Fugitive from the Past, A

****
IFFR Unleashed – 2005: A Fugitive from the Past 
Auteur zonder handtekening

door Alfred Bos

Tijdens een vliegende storm steken drie mannen in een roeiboot een zeestraat over en slechts één komt aan. Tien jaar later volgt de rekening. A Fugitive fom the Past (1965) van Tomu Uchida verhaalt over karma.

Ook Japan had in de jaren zestig zijn nouvelle vague, met Oshima, Imamura en Suzuki als de bekendste representanten. Een van de beste voorbeelden van nūberu bāgu, de Japanse new wave, is een drie uur durende politieprocedurefilm van een veteraan van de Japanse cinema. A Fugitive from the Past (Japanse titel: Kiga kaikyō) van Tomu Uchida is een toonbeeld van filmisch vakmanschap. Alleen een meester, sereen in zijn kunst, kan de regels zo moeiteloos naar zijn hand zetten. En breken.

A Fugitive from the Past

A Fugitive from the Past (1965) – naar de roman Straits of Hunger van Tsutomu Minakami – volgt de jacht op een misdadiger, het subgenre dat is geïnitieerd door Fritz Langs M. Evenals Akira Kurosawa in High and Low (1963) toont Uchida beide kanten van het verhaal, we volgen de dader en de autoriteiten. De schakel tussen de antagonisten is onderwerp van het middenstuk van de film. Het last heden aan verleden.

In The Third Murder (2017) van Hirokazu Koreeda staat het verhoor van de schurk centraal in de zoektocht naar de waarheid. Boeddhistische spiritualiteit vormt de kern van Kenji Mizoguchi’s Sansho the Bailiff (1954). A Fugitive from the Past doet beide, het is een door en door Japanse film.

Veelheid van stijlmiddelen
Voor de Tweede Wereldoorlog was Tomu Uchida (1898-1970) een in Japan veelgeprezen regisseur van films die vaak zijn gebaseerd op romans. De non-conformistische aanpak en de veelheid van stijlmiddelen – formeel én ad hoc, klassiek én modernistisch – die A Fugitive from the Past typeert, is eigen aan veel van zijn latere films.

Uchida behoort tot de pioniers van de Japanse cinema. Hij debuteert in 1922 met Aa, Konishi junsa (Police Officer Konishi); het is een coproductie met Teinosuke Kinugasa, de regisseur van het avant-gardistische Kurutta Ippēji (A Page of Madness, 1926) en het met een Gouden Palm bekroonde Jogokumon (Gate of Hell, 1953). Hij is een Japanse tegenhanger van Howard Hawks of John Ford.

Het overgrote deel van de meer dan veertig films die Uchida voor de oorlog regisseerde, in dienst van Japanse filmstudio’s, is tijdens de Tweede Wereldoorlog verloren gegaan. Dat is mogelijk een reden waarom de regisseur buiten Japan – waar zijn werk veel publiek trok – minder bekend is dan zijn generatiegenoten Ozu, Mizoguchi en Kinugasa. De belangrijkste reden is wellicht dat hij, naast zijn imponerende vakmanschap, geen kenmerkende eigen stijl of thema heeft. Uchida is een auteur zonder handtekening.

Het expressionistische Keisatsukan (Policeman, 1933), over twee jeugdvrienden, een gangster en een agent, is zijn enige stomme film waarvan een complete kopie bestaat. Van het sociaal geëngageerde Tsuchi (Earth, 1939) ontbreekt de laatste filmrol. De film is gesitueerd in de regeringsperiode van keizer Meiji (1868-1912), waarin de feodale Japanse samenleving in ijltempo moderniseerde naar westers model. Het persoonlijke drama van de straatarme boeren resoneert met de politieke situatie. In A Fugitive from the Past gebeurt iets dergelijks.

Open voor experiment
Het gemak waarmee Uchida van genre en stijl wisselt, kenmerkt zijn naoorlogse films. Na een afwezigheid van vijftien jaar keert hij in 1955 terug met Chiyari Fuji (Bloody Spear of Fuji Mountain), geproduceerd door zijn filmvrienden Ozu, Mizoguchi en Daisuke Itō, pionier van de chambara (samoeraifilm) en de bewegende camera. De film over een samoerai en diens knechten is jidai-geki (historisch drama), komedie en roadmovie ineen; de speersjouwer is hondstrouw én slimmer dan zijn meester. Cameravoering en mise-en-scène zijn streng formeel en tonen de invloed van kabuki (gestileerd dansdrama) en bunraku (poppentheater).

Kabuki en bunraka staan centraal in de verfilming van het volksverhaal Koi Ya Koi Nasuna Koi (The Mad Fox, 1962), dat animatie mengt met live action; het resultaat is hallucinant. Iets dergelijks deed Uchida drie jaar daarvoor in Naniwa No Koi No Monogatari (Chikamatsu’s Love in Osaka). Met een postmoderne truc voert Uchida de zeventiende-eeuwse poppenspeler Chikamatsu, auteur van het verfilmde toneelstuk, op als verteller én personage. Werkelijkheid en nabootsing vloeien over in elkaar.

A Fugitive from the Past is de meest modernistische film die een regisseur van de eerste generatie Japanse cineasten heeft gemaakt. Het is een bij vlagen avant-gardistische mix van klassiek formalisme en bevlogen experiment. Grootste probleem voor de regisseur is hoe hij het innerlijke leven van zijn personages zichtbaar maakt. Die visualiseert hij door beelden te solariseren, de tonen van zwart en wit om te keren; het kunnen herinneringen zijn, gedachten of ideeën. Ook de moraliteit van slecht en goed keert hij om.

Traditie versus moderniteit
De geluidsband wordt eveneens ingezet voor experiment. Er zijn flarden van elektronische muziek, in 1965 een embleem van modernisme. We horen een sirene (in de film) die zich mengt met percussie (op de soundtrack, buiten de film), het klinkt als een werkstuk van de avontuurlijke componist Edgard Varèse. Uchida maakte eerder op originele wijze gebruik van geluid: in Jibun No Ana No Naka De (A Hole of My Own Making, 1955) vervlecht hij constructiewerk met overvliegende straaljagers. Daar staat het voor vernieuwing, de moderne tijd en de Amerikaanse bezetters. Hier voor chaos, rampspoed en verwarring.

A Fugitive from the Past

De tegenstelling tussen traditie en het moderne Japan, zo typerend voor de gouden eeuw van de Japanse cinema, domineert de structuur van A Fugitive from the Past. De film bestaat uit twee delen die elkaar spiegelen. Het eerste deel speelt in 1947, kort na de oorlog, waarin Japan is bezet door de Amerikanen en de bevolking moet overleven in een verwoeste maatschappij. Het tweede deel speelt tien jaar later, wanneer het land is herbouwd tot moderne, op het westen georiënteerde samenleving.

Er is nog een derde deel, het middenstuk dat zich in een onbepaalde tijd tussen 1947 en 1957 afspeelt, de jaren van de wederopbouw. De nieuwe vrijheid – zonder anker, zonder traditie – leidt tot zielloos hedonisme en nihilisme. Plaats van handeling is Tokio, waar een gastvrouw (voormalige prostituee, nu geisha) weinig hoffelijk wordt behandeld door dronken Japanse nozems en Amerikaanse soldaten.

De Amerikaanse bezetter heeft een corrumperende invloed, de moderne wereld genereert nieuwe misdaad. Als de vrouw zich door de nachtelijke uitgaansbuurt verplaatst , zien we een van boven gefilmd crane shot van tientallen seconden lang. Het verbluffende shot lijkt de overgang van verleden naar heden te suggereren. De camera hangt als een brug boven de werkelijkheid.

