White Riot

****
recensie White Riot

De straat als podium

door Alfred Bos

In de jaren zeventig sloegen punk en de Engelse antiracisme-organisatie Rock Against Racism de handen ineen. Activisten en muzikanten van toen kijken terug op een explosieve tijd. Is er sindsdien veel veranderd?

Eric Clapton stond dronken op het toneel en mompelde in de microfoon iets over ‘roetmoppen’ en ‘wegwezen’. Het kwam in de krant en Red Saunders, freelance fotograaf en undergroundtheatermaker, krabde in zijn rosse baard. Hij startte een politiek-culturele beweging, Rock Against Racism (RAR), gekeerd tegen de extreemrechtse partij National Front en het racisme dat zich in het Engeland van de jaren zeventig steeds openlijker manifesteerde. Muziek en activisme gingen hand in hand, de straat was het podium.

White Riot

RAR werd opgericht in 1976, het jaar waarin punk zich begon te roeren. RAR en punk deelden een mentaliteit, ze stonden buiten de maatschappelijke orde en creëerden hun eigen autonome (wan)orde: do it yourself. Stencilmachines en offsetdrukpersen waren de sociale mediakanalen van het pre-internettijdperk. Sniffin’ Glue was het eerste van talloze punkblaadjes. RAR had Temporary Hoarding (met de letter RAR in de naam) als huisorgaan, het liet zich handig uitvouwen tot poster.

Vergaarbak
Punk was een vergaarbak van Britse jongeren voor wie er in de klassenmaatschappij vanwege achtergrond (arbeider), opleiding (niet-academisch) of huidskleur (gekleurd) slechts een marginale of helemaal geen plaats was. Punk was ‘rebel music’, net als reggae, de muziek van de West-Indische immigranten (zoals Don Letts eerder op InDeBioscoop heeft uitgelegd). De twee muziekgenres, zo verschillend van stijl en culturele achtergrond, stonden niettemin schouder aan schouder. Ze waren het organische tegendeel van racisme, het duidelijkst belichaamd door punkgroep The Clash. De band annexeerde het RAR-logo en gebruikte het in hun eigen iconografie.

White Riot, de eerste lange documentaire van Rubika Shah, een jonge Britse van Pakistaanse afkomst, schetst de opkomst van de beweging en het socioculturele klimaat van de late jaren zeventig. Ze spreekt met RAR-oprichters Red Saunders en Roger Huddle, en muzikanten van toen als Dennis Bovell, Pauline Black (The Selecter), Topper Headon en Paul Simenon (The Clash), Poly Styrene (X-Ray Spex) en David Hinds (Steel Pulse). Archiefbeelden illustreren hun herinneringen en observaties. De punk van 999, The Clash en Sham 69 klinkt op de geluidsband

White Riot

Van Maggy naar Boris
Rock Against Racism hield het zes jaar vol en was een krachtig geluid in een roerige tijd vol ingrijpende veranderingen, economisch, sociaal en cultureel. White Riot, vernoemd naar de debuutsingle van The Clash, culmineert in wat het meest zichtbare moment was voor RAR: de mars van 30 april 1978 dwars door het Londense East End, een wijk met veel National Front-aanhang. De optocht eindigde in het Victoria Park in de ‘zwarte’ wijk Hackney, waar X-Ray Spex (punk), Steel Pulse (reggae), Tom Robinson (openlijk homofiel) en The Clash optraden voor honderdduizend antiracisten uit heel Engeland.

Dat was ook het moment waarop punk zich splitste. Het conservatieve deel werd Oi (zo heette dat toen) en openlijk rechts. Het progressieve deel werd postpunk en ontwikkelde zich tot een baaierd van stijlen, veelal maatschappelijk geëngageerd. Maar zover rekt de film niet. Die concentreert zich op de culturele explosie van 1976-1978, waarin luttele maanden zoveel gebeurde dat er een reeks boeken en documentaires over gemaakt kan worden.

Niet dat er door RAR veel veranderde. Op 4 mei 1979 won Margaret Thatcher de Britse verkiezingen en kwam het neoliberalisme aan de macht. Op 12 en 13 oktober 1982 trad The Clash in de voetsporen van The Beatles en speelde in het Shea Stadion te New York. Veertig jaar later is racisme nog springlevend. En ligt Engeland meer dan ooit in de knoop met zichzelf.

 

14 september 2020

 

ALLE RECENSIES

Frida Kahlo

***
recensie Frida Kahlo

Tussen intense verbeelding en persoonlijke tragiek

door Sjoerd van Wijk

Frida Kahlo brengt het werk van deze Mexicaanse kunstenares tot leven. De kunstdocumentaire ontsnapt niet volledig aan de beperkingen van een museum door een toeristische benadering.

Al jarenlang brengt de productiemaatschappij Seventh Art Productions onder leiding van Phil Grabsky de filmserie Exhibition on Screen uit. Dit zijn kunstdocumentaires die tot in detail de besproken werken opnemen en van context laten voorzien door kunsthistorici en andere relevante figuren. Na Secret Impressionists en Gaugain is het de beurt aan de Mexicaanse Frida Kahlo. Haar schilderijen raken door haar intense verbeelding verweven met persoonlijke tragiek die desalniettemin universeel aangrijpt. Aan de hand van een aantal chronologisch gepresenteerde sleutelwerken, vage beelden van een fictieve Kahlo aan de make-up en plaatsen waar ze heeft geleefd, vertelt de documentaire een verhaal over haar leven en kunst.

Frida Kahlo

Rondleiding
Het is een filmversie van een rondleiding door het museum, maar door de uitgekiende selectie vervalt dit niet in een overdaad van werken in te korte tijd aanschouwd en een prijzige ansichtkaart na afloop. Er zit een goede balans tussen bekender werk als The Broken Column en onderschat werk als My Nurse and I. Elk besproken schilderij krijgt de ruimte om in te werken. De doeken komen tot leven zodra de camera er minutieus overheen glijdt. Doorweven met opheldering over haar veelbewogen leven resoneert de sterk persoonlijke dimensie van Kahlo’s werk, waardoor de film tegelijk functioneert als een biografie. De toewijding waarmee deze documentaire de doeken de ruimte geeft, zegt meer over dat leven dan de tandeloze biopic Frida (2002) met Salma Hayek.

