It (1927)

De Herfst van de Stomme Film
Deze september blikken we in De Herfst van de Stomme Film terug op klassiekers uit de maanden voordat The Jazz Singer in oktober 1927 de geluidsfilm inluidde. Een laatste oogst van tien films voordat Hollywood begon te praten. Hieronder de eerste film.

 

It (Verenigde Staten, februari 1927)
Geboorte van de ‘It Girl’

door Cor Oliemeulen

Het zijn eerst die ogen. Groot, levendig, een tikje brutaal. Clara Bow hoeft in It nauwelijks iets te doen om je blik naar zich toe te trekken. En dat is nou precies waar deze film over gaat: een eigenschap die zich nauwelijks laat omschrijven, maar die je meteen voelt als je haar ziet.

Schrijfster Elinor Glyn noemde in haar novelle die eigenschap simpelweg It. Een soort X-factor avant la lettre, die volgens haar niets met schoonheid alleen te maken had. Een natuurlijke aantrekkingskracht en magnetische ‘sex appeal’, zonder dat je je daar zelf van bewust bent.

Clara Bow als de eerste It Girl.

De vrouw neemt het initiatief
De wat sullige Monty (William Austin) leest Glyns verhaal in de Cosmopolitan en begrijpt dat It dé eigenschap is waarmee iemand het andere geslacht aantrekt. Aha, dat geldt dus ook voor mannen, concludeert hij als hij zichzelf tevreden in de spiegel bekijkt.

Met het magazine in de hand loopt hij naar zijn vriend Cyrus (Antonio Moreno), de nieuwe baas van het immense warenhuis. Die heeft geen tijd om zich te laten beoordelen. Dan maar eens zoeken op de damesafdeling naar iemand met It. Monty blijft staan voor enkele verkoopsters, leest nog even een paar regels uit het verhaal en weet het zeker: verkoopster Betty Lou (Clara Bow) heeft ‘het’. Maar zij staat inmiddels in katzwijm te kijken naar Cyrus, die nu ook op haar afdeling is verschenen.

Terwijl Monty voorzichtig contact met haar zoekt, vangt Betty Lou op dat Cyrus die avond in de Ritz dineert. Ze laat zich snel door Monty uitnodigen om zo met haar baas in contact te kunnen komen. Of het eenvoudige meisje en de rijke directeur uiteindelijk bij elkaar komen, verklappen we natuurlijk niet.

Wat we wel kunnen verklappen, is dat de film – behalve het begrip It – nauwelijks iets van Glyns novelle overneemt. In dat verhaal is geen vrouw maar een succesvolle zakenman gezegend met It. De film draait dus de rollen om en maakt van het arme winkelmeisje Betty Lou de belichaming ervan: bruisend, energiek en brutaal. Iemand die niet afwacht tot ze wordt versierd, maar zelf het initiatief neemt. Ze gebruikt haar It-factor juist heel bewust om Cyrus te verleiden.

De wilde jaren 20
We zitten midden in de Roaring Twenties als ene Clarence G. Badger It regisseert. Een periode van economische groei, consumptie, auto’s, radio, jazz, stadsleven, film en een veranderende jeugdcultuur. Flappers, zo noemen ze jonge vrouwen die breken met normen over hoe zij zich horen te gedragen. Ze dragen kort haar en nog kortere jurken, dansen, roken, drinken, flirten en zijn zelfstandig.

Een actrice als Clara Bow had al in films met veelzeggende titels als Dancing Mothers en Mantrap een reputatie opgebouwd als een vrouw met een heel directe en levendige aanwezigheid. Heel anders dan de afstandelijke elegantie van Greta Garbo en het onschuldige imago van Mary Pickford oogde Bow spontaan, fysiek aanwezig, ondeugend en modern.

Met haar grote, donkere en sprekende ogen keek zij nieuwsgierig en vol zelfvertrouwen de wereld in. Haar sterk aangezette, hartvormige bovenlip werd een kenmerk van die wilde jaren. Bijna elke flapper had er een. Maar ook kapsels, kleding en gedrag werden massaal gekopieerd.

It (Verenigde Staten, februari 1927)

It werd een groot kassucces en Clara Bow was een sensatie. In datzelfde jaar speelde ze ook in Wings (augustus 1927). Dit spectaculaire oorlogsdrama, met het beroemde tracking shot waarbij de camera zich soepel over zes tafels in een afgeladen Folies Bergère beweegt, ging de geschiedenis in als de eerste winnaar van de Oscar voor beste film. Haar rol is daar kleiner – de film draait vooral om twee bevriende gevechtspiloten – maar ook als het verliefde buurmeisje Mary Preston spat Bow van het doek.

Filmstudio Paramount verkocht vooral die sprankelende persoonlijkheid. Bladen schreven voortdurend over haar privéleven. Haar kracht lag in het gevoel dat ze niet acteerde, maar dat ze gewoon was.

Meer dan je naam op een parfumflesje
Met die zwijgende romantische komedie uit 1927 werd Clara Bow wereldberoemd als de “It Girl”. Honderd jaar later is het begrip nog springlevend, maar flink gedevalueerd. Denk aan al die influencende modepoppen, zoals weet ik hoeveel Kardashians, waarbij het vooral draait om het verkopen van allerlei rotzooi aan jonge meiden van wie de eigen smaak zich nog moet ontwikkelen. Ooit betekende It dat iemand een ondefinieerbare aantrekkingskracht had. Tegenwoordig is het al genoeg als je maar vaak op een scherm verschijnt en er iemand staat te popelen om je naam op een parfumflesje of op een potje wondercrème te zetten.

Het leven van Clara Bow zou uiteindelijk een stuk minder zorgeloos verlopen dan haar verschijning op het witte doek deed vermoeden. De roem, schandalen en voortdurende belangstelling voor haar privéleven eisten hun tol. Al even populair was Bow in de vroege geluidsfilms, maar door het gebruik van microfoons kon ze minder vrij bewegen. Juist toen bleek pas goed dat haar lichamelijke manier van acteren, haar spontaniteit en die directe relatie met de camera waren gevormd door de stomme film.

Deze film is gratis te zien op YouTube.

 

3 september 2026

 

THEMAMAAND ‘De Herfst van de Stomme Film’

Hundreds of Beavers

****
recensie Hunderds of Beavers
Weergaloze, originele nepheid

door Cor Oliemeulen

Een man in de sneeuw. Een konijn in een pak. Een val die niet werkt. Nog een val die niet werkt. En dan: honderden bevers. Het klinkt als een grap, verzonnen met veel bier achter de kiezen – wat ook klopt. Het moest zelfs een hele film worden. Hundreds of Beavers van Mike Cheslik duurt uiteindelijk bijna twee uur zonder gesproken woorden, waarin de gein en ongein steeds uitgekiender en absurder uitpakken.

Jean Kayak is een succesvolle producent van appelbrandewijn in de besneeuwde wildernis van Noord-Amerika. Nadat bevers zijn boomgaard en stokerij vernielen, blijft hij berooid achter. De niet zo snuggere dronkaard moet leren overleven en besluit om pelsjager te worden. Eerst probeert hij konijnen en ander klein wild te verschalken, later richt hij zijn pijlen en andere hulpmiddelen, zoals boomstammen en ijspegels, op de bevers die hem ten gronde hebben gericht. Ondertussen probeert hij indruk te maken op de dochter van een bonthandelaar. Ook die heeft zo zijn zwakheden: het lukt hem maar niet om zijn pruimtabak in een potje uit te spugen.

Hunderds of Beavers

Slapstick, cartoon en videogame
Cheslik vertelt het eenvoudige verhaal met beweging, montage, geluid en onnozele blikken. Daarmee roept Hundreds of Beavers direct de wereld van de stomme film op. Hoofdrolspeler Ryland Brickson Cole Tews heeft het onverstoorbare gezicht van een klassieke slapstick-acteur en moet vooral fysiek acteren: vallen, glijden, rennen, klimmen, bevriezen, door het ijs zakken en continu nét te laat beseffen dat elk plan tot een nieuwe frustratie leidt.

