Amarga Navidad

***
recensie Amarga Navidad
Almodóvar wil een schop onder zijn reet

door Cor Oliemeulen

In 2004 verliest Elsa, een regisseur van reclamefilms, haar moeder en vlucht in haar werk. Tijd om te rouwen neemt ze niet. Wegens gezondheidsproblemen vertrekt ze met haar eveneens tobbende vriendin Patricia naar Lanzarote. In 2026 blijkt Elsa’s verhaal een scenario van Raúl, een filmmaker met een creatieve blokkade. Amarga Navidad draait uiteindelijk om de vraag in hoeverre een schrijver of filmmaker het leed van bestaande personen voor zijn eigen werk mag gebruiken.

Volgens Pedro Almodóvar vormt zijn ‘bittere kerstmis’ (de vertaling van de titel van zijn jongste film) een tweeluik met Dolor y gloria (2019), een al even persoonlijke film van de gelouterde Spaanse filmregisseur. De overeenkomst met Amarga Navidad zit hem in de ouder wordende filmmaker, de lichamelijke kwetsbaarheid en de herinneringen aan zijn moeder. Maar Almodóvar zegt dat hij zelf nooit lang kampte met een writersblock. Waar in Dolor y gloria de filmmaker zijn eigen pijn en verleden gebruikt, verschuift het accent in Amarga Navidad naar het leed van anderen. De vraag is of dit gegeven vernieuwende en interessante cinema oplevert, en wat het zegt over de bedoelingen van de filmmaker.

Amarga Navidad

Zelfonderzoek
Mooie, kleurrijke en kunstzinnige sets, vakmanschap en sfeervolle muziek zijn altijd ruimschoots en herkenbaar aanwezig in films van Pedro Almodóvar. Ook de centrale rol van vrouwen – met hun verdriet, vriendschappen en onderlinge solidariteit – zie je onmiskenbaar in zijn hele oeuvre (o.a. The Room Next Door). In Amarga Navidad brengt een hartverscheurend lied van Chavela Vargas die vrouwenwereld extra tot leven. Maar halverwege veranderen de vrouwelijke strubbelingen langzaam in een zelfonderzoek van zowel de regisseur in de film als de regisseur van de film. Vrouwelijk lijden verschuift naar mannelijke worsteling.

Almodóvars zelfonderzoek voelt vertrouwd. Opnieuw worstelt een ouder wordende filmmaker, Raúl (Leonardo Sbaraglia: Dolor y gloria), met zichzelf en zijn werk. Elsa (Bárbara Lennie: Los Tigres) fungeert als zijn alter ego en daarmee ook als dat van diens schepper. Het zelfportret krijgt zo wel meerdere gezichten, maar levert nog geen meeslepend verhaal op. Waar Almodóvar in eerdere films verraste met onverwachte onthullingen en wendingen, laat de spanningsboog hier lang op zich wachten.

Amarga Navidad

Confrontatie
Het sterkste moment van de film is de apotheose, waarin Raúls jarenlange assistente Mónica (Aitana Sánchez-Gijón: Madres Paralelas) de confrontatie met de regisseur opzoekt. In deze indringende en oprechte slotdialoog probeert zij hem duidelijk te maken dat Raúl niet zomaar kan beschikken over de levens van dierbare mensen in zijn omgeving. De filmmaker probeert zich open te stellen voor haar pijn en verdriet, maar Mónica wil niet dat het leed uit haar privéleven op straat belandt.

Hierdoor merk je dat Almodóvar zijn eigen werkwijze ter discussie stelt. Hij realiseert zich dat zijn wereld steeds meer om hemzelf draait, zoals hij ook aangeeft in interviews. Hij noemt zichzelf zelfs zijn eigen muze. Zijn leven is kleiner geworden en daardoor kijkt hij intensiever naar zijn directe omgeving. Met de heftige confrontatie tussen Mónica en Raúl toont de regisseur zijn eigen afstraffing, soms met zelfspot, soms bloedserieus. Maar die afstraffing is natuurlijk wel door hemzelf geregisseerd, want ‘Waar het pijn doet, sla ik mezelf niet’, zei hij tegen RTVE.

Uiteindelijk draait Amarga Navidad dus om de vrijheid die een filmmaker zichzelf toebedeelt. Hij kan luisteren naar andermans leed, zich schuldig voelen, zichzelf bekritiseren en vervolgens toch vrolijk doorgaan met schrijven. Zelfs kritiek van anderen is nieuwe inspiratie. De kijker blijft achter met een mix van bewondering, mededogen en irritatie.

 

4 november 2026

 

Lees ook: Boek over Spaanse cinema.

 

ALLE RECENSIES

Die Abenteuer des Prinzen Achmed (1926)

De Herfst van de Stomme Film
Deze september blikken we in De Herfst van de Stomme Film terug op klassiekers uit de maanden voordat The Jazz Singer in oktober 1927 de geluidsfilm inluidde. Een laatste oogst van tien films voordat Hollywood begon te praten. Hieronder de vijfde film.

 

Die Abenteuer des Prinzen Achmed (Duitsland, september 1926)
Lotte knipt het knapst

door Ralph Evers

In 1926 ziet Die Abenteuer des Prinzen Achmed van Lotte Reiniger het licht, de oudste nog bestaande lange animatiefilm. Een film die bij herziening zowel onmiskenbaar oud is, als tijdloos. Universele thematiek met archetypische personages en met een tempo dat voor vandaag er nog net door kan – ingrediënten voor een ‘klassieker’.

Denk aan een animatiefilm, beeld je die typerende stijl van de stop-motion in en combineer dit dan met knip- en silhouet-animatie. Waar menig animatiefilmliefhebber warm loopt voor stop-motion, zou Die Abenteuer des Prinzen Achmed dus zeker moeten bekoren. Onlosmakelijk verbonden met het eigene aan deze film en haar historie is de maakster, Lotte Reiniger. Zij was een pionier in de animatiefilm, niet te beroerd hard te werken, en dat in een cinema-canon waarin vrouwen nog altijd ondervertegenwoordigd zijn.

Die Abenteuer des Prinzen Achmed (1926)

Een kleine geschiedenis
Haar verhalen zijn grotendeels bewerkingen van sprookjes en beroemde opera’s. Zowel Europese als oriëntaalse sprookjes. Ze laten zich bedienen van een herkenbare, archetypische, zij het soms wat stereotiepe, beeldtaal.

Lotte Reiniger bewoog zich in de avant-garde kringen van Berlijn van na de Eerste Wereldoorlog. Haar toekomstige man Carl Koch hielp mee om Die Abenteuer te voltooien en Walther Ruttmann en Berthold Brecht ondersteunden haar in het schrijven van het script. Ze kreeg tamelijk wat vrijheid in het Institut für Kulturforschung, geleid door Hans Cürlis, waar commercie en kunst hand in hand gingen. Ze maakte daar ook reclamefilmpjes, zoals Das Geheimnis der Marquise (1922) voor Nivea-huidverzorging.

