Report, The

*
recensie The Report

De held die de deur sluit

door Tim Bouwhuis

In The Report resulteren de inspanningen van onderzoeksjournalist Daniel J. Jones in een monumentaal verslag van de martelpraktijken die de CIA na 9/11 dichterbij vermeende Al Qaida-terroristen bracht. De wanstaltig eenzijdige film roept in een veel breder kader vragen op over propaganda en politieke invloed.

The Report is een perfect voorbeeld van een film die door zijn complexe politieke context tot veel meer discussie en reflectie oproept dan de uiterst simpele plot doet vermoeden. Regisseur Scott Z. Burns debuteerde in 2006 met het fascinerende door HBO voor televisie geproduceerde PU-239 (ook wel The Half Life of Timofey Berezin). Hierna werkte hij met name als scenarist, onder meer voor The Bourne Ultimatum (2007), meerdere films van Steven Soderbergh en volgend jaar ook voor de nieuwe titel in de James Bond-franchise, No Time To Die. Voor zijn tweede regieklus in twaalf jaar strikte hij als hoofdrolspeler Hollywoodacteur in de lift Adam Driver (Star Wars: The Last Jedi, BlacKkKlansman).

The Report

Film en overheid
Het is nagenoeg onmogelijk in het wegen en beoordelen van The Report te ontsnappen aan politieke en morele vragen over het Amerikaanse beleid in contra-terrorisme en de publieke communicatie daarvan. Hierbij gaat het niet alleen om je blik op het politieke handelen van de Verenigde Staten in de nasleep van 9/11, maar ook om de manier waarop films die blik kunnen beïnvloeden. De oeuvres van regisseurs als Michael Bay en Peter Berg laten zich niet loskoppelen van de vraag wanneer film niet langer propaganda lijkt maar propaganda is, om op dat punt nog maar te zwijgen over de daadwerkelijke invloed van instanties als de CIA en het Pentagon in dit soort projecten. In dat laatste verband is het al geen publiek geheim dat Michael Bay in zijn films maar wat graag de nieuwste snufjes van het vaderlandse militaire bastion uitprobeert. Sinds er voor het eerst een Amerikaanse oorlogsfilm logistiek ondersteund werd door, in dit geval, de Amerikaanse luchtmacht (Wings, 1927), kent de Hollywoodgeschiedenis voorbeelden te over van dit soort zichtbare verbintenissen, waarvan wervingscampagne Top Gun (1986) in afwachting van de sequel (juni 2020) waarschijnlijk het meest tot de verbeelding spreekt.

De traditioneel clandestiene operaties van de CIA en aanverwante instanties laten zich zonder passend onderzoek moeilijker met concrete films in verband brengen. Het is één ding om te analyseren hoe de CIA in Hollywoodcinema gerepresenteerd wordt, maar wanneer gaat die representatie over in (bewijzen van) concrete betrokkenheid? Zeker sinds het advent van de Koude Oorlog en het bijbehorende hoogtij van films vol politieke paranoia vinden we genoeg prikkelende titels die de vraag naar de grenzen tussen fictie en werkelijkheid tot het uiterste oprekken, van The Manchurian Candidate (1962) tot The Parallax View (1974) en Three Days of the Condor (1975). Van die laatste twee films geeft Burns al gretig toe dat ze door hun visuele stijl inspiratiebronnen voor The Report waren (en van Sydney Pollacks Three Days of the Condor weten we ook dat toenmalige CIA-directeur Richard Helms destijds de set heeft bezocht en hoofdrolspeler Robert Redford van advies heeft voorzien). Dat The Report de vergelijking door de fletse, inspiratieloze cinematografie nauwelijks doorstaat, onderschrijft vast hoeveel sterker laatstgenoemde film uiteindelijk inzet op de communicatie van zijn (politieke) inhoud.

The Report

De olifant in de industrie
Of en in welke mate die politieke inhoud ingegeven en/of gecontroleerd is door hogere overheidsinstanties kan ondergetekende in het specifieke geval van The Report (een productie van Amazon Studios) niet bewijzen, hooguit vermoeden. Vast staat wel dat Hollywood en de CIA vanaf de vroege jaren negentig nauwer en intenser zijn gaan samenwerken. Tony Shaw en Tricia Jenkins (tevens de auteur van het boek The CIA in Hollywood, uit 2012), twee Amerikaanse academici, schreven in 2017 dat Chase Brandon (een neef van acteur Tommy Lee Jones) vanaf deze periode Hollywoodfilmmakers en producers onderwees over de rol van de CIA en hen actief stimuleerde CIA-successen in hun films op te nemen. Dit proces loopt tot de dag van vandaag en anderen hebben Brandons rol overgenomen; in veel gevallen worden scriptschrijvers, producenten en regisseurs concreet in contact gebracht met CIA-functionarissen, die vervolgens een grote invloed uitoefenen op het definitieve film- of serieproduct en daarbij een (overwegend) positief beeld van de instantie propageren. Alhoewel hier verbluffend weinig (en kritisch) over geschreven is, zijn deze samenwerkingen wel degelijk een stuk beter gedocumenteerd dan verstrengelingen van vóór de jaren negentig, die explicieter in een zweem van geheimhouding gehuld bleven en zich daardoor een stuk lastiger laten traceren. Bekende voorbeelden van relatief recente samenwerkingen zijn Showtime-serie Homeland (2011-), Ben Afflecks Oscarwinnaar Argo (2012) en Kathryn Bigelows veelbesproken politieke thriller Zero Dark Thirty (2012).

Fascinerend genoeg speelt er in de verhaalwereld van The Report op een gegeven moment een kort trailerfragment uit de film van Bigelow. Beide titels tonen de gewelddadige martelpraktijken van de CIA in de jacht op kopstukken van Al Qaida, en laten het niet na te tonen welke fouten in dat proces begaan zijn. Zero Dark Thirty verdeelde critici tot op het bot. Hier zijn vooral de negatieve kanttekeningen interessant: werden de martelpraktijken van de CIA hier impliciet gerechtvaardigd of zelfs verheerlijkt, omdat ze uiteindelijk leidden tot de eliminatie van Osama Bin Laden? En kan een film als deze eigenlijk wel een ‘onthullend’ boekje opendoen over de martelpraktijken van de CIA als deze in die periode gewoon al publiek belicht waren? Het uiten van zelfkritiek is zo in verhouding al een stuk ‘veiliger’. De eerder aangehaalde Shaw en Jenkins bevestigen dit als ze schrijven dat de CIA op een pragmatische manier met Zero Dark Thirty omgingen, en er vooral op inzetten een ‘zo positief mogelijk beeld’ van de CIA te schetsen. Dat een film op een aantal vlakken ambigu en kritisch is, wil dus nog lang niet zeggen dat de overkoepelende intentie van de makers niet propagandistisch kan zijn. Sterker nog: propaganda werkt het best als ze niet direct als zodanig door haar publiek herkend wordt.

Waar komt de nood van de industrie vandaan om films te maken met een politiek onthullend en kritisch karakter, als we weten dat diezelfde industrie onmogelijk politieke onafhankelijkheid kan claimen? Kunnen deze films de beloftes van heroïsche klokkenluiders (Snowden, 2016) eigenlijk wel nakomen, of zitten ze in feite vast in een verreikend web van invloed dat de grenzen van kritische representatie bepaalt en échte artistieke en politieke vrijheid zo onmogelijk maakt?

The Report

Het probleem van de held
The Report
presenteert in de persoon van Daniel Jones een held die de feitelijke waarheid, inclusief morele rechtvaardiging, koste wat het kost op tafel wil brengen en daar – spoilers onvermijdelijk inbegrepen – glorieus in slaagt. Hierdoor is er nauwelijks ruimte voor nuance en sleept de film zich nogal plichtmatig voort – het “hoe” is al vanaf het begin ondergeschikt aan het “wat”. Burns doet zo sterk zijn best om de CIA tegen de inspanningen van Jones af te zetten dat iedere vorm van ambiguïteit ontbreekt. Dit roept ook de vraag op waarom deze film gemaakt moest worden en, dat vooral, waarom nu.

