All the Beauty and the Bloodshed

****
recensie All the Beauty and the Bloodshed
Intiem portret van activistische fotograaf Nan Goldwin

door Jochum de Graaf

Oscarwinnaar en IDFA-hoofdgast van de afgelopen editie Laura Poitras ontving de Gouden Leeuw in Venetië voor All the Beauty and the Bloodshed. Ze maakte een intiem en openhartig portret van de beroemde fotograaf Nan Goldin over haar leven en kunst, maar ook over haar strijd tegen de Sackler-familie, de veroorzakers van de opiatencrisis in de VS én bekend als een van de grootste filantropen van de kunstwereld.  

Daar zitten ze dan, David Sackler en Theresa Sackler, achter het scherm in een online zitting van de rechtszaak die tegen hun bedrijf Purdue Pharma is aangespannen. Hoogste baas David Sackler heeft geweigerd voor het scherm te komen. De Sacklers, ook wel omschreven als de titanen van de Amerikaanse farmaceutische industrie, worden met hun rol als fabrikanten en marketeers van zwaar verslavende pijnstillers als OxyContin in hoge mate verantwoordelijk gehouden voor de opiatencrisis die in de tweede helft van het afgelopen decennium alleen al in de VS rond de half miljoen dodelijke slachtoffers eiste.

All the Beauty and the Bloodshed

Getuigenissen
Met tamelijk uitgestreken gezichten horen ze getuigenissen aan, zoals van de ouders die zeer emotioneel het in de knop gebroken leven van hun enige zoon beschrijven die ze niet meer reagerend op de grond van de slaapkamer aantreffen, na een overdosis. De vader richt zich rechtstreeks tot de Sacklers: ‘Ik wil jullie er op wijzen dat tegen de tijd dat deze twee uur durende zitting beëindigd is, er opnieuw zestien mensen aan jullie dodenlijst kunnen worden toegevoegd.’

Tot een veroordeling komt het niet. Ruim voor de rechtszaak begint, onttrekken de Sacklers miljarden aan het bedrijf, sluizen ze weg naar belastingparadijzen en laten het bedrijf failliet gaan, zodat ze de hoge boetes schaamteloos kunnen ontlopen.

Een deel van die miljarden is gestoken in het ondersteunen van kunst, in gerenommeerde musea als het New Yorkse Metropolitan Museum of Art (MET), het Guggenheim en het Louvre. Op Harvard en een stuk of tien andere universiteiten zijn er Sackler Wings, Sackler Halls, Sackler Rooms en Sackler Educational Centers. Verder zijn er in Washington en Londen Sackler Museums, waarmee ze hun reputatie als een van de grootste filantropen van de kunstwereld oppoetsen.

OxyContin
De wereldberoemde fotografe en kunstenares Nan Goldin, die al in 1986 naam maakte met haar fotoserie The Ballad of Sexual Dependency, kende de Sacklers ook vooral als de maecenassen in wiens musea en galerieën ze menigmaal exposeerde. Tot ze in 2014 na een operatie de pijnstiller OxyContin voorgeschreven krijgt, binnen de kortste keren verslaafd raakt en er vervolgens bijna door een overdosis aan onderdoor gaat. Een paar jaar later richt Goldin – geïnspireerd door de onthullingen van journalist Patrick Radden Keefe in The New Yorker die de Sackler-bedrijven omschrijft als ‘een imperium van pijn’ – de actiegroep Prescription Addiction Intervention Now (PAIN) op die de strijd aanbindt met de praktijken van de Sacklers.

All the Beauty and the Bloodshed begint maart 2018 in het New Yorkse MET waar PAIN een populaire tentoonstelling in de Sackler Wing verandert in een symbolisch slagveld. Later in de film laten ze met als het ware een performance act honderden receptbriefjes met anti-Sackler-slogans van de kenmerkende spiraalgangen in het Guggenheim naar beneden dwarrelen.

Drie jaar later is er de teleurstelling dat de Sacklers niet veroordeeld kunnen worden, maar vieren ze wel een klein feestje dat de namen van de Sacklers in vrijwel alle Wings, Rooms en Galleries verwijderd worden en de grote musea de een na de ander besluiten geen geld meer van de big pharma-reus aan te nemen.

All the Beauty and the Bloodshed

Openhartig
Laura Poitras, die een Oscar kreeg voor Citizenfour over NSA-klokkenluider Edward Snowden en hoofdgast was op het afgelopen IDFA, maakt een intiem, aansprekend en bij tijd en wijle melancholisch portret van Nan Goldin, waarvoor ze in Venetië de Gouden Leeuw kreeg.

In een stuk of zes hoofdstukken laat Poitras vooral Goldin zelf rauw, eerlijk en openhartig haar leven en werk schetsen. Na een moeilijke jeugd in een buitenwijk van Maryland met een depressieve zus, wier zelfmoord een slagschaduw over haar jeugd legt, volgen de bevrijdende jaren aan de kunstacademie en speelt ze een vooraanstaande rol in de kunstscene van Manhattan in de enerverende jaren zeventig en tachtig.

Goldin vertelt onopgesmukt over Tin Pan Alley, over medekunstenaars als underground-actrice Cookie Mueller, fotograaf David Armstrong, kunstenaar, schrijver en aidsactivist David Wojnarowicz, over haar heroïneverslaving, over de deprimerende jaren dat de aidsepidemie vooral in het kunstenaarsmilieu om zich heen greep, over haar korte periode als go-go-danseres en sekswerker, omdat ze de huur niet meer kon betalen en hoe ze voor het eerst de camera oppakt.

Ze breekt door met fel realistische projecten als The Ballad of Sexual Dependency en Sisters, Saints and Sibyls, waar ze rechtstreeks put uit haar leven en haar vriendenkring, de bohemiens, transseksuelen, selfmade-artiesten, mensen aan de zelfkant. In de film zien we een aantal diavoorstellingen met een steeds wisselende soundtrack voorbijkomen, opgezet als een soort dagboek een stijl die veel navolging krijgt en haar exposities in prestigieuze musea en collecties over de hele wereld oplevert.

Bijzondere archiefbeelden van New York onderstrepen het mooie tijdsbeeld, de rebelse levenshouding van Goldin, de constante van haar gedrevenheid en haar volharding in de strijd tegen de Sackler-familie. De gelauwerde Laura Poitras verdient vooral veel lof voor de knappe manier waarop ze Goldins latere activisme weet te verweven in het grotere verhaal over haar leven en kunst.

 

11 januari 2023

 

ALLE RECENSIES

À plein temps

****
recensie À plein temps
Maalstroom van een arbeidersbestaan

door Tim Bouwhuis

Op papier is À plein temps een sociaal drama over de maalstroom van een Parijs arbeidersbestaan. Gelukkig komt degene die in dat geval een dertien in een dozijn-film verwacht, bedrogen uit: door de golvende geluidsband en de indringende montage kijkt het op zichzelf alledaagse verhaal weg als een tikkende tijdbom.