De invloed van Buster Keaton ligt voor de hand, maar Hundreds of Beavers is meer dan alleen een moderne stomme komedie. De capriolen van onze antiheld volgen de logica van een cartoon: fysiek onmogelijk, maar hier volkomen vanzelfsprekend. Verder is de structuur van de film beïnvloed door een videogame. Jean leert van zijn mislukkingen, verzamelt buit, verbetert zijn vaardigheden en neemt het op tegen steeds sterkere tegenstanders. Honderden bevers.

Mensen in dierenpakken
De dieren maken deze platte wereld nog merkwaardiger. Konijnen, wolven en natuurlijk bevers worden gespeeld door mensen in mascottepakken. De beverpakken werden gekocht bij een Chinese webshop, want met een filmbudget van ongeveer 150.000 dollar moet je keuzes maken. Het voordeel was dat de dierenpakken uitgebreide casting overbodig maakten: wie beschikbaar was, kon een kostuum aantrekken. Vervolgens konden enkele gefilmde dieren digitaal worden vermenigvuldigd tot complete groepen.

Hunderds of Beavers

Het resultaat ziet er soms uit alsof een stel studenten met een camera, goedkope attributen en een computer aan het improviseren is geslagen. Maar achter die ogenschijnlijke eenvoud zit veel voorbereiding: bewegingen, valpartijen, landschappen en andere elementen werden afzonderlijk opgenomen en later in de montage en met digitale effecten samengevoegd. Cheslik verzorgde zo’n 1500 digitale effectshots grotendeels zelf.

Daarom voelt Hundreds of Beavers als een cartoon met echte mensen. Personages worden verschoven, gekopieerd, versneld en tegen elkaar uitgespeeld. Zwart-witbeelden, harde contrasten, digitale filmkorrel, simpele composities en zichtbaar kunstmatige decors benadrukken de weergaloze, originele nepheid van de film.

Bijna twee uur slapstick is lang. Vooral in het middenstuk dreigen al die valpartijen en mislukkingen voorspelbaar te worden. Bovendien is niet iedere grap even sterk. Maar gelukkig groeit het speelveld van Jean Kayak. De tegenstanders worden talrijker, de constructies ingewikkelder en de schaal grotesker, met als apotheose zijn aanval op de beverburcht. En natuurlijk kunnen we niet wachten op het moment dat hij de dochter van de bonthandelaar in de armen kan sluiten.

 

24 augustus 2026

 

ALLE RECENSIES

Father Mother Sister Brother

***
recensie Father Mother Sister Brother
Droge gesprekken, lange stiltes en een druppelende kraan

door Cor Oliemeulen

Wie van actie houdt, is bij Jim Jarmusch aan het verkeerde adres. De Amerikaanse filmmaker, die in 1984 doorbrak met Stranger Than Paradise, laat in zijn films veel aan de kijker over. Father Mother Sister Brother, winnaar van de Gouden Leeuw in Venetië, bestaat uit drie losse verhalen. Samen vormen ze een beheerste, minimalistische blik op familierelaties.

Het eerste deel, Father, is het sterkst, vooral door het uitstekende spel en de onverwachte, hilarische apotheose. Het is een tijd geleden dat Jeff (Adam Driver) en zijn zus Emily (Mayim Bialik) op bezoek gaan bij hun vader, vertolkt door Tom Waits. Zoals altijd beweegt die zich moeiteloos als een droog, eigenzinnig en licht absurdistisch personage in het universum van Jim Jarmusch.

Father Mother Sister Brother

Vader
Vader woont in een afgelegen gebied in New Jersey aan een meer. Hij verwelkomt zijn kinderen in een ongemakkelijke sfeer. Jeff heeft een doos met voedingsmiddelen meegebracht. Of ze iets willen drinken. Ai, vader heeft alleen water in huis, maar gelukkig vindt Emily thee in de keuken. Het huis is een zooitje: een verfrommeld kleed over de bank, boeken en spullen her en der. Korte, plichtmatige gesprekjes over werk, kinderen, gezondheid. Het zwijgen overheerst. Jee, is het al zo laat? Een voorzichtige omhelzing. Jeff stopt vader nog wat geld toe. Opluchting bij alle drie dat het bezoek voorbij is.

Moeder
Het tweede deel is opnieuw traag, minimalistisch en vol stiltes. De invloed van Jarmusch’ vriend en geestverwant Aki Kaurismäki (o.a. Fallen Leaves) is duidelijk voelbaar. Net als in Father zit de kracht in kleine momenten, subtiele interacties, droge humor en aandacht voor buitenstaanders. Zo iemand is Lilith (Vicky Krieps), een vrij onaangepast punktype, die door haar moeder (Charlotte Rampling) in Dublin is uitgenodigd voor een min of meer verplichte lunch. Even later arriveert haar stijve zus Timothea (Cate Blanchett) met een bos bloemen. Ook hier hebben moeder en dochters elkaar al een tijd niet gezien. Gezeten achter duur servies en kleine, luxe hapjes kan de kijker zich laven aan heerlijk nietszeggende conversaties en ongemakkelijke stiltes van drie topactrices.

Zus en broer
In de afsluiting van het drieluik over Jarmusch’ familierelaties maken we kennis met Billy (Luka Sabbat) en Skye (Indya Moore). In Sister Brother keert deze tweeling voor even terug naar het lege appartement in Parijs waar ze opgroeiden om met behulp van oude foto’s en documenten herinneringen op te halen aan hun jeugd en hun overleden ouders.

Ditmaal kiest Jarmusch voor een voortkabbelende stroom van gesprekjes zonder noemenswaardige gebeurtenissen. Waar Father langzaam opbouwt tot een verrassende finale en Mother een duidelijke stijl heeft, lijkt Sister Brother met zijn hyperrealisme stil te blijven staan. In zijn vroege film Stranger Than Paradise was die functionele eenvoud vernieuwend. De leegte voelde toen als iets nieuws en paste bij de tijdgeest. In Jarmusch’ latere films, zoals The Limits of Control, wordt die stijl radicaler. Daarin zitten nog wel mysterieuze en absurdistische momenten, maar voor veel kijkers ontbreekt ontwikkeling. Dat geldt ook voor het derde deel van Father Mother Sister Brother, waardoor het zich loswringt van de eerste twee delen en het geheel onevenwichtig maakt.

Father Mother Sister Brother

Liever geen afgebakend plot
Het is een bewuste keuze van een filmmaker die sfeer, observatie en stilte belangrijker vindt dan een afgebakend plot. Minimalisme is wars van een verplichte onthulling. In die zin staat Jim Jarmusch in lijn met regisseurs als Aki Kaurismäki, Robert Bresson en Yasujirō Ozu, die film zien als een reeks momenten en niet als een verhaal met een duidelijk einde.

In Father Mother Sister Brother leiden familiebanden niet tot een inzicht of een oplossing, maar blijven ze bestaan in al hun onvolledigheid en imperfectie. Jarmusch trekt zijn minimalistische benadering door in de muziek, die hij zelf mee vormgeeft. Direct na afloop klinkt een sobere uitvoering van Jackson Browne’s These Days, met de tekst “These days I seem to think a lot / About the things that I forgot to do for you…”

Die regels vatten perfect samen waar Father Mother Sister Brother uiteindelijk om draait: niet wat er gebeurt, maar wat achterwege blijft.

 

14 april 2026

 

ALLE RECENSIES

Movies that Matter 2026 – Deel 2: Amerika, land van tegenstellingen

Movies that Matter 2026 – Deel 2:
Amerika, land van tegenstellingen

door Tim Bouwhuis

Dat Amerika een land van tegenstellingen is, klinkt in het politieke en sociaal-culturele tumult van de voorbije jaren al lang niet meer als een boude stelling. Wie toch nog twijfelt, kan zich op het Movies that Matter Festival verwonderen over de inhoud van The Alabama Solution en All About the Money. De twee documentaires brengen extremen naar voren waar de gemiddelde speelfilmregisseur jaloers op zou zijn.

