Agua fría de mar

***
IFFR Unleashed – 2010: Agua fría de mar
Spiegel van twee generaties

door Tim Bouwhuis

Een strandgebied aan de kust van Costa Rica vormt in Agua fría de mar het nachtelijke decor van een onwaarschijnlijke ontmoeting. Twee jongvolwassen geliefden zijn op zoek naar een vakantieonderkomen als de koplampen van hun auto een zevenjarig meisje beschijnen. Het meisje vertelt dat ze niet zonder reden bij haar oom en tante is weggelopen.

Het heftige verhaal van Karina (Montserrat Fernández) maakt iets los bij Mariana (Lil Quesada Moúa), die tijdens de dagen die volgen een steeds sterkere neiging voelt om de verblijfplaats van het (wel weer huiswaarts gekeerde) kind op te zoeken. De sfeer is gespannen en onder de oppervlakte lijkt er van alles te broeien, maar wie een snerpende psychologische thriller verwacht, komt toch bedrogen uit.

Agua fría de mar

Allebei verloren
Regisseuse Paz Fábrega laat de plotontwikkelingen in haar loom vorderende speelfilmdebuut nagenoeg achterwege. In plaats daarvan richt ze zich op de troebele gevoelswerelden van haar hoofdpersonen, wiens zoektochten naar de eigen identiteit er door het aanzienlijke leeftijdsverschil heel anders uitzien. Toch weet Fábrega de intuïtief gevormde band tussen Karina en Mariana op licht associatieve wijze verder te versterken. In de montage komen de twee dwalende zielen telkens iets dichter bij elkaar. Mariana is rusteloos, op zoek naar zichzelf, terwijl Karina ronddwaalt in een omgeving waar ze überhaupt niet lijkt te willen zijn. Levend in haar eigen wereld bekijkt ze haar broertjes en leeftijdsgenootjes het liefst van een afstandje. De vaderfiguur komt dichterbij en probeert Karina genegenheid te bieden, maar haar eerdere bekentenis zet iedere handeling op scherp.

In de omgeving heerst een koortsachtige sfeer van vervreemding en blijvend ongemak. Alles lijkt stil te staan of slechter te werken. Het zwembad is vervuild, schoonmakers geven niet thuis en de mobiele telefoon kan zomaar dienst weigeren. Net als in het even bedompt gestemde La Ciénaga (Lucrecia Martel, 2001) hangt er onheil in de lucht. De naam van Martel is een duidelijke referentie voor Fábrega, die gevoel heeft voor het creëren van stemming maar in de uitwerking toch nog wat finesse mist. Zo is de aandacht voor afwisselend Karina en Mariana niet altijd even goed verdeeld, waardoor de film met name in het middenstuk verder stagneert. Ook het beladen einde mist overtuigingskracht.

Agua fría de mar

Blik op jeugdcultuur
Grofweg tien jaar na de première van Agua fría de mar, in 2010 bekroond met de Tiger Award, keerde de naam van Paz Fábrega afgelopen voorjaar terug op het IFFR-affiche. Aurora was een van de titels in de Big Screen Competition en draait ook in de hoofdcompetitie van het MOOOV Film Festival (20 april – 3 mei). Fábrega’s debuut en haar laatste film hebben iets gemeen: in Aurora ontwikkelt een veertigjarige lerares een bijzondere band met een zwanger tienermeisje, waardoor dus wederom een relatie tussen twee generaties centraal staat.

Sinds haar tweede film, Viaje (2015) die niet in Rotterdam draaide, geeft Fábrega veel aandacht aan jeugdcultuur en de spanning tussen identiteit en maatschappelijke veranderingen. De hoofdpersonen zijn vrijzinnige types die rebelleren tegen de mal van het huwelijk (Viaje) of te maken krijgen met een heet hangijzer als abortus (Aurora). Zo intrigerend als Fábrega’s toch onvolkomen debuut zouden die films echter niet meer worden.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 9 juni 2021.

22 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Assa

***
IFFR Unleashed – 1992: Assa
Van glasnost tot massacultuur

door Jochum de Graaf

Assa, de Sovjet-krimi van Sergei Solovyov uit 1987, groeide uit tot een cultfilm, voornamelijk omdat met deze film de Russische rock van underground tot mainstream verschoof. Volgens sommigen luidde Assa, dat verscheen tijdens de glasnost en perestrojka, zelfs het einde van de Sovjet-Unie in.

Assa was een ijkpunt omdat het de eerste film was die van de glasnost (openheidspolitiek die door partijleider Gorbatsjov in gang was gezet) massacultuur maakte. Rockgroepen als Aquarium, Bravo en Kino die tot die tijd geband waren en een ondergronds bestaan leefden, werden in een officiële filmproductie in beeld gebracht.

Assa

Symbolische slotscène
Die overgang van de glasnost naar massacultuur komt het beste naar voren in de symbolische slotscène. Rockidool Viktor Tsoi, de Russische Marc Bolan (T-Rex), arriveert in een restaurant waar hij op zal treden. De manager geeft hem een uitvoerige instructie hoe een Sovjet-artiest zich dient te gedragen. Is hij voorzien van een geldig Sovjet-diploma? Alle bandleden moeten in hetzelfde uniform gekleed zijn, een voor een het podium op en niet zelfstandig het podium weer verlaten, tenzij er een medische reden is.

Tsoi – hij zou net als zijn evenbeeld Marc Bolan bij een auto-ongeluk omkomen, wat nogal bijdroeg aan zijn sterrenstatus – hoort het uitgezakt op een stoel kort aan. Maar dan stormt hij het podium op en zijn band Kino zet Chotsjoe Peremen! (Ik wil verandering) in, de glasnost-hit bij uitstek. Na enige tijd switcht de camera en blijkt Kino niet in een restaurant maar voor een enorm publiek in een theater te spelen. Een zinderend optreden met lichtjes boven de hoofden, luid meezingend publiek.

Opvallend aan Assa is dat dat slotoptreden nauwelijks een relatie met de verhaallijn heeft. Het enige is dat Kino in eerste instantie in het restaurant optreedt waar undergroundrocker Bananan (Sergej ‘Afrika’ Boegajev), avond aan avond met zijn band Bravo optreedt. Op zekere avond komt verpleegster Alika (Tatjana Drubitsj) naar de club en Bananan introduceert haar in de undergroundscene.

