Twilight Samurai, The (2002)

REWIND: The Twilight Samurai (2002)
De man met het bamboezwaard

door Cor Oliemeulen

The Twilight Samurai (2002) begint als een historisch familiedrama over een samoerai tegen wil en dank en eindigt als een onvervalst melodrama.

In een land waarin de samoerai meer dan duizend jaar lang een wezenlijk onderdeel van de maatschappij uitmaakte, is het niet vreemd dat bijna elke zichzelf respecterende Japanse cineast de lotgevallen van deze archetypische krijger verfilmde. Meestal is de samoerai opgeleid in gevechtskunsten en militaire tactieken, stelt zich in dienst van een clan en zijn heer, en volgt hij de weg van het zwaard – ook als het moet om zijn eigen leven te beëindigen.

The Twilight Samurai (2002)

Liever feodaal onderdaan dan samoerai
In The Twilight Samurai (Tasogare Seibei, 2002) van Yoji Yamada lijkt het titelpersonage Seibei Iguchi aanvankelijk niets op een opofferingsgezinde strijder. Net als bijvoorbeeld zijn blinde collega in The Tale of Zatoichi (1962) leeft hij medio negentiende eeuw in de laatste jaren van het onrustige Edo-tijdperk, voordat de macht van de keizer in ere zal worden hersteld. Net als Zatoichi behoort Seibei tot de onderklasse en hanteert hij het zwaard slechts wanneer het echt niet anders kan. Seibei is lang geleden opgeleid als samoerai, maar schikt zich in zijn lot van feodaal onderdaan.

Sinds het recente overlijden van zijn vrouw aan tuberculose doet hij alles om voor zijn twee schattige jonge dochtertjes en zijn inwonende demente moeder te zorgen. Terwijl de meeste arme mensen hun overleden dierbaren aan de rivier toevertrouwen, koos Seibei voor een begrafenis boven zijn stand. Zijn inkomsten uit zijn baan als bediende in een graanpakhuis en het maken van insectenkooien zijn nauwelijks voldoende om van rond te komen. Terwijl zijn collega’s na het werk nog wat gaan drinken en geisha’s bezoeken, zorgt Seibei dat hij voor het donker thuis is om voor zijn dierbaren te zorgen. Dat levert hem zijn spottende bijnaam ‘Twilight Seibei’ op.

Duels
Zijn status stijgt nadat Seibei een geheim duel met officier Koda in zijn voordeel heeft beslecht. Koda is de alcoholische ex van Tomoe (Rie Miyazawa), met wie Seibei in zijn kinderjaren bevriend was, en die sinds kort in zijn gezin huishoudelijke taken verricht en bijzonder goed overweg kan met zijn twee dochters. Tomoe is van hogere stand en wil met Seibei trouwen, maar hij denkt dat zij vroeg of laat dit armoedige leven niet zal volhouden, dus wijst hij het aanzoek af.



In REWIND opnieuw aandacht voor opvallende films uit dit millennium.

 


Het feit dat Seibei zijn opponent met een houten stok versus een stalen samoeraizwaard heeft uitgeschakeld, leidt naast ontzag van zijn collega’s op een dag tot een uitnodiging van de leiding van zijn clan om de gevaarlijke Yogo te elimineren, omdat anderen dat niet is gelukt. Hoewel Seibei vriendelijk bedankt voor de eer heeft hij uiteindelijk geen keus om de confrontatie met de in diens huis verschanste Yogo aan te gaan.

Seibei ontdekt ter plekke dat Yogo niet het beest is waarvoor men hem houdt en dat beide mannen overeenkomstige achtergronden hebben. Maar Yogo weigert te vluchten en wil beslist het duel aangaan, zodat Seibei uiteindelijk genoodzaakt is zijn zwaard te heffen. Een bamboezwaard weliswaar dat normaliter alleen wordt gebruikt om de techniek te oefenen. Seibei moest zijn echte samoeraizwaard verkopen om de begrafenis van zijn vrouw te kunnen betalen.

Nadat Yogo zijn opponent met diens bamboezwaard heeft uitgelachen en vervolgens met zijn lange zwaard (een katana) het bamboezwaard als een lucifer heeft gebroken, moet Seibei de strijd aangaan met zijn korte zwaard (een wakizashi) dat samoerai slechts bij zich dragen om zich te kunnen verdedigen en om harakiri te plegen. Het mondt uit in een bloederig gevecht, waarvan de winnaar geen verrassing zal heten.

Bamboezwaard
The Twilight Samurai is geïnspireerd op het korte verhaal Het Bamboezwaard en won twaalf Japanse Oscars. Het zijn veroordeeld tot een bamboezwaard doet denken aan de samoeraiklassieker Hara-Kiri (Seppuku, 1962) van Masaki Kobayashi waarin een arme jonge samoerai aanklopt bij het huis van een clanleider en vraagt om op deze heilige grond harakiri te mogen plegen.

Die film speelt in het zeventiende-eeuwse Japan, waarin een tijd vrede was, samoerai geen werk hadden en waren veroordeeld tot de bedelstaf. Zo’n arme bezoekende samoerai werd dan weggestuurd met wat geld en eten. Maar ditmaal niet, want de chagrijnige heer des huizes heeft er genoeg van en vindt dat deze jonge samoerai maar de daad bij het woord moet voegen. Hoezeer de jongeman ook zijn best doet om eronderuit te komen, is hij genoodzaakt om harakiri te plegen. Met, naar wat dan blijkt, zijn bamboezwaard: een langzame pijnlijke dood – met hartverscheurende consequenties (in 2011 al even krachtig verfilmd door Takashi Miike in Hara-Kiri: Death of a Samurai).

The Twilight Samurai (2002)

Einde van de samoerai
The Twilight Samuari is gezegend met een charismatische held tegen wil en dank. De Japanse acteur Hiroyuki Sanada is de laatste jaren vooral te zien in grote, luidruchtige Hollywood-producties als The Wolverine (2013), Avengers: Endgame (2019) en Mortal Kombat (2021). Interessanter is Sanada’s optreden in The Railway Man (2013), waarin hij als voormalige Japans kampbeul decennia later wordt geconfronteerd met een getraumatiseerde Brit (Colin Firth) die terug op de plek des onheils heen en weer wordt geslingerd tussen wraak en vergeving.