Niet alleen over privé-invloeden, maar ook over artistieke invloeden zoals fotografie of retablos (kleine schilderingen van Christelijke iconen) deelt de film veel over Kahlo. Daar zit echter een beperking aan. Niets is zo verstikkend voor de beleving van de schilderkunst als een museum, waarin werken hangen als een steriele verzameling, dikwijls voorzien van een paneel vol academisch jargon om een en ander te duiden. Kunst hoort te ademen binnen een passende praktische context. Maar in deze film legt men al snel de eigen interpretatie op als men bijvoorbeeld gaat doorzagen over de symboliek van een klein detail op een schilderij, net zoals de panelen in musea.

Frida Kahlo

Toeristisch
Het haalt de angel uit Kahlo’s werk. Een zich opmakende fictieve Kahlo vernauwt de verbeelding over haar persoonlijkheid. Exhibition on Screen: Frida Kahlo voelt soms als een toeristische aangelegenheid, een veilig gereguleerde ervaring. De overdaad aan beelden van het weliswaar fraaie La Casa Azul in Coyoacán of een Mexicaans bandje als afsluiter komen daarin over als een stukje exotisme.

Teksten geschreven door Kahlo of tijdsgenoten voegen veel toe aan het verhaal, maar de geforceerde accenten van het gesproken Engels maakt het tot een beschamend relaas dat herinnert aan de slechtste aspecten van een toeristisch museum. En clichés over genialiteit voelen overbodig als Frida Kahlo de werken al zo sterk voor zich laat spreken.

 

Kijk hier waar de documentaire Frida Kahlo draait.

 

8 september 2020

 

ALLE RECENSIES

Misbehaviour

***
recensie Misbehaviour

Deelnemers Miss World de maat genomen

door Cor Oliemeulen

Engelse feelgoodfilm toont hoe de kersverse vrouwenbeweging een halve eeuw geleden de live-uitzending van de Miss World-verkiezing verstoorde. In Misbehaviour gedragen alle betrokkenen zich op hun eigen manier en is er begrip voor zowel activisten als deelneemsters.

Net als in andere jaren zitten miljoenen gezinnen op 20 november 1970 aan de buis gekluisterd voor de twintigste Miss World-verkiezing in de Royal Albert Hall in Londen. De live-uitzending wordt onderbroken wanneer vrouwelijke activisten presentator Bob Hope (Greg Kinnaer), die tijdens zijn presentatie de zoveelste seksistische opmerking maakt, beginnen te bekogelen met pamfletten en meelbommetjes, toegesnelde beveiligers en politiemannen belagen met waterpistolen en leuzen roepen tegen de vleeskeuring en voor gelijke rechten van vrouwen. In het historische drama Misbehaviour zien we hoe het zover kon komen.

Misbehaviour

Tactiek bepalen
De film geeft een aardig beeld wat er in die tijd in de wereld aan de gang was. In een aantal landen was een maatschappelijke revolutie uitgebroken, waarbij steeds meer vrouwen zich gingen organiseren en verzetten tegen ongelijkheid en streden voor een gelijkwaardige zorg voor het kind en zeggenschap over je eigen lichaam. In het jaar dat het Engelse dagblad The Sun vrolijk startte met foto’s van topless vrouwen op pagina 3 kon de meerderheid van de bevolking zich nog geheel niet vinden in de idealen van deze Women’s Liberation Movement.

We maken kennis met de jonge moeder Sally Alexander (Keira Knightley) die op een Londens college haar toelating voor de universiteit probeert te verdienen. Ze oogt als een degelijk en burgerlijk type, die aanvankelijk schrikt van de anarchistische en provocatieve Jo Robinson (Jessie Buckley) die op fanatieke wijze het naar meer vrouwenrechten strevende groepje aanvoert. In tegenstelling tot Jo handelt Sally niet zozeer vanuit het hart en een portie lef, maar probeert zij door middel van verstand en academische vaardigheden doelen te bereiken. Zij overtuigt de anderen om de media, hoewel die behoren tot het establishment, te benaderen, want hoe kun je anders je boodschap uitdragen? Voordat ze het weet, wordt ze woordvoerster van de beweging en schreeuwt ze om het hardst bij demonstraties.

Verschillende perspectieven
Het sterke punt van Misbehaviour is dat regisseur Philippa Lowthorpe de Miss World-verkiezing vanuit verschillende perspectieven belicht en begrip voor (bijna) alle betrokkenen heeft. Zo vernemen we de beweegredenen van de Amerikaanse entertainer Bob Hope die al tien jaar eerder als host fungeerde en knallende ruzie met zijn vrouw krijgt, de grote organisator Eric Morley (Rhys Ifans) die volgens eigen zeggen slechts streeft naar de fantasie van een perfecte wereld waarin schoonheid wordt gevierd en zijn vrouw en zakelijk partner Julia (Keeley Hawes) die in tegenstelling tot haar man niet de maten maar de gratie van de deelneemsters roemt.

Misbehaviour

Maar de focus ligt op de twee groepen jonge vrouwen met ver uiteenlopende ambities. Enerzijds de feministen die zich verzetten tegen de huns inziens uitbuiting van vrouwen en die streven naar gelijkheid tussen mannen en vrouwen, anderzijds de deelnemers van Miss World die vurig hopen om zichzelf (en hun land) op de map te zetten. Terwijl de actievoersters hun plannen beramen, lijken de missen het uitstekend naar hun zin te hebben. Sommigen dromen over een betere toekomst, zoals de gekleurde deelneemster van Grenada. Zij wil en kan niet het bestaande systeem omverwerpen, maar is bij winst een grote inspiratiebron voor andere gekleurde meisjes omdat ze dan laat zien dat het mogelijk is om iets te kunnen bereiken. Dat zoiets moet door middel van een knap gezicht en een mooi lichaam is nu eenmaal zo.

Uit die korsetten!
Uiteindelijk is Misbehaviour een feelgoodfilm in een mooie Engelse traditie: het maken van deels ontroerende, deels grappige historische films met een bevredigende afloop waar mensen voor hun rechten opkomen. Denk bijvoorbeeld aan Pride (2014) waarin mijnwerkers en homo’s gezamenlijk demonstreren tegen de conservatieve Thatcher-regering en aan Made in Dagenham (2011) waarin de vrouwen in de Ford-fabriek strijden voor een beter salaris.

Dat gebeurde overigens al een paar jaar voordat de vrouwenrechtenbeweging voor een miljoenenpubliek de Women’s Liberation Movement op de kaart zetten. Je zou bijna vergeten dat de zojuist opgerichte Dolle Mina’s in Nederland al in januari 1970 van zich lieten horen: nadat ze hun korsetten hadden verbrand bij het standbeeld van de negentiende-eeuwse feministe Wilhelmina Drucker in Amsterdam verstoorden zij al een missverkiezing, in Utrecht. Wanneer gaat iemand daarover eens een feelgoodfilm maken?

