Kill it and leave this town

****
recensie Kill it and leave this town
Labyrint der jeugdherinneringen

door Ralph Evers

Een aantal jaar geleden, toen het Holland Animatie Film Festival nog gewoon bestond en de wereld iets ordentelijker was dan nu, was er een blok Poolse animatiefilms. Een land met een bewogen geschiedenis, dus enige eigenzinnigheid was te verwachten. Nou! Dat werd ingelost! Sterker, Poolse animatie, da’s heel eigen koek! 

In 2017 organiseerde het Museum Boijmans van Beuningen in Rotterdam een tentoonstelling gewijd aan surrealisme. Zo was er naast de gebruikelijke namen aandacht voor vrouwelijke surrealisten. Hiermee samenhangend bood de KLU in Utrecht een cursus surrealisme met ook enige aandacht voor de Utrechtse surrealisten, zoals Joop Moesman. Onze docent legde bij Moesman uit dat zijn schilderijen praktisch niet te bevatten zijn zonder het leven van Moesman te kennen.

Kill it and leave this town

Er werd een duidingspoging gedaan aan de hand van wat dagboekfragmenten ten tijde van een schilderij. Toen in de 19e het individu gestut werd, begon de kunst er vanaf begin 20e eeuw haar draai aan te geven. De kunst werd persoonlijker en minder universeel. Om te begrijpen waar het beeld naar verwees of wilde laten zien, is veelal persoonlijke of tijd- en plaatsgebonden culturele context nodig. Later die eeuw trad het postmodernisme ten tonele die vervolgens alle vaste waarheden heeft laten varen. Ook dit komt terug in de kunst, de literatuur, de filosofie en de (helaas) feitenvrije politiek.

Vanwaar deze inleiding? Nu, wanneer je je naar de bioscoop begeeft om de hier beschreven Poolse animatiefilm te bekijken, dan zul je vermoedelijk al gauw het spoor bijster zijn en geen idee hebben waar je nu naar kijkt. Doordat de film bij aanvang zich vooral richt op uitvergrote details en sterk associatief zijn narratief volgt, is het lastig enige chocola te maken van hetgeen je ziet.

Labyrint
Om dan toch enige context te geven: de film speelt zich af in Łódź (spreek uit: Woedzj), de derde stad van Polen, waar het verhaal zich heeft laten inspireren door de jeugdherinneringen van de maker, Mariusz Wilczyński, die opgroeide in de grimmige, door de communisme getekende jaren 60 en 70. Vol metaforen, die vermoedelijk veel meer inhoud hebben wanneer je de culturele setting zou snappen en hallucinante opvolgingen van beelden, die zich eerder als een droom laten begrijpen, komt een postmodern gestructureerd narratief naar voren. Zowel de chronologie als de ontvouwing van scènes (vaak aanvankelijk als close-up gestart, waarna de context gaandeweg volstrekt transformeert) laten zich nog het best vertellen als een labyrint waarin regelmatig verdwalen misschien tot ergens leidt.

Kill it and leave this town

Avontuur
De film doet denken aan het werk van de Estse animator Priit Pärn. Ook hij gebruikt een sterk idiosyncratische stijl en zit vol absurde vondsten die vaak vooral als politieke satire begrepen moet worden. Aanvankelijk is het geen gemakkelijke zit, zowel de tekenstijl met haar rare kaders en perspectieven, de smoezelige, ongemakkelijke personages en de van de hak op de tak springende verhaallijn. Edoch, eenmaal gegrepen door het ritme en de gaandeweg zich ontvouwende (droom)logica van dit werk, zal het menig avontuurlijke filmliefhebber zeker weten te bekoren. Daarbij heeft Wilczyński optimaal gebruik gemaakt van het medium animatie. Niet enkel door de eigenzinnige stijl, maar zeker door de sfeer die het oproept. Het valt zo treffend samen met de grijze brutalistische Sovjet-bouwstijl op een regenachtige oktoberdag uit zijn jeugdjaren.

 

20 juli 2022

 

ALLE RECENSIES

Damnation (Kárhozat, 1988) van Béla Tarr

Damnation (Kárhozat, 1988) van Béla Tarr
Dolende zielen op eindeloos modderige paden

door Ralph Evers

De premières van de gerestaureerde films van de Hongaarse regisseur Béla Tarr werden al enkele malen uitgesteld en het is maar de vraag of vertoning dit najaar gaat lukken. Hoog tijd dus voor een beschouwing van Damnation (Kárhozat, 1988). De vraag is ook wat er valt toe te voegen aan de beeldtaal, die zich zo idiosyncratisch en krachtig opwerpt aan de kijker. De een slaat ervan aan en de ander haakt af.

De tagline ‘dolende zielen op eindeloos modderige paden’ kan opgaan voor vrijwel elke andere film van Tarr, beginnende bij Damnation. Bij deze film en later bij Sátántangó (1994) nog veel meer lijkt er een rol weggelegd voor modder. Van Damnation is bekend dat er voor de locaties gezocht is naar zoveel mogelijk vervallenheid. De prominente rol van de omgeving en de manier waarop die in beeld komt, doet – terecht – vermoeden dat de omgeving een integraal onderdeel van de film is en een eigen rol speelt.

Damnation (Kárhozat, 1988)

De camera
Laten we de opening van de film eens vanuit een hermeneutisch perspectief beschrijven. Het openingsshot laat mijnkarretjes over een schier eindeloze gondel aan ons voorbijglijden tegen een net iets overbelicht landschap met een snel op te merken ritmiek. De camera rust uit, het beeld, het landschap zo je wilt, bevindt zich in sluimertoestand. Het indolente ritme kan nog net. Er dreigt iets.

De camera trekt zich terug. We blijken vanuit een raam te hebben toegekeken. Vreemd dat het geluid van die karretjes dan zo hoorbaar was en de wind nauwelijks. We zien een achterhoofd en sigarettenrook. Fotogeniek, in het contrastrijke zwart-wit. Het volgende shot valt op door de focus op de structuur van de dingen en de nadruk op het scheren. Geen muziek, nauwelijks geluid, slechts een blik, een toeschouwer?

