Film Fest Gent 2021 – Deel 2: De dood van de filmmaker

Film Fest Gent 2021 – Deel 2:
De dood van de filmmaker

door Tim Bouwhuis

Wie films maakt, vindt een weg om iets van zichzelf op deze wereld achter te laten. Cinema overwint zo de tijdelijkheid van het menselijk bestaan. Met Vortex (van Gaspar Noé) en Bergman Island (van Mia Hansen-Løve) draaien er dit jaar twee titels op Film Fest Gent die op metaniveau reflecteren op de onvermijdelijke dood van de filmmaker en het (eeuwige?) leven van diens werk.

De poreuze grens tussen leven en dood is de rode draad in het werk van het Franse enfant terrible Gaspar Noé. Irréversible (2002) legt een reis af van de hemel naar de hel (maar dan omgekeerd) en in Enter the Void (2009) is de dood van het hoofdpersonage slechts het begin. Noé’s nieuwste film is in het licht van deze eerdere titels bijzonder aards, en toch toont de dood juist in Vortex zijn ware gezicht.

Vortex

Vortex

Het aardse van de dood
In mijn vooruitblik op deze festivaleditie schreef ik dat Vortex zich naar verluidt fundamenteel zou onderscheiden van vroeger werk. Die verwachting werd maar ten dele ingelost. Enerzijds is de film voor Noé’s doen inderdaad betrekkelijk toegankelijk en niet controversieel. Expliciete seks en overdadig geweld ontbreken, de toon is ingetogen en stilistische excessen, zoals de heftige stroboscoopeffecten in Enter the Void, blijven eveneens grotendeels achterwege (al storen de vele jump cuts die continuïteit binnen scènes suggereren). Tegelijkertijd is Vortex een ronduit kernachtige film binnen het oeuvre van de regisseur. Noé brengt zijn fascinatie voor de dood terug tot een aardse essentie door een bejaard stel te volgen waarvan de vrouw aan dementie lijdt.

Twee parallelle filmkaders tonen hoe de vader (de aftiteling toont geen namen) en de moeder (rollen van horrorregisseur Dario Argento en Françoise Lebrun) tegelijk samen en gescheiden leven. Het consistente splitscreen staat kijkers niet toe de twee hoofdpersonages verenigd te zien, ook al speelt de film zich alsnog grotendeels in een claustrofobisch ingericht woonhuis af. In de onbereikbare geesteswereld van de moeder wisselen flarden van helderheid en hersenschimmen elkaar af. De vader kampt met hartklachten en de zoon van het stel (Alex Lutz) heeft zelf net zo goed met problemen te kampen. Door de verslechterende toestand is het stilaan eigenlijk al onmogelijk om nog zelfstandig te wonen, maar een huis vol herinneringen is voor een dementerend mens een laatste veilige haven.

De dood van je levenswerk
Vortex is in zijn dramatische uitwerking van een naderend levenseinde al door meerdere critici vergeleken met Michael Haneke’s Amour (2012), maar Noé zou zichzelf niet zijn als hij via de mise-en-scène (zie bijvoorbeeld de filmcollectie in het openingsshot van Climax), en specifiek via de talloze objecten in het huis niet een compleet eigengereid kader van referenties zou bouwen. De belangrijkste metaverwijzing van Vortex staat op een mapje met uitgeschreven scriptnotities dat de vader op zijn bureau heeft liggen. De titel van het script, “Psyche”, werd ook door Noé zelf gebruikt voor de film die uiteindelijk Climax kwam te heten. Niemand heeft het dus meer over Psyché, en een dergelijk pijnlijk lot is het laatste werk van de vader ook beschoren: in een gedachteloze opruimbui versnippert de moeder de notities en verdwijnen de resten in de kolkende stroom van het toilet (“vortex” wijst op een draaiende energie).

Voltooide filmprojecten overwinnen de tijdelijkheid van het menselijk bestaan, maar er zijn zoveel notities, scripts en titels (om over daadwerkelijk filmmateriaal nog te zwijgen) die het levenslicht uiteindelijk nooit zien en dus in meer figuurlijke zin in het toilet verdwijnen. De filmmaker doet zijn uiterste best om zijn werk te vereeuwigen, maar hij komt altijd jaren tekort om zichzelf van de dood te kunnen redden. In die zin valt het op zijn plaats dat Noé Argento castte als de vader; ook de regisseur van onder meer Suspiria (1977) heeft de eeuwigheid niet voor het oprapen, en ook in zijn carrière zal er sprake zijn (of misschien zelfs al zijn geweest?) van een laatste film.

Toerisme voor filmherinneringen
Cineasten kunnen film ademen en hun leven lang op de set staan, maar uiteindelijk is het altijd aan volgende generaties om de herinnering aan hen en hun werk in ere te houden. In de meest fervente gevallen blijven we niet alleen kijken naar de films, maar bezoeken we ook oude setlocaties en andere plaatsen van herkenning uit de carrière van de filmmaker. Leven en werk houden zo de schijn van tastbaarheid en de filmliefhebber wordt een toerist tussen zijn of haar eigen filmherinneringen. Een intrigerend voorbeeld is het Zweedse eiland Fårö, waar de Zweedse filmmaker Ingmar Bergman (1918-2007) woonde en werkte voordat hij er overleed en werd begraven.

“Bergman Island” trekt niet alleen filmliefhebbers en toeristen, maar ook filmmakers en scenaristen die inspiratie hopen te vinden op het landgoed van de familie Bergman. Er is een heuse Bergman-toer, die onder meer langs de centrale filmlocatie van Through a Glass Darkly (1961) leidt (ironisch genoeg is het huis afgebroken, waardoor de toeristen praktisch nergens naar kijken). In een bescheiden filmzaaltje worden oude 35 mm-prints van Bergmans klassiekers vertoond (de stoel van Bergman wordt nog altijd vrijgehouden) en het woonhuis van Bergman wordt verhuurd aan bezoekers die langer blijven. Twee van die bezoekers zijn de regisseurs Mia Hansen-Løve en Olivier Assayas (vertolkt door Vicky Krieps, uit Phantom Thread, en Tim Roth), die in de meta-film Bergman Island op zoek zijn naar nieuwe ingevingen en een gezonde balans in hun getroebleerde huwelijk.

Bergman Island

Bergman Island

Een blik in de spiegel
Aan verwijzingen naar het werk en leven van Bergman geen gebrek, maar Bergman Island gaat uiteindelijk vooral over het leven en werk van Hansen-Løve zelf. In een klassiek verhaal-in-het-verhaal laat de regisseuse zich door een tweede actrice (Mia Wasikowska) vertolken, die met het uitspelen van haar gedoemde liefde voor Joseph (Anders Danielsen Lie, een terugkerende acteur in de films van Joachim Trier) een epiloog breit aan Hansen-Løve’s Un amour de jeunesse (2011). Het is eenvoudig om de film niet volledig te begrijpen indien je niet bekend bent met het werk van Hansen-Løve en/of Assayas (die in Bergman Island zelf bezig is met het script van Personal Shopper).

Bergman Island is prachtig op locatie geschoten, maar de verwerking van de verschillende metalagen rieken naar navelstaarderij. Uiteindelijk gaat een regisseursoeuvre leven door stilistische klasse en dramatische diepgang. Deze scènes van een huwelijk doen in dat licht helaas eerder terugverlangen naar het vroegste werk van Hansen-Løve (Tout est pardonné, 2007; Le père de mes enfants, 2009), dat de regisseuse met recht lanceerde in de filmwereld.

Het kunstenaarsbestaan en het privéleven
De gebreken van Bergman Island onderstrepen dat introspectie misschien niet altijd de beste methode is om een carrière (zelf) glans te geven. Bergman maakte in zijn leven zoveel films (en als hij niet filmde, stond hij wel op het toneel) dat hij waarschijnlijk niet eens tijd had om grondig op zijn groeiende oeuvre te reflecteren. De relatieperikelen tussen Hansen-Løve en Assayas spiegelen Bergmans moeilijke verhouding tot het huwelijk en het familieleven, en in de film wordt de vraag gesteld of het überhaupt wel mogelijk is het kunstenaarsbestaan met een privéleven te verenigen. Toch loopt er aan het eind van Bergman Island een man voor de camera langs die op de eindcredits staat vermeld als Bergman junior. De filmmaker is dood, maar zijn naam en werk blijven voortbestaan.

