La Grazia

***
recensie La Grazia
De ondraaglijke twijfel van lafheid

door Ralph Evers en Małgorzata Zielińska

La Grazia, de nieuwste film van Paolo Sorrentino, probeert enkele complexe en ingewikkelde ethische onderwerpen aan te snijden: euthanasie, lijden, huiselijk geweld en het recht op vergeving. Daarnaast onderzoekt hij de mate waarin we degenen die ons het meest nabij staan, waarlijk kunnen kennen – een echtgenote, een dochter en een jeugdvriend.  

Maar wat we krijgen is een gelimiteerde schijnwerper op de hoofdrolspeler, Mariano de Santis, een weduwnaar, een katholiek, een gerespecteerde jurist en bovenal een vaardig en populaire politicus, de president van Italië. Iemand die in de laatste maanden van zijn presidentschap voor een dilemma zit: het eventueel verlenen van gratie aan twee veroordeelde moordenaars en het wel of niet tekenen van een nieuwe euthanasiewet.

La Grazia

De hoofdrol van Mariano de Santis wordt vertolkt door de karakteristieke Toni Servillo, een geliefd acteur van regisseur Sorrentino. Telkens die kop die je uit duizenden herkent: van de doorbraakfilm uit 2004, Le conseguenze dell’amore, tot de onverschillige intellectueel in de De Grote Schoonheid en de hedonistische Berlusconi in Loro. Ditmaal speelt Servillo een emotioneel bevroren, eenzame, zich wat teruggetrokken oudere man. Hij draagt voortdurend onberispelijk op maat gesneden zwarte pakken, die als een harnas zitten en bijdragen aan zijn bijnaam ‘Gewapend Beton’. Hij voelt aan als een Byzantijnse monarch uit oude tijden, omgeven door volgelingen die ook allen hun afstand bewaren en weloverwogen spreken.

Vervagende signatuur
La Grazia is traag en geschoten in een elegante, doch ingehouden stijl, veelal donker in de gepolijste, klinische kamer van het presidentiële paleis. Hiermee zit de film en zijn visuele stijl regelmatig te dicht op de hoofdpersoon, wat het koude, afstandelijke en onthechte van diens persoon te veel kracht bijzet. Evenals bij Mariano de Santis ontbreekt het de film aan moed, licht, levenslust en ademruimte. De donkere, benauwende hoofdmoot van de film wordt slechts sporadisch onderbroken door dat typische, flamboyante of verstillende van Sorrentino.

Er is de scène met de zwarte paus, compleet met dreadlocks, een oorbel en een pausmotor, de haast misplaatste rapmuziek in de majesteitelijke, grootse, lege ruimten van het paleis, de herinneringen aan zijn verloren liefde Aurora, die hem in de liefde verraadde, en misschien nog wel het meest des Sorrentino’s: de lange wandeling door de straten na het afscheid van zijn presidentschap. Het is deze scène, begeleid door bezinnende muziek, die onmiskenbaar Sorrentino is en die zijn vorige film Parthenope juist dat extra’s gaf in een verder toch wel wat oppervlakkige film. Diezelfde oppervlakkigheid dreigt ook in deze film, die zijn twee uur en een kwartier niet weet te rechtvaardigen.

La Grazia

Stemmige leegheid
De twijfel en stilte, de nostalgie voor zijn overleden vrouw en de daarbij gepaard gaande pijnlijke herinneringen komen helaas onbewogen en weinig levendig over op de kijker. Dit terwijl de lijdende onderwerpen en de beslissing over hun ongeneeslijke pijn – of het nu zijn vrouw, een geliefd paard of zijn onderdanen betreft – toch de nodige emoties en strijdige meningen zouden moeten oproepen. Doordat ze voornamelijk als een theoretische en koud juridische vraag worden geponeerd, is deze levendigheid effectief kaltgestellt.

En dat is jammer, want de film richt zich op een aantal actuele, lastige thema’s, die moed, gevoeligheid en doortasting vragen. Door dit te laten uitvoeren door een weinig moedig en inmiddels weinig verheffende man, is ofwel een gemakkelijke uitweg, ofwel een statement tegen een snel veranderende wereld, gedomineerd door oude, conservatieve, grijze mannen, die hooguit moedig in woord, maar niet in daden, zijn. Het lijkt toch meer op het eerste. Door het gebrek aan betrokkenheid interesseert het je als kijker nog nauwelijks of hij nu wel of niet gratie gaat verlenen of de euthanasiewet gaat tekenen. 

Zo blijft er voor de liefhebbers van de films van Sorrentino, zijn stijl en acteurs, een film over, die als beginpunt voor belangrijke discussies over existentiële zaken kan dienen. Een film die je tegelijkertijd weinig inzichten zal geven, behalve het belang dat deze thema’s aangesneden worden en in het nagesprek met de benodigde moed, vitaliteit, lef en passie behandeld worden.

 

17 maart 2026

 

 

ALLE RECENSIES

Terugblik filmjaar 2025 – Deel 2

Terugblik filmjaar 2025 – Deel 2:
Er was tenminste weer een regisseur zichtbaar

door Ralph Evers

2025 is het jaar dat ik het minst in de bioscoop heb gezeten, en ook thuis heb ik minder op de bank gezeten om iets te kijken (juist meer om iets te lezen). Daarnaast keek ik meer series dan films, ook een persoonlijke trendbreuk.

Dat ik minder in de bioscoop zat, is vooral vanwege een aantal factoren:

1) De draaitijden van sommige lange films zijn niet goed te combineren met de andere verplichtingen in mijn leven. Daarnaast draaiden sommige films erg kort (zoals The Seed of the Sacred Fig).

2) Er was een overdaad, in ieder geval qua beleving, van re-releases van vergane glorie, die nieuw werk, ook op prime time momenten, uit de programmering drukte. 46 films telde ik in deze categorie in de gauwigheid. Vrijwel elke week eentje.

3) Er is gewoon heel veel van hetzelfde uitgebracht. Veel documentaires, veel portretten van veelal mannen, mensen/bands die iets gedaan hebben in een van de kunsten, vooral muziek en een paar nazi’s. En ook die arthouse films over witte mannen zonder scheerapparaat, die moeilijk en zwijgend lang in beeld zijn en waar niks gebeurt. Enfin, dit laatste heb je elk jaar.

