Miles Davis: Birth of the Cool

****
recensie Miles Davis: Birth of the Cool

Portret van een gekwelde trompetkunstenaar

door Cor Oliemeulen

Zelfs als je jazz beschouwt als een gruwelijke bak herrie of onophoudelijk zenuwachtig gefiep, is de documentaire Miles Davis: Birth of the Cool fascinerend om naar te kijken. Een nadere kennismaking met de grootste jazzvernieuwer die minder cool was dan de titel doet vermoeden.

Miles Davis kon zich muzikaal uitstekend aanpassen aan de tijdsgeest: van bebop in de jaren 40, via cooljazz, hardbop, jazzrock, fusion, acid jazz tot en met commerciële nummers in de jaren 80. Niet alleen door de omgevingsfactoren, maar ook door emoties toonde Davis zich een kameleon: net als zovele jazzmuzikanten worstelde hij met een drugsverslaving en daarbovenop had hij problematische relaties met vrouwen. Door middel van interviews en deels niet eerder gebruikte beelden ontstaat het portret van een gekwelde trompetkunstenaar.

Miles Davis: Birth of the Cool

Liever cool dan bebop
Miles Davis (1926-1991) zette in juli 1944 zijn eerste grote schreden in Club Riviera in St. Louis als invaller in een band met jazzlegendes Charlie Parker, Art Blakey en Dizzy Gillespie. De jonge Miles was zo zenuwachtig dat hij voor elk optreden moest overgeven. Zijn welgestelde ouders (vader was tandarts) drongen aan dat hij piano of viool zou gaan studeren. Het werd toch de trompet, maar dan wel aan het beroemde Juilliard-conservatorium in New York. Die studie zou hij niet afmaken, want veel liever trad hij avond na avond op in de clubs van 52nd Street, het toenmalige mekka van de jazz. Na drie jaar spelen in het kwintet van Parker had Davis genoeg van diens snelle, gecompliceerde en virtuoze bebop. Miles wilde voortaan zelf de muzikale lijnen uitzetten. Dat leidde in 1957 tot het baanbrekende album Birth of the Cool. Een nieuwe jazzstijl was geboren.

Terwijl de toenmalige CBS-anchorman Walter Cronkite jazz bestempelde als ‘muzikale herrie’, roemen velen Davis’ cooljazz als elegant, romantisch, kwetsbaar en verrassend. Met meestal een demper op zijn trompet creëerde hij zijn typische, herkenbare timbre met een ingehouden, lyrische, melodieuze speelstijl. Andere mijlpalen zijn Miles Ahead (1957) en Kind of Blue (1959), nog steeds het meest verkochte jazzalbum ooit. Ooggetuigen vertellen hoe Davis voor twee opnamesessies bij Columbia Records collega’s als John Coltrane en Bill Evans slechts wat toonladders en melodielijnen toestopte, de rest van Kind of Blue is improvisatie. Sketches of Spain (1960) is een flirt met Spaanse muziek en Bitches Brew (1970) verruilt de traditionele akoestische instrumenten voor elektrische jazzrock. Criticus Greg Tate noemde Davis een ‘hoodoo voodoo priest of music’.

Miles Davis: Birth of the Cool

Artiesten en intellectuelen
Waar talking heads (kenners, exen, kinderen, jazzgiganten als Ron Carter, Wayne Shorter, Herbie Hancock, Quincy Jones, Mike Stern en Marcus Miller) Miles Davis op muzikaal gebied de hemel in prijzen, krijgt de persoon achter de muzikant ook minder jubelende kwalificaties toebedeeld: koud, direct, excentriek, jaloers, op zichzelf, tegen het asociale aan. Karaktereigenschappen die al dan niet werden versterkt nadat hij gedesillusioneerd terugkwam van zijn verblijf in Parijs in 1949. Daar was geen rassenscheiding en werd hij opgenomen in een kring van artiesten en intellectuelen (Picasso en Sartre waren fan). De Franse zangeres Juliette Gréco vertelt hoe ze verliefd hand in hand met Miles Davis door de straten van Parijs flaneerde, maar aan het sprookje kwam een eind toen hij terug in Amerika weer direct werd geconfronteerd met racisme en zich stortte in een heroïneverslaving die de rest van zijn leven zou bepalen. Net als een aanvaring met een agent die een bloedende Davis naar het politiebureau begeleidde.

Zoals in zijn vorige documentaires neemt filmmaker Stanley Nelson (o.a. The Black Panthers: Vanguard of the Revolution, 2015) de tijd voor rassenongelijkheid. Met zijn opzichtige dure auto’s en luxe kleding was Miles Davis voor sommige blanken een doorn in het oog. Hij portretteert Davis als activist en krachtig symbool voor Afro-Amerikanen die geen blad voor zijn mond neemt. Terwijl in de jaren 60 de jazz door de opkomst van rock en funk minder populair werd, paste Davis zijn muziek aan en zocht hij inspiratie in andere culturen en kunstvormen. Dat leidde onder meer tot zijn opname van het Disney-liedje Someday My Prince Will Come (1961). Davis flipte toen hij op de albumcover een blanke vrouw zag en eiste van Columbia Records om ‘that white bitch’ te verwijderen en te vervangen door Frances Taylor, zijn eerste echtgenote, als eerbetoon aan haar en aan alle zwarte vrouwen.

Miles Davis: Birth of the Cool

Rake anekdotes
Ook in Miles Davis: Birth of the Cool heeft de populaire ex-danseres, Frances Taylor, een prominente plaats. Ze deelt persoonlijke herinneringen, en krijgt (weliswaar erg kort) de kans om ook ’s mans ellende van drugs en paranoia uit de doeken te doen. We zien de pijn in haar ogen als ze vertelt hoe ze direct vertrok nadat Davis haar tegen de grond had geslagen, maar ze zou altijd van hem blijven houden. Ook volgende exen hadden het niet gemakkelijk met de jazzlegende. Een onmiskenbare invloed had de pittige funk- en soulzangeres Betty Mabry eind jaren zestig. Davis was altijd onberispelijk gekleed in een donker pak, maar Betty ging hem hip en extravagant kleden: laag uitgesneden shirts, patchwork broeken met opzichtige riemen en grote zonnebrillen.

