King in New York, A

A King in New York (1957)
De lieve wraak van Chaplin

door Cor Oliemeulen

Aanvankelijk leek Limelight (1952) bedoeld als de afscheidsfilm van Charlie Chaplin. De komiek op leeftijd met de naam Calvero is gemodelleerd naar de meester van de pantomime en slapstick zelf. Vijf jaar later had Chaplin kennelijk zijn problemen met de Amerikaanse overheid (en pers) nog niet verwerkt en maakte hij A King in New York (1957).

Charlie Chaplin was van plan om opnieuw als zijn legendarische zwerverstypetje te verschijnen, maar echtgenote Oona en vast vele anderen waren hierop tegen. Het was inmiddels 17 jaar geleden dat hij de fratsen van ‘The Little Tramp’ had vertoond in The Great Dictator (1940). Nu was het tijd om op zijn welbekende charmante en gevatte manier af te rekenen met de haat zaaiende communistenjagers in de Verenigde Staten, het land dat hij vijf jaar eerder voorgoed was ontvlucht omdat hij niet wilde getuigen in de ‘Commissie tegen on-Amerikaanse activiteit’.

Schandalen
Conservatief Amerika had wat moeite met de van oorsprong Engelse komiek en filmmaker. Chaplin was enkele keren getrouwd met hele jonge vrouwen en verwikkeld geweest in geruchtmakende echtscheidingszaken. Hij had geen moeite met communisten (of wie dan ook) en in een interview zei hij dat hij zich nooit Amerikaan had gevoeld. Hij piekerde er niet over om Amerikaans onderdaan te worden, hoewel hij altijd riant zijn belastingen betaalde. Chaplin sprak zich in en buiten zijn films uit over sociale ongelijkheid en deed eens een onhandige uitspraak over de oorlog.

A King in New York (1957) werd gedraaid in slechts 12 weken (Chaplin nam normaliter veel meer tijd) en vertelt de geschiedenis van koning Shahdov die vanwege een revolutie zijn Europese land moet ontvluchten. Het verhaal heeft duidelijke overeenkomsten met Chaplin, die zelf de hoofdrol speelt. Eenmaal aangekomen in een duur hotel in New York blijkt dat een getrouwe er met Shahdovs geld vandoor is gegaan.

Commercials
Via Ann Kay (Dawn Addams), een vlotte jongedame van de televisie, kan het gebeuren dat de koning gaat acteren in commercials. Hij wordt razend populair, juist doordat zijn te verwachten gestuntel in een live-commercial faliekant mislukt. Later neemt Chaplins personage natuurlijk ook andere moderniteiten (zoals harde muziek, breedbeeldfilm, facelift) op de hak, zoals Jacques Tati dat in die jaren in Frankrijk deed.

Pas halfweg komt de film lekker op gang en wordt de komedie een satire. Tijdens een rondleiding op een jongensschool had Shahdov al kennisgemaakt met de 10-jarige wijsneus Rupert (gespeeld door zijn zoon Michael Chaplin, die al eerder met vader Charlie samenspeelde in Limelight) en nu moet hij het jochie van de straat plukken. Rupert staat daar te verkleumen, want zijn ouders worden gezocht, omdat ze communisten zijn. De verwijzing naar The Kid (1921), waarin een volwassen man ook tijdelijk een pienter jongetje onder zijn hoede neemt, is evident.

Satire
De kritiek die je op A King in New York kunt hebben, is dat de film een beetje mosterd na de maaltijd is, omdat bij het verschijnen de communistenjacht in Amerika al redelijk was verstomd. Bovendien zet Chaplin niet zijn eigen personage in om de jagers met terugwerkende kracht te ontmaskeren als een stelletje paranoïde patriotten. Echter de keuze voor de 10-jarige Rupert (letterlijk de nieuwe generatie) is gerechtvaardigd. Zijn ouders, leraren, worden aangeklaagd als communisten. Op een geloofwaardige en bevlogen manier weet het wonderkind zijn opvattingen over vrijemeningsuiting en politieke voorkeuren te verwoorden. Nu is het Rupert die voor een commissie moet verschijnen, terwijl de koning bijna te laat komt, omdat hij op een hilarische wijze in de lift vast komt te zitten.

A King in New York

Naast satire heeft de filmmaker nog wat zelfspot achter de hand. Als koning Shahdov uiteindelijk afscheid neemt van Ann Kay, tussen plagend en flirtend, is dat een dikke knipoog naar de kijker die Chaplins voorkeur voor jongere vrouwen in de tabloids heeft gevolgd. Van de nazaten van het acteursgeslacht Chaplin is eigenlijk alleen maar Geraldine Chaplin algemeen bekend (een van haar dochters heet Oona, genoemd naar oma).

Chaplins genen
De hoeveelheid andere familieleden laat zien hoe het filmvak de Chaplins in de genen zit (en hoe het met het liefdesleven van de pater familias was gesteld). We noteren slechts de namen van Charlie’s kinderen die actief zijn als acteur en/of producer: Sidney,  Charles jr., Josephine, Christopher, Victoria, Eugene, Jane, Annette en Michael (de zoon in A King in New York). Uiteraard heeft Michael  ook acterende kinderen: Carmen en Dolores. Waarom is er trouwens geen Oscar voor de familie met de meeste acteurs en actrices?

Ook A King in New York was niet Charlie Chaplins afscheidsfilm, want tien jaar later maakte hij nog het weinigzeggende A Countess from Hong Kong (1967) met zoon Sidney en wereldsterren Sophia Loren en Marlon Brando in de hoofdrollen, maar van zelf acteren zou het niet meer komen.

 

21 oktober 2021

 

THEMAMAAND CHARLIE CHAPLIN

Charlie Chaplin was omstreden maar vooral geniaal

Collectie Charlie Chaplin gerestaureerd in de bioscoop
Omstreden maar vooral geniaal

door Cor Oliemeulen

Tien speelfilms van de legendarische Engelse komiek Charlie Chaplin zijn volledig gerestaureerd vanaf 14 oktober te zien in de bioscoop. Op InDeBioscoop lees je deze maand besprekingen van al die films. Chaplin was omstreden, maar vooral geniaal. Omstreden vanwege zijn relaties met zijn veel jongere partners en zijn vermeende anti-Amerikaanse sentimenten; geniaal omdat hij met minimale middelen wist uit te groeien tot de beroemdste filmkomiek ter wereld.

Je moet wel een enorme zuurpruim zijn als je niet kunt lachen om het archetype van de zwerver waarmee Charlie Chaplin wereldberoemd werd. In My Autobiography (1964) schrijft hij hoe ‘The Tramp’ ontstond toen hij de overstap maakte van het theater naar de (korte) film. “Ik had geen idee hoe ik me zou grimeren en kleden. Ik besloot te verschijnen in een slobberbroek, een te nauw jasje, grote schoenen, een wandelstok en een bolhoed. Ik besloot me van een klein snorretje te voorzien dat mij een ouder voorkomen zou geven, zonder mijn gelaatsuitdrukking te veranderen. U moet weten dat het een veelzijdig kereltje is: een zwerver en een gentleman, een dichter en een dromer, een eenzame die altijd hoopt op wat romantiek en avontuur.”

Charlie Chaplin (rechts) als oplichter voor het eerst op het witte doek in de korte film Making a Living (1914) van Keystone Studios.

Charlie Chaplin (rechts) als oplichter voor het eerst op het witte doek in de korte film Making a Living (1914) van Keystone Studios.

The Tramp maakt allerlei jeukende bewegingen, alsof hij vlooien heeft. “Maar die wandelstok heeft mij het meest beroemd gemaakt en ik heb hem bovendien zo leren hanteren dat hij op zichzelf al iets komisch heeft gekregen. Dikwijls heb ik hem bij toeval aan het been of de schouder van iemand vastgehaakt en kreeg op die manier een lachsucces zonder het mij bewust te zijn.” Een ander handelsmerk is zijn springen op één been als hij bij het hard lopen (regelmatig achtervolgd door een agent) op de hoek van een straat komt en de mensen subtiel groet door even zijn hoed op te lichten met de wandelstok achter zijn rug.

Van armoedzaaier tot geslaagde variétékomiek
Charles Spencer Chaplin werd op 16 april 1889 geboren in een achterbuurt van Oost-Londen. Hij groeide op rondom Kennington Road met derderangs musichall-artiesten, zoals zijn vader Charles senior. Zijn ouders scheidden toen Charlie 1 jaar was. Zijn moeder Hannah probeerde zo goed zij kon voor de kleine Charlie en zijn oudere broertje Sidney te zorgen. Vooral vanwege ondervoeding werd moeder opgenomen in een inrichting voor geesteszieken en moesten haar twee zoontjes naar het armenhuis. De jochies zwierven veel op straat rond en woonden dan weer bij hun vader en zijn nieuwe vriendin. Vader stierf op zijn 37ste aan alcoholvergiftiging en moeder zou haar hele leven perioden van depressies blijven houden.

