Amarga Navidad

***
recensie Amarga Navidad
Almodóvar wil een schop onder zijn reet

door Cor Oliemeulen

In 2004 verliest Elsa, een regisseur van reclamefilms, haar moeder en vlucht in haar werk. Tijd om te rouwen neemt ze niet. Wegens gezondheidsproblemen vertrekt ze met haar eveneens tobbende vriendin Patricia naar Lanzarote. In 2026 blijkt Elsa’s verhaal een scenario van Raúl, een filmmaker met een creatieve blokkade. Amarga Navidad draait uiteindelijk om de vraag in hoeverre een schrijver of filmmaker het leed van bestaande personen voor zijn eigen werk mag gebruiken.

Volgens Pedro Almodóvar vormt zijn ‘bittere kerstmis’ (de vertaling van de titel van zijn jongste film) een tweeluik met Dolor y gloria (2019), een al even persoonlijke film van de gelouterde Spaanse filmregisseur. De overeenkomst met Amarga Navidad zit hem in de ouder wordende filmmaker, de lichamelijke kwetsbaarheid en de herinneringen aan zijn moeder. Maar Almodóvar zegt dat hij zelf nooit lang kampte met een writersblock. Waar in Dolor y gloria de filmmaker zijn eigen pijn en verleden gebruikt, verschuift het accent in Amarga Navidad naar het leed van anderen. De vraag is of dit gegeven vernieuwende en interessante cinema oplevert, en wat het zegt over de bedoelingen van de filmmaker.

Amarga Navidad

Zelfonderzoek
Mooie, kleurrijke en kunstzinnige sets, vakmanschap en sfeervolle muziek zijn altijd ruimschoots en herkenbaar aanwezig in films van Pedro Almodóvar. Ook de centrale rol van vrouwen – met hun verdriet, vriendschappen en onderlinge solidariteit – zie je onmiskenbaar in zijn hele oeuvre (o.a. The Room Next Door). In Amarga Navidad brengt een hartverscheurend lied van Chavela Vargas die vrouwenwereld extra tot leven. Maar halverwege veranderen de vrouwelijke strubbelingen langzaam in een zelfonderzoek van zowel de regisseur in de film als de regisseur van de film. Vrouwelijk lijden verschuift naar mannelijke worsteling.

Almodóvars zelfonderzoek voelt vertrouwd. Opnieuw worstelt een ouder wordende filmmaker, Raúl (Leonardo Sbaraglia: Dolor y gloria), met zichzelf en zijn werk. Elsa (Bárbara Lennie: Los Tigres) fungeert als zijn alter ego en daarmee ook als dat van diens schepper. Het zelfportret krijgt zo wel meerdere gezichten, maar levert nog geen meeslepend verhaal op. Waar Almodóvar in eerdere films verraste met onverwachte onthullingen en wendingen, laat de spanningsboog hier lang op zich wachten.

Amarga Navidad

Confrontatie
Het sterkste moment van de film is de apotheose, waarin Raúls jarenlange assistente Mónica (Aitana Sánchez-Gijón: Madres Paralelas) de confrontatie met de regisseur opzoekt. In deze indringende en oprechte slotdialoog probeert zij hem duidelijk te maken dat Raúl niet zomaar kan beschikken over de levens van dierbare mensen in zijn omgeving. De filmmaker probeert zich open te stellen voor haar pijn en verdriet, maar Mónica wil niet dat het leed uit haar privéleven op straat belandt.

Hierdoor merk je dat Almodóvar zijn eigen werkwijze ter discussie stelt. Hij realiseert zich dat zijn wereld steeds meer om hemzelf draait, zoals hij ook aangeeft in interviews. Hij noemt zichzelf zelfs zijn eigen muze. Zijn leven is kleiner geworden en daardoor kijkt hij intensiever naar zijn directe omgeving. Met de heftige confrontatie tussen Mónica en Raúl toont de regisseur zijn eigen afstraffing, soms met zelfspot, soms bloedserieus. Maar die afstraffing is natuurlijk wel door hemzelf geregisseerd, want ‘Waar het pijn doet, sla ik mezelf niet’, zei hij tegen RTVE.

Uiteindelijk draait Amarga Navidad dus om de vrijheid die een filmmaker zichzelf toebedeelt. Hij kan luisteren naar andermans leed, zich schuldig voelen, zichzelf bekritiseren en vervolgens toch vrolijk doorgaan met schrijven. Zelfs kritiek van anderen is nieuwe inspiratie. De kijker blijft achter met een mix van bewondering, mededogen en irritatie.

 

4 november 2026

 

Lees ook: Boek over Spaanse cinema.

 

ALLE RECENSIES

The Beloved

****
recensie The Beloved
Wie durft de grote kunstenaar tegen te spreken?

door Cor Oliemeulen

Stel je voor! Je bent een film aan het voorbereiden en leest ineens de synopsis van een andere film met hetzelfde uitgangspunt: een afwezige vader keert na jaren terug en vraagt zijn dochter om de hoofdrol in zijn nieuwe film te spelen. Het overkwam de Spaanse regisseur Rodrigo Sorogoyen toen hij ontdekte dat zijn Noorse collega Joachim Trier óók aan zo’n vader-dochterdrama werkte: Sentimental Value. Wat nu?

Na dagen van twijfel en overleg besloten Sorogoyen en zijn co-scenarist Isabel Peña toch door te gaan met hun eigen film, de opvolger van hun meesterwerk Las Bestias (2022). Dat was soms pijnlijk toen er ineens beelden van Triers film opdoken. “Het waren allemaal kleine steekjes in ons hart, maar we probeerden sterk te blijven en onze film te maken”, zegt Sorogoyen in een interview. Toen hij later Sentimental Value in Cannes zag, was The Beloved al opgenomen. Beide films bleken, ondanks hun identieke uitgangspunt, gelukkig een heel andere kant op te gaan.

