Amarga Navidad

***
recensie Amarga Navidad
Almodóvar wil een schop onder zijn reet

door Cor Oliemeulen

In 2004 verliest Elsa, een regisseur van reclamefilms, haar moeder en vlucht in haar werk. Tijd om te rouwen neemt ze niet. Wegens gezondheidsproblemen vertrekt ze met haar eveneens tobbende vriendin Patricia naar Lanzarote. In 2026 blijkt Elsa’s verhaal een scenario van Raúl, een filmmaker met een creatieve blokkade. Amarga Navidad draait uiteindelijk om de vraag in hoeverre een schrijver of filmmaker het leed van bestaande personen voor zijn eigen werk mag gebruiken.

Volgens Pedro Almodóvar vormt zijn ‘bittere kerstmis’ (de vertaling van de titel van zijn jongste film) een tweeluik met Dolor y gloria (2019), een al even persoonlijke film van de gelouterde Spaanse filmregisseur. De overeenkomst met Amarga Navidad zit hem in de ouder wordende filmmaker, de lichamelijke kwetsbaarheid en de herinneringen aan zijn moeder. Maar Almodóvar zegt dat hij zelf nooit lang kampte met een writersblock. Waar in Dolor y gloria de filmmaker zijn eigen pijn en verleden gebruikt, verschuift het accent in Amarga Navidad naar het leed van anderen. De vraag is of dit gegeven vernieuwende en interessante cinema oplevert, en wat het zegt over de bedoelingen van de filmmaker.

Amarga Navidad

Zelfonderzoek
Mooie, kleurrijke en kunstzinnige sets, vakmanschap en sfeervolle muziek zijn altijd ruimschoots en herkenbaar aanwezig in films van Pedro Almodóvar. Ook de centrale rol van vrouwen – met hun verdriet, vriendschappen en onderlinge solidariteit – zie je onmiskenbaar in zijn hele oeuvre (o.a. The Room Next Door). In Amarga Navidad brengt een hartverscheurend lied van Chavela Vargas die vrouwenwereld extra tot leven. Maar halverwege veranderen de vrouwelijke strubbelingen langzaam in een zelfonderzoek van zowel de regisseur in de film als de regisseur van de film. Vrouwelijk lijden verschuift naar mannelijke worsteling.

Almodóvars zelfonderzoek voelt vertrouwd. Opnieuw worstelt een ouder wordende filmmaker, Raúl (Leonardo Sbaraglia: Dolor y gloria), met zichzelf en zijn werk. Elsa (Bárbara Lennie: Los Tigres) fungeert als zijn alter ego en daarmee ook als dat van diens schepper. Het zelfportret krijgt zo wel meerdere gezichten, maar levert nog geen meeslepend verhaal op. Waar Almodóvar in eerdere films verraste met onverwachte onthullingen en wendingen, laat de spanningsboog hier lang op zich wachten.

Amarga Navidad

Confrontatie
Het sterkste moment van de film is de apotheose, waarin Raúls jarenlange assistente Mónica (Aitana Sánchez-Gijón: Madres Paralelas) de confrontatie met de regisseur opzoekt. In deze indringende en oprechte slotdialoog probeert zij hem duidelijk te maken dat Raúl niet zomaar kan beschikken over de levens van dierbare mensen in zijn omgeving. De filmmaker probeert zich open te stellen voor haar pijn en verdriet, maar Mónica wil niet dat het leed uit haar privéleven op straat belandt.

Hierdoor merk je dat Almodóvar zijn eigen werkwijze ter discussie stelt. Hij realiseert zich dat zijn wereld steeds meer om hemzelf draait, zoals hij ook aangeeft in interviews. Hij noemt zichzelf zelfs zijn eigen muze. Zijn leven is kleiner geworden en daardoor kijkt hij intensiever naar zijn directe omgeving. Met de heftige confrontatie tussen Mónica en Raúl toont de regisseur zijn eigen afstraffing, soms met zelfspot, soms bloedserieus. Maar die afstraffing is natuurlijk wel door hemzelf geregisseerd, want ‘Waar het pijn doet, sla ik mezelf niet’, zei hij tegen RTVE.

Uiteindelijk draait Amarga Navidad dus om de vrijheid die een filmmaker zichzelf toebedeelt. Hij kan luisteren naar andermans leed, zich schuldig voelen, zichzelf bekritiseren en vervolgens toch vrolijk doorgaan met schrijven. Zelfs kritiek van anderen is nieuwe inspiratie. De kijker blijft achter met een mix van bewondering, mededogen en irritatie.

 

4 november 2026

 

Lees ook: Boek over Spaanse cinema.

 

ALLE RECENSIES

Imagine 2026 – Deel 2: The Devils (1971)

Imagine 2026 – Deel 2:
In ‘The Devils’ draagt de duivel een kardinaalsmuts

door Cor Oliemeulen

De Franse koning als travestiet, nonnen in een orgie en een priester op de brandstapel. Ken Russell spaart God noch gebod in The Devils (1971). Op Imagine is zijn omstreden cultklassieker te zien in een nieuwe 4K-restauratie. “Nu corruptie en religieuze hersenspoeling hoogtij vieren, is de film relevanter dan ooit”, aldus het Amsterdamse festival.

Toen Ken Russell aan The Devils begon, had hij de Britse fatsoensrakkers al flink op de kast gejaagd. In Women in Love (1969) liet hij Oliver Reed en Alan Bates poedelnaakt worstelen. In zijn televisiefilm Dance of the Seven Veils (1970) trok hij componist Richard Strauss door een mangel van seks, geweld en nazisme. Er was protest in het parlement en de erven Strauss blokkeerden het gebruik van de muziek, waardoor die film decennialang onzichtbaar bleef. Tja, kunstenaars waren bij Russell nu eenmaal geen keurige bustes op een sokkel: ze hadden een lichaam, driften en soms bedenkelijke politieke sympathieën.

The Devils (1971)

Een opstandige priester
Als je The Devils kijkt, kun je moeilijk geloven dat Ken Russell destijds overtuigd katholiek was. De filmmaker zei later dat hij zich afzette tegen het geloof omdat het mensen manipuleerde en politieke tegenstanders uit de weg ruimde. Hij noemde The Devils een film over hersenspoeling en machthebbers die iedereen aan zich willen onderwerpen.

Het verhaal speelt zich af in het Frankrijk van de jaren 1630. Na bloedige godsdienstoorlogen moeten katholieken en protestanten samen verder leven. Protestanten mogen hun geloof nog wel belijden, maar ze moeten hun eigen militaire bescherming opgeven. De gemeenschap die Russell neerzet, heeft iets van het dorp van Asterix en Obelix, alleen moeten ze het hier zonder toverdrank stellen. Hun voornaamste verdediger is de charismatische katholieke priester Urbain Grandier (opnieuw Oliver Reed), die zich ook voor zijn protestantse medeburgers inzet. Hij verzet zich fel tegen de sloop van de muren van zijn vestingstad Loudun.

Terwijl koning Lodewijk XIII in een bizarre travestietenshow voor zijn hofhouding de godin Venus speelt, werkt kardinaal Richelieu aan een plan om Grandier te elimineren. Richelieu zal zijn kans grijpen in het plaatselijke nonnenklooster, waar Grandier de gemoederen flink bezighoudt. Wat zich daar afspeelt, bracht de censoren destijds tot wanhoop en kan ook nu – met de gecensureerde scènes toegevoegd – moeiteloos kijkers choqueren.

Het verval van de stad
De politieke en religieuze intriges krijgen extra kracht door de decors van de jonge productie-ontwerper Derek Jarman, die later zelf naam zou maken als regisseur, zoals met Caravaggio (1986). Voor The Devils brak hij met de traditie van het historische kostuumdrama en bouwde hij in de studio Loudun na. De gigantische muren bekleed met glanzende witte tegels bepalen de klinische, bijna futuristische setting, geïnspireerd door Metropolis (1927) van Fritz Lang.

Terwijl de pest rondwaart, verandert de stad langzaam in een gitzwarte wereld van machtswellust en godsdienstwaanzin. Voor de uitdrijvingsscènes liet Russell zich inspireren door Aldous Huxley’s boek The Devils of Loudun, waarin Jeanne’s exorcisme wordt vergeleken met ‘een verkrachting in een openbaar toilet’. De witte tegels van Jarman laten zich langzaam besmeuren met bloed en vuil.

De kostuums van Shirley Russell (de toenmalige echtgenote van de regisseur) passen goed bij het theatrale karakter van de film. Het Franse hof hult zich in extravagante, soms lachwekkende barokke outfits en benadrukt daarmee de eigen leegte en decadentie. Lekker met z’n allen schieten op rennende mensen in een vogelpak! De kleding in het klooster is strikt en sober, totdat hier de razernij toeslaat – aangezwengeld door de van Grandier bezeten moeder-overste Jeanne.

The Devils (1971)

De bezeten nonnen
Vanuit een kloosterraam ziet Jeanne hoe de begrafenisprocessie voor de overleden gouverneur van Loudun langzaam dichterbij komt. Kwijlend en kronkelend heeft ze slechts oog voor de woest aantrekkelijke Urbain Grandier. Met Jeanne’s verwrongen lijf en scheefgetrokken hoofd maakt Vanessa Redgrave van Jeanne een potsierlijke, beklagenswaardige verschijning die geen raad weet met haar verlangen.

