New Gospel, The

**
recensie The New Gospel

Lijdensweg van een zwarte Messias

door Tim Bouwhuis

Pier Paolo Pasolini en Mel Gibson trokken allebei naar het Zuid-Italiaanse plaatsje Matera om hun films over Jezus Christus te ensceneren in een geloofwaardig verleden. In hun navolging maakt de Zwitserse documentairemaker Milo Rau The New Gospel (Das Neue Evangelium). Het Matera van de eenentwintigste eeuw is een ongastvrij toevluchtsoord voor Afrikaanse migranten.

In 2019 was Matera vanuit de Europese Unie aangewezen als een van de ‘culturele sleutelsteden’. Toen Rau (The Moscow Trials, The Congo Tribunal) een verzoek accepteerde om te participeren in dit prestigeproject, besloot hij dat hij in ieder geval iets wilde doen met de laatste dagen en de uiteindelijke kruisgang van Jezus. Ter plaatse stuitte hij op een onwerkelijke sociale situatie: talloze migranten werkten er voor een hongerloontje en leefden onder abominabele omstandigheden in afgedankte ruimtes. De castingkeuze voor de Kameroense politiek activist Yvan Sagnet (ten tijde van de opnames ‘uiteraard’ 33 jaar oud) als Jezus is tekenend voor het soort hybride uitgangspunt dat The New Gospel vanuit die sociaalpolitieke context heeft aangenomen.

The New Gospel

Een racistisch doodsoordeel
Het ‘nieuwe evangelie’ is een interpretatie van Jezus’ leven en dood als een banier voor de onderdrukten. Het universele verhaal van een geofferde rechtvaardigde spiegelt het lot van de migranten in Matera. In een sleutelscène schreeuwen de dorpsbewoners als eerste om ‘de dood van de zwarte’. Dát is wat er vertaald wordt, en dát is wat kijkers mogen begrijpen. Slachtoffer en dader zijn zo scherp geaccentueerd dat het ongemakkelijk wordt. Bijvoorbeeld als de crew van de film een niet-acteur laat improviseren dat hij Jezus geselt en bespot. De camera blijft een paar minuten draaien en de racistische uitingen zijn niet van de lucht.

Deze vertaalslag van het Midden-Oosten van de eerste eeuw naar het hedendaagse ‘witte’ racisme ten opzichte van een ‘zwarte Messias’ valt puur historisch gezien niet te verdedigen. Jezus werd geboren in dezelfde regio als veel mensen die in het heden racistisch bejegend worden. Hij was geen ‘witte’ man in de politiek platgetreden zin van het woord.

Dat laatste neemt niet weg dat racisme zonder twijfel een bepalende rol speelt in de manier waarop migranten in Italië als tweederangs ‘burgers’ worden weggezet. De vraag is alleen of de overwegend onbeholpen theaterscènes (het helpt in dit geval niet dat de crew óók het proces van het filmen en instrueren in beeld brengt) en het gemobiliseerde Jezusverhaal aan die realisatie kunnen bijdragen of er eerder iets aan afdoen.

The New Gospel

In de sleutelscène van het doodsoordeel spelen de toeschouwers (dorpsbewoners of gemobiliseerde voorbijgangers) nadrukkelijk een rol. Juist omdat die rol hen politiek zo nadrukkelijk wegzet als ‘daders’, was het waardevol geweest als Rau meer nadruk had gelegd op daadwerkelijke interacties tussen dorpsbewoners en migranten. Zijn het te allen tijde de bewoners zelf die wegkijken? Ligt de verantwoordelijkheid bij de werkgevers? Of moet de keten worden doorgetrokken naar de Italiaanse overheid? De inzichten blijven fragmentarisch, mede omdat de film die fragmentarische aanpak in zijn hybride uitgangspunt omarmt.

Niets nieuws onder de zon
De referentierijke aard van de film maakt het ten slotte schier onmogelijk zijn politieke lading volledig op zichzelf te beoordelen. Pasolini’s Jezus (Il Vangelo secondo Matteo, 1964) was ook een marxistisch icoon, een eventuele ‘eerste communist’, en de opvatting van het Christendom als een politieke strijd voor de onderdrukten staat ideologisch centraal in de bevrijdingstheologie (een belangrijke stroming in vooral Latijns-Amerika, pakweg vanaf de jaren zestig). Een belangrijke vertegenwoordiger van die stroming zit op het moment van schrijven in zijn pauselijke zetel. In die zin is er dus niets nieuws onder de zon. Het is makkelijk inzichtelijk te maken waarom Rau deze specifieke politieke interpretatie van Jezus’ verschijnen in deze tijd wéér wil delen, maar dat neemt niet weg dat hij uiteindelijk niets wezenlijks inbrengt.

The New Gospel is te zien vanaf donderdag 25 maart op picl.nl

 

21 maart 2021

 

ALLE RECENSIES

Perfumed Nightmare

**
IFFR Unleashed – 1978: Perfumed Nightmare
Van de derde naar de eerste wereld

door Tim Bouwhuis

Een Filipijnse taxichauffeur droomt van een sprookjesbestaan als astronaut. Geïnspireerd door Amerikaanse radio-uitzendingen richt hij halverwege de jaren zeventig een fanclub op voor raketarchitect Wernher von Braun. Wat blijft er van zijn dromen over als hij de derde wereld daadwerkelijk verlaat voor een reis naar het westen?

Perfumed Nightmare (Mababangong Bangungot) is bij uitstek geboren op de montagetafel: het ritme van de film wordt bepaald door de associatieve wijze waarop 16mm-beelden uit de Filipijnen, Parijs (het ‘tussenstation’ richting een gehoopte eindbestemming in de VS) en Zuid-Duitsland (de wieg van Von Braun) aaneen gemonteerd zijn. De som van beeld en voice-over is als een reislogboek waarin regisseur annex hoofdpersoon Kidlat Tahimik zijn lokale, en deels autobiografische perspectief probeert toe te passen op de plaatsen die hij bezoekt.

Perfumed Nightmare

Krasje wordt breuk
Zo doen de roltrappen in Frankrijk hem denken aan de brug die de film opent en toegang tot zijn afgelegen woonplaats mogelijk maakt. Waarom kunnen mensen in zijn land niet fabriceren wat hier de standaard is, vraagt hij zich in eerste instantie nog af. Het duurt echter niet lang voor Kidlats ideaalbeeld van westerse voorspoed krasjes begint te vertonen.

Sowieso was er al de koloniale geschiedenis van de Filipijnen, in het politiek-culturele geheugen van zijn familie gegrift door de (spoorslags benoemde) ervaringen van zijn vader. Op reis ontdekt hij meer: wat klein en bescheiden kán, wordt door westerlingen nog altijd groot gemaakt, ook als er dan sprake is van verspilling. En natuurlijk laat alles zich uitdrukken in geld. Het begint bij spijkerbroeken en eindigt bij wapens, dicht een Parijse handelaar hem toe. Marktkapitalisme faciliteert het militair-industriële complex.

Kroniek of droombeeld
Kidlats oorspronkelijke naïviteit en zijn reis naar inzicht worden zo opzichtig via de voice-over uitgespeeld dat de film aan geloofwaardigheid inboet. De hoofdpersoon omarmt de radio-uitzendingen over de Apollo-landing en de rol van Von Braun als een tiener die van zijn ouders een NASA-sweater in zijn handen krijgt gedrukt. Een dergelijk dromerig uitgangspunt valt echter moeilijk te rijmen met de politiek en sociaal-cultureel bewuste manier waarop Tahimik al vanaf het begin van Perfumed Nightmare als volleerd onderzoeker de koloniale geschiedenis van de Filipijnen verweeft met antropologisch georiënteerde registraties van lokale rituelen.

De film had baat gehad bij een scherpe keuze tussen laatstgenoemde vorm van cinema of een vertelling over het lot van Kadlits didactisch geladen droombeeld, dat natuurlijk gedoemd is om als een nachtkaars uit te gaan. Het eerste alternatief is gelaagd, het tweede niet. Wat ook niet meehelpt, is dat de reis naar zelfinzicht in Perfumed Nightmare nauwelijks dramatische zeggingskracht meekrijgt. De regisseur en hoofdpersoon komt zelf immers weinig in beeld, en de voice-over, die duidelijk maakt hoe zijn blik verandert, is te eendimensionaal en repetitief van toon.

Perfumed Nightmare

Cinema Novo
Deze film is aan te dragen als een goede erfgenaam van de stroom onafhankelijk geproduceerde derde wereldcinema die in de jaren zestig onder de naam Cinema Novo ontsprong in Brazilië. Zo zou je Perfumed Nightmare bijvoorbeeld zij aan zij kunnen bekijken met een titel als Memorias del Subdesarrollo (Memories of Underdevelopment, Tomás Gutiérrez Alea, 1968), waarin de (ditmaal rijke en geschoolde) hoofdpersoon op Cuba in voice-over reflecteert op de transformatie van de maatschappij onder Amerikaanse invloed. De paradox van filmmakers als Glauber Rocha (doorgaans genoemd als de belangrijkste filmmaker in de Cinema Novo), Alea en ook Tahimik is dat hun werk juist in het door hen zo bekritiseerde westen is vertoond, gezien en geprezen.