De vreemdeling
Béla Tarr was als filmmaker altijd het buitenbeentje, de vreemdeling, zonder formele opleiding, met projecten die moeilijk van de grond kwamen en het tarten van wat zowel in mainstream als in arthouse-cinema gangbaar is. Die buitenstaander komen we in vrijwel elke film van hem tegen, maar het gaat te ver om die persoon (auto)biografisch te noemen. De buitenstaander is als Jungs archetypische karakters, naast de wees, de krijger, de nar, de zoeker, et cetera. De buitenstaander gaat diens eigen weg in de hoop te verkrijgen wat begeerd wordt. De beeldtaal heeft reeds verraden dat er iets dreigt. De mens staat niet los van diens omgeving en geworpenheid, lijkt de beeldtaal ons te willen benadrukken.

Een volgend moment wacht hij bij een muur. In een effectieve scherpte/dieptewerking zien we op de achtergrond een alledaagse gebeurtenis. Maar het betekent iets. Niet alleen in het reeds ontvouwde narratief, maar mede door de enscenering. Wederom horen we dingen veel luider dan we zouden moeten horen, ligt er overal modder, is het mistig, verraadt de houding van de man een relatie met deze personen op de achtergrond en neemt de camera de tijd om waar te nemen.

Damnation (Kárhozat, 1988)

Het tempo
We zitten dan ruim 7 minuten in de film en menigeen zal wellicht opmerken dat het tempo ondanks de traagte hoog ligt. Een eerste conversatie – of stoorzender – zal spoedig volgen. Het kader kantelt. Hoe staat het gezegde in relatie tot het getoonde? Is dit een detective, een film noir, een drama, waar kijk ik eigenlijk naar?

Tarr zelf is altijd wars geweest van interpretatie. Je ondergaat zijn films, waarin hij de keuze voor narratief en beeld heeft gemaakt, en je maakt er je eigen verhaal van. De Breugheliaanse koppen, de statische beelden, de afwezigheid van kleur, het is maar zo of je stelt jezelf in de getoonde situaties voor. Film ontdaan van glamour en arthouse-moeilijkdoenerij, maar juist gevuld met zo’n eigen visie. Ik was van moment één overstag: fijnproeverscinema.

Wie niet langer kan wachten op de gerestaureerde versie van Damnation in de bioscoop kan o.a. hier terecht.

 

11 juni 2022

 

ALLE ESSAYS

Wannsee Konferenz, Die

****
recensie Die Wannsee Konferenz
Die ‘Wahnsinn’ Konferenz

door Ralph Evers

Deze docufilm over de Wannsee Conferentie, tachtig jaar geleden, toont ons een bureaucratisch maar bovenal menselijk gezicht van het onnoemelijke kwaad dat plaatshad in de Tweede Wereldoorlog. Tegelijkertijd de trieste conclusie dat de machinaties van dit kwaad nog immer voortleven. 

De Wannsee Conferentie die plaatshad op 20 januari 1942 is misschien wel de meest beruchte en cynische conferentie uit de moderne geschiedenis. Onder leiding van Reinhard Heydrich (Philipp Hochmair) komen vijftien hoge nazi-ambtenaren samen in de statige villa Marlier aan de Wannsee nabij Berlijn. Op deze bijeenkomst dient gezocht te worden naar een ‘efficiënt’ antwoord op de ‘Judenfrage’. En masse deporteren naar Madagaskar, of, zoals uiteindelijk besloten wordt, de methode van Rudolf Höss, de kampcommandant van Auschwitz, die het gebruik van blauwzuurgas, Zyklon B, introduceerde.

Die Wannsee Konferenz

Gelaagde karakters
Net geen 80 jaar later (18 januari) gaat de hier besproken film in Duitsland in première. Dit lijkt te passen in een tendens die de afgelopen jaren in Duitsland gaande is: het oorlogsverleden opnieuw onderwerp van film en literatuur, ditmaal echter met gelaagde karakters. In Der Untergang zagen we een menselijke Hitler. In Die Wannsee Konferenz zien we al even menselijke kopstukken van het naziregime, allen goedgekleed en welbespraakt.

Van dat welbespraakte wordt dankbaar gebruikgemaakt. Vanaf het eerste moment weet je dat je kijkt naar een praatfilm, die verrassend goed je aandacht weet te trekken. Zoals aan het eind van de film onthuld wordt, dient alles in verbloemende, eufemistische taal genoteerd te worden. Dat heeft als effect dat de uiterst kille, rationele logica die erop toe zag elf miljoen joden te moeten vermoorden bijna vanzelfsprekend is. De kracht van deze film zit ‘m dan ook in dat de personages niet van bordkarton zijn. Juist hun menselijke gezicht in combinatie met de stoïcijnse rechtlijnigheid van hun gelijk en de uitvoering van hun taak, maakt deze film zo akelig.

Die Wannsee Konferenz

Het grote kwaad
De gehele film ademt een plechtige soberheid te midden van het aristocratische decor. Het grote kwaad vindt niet in de lelijkheid, maar in de welgemanierdheid plaats. Het omineuze hiervan wordt effectief benadrukt door een licht blauw filter over de film te sluieren, alsmede een volledige absentie van muziek. En terecht, laten we het ongelooflijke cynisme dat de grond van deze conferentie was niet opleuken.

Het is ook aangenaam dat deze docufilm niet naar verklaringen zoekt. Deze zijn her en der wel te abstraheren, zoals in de uitspraak van Heydrich dat deze generatie opgezadeld is met het voorbestemde lot om de ‘jodenvraag’ op te lossen. Dat, hoe gruwelijk ook, deze vraag nu eenmaal bij ons is terechtgekomen en dat we geen andere optie hebben dit lot op ons te nemen. Dat sommige aanwezigen dit toch wel akelig vinden, wordt erkend, maar ‘we zullen voort moeten, anders komt er nooit een eind aan’. Hier wordt een alledaagse wijsheid – om het banaal te zeggen: eerst door het zuur, dan komt het zoet – zodanig verkracht dat de rede ten grave gedragen moet worden. Het is tevens een andere wijsheid: tegen ideologie valt niet met redelijke tegenargumenten te twisten. Een macaber actuele situatie met een oorlog in Oekraïne en de goedpraterij door aanhangers van een nagenoeg zelfde ideologie als het nazisme.