Zeldzame viool gestolen
Het is de winter van 1980 en Alika is in Jalta op de Krim met patiënt en geliefde Krymov (Stanislav Govorukhin) die aanmerkelijk ouder is dan zij. Oplichter Krymov is daar op de vlucht terechtgekomen omdat hij een zeldzame viool gestolen heeft en komt aan het hoofd te staan van een bende criminelen. Zoals het in een Sovjet-krimi betaamt, wordt deze bende door de KGB in de gaten gehouden. Wanneer Krymov ontdekt dat Alika met Bananan een relatie ontwikkelt, wordt hij jaloers en probeert hij Bananan ervan te overtuigen Alika en Jalta helemaal te verlaten. Wanneer Bananan weigert, wordt hij vermoord door Krymovs mannen.

Een nevenplot ontstaat wanneer Krymov ’s avonds op zijn hotelkamer een boek van Natan Eidelman, die je ook als voice-over hoort, ter hand neemt en de setting zich verplaatst naar maart 1801. We zijn in Sint-Petersburg en worden getuige van het complot tegen tsaar Paul I die uiteindelijk door een groep officieren wordt omgebracht.

Assa

Beide verhaallijnen hebben echter weinig met elkaar te maken. En daar komen dan nog een stuk of wat experimentele scènes bij die ook nogal losjes met de plot te maken hebben: de surrealistische dromen van Bananan (vloeistofdia’s), in beeld geprojecteerde ‘voetnoten’ met uitleg van Russisch rockslang en projectie van complete Russische songteksten van Aquarium, Bravo, Jury Chernavsky met Vesyolye Rebyata en Kino. In 1987 waren deze beelden voor de Sovjet-Unie revolutionair, nu doen ze toch gedateerd aan.

Soundtrack
De soundtrack is van de legendarische frontman van Aquarium, Boris Grebensjtsjikov, ‘a God who radiates light’ in de ogen van Bananan. En de vinylplaat die hiervan werd uitgebracht, was een van de eerste officiële rockreleases op het enig toegestane staatsplatenlabel Melodia. Slotlied Chotsjoe Peremen! groeide uit tot dé hit van de glasnost en perestrojka (hervormingspolitiek) en werd het lijflied van de Russische oppositiebeweging Solidarnost.

Als een van de eerste glasnost-films is Assa (Solvjov maakte twintig jaar later nog een sequel) zeker de moeite waard, maar Leto, Kirill Serebrennikovs biopic over de driehoeksverhouding tussen Natalja Naoemenko, haar man Majk (zanger Zoopark) en Viktor Tsoi geeft een beter beeld en gevoel over de zinderende tijd dat rock naar Rusland kwam.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 12 mei 2021.

30 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Angst essen Seele auf

****
IFFR Unleashed – 1974: Angst essen Seele auf
Liefde, eenzaamheid en exotisme

door Yordan Coban

Angst essen Seele auf (1973) van Rainer Werner Fassbinder is een film over liefde en tolerantie die zich onderscheidt door af te wijken van de te verwachte boodschap, die je vaak vindt in films over xenofobie en de multiculturele samenleving.

Het romantische drama gaat over twee eenlingen, de oudere Duitse weduwe Emmi (Brigitte Mira) en de Marokkaanse arbeidsmigrant Ali (El Hedi ben Salem). Ondanks dat ze zich bevinden in een sociale omgeving met collega’s en vrienden missen ze een intiemer gezelschap in hun leven. De twee beginnen een relatie maar ondervinden voornamelijk negatieve bejegeningen. In het naoorlogse Duitsland kon men geen begrip opbrengen voor interraciale relaties, om nog maar te zwijgen van het leeftijdsverschil.

Angst essen Seele auf

Verboden begeerte
Een goed voorbeeld van een film over xenofobie die wél de te verwachten verhaallijn volgt, is The Shape of Water (2017) van Guillermo del Toro. We zien daar twee totaal verschillende personen die ondanks de buitenwereld voor de liefde kiezen, met de dood tot gevolg. Het is in wezen een variatie op het klassieke Romeo en Julia-verhaal: het noodlot van een verboden begeerte. Angst essen Seele auf vermijdt dit noodlot en gaat verder waar een film als The Graduate (1967) eindigde.

Na hard tegen iedereen gevochten te hebben in naam van de liefde blijven in deze klassieker van Mike Nichols de personages van Dustin Hoffman en Katharine Ross achter met de vraag of het punt aan de horizon werkelijk een bevredigende liefde is. Was het niet juist de controverse die ze zo verliefd maakte? Diezelfde vraag speelt een belangrijke rol in Angst essen Seele auf. Op het moment dat de omgeving de relatie geaccepteerd heeft, lijkt de verliefdheid over. Het is dan aan de personages en het publiek om bij zichzelf te rade te gaan wat de aanvankelijke aantrekkingskracht was en wat daar nu nog van over is.

Machtspositie tussen partners
De films van Fassbinder worden gekenmerkt door hun sociaal-maatschappelijk relevante onderwerpen. De Duitse regisseur maakte films over liefde en relaties maar leek daarbij vooral geïnteresseerd in de machtspositie tussen partners. Fassbinder ging zijn tijd flink vooruit. Zijn films prediken thema’s op zwierige meanderende wijze, zoals vakbroeders Jean-Luc Godard en Werner Herzog dat ook deden.

Net als laatstgenoemde was Fassbinder frontman van de Neue Deutsche Welle, een stroming die qua invloeden weer voortvloeide uit de Nouvelle Vague, waarvan Godard een van de boegbeelden was. Beide stromingen kenmerken zich als een alternatieve niet-commerciële lowbudgettegenreactie op de tot dan toe gevestigde filmindustrie. Fassbinder werkte graag met simpele filmsets en onbekendere acteurs. Zo wist hij in zijn korte leven (hij werd slechts 37) een indrukwekkend aantal films te produceren.

Fassbinders personages zijn over het algemeen filosofisch onderlegd en geven dikwijls een psychoanalytische ontleding van zichzelf voordat de kijker dat hoeft te doen. In Angst essen Seele auf gebeurt dit niet echt. Personages worstelen met hun gevoelens maar weten zich niet altijd te uiten, hun frustraties worden eerder uitgedrukt in stiltes dan in woorden. De film bevat een aantal karakteristieke lange stilstaande shots waarin de personages leeg voor zich uit staren.