“Democratie is rommelig”, zegt de stafchef van Barack Obama (een rol van Jon Hamm) in de loop van de rechtszaak rond het martelrapport. Welke rommel moet er in The Report opgeruimd worden? In de meest extreme interpretatie van deze film wekt Burns de indruk dat hij de ernstige en systematische insteek van de martelpraktijken in de periode post-9/11 van tafel wil vegen; (wederom) niet omdat daar enig bewijs voor is, maar omdat de film het juist doet voorkomen alsof een deel van de kopstukken geen idee hadden waar ze nu echt mee bezig waren en de ernst van hun praktijken bagatelliseerden – alles voor de veiligheid van het vaderland.

Dat The Report een kritische toon handhaaft, mag duidelijk zijn, maar de filmische schets van de CIA in verhouding tot Jones, een sympathieke goedzak die zichzelf verliest in zijn werk, is schematisch, opzichtig en dramatisch ongeloofwaardig. Door in de slotakte in te zoomen op het zegevierende recht, mogelijk gemaakt door het morele plichtsbesef van een enkeling, stuurt Burns maar wat eenvoudig aan op een patriottistische conclusie. De wandaden van de CIA zijn in dat kader relatief gemakkelijk vergeten, ook omdat de falende instantie door de weergave van haar wanbeleid nauwelijks serieus genomen is: de film sluit nadrukkelijk een hoofdstuk af. Net als Zero Dark Thirty buigt hij negatieve representatie om naar een overwinning; in de film van Bigelow is dat een overwinning voor de CIA, in The Report ligt de nadruk op mentaliteit en op het schild geheven waarheidsdrang. Dat is niet alleen curieus in het licht van de manier waarop Hollywood in dit stuk eerder gelinkt werd aan propaganda en (concrete) politieke invloed. Het onderstreept ook dat een integere hoofdpersoon nog niet automatisch een integere film oplevert.

 

2 november 2019

 

ALLE RECENSIES

Film Fest Gent 2019 – Deel 2

Film Fest Gent 2019 – Deel 2:
Ten onder aan de tijd

door Tim Bouwhuis

Jong filmtalent kruist het beste van eigen bodem in Focus op Spaanse Cinema, een belangrijke nevensectie van het 46ste Film Fest Gent. Tussen drie van de geselecteerde films ontspint zich een boeiende dialoog: waar en wanneer moeten tradities buigen onder het gewicht van de moderniteit?

In Júlia ist, het speelfilmdebuut van de Catalaanse Elena Martín, vertrekt het jongvolwassen titelpersonage op Erasmus-uitwisseling naar het grootstedelijke Berlijn. Een metropool die herbouwd is, kan moeilijk traditioneel zijn, onderstreept Julia’s docent in een eerste les architectuur. Berlijn is dé stad van het heden, het breekpunt van de moderniteit. Precies in die ontwortelde setting raakt Julia (een rol van Martín zelf) ook verder onthecht van de mensen die ze in Spanje achterliet. Met de Duitse studentes in haar appartement ontbreekt iedere klik, terwijl haar Spaanse vriend via Skype tevergeefs probeert te voorkomen dat hij aan het lijntje gehouden wordt. Die vroegere vlam is eigenlijk al lang gedoofd.

Júlia ist

Moderniteit in een spiegel
In haar trek naar een ander land volgt Julia niet alleen de westerse imperatief tot zelfontplooiing (wie kansrijk is, heeft wat te kiezen), maar ook haar stille verlangen naar geluk, spanning en verandering. Het is tekenend dat die motivaties alleen doorschijnen in Julia’s gedrag, en nauwelijks expliciet uitgesproken worden. Moderne, westerse perspectieven op de mens lenen zich niet al te best voor universele definities van doel en vervulling: het is het individu dat aangemoedigd wordt zichzelf in het centrum van de wereld te plaatsen en van daaruit zijn of haar identiteit te bepalen.

Mede daarom is coming of age juist in deze tijd zo’n belangrijk en bemind genre. Het is de spiegel waardoor veel millennials zichzelf kunnen zien, en andere doelgroepen zich kunnen laten meeslepen door de persoonlijke verhalen die de wereld en onszelf (her)scheppen. Precies daarom zijn Julia’s tegenstrijdige emoties in de film ook geen zwaktes van het scenario. We zien een personage dat twijfelt, doet wat op ieder moment goed voelt en moeite heeft onder woorden te brengen waarom ze bepaalde beslissingen neemt. Toch is Martín hierin geloofwaardig, omdat ze de zoektocht van haar generatie vangt in een keten van clichématige, maar o zo herkenbare taferelen.

Als Julia kort na haar uitwisseling weer door een penthouse draalt, terug in het Spaanse binnenland, overheerst een beschouwend gevoel van leegte. Dat komt niet zozeer omdat Julia zich als mens niet ontwikkeld heeft – de tijd in Berlijn heeft haar wel degelijk geholpen haar eigen kijk op geluk te verscherpen – maar heeft alles te maken met de door en door moderne wereld waarin ze leeft en leert. In Júlia ist is er niets dat verloren kon gaan of behouden moest worden: traditie doet niet ter zake en de toekomst is nog niet uitgevonden.

Zaniki

Traditie als plicht
Hoe anders is dat in Zaniki, een documentair aandoende fictiefilm van Gabriel Velázquez (Iceberg). De hoofdpersoon, Eusebio, is een muzikant uit Salamanca (tevens de geboorteplaats van de regisseur), die zijn leven heeft gewijd aan het bewaren en bekrachtigen van de lokale traditie. Die traditie omvangt een spirituele, holistische kijk op het leven en de opvolging van de generaties, waarin de natuur heelt en muziek verzoent. Voor Eusebio voorziet de natuur in alles; ze levert de basisstructuren van het bestaan, die hij in rol als grootvader wil doorgronden om ze te kunnen doorgeven aan de volgende generatie. Zelfs van de vleugel van een gier kun je een muziekinstrument maken, leert zijn kleinzoon tijdens een trektocht door de omgeving.

In één van de meest aandoenlijke scènes van de film bespeelt Eusebio met een aantal dorpsgenoten een set potten en pannen. Het klinkt misschien potsierlijk, maar de muziek heeft een dynamiek waar de muzieklerares op de plaatselijke basisschool jaloers op mag zijn. Het huiselijk aanleren van ritme is een stuk waardevoller dan een lessenreeks over etnomusicologie, laat Eusebio haar weten. Het is een kleine uitspraak in een film die meer koestert dan bekritiseert, maar toch komt hier een spanning boven die Zaniki eigenlijk niet terzijde kan schuiven. In een Q&A na afloop benadrukt Velázquez dat het belang van traditie de kern van zijn film is. Traditie is vertellen, of beter, doorgeven aan de volgende wat de vorige heeft gezegd. Zaniki profileert zich als een viering van dat doorgeven, maar de achterliggende gedachte is minder rooskleurig: wat als we deze traditie verliezen, en wat komt er voor in de plaats? Wat gebeurt er als de zoon het pad van zijn vader niet meer inslaat, zoals we dat in Zaniki wellicht voor het laatst zien?

Meseta

Tragiek door komedie
Een film die die vragen veel explicieter stelt (en ook beantwoordt) is Meseta, een knappe documentaire van de in Kopenhagen gestationeerde Juan Palacios. Met wat fantasie is de film een western: hij toont het verval van een regio waar de mensen zijn weggetrokken en traditionele vormen van leven niet langer rendabel blijken. Degenen die toch bleven zijn de atypische helden van de documentaire. Zo zijn er twee muzikanten die als bejaarde echo’s van Acda & de Munnik de nostalgie van zich af zingen. Er is een schaapherder die beklaagt hoe slecht het land vandaag de dag wordt onderhouden. En er rijdt een visverkoper door de verlaten dorpsstraat, zoekend naar (vrouwelijke) klanten die het grote verval heeft weggenomen.