 

23 augustus 2020

 

ALLE RECENSIES

Somebody Up There Likes Me

**
recensie Somebody Up There Likes Me

Leve de lol en excuses voor de brokken

door Alfred Bos

Sympathieke, maar rommelige documentaire over de schilderende schelm van de Britse rockaristocratie, Stones-gitarist Ron Wood. “Waarschijnlijk vind ik dingen te lekker.”

Sommige mensen zwijnen door het leven. Neem Ron Wood, gitarist van The Rolling Stones en bon vivant par excellence. Zijn vader een onverbeterlijke pretletter, zijn beide broers alcoholist, hijzelf misbruiker van meerdere substanties. Maar ook: intiem met de Britse rockroyalty, altijd op het juiste moment op de juiste plek, heel sociaal, te aardig om boos op te worden.

En getalenteerd. Dubbel zelfs, als muzikant en beeldend kunstenaar, net als zijn tien jaar oudere broer Art. Ron Wood (1947) is van de Britse generatie arbeiderskinderen die na de oorlog via de kunstacademie aan hun milieu konden ontsnappen, evenals collega-Rolling Stone Keith Richards, Who-voorman Pete Townshend, meestergitarist Eric Clapton en vele anderen.

Somebody Up There Likes Me

En ook: het jongste broertje, letterlijk en figuurlijk. Nooit de brandhaard zelf, wel altijd dicht bij het vuur te vinden. En genoeg feestnummer om de kachel op te stoken wanneer de vlam dreigt te smeulen. Het boefje dat door iedereen wordt vergeven, omdat—wel, wat heeft hij eigenlijk kwaad gedaan? We hadden toch lol?

Ron Wood is twee keer opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame, in 1989 met The Rolling Stones en in 2012 met The Faces. Iemand daarboven had een oogje op hem.

In de sterren geschreven
In The Rolling Stones is Wood de sparringpartner van Keith Richards, samen vlechten ze het gitaartapijt waarop Mick Jagger danst. Als Stones-fan van het allereerste uur heeft hij die rol altijd geambieerd. Toen Brian Jones in 1969 uit de Stones werd geknikkerd, was hij al in beeld als vervanger. Zijn kans zou later komen.

De derde band waarmee Ron Wood had kunnen schitteren in de Rock and Roll Hall of Fame is de Jeff Beck Group, waarin hij speelde als bassist. Die groep pionierde het geluid waarmee Led Zeppelin wereldberoemd werd. Daar leerde hij Rod Stewart kennen en als The Faces zetten ze begin jaren zeventig nieuwe records op het vlak van feestelijke uitspattingen. In muzikaal opzicht waren The Faces een kloon van de Stones.

Wanneer The Faces op pauze stonden omdat Stewart druk was met zijn solocarrière, toerde Wood met Keith Richards en andere bevriende muzikanten als Woody & Friends. Richards speelde ook mee op Woods eerste soloalbums, I’ve Got My Own Album To Do (1974) en Now Look (1975), evenals Mick Jagger, de andere Stones-gitarist Mick Taylor en voormalige Beatle George Harrison.

Toen Mick Taylor in 1975 de Stones plots verliet, was zijn opvolger snel gevonden. Het stond in de sterren geschreven.

Somebody Up There Likes Me

Ons-kent-ons
De loopbaan van Ron Wood is die van insider in bevoorrechte kringen en jammer genoeg heeft de documentaire Somebody Up There Likes Me een hoog ons-kent-ons gehalte. Niks mis mee, alleen wordt er niets uitgelegd en teveel aan de kijker overgelaten. Geen context, geen achtergrond—het wordt kennelijk bekend verondersteld. Zo is het gesprek tussen Peter Grant, manager van Led Zeppelin, en Malcolm McLaren, manager van de Sex Pistols, voor niet-insiders volstrekte abracadabra en zijn hun opmerkingen over de links tussen gangsters en de Londense muziekscene van de jaren zestig interessant genoeg voor een eigen documentaire.

Er is geen duidelijke tijdlijn en geen helder verhaal. Er zijn clips van toen. We zien Wood in de weer met penseel en gitaar. Rod Stewart is Rod Stewart, ook al gaat het over Ron Wood. Diens problemen met alcohol en drugs worden eufemistisch aangestipt door Mick Jagger, Charlie Watts en Keith Richards, die erg hun best doen om in vleiende termen ’s mans schaduwkanten te schetsen. Het feestvarken zelf, charmant en de vriendelijkheid zelve, constateert dat hij altijd kiest voor avontuur, zonder nadenken. Keith Richards roemt zijn gestel: “Hij heeft een hoge tolerantie voor pijn en een geweldig afweersysteem.”

Somebody Up There Likes Me van de Engelse regisseur Mike Figgis (bekendste werk: Leaving Las Vegas, 1995) stond aanvankelijk gepland als openingsfilm van het muziekdocumentairefestival In-Edit. Veel wijzer worden we niet van deze korte, krap vijf kwartier durende documentaire. Misschien is documentaire een te groot woord voor deze film. Het is eerder een ‘Wij van Wc-eend’ portret van iemand die brokken maakt. En hem veel geluk brachten.

 

29 juni 2020

 

ALLE RECENSIES

Gauguin: From the National Gallery, London

***
recensie Gauguin: From the National Gallery, London

De geboorte van de schilder als kunstenaar

door Ries Jacobs

Op 8 mei 1903 stierf de schilder en beeldhouwer Paul Gauguin na een leven vol armoede en miskenning. Nu zijn de kunstwerken die hij maakte miljoenen waard. Gauguin: From the National Gallery, London toont ons het leven en werk van de kunstenaar aan de hand van de tentoonstelling die afgelopen najaar in het museum in de Engelse hoofdstad te zien was. 

Na Secret Impressionists van de serie Arts in Cinema is Paul Gaugain aan de beurt. Tot zijn bekendste werken behoren ongetwijfeld de schilderijen van Polynesische vrouwen die hij aan het einde van zijn leven tijdens zijn twee verblijven in Tahiti maakte. Zijn aankomst op het eiland in de Stille Zuidzee was echter een bittere teleurstelling. Waar hij natuurmensen verwachtte te zien die niet aangetast waren door de moderniteit, stuitte hij op keurige Fransen en verpauperde kolonialen. Pas toen hij dieper landinwaarts trok, zag hij wat hij hoopte.

