IFFR 2022 – Deel 4: Misdaadfilms die de adem benemen

IFFR 2022 – Deel 4:
Misdaadfilms die de adem benemen

door Bob van der Sterre

In ons vierde en laatste verslag van IFFR 2022 kijken we naar drie misdaadfilms. Een Italiaans-Nederlandse productie, een Kazachse misdaadkomedie en een documentaire-drama dat de adem beneemt.

 

The Last Ride of the Wolves

The Last Ride of the Wolves
Pasquale is een crimineel op leeftijd. Hij komt uit het zuiden van Italië en woont en werkt in het noorden. Dat werken is klussen in de misdaad. Hij wil nog een keer een grote klapper maken. Daarvoor moet hij samenwerken met echte criminelen: ‘De Wolven’, kermisexploitanten. Hij regelt een magazijn, coördineert de misdaad, leent geld.

Hij rijdt rond met zijn zoon, de Italiaans sprekende Nederlander Alberto, op zoek naar zijn contactpersoon voor de misdaad. We luisteren naar Pasquales monologen in de auto – soms doorspekt met herinneringen. Pasquale wordt steeds gestresster naarmate de datum van de heist dichterbij komt en hij alsmaar niets hoort van zijn contactpersoon.

The Last Ride of the Wolves is een ander type misdaadfilm dan je gewend bent. Een rustige, onderhoudende en realistische film. Je kijkt naar de voorbereiding van een kraak alsof het een documentaire is van hoe dat gaat. Dat komt ook door de stijl van de cameravoering, die stiekem mee lijkt te kijken. Het doet me een beetje denken aan Collateral of Wheeler, en het tv-programma Taxi (en varianten). Ik vind het wel aardig hoe Alberto de Michele rondom die bron van filmen een verhaal bedacht heeft. Ik heb wel eens wat losse scènes zo gezien maar nooit eerder een hele film op die manier.

Goede film, die na een wat moeizaam begin steeds beter wordt, inclusief plot. De film is alleen wel wat ingetogen – zeker voor Italiaanse begrippen. Wat meer flair had de film wat cinematografischer gemaakt. De muziek is sowieso fantastisch, de titels zijn mooi, het acteerwerk is degelijk, en wat je mist zijn dan een paar momenten van vuur die de film wat meer pit hadden gegeven.

De film is van Alberto de Michele, die ook Alberto speelt. Pasquale speelt zijn vader en is ook zijn vader: Pasquale de Michele. Het zal vast voor veel bijzondere vader-zoonmomenten hebben gezorgd op de set.

 

Life of Crime: 1984-2020

Life of Crime: 1984-2020
Ademloos. Dat is wat je bent als je deze film kijkt, met echte mensen, die echt aan (kleine) misdaad doen en verslaafd zijn. We volgen drie – en nog wat – personen in Newark in hun strijd tegen zichzelf. Ze willen het goede doen maar verslavingen zitten herstel in de weg.

Je ziet Rob in 1984 kledingzaken leegroven en de spullen dan op de zwarte markt verkopen. Heeft zijn vader in huis. ‘Hij was altijd dronken.’ En dan stelt hij en passant zijn tweede vrouw met kind voor, Deliris. Even later is hij in de bajes. En er weer uit. ‘Shit, ik moet terug. Ik heb mijn gebit daar laten liggen.’

Zijn maat Freddie, die alarmen steelt om zijn eigen auto niet te laten stelen. En ook verslaafd is aan drugs. ‘Ik wil niet high worden, want ik wil goed doen, maar ik kan niet goed doen met al die problemen.’ ‘Kun je geen hulp zoeken bij je vrienden die geen crimineel of verslaafde zijn?’ ‘Al mijn vrienden zijn criminelen of verslaafden.’

En Deliris, als ze een paar jaar later zich aan het prostitueren is. Je ziet haar de vrachtwagen instappen, daarna afrekenen, en haar spuit zetten. ‘Ik zou echt willen dat mijn leven anders was geweest.’

Deze HBO-documentaire is formidabel mooi in eerlijkheid en rauwheid. Je zal als kijker regelmatig wegkijken (althans ik) omdat het drugsgebruik zonder ingetogenheid in beeld wordt gebracht. Er zijn ook wat lugubere momenten. Maar ook aandoenlijke momenten van immense vriendelijkheid.

De film werkt omdat Rob, Deliris en Eddie geen kwade karakters zijn. Ze hebben alleen ongelukkige keuzes gemaakt, en leefden in de jaren tachtig en negentig in de getto’s van Newark midden in de crack- en aidsepidemie.

Regisseur Jon Alpert had in 1984 een vooruitziende blik toen hij deze karakters ontmoette en besloot ze te blijven volgen. Hij kon het niet laten om ze af en toe een spiegel voor te houden maar weet eigenlijk ook wel dat zijn woorden geen partij zijn voor hun hardcore drugsverslaving.

Als je drie personen volgt over ruim dertig jaar – en je brengt het terug tot twee uur – is de kwaliteit van de selectie heel hoog. Je ziet talloze verbazingwekkende beelden. Rob die helemaal aan het spacen is midden in een getto. Eddie die rondrijdt omdat hij niet weet wat hij moet doen. De kinderen die hun verslaafde moeder de les lezen. En vooral dit beeld: verhuurder met muts op, ooglapje en sigaret bungelend aan de mond die zegt: ‘Bedroom’. Had zo een scène in een speelfilm kunnen zijn.

 

Assault

Assault
Een groep gewapende figuren met maskers loopt een zeer geïsoleerde school binnen. Als ze beginnen te schieten, rent een leraar weg, maar hij had net zijn klas opgesloten.

Deze komische Kazachse misdaadfilm midden in de winterse steppen is een vreemde. Alhoewel er duidelijk wat humor is (neem de positieve fitnessfanaat of hoe de bende binnenloopt), zit je toch een beetje te gissen naar waarom dit verhaal. Gaat het over hun eigen demonen die ze moeten verwoesten? Of zijn het verwijzingen naar de Kazachse cultuur? Ik kwam er niet achter.

Het begin van de film van Adilkhan Yerzhanov is wel sterk, droogkomisch, verrassend. Visueel zit de film in de sneeuw ook goed in elkaar. Echt een voor de filmzaal. De opzet voor het tweede deel is ook wel aardig (klungels bereiden een inval voor) maar mist denk ik toch wat kracht door het gebrek aan satire of humor. Of Kazachse humor is gewoon ‘apart’.

Deze film is nu nog niet te zien op IFFR maar komt later dit jaar langs in het Big Screen Competition-programma.

 

2 februari 2022

 

IFFR 2022 – Deel 1: Opgroeien onder het oog van God
IFFR 2022 – Deel 2: Hoofdcompetitie(s) geparkeerd
IFFR 2022 – Deel 3: Mafheid in overvloed

 

MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2022 – Deel 3: Mafheid in overvloed

IFFR 2022 – Deel 3:
Mafheid in overvloed

door Bob van der Sterre

In het derde deel over IFFR 2022 kijken we naar de merkwaardigste films van het festival. Van een moderne medusa-vertelling tot een bizarre Japanse actiefilm. Openstaan voor het ongewone is essentieel om deze eigenzinnige films te waarderen.

 

Medusa

Medusa
Jonge vrouwen gaan ‘s avonds op stap met een masker op. Ze slaan vrouwen ‘met een losse moraal’ neer. Mariana merkt dat die losse moraal best aantrekkelijk is. Is ze niet de duivel zelf?

De film van Anita Rocha da Silveira hervertelt de medusa-mythe met een feministische twist. De film gaat over de moeilijke positie van vrouwen in de mannenmaatschappij van Brazilië. Mannen zijn in deze film vervelende paramilitairen en enge reli-leiders, met een enkele aardige dokter ter compensatie.

Tegen de film spreken de lengte (twee uur) en het arthouse-maniertje om de hoofdpersoon (meestal een knappe jonge vrouw of man) de hele film op de voet te volgen, met een paar honderd overbodige close-ups als gevolg. Mooie mysterieuze momenten verzuipen in een zee van beelden die cinematografisch minder interessant zijn.

