***
recensie Amoeba
Vormloze tienerrebellie
door Zoë van Leeuwen
Het coming-of-age-genre trapt maar al te graag in dezelfde bekende valkuilen en gebruikt vaak herkenbare formules die zelden nog verrassen. Toch bewijst regisseur Tan Siyou met haar speelfilmdebuut Amoeba dat het ook anders kan en dat er wel degelijk nieuwe manieren zijn om de worstelingen van een tiener te laten zien.
Amoeba volgt de 16-jarige Choo (Ranice Tay) en haar drie vriendinnen, Vanessa, Sofia en Gia, tijdens hun laatste jaar op een prestigieuze Chinese school, in het hart van Singapore. Choo is nieuw op school en lijkt al snel weerstand te bieden tegen de strenge regels van de leraren. Door hun afkeer van de ouderwetse sociale normen groeien de meiden al snel uit tot een hechte vriendengroep.

Maatschappelijke buitenbeentjes
Een amoebe is een eencellig organisme, hersenloos en fundamenteel solitair. Net als de vier vriendinnen muteert de cel voortdurend en verandert zich van vorm om zich aan te passen aan haar omgeving. In de strenge wereld van de eliteschool in Singapore worden Choo en haar vrienden als buitenbeentjes beschouwd. Ze voelen zich als vissen, opgesloten in een aquarium en filosoferen over de toekomst door de verouderde tradities van het schoolsysteem te bevragen.
Losjes gebaseerd op de middelbare schoolervaring van Siyou, markeert deze film een indrukwekkend en persoonlijk speelfilmdebuut voor de Singaporese filmmaker. Na een succesvolle reeks korte films die eerder al opvielen in Cannes en Berlijn, ging Amoeba vorig jaar in première op het Toronto International Film Festival.
Echte gangsters
De rebellie wordt nog verder aangewakkerd door de stoere verhalen van Sofia’s bejaarde chauffeur Oom Phoon (Jack Kao). Samen met hun liefde voor Chinese gangsterrap besluit de groep om hun eigen ‘meidengang’ te beginnen. Een symbolische middelvinger naar het schoolsysteem en de Singaporese maatschappij. De onnozele manier waarop ze deze pas ontdekte ongehoorzaamheid aanpakken, vormt het meest charmante onderdeel van de film.
Want hoewel ze zich laten inspireren door de heftige verhalen over de onderwereld van de triades in Singapore, blijft hun eigen opstandigheid heerlijk knullig. Er is geen sprake van criminaliteit, maar van spijbelen, het roken van sigaretten en het uitvoeren van een hilarisch chaotische voorstelling, tot ergernis van de leraren. Hun verzet is klein, maar in de ogen van de tieners is het een eerste stap naar echte individualiteit. Het acteerwerk van het viertal spant hierbij de kroon. De dynamiek tussen de actrices voelt niet gespeeld en hun vriendschap is herkenbaar voor iedereen die ooit zestien is geweest.
Dualiteit van de camera
Visueel maakt Amoeba weinig indruk. Het grootste deel van de film bestaat uit kille digitale beelden die niet veel emotie opwekken. We zien witte klaslokalen, schooluniformen en de straten van Singapore. Maar misschien is dat precies wat cameravrouw Neus Ollé wil laten zien: de kijker onderdompelen in dezelfde saaie wereld die de meisjes ervaren. Want zodra de groep de digitale camcorder van Sofia’s familie steelt, beginnen de vriendinnen en de film een creatievere kant te laten zien.
De textuur en de ongecontroleerde bewegingen van de camera schijnen een nieuw licht op Singapore wanneer de groep hun dagelijks leven filmt. Verlost van hun schooluniformen zien we de vier meiden voor het eerst als individuen met een eigen stijl en persoonlijkheid. Ze filmen alles wat ze willen en krijgen zo even de kans om de regie over hun eigen leven te bepalen. Maar juist dat individualisme zorgt ervoor dat de eerste barsten in hun vriendschap zichtbaar worden.

Vechten voor aandacht
De film verliest zijn houvast wanneer er te veel ballen in de lucht worden gehouden. Het verhaal rondom de geest in Choo’s kamer intrigeert in de eerste helft, maar verandert snel in een overbodig zijverhaal, en zo verdwijnen meer aspecten naar de achtergrond. Amoeba probeert staatskritiek, eeuwenoude volksverhalen, een subtiele queer subtekst, de dood van een geliefde én een coming-of-age-drama te verwerken in een film van minder dan twee uur. Hierdoor krijgen al deze noemenswaardige thema’s geen ruimte om te ademen en lijkt de film te brokkelen onder het gewicht van zijn eigen ambitieuze aanpak.
Toch weet Amoeba de focus aan het eind enigszins te herpakken. Tijdens een mondeling examen om naar een universiteit te mogen, bevraagt Choo haar toekomst hardop terwijl ze recht in de camera kijkt. Met de zin “Ik vraag me af wat echt is” vat ze de hele film samen. Het ‘perfecte’ plaatje van school en de zoektocht naar de identiteit van Singapore en zichzelf. Misschien was de rebellie enkel dat, een fase om te overleven, en blijft Choo uiteindelijk die solitaire cel die zich voortdurend moet blijven muteren om niet te worden verpletterd door het systeem.
8 juli 2026


