The Beloved (foto: Manolo Pavon)

Wat Sentimental Value – dat nota bene de Oscar voor beste buitenlandse film won – en The Beloved ook gemeen hebben, is het sublieme acteerwerk. De Noorse film is gezegend met Stellan Skarsgård en Renate Reinsve, de Spaanse film met Javier Bardem en Victoria Luengo. Maar in toon lopen de films sterk uiteen: Trier kiest voor toenadering en verzoening, Sorogoyen voor een veel grimmigere uitwerking van de relatie tussen vader en dochter.

Ongemakkelijk rendez-vous
De achttien minuten durende openingsscène is een van de sterkste punten van The Beloved. Een man (Bardem) verwelkomt een jonge vrouw (Luengo) aan een restauranttafel. Het duurt een tijdje voordat we weten dat de man, Esteban Martínez, filmregisseur is en dat de vrouw zijn dochter Emilia is. Hij heeft in Amerika carrière gemaakt en is na dertien jaar weer terug. Zij is actrice, maar haar loopbaan wil niet vlotten en ze verdient haar geld als serveerster. In wisselende close-ups ontstaat een gesprek waarin beleefdheid en verwijten elkaar afwisselen. Dat leidt tot de reden van hun rendez-vous: ‘Ik wil dat jij de hoofdrol in mijn nieuwe film speelt.’

De scène voelt realistisch en levendig. Bardem en Luengo hadden elkaar maandenlang niet gezien en repeteerden afzonderlijk. Op de eerste draaidag speelden ze de ontmoeting in een restaurant, met verborgen camera’s en andere gasten. Ze mochten ook improviseren. Ingrediënten genoeg voor een ongemakkelijke sfeer.

Esteban blijkt beroemd, getuige een restaurantbezoeker die tussendoor om een handtekening vraagt – buiten beeld, want de focus blijft al die tijd op de vader. Hij vertelt dat hij een historisch drama over de voormalige Spaanse kolonie West-Sahara wil maken en dat hij is begaan met het lot van de oorspronkelijke bevolking, de Sahrawi’s. Kolonisten versus bewoners: een metafoor van de overheersende vader en de zich verzettende dochter. Want, zo merken we, Esteban mag dan wel worden bewonderd als begenadigd filmmaker, zijn reputatie als mens is dubieus, gezien zijn alcoholmisbruik en destructieve buien.

Film-in-een-film
Dé vraag van The Beloved is waarom Esteban de onervaren Emilia vraagt voor de hoofdrol van zijn film. Is het om hun band te herstellen? Om haar carrière te bespoedigen? Wil hij alsnog de vader zijn die hij vroeger niet was? Ja, Esteban is charmant, maar heeft ook iets dwingends. Zijn valkuil is om de gemiste jaren in te halen zonder eerst goed naar zijn dochter te luisteren. Toch stemt Emilia in om de rol te aanvaarden, want ze is nieuwsgierig, heeft nog ambitie en zal nog graag een appeltje schillen met haar vader.

The Beloved (foto: Manolo Pavon)

Op de filmset kijken de andere acteurs naar Emilia als de dochter van de baas, een positie die voordeel, maar ook achterdocht oplevert. De werkelijkheden van vader en dochter dringen elkaar binnen. Emilia speelt een personage, maar reageert ook als dochter. Esteban geeft aanwijzingen, maar spreekt dan ineens weer als vader. Elke opmerking kan een regieaanwijzing zijn, maar even goed een demonstratie van ouderlijk gezag.

En zo wordt The Beloved een film-in-een-film waarbij de kijker ook een interessant en leerzaam kijkje achter de schermen krijgt. Esteban is de grote artiest, de baas, het genie, de succesvolle regisseur die eisen stelt. Tussen alle dramatische ontwikkelingen is de opname van een maaltijdscène een verademing. Eén acteur eet volgens Esteban niet geloofwaardig genoeg met een lepel, dus moet die scène steeds opnieuw.

Keer op keer stormt Esteban uit zijn tent met de monitor en raakt steeds geïrriteerder. Zijn toenemende irritatie maakt het voor het gezelschap steeds moeilijker om niet in lachen uit te barsten. Denk aan de soldaten in Life of Brian (1979), die zich vergeefs proberen te beheersen als Pilatus de naam Biggus Dickus uitspreekt. Met andere woorden: hoe nadrukkelijker het gezag ernst verlangt, hoe onweerstaanbaarder het lachen wordt.

Naast de tirades van haar vader maken zijn momenten van plotselinge genegenheid de situatie voor Emilia verwarrend. Victoria Luengo (Suro, 2022) maakt Emilia’s verlangen naar warmte en bescherming geloofwaardig, zonder haar wrok en weerbaarheid te verliezen. Juist in Estebans verschillende gedaanten zie je het overweldigende acteertalent van Javier Bardem: van de onvervalste psychopaat in No Country for Old Men (2007) tot de gladde charmeur in Vicky Cristina Barcelona (2008). Met zijn kwetsbaarheid én zijn oerkracht weet hij zichzelf steeds weer in het middelpunt te plaatsen. Als acteur, regisseur én vader.

 

13 oktober 2026

 

Lees ook: Boek over Spaanse cinema

 

ALLE RECENSIES

Los Tigres

***
recensie Los Tigres
Meeslepend, maar minder uitgewerkt

door Cor Oliemeulen

Wie een film van de Spaanse regisseur Alberto Rodríguez kijkt, komt nooit bedrogen uit. Ditmaal is het een combinatie van sociaal drama en thriller die zich afspeelt in de wereld van beroepsduikers. Hoe vakkundig regie, cinematografie en acteren ook nu weer zijn, Los Tigres is geen La isla mínima.

Alberto Rodríguez en Rafael Cobos vormen met Rodrigo Sorogoyen en Isabel Peña de sterkste vaste scenaristenduo’s van de hedendaagse Spaanse cinema. Terwijl laatstgenoemden vooral hyperrealistische, moderne thrillers vol morele twijfel en psychologische spanning maken, zoals Que Dios nos perdone en Las Bestias, blinkt het duo Rodríguez/Cobos vaak uit met sfeervolle, historische misdaadverhalen, zoals La isla mínima en Modelo 77, die politieke en maatschappelijke trauma’s van de Spaanse geschiedenis blootleggen. Ditmaal gooien zij het over een heel andere boeg met Los Tigres, een intiem drama over een broer en zus die werken als beroepsduikers. Maar rauwe misdaad is nooit ver weg.