Angst essen Seele auf

Aanklacht en taboe
Fassbinder was een zelfbewuste filmmaker die ook vaak expliciet in zijn eigen films verscheen. In Angst essen Seele auf speelt hij de rol van de racistische en misogyne schoonzoon van Emmi. Toch wijzen vele interpretaties op het idee dat Fassbinder zijn sentimenten juist op Emmi geprojecteerd heeft. Deze aanname is voornamelijk te rijmen met het feit dat Fassbinder in die tijd een relatie had met El Hedi ben Salem. De filmmaker werkte graag, soms obsessief, samen met zijn muzen, regelmatig homoseksuele, lesbische of transseksuele hoofdpersonages. Zijn aanklacht tegen xenofobie strekte dus niet slechts tot raciale verschillen maar betrof ook mensen met een afwijkende genderidentiteit.

Wie in de Randstad leeft, ziet bijna niet anders dan koppels met verschillende achtergronden. Gelukkig maar, de multiculturele samenleving heeft met de jaren op dit vlak een taboe doorbroken. Het heeft wat dat betreft in vergelijking met de tijdsgeest zoals geportretteerd in Angst essen Seele auf een aangenaam niveau van tolerantie bereikt. Dit geeft ons geen vrijbrief tot berusting, de Toeslagenaffaire en het politiek activisme als gevolg van raciale spanningen van het afgelopen jaar dwingen ons nog steeds tot een indringende zelfreflectie op dit gebied.

Het thema van racisme in Angst essen Seele auf blijkt dus anno 2021 nog steeds relevant ondanks dat het al vele malen verfilmd is. Toch doen we deze film van Fassbinder te kort als we hem slechts beschouwen als een film over racisme. Meer nog dan racisme is het thema de complexe pathologische werking van liefde, eenzaamheid en exotisme.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 7 april 2021.

28 februari 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Adult Fun

***
IFFR Unleashed – 1973: Adult Fun
Dubbelzinnige pret

door Alfred Bos

Adult Fun is een obscure speelfilm van de Engelse schilder en regisseur James Scott. De onafhankelijk geproduceerde film ging in november 1972 in première op het London Film Festival en is nadien zelden te zien geweest. Het is een rariteit die qua vorm, aankleding en psychologie de geest van de vroege jaren zeventig in een momentopname vangt.

Als zoon van twee kunstenaars – vader William Scott is een van de bekendste Britse schilders van de vorige eeuw, ook moeder Mary was artistiek angehaucht – had James Scott (1941) op de kunstacademie niet alleen belangstelling voor beeldende kunst, maar ook voor fotografie en film. Toen hij in 1970 toetrad tot het radicale Londense Berwick Street-filmcollectief had hij reeds een aantal korte films en documentaires over kunstenaars gemaakt.

Adult Fun

Scott maakte slechts een handvol speelfilms. Adult Fun was zijn eerste, de Hollywood-komedie Strike It Rich (met Molly Ringwald en de Engelse acteur Robert Lindsay) zijn laatste. Kort daarop, in 1990, verhuisde hij naar Los Angeles en verruilde film voor beeldende kunst. Al sinds de jaren zeventig zijn Scotts kortfilms en documentaires te zien geweest op retrospectieven en festivals, waaronder het IFFR.

Britse nouvelle vague
Scotts maakte zijn eerste film, het 24 minuten lange The Rocking Horse, tijdens zijn studie. Onderwerp is een ontmoeting, of eigenlijk confrontatie, van twee lagen van de Britse samenleving: de toevallige romance van een nozem (arbeidersklasse) en een schilderes (bourgeois). De acteurs waren studiegenoten, in hun eerste en enige filmrol. Drewe Henley, de antagonist, zou na een bijdrage aan de tv-serie De Wrekers (seizoen 5, aflevering 13, van april 1967) een respectabele loopbaan als acteur in film en tv-series opbouwen.

Dezelfde dynamiek zien we in Adult Fun. Een kleurloze kantoorslaaf verliest zijn baan en zijn leven begint te ontrafelen. Hij raakt betrokken bij een schimmig spionagespel en georganiseerde misdaad. Uiteindelijk verliest hij alles: zijn gezin, zijn minnares, zijn identiteit, zijn leven. Het laatste gesproken woord op de geluidsband is niet toevallig nothing. De toon van de film is antiburgerlijk, de samenleving heeft psychopathische trekjes. Ook de manier van filmisch vertellen heeft overeenkomsten met de nouvelle vague van Agnès Varda en Jean-Luc Godard.

Aldus is Adult Fun een kruising van Performance (onderwereld ontmoet artistieke bohemien) en Wonderwall (krankzinnig en niet altijd geslaagd filmexperiment), twee films die – net als Adult Fun – karakteristiek zijn voor de culturele omslag van eind jaren zestig, waarin de verbeelding en idealen van een nieuwe generatie botsten op de onvergankelijkheid van de menselijke natuur.

Beroepsnon-conformisten
Adult Fun doet denken aan de films die Pim de la Parra in de jaren zeventig en tachtig in Nederland maakte. Hij oogt rommelig, al improviserend tot stand gekomen en wellicht met onderbrekingen gedraaid. Veel scènes zijn quasidocumentair vastgelegd met één camera; de binnenscènes beroerd uitgelicht en buitenscènes onderbelicht; de dialogen soms nauwelijks verstaanbaar; de montage vaak onnavolgbaar en dat laatste letterlijk. Kortom, de onconventionele warboel die begin jaren zeventig ‘progressief’ en ‘artistiek’ werd geacht.

Tegenover de atonale pianoklanken op de geluidsband staan het plezier en de energie waarmee een groep geestverwante beroepsnon-conformisten zich inzet voor het project van de regisseur en diens script. Alle belangrijke rollen, ook de bijrollen, worden vertolkt door acteurs met ervaring in de wereld van film en/of televisie en menigeen blijkt een halve eeuw later een klinkend cv achter te hebben gelaten; veel van hen zijn inmiddels overleden.

Het geïmproviseerde karakter van de film toont zich onder meer in het gebruik van authentieke non-acteurs, zoals zwervers, dronkaards en prostituees, gefilmd in hun natuurlijke omgeving van Camden Town en Lavender Hill, wijken in Londen die bekend staan om hun markten en straatleven. Ze zijn decoratie, maar geïntegreerd in het verhaal van de film en de psychologische desintegratie van de hoofdpersoon, Chris Thompson; die wordt gespeeld door Peter Marinker, op hoge leeftijd nog steeds actief als stemacteur. Deborah Norton, die in Adult Fun debuteert als Thompsons buitenechtelijke scharrel, het fotomodel Jenny, zou zich ontwikkelen tot veelgevraagd actrice.