Perfumed Nightmare ging in 1977 in première op het filmfestival van Berlijn en maakte vervolgens in 1978 deel uit van het IFFR-programma (in die tijd kon dat nog). Tahimik weigerde financieel te profiteren van het succes van zijn debuutfilm, die naar eigen zeggen was gemaakt voor een tiende van wat een Filipijnse langspeler toentertijd gemiddeld kostte. Hij spitste zich verder toe op niet-commerciële producties en maakte in eigen land onder andere een aantal documentaires. Perfumed Nightmare is in het westen nog altijd zijn meest bekende film.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 7 april 2021.

22 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

IFFR 2021: Blik op het binnenland

IFFR 2021 (februari-editie) – Deel 3:
Blik op het binnenland

door Tim Bouwhuis

Twee lichtvoetige kanshebbers in de Tiger Competition ademen een vrije, zomerse sfeer die de coronacrisis doet vergeten. Looking for Venera en I Comete – A Corsican Summer portretteren het binnenland van respectievelijk Kosovo en Corsica met een scherp oog voor lokale tradities en de (jonge) bewoners. Het absolute competitiehoogtepunt tot nu toe komt uit Thailand.

De gefocuste coming-of-age-vertelling Looking for Venera steekt mooi af tegen het meer springerige, fragmentarische I Comete. Looking for Venera is op het eerste oog een film zoals er vele anderen bestaan: een redelijk schuchter tienermeisje zoekt naar haar (seksuele) identiteit, kijkt op naar haar zelfverzekerde vriendin en worstelt om los te komen van haar traditioneel ingestelde ouders. De uitwerking is innemend en overwegend subtiel genoeg, maar het is de setting die dit langspeeldebuut van Norika Sefa ook daadwerkelijk onderscheidend maakt. Sefa slaagt erin een klein Kosovaars dorpje om te toveren tot een ware microkosmos, waarin zelfs de jongste bewoners zich zodanig op hun gemak voelen dat ook kijkers zich thuis kunnen wanen.

Looking for Venera

Definitie boven verandering
Het is waardevol dat Venera (een gouden debuutrol van Kosovare Krasniqi) voor de verandering in dit genre eens geen ingrijpende karakterverandering hoeft te ondergaan. We zien duidelijk hoe de mensen in haar omgeving en het proces van ouder worden invloed uitoefenen op haar houding en gedrag, maar dat betekent nog niet dat zij als mens ingrijpend verandert; ze leert alleen geleidelijk haar eigen plaats in de wereld meer definitie te geven. Kijkers kunnen Venera zo überhaupt leren kennen terwijl zij zichzelf béter leert kennen. In die lijn van denken stelde Sefa tijdens een Tiger-persconferentie dat het perspectief van kijkers op die manier misschien wel meer verandert dan dat van Venera zelf – vandaar ‘Looking for Venera’.

Als coming-of-age-vertelling heeft deze film de potentie om wereldwijd aan te spreken, maar Sefa’s beeld van de dorpse omgeving is wel degelijk sterk ingebed in haar kennis van de lokale waarden, tradities en geschiedenis. Engelse taallessen voor de jeugd brengen (impliciete) verwijzingen naar de burgeroorlog met zich mee. Geroddel is aan de orde van de dag en ‘toeschietelijke’ jongedames (zoals Venera’s vriendin en lichte tegenpool Dorina) worden met de nek aangekeken. De traditionele rolverdeling tussen ouders zorgt voor het (helaas wat typisch uitgewerkte) gegeven dat moeders hun drang naar vrijheid soms onderdrukken om hun echtgenoot niet tegen zich in het harnas te jagen.

Dagboek van een draaiboek
Als dwarsdoorsnede van een dorpse omgeving doet Looking for Venera denken aan I Comete van de Franse regisseur Pascal Tagnati. De toon, mate van focus en camerastijl (Tagnati werkt met meer uitgesproken geënsceneerde, lange opnames die elkaar stelselmatig opvolgen) mogen dan verschillen, ook I Comete laat zien hoe een ‘vergeten’ plaatsje in het Europese binnenland balanceert tussen de genadeloze modernisering en de blijvende lokroep van traditie en sociale isolatie.

I Comete – A Corsican Summer

Trap niet in de valkuil te denken dat deze film standhoudt als documentaire: de meeste taferelen en dialogen komen onmiskenbaar uit een draaiboek, maar schetsen wel een aandoenlijk en divers beeld van een voorgestelde gemeenschap. Op momenten bedient Tagnati zich helaas wel heel erg van platitudes, met name als hij weergeeft hoe amateurporno de beeldschone natuur ook niet bespaard is gebleven. In een andere scène wordt een doodscultuur onder de jeugd verbeeld op de bedompte tonen van een nadrukkelijk aanwezige soundtrack. Aan de muur hangt een poster van Kurt Cobain.

Gelukkig profiteert Tagnati’s demonstratieve regie uiteindelijk van de hybride opzet: voor ieder banaal of nihilistisch tafereel is er wel een grap of lichtvoetige ontmoeting in het dorpse ‘centrum’ dat de boel qua toon net voldoende in balans brengt. Een voetbalfan klaagt over het gebrek aan ‘eigenheid’ onder Europese topteams en verraadt zo zijn eigen kijk op multiculturalisme. Een (privé?)helikopter landt uit het niets naast een buitenhuis. Een grootmoeder legt vanuit haar luie stoel geduldig uit wat er zoal mis is met ons continent. Europa is voor technocraten en bankiers. We moeten onze mond houden en doen wat ons wordt verteld. Ze spelen de armen onder elkaar uit. En vervolgens: Ik ga mijn soapopera kijken – geef jij de geraniums water?

Tocht naar de duisternis
Na het bespreken van twee vergelijkbare titels mag een vreemde eend in de bijt door zijn eigenzinnige klasse niet ontbreken. Competitietopper The Edge of Daybreak van de Thaise regisseur Taiki Sakpisit deed ondergetekende verreweg het meest balen dat Pathé Schouwburgplein dit festivaljaar niet beschikbaar mag zijn. Contrastrijke zwart-witbeelden en onheilspellende geluiden begeleiden een donkere tocht door de recente politieke geschiedenis van het land.

The Edge of Daybreak

The Edge of Daybreak is een film met lagen van perspectief: centraal staat een vrouw die getroffen is door trauma, van daaruit bekijken we het lot van een volledige familie, en op meta-niveau gaat de verbeelding over twee breekpunten in de recente geschiedenis van Thailand; een reeks studentenopstanden in de jaren zeventig en een militaire coup in 2006. Naarmate de film vordert, trekt de camera steeds verder de duisternis in, alsof de getraumatiseerde psyche van de hoofdpersoon direct samenvalt met een tocht terug in de tijd. In een interview na afloop van de online screening stelde Sakpisit dat de exacte tijdsbepaling voor kijkers niet eens zozeer van belang hoeft te zijn. The Edge of Daybreak is een bedwelmende ervaring, ergens tussen droom en realiteit, die historisch geïnformeerd trauma op een zintuiglijke manier invoelbaar maakt.

Op 7 februari wordt bekendgemaakt welke film de Tiger wint en welke speciale juryvermeldingen daar nog bijkomen. The Edge of Daybreak is na vrijdag 5 februari helaas niet meer te streamen, maar tickets voor Looking for Venera en I Comete zijn op het moment van schrijven nog beschikbaar via de IFFR-website.

 

6 februari 2021

 

IFFR 2021 (februari-editie): Deense grimmigheid in gretig opgeklopte vertellingen

IFFR 2021 (februari-editie): Fantasierijke producties

IFFR 2021 (februari-editie): Zwart-wit en wraak op mannen 

IFFR 2021 (februari-editie): Decepties en illusies

 

MEER FILMFESTIVAL

IFFR 2021: Deense grimmigheid in Shorta en Riders of Justice

IFFR 2021 (februari-editie) – Deel 1 :
Deense grimmigheid in gretig opgeklopte vertellingen

door Tim Bouwhuis

Ondanks de afgeslankte line-up zijn er tijdens het eerste luik van deze IFFR-jubileumeditie toch twee redelijk vergelijkbare films uit Denemarken te zien. Shorta en Riders of Justice ademen actualiteit door aan de hand van grimmige, gretig opgeklopte vertellingen thema’s als politiegeweld, terrorisme en complotdenken te behandelen.

Helaas zorgen de aangezette, uitgelijnde scenario’s er in beide gevallen voor dat de uitwerking van die thema’s zich nauwelijks serieus laat nemen. Let op: om deze kritiek concreet te kunnen maken, neemt dit verslag het niet al te nauw met spoilers.