De documentaire zoomt echter vooral in op Davis’ hoogtijdagen daarvoor, de decennia waarin geschiedenis werd geschreven, zoals de totstandkoming van zijn geïmproviseerde soundtrack van Ascenseur pour l’échafaud (1958) van Louis Malle. We zien nog wel een kort optreden op het podium met Prince in 1987, maar toen was Davis al erg fragiel als gevolg van jarenlang drugsgebruik. De kijker blijft met een triest gevoel achter, wetende dat er nooit meer iemand van dit muzikale kaliber zal opstaan, maar dat maakt deze biografie niet minder mooi en leerzaam. Misschien is de enige kleine tegenvaller dat je op de aftiteling leest dat het niet de rasperige voice-over van Miles Davis is die je hoorde, maar van Carl Lumbly die voorleest uit de in 1990 verschenen autobiografie Miles. Dat karakteristieke gekraste stemgeluid van Davis (veroorzaakt door een keeloperatie) wordt ook voorbeeldig, en soms gekscherend, geïmiteerd in de talrijke rake anekdotes.

 

7 september 2019

 

ALLE RECENSIES

Celle que vous croyez

***
recensie Celle que vous croyez

Vrouwelijk verlangen in socialmediatijdperk

door Cor Oliemeulen

Wat betekent het om iemand te ontmoeten in een digitale wereld? Wat is de rol van liefdesfantasie voor een vrouw van middelbare leeftijd die door haar man is verlaten voor een veel jongere vrouw? Juliette Binoche trekt alle registers open om weer geliefd en bemind te worden in Celle que vous croyez.

De 50-jarige alleenstaande moeder Claire leidt een dubbelleven vanaf het moment dat ze op Facebook uit nieuwsgierigheid een nepprofiel heeft aangemaakt en valt voor de veel jongere Alex. Overdag is ze lerares Frans en ’s avonds de 24-jarige Clara, organisator van modeshows. De liefde en hunkering van de twee twintigers blijkt wederzijds en de kijker mag zwelgen in hun digitale verrukkingen.

Celle que vous croyez

Trauma
Rode draad in Celle que vous croyez (Degene die je gelooft) zijn de sessies tussen Claire (Juliette Binoche) en haar psychiater Catherine (Nicole Garcia). Claire heeft een trauma opgelopen en neemt ons met hartstochtelijke verhalen mee in haar onfortuinlijke liefdesgeschiedenis. We leren hoe Claire zich gaat gedragen als een 24-jarig meisje, hoe ze zich in het uitgaansleven stort en tijdens telefoonseks met Alex ongegeneerd masturbeert in haar auto. De aanvankelijk stoïcijnse psychiater gaat nu ook ongemakkelijk op haar stoel schuiven en raakt, net als de kijker, steeds verder gevoelsmatig betrokken bij de lotgevallen van haar cliënte.

Binoche overtuigt als de ouder wordende vrouw die verlaten is, moeite heeft de scherven van haar identiteit aan elkaar te lijmen en vlucht in fantasieën om zich weer begeerd te voelen. In spiegelingen vloeien de gezichten van Claire en Clara in elkaar over. Haar twee zoontjes vragen zich af waarom moeder maar steeds rondjes op het schoolplein blijft rijden voordat ze mogen instappen, omdat ze op dat moment een emotioneel telefoongesprek met haar internetliefde voert. Maar waar Claire worstelt met zelfacceptatie en vertedering, ontpopt de eendimensionale Alex zich als een sukkel die niet doorheeft dat hij misschien wel heeft te maken met een bedriegster. Wanneer een ontmoeting in het echte leven onvermijdelijk wordt, kiest Claire eieren voor haar geld.

Celle que vous croyez

Gelaagd
Eind goed al goed, zou je zeggen. Alle kleffe clichés zijn aan bod gekomen, we hebben Binoche weer eens met blakende boezem kunnen aanschouwen en de (oudere) kijker is gewaarschuwd om niet dezelfde stommiteiten te begaan. Echter pas nadat Alex van de aardbodem is verdwenen, begint Celle que vous croyez interessant te worden. Regisseur Safy Nebbou profiteert voluit van de gelaagdheid van het gelijknamige boek van de Franse schrijfster Camille Laurens. Aan Claires fantasieën blijkt geen einde te zijn gekomen en het adembenemende droneshot van twee fietsers op een slingerpad dat vlak langs een enorm ravijn loopt, voorspelt een fascinerende, onvoorspelbare afloop van deze romantische thriller.

Celle que vous croyez is tevens een feministische film, die hamert op de ongelijkheid tussen oudere vrouwen en mannen. Boodschap: angst voor veroudering en het gevoel van (vooral amoureus) te zijn afgeschreven is begrijpelijk, maar als je jezelf niet kunt accepteren, verandert er weinig. Als je gewoon jezelf blijft en je mooiste beentje voorzet, zijn er nauwelijks grenzen aan de mogelijkheden. Toch? Daar heb je echt geen Fakebook voor nodig.

 

1 september 2019

 

ALLE RECENSIES

Ragazza nella nebbia, La

***
recensie La ragazza nella nebbia

Wachten op het laatste puzzelstukje

door Cor Oliemeulen

Een vijftienjarig meisje uit een diepreligieuze familie verdwijnt spoorloos. Een curieuze detective stort zich op de zaak en kan al vrij snel een verdachte leraar aanhouden. Maar is deze wel verantwoordelijk voor de vermissing? La ragazza nella nebbia vraagt veel geduld van de kijker.

Donato Carrisi was al een tijdje actief als producer en scenarist. Aangezien niemand zijn script van de thriller La ragazza nella nebbia (Het meisje in de mist) wilde verfilmen, maakte hij er een boek van en besloot uiteindelijk zijn misdaadverhaal zelf op het witte doek te brengen. Carrisi’s sfeervolle regiedebuut is vooral ambitieus door de vele plotwendingen, waardoor de kijker pas in de allerlaatste minuut de puzzel kan oplossen.