Adult Fun

Vervreemding
Hoezeer Adult Fun het product is van de tijdsgeest en een gedeelde mentaliteit blijkt vooral uit een scène niet lang na het begin van de film. Thompson en zijn vrouw (Judy Liebert) gaan, heel burgerlijk, eten bij een bevriende kunstenaar. Die wordt gespeeld door Bruce Lacey, in werkelijkheid een kunstenaar van het excentrieke soort, een representant van de tegencultuur van de jaren zestig. Lacey is avant-garde performance-artiest, maker van allerhande robotachtige installaties – er staat er een in het Tate – en het onderwerp van zowel een documentaire van Ken Russell (The Preservation Man, 1962) als de song Mr. Lacey, te vinden op het tweede album van Fairport Convention, What We Did On Our Holidays uit 1969.

Naast Lacey zitten op de bank zijn vijftien jaar jongere echtgenote Jill Bruce (geboren Smith), kostuummaakster en performance-artiest, en Beryl Bainbridge, actrice en een van Engelands meest gewaardeerde schrijvers van na de oorlog, al moest die faam op dat moment nog komen. Dat het drietal zich vervolgens – hij gekleed, Bainbridge gedeeltelijk ontbloot en Jill Bruce topless – amoureus verstrengelt is héél erg begin jaren zeventig.

Helemaal omdat er een roodfilter voor de lens wordt gezet en het beeld het gezichtspunt van protagonist Thompson verbeeldt. Die zit, gezellig op visite, met hoofdtelefoon op de oren in zijn eigen wereld. De vervreemding en de desintegratie van zijn identiteit zijn ingezet.

Voice-over van een geest?
In diezelfde scène is er nog iets aan de hand. De televisie staat aan en daarop zien we beelden uit de Amerikaanse sciencefiction tv-serie Lost In Space, die van 1965 – dus nog voor Star Trek – tot 1968 op de buis was. Als Adult Fun in 1970 of 1971 is gedraaid, rijst de vraag: waar komen die beelden vandaan? Op dat moment was er nog geen videorecorder. Die beelden moeten eerder zijn geschoten en vervolgens in de scène zijn gemonteerd.

Iets dergelijks gebeurt later op de geluidsband. Daar horen we de voice-over van Thompson, de hoofdpersoon, wat gezien het slot van de film helemaal niet kan. En we horen dialogen en omgevingsgeluid, regelmatig gemengd met detonerende pianoklanken. Soms is dat omgevingsgeluid muziek, zoals Honky Tonk Women van de Rolling Stones dat speelt op een jukebox. Maar niet lang daarna klinkt op de geluidsband opeens, uit het niets, James Taylor en diens Soldiers, van zijn album Mud Slide Slim, uitgekomen in maart 1971. Het is de enige song die de kijker hoort en de personages niet, de enige niet-diëgetische popmuziek in de hele film. Waar komt die vandaan?

Geeft Soldiers misschien commentaar op de handeling? Nee, dat doet het niet. Het nummer is simpelweg gekozen om zijn lengte. Het vult 1 minuut en 15 seconden op de geluidsband. Het is illustratief voor de speelse en geïmproviseerde wijze waarop de film tot stand is gekomen.

Adult Fun

Guerrilla-filmen
Elders in de film zien en horen we een straatmuzikant. Hij zingt – en niet eens zo beroerd – Helplessly Hoping, een nummer van Stephen Stills. Het was voor het eerst te horen op het debuutalbum van Crosby, Stills & Nash, verschenen in mei 1969. Die diëgetische muziek, van dezelfde straatmuzikant met hetzelfde nummer, komt later in de film terug. Niet in een voorval met Thompson, zoals de eerste keer, maar in een scène rond Jenny, zijn vriendin. Het lied is louter decor, het wordt niet thematisch ingezet. Het is het resultaat van guerrilla-filmen.

Adult Fun reflecteert op zichzelf, maar niet op een postmoderne manier. Opa, de vader van Thompsons vrouw, filmt het gezin met zijn Super 8-camera. En er is een scène in de bioscoop, de personages zien een balletfilm. Radio, televisie, media spelen geen onbelangrijke rol in de film. Ze bepalen en reflecteren het mentale landschap van de protagonist die gaandeweg meer en meer vervreemdt van de werkelijkheid.

Tegen Jenny zegt Thompson dat hij op zoek is naar wie hij is. “Whether there is anything inside me at all.” Enige tijd later merkt hij op dat je de wereld van meerdere kanten moet bekijken. Dat “detaches yourself, sets you free”. We zien een schilderij van Saturnus die een van zijn kinderen verslindt. Thompson speelt een spel met rollen, maar het personage eet de persoon op.

Dubbelzinnig
Rond diezelfde tijd wees de Engelse auteur J.G. Ballard er op – in diens collageroman The Atrocity Exhibition, de gelijknamige installatie in het New Arts Lab en de kortfilm Crash, gemaakt voor de BBC – dat de met media doordrenkte maatschappij van de jaren zestig oorzaak was van een psychose waarin realiteit en mediarepresentatie van plek zijn verruild; het simulacrum heeft de werkelijkheid overgenomen. Adult Fun lijkt iets dergelijks te willen zeggen. Is Thompson een onverbeterlijke nihilist? Of een opgeblazen ego dat niet kan leven naar zijn wensendromen?

Adult Fun is een dubbelzinnige titel. Het kan worden uitgelegd als bijtend commentaar op de wereld van volwassenen, met hun egoïsme, eerzucht, agressie, (zelf)bedrog en hebzucht. En het kan slaan op de film zelf, op de lol die een vriendenclub van grote kinderen heeft gehad in het maken ervan. Adult en fun hoeven elkaar niet in de weg te zitten.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 7 april 2021.

De documentaires van James Scott over kunstenaars als David Hockney, Richard Hamilton, Claes Oldenburg en R.B. Kitaj, inclusief de film over zijn vader William Scott, Every Picture Tells a Story (1984), zijn verzameld op de 2dvd Every Picture Tells a Story: The Art Films of James Scott, een uitgave van het British Film Institute.

