Camera Obscura: Ongewone vampieren

Ongewone vampieren

door Bob van der Sterre

The White Reindeer (Vaikonen Peura) ♦ The Vampire Lovers ♦ Kolchak: The Night Stalker

 

Vampieren zijn al diverse malen dankbaar vereeuwigd in film. Het zijn vooral de ongewone vampieren die ons graag betoveren (Nosferatu, The Fearless Vampire Killers, What We Do in the Shadows, Penny Dreadful). In de obscure hoek zitten er ook een paar interessante.

In The White Reindeer / Vaikonen Peura (1952) is alles pais en vree. We zitten in Fins Lapland en we zien de Lappen in het hoge noorden doen wat ze altijd doen: skiën, dikke sokken maken, vuurtjes stoken, rendieren vangen en verorberen en permanent omringd zijn door sneeuw.

Vertrouw nooit dronken sjamanen
Vrede is er altijd om weer verstoord te worden. Pirita wil graag fysieke aandacht van haar pas verworven man, Aslak. Hij slaapt liever. Dus roept ze als hij op reis is de hulp in van een sjamaan, Tsulka-Nilla. Hij regelt wel eventjes een liefdesdrank.

Er moet iets gedood worden om dat te bereiken. Natuurlijk het zielige witte rendiertje dat ze van haar man cadeau kreeg. Totaal onschuldig. Maar je wilt aandacht of niet.

De les hier is: vertrouw nooit dronken sjamanen. Want voor je het weet verander je zelf in een wit rendier annex vampier. In de Demon’s valley komt de ene na de andere stoere jager om het leven. Mannen komen achter je aan om je te vangen en je wilt maar een ding: hun bloed!

Veel vampiertradities hoef je niet te verwachten. Wel soms een vleugje horror. Een creepy moment is als zij de spiegel kijkt en zichzelf ziet grijnzen met vampiertanden. Simpel, maar griezelig.

Misschien gaat het verhaal niet zo diep maar de film ziet er werkelijk schitterend uit, met zowel statig rennende rendieren door sneeuwlandschappen als close-ups van gezichten. Erik Blomberg was aanvankelijk de cinematograaf maar ging uiteindelijk ook de regie doen – vandaar dat de film er zo fraai uitziet. En vergeet de Veluwe: dit is pas landschap. En als bonus een intiem portret van het Lappenvolk. Hier zie je hoe ze zich kleden, wat ze eten, hoe ze slapen (soms op elkaar gestapeld), wat hun bezigheden zijn.

Mooie vrouwen in (en uit) nachtjaponnen
In The Vampire Lovers (1970) rijdt moeder met haar dochter/nichtje Marcilla (of Carmilla, Mircalla) rond, ergens aan het einde van de achttiende eeuw. Steeds gebeurt hetzelfde. Er gebeurt iets onnozels, haar dochter/nichtje moet ter plekke ergens logeren, een familie offert zich op, en vervolgens wordt de dochter van die familie ziek, na het hebben van nachtmerries.

Het is al snel duidelijk dat Marcilla (of Carmilla, Mircalla) een lieve vampieres is. Met de dochters des huizes wordt ze al snel intiem. Soms ook met anderen. En artsen blijven prutsen, daar kan zij ook niets aan doen.

Goed gelukte stijlvolle, steamy vampierenfilm die zich afspeelt in de achttiende eeuw. Stevig gegil en een paar bizarre shots. Een laconieke dokter (‘Gelukkig denk je niet dat het al te ernstig is’). Mooie vrouwen in (en uit) nachtjaponnen. Peter Cushing (uiteraard). Achtervolgingen door het bos.

Tegelijk heeft het ook die prettige analoge kleuren, decors en het vriendelijke tempo van een jaren zeventig-film.

De film had niet deze titel gekregen als de knappe, koel kijkende Ingrid Pitt niet af en toe naakt rondloopt en sexy dingen doet met haar huisbewoners. Desondanks is het verre van een lesbische softseksfilm. In zo’n film zou je geen dialogen horen als: ‘Je bent zo gevoelig.’ ‘Alleen over bepaalde dingen.’

De film van Roy Ward Baker (naar een verhaal van Sheridan Le Fanu) heeft veel geluk met Ingrid Pitt, die met haar koele doch sexy blik heel goed past bij een film als deze. Zelf vond ze haar rol aseksueel. Aseksueel? Ik vraag me af hoeveel mannen het daarmee eens zijn.

Vampierverhaal als detective
Vampieren zijn overal en dus ook in Las Vegas in de jaren zeventig. Daar loopt een bejaarde Roemeen met onmenselijke kracht rond. Hij is ongevoelig voor kogels, zuigt het bloed uit jongedames en haalt soms flessen uit de voorraadkasten van het ziekenhuis.

Kolchak, journalist, en hoofdrolspeler in Kolchak: The Night Stalker (1972), heeft al snel door dat het om een vampier gaat. De autoriteiten kunnen dat feit niet accepteren. Vampieren bestaan niet. In eerste instantie gaat het nieuws ‘op slot’, tot frustratie van Kolchak, die wil publiceren. Men mag niet in paniek raken voor iets wat natuurlijk nooit een vampier kan zijn. Kolchak fulmineert hiertegen (fraaie monoloog na een krap half uur). Het mag niet baten.

Kolchak is de journalist die iedere agent diep haat. Terwijl jij met iemand loopt te vechten staat hij achter je rug om foto’s te nemen. Niet te beroerd om de burgemeester zijn plaats te wijzen. En gaat bij een interview met een bandrecorder voor je staan.

En vervolgens blijkt dat de Roemeen, zoals hij al zei, inderdaad onoverwinnelijk is. Springt atletisch over een hekje terwijl hij vol lood wordt gepompt. Dan is het ineens niet zo raar meer om achter een vampier aan te zitten.

Het aardige van deze film is dat het vampierverhaal wordt benaderd als een echte detective. De vampier is amper te zien. Het gaat om clues. Het is dat Kolchak bereid was om out of the box te denken anders hadden die lui nog steeds op hun achterhoofd zitten krabben.

Wie de smaak te pakken heeft, kan zichzelf een plezier doen door een avondje te besteden aan Kolchak: The Night Stalker, de tv-serie uit 1974 en 1975. Prettig entertainment. Een soort X-Files in de jaren zeventig. Aflevering 15 van seizoen 1 is trouwens het eerste script dat Richard Zemeckis in Hollywood wist te verkopen (hier is een YouTube-versie). Weer een interessant filmfeitje voor de volgende pubquiz. Net als: hoe oud is de oudste vampierenfilm? Nosferatu? Nee, de Russische film Drakula uit 1920. Een mysterieuze zwijgende film. Zo mysterieus en zo zwijgend dat de film nooit meer is gesignaleerd.

 

13 oktober 2017

 

Alle Camera Obscura

 

 

Vaikonen Peura