 

22 oktober 2021

 

Film Fest Gent – Deel 1: Waarom vechten we?

 

 
MEER FILMFESTIVAL

Film Fest Gent 2021 – Deel 1: Waarom vechten we?

Film Fest Gent 2021 – Deel 1:
Waarom vechten we?

door Tim Bouwhuis

Why we fight” is een van de gethematiseerde secties in het programma van Film Fest Gent 2021. La Civil en Cool Abdoul, twee Vlaamse (co-)producties, laten elk op hun eigen wijze zien waarom en onder welke omstandigheden het belangrijk kan zijn om strijdlust te tonen. Maar op de eerste avond draaide er, naast openingsfilm La Civil, nóg een film die de insteek van de sectie eer aandoet: The Last Duel van Ridley Scott.

The Last Duel is het epische affiche van de nieuwe Ridley Scott (Blade Runner, Gladiator), een big budget-ridderfilm die Hollywoodacteurs als Matt Damon en Adam Driver laat verdrinken in middeleeuwse maliënkolders. Op het eerste oog is het misschien gissen waarom een film met zo’n veelbetekenende titel niet is opgenomen in de “Why we fight”-sectie. De waarschijnlijke reden is vrij eenvoudig: de twee vertoningen op Film Fest Gent geven vooral extra cachet aan de reguliere release van de film, die op het moment van schrijven ook regulier wordt uitgebracht in de Benelux. Het is dan ook logisch dat deze megaproductie verder geen prominente plaats inneemt op het programma.

The Last Duel

The Last Duel

Gevecht om de waarheid
Grappig genoeg biedt juist The Last Duel verschillende uitgelijnde perspectieven op de vraag waarom “we” eigenlijk vechten. De film bestaat uit drie hoofdstukken die elk de waarheid volgens één van de drie hoofdpersonages vertellen. Denk aan de Japanse klassieker Rashomon (1950) van Akira Kurosawa: een onbetrouwbare verteller betrekt het publiek bij de zoektocht naar de (of een?) waarheid. Overigens stopt de vergelijking met Kurosawa daar ook meteen, want door een ingreep in de tussentitels is The Last Duel heel wat minder ambigu dan Scott het op momenten lijkt te willen voorstellen.

Aanleiding voor ‘het laatste duel’ is een weinig liefdevolle schaakpoging van een genotzoekende schildknaap (Driver), die zich de woede van een jonkheer (Damon) op de hals haalt als hij diens vrouw (Jodie Comer) tot een van zijn jachttrofeeën probeert te maken. Het kost weinig fantasie om in de lang uitgesponnen intrige een ruwe interpretatie van de Griekse Ilias te herkennen, door Scott en zijn co-scenaristen (onder wie Ben Affleck, die de schildknaap in een hopeloze rol de hand boven het hoofd houdt) aangelengd met een didactisch #metoo-sausje.

De Helena van het verhaal vecht om haar waardigheid te bewaren terwijl haar echtgenoot met het werpen van de handschoen vooral zijn eigen eer probeert te redden. Jonkheer de Carrouges (een vermoeiende rol van Damon) behandelt zijn vrouw op een zodanig belachelijke manier dat haar strijdlust op voorhand op de unanieme sympathie van het publiek kan rekenen. Terwijl er een laatste duel om eer en ijdelheid plaatsvindt, valt er voor de gekooide jonkvrouw hoe dan ook niets te winnen.

La Civil

La Civil

Gevecht om rechtvaardigheid
Nauw verwant aan de strijd om waardigheid is de strijd om rechtvaardigheid. Het hoofdpersonage uit La Civil, het fictiedebuut van de Vlaams-Roemeense regisseuse Teodora Mihai (die deuren in de filmwereld opende met haar documentaire Waiting for August), wordt met recht de heldin van de film wanneer zij haar dochter verliest aan de grillen van een Mexicaanse bende. Net als in Identifying Features (Fernanda Valadez, 2020, deze zomer nog in het Previously Unreleased-programma van EYE) staat de onvoorwaardelijke liefde van een moeder centraal in het machteloze gevecht tegen een gecorrumpeerde buitenwereld. Het is tekenend dat een stoer posterende tiener aan Cielo (een krachtige rol van Arcelia Ramírez) vertelt hoeveel geld zij en haar echtgenoot voor hun dochter moeten neertellen.

Regisseuse Mihai trok al jaren geleden voor het eerst naar het land waar ontvoeringen en afrekeningen in veel streken aan de orde van de dag zijn. Ze ontmoette er Miriam Rodríguez, een moeder en mensenrechtenactiviste die uiteindelijk grotendeels model zou staan voor Cielo. In 2017 werd zij thuis neergeschoten nadat zij een periode zelfstandig onderzoek had gedaan naar de ontvoering van haar dochter. Het is een kil gegeven en bepaald niet het eenvoudigste uitgangspunt voor een speelfilmdebuut.

Mihai ontziet de heftigheid van de drugsoorlog niet door de lichamen van gemartelde slachtoffers op bepaalde momenten te laten opdoemen vanuit de consistent in soft focus gehouden achtergrond. Op de voorgrond stelt de camera intussen almaar scherp op het vertrokken gezicht van Cielo. Daadkracht en een greintje hoop zijn haar enige wapens, en toch kan ook zij niet voorkomen dat ze op den duur het bloed eveneens van haar eigen handen moet wassen.

Op het scenario van La Civil valt het een en ander af te dingen (zo heeft de film een onnodige epiloog en worden de belangrijkste zijpersonages door de focus op Cielo te beperkt uitgediept), maar aan intensiteit en urgentie ontbreekt het dit project in geen geval. Films als deze maken duidelijk waarom we vechten; het zijn harde ontmoetingen met een werkelijkheid die ons eigen leven in perspectief plaatst.

Cool Abdoul

Cool Abdoul

Gevecht in de ring
Tegelijkertijd is het een misvatting dat gewelddadige contexten als de Mexicaanse te allen tijde schril afsteken tegen een ‘welvarend Westen’. Afhankelijk van je maatschappelijke status kan het leven in de Benelux net zo goed veranderen in een pertinente overlevingsstrijd.

In het boksdrama Cool Abdoul (na diverse shorts de eerste langspeler van Vlaming Jonas Baeckeland) kost de wil om hogerop te komen het titelpersonage zijn bestaanszekerheid. Ismaïl ‘Cool’ Abdoul (een rol van Nabil Mallat) was een Gentse bokser die de lokale ring eind jaren negentig verliet voor een Europese toer in het centrum van de belangstelling. De film laat zien wat daarvoor nodig was: door zijn nachtwerk als uitsmijter reguleert Abdoul impliciet het toegangsbeleid voor plaatselijke drugsdealers. In ruil voor een lijst met namen zorgt de uitbater van de club ervoor dat Abdoul zijn carrière glans kan geven. Het is een klassiek rise and fall-verhaal dat het helaas teveel van opgeklopt pathos moet hebben, en niets nieuws toevoegt aan de lange lijst met boksdrama’s die voorgingen.

Gevecht tegen onzekerheid
Cool Abdoul geeft een nogal letterlijke twist aan de vraag waarom we vechten. Een carrière is vergankelijk, zoveel blijkt, maar de liefde voor een partner is dat in gelukkige gevallen niet (de echte Abdoul is nog steeds gelukkig samen met zijn Sylvie). Abdouls wens om haar een beter leven te geven, valt in de film samen met de verwoestende spiraal van een door drugs bezeten nachtleven. De Gentse straten (je kunt er vrijwel iedere Europese stad invullen) mogen voor veel mensen dan een relatief veilig oord zijn, er is geen permanente zekerheid die ons behoedt voor een bestaan zonder strijd. Die onzekerheid is de reden waarom we vechten.

