Blue Moon

***
recensie Blue Moon
Toneel als film

door Cor Oliemeulen

Lorenz Hart was een van de meest invloedrijke Amerikaanse songwriters van zijn tijd. Samen met componist Richard Rodgers schreef hij 28 musicals en meer dan 500 nummers, waaronder Blue Moon. Aan hun samenwerking komt abrupt een einde als Rodgers kiest voor een nieuwe tekstschrijver: Oscar Hammerstein.

Regisseur Richard Linklater – zijn Godard-reconstructie Nouvelle Vague draait sinds eind november in de bioscoop – liep al ruim tien jaar geleden met het scenario van Blue Moon onder de arm, maar vond acteur Ethan Hawke (Boyhood, Before-trilogie) toen nog te jong. Een uitstekende keuze, want een gerijpte Hawke speelt de sterren van de hemel als de tragikomische Lorenz Hart. We treffen hem in een bar op Broadway waar hij troost zoekt in een fles martini. Wanneer Rodgers, Hammerstein en hun entourage na de première van hun eerste musical, Oklahoma!, vol enthousiasme arriveren, realiseert Hart zich dat zijn succes nooit meer zal terugkeren.

Blue Moon

Scherp van geest en woord
Hawke maakt van Hart geen karikatuur van een gevallen genie, maar speelt een vat vol tegenstrijdigheden: scherp van geest en woord, maar soms ook onberekenbaar. Terwijl barman Eddie (Bobby Cannavale) een luisterend oor biedt – met zo nu en dan een weerwoord – analyseert Hart muziek, mensen en zijn eigen falen in een waterval van mooi geformuleerde zinnen en met een blik die voortdurend zoekt naar bevestiging.

Zijn onzekerheid wordt benadrukt door de manier waarop Hart, met zijn geringe lengte van ruim anderhalve meter, slim in beeld wordt gebracht. Vaak staat en zit hij letterlijk lager dan de andere personages, moet hij bijna op zijn barkruk klimmen en wordt hij gefilmd vanuit hoeken die hem nog kleiner doen lijken. Zijn oversized pak en een gebogen houding versterken dat effect. Zo is Hart een kop kleiner dan Elizabeth (Margaret Qualley), een jonge, knappe theaterstudente die van hem wil leren en hem bewondert om zijn taalgebruik en scherpte. Zij ziet hem als mentor; hij is verliefd, maar zich pijnlijk bewust van de illusie.

Blue Moon

Pijnlijke confrontatie
De emotionele kern van de film ligt echter in de relatie tussen Lorenz Hart en Richard Rodgers (Andrew Scott). Hart spreekt met diep respect over Rodgers. “Hij is een genie. Er is niemand met zijn bereik en vindingrijkheid, zijn toffe, mannelijke melodieën die aanzwellen als heimachines.” Tegelijk is hij meedogenloos eerlijk: Rodgers is volgens hem een kilhartige klootzak maar wel een die een melodie kan laten zweven.

Naarmate de avond vordert, wachten we op het moment waarop Hart het onvermijdelijke contact zoekt met Rodgers, die voortdurend wordt opgehouden door mensen die hem feliciteren met het succes van zijn musicalpremière. Hart krimpt steeds verder ineen, maar vertrouwt op zijn woorden. De confrontatie die volgt is ingetogen en pijnlijk. Nadat ze zich even hebben teruggetrokken uit de drukte zegt Rodgers: “Ik dank mijn beroepsleven aan jou. Je werk is briljant.“ Maar dan wordt duidelijk waarom hij na twintig jaar niet langer met Hart kon samenwerken. Het is geen verwijt, maar een vaststelling – en juist daardoor zo vernietigend.

Blue Moon is een hommage aan een briljante verteller die zichzelf langzaam buitenspel heeft gezet. Dankzij de tour de force van Ethan Hawke is Lorenz Hart geen voetnoot in de muziekgeschiedenis, maar een levende, tragikomische figuur die uiteindelijk zichzelf verloor.

 

14 januari 2026

 

ALLE RECENSIES

Terugblik filmjaar 2025 – Deel 1

Terugblik filmjaar 2025 – Deel 1:
Waarom Max Verstappen geen wereldkampioen werd

door Cor Oliemeulen

Het filmjaar 2025 was bijzonder leerzaam. Zo bleek dat aliens gebreide truien dragen (Bugonia), is Shakespeare hét medicijn bij traumaverwerking (Ghostlight), houden vampieren van Ierse volksdans (Sinners), dragen Italiaanse kardinalen rode onderbroeken (Parthenope), zingen The Beatles graag ABBA (The Last Viking) en mag je tijdens sabbat niet autorijden maar wel een dozijn mensen afknallen (Caught Stealing). Eén ding is zeker: Max Verstappen had met gemak zijn vijfde wereldtitel op rij gewonnen als Brad Pitt op het stoeltje van Red Bull-coureur Yuki Tsunoda had gezeten (F1: The Movie).

Bij het samenstellen van mijn persoonlijke top 5 heb ik me vooral laten leiden door verwondering: films die me verrasten en niet meer loslieten.

F1: The Movie

F1: The Movie

 

5 – A Complete Unknown
Wie een film maakt van je muzikale jeugdheld, moet van goeden huize komen. De regisseur, James Mangold, die twintig jaar geleden met Walk the Line een sterke biografie van Johnny Cash maakte, kreeg het voordeel van de twijfel. Cash en Dylan: twee muzikale genieën die pas zichzelf werden door eerst niet meer geliefd te zijn. Maar ja, Timothée Chalamet heeft vast niet dezelfde geloofwaardigheid als Joaquin Phoenix. Tenminste, dat dacht ik.

Met de zegen van Bob Dylan zelf belichaamt Timothée Chalamet overtuigend de jongen uit een mijnstadje in Minnesota die begin jaren zestig met gitaar en mondharmonica in New York arriveert. Daar gaat hij meteen op zoek naar zijn grote voorbeeld: folkzanger Woody Guthrie. Dylan is weerbarstig, gesloten en soms onaangenaam, wat aan de oppervlakte komt in zijn relaties met Sylvie (Elle Fanning) en folkicoon Joan Baez (Monica Barbaro). In het gezelschap van een al even legendarische Pete Seeger (amusante rol van Edward Norton) volgt A Complete Unknown Dylans eerste successen en zijn groeiende reputatie als protestzanger, om uiteindelijk toe te werken naar het moment waarop hij, tot schok van velen, als folkheld de elektrische gitaar omarmt.

De grootste verrassing van de film is dat Chalamet al die tientallen nummers zelf zingt en speelt. Zo nu en dan klinkt zijn stem daadwerkelijk als die van Dylan, maar knapper is dat hij zich nergens inhoudt en dezelfde energie en nonchalance aan de dag legt. Sinds ik de film heb gezien, draai ik weer regelmatig platen van Bob Dylan.

 

4 – Frankenstein
James Whale maakte in 1931 van Frankenstein een filmmythe: expressionistisch, tragisch en met een iconische rol van Boris Karloff. In The Bride of Frankenstein (1935) werd het ‘monster’ emotioneel en zelfs ironisch. In de volgende decennia mocht Frankenstein opdraven in horrorverhalen, parodieën en drama’s waar het monster een mens van vlees en bloed is – nou ja, samengesteld uit lichaamsdelen van verschillende overledenen, maar wel met een ziel. Mary Shelley’s Frankenstein (1994) van Kenneth Branagh komt – zoals de filmtitel al suggereert – het dichtst in de buurt van het boek.

Ook in de nieuwe Frankenstein toont Guillermo del Toro (The Shape of Water) het ‘monster’ als een gevoelig, intelligent en moreel bewust wezen. De horror is grotendeels verdwenen, de tragedie en een gevoel van mededogen krijgen de overhand.

“Ik kan niet sterven én niet leven”, jammert de creatie (Jacob Elordi) van dokter Victor Frankenstein (Oscar Isaac) als hij merkt dat de schoonzus van zijn schepper het monster beter wil leren kennen. Maar Frankenstein wil dat kost wat kost verhinderen, want hij vindt zijn creatie niet intelligent en bovendien gevaarlijk. In Del Toro’s epische sprookje blijkt de schepper zelf het monster en moet hij uiteindelijk afrekenen met zijn eigen hoogmoed en lafheid. Niet de creatie is ontspoord, maar de wetenschapper die weigert verantwoordelijkheid te dragen.

 

3 – One Battle After Another
Het is tien jaar geleden dat Leonardo DiCaprio zijn eerste en dusver enige Oscar won, hoewel de beer met wie hij toen een strijd op leven en dood voerde die prijs ook wel had verdiend. Met One Battle After Another krijgt de acteur een nieuwe kans, omdat regisseur Paul Thomas Anderson zich ditmaal meer dan anders richt op het grote publiek. Zijn gebruikelijke thema van macht in intieme relaties is een stuk minder zichtbaar en diepgaand dan in There Will Be Blood (vader-zoon), The Master (leider-volgeling) en Phantom Thread (kunstenaar-partner). In plaats daarvan serveert hij een plot vol tempo, dreiging, spanning en politieke satire.