Zij ziet de priester als een Jezusfiguur die over water loopt, een doornenkrans draagt en een bloedende wond in zijn zij heeft. Een heilig boontje is hij zeker niet, want hij beantwoordt de seksuele belangstelling van vrouwen in Loudun met alle plezier. Oliver Reed geeft Grandier de kracht en viriliteit die veel van zijn rollen kenmerken: ook als priester trekt hij direct de aandacht en straalt hij een vanzelfsprekend gezag uit.

Jeanne fungeert als katalysator van de spraakmakende orgie in de kerk. Bij de seksueel onderdrukte nonnen slaan alle stoppen door. In de 4K-restauratie van The Devils zie je hoe religieuze hysterie ontaardt in losbandigheid, in scènes die decennialang uit de bioscoopversie waren geschrapt. Dat begint met nonnen die letterlijk hun habijt van zich afwerpen en zich in hallucinante beelden overgeven aan seksuele verlangens en suggestieve handelingen – met als hoogtepunt de scène waarin naakte nonnen zich bevredigen op een groot kruisbeeld van Jezus. Zelfs Fellini, die twee jaar eerder in Satyricon toch aardig had uitgepakt met de uitspattingen in het oude Rome, zou er rode oortjes van hebben gekregen.

Richelieu’s handlangers grijpen de ontketende razernij aan om Grandier als duivelsaanbidder te vervolgen en te martelen. De duivel hoeft in Loudun dus zelf niet zijn handen uit de mouwen te steken. Jaloezie, wraak en machtswellust doen het werk. De kardinaal wast zijn handen in onschuld.

Kijk wanneer deze film draait.

 

28 oktober 2026

 

Imagine 2026 – Deel 1: Krabben, hacken, rugpijn en zwanger van aliens
Imagine 2026 – Deel 3: Levende lijken en geesten die bang zijn voor andere geesten
Imagine 2026 – Deel 4: Pesten op een Zweeds eiland en rare kunstenaarshuizen

 

MEER FILMFESTIVAL

LIFF 2026 – Deel 3

LIFF 2026 – Deel 3:
Buitengewone vriendschappen

door Cor Oliemeulen

In het derde deel van ons LIFF-verslag volgen we een rouwende tiener, een teruggetrokken vrouw die een jongetje toelaat in haar leven en twee Schotse rappers die ontdekken dat succes hun vriendschap op de proef stelt.

 

Mouse

Mouse – De kracht van rouwen
Filmfestivals barsten vaak uit hun voegen van coming-of-age verhalen, maar dat blijken zelden sterke drama’s zoals Mouse. Regisseurs Kelly O’Sullivan en Alex Thompson maakten tijdens het LIFF 2024 al een verpletterende indruk met Ghostlight en zetten die lijn dit jaar voort met opnieuw thema’s als familie, rouw en theater.

In de zomer van 2002 zijn de tienermeiden Minnie en Callie onafscheidelijke vriendinnen. Callie is knap en populair, Minnie is verlegen. Ook al heeft hun vriendschap een ongelijke dynamiek, ze vullen elkaar prima aan. Aan die vanzelfsprekendheid komt abrupt een einde als Callie omkomt bij een auto-ongeluk. Minnie is niet alleen haar bestie kwijt, maar ook degene bij wie ze zichzelf kon zijn.

Mouse volgt Minnie (een geweldig naturel spelende Katherine Mallen Kupferer) in haar belevingswereld die totaal op zijn kop staat. Haar relatie met haar moeder (Barbara Dunn, net als in Ghostlight ook in het echt haar moeder!) wordt er niet beter op. Minnie schaamt zich voor haar achtergrond en haar wat onbeholpen moeder, die het hart op de tong heeft en niet kan bieden wat haar dochter wenst.

Het is begrijpelijk dat Minnie meer toetrekt naar Callie’s moeder (een al even sterke rol van Sophie Okonedo). Zij was ooit concertpianiste en voor een schoolherdenking helpt ze Minnie met een lied dat Callie aan het oefenen was. Voor haar is Minnie’s gezelschap een herinnering aan haar dochter. Voor Minnie is Callie’s moeder iemand die tijd voor haar maakt en praat over wat haar bezighoudt. Hun contacten leiden tot een soort van vriendschap, die wat tricky wordt zodra Minnie probeert iets van Callie’s plaats in te nemen.

Je kunt begrijpen dat het script van Kelly O’Sullivan is geïnspireerd door Lady Bird van Greta Gerwig. Beide films spelen rond 2002 en putten uit de jeugdherinneringen van hun makers. Ze volgen meisjes uit een eenvoudig milieu op de drempel van volwassenheid met een wankel zelfbeeld en een moeizame relatie met hun moeder. Gerwigs solo-regiedebuut is vooral een komedie, Mouse is een drama waarin rouw het hoofdthema is. En waar Lady Bird soepel met korte scènes en vinnige overgangen tempo maakt, geeft Mouse ongemak en stiltes meer ruimte. Daardoor blijft de film integer en menselijk.

 

Moscas

Moscas – Indringers
Al even sterk gekozen als de titel Mouse (muis) is Moscas (vliegen), de vijfde speelfilm van de Mexicaanse regisseur Fernando Eimbcke. In de openingsscène ligt een vrouw op bed die wakker wordt van een vlieg. Ze komt moeizaam overeind en volgt de vlieg naar de woonkamer. Met een pantoffel slaat ze hem dood. Even later weer een vlieg, die ze te lijf gaat met een spuitbus. De overvloedige spray dreigt haarzelf te verdelgen in plaats van die rotvlieg.

Het tempo en het sobere interieur van het kleine appartement voorspellen een drama zonder veel actie. De bewoonster, Olga (Teresita Sánchez), lijkt niet veel om handen te hebben. Vanaf haar bank zappt ze ongeïnteresseerd en soms zien we haar zitten aan een tafeltje waar ze Sudoku op een computer speelt. Een bezoek aan een pedicure leert dat ze geopereerd moet worden aan een ingroeiende teennagel. Dat kost 3.000 peso’s, en dat geld heeft ze niet. Geheel tegen haar zin verhuurt ze een slaapkamer aan Tulio. Zijn 9-jarige zoontje Cristian is bij hem, maar Tulio houdt hem aanvankelijk buiten haar zicht. Ze verblijven in de buurt van het ziekenhuis, waar Tulio’s vrouw wordt behandeld. Ze eten buiten en Cristian moet in een fles plassen of buiten in de bosjes zijn behoefte doen.

Met zijn vader-zoonrelatie, sociale kritiek, zwart-witfotografie en een camera die vaak op kinderhoogte staat, knipoogt Eimbcke naar het Italiaans neorealistische meesterwerk Ladri di biciclette (1948). Zo laat Moscas via het kind zien hoe geld en toegang tot zorg het dagelijkse leven bepalen. Terwijl vader weg is naar het ziekenhuis of voor werk krijgen Olga en Cristian contact. Met zijn ontwapenende gedrag brengt hij haar vaste, teruggetrokken leven langzaam uit balans. Cristian staat voor een vlieg uit de filmtitel die eerst ongewenst Olga’s leven binnendringt en later een verandering bij haar op gang brengt. De korte slotscène brengt dat leuk in beeld.

Door de minimalistische aanpak met het lome tempo, de vaste kaders en veel aandacht voor omgevingsgeluid komt Moscas langzaam op gang, maar maakt het ontstaan van de vriendschap tussen Olga en Cristian veel goed. Of wel, hoe een potje Space Invaders iemands leven kan veranderen.

 

California Schemin’

California Schemin’ – Roem door bedrog
Het verhaal over twee rappers in het Schotse Dundee die de hypocrisie van de muziekindustrie willen ontmaskeren, werd al in 2013 verteld in de documentaire The Great Hip Hop Hoax. Nu is er een speelfilm, het regiedebuut van James McAvoy, die ook een muziekbaas speelt. Het autobiografische boek California Schemin’: How Two Lads from Scotland Conned the Music Industry van Gavin Bain, een van de twee rappers, vormt de basis voor de film.

Het is vooral de Engelse muziekindustrie begin jaren 2000 die het moet ontgelden: alleen Amerikaanse artiesten zijn interessant. Dat merken boezemvrienden Gavin (Séamus McLean Ross) en Billy (Samuel Bottomley) nadat ze met de bus helemaal naar Londen zijn gereisd voor een auditie en daar worden uitgelachen met “Rapping Proclaimers”.

Weer terug in hun sociale flatwijk en het saaie werk in een callcenter besluiten ze om het anders aan te pakken. Ze gaan flink oefenen om een Amerikaans accent onder de knie te krijgen en doen alsof ze een verleden hebben in de internationale hiphop-scene. Het lukt zowaar, en ze krijgen een contract voor opnames, optredens en een verschijning bij MTV. Thuis in Dundee schudt Billy’s vriendin Mary haar hoofd. Zij denkt dat de jongens na hun succes weer zichzelf zullen zijn.

Maar Gavin en Billy hebben de smaak te pakken en genieten met volle teugen van hun roem, drank, drugs en aandacht van vrouwen. Vooral Gavin weet van geen ophouden. Met zijn nieuwe identiteit lijkt zijn onzekerheid verdwenen en begint hij te geloven in zijn eigen verzinsels, zodat zijn vriendschap met Billy steeds meer onder druk komt te staan.

