Los Tigres

***
recensie Los Tigres
Meeslepend, maar minder uitgewerkt

door Cor Oliemeulen

Wie een film van de Spaanse regisseur Alberto Rodríguez kijkt, komt nooit bedrogen uit. Ditmaal is het een combinatie van sociaal drama en thriller die zich afspeelt in de wereld van beroepsduikers. Hoe vakkundig regie, cinematografie en acteren ook nu weer zijn, Los Tigres is geen La isla mínima.

Alberto Rodríguez en Rafael Cobos vormen met Rodrigo Sorogoyen en Isabel Peña de sterkste vaste scenaristenduo’s van de hedendaagse Spaanse cinema. Terwijl laatstgenoemden vooral hyperrealistische, moderne thrillers vol morele twijfel en psychologische spanning maken, zoals Que Dios nos perdone en Las Bestias, blinkt het duo Rodríguez/Cobos vaak uit met sfeervolle, historische misdaadverhalen, zoals La isla mínima en Modelo 77, die politieke en maatschappelijke trauma’s van de Spaanse geschiedenis blootleggen. Ditmaal gooien zij het over een heel andere boeg met Los Tigres, een intiem drama over een broer en zus die werken als beroepsduikers. Maar rauwe misdaad is nooit ver weg.

Los Tigres (Foto: Julio Vergne)

Beroepsduiken is gevaarlijk
Industrieel duiken geldt als een van de gevaarlijkste beroepen. Beroepsduikers werken bijvoorbeeld aan schepen, pijpleidingen en installaties onder water, vaak bij slecht zicht en onder zware omstandigheden. In Los Tigres werken Antonio (Antonio de la Torre) en Estrella (Bárbara Lennie) in het industrie- en havengebied van Huelva, waar grote olietankers en petrochemische installaties het landschap bepalen. Regisseur Alberto Rodríguez raakte gefascineerd door deze voor buitenstaanders vrijwel onbekende wereld en deed uitgebreid onderzoek naar het beroep.

De risico’s spelen een belangrijke rol in het verhaal. Zo liep Estrella als kind tijdens het duiken gehoorschade op en mag daardoor niet dieper dan twintig meter. Antonio krijgt vanwege hartproblemen te horen dat hij helemaal niet meer zou moeten duiken. Voor hem is dat extra ingrijpend: duiken is niet alleen zijn beroep, maar ook het enige werk waarmee hij geld kan verdienen. En geld heeft hij hard nodig, want zijn ex-vrouw ontvangt niet de afgesproken alimentatie voor hun twee dochters en dreigt met een contactverbod. Als Antonio per toeval in de romp van een schip cocaïne ontdekt, smeedt hij met Estrella een plan.

Andalusië als decor
De bijzondere setting en de soms letterlijk adembenemende onderwaterfotografie bepalen mede de sfeer van Los Tigres. Net als in La isla mínima is Andalusië het decor, maar toen waren het de moerassen van de Guadalquivir. In die veel bekroonde film wordt de spanning gecombineerd met de erfenis van de Franco-dictatuur. In Los Tigres zijn arbeidsrisico en bestaanszekerheid onderliggende thema’s. In beide films, en ook vaak in andere films van Rodríguez, vervaagt de grens tussen goed en kwaad.

Naast de gezondheidsrisico’s van duiken en het plan om cocaïne te stelen en te verkopen, draait de film vooral om de relatie tussen Antonio en Estrella. Hun band is uitzonderlijk hecht en soms bijna verstikkend. Het lijkt wel alsof Estrella de rol van moederfiguur op zich heeft genomen: ze zorgt voor Antonio en probeert hem tegen zichzelf te beschermen. Tegelijkertijd draagt ze een trauma uit hun jeugd met zich mee, dat samenhangt met hun vader en een duikwedstrijd tussen haar en Antonio. Het uitstapje naar het misdaadmilieu zet hun relatie onder druk. We ervaren de interacties van broer en zus, terwijl we de criminelen wel horen maar niet zien.

Los Tigres (Foto: Julio Vergne)

Ingehouden spel
Bijna als een succesformule maakt Alberto Rodríguez opnieuw gebruik van het acteertalent van Antonio de la Torre. Het maakt niet uit welke rol hij speelt, hij is altijd goed, want je hebt nooit het gevoel dat hij nadrukkelijk aan het transformeren is. In Álex de la Iglesia’s Balada triste de trompeta (2010) speelt hij de gewelddadige, macho circusclown. Van die uitzinnige potsierlijkheid is weinig over in Los Tigres, waar zijn naturalistische, ingehouden spel hem al even gemakkelijk af gaat.

Een vergelijkbaar bereik heeft actrice Bárbara Lennie. In Magical Girl (2014) van Carlos Vermut speelt ze een excentrieke, volkomen ontregelde vrouw, terwijl ze in Los Tigres vooral beheerst en aards is en haar best doet om steeds de rotzooi van haar broer op te vangen. Hun acteerprestaties en geloofwaardige relatie maken de film meeslepend van begin tot eind, ook al blijft het scenario wat minder uitgewerkt, vooral als het gaat om het misdaadplot en het jeugdtrauma.

 

12 augustus 2026

 

ALLE RECENSIES

Muy lejos

**
recensie Muy lejos
De afstand tot jezelf

door Cor Oliemeulen

Dertiger Sergio bezoekt met een groep supporters de uitwedstrijd van zijn voetbalclub tegen FC Utrecht. Kort daarna gooit hij tijdens een paniekaanval zijn portemonnee, inclusief paspoort, in een vuilnisbak. Hij wil niet terug naar huis. De filmtitel Muy lejos (‘Heel ver weg’) verwijst niet alleen naar de kilometers tussen Barcelona en Utrecht, maar krijgt gaandeweg een diepere betekenis: de afstand die iemand tot zichzelf kan voelen.