Gauguin: From the National Gallery, London

Zijn leven lang was Gauguin gefascineerd door het eenvoudige (boeren)leven als beter alternatief voor de grauwe moderniteit van de stad. De documentaire laat goed zien waar de oorsprong van deze fascinatie ligt. Zijn vader Clovis Gauguin, een maatschappijkritische journalist, vluchtte in 1850 na politieke omwentelingen van Frankrijk naar Peru en nam zijn jonge kinderen mee. De vroegste jeugdherinneringen van Gauguin stammen uit Peru. In 1848 keerde hij als zesjarige terug in Frankrijk en bracht zijn jeugd door in Orléans en Parijs. De rest van zijn leven had hij een hang naar het eenvoudige (Peruviaanse) leven.

Vincent van Gogh
Beïnvloed door de impressionisten, met name Camille Pissarro, begon de huisvader en zakenman Gauguin in de jaren 1870 te schilderen om zich hier vanaf 1885 volledig op toe te leggen. Drie jaar later leefde en werkte hij samen met Vincent van Gogh in het Zuid-Franse Arles. Beiden hadden de idylle van het landleven als voornaam thema, maar waar Van Gogh het doek royaal met verf besmeerde, was Gauguin soberder en ingetogener.

In The National Gallery loopt kunstenaar Billy Childish langs de geëxposeerde schilderijen en vergelijkt het portret dat Gauguin maakte van madame Roulin met het schilderij dat Van Gogh maakte van deze dame. Dit doet hij zonder teveel in te gaan op technische details, waardoor zijn uitleg ook voor mensen zonder kunsthistorische achtergrond te volgen is. Gauguin: From the National Gallery, London is meer dan een biografie, maar toch toegankelijk voor iedereen.

Gauguin: From the National Gallery, London

Eigen invulling van de realiteit
De voice-over is van acteur Dominic West (bekend van onder andere The Wire) en de Britse documentairemaakster Patricia Wheatley neemt de regie voor haar rekening. Wat ze niet belicht is de invloed die de uitvinding van de fotografie heeft op de schilderkunst in de tweede helft van de negentiende eeuw. Daarvoor werkten schilders vaak in opdracht. De technisch meest vaardige schilders verdienden veel geld en lof. Na de intrede van de fotografie was het voor de schilder niet langer zaak om de realiteit zo goed mogelijk op het doek te kopiëren, het was de bedoeling om een eigen invulling te geven aan die realiteit. Mensen gingen voor het vastleggen van een portret of iets anders naar de fotograaf.

Gauguin: From the National Gallery, London laat wel zien hoe in die periode aan nieuw soort schilder zijn intrede deed. Gauguin en veel van tijdgenoten creëerden wat zij voelden en waren daarin compromisloos, wat vaak resulteerde in miskenning en bittere armoede. Deze tijd markeerde de geboorte van de schilder als bohemien en kunstenaar.

Kijk hier waar Gaugain: From the National Gallery, London vanaf 2 juli draait.

 

29 juni 2020

 

ALLE RECENSIES

Never Rarely Sometimes Always

***
recensie Never Rarely Sometimes Always

Roadtrip naar abortus

door Cor Oliemeulen

De filmtitel slaat op de vragenlijst die Autumn in de abortuskliniek moet invullen. ‘Voelde je druk toen je seks met die jongen had? Nooit, Zelden, Soms of Altijd?’ Autumn antwoordt niet. Haar gezicht spreekt boekdelen.

Autumn (Sidney Flanigan) is een 17-jarig meisje in een stadje in Pennsylvania dat veel haar leeftijdsgenoten een alto zou noemen. Ze zingt en speelt gitaar, zonder succes, maar dat lijkt haar nauwelijks te deren. Als ze besluit een neuspiercing te nemen, pakt ze gewoon een veiligheidsspeld, ontsmet weliswaar de punt, en steekt die dwars door haar neusvleugel. Na school werkt ze, net als haar nichtje en beste vriendin Skylar (Talia Ryder), als caissière in een supermarkt. Op een dag ontdekt Autumn tot haar grote schrik dat ze zwanger is. Ze voelt dat ze niet terecht kan bij haar moeder, die sowieso weinig aandacht aan haar lijkt te schenken, en zeker niet bij haar stiefvader die haar zeker niet serieus neemt, wat overigens geheel wederzijds is.

Never Rarely Sometimes Always

Magisch geluid
“Dit is het meest magische geluid dat je ooit hebt gehoord”, zegt de verpleegster als zij tijdens de echo de snelle hartslag van Autums ongeboren kind laat horen. De moeder lijkt niet erg onder de indruk, want ze bezoekt de kliniek om te informeren naar een abortus. Een andere, oudere medewerkster vraagt waarom Autumn haar kindje niet wil houden en probeert haar op andere gedachten te brengen. Pennsylvania blijkt een conservatieve omgeving waarin het moederschap juist wordt toegejuicht en abortus wordt verafschuwd, ook gezien het wrede filmpje over de verwijdering van een embryo dat Autumn (maar niet de kijker) krijgt voorgeschoteld.

Eliza Hittman is een onafhankelijke filmmaakster die zich graag richt op jongeren die hun identiteit zoeken. Ze debuteerde met It Felt Like Love (2013) waarin ook al een jong meisje de keerzijde van seksualiteit ontdekt, en Beach Rats (2017) waarin een jongen experimenteert met drugs en op het internet contact met oudere mannen zoekt. Voor Never Rarely Sometimes Always liet Hittman zich inspireren door de 28-jarige Ierse tandarts Savita Halappanavar die in 2012 zwanger van haar eerste kind was, complicaties kreeg, smeekte om een abortus, die werd geweigerd omdat de Ierse wetgeving dat niet toestaat, en een week later in het ziekenhuis overleed.

Never Rarely Sometimes Always

Griezelige precisie
Hittman was zo aangeslagen dat ze zich in de materie ging verdiepen en onderdook in de mentaliteit van het kleine stadsleven in de Amerikaanse staat Pennsylvania waar de wetgeving abortus slechts onder strikte omstandigheden toestaat, zodat veel meisjes en vrouwen uitwijken naar New Jersey en New York. Met een soms griezelige precisie toont Hittman de procedures die Autumn moet ondergaan en de emotionele weerslag in haar gelaat en lichaamshouding. Natuurlijk suggereert Hittman dat Autumn onder een bepaalde druk zwanger is geraakt, maar ze maakte Never Rarely Sometimes Always met zoveel toewijding en begrip dat de regisseur iets meer aandacht voor de gevolgen van onveilig vrijen bij jongeren had mogen hebben. Cynici zouden na afloop zelfs kunnen beweren dat het maar goed is dat je zoveel moeite voor een abortus moet doen.