Charlie maakte voor het eerst kennis met het toneel toen hij als baby op de arm van zijn moeder op de planken werd gedragen voor een scène waarin men een baby nodig had. Als 5-jarige zong hij een liedje in het theatertje waar zijn moeder optrad. Officieel debuteerde Chaplin acht jaar oud in een dans op klompen uitgevoerd door de Eight Lancashire Lads. Op zijn zeventiende sloot hij zich aan bij de pantomimegroep van Fred Karno (die ook in Theater Carré zou optreden) en twee jaar later mocht hij zich in Engeland al op 19-jarige leeftijd een geslaagde variétékomiek noemen. In 1909 mocht Chaplin met de Karno Company een maand lang optreden in de Folies Bergère in Parijs, waarna hij begin 1910 mee mocht naar Amerika. Hij was vastbesloten om zich daar voorgoed te vestigen.

Het beloofde land Amerika
“Ik zag Amerika in een ander licht; die hoge wolkenkrabbers, de heldere elektrische lichtjes en de boeiende reclames inspireerden mij met een gevoel van hoop en avontuur. Dit is het, hier hoor ik thuis”, schrijft Chaplin in zijn autobiografie. “Of we nog langer in Amerika zouden blijven, hing af van deze tournee. Als het een mislukking werd, zouden we naar Engeland terugkeren. Ofschoon onze show een mislukking was, kreeg ik zelf dikwijls goede kritieken. Het was een ellendige ervaring iedere avond voor een koel en zwijgend publiek met onze leuke, vrolijke Engelse klucht op te treden. De derde week echter speelden we in de Fifth Avenue voor een publiek dat bijna geheel uit Engelse butlers en bedienden bestond. Tot mijn verbazing hadden we plotseling groot succes. Gedurende die week kwam er een theateragent naar ons toe en engageerde ons voor een tournee van twintig weken in het westen met Sullivan & Considine. Drie shows per dag.”

Na een korte reis terug naar Engeland, alwaar zijn moeder een shocktherapie had gehad, maar later toch zou opknappen, ging Charlie met zijn eveneens acterende broer Sidney naar New York. (Na de Eerste Wereldoorlog zou hun moeder ook in Californië komen wonen, met een verblijfsvergunning voor telkens een jaar.) Keystone Studios probeerde Charlie te interesseren voor het witte doek door hem twee keer zoveel te bieden als hij bij Karno kon verdienen. De korte kluchten van Keystone, waar vele anderen hun filmcarrière begonnen (zoals Harold Lloyd, Gloria Swanson, Ben Turpin en Harry Langdon), konden die ‘eigenzinnige Engelse clown’ wel gebruiken. Maar een echte clown was hij niet. Bij een clown is humor het doel, bij Chaplin het middel.

Onafhankelijk filmmaker
Na zijn succesvolle optredens in tientallen eenakters en tweeakters (later ook bij de filmstudio’s Essanay, Mutual en First National) raakte Chaplin tot de overtuiging dat hij zelf wel een filmscript kon schrijven. Alles wat hij voor een klucht nodig had, was een park, een politieagent en een aardig meisje. Bij iedere mogelijke gelegenheid probeerde hij iets van de filmmakerij te leren en geregeld bezocht hij de ontwikkelkamer en lette nauwkeurig op hoe een film gemonteerd werd. Hij ontdekte dat de plaatsing van de camera niet alleen een psychologisch effect had, maar ook een bepaalde scène kon accentueren. Als de camera te dichtbij of te ver verwijderd was, kon dit het effect verhogen of bederven. Hij schoolde zich in techniek, toneelkunst en bewegingsleer en profiteerde hierbij van zijn ervaringen op de planken.

Chaplin verafschuwde alle door trucs verkregen effecten. “Zoals het fotograferen dwars door een vuurhaard vanuit het gezichtspunt van een stukje steenkool, of opnamen met een rijdende camera naast iemand die door de hal van een hotel loopt, alsof men hem op de fiets begeleidt. Dergelijke effecten vind ik te goedkoop, het ligt er te dik bovenop. Mijn techniek is het resultaat van onafhankelijk denken, van mijn eigen logica en benadering, en niet iets dat ik van anderen heb afgekeken.”

Charlie Chaplin met Jackie Coogan in The Kid (1921), de eerste speelfilm die hij regisseerde.

Charlie Chaplin met Jackie Coogan in The Kid (1921), de eerste speelfilm die hij regisseerde.

Eigengereid en perfectionistisch
In de Keystone-dagen was zijn zwerver vrijer geweest en minder aan het verhaal gebonden. Aanvankelijk hield het instinct van The Tramp zich hoofdzakelijk bezig met de elementaire behoeften van de mens: voedsel, warmte en onderdak. Maar bij iedere verdere film werd hij wat ingewikkelder van karakter en langzamerhand begon het gevoel bij hem een rol te spelen. Chaplins humor bleef het resultaat van een spel met het menselijk leed – zie onder meer The Kid (1920), The Gold Rush (1925) en The Great Dictator 1940) – maar door de manieren waarop kon je het uitstekend van Chaplin hebben. Hij zei ooit in een interview: “Ik zou het liefst mijzelf als een mimisch satiricus willen beschouwen, want ik heb in al mijn komedies bedoeld de mensen belachelijk te maken, of tenminste die mensen wier bestaan in de wereld al een satire is.”

Zoals Chaplin weinig zag in een zijns inziens gekunstelde manier van films maken, was hij al helemaal niet te spreken over de geluidsfilm die in 1927 met The Jazz Singer van Alan Crosland werd geïntroduceerd. “Alles was afgestemd op het spreken en niet langer op het handelen”, aldus zijn autobiografie. “Ik was vastbesloten door te gaan met het maken van zwijgende films, want ik was van mening dat verschillende soorten ontspanning naast elkaar konden blijven voortbestaan. Daar kwam nog bij dat ik een pantomimespeler was; daarin was ik enig en, zonder valse bescheidenheid gezegd, een meester. Ik ging dus rustig verder met het maken van een nieuwe stomme film, City Lights (1931).”

In zijn boek Charlie Chaplin (1955) laat auteur Constant van Wessem Chaplins secretaresse Elsie Codd aan het woord: “Chaplin heeft veel tijd nodig voor zijn films. Gedurende een hele dag dat hij bezig is, worden er vaak niet meer dan twee scènes opgenomen en soms laat hij eenzelfde scène gedurende een hele week honderd keer afdraaien totdat hij er tevreden over is. Hij is voor zichzelf moeilijker dan de scherpste criticus onder zijn toeschouwers.”

Vlucht terug naar Europa
Door de jaren heen ontmoette Chaplin bijna alle groten der aarde uit de politiek, wetenschap, literatuur en kunst. Conservatief Amerika had echter de nodige moeite met de Engelse komiek en filmmaker. Chaplin zei dat hij zich nooit Amerikaan had gevoeld. Hij piekerde er niet over om Amerikaans onderdaan te worden (hoewel hij altijd keurig zijn belastingen betaalde), sprak geen Amerikaans en zijn villa in Beverly Hills zag er uit als een voornaam Engels landhuis. Chaplin sprak zich in en buiten zijn films uit over sociale ongelijkheid, terwijl zijn geringe activiteit in de oorlog hem werd kwalijk genomen, want collega’s als Marlene Dietrich en Bob Hope lieten zich tenminste nog zien bij de Amerikaanse troepen aan het front.

Charlie Chaplin tijdens de opnames van Limelight in 1952.

Charlie Chaplin tijdens de opnames van Limelight in 1952.

Ook Chaplins wispelturige liefdesleven (vele vrouwen, vier keer getrouwd, elf kinderen), spectaculaire echtscheidingsprocessen en gerechtelijke procedures over de toewijzing van zijn eerste kinderen ontketenden de nodige schandaalkopij. Met zijn eerste vrouw, Mildred Harris, trouwde Chaplin toen hij 29 was en zij 16, met zijn tweede vrouw Lita Grey trouwde hij in Mexico omdat zij nog maar 15 was, en zijn vierde en laatste echtgenote (tot zijn dood in 1977), Oona O’Neill, was pas 18 toen Chaplin al 54 was.

