Angst essen Seele auf

****
IFFR Unleashed – 1974: Angst essen Seele auf
Liefde, eenzaamheid en exotisme

door Yordan Coban

Angst essen Seele auf (1973) van Rainer Werner Fassbinder is een film over liefde en tolerantie die zich onderscheidt door af te wijken van de te verwachte boodschap, die je vaak vindt in films over xenofobie en de multiculturele samenleving.

Het romantische drama gaat over twee eenlingen, de oudere Duitse weduwe Emmi (Brigitte Mira) en de Marokkaanse arbeidsmigrant Ali (El Hedi ben Salem). Ondanks dat ze zich bevinden in een sociale omgeving met collega’s en vrienden missen ze een intiemer gezelschap in hun leven. De twee beginnen een relatie maar ondervinden voornamelijk negatieve bejegeningen. In het naoorlogse Duitsland kon men geen begrip opbrengen voor interraciale relaties, om nog maar te zwijgen van het leeftijdsverschil.

Angst essen Seele auf

Verboden begeerte
Een goed voorbeeld van een film over xenofobie die wél de te verwachten verhaallijn volgt, is The Shape of Water (2017) van Guillermo del Toro. We zien daar twee totaal verschillende personen die ondanks de buitenwereld voor de liefde kiezen, met de dood tot gevolg. Het is in wezen een variatie op het klassieke Romeo en Julia-verhaal: het noodlot van een verboden begeerte. Angst essen Seele auf vermijdt dit noodlot en gaat verder waar een film als The Graduate (1967) eindigde.

Na hard tegen iedereen gevochten te hebben in naam van de liefde blijven in deze klassieker van Mike Nichols de personages van Dustin Hoffman en Katharine Ross achter met de vraag of het punt aan de horizon werkelijk een bevredigende liefde is. Was het niet juist de controverse die ze zo verliefd maakte? Diezelfde vraag speelt een belangrijke rol in Angst essen Seele auf. Op het moment dat de omgeving de relatie geaccepteerd heeft, lijkt de verliefdheid over. Het is dan aan de personages en het publiek om bij zichzelf te rade te gaan wat de aanvankelijke aantrekkingskracht was en wat daar nu nog van over is.

Machtspositie tussen partners
De films van Fassbinder worden gekenmerkt door hun sociaal-maatschappelijk relevante onderwerpen. De Duitse regisseur maakte films over liefde en relaties maar leek daarbij vooral geïnteresseerd in de machtspositie tussen partners. Fassbinder ging zijn tijd flink vooruit. Zijn films prediken thema’s op zwierige meanderende wijze, zoals vakbroeders Jean-Luc Godard en Werner Herzog dat ook deden.

Net als laatstgenoemde was Fassbinder frontman van de Neue Deutsche Welle, een stroming die qua invloeden weer voortvloeide uit de Nouvelle Vague, waarvan Godard een van de boegbeelden was. Beide stromingen kenmerken zich als een alternatieve niet-commerciële lowbudgettegenreactie op de tot dan toe gevestigde filmindustrie. Fassbinder werkte graag met simpele filmsets en onbekendere acteurs. Zo wist hij in zijn korte leven (hij werd slechts 37) een indrukwekkend aantal films te produceren.

Fassbinders personages zijn over het algemeen filosofisch onderlegd en geven dikwijls een psychoanalytische ontleding van zichzelf voordat de kijker dat hoeft te doen. In Angst essen Seele auf gebeurt dit niet echt. Personages worstelen met hun gevoelens maar weten zich niet altijd te uiten, hun frustraties worden eerder uitgedrukt in stiltes dan in woorden. De film bevat een aantal karakteristieke lange stilstaande shots waarin de personages leeg voor zich uit staren.

Angst essen Seele auf

Aanklacht en taboe
Fassbinder was een zelfbewuste filmmaker die ook vaak expliciet in zijn eigen films verscheen. In Angst essen Seele auf speelt hij de rol van de racistische en misogyne schoonzoon van Emmi. Toch wijzen vele interpretaties op het idee dat Fassbinder zijn sentimenten juist op Emmi geprojecteerd heeft. Deze aanname is voornamelijk te rijmen met het feit dat Fassbinder in die tijd een relatie had met El Hedi ben Salem. De filmmaker werkte graag, soms obsessief, samen met zijn muzen, regelmatig homoseksuele, lesbische of transseksuele hoofdpersonages. Zijn aanklacht tegen xenofobie strekte dus niet slechts tot raciale verschillen maar betrof ook mensen met een afwijkende genderidentiteit.

Wie in de Randstad leeft, ziet bijna niet anders dan koppels met verschillende achtergronden. Gelukkig maar, de multiculturele samenleving heeft met de jaren op dit vlak een taboe doorbroken. Het heeft wat dat betreft in vergelijking met de tijdsgeest zoals geportretteerd in Angst essen Seele auf een aangenaam niveau van tolerantie bereikt. Dit geeft ons geen vrijbrief tot berusting, de Toeslagenaffaire en het politiek activisme als gevolg van raciale spanningen van het afgelopen jaar dwingen ons nog steeds tot een indringende zelfreflectie op dit gebied.

Het thema van racisme in Angst essen Seele auf blijkt dus anno 2021 nog steeds relevant ondanks dat het al vele malen verfilmd is. Toch doen we deze film van Fassbinder te kort als we hem slechts beschouwen als een film over racisme. Meer nog dan racisme is het thema de complexe pathologische werking van liefde, eenzaamheid en exotisme.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 7 april 2021.

28 februari 2021



IFFR 1972: The Cow
IFFR 1973: Adult Fun
IFFR 1974: Angst essen Seele auf

Adult Fun

***
IFFR Unleashed – 1973: Adult Fun
Dubbelzinnige pret

door Alfred Bos

Adult Fun is een obscure speelfilm van de Engelse schilder en regisseur James Scott. De onafhankelijk geproduceerde film ging in november 1972 in première op het London Film Festival en is nadien zelden te zien geweest. Het is een rariteit die qua vorm, aankleding en psychologie de geest van de vroege jaren zeventig in een momentopname vangt.

Als zoon van twee kunstenaars – vader William Scott is een van de bekendste Britse schilders van de vorige eeuw, ook moeder Mary was artistiek angehaucht – had James Scott (1941) op de kunstacademie niet alleen belangstelling voor beeldende kunst, maar ook voor fotografie en film. Toen hij in 1970 toetrad tot het radicale Londense Berwick Street-filmcollectief had hij reeds een aantal korte films en documentaires over kunstenaars gemaakt.

Adult Fun

Scott maakte slechts een handvol speelfilms. Adult Fun was zijn eerste, de Hollywood-komedie Strike It Rich (met Molly Ringwald en de Engelse acteur Robert Lindsay) zijn laatste. Kort daarop, in 1990, verhuisde hij naar Los Angeles en verruilde film voor beeldende kunst. Al sinds de jaren zeventig zijn Scotts kortfilms en documentaires te zien geweest op retrospectieven en festivals, waaronder het IFFR.

Britse nouvelle vague
Scotts maakte zijn eerste film, het 24 minuten lange The Rocking Horse, tijdens zijn studie. Onderwerp is een ontmoeting, of eigenlijk confrontatie, van twee lagen van de Britse samenleving: de toevallige romance van een nozem (arbeidersklasse) en een schilderes (bourgeois). De acteurs waren studiegenoten, in hun eerste en enige filmrol. Drewe Henley, de antagonist, zou na een bijdrage aan de tv-serie De Wrekers (seizoen 5, aflevering 13, van april 1967) een respectabele loopbaan als acteur in film en tv-series opbouwen.

Dezelfde dynamiek zien we in Adult Fun. Een kleurloze kantoorslaaf verliest zijn baan en zijn leven begint te ontrafelen. Hij raakt betrokken bij een schimmig spionagespel en georganiseerde misdaad. Uiteindelijk verliest hij alles: zijn gezin, zijn minnares, zijn identiteit, zijn leven. Het laatste gesproken woord op de geluidsband is niet toevallig nothing. De toon van de film is antiburgerlijk, de samenleving heeft psychopathische trekjes. Ook de manier van filmisch vertellen heeft overeenkomsten met de nouvelle vague van Agnès Varda en Jean-Luc Godard.

Aldus is Adult Fun een kruising van Performance (onderwereld ontmoet artistieke bohemien) en Wonderwall (krankzinnig en niet altijd geslaagd filmexperiment), twee films die – net als Adult Fun – karakteristiek zijn voor de culturele omslag van eind jaren zestig, waarin de verbeelding en idealen van een nieuwe generatie botsten op de onvergankelijkheid van de menselijke natuur.

Beroepsnon-conformisten
Adult Fun doet denken aan de films die Pim de la Parra in de jaren zeventig en tachtig in Nederland maakte. Hij oogt rommelig, al improviserend tot stand gekomen en wellicht met onderbrekingen gedraaid. Veel scènes zijn quasidocumentair vastgelegd met één camera; de binnenscènes beroerd uitgelicht en buitenscènes onderbelicht; de dialogen soms nauwelijks verstaanbaar; de montage vaak onnavolgbaar en dat laatste letterlijk. Kortom, de onconventionele warboel die begin jaren zeventig ‘progressief’ en ‘artistiek’ werd geacht.