Los Tigres (Foto: Julio Vergne)

Beroepsduiken is gevaarlijk
Industrieel duiken geldt als een van de gevaarlijkste beroepen. Beroepsduikers werken bijvoorbeeld aan schepen, pijpleidingen en installaties onder water, vaak bij slecht zicht en onder zware omstandigheden. In Los Tigres werken Antonio (Antonio de la Torre) en Estrella (Bárbara Lennie) in het industrie- en havengebied van Huelva, waar grote olietankers en petrochemische installaties het landschap bepalen. Regisseur Alberto Rodríguez raakte gefascineerd door deze voor buitenstaanders vrijwel onbekende wereld en deed uitgebreid onderzoek naar het beroep.

De risico’s spelen een belangrijke rol in het verhaal. Zo liep Estrella als kind tijdens het duiken gehoorschade op en mag daardoor niet dieper dan twintig meter. Antonio krijgt vanwege hartproblemen te horen dat hij helemaal niet meer zou moeten duiken. Voor hem is dat extra ingrijpend: duiken is niet alleen zijn beroep, maar ook het enige werk waarmee hij geld kan verdienen. En geld heeft hij hard nodig, want zijn ex-vrouw ontvangt niet de afgesproken alimentatie voor hun twee dochters en dreigt met een contactverbod. Als Antonio per toeval in de romp van een schip cocaïne ontdekt, smeedt hij met Estrella een plan.

Andalusië als decor
De bijzondere setting en de soms letterlijk adembenemende onderwaterfotografie bepalen mede de sfeer van Los Tigres. Net als in La isla mínima is Andalusië het decor, maar toen waren het de moerassen van de Guadalquivir. In die veel bekroonde film wordt de spanning gecombineerd met de erfenis van de Franco-dictatuur. In Los Tigres zijn arbeidsrisico en bestaanszekerheid onderliggende thema’s. In beide films, en ook vaak in andere films van Rodríguez, vervaagt de grens tussen goed en kwaad.

Naast de gezondheidsrisico’s van duiken en het plan om cocaïne te stelen en te verkopen, draait de film vooral om de relatie tussen Antonio en Estrella. Hun band is uitzonderlijk hecht en soms bijna verstikkend. Het lijkt wel alsof Estrella de rol van moederfiguur op zich heeft genomen: ze zorgt voor Antonio en probeert hem tegen zichzelf te beschermen. Tegelijkertijd draagt ze een trauma uit hun jeugd met zich mee, dat samenhangt met hun vader en een duikwedstrijd tussen haar en Antonio. Het uitstapje naar het misdaadmilieu zet hun relatie onder druk. We ervaren de interacties van broer en zus, terwijl we de criminelen wel horen maar niet zien.

Los Tigres (Foto: Julio Vergne)

Ingehouden spel
Bijna als een succesformule maakt Alberto Rodríguez opnieuw gebruik van het acteertalent van Antonio de la Torre. Het maakt niet uit welke rol hij speelt, hij is altijd goed, want je hebt nooit het gevoel dat hij nadrukkelijk aan het transformeren is. In Álex de la Iglesia’s Balada triste de trompeta (2010) speelt hij de gewelddadige, macho circusclown. Van die uitzinnige potsierlijkheid is weinig over in Los Tigres, waar zijn naturalistische, ingehouden spel hem al even gemakkelijk af gaat.

Een vergelijkbaar bereik heeft actrice Bárbara Lennie. In Magical Girl (2014) van Carlos Vermut speelt ze een excentrieke, volkomen ontregelde vrouw, terwijl ze in Los Tigres vooral beheerst en aards is en haar best doet om steeds de rotzooi van haar broer op te vangen. Hun acteerprestaties en geloofwaardige relatie maken de film meeslepend van begin tot eind, ook al blijft het scenario wat minder uitgewerkt, vooral als het gaat om het misdaadplot en het jeugdtrauma.

 

12 augustus 2026

 

Lees ook: Boek over Spaanse cinema

 

ALLE RECENSIES

Muy lejos

**
recensie Muy lejos
De afstand tot jezelf

door Cor Oliemeulen

Dertiger Sergio bezoekt met een groep supporters de uitwedstrijd van zijn voetbalclub tegen FC Utrecht. Kort daarna gooit hij tijdens een paniekaanval zijn portemonnee, inclusief paspoort, in een vuilnisbak. Hij wil niet terug naar huis. De filmtitel Muy lejos (‘Heel ver weg’) verwijst niet alleen naar de kilometers tussen Barcelona en Utrecht, maar krijgt een diepere betekenis: de afstand die iemand tot zichzelf kan voelen.

Deze debuutfilm van Gerard Oms oogstte in zijn thuisland Spanje lof vanwege het persoonlijke verhaal over angst, identiteit en zelfacceptatie. De regisseur putte uit zijn eigen ervaringen om te laten zien hoe iemand zichzelf kan worden door letterlijk afstand te nemen van zijn vertrouwde omgeving. Maar zoals vaker in films over herinneringen van filmmakers rijst al snel de vraag in hoeverre de kijker daar iets mee opschiet. Ook omdat het verhaal zich bijna twintig jaar geleden afspeelt, toen de maatschappelijke omstandigheden anders lagen.

Muy lejos

Heel ver weg… van dramatische spanning
Sergio (Mario Casas) lijkt in Barcelona alles te hebben wat op een stabiel leven wijst: vrienden, een toekomst, zelfs een aanstaand huwelijk. Wat een impulsieve vlucht lijkt, groeit uit tot een stille confrontatie met zichzelf. Muy lejos neemt veel tijd voor observatie en terughoudendheid. Dat geeft het verhaal weliswaar wat emotionele kracht, maar voelt op den duur afstandelijk of zelfs traag aan. De film blijft te lang in hetzelfde emotionele register hangen en biedt onderweg weinig ontwikkeling. Wat de kijker niet weet (en eigenlijk ook niet van tevoren moet weten), is dat Gerard Oms pas helemaal aan het eind onthult wat Sergio precies ontloopt.