Deze debuutfilm van Gerard Oms oogstte in zijn thuisland Spanje lof vanwege het persoonlijke verhaal over angst, identiteit en zelfacceptatie. De regisseur putte uit zijn eigen ervaringen om te laten zien hoe iemand zichzelf kan worden door letterlijk afstand te nemen van zijn vertrouwde omgeving. Maar zoals vaker in films over herinneringen van filmmakers rijst al snel de vraag in hoeverre de kijker daar iets mee opschiet. Ook omdat het verhaal zich bijna twintig jaar geleden afspeelt, toen de maatschappelijke omstandigheden anders lagen.

Muy lejos

Heel ver weg… van dramatische spanning
Sergio (Mario Casas) lijkt in Barcelona alles te hebben wat op een stabiel leven wijst: vrienden, een toekomst, zelfs een aanstaand huwelijk. Wat een impulsieve vlucht lijkt, groeit uit tot een stille confrontatie met zichzelf. Muy lejos neemt veel tijd voor observatie en terughoudendheid. Dat geeft het verhaal weliswaar wat emotionele kracht, maar voelt op den duur afstandelijk of zelfs traag aan. De film blijft te lang in hetzelfde emotionele register hangen en biedt onderweg weinig ontwikkeling. Wat de kijker niet weet (en eigenlijk ook niet van tevoren moet weten), is dat Gerard Oms pas helemaal aan het eind onthult wat Sergio precies ontloopt.

Voor Spaanse kijkers zullen Sergio’s kennismaking met de Nederlandse taal (“Ze praten alsof ze de hele tijd een rochel in hun mond hebben”), cultuur en dagelijkse gewoonten voor de nodige glimlachjes zorgen. Vanuit Nederlands perspectief blijven sommige observaties steken in clichés. Zoals de Nederlander met zijn fiets, of liever gezegd zijn gestolen fiets, en de fiets die in de gracht wordt gepleurd. En natuurlijk het Sinterklaasfeest met zwart geschminkte knechten die stoute kinderen in hun zak meenemen naar Spanje.

Heel ver weg… van de Dardennes
Stilistisch sluit Gerard Oms aan bij de hedendaagse Europese auteurscinema: naturalistische stijl, weinig muziek, observerende cameravoering op de huid van de personages en een voorkeur voor alledaagse situaties waarin mensen langzaam veranderen. Sommigen vergelijken die sobere, ingetogen vertelstijl en de sociaal-realistische aanpak met die van Jean-Pierre en Luc Dardenne. Daar valt wat voor te zeggen, maar Oms blijft ver weg van hun dramatische precisie en emotionele diepgang.

Muy lejos

De keuze voor Mario Casas – die in Spanje lange tijd bekendstond als de “knappe jongen” – in de rol van de kwetsbare Sergio is goed getroffen. Voordat Oms zijn debuut als regisseur maakte, was hij jarenlang werkzaam als acteercoach en hielp hij Casas met zijn rol in No matarás (2020) aan zijn Goya Award voor beste acteur. Netflix-kijkers kennen hem van de thriller The Invisible Guest (Contratiempo, 2016) en het oorlogsdrama The Photographer of Mauthausen (2018). Ook in Muy lejos overtuigt Casas: het verdienen van geld, het zoeken naar een woonruimte en het worstelen met zijn identiteit zijn geloofwaardig. Zijn lichaamshouding, blikken en stiltes vertellen vaak meer dan de dialogen.

Heel ver weg… van de climax
De film legt niet expliciet uit waarom Sergio zijn leven in Barcelona achter zich laat. Pas gaandeweg wordt duidelijk dat zijn paniekaanvallen, vluchtgedrag en gevoel van verstikking een diepere oorzaak hebben. In de laatste tien minuten vallen de puzzelstukjes dan eindelijk op hun plaats. Het is geen spectaculaire onthulling, maar de ontbrekende sleutel tot alles wat de kijker al heeft gezien. Daardoor krijgen eerdere ontmoetingen, terloopse opmerkingen en ogenschijnlijk onbeduidende gebeurtenissen ineens een andere betekenis.

Die ontknoping is overtuigend, maar vraagt een investering van anderhalf uur die niet iedere kijker zal willen doen.

Wie zich nog afvraagt waarom Gerard Oms zijn kaarten zo lang tegen de borst houdt, kan hem dat maandag 20 juli tijdens de Q&A na de vertoning in het Utrechtse Slachtstraat Filmtheater zelf vragen.

 

15 juli 2026

 

ALLE RECENSIES

Calle Málaga

****
recensie Calle Málaga
Oud worden onder eigen voorwaarden

door Cor Oliemeulen

Oudere actrices hebben moeite om aan de bak te komen in de filmwereld. “Het lijkt alsof huisdieren vaker worden gecast voor een film dan oudere vrouwen”, zegt Carmen Maura in een interview. De Spaanse steractrice, die in de jaren 80 doorbrak in de films van Pedro Almodóvar, bewijst op haar tachtigste dat ze nog altijd een film kan dragen. In Calle Málaga van Maryam Touzani speelt ze een oudere vrouw die weigert achter de geraniums te zitten.