Daar staan wel een paar boeiende passages tegenover, zoals plotseling in het bos wakker worden; met 80’s synthesizermuziek gemaskerd over straat zwalken (à la A Clockwork Orange); zingen in een neonkerk. Al met al biedt de film toch te weinig om twee uur lang boeiend te blijven.

Het medusa-thema is in de mode: vorig jaar had IFFR al de film Black Medusa. En haal deze film niet door de war met de in 2020 verschenen horrorfilm met dezelfde naam…

 

Battlecry

Battlecry
Jalili Haya is namens de Wereldbank op zoek naar de oorzaak van ‘shadow mind’. Dat ontstaat omdat arme mensen de drug golden monkey gebruiken, waardoor je niet meer hoeft te eten en te drinken. Blijf je het te lang gebruiken, word je een enorme schaduw.

Samen met soldaat Yamagata Soji zoekt Haya naar de samenhang. Sporen leiden naar een oude reactor, waar Yamagata zelf een geschiedenis heeft.

Battlecry is voor de liefhebber van een ingewikkeld verhaal met veel geklets tijdens stilstaande scènes. De houterige en eenvoudige animatie pakt soms goed uit (schetsen van locaties) maar oogt soms wel erg simpel. Dan moet je ook niet te snel oordelen. Regisseur Yanakaya: ‘Jarenlang zette ik na mijn werk de computer aan en werkte ik aan deze film. Het was lang alleen mijn eigen project.’ Hij vertelt ook dat hij hierdoor meer focus legde op het verhaal dan op de animatie.

Yanakaya’s solo-aanpak betekende dat hij geen concessies hoefde te doen. Er zitten daardoor een aantal manga-ongebruikelijke dingen in de film. Zoals de omgang tussen de twee hoofdpersonen en hun dialogen. Zij is opgewekt en ijdel, overtuigd van haar eigen sex appeal. Hij is mat en passief. Is zij gevangen door een Shadow, zegt hij: ‘Red jezelf, ik mag niet vechten zonder toestemming van de staat.’ Dat is mooi maar je kunt geen meesterwerk verwachten, daarvoor was het budget voor de animatie simpelweg te gering.

 

Please Baby Please

Please Baby Please
De pittige Suze (huisvrouw) leeft met de zachtaardige Arthur (klarinettist). ‘Hou je van me?’ ‘Ik ben gevoelig voor atmosfeer.’ Ze krijgt woede-uitbarstingen door zijn gebrek aan mannelijkheid. De komst van een asociale groep rock-‘n-rollers veroorzaakt een reactie bij beiden.

In Please Baby Please heeft elk karakter wel iets met stereotypen in seksualiteit te maken. ‘Ik hou ervan als mannen de leiding nemen.’ ‘Wel, dat is niet Arthur! Hij weigert om een man te zijn.’ ‘Ik ben wel een man maar ik weiger me als een man te gedragen.’ Gay, hetero, relaties, seks: het staat allemaal onder spanning in deze film.

Opvallender dan het thema is misschien nog wel de enorme overgestileerdheid. Met kleuren: blauw, magenta, paars, rood en bruin. En theatrale en overdreven details: kapsels, make-up, decors. De film van Andrea Kramer (gast van deze IFFR) oogt hierdoor als een theaterstuk over 50’s-clichés (de rock-‘n-rollers, bohemiens, eerste vaatwasser) dat gemaakt is in de 80’s/90’s (saxofoon, films van Jean-Jacques Beineix, dromen die aan Twin Peaks doen denken (‘Bobby’ Dana Ashbrook heeft ook een bijrol)).

Deze ‘campy’ stijl werkt wel door de doorlopende man-vrouwhumor in de dialogen. ‘Hoe krijg je als vrouw respect?’ ‘Makkelijk. Wees saai. Mannen vinden alles wat saai is, geweldig.’ Of: ‘Maakt seks je niet mannelijk?’ ‘Soms denk ik dat Suze in mij zit.’ Jammer misschien dat de film iets te gretig wil sprankelen. Te veel uitzinnigheid, te veel onnodige musicalstukken maken de film meer kitsch dan nodig.

Hoe dan ook geen dertien-in-dozijn film die je op de achtergrond kan laten kabbelen. Er gebeurt van alles. Andrea Riseborough haalt al het vreemde in zich naar boven voor haar hoofdrol. Variety noemde de openingsfilm van IFFR: Andrea Riseborough Is Transfixing in Genderqueer Pseudo-Musical Extravaganza, en IFFR een duistere West Side Story met de regie-stijl van John Waters. Deze zinnen zijn wel treffend voor de bizarre ervaring die deze film is.

 

The Mole Song: Final

The Mole Song: Final
Speederoni is spaghetti met speed erin. De yakuza-familie van Todoroki wil een grote slag slaan met de Sicilianen waar deel 2 van deze trilogie over ging: Mole Song Hongkong Capriccio. Reiji Kikukawa probeert nog steeds om ze als undercover op heterdaad te betrappen. Alleen maakt hij zich steeds ongeloofwaardiger.

Ook al heb ik de twee voorgaande delen niet gezien, ik heb me best vermaakt. Als je een manga verfilmt (Mogura na Uta) kun je het beste zo doen: alle remmen los. Het ene moment zit je te schateren, het andere moment geloof je je ogen niet. Net als bij Andrea Kramer zie je hier mateloze uitzinnigheid. Wat verwacht je anders van de man die ons ooit The Happiness of the Katakuris bracht?

Het blijft fascinerend hoe makkelijk de films van Takashi Miike genres afwisselen. Deze film is actiefilm, misdaadkomedie, pure slapstick, onderbroekenlol, rampenfilm, bovennatuurlijke film en romantische komedie. De humor is zoals je kunt verwachten bij deze aanpak hit and miss. Na verloop van tijd herken je elke grimas van hoofdpersoon Tôma Ikuta: een soort Jim Carrey maal 1.000. Soms word je wel verrast. Het verrassingsfeestje. De scène met de baas die hem ‘test’ (inclusief dikke kus van een collega).

Veel ideeën maar afgezien van een vermakelijke maffe film, blijft er niet zoveel hangen. Hoe dan ook: mafheid in overvloed.

 

31 januari 2022

 

IFFR 2022 – Deel 1: Opgroeien onder het oog van God
IFFR 2022 – Deel 2: Hoofdcompetitie(s) geparkeerd
IFFR 2022 – Deel 4: Misdaadfilms die de adem benemen

 

MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2022 – Deel 2: Hoofdcompetitie(s) geparkeerd

IFFR 2022 – Deel 2: 
Hoofdcompetitie(s) geparkeerd

door Tim Bouwhuis

Opvallend dit jaar is dat de vaste etalage van het festival, de selectie Tigers, volledig ontbreekt en dat ook de titels uit de Big Screen Competition niet voor publiek beschikbaar zijn.

In onze preview bevestigde de perswoordvoerder van het festival dat deze opmerkelijke keuzes veel van doen hebben met het onderscheid tussen de rechten voor fysieke vertoningen en vertoningen On Demand. Alle Tiger-makers zijn gestrikt met een fysieke vertoningsruimte als leidende gedachte. Eerder deze maand moest het IFFR rigoureus overgaan tot een offline editie, waarna onder meer een hoop zogeheten ‘Limelight’-titels (de meest toegankelijk geachte festivaltitels, vaak op voorhand voorzien van een Nederlandse distributeur) in allerijl werden geschrapt.

Vorig jaar liep dat anders, omdat de programmeurs toen al in een veel vroeger stadium uitgingen van een inzet op online rechten. Het is niet te zeggen of sommige Tiger-makers (en/of producenten) dit jaar alsnog akkoord zouden zijn gegaan met een On Demand-slot, maar aangezien het om een vastomlijnde competitie gaat, heeft men natuurlijk één standaard willen handhaven: de hoofdcompetities blijven tot nader order verschoond van publieke vertoningen.