Hoewel Autumn door de hulpverleners in New York wel met heel veel liefde wordt omringd, gaat het verblijf aldaar namelijk niet zonder slag of stoot. Autumn blijkt in haar thuisstaat verkeerd te zijn voorgelicht, zodat de behandeling niet dezelfde dag kan worden verricht. Zonder slaapplek en met nog weinig geld op zak ontdekken Autumn en Skylar het leven in de grote stad. Verwacht geen schokkende gebeurtenissen, maar wel een kalme, meeslepende trip, waarin de twee geloofwaardig acterende meiden nauwelijks een woord wisselen, maar altijd weten dat hun solidariteit en vriendschap onvoorwaardelijk is. Vooral dat maakt de film aantrekkelijk.

 

26 juni 2020

 

ALLE RECENSIES

Guns Akimbo

**
recensie Guns Akimbo

Duistere krochten van het internet

door Michel Rensen

Een onhandige nerd moet zien te overleven in een gewelddadig spel vol snoeihard geweld. Actiekomedie Guns Akimbo maakt goed gebruik van Daniel Radcliffe’s klunzige voorkomen, maar lijdt onder een clichématige opbouw en gebrek aan zelfreflectie. 

In de openingsscène klinkt Dead Or Alive’s You Spin Me Round (Like a Record) terwijl twee auto’s een ordinaire straatrace lijken te houden. Duizenden toeschouwers bekijken de livestream, bestaand uit CCTV- en dronebeelden, van dit spektakel. Terwijl het refrein klinkt, maakt één van de auto’s een zwenkende beweging, waardoor de twee auto’s als een plaat rond elkaar draaien. De straatrace verdraait zich tot een vuurgevecht tussen de twee bestuurders. Het gevecht blijkt onderdeel van Skizm, een online platform waar twee mensen in de realiteit tegen elkaar vechten tot de dood. De hevig getatoeëerde Nix (Ready or Not’s Samira Weaving) blijkt al lange tijd ongeslagen te zijn en weet ook ditmaal haar tegenstander om te brengen. 

Guns Akimbo

Onhandige held
Übernerd Miles (Daniel Radcliffe) spendeert zijn eenzame avonden in de chatboxen van Skizm, waar hij de grootste schreeuwers nog harder probeert uit te schelden. Wanneer hij het met de verkeerde trol aan de stok krijgt, raakt hij verstrikt in de duistere krochten van het internet. Maar de realiteit blijkt nog erger dan zijn grootste nachtmerries. Miles wordt na een bezoek van Skizm-baas Riktor en diens aanhangers wakker met twee pistolen vastgeschroefd aan zijn handen. Tegen zijn wil in is Miles gerekruteerd om deel te nemen aan Skizm. Zijn tegenstander is Nix.

Radcliffe lijkt de perfecte acteur om de klunzigheid van Miles tot het grootst komisch effect uit te buiten. Na een moeizaam toiletbezoek, weet hij zich uiteindelijk toch in tijgerpantoffels en een badjas te hijsen voordat Nix hem in zijn appartement opzoekt. Miles’ onhandigheid blijkt zijn superkracht als dit hem steeds weer uit penibele situaties redt. Terwijl hij op de vlucht is voor Nix probeert hij ook nog even zijn relatie met zijn ex-vriendin Nova te herstellen en uiteindelijk lijken de meeste toeschouwers op de hand van de underdog te geraken.

Guns Akimbo

Gamelogica
Guns Akimbo is opgebouwd met een zelfde soort gamelogica die we ook herkennen uit Scott Pilgrim vs The World en ook het vlotte montageritme lijkt sterk geïnspireerd door het werk van Edgar Wright. Ned Dennehy, die de rol van Riktor speelt, lijkt zelfs verdacht veel op Wright’s vaste acteur Simon Pegg. Elke scène is geschreven als een nieuw level waar Miles tegen Nix moet vechten, maar de bange nerd rent steeds weg voor de confrontatie.

Guns Akimbo laat vanaf de eerste scène zien geen enkele behoefte aan subtiliteit te hebben. De meest opzichte muzikale cues leggen met de muziekteksten uit wat er in de scènes gaande is tot zelfs in de final boss battle het nummer Never Surrender van Stan Bush instart als Miles lijkt te verliezen.

Guns Akimbo

Vol clichés
De film poogt een kritische blik te werpen op het spektakel van viral video’s en het harde, onbegrensde taalgebruik op social media, maar exploiteert tegelijk al deze elementen om een snoeiharde, gewelddadige actiekomedie te maken. Hoewel de film Miles neerzet als held op deze online fora – hij scheldt immers tegen de ergste trollen – is hij eigenlijk net zo goed onderdeel van het probleem. In ironische droomsequenties komt Miles weer met Nova samen, waarna hij in voice-over uitlegt dat dit ‘natuurlijk’ niet gebeurt. De film lijkt met deze intermezzo’s een vrij directe kritiek te leveren op ‘al die dingen die nu niet meer gezegd of verteld kunnen worden’. De film toont zich weliswaar bewust van deze clichés, maar omarmt ze met volle overgave. Wanneer Riktor Nova kidnapt, krijgt Miles de kans om op de meest traditionele wijze zijn heldenstatus te bewijzen.

Deze zeer flauwe intermezzo’s leggen het gebrek aan zelfreflectie bloot. Het kan dan ook geen verrassing zijn dat regisseur Jason Lei Howden zelf op social media de fout in ging op soortgelijke wijze als Miles. Met de gedachte een cyberpestprobleem aan te kaarten, zette hij hetzelfde gedrag in grotere mate voort. Verschillende platformen besloten hierna hun recensies van de film te boycotten. Jason Lei Howden schoot zichzelf in de voet en niemand hoefde hiervoor pistolen aan zijn handen te schroeven. Een onhandige actie, een regisseur die blind is voor zijn eigen positie of een mislukte campagnestunt?

 

29 februari 2020

 

ALLE RECENSIES

Sorry We Missed You

***
recensie Sorry We Missed You

Cinema op de zeepkist

door Sjoerd van Wijk

De subtiliteit ontbreekt in Sorry We Missed You. Dat levert bijtende systeemkritiek op, waarbij de film weinig aan de verbeelding overlaat. Desalniettemin zit er een persoonlijk gezicht aan dit pamflet.