Black Dog

Black Dog

Black Dog vs. Rietland
Om dan met de uitzondering hierop te beginnen. Dat was voor mij het filmische hoogtepunt van het jaar, de Chinese film Black Dog van Guan Hu. De zwijgende Lang, net vrijgelaten uit de bajes, keert terug naar waar hij vandaan komt, waar nog het nodige oud zeer leeft. Lang is frustrerend in zijn zwijgzaamheid, maar de band die hij met een zwarte zwervershond weet op te bouwen en het verhaal dat zich op trage, doch onvermijdbare wijze ontvouwt, is simpelweg klasse. De climax bovendien is van een cinematografische schoonheid, die dit toch al fraaie werk naar een hoger plan tilt.

Black Dog is overigens geschoten met digitale camera’s, waardoor je dat korrelige beeld hebt. Werkte wel, in tegenstelling tot de Nederlandse Oscar-inzending Rietland. Na een prachtige beginscène en treffend gebruik van de regionale taal, boet de film erg veel in door het gebruik van digitale camera. De miljoenen rietstengels die wuiven in de wind, zou met ‘echte’ camera’s, met een tastbare filmrol, een Tarkovskiaanse schoonheid hebben weten te bereiken. Door de korreligheid van nu gaat die dreigende mystiek die in veel van de beelden potentieel aanwezig was, verloren. Gemiste kans!

Oer-Hollands drama en weirdness
Mike van Diem wist een oer-Hollands drama te maken. Idylle, drama, ongemak, humor. Voor de Meisjes is op zich zwaar qua thema en tegelijkertijd zit er een zekere luchtigheid in. Het venijn van de film zit ‘m in dat typisch Nederlands pragmatisme en de wens om de boel weer, liefst zo snel mogelijk, opgelost te hebben. Dit alles wordt geloofwaardig en met zichtbaar plezier overgebracht door de vier hoofdrolspelers.

Voor een portie weirdness had ik hoge verwachtingen voor Mr. K. Een interessant interview in de NRC met hoofdrolspeler George McFly, ik bedoel, Crispin Glover, deed hierin een duit in het zakje. De film is de moeite waard, zonder meer, maar dergelijke verwachtingen kunnen nauwelijks ingelost worden. Het is alsof de film halverwege als een heliumballonnetje leegfluit in de kamer en we nog met wat piepende stemmetjes er een slot aanvlechten, wetende dat de geest eruit is. Als de film dan toch zo metaforisch moet zijn, is dit wel een treffende voor dit jaar.

Opvallend dat er zo weinig films waren die een indruk wisten achter te laten. Vaak waren het leuke ideeën. Soms viel ook dat erg tegen, zoals dé hype van dit jaar Bugonia. Ach, het was wel aardig, maar al vrij snel duidelijk hoe de film zich zal ontwikkelen. Bewaar het beste voor het slotakkoord, onder het genot van Where have all the flowers gone, om de film net dat beetje te geven om ‘m niet helemaal de grond in te schrijven.

Parthenope

Parthenope

Impact
Impact werd wel gemaakt door Kathryn Bigelows A House of Dynamite, die je als kijker, in tegenstelling tot het saaie formule- en afraffelwerk van Mission Impossible: The Final Reckoning, voortdurend op het puntje van je stoel laat zitten. Hoe zij haar realistische (en leuke ironie om een zwarte president te nemen) doemscenario ontvouwt, is overtuigend.

Soms maakt een soundtrack, alsmede de lyriek van de camera en de oogstrelende hoofdrolspeelster impact (en ja, dit is ook ter ere van de hoofdredacteur van Indebioscoop.com). Paulo Sorrentino’s stijl spreekt me simpelweg aan en Parthenope zwabbert schaamteloos de eeuwige jeugd, schoonheid en vergankelijkheid in een naïeve, lome zomernacht naar ons toe. Dat de film te lang is en weinig om het lijf heeft, zijn te vergeven zonden. Er was tenminste weer een regisseur zichtbaar.

 

26 december 2025

 

Deel 1 – Cor Oliemeulen: Waarom Max Verstappen geen wereldkampioen werd
Deel 3 – Jochum de Graaf: De verschillende vormen van comedy
Deel 4 – Tim Bouwhuis: Door de lens van filmfestivals
Deel 5 – Bob van der Sterre: De absurde top 20
Deel 6 – Zoë van Leeuwen: Een ode aan Letterboxd
Deel 7 – Bert Potvliege: Verdrinken in werelden

Wittgenstein (1993)

Wittgenstein (1993)
Queer logica

door Ralph Evers

Wittgenstein was de gevierde logica-filosoof, die door een andere gevierde filosoof, Bertrand Russell, uitgeroepen werd tot een van de grootste denkers van zijn tijd (de ander was Martin Heidegger, in Zijn Tijd). The Master of Queer, Derek Jarman, weet wel raad met Wittgenstein. Logica in bonte kleuren, extravagante kostuums en heerlijke filosofische vragen en uiteenzettingen. 

Queer zal het woord zijn en het woord is queer. Da’s niet alleen deze film van Jarman, dat is zijn handelsmerk. Tegelijk ook een op zichzelf grappige paradox, dat een film over de taalfilosoof Ludwig Wittgenstein met zoveel queer benaderd wordt. Dat bijt mekaar. De kleuren, de decors, de staccato scènes waarin deze film af en toe opgebouwd is, zijn niet noodzakelijk zo streng logisch als wat de filosoof beoogde. De kleurrijke kostuums (vooral Swinton) en spaarzame decors zijn te allen tijde tegenover een verder zwarte theaterachtergrond. Die achtergrond zwijgt als het ware, waar Wittgensteins denken ophoudt.

Wittgenstein (1993)

Wittgenstein (1993)

Tegelijkertijd en in tegenstelling met Jarmans Caravaggio – je weet wel, die film waar Swinton in debuteerde en Sean Bean weer eens de dood vond – is Wittgenstein een stuk biografie-getrouwer dan het eveneens maffe en queere Caravaggio. Wittgensteins pogingen om kinderen les te geven (een hopeloze mislukking voor de sociaal wat vreemde Wittgenstein) zijn getrouw in beeld gebracht, evenals diens verheerlijking van handarbeid op een collectieve boerderij in de Sovjet-Unie (wat is dat toch met intellectuelen, dat ze zo door ideologie bevangen kunnen raken?).

Foto: Brigitte LacombeHet eigenaardige van Wittgenstein (voor de filosofen onder ons, je zou denken dat het de reïncarnatie van Kierkegaard is, met z’n aparte maniertjes en omgang met de ander) is pedant wanneer de jonge Wittgenstein de film inleidt en een stukje met ons oploopt, serieus, stekelig en bij tijden sentimenteel, wanneer de volwassen Wittgenstein tegen de grenzen van begrip met zijn mentoren Bertrand Russell en John Maynard Keynes aanloopt.