 

4 april 2022

 

ALLE RECENSIES

Limelight

Limelight (1952)
Zwanenzang van de komiek Chaplin

door Ralph Evers

In Limelight (1952), de zwanenzang van de komiek Charlie Chaplin, speelt hij de rol die hem te goed paste, de clown. Hierdoor verzandt zijn film in het teveel en vergeet hij de climax van zijn carrière achter de coulissen.

Living in the limelight, the universal dream, for those who wish to see.” Oh nee, ik hoef geen Rush te citeren, het is de bedoeling een stuk te schrijven over Chaplins film met dezelfde titel als dat fantastische Rush-nummer.

Limelight

Limelight, Chaplins persoonlijke afscheidsfilm (en zijn laatste Amerikaanse film voordat hij het land ontvluchtte omdat hij daar onterecht als communist werd beschouwd), is een komisch drama met een licht autobiografische insteek (zijn zoon Sydney doet ook mee) waarin Chaplin, ditmaal vermeld als Charles – is hij volwassen geworden? – in de huid van de clown Calvero kruipt.

Timing
Het leven van Calvero lijkt als een kaars in de mist uit te doven. Voorbij zijn de roemrijke jaren waar variététheater en vaudeville volle zalen trokken. Met alcohol en een gespeeld optimisme, behouden uit de rollen van weleer, poogt Calvero zijn leven uit te zitten. Wanneer hij op een dag waggelend thuis komt, ruikt hij iets vreemds. Iets onder m’n zolen? Nee, het is iets anders. Hij ontdekt dat de danseres die op de begane grond woont een poging tot zelfmoord doet, door te slapen bij geopende gaskranen. De grond van dit onheil zit ‘m in financiële zorgen. Calvero treedt op als haar redder en het verhaal kan op gang komen.

De eerste dertig minuten verlopen echter stroef en houterig, de humor zit niet mee, het gebeuren komt veel te traag en oninteressant op gang. Het is als gekookte aardappels zonder zout. Daar komt verandering in wanneer Calvero en later danseres Terry hun levensgeschiedenissen uit de doeken doen. De film wordt hierdoor opgedeeld in eetbare brokken, maar verzandt evenwel in soms eindeloze dialogen die hun punt maar niet willen maken. Enigszins verrassend, omdat je zou verwachten dat aan het eind van zijn carrière Chaplin wel zou weten hoe een film de juiste ritmiek mee te geven. Aan het verhaal is weinig af te dingen, evenmin aan de kwaliteit van de lach en de traan. Een aantal geniale scènes – zoals de piano met een snarenoverschot en groeiende en krimpende benen – daargelaten, voelt het geheel als een onnodig langgerekt geheel, waarbij de encore te lang doorgaat.

Alledaags
Een andere subtiele opvallendheid is de afwezigheid van precies datgene wat voor het voetlicht had moeten treden. Waar eerdere films iconische momenten hebben, zoals de treffende kritiek op de moderne tijd in Modern Times of op tirannen in The Great Dictator met typetjes en een compactheid die veel van Chaplins roem hebben geleverd, verblijft Limelight in de alledaagsheid. Er wordt gesproken over tijden van weleer, van roem, maar het komt maar niet uit de verf in de anthologie die deze film wil zijn. Er wordt soms geraakt aan het contrast van het applaus, de verering door het publiek en een paar minuten later de kille stilte van een lege, geluidloze kleedkamer. Echter eerder als verplicht script dan als doorvoelde ellende.

Limelight

Wat dat betreft heeft de clown Calvero (Chaplin dus) nooit zijn schmink afgedaan. In dit voetlicht bezien klopt het dat het einde te lang doorgaat, omdat de clown geen afscheid wilde nemen, de schaduwkant schuwde. Liever nog een lolletje dan een werkelijk contrapunt aan te brengen. De grootvader die ondanks het familiaire tumult de gezelligheid wil behouden. Het heeft iets tragisch dat Limelight aldus aan de oppervlakte blijft en niet, zelfs niet met humor, wat bovenstaande andere titels wel zo goed lukte, een laagje dieper te komen. Na ruim twee uur dooft het voetlicht en verrast de plotsheid van het einde van een carrière die tot vandaag tot de verbeelding weet te spreken. Zijn we getrakteerd op enkele fijne, grappige, ontroerende maar bovenal gemakkelijke scènes, waar een teveel het afscheid van een grote man hinderde.

 

19 oktober 2021

 

THEMAMAAND CHARLIE CHAPLIN

Woman of Paris, A

A Woman of Paris (1923)
Zoekende Chaplin in drama met conservatieve filmstijl

door Ralph Evers

A Woman of Paris wordt aangekondigd als drama en zonder regisseur Charlie Chaplin zelf. Mocht je komedie verwachten, nee, hier wordt een serieuze poging tot drama betracht.

Blijkbaar was Chaplins naam als komediant al zodanig gevestigd dat een zekere waarschuwing op zijn plek is. Of zou het toch een als grappig bedoelde knipoog zijn? Er zit in deze film, hoewel bedoeld als drama, zeker wel de nodige subtiele humor. A Woman of Paris (1923) is volgens Chaplin de eerste film die ironie en psychologische effecten voor het voetlicht bracht. Iets wat met de technieken van destijds een hele klus zou zijn geweest.

