LIFF 2026 – Deel 4:
Diagnose van de maatschappij
door Tim Bouwhuis
Kan een satirische horrorkomedie net zoveel zinnigs vertellen over de uitwassen van het kapitalisme als een drama dat zijn analyse een stuk serieuzer aanpakt? Het makkelijke antwoord op die vraag is “uiteraard”, maar na het zien van Ryûsuke Hamaguchi’s meesterwerk All of a Sudden gaan de gedachten onwillekeurig terug naar een eerdere kijkbeurt op dit 21ste LIFF.
In het sardonische AnyMart gebruikt debutant Iwasaki Yusuke het vehikel van de genrefilm om zijn kritiek op de Japanse (consumptie)maatschappij kracht bij te zetten. Yusuke’s speelse en bij vlagen onbeschaamd lompe benadering staat in groot contrast tot de ernst van Hamaguchi (Drive My Car, 2021), die zichzelf met zijn eerste gedeeltelijk Franstalige film (originele titel: Soudain) overtreft en diep ontroert.

AnyMart
Vinger op de zere plek
Bijzonder is dat deze twee titels op het eerste oog niet verder uit elkaar hadden liggen, maar inhoudelijk wel degelijk dezelfde onderwerpen beroeren. Beide regisseurs stellen iets zorgwekkends vast als ze naar hun thuisland Japan kijken: de maatschappelijke druk om te werken, kopen en bovenal gehoorzamen heeft de mensen zielloos en mentaal kwetsbaar gemaakt. Het moge duidelijk zijn dat Yusuke en Hamaguchi niet de eerste creatieve geesten zijn die tot een dergelijke conclusie komen. Maar waar AnyMart niet verder komt dan droge, doorzichtige satire, is Hamaguchi’s film alomvattend, messcherp, verlichtend en hoopvol.
Als Nederlandse supermarktbezoeker word je geregeld geconfronteerd met het geschal van inspiratieloze afspeellijsten, maar die inwisselbare hitmuziek is niets vergeleken bij het riedeltje in AnyMart. Voor winkelbediende Sakai (acteur Shota Sometani heeft meerdere internationaal bekende anime’s ingesproken) zou een sessie aan de kassa van zijn vestiging aan moeten voelen als de eindeloze wachtrij van een themapark, zonder beloning aan het eind.
Dodelijke sleur
Elke andere werknemer zou hier gillend gek worden. Sakai niet. Die is zo lamgeslagen van verveling dat hij niet eens meer in staat is om de sleur als stoorzender te herkennen. Als een robot in bedrijfskleding dreunt hij de winkelregels op – streng overhoord door zijn baas, die nog zijn vader is ook – en geeft hij belangeloos instructies aan een nieuwe collega. Van horrorwendingen is nog geen sprake, tot de winkelmanager sneuvelt.
AnyMart laat op niet mis te verstane wijze zien hoe een monotone arbeidscultuur niet alleen zorgt voor mentale klachten, maar ook voorkomt dat mensen nog betekenisvolle relaties met elkaar kunnen aangaan. Als Sakai de opgewekte kapster Ogawa na een shift vraagt of zij tijd voor hem heeft, lijkt het er eerst op dat hij haar misschien op date zal vragen. In plaats daarvan verzoekt hij haar om reclamebedrukking voor de winkel te maken. Het is Yusuke’s manier om uit te drukken dat menselijke relaties op hun dieptepunt terug te brengen zijn tot louter commerciële transacties.
Een doorsnede van Japan
Yusuke’s maatschappijkritiek is treffend, maar niet al te uitdagend verpakt. Zeker in de tweede helft van de film, wanneer Sakai’s vader een afslag neemt naar horror, schreeuwt de regisseur zijn boodschap van de daken. Ben je als genreliefhebber snel verzadigd, dan kun je deze vorm van satire wellicht beter hebben omdat er ook iets te gruwelen valt. Prik je daar doorheen, dan is AnyMart te eendimensionaal om scherpzinnig te zijn en niet toonvast genoeg om te overtuigen als genreflick.