Met studenten of zijn vluchtige romances komt hij er ook niet zo goed uit. Het zijn deze scènes die deze film de nodige structuur en aantrekkingskracht geven. Want voor de gemiddelde bioscoopbezoeker vandaag de dag is deze film te anders.

Half of Cambridge goes around imitating your mannerisms’

Het anders-zijn van deze portrettering van Wittgensteins leven is op een meta-niveau nu ook precies wat filosofie beoogt, nee, wat kunst beoogt. Door van gebaande paden af te wijken, raken anderen geïnspireerd om tot een uitbreiding van het bestaande te komen, anders is het slechts een eindeloze herhaling, zoals de echokamer van de huidige kunstmatig intelligente taalmodellen. De mens is een onmogelijk dier, dat probeert het marsmannetje ons ook duidelijk te maken op vriendelijke wijze. Daarom zij geprezen, dat andere. Queer.

Wittgenstein (1993)

Wittgenstein (1993)

Waar zou Lars von Trier zijn geweest zonder Derek Jarman? Dogville en Manderlay zijn kalere, soberdere en bravere versies van het decorwerk van Jarman. Wie zou de nieuwe quirky queen opvolger van Tilda Swinton kunnen worden? Niemand minder dan Emma Stone, afgaande op haar werk met die Griekse muze van haar.

 

12 oktober 2025

 

THEMAMAAND TILDA SWINTON

Slocum et moi

**
recensie Slocum et moi
Te lief eerbetoon aan vergeten avonturier

door Ralph Evers

Joshua Slocum was een Canadese zeeman, avonturier en degene die als eerste persoon alleen rond de wereld is gevaren. Jean-François Laguionie brengt met zijn nieuwste film een eerbetoon aan deze vergeten avonturier. 

Slocum et moi opent met de van regisseur Laguionie bekende pasteltinten, potloodtekeningen en schetsmatige proeven van landschappen en decorsetting. Dit alles ondersteund met door Debussy geïnspireerde muziek volgen we een hap uit het leven van de dromerige jongeman François. Zijn vader Pierre, die de bijnaam Slocum krijgt, is een gesloten man, tikje nors, die wanneer diens werk als marketeer voorbij is, zich wijdt aan zijn werkelijke passie: dingen maken, waaronder eenzelfde boot als avonturier Slocum.

Moeder Geneviève komt wat flets uit de verf, daar zij de goedheid zelve is en zowel haar man als zoon in alles steunt en zich gedwee voegt naar haar rol. Het is tenslotte 1949 in Frankrijk. Dit alles geaccentueerd in een dromerigheid die kenmerkend is voor de films van Laguionie. 

Slocum et moi

Geïdealiseerd verleden
Al met al wanen we ons al gauw in een geïdealiseerd verleden, waar de Fransman z’n alpinopetje draagt, iedereen naar elkaar omziet en er een vredigheid heerst die ernstig contrasteert met de bombardementen van enkele jaren daarvoor. Vader Pierre besluit, nadat de toon van de film is gezet, met het bouwen van een boot in zijn achtertuin. Jawel, eenzelfde boot al Joshua Slocum bouwde en de wereldzeeën bevoer.

Geen onvertogen woord van de buren, geen enkel smetje op het huwelijk van ouders, een man wiens energie, tijd en geld gaat zitten in een naïef project. Deze film kent, zelfs tijdens de jazz-tonen, geen enkele dissonant (of het moet de Lovecraftiaanse Kraken zijn, die het bootje van Slocum in een van diens dagboekvertellingen aandoet). 

En die verheerlijking van die goeie ouwe tijd is in deze tijden nog kwalijk ook. Temeer wanneer je alle kleinburgerlijke bekrompenheid uit beeld houdt. Het is dan ook best ironisch dat die goede oude tijd, waar Slocum zich afspeelt, met digitale middelen is gemaakt. Hierdoor gaat evenwel het authentieke, simpele, dat deze film poogt te ademen, binnen de lijntjes verloren.

Slocum et moi

Loslaten
Slocum doet denken aan een herhaling van Louise en hiver, waarin vrijwel dezelfde nostalgie wel werkt. Het is een sfeer die opgeroepen wordt, die raakt aan verlangens die de meesten van ons wel hebben. Een kindertijd die verloren is, een paradijs verloren. Het is tegelijkertijd een beperkt venster dat Laguionie op de wereld laat, waarbij het interessant is hoe gemakkelijk je mee wilt gaan in die idealisering, dat smetteloze, dat dromerige en magisch realistische van een kind.

Edoch, als deze fata morgana al bij de aftiteling knapt, heb je als maker toch iets gemist. Al het paradijselijke morgen- en avondrood en de kinderlijke idylle ten spijt, zou je toch enige wijsheid van de inmiddels 85-jarige Laguionie verwachten.

Maar nee, de door de tijd tot zorgeloze jeugdherinneringen vervormde herinneringen van Laguionies jeugd, doen geen recht aan de kijker. Ze fungeren slechts als behoefte van een oude man die moet gaan loslaten wat nooit perfect was.

 

20 augustus 2025

 

ALLE RECENSIES

Terugblik 2024 – Deel 2: Volwassen rebellen

Terugblik filmjaar 2024 – Deel 2:
Volwassen rebellen

door Ralph Evers

Om maar met de deur in huis te vallen: 2024 was een goed filmjaar. Poolse cinema was goed vertegenwoordigd op het Kaboom Animation Festival in Utrecht (en Amsterdam), met het verbluffend mooie Chłopi als hoogtepunt. Ook Kos, een historische film over de Poolse opstand tegen de Russische overheersing eind 18e eeuw, wist te imponeren. Deze film van Tadeusz Kosciuszko wordt geserveerd als een Poolse Tarantino. Maar er was nog veel meer te genieten dit jaar.

 

The Substance

The Substance

1 – The Substance
Eerst was er de trailer. Coole close-ups, tintelend sound design, mooie patronen, lekker retro, lekker sixties, lekker goor ook hoe Dennis Quaid z’n gamba’s eet. Daarna was er de poster. Grote letters, omineus flesje. Toen de buzz, vrouwelijke regisseur, verwijzingen naar bodyhorror, hmm, kon wel es wat worden. Toen nog es de trailer. Ja, zien! En dan de film. Knallend orgasme! Wat een achtbaan, wat een zindering, wat een porno en wat een bevrediging voor de Jungiaanse psychoanalyticus in mij. Het laatste halve uur was wel een uitdaging, Cronenberg eat your heart out! Een film waar alles er duimendik bovenop ligt en waar alles postmoderne ironie is. The matriarchy strikes back. With a vengeance. And I want more!

