One Day

**
recensie One Day

Vleesch noch visch

door Ralph Evers

Het Hongaarse drama One Day (Egy nap) wordt aangekondigd als alledaagse beslommering van een vrouw, die de tijd ontbeert de voor haar werkelijk belangrijke vragen te stellen.

Best nog een interessant uitgangspunt voor een arthousefilm. De Oost-Europeanen hebben een langere, rijkere traditie met het menselijk lijden dan de meer gefortuneerde West-Europeanen, die reeds lange tijd in vrede en financiële voorspoed leven. Daarnaast weten ze wel raad met trage film en existentiële thematiek. Al gauw doet zich een associatie met een Roemeense filmmaker aan, Cristi Puiu, bekend van Sieranevada uit 2016. Deze film kenmerkt zich door een dicht op de huid gefilmde uiteenzetting van een familie die over het een en ander ruziet, keuvelt, twijfelt, van mening verschilt en zo meer. Wat die film zo interessant maakt is dat, ondanks de enorme alledaagsheid en ondraaglijke lichtheid van het bestaan, je als kijker aanwezig bent. Alsof Puiu je een stoel aanbiedt en je aan tafel laat meegenieten (of ergeren) aan al dat familieleed. Leed dat juist door haar overbekendheid, op een vreemde manier zo aantrekkelijk is. Uiteraard speelt Puiu’s talent hierin een grote rol.

 One Day (Egy nap)

Afstand
Datzelfde is op de keper beschouwd ook wat One Day doet. Een film dicht op de huid van hoofdpersoon Anna geschoten. Zij, een moeder van drie kinderen, met een man die wat afwezig, goeiig en licht overspelig is en een baan als lerares Italiaans, waar de nodige schermutselingetjes spelen. Alles bij elkaar opgeteld voldoende om een burn-out of een ongemakkelijke hoeveelheid stress te veroorzaken. Zsófia Szamosi, de actrice die Anna speelt, doet dit met veel overtuigingskracht.

De film komt, mede door het eveneens goede acteerspel van de kinderen, zeer realistisch over en toch wringt er iets. Waar Puiu je een stoel aanbiedt en je deelgenoot maakt van een familietragedie, houdt regisseuse Zsófia Szilágyi afstand. Ergens kloppend, omdat Anna een wat afstandelijke vrouw is, iemand voor wie je niet gemakkelijk sympathie hebt, maar Szilágyi overdrijft. Tel daarbij op de onnavolgbare keuzes van de cameraman, die het geheel wat gezapig in kader brengt en je hebt een film die een aanslag op je aandacht doet, waarmee hij zichzelf te kort doet.

 One Day (Egy nap)

Vlak
De kunst is om hetgeen je vertellen wilt zo te verstoppen in je verhaal dat iedereen er iets eigens uit kan halen. Dat is altijd beter dan wanneer je er dik bovenop legt wat je wilt overbrengen. Disney is daar sterk in en een belangrijke reden waarom bovengetekende altijd maagklachten krijgt van dergelijke films.

De andere kant is dat je een karakterschets geeft van wat je als kijker te wachten staat en uiteindelijk verzuimt datgene te bieden. Ja, we zien Anna worstelen met haar bestaan, de opvoeding van drie kinderen, de eisen die het leven aan ouders stelt en de tol die alledaags menselijk leed van ons vraagt. Echter, door de afstandelijkheid waarmee het gebracht wordt en het niet op gang komen van enige waarlijk dramatische ontwikkeling is het alsof je hebt gekeken naar hoe water langzaam aan de kook komt. Dan zijn de 99 minuten die deze film duurt toch erg mager en flets bestede tijd. Jammer voor de kijker, jammer voor het talent dat in de film rondloopt en jammer voor de verwachtingen, want ze kunnen het wel degelijk, daar in Hongarije!

 

16 augustus 2020

 

ALLE RECENSIES

Beanpole

****
recensie Beanpole

Meedogenloos leed

door Ralph Evers

Terwijl Leningrad herstellende is van een vreselijke oorlogstijd, zoeken de vriendinnen Masha en Iya troost en uitzicht bij elkaar. 

Als er één stad geleden heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog is het wel Leningrad. De stad (tegenwoordig Sint-Petersburg) werd geteisterd door strenge winters en een aanhoudende hongersnood, die vele duizenden slachtoffers maakte. De trotse cultuurstad heeft met zijn noordelijke ligging een aanzienlijk nadeel tijdens bezettingen. Wanneer de eerste herfst na de oorlog aanbreekt, leren we Iya en Masha kennen. Beiden streden aan het front: Masha is zelfs tot aan Berlijn doorgestoten. Iya keerde terug met shellshock-symptomen, uitende in een vorm van epilepsie. Haar lichaam schokt en verstijft, haar ogen zijn leeg, als in een absence. Iya is zuinig met woorden en moet niet teveel mensen om zich heen hebben. Masha daarentegen lijkt vooral behoefte te hebben aan afleiding, dansen, uitgaan en behoudt afstand tussen de wereld en haar gevoelsleven.

Beanpole

Het lijkt er vooral op dat hun lichamen wedergekeerd zijn uit de oorlog, hun ziel is vooralsnog niet terug. Een schrijnend voorbeeld hiervan is wanneer Masha’s zoontje Pashka door een tragisch lotgeval met Iya komt te overlijden. Het lijkt haar nauwelijks te raken. In plaats van geraakt te zijn door dit immense verdriet is haar reactie zoals je die wel vaker ziet: dierbare dood? Neuken! Eros en Thanatos zitten knus naast elkaar op de sofa film te kijken en waar nodig te seksen. Take Me Somewhere Nice en Antichrist kenden ook een dergelijke reflex.

De ondraaglijke traagheid van de ellende
Wat de film gemeen heeft met Kantemir Balagovs eerste speelfilm Tesnota is het tempo. In Tesnota staat een ontvoering van twee Joodse mensen centraal tegen een achtergrond van financiële instabiliteit, religieuze conflicten en de worsteling van de jongere generatie met de oudere, traditionele generatie. In Beanpole (Dylda) is het sociale conflict vervangen door persoonlijke tragedies, tegen een achtergrond van collectieve ellende. Beide films hebben gemeen dat het tempo laag is.

Soms werkt dat wanneer er meer gezegd wordt door de context – de gezichtsuitdrukking en lichaamshouding (zoals lege ogen of een breekbaar lijf – maar niet altijd. De jonge Balagov (hij is pas 28) heeft nog te zoeken naar een afgestemde balans tussen tempo en emotie. Zowel in Tesnota als in Beanpole heeft de traagte nogal eens het effect dat je onthecht raakt van wat de mensen overkomt. Vermoedelijk het laatste wat de regisseur voor ogen heeft in het vertellen van dit aangrijpende verhaal.