De kringen waarin ze zich begaf vielen niet binnen het kader van de filmpolitiek van de nazi’s. Vlak voordat de oorlog in 1939 uitbreekt, vertrekt ze naar Italië, waar haar man bezig is om samen met Jean Renoir de film Tosca te realiseren. Ze verblijven daar tot ook dat land in 1943 de oorlog verklaart aan Nazi-Duitsland. Rond Kerstmis gaan ze noodgedwongen terug naar Berlijn, mede om voor Reinigers zieke moeder te zorgen. In 1949 vertrekken ze naar Engeland, waar ze in 1962 staatsburgers zullen worden.

Hiermee verstrooit haar werk, de aandacht die ze wist te trekken van haar publiek. Ook worden enkele films opgekuist door de censuur in hun nieuwe thuisland. Haar avant-gardistische vrijheid om erotische scènes in kinderfilms te verwerken valt verkeerd in het post-Victoriaanse Engeland van na de Tweede Wereldoorlog.

Na Kochs overlijden in 1963 maakt Reiniger ongeveer tien jaar lang nauwelijks films. Ze richt zich vooral op schaduwtheater, boekillustraties, lezingen en een boek over haar befaamde techniek.

Vliegend paard
Terug naar Die Abenteuer des Prinzen Achmed, dat is gebaseerd op verschillende vertellingen uit 1001 Nachten.

Wanneer een Afrikaanse tovenaar op het feest van de kalief verschijnt met een vliegend paard, dat koning en gevolg betovert, eist hij in ruil voor dit paard de hand van prinses Dinarsade. Haar broer Achmed grijpt in, maar wordt door de tovenaar misleid. Wanneer Achmed plaatsneemt op het paard stijgt het verder en verder de lucht in. Zonder te weten hoe hij moet landen, zweeft Achmed naar het magische eiland Wak-Wak, waar hij valt voor de prachtige prinses Pari Banu.

Hun geluk is echter kortstondig: de wraakzuchtige tovenaar ontvoert Pari Banu en verkoopt haar aan de keizer van China. Om haar te redden krijgt Achmed te maken met de nodige portie ellende in de vorm van monsters, draken en ander gespuis. Met de hulp van de heks van de Vurige Berg, de magische lamp van Aladdin en een reeks epische worstelingen weet hij zijn geliefde te bevrijden en de tovenaar definitief te verslaan.

Antithese met nu
Met haar tijdrovende handwerk koos Lotte Reiniger niet voor de gemakkelijke weg. Ze startte in 1923 om in 1926 de film af te ronden. Haar stijl staat bekend als knipkunst. Iets wat al in de late zeventiende eeuw groot was door een Nederlandse kunstenares, Joanna Koerten. We zien die techniek ook terug in Japans schaduwspel en Javaans poppenspel. Reiniger zelf was sterk geïnspireerd door de Griekse poppenspeltraditie Karagiozis.

Die Abenteuer des Prinzen Achmed (1926)

Haar monnikenwerk, uhm silhouettenwerk, staat 100 jaar later diametraal tegenover onze tijd. Waar alles snel en vluchtig is, en weinig aandacht vergt, kent de productie van Die Abenteuer des Prinzen Achmed, de oudst overgebleven animatiefilm, vakmanschap, precisie, aandacht en vooral heel veel geduld. Dat is niet af te zien aan de film zelf, die met een aardig tempo aan ons voorbij trekt.

De film volgt een strak, plotgedreven script, een duidelijk narratief en is uiterst aantrekkelijk gemaakt. Ook voor ons moderne kijkers zal de film in de smaak vallen met haar aandacht voor details en een tempo dat naar de maatstaven van toen, hoog gelegen moet hebben.

Nu er een beweging merkbaar is die zich begint af te zetten tegen de ‘AI-ficering’ van media, de steeds groteskere special effects, en gedigitaliseerde eeuwige jeugd, kan er weleens weer interesse ontstaan voor films als deze. Het is bijna een tot rust komen in deze ambachtelijk gemaakte animatie. Bijna, want er gebeurt genoeg en er zit een flinke dosis energie in de jonge Achmed, om werkelijk tot rust te komen.

Verknipt door de techniek
Reinigers film is kenmerkend voor veel stomme films die in de periode na de Eerste Wereldoorlog zijn gemaakt. Ze verbeelden universele thema’s. Films als Faust, Der Golem, The Phantom of the Opera, Das Cabinet des Dr. Caligari en Metropolis helpen ons ontsnappen aan een in puin geschoten Europa.

Ofwel door terug te grijpen op oerthema’s, zoals verbeeld in sprookjes, ofwel door technologische vergezichten. De geborgenheid van het simpele goed of kwaad in een sprookjesvertelling of het verschaffen van vergezichten die een nieuwe tijd hoopt in te luiden. Een nieuwe tijd van voorspoed, met de waarschuwing nagalmend van de recente oorlog: dehumaniseert die techniek ons, of brengt ze ons naar grote hoogten?

Deze film is gratis te zien op YouTube.

 

14 september 2026

 

THEMAMAAND ‘De Herfst van de Stomme Film’

Amoeba

***
recensie Amoeba
Vormloze tienerrebellie

door Zoë van Leeuwen

Het coming-of-age-genre trapt maar al te graag in dezelfde bekende valkuilen en gebruikt vaak herkenbare formules die zelden nog verrassen. Toch bewijst regisseur Tan Siyou met haar speelfilmdebuut Amoeba dat het ook anders kan en dat er wel degelijk nieuwe manieren zijn om de worstelingen van een tiener te laten zien.

Amoeba volgt de 16-jarige Choo (Ranice Tay) en haar drie vriendinnen, Vanessa, Sofia en Gia, tijdens hun laatste jaar op een prestigieuze Chinese school, in het hart van Singapore. Choo is nieuw op school en lijkt al snel weerstand te bieden tegen de strenge regels van de leraren. Door hun afkeer van de ouderwetse sociale normen groeien de meiden al snel uit tot een hechte vriendengroep.

Amoeba

Maatschappelijke buitenbeentjes
Een amoebe is een eencellig organisme, hersenloos en fundamenteel solitair. Net als de vier vriendinnen muteert de cel voortdurend en verandert zich van vorm om zich aan te passen aan haar omgeving. In de strenge wereld van de eliteschool in Singapore worden Choo en haar vrienden als buitenbeentjes beschouwd. Ze voelen zich als vissen, opgesloten in een aquarium en filosoferen over de toekomst door de verouderde tradities van het schoolsysteem te bevragen.