2 – Tatami
Nog zo’n knock-out. Terwijl Netanyahu en de Ayatollahs met hun impotente pikken staan te wapperen, lossen deze twee vrouwelijke regisseurs in deze politieke thriller achter de schermen die tegenstellingen op. Niet door je lomp op je bek te slaan, maar met beweging en gratie. In het harde zwart-wit, waarin menigmaal de kaaklijn van de protagonist geaccentueerd wordt, bouwt de spanning zich voelbaar op. De climax kent een verrassende ontlading, die veel dichter bij de menselijke creativiteit en onze natuurlijke instincten ligt, dan wat de machthebbers en propagandisten, de demagogen en reli-waanzinnigen ons met alle macht willen laten geloven. Een fijne rebellie in de oververhitte tijden van nu.

3 – Dune Part Two
De eerste was al fantastisch gedaan, de tweede zowaar nog imposanter. Toegevoegd aan ons collectieve onbewuste is de weergave van Giedi Prime, de Harkonnen, de ontwerpen van de schepen en familie Shai-Hulud. De film is spectaculair en niet pretentieus. Verfrissend om niet elke 5 minuten een explosie te hoeven zien. Sterker nog, met deze film keren de gouden tijden van Hollywood kort terug, daar het haar epische karakter houdt, zoals de grote filmmakers in de jaren 40 en 50 deden. Het boek is overtuigend tot leven geroepen en vormt een pleister voor de beste sci-fi film die nooit gemaakt is. Deze tijd kent haar nieuwe onvergetelijke vertegenwoordigers van de rijke personages naast Sting en Kyle MacLachlan dat waren in de jaren 80.

4 – Civil War
Naast Lee en The Zone of Interest was er dit jaar voldoende aandacht voor de dreiging van nieuwe, ongure, onvrije, mogelijk bloedige tijden. De beleving van tijd is een bijzondere; zou morgen de pleuris uitbreken, dan is het alsof die pleuris nooit ver weg geweest is. De mens heeft nu eenmaal wat existentieel ongemak nodig om niet tot hedonistische leegte te vervallen, maar om daar nu tal van potentaten voor in het zadel te hijsen, waarvan het volstrekt onvoorspelbaar is hoe dit ons leven zal beïnvloeden. De rede heeft er dit jaar (en de afgelopen jaren) naar gekeken, hoe bange witte mannen (en een enkele bange witte vrouw) de troon van een land bestegen en de vrijheid aan banden legden. Oude tijden herleven helaas en Civil War wist dit met een gruwelijke flair, zonder veel overdrijven of pathos in ons gezicht te smeren. Jammer dat dit soort films nodig zijn.

5 – Alien: Romulus
Waar de eerste twintig minuten ronduit tegenvielen, weet deze film zich tot één van de betere Alien-films te ontvouwen. Fede Alvarez die met zijn eerdere werk de spanning als geen ander weet op te bouwen, kiest voor sfeer, verhaal en spanning boven gemakkelijke effecten. De film voelt grotendeels als een verzameling dissonante akkoorden die sporadisch tot een oplossing komen. Daarom werkt dit zo goed. 

 

The Gullspång Miracle

The Gullspång Miracle

Miskleun van het Jaar – The Gullspång Miracle
Een hoop buzz en de eerste paar minuten zou het nog wat kunnen beloven, maar al gauw vervalt dit tot gesprekken en herinneringen van mensen die saai zijn, wiens onbetekenende, geprivilegieerde saaie levens zonder noemenswaardigheden aangehoord moeten worden in een eindeloos vervelender wordende verzameling saaie mensen. Maar de premisse was wel interessant. Toen ik thuiskwam lag er stof in de hoek dat van een afstandje op mijn nimmer geboren broer leek. Eenmaal dichterbij bleek de stofzuigerslang mij voor te zijn en had ik slechts een wat schonere vloer. Me verplaatsend in de schoenen van de documentairemaakster zou ik er wel wat hoofdpijn en ongepaste woorden, gesmoord in mijn hoofdkussen, aan overgehouden hebben, dit gedrochtig stuk digitaal celluloid.

 

26 december 2024

 

Terugblik 2024 deel 1 – Cor Oliemeulen: Wie ben ik?
Terugblik 2024 deel 3 – Bob van der Sterre: Films als relaxmachine?
Terugblik 2024 deel 4 – Bert Potvliege: Misschien helpt meditatie
Terugblik 2025 deel 5 – Tim Bouwhuis: Palm, Leeuw en Beer
Terugblik 2024 deel 6 – Yordan Coban: We zijn verdoofd door geweld
Terugblik 2024 deel 7 – Jochum de Graaf: Hoe het ‘gewone’ leven doorging

Verslag Kaboom Animation Festival 2024

Kaboom Animation Festival 2024:
Rijk en divers

door Ralph Evers

De vijfde editie van het Kaboom Animatie Festival (voorheen bekend als het Holland Animation Film Festival, HAFF) is afgelopen vrijdag van start gegaan in Utrecht. En hoe! Met direct een rijk en divers programma, dat de Nederlandse première van The Peasants (Chłopi) had als afsluiter van de eerste dag.

Het thema van deze editie is ‘Welcome Home’, en omdat de artistiek leider van Kaboom haar wortels in Polen heeft, zijn er enkele shorts-programma’s gewijd aan Polen. Naast haar thuisland is er speciale aandacht voor Iran, een LGBTQI+-programma en de feature film Sultana’s Dream, geïnspireerd op de Bengaalse schrijfster Rokeya Hossain, die in 1905 een verhaal schreef waarin vrouwen aan de macht zijn en niet de mannen.

Kortom, waar animatie in staat is grenzen te overschrijden, onmogelijkheden te beslechten en de verbeelding rechtstreeks en op originele wijze kan aanspreken, doet ze dat deze editie dan ook met verve op zowel aantrekkelijke als uitdagende of veeleisende wijze.

Banquet

Banquet

Polen, Polen
Waar het land cultureel homogeen is, is haar animatie verrassend pluriform. Loodzwaar, diepzinnig, poëtisch, vrolijk, grappig, lichtvoetig, ondeugend, eigenwijs, formeel zijn zo een aantal tekortschietende woorden om de diversiteit van de Poolse animatieshorts in taal proberen te vangen. Er lijkt een nadruk op zintuiglijkheid te liggen. De mens, Pool, in diens al dan niet bedreigende omgeving. De vele close-ups van neuzen, ogen, monden, oren, karakters die zich in vervreemdende omgevingen bevinden, bespied worden, op zoek zijn naar elkaar of als volstrekte vreemden in een eindeloze loop langs elkaar heen leven (Tango, 1980).

