5 onbekende films van bekende Britse acteur
Filmmarathon: Michael Caine
Twee redacteuren van InDeBioscoop dompelen zich een weekend lang onder in de goede dingen des levens en vijf relatief onbekende films van de Britse acteur Michael Caine.

1. The Ipcress File (1965)
COR:
Na Franse en Amerikaanse acteurs en actrices is het tijd voor een Britse acteur in onze jaarlijkse filmmarathon. De meeste lezers kennen hem van zijn rol als butler annex vaderfiguur van Bruce Wayne in de Batman-trilogie van Christopher Nolan. Daarin vallen vooral zijn nuchterheid en droge humor op. Hoe zit dat in zijn minder bekende films?
Gelukkig heeft Bob opnieuw zijn barre fietstocht naar het zuiden des lands getrotseerd, ondanks een lekke band en een zuidwesterstorm die de nazomer probeert te verzieken. Met een heerlijk gevulde courgette (al zeg ik het zelf) achter de kiezen beginnen we met de doorbraakfilm van Sir Michael Caine – in 1933 in Londen geboren als Maurice Micklewhite.
Harry Palmer, zoals hij heet in The Ipcress File en de vier mindere vervolgfilms, is een tegenhanger van 007. Een beetje net als jij, Bob. Hij draagt soms een bril, doet boodschappen en kookt zelf. Bond-producent Harry Saltzman nam voor deze film Bond-medewerkers mee, zoals componist John Barry en editor Peter Hunt.
Wat direct opvalt is de manier van filmen: de camera staat vaak opvallend laag en kijkt langs of door voorwerpen, zoals lampenkappen en zelfs een sleutelgat. Alsof iemand geheim agent Palmer vanuit een verborgen plek observeert. De film krijgt zo een gevoel van paranoia. Die beklemmende sfeer versterkt als Palmer in een ‘programming box’ wordt gestopt. Projectoren, flitsend licht en vervormd geluid dienen om hem te hersenspoelen.
Die hallucinerende scène doet denken aan The Manchurian Candidate van enkele jaren eerder, maar toch is ook The Ipcress File volgens mij een vroeg voorbeeld van de paranoïde spionagethriller. Het plot over de ontvoering van een wetenschapper is minder origineel.
BOB:
Ik de tegenhanger van 007? Een compliment of een verborgen dis? Het klopt denk ik wel, hoewel ik James Bond nog nooit met windkracht 4 op de fiets heb zien ploeteren en voor een lekke band heb zien klooien met bandenlichters.
Nog sterker: door die sterretjes uit zijn Aston Martin zullen een hoop fietsers lekrijden. Want iets opruimen doet Bond nooit.
Nu ik erover nadenk: Michael Caine is misschien wel de beste niet-Bond ooit!
Ik laat me weer afleiden. Terug naar de film. Inderdaad niet alles was geweldig (met name de vrij afgezaagde tunes van John Barry) maar ik genoot er vele malen meer van dan de verseriede versie in 2022. Aan die twee zie je goed het verschil. De persoon die moderne series en films gewend is, zal zich bij deze film regelmatig afvragen: waarom dit diagonale beeld? Waarom dit shot vanuit de hoek van de kamer? Waarom een schouderpartij op de voorgrond? Een shot door de bekkens van een drumstel?
Het is voor mij wat de 20e-eeuwse cinema zoveel beter maakt dan de moderne. Het avontuur, de speelsheid, het gevoel voor stijl en choreografie en de humor in beelden. De slotbeelden in firstperson-look doen mij zelfs denken aan moderne games. Mooi mooi mooi!
Verder geniet ik van Caine’s energie. Samen met films als Alfie en Funeral in Berlin (vervolg van The Ipcress File) is hij hier op zijn allerCainst. Koppig, levenslustig, zwijgend, cool. Het is het archetype waar Caine’s hele acteerwerk op is gebouwd, maar daar komen we zo nog op terug. De bijrollen zijn hier trouwens frappant goed: Guy Doleman als Colonel Ross, Nigel Green als Major Dalby en Sue Lloyd als Jean Courney. Ze zijn ietsje overdreven maar dat maakt ze juist zo memorabel.