Stijl
Wat opvalt aan Beanpole is de duidelijke keuze voor stijl. Ofwel een gouden, ofwel een gele gloed die over de film hangt, met daarbij de kleuren rood en groen opvallend aanwezig. Iya is veelal in het groen gekleed, een kleur die onder andere samenhangt met het nieuwe, frisse, jonge. Het gebruik van kleur en licht doet regelmatig denken aan de schilderkunst van Johannes Vermeer (zoals het beeld van Iya met hoofddoek in een keuken), Rembrandt van Rijn en bovenal Gerrit van Honthorst (een Caravaggist die speelde met kaarslicht zoals in zijn schilderij De Koppelaarster. Een stijl die chiaroscuro genoemd wordt).

Beanpole

Volgens Balagov is het gebruik van kleur voor de hand liggend. Uit de vele dagboeken die hij las om de film vorm te geven, kwam telkens naar voren dat – ondanks de akelige omstandigheden waarin de mensen zich bevonden – ze omringd werden door kleuren, die enige troost en sereniteit geven. En inderdaad in de film werken de kleuren schoonheidsbevorderend en geven de omgeving soms dat beetje extra verbeeldingskracht, zodat je als kijker wat kunt ontsnappen aan de ellende.

Waarom kijken?
Want grote kans dat je na het zien van deze film een bezwaard gemoed overhoudt. Het roept de vraag op waarom je hier naartoe zou gaan. De film is eigenzinnig genoeg, anders dan je gewend bent en toont een rauwheid die zelfs een onafhankelijke filmstudio en filmmaker uit bijvoorbeeld de Verenigde Staten niet gauw zou maken. Hoewel de film eindigt met een greintje verlossing (die in sommige onafhankelijke films uit de VS of Denemarken achterwege blijft, als een puberaal statement of iets dergelijks, zoals in Adam Wingards You’re Next of Von Triers The House That Jack Built) blijven de heftige gebeurtenissen, zoals de dood van Pashka, je nog lang bij.

Dit plus de bij tijden onnodige traagheid maakt Beanpole geen gemakkelijke zit. Dit Russische oorlogsdrama, met voldoende oogstrelende scènes, is in ieder geval wel gedurfd.

 

17 februari 2020

 

ALLE RECENSIES

Top 10 van het Millennium – Deel 8: Ralph Evers

Deel 8: Ralph Evers
Top 10 van het Millennium

Werckmeister Harmóniák (2000)

Werckmeister Harmóniák (2000)

Oh Europa! Toen de vraag kwam om een top 10 vanaf 2000 te maken, kostte het me weinig moeite om de eerste 8 op papier te zetten. Monumenten van beeldesthetiek, eigenheid, menselijkheid en creatieve fantasie. De laatste twee bleken echter een worsteling van jewelste. Films herzien, wikken en wegen en wat te doen met de afvallers? Nou vooruit, omdat ze me ook na aan m’n filmhart liggen: Okuribito, The Broken Circle Breakdown, Mr. Nobody, Stellet Licht, A Londoni Férfi, Marie Heurtin, Ah-ga-ssi (The Handmaiden) en Ying Xiong (Hero) hebben het uiteindelijk niet gehaald.

Ralph Evers   door Ralph Evers

10. Interstellar (2014)
De evolutie heeft na Kubricks 2001 niet stilgestaan. Christopher Nolan komt met een intelligente sci-fi volgepakt met creatieve en ingenieuze vondsten. Zoals de zeeplaneet waar een uur gelijk staat aan 13 jaar op aarde. Of het gegoochel met de dimensies waar verleden en toekomst in het nu samenkomen. Nolan toont eens temeer zijn kunde het onmogelijke te verbeelden.

9. Springtime in a Small Town (2002)
Springtime in a Small Town (Xiao Cheng Zhi Chun) is een verstilde vertelling, ondersteund met prachtig camerawerk en subtiele muziek. De film kent een eenvoud die zo eigen is aan Aziatische cinema en filosofische traditie. Ongecompliceerde beeldtaal, die als ‘ondertiteling’ van het zielenleven verslag doet van wat er niet gezegd wordt.

8. The Turin Horse (2011)
This is the way the world ends, this is the way the world ends, this is the way the world ends. Not with a bang, but a whimper, dichtte T.S. Eliot in de beginjaren van de vorige eeuw. Torinói Ló (The Turin Horse, zoals de Engelse titel gaat, met verwijzing naar de gekwording van Nietzsche) vangt die profetische woorden van Eliot op magistrale wijze. Alle elementen van Béla Tarr, die hem voor mij zo briljant maakt, zijn aanwezig: lange monologen, contrastrijke zwart-witcinema in exact het juiste trage tempo en Breughelse blikken. Ditmaal met bijna valse cello en vrijwel uitgeklede beelden.

7. Les Triplettes de Belleville (2003) 
De tekenstijl van Sylvain Chomet roept vervlogen tijden op van sigarenrook in bruine, warme jazzclubs waar de swing nog klinkt. Pure nostalgie, alsof je naar een stomme film kijkt, maar dan met karikaturale uitvergrotingen. Het verhaal is verweven rondom de typische rokerige, broeierige sfeer van de Franse thrillerklassiekers van weleer, met ditmaal een assertieve, vindingrijke oma en een drietal zangeressen die er zo hun eigen stijl op nahouden.

6. The Congress (2013)
Moderne technieken, waarmee Hollywoodsterren voor eeuwig jong blijven (ook heerlijk nummer van Alphaville), gemengd met existentiële bezinning over sterfelijkheid, geluk en maakbaarheid gegoten in de tofste transformatie van de afgelopen 20 jaar. Van film naar animatiefilm vol hallucinante droombeelden en anachronismen. Met Max Richter voor de filmscore in optima forma.

The Congress (2013)

The Congress (2013)

5. Risttuules (2014)
Beeldschoon beeldgedicht dat als een trage, verstilde dans van tableaux vivants vorm krijgt, rondom een groot verdriet, te weten: de Sovjet-holocaust onder het Stalinregime die de Baltische landen ten deel viel. De scène met de berkenbomen doet denken aan de berkenboom-scène in Tarkovski’s oorlogsdrama De jeugd van Ivan. Eens temeer blijkt de kracht van zwart-wit cinematografie.

4. Sieranevada (2016)
Kijk ik naar een film, of ben ik op de een of andere manier als spook terechtgekomen in een familieruzie. Van de eerste tot de laatste seconde gefascineerd en verwonderd naar echte mensen gekeken en op de radio ook nog eens de rockklassieker Errors of my Way van Wishbone Ash, wat een traktatie!

3. La grande bellezza (2013)
Duizelingwekkende cameravoering, wonderschone en diverse muziek, bijzondere ontmoetingen, speelse satire, fragmenten en leegte van luxe, een verterende herinnering aan jeugdliefde, een ode aan Rome en haar vele openlijke en verborgen schoonheden.

2. Spirited Away (2001)
Wat animatiefilms vooral moeten doen, is betoveren. Het tot leven roepen van de fantasie. Als er één film is die daarin geslaagd is, is het wel Spirited Away (Sen to Chihiro no Kamikakushi) van Hayao Miyazaki.