Voor Spaanse kijkers zullen Sergio’s kennismaking met de Nederlandse taal (“Ze praten alsof ze de hele tijd een rochel in hun mond hebben”), cultuur en dagelijkse gewoonten voor de nodige glimlachjes zorgen. Vanuit Nederlands perspectief blijven sommige observaties steken in clichés. Zoals de Nederlander met zijn fiets, of liever gezegd zijn gestolen fiets, en de fiets die in de gracht wordt gepleurd. En natuurlijk het Sinterklaasfeest met zwart geschminkte knechten die stoute kinderen in hun zak meenemen naar Spanje.

Heel ver weg… van de Dardennes
Stilistisch sluit Gerard Oms aan bij de hedendaagse Europese auteurscinema: naturalistische stijl, weinig muziek, observerende cameravoering op de huid van de personages en een voorkeur voor alledaagse situaties waarin mensen langzaam veranderen. Sommigen vergelijken die sobere, ingetogen vertelstijl en de sociaal-realistische aanpak met die van Jean-Pierre en Luc Dardenne. Daar valt wat voor te zeggen, maar Oms blijft ver weg van hun dramatische precisie en emotionele diepgang.

Muy lejos

De keuze voor Mario Casas – die in Spanje lange tijd bekendstond als de “knappe jongen” – in de rol van de kwetsbare Sergio is goed getroffen. Voordat Oms zijn debuut als regisseur maakte, was hij jarenlang werkzaam als acteercoach en hielp hij Casas met zijn rol in No matarás (2020) aan zijn Goya Award voor beste acteur. Netflix-kijkers kennen hem van de thriller The Invisible Guest (Contratiempo, 2016) en het oorlogsdrama The Photographer of Mauthausen (2018). Ook in Muy lejos overtuigt Casas: het verdienen van geld, het zoeken naar een woonruimte en het worstelen met zijn identiteit zijn geloofwaardig. Zijn lichaamshouding, blikken en stiltes vertellen vaak meer dan de dialogen.

Heel ver weg… van de climax
De film legt niet expliciet uit waarom Sergio zijn leven in Barcelona achter zich laat. Heel lanzaam wordt duidelijk dat zijn paniekaanvallen, vluchtgedrag en gevoel van verstikking een diepere oorzaak hebben. In de laatste tien minuten vallen de puzzelstukjes dan eindelijk op hun plaats. Het is geen spectaculaire onthulling, maar de ontbrekende sleutel tot alles wat de kijker al heeft gezien. Daardoor krijgen eerdere ontmoetingen, terloopse opmerkingen en ogenschijnlijk onbeduidende gebeurtenissen ineens een andere betekenis.

Die ontknoping is overtuigend, maar vraagt een investering van anderhalf uur die niet iedere kijker zal willen doen.

Wie zich nog afvraagt waarom Gerard Oms zijn kaarten zo lang tegen de borst houdt, kan hem dat maandag 20 juli tijdens de Q&A na de vertoning in het Utrechtse Slachtstraat Filmtheater zelf vragen.

 

15 juli 2026

 

Lees ook: Boek over Spaanse cinema

 

ALLE RECENSIES

Calle Málaga

****
recensie Calle Málaga
Oud worden onder eigen voorwaarden

door Cor Oliemeulen

Oudere actrices hebben moeite om aan de bak te komen in de filmwereld. “Het lijkt alsof huisdieren vaker worden gecast voor een film dan oudere vrouwen”, zegt Carmen Maura in een interview. De Spaanse steractrice, die in de jaren 80 doorbrak in de films van Pedro Almodóvar, bewijst op haar tachtigste dat ze nog altijd een film kan dragen. In Calle Málaga van Maryam Touzani speelt ze een oudere vrouw die weigert achter de geraniums te zitten.

Dat actrices van boven de vijftig vaak worden genegeerd voor interessante filmrollen, is geen nieuw verschijnsel. Dat ondervonden zelfs twee van de bekendste Hollywood-actrices, Bette Davis en Joan Crawford, in 1962 toen ze waren gecast voor What Ever Happened to Baby Jane? Volgens de serie Feud speelde hun beruchte rivaliteit daarbij een niet onbelangrijke rol. In het horrordrama van Robert Aldrich spelen ze twee zussen van wie de een wraak neemt op de ander die vroeger succesvol was. Tijdens de opnamen waren Davis en Crawford volgens de overlevering het alleen met elkaar eens wanneer er een jonge, aantrekkelijke vrouw op de set rondliep. “In Hollywood is alleen nog maar plaats voor vrouwen met grote borsten en een klein brein.”

Calle Málaga

Laatste kans op zelfstandigheid
Waar Bette Davis en Joan Crawford nog vochten tegen een industrie die oudere vrouwen naar de marge duwde, onderzoeken recente films steeds vaker hoe vrouwen zelf omgaan met ouder worden. The Substance (2024) met Demi Moore is misschien wel de meest besproken film over dit thema van de laatste jaren. Daarin wordt een verouderende beroemdheid afgedankt en letterlijk vervangen door een jongere versie van zichzelf. In The Room Next Door (2024) gaat het juist niet om rimpels of carrière, maar om zelfredzaamheid, vriendschap en de wens om waardig te kunnen sterven.

In Calle Málaga kiest filmmaakster Maryam Touzani (The Blue Caftan, 2022) niet voor bodyhorror of existentiële zwaarte, maar voor een warme observatie van een vrouw die weigert haar leven door leeftijd te laten dicteren. Het gaat om Maria (Carmen Maura), die werd geboren in de Marokkaanse stad Tanger nadat haar ouders in de jaren dertig het fascisme in Spanje waren ontvlucht. Ze woont al veertig jaar in een appartement in een levendige buurt, omringd door vertrouwde gezichten en hechte contacten.