 

17 oktober 2021

 

Film Fest Gent – Deel 2: De dood van de filmmaker

 

 
MEER FILMFESTIVAL

Songs of Repression

***
recensie Songs of Repression

Levend verleden

door Tim Bouwhuis

Een kleine tien jaar geleden gaf de Brits-Amerikaanse regisseur Joshua Oppenheimer ons historische denken over trauma en herinnering een impuls met zijn verbijsterende The Act of Killing (2012). Dat zijn visionaire aanpak ook andere filmmakers inspireert, bewijst het door Oppenheimer geproduceerde Songs of Repression.

Aan de Chileense voet van het Andesgebergte volgen de generaties van Duitse immigranten elkaar al ongeveer een halve eeuw op. In 1961 stichtte de geboren Duitser Paul Schäfer er de nederzetting Colonia Dignidad, die later werd omgedoopt tot Villa Baviera. Mede door de afgelegen ligging en de dwingende autoriteit van Schäfer kon dit bescheiden baken van de Duitse diaspora uitgroeien tot een religieuze sekte waarin seksueel misbruik aan de orde van de dag was. Na de geslaagde staatsgreep (1973) van Augusto Pinochet werd Colonia Dignidad door het nieuwe gezag gebruikt als detentiekamp voor politieke gevangenen. De Duitse regisseur Florian Gallenberger maakte over deze schrijnende geschiedenis de (helaas weinig subtiele) speelfilm Colonia (2015).

Songs of Repression

Nalatenschap van een dader
De excessen van Schäfer en zijn volgers stopten pas in de jaren negentig. Schäfer vluchtte (1997) onder het bewind van Eduardo Frei Ruiz-Tagle, de toenmalige president van Chili, en werd pas in 2005 gevonden en gearresteerd. Songs of Repression laat impliciet zien dat de dood van een dader (vijf jaar later, in 2010) nooit volledig louterend kan werken voor mensen die decennialang door een manier van leven getekend zijn.

Regisseurs Estephan Wagner en Marianne Hougen-Moraga verbleven en filmden achttien relatief recente maanden onder medeplichtigen en slachtoffers (voor zover het mogelijk is die labels toe te kennen) die de nederzetting nooit hebben verlaten. De meesten van hen zijn op leeftijd of verblijven al in het ouderenhuis. Bedrieglijk simpele ontmoetingen maken en gebaren inzichtelijk hoe het verleden in Villa Baviera altijd is blijven leven.

Collectief bewustzijn
In de geest van Oppenheimer proberen Wagner en Hougen-Moraga grip te krijgen op de complexiteit van het begrip ‘collectief bewustzijn’. Door het vertrouwen van de bewoners te winnen, kunnen zij met sommigen spreken over hun herinneringen aan de jaren onder Schäfer. De onderliggende gedachte is dat psychologie de bepalende factor zou moeten zijn in het doorgronden van trauma. Termen als ‘dader’ en ‘slachtoffer’ kunnen de lading nooit volledig dekken, omdat een omlijnd politiek-historisch en moreel kader in de lange periode van misbruik ontbrak. Zo vertelt een van de misbruikte mannen dat hij niet besefte wat er fout was aan het wenken van Schäfer en het gebruikelijke vervolg op diens kantoor. Het was de enige realiteit die hij kende; wat wij zonder enige twijfel slachtofferschap noemen, was vanuit de isolatie en ideologische introductie van Colonia Dignidad niet te bevatten.

The Act of Killing was vooral visionair in zijn haast surreële weergave van zogeheten ‘re-enactments’, waarbij daders uit het verleden situaties met slachtoffers naspeelden en daar vervolgens zelf op reageerden. De regisseurs van Songs of Repression gaan niet zover, maar hun film heeft wel een gelijkaardige theatrale dimensie: de titel hint naar een repertoire van Duitstalige liederen die de bewoners al decennialang zingen. Op het ‘hoogtepunt’ van de documentaire pakt een hoogbejaarde dame in haar ziekbed een mondharmonica om vervolgens met krakende stem Deutschland über alles in te zetten.

Songs of Repression

Gebreken van een schouwspel(?)
Oppenheimer werd er door sommige sceptici van beticht dat hij zijn hoofdpersonen te kijk zetten door hen te laten figureren in hun eigen bizarre schouwspel. In Songs of Repression loopt dat überhaupt niet zo’n vaart, omdat de meer theatrale scènes nooit zo ver gaan of zo diep graven als de meest bepalende re-enactments in The Act of Killing. Er is daardoor minder aanleiding om af te geven op de aanpak van de regisseurs, maar dit gebrek aan controverse legt wel een zwakte van de documentaire bloot: mede door de puur functionele cinematografie (establishment shots van de omgeving, gesprekken vastgelegd in medium shots en close-ups) en de informatieve tussenteksten over de geschiedenis van de sekte voelt de film op momenten toch te oppervlakkig aan.

Die kritiek lijkt buiten bereik bij een film over zo’n pijnlijke geschiedenis, maar misschien heeft het te maken met de beschikbaarheid van vergelijkbare titels en met de keuze van de regisseurs om een aanzienlijk aantal bewoners voor de camera te laten verschijnen. Hierdoor mist het eindresultaat focus en kun je je afvragen of negentig minuten voldoende is om diep tot de psyche van deze mensen door te dringen.

Uiteindelijk zijn het kleine, individuele momenten die voor het meeste ongeloof zorgen en bij zullen blijven waar de documentaire als geheel op sommige fronten tekortschiet. Villa Baviera is al een tijd geen gesloten nederzetting meer, maar toch lijkt een vertrek voor de mensen in Songs of Repression voor eeuwig uitgesloten. Alsof hun getraumatiseerde geest hen in stilte aan dat bedrieglijk serene natuurlandschap heeft gebonden.

 

15 oktober 2021

 

ALLE RECENSIES

Film Fest Gent 2021 – Preview

Film Fest Gent 2021 – Preview:
Terug op volle zaalsterkte

door Tim Bouwhuis

2020 was een ander jaar voor Film Fest Gent. De speciaal voor medewerkers en geaccrediteerde bezoekers vervaardigde mondkapjes zaten strakker dan een gemiddeld maatpak en de zalen waren door de restricties telkens maar gedeeltelijk gevuld. Gelukkig kunnen de meeste maatregelen dit najaar weer overboord, en maakt ondergetekende zich op om voor de derde keer verslag te doen van het festival.

Tijdens de 48ste editie (van 12 tot en met 23 oktober 2021) zullen er traditioneel weer veel films te zien zijn die voor aanvang van het festival al door distributeurs werden aangekocht. In de meeste gevallen gaat het om hoogtepunten van de grote Europese festivals. Zo is Cannes altijd sterk vertegenwoordigd en zie je in Gent ook films die ruim een maand geleden hun première beleefden in Venetië.

The French Dispatch

The French Dispatch (2021) van Wes Anderson is de slotfilm van Film Fest Gent.

Nederland en België
Distributeurs hebben belangen bij deze films, omdat Gent de publiciteitscampagne een treffende kickstart geeft en een eerste indruk biedt van de ontvangst. De overlap met Nederland is aanzienlijk: veel Vlaamse distributeurs zijn onder dezelfde noemer in Nederland actief en delen zo dezelfde releases.

Natuurlijk, de releasedata kunnen verschillen, en het kan gebeuren dat een titel wel in België wordt gedistribueerd en niet in Nederland (al is het meestal andersom), maar de meeste aangekochte films in Gent draaien in de loop van de komende (pakweg) anderhalf jaar in de Nederlandse filmhuizen. Kijk alleen al naar de huidige Nederlandse programmering voor oktober en november: Drijfzand (Margot Schaap, ook op het NFF), Pig (Michael Sarnoski), Ballad of a White Cow (Maryam Moghadam & Behtash Sanaeeha), Pleasure (Ninja Thyberg), Apples (Christos Nikou), Spencer (Pablo Larraín), Un Monde (Laura Wandel), Herr Bachmann und Seine Klasse (Maria Speth), Annette (Leos Carax), Lamb (Valdimar Jóhansson), Cool Abdoul (Jonas Baeckeland) en slotfilm The French Dispatch (Wes Anderson) kunnen allemaal rekenen op vertoningen in Gent.

