Goodbye, Dragon Inn

***
IFFR Unleashed – 2004: Goodbye, Dragon Inn
Is de bioscoop vervloekt?

door Cor Oliemeulen

Het plotloze Goodbye, Dragon Inn toont de verstilde schoonheid van een bioscoop die door gebrek aan belangstelling de deuren moet sluiten. De meeste actie komt van het witte doek in de zaal, maar de schamele bezoekers hebben wel wat beters te doen.

Het Fu-Ho Grand Theater in Tapei zit bomvol toeschouwers die kijken naar de wuxia-film Dragon Inn. Het is 1967 en we zien boven vanuit de projectieruimte door een spleet van wapperende gordijnen flarden van de bezoekers en het filmdoek. Naadloos gaat dit beeld over in een bijna lege zaal waar diezelfde klassieker van King Hu nu zo’n vijftien jaar later wordt vertoond. Onze aandacht gaat uit naar een oudere man die de film kijkt terwijl wij het geluid van opgewonden sprekende en zwaardvechtende mensen horen. Er verschijnen emoties op het gezicht van de man en we zien nu dat hij zelf meespeelde in Dragon Inn.

Goodbye, Dragon Inn

Film kijken is bijzaak
Net als deze korte scène spreekt de filmtitel boekdelen. Goodbye, Dragon Inn (Bu San, 2003) is een nostalgisch eerbetoon aan de bioscoop en de film (net als The Last Picture Show uit 1971 en Cinema Paradiso uit 1988), maar schetst tegelijkertijd het sombere beeld van een theater dat wegens teruglopende belangstelling de deuren zal moeten sluiten. Buiten regent het onophoudelijk pijpenstelen en binnen zoekt een Japanse toerist onderdak. Hij heeft geen vuur om zijn sigaret aan te steken. In een aantal droogkomische fragmenten in de zaal, bij de wc’s en in de gangen, waar her en der lekkend water in emmers wordt opgevangen, probeert hij niet alleen een vuurtje te krijgen, maar heeft het er ook alle schijn van dat hij hier niet de enige man is die (homoseksuele?) contacten probeert te leggen.

Je moet houden van de lange, vaak kleurrijke, statische shots van Ming-liang Tsai. De veel bejubelde Taiwanese cineast (hij won in 1994 voor zijn tweede speelfilm Vive l’Amour de Gouden Leeuw in Venetië) maakt de kijker volkomen afhankelijk van zijn beelden, die vooral betrekking hebben op de stuntelige communicatie tussen personages en hun moeizame pogingen om emoties te uiten. Pas na 44 minuten in Goodbye, Dragon Inn wordt de eerste dialoog uitgesproken. ‘Weet je wel dat deze bioscoop vervloekt is’, zegt de man van wie de Japanse toerist uiteindelijk een vuurtje krijgt. Uitleg volgt niet, de kijker moet het stellen met zijn eigen gedachten en associaties.

Goodbye, Dragon Inn

Elke stap die je zet
Het heimelijke verlangen naar communicatie komt eveneens tot uiting tussen het kassameisje en de operator. Het kassameisje heeft zo te zien een klompvoet en loopt als gevolg hiervan tergend langzaam door gangen en op trappen. De kijker is getuige van bijna elke stap die zij zet. Kennelijk heeft zij zich – op deze laatste avond voordat de bioscoop (tijdelijk?) zal sluiten – voorgenomen na zoveel tijd (nader) kennis te maken met de operator. Maar eenmaal aangekomen in de projectieruimte is hij daar niet. Dan maar weer naar beneden terwijl de camera op afstand het meisje in deze troosteloze omgeving observeert.

Als je op zoek bent naar een film met actie (en wat voor actie!) kun je veel beter Dragon Inn zelf kijken. Goodbye, Dragon Inn kabbelt een kleine anderhalf uur voort en is bijna ongekend minimalistisch. Maar juist daardoor word je als kijker uitgenodigd tot nieuwsgierigheid en een beschouwende houding. Een dergelijke weemoedige film over film en het destijds door Ming-liang Tsai gevreesde verdwijnen van de cinema krijgt in deze tijd van lockdowns met het daadwerkelijk sluiten van bioscopen een extra dimensie. De vraag is dan ook welke (Nederlandse?) regisseur – opnieuw zo’n vijftien jaar later – de gelegenheid neemt om een film over een gesloten bioscoop te maken. Met enkel een schoonmaakster, een beveiliger en een fijnzinnig gevoel voor kadrering komt die vast een heel eind.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 26 mei 2021.

15 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Watermelon Woman, The

***
IFFR Unleashed – 1997: The Watermelon Woman
Verstrengelde levens

door Cor Oliemeulen

Een jonge zwarte vrouw in het Philadelphia van de jaren 90 raakt gefascineerd door een jonge zwarte vrouw in het Hollywood van de jaren 30. Het verrassende van The Watermelon Woman (1996) is dat de film steeds meer raakvlakken krijgt met de film in de film.

Het beeld van de mammy in Amerikaanse films is bijna altijd stereotiep geweest. De zwarte huishoudster, vaak een gezette vrouw met een bulderende lach, toont zich zeer loyaal aan haar werkgever en heeft een dieper geloof in God dan de paus. In The Birth of a Nation (1915) van filmpionier D.W. Griffith verdedigt zij het huis van haar witte meester tegen zowel zwarte als witte soldaten, onder het mom dat zij liever vecht dan vrij is. Minder propagandistisch maar even onthutsend is de rol van de mammy in Gone with the Wind (1939) als zij het opneemt tegen zwarte soldaten van wie zij denkt dat die de woning van haar witte meesteres willen binnendringen.