Als de treinen tussen stad en platteland door aanhoudende stakingen steeds minder vaak gaan rijden, wordt het voor Julie (Laure Calamy) een almaar hachelijker karwei om op tijd in te klokken op haar werk. Om zichzelf en haar twee kinderen nog wat ademruimte te geven, woont ze op enige afstand van de Parijse binnenstad en is ze volledig afhankelijk van het openbaar vervoer. À plein temps (Full Time; geregisseerd en geschreven door Eric Gravel) begint met een wekker die een sluimerdroom doorbreekt; wat volgt, is een soort hindernisparcours naar het respectabele hotel waar Julie de kost verdient.

À plein temps

Apocalyptische koortsdroom
Door de vluchtige, maar toch uiterst beheerste beeldregie en de golvende (‘pulserende’) geluidsband, die doet denken aan de score van de adrenalinerijke misdaadfilm Good Time (de gebroeders Safdie, 2017), krijgt Julies forensenbestaan de dynamiek van een thriller. De reis van platteland naar stad en terug is voor de modelarbeider in een westerse maatschappij het meest alledaagse tafereel denkbaar, en toch heeft À plein temps gevoelsmatig soms meer weg van een apocalyptische koortsdroom dan van een gemiddeld inkijkje in het dagelijks leven.

Gele hesjes
Op het dieptepunt van de film rijdt er níets meer. Het regent, de nacht valt in, de straten zijn onveilig, de hotels overvol en hun eigenaars onvriendelijk. Ontsnappen is onmogelijk en de spanningen in de stad bereiken hun kookpunt. Felle straatprotesten, de complexe achtergrond even daargelaten, waren met name in aanloop naar de Coronaperiode (2018-2019) diep verankerd in de Parijse werkelijkheid.

Het treffen tussen burgers en autoriteiten wordt onverhuld verbeeld in de confronterende documentaire Un pays qui se tient sage (The Monopoly of Violence; David Dufresne, 2020), die vorig voorjaar exclusief te zien was op streamingdienst Picl. Gravel schreef het script van À plein temps vlak voor de opkomst van de gele hesjes, en liet zich naar eigen zeggen vooral inspireren door de historische arbeidersstakingen van 1995. Toch is de stedelijke chaos in de film vooral voorstelbaar met de gele hesjes in het achterhoofd.

À plein temps

Obstakels van het arbeidersbestaan
Toegegeven, Julie krijgt in anderhalf uur speeltijd daadwerkelijk ook wel met zo’n beetje álle obstakels van het arbeidersbestaan te maken. Haar ex-partner is onbereikbaar en moet nog alimentatie betalen, de bejaarde vrouw die op haar kinderen past kan de drukte niet aan en de bank belt om de haverklap voor de hypotheek. Tegelijkertijd dwingt juist die alomvattende maalstroom een reflectie af op de absolute grenzen van een leefbaar (arbeiders)bestaan. Overeenkomsten met de (Nederlandse) werkelijkheid zijn er ondanks de opgeklopte spanningsboog namelijk in overvloed: het beleid van de NS begint steeds meer op een rampenplan te lijken en in tijden van inflatie is de voedselbank er in extremis straks voor iedereen.

Groundhog Day
Het siert Gravel dat hij zich in de loop van zijn film niet tot politieke uitingen wendt, maar domweg laat zien hoe het arbeidersbestaan sociaal en emotioneel zijn tol eist. Julie is geen typische strijder voor gerechtigheid, en de regisseur maakt van zijn hoofdpersonage geen heilige: in de loop van de film maakt ze een aantal haastige, zelfzuchtige keuzes die mensen in haar omgeving in diskrediet brengen. Je kunt Julie onsympathiek noemen en het op dezelfde tel voor haar opnemen. Ook de eindafrekening van À plein temps is ambigu, vertwijfeld en gespeend van een goedkoop nieuw begin. We kunnen alleen maar hopen dat Groundhog Day de arbeiders van deze wereld elke ochtend weer zo genadig mogelijk is.

À plein temps werd goed ontvangen op verschillende internationale filmfestivals en ontving een prominente prijs op het filmfestival van Venetië (2021). Toch wist de film geen Nederlandse distributeur aan zich te binden. Vanaf 29 december is À plein temps op initiatief van Filmhuis de Spiegel (Heerlen) alsnog op meer dan veertig vertoningslocaties te zien. Kijk hier voor meer informatie.

 

21 december 2022

 

ALLE RECENSIES

Armageddon Time

***
recensie Armageddon Time
Opgroeidrama slaat niet in als een bom

door Cor Oliemeulen

Opgroeidrama’s lijken populairder dan ooit. Alsof filmmakers teruggrijpen naar een tijd dat alles beter of interessanter was. Of terugdenken aan hun eigen jeugd toen ze zelf gevormd werden. De vraag is of het publiek op die herinneringen zit te wachten.

Je kunt natuurlijk ook graag films over vroeger willen maken omdat je vindt dat je te laat bent geboren. De Amerikaanse filmmaker James Gray had het liefst films gemaakt in de jaren zeventig toen zijn idolen Francis Ford Coppola, Martin Scorsese, Robert Altman en Stanley Kubrick het ene na het andere meesterwerk lanceerden. Het is dan ook niet vreemd dat Grays films zich afspelen in het verleden. Ze gaan vaak over immigranten (o.a. zijn debuut Little Odessa en The Immigrant) en spelen zich meestal af in New York. Met zijn achtste speelfilm, het coming-of-age drama Armageddon Time, keert Gray terug naar de tijd dat hij als elfjarige opgroeide in Queens als nazaat van joodse Russische immigranten.

Armageddon Time

Opa’s wijze les
Paul Graff (Banks Repeta) is het alter ego van de jonge James Gray, die liever tekent dan op school zit. Vader Irving (Jeremy Strong) en moeder Esther (Anne Hathaway) halen hun zoon na enkele incidenten van een particuliere school. Het ergste voor Paul is dat hij nu niet meer kan optrekken met zijn zwarte vriendje Johnny (Jaylin Webb). Hij mag dat sowieso niet van zijn vader sinds Paul en Johnny  werden betrapt toen ze samen op school een joint rookten. Als Paul samen met enkele jongens op het plein van zijn nieuwe, veel strengere school staat te praten, komt Johnny voorbij, maar Paul reageert afstandelijk omdat zijn nieuwe klasgenoten niet van ‘niggers’ houden. Paul voelt zich ongemakkelijk door de situatie en vertelt het voorval aan zijn grootvader Aaron (Anthony Hopkins), het enige familielid met wie hij een goede band heeft. Aaron verhaalt over hoe hij zelf als jood gediscrimineerd werd en draagt zijn kleinzoon op om op te komen voor minderheden en zich als een ‘mensch’ te gedragen.

Armageddon Time speelt zich af in 1980. Paul en zijn familie zien op tv hoe de republikein Ronald Reagan wordt gekozen tot nieuwe Amerikaanse president. “Dat wordt een kernoorlog”, verzucht Pauls moeder. Deze conservatieve tijd met het vooruitzicht dat democratische verworvenheden zullen worden teruggedraaid, onderstreept het lot van minderheden in de Amerikaanse samenleving. Maar het gaat regisseur James Gray vooral om de kijker zich te laten realiseren dat zijn jeugdjaren werden geteisterd door de angst voor een nucleaire oorlog vanwege de immer dreigende relatie met de Sovjet-Unie.