Dat actrices van boven de vijftig vaak worden genegeerd voor interessante filmrollen, is geen nieuw verschijnsel. Dat ondervonden zelfs twee van de bekendste Hollywood-actrices, Bette Davis en Joan Crawford, in 1962 toen ze waren gecast voor What Ever Happened to Baby Jane? Volgens de serie Feud speelde hun beruchte rivaliteit daarbij een niet onbelangrijke rol. In het horrordrama van Robert Aldrich spelen ze twee zussen van wie de een wraak neemt op de ander die vroeger succesvol was. Tijdens de opnamen waren Davis en Crawford volgens de overlevering het alleen met elkaar eens wanneer er een jonge, aantrekkelijke vrouw op de set rondliep. “In Hollywood is alleen nog maar plaats voor vrouwen met grote borsten en een klein brein.”

Calle Málaga

Laatste kans op zelfstandigheid
Waar Bette Davis en Joan Crawford nog vochten tegen een industrie die oudere vrouwen naar de marge duwde, onderzoeken recente films steeds vaker hoe vrouwen zelf omgaan met ouder worden. The Substance (2024) met Demi Moore is misschien wel de meest besproken film over dit thema van de laatste jaren. Daarin wordt een verouderende beroemdheid afgedankt en letterlijk vervangen door een jongere versie van zichzelf. In The Room Next Door (2024) gaat het juist niet om rimpels of carrière, maar om zelfredzaamheid, vriendschap en de wens om waardig te kunnen sterven.

In Calle Málaga kiest filmmaakster Maryam Touzani (The Blue Caftan, 2022) niet voor bodyhorror of existentiële zwaarte, maar voor een warme observatie van een vrouw die weigert haar leven door leeftijd te laten dicteren. Het gaat om Maria (Carmen Maura), die werd geboren in de Marokkaanse stad Tanger nadat haar ouders in de jaren dertig het fascisme in Spanje waren ontvlucht. Ze woont al veertig jaar in een appartement in een levendige buurt, omringd door vertrouwde gezichten en hechte contacten.

Maar dan staat plotseling Maria’s dochter Clara (Marta Etura: Mientras duermes, 2011) uit Madrid voor de deur. Ze wil het appartement, dat op haar naam staat, verkopen, omdat ze sinds haar scheiding financieel moet rondkomen. Moeder is welkom om bij haar en haar kind in Madrid te komen wonen, maar Maria verhuist nog liever naar een bejaardentehuis van de staat. Dat lijkt een uitgemaakte zaak – totdat Maria besluit te vechten voor een laatste kans op zelfstandigheid, en misschien zelfs op een nieuw begin.

Calle Málaga

Zelfverzekerder dan ooit
Het doet goed om Carmen Maura weer op het witte doek te zien stralen. Nog altijd dat markante gezicht met die grote, sprekende ogen – van verdrietig tot ondeugend – en die innemende lach. Sinds haar rollen als impulsieve, losgeslagen en emotioneel ontspoorde vrouwen in de vroege, uitzinnige films van Pedro Almodóvar en haar memorabele optreden als verzetsheldin in Carlos Saura’s Ay, Carmela! (1990), zien we de laatste decennia een andere Carmen Maura: minder explosieve hoofdrollen zoals in de jaren tachtig, meer moederfiguren, excentrieke oudere vrouwen en internationale coproducties. Haar charme, warmte en lichtvoetigheid zijn nooit verdwenen. Ook buiten het scherm lijkt ze vrijer en zelfverzekerder dan ooit – misschien wel de reden dat ze op bijna tachtigjarige leeftijd zonder aarzeling instemde met een korte naaktscène.

Maria in Calle Málaga is een vrouw die niet ‘gered’ wil worden, maar zelf de regie over haar leven wil houden. Ze vindt een onverwacht grappig klankbord in de non Josefa. Ze zijn hier samen opgegroeid, maar hun levens liepen totaal anders: Maria stortte zich volledig in de vrolijke levendigheid van de stad, Josefa trok zich terug in het klooster om zich te richten op gebed en absolute stilte. Toch is het juist bij Josefa dat Maria haar verhaal kwijt kan: eerst over de harde opstelling van haar dochter, later over een opgebloeide liefde – en seks. Josefa zegt niets terug, maar de rode oortjes lijken bijna door haar habijt heen te schijnen. Samen zachtjes giechelen als pubermeisjes mag kennelijk nog wel.

 

10 juni 2026

 

ALLE RECENSIES

Los domingos

***
recensie Los domingos
Geloof brengt troost én verwarring

door Cor Oliemeulen

Ainara wil non worden. Ze is 17 jaar en twijfelt geen moment. “God houdt van mij en heeft me geroepen. Het is heel gemakkelijk om me over te geven aan zo’n mooie liefde.” Haar familie probeert haar keuze te respecteren, maar vraagt zich tegelijk af of Ainara niet in de ban is geraakt van iets waarvan ze de gevolgen nog nauwelijks overziet.

Los domingos trok in Spanje bijna 700.000 bezoekers naar de bioscoop en werd overladen met filmprijzen. Dat is opvallend voor een drama met een dergelijk thema. Terwijl in Europa en Noord-Amerika de actieve beleving van het katholieke geloof steeds verder afneemt, krijgt de ‘radicale’ keuze van jonge vrouwen voor een sober kloosterleven tegenwoordig juist veel aandacht. Het bewust of onbewust afzetten tegen een moderne cultuur van individualisme, consumptie, datingapps en voortdurende online zichtbaarheid is voer voor sociologen, journalisten én filmmakers.

Los domingos

Spanningen in de familie
Filmmaakster Alauda Ruiz de Azúa voert Ainara (debutant Blanca Soroa) op als een meisje dat alles goed op een rijtje heeft. Ze oogt vriendelijk, zingt in een koor, is verliefd op een van de mannelijke leden, maar zoekt haar grote liefde liever in het klooster. Haar moeder is op jonge leeftijd overleden en haar vader benadert de keuze van zijn dochter vooral zakelijk en afstandelijk. Spanningen in de familie die voorheen werden vermeden, steken nu plots de kop op, en het lijkt alsof iedereen een positie moet innemen. Wat volgt is een reeks gesprekken, stiltes en milde confrontaties. Die ingetogen aanpak past bij de film, al had iets meer drama en emotie hier niet misstaan.