Toen hij als vermeende communist in 1952 moest verschijnen voor de ‘Commissie tegen on-Amerikaanse activiteit’, verliet Chaplin het land waarin hij zoveel grote artistieke successen had mogen vieren voorgoed. Zijn laatste film die in Amerika in première ging, was Limelight (1952), waarin de dood van de clown Calvero het symbolische einde van de komiek Charlie Chaplin betekende. Met A King of New York (1957), een satire op de heksenjacht van McCarthy, kwam hij aan het einde van zijn indrukwekkende oeuvre.

In Europa werd Chaplin vervolgens bedolven onder de onderscheidingen, zoals in 1954 de prijs van de Raad voor Wereldvrede waarvan hij het geld schonk aan de armen van Parijs en Londen, alsook de Erasmusprijs uit handen van Prins Bernhard in 1965 en geridderd door koningin Elizabeth in 1975. En de Amerikanen? Die wisten hun schandelijke behandeling van Chaplin enigszins goed te maken in 1972 met de uitreiking van een ere-Oscar, gevolgd door een staande ovatie van 12 minuten.

 

30 september 2021

 

THEMAMAAND CHARLIE CHAPLIN

Film by the Sea 2021 – The Truth About La Dolce Vita

Film by the Sea 2021 – The Truth About La Dolce Vita:
Geen obstakel te hoog voor Fellini’s filmklassieker

door Cor Oliemeulen

Tijdens de 23ste editie van Film by the Sea in Vlissingen staan zowel oude als nieuwe films op het programma. Wij blikken vooruit met twee documentaires over Federico Fellini. In dit eerste deel een bespreking van The Truth About La Dolce Vita over de moeizame ontstaansgeschiedenis van deze beroemde klassieker. Centraal in het relaas staat producer Giuseppe “Peppino” Amato.

Giuseppe Amato (1899-1964) was een belangrijke Italiaanse schrijver/producer die veel samenwerkte met de regisseurs Vittorio De Sica (hoogtepunt Ladri di biciclette uit 1948) en Federico Fellini (hoogtepunt La Dolce Vita uit 1960). In The Truth About La Dolce Vita (2020) zien we hem bijna ten einde raad moederziel in een filmzaaltje waar hij moet constateren dat Fellini’s La Dolce Vita nog steeds maar liefst vier uur lang is (de internationale filmdistribiteurs vinden drie uur het maximum) en omdat zijn co-producer Angelo Rizzoli ermee wil kappen, want de opnamekosten rijzen steeds verder de pan uit.

The Truth About La Dolce Vita

Interessante reconstructie
De documentaire is gemaakt door Amato’s kleinzoon Giuseppe Pedersoli (tevens zoon van spaghettiwesternacteur Bud Spencer), dus was het vast gemakkelijk om de hand te leggen op de correspondentie van zijn grootvader met Fellini tijdens de opnamen van La Dolce Vita in 1959. Hun briefwisseling die met name gaat over het overschrijden van het afgesproken budget van 400 miljoen lire (de film zou uiteindelijk het dubbele kosten) mag dan niet eerder gepubliceerd zijn, het meeste van de ‘waarheid over La Dolce Vita’ was allang bekend.

Desalniettemin biedt de documentaire – een mix van nagespeelde gebeurtenissen (met acteur Luigi Petrucci als Giuseppe Amato), fragmenten uit de film (verplichte finale met de iconische scène in de Trevifontein) en interviews met direct betrokkenen (de beroemde producer Dino De Laurentiis vertelt bijvoorbeeld waarom hij afhaakte) – een interessante reconstructie in de moeizame ontstaansgeschiedenis van La Dolce Vita dat bij de release in 1960 nota bene in eerste instantie door de Italiaanse pers zou worden neergesabeld.

Via Veneto
Op 5 februari 1959 schrijft Angelo Rizzolo aan Federico Fellini dat de film beslist niet meer dan 400 miljoen lire mag kosten. Dat bleek al snel ijdele hoop omdat de regisseur een deel van Via Veneto – de befaamde straat in Rome waar de internationale jetset langs de cafés paradeert en hoofdrolspeler Marcello Mastroianni als roddeljournalist zijn scoops probeert te halen – in de Cinecittà-studio liet nabouwen. In een oud interview vertelt Fellini dat Via Veneto het hart van de film is omdat hier zich de meeste scènes afspelen. Giuseppe Amato zou aanvankelijk geen toestemming hebben gegeven om een deel van de straat in de studio na te bouwen, maar zou na het nodige aandringen van Fellini overstag gaan. Ook andere settings, kostuums en de gebruikelijke artistieke vondsten dreven de kosten gigantisch op. Ondanks Fellini’s uit de hand gelopen wensen blijkt in de documentaire dat hij bij iedereen geliefd was, zelfs bij de producers, die allebei met serieuze stressklachten te maken kregen.

The Truth About La Dolce Vita

La Dolce Vita is een titel met een cynische ondertoon. Terwijl onze roddeljournalist zich uiteindelijk zal laten vernederen in zijn pogingen om te mogen toetreden tot de hippe wereld van royalty en filmsterren in nachtclubs en op feestjes vol immorele en hedonistische karakters, toonden zowel de katholieke kerk als vele politici zich geschokt en wilden ze de film in Italië laten verbieden (en sommigen de regisseur zelfs in de gevangenis laten gooien). Dat zij niet verder keken dan hun neus lang is en kennelijk niet begrepen dat Fellini juist de leegheid van het door hem geschetste bestaan portretteerde, wordt in de documentaire treffend verwoord door een recensie van wijlen cineast Pier Paolo Pasolini: “Het is moeilijk om je een meer afstompende kapitalistische wereld voor te stellen. De mensen hier zijn cynisch en ellendig. Iedereen is egoïstisch, verwend, corrupt en bang.”

Nooit spijt gehad
Natuurlijk draait ook Fellini’s meesterwerk tijdens Film by the Sea, in de documentaire staat vooral producer Giuseppe Amato centraal. Hij wordt geroemd om zijn Napolitaanse gemoedelijkheid en zijn talent om met iedereen te kunnen samenwerken. Iemand leest voor uit de originele brief die Fellini aan hem schreef de dag voor de première van La Dolce Vita. “Jij bent een van de weinige producers die een idee had wat ik met mijn film heb bedoeld. Hopelijk wordt het een succes.”

Het personage van Amato, kijkend in de camera, kan dit alleen maar bevestigen: “Geen obstakel kon mij ervan weerhouden om deze film te maken. Ik heb de film inmiddels misschien wel duizend keer gezien en er nooit spijt van gehad, hoewel La Dolce Vita de belangrijkste oorzaak was van mijn professionele en persoonlijke ondergang.” Amato zou hierna nog maar twee films produceren en overleed in 1964 als gevolg van een hartaanval.

The Truth About La Dolce Vita is te zien op 14, 18 en 19 september tijdens Film by the Sea. Hier lees je het volledige programma.

 

8 september 2021

 

Film by the Sea 2021 – Fellinopolis

 
MEER FILMFESTIVAL

Filmmarathon Jeanne Moreau

5 onbekende films van bekende Franse actrice
Filmmarathon: Jeanne Moreau
Twee redacteuren van InDeBioscoop dompelen zich een weekend lang onder in de goede dingen des levens en vijf relatief onbekende films van de Franse actrice Jeanne Moreau.

 

1. La mariée était en noir (1968)

BOB:
De 8 kilometer wandeling is achter de rug, de Olympische medaille op de 10 kilometer binnen, en dan nog voor de echte diehards een Jeanne Moreau-marathon! Met een smakelijke Truffaut-lunch om de filmavond mee te starten. Begint goed: Jeanne Moreau die moorden pleegt aan de lopende band, terwijl ik de aanval inzet op de pindakaaspot. Een beetje Kill Bill op zijn Frans… Tuez Guillaume peut-être…. Haar altijd iets te droevige, bozige gezicht past goed bij deze wraakzuchtige weduwe. Ze kan iemand van het balkon wieperen, rustig door de feestgangers weglopen en dat geloofwaardig houden.

Moreau is prima, de film (gebaseerd op een boek van Cornell Woolrich) toch wat minder. Truffaut die iets te veel naar zijn eigen stijl zoekt. Btw: doen jullie dat ook in Uden zoals de karakters in deze film: sigaren roken, drinken en dan schieten op kerkhanen? Dan weet ik wat me nog te wachten staat.

De schrijver van het script van deze film (Jean-Louis Richard) is trouwens de vader van haar enige kind.

En wist je trouwens dat Kate Bushs liedje The Wedding List is gebaseerd op deze film? Leuke vraag voor een filmquiz (alleen heb ik het antwoord hier dus al verklapt).