Regisseur Yoji Yamada zou in zijn samoerai-trilogie nog twee films maken: The Hidden Blade (Kakushi ken oni no tsume, 2004) en Love and Honor (Bushi no Ichibun, 2006). Ook deze films observeren op fantastische wijze de Japanse cultuur en spelen in een tijd dat de samoerai zijn gedoemd uit te sterven. Want tijdens de hervormingen van de Meji Restauratie eind negentiende eeuw industrialiseerde Japan in hoog tempo en werd in 1876 de samoeraiklasse afgeschaft ten faveure van een leger naar westers model.

Niet alle samoerai waren hiervan trouwens gediend en een aantal ontketende gewapende opstanden tegen de nieuwe machthebbers. De legendarische Satsuma-opstand geldt als geromantiseerde basis voor The Last Samurai (2003) van Edward Zwick, met Tom Cruise als Amerikaanse legerkapitein en Ken Watanebe als leider van de rebellerende samoerai. Hoewel vakkundig gemaakt, gaat er niets boven een authentieke Japanse samoeraifilm als The Twilight Samurai.

 

THE TWILIGHT SAMURAI KIJKEN: o.a. hier te koop.

 

Meer REWIND

11 Minutes

***
IFFR Unleashed – 2016: 11 Minutes
Een stip aan de horizon

door Cor Oliemeulen

Dat er in elf minuten verdomd veel kan gebeuren, bewijst filmmaker Jerzy Skolimowski, die in vijftig jaar International Film Festival Rotterdam (IFFR) maar liefst twintig films mocht presenteren. 11 Minutes onderstreept de eigenzinnigheid van zowel filmmaker als filmfestival.

In Amores Perros (2000), het memorabele speelfilmdebuut van de Mexicaanse regisseur Alejandro G. Iñárritu, komen de verhalen van drie personen ingenieus samen tijdens een auto-ongeluk. De Poolse filmmaker Jerzy Skolimowski doet er in 11 Minutes (2015) een schepje bovenop. In een mozaïekvertelling met korte scènes brengt hij de levens van een stuk of tien mensen bij elkaar in een spectaculaire, enigszins potsierlijke, finale.

11 Minutes

Mozaïekvertelling
We maken kennis met een jaloerse man die langzaam buiten zinnen raakt, omdat hij vermoedt dat zijn kersverse echtgenote, een actrice, in hotelkamer 1111 vreemdgaat met een gladde Hollywood-regisseur. Tussendoor volgen we verrichtingen van een coke snuivende drugskoerier, een labiel meisje met hond, een verwarde student die aan een onbekend project werkt en een zojuist vrijgelaten delinquent die nu hotdogs verkoopt, zoals aan vier nonnen. En dan hebben we nog een glazenwasser die op grote hoogte werkt, een oude tekenaar die een brug tekent en ambulancemedewerkers die na een spoedmelding een gebarricadeerde flatwoning proberen te bereiken.

11 Minutes begint origineel met beelden van een smartphone, een laptop en veiligheidscamera’s. Op een van die monitoren ziet een beveiligingsmedewerker een mysterieuze zwarte stip. Volgens zijn collega is het een kapotte pixel op het scherm, maar wanneer er na de krankzinnige apotheose op het eind van de film wordt uitgezoomd op al die veiligheidscamera’s lijkt het wel alsof die donkere plek een deel van een drukke straat betreft. Toevallig knoeide de oude tekenaar eerder een zwarte inktdruppel op zijn tekenvel en zegt de verwarde student tegen hem dat ook hij die zwarte stip in de lucht heeft gezien. Ook de gladde Hollywood-regisseur wees de actrice eerder op een stip toen ze samen even op het balkon van de hotelkamer stonden.

11 Minutes

Welke verklaring?
De kijker die wacht op enige verklaring van de gebeurtenissen in de film kan beter met zijn grote teen gaan spelen. Natuurlijk staat het hem of haar vrij een betekenis achter die zwarte stip te zoeken, want een ander houvast komt er niet. Dat hoeft ook niet, want 11 Minutes moet je gewoon onbevangen en onbevooroordeeld tot je laten komen. De meeste personages zijn naamloos, net als in Skolimowski’s vorige film, Essential Killing (2010), waarin de kijker ook al moet gissen naar de achtergrond en motieven van het personage. De vraag of die nou wel of geen talibanstrijder is, is niet zo relevant. De regisseur, die ooit beweerde dat hij zijn films puur voor zichzelf maakte, speelt graag een spelletje met zijn publiek.

Het moet gezegd dat Skolimowksi het tempo en de spanning er met vlotte montages goed in houdt. Speciale aandacht voor de geluidsband, die Radoslaw Ochnio als beste sound designer een European Film Award opleverde. Zonder zich op te dringen, kunnen we door het geluid nog enigszins de personages en hun angsten begrijpen. Ook de cameravoering is inventief, getuige enkele spanningsvolle en technisch knap gemaakte trackingshots. Al met al is 11 Minutes het zoveelste deels geslaagde filmexperiment van de Poolse regisseur, maar daardoor niet minder interessant.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 9 juni 2021.

30 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

It Felt Like Love

****
IFFR Unleashed – 2013: It Felt Like Love
Seks om erbij te horen

door Cor Oliemeulen

It Felt Like Love is een tienerfilm die ook voor ouders van tieners zeer geschikt is. Natuurlijk moeten jongeren zelf zien te dealen met hun ontluikende seksualiteit, maar een klein beetje begeleiding van een ervaringsdeskundige kan soms uitwassen voorkomen.

Onafhankelijk filmmaakster Eliza Hittman heeft de gave om de zoektocht naar identiteit van pubermeisjes op een oprechte manier neer te zetten. Ging het in Never Rarely Sometimes Always (2020) over de 17-jarige Autumn die met haar zwangere vriendin van het behoudende Pennsylvania afreist naar New York om aldaar een abortus te kunnen laten plegen, in It Felt Like Love (2013) maken we kennis met de pas 14-jarige Lila (Gina Piersanti) die net als Autumn opkijkt tegen haar iets oudere vriendin, in dit geval omdat die een vriendje heeft terwijl Lila zelf nog maagd is.

It Felt Like Love

Gespierde jongenslichamen
Deze debuutfilm van de Amerikaanse Hittman portretteert jongeren die in de zomer verkoeling op het strand zoeken en ‘s avonds biljarten, een biertje drinken en een jointje roken. Lila’s 16-jarige vriendin heeft de seks ontdekt met haar vriendje, waardoor Lila zich nog onzekerder voelt. Van het thuisfront hoeft Lila geen ouderlijk advies of een arm om haar heen te verwachten, want moeder is recent overleden aan borstkanker en de relatie met haar vader is kil en moeizaam.