Met Mes

Met Mes

Vertonen zonder momentum
Nu de bioscopen weer zijn geopend, hoe schrijnend ook voor de festivalorganisatie, kunnen er wellicht al voorzichtige eerste plannen gemaakt worden om de Tiger-titels en de films uit de Big Screen Competitition alsnog voor een (Rotterdams) publiek aan te bieden. De vraag is daarbij wel hoeveel ruimte en draagvlak er nog voor dergelijke vertoningsmomenten kan worden gecreëerd.

De ‘Tigers’ zijn traditioneel niet de meest toegankelijke films en hun makers moeten nog aan de wereld worden voorgesteld, maar normaliter profiteren ze van het momentum dat een fysiek festival met zich meebrengt. Vorig jaar was daarvoor ruim op voorhand een ‘Juni-editie’ op touw gezet, maar dit jaar heeft de organisatie ondanks de beperkingen vastgehouden aan het klassieke slot in januari en februari.

Dat betekent dat de ‘geparkeerde’ films straks dus zonder momentum een publiek moeten vinden, bijvoorbeeld in een themaprogramma in Lantarenvenster, en daarbij ook nog eens moeten kunnen rekenen op de coulance van Rotterdamse filmtheaters en distributeurs (die samen eveneens een overvloed aan uitgestelde titels willen en moeten wegwerken).

Met het mes naast de boter
De meeste titels uit de Tiger-competities en de Big Screen Competition waren de afgelopen anderhalve week wel voor nationale en internationale pers te zien. Als redactie vonden we het weinig zinvol hier uitgebreid(er) verslag van te doen, maar tijdens de inventarisatie van het aanbod stuitte ondergetekende wel op twee films die hoe dan ook op een Nederlandse release kunnen rekenen. Het is ironisch dat juist Met Mes, de nieuwe film van Sam de Jong (zijn Goldie werd in 2020 nog in Nederland uitgebracht) met Hadewych Minis en Gijs Naber, ook voor pers nog niet online te bezichtigen was. De achterliggende reden schijnt eenvoudig door (“dit moet op groot doek gezien worden”), maar op deze manier is de IFFR-selectie helemaal een formaliteit geworden, aangezien pers en publiek er nu hoe dan ook pas samen iets over te zeggen zullen hebben als de film wordt uitgebracht. Dat gebeurt in Nederland op 14 april.

Sowieso valt Met Mes, naar verluidt “zowel een media-satire als een tragedie over de menselijke aard”, wat uit de toon tussen de dertien andere genomineerden, die doorgaans de norm volgen van een eerste of tweede filminzending en (zeker de laatste Tiger-jaren) nog niet of nauwelijks doorgebroken zijn in het festivalcircuit. Er zal een uitzonderingsredenering of compromis van zekere soort aan ten grondslag liggen, want De Jong is met Met Mes al aan zijn derde langspeler toe, en zijn doorbraak voor het grotere publiek was al in 2015 met het Refn-eske Prins.

Splendid Isolation

Splendid Isolation

Product van pandemische tijdperk
De bekendste maker onder de genomineerden voor de Big Screen Competition is zonder meer de Pools-Nederlandse regisseuse Urszula Antoniak (Nothing Personal, Code Blue). Op de aftiteling van Splendid Isolation zijn de credits van distributeur September Film al vermeld en de verwachting is dat de film ergens in 2022 in de Nederlandse zalen moet gaan draaien.

Het verhaal is een typisch product van het pandemische tijdperk: twee geliefden die elkaar door een mysterieuze ziekte niet meer kunnen aanraken proberen hun zegeningen te tellen in afwachting van de dood. Antoniak maakt het kijkers bepaald niet makkelijk door haar personages en hun wereld nooit behoorlijk te introduceren, maar alle uitersten van hun bestaan in ‘splendid isolation’ wel compromisloos te tonen in een film die de tachtig minuten nauwelijks aantikt. Het allegorische uitgangspunt (de dood als een fysiek naderend gegeven) is teruggebracht tot een kernachtig mood piece, dat bij vlagen helaas verzeilt in overdadige lyriek maar optimaal profiteert van de onovertroffen filmlocatie (Terschelling).

Laten we gezien de reeds geplande release van Splendid Isolation maar hopen dat een andere gegadigde de zogeheten VPRO Big Screen Award en het bijbehorende prijzengeld (dat tenminste voor de helft opgaat aan de distributie) opstrijkt. Zo kan er gegarandeerd nog één extra titel rekenen op een publiek.

 

30 januari 2022

 

IFFR 2022 – Deel 1: Opgroeien onder het oog van God
IFFR 2022 – Deel 3: Mafheid in overvloed
IFFR 2022 – Deel 4: Misdaadfilms die de adem benemen

 


MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2022 – Deel 1: Opgroeien onder het oog van God

IFFR 2022 – Deel 1:
Opgroeien onder het oog van God

door Cor Oliemeulen

In het eerste deel van ons verslag van IFFR 2022 – dit jaar niet op locatie in Rotterdam, maar enkel online van 26 januari tot en met 6 februari – bespreken we vier debuutfilms van vrouwen met opgroeiende meisjes/vrouwen in de hoofdrollen. Opvallend is het loslaten van christelijke dogma’s om volwassen te kunnen worden.

 

Noche de fuego

Noche de fuego
Ana leeft in een wereld waarin het gevaarlijk is om een meisje te zijn. Haar moeder dwingt haar om haar haren af te laten knippen (de meest ontroerende scène van de film) en is boos als Ana lippenstift opdoet. Een paar jaar later begrijpt ze pas goed waarom. Zelfs in het afgelegen stadje hoog in de Mexicaanse bergen zijn meisjes niet veilig voor drugskartels en mensenhandel. Veel moeders hebben een ondergrondse schuilplaats gemaakt waarin hun dochters zich moeten verbergen zodra bandieten in aantocht zijn. De meeste vaders verblijven elders om geld te verdienen (en als het meezit op te sturen), terwijl de achterblijvers werken in de papavervelden, die regelmatig door helikopters van de overheid en de Amerikanen met gif worden besproeid.

Filmmaakster Tatiana Huezo gebruikte de populaire roman Prayers for the Stolen uit 2012 van Jennifer Clement als uitgangspunt voor haar eerste speelfilm, Noche de fuego (Nacht van vuur), die al tijdens de wereldpremière in Cannes als veelbelovend debuut werd aangemerkt. In haar sociaal-realistische benadering, afgewisseld met poëtische scènes in de natuur, toont ze personages in levensechte situaties, wat ze eerder succesvol in haar documentaires deed. In de angstaanjagende context van corruptie, drugsoorlog en mensenhandel zijn de korte momenten van magisch en vreugdevol escapisme van een opgroeiend meisje en haar twee beste vriendinnen bittere noodzaak.

 

Freda

Freda
Gessica Geneus debuteert met een gezinsdrama in haar geboorteland Haïti. Alsof de aardbeving van 2010 en de orkaan van 2016 nog niet genoeg waren (de miljoenen die werden ingezameld, kwamen nauwelijks bij de bevolking terecht), is het leven in een trieste buitenwijk van hoofdstad Port-au-Prince niet te benijden. Zeker als je opgroeit in een paternalistische maatschappij waarin vrouwen traditioneel het onderspit delven. In Freda is het titelpersonage tegenpool van haar oudere zus Esther, die crème gebruikt om haar huid lichter te maken en haar onzekere bestaan graag vergeet door met een senator te trouwen. Freda (Nehemi Bastien) is idealistisch en discussieert met haar medestudenten antropologie over politiek en maatschappij, tenminste als hun leraren niet weer staken.