Tegenover de atonale pianoklanken op de geluidsband staan het plezier en de energie waarmee een groep geestverwante beroepsnon-conformisten zich inzet voor het project van de regisseur en diens script. Alle belangrijke rollen, ook de bijrollen, worden vertolkt door acteurs met ervaring in de wereld van film en/of televisie en menigeen blijkt een halve eeuw later een klinkend cv achter te hebben gelaten; veel van hen zijn inmiddels overleden.

Het geïmproviseerde karakter van de film toont zich onder meer in het gebruik van authentieke non-acteurs, zoals zwervers, dronkaards en prostituees, gefilmd in hun natuurlijke omgeving van Camden Town en Lavender Hill, wijken in Londen die bekend staan om hun markten en straatleven. Ze zijn decoratie, maar geïntegreerd in het verhaal van de film en de psychologische desintegratie van de hoofdpersoon, Chris Thompson; die wordt gespeeld door Peter Marinker, op hoge leeftijd nog steeds actief als stemacteur. Deborah Norton, die in Adult Fun debuteert als Thompsons buitenechtelijke scharrel, het fotomodel Jenny, zou zich ontwikkelen tot veelgevraagd actrice.

Adult Fun

Vervreemding
Hoezeer Adult Fun het product is van de tijdsgeest en een gedeelde mentaliteit blijkt vooral uit een scène niet lang na het begin van de film. Thompson en zijn vrouw (Judy Liebert) gaan, heel burgerlijk, eten bij een bevriende kunstenaar. Die wordt gespeeld door Bruce Lacey, in werkelijkheid een kunstenaar van het excentrieke soort, een representant van de tegencultuur van de jaren zestig. Lacey is avant-garde performance-artiest, maker van allerhande robotachtige installaties – er staat er een in het Tate – en het onderwerp van zowel een documentaire van Ken Russell (The Preservation Man, 1962) als de song Mr. Lacey, te vinden op het tweede album van Fairport Convention, What We Did On Our Holidays uit 1969.

Naast Lacey zitten op de bank zijn vijftien jaar jongere echtgenote Jill Bruce (geboren Smith), kostuummaakster en performance-artiest, en Beryl Bainbridge, actrice en een van Engelands meest gewaardeerde schrijvers van na de oorlog, al moest die faam op dat moment nog komen. Dat het drietal zich vervolgens – hij gekleed, Bainbridge gedeeltelijk ontbloot en Jill Bruce topless – amoureus verstrengelt is héél erg begin jaren zeventig.

Helemaal omdat er een roodfilter voor de lens wordt gezet en het beeld het gezichtspunt van protagonist Thompson verbeeldt. Die zit, gezellig op visite, met hoofdtelefoon op de oren in zijn eigen wereld. De vervreemding en de desintegratie van zijn identiteit zijn ingezet.

Voice-over van een geest?
In diezelfde scène is er nog iets aan de hand. De televisie staat aan en daarop zien we beelden uit de Amerikaanse sciencefiction tv-serie Lost In Space, die van 1965 – dus nog voor Star Trek – tot 1968 op de buis was. Als Adult Fun in 1970 of 1971 is gedraaid, rijst de vraag: waar komen die beelden vandaan? Op dat moment was er nog geen videorecorder. Die beelden moeten eerder zijn geschoten en vervolgens in de scène zijn gemonteerd.

Iets dergelijks gebeurt later op de geluidsband. Daar horen we de voice-over van Thompson, de hoofdpersoon, wat gezien het slot van de film helemaal niet kan. En we horen dialogen en omgevingsgeluid, regelmatig gemengd met detonerende pianoklanken. Soms is dat omgevingsgeluid muziek, zoals Honky Tonk Women van de Rolling Stones dat speelt op een jukebox. Maar niet lang daarna klinkt op de geluidsband opeens, uit het niets, James Taylor en diens Soldiers, van zijn album Mud Slide Slim, uitgekomen in maart 1971. Het is de enige song die de kijker hoort en de personages niet, de enige niet-diëgetische popmuziek in de hele film. Waar komt die vandaan?

Geeft Soldiers misschien commentaar op de handeling? Nee, dat doet het niet. Het nummer is simpelweg gekozen om zijn lengte. Het vult 1 minuut en 15 seconden op de geluidsband. Het is illustratief voor de speelse en geïmproviseerde wijze waarop de film tot stand is gekomen.

Adult Fun

Guerrilla-filmen
Elders in de film zien en horen we een straatmuzikant. Hij zingt – en niet eens zo beroerd – Helplessly Hoping, een nummer van Stephen Stills. Het was voor het eerst te horen op het debuutalbum van Crosby, Stills & Nash, verschenen in mei 1969. Die diëgetische muziek, van dezelfde straatmuzikant met hetzelfde nummer, komt later in de film terug. Niet in een voorval met Thompson, zoals de eerste keer, maar in een scène rond Jenny, zijn vriendin. Het lied is louter decor, het wordt niet thematisch ingezet. Het is het resultaat van guerrilla-filmen.

Adult Fun reflecteert op zichzelf, maar niet op een postmoderne manier. Opa, de vader van Thompsons vrouw, filmt het gezin met zijn Super 8-camera. En er is een scène in de bioscoop, de personages zien een balletfilm. Radio, televisie, media spelen geen onbelangrijke rol in de film. Ze bepalen en reflecteren het mentale landschap van de protagonist die gaandeweg meer en meer vervreemdt van de werkelijkheid.

Tegen Jenny zegt Thompson dat hij op zoek is naar wie hij is. “Whether there is anything inside me at all.” Enige tijd later merkt hij op dat je de wereld van meerdere kanten moet bekijken. Dat “detaches yourself, sets you free”. We zien een schilderij van Saturnus die een van zijn kinderen verslindt. Thompson speelt een spel met rollen, maar het personage eet de persoon op.

Dubbelzinnig
Rond diezelfde tijd wees de Engelse auteur J.G. Ballard er op – in diens collageroman The Atrocity Exhibition, de gelijknamige installatie in het New Arts Lab en de kortfilm Crash, gemaakt voor de BBC – dat de met media doordrenkte maatschappij van de jaren zestig oorzaak was van een psychose waarin realiteit en mediarepresentatie van plek zijn verruild; het simulacrum heeft de werkelijkheid overgenomen. Adult Fun lijkt iets dergelijks te willen zeggen. Is Thompson een onverbeterlijke nihilist? Of een opgeblazen ego dat niet kan leven naar zijn wensendromen?

Adult Fun is een dubbelzinnige titel. Het kan worden uitgelegd als bijtend commentaar op de wereld van volwassenen, met hun egoïsme, eerzucht, agressie, (zelf)bedrog en hebzucht. En het kan slaan op de film zelf, op de lol die een vriendenclub van grote kinderen heeft gehad in het maken ervan. Adult en fun hoeven elkaar niet in de weg te zitten.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 7 april 2021.

De documentaires van James Scott over kunstenaars als David Hockney, Richard Hamilton, Claes Oldenburg en R.B. Kitaj, inclusief de film over zijn vader William Scott, Every Picture Tells a Story (1984), zijn verzameld op de 2dvd Every Picture Tells a Story: The Art Films of James Scott, een uitgave van het British Film Institute.

26 februari 2021



IFFR 1972: The Cow
IFFR 1973: Adult Fun
IFFR 1974: Angst essen Seele auf

Cow, The

****
IFFR Unleashed – 1972: The Cow
Liefde voor een koe is de grootste liefde

door Bob van der Sterre

Een dorp. Een man. Een koe. Liefde. The Cow (Gaav) begint met een portret van een Iraans dorpje. Mash Hassan heeft een koe en verzorgt die beter dan zijn eigen vrouw. Hij wast de koe, hij boent de koe, zegt lieve woordjes tegen de koe.

Op een dag gaat hij naar de stad. En dan sterft de koe. Zijn het de heidense Bolouris-bendeleden, die al eerder in het dorp waren? Is het een slang? Is het het ‘boze oog?’ Iedereen heeft zijn eigen theorie.

The Cow

Genadeloos blootleggen
Het hele dorp komt bijeen om te beslissen hoe ze kunnen voorkomen dat Hassan het nieuws krijgt. Ze gaan zelfs zo ver om de dorpsidioot vast te binden. Hassan keert terug en mist zijn koe. Hij begin hooi te eten. ‘Ik ben niet Hassan. Ik ben zijn koe.’ Zijn dorpsgenoten zijn supergeduldig en willen hem graag helpen met zijn verdriet maar Hassan teert langzaam weg. Ze moeten wat doen.

De film (cinematografie is van Fereydon Ghovanlou) is prachtig om te zien. De locatie, een klein Iraans dorpje in een woestijn, maakt hier de film. De zwart-witbeelden zijn hier vrij letterlijk, aangezien de mensen vaak in het zwart lopen en hun huizen wit zijn. De muziek is mysterieus, de karakters van het dorp worden mooi in beeld gebracht en de woestijn en de krappe huisjes geven alles een beklemmend gevoel. Dat is met cinematografisch instinct gezien door regisseur Darius Mehrjui en dan helpt de geweldige rol van Ezzatolah Entezami als Hassan ook veel.