Losjes gebaseerd op de middelbare schoolervaring van Siyou, markeert deze film een indrukwekkend en persoonlijk speelfilmdebuut voor de Singaporese filmmaker. Na een succesvolle reeks korte films die eerder al opvielen in Cannes en Berlijn, ging Amoeba vorig jaar in première op het Toronto International Film Festival.

Echte gangsters
De rebellie wordt nog verder aangewakkerd door de stoere verhalen van Sofia’s bejaarde chauffeur Oom Phoon (Jack Kao). Samen met hun liefde voor Chinese gangsterrap besluit de groep om hun eigen ‘meidengang’ te beginnen. Een symbolische middelvinger naar het schoolsysteem en de Singaporese maatschappij. De onnozele manier waarop ze deze pas ontdekte ongehoorzaamheid aanpakken, vormt het meest charmante onderdeel van de film.

Want hoewel ze zich laten inspireren door de heftige verhalen over de onderwereld van de triades in Singapore, blijft hun eigen opstandigheid heerlijk knullig. Er is geen sprake van criminaliteit, maar van spijbelen, het roken van sigaretten en het uitvoeren van een hilarisch chaotische voorstelling, tot ergernis van de leraren. Hun verzet is klein, maar in de ogen van de tieners is het een eerste stap naar echte individualiteit. Het acteerwerk van het viertal spant hierbij de kroon. De dynamiek tussen de actrices voelt niet gespeeld en hun vriendschap is herkenbaar voor iedereen die ooit zestien is geweest.

Dualiteit van de camera
Visueel maakt Amoeba weinig indruk. Het grootste deel van de film bestaat uit kille digitale beelden die niet veel emotie opwekken. We zien witte klaslokalen, schooluniformen en de straten van Singapore. Maar misschien is dat precies wat cameravrouw Neus Ollé wil laten zien: de kijker onderdompelen in dezelfde saaie wereld die de meisjes ervaren. Want zodra de groep de digitale camcorder van Sofia’s familie steelt, beginnen de vriendinnen en de film een creatievere kant te laten zien.

De textuur en de ongecontroleerde bewegingen van de camera schijnen een nieuw licht op Singapore wanneer de groep hun dagelijks leven filmt. Verlost van hun schooluniformen zien we de vier meiden voor het eerst als individuen met een eigen stijl en persoonlijkheid. Ze filmen alles wat ze willen en krijgen zo even de kans om de regie over hun eigen leven te bepalen. Maar juist dat individualisme zorgt ervoor dat de eerste barsten in hun vriendschap zichtbaar worden.

Amoeba

Vechten voor aandacht
De film verliest zijn houvast wanneer er te veel ballen in de lucht worden gehouden. Het verhaal rondom de geest in Choo’s kamer intrigeert in de eerste helft, maar verandert snel in een overbodig zijverhaal, en zo verdwijnen meer aspecten naar de achtergrond. Amoeba probeert staatskritiek, eeuwenoude volksverhalen, een subtiele queer subtekst, de dood van een geliefde én een coming-of-age-drama te verwerken in een film van minder dan twee uur. Hierdoor krijgen al deze noemenswaardige thema’s geen ruimte om te ademen en lijkt de film te brokkelen onder het gewicht van zijn eigen ambitieuze aanpak.

Toch weet Amoeba de focus aan het eind enigszins te herpakken. Tijdens een mondeling examen om naar een universiteit te mogen, bevraagt Choo haar toekomst hardop terwijl ze recht in de camera kijkt. Met de zin “Ik vraag me af wat echt is” vat ze de hele film samen. Het ‘perfecte’ plaatje van school en de zoektocht naar de identiteit van Singapore en zichzelf. Misschien was de rebellie enkel dat, een fase om te overleven, en blijft Choo uiteindelijk die solitaire cel die zich voortdurend moet blijven muteren om niet te worden verpletterd door het systeem.

 

8 juli 2026

 

ALLE RECENSIES

A pied d’oeuvre

***
recensie A pied d’oeuvre
De schrijver die liever klusjesman wilde zijn

door Bob van der Sterre

Paul Marquet was fotograaf en kon er goed van leven. En is nu schrijver. Maar hij is vooral klusjesman. Voor twintig euro kun je hem inhuren om je kelder leeg te ruimen.

Het ging Marquet voor de wind als duurbetaalde fotograaf. Maar het verandert als hij zelf beslist dat hij schrijver wil worden. Zijn kinderen zijn bij zijn ex-vrouw en hij ziet ze vrijwel nooit want ze wonen in de VS. ‘Ze hebben een ander rolmodel nodig op die leeftijd.’

Het kiezen voor het schrijverschap gaat met offers. Hij gaat van een prachtig appartement naar een goedkope, bedompte kelder. En van geld bij de vleet naar bijna niks meer. ‘Ze krijgen mooie kritieken maar de verkoop valt tegen.’

A pied d'oeuvre

App voor klusjesmannen
Paul heeft geld nodig en schrijft zich in bij een app voor klusjesmannen, die je helpt als je onmiddellijke nood hebt met koelkasten, trappen plaatsen, verstoppingen, elektriciteit. Of als je planten weg wilt doen, een taxichauffeur zoekt, meubels uit elkaar wilt halen, een spiegel ophangen, glazen laat wassen of een kelder laten leegruimen. Klusjes van 20 tot 30 euro met een ratingsysteem. Een oude schoolvriend: ‘Je had ook consultant kunnen zijn.’

Hij past zich aan. ‘Ik trek één velletje van het wc-papier, zet de temperatuur wat lager. Er is altijd iets op te offeren als je met weinig moet leven.’

Het budgettair lijden bevalt hem eigenlijk zo goed dat hij nog maar weinig interesse heeft in het schrijven van een nieuwe roman. Iedereen raadt hem dat trouwens toch af. Met name zijn vader vindt het maar niets: ‘Waarom kies je dit leven? Wat wil je bewijzen? En wat schrijven? Waarom? Je bent al op televisie geweest en het leidt nergens naar.’ Zijn vrouw: ‘Kun je alsjeblieft stoppen met mij vermelden in je boeken? Het is toegestaan om het niet te willen…’

Waarom eigenlijk?
En eerlijk gezegd, na het kijken van de film snap je als kijker ook niet zo goed waarom hij stopte met zijn blijkbaar commercieel erg succesvolle fotografie. Was het niet mogelijk gewoon iets minder te werken? En waar is het grote geld dat hij ermee verdiende heengegaan? En dan krijgt hij nog 250 aan royalty’s, wat een mazzelaar!

Als droog drama is het best goed, de klussen zijn een sterk stuk in de film, maar als komedie is er niets te zien. Het is ook moeilijk houden van iemand waar net zoveel persoonlijkheid in zit als een krant. In geen enkel beeld raak je overtuigd van een verborgen talent. Hij zegt en denkt bijna niets.