Dat de hedendaagse gig economy vooral een intensere vorm van uitbuiting is, maakt Sorry We Missed You maar al te duidelijk. Ricky Turner (Kris Hitchen) is exemplarisch voor het precariaat als voormalig klusjesman kampend met financiële problemen. Hij wil graag voor zichzelf beginnen en meldt zich aan als pakketbezorger. Officieel als zzp’er, maar dat komt in de praktijk neer op lange uren waarin hij zich aan strak uitgedokterde schema’s moet houden. En fikse boetes als hij zich er niet aan houdt, overmacht of niet. Ondertussen ruziet hij vaak met zijn zoon Seb, die de dagen slijt met spijbelen en graffiti. En vrouwlief Abbie gaat ook gebukt onder draconische schema’s als thuiszorgster.

Sorry We Missed You

Verstikkend realisme
Niet de bikkelharde baas maar Ricky’s scanner is de werkelijke machthebber. Vaak noemt men Orwell of Huxley als degenen die onze saaie dystopie het best omschrijft, Kafka komt wellicht dichter in de buurt. Dat vermoeden roept regisseur Ken Loach op door het schetsen van een verstikkende wereld waar het algoritme regeert. De scanner meet Ricky’s gedrag nauwkeurig en gaat volgens eigen wereldvreemde logica te werk. Die strakke controle brengt de precaire financiële situatie tot een kookpunt. Beheerst toont Loach hoe de drukkende onzekerheid leidt tot een cynisch afreageren op elkaar. Niet alleen vader op zoon of vice versa, maar ook Ricky en de vervelende klanten. Sorry We Missed You is een kille variant op het sociaal realisme van regisseurs als Vittorio de Sica (De Fietsendieven).

Persoonlijk, niet gepersonifieerd
Het is prijzenswaardig hoe Loach zijn systeemkritiek persoonlijk maakt. Ricky is een mens van vlees en bloed, met geloofwaardige gezinsproblematiek. De weinige warme momenten met bijvoorbeeld zijn dochtertje Lisa Jane geven de voorheen anonieme bezorger een gezicht. In het gezin houdt een ieder zich zo goed en kwaad als het kan staande. De heftige aanvaring tussen Ricky en Seb zorgt vervolgens voor een tragische climax.

Veel uitgesproken politieke films personifiëren de kritiek en behandelen hun personages als archetypes van goed en kwaad, zoals het eveneens recent uitgekomen Mjólk. Het hangt systemische misstanden op aan individuele tekortkomingen en verhult deze daarmee. Sorry We Missed You maakt daarentegen de benauwende repressie van doorgedraaide berekening invoelbaar zonder te wijzen naar een individu.

Sorry We Missed You

Geagiteerd pamflet
Toch blijft het scenario van vaste scenarist Paul Laverty te veel een pamflet. De film levert voornamelijk kritiek, in plaats van kritisch te zijn. Veel zaken lijken opgezet om de misère te optimaliseren en de geagiteerde frustratie over te brengen op de toeschouwer. Dat de scanner de film niet zal overleven, is al duidelijk als de baas zegt hoe duur dat ding is. Ricky’s overval is al erg genoeg zonder de laatste overbodige vernedering. Net als in I, Daniel Blake is er een grandioze speech die alle frustraties nog even vet onderstreept terwijl de dialogen frequent de realiteit van de nep-zzp-constructies omschrijven.

Juist door onbenoemd op de achtergrond van een film rond te zingen, wordt systeemkritiek subversief. Radicaal anders naar de wereld kijken gaat dan gepaard met reflectie. Sorry We Missed You steekt de kritiek niet onder stoelen of banken. Op een zeepkist staan agiteert, maar daarmee gaat de reflectie op het leven verloren.

 

11 november 2019

 

ALLE RECENSIES

Beats

****
recensie Beats

Rave en Revolutie

door Suzan Groothuis

Met Beats grijpt regisseur Brian Welsh terug op de jaren 90, waarin rave hoogtij vierde. Hij weet het tijdsbeeld goed te vangen en levert een energieke, rauwe maar ook hartverwarmende film, waarin we twee vrienden volgen in hun laatste nacht samen.

Beats speelt in het Schotland van 1994. In zwart-wit geschoten beelden volgen we beste vrienden Spanner en Johnno. Ze hebben een verschillende achtergrond, maar delen hun passie voor muziek. Het is de tijd van de rave, een stijl die zich kenmerkt door zijn anarchistische karakter. Rave was verbonden aan illegale feesten, waar de jeugd massaal op afkwam. Met de intrede van de Criminal Justice Bill in 1994 werd het “samenscholen rond repetitieve beats” strafbaar.

Beats

Aan wat hun laatste nacht samen moet worden, gaan wat strubbelingen vooraf. Zo hebben de moeder en stiefvader van Johnno het niet op Spanner. Aan zijn kop alleen al zie je dat het uitschot is, aldus Johnno’s stiefvader, die bij de politie werkt. Helemaal onterecht zijn zijn zorgen niet: Spanner woont in bij zijn criminele broer en brengt zijn dagen lanterfantend door. Hij zoekt Johnno op voor ritjes op zijn gammele brommer en om samen naar muziek te luisteren. En dan niet zomaar muziek: nee, knallende, suizende en stuiterende beats, illegaal te beluisteren via de radio, waar DJ D-Man aanzet tot revolutie en oppositie. Een grote middelvinger naar de maatschappij, waarop de ravebeats perfect aansluiten. Maar Groot-Brittannië zou Groot-Brittannië niet zijn om daar korte metten mee te maken. Om de boel weer in het gareel te krijgen, is er de Criminal Justice Bill en zijn raveliefhebbers genoodzaakt te zoeken naar nieuwe, creatieve manieren om samen te komen en onder het genot van drugs en drank uit hun dak te gaan.

Rave als ontsnapping
Terwijl er een illegale rave op komst is, wordt het Spanner en Johnno moeilijk gemaakt om met elkaar om te gaan. Johnno heeft huisarrest, omdat Spanner stiekem bij hem was. En tussen Spanner en zijn  broer lopen de spanningen ook op. De twee jongens besluiten te ontsnappen aan hun problemen thuis en te doen wat ze al zo lang wilden: een rave bezoeken!

