Kantoren en computers in vroegere tijden

Kantoren en computers in vroegere tijden

door Bob van der Sterre

Desk Set ♦ Hot Millions ♦ The Battle of the Sexes

Symbolisch voor moderne filmkantoren zijn saaie cubicles, incompetente managers en niet werkende printers. Die inspiratieloze kantoren zijn vereerd met vermakelijke films (Office Space) en een vermakelijke serie (The Office). Maar ook vroeger bleken de kantoren niet te deugen. Alleen waren de computers toen een stuk groter.

Een groot Amerikaans bedrijf, jaren vijftig. Consultant Richard Sumner loopt binnen en kijkt rond. Zijn taak: ontdekken hoe afdelingen efficiënter gerund kunnen worden.

Vooral de kennisafdeling is een doorn in zijn oog. De afdeling beantwoordt vragen van particulieren, maar dan echt moeilijke vragen. Bunny Watson, het hoofd van die afdeling, kan gedichten compleet reciteren en weet alles over de politiek van Hawaï als het moet. Anders vindt ze wel het boek met de juiste informatie.

Computer bespaart werk van vijf mensen
Sumner beslist: overbodig, weg ermee, en wel nu. Een computer kan het werk besparen van vijf mensen. Als het nu nog een moderne Apple notebook was geweest, maar dit is een film uit 1957. De computer waarmee Sumner op de proppen komt is zo groot als een vrachtwagen. Tapes, blikkerende lichtjes en een akelig ratelend geluid.

Bunny wil boos worden maar dat lukt haar niet goed. Op persoonlijk gebied klikt het namelijk wonderbaarlijk goed. Spijtig, voor beiden…

Desk Set is verrassend profetisch. Is Emmy, de supercomputer in deze film, niet net Google? En Bunny niet net een levende Wikipedia? Nu is alle informatie een klik weg maar in 1957 had je nog levende orakels nodig. En profetisch was ook de blik op de moderne arbeidscultuur, waarbij het draait om bezuinigingen en efficiëntie. Toen nog nieuw, nu de gewoonste zaak van de wereld. Zie het verschil tussen de ‘meedogenloze’ Sumner en de zakenlieden in een moderne film als Margin Call.

De film is een romantische komedie zoals vele anderen, maar toch aangenaam kijkvoer. Katherine Hepburn (Bunny) en Tracy (Richard) waren, als echt stel, perfect op elkaar ingespeeld. Erg komisch bijvoorbeeld is de scène waarbij Tracy in de regen op bezoek komt bij Hepburn en dan haar verbouwereerde vriendje een hand schudt. Er is nog grappig gedoe met trommeltjes en ontslagbrieven, en een paar mooie groepsdialogen.

Ex-gedetineerde kraakt computer
Waar Sumner en Bunny nog het belang van het bedrijf voorop hebben, heeft Marcus Pendleton vooral zijn eigenbelang voorop staan. Hij komt kakelvers uit de gevangenis. Zijn eerste actie: een sollicitatie bij een verzekeringsbedrijf als Caesar Smith, computerspecialist. Dat is een man die hij heeft ontmoet en die écht computerprogrammeur is. Pendleton bluft zich een weg in het bedrijf en heeft maar een doel: het kraken van de onkraakbaar geachte computer.

Ook deze computer is een groot log ding, volgehangen met tapes. Er is een hele kamer voor ingericht. Bediener is hielenlikker Gnatpole. Pendleton: ‘Wat doe je met deze computer?’ Gnatpole: ‘Ik laat hem procedures uitzoeken.’ Pendleton: ‘Ach ja, dat is echt iets wat je met zo’n mooie machine wilt doen, procedures uitzoeken.’

De computer doet transacties uit zichzelf. Maar zó goed beveiligd! Want zolang een blauw lampje aan is, kan niemand ermee knoeien. Pendleton, hacker avant la lettre, doet zijn best om na werktijd het vermaledijde blauwe lampje te verslaan. Het kost hem veel energie maar het lukt.

