Ballon

***
recensie Ballon

Niet alleen vogels vliegen van oost naar west

door Cor Oliemeulen

Als het zou lukken, zou het DDR-systeem te kakken zijn gezet. Acht Oost-Duitsers proberen in 1979 met een zelfgemaakte heteluchtballon naar het westen te vluchten. Met de onstuitbare drang naar vrijheid en de Stasi op de hielen riskeren ze hun leven. Ballon voelt als een spannende familiefilm met voorspelbare afloop.

Met het neerhalen van de Berlijnse Muur op 9 november 1989 konden mensen plotseling vrij reizen tussen de DDR en de Bondsrepubliek Duitsland. Al direct vanaf de bouw van dit sluitstuk van de verdeling van Europa en Berlijn door de winnaars van de Tweede Wereldoorlog op 13 augustus 1961 probeerden inwoners van oost naar west te vluchten, vooral door het graven van tunnels. Volgens officiële bronnen vielen er in die 28 jaar ten minste 140 doden tijdens de vlucht naar de vrijheid: 101 DDR-inwoners, dertig personen die geen vluchtplannen hadden en toch werden doodgeschoten, alsook acht grenssoldaten (met name deserteurs).

Ballon

Vluchtpogingen
Minder prominent in de geschiedenis is de vlucht naar het westen buiten de stad Berlijn. Bij de talrijke pogingen werden maar liefst 75.000 Oost-Duitsers gearresteerd, terwijl zo’n 800 mensen hun leven aan de grens verloren, meer dan 250 bij grenscontroles door een hartinfarct als gevolg van stress. Na de oprichting van de DDR in 1949 verlieten zo’n 2,7 miljoen mensen het land, na de bouw van de Muur waren dat er nog maar enkele honderden per jaar. De manieren waarop varieerden van inventief tot wanhopig en dom, vaak niet ontbloot van levensgevaar.

Zo zijn er verhalen van vluchtelingen die miniduikboten voor de Oostzee construeerden, gepantserde Trabantjes om door grensovergangen te breken, met pijl-en-boog en een kabelbaan, per luchtbed over de Elbe, een tiener met een bulldozer en zelfs pogingen om een vliegtuig te kapen. Maar het kan nog origineler en gewaagder. Zoals de filmtitel al verklapt, reconstrueert de historische thriller Ballon een spraakmakende vlucht door de lucht in 1979. Acht personen van twee bevriende Oost-Duitse families proberen op 16 september van dat jaar, nadat de helft tijdens de eerste poging was neergestort, met een in elkaar geknutselde heteluchtballon West-Duitsland te bereiken.

Ballon

Bloedhond
Aan de ontsnappingspoging zijn uiteraard de nodige publicaties gewijd. Hollywood verfilmde het avontuur – waarin de vluchters bijvoorbeeld geen tijd meer hadden om de ballon te testen – in Night Crossing (1982) met John Hurt als Peter Strelzyk (Friedrich Mücke), het brein achter de actie. Ook de Duitse regisseur Michael Bully Herbig (in eigen land bekend van hitkomedies) waagde zich aan deze historische thriller. Met medewerking van beide families in kwestie, Strelzyk en Wetzel, verfilmde hij de lotgevallen van de vier volwassenen en vier kinderen zo gedetailleerd mogelijk: van het in het geheim repen aan elkaar naaien op zolder tot het experimenteren met branders. De ballonnen van respectievelijk 28 en 32 meter hoog werden exact nagebouwd, hoewel de 1.250 vierkante meter taft van destijds vanwege schaarste moest worden vervangen door zijde.

En hoe reageert een tienerjongen, die verliefd is op een meisje van een Stasi-gezin, op het verbod om zijn mond te houden en afscheid van haar te nemen? Het is aan haar vader, luitenant-kolonel Seidel (Thomas Kretschmann), om zich geen blamage van zowel de heilstaat als zichzelf te permitteren. Als een bloedhond ruikt hij zijn kansen en stort hij zich met hart en ziel op het opsporen van de landverraders en het onderscheppen van de ballon, als het moet met grof geweld.

 

12 juli 2019

 

ALLE RECENSIES

Cérémonie, La

****
recensie La Cérémonie

Meedogenloze klassenstrijd

door Cor Oliemeulen

Een introvert dienstmeisje raakt innig bevriend met een levenslustige postbeambte die haar ophitst om wraak op het gezin des huizes te nemen. Isabelle Huppert won met haar veelbesproken rol van onruststoker in La Cérémonie van Claude Chabrol haar eerste César na zeven nominaties in twintig jaar.

De onafscheidelijke Franse zusjes Christine en Léa Papin waren inwonende dienstmeisjes die in 1933 werden veroordeeld voor de moord op de vrouw en dochter van hun werkgever in Le Mans. Moordwapens: mes en hamer. De zaak deed veel stof opwaaien, terwijl intellectuelen als Jean Genet en Jean-Paul Sartre zich bogen over de vraag in hoeverre het motief van de zusjes met klassenstrijd had te maken. Er verschenen toneelstukken en boeken, waaronder A Judgement in Stone (1977) van de Engelse schrijfster van psychologische misdaadromans Ruth Rendell dat door de Franse filmregisseur Claude Chabrol werd bewerkt voor La Cérémonie (1995).

La Cérémonie

Dikke maatjes
Sophie (Sandrine Bonnaire) is een introverte jonge vrouw die door Catherine Lelievre (Jacqueline Bisset) wordt aangenomen als dienstmeisje in het grote, afgelegen huis waar zij woont met echtgenoot Georges (Jean-Pierre Cassel), haar zoon en zijn dochter. Sophie doet het huishouden naar behoren, kookt voortreffelijk en trekt zich in haar vrije tijd terug op haar kamer om tv te kijken. Er hangt een zweem van mysterie over haar heen. Zo blijkt dat haar vader op onnatuurlijke wijze is overleden. Tijdens haar sollicitatiegesprek kon Sophie weliswaar een aanbevelingsbrief van een andere welgestelde familie laten zien, maar later blijkt dat ze niet kan lezen en zich in allerlei bochten moet wringen om haar handicap voor het gezin Lelievre te verdoezelen.