La ragazza nella nebbia

Suspense
In een interview zegt de Italiaan dat hij een verhaal altijd begint met een complex eind. Hij vermijdt elke vorm van geweld en toont nooit bloed, want een suspensefilm heeft dat volgens hem niet nodig. De toeschouwer weet bovendien meer dan de filmpersonages, maar bang zijn hoeft ook weer niet. Nu is Donato Carrisi geen Alfred Hitchcock, want die hield de kijker voortdurend bij de les zonder te vervallen in onnodige zijpaden, stemmingswisselingen en kunstzinnige shots om de boel wat op te leuken.

Carrisi valt in de kuil van menig debuterend filmmaker: teveel willen, uiteindelijk te weinig brengen. Het zoveelste bewijs dat boekverfilmingen (en gekunstelde puzzelverhalen) vaak niet goed uit de pixels komen. Denk bijvoorbeeld aan het vrij recente misdaadverhaal The Snowman (2017), hoewel Donato Carrisi het lang niet zo bont maakt als de Zweedse regisseur Tomas Alfredson die eveneens kon beschikken over een prachtige omgeving en een cast met grote namen.

La ragazza nella nebbia

Atmosfeer en cast redden film
Naast de verdienstelijke donkere thrilleratmosfeer zijn het de acteurs die La ragazza nella nebbia van de grijze middelmaat redden. Toni Servillo (La grande bellezza, 2013) is uitstekend op zijn plek als de mysterieuze detective Vogel die zoals zo vaak bijna geen gelaatsspier vertrekt en acteert alsof hij een dubbele agenda heeft. Ook de verdachte leraar (hij is op de dag van de verdwijning van de scholiere gewond geraakt aan zijn hand en zijn jeep is in de buurt gezien) vertolkende Alessio Boni (La meglio gioventù, 2003) blijft ondoorgrondelijk, zelfs nadat hij zijn baard heeft afgeschoren. Jean Reno (Léon, 1994) als psychiater hoeft slechts wat op afstand te brommen om geloofwaardig te zijn. Ook over de rest van de cast valt weinig te klagen.

Het zijn niet alleen de puzzelstukjes die de kijker op de goede plaats dient te leggen, enige maatschappijkritiek blijft in La ragazza nella nebbia niet achterwege. Bijna elke misdaadzaak wordt tegenwoordig tot in den treure in de media belicht en niemand kijkt meer op hoe cameraploegen zich als een zwerm bijen op verdachten en hun omgeving storten en hoe publieksgeile reporters proberen eeuwige roem te vergaren zonder welk ander belang dan ook in ogenschouw te nemen. Belangen zijn er ook bij de opsporende macht: een zondebok is snel gevonden om persoonlijke en politieke ambities te kunnen waarmaken of om je eerdere falen te verhullen. Je zou bijna vergeten dat ook verdachten en hun advocaten zich vandaag de dag uitstekend in die constellatie weten te bewegen.

 

31 augustus 2019

 

ALLE RECENSIES

Tigers Are Not Afraid

***
recensie Tigers Are Not Afraid

Kinderlijke onschuld, volwassen reactie

door Cor Oliemeulen

Tijgers vergeten nooit iets, kunnen goed zien in het donker, hebben scherpe hoektanden om hun prooi te verscheuren en zijn nooit bang. De tijger is het symbool van kracht voor de vijf weeskinderen die proberen te overleven in een verlaten stadsdeel in Mexico waar een drugsbende mensen ontvoert.

De kinderen moeten vluchten als een van hen, Chino, de telefoon met een belastend filmpje van een drugsbendelid heeft gestolen. Het elfjarige meisje Estrella, wier moeder is verdwenen na een schietpartij bij school, heeft zich aangesloten bij de jochies, maar moet zich eerst op een extreme manier bewijzen. Gewapend met drie wensen (in de vorm van drie krijtjes, gekregen van de juf), gekweld door horrorbeelden van dode mensen en achtervolgd door een stroompje bloed, gaat zij op zoek naar haar moeder, terwijl zij haar kinderlijke onschuld probeert te bewaren door te vluchten in fantasie.

Tigers Are Not Afraid

Liever meeleven dan lachen
Volgens de Mexicaanse regisseur Issa López valt er in haar als donker sprookje vermomde drama soms best te lachen, maar de mate waarin is afhankelijk van het publiek. Mensen in Latijns-Amerika – gevormd door een gewelddadige geschiedenis waar de dood nooit ver weg was – zien eerder de lol door alle ellende om zich heen, met de bloedige drugsoorlog in Mexico als jongste treurige voorbeeld. In hun betrekkelijke onschuld zijn het vooral kinderen die overleven door de schoonheid van de menselijke geest. Eenzelfde soort relativerend vermogen ontdekte López in Belfast, in het verleden vaak ook niet bepaald een vrolijke boel, waar de zaal soms dubbel lag. In Nederland lachte niemand, maar desondanks werd Tigers Are Not Afraid vorig jaar gekozen als beste film op het Imagine Film Festival in Amsterdam.

Net als overal ter wereld zullen kijkers vooral worden geraakt door het emotionele component van de film. Het gevoel van medelijden voor het weinig hoopvolle perspectief van de kinderen is niet meer dan menselijk, maar net als zij wordt de kijker door het gebruik van magisch-realistische en fantasierijke elementen soms afgeschermd van de gruwel. Kinderen zijn immers kwetsbaarder dan volwassenen en kunnen onvoorwaardelijk rekenen op betrokkenheid van het publiek. Terwijl de kijker van de gemiddelde thriller of actiefilm is murw geslagen door de weinig benijdenswaardige bestemming van volwassenen die op al dan niet beestachtige wijze worden vermoord, kan het onheilspellende lot van kinderen gelukkig nog een potje breken.

Tigers Are Not Afraid

Ongelukkig happy end
Is Tigers Are Not Afraid dan wereldwijd overspoeld met waardering en filmprijzen omdat juist argeloze kinderen worden geteisterd door die irritante drugsoorlog? Zou het publiek schouderophalend reageren als slechts volwassenen onder al die gewelddadigheden gebukt gingen? En accepteren we het wanneer volwassenen diezelfde harde realiteit proberen te verzachten door te vluchten in fantasie, of verwijzen we die liever naar pillendraaiers?