Voor bezoekers zijn dit gratis primeurtjes bij hun filmbezoek, voor journalisten zijn het welkome ‘alternatieve’ persvoorstellingen die de mogelijkheid bieden alvast vooruit te schrijven en te weten welke films rond de tijd van de release onverdeelde aandacht verdienen.

Wife of a Spy

Wife of a Spy (2020) van Kiyoshi Kurosawa.

Krenten in de pap?
Hoewel het aandeel van aangekochte films dus groot is, zijn er ook de nodige titels die alleen in Gent en/of in het festivalcircuit te zien zijn. Zo moest Joanna Hoggs intens geacteerde karakterstudie
The Souvenir (2019) in Nederland wachten op het vangnet van EYE’s Previously Unreleased-programma, maar is het nog maar de vraag of dat met het tweede deel ook zal gebeuren. In Gent zijn beide films te zien.

De Hongaarse regisseur Benedek Fliegauf (Womb, Just the Wind) komt met een laat vervolg op zijn debuut Forest (2003). Er zijn nieuwe historisch gesitueerde intriges van kleurenkoning Yimou Zhang (Cliff Walkers, naar verluid weer een onvervalste propagandafilm) en veelfilmer Kiyoshi Kurosawa (Wife of a Spy), en Gaspar Noé heeft een nieuwe, in splitscreen gepresenteerde uitputtingsslag, met dementie als hoofdonderwerp. Ik weet niet wat ik persoonlijk schokkender vind, dat horrorregisseur Dario Argento (Suspiria) de mannelijke hoofdrol speelt of dat de film grotendeels verschoond zou blijven van typische, door Noé eigengemaakte trekjes (grof geweld, expliciete seks).

Ten slotte is er nog de relatief onbekende cineaste Elisabeth Vogler, wiens meeslepende en grandioos gefilmde Paris Est à Nous (te zien op Netflix) de twijfelachtige eer heeft een van de meest onterecht beoordeelde titels op IMDb te zijn. Hopelijk is opvolger Années 20, die in een long take een blijvende indruk wil achterlaten van Parijs in tijden van Covid-19, een stuk meer waard dan de 4.6 die kijkers aan Voglers vorige film toeschrijven.

Lege plekken als raadsels
Er is zo genoeg te zien in Gent, maar het gemis van sommige andere titels laat zich eveneens voelen. De Japanse regisseur Ryusuke Hamaguchi gooide het voorbije jaar hoge ogen in het festivalcircuit met Wheel of Fortune and Fantasy (Berlijn) en Drive my Car (Cannes), maar beide films zijn nergens in de programmering te bekennen. Nowhere Special van Uberto Pasolini (zijn Still Life draaide in 2014 in Nederland) was een welkome toevoeging geweest. Hetzelfde geldt voor Compartment No. 6 (Juoh Kuosmanen, Venetië) en L’Evenement (Audrey Diwan, winnaar van de Gouden Leeuw in Venetië). Wie geen insidersinformatie heeft, moet maar gissen of de titels gewoonweg niet geselecteerd zijn, of er distributeursbelangen spelen of dat er nog een andere reden is waarom bepaalde films niet worden vertoond.

The Beekeeper

The Beekeeper (1986) van Theodoros Angelopoulos.

Kijken naar Griekenland
Zeggen al die nieuwe titels u niet veel en grijpt u liever terug op klassiek werk dat opnieuw in de bioscoop te zien is? Naast een modern programma rond opkomende Griekse filmmakers blikt Gent dit jaar terug op het oeuvre van grootmeester Theodoros Angelopoulos (The Travelling Players, Landscape in the Mist, Eternity and a Day), die zich met een herkenbare stijl (langgerekte, statige shots die de protagonisten vangen in hun dwalingen) en een inhoudelijk engagement (politieke betrokkenheid bij de geschiedenis van zijn land en de emancipatie van de socialistische beweging) in de canon van de Europese cinema vestigde.

Voor liefhebbers die al bekend zijn met Angelopoulos’ werk is het jammer dat er niet meer geprogrammeerd kon worden in de Kinepolis-bioscoop, die rijk is aan grote schermen maar gespaard wordt voor het hoofdprogramma. Wie tóch zijn kans wil krijgen, moet op vrijdag 22 oktober afreizen, als The Beekeeper (1986, met Marcello Mastroianni) wordt vertoond in het bijzijn van componiste Eleni Karaindrou. Tegen de tijd dat dat zover is kunnen de meest fanatieke bezoekers alweer bijna met tollende ogen huiswaarts, en is Film Fest Gent nog maar één jaargang verwijderd van een ongetwijfeld feestelijke jubileumeditie.

 

7 oktober 2021

 
MEER FILMFESTIVAL

Preview Previously Unreleased EYE 2021

Preview Previously Unreleased
Achterstallige pareltjes in EYE Filmmuseum

door Tim Bouwhuis

Iedere zomer selecteert EYE Filmmuseum een aantal titels die nog niet eerder regulier te zien waren in de Nederlandse filmtheaters. De slepende coronatoestand heeft dit jaar gelukkig geen invloed op de omvang van het aanbod. In dit artikel licht ik vijf van de tien gekozen films verder uit en vertel ik waar en wanneer je ze (vooralsnog) kunt verwachten.

De eerste geprogrammeerde titel draait sinds donderdag 17 juni. Vervolgens kun je tot en met 19 augustus iedere donderdag een nieuwe Previously Unreleased verwachten. De twee hoofdlocaties voor het fysieke programma zijn EYE en de Filmhallen. Voor de premières wisselen de twee locaties elkaar af. Previously Unreleased is een samenwerking tussen verschillende distributeurs, en filmtheaters in het land zullen zelf af moeten wegen welke titels zij willen en kunnen gaan vertonen. Buiten Amsterdam en On Demand is het advies dus om de programmering van je lokale filmtheater en in een later stadium het aanbod op verschillende On Demand-kanalen (bijvoorbeeld PICL, Cinemember, EYE Film Player) in de gaten te houden.

 

First Cow

First Cow (Kelly Reichardt, 2019)
Filmmakers die vandaag de dag nog via analoge film een historische periode tot leven weten te wekken zijn zeldzaam. In First Cow staat een melkkoe symbool voor de Amerikaanse ondernemingszucht, waarbij je de parallellen met het kapitalistische heden er zelf bij mag denken. Het is een verademing dat de film licht van toon blijft en op momenten zelfs naar speels absurdisme neigt. Een glansrol is weggelegd voor de welbekende oliebol.

Vanaf 19-6. Oplettende liefhebbers konden First Cow ook al zien in Gent (Film Fest Gent, 2020), Leiden (LIFF, 2020) en Rotterdam (IFFR, voorjaar 2021).

 

Sin señas particulares (Identifying Features; Fernanda Valadez, 2020)
Films over de schending van mensenrechten in het grensgebied van de Verenigde Staten en Mexico blijven actueel. Identifying Features doet af en toe denken aan het eerder in Nederland uitgebrachte La jaula de oro (The Golden Dream; Diego Quemada-Díez, 2013), waarin een groep kinderen een grenstocht onderneemt in de hoop op een Amerikaanse droom. Dit keer kijken we door de lens van een moeder die weigert te erkennen dat de grenstocht van haar zoon gefaald heeft. Ze gaat op zoek op het moment dat lokale autoriteiten zijn naam eigenlijk al willen schrappen. Vooral het ijzingwekkende slotstuk van dit atmosferische drama blijft lang nazinderen.

Vanaf 1-7. De film was eerder te zien op het MOOOV Film Festival (2020, 2021) en wordt uitgebracht in samenwerking met distributeur MOOOV.