Meer dan te focussen op karakterontwikkeling laat de filmmaakster de kijker kennismaken met haar land, dat als eerste in Latijns-Amerika onafhankelijk werd, maar decennialang werd geteisterd door dictaturen en staatsgrepen. Ze toont de spagaat waarin veel jongeren zich bevinden. Weggaan of blijven? Socialisme om de armoede te bestrijden of toch maar weer een dictatuur, die volgens sommigen onrust en geweld kan oplossen? Creools spreken of Frans, de taal van de koloniale overheersers? Protestantisme of voodoo? Ondertussen gaan de politieke spanningen door, waarbij authentieke beelden van de onlusten de geloofwaardigheid ten goede komen. De confrontatie in de finale tussen dochter Freda en haar strenggelovige moeder Jeannette, werkt weliswaar als een catharsis, maar net als de tienerdochter in Noche de Fuego blijft het perspectief van Freda ongewis.

 

Clara Sola

Clara Sola
Dat levenservaringen en psychologische, morele groei leiden tot een bepaalde volwassenheid geldt niet alleen voor tieners. In de sterke debuutfilm van Nathalie Álvarez Mesén speelt Wendy Chinchilla Araya de veertigjarige Clara, die de intelligentie en sociale vermogens van een kind bezit. In haar dorp wordt Clara niet alleen gezien als zonderlinge verschijning, die bovendien lijdt aan een aandoening die haar rug krom laat groeien. Haar moeder beweert dat Clara geneeskrachtige gaven heeft en voor God werkt. De zaken lopen goed door de constante stroom van hulpbehoevenden. Het leven is overzichtelijk, totdat Clara zich aangetrokken voelt tot een sympathieke jongere man. Hij stelt zich open en laat haar in haar waarde, waardoor een vriendschap ontstaat.

De filmmaakster plaatst het verhaal in de natuur van Costa Rica met bijna paradijselijke geluiden van vogels, insecten, water en wind. De combinatie van de geluidsband en de beelden roept zintuigelijke ervaringen op: alsof je zelf soms dingen ruikt, proeft of voelt, net als Clara, die regelmatig op de huid wordt gevolgd. Nadat Clara heeft gezien dat haar vriend de liefde bedrijft met een andere vrouw ontwaken bij haar seksuele gevoelens. Ze raakt verward en dringt zich op. In die nieuwe emotionele toestand ontwikkelt het filmdrama zich verder door enkele magisch-realistische gebeurtenissen. Is Clara toch gezegend met bijzondere gaven? Nadat ze op symbolische wijze heeft afgerekend met de religieuze terreur van haar moeder ondergaat Clara in de slotscène een wonderbaarlijke openbaring.

 

As in Heaven

As in Heaven
Een meisje loopt neuriënd door het korenveld. Ze plukt een paardenbloem en blaast de pluisjes in de lucht. Steeds meer pluisjes vormen een wolk, die steeds groter wordt. De hemel trekt dicht en er ontstaat een immense rode wolk. Bloed druppelt op haar huid. Dan ontwaakt de veertienjarige Lise (Flora Ofelia Hofmann Lindahl) uit haar droom. Die blijkt de voorbode van onheil dat komen gaat. Lise’s moeder is hoogzwanger en schreeuwt het uit van pijn. Ze wil geen dokter, want God zal over haar waken. Gedurende een etmaal volgen we de verschrikkingen van de uiterst zware bevalling en zien we hoe Lise omgaat met dit drama, waarvan ze denkt dat zij mogelijk schuldig daaraan is.

In haar debuut As in Heaven laat Tea Lindeburg zich inspireren door een roman van Marie Bregendahl die zich afspeelt op een Deens eiland eind negentiende eeuw. De veertienjarige Lise is de oudste dochter van een herenboer van een groot gezin dat wordt opgevoed met de Bijbel. Tegen de zin van de norse vader zal Lise binnenkort naar school gaan. Tot die tijd speelt ze met haar zusjes, broertjes en nichtjes en stoeit ze met een jongen die op hun boerderij werkt. Maar dan slaat de horror toe, want het kraambed van moeder kleurt roder en roder en de baby komt maar niet. Terwijl Lise moet zorgen voor de andere kinderen wordt ze heen en weer geslingerd tussen geloof, bijgeloof en ongeloof. Haar hoofdrol is krachtig, maar het feministische script blijft wel erg lang in de misère hangen.

 

28 januari 2022

 

IFFR 2022 – Deel 2: Hoofdcompetitie(s) geparkeerd
IFFR 2022 – Deel 3: Mafheid in overvloed
IFFR 2022 – Deel 4: Misdaadfilms die de adem benemen

 

Alles over IFFR 2022


MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2022: 15 aanraders

IFFR 2022: 15 aanraders

door Bob van der Sterre

IFFR is (opnieuw) sterk getroffen door de coronacrisis. In een week dat de cultuurinstellingen nog dicht moeten zijn, begint het grootste filmfestival van Nederland, noodgedwongen online – en met veel minder films. Daarom ook in vergelijking met andere jaren een uitgeklede tiplijst: 15 aanraders voor IFFR 2022.

Wil je meer weten over het programma, de programmaonderdelen, hoe je kaartjes kunt kopen of waarom het festival zo uitgekleed is? Lees dan onze Q&A over IFFR 2022.

Dit zijn 15 aanraders van onze redactie. Noot vooraf: we moeten de films zelf ook nog zien, het gaat hierbij ook om gut feeling. De IFFR-verslaggevers van InDeBioscoop wensen alle digitale IFFR-gangers in elk geval veel plezier!

Actie
The Mole Song: Final
Takashi Miike, dus héél erg maf. Wie daar zin in heeft – en ook in wat bizarre actie – kan altijd bij Miike terecht. Lees onze review van The Happiness of the Kakaturis die vorig jaar te zien was bij 50 jaar IFFR. Deel drie van een trilogie na Undercover Agent Reiji  (2014) en Hong Kong Capriccio (2017).

 

Animatie
Battlecry
Japanse animatiefilm die eigenlijk een sf-drama is. Debuut van Yanakaya draait om een klassiek animatiethema: de moderne wereld versus het verleden.

 

Drama
Hold Me Tight
Matthieu Amalrics nieuwste film is een verhaal vol flashbacks. Een vrouw die rondrijdt en een man die in zichzelf praat. Verhaal ontvouwt zich niet meteen duidelijk dus geduld is een schone zaak. Worthalter was bij Imagine nog erg griezelig in Cosmoganie.

 

Noche de fuego
Eigenlijk hoef je weinig meer te weten dan de eerste zin van de beschrijving op de website van IFFR: ‘Drie meisjes – Ana, Paula en María – wonen in een afgelegen bergdorp, dat wordt beheerst door drugskartels.’ Daarmee zie je de hele film al voor je. Ongetwijfeld veel griezelige psychologische stress in deze film van Tatiana Huezo.

 

Fantastisch
Freaks Out
Film over een groep bovennatuurlijke vrienden (freaks), die het fascistische Rome van 1943 moeten ontsnappen. Net als met Micmacs van Jean-Pierre Jeunet moet je voor deze film ook een flinke dosis fantasie aanboren. Film van Gabriele Mainetti, die in 2015 het even fantasierijke Lo chiamavano Jeeg Robot maakte, neemt wel de tijd: 141 minuten.

 

Geschiedenis
Anatomy of Time
Jakrawal Nilthamrongs tweede speelfilm (Vanishing Point won in 2015 de Tiger Award) gaat op een subtiele manier over de militaire tijd van Thailand. Klinkt als een arthouse-thema dat al vaker betreden is, maar zo te zien krijg je wel veel esthetisch mooie beelden.

 

Klassieker
Every Week Seven Days
Deze film uit 1964 van Eduard Grečner belooft een echt experimentele film te zijn. Vermoedelijk genieten geblazen – als je tenminste niet terugdeinst voor wat experiment van de Tsjechische new wave. Uit het programma Cinema Regained.

 

Misdaad
The Last Ride of the Wolves
Pasquale wil zijn ‘laatste heist’. Daarvoor werkt hij samen met ‘de wolven’. Gebaseerd op een waargebeurd misdaadverhaal. Lastig om te zeggen of deze film wat toevoegt aan het overvolle genre van misdaadfilms, maar ik ga deze Nederlandse productie van debutant Alberto de Michele wel een kans geven.