Op een dag ziet Lila op het strand een iets oudere jongen, die haar vriendin groet. Vanaf dat moment heeft Lila zich voorgenomen dat die jongen haar vriendje moet worden, of in ieder geval iemand met wie ze voor het eerst seks kan hebben. De camera fungeert regelmatig als Lila’s ogen. De fascinatie voor gespierde jongenslichamen en stoere tattoos is plotseling daar. Waar een filmmaakster als Claire Denis (White Material, 2009) bijvoorbeeld in Les salauds (2013) de verboden hunkering van een volwassene tot uiting brengt in korte shots van mannelijke lichaamsdelen (zelfs de fysieke inspanning van het repareren van een fiets krijgt hier iets erotisch), richt Hittman zich tot dusver in haar bescheiden oeuvre op de ontluikende seksualiteit van adolescenten.

It Felt Like Love

Geen feelgood
Het is juist haar vrij minimalistische aanpak, in combinatie met haar vertrouwenwekkende relatie met de jeugdige acteurs, die Hittmans films zo’n treffend authentiek realisme meegeeft. It Felt Like Love bevindt zich ergens in het midden van het komische tienerdrama The Breakfast Club (1985) en het hedonistische strandleven van Mektoub, My Love: Canto Uno (2017). Enerzijds rekent Eliza Hittman moeiteloos af met de clichématige idylle van het groepje nablijvers in John Hughes’ tienerklassieker, waarin de zeer uiteenlopende personages uiteindelijk begrip voor elkaar krijgen. Anderzijds blijft zij verre van de talrijke gemakkelijke shots van meisjesbillen die filmmaker Abdellatif Kechiche in zijn film meende te moeten gebruiken om jeugdige gevoelens van wellust te accentueren.

Feelgood staat niet in het filmvocabulaire van Hittman. In Never Rarely Sometimes Always registreert ze met een soms akelige precisie de praktijk van intake en behandeling van het tienermeisje dat een abortus krijgt. Die zakelijkheid wordt effectief gecompenseerd door de onvoorwaardelijke vriendschap en loyaliteit van haar vriendin. Ook in It Felt Like Love krijgt het hoofdpersoon te maken met een medische ingreep. Lila laat zich met spoed een pessarium aanmeten, want ze heeft snode plannen. Echter hierna is ze geheel op zichzelf aangewezen. Wanneer drie oudere jongens Lila voorstellen om hun broek te laten zakken, mag de kijker naar de afloop van de scène gissen. We vertrouwen op de letterlijke betekenis van de filmtitel, maar een gevoel van triestheid blijft nog wel even hangen.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 9 juni 2021.

24 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

O império do desjeo

***
IFFR Unleashed – 2012: O império do desjeo
Seksklucht voor gevorderden

door Cor Oliemeulen

Sexual Anarchy luidde de spannende internationale titel van deze Braziliaanse seksklucht die destijds vernieuwend was, maar veertig jaar na zijn verschijnen gedateerd overkomt. Desondanks kent O império do desjeo voldoende elementen om niet uit de bocht te vliegen.

Carlos Reichenbach was een graag geziene gast op het IFFR. In 1985 draaiden in Rotterdam maar liefst drie films van deze Braziliaanse filmmaker. De kopie van de vierde film, O império do desejo (Het rijk van verlangen, 1981), verdween tijdens het transport. Nadat er in 2012 een gerestaureerde versie op 35mm verscheen, draaide deze favoriete film van Reichenbach zelf dat jaar alsnog op het IFFR. “Op een dag droom ik ervan terug te keren naar het maken van een film met hetzelfde plezier, dezelfde vrijheid en dezelfde instelling waarmee ik deze heb gemaakt”, mijmerde de filmmaker ooit. “Als ik de moed laat zakken, zie ik O império do desejo weer. Dat is genoeg om me weer in harmonie met het universum te brengen.”

O império do desjeo

Pornochandada
Ondanks de strikte censuur van het militaire bestuur in Brazilië was het staatsbedrijf Embrafilme vanaf de jaren 70 niet te beroerd om de productie van zogenaamde pornochandadas te steunen, omdat die niet kritisch waren over de regering en geen expliciete seks vertoonden. Dit populaire filmgenre wist in de bioscoop goed te concurreren met Amerikaanse films. Echter medio jaren 80 schafte de nieuwe burgerregering de repressieve maatregelen tegen film en televisie af. Langzaam verdween de pornochandada uit de bioscoop en kwam er tevens een einde aan een generatie filmmakers die sinds de jaren 60 was verbonden met de Cinema Novo (geïnspireerd door het Italiaanse neorealisme en de Franse nouvelle vague) van wie velen zich ook met het maken van pornochandadas hadden beziggehouden.

Na zijn commerciële succes van A Ilha dos Prazeres Proibidos (Het eiland van verboden pleziertjes, 1979) zette Carlos Reichenbach zijn anarchistische filmstijl voort. Het ging hem voornamelijk om het manipuleren van clichés, het ondermijnen van commerciële erotiek en het mixen van genres. Het zijn de maffe personages en hilarische gebeurtenissen en situaties die O império do desejo in eerste instantie doen denken aan de Italiaanse komedies van die tijd, maar dan stukken minder braaf. Na een uur kijken heeft O império do desejo meer weg van een intellectuele variant van een Tiroler-seksfilm zonder lederhosen, echter volhouders laten zich uiteindelijk wel trakteren op enkele originele climaxen van Reichenbachs anarchistische universum.

Absurdisme
Absurdisme is de leidraad in het verhaaltje van de rijke weduwe Sandra die een zwervend hippiekoppel vraagt om op haar strandhuis te passen. Het eerste wat de man en het meisje bij aankomst doen, is de liefde bedrijven. Kan hen niet schelen wie er binnenkomt. Het hippiestel krijgt vervolgens te maken met een advocaat die Sandra’s belangen behartigt en schande spreekt van de onbeschaamde onzedelijkheden. Zeker wanneer zowel twee kamperende meisjes als Sandra en haar geliefde onderdeel van de sekscapriolen gaan uitmaken.

O império do desjeo

Ondertussen maken we kennis met een gestoorde crimineel die continu met zijn pistool zwaait, omdat hij het op het strandhuis heeft gemunt, en een nog gestoordere buurman die in een hutje op het strand woont, tegen betaling zijn geslacht laat zien en zich door de omstandigheden ontpopt als seriemoordenaar. Maffer zie je het zelden, maar juist voor die tijd en het genre verrassend intelligent en kunstzinnig. Dat zie je onder meer in de scène waarin de gekke buurman (in een euforische stemming, want ook hij ontdekt weer de lusten) ‘s avonds in het donker al zijn paspoppen voor zijn hutje met een vlammenwerper in de fik steekt met op de achtergrond de scheurende gitaar van Jimi Hendrix.