Misschien wel de belangrijkste en sterkste rol in Los domingos heeft tante Maite (Patricia López Arnaiz), met wie Ainara de beste band heeft. Ze hebben mooie, zinvolle gesprekken. Maite wil begrijpen zonder te oordelen, maar tegelijkertijd wijst ze haar nichtje op haar weggegooide toekomst. Ze is nog zo jong en moet nog veel van de wereld ontdekken. Waarom gaat ze niet eerst een paar jaar studeren in het buitenland? Waar Maite steeds meer emotioneel betrokken raakt, wordt Ainara steeds standvastiger in haar keuze.

Spanje als decor
Ainara blijft vrij ongrijpbaar. Ze veroorzaakt onderhuidse spanningen in haar omgeving en dient als een spiegel waarin anderen zichzelf tegenkomen. Dat de film zich afspeelt in Spanje, en daar zo succesvol is, maakt Los domingos extra interessant.

Na decennia van het door Franco opgelegde katholicisme heeft Spanje een snelle secularisering doorgemaakt. Toch is religie nooit verdwenen. De kerk als instituut verloor vertrouwen, de actieve geloofspraktijk nam af, maar de katholieke tradities en symboliek bleven bestaan. Deze context verklaart het dubbelzinnige van de personages. Ze zijn niet uitgesproken gelovig, maar ook niet uitgesproken antireligieus. Ze zitten daar tussenin. En dan ineens is daar iemand die het geloof bloedserieus neemt, en juist dat maakt Ainara’s keuze om als non te gaan leven zo ontregelend.

Los domingos

Geen eenduidig standpunt
De vergelijking van Los domingos, dat bewust afziet van onverwachte plotwendingen of schokkende gebeurtenissen, met het Duitse drama Kreuzweg (2014) dringt zich op. In dit verhaal trekt de 14-jarige Maria, aangemoedigd door haar moeder en een jonge pastoor, zich steeds verder terug uit het wereldse leven. Waar het ondubbelzinnige Kreuzweg godsdienst toont als een onderdrukkend systeem, kiest Los domingos voor nuance: open dialogen zonder duidelijke morele richting.

Vooral dat laatste is de kracht van Ruiz de Azúa’s film. Ze toont dat liefde en onbegrip naast elkaar kunnen bestaan, dat vrijheid en controle moeilijk te scheiden zijn en dat geloof zowel troost als verwarring kan brengen. Genoeg voer voor discussie dus.

 

11 mei 2026

 

ALLE RECENSIES

Romería

***
recensie Romería
De camera naar binnen gericht

door Bert Potvliege

Wat zou er in de navel van Carla Simón te vinden zijn? In Romería keert de cineaste nadrukkelijk naar binnen waardoor haar film dreigt te verzanden in zelfbeklag. Hoewel ze gezegend is met flair en kan rekenen op een sterk team voor en achter de camera, ondermijnen fundamentele problemen in het scenario het geheel. Wat overblijft voelt meer als therapie dan als cinema: een sterke dramatische ruggengraat ontbreekt.

Met haar derde film breit de cineaste een sluitstuk aan haar onofficiële trilogie. Na Estiu 1993 en Alcarràs (Gouden Beer op het Filmfestival van Berlijn in 2022) verschijnt nu Romería. Het zijn stuk voor stuk autobiografisch-geïnspireerde verkenningen in een Spaanse context, met een nadruk op familie en identiteit. Ook Romería is een duik in een warm bad van nostalgie, waarin havenstad Vigo en de couleur locale een niet te onderschatten rol spelen.

Romería

Vervlogen tijden
De film volgt de jonge studente Marina (Llúcia Garcia) – voelbaar geïnspireerd op Simón zelf – die de vervreemde familie van haar al lang overleden vader opzoekt aan de Galicische kust. Ze heeft van hen een verklaring van verwantschap nodig om een studiebeurs aan te vragen. Tijdens haar verblijf ontmoet ze familieleden – niet in het minst haar strenge grootouders – en probeert ze via gesprekken een beeld te vormen van wie haar ouders waren en hoe ze haar heimat meedraagt. De film duikt via homevideo’s geregeld het verleden in, en voegt naar het einde enkele fantasierijke toetsen toe.

De makers presenteren Romería in een knap jasje. De Spaanse sfeer van het dagelijks leven schemert er aangenaam door: een net gevangen vis op de barbecue, een zwoele zon als warme deken, serene blauwe zeevista’s die de kijker doen wegdromen. Simón nestelt zich even graag en goed in de Zuid-Europese sfeer als Luca Guadagnino (Call Me by Your Name) en Alice Rohrwacher (La Chimera). Ook de cast draagt bij aan die toon: fraai zijn de door de zon gebeitelde gezichten, een oud besje met perkamenten huid in een knalgeel, spuuglelijk bloesje. Kleine momenten, zoals opa die centjes uitdeelt aan de kleinkinderen, zijn sprekend voor Simóns streven naar enige waarachtigheid.

Gedreven door formaliteit
De verpakking van Romería is fraai, maar het geschenk zelf stelt licht teleur. Autobiografisch onderzoek is welkom in de kunsten, maar een goed verhaal vertellen blijft een basisvoorwaarde in narratieve cinema. Het is hier dat Simón struikelt, want haar relaas blijft steken bij therapeutische nobiliteit. Een protagonist die het verleden opzoekt om inzicht in zichzelf en haar familie te krijgen, is een veelgebruikte insteek voor een plot – recente voorbeelden zijn Past Lives, Aftersun en All of Us Strangers. Wat Romería mist, is originaliteit, lef en dramaturgische diepgang. Dat Marina zichzelf en haar familie leert beter begrijpen, door vele gesprekken te voeren met figuren uit het verleden, is narratief te mager.