1. Werckmeister Harmóniák (2000)
Gemakkelijke keuze. De nummer 1 in mijn lijst is een film van Béla Tarr die ik kan blijven kijken. Een zwart-witte harmonie in mineur die als een meditatie voort glijdt. Zoals de echt goede werken telkens iets anders laten zien en al ettelijke duidingen gehad hebben. Ik kan me de avond in de Groningse RKZ Bios nog levendig herinneren en ook die melodieus klinkende Hongaarse taal en dat allegorische begin van de film die mijn associatieve brein direct in de overdrive zette. Niet lang daarna alles van de man verslonden en de soundtrack opgezocht. Nog steeds een van de mooiste soundtracks, die een harmonie met het beeld aangaat.

 

22 december 2019

 

Deel 1: Cor Oliemeulen
Deel 2: Tim Bouwhuis
Deel 3: Michel Rensen
Deel 4: Bob van der Sterre
Deel 5: Ries Jacobs
Deel 6: Sjoerd van Wijk
Deel 7: Yordan Coban
Deel 9: Alfred Bos

J’ai perdu mon corps

***
recensie J’ai perdu mon corps

Onhandig handig

door Ralph Evers

J’ai perdu mon corps vertelt twee verhalen: de geschiedenis van Naoufel en van een hand op zoek naar diens lichaam. De verbindende factor tussen deze verhalen is een vlieg.

Bij Naoufel staat zijn zoektocht naar de liefde centraal, nadat hij een toevallige blind date heeft met Gabrielle haar intercom. Naoufel werkt als pizzabezorger, maar blinkt niet bepaald uit in bezorgtijd, zeker niet voor firma Fast Pizza. Op een regenachtige avond na de nodige tegenslag raakt hij geïntrigeerd door de stem en ad remheid van Gabrielle.

J’ai perdu mon corps

Naoufel is van het type introvert en wordt onvoldoende uitgewerkt om een verrassende, meer menselijke kant van hem te ontdekken. Gabrielle is het type millennial die haar best doet op te vallen en uniek te zijn, gemakkelijk in de omgang is, maar – zo blijkt later – vooral gezien wil worden. Ze zorgt ondertussen voor haar zieke oom en via die oom weet Naoufel met een onhandige smoes nader tot Gabrielle te komen. Ondertussen is de oudere broer van Naoufel, meer van het type player, hem en vooral zijn meisje gaandeweg op het spoor.

Door enkele ontwikkelingen en vooral een dramatische wending komen we bij het tweede verhaal van de hand. Dit is een meer avontuurlijk stuk en kent een speelsheid die dit filmpje net van de middelmaat redt. Je houdt er en passant een vergroot gewaar zijn van je eigen handen aan over ook.

Handwerker
J’ai perdu mon corps is gebaseerd op het boek Happy Hand van Guillaume Laurant en kent de medewerking van niemand minder dan Jean-Pierre Jeunet. Animatie bevrijdt de film uit zijn realistische beperkingen. Dat gold in vroegere jaren meer dan tegenwoordig, nu met digitale speciale effecten ongeveer alles mogelijk is.

In deze Franse animatiefilm zijn die effecten toegepast op de hand, die aan zijn lot tracht te ontsnappen en tal van gevaren dient te trotseren. Eerst de arts en later de vele gevaren die zo’n kleine, weerloze hand temidden van ratten, honden, wind, auto’s, een baby en duiven kent. Het zijn de spannende avonturen en het verzorgde sfeergevoel – treffend ondersteund door een mooie muzikale omlijsting – die de film de moeite van je tijd waard maken.

J’ai perdu mon corps

Handvest
Maar zoals de laatste tijd vaker het geval (zoals vorig jaar de Chinese misdaadkomedie Have a nice day) blijft het de vraag waarom er zo zuinig met de magische mogelijkheden van animatie wordt omgegaan. Nu hoeft dat niet een probleem te zijn, getuige bijvoorbeeld Jean-François Laguionie’s Louise en Hiver.

Het verschil zit hem in de veel meer nadrukkelijke eigen stijl die Laguionie toont met daarbij existentieel thema’s: ouder worden, verlies, acceptatie. Dit staat in contrast tot de misschien eerste liefde van Naoufel, wat ook een belangrijke gebeurtenis is in een mensenleven, maar minder definitief dan het zoeken naar een eigen antwoord op je naderende einde. Ondanks de spaarzame mooie momenten laat J’ai perdu mon corps je een beetje met een leeg gevoel achter.

 

1 december 2019

 

ALLE RECENSIES

Andrey Tarkovsky. A Cinema Prayer

*****
recensie Andrey Tarkovsky. A Cinema Prayer

Zo vader, zo zoon

door Ralph Evers

33 jaar na de dood van zijn vader, komt zoon Andrej A. Tarkovski met een hommage aan zijn vader, de grootste cineast die de filmgeschiedenis gekend heeft, Andrej Tarkovski. Een oogstrelend portret en een intieme ontmoeting met de familie Tarkovski.

Zou het toeval zijn, 33 jaar? De leeftijd waarop Jezus zijn spirituele geboorte (of wederopstanding in het hart, de zetel van de ziel) beleefde. Er is aanleiding genoeg om dit soort verbanden te leggen. De kunst, zo zei de cineast Tarkovski, is de taal om het hogere mee te verbeelden of verwoorden.

Andrey Tarkovsky. A Cinema Prayer

“Alle grote kunstenaars, of het nou Shakespeare, Leonardo of Bach is, uiteindelijk zijn ze allen poëten. Daar kan de filosofie met haar analytische neigingen niet bij komen. We hebben een andere taal nodig om uitdrukking te geven aan dit hogere. Dat we contingente creaties van grote kunstenaars niet kunnen bevatten is omdat ze een wonder zijn en dit wonder leidt ons tot God. Zouden er geen poëten meer zijn, dan gaat een samenleving ten onder.” 

Het zijn een aantal citaten die in A Cinema Prayer uit de mond van vader Andrej Tarkovski opgetekend worden. Deze citaten zijn verbonden aan filmfragmenten, interviews, beeldmateriaal als foto’s en polaroids en door zoon Andrei geschoten natuuropnames van de plekken waar vader en grootvader Tarkovski resideerden.

Gebed
Gebed lijkt vooral een ander woord voor contemplatie en verstilling. Een relatie die de innerlijke ziel met de buitenwereld, de Ander, aangaat. “Het je ergens niet op je gemak voelen is je ziel die te weinig expansie of expressieruimte ervaart.” Er is in ons leven voortdurend een op weg naar huis zijn en een bezieling of afstomping gaande. De tijd, zo mijmert Tarkovski de cineast, wordt in onze tijd te snel geleefd. Een zeventiende-eeuwer zou verpletterd worden in onze tijdsdruk.

En prompt toont zowel vader als zoon het medicijn: verstilde natuurlandschappen, zoals een ondergaande zon die door een takkenbrij heen prikt over een met lichte mist bedekt landschap. Of de opening van Nostalghia. Een mistig landschap in sepia-tinten met zoekende, melancholische blikken, die gevangen lijken te zitten in een onbekend lijden.