Heeft O império do desejo dan misschien ook een boodschap? Jazeker, want na de partnerruilen en triootjes, hebben de mannen moeten leren dat ook vrouwen tijdens het seksen graag willen genieten. Zelfs de aanvankelijk stugge en conservatieve advocaat omarmt het gevoel van (seksuele) vrijheid. Hilarisch is het fragment waarin een koppel in het riet ligt te vrijen en zich in gedachte afvraagt: Kom je liever eerst klaar dan iemand redden die schreeuwt dat hij verdrinkt?

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 9 juni 2021.

23 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Herederos, Los

***
IFFR Unleashed – 2009: Los herederos
Kinderen klagen niet

door Cor Oliemeulen

In deze tijd van verplichte social distancing zou je bijna verlangen naar het ouderwetse leven in de ongerepte natuur waar een virus nauwelijks kans heeft. Ook een mooi moment voor kinderen om hun mobieltje en andere gadgets in te ruilen voor gereedschap en wapperende handen om zich nuttig voor de gemeenschap te maken. Of toch niet?

De Mexicaanse documentairemaker Eugenio Polgovsky maakte in 2016 zijn vierde en laatste documentaire Resurrección voordat hij een jaar later op 40-jarige leeftijd in Londen overleed. Genoemde film gaat over dorpsbewoners die te maken krijgen met de gevolgen van een vervuilde rivier. Tijdens zijn korte loopbaan veranderde Polgovsky in eigen land de manier waarop men naar documentaires keek. Op sociaal-realistische, humane en poëtische wijze registreerde hij het leven van de arme bevolking van Mexico tegen de achtergrond van de ongereptheid van de natuur, die zich weliswaar steeds vaker kwetsbaar toont door inmenging van mensen van buiten.

Los herederos

Verwachtingspatroon
Tijdens het IFFR van 2005 draaide zijn filmdebuut Tropico de cancer, met een portret van Mexicanen in een woestijn die voorzien in hun levensonderhoud door exotische dieren langs de snelweg te verkopen. Drie jaar later trakteerde Polgovsky het IFFR-publiek op Los herederos (De erfgenamen) over het leven en de strubbelingen van Mexicaanse kinderen in de bergen. Zij bestendigen de traditie van hun (voor)ouders die werken op het land en niet naar school gaan.

Los herederos begint met een lieflijk slaapliedje. Later blijkt dat veel kinderen geen slaapliedje nodig hebben na een lange dag hard werken op het land. Natuurlijk hebben de kinderen ook lol, getuige de eerste beelden van kleine jochies die door de bossen naar een riviertje rennen en de laatste beelden van piepjonge arbeidertjes die met elkaar ravotten en met dieren spelen. In de tussentijd lijkt er geen enkele ruimte voor ontspanning, maar doen zij ongevraagd wat van hen wordt verwacht.

Plakbandje
De stenen huisjes zijn armoedig en dat heeft niets te maken met het feit dat ook kinderen de stenen hebben gekapt en met behulp van een raster lemen vloertegels leggen. Zelfs de allerkleinsten helpen mee met water dragen, hout sprokkelen en in feite alle werkzaamheden die normaliter door volwassenen worden uitgevoerd. Terwijl vader met koe en ploeg gleuven in de grond trekt, moet een meisje van pakweg vier jaar daarin boontjes gooien om die steeds met een korte voetbeweging met zand te bedekken.

Los herederos

Los herederos is een betrokken en oprechte registratie (bijna zonder woorden) van kinderarbeid in een regio waar de tijd heeft stilgestaan. De aanvankelijke romantiek van leven in en met de natuur, ambachtelijke nijverheid en zelfvoorzienend zijn, maakt plaats voor het plukken van groenten en fruit (we zien een close-up van iemand die een stopwatch indrukt en op een vel papier de verrichtingen noteert) op grote velden, waarnaar de kinderen bijna elke dag met trucks worden vervoerd en waar ze als lunch afgekeurde tomaten eten.

Sommige kinderen maken houten beeldjes die later aan toeristen zullen worden verkocht. Het fragment van een jongetje, net drie turven hoog, dat met een kapmes in vlot tempo hout snijdt, is veelzeggend. Terwijl het blanke hout rood kleurt omdat hij per ongeluk een klein topje van zijn wijsvinger heeft afgesneden, pakt hij een plakbandje en werkt gewoon door. In deze contreien hoor je niemand klagen.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 26 mei 2021.

21 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Movies that Matter 2021 – Nasrin en President

Movies that Matter 2021 – Nasrin en President:
Advocaten zelf slachtoffer

door Cor Oliemeulen

Het Movies that Matter Festival wordt dit jaar online gehouden (lees hier hoe alles werkt) van 16 tot en met 25 april met dertig premières en een aantal verdiepingsprogramma’s. Zoals elk jaar kan de geëngageerde liefhebber kijken naar documentaires en filmdrama’s waarin mensen dreigen te worden vermorzeld door onderdrukking, terreur en corruptie. In dit verslag twee helden: een mensenrechtenadvocaat in Iran en een advocaat die president van Zimbabwe had moeten zijn.

 

Nasrin

Nasrin – Gevangenis en zweepslagen voor Iraans bloemenmeisje
Je kunt het je bijna niet meer voorstellen dat het Iraanse volk voor de Islamitische Revolutie van 1979 rechten had, ook vrouwen. Nu de sjah, een marionet van de Verenigde Staten, was weggejaagd, kreeg de geestelijkheid opnieuw de macht. Vooral voor vrouwen was dat slecht nieuws. In de documentaire Nasrin van Jeff Kaufman (Iraanse crewleden staan uit zelfbescherming als anoniem op de aftiteling) volgen we advocaat en strijder voor vrouwenrechten, Nasrin Sotoudeh. Door haar inzet en vasthoudendheid ontpopt ze zich als een absolute heldin voor mensen (zowel in binnen- als in buitenland) die schreeuwen om gelijke rechten en een menswaardig bestaan voor burgers die de dictatuur slecht gezind zijn. Door haar onverschrokken activisme brengt Nasrin zowel zichzelf als haar man Reza, grafisch ontwerper, meerdere malen in de problemen, en in de gevangenis. Maar liefde overwint alles. Of toch niet?