Maar dan staat plotseling Maria’s dochter Clara (Marta Etura: Mientras duermes, 2011) uit Madrid voor de deur. Ze wil het appartement, dat op haar naam staat, verkopen, omdat ze sinds haar scheiding financieel moet rondkomen. Moeder is welkom om bij haar en haar kind in Madrid te komen wonen, maar Maria verhuist nog liever naar een bejaardentehuis van de staat. Dat lijkt een uitgemaakte zaak – totdat Maria besluit te vechten voor een laatste kans op zelfstandigheid, en misschien zelfs op een nieuw begin.

Calle Málaga

Zelfverzekerder dan ooit
Het doet goed om Carmen Maura weer op het witte doek te zien stralen. Nog altijd dat markante gezicht met die grote, sprekende ogen – van verdrietig tot ondeugend – en die innemende lach. Sinds haar rollen als impulsieve, losgeslagen en emotioneel ontspoorde vrouwen in de vroege, uitzinnige films van Pedro Almodóvar en haar memorabele optreden als verzetsheldin in Carlos Saura’s Ay, Carmela! (1990), zien we de laatste decennia een andere Carmen Maura: minder explosieve hoofdrollen zoals in de jaren tachtig, meer moederfiguren, excentrieke oudere vrouwen en internationale coproducties. Haar charme, warmte en lichtvoetigheid zijn nooit verdwenen. Ook buiten het scherm lijkt ze vrijer en zelfverzekerder dan ooit – misschien wel de reden dat ze op bijna tachtigjarige leeftijd zonder aarzeling instemde met een korte naaktscène.

Maria in Calle Málaga is een vrouw die niet ‘gered’ wil worden, maar zelf de regie over haar leven wil houden. Ze vindt een onverwacht grappig klankbord in de non Josefa. Ze zijn hier samen opgegroeid, maar hun levens liepen totaal anders: Maria stortte zich volledig in de vrolijke levendigheid van de stad, Josefa trok zich terug in het klooster om zich te richten op gebed en absolute stilte. Toch is het juist bij Josefa dat Maria haar verhaal kwijt kan: eerst over de harde opstelling van haar dochter, later over een opgebloeide liefde – en seks. Josefa zegt niets terug, maar de rode oortjes lijken bijna door haar habijt heen te schijnen. Samen zachtjes giechelen als pubermeisjes mag kennelijk nog wel.

 

10 juni 2026

 

Lees ook: Boek over Spaanse cinema.

ALLE RECENSIES

Los domingos

***
recensie Los domingos
Geloof brengt troost én verwarring

door Cor Oliemeulen

Ainara wil non worden. Ze is 17 jaar en twijfelt geen moment. “God houdt van mij en heeft me geroepen. Het is heel gemakkelijk om me over te geven aan zo’n mooie liefde.” Haar familie probeert haar keuze te respecteren, maar vraagt zich tegelijk af of Ainara niet in de ban is geraakt van iets waarvan ze de gevolgen nog nauwelijks overziet.

Los domingos trok in Spanje bijna 700.000 bezoekers naar de bioscoop en werd overladen met filmprijzen. Dat is opvallend voor een drama met een dergelijk thema. Terwijl in Europa en Noord-Amerika de actieve beleving van het katholieke geloof steeds verder afneemt, krijgt de ‘radicale’ keuze van jonge vrouwen voor een sober kloosterleven tegenwoordig juist veel aandacht. Het bewust of onbewust afzetten tegen een moderne cultuur van individualisme, consumptie, datingapps en voortdurende online zichtbaarheid is voer voor sociologen, journalisten én filmmakers.

Los domingos

Spanningen in de familie
Filmmaakster Alauda Ruiz de Azúa voert Ainara (debutant Blanca Soroa) op als een meisje dat alles goed op een rijtje heeft. Ze oogt vriendelijk, zingt in een koor, is verliefd op een van de mannelijke leden, maar zoekt haar grote liefde liever in het klooster. Haar moeder is op jonge leeftijd overleden en haar vader benadert de keuze van zijn dochter vooral zakelijk en afstandelijk. Spanningen in de familie die voorheen werden vermeden, steken nu plots de kop op, en het lijkt alsof iedereen een positie moet innemen. Wat volgt is een reeks gesprekken, stiltes en milde confrontaties. Die ingetogen aanpak past bij de film, al had iets meer drama en emotie hier niet misstaan.

Misschien wel de belangrijkste en sterkste rol in Los domingos heeft tante Maite (Patricia López Arnaiz), met wie Ainara de beste band heeft. Ze hebben mooie, zinvolle gesprekken. Maite wil begrijpen zonder te oordelen, maar tegelijkertijd wijst ze haar nichtje op haar weggegooide toekomst. Ze is nog zo jong en moet nog veel van de wereld ontdekken. Waarom gaat ze niet eerst een paar jaar studeren in het buitenland? Waar Maite steeds meer emotioneel betrokken raakt, wordt Ainara steeds standvastiger in haar keuze.

Spanje als decor
Ainara blijft vrij ongrijpbaar. Ze veroorzaakt onderhuidse spanningen in haar omgeving en dient als een spiegel waarin anderen zichzelf tegenkomen. Dat de film zich afspeelt in Spanje, en daar zo succesvol is, maakt Los domingos extra interessant.

Na decennia van het door Franco opgelegde katholicisme heeft Spanje een snelle secularisering doorgemaakt. Toch is religie nooit verdwenen. De kerk als instituut verloor vertrouwen, de actieve geloofspraktijk nam af, maar de katholieke tradities en symboliek bleven bestaan. Deze context verklaart het dubbelzinnige van de personages. Ze zijn niet uitgesproken gelovig, maar ook niet uitgesproken antireligieus. Ze zitten daar tussenin. En dan ineens is daar iemand die het geloof bloedserieus neemt, en juist dat maakt Ainara’s keuze om als non te gaan leven zo ontregelend.

Los domingos

Geen eenduidig standpunt
De vergelijking van Los domingos, dat bewust afziet van onverwachte plotwendingen of schokkende gebeurtenissen, met het Duitse drama Kreuzweg (2014) dringt zich op. In dit verhaal trekt de 14-jarige Maria, aangemoedigd door haar moeder en een jonge pastoor, zich steeds verder terug uit het wereldse leven. Waar het ondubbelzinnige Kreuzweg godsdienst toont als een onderdrukkend systeem, kiest Los domingos voor nuance: open dialogen zonder duidelijke morele richting.