The Watermelon Woman

Zwart en lesbisch
Veel minder bekend dan Hattie McDaniel, de huishoudster in laatstgenoemde filmklassieker, is de naam van Fae Richards, die door haar optredens in Amerikaanse films uit de jaren 30 de bijnaam The Watermelon Woman kreeg. Ze was mooi, ongrijpbaar en kon bovendien goed zingen. Tientallen jaren later raakt de 25-jarige Cheryl in Philadelphia gefascineerd door deze zwarte actrice en als aspirant-filmmaker besluit ze een documentaire over haar te gaan maken. Met de camera in de hand gaat ze op zoek naar de achtergronden van Fae Richards, ontmoet mensen die haar kenden en ontdekt waarom zij The Watermelon Woman werd genoemd.

In het gelijknamige speelfilmdebuut van Cheryl Dunye, die min of meer zichzelf speelt, ontdekt ze tevens dat de actrice van weleer lesbisch is, en net als zij een relatie met een witte vrouw heeft, nota bene een regisseur van een film waarin Fae speelde. In archieven vindt Cheryl foto’s en filmmateriaal van haar. Ze is geschokt dat zwarte actrices destijds vaak niet eens op de aftiteling verschenen. Hoewel Fae Richards voor Cheryl als een soort rolmodel gaat fungeren, blijkt de ‘romantiek’ van het verleden en toekomst van zwarte lesbiennes ook scherpe randjes te hebben.

The Watermelon Woman

Originele revisie
The Watermelon Woman is de eerste film die gemaakt werd door een openlijk lesbische zwarte vrouw en is niet alleen daardoor bijzonder, maar ook omdat de film gaat over het maken van een film. De 25-jarige Cheryl werkt in een videotheek. Tegelijk met het maken van een documentaire over het lot van zwarte actrices in het oude Hollywood wordt haar film langzaam een soort autobiografie, omdat haar eigen leven en haar gevoelens steeds meer gaan lijken op die van Fae Richards.

Het gegeven wordt nog interessanter als de kijker zich realiseert dat The Watermelon Woman in feite een fictief personage is. Met die kennis zijn Cheryls zoektochten en interviews, en haar gebruik van (nagemaakt) archiefmateriaal voor haar documentaire, plotseling onderdeel van een parallelle werkelijkheid.

De lowbudgetsetting en de kleurrijke personages van The Watermelon Woman geven het leven van jongeren in het Philadelphia van de jaren negentig in korte fragmenten treffend weer. De film is nu nog, ook door zijn spontaniteit en humor, zeer genietbaar en zal potentiële filmmakers inspireren om zelf de camera ter hand te nemen. Onderwerpen genoeg in deze tijd!

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 12 mei 2021.

5 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Touch of Zen, A

****
IFFR Unleashed – 1995: A Touch of Zen
Kungfu met een spiritueel randje

door Cor Oliemeulen

Zwaardvechten, politiek drama, feminisme, boeddhisme en een spookverhaal komen samen in deze wuxia-film van King Hu. Centraal in het plot staat de relatie tussen dertiger Ku, een portretschilder, en de vrijgevochten Yang. Zij is op de vlucht voor strijders van de imperialistische eunuch Wei die haar vader, een generaal, hebben vermoord. A Touch of Zen (1971) is kungfu met een spiritueel randje.

We schrijven de veertiende eeuw ten tijde van de Ming-dynastie. De jonge vrouw Yang (Hsu Feng) neemt haar toevlucht tot een verlaten fort. Volgens de inwoners van het stadje zijn daar geesten. Yang raakt bevriend met de moeder van Ku (Shih Chun). Zij wil dat haar zoon iets nuttigs met zijn leven doet en voor meer inkomsten zorgt. Op haar ziekbed spreekt moeder haar zorgen uit over het verbreken van de bloedlijn van haar familie. Yang offert zich op en duikt met Ku de koffer in. Steeds meer opgejaagd door Wei´s strijders vinden ze uiteindelijk bescherming bij enkele boeddhistische monniken, want die leggen een sterk staaltje geweldloze martial arts aan de dag.

A Touch of Zen

Martial arts
King Hu was een Taiwanese filmmaker. Hij volgde in Beijing een kunstacademie, verliet China voor Hong Kong en trad in 1958 in dienst van de beroemde broers Shaw. Aanvankelijk als acteur en schrijver, later als regisseur. De broers Shaw hadden destijds de grootste Chinese filmstudio en waren toonaangevend in het vervaardigen van martial artsfilms. In 1967 startte Hu een filmstudio in Taiwan. Hij keerde in de jaren 70 terug naar Hong Kong, maar bleef ook films maken in Taiwan en China.

Hu ontwikkelde zich al snel tot een auteur: een filmmaker die zoveel mogelijk onafhankelijk opereert en een zeer persoonlijke stempel op zijn producties drukt. Hij bleef de wuxia-film verfijnen met meer subtiliteit en expressiviteit. Te beginnen met Come Drink With Me (1966) en gevolgd door Dragon Inn (1967). In deze films waren de acrobatische bewegingen, zwaardgevechten en rondvliegende pijlen nog dynamischer en opwindender, want Hu maakte efficiënt gebruik van breedbeeld en bijna naadloze montages (let bijvoorbeeld op het beeld en geluid van rennende personages). Bovendien introduceerde hij principes en effecten uit de Peking Opera, bijvoorbeeld de minimalistische percussieklanken.

Onderhoudend en dynamisch
A Touch of Zen (1969) is een episch hoogtepunt in King Hu’s oeuvre. De film is gebaseerd op een klassiek Chinees verhaal en verscheen aanvankelijk in twee delen in de Taiwanese bioscoop. In 1971 werden die samengevoegd tot één film. De lengte van 400 minuten werd teruggebracht tot zo’n drie uur voordat hij zijn internationale première op het Filmfestival van Cannes beleefde. Al met al geen minuut teveel voor dit onderhoudende epos.