In de eerste minuten van The Alabama Solution bezoekt een cameraploeg het buitenterrein van een grote gevangenis. Ergens in de open ruimte is een muziekpodium opgetuigd voor een middagje ongebruikelijk vertier. Er is geen wolkje aan de lucht, en juist dát blijkt in deze ontstellende HBO-docu het probleem. Zodra de cameraman een van de gevangenen naar binnen probeert te volgen, wordt de sfeer onrustiger en begint de man in kwestie schichtig om zich heen te kijken. Het ‘bezoekuur’ heet hier bezoekuur met een reden.

The Alabama Solution

The Alabama Solution

Afgeschermd van de buitenwereld
Hoe documentairemakers Andrew Jarecki en Charlotte Kaufman erop kwamen om juist deze gevangenis te bezoeken – en hoe ze toestemming kregen – wordt in de film zelf niet verduidelijkt (in online achtergrondartikelen gelukkig wel). Alles draait om de ontwikkelingen die door dat eerste bezoek in gang werden gezet. In de periode nadat het duo zijn opnames had gemaakt, kregen Jarecki en Kaufman meerdere telefoontjes van gevangenen die communiceerden met gesmokkelde gsm’s.

Met de hand opgenomen filmpjes van de gangen en binnenvertrekken van de bezochte gevangenis tonen de mensonterende omstandigheden waarin de gevangenen hun tijd moeten uitzitten. Een tussentekst stelt dat staatsgevangenissen als deze opereren op tweehonderd procent capaciteit met hooguit een derde van het benodigde personeel, en het personeel dat er is misdraagt zich. In een van de telefoongesprekken vertelt een gevangene dat een andere gevangene in elkaar zou zijn geslagen door een cipier en zou zijn afgevoerd. De makers spoeden zich naar de IC van het naburige ziekenhuis en stuiten op een lijkzak.

Corrupt tot op het bot
The Alabama Solution brengt een wetteloze toestand in kaart, en vertaalt de aangezette gevangenisdramatiek van een serie als Prison Break zo onverbloemd naar de Verenigde Staten van hier en nu. De angst van de gevangenen om hun mond open te doen over het schrikbewind van een – er is geen beter woord – door de staat gevalideerde knokploeg komt duidelijk over. “Als je niets zag, zou een transfer naar een andere gevangenis misschien leuk zijn”, kreeg een gevangene die het doofpotincident aanschouwde later te horen.

De participerende filmvorm van de documentaire (door zelf contact op te nemen, werken de gevangenen zich in feite op tot coauteurs) is goed voor een prikkelende kijkervaring, maar het proces van interactie tussen de driehoek van makers, gevangenen en gevangenis had meer interne reflectie verdiend. Jarecki en Kaufman tonen zich net te gretig om al vroeg in de film een narratief op het maakproces te projecteren, waarin alle rollen (de gevangenen als slachtoffers, de cipiers als daders en het ‘systeem’ als grotere schuldige) naadloos zijn uitgetekend en complicerende vragen buiten schot blijven.

Zijn de makers bijvoorbeeld niet zelf medeplichtig als gevangenen door te filmen en zich uit te spreken in de problemen komen? En hoe lukte het Jarecki en Kaufman in vredesnaam om in contact te komen met een gevangene die al vijf jaar zat weggestopt in een isoleercel? De titel van de film is ironisch: een oplossing voor deze schrijnende toestand is ver te zoeken, en het onconventionele maakproces roept nieuwe vragen op.

In de schoot geworpen
Als The Alabama Solution al een documentaire is die meer vragen oproept dan ze beantwoordt, dan geldt dat zéker voor het bizarre All About the Money. De Ierse regisseuse Sinéad O’Shea laat ons kennismaken met Fergie Chambers, een steenrijke Amerikaan die zijn privileges te danken heeft aan een imposant familiebedrijf. Mede omdat zijn overgrootvader honderd jaar terug kans maakte om president van de Verenigde Staten te worden, heeft Fergie nu een geschat vermogen van bijna vijfhonderd miljoen.

All About the Money

All About the Money

Als er zoiets bestaat als een ‘atypische’ miljonair, dan is Fergie waarschijnlijk het schoolvoorbeeld. In het eerste halfuur voert de hoofdpersoon het woord in een op het oog gemiddeld appartement, gekleed in een simpele sweater en gekleurd door een stel markante tattoos. Broodnuchter legt hij uit dat hij zoveel geld kan weggeven als hij wil, omdat hij alles toch weer schier automatisch terugverdient. Wat Fergie onderscheidt van zat andere miljonairs, is niet alleen dat hij dat eerste ook daadwerkelijk doet, maar dat hij er een (o ironie!) antikapitalistische ideologie aan koppelt.

Hier is wonen gratis
Nadat O’Shea haar hoofdpersoon geïntroduceerd heeft, gaat ze twee jaar terug in de tijd, op bezoek bij de leden van een communistisch georiënteerde woongroep. De rustieke leefomgeving van de gelijkgestemden is opgekocht door Fergie, die van zijn uitverkorenen alleen eist dat ze alles goed onderhouden. Huur betalen is niet nodig. Aan de wand van het hoofdgebouw – dat dient als vergaderruimte maar ook als sporthonk – hangt een Palestijnse vlag naast een plakkaat van de Black Panthers. In Fergies huis treffen we boeken van Xi Jinping en warempel zelfs een schilderij van Stalin aan.

Gesprekken met Fergie en de leden van de woongroep en uitgesproken posts van zijn Instagramaccount maken duidelijk hoe de miljonair in het leven staat, maar niet hoe hij de enorme tegenstellingen van zijn bestaan concreet met elkaar verenigt. All About the Money kent een aantal opvallende omissies; periodes waarin O’Shea klaarblijkelijk minder makkelijk in Fergies buurt kon komen, maar waarin zijn leven natuurlijk gewoon doorging. Vooral de overgang naar zijn verhuizing naar Tunis en zijn bekering tot de Islam (rond 2023) doet in de montage nogal abrupt aan.

Het achterste van de tong
Tussenteksten die de missende verbanden compact adresseren kunnen niet voorkomen dat de documentaire vooral in het tweede deel onvolledig, onvolkomen en afstandelijk overkomt. De gesprekken met Fergie prikkelen vrijwel zonder uitzondering – veel enigmatischer en atypischer ga je miljonairs niet aantreffen – maar de man lijkt niet het achterste van zijn tong te laten zien. Tekenend is ook dat de gezichten van zijn kinderen zijn geblurd. Ongetwijfeld vanuit verklaarbare veiligheidsoverwegingen, maar toch; je krijgt niet de indruk dat O’Shea dieper tot het bestaan en de psyche van haar hoofdpersoon heeft kunnen doordringen.

De uitsmijter van All About the Money is een ontboezeming. Na de opnames van de documentaire zou Fergie hebben aangeboden de kosten van de productie te dekken en een afzonderlijke cashbetaling te doen om ervoor te zorgen dat de film nergens vertoond hoefde te worden. O’Shea wees het voorstel af, en knipoogt daarmee op de valreep naar haar publiek: draait toch niet álles om geld. Nobel natuurlijk, maar of we dankzij haar inspanningen ook de vele tegenstellingen van Fergie Chambers beter begrijpen? In elk geval weten we dankzij deze wonderlijke weldoener dat geen enkel verhaal te bizar hoeft te klinken om waar te zijn.

Bezoek de filmpagina’s van The Alabama Solution en All About the Money voor informatie over de geplande vertoningen en beschikbare tickets.

 

22 maart 2026

 

Movies that Matter 2026 – Deel 1: Gaza en Oekraïne
Movies that Matter 2026 – Deel 3: Vechten tegen de bierkaai?
Movies that Matter 2026 – Deel 4: Rusland en Hongarije


MEER FILMFESTIVAL

The Wizard of the Kremlin

***
recensie The Wizard of the Kremlin
Cynische mediamanipulator in vlakke politieke thriller

door Jochum de Graaf

‘Als de Tsaar eenmaal het besluit had genomen, heb ik er alles aan gedaan om het te laten slagen. Hoewel ik het vaak niet met hem eens was, deed ik het toch, uit gewoonte, uit trots, en gewoon omdat ik het kon.’ Vadim Baranov (Paul Dano) kijkt aan het eind van de film terug op zijn carrière in de schaduw van Vladimir Poetin.