Beats is gebaseerd op Kieran Hurley’s toneelstuk uit 2012. Regisseur Brian Welsh, die al langer iets met film en 90’s-rave wilde doen, werd getipt door een vriend om erheen te gaan. Het toneelstuk leverde hem wat hij zocht: het maken van een “party”-film waarin de sociale en culturele context niet ontbreekt. Maar Beats is ook een persoonlijke film: Welsh groeide op in de jaren van de raves. Hij weet de tijdgeest dan ook goed te vangen. Beats is in zwart-wit geschoten, wat de rauwe, morsige sfeer van toen ten goede komt. Zoals het krakerspand besmeurd met graffiti, waar DJ D-Man zijn plaatjes draait en raves aankondigt. Of de rave zelf, waar de pillen slikkende menigte uit zijn dak gaat op imponerende visuals en duistere breakbeats.

Beats

Energiek en hartverwarmend
Beats zou je kunnen zien als Trainspotting-light. Niet zo trendsettend en adrenaline-verhogend als Danny Boyles film, maar er zit vaart, humor, een opgestoken middelvinger en vooral, veel dancemuziek uit de jaren 90 in. Welsh’ film heeft het hart op de goede plek en roept een nostalgisch gevoel op naar wat dance in de jaren 90 teweeg bracht. Orbital, Human Resource en Liquid Liquid komen voorbij en doen je mee trippen in je stoel. Welsh neemt dat laatste letterlijk door je tijdens een rave psychedelische beelden voor te schotelen, die je als kijker in een soort drugstrip doen belanden. Het doet herinneren aan MTV’s Chillout Zone, waar baanbrekende acts als Aphex Twin of The Future Sound Of London hypnotiseerden met hun clips.

Maar Beats draait, ondanks het thema van rave, vooral om de gedoemde vriendschap tussen twee jongens uit een verschillend milieu. Dan weer humoristisch, dan weer gevat en dan weer teder zien we hoe de twee (mooie rollen van Lorn Macdonald als Spanner en Cristian Ortega als Johnno) dichtbij elkaar staan en er toch afstand is. De film werkt toe naar een bitterzoete afloop, waarna we nog even zien hoe het de fictieve personages verder vergaan is. Dat laatste voelt wat gekunsteld aan, maar doet niet onder aan het feit dat Beats een aangename kijkervaring is die eventjes terugverlangt naar vervlogen tijden, en ondertussen iets zegt over hoe bepalend klassenverschillen zijn in een vriendschap die door dik en dun gaat.

 

5 november 2019

 

ALLE RECENSIES

Alien 40 jaar: De engerd aller engerds

Alien 40 jaar
De engerd aller engerds is het id van het universum

door Alfred Bos

Alien van Ridley Scott verscheen veertig jaar geleden in de bioscoop. Het is een van de meest geliefde films aller tijden, die een breed spoor door de populaire cultuur heeft getrokken en is uitgegroeid tot een moderne mythe.

Alien scoort hoog op de lijst van engste films ooit gemaakt. Hij verbeeldt een oerangst. Niet de vrees om te dienen als prooi; te worden gedood, gegeten en verteerd door een monster. Maar gruwelijker, om te fungeren als broedlichaam en monsterkroost te baren. Veel erger kan het niet worden. Of gaat Alien over seks?

Alien

Alien is tevens een van de meest geliefde films ooit gemaakt. Wetenschappers deden internationaal onderzoek naar de publieksreacties en veertig jaar na de filmrelease – in Amerika op 25 mei 1979, in Nederland op 25 oktober – organiseerde de Bangor Universiteit in Wales een tweedaags symposium. Er verschenen na 1979 een reeks vervolgfilms en crossovers; boeken, strips en games. Weinig films zijn zo populair en hebben zoveel culturele impact gehad als het werkstuk van Ridley Scott.

Alien spreekt tot de verbeelding. Die oerangst dus. Voor het onbekende, dubbel zo eng omdat het van buitenaardse komaf is. Voor parasieten en enge ziektes. Voor levend te worden gegeten, van binnenuit nog wel. Voor seks.

Of eigenlijk, voor onvrijwillige seks. Alien is een film over penetratie en verkrachting—van een man. Met als resultaat, een bloedige geboorte—uit een man. Het monster wordt in de bloedstollende ontknoping verdelgd door de held—een vrouw. Alien doet wat voor velen een nachtmerrie is, het zet de bestaande orde op zijn kop. Twee jaar later werden in Amerika de eerste gevallen van aids gerapporteerd.

Alien

Exoleven
Kevers, mieren, sluipwespen en vlinders zijn de talrijkste en meest diverse diersoorten op aarde. Met zijn complexe voortplanting – ei, larve, pop, imago – lijkt de alien op een insect, de sluipwesp. Die injecteert zijn eieren in andere insecten, de larves eten het gastdier van binnenuit op en verpoppen buiten het lijk. Er zijn naar schatting zo’n honderdduizend soorten sluipwespen, hun parasitaire methode van voortplanting is wijdverspreid.

Maar het exoleven uit Alien volgt niet de biologie van aardse insecten. De cyclus van het organisme begint met een ei, gelegd door een koningin. Uit het ei springt de facehugger, die zijn gastheer oraal impregneert. Via mond en slokdarm deponeert hij een ei in de maag van de waard, uit wiens middenrif de larve naar buiten barst. De larve verpopt zich op het ruimteschip tot imago, het volwassen stadium. Dat is wellicht de reden dat de indringer na de vermaarde chestburster scène lange tijd buiten beeld blijft, hij moet zich transformeren tot imago.

De voortplanting van de alien samengevat: ei-facehugger-ei-larve-pop-imago. Dat is volgens terrabiologie één ei teveel. De tussenfase van de facehugger is echter nodig om de gastheer te impregneren. Bij sluipwespen doet de imago dat, de volgroeide alien is daar niet voor toegerust. Die is een een moordmachine, gespecialiseerd in overleven, want voorzien van vervaarlijke klauwen, een gebit van scheermessen, een extra set uitschuifbare kaken voor het chirurgische precisiewerk, zwiepstaart met jachtmes als punt en, als laatste agressiemiddel, bijtend zuur in de aderen. De alien staat buiten de aardse natuur. Hij belichaamt het id van het universum.

Shapeshifter
De alien is een shapeshifter. Of om het sjiek te zeggen, een metamorf: het resultaat van metamorfose, een gedaanteverwisseling. Hij is tevens van buitenaardse afkomst, een xenomorf. De alien is dus een xenometamorf. (Xeno = vreemd, meta = zelf, morf = vorm.) Dat is dus dubbel zo vreemd en dubbel zo onbekend. Dus dubbel zo eng. De alien is de engerd aller engerds.