Armageddon Time

Toekomst
Met zijn opstandigheid en wijsneuzerige gedrag is Paul als puber geen uitzondering. Het enige wat hij wil, is een beroemd artiest worden. Nergens wordt duidelijk dat hij (of iemand anders) zou lijden, laat staan beïnvloed worden, door de angst voor een armageddon. Ook het reggaenummer Armagidion Time van The Clash en de korte links die Gray legt met het opvoeren van de vader en de zus (cameo van Jessica Chastain) van de latere president Donald Trump kunnen de kijker niet overtuigen van die te verwachten onheilspellende toekomst.

Het zijn vooral de uitmuntende vertolkingen van de hele cast die Armageddon Time de moeite van het kijken waard maken. Het familiedrama is met zorg vervaardigd, echter het script is niet verrassend genoeg en ook het gemis van enige nostalgie en wat humor doet de film geen goed. Het meest wezenlijke thema is de nasleep van het moment waarop Paul en Johnny zijn betrapt op diefstal en eerstgenoemde belangrijke keuzes over zijn eigen positie moet maken. Bij thuiskomst merken we dat Paul zich eenzamer dan ooit voelt.

 

7 december 2022

 

ALLE RECENSIES

All That Breathes

****
recensie All That Breathes
Het regent roofvogels

door Tim Bouwhuis

In de Indiase miljoenenstad Delhi komen de roofvogels letterlijk uit de lucht vallen. De twee broers die in de bescheiden documentaire All That Breathes centraal staan, zien niemand ingrijpen en besluiten zich gericht over de dieren te ontfermen. Ondertussen blijft het in hun politiek verkrampte omgeving niet bij ecogeweld.

Onder welke omstandigheden besluit je een deel van je leven te wijden aan mensen (en hier dus dieren) in nood? Het verzorgen van (tijdelijk) vleugellozen lijkt voor Nadeem en Saud een vanzelfsprekendheid, maar als je ziet hoe groot de problemen zijn, mag hun tomeloze inzet een klein wonder heten. De hechte broers kunnen de last van een zuchtend ecosysteem en bloedende straten nooit alleen dragen. En toch bouwen ze hun kleine garageruimte met de hulp van een vriend om tot een provisorisch noodhospitaal.

All That Breathes

Noodoproep
All That Breathes verweeft de onvoorwaardelijke liefdadigheid van de hoofdpersonen met een bredere blik op de sociaal-politieke en religieuze spanningen die India (Delhi niet eens in het bijzonder) al decennia parten spelen. Rigoureus gesteld lijkt het alsof sommige bewoners van de grootstad zo druk zijn met het uitdragen (en in dit geval ook bevechten) van hun identiteit, dat ze niet doorhebben dat de zuiverende kringlopen van water, lucht en natuur wankelen. De zwarte wouw (‘black kite’ in het Engels), zoals de vogelsoort die de broers zo koesteren genoemd wordt, is een hulpeloos slachtoffer van de erbarmelijke luchtkwaliteit, verziekt, vervuild en bestraald door menselijke ingrepen.

Het gaat regisseur Shaunak Sen (Cities of Sleep) duidelijk aan het hart dat Delhi niet alleen een onveilige stad is door de ecoproblemen. Korte mediafragmenten en terloopse opmerkingen van de broers worden in de montage uiteindelijk aangevuld met een mobiel opgenomen filmpje waarin een man met gevaar voor eigen leven een religieus monument probeert te slopen. In een documentaire die zich desondanks te allen tijde blijft concentreren op de zorgverlening van de broers, maakt de politiek geladen interventie duidelijk dat Sen zich verantwoordelijk voelde om het verband tussen het ecogeweld en de ontsporende verhoudingen tussen (met name) hindoe-nationalisten en moslims expliciet te maken. Wie de lange documentaire Reason (Anand Patwardhan; bekroond op het IDFA in 2018) of de speelfilm Nasir (Arun Karthick; IFFR 2020 en vervolgens uitgebracht in Nederland) zag, kan zich bij dat laatste een (zij het door de sterke stellingname van de filmmakers wat vertekende) voorstelling maken.

All That Breathes

Natuurbeeld
Het is niet storend dat All That Breathes door de filmische verwerking van de politieke (onder)laag iets van zijn subtiliteit verliest. Wel had er enigszins bespaard kunnen worden op het gebruik van voice-overs, die gebruikt worden om de broers te laten uitdrukken welke filosofie (humanistisch, maar met een licht religieus tintje) er aan het verzorgen van de roofvogels ten grondslag ligt, en om toe te lichten welke rol de dieren spelen in het schoonhouden (‘reinigen’) van de natuurlijke omgeving. Er wordt namelijk al veel weggegeven door de sprekende beelden, die het verhaal van de documentaire met gemak dragen en de meeste zeggingskracht hebben als er niet bij wordt gesproken. Met het geduld van strakke kaders en lome tracking shots vangen Sen en zijn crew met beperkte filmische middelen dierlijke details die in vluchtigheid voor het oog verborgen zouden blijven. “Het gaat ons om alles wat ademt”, is de redenatie van de broers. Het geheven vingertje blijft uit. Gelukkig, want dat werkt vaak ook averechts. Maar misschien ‘moeten’ we wel vaker zo denken.

 

14 november 2022

 

ALLE RECENSIES

IDFA 2022 – Deel 1: Openingsfilm

IDFA 2022 – Deel 1: Openingsfilm
All You See

door Jochum de Graaf

Woensdag 9 november gaat het 35ste IDFA van start met een overweldigend aanbod van 294 documentaires. Het programma telt zeventien onderdelen en IDFA’s partners pakken uit met maar liefst 27 selecties. Met onze 33 IDFA-tips kreeg de bezoeker al een duidelijk compact overzicht. We trappen onze serie verslagen af met de openingsfilm All You See (Al wat je ziet), die tegelijk in 35 theaters wordt uitgebracht en 23 november bij 2Doc te zien zal zijn.

De film heet een onderzoek naar wat het betekent om aan de projecties van anderen onderworpen te zijn. ‘Wat als je van de ene op de andere dag niet meer wordt gezien, maar wel wordt bekeken? Ben je dan wie je was of wie je bent geworden?’ Documentairemaker Niki Padidar (Ninnoc, ANNA: Status en ook tv-programma De Dokter Corrie Show) kwam op haar zevende vanuit Iran naar ons land en ook de andere hoofdrolspeelsters hebben een migratieachtergrond.

All You See

Identiteit
We maken kennis met de Somalische Khadija die al 27 jaar in ons land woont en nog steeds als nieuwkomer bejegend wordt, peuter Sophia die pas sinds kort vanuit Engeland naar hier gekomen is en tiener Hannah uit Oekraïne die de neiging heeft zichzelf weg te cijferen en vlucht in de cartoonwereld. De 7-jarige Dewi Bus speelt scènes waarin Niki Padidar buiten beeld haar eigen ervaringen verwoordt.