Van al die thee in de film krijg ik dorst. Ik ga nu maar even elders koffiedrinken – als Uden tenminste ergens een espressoapparaat heeft…
2. The Black Windmill (1974)
BOB:
Is dit nou die film met de hovercraft? Er is een Caine-film die ik me alleen herinner door die hovercraft…
We beginnen in elk geval met een kidnapping. Caine is spion en zijn zoon wordt meegenomen. Caine wordt hierdoor gechanteerd om dingen voor een bende te doen. Zijn bazen volgen hem. Caine is niet happy: “It is myyy sonnn!!”
In deze film is de brutale Caine ingewisseld door een boze, bezorgde Caine. Een van de vele afsplitsingen van zijn archetype. Hij is vooral aan het rondrennen in een verder vrij warrig spionageverhaal.
En dan opeens: de hovercraft! Een soort supergrote opblaasboot die tot 2000 over het water ‘hoverde’ van Calais naar Ramsgate. Geloof je het niet? Bekijk z’n geschiedenis.
Ik ben bang dat de hovercraft voor mij vooral het hoogtepunt is in deze film van Don Siegel. De andere acteurs – ‘veelwerkers’ als Donald Pleasance en John Vernon (bekend van Italiaanse pulpfilms) – zijn redelijk vermakelijk maar ook niet meer dan dat. Vernon wedijvert met Caine hier in een kampioenschap stuurse blikken.
Btw: heb je al aan je vriend Chat gevraagd wat de commerciële kansen zijn voor een gezonde-shakes-winkel in Uden? Volgens mij weet niemand er meer van dan jij! Ik bewonder je geduld om het te maken… Geef mij toch maar een vers broodje uit jouw jaren vijftig-oven.
COR:
Zo gemaakt hoor, zo’n shake: mik wat groenten, fruit, zaden, noten, pitten en water in de blender en je drinkt iets gezonds én lekkers. Heel anders dan die onverteerbare brij die Don Siegel in The Black Windmill je voorzet. Alleen al de titel van de film is absurd: de kidnapping eindigt bij twee windmolens die geen van beide zwart zijn!
Caine acteert heel ingehouden, maar daaronder zit veel woede. Bovendien is het tempo nog stroperiger dan die brij van Siegel en is het verhaal over onze geheim agent die zelf wordt verdacht van de ontvoering niet bijster origineel.
Zelfs de actiescènes hebben weinig vaart – als een hovercraft die doelloos boven het water blijft hangen. Het geheel oogt nogal houterig. Juist van Don Siegel, bekend om zijn strakke actiethrillers als The Killers (1964) en Dirty Harry (1971), hadden we best wat meer mogen verwachten.
Caine zelf vond achteraf dat de Engelse gereserveerdheid Siegel had besmet: de film was volgens hem te sentimenteel en te ingewikkeld geworden.
3. Without a Clue (1988)
COR:
Een filmparodie is vaak vragen om moeilijkheden. Zo verscheen in 1978 The Hounds of Baskerville met Peter Cook en Dudley Moore, een parodie op Sherlock Holmes die door kijkers en critici werd afgefakkeld. Dat weerhield regisseur Thom Eberhardt er niet van om het ook eens te proberen.
Maar in Without a Clue draait hij de rollen om: Dr. Watson is de briljante speurder en Sherlock Holmes is zijn hulpje. Laatstgenoemde is niet zo snugger en bovendien regelmatig dronken.
Het laat zich raden dat Michael Caine in de huid kroop van Holmes. In werkelijkheid is hij een matige B-acteur die door Watson (Ben Kingsley) wordt ingehuurd om die rol te spelen. Watson publiceert namelijk zijn eigen speurwerk in een tijdschrift en gebruikt daarvoor de door hem verzonnen Holmes. Maar als het publiek die beroemde detective in levende lijve wil ontmoeten, huurt Watson de B-acteur in. Na de nodige flaters raakt hij niet meer van hem af.
Ik denk dat de acteurs zelf de grootste lol hadden tijdens de opnamen, maar echt geslaagd vind ik de film niet. Caine valt wat tegen, maar dat ligt vooral aan het scenario, dat vooral flauwe grappen aaneenrijgt. Voor dit type spoofs heeft hij niet het talent, de timing en het droogkomische voorkomen van Peter Sellers, die zelfs met het zwakste verhaal een hilarische dubieuze speurneus neerzette.
Ondertussen vraag ik me af, Bob, of wij een goede Holmes & Watson zouden zijn.