Daarnaast de vele transformaties: soms in simpele lijnen die vlakken of rondjes worden en verrassend duidelijk weten weer te geven wat er bedoeld wordt, mede dankzij een effectieve geluidsband. Soms in een strakke lijn de vele gelijkenissen tussen onze – in dit geval – vernietigingsdrang en de geordende chaos van moeder natuur in het uiterst fraai en intelligent weergegeven Airborne van Andrzej Jobczyk.

Ook het experimentele karakter van de Poolse cinema blijft niet onderbelicht. Een iconisch voorbeeld hiervan is A hard-core engaged film van Julian Antonisz, die rechtstreeks op filmtape kliederde met verf. Het resultaat is een chaotische, verfrissende, kinderlijke punk-creatie en natuurlijk een middelvinger naar het beklemmende Sovjetregime met al z’n neurotische verboden. Het even zo subtiel rebelse Banquet (Bankiet) is de moeite waard omdat de rollen tussen het diner en de elitegasten op een verrassende, Svankmajeriaanse wijze worden omgedraaid, met fatale gevolgen! Ichthys van Marek Skrobecki valt op door z’n naargeestige sfeer, prachtige soundtrack en tragische afloop.

Chłopi
Eind 19e eeuw schreef de Poolse Nobelprijswinnaar van de literatuur Władysław Reymont het boerenepos Chłopi (de boeren), waarin hij naast het hoofdverhaal veel aandacht besteedde aan de met de seizoenen samenhangende rituelen van het boerenleven. Reymont verwachtte dat de moderne tijd de rituelen en gebruiken van vroeger zou doen vergeten en dus besloot hij dit vast te leggen in dit boek. Deze gebruiken en rituelen vormen ook het kader van de gelijknamige film.

The Peasants

The Peasants

Van het duo Welchman en Welchman, dat eerder naam maakte met Loving Vincent, komt nu, wederom geheel in olieverf geschilderd, de verfilming van dit verplichte leesvoer in het Poolse onderwijs. Een film over Polen vanuit Polen boordevol prachtige details en knipogen naar de Poolse realisten van die tijd, zoals Józef Chełmoński, Leon Wyczółkowski, Stanisław Masłowski, Władysław Ślewiński, maar ook internationaal bekende schilders als Jean-François Millet, Pieter Breughel de Oudere, Edvard Munch en Johannes Vermeer, zijn een ware lust voor het oog.

Het verhaal van Reymont heeft een paar updates gekregen, waarin meer nadruk komt te liggen op het geweld vanuit het patriarchaat, de vernietigende werking van roddel en achterklap en de hang van de goegemeente, zeker wanneer die in onzekerheid verkeert, naar een vijand. Geen spiegel is meer nodig, want al het kwaad past de vijand zo goed.

In Chłopi valt deze rampspoed de knappe, maar naïeve Jagna ten deel. De mens is niet groots, kent een wankel geciviliseerd evenwicht en weet doorgaans haar kwaad middels allerlei drogredenen, valse voorstellingen van de realiteit en projecties goed te praten. Alle basale menselijke emoties, zoals afgunst, verlangen, hebzucht, haat en angst zijn rauw, onopgesmukt en invoelbaar in beeld gebracht, werkelijk verbluffend en met die heldere kleuren glanst ‘s menschens toorn des te schrijnender. Tel hierbij de traditionele Poolse folkmuziek, die met verve gespeeld wordt, en je stelt jezelf zo voor in dat landschap, met helaas, die mensen. 

Poetry in Motion
Het experimentele blok korte animatiefilms. Verwacht geen gemakkelijke kost, maar laat je geest verruimen met de mogelijkheden en de hedendaagse creaties binnen animatie. Elf films passeerden de revue, variërend van ‘daar wil ik meer van zien’, tot ‘zzz… huh, nog steeds bezig’. Hoewel er werk tussen zat dat qua lengte af voelde, bleef het idee dat we naar ‘proeven van’ kijken. Een proeve van hybride mensen in The Posthuman Hospital, onheilspellend, en smakend naar meer. Een proeve van een ironisch spel met taal, woorden en animatie in Miserable Miracle. Of een uitdaging van wat dit nu weer probeert uit te beelden: The Hour Coat? Waar een leek een oefening in herhaling ziet, zonder dat er ontwikkeling ontvouwt. Waar de ene na de andere interpretatie hout snijdt en op stukloopt. Als animatiesommelier zou ik zeggen dat dit blok goed gedecanteerd moet worden en dat ze vooralsnog te vroeg gedronken is.

Here, Queer and totally Sincere
Een blok kortfilms met een duidelijke boodschap, waarbij de hoop is dat zich ook veel cis gender hetero’s zich melden, want een aantal films heeft een educatieve rol. Voor iemand die zich herkent in de LHBTQI+-beweging is het je anders voelen, zo leren we, een belangrijk deel van je dagelijkse ervaring. Dat perspectief als uitgangspunt van de beleving van een film nemen is dan vooral educatief voor diegenen die de meerderheid en de norm uitmaken. Voor de LHBTQI+’er is dit vooral een bevestiging. De films kenmerken zich door een meer serieuze en heroïsche toon, waar veel ruimte is voor kwetsbaarheid. Gelukkig is er ook voldoende ruimte voor humor, zoals een aloud sprookje waar de prins, geheel in tegenspraak met de verhalenverteller, van de herenliefde is, och arme prinses toch!

Sultana’s Dream

Sultana’s Dream

Sultana’s Dream
De tendens die her en der dit programma al zichtbaar werd, het doorbreken van het patriarchaat, viering van seksuele diversiteit en de keur aan experimentele kortfilms, kent in Utrecht op zondag haar apotheose in de origineel getekende biopic van de Bengaalse feministische schrijfster Rokeya Hossain (1880-1932). In 1905 schrijft ze een utopische roman, Ladyland, waarin vrouwen aan de macht zijn en mannen de huishoudelijke taken op zich nemen. De wereld zou een safe space voor vrouwen zijn.

De Spaanse onderzoekster en kunstenares Inés treft dit boek per toeval en, gefascineerd door de schrijfster en het verhaal, gaat zij op onderzoek naar de oorsprong en nalatenschap van Rokeya Hossain. De kijker wordt hierbij getrakteerd op een animatiestijl die doet denken aan Lotte Reinigers Die Abenteuer des Prinzen Achmed uit 1926. Het verhaal ontvouwt zich gedeeltelijk aan de chronologie van Hossain, waar tal van thema’s aan gehangen worden. Thema’s als de rol van vrouwen in de wereld, vrijheid, machtsstructuren, persoonlijke reflecties, de rol van religie. Hierin valt op het hoge intellectuele niveau van de dialogen die Inés met verschillende vertegenwoordigers rondom deze thema’s spreekt. De manier waarop deze dialogen gevoerd worden, lijken de kijker indirect uit te nodigen mee te praten, of in ieder geval je aan het denken te zetten.