Tarkovski schurkt tegen Helmut Plessners idee van Heimatlosheit aan. De mens is altijd onderweg, maar nimmer thuis. De ziel echter zoekt naar expressie, hetgeen vrijheid is. Vrijheid huist over het algemeen beter in onderdrukkende regimes, volgens vader, dan in vrije democratieën. In onderdrukkende regimes wordt een beroep gedaan op de eigen persoonlijke, uniek vrijheid. Dit is vruchtbare grond voor creativiteit. Waarop de cineast autocratisch de set tracht te bedwingen, maar we ook zien hoeveel vrijheid hij aan zijn acteurs laat. Uiteindelijk wint vertrouwen het van controle, als knipoog naar Lenin.

Spiegels
Collega-recensent Alfred Bos schreef in zijn beschouwing over Solyaris het nodige over spiegels: de spiegel dient als nabootsing van het leven, wat een volstrekt onkenbaar wezen en onvoorspelbaar verloop heeft. De spiegel kadert, waar het leven zich buiten kaders onvoorstelbaar voor onze geestelijke vermogens voortbeweegt. We kunnen ons een stoel inbeelden, maar de wereld? Dat is teveel. Zo ook het hogere, God, de ziel. Woorden voor ervaringen die alleen gemankeerd kunnen verwoorden, als prothese van iets ongrijpbaars.

Andrey Tarkovsky. A Cinema Prayer

Zal het de gemiddelde bioscoopbezoeker opvallen dat beeldpoëten als Tarkovski de camera gebruiken als pneuma? De levensadem die het getoonde tot leven brengt, de Qi uit de Chinese filosofie of Allah zo u wilt. Dat ondoordringbare dat alle verschijningen op aarde beroert, van opkomst tot verval en slechts gedeeltelijk gevangen kan worden in woorden of beeld, want dat kent een grens. De mens zonder grens is verloren. De persoonlijke vrijheid schept grenzen in een wezenlijk onkenbaar universum.

In de dichtkunst, zo lijkt de Tarkovski-dynastie te zeggen, treffen we een opening waarmee we uitdrukking kunnen geven aan dat wat niet gekend kan worden. Het verbaast in deze niet dat de cineast geïnspireerd raakte door het zenboeddhisme, die in haar haiku’s met de kunst van het weglaten juist iets krachtigs uitdrukt (hetgeen ook in de Chinese en Japanse schilderkunst emergeert).

Levensbeschouwelijke beeldbiecht
A Cinema Prayer dompelt je onder in een levensbeschouwelijke beeldbiecht, liefst als in het Bagno Vignoni uit Nostalghia: verstild, vertraagd en mistig. Zoonlief weet evenals zijn vader een film te maken die breekt met de conventies van hoe we film doorgaans ervaren. Kop, romp, staart. Hier is het eerder water, wind, lucht en vuur en meest nog ether, de kwintessens, het ongrijpbare, de lege ruimte die opening laat voor het ervaren en verschijnen.

Er dient zich nog een associatie aan: de heilige drie-eenheid, opa, vader, zoon, dichter, beelder, herder. De wind voert ons mee en kijkt nog eenmaal vanuit de hemel op ons thuis, de aarde, die in staat is adem te materialiseren, waarna hij wegvliegt naar onbekende bestemming. Amen.

 

23 november 2019

 

ALLE RECENSIES

Andrej Tarkovski jr. over zijn vader

Andrej Tarkovski jr. over zijn vader:
“We kunnen niet verklaren waarom we geraakt worden door zijn films”

door Ralph Evers

Na de officiële opening van Andrei Tarkovsky The Exhibition vond ik zoon Andrej bereid voor een kort interview. Nu kwam die mogelijkheid ter plaatse bij me op en ik had niets voorbereid. De films van zijn vader kun je keer op keer zien, waarna zich telkens iets anders onthult. Zodoende stelde ik Andrej driemaal dezelfde vraag om daarna nog kort op zijn antwoorden in te gaan.

De vader

De vader

Andrej, wat wil je het publiek vertellen over je vader?

“Ik zorg al een lange tijd voor zijn nalatenschap en vind het belangrijk om zo oprecht mogelijk te blijven en het publiek Tarkovski te tonen zoals hij is. Zodat je naast zijn films hemzelf als het ware ook kan ontmoeten. Vooral ook jonge bezoekers, ik geniet ervan hoe zij erop reageren. Zijn films blijven eigentijds, ware kunst is dat natuurlijk altijd. Ze doorstaan de tand des tijds. Ook nieuwe generaties kunnen kennismaken met de kunstvisie van mijn vader en een eigen relatie met kunst aangaan. Want kunst is ook een taal, een gereedschap dat ons helpt ons leven te begrijpen, dat antwoorden kan geven die anders uitblijven. Voor mijn vader was film een medium om de wereld te ontdekken, te kennen en antwoorden te vinden op de vragen die we ons stellen. Waarom zijn we hier, waarvoor leven we? Dat soort vragen, die vandaag de dag, waar film meer en meer entertainment is, nauwelijks nog gesteld worden. De jonge hedendaagse filmregisseur krijgt steeds minder ruimte om filmkunst te maken, dat betreur ik. Daarom vind ik het belangrijk dit verhaal van mijn vader aan het publiek te tonen.”

Andrej, wat wil je het publiek vertellen over je vader?

Lacht. “Dat men mijn vader ontmoet en zijn films ziet om dichterbij zijn kunst te komen. Het is al meer dan dertig jaar geleden dat zijn laatste film uitkwam, maar nog altijd is het belangrijk dat zijn ideeën en filmtaal gedeeld worden met het publiek. Voornamelijk voor de jonge generaties.”

Andrej, wat wil je het publiek vertellen over je vader?

“De ontmoeting met zijn werk is het belangrijkste aspect van deze tentoonstelling. Om het te zien, te ondergaan, zijn ideeën en visies te verstaan en ze je eigen te maken. Ze bij je binnen te laten komen en openstaan voor de antwoorden die de ervaring je kan geven. Want zijn beeldtaal is een eigen taal.”

Je boodschap condenseert zich tot de ontmoeting tussen het publiek en de visies van je vader. Een visie waarin onze menselijke existentie bevraagd wordt.

“Ja dat klopt, kunst is een manier om tot zelfkennis te komen. Om tot inzichten te komen die zich in het dagelijks leven gemakkelijk aan je onttrekken. Door een andere tijdsbeleving te bewerkstelligen wordt er ruimte voor een dieper weten geschapen. Voor hem zelf was zijn kunst zijn manier om zichzelf te bevragen, het leven, het mysterie.”

Wil je een ervaring delen, die jou hetzelfde gegeven heeft als de films van je vader?

“De Mass in C minor van Johann Sebastian Bach raakt aan wat mijn vader deed. Als ik aan schilderijen denk, dan komt Leonardo in me op, zoals de Aankondiging. Gisteren was ik in het Rijksmuseum en keek ik naar de schilderijen van Rembrandt en bij sommigen overkwam me eenzelfde gevoel. Diezelfde ogen, diezelfde hand van de meester, het is een gevoel dat ik met elke grote kunstenaar heb. Ik heb echter in de filmkunst nog niet iemand anders ontmoet die hetzelfde voor elkaar heeft gekregen als mijn vader. Sommigen komen in de buurt, maar zijn bijvoorbeeld esthetischer, maar missen dan net iets. Ik spreek met andere regisseurs die me vertellen dat de films van mijn vader hun leven hebben veranderd. Ik hoor dat ook van mensen die naar zijn films kijken. Sommigen gooien hun hele leven om, sommigen werden kunstenaar, anderen kozen voor een leven als priester of monnik na het zien en ondergaan van de films van mijn vader. Dat is veruit het grootste compliment dat mijn vader kan krijgen. Het geeft de immense kracht die uitgaat van zijn kunst aan. De kracht van kunst.”