De schaduw van het verleden
De hoofdpersoon, Takichi Inukai (gespeeld door de steracteur Rentarô Mikuni), wordt in 1947 verdacht van roofmoord en brandstichting; ook zou hij twee handlangers om het leven hebben gebracht. De politie zoekt hem en hij schuilt bij een prostituee, Sugito Yae (Sachiko Hidari), die hij een deel van de buit schenkt. Tien jaar later is Inukai een succesvol zakenman; hij heet nu Kyôichirô Tarumi. De vrouw, Yae, is hem nooit vergeten; door zijn geschenk heeft zij haar leven op orde gekregen. Wanneer ze in een krantenartikel over de zakenman Tarumi haar redder Inukai herkent, besluit ze hem op te zoeken. Het resultaat is fataal, Inukai/Tarumi doodt opnieuw twee mensen en ditmaal vindt de politie hem.

Net als in High and Low (1963) van Akira Kurosawa zoekt de politie in A Fugitive from the Past een misdadiger. Bij Kurosawa staat de tegenstelling tussen rijke industrieel en arme student centraal. Voor Uchida speelt een andere vraag, hoe lang is de schaduw van het verleden? Het personage van Inukai/Tarumi staat voor Japan: van zwervende sloeber tot geslaagde zakenman, van slachtoffer tot succes. Maar tegen welke prijs? Wanneer Yae hem na tien jaar heeft gevonden en hij haar in eerste instantie niet meent te herkennen, verzucht hij: “Ik ben de zin van het leven kwijt.”

Het derde deel van de film, dat speelt in 1957, stapelt ironie op ironie. Het toeval heeft Inukai/Tarumi een nieuwe toekomst gegeven, maar een daad van medeleven wordt zijn ondergang. Wat hij vreesde, gebeurt tien jaar later – gemotiveerd door liefde – alsnog. Het is niet het sterkste deel van de film. Het lange verhoor mist de dynamiek van de eerste twee delen. De spanning komt uit de dialoog, niet uit de beelden. Ook hier is het probleem van Uchida: hoe verbeeld ik het innerlijk van de personages? De film suggereert een boeddhistische boodschap – karma wint altijd – maar weet de motivatie van Inukai/Tarumi niet zichtbaar te maken.

Afwijkend filmformaat
Inukai/Tarumi spreekt over de armoede van het ontredderde Japan waarin hij en zijn moeder in ontbering moesten leven. De naoorlogse schaarste maakt Uchida terloops maar treffend zichtbaar. De detective die op zoek is naar Inukai, heeft last van zijn longen en zijn gezin ruziet over het gebrek aan voedsel. Er is een florerende zwarte markt en jongemannen zien ‘hun’ vrouwen ingepalmd door Amerikaanse soldaten. Tien jaar laten ruziën de zoons van de detective, tieners inmiddels, nog steeds.

A Fugitive from the Past is laatste grote film van Tomu Uchida en hoog geprezen in Japan. In het westen is hij, met een handvol andere films van deze begaafde maar weinig bekende regisseur, slechts beperkt te zien geweest. De film toont Uchida’s volmaakte beheersing van het medium; hij is vloeiend in een veelheid van filmidiomen.

A Fugitive from the Past

Gedraaid in zwart-wit-breedbeeldformaat en geschoten met een draagbare 16-millimeter camera (opgeblazen tot grofkorrelig 35 millimeter), maakt de regisseur optimaal gebruik van het afwijkende formaat. In de slotscène zit een moment waarop de vluchteling uit het verleden en de detectives verspreid staan over het dek van de veerboot tussen het Japanse hoofdeiland Honshu en het noordelijke Hokkaido. Na slingerwegen door Japan – en de tijd – eindigt de film waar hij begon en de compositie van het beeld met de speurder en diens prooi is even uitgebalanceerd.

Japanse nouvelle vague
A Fugitive from the Past opent in pseudo-documentairestijl en is politiefilm, thriller en gendaigeki (eigentijds drama) ineen. Er zijn goed gedoseerde en perfect geregisseerde dolly shots en crane shots. De montage is opvallend modern en sneller dan in 1965 gebruikelijk. Was de film indertijd in het westen uitgebracht, de nouvelle vague-regisseurs en Franse filmcritici zouden hebben gejuicht.

Het verleden spiegelt zich in het heden, wil A Fugitive from the Past vertellen. De film telt diverse beeldecho’s, situaties en scènes uit 1947 die zich herhalen in 1957. De kortstondige ontmoetingen tussen Inukai/Tarumi en Sugito Yae; de storm en het woeste water na de moorden; de schouwing van de doodskisten; de lijken die aanspoelen op de kust.

Maar in drie uur film – en tien jaar filmtijd – is er wel degelijk ontwikkeling. A Fugitive from the Past opent met beelden van woeste golven en sluit af met een serene zee. Daartussen speelt zich het leven af, van geboorte naar dood. De tijd laat zich niet vermurwen.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 26 mei 2021.

16 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Sport en misdaad

Sport en misdaad

door Bob van der Sterre

Delitto al circolo del tennis ♦ The Basketball Fix ♦ Pilkarski Poker

 

Geen duo dat je snel verwacht. Toch is er verwantschap. Denk bijvoorbeeld aan de film I, Tonya. Of aan matchfixing. Zijn er ook obscure voorbeelden?

In Delitto al circolo del tennis (1969) heeft Riccardo Dossi, een belangrijke zakenman, een affaire met een jonge vrouw, Benedetta. Zij is de dochter van een vriend van Riccardo. Allen weet hij een ding niet: dat zij bevriend is met Riccardo’s eigen dochter (Lilla) en háár vriend (tennisleraar Sandro). En dat zij drieën een smerig afpersingsplannetje hebben bekokstoofd met Benedetta in de hoofdrol.

Afpersing
Alle ellende begint bij een tenniswedstrijd van Riccardo. Bij de kledingruimte ziet hij Sandro een afpersingsbrief met foto’s in zijn zak stoppen. Sandro zegt ertoe gedwongen te zijn en hij wil Riccardo graag helpen. ‘Laten we de politie bellen!’ zegt hij als hij toch al weet dat Riccardo antwoordt: ‘Nee, ben je gek!’

Het gaat van kwaad tot erger als Riccardo het huis van de directeur van de tennisclub leent voor een date met Benedetta. Ze krijgt het opeens heet en sterft in Riccardo’s handen. Riccardo snelt naar zijn vakantiehuisje om daar depressief te zijn. ‘Zij hield van mij. Ik hield van haar.’

Benedetta’s dood was nep natuurlijk en de drie houden hem in de gaten vanuit een soort bunker. Ze persen hem af via de immer ‘hulpvaardige’ Sandro. Die stookt het vuurtje op: ‘Het is een misdaad, weet je, om een stoffelijk overschot te verbergen.’ De drie houden alleen geen rekening met het feit dat Riccardo houdt van wandelen en koekeloeren.

De film begint met prachtige sixtiesbeelden en fijne muziek. Plastic stoelen, gordijnreepjes, vette close-ups: we gaan er even goed voor zitten. Zoals andere critici al hebben aangekaart, ontvouwt zich daarna een kletsfilm zonder weerga. De boot van een soort Charade op zijn Italiaans is snel vertrokken, de boot voor uiterst langzame dialogen (inclusief uitzinnige close-ups) meert juist aan.

Pas bij het bizarre einde leeft het weer op. Wat een finale! De maffe soundtrack van Peter Chilton en Peter Smith zorgde er niet voor dat ze méér soundtracks gingen maken. Was dat jammer? Een goede vraag.

Basketballer
Méér sport en misdaad in The Basketball Fix (1951). Johnny Long is helemaal geen onaardige collegebasketballer. Integendeel: hij heeft talent. Sportschrijver Pete Ferreday koppelt hem aan coach Nat Becker. Zo deden ze dat vroeger.