Ondanks dat Nasrins lotgevallen in het geheim moesten worden gefilmd, krijg je een heel aardig inkijkje in haar wereld. Gesteund door man en kinderen haalt de advocaat alles uit de kast voor meer vrouwenrechten en om kinderen (mishandeld of ter dood veroordeeld) en minderheden (zoals de Bahai) te beschermen. In een maatschappij waar polygamie is toegestaan en vrouwen niet mogen scheiden, blijkt het kwaad kersen eten. Aan de hand van beelden van demonstraties, protesten, interviews met betrokkenen en rechtszaken behaalt Nasrin hier en daar een overwinning, maar triest genoeg zal het haar uiteindelijk slecht vergaan. Reza: “Het enige wat Nasrin wil is een land waarin mensen kunnen genieten van vrijheid, voorspoed en menselijke waardigheid.”

In de documentaire zit een kort fragment uit Taxi Teheran, een film van de Iraanse regisseur Jafar Panahi, die (ondanks een beroepsverbod) als taxichauffeur mensen van straat plukte om hen te interviewen over hun leven. De taxi stopt voor Nasrin Sotoudeh, die staat te bellen en een grote bos rozen op haar arm draagt. “Hé, daar is het bloemenmeisje”, roept een kind op de achterbank als het portier opengaat. De mensenrechtenadvocaat stapt in bij de filmregisseur. Ze zijn goed bevriend sinds ze in 2012 samen werden onderscheiden met de Sacharovprijs van het Europees Parlement. Het regiem kan alles afnemen, behalve hun dromen voor een rechtvaardige toekomst.

Online te zien zondag 18 april 17.00 uur en donderdag 22 april 01.00 uur.

 

President

President – Knecht van het Zimbabwaanse volk
Een jaar na de Islamitische Revolutie in Iran werd Zimbabwe onafhankelijk van Groot-Brittannië. Robert Mugabe – vrijheidsstrijder volgens de een, terrorist volgens de ander – werd minister-president, maar ontpopte zich al snel tot autocraat. Zo ontdeed hij zich van zijn kompaan Joshua Nkomo, met wie hij een guerrillaoorlog tegen de Engelse kolonialisten had gevochten, en liet hij zich door een grondwetswijziging tot president benoemen. Terwijl Mugabe en zijn vrienden zich verrijkten, veranderde er niets aan het armoedige bestaan van de bevolking. Om de groeiende kritiek te pareren, lanceerde Mugabe in 2000 een landhervormingsprogramma waarin de blanke boeren (grootgrondbezitters) zonder enige vorm van compensatie werden onteigend. Maar ook nu zou niet de gewone burger profiteren. Na de verkiezingen van 2005, die Mugabe ‘uiteraard’ won, beloofde de president nieuwe huizen voor de honderdduizenden armen in de ontstane sloppenwijken, die met de grond werden gelijkgemaakt. Ook nu bleken het loze beloften en vluchtten veel mensen naar buurlanden Zuid-Afrika en Botswana. In 2017 werd de hoogbejaarde Mugabe door een militaire staatsgreep afgezet en opgevolgd door diens ZANU-partijgenoot Emmerson Mnangagwa (die eerder door Mugabe aan de kant was geschoven). Maar opnieuw bleven beloofde hervormingen uit. Dat was het moment dat de oppositie een nieuwe held naar voren schoof: Nelson Chamisa.

Camilla Nielsson, die in 2014 al de documentaire Democrats over het instabiele Zimbabwe had gemaakt, volgt in haar nieuwe film President oppositieleider Chamisa naar aanloop van de presidentsverkiezingen in 2018 en de spannende afloop daarvan. Deze charismatische en welbespraakte advocaat, die in 2007 door politieke tegenstanders bijna dood was geslagen, heeft een team van adviseurs en beveiligers om zich heen verzameld en strijdt vol overgave tegen corruptie, honger, armoede, werkloosheid en geweld. Hij wil een ‘knecht van het volk’ zijn, roept hij tegen massaal toegestroomde menigte, soms vier keer per dag. Zo nu en dan hoor je echo’s van Martin Luther King.

De focus van de documentaire ligt op de te verwachten verkiezingsfraude door de zittende machthebbers. We zien hoe Chamisa’s campagneleden nadenken over commercials (Chamisa vindt Heal the World van Michael Jackson wel geschikt), computers aanschaffen om de eigen schaduwverkiezingen te kunnen verwerken en ervoor zorgen dat op de verkiezingsdag in elk stembureau vier eigen waarnemers aanwezig zijn. Maar spoedig komen er al meldingen van dubbele stembiljetten binnen. Ook zou er sprake zijn van het ronselen van stemmen door medewerkers van Mnangagwa in ruil voor voedsel. Al die tijd observeert de camera Chamisa en zijn team, tot en met het moment dat de ‘officiële’ uitslagen worden bekendgemaakt. Ondanks het binnenvliegen van een legertje Zuid-Afrikaanse topadvocaten om de uitslagen aan te vechten, laat de uitspraak van het hof zich raden. De documentairemakers laten alle gebeurtenissen en beelden voor zich spreken. De veelzeggende kleine blikken, gebaren en emoties van de machthebbers en hun corrupte slippendragers smaken naar laffe minachting en behoeven verder geen wederhoor.

Online te zien donderdag 22 april 20.00 uur (met live Q&A), vrijdag 23 april 12.00 uur en maandag 26 april 20.00 uur.

 

17 april 2021

 

Movies that Matter 2021 – Quo Vadis, Aida
Movies that Matter 2021 – Advocaten zelf slachtoffer
Movies that Matter 2021 – Kunst in gevangenschap
Movies that Matter 2021 – De nos frères blessés
Movies that Matter 2021 – Finale

 
MEER FILMFESTIVAL

Movies that Matter 2021 – Kunst in gevangenschap

Movies that Matter 2021 – Kunst in gevangenschap:
Tekenen en verhalen vertellen

door Cor Oliemeulen

Het Movies that Matter Festival wordt dit jaar online gehouden (lees hier hoe alles werkt) van 16 tot en met 25 april met dertig premières en een aantal verdiepingsprogramma’s. In ons derde verslag ontdekken we hoe kunst in gevangenschap kan ontstaan aan de hand van een Spaanse tekenaar in Frankrijk en een verhalenverteller in Ivoorkust.