Vooral dat laatste is de kracht van Ruiz de Azúa’s film. Ze toont dat liefde en onbegrip naast elkaar kunnen bestaan, dat vrijheid en controle moeilijk te scheiden zijn en dat geloof zowel troost als verwarring kan brengen. Genoeg voer voor discussie dus.

 

11 mei 2026

 

Lees ook: Boek over Spaanse cinema

ALLE RECENSIES

Romería

***
recensie Romería
De camera naar binnen gericht

door Bert Potvliege

Wat zou er in de navel van Carla Simón te vinden zijn? In Romería keert de cineaste nadrukkelijk naar binnen waardoor haar film dreigt te verzanden in zelfbeklag. Hoewel ze gezegend is met flair en kan rekenen op een sterk team voor en achter de camera, ondermijnen fundamentele problemen in het scenario het geheel. Wat overblijft voelt meer als therapie dan als cinema: een sterke dramatische ruggengraat ontbreekt.

Met haar derde film breit de cineaste een sluitstuk aan haar onofficiële trilogie. Na Estiu 1993 en Alcarràs (Gouden Beer op het Filmfestival van Berlijn in 2022) verschijnt nu Romería. Het zijn stuk voor stuk autobiografisch-geïnspireerde verkenningen in een Spaanse context, met een nadruk op familie en identiteit. Ook Romería is een duik in een warm bad van nostalgie, waarin havenstad Vigo en de couleur locale een niet te onderschatten rol spelen.

Romería

Vervlogen tijden
De film volgt de jonge studente Marina (Llúcia Garcia) – voelbaar geïnspireerd op Simón zelf – die de vervreemde familie van haar al lang overleden vader opzoekt aan de Galicische kust. Ze heeft van hen een verklaring van verwantschap nodig om een studiebeurs aan te vragen. Tijdens haar verblijf ontmoet ze familieleden – niet in het minst haar strenge grootouders – en probeert ze via gesprekken een beeld te vormen van wie haar ouders waren en hoe ze haar heimat meedraagt. De film duikt via homevideo’s geregeld het verleden in, en voegt naar het einde enkele fantasierijke toetsen toe.

De makers presenteren Romería in een knap jasje. De Spaanse sfeer van het dagelijks leven schemert er aangenaam door: een net gevangen vis op de barbecue, een zwoele zon als warme deken, serene blauwe zeevista’s die de kijker doen wegdromen. Simón nestelt zich even graag en goed in de Zuid-Europese sfeer als Luca Guadagnino (Call Me by Your Name) en Alice Rohrwacher (La Chimera). Ook de cast draagt bij aan die toon: fraai zijn de door de zon gebeitelde gezichten, een oud besje met perkamenten huid in een knalgeel, spuuglelijk bloesje. Kleine momenten, zoals opa die centjes uitdeelt aan de kleinkinderen, zijn sprekend voor Simóns streven naar enige waarachtigheid.

Gedreven door formaliteit
De verpakking van Romería is fraai, maar het geschenk zelf stelt licht teleur. Autobiografisch onderzoek is welkom in de kunsten, maar een goed verhaal vertellen blijft een basisvoorwaarde in narratieve cinema. Het is hier dat Simón struikelt, want haar relaas blijft steken bij therapeutische nobiliteit. Een protagonist die het verleden opzoekt om inzicht in zichzelf en haar familie te krijgen, is een veelgebruikte insteek voor een plot – recente voorbeelden zijn Past Lives, Aftersun en All of Us Strangers. Wat Romería mist, is originaliteit, lef en dramaturgische diepgang. Dat Marina zichzelf en haar familie leert beter begrijpen, door vele gesprekken te voeren met figuren uit het verleden, is narratief te mager.

Romería

Een volgend voorbeeld van verhalende droogte is het conflict dat alles in gang zet: Marina heeft een document nodig. Niet liefde of emotionele nood, maar een administratieve formaliteit drijft haar naar Vigo. Dat voelt verhaaltechnisch goedkoop: zolang het doel maar bereikt wordt, lijkt het weinig uit te maken wat haar werkelijk beweegt. Ze meldt bovendien dat het document nodig is voor een studiebeurs voor een filmopleiding – een overduidelijke manier om haar autobiografische representatie aan de kijker te benadrukken. Het leidt tot een rollen met de ogen.

De kijker terzijde geschoven
Het gemak waarmee tussentitels worden ingezet, is problematisch. Half-filosofische mijmeringen zoals ‘Wie zou ik zijn als mijn vaders familie me had opgevoed?’ of ‘Betekent hetzelfde bloed delen dat je deel uitmaakt van dezelfde familie?’ vertellen de kijker wat bevraagd zou moeten worden door de scènes die erop volgen. Beeldend vertellen wordt overbodig wanneer de intentie vooraf letterlijk wordt meegedeeld. Zo wordt actief meedenken uitgeschakeld en verliest het verhaal nog meer kracht.

De cruciale tekortkomingen nemen niet weg dat het nostalgische voorkomen van Romería zalft. Naar het einde toe introduceert Simón bovendien enkele fantasierijke toetsen die enthousiasmeren (de scène met de trapladder aan het flatgebouw). De cineaste gaat ook intrigerend aan de slag met de sensualiteit van jeugd – de naakt door het land lopende ouders van Marina doen aan de fotografie van Ryan McGinley denken. Mooi om te zien, maar het geheel is narratief te flets om een aanrader te noemen.

 

7 april 2026

 

Lees ook: Boek over Spaanse cinema

 

ALLE RECENSIES

Boek over Spaanse cinema

‘Een Spaanse Affaire’

Een Spaanse Affaire is een boek over de Spaanse cinema en haar nauwe verwevenheid met de geschiedenis van het land. Een thematische verkenning van hoe film in Spanje reageerde op macht, geloof, geweld, censuur en vrijheid.