Natuurlijk zijn er genoeg films over de greep van de Mexicaanse drugsoorlog op volwassenen, denk aan Heli (2014) waarin nota bene kinderen de meest verschrikkelijke capriolen (zoals marteling) uithalen. In plaats van het rauwe sociaalrealisme in dit deprimerende drama van Amat Escalante, of bijvoorbeeld het neorealisme van Luis Buñuels klassieker Los Olvidados (1950) waarin straatschoffies in Mexico-Stad morele grenzen overschrijden, kiest Issa López in Tigers Are Not Afraid voor een mooi uitgebalanceerde combinatie van drama, magisch-realisme en een vleugje horror. Qua motivatie en uitvoering afgekeken van haar landgenoot Guillermo del Toro in diens superieure Pan’s Labyrinth (2006), waarin een meisje tijdens een fascistisch regime vlucht in haar fantastische doolhof.

Lachen of niet, ook in Tigers Are Not Afraid zitten fragmenten van vrolijke speelsheid (die je bij de meeste volwassenen mist). Dat neemt niet weg dat Estrella’s verzuchting – ‘Elke keer als ik een wens doe, gebeurt er iets ergs’ – zal leiden tot een ongelukkig happy end. Ondanks de authentieke setting en het sterke acteren van de jonge cast beklijft dit donkere sprookje minder dan het eveneens met minimale middelen geschoten, beklemmende Russische oorlogsdrama Anna’s War.

 

23 augustus 2019

 

ALLE RECENSIES

Promesse de l’aube, La

****
recensie La promesse de l’aube

Alles voor moeder en Frankrijk

door Cor Oliemeulen

De liefde van een moeder kan verstikken of leiden tot grote inspiratie. De Frans-joodse schrijver Romain Gary laveerde tussen deze twee uitersten. Hij presteerde vooral om de dromen van zijn moeder te verwezenlijken.

Niet alleen als bejubelde schrijver van ruim dertig boeken, maar ook als oorlogsheld en diplomaat ging Romain Gary de geschiedenisboeken in. De Franse regisseur Eric Barbier verfilmde zijn autobiografie La promesse de l’aube (De belofte van de dageraad) en richt zich voornamelijk op de relatie tussen de veeleisende moeder en de behagende zoon.

La promesse de l’aube

Excentrieke toewijding
De film begint in Mexico-Stad tijdens de Dag van de Doden als Gary in gedeprimeerde toestand met een zwachtel om zijn hoofd wordt aangetroffen, omdat hij denkt dat hij een tumor heeft en spoedig zal sterven. Van hieruit blikken we aan de hand van zijn autobiografie terug op zijn bewogen leven, in drie verschillende periodes (vertolkt door drie verschillende acteurs): zijn kindertijd in Oost-Europa, het volwassen worden in Frankrijk en de harde leerschool van de Tweede Wereldoorlog.

Met name het eerste deel is wat fragmentarisch. Eric Barbier moest kiezen uit de duizelingwekkend talrijke scènes in het boek, maar hij slaagt door middel van een chronologische verteltrant de tijdspanne van twintig jaar overzichtelijk en representatief te maken. Het leven van moeder en zoon blijkt te bestaan uit een aaneenschakeling van (on)mogelijkheden, (on)geluk, maar voor alles vechtlust en een excentrieke toewijding aan elkaar. Zoals zijn moeder bij haar zoon geen zwakte tolereert, zo verzwijgt zij haar suikerziekte.

Discriminatie en vernedering
Geboren als Roman Kacew in het toen nog Russische Vilnius verhuisde hij naar het Poolse Warschau waar haar joodse moeder Nina door hard werken haar best doet om de eindjes aan elkaar te knopen. Gebukt onder discriminatie en vernedering droomt zij van haar ideale land Frankrijk: de keuken, de stijl, de elegantie en de verleiding. “Mijn zoon wordt ambassadeur van Frankrijk en koopt later zijn pakken in Londen”, sneert zij naar de buurtbewoners, die haar uitlachen. “Dat moment bepaalde de rest van mijn leven”, zegt de kleine Romain die zichzelf belooft om zijn moeder te rehabiliteren en gelukkig te maken.

Nina wil dat hij een belangrijk iemand wordt, bijvoorbeeld een virtuoos violist, maar Romain tekent liever. Nee, kunstschilder onder geen beding, want dat zijn arme sloebers, kijk maar naar Vincent van Gogh die zelfmoord pleegde op zijn vijfendertigste. Dan maar literatuur. Romain moet geheel tegen zijn wil een bontjas dragen en als hij wordt gepest moet hij flink van zich afbijten. Volgens Nina zijn er drie redenen om te vechten: voor een vrouw, voor de eer van je moeder en voor Frankrijk – desnoods met gebroken botten of je dood als gevolg.

La promesse de l’aube

Beloofde land
Op zijn elfde emigreert het duo naar het beloofde land. Direct na aankomst in Nice blijkt Nina’s zakelijke instinct dat leidt tot het openen van een pension. Concurrentie qua aandacht duldt ze niet: als ze Romain in bed aantreft met een dienstmeisje, wordt die hardhandig uit huis gezet. Romains poging om zijn moeder te koppelen aan een huurder, een kunstschilder, mislukt. Het is vervolgens niet meer dan logisch dat Romain in Parijs rechten gaat studeren en zich ondertussen gaat bekwamen in het schrijversvak. Hij liegt over zijn vermeende succes, omdat hij zijn moeder nimmer wil teleurstellen. Op een dag zegt Nina dat hij naar Berlijn moet om Hitler te vermoorden, en na de capitulatie van Frankrijk moet Romain dan maar het land bevrijden, zodat zij vol aanzien over de boulevard van Nice kan paraderen.