Met interpretaties kun je veel kanten op, dat is het aardige van deze film. Er is gelukkig niet een simpele uitleg, zoals je ook met Ionesco’s Rhinoceros, of Kafka’s Die Verwandlung, waar deze film aan beide een beetje doet denken, veel kanten uit kunt. Heeft het met politiek, psychologie, sociologie, religie of met onze omgang met dieren te maken? Dat zou allemaal kunnen.

The Cow

Islamitische Revolutie
In niet-artistiek opzicht is de film ook bijzonder. De sjah-regering vond dat het Iraanse volk te simpel en boers oogde in deze film. De film kwam alleen bij buitenlandse festivals (in 1971 voor het eerst in Venetië in 1972 dus in Rotterdam) dankzij het betere smokkelwerk. Zo ging dat in die tijd.

Frappant genoeg vond ayatollah Khomeini de film vermakelijk. The Cow zou misschien zelfs de reden zijn dat na de Islamitische Revolutie van 1979 (tien jaar na deze film) er nog films gemaakt mochten worden.

Wat me elke keer zo verbaast, is dat dit soort relatief eenvoudige filmhuisfilms al zo lang gemaakt worden (deze is dus uit 1969). Een incident is de aanleiding voor het genadeloos blootleggen van culturele kenmerken van een maatschappij. Zoals de kleien huisjes, de hiërarchie bij mannen, de religie, de rol van vrouwen. De helft van de filmhuisfilms zit nog steeds zo in elkaar. Deze ‘ truc’ van The Cow – die vast daarvoor ook al eens was gedaan – is daarna immer en immer gerecycled in de filmhuiswereld, en minder goed, want zonder de zachte humor en ontroering die je hier treft.

Het begon allemaal met een Iraanse koe!

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 7 april 2021.

24 februari 2021



IFFR 1972: The Cow
IFFR 1973: Adult Fun
IFFR 1974: Angst essen Seele auf

50 jaar IFFR in 50 films

Jubileumprogramma Unleashed: 50/50
50 jaar IFFR in 50 films
Het International Film Festival Rotterdam viert dit jaar het 50-jarig bestaan met onder meer IFFR Unleashed: 50/50. Vijftig films uit vijftig jaar IFFR zijn ieder vijftig dagen te zien. Je betaalt meestal € 4,50 per film of € 5,00 per maand.

Dit jubileumprogramma is deze week van start gegaan met acht films; elke drie weken komt er een nieuwe ‘batch’ films bij. InDeBioscoop zal het leeuwendeel van de films tot eind april bespreken.

The Cow

De liefhebber kan in deze bioscooploze periode volop online genieten van vooral speelfilms en een paar korte films. Denk aan bekende regisseurs als Apichatpong Weerasetakhul, Chantal Akerman, Rainer Werner Fassbinder, Marguerite Duras, Cheryl Dunye, Chris Marker, Eliza Hittman, Jim Jarmusch, Kelly Reichardt, Miike Takashi, Sara Driver, Sergei Parajanov en Wong Ping.

De oudste getoonde film is het fantastische Iraanse drama The Cow, dat in 1969 werd gemaakt door Dariush Mehrjui en vertoond tijdens de eerste editie van het IFFR in 1972, en de voorlopig jongste speelfilm is De nuevo otra vez, een frisse mix van documentaire en fictie van de Argentijnse regisseur Romina Paula. De laatste, vijftigste, film is bij het schrijven van dit artikel nog niet bekend.

Houd onze website de komende tijd goed in de gaten voor onze vele besprekingen van Unleashed: 50/50.

 

22 februari 2021

 
MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2021: Decepties en illusies

IFFR 2021 (februari-editie) – Deel 5 (slot):
Decepties en illusies

door Sjoerd van Wijk

Het snijvlak tussen deceptie en illusie loopt als een van de opvallender rode draadjes door de programmering van deze jubileumeditie van het IFFR heen. “All the world’s a stage” zoals een van de films uit Shakespeare citeert. Om uiteenlopende redenen spelen deceptie en illusie een rol van betekenis, van personages klem in de illusies van ideologie tot speelsere ideeën over sociale interactie.

 

Aristocrats

Aristocrats – Ouwe-jongens-krentenbrood
Aristocrats geeft een gevoelige inkijk in de wisselwerking tussen socio-economische klasse en het patriarchaat in de Japanse samenleving. Onder druk gezet door haar familie van goede komaf moet Hanaki na een afgebroken verloving op zoek naar een nieuwe man. Snel verschijnt een geschikte kandidaat, maar gaandeweg blijkt dat Hanaki in een ouwe-jongens-krentenbrood schoonfamilie is beland op zoek naar een nazaat voor hun politieke dynastie. Een ander leven dan dat van de armere Miki, die als vrijgezel een leven probeert op te bouwen in Tokio nadat ze haar studie niet kon afmaken.

Ook al gaat de sociale analyse vaak gepaard met het letterlijk poneren van stellingen weet Sode Yukiko in haar regiedebuut de strubbelingen van de twee vrouwen te vangen in prangende shots. Net zo secuur opgezet als de beelden verhaalt het scenario in hoofdstukken hoe klasse en geslacht de keuzes van Hanako en Miki sturen en beperken. Als zij elkaar onvermijdelijk ontmoeten, resoneert de botsing tussen de veiligheid van de een en de onafhankelijkheid van de ander op verrassende wijze. Aristocrats zet zo subtiele vraagtekens bij een in Japan onderbelicht thema.

 

Landscapes of Resistance

Landscapes of Resistance – Eigen gewin
In de meditatieve documentaire Landscapes of Resistance haalt Sonja herinneringen op aan haar tijd als partizaan in Servië en gevangenschap in Auschwitz. Terwijl langzaam landschapsbeelden voorbij glijden doet ze uit de doeken hoe ze zich altijd bleef verzetten met als climax de ontsnapping aan het eind van de Tweede Wereldoorlog. Haar relaas krijgt een spookachtige dimensie door de ruisende wind en overgroeide naamloze ruïnes naadloos in elkaar overspringend.

De eigenzinnigheid van deze aanpak uit zich in het persoonlijke verhaal van de maaksters Ana Vujanovic en Marta Popivoda. Zij durven hun eigen protesten te vergelijken met het heroïsche antifascisme van Sonja. De verzetsheldin als pion voor persoonlijke platgetreden puntjes over de vermeende subversiviteit inclusief platitudes over een monolithisch kwaad kapitalisme. Zo zelfvoldaan munt slaan uit een intrigerend verhaal van een overlevende uit Auschwitz voor eigen politieke punten geeft een nare nasmaak.

 

As We Like It

As We Like It – Gender in de blender
In As We Like It krijgt Shakespeares klassieke komedie As You Like It een bizarre 2021-update. Vroeger speelden mannen alle rollen. Filmmakers Chen Hung-i en Muni Wei castten hier louter vrouwen tot levendig effect. In een fictief Taipei met internetvrije zones zoeken verschillende stelletjes naar elkaar. Zo ook Orlando en Rosalind, waarin die laatste het extra moeilijk maakt door haarzelf voor te doen als een man (Roosevelt). Geestdriftig volgt de film hoe Orlando en Roosevelt verschillende beproevingen ondergaan en gender in de blender belandt.

Een recente trend in popmuziek is om popclichés op te voeren tot hallucinante hoogtes zoals bij het label PC Music of de recent overleden producente SOPHIE. Een vergelijkbare overdosis superstimuli doordringt de mierzoete romantiek van As We Like It. Hung-i en Wei laten een eclectisch geheel van popcultuur inclusief videogame verwijzingen uit de hand lopen. Al die over optimistische gekte waarin overdreven jolige actrices niet bepaald voor kalmte zorgen, beukt uiteindelijk murw.

 

La nuit des rois

La nuit des rois – Brandende fantasie
Op verbluffende wijze dompelt La nuit des rois onder in een mysterieuze wereld waar de verbeelding troef speelt. Een jongeman komt aan in de beruchte Ivoriaanse gevangenis La Maca terwijl een machtsstrijd woedt. Niet de bewakers maar de gevangenen maken binnen de muren de dienst uit en de op sterven liggende baas beroept zich op een traditie om de baas te blijven. De jongeman, Roman gekerstend, moet een nacht lang iedereen vermaken met verhalen. Op straffe van de dood waagt Roman een poging met een biografie over rebellenleider Zama.

La Maca smelt samen met Ivoriaanse mythologie en geschiedenis. Gevangenen beelden spontaan vol overgave scènes uit Romans verhaal na met hun zwierende lichamen terwijl de camera langs hen raast. Regisseur Philippe Lacôte beperkt zich niet tot de interne spanningen van de gevangenis maar vlecht die samen met de mystiek van antieke tovenarij of archiefbeelden van oud-president Laurent Gbagbo’s val tot een enerverende weerspiegeling van de Ivoriaanse samenleving. De met leuzen vol gekalkte muren houden mensen misschien fysiek op hun plaats, maar binnen brandt het vuur van de fantasie.

Het eerste deel van de 50ste editie van het IFFR (het tweede deel is van 2 tot en met 6 juni) is tevens afgesloten met de uitreiking van de Tiger Award aan Pebbles van de Indiaanse filmmaker Vinothraj P.S.. De Special Jury Awards gingen naar I Comete – A Corsican Summer van de Franse filmmaker Pascal Tagnati en Looking for Venera van Norika Sefa. Beide films zijn reeds besproken in dit verslag.