Dat betekent geenszins dat DiCaprio een oppervlakkige rol speelt. Als voormalige radicale activist – die zestien jaar later wordt ingehaald door zijn verleden als een oude vijand opduikt (Sean Penn) – is zijn personage genuanceerd. Hij is verslaafd, paranoïde, chaotisch, emotioneel uitgeput en schuldbewust. Een antiheld die er alles aan doet om zijn dochter (Chase Infiniti) te beschermen, gesteund door een uiterst coole sensei (Benicio Del Toro).

Daarentegen zagen we Sean Penn zelden zo eng: een meedogenloze militaire discipline en een ongemakkelijke, dierlijke zwakte voor zwarte vrouwen. Met zijn huichelachtigheid lijkt hij kansloos voor de ballotagecommissie van de Christmas Adventures Club: een uiterst geheim genootschap van witte mannen die dromen van een alternatieve samenleving. Als het personage van DiCaprio dat clubje vroeger had gekend, had hij er vast een bom onder gelegd.

 

2 – The Brutalist
Adrien Brody won begin dit jaar al de Oscar voor beste acteur. In The Brutalist kruipt hij in de huid van László Tóth, een Hongaarse architect die na de Tweede Wereldoorlog zijn heil zoekt in de Verenigde Staten. In Europa was hij een gevierd modernist, maar in Amerika is hij onbekend en berooid: verslaafd, complex, eigenwijs en sociaal onhandig, wachtend tot zijn vrouw en nichtje de oversteek kunnen maken. Getekend door zijn verblijf in een concentratiekamp functioneert László beter via zijn werk dan via relaties.

Hij wordt ingehuurd door een snobistische rijkaard (Guy Pearce), die zichzelf ziet als weldoener en graag pronkt met de Europese kunstenaar. De opdracht is een ontmoetingscentrum voor de gemeenschap. Het resultaat is een betonnen kolos die nauwelijks iemand mooi vindt, maar die met de toevoeging van een groot kruisbeeld alsnog groen licht krijgt. Daarna stapelen de tegenslagen zich op – ook op persoonlijk vlak.

Brady Corbet giet bijna vier decennia in een indrukwekkende studie van immigratie, antisemitisme, kunst, trauma en de Amerikaanse droom, uitgespreid over ruim drieënhalf uur. Een droom die dreigt te ontaarden in een nachtmerrie. Helemaal aan het eind wordt de oorsprong van László’s brutalistische stijl onthuld, en voelt The Brutalist zelf als een architectonisch bouwwerk: groots, zwaar en onontkoombaar.

 

The Seed of the Sacred Fig

The Seed of the Sacred Fig

1 – The Seed of the Sacred Fig
Mohammad Rasoulof behoort tot een van de belangrijkste Iraanse filmmakers van zijn generatie – en tegelijk een van de meest vervolgde. Zijn films stellen morele vragen bij macht, gehoorzaamheid en verantwoordelijkheid binnen de Islamitische Republiek. Dat leverde hem internationaal prijzen op, maar in eigen land gevangenisstraffen, werkverboden en reisrestricties. Tijdens het maken van The Seed of the Sacred Fig kreeg Rasoulof opnieuw een zware veroordeling opgelegd. Hij ontvluchtte Iran en voltooide de film in Duitsland.

De film speelt zich af in Teheran en volgt een ogenschijnlijk doorsnee gezin: vader, moeder en twee tienerdochters. Op de achtergrond woedt de maatschappelijke onrust na de dood van Mahsa Amini, die in 2022 werd opgepakt omdat zij haar hoofddoek ‘onjuist’ had gedragen en kort daarna overleed in de gevangenis. Haar dood leidde tot massale protesten, ook op universiteiten, en tot hard politiegeweld. Rasoulof toont de opstand via schokkerige smartphonebeelden, gedeeld door de dochters. Zo sijpelt de buitenwereld het gezin binnen.

De spanning stijgt als vader promotie maakt tot onderzoeksrechter. Zijn eerste taak is het ondertekenen van een executiebevel, zonder inzage in het dossier. Na enige aarzeling koestert hij zijn nieuwe functie, want dat betekent meer status, kans op een ruimere woning en een afwasmachine voor zijn vrouw. Zijn dochters moeten zich terughoudender gedragen dan ooit.

Als vaders dienstpistool plotseling verdwijnt, kantelt de film. Hij weet zeker dat zijn vrouw of een van de dochters het wapen heeft weggenomen. Maar aangifte doen zou het einde van zijn carrière betekenen. Wat volgt is een sluipende escalatie waarin wantrouwen, machtsmisbruik en angst het gezin langzaam vergiftigen. Het gezinsdrama ontvouwt zich als een claustrofobische thriller. Zelden voelde cinema zo onverhuld als een daad van verzet.

 

25 december 2025

 

Deel 2 – Ralph Evers: Er was tenminste weer een regisseur zichtbaar
Deel 3 – Jochum de Graaf: De verschillende vormen van comedy
Deel 4 – Tim Bouwhuis: Door de lens van filmfestivals
Deel 5 – Bob van der Sterre: De absurde top 20
Deel 6 – Zoë van Leeuwen: Een ode aan Letterboxd
Deel 7 – Bert Potvliege: Verdrinken in werelden

Angel’s Egg (4K re-release)

****
recensie Angel’s Egg
Alsof de tijd is bevroren

door Cor Oliemeulen

Een klein meisje met droevige ogen zwerft door een verlaten, versteende stad die deels onder water staat. Onder haar jurk draagt ze een groot ei, dat ze angstvallig beschermt. Een jongen, met een wapen in de vorm van een kruisbeeld op zijn schouder, volgt haar. Hij lijkt geïnteresseerd in het ei. Soms rijden er grote machines door de stad en zien we schimmen van soldaten die op grote schaduwen van vliegende vissen jagen. We kijken naar Angel’s Egg (1985), een vergeten meesterwerk dat veertig jaar na de geboorte gerestaureerd in de bioscoop draait.

Het surrealisme van de Japanse filmmaker Mamoru Oshii doet nauwelijks denken aan dat van Salvador Dalí. Dit Spaanse boegbeeld van het surrealisme zou de beelden in Angel’s Egg fantastisch hebben gevonden, maar de pure, onafgebroken somberheid zou voor hem vast te monotoon zijn geweest. Dalí’s werk is vaak theatraal en vol (bizarre) energie, Oshii’s met de hand getekende film is stil, kil en melancholisch.

Angel's Egg

Hier steken gigantische, verlaten gebouwen willekeurig uit het water omhoog, alsof ze de restanten zijn van een lang verdwenen beschaving. De architectuur voelt onlogisch en onbewoonbaar: geen echte stad, maar een droomdecor. Er zijn slechts twee ‘levende’ mensen – het meisje en de jongen – die nauwelijks een paar zinnen met elkaar wisselen. Allebei lijken ze op een missie, een pelgrimstocht. Alles om hen heen lijkt stil te staan, alsof de tijd zelf is bevroren.

Meditatieve ervaring
Angel’s Egg laat zich kijken als een kunstwerk, begeleid door psychedelische muziek, vaak met de etherische stemmen van een koor. De sfeer is 72 minuten lang dystopisch, donker, dromerig, raadselachtig. De achtergronden zijn rijk en gedetailleerd, alsof elk beeld een schilderij is. Tegelijk zijn de personages juist eenvoudig getekend. Dit sterke contrast benadrukt hoe klein en kwetsbaar ze zijn in deze schaduwrijke wereld, die vooral existentiële vragen oproept.

Het verhaal kent geen kop noch staart. De jongen vertelt het meisje weliswaar over een zondvloed en de Ark van Noach, waardoor er een zweem van christelijke symboliek ontstaat, maar de kijker hoeft geen nadere uitleg of conclusie te verwachten. Zelfs regisseur Oshii gaf in interviews toe dat ook hij eigenlijk geen idee had waar zijn film precies over gaat. Hij koos voor langzame en schaarse bewegingen, statische shots, symboliek en stilte. Een meditatief tempo dat uitdaagt voor je eigen interpretatie. Of voor een moment van innerlijke rust.

Angel's Egg

De symboliek van water
Mamoru Oshii zei dat hij zich sterk had laten beïnvloeden door de Russische filmmaker Andrej Tarkovski. Zo staat in diens Solaris (1972) water symbool voor herinnering, schuld en een innerlijke strijd; de oceaan is zelfs een soort levend bewustzijn. En net als in Tarkovski’s Stalker (1979) is Angel’s Egg traag, mysterieus en filosofisch, met een verlaten landschap dat bijna een eigen persoonlijkheid heeft. Bij Oshii staat water niet alleen voor vernietiging, maar ook voor stilstand, reflectie en misschien zelfs wedergeboorte – zoals de slotscène doet vermoeden.