Baranov is de ‘Wizard van het Kremlin’ uit het boek Le mage du Kremlin van Giuliano da Empoli, een fictief en geromantiseerd verhaal gebaseerd op Vladislav Soerkov, de man die Vladimir Poetin groot maakte. Soerkov is de grondlegger van het concept van de ‘soevereine democratie’: een doctrine, die, met een sterk beroep op de Russisch-orthodoxe kerk en een teruggrijpen op het groot-Russische tsarenrijk van de 19e eeuw, een autoritair Russisch model ontwikkelde als tegenwicht tegen wat hij zag als decadente westerse democratische normen en waarden.

The Wizard of the Kremlin

Duistere kracht
Hij was, met een achtergrond als toneelregisseur en tv-producent, betrokken bij de zoektocht naar een opvolger voor Jeltsin, die uitkwam bij FSB-baas (opvolger van KGB) Poetin. Hij ontwikkelde het Kremlin-beleid ten aanzien van Oekraïne en de afvallige regio’s in de Donbas en was de drijvende kracht achter de annexatie van de Krim. Na de coronatijd werd hij ontslagen en leeft sindsdien onder de radar.

Soerkov had als bijnaam de ‘grijze kardinaal’ van het Kremlin, en ook wel ‘de puppet master’, de poppenspeler die aan vele touwtjes trekt. De ‘wizard’, de tovenaar of de ‘Kremlinfluisteraar’ – het klinkt wat mysterieus, niet per se negatief. En het ligt voor de hand om in de Russische verhoudingen te spreken over een nieuwe Raspoetin, de duistere kracht achter de echte Poetin, maar voor de Vadim Baranov in The Wizard of the Kremlin, zijn deze bijnamen toch iets te veel eer. Hij is eerst en vooral een cynische mediamanipulator, een fixer achter de schermen die zonder scrupules menig vuil werkje voor zijn baas opknapt.

Hoe het Poetinsysteem gestalte kreeg
Wanneer je de recente geschiedenis van Rusland en de opkomst van Poetin een beetje gevolgd hebt, zul je weinig nieuws ontdekken. De film neemt je mee in de neergang van de zieke president Boris Jeltsin in de jaren negentig en de gelijktijdige opkomst van de oligarchen die in FSB-chef Vladimir Poetin de man zien die hun macht en rijkdom kan veiligstellen.

Eenmaal aan de macht ontketent hij de Tweede Tsjetsjeense Oorlog, ontwikkelt hij zijn keiharde meedogenloosheid bij de ondergang van de Koersk-onderzeeër, schakelt zijn kingmaker oligarch Berezovsky uit, zet zijn grote tegenstrever oligarch Chodorovski op een zijspoor, poetst zijn imago op met de Olympische Winterspelen in subtropisch Sotsji, versterkt het Russische nationalisme inclusief de renaissance van de Stalinverheerlijking en ontwikkelt een sterke haat tegen Oekraïne, met de  interventie in de Majdan-revolutie, het binnenvallen van de Donbas en de annexatie van de Krim.

We zien ook hoe Baranov een conglomeraat van tegenstrijdige en excentrieke stromingen –  van ultraorthodoxe gelovigen en extremistische motorbendes tot een ‘Nationaal-Bolsjewistische Partij’ onder leiding van het literaire icoon Eduard Limonov – manipuleert tot een soort ‘officiële oppositie’, bedoeld om het Poetinregime van een democratische façade te voorzien. Hij ontwikkelt ook Ruslands cyberstrategie en het concept van hybride oorlogvoering, met sabotage- en ontwrichtingsacties die tot doel hebben permanente chaos en verwarring te zaaien in het Westen. Samen met nota bene Wagner-leider Jevgeni Prigozjin, die dan nog vooral bekendstaat als Poetins ‘chef-kok’, brengt Baranov een bezoek aan een ‘trollenfabriek’ in Sint-Petersburg.

Zo op een rijtje geeft The Wizard of the Kremlin een huiveringwekkend beeld hoe het Poetinsysteem gestalte kreeg: met zijn hedendaags populisme, de minachting voor de objectieve waarheid en de uitholling van de democratie en rechtsstaat.

The Wizard of the Kremlin

Veel blijft buiten beschouwing
De vergelijking met The Apprentice dringt zich op, met een glansrol voor Jeremy Strong als de roemruchte advocaat Roy Cohn die Trump de levenslessen van de immoraliteit bijbracht. Hoewel beide films de werking van de autocratie blootleggen is The Wizard of the Kremlin een stuk minder indringend. Dat heeft er deels mee te maken dat regisseur Olivier Assayas (Carlos, Wasp Network) noodgedwongen voor een compleet Engelstalige cast heeft gekozen wat de authenticiteit niet ten goede komt.

Daar komt bij dat Paul Dano (There Will be Blood) de rol van Baranov nogal matig invult, met een eentonige neuzelende stem waarmee hij ook nog eens in de veelvuldige voice-over alle gebeurtenissen en verwikkelingen becommentarieert. Het levert een nogal vlakke politieke thriller met een pathetisch einde op.

Jude Law (The Talented Mr. Ripley, Cold Mountain) als de ‘Tsaar’ is daarentegen wel sterk. Hoewel hij fysiek niet op hem lijkt, heeft hij heel goed de mimiek van gluipkop Poetin bestudeerd, de dunne glimlach, het parmantige loopje, de korte handdruk met de al bij voorbaat geïntimideerde bezoeker, het afgemeten gebaar naar de stoel waar ze moeten gaan zitten.

In tegenstelling tot de Trump uit The Apprentice krijgen we helaas geen diepgaande verkenning van de persoonlijkheid van Poetin: hoe hij van relatief onbekende spionagechef uitgroeide tot de machtswellusteling en gezochte oorlogsmisdadiger. Het brute, meedogenloze optreden in Tsjetsjenië, in Syrië, in Oekraïne, het uitschakelen en vermoorden van tegenstanders, het blijft buiten beschouwing.

En ook de toch wel sterke aanwijzingen dat Trump bij de Russen in de zak zit, de oligarchen die zijn zakenimperium in de jaren negentig van de ondergang hebben gered, de Russische beïnvloeding van de Amerikaanse presidentsverkiezingen te zijner gunste, het komt niet aan de orde. Wat zou daar zou een interessante film over gemaakt kunnen worden.

 

25 februari 2026

 

ALLE RECENSIES

Blue Moon

***
recensie Blue Moon
Toneel als film

door Cor Oliemeulen

Lorenz Hart was een van de meest invloedrijke Amerikaanse songwriters van zijn tijd. Samen met componist Richard Rodgers schreef hij 28 musicals en meer dan 500 nummers, waaronder Blue Moon. Aan hun samenwerking komt abrupt een einde als Rodgers kiest voor een nieuwe tekstschrijver: Oscar Hammerstein.

Regisseur Richard Linklater – zijn Godard-reconstructie Nouvelle Vague draait sinds eind november in de bioscoop – liep al ruim tien jaar geleden met het scenario van Blue Moon onder de arm, maar vond acteur Ethan Hawke (Boyhood, Before-trilogie) toen nog te jong. Een uitstekende keuze, want een gerijpte Hawke speelt de sterren van de hemel als de tragikomische Lorenz Hart. We treffen hem in een bar op Broadway waar hij troost zoekt in een fles martini. Wanneer Rodgers, Hammerstein en hun entourage na de première van hun eerste musical, Oklahoma!, vol enthousiasme arriveren, realiseert Hart zich dat zijn succes nooit meer zal terugkeren.

Blue Moon

Scherp van geest en woord
Hawke maakt van Hart geen karikatuur van een gevallen genie, maar speelt een vat vol tegenstrijdigheden: scherp van geest en woord, maar soms ook onberekenbaar. Terwijl barman Eddie (Bobby Cannavale) een luisterend oor biedt – met zo nu en dan een weerwoord – analyseert Hart muziek, mensen en zijn eigen falen in een waterval van mooi geformuleerde zinnen en met een blik die voortdurend zoekt naar bevestiging.

