Third Wife, The

***
recensie The Third Wife

Onderdrukte vrouwelijke verlangens

door Cor Oliemeulen

“Als ik groot ben, word ik een man, dan kan ik veel vrouwen hebben”, zegt een meisje in het oogstrelende drama The Third Wife. Plaats van handeling is een dorp in het negentiende-eeuwse Vietnam waar vrouwen dienen om jongens te baren.

Het feministische speelfilmdebuut van de in Ho Chi Minh-stad geboren en in New York wonende Ash Mayfair is een impliciete aanklacht tegen de patriarchale samenleving in haar moederland. Dat was niet zozeer de controverse die haar film in Vietnam opriep, maar wel de soft-erotische scènes van de pas dertienjarige hoofdrolspeelster Nguyen Phuong Tra My, wier personage May zich voelt aangetrokken tot vrouwen.

The Third Wife

Controverse in eigen land
Het debat van de nationale volksvertegenwoordiging na de première op 17 mei zorgde ervoor dat Mayfair en haar producers The Third Wife al na vier dagen uit de bioscopen terugtrokken. Op straffe van een geldboete waren ze geenszins van plan geweest om filmscènes weg te snijden. Terecht, want de betreffende fragmenten zijn poëtisch en uiterst delicaat geschoten. Volgens de filmmaakster zijn het vooral de conservatieve krachten die moeite hebben met de kritiek op de dominerende rol van mannen in het land. “Dit deel van onze geschiedenis is erg donker en bestaat nog steeds in de Vietnamese samenleving. Er zijn zoveel artiesten, met name vrouwelijke artiesten, die voelen dat ze zich niet kunnen uitspreken”, zei ze tegen The Hollywood Reporter.

Mayfairs sfeer in The Third Wife is op alle fronten mild en ingetogen. Ze toont lieflijke plaatjes van de prachtige natuur en kadreert ook het trage, traditionele en sensuele leven van alledag in een kleine samenleving rond een tempel met gevoel voor stijl, kleur en compositie. Het jonge meisje May wordt gekozen als derde vrouw van de veel oudere grootgrondbezitter Hung. Tijdens de huwelijksnacht laat hij een rauw ei op haar buik glijden, likt het op, gaat op haar liggen en penetreert haar, waarna zij een harde zucht slaakt. ’s Morgens hangt zij, onder de goedkeurende blikken van Hungs twee andere vrouwen, het witte laken met een bloedvlek buiten.

The Third Wife

Ontluikende seksualiteit
Terwijl we bloemen zien, watervallen, insecten, lelies op het water, badende meisjes en een rups die zich ontpopt als vlinder, wordt May snel zwanger en bidt ze tijdens een offerfeest dat ze een jongen krijgt. Zij onderwerpt zich aanvankelijk aan Hungs seksuele fantasieën, maar liefde en lichamelijk genot zijn haar onbekend, totdat zij zich aangetrokken begint te voelen tot Hungs tweede vrouw Xuan. Maar zij wijst Mays ontluikende seksualiteit resoluut af omdat de samenleving dit verbiedt en de goden hen volgens haar zullen straffen.

In The Third Wife schikken de meisjes en vrouwen zich in hun lot, maar kampen ze met onderdrukte verlangens. Tegelijkertijd kun je niet vroeg genoeg trouwen, want als eerste vrouw heb je meer status dan als tweede of derde vrouw, en bovendien is de kans groter om een jongetje ter wereld te brengen. Voor iemand die niet als bruid wordt gekozen, niet goed of mooi genoeg wordt bevonden of simpelweg niet uitgehuwelijkt wil worden, kan het leven ondraaglijk zijn. Dan is plots het voortkabbelende leven in dit Vietnamese dorpje niet langer sereen en lijkt het heel even of er opstand aan de schitterende horizon gloort. Begrijpelijk, maar jammer dat Mayfair in de finale kiest voor symboliek in plaats van een mokerslag.

 

18 november 2019

 

ALLE RECENSIES

LIFF 2019 – Deel 1

LIFF 2019 – Deel 1:
Vier films met een dilemma

door Cor Oliemeulen

Terwijl de dagen korter en kouder worden, draait het Leids filmfestival veel hartverwarmende films. Net zoals de bezoeker keuzes moet maken uit het aanbod, kennen opvallend veel films personages die ook voor een dilemma worden geplaatst. In dit eerste deel verzwijgt een familie de dodelijke ziekte van oma in China, een uitgebuite pakketbezorger in Engeland, een twijfelende Amerikaanse soldaat in Afghanistan en wel of geen deal tussen een gangster en een politieagent in Korea.

 

The Farewell

The Farewell – Een goede leugen?
Wat doe je als je weet dat je oma volgens de arts nog maar drie maanden te leven heeft: vertellen of verzwijgen? Dat is het dilemma waarom het soms komische drama The Farewell draait. Net als regisseur Lulu Wang is de dertigjarige Billi (actrice Awkwafina: Crazy Rich Asians) geboren in China en opgegroeid in Amerika. Billi belt regelmatig vanuit New York met haar oma Nai Nai met wie ze altijd een innige band heeft gehad. Maar dan krijgt het gezin het droevige nieuws dat Nai Nai longkanker heeft en spoedig zal sterven. De familie besluit in samenspraak met de arts niets te zeggen, zodat zij nog kan genieten van de korte tijd die haar rest. En wat is er dan leuker dan het bruiloftsfeest van Nai Nai’s Japanse kleinkind Hao Hao?

Als de hele familie in China bij elkaar is, heeft de veramerikaanste Billi het meeste moeite om haar mond te houden. In haar nieuwe land is het illegaal dat een ziekte voor de patiënt wordt verzwegen (laat staan dat een doktersbrief wordt vervalst), echter in China gebeurt dat regelmatig. Sterker nog: Nai Nai liet haar man tot zijn overlijden ook in het ongewisse. Maar alleen die beide achtergronden zijn wat mager om het dilemma scherp neer te zetten. The Farewell werkt zonder noemenswaardige hobbels toe naar de door Nai Nai georganiseerde bruiloft, terwijl ze zich afvraagt waarom iedereen zo chagrijnig is, maar blij is met de ‘vitaminepillen’ tegen het hoesten. Het zijn met name de kleindochter en haar oma, alsook enkele ontroerende en grappige momenten, die The Farewell (vanaf 21 november in de Nederlandse bioscoop) behoeden voor doorsnee-sentiment. Deze met liefde gemaakte familiefilm heeft genoeg herkenbare facetten om een groot publiek te bekoren.

 

Sorry We Missed You

Sorry We Missed You – Meester van je eigen bestemming?
De nieuwe film van regisseur Ken Loach en scenarioschrijver Paul Laverty gaat opnieuw over een arbeider die slachtoffer wordt van de moderne Engelse samenleving. Ging het in het bejubelde I, Daniel Blake over een van een hartaanval herstellende timmerman die bijna ten onder gaat aan de bureaucratie, in Sorry We Missed You (vanaf 14 november in de Nederlandse bioscoop) gaat een veertiger aan de slag als pakketbezorger die op papier zelfstandig is maar in de praktijk al snel wordt uitgebuit door zijn werkgever. Om een bestelbusje te kunnen aanschaffen, moest de auto van zijn vrouw worden verkocht, zodat zij als thuishulp met de bus naar al haar patiënten moet en net als manlief dagen van meer dan twaalf uur gaat draaien. Ondertussen raakt het gezin, door toedoen van de onbegrepen puberzoon, in een aandoenlijke crisis.