Hoewel Sophie erg op zichzelf is, ontwikkelt ze een vriendschap met de recalcitrante postbeambte Jeanne (Isabelle Huppert), die een hardvochtige hekel aan de Lelievres heeft en er niet voor terugdeinst om Georges’ post te openen en de familie in het dorp zwart te maken. Ook zij heeft een verleden: ze verloor haar driejarige dochtertje. Net als het oudste zusje Papin gebruikt Jeanne haar dominante karakter om zich steeds meer aan haar soulmate op te dringen. Wanneer Georges ontdekt dat Jeanne regelmatig stiekem op bezoek komt en nota bene Sophie zijn dochter chanteert, is het uit met de pret en krijgt Sophie een week om haar biezen te pakken.

Opstand
Van hieruit weet Claude Chabrol de spanning met kleine gebeurtenissen en slimme montage tot aan de dramatische finale bijna ongemerkt verder op te bouwen. Het lijkt alsof Sophie en Jeanne zelf helemaal geen idee hebben waartoe ze in staat zijn, wanneer berusting en onverschilligheid langzaam zijn omgeslagen in minachting en haat. Alsof het – nu Sophie is afgedankt en Jeanne toegang tot het huis is ontzegd – niets meer dan vanzelfsprekend is dat de beschimpte arbeider in opstand komt tegen de arrogante welgestelde. De confrontatie tijdens een opvoering van Mozarts Don Giovanni komt over als een alledaagse bezigheid, zoals boodschappen doen.

Chabrol noemde La Cérémonie een marxistische thriller, die een kwarteeuw later nog even ongemakkelijk aanvoelt. Je krijgt weliswaar sympathie voor de underdog, terwijl die dat door zijn handelswijze in feite niet verdient. In Die fetten Jahre sind vorbei (2004) van Hans Weingartner breken jonge activisten in bij zwaarbeveiligde rijkaards om hen in te wrijven hoe kwetsbaar ze zijn, totdat ze worden betrapt en in gesprek gaan met een vermeende uitbuiter. La Cérémonie biedt geen plaats voor filosofische discussies over de klassenmaatschappij en laat het dispuut geheel over aan de kijker.

La Cérémonie

Rode draad
Net als de drie andere hoofdrolspelers van La Cérémonie is Isabelle Huppert perfect gecast. Al in het schandaleuze Les Valseuses (1974) van Bertrand Blier valt de actrice op als iemand die zich afzet tegen de heersende normen, in dit geval als maagdelijk meisje dat er vandoor gaat met twee soms charmante, maar vooral criminele jongemannen die zuchten naar zinnelijk genot. Non-conformisme vormt een rode draad in Hupperts oeuvre van meer dan honderd speelfilms.

Die eigenzinnige rollen zie je ook terug in haar zeven producties met Claude Chabrol, bijvoorbeeld als hoertje dat haar ouders vergiftigt in Violette Nozière (1978), de alleenstaande moeder die abortussen uitvoert in Une affaire de femmes (1988) en de overspelige Emma in Madame Bovary (1991). Laverend tussen ingetogen en intens, afstandelijk en spannend, of melancholiek en hartstochtelijk – bijna zonder uitzondering spat Hupperts spelplezier van het scherm, ook in La Cérémonie.

Houd deze maand onze special in de gaten voor veel meer films met Isabelle Huppert!

Kijk hier het landelijke draaischema van La Cérémonie.

 

6 juli 2019

 
MEER ISABELLE HUPPERT
 
 

ALLE RECENSIES

Elephant Sitting Still, An

*****
recensie An Elephant Sitting Still

Toen kwam er een olifant met een lange snuit…

door Cor Oliemeulen

Een zwaar melancholisch Chinees drama van bijna vier uur en een distributeur die het aandurft om de film aan te kopen en te verdelen in Nederlandse bioscopen. Dat vergt niet alleen moed, maar vooral smaak en kennis.

Voor liefhebbers van films met een rustig tempo en karakterontwikkeling duurt An Elephant Sitting Still geen minuut te lang. Het meesterlijke speelfilmdebuut van de jonge schrijver Bo Hu is tevens zijn magnum opus. Hij maakte een einde aan zijn leven nog voor de release. Kennelijk was alles gezegd.

An Elephant Sitting Still

Vuilnisvat
“Mijn leven voelt als een vuilnisvat. Er komt steeds meer rotzooi in totdat het overloopt”, zegt Yu Cheng. Hij is dan ook niet te benijden. De 17-jarige Huang Ling moet niets van hem hebben, zodat Yu Cheng zijn seksuele heil zoekt bij de vrouw van een vriend, die direct na de ontdekking voor zijn neus van de flat springt. Bovendien hangt het leven van zijn tirannieke broer aan een zijden draadje nadat deze door Wei Bu na een valse beschuldiging op school van de trap is geduwd. Wei Bu, die thuis te maken heeft met een agressieve vader, slaat op de vlucht en vraagt tevergeefs aan zijn vriendin Huang Ling of ze meegaat naar de stad Manzhouli. Volgens de verhalen leeft daar een olifant die de hele dag zit en weigert zijn ogen te openen om zich af te sluiten van alle ellende om hem heen.

Wei Bu verkoopt zijn biljartkeu aan zijn oudere buurman Wang Jin, die ook al geen gemakkelijk leven heeft. Zijn dochter wil dat hij naar een bejaardentehuis gaat, wat gemakkelijker wordt nu Wang Jins hondje door een grote hond is doodgebeten. Huang Ling heeft ondertussen een heimelijke affaire met een schooldecaan, terwijl een filmpje van een van hun onderonsjes op het internet is verschenen. Ook zij hoeft thuis geen steun te verwachten: haar stevig drinkende moeder maakt een zooitje in hun woning en is haar dochter liever kwijt dan rijk.

An Elephant Sitting Still

Het is razendknap hoe regisseur Bo Hu de levens van de vier protagonisten zonder geforceerde plotwendingen of andere kunstgrepen in elkaar vlecht. In elke episode blijft de camera dichtbij het karakter, terwijl de achtergrond (en soms de voorgrond) bewust onscherp is. We horen de ander praten, zien en horen vaag wat er verderop gebeurt, echter we zitten voortdurend in het hoofd en het hart van het immer worstelende personage. Dat gaat nooit vervelen, we kunnen nauwelijks wachten hoe de bewuste karakters zich ontwikkelen en samen met hen hopen op een iets rooskleuriger vooruitzicht.