 

To the Moon (Tadhg O’Sullivan, 2020)
Hoeveel speelfilms tonen de (volle) maan of zeggen iets over haar functies en betekenissen? Als je de collagefilm To the Moon kijkt, lijkt het ineens of de volledige filmgeschiedenis met het hemellichaam verweven is. Regisseur Tadhg O’Sullivan combineert opgediept archiefmateriaal (onder andere verstrekt door EYE) en bekende filmfragmenten tot een overkoepelende vertelling, die qua opzet genoeg gemeen heeft met de fabuleuze collagefilm Final Cut – Hölgyeim És Uraim (Final Cut: Ladies and Gentlemen; Györgi Pálfi, 2012). Een enkel bezwaar is dat de eclectische voice-overs (van Shakespeare tot James Joyce) soms iets te veel afleiden van de ingetogen muzikaal begeleide beeldenstorm.

Vanaf 22-7. Deze film was nog niet eerder in Nederland te zien.

 

La virgen de agosto

La virgen de agosto (The August Virgin; Jonás Trueba, 2019)
De verwachtingen waren hooggespannen voor The August Virgin, een zweterige zomervertelling die plaatsvindt in een bloedheet Madrid. Regisseur Jonás Trueba maakte eerder namelijk het melancholische romantische drama La Reconquista (The Reconquest, 2016), die je pardoes op Netflix kunt terugvinden als je de mainstream georiënteerde algoritmes en kijkoverzichten even negeert. De belangrijkste actrice uit La Reconquista, Itsaso Arana, speelt nu Anna, een 33-jarige vrouw die in de stad blijft hangen terwijl alle Madrileners juist de warmte ontvluchten. Haar zoektocht naar identiteit en de betekenis van geluk kent een aangenaam vertelritme en wakkert het verlangen aan naar lange zomeravonden en spontane ontmoetingen. Het is alleen jammer dat Trueba zijn film op een iets te opzichtige wijze symbolisch gelaagd probeert te maken – de grootste hint ligt al besloten in de titel en de gangbare poster.

Vanaf 5-8. Ook deze film wordt exclusief door EYE uitgebracht.

 

Jak Najdalej Stad (I Never Cry; Piotr Domalewski, 2020)
In de geest van ‘rebelse jongeren op oorlogspad’ is hier I Never Cry, een energiek drama dat gedragen wordt door het acteerdebuut van de (op het moment van filmen) pakweg achttienjarige Zofia Stafiej. De reis gaat van Polen naar Ierland als protagoniste Olka (Stafiej) te horen krijgt dat haar vader, die ze nooit heeft gekend, gestorven is bij een ongeval op de bouwplaats. Met een sigaret in haar mondhoek en een brutale houding probeert ze zijn stoffelijk overschot te verzekeren voor transport. Zonder Stafiej geen film, gebiedt de eerlijkheid te zeggen, want het scenario vervalt wel heel sterk in opgerekte conflictsituaties, waarbij vooral de moeder er bekaaid vanaf komt. Gelukkig weet regisseur Domalewski wel treffend te verbeelden dat achter Olka’s rebelse, impulsieve gedrag een kwetsbare en gevoelige persoonlijkheid schuilgaat.

Vanaf 12-8 via EYE.

Naast de hierboven besproken titels zijn de volgende films in het Previously Unreleased-programma te zien: Flowers of Shanghai (Hou Hsia-hsien, 1998, digitale restauratie, 24-6), Once in Trubchevsk (Larisa Sadilova, 2019, 8-7), Give me Liberty (Kirill Mikhanovsky, 2019, 15-7), Cowboys (Anna Kerrigan, 2020, 29-7) en Rizi (Days; Tsai Ming-Liang, 2020, 22-8).

 

22 juni 2021

IFFR 2021 (juni-editie) – Terug naar de bioscoop (?)

IFFR 2021 (juni-editie) – Deel 1:
Terug naar de bioscoop (?)

door Tim Bouwhuis

De juni-editie van het vijftigste IFFR gaat hand in hand met de (voorwaardelijke) heropening van de Nederlandse bioscopen en filmtheaters. Extra reden dus om uit te zien naar festivaltitels die belichten hoe wij in deze tijd zoal naar film kijken. Hoewel Cinephilia Now: Part I – Secrets within walls en The Village Detective: a song cycle zich allebei niet expliciet verhouden tot de impact van de covid-crisis, zeggen ze veel over de versplintering van de filmkunst in een globaal, digitaal tijdperk.

Cinephilia Now is een ode aan lokale initiatieven om de beleving van film levend te houden. In de Japanse stad Tottori zijn twee vrouwen een filmclub gestart. Een klein stel fanatiekelingen organiseert filmmarathons via een vereniging van de universiteit. De lokale bioscoopeigenaar houdt het hoofd boven water, maar voorziet alvast dat hij de deuren in de nabije toekomst een keer zal moeten sluiten.

Cinephilia Now: Part I – Secrets within walls

Cinephilia Now: Part I – Secrets within walls

Waar is cinema?
“We hebben het vaak gehad over de vraag wat cinema is”, klinkt het vroeg in de documentaire, “maar de vraag is nu waar cinema is”. Om het antwoord op die vraag te vinden, gaat regisseur Yusuke Sasaki (zijn film Letter draaide in 2004 op het IFFR) letterlijk op zoek. Met een wendbare camera in de losse hand verkent hij het overwegend rustige straatbeeld in een deel van Tottori. Hij is er zelf pas recentelijk komen wonen.

De ruwe registratie van de omgeving doet de documentaire esthetisch geen goed, maar de geluidsband compenseert: vrijwel continu vertellen verscheidene vertoners en liefhebbers op de achtergrond over hun ervaringen met film, afgewisseld met een gelukkig prettige voice-over van de regisseur. Eenmaal op locatie (in de bioscoop, op de universiteit) komen Sasaki’s gesprekspartners meestal wel gewoon frontaal in beeld.

Vertoners en liefhebbers
Tijdens de verkenningstocht door Tottori wordt in de eerste plaats duidelijk dat er een belangrijk verschil is tussen vertoners en liefhebbers. De lokale bioscoopeigenaar krijgt vaak van bezoekers te horen dat hij wel een groot cinefiel moet zijn, waarop hij grif toegeeft dat hij vooral een familiebedrijf in ere houdt. De films die hij zich het best herinnert (
The Shaolin Temple, Princess Mononoke), spekten de kas en bleven geruime tijd deel uitmaken van de programmering.

Hoe anders is dat voor twee jonge leden van de universiteitsvereniging, die niet aarzelden om A Bug’s Life (John Lasseter, 1998) en The Texas Chain Saw Massacre (Tobe Hooper, 1974) zij aan zij te programmeren en met een handjevol filmliefhebbers plezier hadden voor tien. Zonder ieder individueel lid zou er geen vereniging zijn, zegt een van hen. Soms zijn krachtige stemmen nodig om de vlam brandende te houden. De twee vrouwen die een lokale filmclub startten, zijn in die zin de heldinnen van de film.

In de loop van de documentaire verschuift de focus naar ‘alternatieve’, maar in feite gewoon dominante manieren om film te kijken in dit globale, digitale tijdperk. Liefhebbers delen hun ervaringen met verschillende streamingdiensten (“ik nam een abonnement op Netflix om Hell or High Water te kunnen zien”) en vertellen hoe ze films tot zich nemen (“ik was niet de enige in de trein die La La Land op zijn mobiel keek, dus toen zette ik uit ongemak maar wat anders aan”).

In die som van persoonlijke verhalen schemert een impliciete conclusie door: het gaat uiteindelijk om de filmliefde, en zo lang we maar blijven kijken, zal de cinema niet vergaan. Cinephilia Now gaat dus meer over de verschillende mogelijkheden in collectieve én individuele filmervaringen dan over de absolute meerwaarde van het grote doek. De onderliggende gedachte is dat die mensen elkaar zullen blijven vinden en (film)vrienden voor het leven kunnen worden, hoe klein hun aantallen en hoe beperkt hun mogelijkheden ook zijn. Toch was ondergetekende vooral benieuwd hoe het de verschillende filmlocaties inmiddels zou afgaan. Welke locaties zouden de covid-crisis overleefd hebben en nog steeds overleven? De grootstad kan opstaan uit de as, maar voor kleinere wijkinitiatieven kan zo’n lockdown de nekslag zijn.