 

8 februari 2021

 
IFFR 2021 (februari-editie): Deense grimmigheid in gretig opgeklopte vertellingen

IFFR 2021 (februari-editie): Fantasierijke producties

IFFR 2021 (februari-editie): Blik op het binnenland

IFFR 2021 (februari-editie): Zwart-wit en wraak op mannen 
 
 
MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2021: Zwart-wit en wraak op mannen

IFFR 2021 (februari-editie) – Deel 4:
Zwart-wit en wraak op mannen

door Bob van der Sterre

Zwart-witfilms keren frappant vaak terug tijdens deze IFFR. Black Medusa, Bipolar, The Edge of Daybreak – zomaar wat films die zichzelf presenteren in zwart-wit. Daarnaast een nieuwe filmniche: vrouwen die (uit wraak) mannen ombrengen. Wel in sprookjesvorm!

 

Bipolar

Bipolar – Magische kreeft
In Bipolar vindt een jonge vrouw in een Tibetaans hotel een magische kreeft. In een met tierelantijnen volgehangen jeep rijdt ze naar haar doel: het eiland Ming. Daar wil ze de kreeft terugzetten in het water. Onderweg heeft ze diverse vreemde ontmoetingen.

Deze debuutfilm van Queena Li biedt voldoende eigenzinnigheid. Een kruising tussen moderniteit en ouderdom en hoewel absurdistisch zo nu en dan wordt het verhaal nergens té merkwaardig. Mooie zwart-witbeelden, aardige actrice (Leah Dou, die ook de muziek deed), een paar sterke filmmomenten, en natuurlijk die bizarre liefde voor een kreeft.

Prima uit te kijken, alleen: het beklijft niet. Ondanks de lading van belangwekkende betekenissen (een mix van filosofische en boeddhistische thema’s, en een liefdesverhaal gebaseerd op de mythe van Orpheus) is de film te weinigzeggend. De film duurt ook te lang – er had makkelijk een half uur uit gekund. In opzet en spontaniteit doet de film me ook wel denken aan Abschied von Gestern, een soort Godardfilm uit de jaren zestig van Alexander Kluge. Die film is om dezelfde reden aantrekkelijk en lastig om te beklijven.

Ik vermoed dat Bipolar er wel goed in zal gaan bij het van spirituele films smullende arthousepubliek: vooral door de combinatie dramatisch liefdesverhaal, lichtabsurdistische gebeurtenissen en de Tibetaanse cultuur. Zo’n film waarbij mensen de zaal uitlopen en ‘Prachtig!’, ‘Mooi!’ uitroepen. En wie geeft ze ongelijk, zoveel meningen, zoveel smaken.

 

The Year Before the War

The Year Before the War – Zwart-witcinema op zijn best
In The Year Before the War (ook zwart-wit) draait alles om het jaar 1913. De Let Peter (die zegt dat hij Hans heet) verliest zijn vader en zijn baan. Anarchisten bliezen het hotel op waar hij werkte. Hij moet weg uit Riga en reist naar een sanatorium in Zwitserland. Een anarchistische dame had hem uitgenodigd.

Hans/Peter reist vervolgens heel Europa rond: Praag, Wenen, Londen en Parijs. Voor communisten begint hij aanslagen te plegen. Dat streven om te helpen brengt hem alleen maar meer in de ellende. Hij kijkt in zijn spiegel en ziet zijn gelijkenis verduisteren. Zichzelf laten helen door een grinnikende Freud lukt ook al niet.

Opmerkelijk verzorgde film. Zwart-witcinema op zijn best. Over elk beeld is nagedacht met rook, lichtval, contrast, perspectieven, slow motion en geluiden. Je vindt ongewoon gefilmde scènes zoals het feestje, de vechtpartij op het plein, maar ook mooie widescreen-beelden van het landschap of van het interieur van een trein. Indrukwekkend werk van cinematograaf Andrejs Rudzāts.

Ook het script is erg boeiend en er valt heel veel over te zeggen. Er is een maar: eenvoudig is het niet. Probeer maar eens zonder geschiedenisboek kaas te maken van alle gebeurtenissen. Hoewel het natuurlijk niet echt een Letse Forrest Gump is, heeft alles wel degelijk een betekenis. Eigenlijk zou je dus eerst een uitleg moeten downloaden die je door alle scènes gidst. Dan pas realiseer je hoeveel historische grapjes en cinematografische verwijzingen je hebt gemist (de doodskist die zichzelf voortbeweegt, om er maar een te noemen).

Met al die ambities zal de film te afstandelijk en intellectueel aanvoelen voor de gemiddelde kijker – en dat is jammer, want veel echt goede films over geschiedenis heb je niet.

 

Black Medusa

Black Medusa – Negen lugubere dates in Tunis
In het eveneens zwart-witte Black Medusa pikt een jonge vrouw mannen op, of laat zichzelf oppikken. Dan vermoordt ze ze. Negen avonden met negen lugubere dates in Tunis.

Zij (Nada) zegt nooit iets. De mannen vinden het niet erg dat ze niets zegt, ze praten zelf wel honderduit. Ze verwachten makkelijke seks met een zwijgende vrouw. Maar geen van allen haalt het einde van de avond. Op haar werk (waar ze overdag gewoon heen gaat) communiceert ze door te tikken op haar mobiel, die vervolgens de zinnen uitspreekt. Ze ‘praat’ daarmee alleen met artdirector Noura. Op bezoek thuis bij Noura jat ze haar speciale jagersmes. Niet moeilijk te raden wat ze ermee van plan is.

Er is amper een plot (politie ligt net als in giallo’s te slapen) en origineel is het ook al niet zo. Neem Ms. 45 van Abel Ferrara. In wezen hetzelfde als deze film, maar dan mét wat er aan de gekte vooraf ging. Niet dat het veel uitmaakt, we kunnen het ook zelf wel invullen. Haar haat tegen mannen móet ergens vandaan komen.

Ongewone film uit Tunesië, jazeker, maar een goede film? Grootste probleem, net als bij een film als Henry: Portrait of a Serial Killer: je hebt geen band met de hoofdpersoon en kunt niet anders dan apathisch toekijken. Wat je dan overhoudt is de stijl, de kunst van de film, en die is op momenten best mooi, met fantasierijke beelden, spel met lichtval in het Tunesische nachtleven en opmerkelijk esthetische moordscènes.

 

Mayday

Mayday – Drie vrouwen in kapotte onderzeeër
In Mayday (niet zwart-wit!) krijgt Ana, bediende bij een huwelijksfeest, ervan langs van haar manager. En passant mishandelt hij haar. Een stroomstoring slaat toe, ze wordt geëlektrocuteerd, alles is duister, ze kruipt in een oven en opent haar ogen op een eiland.

Drie vrouwen in een kapotte onderzeeër verdedigen daar hun stellingen tegen mannen. Die oorlog is overal. Tegelijk doen ze mayday-oproepen: als sirenen lokken ze mannen een storm in. Marsha (de treurige bruid van het feest waar ze eerder was) pusht haar over haar grenzen en Ana wordt scherpschutter. Toch blijft ze twijfelen. Moet ze echt al die mannen omleggen?

Ik moet zeggen dat ik redelijk sceptisch deze film inging, als man zijnde. Tegelijk ben ik mans genoeg om deze film op zijn merites te beoordelen. En hoe dit zich allemaal in het hoofd van Ana afspeelt, is verrassend fantasierijk. We merken dat ook want ze ziet op het eiland allemaal bekende gezichten van het huwelijksfeest. Dan realiseren we zelf ook (als we dat nog niet wisten) dat we eigenlijk in Ana’s hoofd zitten.

Grace van Patten als Ana is goed gecast, maar boeiender is de rol van Marsha (Mia Goth, nog zo schattig in Emma). Die doet soms denken aan klassieke waanzinnig wordende legerleiders, van Sergeant Barnes in Platoon tot generaal Kurtz in Apocalypse Now. Ana: ‘Waarom nemen we de mannen niet gevangen in plaats van doden?’ Marsha: ‘Dat hebben geprobeerd. Het was vermoeiend.’ Of bij een stervende soldaat die zegt dat hij zoveel van zijn vrouw hield: ‘Ze hield vast niet zo van jou als jij denkt.’ En dan…

Deze debuutfilm van Karen Cinorre heeft in gevoelige MeToo-tijden de potentie om in verkeerde keelgaten te schieten. Zowel in die van vrouwen hatende mannen als van mannen hatende feministen. Over die verachting en misverstanden bij beide geslachten gaat deze film juist (ironisch genoeg). Mochten straks weer eens Twitterstormen hard gaan waaien, moeten al die lui niet vergeten dat het allemaal heel onschuldig is: alles speelt zich immers af in het hoofd van Ana. Het is haar verhaal en het zijn haar gekkigheden (het parodiërende dansje is een goed voorbeeld).

Minpunten zie ik meer in de vorm: het had nog mysterieuzer mogen zijn vormgegeven, het einde is mij iets té sprookjesachtig en het verhaal is duidelijk een potpourri is van allerlei films en ideeën. Je ziet hier dingen terug van Lord of the Flies, Being John Malkovich, Le Tout Nouveau Testament, Inside Out en Alice in Wonderland.

En IFFR bood trouwens nóg een vrouwen-leggen-mannen-om-film… de korte film A Woman’s Revenge. Onderdeel van Su Huy-Yu’s herfilming van Taiwanese filmgeschiedenis, in dit geval sexploitation. Totaal over de top, compleet maf, subtiliteit van een hamer. Wel esthetisch knap werk.