De interviewer en de zoon

De interviewer en de zoon

Mijn laatste opmerking gaat over de spirituele dimensie van Tarkovski’s films. Een vraag als deze kan leiden tot een urenlang en rijk gesprek, maar wellicht is er toch kort iets over te zeggen. Het komt op mij Russisch voor dat God een woord is voor iets waar we als mensen niet bij kunnen. Ik las dat onlangs in hoe Dostojevski over God spreekt in zijn boek Duivels en ik meen het te zien in de films van je vader. Het goddelijke, of liever mystieke, is nooit ver weg.

“Inderdaad, dat is wat ik zeg met de ideeën en visies die mijn vader in zijn kunst heeft. De kunst, of het nou film of literatuur of muziek is, heeft geen dogma’s die in de weg staan en drukken de pogingen van ons mensen uit naar het onnoembare, grotere mysterie van het leven hier. Om dichterbij dit wezenlijke te komen. Daar gaat het iedere keer om, maar nooit om bij God zelf te komen, dat kan niet. De manier waarop mijn vader zocht, is een veel meer open-minded. Hij zocht naar de spirituele wortels binnen het Russisch orthodoxe en het katholieke geloof, maar ook in het zenboeddhisme. We kunnen die eventueel hogere realiteit aanvoelen, maar wanneer het proberen te grijpen, te duiden, dan zijn we het kwijt, dan is het er niet. We kunnen het niet verklaren, evenmin dat we kunnen verklaren waarom we geraakt worden door zijn films, of Bachs muziek. Het gaat voorbij ons voorstellingsvermogen. Mijn vader zei dat ook altijd, het is onmogelijk uit te leggen waarom je geraakt wordt door iets, behalve dat het een wonder is en hoe God werkt. En in kunst kan het goddelijke zich manifesteren.”

De tentoonstelling Andrei Tarkovsky The Exhibition is nog tot en met 6 december te zien in Eye Filmmuseum in Amsterdam.

 

14 oktober 2019

 

MEER ANDREJ TARKOVSKI
 

MEER INTERVIEWS

De Verzegelde Tijd: Bezield testament over de filmkunst

De Verzegelde Tijd
Bezield testament over de filmkunst

door Ralph Evers

Stavrogin- in de Openbaring voorspelt de engel dat er geen tijd meer zal zijn.
Kirillov- weet ik. Dat staat daar nadrukkelijk en duidelijk. Als ieder mens gelukkig is, zal er geen tijd meer zijn omdat deze niet meer nodig is. Een zeer juiste gedachte.
Stavrogin- waar laten ze hem dan?
Kirillov- Nergens. De tijd is geen ding, maar een idee. Het zal uitdoven in het verstand. 

Dostojevski – Duivels

Een persoonlijk document van een van de grootste filmmakers uit de jonge geschiedenis van de film, Andrej Tarkovski, behelst meer dan het medium film alleen. Wanneer film als kunst beschouwd wordt, als één van de manieren waarop de mens de rijke schakering van het ervaren van het leven kan uitdrukken, dan ontkom je niet aan filosofische en spirituele bespiegelingen. Een ondervraging van het medium staat volgens Tarkovski niet los van de context en de persoonlijke ervaring en kennis van maker en kijker.

De Verzegelde Tijd van Andrej Tarkovski

Spontaniteit en toeval
Hiermee plaatst hij de filmkunst in de postmoderne hoek, waar persoonlijke referenties een belangrijke(re) rol zijn gaan innemen. Neem bijvoorbeeld de surrealistische kunst van begin twintigste eeuw. In tegenstelling tot de klassieke kunst, met haar iconografie, is de surrealistische kunst vaak pas zinvol te duiden wanneer we iets weten over de kunstenaar, diens leven, het tijdsgewricht en de situatie waarin het werk tot stand gekomen is. Daarbij speelt spontaniteit en toeval een steeds grotere rol in de moderne kunst. Ook in één van Tarkovski’s werken heeft het toeval en de spontaniteit een plek gekregen. Toen een hond het beeld in wandelde tijdens de droomscène in Stalker besloot hij dit zo te laten.

Deze mengelmoes tussen autocratische invloed uitoefenen op hoe je werk dient te worden enerzijds en het spontane anderzijds is in harmonie met het hogere in het oosterse christendom. Die voegt zowel een prominente aanwezigheid van spiritualiteit als een erkenning van het lijden van de mens samen. Tarkovski spreekt regelmatig van een poëtisch bewustzijn, een poëtisch je verhouden met de wereld om je heen. Iets wat hij niet alleen van zijn vader, de dichter Arseni Tarkovski geleerd heeft. Het zit hem ook in hoe Andrej religie, schilderkunst, muziek en literatuur beleeft. Hij weet hier een ongekende diepte in aan te brengen.

Stalker

Stalker

Niet genieten van entertainment
Eén van zijn belangrijke inspiratiebronnen is F.M. Dostojevski. Hij vertelt hoe hij als klein jochie door zijn moeder voorgelezen werd uit Oorlog en Vrede van Tolstoj en menig werk van Dostojevski. Na die onderdompeling kon hij niet meer genieten van wat hij als entertainment bestempelt. Dat is hem te vlak, nietszeggend, een vervelend tijdverdrijf. Dat klinkt voor de hedendaagse lezer en bioscoopbezoeker mogelijk arrogant en neerbuigend, maar hierin komt de visie van Tarkovski over de filmkunst scherp naar voren.

Hij maakt een onderscheid tussen filmkunst en entertainment en met dat laatste heeft hij niets en wil hij niets van doen hebben. Hij beschouwt dat als minder, minder ten opzichte van wat hij nastreeft. Waarbij hij het wankelvaste geloof houdt dat wat de kunstenaar uitdrukt, hoe onconventioneel ook, altijd wel door een iemand uit het publiek wordt opgepakt. Daarvan doet hij in het boek De Verzegelde Tijd regelmatig verslag. Interessant hierin is dat alle lagen van de Russische bevolking aan bod komen. Fabrieksarbeiders die weggeblazen worden en gelijke ervaringen met hem delen en ingenieurs die zich beledigd voelen door de losse, associatieve structuur die bijvoorbeeld Zerkalo (De Spiegel) kenmerkt. Met dreigementen bij het filminstituut in Moskou en diens autoriteiten aan toe.