26 februari 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Assistant, The

***
recensie The Assistant

Als je vermoedt dat je baas een Harvey Weinstein is

door Ries Jacobs

The Assistant is niet de eerste film over #MeToo en ongetwijfeld ook niet de laatste. Toch is het een waardevolle aanvulling op andere films die deze misstanden aan de kaak stellen omdat de vrouwelijke hoofdpersoon ditmaal niet het slachtoffer is. Wat doe je als je vermoedt dat je baas zijn positie misbruikt?

Jane heeft net de studiebanken verlaten en werkt als assistente bij een producent in de entertainmentindustrie. De camera volgt een werkdag in het leven van de jonge alumnus. Ze is ambitieus en maakt lange dagen, maar collega’s negeren haar. Als een moderne Assepoester voert ze de klusjes uit waar geen eer aan te behalen is. Ze print de werklijsten van haar collega’s voor die dag en krijgt de opdracht om de vrouw van de directeur af te schepen als deze belt.

The Assistant

Nadat de directeur haar over de telefoon uitscheldt voelt Jane zich genoodzaakt om haar excuses aan te bieden. Om het allemaal nog erger te maken krijgt ze concurrentie van Sienna, een nieuwe bloedmooie assistente.

Jaloers
Regelmatig laat regisseur en scriptschrijver Kitty Green alleen de camera het werk doen om de sfeer binnen het bedrijf weer te geven. Iemands houding, een hoofdknikje of een enkel woord zijn vaak al voldoende om de broeierig competitieve spanning die in het bedrijf hangt weer te geven. Deze minimalistische manier van acteren gaat hoofdrolspeelster Julia Garner, vooral bekend van haar rollen in de series Ozark en The Americans, goed af. Ze is geknipt voor haar rol van de timide Jane. De immer ietwat trieste en wereldvreemde blik in de ogen van de actrice met de kenmerkende blonde krullen maakt haar personage compleet.

Als Jane bij een collega een klacht wil indienen omdat ze de directeur ervan verdenkt dat hij haar collega-assistente Sienna tot seksuele handelingen dwingt, krijgt ze de wind van voren. De oudere man tegenover haar poneert dat ze alleen maar jaloers is. De door Green subtiel neergepende dialoog verwerken de acteurs al even subtiel tot een scène die de kern van de film vormt. Inspiratie voor het script van The Assistant vond de regisseuse namelijk toen het onoorbare handelen van Harvey Weinstein wereldkundig werd.

Green maakt van haar film geen aanklacht tegen de wanpraktijken in de filmindustrie, ze lijkt eerder te willen laten zien hoe de filmindustrie werkte en waarschijnlijk nog steeds werkt, zij het wellicht in mindere mate dan voorheen. Ze geeft de zaken die de MeToo-beweging aan het licht bracht spitsvondig in beeld zonder naar een climax toe te werken.

The Assistant

Uit het leven van een hond
Het is begrijpelijk dat ze film kiest als medium om haar verhaal te vertellen, maar wellicht is het bewegende beeld hiervoor niet de meest geschikte vorm. Beter had de werkdag van Jane in een roman gegoten kunnen worden omdat dit meer ruimte geeft om in het hoofd van de hoofdpersoon te kruipen. Wat voor persoon is ze? Wat motiveert haar? Waarom heeft ze deze drijfveren? Veel komt de kijker hierover niet te weten, behalve dat ze ambitieus is en uiteindelijk als producent aan de slag wil.

Uit het leven van een hond, dit jaar de winnaar van de Libris Literatuurprijs, beschrijft net als The Assistant één dag uit het leven van de hoofdpersoon. Auteur Sander Kollaard had tijdens het schrijven de mogelijkheid om, bijvoorbeeld door middel van flashbacks, zijn hoofdpersoon diepgang te geven. Dat de plot zich minder ontwikkelt, is dan van minder belang. Deze mogelijkheid heeft een filmmaker in mindere mate. Omdat The Assistant een wat vlak plot heeft, is de film bij vlagen langdradig, ondanks de goede dialogen die prima vertolkt worden.

 

14 november 2020

 

ALLE RECENSIES

Allen Tegen Allen

****
recensie Allen Tegen Allen

Fascinatie voor fascisme

door Sjoerd van Wijk

Allen Tegen Allen geeft een intrigerende geschiedenisles over het Nederlandse fascisme van de vroeg twintigste eeuw. Het brengt een fascinatie over het ongrijpbare van de ideologie maar houdt daardoor de boot af voor een fundamentelere analyse.

Waar een klein land al niet groot in kan zijn. Deze documentaire doet een boekje open hoe fascisme in Nederland meer is dan de NSB en Anton Mussert, ook al neemt diens muur in Lunteren een prominente plaats in. De documentaire vertelt over de steeds wijdere vertakkingen die met elkaar in onmin leven. Van de prille ideologische invloed van professor Gerard Bolland tot de flamboyante artiest Erik Wichman die voor het Nederlands fascisme een vergelijkbare rol vervulde als Gabriele d’Annunzio voor het Italiaanse. De rode draad bestaat uit het zoeken naar die rode draad. Op essayistische wijze tracht regisseur Luuk Bouwman met een breed scala aan gasten te achterhalen wat het fascisme nu eigenlijk inhoudt. Die kwamen er overigens zelf ook niet uit op een internationaal congres in 1934. Allen Tegen Allen refereert daar niet zonder reden aan, want de definitie glipt steevast tussen de vingers.

Allen Tegen Allen

Nieuwsgierigheid
Als het decor voor menig geluidsfragment of voorgedragen citaat van sleutelfiguren als Anton Meijer en Jan Baars (die later in het verzet ging) ligt daar het vlakke Nederlandse grasland doorkruist door een rivier in mist gehuld. Het uitzicht op die nevelen à la Caspar David Friedrichs wandelaar hinten naar een Romantisch verlangen en daaruit voortkomende vervreemding. Fascisten kapitaliseren ook dikwijls op gevoelens van vervreemding zoals ook uitgesproken door een van de gasten.

Deze mystiek vol weemoed vat zowel een stuk fascistische psychologie als dat het prikkelt te ontdekken wat iemand beweegt zich tot die ideologie aangetrokken te voelen. Daardoor spreekt uit deze met drone geschoten vergezichten een soort morbide nieuwsgierigheid, die de gasten zelf ook allen etaleren.