The Village Detective: a song cycle

The Village Detective: a song cycle

Film uit de oceaan
Gelukkig is er meer nodig dan een (tijdelijk) verbod op publieke vertoningen om een medium de nek om te draaien. The Village Detective: a song cycle van avant-garde filmkunstenaar Bill Morrison laat zien dat film zelfs op de bodem van de oceaan kan overleven. In 2016 ontving Morrison een e-mail van de inmiddels overleden IJslandse componist Jóhann Jóhannsson (1969-2018). Een groep vissers had gedregd in het IJslandse kustgebied. Het onvoorziene resultaat: een stel kannen met analoog filmmateriaal uit de voormalige Sovjet-Unie. De vondst omvatte reels van de film Derevenskij detektiv (The Village Detective, 1969), die bij het uitbrengen vrijwel genegeerd was door critici maar omarmd werd door het publiek. Dat laatste is in ieder geval te danken geweest aan de populariteit van hoofdrolspeler Mikhail Zarov (1899-1981).

Acteur van de Sovjetfilm
Morrison maakt dankbaar gebruik van de carrière van Zarov om een brede blik te kunnen werpen op de geschiedenis van de Sovjetfilm. Zarov werd bekend bij een groter publiek door zijn rol in de eerste Sovjet-geluidsfilm, Road to Life (1931), en in Sergei Eistensteins befaamde tweeluik Ivan the Terrible (1944, 1958) alludeerde hij pas in deel twee, uitgebracht na de dood van Stalin, op de manie van een heerser. Net als veel andere filmmakers en acteurs in die tijd moest Zarov zijn balans proberen te vinden tussen de vereiste ondubbelzinnige staatspropaganda en het subtiele lonken van artistiek verzet.

Het gaat Morrison er niet om tot een alomvattende biografie van de acteur te komen; de presentatie van filmmateriaal blijft telkens voorop staan. Waar Cinephilia Now een verkenningstocht is naar het sociaal georiënteerde ‘waar’ van film, belicht The Village Detective het medium in zijn historische, politieke en materiële context.

The Village Detective bewijst dat een verloren film grote educatieve waarde kan hebben zodra een scherpe geest het materiaal een blik waardig gunt. De plot van de komedie is te verwaarlozen: er is een accordeon gestolen en Zarov moet het oplossen. Ironisch genoeg is de kwaliteit van het materiaal op zijn slechtst op het moment dat het verloren instrument wordt teruggevonden. Alsof het best bewaarde geheim tóch nooit boven water had mogen komen.

Beide films zijn bij het IFFR te zien in het kader van de juni-editie.

 

2 juni 2021

 

IFFR 2021 (juni-editie) – Een soep van heden en verleden
IFFR 2021 (juni-editie) – Dicht op elkaar

 
MEER FILMFESTIVAL

Agua fría de mar

***
IFFR Unleashed – 2010: Agua fría de mar
Spiegel van twee generaties

door Tim Bouwhuis

Een strandgebied aan de kust van Costa Rica vormt in Agua fría de mar het nachtelijke decor van een onwaarschijnlijke ontmoeting. Twee jongvolwassen geliefden zijn op zoek naar een vakantieonderkomen als de koplampen van hun auto een zevenjarig meisje beschijnen. Het meisje vertelt dat ze niet zonder reden bij haar oom en tante is weggelopen.

Het heftige verhaal van Karina (Montserrat Fernández) maakt iets los bij Mariana (Lil Quesada Moúa), die tijdens de dagen die volgen een steeds sterkere neiging voelt om de verblijfplaats van het (wel weer huiswaarts gekeerde) kind op te zoeken. De sfeer is gespannen en onder de oppervlakte lijkt er van alles te broeien, maar wie een snerpende psychologische thriller verwacht, komt toch bedrogen uit.

Agua fría de mar

Allebei verloren
Regisseuse Paz Fábrega laat de plotontwikkelingen in haar loom vorderende speelfilmdebuut nagenoeg achterwege. In plaats daarvan richt ze zich op de troebele gevoelswerelden van haar hoofdpersonen, wiens zoektochten naar de eigen identiteit er door het aanzienlijke leeftijdsverschil heel anders uitzien. Toch weet Fábrega de intuïtief gevormde band tussen Karina en Mariana op licht associatieve wijze verder te versterken. In de montage komen de twee dwalende zielen telkens iets dichter bij elkaar. Mariana is rusteloos, op zoek naar zichzelf, terwijl Karina ronddwaalt in een omgeving waar ze überhaupt niet lijkt te willen zijn. Levend in haar eigen wereld bekijkt ze haar broertjes en leeftijdsgenootjes het liefst van een afstandje. De vaderfiguur komt dichterbij en probeert Karina genegenheid te bieden, maar haar eerdere bekentenis zet iedere handeling op scherp.

In de omgeving heerst een koortsachtige sfeer van vervreemding en blijvend ongemak. Alles lijkt stil te staan of slechter te werken. Het zwembad is vervuild, schoonmakers geven niet thuis en de mobiele telefoon kan zomaar dienst weigeren. Net als in het even bedompt gestemde La Ciénaga (Lucrecia Martel, 2001) hangt er onheil in de lucht. De naam van Martel is een duidelijke referentie voor Fábrega, die gevoel heeft voor het creëren van stemming maar in de uitwerking toch nog wat finesse mist. Zo is de aandacht voor afwisselend Karina en Mariana niet altijd even goed verdeeld, waardoor de film met name in het middenstuk verder stagneert. Ook het beladen einde mist overtuigingskracht.

Agua fría de mar

Blik op jeugdcultuur
Grofweg tien jaar na de première van Agua fría de mar, in 2010 bekroond met de Tiger Award, keerde de naam van Paz Fábrega afgelopen voorjaar terug op het IFFR-affiche. Aurora was een van de titels in de Big Screen Competition en draait ook in de hoofdcompetitie van het MOOOV Film Festival (20 april – 3 mei). Fábrega’s debuut en haar laatste film hebben iets gemeen: in Aurora ontwikkelt een veertigjarige lerares een bijzondere band met een zwanger tienermeisje, waardoor dus wederom een relatie tussen twee generaties centraal staat.

Sinds haar tweede film, Viaje (2015) die niet in Rotterdam draaide, geeft Fábrega veel aandacht aan jeugdcultuur en de spanning tussen identiteit en maatschappelijke veranderingen. De hoofdpersonen zijn vrijzinnige types die rebelleren tegen de mal van het huwelijk (Viaje) of te maken krijgen met een heet hangijzer als abortus (Aurora). Zo intrigerend als Fábrega’s toch onvolkomen debuut zouden die films echter niet meer worden.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 9 juni 2021.

22 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

New Gospel, The

**
recensie The New Gospel

Lijdensweg van een zwarte Messias

door Tim Bouwhuis

Pier Paolo Pasolini en Mel Gibson trokken allebei naar het Zuid-Italiaanse plaatsje Matera om hun films over Jezus Christus te ensceneren in een geloofwaardig verleden. In hun navolging maakt de Zwitserse documentairemaker Milo Rau The New Gospel (Das Neue Evangelium). Het Matera van de eenentwintigste eeuw is een ongastvrij toevluchtsoord voor Afrikaanse migranten.

In 2019 was Matera vanuit de Europese Unie aangewezen als een van de ‘culturele sleutelsteden’. Toen Rau (The Moscow Trials, The Congo Tribunal) een verzoek accepteerde om te participeren in dit prestigeproject, besloot hij dat hij in ieder geval iets wilde doen met de laatste dagen en de uiteindelijke kruisgang van Jezus. Ter plaatse stuitte hij op een onwerkelijke sociale situatie: talloze migranten werkten er voor een hongerloontje en leefden onder abominabele omstandigheden in afgedankte ruimtes. De castingkeuze voor de Kameroense politiek activist Yvan Sagnet (ten tijde van de opnames ‘uiteraard’ 33 jaar oud) als Jezus is tekenend voor het soort hybride uitgangspunt dat The New Gospel vanuit die sociaalpolitieke context heeft aangenomen.