Op een locatie waar hij bijverdient als zweminstructeur, ontmoet hij niet alleen Pat, een leuke dame, maar ook ‘zakenman’ Mike Taft. Die laatste weet wel hoe hij Johnny Long uit de geldzorgen moet krijgen: ‘Je krijgt 500 dollar voor als je wat punten mist.’ Shaving points in jargon.

Johnny bedankt maar het zaadje in zijn hoofd is geplant. Hij wil ook werk maken van zijn relatie, hoewel dat voor Pat niet eens nodig is: ‘Johnny… er zit geen prijskaartje op mijn hoofd.’ Hij twijfelt maar zijn vriend blijkt het ook te doen. ‘Het is niet alsof je de wedstrijd verliest, het gaat er alleen om dat je wat punten morst.’

Johnny gaat overstag en voor hij het weet is hij ‘een investering’ van Taft. Die beschermt die investering, zelfs als hij die zelfde basketballer moet laten afrossen. Het wordt een kwestie van nog een wedstrijd en dan nooit meer. Is dat een wedstrijd te veel?

Een basketbal-noir? De film noir-saus is in elk geval onmiskenbaar aanwezig: de gekwelde held, de karakteristieke voice-over en gangsters met regenjassen. Als dat al niet frappant is, zijn dat wel de compleet blanke basketbalteams; de erg uitbundige glimlach van Pat; de wallen onder de ogen van John Ireland; de moddervette moraal (‘Ga niet in zee met matchfixers’).

De film is verder redelijk voorspelbaar afgezien van een running joke: het karakter Lily (Hazel Brooks) dat alsmaar over astrologie begint. ‘Ik ben niet moeilijk, ik ben waterman.’ ‘Pardon?’ ‘Ik ben onder de vis geboren.’ ‘Oh.’ Zij is hier de komische noot, maar eentje die weinig geluid maakt.

Polen in 1989
In de Poolse film Pilkarski Poker (1989) zien we in feite hetzelfde gebeuren. Deze directeurs van Poolse voetbalclubs pakken het alleen wat grondiger aan dan Mike Taft. Via scheidsrechters bepalen ze uitslagen in de hele competitie. Een soort voetbalkartel.

Ze toosten op hun wanstaltige onderneming, waarbij scheidsrechters omgekocht worden met prostituees, wodka en geld. Wedstrijden worden meer op de tribunes en in vage hotels, bars en striptenten beslist dan op het veld.

Hun favoriete kop-van-jut is de naïeve scheidsrechter Jan Laguna (rol van Janusz Gajos, bekend van Trois couleurs: Blanc van Krzysztof Kieślowski). Iedereen neemt zijn moment om hem te manipuleren. Zelfs vriendin Irena.

Op zeker moment krijgt Jan in de gaten dat er iets vreemds gaande is. Uiteraard is hij net de scheidsrechter van een belangrijke wedstrijd. Wat beslist hij als een jonge speler die scoorde hem met pure voetbalogen aankijkt?

Je raakt nooit uitgekeken op de Poolse cinema van de jaren zeventig en tachtig. Al die uitstekende films, goed presterende acteurs, scripts die je verbazen en fraaie cameravoeringen. Voor deze film kreeg regisseur Janusz Zaorski zelfs echte voetballers zo gek om mee te doen en het verhaal is tamelijk spottend en volks en zal wel in Polen een bepaalde snaar hebben geraakt.

Het aardige van deze film is het portret van het Polen van 1989, dus tijdens het jaar dat de Berlijnse Muur viel (op 4 juni van dat jaar won Solidarność de verkiezingen). Een ‘provinciaal Polen’ nog volgens Zaorski, met ranzige trekjes. Zoals de man die in een bar in een teug een een achtergelaten glas wodka soldaat maakt. De asociale familie. De lompe stripbar. Seks in een auto op een parkeerplaats (je moet toch wat doen als je de tijd moet doden).

1989 was geen gelukkig moment om een film uit te brengen in Polen en de film liep z’n publiek mis. In 1993 werd de film ineens weer populair toen Legia Warszawa het kampioenschap werd ontnomen. Bij ieder nieuw schandaal piekte de aandacht voor de film. Zoals toen in 2005 het Poolse voetbal werd opgeschrikt door een serieus corruptieschandaal.

Pilkarski Poker is intussen een cultfilm geworden, vertelt regisseur Janusz Zaorski in een interview. ‘Er zijn weinig wedstrijden en goals. Wel veel achterkamertjes, kantoren van presidenten, geheime vergaderingen. In principe is dit een misdaadfilm.’

Een vervolg kwam er nooit van, tot spijt van Zaorski. Helemaal zonde in een tijd dat wedkantoren bijna op ieder voetbalshirt te zien zijn, en matchfixing een groter probleem is dan ooit.

 

13 maart 2021

 

Pilkarski Poker

Alle Camera Obscura

Hitchcock op de hielen

Hitchcock op de hielen

door Bob van der Sterre

Secret Defense ♦ Julie Darling ♦ Vivement Dimanche!

 

Hitchcock is al veertig jaar dood, maar zijn naam blijft doorleven. In hoeveel recensies wordt zijn naam nog wekelijks genoemd? De meester van de suspense kende zelf grote bewondering voor Henri-Georges Clouzot (Le Corbeau en Les diaboliques) maar kende zelf ook vele bewonderaars.

In Secret Defense uit 1998 duurt het heel lang voor de film op gang komt. Wat wil je, met een film van 2 uur en 45 minuten. We zien hele treinritten, acties in het laboratorium, mensen die voor zich uit staren.

Prettig traag
In dit rechttoe rechtaan verhaal komt Paul ineens binnen bij Sylvie. Hij heeft een foto. Oude bekende Walser staat daar op de achtergrond. Op de voorgrond: hun vader, vlak voordat hij vermoord wordt.

Sylvie en Paul willen uitzoeken hoe het zit. Aangezien Paul met een pistool op pad wil, gaat Sylvie net iets eerder. Ze schiet toch iemand neer, maar niet Walser. Wel zijn secretaresse die hem probeert te verdedigen.

Het verhaal loopt niet over van logica maar wel aardig is het prettige trage tempo voor een film uit 1998. In dezelfde tijd van Oliver Stones Natural Born Killers kwam ook deze slow cinema uit – lang voordat het een rage zou worden met series op Netflix.

Het suspensescript is van Pascal Bonitzer, die zelf ook wat films heeft geregisseerd, die meestal niet echt boven het gemiddelde uitsteken als je eerlijk moet zijn. Dit script – hij is een veelschrijver – kwam terecht bij Jacques Rivette, die de nouvelle vague kickstartte met Paris Nous Appartient (1961).

Hier en daar zijn er nog glimpen van die films te zien. Zoals de gek verlopende telefoongesprekken of hoe ongewoon relaxed iedereen is. Na een bekentenis van een moord, is iedereen twee tellen later alweer cool. Wel iets té cool voor Hitchcock, denk ik.

Hoofdrolspeelster Sandrine Bonnaire is veel in beeld (vooral moeilijk kijkend) maar Jerzy Radziwilowicz (Man of Marble en Man of Iron) alias Walser steelt de show.

Liefde voor paps
Hitchcock hield wel van gewaagde onderwerpen maar ik denk dat hij de onderwerpen in Julie Darling (1982) ook wel iets te gewaagd zou vinden: aanranding, incest, seks, moordende kinderen. Desalniettemin is de film duidelijk gemaakt in de geest van Hitchchock.

Julie aanschouwt op een dag hoe haar moeder (die haar lievelingsslang wegdeed) aangerand wordt door een boodschapjes afleverende jongeman. Ze heeft de gast op de korrel (immers de VS, iedereen loopt rond met wapens) maar doet niets. Haar moeder laat ze verongelukken en de jongeman ermee wegkomen.