COR:

Nee, dat dat leuke liedje van Kate Bush (al even mysterieus als de vrouw die Jeanne Moreau hier speelt) is gebaseerd op deze film, wist ik niet. Ik had wel al direct de indruk dat Quentin Tarantino dit verhaaltje over de in zwart geklede bruid moest hebben gezien als inspiratie voor Kill Bill. Echter waar Moreau best inefficiënt een huisvader opsluit in een kast onder de trap, de kieren dichtplakt, zodat de man uiteindelijk stikt, kiest Tarantino 35 jaar later resoluut voor afgehakte hoofden.

Tijden veranderen. Sigaren roken, drinken en dan op kerkhanen schieten, doen wij hier niet meer. En als wij dit nog zouden doen, zouden wij niet zo hopeloos missen als de man die na een duw per ongeluk geen haan, maar een mens, doodschiet.

Wist je trouwens, Bob, dat je van teveel pindakaas depressief kunt worden? Pak gerust nog wat zelfgemaakte pompoentomatensoep voordat die koud wordt…

Regisseur François Truffaut moet het inderdaad niet hebben van het (vergezochte) plot, hoewel ik de laatste afrekening van Moreau wel origineel vind. Ik dacht dat hij wel wat meer spanningselementen had gebruikt uit de reeks interessante gesprekken met ‘master of suspense’ Alfred Hitchcock niet lang voor de opnamen.

De samenwerking tussen Moreau en Truffaut was in de klassieker Jules et Jim (1962) uiteraard een stuk geslaagder, toch ben ik blij dat ik nu ook deze film heb gezien.

 

2. The Train (1964)

COR:
John Frankenheimer was zijn tijd vooruit. Zijn vroegere films laten zich kenmerken door sociale en filosofische thema’s, denk aan
Birdman of Alcatraz, Seven Days in May en The Manchurian Candidate.

The Train, dat hij tussendoor maakt, kende ik nog niet, en zeker niet dat Jeanne Moreau daarin een bijrol speelt. Dat komt misschien omdat films vol nazi’s al snel mijn eetlust bederven en het feit dat ze geen Duits maar Engels spreken. Wat mij altijd opvalt, is dat Engels sprekende nazi’s met een dik Arnold Schwarzenegger-accent de grootste klootzakken blijken.

In dit avonturenverhaal over nazi’s – die net voordat ze de oorlog verliezen een immense schat van Franse schilderijen per trein naar hun thuisland willen vervoeren – springen de originele cameraperspectieven direct in het oog. En natuurlijk ook Frankenheimers huisacteur, Burt Lancaster, als stoere, maar ook als geloofwaardige held, die zijn leven riskeert om de kunstwerken te redden.

Zo laat hij zich zomaar in zijn been schieten, zodat hij zich liefdevol kan laten verzorgen door het personage van Jeanne Moreau.

Onderhoudende, wat lange film, zeker voor een marathon. Wat vond jij trouwens van de confrontatie tussen de held en de schurk in de finale? Of vond je Lancaster eigenlijk geen held omdat het redden van de kunstschat ten koste ging van al die doden?


BOB:

Wacht even, depressief worden door pindakaas? Zo’n mooie Hollandse uitvinding? Niets is meer heilig tegenwoordig. Wie eet er nou ook te veel pindakaas? Zou Jeanne Moreau wel eens pindakaas hebben gegeten? Ik gok van niet. Alain Delon vast wel, die had een Nederlandse vrouw. En schoot misschien ook soms op kerkhanen.

Zulke meanderende gedachten gaan wel door je heen bij het geduldige uitwerken van dit plot. Overigens wel goed gedaan, laat dat maar aan Frankenheimer over. Hij wist hoe je spannende actiefilms in beeld moest brengen, zoals die formidabele choreografie aan het begin, als iedereen door elkaar heen loopt, en het treinstationbombardement waar vier maanden voorbereiding aan zat.

Ja, wat kan die Lancaster slepen met een been! Dat was trouwens een echte blessure die hij opliep door een stomme actie op een golfterrein (tijdens het maken van deze film). Dus werd hij zogenaamd in zijn been geschoten. Hij was deze film ook natuurlijk, liet regisseur Arhur Penn vervangen door Frankenheimer, en zei daarna: “Frankenheimer is a bit of a whore, but he’ll do what I want.

Moreau de hoteldame als functioneel Lancasterliefje. Schudt ze ook weer uit haar mouw. Te weinig in beeld helaas. En die finale? Ik verraad niet graag eindes… Let wel op hoe weinig Lancaster nog te zeggen heeft in het laatste half uur. Grimassen doet hij genoeg.

Is er nog wat van die geweldige citroenmelisserooibosthee?

 

3. Mademoiselle (1966)

BOB:
Het is bizar maar hier is Jeanne Moreau nog gemener dan in Le mariée était en noir. Daar had de wraakneming nog zin, hier zet ze sluizen open en steekt ze dingen in de brand omdat ze niet goed bij haar hoofd is. En weer een weduwe! Daar houden de overeenkomsten mee op. Deze Moreau is vreselijk onsympathiek – wel top neergezet door haar, vermoedelijk een van haar betere rollen. Verrassend interessante film over discriminatie en dat midden op het Franse platteland. Af en toe wel lastig als je dierenliefhebber bent…

Tony Richardson was de maker ervan. Daar weet jij vast meer over te vertellen.

Niet geeuwen, Cor, we zijn pas net halverwege. Wees blij dat we straks met een western eindigen en niet met het nonnendrama Le Dialogue des Carmelites.

De soep is alweer even geleden. Wat staat er eigenlijk op het menu?


COR:

Als jij straks die aardappelschijfjes en wat vegetarische burgers bakt, kook ik de broccoli. Wat vind je trouwens van die biologische Merlot?

Prachtige, donkere film hoor, Mademoiselle! Moreau als schooljuf heeft inderdaad duidelijk een probleem, dat ze wil botvieren op haar dorpsgenoten, en zelfs een leerling. En wat een verademing dat het nooit echt duidelijk wordt waarom ze regelmatig de boel in de fik steekt.

Ondertussen krijgen, zoals dat gaat, de vreemdelingen (in dit geval Italiaanse gastarbeiders) de schuld van de rampspoed die zich in dit normaliter rustieke dorpje voltrekt.

Regisseur Tony Richardson was een grote naam van de Engelse new wave en maakte mogelijk deze film in Frankrijk vanwege zijn liefde voor Jeanne Moreau, hoewel hij ten tijde van de opname nog met Vanessa Redgrave was getrouwd.

De onbestemde sfeer met het kunstzinnige, schaduwrijke liefdesspel in de bossen doet mij denken aan modern toneel. Daar kan volgens mij geen nonnendrama tegenop. Hoewel… misschien binnenkort Benedetta van Paul Verhoeven.

 

4. Mata Hari, agent H21 (1964)

COR:
Beste Bob, ik begrijp je fascinatie voor Silvia Kristel als Mata Hari, maar we mogen aannemen dat iemand als Jeanne Moreau zich niet letterlijk in allerlei bochten hoeft te wringen.

De film is van Jean-Louis Richard, die slechts vier films regisseerde, en zoals ik van jou begreep, meeschreef aan het scenario van La mariée était en noir, maar – jawel – ook tien jaar later aan Emmanuelle, mét Silvia Kristel!

Net zo vunzig wordt deze Mata Hari bij lange na niet, hoewel niemand minder dan Jean-Louis Trintignant op zijn welbekende manier van poëtische tekstopleperij de (vermeende?) dubbelspionne uit de kleren probeert te lullen.

Moreau is zeker geen miscasting, maar door de warrige regie beklijft haar vertolking niet, of het moet zijn hoe ze in de finale na haar terechtstelling als een slappe vaatdoek aan een houten paal blijft hangen.


BOB:

Ja,
net zo teleurstellend als geruststellend dat deze film niet het schandalige opzoekt maar er een middelmatig spionagedrama van maakt. Moreau krijgt flink de kans om zich uit te leven als de spionne, en heel waarschijnlijk omdat Richard dus haar ex-man was met wie ze een kind had. Dat is Jerôme Richard, die rolletjes had in niet misselijke films als Domicile Conjugal, La Grande Bouffe en Céline et Julie vont en bateau, waar hij nu vast op zijn oude dag nog vaak over vertelt.

Het script voor Emmanuelle Wat een toeval. Kristels Mata Hari van twintig jaar later (die ongetwijfeld veel vaker is bekeken dan deze) moest het doen met ene Joel Ziskin (zijn enige filmscript: een 3,8 op IMDb). Richard schreef ook het script voor Fahrenheit 451 die net op InDeBioscoop is besproken.

