AFFR 2017 deel 2 (slot): Kan lelijk mooi worden?

AFFR deel 2 (slot): Kan lelijk mooi worden?

door Bob van der Sterre

Dag 2 van AFFR. Evenwichtigere films dan op dag 1. Oost-Europese architectuur: de schoonheid in lelijkheid. Zoals hotelcomplexen aan de Kroatische kust, Poolse flats, een bizar theater in Novgorod en een Fiatfabriek in Siberië.

Wie is écht goed in geschiedenis en weet dat er in Siberië een stad is genoemd naar een Italiaanse communist? Togliattigrad (ook wel Tolyatti, vlakbij Samara). De naam klinkt als een geintje maar het was echt serieus. En wie wist dat Fiat daar in 1970 heen ging om Sovjet-Fiats te produceren? Klinkt ook als een geintje, maar ook dat was serieus. Hier het bewijs.

Togliatti(grad)

Togliattigrad: Italianen in Siberië
In de samenwerking vonden Russen en Italianen elkaar. ‘Ik werd net zo hartelijk ontvangen als in Zuid-Italië.’ En toch ook was er een cultuurverschil. ‘Overal lag rotzooi. Ik zei toen: die fabriek gaat hier nooit komen.’ En: ‘Italianen waren veel gevoeliger voor hiërarchie, merkte ik op.’

De documentaire Togliatti(grad) begint veelbelovend. Archiefbeelden en anekdotes. Maar dan, als het verhaal het over had moeten nemen, blijven we kijken naar archiefbeelden en anekdotes. Zo door tot het einde.

In de montage krijgen de persoonlijke verhalen van de geïnterviewden véél ruimte maar voor het verhaal zijn ze soms nauwelijks relevant. Een gebrek aan regie speelt de film parten. Het een weglaten en andere dingen wel vertellen, dat is de kunst. Waar gaat het heen met die fabriek? Hoe zit het met de latere misdaadgolf (eind jaren negentig) in Tolyatti? De komst van autobedrijven Renault en General Motors? We leren het niet.

De film, geproduceerd door RAI, heeft vooral oog voor het Italiaanse verhaal, zoals een lange episode over de Fiat-demonstraties in Turijn die ogenschijnlijk niets met het verhaal te maken hebben.

Ik had ook wel stiekem gehoopt op wat meer absurdisme. Koks die vertellen dat ze spaghetti gingen koken met 20 graden vorst. Russische arbeiders die herinneren hoe een collega op de kantinetafel gedichten van Lermontov voordragen (massaal applaus van de Italianen). Liefdeskoppeltjes die moesten wennen aan elkaar liefdesstijl?

Er zijn slechts twee momenten van deze categorie. Zoals de Russische tolk die Spaans sprak bij zijn examen Italiaans en tóch slaagde want zijn examinator was zelf die taal ook niet machtig. En de Russische vrouw die helemaal hoteldebotel was op een Italiaan – en zelfs veertig jaar later nog niet genoeg superlatieven kan vinden voor zijn aantrekkelijkheid.

Blokkenflats met gevoel voor mensen
Polen en zijn flats. Lelijk? Ja. Maar vol leven? Dat ook. In Bloki krijgen we een interessante blik achter de schermen van deze flats, ‘bloki’ genoemd in Polen, ‘blokkendozen’ bij ons.

Ze werden in de jaren vijftig, zestig en zeventig gebouwd, met een piek in 1978 (280.000 stuks). Er is niet een type blokkendoos. In de jaren vijftig en zestig nog met oog voor detail (stervormige flats met meer zonlicht, net iets grotere kamers), in de jaren zeventig werd het ‘een karikatuur van zichzelf’. Zo werd er bijvoorbeeld in Katowice een flat van achthonderd meter lengte gebouwd.

De architecten blikken terug in deze film. Hoewel ze zich niet echt schamen, zijn ze ook niet echt trots. Ze hebben gevochten op de punten dat ze konden vechten. Een troost is dat de regisseur achteraf vertelt dat de nieuwste generatie, geboren in de jaren negentig, de schoonheid van de ‘bloki’ begint in te zien.

Waren ze dan echt zo slecht? Klein wel ja, maar de meeste mensen zweren bij hun ‘bloki’. En ze zijn nog in relatief goede staat. Bovendien vind je er een gemeenschapszin die je niet vindt in de moderne woningen, die veelal achter hekken en toegangspoorten met camera’s en alarmknoppen zitten. Volgens de regisseur, die zelf opgroeide in een ‘bloki’, weerklonk bij hen altijd het geluid van spelende kinderen.

In andere landen (Engeland, Frankrijk, Nederland (Bijlmer)) zijn de meeste grijze modernistische flats al neergehaald. Moskou is van plan om 10% van zijn blokkenflats te bulldozeren. In Polen is het anders. Daar staat bijna alles nog en zijn er nog geen grootscheepse afbreekplannen.

Aardige film, interessant onderwerp en goed uitgewerkt. Wie eenmaal, net als ik, ooit eens in een blokkendoosflat heeft vertoefd, voelt toch meer sympathie dan haat voor zo’n gebouw. De documentaire bevat wel tamelijk veel pratende hoofden maar deze mensen hebben een interessant verhaal te vertellen, over een tijd waarvan wij West-Europeanen nog steeds maar weinig weten.

Een ruimteschip in Novgorod
Een heel eind van Polen ligt Novgorod, een van de oudste steden in Rusland. Daar staat een theatergebouw zoals geen enkele andere stad heeft. Onderwerp van de film The Novgorod Spaceship.