Reden: haar te heftige liefde voor paps. Die zelf ook iets te lief is. ‘Pa, mag ik in je bed slapen?’ ‘Natuurlijk meisje!’

Later aanschouwt ze zichzelf als hij de liefde bedrijft met een nieuwe vrouw. Julie is vastbesloten dat zij de enige darling blijft van haar vader.

Deze thriller is best merkwaardig in zijn kwaadaardigheid. Fles in kruis van een man, aanranding, dubbelloops jachtgeweer… Een verbijsterende scène is als ze zichzelf in bed ziet vrijen met haar vader. Naast incest, biedt de film seks en politieke incorrectheid, maar niets op het gebied van stijl. Dat deed Hitchcock honderd keer beter.

De film scoort punten door de ijzige blik van dit horrorkind (rol van Isabelle Mejias). Ze weet zelfs de rol van de aanrander in haar schaduw te stellen. Mejias is een mysterieuze actrice die doorbrak in een Franse feministische softseksfilm (Le roi des cons), zelf twee films regisseerde én figureerde in Porky’s-kloons als State Park en Meatballs 2. Anthony Franciosa kennen we nog uit Dario Argento’s Tenebre. (Te toevallig om hier niet te noemen: beide hoofdpersonen speelden in afleveringen van de serie Alfred Hitchcock presents.)

Eerbetoon Truffaut
The Master of Suspense kende veel Franse bewonderaars. Zoals ‘de Franse Hitchcock’, Claude Chabrol, maar ook François Truffaut. Die maakte met de laatste film uit zijn leven in 1983 (een jaar later zou hij overlijden) een eerbetoon aan Hitchcock: Vivement Dimanche!.

Huizenverkoper Julien Vercel is net op jacht op dezelfde plek waar ene Massoulier vermoord wordt. Dezelfde avond, als hij terugkeert van het politiebureau, is zijn vrouw ook vermoord. Die had een affaire met Massoulier.

Zijn secretaresse gelooft in Vercels onschuld. Samen proberen ze te begrijpen wat er gebeurd is. Ze houden mensen in de gaten en sluipen kamers binnen. Dat is gevaarlijk. Want er is een connectie met een prostitutienetwerk.

Truffaut was groot kenner en liefhebber van het werk van Hitchcock. Hij schreef hem ooit een brief over die bewondering. Dat leidde tot een beroemde ontmoeting in 1962, waarbij Truffaut Hitchcock uithoorde over zijn films. Dát leidde tot een boek in 1966. En dát leidde tot een documentaire in 2015.

Dus vandaar de keuze voor zwart-wit én de look and feel van een klassieke film (jaren zestig), hoewel moderne dingen niet worden gemeden, zoals een telex of een digitaal horloge. Net als bij Hitchcock zie je hier ook wat man-vrouw-humor (grappige dialoog bijvoorbeeld als hij haar de wapen uit haar hand slaat én haar gelijk geeft).

En dan nog citaten uit Hitchcocks werk: de klap met het beeld (hier de Eiffeltoren), telefoon in een streep maanlicht, de autoscène, de kus in de portiek (‘Heb ik wel eens in een film gezien’), het gevecht in de kamer (van buitenaf gezien), de vrouw met mes in de rug die in de handen van een vreemde valt… Zelfs grappen over blondines (knipoog naar Hitchcock-actrices als Grace Kelly, Ingrid Bergman, Kim Novak). De hoeren zijn allemaal blond (‘Niemand wil met een brunette’) en de kersverse blonde secretaresse is ondanks haar tikken met een vinger goed genoeg (‘De baas houdt van blondines’).

Anders dan Hitchcock noemt zelden iemand Truffaut als lichtend voorbeeld. Toch is zijn lichtvoetige filmstijl een verademing om te zien. Deze film is gebaseerd op een Amerikaanse hard-boiled detective, ‘maar de dialogen en de humor zijn typisch Frans’, zei Truffaut.

Fanny Ardant (toenmalige vrouw van Truffaut) is in zijn handen ook voortreffelijk als secretaresse Barbara. Ze toont veel acteerplezier. Jean-Louis Trintignant is degelijk als Vercel. Hij speelde ook een rol die aanvankelijk was bedoeld voor Patrick Dewaere. Die had net zelfmoord gepleegd. Over Dewaeres zelfmoord had Hitchcock vast een mooie film hebben kunnen maken (‘A shocking, inexplicable end to friends, fans and family alike’ volgens zijn biografie) maar de meester van suspense was toen zelf al twee jaar dood.

Wie er niet genoeg van kan krijgen… bekijk de masterclass van de master of suspense zelf.

 

15 december 2020

 

Vivement Dimanche!

 
Alle Camera Obscura

Whodunnits en whodiddits

Whodunnits en whodiddits

door Bob van der Sterre

Komisario Palmun erehdys ♦ Who killed Mary What’sername? ♦ Sette note in Nero


Wie heeft het gedaan? De butler natuurlijk! Toppers in het genre zijn Gosford Park en Murder by Death. Toch leuk om de geschiedenis in te duiken en een paar obscure varianten te vinden.

In Komisario Palmun erehdys (1960) zien we dat de vervelende Finse dandytycoon Bruno Rygseck overleden is in zijn huis. Daarbij aanwezig: vrouw, moeder en vrienden. En een butler die eerst alles schoonmaakt en dan pas de politie belt.

De beerput gaat open
Commissaris Palmu komt langs met zijn gevolg (drie man). Via opmerkingen van de laatste getuigen (een groepje van zes feestgangers) krijgt hij in flashbacks een beeld van wat zich afgespeeld heeft. Hij hoort de verhalen van Eerik Vaara, Aimo en Aira aan over de mysterieuze ‘moord’.

Een beerput gaat open. Bruno gleed volgens hen uit over een stuk zeep in zijn zwembadje en verdronk. Wel erg toevallig. Schrijver KV Laihonen die met de flirterige Vanne in de kelder wordt aangetroffen. De drinkgelagen en ‘vreselijke misdaden’ die voor een weddenschap werden besproken. Bruno blijkt verzamelaar van naaktfoto’s. Een vergiftigde kat. Bruno die de schulden van zijn broer wel wil wegdenken als diens vrouw AIra hem ‘s avonds bezoekt. ‘Het blijft tussen ons wat er is gebeurd.’

De commissaris blijft doorvragen – ook al wordt het Fins gezellig met veel drank en eten. En dan sterft Bruno’s vrouw ook nog. Een verdachte blijft over. Maar wie is dat?

Best goede film. Hier en daar (vrij weinig) zijn er verrassende, intuïtieve camerabewegingen. Soms wat humor. Het tempo ligt hoog en Joel Rinne is vermakelijk als commissaris Palmu. De liefhebber van het genre wordt verwend.

Er bestaan meer films van Matti Kassila met inspecteur Palmu en Joel Rinne. Allemaal uit de jaren zestig en allemaal goede beoordelingen. Als filmsnobs ze nou maar serieus genoeg nemen, krijgen we misschien nog eens een Criterionuitgave.

Zelf maar detective spelen
In Who killed Mary What’sername? of te wel Death of a Hooker (1971) is de moord op een prostitué de whodunnit. Mickey Isidore ziet dat de politie niets doet. Hij gaat zelf detective spelen. Vraagt na bij getuigen, zoekt ongure types op die misschien betrokken zijn. Hij is ex-bokser en slaat van zich af als het moet. En dat moet ook. Het is een foute buurt.

Waarom ie het doet? ‘Ik groeide op in een buurt als deze en had hier ook terecht kunnen komen.’ Eigenlijk legt de filmslogan het nog het beste uit: ‘Somebody just murdered your friendly neighbourhood hooker’.