Trintignant zag ik laatst als creep in Flic Story, misschien moet je die eens kijken, daar lepelt hij niets op maar schiet des te meer kapot.

Moreau is degelijk maar kan de film niet echt redden. Nog maar een wijntje halen. Had ik geen Kroatische wijn cadeau gegeven om zelf op te drinken?


5. Monte Walsh (1970)

BOB:
Godzijdank eindigen we met een western, die er altijd wel lekker ingaat, net als de Kroatische wijn (goede keuze van de wijnboer bij het station Rotterdam Centraal). William. A. Fraker als regisseur? Wie is dat? Heeft toch de cinematografie van Bullitt en One Flew Over the Cuckoo’s Nest gedaan. Hij ging voor een echte regisseursloopbaan en Monte Walsh had het dan moeten zijn. De film heeft wel een frisse en alcoholloze Lee Marvin (hij mocht niet drinken tijdens de opnamen) en natuurlijk Jeanne Moreau als zijn liefje, best wel een lieve relatie (en dat terwijl Lee Marvin eigenlijk helemaal niet op Moreau zat te wachten maar op Deborah Kerr), maar de film ontstijgt toch niet het gemiddelde.

Moreau speelt geconcentreerd – zoals altijd eigenlijk – maar moet veel lachen in deze rol en daarin is ze wat minder overtuigend. Vraag is wat ze zag in de rol in deze film. Zei zei wel: ‘Lee Marvin is mannelijker dan wie dan ook met wie ik gespeeld heb.’ Jack Palance moet trouwens ook al de hele tijd lachen… Vrolijke boel in deze western maar echt grappig wordt het niet.

Moreau blijft fascinerend als actrice. Ze werkte echt met bijna alle grootheden der aarde. Orson Welles noemde haar ooit de beste actrice ter wereld. In Baie des Anges en Le journal d’une femme de chambre vond ik haar voortreffelijk maar ze kan ook ‘dienstbaar’ zijn, zoals in Le Paltoquet of deze film. Een echte professional.

En nu maar maffen.


COR:

Ho ho, na onze filmmarathon kunnen we nog net de finish van de Olympische marathon kijken! Wow, een Nederlander wordt tweede, en zijn Belgische trainingsmaatje derde.

Ondertussen voel ik de vermoeidheid in mijn eigen benen van onze wandeltocht en vallen mijn ogen langzaam dicht. In gedachte zie ik nog hoe Lee Marvin met veel bombarie een wild paard probeert te temmen en daarbij het halve westerndorp sloopt.

Liever droom ik nog wat over Jeanne Moreau. Iets met een lift naar het schavot…

 
22 augustus 2021

 
Alle leuke filmlijstjes

Twilight Samurai, The (2002)

REWIND: The Twilight Samurai (2002)
De man met het bamboezwaard

door Cor Oliemeulen

The Twilight Samurai (2002) begint als een historisch familiedrama over een samoerai tegen wil en dank en eindigt als een onvervalst melodrama.

In een land waarin de samoerai meer dan duizend jaar lang een wezenlijk onderdeel van de maatschappij uitmaakte, is het niet vreemd dat bijna elke zichzelf respecterende Japanse cineast de lotgevallen van deze archetypische krijger verfilmde. Meestal is de samoerai opgeleid in gevechtskunsten en militaire tactieken, stelt zich in dienst van een clan en zijn heer, en volgt hij de weg van het zwaard – ook als het moet om zijn eigen leven te beëindigen.

The Twilight Samurai (2002)

Liever feodaal onderdaan dan samoerai
In The Twilight Samurai (Tasogare Seibei, 2002) van Yoji Yamada lijkt het titelpersonage Seibei Iguchi aanvankelijk niets op een opofferingsgezinde strijder. Net als bijvoorbeeld zijn blinde collega in The Tale of Zatoichi (1962) leeft hij medio negentiende eeuw in de laatste jaren van het onrustige Edo-tijdperk, voordat de macht van de keizer in ere zal worden hersteld. Net als Zatoichi behoort Seibei tot de onderklasse en hanteert hij het zwaard slechts wanneer het echt niet anders kan. Seibei is lang geleden opgeleid als samoerai, maar schikt zich in zijn lot van feodaal onderdaan.

Sinds het recente overlijden van zijn vrouw aan tuberculose doet hij alles om voor zijn twee schattige jonge dochtertjes en zijn inwonende demente moeder te zorgen. Terwijl de meeste arme mensen hun overleden dierbaren aan de rivier toevertrouwen, koos Seibei voor een begrafenis boven zijn stand. Zijn inkomsten uit zijn baan als bediende in een graanpakhuis en het maken van insectenkooien zijn nauwelijks voldoende om van rond te komen. Terwijl zijn collega’s na het werk nog wat gaan drinken en geisha’s bezoeken, zorgt Seibei dat hij voor het donker thuis is om voor zijn dierbaren te zorgen. Dat levert hem zijn spottende bijnaam ‘Twilight Seibei’ op.

Duels
Zijn status stijgt nadat Seibei een geheim duel met officier Koda in zijn voordeel heeft beslecht. Koda is de alcoholische ex van Tomoe (Rie Miyazawa), met wie Seibei in zijn kinderjaren bevriend was, en die sinds kort in zijn gezin huishoudelijke taken verricht en bijzonder goed overweg kan met zijn twee dochters. Tomoe is van hogere stand en wil met Seibei trouwen, maar hij denkt dat zij vroeg of laat dit armoedige leven niet zal volhouden, dus wijst hij het aanzoek af.



In REWIND opnieuw aandacht voor opvallende films uit dit millennium.

 


Het feit dat Seibei zijn opponent met een houten stok versus een stalen samoeraizwaard heeft uitgeschakeld, leidt naast ontzag van zijn collega’s op een dag tot een uitnodiging van de leiding van zijn clan om de gevaarlijke Yogo te elimineren, omdat anderen dat niet is gelukt. Hoewel Seibei vriendelijk bedankt voor de eer heeft hij uiteindelijk geen keus om de confrontatie met de in diens huis verschanste Yogo aan te gaan.

Seibei ontdekt ter plekke dat Yogo niet het beest is waarvoor men hem houdt en dat beide mannen overeenkomstige achtergronden hebben. Maar Yogo weigert te vluchten en wil beslist het duel aangaan, zodat Seibei uiteindelijk genoodzaakt is zijn zwaard te heffen. Een bamboezwaard weliswaar dat normaliter alleen wordt gebruikt om de techniek te oefenen. Seibei moest zijn echte samoeraizwaard verkopen om de begrafenis van zijn vrouw te kunnen betalen.

Nadat Yogo zijn opponent met diens bamboezwaard heeft uitgelachen en vervolgens met zijn lange zwaard (een katana) het bamboezwaard als een lucifer heeft gebroken, moet Seibei de strijd aangaan met zijn korte zwaard (een wakizashi) dat samoerai slechts bij zich dragen om zich te kunnen verdedigen en om harakiri te plegen. Het mondt uit in een bloederig gevecht, waarvan de winnaar geen verrassing zal heten.

Bamboezwaard
The Twilight Samurai is geïnspireerd op het korte verhaal Het Bamboezwaard en won twaalf Japanse Oscars. Het zijn veroordeeld tot een bamboezwaard doet denken aan de samoeraiklassieker Hara-Kiri (Seppuku, 1962) van Masaki Kobayashi waarin een arme jonge samoerai aanklopt bij het huis van een clanleider en vraagt om op deze heilige grond harakiri te mogen plegen.

Die film speelt in het zeventiende-eeuwse Japan, waarin een tijd vrede was, samoerai geen werk hadden en waren veroordeeld tot de bedelstaf. Zo’n arme bezoekende samoerai werd dan weggestuurd met wat geld en eten. Maar ditmaal niet, want de chagrijnige heer des huizes heeft er genoeg van en vindt dat deze jonge samoerai maar de daad bij het woord moet voegen. Hoezeer de jongeman ook zijn best doet om eronderuit te komen, is hij genoodzaakt om harakiri te plegen. Met, naar wat dan blijkt, zijn bamboezwaard: een langzame pijnlijke dood – met hartverscheurende consequenties (in 2011 al even krachtig verfilmd door Takashi Miike in Hara-Kiri: Death of a Samurai).

