****
recensie I Swear
Leren omgaan met onbegrip
door Zoë van Leeuwen
Met een BAFTA en de publieksprijs op het IFFR bevestigt regisseur Kirk Jones zijn plek in de Britse filmwereld. In I Swear schetst hij een bitterzoet portret van de Schotse Tourette-activist John Davidson, waarbij de oprechte kern de film verheft boven een doorsnee biografische feelgood.
“Fuck the queen!”, schreeuwt John tijdens een ontmoeting met hare majesteit en zet zo binnen de eerste vijf minuten de perfecte toon voor de rest van de film. We keren terug naar het Schotland van 1983, waar John (Ellis Watson) nog een zelfverzekerde, maar vooral doodgewone tiener is. De sfeer van dit tijdperk wordt ondersteund door een fijne soundtrack vol nostalgische Britse new wave- en post-punknummers. Wanneer hij op een dag vreemde tics begint te krijgen, weet eigenlijk niemand hoe ze daarmee om moeten gaan. Hierdoor wordt John vaker gestraft dan geholpen. Zijn vader verlaat het gezin, omdat hij de situatie niet langer aankan en op school ziet zijn rector de tics als ongehoorzaamheid.

Humor als leidraad
Regisseur Kirk Jones, die vooral bekend is van publiekslievelingen als Waking Ned en Nanny McPhee, laat met I Swear zien dat hij meer in zijn mars heeft dan familiefilms en zachtaardige Britse humor. Wanneer de film een sprong maakt van dertien jaar naar de volwassen John (Robert Aramayo) probeert hij in een wereld vol vooroordelen en anti-psychotische medicijnen zijn weg te vinden. Toch schuwt Jones niet weg van zijn kenmerkende humor en laat hij zien dat Johns tics, en vooral de timing ervan, soms ook gewoon erg komisch kunnen zijn, zonder dat de ernst van de situatie daarbij verloren gaat. De film is niet bang voor humor, en zo wordt het leven van Davidson ook niet weggezet als een tragedie.
Wanneer hij voor de zoveelste keer een lantaarnpaal moet kussen, omdat hij scheef staat, of wanneer hij op een wat ongelukkig moment tegen de politie zegt dat hij pedofiel is, lach je als kijker met John mee. Desondanks blijft de ernst van Johns problemen niet onopgemerkt. Vooral zijn eigen moeder (Shirley Henderson) weet na al die jaren nog steeds niet om te gaan met haar zoon en lijkt te uitgeput om het nog een kans te geven. Henderson vertolkt de uitputting en machteloosheid van een moeder die ten einde raad is op een tragisch overtuigende wijze.
Drijfkracht
Het leven van John neemt een positieve wending wanneer hij de moeder van een vriend ontmoet. Dottie (Maxine Peake) heeft snel door dat het niet goed gaat met John en verwelkomt hem met open armen. Ter ergernis van zijn moeder, die het niet kan laten om jaloers te zijn, omdat Dottie John daadwerkelijk lijkt te helpen.
Het indrukwekkende acteerwerk van de hoofdrolspelers is de drijvende kracht van de film. Met name Aramayo’s vertolking van John voelt authentiek en emotioneel, zonder dat de komische timing verloren gaat. De tics voelen niet als een ingestudeerd kunstje, maar als een reflex, alsof Aramayo in de huid van de echte John is gekropen. Het is een topprestatie die hem terecht een BAFTA opleverde.

Elkaar beter begrijpen
John en Dottie worden steeds betere vrienden. Voor het eerst voelt hij onvoorwaardelijke liefde en acceptatie zonder dat iemand hem wil ‘repareren’. “If you do anything you can’t help, don’t apologize”, drukt ze hem op het hart wanneer hij voor de zoveelste keer sorry zegt door een van zijn tics. Haar nuchtere advies markeert het punt waarop John stopt met het vechten tegen zijn tics en een poging doet om een normaal leven te leiden. Toch beseft hij langzaam dat zijn versie van normaal simpelweg anders is dan voor de meeste mensen.
Wanneer Tommy (Peter Mullan) hem een baan aanbiedt bij het gemeenschapscentrum en John zijn hond slaat, verliest hij bijna meteen zijn baan. Hier zit ook een punt van kritiek. De film komt hier en daar nogal voorspellend uit de hoek door de repetitieve scenario’s. Telkens als er iets goed gaat in zijn leven, wacht je als kijker tot zijn tics het verpesten.
Toch gaat I Swear uiteindelijk minder over Tourette zelf dan over de reactie van de samenleving erop. De film laat goed zien dat de maatschappij neurodiversiteit liever bestraft dan probeert te begrijpen. Met een einde dat hoopvol is voor de toekomst, maakt I Swear duidelijk dat mensen zoals John pas tot bloei kunnen komen als hun omgeving begint te veranderen.
24 maart 2026