Nu is hij rijk maar heeft ook diabetes. Zijn dochter, Della, wordt in het verhaal meegezogen. In plaats van hem terechtwijzen, wat je in veel scripts ziet, helpt ze hem mee.

Er zijn wel wat aanwijzingen voor de moord op deze Mary DeNapoli. Een jongen maakt een film over hoeren: ‘Ik hou van dingen die echt zijn.’ En gaat om met Della. Daarnaast is er een bende. Een man met een bril, Bolting. ‘Hoe heb ik die chick vermoord? Mes of een kernwapen!’ En een groep oude vrouwtjes.

Best een aardig moordmysterie van Ernie Pintoff. Het plot is verrassend genoeg. En mooi: het rauwe, sleazy New York zoals het toen was. Getoeter, bendes, bars, leegstaande gebouwen, vieze straten. Wie daar net zo van geniet als ik heeft aan deze film een goede.

Ook fijn om naar te kijken is komediant Red Buttons, die deze hoofdrol makkelijk aan kan. Alice Playten speelt een net zo geloofwaardige dochter. Die twee New Yorkers samen hebben een chemie dat je toch even achteraf nazoekt of zij misschien niet echt zijn dochter is. O ja, de muziek is verrukkelijk. En wie het nu deed… ja, verrassend genoeg.

Zeven duistere observaties
In Sette note in Nero (1977) gaan we naar Siena in Italië. Een vrouw rijdt een tunnel in en ziet vervolgens allerlei beelden. Een tijdschrift, een gele sigaret, een gebarsten spiegel, een bloedend hoofd, een man die de trap afloopt, iemand die mank loopt en iemand die een muur dicht metselt.

Wat betekenen die zeven duistere observaties? Virginia is verward en bezoekt een occultkenner.

Daarna komt ze in het huis van de familie van haar man en herkent de ruimte uit haar herinneringen. Ze slaat een gemetselde muur open en… vindt een lijk. Een 25-jarige vrouw, een ex van haar man! Hij wordt gearresteerd maar er is weinig bewijs en bovendien werkte hij al jaren in de VS. Hij komt weer vrij.

Wie heeft deze moord gepleegd? En nog een vraag: wie gaat de volgende moord plegen? Want dankzij het visioen weet Virginia (Jennifer O’Neill) zeker dat er nog iemand sterft. Welke agenda heeft de occultist trouwens? Wat maakt het ook uit! Als ze maar achterhalen wie het heeft gedaan (en wie het gaat doen).

De film van Lucio Fulci werd gemaakt tijdens de gialloperiode, maar is het toch niet helemaal. Geen reeks moorden met een glinsterend mes, geen waslijst van kandidaten en geen overdreven spanning. Dit is meer psychologische occult dan ‘een killer on the loose’. Politie is wel ouderwets incompetent – maar gelukkig is daar nog de meedenkende occultist.

De film is enorm sfeerrijk. Een oud huis, visioenen en een echte finale. Sterk is het lichtspel (zwart hoofd voor schilderij met licht, streepjes licht in donker huis, slepende voetstappen) en het acteerwerk is ruim voldoende.

En de film is ongewoon modieus. Virginia loopt in elke scène in nieuwe kleding, haar schoonzus draagt zelfs in opeenvolgende scènes andere kapsels. Op de aftiteling wordt zelfs iemand speciaal voor bont genoemd. Dat is wel heel bont… zelfs voor die tijd. Misschien komt die whodunnit ooit nog, wie al die vossen en hermelijnen liet verdwijnen…

 

11 oktober 2020

 

Komisario Palmun erehdys

Alle Camera Obscura

Berlin Alexanderplatz

***
recensie Berlin Alexanderplatz

De Duitse Droom

door Cor Oliemeulen

Het is misschien niet eerlijk om de jongste boekverfilming van Berlin Alexanderplatz te vergelijken met de geniale filmadaptatie van Rainer Werner Fassbinder. Toch verveel je je geen moment bij het verhaal over de opkomst en ondergang van een Afrikaanse vluchteling in de hedendaagse Berlijnse onderwereld.

De 32-jarige Francis (Welket Bungué) is de enige overlevende van een boottocht van Afrika naar Europa en neemt zich voor om een nieuw en beter mens te zijn. Maar als illegale vluchteling zonder papieren blijkt dat kennelijk onmogelijk. Na alle desillusies tijdens het zwoegen op een bouwplaats in het Berlijnse Alexanderplatz valt Francis voor een aanbod van de charismatische drugsdealer Reinhold (Albrecht Schuch) en droomt hij al snel van de Duitse Droom met genoeg middelen voor een zeer aangenaam bestaan. Wanneer Francis de escort Mieze (Jella Haase) tegen het bevallige lijf loopt, wil hij voor hen beiden een degelijk leven. Maar daarop zit Reinhold, die Francis immers uit de goot heeft getrokken en heeft opgeleid, niet te wachten.

Berlin Alexanderplatz

Onderwereld
Regisseur Burhan Qurbani – in 1980 in Duitsland geboren als zoon van Afghaanse vluchtelingen en in het jaar dat de legendarische serie van Rainer Werner Fassbinder op televisie verscheen – vertelt het verhaal van de beroemde roman Berlin Alexanderplatz (1929) van Alfred Döblin vanuit het perspectief van de zwarte vluchteling die belandt in de marge van de Berlijnse samenleving. Waar de oorspronkelijke antiheld Franz Biberkopf acteert in een tijd van politieke instabiliteit (revolutionaire dreiging van links, opkomend fascisme van rechts) verklaart Qurbani de beweegredenen van zijn hoofdpersonage bijna een eeuw later louter tegen de achtergrond van racisme en het verwezenlijken van een droom.

Ook al had Qurbani zijn protagonist Francis (door Reinhold al snel gedoopt tot Franz) geplaatst in een wereld van het hedendaagse oprukkend nationalisme en populisme, zelfs dan zou deze Berlin Alexanderplatz de roman te weinig recht hebben gedaan. Hoewel het thema van racisme immer actueel is, ligt in deze nieuwe boekverfilming het mankement in het ontbreken van een politieke context en een indringend portret van het milieu waarin Franz zich beweegt. Waar Fassbinder in 15,5 uur uiteraard veel meer tijd kan nemen om het door Döblin beschreven Lumpenproletariat met zijn leger van vagebonden, oplichters, bordeelhouders, voddenrapers, bedelaars, zakkenrollers en allerhande ander geteisem te representeren, beperkt Qurbani de Berlijnse onderwereld tot het grootschalig drugs dealen in het park, dure nachtclubs vol schoon vrouwelijk naakt en een op seks beluste bendeleider die zijn trofeeën vanuit een ziekelijke frustratie direct na bewezen diensten het huis uit schopt.

Berlin Alexanderplatz

Kansloos maar verdienstelijk
Ook al is nieuwe Berlin Alexanderplatz drie uur lang, het blijkt een kansloze missie het oorspronkelijke verhaal op het witte doek een ziel te geven. We komen een heel eind met mooie cinematografie en sfeervolle voice-overs met filosofische overpeinzingen uit het boek. En het is ondanks het zo nu en dan rammelende scenario knap dat de kijker weinig kans krijgt om zich te vervelen, maar uiteindelijk kun je alleen maar concluderen dat deze filmadaptatie een tikkeltje te hoog gegrepen is, wat ook blijkt als bepaalde dramatische wendingen te weinig uitleg krijgen en door het wel heel obligatoire einde.