La promesse de l’aube – in 1970 verfilmd door Jules Dassin met Melina Mercouri als de moeder – verveelt geen seconde omdat er veel noemenswaardige gebeurtenissen in verschillende landen moeten worden verteld. Dit kundig gemaakte opgroeidrama wordt gedragen door twee sterke hoofdrolspelers: Pierre Niney (Yves Saint Laurent, Frantz) als de gekwelde ziel en Charlotte Gainsbourg (Melancholia, 3 Coeurs) die eindelijk eens een keer overtuigt, zowel met haar ziekelijke obsessie voor haar zoon als haar Poolse accent. De rest van de cast figureert geheel in het teken van deze veel meer dan bijzondere relatie tussen moeder en zoon.

 

28 juli 2019

 

ALLE RECENSIES

Coup de Torchon

*****
recensie Coup de Torchon

Donkere schaduw over humaniteit

door Cor Oliemeulen

Een blanke politiecommissaris van een kleine West-Afrikaanse gemeenschap doet zich dommer en zwakker voor dan hij is. In het existentialistische, onheilspellende drama Coup de Torchon staat de filmtitel voor een grote schoonmaakbeurt.

Coup de Torchon (1981) begint met een zonsverduistering, een verschijnsel dat je kunt zien als een donkere schaduw over de menselijkheid die zich de komende twee uur zal ontvouwen. Politiecommissaris Lucien Cordier (een geniale Philippe Noiret) ziet dat vijf in het zand spelende Afrikaanse jongetjes het koud krijgen en maakt snel een vuurtje zodat ze zich kunnen opwarmen. Aan het eind van de film slaat de politiecommissaris half verscholen achter een boom dezelfde jongetjes in het zand gade en richt zijn pistool op een van hen.

Coup de Torchon

Wraakengel
De Franse regisseur Bertrand Tavernier maakte een vrije bewerking van de bejubelde roman Pop. 1280 van de Amerikaanse schrijver Jim Thompson over een sullige sheriff in een gehucht in North-Carolina. Door de manier waarop hij wordt behandeld en de dingen die hij om zich heen ziet, ontpopt hij zich tot een wraakengel die de door hem gechoreografeerde dans probeert te ontspringen. In zijn meesterwerk Coup de Torchon plaatst Tavernier een zelfde ogenschijnlijk ongeïnteresseerde gezagsdrager heel subtiel naar het Senegal van 1938.

Aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog heerst er in deze gemeenschap van krap 1.280 zielen (volgens sommigen zijn het er beduidend minder, want negers moet je niet meetellen als mensen) een sfeer van raciale spanning die is veroorzaakt door de Franse overheersing en van moreel verval van de kolonialisten. Politiecommissaris Lucien Cordier kreeg zijn huidige, relaxte baantje in de schoot geworpen en lijkt geenszins van plan iets te doen aan de wetteloosheid. De pesterijen en vernederingen van zijn omgeving neemt hij aanvankelijk op de koop toe. Zo ook die van twee lamlendige witte rijkaards die uit balorigheid schieten op zwarte slachtoffers van difterie die in de rivier drijven, want alleen witte mensen horen volgens de priester op het kerkhof.

Losbandige speelsheid
Ondanks zijn onnozele uitstraling heeft Cordier succes bij het vrouwelijke geslacht en moet hij zijn aandacht verdelen tussen drie vrouwen: eega Huguette (Stéphane Audran) die thuis seksueel aanrommelt met haar inwonende broer Nono (zanger Eddie Mitchell), de nieuwe onderwijzeres Anne (Irène Skobline) bij wie Cordier zijn gevoelige hart kan luchten, alsook zijn immer naar liefde hunkerende minnares Rose (Isabelle Huppert) wiens agressieve echtgenoot al vrij snel van de aardbodem verdwijnt. Net als in Taverniers Le juge et l’assassin (1976) is er een fantastische chemie tussen de frêle, maar vinnige Rose en de gelaten knuffelbeer Lucien.

Die speelsheid die onvermijdelijk leidt naar een fatale afloop maakt van Coup de Torchon een meer dan geslaagde, zeer natuurlijke film noir die zich ontwikkelt van een hilarisch drama tot een grimmige thriller vol zwarte humor. Wanneer Cordier de nieuwe onderwijzeres Anne voor het eerst ontmoet, zegt hij: “Lesgeven is een nobel vak. Dankzij u kunnen zwarte kinderen straks de namen van hun vaders op Franse oorlogskerkhoven lezen.” En als hij Rose leert met een pistool te schieten, oefenen ze op een poster op de muur van het politiebureau waarop staat ‘Meld je aan voor het koloniale leger’.

Terwijl het opgewonden standje Rose staat voor de losbandige vrijheid in een gemeenschap, die zich nog angstvallig vastklampt aan uitbuiting, racisme en corruptie, evolueert haar geliefde zich tot een Jezusfiguur die liever geen mensen redt, maar bevrijdt. In de avond als het West-Afrikaanse hemelschijnsel de karakters en de omgeving vervaagt, kleurt Tavernier de muren in een surrealistische blauwe gloed en geschieden daarbuiten zaken waarvan niemand weet hoeft te hebben. Bij daglicht kan Lucien Cordier dan de ultieme verlossing regisseren.

 

Kijk hier waar en wanneer Coup de Torchon draait.

 

19 juli 2019
 

MEER ISABELLE HUPPERT
 

 

ALLE RECENSIES

Ballon

***
recensie Ballon

Niet alleen vogels vliegen van oost naar west

door Cor Oliemeulen

Als het zou lukken, zou het DDR-systeem te kakken zijn gezet. Acht Oost-Duitsers proberen in 1979 met een zelfgemaakte heteluchtballon naar het westen te vluchten. Met de onstuitbare drang naar vrijheid en de Stasi op de hielen riskeren ze hun leven. Ballon voelt als een spannende familiefilm met voorspelbare afloop.