Er zijn weinig regisseurs die zulke uit het leven gegrepen sociaal-realistische films maken als Loach. Zijn politieke standpunten sijpelen weliswaar door, echter de menselijke maat staat altijd voorop. Terwijl de timmerman van I, Daniel Blake uiteindelijk het niet langer pikt en opstaat tegen regelgeile instanties en een publieke daad stelt, laat de pakketbezorger zich langzaam maar zeker naar de slachtbank leiden, want tegenslagen stapelen zich op. “Hoe harder we werken hoe dieper we in het drijfzand zakken”, droomt zijn lieve en uiterst toegewijde vrouw. De kijker krijgt onherroepelijk medelijden, echter je zou de man ook een schop onder zijn achterste willen geven om de reeks van vernederingen te doen stoppen en het noodlot af te wenden. Maar wat moet zijn gezin als hij zonder werk en inkomsten komt te zitten? Hoewel Sorry We Missed You uiteindelijk wat karikaturaal wordt en de zwarte humor van I, Daniel Blake mist, is het opnieuw een onverschrokken aanklacht tegen het neoliberalisme waarin individuele vrijheid wordt gegarandeerd, maar waarin de gewone man is overgeleverd aan de markt.

 

The Kill Team

The Kill Team – Held of moordenaar?
Iemand die ook staat voor een dilemma van terugtrekken of blijven meedoen is de 21-jarige Amerikaan Andrew Brigmann die echt zin heeft om iets te betekenen en de patriot uit te hangen in Afghanistan. Zijn vader diende in het leger achter een bureau, Andrew wil infanterist zijn, zodat hij ook direct contact met de bevolking kan maken. Zijn team heeft aanvankelijk niet veel omhanden totdat de sergeant op een mijn stapt. De nieuwe sergeant Deeks (Alexander Skarsgård) is een ijzervreter pur sang die de manschappen meesleurt in een enerverende rondgang door inheemse dorpjes om de maker van de mijnen te ontmaskeren. Andrew is de softie in het team, die de hasjpijp en pornoboekjes aan zich voorbij laat gaan en minder loyaal naar Deeks is dan zijn collega’s. De ellende begint als een onschuldige Afghaanse jongen wordt doodgeschoten en het meldformulier wordt vervalst.

Filmmaker Dan Krauss maakte in 2013 de documentaire The Kill Team over de lotgevallen van Andrew Brigmann en de intimidaties en bedreigingen van sergeant Deeks en zijn teamleden. Mensen doden doe je met zijn allen, zo luidt het devies. Kennelijk moest er ook nog een speelfilm onder dezelfde titel komen, maar nu is er meer ruimte voor spanning dan voor psychologie. Vanaf het moment dat hij afscheid neemt van zijn vader rijdt Andrew al een minuut later in een tank door de woestijn en loopt hij weer een minuut later in een Afghaans dorp. Van naïeve, idealistische jongeman tot gedesillusioneerde, bange soldaat in anderhalf uur kijkt – geholpen door de aanzwellende muziek wanneer er emoties in het spel zijn – prima overzichtelijk weg, maar dan blijft er weinig ruimte over voor meer dan voor de hand liggende nuances. Deze specifieke zaak van het vermoorden van onschuldige autochtonen en het verdoezelen van de feiten door het Amerikaanse leger is destijds ruimschoots in het nieuws geweest, maar het is altijd leerzaam om te zien hoe een persoon voor een schijnbaar onmogelijk dilemma komt te staan: houd ik veilig mijn mond of breng ik mijzelf in gevaar door de klok te luiden?

 

The Gangster, the Cop, the Devil

The Gangster, the Cop, the Devil – Wraakmoord of eerlijk proces?
Het lijkt wel of er elke paar jaar een blik veelbelovende Koreaanse filmmakers wordt opengetrokken. Voormalig tv-producer Won-tae Lee is met The Gangster, the Cop, the Devil (vanaf 7 november in de Nederlandse bioscoop) toe aan zijn tweede speelfilm, die dit jaar in de prijzen viel tijdens het filmfestival van Catalonië en waarvan zowaar al een Amerikaanse remake met Sylvester Stallone in een van de drie hoofdrollen (we gokken The Gangster) is aangekondigd. De filmformule is niet verrassend: misdaad, geweld en humor.

Politieagent Kim is een typisch buitenbeentje in het korps: ongehoorzaam, vrijpostig en een tikkeltje lijp. Tegen de zin van zijn corrupte baas treedt hij zonder enkele vrees op tegen de illegale gokpraktijken van gangsterbaas Jang (Dong-seok Ma: Train to Busan). Ondertussen stort hij zich op een seriemoordenaar. De duivelse K kiest zijn slachtoffers uit door met zijn auto achterop hun auto te botsen om ze vervolgens met messteken om het leven te brengen. Wanneer de psychopaat stuit op gangsterbaas Jang, die de confrontatie ternauwernood overleeft, duurt het niet lang voordat politieagent Kim nadrukkelijk in beeld komt. Net als in de klassieker M (1931) van Fritz Lang ontstaat er een strijd tussen onderwereld en politie over wie de moordenaar als eerst in de kraag kan grijpen, maar al spoedig blijken de gangster en de politieagent tot elkaar veroordeeld, wat uiteraard ook komische momenten oplevert, maar ook de nodige verwarring. De klopjacht leidt tot tal van schermutselingen, obligatoire achtervolgingen en een finale die recht doet aan alle betrokkenen, behalve de duivel natuurlijk.

 

3 november 2019

 

LIFF 2019 – Deel 2
LIFF 2019 – Deel 3

 
MEER FILMFESTIVAL

Sonja: The White Swan

**
recensie Sonja: The White Swan

Sportheldin rijdt scheve schaats

door Cor Oliemeulen

Een zwaan staat symbool voor liefde, harmonie, kracht, wijsheid en elegantie. In Sonja: The White Swan ontdekken we vooral haar sierlijkheid en het flirten met zelfdestructie.

Sonja Henie werd al op haar tiende Noors kampioen kunstschaatsen en won de Olympische titels in 1928, 1932 en 1936. Nadat zij in Garmisch-Partenkirchen is gehuldigd en de hand van Adolf Hitler mag schudden, vertrekt ze met haar ouders en broer naar Amerika om professioneel ijsdanser te worden. Toeschouwers zijn verrukt, want zo’n show heeft men nog nooit gezien. Sonja gaat bakken met geld verdienen en wil ook filmster worden. Ze klopt aan bij de grote baas van Twentieth-Century Fox, Darryl F. Zanuck, die haar een solo-optreden van twaalf minuten in een film aanbiedt voor 75.000 dollar. Echter Sonja wil meer: een contract voor vier films, want ze gelooft heilig in zichzelf en haar succes. “Greta Garbo lijkt wel een vent en Shirley Temple is net uit de luiers.”