 

7 februari 2021

 

IFFR 2021 (februari-editie): Deense grimmigheid in gretig opgeklopte vertellingen

IFFR 2021 (februari-editie): Fantasierijke producties

IFFR 2021 (februari-editie): Blik op het binnenland

IFFR 2021 (februari-editie): Decepties en illusies

 
 
MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2021: Blik op het binnenland

IFFR 2021 (februari-editie) – Deel 3:
Blik op het binnenland

door Tim Bouwhuis

Twee lichtvoetige kanshebbers in de Tiger Competition ademen een vrije, zomerse sfeer die de coronacrisis doet vergeten. Looking for Venera en I Comete – A Corsican Summer portretteren het binnenland van respectievelijk Kosovo en Corsica met een scherp oog voor lokale tradities en de (jonge) bewoners. Het absolute competitiehoogtepunt tot nu toe komt uit Thailand.

De gefocuste coming-of-age-vertelling Looking for Venera steekt mooi af tegen het meer springerige, fragmentarische I Comete. Looking for Venera is op het eerste oog een film zoals er vele anderen bestaan: een redelijk schuchter tienermeisje zoekt naar haar (seksuele) identiteit, kijkt op naar haar zelfverzekerde vriendin en worstelt om los te komen van haar traditioneel ingestelde ouders. De uitwerking is innemend en overwegend subtiel genoeg, maar het is de setting die dit langspeeldebuut van Norika Sefa ook daadwerkelijk onderscheidend maakt. Sefa slaagt erin een klein Kosovaars dorpje om te toveren tot een ware microkosmos, waarin zelfs de jongste bewoners zich zodanig op hun gemak voelen dat ook kijkers zich thuis kunnen wanen.

Looking for Venera

Definitie boven verandering
Het is waardevol dat Venera (een gouden debuutrol van Kosovare Krasniqi) voor de verandering in dit genre eens geen ingrijpende karakterverandering hoeft te ondergaan. We zien duidelijk hoe de mensen in haar omgeving en het proces van ouder worden invloed uitoefenen op haar houding en gedrag, maar dat betekent nog niet dat zij als mens ingrijpend verandert; ze leert alleen geleidelijk haar eigen plaats in de wereld meer definitie te geven. Kijkers kunnen Venera zo überhaupt leren kennen terwijl zij zichzelf béter leert kennen. In die lijn van denken stelde Sefa tijdens een Tiger-persconferentie dat het perspectief van kijkers op die manier misschien wel meer verandert dan dat van Venera zelf – vandaar ‘Looking for Venera’.

Als coming-of-age-vertelling heeft deze film de potentie om wereldwijd aan te spreken, maar Sefa’s beeld van de dorpse omgeving is wel degelijk sterk ingebed in haar kennis van de lokale waarden, tradities en geschiedenis. Engelse taallessen voor de jeugd brengen (impliciete) verwijzingen naar de burgeroorlog met zich mee. Geroddel is aan de orde van de dag en ‘toeschietelijke’ jongedames (zoals Venera’s vriendin en lichte tegenpool Dorina) worden met de nek aangekeken. De traditionele rolverdeling tussen ouders zorgt voor het (helaas wat typisch uitgewerkte) gegeven dat moeders hun drang naar vrijheid soms onderdrukken om hun echtgenoot niet tegen zich in het harnas te jagen.

Dagboek van een draaiboek
Als dwarsdoorsnede van een dorpse omgeving doet Looking for Venera denken aan I Comete van de Franse regisseur Pascal Tagnati. De toon, mate van focus en camerastijl (Tagnati werkt met meer uitgesproken geënsceneerde, lange opnames die elkaar stelselmatig opvolgen) mogen dan verschillen, ook I Comete laat zien hoe een ‘vergeten’ plaatsje in het Europese binnenland balanceert tussen de genadeloze modernisering en de blijvende lokroep van traditie en sociale isolatie.

I Comete – A Corsican Summer

Trap niet in de valkuil te denken dat deze film standhoudt als documentaire: de meeste taferelen en dialogen komen onmiskenbaar uit een draaiboek, maar schetsen wel een aandoenlijk en divers beeld van een voorgestelde gemeenschap. Op momenten bedient Tagnati zich helaas wel heel erg van platitudes, met name als hij weergeeft hoe amateurporno de beeldschone natuur ook niet bespaard is gebleven. In een andere scène wordt een doodscultuur onder de jeugd verbeeld op de bedompte tonen van een nadrukkelijk aanwezige soundtrack. Aan de muur hangt een poster van Kurt Cobain.

Gelukkig profiteert Tagnati’s demonstratieve regie uiteindelijk van de hybride opzet: voor ieder banaal of nihilistisch tafereel is er wel een grap of lichtvoetige ontmoeting in het dorpse ‘centrum’ dat de boel qua toon net voldoende in balans brengt. Een voetbalfan klaagt over het gebrek aan ‘eigenheid’ onder Europese topteams en verraadt zo zijn eigen kijk op multiculturalisme. Een (privé?)helikopter landt uit het niets naast een buitenhuis. Een grootmoeder legt vanuit haar luie stoel geduldig uit wat er zoal mis is met ons continent. Europa is voor technocraten en bankiers. We moeten onze mond houden en doen wat ons wordt verteld. Ze spelen de armen onder elkaar uit. En vervolgens: Ik ga mijn soapopera kijken – geef jij de geraniums water?

Tocht naar de duisternis
Na het bespreken van twee vergelijkbare titels mag een vreemde eend in de bijt door zijn eigenzinnige klasse niet ontbreken. Competitietopper The Edge of Daybreak van de Thaise regisseur Taiki Sakpisit deed ondergetekende verreweg het meest balen dat Pathé Schouwburgplein dit festivaljaar niet beschikbaar mag zijn. Contrastrijke zwart-witbeelden en onheilspellende geluiden begeleiden een donkere tocht door de recente politieke geschiedenis van het land.

The Edge of Daybreak

The Edge of Daybreak is een film met lagen van perspectief: centraal staat een vrouw die getroffen is door trauma, van daaruit bekijken we het lot van een volledige familie, en op meta-niveau gaat de verbeelding over twee breekpunten in de recente geschiedenis van Thailand; een reeks studentenopstanden in de jaren zeventig en een militaire coup in 2006. Naarmate de film vordert, trekt de camera steeds verder de duisternis in, alsof de getraumatiseerde psyche van de hoofdpersoon direct samenvalt met een tocht terug in de tijd. In een interview na afloop van de online screening stelde Sakpisit dat de exacte tijdsbepaling voor kijkers niet eens zozeer van belang hoeft te zijn. The Edge of Daybreak is een bedwelmende ervaring, ergens tussen droom en realiteit, die historisch geïnformeerd trauma op een zintuiglijke manier invoelbaar maakt.

Op 7 februari wordt bekendgemaakt welke film de Tiger wint en welke speciale juryvermeldingen daar nog bijkomen. The Edge of Daybreak is na vrijdag 5 februari helaas niet meer te streamen, maar tickets voor Looking for Venera en I Comete zijn op het moment van schrijven nog beschikbaar via de IFFR-website.

 

6 februari 2021

 

IFFR 2021 (februari-editie): Deense grimmigheid in gretig opgeklopte vertellingen

IFFR 2021 (februari-editie): Fantasierijke producties

IFFR 2021 (februari-editie): Zwart-wit en wraak op mannen 

IFFR 2021 (februari-editie): Decepties en illusies

 

MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2021: Fantasierijke producties

IFFR 2021 (februari-editie) – Deel 2:
Fantasierijke producties

door Bob van der Sterre

Lichtvoetige films: ze worden in het IFFR-programma niet eens meer zó overwoekerd door het zwaarmoedig stemmende drama. Toch valt over smaak te twisten, ook hier weer. Hilarisch wordt het nergens.

 

Carro Rei

Carro Rei – Onze verhouding met apparaten
In Carro Rei zegt Uno’s vader dat hij het taxibedrijf moet overnemen. Uno heeft nog steeds verdriet om zijn moeder die overleed na een auto-ongeluk en kiest zijn eigen weg.

Op een dag keert hij terug bij de garage waar hij opgroeide. Daar herontdekt hij zijn talent om met auto’s te praten. Samen met zijn oom Zé (die samen met zijn vriendin Mercedes paaldanst) lappen ze de auto op waarin Uno’s moeder het leven liet. Ze kunnen ‘carro rei’ (koning der auto’s) laten praten. Hij wordt een soort irritante en narcistische Kitt van Knight Rider.

Bizarre film die bedoeld is om iets te zeggen over onze verhouding met apparaten. Die verandert aldoor. ‘Dat doen we al sinds de mens het eerste gereedschap uitvond, in de prehistorie’, zegt Zé.

Ik hield het ongeveer drie kwartier uit maar daarna gaat het filmlicht uit als het echt te dwaas wordt. Carro Rei gaat dan een nationalistische beweging leiden, een zeer opzichtige verwijzing naar de situatie in Brazilië op dit moment. Deze film van Renata Pinheiro (met familielid Clara Pinheiro als Amora) kan niet tippen aan de hilarische Braziliaanse film Diamantino.