Die centrale vraag naar identiteit – wie je bent of wat je wilt zijn, naar gezien willen worden maar constateren dat je slechts bekeken wordt – levert navrante, soms ook tragikomische observaties van onze samenleving op. Khadija die twee, drie keer per dag (sinds haar komst al zo’n 40.000 keer, zo berekent ze) vragen krijgt als ‘Waar kom je vandaan, nee, waar kom je oorspronkelijk vandaan? Woonden jullie daar nog in een hut? Ben je besneden? Zijn alle drie jouw kinderen van dezelfde vader?’

Ze vertelt het onthutsende verhaal over de nieuwe buurvrouw die nadat ze uit de deur van haar nieuwe koophuis in Rotterdam-Noord komt doodleuk opmerkt ‘ik wist niet dat ze hier ook huurhuizen hebben’. De peuter Sofia die van haar klasgenootjes tips krijgt om aan Nederland te wennen: ‘zo doen wij dat hier.’ Je ziet haar ineenkrimpen als ze gestoken in een wollige trui het advies krijgt om geen warme kleren aan te doen wanneer de andere kinderen in korte mouwen lopen. En de goedlachse Hannah die over haar moeite met de taal vertelt, de ‘grammatische fouten die ik maakte toen ik schreef deze gedicht’. Ze leert heel veel door strips te bestuderen, probeert zich de straattaal eigen te maken, maar voelt zich vooral toerist, zo voelt ze zich ook bejegend.

Niki Padidar zelf vertelt met archiefbeelden van Iran, nagespeelde scènes van haar schooltijd in Nederland, haar geschiedenis, haar opa die overleed een dag nadat ze na zoveel jaar terug gingen naar Iran, haar oma die kort daarop overleed, dat ze nu niet meer in oorlog leeft, maar ook geen familie meer heeft. ‘Ik voel me  verbonden met Nederland, maar ik voel me nul Nederlands.’

De verbazing over die kleinzielige Nederlanders. Khadija vertelt over de collega die twee dagen vrij neemt om bij te komen van het overlijden van haar fret. ‘Fred?’, denkt ze, ‘wie is die Fred, ze was toch met een ander?’. De andere collega die een half jaar uit de running was vanwege een verbroken relatie. Zelf was ze van dichtbij getuige van onthoofdingen. 

All You See

Vervreemding
All You See is een film over vervreemding, letterlijk en figuurlijk. Verstilde beelden van onder een viaduct, van een drone die laag over een polderlandschap scheert, de woeste zee bij de Oosterscheldekering, het onvermijdelijke aquarium, het slotbeeld van een in groothoek gefilmde provinciale weg waar in de verte een meisje aan komt lopen. De metafoor van de Hollandse hokjesgeest die je nauwelijks kan ontgaan met de protagonisten elk in een kale, grijze, betonnen kamer, die ze op hun eigen manier met persoonlijke houdingen en gedragingen proberen in te kleuren. Maar veel verder dan deze symboliek en dat gevoel van vervreemding komt de film niet. Onbevredigend ook dat einde met het voorlezen van een gedicht over ‘feeling at home’ en de niet goed te volgen tekst van Beforever like the curse van singer-songwriter Fink.

All You See is een stuk minder indringend dan Four Journeys, de opening van IDFA 2021 waarin Louis Hothothot zijn migratiegeschiedenis vanuit China onderzocht. En het is misschien wel zo aangenaam dat een controverse als bij de films van Sunny Bergman, die soortgelijke thema’s van integratie en migratie behandelt, uit zal blijven. Maar de film mist vooral urgentie, hij spreekt niet of nauwelijks aan en blijft steken in een vaag gevoel van vervreemding. Hebben we hier met een probleem te maken? Hoe groot is dat dan wel? Moet of kan er wat aan gedaan worden? En dat thema van gezien willen worden maar alleen maar bekeken worden, van wie je bent en wie je wilt zijn, is dat niet ook van toepassing op allerlei andere groepen die in hun coming of age met hun identiteit worstelen?

 

8 november 2022

 

IDFA 2022 – Deel 2: Azië, anders
IDFA 2022 – Deel 3: Muziekdocumentaires
IDFA 2022 – Deel 4: Mensen aan het werk
IDFA 2022 – Deel 5: Oekraïne 
IDFA 2022 – Deel 6: Pioniers
IDFA 2022 – Deel 7: Een zee van experimenten

 


MEER FILMFESTIVAL

Apples

***
recensie Apples
Carpe de Memoria

door Yordan Coban

Apples is een goed getimede pluk de dag-film over geluk en identiteit. Het lijdend voorwerp is een pandemie van een geheugen aantastend virus, dat patiënten hun herinneringen afneemt en weerloos achterlaat in onze complexe moderne maatschappij. 

De bekende Britse filosoof John Locke was van mening dat de identiteit van de mens verbonden was aan zijn herinneringen. De centrale vraag die hier aan ten grondslag ligt, is de vraag wat het “zelf” nu is. Wat blijft er over als je alle externe invloeden die bijdragen aan de vorming van een individu weg pelt? Locke stelde, net zoals Shakespeare en socioloog Irving Goffman, dat er dan een leeg omhulsel overblijft, een toneelspeler zonder script. Locke ging zelfs zo ver in zijn theorie dat hij beweerde dat als iemand zich een handeling niet meer kan herinneren, hij er ook niet verantwoordelijk voor gehouden kan worden.

Apples

Nieuwe herinneringen
Appels eten is goed voor je geheugen, krijgt Aris (gespeeld door Aris Servetalis) te horen van een groenteboer. Ondanks dat hij dol op appels is, legt Aris de appels teleurgesteld terug. Hij wil zijn tragische verleden niet herinneren. De pandemie van geheugenverlies komt hem niet slecht uit. Waar deze pandemie vandaan komt en hoe dit technisch werkt, wordt niet uitgelegd maar dat is ook niet per se nodig. De kijker dient de wereld achter het centrale gegeven van de film zelf in te vullen.

Ook draait de film niet om het ontrafelen van het verleden van de hoofdpersoon, zoals dat wel centraal staat in Memento (2000). De filmmaker lijkt meer geïnteresseerd in de vraag hoe de slachtoffers nu verder moeten, hoe zij hun menselijkheid weer terug kunnen krijgen. Aris zit in een resocialisatieprogramma voor mensen die ten prooi zijn gevallen aan het virus. Zij moeten opnieuw leren om te kunnen functioneren in onze samenleving. Zij moeten opnieuw leren om gelukkig te zijn zelfs. De begeleiders van het resocialisatieprogramma proberen dit te stimuleren door de patiënten erop uit te sturen met verschillende opdrachten en activiteiten. Dansen, zwemmen en zelfs een onenightstand staan op het programma. De bedoeling is dat ze hun persona weer gaan invullen met nieuwe herinneringen.