The Twilight Samurai (2002)

Einde van de samoerai
The Twilight Samuari is gezegend met een charismatische held tegen wil en dank. De Japanse acteur Hiroyuki Sanada is de laatste jaren vooral te zien in grote, luidruchtige Hollywood-producties als The Wolverine (2013), Avengers: Endgame (2019) en Mortal Kombat (2021). Interessanter is Sanada’s optreden in The Railway Man (2013), waarin hij als voormalige Japans kampbeul decennia later wordt geconfronteerd met een getraumatiseerde Brit (Colin Firth) die terug op de plek des onheils heen en weer wordt geslingerd tussen wraak en vergeving.

Regisseur Yoji Yamada zou in zijn samoerai-trilogie nog twee films maken: The Hidden Blade (Kakushi ken oni no tsume, 2004) en Love and Honor (Bushi no Ichibun, 2006). Ook deze films observeren op fantastische wijze de Japanse cultuur en spelen in een tijd dat de samoerai zijn gedoemd uit te sterven. Want tijdens de hervormingen van de Meji Restauratie eind negentiende eeuw industrialiseerde Japan in hoog tempo en werd in 1876 de samoeraiklasse afgeschaft ten faveure van een leger naar westers model.

Niet alle samoerai waren hiervan trouwens gediend en een aantal ontketende gewapende opstanden tegen de nieuwe machthebbers. De legendarische Satsuma-opstand geldt als geromantiseerde basis voor The Last Samurai (2003) van Edward Zwick, met Tom Cruise als Amerikaanse legerkapitein en Ken Watanebe als leider van de rebellerende samoerai. Hoewel vakkundig gemaakt, gaat er niets boven een authentieke Japanse samoeraifilm als The Twilight Samurai.

 

THE TWILIGHT SAMURAI KIJKEN: o.a. hier te koop.

 

Meer REWIND

11 Minutes

***
IFFR Unleashed – 2016: 11 Minutes
Een stip aan de horizon

door Cor Oliemeulen

Dat er in elf minuten verdomd veel kan gebeuren, bewijst filmmaker Jerzy Skolimowski, die in vijftig jaar International Film Festival Rotterdam (IFFR) maar liefst twintig films mocht presenteren. 11 Minutes onderstreept de eigenzinnigheid van zowel filmmaker als filmfestival.

In Amores Perros (2000), het memorabele speelfilmdebuut van de Mexicaanse regisseur Alejandro G. Iñárritu, komen de verhalen van drie personen ingenieus samen tijdens een auto-ongeluk. De Poolse filmmaker Jerzy Skolimowski doet er in 11 Minutes (2015) een schepje bovenop. In een mozaïekvertelling met korte scènes brengt hij de levens van een stuk of tien mensen bij elkaar in een spectaculaire, enigszins potsierlijke, finale.

11 Minutes

Mozaïekvertelling
We maken kennis met een jaloerse man die langzaam buiten zinnen raakt, omdat hij vermoedt dat zijn kersverse echtgenote, een actrice, in hotelkamer 1111 vreemdgaat met een gladde Hollywood-regisseur. Tussendoor volgen we verrichtingen van een coke snuivende drugskoerier, een labiel meisje met hond, een verwarde student die aan een onbekend project werkt en een zojuist vrijgelaten delinquent die nu hotdogs verkoopt, zoals aan vier nonnen. En dan hebben we nog een glazenwasser die op grote hoogte werkt, een oude tekenaar die een brug tekent en ambulancemedewerkers die na een spoedmelding een gebarricadeerde flatwoning proberen te bereiken.

11 Minutes begint origineel met beelden van een smartphone, een laptop en veiligheidscamera’s. Op een van die monitoren ziet een beveiligingsmedewerker een mysterieuze zwarte stip. Volgens zijn collega is het een kapotte pixel op het scherm, maar wanneer er na de krankzinnige apotheose op het eind van de film wordt uitgezoomd op al die veiligheidscamera’s lijkt het wel alsof die donkere plek een deel van een drukke straat betreft. Toevallig knoeide de oude tekenaar eerder een zwarte inktdruppel op zijn tekenvel en zegt de verwarde student tegen hem dat ook hij die zwarte stip in de lucht heeft gezien. Ook de gladde Hollywood-regisseur wees de actrice eerder op een stip toen ze samen even op het balkon van de hotelkamer stonden.

11 Minutes

Welke verklaring?
De kijker die wacht op enige verklaring van de gebeurtenissen in de film kan beter met zijn grote teen gaan spelen. Natuurlijk staat het hem of haar vrij een betekenis achter die zwarte stip te zoeken, want een ander houvast komt er niet. Dat hoeft ook niet, want 11 Minutes moet je gewoon onbevangen en onbevooroordeeld tot je laten komen. De meeste personages zijn naamloos, net als in Skolimowski’s vorige film, Essential Killing (2010), waarin de kijker ook al moet gissen naar de achtergrond en motieven van het personage. De vraag of die nou wel of geen talibanstrijder is, is niet zo relevant. De regisseur, die ooit beweerde dat hij zijn films puur voor zichzelf maakte, speelt graag een spelletje met zijn publiek.

Het moet gezegd dat Skolimowksi het tempo en de spanning er met vlotte montages goed in houdt. Speciale aandacht voor de geluidsband, die Radoslaw Ochnio als beste sound designer een European Film Award opleverde. Zonder zich op te dringen, kunnen we door het geluid nog enigszins de personages en hun angsten begrijpen. Ook de cameravoering is inventief, getuige enkele spanningsvolle en technisch knap gemaakte trackingshots. Al met al is 11 Minutes het zoveelste deels geslaagde filmexperiment van de Poolse regisseur, maar daardoor niet minder interessant.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 9 juni 2021.

30 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

It Felt Like Love

****
IFFR Unleashed – 2013: It Felt Like Love
Seks om erbij te horen

door Cor Oliemeulen

It Felt Like Love is een tienerfilm die ook voor ouders van tieners zeer geschikt is. Natuurlijk moeten jongeren zelf zien te dealen met hun ontluikende seksualiteit, maar een klein beetje begeleiding van een ervaringsdeskundige kan soms uitwassen voorkomen.

Onafhankelijk filmmaakster Eliza Hittman heeft de gave om de zoektocht naar identiteit van pubermeisjes op een oprechte manier neer te zetten. Ging het in Never Rarely Sometimes Always (2020) over de 17-jarige Autumn die met haar zwangere vriendin van het behoudende Pennsylvania afreist naar New York om aldaar een abortus te kunnen laten plegen, in It Felt Like Love (2013) maken we kennis met de pas 14-jarige Lila (Gina Piersanti) die net als Autumn opkijkt tegen haar iets oudere vriendin, in dit geval omdat die een vriendje heeft terwijl Lila zelf nog maagd is.

It Felt Like Love

Gespierde jongenslichamen
Deze debuutfilm van de Amerikaanse Hittman portretteert jongeren die in de zomer verkoeling op het strand zoeken en ’s avonds biljarten, een biertje drinken en een jointje roken. Lila’s 16-jarige vriendin heeft de seks ontdekt met haar vriendje, waardoor Lila zich nog onzekerder voelt. Van het thuisfront hoeft Lila geen ouderlijk advies of een arm om haar heen te verwachten, want moeder is recent overleden aan borstkanker en de relatie met haar vader is kil en moeizaam.

Op een dag ziet Lila op het strand een iets oudere jongen, die haar vriendin groet. Vanaf dat moment heeft Lila zich voorgenomen dat die jongen haar vriendje moet worden, of in ieder geval iemand met wie ze voor het eerst seks kan hebben. De camera fungeert regelmatig als Lila’s ogen. De fascinatie voor gespierde jongenslichamen en stoere tattoos is plotseling daar. Waar een filmmaakster als Claire Denis (White Material, 2009) bijvoorbeeld in Les salauds (2013) de verboden hunkering van een volwassene tot uiting brengt in korte shots van mannelijke lichaamsdelen (zelfs de fysieke inspanning van het repareren van een fiets krijgt hier iets erotisch), richt Hittman zich tot dusver in haar bescheiden oeuvre op de ontluikende seksualiteit van adolescenten.

It Felt Like Love

Geen feelgood
Het is juist haar vrij minimalistische aanpak, in combinatie met haar vertrouwenwekkende relatie met de jeugdige acteurs, die Hittmans films zo’n treffend authentiek realisme meegeeft. It Felt Like Love bevindt zich ergens in het midden van het komische tienerdrama The Breakfast Club (1985) en het hedonistische strandleven van Mektoub, My Love: Canto Uno (2017). Enerzijds rekent Eliza Hittman moeiteloos af met de clichématige idylle van het groepje nablijvers in John Hughes’ tienerklassieker, waarin de zeer uiteenlopende personages uiteindelijk begrip voor elkaar krijgen. Anderzijds blijft zij verre van de talrijke gemakkelijke shots van meisjesbillen die filmmaker Abdellatif Kechiche in zijn film meende te moeten gebruiken om jeugdige gevoelens van wellust te accentueren.