Adrenaline en amusement
Shorta, het regiedebuut van Frederik Louis Hviid en Anders Ølholm, begint letterlijk met een “I can’t breathe”-moment. Een tiener wordt bekneld door twee politieagenten. Dat zij blank zijn, en hij niet, mag natuurlijk geen toeval zijn. Even later leren we uit een nieuwsfragment dat de tiener Talib heette en dat het voorval hem uiteindelijk fataal is geworden. Twee andere politieagenten begeven zich op dat moment richting Svalegården, een buurt die zo berucht is dat de politiemacht van Kopenhagen haar doorgaans mijdt. In het kielzog van een verdacht voertuig belanden de twee hoofdpersonen er uiteraard wél, waarop het niet lang duurt voor de boel uit de hand begint te lopen.

Shorta

Svalegården blijkt een soort ‘Hotel California’: de agenten raken zodanig ingesloten dat ze op den duur – ironisch genoeg – ronddolen in een gevangenis zonder spijlen. De avond valt, er wordt geschoten en de geluidsband draait overuren. Deze thriller, die ook nog eens rijk aan actie is, zadelt kijkers zo al dan niet expliciet op met een dilemma. Shorta (een Arabische, vaak laatdunkend gebruikte term voor de politie) is pure adrenaline, en dus voor velen (puur) entertainment. De thema’s die de film aansnijdt vragen echter juíst om een meer nuchtere analyse, waarin de kritieke karakterschetsen en de vele plotwendingen niet direct naar de marge verdwijnen door het hoge verteltempo.

In een interview na afloop van de online vertoning stelde een van de regisseurs dat hun intentie altijd was geweest om geen directe oplossingen te presenteren voor de problematiek (sociaaleconomische verloedering, stelselmatig racisme, spiralen van geweld) die Shorta inzichtelijk poogt te maken, maar, vrij geparafraseerd, juist de grijze ethische gebieden te verkennen die je automatisch betreedt als je het oog van de storm eenmaal bereikt hebt. Curieus genoeg komt de film alleen allesbehalve grijs over.

Plot vol tegenstellingen
Het begint met de twee hoofdpersonen, die vrij letterlijke tegenpolen van elkaar zijn. Mike (Jacob Lohmann) is een barse alfa die zich makkelijk op laat hitsen, en het aan het begin van de film uitschatert als zijn collega een misplaatste anekdote over zigeuners vertelt. Jens (Simon Sears) voelt zich duidelijk wat ongemakkelijk als Mike zigeuners na zijn schaterlach verder begint te discrimineren, en het daarbij eigenlijk heeft over ‘vreemdelingen’ in het algemeen. “Dit is Denemarken niet”, roept hij even later. Op dat moment zijn de twee al even gearriveerd in Svalegården, wat de regisseurs duidelijk hebben gemaakt door de agenten in slow motion uit het autoraam naar een passerende moslima te laten kijken. Het conflict tussen de agenten en de buurtbewoners begint met een sleutelscène: een tiener wordt staande gehouden en door Mike tot zijn onderbroek aan toe gefouilleerd. Op de achtergrond zwelt het gejoel aan, en als de agenten deze Amos (Tarek Zayat) met zich mee willen nemen, vliegt de eerste steen tegen de autoruit.

De overduidelijke verschillen tussen de twee agenten zijn een zwakke, doorzichtige basis voor de verdere verloop van de plot. Het is een kwestie van tijd voor Jens, die steeds openlijker gaat twijfelen aan het politieoptreden dat tot Talibs dood leidde, en Mike, die stelt dat politieagenten het koste wat het kost voor elkaar moeten blijven opnemen, met elkaar op de vuist zullen gaan. De twee agenten wekken bewust of onbewust de indruk dat de politiemacht in twee kampen kan worden verdeeld. Die indruk blijft zelfs bestaan als de regisseurs (die het scenario ook voor hun rekening namen) plotwendingen gaan gebruiken om de dramatische spanning te verhogen. Aan de ene kant moet Mike op haast therapeutische wijze zijn vooroordelen onder ogen zien als hij door een verwonding afhankelijk wordt van, jawel, de goedwillende medische verzorging van Amos’ nietsvermoedende Pakistaanse moeder. Aan de andere kant zal Jens uiteindelijk een voor zichzelf traumatische gebeurtenis veroorzaken die het vertrouwen in zijn eigen werk definitief wegneemt.

Kijken naar “de ongelukkigen”
In iedere wending is zo duidelijk de pen van de scenaristen te herkennen dat de geloofwaardigheid telkens ver te zoeken blijft. Shorta doet wat dat betreft sterk denken aan het overmatig gelauwerde Les Misérables (Ladj Ly, 2019), waarin de agenten (daar zijn het er drie) eveneens verschijnen als karikaturen die elkaar naadloos aanvullen in hun gedrag en blik op de situatie. Ook in die film raken de agenten geïsoleerd in een zogenoemde probleembuurt waar de vlam steeds feller in de pan slaat (en zigeuners toevallig ook een belangrijke rol in het conflict spelen).

Niemand twijfelt eraan dat deze “probleembuurten” (tussen aanhalingstekens, want de politie is (mede) verantwoordelijk) bestaan, en het is op zichzelf ook zeker geen probleem dat de regisseurs van beide films geen directe oplossingen kunnen of willen voorzien. De dwarsliggers zijn de rigide scenario’s, die aangezette karakterschetsen en plotontwikkelingen op de context projecteren en de integriteit van het geheel op die manier aantasten.

Regisseur met handtekening
Een vergelijkbaar manco ondermijnt Riders of Justice, de film die vooraf breed werd uitgelicht als programma-opener en in principe ook nog regulier zal worden uitgebracht. Regisseur Anders Thomas Jensen (Adam’s Apples, Men & Chicken) heeft de afgelopen twintig jaar een behoorlijke status opgebouwd in het mixen van drama en donkere humor, niet in de laatste plaats dankzij zijn vaste acteurs Mads Mikkelsen (Casino Royale, Jagten) en Nikolaj Lie Kaas (Reconstruction, de Dossier Q-reeks). Riders of Justice is duidelijk herkenbaar als een komedie van zijn hand; de vraag is alleen of de verkozen wisselingen van toon en insteek ook daadwerkelijk goed uitpakken.

Riders of Justice

Het drama begint met een bomaanslag in de metro, die de moederfiguur wegvaagt uit de levens van militair gediende Markus (Mikkelsen) en zijn dochter Mathilde (Andrea Heick Gadeberg). Markus’ boosheid kan geen kant op en zijn trauma krijgt langzaam vorm. Zijn dochter is ontvankelijker voor hulp, maar haar vader blokkeert iedere poging tot toenadering en raadt haar ook af om spirituele troost te zoeken. Er was waarschijnlijk lang geen schot in de situatie gekomen als Markus niet zou zijn opgezocht door de excentriekelingen Otto en Lennart (Kaas en Lars Brygmann). Deze verstrooid uitziende whizzkids, die in de meest willekeurige situaties met onmogelijke statistieken komen aanzetten, zijn ervan overtuigd geraakt dat de aanslag in de metro geen ongeluk was. Aan de hand van kansberekeningen, getuigenobservaties van Otto en de nodige hulp van een al even excentrieke hacker (Nicolas Bro) komen de twee tot een samenzweringsthese die in de richting wijst van motorclub Riders of Justice.

De radicalisering van ‘complotdenkers’
Je kunt Jensen en zijn groteske typetjes een aantal geslaagde grappen zeker niet ontzeggen, maar toch raakt de film al snel verstrikt in de verschillende netten die hij zelf uitgooit. Zo heeft de verhaallijn rond het verdriet van Mathilde en de band met haar vader best wat potentie, maar wordt iedere aanzet tot welgemeend drama door Jensen zelf weer om zeep geholpen. Mikkelsen acteert goed, zoals we van hem gewend zijn, en Gadeberg is erg beloftevol, maar de meeste andere acteurs schmieren er bewust op los, waardoor de personages nooit geloofwaardig bij elkaar komen.

Dat heeft vooral consequenties als de samenzweringsthese van het drietal het ensemble daadwerkelijk aanzet tot gewelddadige actie. Moeten kijkers daadwerkelijk geloven dat een computernerd zijn onderdrukte frustraties moeiteloos botviert op een volautomatisch geweer, en hooguit even twijfelt om de genadeklap uit te delen? Natuurlijk niet, dat is de aangezette genre-insteek, maar daar komt de film wel in de knel met de duidelijk doorschijnende boodschap over het voorgestelde gevaar van complottheorieën en, daaraan gelinkt, van extremisme of radicalisering.

Riders of Justice

Riders of Justice behandelt dat flink geactualiseerde onderwerp op de meest banale manier mogelijk: de twee ‘complotdenkers’ van dienst maken één cruciale fout, waardoor er aan het einde van de rit overal lijken op straat liggen. De getraumatiseerde Markus wordt daarbij meegesleept in de überhaupt giftige gedachte dat er wraak valt te behalen, waardoor hij zijn militaire kennis en fysiek op gruwelijke wijze misbruikt.

