Recensie The Forbidden Room

****

recensie The Forbidden Room

Badderen in de diepe poel van het onderbewuste

door George Vermij

Voor Guy Maddin is cinema een vorm van lichtalchemie. Een magische lantaarn waarmee je vergeten verhalen weer tot leven kan wekken. Zo ook in zijn nieuwste koortsdroom van een film, The Forbidden Room.

Het begint allemaal met een oude man in een morsige badjas die doceert over bad-etiquette. De verzadigde kleuren van deze scène zijn als warm water waarin je langzaam wegzakt. Zo word je als kijker ondergedompeld in de wereld van The Forbidden Room waar verhalen op onverklaarbare wijze in elkaar overlopen als overrijpe visioenen.

The Forbidden Room

Na het gemoedelijke bad zijn er de wanhopige bemanningsleden van een zinkende onderzeeër. Een tussentitel waarschuwt over de explosieve lading die op elk moment kan ontploffen. Deze claustrofobische situatie vloeit over in het verhaal van een soort Hercules-figuur gekleed in een houthakkershemd. Hij moet absurde beproevingen ondergaan om een schone dame te redden van een wild volk. Maar er is ook tijd voor zang en dans in een spelonkachtige jazzclub waar een aan slapeloosheid lijdende vrouw in trance zingt over de Aswang: tropische vampiers die zich diep in de jungle hebben verscholen.

Wie deze summiere beschrijving van de eerste helft van The Forbidden Room iets te gortig vindt, moet niet vergeten dat Guy Maddin een lichtvoetige gave heeft om met minimale middelen en een rijke portie fantasie de kijker geboeid te houden. Vergelijk het met illustere voorloper Luis Buñuel die in Un chien andalou en L’ Âge d’or dezelfde associatieve beeldenstorm en verknipte verhalen tot een beklemmend geheel wist te smeden.

Onder de droomvulkaan
Maddins fascinaties bevinden zich ook in het gebied waar surrealisme, psychoanalyse en het melodrama van de zwijgende film samenkomen. Qua tijdsgewricht valt dat van het fin de siècle tot het broeierige interbellum. Een periode die voor het merendeel van de verhalen als achtergrond fungeert. Maddin voegt daar echter nog een vleugje eigentijdse Canadese humor en camp aan toe.

The Forbidden Room

Het riante scala aan personages dat de revue passeert zijn onder meer: debutantes met Louise Brooks-kapsels en onopgeloste jeugdtrauma’s, ijverige artsen die verliefd worden op hun verminkte patiënten, rusteloze inboorlingen van een vulkanisch eiland die onreine rituelen uitvoeren met octopussen, om nog maar te zwijgen over de nette meneer die zijn ogen maar niet kan afwenden van alle derrières. Gelukkig biedt lobotomie nog een uitweg. De lijdensweg van dit arme burgermannetje wordt in de film komisch bezongen door popgroep Sparks in het lied The Final Derriere.

Visueel is The Forbidden Room een liefdevolle en hallucinante hommage aan films van een mythisch verleden, compleet met de beknopte poëzie van tussentitels. Maddins regiehulp Evan Johnson bewerkte het op digitale video geschoten materiaal net zo lang tot het de look en textuur kreeg van oude nitraatfilm. De vergankelijkheid wordt nog eens benadrukt door kunstmatige krassen en schokkerige verspringingen die het beeld op momenten vervormt.

Heksenketel
Maddins filmische heksenketel wordt verder draaiende gehouden door een verrassende cast. Daar duikt opeens Geraldine Chaplin op als een ontembare feeks met een zweep. Vervolgens is een aristocratische Mathieu Amalric aan het bekokstoven hoe hij zijn butler kan vermoorden en zijn identiteit kan overnemen. En dan is er nog de weergaloze Udo Kier, de eerdergenoemde ongeneeslijke derrière-man, maar ook Charlotte Rampling, Maria de Medeiros, Jacques Nolot en nog velen anderen.

Het copieuze narratieve gerecht dat Maddin ons voorschotelt heeft ook literaire voorgangers. Denk aan een boek zoals Cloud Atlas van David Mitchell waar uiteenlopende verhalen in verschillende genres een geheel vormen. De methode is ook verwant aan de psychedelische proza van Thomas Pynchon met zijn verstrengelde verhalen die samen een beeld geven van onze chaotische en ondoorgrondelijke realiteit.

The Forbidden Room

Maddin liet zich voor zijn film inspireren door schijnbaar onafgemaakte films uit de jaren twintig en dertig, zoals Friedrich Wilhelm Murnau’s Der Januskopf. Verhalen die hij heeft willen redden uit de vergetelheid en die nu in een delirische droomlogica zijn verenigd. Maddins enthousiaste speelsheid werkt aanstekelijk en verplaatst je ondanks lachwekkende effecten en neppe decors overtuigend naar een andere wereld. Verbeelding heeft geen budget nodig. In dat opzicht is hij schatplichtig aan de goedkope underground cinema van de broers George en Mike Kuchar die zich nooit lieten beperken in hun weelderige en campy ambities.

Verscholen kunst
Maar het is niet alleen de camp die Maddins universum kenmerkt. Er zit ook kunst verscholen tussen de vergeten en verguisde restjes filmhistorie. Zo doet The Forbidden Room met zijn gebruik van achtergrondprojecties en nadruk op de kunstmatigheid van film denken aan de monumentale cinema van Hans-Jürgen Syberberg (Hitler, ein Film aus Deutschland). Een soortgenoot is ook kunstenaar Reynold Reynolds. Zijn grootse filminstallatie The Lost, spelend in een swingend Berlijn tijdens het interbellum, was ook geïnspireerd op een verloren en onafgemaakte film. En tot slot zijn er nog de verboden fin de siècle verlangens uit Bret Woods merkwaardige Psychopathia Sexualis. Ze passen helemaal in Maddins polymorfe perverse cinefiele wereldbeeld.

Uiteindelijk wordt The Forbidden Room gevoed door een onverzadigbare heimwee naar de ongrijpbare sensualiteit van oude cinema. De film zal je bekoren als je ontvankelijk bent voor de verborgen en verleidelijke krachten van de magische lantaarn. Het moet wel gezegd worden dat voor niet-ingewijden twee uur ronddobberen in Maddins onstuimige maalstroom misschien iets te lang is. Aan de andere kant: Waarom zou je een uitnodiging om ongegeneerd te badderen in de diepe poel van het onderbewuste laten schieten?
 

1 augustus 2016

 
MEER RECENSIES