Alien gaat over seks. Grapjurken zouden de voorlaatste alinea afsluiten met de zin: de alien belichaamt het lid van het universum. En inderdaad, het mannelijke lid is een shapeshifter. Het geeft sommige mannen het idee dat ze totemische kwaliteiten bezitten, twee wijsvingers onder hun navel.

Alien

De alien penetreert oraal, de facehugger impregneert de gastheer via de mond. (In één van de vervolgfilms, Alien: Covenant uit 2017, is de facehugger een soort übervagina.) De imago van de alien, zijn volwassen stadium, beschikt niet over iets wat herkenbaar is als een penis, maar in de mond van de shapeshifter, tussen zijn kaken, huist een tweede, uitschuifbare mond. Met die tweede set kaken penetreert hij zijn prooi. De alien heeft een orale fixatie.

Verwoestende schaduw
De shapeshifter komt voor in de folklore van uiteenlopende en onderling zeer verschillende culturen. Sprookjes en volksverhalen over wezens die van vorm veranderen, zijn te vinden op alle continenten. De Zwitserse psycholoog Jung zou de shapeshifter een archetype noemen, product van het collectieve onderbewustzijn. Wat Freud als het id benoemt, heet bij Jung de schaduw, een verdrongen instinct dat verwoestend kan toeslaan.

In de Griekse mythologie gebruiken de goden hun vermogen om van vorm te veranderen voor amoreuze avonturen. De Keltische mythologie zit vol met shapeshifters, vaak met wraak als motief. In de Noorse sagen nemen mannelijke goden een vrouwelijke identiteit aan. De naga uit de mythen van het Indiase subcontinent zijn slangen die zich als mens presenteren.

De moderne fantasy-literatuur, van The Lord of the Rings tot de Harry Potter-romans, ritselt van de shapeshifters. Superhelden doen vrolijk mee, zie Mystique van de X-Men. Zelfs robotten kunnen van vorm veranderen, bijvoorbeeld de T-1000 in Terminator 2: Judgement Day.

Glamour stond oorspronkelijk voor de illusie die werd opgeroepen door de betovering van een heks. In de moderne tijd heeft het begrip zijn bovennatuurlijke origine verloren en een meer materiële betekenis gekregen als de schijn van roem en rijkdom. Op vergelijkbare wijze is de shapeshifter uit Alien de pseudeowetenschappelijke en intens fysieke variant van een oeroud idee. Intens fysiek, want er is weinig luchtigs aan de alien. Hij is een gematerialiseerde nachtmerrie. De sater van het antropoceen, een eigentijdse mythe.

Alien

H.P. Lovecraft
Er valt weinig bovennatuurlijks meer te ontdekken aan de alien en in dat opzicht is deze shapeshifter geëvolueerd ten opzichte van het archetype, hij is onttoverd. Dan O’Bannon, de auteur van het filmscript, heeft nooit een geheim gemaakt van zijn bewondering voor het werk van H.P. Lovecraft, de Amerikaanse schrijver van suggestieve griezelverhalen. Diens vertellingen, in de jaren twintig en dertig van de vorige eeuw gepubliceerd in het pulpmagazine Weird Tales, draaien om atmosfeer en suggestie. En de angst voor het bovennatuurlijke.

Niets enger dan het onbekende en het onverklaarbare, aldus Lovecraft in zijn essay Supernatural in Horror Literature. Vreemde fenomenen die door de wetenschap konden worden verklaard, ontraadseld, verloren voor hem hun beklemming. In de onttoverde wereld van het interbellum, met nieuwe technologie als radio en luchtvaart, zocht hij het bovennatuurlijke buiten de aarde, in de kosmos. En buiten de menselijke geschiedenis, in een onverkende prehistorie. Bij Lovecraft vallen het bovennatuurlijke en het tegennatuurlijke samen.

Lovecrafts novelle At The Mountains of Madness, geschreven in 1931 en vijf jaar later gepubliceerd in het pulpmagazine Astounding Stories, verhaalt over de ontdekking van een enorme onderaardse stad op Antarctica. Het is een sinister, zelfs gekmakend oord, vol spectaculaire architectuur en vreemde artefacten, achtergelaten door een cultuur van buitenaardse afkomst die ver voor de mensheid op aarde heeft geleefd. De scène uit Alien waarin de astronauten de spacejockey en de kelder met alien-eieren ontdekken, is er direct door geïnspireerd.

Lovecrafts proza boeit dankzij de suggestie. De body horror van de chestburster scène uit de film is echter het tegendeel van suggestief, meer in your face is nauwelijks denkbaar, en Alien kun je onmogelijk bovennatuurlijk noemen: van gothic naar gore. De alien is het summum van wat de natuur heeft te bieden, een organisme dat tot in perfectie is toegerust om de strijd om het bestaan als winnaar te beslechten. Het bovennatuurlijke van Lovecraft heeft in de film van Ridley Scott plaatsgemaakt voor de wetenschap van Darwins evolutietheorie.

Alien

Angst voor intimiteit
De alien is ook in een ander opzicht een oude mythe in een moderne jas, een onttoverde manifestatie van de angst voor het bovennatuurlijke. Hij komt van buiten de verbeelding – ondenkbaar, onbestaanbaar – en treedt de werkelijkheid binnen. Hij is van pop (simulacrum) tot imago (reputatie) geworden. De alien is de wijze waarop de moderne mediamaatschappij een oervrees van het onderbewuste verbeeldt.

Het sprookje La Belle et la Bête symboliseert de angst van de uitgehuwelijkte maagd voor haar onbekende echtgenoot—sprookjes gaan over seks, waar zou Roodkapje anders over gaan dan de eerste menstruatie en het verlies van onschuld? De vampierroman Dracula gaat over seks, horror gaat over seks. En de sciencefictionhorror van Alien gaat over seks.

H.P. Lovecraft was bang voor intimiteit, de buitenaardse monsters uit zijn verhalen hebben een kluwen van tentakels als hoofd. In het ruimtevrachtschip Nostromo moordt een evolutionaire oerkracht, het (l)id van het universum, de complete bemanning uit, met uitzondering van de sterke vrouw. Zij is de oerdrift de baas.

Ook de kunstmatige intelligentie, de androïde robot Ash, legt het loodje tegen de schaduw uit het onderbewustzijn—hij verliest zijn onderlichaam en eindigt als hoofd. Dat zelfs de kunstmens sneuvelt is niet zonder ironie, want een namaakbrein heeft geen onderbewustzijn. Maar hoe had het anders kunnen zijn? Ash is seksloos.

 

20 oktober 2019


ALLE ESSAYS