Toch is Berlin Alexanderplatz editie 2020 een verdienstelijk geproduceerd misdaaddrama met een karakterstudie van een worstelende vluchteling en een goede cast waarin met name Albrecht Schuch als de psychopathische Reingold de meeste indruk maakt. Na afloop krijgt de liefhebber echter onmiddellijk zin om Berlin Alexanderplatz van Fassbinder uit de kast te trekken. Het hypnotiserende titelmuziekje, de briljante atmosfeer en de vertolkingen van Günter Lamprecht als de eenarmige ‘draufgänger’ Franz, Gottfriend John als de gemene Reinhold, Barbara Sukowa als het hoertje Mieze en Hanna Schygulla als Franz’ andere liefje Eva zijn nu eenmaal van een ongeëvenaard kaliber.

 

3 augustus 2020

 

ALLE RECENSIES

Fall Collini, Der

***
recensie Der Fall Collini

Een appel stelen als je honger hebt

door Cor Oliemeulen

Intrigerend rechtbankdrama over een juridisch schandaal in Duitsland dat zou leiden tot de moord op een grootindustrieel. Ondanks enkele onwaarschijnlijkheden in het verhaal stuurt Der Fall Collini aan op een afgrijselijke, emotionele afloop.

“Stelt u zich voor dat u een winkel hebt en een jongen steelt een appel. U zou dan boos zijn. Maar als u zou weten dat die jongen twee dagen niet gegeten heeft, zou u minder boos zijn, toch?” De jonge advocaat Caspar Leinen (Elyas M’Barek) legt de verdachte uit dat een verklaring afleggen zinvol is, want als de misdaad emotioneel is te begrijpen, kan dat tot strafvermindering leiden. Pas wanneer Leinen iets vertelt over zijn jeugd en de relatie met zijn vader beginnen de blauwe ogen van de verdachte te fonkelen en lijkt hij te willen praten. Maar daadwerkelijk iets vertellen, heeft volgens hem toch geen zin, hoe hoog de strafeis ook moge zijn.

Der Fall Collini

Moord op surrogaatvader
De bekende Berlijnse strafpleiter Ferdinand von Schirarch verkocht meer dan een half miljoen boeken van De zaak Collini waarop regisseur Marco Kreuzpainter zijn rechtbankdrama Der Fall Collini baseert. Het verhaal begint in 2001 als grootindustrieel Meyer dood in zijn hotelkamer wordt aangetroffen met drie kogels door zijn hoofd geschoten en een kant van zijn gezicht tot gort getrapt. Lang zoeken naar de vermeende dader hoeft de politie niet. De gepensioneerde Italiaanse gastarbeider Fabrizio Collini (Franco Nero) gaat rustig in de hotellobby zitten met Meyers bloed op zijn kleren en schoenen.

Gemakkelijker kun je het niet hebben, zou je zeggen. Dat vindt ook Caspar Leinen die voor zijn eerste zaak als pro-Deoadvocaat wordt aangewezen. Maar hij schrikt als hij verneemt dat de vermoorde industrieel Jean-Baptiste Meyer dezelfde persoon is als Hans Meyer, de grootvader van zijn jeugdvriendje Philip. In flashbacks leren we hoe Caspar er kind aan huis was en dat Hans zich ontpopte als een vaderfiguur voor hem. De oude Mercedes waarin de advocaat nu rijdt, kreeg hij van Meyer toen hij als jurist afstudeerde.

Gevoelens buiten de rechtszaal
Wanneer Philips zus Johanna (Alexandra Maria Lara), met wie Caspar destijds een korte liefdesrelatie had, zich meldt, ziet hij er vanaf om Collini te verdedigen. Echter Caspars professor van de universiteit en tevens beroemd strafpleiter Richard Mattinger (Heiner Lauterbach) moedigt hem aan de zaak toch op zich te nemen, terwijl Mattinger nota bene zelf zal fungeren als mede-aanklager. Persoonlijke gevoelens hebben toch niets te zoeken in de rechtszaal? Die woorden zijn voor Caspar voldoende reden om alsnog door te zetten, tot afschuw van Johanna. “Ik ben advocaat”, zegt Caspar.
“Ja, en dat heb je aan mijn grootvader te danken”, snauwt Johanna. “Anders had je nu in een shoarmazaak gestaan.” Ondanks de verschillende belangen en emoties laait hun amoureuze relatie weer op.

Der Fall Collini

Na mooie woorden tijdens de uitvaart over de overledene, zowel op persoonlijk als zakelijk vlak, en omdat Collini blijft weigeren om een verklaring af te leggen en zijn vingerafdrukken op het moordwapen worden bevestigd, lijkt de zaak snel beklonken. Totdat onze rookie een ingeving krijgt. Hij vraagt de rechter uitstel, duikt de archieven in en gaat naar de geboorteplaats van Collini in Italië waar hij een ontdekking doet. Het blijkt dat er op 19 juni 1944 iets is gebeurd wat van invloed op het misdrijf is. Voor de weldenkende kijker van Der Fall Collini is het waarschijnlijk geen verrassende ontdekking, want twee bejaarde mannen in Duitsland zullen nu eenmaal snel worden gelinkt aan de Tweede Wereldoorlog. Alle omstandigheden en nuances gaan we hier natuurlijk niet verklappen.

Motief gerechtvaardigd?
Minder waarschijnlijk is het feit dat een juridisch groentje de kans krijgt om tijdens ‘het proces van het jaar’ de verdachte in zijn eentje te verdedigen. Bovendien is het bijzonder dat hij in eerste instantie niet in de gaten heeft dat grootindustrieel Jean-Baptiste Meyer dezelfde persoon is als Hans Meyer, zijn surrogaatvader. En dan de rol van de media. Hoewel het tegenwoordige verhaal zich zo’n twee decennia geleden afspeelt en de communicatiemiddelen beperkter waren, komt de pers er bekaaid van af. De zaak Collini schreeuwt om het achterhalen van het moordmotief, echter geen enkele Duitse journalist vindt kennelijk de relatie tussen de verdachte en het slachtoffer, terwijl Caspar Leinens dagtripje naar Italië prompt het raadsel oplost.

Dat alles wil zeker niet zeggen dat Der Fall Collini een simplistische geschiedenis vertelt. Collini begaat de moord omdat de wet volgens hem geen rechtvaardigheid bracht. Maar maakt dat hem minder schuldig?

 

10 juli 2020

 

ALLE RECENSIES

I See You

***
recensie I See You

Zaken die niet te verklaren zijn (of toch wel?)

door Ries Jacobs

Een huis vol vreemde geluiden, waar de televisie plotseling aanspringt en spullen even mysterieus verdwijnen als ze weer tevoorschijn komen. Is I See You de zoveelste bovennatuurlijke Hollywoodproductie in de stijl van Gothika (2003) en What Lies Beneath (2000)?

Los van een mooie sfeerimpressie van het ietwat vervallen stadje begint de film met weinig meer dan Hollywoodclichés. Rechercheur Greg Harper woont met zijn vrouw Jackie en hun tienerzoon Connor in een slaperig Amerikaans stadje. De sfeer in huis is niet al te best nadat Greg ontdekte dat zijn echtgenote een buitenechtelijke relatie heeft.

I See You

Terwijl op zijn werk het onderzoek naar twee op mysterieuze wijze verdwenen kinderen vastloopt en de relatie met zijn vrouw ijskoude diepten bereikt, verandert zijn huis langzaamaan in een broeinest van onverklaarbare zaken. Het zilveren bestek verdwijnt uit de besteklade om later op te duiken in de wasmachine en de pick-up speelt uit het niets langspeelplaten af. Als klap op de vuurpijl staat Jackie’s minnaar plots op de stoep.

Kleine producties en televisieseries
Naast regisseur Adam Randall drukt scriptschrijver Devon Graye zijn stempel op de film. Graye, van oorsprong een acteur die nooit verder kwam dan rollen in kleine producties en televisieseries, koos ervoor om het verhaal van zijn eerste script in tweeën te knippen. Het tweede deel verklaart de vreemde gebeurtenissen die in het voorgaande deel plaatsvonden.