The New Gospel

Een racistisch doodsoordeel
Het ‘nieuwe evangelie’ is een interpretatie van Jezus’ leven en dood als een banier voor de onderdrukten. Het universele verhaal van een geofferde rechtvaardigde spiegelt het lot van de migranten in Matera. In een sleutelscène schreeuwen de dorpsbewoners als eerste om ‘de dood van de zwarte’. Dát is wat er vertaald wordt, en dát is wat kijkers mogen begrijpen. Slachtoffer en dader zijn zo scherp geaccentueerd dat het ongemakkelijk wordt. Bijvoorbeeld als de crew van de film een niet-acteur laat improviseren dat hij Jezus geselt en bespot. De camera blijft een paar minuten draaien en de racistische uitingen zijn niet van de lucht.

Deze vertaalslag van het Midden-Oosten van de eerste eeuw naar het hedendaagse ‘witte’ racisme ten opzichte van een ‘zwarte Messias’ valt puur historisch gezien niet te verdedigen. Jezus werd geboren in dezelfde regio als veel mensen die in het heden racistisch bejegend worden. Hij was geen ‘witte’ man in de politiek platgetreden zin van het woord.

Dat laatste neemt niet weg dat racisme zonder twijfel een bepalende rol speelt in de manier waarop migranten in Italië als tweederangs ‘burgers’ worden weggezet. De vraag is alleen of de overwegend onbeholpen theaterscènes (het helpt in dit geval niet dat de crew óók het proces van het filmen en instrueren in beeld brengt) en het gemobiliseerde Jezusverhaal aan die realisatie kunnen bijdragen of er eerder iets aan afdoen.

The New Gospel

In de sleutelscène van het doodsoordeel spelen de toeschouwers (dorpsbewoners of gemobiliseerde voorbijgangers) nadrukkelijk een rol. Juist omdat die rol hen politiek zo nadrukkelijk wegzet als ‘daders’, was het waardevol geweest als Rau meer nadruk had gelegd op daadwerkelijke interacties tussen dorpsbewoners en migranten. Zijn het te allen tijde de bewoners zelf die wegkijken? Ligt de verantwoordelijkheid bij de werkgevers? Of moet de keten worden doorgetrokken naar de Italiaanse overheid? De inzichten blijven fragmentarisch, mede omdat de film die fragmentarische aanpak in zijn hybride uitgangspunt omarmt.

Niets nieuws onder de zon
De referentierijke aard van de film maakt het ten slotte schier onmogelijk zijn politieke lading volledig op zichzelf te beoordelen. Pasolini’s Jezus (Il Vangelo secondo Matteo, 1964) was ook een marxistisch icoon, een eventuele ‘eerste communist’, en de opvatting van het Christendom als een politieke strijd voor de onderdrukten staat ideologisch centraal in de bevrijdingstheologie (een belangrijke stroming in vooral Latijns-Amerika, pakweg vanaf de jaren zestig). Een belangrijke vertegenwoordiger van die stroming zit op het moment van schrijven in zijn pauselijke zetel. In die zin is er dus niets nieuws onder de zon. Het is makkelijk inzichtelijk te maken waarom Rau deze specifieke politieke interpretatie van Jezus’ verschijnen in deze tijd wéér wil delen, maar dat neemt niet weg dat hij uiteindelijk niets wezenlijks inbrengt.

The New Gospel is te zien vanaf donderdag 25 maart op picl.nl

 

21 maart 2021

 

ALLE RECENSIES

Perfumed Nightmare

**
IFFR Unleashed – 1978: Perfumed Nightmare
Van de derde naar de eerste wereld

door Tim Bouwhuis

Een Filipijnse taxichauffeur droomt van een sprookjesbestaan als astronaut. Geïnspireerd door Amerikaanse radio-uitzendingen richt hij halverwege de jaren zeventig een fanclub op voor raketarchitect Wernher von Braun. Wat blijft er van zijn dromen over als hij de derde wereld daadwerkelijk verlaat voor een reis naar het westen?

Perfumed Nightmare (Mababangong Bangungot) is bij uitstek geboren op de montagetafel: het ritme van de film wordt bepaald door de associatieve wijze waarop 16mm-beelden uit de Filipijnen, Parijs (het ‘tussenstation’ richting een gehoopte eindbestemming in de VS) en Zuid-Duitsland (de wieg van Von Braun) aaneen gemonteerd zijn. De som van beeld en voice-over is als een reislogboek waarin regisseur annex hoofdpersoon Kidlat Tahimik zijn lokale, en deels autobiografische perspectief probeert toe te passen op de plaatsen die hij bezoekt.

Perfumed Nightmare

Krasje wordt breuk
Zo doen de roltrappen in Frankrijk hem denken aan de brug die de film opent en toegang tot zijn afgelegen woonplaats mogelijk maakt. Waarom kunnen mensen in zijn land niet fabriceren wat hier de standaard is, vraagt hij zich in eerste instantie nog af. Het duurt echter niet lang voor Kidlats ideaalbeeld van westerse voorspoed krasjes begint te vertonen.

Sowieso was er al de koloniale geschiedenis van de Filipijnen, in het politiek-culturele geheugen van zijn familie gegrift door de (spoorslags benoemde) ervaringen van zijn vader. Op reis ontdekt hij meer: wat klein en bescheiden kán, wordt door westerlingen nog altijd groot gemaakt, ook als er dan sprake is van verspilling. En natuurlijk laat alles zich uitdrukken in geld. Het begint bij spijkerbroeken en eindigt bij wapens, dicht een Parijse handelaar hem toe. Marktkapitalisme faciliteert het militair-industriële complex.

Kroniek of droombeeld
Kidlats oorspronkelijke naïviteit en zijn reis naar inzicht worden zo opzichtig via de voice-over uitgespeeld dat de film aan geloofwaardigheid inboet. De hoofdpersoon omarmt de radio-uitzendingen over de Apollo-landing en de rol van Von Braun als een tiener die van zijn ouders een NASA-sweater in zijn handen krijgt gedrukt. Een dergelijk dromerig uitgangspunt valt echter moeilijk te rijmen met de politiek en sociaal-cultureel bewuste manier waarop Tahimik al vanaf het begin van Perfumed Nightmare als volleerd onderzoeker de koloniale geschiedenis van de Filipijnen verweeft met antropologisch georiënteerde registraties van lokale rituelen.

De film had baat gehad bij een scherpe keuze tussen laatstgenoemde vorm van cinema of een vertelling over het lot van Kadlits didactisch geladen droombeeld, dat natuurlijk gedoemd is om als een nachtkaars uit te gaan. Het eerste alternatief is gelaagd, het tweede niet. Wat ook niet meehelpt, is dat de reis naar zelfinzicht in Perfumed Nightmare nauwelijks dramatische zeggingskracht meekrijgt. De regisseur en hoofdpersoon komt zelf immers weinig in beeld, en de voice-over, die duidelijk maakt hoe zijn blik verandert, is te eendimensionaal en repetitief van toon.

Perfumed Nightmare

Cinema Novo
Deze film is aan te dragen als een goede erfgenaam van de stroom onafhankelijk geproduceerde derde wereldcinema die in de jaren zestig onder de naam Cinema Novo ontsprong in Brazilië. Zo zou je Perfumed Nightmare bijvoorbeeld zij aan zij kunnen bekijken met een titel als Memorias del Subdesarrollo (Memories of Underdevelopment, Tomás Gutiérrez Alea, 1968), waarin de (ditmaal rijke en geschoolde) hoofdpersoon op Cuba in voice-over reflecteert op de transformatie van de maatschappij onder Amerikaanse invloed. De paradox van filmmakers als Glauber Rocha (doorgaans genoemd als de belangrijkste filmmaker in de Cinema Novo), Alea en ook Tahimik is dat hun werk juist in het door hen zo bekritiseerde westen is vertoond, gezien en geprezen.