Hoewel een aangename kennismaking met een schrijfster die nauwelijks bekend is, had de film meer mogen dromen om de wereld die Hossain voor ogen had, nader uit te werken. Belangrijk is dat we blijven dromen en scheppen.

Het Kaboom Animation Festival 2024 is nog tot en met 14 april te zien in Utrecht, Amsterdam en online. Lees hier het programma.

 

9 april 2024

 


MEER FILMFESTIVAL

Terugblik 2023 – Deel 2: The Banshees of 2023

Terugblik filmjaar 2023 – Deel 2:
The Banshees of 2023

door Ralph Evers

Het jaar 2023, in een melkwegstelsel tamelijk dichtbij, vloog voorbij. En niet zozeer met films bij deze filmliefhebber. Het was een druk jaar voor mij: veel werk, veel andere dingen, series, boeken, muziek maken en een nieuwe verslaving, het computerspel Stellaris. Ongelooflijk verslavend en uiterst interessant met tal van verhaallijnen, mogelijkheden en uitbreidingen, heel veel uitbreidingen. Kortom, hoe kom je ook alweer bij de bioscoop terecht? Links? Rechts? Hmm. Gelukkig vond ik de weg af en toe, en de films die ik dan uiteindelijk zag waren de moeite doorgaans wel waard.

Zo blies Anatomie d’un chûte (Anatomy of a Fall) me helemaal omver. Wat een terechte Palme d’Or-winnaar! Weergaloos spel van Sandra Hüller. Haar personage heeft voldoende ambiguïteit om ook als kijker niet zeker te weten of ze achter de val zit of niet. Het geheel is zo in elkaar gezet dat je met de hoofdpersoon mee de rechtbank ingaat, haar geheugen bewoont en tegelijkertijd uitgenodigd wordt mee te denken met haar tegenspelers, de aanklager, haar advocaat. Fijn!

Anatomy of a Fall

Anatomy of a Fall

Een andere film die de potentie had me weg te blazen is Nolans nieuwe epos Oppenheimer. Het openingsshot behoort tot die openingsshots die je bijblijven, die iets –  in dit geval uiterst omineus – aankondigen. Goeie vondst! De film zelf weet net aan te boeien, de drie uur dat ie duurt, en werkt toe naar een allesvernietigende climax. De sterrencast is ronduit genieten, met name Oldman als Truman. Wat ga ik die acteur missen, nu hij aangekondigd heeft na het vierde seizoen van de erg goede serie Slow Horses een punt achter zijn carrière te zetten. Oppenheimer is vooral een knap gemaakte film, een beetje nerdy, het mist net de feel. Nolan is veel beter als verhalenverteller. Dus hup, op naar een vervolg op Tenet of Interstellar, waar zijn werkelijke kunde ligt.

Het is een fijne ironie dat – over wegblazen gesproken: ik schrijf dit stuk terwijl het aardig hard waait buiten – humor soms ook dat gevoel kan geven dat je niet weet waar je het zoeken moet. Het gortdroge, trage, tragische – ik las zelfs de term ‘anti-film’ – Kuolleet lehdet, oftewel Fallen Leaves van Aki Kaurismäki, is een film waar ik dat enkele malen had. Onbedaarlijk moeten lachen en dan de enige blijken in de bioscoopzaal. Veel effectiever nog dan het absurdistische Fumet fait tousser. De Fin moet het hebben van een secuur opgebouwd drama, in een voor hem maar al te bekend decor, waar een serie gebeurtenissen en oneliners zo vreemd passen dat je niet anders kan dan hard lachen, zonder dat daarmee de ernst van de film onderuit gaat.

De Hongaren achter Müanyag Égbolt, oftewel White Plastic Sky, tilden het animatiegenre naar serieuze hoogten. Het had zo groots kunnen zijn en daarmee zichzelf overschreeuwd. In plaats daarvan bleef het zo mooi bescheiden, met zoveel meer ruimte voor de eigen geest om rond te wandelen in die magnifieke tot leven geroepen wereld, zo werkelijk aanvoelend, dat die misschien wel eens de onze zou kunnen zijn.

Tár

Tár

De voor de hand liggende kandidaten in een lijstje als deze zijn natuurlijk The Whale en Tár. Tár wist te imponeren, hetgeen geholpen werd door de panische reacties in allerlei media. Is de film ‘woke’ genoeg, wordt hier niet een vrouw aan de schandpaal genageld? Het zijn verwarrende tijden en Tár wist die verwarring knap uit te buiten en uit te beelden. Natuurlijk absurd dat die film geen Oscar gewonnen heeft. Die absurditeit werd een hele slechte grap toen Everything, Everywhere, etcetera – u weet wel, die film die het zo goed deed in mijn lijstje vorig jaar – die Oscars in de wacht sleepte. Lekker veilig, lekker laf. The Whale werd afgescheept met een Oscar voor beste acteur en natuurlijk een hoop gedoe over de fatsuit van Brendan Fraser. Achter de schermen viel er dus genoeg te genieten.

Top 5 van 2023
1. Anatomy of a Fall
2. Tár
3. Fallen Leaves
4. White Plastic Sky
5. Oppenheimer

 

27 december 2023

 

Terugblik filmjaar 2023 – Deel 1: Wie redt ons van het schorriemorrie?
Terugblik filmjaar 2023 – Deel 3: Van onder de oude eik
Terugblik filmjaar 2023 – Deel 4: Maar er is hoop bij festivals
Terugblik filmjaar 2023 – Deel 5: Gaan we nou doen alsof bommen gooien cool is?
Terugblik filmjaar 2023 – Deel 6: Weten waar je moet zoeken

White Plastic Sky

****
recensie White Plastic Sky
Een vermo(l)mde dystopie

door Ralph Evers

Hoewel deze film zich op de keper beschouwd laat ontvouwen als een dystopische verhandeling, zitten er genoeg losse einden in om tot een heel andere beschouwing te komen. 

Ga er even voor zitten. Oh nee, je zit natuurlijk al, in de bioscoopstoel. Maak het jezelf gemakkelijk, niet dat de film je erg uit je comfortzone zal halen, maar meer omdat hetgeen je gaat zien, wel, grote kans dat je onder de indruk zult zijn. Deze Hongaren hebben iets unieks gemaakt met animatietechnieken. Een animatiefilm waarvan je af en toe vergeet dat het een animatiefilm is. En dan niet zoals The Congress die half animatie, half ‘echte’ film is, maar gewoon, omdat het zo’n lekker symmetrisch passend verhaal is.