Sonja: The White Swan

Turbulent leven
Sonja: The White Swan is een biopic van een vergeten sportheldin, die een tijd lang de best betaalde actrice van Hollywood was en die in haar leven naast de ijsbaan en de filmset meer downs dan ups beleefde. Als tienvoudig wereldkampioen was ze vooral in eigen land een grootheid. In ons land stond zij indirect aan de wieg van het kunstschaatsen nadat ze in 1934 in Amsterdam onze eerste kunstijsbaan had geopend waar twintig jaar later onze eigen schaatsheldinnen Sjoukje Dijkstra en Joan Haanappel hun pirouettes zouden draaien en hun dubbele axels zouden springen.

Het is voor regisseur Anne Sewitsky (Happy, Happy) een onmogelijke taak om het turbulente leven van Sonja Henie in krap twee uur samen te vatten. Terwijl de hele familie profiteert van haar snel vergaarde rijkdom (vooral haar geliefde broer Leif maakt er een potje van) waant de ster zich aanvankelijk onaantastbaar, maar zie je haar langzaam aftakelen door de uitzinnige feesten waarop Sonja niet vies blijkt van drank, drugs en seks. Nadat ze breekt met de organisator die haar naar Amerika heeft gehaald (hij heeft een nieuwe, jongere ijsdanseres ontdekt), dreigt Sonja alles te verliezen wat ze met zoveel inzet en toewijding heeft opgebouwd.

Sonja: The White Swan

Gemiste kansen
Titelvertolkster Ine Marie Wilmann, die bijna alle dansscènes op het ijs zelf voor haar rekening neemt, speelt een krachtige persoonlijkheid, maar ontpopt zich zo nu en dan als een ijskonijn. Ze ziet er mooi uit en oogt in haar korte rokjes sexyer dan de echte Sonja Henie, maar een binding met het personage krijgen we pas helemaal aan het eind als ze op haar aandoenlijkst is. Hoe prachtig het productiedesign van de film ook is, het blijft moeilijk om ook met alle andere personages mee te leven.

De lukrake soundtrack met zo nu en dan elektronische klanken om de productie wat eigentijdser te laten aanvoelen, is ook niet zo gelukkig. De makers hadden een voorbeeld kunnen nemen aan Sofia Coppola die haar historische biografie Marie Antoinette (2006) consequent met eigentijdse muziek lardeerde, waarmee ze het ambivalente karakter van het hoofdpersonage benadrukte. Het wisselvallige niveau van Sonja: The White Swan komt vooral door de matige regie, waardoor de film uiteindelijk niet meer is dan de treurige teloorgang van een niet al te sympathieke vrouw die het moderne ijsdansen heeft uitgevonden.

 

26 oktober 2019

 

ALLE RECENSIES

Preview Tapis Rouge 2019

Preview Tapis Rouge 2019
Mooi programma nieuw Frans filmfestival

door Cor Oliemeulen

Nederland telt meer dan 150 filmfestivals en elk jaar komen er een paar bij. Zo is Tapis Rouge een Frans filmfestival dat voor het eerst zal worden gehouden van 30 oktober tot en met 3 november in Amsterdam. In deze voorbeschouwing bespreken we de openingsfilm Hors Normes (van de makers van Intouchables), de nieuwe film van absurdist Quentin Dupieux en een drama over rouw.

 

Hors Normes

Hors Normes: komisch drama rond autisme
Tapis Rouge trapt af met de Nederlandse première van Hors Normes waarin bijna iedereen inderdaad buiten de gangbare normen handelt. Dat geldt om te beginnen voor de regisseurs Olivier Nakache en Éric Toledano die zich vanaf hun grandioze hit Intouchables (2011) met pure comedy bezighielden, maar ditmaal vrolijke uitstraling geloofwaardig en effectief met drama weten te combineren. Het uitzinnige van voorganger C’est la vie maakt in Hors Normes plaats voor gepaste ingetogenheid. In het verhaal over de opvang van autisten treden twee gepassioneerde mannen buiten de gebaande paden in de gezondheidszorg. Sterker nog: als reguliere instellingen niet meer weten wat ze met hun patiënten aan moeten, doen zij een beroep op Bruno (Vincent Cassel). Hij krijgt daarbij steun van Malik (Reda Kateb) die criminele jongeren uit achterstandswijken koppelt aan autisten.

Het is wachten op de inspectie die constateert dat de opvang niet aan de regels voldoet. Maar wat is het alternatief? Mensen met problematische gedragsstoornissen in een kamertje wegstoppen of proberen om er met aandacht, liefde en heel veel energie iets menselijks van te maken? Sterke rollen van beide hoofdrolspelers, maar vooral van Joseph (Benjamin Lesieur, in werkelijkheid ook autistisch). Hij mag op proef gaan werken bij een wasmachinebedrijf, want hij is geobsedeerd door die draaiende apparaten. Zowel komisch als lastig zijn Josephs fascinatie voor een vrouwelijke collega en zijn neiging om in de metro aan de noodrem te trekken. Diep gaat Hors Normes niet in op de problematiek, maar ondanks de luchtige toon is er respect en empathie voor alle betrokkenen.

 

Deerskin

Deerskin: dialoog met een jasje
Iemand die ook niet binnen de lijntjes kleurt, is Quentin Dupieux, voornamelijk bekend van Rubber (2010) en Réalité (2014). Ook in Deerskin (Franse titel: Le daim) viert het absurdisme hoogtij. Georges (Jean Dujardin: The Artist) koopt een jasje van hertenleer voor 7.000 euro bij een particulier, is daarmee blut, maar krijgt er wel een camcorder bij. In zijn jasje voelt hij zich geweldig en het zal niet lang duren voordat hij zich ook kan kleden met een hoed, broek, schoenen en handschoenen van hertenleer. Voilà, de titel van deze zwarte komedie is verklaard, geholpen door enkele op het oog nietszeggende tussenshots van een hert in de natuur, die wel de opmaat voor de krankzinnige finale vormen.

Als jijzelf het mooiste jasje van de wereld hebt, en het jasje zelf ook vindt (!) dat alle andere jasjes op de wereld moeten verdwijnen, begint Georges’ missie, nauwkeurig vastgelegd op zijn camera. Hij krijgt hulp van barvrouw Denise (Adèle Haenel: Portrait de la jeune fille en feu) die ook erg van film houdt en graag films monteert: “Ik heb alle scènes van Pulp Fiction op chronologische volgorde gezet.” Zonder enig scenario gaat zij met het opmerkelijke materiaal van Georges aan het werk en ontdekt zowaar een rode draad: het hertenleren jasje. Geleidelijk verdwijnen er steeds meer jasjes, maar dat verloopt uiteraard niet zonder slag of stoot. Met twee grote acteernamen in de hoofdrollen maakte Dupieux een heerlijk absurdistische kijkervaring en een van de leukste films van het jaar.

