Staak het bepleiten van disclaimers bij films en televisieseries

Staak het bepleiten van disclaimers bij films en televisieseries!

door Tim Bouwhuis

Netflix is het Nieuwe Roken, dus kom met disclaimers”. De kop van dit opiniestuk, dat op 8 december gepubliceerd werd door de Volkskrant, deed me beslissen om tóch een discussiestuk te publiceren over wat mijns inziens een non-discussie zou moeten zijn. Steeds vaker klinkt in het kunst- en medialandschap de surreëel aandoende roep om oude en nieuwe films en series zorgvuldig te gaan etiketteren.

Het opiniestuk in de Volkskrant volgde naar aanleiding van het vierde seizoen van royaltyserie The Crown (2016-heden), dat op 15 november 2020 in première ging op Netflix. Jacqueline Kleijer haakt in haar bijdrage in op een oproep van Oliver Dowden, de Britse minister van Cultuur, om via disclaimers te gaan benadrukken dat het hier een ‘fictionele representatie’ van het koningshuis betreft. Binnen een mum van tijd was de oproep verheven van nieuwsfeit tot discussie, te meer omdat Netflix op 5 december reageerde dat de gevraagde disclaimers er voorlopig niet gingen komen.

The Crown seizoen 4

Kunst voor een koninklijk publiek
In het geval van The Crown compliceren de hoofdpersonen van de serie op voorhand in bijkomende mate de argumenten die op tafel worden gelegd. Aangezien leden en vertrouwelingen van de koninklijke familie meekijken, al dan niet naar verluidt, is de vraag in dit geval niet alleen hoe ver je kunt gaan in het uitspelen van de dialoog tussen waarheid en fictie, maar ook wie de macht (mogen) hebben om machtige mensen te representeren. De getroebleerde weergave van het huwelijk tussen prins Charles (Josh O’Connor) en prinses Diana (Emma Corrin) gaat verder dan mogelijke discussies over smaad en representatie. Zéker Diana neemt een speciale plaats in binnen het collectieve (Britse) geheugen. Omdat zij er plots niet meer was om haar eigen beeld te bepalen, laat staan te herkennen. De doden praten niet meer terug; Diana’s broer daarentegen, Charles Spencer, schaarde zich achter de oproep van Dowden. Ook prins William, de oudste zoon van het stel, zou ontstemd zijn.

Laat de kwestie van wie er gerepresenteerd worden míjn disclaimer zijn, voor ik overga op mijn problemen met de suggestie van disclaimers op Netflix. De mensen die centraal staan in een film of serie mogen op zichzelf nooit de doorslaggevende reden zijn om hun representatie in te kaderen dan wel te censureren. Wat mij betreft is dat namelijk het belangrijkste dat opvalt aan de discussie zoals die nu door internationale en landelijke media gekaderd en ingekleurd wordt: telkens opnieuw wordt benadrukt dat het hier gaat om een vervaagde lijn tussen feit en fictie, ingegeven door de initiële status (en duidelijk gearticuleerde makersintentie) van The Crown als een overwegend ingelichte en doordachte royaltyserie. Kijkers zouden in een tijdperk van ‘fake news’ en misinformatie ‘de waarheid’ over het gerepresenteerde niet meer kunnen onderscheiden.

In die gretig verspreide zorg om ‘de kijker’, die kennelijk stelselmatig dommer wordt geacht dan de gemiddelde vertegenwoordiger van een nieuws- of mediaconcern, ontbreekt vrijwel altijd één cruciale noemer: het gewicht, de invloed, de draagkracht en het eventuele motief van de uitspraken en/of de spreker die de wens van een disclaimer naar voren brengt. Was er een mediadebat geweest zonder de oproep van de belangrijkste cultuurvertegenwoordiger binnen de Britse overheid? En waar hadden we gestaan als er geen sprake was geweest van kritische kijkers binnen en nabij de koninklijke familie, en we onze pijlen daarentegen hadden gericht op, pak ‘m beet, de door History Channel uitgezonden serie Vikings (2013-heden)?

De perfecte paradox van fictie
Het belangrijkste argument in de ‘discussie’ over het al dan niet toevoegen van disclaimers zou in mijn ogen altijd voor zichzelf moeten (blijven) spreken. Ik verwees er impliciet al naar toen ik ‘fictionele representatie’ in de eerste alinea van de hoofdtekst tussen aanhalingstekens plaatste. ‘Fictionele’ is een pleonasme, een eigenschap die de term representatie van zichzelf al bezit. Kunst is nooit neutraal of objectief; dat is wat kunst kunst maakt, en dat is waarom het bekijken ervan zo mooi en fascinerend kan zijn. Kunst herbergt beslist hogere waarheden, maar die waarheden komen altijd tot ons via de interpretaties van makers en de ogen van kijkers. Het is de perfecte paradox van fictie. Ook documentaires ontsnappen niet aan de blik van het subjectieve individu. De oprechte intentie om via kunst de waarheid te vangen, is wel degelijk waardevol; daar hoeft niemand iets op af te dingen. Wordt deze intentie echter een obsessief doel op zich, dan is het project gedoemd te falen.

The Crown seizoen 4

Kijkers mógen dit weten, horen dit ook te weten. In mijn ogen weten ze dit negen van de tien keer ook. De woordvoerder van Netflix redeneert logisch en redelijk als hij stelt dat kijkers zullen ‘snappen dat het gaat om fictie gebaseerd op historische gebeurtenissen’. Let wel: er is geen bezwaar tegen dozijnen artikelen of zelfs boeken waarin The Crown naast de bekende realiteit wordt gelegd, zo lang de serie zelf maar onaangetast kan blijven bestaan in zijn originele en/of officiële distributiecontext. In het voorafgaande schrijf ik met klem ‘bekende realiteit’, omdat de fictionele vrijheden die de makers zich veroorloven mij persoonlijk juist fascineren, ook als afgestudeerd (aspirant-)historicus. De (in machtscontexten extra zwaarwegende) scheiding tussen publiek en privaat maakt dat de gewone burger, u of ik, sowieso niet met de illusie kan rondlopen dat er een volledig transparant beeld van het Britse koningshuis te schetsen valt. Met die onzekerheid moeten we leven. Dat is geen reden tot angst of paniek, zoals zelfbenoemde hoeders van de (gerepresenteerde) waarheid steeds vaker lijken te betogen, maar een uitdaging om scherpere vragen te stellen over de mate waarin we kunst, en specifiek vermeende ‘leugenachtige’ kunst, zoal kunnen herkennen en beschouwen.

Over macht en waarheid
The Crown verafschuwen kan, bekritiseren ook. Graag zelfs. Dat voedt het gesprek over kunst, en dus over onszelf. Dat is iets anders dan een oproep tot het inkaderen van de kunstuiting zelf, een gevaarlijk voorportaal van censuur. We zouden zoveel beter moeten weten. Omdat kunst ook als beoogde ‘presentatie’ nooit volledig aan het rijk van ‘representatie’ kan ontsnappen, kunnen ook oproepen tot het inkaderen van kunst nooit neutraal zijn. Als schrijvers bij mediaconcerns en andere betrokkenen de geforceerde discussie rond het vierde seizoen van The Crown aangrijpen om het onvermijdelijk sturende gebruik van disclaimers aan te moedigen, heeft dat – bedoeld of onbedoeld – uiteindelijk meer te maken met macht dan met de zoektocht naar waarheid.

 

10 december 2020

 
ALLE ESSAYS