Schuld
We zagen al eerder deprimerende Chinese films in de Nederlandse bioscoop, maar daarin was altijd minimaal een sprankje hoop. Zo gaan in het drama Winter Vacation (2011) inwoners van een troosteloos provinciestadje met grauwe gebouwen en vervuilende fabrieken gebukt onder een uitzichtloos bestaan ver van het economische wonder in grote Chinese steden. Via lange takes met statische cameraperspectieven zien we hoofdzakelijk kille mistroostigheid als gevolg van belabberde economische omstandigheden, maar droogkomische dialogen en situaties zorgen wel voor enige relativering en een glimlach. Ook in de moderne film noir Black Coal (2015) worstelen mensen met zingeving, maar hunkeren tegelijkertijd naar liefde en verlossing. Ook hier is een knipoog niet ver weg.

Dat in het hedendaagse China vooral de gewone man weinig toekomstperspectief heeft, noch een enkele reden voor optimisme en vrolijkheid, toont Bo Hu met een ongeëvenaarde feilloosheid in An Elephant Sitting Still. In Hu’s onverbiddelijke realiteit lijkt het ongelukkige lot bepaald door tekortkomingen van anderen: egoïsme, onverdraagzaamheid, geweld, overspel en leugens. Meer dan eens kruipen mensen in de slachtofferrol: de triestheid van hun bestaan ligt buiten de eigen schuld en verantwoordelijkheid. Volgens de door schade en schande wijs geworden ouderling Wang Jin is er bovendien geen enkele garantie dat je leven beter wordt als je ergens anders naartoe gaat. Desalniettemin vertrekt hij samen met twee jongeren richting Manzhouli. De zittende olifant trompettert hen al van verre tegemoet.

 

2 juni 2019

 

ALLE RECENSIES

Nous finirons ensemble

***
recensie Nous finirons ensemble

Feest der herkenning

door Cor Oliemeulen

In de beroemde Before-trilogie van Richard Linklater volgen we de geliefden Jesse en Céline tijdens drie periodes van hun leven. De Franse regisseur Guillaume Canet maakt met Nous finirons ensemble een vervolg op zijn kaskraker van zeven jaar geleden waarin zelfs de hele cast terugkeert.

Reünies zijn niet aan iedereen besteed. Terwijl de een hartstochtelijk verlangt om een vriend(in) van vroegere tijden terug te zien en misschien graag de triomfen van een geslaagd leven deelt, koestert de ander juist de mooie herinneringen of heeft helemaal geen zin om met dat zootje ongeregeld geconfronteerd te worden. Dat laatste geldt voor Max (François Cluzet: Intouchables), een zeer succesvolle restauranthouder en stuwende, vaderlijke kracht van de voormalige vriendengroep die uit elkaar viel na de tragische dood van een van hen.

Nous firions ensemble

Lach en traan
Op zijn zestigste verjaardag zit Max niet lekker in zijn vel en schiet hij als vanouds snel in de stress, zeker als zijn vrienden en vriendinnen van weleer na zeven jaar onverwachts en onaangekondigd voor de poort van zijn prachtige droomhuis aan zee staan. Max’ vrouw Véronique (Valérie Bonneton: Propriété interdite) is allang bij hem weg en niemand mag weten dat hij na verkeerde investeringen op het punt van faillissement staat en het huis moet verkopen. Na wat gehannes met een makelaar die op hetzelfde moment arriveert en het uitwijken naar een ander onderkomen, besluit Max er oprecht het beste van te maken. Dat leidt tot dagen vol nostalgie, ontroering, uitspattingen, bekentenissen, amoureuze verwikkelingen, perikelen met kinderen (want die zijn er inmiddels ook) en dramatische incidenten.

Nous finirons ensemble van Guillaume Canet is het vervolg op diens Franse kaskraker Les petits mouchoirs (2010) die hij inspireerde op de reünieklassieker The Big Chill (1983) van Lawrence Kasdan. Alle acteurs en actrices uit de eerste film (bijna allemaal persoonlijke vrienden van de regisseur, inclusief levensgezellin Marion Cotillard) draven opnieuw op in Canets jongste komische drama, dat je niet hoeft te hebben gezien om je aangenaam te kunnen verpozen. Het is wel nuttig om wat voorgeschiedenis te kennen.

Nous firions ensemble

De cast
Marie (Marion Cotillard: The Immigrant) is een emotionele vrije geest annex wereldverbeteraar die zich maar niet kon binden, maar wel een zoontje (waarschijnlijk van een straatmuzikant uit Les petits mouchoirs) naar de reünie meebrengt. Zij rouwt nog steeds om haar geliefde, de uitbundige charmeur Ludo (Jean Dujardin: The Artist; The Wolf of Wall Street) die in het eerste deel na een nachtje stappen op zijn scooter werd aangereden en een week later in het ziekenhuis zou bezwijken. Vincent (Benoît Magime: La fille de Brest), die zeven jaar eerder een geshockte Max bekende dat hij hem meer dan aardig vond, heeft nu een verwijfde choreograaf als partner meegebracht, terwijl Vincents ex-vrouw Isabelle (Pascale Arbillot: Gemma Bovery) met hun twee kinderen arriveert en haar lustgevoelens herontdekt.

De Franse sterrencast wordt aangevuld met de onhandige Antoine (Laurent Lafitte: Elle) en grappenmaker Éric (Gilles Lellouche: Le grand bain), het beste maatje van Marie op wie hij nog steeds verliefd is. Ook enkele andere types uit het eerste deel sijpelen het verhaal binnen. En alsof regisseur Canet het allemaal nog niet druk genoeg vond, komt Éric op de proppen met een baby, inclusief uiterst toegewijde, maar irritante nanny.

Vervolg?
Het is altijd een genot om zoveel goede acteurs en actrices in een film te zien excelleren en het is prettig dat eenieders levensverhaal globaal aan bod komt. Maar met een dergelijke ensemblecast en zoveel verschillende verwikkelingen mag en kun je weinig diepgang verwachten. Hoewel Nous finirons ensemble minder dynamisch en origineel dan de eerste film is, weet hij soms toch te verrassen met zowel grappige als smartelijke voorvallen. De titel (‘We zullen samen eindigen’) suggereert geen derde film, maar stiekem hoopt de volger dat die er wel komt. Alleen al om te ontdekken of Max eindelijk zijn rust – en Marie een doel in haar leven – heeft gevonden.

 

31 mei 2019

 

ALLE RECENSIES

Wild Pear Tree, The

****
recensie The Wild Pear Tree

Meester van de nuance

door Cor Oliemeulen

De net afgestudeerde Sinan keert vanuit de stad terug naar zijn geboortedorp in Anatolië en wil liever schrijver dan leraar worden. Hij beschrijft de bekrompenheid van de streek en zijn visie op het leven in zijn boek The Wild Pear Tree, waarvoor hij een sponsor zoekt om het te kunnen uitgeven. Ondertussen botst hij met zijn vader, die als gevolg van gokken zijn aanzien heeft verloren.