Romería

Een volgend voorbeeld van verhalende droogte is het conflict dat alles in gang zet: Marina heeft een document nodig. Niet liefde of emotionele nood, maar een administratieve formaliteit drijft haar naar Vigo. Dat voelt verhaaltechnisch goedkoop: zolang het doel maar bereikt wordt, lijkt het weinig uit te maken wat haar werkelijk beweegt. Ze meldt bovendien dat het document nodig is voor een studiebeurs voor een filmopleiding – een overduidelijke manier om haar autobiografische representatie aan de kijker te benadrukken. Het leidt tot een rollen met de ogen.

De kijker terzijde geschoven
Het gemak waarmee tussentitels worden ingezet, is problematisch. Half-filosofische mijmeringen zoals ‘Wie zou ik zijn als mijn vaders familie me had opgevoed?’ of ‘Betekent hetzelfde bloed delen dat je deel uitmaakt van dezelfde familie?’ vertellen de kijker wat bevraagd zou moeten worden door de scènes die erop volgen. Beeldend vertellen wordt overbodig wanneer de intentie vooraf letterlijk wordt meegedeeld. Zo wordt actief meedenken uitgeschakeld en verliest het verhaal nog meer kracht.

De cruciale tekortkomingen nemen niet weg dat het nostalgische voorkomen van Romería zalft. Naar het einde toe introduceert Simón bovendien enkele fantasierijke toetsen die enthousiasmeren (de scène met de trapladder aan het flatgebouw). De cineaste gaat ook intrigerend aan de slag met de sensualiteit van jeugd – de naakt door het land lopende ouders van Marina doen aan de fotografie van Ryan McGinley denken. Mooi om te zien, maar het geheel is narratief te flets om een aanrader te noemen.

 

7 april 2026

 

ALLE RECENSIES

Boek over Spaanse cinema

‘Een Spaanse Affaire’

Een Spaanse Affaire is een boek over de Spaanse cinema en haar nauwe verwevenheid met de geschiedenis van het land. Een thematische verkenning van hoe film in Spanje reageerde op macht, geloof, geweld, censuur en vrijheid.

De Spaanse Burgeroorlog en de daaropvolgende dictatuur hebben diepe sporen nagelaten in de cultuur. Ook in de cinema. Soms werden deze spanningen openlijk verbeeld, vaak juist via omwegen. Films fungeerden als commentaar, als schuilplaats en als stille vorm van verzet. Veel van de beste Spaanse films zijn ontstaan tegen deze achtergrond.

Een Spaanse Affaire – Spaanse filmgeschiedenis in 15 thema’s

Overhandiging van het eerste exemplaar aan Joaquín Durán (rechts), cultureel attaché van de Spaanse ambassade (foto: Chris Angelovski).

In vijftien filmthema’s verkent filmjournalist Cor Oliemeulen de ontwikkeling van de Spaanse cinema. Van de vroege film tot hedendaagse producties. Van surrealisme tot film noir en Netflix-mysteries. Van toonaangevende filmmakers als Luis Buñuel, Carlos Saura en Pedro Almodóvar tot acteurs als Fernando Fernán Gómez, Javier Bardem en Penélope Cruz. Makers, stijlen en motieven worden steeds geplaatst binnen hun culturele en historische context.

Een Spaanse Affaire – Spaanse filmgeschiedenis in 15 thema’sHet boek benadert film niet als een op zichzelf staande kunstvorm, maar als onderdeel van het maatschappelijke en culturele leven. Thema’s als macht, propaganda, religie, misdaad, corruptie, vrijheid, democratie en passie lopen als een rode draad door het boek. De toon is essayistisch en toegankelijk, bedoeld voor lezers met interesse in film, filmgeschiedenis, Spaanse cultuur en Europese cinema.

Waar te koop?
Wil je de auteur extra steunen? Bestel Een Spaanse Affaire dan rechtstreeks via Brave New Books (plus verzendkosten). Ook kun je terecht bij Bol.com en andere webshops (meestal gratis verzending). Liever lokaal? Geef dan het ISBN: 9789465383095 door aan je boekhandel.

Sirât

****
recensie Sirât
Zanderige Danse Macabre

door Bert Potvliege

Sirât, de nieuwe film van de getalenteerde Frans/Spaanse cineast Oliver Laxe, legt een boeiende weg af. Deze spirituele roadmovie focust zich op een intrigerende plot, maar werpt gaandeweg narratieve vertakkingen als een ballast van zich af. Zo ontstaat een zinnenprikkelende ervaring. 

Laxe spreekt tot de verbeelding. De veertiger oogt als een gestileerde sjamaan, en doet zo vermoeden dat hij ooit deel uitmaakte van de ravers zoals die aan bod komen in zijn film. Er huist een boeiende stem in de nog pril ogende man, die met Sirât bewijst in het juiste medium te werken.

Sirât

In Mimosas (2016) behandelde Laxe de woestijn als een spirituele ruimte die zijn personages test. In Sirât gebruikt hij deze setting nogmaals, om verder onderzoek uit te voeren naar ons omgaan met de dood. Dit doet hij niet belerend, maar wel door een voedingsbodem te creëren die de kijker toelaat in dialoog te gaan met zichzelf. Zo doet Sirât wat goede kunst zou moeten doen: vragen stellen.