White Plastic Sky

Symmetrie
White Plastic Sky (originele titel: Müanyag Égbolt) speelt zich grotendeels af in Boedapest in het jaar 2123. Al het leven op aarde is al een aantal jaren, decennia, daarvoor verwoest en ternauwernood kon een deel van de bevolking gered worden onder de beschermende koepel die over Boedapest gebouwd is. Hoe die samenleving functioneert, krijgen we niet uitgelegd, maar in de visuele details wordt al het nodige zicht- en denkbaar. De symmetrische stad, met haar strakke straten en punctuele ritme, doen denken aan de natte droom van elke autocraat. Ook leeft een ieder 50 jaar, waarna diegene afgevoerd wordt om uiteindelijk als voedsel weer terug te komen in de stad. Buiten Boedapest is een biodome waar men mensen laat transformeren tot bomen. Ja, op je vijftigste krijg je het Zaad in je hart geïnjecteerd waarna je tot boom zult verworden. 

Het verhaal cirkelt rond de bewoners Stefan en Nora. Hij is een psychiater van 28 en zij voorheen de moeder van hun zoontje, nu 32, waardoor het opnieuw starten van een gezin lastig wordt. Ze besluit zich vrijwillig te laten injecteren met het Zaad, tot ontzetting van Stefan. Wat volgt is een odyssee waarin Stefan alles op alles probeert te zetten om de daad van zijn geliefde ongedaan te maken. Het leidt tot verrassende wendingen en mooi vormgegeven sfeerimpressies van een apocalyps. 

White Plastic Sky

Effectieve tekenstijl
De film past een effectieve tekenstijl, rotoscope genaamd, waarbij echte acteurs worden gebruikt. Zij worden als tekening gereanimeerd. Dit alles wordt gecombineerd met computer gecreëerde visualisaties van apocalyptische landschappen en echte materialen, ook wel liveaction genoemd. Het maakt de film, ondanks dat ze een animatiefilm is, zoals gezegd, echt.

Wie de film afzet tegen de geschapen werelden in dystopische romans als Zamyatins Wij, Huxleys Brave New World of Orwells 1984, zal de symmetrie herkennen, hetgeen refereert naar de in autocratisch ingerichte werelden eenvormige en herkenbare esthetiek. Zo ook de gebruikelijke aandacht in dergelijke verhalen voor de enkeling die zich begint te verzetten tegen de wetten van de huidige wereld(orde). Het siert de film dat ze het verhaal klein houdt, veel in het ongewisse laat en weinig nadruk op heroïek legt. De makers kiezen voor een interessantere benadering dan een louter protest tegen een totalitair systeem wat we dan als metafoor voor onze eigen wereld kunnen houden. Door juist te kiezen voor de menselijke benadering, wordt de film niet alleen invoelbaar, er ontstaat ook ruimte voor een veelvoud aan interpretaties. De kracht van dit verhaal zit ‘m juist in het klein houden van het vertelde.

 

2 november 2023

 

ALLE RECENSIES

All Our Fears

***
recensie All Our Fears
Regenboog over de velden

door Ralph Evers

All Our Fears (Wszystkie nasze stracy) neemt recente gebeurtenissen uit het conservatieve platteland van Polen als uitgangspunt voor het menselijke conflict gepaard gaande met verandering. 

O polach. Wie zich nog afvraagt waar Polen naar verwijst? Pole betekent veld, O polach: over de velden. Het belangrijkste decor waartegen dit op ware gebeurtenissen gebaseerde drama zich afspeelt. Het sterk conservatief katholieke karakter wat de binnenlanden van Polen kenmerkt, zoals wel meer typerendheden aanwezig zijn. De dubbelheid, de worsteling van de diepgelovige hoofdrolspeler, Daniel (Dawid Ogrodnik), die tegelijkertijd openlijk homoseksueel is, wat niet te verenigen lijkt in een leer die duizenden jaren oud is, nauwelijks aan de veranderende tijd is bijgesteld, beklonken is in eveneens eeuwenoude rituelen die de status quo telkenmale bekrachtigt. 

All Our Fears

Boerenopstand
De openingsshots, een sereen bosschage in de velden en het boerenbedrijf. Geschoten in het Poolse gehucht Puńsk, vlakbij de Litouwse grens, waar een boerenopstand op handen is, waarin Daniel met de 17-jarige Jagoda (Agata Labno), lesbienne, grapjes uithaalt, terwijl ze naar een religieus evenement rijden, waar ze beiden in beroering flauwvallen. Het is een van de vele voorbeelden waarin deze film de gelaagdheid van het conflict ‘niet-heteroseksueel en devoot gelovig’ wil tonen. Het gaat de makers niet om gemakkelijke kritiek, maar juist om de spanning tussen een binnen de context van de katholieke leer, zoals begrepen in grote delen van Polen, onverenigbare kwaliteiten van mens-zijn. 

Naast dit in beelden uiteen te zetten, zit bovenstaande ook intellectueel verweven in enkele dialogen. Nadat Jagoda na een zoveelste pesterijtje zichzelf verhangt, stelt Daniel voor dat het dorp een kruisdraging ondergaat. Om zichzelf aldus van de schuld te verlossen. Zoals te verwachten vangt hij vooral bot. Jagoda had immers zelfmoord gepleegd en wijkt daarmee af van de dood van de Messias; daarnaast speelt haar seksuele geaardheid een rol. De priester stelt aan Daniel dat de mens te allen tijde zondig is, we hebben namelijk allemaal weleens iemand uitgescholden. Dat Jagoda daar zo zwaar aan tilde dat ze zich verhangen heeft, zou daar los van staan. 

All Our Fears

Film als verlengstuk van journalistiek
Wat volgt is een klassieke ontwikkeling van een drama, zoals dat al door de Grieken weergaloos opgetekend is en in de praktijk vaak ook zo loopt. Verwijdering, verzoening, plotselinge wendingen. Het helpt dat de filmmakers Łukasz en Łukasz oog houden voor de contrasten en dat de acteurs dorpelingen van vlees en bloed neerzetten. Dit draagt bij aan de geloofwaardigheid en invoelbaarheid van het getoonde.

Tegelijkertijd heeft het ritme waarop het verhaal zich ontvouwt last van een bekende arthouse-kwaal, dat het onvoldoende aansluit op elkaar, sommige scènes te kort, andere te lang. Gezien de oorsprong van de film, komt hij meer over als een gefictionaliseerde documentaire, waarbij de nadruk vooral op de politieke boodschap lijkt te zijn gericht, hetgeen nodig is in landen waar er vooralsnog zo weinig tolerantie voor de LHBTIQ+-realiteit van de mens is. Blijf die boodschap vooral uitdragen! Tegelijk kun je constateren dat het een trend is, vooral in de arthouse-cinema, om allerlei misstanden in de wereld aan het licht te brengen, waarbij het kunstzinnige of filmische aspect van ondergeschikt belang is. Film als verlengstuk van journalistiek.