Ook in zijn achtste speelfilm zadelt de bejubelde Turkse regisseur Nuri Bilge Ceylan zijn hoofdrolspeler op met een existentiële zoektocht naar de zin van het leven en de rol en verantwoordelijkheid van de mens. Net als in het geniale Winter Sleep draait de plot om familierelaties en meer om het gesproken woord dan om de gebeurtenissen in de overweldigende natuur. Ook The Wild Pear Tree (Ahlat Agaci) is zo traag als het dagelijkse leven in de contreien waar het verhaal zich afspeelt, maar trekt je daardoor wel in het lot.

The Wild Pear Tree

Prikkelend
Door de vele lange scènes met zijn gebruikelijke statische shots sneed Ceylan zijn werkstuk terug naar een speeltijd van ruim drie uur die nodig is om het karakter van Sinan (Dogu Demirkol) goed te kunnen uitdiepen en zijn relatie met zijn vader Idris (Murat Cemcir) betekenisvol te kunnen afronden. Sinans verplichte legerdienst in een besneeuwd gebied (ook een handelsmerk van de regisseur) aan het eind duurt slechts enkele minuten, terwijl het gesprek van Sinan met twee jonge imams, die hij betrapt op het stelen van appels, wel een paar minuten korter had gekund. Hun discussie over de betekenis van godsdienst en de Koran in deze tijd van technologie en vooruitgang is prikkelend, maar zoals altijd gaat Ceylan – die zich vaak laat inspireren door de Russische schrijvers Tsjechov en Dostojevski – qua statements zelden over het randje. Hoewel niet alle Turken daarover hetzelfde zullen denken.

In zijn jeugdige, rebelse overmoed en met een air dat hij de wijsheid in pacht heeft, zien we Sinan in een aantal confronterende ontmoetingen. Dat begint al direct met zijn terugkomst uit de universiteitsstad Çanakkale (waar regisseur Ceylan opgroeide) naar zijn geboortedorp Çan waar een winkelier Sinan op straat verwelkomt om hem vervolgens fijntjes te verzoeken of hij zijn vader kan bewegen zijn gokschulden af te lossen. Hierna volgt een stijlvol gefilmde ontmoeting vol ingehouden erotiek met Hatice, een vriendinnetje uit zijn jeugdjaren die op het veld werkt. Ook zij heeft dromen, maar voelt niet net als Sinan de urgentie om de in zijn ogen kleingeestige omgeving de rug toe te keren. Ze filosoferen verder en verschuilen zich achter een boom als Hatice haar hoofddoekje heeft afgedaan. Ze kussen elkaar, de wind steekt plots op en speelt met de bladeren en haar lange haren.

Respect
Thuis vervliegt Sinans laatste restje respect voor zijn vader, die zich in bochten wringt om zijn gokverslaving te verdoezelen, maar ondertussen zijn gezin wel regelmatig zonder elektriciteit laat zitten. Als er geld van Sinan is gestolen, gaan de gedachten direct uit naar vader, hoewel er ook enkele werklieden in de woning zijn gesignaleerd. Sinan zal zijn vader echter nooit direct beschuldigen, hoe goed Idris zijn zoon ook uitdaagt om zulks te doen. Sinan kan weliswaar openhartig met zijn moeder over zijn vader praten, maar zij verdedigt Idris, die volgens haar een goed hart en inderdaad ook gebreken heeft, maar hij slaat in ieder geval niet. Bovendien verslijt het halve dorp Idris voor gek omdat hij denkt dat hij door het graven van een diepe put nabij een wilde perenboom water kan vinden.

The Wild Pear Tree

Na een moeizaam gesprek met de burgemeester over financiering van zijn boek belandt Sinan bij een plaatselijke ondernemer. Ook deze past als hij merkt dat Sinan zich weigert te conformeren aan de sociale regels en gebruiken. “Educatie is prima. Maar dit is Turkije. Als je in dit land wilt overleven, moet je je aanpassen. De straat is anders dan de school. Wat je vandaag leert, is morgen waardeloos.” De ondernemer zal Sinans boek zeker niet sponsoren, want toeristen lezen liever positieve verhalen dan alleen maar kritiek op de regio.

Gave
Nuri Bilge Ceylan heeft de prettige gave om in dialogen alle partijen genoeg ruimte te geven en door verrassende nuances en subtiele humor zoveel mogelijk kanten van een kwestie te belichten. Dat geldt uiteindelijk ook voor het klassieke vader-zoondrama in The Wild Pear Tree als blijkt dat Sinan meer op Idris lijkt dan hij altijd heeft gewenst. Ook Ceylans jongste film is niet zo zwaarmoedig als zijn protagonist, hoewel die ten onder dreigt te gaan aan valse verwachtingen. Geen meesterwerk als Winter Sleep, maar een meanderende stroom van betekenisvolle woorden.

 

25 mei 2019

 

ALLE RECENSIES

Preview Amsterdam Spanish Film Festival 2019

Preview Amsterdam Spanish Film Festival 2019
Vrouwen in de schijnwerpers

door Cor Oliemeulen

Het drama Quién te cantará, dat gaat over een zangeres met geheugenverlies die een comeback wil maken, is dinsdag 28 mei de openingsfilm van het Amsterdam Spanish Film Festival (ASFF). In een aantal films staan vrouwen centraal. Wij lichten daaruit twee pakkende regiedebuten.

 

Carmen y Lola

Carmen y Lola – Liefde is sterker dan cultuur
Net als in de nieuwe film van Isabel Coixet – het wonderlijke biografische drama Elisa & Marcela over het eerste homohuwelijk in 1901 – draait het plot in Carmen y Lola van debuterend speelfilmregisseur Arantxa Echevarria om een lesbische relatie. Plaats van handeling is een diepreligieuze Romagemeenschap in een buitenwijk van Madrid, niet bepaald een omgeving om af te wijken van de daar geldende waarden en normen. De 17-jarige Carmen (Rosy Rodríguez) is voorbestemd om te trouwen met Rafa, zelf heeft ze daar niets over te zeggen. Haar ouders zijn marktkooplieden die antiek en kitsch verkopen. Op een dag raakt Carmen in gesprek met de 16-jarige Lola (Zaira Romero), wiens ouders op dezelfde markt fruit aan de man brengen. Lola heeft andere ideeën over hoe haar toekomst in te richten: ze is artistiek, spuit graffiti op muren en wil naar de universiteit. Bovendien valt ze op meisjes. Bij de eerste toenadering wijst Carmen Lola resoluut af, maar gaandeweg ontstaan er wederzijdse gevoelens en de drang naar vrijheid.