Het is geen toeval dat Usuke’s debuut zich uitgerekend in Japan afspeelt. Je kunt teruggaan tot snedige klassiekers als Ikiru (Akira Kurosawa, 1952) en Early Spring (Yasujirō Ozu, 1956) om te doorgronden welke sporen de naoorlogse vorming van een moderne bureaucratie in het heden heeft nagelaten. In weinig landen krijgt het begrip patriarchaat zo nadrukkelijk gestalte als hier. Wat dat betreft is het tekenend dat Sakai’s baas niet alleen zijn baas is, maar ook zijn vader. Ongehoorzaamheid is geen optie.

All of a Sudden
Zo gretig als de satire wordt uitgesmeerd in AnyMart, zo terloops dient zij zich aan in All of a Sudden. Hamaguchi’s film gaat over veel, veel meer dan alleen de houdbaarheidsdatum van het kapitalistische systeem. Tegelijk bevat het dik drie uur durende drama een van de beste kritische analyses van het onderwerp in de geschiedenis van het medium. Dat je de bewuste monoloog als kijker ademloos kunt aanhoren, heeft niet alleen te maken met de scherpte van de argumentatie, maar ook met het personage (geïnspireerd door een Japanse filosofe) dat het woord heeft.
Het einde van een leven, het einde van de wereld
Mari Morisaki is theatermaakster en stervende. De reeks voorstellingen die ze in een mooie junimaand presenteert in Parijs, raakt aan universele thema’s als zorg, menselijk contact en hoop. Door een speling van het lot ontmoet Mari de directeur van een plaatselijk verzorgingshuis voor ouderen met Alzheimer. Marie-Lou (met groot gemak de meest impactvolle rol in de carrière van Virginie Efira) kan haar drukke post verlaten om de voorstelling te bezoeken en raakt na afloop met Mari aan de praat. De twee wandelen. De middag wordt de avond, de avond wordt de nacht. Marie-Lou brengt haar nieuwe zielsverwant helemaal mee naar het verzorgingshuis, waar ze een van de gastverblijven voor de ernstig zieke vrouw kan inrichten.
Mari en Marie-Lou maken niet alleen kennis met elkaar, ze delen ook hun kennis en inzichten over de maatschappij waarin we leven. De analyses van Mari hebben veel weg van een universitair college, maar actrice Tao Okamoto en Efira spelen het naar huis als een authentiek, diep invoelbaar gesprek. Eenmaal in de vertrekken van het verzorgingshuis pakt de theatermaakster een stiftbord en begint ze woorden en begrippen met elkaar te verbinden.
Het zou zonde zijn om hier een poging te doen Mari’s uiteenzetting te herhalen. Aangrijpend is vooral hoe ze eindigt. Als ze tot haar punt is gekomen dat het kapitalistische systeem de apocalyps nadert die ze over zichzelf heeft afgeroepen, simpelweg door eindeloos mensen en middelen te blijven opslokken, beseft ze dat zijzelf deze apocalyps niet meer zal meemaken. Haar analyse die groter aanvoelt dan het leven zelf wordt plots weer klein, breekbaar en ongelooflijk persoonlijk. In het restant van de film blijft Hamaguchi voortbouwen op dat persoonlijke, empathisch meanderend tussen momenten van verdriet en troost.
Andere golflengte
Het is nog te zacht uitgedrukt dat All of a Sudden Yusuke’s AnyMart doet vergeten. De films functioneren op een andere golflengte en hebben bij lange na niet hetzelfde gewicht. Misschien is de vergelijking ook wel helemaal niet eerlijk, ware het niet dat beide regisseurs de vinger leggen op dezelfde pijnlijke plek. Dat het kapitalisme failliet kan worden verklaard, is bij Yusuke de hoofdmoot en bij Hamaguchi slechts het begin. Voor wat er verder nog in het verschiet ligt, komt All of a Sudden gelukkig al twee weken na het LIFF naar de Nederlandse zalen.
16 oktober 2026


