Perfumed Nightmare ging in 1977 in première op het filmfestival van Berlijn en maakte vervolgens in 1978 deel uit van het IFFR-programma (in die tijd kon dat nog). Tahimik weigerde financieel te profiteren van het succes van zijn debuutfilm, die naar eigen zeggen was gemaakt voor een tiende van wat een Filipijnse langspeler toentertijd gemiddeld kostte. Hij spitste zich verder toe op niet-commerciële producties en maakte in eigen land onder andere een aantal documentaires. Perfumed Nightmare is in het westen nog altijd zijn meest bekende film.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 7 april 2021.

22 maart 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

IFFR 2021: Blik op het binnenland

IFFR 2021 (februari-editie) – Deel 3:
Blik op het binnenland

door Tim Bouwhuis

Twee lichtvoetige kanshebbers in de Tiger Competition ademen een vrije, zomerse sfeer die de coronacrisis doet vergeten. Looking for Venera en I Comete – A Corsican Summer portretteren het binnenland van respectievelijk Kosovo en Corsica met een scherp oog voor lokale tradities en de (jonge) bewoners. Het absolute competitiehoogtepunt tot nu toe komt uit Thailand.

De gefocuste coming-of-age-vertelling Looking for Venera steekt mooi af tegen het meer springerige, fragmentarische I Comete. Looking for Venera is op het eerste oog een film zoals er vele anderen bestaan: een redelijk schuchter tienermeisje zoekt naar haar (seksuele) identiteit, kijkt op naar haar zelfverzekerde vriendin en worstelt om los te komen van haar traditioneel ingestelde ouders. De uitwerking is innemend en overwegend subtiel genoeg, maar het is de setting die dit langspeeldebuut van Norika Sefa ook daadwerkelijk onderscheidend maakt. Sefa slaagt erin een klein Kosovaars dorpje om te toveren tot een ware microkosmos, waarin zelfs de jongste bewoners zich zodanig op hun gemak voelen dat ook kijkers zich thuis kunnen wanen.

Looking for Venera

Definitie boven verandering
Het is waardevol dat Venera (een gouden debuutrol van Kosovare Krasniqi) voor de verandering in dit genre eens geen ingrijpende karakterverandering hoeft te ondergaan. We zien duidelijk hoe de mensen in haar omgeving en het proces van ouder worden invloed uitoefenen op haar houding en gedrag, maar dat betekent nog niet dat zij als mens ingrijpend verandert; ze leert alleen geleidelijk haar eigen plaats in de wereld meer definitie te geven. Kijkers kunnen Venera zo überhaupt leren kennen terwijl zij zichzelf béter leert kennen. In die lijn van denken stelde Sefa tijdens een Tiger-persconferentie dat het perspectief van kijkers op die manier misschien wel meer verandert dan dat van Venera zelf – vandaar ‘Looking for Venera’.

Als coming-of-age-vertelling heeft deze film de potentie om wereldwijd aan te spreken, maar Sefa’s beeld van de dorpse omgeving is wel degelijk sterk ingebed in haar kennis van de lokale waarden, tradities en geschiedenis. Engelse taallessen voor de jeugd brengen (impliciete) verwijzingen naar de burgeroorlog met zich mee. Geroddel is aan de orde van de dag en ‘toeschietelijke’ jongedames (zoals Venera’s vriendin en lichte tegenpool Dorina) worden met de nek aangekeken. De traditionele rolverdeling tussen ouders zorgt voor het (helaas wat typisch uitgewerkte) gegeven dat moeders hun drang naar vrijheid soms onderdrukken om hun echtgenoot niet tegen zich in het harnas te jagen.

Dagboek van een draaiboek
Als dwarsdoorsnede van een dorpse omgeving doet Looking for Venera denken aan I Comete van de Franse regisseur Pascal Tagnati. De toon, mate van focus en camerastijl (Tagnati werkt met meer uitgesproken geënsceneerde, lange opnames die elkaar stelselmatig opvolgen) mogen dan verschillen, ook I Comete laat zien hoe een ‘vergeten’ plaatsje in het Europese binnenland balanceert tussen de genadeloze modernisering en de blijvende lokroep van traditie en sociale isolatie.

I Comete – A Corsican Summer

Trap niet in de valkuil te denken dat deze film standhoudt als documentaire: de meeste taferelen en dialogen komen onmiskenbaar uit een draaiboek, maar schetsen wel een aandoenlijk en divers beeld van een voorgestelde gemeenschap. Op momenten bedient Tagnati zich helaas wel heel erg van platitudes, met name als hij weergeeft hoe amateurporno de beeldschone natuur ook niet bespaard is gebleven. In een andere scène wordt een doodscultuur onder de jeugd verbeeld op de bedompte tonen van een nadrukkelijk aanwezige soundtrack. Aan de muur hangt een poster van Kurt Cobain.

Gelukkig profiteert Tagnati’s demonstratieve regie uiteindelijk van de hybride opzet: voor ieder banaal of nihilistisch tafereel is er wel een grap of lichtvoetige ontmoeting in het dorpse ‘centrum’ dat de boel qua toon net voldoende in balans brengt. Een voetbalfan klaagt over het gebrek aan ‘eigenheid’ onder Europese topteams en verraadt zo zijn eigen kijk op multiculturalisme. Een (privé?)helikopter landt uit het niets naast een buitenhuis. Een grootmoeder legt vanuit haar luie stoel geduldig uit wat er zoal mis is met ons continent. Europa is voor technocraten en bankiers. We moeten onze mond houden en doen wat ons wordt verteld. Ze spelen de armen onder elkaar uit. En vervolgens: Ik ga mijn soapopera kijken – geef jij de geraniums water?

Tocht naar de duisternis
Na het bespreken van twee vergelijkbare titels mag een vreemde eend in de bijt door zijn eigenzinnige klasse niet ontbreken. Competitietopper The Edge of Daybreak van de Thaise regisseur Taiki Sakpisit deed ondergetekende verreweg het meest balen dat Pathé Schouwburgplein dit festivaljaar niet beschikbaar mag zijn. Contrastrijke zwart-witbeelden en onheilspellende geluiden begeleiden een donkere tocht door de recente politieke geschiedenis van het land.

The Edge of Daybreak

The Edge of Daybreak is een film met lagen van perspectief: centraal staat een vrouw die getroffen is door trauma, van daaruit bekijken we het lot van een volledige familie, en op meta-niveau gaat de verbeelding over twee breekpunten in de recente geschiedenis van Thailand; een reeks studentenopstanden in de jaren zeventig en een militaire coup in 2006. Naarmate de film vordert, trekt de camera steeds verder de duisternis in, alsof de getraumatiseerde psyche van de hoofdpersoon direct samenvalt met een tocht terug in de tijd. In een interview na afloop van de online screening stelde Sakpisit dat de exacte tijdsbepaling voor kijkers niet eens zozeer van belang hoeft te zijn. The Edge of Daybreak is een bedwelmende ervaring, ergens tussen droom en realiteit, die historisch geïnformeerd trauma op een zintuiglijke manier invoelbaar maakt.

Op 7 februari wordt bekendgemaakt welke film de Tiger wint en welke speciale juryvermeldingen daar nog bijkomen. The Edge of Daybreak is na vrijdag 5 februari helaas niet meer te streamen, maar tickets voor Looking for Venera en I Comete zijn op het moment van schrijven nog beschikbaar via de IFFR-website.

 

6 februari 2021

 

IFFR 2021 (februari-editie): Deense grimmigheid in gretig opgeklopte vertellingen

IFFR 2021 (februari-editie): Fantasierijke producties

IFFR 2021 (februari-editie): Zwart-wit en wraak op mannen 

IFFR 2021 (februari-editie): Decepties en illusies

 

MEER FILMFESTIVAL