BOB:
Ha, maar wie is dan Watson en wie Holmes? In ons geval, we zijn beiden schrijvers, ben ik bang dat er twee Watsons zijn. En loopt er ook een Moriarty van ons rond? Of is dat gewoon de ontlezing van de hele maatschappij?
Ben er mee eens: deze komische variant van Caine’s archetype is niet zijn beste punt. Neemt niet weg dat ik goed begrijp dat hij het wilde proberen, beetje buiten zijn comfortzone en zo, wat hem in hetzelfde jaar in Dirty Rotten Scoundrels wat beter af ging. Ben Kingsley trekt hier toch meer de aandacht en is, als je eerlijk bent, een veelzijdiger acteur. En het is ook het te flauwe scenario inderdaad: zonder humor vaart geen enkele parodie wel. Buster Keaton en Mel Brooks hebben trouwens ook pogingen gedaan.
Caine leerde zichzelf als acteur. Ik vertelde al dat ik op de fiets luisterde naar een interview dat Michael Caine hield in 1992 met Fresh Air. Hij vertelt daarin hoe hij zonder theaterachtergrond van vele andere Britse acteurs van zijn generatie alles gewoon ‘on the fly’ moest leren. Hij had daarbij extra veel aandacht voor zijn ogen (hij knipperde nooit, geleerd van Marlene Dietrich) en zijn stem (zie deze hilarische scène uit The Trip!). “Ik heb het meeste mezelf aangeleerd”, zegt hij in die podcast.
Een rol was te ver buiten zijn comfortzone, vertelde hij in dat interview. Dat was toen Hitchcock hem vroeg om de moordenaar in Frenzy te spelen. Hij kende de moordenaar uit de kranten en vond hem te verschrikkelijk om te spelen. “Hitchcock heeft nooit meer met mij gepraat.”
4. Last Orders (2001)
BOB:
Een groepje vrienden in de kroeg neemt afscheid van een van hen, Jack. Hij was een charmante en extraverte slager en zit nu in een urn op de bar.
Zijn vrienden gaan samen met zijn zoon zijn ‘last orders’ uitvoeren: zijn as uitstrooien in Margate. Enige dingetje: dat is aan de andere kant van het land. Ze rijden er met vijf mannen in de auto heen en Jacks vrouw, Amy, blijft achter.
Er wordt flink agressief in geflashbackt en door elkaar gemixt, waarbij soms zelfs zinnen in andere tijden worden afgemaakt. We leren in een aantal tijdlijnen alle achtergronden: geldproblemen, affaires en vriendschappen die onder druk staan. Gelukkig dat jij een beetje kunt rekenen, Cor, en ik nu snap dat de film zich in 1989 moet afspelen.
Het script heeft wel wat betere dialogen dan gemiddeld – vermoedelijk omdat het gemaakt is op basis van een roman van Graham Swift die in 1996 de Booker Prize won.
Wel is het een wat te beproefd arthousemodel, de roadmovie met conflicterende karakters, een beetje humor en een beetje drama. Op een dag als vandaag – het nazomeren is begonnen! – is het zeker te doorstaan.
COR:
Ja, het was een goed idee om weer eens een flinke wandeling te maken, met een bezoekje aan Natuurcentrum De Maashorst, en het slalommen tussen de wisenten en wilde paarden in het stiltegebied.
Na onze eigen roadmovie is Last Orders een mooie aanvulling, zeker door de topcast! Naast Helen Mirren als Jacks vrouw, kun je je nauwelijks betere Britse filmvrienden wensen dan Michael Caine, Bob Hoskins, Tom Courtenay, David Hemmings en Ray Winstone. Hemmings had ik niet eens herkend, maar is ook als norse ex-bokser uitstekend. Heerlijk hoe vooral de altijd wat nerveuze Hoskins en Winstone hun zo herkenbare acteerstijlen inzetten en het gezelschap daarmee extra kleur geven.
Met Winstone (hij speelt Jacks zoon Vince) moet je sowieso geen ruzie krijgen. Ik kreeg een flashback van Nil by Mouth. Een bordje met die tekst hing achter het bed van de zieke Jack in het ziekenhuis en betekent dat je niets mag eten en drinken. In de film met die titel speelt Winstone op zijn agressiefst als hoofd van een disfunctionele familie in een Londense arbeiderswijk vol alcohol, drugs, geweld en expliciet taalgebruik: ‘fuck’ is maar liefst 428 te horen en ‘cunt’ scoort 82 keer. Vergeleken met dat is hij in Last Orders erg braaf.