Literaire rivier
Dostojevski is een rode draad door zijn leven en boek. Hij had graag de Idioot van Dostojevski verfilmd, maar na 7 (het getal van de heelheid in het christendom) films overleed hij. Ook Boze Geesten (ook bekend als Demonen of Duivels) heeft grote invloed op Tarkovski’s werk en denken, bijvoorbeeld in het kader van wat hij als kunst beschouwt. In Boze Geesten stelt Dostojevski ideologieën en met name het nihilisme en atheïsme centraal. Het is een zeitgeist van de tweede helft van de negentiende eeuw dat het nihilisme opkomt, waar Dostojevski en later ook Nietzsche zich het hoofd om zouden breken welk antwoord daarop te formuleren valt.

De wortel ligt in het ter discussie stellen van God, waarbij God doorgaans gedacht wordt als een mannelijke omnipotent, maar vooral potentaat. Bij Dostojevski en ook bij Tarkovski is God echter eerder een woord voor datgene wat buiten ons voorstellingsvermogen ligt. Het betreft hier datgene wat onverborgen blijft, wat de Grieken (en Heidegger) aletheia noemen – dat wat ons als waarheid verschijnt. ‘Voor wie de waarheid niet zoekt, blijft ook het schone verborgen’, stelt Tarkovski in navolging van Dostojevski. Om te vervolgen: ‘En het is juist deze geestelijke armoede bij degenen die kunst beoordelen zonder bereid te zijn zich te verdiepen in de hogere zin en het doel van hun leven die hen tot primitieve uitspraken verleidt als ‘hier vind ik niets aan’ of ‘dat is niet interessant’. Dit zijn sterke argumenten, maar het zijn de argumenten van een blindgeborene die een regenboog beschrijft. […] Een van de meest treurige tekenen van onze tijd is de welhaast onomkeerbare teloorgang van het besef van het schone en het eeuwige. De moderne consumptieve massacultuur – een beschaving van prothesen – verminkt de ziel en blokkeert de weg die de mens voert naar de kernvragen van zijn bestaan, naar de bewustwording van zichzelf als geestelijk wezen’. 

Het is de taak van de kunstenaar niet doof te worden aan zijn eigen roeping, om zodoende deze eeuwige wijsheid (om het met Huxley te zeggen) door te geven aan de toeschouwer, de geïnteresseerde. En in die interesse, waar het Tarkovski om te doen is, zit zijn liefde, zijn engagement naar het project wat hem het meest na aan het hart lag: de filmkunst. Waarbij voortdurend een echo naar zijn vader klinkt. Een gemiste vader, omdat die het gezin verliet om zich aan te sluiten bij het leger.

De Spiegel

De Spiegel

Leermeester
Het boek leest als een inwijding in de filmtaal. Het staat vol van persoonlijke beschouwingen op eigen films, is gelardeerd met redenen waarom scènes zijn zoals ze zijn en draagt een visie uit hoe film zou moeten zijn. Het is tevens rijk aan diepzinnige beschouwingen over kunst in z’n algemeenheid, het leven, religie en schoonheid. Een willekeurige bladzijde of alinea geeft net zoveel inspiratie, diepgang en visie als het hele boek.

De hoofdstukken zijn gekoppeld aan de film die hij op dat moment maakte, op chronologische volgorde, beginnende bij De jeugd van Ivan (zijn twee korte films bespreekt hij niet). Filmkunst is als poëtische, associatieve, individuele taal te ondergaan. Er is een boodschap van de kunstenaar, die met gebruik van symboliek, cultureel gemeengoed en associatieve verbanden deze tracht over te brengen en er is de persoonlijke ervaring en invulling. Hijzelf zou wars van interpretatie zijn, hetgeen ook wel logisch is. In het ondergaan van een van zijn meesterwerken ontstaat een intiem ‘gesprek’ tussen de kijker en de filmmeester zelf.

In gesprek met andere kijkers met en over de film vanuit eigen ervaringen en associaties geeft dit keer op keer een nieuwe laag aan de ervaring. Een aletheia, een toevallige onverborgenheid. Zo is ook zijn boek te lezen. Enerzijds als een uniek traktaat over film, anderzijds als een aanvulling op de gangbare filmkritiek, filmkunst en geschiedenis van de film. Zoals enkele andere auteurs staat Tarkovski op zichzelf, verlegde hij de grenzen tot ver voorbij onze huidige horizon, op een tijdloze schaal. Voor zij die geraakt worden, dooft de tijd inderdaad uit, doorgaans tot aan de aftiteling. Zo bergt kunst een bodem om tot innerlijke wijsheid te komen. Dan wordt Tarkovski’s kritiek op film-als-entertainment ook duidelijk en verliest het zijn neerbuigende toon.

 

10 oktober 2019



MEER ANDREJ TARKOVSKI
 
 
ALLE ESSAYS

Tarkovski: De man achter de films is een van ons

Opening tentoonstelling Andrej Tarkovski in Eye
De man achter de films is een van ons

door Ralph Evers

Na de officiële opening van Andrei Tarkovsky The Exhibition door Eye Filmmuseum-directeur Sandra den Hamer en een woordje van Jaap Guldemond, die de tentoonstelling vormgaf in samenwerking met Andrej Tarkovski junior, kon de verzamelde pers vrijdagochtend 13 september een kijkje nemen. De tentoonstelling gaat uiteraard over de filmkunst van de Russische cineast Andrej Tarkovski (1932-1986).

Voor het eerst krijgen we documenten uit het privéarchief (secuur bijgehouden door zoon Andrej in Florence) te zien, waaronder foto’s van de jonge Tarkovski en stills uit diens autobiografische Zerkalo (De Spiegel). Op polaroids die Tarkovski tussen 1979 en 1985 maakte, valt het spelen met licht op. De polaroids kennen eenzelfde esthetiek als zijn films. Daarnaast zijn er talloze setfoto’s, scripts, scenario’s, dagboeken, brieven en ruwe schetsen van filmscènes. Een intiem portret van de man achter de film.

Opening tentoonstelling Andrej Tarkovski

Naturelle kleurstelling
Eye vertoont naast de films van Tarkovski werk van filmmakers die ofwel als inspiratiebron golden (Bresson, Paradzjanov) of die door hem geïnspireerd zijn (Von Trier en Garland). De vertoningen van Tarkovski’s oeuvre zijn veelal digitale restauraties, die later ook een tour langs veertig bioscopen in het land krijgen. Of de kijker zal opmerken of het een digitale restauratie betreft, valt te bezien, en het idee dat de filmkwaliteit is verbeterd, trekt zoon Andrej in twijfel. Ik kan me daar wel in vinden, want die spikkels bij analoge cinema geven een charme die we gaan missen met de voortzetting van het digitale tijdperk. Daarnaast valt de naturelle kleurstelling in het werk van Tarkovski op: die staat haaks op de hoogglans HDR500-kleurenporno van deze tijd. Gelukkig roept in de expositie het bijna vochtige groen van Stalker en Solaris nog steeds datzelfde ongerepte gevoel op.