 

30 juli 2023

 

ALLE RECENSIES

Mein liebster Feind – Klaus Kinski (1999)

Mein liebster Feind – Klaus Kinski (1999):
Onmogelijke vriendschap

door Ralph Evers

Het enigma Klaus Kinski: spiegels en echo’s in het werk van Werner Herzog. 

‘Du dumme Sau’, jij stomme koe, schreeuwt Kinski een wat bangige man toe, die hem in zijn oratie onderbrak. Zijn toehoorders kijken vol verwondering en verbazing toe wanneer hij op het podium zijn Jezus-zijn verkondigt. Kinski gaat op in volkomen eigen waanzinnigheid. Een gekte grenzend aan genialiteit, zoals we hem leren kennen in films als Aguirre, der Zorn Gottes of Fitzcarraldo, tevens films die op de set voldoende gekte hebben gekend, zo blijkt uit Mein liebster Feind – Klaus Kinski. Het is die constante spanning in de persoon van Kinski die hem tot grote hoogten en met hem de films waarin hij speelde, kon brengen en die tegelijkertijd een afstand en zekere afschuw oproepen die afbreuk doen aan het eindresultaat. De oh zo stoere, onverschrokken Kinski, die niet met de jungle en de muggen om kon gaan, die last had van water en de inheemse bewoners en die om de haverklap om het minste geringste uit de bocht vloog tegen Jan en alleman. Smakelijk in beeld gebracht en verteld in anekdoten doorheen deze documentaire.

Mein liebster Feind - Klaus Kinski (1999)

Onvoorspelbare terreur
Als voorproefje van de relatie tussen Herzog en Kinski leren we over de tijd dat Herzog met zijn broer en moeder een paar maanden Kinski in huis nam en ze overgeleverd werden aan een onvoorspelbare terreur, waarin hij urenlang kon schreeuwen en huisraad kon slopen, zoals de badkamer, en er geen redelijkheid bij hem in te krijgen was. Dat de familie Herzog dat doorstaan heeft, zou een belangrijke band hebben geschapen tussen Herzog en Kinski, wat aannemelijk is, maar wat niet noodzakelijkerwijs blijkt uit het gedocumenteerde. Er lijkt net zoveel geluk geweest te zijn.

Beide mannen hebben iets onverschrokkens in hun karakter. Bij Herzog kun je aan de hand van het boek Herzog on Herzog ontwaren dat het iets eigens is. Hij heeft dat avontuurlijke, onverschrokkene en visionaire al van jongs af aan in zich. Hij deinst niet gauw ergens voor terug en hij weet te inspireren door zijn vindingrijkheid en durf. Bij Kinski is dit minder duidelijk en roept het eerder gelijkenissen met trekken van een antisociale persoonlijkheidsdynamiek op. Een dynamiek waar je doorgaans niet veel van op aan kan en die er vooral op gericht is om de eigen persoon te verrijken, met persoonsverheerlijking, status, rijkdom of een combinatie van die drie. Het is tekenend hoe angstig Kinski kon zijn en hoe graag de lokale bevolking in Peru en Bolivia tijdens het filmen van zowel Aguirre als Fitzcarraldo hem om zeep wilde helpen.

Persoonlijkheidscultus
Toch, zoals we uit de openingsscène van Mein liebster Feind – Klaus Kinski leren, kijken we graag naar mensen die de gekte in zich hebben, die een persoonlijkheidscultus weten op te roepen (dat verklaart ook enkele presidenten). Hieruit rijst de vraag op wie wie meer nodig had? Herzog Kinski of Kinski Herzog? Mijn geld gaat naar de eerste. Kinski lijkt uiteindelijk vooral voor zichzelf te kiezen. En het is de meester in Herzog geweest die nog iets uit tovenaarsleerling Kinski heeft weten te halen zoals een onvergetelijke Nosferatu. Of de overtuigde Fitzcarraldo, een rol die ooit aan Mick Jagger gegeven was, ‘oh lot, dank voor uw ingrijpen!’. Ironisch en tekenend voor de onverschrokkenheid van de meester hierbij zijn de woede-uitbarstingen van Kinski naar Herzog om die vervloekte boot over die heuvel te slepen. Het lukte Herzog, het zou Kinski zeer waarschijnlijk niet gelukt zijn. 

Mein liebster Feind - Klaus Kinski (1999)

Waarmee deze documentaire toch ook over Herzog zelf gaat, waarbij hij enkele keren zijn eigen rol in de relatie met Kinski bagatelliseert, zodat Kinski er gestoorder uit lijkt te komen. Het zou me niet verbazen dat Herzog zelf ook dicht tegen gekte aan zit, al is het maar om de thema’s die hij in zijn documentaires kiest. Grizzly Man, waar zijn protagonist uiteindelijk opgepeuzeld wordt of Lessons of Darkness, een vuurimperium dat zowel de zwarte kant van de menselijke ziel tracht te tonen als letterlijk onze voedende moeder aarde doet verschroeien. Het spreekt natuurlijk tot de verbeelding dat Herzog dit gegeven als kunst gebruikt. Om nog maar te zwijgen van zijn documentaire over Gesualdo, de geniale Italiaanse componist die de meerstemmige koormuziek min of meer uitvindt en enkele mensen omlegt of Little Dieter Needs to Fly, ware heroïek, een spiegel voor de filmmaker zelf. Had ik het enigma Kaspar Hauser al genoemd? Enfin, ik dwaal af. 

De relatie Kinski-Herzog dus, die in Kinski’s autobiografie Ich Brauche Liebe wordt gekenschetst met lange tirades jegens Herzog en tussenzinnetjes hoe belangrijk diezelfde man voor hem geweest is. De vaak onhandelbare Kinski had nu eenmaal baat bij iemand die hem kon beteugelen en misschien was Herzog wel de enige die daar werkelijk toe in staat is geweest. Herzog en mogelijk enkele vrouwen, zoals we leren van Eva Mattes, die op de set van Woyzeck samen met Kinski speelde. De indruk die echter achterblijft is er een van een eenzame man, die door zichzelf niet te begrijpen, niet begrepen is en als een storm op zoek is geweest naar begrip, erkenning en contact.

Kijk hier waar Mein liebster Feind – Klaus Kinski draait.

 

6 juli 2023

 

THEMAMAAND WERNER HERZOG