De film legde sinds zijn première op het Festival van Cannes een mooi parcours af. Hij won er de Juryprijs (gedeeld met het binnenkort te verschijnen Sound of Falling). De film kende een aantal succesvolle maanden in de bioscopen (in Nederland verschijnt deze vrij laat). De fans zijn van de rabiate soort – popster Charli XCX heeft de prent geprezen. En ook twee Oscarnominaties vielen de film te beurt.

Hunkeren op de dansvloer
Vader Luis (de uitstekende Spaanse acteur Sergi López: Pan’s Labyrinth en Lazzaro Felice) loopt uit de toon bij de ravegemeenschap in de Marokkaanse woestijn. Hij is op zoek naar zijn verdwenen dochter, die zou deelnemen aan een van de dansfeesten in de buurt. Algauw moet hij rekenen op enkele feestvierders, die hem kunnen helpen haar terug te vinden. Luis blijft hoopvol, terwijl de ravers het hunne denken van de wat pafferige man die tegengesteld lijkt aan hun rebelse bestaan. Samen trekken ze de woestijn in.

Wat zich aanvankelijk presenteert als het verhaal van een vader op zoek naar zijn dochter, evolueert naar een metaforische droomstaat, waarin het vinden van die verdwenen persoon haar relevantie lijkt te verliezen. De dood komt in de plaats. Laxe’s verbeelding van ons omgaan met het heengaan zalft en schokt evenzeer. De woestijnsetting is als ‘sirât’ – een Arabische term voor de brug over de hel, dunner als een haar en scherper als een zwaard. Laat het aan de film om je mee te slepen naar deze beproeving. Wat je daar krijgt, benadert dat waar de ravers naar hunkeren op de dansvloer: een transcendente ervaring.

Er is een groot verwantschap met het vijftien jaar oude Altiplano van Peter Brosens & Jessica Woodworth. Beide films benutten een natuurlijke setting als een spirituele metafoor – bij Altiplano gaat het over teloorgang en rouw; bij Sirât gaat het over het landschap als een mystieke arena die je uitdaagt. Beide films positioneren initieel een plot, waarbij geleidelijk aan duidelijk gemaakt wordt dat wat voorbij de plot schuilt van groter belang is: hoe verder in de film, hoe meer alles op losse schroeven komt te staan. Dramaturgie verhuist naar de achterbank; het sensorische neemt plaats aan het stuur. Beide films zijn woordeloos in hun laatste ogenblikken. En beide steunen hard op muziek om hun doel te bereiken.

Sirât

Onmacht als een donsdeken
Ga kijken op het grote scherm. Niet noodzakelijk omdat je de beelden zo groot mogelijk moet zien, of omdat je dit moet delen met vreemden. Rep je naar de bioscoop voor de intense cocon die de ravemuziek tot leven roept, want zelden waren muziek en intentie zo intrinsiek verweven als hier (een van de Oscarnominaties is voor beste klank – terecht).

De omgeving neemt stelselmatig een groter thematisch belang in, tot enkel ontzag overblijft. Het decor overtroeft de plot – de machteloosheid van de personages tegenover de elementen bepaalt de connectie met de schepping. Alle intenties, alle doelen, alle vragen die een antwoord verdienen, worden ondergesneeuwd door de weerloosheid waarin dit landschap je onderdompelt. Een uitgetelde Luis kan enkel lusteloos neerzijgen op de droge woestijngrond terwijl de zanderige wind uit alle richtingen lijkt te blazen.

Wij hebben ons te buigen naar de grillen van de natuurlijke wereld, net zoals we ons moeten neerleggen bij de onvermijdelijke dood. Sirât spreekt over de existentiële onmacht die dit tot leven roept. Laxe lijkt te zeggen dat een overgave er de juiste benadering van is. Vrede sluiten met die onafwendbaarheid leidt tot spirituele bevrijding.

Het doet denken aan de houding van acteur Harry Dean Stanton in de laatste film voor zijn dood, Lucky: je kan enkel lachen wanneer je de dood in het gezicht kijkt.

 

17 februari 2026

 

ALLE RECENSIES

The Room Next Door (2024)

The Room Next Door (2024)
“Ik denk dat ik een goede dood verdien”

door Cor Oliemeulen

Het oeuvre van Pedro Almodóvar is grofweg in twee periodes in te delen. Van campy en absurdistisch in de beginjaren tot dramatisch en reflecterend in de laatste decennia. Al die tijd vormen kwetsbare maar sterke vrouwen en het eeuwige gevoel van verlangen een rode draad. Dat geldt ook voor The Room Next Door (2024), Almodóvars eerste Engelstalige film en winnaar van de Gouden Leeuw in Venetië. Een aangrijpend verhaal over vriendschap op de weg naar euthanasie.

Ingrid (Julianne Moore) hoort bij een signeersessie van haar boek dat haar oude vriendin Martha (Tilda Swinton) ongeneeslijk ziek is. Tijdens hun rendez-vous in een New Yorks ziekenhuis leren we Martha kennen als een sympathieke, maar emotioneel geremde vrouw. Haar beheersing van gevoelens komt voort uit ervaringen als oorlogsverslaggever en het gemis van het contact met haar dochter Michelle. Maar er is meer aan de hand.

The Room Next Door

Omgaan met afscheid
Martha neemt Ingrid in vertrouwen en vraagt haar om een opmerkelijke gunst. Ze vertelt dat ze euthanasie gaat plegen en dat ze zelf het juiste moment zal kiezen. Ze heeft voor een maand een huis in de natuur gehuurd en wil dat Ingrid haar daar gezelschap houdt. Martha heeft een pil gekocht in het illegale circuit en zal op de bewuste dag de deur van haar kamer dichtdoen zodat Ingrid weet dat ze is overleden. Met haar kalmte en vastberadenheid overtuigt ze Ingrid toe te stemmen. Martha heeft alles zorgvuldig voorbereid, dus Ingrid kan later nooit als medeplichtige worden beschouwd. Aangekomen in het modernistische huis in de bossen van Woodstock is Martha één ding vergeten: haar pil.