Pendleton gaat vervolgens zaken doen met zijn eigen brievenbusfirma’s. Dat zijn een kapper in Italië, een bakker in Duitsland en een lege zolderkamer in Parijs. Hij reist heen en weer om zijn geld op te halen. En dan kiest zijn onhandige secretaresse (en buurvrouw), Patty, ook nog eens voor hem. Hun relatie is prettig maf. ‘Waarom trouw je niet met me?’ ‘Stel je me nu dé vraag?’ ‘Die moest wel gesteld worden, of niet?’ ‘Ja, als je het zo stelt, ik denk het wel.’

Hot Millions (1968) laat zien dat je een misdaadfilm ook losjes en vrolijk kunt maken, zonder dat het al te dwaas wordt. Dat is te danken aan het tongue-in-cheek script maar ook aan twee acteurs met komisch talent. Peter Ustinov (Pendleton) heeft zo zijn eigen acteerstijl (inslikken van zinnen) en Maggie Smith (Patty) als alleenstaande vrouw is een verrassend origineel vrouwenkarakter. ‘Ik ben zo eenzaam dat ik het wel van de daken kan schreeuwen.’ Voor de huidige generatie filmkijkers is ze bekend als roddeltante in Gosford Park (2001).

Dwangmatig vernieuwen en slopen
In The Battle of the Sexes (1959) zitten we opnieuw in een Brits kantoor en opnieuw beslist een nieuwe manager dat het kantoor efficiënter moet worden. Maar deze Amerikaanse Angela is anders dan Richard Sumner in Desk Set. Zij heeft nog nooit van tact gehoord. Ze vindt bijvoorbeeld dat alle boeren, rustig wevend op hun Schotse boerderijtjes, voortaan maar in een fabriek moeten weven. ‘Dit is toch niet efficiënt?’

Mr. Martin, een van de kantoorarbeiders, vindt haar ideeën stuitend. Hij ziet vernieuwing helemaal niet zitten. Klerken moeten in een donkere ruimte de hele dag documenten ondertekenen, om die vervolgens in een van de vele laadjes op te bergen. Dat is het echte kantoorwerk! Je kunt natuurlijk niet zomaar de ramen open zetten, zoals Angela doet als ze het muf vindt ruiken.

De strijd is niet eenvoudig. Zeker niet als ook ineens efficiënte machines hun intrede doen. Zo zien we een ‘volautomatische’ rekenmachine. Wow! Dat niet alleen: er komt ook een heuse intercom.

Mr. Martin weet wel hoe hij daarmee om moet gaan: kapot maken dus. Jammer genoeg was zijn daad maar een druppel op de gloeiende plaat van dwangmatige vernieuwers. Een standbeeld voor deze Mr. Martin is er nooit gekomen.

De film heeft iets te schematische tegenpolen als karakters, maar ook hier krijg je topvermaak dankzij het acteerspel. Constance Cummings speelt met flair de typische carrièrevrouw aan wie mannen zo’n hekel hebben, omdat ze opereert zonder gevoel voor mannenhiërarchie. Robert Morley is net zo uitstekend als de baas die alle lastige keuzes doorspeelt aan Mr. Martin. En Peter Sellers heeft zo te zien ook echt plezier in de rol. Als progressief acteur is het vermoedelijk erg aantrekkelijk om juist een uiterst conservatief persoon te spelen.

Soms doet Mr. Martin me in deze film denken aan dat mompelende mannetje uit Office Space dat zo intens houdt van zijn nietapparaat. Ook weer zo’n klassiek kantoorapparaat waar vermoedelijk intussen ook elektrische varianten van zullen bestaan. Met digitale informatie over de nietjesvoorraad. Want lang leve de efficiëntie…

 

7 februari 2015

 

Alle Camera Obscura