 

Life of Crime: 1984-2020
Regisseur Jon Alpert volgde drie mensen in Newark die overleven op drugs en misdaad. Realistisch, triest, rauw, maar vermoedelijk ook puur en humanistisch. Temeer de film zich over zo’n lange periode uitstrekt. Alpert maakt al sinds 1983 documentaires over misdaad, dus hij weet wat hij doet.

 

Muziek
Italo Disco. The Sparkling Sound of the 80s
Een film over Italo Disco? Je moet het omdraaien: waarom geen film over Italo Disco? Een van de merkwaardigste en ook mafste dance-scènes van eind jaren zeventig, begin jaren tachtig, eindelijk ontrafeld. ‘Een magisch virus.’

 

Ontroering
The Cathedral
Deze net-niet-debuutfilm van Ricky D’Ambrose gaat over hoe een katholieke familie omgaat met de uitdagingen die de jaren tachtig en negentig bieden. Vanuit het perspectief van een jongetje. Vermoedelijk een mooie en ontroerende film maar blijft lastig oordelen op basis van de trailer.

 

Satire
France
Lea Seydoux speelt sarcastische, cynische nieuwslezers France. Veel spot op de Franse politiek en media. Misschien niet echt een origineel gegeven maar wel interessant wat Bruno Dumont (o.a. La vie de Jesus en Flandres) ervan gemaakt heeft, en hoe geestig Lea Seydoux is in de rol van de cynische France.

 

Spanning
Inexorable
Een schrijver en uitgeefster krijgen op een vakantiehuisje een bezoek van een buitenstaander. Bekend gegeven: de mysterieuze indringer die voor stress zorgt. Film van Fabrice de Welz, regisseur van onder andere Calvaire, en met een serieuze Benoît Poelvoorde.

 

Medusa
Film van Anita Rocha da Silveira is een hervertelling van de medusamythe. Strak gestileerde film met 80’s synthesizermuziek. Lastig te zeggen of dit een hele film boeiend blijft maar in elk geval gewaagd.

 

Theater
The king of laughter
Tony Servillo als de komische legende Eduardo Scarpetta. Vermoedelijk een redelijk heftig speelfilmportret van Mario Martone (o.a. L’amore Molesto uit 1995). Film duurt 133 minuten dus reken op veel Servillo. Mocht je echt de smaak voor het theater krijgen door deze film, dan is What Beat you Nothing vermoedelijk ook wel iets voor je.

 

20 januari 2022


MEER FILMFESTIVAL

 

 

 

Medusa

IFFR 2022 in zes vragen en antwoorden

Alles over IFFR 2022 in zes vragen en antwoorden

door Bob van der Sterre

IFFR 2022 is bij voorbaat getekend door het coronavirus. Eind december volgde een onvermijdelijk persbericht na de stijgingen in besmettingen: alles is online. In dit stuk leggen we in zes vragen en antwoorden uit wat je kunt verwachten als IFFR 2022-bezoeker.

1. Wanneer is het IFFR 2022 precies?
De 51ste editie van International Film Festival Rotterdam (IFFR) vindt plaats van 26 januari tot en met 6 februari 2022.

Het idee was oorspronkelijk om een hybride festival (dus deels online, deels fysieke voorstellingen) te organiseren. Het is nu een volledig digitaal festival.

Dit zegt IFFR: “Vanwege de continu veranderende maatregelen en beperkingen omtrent Covid-19, heeft de organisatie het moeilijke besluit genomen om de komende editie van IFFR online te laten plaatsvinden in kleinere vorm. De eerder aangekondigde plannen voor een omvangrijk programma op locatie waarbij filmliefhebbers uit binnen- en buitenland bijeenkomen in Rotterdam zijn niet langer haalbaar.”

En dat is een domper in het eerste festival na de speciale vijftigste editie in 2021. Lees de hele reactie op de website van IFFR.

IFFR 2022 in zes vragen en antwoorden

2. Waar vind ik het programma voor IFFR 2022?
Het programma van de films vind je op de website van IFFR. Kijk bij A-Z voor een alfabetische volgorde. Wil je dat IFFR voor jou een keuze maakt? Probeer de Film Finder.

3. Waarom is het IFFR 2022 zo’n uitgekleed festival?
Net als vorig jaar is het een uitgekleed festival. Er zijn ongeveer vijftig films te zien voor het publiek. InDeBioscoop vroeg het IFFR om een toelichting waarom het zo uitgekleed is. De perswoordvoerder van het IFFR legt het in een kort interview uit:

Kunnen jullie uitleggen aan het IFFR-publiek waarom het niet mogelijk is om álle films publiekelijk te vertonen?
“Het publiek kan met de zorgvuldig gemaakte selectie van vijftig films die de volle breedte van het programma laat zien, juist wel alle films zien. Het programma dat door de programmeurs is samengesteld, biedt het publiek de mogelijkheid om drama, actie, thriller, documentaires in tien dagen tijd allemaal te zien. Daarnaast zullen op een later moment in de Rotterdamse bioscopen voor het publiek de competitieprogramma’s (Tiger Competition, Big Screen Competition en de Ammodo Short Competition) worden vertoond. Behalve dat IFFR een fysiek programma aan het publiek dit jaar wil aanbieden, is een andere reden het onderscheid van vertoningsrechten tussen fysieke en online vertoningen.”

Waarom viel de keuze op de films die nu in de publieke programmering staan?
“De programmeurs hebben pakweg vijftig titels geselecteerd voor de echte die-hard filmliefhebbers. Het is voor het eerst sinds 1978 mogelijk om ons hele programma te zien! Het gaat om een dwarsdoorsnede van al onze programmaonderdelen, zoals Harbour, Bright Future, Lime Light, Cinema Regained, RTM en een prachtig focusprogramma over Amanda Kramer. Later in het jaar wanneer cinema’s weer open zijn, presenteren we onze competitieprogramma’s op het grote doek aan het Nederlandse publiek.”

Wat moest er allemaal (in allerijl?) geregeld worden toen besloten werd om het festival online te organiseren?
“Behalve de opzet van het festival van een fysiek naar een online-festival waarbij de inzet van mensen niet meer nodig was, zoals de inzet van technici en honderden vrijwilligers die IFFR een warm hart toedragen, is in allerijl een geheel nieuw filmprogramma opgezet voor publiek. Voor filmprofessionals was al eerder besloten om het programma online aan te bieden.”

Wanneer zou je ondanks alle problemen straks IFFR 2022 toch een succes kunnen noemen?
“IFFR is een internationaal platform voor film(kunst) dat ook deze 51ste editie publiek, filmmakers en filmprofessionals weet te verbinden. Juist in deze tijden is het belangrijk dat we er zijn.”

4. Hoe kun je op IFFR 2022 een kaartje kopen en de films online bekijken?

Please Baby Please van de Amerikaanse regisseur Amanda Kramer is de openingsfilm van IFFR 2022.

Please Baby Please van Amanda Kramer is de openingsfilm van IFFR 2022.

5. Welke IFFR-programma’s kan ik bezoeken tijdens IFFR 2022?
De IFFR-programma’s rommelen een beetje door aanpassingen vanwege de coronacrisis. Bright Future en Harbour waren in 2021 uitgesteld tot het juni-gedeelte van IFFR. De Big Screen Competition, Tiger Competition en Ammodo Tiger Short Competition zijn niet opgenomen in het publieke programma. Volgens IFFR komen die dus later dit jaar. Dit is er nú aan speciale programma’s:

6. Wat doet InDeBioscoop dit jaar aan IFFR?
We verslaan deze IFFR opnieuw met een fijn team van drie ervaren verslaggevers: Cor Oliemeulen, Tim Bouwhuis en Bob van der Sterre. Houd de website van InDeBioscoop de komende weken in de gaten voor ons verslag van IFFR 2022! Wil je ons steunen? Like de website op Facebook en abonneer je op onze nieuwsbrief!