Zijn onzekerheid wordt benadrukt door de manier waarop Hart, met zijn geringe lengte van ruim anderhalve meter, slim in beeld wordt gebracht. Vaak staat en zit hij letterlijk lager dan de andere personages, moet hij bijna op zijn barkruk klimmen en wordt hij gefilmd vanuit hoeken die hem nog kleiner doen lijken. Zijn oversized pak en een gebogen houding versterken dat effect. Zo is Hart een kop kleiner dan Elizabeth (Margaret Qualley), een jonge, knappe theaterstudente die van hem wil leren en hem bewondert om zijn taalgebruik en scherpte. Zij ziet hem als mentor; hij is verliefd, maar zich pijnlijk bewust van de illusie.

Blue Moon

Pijnlijke confrontatie
De emotionele kern van de film ligt echter in de relatie tussen Lorenz Hart en Richard Rodgers (Andrew Scott). Hart spreekt met diep respect over Rodgers. “Hij is een genie. Er is niemand met zijn bereik en vindingrijkheid, zijn toffe, mannelijke melodieën die aanzwellen als heimachines.” Tegelijk is hij meedogenloos eerlijk: Rodgers is volgens hem een kilhartige klootzak maar wel een die een melodie kan laten zweven.

Naarmate de avond vordert, wachten we op het moment waarop Hart het onvermijdelijke contact zoekt met Rodgers, die voortdurend wordt opgehouden door mensen die hem feliciteren met het succes van zijn musicalpremière. Hart krimpt steeds verder ineen, maar vertrouwt op zijn woorden. De confrontatie die volgt is ingetogen en pijnlijk. Nadat ze zich even hebben teruggetrokken uit de drukte zegt Rodgers: “Ik dank mijn beroepsleven aan jou. Je werk is briljant.“ Maar dan wordt duidelijk waarom hij na twintig jaar niet langer met Hart kon samenwerken. Het is geen verwijt, maar een vaststelling – en juist daardoor zo vernietigend.

Blue Moon is een hommage aan een briljante verteller die zichzelf langzaam buitenspel heeft gezet. Dankzij de tour de force van Ethan Hawke is Lorenz Hart geen voetnoot in de muziekgeschiedenis, maar een levende, tragikomische figuur die uiteindelijk zichzelf verloor.

 

14 januari 2026

 

ALLE RECENSIES

Nouvelle Vague

***
recensie Nouvelle Vague
Een vrouw en een wapen zijn voldoende

door Cor Oliemeulen

De geboorte van de Nouvelle Vague in Frankrijk is een van de belangrijkste momenten in de filmgeschiedenis. Met zijn gelijknamige biografie brengt Richard Linklater een nostalgische ode aan de revolutionaire filmbeweging met een reconstructie van de totstandkoming van À Bout de Souffle (1960), dat op een vrije, speelse manier afrekende met de stoffige tradities van de toenmalige cinema. Maar waar de nieuwe beweging durfde te schokken, blijft Linklater binnen de lijntjes kleuren.

Al vanaf de opening van het in stemmig zwart-wit 4:3 beeldformaat geschoten Nouvelle Vague druipt de liefde voor film en de filmgeschiedenis van het scherm. Het culturele leven van het Parijs van 1959 bruist. Een hele reeks figuren van de nieuwe generatie filmmakers verschijnt voor de lens: François Truffaut – verantwoordelijk voor de allereerste film van de beweging, Le Beau Serge (1958) – en Claude Chabrol, maker van de tweede film, Les Cousins (1959). Samen met Éric Rohmer en Jacques Rivette maken zij deel uit van Cahiers du Cinéma, een invloedrijk filmtijdschrift én de broedplaats van de nieuwe generatie filmmakers. Hun boodschap: de regisseur is de belangrijkste creatieve kracht achter een film.

Nouvelle Vague

“Zolang je maar niet acteert”
Jean-Luc Godard (Guillaume Marbeck) noemt zichzelf de enige redacteur van Cahiers du Cinéma die nog niets heeft gepresteerd. Op de redactie pakt hij stiekem wat geld uit een la en rijdt naar het Filmfestival van Cannes voor de première van Truffauts meesterwerk Les 400 coups (1959). Nu moet en zal hij ook een speelfilm maken! Een producent wil hem wel steunen, maar alleen als hij een scenario van Truffaut zal verfilmen. Uiteindelijk krijgt hij toch groen licht voor zijn eigen ideeën – ook al blijft lang onduidelijk waar de film over gaat.

“Voor het maken van een film heb je alleen een vrouw en een wapen nodig,” zegt Godard tegen de producent die een “realistische, sexy film noir” voor ogen heeft. Zijn beoogde hoofdrolspeelster  vindt Godard in het gezicht van Jean Seberg (Zoey Deutch), dat hij op de cover van een magazine ziet: “Haar wil ik.” De man met het wapen moet Jean-Paul Belmondo (Aubry Dullin) zijn. De acteur speelde al in een korte film van Godard en stemt meteen toe als zijn vriend hem opzoekt in een boksschool.

De eerste ontmoeting tussen Seberg en Belmondo is de opmaat voor nog meer prettig onheil. De actrice heeft zojuist de opnames van Otto Premingers Bonjour Tristesse afgerond en zegt: “Hierna valt iedere andere regisseur wel mee.” Als ze aan haar tegenspeler vraagt of Godard iets om acteurs geeft, krijgt ze te horen: “Zolang je maar niet acteert.”

Ondoorgrondelijk personage
De productie van Godards eerste speelfilm À Bout de Souffle gaat anders dan iedereen – behalve Godard zelf – zich had voorgesteld. Linklater maakt het gebrek aan script en structuur mooi zichtbaar. Godard schrijft ideeën op papiertjes, Seberg en Belmondo krijgen hun tekst vlak voor het draaien. Vaak is één take genoeg, want de stemmen worden achteraf toch gedubd. De producent wordt met de dag nerveuzer en begrijpt amper wat Godard aan het maken is.

Ook sterk is de uiterst gedetailleerde reconstructie van de filmset en filmwereld van 1959. Linklater duikt niet zozeer in Godards psyche, maar in de energie, speelsheid en chaos waarmee zijn werkwijze ontstond. Godard oogt zelfverzekerd, maar ook ondoorgrondelijk. Die keuze is bewust en begrijpelijk, omdat de figuur Godard – met die eeuwige zonnebril – altijd door een bepaalde geheimzinnigheid werd omgeven.

In Le Redoutable (2017) van Michel Hazanavicius leer je Godard veel beter kennen. Na zijn vroege successen zien we een man vol twijfel, cynisme, zelfspot en toenemend politiek radicalisme. Hij gooit stenen naar de politie tijdens demonstraties en worstelt met zijn relatie. Hier leef je veel meer mee met Godard, en waarschijnlijk komt dat ook omdat Hazanavicius zijn hoofdrolspeler een lichter getinte zonnebril laat dragen, zodat je hem in de ogen – en ziel – kunt kijken.

Nouvelle Vague

De revolutie is een attitude
Nouvelle Vague is een must voor cinefielen en mensen die een goed idee willen krijgen over het ontstaan van À Bout de Souffle (vanaf 11 december in een 4K-restauratie in de bioscoop) – of lees deze reis in de tijd. Hoewel Linklaters film zelden echt sprankelt, blijft de onvoorwaardelijke liefde voor film van begin tot eind voelbaar. En er valt regelmatig te lachen. Bijvoorbeeld tijdens een buitenopname van Godards filmdebuut als de cameraman zich in een postkarretje moet proppen zodat voorgangers niet in de gaten hebben dat er op straat wordt gefilmd. Of het bezoek van de beroemde Italiaanse filmmaker Roberto Rossellini aan de redactie van Cahiers du Cinéma die uitlegt hoe je volgens hem een film moet maken – om bij zijn afscheid nog even wat eten van een schaal te graaien en Godard te vragen of hij geld kan lenen.