Apples

Social media
Foto’s dienen daarbij als bewijs. Dit zorgt ervoor dat de patiënten plichtmatig ervaringen opzoeken die op papier (of beter gezegd op foto) een rijke levenservaring doen vermoeden. De realiteit is dat de patiënten statisch deze foto’s en ervaringen verzamelen omwille van het verzamelen. Een analogie met social media is dan al snel gelegd. Op Instagram en Facebook zien we dat mensen wanhopig verzamelingen van herinneringen delen in de hoop dat als het vaak genoeg bevestigd wordt, men zelf ook overtuigd raakt van het idee dat ze een rijk en gelukkig leven leiden. Voor de mensen die afhankelijk zijn van deze bevestiging was de pandemie een moeilijke tijd. Een tijd waarin amper in het oog springende herinneringen gemaakt konden worden, behalve dan de immer doorgaande herinnering aan de tijd zelf, de pandemie en de onthaasting.

Het idee van het resocialisatieprogramma is natuurlijk zo gek nog niet. Een diversiteit aan activiteiten en ervaringen is een belangrijk gegeven voor een gelukkig leven. Een uiterst geschikte film om te kijken gedurende de lockdown, ondanks de ironische werkelijkheid ervan, is Groundhog Day (1995). In een werkelijkheid waarin men gevangen zit in de inwisselbaarheid van dagen kan het streven om zoveel mogelijk uit je dag te halen, de geest weerbaarder maken. Maar zodra men dit louter doet door het frame van een lens wordt deze herinnering gegrepen door de vormgeving op social media en de beoordeling van anderen. Men verheft dan het imago van je digitale persona tot reclasseringsmedewerker. David Lynch zei ooit dat hij geen foto’s nam om herinneringen te bewaren. Hij achtte dergelijke foto’s futiel, omdat herinneringen altijd beter tot leven komen in gedachten dan in een statisch beeldfragment.

Er waren afgelopen jaar de nodige films die vergelijkbare onderwerpen behandelen. In de bijdrage van de twee grote Nederlandse filmmakers dit jaar, Benedetta van Paul Verhoeven en Nr.10 van Alex van Warmerdam, wordt slechts in de kanttekening van het verhaal verwezen naar een pandemie. In Apples is de pandemie het centrale fenomeen. Een andere film die thematisch de wegen van Apples kruist is The Father (2020). Een film over dementie en het verlies van realiteitsbesef. Waar The Father doordrongen is van emotie, is Apples eerder emotieloos. Het houdt de kijker op afstand. Dit hoeft niet erg te zijn als er op zijn minst voldoende interessante observaties worden gedaan vanaf de zijlijn. Uiteindelijk lijkt de film jammer genoeg niet echt verder te komen dan een aantal droge komische interacties.

Apples

Weird Greeks
Apples is de eerste speelfilm van de Griekse regisseur Christos Nikou. Eerder al werkte hij als assistent-regisseur samen aan Yorgos Lanthimos’ moderne klassieker Dogtooth (2009). Het is duidelijk dat Nikou veel inspiratie uit de werkwijze van Yorgos Lanthimos gehaald heeft. De abstracte menselijke interacties doen erg denken aan deze stijl, maar passen bovendien goed bij een verhaal van mensen zonder herinneringen. De droge vertelwijze wordt gecomplimenteerd met absurdistische humor die tekenend lijkt te zijn voor de Greek Weird Wave.

Naast dat alle films van Lanthimos gebruikmaken van deze benadering, is dit ook al terug te vinden in het werk van de vader van de Griekse film: Theo Angelopoulos en in andere moderne Griekse werken als Chevalier (2015). De mensen die verbeeld worden in deze stroming zijn apathisch en manoeuvreren krampachtig tussen de abstracte statuten van hun werelden. Werelden die met al hun vertoonde vreemdsoortigheden, innig reflecteren op de merkwaardige conventies van onze samenleving.

 

14 maart 2022

 

ALLE RECENSIES

Alpinist, The

****
recensie The Alpinist
Bergbeklimmen zonder schijnwerpers

door Nanda Aris

De 23-jarige alpinist (een bergbeklimmer op rotsen, sneeuw en ijs) Marc-André Leclerc verlegt de grenzen van wat mogelijk lijkt binnen het bergbeklimmen en levert onvoorstelbare prestaties. Collega-klimmers hebben ontzag voor Leclerc. Ook Alex Honnold, hoofdpersoon van Free Solo (2018), steekt zijn bewondering voor ’this kid’ niet onder stoelen of banken. Leclerc is een publiciteitsschuwe einzelgänger en weinig bekend bij het grote publiek. Deze aangrijpende documentaire maakt daar een einde aan. 

Filmmakers Peter Mortimer (The Dawn Wall, 2017) en Nick Rosen, zelf ook klimmers, zien in Leclerc een soort van hedendaagse volksheld, die ver weg blijft van de roem die hij zou kunnen krijgen. Ver weg van social media, sponsors, merken, en bekendheid. Niks van dat alles is belangrijk voor Leclerc, zijn doel is ‘to have adventure, cruise around’. Maar dit doet zijn gedrevenheid geen eer aan, want hij heeft kennis van zaken, visie en toewijding.

The Alpinist

Het volgen van de Canadees blijkt nog geen makkelijke opgave voor Mortimer en Rosen. Want soloklimmen betekent voor Leclerc ook echt alleen klimmen. Hij is ongrijpbaar, Mortimer en Rosen hebben moeite om in contact te blijven met Leclerc, ook omdat hij geen telefoon heeft. Met een camera erbij is de ervaring van het soloklimmen voor Leclerc anders.

Beklimmingen
Hij stemt ermee in om de legendarische en moeilijke Mount Robson’s Emperor Face in Canada – waarvan hij de Infinite Patience-route als eerste solo trotseert – nogmaals te beklimmen, nu met camera. Leclerc oefent de route niet, heeft geen voorkennis, klimt vaak zonder veiligheidstouw, en heeft ook geen communicatiemiddel mee voor als het misgaat. ‘Je moet leren wat de berg je vertelt’, zegt Leclerc. ‘Je kunt controleren wat je zelf doet, maar niet wat de berg doet’. Juist dat maakt klimmen zo interessant voor hem. En ook dat is wat hem drijft om solo te klimmen, en niet de gebruikelijke roem en glorie.

Al op jonge leeftijd is hij geïnteresseerd in bergbeklimmen en leest hij boeken over klimmers en expedities. Juist dit gegeven maakt dat hij instemt met het maken van de film over hemzelf, hij hoopt er anderen mee te inspireren om dromen te volgen. ‘Als die mensen hun verhaal niet hadden verteld, hoe zou ik dan ooit van deze activiteit afweten? Dus waarom zou je het niet delen als het sommige mensen misschien helpt om buiten dat kleine hokje geïnspireerd te raken en de droom levend te houden?’

Soms klimt hij met zijn vriendin Brette Harrington, maar vaak trekt hij ook zijn eigen plan, klimmen geeft de ADHD hebbende Leclerc ‘clarity, calmness and control’. En de prachtige beelden van betoverende besneeuwde bergen tonen dat ook; we zien Leclerc van bovenaf, en kijken de oneindige afgrond in. Het is stil, we horen alleen het geschraap van de pikhouwelen, en de adem van Leclerc. Rustig en kalm, zonder angst, bijzonder comfortabel ogend – niet als iemand die zijn leven waagt – klimt hij aan een dun stuk ijs omhoog. Zijn handen langzaam en precies bewegend, iets dat hij geleerd zou hebben vanuit zijn jeugd, vanwege onhandigheid in zijn handen, en een onduidelijk handschrift.