A pied d’oeuvre van Valérie Donzelli (gefilmd naar een boek van Franck Courtes) gaat uit van iets waar je sowieso weinig van leert: hoe andere mensen jouw keuzes beoordelen. En dan nog bevestigt het op het einde precies waar het niet om leek te draaien: succes. Ja, zo is het wel makkelijk plots verzinnen.

A pied d'oeuvre

Geen Antoine Doinel
De film doet met de klusjes wat denken aan een klassieke antiheld met dezelfde vreemde baantjes en passies: Antoine Doinel. Bekend van Truffauts beroemde vijf films over dit karakter.

Maar waar de films van Antoine Doinel vreemder, vlotter, satirischer en grappiger zijn (dialogen, karakters, acteren en scènes – en dat is dan nota bene vijftig jaar geleden), is deze film vrij humorloos, statisch en weinig biedend wat afwijkt van het arthousegemiddelde. Ook in stijl: talloze close-ups van de nietszeggende blik van de hoofdpersoon. Waarom dat een trend is in arthouseland heb ik nooit begrepen.

Het meest verdrietig is dat het geschetste schrijversleven altijd een romantisch bestaan is – met een alwetende en supportende uitgever – en meesterwerken die uit de lucht komen vallen. Je hoopt toch weer elke keer op een film die het schrijverschap écht weergeeft, dus met uitgevers als geldwolven, recensenten als ijdele slijmerds en feestjes waarbij iedereen de meest belezene wil zijn.

Voorbeelden zijn er genoeg als je de serie Privé-domein van de Arbeiderspers leest, met schrijvers in alle soorten dramatische situaties, maar de vloek van de romantiek rondom dat beroep blijft zo’n eerlijk beeld altijd verhinderen.

 

17 juni 2021

 

ALLE RECENSIES

L’affaire Bojarski

****
recensie L’affaire Bojarski
De betekenis van geld

door Małgorzata Zielińska

Regisseur Jean-Paul Salomé baseerde L’affaire Bojarski op het leven van Czesław Jan Bojarski, een Poolse ingenieur, uitvinder en valsemunter die probeert zijn leven op te bouwen in het naoorlogse Frankrijk. De film is geïnspireerd op waargebeurde gebeurtenissen, wat vrij ongebruikelijk is binnen het film noir-genre.

De film begint met een achtervolgingsscène waarin een bende een hinderlaag legt voor een transport. Het kostbare materiaal is geen geld of juwelen, maar iets nog fundamentelers: het papier waarop officiële bankbiljetten worden gedrukt. De achtervolging is dynamisch en goed gefilmd. Daarna ontmoeten we voor het eerst de hoofdpersoon, zijn gezicht half verborgen op de achterbank van een auto, stil en afwachtend. Vanaf het begin begrijpen we dat hij geen moreel verscheurde held is. Hij lijkt zich niet te bekommeren om de prijs die anderen betalen. Wat telt, is zijn doel. Hij observeert passief en emotieloos hoe veiligheidsmedewerkers worden vermoord; het enige wat hem interesseert, is het kostbare papier.

Later ervaren we meerdere keren deze spannende dynamiek, waar het personage voortdurend wordt bedreigd met ontmaskering en het risico opgepakt te worden.

L’affaire Bojarski

Dubbelleven
L’affaire Bojarski volgt het pad van de hoofdpersoon en wij volgen hem als toeschouwers op de eerste rij van een fascinerend kijkje achter de schermen, waarin de technische en praktische kant van geldvervalsing wordt getoond, evenals de tol die dit eist van hem en zijn gezin. Een dubbelleven leidt zelden tot gezinsgeluk. Geheimen en het voortdurende risico van ontmaskering zorgen voor vervreemding.

Bojarski die bekend zou worden als “de Cézanne onder de valsemunters” wordt ingetogen en geloofwaardig vertolkt door Reda Kateb (A Prophet, 2009). Als een kalm, stil, teruggetrokken, vastberaden, intelligent en hardwerkend persoon doet hij zich aan ons voor. Nadat hij tevergeefs heeft geprobeerd interesse te wekken voor zijn uitvindingen nieuwe huishoudelijke producten zoals koffiepadmachines of andere apparaten die tegenwoordig algemeen gebruikt worden of met fysiek werk zijn gezin te onderhouden, wendt hij zich tot vervalsing.

Bojarski’s toewijding aan zijn zelfopgelegde taak om bankbiljetten te creëren die mooier zijn dan de originelen is deels indrukwekkend en deels verontrustend. Zoals in veel film noirs is het moeilijk om volledig mee te leven met een personage dat zich met ernstige criminaliteit bezighoudt en geleidelijk bezeten raakt door zijn creatie. Toch blijven zijn toewijding, inventiviteit en arbeidsethos opvallend en in hoe paradoxaal het ook klinkt binnen een criminele context zelfs inspirerend.

Migrantenervaring
Een ander belangrijk personage is Bojarski’s vrouw, gespeeld door Sara Giraudeau, die op overtuigende wijze haar pijnlijke transformatie neerzet van een zorgeloze, gelukkige echtgenote en moeder tot de gedesillusioneerde en verbitterde partner van een vervalser. Ook commissaris Mattei is een sleutelpersonage, gespeeld met vanzelfsprekend gemak door Bastien Bouillon. Hij probeert jarenlang Bojarski te arresteren en raakt uiteindelijk geobsedeerd door hem.

L’affaire Bojarski

L’affaire Bojarski is meer dan alleen een misdaadverhaal over de opkomst en ondergang van een gedoemde man die niet kan ontsnappen aan de criminele wereld en uiteindelijk het lot tart door contact te zoeken met de commissaris die hem achtervolgt – de enige die zijn “kunst” lijkt te begrijpen. De film voelt bijzonder relevant in zijn weergave van Bojarski’s migrantenervaring: afwijzing door ondernemers die geen vertrouwen hebben in uitvindingen van een buitenlander, grove beledigingen gebaseerd op zijn Poolse afkomst, een voorkeur voor lokale werknemers boven migranten en spot met zijn gebrekkige Frans. Deze scènes zijn pijnlijk hedendaags en tonen de sociale gevoeligheid van de regisseur.

Behoefte aan erkenning
Een ander belangrijk thema dat de film onderzoekt, is de behoefte aan erkenning als kunstenaar. Het is gemakkelijk om het eens te zijn met commissaris Mattei dat Bojarski niet werkelijk geïnteresseerd is in geld – hij wil perfecte bankbiljetten creëren en erkend worden als kunstenaar.

Afgezien van de eerste twintig minuten opgesplitst in vier verweven tijdlijnen, een keuze die het voor de kijker moeilijker maakt om in het verhaal te komen houdt de film daarna een degelijk tempo aan. Naarmate de tijdlijnen langer en duidelijker worden, gestructureerd rond de bankbiljetten die Bojarski vervaardigt, kan de kijker zich beter in het verhaal verdiepen. De cinematografie, muziek, montage en het acteerwerk zowel van de hoofd- als bijrollen zijn van hoog niveau en versterken de algehele filmervaring.