Dat À Bout de Souffle vernieuwend werd en de eerste Nouvelle Vague-film met een gigantische impact, had uiteindelijk minder te maken met wat er op de set gebeurde dan met wat er in de montagekamer ontstond. Godard ging knippen binnen de scènes, door middel van ‘jump cuts’, waardoor het lijkt alsof de film ‘haast’ heeft. Richard Linklater toont dat de revolutie niet zit in de technologie, maar in de attitude.

 

27 november 2025

 

 

ALLE RECENSIES

The Chronicles of Narnia (2005)

The Chronicles of Narnia (2005)
Fantasierijke vertolking van trauma

door Zoë van Leeuwen

In een themamaand rondom Tilda Swinton mogen we naast alle drama-, horror- en zelfs actiefilms deze fantasierijke kinderfilm zeker niet vergeten. The Chronicles of Narnia: The Lion, the Witch and the Wardrobe is echter niet zomaar een sprookje, maar ook een waardevolle toevoeging aan haar rijke carrière. 

De verfilming van het eerste Narnia-boek van Britse schrijver C.S. Lewis uit 1950 draait om de broers en zussen Peter, Susan, Edmund en Lucy, die tijdens de Tweede Wereldoorlog worden geëvacueerd naar een landhuis op het Britse platteland. Om de tijd te doden spelen de kinderen verstoppertje, waardoor de jongste van het viertal, Lucy, een magische kledingkast ontdekt die hen naar Narnia brengt. Daar blijkt Jadis, beter bekend als The White Witch, een vloek uitgesproken te hebben over het fantasieland waardoor Narnia in een ijzige wereld is veranderd en zij zichzelf nu tot koningin heeft uitgeroepen. Ook blijkt dat een voorspelling vier kinderen beschrijft die Narnia redden en de vrede herstellen.

The Chronicles of Narnia The Lion, the Witch and the Wardrobe

Angst voor The White Witch
Tilda Swinton belichaamt al het kwaad in heel Narnia, met haar rol als de machtige heks Jadis, wiens volgelingen alle monsterlijke wezens uit deze sprookjeswereld zijn. Een merkwaardige rol kun je het al bijna niet meer noemen, gezien Swintons uitbundige repertoire die onder andere bestaat uit rollen als engel, spion, superheld en vampier.

Toch is dit voor velen hun eerste ontmoeting met de acteerkunsten van Swinton, zeker voor mijn generatie. Hoewel ze tegen 2005 al een behoorlijke reputatie had opgebouwd in onafhankelijke en arthousefilms, maakte haar rol als Jadis haar bekend bij een groter publiek, met name bij jongere kijkers en gezinnen. Toen de film voor het eerst op mijn netvlies verscheen, was ik weliswaar te jong om me bezig te houden met plot, scripts en acteerwerk, maar de angst voor The White Witch is me een lange tijd bijgebleven.

Nu, zo’n twintig jaar later, is Swinton al lang niet meer zo eng als ik ooit dacht, maar dat betekent niet dat bij het herkijken van deze film haar rol enigszins minder indrukwekkend is. Het duurt minstens een half uur voordat we haar voor het eerst op het scherm zien, maar haar aanwezigheid wordt al veel eerder duidelijk door het ijzige landschap van Narnia en de verhalen die de faun Tumnus (een van de eerste grote rollen voor James McAvoy) aan de jongste zus Lucy vertelt over een machtshongerige heks die Narnia helemaal voor zichzelf wil hebben.

Foto: Brigitte LacombeDe manier waarop ze Edmund manipuleert – hij voelt zich als het zwarte schaap van zijn familie – toont haar ware aard. Bij hun eerste ontmoeting wordt hij onthaald met Turks fruit en de belofte dat hij ooit koning zou kunnen worden. Maar haar façade verdwijnt snel wanneer de jongen faalt om terug te keren met zijn broers en zussen, ze hem vol in zijn gezicht slaat en opsluit in de kerker.

Swintons rol als gegoten
Swinton is niet alleen indrukwekkend in haar acteerkunsten, maar ook haar uitstraling voegt heel wat toe aan The Chronicles of Narnia. In de boeken van C.S Lewis omschrijft hij Jadis als “een vrouw met een wit gezicht, niet alleen bleek, maar wit als sneeuw of papier of poedersuiker, met uitzondering van haar zeer rode mond. Het was een mooi gezicht in andere opzichten, maar trots en koud en streng.” Swinton belichaamt deze rol volledig, en met de toevoeging van een ‘grote oude pruik’, zoals de actrice het ooit noemde, ziet ze er precies zo uit als beschreven in de boeken.

Na achternagezeten te zijn door de wolven van Jadis, ontmoeten de kinderen de pratende leeuw Aslan. Samen met zijn leger van eenhoorns, centaurs en vele andere goed-geaarde dieren, maken de kinderen zich klaar voor de strijd tegen het kwaad. Zoals gebruikelijk bij kinderfilms, leert het viertal binnen enkele uren om te gaan met paarden en wapens, maar dat mag de pret niet drukken.

Wanneer enkele scènes later Aslan zijn leven opoffert om Edmund te redden, staat de familie er alleen voor. Peter leidt het leger in de strijd, die er voor een kinderfilm behoorlijk heftig aan toe gaat en je op het bloed na, grote hoeveelheden personages ziet sterven op het slagveld. Als haar laatste ‘powermove’ in de film paradeert The White Witch het slagveld op, in een koets getrokken door ijsberen, zwaaiend met twee zwaarden en gehuld in de afgeknipte manen van Aslan. Ze bevestigt nogmaals haar positie als ware schurk voordat ze uiteindelijk in de strijd wordt gedood.

The Chronicles of Narnia The Lion, the Witch and the Wardrobe

Veel meer dan een sprookje
Voor wie denkt dat The Chronicles of Narnia gewoon maar een kinderfilm is, heeft het goed mis. Ja, het mist hier en daar wat diepgang die andere projecten van Swinton hebben, maar vergis je niet, de film is veel meer dan een Disney-sprookje. Je kunt Narnia zelfs beschouwen als een heuse oorlogsfilm en gebruikt bijna dezelfde formule als Guillermo del Toro’s Pan’s Labyrinth, die een jaar later uitkwam.

Narnia is een ontsnapping aan de zeer reële oorlog die buiten de kast woedt en het gevoel van eenzaamheid nadat ze door hun moeder voor hun veiligheid zijn weggestuurd. Hoewel nooit wordt bevestigd of Narnia echt bestaat of slechts een fantasie van de kinderen is, is het niet vreemd om te stellen dat het verhaal veel te maken heeft met de Tweede Wereldoorlog, zeker gezien C.S. Lewis zijn eerste boek in 1950 schreef en tijdens de oorlog zelf ook kinderen uit Londen opving in zijn huis in Oxford. De strijd tegen de Witte Heks is misschien wel een manier voor de kinderen om eindelijk het gevoel te krijgen dat ze aan het winnen zijn.

De film uit 2005 lijkt dus relevanter dan ooit, vindt ook Swinton, die in een interview uit 2022 zei dat Narnia “het mooiste verhaal over genezing is en het is een prachtige boodschap voor onze kinderen om nu te zien dat ze de toekomst in hun handen hebben, en dat ze moeten weten dat als ze willen dat hun toekomstige wereld anders wordt, ze de macht hebben om dat te bewerkstelligen.”

The Chronicles of Narnia is te zien in Eye.

 

30 oktober 2025

 

 

THEMAMAAND TILDA SWINTON

Suspiria (2018)

Suspiria (2018)
Dansend door het doolhof

door Bert Potvliege

De consensus kan al eens fout zijn. De filmgeschiedenis is doorspekt met verbluffende prenten die bij hun release verkeerd begrepen of genegeerd werden. Een aantal groeiden uit tot cultfilms, waarbij de wereld gewoon wat later tot inzicht kwam. Soms voel je een toekomstige cultklassieker van mijlenver aankomen. Luca Guadagnino’s Suspiria, de uit 2018 daterende remake van de horrorklassieker van Dario Argento, is zo’n film. Ik heb geen idee hoeveel tijd de wereld nodig zal hebben om er de ogen voor te openen, maar die dag komt.