California Schemin’ begint als een vlotte muziekkomedie, waarin de avontuurlijke uitspattingen deels zijn vastgelegd met een camcorder. Vanaf het moment dat het bedrog hun leven heeft overgenomen, verschuift de toon langzaam naar een donker karakterdrama. Die overgang werkt goed en voorkomt dat de film verzandt in een voorspelbare tienerkomedie.

Deze drie films zijn nog te zien tijdens het LIFF 2026.

 

14 oktober 2026

 

MEER FILMFESTIVAL

The Beloved

****
recensie The Beloved
Wie durft de grote kunstenaar tegen te spreken?

door Cor Oliemeulen

Stel je voor! Je bent een film aan het voorbereiden en leest ineens de synopsis van een andere film met hetzelfde uitgangspunt: een afwezige vader keert na jaren terug en vraagt zijn dochter om de hoofdrol in zijn nieuwe film te spelen. Het overkwam de Spaanse regisseur Rodrigo Sorogoyen toen hij ontdekte dat zijn Noorse collega Joachim Trier óók aan zo’n vader-dochterdrama werkte: Sentimental Value. Wat nu?

Na dagen van twijfel en overleg besloten Sorogoyen en zijn co-scenarist Isabel Peña toch door te gaan met hun eigen film, de opvolger van hun meesterwerk Las Bestias (2022). Dat was soms pijnlijk toen er ineens beelden van Triers film opdoken. “Het waren allemaal kleine steekjes in ons hart, maar we probeerden sterk te blijven en onze film te maken”, zegt Sorogoyen in een interview. Toen hij later Sentimental Value in Cannes zag, was The Beloved al opgenomen. Beide films bleken, ondanks hun identieke uitgangspunt, gelukkig een heel andere kant op te gaan.

The Beloved (foto: Manolo Pavon)

Wat Sentimental Value – dat nota bene de Oscar voor beste buitenlandse film won – en The Beloved ook gemeen hebben, is het sublieme acteerwerk. De Noorse film is gezegend met Stellan Skarsgård en Renate Reinsve, de Spaanse film met Javier Bardem en Victoria Luengo. Maar in toon lopen de films sterk uiteen: Trier kiest voor toenadering en verzoening, Sorogoyen voor een veel grimmigere uitwerking van de relatie tussen vader en dochter.

Ongemakkelijk rendez-vous
De achttien minuten durende openingsscène is een van de sterkste punten van The Beloved. Een man (Bardem) verwelkomt een jonge vrouw (Luengo) aan een restauranttafel. Het duurt een tijdje voordat we weten dat de man, Esteban Martínez, filmregisseur is en dat de vrouw zijn dochter Emilia is. Hij heeft in Amerika carrière gemaakt en is na dertien jaar weer terug. Zij is actrice, maar haar loopbaan wil niet vlotten en ze verdient haar geld als serveerster. In wisselende close-ups ontstaat een gesprek waarin beleefdheid en verwijten elkaar afwisselen. Dat leidt tot de reden van hun rendez-vous: ‘Ik wil dat jij de hoofdrol in mijn nieuwe film speelt.’

De scène voelt realistisch en levendig. Bardem en Luengo hadden elkaar maandenlang niet gezien en repeteerden afzonderlijk. Op de eerste draaidag speelden ze de ontmoeting in een restaurant, met verborgen camera’s en andere gasten. Ze mochten ook improviseren. Ingrediënten genoeg voor een ongemakkelijke sfeer.

Esteban blijkt beroemd, getuige een restaurantbezoeker die tussendoor om een handtekening vraagt – buiten beeld, want de focus blijft al die tijd op de vader. Hij vertelt dat hij een historisch drama over de voormalige Spaanse kolonie West-Sahara wil maken en dat hij is begaan met het lot van de oorspronkelijke bevolking, de Sahrawi’s. Kolonisten versus bewoners: een metafoor van de overheersende vader en de zich verzettende dochter. Want, zo merken we, Esteban mag dan wel worden bewonderd als begenadigd filmmaker, zijn reputatie als mens is dubieus, gezien zijn alcoholmisbruik en destructieve buien.

Film-in-een-film
Dé vraag van The Beloved is waarom Esteban de onervaren Emilia vraagt voor de hoofdrol van zijn film. Is het om hun band te herstellen? Om haar carrière te bespoedigen? Wil hij alsnog de vader zijn die hij vroeger niet was? Ja, Esteban is charmant, maar heeft ook iets dwingends. Zijn valkuil is om de gemiste jaren in te halen zonder eerst goed naar zijn dochter te luisteren. Toch stemt Emilia in om de rol te aanvaarden, want ze is nieuwsgierig, heeft nog ambitie en zal nog graag een appeltje schillen met haar vader.

The Beloved (foto: Manolo Pavon)

Op de filmset kijken de andere acteurs naar Emilia als de dochter van de baas, een positie die voordeel, maar ook achterdocht oplevert. De werkelijkheden van vader en dochter dringen elkaar binnen. Emilia speelt een personage, maar reageert ook als dochter. Esteban geeft aanwijzingen, maar spreekt dan ineens weer als vader. Elke opmerking kan een regieaanwijzing zijn, maar even goed een demonstratie van ouderlijk gezag.

En zo wordt The Beloved een film-in-een-film waarbij de kijker ook een interessant en leerzaam kijkje achter de schermen krijgt. Esteban is de grote artiest, de baas, het genie, de succesvolle regisseur die eisen stelt. Tussen alle dramatische ontwikkelingen is de opname van een maaltijdscène een verademing. Eén acteur eet volgens Esteban niet geloofwaardig genoeg met een lepel, dus moet die scène steeds opnieuw.

Keer op keer stormt Esteban uit zijn tent met de monitor en raakt steeds geïrriteerder. Zijn toenemende irritatie maakt het voor het gezelschap steeds moeilijker om niet in lachen uit te barsten. Denk aan de soldaten in Life of Brian (1979), die zich vergeefs proberen te beheersen als Pilatus de naam Biggus Dickus uitspreekt. Met andere woorden: hoe nadrukkelijker het gezag ernst verlangt, hoe onweerstaanbaarder het lachen wordt.

Naast de tirades van haar vader maken zijn momenten van plotselinge genegenheid de situatie voor Emilia verwarrend. Victoria Luengo (Suro, 2022) maakt Emilia’s verlangen naar warmte en bescherming geloofwaardig, zonder haar wrok en weerbaarheid te verliezen. Juist in Estebans verschillende gedaanten zie je het overweldigende acteertalent van Javier Bardem: van de onvervalste psychopaat in No Country for Old Men (2007) tot de gladde charmeur in Vicky Cristina Barcelona (2008). Met zijn kwetsbaarheid én zijn oerkracht weet hij zichzelf steeds weer in het middelpunt te plaatsen. Als acteur, regisseur én vader.

 

13 oktober 2026

 

Lees ook: Boek over Spaanse cinema

 

ALLE RECENSIES

LIFF 2026 – Deel 1

LIFF 2026 – Deel 1:
Drie mannen onder hoogspanning

door Cor Oliemeulen

In ons eerste verslag van het Leids filmfestival 2026 – van 8 tot en met 18 oktober – bespreken we drie thrillers: een weemoedig portret van een zakkenroller in New York, een avontuurlijke smokkeltocht tijdens de Grote Depressie en een beklemmende politieke thriller over een Chileense kapitein die van zijn luchtvaartacademie een martelcentrum moet maken.

 

The Only Living Pickpocket in New York

The Only Living Pickpocket in New York – Een uitstervend beroep
Eindelijk weer eens een onvervalste ode aan New York, waar oldskool zakkenroller Harry Lehman (een zoals altijd uitstekende John Turturro) vanuit de Bronx alle andere stadsdelen bezoekt om vooral in metro’s verkoopbaar spul te jatten. Harry is nog steeds vingervlug, maar een gestolen portemonnee heeft in het digitale tijdperk een andere inhoud. Mensen dragen nauwelijks nog contant geld en gestolen betaalpassen worden meteen geblokkeerd.

Turturro bereidde zich voor met boeken over echte zakkenrollers en leerde de basis en de psychologische kant van het vak van meesterzakkenroller Apollo Robbins, beter bekend als ‘The Gentleman Thief’. Regisseur Noah Segan toont hoe Harry voorbijgangers taxeert: een razendsnelle blik langs jaszakken, horloges en tassen, inschatten hoe een potentieel slachtoffer loopt en kijkt, en op welk moment je moet toeslaan.

We leren Harry kennen als een niet-onsympathieke vent die fouten heeft gemaakt en daarmee in het reine probeert te komen. Ondertussen zorgt hij voor zijn vrouw Rosie (Karina Arroyave), die niet meer spreekt en nergens op lijkt te reageren. Ontwapenend is de scène waarin Harry voor haar bed danst.

Het gaat mis als hij de verkeerde persoon besteelt. Tussen de buit zit een USB-stick van de jonge, rijke en arrogante Dylan Diamond (Will Price). Harry verkoopt die door zonder te weten dat er waardevolle gegevens op staan. In een race tegen de klok door New York, die soms doet denken aan Uncut Gems (2019) waarin een juwelier (Adam Sandler) steeds verder in de problemen raakt, probeert Harry de stick op te sporen.

The Only Living Pickpocket in New York laat zich meer kijken als een weemoedig portret van een ouder wordende zakkenroller dan als een zenuwslopende misdaadthriller. De jonge criminelen zijn minder geloofwaardig dan Harry en zijn jarenlange bekenden, zoals pandjesbaas Ben (Steve Buscemi). Jamie Lee Curtis duikt op als Moira, het hoofd van Dylans misdaadfamilie.