Randall laat zien prima met dit script overweg te kunnen. Hij laat scènes uit het eerste deel van de film een aantal keer vanuit een andere camerahoek zien om te verklaren wat er gebeurt. De kijker ontdekt op deze wijze zelf wat er werkelijk aan de hand is in huize Harper. Steeds licht Randall een extra tipje van de sluier op en naarmate de film zijn einde nadert, komt alles op knappe wijze bij elkaar. De regisseur jast het verhaal er in minder dan anderhalf uur doorheen, maar dit gaat niet ten koste van het verhaal of de karakters. Deze zijn goed genoeg uitgewerkt, hoewel de verhouding tussen de echtelieden Jackie en Greg meer aandacht zou mogen krijgen.

I See You

Puisterige onruststokers
Na een handvol korte films en de matig ontvangen lowbudgetfilms Level Up (2016) en iBoy (2017) blijkt Randall meer in zijn mars te hebben dan alleen eendimensionale actie. Hij laat zien sfeer te kunnen creëren en het beste uit onbekend filmtalent te kunnen halen. Acteurs Libe Barer en Owen Teague transformeren schijnbaar moeiteloos in de puisterige onruststokers Mindy en Alec.

De regisseur toont dat hij met een budget van slechts drie miljoen dollar en zonder sterrencast (Oscarwinnares Helen Hunt is de bekendste naam op het affiche) een puike film in de bioscoopzalen krijgt. I See You heeft zijn spannende momenten en goed gevonden plotwisselingen, maar ook de mistroostige sfeer van Amerikaans provincialisme. De film laat velen van zijn in Hollywood gemaakte evenknieën achter zich. Deze regisseur beheerst zijn vak en is na drie independents klaar voor het grote werk. Dit viel de grote jongens van Netflix ook op. De streamingdienst contracteerde Randall om de thriller Night Teeth te regisseren.

 

27 mei 2020

 

ALLE RECENSIES

Seules les bêtes

****
recensie Seules les bêtes

Een kleine wereld

door Cor Oliemeulen

Een vrouw verdwijnt op mysterieuze wijze in een sneeuwstorm. In vijf hoofdstukken ontdekken we de dader en het motief, als blijkt dat de levens van alle personages op ingenieuze wijze met elkaar zijn verweven.

In deze whodunit van de Franse regisseur Dominik Moll wil iedereen ontsnappen aan de dagelijkse realiteit. Vijf personen met vijf liefdesverhalen, vol geheimen, onbegrip, fantasieën en teleurstellingen. Vijf perspectieven op een tragische geschiedenis waarin vaak niets is wat het lijkt.

Seules les bêtes

Perspectiefwisselingen
In Seules les bêtes, gebaseerd op de gelijknamige roman van de Franse noir-schrijver Colin Niel, maken we allereerst kennis met Alice Farange (Laure Calamy), een sociaal werkster die wordt verwaarloosd door haar man Michel (Denis Ménochet: Inglourious Basterds), een veeboer. Hij vermoedt dat Alice vreemdgaat met een andere veeboer, Joseph Bonnefille (Damien Bonnard), wat inderdaad het geval is. Joseph leeft teruggetrokken na het overlijden van zijn moeder en ziet op een dag dat zijn hond is doodgeschoten. Alice verdenkt Michel daarvan, zeker nadat hij met een bebloed gezicht thuiskomt. Langzaam bespeuren we dat er meer aan de hand is. Veel meer.

In het tweede hoofdstuk verschuift het perspectief naar Joseph, die op zijn erf een verrassende ontdekking doet. We leren dat hij niet langer wil doorgaan met zijn affaire met Alice zodat hij zijn geheim en zijn onverwerkte verdriet een plaats kan geven. In het derde hoofdstuk verschijnt Marion (Nadia Tereszkiewicz) ten tonele. Zij werkt als serveerster en heeft een stormachtige liefdesaffaire met de twintig jaar oudere Evelyne Ducat (Valeria Bruni Tedeschi: Il capitale umano, Ma Loute, La pazza gioia), de vrouw die later op mysterieuze wijze in een sneeuwstorm zal verdwijnen.

Grenzeloos
Die eerste drie hoofdstukken van deze mozaïekfilm spelen zich af in de Causse Méjean, een uitgestrekt, geïsoleerd kalksteenplateau in Zuid-Frankrijk. Omsloten door nauwe valleien tussen rotsachtige heuvels en slechts toegankelijk via smalle wegen weerspiegelt deze omgeving de eenzaamheid en geheimzinnigheid van de personages. Het onherbergzame besneeuwde panorama roept herinneringen op aan films van Nuri Bilge Ceylan (Winter Sleep) waarin het rauwe en pure landschap de karakters versterkt.

Seules les bêtes

Dan plots verschuift het verhaal van het Franse platteland naar een arme wijk in de miljoenenstad Abidjan in Ivoorkust waar Armand (Guy Roger N’Drin) ervan droomt rijk te worden. Geld voor eten is er nauwelijks, maar net als veel van zijn vrienden zien we hem wel achter een laptop, de toegangspoort tot de moderne wereld zonder grenzen. Het toverwoord is internet en de weg naar het fortuin heet oplichting. Het zal niet lang duren voordat we weten wie de dupe is van deze praktijken en hoe de levens van alle personages uiteindelijk elkaar beïnvloeden.

Gelaagd
De kracht van deze whodunit is de knap opgebouwde spanningsboog. Ieder nieuw hoofdstuk voegt extra lagen toe en verduidelijkt hoe situaties en personen nauw met elkaar zijn verweven, zonder dat (meestal) van elkaar te weten. En zo kan het gebeuren dat een vrouw van de aardbodem verdwijnt door toedoen van een tragisch misverstand, nadat zij elders is opgedoken om troost te brengen.

Seules les bêtes wordt soms wel heel achteloos vergeleken met de perspectiefwisselingen op een misdaad in Rashomon (1950) en de vervlochten verhalen in Babel (2006), maar dit uiterst onderhoudende misdaaddrama biedt meer dan voldoende kwaliteiten om op zichzelf te staan.

Seules les bêtes is vanaf 1 april te zien op VOD-kanalen Pathé Thuis, Ziggo, KPN, Cinetree en Cinemember.

 

28 maart 2020

 

ALLE RECENSIES

Whistlers, The

****
recensie The Whistlers

Fluiten naar je geld

door Michel Rensen

Corneliu Porumboiu slaat met The Whistlers een compleet andere weg in. Na droogkomisch realisme maakt de Roemeen een spannende, komische neo-noir. The Whistlers heeft niet dezelfde intellectuele dichtheid als zijn eerdere films, maar dat maakt de film niet minder leuk.

30 miljoen euro, een corrupte agent, een femme fatale en een gevangene die als enige de locatie van het geld weet. Wat heeft een goede neo-noir nog meer nodig? Porumboiu gebruikt een simpel narratief om het spel van verhulling en misleiding in gang te zetten.

The Whistlers

(On)betrouwbare femme fatale
Cristi reist in de openingsscène verhuld in schaduwen af naar het Canarisch eiland La Gomera om de eeuwenoude fluittaal El Silbo te leren om een criminele organisatie te infiltreren. Snel wordt duidelijk dat Cristi niet de goede politieagent is die hij lijkt, maar vooral zijn eigen agenda heeft. Met hulp van Gilda en de Spaanse criminelen kan hij Zsolt bevrijden en het geld vinden. Althans, dat is het plan.