Foto: Brigitte LacombeEenmaal gesetteld halen ze herinneringen op en ontstaat er een diepe verbondenheid. Het besef van nabije sterfelijkheid slingert heen en weer tussen intense emoties en bewuste terughoudendheid, versterkt door stiltes en blikken. Martha beschermt Ingrid tegen te veel emotionele belasting door zo veel mogelijk afstand te houden, en toont tegelijk haar vastberadenheid. Martha’s overheersende ingetogenheid vertraagt het drama, maar wie goed kijkt en probeert mee te voelen, ziet de subtiliteit in Swintons spel, alles in dienst van een waardig afscheid.

Stijl en kleuren
Naast die verbondenheid en kracht van zijn vrouwelijke personages staat Pedro Almodóvar bekend om uitbundig kleurgebruik in meubels, stoffen, vazen en kunstobjecten. Felle tinten zoals rood, blauw en geel symboliseren vaak passie, identiteit en verlangen. Ze versterken een intense, theatrale sfeer en vormen een visuele taal die gevoelens uitdrukt waar woorden tekortschieten.

In The Room Next Door draagt de kleding bij aan de visuele identiteit van de film. Ingrid verschijnt vaak in ingetogen tinten als grijs en groen, wat haar kalme aard weerspiegelt. Martha daarentegen is gehuld in opvallende kleuren als roze en felgeel, die haar ultieme levenskracht benadrukken. Het contrast tussen beiden is treffend, maar niet verrassend: Tilda Swinton hult zich vaak in uitgesproken kleuren die haar expressieve uitstraling versterken.

The Room Next Door

Symboliek van de architectuur
Het huis speelt een cruciale rol, als een stille getuige van afscheid. De immense architectonische villa met zijn ongewone hoeken en schuine vlakken – in de bossen van Woodstock, maar in werkelijkheid Casa Szoke nabij Madrid – ligt op een helling en versmelt met de natuurlijke omgeving. Almodóvar gebruikt het als een derde hoofdpersoon. Door de grote ramen lopen binnen en buiten in elkaar over; ’s avonds creëren de reflecties van bomen en de lichtval een spel van zowel intimiteit als afstand.

Langzaam vervaagt de grens tussen binnen en buiten, tussen leven en dood. Binnen heerst de besloten wereld van sterfelijkheid; buiten bloeit de natuur en beweegt de tijd onverstoorbaar voort, weerspiegeld in de ramen en het zachte avondlicht. Toch gaat ook een mensenleven door. Nadat Ingrid de levenloze Martha op een ligstoel op het terras aantrof, verschijnt op precies dezelfde plek op een dag haar dochter Michelle (eveneens gespeeld door Swinton).

The Room Next Door is te zien in Eye.

 

25 oktober 2025

 

THEMAMAAND TILDA SWINTON

The Teacher Who Promised the Sea

***
recensie The Teacher Who Promised the Sea
Het belang van mogen dromen

door Cor Oliemeulen

Als je op school geen leraar hebt gehad die jou op een verfrissende manier kon enthousiasmeren voor een bepaald onderwerp, ken je vast wel een leraar uit verhalen die zijn leerlingen op een bevlogen manier wist te inspireren. De Spaanse boekverfilming The Teacher Who Promised the Sea is zo’n voorbeeld, dat bovendien speelt in een tijd dat je je leven niet zeker was.

Enkele jaren geleden maakte Pedro Almodóvar met Madres Paralelas (2021) een drama over de verwisseling van twee pasgeboren baby’s tegen de achtergrond van het openen van massagraven waarin tijdens de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) meer dan honderdduizend mensen verdwenen. Pas vanaf 2007 mogen de naar schatting 2.500 massagraven (voor zover de locaties bekend zijn) worden geopend, maar het identificeren van de slachtoffers is een lastige kwestie. Op dit moment zijn nog maar zo’n 12.000 mensen opgegraven.

The Teacher Who Promised the Sea

Massagraf
Ook Almodóvars collega Patricia Font (vooral bekend als regisseur van tv-series) verweeft haar hoofdthema – een leraar die zijn jonge leerlingen inspireert – met de Spaanse Burgeroorlog en het openen van een massagraf. In The Teacher Who Promised the Sea is Ariadna (Laia Costa) op zoek naar de resten van de vader van haar grootvader, die altijd heeft gezwegen over het verleden en ook zijn kinderen verbood om erover te praten. Nu haar grootvader ziek is en niet meer lang te leven heeft, gaat Ariadna op zoek naar antwoorden. Ze vertrekt naar de provincie Burgos, waar een massagraf is geopend en ontdekt daar het (waargebeurde) verhaal van Antoni Benaiges (Enric Auquer), de leraar die zijn leerlingen de zee beloofde.

Voor de meeste inwoners van het conservatieve dorpje is het wennen als de progressieve onderwijzer Antoni in 1935 het vervallen schoolgebouwtje nieuw leven inblaast. Mondjesmaat melden kinderen tussen pakweg 6 en 12 jaar zich in zijn klaslokaal. Het kruisbeeld gaat van de muur, een drukpers doet zijn intrede. ‘Jullie worden schrijvers, of journalisten’, lacht Antoni het klasje toe. De kinderen mogen samen boekjes schrijven én drukken – uiteindelijk een boekje over de zee, want zijn leerlingen hebben nog nooit de zee gezien.