 

Josep

Josep – De cartoonist en de kampbewaarder
Cartoonist Josep Bartolí vocht in de Spaanse Burgeroorlog, ontvluchtte net als honderdduizenden andere mannen de fascistische dictatuur van Franco en belandde in een Frans concentratiekamp. Hij zou later naam maken met zijn serie tekeningen Campos de concentración die hij er tijdens zijn vijfjarige verblijf zou maken. De animatiefilm Josep, gemaakt door Aurélien Froment (beter bekend als Le Monde-cartoonist Aurel), begint vrij luguber met grauwe schetsen van het kamp, gelardeerd met een horrorachtig muziekje. Dan schakelen we over naar de huidige tijd waar een talentvolle puberjongen een tekening maakt. In dezelfde kamer ligt een oude man op zijn sterfbed. Aan de muur hangt een deprimerende schets van een schreeuwende man. De kleinzoon vraagt aan zijn grootvader hoe hij aan die tekening komt. De oude man vertelt hoe hij als gendarme het concentratiekamp moest bewaken en hoe hij vriendschap sloot met Josep uit Barcelona, terwijl de andere bewakers het leven van de Spaanse gevangenen nog zuurder maakten.

De animatiestijl van Josep is over het algemeen vrij eenvoudig met weinig frames per seconde. In deze statische stijl bewegen bijna altijd alleen de monden van de personages. Echter Aurel heeft ontegenzeggelijk een eigen, weliswaar sombere stijl met zo nu en dan beeldvondsten, zoals het shot van bovenaf van een blauwe zee met in het midden een boot; de schoorsteen blaast een grote zwarte wolk uit die langzaam het beeld bedekt. Terwijl opa zijn kleinzoon het verhaal vertelt, horen we soms gelijktijdig een pen krassen en zien we hoe zo’n vertelling door Joseps schetsen tot stand komt. Het inkleuren van die schetsen werkt als metafoor van de herinneringen die worden ingekleurd.

Het verhaal springt van de hak op de tak, waardoor de chronologie van de gebeurtenissen soms lastig is te volgen. Zo nu en dan weet je niet goed wat werkelijkheid of fantasie is, bijvoorbeeld wanneer de Mexicaanse schilder Frida Kahlo een bezoek aan Josep brengt. Het lijkt een droom, maar in werkelijkheid zouden hun amoureuze contacten zich afspelen direct na de Tweede Wereldoorlog. Het fragmentarische karakter leidt niet af van de vragen die de film uiteindelijk stelt. Hoever gaat iemand in het opvolgen van orders? En hoe ziet de kleinzoon zijn grootvader die medeverantwoordelijk was voor het trieste leven van onschuldige mensen in het concentratiekamp? De finale van Josep geeft het inspirerende antwoord.

Online te zien dinsdag 20 april 04.00 uur.

 

Night of the Kings

Night of the Kings – Wachten op de rode maan
In de MACA-gevangenis in de jungle van Ivoorkust zijn de gedetineerden de baas. Absolute leider is Zwartbaard, maar hij is ziek. Volgens de traditie moet een zieke leider zijn eigen leven nemen en plaatsmaken voor zijn opvolger. Zwartbaard wil nog wachten totdat ‘s nachts de rode maan verschijnt. Bij de Maya’s stond de rode maan symbool voor energie en zelfvertrouwen, in de MACA-gevangenis voor een nacht van anarchie. Die anarchie kan pas tot uiting komen als Zwartbaard een nieuwe verhalenverteller heeft aangesteld. Hij kiest voor de zojuist gearriveerde jonge, verlegen Roman (nieuweling Bakary Koné), die geen keus heeft. De enige blanke gevangene, Silence (Denis Lavant, vooral bekend van zijn kameleontische hoofdrol in Holy Motors van Leos Carax), die voortdurend een kip op zijn schouder draagt, waarschuwt Roman dat hij zijn verhaal pas moet afronden als het licht is. Anders zal hij het niet overleven. Roman vertelt vervolgens het verhaal van de legendarische rebellenleider Zama King. Het lukt hem door improvisatie en fantasie de toehoorders bij de les te houden, totdat die doorhebben dat Roman de boel aan het rekken is.

Regisseur Philippe Lacôte, die ook het scenario van Night of the Kings (oorspronkelijke titel La nuit des rois) schreef, hanteert ook zelf een mooie vorm van storytelling. Zodra Roman steeds weer verdergaat met zijn enerverende verhaal dat Zama tot een oud koninkrijk behoort, zien we soms beelden die dat verhaal met magisch-realistische elementen ondersteunen. Net zo geslaagd – en afgekeken van de oude Griekse tragedies waarin het koor reageert op het verhaal en lucht geeft aan de gevoelens van de toeschouwers – is de verbeelding van Romans verhaal door collega-gevangenen. Wanneer Roman bijvoorbeeld vertelt over een schorpioen, een soldatenmars of een moord, treden enkele gevangenen uit de groep naar voren om die op theatrale wijze met Afrikaanse zang en dans uit te beelden.

Na I Am Not a Witch (2017) van Rungano Nyoni en Atlantique (2019) van Mati Diop is Night of the Kings (2020) het zoveelste bewijs dat op het Afrikaanse continent de laatste jaren fascinerende films worden gemaakt, in veel gevallen niet vies van een vleugje magisch-realisme. Deze originele gevangenisfilm schopte het als Best International Feature Film tot de shortlist van de Oscars en won al diverse prijzen op filmfestivals, waaronder de IFFR Youth Jury Award in Rotterdam.

Online te zien donderdag 22 april 17.00 uur en maandag 26 april 01.00 uur.

 

18 april 2021

 

Movies that Matter 2021 – Quo Vadis, Aida
Movies that Matter 2021 – Advocaten zelf slachtoffer
Movies that Matter 2021 – Kunst in gevangenschap
Movies that Matter 2021 – De nos frères blessés
Movies that Matter 2021 – Finale

 

MEER FILMFESTIVAL

Goodbye, Dragon Inn

***
IFFR Unleashed – 2004: Goodbye, Dragon Inn
Is de bioscoop vervloekt?

door Cor Oliemeulen

Het plotloze Goodbye, Dragon Inn toont de verstilde schoonheid van een bioscoop die door gebrek aan belangstelling de deuren moet sluiten. De meeste actie komt van het witte doek in de zaal, maar de schamele bezoekers hebben wel wat beters te doen.