In de vele wonderlijke samenwerkingen die actrice Tilda Swinton de afgelopen decennia aanging, was haar partnerschap met een filmmaker zelden inniger dan met Guadagnino. Swinton is een hartsvriendin en een muze voor de Italiaanse arthouse-cineast. Hun horrorfilm (bovendien niet hun enige samenwerking) is niet enkel ravissante cinema, maar ook een ode aan de met raadselachtige allure gezegende Swinton. Pers en publiek hielden er aanvankelijk een andere mening op na en wisten niet goed hoe aan de slag te gaan met Suspiria.

Suspiria

Geen olijfbomen meer
Luca Guadagnino is al vijftien jaar een vaste waarde in de Europese cinema, met intussen ook een boeiende stap naar Hollywood (Challengers, Bones and All). Een sfeer van onbezonnen Italiaanse zomers was tot 2017 zijn stilistisch handelsmerk. Hij perste steevast alle mediterrane romantiek en erotiek uit zijn verhalen, waardoor de cinema van Paolo Sorrentino (La grande bellezza) nooit veraf was. Call Me by Your Name was in deze fase van zijn carrière het hoogtepunt.

Nog geen jaar later gooide Guadagnino het roer echter volledig om en waagde hij zich, tot ieders verbazing, aan een remake van de expressionistische horrorfilm Suspiria. Hij liet zijn vertrouwde stijl voor wat die was en zocht nieuwe oorden op. Niemand zag het aankomen en eerlijk gezegd zat niemand erop te wachten. Weg met de verschroeiende Italiaanse zomerzon, op naar het Berlijnse beton.

Critici struikelden over de lange speelduur en vroegen zich af waarom deze update van tweeënhalf uur een vol uur langer moest duren dan het origineel. Ook de iconische status van Dario Argento’s Suspiria werkte tegen, want het zat een warme ontvangst van de remake in de weg. Daarnaast vonden sommigen de arthouse-aanpak potsierlijk en pretentieus. Zelf ervoer ik dat helemaal anders. Guadagnino’s Suspiria hield me 150 minuten lang in de ban en liet me achter met een gevoel dat ik nog altijd koester.

Onder moeders vleugels
Berlijn, 1977. De jonge Amerikaanse Susie (Dakota Johnson) dwaalt wat verloren door de metro, op weg naar dansschool TANZ. De naam prijkt in harde letters boven een grauwe betonnen ingang, pal naast de Muur. Susie droomt van een plek in het gezelschap en hoopt tijdens haar auditie te overtuigen. Al bij haar eerste dans valt ze op bij de raadselachtige Madame Blanc (Tilda Swinton), die haar onder haar hoede neemt. Tussen beiden groeit een bijzondere band.

Maar TANZ blijkt veel meer dan een dansschool. Achter de façade schuilt een heksenkring, verscheurd door een machtsstrijd tussen Blanc en de aftakelende Moeder Markos (eveneens gespeeld door Swinton). De groep bereidt een ritueel voor dat Markos nieuw leven moet schenken en daarvoor hebben ze een jong lichaam nodig. Susie raakt steeds dieper verstrikt in hun plannen.

Ondertussen zoekt Patricia, een meisje dat uit de school is gevlucht, steun bij psychiater Dr. Klemperer (óók vertolkt door Swinton, ditmaal als oude man). De dokter besluit de waarheid achter de school te onderzoeken, maar stuit op onverschilligheid bij de autoriteiten. Zelf draagt hij een ondraaglijk oorlogstrauma met zich mee: het verdwijnen van zijn vrouw Anke, van wie hij nooit het lot heeft vernomen. Zijn verleden en zijn zoektocht zullen onverwacht een rol spelen in het duistere ritueel dat de heksen voorbereiden.

Een hoop vlees
Foto: Brigitte LacombeDe rijkdom van Suspiria schuilt in de toverdrank die Guadagnino stookt, met drie kerningrediënten: horror, erotiek en ontroering zijn in een dans verwikkeld met elkaar, met even prikkelende uitbarstingen als het door de danseressen opgevoerde spektakel Volk. Dat wringen van die ingrediënten leidt tot een bedwelmende cocktail die mismeestert. De horror krijgt een erotische lading terwijl de erotiek me de stuipen op het lijf jaagt, en doorheen dit alles spoken wonderlijke toetsen van ontroering.

Dat juist Guadagnino, een uitgesproken arthouse-regisseur en allerminst een genrefilmer, zich aan een horrorproject waagde, maakte dit experiment zo intrigerend. Het merendeel van hedendaagse horror weet me nauwelijks nog te beangstigen; wat zou een artistieke stilist als Guadagnino er dan van bakken? Heus wel wat, zo blijkt.

De vervormde spiegelwanden in de danszaal symboliseren de dreigende labyrintische aard van deze mysterieuze school. Nacht na nacht sturen de heksen Susie vergiftigde dromen, een sinistere voorbereiding op het ritueel. Die droomsequenties wemelen van de onheilspellende beelden, vaak doordrenkt met body horror. De fysieke vervormingen zijn een metaforische verbeelding van het reële lijden van dansers: lichamen tot het uiterste geduwd; jeugd en schoonheid versneld uitgehold. Onder de oppervlakte sluimert een erotische spanning, waarin verlangen en lichamelijke aftakeling samensmelten. Dat verlangen wordt ingelost bij het ritueel, waarbij het feminiene wordt verorberd. Daarmee legt de film al de thematische kiem voor Bones and All, Guadagnino’s romantisch kannibalendrama dat enkele jaren later zou volgen – het verslinden van de andere in de naam van liefde.

Wanneer danseres Olga besluit de school te verlaten, loopt het fout. De heksen laten haar niet ontsnappen. Ze verdwaalt in de vele donkere gangen en komt terecht in de afgesloten danszaal, waar haar lichaam op bovennatuurlijke wijze kraakt en breekt. Haar ledematen komen verwrongen te staan, haar lichaam uitgeperst. Ze plast in haar broek en komt als een hoopje samengevouwen vlees op de vloer te liggen. Het is een scène die evenzeer verontrust als dat ze opwindend en hypnotiserend is. Net zoals David Lynch (Lost Highway, Mulholland Drive) hanteert Guadagnino hier een fetisjistisch omgaan met zijn vrouwelijke personages. Hij brengt hen op bijna vertederende wijze een zuiverende pijn toe, als een vreemdsoortige ode aan de vrouw. De metalen sikkels die nadien nog door Olga’s vlees gestoken worden, stellen de prikkelende terreur en het ongemakkelijke vleselijke verlangen op scherp.

Een touw vastknopen aan opwinding
Suspiria is zo doordrenkt van seksualiteit dat de film vonkt. Het is een onverwachte dimensie die de prent naar een hoger niveau tilt. Seksualiteit in horror is schering en inslag, maar zelden wordt ze zo gelijkwaardig aan angst ingezet als hier. In Suspiria vervloeien horror en erotiek tot een enkele, bedwelmende ervaring. Op de meest verontrustende momenten merk ik een opwinding – gezien de terreur op het scherm is het een vreemd en zelfs ongepast gevoel. De film confronteert me met mijn eigen dierlijk instinct, dat een immorele vorm durft aan te nemen. Guadagnino laat me zo schrikken van mezelf.

Susie kronkelt en beweegt tijdens het dansen op een hypnotiserend verleidelijke manier over de vloer. Voor de uitvoering van Volk dragen de dansers rode touwen als kostuum, wat sterk doet denken aan bondage. Susie die samen in bed hangt met de frêle Sara. Susie die even gaat plassen. Het vele naakt bij het ritueel. Iemand vraagt Susie hoe het is om in de opvoering te dansen. “Als geneukt worden door een dier”, antwoordt ze laconiek. Elk van deze momenten roept sensaties bij me op die moeilijk te verantwoorden zijn. Guadagnino presenteert hier een bijna bacchanaals spektakel en creëert met Suspiria misschien wel een van de meest sensueel geladen films van deze eeuw. Zijn adoratie van Swinton – al ware ze een godin – maakt de erotische uitspatting compleet.