Het is bijzonder dat Paradiso Films de filmliefhebber anno 2025 deze unieke, meditatieve kijk- en luisterervaring gunt. Angel’s Egg was destijds een enorme financiële flop. Mamoru Oshii kon hierna drie jaar lang geen werk krijgen. Hij noemde de film “een beklagenswaardige dochter die ik niet goed aan de wereld kon voorstellen”.

Ook Ghibli-regisseur Hayao Miyazaki had zo zijn bedenkingen. Hij vond de film niet slecht, maar begreep dat die zó extreem en compromisloos was, dat hij nauwelijks een publiek kon vinden. Nadat ook Oshii commerciëler ging denken, bereikte hij tien jaar na Angel’s Egg met Ghost in the Shell (1995) zijn verdiende wereldsucces. Die combinatie van filosofische diepgang, actie en een helder verhaal werd later ook door de makers van The Matrix omarmd, maar de stille oorsprong daarvan ligt in Angel’s Egg.

 

9 december 2025

 

 

ALLE RECENSIES

Nouvelle Vague

***
recensie Nouvelle Vague
Een vrouw en een wapen zijn voldoende

door Cor Oliemeulen

De geboorte van de Nouvelle Vague in Frankrijk is een van de belangrijkste momenten in de filmgeschiedenis. Met zijn gelijknamige biografie brengt Richard Linklater een nostalgische ode aan de revolutionaire filmbeweging met een reconstructie van de totstandkoming van À Bout de Souffle (1960), dat op een vrije, speelse manier afrekende met de stoffige tradities van de toenmalige cinema. Maar waar de nieuwe beweging durfde te schokken, blijft Linklater binnen de lijntjes kleuren.

Al vanaf de opening van het in stemmig zwart-wit 4:3 beeldformaat geschoten Nouvelle Vague druipt de liefde voor film en de filmgeschiedenis van het scherm. Het culturele leven van het Parijs van 1959 bruist. Een hele reeks figuren van de nieuwe generatie filmmakers verschijnt voor de lens: François Truffaut – verantwoordelijk voor de allereerste film van de beweging, Le Beau Serge (1958) – en Claude Chabrol, maker van de tweede film, Les Cousins (1959). Samen met Éric Rohmer en Jacques Rivette maken zij deel uit van Cahiers du Cinéma, een invloedrijk filmtijdschrift én de broedplaats van de nieuwe generatie filmmakers. Hun boodschap: de regisseur is de belangrijkste creatieve kracht achter een film.

Nouvelle Vague

“Zolang je maar niet acteert”
Jean-Luc Godard (Guillaume Marbeck) noemt zichzelf de enige redacteur van Cahiers du Cinéma die nog niets heeft gepresteerd. Op de redactie pakt hij stiekem wat geld uit een la en rijdt naar het Filmfestival van Cannes voor de première van Truffauts meesterwerk Les 400 coups (1959). Nu moet en zal hij ook een speelfilm maken! Een producent wil hem wel steunen, maar alleen als hij een scenario van Truffaut zal verfilmen. Uiteindelijk krijgt hij toch groen licht voor zijn eigen ideeën – ook al blijft lang onduidelijk waar de film over gaat.

“Voor het maken van een film is een vrouw en een wapen voldoende,” zegt Godard tegen de producent die een “realistische, sexy film noir” voor ogen heeft. Zijn beoogde hoofdrolspeelster  vindt Godard in het gezicht van Jean Seberg (Zoey Deutch), dat hij op de cover van een magazine ziet: “Haar wil ik.” De man met het wapen moet Jean-Paul Belmondo (Aubry Dullin) zijn. De acteur speelde al in een korte film van Godard en stemt meteen toe als zijn vriend hem opzoekt in een boksschool.

De eerste ontmoeting tussen Seberg en Belmondo is de opmaat voor nog meer prettig onheil. De actrice heeft zojuist de opnames van Otto Premingers Bonjour Tristesse afgerond en zegt: “Hierna valt iedere andere regisseur wel mee.” Als ze aan haar tegenspeler vraagt of Godard iets om acteurs geeft, krijgt ze te horen: “Zolang je maar niet acteert.”

Ondoorgrondelijk personage
De productie van Godards eerste speelfilm À Bout de Souffle gaat anders dan iedereen – behalve Godard zelf – zich had voorgesteld. Linklater maakt het gebrek aan script en structuur mooi zichtbaar. Godard schrijft ideeën op papiertjes, Seberg en Belmondo krijgen hun tekst vlak voor het draaien. Vaak is één take genoeg, want de stemmen worden achteraf toch gedubd. De producent wordt met de dag nerveuzer en begrijpt amper wat Godard aan het maken is.

Ook sterk is de uiterst gedetailleerde reconstructie van de filmset en filmwereld van 1959. Linklater duikt niet zozeer in Godards psyche, maar in de energie, speelsheid en chaos waarmee zijn werkwijze ontstond. Godard oogt zelfverzekerd, maar ook ondoorgrondelijk. Die keuze is bewust en begrijpelijk, omdat de figuur Godard – met die eeuwige zonnebril – altijd door een bepaalde geheimzinnigheid werd omgeven.

In Le Redoutable (2017) van Michel Hazanavicius leer je Godard veel beter kennen. Na zijn vroege successen zien we een man vol twijfel, cynisme, zelfspot en toenemend politiek radicalisme. Hij gooit stenen naar de politie tijdens demonstraties en worstelt met zijn relatie. Hier leef je veel meer mee met Godard, en waarschijnlijk komt dat ook omdat Hazanavicius zijn hoofdrolspeler een lichter getinte zonnebril laat dragen, zodat je hem in de ogen – en ziel – kunt kijken.

Nouvelle Vague

De revolutie is een attitude
Nouvelle Vague is een must voor cinefielen en mensen die een goed idee willen krijgen over het ontstaan van À Bout de Souffle (vanaf 11 december in een 4K-restauratie in de bioscoop) – of lees deze reis in de tijd. Hoewel Linklaters film zelden echt sprankelt, blijft de onvoorwaardelijke liefde voor film van begin tot eind voelbaar. En er valt regelmatig te lachen. Bijvoorbeeld tijdens een buitenopname van Godards filmdebuut als de cameraman zich in een postkarretje moet proppen zodat voorgangers niet in de gaten hebben dat er op straat wordt gefilmd. Of het bezoek van de beroemde Italiaanse filmmaker Roberto Rossellini aan de redactie van Cahiers du Cinéma die uitlegt hoe je volgens hem een film moet maken – om bij zijn afscheid nog even wat eten van een schaal te graaien en Godard te vragen of hij geld kan lenen.

Dat À Bout de Souffle vernieuwend werd en de eerste Nouvelle Vague-film met een gigantische impact, had uiteindelijk minder te maken met wat er op de set gebeurde dan met wat er in de montagekamer ontstond. Godard ging knippen binnen de scènes, door middel van ‘jump cuts’, waardoor het lijkt alsof de film ‘haast’ heeft. Richard Linklater toont dat de revolutie niet zit in de technologie, maar in de attitude.

 

27 november 2025

 

 

ALLE RECENSIES

The Room Next Door (2024)

The Room Next Door (2024)
“Ik denk dat ik een goede dood verdien”

door Cor Oliemeulen

Het oeuvre van Pedro Almodóvar is grofweg in twee periodes in te delen. Van campy en absurdistisch in de beginjaren tot dramatisch en reflecterend in de laatste decennia. Al die tijd vormen kwetsbare maar sterke vrouwen en het eeuwige gevoel van verlangen een rode draad. Dat geldt ook voor The Room Next Door (2024), Almodóvars eerste Engelstalige film en winnaar van de Gouden Leeuw in Venetië. Een aangrijpend verhaal over vriendschap op de weg naar euthanasie.

Ingrid (Julianne Moore) hoort bij een signeersessie van haar boek dat haar oude vriendin Martha (Tilda Swinton) ongeneeslijk ziek is. Tijdens hun rendez-vous in een New Yorks ziekenhuis leren we Martha kennen als een sympathieke, maar emotioneel geremde vrouw. Haar beheersing van gevoelens komt voort uit ervaringen als oorlogsverslaggever en het gemis van het contact met haar dochter Michelle. Maar er is meer aan de hand.