Met het neerhalen van de Berlijnse Muur op 9 november 1989 konden mensen plotseling vrij reizen tussen de DDR en de Bondsrepubliek Duitsland. Al direct vanaf de bouw van dit sluitstuk van de verdeling van Europa en Berlijn door de winnaars van de Tweede Wereldoorlog op 13 augustus 1961 probeerden inwoners van oost naar west te vluchten, vooral door het graven van tunnels. Volgens officiële bronnen vielen er in die 28 jaar ten minste 140 doden tijdens de vlucht naar de vrijheid: 101 DDR-inwoners, dertig personen die geen vluchtplannen hadden en toch werden doodgeschoten, alsook acht grenssoldaten (met name deserteurs).

Ballon

Vluchtpogingen
Minder prominent in de geschiedenis is de vlucht naar het westen buiten de stad Berlijn. Bij de talrijke pogingen werden maar liefst 75.000 Oost-Duitsers gearresteerd, terwijl zo’n 800 mensen hun leven aan de grens verloren, meer dan 250 bij grenscontroles door een hartinfarct als gevolg van stress. Na de oprichting van de DDR in 1949 verlieten zo’n 2,7 miljoen mensen het land, na de bouw van de Muur waren dat er nog maar enkele honderden per jaar. De manieren waarop varieerden van inventief tot wanhopig en dom, vaak niet ontbloot van levensgevaar.

Zo zijn er verhalen van vluchtelingen die miniduikboten voor de Oostzee construeerden, gepantserde Trabantjes om door grensovergangen te breken, met pijl-en-boog en een kabelbaan, per luchtbed over de Elbe, een tiener met een bulldozer en zelfs pogingen om een vliegtuig te kapen. Maar het kan nog origineler en gewaagder. Zoals de filmtitel al verklapt, reconstrueert de historische thriller Ballon een spraakmakende vlucht door de lucht in 1979. Acht personen van twee bevriende Oost-Duitse families proberen op 16 september van dat jaar, nadat de helft tijdens de eerste poging was neergestort, met een in elkaar geknutselde heteluchtballon West-Duitsland te bereiken.

Ballon

Bloedhond
Aan de ontsnappingspoging zijn uiteraard de nodige publicaties gewijd. Hollywood verfilmde het avontuur – waarin de vluchters bijvoorbeeld geen tijd meer hadden om de ballon te testen – in Night Crossing (1982) met John Hurt als Peter Strelzyk (Friedrich Mücke), het brein achter de actie. Ook de Duitse regisseur Michael Bully Herbig (in eigen land bekend van hitkomedies) waagde zich aan deze historische thriller. Met medewerking van beide families in kwestie, Strelzyk en Wetzel, verfilmde hij de lotgevallen van de vier volwassenen en vier kinderen zo gedetailleerd mogelijk: van het in het geheim repen aan elkaar naaien op zolder tot het experimenteren met branders. De ballonnen van respectievelijk 28 en 32 meter hoog werden exact nagebouwd, hoewel de 1.250 vierkante meter taft van destijds vanwege schaarste moest worden vervangen door zijde.

En hoe reageert een tienerjongen, die verliefd is op een meisje van een Stasi-gezin, op het verbod om zijn mond te houden en afscheid van haar te nemen? Het is aan haar vader, luitenant-kolonel Seidel (Thomas Kretschmann), om zich geen blamage van zowel de heilstaat als zichzelf te permitteren. Als een bloedhond ruikt hij zijn kansen en stort hij zich met hart en ziel op het opsporen van de landverraders en het onderscheppen van de ballon, als het moet met grof geweld.

 

12 juli 2019

 

ALLE RECENSIES

Cérémonie, La

****
recensie La Cérémonie

Meedogenloze klassenstrijd

door Cor Oliemeulen

Een introvert dienstmeisje raakt innig bevriend met een levenslustige postbeambte die haar ophitst om wraak op het gezin des huizes te nemen. Isabelle Huppert won met haar veelbesproken rol van onruststoker in La Cérémonie van Claude Chabrol haar eerste César na zeven nominaties in twintig jaar.

De onafscheidelijke Franse zusjes Christine en Léa Papin waren inwonende dienstmeisjes die in 1933 werden veroordeeld voor de moord op de vrouw en dochter van hun werkgever in Le Mans. Moordwapens: mes en hamer. De zaak deed veel stof opwaaien, terwijl intellectuelen als Jean Genet en Jean-Paul Sartre zich bogen over de vraag in hoeverre het motief van de zusjes met klassenstrijd had te maken. Er verschenen toneelstukken en boeken, waaronder A Judgement in Stone (1977) van de Engelse schrijfster van psychologische misdaadromans Ruth Rendell dat door de Franse filmregisseur Claude Chabrol werd bewerkt voor La Cérémonie (1995).

La Cérémonie

Dikke maatjes
Sophie (Sandrine Bonnaire) is een introverte jonge vrouw die door Catherine Lelievre (Jacqueline Bisset) wordt aangenomen als dienstmeisje in het grote, afgelegen huis waar zij woont met echtgenoot Georges (Jean-Pierre Cassel), haar zoon en zijn dochter. Sophie doet het huishouden naar behoren, kookt voortreffelijk en trekt zich in haar vrije tijd terug op haar kamer om tv te kijken. Er hangt een zweem van mysterie over haar heen. Zo blijkt dat haar vader op onnatuurlijke wijze is overleden. Tijdens haar sollicitatiegesprek kon Sophie weliswaar een aanbevelingsbrief van een andere welgestelde familie laten zien, maar later blijkt dat ze niet kan lezen en zich in allerlei bochten moet wringen om haar handicap voor het gezin Lelievre te verdoezelen.

Hoewel Sophie erg op zichzelf is, ontwikkelt ze een vriendschap met de recalcitrante postbeambte Jeanne (Isabelle Huppert), die een hardvochtige hekel aan de Lelievres heeft en er niet voor terugdeinst om Georges’ post te openen en de familie in het dorp zwart te maken. Ook zij heeft een verleden: ze verloor haar driejarige dochtertje. Net als het oudste zusje Papin gebruikt Jeanne haar dominante karakter om zich steeds meer aan haar soulmate op te dringen. Wanneer Georges ontdekt dat Jeanne regelmatig stiekem op bezoek komt en nota bene Sophie zijn dochter chanteert, is het uit met de pret en krijgt Sophie een week om haar biezen te pakken.