A Woman of Paris

Grote en kleine emoties
De stomme film leende zich vooral voor uitvergrote emoties en grootse handelingen. Horror, slapstick, avontuur zijn genres waar dit gemakkelijk uitvergroot weergegeven kan worden. In A Woman of Paris bedient Chaplin zich weliswaar rijkelijk van grootse emoties, maar richt hij zich juist ook op details en opvolgingen van handelingen en daarmee dus op kleinere emoties om de toeschouwer van subtekst te voorzien. Dat vraagt een oplettendheid die Chaplin bij de intelligentere kijker verwacht en die al gauw daarna gemeengoed werd in de cinematografische taal. De ‘nieuwe’ aanpak van Chaplin leidt er ook toe dat de film voor hedendaagse ogen traag aanvoelt.

Het bevreemdt dan wel dat Chaplin geen gebruikmaakt van meer betekenisvolle decors, belichting en muzikale omlijsting. Over die muziek: hij schreef die zelf en ondanks zijn talenten had hij dit beter uitbesteed. De melodietjes hebben iets stompzinnigs en ontdoen de film van de zwaarte die ze had moeten uitdragen. Op de uitdossing van de hoofdrolspelers is geen cent bezuinigd en de liefhebber van art nouveau waant zich af en toe tussen de modellen van Mucha.

Het is alsof de nadruk op het drama de cinematografische mogelijkheden heeft beknot, hetgeen leidt tot een conservatieve, misschien zelfs saaie filmstijl. De tijdgenoten Häxan en Nosferatu pakken uit met grimmige belichting, sfeerbepalende steunkleuren en onheilspellende muziek. Das Cabinet des Doktor Caligari blinkt uit in maffe, expressionistische decors, maar Chaplin lijkt veel te vast te zijn komen te zitten in zijn poging een serieus drama te willen maken. Waarin hij verhaaltechnisch ook nog eens jammerlijk in faalt.

Prulverhaal
Cinema mocht dan een nog vrij recent kunstmedium zijn, liefdesdrama’s zijn dat bepaald niet. Tevens was Chaplin al geen beginnende filmmaker meer, wat de verwondering oproept waarom hij met een dergelijk prulverhaal op de proppen komt. De stiefvader zou een tiran zijn, maar gedraagt zich voor de tijd waarin de film zich afspeelt zoals verwacht mag worden. Dochters en vrouwen dienen beknot te worden, want kunnen niet voor zichzelf instaan en kunnen gemakkelijk de familie-eer te schande maken.

A Woman of Paris

Door een vooral hilarische samenloop van omstandigheden is haar dorpse liefje, die op zijn beurt weer een tirannieke moeder blijkt te hebben, door nogal heftige familie-omstandigheden niet op het afgesproken tijdstip op het treinstation. Ze zouden samen naar Parijs, waar ze zouden trouwen en oh romantiek, rozenblaadjes en maneschijn. Het loopt anders en het wereldse Parijs transformeert protagonist Marie St. Clair (Edna Purviance) in een wereldse vrouw, die vol afgunst en als temeier gezien wordt door de dorpelingen die ze achterliet, meest prominent in de moeder van haar vroegere liefje.

Een en ander kent een dramatische samenloop van gebeurtenissen en daar Chaplin bekendstond om zijn menselijke, hartverwarmende insteek, eindigt het geheel met een lach en een traan. Maar meest nog met een zucht van opluchting; laten we gauw weer iets van hem bekijken waarmee hij groot werd, slapstick en humor. Juist daarin komt zijn zeggingskracht (en maatschappijkritiek) beter naar voren.

 

6 oktober 2021

 

THEMAMAAND CHARLIE CHAPLIN

Karlovy Vary International Film Festival 2021

Karlovy Vary International Film Festival 2021
Dikke BMW’s en gegil van dames

door Ralph Evers

Na een aantal outdoor-dagen in de prachtige Tsjechische natuur stond als laatste stop voor deze vakantie Karlovy Vary op de lijst. De stad die ook wel bekend is onder zijn Duitse naam Karlsbad en één van de bekendste kuuroordplekken van de wereld is. Grootheden als Goethe, Mozart en Napoleon hebben hier meerdere malen vertoefd en de stad weet je gemakkelijk te verleiden met haar pracht en praal. En met films!

Bij aankomst in de receptie van het hotel waar we verbleven, werd genoemd dat we mooi op tijd waren voor de happening dit weekend: special guest Johnny Depp zou zijn opwachting maken voor diens nieuwe film Minamata. Zonder het te weten, bleken we middenin het filmfestival Karlovy Vary binnengereden te zijn. Daar moesten we toch even gebruik van maken.

Karlovy Vary International Film Festival 2021

Depp en Hawke
Ook in Tsjechië is het een zeikzomer, dus die films kwamen wel goed uit. Na enig zoeken hadden we achterhaald waar we kaartjes konden kopen. Alles wat ons beiden leuk leek, bleek uitverkocht, maar we wisten toch twee interessante films te strikken. Ondertussen hielden we ons op bij hotel Pupp, waar Johnny Depp en Ethan Hawke verbleven, en dat de Bond-liefhebber kent van Casino Royale. Een bezoekje aan dit uiterst luxueuze hotel zat er echter niet in.

Vrijdagmiddag was dan het eerste ‘grote’ moment. Depp had zijn opwachting voor honderden fans waarvan erg veel vrouwen. Hmm. Veel viel er niet te zien getuige de foto, maar de happening had wel iets. Dit is dus wat een filmster doet. Een paar dikke BMW’s met geblindeerde ruiten en een toenemend gegil van de dames. Gretig signeerde hij er op los, zo gretig zelfs dat zijn beveiligers moesten ingrijpen anders zou het programma mogelijk in de soep lopen. Ethan Hawke maakte enkele uren later zijn opwachting voor een handvol groepje mensen vergeleken bij Depp. De regen speelde hier ongetwijfeld een belangrijke (bij)rol.