The Room Next Door

Omgaan met afscheid
Martha neemt Ingrid in vertrouwen en vraagt haar om een opmerkelijke gunst. Ze vertelt dat ze euthanasie gaat plegen en dat ze zelf het juiste moment zal kiezen. Ze heeft voor een maand een huis in de natuur gehuurd en wil dat Ingrid haar daar gezelschap houdt. Martha heeft een pil gekocht in het illegale circuit en zal op de bewuste dag de deur van haar kamer dichtdoen zodat Ingrid weet dat ze is overleden. Met haar kalmte en vastberadenheid overtuigt ze Ingrid toe te stemmen. Martha heeft alles zorgvuldig voorbereid, dus Ingrid kan later nooit als medeplichtige worden beschouwd. Aangekomen in het modernistische huis in de bossen van Woodstock is Martha één ding vergeten: haar pil.

Foto: Brigitte LacombeEenmaal gesetteld herhalen ze herinneringen op en ontstaat er een diepe verbondenheid. Het besef van nabije sterfelijkheid slingert heen en weer tussen intense emoties en bewuste terughoudendheid, versterkt door stiltes en blikken. Martha beschermt Ingrid tegen te veel emotionele belasting door zo veel mogelijk afstand te houden, en toont tegelijk haar vastberadenheid. Martha’s overheersende ingetogenheid vertraagt het drama, maar wie goed kijkt en probeert mee te voelen, ziet de subtiliteit in Swintons spel, alles in dienst van een waardig afscheid.

Stijl en kleuren
Naast die verbondenheid en kracht van zijn vrouwelijke personages staat Pedro Almodóvar bekend om uitbundig kleurgebruik in meubels, stoffen, vazen en kunstobjecten. Felle tinten zoals rood, blauw en geel symboliseren vaak passie, identiteit en verlangen. Ze versterken een intense, theatrale sfeer en vormen een visuele taal die gevoelens uitdrukt waar woorden tekortschieten.

In The Room Next Door draagt de kleding bij aan de visuele identiteit van de film. Ingrid verschijnt vaak in ingetogen tinten als grijs en groen, wat haar kalme aard weerspiegelt. Martha daarentegen is gehuld in opvallende kleuren als roze en felgeel, die haar ultieme levenskracht benadrukken. Het contrast tussen beiden is treffend, maar niet verrassend: Tilda Swinton hult zich vaak in uitgesproken kleuren die haar expressieve uitstraling versterken.

The Room Next Door

Symboliek van de architectuur
Het huis speelt een cruciale rol, als een stille getuige van afscheid. De immense architectonische villa met zijn ongewone hoeken en schuine vlakken – in de bossen van Woodstock, maar in werkelijkheid Casa Szoke nabij Madrid – ligt op een helling en versmelt met de natuurlijke omgeving. Almodóvar gebruikt het als een derde hoofdpersoon. Door de grote ramen lopen binnen en buiten in elkaar over; ’s avonds creëren de reflecties van bomen en de lichtval een spel van zowel intimiteit als afstand.

Langzaam vervaagt de grens tussen binnen en buiten, tussen leven en dood. Binnen heerst de besloten wereld van sterfelijkheid; buiten bloeit de natuur en beweegt de tijd onverstoorbaar voort, weerspiegeld in de ramen en het zachte avondlicht. Toch gaat ook een mensenleven door. Nadat Ingrid de levenloze Martha op een ligstoel op het terras aantrof, verschijnt op precies dezelfde plek op een dag haar dochter Michelle (eveneens gespeeld door Swinton).

The Room Next Door is te zien in Eye.

 

25 oktober 2025

 

THEMAMAAND TILDA SWINTON

Filmmarathon: Jane Fonda

5 onbekende films van bekende Amerikaanse actrice
Filmmarathon: Jane Fonda
Twee redacteuren van InDeBioscoop dompelen zich een weekend lang onder in de goede dingen des levens en vijf relatief onbekende films van de Amerikaanse actrice Jane Fonda.

 

1. Tall Story (1960)

BOB:
Ja, een wespensteek, een stortbui, een defecte routeplanner, niets heeft me weerhouden om de jaarlijkse nazomerse filmmarathon te bezoeken! Jane Fonda! Van Barbarella tot Klute, van aerobics tot een hoog IQ, van activistisch tot favoriete Amerikaanse actrice van velen.

Tall Story? Wat is dat met deze titel? Een romcom over lange mensen? O, het is een film over basketballen. Met Anthony Perkins als basketballer? Dat klinkt als Sylvester Stallone als voetballer… o, wacht….

Jane Fonda speelt student June Ryder, die om een of andere reden twee professoren (docenten ethiek en wiskunde) helemaal zenuwachtig maakt met haar mind games. Ze bespeelt hen omdat ze met Anthony Perkins, de typisch Amerikaanse supersportheld, wil. En ze krijgt wat ze wil: Perkins wordt haar vriendje.

Dan wordt het lastig te volgen. Er is iets met oppassen, zijn taxibaan en een belangrijke wedstrijd die hij gedwongen wordt om te verliezen. Ingewikkeld! Het is een beetje als komische romcom bedoeld maar slaat al snel af richting een melodramatisch verhaal. De verfilming is statisch: het had ook een toneelstuk kunnen zijn.

Tall Story is een typisch voorbeeld van iets dat is blijven hangen in het jaar dat het werd uitgebracht, en die tijd was een overgang tussen twee perioden, het is niet zo heel braaf meer als de jaren vijftig maar toch veel te braaf voor wat erna zou komen. Jane Fonda heeft een leuke, tegendraadse rol, en dat gaat haar goed af, en dat in haar eerste film.

Beste quote uit de film: “Hoe zou jij het vinden als iemand jou onder de microscoop zou zien vrijen?”

 

COR:
Die eeuwige fascinatie en obsessie voor stoere sporthunks en smachtende cheerleaders in Amerikaanse films begint me al weer snel op de zenuwen te werken. Maar toch, als ik net als jij zojuist 70 kilometer met zware bepakking zou hebben gefietst, zou ik wel weten wie het melkzuur uit mijn vermoeide kuiten mocht masseren.

Dat klinkt misschien wat seksistisch, maar vergeleken met Jack Warner, de producent van Tall Story, val ik vast nog mee. Warner droeg regisseur Joshua Logan op om bij Jane Fonda (die een cheerleader speelt) aan te dringen om vullingen in haar beha te doen.

Tja Bob, in onze eerdere filmmarathons leerde ik dat jij altijd wel in bent voor juicy details, dus heb ik ondertussen maar even in Fonda’s autobiografie gebladerd. Zo lees ik dat de regisseur Jane’s wangen te dik vond, waardoor ze volgens hem te snoezig voor drama’s was en daarom nooit een groot actrice zou kunnen worden. Iemand anders zou zelfs hebben gesuggereerd om haar kaken te breken en enkele kiezen te laten trekken!

Leuk trouwens om ook Anthony Perkins in een van zijn eerste hoofdrollen te zien. Hij is de beste basketballer van het team en benadert scoren “op een wetenschappelijke manier”. Yeah, right! Voor Alfred Hitchcock geen bezwaar, want die castte Perkins hetzelfde jaar voor de psychopathische moteleigenaar in Psycho.

 

2. The Chase (1966)

COR:
The Chase is van een geheel andere orde. De lieflijke, naïeve romantiek van Jane Fonda’s debuut maakt plaats voor deze thriller van Arthur Penn, een van de pioniers van New Hollywood. Dan hebben we het over artistieke vrijheid voor de regisseur, een sociaal geëngageerd plot, opnames op locaties en expliciet geweld.

De film barst uit zijn voegen van (te veel) acteersterren, waardoor je je moeilijk kunt identificeren met hun personages.

Het verhaal is simpel: boef Buffer (Robert Redford) is ontsnapt uit de gevangenis en wordt onterecht beschuldigd van de dood van een politieagent. Buffer is op weg naar zijn liefje Anna (Jane Fonda) in een Texaans stadje, waar een industrieel de scepter zwaait en sheriff Calder (Marlon Brando) de opgefokte orde probeert te handhaven.

Het memorabele einde kon niet voorkomen dat de film flopte in Amerika. Arthur Penn brak een jaar later door met Bonnie and Clyde, waarin de rebellie en het anti-autoritaire karakter van de nieuwe Amerikaanse samenleving (in films) veel meer tot de verbeelding spraken.

En Jane Fonda? Die klaagde over haar bescheiden rolletje (wel met mooi accent) in The Chase. Ze had zoveel tijd tijdens de opnames dat ze bijvoorbeeld een groot strandfeest voor Hollywood-collega’s organiseerde en nodigde The Byrds uit die zojuist waren doorgebroken met Dylan’s Mr. Tambourine Man.

The Chase was met negen kwartier wel een lange zit. Tijd voor een wandeling.

 

BOB:
Ha, dat strandfeest had ik wel bij willen zijn om de sfeer van 1966 te proeven. Jij hebt toch connecties met Axel F. Jomich en zijn filmhuis van het verleden? Neemt hij ook bezoekers mee?