The Alpinist

Gewaagd
Leclercs beklimmingen worden steeds gewaagder, andere klimmers vragen zich af of hij voorzichtig genoeg is, en doorheeft wat ie doet. Hij besluit naar Patagonië af te reizen, om daar Torre Egger te beklimmen. Dat hij wel degelijk weet wat voor gevaren het klimmen met zich meebrengt – soloklimmen is het meest dodelijk – blijkt als hij de avond voor de beklimming van Torre Egger gevraagd wordt naar een speciaal dieet. Dat heeft hij niet, maar hij eet bewust, alsof het zijn laatste maal is.

Er zijn maar weinig alpinisten zo goed op zo’n jonge leeftijd. Rosen: ‘Vaak zijn de beste alpinisten in de veertig omdat het lang duurt om de vereiste kwaliteiten en kennis te beheersen.’ Echter Leclerc is een ijzersterke klimmer. Bovendien weet hij het weer en de sneeuwcondities te lezen, kent hij zijn materiaal en heeft hij de juiste mindset voor het beoefenen van deze sport. The Alpinist is luchtig en comfortabel in het begin, intrigeert vooral in het tweede deel en eindigt krachtig.

 

18 februari 2022

 

ALLE RECENSIES

Atanarjuat (2001)

REWIND: Atanarjuat: The Fast Runner (2001)
Naakt over het ijs naar de sjamaan

door Paul Rübsaam

Voor zijn eigen leven, het heil van zijn familie en dat van de hele stam moet de titelheld in Atanarjuat: The Fast Runner in zijn blootje vele kilometers over het ijs rennen. 

Het landschappelijk schoon van het hoge noorden en de verwevenheid van het dagelijks leven en de spiritualiteit van de oorspronkelijke Inuit (Eskimo’s) werken op zich al betoverend. Bijna zou je nog vergeten dat het spannende verhaal wordt gesproken in Inuktitut, cast en crew voor negentig procent uit Inuit bestonden en de opnames plaatsvonden op de locatie van de oorspronkelijke legende.

Atanarjuat: The Fast Runner (2001)

In de ban van het leven en werk van de Deense ontdekkingsreiziger Knud Rasmussen (1879-1933) stuitte ik onlangs op de filmtitel The journals of Knud Rasmussen (2006). Ik kon de desbetreffende film echter niet te pakken krijgen. Wel een andere speelfilm onder regie van de Canadese Inuk Zacharias Kunuk, waarin het  leven van de oorspronkelijke Inuit eveneens een belangrijke rol speelt: Atanarjuat: The Fast Runner (2001).

Het kan een voordeel zijn als je bij toeval en pas vele jaren na het verschijnen ervan wordt geconfronteerd met een film die destijds aan je aandacht is ontsnapt. Je kunt  niet bevooroordeeld raken door de publiciteit rond de première en de prijzen die de film heeft ontvangen. De loftuitingen van destijds voor Atanarjuat: The Fast Runner blijken de film naar een script van Paul Apaq Angilirq (ten tijde van de opnames overleden) en Norman Cohn echter nog te kort doen. Er is iets magisch aan Atanarjuat dat twintig jaar later onverkort standhoudt.



In REWIND opnieuw aandacht voor opvallende films uit dit millennium.

 


Sjamanisme
In de eeuwenlange orale traditie van de Inuit werden per overlevering details aan de naar schatting meer dan duizend jaar oude Atanarjuat-legende toegevoegd, soms ter vervanging van bestaande verhaalelementen. Atanarjuat, een welbewuste poging om het medium speelfilm in te zetten als verlengstuk van die verdwenen traditie, sluit zich daarbij aan. Zo maakt met inachtneming van de christelijke ethiek waaraan de Inuit-gemeenschap in Noord-Canada tegenwoordig is onderworpen het element wraak van de oorspronkelijke legende plaats voor gedeeltelijke vergiffenis.

Het door de missionarissen eveneens taboe verklaarde sjamanisme krijgt echter wel degelijk een aanzienlijke plaats toebedeeld. Zonder gebruik van obligate special effects komt voortdurend de onlosmakelijke verbondenheid tot uitdrukking tussen het feitelijke bestaan van de oorspronkelijke Inuit, dat even rauw was als het vlees dat ze vaak aten en hun geloof in hogere machten en de cyclische ordening van het universum. De wederkeer van gestorvenen in de gedaante van nieuw geborenen was voor hen ‘alledaags’, evenals het verschijnen van goede en kwade geesten, die onder meer gestalte konden krijgen in de walrussen en ijsberen waar ze op joegen.

Spotliederen en vuistslagen
In vogelvlucht zien we wat zich in Igloolik (regio Nunavut, Noord-Canada) heeft afgespeeld voordat Atanarjuat (Natar Ungalaaq) de volwassen leeftijd bereikt. De goede sjamaan Tungajuaq delft het onderspit in een spirituele krachtmeting met de boosaardige sjamaan Tungajuaq. ‘Het kwaad komt tot ons als de dood’, klaagt Kumaglaks weduwe Panikpak (Madeline Ivalu). Ze vraagt haar broer Qulitalik (Pauloosi Qulitalik), die op het punt staat zich ver buiten Igloolik te gaan vestigen, om hulp te verlenen zodra ze hem ‘roept’ (langs telepathische weg benadert). Ter ondersteuning van Qulitaliks spirituele krachten geeft ze hem een konijnenpoot mee van haar overleden echtgenoot.

Atanarjuat: The Fast Runner (2001)

Kumaglaks zoon Sauri heeft door Tungajuaq het amulet met walrustanden omgehangen gekregen dat hem tot stamhoofd maakt. Later zal het kwaad zich in Sauri’s kinderen Oki (Peter-Henry Arnatsiaq) en Puja (Lucy Tulugarjuk)  manifesteren. Ondertussen groeien Atanarjuat en diens oudere broer Amaqjuaq op als respectievelijk de snelle en de sterke zoon van de onbeholpen jager Tulimaq. Oki maakt als zoon van het stamhoofd aanspraak op de mooie Atuat (Sylvia Ivalu), maar deze geeft de voorkeur aan Atanarjuat, die Oki tot diens ergernis als jager ook al de loef afsteekt.

In een grote iglo en in bijzijn van de hele stam wordt de rivaliteit tussen Atanarjuat en Oki op rituele wijze beslecht. Met hun respectievelijke helpers als achtergrondkoor zingen ze elkaar spotliederen toe, waarbij de zanger zichzelf begeleidt met een tamboerijn. Vervolgens mogen de liefdesrivalen elkaar om beurten met de zijkant van de vuist op de slaap slaan. Atanarjuat dreigt daarbij buiten westen te raken, maar hervindt wonderbaarlijk genoeg zijn krachten en wint toch nog het gevecht. Hij mag Atuat zijn bruid noemen.

