humans~b639b0b4/

Evenals de makers stipt ook Rotmans de voortdurende groei aan. De filmmakers lijken zich vernieuwend te wanen in dat ze de bevolkingsgroei aankaarten en dat dit begrensd zou moeten worden, alsmede onze consumptie. Maar dit is inmiddels al gemeengoed om hierover te spreken.

Planet of the Humans

Ik bemerk in Sjoerds recensie eenzelfde cynisme als in de film. Haha niks werkt, we zijn gewoon met teveel en de energietransitie is onzin. Achter alle bewegingen zit uiteindelijk het grote (corrupte) geld. Kijk eens hoe ‘evil’ ze zijn en ze geloven ook nog in biomassa en moet je eens zien hoe slecht dat is! Lekker kort door de bocht, zodat je niet hoeft na te denken en ook niet hoeft te veranderen, want cynisme impliceert machteloosheid en machteloosheid geeft al aan hoeveel je er aan kan doen: niets. En met een nieuw sprookje gaan we het dan ook niet redden, want sprookjes zijn sprookjes en geen realiteit.

Daar die groeigedachte verweven is met het neoliberale gedachtegoed, zou een kritiek juist in moeten gaan op dat neoliberale doen en laten. Maar men lijkt de eigen kaders niet te zien, zoals de kikkers in de put die horen van een ‘oceaan’. Je kunt de groeigedachte letterlijk toepassen op de bevolkingsgroei of consumptie, maar da’s binnen het kader (erg slap trouwens dat er geen woord is gerept over de vleesproductie en consumptie in de VS. Dat zou van enige durf hebben getuigd, maar net als bij Al Gore, niets over deze ‘olifant’ in de Amerikaanse kamer) van het neoliberalisme.

De andere weg zit hem niet in het afzeiken van nieuwe technologie middels gedateerde beelden, maar in het ter discussie stellen van ons (economische) denken en te zoeken naar alternatieven of ten diepste te beseffen waar we inzitten en je dit niet ongemoeid laten.

PS: Ik moest ‘agitprop’ effe opzoeken trouwens. Wellicht een idee om sommige woorden van iets meer context te voorzien in onze recensies.

 

SJOERD:

Ik ben geen cynicus, maar een optimistische realist. In tijden van rampspoed komt naar mij idee het beste in de mens naar boven. Ik geloof dan ook meer in een Frank Capra-einde dan een Mad Max-dystopie, helaas wel met vele mensen minder op aarde.

Wat ik in de vele reacties op de film bespeur is een defensieve houding. Voorbij al het factchecken maakt de film invoelbaar hoe destructief ons industrieel systeem is. Dat kan nogal rauw op het dak komen van mensen die hun hoop hadden gevestigd op technologische oplossingen voor de ecologische crisis of als activist hun identiteit daaraan hadden verbonden. Ik kan me voorstellen dat mensen dan boos worden, zich verliezen in de details van de film of drogredeneringen in de strijd werpen. Interessant om te zien dat dat laatste vooral gebeurt door mensen werkzaam in de energiesector.

Planet of the Humans

Dan lijkt me dat Planet of the Humans dus toch iets goed doet. Het confronteert mensen met het feit dat de huidige levensstijl niet meer door kan gaan. En daarmee een handreiking om de ecologische ramp een nieuwe plaats in je leven te geven en na te denken over alternatieven.

PS: Wat er ‘neoliberaal’ is aan het bekritiseren van de groeigedachte ontgaat mij. Volgens mij is bijvoorbeeld de degrowth beweging beïnvloed door onder andere E.F. Schumacher toch verre van dat.

 

COR:

Net als politici moeten documentairemakers het hebben van hun geloofwaardigheid. Het is daarom nooit handig (ook al zijn het misschien details) onnauwkeurigheden en gedateerde info gepaard te laten gaan met de boodschap van je verhaal.

 

TIM:

Kritische deconstructies van kapitalisme en hypocrisie juich ik alleen maar toe – daar kun je immers over praten, of het argument nu volledig sluitend is of niet. Het is van groot belang dat thema’s bespreekbaar blijven. Dus natuurlijk moet een documentaire als deze gemaakt kunnen worden. Dat sommige klimaatactivisten (https://www.nrc.nl/nieuws/2020/04/30/klimaatactivisten-eisen-verbod-op-nieuwe-film-michael-moore-a3998390) Planet of the Humans klaarblijkelijk willen laten verbieden, is waanzin.

De documentaire raakte mij ten dele kwijt door de duidelijke Moore-trucjes (ja, Jeff Gibbs, maar onder de mantel van Moore is de vraag naar de autonomie van deze regisseur een interessante), die afdoen aan de argumentatie. Ik moest stiekem ook even grinniken toen een door Gibbs bezocht festival een grote dieselgenerator achter had staan, maar daar win je geen enkele oorlog mee.