Ja jemig – negen kwartier die ik niet meer terugkrijg. Wat een langdradige film, met maar spaarzame hoogtepunten, terwijl ik best uitkeek naar een Arthur Penn-film. Het heet The Chase maar die duurt maar tien minuten.

Wat ik zo gek vind aan de film is dat na de ontsnapping van Buffer letterlijk iedereen het constant over hem heeft. 800 keer hoor je zijn naam vallen, terwijl nooit duidelijk wordt waarom ze nou allemaal precies die stress hebben. Het is ook nog een aardige dude.

En helemaal mee eens dat er weinig chemie is tussen karakters, acteurs en verhaal, zoals jij al zei. Brando als sheriff is bijna een mini-film in de film. Redford en Fonda zijn een leuk duo tezamen maar veel te kort in beeld. Edward Fox is verwarrend. Anderen zijn ronduit klootzakken. Voor wie de film het beste uitpakt, is Robert Duvall in zijn rol als slapjanus-bankassistent.

Btw: kaken laten breken om acteur te kunnen worden? Wtf?

 

3. Tout va bien (1972)

BOB:
Die pauze had ik hard nodig om de negen kwartier die ik nooit meer terugkrijg weg te spoelen. Uden is wel groener dan ik dacht maar een paar koffiebarretjes erbij zou wel leuk zijn.

Je hebt nu wat voor me? Godard? Godard én Fonda? Ik ben verbaasd.

We zien hoe echtpaar Yves Montand en Jane Fonda (ze spreekt vloeiend Frans) een vleesfabriek bezoeken die bezet wordt door boos personeel. Zij werkt bij CBS en mag een item maken met de min of meer gegijzelde directeur. Maar het personeel gijzelt hen ook. Veel kabaal en drukte.

Aan de ene kant heeft de film begrip voor de arbeiders. De twee krijgen een spoedcursus arbeiderscultuur en gaan zelfs hun werk doen. En aan de andere kant bespot de film ook wel de Parijse studentenrevolutie van ‘68 – vooral met de lange monoloog van de directeur. Mooie quote: “Er zijn boeren die boeren. Arbeiders die werken. En bourgeois die bourgeoisiën.”

Genoeg Godardiaanse momenten. We zien acteurs direct in de camera praten, horen dialogen buiten beeld en luisteren naar een monoloog over klassenstrijd. Het dwars doorgesneden decor van de fabriek is ingenieus en de film alleen al waard. Een soort groot poppenhuis.

Fonda en Montand ogen soms wat zoekende met hun spel. De onderschatte Vittorio Caprioli (ook erg vermakelijk in Le Magnifique) als opgesloten directeur steelt de show.

En ja, er is dus een link van Jane Fonda met de Franse cinema. Deze film met Godard was niet eens haar eerste Franse film. In 1964 speelde ze al in La Ronde, met Alain Delon, van Roger Vadim, met wie ze zou trouwen en een kind krijgen.

Wat is er toch veel moois te kiezen met Jane Fonda om en nabij de jaren zeventig. Toppers als Klute, They Shoot Horses, Don’t They?, Barefoot in the Park en China Syndrome. Ik ga dan toch voor Klute. Wat is jouw favoriet?

 

COR:
Tijdens onze vorige filmmarathon vroeg jij of ik voor het eerst in mijn leven een IPA-biertje wilde proberen. Hoewel ik die niet te zuipen vond, laat ik mij ditmaal verleiden tot mijn allereerste glas alcoholvrije wijn ooit. En ik moet bekennen: je gaat er al net zo veel door lullen als met echte wijn.

Tout va bien van Godard is natuurlijk een mooi voorbeeld van hoe hij destijds worstelde met het kapitalistische systeem en zijn hang naar het communisme. Opvallend is de casting van Jane Fonda, een Amerikaanse journalist die de werkvloer wil leren kennen en samen met Yves Montand worsten draait in een vleesfabriek. Met haar nieuwe, rebelse kapsel (een nonchalante, in laagjes geknipte pony) lijkt ze zo weggelopen van de set van Klute (1971).

Godard was in zijn nopjes dat hij Fonda had kunnen strikken. Hij kreeg de financiering rond omdat ze inmiddels een gevierde actrice was. Bovendien was ze activist.

Fonda had helemaal geen zin in Tout va bien, kreeg felle ruzie met Godard, maar besloot het beste ervan te maken. Ze zat met haar gedachten bij de Vietnamoorlog, waartegen ze fel protesteerde. Jane Fonda had met Donald Sutherland (haar tegenspeler in Klute) zojuist een reis gemaakt langs Amerikaanse legerbases om soldaten te steunen die zich tegen de oorlog keerden.

Na de opnames van Tout va bien vloog ze naar Hanoi, de hoofdstad van Noord-Vietnam. Fonda wilde met eigen ogen zien wat de Amerikaanse bombardementen daar aanrichtten en riep op de radio piloten op om te stoppen met bombarderen. Nadat ze werd gefotografeerd op een Noord-Vietnamese luchtafweerinstallatie, kreeg “Hanoi Jane” bij thuiskomst bakken kritiek en haat over zich heen. Later zou de actrice meermaals spijt betuigen over die foto.

Na Klute won Fonda haar tweede Oscar voor haar rol in Coming Home (1978) als vrouw van een marineofficier die verliefd wordt op een Vietnamveteraan in een rolstoel. Misschien wel haar beste rol, om jouw vraag te beantwoorden.

 

4. The Electric Horseman (1979)

COR:
Voordat ze zich in de eighties ging storten op aerobics-films (die bewaren we voor een andere marathon), sloot Fonda haar boeiende jaren 70-carrière af met The Electric Horseman. Na The Chase (1966) en Barefoot in the Park (1967) opnieuw een romance met Robert Redford.

Het personage van Redford was vijf keer allround wereldkampioen rodeo totdat hij aan de drank raakte en zijn dagen slijt als een in lichtjes gestoken paardrijder op de Las Vegas Strip. Aangemoedigd door een reporter (Fonda) wil hij een daad stellen en zijn arme paard onttrekken aan de publiciteit en verdere mishandeling.

Fonda en Redford vormen een goed koppel, hun onderlinge bewondering en aantrekkingskracht spatten er soms van af. Maar ja, de jaren 80 liggen op de loer, dus zien we al regelmatig afzichtelijke kleren, brillen en kapsels, en worden we bedolven onder het gemauw van Willy Nelson. Zeg Bob, vond jij ook dat Fonda met die foute broek, laarzen en lippenstift eruit ziet als Dustin Hoffman in Tootsie?

Het verhaal is voorspelbaar, maar gelukkig is onze voormalige rodeokampioen direct van zijn alcoholverslaving genezen nadat onze bemoeizuchtige reporter hem diep in zijn ogen heeft gekeken.

 

BOB:
Ik moet zeggen: deze film is inderdaad weinig vernieuwend maar het was het kijken waard. Redford is best goed, vond ik, vooral aan het begin als dronken en verlopen rodeoheld (en inderdaad verdomd snel sober is, misschien ging hij ook over op alcoholvrije wijn?).

Een man-hunt ontstaat en Fonda, de stadse mediavrouw, helpt hem in ruil voor een verhaal. Al kost het wat overtuiging. “Ik ben niemands verhaal, maar mijn eigen persoon.”

Natuurlijk leuk contrast. Grappen over Fonda’s stadse outfit (kan me niet herinneren of ze op Dustins Hoffmans Tootsie lijkt?). Haar onhandige laarzen en te zware koffers. Het is een soort roadmovie met een paard en een winnebago.

Aan cinema heeft deze film van Sydney Pollack (overigens de regisseur van Tootsie!) niet veel te bieden, het is vergelijkbaar met andere makkelijk wegkijkende Pollacks, zoals Bobby Deerfield en Three Days of the Condor, opnieuw met Redford, wiens recente overlijden we met deze marathon zo ook een beetje eren.

En voor de verandering véél Jane Fonda, en altijd weer intens, het lijkt alsof de automatische piloot niet bestaat in haar acteerwereld.

 

5. Et si on vivait tous ensemble? (2011)

BOB:
De laatste film begint hoopvol met de uiteenzetting van een aantal personages in een vriendenkring van vijf ouderen. Ze gaan samen in een commune wonen. En ze huren een etnograaf in (Daniel Brühl). Die ook moet dealen met de sekslevens van ouderen.

Gemakkelijk is het niet. Ruzie om een tuin (“Ik wil er een zwembad van maken”), een man die escortdames inhuurt, een affaire die uitkomt.

Het is een met veel waterig melodrama aangelengde komedie (arthouse). De humor zit hem in de soms zich anarchistisch gedragende ouderen. Het melodrama zit hem in het ouder worden, met een onvermijdelijk einde.