Kijk hier waar en wanneer deze film draait (mits niet uitverkocht).

 

The Weight

The Weight – Het gewicht in goud waard
The Weight is veel meer een conventionele thriller. Dit speelfilmdebuut van Padraic McKinley speelt zich af in Oregon van 1933, het vierde jaar van de Grote Depressie. We maken kennis met Samuel Murphy (Ethan Hawke) en zijn jonge dochter Penny, die uit hun appartement zijn gezet omdat ze de huur niet kunnen betalen. Op zoek naar een alternatief belandt hij in een knokpartij en in de gevangenis. Met andere gevangenen wordt hij tewerkgesteld om een weg aan te leggen. Het strafkamp wordt gerund door ijzervreter J.J. Clancy (Russell Crowe).

Murphy is een veteraan van de Eerste Wereldoorlog, een zwijgzame einzelgänger met een gehard voorkomen en een praktische bekwaamheid. Zo verzint hij een plan om een in de weg liggende rotsblok te verwijderen en fixt hij de auto van Clancy. Deze vertelt Murphy dat hij eerder kan vrijkomen om zo de adoptie van Penny te verhinderen, maar dan moet hij wel samen met drie andere gevangenen een flinke partij goudstaven smokkelen, voordat die worden geconfisqueerd door president Roosevelt.

De filmtitel verwijst naar de zware goudstaven die de gevangenen moeten dragen en natuurlijk naar de emotionele last van Murphy, die er alles aan wil doen om zijn dochter terug te krijgen. De vele kilometers lange tocht door de wildernis zit vol momenten die je in zo’n film mag verwachten. Zo sluit onderweg een inheemse vrouw zich noodgedwongen aan, vermoedt de kijker al meteen toekomstige amoureuze ontwikkelingen met Murphy, en moeten ze met al dat gewicht over een gammele hangbrug én over een wilde rivier zien te geraken. En dan natuurlijk nog onderlinge conflicten.

Alle genreclichés ten spijt draagt Ethan Hawke met zijn sterke spel ook het gewicht van de film. Begin dit jaar schitterde hij scherp van geest en woord, maar ook onberekenbaar in Blue Moon als de invloedrijke songwriter Lorenz Hart. In The Weight overtuigt hij als kwetsbare, vastberaden en nuchtere vader. In een interview noemde Hawke de zware opnamen in de Beierse bossen een van de moeilijkste zomers van zijn leven.

Kijk hier waar en wanneer deze film draait (mits niet uitverkocht).

 

The Red Hangar

The Red Hangar – Gewetensnood
Deze politieke thriller is met zijn 81 minuten precies lang genoeg om het verhaal van een man in gewetensnood te vertellen. Op 11 september 1973, tijdens de staatsgreep in Chili, krijgt luchtmachtkapitein Jorge Silva (Nicolás Zárate) het bevel om de luchtvaartacademie waar hij de scepter zwaait in te richten als detentie- en martelcentrum. Het wordt snel gevuld met aanhangers van de gevallen president Allende.

Silva, in militaire kringen beroemd als parachutespringer, verijdelde ooit een moordaanslag op Allende. Zijn vroegere rivaal, kolonel Jahn, krijgt steeds meer macht en dwingt Silva om te beginnen enkele “communisten” scherp te ondervragen. Om zelf niet als slachtoffer in zijn hangar te verdwijnen, kiest hij (voorlopig?) voor militaire gehoorzaamheid. Om hem heen, maar buiten beeld, worden mensen gemarteld en geëxecuteerd, ook collega’s. Silva probeert contact met zijn vrouw Rosa te krijgen. Die werkt als geschiedenislerares, dus is potentieel slachtoffer van de rechtse coupplegers.

Regisseur Juan Pablo Sallato, die eerder documentaires en series maakte, bouwt in zijn eerste speelfilm de spanning langzaam op. Functioneel geschoten in zwart-wit, volgt de camera steeds weer de gang van Silva waarbij de achtergrond vervaagt. Je vraagt je af wat er allemaal in hem om gaat. In close-ups van zijn gezicht vertrekt hij geen spier. In zijn ogen groeit vertwijfeling en wanhoop.

The Red Hangar is geïnspireerd op het boek Disparen a la bandada van Fernando Villagrán, die zelf in het detentiecentrum werd vastgehouden. De echte Jorge Silva werkte mee aan het scenario. Hij overleed in 2024, twee maanden voor de opnamen begonnen. De film werd in drie weken gedraaid in het Argentijnse Mendoza, nadat de Chileense luchtmacht weigerde om de beruchte academie te laten gebruiken.

Kijk hier waar en wanneer deze film draait (mits niet uitverkocht).

 

9 oktober 2026

 

MEER FILMFESTIVAL

Filmmarathon: Michael Caine

5 onbekende films van bekende Britse acteur
Filmmarathon: Michael Caine
Twee redacteuren van InDeBioscoop dompelen zich een weekend lang onder in de goede dingen des levens en vijf relatief onbekende films van de Britse acteur Michael Caine.

Filmmarathon Michael Caine

 

1. The Ipcress File (1965)

COR:
Na Franse en Amerikaanse acteurs en actrices is het tijd voor een Britse acteur in onze jaarlijkse filmmarathon. De meeste lezers kennen hem van zijn rol als butler annex vaderfiguur van Bruce Wayne in de Batman-trilogie van Christopher Nolan. Daarin vallen vooral zijn nuchterheid en droge humor op. Hoe zit dat in zijn minder bekende films?

Gelukkig heeft Bob opnieuw zijn barre fietstocht naar het zuiden des lands getrotseerd, ondanks een lekke band en een zuidwesterstorm die de nazomer probeert te verzieken. Met een heerlijk gevulde courgette (al zeg ik het zelf) achter de kiezen beginnen we met de doorbraakfilm van Sir Michael Caine – in 1933 in Londen geboren als Maurice Micklewhite.

Harry Palmer, zoals hij heet in The Ipcress File en de vier mindere vervolgfilms, is een tegenhanger van 007. Een beetje net als jij, Bob. Hij draagt soms een bril, doet boodschappen en kookt zelf. Bond-producent Harry Saltzman nam voor deze film Bond-medewerkers mee, zoals componist John Barry en editor Peter Hunt.

Wat direct opvalt is de manier van filmen: de camera staat vaak opvallend laag en kijkt langs of door voorwerpen, zoals lampenkappen en zelfs een sleutelgat. Alsof iemand geheim agent Palmer vanuit een verborgen plek observeert. De film krijgt zo een gevoel van paranoia. Die beklemmende sfeer versterkt als Palmer in een ‘programming box’ wordt gestopt. Projectoren, flitsend licht en vervormd geluid dienen om hem te hersenspoelen.

Die hallucinerende scène doet denken aan The Manchurian Candidate van enkele jaren eerder, maar toch is ook The Ipcress File volgens mij een vroeg voorbeeld van de paranoïde spionagethriller. Het plot over de ontvoering van een wetenschapper is minder origineel.

 

The Ipcress FileBOB:
Ik de tegenhanger van 007? Een compliment of een verborgen dis? Het klopt denk ik wel, hoewel ik James Bond nog nooit met windkracht 4 op de fiets heb zien ploeteren en voor een lekke band heb zien klooien met bandenlichters.

Nog sterker: door die sterretjes uit zijn Aston Martin zullen een hoop fietsers lekrijden. Want iets opruimen doet Bond nooit.

Nu ik erover nadenk: Michael Caine is misschien wel de beste niet-Bond ooit!

Ik laat me weer afleiden. Terug naar de film. Inderdaad niet alles was geweldig (met name de vrij afgezaagde tunes van John Barry) maar ik genoot er vele malen meer van dan de verseriede versie in 2022. Aan die twee zie je goed het verschil. De persoon die moderne series en films gewend is, zal zich bij deze film regelmatig afvragen: waarom dit diagonale beeld? Waarom dit shot vanuit de hoek van de kamer? Waarom een schouderpartij op de voorgrond? Een shot door de bekkens van een drumstel?

Het is voor mij wat de 20e-eeuwse cinema zoveel beter maakt dan de moderne. Het avontuur, de speelsheid, het gevoel voor stijl en choreografie en de humor in beelden. De slotbeelden in firstperson-look doen mij zelfs denken aan moderne games. Mooi mooi mooi!

Verder geniet ik van Caine’s energie. Samen met films als Alfie en Funeral in Berlin (vervolg van The Ipcress File) is hij hier op zijn allerCainst. Koppig, levenslustig, zwijgend, cool. Het is het archetype waar Caine’s hele acteerwerk op is gebouwd, maar daar komen we zo nog op terug. De bijrollen zijn hier trouwens frappant goed: Guy Doleman als Colonel Ross, Nigel Green als Major Dalby en Sue Lloyd als Jean Courney. Ze zijn ietsje overdreven maar dat maakt ze juist zo memorabel.

Van al die thee in de film krijg ik dorst. Ik ga nu maar even elders koffiedrinken – als Uden tenminste ergens een espressoapparaat heeft…

 

2. The Black Windmill (1974)

BOB:
Is dit nou die film met de hovercraft? Er is een Caine-film die ik me alleen herinner door die hovercraft…

We beginnen in elk geval met een kidnapping. Caine is spion en zijn zoon wordt meegenomen. Caine wordt hierdoor gechanteerd om dingen voor een bende te doen. Zijn bazen volgen hem. Caine is niet happy: “It is myyy sonnn!!”