De filmische puzzel is in associatief geordende hoofdstukken opgeknipt die langzaam de motivaties van zijn verknipte personages onthullen. Niemand is te vertrouwen, want iedereen heeft een dubbele agenda en de Roemeense samenleving is doorspekt met corruptie. Gilda’s rol als femme fatale is daarin opvallend. Waar de femme fatale in de film noir traditioneel de onbetrouwbare verleidster is, is Gilda voor Cristi de enige persoon die hij wel kan vertrouwen. Gilda speelt continu een spel met de mannen om haar heen, wetende hoe zij naar haar kijken.

Zelfbewuste thriller
Met Police, Adjective maakte Corneliu Porumboiu al eerder een film over een politieagent genaamd Cristi, wiens geweten niet in lijn is met de wet. Ook de achtergrond van Zsolt heeft sterke overeenkomsten met het plot uit Police, Adjective. Cristi lijkt in deze film een oudere versie van zijn gelijknamige evenbeeld die door ontgoocheling met het politiebestel tot corruptie gedreven is. Ook ditmaal neemt Cristi afstand tot de keuzes die zijn baas maakt, hoewel die in The Whistlers de wet aan haar laars lapt wanneer het haar zo uitkomt.

The Whistlers

Stilistisch is The Whistlers bijna het tegenovergestelde van al Porumboiu’s eerdere werk. Zijn droge gevoel voor humor heeft hij gelukkig niet verloren. Grauw realisme maakt plaats voor een kleurrijke, gestileerde neo-noir vol filmische referenties. Een overdaad aan referenties kan snel vermoeiend worden, maar Porumboiu zet onder andere de badkamerscène uit Psycho en Gilda’s rol als femme fatale zeer zelfbewust in om met de verwachtingen van de kijker te spelen en houdt het daardoor aldoor spannend. Ook de originele titel La Gomera is natuurlijk een knipoog naar gangsterfilm/-serie Gomorrah. 

Fluittaal
Net als in al Porumboiu’s films speelt ook in The Whistlers taal een prominente rol. Cristi kan de Spaanse criminele groep infiltreren door de fluittaal te leren die voor buitenstaanders klinkt als vogelzang. Omstanders herkennen de criminele communicatie daardoor niet. Taal creëert groepen. Wie de taal kent, is onderdeel van een groep en wie de taal niet kent, heeft geen toegang.

Dat Cristi geen Spaans spreekt, vormt direct een barrière tussen hem en de Spaanse criminelen als hij op La Gomera arriveert. Door het leren van de fluittaal kan hij toch onderdeel van de criminele groep worden. Omdat de fluittaal een verklanking van ‘gewone’ taal is, blijft er dus een verschil tussen de Roemeense en Spaanse versie van de fluittaal. De taalbarrière tussen Cristi en de Spanjaarden blijft dus bestaan. Gilda is het enige personage dat alle talen beheerst en dus eenvoudig tussen de groepen kan bewegen.

 

25 januari 2020

 

ALLE RECENSIES

Traditore, Il

****
recensie Il Traditore

De maffiabaas en de rechter

door Cor Oliemeulen

Het zijn vooral de charismatische antihelden die maffiafilms onverminderd populair maken. Zelfs hun rol als verklikker kan op veel bijval rekenen. Il Traditore schetst de bewogen geschiedenis van Tommaso Buscetta, de eerste Italiaanse maffiabaas die vrede sluit met de rechterlijke macht.

Het grote feest aan het begin van Il Traditore doet heel even denken aan dat van de maffiaklassieker The Godfather (1972). Maar waar Don Corleone in het New York van de jaren veertig van de vorige eeuw vreugdevol de bruiloft van zijn dochter viert, terwijl de ene na de andere gast onderdanig diens hand kust, broeit het tijdens het samenzijn van maffiafamilies enkele decennia later op Sicilië. De Cosa Nostra, die zich aanvankelijk had beziggehouden met vooral sigarettensmokkel, is overgestapt naar de veel winstgevendere drugshandel. Met alle gevolgen van dien.

Il Traditore

Maffiaoorlog
De meedogenloze Corleonesi, onder leiding van Toto Riina, verklaren de oorlog aan zowel overheidsdienaars als aan de concurrerende maffiabaas Tommaso Buscetta, die uitwijkt naar Brazilië. Al eerder was hij naar dat land gevlucht nadat hij in Italië bij verstek was veroordeeld voor twee moorden. Hij ondergaat er plastische chirurgie, ontmoet zijn derde vrouw, krijgt vier kinderen van haar en leidt vanuit Rio de Janeiro een internationale drugshandel.

Ondertussen heeft hij lijdzaam moeten vernemen hoe de Corleonesi twee van zijn andere zoons hebben vermoord, alsook een broer, zwager en vier van zijn kleinkinderen. Nadat hij uiteindelijk na een arrestatie wordt uitgeleverd aan Italië en hij zichzelf heeft proberen te vergiftigen, zoekt Buscetta contact met onderzoeksrechter Giovanni Falcone om als eerste maffiakopstuk de omerta (zwijgplicht) te verbreken, de structuur van de maffia te onthullen en te gaan getuigen tegen zijn oude maatjes. Dat leidde tot het historische anti-maffiaproces (vol hilarische toestanden met als beesten gekooide verdachten achterin de rechtszaal) in Palermo van 1986 tot 1992, waarin meer dan 475 maffiosi werden aangeklaagd en veel kopstukken van de Cosa Nostra levenslang achter de tralies zouden verdwijnen.

Onderbroek
De geschiedenis van Il Traditore (de verrader) is in uitstekende handen van Marco Bellocchio, wiens rol in de Italiaanse cinema altijd wat onderbelicht is gebleven. De inmiddels 80-jarige filmmaker maakte met Vincere (2009) niet alleen een schitterend melodrama over de opkomst en glorietijd van dictator en ‘mens’ Mussolini, ook portretteerde hij bijvoorbeeld even intens enkele leden van de Rode Brigade en hun geruchtmakende ontvoering van oud-premier Aldo Moro en diens moord in 1978.

Il Traditore

Ook in Il Traditore weet Bellocchio de Italiaanse bevolking een spiegel van die tijd voor te houden met dikke uitroeptekens achter de rol van burgers, kerk en politiek. Zo zet hij Moro’s opvolger, Guilio Andreotti, als een uiterst eng mannetje neer. Veelzeggend is de scène waarin de christendemocratische minister-president in zijn onderbroek rondloopt bij de Corleonesi om daar een nieuw pak aangemeten te krijgen.

Fragmentarisch
Il Traditore is een, soms te fragmentarische, geschiedenis van de charismatische verklikker Buscetta die ondanks de lengte van tweeënhalf uur door de abrupte montage niet altijd goed te volgen is. Bellocchio wisselt zoals zo vaak drama af met korte archiefbeelden en droomsequenties, waarvan Buscetta’s nachtmerrie dat hij sterft en door zijn dierbaren in een doodskist wordt gelegd het meest poëtisch en beklemmend is.

Het biografische misdaad- en rechtbankdrama wordt vooral gedragen door titelvertolker Pierfrancesco Favino (Le confessioni), die na lang zoeken volgens Bellocchio qua acteren als enige de vergelijkingstoets met Marlon Brando in The Godfather wist te doorstaan. Door zijn innemende optreden zou je bijna vergeten dat de narcistische Buscetta beslist geen lieverdje was. Dat hij seksueel ontembaar was, nemen we graag voor lief, maar met zijn heroïnehandel stortte hij vooral veel jongeren, onder meer een van zijn zoons, in diepe ellende. In dat opzicht had de uiterst moedige rechter Falcone (Fausto Russo Alesi: Sweet Dreams) veel meer lof en aandacht verdiend. Maar zo’n rechtschapen personage is natuurlijk veel minder interessant dan een wetteloze maffioso.

 

10 januari 2020

 

ALLE RECENSIES