Zoals zijn vakgenoot Akira Kurosawa in Japan de samoeraifilm op de kaart had gezet, zo ontpopte King Hu zich als bepalende regisseur van de wuxia-film, zeg maar kungfu met de nadruk op zwaardvechten. Hu had goed gekeken naar Kurosawa, getuige zijn creaties van dynamische beeldkaders, in dit geval met veel nevel en regelmatig een spel met licht, donker, kleur en zon. De cinematografie is zeker voor die tijd opzienbarend, maar doordat een aantal actiescènes zich in het halfduister afspelen, zijn die niet altijd even gemakkelijk te volgen.

A Touch of Zen

De vrouwelijke zwaardvechter
Terwijl Kurosawa louter mannen laat vechten (vaak geëntameerd door huisacteur Toshiro Mifune) introduceerde Hu de vrouwelijke zwaardvechter. In Come Drink With Me glorieert actrice Cheng Pei-pei. Na een klein rolletje in Dragon Inn doet de mooie Hsu Feng in A Touch of Zen menig mannenhart sneller slaan. Toen ze samen met King Hu te gast was tijdens de vertoning in Cannes ontmoette Feng zoveel ambitie en artistieke visies dat ze besloot om meer te gaan doen dan alleen acteren. Ze zou uitgroeien tot een succesvol filmproducer. Achttien jaar later tijdens datzelfde filmfestival mocht ze als producer van Farewell My Concubine van Chen Kaige de Gouden Palm ophalen.

Tal van filmmakers hebben de choreografie van de martial arts in King Hu’s films gekopieerd. Denk daarbij vooral aan acrobatisch springende zwaardvechters en andere licht aangezette en soms komisch werkende bewegingen. Het grote publiek zou hiermee pas kennismaken in Crouching Tiger, Hidden Dragon (2000) van Ang Lee. Naast Hu’s aandacht voor kungfu, drama, spookverhaal, oorlogstactieken en spiritualiteit, biedt A Touch of Zen in bijna elke scène een korte contemplatie over de relatie van de mens met de natuur. De sleutelscène met de fantastische clash in het bamboebos, badend in brekend zonlicht, is van een ongekende schoonheid.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 12 mei 2021.

2 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Schramm – Into the Mind of a Serial Killer

*
IFFR Unleashed – 1994: Schramm, Into the Mind of a Serial Killer
Fascinerende afschuwelijkheid

door Cor Oliemeulen

We kunnen deze filmbespreking beginnen met een korte opsomming van alle afschuwelijkheden in Schramm, Into the Mind of a Serial Killer, maar dan haken de meeste lezers direct af. Of juist niet?

Waarom zou iemand in de hersenen van een seriemoordenaar willen kijken? De Duitse filmmaker Jörg Buttgereit zei in een interview dat films over seriemoordenaars eigenlijk altijd gaan over politieagenten, die bijvoorbeeld problemen met hun vrouw of een verslaving hebben, en uiteindelijk de seriemoordenaar oppakken. Buttgereit haat dat soort films, want we komen volgens hem veel te weinig te weten over de seriemoordenaar. Tegelijkertijd kun je je afvragen welk nut het dient om überhaupt iets te weten over de impulsen van een zieke geest. Zeker als handelingen niet worden verklaard, zoals dat bijvoorbeeld wel gebeurt bij andere Duitse seriemoordenaars in M (1931), Der Untergang (2004) en Der goldene Handschuh (2019).

Schramm – Into the Mind of a Serial Killer

Perversiteiten
Aangezien Buttgereit – in kleine kring beroemd door zijn films over necrofilie – zelfs te weinig geld had om een politiewagen te huren, koos hij ervoor om zich volledig te concentreren op het lugubere bestaan van een psychisch gestoorde taxichauffeur (collega Travis Bickle in Taxi Driver is met hem vergeleken een zeer mild geval). Deze Lothar Schramm is een einzelgänger, komt niet onsympathiek over buitenshuis, maar in zijn eigen woning geeft hij zich over aan activiteiten die het daglicht niet kunnen verdragen. Voor Buttgereit genoeg reden om ‘s mans extreme activiteiten op camera vast te leggen. Natuurlijk met een korrelige 18 mm-camera, want dan lijken alle perversiteiten nóg realistischer.

Aan acteur Florian Koerner von Gustorf (die later een aantal uitstekende films van Christian Petzold zou produceren) de dubieuze taak om te neuken met het onderlichaam van een sekspop en om vrouwen naar binnen te lokken, zodat hij die kan vermoorden, van make-up voorzien en misbruiken. De man is zo gefrustreerd door zijn seksuele stoornissen dat hij, mogelijk om zichzelf te straffen, op een gegeven moment zijn geslachtsdeel aan een tafel vastspijkert. Om aan een en ander kennelijk nog een artistieke betekenis te geven, zijn de beelden schokkerig en repetitief, soms voorzien van kleurenfilters en is de geluidsband al even verontrustend.

Associaties
Eerlijk gezegd heeft de schrijver dezes weinig ervaring met dit type van horror en wordt hij over het algemeen al snel lacherig van de voorspelbaarheid van het verhaal (als dat er al is) en rondvliegend bloed. Het moet gezegd dat Schramm, Into the Mind of a Serial Killer is doordrenkt met een zweem van onsamenhangende authenticiteit, maar dat de bloedballetten nog best meevallen en het uitlepelen van een mensenoog voor weinig extra opwinding zorgt. De montage van beeld en geluid, onverwachte weerzinwekkende handelingen en de algehele teloorgang kun je ongetwijfeld associëren met de hersenen van een krankzinnige, maar de vraag blijft waartoe dit alles dient.