Feelgood staat niet in het filmvocabulaire van Hittman. In Never Rarely Sometimes Always registreert ze met een soms akelige precisie de praktijk van intake en behandeling van het tienermeisje dat een abortus krijgt. Die zakelijkheid wordt effectief gecompenseerd door de onvoorwaardelijke vriendschap en loyaliteit van haar vriendin. Ook in It Felt Like Love krijgt het hoofdpersoon te maken met een medische ingreep. Lila laat zich met spoed een pessarium aanmeten, want ze heeft snode plannen. Echter hierna is ze geheel op zichzelf aangewezen. Wanneer drie oudere jongens Lila voorstellen om hun broek te laten zakken, mag de kijker naar de afloop van de scène gissen. We vertrouwen op de letterlijke betekenis van de filmtitel, maar een gevoel van triestheid blijft nog wel even hangen.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 9 juni 2021.

24 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

O império do desjeo

***
IFFR Unleashed – 2012: O império do desjeo
Seksklucht voor gevorderden

door Cor Oliemeulen

Sexual Anarchy luidde de spannende internationale titel van deze Braziliaanse seksklucht die destijds vernieuwend was, maar veertig jaar na zijn verschijnen gedateerd overkomt. Desondanks kent O império do desjeo voldoende elementen om niet uit de bocht te vliegen.

Carlos Reichenbach was een graag geziene gast op het IFFR. In 1985 draaiden in Rotterdam maar liefst drie films van deze Braziliaanse filmmaker. De kopie van de vierde film, O império do desejo (Het rijk van verlangen, 1981), verdween tijdens het transport. Nadat er in 2012 een gerestaureerde versie op 35mm verscheen, draaide deze favoriete film van Reichenbach zelf dat jaar alsnog op het IFFR. “Op een dag droom ik ervan terug te keren naar het maken van een film met hetzelfde plezier, dezelfde vrijheid en dezelfde instelling waarmee ik deze heb gemaakt”, mijmerde de filmmaker ooit. “Als ik de moed laat zakken, zie ik O império do desejo weer. Dat is genoeg om me weer in harmonie met het universum te brengen.”

O império do desjeo

Pornochandada
Ondanks de strikte censuur van het militaire bestuur in Brazilië was het staatsbedrijf Embrafilme vanaf de jaren 70 niet te beroerd om de productie van zogenaamde pornochandadas te steunen, omdat die niet kritisch waren over de regering en geen expliciete seks vertoonden. Dit populaire filmgenre wist in de bioscoop goed te concurreren met Amerikaanse films. Echter medio jaren 80 schafte de nieuwe burgerregering de repressieve maatregelen tegen film en televisie af. Langzaam verdween de pornochandada uit de bioscoop en kwam er tevens een einde aan een generatie filmmakers die sinds de jaren 60 was verbonden met de Cinema Novo (geïnspireerd door het Italiaanse neorealisme en de Franse nouvelle vague) van wie velen zich ook met het maken van pornochandadas hadden beziggehouden.

Na zijn commerciële succes van A Ilha dos Prazeres Proibidos (Het eiland van verboden pleziertjes, 1979) zette Carlos Reichenbach zijn anarchistische filmstijl voort. Het ging hem voornamelijk om het manipuleren van clichés, het ondermijnen van commerciële erotiek en het mixen van genres. Het zijn de maffe personages en hilarische gebeurtenissen en situaties die O império do desejo in eerste instantie doen denken aan de Italiaanse komedies van die tijd, maar dan stukken minder braaf. Na een uur kijken heeft O império do desejo meer weg van een intellectuele variant van een Tiroler-seksfilm zonder lederhosen, echter volhouders laten zich uiteindelijk wel trakteren op enkele originele climaxen van Reichenbachs anarchistische universum.

Absurdisme
Absurdisme is de leidraad in het verhaaltje van de rijke weduwe Sandra die een zwervend hippiekoppel vraagt om op haar strandhuis te passen. Het eerste wat de man en het meisje bij aankomst doen, is de liefde bedrijven. Kan hen niet schelen wie er binnenkomt. Het hippiestel krijgt vervolgens te maken met een advocaat die Sandra’s belangen behartigt en schande spreekt van de onbeschaamde onzedelijkheden. Zeker wanneer zowel twee kamperende meisjes als Sandra en haar geliefde onderdeel van de sekscapriolen gaan uitmaken.

O império do desjeo

Ondertussen maken we kennis met een gestoorde crimineel die continu met zijn pistool zwaait, omdat hij het op het strandhuis heeft gemunt, en een nog gestoordere buurman die in een hutje op het strand woont, tegen betaling zijn geslacht laat zien en zich door de omstandigheden ontpopt als seriemoordenaar. Maffer zie je het zelden, maar juist voor die tijd en het genre verrassend intelligent en kunstzinnig. Dat zie je onder meer in de scène waarin de gekke buurman (in een euforische stemming, want ook hij ontdekt weer de lusten) ’s avonds in het donker al zijn paspoppen voor zijn hutje met een vlammenwerper in de fik steekt met op de achtergrond de scheurende gitaar van Jimi Hendrix.

Heeft O império do desejo dan misschien ook een boodschap? Jazeker, want na de partnerruilen en triootjes, hebben de mannen moeten leren dat ook vrouwen tijdens het seksen graag willen genieten. Zelfs de aanvankelijk stugge en conservatieve advocaat omarmt het gevoel van (seksuele) vrijheid. Hilarisch is het fragment waarin een koppel in het riet ligt te vrijen en zich in gedachte afvraagt: Kom je liever eerst klaar dan iemand redden die schreeuwt dat hij verdrinkt?

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 9 juni 2021.

23 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Herederos, Los

***
IFFR Unleashed – 2009: Los herederos
Kinderen klagen niet

door Cor Oliemeulen

In deze tijd van verplichte social distancing zou je bijna verlangen naar het ouderwetse leven in de ongerepte natuur waar een virus nauwelijks kans heeft. Ook een mooi moment voor kinderen om hun mobieltje en andere gadgets in te ruilen voor gereedschap en wapperende handen om zich nuttig voor de gemeenschap te maken. Of toch niet?

De Mexicaanse documentairemaker Eugenio Polgovsky maakte in 2016 zijn vierde en laatste documentaire Resurrección voordat hij een jaar later op 40-jarige leeftijd in Londen overleed. Genoemde film gaat over dorpsbewoners die te maken krijgen met de gevolgen van een vervuilde rivier. Tijdens zijn korte loopbaan veranderde Polgovsky in eigen land de manier waarop men naar documentaires keek. Op sociaal-realistische, humane en poëtische wijze registreerde hij het leven van de arme bevolking van Mexico tegen de achtergrond van de ongereptheid van de natuur, die zich weliswaar steeds vaker kwetsbaar toont door inmenging van mensen van buiten.

Los herederos

Verwachtingspatroon
Tijdens het IFFR van 2005 draaide zijn filmdebuut Tropico de cancer, met een portret van Mexicanen in een woestijn die voorzien in hun levensonderhoud door exotische dieren langs de snelweg te verkopen. Drie jaar later trakteerde Polgovsky het IFFR-publiek op Los herederos (De erfgenamen) over het leven en de strubbelingen van Mexicaanse kinderen in de bergen. Zij bestendigen de traditie van hun (voor)ouders die werken op het land en niet naar school gaan.

Los herederos begint met een lieflijk slaapliedje. Later blijkt dat veel kinderen geen slaapliedje nodig hebben na een lange dag hard werken op het land. Natuurlijk hebben de kinderen ook lol, getuige de eerste beelden van kleine jochies die door de bossen naar een riviertje rennen en de laatste beelden van piepjonge arbeidertjes die met elkaar ravotten en met dieren spelen. In de tussentijd lijkt er geen enkele ruimte voor ontspanning, maar doen zij ongevraagd wat van hen wordt verwacht.

Plakbandje
De stenen huisjes zijn armoedig en dat heeft niets te maken met het feit dat ook kinderen de stenen hebben gekapt en met behulp van een raster lemen vloertegels leggen. Zelfs de allerkleinsten helpen mee met water dragen, hout sprokkelen en in feite alle werkzaamheden die normaliter door volwassenen worden uitgevoerd. Terwijl vader met koe en ploeg gleuven in de grond trekt, moet een meisje van pakweg vier jaar daarin boontjes gooien om die steeds met een korte voetbeweging met zand te bedekken.