We verlaten de bioscoop niet alleen met een uniek inzicht van een intrigerend persoon en valsemunter, maar ook met reflecties over migrantenervaring in een wereld die in de afgelopen zeventig jaar nauwelijks is veranderd.

 

7 juni 2026

 

ALLE RECENSIES

Angel’s Egg (4K re-release)

****
recensie Angel’s Egg
Alsof de tijd is bevroren

door Cor Oliemeulen

Een klein meisje met droevige ogen zwerft door een verlaten, versteende stad die deels onder water staat. Onder haar jurk draagt ze een groot ei, dat ze angstvallig beschermt. Een jongen, met een wapen in de vorm van een kruisbeeld op zijn schouder, volgt haar. Hij lijkt geïnteresseerd in het ei. Soms rijden er grote machines door de stad en zien we schimmen van soldaten die op grote schaduwen van vliegende vissen jagen. We kijken naar Angel’s Egg (1985), een vergeten meesterwerk dat veertig jaar na de geboorte gerestaureerd in de bioscoop draait.

Het surrealisme van de Japanse filmmaker Mamoru Oshii doet nauwelijks denken aan dat van Salvador Dalí. Dit Spaanse boegbeeld van het surrealisme zou de beelden in Angel’s Egg fantastisch hebben gevonden, maar de pure, onafgebroken somberheid zou voor hem vast te monotoon zijn geweest. Dalí’s werk is vaak theatraal en vol (bizarre) energie, Oshii’s met de hand getekende film is stil, kil en melancholisch.

Angel's Egg

Hier steken gigantische, verlaten gebouwen willekeurig uit het water omhoog, alsof ze de restanten zijn van een lang verdwenen beschaving. De architectuur voelt onlogisch en onbewoonbaar: geen echte stad, maar een droomdecor. Er zijn slechts twee ‘levende’ mensen – het meisje en de jongen – die nauwelijks een paar zinnen met elkaar wisselen. Allebei lijken ze op een missie, een pelgrimstocht. Alles om hen heen lijkt stil te staan, alsof de tijd zelf is bevroren.

Meditatieve ervaring
Angel’s Egg laat zich kijken als een kunstwerk, begeleid door psychedelische muziek, vaak met de etherische stemmen van een koor. De sfeer is 72 minuten lang dystopisch, donker, dromerig, raadselachtig. De achtergronden zijn rijk en gedetailleerd, alsof elk beeld een schilderij is. Tegelijk zijn de personages juist eenvoudig getekend. Dit sterke contrast benadrukt hoe klein en kwetsbaar ze zijn in deze schaduwrijke wereld, die vooral existentiële vragen oproept.

Het verhaal kent geen kop noch staart. De jongen vertelt het meisje weliswaar over een zondvloed en de Ark van Noach, waardoor er een zweem van christelijke symboliek ontstaat, maar de kijker hoeft geen nadere uitleg of conclusie te verwachten. Zelfs regisseur Oshii gaf in interviews toe dat ook hij eigenlijk geen idee had waar zijn film precies over gaat. Hij koos voor langzame en schaarse bewegingen, statische shots, symboliek en stilte. Een meditatief tempo dat uitdaagt voor je eigen interpretatie. Of voor een moment van innerlijke rust.

Angel's Egg

De symboliek van water
Mamoru Oshii zei dat hij zich sterk had laten beïnvloeden door de Russische filmmaker Andrej Tarkovski. Zo staat in diens Solaris (1972) water symbool voor herinnering, schuld en een innerlijke strijd; de oceaan is zelfs een soort levend bewustzijn. En net als in Tarkovski’s Stalker (1979) is Angel’s Egg traag, mysterieus en filosofisch, met een verlaten landschap dat bijna een eigen persoonlijkheid heeft. Bij Oshii staat water niet alleen voor vernietiging, maar ook voor stilstand, reflectie en misschien zelfs wedergeboorte – zoals de slotscène doet vermoeden.

Het is bijzonder dat Paradiso Films de filmliefhebber anno 2025 deze unieke, meditatieve kijk- en luisterervaring gunt. Angel’s Egg was destijds een enorme financiële flop. Mamoru Oshii kon hierna drie jaar lang geen werk krijgen. Hij noemde de film “een beklagenswaardige dochter die ik niet goed aan de wereld kon voorstellen”.

Ook Ghibli-regisseur Hayao Miyazaki had zo zijn bedenkingen. Hij vond de film niet slecht, maar begreep dat die zó extreem en compromisloos was, dat hij nauwelijks een publiek kon vinden. Nadat ook Oshii commerciëler ging denken, bereikte hij tien jaar na Angel’s Egg met Ghost in the Shell (1995) zijn verdiende wereldsucces. Die combinatie van filosofische diepgang, actie en een helder verhaal werd later ook door de makers van The Matrix omarmd, maar de stille oorsprong daarvan ligt in Angel’s Egg.

 

9 december 2025

 

 

ALLE RECENSIES

Andrea Bocelli: Because I Believe

**
recensie Andrea Bocelli: Because I Believe
Mooie beelden en geluiden, maar oppervlakkig portret

door Jochum de Graaf

Andrea Bocelli bereidt zich voor op een optreden in de Thermen van Caracalla, Rome. Het is voor hem een extra speciale locatie omdat hier in 1990 het legendarische concert van de Drie Tenoren – Luciano Pavarotti, Plácido Domingo en José Carreras – plaatsvond, een event dat een tv-publiek van 800 miljoen trok. Voor Bocelli was het een enorme inspiratie voor zijn carrière als operazanger. Op zekere dag wilde hij daar zelf staan en nu, juni 2023, is het zover.    

‘Realiseer je je’, zegt Bocelli tegen zijn collega Massimo Cavaletti ‘dat morgenavond, als ik hier sta te zingen, mijn team Inter in de finale van de Champions League staat? Dat gebeurt maar eens in de zoveel tijd. Ik denk er over om de wedstrijd te volgen via een oortje terwijl ik sta te zingen.’

Natuurlijk komt hij niet met een oortje in het podium op, maar tussen de bedrijven door volgt hij de wedstrijd op de voet, die voor Inter op een deceptie uit zal lopen, Manchester City wint met 1-0. Dat Bocelli absoluut niet tegen zijn verlies kan, laat hij het publiek niet merken. Uiterst professioneel volbrengt hij het concert.

Andrea Bocelli: Because I Believe

Levensverhaal
Because I Believe
vertelt Andrea Bocelli’s levensverhaal, zijn jeugd op het geliefde platteland van Toscane, de jaren op een kostschool. Hij werd geboren met glaucoom, een oogaandoening waardoor hij steeds minder ging zien. Toen hij 12 was, verloor hij definitief het zicht door een ongelukkige voetbal op zijn oog. Bocelli stortte zich op de muziek, leerde zichzelf pianospelen, ontwikkelde zijn geweldige stem en trad jarenlang op in pianobars waar hij zichzelf begeleidde met een repertoire van populaire rocksongs met af en toe een uitstapje naar opera.