Voor jongeren worden er vanaf 7 oktober rondleidingen gegeven, georganiseerd en uitgevoerd door jongeren. Het idee daarachter is dat zij op zoek gaan naar eigentijdse ervaring en interpretatie van Tarkovski’s werk, zonder ‘besmet’ te worden door de reeds bestaande duidingen, interpretaties en verklaringen. Naast tal van beschouwingen over Tarkovski lees je later in onze maandspecial een interview met zijn zoon Andrej, die ons graag even te woord stond en met name de rol van een jong publiek benadrukte. Zijn documentairefilm Cinema Prayer gaat op 28 november in première.

Mythe rond Stalker
In de korte Q&A ontkracht Andrej junior een hardnekkige mythe rondom Stalker: enkele jaren na de film is iedereen die betrokken was bij Stalker overleden. Enkelen aan kanker, waaronder Tarkovski zelf, maar ook een aantal door een hartaanval. Het verhaal ging dat er een te hoge stralingswaarde was en dat de rivier de Jägala, waar de verlaten elektriciteitscentrale staat en waar de acteurs in waden, vergiftigd zou zijn.

Ook interessant om te horen is dat Tarkovski uit een nalatenschap van literair Rusland komt. Vader Arseny was dichter met wortels uit de rijke negentiende eeuw van Rusland. In diezelfde lijn vertaalt Andrej deze rijke geschiedenis naar het witte doek, waarbij zoon Andrej opmerkt dat in de tijd dat de films uitkwamen de ‘gewone burgerman’, zoals de fabrieksarbeider of de boer, de films vaak veel beter begrepen dan de filmcritici. Waar de onbevangen kijker geraakt wordt door de emotie en sfeer die de films ademen, mierenneukt de criticus op de technische aspecten of de atypische vertelstijl.

Waardig en indrukwekkend
De tentoonstelling is op een waardige, indrukwekkende wijze vormgegeven. Het werkt natuurlijk enorm goed dat we in een donkere ruimte de buitenwereld achter ons laten en de spirituele, mystieke wereld van een tijdloos kunstenaar binnenstappen. Vrijwel direct valt ons oog op een citaat: ‘There is no deeper, more mysterious, and more critical mystery than the mystery of our existence’. Er is geen dieper, mysterieuzer en meer essentieel mysterie dan het mysterie van ons bestaan. Dat belooft wat! Een ziener die het mysterie van het leven tracht te benaderen (ik denk dat doorgronden onmogelijk is). Het is een variatie op de vrolijke opmerking van een van de taoïstische wijzen die zegt dat over het mysterie van het leven niets te zeggen valt, dus moeten we erover blijven praten (als tegenhanger van Wittgensteins ‘waarover men niet spreken kan, daarover dient men te zwijgen’). Dit krijgt in de tentoonstelling vorm door een korte contemplatie bij elke film.

Opening tentoonstelling Andrej Tarkovski

Zo krijgen Tarkovski’s unieke poëtische beeldtaal, bijbelse thema’s en de vier elementen een duiding. Aarde, vuur, water en lucht hebben een prominente plek in zijn films. Water is in vele gedaanten aanwezig en al stromend associeert het aan het leven, geboorte, stilstaand aan de dood. Vuur kan verzengend, vernietigend, doch ook zuiverend zijn. Lucht heeft een spirituele connotatie, Aarde is de grond van het creatieve proces en de verbeelding gevat in vorm.

Het meest indrukwekkend zijn de beeldcomposities van de films. Fragmenten van 20 tot 25 minuten zijn in een loop aan elkaar gemonteerd en maken een eerste, doch diepe indruk op de bezoeker. Met name Solaris springt eruit. Wanneer je op het juiste moment de eigen ruimte van deze geprojecteerde film betreedt, is het alsof je de film inloopt. Dat werkelijke, vochtige gras, waar hoofdrolspeler Kris Kelvin in het begin van de film door waadt, sprankelt van het scherm en contrasteert sterk met de donkere ruimte waarin de doeken zijn opgehangen.

Opening tentoonstelling Andrej Tarkovski

Spiegels van de ziel
Ook Stalker is waanzinnig gedaan. Drie schermen naast elkaar, met drie verschillende fragmenten, die met elkaar in gesprek lijken te gaan in vragen en antwoorden naar elkaar. Waanzinnig omdat de lineaire logica van onze technologische alledaagsheid vanuit een dieper weten bespiegeld wordt. Wie de moed heeft de dialogen tot zich te laten doordringen, kan bijna niet anders dan het eigen leven in vraag stellen. Het is Tarkovski op zijn best. Het is een religieuze overdracht die een ieder, gelovig of atheïstisch, aanspreekt, omdat ze fungeert als spiegels van onze ziel.

Het werkt ook omdat het getoonde geen pretenties heeft. Het is een artistieke uitdrukking in naakte vorm, congruent aan de strengheid die Tarkovski voorstond in zijn contemplaties over film en te lezen is in zijn boek De Verzegelde Tijd (dat later in onze Tarkovski-special uitgebreid aan bod komt). Temidden van alle betoverende beelden en dialogen die zo’n indruk op de ontvankelijke bezoeker maken, zijn er de foto’s van het leven van de filmer en diens wereld zelf. Ze brengen ons weer terug op aarde, op eigen voeten. De man achter de films is ook maar een van ons, met vriendschappen, tegenslagen, familiekiekjes en toekomstdromen.

De tentoonstelling Andrei Tarkovsky The Exhibition is tot en met 6 december te zien in Eye Filmmuseum in Amsterdam.

 

16 september 2019


 

MEER ANDREJ TARKOVSKI
 

Ruben Brandt, Collector

****
recensie Ruben Brandt, Collector

Schilderachtige nachtmerries

door Ralph Evers

Wat krijg je wanneer je de remmen van je fantasie, gekanaliseerd door topstukken uit de westerse kunstgeschiedenis, loslaat? Eén van de betere animatiefilms van de afgelopen jaren. Een feest voor de liefhebber qua verwijzingen en ach, voor hen die nauwelijks notie hebben van de veelal Europese culturele identiteit, je hebt in ieder geval een eigenzinnig misdaadverhaal. 

Eén van de toevoegingen van Dalí aan de kunst is de methode van kritische paranoia. Het verhaal gaat dat hij met een theelepeltje in de hand dat boven een kopje zweefde zich in een siësta dutte en bij het ontwaken van het klingelende geluid de beelden die hij op het scherm van zijn derde oog geprojecteerd zag naar het canvas vertaalde. Zoiets lijkt Milorad Krstić, de Sloveense regisseur van Ruben Brandt, Collector ook gedaan te hebben. Deze animatie is niet alleen intelligent, geestig, verrassend, maar bovenal visueel overdonderend, idiosyncratisch en om in herhaling te vervallen eigenzinnig.

Ruben Brandt, Collector

Het vervallen is herhaling is overigens niet voor niets, want deze Hongaarse film slechts één keer zien is een garantie voor een groot gemis. De film zit zo boordevol verwijzingen naar kunst, popcultuur en filmverwijzingen, waar tevens een deel van de lol in zit, dat een enkele keer te weinig is. Ruben Brandt is de geanimeerde variatie op György Pálfi’s Final Cut – Hölgyeim És Uraim. Een film verteld aan de hand van iconische momenten uit de wereldcinema.