Schramm – Into the Mind of a Serial Killer

Geweld als pornografie? Net zo waarschijnlijk vinden sommige mensen het leuk om te choqueren of om zich te laten choqueren. Voor andere kijkers biedt deze film mogelijk een uitstekende gelegenheid om over nimmer uitgesproken gedachten te fantaseren. Er zijn gelukkig nog geen berichten dat iemand, na het kijken van Schramm, besloot om seriemoordenaar te worden. Misschien dat deze rerelease in het IFFR Unleashed-programma nog een duit in het zakje kan doen.

Smaak
Een groot onderzoek dat in 2015 in The Lancet werd gepubliceerd, over de vraag of (jonge) mensen zich gewelddadiger gaan gedragen nadat ze gewelddadige beelden hebben gezien, wees uit dat een dergelijk kopieergedrag nauwelijks voorkomt. Dat neemt niet weg dat bijvoorbeeld het beeld van iemand op straat die zich plotseling met een pistool door het hoofd schiet een onrustige nacht kan opleveren, of simpelweg de mensenziel weer een heel klein beetje donkerder kleurt.

In 1978 verscheen de eerste Faces of Death-mockumentaire – vol fragmenten van wereldburgers die op de meest uiteenlopende manieren om het leven komen – die volgens de statistieken op IMDb voornamelijk bij mannelijke tieners in de smaak viel. We zullen de hang naar het kijken van zeer schokkende beelden maar een typisch gevalletje van intrigerende afschuwelijkheid noemen. Doe jezelf een lol en kijk liever naar de fysieke ongein in die Jackass-films – kun je tenminste nog af en toe lachen om krankzinnige types.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 12 mei 2021.

1 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Tale of Zatoichi, The

****
IFFR Unleashed – 1991: The Tale of Zatoichi
Kaskraker over blinde samoerai

door Cor Oliemeulen

Goede Japanse samoeraifilms behelzen veel meer dan een potje zwaardvechten. Het personage Zatoichi verdient een bijzondere plaats in het genre, want hij behoort tot de absolute onderklasse, houdt van gokken én is blind. The Tale of Zatoichi (1962) is de eerste film in een lange, succesvolle reeks.

De verhalen spelen zich af in een van de laatste periodes van het Edo-tijdperk (1830-1850) waarin het regerende shogunaat in het vroegere Tokio was gevestigd voordat de keizer de macht kreeg. Zatoichi werd geïntroduceerd door novellist Kan Shimozawa. Het titelpersonage verloor zijn gezichtsvermogen als kind door een ziekte, ging trainen met een zwaard nadat zijn vader hem op vijfjarige leeftijd had verlaten, werd lid van de yakuza, doodde veel mensen, kwam tot inkeer, ging rondzwerven en verzette zich tegen corruptie en onrecht. Hij ontwikkelde een uitstekend hoor- en reukvermogen, zodat hij bliksemsnel kon reageren op dreigend gevaar.

The Tale of Zatoichi

Edelmoedig maar resoluut
Eigenlijk heet hij Ichi. Zato is de benaming voor iemand die behoort tot de laagste van de vier klassen binnen het todoza, het traditionele gilde voor blinde mannen die zich voornamelijk ten dienst stellen als masseur. Zatoichi verdient liever de kost met gokken, heeft geen afgetraind lichaam en is meer antiheld dan held. Als we in The Tale of Zatoichi (Zatôichi Monogatari) voor het eerst met hem kennismaken, laat hij zich door leden van een clan ogenschijnlijk een poot uitdraaien, maar wint hij vervolgens een klein fortuin door op fantastische wijze hun oneerlijkheid af te straffen.

Zatoichi (Shintaro Katsu, die als kind les van een blinde zwaardvechter zou hebben gehad) heeft zich laten inhuren door de clanleider van die valsspelers omdat diens grote concurrent eveneens een samoerai heeft ingehuurd. Maar als die strijder ziek blijkt, wil Zatoichi niet met hem zwaardvechten. Uiteindelijk heeft hij geen keus, beslecht de strijd en vertrekt naar zijn volgende tijdelijke verblijfplaats, een smachtende weduwe achterlatend. Iemand die niet van zichzelf houdt, kan immers ook moeilijk een geliefde gelukkig maken.

The Tale of Zatoichi

Langlopende reeks
The Tale of Zatoichi is geregisseerd door Kenji Misumi, die in 1954 had gedebuteerd met Tange Sazen: Kokezaru no tsubo (1954), het verhaal over een samoerai met één arm en één oog, en werd in eigen land een kaskraker. Hij ging voortvarend door met het maken van succesvolle zwaardvechtfilms, wat zou leiden tot maar liefst 26 speelfilms (1962-1989) over Zatoichi. De zeventiende film, Zatoichi Challenged, kreeg in 1989 een Amerikaanse remake met als titel Blind Fury en Rutger Hauer als blinde zwaardvechter annex Vietnamveteraan.

In de periode 1974-1979 draaide in Japan een televisiereeks van ruim honderd afleveringen, waaraan zowel vertolker Shintaro Katsu als regisseur Kenji Misumi enkele malen hun medewerking verleenden. Misumi was tevens verantwoordelijk voor vier van zes Lone Wolf-samoeraifilms, te beginnen met Lone Wolf and Cub: Sword of Vengeance in 1972, gebaseerd op de mateloos populaire gelijknamige stripserie.