Ironisch genoeg laat de tragiek van deze omgeving zich nog het best voelen in de droogkomische opmerkingen van een visser. ‘’Het vangen van een forel in deze rivier is vergelijkbaar met het zoeken van een vrouw: hoe vind je er één?’’ Naarmate de visser op hilarische wijze doorratelt over zijn kennismaking met social media en zijn vriendin uit Paraguay, wordt steeds duidelijker hoe machteloos deze man tegenover de moderne wereld staat. Eigenlijk moet hij gewoon kunnen blijven waar hij is. Vrij van technologie, beschenen door de zon die op een prachtige wijze het water beroert. Maar hoe houd je dat vol als de moderniteit van traditie al een herinnering heeft gemaakt?

 

17 oktober 2019

 

Deel 1 Film Fest Gent 2019

 


MEER FILMFESTIVAL

Film Fest Gent 2019 – Deel 1

Film Fest Gent 2019 – Deel 1:
De schoonheid van eenzaamheid

door Tim Bouwhuis

Films raken op festivals onder meer met elkaar verstrengeld op het moment dat ze voor de bezoeker gecategoriseerd worden. Award-competities en thematisch opgezette randprogramma’s bieden de aanblik van orde en eenheid; ook op Film Fest Gent zijn ze een logische poging cinema te vangen in kleurtjes en secties. Toch zijn er nog zoveel andere manieren waarop films met elkaar in verbinding kunnen staan.

Eén van de grootste charmes van festivals is dat iedere bezoeker in de gelegenheid is zijn of haar eigen programma bij elkaar te puzzelen. Op die manier wordt het mogelijk om op één dag titels te zien uit meerdere competities en secties, en van daaruit zelf dwarsverbanden te gaan leggen. Natuurlijk, iedereen ziet hopelijk wel een meesterwerk. Maar de dialoog met en tussen films is een schat die er voor iedere bezoeker anders uitziet. In zekere zin staan we er tijdens een festival dus toch ook altijd alleen voor. De waardering voor de beste films delen we met onze medebezoekers, maar het totaalplaatje blijft uiterst persoonlijk, verborgen voor de festivalmassa. Bestaat er een mooiere manier van eenzaam zijn?

Alleen op de wereld
Ook op het witte doek zijn er in Gent mensen die eenzaamheid ervaren. Door de wereld vergeten, genegeerd of naar de marge verdrongen zijn zij de spiegels voor ons vermogen empathie te voelen. Soms ligt de schoonheid van hun eenzaamheid grotendeels besloten in de zeggingskracht van het filmbeeld. Veel vaker vragen deze mensen ons daarentegen om hun plaats in de wereld echt te gaan begrijpen, zodat hun gevoelens van hoop en wanhoop niet langer alleen projecties zijn.

Öndög

In Öndög, een cinematografisch meesterwerk uit Mongolië, wordt een jongvolwassen politieagent veroordeeld tot een nogal ongewone patrouilledienst. De lokale vaandeldragers van de wet weten zich nauwelijks raad met het levenloze lichaam van een vrouw, dat wolven en gieren aantrekt op de uitgestrekte steppe. Dit is een omgeving waar nooit iets gebeurt; zelfs de aanwezigheid van de camera is een wonder. Voorlopig kan het lichaam dan ook nog niet geborgen worden. Op dat moment komt regisseur Quan’an Wang (Tuya’s Marriage) met een ironische kwinkslag: om te voorkomen dat het lichaam door wolven verscheurd wordt, mag de meest onervaren agent van dienst achterblijven op de steppe – om een stuk later in de film een sigaret te draaien terwijl er voor de autopsie alsnog in het lichaam gesneden wordt.

Dansen zonder getuigen
Toch is er alle reden om dankbaar te zijn voor dit bizarre bevel. Het levert namelijk prachtige cinema op. Onder het nachtlicht van de hemel doden dans en muziek de tijd: Presley’s Love me tender klinkt terwijl deze verlegen held uitdrukking geeft aan zijn eenzaamheid. Dat een herderin met een geweer hem even later zal komen vergezellen, doet niets af aan de zeggingskracht van die ene scène. Kunnen we misschien pas echt affectie tonen als we weten wat het betekent om eenzaam te zijn?

Entre dos Aguas

Op een meer tragische wijze kun je je datzelfde afvragen bij Entre dos Aguas (Between Two Waters), een ingetogen Spaans drama over de band tussen twee broers en de vraag naar verlossing en eerherstel. De film begint met een hereniging: Isra, de persoon in het hart van de vertelling, is drie jaar geleden veroordeeld voor drugshandel, terwijl zijn broer Cheíto tekende voor een langdurige militaire missie. Als de twee elkaar in het heden weer ontmoeten, wil Isra niets liever dan het contact met zijn kinderen weer herstellen. Voor zijn vrouw is er echter een deur gesloten die zij nooit meer open wil doen. Het is precies waar Isra’s invoelbare worsteling begint.

Bronnen van eenzaamheid
De eenzaamheid van deze gekwelde man is geen voorwaarde om zijn liefde voor zijn dochters te kunnen uiten. De muur die het verleden heeft opgebouwd tussen Isra en de lichten van zijn leven zorgt er alleen voor dat de spaarzame momenten van contact zoveel lading meekrijgen. Je kunt de pijn voelen die het besef van onthechting met zich meebrengt: juist die flitsen van samenzijn versterken de last van Isra’s eenzaamheid.

Ghost Tropic

Een heel ander perspectief op eenzaamheid krijgen we in Ghost Tropic, een compassievolle film van de Vlaamse cineast Bas Devos (Violet, Hellhole). In een verlaten buitenwijk van Brussel ontwaakt een 58-jarige vrouw bij de laatste halte van de metrolijn; een gemakkelijke weg naar huis is er niet meer. De wandeltocht van deze Khadija is de reis van de film. Ghost Tropic biedt een humane, ongedwongen maar tóch urgente reflectie op de spanning tussen naastenliefde en de maatschappij die wij gecreëerd hebben. Bureaucratie zorgt ervoor dat we de ander ontmenselijken, en vergeten wat het is om affectie te tonen. Toch is de film absoluut geen pamflet, maar een poëtische allegorie die ons toelaat dat enorme verlies van de moderniteit met hoop te bestrijden.

Khadija doolt zielsalleen door het gedimde Brusselse nachtlandschap, maar in de spaarzame contacten die ze legt zit alle rijkdom van de wereld verborgen. Het is de stad die eenzaam is.

 

14 oktober 2019

 

Deel 2 Film Fest Gent 2019

 


MEER FILMFESTIVAL

Film Fest Gent 2019 – Preview

Film Fest Gent 2019 – Preview
Grenzeloze cinema

door Tim Bouwhuis

Waar de ogen van filmfestivalminnaars in Nederland vaak gericht zijn op het einde van januari (IFFR), spant in België Film Fest Gent de kroon. Dit jaar ligt de rode loper uit tussen 8 en 18 oktober. Tijd voor een brede blik op de programmering, met onder meer aandacht voor nieuw talent uit Spanje en het genot van lastminuteverrassingen.

Het parcours dat films afleggen binnen het festivalcircuit is een fenomeen op zichzelf. De competitiefilms van Gent gaan meestal in première op één van de grotere Europese festivals (Berlijn, Cannes, Venetië), maar reizen ook in Noord-Amerika (Vancouver, Toronto) of Oceanië (Sydney). De ongeschreven, maar doorgaans overduidelijke hiërarchieën in het circuit dwingen (artistieke) festivaldirecteuren om scherpe keuzes te maken in het vormgeven van hun hoofdcompetitie. Waar Rotterdam met zijn Tigers inzet op internationale premières en wereldpremières met een eigen(zinnige) stempel, zijn er in Gent meer titels die elders al imponeerden. Denk bijvoorbeeld aan Monos van de Braziliaanse cineast Alejandro Landes. Deze intense verkenning van natuur en lichaam op de brug van adolescentie, geregistreerd door de Nederlandse cameraman Jasper Wolf, opende na de première in Berlijn onder andere het Imagine Film Festival in EYE.