Ali & Ava

Ali & Ava
De eerste film die we zagen was Ali & Ava van Clio Barnard, bekend van onder andere The Selfish Giant, dat zich eveneens in Bradford afspeelt. Ali en Ava vertegenwoordigen twee verschillende milieus in Bradford. Hij is van Hindoestaanse achtergrond, zij conservatief, traditioneel Engeland. Zij komt uit een getroebleerd huwelijk, zijn huwelijk is al geen scherf beter. Hij houdt er een optimistisch dagelijkse routine op na, maar strijdt regelmatig met zijn demonen in eenzaamheid, wat subtiel en daarmee veel voelbaarder getoond wordt. Het ‘s nachts wakker liggen en het uit zijn dak gaan op zijn muziek.

Ali en Ava treffen elkaar en er bloeit een uit te tekenen romance op, gehinderd door haar kinderen, een zoon met racistische trekken die niets moet hebben van de gekleurde Ali en de onvermijdelijke verzoening en catharsis die gaandeweg tussen moeder, zoon en Ali optreedt. Maar om dit cliché gaat de film niet. Het is juist de naturelheid, de echtheid waarmee de film je hart weet te stelen, te midden van de achterstandswijken van Bradford, en de verschillen gaandeweg te laten verdwijnen.

Hierin vangt Barnard precies die belangrijke details, zoals het wederzijds beïnvloed raken, de aanrakingen en de onzekerheid. Adeel Akhtar (bekend van de cultserie Utopia) en Claire Rushbrook (vooral tv-series) spelen geloofwaardig, breekbaar en gelaagd. Doordat de film nauwelijks aan mooifilmerij doet, vergeet je soms dat je naar acteurs kijkt. Kijk, daarom ga je naar de film, om werkelijk een andere wereld dan de jouwe in te duiken.

La Terra dei Figli

La Terra dei Figli
De tweede film deed dit ook, al was het wel op een volstrekt andere manier. La terra dei figli (‘The land of the sons’) van Claudio Cupellini (de serie Gomorrah en Una Vita Tranquilla) is gebaseerd op de gelijknamige strips van Gipi en verhaalt over een wereld na de apocalypse. Een film die me van het eerste tot het laatste shot met haar eigenaardige, tegenstrijdige en dissonante schoonheid wist te vangen. Met het omineuze openingscitaat: ‘voor de apocalypse werden er boeken vol over geschreven, na de apocalypse geen enkele meer’.

We leren vader en zoon kennen. Vader schrijft dagelijks in zijn notitieboekje, waar de zoon niet in mag lezen. Nu zou dat ook niet gaan, want zoon is, evenals alle andere na de oorlog geboren kinderen, analfabeet. Hun harde leven in de lagune bestaat uit het vangen van vis en zich te weren tegen de onverbiddelijke elementen van de natuur, ondertussen de verschillende clans tevreden houdend. Na enkele dagen geen vis, ziet de vader geen uitweg en moet met de tiran Auringo onderhandeld worden. Niemand blijkt te vertrouwen of erg open te staan voor samenwerking.

Het is dit grimmige mensbeeld, dat vaker in post-apocalyptische films (denk aan The Road) naar voren komt en wat vermoedelijk niet klopt, maar voor de dreiging in de film beter werkt. Er zit aldus veel meer spanning in en ik zou deze film gerust een scifi-horror willen noemen, waarin de beelden en gebeurtenissen gaandeweg onder je huid kruipen. Wat hierin meespeelt is het weergaloze camerawerk en de voortreffelijke, serene, troostende en minimale muzikale ondersteuning.

De film lijkt sterk geïnspireerd door Tarkovski, de camera is vooral op de aarde (of in dit geval het water) gericht en achtereenvolgens zijn er scènes die op Solaris, Ivan’s Kindertijd en Spiegel geïnspireerd zijn. De lagune zelf doet denken aan het Vietnamese Buffalo Boy (‘Mùa len Trâu’). Enfin, na verloop van tijd heeft de zoon de lagune verlaten en met weinig anders dan zijn vaders notitieboek trekt hij de wijde wereld in op zoek naar antwoorden. De kijker blijft getrakteerd op een reeks mistroostige, doch wonderschone verbeeldingen van de apocalypse.

Elke liefhebber van doommetal zou deze film moeten zien. De dreiging is voortdurend aanwezig, de spanningsboog slechts zelden ontspannen. Of het nu het hoge gras is, of een leegstaand huis. Het camerawerk is zodanig dat we als kijker nauwelijks overzicht hebben. We beleven de film grotendeels door de ogen van de zoon. De lelijkheid raakt eenmalig met een prachtig beeldmetafoor doorbroken. In het warme schijnsel van twee brandende kaarsen weet een agressor zich geraakt door de memoires van de vader hetgeen hem terug mens maakt. Het is te hopen dat deze film zijn weg vindt naar de Nederlandse bioscopen.

 

30 augustus 2021

 
MEER FILMFESTIVAL

Sweat

***
recensie Sweat

‘Shiny happy people laughing’

door Ralph Evers

Het Poolse drama Sweat krabt achter de laag foundation van de succesrijke online fitnessfenomenen. Hier overtuigend vertolkt door Magdalena Koleśnik als Sylwia Zając, waarbij de nadruk gaandeweg meer op de schaduwkanten van haar bestaan komt te liggen.

Voor je goed en wel in je bioscoopstoel zit – oh ironie – worden we energiek opgezweept door een wervelende workout van Sylwia, dynamisch, haast stroboscopisch in beeld gebracht, en dienen zich direct een aantal verwachtingen aan je op. Die zitten verborgen in de subtiliteiten in Sylwia’s blik, de klik die ze heeft met haar collega Arkadiusz en het uitzinnige publiek, dat je voorvoelt dat deze film veeleer een nuchterende kijk op het leven van fitnessfenomenen geeft. Het ontbreekt niet aan glimmende Instagram-berichten en steunende, affirmatieve filmfragmenten voor haar fans. Al gauw wordt het te suikerzoet, te oppervlakkig, terwijl je tegelijkertijd leert dat haar sponsoren een onophoudelijk enthousiasme en positivisme verwachten. Laten we hopen dat er niet teveel clichés zich aandienen.