De twee hoofdrolspeelsters van Carmen y Lola verschijnen weliswaar voor het eerst op het witte doek, maar spelen overtuigend genoeg om de nodige sympathie voor hun belabberde perspectief op te wekken. Ook Carmen probeert zich te onttrekken aan het idee om spoedig te trouwen, veel kinderen te baren en verder alleen maar te koken en te poetsen. Als ze spontaan een kapperszaak binnenloopt omdat ze heeft gelezen dat er een nieuwe medewerker wordt gezocht, is de eerste vraag of ze zigeuner is. Na de zoveelste frustratie breekt ze met Rafa en zoekt ze troost en warmte bij Lola.

Vooral door de onderhuidse gevoelens en de subtiele manier waarop de meisjes in beeld worden gebracht, kun je zien dat dit Spaanse opgroeidrama is gemaakt en geschreven door een vrouwelijke regisseur. Verwacht geen onbedwingbare uitspattingen als in La Vie d’Adèle, maar oprechte seksloze romantiek. Tussen de mooie plaatjes en de gepassioneerde dans en muziek is het wachten op de reactie van de directe omgeving als de verboden liefde aan het licht komt. Die mondt uit in een zeer hartverscheurende scène tussen Lola’s vader en moeder, waarna de dochter zelf als een mak schaap naar de godsdienstige slachtbank wordt geleid.

Carmen y Lola beleefde afgelopen week zijn wereldpremière in Cannes en is voor het eerst in Nederland te zien tijdens het ASFF waarna hij landelijk in de bioscoop gaat draaien.

 

Viaje al cuarto de una madre

Viaje al cuarto de una madre – Ingetogen drama over loslaten
Verstoken van melodramatische momenten is het ingetogen drama Viaje al cuarto de una madre van Celia Rico Clavellino, die eveneens voor het eerst een speelfilm schreef en regisseerde. Tijdens de economische crisis beproeven veel Spaanse jongeren hun geluk over de landsgrenzen. Zo ook Leonor (Anna Castillo) die samen met haar moeder Estrella (de Spaanse topactrice Lola Dueñas) woont in een kleine stad in Andalusië. Leonor is van school gegaan om geld te verdienen als strijkster in het atelier waar haar moeder heeft gewerkt. Thuis hangt een sfeer van rouw. Er wordt nooit over Leonors overleden vader gesproken, slechts zijn accordeon herinnert aan gelukkigere tijden. Hoewel moeder en dochter momenteel sterk op elkaar zijn aangewezen, besluit Leonor, aanvankelijk met tegenzin van Estrella, te gaan werken als au pair in Londen.

Waar de eerste helft van de film wordt beschouwd door de ogen van de dochter verschuift na haar vertrek het perspectief naar de moeder, een geslaagde keuze van de filmmaakster. Estrella appt en belt af en toe met Leonor en moet erg wennen aan het feit dat ze moederziel alleen is. Het summiere verhaal speelt zich bijna geheel af in de met gordijnen verduisterde woning. Als Estrella niet ongeïnteresseerd voor de tv hangt of op bed ligt, vindt ze afleiding in het naaien van kleren voor Leonor en een lokaal theatergezelschap. Andere doelen lijkt ze niet hebben; pijn, verdriet en gemis sijpelen door elke blik en handeling. Het fijnzinnige acteerwerk van Dueñas voelt erg authentiek en realistisch, de film wordt nergens te sentimenteel. Op die manier ontwikkelt Viaje al cuarto de una madre zich in een rustig tempo tot een kleine thematische film over loslaten: van het verleden, en van elkaar. Kleine meisjes worden groot en ouders moeten daaraan wennen, maar elkaar missen kunnen ze uiteindelijk nooit.

Deze moeder-dochterfilm won de jeugdprijs op het San Sebastian Festival en is, net als Carmen y Lola, geschikt en interessant voor iedereen, in het bijzonder opgroeiende dochters en worstelende opvoeders.

Het Amsterdam Spanish Film Festival (ASFF) 2019 heeft plaats van 28 mei tot en met 2 juni in Pathé Tuschinski, Pathé De Munt, Eye en Cinecenter. De reprise is van 4 tot en met 9 juni in LantarenVenster te Rotterdam.

 

20 mei 2019


MEER FILMFESTIVAL

Coureur

***
recensie Coureur

Alles nemen wat verboden is

door Cor Oliemeulen

Het drama Coureur over de jonge Vlaamse wielerbelofte Felix is nooit prettig om naar te kijken, maar biedt wel een aangrijpend relaas vanuit het perspectief van een hulpeloze dopingzondaar die zich vooral voor zijn vader wil bewijzen.

“De Amstel Gold Race van vandaag was veruit de beste wielerwedstrijd die ik ooit heb gezien. Absoluut ongelooflijk!”, twitterde Lance Armstrong nadat multitalent Mathieu van der Poel op sensationele wijze de enige Nederlandse wielerklassieker op zijn naam had geschreven. “Wat doe je hier, ga alsjeblieft weg”, sneerde iemand naar de Amerikaan die in zijn profiel nog vrolijk meldt dat hij zeven keer de Tour de France heeft gewonnen, ondanks het feit dat die titels hem al lang en breed zijn afgenomen. Met ruim drie miljoen volgers op Twitter geniet Armstrong nog steeds veel populariteit en aanzien, ondanks dat hij zijn grootste successen behaalde met structureel dopinggebruik, leugens en intimidatie.

Coureur

Onthutsend
In The Program (2015) toont regisseur Stephen Frears hoe Lance Armstrong bijna de hele wielerwereld in een ijzeren greep hield (inclusief het betalen van zwijggeld aan de internationale wielerunie) totdat een vasthoudende Ierse sportjournalist de ongekende dopingaffaire met overtuigend bewijs aan het licht bracht. De ongenaakbare Amerikaan werd al in 1999 bij zijn eerste Tourzege positief getest, een periode waarin bijna elke professionele wielrenner epo tot zich nam. Door het inspuiten van een hormoon dat extra rode bloedcellen produceert, zouden de spieren minder snel verzuren en zou het uithoudingsvermogen verbeteren.