Muidhond

Hart voor de filmmuziek
Dit jaar is er onder de dertien kanshebbers voor de Grand Prix één belangrijke Vlaamse première en één vreemde eend in de bijt. De Gentse regisseuse Patricia Toye presenteert Muidhond (in Nederland al aangekocht) en het Amerikaanse enfant terrible James Franco maakte al in 2015 Zeroville, een Hollywoodsatire die destijds in een la verdween toen de oorspronkelijke distributeur failliet ging. Onder de andere competitiefilms vinden we onder andere Atlantique van de Frans-Senegalese filmmaakster Mati Diop (de hoofdrolspeelster van Claire Denis’ 35 Rhums), Ghost Tropic van Bas Devos en La Llorona van Jayro Bustamante. Van die laatste cineast draaide Temblores onlangs nog in de Nederlandse zalen.

Dat de internationale jury naast de beste film enkel de beste score bekroont (met de Georges Delerue Award, vernoemd naar de componist van o.a. Godards Le Mépris), verraadt al enigszins hoe belangrijk filmmuziek voor het festival is. Ook dit jaar is Film Fest Gent de gastheer van de World Soundtrack Awards, een avondvullend gala-evenement dat sinds 2001 op het programma staat. Vorig jaar kleurde Carter Burwell (de vaste componist van de gebroeders Coen) het affiche, dit jaar is het de beurt aan Marco Beltrami (recente scores voor Free Solo, A Quiet Place).

Viridiana

Focus op Spanje
Film Fest Gent stelt jaarlijks een vast programma samen dat zich focust op een specifiek land. Dit keer is het de beurt aan Spanje, en een nadere kijk op de selectie stemt zeer positief. Aan klassiekers natuurlijk geen gebrek: geprogrammeerd zijn onder meer Viridiana (1961) van Luis Buñuel en een vroege film van Pedro Almodóvar (Matador, 1986). Alejandro Amenábar (Abre los Ojos, The Others) heeft zowel zijn eerste (Tesis) als zijn laatste film (While at War, over het Franco-regime) draaien. Veel interessanter in festivalverband is echter de selectie van nieuw werk.

Verfrissende ontdekkingen zijn daar te verwachten in het rijtje titels van jonge filmmakers, die in Gent hun eerste (Elena Martín met Julia Ist; Alberto Dexeux & Ànnia Gabarró met Les Perseides), tweede (Juan Palacios met Meseta) of derde (Oliver Laxe met Fire Will Come) langspeelfilm kunnen laten vertonen. Het Amerikaanse vakmagazine Variety muntte in 2017 de term ‘Catalaanse New Wave’ om – jawel – een nieuwe golf van filmtalent aan te duiden, en verwees daarmee onder andere expliciet naar Elena Martín. Als een term als deze u niets zegt zonder in het werk van de betreffende filmmakers te zijn gedoken, probeer dan in ieder geval Con el Viento te zien; dit prachtige drama over persoonlijke expressie, herinnering en rouwverwerking kreeg afgelopen zomer een release via Previously Unreleashed (EYE), en werd geregisseerd door één van de vrouwen in het rijtje van Variety (Meritxell Colell). Het is fascinerend te zien hoe direct deze nieuwe namen zich met elkaar laten verbinden: Elena Martín, die in Gent Julia Ist heeft draaien, acteert ook in Con el Viento.

A Hidden Life

De grootste verrassing voor ondergetekende was de lastminutetoevoeging van drie producties van verdeler Disney. Het was flink duimen, maar op het laatste moment is het zo mogelijk geworden om vóór het invallen van het nieuwe jaar te kijken naar de monumentale nieuwe film – A Hidden Life – van Terrence Malick, die deze lente opende in Cannes. Op het moment van schrijven staat de Nederlandse release gepland voor februari 2020. Zo lang hoeven fans van erkend cultheld Taika Waititi (What We Do in the Shadows, Hunt for the Wilderpeople) overigens niet te wachten op – controverse gegarandeerd – nazisatire Jojo Rabbit. Die film opent na de enkele vertoning in Gent het LIFF (Leiden).

Krenten in de pap
De programmering in Gent is zo breed als de hoeveelheid ademruimte die je jezelf wilt gunnen. Als bezoeker kun je je fixeren op de sectie Spaanse cinema en je daarbij bijvoorbeeld verliezen in het uitgesproken (El Mar), enigmatische (El Niño de la Luna) oeuvre van Agustí Villaronga. Maar je kunt er ook voor kiezen een aantal competitiefilms te gaan zien en de krenten uit de pap van de Global Cinema-sectie te halen. Veel films die in Gent draaien zijn al aangekocht voor distributie in Nederland, maar er zijn genoeg uitzonderingen, zoals, uit Mongolië, Öndög van Wang Quan’an, Land of Ashes van de Costa Ricaanse Sofía Querós Ubeda en Vivarium van Lorcan Finnegan (die ik alvast op Imagine verwacht). Nederlandse cinefielen die zich normaal verlustigen aan het aanbod van Rotterdam en andere binnenlandse festivals kunnen zo ook eens overwegen een blik over de grens te werpen.

InDeBioscoop zal tijdens het festival, tussen 8 en 18 oktober, in blogvorm verslag doen van de filmische hoogtepunten.

 

 7 oktober 2019


MEER FILMFESTIVAL

Religie in de woorden van Andrej Tarkovski

Religie in de woorden van Andrej Tarkovski
Kunst als verlangen naar het ideaal

door Tim Bouwhuis

Er is veel gezegd en geschreven over de rol van religie in de films van de Russische beeldpoëet Andrej Tarkovski (1932-1986). Sommigen noemen hem agnost of juist (orthodox-)katholiek, anderen spreken over existentiële vraagstukken en spirituele zoektochten. Er zijn er ook die de met religie doorsponnen dialogen in films als Andrej Roebljov en Stalker terzijde schuiven, of de plaats die religie zou innemen relativeren. Maar wat zegt Tarkovski er zelf over?

Het is niet overdreven te stellen dat Sculpting in Time (eerste druk 1984, in het Nederlands vertaald als De Verzegelde Tijd) diep doordringt tot de kunstenaarsgeest van de maker. Tarkovski schreef het als een serie van oorspronkelijk losstaande reflecties op zijn ontwikkeling als filmmaker, de aard van de filmkunst en de relatie tussen zijn werk en het publiek. Kern van aanpak? Er bestaan geen grenzen tussen je identiteit als filmmaker en je lotsbestemming als mens. Échte kunst kent uiteindelijk geen geheimen: het is een offer op het doek, een uitnodiging om te communiceren. Met zo’n uitgangspunt liggen misschien ook de antwoorden op onze vraag binnen handbereik.

De Spiegel (1975)

De Spiegel (1975)

Het offer van de kunstenaar
Kunst als verlangen naar het ideaal
, het tweede hoofdstuk van De Verzegelde Tijd, gaat bij uitstek over Tarkovski’s kijk op de hoge roeping van kunst. ‘Hoge roeping’ mag daarbij letterlijk worden begrepen, als een geestelijke plicht die het aardse ontstijgt en in wezen haast religieus is. In dat kader heeft kunst voor Tarkovski het doel de zin van het leven te verklaren, of, als ze niet verklaart, haar publiek tenminste met dat vraagstuk te confronteren.