Levende geschiedenis
Deze documentaire voelt niet puur over het fascisme door die onderhuidse fascinatie. Terug op aarde tonen fervente verzamelaars van fascistische parafernalia hun pronkstukken en vertellen daarbij in geuren en kleuren hoe het fascisme zich ontwikkelde in Nederland. Samen met diverse auteurs trekken zij een blik aan vaak in de Nederlandse geschiedenis onderbelichte informatie open.

Een nonchalante handcamera begeleidt de gasten op onbewaakte momenten als ze ritselen in paperassen op zoek naar dat ene ding zoals Musserts paspoort. De geschiedenis komt tot leven als heden en verleden door elkaar heen lopen, met oude videofragmenten van bijvoorbeeld oud-leden van het Zwart Front die het antisemitisme van die club op voorspelbare wijze ontkennen. De aantrekkingskracht van deze boeiende historie dwingt zo als vanzelf tot reflecteren.

Allen Tegen Allen

Om de hete brij heen
Het ongrijpbare blijft overeind, want de gasten spreken elkaar regelmatig tegen. De hamvraag wat fascisme is, blijft overeind wanneer de vele facetten de revue passeren, waarbij prijzenswaardig het heden buiten beschouwing blijft. Bouwman laat daarmee het verleden voor zichzelf spreken, wat de aantrekkingskracht van de geschiedenis sterk maakt. De psychologie neemt een belangrijke plaats in bij Bouwmans filmessay. Allen tegen allen past wat dat betreft in de canon voor wie de fascist wilt doorgronden, zoals bijvoorbeeld Visconti’s meeslepende The Damned of primaire bronnen als Ohm Krüger.

Dat ongrijpbare betekent wel dat de film snel om de hete brij heen draait. In plaats van een resolute analyse komen platitudes over populisme langs en krijgt Plato voor zijn kritiek op de democratie op zijn dak – terwijl deze getuige het electorale succes van vele fascisten wel een punt heeft. Diepere structurele pijnpunten waarom het fascisme de kop op kan steken, laat Allen Tegen Allen zo ongemoeid. Maar het spreekt voor de film dat deze de fascinatie voor fascisme deelt en zo uitnodigt zelf de geschiedenisles af te maken.

 

27 september 2020

 

ALLE RECENSIES

Atlantis

***
recensie Atlantis

Als de oorlog voorbij is

door Ries Jacobs

We are still in the desert.’ Doelend op de Eerste Golfoorlog die voortduurt in het hoofd van soldaten, eindigde Jake Gyllenhaal met deze woorden Jarhead (2005). Atlantis gaat door waar het oorlogsdrama van Sam Mendes eindigt. Hoe gaat een met PTSS kampende veteraan door met leven?

Sergiy werkt na de recente Oekraïense burgeroorlog in een staalfabriek. Nadat zijn vriend zelfmoord pleegt en de fabriek sluit, vindt hij een baan als vrachtwagenchauffeur. De oorlogsveteraan brengt schoon drinkwater naar plaatsen die hij enkele jaren eerder doorkruiste met het geweer in de hand. In deze gebieden is het water door de oorlog zo verontreinigd dat het niet meer drinkbaar is.

Atlantis

Op een van zijn tochten ontmoet hij Katya, een vrouw die werkt voor de vrijwilligersorganisatie Black Tulip, die als doel heeft om opgegraven oorlogsdoden te identificeren en een waardig graf te geven. Sergiy meldt zich aan als vrijwilliger en weet zo zijn leven weer wat zin te geven.

Opgegraven oorlogsslachtoffers
Veel scènes schoot regisseur en scenarioschrijver Valentyn Vasyanovych op bestaande locaties in het voormalige oorlogsgebied. Met name de gedateerde staalfabriek en zijn grauwe omgeving brengt hij mooi in beeld. Hoofdrolspeler Andriy Rymaruk, in werkelijkheid een oorlogsveteraan die werkt voor de Come Back Alive Foundation, tipte de regisseur vooraf over enkele mogelijke filmlocaties. De regisseur en de acteur creëren een sfeer die perfect bij het verhaal past en de film, mede door het gebruik van deze bestaande locaties, een rauw realisme geeft.

Door dit realisme, vormgegeven door lange en sobere scènes waarbij de camera nauwelijks van positie wisselt, heeft Atlantis soms iets weg van een documentaire. De regisseur zegt deze stijl bewust te hebben gekozen. De traagheid van de beelden symboliseert natuurlijk de doelloosheid van het leven van de met een trauma kampende veteraan Sergiy, maar traagheid moet je als regisseur beheersen. Dat doet Vasyanovych niet altijd; meer dan eens lukt het hem niet om de spanning vast te houden.

Atlantis

Zelfs in de wetenschap dat de lijken nep zijn, zijn de scènes waarin de camera minutenlang gericht is op in staat van ontbinding verkerende oorlogsslachtoffers niet alleen tergend traag, maar ook ronduit stuitend. Het lijkt soms alsof de regisseur door de scènes uit te rekken van een korte film een volwaardige bioscoopfilm wil maken, maar daarvoor leent het verhaal zich eenvoudigweg niet.

Rituele reiniging
Bovendien zijn de scènes onderling soms onsamenhangend. Bij meerdere beelden vraag je je af wat deze in de film doen. Een voorbeeld hiervan is het moment dat Sergiy een achtergelaten schep van een graafmachine met water vult en deze als bad gebruikt. Je kunt dit interpreteren als een rituele reiniging of als een poging van de oorlogsveteraan om tot rust te komen, maar het is niet relevant voor de ontwikkeling van de plot of de karakters en vertraagt de boel daarom vooral.

Toch is de film als geheel de moeite waard. Atlantis laat zien dat je een trauma soms beter verwerkt door het verleden op te zoeken, dan door ervoor weg te lopen. Dit klinkt als een moraal die zo uit de televisieserie Full House had kunnen komen, maar Vasyanovych brengt deze boodschap rauw en zonder franje in beeld. Hij doet dit zo geloofwaardig dat zelfs de traagheid van de film hem vergeven is.

 

15 september 2020

 

ALLE RECENSIES

Adam

***
recensie Adam

Weduwe vindt steun bij zwangere dakloze

door Sjoerd van Wijk

Adam verrast nimmer wanneer een weduwe met tegenzin een zwangere dakloze in huis neemt. Toch sympathiseert de film als ze steeds meer steun bij elkaar vinden in treffende momenten.