Richt The Program zich op de ontmaskering van een beroemde frauderende wielrenner, het Belgische drama Coureur geeft een even onthutsend inkijkje in de wereld van een jonge, talentvolle wielrenner eind jaren negentig, echter eenzijdig vanuit het benauwende perspectief van de dopinggebruiker c.q. het dopingslachtoffer. Nationaal beloftekampioen Felix Vereecke (Niels Willaerts) sluit zich geheel tegen de zin van zijn dominante vader Mathieu (Koen De Graeve) aan bij een Italiaanse semiprofessionele wielerploeg en spuit, drinkt en slikt alles wat verboden is. Deels stiekem, deels onder toezicht van de ploegleider, die hem uiteraard laat vallen zodra zijn pupil wordt betrapt.

Vader-zoonconflict
De tragische geschiedenis is ontstaan door de ingewikkelde, maar klassieke verhouding tussen vader Mathieu en zoon Felix. De vader, die zich nog dagelijks thuis op de rollerbank in het zweet werkt, is mislukt als wielrenner en wil dat zijn zoon diens droom kan verwezenlijken. De zoon, die weinig aandacht en liefde van zijn vader heeft ontvangen, wil zich bewijzen, terwijl jaloezie en rivaliteit leidt tot ruzies en soms een knokpartij. Moeder Gerda (Karlijn Sileghem) kijkt liever de andere kant op, zelfs als zij ziet hoe haar man zijn bloed geeft aan hun zoon. Felix is bang dat hij daardoor kanker krijgt, voor Mathieu telt slechts de glorie.

Coureur

Coureur is geïnspireerd op de korte wielercarrière van Kenneth Mercken, die tijdig besloot dat hij zijn gezondheid niet langer op het spel wilde zetten en films wilde maken. Ook hij werd op jonge leeftijd nationaal kampioen en conflicteerde met een vader die wilde dat zijn zoon wel die geweldige racer wordt. Als ervaringsdeskundige wilde Merkcen laten zien hoe de wielrenner de wedstrijd ziet, voelt en beleeft. Uiteindelijk met het verstand op nul, bloed kotsend op het asfalt, maar altijd weer doorgaan omdat je bent wijsgemaakt dat je bent geboren om te winnen.

De verslaving aan zowel de sport als de doping, de naïviteit van de zoon en de rivaliteit met de vader in Coureur geven een aardig, subjectief beeld van de jonge belofte die wordt geleefd door zijn drijfveren en gemanipuleerd door zijn omgeving (de met een pistool zwaaiende Russische collega is eerder uitzondering dan regel). Naturalistisch, bij vlagen claustrofobisch gefilmd, waarmee de kijker vooral krijgt ingepeperd hoe je je eigen dromen moet volgen en in godsnaam moet afblijven van verboden middelen die je lichamelijk en geestelijk kunnen ruïneren. Twintig jaar na Armstrong, Vereecke en co lijken de dopingexcessen voorgoed uit de wielerwereld verbannen.

 

3 mei 2019

 

Lees hier het interview met regisseur Kenneth Mercken.

 

ALLE RECENSIES

Thunder Road

***
recensie Thunder Road

Dans voor overleden moeder

door Cor Oliemeulen

De politie kan in deze roerige tijden wel een beter imago gebruiken. Thunder Road schetst een tragikomisch portret van een agent die het allemaal heel goed bedoelt, maar wordt gehinderd door een naderende zenuwinzinking.

Jim Arnaud werkt zes jaar bij de politie in een klein Texaans stadje. Hij is gescheiden en dreigt de voogdij over zijn dochtertje te verliezen. Jim oogt erg nerveus, is soms onvoorspelbaar, praat veel en regelmatig over irrelevante zaken, en heeft sinds het recente overlijden van zijn moeder zijn emoties niet meer onder controle. Mensen die hem niet beter kennen, zouden hem compleet gestoord kunnen noemen en hem liever in een dwangbuis zien dan in een politie-uniform. Maar wij als filmkijkers leren Jim wel wat beter kennen. Hij heeft ontegenzeggelijk zijn hart op de goede plaats, maar dat hart een tikkeltje minder luchten, zou prettig zijn.

Thunder Road

Groot talent
Jim Cummings, die de hoofdrol speelt en de film regisseerde, blijkt in die beide hoedanigheden een groot talent. Als acteur creëert hij met gemak binnen tien seconden een heel arsenaal aan uiteenlopende emoties, terwijl hij als regisseur en producer zijn hele ziel en zaligheid in zijn speelfilmdebuut Thunder Road heeft gelegd. Met crowdfunding haalde hij een paar ton op, huurde vooral mensen uit zijn eigen omgeving in en distribueerde zijn film zelf naar een dertigtal Amerikaanse bioscopen. Gelukkig heeft de film nu ook de Nederlandse bioscoop bereikt.

Vanwege het gebrek aan voldoende financiële middelen maakte Cummings eerder zo’n tien korte films waarmee hij veel kon leren over narratief en techniek. Bijna alles nam hij op in één lang shot, waardoor situaties indringend worden omdat je als kijker maar één perspectief van een bepaalde, vaak absurde, gebeurtenis hebt. Dat experimenteren leidde in 2016 tot de briljante kortfilm Thunder Road (kijken!) die werd overstelpt met vele awards, zoals de juryprijs van het Sundance Film Festival. De monoloog van een man die wordt verteerd door herinneringen en verdriet tijdens zijn toespraak bij de kist van zijn overleden moeder is een klein meesterwerk van schrijven, regisseren en acteren. Het succes van de korte film smaakte naar meer en leverde Cummings’ eerste speelfilm met dezelfde titel op.

Heerlijk ongemakkelijk
Thunder Road, de prachtige openingstrack van het legendarische Bruce Springsteen-album Born to Run (1975), is het slaapliedje dat Jim Arnauds moeder vroeger altijd voor hem zong. “Iedereen rouwt op zijn eigen manier”, zegt de uitvaartleidster wanneer Jim met een roze cd-spelertje naar voren komt om iets over zijn lieve moeder te vertellen en al een idee heeft wat de komende tien minuten staat te gebeuren. Jims moeder runde een balletschool en was een vrije geest. Net zoals Springsteen zingt over gewone zielen in het andere Amerika en hen aanmoedigt om hun lusteloze levens te veranderen, kon ook zij zomaar in een auto stappen en vertrekken.