Het bijzondere van de kunst is dat ze dat publiek hierin niet wil overtuigen met onverbiddelijk geldende rationele argumenten, maar met de geestelijke energie waarmee de kunstenaar het werk geladen heeft. Die energie heeft alles weg van een offer. Het bevestigt de status van de kunstenaar als een dienaar, die zijn publiek wil helpen het ware voor het gevoel toegankelijk te maken: ‘’de algemene functie van kunst ligt voor mij onbetwistbaar besloten in het idee van het kennen, in de catharsis, het inzicht dat als een schok tot stand komt’’. De menselijke ziel streeft intuïtief naar het kortstondige ogenblik waarop het ideaal van de harmonie voelbaar is.

De boom van kennis
Een dergelijke visie kan niet zonder het geloof dat de mens zo’n hang naar het absolute ideaal, vaak uitgedrukt als ‘de waarheid’, ook daadwerkelijk bezit. De notie van religie is dichtbij als het ideaal buiten ons en buiten de (materiële) wereld wordt geplaatst. Dit is precies wat Tarkovski ook betoogt. Omdat het ideaal buiten ons ligt, is het verlangen naar dat ideaal onvervulbaar. Menselijke ontevredenheid en geestelijk lijden ontspringen in het besef van ieder mens dat zijn vermogen te kennen altijd ontoereikend zal blijven.

Waar ging het mis? Hadden we het ideaal ooit in handen? Dit is waar het Bijbelboek Genesis, dat expliciet door Tarkovski aangehaald wordt, concrete invulling geeft aan de oorsprong van de menselijke zoektocht naar kennis. Deze zoektocht is in dit verband geen nobele taak, maar een vloek die de mensheid (door Adam en Eva) treft als ze de boom van kennis verkiest boven de boom van het leven. Hier krijgt Tarkovski’s redenatie zelfs een cynisch randje: ‘’zo verscheen de mens, deze kroon der schepping, op aarde en eigende zich haar toe. De weg die hij sindsdien is gegaan en die men gewoonlijk evolutie noemt, is voor hem een pijnlijk proces van zelfkennis geworden’’.

Kunst als geestelijk wapen
Ieder mens heeft de keuze om zijn drang naar kennis te (h)erkennen en hem te cultiveren of te onderdrukken, en als we iets weten uit de menselijke geschiedenis is het wel dat kennis daarin een eenduidige definitie weigert. De waarheden die de ziel van de ene persoon voeden zijn voor de ander de fabels van een fantast. Tarkovski erkent die verschillen, en schrijft in zijn nawoord in teneur over de tekenen van zijn tijd, en over de materieel georiënteerde mens die het geestelijke achterliet. Sterker gesteld: kunst is voor hem altijd een wapen geweest in de strijd van de mens tegen het materiële dat de geest dreigt te verslinden.

Die band tussen kunst en geest brengt ons weer terug bij het absolute, het ideaal: voor Tarkovski kan het absolute alleen door geloof en door de creatieve daad worden bereikt. Misschien, schrijft hij in zijn slotparagraaf, is ons vermogen om te scheppen wel het bewijs dat wij zijn geschapen naar Gods beeld en gelijkenis.

Andrej Roebljov (1966)

Andrej Roebljov (1966)

De maker en zijn publiek
De kunst die uit het scheppen van de kunstenaar voortkomt kan alleen geaccepteerd worden als de toeschouwer het beeld en zijn waarheid gelooft, en de kunstenaar daarin onvoorwaardelijk vertrouwt. Tarkovski legt zo een belangrijke verantwoordelijkheid bij de toeschouwer: als hij de waarheid niet zoekt, blijft ook het schone voor hem verborgen. Die uitspraak is geen toonbeeld van arrogantie, maar één van de vele bevestigingen van de maker dat zijn films om een specifieke mentaliteit vragen. ‘’Er is (…) een diepe verwantschap tussen de zuivere religieuze ervaring en de ervaring die een spiritueel en ontvankelijk mens bij een kunstwerk ondergaat’’.

Betekent dit direct dat een persoon die zo’n ervaring niet nastreeft niets met de films van Tarkovski kan aanvangen? Het antwoord ligt bij de lezers (en kijkers) die er een ander wereldbeeld op nahouden, maar zich toch aan zijn oeuvre wagen. Eén ding is wel duidelijk: onze westerse consumptie-en commerciecultuur en de hang naar (filosofisch) materialisme hebben een hoge barrière opgeworpen voor diegenen die zonder overheersende scepsis mee willen denken met de Tarkovski die in De Vergezelde Tijd al zijn kaarten op tafel legt. De uitdaging is om jezelf met zijn vragen te confronteren, ook als je tot geheel andere antwoorden komt dan de maker zelf. Het landelijke retrospectief in EYE en verwante filmhuizen biedt een uitgelezen mogelijkheid om dat de komende maanden te doen.

 

2 oktober 2019


MEER ANDREJ TARKOVSKI
 
ALLE ESSAYS

So Long, My Son

****
recensie So Long, My Son

Kroniek van verstrijkende tijd

door Tim Bouwhuis

De beste filmkronieken verweven een persoonlijk verhaal met een bredere stroom van (vaak) politiek-historische ontwikkelingen. Neem de som van de twee en je hebt het kloppende hart van So Long, My Son, een episch drama dat China vangt en verbeeldt als een kroniek van verstrijkende tijd.

De vertelling begint als de jonge, verlegen Xingxing door zijn vriend Haohao wordt uitgedaagd een duik te nemen in een waterreservoir in een noordelijk gelegen fabrieksstadje. Haohao voert de druk op door zijn kleren vast uit te trekken en zich na wat laatste aansporingen richting het water te spoeden. De camera laat hem vertrekken – we kijken mee over de schouder van Xingxing, die eenzaam achterblijft. De scène eindigt een stuk abrupter dan ze begon, en als we een minuut of tien later terugkeren bij het reservoir is er een ongeluk gebeurd.

So Long, My Son

Filmfractuur
Wat ontvouwde zich, en waarom waren wij er niet bij? Het is verleidelijk om So Long, My Son door de elliptische structuur te benaderen als een puzzelfilm. De openingsscène markeert namelijk lang niet het enige moment dat de continuïteit van de film doorbroken wordt. Regisseur Wang Xiaoshuai (Beijing Bicycle) schakelt welbewust tussen verschillende tijdvakken (rangerend van midden jaren tachtig, wanneer de film opent, tot het heden), maar laat de zo gebruikelijke tussentitels (locatie, jaartal) achterwege. In de vlekkeloze montage komen nieuwe dramatische ontwikkelingen en referenties naar een getroebleerd verleden samen.

Al die variabelen vragen, in bij uitstek positieve zin, om een actieve kijkhouding. En die houding loont, niet alleen omdat het scenario uitgekiend is en alle stukjes ook daadwerkelijk passen. Wangs uitgesproken stijl is namelijk noodzaak om daadwerkelijk te ervaren hoe het verleden tot ons komt: in half aan elkaar gelijmde brokken, en altijd gefragmenteerd. Wat rest zijn de details, de gesprekken die een breuk helen of er één teweeg brengen. Met zulke momenten zit So Long, My Son vol. Misschien is het te veel gevraagd, zoals Wang in een interview wel voorstelt, om de tijdsconstructie maar gewoon los te laten. Maar het lijdt geen twijfel dat een contra-intuïtieve mindset het kijken verrijkt.

So Long, My Son

Over levenswijsheid  
Terug bij de twee jongens uit de openingsscène. Uit de (chronologisch eerder gesitueerde) scène die volgt, blijkt dat hun ouders goed met elkaar bevriend zijn. Het ongeluk zet die verhouding alleen flink onder druk. Wang neemt schuld en verlies als vertrekpunt en concentreert zich vervolgens op de ouders van Xingxing (rollen van Wang Jingchun en Yong Mei). Hoe verwerken zij wat er gebeurd is, en beter nog, hoe doen ze dat binnen een staatsapparaat dat vaststelt waar families ophouden en misdrijven beginnen? Tegen de achtergrond van de Chinese eenkindpolitiek (1979-2015) en de culturele revolutie die daaraan vooraf ging, is de meest intieme eenheid van de privaatsfeer immers altijd een publieke aangelegenheid. Ontwikkelingen op nationale schaal worden zo keer op keer gespiegeld aan het leven van Yaojun en zijn vrouw Liyun. Wong en Yang zien zich omringd door een zweem van authenticiteit die zich niet laat creëren; het is bijna ironisch dat hun ‘spel’ hen tijdens de Berlinale (zeer terechte) bekroningen opleverde voor beste acteur respectievelijk beste actrice. Noem het oprechte levenswijsheid, en je zit er niet ver vanaf.

Terwijl de tijd de geschiedenis steeds verder opslokt, beginnen Yaojun en Liyun steeds scherper te bevragen wat het heden nog kostbaar maakt. “Als er bijna geen sporen meer over zijn van het verleden”, zegt Liyun richting het einde, “hoe komt het dan dat we toch nog bang zijn om dood te gaan?” Het verloop van de film doet een suggestie voor een mogelijk antwoord: de dood gaat nooit alleen over ons. En uiteindelijk, in de laatste scène, dat een piepklein gebaar de meest gebroken familie nog hoop kan bieden.

 

27 juli 2019

 

ALLE RECENSIES

Anna’s War

****
recensie Anna’s War

De oorlog van een kind

door Tim Bouwhuis

Het allereerste shot van Anna’s War vertelt een verhaal op zichzelf. Het toont waar het in deze film uiteindelijk om gaat: de rauwe dialoog tussen dood en overlevingsdrang. Deze confronterende long take, een trage reis van de camera, markeert een omgeving die we eigenlijk niet willen zien, een waarheid die we niet kunnen kennen.

Een groep Oekraïense dorpsbewoners haalt de zesjarige Anna (Marta Kozlova) uit een Joods massagraf. Eenmaal gearriveerd bij een plaatselijk schoolgebouw, geannexeerd door de nazi’s en omgedoopt tot hoofdverblijf, laten de bevreesde locals het meisje aan haar lot over. “Als we haar aan de nazi’s geven, gaan ze misschien vragen stellen”, klinkt het. Na een grove tien minuten speeltijd heeft Anna zich verborgen in de kilte van een nis. Overleven kun je hier alleen in de schaduwen.

Anna's War

Verbeeld voortbestaan
In de obscure ruimtes van het schoolgebouw herinnert alles aan de dood. We zien een opgezette wolf, een plank vol gezichtsprotheses. Anna’s War maakt het moeilijk het woord ‘leven’ nog uit te spreken. En toch is dat het enige wat dit verwonderingswaardige kind op de been houdt. Zij kan niet meer, maar ze moét wel. Haar ‘acteren’ voelt nooit als acteren aan. Alsof de piepjonge Kozlova directe toegang heeft tot een andere werkelijkheid, waarin camera’s niet bestaan en de filmset daadwerkelijk een kooi is.

Het kind, de camera en de oorlog
De Russische filmmaker Aleksei Fedorchenko (Silent Souls, Angels of Revolution) is zeker niet de eerste die zich aan de verbeelding van kinderleed in oorlogstijd waagt. Wie voorbeeldige titels als Ivan’s Childhood (1962) en Come and See (1985) goed kent, kan zelf de parallellen met Anna’s War trekken en zich afvragen of (en zo ja, op welke manier) die laatste film ons helpt om die ongrijpbare verschrikkingen ook maar half te begrijpen. Wat voegt hij mogelijk toe, of kan een oorlogsfilm als deze überhaupt niets aan ons realiteitsbegrip bijdragen?

Net als haar veelgeprezen voorgangers wordt Anna’s War gekenmerkt door een ernst die de dreiging van exploitatie afhoudt. Tegelijkertijd blijft de onmacht van de filmmaker in zo’n verstikkend decor een terecht onderwerp van discussie. Oók wanneer we in ogenschouw houden dat Fedorchenko de desolate atmosfeer van de centrale filmlocatie tot in detail poogt te simuleren.

Anna's War

Het overleven voorbij
Terwijl ook die vragen vervagen, verstrijkt de tijd, tergend langzaam; Anna’s wereld is een continuüm, waarin ieder moment zich laat herleiden tot een eindeloos hier en nu. Fedorchenko werkt uitgesproken elliptisch, met trage fade-outs die scènes letterlijk doen uitsterven. Met het intreden van iedere volgende scène is het einde van de oorlog dichterbij, maar hoeveel tijd er nu echt verstreken is? We weten het niet.

Het enige wat vaststaat is dat we deelgenoot zijn – en blijven – van Anna’s delirium. Het is allesbehalve comfortabel om een jong meisje zo te zien aftakelen. Op den duur drinkt Anna zelfs de vloeistof die normaal bestemd is voor het reinigen van verfkwasten. Als de schaarste zo toeslaat, houden alleen voorzichtige beloftes de wereld nog overeind. Misschien kan die oorlog ooit eindigen – misschien is er ooit licht aan het einde van de tunnel.

 

30 april 2019

 

ALLE RECENSIES

Vox Lux

***
recensie Vox Lux

Zwarte zwaan wordt popicoon

door Tim Bouwhuis

In de traumatische nasleep van een school shooting zingt een tienermeisje een lied van verstilde wanhoop. Voor ze het weet heeft haar stem een natie verenigd. Zingen en dansen doet ze in de kooi van een studio, onder het toeziend oog van een producer in schaapskleren.

Celeste (‘hemels’) overleefde de schietpartij op miraculeuze wijze, maar het wordt snel duidelijk dat die ene gebeurtenis haar de rest van haar leven zal blijven achtervolgen. In het diep ongemakkelijke Vox Lux transformeert een jonge zangeres in een beroemd popicoon. Als de jonge actrice Raffey Cassidy halverwege de film van het toneel verdwijnt, neemt Natalie Portman een vlucht, met het advent van de eenentwintigste eeuw in haar kielzog. Als een zwaan die nooit wit is geweest.

Vox Lux

Misleid
Vox Lux
(‘stem van het licht’) draagt het stempel van een zelfbewuste maker. De dertigjarige Brady Corbet acteerde in films als Mysterious Skin, Funny Games U.S. en Martha Marcy May Marlene voordat hij in 2015 met een mateloos fascinerend regiedebuut kwam. The Childhood of a Leader, een onbehaaglijke vertelling over een onaards kind, heeft het effect van een donderslag bij heldere hemel. Desondanks sprak de film slechts een zeer beperkt publiek aan, laat staan dat hij in aanmerking voor een Nederlandse release kwam.

De strategie van Vox Lux is duidelijk anders, getuige de upgrade in naamsbekendheid (Portman, Jude Law als de producer) en de zorgvuldig gekanaliseerde promotie-inzet op Portmans rol als popzangeres. Het International Film Festival Rotterdam (IFFR) presenteerde Vox Lux als één van de toonaangevende titels in de als mainstream geafficheerde Voices-sectie. Op die manier had het er, kortom, de nodige schijn van dat Corbets tweede inhoudelijk ‘toegankelijker’ zou zijn dan zijn intrigerende debuut. Niets is minder waar.

Voorbereid
Op stilistisch vlak is Vox Lux, geheel gelijk haar voorganger, een stuk ambitieuzer dan ze zich ten aanzien van veel kijkers waarschijnlijk zal kunnen permitteren. Welbewuste interventies in de montage doorbreken de continuïteit van het scenario; beelden van een tweede schietpartij worden op een onderhuids ongemakkelijke manier met de vervreemdende realiteit van de film verweven. Deze waanzin is een stuk inzichtelijker als je bekend met Corbets eerder genoemde debuut. Ook in The Childhood of a Leader is de droom van een kind leidend voor de verdere afwikkeling van het verhaal.

Vox Lux

Een speciale vermelding moet uitgaan naar de onlangs overleden componist van Corbets werk, Scott Walker (ex-frontman van The Walker Brothers). Zijn schurende scores voor The Childhood of a Leader en Vox Lux scheppen majestueuze sleutelscènes, die zichzelf zonder uitzondering verheffen tot dreigende voorbodes van de dingen die komen gaan. Beide films maken een enigma van de toekomst; de beeldtaal houdt meer achter dan ze openbaart.

De regie kwijt
Het cruciale verschil tussen Corbets debuut en Vox Lux is dat die laatste film een voice-over bevat. De schrijvende cineast benut die om de kern van het mysterie boven de personages te verheffen. Op een paar gezette momenten in Vox Lux stopt het rad van chaos voor even met draaien, waarop de stem van Willem Dafoe de dingen vertelt die we anders niet zouden zien. Tenminste, dat lijkt de insteek: in feite ondermijnt de expliciete rol van de alwetende verteller de kracht van de suggestie. Die suggestie begint nog als een koortsdroom, maar kristalliseert in de tweede filmhelft als een opzichtig uitgelijnde reflectie van een popindustrie die werkelijk alles in zich opneemt. Ze rooft mensen en laat losse hulzen achter; in de slotakte danst een schmierende Portman op zielloze popbeats. De stem van het licht gaat uit als een nachtkaars.

 

14 april 2019

 

ALLE RECENSIES

Capharnaüm

*
recensie Capharnaüm

Ideologie van een betere wereld

door Tim Bouwhuis

Wat doe je als recensent wanneer een film je tegen wil en dank kotsmisselijk maakt? De fantasierijke kaders van je ‘neutrale’ blik worden met geweld aan stukken geslagen. De pijnlijke eer gaat naar Nadine Labaki’s Capharnaüm, een ronduit tendentieuze film die onze gevoeligheid voor sociale misère uitbuit om een politiek punt te kunnen maken.

In de Engelse taal is een ‘capharnaum’ een mengelmoes, een plaats waar wanorde heerst. De gelijknamige Israëlische nederzetting kennen we van Bijbelse wonderverhalen. Het mirakel vindt plaats als de normale orde van zaken wordt doorbroken voor een hoopvol moment van chaos. In Capharnaüm geldt het tegenovergestelde. Chaos en wanorde zijn de wetten van de wereld: het Libanon van de film is een land van verval en structureel ongeluk. Enkel in de rechtszaal heerst een vorm van hoop en orde. Het is de plaats waar de jonge protagonist het onrecht kan bevragen om zijn recht te laten zegevieren. Zijn recht – rond dat begrip zal de gehele film zich samenballen.

Capharnaüm

De macht van perspectief
In de openingsscène klaagt de twaalfjarige Zain (Zain Al Rafeaa) zijn ouders aan vanuit een dan nog surrealistisch motief: hij wil hen laten bestraffen voor het feit dat ze hem op de wereld hebben gezet. De bespreking van de zaak onthult de contouren van een onherstelbaar bezwaard verleden. Zain blijkt zelf al langdurig vast te zitten voor een steekpartij, maar die actie kwam voort uit het onvergeeflijke kwaad dat zijn ouders daarvoor begingen. Gedreven door de wanhoop van hun erbarmelijke leefomstandigheden huwelijkten ze hun elfjarige dochter Sahar (Cedra Izam) uit. De bruidsschat: een handvol kippen. De ontstellende sequentie is het begin van een lange flashback, die vertraagd toewerkt naar een typische climax – dezelfde rechtszaak die de film ook al inluidde. Het is niet toevallig dat Capharnäum in de rechtszaal begint en eindigt. Door de film te openen met de climax creëert Labaki een duidelijk kader waardoor we het leeuwendeel van het drama kunnen bekijken. Het schisma tussen goed en kwaad kweekt sympathie voor het narratief dat volgt.

In de lange flashback blijft het centrale perspectief van de jonge hoofdrolspeler leidend. We volgen hem na zijn vlucht weg van het incident, dwalend door een zee van chaos. Zain is alleen op de wereld. Hij beweegt zich tussen verwaarloosde baby’s en vervuild drinkwater. Onderweg ontfermt hij zich over het kind van een Ethiopische immigrante (Yordanos Shifera). Het zorgt voor nog meer schrijnende taferelen, die niets aan de verbeelding overlaten. Wie nu nog een tekort aan empathie heeft, moet wel heel laaghartig zijn. Op den duur blijkt dat alleen het stempel van een vluchteling Zain misschien kan helpen. Er zit één scène in de film die haast te ironisch is om waar te zijn: Al Rafeaa, zelf een Syrische vluchteling, doet zich voor als een Syrische vluchteling om de diepe put van zijn maatschappij te ontvluchten.

Sociaalrealisme en politiek
De persoonlijke achtergronden van de niet-professionele acteurs zijn krachtige spiegels voor hun rollen in de film. Zo werd de Ethiopische Shifera na haar arrestatie in Capharnaüm daadwerkelijk in hechtenis genomen; leden van het productieteam deden er twee weken over om haar weer vrij te krijgen. Het zijn dit soort omstandigheden die Labaki carte blanche geven. Iedere mogelijke politieke onderlaag kan eenvoudig van tafel geschoven worden met de lijvige claim van waarachtigheid.

Het zijn immers de personages die zich uitspreken, en die personages zijn eigenlijk geen personages: het zijn mensen van vlees en bloed. Binnen zo’n denkkader kan alleen Zain verantwoordelijk zijn voor zijn uitspraken. De façade van de werkelijkheid waart de ideologie van de regisseuse vrij.

Capharnaüm

Cinema als gevaar
De politieke boodschap van Capharnaüm is een verbijsterende schreeuw om orde uit chaos te creëren. Zain vraagt niet alleen of de zwangerschap van zijn moeder gestopt kan worden. Hij stelt ook dat ouders als die van hem (lees: ouders die onder de armoedegrens leven) geen kinderen meer zouden moeten krijgen. Dat gaat veel verder dan een algemeen argument voor abortus: de aanspraak op de mogelijkheid geboortebeperking rechtelijk, en, vooral, voor een specifieke maatschappelijke groep te organiseren riekt naar eugenetica, ofwel het idee dat de bevolkingssamenstelling van een land gericht geoptimaliseerd kan worden. Eugenetica draagt het loodzware gewicht van historische precedenten. Een directe analogie met nazi-ideologie gaat veel te ver, maar de suggestie van een vergelijkbaar gedachtegoed baart grote reden tot zorgen.

Voor ondergetekende werd zo’n suggestie van een dubbele agenda nog eens gesterkt door het feit dat de armoede in de film ontdaan is van enige context. Demografische variaties zijn zo veel mogelijk omzeild om het overkoepelende beeld van misère zo krachtig mogelijk te maken: wie de film ziet, kan haast niet meer om Zains finalepleidooi heen. ‘Poverty porn’ is een harde, maar geen onterechte term om de opgedrongen kadrering te karakteriseren. De politieke gedachte achter de chaos: stop de chaos, dan kunnen we naar een omgekeerde wereld toe. Capharnäum is geen ‘plaats waar wanorde heerst’, maar een heimelijke utopie over de ruggen van de veroordeelden.

De film verhoudt zich zo openlijk maar toch verhuld tot het soort politiek dat de grens tussen kunst en moraal op ingrijpende wijze doet vervagen. Wat een oprecht drama lijkt te zijn, is in feite een politiek pamflet, dat haar boodschap zo verpakt dat een publiek haar in potentie volledig onwetend kan omarmen. Dat soort cinema is niet langer onschadelijk – laat de zegetocht langs de festivals een alarmkreet zijn.

 

25 januari 2019

 

ALLE RECENSIES

Top 5 en miskleun 2018

Deel 7 (slot): Tim Bouwhuis
Top 5 en miskleun van 2018

Phantom Thread

Zeven recensenten van InDeBioscoop bespreken hun vijf favoriete films die dit jaar in Nederland in première gingen. Traditioneel kiest iedereen ook de Miskleun van het Jaar én een film die een bioscooprelease had verdiend. Tot en met Oudjaarsdag lees je hier elke dag een persoonlijke terugblik op het filmjaar 2018.

 Tim Bouwhuis door Tim Bouwhuis

In het beste wat filmjaar 2018 te bieden had, bepaalden blikken, gebaren en regie. Volg Paul Thomas Andersons camera in Phantom Thread; zie hoe het non-verbale spel van een eerste liefde zich eigenlijk niet bij de naam laat noemen. De aantrekkingskracht van het witte doek heeft de potentie om de tijd te doden, in het verstillende Cold War of het zwetende Zama. Voorbij het directe conflict lijkt het soms alsof cinema niet meer politiek kan zijn, alsof ook filmmakers dromen. Niets is minder waar: er is waarheid in een schrijnende ‘post-truth world’, geeft de gelijk getitelde documentaire van Hans Pool treffend aan. Een Koreaan (Lee Chang-Dong) en een Japanner (Hirokazu Koreeda) grijpen in de subtiele marges van Burning en respectievelijk Shoplifters de staat van hun land bij de strot. Ze gebruiken een pincet waar Spike Lee een sloophamer nodig dacht te hebben.

 

5. – MEKTOUB, MY LOVE: CANTO UNO

Op het vorige filmfestival van Venetië (2017) leken sommige filmjournalisten zich haast al te hebben voorgenomen om de nieuwe film van Abdellatif Kechiche (La Vie d’Adèle) met de grond gelijk te maken. Het regende reacties waarin het eerste luik van Mektoub, My Love omgedoopt werd tot de nieuwe Male gaze: de film. Inderdaad – hoofdpersoon Amin (Shaïn Boudemine) kijkt en aanschouwt, en de camera kijkt mee. Maar diezelfde hoofdpersoon trekt zich middenin de zomervakantie terug om in het aardedonker van zijn slaapkamer naar Dovzhenko’s Arsenal (1929) te kijken, en als een overduidelijk geïnteresseerde dame hem meevraagt naar het strand blijft hij liever in een stal achter om de lyrische geboorte van een lammetje mee te maken.

Iedere getoonde blik toont ook weer het potentieel van een groot bevragen, waarin voyeurisme geen verwerpelijk goed is maar een spiegel. De film is een hyperrealistische karakterstudie, ze moét subjectief zijn om te werken. Dat gegeven wordt nog het best bespeeld en beschreven in dit (https://kinoautomat.com/2018/08/17/kijken-naar-mektoub-my-love/) essay dat ik vond op de site van Kinoautomat. De reflexieve houding van de schrijfster getuigt van een intelligent, waar nodig kritisch perspectief dat een verademing is ten aanzien van de fulminerende critici die blijmoedig meegaan met de politiek-moreel correcte massa – hun potentiële gelijk sneuvelt onder een volledige onbereidheid om tussen de (film)regels door te lezen.

 

4. – WESTERN

Het conflict sluimert, de geschiedenis leeft nog en de voorwaarden van culturele toetreding worden op gespannen voet verkend. Dit is prachtcinema van een regisseuse die haar nuances kent, maar tegelijkertijd een heldere en niet mis te verstane beeldtaal hanteert. Valeska Grisebach gaat uit van de overtuigingskracht die het ‘spel’ van haar niet-professionele castleden met zich meebrengt; een betere keuze had ze niet kunnen maken.

 

3. – CALL ME BY YOUR NAME

De zomer was nooit zo tastbaar als in Januari 2018, toen Luca Guadagnino’s Call Me By Your Name na een zegetocht langs de festivals ook de Nederlandse zalen bereikte. Het genoemde blikkenspel wordt geperfectioneerd door Arnie Hammer en Timothée Chamalet, die met zijn naturelle vertolking in één klap (volledig terecht) zijn acteertoekomst veiligstelde. In lijn met andere indies als The Rider (Chloé Zhao) en Leave no Trace (Debra Granik) overtuigt deze film in zijn stelselmatige vizier op de schoonheid van kleine gebaren. Scènes die binnen andere producties nog niet eens de montagetafel hadden gehaald (Oliver en Elio die tijdens hun fietstocht ergens stoppen om water te drinken), geven hier uitdrukking aan een lyrische gewaarwording: de prachtige verwarring van ontluikende gevoelens.

 

2. – YOU WERE NEVER REALLY HERE

In een wereld die riekt naar corruptie en verval omarmt een getraumatiseerde antiheld zijn queeste om een jong meisje te bevrijden uit de handen van haar ontvoerders. Alhoewel deze Scorsese-premisse in de uitvoering vermengd wordt met een Refniaans sausje van gezworen stilzwijgen en plotse geweldsexplosies, mist Lynne Ramsay (We Need to Talk About Kevin) nergens de eigengereidheid om de film stilistisch volledig naar haar hand te zetten. De verstikkende montage en de beklemmende geluidsband versterken met succes het beoogde koortsdroomgehalte. De ironische werktitel bespeelt de conventies van de nachtmerrie: uiteindelijk blijkt het in New York toch gewoon een prachtige dag te zijn.

 

1. – PHANTOM THREAD

Ondergetekende liet zich tijdens het kijken naar Phantom Thread vooral leiden door de prachtige score van Jonny Greenwood, die op dat moment live uitgevoerd werd door het Rotterdams Philharmonisch Orkest. De volmaakte paradoxen van de muziek – elegant maar dreigend, harmonieus maar bij vlagen ook ijzig en verstokt – schijnen ook door in de film zelf, die de perfectie vrijwel op ieder vlak benadert. Karakters botsen en schuren in een sierlijk kader van cinematografische wonderlijkheid. Haast onmerkbaar verschuiven de perspectieven: het blikkenspel is ook een rollenspel. Vicki Krieps mag de geschiedenis in als de actrice die erin slaagde (een wederom fenomenale) Daniel Day-Lewis te overrompelen. Wát een vrouw – het mag, nee moet gezegd.

 

Bohemian Rhapsody

Miskleun van 2018:

BOHEMIAN RHAPSODY

Mijn hart huilde – maar het viel te verwachten – toen ik las dat precies Bohemian Rhapsody de meest lucratieve film van 2018 is geworden. De film prijst het muzikale genie van de Britse band Queen en haar legendarische frontman, maar om te scoren was het kennelijk nodig om een zo toegankelijk mogelijk script te gebruiken en alle schaduwzijden van de zanger zorgvuldig wit te wassen. Scenarist Anthony McCarten (begin dit jaar ook al de valste noot in de afgevlakte Churchill-bio Darkest Hour) propt Mercury in het hokje van de eenzame artiest die – de ironie – uiteindelijk niets te zoeken zou hebben in een wereld van excessen. De film is er één van het tenenkrommende rise and fall-stempel (A Star is Born had er bijna evenveel last van) dat de geschiedenis met schijnbare onverschilligheid naar haar hand zet: niet uit artistieke visie of vrijheid, maar uit de zelfzuchtige nood een emotionele climax te forceren.

 

Gemist in de bioscoop:

UNICÓRNIO

Een immersieve en vervreemdende kijkervaring, niet in de laatste plaats omdat deze film meer mysteries creëert dan oplost. Een mythisch Braziliaans landschap en een verknipte familie worden gevangen gehouden in een onconventioneel aspect ratio: 3:66:1. De cinematografie (Mauro Pinheiro Jr.) schreeuwt om een zo groot mogelijk scherm, een volle zaal die in duisternis gehuld blijft. Helaas is Unicórnio (Eduardo Nunes, 2017) vrijwel op alle vlakken te ‘ontoegankelijk’, waardoor het (pijnlijk genoeg ook) logischerwijs bij vertoningen in onder meer Berlijn en Turnhout (MOOOV) bleef.
 
31 december 2018 

Deel 1: Cor Oliemeulen
Deel 2: Sjoerd van Wijk
Deel 3: Yordan Coban
Deel 4: Alfred Bos
Deel 5: Ralph Evers
Deel 6: Bob van der Sterre