Tweede vrouw
Als Atanarjuat in de zomer op kariboejacht gaat, is Atuat hoogzwanger. Ze kan hem dus niet vergezellen. Nota bene Oki stelt voor dat Atanarjuat zijn zuster Puja meeneemt om hem te ondersteunen bij de jacht. Aldus gebeurt. Atanarjuat en Puja maken een idyllische reis door een naar arctische maatstaven groen landschap en bedrijven de liefde in een tent.

Bij terugkomst mag Puja de rol gaan vervullen van Atanarjuats tweede vrouw. Ze kan het echter niet laten tevens diens broer Amaqjaq te verleiden. Atanarjuat stuurt haar weg en ze beklaagt zich daarover bij haar eigen broer Oki. Deze grijpt de gelegenheid aan om zich alsnog te wreken op zijn eeuwige rivaal. ’s Nachts sluipt hij met medeweten van Puja samen met twee helpers en gewapend met walrusslagtanden naar de tent waarin de twee broers, die hun korte ruzie weer bijgelegd hebben, liggen te slapen. Het drietal hakt furieus in op de met het tentdoek bedekte lichamen. Amaqjaq wordt gedood. Atanrjuat krijgt een ingeving van hogerhand en weet op miraculeuze wijze ongedeerd, maar naakt uit de tent te ontsnappen. Hij begint aan zijn lange run over het ijs, gevolgd door Oki en zijn handlangers.

Atanarjuat: The Fast Runner (2001)

Eindeloos duurt de vlucht van de naakte renner over met waterplassen afgewisselde blauwachtige ijsvelden. Het scherpe ijs scheurt de vellen van zijn bloedende voeten en hij valt uitgeput voorover als hij wil drinken uit een waterplas. In de verte hoort hij echter een onbekende stem die hem roept. Als het hem is gelukt uit het zicht van Oki en zijn jagers te geraken, wordt hij strompelend over het ijs gevonden door de sjamaan Qulitalik. Samen met zijn vrouw en dochtertje verzorgt deze de onderkoelde  en gewonde Atanarjuat en verstopt hem onder en berg zeewier als Oki en zijn helpers naderbij komen. Atanarjuat moet gedogen dat zijn aarstvijand op dat zeewier urineert, maar wordt niet ontdekt. Terug in Igloolik doet Oki op hardvochtige wijze een greep naar de macht over de stam. Zal het Atanarjuat lukken daar ooit terug te keren, om met hulp van Qulitalik orde op zaken te stellen?

Blijven vertellen
‘Als onze ouders geen verhalen meer vertellen, plegen onze kinderen zelfmoord’, verklaarde Zacharias Kunuk twintig jaar geleden. Naast werkloosheid en drugsverslaving komt inderdaad ook zelfmoord veel voor onder de ontheemde hedendaagse jonge Inuit. De opnames van Atanarjuat: The Fast Runner, dat zijn eerste vertoning beleefde in het huidige Igloolik voor een publiek waarvoor veel van de filmmakers goede bekenden waren, werden niet alleen gekenmerkt door bijzondere klimatologische omstandigheden. Op de set was er tijdens de eindeloos lange draaidagen in de Poolzomer geen sprake van de gebruikelijke hierarchische verhoudingen. De acteurs kregen slechts summiere instructies en gaven op hun eigen manier gestalte aan hun personages. Ze wilden dit verhaal dat dreigt niet meer verteld te worden koste wat het kost over het voetlicht brengen. Aldus gaven ze mede gestalte aan zichzelf en ontstond er een speelfilm over een eeuwenoude legende die ook twintig jaar later nog imponeert als een even dringende als actuele documentaire.

 

ATANARJUAT KIJKEN: o.a. op iTunes.

 

Meer REWIND

Als de kraanvogels overvliegen

****
recensie Als de kraanvogels overvliegen
Vervlogen geluk

door Tim Bouwhuis

Een idyllisch beeld: kraanvogels nemen een vlucht boven Moskou terwijl twee gezworen minnaars de liefde vieren. En dan de oorlog, als ruwe verstoorder van “te mooi om waar te zijn”. Als de kraanvogels overvliegen wordt vandaag de dag geëerd als het vroegste hoogtepunt van de Russische nieuwe golf (1957-1968).

Hij moet gaan, zij blijft achter. De plot van Als de kraanvogels overvliegen (Letjat zjoeravli) is er één uit het boekje, maar de filmische uitwerking is een huzarenstuk van regie en camera. Bijna vijfenzestig jaar na dato ligt het blijvende belang van deze productie dan ook vooral besloten in de stilistische kenmerken en het toenmalige momentum van verschijnen.

Als de kraanvogels overvliegen

De twee geliefden van de film, Veronika en Boris (rollen van glorieuze debutante Tatyana Samoylova en Aleksey Batalov), belichamen namelijk een kruispunt in de Russische (film)geschiedenis. Eens Stalin (1878-1953) begraven was (bekijk zeker de dit najaar uitgebrachte archiefdocumentaire State Funeral), ontstond er geleidelijk een sociaal-cultureel klimaat waarin met een andere blik kon worden teruggekeken op het recente (oorlogs)verleden. Dat klimaat mocht nooit een utopie worden: films als Dear Comrades! (Andrey Konchalovskiy, 2020) laten duidelijk zien dat er ook onder Nikita Chroesjtsjov (aan de macht tussen 1953 en 1964) beslist geen heilstaat werd gecreëerd. Toch presenteert Als de kraanvogels overvliegen een bijzonder open en kritische beschouwing van de Russische oorlogsinspanning en de visie die daar mede aan ten grondslag ligt.

Perpectieven
De films van Michail Kalatozov (na Als de kraanvogels overvliegen maakte hij De brief die nooit verzonden werd, die ook gerestaureerd is), hoe rijk aan propaganda ook (zie het verleidelijke meesterwerk Soy Cuba, dat zonder geld van de Sovjet-overheid nooit gemaakt had kunnen worden), wijken qua benadering af van de meer collectief georiënteerde films van het tijdperk Stalin. De beste filmmakers (Sergei Eisenstein, Vsevolod Pudovkin en anderen) van die periode moesten te allen tijde rekening houden met de straffe censuur en eisen van het regime.

Een van de pijlers van de communistische heilstaat was de arbeider, die zich onvoorwaardelijk in dienst stelde van het ideaal en als zodanig opging in de massa. Vertaald naar de periode van de Tweede Wereldoorlog betekende dat dat mannen zonder pardon gescheiden werden van hun geliefden, en dat het vooral een eer moest heten om voor het vaderland ten strijde te trekken.