De Spaanse Burgeroorlog en de daaropvolgende dictatuur hebben diepe sporen nagelaten in de cultuur. Ook in de cinema. Soms werden deze spanningen openlijk verbeeld, vaak juist via omwegen. Films fungeerden als commentaar, als schuilplaats en als stille vorm van verzet. Veel van de beste Spaanse films zijn ontstaan tegen deze achtergrond.

Een Spaanse Affaire – Spaanse filmgeschiedenis in 15 thema’s

Overhandiging van het eerste exemplaar aan Joaquín Durán (rechts), cultureel attaché van de Spaanse ambassade (foto: Chris Angelovski).

In vijftien filmthema’s verkent filmjournalist Cor Oliemeulen de ontwikkeling van de Spaanse cinema. Van de vroege film tot hedendaagse producties. Van surrealisme tot film noir en Netflix-mysteries. Van toonaangevende filmmakers als Luis Buñuel, Carlos Saura en Pedro Almodóvar tot acteurs als Fernando Fernán Gómez, Javier Bardem en Penélope Cruz. Makers, stijlen en motieven worden steeds geplaatst binnen hun culturele en historische context.

Een Spaanse Affaire – Spaanse filmgeschiedenis in 15 thema’sHet boek benadert film niet als een op zichzelf staande kunstvorm, maar als onderdeel van het maatschappelijke en culturele leven. Thema’s als macht, propaganda, religie, misdaad, corruptie, vrijheid, democratie en passie lopen als een rode draad door het boek. De toon is essayistisch en toegankelijk, bedoeld voor lezers met interesse in film, filmgeschiedenis, Spaanse cultuur en Europese cinema.

Waar te koop?
Wil je de auteur extra steunen? Bestel Een Spaanse Affaire dan rechtstreeks via Brave New Books (plus verzendkosten). Ook kun je terecht bij Bol.com en andere webshops (meestal gratis verzending). Liever lokaal? Geef dan het ISBN: 9789465383095 door aan je boekhandel.

Sirât

****
recensie Sirât
Zanderige Danse Macabre

door Bert Potvliege

Sirât, de nieuwe film van de getalenteerde Frans/Spaanse cineast Oliver Laxe, legt een boeiende weg af. Deze spirituele roadmovie focust zich op een intrigerende plot, maar werpt gaandeweg narratieve vertakkingen als een ballast van zich af. Zo ontstaat een zinnenprikkelende ervaring. 

Laxe spreekt tot de verbeelding. De veertiger oogt als een gestileerde sjamaan, en doet zo vermoeden dat hij ooit deel uitmaakte van de ravers zoals die aan bod komen in zijn film. Er huist een boeiende stem in de nog pril ogende man, die met Sirât bewijst in het juiste medium te werken.

Sirât

In Mimosas (2016) behandelde Laxe de woestijn als een spirituele ruimte die zijn personages test. In Sirât gebruikt hij deze setting nogmaals, om verder onderzoek uit te voeren naar ons omgaan met de dood. Dit doet hij niet belerend, maar wel door een voedingsbodem te creëren die de kijker toelaat in dialoog te gaan met zichzelf. Zo doet Sirât wat goede kunst zou moeten doen: vragen stellen.

De film legde sinds zijn première op het Festival van Cannes een mooi parcours af. Hij won er de Juryprijs (gedeeld met het binnenkort te verschijnen Sound of Falling). De film kende een aantal succesvolle maanden in de bioscopen (in Nederland verschijnt deze vrij laat). De fans zijn van de rabiate soort – popster Charli XCX heeft de prent geprezen. En ook twee Oscarnominaties vielen de film te beurt.

Hunkeren op de dansvloer
Vader Luis (de uitstekende Spaanse acteur Sergi López: Pan’s Labyrinth en Lazzaro Felice) loopt uit de toon bij de ravegemeenschap in de Marokkaanse woestijn. Hij is op zoek naar zijn verdwenen dochter, die zou deelnemen aan een van de dansfeesten in de buurt. Algauw moet hij rekenen op enkele feestvierders, die hem kunnen helpen haar terug te vinden. Luis blijft hoopvol, terwijl de ravers het hunne denken van de wat pafferige man die tegengesteld lijkt aan hun rebelse bestaan. Samen trekken ze de woestijn in.

Wat zich aanvankelijk presenteert als het verhaal van een vader op zoek naar zijn dochter, evolueert naar een metaforische droomstaat, waarin het vinden van die verdwenen persoon haar relevantie lijkt te verliezen. De dood komt in de plaats. Laxe’s verbeelding van ons omgaan met het heengaan zalft en schokt evenzeer. De woestijnsetting is als ‘sirât’ – een Arabische term voor de brug over de hel, dunner als een haar en scherper als een zwaard. Laat het aan de film om je mee te slepen naar deze beproeving. Wat je daar krijgt, benadert dat waar de ravers naar hunkeren op de dansvloer: een transcendente ervaring.

Er is een groot verwantschap met het vijftien jaar oude Altiplano van Peter Brosens & Jessica Woodworth. Beide films benutten een natuurlijke setting als een spirituele metafoor – bij Altiplano gaat het over teloorgang en rouw; bij Sirât gaat het over het landschap als een mystieke arena die je uitdaagt. Beide films positioneren initieel een plot, waarbij geleidelijk aan duidelijk gemaakt wordt dat wat voorbij de plot schuilt van groter belang is: hoe verder in de film, hoe meer alles op losse schroeven komt te staan. Dramaturgie verhuist naar de achterbank; het sensorische neemt plaats aan het stuur. Beide films zijn woordeloos in hun laatste ogenblikken. En beide steunen hard op muziek om hun doel te bereiken.

Sirât

Onmacht als een donsdeken
Ga kijken op het grote scherm. Niet noodzakelijk omdat je de beelden zo groot mogelijk moet zien, of omdat je dit moet delen met vreemden. Rep je naar de bioscoop voor de intense cocon die de ravemuziek tot leven roept, want zelden waren muziek en intentie zo intrinsiek verweven als hier (een van de Oscarnominaties is voor beste klank – terecht).