De ontdekking door Luciano Pavarotti, die diep onder de indruk was van een demotape, leverde hem zijn eerste platencontract op. Zijn absolute doorbraak kwam met het nummer  Time to Say Goodbye (Con Te Partiro), het geweldige duet dat hij met Sarah Brightman zong. De beelden van de huilende Duitse profbokser Henry Maske bij zijn afscheid en dan Time to Say Goodbye gingen de hele wereld over en maakten van Bocelli in een klap een superster.

Van duetten naar opera
Bocelli maakt de sprong naar de meest gerenommeerde concertzalen en podia: van Madison Square Garden tot Pompeï, en treedt toe tot de jetset van de allegrootsten. Later in de film zien we even zo succesvolle duetten met zangeressen als Céline Dion, Jennifer Lopez en Dua Lipa. En de enige grote Italiaanse rockster Zucchero komt uitgebreid aan het woord over hun samenwerking in de jaren voor Bocelli naar zijn grote liefde opera overstapt.

Zoals bij veel blinden ontwikkelde Bocelli door zijn visuele handicap andere zintuigen – tast, reukzin, gehoor – en oefent zich in echolocatie: een techniek waarbij je net als vleermuizen door middel van klikgeluiden je positie kunt bepalen en je vrij van obstakels kunt bewegen. Het stelt Bocelli in staat bijna als een niet-gehandicapt mens te leven. Hij kan zijn grote passie voor paardrijden uitoefenen en we zien hem naast zijn vrouw op een kaarsrechte weg een heel eind fietsen. En hij kan behalve blindschaken ook heel goed de stukken over het bord bewegen.

Andrea Bocelli ziet er altijd goed gestileerd uit, nu en dan getrimd baardje, dan weer gladgeschoren, altijd volgens de laatste mode gekleed, steevast een zonnebril op, in alle opzichten een Italiaans stijlicoon.

Andrea Bocelli: Because I Believe

Geen diepgang of hogere betekenis
Van een film die door de hoofdpersoon zelf en zijn naasten geproduceerd is, valt geen kritische, dramatisch doorwrochte documentaire te verwachten. Pas op twee derde van de film komt er iets van spanning als de crisis in zijn leven ter sprake komt: de scheiding van zijn eerste vrouw. Zijn twee volwassen zonen verschijnen kort in een scène waarin Bocelli schitterend duetteert met Ed Sheeran. Maar het feit dat Bocelli zijn gezin in de steek heeft gelaten, wordt niet meer dan aangestipt.

Bocelli heeft zijn leven dankzij tweede vrouw Veronica, in alles zijn rechterhand en co-producer van de film, meer dan goed op de rails. Met hun vroeg oude en tamelijk over het paard getilde dochter Virginia van dertien zingt hij een fraai duet: Leonard Cohens Hallelujah.

De film is technisch knap gemaakt door regisseur Cosima Spender. Mooie beelden, mooie geluiden. Wanneer je van Bocelli’s geweldige stem houdt, kom je goed aan je trekken. Maar enige diepgang of hogere betekenis zit er verder niet achter.

 

21 september 2025

 

ALLE RECENSIES

Amal

***
recensie Amal
De korte lont van het kruitvat

door Bert Potvliege

Klaslokalen boeien verhalenvertellers. Een cineast kan de tussen de muren van een lesruimte afspelende smeltkroes van ras, religie en ideologie gebruiken voor de culturele uitdagingen van een samenleving. Het Gouden Palm-winnende Entre les murs is een voornaam voorbeeld. Regisseur Jawad Rhalib waagt zich met Amal aan dit subgenre van de sociaal-realistische cinema, maar de film blijft steken door het ontbreken van een zinvolle invalshoek over de aangekaarte thematiek.

Rhalib, bekend van sociaal geëngageerde documentaires zoals The Pink Revolution en Au Temps où les Arabes Dansaient, draaide met Amal een urgente film. Hedendaagse religieuze spanningen komen neer op het belang van eergevoel, de grenzeloze overdrijving van het zich voortdurend beledigd voelen en de hapklare slachtofferrol die een religie zich toe-eigent.

Amal

Ranzige eer
Dat dit slag om slinger uitmondt in geweld is ranzig. Het traditionele islamitische geloof kan botsen met de westerse cultuur, wat de nodige uitdagingen met zich meebrengt – zo ook in het klaslokaal. Met de zaak van de vermoorde Franse leerkracht Samuel Paty nog fris in het geheugen, vond de cineast het dringend tijd om dit kruitvat bij naam te noemen en te onderzoeken.

Amal brengt de religieuze spanningen in een Brussels klaslokaal in beeld, wanneer de lesbische moslima Monia (Kenza Benbouchta) uit de kast komt en bedreigingen moet slikken van haar islamitische medeleerlingen. Leerkrachte Amal (een overtuigende Lubna Azabal, bekend van Denis Villeneuve’s Incendies) gaat de confrontatie met die onverdraagzaamheid aan. Ze bespreekt het dichtwerk van de homoseksuele moslim Abu Nawas in haar klaslokaal, waardoor ze de toorn van enkele streng-religieuze ouders moet trotseren. De kritiek zwelt aan en de online bedreigingen nemen toe. Religiedocent Nabil – die niet werkt voor de overheid maar benoemd werd door de Belgische Moslimvereniging – speelt een cruciale rol in het vinden van gemeenschappelijke grond tussen de partijen, maar de man blijkt een wolf in schaapskleren te zijn.

Bravo voor Rhalib omdat hij het lef heeft dit hete hangijzer onder de aandacht te brengen. Jongeren zijn onze toekomst en de multiculturele uitdagingen die hun samenleven met zich meebrengt, moeten bespreekbaar zijn, hoe moeilijk deze ook zijn. De regisseur geeft in interviews grif toe pessimistisch te zijn en dat voel je aan zijn film. Pessimisme is niet onwelkom in het onderzoek van Amal. De thematiek is in die mate desastreus dat het niet vinden van een oplossing een juiste neerslachtige conclusie mag zijn. De film moet ons vooral met de neus op de feiten drukken en ons doen inzien dat dit probleem bestaat en dringend aangepakt moet worden. In die zin is de missie van de film geslaagd.