Sweat

De ondraaglijke leegheid van het bestaan
IJdele hoop. Het is in de façade van de glamour – op haast beklemmende wijze en geloofwaardig uitgedragen door Magdalena Koleśnik – die als een onontkoombare leegheid aan je opdringt, met alle uit te spelen clichés. Sweat verzuimt om meer de psychologische diepgang te verkennen en houdt het bij uiterlijke situaties. Dit is problematisch, omdat de dynamiek die de workouts uitstralen niet vertaald worden naar een evenzo dynamisch uitgewerkt verhaal. Het kan een keuze zijn geweest om op deze manier de leegte te benadrukken, maar daarvoor voelt het te gratuit.

Met name Sylwia’s stalker en hoe het met hem zal aflopen, behoren tot de te voorspellen scenario’s. Ook haar familiebezoek bij haar jarige mama valt op voorhand uit te tekenen. Door ook het verhaal te zwenken naar de onvermijdelijke schaduwkanten van een dergelijke online maatschappelijke rol krijgt het geheel iets meer kleur.

Openlijke nepheid
Het is in deze wending dat een nuchterend beeld naar voren komt waaraan je thema’s als moderne slavernij en onvrijheid kunt plakken. Leven in weelde en glamour, mits je wel overdreven enthousiast de producten van je sponsoren blijft aanprijzen. Haar enige kritiek is op plastic producten. Waar ze verwacht wordt emoties als verdriet, angst of boosheid onbestaanbaar te laten lijken, hetgeen haar niet lukt. En waar ze een uitgekiend dieet erop nahoudt, wat de filmmakers de gelegenheid geeft om de eenzaamheid – waar het verhaal mede omdraait – uit te vergroten.

De vraag die vooral interesseert is: waarom werkt dit, waarom trappen zoveel mensen in zoveel – plastic is fantastic – openlijke nepheid? Een vraag die niet beantwoord wordt, terwijl het eveneens Sylwia’s verlangen is om meer intimiteit te ervaren, de valuta die ze betaalt om voortdurend te mogen schitteren. Ze breekt uit deze gouden kooi in de hoop minder slaaf en meer vrij te zijn, maar haar omgeving zit daar niet op te wachten. Vanuit dit perspectief biedt de film opnieuw voorspelbare kritiek op het neergezette fenomeen.

 

12 augustus 2021

 

ALLE RECENSIES

I Never Cry

****
recensie I Never Cry

Grijze odyssee

door Ralph Evers

Er staat veel op het spel wanneer Ola voor de zoveelste keer haar rijexamen heeft. De spanning is te snijden en raakt oververhit in een grauw bewolkt Polen. Een subtiele hint naar het rauwe bestaan wanneer het leven een paar keer tegenzit.

Regisseur en schrijver Piotr Domalewski weeft op realistische wijze een hedendaags drama rondom een paar ogenschijnlijk kleine gebeurtenissen. Ola staat aan de vooravond van haar volwassenheid en haar vader, die naar Ierland geëmigreerd is als arbeidskracht, heeft haar een auto beloofd. Op voorwaarde dat ze haar rijbewijs zou halen. Een auto betekent in Polen zoveel als bewegingsvrijheid. Je komt nog eens ergens. Voor Ola idem dito. Haar rijbewijs haalt ze echter niet, want de rijstijl in het land laat nogal eens te wensen over. De examinator grijpt in en de situatie loopt uit de hand.

I Never Cry (Jak Najdalej Stąd)

Het zijn kleine gebeurtenissen, die in de penibele situatie waarin Ola en haar moeder en gehandicapte broer zich bevinden, grote gevolgen hebben. Ze moet het nieuws met haar vader delen en zo snel mogelijk een nieuwe examenpoging regelen, maar dan komen er wat onalledaagse berichten binnen die haar doen besluiten naar Ierland af te reizen, omdat zij de enige thuis is die Engels spreekt.

Telemachus
Telemachus is de zoon van Odysseus, die er na 20 jaar op uit trekt om zijn vader te zoeken. Ola is de vrouwelijke equivalent hiervan wanneer ze na de plotselinge radiostilte van haar ´verloren´ vader naar Ierland vertrekt om hem op te zoeken. De heroïek die hierin zou kunnen liggen, laat regisseur Domalewski volledig achterwege, hetgeen het realisme van de film vergroot.

Hoewel I Never Cry (Jak Najdalej Stąd) uitgebracht wordt als komedie/drama, is de komedie vooral subtiel. Als smaakmaker verborgen in menselijk leed. In de ernst zit vaak iets komisch verborgen en jongvolwassenen hebben zo hun manieren die af en toe een lach op het gezicht toveren. Met de immer grauwe luchten, zowel in Polen als in Ierland, ligt het accent sterker op het drama.

I Never Cry (Jak Najdalej Stąd)

Ola stapt in een wereld waarin de lichamen van arbeidsmigranten gecommodificeerd zijn. De vele Polen, maar ook andere werklieden uit lagelonenlanden zijn geobjectiveerd tot kostenpost. Het onheil dat haar vader overkomen is, blijkt bureaucratisch nooit gebeurd te zijn. Ergo, ze heeft niets te halen, nergens recht op en is een vervelende sta-in-de-weg. Welkom in de schaduw van de Europese Unie! Ola’s vastberadenheid en onverschrokkenheid pogen wat licht op deze grimmige realiteit te doen schijnen. Op een enkele zonsopgang in Ierland na, houdt de film het zonlicht effectief buiten beeld.

Vrijheid
Gaandeweg daagt het besef bij Ola dat er meer is dan alleen de beloofde auto van haar vader. Tegenover een wereld die zich vooral uitdrukt in geld – een kader dat ons allen maar al te bekend voorkomt – groeit een dieper verlangen. Wie was haar vader? Ze leert zijn collega’s kennen, die filmpjes van hem delen. Ze leert later een vriendin kennen, die in een parallelwereld als Ola leeft. Wanneer ze uiteindelijk het geld vindt dat haar vader voor haar auto gespaard had, is er reeds zoveel gebeurd dat dit geld in een heel nieuw perspectief is komen te staan. Kiest ze voor dezelfde route of slaat ze een andere weg in? Het is hierin dat deze film een hoopgevend slot kent: de werkelijke vrijheid van de mens zit hem in de keuzen die hij of zij kan maken, het uit de gebaande paden stappen. Ola’s keuze krijgt een extra accent door het eindelijke doorbreken van de zon. 