Door de gewelddadige loop krijgt Jensens blik op de samenzweringsthese enorm veel gewicht, maar dat gewicht is niet terecht, aangezien Jensen in een interview ook niet veel verder komt dan de holle leus ‘Complotdenkers, het zijn allemaal losers!’. Riders of Justice zit zo verstrikt in de spanning tussen het luchtige amusement dat Jensen met zijn karakteristieke zwarte humor brengt en de serieuze onderwerpen waar hij op gedramatiseerde wijze iets over wil zeggen.

Shorta en Riders of Justice zijn allebei online te zien (geweest) tijdens dit eerste luik van de IFFR-jubileumeditie. Shorta is nog beschikbaar tot en met vrijdag 5 februari om 16:00, Riders of Justice tot en met donderdag 4 februari om 21:30. Van deze twee titels zal alleen Riders of Justice met zekerheid nog regulier fysiek en/of ‘on demand’ uitgebracht worden.
In een tweede, later te verschijnen verslag aandacht voor positieve hoogtepunten uit de Tigercompetitie.

 

4 februari 2021

 

IFFR 2021 (februari-editie): Fantasierijke producties

IFFR 2021 (februari-editie): Blik op het binnenland

IFFR 2021 (februari-editie): Zwart-wit en wraak op mannen 

IFFR 2021 (februari-editie): Decepties en illusies

 

MEER FILMFESTIVAL

Terugblik filmjaar 2020 – Deel 7: Blikvangers en donkere spiegels

Terugblik filmjaar 2020 – Deel 7:
Blikvangers en donkere spiegels

door Tim Bouwhuis

Een overvloed aan alarmerende koppen over uitgestelde releases kon in 2020 gemakkelijk de indruk wekken dat er nauwelijks nog nieuw werk te bekijken viel. Niets was echter minder waar: in de periodes dat de Nederlandse bioscopen en filmtheaters niet gesloten waren, regende het onverminderd releases. Met grote dank aan de belangrijkste filmfestivals.

A Hidden Life

A Hidden Life

Primeurs en blikvangers uit Cannes, Venetië en Berlijn arriveren vrijwel standaard met een minimale vertraging van enkele maanden in de Nederlandse zalen. Ze zijn minder afhankelijk van de commerciële en financiële hetzes die vereisen dat blockbusters globaal gelijktijdig kunnen inklokken. Dat we in 2020 gezette hypes als No Time To Die (Cary Joji Fukunaga) en Dune (Denis Villeneuve) nog niet konden zien, had dan ook meer te maken met geld en beleid dan met reële obstructies in productieprocessen. Ook festivals hoeven nog niet direct te vrezen dat ze niets meer te vertonen hebben: zo lang de crisis geen volledige stop zet op fondsen en investeerders, en producties onder nieuwe voorwaarden hervat kunnen worden, volgt er eerder een overschot dan een tekort aan aanwas.

Filmtheaters, filmfestivals en online
In de filmzaal zelf bleven de grootste vraagstukken nog even van later zorg. Nederlandse filmtheaters vertoonden in 2020 vooral titels die het levenslicht al zagen voor de crisis de vaste hoop op een zo groot mogelijk publiek als een nachtkaars doofde. Hoewel? Begon ik het jaar nog op het IFFR (International Film Festival Rotterdam), waar eind januari en begin februari nog niets van de misère in China te merken was, in november sloot ik het festivalseizoen grotendeels achter mijn computer af. Dankzij het landelijke zaalprogramma van IDFA (International Documentary Festival Amsterdam) kon ik twee titels in een nabijgelegen filmtheater bekijken. De rest zag ik online, met een antieke strippenkaart. Mits je server het toelaat, is de hoeveelheid publiek dan ineens niet meer het grootste probleem. De manier van kijken wel.

Het nieuwe festivalkijken lijkt er zo uit te zien: drie minuten voor aanvangstijd slinger je je scherm aan, en laat je je dirigeren naar een wachtruimte annex advertentiekanaal. Het beeld ververst: één van de programmeurs introduceert de film, die je vervolgens in de niche van je (huis)kamer in je opneemt. Direct na de film schakelt de programmeur via Zoom in met de regisseur(s) en/of een gesprekspartner die iets kan zeggen over het onderwerp. Daarna kun je praktisch direct douchen en je bed in. Er is wel een chatbox, maar de comments blijven oppervlakkig. Er is geen gedeelde ervaring, naar huis reizen is ook niet nodig. IDFA deed zijn uiterste best, en van storingen heb ik gelukkig geen last gehad, maar toch voelde het digitale festijn meer als een vorm van isolatie dan als de beoogde pleitbezorger van verbinding.

En dus spoedde ik me in 2020, waar en wanneer dat mogelijk was, telkens weer naar het filmtheater. Ik ben dankbaar dat ik films daar nog altijd kon zien zoals ze gezien horen te worden: met optimaal beeld en geluid, en in het bijzijn van anderen, voor zover dat binnen de teruggeschroefde zaalcapaciteit van toepassing was. Natuurlijk was niet alle cinema hoopvol en escapistisch. Je spreekt het ideaal uit dat films de wereld opentrekken en geen mondkapjes hoeven te dragen, maar daar dacht de ‘’Protagonist’’ (stijlfiguur en hoofdrolspeler ineen) van de grootste release dit jaar (Tenet van Christopher Nolan) toch echt anders over.

Cinema was in 2020 even vaak een uitlaatklep als een donkere spiegel. De films die ik zag riepen de wereld om me heen even vaak op als ze haar afweerden. In de onderstaande selectie van hoogtepunten (reguliere releases, streaming en festivals) heb ik gepoogd beide uitersten samen te brengen in een mooie reeks filmtips. Op nieuwjaarsdag presenteert InDeBioscoop ‘de IDB-film van het jaar 2020’ met titels die in 2020 een Nederlandse release hebben gekregen, fysiek en/of On Demand. Mijn top 3 voor die lijst heb ik onderaan de selectie van hoogtepunten bijgesloten. Indien van toepassing verwijzen de hyperlinks naar artikelen/recensies van eigen hand.

A Land Imagined

A Land Imagined

Hoogtepunten
A Land Imagined (Yeo Siew Hua, 2018, regulier)
A Sun (Chung Mong-Hong, 2019, Netflix)
A White, White Day (Hlynur Pálmason, 2019, Film Fest Gent 2019)
Blind Spot (Tuva Novotny, 2018, On Demand-release)
Cemetery (Carlos Casas, 2019, IFFR 2020)
Dwelling in the Fuchun Mountains (Gu Xiaogang, 2019, IFFR 2020)
Fire Will Come (Oliver Laxe, 2019, Film Fest Gent 2019)
Holler (Nicole Riegel, 2020, LIFF 2020)
Identifying Features (Fernanda Valadez, 2020, Roffa mon Amour via MOOOV)
Irradiés (Rithy Panh, 2020, Film Fest Gent 2020)
Malmkrog (Cristi Puiu, 2020, Film Fest Gent 2020)
Moving On (Yoon Dan-Bi, 2019, IFFR 2020)
Oeconomia (Carmen Losmann, 2020, IDFA 2020)
One Day (Zsófia Szilágyi, 2018, Previously Unreleased)
The Day After I’m Gone (Nimrod Eldar, 2019, MUBI)

Volledige overzicht hier.

Reguliere top-3 2020
1. A Hidden Life (Terrence Malick, 2019)
2. Beanpole (Kantemir Bagalov, 2019)
3. Ghost Tropic (Bas Devos, 2019)

 

30 december 2020

 

Terugblik filmjaar 2020 – Deel 1: Het jaar van de vrouw
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 2: Beste lezer, over 25 jaar…
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 3: Film op rantsoen
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 4: Een beetje escapisme kunnen we wel gebruiken
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 5: Gecontroleerd uitrazen
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 6: Herwaardering collectieve ervaring
Terugblik filmjaar 2020 – Deel 8: Vijf films die ik voor het eerst zag

Staak het bepleiten van disclaimers bij films en televisieseries

Staak het bepleiten van disclaimers bij films en televisieseries!

door Tim Bouwhuis

Netflix is het Nieuwe Roken, dus kom met disclaimers”. De kop van dit opiniestuk, dat op 8 december gepubliceerd werd door de Volkskrant, deed me beslissen om tóch een discussiestuk te publiceren over wat mijns inziens een non-discussie zou moeten zijn. Steeds vaker klinkt in het kunst- en medialandschap de surreëel aandoende roep om oude en nieuwe films en series zorgvuldig te gaan etiketteren.

Het opiniestuk in de Volkskrant volgde naar aanleiding van het vierde seizoen van royaltyserie The Crown (2016-heden), dat op 15 november 2020 in première ging op Netflix. Jacqueline Kleijer haakt in haar bijdrage in op een oproep van Oliver Dowden, de Britse minister van Cultuur, om via disclaimers te gaan benadrukken dat het hier een ‘fictionele representatie’ van het koningshuis betreft. Binnen een mum van tijd was de oproep verheven van nieuwsfeit tot discussie, te meer omdat Netflix op 5 december reageerde dat de gevraagde disclaimers er voorlopig niet gingen komen.