Institutionele onverdraagzaamheid
Amal onderzoekt een belangrijk onderwerp, maar een nieuwe bijdrage in het belichten van dit probleem ontbreekt. De broers Dardenne kwamen met hun thematisch gelijkaardige Le jeune Ahmed beter uit de verf. Die film verbeeldde de menselijkheid achter dader en slachtoffer, wat empathie in het leven riep. Dat is een gezonde voedingsbodem om als samenleving het gesprek over deze problematiek te voeren. In Amal is de leerkrachte de goedzak die blijft vechten, terwijl haar moraliteit en twijfel complexer mochten zijn. Door haar volharding in het juiste, wars van de bedreigingen, lijkt de vrouw geen mens van vlees en bloed meer. De eenzijdige beeldvorming van een furieuze moslimgemeenschap helpt allerminst.

Religiedocent Nabil is waar het verhaal om had moeten draaien. Dat ruige adolescenten toonbeelden van onverdraagzaamheid kunnen zijn, daar kijkt niemand van op. Dan liever het verhaal van Nabil, een man die het goede voorbeeld zou moeten geven. De institutionalisering van de onverdraagzaamheid – zoals bijvoorbeeld met de door de Belgische Moslimvereniging aangestelde docenten als Nabil – is veruit het meest boeiende aspect aan Rhalibs verhaal. Dit is wat in het hart van deze problematiek schuilt: niet de onverdraagzame jongeren, maar de zogezegd verantwoordelijke volwassen stem die van invloed is op hen. Er kon een boeiender verhaal verteld worden over de wankele moraliteit van de religiedocent. Dat de climax van de film zich afspeelt tijdens een van zijn lessen, waarbij Amal noch Monia aanwezig zijn, toont waar het boeiende drama van dit verhaal zich schuilhoudt.

Amal

De foute eenvoud van goed versus kwaad
Rhalib begaat een faliekante inschattingsfout bij de representatie van de islamitische jeugd en hun milieu. Als filmmaker kiest hij duidelijk een kant door de onverdraagzaamheid van moslims tot in treurnis te benadrukken, waardoor ze enkel antagonistisch verbeeld worden (de inkeer van het personage Rachid brengt weinig zoden aan de dijk). Empathie voor de moslimgemeenschap wordt gefnuikt door die eendimensionale weergave. De film reduceert het verhaal tot een strijd tussen goed en kwaad, maar dat is de reële complexiteit van dit probleem onrecht aandoen. Dit stigmatiseren van de andere nodigt ons niet uit met alle betrokken partijen een stap achteruit te zetten, om samen en in harmonie na te denken over een plan van aanpak.

Uiteraard is het niet evident om binnen de tijdsspanne van een langspeelfilm grondige nuancering aan de dag te leggen om religieuze spanningen toe te lichten, maar de verantwoordelijkheid voor de beeldvorming komt uiteraard wel op de schouders van scenarist en regisseur Rhalib terecht.  In deze film zijn Amal en Monia goed, terwijl de onverdraagzame moslims slecht zijn – iets wat Rhalib in het slotmoment van de film nadrukkelijk in onze strot ramt. Het publiek verdient beter.

Dat de Belgische hoofdstad – nochtans dat waar het klaslokaal een representatieve microkosmos van is – slechts een kleine rol speelt in de wereld die Rhalib tot leven roept, is een gemiste kans. Dit zou de cineast meer middelen bieden om de kijker inzage te geven in hoe de spanningen in een klaslokaal een vertaling zijn van die in de Brusselse straten. De beeldtaal toont een ongeïnspireerde cameravoering vanop de schouder, die de waarachtigheid van de documentaire flets na-aapt. Is draaien vanop de schouder geen achterhaalde en simplistische visuele vertaling van een cinéma vérité-gevoel te willen creëren?

Ondanks de durf, nobele intenties en educatieve waarde ontbreekt het Amal aan visuele poëzie, verfijning en originaliteit.

 

7 januari 2024

 

ALLE RECENSIES

The Apprentice

****
recensie The Apprentice
Hoe Donald Trump Donald Trump werd

door Jochum de Graaf

Bij de première in Cannes zei regisseur Ali Abbasi dat er geen grootscheepse publiciteitscampagne gepland stond. Het uitbrengen van The Apprentice zou in de aanloop van de Amerikaanse presidentsverkiezingen voldoende aandacht uit zichzelf genereren. En ja hoor, Donald Trump dreigde gelijk met juridische stappen: ‘pure fictie vol sensationele leugens die allang zijn ontkracht. Een zoveelste poging van de Hollywood-elites om de verkiezingen te beïnvloeden’.

De Deens-Iraanse regisseur Ali Abassi heeft er inderdaad geen glamoureus Hollywoodfilm van gemaakt. Hij was eerder verantwoordelijk voor uiteenlopende producties als het indrukwekkende true crime drama Holy Spider (2022), over een seriemoordenaar van ‘zondige vrouwen’ in Teheran en een aantal afleveringen van The Last of Us, de apocalyptische dramaserie van HBO.

The Apprentice

‘Aanvallen, ontkennen en niets toegeven’
The Apprentice was de reality-tv-show waarin een opvolger van Donald Trump werd gezocht. De afvallers werden steevast door Trump zelf afgeserveerd met de kreet ‘you’re fired!’. In de film is Trump zelf ‘the apprentice’ (de stagiair), die zijn opgang maakt in het New York van de turbulente jaren zeventig en tachtig. Nadat hij zijn grote ideaal, de bouw van de Trump Tower, verwezenlijkt heeft, kan hij doorstoten naar nationale bekendheid en zijn politieke ambities proberen waar te maken.

Tegelijkertijd is The Apprentice een portret van New York. Eerst de jaren zeventig van verloedering, heroïnegebruik, geweld en zware criminaliteit rond uitgaansgebied 42nd Street, gevolgd door de economische opleving in het decennium erna. Het is het wereldje van vastgoedmiljonairs, politici, maffiose types en beroemdheden waarin Trump groot kon worden.

We volgen de jonge Donald als hij in de beginjaren hand- en spandiensten verricht voor zijn dominante vader, de vastgoedmagnaat Fred Trump. Hij moet de huur ophalen bij wanbetalers in uitgewoonde flatgebouwen, meest arme zwarte migranten. Cruciaal voor zijn ontwikkeling is de ontmoeting met de excentrieke jurist Roy Cohn, die een beruchte reputatie opbouwde met zijn rol van aanklager bij de executie van de Rosenbergs (vanwege spionage voor de Sovjet-Unie) en het opknappen van duistere zaken voor de maffia.

Cohn onderwijst Trump in de drie regels voor succes: allereerst altijd aanvallen, aanvallen, aanvallen, vervolgens altijd ontkennen dat je iets verkeerd gedaan hebt en tenslotte altijd de overwinning claimen en nooit maar dan ook nooit een nederlaag toegeven. Het zijn de levenslessen in amoraliteit die Trump spijkerhard in praktijk zal blijven brengen.

Ontwikkeling van de absolute narcist
Zijn politieke gedachtegoed ontleent hij aan de Republikeinse presidenten Nixon en vooral Reagan, die al in 1980 campagne voerde met de slogan ‘Let’s make America great again’.