Samia zwerft door de straten van Casablanca op zoek naar werk en onderdak. Dat is nogal lastig aangezien ze zwanger is en alleenstaand. De bakster Abla haalt haar in huis, mede dankzij Abla’s vrolijk zwaaiende dochter Warda. Ook Abla staat er alleen voor na het overlijden van haar man, waardoor deze hulp voor haar zwaarder weegt dan het risico op roddel en achterklap van de buurt. Dat plichtsbesef vloeit naarmate de film vordert over in een innige band tussen de twee. Samen staan ze sterker in een samenleving waar geen man hebben een moeizaam leven betekent. Dankzij hun saamhorigheid kent de bakkerij hoogtijdagen. De kassa rinkelt en Abla leert te lachen.

Adam

Opeenvolging van zetten
Weinig in Adam komt niet van mijlenver aanwandelen, de onvermijdelijke bevalling getuige Samia’s dikke buik nagelaten. Abla kijkt bedachtzaam uit het raam, maar de buitensporige aandacht voor haar huiselijk leven geeft al weg dat ze met tegenzin de initiële afwijzing omzet in een uitnodiging.

De enthousiaste Warda kan haar geluk niet op en dit nieuwe maatje dat haar van het huiswerk houdt mag nog een dag blijven, dan nog een paar dagen, en zo schuift de deadline van vertrek naar de achtergrond. Dat voelt als een logische opeenvolging van zetten tot de titulaire baby ter wereld komt, waarna de film het over een andere boeg gooit met een summier conflict over Samia’s twijfel of het geplande afstaan ter adoptie wel door moet gaan.

Krachtig duo
Het gebeurt allemaal binnen het stramien van het sociaal realisme. Regisseuse Maryam Touzani blijft in haar debuut in dat kader met een Vittorio de Sica-achtig sentiment en doet dat op prangende wijze. De vele close-ups van Samia en Abla spreken voor zichzelf. Het duo vult elkaar goed aan, wat resulteert in kleine momenten indringend gespeeld. Lubna Azabal (Incendies, Paradise Now) als Abla kijkt doorleefd en brengt daarmee overtuigend de wrevel over de vroege dood van haar man. Haar gezicht lijkt als ijs, maar de dooi breekt steeds vaker aan met een vlugge glimlach. Nisrin Erradi als Samia biedt daar innemend spel tegenover. Er spreekt een fundamentele hoop in de goede afloop uit haar vragende ogen. De draai naar teleurgesteld optimisme is daardoor begrijpelijk als de aanstaande adoptie dichtbij komt.

Adam

Maar hun band schenkt vertrouwen. Ze vinden de kracht om door te gaan ongeacht wat voor obstakels de samenleving op hun pad legt. Dat uit zich het sterkst als Samia een oude tape opzet met Abla’s favorieten die haar herinneren aan haar overleden man. De stevige handdrukken, omhelzingen en Azabals breken combineren voor een indrukwekkend ingetogen innerlijke zuivering.

Gezellig
Dat maakt de komst van Adam een bruuske afbreking van deze opbouw van vriendschap. Alsof daar het laatste woord al over was gezegd en een nieuw dramatisch conflict nodig is. Het legt een probleem van de film bloot. Adam blijft te gezellig. Strubbelingen tussen Abla en Samia beperken zich tot de initiële terughoudendheid van de eerste. De samenleving waarin zij zich moeizaam staande houden, roert zelden zijn staart, met een makkelijk af te schepen nieuwsgierige buurvrouw en een sympathiek lachende kerel die dolgraag in het huwelijk met Abla wil treden.

De close-ups grijpen aan door strakke montage, maar die innemende gezichten kampen met weinig strubbelingen. De huiselijke gezelligheid sympathiseert wel. Het draagt echter bij aan het missende verrassingselement van Adam.

 

20 juli 2020

 

ALLE RECENSIES

About Endlessness

****
recensie About Endlessness

Het is moeilijk om mens te zijn

door Bob van der Sterre

‘Het is al september.’
‘Hmmm.’
Met deze typische sketch van Roy Andersson begint zijn nieuwe film About Endlessness. Dat is sowieso een belevenis (zijn vierde in twintig jaar). Het was ook al zes jaar sinds zijn laatste film, het geweldige A Pigeon Sat on a Branch Reflecting on Existence.

Andersson films zijn onmogelijk uit te leggen. Geen films die de van ‘gewone’ films houdende kijkers zullen bekoren. Ze moeten zich voorbereiden op: 1. Vrijwel geen verhaal. 2. Trage scènes. 3. Amper bewegende beelden. 4. Karakters die figureren in de sketches (geen emotievolle close-ups). 5. De Zweedse zelfspot. 6. Zeer subtiele humor. 7. Zowel comedy als drama, mensen weten niet zeker welke van de twee. 8. Scènes in een take. 9. Immens gedetailleerde decors. 10. Vleugjes maatschappijkritiek. 11. Veel amateuracteurs. Ga zo maar door.

About Endlessness

Poëtisch? Filosofisch? Absurd?
Gelukkig hoeft film er niet alleen voor de grote gemene deler te zijn. Roy Andersson is daar duidelijk niet mee bezig. Hij maakte in 1970 en 1974 wel twee ‘normale’ films, nam toen een pauze als regisseur van 25 jaar (maakte vooral commercials voor tv), en maakte toen in 2000 (na vier jaar voorbereiding) het revolutionaire Songs from the Second Floor. Een artistieke hit. De film won de juryprijs in Cannes.

Songs from the Second Floor was de voorloper van de intussen vier films in dezelfde stijl. ‘Een slapstick-Ingmar Bergman’, typeert Village Voice hem, en dat is best aardig gevonden. Zijn eigen filosofie in een zin: ‘Het publiek moet zich niet te comfortabel voelen bij een film.’

De een noemt Anderssons stijl poëtisch, de ander filosofisch, en sommigen gebruiken een vaak misbruikt begrip als absurd. Wat het meest opvalt, is de hypercontrole op decor en acteurs. De acteurs zijn strikt geregisseerde figuranten in bewegende schilderijen. Filmschilderijtjes de vaak iets triests schetsen in een mensenbestaan. Het past dus ook dat zijn werk geëxposeerd is geweest in het MOMA in New York.