 

8 augustus 2021

 

ALLE RECENSIES

De bruit et de fureur

****
IFFR Unleashed – 2003: De bruit et de fureur
Eros en Thanatos

door Ralph Evers

De bruit et de fureur (1987) van Jean-Claude Brisseau is overrijp aan Bijbelse symboliek en maatschappelijke keuzen. De strijd tussen het goede en het kwade, orde of chaos, het schone of het lelijke, het komt in velerlei gezichten terug tegen een decor van een sociaal drama.

Blood hath been shed ‘ere now, i’ the olden time, ‘Ere human statute purged the gentle weal”, Macbeth, Shakespeare. Met dit citaat opent de film. Bloed is vergoten hier nu, in de oude tijd, Hier is het menselijke statuut op zachte wijze gezuiverd. Macbeth, een verhaal van verval en tirannie. Wat zal deze film ons brengen?

De bruit et de fureur

Troost
We bevinden ons in een voorstad van Parijs, midden jaren 80, waar de door zijn ouders in de steek gelaten Bruno (13) een onderkomen zoekt in een anonieme flat. Hij wandelt met zijn koffer en vogelkooi met kanarie Superman de flat binnen waar de lift niet werkt en een kwajongen deurmatten in de fik steekt. Wie verhaal komt halen bij diens vader krijgt geweld als antwoord. Het appartement waarin Bruno zijn intrek neemt, is opgeleukt met een welkomstvlag van moeder, maar ademt vooral leegte en kilte.

De enige troost voor Bruno naast Superman is een mysterieuze engelachtige verschijning die in koel blauw licht ‘s avonds in zijn appartement tevoorschijn komt. Zij lijkt in haar naaktheid een ongewone tederheid, vrijheid en een droom van vrijheid te tonen. Kwetsbaarheden waar in de zielloze nieuwe omgeving van Bruno geen plek is. Naarmate de film vordert, zal het de kijker opvallen dat het gewone leven, zelfs de idee van een stad met haar winkeltjes, drukke straten en levendigheid absent blijken.

De tweede belangrijke plek waar deze film zich afspeelt is in de klas. Hier raakt Bruno bevriend met met Jean-Roger Rophy. De jongen die we in het begin deurmatten in de fik zagen steken, blijkt in de klas degene die chaos sticht en ermee wegkomt. Diens vader is al weinig beter, want hij dreigt met geweld naar medeflatbewoners en diens oom in huis verdrijft de verveling met geweerschoten. Jean-Roger neemt Bruno op sleeptouw met tal van kwajongensstreken, die al gauw van kwaad tot erger gaan.

Wereld zonder sturing
De weinigen die een rem hierop kunnen zetten zijn afwezig (ouders), niet opgewassen tegen zijn brutaliteit (de lerares), onverschillig en onmachtig (de schoolleiding die de situatie bagatelliseert en de sociale werker die met de dood wordt bedreigd) of gewoon uit slechter hout gesneden (de vader van Jean-Roger). Een wereld zonder ouderlijke sturing en grenzen lijkt misschien wel vrij en cool, maar ontaardt in een geweldsorgie. De tegenhanger van deze bandeloosheid is Superman, die in het kooitje rondfladdert en door Bruno gekoesterd wordt . Wanneer Superman weet te ontsnappen, verschijnt de mysterieuze vrouw, ditmaal met roofvogel op haar schouder, die hem zijn kanarie teruggeeft. De tekenen zijn helder.

De bruit et de fureur

Zo zit de film boordevol verwijzingen en symbolen, die een genot zijn voor een goed nagesprek. Zou de relatie tussen Jean-Roger en zijn oudere broer Thierry – diens tegenhanger omdat hij wel onderdeel van de maatschappij wil zijn, hetgeen vader afdoet als kiezen voor een leven van slavernij – zijn te interpreteren als het verhaal van Kaïn en Abel? Hoe vader zich ook opstelt, Thierry blijft waardering zoeken. We komen ook het symbool van de omkering tegen: de politie die zich terugtrekt en jeugdgangs die geleid worden door vrouwen die mannen onder druk zetten. De gekooide vogel en de vrije roofvogel spreken voor zich. Door de symboliek, beeldtaal en verwijzingen heen wordt duidelijk dat Jean-Claude Brisseau zich etaleert als maatschappijcriticus.

Anarchie
Hoewel de film met zijn eighties-look gedateerd aanvoelt, is deze aan de andere kant nog altijd actueel. De meeste karakters kenmerken zich door gebrek. Gebrek aan moreel besef, gebrek aan basale kennis van de wereld, gebrek aan gezag, grenzen en orde geleid door dierlijke instincten. Hierin klinkt door een echo van Dostojevski’s Gebroeders Karamazow: ‘als God dood is, is alles geoorloofd’.

In zo’n nihilistische context sluit de film af in een geweldsorgie, die werkelijke catharsis ontbeert. Waarmee de regisseur maar wil zeggen dat grenzeloze vrijheid misschien wel bevrijdend en zelfs cool lijkt, maar uiteindelijk tot anarchie en totalitarisme leidt. Dit laatste wordt een aantal maal met sprekende voorbeelden naar voren geschoven in De bruit et de fureur. Totalitarisme is niet alleen het kwaad van enkele potentaten, maar ook het wegkijken van diegenen die een verschil hadden kunnen maken en het kwaad daarmee vrij spel geven. Zoals de schoolleiding die het gevaar van Jean-Roger bagatelliseert en de lerares niet bijvalt. Een vader die de problemen in zijn gezin en wereld met geweld poogt op te lossen en dit – daar is de omkering weer – op een harde, doch ironische, wijze moet bekopen.