Zinnenprikkelend tuig
Animatie moet eigenlijk maar een ding doen en dat is het scheppen van niet alledaagse werelden. Nu, daarin is Ruben Brandt uitermate goed geslaagd. De film kent weliswaar een vrij gestructureerd verhaal over, verrassing, Ruben Brandt. een psychotherapeut, wiens vader werkte met subliminale boodschappen in film en deze testte op de jonge Ruben. Als volwassene wordt hij achtervolgd in zijn nachtmerries door de personages uit topstukken als Jean Moulin, de postbode van Van Gogh of een van de prinsesjes van Velazquez. Zijn oplossing? Deze werken stelen, in eigen bezit hebben en daarmee hun demonische uitwerking op hem onschadelijk maken. Het lukt hem met een viertal illustere en ongeëvenaarde criminelen. Als gezochte topcrimineel krijgt Brandt een bonte verzameling premiejagers achter zich aan.

Een eerste associatie die de stijl oproept, is die van Jean-François Laguionie, maar met de gestyleerde Man from U.N.C.L.E.-opening gaat de lieflijkheid van Laguionie overboord. Overigens doet het tempo van Ruben Brandt meer denken aan een nieuwe Guy Ritchie. Een achtbaanrit zonder veiligheidsgordels, een hallucinante trip die ook wel doet denken aan Ari Folmans The Congress, waar talloze historische figuren hun opwachting maken. Maar waar Folman een meer filosofische insteek heeft, kiest Krstić prominenter voor een esthetische pastiche. Vorm boven inhoud zou je kunnen klagen, of eendimensionale personages, maar de stijl heeft hierin ook bewust iets karikaturaals, zoals Sylvain Chomets Les Triplettes de Belleville. De film is met al deze verwijzingen nog wel het best te omschrijven als een jazzcompositie, zoiets als The Bad Plus weet te doen met zijn covers van bijvoorbeeld Nirvana’s Smells like teen spirit. Jazz ook omdat er her en der een heerlijke noir-feel opsteekt.

Ruben Brandt, Collector

Ogen te kort
Een smet op dit feest van verbeeldingskracht is dat de plot wat te rechtlijnig is. Hoewel er voldoende bizarre wendingen in de omgevingen en nachtmerries van Ruben zitten. Oh, en niet te vergeten de bijzondere, spelen-met-Picasso gezichten (meerdere ogen, neuzen, oren) en andere menselijke kenmerken, blijft het van a tot z verteld verhaaltje wat mat. Zoals gezegd, de personages zijn eendimensionaal (en in één geval tweedimensionaal) en de vaart zit er, op de slak na, aardig in. Het narratieve aspect was sterker uit de verf gekomen mocht er een spanningsboog, een tegenslag, een verwarrend Lynchiaanse component aan toegevoegd zijn. Edoch, de focus ligt hoofdzakelijk op de liefde van Krstić voor film-, pop- en kunstgeschiedenis en daarin is reeds genoeg te genieten.

 

16 juli 2019

 

ALLE RECENSIES

Another Day of Life

****
recensie Another Day of Life 

Vergeten gezicht van de hel

door Ralph Evers

Tegen de achtergrond van de onafhankelijkheidsoorlog van Angola in de jaren 70 vertelt Another Day of Life het leven en werk van de Poolse journalist Ryszard Kapuściński. 

Het leven van Ryszard Kapuściński heeft iets weg van een avonturenroman. Weliswaar met een zeer donker randje. Hij werd in 1932 geboren en maakte als kind de vernietiging van zijn geboorteland Polen mee. Zowel de nazi’s als de Sovjets wilden Polen van de landkaart vegen en het grondgebied aan het eigen rijk toevoegen. Toen de hel van de Tweede Wereldoorlog voorbij was, viel Polen het ongelukkige lot van zoveel andere Oost- en Midden-Europese landen ten deel. Kapuściński slaagde erin zijn land te ontkomen als journalist. Hij verruilde de ene hel met de andere, want hij vertrok in de jaren zeventig naar Angola. In Angola streden twee partijen voor de onafhankelijkheid, de MPLA, later gesteund door de Sovjet-Unie en de UNITA en FNLA, gesteund door de Verenigde Staten (de CIA) en Zuid-Afrika.

Another Day of Life

Menselijke daden in onmenselijke situaties
De film is gebaseerd op Kapuściński’s boek Jeszcze dzień życia, in het Engels bekend als Another Day of Life en gaat in op zijn rol en overwegingen in de roerige tijd in Angola na de Anjerrevolutie van 1974. Deze revolutie ging gepaard met een onafhankelijkheidsoorlog, waarbij zowel de Sovjets als de CIA betrokken waren. De film doet dat op een interessante, indringende, emotionele en reflecterende wijze. Interessant door de hoofdpersonen tijdens die tijd hun stem te geven. Grotendeels geanimeerd, met her en der archiefbeelden en opnames van het huidige dagelijkse leven in Angola.

We gaan mee met Ricardo, zoals Ryszard in het Portugees sprekende Angola genoemd werd, en collega Artur, die met gemengde gevoelens terugkijkt op die tijd en de oorlog. Beelden van brute slachtpartijen, waar zwangere vrouwen en jonge kinderen niet werden gespaard, draagt hij tot op de dag van vandaag met zich mee.

Artur, als Portugees vrije toegang tot andere gebieden hebbende en de mores van het land kennende, leert Ricardo de meest cruciale overlevingsregels in het onvoorspelbare land buiten hoofdstad Luanda. De helse reis naar het zuiden leidt tot ontmoetingen met illustere figuren als de 19-jarige vrouwelijke strijder Carlotta en later Farrusco, een generaal die een sleutelrol in de oorlog in het zuiden speelde. Carlotta is een guerrillero met een menselijk gezicht, verbrandt de vele lijken omdat die ziektes in zich kunnen hebben en er kinderen niet ver van de slachtvelden spelen. Een feit zo voldongen dat de gruwelijkheid als een absurde vergissing meeklinkt.

Another Day of Life

Reis van de held
De film doet denken aan Waltz with Bashir van Ari Folman, ook een animatiefilm over een oorlog. Ook daarin ruimte voor creatieve expressie en het zoeken naar een indringende taal om de kijker op een andere, doch directe wijze te raken. Het belangrijkste verschil is dat Folmans film verslag doet van de Zesdaagse Oorlog, terwijl Another Day of Life de oorlog verslaat vanuit de ervaringen van Ryszard, die zich afvraagt in hoeverre hij de oorlog beïnvloed heeft.

Hij is de onverschrokken journalist die in zijn zoektocht naar antwoorden voortdurend de dood op zijn hielen heeft. Hij komt eruit als een held, die de wereld iets kan laten zien, wat niet bekend is en bekend mocht worden. Hij staat voor een cruciale beslissing, wat te doen met die kennis? Dat is later geschiedenis geworden. Dat maakt dat deze film zo dichtbij voelt. Het perspectief van een gezicht van de hel toen met beelden van Angola nu. Het is een intelligente manier om de kijker te betrekken bij een vergeten oorlog.

 

8 maart 2019

 

ALLE RECENSIES