Epiloog IFFR 2014

Epiloog IFFR 2014 

door George Vermij en door Ralph Evers

De afgelopen dagen hebben George Vermij en Ralph Evers het International Film Festival Rotterdam (IFFR) verslagen. We besluiten hun reeks beschouwingen met een terugblik. Wat waren de hoogtepunten en de dieptepunten? Welke kleine films bleven ten onrechte onopvallend? Waren de Tiger Awards terecht? IFFR 2014, de epiloog. 

Hoe vonden jullie de kwaliteit van deze editie van het IFFR?  

George: ‘Het is altijd moeilijk om een compleet beeld te krijgen van het festival omdat er zoveel draait. Ik heb zo’n dertig films gezien, wat eigenlijk maar een klein deel is van het complete aanbod. Op basis van die films moet ik zeggen dat de selectie goed was en dat ik me ook heb vermaakt met films die niet perfect waren, maar zeker niet zo slecht dat je de zaal wilt uitlopen. Ik moet dan denken aan films zoals Intruders, La Cueva of Swim Little Fish Swim die leuk zijn om een avond mee op te vullen.’

Ralph: ‘Ik kom hier nu pas voor de tweede keer intensief en heb eerder festivals vooral in Groningen beleefd. Ook ik heb zo’n dertig films gezien, waar enkele verrassingen tussen zaten en enkele complete missers. Ik loop zelden bij een film weg, maar bij Perfect Garden was dit gerechtvaardigd geweest. De selectie is breed, maar ik kan me moeilijk voorstellen dat er zo weinig Oost-Europese cinema beschikbaar was om uit te kiezen. De kwaliteit viel me wat tegen, een hoop films die onderhoudend waren, maar weinig die me omver bliezen, zoals vorig jaar Ladies and Gentlemen: The Final Cut wel deed.’

L’amour est un crime parfait

Wat zijn jullie persoonlijke favorieten? En welke films had je liever niet gezien? 

George: ‘Een verrassing was The Great Passage omdat het een toegankelijke en charmante publieksfilm is met een ongewoon onderwerp, namelijk het samenstellen van een woordenboek. De grotere films zoals Nebraska en Her waren ook mooi en zullen zeker nog een groot publiek trekken in de bioscoop. Mooie kleinere films waren het liefdesverhaal Love Steaks en Tres D over een filmfestival Argentinië. Een film die ik erg vond tegenvallen was L’amour est un crime parfait die chaotisch en pretentieus tussen genres wisselt zonder te overtuigen.’

Ralph: ‘De film die me het meest ontroerde was Concrete Night, ook al begrijp ik hem maar gedeeltelijk. Eveneens veel indruk maakte A Touch of Sin. Blutgletscher vond ik een charmante film en ik had niet anders verwacht dan dat Nebraska me zou bevallen. Only Lovers left alive van Jim Jarmusch viel me wat tegen, ondanks dat Tilda Swinton, van wie ik gecharmeerd ben, er een grote rol inspeelt. Ronduit beroerd waren films als Perfect Garden, The Mother and the Sea en Les rencontres d’apres minuit. Minder beroerd, doch saai en overbodig vond ik de geforceerd grappige Secretly Greatly, over Noord-Koreaanse spionnen in Zuid Korea.’

Zijn er zaken waaraan je je irriteert op het IFFR? En heb je ook dingen die je goed vindt aan dit festival?  

George: ‘Irritaties zijn er niet echt. Het IFFR is gewoon het beste filmfestival van Nederland en je merkt de impact ook in Rotterdam. De stad bruist en overal zijn er wel feesten of nevenactiviteiten. Voor Nederland is het ook belangrijk dat er een serieus Internationaal filmfestival is en het IFFR balanceert mooi tussen toegankelijk en experimenteel. Daarmee biedt het variatie en ruimte voor beginnende filmmakers om hun films te tonen aan een groot publiek.’

