***
recensie Amarga Navidad
Almodóvar wil een schop onder zijn reet
door Cor Oliemeulen
In 2004 verliest Elsa, een regisseur van reclamefilms, haar moeder en vlucht in haar werk. Tijd om te rouwen neemt ze niet. Wegens gezondheidsproblemen vertrekt ze met haar eveneens tobbende vriendin Patricia naar Lanzarote. In 2026 blijkt Elsa’s verhaal een scenario van Raúl, een filmmaker met een creatieve blokkade. Amarga Navidad draait uiteindelijk om de vraag in hoeverre een schrijver of filmmaker het leed van bestaande personen voor zijn eigen werk mag gebruiken.
Volgens Pedro Almodóvar vormt zijn ‘bittere kerstmis’ (de vertaling van de titel van zijn jongste film) een tweeluik met Dolor y gloria (2019), een al even persoonlijke film van de gelouterde Spaanse filmregisseur. De overeenkomst met Amarga Navidad zit hem in de ouder wordende filmmaker, de lichamelijke kwetsbaarheid en de herinneringen aan zijn moeder. Maar Almodóvar zegt dat hij zelf nooit lang kampte met een writersblock. Waar in Dolor y gloria de filmmaker zijn eigen pijn en verleden gebruikt, verschuift het accent in Amarga Navidad naar het leed van anderen. De vraag is of dit gegeven vernieuwende en interessante cinema oplevert, en wat het zegt over de bedoelingen van de filmmaker.

Zelfonderzoek
Mooie, kleurrijke en kunstzinnige sets, vakmanschap en sfeervolle muziek zijn altijd ruimschoots en herkenbaar aanwezig in films van Pedro Almodóvar. Ook de centrale rol van vrouwen – met hun verdriet, vriendschappen en onderlinge solidariteit – zie je onmiskenbaar in zijn hele oeuvre (o.a. The Room Next Door). In Amarga Navidad brengt een hartverscheurend lied van Chavela Vargas die vrouwenwereld extra tot leven. Maar halverwege veranderen de vrouwelijke strubbelingen langzaam in een zelfonderzoek van zowel de regisseur in de film als de regisseur van de film. Vrouwelijk lijden verschuift naar mannelijke worsteling.
Almodóvars zelfonderzoek voelt vertrouwd. Opnieuw worstelt een ouder wordende filmmaker, Raúl (Leonardo Sbaraglia: Dolor y gloria), met zichzelf en zijn werk. Elsa (Bárbara Lennie: Los Tigres) fungeert als zijn alter ego en daarmee ook als dat van diens schepper. Het zelfportret krijgt zo wel meerdere gezichten, maar levert nog geen meeslepend verhaal op. Waar Almodóvar in eerdere films verraste met onverwachte onthullingen en wendingen, laat de spanningsboog hier lang op zich wachten.

Confrontatie
Het sterkste moment van de film is de apotheose, waarin Raúls jarenlange assistente Mónica (Aitana Sánchez-Gijón: Madres Paralelas) de confrontatie met de regisseur opzoekt. In deze indringende en oprechte slotdialoog probeert zij hem duidelijk te maken dat Raúl niet zomaar kan beschikken over de levens van dierbare mensen in zijn omgeving. De filmmaker probeert zich open te stellen voor haar pijn en verdriet, maar Mónica wil niet dat het leed uit haar privéleven op straat belandt.
Hierdoor merk je dat Almodóvar zijn eigen werkwijze ter discussie stelt. Hij realiseert zich dat zijn wereld steeds meer om hemzelf draait, zoals hij ook aangeeft in interviews. Hij noemt zichzelf zelfs zijn eigen muze. Zijn leven is kleiner geworden en daardoor kijkt hij intensiever naar zijn directe omgeving. Met de heftige confrontatie tussen Mónica en Raúl toont de regisseur zijn eigen afstraffing, soms met zelfspot, soms bloedserieus. Maar die afstraffing is natuurlijk wel door hemzelf geregisseerd, want ‘Waar het pijn doet, sla ik mezelf niet’, zei hij tegen RTVE.
Uiteindelijk draait Amarga Navidad dus om de vrijheid die een filmmaker zichzelf toebedeelt. Hij kan luisteren naar andermans leed, zich schuldig voelen, zichzelf bekritiseren en vervolgens toch vrolijk doorgaan met schrijven. Zelfs kritiek van anderen op zijn keuzes vormt nieuwe inspiratie. De kijker blijft achter met een mix van bewondering, mededogen en irritatie.
4 november 2026
Lees ook: Boek over Spaanse cinema.