Thunder Road

Jim spreekt mooie woorden, stamelt, stottert, snottert. Zo intens aangrijpend dat de kijker voortdurend laveert tussen medelijden en verwondering. Buiten beeld wordt Jim op de moeilijkste momenten rustgevend toegesproken, getroost en aangemoedigd om zijn hart te volgen en zijn emoties de vrije loop te laten. Dan start de cd en horen we de piano en de mondharmonica. Bruce begint te zingen. En Jim zingt – door een zee van tranen en gebroken keelklanken – vol overgave met hem mee. Alsof dat nog niet confronterend genoeg is, doet Jim ook nog een maf dansje. Zelden zag je een dodelijkere combinatie van ontroering en ongerief op het scherm. Hoe jammer is het dan dat Jim in de speelfilm niet meezingt en hier ook de muziek niet is te horen (ditmaal werkt de cd-speler niet), maar gelukkig is zijn dansje wel gebleven.

Alle goede bedoelingen, originele invalshoeken en spitsvondigheden ten spijt schuilt in het uitbreiden van een korte film tot een lange film het gevaar van minder sterke fragmenten. We leren onze welwillende politieagent Jim Arnaud weliswaar een stuk beter kennen en hebben begrip voor zijn moeilijke levensfase, maar kunnen hem door enkele flauwigheden (Jim heeft ‘s nachts zijn koelkast gesloopt omdat hij dacht dat het een inbreker was) en ongepastheden (Jim slaat een zojuist overleden vrouw in het gezicht) moeilijk onze onvoorwaardelijke sympathie schenken. Echter vertolker Jim Cummings is zo oorspronkelijk, talentvol en heerlijk ongemakkelijk dat we reikhalzend uitzien naar zijn tweede speelfilm.

 

26 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

Movies that Matter Festival 2019 deel 1

Movies that Matter Festival 2019 deel 1:
Mens én dier in lastig parket

door Cor Oliemeulen

Het Movies that Matter Festival in Den Haag opent de ogen voor mensenrechten en zet film in voor het stimuleren van een dialoog over rechtvaardigheid in een duurzame wereld. We trappen ons vierdelige verslag af met de ombudsvrouw van Zuid-Afrika, een tienermeisje dat opgroeit tijdens de revolutie van de jaren zeventig en een weggelopen hondje dat de grens niet mag oversteken.

 

Whispering Truth to Power

Whispering Truth to Power – ombudsvrouw in Zuid-Afrika
Wie dacht dat er na de officiële afschaffing van de Apartheid en de invloed van Nelson Mandela als eerste zwarte president veel is veranderd in de rassenongelijkheid in Zuid-Afrika komt bedrogen uit als hij Whispering Truth to Power heeft gezien. De documentaire volgt het laatste jaar van nationaal ombudsvrouw Thuli Madonsela, die met volle inzet de belangen van de gewone, onmondige zwarte burger verdedigt tegen mismanagement en corruptie van de overheid.

We zien Madonsela’s strijd tegen president Jacob Zuma, die zij nog steunde toen hij in 2009 namens het African National Congres (ANC) aan de macht kwam, maar hem kritisch gaat bejegenen nadat zij narigheid heeft geroken. Dit cumuleert in een aanklacht tegen Zuma in 2012 als blijkt dat hij een slordige twintig miljoen euro gemeenschapsgeld voor diens privéwoning heeft gebruikt. Vanaf dat moment beweegt de ombudsvrouw zich in een politiek mijnenveld en is haar een soortgelijk lot beschoren als Winnie Mandela: verguisd door een deel van haar achterban (omdat zij te weinig voor elkaar zou hebben gebokst) en het ANC, terwijl ze in sommige media wordt neergezet als opruier en CIA-spion. Vanwege verdenking van meerdere corruptiepraktijken en de toenemende protesten tegen zijn economische wanbeleid zou Zuma uiteindelijk in 2017 eieren voor zijn geld kiezen.

Hoewel het kundige en kalme optreden van Thuli Madonsela duidelijk in het oog springt, zien we hoe haar studerende dochter een stuk minder relaxt in het leven staat. In het ‘beloofde’ land waar de hele economie nog steeds wordt gedomineerd door blanken en waar soms op rigoureuze wijze land van grootgrondbezitters is en wordt afgepakt, mag de fysieke kloof tussen zwart en wit zijn gedicht – de beelden van onderlinge haat en onbegrip van de toekomstige generatie op het universiteitsterrein spreken vooral boekdelen van frustratie.

Whispering Truth to Power is nog te zien in Filmhuis Den Haag, maandag 25 maart 21.45 uur en vrijdag 30 maart 19.45 uur.

 

Unremember

Unremember – opgroeien in een tijd van revolutie
In een appartement in Parijs verscheurt het veertienjarige meisje Joana haar paspoort en spoelt het door de wc. Haar Braziliaanse moeder en Chileense stiefvader willen emigreren naar Rio en zij wil beslist geen afscheid van haar vriendinnen nemen. Het is 1979 als zij met haar twee stiefbroertjes de oceaan oversteekt en langzaam de motieven van haar ouders ontdekt.

Net als op het halve continent gloeit de revolutie en vooral Joana’s stiefvader blijkt bereid – geïnspireerd door de Sandinisten in Nicaragua en de marxistische rebellen in El Salvador – ook elders in het ondergronds verzet te gaan, bijvoorbeeld in het Chili van dictator Pinochet. Terwijl het tienermeisje op het strand verliefd wordt op een gitaar spelende jongen met wie ze jointjes rookt en tegelijkertijd een band opbouwt met haar Pink Floyd minnende oma, leert Joana ook langzaam het hoe en waarom van de verdwijning van haar biologische vader tijdens de militaire dictatuur in Brazilië toen zij nog klein was. De flarden van dromerige flashbacks en de groeiende twijfels of Joana misschien onbewust schuldig is aan het lot van haar vader maken van Unremember een gedegen en sympathiek opgroeidrama in een tijd van revolutie.

Het debuut van filmmaakster Flávia Castro, die eerder een documentaire over haar vermiste vader maakte, is gebaseerd op haar eigen jeugdherinneringen en laat zien dat er naast politieke strijd ook in de thuissituatie nog genoeg overwinningen zijn te behalen.

Unremember is nog te zien in het Filmhuis Den Haag dinsdag 26 maart 16.30 uur, donderdag 28 maart 16.45 uur en vrijdag 29 maart 12.00 uur.