In de liefdeloze wereld van Bruno lijkt er uiteindelijk maar één zuivering mogelijk, in de hoop dat er een plek komt waar wel medemenselijkheid te vinden is.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 26 mei 2021.

14 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Kaboom Animation Festival 2021 – Preview

333 films uit 53 landen 6 dagen online
Nieuwe kans Kaboom Animation Festival

door Ralph Evers

Het Holland Animatie Film Festival (HAFF) en KLIK Amsterdam Animation Festival zijn in 2019 samen opgegaan in Kaboom. De tweede editie vorig jaar ging niet door vanwege corona, maar wordt dit jaar wel gehouden. Online, van woensdag 31 maart tot en met paasmaandag 5 april, met maar liefst 333 films uit 53 landen. In deze voorbeschouwing drie blikvangers uit het programma: On-Gaku, My Favorite War en Mosley.

 

On-Gaku

On-Gaku Niet knokken maar muziek maken
Deze Japanner is vooral maf met droge humor op zijn Fins, zoals je bij de personages in de films van Aki Kaurismäki tegenkomt. In On-Goku komt ook de liefde voor rock-’n-’roll naar voren, al kiest regisseur Kenji Iwaisawa meer voor seventies progrock. Want in één van de lijpste scènes zien we Tarkus een loden zeppelin neerknallen, terwijl de bekendste koe uit begin jaren zeventig verdwaasd om zich heen kijkt en een lokale folkmuzikant nog maar even door het buizenstelsel gezogen wordt, wat voor de kenners van Mike Oldfield maar al te bekend voorkomt. Voor we echter in deze psychedelica terechtkomen, hebben we wat vervreemdende minuten achter ons.

Kenji, de protagonist in deze met rotoscoop gemaakte animatie, is een verveelde adolescent die samen met zijn vrienden zijn tijd wat doorbrengt door op te scheppen tegen het naïeve meisje Aya, die hen steevast de drie musketiers noemt. Kenji zal wel even in de nabijgelegen wijk herrie schoppen door wat punkers mores te leren. Een en ander loopt anders wanneer Kenji bij een schermutseling op straat een basgitaar in handen krijgt. Het knokken wordt ingeruild voor muziek maken. Geen idee hebbende echter wat het verschil is tussen gitaar en basgitaar eindigt hij met twee basgitaren en een uiterst minimaal drumstel. Het enthousiasme is er niet minder om en al snel vormen ze een band, wat nieuwe mogelijkheden tot wedijver schept. De gitarist van een lokale folkband raakt echter betovert door ze en organiseert een rockfestival, waar Kenji’s band met een verrassende twist de show steelt.

De animatie doet simplistisch, doch doeltreffend aan. Het verhaal is naïef, maf, traag, onderkoeld en grappig. Mits je van deze stijl van humor houdt.

 

My Favorite War

My Favorite War – Ontwaken uit corrumperend systeem
Zo droog als On-Gaku is, zo zwaar is My Favorite War van de Letse documentairemaakster Ilze Burkovska Jacobson. Met een aanvankelijk idyllisch beginnende film reconstrueert ze de geschiedenis van haar familie ten tijde van nazibezetting en Sovjetterreur. Middels animatie reanimeert ze de vergeten geschiedenissen, de verhalen van de anonieme burgers in kleine stadjes op het Letse platteland, die ze afwisselt met archiefmateriaal uit die tijd. Haar coming of age verwerkt ze als rode draad door haar documentaire, afgezet tegen de verhalen van haar ouders en grootouders. Met het ouder worden begint ze pas te beseffen hoe de hersenspoeling van het communistische regime werkt en dat elk individu een schakel in dit mens ontwaardende systeem is. Haar ontwaken en de schaamte die ze voelt bij het passief medeplichtig zijn aan een corrumperend systeem trekt ze aan het slot naar een groter kader, wanneer ze het leven als een rivier voorstelt waar de bordkartonnen diepgang van de demagogen van de twintigste en eenentwintigste eeuw in het water krachteloos verweken en verdrinken.

Een diepere filosofische beschouwing die My Favorite War oproept, is enerzijds de hang van de mens om in een verhaal te leven en dit mede te creëren, in het geval van de filmmaakster vrij letterlijk in haar verlangen journalist te worden. Anderzijds het gevaar van verhalen, want ze onttrekken gemakkelijk de schaduwkanten en versimpelen de complexere alledaagse werkelijkheid. Een essentieel aspect dat voor potentaten goud is en door de geschiedenis heen tot allerlei humanitaire rampen heeft gezorgd. De waarschuwing in deze film is dan ook om je te midden van ieder systeem hiervan gewaar te worden en waar nodig en mogelijk in verzet te komen.

 

Mosley

Mosley – Platgetreden animatiestijl
Het Nieuw-Zeelandse Mosley richt zich vooral op het jongere publiek en moet het hebben van de inmiddels platgetreden animatiestijl vooral bekend van de grote Amerikaanse studio’s. Mijn kritiek daarop is inmiddels een vastgelopen langspeelplaat. Animatie is het filmmedium bij uitstek om te toveren, te experimenteren of met sferen te spelen en de dertien in een dozijn producties ontberen al deze speelse, verrijkende mogelijkheden. Mosley zal voor kinderen nog wel werken – die kun je ook talloze keren dezelfde aflevering van Shaun the Sheep of Barbapapa voorschotelen – vervelen doet het hen niet, maar voor ouders is er weinig sprankeling in Mosley

De verhaallijn laat zich uittekenen als een speech van Wilders over de islam, zij het zonder de schofferingen (behalve op je verwonderingsvermogens). Tel daarbij op een gebrek aan humor en wat goedkoop sentiment en je moet wel van je kinderen houden om deze film uit te kunnen zitten. Ondergetekende is het derhalve dan ook ontgaan waarom deze film gemaakt is, behalve om kinderen nog weer eens een aloud verhaal voor te kunnen schotelen.

Kijk hier het programma van de tweede editie van het Kaboom Animation Festival.

 

27 maart 2021

 
MEER FILMFESTIVAL