 

Friends and Strangers
Friends and Strangers – Kamperen en misverstanden
In het Australische Friends and Strangers zien we hoe twee mid-twintigers (Ray en Alice) die elkaar vaag kennen samen een weekend gaan kamperen. Wat kan er misgaan? Ze liggen in een tent en raken elkaar aan. ‘Kan het niet wat langzamer?’ ‘Wat is het dan dat wij snel doen?’ Opeens staat er een kerel met een caravan naast je tent en wil praten over wandelen in de natuur. En tref je een familie die rondreist samen met de kleding van de overleden moeder. De affaire in wording sterft voor er überhaupt een kus is gevallen.

Verrassend inventief hoe dit verhaal tijdens een wandeling ineens overgaat naar foto’s op een mobiel in een cafeetje. Alice vertelt daar hoe het weekend was, terwijl Ray op datzelfde moment autopech heeft op een steenworp afstand.

Je denkt eerst aan een typisch Australische roadmovie-romcom, een lichtgewicht film die weinig kwaad doet. Dan volgt een ander tweede deel. Ray komt te laat bij een afspraak over filmen van een huwelijk, slaat daar een gat in een muur, ziet een roze schilderij dat later blauw is, ontmoet een dame die steeds haar kont prikt aan een cactus en moet een vriend doodziek bij de buren achterlaten.

De film van James Vaughn doet soms in zijn absurdisme denken aan Punch Drunk Love – maar veel minder komisch uitgevoerd. Alles draait om misverstanden. Het script biedt verder geen aanknopingspunten voor de kijker om daar dan filosofische kaas van te kunnen maken. Je wilt wel maar de film helpt je nergens mee. Het is daardoor te abstract om er dan ook emotioneel van te kunnen genieten.

Een feest van herkenning voor veel Nederlanders is natuurlijk wel het kamperen. De vraag is alleen: hoe paste er nog een cameraman in die tent?

 

The Cemil Show

The Cemil Show – Slechterik in Turkse actiefilms
In The Cemil Show kijken we naar Cemil, een bescheiden bewaker in een winkelcentrum in Istanboel met een grote droom. Hij wil de rol van Turgay Göral spelen. Een badguy in Turkse actiefilms van de jaren zeventig.

De auditie voor de remake van een van Görals films verloopt waardeloos. Cemil keert terug naar zijn bewakersbaan maar blijft geloven in zijn acteercarrière. Dan merkt hij dat collega-bewaker Burcu de dochter van Turgay is. Hij smeekt om een bezoek aan zijn idool en krijgt zijn zin. Alleen heeft Turgay net zijn laatste adem uitgeblazen.

Cemil gaat zich dan obsessief verdiepen in Turgays geschiedenis. Hij bestudeert zijn notities over acteren, bekijkt zijn films talloze keren. ‘Ik schoot honderden mensen in mijn films. Ik stak ze neer in hun rug, martelde ze, ontvoerde ze, stal van de armen en brandde huizen plat.’ Cemil verandert zelf langzaam in een Turgay-film. Burcu’s leven ontspoort op hetzelfde moment. Verdriet om de dood van haar vader (moeder was al overleden) en haar promotie-affaire met haar baas, meneer Zafer, pakt heel anders uit dan ze hoopte.

Een moedige poging van nieuwkomer Baris Sarhan om een soort ontsporende dramady te maken. Het is een poging want het lukt uiteindelijk niet: daarvoor is het tempo van de film te traag, de opzet te weinig stijlvast (springt alle genres over: komedie, spanning, horror, drama) en het obsessieverhaal te weinig verrassend.

Sterkste punt zijn de cinematografische verwijzingen. Naast een link met de film Play it again, Sam! (Humphrey Bogart souffleert Woody Allen zoals Turgay Göral een gids is voor Cemil) is er ook een link met de sleazy films van de jaren zeventig. Die zijn heel aardig gekopieerd, met geluiden, kleding, snorren. En wie heeft soms niet geschiedenisheimwee?

 

The North Wind

The North Wind – Wachten op het dertiende uur
The North Wind – door Renata Litvinova geschreven, geacteerd en geregisseerd – is een soort fantasyfilm over een matriarchale samenleving in een onbepaalde tijd. We zien alle hoofdrolspelers in het paleis van matriarch Margarita jaarwisseling na jaarwisseling. Iedereen rookt en drinkt erop los. Het is wachten op het ‘magische dertiende uur’ (want dan begint de periode van liefde).

Voorlopig is er vooral ellende. Benedikt, zoon van Margarita, verandert als zijn vrouw Fannie (piloot) crasht. Fannies dood werpt een schaduw op de familie. Zijn nieuwe vrouw, Fannies zus Faina, wordt nooit echt geaccepteerd.

Vrouwen zijn hier de leiders, actiehelden, openen champagneflessen. Mannen zijn huwelijksmateriaal en beklagen zich over ontrouw van hun vrouwen. ‘Ze bezocht verschillende vrouwenfeestjes en dronk tot de vroege ochtend!’ Benedikt en zijn zoon Hugo zijn lege persoonlijkheden. Margarita ziet het zelf ook: ‘Iets gebeurde er met het mannenbloed. Ze bleven kinderen.’

Deze neo-sf-fantasy-familiesoap is aardig maar niet boeiend genoeg om je op het puntje van de stoel te krijgen. Daarvoor duurt de film ook veel te lang (ruim twee uur), zijn de scènes te veel theaterachtig (zonder écht interessant te worden) en voel ik me als kijker niet betrokken bij deze karakters. De leeftijden kloppen ook van geen kant (oma en kleinzoon ogen even oud) maar dat kun je misschien nog toeschrijven aan de fantasie. Misschien was een achtdelige serie een beter idee geweest om dit fantasiekoninkrijk tot zijn recht te laten komen.

Wat de film laat liggen aan verhaal, biedt het wel in het ongelooflijk mooie set design. Die verdient op zijn minst een Oscarnominatie, als die prijs zich nog serieus wil nemen.

 

5 februari 2021

 

IFFR 2021 (februari-editie): Deense grimmigheid in gretig opgeklopte vertellingen

IFFR 2021 (februari-editie): Blik op het binnenland

IFFR 2021 (februari-editie): Zwart-wit en wraak op mannen 

IFFR 2021 (februari-editie): Decepties en illusies

 

MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2021: Deense grimmigheid in Shorta en Riders of Justice

IFFR 2021 (februari-editie) – Deel 1 :
Deense grimmigheid in gretig opgeklopte vertellingen

door Tim Bouwhuis

Ondanks de afgeslankte line-up zijn er tijdens het eerste luik van deze IFFR-jubileumeditie toch twee redelijk vergelijkbare films uit Denemarken te zien. Shorta en Riders of Justice ademen actualiteit door aan de hand van grimmige, gretig opgeklopte vertellingen thema’s als politiegeweld, terrorisme en complotdenken te behandelen.

Helaas zorgen de aangezette, uitgelijnde scenario’s er in beide gevallen voor dat de uitwerking van die thema’s zich nauwelijks serieus laat nemen. Let op: om deze kritiek concreet te kunnen maken, neemt dit verslag het niet al te nauw met spoilers.

Adrenaline en amusement
Shorta, het regiedebuut van Frederik Louis Hviid en Anders Ølholm, begint letterlijk met een “I can’t breathe”-moment. Een tiener wordt bekneld door twee politieagenten. Dat zij blank zijn, en hij niet, mag natuurlijk geen toeval zijn. Even later leren we uit een nieuwsfragment dat de tiener Talib heette en dat het voorval hem uiteindelijk fataal is geworden. Twee andere politieagenten begeven zich op dat moment richting Svalegården, een buurt die zo berucht is dat de politiemacht van Kopenhagen haar doorgaans mijdt. In het kielzog van een verdacht voertuig belanden de twee hoofdpersonen er uiteraard wél, waarop het niet lang duurt voor de boel uit de hand begint te lopen.

Shorta

Svalegården blijkt een soort ‘Hotel California’: de agenten raken zodanig ingesloten dat ze op den duur – ironisch genoeg – ronddolen in een gevangenis zonder spijlen. De avond valt, er wordt geschoten en de geluidsband draait overuren. Deze thriller, die ook nog eens rijk aan actie is, zadelt kijkers zo al dan niet expliciet op met een dilemma. Shorta (een Arabische, vaak laatdunkend gebruikte term voor de politie) is pure adrenaline, en dus voor velen (puur) entertainment. De thema’s die de film aansnijdt vragen echter juíst om een meer nuchtere analyse, waarin de kritieke karakterschetsen en de vele plotwendingen niet direct naar de marge verdwijnen door het hoge verteltempo.

In een interview na afloop van de online vertoning stelde een van de regisseurs dat hun intentie altijd was geweest om geen directe oplossingen te presenteren voor de problematiek (sociaaleconomische verloedering, stelselmatig racisme, spiralen van geweld) die Shorta inzichtelijk poogt te maken, maar, vrij geparafraseerd, juist de grijze ethische gebieden te verkennen die je automatisch betreedt als je het oog van de storm eenmaal bereikt hebt. Curieus genoeg komt de film alleen allesbehalve grijs over.