Zatoichi opteert altijd voor een vredelievende oplossing van een conflict en trekt zijn zwaard pas als het echt niet anders kan. Liefhebbers van actie moeten in The Tale of Zatoichi dus lang wachten, want net als bijvoorbeeld in Seven Samurai (Shichinin no samurai, 1954) van Akira Kurosawa worden in de eerste helft de belangrijkste karakters geïntroduceerd, leren we die aardig kennen en begrijpen we beter hun motivatie waarom zij uiteindelijk tot actie overgaan. Bovendien doet Misumi’s debuut denken aan Kurosawa’s ongeëvenaarde klassieker door de mooie zwart-witbeelden, de choreografie en het gebruik van water en wind om de frames meer dynamiek te geven.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 12 mei 2021.

28 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Tampopo

****
IFFR Unleashed – 1988: Tampopo
Smaakvolle hartstocht voor eten

door Cor Oliemeulen

De hilarische Japanse rolprent Tampopo was medio jaren 80 zijn tijd ver vooruit. Dé eetfilm der eetfilms verleidt de kijker nu nog steeds met onvergetelijke scènes die in sommige gevallen uitnodigen tot opvolging.

Eten in films is zo oud als de film zelf. De Franse broers Lumière toonden al in 1895 een kort filmpje over het voeden van een baby. Hun landgenoot Georges Méliès trok in 1904 met Sorcellerie Culinaire de trukendoos open wanneer een bedelaar wraak neemt op een kok en duiveltjes inzet om diens soep te laten mislukken.

Tampopo

Luchtig
In de beginjaren van de film was de rol van eten vooral luchtig, denk aan taarten gooien in slapstickfilmpjes. Met de toenemende industrialisatie kreeg voedsel een serieuzere betekenis en verschenen sociale misstanden op het witte doek. Van schrijnend drama over armoede en honger in A Corner in Wheat (1909) van D.W. Griffith tot en met de mistroostige humor in The Gold Rush (1925) waarin Charlie Chaplin als onfortuinlijke goudzoeker van pure ellende zijn schoenen opeet.

Als mensen eten in films is dat nooit toevallig. Vaak dient eten als katalysator van verzoening (Eat Drink Man Woman, 1994) of problemen (Festen, 1998). Sommige mensen bunkeren zoveel dat ze exploderen (The Meaning of Life, 1983), anderen vervelen zich te pletter en besluiten om zich dood te eten (La grande bouffe, 1973). Hoe dan ook heeft de rol van eten en voeding in elke tijd en elke cultuur een andere betekenis.

Van alle eetfilms is Tampopo (1985) na al die jaren nog steeds de meest bijzondere en grappige. Met het thema voedsel als verleiding, het jongleren met stijlvormen en het laveren tussen komedie en melodrama was de Japanse regisseur Jûzô Itami met zijn tweede film zijn tijd lichtjaren vooruit. Begonnen als acteur werd hij pas op zijn vijftigste actief als scenarioschrijver en regisseur. Itami heeft zich duidelijk laten inspireren door zijn Franse collega Jacques Tati, een meester in eenvoudige, rake observaties van het dagelijkse, vaak absurdistische, menselijke gedrag. De satire van Itami is beduidend scherper en gewaagder, zeker als het gaat om de relatie tussen eten, seks en de dood – soms zelfs in dezelfde scène.

Tampopo

Allerbeste noedelsoep
Tampopo (paardenbloem) is de naam van de alleenstaande eigenaresse van een beduimelde eetgelegenheid in Tokio (gespeeld door Itami’s vrouw Nobuko Miyamoto). Met de hulp van een vrachtwagenchauffeur streeft zij naar een goedlopend restaurant waar de allerbeste noedelsoep zal worden geserveerd. Maar voor het zover is, zien we in een reeks uiterst smaakvol gefilmde scènes hoe je het ingenieuze gerecht maakt, presenteert en eet. De compositie en hartstochtelijke benadering van de ingrediënten is tot ware kunst verheven.

Jûzô Itami noemde Tampopo een noedelwestern en leent qua sfeer, low budget en close-ups veel van de spaghettiwestern. In losstaande fragmenten zien we een etiquetteklasje met meisjes die leren hoe je spaghetti moet nuttigen, dat je soms beter geen chips in de bioscoop moet eten en ontdekken we de verleidingen van voedsel. Hilarisch zijn de scènes van de dandy-gangster die slagroom van de linkerborst van zijn vriendin opzuigt en hun techniek om tijdens het voorspel razendknap een rauwe eierdooier heel te houden. Opwindende, geestige en wellicht inspirerende situaties, die een jaar later zouden leiden tot de schaamteloze anticlimax van Kim Basinger en Mickey Rourke in Nine 1/2 Weeks van Adrian Lyne.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 21 april 2021.

22 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Sleepwalk

**
IFFR Unleashed – 1987: Sleepwalk
Slaapwandelen door Manhattan

door Cor Oliemeulen

Onafhankelijk filmmaakster Sara Driver brengt in haar speelfilmdebuut Sleepwalk (1986) een ode aan Lower East Side, New York waar ze opgroeide. Denk niet aan een luchtig, hilarisch eerbetoon als Manhattan (1979) van Woody Allen, maar aan in het halfduister verscholen personages en een mysterieus Chinees manuscript in een fantasieverhaaltje.

Sleepwalk mag worden gerekend tot de zogenaamde New Cinema, die medio jaren 70 ontstond. Onafhankelijke filmmakers in Lower East Side, New York spraken liever van ‘no wave’, een stroming die min of meer parallel liep met de opkomst van de (art)punk en new wave in de muziek. Zo zie je in de eerste undergroundfilm van die beweging, The Blank Generation (1976), optredens van Blondie, The Ramones, Iggy Pop, Television en Talking Heads.

Sleepwalk

Blauwdruk Jim Jarmusch
Een van de bekendste filmmakers aldaar, Jim Jarmusch, die in 1980 debuteerde met Permanent Vacation (zijn afstudeerfilm), voelde zich als een vis in het water in het New York van de late jaren 70. “Alles leek mogelijk. Je kon een film of een plaat maken, parttime werken en een appartement voor 160 dollar per maand huren. Gesprekken gingen over ideeën. Niemand sprak over geld. Het was fantastisch en ik ben blij dat ik daar was.”