 

Amanda

Amanda: opvoeden moet je leren
Of een dierbare overlijdt als gevolg van een ziekte of door een terroristische aanslag, zoals in Amanda, rouw is een logisch gevolg. Nu de zevenjarige Amanda (debutante Isaure Multrier) plotseling haar moeder heeft verloren, is haar oom David (Vincent Lacoste: Plaire, aimer et courir vite) de aangewezen voogd. Werkzaam als bomensnoeier en hulpje van een woningverhuurder staat het leven van deze jonge twintiger voortaan in het teken van opvoeder en beschermer. David was al erg close met Amanda en haar moeder, maar zo’n nieuwe bestemming gaat niet in de koude kleren zitten. Zo verkast hij naar de woning van zijn zus, krijgt ruzie met Amanda omdat hij de tandenborstel van haar moeder heeft weggegooid, begeleidt haar naar school en probeert zijn eigen intense verdriet zoveel mogelijk bij zichzelf te houden.

Amanda is een drama over rouwverwerking en opkrabbelen omdat je eigen leven nu eenmaal verdergaat. Hoewel de titel verwijst naar de dochter, draait het plot om oom David. Hij acteert ingetogen en zijn verdriet is geloofwaardig, maar onder die oppervlakte van lijden en worstelen zit weinig psychologische diepgang. Natuurlijk is dat lastig omdat David introvert is en het vooral moet hebben van gelaatsuitdrukkingen en gebaren, bijvoorbeeld wanneer zijn kersverse vriendin Léna (Stacy Martin: Vox Lux) besluit om uit Parijs te vertrekken omdat zij zelf gewond raakte bij de aanslag en ook met een trauma kampt. Na te weinig indrukwekkende gebeurtenissen, rest een ontmoeting van Amanda en David met zijn moeder Alison (Greta Scacchi: La ragazza nella nebbia) die haar twee kinderen heel lang geleden verliet en sindsdien woont in Londen. De uitgesponnen slotscène op de volle tribune van Wimbledon laat symbolisch zien hoe je tegenslagen kunt overwinnen.

Lees hier het hele programma van Tapis Rouge.

 

25 oktober 2019


MEER FILMFESTIVAL

Itzhak

***
recensie Itzhak

Viool als replica van de ziel

door Cor Oliemeulen

Itzhak Perlman is een prima verteller, zelfverzekerd, goedlachs en gevat. Hij geldt als een van de grootste violisten van de tweede helft van de twintigste eeuw. “Waar ter wereld ik ook kom, het enige verzoek dat ik krijg, is de muziek van Schindler’s List.”

Itzhak ademt een onvoorwaardelijke liefde voor de kunst. Alison Chernik maakte eerder korte documentaires over popartheld Roy Lichtenstein, beeldend kunstenaar Jeff Koons, expressionistisch schilder Jackson Pollock, multitalent Julian Schnabel, alsook de filmregisseurs Pedro Almodóvar en Francis Ford Coppola. Ditmaal neemt ze vijf kwartier de tijd voor de man op en achter de viool. Niet alleen muziek komt aan bod; eten en honden lopen als leuke draadjes door de film heen.

Polio
Getroffen door polio op zijn vierde, zien we Perlman nu altijd en overal op zijn scootmobiel. Zoals wanneer hij in een vol honkbalstadion het Amerikaanse volkslied speelt voor een wedstrijd van de New York Mets, luisterend naar een mooie speech van de Amerikaanse president Obama, tijdens een optreden met zanger Billy Joel, het repeteren met andere muzikanten en wanneer acteur Alan Alda een hapje komt eten en een goed glas wijn komt drinken. Op visite bij de Israëlische premier Netanyahu zal hij beslist niet over politiek praten, en inderdaad zien we even later dat het gesprek gaat over eten en honden. De een miljoen dollar behorende bij de prestigieuze Genesis Prize in Jeruzalem zal hij aanwenden voor het opleiden van jong muzikaal talent, met de nadruk op gehandicapten.

Nadat hij op zijn dertiende met zijn moeder naar New York verkaste omdat hij was aangenomen op het beroemde Juilliard viel het zijn tweede vioollerares (de eerste was een kreng) op hoe virtuoos de jeugdige Itzhak al was: “Hij speelde Mendelssohn twee keer sneller dan het moest, maar het was ongelooflijk”, zegt ze. “Ik denk dat ik verliefd op hem was.” Dat gold ook voor Perlmans huidige echtgenote, de vrolijke Toby, die hem na een optreden ten huwelijk vroeg. Itzhak was nog maar zeventien en kreeg een jaar de tijd om zijn relatie met een ander meisje op wie hij nog verliefd was te verbreken. Meer dan vijftig jaar later is Toby nog steeds lyrisch over zijn spel, maar een kritische noot schuwt ze nooit. “Je kende nog niets van Schubert toen we elkaar ontmoetten.”

Net gearriveerd in New York werd de jonge Itzhak uitgenodigd voor de Ed Sullivan Show en aangekondigd als uitzonderlijk talent. We horen hoe prachtig hij daar speelde. Terugblikkend: “Ik weet niet of ik toen was uitgenodigd voor mijn vioolspel.” Toby weet het wel: “Je was die arme kleine kreupele jongen.” Tegenwoordig speelt Perlman altijd op zijn Stradivarius uit 1714 die volgens hem precies de klank heeft die hij van binnen voelt. “Als je een hond hebt en je bent nerveus, dan is je hond nerveus. Als je rustig bent, is je hond rustig. De viool is de replica van de ziel.”

Itzhak

Auschwitz
En zo zit Itzhak vol ontmoetingen, herinneringen en gesprekken, gelardeerd met kort archiefmateriaal. Met zijn joodse achtergrond is Auschwitz nooit ver weg. Op weg daar naartoe namen joden bijna altijd hun viool mee. Die instrumenten werden natuurlijk door de nazi’s afgepakt, waarna de eigenaren naar de gaskamer moesten. De violen gingen naar het orkest, dat een enkeling aangreep om aan het verschrikkelijke lot te ontsnappen. De al even beroemde violist Isaac Stern antwoordde ooit op de vraag waarom zoveel joden viool spelen: “Dit is het gemakkelijkste instrument om op te pakken en weg te rennen.”

Perlman horen we soms heel aardig relativeren en blijkt niet vies van de nodige ironie, maar de enige keer dat we hem niet opgewekt zien, is het moment waarop de joodse eigenaar van een vioolwinkel een oude viool toont. Als hij het instrument openmaakt, zien we daarin een papieren vel in de vorm van een viool met daarop de tekst ‘Heil Hitler 1936’ en de tekening van een hakenkruis. “Zorg ervoor dat er geen snaren meer op komen”, zegt Perlman veelbetekenend.

De bijzondere geschiedenis van een groot kunstenaar maakt een portret al snel de moeite waard. Juist om die reden is de spontane, probleemloze documentaire Itzhak niet uitsluitend boeiend voor liefhebbers en beoefenaars van klassieke muziek.

 

6 oktober 2019

 

ALLE RECENSIES

Spiegel, De

****
recensie De Spiegel

Venster op het eigen leven

door Cor Oliemeulen

“Ben je ditmaal niet in slaap gevallen?”, vraagt iemand als ik vertel dat ik De Spiegel (1975) opnieuw heb gekeken. De eerste keer zocht ik een draad die ik niet kon vinden, de tweede keer liet ik mij uiteindelijk hypnotiseren door de meanderende beelden, gevangen in lange shots met tergend langzame, maar sprekende camerabewegingen.