Plot vol tegenstellingen
Het begint met de twee hoofdpersonen, die vrij letterlijke tegenpolen van elkaar zijn. Mike (Jacob Lohmann) is een barse alfa die zich makkelijk op laat hitsen, en het aan het begin van de film uitschatert als zijn collega een misplaatste anekdote over zigeuners vertelt. Jens (Simon Sears) voelt zich duidelijk wat ongemakkelijk als Mike zigeuners na zijn schaterlach verder begint te discrimineren, en het daarbij eigenlijk heeft over ‘vreemdelingen’ in het algemeen. “Dit is Denemarken niet”, roept hij even later. Op dat moment zijn de twee al even gearriveerd in Svalegården, wat de regisseurs duidelijk hebben gemaakt door de agenten in slow motion uit het autoraam naar een passerende moslima te laten kijken. Het conflict tussen de agenten en de buurtbewoners begint met een sleutelscène: een tiener wordt staande gehouden en door Mike tot zijn onderbroek aan toe gefouilleerd. Op de achtergrond zwelt het gejoel aan, en als de agenten deze Amos (Tarek Zayat) met zich mee willen nemen, vliegt de eerste steen tegen de autoruit.

De overduidelijke verschillen tussen de twee agenten zijn een zwakke, doorzichtige basis voor de verdere verloop van de plot. Het is een kwestie van tijd voor Jens, die steeds openlijker gaat twijfelen aan het politieoptreden dat tot Talibs dood leidde, en Mike, die stelt dat politieagenten het koste wat het kost voor elkaar moeten blijven opnemen, met elkaar op de vuist zullen gaan. De twee agenten wekken bewust of onbewust de indruk dat de politiemacht in twee kampen kan worden verdeeld. Die indruk blijft zelfs bestaan als de regisseurs (die het scenario ook voor hun rekening namen) plotwendingen gaan gebruiken om de dramatische spanning te verhogen. Aan de ene kant moet Mike op haast therapeutische wijze zijn vooroordelen onder ogen zien als hij door een verwonding afhankelijk wordt van, jawel, de goedwillende medische verzorging van Amos’ nietsvermoedende Pakistaanse moeder. Aan de andere kant zal Jens uiteindelijk een voor zichzelf traumatische gebeurtenis veroorzaken die het vertrouwen in zijn eigen werk definitief wegneemt.

Kijken naar “de ongelukkigen”
In iedere wending is zo duidelijk de pen van de scenaristen te herkennen dat de geloofwaardigheid telkens ver te zoeken blijft. Shorta doet wat dat betreft sterk denken aan het overmatig gelauwerde Les Misérables (Ladj Ly, 2019), waarin de agenten (daar zijn het er drie) eveneens verschijnen als karikaturen die elkaar naadloos aanvullen in hun gedrag en blik op de situatie. Ook in die film raken de agenten geïsoleerd in een zogenoemde probleembuurt waar de vlam steeds feller in de pan slaat (en zigeuners toevallig ook een belangrijke rol in het conflict spelen).

Niemand twijfelt eraan dat deze “probleembuurten” (tussen aanhalingstekens, want de politie is (mede) verantwoordelijk) bestaan, en het is op zichzelf ook zeker geen probleem dat de regisseurs van beide films geen directe oplossingen kunnen of willen voorzien. De dwarsliggers zijn de rigide scenario’s, die aangezette karakterschetsen en plotontwikkelingen op de context projecteren en de integriteit van het geheel op die manier aantasten.

Regisseur met handtekening
Een vergelijkbaar manco ondermijnt Riders of Justice, de film die vooraf breed werd uitgelicht als programma-opener en in principe ook nog regulier zal worden uitgebracht. Regisseur Anders Thomas Jensen (Adam’s Apples, Men & Chicken) heeft de afgelopen twintig jaar een behoorlijke status opgebouwd in het mixen van drama en donkere humor, niet in de laatste plaats dankzij zijn vaste acteurs Mads Mikkelsen (Casino Royale, Jagten) en Nikolaj Lie Kaas (Reconstruction, de Dossier Q-reeks). Riders of Justice is duidelijk herkenbaar als een komedie van zijn hand; de vraag is alleen of de verkozen wisselingen van toon en insteek ook daadwerkelijk goed uitpakken.

Riders of Justice

Het drama begint met een bomaanslag in de metro, die de moederfiguur wegvaagt uit de levens van militair gediende Markus (Mikkelsen) en zijn dochter Mathilde (Andrea Heick Gadeberg). Markus’ boosheid kan geen kant op en zijn trauma krijgt langzaam vorm. Zijn dochter is ontvankelijker voor hulp, maar haar vader blokkeert iedere poging tot toenadering en raadt haar ook af om spirituele troost te zoeken. Er was waarschijnlijk lang geen schot in de situatie gekomen als Markus niet zou zijn opgezocht door de excentriekelingen Otto en Lennart (Kaas en Lars Brygmann). Deze verstrooid uitziende whizzkids, die in de meest willekeurige situaties met onmogelijke statistieken komen aanzetten, zijn ervan overtuigd geraakt dat de aanslag in de metro geen ongeluk was. Aan de hand van kansberekeningen, getuigenobservaties van Otto en de nodige hulp van een al even excentrieke hacker (Nicolas Bro) komen de twee tot een samenzweringsthese die in de richting wijst van motorclub Riders of Justice.

De radicalisering van ‘complotdenkers’
Je kunt Jensen en zijn groteske typetjes een aantal geslaagde grappen zeker niet ontzeggen, maar toch raakt de film al snel verstrikt in de verschillende netten die hij zelf uitgooit. Zo heeft de verhaallijn rond het verdriet van Mathilde en de band met haar vader best wat potentie, maar wordt iedere aanzet tot welgemeend drama door Jensen zelf weer om zeep geholpen. Mikkelsen acteert goed, zoals we van hem gewend zijn, en Gadeberg is erg beloftevol, maar de meeste andere acteurs schmieren er bewust op los, waardoor de personages nooit geloofwaardig bij elkaar komen.

Dat heeft vooral consequenties als de samenzweringsthese van het drietal het ensemble daadwerkelijk aanzet tot gewelddadige actie. Moeten kijkers daadwerkelijk geloven dat een computernerd zijn onderdrukte frustraties moeiteloos botviert op een volautomatisch geweer, en hooguit even twijfelt om de genadeklap uit te delen? Natuurlijk niet, dat is de aangezette genre-insteek, maar daar komt de film wel in de knel met de duidelijk doorschijnende boodschap over het voorgestelde gevaar van complottheorieën en, daaraan gelinkt, van extremisme of radicalisering.

Riders of Justice

Riders of Justice behandelt dat flink geactualiseerde onderwerp op de meest banale manier mogelijk: de twee ‘complotdenkers’ van dienst maken één cruciale fout, waardoor er aan het einde van de rit overal lijken op straat liggen. De getraumatiseerde Markus wordt daarbij meegesleept in de überhaupt giftige gedachte dat er wraak valt te behalen, waardoor hij zijn militaire kennis en fysiek op gruwelijke wijze misbruikt.

Door de gewelddadige loop krijgt Jensens blik op de samenzweringsthese enorm veel gewicht, maar dat gewicht is niet terecht, aangezien Jensen in een interview ook niet veel verder komt dan de holle leus ‘Complotdenkers, het zijn allemaal losers!’. Riders of Justice zit zo verstrikt in de spanning tussen het luchtige amusement dat Jensen met zijn karakteristieke zwarte humor brengt en de serieuze onderwerpen waar hij op gedramatiseerde wijze iets over wil zeggen.

Shorta en Riders of Justice zijn allebei online te zien (geweest) tijdens dit eerste luik van de IFFR-jubileumeditie. Shorta is nog beschikbaar tot en met vrijdag 5 februari om 16:00, Riders of Justice tot en met donderdag 4 februari om 21:30. Van deze twee titels zal alleen Riders of Justice met zekerheid nog regulier fysiek en/of ‘on demand’ uitgebracht worden.
In een tweede, later te verschijnen verslag aandacht voor positieve hoogtepunten uit de Tigercompetitie.

 

4 februari 2021

 

IFFR 2021 (februari-editie): Fantasierijke producties

IFFR 2021 (februari-editie): Blik op het binnenland

IFFR 2021 (februari-editie): Zwart-wit en wraak op mannen 

IFFR 2021 (februari-editie): Decepties en illusies

 

MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2021 – 15 filmtips

15 filmtips IFFR 2021

door Bob van der Sterre

Met veel minder films dan normaal, kan het ook niet anders zijn dan dat onze voorbeschouwing flink ingekort is. Hieronder 15 filmtips, per drie verdeeld in genres. Wil je weten hoe het IFFR dit jaar werkt en hoe je de kaartjes voor de online voorstellingen koopt? Lees onze eerste preview.

15 filmtips IFFR 2021: Sweat

Bizar & horrorachtig
IFFR schaamt zich steeds minder voor genrefilms. Dit zijn ook niet echt genrefilms, maar wel films die erg duister zijn en tegen horror aankleven. Ook in dit genre en mogelijk interessant: Liborio en Dead Beautiful.

Bipolar
Vrouw gaat naar Lhasa (waarom weet ze zelf ook niet precies) en verandert door ontmoeting met een ‘heilige’ kreeft in een hotel. Variatie op de mythe van Orpheus.