The Crown seizoen 4

Kunst voor een koninklijk publiek
In het geval van The Crown compliceren de hoofdpersonen van de serie op voorhand in bijkomende mate de argumenten die op tafel worden gelegd. Aangezien leden en vertrouwelingen van de koninklijke familie meekijken, al dan niet naar verluidt, is de vraag in dit geval niet alleen hoe ver je kunt gaan in het uitspelen van de dialoog tussen waarheid en fictie, maar ook wie de macht (mogen) hebben om machtige mensen te representeren. De getroebleerde weergave van het huwelijk tussen prins Charles (Josh O’Connor) en prinses Diana (Emma Corrin) gaat verder dan mogelijke discussies over smaad en representatie. Zéker Diana neemt een speciale plaats in binnen het collectieve (Britse) geheugen. Omdat zij er plots niet meer was om haar eigen beeld te bepalen, laat staan te herkennen. De doden praten niet meer terug; Diana’s broer daarentegen, Charles Spencer, schaarde zich achter de oproep van Dowden. Ook prins William, de oudste zoon van het stel, zou ontstemd zijn.

Laat de kwestie van wie er gerepresenteerd worden míjn disclaimer zijn, voor ik overga op mijn problemen met de suggestie van disclaimers op Netflix. De mensen die centraal staan in een film of serie mogen op zichzelf nooit de doorslaggevende reden zijn om hun representatie in te kaderen dan wel te censureren. Wat mij betreft is dat namelijk het belangrijkste dat opvalt aan de discussie zoals die nu door internationale en landelijke media gekaderd en ingekleurd wordt: telkens opnieuw wordt benadrukt dat het hier gaat om een vervaagde lijn tussen feit en fictie, ingegeven door de initiële status (en duidelijk gearticuleerde makersintentie) van The Crown als een overwegend ingelichte en doordachte royaltyserie. Kijkers zouden in een tijdperk van ‘fake news’ en misinformatie ‘de waarheid’ over het gerepresenteerde niet meer kunnen onderscheiden.

In die gretig verspreide zorg om ‘de kijker’, die kennelijk stelselmatig dommer wordt geacht dan de gemiddelde vertegenwoordiger van een nieuws- of mediaconcern, ontbreekt vrijwel altijd één cruciale noemer: het gewicht, de invloed, de draagkracht en het eventuele motief van de uitspraken en/of de spreker die de wens van een disclaimer naar voren brengt. Was er een mediadebat geweest zonder de oproep van de belangrijkste cultuurvertegenwoordiger binnen de Britse overheid? En waar hadden we gestaan als er geen sprake was geweest van kritische kijkers binnen en nabij de koninklijke familie, en we onze pijlen daarentegen hadden gericht op, pak ‘m beet, de door History Channel uitgezonden serie Vikings (2013-heden)?

De perfecte paradox van fictie
Het belangrijkste argument in de ‘discussie’ over het al dan niet toevoegen van disclaimers zou in mijn ogen altijd voor zichzelf moeten (blijven) spreken. Ik verwees er impliciet al naar toen ik ‘fictionele representatie’ in de eerste alinea van de hoofdtekst tussen aanhalingstekens plaatste. ‘Fictionele’ is een pleonasme, een eigenschap die de term representatie van zichzelf al bezit. Kunst is nooit neutraal of objectief; dat is wat kunst kunst maakt, en dat is waarom het bekijken ervan zo mooi en fascinerend kan zijn. Kunst herbergt beslist hogere waarheden, maar die waarheden komen altijd tot ons via de interpretaties van makers en de ogen van kijkers. Het is de perfecte paradox van fictie. Ook documentaires ontsnappen niet aan de blik van het subjectieve individu. De oprechte intentie om via kunst de waarheid te vangen, is wel degelijk waardevol; daar hoeft niemand iets op af te dingen. Wordt deze intentie echter een obsessief doel op zich, dan is het project gedoemd te falen.

The Crown seizoen 4

Kijkers mógen dit weten, horen dit ook te weten. In mijn ogen weten ze dit negen van de tien keer ook. De woordvoerder van Netflix redeneert logisch en redelijk als hij stelt dat kijkers zullen ‘snappen dat het gaat om fictie gebaseerd op historische gebeurtenissen’. Let wel: er is geen bezwaar tegen dozijnen artikelen of zelfs boeken waarin The Crown naast de bekende realiteit wordt gelegd, zo lang de serie zelf maar onaangetast kan blijven bestaan in zijn originele en/of officiële distributiecontext. In het voorafgaande schrijf ik met klem ‘bekende realiteit’, omdat de fictionele vrijheden die de makers zich veroorloven mij persoonlijk juist fascineren, ook als afgestudeerd (aspirant-)historicus. De (in machtscontexten extra zwaarwegende) scheiding tussen publiek en privaat maakt dat de gewone burger, u of ik, sowieso niet met de illusie kan rondlopen dat er een volledig transparant beeld van het Britse koningshuis te schetsen valt. Met die onzekerheid moeten we leven. Dat is geen reden tot angst of paniek, zoals zelfbenoemde hoeders van de (gerepresenteerde) waarheid steeds vaker lijken te betogen, maar een uitdaging om scherpere vragen te stellen over de mate waarin we kunst, en specifiek vermeende ‘leugenachtige’ kunst, zoal kunnen herkennen en beschouwen.

Over macht en waarheid
The Crown verafschuwen kan, bekritiseren ook. Graag zelfs. Dat voedt het gesprek over kunst, en dus over onszelf. Dat is iets anders dan een oproep tot het inkaderen van de kunstuiting zelf, een gevaarlijk voorportaal van censuur. We zouden zoveel beter moeten weten. Omdat kunst ook als beoogde ‘presentatie’ nooit volledig aan het rijk van ‘representatie’ kan ontsnappen, kunnen ook oproepen tot het inkaderen van kunst nooit neutraal zijn. Als schrijvers bij mediaconcerns en andere betrokkenen de geforceerde discussie rond het vierde seizoen van The Crown aangrijpen om het onvermijdelijk sturende gebruik van disclaimers aan te moedigen, heeft dat – bedoeld of onbedoeld – uiteindelijk meer te maken met macht dan met de zoektocht naar waarheid.

 

10 december 2020

 
ALLE ESSAYS

Film Fest Gent 2020 – Deel 2: Malmkrog

Film Fest Gent 2020 – Deel 2:
Malmkrog en het einde van cinema

door Tim Bouwhuis

De prachtige buitenopnames in de trailer van Malmkrog mogen dan anders doen vermoeden, de laatste film van de Roemeense regisseur Cristi Puiu trekt het begrip ‘kammerspiel’ naar absolute extremen. Daarbij doet dit ruim drie uur durende gespreksepos iets waar op Film Fest Gent 2020 gelukkig nog niet álles van te merken was: de cinema van en voor het grote doek trekt zich steeds verder terug binnenskamers.

In een afgelegen buitenhuis spreekt een rijk bedeeld gezelschap over grote onderwerpen van leven en dood. Filosofie, religie, geschiedenis, taal en politiek versmelten in een gelaagde opvolging van stellingen en reacties. Alsof argumenten definitief niet meer uitgesproken kunnen worden zonder dat er andere meningen tegenover staan. Alleen in Malmkrog kan er na drie kwartier debat een personage opmerken dat het misschien eens tijd wordt te gaan lunchen.

Malmkrog

Film als literair theater
Regisseur Cristi Puiu (The Death of Mr. Lazarescu, Aurora, Sieranevada) werkt met zes soepel doorlopende hoofdstukken (wél met een achronologische twist) waarin telkens een ander personage centraal staat. De individuen in de kamer belichamen verschillende wereldbeelden en neigen op momenten zelfs naar archetypes. De kritiek die hier op de loer kan liggen is dat we hier geen moment kijken naar mensen van vlees en bloed, maar naar theaterspelers, die hun beste beentje moeten voortzetten om de academische monologen van Puiu’s hand (geïnspireerd door het werk War and Christianity van de Russische filosoof Vladimir Solovyov) zonder haperingen op te zeggen. Een dergelijke redenatie gaat voorbij aan het unieke resultaat dat de regisseur met zijn bewuste keuze voor kunstmatigheid weet te boeken.

Doordat Malmkrog zorgvuldig is ingebed in tradities van literatuur en theater, kijkt de film weg als een zeldzaam prikkelende serie reflecties op de menselijke conditie en de verschillende manieren waarop wij ons bestaan betekenis kunnen geven of juist ontnemen. Pragmatisme, nihilisme, humanisme en christendom omcirkelen elkaar in een niet aflatende stroom van woorden, gewichtig vastgelegd in vakkundig geënsceneerde tableaus. Bij zo’n ontmoeting van begaafde sprekers is psychologisch realisme bewust niet het uitgangspunt. Het gaat hier om de gebalanceerde combinatie van op elkaar inwerkende karakterschetsen en levensbeschouwingen, die samen boekdelen spreken over de laatnegentiende-eeuwse (en onderhuids uiteraard ook de hedendaagse) wereld.