Natuurlijk had ik me beide keren al danig laten verwonderen door Andrej Tarkovski’s unieke naturalistische manier van filmen om te beseffen dat de tijd in elk shot waardig moet verstrijken, zodat al zijn ideeën in alle rust tot zijn recht kunnen komen en de kijker alle besef van tijd kan verliezen (en misschien mag indommelen). Van zijn zeven speelfilms kiest de Russische cineast vooral in De Spiegel voor poëtische verbanden in plaats van de klassieke lineaire verhaallijn, zoals in Stalker, dat juist oogt als één lang shot.

De Spiegel (1975)

Klaarwakker
Door elkaar gemonteerde dromen, verwachtingen, vermoedens, herinneringen en archiefbeelden scheppen een chaos van omstandigheden die de hoofdpersoon onvermijdelijk met de problemen van het leven confronteert en de (wakkere) kijker een venster op het eigen leven biedt. Niet de werkelijkheid, maar een eigen wereld. Niet enkel weemoed en nostalgie door ervaringen van een kind, meer dan een simpele lyrische terugblik. Een moeder rookt een sigaret op een hek, in de verte op het uitgestrekte veld doemt een gestalte op. Zo te zien wacht ze op iemand. Het is niet haar echtgenoot, maar een dokter op doorreis. Ver weg het gefluit van een stoomtrein. Twee kleine kindjes tussen het hek en het landhuis. Niet alleen en verloren in een lege kosmos, maar door ontelbare draden aan verleden en toekomst gebonden. De jonge vrouw bekijkt zichzelf in de spiegel waarna het beeld langzaam draait en weerkaatst naar een oudere vrouw. Steeds maar weer het kleine landhuis waar hij opgroeide: soms in kleur, soms zwart-wit, soms onduidelijk, soms helder.

Water en vuur
Twee kleine kinderen met bijna kaalgeschoren koppies aan tafel, tumult, een roep op de achtergrond, de vrouw loopt naar buiten, de kinderen volgen haar. In de spiegel staan ze in de deuropening. Heel langzaam pannend naar de blik vanuit de kamer op de schuur in lichterlaaie. De vrouw vult rustig een emmer in de put. Het regent pijpenstelen en het water druppelt boven de deur van het landhuis naar beneden. Op tv ziet de jongen een man stotteren tegen een vrouw in een witte jas. Geen onbescheiden zelfverheerlijking, maar een zwak en zelfzuchtig persoon, niet in staat om naasten onbaatzuchtig lief te hebben. Het is niet haar echtgenoot. Komt hij wel ooit terug? Wat is haar lot? De dokterstas gaat niet open, heeft zij misschien een schroevendraaier? Een gesprek, nog een sigaret. Ze zakken allebei lachend door het hek. Als een stip verdwijnt hij in het veld. Hij kijkt pas om nadat er plots een ferme windvlaag opsteekt. Zoiets valt niet te regisseren. Ik kan luid en dui-de-lijk spreken! In het gras heeft de vrouw zojuist de liefde bedreven, richt zich op van de man, strijkt door haar blonde haren. Wil je een jongen of een meisje? Een traan in haar ogen. Hemelse Bach. Een oudere vrouw draagt een mand, een kind ernaast. De dichtende vader ademt zijn laatste woorden.

De Spiegel (1975)

Zou het toeval zijn dat De Spiegel (aanvankelijk bedoeld na Andrej Roebljov) direct volgt op Solaris? Als je in de spiegel kijkt, zie je dan jezelf? Of iemand die op jou lijkt, een dubbelganger?

 

Hier kun je zien waar en wanneer De Spiegel draait.

 

4 oktober 2019

MEER ANDREJ TARKOVSKI

 

ALLE RECENSIES

Nina Wu

****
recensie Nina Wu

Alles voor de roem?

door Cor Oliemeulen

Nina is de hoofdrolspeelster van een succesvolle film die op het punt staat buiten Taiwan op een groot festival te gaan draaien. Door haar debuut is ze plotsklaps een ster geworden. Nina Wu laat zien welke mensonterende offers zij moest brengen en duikt in haar verwrongen ziel. Indrukwekkend, stijlvol en ongemakkelijk tegelijk.

Nina hoeft niet langer geld te verdienen met haar eigen brave webcamkanaal of te figureren in korte films en commercials, heeft beantwoord aan de dromen van haar familie en genoeg geld om een financiële schuld van haar vader te vereffenen. Tijdens een persconferentie krijgt ze, tot haar ongenoegen, vooral de vraag hoe het voelde om seksscènes in de film te spelen. Maar tijdens een schoonheidsbehandeling slaan de stoppen pas echt door en rent ze in blinde paniek halfnaakt de straat op, de toeschouwers met hun mobieltjes in verbijstering achterlatend.

Nina Wu

Schokkend
Hoe het zover is gekomen, leren we in de vijfde speelfilm van Midi Z, de in Myanmar geboren en in Taiwan opgeleide, talentvolle regisseur van onder meer The Road to Mandalay. Voor de titelrol van Nina Wu deed hij opnieuw een beroep op de fantastisch acterende Ke-Xi Wu, die ditmaal samen met hem een onverbiddelijk script schreef. Heel geleidelijk en middels een fragmentarische, soms hallucinante, montage ontvouwt zich het weerzinwekkende verhaal met een vleugje fantasie van een enigszins labiele jonge vrouw in het web van mooie praatjes en grove intimidaties, terwijl de roofdieren hun perverse verlangens bevredigen. De keerzijde van de roem laat zich raden: nachtmerries en waanbeelden. Midi Z schept die gemoedstoestand door een nerveuze, soms verwarrende atmosfeer, maar overtuigend en zonder inkoppertjes.

De hang naar faam wordt symbolisch verwoord als Nina een voicemail voor haar vriendin Kiki inspreekt. Ze zegt dat ze een vreemde droom heeft gehad, over een grote boom met slechts een paar grote takken. Ze ontmoet Nicole Kidman die zegt dat er zo dadelijk een vloedgolf komt en dat ze zich goed moeten vasthouden. De vloedgolf is enorm en na tien minuten hangt Nina nog steeds aan een tak, maar ze ziet dat Nicole Kidman is verdwenen. Later in de film blijkt dat Nina samen met een andere vrouw is overgebleven en dat zij zich samen hebben laten vernederen door de executive producer om de hoofdrol te krijgen. En pas tijdens de laatste, ronduit schokkende, scène van Nina Wu blijkt de afgrijselijke prijs die de uitverkorene hiervoor moest betalen.

Nina Wu

Grenzen
Het mag duidelijk zijn dat regisseur Midi Z zich heeft laten inspireren door de Weinstein-affaire en alle tumult over seksuele intimidatie (met soms ook valse beschuldigingen) in de entertainmentwereld die dat tot gevolg had en heeft. Zo zegt Nina’s agent weliswaar nog wel dat ze pas moet beslissen als ze zich comfortabel genoeg voelt met de gedachte dat haar rol ‘front nudity’ vereist, maar eenmaal op de filmset legt de regisseur uit dat het gaat om “een hulpeloze vrouw wier lichaam niet liegt omdat het genot voelt”.