 

Smuggling Hendrix

Smuggling Hendrix – verboden voor honden
Dat politieke conflicten ook tot vrolijkheid kunnen stemmen, bewijst Smuggling Hendrix, een publieksfavoriet op tal van filmfestivals. Inderdaad, de titel verwijst naar de gitaarheld met de naam Jimi, het leuke hondje van muzikant Yannis die woont in het Griekse deel van Cyprus. Na de breuk met zijn vriendin Kika verkoopt hij zijn motor en is van plan om binnen drie dagen naar Nederland te verhuizen. Maar het loopt anders. In een onbewaakt ogenblik glipt Jimi weg, over de grens, naar het Turkse deel van Noord-Cyprus. Gelukkig vindt Yannis zijn viervoeter, maar die mag van de autoriteiten niet terug omdat het vervoeren van dieren over de grens niet is vastgelegd in de Europese regels c.q. het bezette deel van het eiland niet als bestaand land wordt beschouwd.

Deze Cypriotische komedie van Marios Piperides legt met een ogenschijnlijk simpel gegeven de zere vinger op de absurde situatie in een republiek die geografisch gezien tot Azië behoort en cultureel en politiek (sinds 2004 lid van de EU) tot Europa wordt gerekend. Yannis moet opmerkelijk genoeg hulp vragen aan een Turkse man die woont in zijn ouderlijke huis dat zijn familie moest verlaten na de bezetting van Turkije in 1974. Dat is niet zijn schuld, zegt de Turk, want hij is nu eenmaal op die plek geboren.

Terwijl ze samen hun heil zoeken bij een louche Turkse crimineel – de scène in de sauna is een heerlijke parodie op maffiafilms – om Jimi over de grens te smokkelen, wordt Yannis belaagd door zijn bazige huisbazin en twee onsympathieke Grieken die allemaal nog geld van hem tegoed hebben. Het avontuur krijgt een extra dimensie nadat Yannis ook aan de verleidelijke Kika, die Jimi erg heeft gemist, hulp moet vragen.

Smuggling Hendrix is nog te zien in Theater aan het Spui donderdag 28 maart 20.15 uur, vrijdag 29 maart 21.15 uur en zaterdag 30 maart 12.00 uur.

 

24 maart 2019

 

Deel 2
Deel 3
Deel 4

MEER FILMFESTIVAL

Private War, A

**
recensie A Private War

Vrouw verslaafd aan oorlogsleed

door Cor Oliemeulen

Wat beweegt iemand haar leven te riskeren door in oorlogsgebieden menselijk leed te verslaan? In A Private War kunnen we het antwoord niet goed ontdekken, maar zien we wel een authentieke held.

Een liefdesbrief aan de journalistiek en een hommage aan een van de meest gevierde oorlogscorrespondenten van deze tijd, Marie Colvin (Rosamund Pike), die keer op keer haar leven op het spel zette om de harde waarheid te publiceren. Dat was de insteek van de Amerikaanse documentairemaker Matthew Heineman toen hij met A Private War zijn eerste speelfilm ging maken. Focus op betrouwbare nieuwsgaring is volgens hem noodzakelijk in deze tijd waarin feiten en nepnieuws als bijna vanzelfsprekend inwisselbaar zijn ter ere van politieke propaganda en persoonlijk gewin.

A Private War

Onverwoestbaar
Het biografische oorlogsdrama, dat in episodische gebeurtenissen toewerkt naar die fatale dag in 2012 in de totaal verwoeste en ontredderde stad Homs, zou je enigszins bevooroordeeld kunnen noemen. De Syrische president Bashar al-Sadat bombardeert niet alleen tegenstanders van zijn regime maar ook onschuldige vrouwen en kinderen, terwijl dubieuze handelingen van de geallieerden geheel buiten schot blijven. Heinemans keuze heeft echter weinig te maken met politieke propaganda, hij vertelt slechts het verhaal van de moedige, onverwoestbare, oorlogsverslaafde Colvin, die op haar beurt lijdende burgers een stem en een gezicht gaf. Die keuze is zowel het sterke als het zwakke aspect van A Private War.

Zuipend, kettingrokend en vloekend, ging de in Amerika geboren Britse oorlogscorrespondente van The Sunday Times soms ten onder aan haar eigen demonen. Altijd emotioneel betrokken, maar zonder vrees; althans minder bang dan de oorlogsslachtoffers, zoals ze zelf zei. Of het nu was tijdens schermutselingen tussen het Sri Lankaanse leger en de Tamil Tijgers waarbij ze door een granaatinslag het zicht van haar linkeroog verloor, bij de opgraving van een massagraf bij de Iraakse grens, een bomexplosie in Afghanistan of haar interview met een van de eerste politieke slachtoffers van de Arabische Lente, de Libische premier Moammar Gaddafi die door Marie Colvin uiterst confronterend in een interview wordt aangepakt en niet lang daarna naakt en bebloed op de grond ligt terwijl opstandelingen lachend selfies naast de doodgemartelde dictator maken.

Trauma’s
We zien ook Colvin worstelen met trauma’s, maar steeds moet ze van zichzelf (en soms van de krant) weer naar de frontlinie om schrijnende verhalen van onzichtbaar gebleven slachtoffers te vertellen. Niets van embedded journalism voor haar; als een peloton reporters in 2003 door het Amerikaanse leger wordt geïnstrueerd om tijdens de invasie van Irak in het kielzog van de militaire troepen te opereren, regelt de eigenzinnige Colvin op de achtergrond een freelance fotograaf die jarenlang zal fungeren als haar ‘tweede’ oog op het oorlogsleed en als tolk in de meest precaire omstandigheden.

Qua drama is A Private War geen slechte Hollywoodfilm, met weliswaar een voorspelbaar verloop en verstoken van noemenswaardige verrassingen. Rosemund Pike speelt een van haar meest geloofwaardige rollen, hoewel we haar eigen intense pijn nog meer hadden mogen voelen. Dan rest een weinig gecompliceerde geschiedenis van een vrouw die was verslaafd aan oorlogsleed en zich kennelijk verantwoordelijk voelde om de mensheid daarmee te confronteren. Een ware held(in) met het nobele doel de wereld beter te maken. Iemand die kon vermoeden dat ze in het harnas zou sterven.

Daarmee houdt de film op en mag de held terecht worden geëerd. Behalve als je meer over Colvins werkelijke drijfveren en persoonlijke achtergrond had willen weten. Samen met de eenzijdige blik op een cruciaal stukje wereldgeschiedenis blijft Heinemans speelfilmdebuut aan de fragmentarische en vlakke kant dat onvermijdelijk inspeelt op sentiment en onbehagen. Als iemand na afloop van de film geïnspireerd is om zich aan te melden als oorlogscorrespondent is dat natuurlijk mooi meegenomen.

 

22 maart 2019

 

ALLE RECENSIES