Het kleine doek
Malmkrog bekijken op een massief doek moet een bijzondere ervaring zijn. Wellicht overkwam het bezoekers van de afgelopen Berlinale, waar de film afgelopen februari in wereldpremière ging. In Gent was bij het programmeren ongetwijfeld al rekening gehouden met de beperkte groep mensen die zijn vrije zondagmiddag zou willen vullen met discussies zonder einde. Het kleine bovenzaaltje van Studio Skoop, één van de twee filmhuizen die standaard voor het festival worden ingezet, verstrekt de huiskamerbeleving: aandachtig kijk en luister je mee, alsof je vanuit een ingezakte fauteuil in de hoek van de kamer geen close-up meer hoeft te missen. De eerder genoemde buitenopnames kunnen de film niet meer uit zijn isolement verlossen. Cinema is hier definitief naar binnen gericht, solitair en eenzaam.

Malmkrog

In zijn afgezonderde staat spiegelt Malmkrog een gevorderd eindscenario voor de gedeelde filmbeleving. Wat is het veelal verdedigde onderscheid met literatuur en theater het medium film nog waard nu de bioscopen en filmhuizen moeten worstelen om boven te blijven, en je ook titels met de monsterlengte van Malmkrog op zijn best met een mondmasker op kunt bekijken? Niet langer kunnen filmliefhebbers onbezorgd in grote groepen de zaal binnenstappen. De omstandigheden dwingen hen de verschijning van de veelal botsende individuen in Malmkrog aan te nemen: samen in een ruimte, maar eigenlijk alleen.

Een donkere spiegel
In de tijd dat Puiu zijn film schreef, opnam en afwerkte, was van bovenstaande allemaal nog geen sprake. Juist daarom voelt het eindresultaat nog sterker aan als een onheilspellende weerslag van de tijdsgeest. Het is alsof de regisseur met dit benauwende
kammerspiel voorbij de historische façade zijn diepe zorgen uit over de staat van de huidige wereld. De apocalyps die Malmkrog heet, gaat niet alleen over culturele en spirituele vervlakking, maar ook over de angst voor het slechte in de mens en de continue dreiging van vernietiging door militair conflict. Naarmate het einde van de film dichterbij komt, valt in het landhuis de avond. Hoewel Puiu in algemene zin waarschijnlijk het meest herinnerend zal blijven om een film als The Death of Mr. Lazarescu, is dit nu al half ondergesneeuwde meesterwerk allesbehalve een voetnoot in zijn oeuvre.

 

23 oktober 2020

 

Film Fest Gent 2020 – Deel 1

 

MEER FILMFESTIVAL

Film Fest Gent 2020 – Deel 1

Film Fest Gent 2020 – Deel 1:
De schuld van één of de schuld van allen?

door Tim Bouwhuis

Op Film Fest Gent draaien er dit jaar meerdere titels die een perspectief bieden op het begrip ‘schuld’, specifiek in situaties van moord en doodslag. Filmgangers kunnen in dit straatje in ieder geval There is no Evil van de Iraanse regisseur Mohammad Rasoulof verwachten.

Deze gedegen vierledige mozaïekvertelling over de tol van militarisme en de doodstraf binnen een gesloten regime won op de afgelopen Berlinale de Gouden Beer voor beste film. In dit artikel aandacht voor twee titels waarvan vooralsnog geen releasedetails bekend zijn: Incitement van Yaron Zilberman en L’Ennemi van Stephan Streker.

There is no Evil

There is no Evil

Incitement is een dramatische reconstructie van de moordaanslag op Yitzhak Rabin (4-11-1995), die ten tijde van de Oslo-akkoorden dienst deed als premier van Israël. In de lange nasleep van het verdrag, dat Rabin en Yasser Arafat (toenmalig leider van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie, de PLO) in 1993 tekenden in het bijzijn van de Amerikaanse president Bill Clinton, groeide de spanning tussen de publiek seculier georiënteerde staat van Israël en de openlijk religieus gemotiveerde oppositie van (vooral) orthodoxe Joden. Incitement volgt Yigal Amir, een fundamentalistisch ingestelde twintiger die de geschiedenis inging als de moordenaar van Rabin. Het levert een scenario op met een onvermijdelijke climax. Regisseur Yaron Zilberman maakt in de montage zorgvuldig gebruik van archiefbeelden, die de historische daad en schuldbekentenis van Amir steeds dichterbij brengen.

De schuldvraag beantwoord?
Schuld is tastbaar en doorgrondelijk als het moment van de waarheid onder geen beding vatbaar is voor twijfel. In Incitement staat de schuld van Amir geen moment ter discussie. De moordaanslag is het zichtbare ogenblik waarop alle gedachten en motieven van de hoofdpersoon zich samenballen tot een enkel gebaar. De aftiteling geeft kijkers mee dat Amir direct schuld bekende, maar vervolgens nooit berouw heeft getoond. Dit gegeven kanaliseert onze reflectie nog meer naar de beweegredenen van de dader en onze kijk daarop; de schuldvraag op zichzelf is al beantwoord.

De Vlaams-Waalse productie L’Ennemi gaat op een radicaal tegengestelde manier om met de vraag naar schuld. Ook in deze film hangt alles samen met een enkel sterfgeval, met één essentieel verschil: het exacte moment van moord (doodslag?, zelfmoord?) blijft verborgen voor de ogen van kijkers. In de openingsbeelden is te zien hoe de dode een lied zingt terwijl de golven van de Noordzee het strand sussen. De dode is Maeva (gespeeld door Alma Jodorowsky, de kleindochter van Alejandro), een vrouw in een bloedrode jurk die tijdens haar werk als radiopresentatrice een fataal gebleken kennismaking had met de Waalse politicus Louis Durieux (Jérémie Renier). Na een tumultueuze nacht vond Durieux Maeva uiteindelijk op de vloer van hun gedeelde hotelsuite.

In een vlecht van (helaas opzichtig vormgegeven) flashbacks en gefragmenteerde stukjes informatie ontstaat een nooit volledig beeld van een raadselachtig sterfgeval. Juist mysteries zijn vaak door de werkelijkheid ingegeven: regisseur Stephan Streker (Noces, 2016) gaat in deze postmoderne verhandeling van schuld zijn eigen weg met de nieuwsbulletins rond de dood van Véronique Pirotton, de vrouw van de Waalse politicus Bernard Wesphael (2013).

Voortgang zonder evolutie
De festivaltekst bij L’Ennemi stelt onder meer dat Streker eigenlijk niet geïnteresseerd is in de waarheid rond Maeva’s dood, en belangrijker, dat dit gegeven “de kijker zou kunnen verontrusten”. L’Ennemi laat bewust na waar Incitement in zijn intrinsiek moralistische verhandeling van schuld nooit volledig aan zou kunnen ontkomen: hij maakt van de filmzaal geen rechtbank. De film bevraagt ons begrip van schuld door de waarheid over Maeva’s dood continu tussen aanhalingstekens te plaatsen. Streker toont ons een moordzaak waarbij we nooit exact te zien krijgen hoe de dame om het leven is gekomen en door wiens toedoen.

Incitement

Incitement

Wel delen we de droomwereld van de hoofdpersoon, de “dader”, krijgen we verontrustende bewakingsbeelden te zien en stromen er steeds weer stukjes info binnen naarmate het onderzoek vordert. Die voortgang is alleen geen evolutie, en in plaats van de waarheid krijgen kijkers een gespleten beeld van een individu dat balanceert tussen een publieke façade en een getroebleerd privéleven. Durieux graaft zichzelf in door tegen politieke correctheid te ageren, maar tegelijkertijd wel een hermetisch perspectief op (Vlaamse) taal en cultuur te ontwikkelen en relationeel meermaals op het randje van masochisme te balanceren. Wie merkt dat hij of zij geen sympathie voor Durieux’ instabiele gedrag kan opbrengen, zit altijd nog met een onvermogen om hem definitief schuldig te verklaren.

De schuld en het publiek
Incitement zet daar een eenduidig beeld van schuld tegenover, waarin religieuze radicalisering op (te) goedkope wijze wordt afgezet tegen democratische bemiddeling. De film is hermetisch in die zin dat de historisch gefundeerde woede van de hoofdpersoon alleen maar kan uitmonden in de onvermijdelijke aanslag. Het is voor westerse kijkers die niet religieus zijn haast uitgesloten om mee te leven met de hoofdpersoon.

Yaron Zilberman gaat nog een stap verder door ook te tonen hoe mensen religieuze teksten kunnen misbruiken of verkeerd kunnen interpreteren; vlak voor Amir zijn daad begaat, bidt hij dat zijn god hem mag helpen zijn wraak uit te voeren terwijl hij voor een Hebreeuws plakkaat met de tekst “gij zult niet doden” staat. Een man wordt een moordenaar als hij het recht in eigen handen neemt en iedere wettelijke consequentie accepteert. Het is Amir er niet om te doen onschuldig verklaard te worden; hij heeft gedaan wat in zijn ogen goed was voor het altaar van zijn god.