Suspiria biedt zichzelf aan met heel wat filmisch vernuft. De montage is opvallend expressief: talrijke licht variërende beelden volgen elkaar in een snel tempo op, zonder dat ze expliciete informatie toevoegen. De intentie is onduidelijk, wat oncomfortabel voelt en een heldere interpretatie bemoeilijkt. Ook het kleurenpalet van de film draagt bij aan die verstoring: eenmaal in de dansschool heb je het gevoel in een andere wereld te stappen. De vloertegels zijn net zo verontrustend als het tapijt in The Shining. De cameravoering en beeldcompositie zijn uitstekend, maar ik verwacht niets minder van Guadagnino.

Suspiria

Entry music (for a film)
Een laatste, bepalend ingrediënt in de cocktail die Suspiria heet, is de ontroering. Ik kreeg een krop in de keel bij het acteerwerk van Tilda Swinton. Neem bijvoorbeeld de slotscène van Dr. Klemperer, wanneer hij eindelijk te horen krijgt wat er met zijn geliefde Anke is gebeurd. Verborgen achter lagen make-up weet Swinton nét genoeg expressie te tonen om me te raken. Het daaropvolgende slotbeeld, met de in de muur gekerfde letters, is buitengewoon teder. Ook de ondergang van Patricia en Sara tijdens het ritueel weet op een vergelijkbare manier te ontroeren.

De meest intense emotie komt echter van muzikant Thom Yorke. De Radiohead-frontman schreef voor deze film zijn allereerste score. Net zoals hij met zijn solodebuut Eraser uit 2006 nog zoekende was naar zijn eigen stem als soloartiest, speurt hij hier naar zijn identiteit als filmcomponist. Hoewel hij die nog niet volledig heeft gevonden, schemert de voor Yorke typerende emotionele muzikaliteit wel al sterk door. De track Suspirium, die over de openingsgeneriek ligt, is zelfs een van zijn krachtigste nummers in jaren. De generiek zelf speelt als een aangrijpende miniatuurfilm en getuigt van Guadagnino’s talent: compositie, kleur, ritme, sfeer en muziek smelten samen tot een werkelijk betoverende scène. Moeder ligt in bed met een doodsrochel, terwijl Yorke’s ijle stem weerklinkt: “All is well, as long as we keep spinning. Here and now, death still behind a wall.” 

De kracht van de vrouw
De kans bestaat dat je Suspiria vervloekt, omdat het niet evident is te achterhalen wat je ermee aan moet. Velen krijgen niet wat ze verwachten dat horror hen zou moeten geven, hoewel ik het net een zeldzaam angstaanjagende prent vind. De fans van Guadagnino zaten al helemaal met de handen in het haar, want hun idool leek zijn stijl compleet overboord te kieperen. En toch is het feminiene – zo essentieel in het oeuvre van Guadagnino – ook hier centraal aanwezig.

Guadagnino’s zin voor risico – waarbij hij onderzoekt, experimenteert en wat grenzen verlegt – kan ik enkel toejuichen. Ik voel en begrijp zijn fascinatie voor het materiaal, alsof we een geheim delen. Het is verslavend te verdwalen in het prikkelende Suspiria, waar vrouwelijkheid zowel erotiseert als afschrikt door haar verscholen krachtdadigheid en dreigende aard.

Suspiria is te zien in Eye.

 

27 oktober 2025

 

THEMAMAAND TILDA SWINTON

The Room Next Door (2024)

The Room Next Door (2024)
“Ik denk dat ik een goede dood verdien”

door Cor Oliemeulen

Het oeuvre van Pedro Almodóvar is grofweg in twee periodes in te delen. Van campy en absurdistisch in de beginjaren tot dramatisch en reflecterend in de laatste decennia. Al die tijd vormen kwetsbare maar sterke vrouwen en het eeuwige gevoel van verlangen een rode draad. Dat geldt ook voor The Room Next Door (2024), Almodóvars eerste Engelstalige film en winnaar van de Gouden Leeuw in Venetië. Een aangrijpend verhaal over vriendschap op de weg naar euthanasie.

Ingrid (Julianne Moore) hoort bij een signeersessie van haar boek dat haar oude vriendin Martha (Tilda Swinton) ongeneeslijk ziek is. Tijdens hun rendez-vous in een New Yorks ziekenhuis leren we Martha kennen als een sympathieke, maar emotioneel geremde vrouw. Haar beheersing van gevoelens komt voort uit ervaringen als oorlogsverslaggever en het gemis van het contact met haar dochter Michelle. Maar er is meer aan de hand.

The Room Next Door

Omgaan met afscheid
Martha neemt Ingrid in vertrouwen en vraagt haar om een opmerkelijke gunst. Ze vertelt dat ze euthanasie gaat plegen en dat ze zelf het juiste moment zal kiezen. Ze heeft voor een maand een huis in de natuur gehuurd en wil dat Ingrid haar daar gezelschap houdt. Martha heeft een pil gekocht in het illegale circuit en zal op de bewuste dag de deur van haar kamer dichtdoen zodat Ingrid weet dat ze is overleden. Met haar kalmte en vastberadenheid overtuigt ze Ingrid toe te stemmen. Martha heeft alles zorgvuldig voorbereid, dus Ingrid kan later nooit als medeplichtige worden beschouwd. Aangekomen in het modernistische huis in de bossen van Woodstock is Martha één ding vergeten: haar pil.

Foto: Brigitte LacombeEenmaal gesetteld halen ze herinneringen op en ontstaat er een diepe verbondenheid. Het besef van nabije sterfelijkheid slingert heen en weer tussen intense emoties en bewuste terughoudendheid, versterkt door stiltes en blikken. Martha beschermt Ingrid tegen te veel emotionele belasting door zo veel mogelijk afstand te houden, en toont tegelijk haar vastberadenheid. Martha’s overheersende ingetogenheid vertraagt het drama, maar wie goed kijkt en probeert mee te voelen, ziet de subtiliteit in Swintons spel, alles in dienst van een waardig afscheid.

Stijl en kleuren
Naast die verbondenheid en kracht van zijn vrouwelijke personages staat Pedro Almodóvar bekend om uitbundig kleurgebruik in meubels, stoffen, vazen en kunstobjecten. Felle tinten zoals rood, blauw en geel symboliseren vaak passie, identiteit en verlangen. Ze versterken een intense, theatrale sfeer en vormen een visuele taal die gevoelens uitdrukt waar woorden tekortschieten.

In The Room Next Door draagt de kleding bij aan de visuele identiteit van de film. Ingrid verschijnt vaak in ingetogen tinten als grijs en groen, wat haar kalme aard weerspiegelt. Martha daarentegen is gehuld in opvallende kleuren als roze en felgeel, die haar ultieme levenskracht benadrukken. Het contrast tussen beiden is treffend, maar niet verrassend: Tilda Swinton hult zich vaak in uitgesproken kleuren die haar expressieve uitstraling versterken.

The Room Next Door

Symboliek van de architectuur
Het huis speelt een cruciale rol, als een stille getuige van afscheid. De immense architectonische villa met zijn ongewone hoeken en schuine vlakken – in de bossen van Woodstock, maar in werkelijkheid Casa Szoke nabij Madrid – ligt op een helling en versmelt met de natuurlijke omgeving. Almodóvar gebruikt het als een derde hoofdpersoon. Door de grote ramen lopen binnen en buiten in elkaar over; ’s avonds creëren de reflecties van bomen en de lichtval een spel van zowel intimiteit als afstand.

Langzaam vervaagt de grens tussen binnen en buiten, tussen leven en dood. Binnen heerst de besloten wereld van sterfelijkheid; buiten bloeit de natuur en beweegt de tijd onverstoorbaar voort, weerspiegeld in de ramen en het zachte avondlicht. Toch gaat ook een mensenleven door. Nadat Ingrid de levenloze Martha op een ligstoel op het terras aantrof, verschijnt op precies dezelfde plek op een dag haar dochter Michelle (eveneens gespeeld door Swinton).

The Room Next Door is te zien in Eye.

 

25 oktober 2025

 

THEMAMAAND TILDA SWINTON