Het Fu-Ho Grand Theater in Tapei zit bomvol toeschouwers die kijken naar de wuxia-film Dragon Inn. Het is 1967 en we zien boven vanuit de projectieruimte door een spleet van wapperende gordijnen flarden van de bezoekers en het filmdoek. Naadloos gaat dit beeld over in een bijna lege zaal waar diezelfde klassieker van King Hu nu zo’n vijftien jaar later wordt vertoond. Onze aandacht gaat uit naar een oudere man die de film kijkt terwijl wij het geluid van opgewonden sprekende en zwaardvechtende mensen horen. Er verschijnen emoties op het gezicht van de man en we zien nu dat hij zelf meespeelde in Dragon Inn.

Goodbye, Dragon Inn

Film kijken is bijzaak
Net als deze korte scène spreekt de filmtitel boekdelen. Goodbye, Dragon Inn (Bu San, 2003) is een nostalgisch eerbetoon aan de bioscoop en de film (net als The Last Picture Show uit 1971 en Cinema Paradiso uit 1988), maar schetst tegelijkertijd het sombere beeld van een theater dat wegens teruglopende belangstelling de deuren zal moeten sluiten. Buiten regent het onophoudelijk pijpenstelen en binnen zoekt een Japanse toerist onderdak. Hij heeft geen vuur om zijn sigaret aan te steken. In een aantal droogkomische fragmenten in de zaal, bij de wc’s en in de gangen, waar her en der lekkend water in emmers wordt opgevangen, probeert hij niet alleen een vuurtje te krijgen, maar heeft het er ook alle schijn van dat hij hier niet de enige man is die (homoseksuele?) contacten probeert te leggen.

Je moet houden van de lange, vaak kleurrijke, statische shots van Ming-liang Tsai. De veel bejubelde Taiwanese cineast (hij won in 1994 voor zijn tweede speelfilm Vive l’Amour de Gouden Leeuw in Venetië) maakt de kijker volkomen afhankelijk van zijn beelden, die vooral betrekking hebben op de stuntelige communicatie tussen personages en hun moeizame pogingen om emoties te uiten. Pas na 44 minuten in Goodbye, Dragon Inn wordt de eerste dialoog uitgesproken. ‘Weet je wel dat deze bioscoop vervloekt is’, zegt de man van wie de Japanse toerist uiteindelijk een vuurtje krijgt. Uitleg volgt niet, de kijker moet het stellen met zijn eigen gedachten en associaties.

Goodbye, Dragon Inn

Elke stap die je zet
Het heimelijke verlangen naar communicatie komt eveneens tot uiting tussen het kassameisje en de operator. Het kassameisje heeft zo te zien een klompvoet en loopt als gevolg hiervan tergend langzaam door gangen en op trappen. De kijker is getuige van bijna elke stap die zij zet. Kennelijk heeft zij zich – op deze laatste avond voordat de bioscoop (tijdelijk?) zal sluiten – voorgenomen na zoveel tijd (nader) kennis te maken met de operator. Maar eenmaal aangekomen in de projectieruimte is hij daar niet. Dan maar weer naar beneden terwijl de camera op afstand het meisje in deze troosteloze omgeving observeert.

Als je op zoek bent naar een film met actie (en wat voor actie!) kun je veel beter Dragon Inn zelf kijken. Goodbye, Dragon Inn kabbelt een kleine anderhalf uur voort en is bijna ongekend minimalistisch. Maar juist daardoor word je als kijker uitgenodigd tot nieuwsgierigheid en een beschouwende houding. Een dergelijke weemoedige film over film en het destijds door Ming-liang Tsai gevreesde verdwijnen van de cinema krijgt in deze tijd van lockdowns met het daadwerkelijk sluiten van bioscopen een extra dimensie. De vraag is dan ook welke (Nederlandse?) regisseur – opnieuw zo’n vijftien jaar later – de gelegenheid neemt om een film over een gesloten bioscoop te maken. Met enkel een schoonmaakster, een beveiliger en een fijnzinnig gevoel voor kadrering komt die vast een heel eind.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 26 mei 2021.

15 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Watermelon Woman, The

***
IFFR Unleashed – 1997: The Watermelon Woman
Verstrengelde levens

door Cor Oliemeulen

Een jonge zwarte vrouw in het Philadelphia van de jaren 90 raakt gefascineerd door een jonge zwarte vrouw in het Hollywood van de jaren 30. Het verrassende van The Watermelon Woman (1996) is dat de film steeds meer raakvlakken krijgt met de film in de film.

Het beeld van de mammy in Amerikaanse films is bijna altijd stereotiep geweest. De zwarte huishoudster, vaak een gezette vrouw met een bulderende lach, toont zich zeer loyaal aan haar werkgever en heeft een dieper geloof in God dan de paus. In The Birth of a Nation (1915) van filmpionier D.W. Griffith verdedigt zij het huis van haar witte meester tegen zowel zwarte als witte soldaten, onder het mom dat zij liever vecht dan vrij is. Minder propagandistisch maar even onthutsend is de rol van de mammy in Gone with the Wind (1939) als zij het opneemt tegen zwarte soldaten van wie zij denkt dat die de woning van haar witte meesteres willen binnendringen.

The Watermelon Woman

Zwart en lesbisch
Veel minder bekend dan Hattie McDaniel, de huishoudster in laatstgenoemde filmklassieker, is de naam van Fae Richards, die door haar optredens in Amerikaanse films uit de jaren 30 de bijnaam The Watermelon Woman kreeg. Ze was mooi, ongrijpbaar en kon bovendien goed zingen. Tientallen jaren later raakt de 25-jarige Cheryl in Philadelphia gefascineerd door deze zwarte actrice en als aspirant-filmmaker besluit ze een documentaire over haar te gaan maken. Met de camera in de hand gaat ze op zoek naar de achtergronden van Fae Richards, ontmoet mensen die haar kenden en ontdekt waarom zij The Watermelon Woman werd genoemd.

In het gelijknamige speelfilmdebuut van Cheryl Dunye, die min of meer zichzelf speelt, ontdekt ze tevens dat de actrice van weleer lesbisch is, en net als zij een relatie met een witte vrouw heeft, nota bene een regisseur van een film waarin Fae speelde. In archieven vindt Cheryl foto’s en filmmateriaal van haar. Ze is geschokt dat zwarte actrices destijds vaak niet eens op de aftiteling verschenen. Hoewel Fae Richards voor Cheryl als een soort rolmodel gaat fungeren, blijkt de ‘romantiek’ van het verleden en toekomst van zwarte lesbiennes ook scherpe randjes te hebben.