Donald Trump gelooft sterk het vulgair materialistische idee dat de VS een land is waar met geld alles te koop is. Typerend is de bizarre scène waarin hij op de trouwdag met zijn eerste vrouw Ivana hard onderhandelt over de waarde van hun wederzijdse bezittingen voor zij haar handtekening onder het huwelijkscontract zet.

The Apprentice

In eerste instantie heb je nog wel wat sympathie voor de wat onzekere Donald: sterke band met moeder, zwaar onder de plak van zijn vader, een broer die zwaar aan de drank en aan lager wal geraakt is. Voor Donald is hij een loser met wie hij weinig te maken wil hebben. Hij stopt hem af en toe wat geld toe, maar op zijn begrafenis heeft hij een afspraak bij de plastisch chirurg om het een en ander aan buikvet weg te laten halen.

Gaandeweg zie je, onder invloed van Cohn, de ontwikkeling van de absolute narcist met de over lijken gaande mentaliteit die zo kenmerkend is voor de huidige Donald Trump. Sebastian Stan groeit sterk in zijn rol als jonge Donald die cola drinkt, dieetpillen slikt, zijn kaler wordende kruin laat implanteren: ‘the boy with the golden hair’. Fijn ook hoe hij zich die kenmerkende maniertjes, gebaren, intonatie heeft eigengemaakt.

Minachting voor tegenstanders
Jeremy Strong als Roy Cohn geeft een geweldig gevolg aan zijn vileine karakterrol van Kendall Roy in HBO’s successerie Succession. De onbeschoftheid waarmee Cohn te werk gaat, de minachting voor tegenstanders die zo’n diepe indruk maken op Donald Trump. Het verborgen houden van zijn homoseksuele liefdesrelatie, het zich afzetten tegen de homo-gemeenschap, glashard volhouden dat hij leverkanker heeft terwijl hij uitbehandelde aids heeft. De ontluistering dat Donald Trump hem dan keihard laat vallen en niets meer met hem te maken wil hebben. Nou ja, hij geeft hem nog wel een gouden ring als aandenken, die bij nadere bestudering van het aanmerkelijk goedkopere metaal zirkonium blijkt te zijn.

Tegen zijn biograaf die hem helpt bij het schrijven van de bestseller The Art of the Deal zegt Trump dat de drie regels van succes: ‘aanvallen, ontkennen en niets toegeven’ door hemzelf ontwikkeld zijn.

The Apprentice is niet zozeer een straffe anti-Trump-film, maar een goed getroffen stijlvolle filmische analyse van het karakter van de man waarvan je hoopt dat hij op 5 november opnieuw een loser wordt.

 

22 oktober 2024

 

 

ALLE RECENSIES

Un Amor

**
recensie Un Amor
Outsiders vinden liefde in seks

door Cor Oliemeulen

In het jongste drama van de Spaanse filmmaakster Isabel Coixet vinden twee outsiders liefde in seks. Leuk voor het copulerende koppel, echter Un Amor verzuimt de kijker op te winden.

Nat (Laia Costa) heeft het hectische leven van de grote stad ingeruild voor een nieuw leven op het platteland. Het dorp waar ze terechtkomt heet La Escapa (‘De Ontsnapping’), net als in het boek van de Spaanse schrijfster Sara Mesa waarop Isabel Coixet haar film baseerde. Waarom Nat is ‘ontsnapt’ blijft onduidelijk. Wel vermoeden we, al direct na de openingsscène waarin zij een gevluchte Afrikaanse vrouw interviewt, dat Natalia haar nieuwe zelf wil vinden.

Un Amor

Lekkend dak
Natalia maakt wat aarzelend kennis met de inwoners, zoals met een plaatselijke kunstenaar en met een gezinnetje waar ze wordt uitgenodigd om te komen eten. In La Escapa kan een nieuweling als Nat niet ontsnappen aan de roddels van een kleine gemeenschap waar iedereen elkaar kent en elkaar in de gaten houdt. Wat moet zo’n alleenstaande jonge vrouw toch in zo’n vervallen huis? Haar verhuurder is een norse, lompe man die niet alleen opdringerig is, maar ook niet van plan is om het lekkende dak te repareren.

Op dat moment komt Andreas (Hovik Keuchkerian) in beeld. Hij klopt aan bij Nat en doet een voorstel. ‘De Duitser’, zoals de dorpsgenoten hem noemen, wil wel het dak repareren, maar dan wel als hij ‘heel even in haar kan zijn’. Andreas legt uit dat hij allang niet meer met een vrouw is geweest, maar wil niet dat Natalia zich een hoer voelt. Nat bedankt hem vriendelijk voor het aanbod en gooit de deur dicht.

Niet lang daarna meldt zij zich toch bij Andreas, het begin van een seksuele relatie. Het dak lekt niet meer, maar het lijkt alsof haar onverwerkte emoties langzaam doorsijpelen in haar innerlijke welzijn, als gevolg van een posttraumatische stressstoornis, opgelopen door de aangrijpende vluchtelingenverhalen die ze voor haar werk vertaalde.

Un Amor

Droevig lot
Net als in haar meesterwerk The Secret Life of Words (2005) laat Isabel Coixet twee totaal verschillende zielen samensmelten omdat ze elkaar nodig hebben. In Un Amor hebben de man en de vrouw niets met elkaar gemeen buiten onstuimige seks. Een probleem ontstaat als blijkt dat Andreas zich prettig voelt in zijn rol van outsider en geen andere mensen nodig heeft, terwijl Nat een vorm van verbintenis en geborgenheid zoekt.

Nats onbehagen als gevolg van Andreas’ afwijzing en de bemoeizucht van de lokale bevolking, waarbij haar privacy niet wordt gerespecteerd, begint geleidelijk verontrustende vormen aan te nemen. Ze vindt slechts genegenheid bij een hond, die ook littekens met zich meedraagt.

En zo vertelt Un Amor een universeel verhaal over een cynische en seksistische wereld waar uiteindelijk nog altijd ruimte is voor de ontdekking van de kracht die in jezelf schuilt. Met een feministische boodschap, zoals je vaak ziet in Coixets oeuvre. Ze geeft een stem aan vrouwelijke personages die te maken hebben met vaak verzwegen aspecten van het leven, zoals ziekte, trauma en eenzaamheid.

Waar de regisseur zelf haar escapisme en bevrijding vindt in het maken van films, zo vertelt ze in interviews, weet ook Nat een nieuwe kracht in zichzelf te ontdekken. In de wat geforceerde finale, waar ze plotseling bevrijd lijkt en weer kan dansen en lachen, blijft ook de kijker een droevig lot bespaard.

 

14 augustus 2024

 

Lees ook: Boek over Spaanse cinema

 

ALLE RECENSIES