Het tijdperk Chroesjtsjov was zogezegd geen onvervalst positieve perestrojka (‘herbouwing’), maar er ontstond wel ruimte om (onder andere door middel van film) andere perspectieven op de Russische beleving van oorlog en maatschappelijke verandering uit de doeken te doen. Terwijl Boris de wapens opneemt aan het oostfront, heeft Kalatozov alle aandacht voor de ervaringen van Veronika in een verscheurd Moskou. Het wordt haar bepaald niet makkelijk gemaakt om de terugkeer van haar geliefde eerbiedig af te wachten: haar neef (een rol van Aleksandr Shvorin) staat te trappelen om Boris’ plek in te nemen. Veronika loopt gekwetst weg als haar baas in het ziekenhuis (waar ze tijdelijk dienst doet als verpleegster) schande spreekt van vrouwen die hun heroïsche echtgenoten niet onvoorwaardelijk opwachten. Haar neef slaat ze wanhopig van zich af, maar ondertussen schuift de vrees voor een tragisch lot als een schaduw voor de horizon. De kraanvogels worden in dat licht dubbelzinnige symbolen: ze zijn richtpunten van zowel hoop als vervlogen geluk.

Als de kraanvogels overvliegen

Visuele motieven
Een film als I am Twenty (Marlen Khutsiev, 1965), deze zomer nog terecht onder de aandacht gebracht door het IFFR (in het online 50/50 programma van Unleashed), is in zijn lyrische weergave van liefde in vrije tijden duidelijk geïnspireerd door Als de kraanvogels vliegen. De film van Kalatozov combineert de anticipatie van een meer optimistische toekomst (die nog veel zichtbaarder is in I am Twenty) met een overheersend gevoel van rouw ten aanzien van het verleden. Deze spanning tussen uitersten heeft ook betrekking op de persoon van Andrej Tarkovsky, die in I am Twenty figureert als een beleerde student maar een paar jaar daarvoor doorbrak met De Jeugd van Ivan (1962, in 2019 nog in de Nederlandse zalen).

Als de kraanvogels overvliegen en De Jeugd van Ivan zijn niet alleen vergelijkbaar in hun kernachtige pacifisme, maar ook in hun dynamische beeldvoering en onorthodoxe camerastandpunten. Sergey Urusevskiy, een vaste medewerker van Kalatozov in zijn beste werk, combineert zijn gedurfde gevoel voor perspectief (de zogeheten ‘high angle’-shots zou hij later perfectioneren in Soy Cuba) met duizelingwekkende tracking shots die menigmaal eindigen in dramatische close-ups.

De stilistische keuzes en filmlocaties zijn cruciaal, aangezien Kalatozov betekenis uitdrukt via slimme visuele motieven die in een andere context plots een andere lading krijgen. Zo zijn de kraanvogels te zien op twee contrastrijke momenten. Een doodgewone trappengalerij verandert in oorlogstijd in een brandende ruïne. En de lange sprint naar boven, een eindeloze opwaartse spiraal, eindigt pas als het de tragische held aan het front langzaam zwart wordt voor de ogen.

Als de kraanvogels overvliegen zou in de gerestaureerde versie vanaf 2 december in een aantal bioscopen draaien, maar wegens de huidige coronamaatregelen is dat uitgesteld. De film is momenteel te zien op YouTube. De nieuwe versie is inmiddels verschenen op Criterion.

 

30 november 2021

 

ALLE RECENSIES

Annette

***
recensie Annette
Wals met foute man

door Ries Jacobs

Een musical met in de hoofdrollen actrice, zangeres en componiste Marion Cotillard en de inmiddels gevestigde acteur Adam Driver zou weleens vuurwerk kunnen opleveren. Beiden hebben bewezen zowel in blockbusters als in serieuzere films uitstekend overeind te blijven. Bovendien liet Cotillard in La vie en rose (2007) horen een uitstekende zangeres te zijn. Toch weet Annette niet geheel te overtuigen.

Het verhaal in een zin: stand-up comedian en beroepsprovocateur Henry McHenry (Adam Driver) en klassiek zangeres Ann Defrasnoux (Marion Cotillard) krijgen een relatie waaruit een kind met een bijzondere gave wordt geboren, waarna hun relatie uitloopt in een ramp.

Annette

Dit verhaal schreven Ron en Russell Mael, de twee broers die al decennialang het experimentele muziekgezelschap Sparks vormen. De twee verzorgden natuurlijk ook de begeleidende muziek. Annette wijkt op essentiële punten af van wat we horen en zien in de traditionele musical: er wordt nauwelijks in gedanst en er zitten stukken opera in (Cotillard speelt immers een klassieke sopraan). Bovendien maakt regisseur Leos Carax (Les amants du Pont-Neuf, Holy Motors) er een surrealistisch werk van. Zo blijkt Annette, naar wie de film vernoemd is, een mysterieus wezen.

#MeToo
Ook de kleding van de hoofdrolspelers draagt bij aan het surrealistische karakter van de film. Cotillard zien we vaak in het geel en wit en Driver draagt groene kleding. Symboliseert dit de puurheid en zuiverheid van Ann en de natuurlijke woestheid van Henry? Nee, zegt Carax, hij vindt het gewoon mooie kleuren. Er is dus niets symbolisch aan, het is gewoon toeval.

Evengoed is het toeval dat er een link naar #Me Too in Annette zit wanneer McHenry’s voormalige partners hem beschuldigen van (seksueel) wangedrag. ‘Toen we aanvingen met het project was er nog geen #Me Too,’ aldus de Franse regisseur, ‘bovendien zijn er veel kunstenaars die slechte mensen waren, maar me toch erg geïnspireerd hebben.’

Ook de link naar #Me Too is een onderdeel van het vlakke verhaal waarin de vrouw valt op een foute man en hiervoor uiteindelijk de prijs betaalt, maar waarin het niet duidelijk wordt waarom operazangeres Defrasnoux valt voor een man waarvan afdruipt dat hij fout is. Ze is succesvol en haar pianist, gespeeld door Simon Helberg (Howard Wolowitz in The Big Bang Theorie) aanbidt haar, maar toch valt ze op McHenry. Waarom?

Annette

Surrealistisch
Het verhaal is in musicals minder bepalend voor de sfeer dan de muziek. In Annette is het niet anders en dat is waar de schoen wringt. Hoewel de surrealistische sfeer goed is neergezet en het acteerwerk is wat je mag verwachten van de hoofdrolspelers (vooral Driver is ijzersterk in zijn rol van Henry McHenry op het podium), kent de muziek teveel zwakke momenten.

De soundtrack laveert tussen het typische musicalgeluid en kunstige jaren zeventig pop en kent zeker goede nummers. Zo is het openingsnummer (naast de hoofdrolspelerszijn de broers Mael te horen) ijzersterk. Maar het geheel kent teveel liedjes die niet echt boeien. Het is als een plaat die enkele hits bevat en verder is opgevuld met wat nog op de plank lag. Bovendien is Driver als zanger weliswaar boven de maat, maar ontbeert zijn stem variatie en diepgang.

Alle ingrediënten bij elkaar kunnen de film niet gedurende de hele looptijd overeind houden. Neem daarbij in ogenschouw het flinterdunne verhaal en dat het karakter van Ann Defrasnoux niet goed uit de verf komt en je vraagt je af of Carax de 141 minuten die hij voor de film uittrekt niet beter had kunnen invullen.

 

21 november 2021

 

ALLE RECENSIES