 

18 januari 2022

 

MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2021 (juni-editie) – Dicht op elkaar

IFFR 2021 (juni-editie) – Deel 3:
Dicht op elkaar

door Sjoerd van Wijk

Het IFFR gooide voor het tweede deel van haar jubileumprogramma de zalen open in het enige land ter wereld waar de volksvertegenwoordiging voor een strategie van kudde-immuniteit koos. Dat leidt begrijpelijkerwijs tot een tweedeling in de filmgemeenschap. Zij die zich laten verblinden door de schoenkeuze van een minister konden in de zaal pretenderen dat de crisis voorbij is, andere filmliefhebbers mochten streamen.

 

Everything Is Cinema

Everything Is Cinema – Desillusie
In een van de weinige films op het IFFR waar de coronapandemie expliciet een rol speelt, waart een vergelijkbaar cynisme rond. In Everything Is Cinema vertelt filmmaker Don Palathera als de fictieve Chris over hoe zijn plannen om in navolging van Louis Malle een documentaire over Calcutta te maken al snel in het water vallen als het virus om zich heen begint te grijpen. In plaats daarvan zit hij opgescheept in een appartement met zijn vrouw Anita.

Gepresenteerd als een uit noodzaak gemaakte documentaire fulmineert Chris over de nietsvermoedend door het beeld dartelende Anita (gespeeld door co-scenariste Sherin Catherine). Hij zanikt over haar vermeende oppervlakkigheid of filosofeert over cinema zelf voordat hij uit mededogen met zijn kijker beelden van het pre-pandemieleven in Calcutta toont, waardoor het geheel een meditatief karakter krijgt. Met name een ruzie over een paar eieren resoneert daarin, waarmee Everything Is Cinema de desillusie over de veranderde levensplannen post-pandemie gestalte geeft.

 

Decameron

Decameron – Hartenkreet
In Hong Kong bleven de in 2019 gehouden protesten tegen de uitleveringswet doorlopen tot in 2020. Decameron levert op bezielende wijze een ooggetuigenverslag af van de situatie daar anno nu. Deze politieke documentaire zoekt naar wat Hong Kong nu zo uniek maakt, een plaats die zichzelf in tegenstelling tot de CCP niet als China ziet. Krantenknipsels, nieuwsfragmenten, nagespeelde scènes en beelden van de protesten vormen daarbij een eclectisch geheel die regisseur Rita Hui Nga Shu vernuftig met elkaar verweeft.

Een lange metrorit overdondert met alle protestgeluiden galmend op de achtergrond. Een personage met mondkapje kijkt uitdagend in de camera voordat plots het beeld oprekt voor een weids shots van Hong Kong in beweging als water (zoals hun protesttactieken). Als een van de fictieve personages in een restaurant iemand confronteert wiens juridische gevecht tot de wet leidde, botsen verschillende elementen op elkaar. Ondanks het beschouwende karakter ligt overal een storm op de loer. Het resulteert in een hartenkreet nog extra onderstreept door een aftiteling waarin de makers aangeven ‘fucking’ te houden van Hong Kong.

 

A Man and a Camera

A Man and a Camera – Vol van vertrouwen
Voor A Man and a Camera belde filmmaker Guido Hendrikx een paar jaar aan bij willekeurige voordeuren om degene die opendoet zwijgend te filmen tot deze er genoeg van heeft. Zijn regels: geen communicatie met de mensen en zelf geen initiatief nemen. Dat eenvoudige conceptuele gegeven levert een scala aan reacties op met als de gemene deler de vraag waarvoor hij dit doet. De een lacht ongemakkelijk en doet de deur weer dicht, de ander besluit de camera uit Hendrikx’ handen te slaan. Een derde nodigt hem binnen uit en probeert tevergeefs een kopje koffie te slijten.

De film dreigt snel te verzanden in een foefje doordat veel reacties in dezelfde categorie vallen. Gaandeweg wisselt Hendrikx echter van de meer wantrouwende personen naar degenen die vooral erom kunnen lachen en zelf maar een heel verhaal beginnen als de cameraman zijn mond houdt. Paradoxaal genoeg komen de meest oncomfortabele momenten wanneer hij het volst in vertrouwen wordt genomen. Het alledaagse krijgt iets zinderends doordat de cameraman er ongehinderd bij zit en deel mag uitmaken terwijl het toch echt bedtijd wordt (‘welterusten’) of dat iemand even tien minuten de deur uit moet. Zo dicht op en met elkaar – het onthutst in een land waar een virus laten uitrazen de normaalste zaak van de wereld is.

 

8 juni 2021

 

IFFR 2021 (juni-editie) – Terug naar de bioscoop (?)
IFFR 2021 (juni-editie) – Een soep van heden en verleden

 
MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2021 (juni-editie) – Heden en verleden

IFFR 2021 (juni-editie) – Deel 2:
Een soep van heden en verleden

door Bob van der Sterre

Heden en verleden liggen dichtbij elkaar in het Regained-programma van IFFR. Oude films gaan over toekomst en nieuwe films over het verleden. IFFR biedt een paar fraaie voorbeelden uit Zwitserland en Iran.

 

Der 10. Mai

Der 10. Mai – Zwitsers in oorlogstijd
Zwitserland en 1940… Hoe zat dat eigenlijk? Het blijkt dat de Zwitsers hem knepen op Der 10. Mai toen de nazi’s Nederland en België binnenvielen. Waarom zouden ze Zwitserland dan wel met rust laten?

In Zürich wachten ze in spanning op de inval, terwijl er ook Duitsers al vluchtend hun kant op gaan. Zoals Werner, die mazzel heeft met een paar aardige Zwitsers, totdat hij de zwager van zijn Zwitserse penvriendin tegenkomt. ‘Je weet waar je jezelf moet aangeven.’

De film uit 1957 laat met veel theatraal melodrama zien hoe lastig het leven was voor ‘de goede beambte’, een Joodse familie, een Duitse vluchteling. Maar ook soldaten die wisten dat ze geen kans zouden hebben tegen het Duitse leger. De film geeft af en toe een spottend portret van de eetlustige, formele en volkse Duitstalige Zwitsers. Die zie en hoor je ook niet vaak in films: ‘Ich haab nichts gefunden dass besser smek as esse’.

De eerste Zwitserse widescreenfilm (regie Franz Schnyder) is een curiositeit die Zwitsers ongetwijfeld koesteren, maar in 1957 waren andere landen natuurlijk al een stuk verder op hun filmontdekkingstocht. Hoe Zwitsers sindsdien kijken naar hun oorlogsperiode kan ik niet zeggen, maar mijn instinct zegt dat ze steeds kritischer zijn geworden op hun eigen verleden.

 

La Suisse s’interroge

La Suisse s’interroge – Zelfreflectie in 1964
Eveneens een Zwitserse curiosum is het twintig minuten durende La Suisse s’interroge uit 1964. De film van Henry Brandt was onderdeel van de nationale expositie in Lausanne. De bedoeling was om met vijf filmpjes zelfreflectie te tonen aan de bezoekende Zwitsers. De film werd in 2017 gerestaureerd door Cinematheque Suisse.

We beginnen met teksten als ‘Zwitserland is mooi’, ‘Zwitserland kent voorspoed’, ‘Alles loopt op rolletjes’… om dan een paginagrote vraag tegen te komen: Maar loopt alles echt op rolletjes? En dan de screen title: Problemen. Die zijn er ook genoeg in 1964: discriminatie; bejaardenoverschot; dure woningen; gebrek aan allerlei beroepen: ingenieurs, artsen, zusters, wetenschappers, docenten, technici; milieuproblemen.