Voor de meeste kijkers zal Incitement een meer comfortabele film zijn dan L’Ennemi. In die eerste titel is het publiek nergens medeplichtig aan de daad die Amir heeft begaan. L’Ennemi daarentegen gaat zo ver dat een personage op een gegeven ogenblik zelfs stelt dat “iedereen schuldig is”. Durieux geeft die stelling symbolische kracht mee als hij zijn publiek richting het einde aanstaart door een (pest)masker. Het masker anonimiseert en koppelt de drager los van zijn ware gezicht. Net als in de beladen Belgische filmparabel La Cinquième Saison (Peter Brosens en Jessica Woodworth, 2012) bedekt een debat over schuld zo ook de vraag naar identiteit.

L’Ennemi

L’Ennemi

Als wij gemaskeerde levens leiden en de waarheid daarover nooit helemaal boven tafel kan komen, wie bepaalt dan waar schuld en verantwoordelijkheid liggen? Aan het eind van de film klinkt de stelling dat de onschuld van een persoon niet bewezen hoeft te worden, alleen de schuld, en dus is hij vrij. L’Ennemi toont, misschien zonder dat dat de intentie van de regisseur is, mogelijke mazen in een (democratisch) wetsysteem dat in Incitement het tegengewicht is voor het fanatisme van de moordenaar. De geprojecteerde god van de moordenaar kan in een empirisch wetssysteem nooit worden aanvaard, maar één beoogde kwaliteit van die god zou dat wetssysteem goed van pas komen: hij is onfeilbaar. De mens en zijn wetten zijn nooit zonder fouten. L’Ennemi is dan ook geen aanklacht, maar een reflectie van het onzekere, gefragmenteerde leven zelf. Het is een film die zeggingskracht mist, maar juist dat gegeven tot een hogere boodschap lijkt te willen verheffen.

Films tussen twee vuren
Incitement en L’Ennemi bevinden zich tussen twee uiterste vuren. De ene titel laat zijn publiek te gemakkelijk wegkomen, door alle schuld onvermijdelijk op een historisch schuldig bevonden hoofdpersoon te laden. Kijkers hoeven zich nergens af te vragen aan welke zijde van het schulddebat zij zich hoeven te scharen. L’Ennemi betrekt diezelfde kijkers juist op een manipulatieve wijze bij het schulddebat, door te impliceren dat wij ergens allemaal kunnen delen in Durieux’ onzekere, opzichtig gemaskeerde bestaan. Er zit geen heil in Strekers aangezette postmodernisme, waarbij Renier in de rol van Durieux demonstratief de vierde wand doorbreekt. Beide titels missen uiteindelijk de gouden middenweg die films over dit thema naar een hoger niveau kan tillen.

 

19 oktober 2020

 

Film Fest Gent 2020 – Deel 2

 

 
MEER FILMFESTIVAL

Film Fest Gent 2020 – Preview

Preview Film Fest Gent 2020
Een zeer schappelijk zaalprogramma

door Tim Bouwhuis

Een protocol voor een op Corona beproefd festival, een speciale selectie digitaal toegankelijke films en een gereduceerd, maar nog steeds zeer schappelijk zaalprogramma. Het had nogal wat voeten in de aarde, maar op 13 oktober begint dan toch de 47e editie van Film Fest Gent. Net als vorig jaar doet ondergetekende voor InDeBioscoop verslag van het festival.

Ditmaal in de preview verwachte hoogtepunten uit het aanbod van titels waarvan Nederlandse distributie nog niet bevestigd is en daaronder een overzicht van reeds aangekochte titels die al in Gent draaien.

Malmkrog

Malmkrog (Cristi Puiu, 2020)
Als je in een tijd van Twitter en TikTok nog een film van 200 minuten durft te maken, is het je in ieder geval niet om een zo groot mogelijk publiek te doen. De recensies uit Berlijn beloven statische, minutieus uitgewerkte tableaus en lange filosofische conversaties over goed en kwaad en de loop van de Europese geschiedenis. Regisseur Cristi Puiu, gelauwerd om stilistisch prikkelende en sociaalmaatschappelijk bewuste films als The Death of Mr. Lazarescu (2005) en Aurora (2010), kwam onlangs nog in opspraak nadat hij zich op het Transilvania International Film Festival (TIFF) kritisch had uitgesproken over de ingestelde coronamaatregelen. Enkele weken daarna werd bekendgemaakt dat acteur Matt Dillon hem zou vervangen als jurylid op het Filmfestival van Venetië.

Irradiés (Irradiated, Rithy Panh, 2020)
De Cambodjaanse documentairemaker Rithy Panh verdiepte zich al meerdere malen in de getroebleerde eigentijdse geschiedenis van zijn land. Noemenswaardig is hier vooral The Missing Picture (2013), waarin Panh kleianimatie gebruikt om de zoektocht naar een foto uit de tijd van het bewind van de Rode Khmer te verbeelden. De film werd in Nederland in 2014 uitgebracht door Contact Film en is voor Cineville-abonnees toegankelijk via de streamingdienst Vitamine Cineville. Irradiés brengt de zoektocht van Panh een stap verder: ditmaal beschouwt hij de geschiedenis van en de psychologie achter verschillende oorlogen om te onderzoeken wat dit leed voor de talloze slachtoffers betekent.

Last and First Men

Last and First Men (Jóhann Jóhansson, 2020)
Met zijn dood in 2018 schokte de IJslandse musicus en filmcomponist Jóhann Jóhansson de film- en muziekwereld. Filmliefhebbers die het solowerk van Jóhansson niet volgden konden zijn muziek alsnog kennen van films als The Theory of Everything (James Marsh, 2014), Sicario (Denis Villeneuve, 2015) en Arrival (eveneens Denis Villeneuve, 2016). Van die drie titels zal Jóhansson postume filmdebuut, dat in dat licht automatisch extra lading mee krijgt, het meeste gemeen hebben met het buitenaardse bezoek in Arrival. Last and First Men presenteert een mix van Jóhanssons eigen muziek en visuele vervreemding met als leidraad de stem van actrice Tilda Swinton. De stem komt uit de toekomst, voor de mens nadert het onheil. Wie zich alvast wil oriënteren op Jóhanssons stijl als filmmaker kan op streamingdienst MUBI de kortfilm End of Summer (2014) bekijken.

First Cow (Kelly Reichardt, 2019)
Óf en hoe de nieuwe film van de Amerikaanse Indie-favoriet Kelly Reichardt (Old Joy, Night Moves) in Nederland te zien gaat zijn, is op het moment van schrijven pijnlijk genoeg nog niet bekend. Reichardts films concentreren zich onder meer op de kleine gebaren in relaties tussen mensen. Ze leggen sociale constructies (arm en rijk, ideologie en privilege) bloot zonder de waardigheid van de geportretteerde mensen te indringend aan te tasten. Ze mijden de stad en mijmeren over de mens in uitgestrekte omgevingen, in heden en verleden. First Cow speelt net als Meek’s Cutoff (2010) in de negentiende eeuw en handelt over kapitalistische uitbuiting en sociale uitsluiting. De parallellen met het heden zullen ongetwijfeld niet al te ver te zoeken zijn.

Il Mio Corpo

Il Mio Corpo (Michele Pennetta, 2020)
Eén van de fijnste bezigheden tijdens een groter filmfestival is het gericht zoeken naar nieuwe namen en stemmen die hun stempel op de filmwereld kunnen gaan drukken. Eén van de geanticipeerde hoogtepunten van Film Fest Gent 2020 op dit vlak is Il Mio Corpo, een Italiaans-Zwitsers debuut dat zoals zoveel titels anno 2020 bewust speelt met de grens tussen documentaire en fictiecinema. De film gaat voorbij rooskleurige toeristische plaatjes van het eiland Sicilië om een portret te schetsen van twee jongemannen (een Nigeriaanse migrant en een jongen die op het eiland is geboren) die elk hun eigen weg in het leven moeten zien te vinden.

Bezoek voor het volledige overzicht van films en nog beschikbare tickets voor vertoningen op locatie en On Demand de festivalwebsite.

Verwacht in de Nederlandse zalen en/of On Demand (data onder voorbehoud)
Via September Film:
Druk (Drunk) van Thomas Vinterberg (2021)
Kom Hier Dat Ik U Kus van Niels van Koevorden en Sabine Lubbe Bakker (10-12-2020)
There is no Evil van Mohammad Rasoulof (07-01-2020)
Wendy van Benh Zeitlin (2021)

Via Disney:
Nomadland van Chloé Zhao (nnb)

Via Universal:
Ammonite van Francis Lee (10-12-2020)

Via Cinéart:
All the Pretty Little Horses van Michalis Konstantatos
Gagarine van Fanny Liatard en Jérémy Trouilh (11-03-2021)

Via Paradiso:
My Salinger Year van Philippe Falardeau (07-01-2021)

Via Periscoop Film:
I am Greta van Nathan Grossman (22-10-2020)

Via Imagine:
Here we Are van Nir Bergman (04-02-2021)
The Singing Club van Peter Cattaneo (05-11-2020)
Petite Fille van Sébastien Lifshitz (07-01-2021)

Via Splendid Film:
Falling van Viggo Mortensen (11-02-2021)

Via De Filmfreak:
The Assistant van Kitty Green (19-11-2020)

Via Pieces of Magic:
Bloody Nose, Empty Pockets van Bill Ross IV en Turner Ross (nnb)
Women Make Film: A New Road Movie through Cinema van Mark Cousins (nnb)

Via Gusto Entertainment:
Mandibules van Quentin Dupieux (18-02-2021)

Via ARTI Film:
Slalom van Charlène Favier (14-01-2021)

Via Cherry Pickers:
Undine van Christian Petzold (2020)

In het programma van Gent staan ook enkele titels die op het moment van schrijven al in Nederland te zien zijn of waren.