An Inconvenient Truth

De échte nekslag: het schuldgevoel dat het publiek wordt opgelegd, in een argumentatief kader dat zich gemakkelijk zou lenen voor eugenetische praktijken en ecofascisme. “We zijn met te veel”, stelt Gibbs letterlijk; nadat hij zijn vizier heeft gericht op corporaties en machtsmisbruik, richt hij zich in zijn slotbetoog impliciet tot de kijker. Toen was ik er direct klaar mee. Houd je dialectische antwoord op An Inconvenient Truth (kennelijk zijn daar nu zelfs twee delen van) voor jezelf en had je beperkt tot een meer volwassen vormgegeven discours rond de rol van grote spelers.

 

ALFRED:

Overtuigen op basis van een enkelvoudig gezichtspunt noemt men framing.

Overtuigen op basis van geselecteerde informatie noemt men spin.

Overtuigen op basis van positieve (nieuwe) kenmerken noemt men marketing.

Overtuigen op basis van negatieve (bekende) kenmerken noemt men agitprop.

Overtuigen op basis van bewust onvolledige informatie noemt men propaganda.

Overtuigen op basis van onjuiste informatie noemt men nepnieuws.

De begrippen kunnen elkaar uiteraard overlappen. Agitprop is een vorm van propaganda, marketing gebruikt vaak spin. Met betrekking tot Jeff Gibbs’ De planeet der mensen: kiest u maar.
Eén ding is duidelijk, de kijker wordt schaamteloos gemanipuleerd.

Blijf gezond, en kritisch.

 

SJOERD:

Tim, overbevolking in een adem noemen met ecofascime is een vrij gemakkelijk stromannetje.

 

TIM:

Precies wat ik zeg: Gibbs’ lompe, als spontane meditatie verpakte slotbetoog laat zich in potentie ‘oppikken’ in deze kaders. Of dat daadwerkelijk ook gebeurt, is een andere kwestie, maar ik had de suggestie in spe er liever niet in gelezen.

 

SJOERD:

Het lijkt er op dat je zelf meteen die link legt. Overbevolking is echter naast overconsumptie ook een serieus probleem.

 

YORDAN:

Ik sluit me aan bij Gibbs sceptische houding tegenover technologie. Technologie als oplossing voor ons ecologisch probleem is te vergelijken met iemand die wil afvallen en stopt met het eten van koek en chocola, om vervolgens zoveel “gezondere” snacks te gaan eten dat het eigenlijk geen effect heeft. Als je wilt afvallen, moet je minder eten. Zo simpel is het. We kunnen onszelf niet uit de problemen kopen.

Ik ben het verder ook eens met het idee dat overbevolking de drijvende kracht achter het probleem van overconsumptie is. Het demografische transitiemodel biedt ons wel een antwoord op dat probleem: verdeelde welvaart zorgt voor een bevolkingsafname. De VN voorspelt dat de 12 miljardste mens nooit geboren zal worden.

Mad Max: Fury Road

Als corona mij iets duidelijk gemaakt heeft is dat we allemaal in het zelfde schuitje zitten en je blind staren op nationale verhoudingen en nationalisme nergens toe leidt. De problemen van onze tijd vragen om internationalisme. Inkomensongelijkheid aanpakken op internationaal niveau is denk ik niet alleen een morele verantwoordelijkheid historisch gezien, maar ook waarschijnlijk één van de belangrijkste oplossingen voor onze ecologische en geopolitieke problemen.

En ja, anders gaan we naar een wereld zoals in Children of Men of Mad Max. Ik ben dan wel bang dat in zo een cinematische wereld, documentaires over de realiteit veel interessanter zullen zijn dan fictie. Fantasieverhalen zullen dan gaan over die saaie oude wereld waarin je nog zorgeloos onnodig kon consumeren.

 

RALPH:

Mijn idee was om aan te kaarten dat fakenews kwalijke vormen aanneemt, met name in sensationele docu’s. Hoewel ik de boodschap onderschrijf, is een ander voorbeeld daarvan The Game Changers, waar de vegan-lifestyle als absoluut beter wordt voorgesteld dan de carnivore lifestyle, waarbij aardig wat wetenschap aangepast werd en voorbarige conclusies getrokken werden (heb wel een maand lang vegan geprobeerd, maar vega is zoveel gemakkelijker en de mens is gesteld op diens comfort).

The Game Changers

Daarnaast dient een recensent (voor zover mogelijk) kritisch tegenover dergelijke docu’s te staan en moet deze misschien wel wat factchecken (niet alles, maar voldoende om diens punt te onderbouwen).

Enfin, wellicht zitten er goede reacties tussen, al heb ik ook op die van Yordan weer de meer inhoudelijke neiging om tegen dat idee van overbevolking in te gaan, want dat besteden we aan anderen uit. Indien jezelf een kinderwens hebt, dan geldt de roep om minder mensen ineens niet. De mens is hopeloos inconsequent.

 

18 mei 2020

 

Meer ‘Ondertussen, op de redactie’