Los herederos

Los herederos is een betrokken en oprechte registratie (bijna zonder woorden) van kinderarbeid in een regio waar de tijd heeft stilgestaan. De aanvankelijke romantiek van leven in en met de natuur, ambachtelijke nijverheid en zelfvoorzienend zijn, maakt plaats voor het plukken van groenten en fruit (we zien een close-up van iemand die een stopwatch indrukt en op een vel papier de verrichtingen noteert) op grote velden, waarnaar de kinderen bijna elke dag met trucks worden vervoerd en waar ze als lunch afgekeurde tomaten eten.

Sommige kinderen maken houten beeldjes die later aan toeristen zullen worden verkocht. Het fragment van een jongetje, net drie turven hoog, dat met een kapmes in vlot tempo hout snijdt, is veelzeggend. Terwijl het blanke hout rood kleurt omdat hij per ongeluk een klein topje van zijn wijsvinger heeft afgesneden, pakt hij een plakbandje en werkt gewoon door. In deze contreien hoor je niemand klagen.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 26 mei 2021.

21 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Movies that Matter 2021 – Nasrin en President

Movies that Matter 2021 – Nasrin en President:
Advocaten zelf slachtoffer

door Cor Oliemeulen

Het Movies that Matter Festival wordt dit jaar online gehouden (lees hier hoe alles werkt) van 16 tot en met 25 april met dertig premières en een aantal verdiepingsprogramma’s. Zoals elk jaar kan de geëngageerde liefhebber kijken naar documentaires en filmdrama’s waarin mensen dreigen te worden vermorzeld door onderdrukking, terreur en corruptie. In dit verslag twee helden: een mensenrechtenadvocaat in Iran en een advocaat die president van Zimbabwe had moeten zijn.

 

Nasrin

Nasrin – Gevangenis en zweepslagen voor Iraans bloemenmeisje
Je kunt het je bijna niet meer voorstellen dat het Iraanse volk voor de Islamitische Revolutie van 1979 rechten had, ook vrouwen. Nu de sjah, een marionet van de Verenigde Staten, was weggejaagd, kreeg de geestelijkheid opnieuw de macht. Vooral voor vrouwen was dat slecht nieuws. In de documentaire Nasrin van Jeff Kaufman (Iraanse crewleden staan uit zelfbescherming als anoniem op de aftiteling) volgen we advocaat en strijder voor vrouwenrechten, Nasrin Sotoudeh. Door haar inzet en vasthoudendheid ontpopt ze zich als een absolute heldin voor mensen (zowel in binnen- als in buitenland) die schreeuwen om gelijke rechten en een menswaardig bestaan voor burgers die de dictatuur slecht gezind zijn. Door haar onverschrokken activisme brengt Nasrin zowel zichzelf als haar man Reza, grafisch ontwerper, meerdere malen in de problemen, en in de gevangenis. Maar liefde overwint alles. Of toch niet?

Ondanks dat Nasrins lotgevallen in het geheim moesten worden gefilmd, krijg je een heel aardig inkijkje in haar wereld. Gesteund door man en kinderen haalt de advocaat alles uit de kast voor meer vrouwenrechten en om kinderen (mishandeld of ter dood veroordeeld) en minderheden (zoals de Bahai) te beschermen. In een maatschappij waar polygamie is toegestaan en vrouwen niet mogen scheiden, blijkt het kwaad kersen eten. Aan de hand van beelden van demonstraties, protesten, interviews met betrokkenen en rechtszaken behaalt Nasrin hier en daar een overwinning, maar triest genoeg zal het haar uiteindelijk slecht vergaan. Reza: “Het enige wat Nasrin wil is een land waarin mensen kunnen genieten van vrijheid, voorspoed en menselijke waardigheid.”

In de documentaire zit een kort fragment uit Taxi Teheran, een film van de Iraanse regisseur Jafar Panahi, die (ondanks een beroepsverbod) als taxichauffeur mensen van straat plukte om hen te interviewen over hun leven. De taxi stopt voor Nasrin Sotoudeh, die staat te bellen en een grote bos rozen op haar arm draagt. “Hé, daar is het bloemenmeisje”, roept een kind op de achterbank als het portier opengaat. De mensenrechtenadvocaat stapt in bij de filmregisseur. Ze zijn goed bevriend sinds ze in 2012 samen werden onderscheiden met de Sacharovprijs van het Europees Parlement. Het regiem kan alles afnemen, behalve hun dromen voor een rechtvaardige toekomst.

Online te zien zondag 18 april 17.00 uur en donderdag 22 april 01.00 uur.

 

President

President – Knecht van het Zimbabwaanse volk
Een jaar na de Islamitische Revolutie in Iran werd Zimbabwe onafhankelijk van Groot-Brittannië. Robert Mugabe – vrijheidsstrijder volgens de een, terrorist volgens de ander – werd minister-president, maar ontpopte zich al snel tot autocraat. Zo ontdeed hij zich van zijn kompaan Joshua Nkomo, met wie hij een guerrillaoorlog tegen de Engelse kolonialisten had gevochten, en liet hij zich door een grondwetswijziging tot president benoemen. Terwijl Mugabe en zijn vrienden zich verrijkten, veranderde er niets aan het armoedige bestaan van de bevolking. Om de groeiende kritiek te pareren, lanceerde Mugabe in 2000 een landhervormingsprogramma waarin de blanke boeren (grootgrondbezitters) zonder enige vorm van compensatie werden onteigend. Maar ook nu zou niet de gewone burger profiteren. Na de verkiezingen van 2005, die Mugabe ‘uiteraard’ won, beloofde de president nieuwe huizen voor de honderdduizenden armen in de ontstane sloppenwijken, die met de grond werden gelijkgemaakt. Ook nu bleken het loze beloften en vluchtten veel mensen naar buurlanden Zuid-Afrika en Botswana. In 2017 werd de hoogbejaarde Mugabe door een militaire staatsgreep afgezet en opgevolgd door diens ZANU-partijgenoot Emmerson Mnangagwa (die eerder door Mugabe aan de kant was geschoven). Maar opnieuw bleven beloofde hervormingen uit. Dat was het moment dat de oppositie een nieuwe held naar voren schoof: Nelson Chamisa.

Camilla Nielsson, die in 2014 al de documentaire Democrats over het instabiele Zimbabwe had gemaakt, volgt in haar nieuwe film President oppositieleider Chamisa naar aanloop van de presidentsverkiezingen in 2018 en de spannende afloop daarvan. Deze charismatische en welbespraakte advocaat, die in 2007 door politieke tegenstanders bijna dood was geslagen, heeft een team van adviseurs en beveiligers om zich heen verzameld en strijdt vol overgave tegen corruptie, honger, armoede, werkloosheid en geweld. Hij wil een ‘knecht van het volk’ zijn, roept hij tegen massaal toegestroomde menigte, soms vier keer per dag. Zo nu en dan hoor je echo’s van Martin Luther King.

De focus van de documentaire ligt op de te verwachten verkiezingsfraude door de zittende machthebbers. We zien hoe Chamisa’s campagneleden nadenken over commercials (Chamisa vindt Heal the World van Michael Jackson wel geschikt), computers aanschaffen om de eigen schaduwverkiezingen te kunnen verwerken en ervoor zorgen dat op de verkiezingsdag in elk stembureau vier eigen waarnemers aanwezig zijn. Maar spoedig komen er al meldingen van dubbele stembiljetten binnen. Ook zou er sprake zijn van het ronselen van stemmen door medewerkers van Mnangagwa in ruil voor voedsel. Al die tijd observeert de camera Chamisa en zijn team, tot en met het moment dat de ‘officiële’ uitslagen worden bekendgemaakt. Ondanks het binnenvliegen van een legertje Zuid-Afrikaanse topadvocaten om de uitslagen aan te vechten, laat de uitspraak van het hof zich raden. De documentairemakers laten alle gebeurtenissen en beelden voor zich spreken. De veelzeggende kleine blikken, gebaren en emoties van de machthebbers en hun corrupte slippendragers smaken naar laffe minachting en behoeven verder geen wederhoor.

Online te zien donderdag 22 april 20.00 uur (met live Q&A), vrijdag 23 april 12.00 uur en maandag 26 april 20.00 uur.

 

17 april 2021

 

Movies that Matter 2021 – Quo Vadis, Aida
Movies that Matter 2021 – Advocaten zelf slachtoffer
Movies that Matter 2021 – Kunst in gevangenschap
Movies that Matter 2021 – De nos frères blessés
Movies that Matter 2021 – Finale

 
MEER FILMFESTIVAL