Prima film over vriendschap en de vergankelijkheid van het leven, waarin iemand sterft op zijn hoogtepunt. De dialogen zijn inderdaad dik de moeite waard, zoals de opmerking dat ‘Jack in the box’ zit in de rit naar Margate.
5. The Great Escaper (2023)
COR:
Wat opvalt aan alle films met Michael Caine die ik heb gezien is dat hij ogenschijnlijk moeiteloos en met weinig nadruk acteert. Een blik, een droge opmerking of een korte stilte is vaak genoeg. Zijn stem is al bijna net zo herkenbaar als zijn gezicht: laag, licht nasaal en met een droge, relaxte manier van spreken. Toen iedereen in de Engelse cinema van de jaren 60 heel keurig praatte, gebruikte Caine een vet accent uit het arbeidersmilieu van Zuid-Londen. Hij noemde het zelf Cockney. Ja, die imitatiescène uit The Trip die je noemde is geweldig!
Zijn Oscars voor Hannah and Her Sisters (1986) en The Cider House Rules (1999) zijn het bewijs van een groot acteur, die wel degelijk over nuances beschikt. Dat geldt ook voor The Great Escaper, dat zich vooral laat kijken als zijn laatste filmoptreden. Caine was toen al 90 en oogt fragiel en kwetsbaar.
Ideaal voor de rol van Bernie, een oorlogsveteraan die stiekem het verzorgingshuis ontvlucht om in Frankrijk zeventig jaar na dato de herdenking van D-Day bij te wonen. Achter zijn koppigheid maakt hij zijn verdriet en traumatische oorlogservaringen voelbaar. Zo is zijn spontane ontmoeting met oude Duitse veteranen misschien een tikkeltje sentimenteel, maar vooral aangrijpend en geloofwaardig.
Ondertussen maakt Bernie’s achtergebleven vrouw Irene zich zorgen, zonder haar gevoel voor humor en sarcasme te verliezen. Ook een mooie rol voor Glenda Jackson, die vijftig jaar eerder al met Michael Caine samenspeelde in The Romantic Englishwoman (1975) van Joseph Losey. Jackson overleed nog voordat The Great Escaper in première ging.
BOB:
Ik ben geen fan van drama zoals je weet. En hoewel deze film ook erg leunt op arthousetrucjes gaat ie er toch wel in. Ik moest wel meteen aan The Straight Story denken, ook oudjes, ook een roadmovie (hier een boatmovie) en ook charmant.
Zijn ouderen in films per definitie aandoenlijk? Met grapjes over leeftijd, zwarte humor, curieuze geschiedenissen. Dat is toch niet zo. In deze serie hebben we er al eerder een gezien – toen met Jane Fonda – en die werkte een stuk minder goed.
Het oorlogsverhaal geeft het verhaal wat vaart maar is niet het sterkste punt, want dat is het ingetogen acteerwerk van Caine, wat je de meest bescheiden variant van zijn acteur-archetype kunt noemen. De emoties zijn wiebeliger en brozer dan ooit, maar ja, wat wil je, hij is 90! Wat hij er dan nog uithaalt van achter zijn rollator, is best gaaf. Net als Glenda Jackson, zoals jij terecht opmerkt.
Het is eigenlijk best bijzonder dat je de evolutie van een mens kunt volgen via een acteur in films. Acht decennia films maakte Caine mee: dat is bijna de hele filmgeschiedenis! Ik geniet van zijn energie in The Ipcress File maar als je een eerlijk portret van een mens wilt, hoort de broze Caine van The Great Escaper er ook bij. En vergeet niet: dik in de zeventig speelde hij nog in krakers als Youth, Interstellar, Batman, The Prestige, Harry Brown, Inception… Misschien is Caine als acteur zelf ook wel een great escaper… Hoe dan ook een passende film om een indrukwekkende acteercarrière mee af te sluiten. En wij onze zesde filmmarathon!
Wat dacht je van een speciale Michael Caine-shake in je shake-bar? Gegarandeerd top tot dik na je tachtigste.
4 oktober 2026
Meer filmmarathons