Niks tegen films over ouderen. Deze is redelijk eerlijk en er zijn er weinig van denk ik. Toch hoeven ze niet zo weinig verrassend te zijn, met als doel om maar een zo breed mogelijk arthousepubliek aan te boren. De film doet helaas verder niets, filosofisch of in stijl.

Fonda doet niet onder voor de vloeiende Fransozen maar ze kan ook niet echt uitblinken met dit scenario. De scènes met Daniel Brühl zijn wel vermakelijk (“Ik? Je grootmoeders leeftijd?”). Pierre Richard heeft echte komedietalenten, maar hier is hij vooral serieus.

Er is een stripboekserie waar ik ook aan moest denken: Les Vieux Fourneaux. De strip is vergelijkbaar maar iets geestiger dan deze film van Stéphane Robelin. Onvermijdelijk ook verfilmd in 2018 met… opnieuw Pierre Richard! Helaas is die verfilming ook niet echt geweldig.

De filmmarathon eindigt hiermee wel een beetje met een sof, maar goed, een marathon is ook 42.195 meter cinema, en na de dertig begint het altijd pijn te doen…

 

COR:
Ik moest bij deze film denken aan The Best Exotic Marigold Hotel – opvallend genoeg verschenen in hetzelfde jaar als Et si on vivait tous ensemble? – met daarin seniore grootheden van de Britse cinema. Ook al zo’n kluchtig verhaal met dramatische elementen over ouder worden.

Ondanks het aandoenlijke slot moeten we misschien onze volgende filmmarathon eindigen met een meer spectaculaire film – hoewel het altijd fijn is om te zien hoe een actrice of acteur zich ontwikkelt van jeugdig debuut tot de herfst van de carrière.

Om maar met Jane Fonda te spreken: “Dit is wat ik zeg over ouder worden: het lijkt echt beangstigend wanneer je er van buitenaf naar kijkt. Maar als je er eenmaal in zit, is het helemaal niet eng. Je voelt je zelfs beter.”

 
18 oktober 2025

 

 
Meer filmmarathons

LIFF 2025 – Deel 2: Angst voor een naderend einde

LIFF 2025 – Deel 2:
Angst voor een naderend einde

door Cor Oliemeulen

Twee films op het LIFF 2025 onderzoeken hoe mensen omgaan met de dreigende ondergang van de wereld. Peak Everything combineert de angst voor de gevolgen van de ecologische crisis met melancholische romantiek, terwijl de psychologische horror-roadmovie It Ends de existentiële twijfel pas echt voelbaar maakt.

 

Peak Everything

Peak Everything – Liefde in de tijd van ecologische crisis
Bij het kijken van Peak Everything dringt al snel de vergelijking op met Her (2013). Beide romantische drama’s draaien om eenzame mannen die via technologie onverwachte liefde vinden. Waar Spike Jonze’s Her de blik richt op de relatie tussen mens en kunstmatige intelligentie in een hypertechnologische toekomst, richt Peak Everything van de Canadese filmmaakster Anne Émond zich op menselijke nabijheid in een wereld die zucht onder ecologische en existentiële druk.

Adam (Patrick Hivon) is de zachtaardige en kwetsbare eigenaar van een hondenkennel, maar zijn omgang met mensen verloopt moeizaam door zijn depressie. Adam heeft angst voor de klimaatcrisis en het einde van de wereld, zoals wij die nu kennen. Hij probeert fit te blijven, doet aan meditatie en heeft een pyramidelamp voor lichttherapie. Als het ding sneuvelt, neemt hij contact op met de telefooncentrale van het bewuste bedrijf en krijgt hij Tina (Piper Perabo) aan de lijn. Haar stem, haar betrokkenheid en haar begrip hebben dezelfde invloed op Adam als de (computer)stem van Samantha op Theodore in Her. Eindelijk een vrouw die hem begrijpt en hem lijkt te mogen voor wie hij is. Als Adam op een dag geen contact meer met Tina kan krijgen, stapt hij in de auto en gaat op zoek naar haar. Dan blijkt dat het ‘echte leven’ er anders uitziet dan intieme gesprekjes via de telefoon.

Peak Everything (Franse titel: Amour Apocalypse) is een ambitieuze film. Het koppelen van serieuze thema’s als de klimaatcrisis, mentale gezondheid en eenzaamheid aan een lichtvoetige romkom zie je zelden. Wat meteen te binnen schiet, is Silver Lining Playbooks (2012), maar ook daar is het afwisselen van zwaarmoedige momenten met humor en romantiek soms een uitdaging. Toch slaagt ook Peak Everything erin deze balans te behouden, wat duidelijk wordt als Adam weer contact krijgt met Tina en hun gesprekken hem hoop en menselijke nabijheid bieden.

Echter Tina blijkt getrouwd en heeft twee dochtertjes, van wie er een in haar arm snijdt omdat ook zij bang is voor het eind van de wereld, zo vertrouwt het meisje Adam toe. Tina probeert een knoop door te hakken en zegt tegen Adam: “Je bent te verdrietig voor ons.” Adam vertrekt met pijn in zijn hart en wacht op wat komen gaat. We kunnen alleen maar hopen dat hij niet in paniek raakt op het moment dat een naderende storm zijn kennel treft, en dat hij leert omgaan met de storm in zijn hoofd.

Kijk hier waar deze film draait (mits niet uitverkocht). 

 

It Ends

It Ends – Existentiële horror op de eindeloze weg
Waar Peak Everything laat zien dat zowel de planeet als de menselijke emotie hun grenzen bereiken, confronteert It Ends zijn personages met een eindeloze weg vol existentiële onzekerheid.

Vier zojuist afgestudeerde jongeren in een auto willen een hapje gaan eten, maar raken zo met elkaar aan de praat dat ze de afslag hebben gemist. Maar was er wel een afslag? Ze rijden door, want misschien volgt er nog een afslag. Maar nee, de weg waarop ze rijden, is eindeloos. Ze zetten de auto aan de kant en kijken rond. Plots wat tumult en geschreeuw. Een groepje opgefokte mensen rent richting de jongeren, die angstig in hun auto springen en wegrijden. Waren het zombies? Ze leken vastberaden, maar ook angstig, en een van de jongens heeft flinke krassen op zijn arm.

De vier zijn in een nachtmerrie beland. Ze blijven rijden – nacht wordt dag, dag weer nacht – maar het einde van de weg komt niet in zicht. De geluidsband jaagt zo nu en dan de kijker de stuipen op het lijf, zeker nadat de jongeren weer eens uitstappen en steeds na zo’n anderhalve minuut door aanstormende mensen uit de bossen worden belaagd. En zo gaat de autorit maar door: duizenden en duizenden kilometers. De benzinetank raakt niet leeg, en de inzittenden hebben nooit honger en dorst.

De jongeren vragen zich af wat er aan de hand is. Zitten ze in een wormgat? Is dit de hel, een straf van God, omdat een van hen iets slechts heeft gedaan? En zo krijgt de horror langzaam een existentieel karakter. De dreiging komt niet van een monster of van een moordenaar, maar door angst, onzekerheid en keuzes. In It Ends zijn het de worstelingen van de huidige Generatie Z, waarmee ook de doelgroep van de film wordt aangesproken.

Generatie Z is de jongste volwassen generatie, opgegroeid met internet, smartphones en sociale media, maar ook bewust van hedendaagse uitdagingen, zoals klimaatverandering en mentale gezondheid. De Amerikaanse regisseur Alexander Ullom is maar iets ouder dan zijn acteurs en legt met een al even jonge generatie filmmakers de thema’s van de hedendaagse jonge volwassenen realistisch bloot. De eindeloze weg wordt een indringende metafoor voor de onzekerheid over het bestaan. De vraag is uiteindelijk wie zich neerlegt bij het onvermijdelijke, en wie blijft vechten tot het einde.

Kijk hier waar deze film draait (mits niet uitverkocht).

 

14 oktober 2025

 


MEER FILMFESTIVAL

LIFF 2025 – Deel 1: Vaders en zonen

LIFF 2025 – Deel 1:
Vaders en zonen

door Cor Oliemeulen

De banden tussen vaders en zonen zijn soms gespannen, maar vaak betekenisvol. In dit eerste deel van ons verslag van het Leiden International Film Festival (LIFF) 2025 zien we hoe die relatie zich op drie manieren ontvouwt. Van een tiener die voor zijn zieke Mexicaanse vader moet zorgen, via twee Nigeriaanse jongens die hun vader nauwelijks kennen, tot een eenzame tennisleraar die op een Spaans eiland onverwacht een jongen onder zijn hoede krijgt. 