Ralph: ‘Irritant is een groot woord, toch heb ik een ergernis. De afstand tussen Pathé en Lantaren Venster, dit noopt tot anders plannen van de films die je wilt zien. Het hoort overigens ook wel bij Nederland; dat je zo door de wind aan het ploegen bent voor een film uit een ver warm land. Dat films geregeld rond dezelfde tijd beginnen mag van mij ook anders. Dit zijn echter kleinigheden. Het hele festival ademt een allure van iets groots. Het festival past bij Rotterdam, je hebt als filmliefhebber wel een zeker doorzettingsvermogen en onverzettelijkheid nodig om van hot naar her de crème de la crème te zien.’

Waren er ‘grote afwezigen’ op het festival, films waarvan je had verwacht dat die hier zouden draaien?

George: ‘Ik moet zeggen dat ik vooral naar de kleinere films ga op het IFFR. De grote films die al veel aandacht krijgen, komen vanzelf weer in de bioscoop. Het is leuker om naar een film te gaan waar je nog niets van weet of waar nog geen buzz omheen hangt.’

Ralph: ‘Ik zou het niet weten. Ik houd me zelden bezig met wat een hype is of niet en grote producties interesseren me vaak matig op zo’n festival. Toch heb ik een aantal ‘grotere’ films gekeken als Nebraska en Only Lovers Left Alive. Als afwisseling van het mogelijk zware arthouse-spul.’

IFFR Publiekslieveling Nebraska

Wat vond je afgezien van de films leuke IFFR-momenten? 

Ralph: ‘Het voortdurende gebakkelei over films onder recensenten. We hadden een groepje die het zelden met elkaar eens zijn. Dat maakt het gesprek over film levendig. En Rotterdam leren kennen, dat is ook leuk. Interessante stad en een prachtige skyline vanaf de Erasmusbrug, wanneer je naar Lantaarn fietst.’

George: ‘Ik geniet zelf altijd van de hectische sfeer tussen de films door waar je soms nog snel iemand spreekt die een tip heeft. Ook eten moet snel; ik kan me leuke discussies herinneren in pizzatenten waar de ene recensent een lans breekt voor een film terwijl de ander die met de grond gelijk maakt.’

Wat vind je van het publiek op het festival? Merk je dat er een groot verschil is tussen mensen per voorstelling?  

Ralph: ‘Ik heb niet echt een verschil gemerkt. Ook niet met wanneer ik bij mij in Utrecht naar de bioscoop ga. Mijn ervaring is dat de meeste anderen lachen om scènes die ik niet grappig vind en omgekeerd. Dat de brute scènes uit A Touch of Sin een groot deel van het publiek deed lachen, deed me vermoeden dat we niet zo gewend zijn aan zulk bruut geweld.’

George: ‘Ik vind het heerlijk om naar mensen te kijken op zo’n festival. Je hebt naar mijn mening wel een verschil tussen echte cinefielen en mensen die het gewoon leuk vinden om van de festivalsfeer te genieten. Daarnaast geen gebrek aan hipsters en natuurlijk ook internationale gasten.’

Welke filmscènes zijn je het meest bijgebleven?  

Ralph: ‘De opening- en slotscène van Concrete Night zijn van een zeldzame schoonheid. Ook de esthetische beelden van Atlas maakten indruk. De film ging als in een roes voorbij, alsof je als kijker ook onder de heroïne zit. Een haast noodzakelijke roes, want de ernst van het leed dat die heroïnehoeren ondergaan stemt verdrietig. Dit is waarom ik van cinema hou en waarom ik zoek naar die vage, obscure films.’

George: ‘Ik moet nog steeds lachen als ik aan een scène denk in Nebraska, waar de vrouw van de hoofdpersoon op een kerkhof eerlijk en komisch praat over de mensen die daar liggen. Het is ook een prachtig shot waar je de uitgestrektheid ziet van het Amerikaanse achterland dat enerzijds mooi, maar ook rauw is.’

Plattegrond IFFR 2014

 

5 februari 2014

 

PREVIEW IFFR 2014

DEEL 1

DEEL 2

DEEL 3

DEEL 4

DEEL 5

DEEL 6

DEEL 7

DEEL 8