Ondertussen had Jim Jarmusch een relatie gekregen met Sara Driver (met wie hij 20 jaar zou samenwonen), die Permanent Vacation (en een aantal andere van zijn films) produceerde. Op zijn beurt deed Jarmusch het camerawerk van Drivers korte filmdebuut You Are Not I (dat draaide op het IFFR van 1982) en ook deels voor Sleepwalk. Je kunt er gif op innemen dat hij de beelden schoot van de uitgestorven straten vol rommel, oude panden vol graffiti en glimpen van een brug en een rivier bij nacht. De zon lijkt er letterlijk en figuurlijk nooit te schijnen. Zo vormen Drivers eerste films qua atmosfeer een blauwdruk van die van Jarmusch.

Maar in diezelfde films gebeurt er ook verdomd weinig en hangen de personages ogenschijnlijk maar een beetje rond. Jarmusch verkent de contouren van existentialisme en nihilisme (op een droogkomische manier), terwijl Driver haar karakters laat ronddwalen in een spookachtige droomwereld. Hoofdrolspeelster Nicki (Suzanne Fletcher) van Sleepwalk werkt op een schimmig, slecht verlicht kantoor. Ze verwerkt medische data in een bakbeest van een computer, haar zweterige baas heeft drie telefoons op zijn bureau en eet tussen de gesprekken door een zak chips leeg en een collega scheurt met een liniaal repen van een rol computerpapier (let ook op een van de eerste rolletjes van Steve Buscemi). Alles is ogenschijnlijk doelloos, met de nadruk op mysterieus.

Sleepwalk

Stijloefening
De geheimzinnigheid neemt toe nadat een Chinese man en zijn lange, donkere assistent (met een paar afgehakte vingers in een bebloed verband) plotseling voor Nicki staan met een Chinees manuscript, dat zij tegen betaling mag vertalen in het Engels. Nicki heeft een Chinees zoontje, dus dat moet vast wel gaan lukken. Hoewel. Vanaf het moment dat ze ’s avonds na haar werk op het verlaten kantoor aan de klus begint, gaat een vinger spontaan bloeden en worden haar pupillen af en toe groen. In haar omgeving ruikt men een amandellucht. Een geslaagd magisch-realistisch ritje in een goederenlift en de nachtelijke gang naar haar al even miserabele appartementje versterken de onheilspellende, droomachtige sfeer.

Films kunnen in beginsel zonder plot, echter Sleepwalk blijft hangen in die sfeer zonder maar een enkele van de schaarse handelingen of gebeurtenissen te verklaren. Dat mag de kijker natuurlijk doen. Als vriendin en flatgenootje Isabelle na een bezoek aan de manuscript vertalende Nicki al haar haren verliest, gaat ze niet naar de dokter (ze is een illegaal) om de oorzaak te achterhalen, maar wil ze zich gewoon een tijdje terugtrekken in de hoop dat haar haren gaan aangroeien. En als in de tussentijd ook nog eens Nicki’s zoontje per ongeluk wordt ontvoerd, denkt niemand aan de politie. Het abrupte open einde past prima in deze bescheiden stijloefening van suspense, die blijft steken in de experimentele fase.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 21 april 2021.

20 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Sans soleil

***
IFFR Unleashed – 1984: Sans Soleil
Herinneringen van een rusteloze premiejager

door Cor Oliemeulen

Chris Marker wordt beschouwd als een van de meest innovatieve film- en documentairemakers van de jaren 60 en 70. Maar zijn meest gewaardeerde productie is Sans soleil uit 1983 waarin de menselijke herinnering centraal staat.

Dit moeilijk te duiden filosofische beeldessay van de Franse cineast en videokunstenaar Chris Marker komt tot de kijker als een persoonlijk dagboek dat wordt voorgelezen door een vrouwenstem. Het leidt tot een film over subjectiviteit, dood, identiteit en bewustzijn. Markers toenmalige kijk op de wereld voedt zich met levenservaring die hij jarenlang opdeed in alle uithoeken van de wereld.

Sans soleil

Raakvlakken en associaties
Sans soleil focust vooral op Tokio, maar maakt kleine uitstapjes naar andere continenten. Op een hoogst originele manier legt Marker verbanden die alle kanten opschieten. Zo leren we van de voice-over dat de kunstenaar het beeld van drie kinderen op een weg in IJsland in 1965 voor hem het ultieme geluk uitstraalt. Dat beeld wordt direct gevolgd door rijke, gehaaste Japanners op het vliegveld en op een veerboot. We horen hoe Marker zich voelt als een rusteloze premiejager, die na enkele malen rond de wereld te hebben gereisd, mogelijk alleen nog maar oog lijkt te hebben voor het banale, hoewel dat bij hem soms juist abnormaal lijkt.

Van emoes in Île de France, meisjes op de Bissagoseilanden van Guinee-Bissau die zelf hun verloofden uitkiezen, rouwende bezoekers van een Japans kattenkerkhof naar een door bier van gefermenteerde melk bedwelmende alcoholist die al regelend het verkeer ontregelt. Ogenschijnlijk losse beeldfragmenten die middels filosofische beschouwingen plotseling raakvlakken en onverwachte associaties krijgen.

Ook de Afrikaanse vrouwen op een markt lijken in eerste instantie zo gewoon, totdat ze heel kort in de camera kijken en daardoor een gezicht krijgen. En dan weer terug naar Tokio, een stad die door Markers lens voelt als een stripverhaal. Een snelle gedachte aan een film van Godard, een toneelstuk van Shakespeare en een vijftiende-eeuws gedicht van Basho. Al even gemakkelijk en acceptabel linkt een uitspraak van filosoof Rousseau aan de Rode Khmer in Cambodja. ‘Is het toeval of historisch besef?’, citeert de vertelster.