Tussen subtiele humor en triestheid
In About Endlessness borduurt Andersson verder op zijn vorige drie films. Ook hier weer een reeks sketches die gaan over onder anderen religie, oorlog, liefde en commercie. En ook hier het verbazingwekkende evenwicht tussen subtiele humor en triestheid.

Deze keer horen we een voice-over commentaar geven: ‘Ik zag vandaag een jongen op zoek naar liefde.’ Met weer een paar ijzersterke Anderssonesque scènes, zoals de man die bij een slager zijn ex-vrouw aanvalt en huilt: ‘Je weet toch dat ik van je hou?’ Haar antwoord: ‘Dat weet ik.’ Dan duiken de andere klanten op hem. Let op hoe de slager probeert mee te krijgen wat er gebeurt.

About Endlessness

Ook een prachtig beeld uit deze film: de twee mensen die boven een ruïnestad zweven. Of de scène dat nazi’s luisteren naar bombardementen terwijl een platenspeler aan blijft tikken (gebaseerd op het schilderij The End van Kukrynisky, een trio karikaturisten uit de Sovjettijd). De scène met de kruisdrager in de binnenstad doet dan weer denken aan Anderssons eigen film Songs from the Second Floor.

Is de film beter of minder dan zijn voorgangers? Het is niet te doen om zijn films met elkaar te vergelijken omdat ze zo gelijkwaardig zijn. Wie ze nog niet kende: beloon jezelf en ga ze kijken. Als je geduld hebt, krijg je er veel voor terug. Aan de andere kant is het misschien nu ook tijd voor Andersson om een nieuwe, revolutionaire stap in het duister te zetten. Andersson is weliswaar bijna tachtig, maar echt veel revolutionairen hebben we niet meer in de cinema. Probeer een keer een close-up of een ‘gewoon verhaal’. Verandering is gezond!

 

15 juni 2020

 

ALLE RECENSIES

Au nom de la terre

***
recensie Au nom de la terre

Frans boerendrama biedt weinig hoop

door Cor Oliemeulen

Het Franse drama Au nom de la terre toont dat het runnen van een boerenbedrijf tegenwoordig meer vereist dan enkel liefde voor de grond waarop gewassen worden verbouwd en dieren worden klaargestoomd voor consumptie. Gedwongen tot grootschaligheid en geconfronteerd met tegenslagen slaat het noodlot langzaam toe in het warme gezin van Pierre en Claire Jarjeau.

Dat het water bij veel boeren aan de lippen staat en dat zij zich bedreigd voelen in het voortbestaan van hun bedrijf, is de afgelopen maanden duidelijk geworden door het boerenprotest. Terwijl in Nederland vooral de stikstofcrisis de aanleiding is, blokkeerden boeren in Frankrijk toegangswegen tot Parijs om vooral aandacht te vestigen op hun lage inkomens.

Au nom de la terre

Onvermijdelijke keuze
Au nom de la terre speelt zich af in de laatste twee decennia voor de eeuwwisseling waarin de (internationale) landbouw drastisch veranderde. Als Pierre Jarjeau (Guillame Canet: Le Grand Bain, La Belle Époque) enig onheil had vermoed, had hij waarschijnlijk nooit in 1979 het bedrijf van zijn vader gekocht en was hij als cowboy in het Amerikaanse Wyoming gebleven. Destijds was het boerenbedrijf nog overzichtelijk: boeren fokten hun dieren, verkochten die op de lokale markt en streken het geld op. Voor de administratie had je geen computer of hogere wiskunde nodig.

Regisseur Edouard Bergeon, die zijn speelfilmdebuut baseerde op zijn eigen smartelijke familiegeschiedenis, laat zien hoe begin jaren negentig de globalisering toeslaat en internationale afspraken met richtlijnen over productie de boeren tot onvermijdelijke keuzes dwingen: investeren om uit te breiden en het aanschaffen van geavanceerde uitrustingen om op die manier schaalvoordelen te boeken. In het geval van Pierre Jarjeau betekent dat onder meer het bouwen van een grote hypermoderne stal met kuikens.

Vader en zoon
De vader van Pierre ziet met lede ogen aan dat de dieren smerig voedsel krijgen voorgeschoteld en zet vraagtekens bij de keuze voor grootschaligheid en de afhankelijkheid van coöperaties en banken, waardoor zijn zoon bijna niets meer over zijn eigen bedrijf heeft te zeggen. Volgens pa was vroeger natuurlijk alles beter, hoewel Pierre zijn vader er fijntjes op wijst dat hij zijn dieren toen volstopte met antibiotica en groeihormonen. Zijn zoon moet niet zo klagen, maar nog harder werken, net als zijn eigen generatie die de oorlog heeft meegemaakt.

Au nom de la terre

Saillant detail is dat Pierre na de overname van het bedrijf zijn vader pacht voor de grond moet betalen. Als het boerenbedrijf steeds verder in het slop dreigt te geraken en de schulden toenemen, dringt Claire (Veerle Baetens: The Broken Circle Breakdown) bij haar man Pierre aan om zijn vader hulp te vragen. Aan de keukentafel ontspint zich weliswaar een intiem onderonsje, maar van compassie en uitgesproken liefde is geen sprake. Pa leest zoon andermaal de les en zoon is te trots om uitstel van betaling te vragen. Ondertussen hebben de erbarmelijke uitzichten van het boerenbedrijf hun vernietigende weerslag op het eens zo harmonische gezin van Pierre en Claire.

Boodschap
Tussen alle ellende door weet Bergeon in Au nom de terre kleine sprankjes hoop en kleine momenten van geluk te weven. Zoon Thomas, die studeert voor landbouwingenieur en keihard meewerkt op het boerenbedrijf, krijgt van zijn ouders een racefiets om daarmee met een vriend tochtjes door het prachtig in beeld gebrachte Franse landschap te kunnen maken. En op warme dagen ravotten die twee samen met Thomas’ zusje en haar vriendin in een zwembad dat is gemaakt van hooibalen en landbouwplastic.

Wat overblijft is een realistische, dus ook deprimerende, film met een impliciete politieke boodschap. Dwing boeren niet in een door internationale regels en beurs gedicteerd keurslijf en laat de landbouw terugkeren naar kleine bedrijven waarin boeren zelf de baas zijn en voldoende verdienen om een voor mens en dier verantwoord product op tafel te kunnen zetten. Voor het gezin Jarjeau en veel andere Franse boerengezinnen komt die boodschap te laat.

 

20 januari 2020

 

ALLE RECENSIES