In deze film is de brutale Caine ingewisseld door een boze, bezorgde Caine. Een van de vele afsplitsingen van zijn archetype. Hij is vooral aan het rondrennen in een verder vrij warrig spionageverhaal.

En dan opeens: de hovercraft! Een soort supergrote opblaasboot die tot 2000 over het water ‘hoverde’ van Calais naar Ramsgate. Geloof je het niet? Bekijk z’n geschiedenis.

Ik ben bang dat de hovercraft voor mij vooral het hoogtepunt is in deze film van Don Siegel. De andere acteurs – ‘veelwerkers’ als Donald Pleasance en John Vernon (bekend van Italiaanse pulpfilms) – zijn redelijk vermakelijk maar ook niet meer dan dat. Vernon wedijvert met Caine hier in een kampioenschap stuurse blikken.

Btw: heb je al aan je vriend Chat gevraagd wat de commerciële kansen zijn voor een gezonde-shakes-winkel in Uden? Volgens mij weet niemand er meer van dan jij! Ik bewonder je geduld om het te maken… Geef mij toch maar een vers broodje uit jouw jaren vijftig-oven.

 

The Black WindmillCOR:
Zo gemaakt hoor, zo’n shake: mik wat groenten, fruit, zaden, noten, pitten en water in de blender en je drinkt iets gezonds én lekkers. Heel anders dan die onverteerbare brij die Don Siegel in The Black Windmill je voorzet. Alleen al de titel van de film is absurd: de kidnapping eindigt bij twee windmolens die geen van beide zwart zijn!

Caine acteert heel ingehouden, maar daaronder zit veel woede. Bovendien is het tempo nog stroperiger dan die brij van Siegel en is het verhaal over onze geheim agent die zelf wordt verdacht van de ontvoering niet bijster origineel.

Zelfs de actiescènes hebben weinig vaart – als een hovercraft die doelloos boven het water blijft hangen. Het geheel oogt nogal houterig. Juist van Don Siegel, bekend om zijn strakke actiethrillers als The Killers (1964) en Dirty Harry (1971), hadden we best wat meer mogen verwachten.

Caine zelf vond achteraf dat de Engelse gereserveerdheid Siegel had besmet: de film was volgens hem te sentimenteel en te ingewikkeld geworden.

 

3. Without a Clue (1988)

COR:
Een filmparodie is vaak vragen om moeilijkheden. Zo verscheen in 1978 The Hounds of Baskerville met Peter Cook en Dudley Moore, een parodie op Sherlock Holmes die door kijkers en critici werd afgefakkeld. Dat weerhield regisseur Thom Eberhardt er niet van om het ook eens te proberen.

Maar in Without a Clue draait hij de rollen om: Dr. Watson is de briljante speurder en Sherlock Holmes is zijn hulpje. Laatstgenoemde is niet zo snugger en bovendien regelmatig dronken.

Het laat zich raden dat Michael Caine in de huid kroop van Holmes. In werkelijkheid is hij een matige B-acteur die door Watson (Ben Kingsley) wordt ingehuurd om die rol te spelen. Watson publiceert namelijk zijn eigen speurwerk in een tijdschrift en gebruikt daarvoor de door hem verzonnen Holmes. Maar als het publiek die beroemde detective in levende lijve wil ontmoeten, huurt Watson de B-acteur in. Na de nodige flaters raakt hij niet meer van hem af.

Ik denk dat de acteurs zelf de grootste lol hadden tijdens de opnamen, maar echt geslaagd vind ik de film niet. Caine valt wat tegen, maar dat ligt vooral aan het scenario, dat vooral flauwe grappen aaneenrijgt. Voor dit type spoofs heeft hij niet het talent, de timing en het droogkomische voorkomen van Peter Sellers, die zelfs met het zwakste verhaal een hilarische dubieuze speurneus neerzette.

Ondertussen vraag ik me af, Bob, of wij een goede Holmes & Watson zouden zijn.

 

Without a ClueBOB:
Ha, maar wie is dan Watson en wie Holmes? In ons geval, we zijn beiden schrijvers, ben ik bang dat er twee Watsons zijn. En loopt er ook een Moriarty van ons rond? Of is dat gewoon de ontlezing van de hele maatschappij?

Ben er mee eens: deze komische variant van Caine’s archetype is niet zijn beste punt. Neemt niet weg dat ik goed begrijp dat hij het wilde proberen, beetje buiten zijn comfortzone en zo, wat hem in hetzelfde jaar in Dirty Rotten Scoundrels wat beter af ging. Ben Kingsley trekt hier toch meer de aandacht en is, als je eerlijk bent, een veelzijdiger acteur. En het is ook het te flauwe scenario inderdaad: zonder humor vaart geen enkele parodie wel. Buster Keaton en Mel Brooks hebben trouwens ook pogingen gedaan.

Caine leerde zichzelf als acteur. Ik vertelde al dat ik op de fiets luisterde naar een interview dat Michael Caine hield in 1992 met Fresh Air. Hij vertelt daarin hoe hij zonder theaterachtergrond van vele andere Britse acteurs van zijn generatie alles gewoon ‘on the fly’ moest leren. Hij had daarbij extra veel aandacht voor zijn ogen (hij knipperde nooit, geleerd van Marlene Dietrich) en zijn stem (zie deze hilarische scène uit The Trip!). “Ik heb het meeste mezelf aangeleerd”, zegt hij in die podcast.

Een rol was te ver buiten zijn comfortzone, vertelde hij in dat interview. Dat was toen Hitchcock hem vroeg om de moordenaar in Frenzy te spelen. Hij kende de moordenaar uit de kranten en vond hem te verschrikkelijk om te spelen. “Hitchcock heeft nooit meer met mij gepraat.”

 

4. Last Orders (2001)

BOB:
Een groepje vrienden in de kroeg neemt afscheid van een van hen, Jack. Hij was een charmante en extraverte slager en zit nu in een urn op de bar.

Zijn vrienden gaan samen met zijn zoon zijn ‘last orders’ uitvoeren: zijn as uitstrooien in Margate. Enige dingetje: dat is aan de andere kant van het land. Ze rijden er met vijf mannen in de auto heen en Jacks vrouw, Amy, blijft achter.

Er wordt flink agressief in geflashbackt en door elkaar gemixt, waarbij soms zelfs zinnen in andere tijden worden afgemaakt. We leren in een aantal tijdlijnen alle achtergronden: geldproblemen, affaires en vriendschappen die onder druk staan. Gelukkig dat jij een beetje kunt rekenen, Cor, en ik nu snap dat de film zich in 1989 moet afspelen.

Het script heeft wel wat betere dialogen dan gemiddeld – vermoedelijk omdat het gemaakt is op basis van een roman van Graham Swift die in 1996 de Booker Prize won.

Wel is het een wat te beproefd arthousemodel, de roadmovie met conflicterende karakters, een beetje humor en een beetje drama. Op een dag als vandaag – het nazomeren is begonnen! – is het zeker te doorstaan.

 

Last OrdersCOR:
Ja, het was een goed idee om weer eens een flinke wandeling te maken, met een bezoekje aan Natuurcentrum De Maashorst, en het slalommen tussen de wisenten en wilde paarden in het stiltegebied.

Na onze eigen roadmovie is Last Orders een mooie aanvulling, zeker door de topcast! Naast Helen Mirren als Jacks vrouw, kun je je nauwelijks betere Britse filmvrienden wensen dan Michael Caine, Bob Hoskins, Tom Courtenay, David Hemmings en Ray Winstone. Hemmings had ik niet eens herkend, maar is ook als norse ex-bokser uitstekend. Heerlijk hoe vooral de altijd wat nerveuze Hoskins en Winstone hun zo herkenbare acteerstijlen inzetten en het gezelschap daarmee extra kleur geven.

Met Winstone (hij speelt Jacks zoon Vince) moet je sowieso geen ruzie krijgen. Ik kreeg een flashback van Nil by Mouth. Een bordje met die tekst hing achter het bed van de zieke Jack in het ziekenhuis en betekent dat je niets mag eten en drinken. In de film met die titel speelt Winstone op zijn agressiefst als hoofd van een disfunctionele familie in een Londense arbeiderswijk vol alcohol, drugs, geweld en expliciet taalgebruik: ‘fuck’ is maar liefst 428 te horen en ‘cunt’ scoort 82 keer. Vergeleken met dat is hij in Last Orders erg braaf.

Prima film over vriendschap en de vergankelijkheid van het leven, waarin iemand sterft op zijn hoogtepunt. De dialogen zijn inderdaad dik de moeite waard, zoals de opmerking dat ‘Jack in the box’ zit in de rit naar Margate.

 

5. The Great Escaper (2023)

COR:
Wat opvalt aan alle films met Michael Caine die ik heb gezien is dat hij ogenschijnlijk moeiteloos en met weinig nadruk acteert. Een blik, een droge opmerking of een korte stilte is vaak genoeg. Zijn stem is al bijna net zo herkenbaar als zijn gezicht: laag, licht nasaal en met een droge, relaxte manier van spreken. Toen iedereen in de Engelse cinema van de jaren 60 heel keurig praatte, gebruikte Caine een vet accent uit het arbeidersmilieu van Zuid-Londen. Hij noemde het zelf Cockney. Ja, die imitatiescène uit The Trip die je noemde is geweldig!