Voor een andere scène knijpt hij haar keel dicht en slaat hij een paar keer in haar gezicht om de juiste emotie van wanhoop en angst op te wekken. Een beduidend onorthodoxere aanpak dan van de Deense regisseur Carl Theodor Dreyer die lang geleden voor zijn meesterwerk Le passion de Jeanne d’Arc (1928) titelvertolkster Falconetti een paar uur met blote knieën op een stenen trap zou hebben laten knielen om haar beroemde van tranen en pijn doortrokken gelaat te bewerkstelligen. Op welk punt stoppen methodes om actrices (en acteurs) zich te laten inleven in hun rol? Hoe moeilijk is het om uit een film te stappen zodra er sprake is van ongewenst en grensoverschrijdend gedrag? In die zin zou Nina Wu kunnen functioneren als voorlichtingsmateriaal voor meisjes die actrice willen worden, maar laten we dan wel afspreken dat de filmindustrie zelf zich volledig afzijdig houdt van zo’n campagne.

 

3 oktober 2019

 

ALLE RECENSIES

Film by the Sea 2019 – Deel 1

Film by the Sea 2019 – Deel 1:
Focus op Europese film

door Cor Oliemeulen

Uit het veelzijdige programma van de 21e editie van Film by the Sea kiezen we in dit eerste verslag vier films die op het Zeeuwse festival hun landelijke première beleven. Pistolen zwaaiende Italiaanse boefjes, Finse jongeren zonder verstand van geboortebeperking, de zowel geliefde als verguisde Amerikaanse regisseur Brian De Palma én zijn B-film met Nederlands tintje.

 

Piranhas

Piranhas – Napolitaans scootertuig
Een van de favorieten in de Film en Literatuur Competitie is Piranhas van de Italiaanse regisseur Claudio Giovannesi (met wie binnenkort op deze site een interview verschijnt). Hij baseerde zijn misdaaddrama op de bestseller La paranza dei bambini van de Napolitaanse schrijver Roberto Saviano die ook het filmscenario schreef. De letterlijke vertaling is De kinderen in de sleepnetten, een prachtige metafoor voor jongeren die in het kielzog van volwassen maffiosi streven naar dezelfde weelde en macht. Net als piranha’s mogen ze dan misschien wel scherpe tandjes hebben en zijn ze in groepsverband dodelijk, eeuwige roem behalen die vraatzuchtige kinderen pas nadat ze voor de grote vissen voldoende hebben gevangen. Maar zelfs dan is hun lot onzeker. De charismatische vijftienjarige Nicola (hij heeft zijn naam mee: Francesco Di Napoli) toont weinig geduld en wil de wijk met grof geweld overnemen.

Piranhas (vanaf 26 september in de bioscoop) dobbert mee op de golf van talrijke verhalen waarin jongeren geen ander toekomstperspectief zien dan criminaliteit. Dure kleding en schoenen, uitbundig uitgaan en het verwerven van aanzien, zijn in dit geval het gevolg van afpersing, intimidatie, drugshandel en zelfs moord. In groepsverband vervagen de normen en stijgt de overmoed. Leren omgaan met wapentuig leer je van een filmpje op het internet en van onderling verraad kijk je op den duur ook niet meer op. En zo zien we de tienerjongens op hun scooters door de wijk scheuren, stoer zwaaiend met pistolen en vragen we ons soms af of zeker de jongste maffiosi niet af en toe in hun broek schijten van angst. De enige kwetsbaarheid zien we slechts als Nicola zich koestert aan zijn vriendinnetje. In Piranhas overheerst het meeslepende avontuur, maar ontbreekt de psychologische diepgang.

 

Stupid Young Heart

Stupid Young Heart – Help, een baby!
Onzekere jeugdige emoties krijgen in het Finse coming-of-agedrama Stupid Young Heart (vanaf 12 december in de bioscoop) wel ruimschoots baan van regisseur Selma Vilhunen die zich in haar oeuvre voornamelijk bezighoudt met niet alledaagse opgroeiperikelen van tienermeisjes. Ditmaal staat de zestienjarige Kiira centraal. In haar wellustige onbezonnenheid is ze zwanger geraakt van de pas vijftienjarige Lenni (de werkelijke hoofdpersoon), maar het paar besluit om de zwangerschap niet af te breken. Kiira zou bij wijze van spreken een moord plegen om de huiselijke omgeving van een nonchalante moeder en ergerniswekkende schreeuwende koters te kunnen ontvluchten, Lenni zou zelf wel vader willen worden, omdat hij zijn eigen vader niet kent. Enfin, genoeg stof voor honderd minuten dramatische verwikkelingen in eenvoudige maar duidelijke schetsen.

Stupid Young Heart gaat vooral over verantwoordelijkheidsgevoel bij jongeren. Je kamer moeten opruimen is een ding, een baby opvoeden is andere moederkoek. De huidige tijd met sores als werkeloosheid en vluchtelingen maakt het er voor de jonge hartendiefjes zeker niet overzichtelijker op. Terwijl Kiira een goedkope flat probeert te vinden en in haar eentje een babyledikantje naar huis moet zeulen, laat Lenni steeds vaker verstek gaan. Klein en tenger als hij is, sluit hij zich aan bij volgroeide mannen in een sportschool en dreigt hij te radicaliseren omdat hij simpelweg niet weet wat hij met zichzelf, zijn vriendinnetje en zijn toekomstige kind aan moet. Het Finse drama is geloofwaardig, houdt zich zo ver mogelijk van vals sentiment en zal het vast goed doen bij jongvolwassenen. Het is fijn voor zowel Lenni als de kijker dat de hulp en een levensles uit onverwachte hoek komt.

 

De Palma

De Palma – Heilige makreel
Terwijl de Franse regisseur Claude Lelouch in Vlissingen een Career Achievement Award in ontvangst mocht nemen – zijn jongste drama Les plus belles années d’une vie draait op het festival – toont Film by the Sea de documentaire De Palma (2015) van de gelijknamige Amerikaanse veteraan-regisseur als inleiding op diens jongste thriller Domino. Brian De Palma loopt inmiddels tegen de tachtig en is zo iemand die vast in het harnas zal sterven. We zagen hem tot dusver niet vaak in interviews, des te verrassend is het om hem openhartig te horen terugblikken op zijn filmcarrière in deze documentaire van Noah Baumbach en Jake Paltrow. Kritisch over zijn eigen werk en Hollywood, maar beduidend diplomatieker dan in zijn films. In plaats van een partijtje vloeken over zijn onbegrip dat sommige van zijn films door critici met de grond werden gelijkgemaakt en door het publiek werden genegeerd, klinkt regelmatig het beschaafde ‘Holy mackerel’ uit De Palma’s mond.