Sans soleil

Gefragmenteerd wereldbeeld
De filosofische overpeinzingen verwijzen regelmatig naar beroemde films, zoals Apocalypse Now waarin we het personage van Marlon Brando horen zeggen dat horror een gezicht en een naam heeft, en dat je daarom van horror je vriend moet maken. Marker voegt er dan direct aan toe dat je je van horror kunt bevrijden door het een andere naam en een ander gezicht te geven, om vervolgens in te gaan op Japanse horrorfilms. Ook het uitstapje naar San Francisco waar we alle filmlocaties van Hitchcocks Vertigo bezoeken, lijkt volstrekt willekeurig, echter blijkt toch op de een of andere manier te passen in Markers gefragmenteerde wereldbeeld van herinneringen.

Qua aanpak en vormgeving doet Sans soleil heel af en toe denken aan het caleidoscopische Koyaanisqatsi dat in hetzelfde jaar 1983 werd gemaakt. Echter waar documentairemaker Ron Fricke kiest voor grote groepen mensen als naamloze individuen in een immens, vaak verontrustend, decor koppelt Chris Marker de mens aan andere plaatsen en tijden. En waar in Koyaanisqatsi de beelden sfeervol worden begeleid door de minimalistische synthesizermuziek van Philip Glass, hoor je in Sans soleil experimentele elektronische interpretaties van muziekstukken van de Russische componist Moessorgski (onder andere Sunless = sans soleil) met een onthechtende uitwerking en als doel sommige herinneringen van de maker te vernietigen.

De subjectiviteit van herinneringen en observaties, de muziek en de soms hallucinerende videokunst (onder meer abstract gekleurde beelden van kamikazepiloten boven Pearl Harbour) maken van Sans soleil een transcendent filmessay dat een nieuwe trend zette in de non-fictiefilm. Een persoonlijk monument, dat bewust wat op afstand blijft door de maker in de derde persoon te introduceren (Chris Marker wilde ook niet voor niets niet als regisseur op de aftiteling worden vermeld). Op die manier blijft er voldoende ruimte voor de kijker om diens eigen herinneringen en associaties op de meanderende beelden en woorden los te laten.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 21 april 2021.

14 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Ilha dos Amores, A

***
IFFR Unleashed – 1983: A Ilha dos Amores
Ontmoeten is het begin van scheiden

door Cor Oliemeulen

A Ilha dos Amores gaat over het leven, de liefdes en de dood van de Portugese schrijver Wenceslau de Moraes. Het drama van Paulo Rocha is door zijn theatrale, literaire en historische aanpak veel meer dan het lot van de zoveelste kunstenaar die na een turbulent en ellendig leven verpaupert en in eenzaam sterft.

Wenceslau de Moraes werd in 1854 in Lissabon geboren en overleed in 1929 in het Japanse Tokushima. De man kon moeilijk op één plek blijven. Zo vertoeft hij als marineofficier in Mozambique, vertrekt met zijn maîtresse Isabel naar Macau (sinds 1557 een belangrijke Portugese handelspost in Zuid-China), laat na enkele jaren zijn Chinese vrouw Atchan en hun twee kinderen achter voor een post als consul van Portugal in het Japanse Kobe (dat zijn haven had opengesteld voor handel met het westen), trouwt daar de Japanse O-Yoné, zegt na haar dood zijn baan op, trekt zich terug in het provinciestadje en vindt een nieuwe liefde met O-Yoné’s nichtje Ko-Haru, die zelf nog een andere geliefde heeft. Als haar kind wordt geboren, en spoedig sterft, is het niet duidelijk wie de vader is. Ko-Haru overlijdt niet lang daarna aan tuberculose.

A Ilha dos Amores

Filmmaker volgt schrijver
‘Ontmoeten is het begin van scheiden’, verzucht De Moraes (rol van Luís Miguel Cintra), die ’s nachts in een aftandse kimono rondzwerft bij de graftombes van zijn overleden geliefden en zich de rest van zijn leven aan schrijven zal wijden. Tussen 1916 en 1929 produceert hij zijn belangrijkste werken, waaronder De Dodendans van Tokushima. Zijn levenswandel in Azië wordt regelmatig onderbroken door kunstzinnige verwijzingen en korte fragmenten van het thuisfront waar vooral zijn zus Francesca haar broer mist. De prachtige, vrij statische cinematografie, bijna overal op locatie, is van Acácio de Almeida, Elso Roque en Kôzô Okazaki.

De temperamentvolle Wenceslau de Moraes wilde graag het materialisme van het westen inruilen voor het spirituele van het oosten. Bovendien had hij weinig op met de politieke toestand in zijn geboorteland. De Oktoberrevolutie van 1910 zorgde voor het verdwijnen van de constitutionele monarchie en het begin van de republiek waarin corruptie hoogtij vierde, wat uiteindelijk zou uitdraaien op een dictatuur.

Ook regisseur Paulo Rocha, die het scenario van A Ilha dos Amores schreef, hield het opmerkelijk genoeg niet uit in zijn geboorteland Portugal. Hij bereidde daar zijn film jarenlang voor, maar door de politieke spanningen, de oorlogen in het naar onafhankelijkheid snakkende Mozambique en Angola die het moederland in armoede hadden gestort, de linkse staatsgreep tijdens de Anjerrevolutie in 1974 (die direct de onafhankelijkheid van die Afrikaanse kolonies inleidde) leek het hem beter te vertrekken naar Japan, in het kielzog van De Moraes.