Het mooiste segment is ‘De weg naar geluk’, waarbij ik meteen een Tosca Niterink en Arjan Ederveen-gevoel bij krijg. Het kan bijna niet uit 1964 komen maar dat doet het toch. Die kinderogen op het einde en dan die tekst…

De film heeft iets tijdloos en zit tegelijk ook muurvast in het wereldbeeld van 1964 (dat was ook de opzet natuurlijk). Goed werk, vooral met de interessante montage.

 

The Deer

The Deer – Kritisch over bewind sjah
Ook heden en verleden zien we in Masoud Kimiai’s The Deer uit 1974. Een Iraans misdaaddrama van de new wave-generatie (zie The Cow) is weliswaar gerestaureerd maar nog steeds verboden in Iran.

De misdaadfilm neemt de tijd met en een kalm verteltempo met veel dialogen. De bankovervaller Ghodrat is gewond en bezoekt zijn oude vriend, Seyed. Die is tegenwoordig een junkie. Hij wil hem wel helpen met zijn wond. Daarvoor moet hij zijn vriendin bij het theater ophalen. Die helpt hem en ze praten over Seyeds problemen. De huisbaas moet ook nog afbetaald worden en een dealer mee afgerekend.

Een klassieker in Iran, hoewel de film zwaar gecensureerd was. De film voelt aan als een soort Waiting for Godot. Sterk punt: de close-ups, de gezichten, de uitdrukkingen. De drie hoofdpersonen hebben mooie gezichten. De film die over loyaliteit en vriendschap gaat, buit alle drama uit. De sterfscène van de dealer duurt bijvoorbeeld rustig tien minuten. Het omstreden originele einde werd vervangen in de Iraanse versie.

De film is vooral beroemd om z’n sociale betekenis: het was kritisch over het sjahbewind. Dat had veel gevolgen, want er was al veel onrust. Hoe? Dat zien we in de laatste film van dit verslag.

 

Careless Crime

Careless Crime – Bioscopen doel brandstichting
In de jaren zeventig waren bioscopen in Iran regelmatig doelwit van brandstichting. Daarmee wilden de daders protesteren tegen de invloed van westerse cultuur en de regering van de sjah. En de pech was dat ze al vaak overbezet waren omdat ze hun prijzen niet mochten verhogen. Bij een brand in Cinema Rex in Abadan in 1978 vielen bijna 500 slachtoffers. Tijdens het kijken van welke film? Juist… The Deer.

De film van Shahram Mokri zit boordevol cinematografische verwijzingen met drie verhaallijnen die door elkaar lopen. Niet zomaar een film dus, maar een soort Christopher Nolan-achtige mindfuck op zijn Iraans, die bovenstaande film als kern heeft. De film won dan ook de prijs voor het beste script bij het filmfestival in Venetië vorig jaar.

Een verhaallijn is die van Takbali, die een middel zoekt tegen zijn angsten. Hij is een van de vier mannen die brand willen stichten in een bioscoop. Dan kijken we naar de bioscoop waar The Deer vertoond gaat worden. Jongeren discussiëren over de film. En we zien deze film (Careless Crime uit 2020), over een raket die midden in het landschap is gevonden, soldaten die vastzitten door een lekke band, en twee goochelende vrouwen die The Deer willen vertonen in het bos.

Het is onduidelijk welke tijd waarbij hoort en of er echt logica achter alles schuilt, weet ik ook niet. Dat is denk ik ook de bedoeling: de tijden en logica van de diverse momenten zijn vloeiend, meer tijdloos dan tijdsgebonden. Een soort mysterieuze soep van heden en verleden. Zoals het begin als Takbali in het museum van Cinema zijn middel komt ophalen en dan in het museum het verhaal hoort over het drama van de brandstichting. We zien dan ook een volledige zwijgende film over brand in de film. En dan komt hij terecht in een duistere kelder (met spiegelbeeld).

Een complexe film voor geduldige mensen… Dat zijn de mensen die Tenet kijken net zo goed. Al denk ik niet dat ze deze film gaan kijken, hoewel de film ook in de VS gedistribueerd gaat worden, dus je weet maar nooit.

 

6 juni 2021

 

IFFR 2021 (juni-editie) – Terug naar de bioscoop (?)
IFFR 2021 (juni-editie) – Dicht op elkaar

 
MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2021 (juni-editie) – Terug naar de bioscoop (?)

IFFR 2021 (juni-editie) – Deel 1:
Terug naar de bioscoop (?)

door Tim Bouwhuis

De juni-editie van het vijftigste IFFR gaat hand in hand met de (voorwaardelijke) heropening van de Nederlandse bioscopen en filmtheaters. Extra reden dus om uit te zien naar festivaltitels die belichten hoe wij in deze tijd zoal naar film kijken. Hoewel Cinephilia Now: Part I – Secrets within walls en The Village Detective: a song cycle zich allebei niet expliciet verhouden tot de impact van de covid-crisis, zeggen ze veel over de versplintering van de filmkunst in een globaal, digitaal tijdperk.

Cinephilia Now is een ode aan lokale initiatieven om de beleving van film levend te houden. In de Japanse stad Tottori zijn twee vrouwen een filmclub gestart. Een klein stel fanatiekelingen organiseert filmmarathons via een vereniging van de universiteit. De lokale bioscoopeigenaar houdt het hoofd boven water, maar voorziet alvast dat hij de deuren in de nabije toekomst een keer zal moeten sluiten.

Cinephilia Now: Part I – Secrets within walls

Cinephilia Now: Part I – Secrets within walls

Waar is cinema?
“We hebben het vaak gehad over de vraag wat cinema is”, klinkt het vroeg in de documentaire, “maar de vraag is nu waar cinema is”. Om het antwoord op die vraag te vinden, gaat regisseur Yusuke Sasaki (zijn film Letter draaide in 2004 op het IFFR) letterlijk op zoek. Met een wendbare camera in de losse hand verkent hij het overwegend rustige straatbeeld in een deel van Tottori. Hij is er zelf pas recentelijk komen wonen.

De ruwe registratie van de omgeving doet de documentaire esthetisch geen goed, maar de geluidsband compenseert: vrijwel continu vertellen verscheidene vertoners en liefhebbers op de achtergrond over hun ervaringen met film, afgewisseld met een gelukkig prettige voice-over van de regisseur. Eenmaal op locatie (in de bioscoop, op de universiteit) komen Sasaki’s gesprekspartners meestal wel gewoon frontaal in beeld.

Vertoners en liefhebbers
Tijdens de verkenningstocht door Tottori wordt in de eerste plaats duidelijk dat er een belangrijk verschil is tussen vertoners en liefhebbers. De lokale bioscoopeigenaar krijgt vaak van bezoekers te horen dat hij wel een groot cinefiel moet zijn, waarop hij grif toegeeft dat hij vooral een familiebedrijf in ere houdt. De films die hij zich het best herinnert (
The Shaolin Temple, Princess Mononoke), spekten de kas en bleven geruime tijd deel uitmaken van de programmering.

Hoe anders is dat voor twee jonge leden van de universiteitsvereniging, die niet aarzelden om A Bug’s Life (John Lasseter, 1998) en The Texas Chain Saw Massacre (Tobe Hooper, 1974) zij aan zij te programmeren en met een handjevol filmliefhebbers plezier hadden voor tien. Zonder ieder individueel lid zou er geen vereniging zijn, zegt een van hen. Soms zijn krachtige stemmen nodig om de vlam brandende te houden. De twee vrouwen die een lokale filmclub startten, zijn in die zin de heldinnen van de film.

In de loop van de documentaire verschuift de focus naar ‘alternatieve’, maar in feite gewoon dominante manieren om film te kijken in dit globale, digitale tijdperk. Liefhebbers delen hun ervaringen met verschillende streamingdiensten (“ik nam een abonnement op Netflix om Hell or High Water te kunnen zien”) en vertellen hoe ze films tot zich nemen (“ik was niet de enige in de trein die La La Land op zijn mobiel keek, dus toen zette ik uit ongemak maar wat anders aan”).