 

Olmo

Olmo – Dude, Where’s My Stereo?
Kleine scènes, grote emoties. Zo laten de films van Fernando Eimbcke zich kort samenvatten. In twee decennia maakte de Mexicaanse regisseur slechts vier speelfilms, die allemaal gaan over opgroeien en gezinsdynamiek. “We kunnen veertig of vijftig jaar oud zijn, maar we keren steeds terug naar dat moment in de kindertijd, naar die adolescentie waarin we ons vormden, fouten maakten en veel twijfels hadden, maar ook ontdekkingen en successen”, vertelde hij na het verschijnen van zijn vorige film, Club Sandwich (2013). Hierin verliest een moeder het contact met haar 14-jarige zoon die alleen aandacht heeft voor zijn vakantieliefde.

In Olmo volgen we de gelijknamige puberjongen (Aivan Uttapa) van een Mexicaans-Amerikaans gezin. Op een dag moet hij geheel tegen zijn zin in zijn eentje zorgen voor zijn bedlegerige vader, die lijdt aan multiple sclerose. Liever gaat Olmo met zijn beste vriend Miguel naar een feest van zijn aantrekkelijke buurmeisje, maar dan moet hij wel het stereoapparaat (van zijn ouders) meebrengen. De worsteling tussen de verlangens van een tiener en de verantwoordelijkheid voor zijn familie is geloofwaardig.

De nostalgie voor de late jaren 70 – zonder mobiele telefoons of moderne technologie – schept een sfeer waarin alledaagse dingen, zoals de stereo, maar ook kleding en auto’s, meer betekenis krijgen. De film kent een traag tempo en een minimalistische stijl, met een statische camera die dicht bij de personages blijft. Zo ligt de focus voortdurend op kleine, menselijke details: een blik, een aanraking, een handeling, een glimlach.

Fernando Eimbcke vindt met Olmo een goede balans tussen ernst en humor. De film blijft licht, want de onderliggende thema’s als ziekte, familieverplichtingen en immigratie zijn al zwaar genoeg.

Kijk hier waar deze film draait (mits niet uitverkocht).

 

My Father’s Shadow

My Father’s Shadow – Cultuur snuiven in onrustig Lagos
Waar een puberjongen als Olmo zijn zieke vader kan missen als kiespijn, hebben de twee zoontjes van acht en elf in My Father’s Shadow verdriet dat ze hun vader bijna nooit zien. Deze Folarin (Sopé Dìrísù) is in tegenstelling tot hun moeder ongeschoold en moet naar de grote stad Lagos voor werk. Maar er is een politieke en economische crisis in Nigeria en Folarin heeft nog een half jaar salaris tegoed. Er zit niks anders op dan met zijn zoontjes naar Lagos te gaan om het geld te innen.

My Father’s Shadow, het speelfilmdebuut van Akinola Davis, is de eerste Nigeriaanse (deels Engelse) productie die werd geselecteerd voor de officiële competitie van het Filmfestival van Cannes. Op weg naar Lagos zijn er momenten van visuele poëzie – shots van de natuur, insecten, wind – gecombineerd met korte scènes waarin realiteit en herinnering in elkaar overvloeien. Langzaam ontstaat er voor de twee zoontjes ruimte voor gesprekjes met hun vader, een fatsoenlijke, emotionele man, die zich kwetsbaar toont over zijn leven en over de maatschappij, maar tegelijk een schijn ophoudt. Daarnaast geeft de film een sfeerbeeld van het leven in de grote Afrikaanse metropool door de ogen van de jongens. Close-ups van gezichten, grote drukte, brandstofschaarste en vooral veel militairen op straat. De spanning rond de Nigeriaanse presidentsverkiezing wordt langzaam voelbaar.

De film, die vooral opvalt vanwege de bijzondere beeldvoering en de suggestieve montage, speelt zich af op één dag (12 juni 1993). Terwijl mannen in een vol café wachten op de verkiezingsuitslag, volgen de zoontjes de politieke discussies over hoop en vrees voor de terugkeer van het militaire gezag. Uiteindelijk neemt de dreiging steeds meer toe. Plots beïnvloedt een beslissing van de overheid het lot van eenvoudige families, ook die van Folarin, die samen met zijn kroost het geweld probeert te ontvluchten.

“Ik zie je in mijn dromen”, klinkt een jongensstem als een leidmotief door de film heen. Het roept de vraag op of vaders en zonen ooit echt aan elkaar kunnen ontsnappen – of dat de personages van My Father’s Shadow, net als hun land, voor altijd met elkaars schaduw verstrengeld blijven.

Kijk hier waar deze film draait (mits niet uitverkocht).

 

Islands

Islands – Eenling wordt vaderfiguur
Islands van de Duitse regisseur Jan-Ole Gerster wordt aangekondigd als een psychologische thriller, maar veel meer is zijn jongste film een drama over een eenling die de zin en de uitdaging van het leven heeft verloren. Hij is een ex-tennisprof die nu lesgeeft aan vakantiegangers in een all-inclusive resort op het Spaanse eiland Fuerteventura.

De openingsscène toont al direct hoe deze Tom (Sam Riley, die nog teert op zijn glansrol in Anton Corbijns Control uit 2007) de neiging heeft om zich te isoleren. Met een kater wordt hij wakker in het zand van een grote, open vlakte. Hij sjokt naar zijn jeep, want hij moet weer tennisles geven. Grote kans dat hij vanavond weer in de kroeg en in het bed van een wildvreemde vrouw belandt. Toch lijkt Tom een heel schappelijke vent, die zijn leven leeft als een oneindige vakantie.

Zijn dagelijkse routine verandert met de komst van Anne (Stacy Martin) en Dave (Jack Farthing) die hun 7-jarig zoontje Anton aanmelden voor privé-tennisles. Tom raakt gecharmeerd van Anne, en voordat hij het weet, trekt hij op met het gezinnetje en raakt hij betrokken bij het persoonlijke drama van het koppel. Nadat Tom en Dave ’s avonds een kroeg induiken, komt laatstgenoemde niet thuis. Later wordt een zwerver die Dave’s schoenen draagt, aangehouden. En terwijl Anne zich vreemd gaat gedragen, ontfermt Tom zich over Anton.

Islands draait vooral om de interactie tussen de volwassen hoofdpersonages. Gesteund door de mooie cinematografie die het gevoel van isolatie versterkt, maakt Jan-Ole Gerster invoelbaar dat ze alle drie op hun eigen eiland leven, vervreemd van hun dromen en van elkaar. Drank, vluchtige relaties of vakantie werken slechts als een kortdurend escapisme. Ondanks dat de verdwijning van Dave een gevoel van spanning en mysterie oplevert, roept de regisseur uiteindelijk meer vragen op dan hij beantwoordt.

Kijk hier waar deze film draait (mits niet uitverkocht).

 

10 oktober 2025

 


MEER FILMFESTIVAL

Caravaggio (1986)

Caravaggio (1986)
Een film als een schilderij

door Cor Oliemeulen

Tilda Swinton dacht dat ze maar één film zou maken. Ze kwam uit de theaterwereld en zocht naar kunstzinnige projecten. Haar samenwerking met Derek Jarman leidde ertoe dat ze in acht van zijn films verscheen. Hun reis begon met Caravaggio (1986), Jarmans eigenzinnige interpretatie van het leven van de Italiaanse barokschilder, bekend om zijn licht-donkercontrasten en rauwe, realistische taferelen. De film toont hem als een briljant kunstenaar met een destructieve kant, terwijl Swintons personage zijn grillige persoonlijkheid blootlegt.

Swintons filmdebuut in Caravaggio valt niet los te zien van de periode waarin Jarman de film maakte. Engeland verkeerde in politieke en sociale beroering: Thatchers beleid zorgde voor polarisatie, stedelijke kunst- en LGBTQ+-gemeenschappen zochten nieuwe, kritische vormen van expressie, en de opkomst van aids bracht angst en kwetsbaarheid, vooral in de kunstscene. Zie hier de voedingsbodem voor Jarmans intense ondertoon.

Caravaggio

Caravaggio (Foto: British Film Institute)

De filmmaker Derek Jarman
Derek Jarman was veelzijdig: regisseur, schilder, kostuumontwerper, schrijver en homorechtenactivist. Hij stond bekend om zijn experimentele en vaak provocerende films met politieke en maatschappelijke thema’s. Zijn doorbraak kwam met Jubilee (1978), een kritisch portret van een Engeland vol sociale ontwrichting, drugsgebruik en een nihilistische punkbeweging, terwijl Jarman al net zo makkelijk de monarchie, de consumptiemaatschappij en religie op de hak nam.

Een decennium later vermengde Jarman in Caravaggio (1986) en The Last of England (1987, ook met Swinton) film, poëzie en schilderkunst tot een eigenzinnige stijl. Naast hun artistieke en provocerende kwaliteiten, hebben veel van zijn films uit die tijd een queer-georiënteerde inslag. Geen expliciet politieke statements, maar stevige kritiek op macht, hypocrisie en sociale conventies. Vaak fragmentarisch, chaotisch en surrealistisch, en dus ook vernieuwend.