The Watermelon Woman

Originele revisie
The Watermelon Woman is de eerste film die gemaakt werd door een openlijk lesbische zwarte vrouw en is niet alleen daardoor bijzonder, maar ook omdat de film gaat over het maken van een film. De 25-jarige Cheryl werkt in een videotheek. Tegelijk met het maken van een documentaire over het lot van zwarte actrices in het oude Hollywood wordt haar film langzaam een soort autobiografie, omdat haar eigen leven en haar gevoelens steeds meer gaan lijken op die van Fae Richards.

Het gegeven wordt nog interessanter als de kijker zich realiseert dat The Watermelon Woman in feite een fictief personage is. Met die kennis zijn Cheryls zoektochten en interviews, en haar gebruik van (nagemaakt) archiefmateriaal voor haar documentaire, plotseling onderdeel van een parallelle werkelijkheid.

De lowbudgetsetting en de kleurrijke personages van The Watermelon Woman geven het leven van jongeren in het Philadelphia van de jaren negentig in korte fragmenten treffend weer. De film is nu nog, ook door zijn spontaniteit en humor, zeer genietbaar en zal potentiële filmmakers inspireren om zelf de camera ter hand te nemen. Onderwerpen genoeg in deze tijd!

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 12 mei 2021.

5 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Touch of Zen, A

****
IFFR Unleashed – 1995: A Touch of Zen
Kungfu met een spiritueel randje

door Cor Oliemeulen

Zwaardvechten, politiek drama, feminisme, boeddhisme en een spookverhaal komen samen in deze wuxia-film van King Hu. Centraal in het plot staat de relatie tussen dertiger Ku, een portretschilder, en de vrijgevochten Yang. Zij is op de vlucht voor strijders van de imperialistische eunuch Wei die haar vader, een generaal, hebben vermoord. A Touch of Zen (1971) is kungfu met een spiritueel randje.

We schrijven de veertiende eeuw ten tijde van de Ming-dynastie. De jonge vrouw Yang (Hsu Feng) neemt haar toevlucht tot een verlaten fort. Volgens de inwoners van het stadje zijn daar geesten. Yang raakt bevriend met de moeder van Ku (Shih Chun). Zij wil dat haar zoon iets nuttigs met zijn leven doet en voor meer inkomsten zorgt. Op haar ziekbed spreekt moeder haar zorgen uit over het verbreken van de bloedlijn van haar familie. Yang offert zich op en duikt met Ku de koffer in. Steeds meer opgejaagd door Wei´s strijders vinden ze uiteindelijk bescherming bij enkele boeddhistische monniken, want die leggen een sterk staaltje geweldloze martial arts aan de dag.

A Touch of Zen

Martial arts
King Hu was een Taiwanese filmmaker. Hij volgde in Beijing een kunstacademie, verliet China voor Hong Kong en trad in 1958 in dienst van de beroemde broers Shaw. Aanvankelijk als acteur en schrijver, later als regisseur. De broers Shaw hadden destijds de grootste Chinese filmstudio en waren toonaangevend in het vervaardigen van martial artsfilms. In 1967 startte Hu een filmstudio in Taiwan. Hij keerde in de jaren 70 terug naar Hong Kong, maar bleef ook films maken in Taiwan en China.

Hu ontwikkelde zich al snel tot een auteur: een filmmaker die zoveel mogelijk onafhankelijk opereert en een zeer persoonlijke stempel op zijn producties drukt. Hij bleef de wuxia-film verfijnen met meer subtiliteit en expressiviteit. Te beginnen met Come Drink With Me (1966) en gevolgd door Dragon Inn (1967). In deze films waren de acrobatische bewegingen, zwaardgevechten en rondvliegende pijlen nog dynamischer en opwindender, want Hu maakte efficiënt gebruik van breedbeeld en bijna naadloze montages (let bijvoorbeeld op het beeld en geluid van rennende personages). Bovendien introduceerde hij principes en effecten uit de Peking Opera, bijvoorbeeld de minimalistische percussieklanken.

Onderhoudend en dynamisch
A Touch of Zen (1969) is een episch hoogtepunt in King Hu’s oeuvre. De film is gebaseerd op een klassiek Chinees verhaal en verscheen aanvankelijk in twee delen in de Taiwanese bioscoop. In 1971 werden die samengevoegd tot één film. De lengte van 400 minuten werd teruggebracht tot zo’n drie uur voordat hij zijn internationale première op het Filmfestival van Cannes beleefde. Al met al geen minuut teveel voor dit onderhoudende epos.

Zoals zijn vakgenoot Akira Kurosawa in Japan de samoeraifilm op de kaart had gezet, zo ontpopte King Hu zich als bepalende regisseur van de wuxia-film, zeg maar kungfu met de nadruk op zwaardvechten. Hu had goed gekeken naar Kurosawa, getuige zijn creaties van dynamische beeldkaders, in dit geval met veel nevel en regelmatig een spel met licht, donker, kleur en zon. De cinematografie is zeker voor die tijd opzienbarend, maar doordat een aantal actiescènes zich in het halfduister afspelen, zijn die niet altijd even gemakkelijk te volgen.

A Touch of Zen

De vrouwelijke zwaardvechter
Terwijl Kurosawa louter mannen laat vechten (heel vaak huisacteur Toshiro Mifune) introduceerde Hu de vrouwelijke zwaardvechter. In Come Drink With Me glorieert actrice Cheng Pei-pei. Na een klein rolletje in Dragon Inn doet de mooie Hsu Feng in A Touch of Zen menig mannenhart sneller slaan. Toen ze samen met King Hu te gast was tijdens de vertoning in Cannes ontmoette Feng zoveel ambitie en artistieke visies dat ze besloot om meer te gaan doen dan alleen acteren. Ze zou uitgroeien tot een succesvol filmproducer. Achttien jaar later tijdens datzelfde filmfestival mocht ze als producer van Farewell My Concubine van Chen Kaige de Gouden Palm ophalen.

Tal van filmmakers hebben de choreografie van de martial arts in King Hu’s films gekopieerd. Denk daarbij vooral aan acrobatisch springende zwaardvechters en andere soms komisch werkende bewegingen. Het grote publiek zou hiermee pas kennismaken in Crouching Tiger, Hidden Dragon (2000) van Ang Lee. Naast Hu’s aandacht voor kungfu, drama, spookverhaal, oorlogstactieken en spiritualiteit, biedt A Touch of Zen in bijna elke scène een korte contemplatie over de relatie van de mens met de natuur. De sleutelscène met de fantastische clash in het bamboebos, badend in brekend zonlicht, is van een ongekende schoonheid.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 12 mei 2021.

2 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR