Interview: Regisseur Erik Poppe over Utøya 22. Juli

Regisseur Erik Poppe over Utøya 22. Juli:
De (on)gevoeligheid voor geweld

door Alfred Bos

Op 9 maart ging in Noorwegen Utøya 22. Juli in roulatie, de speelfilm over de aanslag van 2011. Een rechts-extremistische terrorist richtte een bloedbad aan onder de bezoekers van een politiek jeugdkamp dat plaatsvond op een klein eiland in de buurt van Oslo. “We hebben allemaal gehoord wat er die dag is gebeurd, maar het overgrote deel van de aandacht ging uit naar de dader. Over hem weten we bijna alles, van de slachtoffers weten we nauwelijks”, zegt regisseur Erik Poppe over de telefoon. De film, die inmiddels ook in Nederland is te zien, wil dat rechtzetten.

De feiten tarten de verbeelding: van de circa zeshonderd bezoekers van het kamp, georganiseerd door de jeugdafdeling van de op dat moment regerende Noorse Arbeiderspartij, lieten er 68 op Utøya het leven, één overleed een dag later in het ziekenhuis en minstens 110 raakten gewond, de helft levensgevaarlijk. Eerder die middag had de terrorist een bomaanslag gepleegd op het regeringscentrum in Oslo. Daarbij vielen acht slachtoffers, zeventien gewonden en twee zwaargewonden.

Erik Poppe (Foto: Paradox)

Het idee van een speelfilm over het dramatische incident – het bloedigste in Noorwegen sinds de Tweede Wereldoorlog – maakte in Poppe’s thuisland veel los, vooral afwijzende reacties. Het was te vroeg voor een film. Het was verkeerd om een film te maken. Het was onmogelijk om een film te maken. Geen vermaakfilm over zo’n traumatische gebeurtenis, dat is een verwerpelijk idee.

“De overlevenden zeiden tegen mij:
Jouw aanpak is de juiste”

“Wat mij betreft ben ik het daar helemaal mee eens”, zegt Poppe. “Terwijl die controverse in Noorwegen speelde, was ik intensief in gesprek met ouders van kinderen die tijdens de aanslag het leven hebben gelaten; met nabestaanden van wat je de slachtoffers mag noemen. Die stonden allemaal achter me. Ze wisten waar het om draaide en wat de bedoeling was. De overlevenden zeiden tegen mij: ‘Jouw aanpak is de juiste’. Het enige wat telt is dat je het verhaal zo realistisch en waarheidsgetrouw mogelijk vertelt, met waardigheid en respect.’”

Antifilm
Er zijn eerder speelfilms gemaakt over bloedige aanslagen, zoals Elephant (Gus van Sant, 2003), over de schietpartij in 1999 op een school in de Amerikaanse plaats Columbine, en United 93 (Paul Greengrass, 2006), dat in real time verhaalt over het vliegtuig dat zich op 11 september 2001 in het Pentagon had moeten boren, maar voortijdig neerstortte door ingrijpen van passagiers.

Wat was zijn aanpak? De regisseur sprak met overlevenden om zich een zo volledig mogelijk beeld te vormen van wat er zich op 22 juli 2011 op het eiland heeft afgespeeld. Hij wilde het verhaal zo waarheidsgetrouw mogelijk in beeld brengen. “De film toont hoe het was om op Utøya te zijn, in het hart van een terroristische aanval”, aldus Poppe.

“Vanaf de allereerste bijeenkomst met de betrokkenen heb ik duidelijk gemaakt dat één ding voorop stond: waardigheid. Ik heb tegen het productieteam gezegd: iedere keer als je de telefoon pakt om een probleem op te lossen, houd voor ogen dat het gaat om waardigheid en respect. Vergeet onze traditionele werkwijze. Dit is geen genrefilm, het is eerder een antifilm. Vergeet structuur en opbouw. Vergeet dat soort dingen.”

In de laatste week van februari en de eerste week van maart heeft de regisseur de film laten zien aan de mensen die de aanslag hebben overleefd, de nabestaanden van slachtoffers en alle personen die betrokken zijn geweest bij het incident. Er waren een twintigtal voorvertoningen door heel Noorwegen. Poppe: “Daar waren psychologen en zorgverleners aanwezig om hulp te bieden aan mensen die daar om vroegen.”

Slachtoffers centraal
Voor de direct betrokkenen heeft de film therapeutisch gewerkt, aldus de regisseur. ”Nabestaanden en overlevenden zeiden: de film toont wat woorden niet kunnen zeggen. Uit hun reacties blijkt dat de film hen helpt bij het verwerkingsproces. De film kan het publiek ook helpen om te begrijpen wat er is gebeurd.”

U wilt met de film de aandacht verplaatsen van de dader naar de slachtoffers. Heeft u daarover met hen gesproken?

“Natuurlijk. Als we aan ’22 juli’ dachten, dachten we niet aan de slachtoffers. Ik ben met hen in contact getreden en gevraagd: Hoe is jullie situatie? Wat denken jullie? Er was veel onvrede over het gebrek aan aandacht. Bijvoorbeeld: er is in Noorwegen op de televisie door prominenten uit politiek en wetenschap gesproken over de vraag hoe terrorisme in Noorwegen is te voorkomen. Alsof men was vergeten dat het land al door terrorisme was getroffen!”

“De slachtoffers en nabestaanden meenden dat het belangrijk was het verhaal van ’22 juli’ te vertellen. Het is de missie van de jongerenorganisatie die tijdens de aanslag op het eiland zo zwaar is getroffen, om dit verhaal levend te houden. Ze reageerden overwegend positief toen ik hen vertelde dat ik overwoog een film te maken. Ze boden zich aan als consultant. Drie van hen hebben me nauw gevolgd tijdens het proces van het scenarioschrijven. Tijdens de filmopnames zaten ze naast me en gaven commentaar met de bedoeling om het zo waarheidsgetrouw mogelijk te maken. Als zij negatief hadden gedacht over het idee van een film over dit onderwerp, had ik hem niet gemaakt.”

Utøya 22. Juli

De filmpersonages zijn fictief, de film is geen documentaire. Dat is een bewuste keuze. Wat waren uw overwegingen?

“We hebben van de personages fictie gemaakt om te voorkomen dat nabestaanden zich tijdens het kijken naar de film zouden gaan afvragen: Is dat mijn dochter of zoon? Dat deden we uit respect voor de nabestaanden, maar ook uit respect voor de overlevenden. Als ik het verhaal van één specifiek individu zou vertellen, zou dat de verhalen van al die andere overlevenden onrecht doen. Het verhaal van het hoofdpersonage is samengesteld uit de verhalen van meerdere overlevenden. De film vertelt het verhaal van alle slachtoffers van de aanslag.”

“Van overlevenden hebben we verhalen gehoord die nog veel gruwelijker zijn van wat in de film wordt getoond. Ik wilde het drama niet afzwakken noch versterken. Ik wilde tonen wat er gebeurd is, op basis van de informatie die we hadden verzameld.”

“Er is opluchting dat de eerste film
een Noorse film is”

Disclaimer
Utøya 22. Juli is niet de enige film over de aanslag die dit jaar in roulatie gaat. In november komt de Engelse regisseur Paul Greengrass, de man van United 93, met Norway; daarin staat de dader centraal. Deze film over de terreuraanslag in Noorwegen is gemaakt door een regisseur uit Noorwegen, niet door een buitenstaander. Helpt dat?

“Niet noodzakelijk”, is Poppes eerste reactie. “Wat belangrijker is, is dat de eerste film over het incident van 22 juli 2011 het verhaal van de slachtoffers vertelt. Paul maakt een film over de dader. Daar weten we al veel over. Deze film vertelt de ervaring van Noorwegen, vanuit het perspectief van Noorwegen. Dus in antwoord op je vraag: ja, misschien. Er is opluchting dat de eerste film een Noorse film is.”

De film telt twee disclaimers. De eerste maakt duidelijk dat de filmpersonages fictieve karakters zijn, samengesteld uit de ervaringen van mensen die er die dag bij waren. Ik citeer de tweede disclaimer: “Its basis is one truth – others may exist”. Neem me niet kwalijk, maar dat is een slap excuus.

“Hm. Hoe bedoel je?”

Volgens cultuurrelativisten bestaat er niet zoiets als de waarheid. Er zijn geen feiten, alleen interpretaties. Interpretaties waarvan dan?

“In het begin van de film zegt de hoofdpersoon via de telefoon tegen haar ouders, en ook tegen de kijker: ‘Jullie zullen het nooit kunnen begrijpen’. Wat mij betreft gaat het daar om: we zullen het nooit kunnen begrijpen. Maar we kunnen in ieder geval proberen om het te begrijpen. Of de film de waarheid weergeeft of niet, het staat iedereen vrij om dat te bespreken. Films die gebaseerd zijn op waar gebeurde incidenten worden door een deel van het publiek gezien als een verslag van wat er is gebeurd. Ik heb die disclaimer gebruikt bij een vorige film. Hij maakt duidelijk dat Utøya 22. Juli een interpretatie is.”

Daar trapt u met veel politieke correctheid een open deur aan gort.

“Voor u en voor mij is dat een open deur. Maar niet voor iedereen. Jonge mensen die de film gaan zien, waren toen het incident plaatsvond te jong om zich alles te realiseren. Het is belangrijk om voor hen duidelijk te maken dat deze film niet het hele verhaal is.”

Deze film is niet gemaakt om te vermaken, klopt dat?

“Dat is juist. De film is ook niet gemaakt om het grootst mogelijke pubiek te bereiken. De film is bedoeld om aandacht te geven aan een groep die onderbelicht is gebleven. En om discussie op te roepen. Daarom hebben we ook afgezien van een aantal standaardpromotie- en marketingactiviteiten. Ik heb me lang verzet tegen een filmtrailer, in ieder geval voor de periode dat de film uit was in Scandinavië. Het artwork en de presentatie van de film moesten ingetogen zijn.”

Stel dat de film een succes blijkt en winst maakt, wat gebeurt er met dat geld? Gaat het naar de investeerders? Is er een speciaal slachtofferfonds?

“Het zal lastig blijken om geld te verdienen met deze film. Maar mochten we break even draaien en winst maken: er zijn geen investeerders. We hebben de film gemaakt met de middelen die we konden vinden, er zijn geen commerciële partijen bij betrokken. Eventuele winst gaat naar een fonds dat wordt beheerd door een groep mensen die de slachtoffers en nabestaanden vertegenwoordigt en die zijn aangewezen door de slachtoffers en nabestaanden. Er is geen productiemaatschappij die zich via deze film zal verrijken.”

72 minuten
Utøya 22. Juli wijkt niet alleen qua inhoud af van de gangbare speelfilm, ook de vorm is atypisch. Hij is gedraaid als één lange take (in werkelijkheid is het scenario op vijf opeenvolgende dagen verfilmd; uit de vijf takes heeft Poppe één ogenschijnlijk doorlopende opname gemonteerd). Wat deed de regisseur besluiten om het verhaal op die afwijkende manier te verfilmen?

“Ik wilde de tijd, die 72 minuten van de aanslag
in de film opvoeren als een personage”

Poppe: “We hebben meer dan veertig van de overlevenden geïnterviewd en ze vertelden allemaal dat de 72 minuten die de aanslag duurde, voor hen voelde als een eeuwigheid. Voor hen was dat heel erg belangrijk: het duurde heel lang eer er iets gebeurde, eer er een reactie kwam . Ik wilde de tijd, die 72 minuten van de aanslag, in de film opvoeren als een personage.”

“Vandaar dat het verhaal wordt verteld in real time, van minuut tot minuut, van seconde tot seconde, in één take, zonder montage, zonder muziek. Op die manier wilde ik de kijker in de situatie plaatsen, in het moment. Ik wilde bovendien dat die aanpak niet zou worden gebruikt in de promotie van de film. Deze film gaat niet over filmische techniek. Het draait om wat er wordt verteld.”

Persconferentie met Erik Poppe en deel cast

Victoria, de film van 2015 uit Berlijn, is gedraaid als single take. Het suggereert realisme, maar het is juist erg gekunsteld. Heeft dat meegespeeld bij uw overwegingen?

“Ik heb me verdiept in dat soort films en ik ben het met je eens. Ik begrijp niet waarom men die films in één take heeft willen draaien. De enige reden die ik kan verzinnen is om te pronken met een technisch hoogstandje. Voor mij werkt die keuze niet in een film als Victoria en de andere single take-films die ik heb gezien. Waarom ik voor deze film juist voor deze aanpak heb gekozen is omdat er eigenlijk geen andere manier was om over te brengen wat ik wilde overbrengen. Montage suggereert, ook bij het publiek, direct: dit is film. Ik wilde dat de kijker als het ware zelf kon beleven wat er die dag op dat eiland is gebeurd, vanuit het perspectief van de slachtoffers.”

“Daarom wilde ik er in de publiciteit ook over zwijgen, terwijl men bij die film uit Berlijn over niets anders kon praten dan het gegeven dat het een take van 132 minuten was.”

Deze film gaat over geweld en geweld is een prominent aspect van de eigentijdse cinema. Geweld als vermaak is in absurde hoeveelheden te zien, het druipt van het filmdoek. Wat zijn uw ideeën daar over?

“Geweld gaat over het maken van slachtoffers.
Niet over het maken van helden”

“Dank dat je er over begint. Ik heb me daar eerder over uitgesproken en ik doe het nu graag weer, want naar mijn mening is onze hele westerse cultuur van vandaag gebaseerd op wijd verspreid gebruik van geweld, en wel zodanig dat we er bijna immuun voor zijn geworden.We reageren er nauwelijks meer op. We stellen er ons geen vragen meer bij. Zelfs tijdens het tv-journaal worden we geconfronteerd met absurd geweld. Het is natuurlijk mogelijk dat al dat geweld een behoefte van onze cultuur uitdrukt.”

“Ik ben van mening dat het belangrijk is om binnen te treden in het hart van het geweld, om als het ware zelf een slachtoffer van het geweld te worden. Mijn film gaat niet alleen over het incident op Utøya, maar ook over de schietpartijen op scholen in Amerika en de andere terroristische aanslagen in Europa. Ik wilde onderzoeken of het mogelijk is om mensen wakker te schudden: zo ziet geweld er uit als je midden in een aanslag zit. Zoals het stuk in Indiewire over Utøya 22. Juli opmerkte: misschien kan het geweld in deze film ons weer gevoeliger maken voor wat geweld werkelijk is. Het geweld dat wordt getoond in films is niet zoals geweld in werkelijkheid is. Gestileerd geweld is een plaag.”

“Geweld gaat over het maken van slachtoffers. Niet over het maken van helden.”

 

12 juni 2018

 

MEER INTERVIEWS