De omgeving neemt stelselmatig een groter thematisch belang in, tot enkel ontzag overblijft. Het decor overtroeft de plot – de machteloosheid van de personages tegenover de elementen bepaalt de connectie met de schepping. Alle intenties, alle doelen, alle vragen die een antwoord verdienen, worden ondergesneeuwd door de weerloosheid waarin dit landschap je onderdompelt. Een uitgetelde Luis kan enkel lusteloos neerzijgen op de droge woestijngrond terwijl de zanderige wind uit alle richtingen lijkt te blazen.

Wij hebben ons te buigen naar de grillen van de natuurlijke wereld, net zoals we ons moeten neerleggen bij de onvermijdelijke dood. Sirât spreekt over de existentiële onmacht die dit tot leven roept. Laxe lijkt te zeggen dat een overgave er de juiste benadering van is. Vrede sluiten met die onafwendbaarheid leidt tot spirituele bevrijding.

Het doet denken aan de houding van acteur Harry Dean Stanton in de laatste film voor zijn dood, Lucky: je kan enkel lachen wanneer je de dood in het gezicht kijkt.

 

17 februari 2026

 

Lees ook: Boek over Spaanse cinema

 

ALLE RECENSIES

The Room Next Door (2024)

The Room Next Door (2024)
“Ik denk dat ik een goede dood verdien”

door Cor Oliemeulen

Het oeuvre van Pedro Almodóvar is grofweg in twee periodes in te delen. Van campy en absurdistisch in de beginjaren tot dramatisch en reflecterend in de laatste decennia. Al die tijd vormen kwetsbare maar sterke vrouwen en het eeuwige gevoel van verlangen een rode draad. Dat geldt ook voor The Room Next Door (2024), Almodóvars eerste Engelstalige film en winnaar van de Gouden Leeuw in Venetië. Een aangrijpend verhaal over vriendschap op de weg naar euthanasie.

Ingrid (Julianne Moore) hoort bij een signeersessie van haar boek dat haar oude vriendin Martha (Tilda Swinton) ongeneeslijk ziek is. Tijdens hun rendez-vous in een New Yorks ziekenhuis leren we Martha kennen als een sympathieke, maar emotioneel geremde vrouw. Haar beheersing van gevoelens komt voort uit ervaringen als oorlogsverslaggever en het gemis van het contact met haar dochter Michelle. Maar er is meer aan de hand.

The Room Next Door

Omgaan met afscheid
Martha neemt Ingrid in vertrouwen en vraagt haar om een opmerkelijke gunst. Ze vertelt dat ze euthanasie gaat plegen en dat ze zelf het juiste moment zal kiezen. Ze heeft voor een maand een huis in de natuur gehuurd en wil dat Ingrid haar daar gezelschap houdt. Martha heeft een pil gekocht in het illegale circuit en zal op de bewuste dag de deur van haar kamer dichtdoen zodat Ingrid weet dat ze is overleden. Met haar kalmte en vastberadenheid overtuigt ze Ingrid toe te stemmen. Martha heeft alles zorgvuldig voorbereid, dus Ingrid kan later nooit als medeplichtige worden beschouwd. Aangekomen in het modernistische huis in de bossen van Woodstock is Martha één ding vergeten: haar pil.

Foto: Brigitte LacombeEenmaal gesetteld halen ze herinneringen op en ontstaat er een diepe verbondenheid. Het besef van nabije sterfelijkheid slingert heen en weer tussen intense emoties en bewuste terughoudendheid, versterkt door stiltes en blikken. Martha beschermt Ingrid tegen te veel emotionele belasting door zo veel mogelijk afstand te houden, en toont tegelijk haar vastberadenheid. Martha’s overheersende ingetogenheid vertraagt het drama, maar wie goed kijkt en probeert mee te voelen, ziet de subtiliteit in Swintons spel, alles in dienst van een waardig afscheid.

Stijl en kleuren
Naast die verbondenheid en kracht van zijn vrouwelijke personages staat Pedro Almodóvar bekend om uitbundig kleurgebruik in meubels, stoffen, vazen en kunstobjecten. Felle tinten zoals rood, blauw en geel symboliseren vaak passie, identiteit en verlangen. Ze versterken een intense, theatrale sfeer en vormen een visuele taal die gevoelens uitdrukt waar woorden tekortschieten.

In The Room Next Door draagt de kleding bij aan de visuele identiteit van de film. Ingrid verschijnt vaak in ingetogen tinten als grijs en groen, wat haar kalme aard weerspiegelt. Martha daarentegen is gehuld in opvallende kleuren als roze en felgeel, die haar ultieme levenskracht benadrukken. Het contrast tussen beiden is treffend, maar niet verrassend: Tilda Swinton hult zich vaak in uitgesproken kleuren die haar expressieve uitstraling versterken.

The Room Next Door

Symboliek van de architectuur
Het huis speelt een cruciale rol, als een stille getuige van afscheid. De immense architectonische villa met zijn ongewone hoeken en schuine vlakken – in de bossen van Woodstock, maar in werkelijkheid Casa Szoke nabij Madrid – ligt op een helling en versmelt met de natuurlijke omgeving. Almodóvar gebruikt het als een derde hoofdpersoon. Door de grote ramen lopen binnen en buiten in elkaar over; ’s avonds creëren de reflecties van bomen en de lichtval een spel van zowel intimiteit als afstand.

Langzaam vervaagt de grens tussen binnen en buiten, tussen leven en dood. Binnen heerst de besloten wereld van sterfelijkheid; buiten bloeit de natuur en beweegt de tijd onverstoorbaar voort, weerspiegeld in de ramen en het zachte avondlicht. Toch gaat ook een mensenleven door. Nadat Ingrid de levenloze Martha op een ligstoel op het terras aantrof, verschijnt op precies dezelfde plek op een dag haar dochter Michelle (eveneens gespeeld door Swinton).

The Room Next Door is te zien in Eye.

 

25 oktober 2025

 

Lees ook: Boek over Spaanse cinema

 

THEMAMAAND TILDA SWINTON