Waarschuwing
Het is geen verrassing dat lang niet alle ouders zich kunnen vinden in de werkwijze van de nieuwe leraar. Maar ja, die oude pastoor (die tijdens een bezoekje aan de klas door Antoni resoluut de deur wordt gewezen) was ook niet alles. En terwijl de nieuwe onderwijzer het klaarspeelt om zijn bevlogenheid met zijn leerlingen te delen, wuift hij een enkele waarschuwing over een veranderend politiek klimaat met een glimlach weg.

The Teacher Who Promised the Sea

The Teacher Who Promised the Sea is zeker een inspirerende film over een leraar die weet hoe hij zijn leerlingen kan begeesteren. Enric Auquer is geloofwaardig, net als de kinderen, die uit meer dan duizend leeftijdsgenootjes werden gecast. De schokkende afloop geeft het drama een extra dimensie, met echo’s van de Spaanse filmklassieker La lengua de las mariposas (1999) – dat zich ook afspeelt aan de vooravond van de burgeroorlog, maar meer uitblinkt door de landelijke atmosfeer, de historische context en de intiemere relatie tussen leraar en leerling.

Desondanks maakte Patricia Font met The Teacher Who Promised the Sea een verhaal dat verteld moet worden. Ze laat niet alleen zien hoe zelfs nog de huidige generatie lijdt onder de gevolgen van de Spaanse Burgeroorlog, maar toont vooral de onverwoestbare kracht van vrijheid in een wereld die haar probeert te onderdrukken.

 

9 juni 2025

 

ALLE RECENSIES

Un Amor

**
recensie Un Amor
Outsiders vinden liefde in seks

door Cor Oliemeulen

In het jongste drama van de Spaanse filmmaakster Isabel Coixet vinden twee outsiders liefde in seks. Leuk voor het copulerende koppel, echter Un Amor verzuimt de kijker op te winden.

Nat (Laia Costa) heeft het hectische leven van de grote stad ingeruild voor een nieuw leven op het platteland. Het dorp waar ze terechtkomt heet La Escapa (‘De Ontsnapping’), net als in het boek van de Spaanse schrijfster Sara Mesa waarop Isabel Coixet haar film baseerde. Waarom Nat is ‘ontsnapt’ blijft onduidelijk. Wel vermoeden we, al direct na de openingsscène waarin zij een gevluchte Afrikaanse vrouw interviewt, dat Natalia haar nieuwe zelf wil vinden.

Un Amor

Lekkend dak
Natalia maakt wat aarzelend kennis met de inwoners, zoals met een plaatselijke kunstenaar en met een gezinnetje waar ze wordt uitgenodigd om te komen eten. In La Escapa kan een nieuweling als Nat niet ontsnappen aan de roddels van een kleine gemeenschap waar iedereen elkaar kent en elkaar in de gaten houdt. Wat moet zo’n alleenstaande jonge vrouw toch in zo’n vervallen huis? Haar verhuurder is een norse, lompe man die niet alleen opdringerig is, maar ook niet van plan is om het lekkende dak te repareren.

Op dat moment komt Andreas (Hovik Keuchkerian) in beeld. Hij klopt aan bij Nat en doet een voorstel. ‘De Duitser’, zoals de dorpsgenoten hem noemen, wil wel het dak repareren, maar dan wel als hij ‘heel even in haar kan zijn’. Andreas legt uit dat hij allang niet meer met een vrouw is geweest, maar wil niet dat Natalia zich een hoer voelt. Nat bedankt hem vriendelijk voor het aanbod en gooit de deur dicht.

Niet lang daarna meldt zij zich toch bij Andreas, het begin van een seksuele relatie. Het dak lekt niet meer, maar het lijkt alsof haar onverwerkte emoties langzaam doorsijpelen in haar innerlijke welzijn, als gevolg van een posttraumatische stressstoornis, opgelopen door de aangrijpende vluchtelingenverhalen die ze voor haar werk vertaalde.

Un Amor

Droevig lot
Net als in haar meesterwerk The Secret Life of Words (2005) laat Isabel Coixet twee totaal verschillende zielen samensmelten omdat ze elkaar nodig hebben. In Un Amor hebben de man en de vrouw niets met elkaar gemeen buiten onstuimige seks. Een probleem ontstaat als blijkt dat Andreas zich prettig voelt in zijn rol van outsider en geen andere mensen nodig heeft, terwijl Nat een vorm van verbintenis en geborgenheid zoekt.

Nats onbehagen als gevolg van Andreas’ afwijzing en de bemoeizucht van de lokale bevolking, waarbij haar privacy niet wordt gerespecteerd, begint geleidelijk verontrustende vormen aan te nemen. Ze vindt slechts genegenheid bij een hond, die ook littekens met zich meedraagt.

En zo vertelt Un Amor een universeel verhaal over een cynische en seksistische wereld waar uiteindelijk nog altijd ruimte is voor de ontdekking van de kracht die in jezelf schuilt. Met een feministische boodschap, zoals je vaak ziet in Coixets oeuvre. Ze geeft een stem aan vrouwelijke personages die te maken hebben met vaak verzwegen aspecten van het leven, zoals ziekte, trauma en eenzaamheid.

Waar de regisseur zelf haar escapisme en bevrijding vindt in het maken van films, zo vertelt ze in interviews, weet ook Nat een nieuwe kracht in zichzelf te ontdekken. In de wat geforceerde finale, waar ze plotseling bevrijd lijkt en weer kan dansen en lachen, blijft ook de kijker een droevig lot bespaard.

 

14 augustus 2024

 

ALLE RECENSIES