In die som van persoonlijke verhalen schemert een impliciete conclusie door: het gaat uiteindelijk om de filmliefde, en zo lang we maar blijven kijken, zal de cinema niet vergaan. Cinephilia Now gaat dus meer over de verschillende mogelijkheden in collectieve én individuele filmervaringen dan over de absolute meerwaarde van het grote doek. De onderliggende gedachte is dat die mensen elkaar zullen blijven vinden en (film)vrienden voor het leven kunnen worden, hoe klein hun aantallen en hoe beperkt hun mogelijkheden ook zijn. Toch was ondergetekende vooral benieuwd hoe het de verschillende filmlocaties inmiddels zou afgaan. Welke locaties zouden de covid-crisis overleefd hebben en nog steeds overleven? De grootstad kan opstaan uit de as, maar voor kleinere wijkinitiatieven kan zo’n lockdown de nekslag zijn.

The Village Detective: a song cycle

The Village Detective: a song cycle

Film uit de oceaan
Gelukkig is er meer nodig dan een (tijdelijk) verbod op publieke vertoningen om een medium de nek om te draaien. The Village Detective: a song cycle van avant-garde filmkunstenaar Bill Morrison laat zien dat film zelfs op de bodem van de oceaan kan overleven. In 2016 ontving Morrison een e-mail van de inmiddels overleden IJslandse componist Jóhann Jóhannsson (1969-2018). Een groep vissers had gedregd in het IJslandse kustgebied. Het onvoorziene resultaat: een stel kannen met analoog filmmateriaal uit de voormalige Sovjet-Unie. De vondst omvatte reels van de film Derevenskij detektiv (The Village Detective, 1969), die bij het uitbrengen vrijwel genegeerd was door critici maar omarmd werd door het publiek. Dat laatste is in ieder geval te danken geweest aan de populariteit van hoofdrolspeler Mikhail Zarov (1899-1981).

Acteur van de Sovjetfilm
Morrison maakt dankbaar gebruik van de carrière van Zarov om een brede blik te kunnen werpen op de geschiedenis van de Sovjetfilm. Zarov werd bekend bij een groter publiek door zijn rol in de eerste Sovjet-geluidsfilm, Road to Life (1931), en in Sergei Eistensteins befaamde tweeluik Ivan the Terrible (1944, 1958) alludeerde hij pas in deel twee, uitgebracht na de dood van Stalin, op de manie van een heerser. Net als veel andere filmmakers en acteurs in die tijd moest Zarov zijn balans proberen te vinden tussen de vereiste ondubbelzinnige staatspropaganda en het subtiele lonken van artistiek verzet.

Het gaat Morrison er niet om tot een alomvattende biografie van de acteur te komen; de presentatie van filmmateriaal blijft telkens voorop staan. Waar Cinephilia Now een verkenningstocht is naar het sociaal georiënteerde ‘waar’ van film, belicht The Village Detective het medium in zijn historische, politieke en materiële context.

The Village Detective bewijst dat een verloren film grote educatieve waarde kan hebben zodra een scherpe geest het materiaal een blik waardig gunt. De plot van de komedie is te verwaarlozen: er is een accordeon gestolen en Zarov moet het oplossen. Ironisch genoeg is de kwaliteit van het materiaal op zijn slechtst op het moment dat het verloren instrument wordt teruggevonden. Alsof het best bewaarde geheim tóch nooit boven water had mogen komen.

Beide films zijn bij het IFFR te zien in het kader van de juni-editie.

 

2 juni 2021

 

IFFR 2021 (juni-editie) – Een soep van heden en verleden
IFFR 2021 (juni-editie) – Dicht op elkaar

 
MEER FILMFESTIVAL

Korte films: 2017, 2018 en 2020

IFFR Unleashed – Korte films: 2017, 2018 en 2020
Politieke shorts met experimentele vorm

door Michel Rensen

Net als tijdens het festival besteedt IFFR ook tijdens haar online viering van het 50-jarig bestaan aandacht aan korte films. In dit tweede deel van een tweeluik bespreken we drie politiek geëngageerde films die met de vorm experimenteren.

 

Rubber Coated Steel

2017 – Rubber Coated Steel
Nog nooit zijn grafieken zo indringend in beeld gebracht als in Lawrence Abu Hamdans Rubber Coated Steel. De film is geconstrueerd rond een transcript van het proces van de moord op twee Palestijnse tieners door Israëlische soldaten bij protesten in mei 2014. Het geluid van de kogels die opgenomen zijn tijdens het conflict vormt het enige bewijs dat de Israëlische soldaten doelgericht met dodelijke kogels geschoten hebben.

Rubber Coated Steel verkent dit proces, dat zich volledig ontvouwt rond een onderzoek naar de verschillende geluiden die kogels maken, in volledige stilte. Volledig gefilmd in een schietbaan, waar de doelwitten vervangen zijn door de bewijsmaterialen voor de rechtszaak. Beginnend met foto’s, maar snel afgewisseld met grafieken die de geluidspatronen van verschillende kogels laten zien. Tegelijkertijd is het transcript van de rechtszaak te lezen.

Je hoort enkel het piepende geluid van de bewegende doelwitten, maar je verwacht steeds dat het geluid van de schoten ook te horen zal zijn. De keuze voor deze stilte houdt je als kijker op het puntje van de stoel, maar legt ook de nadruk op hoe Palestijnse slachtoffers van het Israëlisch kolonialisme letterlijk en figuurlijk het zwijgen wordt opgelegd.

 

A passagem do cometa

2018 – A passagem do cometa
Een inkijkje in een illegale abortuskliniek in Brazilië in de jaren 80. We maken kennis met een jonge vrouw die een abortus zal ondergaan. Het klinische proces wordt met zeer strakke cameravoering vastgelegd en ook de uitleg van de dokter is zeer gedetailleerd. Maar onder de oppervlakte schuilt iets onheilspellend.

De narcose brengt plotseling een nieuw film tot leven, schijnbaar versterkt door de passerende komeet in de titel. Een deels geanimeerde, experimentele trip wordt vergezeld door Braziliaanse muziek uit de 80s. Dat is dan ook vrijwel de enige tekening van de historiciteit van het verhaal. De film biedt een tijdloos portret van een plaats die buiten de samenleving lijkt te staan. Een wereld op zichzelf. Op subtiele wijze poogt de film zo een kritische noot te plaatsen bij het gebrek aan vooruitgang rond abortuswetgeving in Brazilië.

 

Wong Ping’s Fables 2

2020 – Wong Ping’s Fables 2
Wie bekend is met het werk van Wong Ping weet dat hij op de meest ingenieuze wijze met een zeer absurdistische vorm van animatie de Hongkongse maatschappij de maat neemt. In Wong Ping’s Fables 2 vertelt hij twee sterk antikapitalistische fabels. In het eerste stuk is de hoofdrol weggelegd voor een voormalig activistische, vegetarische koe die per ongeluk de rijkste ‘persoon’ ter wereld wordt voor hij eenzaam sterft. In het tweede deel moet een Siamese konijnendrieling het alleen oplossen nadat hun ouders onder dwang van het kapitalisme gedwongen worden hun leven te offeren voor hun kinderen.

Wong Pings animatiestijl is moeilijk te beschrijven. Het heeft iets weg van flash-games van het vroege internettijdperk, inclusief de irritante geluidjes, maar heeft ook zonder twijfel een modern en geraffineerd tintje. Zoals de titel al impliceert, zitten de ‘fabels’ vol fantasierijke analogieën om sociaal-maatschappelijke kwesties aan de kaak te stellen. Met een sneltreinvaart dendert Wong Ping’s Fables door het verhaal, waardoor het vaak lastig is zowel de visuele rijkdom als het complexe verhaal tegelijk te volgen. Deze keuze past echter perfect bij zijn kritiek op het kapitalistisch systeem waarin genoeg nooit genoeg is, maar alles altijd méér en groter moet worden.

Deze films zijn bij het jarige IFFR online te zien tot en met 16 juni 2021.

3 mei 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR