LIFF 2026 – Deel 2

LIFF 2026 – Deel 2:
Jij bent zélf de film

door Tim Bouwhuis

Op filmfestivals kun je vaak met extra genoegen en een gevoel van herkenning opgaan in verhalen die de filmbeleving zelf centraal stellen. Ook op deze editie van LIFF draaien er twee titels die de schijnwerper vanaf het doek terug de zaal in draaien. In de geflipte Japanse komedie You Are the Film gebeurt dat met veel uitroeptekens, in het mijmerende The Night is Fading Away volstaat melancholie. Elk op volstrekt eigen wijze confronteren de titels hun publiek met de magie en breekbaarheid van onze cinefiele ervaringen.

“Niemand gaat kijken naar wat ze draaien”, zegt de restaurantuitbater die in You Are the Film met folders van een plaatselijk filmtheater zwaait. Bij een marketingbureau was de beste man al lang ontslagen, maar theatermaakster Madoka blijkt toch geprikkeld. Ze bewandelt de brandtrap richting een keurig verstopt achterzaaltje, koopt een kaartje en neemt plaats. Uiteraard is ze de enige bezoeker in de zaal. Snel blijkt waarom: dit is niet zomaar een film.

You Are the Film

You Are the Film

Vreemdeling in het verhaal van de ander
De theatermaakster is niet de enige die een bijzondere film te zien krijgt. Kazuma is muzikant en kreeg net als zijn voorgangster een folder in zijn handen gedrukt. Op het moment dat hij kennisneemt van de synopsis, gaat bij hem nog geen lampje branden, maar bij ons als kijkers wel: de film gaat namelijk over een theatermaakster die de cast van haar volgende stuk dreigt te verliezen. De wisselwerking die vervolgens tussen de twee personages ontstaat, is surreëel. De theatermaakster kijkt naar de film over de muzikant en de muzikant kijkt naar de film over de theatermaakster. De kers op de taart is het doorbreken van de vierde wand. Hoe is het mogelijk dat deze twee volstrekte vreemden in elkaars verhaal zijn beland?

You Are the Film begint veelbelovend raadselachtig, maar stokt als een soort klusjesman (letterlijk) de zaal instapt om het heersende metaconcept uit te leggen. Een behoorlijke anticlimax, want als kijker kun je op dit moment stoppen om zelf vragen te stellen; je kunt je hooguit nog verwonderen over de sciencefictiontwist die de regisseur in de laatste akte nog in petto heeft. Liefhebbers van de waanzin van Everything Everywhere All at Once zullen het op zijn minst glimlachend aanschouwen.

Van het doek naar de zaal
Het is niet zo dat deze metakomedie in zijn hysterie helemaal niets te zeggen heeft, maar je mag het wel met een korreltje zout nemen. You Are the Film is predestinatieleer voor dummies: liggen onze levens vooraf vast, of kunnen we de afloop van ons verhaal nog beïnvloeden? Eeuwen geleden waren er op die vraag maar twee antwoorden mogelijk, in het tijdperk van Marvel kun je altijd nog uitwijken naar een alternatief (film)universum. En daarmee dus ook naar een alternatieve versie van jezelf.

The Night is Fading Away

The Night is Fading Away

Waar de gevoelsmatige opvolger van Beyond the Infinite Two Minutes (in Nederland vertoond op Camera Japan, en geschreven door regisseur Makoto Ueda) zich concentreert op het mysterie dat te zien is op het doek, richt The Night is Fading Away zich meer op de ruimtes waarin we films te zien krijgen. Hoofdpersoon Pelu is operateur bij een ouderwets aangekleed filmtheater in Córdoba, maar dreigt zijn geliefde werk kwijt te raken vanwege bezuinigingen. Nu de ochtend- én middagvoorstellingen geschrapt worden, ziet Pelu’s baas slechts één oplossing: er is alleen nog een nachtwaker nodig.

Toevluchtsoord voor verdwaalde zielen
Met een fles Stella Artois in zijn rechterhand en een versnapering in zijn linker kijkt Pelu naar een film met de onvermijdelijke John Wayne en installeert hij een slaapplaats, recht onder het doek. Hoewel de nieuwe nachtwaker geen man van veel woorden is, gaat hij een stukje gezelschap niet uit de weg. Na wat aarzeling geeft hij de zaal zelfs in bruikleen aan een dame die een iets pikantere film op wil nemen.

The Night is Fading Away stelt de vraag of je als toegewijde filmkijker deel uitmaakt van de wereld, of er volledig los van staat. Op het eerste oog lijkt Pelu een einzelgänger, iemand die zich niet los kan maken van zijn beroep en beschermde omgeving. Tegelijk transformeert het filmtheater onder zijn nachtwake tot een toevluchtsoord voor andere verdwaalde zielen. Misschien is de zaal zo wel de enige plek waar écht iedereen welkom is. De sobere zwart-witfotografie en de spaarzame belichting weerspiegelen het duister van de plek waar Pelu zich het meest van allen thuis voelt.

Een dichte deur
Regisseurs Ramiro Sonzini en Ezequiel Salinas zijn goed in het oproepen van de juiste stemming, maar als psychologisch portret schiet de film tekort. Pelu blijft zodanig ondoordringbaar dat je na afloop meer verwantschap kunt voelen met het theater als plaats dan met hem als persoon. Tegelijk is juist dat gegeven fascinerend: net als in You Are the Film draait het hier niet alleen om de films en de mensen die ernaar kijken, maar ook om de wonderlijke werking van het medium en de plekken waar cinema gaat leven.

Het einde van The Night is Fading Away stemt wat droevig. Pelu begon als operateur, ging door als nachtwaker en eindigde voor een dichte deur. Wat dat betreft biedt Ueda’s metakomedie valse hoop: als cinema ooit ophoudt te bestaan, is er waarschijnlijk geen alternatief universum meer om naar te vluchten.

Beide films zijn nog te zien op het LIFF.

 

13 oktober 2026

 

MEER FILMFESTIVAL

Downhill (1927)

De Herfst van de Stomme Film
Deze september blikken we in De Herfst van de Stomme Film terug op klassiekers uit de maanden voordat The Jazz Singer in oktober 1927 de geluidsfilm inluidde. Een laatste oogst van tien films voordat Hollywood begon te praten. Hieronder de tweede film.

 

Downhill (Groot-Brittannië, mei 1927)
Alfred Hitchcock en het ultieme offer

door Tim Bouwhuis

Enkele maanden voordat The Jazz Singer in de Verenigde Staten het huwelijk tussen beeld en geluid inluidde, verscheen aan de overzijde van de Atlantische Oceaan Alfred Hitchcocks Downhill. De zogenoemde ‘Master of Suspense’ behoeft ongetwijfeld geen nadere introductie, maar deze film waarschijnlijk wél.

Downhill is een stuk minder bekend dan The Lodger: A Story of the London Fog, de thriller die Hitchcock direct daarvoor opnam. Wie beslag weet te leggen op de Criterion-uitgave van de “eerste échte Hitchcock”, zoals de regisseur hem zelf beschouwde, krijgt als extraatje ook (het nota bene langere) Downhill te bekijken. Sinds 2012 zijn de twee titels dankzij het Britse Filminstituut in een gerestaureerde versie beschikbaar. Ivor Novello, de acteur die in beide films de hoofdrol opeist, schreef mee aan het toneelstuk dat aan de basis lag van het scenario.

Downhill (Groot-Brittannië, mei 1927)

Ditmaal geen moord
Dat de status en gemiddelde waardering van Downhill duidelijk onderdoet voor die van zijn ‘companion piece’, heeft er in elk geval mee te maken dat de film een stuk minder herkenbaar is als een typische Hitchcock-thriller (waarvan de Brit er nog tientallen zou maken). Het verhaal begint niet met een moord, maar met een vermeende vrijpartij. Een schijnbaar onschuldige flirt tussen een winkelbediende en een welgestelde scholier loopt uit de hand als de scholier niet op haar avances ingaat, en zij naar de directeur van zijn prestigieuze kostschool toestapt.

Hitchcock kennende zou je denken dat het verhaal draait om wat er écht tussen het meisje en de scholier is voorgevallen, maar in Downhill slaat de regisseur eerder de weg van het psychologische drama in. Hoofdpersoon Roddy (Novello) krijgt de schrik van zijn leven als niet zijn boezemvriend Tim, maar hijzelf door de bediende als aanrander wordt aangewezen. Ieder ander zou de schuld meteen doorschuiven, zo niet Roddy: de twee hebben namelijk afgesproken om voor elkaar door het vuur te gaan, en Tim maakt aanspraak op een grote studiebeurs. Een schorsing zou een streep zetten door zijn toekomstplannen, en dus besluit Roddy om de schuld op zich te nemen en zo een ultiem offer te brengen.

#MeToo avant la lettre
Over Hitchcocks diepgewortelde fascinatie en angst voor vrouwen zijn volwaardige studies verschenen, en wat dat betreft raakt Downhill dus wel degelijk aan thematiek die in het latere oeuvre van de regisseur veelvuldig zou opduiken. De vrouw die het leven van Roddy op zijn kop zet is geen gelaagd personage, maar puur en alleen degene die zijn noodlot activeert. Bijna honderd jaar voordat #MeToo zou leiden tot complexe discussies over de dynamiek tussen beschuldigen en daadwerkelijk schuldig zijn (lees: hoe kan een man die door een anonieme bron van grensoverschrijdend gedrag wordt beschuldigd zichzelf verdedigen?), liet Hitchcock alvast een (zijn?) nachtmerrie van een onterechte beschuldiging uitkomen.

De beeldtaal die de regisseur hanteert om de afdaling naar de krochten van Roddy’s ziel uit te drukken is niet al te origineel, maar wel doeltreffend. We zien de hoofdpersoon via de roltrap afdalen richting een perron van de Londense metro, met zijn leven gaat het vanaf dat moment verder ‘downhill’ en het schaduwspel dat de regisseur op zijn kader loslaat maakt de invloed van het Duitse expressionisme tastbaar. Niet mis te verstane tussenteksten als “de wereld van doen alsof” en “de wereld van verdwenen illusies” dienen op gezette momenten als Hitchcocks cynische commentaar op de wereld waarin Roddy er nu zielsalleen voorstaat.

Downhill (Groot-Brittannië, mei 1927)

Denken in mogelijkheden
Twee jaar na Downhill zou Hitchcock met Blackmail komen, de stille film die vanwege zijn integratie van geluidseffecten zijn overgang naar de geluidsfilm markeert. Downhill is een mooi bewijs dat de regisseur in de nadagen van de ‘stille’ periode absoluut niet in beperkingen dacht. De tussenteksten zijn beperkt tot een minimum (en bieden regelmatig dus eerder een commentaar óp de plot dan een uitleg ván de plot) en de pianoscore legt toepasselijke accenten, bijvoorbeeld als een van de personages voor de grap een ander laat schrikken. Hitchcock weet precies hoe hij visueel kan uitdrukken welke prijs Roddy voor zijn eed van loyaliteit moet betalen.

Het is jammer dat Downhill ruwe afslagen neemt in de afwikkeling van de plot; zo krijgt de hoofdpersoon op het dieptepunt van zijn neerslachtigheid plotsklaps een erfenis in de schoot geworpen en past de ‘eind goed al goed’-benadering van de slotakte maar matig bij de cynische bespiegelingen die daaraan vooraf gaan. Toch is het niet per definitie terecht dat de film in geen enkele academische of cinefiele canon van Hitchcocks beste of belangrijkste films een voorkeursbehandeling krijgt. Ondergetekende kan het weten, want initieel zou dit stuk over The Lodger gaan. Uiteindelijk kwam ik via een omweg bij Downhill uit, een Hitchcock die ik zelf ook nog niet kende en anders misschien zelfs nooit zou hebben gezien.

Nieuw tijdperk
En Ivor Novello? Toen Hitchcock zijn eerste geluidsfilms begon te produceren en zijn status als thrillerregisseur een verdere vlucht nam, groeiden de maker en zijn hoofdrolspeler (die in de eerste plaats een bekende naam op West End was) creatief uit elkaar. In de meer spektakelgerichte films (denk aan Sabotage) die de Brit al vanaf halverwege de jaren dertig afleverde, zou Novello wellicht sneller hebben misstaan, al zullen we dat door de loop van de geschiedenis nooit met honderd procent zekerheid kunnen zeggen.

Met de loopbaan van de acteur en schrijver ging het overigens ook niet ‘downhill’: in de jaren dertig en veertig bracht Novello de ene na de andere romantische musical op de plank. Regisseur én acteur vonden zo elk hun eigen weg in het nieuwe tijdperk dat door The Jazz Singer zou worden aangekondigd.

Deze film is gratis te zien op YouTube.

 

6 september 2026

 

THEMAMAAND ‘De Herfst van de Stomme Film’

Preview Previously Unreleased 2026

Preview Previously Unreleased 2026
Niet eerder vertoond

door Tim Bouwhuis

De zomerperiode breekt aan en als vanouds markeert dat voor EYE de aftrap van het jaarlijkse Previously Unreleased-programma. Acht releaseweken op rij (met uitzondering van 23 juli) gaat er in Amsterdam een film in première die eerder niet door een andere Nederlandse distributeur werd opgepikt. Blikvangers in het aanbod van dit jaar zijn nieuwe films van erkende cineasten Radu Jude (Do Not Expect Too Much From the End of the World) en Lav Diaz (When The Waves Are Gone), en het atmosferische drama Blue Sun Palace.

Van de acht titels die deze zomer uitgaan, zag ondergetekende er in aanloop naar de eerste releaseweek zes. Opvallend aan de start van het programma is dat EYE daar niet kiest voor een ‘nieuwe titel’, maar voor het dertig jaar oude The Watermelon Woman. Het motief om de film van Cheryl Dunye te vertonen is wel gewoon hetzelfde: de lichtvoetig subversieve mockumentary uit 1996 verscheen in Nederland – buiten voorstellingen op het IFFR in Rotterdam – nog niet eerder op het grote doek.

26 juni – The Watermelon Woman
Treffende tijdcapsule van een Amerika waarin een bezoek aan de videotheek de sociale functie vervulde die nu voorbehouden is aan het filmplatform Letterboxd (bekijk zeker een keer Alex Ross Perry’s essaydocumentaire Videoheaven). De ‘watermelon woman’ verwijst naar de aftiteling van een Amerikaanse film uit de jaren dertig, waarin de zwarte bediende van het witte hoofdpersonage niet bij naam wordt genoemd, maar op de credits staat als ’the watermelon woman’. Videotheekmedewerkster Cheryl (regisseuse Cheryl Dunye) probeert haar eerste stappen als filmmaakster te zetten door de identiteit van deze actrice te documenteren. Een film óver film dus, die in het uitdragen van zijn identiteitspolitiek wel te nadrukkelijk en zelfbewust uit de verf komt.

The Portuguese House

The Portuguese House

2 juli – The Portuguese House
“Ik ga toch niet op zoek naar iemand die niet gevonden wil worden”, verzucht een Spaanse professor aan het begin van The Portuguese House. De hoofdpersoon van dit meditatieve drama heeft net te horen gekregen dat zijn Servische vrouw zonder aankondiging het land heeft verlaten – en daarmee ook hem. Op zoek naar een stukje verlichting en verwerking trekt de man naar Portugal, waar hij het werk van een overleden tuinier kan overnemen en nieuwe mensen ontmoet. Met zijn kalme tempo en serene landschapsplaatjes kijkt deze reflectie op het leven prettig weg, zonder dat het ergens écht aangrijpend wordt. Introverte en misschien net iets té onopvallende hoofdrol van Manuel Solo, die in El laberinto del fauno zat en een Goya won voor zijn bijrol in de in Nederland uitgebrachte thriller Tarde para la ira.

9 juli – Bouchra en 16 juli – Diciannove
Overlap deze zomer tussen Previously Unreleased en een themaprogramma over ‘Queer Power’. In dit kader presenteert EYE naast het daarnet besproken The Watermelon Woman ook de Amerikaanse animatiefilm Bouchra en het Italiaanse coming-of-agedrama Diciannove. Een curieuze festivalclip van eerstgenoemde titel toont een conversatie tussen sprekende dieren, maar verwacht geen Fantastic Mr. Fox: het verhaal draait om een queerartiest die de relatie met haar afwerende moeder hoopt te verbeteren. In Diciannove maken we kennis met een jongeman die tijdens en na een literatuurstudie in Siena obsessief begint na te denken over zijn eigen schrijverschap. Regisseur Giovanni Tortorici werd opgeleid door Queer-regisseur Luca Guadagnino.

30 juli – Blue Sun Palace
Kijkers die bekend zijn met het oeuvre van Tsai Ming-Liang (die jaren terug al eens een retrospectief kreeg in EYE), kennen te allen tijde ook zijn vaste hoofdrolspeler Lee Kang-sheng. En dat leidt in het PU-programma van dit jaar naar Blue Sun Palace, de film die op ondergetekende de meest onderscheidende indruk maakte. De Chinees-Amerikaanse regisseuse, Constance Tsang, besluit te wachten met het tonen van de titelkaart tot haar langspeeldebuut een dik halfuur onderweg is. Door dit late moment te combineren met de impact van een tragische scène, onderstreept Tsang de ambigue ervaring van Chinese migranten die ooit naar New York kwamen om een nieuw begin te maken.

6 augustus – Magellan
Waar de Filipijnse langfilmer Lav Diaz (vijf uur is voor de gearriveerde cineast bijvoorbeeld relatief kort) in eerder werk nog wel eens aanrommelde met zijn kadrering en belichting, ziet dit historische drama over de Portugese ontdekkingsreiziger Ferdinand Magellaan er behoorlijk verzorgd uit. De cinematografie is schilderachtig en statisch: op het moment dat Magellaans missie uitmondt in bloedvergieten, zien we niet de strijd zelf maar een strand dat bezaaid is met levenloze lichamen. Het is jammer dat het acteerwerk van sommige inheemse eilandbewoners (In 1521 arriveerde Magellaan op het Filipijnse Cebu of Sugbo, wat Diaz’ interesse verklaart) rap naar standje hysterisch gaat, terwijl hoofdrolspeler Gael García Bernal op zijn minst kalmte en redelijkheid acteert. Deze tegenstelling oogt in de film net wat te typerend. Anderzijds is het overduidelijk dat Diaz zijn overmoedige en hebzuchtige protagonist niet als een held beschouwt.

On a string

On a string

13 augustus – On a string
Passieproject van de nog maar vierendertigjarige New Yorkse Isabel Hagen, die in haar speelfilmdebuut haar liefde voor klassieke vioolmuziek combineert met offbeat komedie. Hagen is zelf violiste en stand-upcomedian, en dus zou die opzet op papier perfect moeten werken. In de praktijk is de film te rommelig opgezet om te kunnen imponeren. On a string begint als een abrupt gemonteerde ‘comedy of errors’, waarin misstanden en ongemakkelijke momenten tussen personages worden afgewisseld met intermezzo’s van Hagens strijkkwartet. Later verschuift de focus meer naar de relatieperikelen van Isabel (die overigens als twee druppels water op actrice Maika Monroe lijkt). Hier en daar tovert de film een glimlach op het gezicht, maar het geheel blijft in slechts 78 minuten te onevenwichtig en oppervlakkig om te beklijven.

20 augustus – Kontinental ’25
Niet het beste werk van intellectuele provocateur Radu Jude, maar onveranderd is de wijze waarop de Roemeense regisseur je aan het denken zet over maatschappelijke misstanden. Met zijn eigengereide, markante humor verbeeldt Jude in het openingskwartier de leefroutine van een zwerver die binnenkort uit zijn tijdelijke onderkomen zal worden gezet. Na een sleutelscène die inslaat als een bom verschuift de focus naar de opzichter die met de bureaucratische besluitvoering rond de uitzetting belast was. Voor de opnames gebruikte Jude enkel een driepoot en een iPhone, dus baseer je verwachtingen niet op visueel schoon.

 

25 juni 2026

 

MEER NIEUWS EN ACHTERGROND

MOOOV Film Festival 2026 – Het hoofd boven water houden

MOOOV Film Festival 2026 – Terugblik:
Het hoofd boven water houden

door Tim Bouwhuis

Welke wereldcinema bereikt de Benelux, en welke aanwinsten van niet-westerse makers zouden bijna aan ons blikveld zijn ontsnapt? Een bliksembezoek aan het MOOOV Film Festival 2026 leert dat er ook in het verzadigde Nederlandse festivallandschap nog voltreffers door de mazen van het net glippen. In deze terugblik richten we het vizier op Latijns-Amerika.

Meanderend door het elfdaagse programma van Turnhout, de hoofdlocatie van MOOOV, tellen we op een totaal van vierenzestig films twaalf toevoegingen uit Latijns-Amerika. Brazilië is met vier films (inclusief de warme slotfilm, het digitaal gerestaureerde Central do Brasil) hofleverancier, op de voet gevolgd door Argentinië. Ook Colombia, Chili, Ecuador en Venezuela dragen bij. Vanuit een kwaliteitsoogpunt is het geen toeval dat we Hiedra (Ana Cristina Barragán) en Un Poeta (Simón Mesa Soto) al bespraken in onze preview.

Cuerpo Celeste

Cuerpo Celeste

Krenten uit de pap
Cuerpo Celeste en Las corrientes waren voor hun Beneluxpremière op MOOOV nog niet te zien in Nederland. En dat maakt de nadere beschikbaarheid van de films meteen tot een issue, want vind maar eens een streamingdienst die vergelijkbaar functioneert als MUBI een aantal jaar terug. Het is een extra aanmoediging om als liefhebber juist de krenten uit de pap te halen op kleinere festivals; zie bijvoorbeeld ook het recent door ons gecoverde CinemAsia.

Het eerste en laatste shot van het Chileense coming-of-agedrama Cuerpo Celeste maken een cirkel rond. Het openingsbeeld, een straf trackingshot op het strand, volgt het titelpersonage terwijl ze met een energieke lach richting de zee rent. De camera is mét haar en straalt eenzelfde levenslust uit. Ruim anderhalf uur later blijft diezelfde camera in een statische positie als Celeste bij de camera vandaan rent, het niemandsland van een dor woestijngebied in. Op het moment dat het meisje alleen nog een schim in de verte is, treden de eindcredits in.

Woestijngraven
Tienerdrama’s over de zoektocht naar identiteit zijn er in overvloed, maar lang niet allemaal zijn ze zo trefzeker doordacht als deze knappe film van Nayra Ilic. De cineaste (Metro Cuadrado, 2011) ontstijgt conventies door een overtuigde visuele aanpak te combineren met een stukje politiek-historische urgentie. Vakantietaferelen en een vreugdevolle nieuwjaarsviering vertekenen de donkere achtergrond van een land dat nog steeds niet alle demonen van het tijdperk-Pinochet heeft afgeschud. Denk in de richting van een tragische familiegebeurtenis die Celestes moeder in een diepe depressie stort, en aan een stel woestijngraven die meer dan alleen walvisbotten blijken te bedekken.

Fijn aan Cuerpo Celeste is dat de camera gefixeerd blijft op de leefwereld van de hoofdpersoon, waardoor de onrust en onzekerheid die haar overvallen meteen doorwegen in de kijkervaring. Er is geen comfortabele alwetende verteller die meer vertelt dan het publiek visueel meekrijgt. Ilic schat hiermee niet alleen Celeste, maar ook haar kijkers op waarde. Wie globaal op de hoogte is van Pinochets staatsgreep (1973) en de lang doorlopende dictatuur (tot 1990, precies de periode waarin de film zich afspeelt), kan tijdens het kijken met een betrokken gemoed tussen de lijntjes kleuren.

Lichaam en geest
De onrust die in Cuerpo Celeste het opgroeien van de zeventienjarige hoofdpersoon overschaduwt, krijgt in het Zwitsers-Argentijnse Las corrientes een nog existentiëler karakter. Het psychologische drama van Milagros Mumenthaler (wiens debuut Abrir Puertas y Ventanas in 2011 werd uitgebracht in Nederland) gaat over een vrouw die onrust in haar lichaam ervaart, maar er mentaal niet in slaagt die gevoelens thuis te brengen.

Kort nadat Lina (doorleefd vertolkt door Isabel Aimé González-Sola) een prijs krijgt uitgereikt voor haar verdiensten als styliste, gooit ze het beeldje zonder pardon in een prullenbak en doolt ze door Genève, tot ze uitkomt bij een weelderige brug over het water. Lina aarzelt niet en springt in het diepe.

Het vereist geen spoileralert om te verklappen dat Lina de duik overleeft, want Las corrientes draait vooral om haar vervreemde ervaringen na haar terugkeer naar huis, in de Argentijnse grootstad Buenos Aires. In het bijzijn van haar kind en echtgenoot Pedro blijven onbestemde gevoelens en lichamelijke sensaties haar parten spelen.

Las corrientes

Las corrientes

Mumenthaler slaagt erin om Lina’s ervaring mysterieus te houden, zonder te vervallen in willekeur. Het is te makkelijk om te stellen dat de hoofdpersoon depressief of neurotisch is en de discussie daarmee af te ronden. Wie met het raadselachtige alternatief kan leven, krijgt met visuele verwijzingen naar Plato en de romantische schilderkunst genoeg mee om op te broeden. Vertaald naar een van de meest concrete vraagstukken in de filosofie draait Las corrientes om de scheiding tussen lichaam en geest; een intellectuele kwestie die vaak voorbehouden blijft aan het domein van de literatuur. Mumenthalers filmische reflectie op deze abstracte thematiek is veeleisend, maar zinnenprikkelend genoeg om er tijd voor vrij te maken.

Selecteren op herhaling
Het is jammer dat er in de festivalprogrammering van MOOOV veel ruimte wordt ingeruimd voor titels die al eerder kennismaakten met een breed filmhuispubliek. Het roept de vraag op hoeveel festivalontdekkingen nog een podium hadden kunnen krijgen als de sectie ‘Discoveries’ verder zou zijn uitgebreid. Gouden Palm-winnaar It Was Just an Accident en het voor vier Oscars genomineerde O Secreto Agento (The Secret Agent) hebben alleen meerwaarde voor de bezoekers die er toevallig nog niet aan toe waren gekomen de films te gaan zien. Beide gevierde titels gingen in België zelfs nog eerder in release dan in Nederland.

Engagement en kwaliteit
De jammerlijk lege zalen die ondergetekende tijdens zijn bezoek aantrof, doen vermoeden dat deze oriëntatiekwestie niet de grootste uitdaging is waar MOOOV de komende jaren voor staat, al leunt het festival hoe dan ook op ferme subsidiering om het hoofd boven water te houden. Hopelijk slaagt de organisatie (festivaldirecteur Marc Boonen zwaaide zondag af na drieëndertig jaar op zijn post) er de komende jaren in een balans te vinden tussen het gepredikte engagement en kwaliteitscinema.

Tussen die twee benoemingen hoeft geen contradictie te bestaan, al signaleerde collega Bert Potvliege in zijn recentste bespreking van Film Fest Gent al dat de dynamiek snel kan doorslaan. De hoogtepunten van editie 2026 onderstrepen dat cinema geen pamfletten vraagt om urgentie uit te dragen. En nu maar hopen dat die films ooit nog in Nederland te zien zullen zijn.

 

5 mei 2026

 

MOOOV Film Festival 2026 – Preview: Rijk aanbod van wereldcinema

 


MEER FILMFESTIVAL

MOOOV Film Festival 2026 – Rijk aanbod van wereldcinema

MOOOV Film Festival 2026 – Preview:
Rijk aanbod van wereldcinema

door Tim Bouwhuis

Donderdag 23 april start op vijf Belgische locaties het MOOOV Film Festival. Waar Nederlandse filmbezoekers de naam ‘MOOOV’ kunnen herkennen van de gelijknamige filmdistributeur (hun meest recente release Horizonte is zeker een bezoek waard), is het jaarlijkse festival in Vlaanderen een van de voornaamste gelegenheden om een rijk aanbod van wereldcinema op het grote doek te aanschouwen. In deze preview aandacht voor de opzet van het geëngageerde programma en een drietal gouden tips.

De dik zestig films van editie 2026 zijn onderverdeeld in vijf verschillende categorieën. Naast de gebruikelijke competitie, met acht kanshebbers op de prijs voor de beste film, de Canvas Award, is er een breedteselectie van titels die (ook) in de Vlaamse zalen draaien, en een exclusieve selectie van titels die alleen op MOOOV draaien (de zogenoemde Discoveries). Een rijtje familiefilms (met een licht overwicht van animatie) en een focusprogramma van Palestijnse cinema maken het programma compleet.

Openingsfilm A Sad and Beautiful World

Openingsfilm A Sad and Beautiful World

Overlap
Trouwe bezoekers van de Nederlandse filmtheaters en festivals zullen op MOOOV titels aantreffen die ze in een eerder stadium ook al op het IFFR in Rotterdam of via een reguliere vertoning konden afvinken. Denk aan de ongekroond gebleven Oscarkanshebber The Secret Agent, eerder door collega Jochum de Graaf omschreven als een “meesterlijke magisch realistische thriller”. De Braziliaanse film was een van de grootste publiekstitels op het voorbije IFFR. Ook kijkers die Gouden Palm-winnaar It Was Just an Accident van Jafar Panahi nog niet zagen, krijgen hier een (laatste?) kans. In het Palestijnse programma is het veelbesproken drama The Voice of Hind Rajab een logische blikvanger.

Tips
Drie films die er voor ondergetekende tussenuit springen, maken allemaal onderdeel uit van de sectie Discoveries. Het zijn tips bij uitstek omdat er waarschijnlijk geen gelegenheden meer zullen komen om de films in Nederland nog op het grote doek in te halen.

In Hiedra raakt een eenzame dertigjarige vrouw gefascineerd door een weesjongen met wie ze een speciale band blijkt te hebben. De Ecuadoraanse maakster, Ana Cristina Barragán, werd in 2016 als een belofte onthaald op het IFFR, waar haar bedeesde coming-of-agedebuut Alba in de Tigercompetitie draaide. Exact tien jaar later zou haar nieuwste film eveneens een aanwinst zijn geweest in Rotterdam, maar helaas ontbrak van dit schurende drama elk spoor. De film is niet perfect, maar Barragán onderscheidt zich door niet voor makkelijk sentiment te gaan en haar hoofdrolspeelster (Simone Bucio) het voelbare vertrouwen te geven dat nodig is om kwetsbaar te acteren. De poëtische climax nabij een rommelende vulkaan is van bovengemiddelde schoonheid.

In de razende tragikomedie Un Poeta heeft een man – laten we hem veertig schatten – grote moeite om een volgende stap te zetten in het leven. Oscar woont nog bij zijn moeder, kan niet van de alcohol afblijven en draagt poëzieteksten voor met de pathos van een gekweld genie. Het is knap hoe deze Colombiaanse film mededogen voor zijn hoofdpersoon oproept zonder zijn leed uit te buiten of zijn zelfmedelijden te veroordelen. Waarschijnlijk zou dat niet gelukt zijn zonder de goede dosis zwarte humor, die Oscars lot onwillekeurig toch wat verzacht. Voor Film Fest Gent tipten we deze film ook al, maar de kans dat je hem als lezer al gezien hebt blijft betrekkelijk klein.

Un Poeta

Un Poeta

My Father’s Shadow werd afgelopen najaar al besproken door collega Cor Oliemeulen in onze verslaggeving van LIFF. In dit kernachtige en intens geregisseerde Brits-Nigeriaanse drama trekt een vader met zijn zoontjes naar grootstad Lagos om achterstallig loon te innen. Debutant Akinola Davis verplaatst zich in het verantwoordelijkheidsgevoel van de noodlijdende Folarin, die graag een goede vader voor zijn kinderen wil zijn maar gevoelsmatig tekortschiet. Zijn beschermde instincten worden verder getest als de anticipatie van een belangrijke verkiezingsuitslag de dreiging van geweld met zich meebrengt. Een dicht op de huid gefilmde zwemscène halverwege de film haalt een vergelijkbaar tafereel in het even sensitieve Moonlight boven.

Vijf bezoekopties
Wie in Nederland woont en het leuk vindt om MOOOV te bezoeken, komt waarschijnlijk het snelst in Turnhout terecht. Ook een stedentripje naar Brugge behoort tot de mogelijkheden. De drie overige locaties van het festival zijn Beringen, Lier en Zuid-West-Vlaanderen (meerdere plaatsen).

Bezoek de website van het MOOOV Film Festival om meer te lezen over de films en om tickets te bestellen.

 

23 april 2026

 

MOOOV Film Festival 2026 – Terugblik: Het hoofd boven water houden

 


MEER FILMFESTIVAL

CinemAsia 2026 – Deel 3: De beste film die je nooit zag

CinemAsia 2026 – Deel 3:
De beste film die je nooit zag

door Tim Bouwhuis

In Nederland vinden er op jaarbasis tientallen filmfestivals plaats en heeft bijna elke (middel)grote stad een eigen filmtheater. Het is lastig om je een situatie voor te stellen waarin vertoningsopties als sneeuw voor de zon verdwijnen – al konden we er in coronatijd aan ruiken. Twee films op deze editie van CinemAsia memoreren elk vanuit een eigen invalshoek het belang van creatieve inspiratie en een bruisende filmcultuur.

In de jaren zeventig verteerde het wrede regime van de Rode Khmer de voedingsbodem voor de productie en vertoning van nieuwe films in Cambodja. Plaatselijke filmtheaters gingen in as op, creatieve geesten moesten vluchten en de films zelf leefden alleen nog in de herinnering voort. De Cambodjaans-Franse filmmaker Davy Chou werd geboren in 1983, tien jaar nadat zijn ouders vanuit hun geboorteland naar Frankrijk waren gevlucht. In 2011 maakte Chou Golden Slumbers (Le sommeil d’or), een documentaire over de filmcultuur die door het regime werd vernietigd.

Golden Slumbers

Golden Slumbers

Regietalent
Het is geen toeval dat de eerste langspeler van Chou – die later de sfeervolle drama’s Diamond Island en Return to Seoul maakte – vijftien jaar na dato een speciale vertoning kreeg op CinemAsia. In 2014 was de regisseur een van de oprichters van het productiebedrijf Anti-Archive, dat opkomende filmmakers in Cambodja en naburige landen ondersteunt. Polen Ly is een van de creatieve talenten die de voorbije jaren door Chou werd opgemerkt, en zijn meditatieve drama Becoming Human opende op 8 april CinemAsia.

Het raakte Ly zichtbaar dat hij na het presenteren van zijn eigen film ook Golden Slumbers aan het Amsterdamse publiek mocht voorstellen. Niet alleen zijn Chou en Anti-Archive bepalend geweest voor de (jonge) carrière van de zevenendertigjarige maker, ook thematisch is er een sterke overlap tussen Golden Slumbers en zijn Becoming Human.

De camera als geest
Becoming Human speelt zich af in een oude, verlaten bioscoop, waar een geest in een meisjeslichaam toeziet hoe het complex dreigt te worden gesloopt. “Ook al ligt het dak half in puin en hangt het vergane filmdoek nog maar aan een kant vast, de bioscoop fungeert als een spirituele ruimte waarin herinneringen blijven rondwaren”, schrijft Cor Oliemeulen in zijn bespreking. In Golden Slumbers dwaalt de camera met lome panbewegingen door een bioscoop van ooit, die nu dienstdoet als een recreatief oord. Chou’s camera beweegt als een geest die de mens is voorgegaan: waar nu pooltafels staan, waakte zij eerder over het welzijn van de filmgangers.

Toen Ly research deed voor zijn Becoming Human ontmoette hij onder meer de projectionist die vroeger in de verlaten bioscoop had gewerkt. Op gelijkaardige wijze zien we Chou spreken met mensen die vóór de Rode Khmer hun stempel op de Cambodjaanse filmcultuur drukten, of herinneringen koesteren aan producties uit die tijd. Bijzonder is dat waar veel van de films volledig verloren zijn gegaan, de muziek in veel gevallen nog wel is te beluisteren. In de prachtige epiloog vertelt een man met passie het verhaal van The Seahorse, een onafgemaakte fantasyproductie uit die tragische zeventiger jaren. Ongetwijfeld is het de beste Cambodjaanse film die je nooit zag.

Two Seasons, Two Strangers

Two Seasons, Two Strangers

Een film in een film
Ook het Japanse drama Two Seasons, Two Strangers is een film óver film. De winnaar van het prestigieuze Gouden Luipaard op het voorbije filmfestival van Locarno draait niet om de fysieke vernietiging van film en zijn vertoningsplekken, maar om het verlies van creatieve inspiratie. Al in de eerste beelden legt regisseur Sho Miyake (een prettige terugkerende naam in het festivalcircuit; alleen Small, Slow But Steady (2023) werd in Nederland uitgebracht) een duidelijke link tussen de pennenstreken van een scenariste en de lome, zomerse ontmoeting waarin we worden meegenomen. Even later, op het hoogtepunt van de vertelling, verlaten we het kader van de film-in-de-film en bevinden we ons plots in een bioscoopzaal.

Two Seasons, Two Strangers bestaat uit twee scherp van elkaar te onderscheiden delen. Deel één maakt ons deelgenoot van de verbeelding van de scenariste. Twee volstrekte vreemden van elkaar ontmoeten elkaar op een strand en maken een wandeling. Opvallend is een extreem wijd shot van een bomenrij, die kalm meewuift op het ritme van de wind. Conflict tussen de personages blijft uit – de toevallige bekenden zijn één met hun omgeving.

Zoeken naar jezelf
Bij de vertoning in de bioscoopzaal zijn ook de regisseur en de Koreaanse scenariste Li aanwezig, en in het tweede deel blijkt laatstgenoemde de échte hoofdpersoon van een film. Leergierige studenten stellen geïnspireerde vragen over het maakproces, maar de scenariste kan niet met volle overtuiging antwoorden. Ook nu het product van haar creatieve ingevingen op het grote doek te bewonderen valt, lijkt een gebrek aan inspiratie en identiteit haar nog parten te spelen.

In winterse sferen trekt de scenariste naar een gasthuis in de bergen, waar ze een bijzondere band opbouwt met de gastheer. De toonzetting van de ontmoeting is sereen, net als bij de ontmoeting tussen de vreemdelingen eerder in Li’s film. Miyake had de identiteitscrisis van de scenariste concreter kunnen benaderen; het siert hem dat hij weinig woorden gebruikt en overmatig conflict vermijdt, maar dat maakt het in dit geval wel een uitdaging om goed tot de psyche van Li door te dringen. Wie het geduld kan opbrengen, wordt beloond met een prettig voortkabbelende meditatie over de ongrijpbare natuur van creatieve inspiratie.

De verlaten zalen van vandaag
Het is een voorrecht om onze hersenspinsels onvoorwaardelijk te kunnen delen, op welke tijd en plaats dan ook. De tragiek en hoopvolle herinneringen van Golden Slumbers zijn daar een ultieme getuige van. En als de teneur van Becoming Human zich doorzet, waken de geesten van nú over vijftig jaar misschien wel over de verlaten zalen van vandaag.

Becoming Human is op 12 april nog eenmaal te zien. Two Seasons, Two Strangers op 11 april.

 

11 april 2026

 

CinemAsia 2026 – Deel 1: Hoop versus pessimisme
CinemAsia 2026 – Deel 2: Filmmakers met perspectief

 

MEER FILMFESTIVAL

Movies that Matter 2026 – Deel 2: Amerika, land van tegenstellingen

Movies that Matter 2026 – Deel 2:
Amerika, land van tegenstellingen

door Tim Bouwhuis

Dat Amerika een land van tegenstellingen is, klinkt in het politieke en sociaal-culturele tumult van de voorbije jaren al lang niet meer als een boude stelling. Wie toch nog twijfelt, kan zich op het Movies that Matter Festival verwonderen over de inhoud van The Alabama Solution en All About the Money. De twee documentaires brengen extremen naar voren waar de gemiddelde speelfilmregisseur jaloers op zou zijn.

In de eerste minuten van The Alabama Solution bezoekt een cameraploeg het buitenterrein van een grote gevangenis. Ergens in de open ruimte is een muziekpodium opgetuigd voor een middagje ongebruikelijk vertier. Er is geen wolkje aan de lucht, en juist dát blijkt in deze ontstellende HBO-docu het probleem. Zodra de cameraman een van de gevangenen naar binnen probeert te volgen, wordt de sfeer onrustiger en begint de man in kwestie schichtig om zich heen te kijken. Het ‘bezoekuur’ heet hier bezoekuur met een reden.

The Alabama Solution

The Alabama Solution

Afgeschermd van de buitenwereld
Hoe documentairemakers Andrew Jarecki en Charlotte Kaufman erop kwamen om juist deze gevangenis te bezoeken – en hoe ze toestemming kregen – wordt in de film zelf niet verduidelijkt (in online achtergrondartikelen gelukkig wel). Alles draait om de ontwikkelingen die door dat eerste bezoek in gang werden gezet. In de periode nadat het duo zijn opnames had gemaakt, kregen Jarecki en Kaufman meerdere telefoontjes van gevangenen die communiceerden met gesmokkelde gsm’s.

Met de hand opgenomen filmpjes van de gangen en binnenvertrekken van de bezochte gevangenis tonen de mensonterende omstandigheden waarin de gevangenen hun tijd moeten uitzitten. Een tussentekst stelt dat staatsgevangenissen als deze opereren op tweehonderd procent capaciteit met hooguit een derde van het benodigde personeel, en het personeel dat er is misdraagt zich. In een van de telefoongesprekken vertelt een gevangene dat een andere gevangene in elkaar zou zijn geslagen door een cipier en zou zijn afgevoerd. De makers spoeden zich naar de IC van het naburige ziekenhuis en stuiten op een lijkzak.

Corrupt tot op het bot
The Alabama Solution brengt een wetteloze toestand in kaart, en vertaalt de aangezette gevangenisdramatiek van een serie als Prison Break zo onverbloemd naar de Verenigde Staten van hier en nu. De angst van de gevangenen om hun mond open te doen over het schrikbewind van een – er is geen beter woord – door de staat gevalideerde knokploeg komt duidelijk over. “Als je niets zag, zou een transfer naar een andere gevangenis misschien leuk zijn”, kreeg een gevangene die het doofpotincident aanschouwde later te horen.

De participerende filmvorm van de documentaire (door zelf contact op te nemen, werken de gevangenen zich in feite op tot coauteurs) is goed voor een prikkelende kijkervaring, maar het proces van interactie tussen de driehoek van makers, gevangenen en gevangenis had meer interne reflectie verdiend. Jarecki en Kaufman tonen zich net te gretig om al vroeg in de film een narratief op het maakproces te projecteren, waarin alle rollen (de gevangenen als slachtoffers, de cipiers als daders en het ‘systeem’ als grotere schuldige) naadloos zijn uitgetekend en complicerende vragen buiten schot blijven.

Zijn de makers bijvoorbeeld niet zelf medeplichtig als gevangenen door te filmen en zich uit te spreken in de problemen komen? En hoe lukte het Jarecki en Kaufman in vredesnaam om in contact te komen met een gevangene die al vijf jaar zat weggestopt in een isoleercel? De titel van de film is ironisch: een oplossing voor deze schrijnende toestand is ver te zoeken, en het onconventionele maakproces roept nieuwe vragen op.

In de schoot geworpen
Als The Alabama Solution al een documentaire is die meer vragen oproept dan ze beantwoordt, dan geldt dat zéker voor het bizarre All About the Money. De Ierse regisseuse Sinéad O’Shea laat ons kennismaken met Fergie Chambers, een steenrijke Amerikaan die zijn privileges te danken heeft aan een imposant familiebedrijf. Mede omdat zijn overgrootvader honderd jaar terug kans maakte om president van de Verenigde Staten te worden, heeft Fergie nu een geschat vermogen van bijna vijfhonderd miljoen.

All About the Money

All About the Money

Als er zoiets bestaat als een ‘atypische’ miljonair, dan is Fergie waarschijnlijk het schoolvoorbeeld. In het eerste halfuur voert de hoofdpersoon het woord in een op het oog gemiddeld appartement, gekleed in een simpele sweater en gekleurd door een stel markante tattoos. Broodnuchter legt hij uit dat hij zoveel geld kan weggeven als hij wil, omdat hij alles toch weer schier automatisch terugverdient. Wat Fergie onderscheidt van zat andere miljonairs, is niet alleen dat hij dat eerste ook daadwerkelijk doet, maar dat hij er een (o ironie!) antikapitalistische ideologie aan koppelt.

Hier is wonen gratis
Nadat O’Shea haar hoofdpersoon geïntroduceerd heeft, gaat ze twee jaar terug in de tijd, op bezoek bij de leden van een communistisch georiënteerde woongroep. De rustieke leefomgeving van de gelijkgestemden is opgekocht door Fergie, die van zijn uitverkorenen alleen eist dat ze alles goed onderhouden. Huur betalen is niet nodig. Aan de wand van het hoofdgebouw – dat dient als vergaderruimte maar ook als sporthonk – hangt een Palestijnse vlag naast een plakkaat van de Black Panthers. In Fergies huis treffen we boeken van Xi Jinping en warempel zelfs een schilderij van Stalin aan.

Gesprekken met Fergie en de leden van de woongroep en uitgesproken posts van zijn Instagramaccount maken duidelijk hoe de miljonair in het leven staat, maar niet hoe hij de enorme tegenstellingen van zijn bestaan concreet met elkaar verenigt. All About the Money kent een aantal opvallende omissies; periodes waarin O’Shea klaarblijkelijk minder makkelijk in Fergies buurt kon komen, maar waarin zijn leven natuurlijk gewoon doorging. Vooral de overgang naar zijn verhuizing naar Tunis en zijn bekering tot de Islam (rond 2023) doet in de montage nogal abrupt aan.

Het achterste van de tong
Tussenteksten die de missende verbanden compact adresseren kunnen niet voorkomen dat de documentaire vooral in het tweede deel onvolledig, onvolkomen en afstandelijk overkomt. De gesprekken met Fergie prikkelen vrijwel zonder uitzondering – veel enigmatischer en atypischer ga je miljonairs niet aantreffen – maar de man lijkt niet het achterste van zijn tong te laten zien. Tekenend is ook dat de gezichten van zijn kinderen zijn geblurd. Ongetwijfeld vanuit verklaarbare veiligheidsoverwegingen, maar toch; je krijgt niet de indruk dat O’Shea dieper tot het bestaan en de psyche van haar hoofdpersoon heeft kunnen doordringen.

De uitsmijter van All About the Money is een ontboezeming. Na de opnames van de documentaire zou Fergie hebben aangeboden de kosten van de productie te dekken en een afzonderlijke cashbetaling te doen om ervoor te zorgen dat de film nergens vertoond hoefde te worden. O’Shea wees het voorstel af, en knipoogt daarmee op de valreep naar haar publiek: draait toch niet álles om geld. Nobel natuurlijk, maar of we dankzij haar inspanningen ook de vele tegenstellingen van Fergie Chambers beter begrijpen? In elk geval weten we dankzij deze wonderlijke weldoener dat geen enkel verhaal te bizar hoeft te klinken om waar te zijn.

Bezoek de filmpagina’s van The Alabama Solution en All About the Money voor informatie over de geplande vertoningen en beschikbare tickets.

 

22 maart 2026

 

Movies that Matter 2026 – Deel 1: Gaza en Oekraïne
Movies that Matter 2026 – Deel 3: Vechten tegen de bierkaai?
Movies that Matter 2026 – Deel 4: Rusland en Hongarije


MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2026 – Deel 5: Kijken door de ogen van het verleden

IFFR 2026 – Deel 5:
Kijken door de ogen van het verleden

door Tim Bouwhuis

De wens om door de ogen van het verleden te kunnen kijken, is ingebakken in het DNA van cinema. De camera registreert niet alleen, ze vereeuwigt. Twee films op het IFFR tonen op respectievelijk speelse en onderzoekende wijze hoe sporen van vroeger de menselijke ervaring kunnen (her)vormen.

In The Fall of Sir Douglas Weatherford maakt een ernstige benadering van het verleden plaats voor het advent van de commercie – tot wanhoop van de devote hoofdpersoon. En in Chronovisor volgt een wetenschapper het spoor van een al dan niet waarachtig apparaat dat zou dienen om het verleden te reconstrueren.

 

The Fall of Sir Douglas Weatherford

The Fall of Sir Douglas Weatherford – Game of Thrones? Verloedering!
Kunnen we van jongeren die nu opgroeien nog verwachten dat ze respect en interesse opbrengen voor het verleden en de vondsten van onze voorouders? Voor de bevlogen museumvrijwilliger Kenneth (geestig vertolkt door routinier Peter Mullan) is die vraag zonder meer retorisch van aard. Generaties terug werden de kronieken van zijn Schotse woonplaatsje Arberloch verrijkt door de uitvindingen van Douglas Weatherford, een enigmatische man waarmee de wereldgeschiedenis verder weinig rekening heeft gehouden. Onterecht, als je het Kenneth vraagt.

In het krakkemikkige busje dat ingezet wordt voor Kenneths speciale Weatherford-rondleidingen, zitten in de regel een stuk of vijf bejaarden. Dat verandert als Arberloch door fervente televisiemakers wordt gecast als de perfecte locatie voor een Game of Thrones-achtige fantasyserie. Plotsklaps wordt het pittoreske dorpje overspoeld door bingewatchers die verkleed zijn als hun favoriete personages en – dat vooral – maling hebben aan Sir Douglas Weatherford.

Wat volgt is een nogal flauw steekspel tussen de achteloze toeristen en hun gefrustreerde gids; van Kenneth wordt immers verwacht dat hij zijn oraties over Douglas Weatherford moeiteloos verweeft met de schaamteloze promotie van (lekkere titel wel) The White Stag of Emberfell. Laat het maar aan Mullan over om de onverbeterlijke conservatieve brombeer te spelen, maar dan wel met wat zelfspot (en nog wel op metaniveau): de Schot stond zelf namelijk maandenlang op de set van de Prime Video-fantasyserie The Lord of the Rings: The Rings of Power.

The Fall of Sir Douglas Weatherford tovert zo nu en dan een glimlach op het gezicht (vooral tijdens de amusante slotscène), maar de thematische inslag is te schematisch om inhoudelijk ook echt te prikkelen. De voice-overs die de titelfiguur een stem geven voelen geforceerd, en de milde satire op het fenomeen van ’televisietoerisme’ (denk aan de Game of Thrones-rondleidingen in de Kroatische stad Dubrovnik) komt beperkt uit de verf. Daarvoor is de film te belegen van toon en Kenneth een iets te dankbaar slachtoffer. Dat gezegd hebbende zou het sullig aandoende The White Stag of Emberfell in het hier en nu zomaar een streamingsucces kunnen zijn. 

 

Chronovisor

Chronovisor – DEVS geregisseerd door Umberto Eco
In 2020 kwam de gevierde regisseur en scenarist Alex Garland (Ex Machina, 28 Years Later) met de relatief onderbelicht gebleven miniserie DEVS, waarin de verdwijning van een jongeman verband blijkt te houden met de ontwikkeling met een mysterieus kwantumapparaat. Chronovisor kan met wat fantasie beschouwd worden als de analoge DEVS: een sfeervolle, historisch geïnspireerde thriller over een vergelijkbare wonderuitvinding, maar dan nog even gevrijwaard van de AI-revolutie.

Tijdens een nagesprek in Rotterdam geeft regisseur Jack Auen (co-regie: Kevin Walker) grif toe dat hij DEVS zag en even moest slikken: daar ging het perfecte filmidee van hem en zijn creatieve partner toch niet in rook op? Gelukkig is Chronovisor in veel opzichten een antithese van de meer futuristisch ingestoken miniserie, al delen de makers vermoedelijk (Garland heeft het voor zover bekend nooit expliciet bevestigd) wel dezelfde inspiratiebron.

De legende van de ‘Chronovisor’ werd halverwege de twintigste eeuw leven ingeblazen door de Benedictijnse monnik Pellegrino Ernetti. Ernetti claimde een apparaat te hebben gebruikt dat met schrikbarende accuratesse gebeurtenissen uit het verleden kon opnemen. Het Vaticaan zou zo geschrokken zijn van de consequenties dat het de Chronovisor in de doofpot stopte: een premisse waar Umberto Eco en Dan Brown jaloers op zouden zijn.

De briljante ingeving van Auen en Walker is dat ze een echte, gerenommeerde wetenschapper (Anne-Laure Sellier) bereid vonden om de hoofdrol in hun speculatieve thriller te spelen. De ongebruikelijke en gedurfde filmvorm die ze prominent hanteren – een veelheid aan bronnen en zelfs voetnoten die groot in beeld worden uitgelicht  – zal voor veel kijkers een beproeving zijn, maar de beeldtaal is wél toepasselijk. De regisseur recreëren zo de op het oog ‘saaie’, maar nog altijd intense inspanning van wetenschappelijk onderzoekers die koste wat het kost de waarheid boven tafel willen krijgen.

Het duurde even voordat ondergetekende (zelf een voormalig aspirant-academicus) volledig overtuigd was van de keuze om een onderzoeksproces zo letterlijk naar beeld te vertalen. Uiteindelijk werkt de aanpak vooral omdat Sellier naturel overkomt (logisch; ze speelt een versie van zichzelf) in de scènes waarin we haar ook echt aan het werk zien. De zoektocht naar de Chronovisor, ergens tussen broodje aap en historische openbaring, roept uiteindelijk meer vragen op dan ze beantwoordt. Zie daar het lot van de gemiddelde wetenschapper, al zal de mystieke, Kubrick-eske climax van de film voor de doorsnee boekenwurm nog altijd niet zijn weggelegd. Gelukkig hebben we daar dan cinema voor.

 

6 februari 2026

 

IFFR 2026 – Deel 1: Openingsfilm geen crowdpleaser
IFFR 2026 – Deel 2: Geschiedenissen
IFFR 2026 – Deel 3: Film als zintuiglijke ervaring
IFFR 2026 – Deel 4: Misdaad en ellende
IFFR 2026 – Deel 6: Mysterieuze verhalen uit de hele wereld 
IFFR 2026 – Deel 7: Films die de controverse opzoeken

 

MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2026 – Deel 3: Film als zintuiglijke ervaring

IFFR 2026 – Deel 3:
Film als zintuiglijke ervaring

door Tim Bouwhuis

Twee absolute hoogtepunten van het 55ste IFFR zijn films die hun publiek meenemen op een reis van de zintuigen. In Krakatoa en First Days worden narratieve conventies geparkeerd en is het de ervaring die telt. De regisseurs van beide titels grijpen het grote doek aan om maximaal effect te sorteren. Wie thuis kijkt, mist iets: doorsta een vulkaanuitbarsting maar eens in je eigen huiskamer.

In 1883 liet een eruptie van de Krakatau-vulkaan de aarde schudden op zijn grondvesten. Het vuurspektakel intrigeerde de Spaanse filmmaker Carlos Casas, die in 2020 al naar Rotterdam kwam met het fabelachtige Cemetery (over een begraafplaats voor olifanten). Het luidste geluid dat ooit is vastgesteld reproduceren klinkt als je reinste dwaasheid, en zover komt het in Krakatoa gelukkig ook niet. Tijdens het maken van de film behield Casas dus gewoon zijn gehoor, maar zijn zicht moest er wél bijna aan geloven.

Krakatoa

Krakatoa

Epilepsiewaarschuwing
Hoe het zover kon komen, begrijp je waarschijnlijk pas als je de imposante climax van deze experimentele trip met eigen ogen hebt aanschouwd. Geïnspireerd door twee van zijn artistieke helden, Tony Conrad en Stan Brakhage, probeert de regisseur te verbeelden (en in snerpende geluiden te vatten) hoe het menselijk brein een mega-uitbarsting als die van de Krakatauvulkaan zou verwerken.

De duizelingwekkende beeldenstroom die Casas met dat doel op zijn publiek loslaat, is gekkenwerk voor de montagetafel. Wie epileptisch is, moet beslist gewaarschuwd worden (en gelukkig gebeurde dat voor de vertoning ook).

Een ware overlevende
Krakatoa begint nog relatief gemoedelijk. De overlevingsroutines van een eenzame visser hebben een post-apocalyptisch karakter: als kijker mag je je inbeelden dat deze man de laatste man op aarde is.

Tijdens de Q&A na afloop van een van de IFFR-vertoningen vertelt Casas dat hij zijn hoofdrolspeler niet zonder reden bij dit project betrok. In 2018 overleefde Roni Herliansyah een ‘lichtere’ uitbarsting van de Anak Krakatau (een kleinere vulkaan die gevormd werd na de eruptie van 1883), die een tsunami veroorzaakte en honderden doden eiste.

Vagevuur zonder verdoemenis
Vergeleken bij de kracht die van Krakatoa uitgaat, is het Zwitserse First Days een film die fluistert. De gevoelige beeldenreis begint met een glinsterend lichtspel dat toewerkt naar de grijze contouren van een menselijk gezicht: alsof Terrence Malick (The Tree of Life, Voyage of Time: Life’s Journey) en Stanley Kubrick (2001: A Space Odyssey) samen koffie hebben gedronken.

De rite de passage blijkt betrekking te hebben op een limbo waar geesten hun menselijke karakter behouden. Twee vrouwen voltooien hun dagelijkse routines in afwachting van een volgende spirituele fase. Denk aan een soort vagevuur, maar dan zonder vrees voor eeuwige verdoemenis.

First Days

First Days

Geestendans
Een sereen bosgebied met een mooi huis en een watertoren die eigenlijk een portaal blijkt te zijn; het is de perfecte antithese van de oprijzende kantoorgebouwen in de tussenwereld van Inception (een film die qua toon, laat dat duidelijk zijn, mijlenver van First Days afstaat), en de omgeving waarin de vroegst geïntroduceerde geest snel haar metgezel vindt.

Het is merkbaar dat de gedaantes worden verwezenlijkt (‘vertolkt’ voelt niet gepast) door vrouwen die normaal gesproken actief zijn als dansperformers. Bij gebrek aan woorden vertellen gebaren en gechoreografeerde lichaamsbewegingen het grotere verhaal. De subtiele, gevoelige muziek geeft de film extra lichtheid.

‘Down to earth’ of grensverleggend
Het is extra bijzonder om naar First Days te kijken als je bekend bent met de vorige film van regisseur Michael Karrer (co-regie: Kim Allamand). In 2023 presenteerde de Zwitser in Rotterdam Füür brännt, waarin een groep jongeren genieten van een zomeravond aan een kampvuur. Is dat sfeervolle debuut het schoolvoorbeeld van ‘down to earth’-cinema, dan raakt First Days (een bewuste allusie op Last Days van Gus van Sant) juist aan de verbeelding van transcendentie. Karrer wilde ‘iets anders’ doen na Füür brännt, vertelde hij na een van de vertoningen in Rotterdam. Nou, dat is gelukt. En hóe.

 

4 februari 2026

 

IFFR 2026 – Deel 1: Openingsfilm geen crowdpleaser
IFFR 2026 – Deel 2: Geschiedenissen
IFFR 2026 – Deel 4: Misdaad en ellende
IFFR 2026 – Deel 5: Kijken door de ogen van het verleden
IFFR 2026 – Deel 6: Mysterieuze verhalen uit de hele wereld 
IFFR 2026 – Deel 7: Films die de controverse opzoeken

 


MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2026 – Deel 1: Openingsfilm geen crowdpleaser

IFFR 2026 – Deel 1:
Openingsfilm geen crowdpleaser

door Tim Bouwhuis

De officiële opening van het 55ste IFFR stond in het teken van artistieke en politieke vrijheid. In een tijd waarin (terechte) zorgen over de plaats van cinema in de publieke ruimte altijd nog overschaduwd worden door grotere wereldproblemen, is het kiezen van een toepasselijke openingsfilm niet eenvoudig. Het Portugese Providence and the Guitar leek op het eerste oog gecureerd om de misère van de alledaagse actualiteit even te parkeren, maar het omgekeerde bleek waar.

Tijdens haar gebruikelijke inleidende speech haalde festivaldirecteur Vanja Kaludjercic een iconische speech van John F. Kennedy aan. Op 29 november 1962 sprak de voormalige Amerikaanse president in het huidige Kennedy Center – een belangrijke, maar momenteel precaire culturele instelling – over het belang van kunst binnen een democratie. Ruim zestig jaar later wordt het land bestuurd door een man die die connectie onder druk zet.

Openingsfilm IFFR 2026

President op oorlogspad
Nog maar twee dagen terug besloot de senior vicepresident van het Kennedy Center met zijn programmeringswerkzaamheden te stoppen. Opmerkelijk, want de man in kwestie (Kevin Couch) was amper twee weken daarvoor aangesteld. Het is onrustig rond de instelling sinds Donald Trump begin 2025 aankondigde meerdere leden van het bestuur te willen ontslaan. De president hield woord, en sindsdien hebben verschillende artiesten en collectieven hun samenwerking met het centrum opgeschort of opgezegd.

Kaludjercic maakte er geen volwaardige casestudie van, maar haar verwijzing naar de deconstructie van het culturele landschap werd niet veel later ingekopt door de hoofdpersoon van de openingsfilm. Stop de woorden ‘pistool’, ‘president’ en ‘dood’ in een cocktailmixer en je komt tot de songtekst van een moeilijk mis te verstaan protestlied, dat in Providence and the Guitar furieus wordt opgevoerd.

Tijdreizen zonder machine
Zanger Léon wordt eerder in dit baldadige muzikale epos nog geïntroduceerd als troubadour, die in een negentiende-eeuws dorpje de kost probeert te verdienen met zijn lieflijke voorstellingen. Zijn geliefde Elvira wijkt amper van zijn zijde, en dat geldt ook voor haar eigentijdse alter ego, een bevlogen activiste die met haar socialistische agenda de status quo uitdaagt. De tijdlijnen lopen zonder tierelantijnen door elkaar, als een tijdreisfantasie zonder tijdmachine.

Het IFFR-publiek bekoren met muziek en een randje van rebellie zou een dankbare opgave moeten zijn, maar regisseur João Nicolau vergaloppeert zich met een theatrale en overmatig zelfbewuste benadering. De acteurs, waaronder voormalig Eurovisie Songfestival-winnaar Salvador Sobral, spelen hun rollen met een zodanige overdrijving dat de film al snel op de zenuwen gaat werken. Dat vooral de vertolkers van Léon en Elvira het wel uitstekend naar hun zin hebben, compenseert daarbij maar ten dele.

Providence and the Guitar

Unieke sterrenhemel
Nicolau’s insteek is duidelijk: Providence and the Guitar is een film over acteren, die grenzeloze creatieve expressie viert en onderstreept dat alleen een geëngageerde politiek een bruisend artistiek milieu kan garanderen. Op papier uiterst toepasselijk voor een festivalavond als deze, alleen komt het eindresultaat als filmische ervaring niet uit de verf.

Een doodgeslagen radio-interview met Léon en zijn activistische band zorgt in het eerste halfuur nog voor een gulle lach, een stel computergegeneerde vulva’s tegen een heldere sterrenhemel later al een stuk minder. Hetzelfde kan gezegd worden over een bezeten jongetje dat Léon plotsklaps het idee geeft dat hij een vloek te verbreken heeft. En zo zouden we nog een paar onnavolgbare ingevingen kunnen benoemen.

Taaie zit
Als een van de personages de (naar eigen zeggen) “absurde reis” van de troubadours abrupt beëindigt, zet dat ook een punt achter een van de wonderlijkste IFFR-openingsfilms van de voorbije jaren: een schijnbare crowdpleaser die een taaie zit bleek. De keuze voor Providence and the Guitar is begrijpelijk door Kaludjercic’ aandacht voor artistieke en politieke vrijheid, maar déze benadering van die utopie sloeg ook bij veel andere bezoekers niet aan.

Hopelijk is die teneur geen opmaat naar een mindere festivaleditie, nadat het aanbod van 2025 in de breedte kon bekoren. Maar zover is het na een avond in het gezelschap van de troubadours nog lang niet.

 

31 januari 2026

 

IFFR 2026 – Deel 2: Geschiedenissen
IFFR 2026 – Deel 3: Film als zintuiglijke ervaring
IFFR 2026 – Deel 4: Misdaad en ellende
IFFR 2026 – Deel 5: Kijken door de ogen van het verleden
IFFR 2026 – Deel 6: Mysterieuze verhalen uit de hele wereld
IFFR 2026 – Deel 7: Films die de controverse opzoeken

 


MEER FILMFESTIVAL