Zijn Oscars voor Hannah and Her Sisters (1986) en The Cider House Rules (1999) zijn het bewijs van een groot acteur, die wel degelijk over nuances beschikt. Dat geldt ook voor The Great Escaper, dat zich vooral laat kijken als zijn laatste filmoptreden. Caine was toen al 90 en oogt fragiel en kwetsbaar.

Ideaal voor de rol van Bernie, een oorlogsveteraan die stiekem het verzorgingshuis ontvlucht om in Frankrijk zeventig jaar na dato de herdenking van D-Day bij te wonen. Achter zijn koppigheid maakt hij zijn verdriet en traumatische oorlogservaringen voelbaar. Zo is zijn spontane ontmoeting met oude Duitse veteranen misschien een tikkeltje sentimenteel, maar vooral aangrijpend en geloofwaardig.

Ondertussen maakt Bernie’s achtergebleven vrouw Irene zich zorgen, zonder haar gevoel voor humor en sarcasme te verliezen. Ook een mooie rol voor Glenda Jackson, die vijftig jaar eerder al met Michael Caine samenspeelde in The Romantic Englishwoman (1975) van Joseph Losey. Jackson overleed nog voordat The Great Escaper in première ging.

 

The Great EscaperBOB:
Ik ben geen fan van drama zoals je weet. En hoewel deze film ook erg leunt op arthousetrucjes gaat ie er toch wel in. Ik moest wel meteen aan The Straight Story denken, ook oudjes, ook een roadmovie (hier een boatmovie) en ook charmant.

Zijn ouderen in films per definitie aandoenlijk? Met grapjes over leeftijd, zwarte humor, curieuze geschiedenissen. Dat is toch niet zo. In deze serie hebben we er al eerder een gezien – toen met Jane Fonda – en die werkte een stuk minder goed.

Het oorlogsverhaal geeft het verhaal wat vaart maar is niet het sterkste punt, want dat is het ingetogen acteerwerk van Caine, wat je de meest bescheiden variant van zijn acteur-archetype kunt noemen. De emoties zijn wiebeliger en brozer dan ooit, maar ja, wat wil je, hij is 90! Wat hij er dan nog uithaalt van achter zijn rollator, is best gaaf. Net als Glenda Jackson, zoals jij terecht opmerkt.

Het is eigenlijk best bijzonder dat je de evolutie van een mens kunt volgen via een acteur in films. Acht decennia films maakte Caine mee: dat is bijna de hele filmgeschiedenis! Ik geniet van zijn energie in The Ipcress File maar als je een eerlijk portret van een mens wilt, hoort de broze Caine van The Great Escaper er ook bij. En vergeet niet: dik in de zeventig speelde hij nog in krakers als Youth, Interstellar, Batman, The Prestige, Harry Brown, Inception… Misschien is Caine als acteur zelf ook wel een great escaper… Hoe dan ook een passende film om een indrukwekkende acteercarrière mee af te sluiten. En wij onze zesde filmmarathon!

Wat dacht je van een speciale Michael Caine-shake in je shake-bar? Gegarandeerd top tot dik na je tachtigste.

 

4 oktober 2026

 


Meer filmmarathons

Six et demi, onze (1927)

De Herfst van de Stomme Film
Deze september blikken we in De Herfst van de Stomme Film terug op klassiekers uit de maanden voordat The Jazz Singer in oktober 1927 de geluidsfilm inluidde. Een laatste oogst van tien films voordat Hollywood begon te praten. Hieronder de negende film.

 

Six et demi, onze (Frankrijk, juni 1927)
Het gezicht toont de ziel

door Cor Oliemeulen

Jean wordt verliefd op zangeres Mary en vertrekt met haar naar Zuid-Frankrijk. Het geluk is van korte duur. Tijdens een avondje uit danst Mary met Harry en niet lang daarna is ze spoorloos verdwenen. Er volgt een melodrama waarin fotografie centraal staat: als stijlmiddel én als bewijsmateriaal. De raadselachtige titel Six et demi, onze verwijst naar het formaat van de foto’s die Jean van Mary maakte.

Het verhaal lijkt voor de Franse filmpionier Jean Epstein van ondergeschikt belang. Met close-ups, overvloeiers, dubbele beelden, spiegels, licht, montage, verrassende kaders en een beweeglijke camera onderzoekt hij vooral wat film in 1927 allemaal kon zijn.

Six et demi, onze (1927)

Film bracht een eigen taal
Film was inmiddels populair amusement, maar had nog lang niet het aanzien van literatuur, schilderkunst en theater. Een nieuwe generatie filmmakers probeerde te bewijzen dat cinema niet afhankelijk hoefde te zijn van die oudere kunstvormen. Film moest een eigen taal krijgen. Zo zocht Sergej Eisenstein die in de Sovjet-Unie vooral in de montage. In Pantserkruiser Potemkin (1925) zorgen snel opeenvolgende beelden samen voor spanning en emotie.

F.W. Murnau maakte in Duitsland camerabewegingen om de beleving van zijn personages zichtbaar te maken, wat je nergens zo duidelijk ziet als in Der letzte Mann (1924). In Faust (1926) combineerde hij camerabewegingen met spectaculaire trucages en een expressief spel van licht en schaduw, om met Sunrise (1927) zijn eerste Amerikaanse film te maken waarin hij al die technieken samenbracht.

In Frankrijk gooide Abel Gance in Napoléon (1927) ook bijna iedere denkbare techniek in de strijd. Denk aan snelle montage, meerdere beeldlagen en bewegende camera’s, die hij zelfs op de rug van een galopperend paard bevestigde of aan kabels door de lucht liet vliegen – alles om je middenin de Franse Revolutie te wanen. Voor de spectaculaire finale liet Gance zelfs drie beelden naast elkaar projecteren (Polyvision).

Zowel Epstein als Gance waren Franse impressionisten. Ze registreerden niet alleen gebeurtenissen, maar probeerden ook gevoelens, herinneringen en ervaringen van hun personages zichtbaar te maken.

Psychologische acrobatiek in ‘laboratoriumfilm’
In Six et demi, onze maken we kennis met twee broers uit een welgesteld milieu. Jérôme is een gerenommeerde arts. Zijn jongere broer Jean heeft ook geneeskunde gestudeerd, maar koos een ander pad. Jean is alleen achtergebleven in de grote woning. De enorme, hoge kamers tonen niet alleen de rijkdom, maar maken ook de eenzaamheid voelbaar. Hoe fijn is het dat Jean de beroemde zangeres Mary ontmoet. Hij wordt verliefd en neemt haar mee naar Zuid-Frankrijk, waar ze een comfortabel leven leiden. Maar op een dag is Mary plotseling vertrokken en ontdekt Jean dat ze met danser Harry is meegegaan.

Epstein legt weinig uit, gebruikt opvallend weinig tussentitels en verwacht dus veel van de kijker. Het wel en wee over relaties, locaties en gebeurtenissen moet je vaak uit de beelden afleiden. Het tonen van een afscheidsbrief geeft meer houvast.

Ook het publiek in 1927 had moeite met Epsteins aanpak. Filmmaker en criticus Jean Dréville omschreef Six et demi, onze als “psychologische acrobatiek” en “een soort laboratoriumfilm”. Voor dat laatste valt wat te zeggen: Epstein gebruikt het melodrama als laboratorium om te onderzoeken wat een camera met mensen, voorwerpen, licht en beweging kan doen.

Close-ups van zwaar opgemaakte gezichten
Het gezicht is een van zijn favoriete proefobjecten. Epstein gebruikt veel close-ups, soms zo dichtbij dat een hoofd bijna het hele beeld vult. Vooral de mannen hebben zwaar aangezette ogen en oogleden. Scherp afgetekende gelaatstrekken versterken hun emoties. Tegen een lichte achtergrond komt zo’n hoofd los van de ruimte en blijven alleen de donkere ogen, wenkbrauwen en mond over. Op die manier kijken we in de ziel van het personage en wordt bijvoorbeeld verdriet pijnlijk zichtbaar. De filmtheorie noemde dit photogénie.

Six et demi, onze (1927)

Opvallend is ook Epsteins gebruik van spiegels. Die leveren niet alleen bijzondere composities en mooie contrasten tussen licht en donker op. Een spiegel kan iemand naar zichzelf laten kijken: van buiten én van binnen. Zoals Ingmar Bergman dat later ook zo geweldig zou doen.

Soms lijkt een personage gevangen in het kader, op andere momenten wordt juist de leegte rondom iemand belangrijk. Michelangelo Antonioni zou dat laatste verfijnen om eenzaamheid te benadrukken.

Het beeld blijft bestaan
Eén voorwerp in Six et demi, onze krijgt een bijzondere betekenis: de fotocamera. Jean en Mary bezoeken een fotografiezaak en kopen een camera. Vervolgens gaat Jean haar fotograferen. Fotografie heeft iets paradoxaals: een foto bevriest een moment en bewaart iemand zoals die op dat moment was. Herinneringen kunnen vervagen, maar het beeld blijft bestaan. In deze film smelten vorm en verhaal samen in de ontknoping.

Uiteindelijk heeft Jean Epstein nauwelijks filmtitels nagelaten die bij het grote publiek dezelfde status kregen als Potemkin, Napoléon, Metropolis of Sunrise. Epstein dankt zijn betekenis vooral aan zijn experimenten en filmische ideeën. Dat is waarom Six et demi, onze bijna honderd jaar later nog steeds fascineert. Niet omdat het liefdesdrama je uit je sokken blaast, maar omdat Epstein van een eenvoudig drama een speeltuin maakte.