Ontworpen, zo lijkt het op het eerste gezicht, door iemand die te veel lsd gebruikte. Een beroemd muzikant uit die streek? Een lokaal misverstand. Het gebouw is gemaakt door architect Vladimir Somov, ook kunstenaar, en tegenwoordig levend in een piepklein huisje nabij Moskou.

Hoe kon dit gebouw in 1974 in bureaucratisch Sovjet-Unie gebouwd worden? Allereerst doordat Somov een beetje improviseerde tijdens de bouw. Ten tweede omdat men destijds daadwerkelijk geloofde in het vernieuwende karakter ervan.

Het theater, nog daadwerkelijk in gebruik voor toneelstukken, is in slechte staat. Novgorod heeft vaak veel slecht weer en de autoriteiten, hoe kan het ook anders, hebben geen geld voor renovatie. Eén pilaar is al gesloopt omdat mensen het als zelfmoordtoren gebruikten.

De intro van de film is wel warrig maar daarna begint het te lopen. De film is geestig op momenten (het echte toneelstukje van een dronken klusser) en schetst een eerlijk beeld van Novgorod en zijn bewoners. De autoriteiten van Novgorod waren niet echt gelukkig met het resultaat. Dat is misschien de beste manier om te weten dat de film wel deugt.

The Novgorod Spaceship heeft regisseur Andrei Rozen maar liefst vijf jaar gekost om te maken. Hij worstelde lang met het materiaal, geen enkele edit deugde. Toen koos hij voor de vorm van een script, een persoonlijk en subjectief verhaal en een voice-over. Het is plezierig dat een regisseur kritisch is op zijn materiaal en een vorm kiest die het beste bij hem of haar past. Zo zou het altijd moeten gaan en zo krijg je ook de beste films. De documentaire heeft trouwens ook zijn eigen website.

Beton verweven in de natuur
Beton was er ook voldoende in Kroatië. Daar werden in de jaren zeventig megahotels gebouwd. Hoe kan dat nou interessant zijn, denk je?

Slumbering Concrete laat zien hoe mooi sommige gebouwen wél zijn. Nóg een reden om een keer Kroatië te bezoeken. Bijvoorbeeld hotel Marina Lucica in Primosten. In de jaren zeventig een drukte van jewelste, nu een ruïne. Toen en nu. In beide gevallen mooi! Een health resort in Krvavica. Of hotel Haludovo en hotel Belvedere in Dubrovnik.

Brutalistische, utopische gebouwen op krankzinnige schaal. Gebouwd door een architect (Boris Magas) die van de megastructuren interessante en intelligente complexen maakte, bijna natuurlijk opgaand in het landschap. Sinds de oorlog staan ze leeg en worden ze aan hun lot overgelaten. Ze zijn veelal in buitenlandse handen en die handen doen nagenoeg niets aan de gebouwen.

Wat de documentaire vooral weet te bewerkstelligen, is een groot verlangen om daarheen te gaan en ook door de intussen afbrokkelende megahotels te lopen. Sommige mensen doen dat en maken er blogs over. De film doet het met een gids die de dingen ziet die je normaal niet ziet, gewoon omdat je geen getraind oog hebt. (Die gids heeft trouwens een hindernis die veel gidsen hebben: hij heeft de monotone stem van iemand die al zeshonderd keer dezelfde tekst heeft opgedreund en de zinnen niet meer kan laten klinken als normale mensentaal.)

Het is een boeiend hoekje van de modernistische architectuur. Het blad The Balkanist gaat dieper op de materie in met dit artikel: The Dark Side of Croatia’s Tourism Boom. Weer een voorbeeld dat het vooroordeel (ook van mezelf) dat betonnen kolossen uit die tijd altijd lelijk zijn.

Concrete Utopia

Vrijplaats voor experimenten
Lelijk, zoals zo vaak, is een zaak van perspectief. Dat zien we ook in de korte film Concrete Utopia. In 1963 had de Macedonische stad Skopje te maken met een aardbeving. Daarna werd de stad onder andere herbouwd door het modernistische werk van de Japanse architect Kenzo Tange. En toen werd het een vrijplaats voor een paar van de meest experimentele, brutalistische gebouwen die je je maar kunt indenken.

In 2014 heeft de Macedonische overheid voor een ongewone oplossing gekozen. Het land wilde meer een klassieke barokke uitstraling hebben. De in hun ogen akelige modernistische gebouwen hebben ze bedekt met een laag barok, die ze zien als ware vertegenwoordigers van Macedonië. Wat ruimdenkendere personen zeggen dan: ja maar is brutalisme ook niet minstens net zo Macedonisch? Zie hier het verhaal.

Als je maar lang genoeg wacht, komt alles wel weer in de mode, is vooral de boodschap van het AFFR. Niet te vroeg afbreken dus, zoals wij hier wel doen. Wereldwijd is er een renaissance gaande voor liefde voor het beton dat decennialang afgrijselijk werd gevonden. Brutalisme is ineens interessant.

Kan lelijk mooi worden? Taal heeft in elk geval genoeg opties om zulke gevoelens uit te drukken, zoals afgrijselijk, afgrijselijk mooi en mooi afgrijselijk. Voor het modernisme zijn ze denk ik alle drie even passend.

 

9 oktober 2017

 
 
PREVIEW: FILMS OVER GEBOUWEN

DEEL 1: ZWENDEL, MACHINES EN FASCISTISCHE ARCHITECTUUR

 
 
MEER FILMFESTIVALS