 

10 oktober 2020

 
MEER FILMFESTIVAL

Imagine 2020: Rampspoed

Imagine Film Festival 2020: 
Nature Strikes Back!

door Tim Bouwhuis

In deze crisistijd willen veel mensen liever geen zware films zien”, opperde een collega toen er richting de zomer nauwelijks publiek was voor een Russisch oorlogsdrama. Toch zijn de ogen van filmliefhebbers op het moment van schrijven unaniem gericht op Tenet, met trailerreferenties naar iets “ergers dan de Derde Wereldoorlog”. Ondertussen start in Amsterdam een hybride editie van het in april uitgestelde Imagine Film Festival.

De themareeks ‘Nature Strikes Back!’ besteedt met sprekende titels als Waterworld en Sea Fever aandacht aan projecties van ecologische doem en rampspoed. Waarom laten we ons eigenlijk nog overspoelen door filmische stromen van ellende terwijl de wereld zelf al lang in brand staat?

Eén van de mogelijke antwoorden op deze vraag ligt onmiskenbaar verscholen in een belangrijke paradox van het film kijken. Gaat iets goed, dan is het voor de meeste mensen niet langer interessant. We worden geprikkeld en vermaakt door gebeurtenissen en situaties die we zelf onder geen beding willen doorstaan. Ook mierzoete happy endings hebben hun status te danken aan de gedramatiseerde conflicten die er standaard aan vooraf gaan.

Waterworld (1995)

Waterworld (1995)

Fictie of realiteit?
Apocalyptische en post-apocalyptische producties zijn doorgaans gebaseerd op scenario’s die de levenservaring van veel (jonge) westerse kijkers ontstijgen. Bij een Apocalyps (‘onthulling’) van epische Hollywoodproporties denken we aan het oeuvre van Roland Emmerich (
Independence Day, 2012) of aan opgeklopte semi-Bijbelse pastiches van het niveau Left Behind (2014). Grinniken geblazen natuurlijk: dit hebben we niet meegemaakt, dit gaan we niet meemaken, en als de wereld al ten onder gaat, dan niet op déze manier. We isoleren de ficties en plaatsen ze in een ander hokje dan de wereld om ons heen. Totdat de films die we kijken die hokjes met geweld omver trappen.

Steven Soderberghs Contagion (2011), een filmische blauwdruk van een virusuitbraak op massaschaal, heeft zichzelf ergens dit voorjaar omgedoopt tot documentaire. De film nu herzien is niet intrigerend, maar eng. Pre-crime, een idee uit Steven Spielbergs Minority Report (2002), is al even geen sciencefiction meer. Ook Kubricks magnum opus 2001: A Space Odyssey (1968), een film over transhumanisme en het tijdperk van kunstmatige intelligentie, is welbeschouwd een apocalyptische film. Is er zonder einde wel een ‘dawn of man’, de cyclus die 2001 verbeeldt? Of willen we echt blijven geloven dat de mens tot in de eeuwigheid soeverein zal blijven over z’n eigen creaties?

Contagion (2011)

Contagion (2011)

Eco-calyps
Ook de eco-apocalyps is een onverminderd actueel onderwerp. Deel van de themareeks op Imagine is een online panel (dat al plaatsvindt op 28 augustus, red.) over de vraag hoe verbeelding kan worden ingezet om de klimaatcrisis te benaderen. Deze vraag naar verbeelding is de voorbije jaren steeds meer een schreeuw om nut en effect geworden. Films over eco-rampspoed moeten ons niet alleen informeren, maar ook activeren. Het verklaart direct waarom een essayistisch ingestoken documentaire als Planet of the Humans (Jeff Gibbs, 2019) zoveel ophef veroorzaakte. Verwarring en conflict staan actie in de weg, een verondersteld juiste manier van handelen. Films als Aquarela (Viktor Kosakovskiy, 2018) en Anthropocene: The Human Epoch (2018) werden op het Movies That Matter Festival zij aan zij gepresenteerd met talkshows en debatten in de geest van An Inconvenient Truth (2006, 2017).

Wat kan de mens concreet doen om zijn verantwoordelijkheid te nemen, en hoe verhoudt de verantwoordelijkheid van individuen zich tot het werk van ‘groene’ instituties en denktanks? Op de afgelopen editie van IDFA (International Documentary Festival Amsterdam) leidde de kritiek van een spreker op de functie van het World Economic Forum (naar aanleiding van Das Forum van Marcus Vetter) tot felle protesten uit de zaal.

In een dergelijk kruitvat zou je bijna vergeten dat waarschuwingen voor de gevaren van ‘global warming’ en klimaatverandering zeker al decennia teruggaan. Zo waarschuwde de VN zeker al in 1989 voor toekomstige rampspoed. Niet de koppen, maar de globale aandacht van publiek, politiek en media zijn aangescherpt.

In dat licht is cultklassieker Waterworld (Kevin Reynolds, 1995) minder profetisch dan sommige eigentijdse herwaarderingen willen voorstaan. De film mag dan inzetten op een reële projectie van schaarste en verval, ze is in de eerste plaats nog altijd een avontuurlijke odyssee die voorzichtig voor sorteert op de latere Pirates-franchise (2003-heden). De vondst van een omgekeerde wereld (de zee boven, het land onder) is het decor voor een schmierende Dennis Hopper (inclusief ooglapje) en een protagonist met kieuwen (Kevin Costner).

Ook in de uitgerekte director’s cut van bijna drie uur kun je Waterworld zijn amusementswaarde niet ontzeggen, maar de vraag is of de film écht (nog) iets kan bijdragen aan het bewustzijn rond de stijging van de zeespiegel en de uitputbaarheid van grondstoffen. Eén van de scherpste plotelementen, de uitgespeelde schaarste van zand, weegt op tegen een ongenuanceerde toespeling op de noodzaak tot geboortebeperking, nota bene uit de mond van een kind (Enola, gespeeld door Tina Majorino).

Sea Fever (2019)

Sea Fever (2019)

De zee als organisme
Fascinerender kijkvoer in het hier en nu is Sea Fever (2019), een Ierse debuutfilm over de overlevingsstrijd tussen de mens en de natuur die hem omringt en voedt. Regisseur Neasa Hardiman gebruikt het mysterie van een besmettelijk zeewezen als metafoor voor de natuur die in bedreigde omstandigheden terugvecht en zijn eigen overlevingsdrang versterkt. Net als in The Thing (John Carpenter, 1982) begint het gevaar in een gesloten omgeving (hier een vissersboot met een selecte bemanning), maar strekt het zijn tentakels in de loop van de vertelling uit naar het grotere geheel, de mensheid zelf.

Het gevolg is dat deze prettig opgebouwde thriller richting de slotakte ineens een morele lading meekrijgt, waarbij kijkers helaas wel weer weinig subtiel de voorkeurskant van de protagonist opgeduwd worden. Omdat de dreiging alles te maken heeft met besmettingsgevaar, is het lastig om tijdens het kijken niet óók aan de huidige staat van de wereld te denken. In Sea Fever representeert Siobhán (Hermione Corfield) het wetenschappelijke respect voor het voortbestaan van bio-organismen, terwijl een deel van de overige bemanningsleden duidelijk vanuit eigenbelang redeneert.

De toekomst van toekomstprojecties
Hoewel de film met name slaagt als thriller en overlevingsdrama, en Corfield vooral ook een knappe hoofdrol neerzet, heeft Sea Fever wel de potentie om discussies over de relatie tussen mens en natuur van verdere munitie te voorzien. De vraag is hoe uitgerust we in crisistijd nog zijn om op een afgewogen, scherpe manier te spreken over de problemen die ons boven het hoofd hangen. Ook zonder fictie hebben we onze handen al vol, en zouden we ons veel scherper mogen afvragen wat projecties van doem en rampspoed nu eigenlijk nog bijdragen aan ons begrip van de werkelijkheid. Hebben we films als Waterworld en Sea Fever nodig om dreigingen aan te kijken in spiegels van verbeelding? Of zijn we al te verward geraakt door de balans tussen fictie en realiteit om nog met een heldere blik naar geprojecteerde rampspoed te kijken?

Sea Fever is de slotfilm van Imagine 2020. Vanaf 5 september kun je de film 24 uur digitaal bekijken. Op 6 september wordt een vertoning op locatie (inclusief awardsceremonie) gevolgd door een afsluitende projectie van Waterworld. Klik hier voor meer informatie.

 

29 augustus 2020

 
ALLE ESSAYS