Brian De Palma steekt zijn bewondering voor Alfred Hitchcock niet onder stoelen of banken. Nog veel meer dan The Master of Suspense bouwt De Palma de spanning tot een climax meestal tergend langzaam op. Bovendien ondersteunt hij zijn thrillermomenten met typische cameraperspectieven, uiteraard met veelvuldig gebruik van split screen (links wordt driftig het bloed van het tapijt geschrobd, rechts lopen politiemannen de trap op), strooit hij kwistig met liters nepbloed en deed ook De Palma graag een beroep op Bernard Herrmann. Over deze filmcomponist (Psycho, Taxi Driver) dist de boeiend vertellende regisseur nog een hilarische anekdote op. De Palma is dan ook een vlotte biografische documentaire waarin alle tops en flops van de bevlogen filmmaker de revue passeren, maar is het meest nostalgisch wanneer De Palma’s bemoeienissen met de eerste acteerschreden van Robert De Niro aan bod komen, alsook die goede oude tijd met collega’s als Steven Spielberg, George Lucas, Francis Ford Coppola en Martin Scorsese die destijds ook nog allemaal hun talenten moesten waarmaken.

 

Domino

Domino – De beste slechtste film van het jaar
Brian De Palma verklaarde na zijn geflopte miljoenenproject Mission to Mars (2000) nooit meer een film in de Verenigde Staten te zullen maken: teveel bemoeienis en macht van producers, filmstudio’s en andere onnozele betweters. Domino (vanaf 26 september in de bioscoop) werd geschoten in Europa met ook veel Belgen en Nederlanders op de loonlijst. Het verhaal begint in Kopenhagen waar politieagent Christian (Nikolaj Coster-Waldau) na geweldige seks met zijn mooie vriendin nog zo van slag is dat hij tijdens een melding zijn dienstpistool vergeet mee te nemen. Aangekomen op het plaats delict moet hij het wapen van zijn collega lenen terwijl die een geboeide crimineel vasthoudt. Misschien dat die collega geen geweldige seks had of het moet doen met een lelijke vrouw, hij heeft in ieder geval niet in de gaten dat de verdachte zich uit de handboeien weet te bevrijden om vervolgens zijn keel door te snijden. Christian belt om bijstand en volgt de crimineel in halsbrekende toeren over het dak. Het hangen aan de dakgoot is een ode aan Hitchcocks Vertigo en de muziekscore van De Palma’s huiscomponist Pino Donaggio is hypernerveus en heerlijk irritant.

Domino heeft alle eigenschappen van een B-film, hoewel nog meer bekende namen het wat onbeholpen script invulling geven: Carice Van Houten die een geheime liefde blijkt te hebben en Guy Pearce als CIA-er hebben we weleens beter zien acteren (samen wellicht geen goede seks gehad). Maar door het warrige verhaal van knullige politiefunctionarissen, niet minder knullige zelfmoordterroristen (met zowaar een bloedige aanslag tijdens het Nederlands Film Festival – in Amsterdam) en veel te lange aanlopen naar gewelddadige climaxen (de droneaanval in een Spaanse stierenvechtersarena oogt uitermate harkerig) sijpelt zo nu dan die herkenbare De Palma-charme van vleugjes Hitchcock, split diopters (close-up en achtergrond scherp), afgesneden strottenhoofden en snedige oneliners, zoals: “We’re Americans, we read your e-mails”.

 

17 september 2019


Film by the Sea 2019 – Deel 2

Film by the Sea 2019 – Deel 3

 

MEER FILMFESTIVAL

Miles Davis: Birth of the Cool

****
recensie Miles Davis: Birth of the Cool

Portret van een gekwelde trompetkunstenaar

door Cor Oliemeulen

Zelfs als je jazz beschouwt als een gruwelijke bak herrie of onophoudelijk zenuwachtig gefiep, is de documentaire Miles Davis: Birth of the Cool fascinerend om naar te kijken. Een nadere kennismaking met de grootste jazzvernieuwer die minder cool was dan de titel doet vermoeden.

Miles Davis kon zich muzikaal uitstekend aanpassen aan de tijdsgeest: van bebop in de jaren 40, via cooljazz, hardbop, jazzrock, fusion, acid jazz tot en met commerciële nummers in de jaren 80. Niet alleen door de omgevingsfactoren, maar ook door emoties toonde Davis zich een kameleon: net als zovele jazzmuzikanten worstelde hij met een drugsverslaving en daarbovenop had hij problematische relaties met vrouwen. Door middel van interviews en deels niet eerder gebruikte beelden ontstaat het portret van een gekwelde trompetkunstenaar.

Miles Davis: Birth of the Cool

Liever cool dan bebop
Miles Davis (1926-1991) zette in juli 1944 zijn eerste grote schreden in Club Riviera in St. Louis als invaller in een band met jazzlegendes Charlie Parker, Art Blakey en Dizzy Gillespie. De jonge Miles was zo zenuwachtig dat hij voor elk optreden moest overgeven. Zijn welgestelde ouders (vader was tandarts) drongen aan dat hij piano of viool zou gaan studeren. Het werd toch de trompet, maar dan wel aan het beroemde Juilliard-conservatorium in New York. Die studie zou hij niet afmaken, want veel liever trad hij avond na avond op in de clubs van 52nd Street, het toenmalige mekka van de jazz. Na drie jaar spelen in het kwintet van Parker had Davis genoeg van diens snelle, gecompliceerde en virtuoze bebop. Miles wilde voortaan zelf de muzikale lijnen uitzetten. Dat leidde in 1957 tot het baanbrekende album Birth of the Cool. Een nieuwe jazzstijl was voor het grote publiek geboren.

Terwijl de toenmalige CBS-anchorman Walter Cronkite jazz bestempelde als ‘muzikale herrie’, roemen velen Davis’ cooljazz als elegant, romantisch, kwetsbaar en verrassend. Met meestal een demper op zijn trompet creëerde hij zijn typische, herkenbare timbre met een ingehouden, lyrische, melodieuze speelstijl. Andere mijlpalen zijn Miles Ahead (1957) en Kind of Blue (1959), nog steeds het meest verkochte jazzalbum ooit. Ooggetuigen vertellen hoe Davis voor twee opnamesessies bij Columbia Records collega’s als John Coltrane en Bill Evans slechts wat toonladders en melodielijnen toestopte, de rest van Kind of Blue is improvisatie. Sketches of Spain (1960) is een flirt met Spaanse muziek en Bitches Brew (1970) verruilt de traditionele akoestische instrumenten voor elektrische jazzrock. Criticus Greg Tate noemde Davis een ‘hoodoo voodoo priest of music’.

Miles Davis: Birth of the Cool

Artiesten en intellectuelen
Waar talking heads (kenners, exen, kinderen, jazzgiganten als Ron Carter, Wayne Shorter, Herbie Hancock, Quincy Jones, Mike Stern en Marcus Miller) Miles Davis op muzikaal gebied de hemel in prijzen, krijgt de persoon achter de muzikant ook minder jubelende kwalificaties toebedeeld: koud, direct, excentriek, jaloers, op zichzelf, tegen het asociale aan. Karaktereigenschappen die al dan niet werden versterkt nadat hij gedesillusioneerd terugkwam van zijn verblijf in Parijs in 1949. Daar was geen rassenscheiding en werd hij opgenomen in een kring van artiesten en intellectuelen (Picasso en Sartre waren fan). De Franse zangeres Juliette Gréco vertelt hoe ze verliefd hand in hand met Miles Davis door de straten van Parijs flaneerde, maar aan het sprookje kwam een eind toen hij terug in Amerika weer direct werd geconfronteerd met racisme en zich stortte in een heroïneverslaving die de rest van zijn leven zou bepalen. Net als een aanvaring met een agent die een bloedende Davis naar het politiebureau begeleidde.