Deze vernieuwende stijl krijgt in Caravaggio extra betekenis dankzij de low-budgetproductie: de beperkte middelen dwongen Jarman creatief om te gaan met decors, licht en compositie. Daardoor krijgt dit drama vaak een toneelachtige uitstraling, met geïsoleerde sets en zorgvuldig geënsceneerde scènes die doen denken aan podiumvoorstellingen en schilderijen. Het geheel werkt als een poëtische collage, waarin tekst, dialoog en visuele stijl elkaar versterken.

Foto: Brigitte LacombeDe kunstenaar Caravaggio
Jarman wilde geen film maken over een schilder, maar een film die een schilderij was. “Caravaggio was een straatjongen, een oplichter en een outsider, daarom voelde ik me zo close met hem”, zei hij na het verschijnen van de film.

Caravaggio is gebaseerd op de historische figuur Michelangelo Merisi da Caravaggio (1571-1610). De film is eerder een poëtische interpretatie dan een biografische reconstructie.

Vanaf zijn sterfbed in 1610 blikt de armoedige renaissancekunstenaar Caravaggio (Nigel Terry) terug op zijn bewogen driehoeksverhouding met twee van zijn modellen: crimineel Ranuccio (Sean Bean) en diens liefje Lena (Tilda Swinton).

In Jarmans beleving is Caravaggio’s kunstenaarswereld een microkosmos van macht, intriges en afhankelijkheid. Sociale status bepaalt wie succes heeft en overleeft. Zijn reputatie als schilder van religieuze taferelen trekt de aandacht van kardinaal Del Monte, die hem bescherming biedt en toegang tot invloedrijke kringen, maar ook loyaliteit en wederdiensten verwacht, waarbij seksuele spanning tussen hen wordt gesuggereerd. Zo zijn kunst, macht (van kerkelijke autoriteiten) en verlangens in Caravaggio’s wereld onlosmakelijk met elkaar verbonden. Tegelijkertijd is er hypocrisie: hij schildert heiligen en Bijbelse scènes, terwijl zijn eigen leven vol conflicten, geweld en (homo)seksuele vrijheid zit.

De “bewuste fouten” in tijd en stijl
De film is bezaaid met mooie, literaire teksten: niet louter informatief, maar symbolisch en reflecterend op Caravaggio’s innerlijke belevingswereld. Hierop stapelt Jarman bewust een aantal anachronismen: elementen die niet in Caravaggio’s tijd thuishoren, maar zijn bedoeld om de kijker uit zijn historische comfortzone te halen en parallellen met de moderne wereld te trekken.

Zo verwijst de spontane verschijning van een typemachine naar bureaucratie, terwijl het plotselinge treingeluid een gevoel van dreiging en ontsnapping oproept. Het taalgebruik uit de Londense underground van de jaren 80 plaatst Caravaggio’s conflicten en verlangens in een universele, tijdloze context, waardoor de emoties en strijd van de personages voor een hedendaags publiek voelbaar blijven.

Tilda Swinton debuteert in Caravaggio

Tilda Swinton debuteert in Caravaggio

De tijdloze look van Tilda Swinton
In een interview met The Guardian legde Tilda Swinton uit waarom Derek Jarman haar castte. “We mochten elkaar heel erg en ik leek op meisjes in schilderijen.” Veel critici zijn het er over eens dat het gezicht van de actrice iets abstracts heeft dat je kunt ‘lezen’ als klassiek én modern. Met haar androgyne uitstraling kan ze zowel mannelijk als vrouwelijk, alsook engelachtig of demonisch, spelen. In Caravaggio zien we voor het eerst haar bleke huid (met blosjes op de wangen), de scherpe gelaatstrekken en haar klassieke schoonheid – alsof ze uit een zeventiende-eeuws schilderij is gestapt.

Swinton heeft een tijdloze uitstraling die een eeuwenoud archetype weerspiegelt. In Orlando (1992) reist haar personage door vier eeuwen en verandert probleemloos van man in vrouw. Als Witte Heks in The Chronicles of Narnia (2005) is ze sprookjesachtig en koel modern tegelijk. In Only Lovers Left Alive (2013) belichaamt ze letterlijk onsterfelijkheid, en in Doctor Strange (2016) is ze de “Ancient One”, een bron van eeuwenoude wijsheid.

En zo werd wat één film had moeten zijn, een imposante filmcarrière die Tilda Swinton tot een van de meest bijzondere en veelzijdige actrices van onze tijd maakt.

Caravaggio is in een digitaal gerestaureerde versie te zien in Eye en een aantal andere bioscopen.

 

30 september 2025

 

THEMAMAAND TILDA SWINTON

Heldin

****
recensie Heldin
Veel meer dan pleisters plakken

door Cor Oliemeulen

Florence Nightingale zorgde in de 19e eeuw dat verpleging een erkend en professioneel beroep werd, met duidelijke standaarden. Floria Lind laat in Heldin zien hoe een verpleegkundige vandaag de dag, ondanks hoge werkdruk en personeelstekort, haar werk met zorg en menselijkheid uitoefent.

Floria begint goedgemutst haar late dienst op de oncologische chirurgische afdeling van een Zwitsers ziekenhuis, samen met een arts en een stagiaire. Haar werkzaamheden zijn heel divers: van medicijnen toedienen en vitale functies controleren, tot wonden verzorgen, patiënten begeleiden en dossiers bijhouden. Maar dat is lang niet alles wat op haar pad komt.

Heldin

Rollercoaster
Een eenzame patiënt heeft extra aandacht nodig en wil een foto van zijn hond laten zien. Dan moet Floria weer iemand troosten, geruststellen of een hand vasthouden. Een oudere patiënt raakt in paniek; Floria zingt een liedje om haar te kalmeren, en haast zich daarna naar de volgende patiënt.

De Zwitserse/Italiaanse filmmaakster Petra Volpe (Die göttliche Ordnung, 2017) introduceert de toegewijde verpleegkundige in een rollercoaster die voelt als een one-take real-time ervaring. Tijdens haar ronde wordt er regelmatig elders in het ziekenhuis hulp gevraagd. Ze beantwoordt vragen van familieleden van patiënten, maar krijgt ook verwijten toegeworpen nadat iemand tevergeefs is gereanimeerd.

Omgaan met emoties
Heldin is gezegend met de hoofdrol van Leonie Benesch, die in 2009 doorbrak in Das weiße Band van Michael Haneke. De Duitse actrice schitterde in Das Lehrerzimmer (2023) als jonge lerares op een middelbare school die te maken krijgt met intimidaties nadat ze de moeder van een leerling verdenkt van diefstal. Ook al zo’n rol waarin Benesch laveert tussen toegewijd haar professie uitoefenen en het ontplooien van uiteenlopende emoties.

Ook bij een heldin kan onder druk soms het elastiek bijna breken. Als Floria gaat kijken bij een rijke patiënt die een kamer voor zichzelf heeft en zich beklaagt omdat hij te lang heeft moeten wachten op een kopje verse muntthee, kan ze haar emoties even niet in bedwang houden. In een impuls gaat ze over tot een daad, die niet alleen woede bij de patiënt veroorzaakt, maar later in de film een staartje zal krijgen.

Heldin

Want naast de registratie van alle werkzaamheden van Floria die alle ballen in de lucht moet zien te houden, kent Heldin enkele gedramatiseerde wendingen die de hoge werkdruk en emotionele belasting van de verpleegkundige ook bij de kijker extra voelbaar maken. Wat heel goed werkt en mooie ontroering oproept, is het eind van de film als Floria na een lange, intensieve dienst neerploft op een stoel in de bus op weg naar huis, waar ze nog een heel bijzonder bezoek van een patiënt krijgt.

Mens of robot?
“Verpleegkundigen zorgen voor ons als we ziek en oud zijn, als we het meest kwetsbaar zijn. Iedere dag dragen ze een enorme verantwoordelijkheid”, zegt regisseur Petra Volpe. “Daarom wilde ik een film maken die dit beroep viert.”

Heldin beleefde in februari haar wereldpremière in Berlijn, nadat een aantal verpleegkundigen op de rode loper de aandacht had gevestigd op het schrijnende personeelstekort in de zorg. In 2030 heeft Zwitserland een tekort van 40.000 verpleegkundigen en zijn er volgens gezondheidsorganisatie WHO wereldwijd meer dan 13 miljoen verpleegkundigen te weinig. Bovendien stopt ruim een derde binnen 4 jaar vanwege de hoge werkdruk.

In een wereld waarin de eerste robots aan het bed verschijnen, laat Heldin zien dat verpleegkundigen zoals Floria Lind door hun zorg, aandacht en menselijke betrokkenheid simpelweg onvervangbaar zijn.

 

15 september 2025

 

ALLE RECENSIES