Deze film is gratis te zien op YouTube.

 

26 september 2026

 

THEMAMAAND ‘De Herfst van de Stomme Film’

Juste une illusion

**
recensie Juste une illusion
Vlotte, maar vlakke familiefilm

door Cor Oliemeulen

Er is niks mis met feelgood. Ook niet met nostalgie. Maar het is prettig om ook verrast te worden. In Juste une illusion keren Olivier Nakache en Éric Toledano terug naar hun jeugd in de jaren tachtig. Hun meest persoonlijke film, zeggen ze zelf.

Filmmakers lijken steeds vaker terug te keren naar hun jeugd. Alfonso Cuarón met Roma en Steven Spielberg met The Fabelmans zijn geslaagde voorbeelden. Bij films als Armageddon Time van James Gray vraag je je af waarom belangrijke herinneringen van de filmmaker automatisch interessant zijn voor de kijker. Die vraag keert terug bij Juste une illusion.

Juste une illusion

Nakache en Toledano (C’est la vie, Hors Normes) waren tieners in de jaren tachtig en wilden opnieuw ervaren hoe het voelde om dertien te zijn. Na bijna twee uur vol muzikale hits, eerste liefdes, familieperikelen en goede bedoelingen blijf je achter met het gevoel dat je alles al eerder hebt gezien.

Joodse Arabier
Het is 1985. De bijna dertienjarige Vincent woont met zijn ouders en oudere broer Arnaud in een Parijse buitenwijk als hij verliefd wordt op Anne-Karin. Ondertussen verbergt vader Yves (Louis Garrel) dat hij werkloos is, terwijl moeder Sandrine (Camille Cottin) juist probeert hogerop te komen.

Daarmee gebruiken Nakache en Toledano de economische crisis van de jaren tachtig niet alleen maar als decor. Achter alle nostalgische aankleding proberen zij wel degelijk iets van de maatschappelijke werkelijkheid van 1985 te laten zien. Zo komt de Franse beweging SOS Racisme aan bod met de optimistische gedachte dat verschillende bevolkingsgroepen samen iets konden veranderen.

Ook Vincents afkomst krijgt aandacht zonder dat de film een zwaar identiteitsdrama wordt. Zijn moeder heeft Algerijnse wortels en zijn vader Marokkaanse. Vincent blijkt een Joodse Arabier. We leren dat door het décret Crémieux uit 1870 Algerijnse Joden de Franse nationaliteit kregen. Ook Nakache en Toledano groeiden op met meerdere culturele identiteiten.

Mitterrand en zijn vriend
Gelukkig valt er soms te lachen. De beste grap begint als Arnaud voor straf zijn jongere broer moet helpen met de spreekbeurt die Vincent zogenaamd samen met Anne-Karin heeft gemaakt.

Op een foto ziet Vincent president François Mitterrand hand in hand met een hem onbekende man. Zijn broer Arnaud maakt hem wijs dat de foto historisch is omdat de twee mannen hiermee openlijk voor hun homoseksuele relatie uitkomen. In werkelijkheid is de man de Duitse bondskanselier Helmut Kohl en werd deze beroemde foto in 1984 gemaakt tijdens een herdenking in Verdun, waar hun handdruk symbool stond voor de Frans-Duitse verzoening. Vincent neemt Arnauds uitleg voor waar aan en verwerkt die in de spreekbeurt op school. Met alle gevolgen van dien.

Helaas is niet iedere grap zo geslaagd. Zo is er een zoekgeraakte seksvideo, en de zoektocht naar de nieuwe eigenaar. De rabbijn misschien? Dat het hier om een videoband gaat, maakt de grap jaren tachtig, maar allesbehalve nieuw.

Juste une illusion

Bekend recept
Met Juste une illusion grijpen Nakache en Toledano opnieuw terug naar hun beproefde formule, die begon met hun grote internationale doorbraak Intouchables (2011). De kracht zat daar vooral in de buitengewone chemie tussen François Cluzet en Omar Sy in een tamelijk conventioneel feelgoodverhaal. Een van de bekendste scènes is die waarin Omar Sy op een feestje losgaat op Boogie Wonderland van Earth, Wind & Fire. Het stijve gezelschap komt tot leven en ook de kijker kan niet stilzitten.

Juste une illusion kent opnieuw zo’n dansmoment. Ditmaal gaat Sandrine in de woonkamer los op I’m So Excited van The Pointer Sisters. De scène duurt en duurt, totdat Yves binnenkomt en ook zijn remmingen laat varen. Daar is-ie weer: de bekende pophit, het spontane dansen, het gevoel van bevrijding en het feelgoodmoment.

Ook de sfeervolle pianomuziek die af en toe opduikt, roept herinneringen op aan Intouchables, waarin de muziek van Ludovico Einaudi zo’n belangrijke rol speelde. Misschien geen bewuste verwijzing, maar toch.

De laatste akte bevestigt alle vermoedens over hoe deze familiefilm eindigt. Vincents bar mitswa nadert, de gezinsproblemen worden gladgestreken en het verhaal werkt toe naar hereniging en verbondenheid. En natuurlijk niet te vergeten de sentimentele toespraak: liefde voor alles en iedereen! Uiteindelijk nog wat homevideo’s om zeker te weten hoe bijzonder die tijd wel was.

Nakache en Toledano kunnen zich troosten met de wetenschap dat het Franse publiek hun terugkeer naar de jaren tachtig enthousiast heeft omarmd. Maar volle zalen maken een film nog niet origineel.

 

22 september 2026

 

ALLE RECENSIES

The Cave of the Silken Web (1927)

De Herfst van de Stomme Film
Deze september blikken we in De Herfst van de Stomme Film terug op klassiekers uit de maanden voordat The Jazz Singer in oktober 1927 de geluidsfilm inluidde. Een laatste oogst van tien films voordat Hollywood begon te praten. Hieronder de zesde film.

 

The Cave of the Silken Web (China, februari 1927)
Ontsnapt uit het web van de tijd

door Cor Oliemeulen

Een jonge boeddhistische monnik belandt in een grot bij zeven vrouwen die hem in hun web willen lokken. The Cave of the Silken Web van de Chinese filmpionier Dan Duyu is een simpele maar curieuze fantasiefilm met spinnengeesten, kannibalisme, verdwijntrucs en een merkwaardige bruiloft. Dat we de film bijna honderd jaar later überhaupt nog kunnen zien, is misschien wel het meest bijzondere aan dit avontuur uit 1927.

Van de films uit het stomme tijdperk is het grootste deel verdwenen. Eye Filmmuseum schat het verlies wereldwijd op tachtig procent. Van sommige films weten we alleen dankzij oude inventarislijsten, recensies en bioscoopadvertenties dat ze ooit hebben bestaan. “Een verrassend groot deel van die films is al in de eerste helft van de twintigste eeuw actief vernietigd, want film gold als een vermaaksartikel zonder cultuurhistorische waarde.”

The Cave of the Silken Web (1927)

Verdwenen of een tweede leven
Er is nog een andere belangrijke reden: het materiaal. Films werden geschoten op zeer brandbaar nitraat. Wie Inglourious Bastards (2009) van Quentin Tarantino heeft gezien, kan dat volmondig beamen. Ook aanraken, vocht en droogte waren niet bevorderlijk voor een lang leven van de film. Als je nu de geschiedenis van de stomme film bekijkt, zie je dus een geschiedenis vol gaten. En films met gaten.

De Library of Congress in de Verenigde Staten onderzocht 10.919 Amerikaanse stomme speelfilms die tussen 1912 en 1929 werden uitgebracht. Ongeveer zeventig procent daarvan is volledig verloren.

Japan werd nog harder getroffen. Het National Film Archive of Japan bezit slechts 4,1 procent van de Japanse speelfilmproductie uit de jaren twintig. Zelfs regisseurs die later behoorden tot de grootmeesters van de wereldcinema verloren een groot deel van hun vroege werk. Zo ging ongeveer tachtig procent van de vooroorlogse films van Kenji Mizoguchi verloren, van die van Yasujirō Ozu bijna de helft. Zijn debuut Sword of Penitence verscheen in 1927. Het zou een ideale kandidaat zijn geweest voor onze themamaand De Herfst van de Stomme Film – maar helaas kan niemand die film meer kijken.

Zelfs als een film overleeft, kan de kopie versleten of beschadigd zijn. Gelukkig zijn er methodes om oude films van de ondergang te redden. Een mooi voorbeeld zie je bij Auguste en Louis Lumière. Voor Lumière! L’Aventure Commence werden 144 van hun filmpjes in 4K gerestaureerd.

Hoe ingrijpend zo’n restauratie kan zijn, bleek ook bij Le Voyage dans la Lune (1902), waarvoor duizenden afzonderlijke beeldjes moesten worden gefotografeerd, gescand en hersteld. Een van de restaurateurs sprak dan ook van ‘een wederopstanding’ in plaats van een restauratie.

Eten of gegeten worden
Ook The Cave of the Silken Web (Pan si dong, 1927) kreeg een tweede leven. De enige bekende, onvolledige nitraatkopie werd in 2011 teruggevonden in Noorwegen en door de National Library of Norway gerestaureerd. Van de oorspronkelijke circa 1900 meter bleef ruim 1200 meter over, goed voor 59 minuten film. Het is deze restauratie die we nu kijken en bespreken.