Zoals in zijn vorige documentaires neemt filmmaker Stanley Nelson (o.a. The Black Panthers: Vanguard of the Revolution, 2015) de tijd voor rassenongelijkheid. Met zijn opzichtige dure auto’s en luxe kleding was Miles Davis voor sommige blanken een doorn in het oog. Hij portretteert Davis als activist en krachtig symbool voor Afro-Amerikanen die geen blad voor zijn mond neemt. Terwijl in de jaren 60 de jazz door de opkomst van rock en funk minder populair werd, paste Davis zijn muziek aan en zocht hij inspiratie in andere culturen en kunstvormen. Dat leidde onder meer tot zijn opname van het Disney-liedje Someday My Prince Will Come (1961). Davis flipte toen hij op de albumcover een blanke vrouw zag en eiste van Columbia Records om ‘that white bitch’ te verwijderen en te vervangen door Frances Taylor, zijn eerste echtgenote, als eerbetoon aan haar en aan alle zwarte vrouwen.

Miles Davis: Birth of the Cool

Rake anekdotes
Ook in Miles Davis: Birth of the Cool heeft de populaire ex-danseres, Frances Taylor, een prominente plaats. Ze deelt persoonlijke herinneringen, en krijgt (weliswaar erg kort) de kans om ook ’s mans ellende van drugs en paranoia uit de doeken te doen. We zien de pijn in haar ogen als ze vertelt hoe ze direct vertrok nadat Davis haar tegen de grond had geslagen, maar ze zou altijd van hem blijven houden. Ook volgende exen hadden het niet gemakkelijk met de jazzlegende. Een onmiskenbare invloed had de pittige funk- en soulzangeres Betty Mabry eind jaren zestig. Davis was altijd onberispelijk gekleed in een donker pak, maar Betty ging hem hip en extravagant kleden: laag uitgesneden shirts, patchwork broeken met opzichtige riemen en grote zonnebrillen.

De documentaire zoomt echter vooral in op Davis’ hoogtijdagen daarvoor, de decennia waarin geschiedenis werd geschreven, zoals de totstandkoming van zijn geïmproviseerde soundtrack van Ascenseur pour l’échafaud (1958) van Louis Malle. We zien nog wel een kort optreden op het podium met Prince in 1987, maar toen was Davis al erg fragiel als gevolg van jarenlang drugsgebruik. De kijker blijft met een triest gevoel achter, wetende dat er nooit meer iemand van dit muzikale kaliber zal opstaan, maar dat maakt deze biografie niet minder mooi en leerzaam. Misschien is de enige kleine tegenvaller dat je op de aftiteling leest dat het niet de rasperige voice-over van Miles Davis is die je hoorde, maar van Carl Lumbly die voorleest uit de in 1990 verschenen autobiografie Miles. Dat karakteristieke gekraste stemgeluid van Davis (veroorzaakt door een keeloperatie) wordt ook voorbeeldig, en soms gekscherend, geïmiteerd in de talrijke rake anekdotes.

 

7 september 2019

 

ALLE RECENSIES

Celle que vous croyez

***
recensie Celle que vous croyez

Vrouwelijk verlangen in socialmediatijdperk

door Cor Oliemeulen

Wat betekent het om iemand te ontmoeten in een digitale wereld? Wat is de rol van liefdesfantasie voor een vrouw van middelbare leeftijd die door haar man is verlaten voor een veel jongere vrouw? Juliette Binoche trekt alle registers open om weer geliefd en bemind te worden in Celle que vous croyez.

De 50-jarige alleenstaande moeder Claire leidt een dubbelleven vanaf het moment dat ze op Facebook uit nieuwsgierigheid een nepprofiel heeft aangemaakt en valt voor de veel jongere Alex. Overdag is ze lerares Frans en ’s avonds de 24-jarige Clara, organisator van modeshows. De liefde en hunkering van de twee twintigers blijkt wederzijds en de kijker mag zwelgen in hun digitale verrukkingen.

Celle que vous croyez

Trauma
Rode draad in Celle que vous croyez (Degene die je gelooft) zijn de sessies tussen Claire (Juliette Binoche) en haar psychiater Catherine (Nicole Garcia). Claire heeft een trauma opgelopen en neemt ons met hartstochtelijke verhalen mee in haar onfortuinlijke liefdesgeschiedenis. We leren hoe Claire zich gaat gedragen als een 24-jarig meisje, hoe ze zich in het uitgaansleven stort en tijdens telefoonseks met Alex ongegeneerd masturbeert in haar auto. De aanvankelijk stoïcijnse psychiater gaat nu ook ongemakkelijk op haar stoel schuiven en raakt, net als de kijker, steeds verder gevoelsmatig betrokken bij de lotgevallen van haar cliënte.

Binoche overtuigt als de ouder wordende vrouw die verlaten is, moeite heeft de scherven van haar identiteit aan elkaar te lijmen en vlucht in fantasieën om zich weer begeerd te voelen. In spiegelingen vloeien de gezichten van Claire en Clara in elkaar over. Haar twee zoontjes vragen zich af waarom moeder maar steeds rondjes op het schoolplein blijft rijden voordat ze mogen instappen, omdat ze op dat moment een emotioneel telefoongesprek met haar internetliefde voert. Maar waar Claire worstelt met zelfacceptatie en vertedering, ontpopt de eendimensionale Alex zich als een sukkel die niet doorheeft dat hij misschien wel heeft te maken met een bedriegster. Wanneer een ontmoeting in het echte leven onvermijdelijk wordt, kiest Claire eieren voor haar geld.

Celle que vous croyez

Gelaagd
Eind goed al goed, zou je zeggen. Alle kleffe clichés zijn aan bod gekomen, we hebben Binoche weer eens met blakende boezem kunnen aanschouwen en de (oudere) kijker is gewaarschuwd om niet dezelfde stommiteiten te begaan. Echter pas nadat Alex van de aardbodem is verdwenen, begint Celle que vous croyez interessant te worden. Regisseur Safy Nebbou profiteert voluit van de gelaagdheid van het gelijknamige boek van de Franse schrijfster Camille Laurens. Aan Claires fantasieën blijkt geen einde te zijn gekomen en het adembenemende droneshot van twee fietsers op een slingerpad dat vlak langs een enorm ravijn loopt, voorspelt een fascinerende, onvoorspelbare afloop van deze romantische thriller.

Celle que vous croyez is tevens een feministische film, die hamert op de ongelijkheid tussen oudere vrouwen en mannen. Boodschap: angst voor veroudering en het gevoel van (vooral amoureus) te zijn afgeschreven is begrijpelijk, maar als je jezelf niet kunt accepteren, verandert er weinig. Als je gewoon jezelf blijft en je mooiste beentje voorzet, zijn er nauwelijks grenzen aan de mogelijkheden. Toch? Daar heb je echt geen Fakebook voor nodig.

 

1 september 2019

 

ALLE RECENSIES