Opstand
Van hieruit weet Claude Chabrol de spanning met kleine gebeurtenissen en slimme montage tot aan de dramatische finale bijna ongemerkt verder op te bouwen. Het lijkt alsof Sophie en Jeanne zelf helemaal geen idee hebben waartoe ze in staat zijn, wanneer berusting en onverschilligheid langzaam zijn omgeslagen in minachting en haat. Alsof het – nu Sophie is afgedankt en Jeanne toegang tot het huis is ontzegd – niets meer dan vanzelfsprekend is dat de beschimpte arbeider in opstand komt tegen de arrogante welgestelde. De confrontatie tijdens een opvoering van Mozarts Don Giovanni komt over als een alledaagse bezigheid, zoals boodschappen doen.

Chabrol noemde La Cérémonie een marxistische thriller, die een kwarteeuw later nog even ongemakkelijk aanvoelt. Je krijgt weliswaar sympathie voor de underdog, terwijl die dat door zijn handelswijze in feite niet verdient. In Die fetten Jahre sind vorbei (2004) van Hans Weingartner breken jonge activisten in bij zwaarbeveiligde rijkaards om hen in te wrijven hoe kwetsbaar ze zijn, totdat ze worden betrapt en in gesprek gaan met een vermeende uitbuiter. La Cérémonie biedt geen plaats voor filosofische discussies over de klassenmaatschappij en laat het dispuut geheel over aan de kijker.

La Cérémonie

Rode draad
Net als de drie andere hoofdrolspelers van La Cérémonie is Isabelle Huppert perfect gecast. Al in het schandaleuze Les Valseuses (1974) van Bertrand Blier valt de actrice op als iemand die zich afzet tegen de heersende normen, in dit geval als maagdelijk meisje dat er vandoor gaat met twee soms charmante, maar vooral criminele jongemannen die zuchten naar zinnelijk genot. Non-conformisme vormt een rode draad in Hupperts oeuvre van meer dan honderd speelfilms.

Die eigenzinnige rollen zie je ook terug in haar zeven producties met Claude Chabrol, bijvoorbeeld als hoertje dat haar ouders vergiftigt in Violette Nozière (1978), de alleenstaande moeder die abortussen uitvoert in Une affaire de femmes (1988) en de overspelige Emma in Madame Bovary (1991). Laverend tussen ingetogen en intens, afstandelijk en spannend, of melancholiek en hartstochtelijk – bijna zonder uitzondering spat Hupperts spelplezier van het scherm, ook in La Cérémonie.

Houd deze maand onze special in de gaten voor veel meer films met Isabelle Huppert!

Kijk hier het landelijke draaischema van La Cérémonie.

 

6 juli 2019

 
MEER ISABELLE HUPPERT
 
 

ALLE RECENSIES

Elephant Sitting Still, An

*****
recensie An Elephant Sitting Still

Toen kwam er een olifant met een lange snuit…

door Cor Oliemeulen

Een zwaar melancholisch Chinees drama van bijna vier uur en een distributeur die het aandurft om de film aan te kopen en te verdelen in Nederlandse bioscopen. Dat vergt niet alleen moed, maar vooral smaak en kennis.

Voor liefhebbers van films met een rustig tempo en karakterontwikkeling duurt An Elephant Sitting Still geen minuut te lang. Het meesterlijke speelfilmdebuut van de jonge schrijver Bo Hu is tevens zijn magnum opus. Hij maakte een einde aan zijn leven nog voor de release. Kennelijk was alles gezegd.

An Elephant Sitting Still

Vuilnisvat
“Mijn leven voelt als een vuilnisvat. Er komt steeds meer rotzooi in totdat het overloopt”, zegt Yu Cheng. Hij is dan ook niet te benijden. De 17-jarige Huang Ling moet niets van hem hebben, zodat Yu Cheng zijn seksuele heil zoekt bij de vrouw van een vriend, die direct na de ontdekking voor zijn neus van de flat springt. Bovendien hangt het leven van zijn tirannieke broer aan een zijden draadje nadat deze door Wei Bu na een valse beschuldiging op school van de trap is geduwd. Wei Bu, die thuis te maken heeft met een agressieve vader, slaat op de vlucht en vraagt tevergeefs aan zijn vriendin Huang Ling of ze meegaat naar de stad Manzhouli. Volgens de verhalen leeft daar een olifant die de hele dag zit en weigert zijn ogen te openen om zich af te sluiten van alle ellende om hem heen.

Wei Bu verkoopt zijn biljartkeu aan zijn oudere buurman Wang Jin, die ook al geen gemakkelijk leven heeft. Zijn dochter wil dat hij naar een bejaardentehuis gaat, wat gemakkelijker wordt nu Wang Jins hondje door een grote hond is doodgebeten. Huang Ling heeft ondertussen een heimelijke affaire met een schooldecaan, terwijl een filmpje van een van hun onderonsjes op het internet is verschenen. Ook zij hoeft thuis geen steun te verwachten: haar stevig drinkende moeder maakt een zooitje in hun woning en is haar dochter liever kwijt dan rijk.

An Elephant Sitting Still

Het is razendknap hoe regisseur Bo Hu de levens van de vier protagonisten zonder geforceerde plotwendingen of andere kunstgrepen in elkaar vlecht. In elke episode blijft de camera dichtbij het karakter, terwijl de achtergrond (en soms de voorgrond) bewust onscherp is. We horen de ander praten, zien en horen vaag wat er verderop gebeurt, echter we zitten voortdurend in het hoofd en het hart van het immer worstelende personage. Dat gaat nooit vervelen, we kunnen nauwelijks wachten hoe de bewuste karakters zich ontwikkelen en samen met hen hopen op een iets rooskleuriger vooruitzicht.