Trailer van Bipolar belooft prachtige shots en een onvervalste Twin Peaks-vibe, met muziek en surrealistische beelden. Lastig om in te schatten of dit een hele film boeiend blijft maar deze debuutfilm van Queena Li oogt alvast artistiek erg gedurfd, waar je juist vaak erg flauw wordt van de stilistische eentonigheid van films in het IFFR-programma.

The Edge of Daybreak
Een familiegeschiedenis is getekend door opstanden in 1970 en de coup in 2006 in Thailand. Veel emotionele problemen ontvouwen zich.

Vooral stilistisch interessant deze film, denk ik. Veel trage zwart-witbeelden met mooie, merkwaardige shots. Een film die vervreemdend, hypnotiserend en ‘duister’ is. Verwacht ook wel een film over heftige thema’s. Tweede film van Taiki Sakpisit.

Black Medusa
Nadia spreekt met mannen af en slaat ze dan in elkaar. Negen nachten met Nadia in de vorm van een film noir, giallo, etc.

Moeilijk wat te maken van de beschrijving op de site van IFFR, maar ik verwacht een stilistisch fantasierijke film met schokkende beelden en een merkwaardig verhaal. Het is afwachten of dat iets interessants oplevert voor een complete film. In elk geval zie je Tunis een keer anders dan anders. Eerst lange speelfilm van Youssef Chebbi.

Historisch
Net als bij IDFA is geschiedenis een populair thema. Komt de hang naar de twintigste eeuw door al het gedoe in onze tijd? Of herontdekken we deze fascinerende eeuw gewoon keer op keer? Voor de liefhebber in dit genre is er ook nog: Quo vadis Aida (fictieversie van het drama van Srebrenica).

Dear Comrades!
In 1962 kwamen de arbeiders in Novotsjerkassk in opstand. Dat werd bloedig onderdrukt en pas in 1990 werd bekend wat er dertig jaar eerder had plaatsgevonden in de Sovjet-Unie.

De keuze van de toon van de film is sober en spannend – heel wat anders dus dan de satire The Death of Stalin. Met de zwart-wit-filmstijl doet het een beetje denken aan Der Hauptmann. Actrice Julia Vysotskaya komt zelf uit Novotsjerkassk en wist ook niets van dit drama. Regisseur Andrey Konchalovskiy is de oudere broer van de bekende Russische regisseur en acteur Nikita Michalkov en draait al lang mee: zijn eerste korte film dateert zelfs nog van vóór het jaar dat deze film uitbeeldt.

The Year Before the War
Peter (noemt zichzelf Hans) reist in 1913 door Europa. Hij raakt verstrengeld door de idealen van de verschillende politieke stromingen van die tijd.

Letse film (debuut van Davis Simanis) wekt nieuwsgierigheid op. Ziet eruit als een film die niet snel in een hokje te duwen is, net zo goed absurd als surrealistisch, net zo goed stijlvol als spannend (en ook weer in zwart-wit!). Historische thriller doet wel een beetje denken aan het gegeven van Forrest Gump.

First Cow
Een ontmoeting tussen een kok en een Chinese immigrant in Oregon 1820. Ze gaan samen op pad.

Film van Kelly Reichardt focust zich op de vriendschap tussen de twee mannen – en dat twee uur lang. Verwacht dus een zéér kalme film met vermoedelijk mooie acteerprestaties. En widescreen landschapsbeelden. Reichardt is een beetje bekend van Wendy and Lucy (2008) en Meek’s Cutoff (2011).

Lichtvoetig, absurd & fantasierijk
Fantasie steeds minder een taboe? Ik ben voor! Ook erg fantastisch klinken Mayday, Destello Bravío en The North Wind.

Carro Rei
De zoon van de eigenaar van een taxibedrijf kan praten met auto’s. Leuke vaardigheid? Niet echt als wrakken beginnen te klagen over hun leven.

Film bevat vast veel politieke dubbelzinnigheden die ons misschien ontgaan. Weet ook niet of dit gegeven boeiend blijft voor een hele film (klinkt meer als een goede korte film) maar het prikkelt op zijn minst de nieuwsgierigheid. Film van Renata Pinheiro (tweede echte speelfilm).

The Cemil Show
Een Turkse actieklassieker met in de hoofdrol een stoere kerel krijgt een remake. Een beveiligingsbeambte ziet zijn kans, doet auditie, maar krijgt de rol niet. Hij wordt in zijn dagelijkse leven zo vaak vernederd dat hij langzaam maar zeker verandert in zijn eigen stoere held.

Bekend gegeven? Inderdaad, doet erg denken aan Woody Allens Play It Again, Sam. Toch oogt deze komedie uit Turkije veelbelovend, al was om allerlei insidersgrapjes van genrefilms en zo te zien geslaagd komisch acteerwerk. Eerste film van Baris Sarhan.

Mandibules
Twee niet al snuggere mannen ontdekken een reusachtige vlieg in hun kofferbak. Kunnen ze er geld mee verdienen?

Elke keer vraag je je af: kan Quentin Dupieux nog absurder? Deerskin was behoorlijk maf. Realité en Wrong waren net zo hilarisch als onvoorspelbaar. Deze film is denk ik meer ‘comedy’ dan absurd. Ik verwacht mafheid in de trant van Dumb and Dumber, grappig acteerwerk en zoals gebruikelijk een prima score. Of het zo’n indruk maakt als Realité betwijfel ik.

Misdaad
Misdaad is nooit weggeweest, maar dit jaar weer wat meer aanwezig in het programma, zo lijkt het. Afgezien van deze films, lijken ook Lone Wolf en Madalena interessante producties.

Riders of Justice
Een treinongeluk. Een overlevende neemt contact op met de man die zijn vrouw verloor in het ongeluk. Was het wel een ongeluk? Een wraakverhaal begint.

Anders Thomas Andersen is een beetje de Deense Shane Black, met scripts voor actiekomedies als In China They Eat Dogs (1999), Old Men in New Cars (2002) en zijn eigen films Adam’s Apples (2005) en Men & Chicken (2016). Mads Mikkelsen steelt hier vermoedelijk de show, maar de liefhebber van Deense actiefilms (zijn die er?) zijn misschien ook wel blij met de terugkeer van Nikolaj Lie Kaas, die in al bovengenoemde films speelde.

Sexual Drive
Een driedelige film over eten, afrodisiacum, verlangens en seks.

Zo’n film die aldoor over seks gaat zonder ook maar een seksscène te bevatten. Dat dwingt al respect af. IFFR wijst zelf al naar de klassieker Tampopo (1985). We moeten maar zien of de film dit weet waar te maken want regisseur Yoshida Kota heeft ook wel wat twijfelachtige films op zijn naam staan.

Sweat
Sylwia Zajac is een Instagramberoemdheid. Een fitnessgoeroe die miljoenen verdient met haar online openheid. Maar er is een prijs: ze krijgt last van een stalker.

Ongetwijfeld gaat deze film de leegheid van de social mediaster laten zien (het zou wel origineel zijn als we juist zien hoe overgelukkig zo’n iemand is!). Vermoedelijk best spannende film met veel drama (of drama met spannende elementen) die wel eens een publieksfavoriet zou kunnen worden. Aan de trailer kun je al zien dat Magdalena Kolesnik een geslaagde cast is voor de best moeilijke rol van Instaster. Film van regisseur Magnus von Horn (van The Here After) is een Zweeds-Poolse coproductie.

Drama & mensen
Ook op IFFR: veel rustige films over mensen. Opvallend: deze producties hebben allemaal iets met hitte en zomer. Veel opties in deze categorie: Looking for Venera, Aurora, Suzanne Andler en Drifting klinken ook interessant.

I Comete − A Corsican Summer
Het is augustus en heet op Corsica. Bewoners in een dorpje kletsen met elkaar op straat en hebben het gezellig. Langzaam maar zeker leren we ook de diepere kanten van de bewoners kennen.

Eerste lange film van Pascal Tagnati is meteen een erg lange film (twee uur), maar belooft veel intermenselijke warmte. Deze film met veel amateuracteurs moet wel een mooi portret opleveren van het Corsicaanse leven. Of er iets beklijft, is een tweede. Aan de lange kant maar tempo past vast bij de zomerse hitte van de film.

Pebbles
Zuid-Indiaas dorpje waar mensen leven van landbouw. Alleen heeft een langdurige droogte zijn sporen achtergelaten. Na een ruzie lopen vader en zoon in de ziedende hitte naar huis.

Roadmovie-gegeven is natuurlijk verre van origineel (niets is zo makkelijk om culturen te schetsen via een roadmovie). Aan de andere kant: hoe vaak zie je ze in India? Ik verwacht een heftige, emotionele en hartverwarmende film over een vader-zoonrelatie. Debuutfilm van P.S. Vinothraj.

Friends and Strangers
Ray en Alice, vrienden, worstelen met de druk van de maatschappij. Ze presteren niet veel. Hun ambities zijn nog geringer. Als ze gaan kamperen, blijkt dat ook hun vriendschap onder druk staat.

Lastig te zeggen wat je hebt aan deze Australische productie. Kan een aangename menselijke film zijn, deze debuutfilm van James Vaughn, maar misschien ook wel iets te algemeen. Sowieso prettig om te zien dat de portie doffe ellende in IFFR-films iets lijkt te zijn afgenomen.

 

 

30 januari 2021

 
Preview: IFFR 2021 in zes vragen en antwoorden
 
 
MEER FILMFESTIVAL