De jonge boeddhistische monnik Tang Xuanzang is op weg naar het westen om heilige geschriften op te halen. Onderweg krijgt hij honger en gaat hij op zoek naar voedsel. Hij belandt bij zeven jonge vrouwen in een grot. Ze ontvangen hem vriendelijk en nodigen hem uit voor het eten. De monnik weigert echter de maaltijd omdat hij als boeddhist geen vlees eet. Met een brede grijns merkt een zwarte bediende op dat hij al een maand geen monnik heeft gegeten. De vrouwen blijken spinnengeesten die mannen hun web in lokken. “Als je eenmaal in het web zit, wil je nooit meer weg.”

De monnik voelt dat er iets niet klopt, maar ontsnappen is lastig. Van zijn drie reisgenoten speelt vooral Pigsy een grote rol. Met zijn grote varkenskop is hij een komische, maar vooral afstotelijke verschijning tussen de jonge vrouwen. Ook hij raakt verstrikt in hun web.

Mensen en geesten verdwijnen plotseling en duiken weer spontaan op, soms in een andere gedaante. Dat gebeurde zonder revolutionaire technieken. De camera werd simpelweg stilgezet, waarna een acteur of object werd verwisseld en de opname verderging. Georges Méliès gebruikte dat soort trucs al dertig jaar eerder.

Een veel opmerkelijker experiment kunnen we helaas niet meer beoordelen. In de oorspronkelijke film zat een zwemscène waarvoor onderwateropnamen werden gemaakt, volgens bronnen een primeur voor de Chinese cinema.

The Cave of the Silken Web (1927)

Een nadere blik op 1927
Wie bij een stomme film automatisch aan zwart-wit denkt, vergeet dat kleur al lang vóór de kleurenfilm werd gebruikt. Filmkopieën werden getint om een hele scène een bepaalde kleur en sfeer te geven. D.W. Griffith deed dat al in Intolerance (1916). The Cave of the Silken Web is grotendeels bruinachtig getint. Daardoor valt de paars-rode kleur van de vurige finale extra sterk op.

Hoe groot de culturele afstand tot 1927 inmiddels is, zie je in het karikaturale portret van de zwarte bedienden in de grot. Ze springen als vrolijke wilden uitbundig en voortdurend lachend door het decor.

De maker van de film, Dan Duyu, hielp in de jaren twintig de Chinese speelfilmindustrie op te bouwen in Shanghai, het toenmalige centrum van de cinema. Naast melodrama ontstond een commerciële cinema vol historische verhalen, martial arts, geesten, magie en monsters. The Cave of the Silken Web past goed bij die populaire cultuur. Het is geen zwaar kunstwerk, maar amusement met bekende sterren, kostuums, decors, kleuren, humor en technische experimenten.

Net zoals Amerikaanse stomme films soms alleen overleefden omdat ergens in Europa een kopie opdook, dankt deze Chinese film zijn voortbestaan aan een toevallige vondst. The Cave of the Silken Web gaat daarom niet alleen over een monnik die wordt gevangen in een web van aantrekkelijke spinnenvrouwen – de film zelf is ontsnapt uit een web van verval, vernietiging en vergetelheid.

Deze film is gratis te zien op YouTube.

 

17 september 2026

 

THEMAMAAND ‘De Herfst van de Stomme Film’

It (1927)

De Herfst van de Stomme Film
Deze september blikken we in De Herfst van de Stomme Film terug op klassiekers uit de maanden voordat The Jazz Singer in oktober 1927 de geluidsfilm inluidde. Een laatste oogst van tien films voordat Hollywood begon te praten. Hieronder de eerste film.

 

It (Verenigde Staten, februari 1927)
Geboorte van de ‘It Girl’

door Cor Oliemeulen

Het zijn eerst die ogen. Groot, levendig, een tikje brutaal. Clara Bow hoeft in It nauwelijks iets te doen om je blik naar zich toe te trekken. En dat is nou precies waar deze film over gaat: een eigenschap die zich nauwelijks laat omschrijven, maar die je meteen voelt als je haar ziet.

Schrijfster Elinor Glyn noemde in haar novelle die eigenschap simpelweg It. Een soort X-factor avant la lettre, die volgens haar niets met schoonheid alleen te maken had. Een natuurlijke aantrekkingskracht en magnetische ‘sex appeal’, zonder dat je je daar zelf van bewust bent.

Clara Bow als de eerste It Girl.

De vrouw neemt het initiatief
De wat sullige Monty (William Austin) leest Glyns verhaal in de Cosmopolitan en begrijpt dat It dé eigenschap is waarmee iemand het andere geslacht aantrekt. Aha, dat geldt dus ook voor mannen, concludeert hij als hij zichzelf tevreden in de spiegel bekijkt.

Met het magazine in de hand loopt hij naar zijn vriend Cyrus (Antonio Moreno), de nieuwe baas van het immense warenhuis. Die heeft geen tijd om zich te laten beoordelen. Dan maar eens zoeken op de damesafdeling naar iemand met It. Monty blijft staan voor enkele verkoopsters, leest nog even een paar regels uit het verhaal en weet het zeker: verkoopster Betty Lou (Clara Bow) heeft ‘het’. Maar zij staat inmiddels in katzwijm te kijken naar Cyrus, die nu ook op haar afdeling is verschenen.

Terwijl Monty voorzichtig contact met haar zoekt, vangt Betty Lou op dat Cyrus die avond in de Ritz dineert. Ze laat zich snel door Monty uitnodigen om zo met haar baas in contact te kunnen komen. Of het eenvoudige meisje en de rijke directeur uiteindelijk bij elkaar komen, verklappen we natuurlijk niet.

Wat we wel kunnen verklappen, is dat de film – behalve het begrip It – nauwelijks iets van Glyns novelle overneemt. In dat verhaal is geen vrouw maar een succesvolle zakenman gezegend met It. De film draait dus de rollen om en maakt van het arme winkelmeisje Betty Lou de belichaming ervan: bruisend, energiek en brutaal. Iemand die niet afwacht tot ze wordt versierd, maar zelf het initiatief neemt. Ze gebruikt haar It-factor juist heel bewust om Cyrus te verleiden.

De wilde jaren 20
We zitten midden in de Roaring Twenties als ene Clarence G. Badger It regisseert. Een periode van economische groei, consumptie, auto’s, radio, jazz, stadsleven, film en een veranderende jeugdcultuur. Flappers, zo noemen ze jonge vrouwen die breken met normen over hoe zij zich horen te gedragen. Ze dragen kort haar en nog kortere jurken, dansen, roken, drinken, flirten en zijn zelfstandig.

Een actrice als Clara Bow had al in films met veelzeggende titels als Dancing Mothers en Mantrap een reputatie opgebouwd als een vrouw met een heel directe en levendige aanwezigheid. Heel anders dan de afstandelijke elegantie van Greta Garbo en het onschuldige imago van Mary Pickford oogde Bow spontaan, fysiek aanwezig, ondeugend en modern.

Met haar grote, donkere en sprekende ogen keek zij nieuwsgierig en vol zelfvertrouwen de wereld in. Haar sterk aangezette, hartvormige bovenlip werd een kenmerk van die wilde jaren. Bijna elke flapper had er een. Maar ook kapsels, kleding en gedrag werden massaal gekopieerd.

It (Verenigde Staten, februari 1927)

It werd een groot kassucces en Clara Bow was een sensatie. In datzelfde jaar speelde ze ook in Wings (augustus 1927). Dit spectaculaire oorlogsdrama, met het beroemde tracking shot waarbij de camera zich soepel over zes tafels in een afgeladen Folies Bergère beweegt, ging de geschiedenis in als de eerste winnaar van de Oscar voor beste film. Haar rol is daar kleiner – de film draait vooral om twee bevriende gevechtspiloten – maar ook als het verliefde buurmeisje Mary Preston spat Bow van het doek.

Filmstudio Paramount verkocht vooral die sprankelende persoonlijkheid. Bladen schreven voortdurend over haar privéleven. Haar kracht lag in het gevoel dat ze niet acteerde, maar dat ze gewoon was.

Meer dan je naam op een parfumflesje
Met die zwijgende romantische komedie uit 1927 werd Clara Bow wereldberoemd als de “It Girl”. Honderd jaar later is het begrip nog springlevend, maar flink gedevalueerd. Denk aan al die influencende modepoppen, zoals weet ik hoeveel Kardashians, waarbij het vooral draait om het verkopen van allerlei rotzooi aan jonge meiden van wie de eigen smaak zich nog moet ontwikkelen. Ooit betekende It dat iemand een ondefinieerbare aantrekkingskracht had. Tegenwoordig is het al genoeg als je maar vaak op een scherm verschijnt en er iemand staat te popelen om je naam op een parfumflesje of op een potje wondercrème te zetten.

Het leven van Clara Bow zou uiteindelijk een stuk minder zorgeloos verlopen dan haar verschijning op het witte doek deed vermoeden. De roem, schandalen en voortdurende belangstelling voor haar privéleven eisten hun tol. Al even populair was Bow in de vroege geluidsfilms, maar door het gebruik van microfoons kon ze minder vrij bewegen. Juist toen bleek pas goed dat haar lichamelijke manier van acteren, haar spontaniteit en die directe relatie met de camera waren gevormd door de stomme film.

Deze film is gratis te zien op YouTube.

 

3 september 2026

 

THEMAMAAND ‘De Herfst van de Stomme Film’