Schuld
We zagen al eerder deprimerende Chinese films in de Nederlandse bioscoop, maar daarin was altijd minimaal een sprankje hoop. Zo gaan in het drama Winter Vacation (2011) inwoners van een troosteloos provinciestadje met grauwe gebouwen en vervuilende fabrieken gebukt onder een uitzichtloos bestaan ver van het economische wonder in grote Chinese steden. Via lange takes met statische cameraperspectieven zien we hoofdzakelijk kille mistroostigheid als gevolg van belabberde economische omstandigheden, maar droogkomische dialogen en situaties zorgen wel voor enige relativering en een glimlach. Ook in de moderne film noir Black Coal (2015) worstelen mensen met zingeving, maar hunkeren tegelijkertijd naar liefde en verlossing. Ook hier is een knipoog niet ver weg.

Dat in het hedendaagse China vooral de gewone man weinig toekomstperspectief heeft, noch een enkele reden voor optimisme en vrolijkheid, toont Bo Hu met een ongeëvenaarde feilloosheid in An Elephant Sitting Still. In Hu’s onverbiddelijke realiteit lijkt het ongelukkige lot bepaald door tekortkomingen van anderen: egoïsme, onverdraagzaamheid, geweld, overspel en leugens. Meer dan eens kruipen mensen in de slachtofferrol: de triestheid van hun bestaan ligt buiten de eigen schuld en verantwoordelijkheid. Volgens de door schade en schande wijs geworden ouderling Wang Jin is er bovendien geen enkele garantie dat je leven beter wordt als je ergens anders naartoe gaat. Desalniettemin vertrekt hij samen met twee jongeren richting Manzhouli. De zittende olifant trompettert hen al van verre tegemoet.

 

2 juni 2019

 

ALLE RECENSIES

Nous finirons ensemble

***
recensie Nous finirons ensemble

Feest der herkenning

door Cor Oliemeulen

In de beroemde Before-trilogie van Richard Linklater volgen we de geliefden Jesse en Céline tijdens drie periodes van hun leven. De Franse regisseur Guillaume Canet maakt met Nous finirons ensemble een vervolg op zijn kaskraker van zeven jaar geleden waarin zelfs de hele cast terugkeert.

Reünies zijn niet aan iedereen besteed. Terwijl de een hartstochtelijk verlangt om een vriend(in) van vroegere tijden terug te zien en misschien graag de triomfen van een geslaagd leven deelt, koestert de ander juist de mooie herinneringen of heeft helemaal geen zin om met dat zootje ongeregeld geconfronteerd te worden. Dat laatste geldt voor Max (François Cluzet: Intouchables), een zeer succesvolle restauranthouder en stuwende, vaderlijke kracht van de voormalige vriendengroep die uit elkaar viel na de tragische dood van een van hen.

Nous firions ensemble

Lach en traan
Op zijn zestigste verjaardag zit Max niet lekker in zijn vel en schiet hij als vanouds snel in de stress, zeker als zijn vrienden en vriendinnen van weleer na zeven jaar onverwachts en onaangekondigd voor de poort van zijn prachtige droomhuis aan zee staan. Max’ vrouw Véronique (Valérie Bonneton: Propriété interdite) is allang bij hem weg en niemand mag weten dat hij na verkeerde investeringen op het punt van faillissement staat en het huis moet verkopen. Na wat gehannes met een makelaar die op hetzelfde moment arriveert en het uitwijken naar een ander onderkomen, besluit Max er oprecht het beste van te maken. Dat leidt tot dagen vol nostalgie, ontroering, uitspattingen, bekentenissen, amoureuze verwikkelingen, perikelen met kinderen (want die zijn er inmiddels ook) en dramatische incidenten.

Nous finirons ensemble van Guillaume Canet is het vervolg op diens Franse kaskraker Les petits mouchoirs (2010) die hij inspireerde op de reünieklassieker The Big Chill (1983) van Lawrence Kasdan. Alle acteurs en actrices uit de eerste film (bijna allemaal persoonlijke vrienden van de regisseur, inclusief levensgezellin Marion Cotillard) draven opnieuw op in Canets jongste komische drama, dat je niet hoeft te hebben gezien om je aangenaam te kunnen verpozen. Het is wel nuttig om wat voorgeschiedenis te kennen.

Nous firions ensemble

De cast
Marie (Marion Cotillard: The Immigrant) is een emotionele vrije geest annex wereldverbeteraar die zich maar niet kon binden, maar wel een zoontje (waarschijnlijk van een straatmuzikant uit Les petits mouchoirs) naar de reünie meebrengt. Zij rouwt nog steeds om haar geliefde, de uitbundige charmeur Ludo (Jean Dujardin: The Artist; The Wolf of Wall Street) die in het eerste deel na een nachtje stappen op zijn scooter werd aangereden en een week later in het ziekenhuis zou bezwijken. Vincent (Benoît Magime: La fille de Brest), die zeven jaar eerder een geshockte Max bekende dat hij hem meer dan aardig vond, heeft nu een verwijfde choreograaf als partner meegebracht, terwijl Vincents ex-vrouw Isabelle (Pascale Arbillot: Gemma Bovery) met hun twee kinderen arriveert en haar lustgevoelens herontdekt.

De Franse sterrencast wordt aangevuld met de onhandige Antoine (Laurent Lafitte: Elle) en grappenmaker Éric (Gilles Lellouche: Le grand bain), het beste maatje van Marie op wie hij nog steeds verliefd is. Ook enkele andere types uit het eerste deel sijpelen het verhaal binnen. En alsof regisseur Canet het allemaal nog niet druk genoeg vond, komt Éric op de proppen met een baby, inclusief uiterst toegewijde, maar irritante nanny.

Vervolg?
Het is altijd een genot om zoveel goede acteurs en actrices in een film te zien excelleren en het is prettig dat eenieders levensverhaal globaal aan bod komt. Maar met een dergelijke ensemblecast en zoveel verschillende verwikkelingen mag en kun je weinig diepgang verwachten. Hoewel Nous finirons ensemble minder dynamisch en origineel dan de eerste film is, weet hij soms toch te verrassen met zowel grappige als smartelijke voorvallen. De titel (‘We zullen samen eindigen’) suggereert geen derde film, maar stiekem hoopt de volger dat die er wel komt. Alleen al om te ontdekken of Max eindelijk zijn rust – en Marie een doel in haar leven – heeft gevonden.

 

31 mei 2019

 

ALLE RECENSIES