A Ilha dos Amores

Ontdekkingen
De negen hoofdstukken van A Ilha dos Amores verwijzen naar ruim tweeduizend jaar oude gedichten van de vader van de Chinese poëzie, Qu Yuan, terwijl de filmtitel is ontleend aan een hoofdstuk uit het beroemdste gedicht (Os Luciadas) van Portugals zestiende-eeuwse schrijver des vaderlands Luís de Camões (werkzaam als onderofficier in Macau!). Daarin bezingt hij de roem van de Portugezen en hoe ontdekkingsreiziger Vasco da Gama door de Romeinse godin Venus naar het eiland der liefdes (A Ilha dos Amores) wordt gevoerd om daar de geheimen van het leven en de liefde te kunnen ontdekken. In de roman Het Verboden Rijk van J. Slauerhoff (1898-1936) volgt onze eigen grote schrijver en dichter op zijn beurt de levenswandel van Luís de Camões.

Terwijl Wenceslau de Moraes in deze bijna drie uur durende film steeds ouder en grijzer wordt en steeds krommer gaat lopen, zoekt hij affectie bij een nichtje van Ko-Haru. Echter de inmiddels in eigen land geliefde schrijver is ver van huis verworden tot een getormenteerd mens, dienend als spiegel van een gedoemd land. De artistieke cameravoering – vaak half verscholen achter een boom of een grafsteen, door ramen, deuren en klamboes, of via een spiegel – maken de betrokkenheid met het personage lastiger. Zowel de schoonheid van de kunsten als de zeer originele en ambitieuze aanpak van filmmaker Rocha kunnen ten langen leste niet voorkomen dat A Ilha dos Amores een enigszins afstandelijke en deprimerende indruk achterlaat.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 21 april 2021.

12 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Uski roti

***
IFFR Unleashed – 1982: Uski roti
Wachten tot er iets gebeurt

door Cor Oliemeulen

Het destijds baanbrekende Indiase drama Uski roti is een film over wachten. Een jonge vrouw loopt elke dag vanuit een armzalig dorpje een paar kilometer naar een bushalte aan de onverharde hoofdweg om haar man, een buschauffeur, haar zelfgebakken brood te geven. Als ze door een vervelend voorval met haar zusje toevallig een keer te laat is, is hij beledigd en negeert hij haar.

Met terugwerkende kracht is het voor de doorsneekijker niet heel gemakkelijk om te bepalen waarom een film bij zijn verschijnen 50 jaar geleden een nieuwe standaard zette. Uski roti (Ons dagelijks brood) is het kalme, rustige en volgens sommigen slaapverwekkende – maar in feite meditatieve – debuut van Mani Kaul dat volgens de Indiase filmmaker zelf gaat over de projectie van de fantasieën van een vrouw.

Uski roti

Fotografische blik
Het bijna twee uur durende Uski roti mag worden beschouwd als een van de sleutelfilms van de Indiase New Wave, omdat vorm, techniek en verteltrant een experimenteel karakter hebben, waarmee de film zich afzette tegen de commerciële mainstreamfilms van die tijd. Regisseur Mani Kaul – wiens films nog zeven keer op het IFFR zouden draaien – focust op het beeld; het plot en de summiere dialoog zijn ondergeschikt. De schaarse geluiden en een enkel Indiaas muziekje lijken later aan de film toegevoegd.

Het realistische karakter vloeit voort uit de al even humane en stilistische aanpak van grootheid Satyayit Ray, die met zijn Apu-trilogie (1955-1959) de Indiase cinema internationaal op de kaart zette. Uski roti is minimalistischer en doet door de ogenschijnlijk expressieloze personages al snel denken aan de Franse cineast Robert Bresson (Pickpocket, 1959) die net als Mani Kaul begon als schilder. Het stemmige in zwart-wit geschoten Uski roti verraadt Kauls talent als iemand met een krachtige fotografische blik en zijn streven naar het perfecte frame.

Regelmatig kiest hij voor close-ups om iets van de innerlijke belevingswereld van de personages te kunnen doorgronden, want de gezichten vertrekken meestal nauwelijks een spier, zodat vooral de grote Indiase ogen (zeker van de vrouw) boekdelen spreken. Wat verder opvalt, zijn de tussenshots van handen en voeten, en het plaatsen van de personages in minder traditionele posities voor de camera. Zo kun je bijna elk beeld van Uski roti als originele kunst aan je muur hangen.

Uski roti

Neorealisme
Ontegenzeggelijk is Mani Kaul, net als het gros van zijn tijdgenoten, bewust of onbewust beïnvloed door het Italiaanse neorealisme van net na de Tweede Wereldoorlog. Van filmen in een studio was geen sprake, het alledaagse leven op straat was de leidraad en niet-professionele acteurs werden in documentairestijl geportretteerd. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor het Iraanse drama The Cow, dat net als Uski roti in 1969 verscheen en waarmee wij deze special over 50 jaar IFFR aftrapten. Zo krijgen weinig ophef makende handelingen als het verzorgen van een koe of het kneden van brood al snel een extra dimensie.

‘De projectie van de fantasieën van een vrouw’ in Uski roti beperkt zich in feite tot een hang naar traditionele waarden. De buschauffeur, die slechts op dinsdag thuiskomt, in de stad een liefje heeft en daar wat lol trapt met vrienden, vraagt uiteindelijk bijna uit medelijden aan zijn echtgenote waarom ze toch elke dag dat hele stuk loopt om hem zijn lunch te brengen en vaak zo lang moet wachten totdat hij voorbij komt. Maar zij ziet het nu eenmaal als haar taak plichtsgetrouw te zijn en vindt het beter dat hij een keer per week thuiskomt dan helemaal niet.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 21 april 2021.

10 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR