Juste une illusion

**
recensie Juste une illusion
Vlotte, maar vlakke familiefilm

door Cor Oliemeulen

Er is niks mis met feelgood. Ook niet met nostalgie. Maar het is prettig om ook verrast te worden. In Juste une illusion keren Olivier Nakache en Éric Toledano terug naar hun jeugd in de jaren tachtig. Hun meest persoonlijke film, zeggen ze zelf.

Filmmakers lijken steeds vaker terug te keren naar hun jeugd. Alfonso Cuarón met Roma en Steven Spielberg met The Fabelmans zijn geslaagde voorbeelden. Bij films als Armageddon Time van James Gray vraag je je af waarom belangrijke herinneringen van de filmmaker automatisch interessant zijn voor de kijker. Die vraag keert terug bij Juste une illusion.

Juste une illusion

Nakache en Toledano (C’est la vie, Hors Normes) waren tieners in de jaren tachtig en wilden opnieuw ervaren hoe het voelde om dertien te zijn. Na bijna twee uur vol muzikale hits, eerste liefdes, familieperikelen en goede bedoelingen blijf je achter met het gevoel dat je alles al eerder hebt gezien.

Joodse Arabier
Het is 1985. De bijna dertienjarige Vincent woont met zijn ouders en oudere broer Arnaud in een Parijse buitenwijk als hij verliefd wordt op Anne-Karin. Ondertussen verbergt vader Yves (Louis Garrel) dat hij werkloos is, terwijl moeder Sandrine (Camille Cottin) juist probeert hogerop te komen.

Daarmee gebruiken Nakache en Toledano de economische crisis van de jaren tachtig niet alleen maar als decor. Achter alle nostalgische aankleding proberen zij wel degelijk iets van de maatschappelijke werkelijkheid van 1985 te laten zien. Zo komt de Franse beweging SOS Racisme aan bod met de optimistische gedachte dat verschillende bevolkingsgroepen samen iets konden veranderen.

Ook Vincents afkomst krijgt aandacht zonder dat de film een zwaar identiteitsdrama wordt. Zijn moeder heeft Algerijnse wortels en zijn vader Marokkaanse. Vincent blijkt een Joodse Arabier. We leren dat door het décret Crémieux uit 1870 Algerijnse Joden de Franse nationaliteit kregen. Ook Nakache en Toledano groeiden op met meerdere culturele identiteiten.

Mitterrand en zijn vriend
Gelukkig valt er soms te lachen. De beste grap begint als Arnaud voor straf zijn jongere broer moet helpen met de spreekbeurt die Vincent zogenaamd samen met Anne-Karin heeft gemaakt.

Op een foto ziet Vincent president François Mitterrand hand in hand met een hem onbekende man. Zijn broer Arnaud maakt hem wijs dat de foto historisch is omdat de twee mannen hiermee openlijk voor hun homoseksuele relatie uitkomen. In werkelijkheid is de man de Duitse bondskanselier Helmut Kohl en werd deze beroemde foto in 1984 gemaakt tijdens een herdenking in Verdun, waar hun handdruk symbool stond voor de Frans-Duitse verzoening. Vincent neemt Arnauds uitleg voor waar aan en verwerkt die in de spreekbeurt op school. Met alle gevolgen van dien.

Helaas is niet iedere grap zo geslaagd. Zo is er een zoekgeraakte seksvideo, en de zoektocht naar de nieuwe eigenaar. De rabbijn misschien? Dat het hier om een videoband gaat, maakt de grap jaren tachtig, maar allesbehalve nieuw.

Juste une illusion

Bekend recept
Met Juste une illusion grijpen Nakache en Toledano opnieuw terug naar hun beproefde formule, die begon met hun grote internationale doorbraak Intouchables (2011). De kracht zat daar vooral in de buitengewone chemie tussen François Cluzet en Omar Sy in een tamelijk conventioneel feelgoodverhaal. Een van de bekendste scènes is die waarin Omar Sy op een feestje losgaat op Boogie Wonderland van Earth, Wind & Fire. Het stijve gezelschap komt tot leven en ook de kijker kan niet stilzitten.

Juste une illusion kent opnieuw zo’n dansmoment. Ditmaal gaat Sandrine in de woonkamer los op I’m So Excited van The Pointer Sisters. De scène duurt en duurt, totdat Yves binnenkomt en ook zijn remmingen laat varen. Daar is-ie weer: de bekende pophit, het spontane dansen, het gevoel van bevrijding en het feelgoodmoment.

Ook de sfeervolle pianomuziek die af en toe opduikt, roept herinneringen op aan Intouchables, waarin de muziek van Ludovico Einaudi zo’n belangrijke rol speelde. Misschien geen bewuste verwijzing, maar toch.

De laatste akte bevestigt alle vermoedens over hoe deze familiefilm eindigt. Vincents bar mitswa nadert, de gezinsproblemen worden gladgestreken en het verhaal werkt toe naar hereniging en verbondenheid. En natuurlijk niet te vergeten de sentimentele toespraak: liefde voor alles en iedereen! Uiteindelijk nog wat homevideo’s om zeker te weten hoe bijzonder die tijd wel was.

Nakache en Toledano kunnen zich troosten met de wetenschap dat het Franse publiek hun terugkeer naar de jaren tachtig enthousiast heeft omarmd. Maar volle zalen maken een film nog niet origineel.

 

22 september 2026

 

ALLE RECENSIES

The Kidnapping of a President

***
recensie The Kidnapping of a President
Politieke klucht over rechts-extremisme

door Jochum de Graaf

Luitenant-kolonel Eero Kuussaari, wiens duelleer-litteken uit Duitsland hem in rechts-extreme kring in achting doet stijgen, is gefrustreerd dat hij opnieuw een promotie is misgelopen. Hij wil verhaal halen bij generaal Kurt Martti Wallenius, die met andere extreemrechtse officieren op inspectietocht is in het oosten van Finland. Een copieus diner, fascistische retoriek, krijgshaftige Duitse liederen en grote hoeveelheden alcohol doen de bijeenkomst ontaarden in een bacchanaal.

Extreemrechts is op het toppunt van zijn macht in het politiek roerige Finland eind jaren twintig. Uitgebreid wordt afgegeven op het linkse tuig. Ze zijn vol lof over de aanval en kidnapping van een aantal communisten in het Finse parlement een dag ervoor. Wallenius roept bij de nadronk vol bravoure uit dat ze een echt statement moeten gaan maken. Het linkse activistjes intimideren is maar kinderspel, het wordt tijd om niets minder dan een revolutie te ontketenen.

The Kidnapping of a President

De ontvoering
Tegen elkaar opsnijdend ontstaat het wilde plan om Kaarlo Juho Ståhlberg te ontvoeren en te deporteren. Ståhlberg is de eerste president van de republiek, uitgesproken tegenstander van rechts-extremisme, hoeder van de democratische rechtsstaat. Hij heeft zich net opnieuw kandidaat gesteld voor de presidentsverkiezingen van 1931. Erg goed uitgewerkt is het plan niet maar Eero belt alvast wat handlangers in Helsinki om het uit te voeren.

De volgende ochtend vroeg zien die vier wat bleue jonge fascisten Ståhlberg en zijn vrouw Ester aan de ochtendwandeling in een bos. Ze bevelen de oud-president in de auto plaats te nemen. Maar dan komt de eerste kink in de kabel: de kordate Ester weigert haar man in de steek te laten. Als de ontvoerders met pijn en moeite Ståhlberg in de auto wringen, zit zij al op de achterbank. Ze moeten snel weg anders worden ze ontdekt.

Ståhlberg houdt zich stoïcijns en kalm, maar Ester neemt de regie over en pakt de ontvoerders stevig aan. Weten ze wel waar ze mee bezig zijn, wat voor straf er op kidnapping staat? De knapen krijgen onderling mot, bakkeleien welke kant ze op moeten rijden, weten niet wat ze met hun gijzelaars aan moeten. Eero is onbereikbaar, ligt zijn roes uit te slapen.

Publieke verontwaardiging
Intussen wordt de ontvoering groot landelijk nieuws en is de publieke verontwaardiging enorm. De ontvoerders raken steeds verder in het nauw, de een na de ander wil er mee ophouden. Het mondt uit in een chaotische bij tijd en wijle hilarische roadtrip door Finland.

Als Eero eindelijk ontwaakt met een enorme kater dringt langzaam tot hem door wat voor enorme blunder ze hebben gemaakt. Ook bij de legerofficieren is de chaos en verwarring groot. Wie is er verantwoordelijk voor dit grotesk mislukkende plan en wat zijn de gevolgen?

The Kidnapping of a President

Iets te veel klucht
The Kidnapping of a President is gebaseerd op ware gebeurtenissen in maart 1930, die voor Finland grote politieke consequenties hadden. Het laat goed zien hoe kwetsbaar een democratie kan zijn wanneer extreemrechts te veel macht krijgt. Maar ook hoe zelfoverschatting en overmoed gemakkelijk ten val komen.

Regisseur Samuli Valkama benadert de gebeurtenissen vooral als een politieke klucht. Aku Sipola als Wallenius speelt een sterke rol als de extravagante en excentrieke militair die geobsedeerd is door macht en aandacht.

Jussi Vatanen zagen we In Fallen Leaves van Ari Kaurismäki ook al als droogkomische dronkenlap, in The Kidnapping of a President doet hij er nog een schepje bovenop. Riitta Havukainen als Ester Ståhlberg legt trefzeker het ongelooflijke amateurisme en de knulligheid van de ontvoerders bloot.

Als charmante zwarte komedie en politieke satire wordt het gevaar van rechts-extremisme wat licht aangezet, de balans valt net iets te veel uit naar een klucht.

 

16 september 2026

 

ALLE RECENSIES

It (1927)

De Herfst van de Stomme Film
Deze september blikken we in De Herfst van de Stomme Film terug op klassiekers uit de maanden voordat The Jazz Singer in oktober 1927 de geluidsfilm inluidde. Een laatste oogst van tien films voordat Hollywood begon te praten. Hieronder de eerste film.

 

It (Verenigde Staten, februari 1927)
Geboorte van de ‘It Girl’

door Cor Oliemeulen

Het zijn eerst die ogen. Groot, levendig, een tikje brutaal. Clara Bow hoeft in It nauwelijks iets te doen om je blik naar zich toe te trekken. En dat is nou precies waar deze film over gaat: een eigenschap die zich nauwelijks laat omschrijven, maar die je meteen voelt als je haar ziet.

Schrijfster Elinor Glyn noemde in haar novelle die eigenschap simpelweg It. Een soort X-factor avant la lettre, die volgens haar niets met schoonheid alleen te maken had. Een natuurlijke aantrekkingskracht en magnetische ‘sex appeal’, zonder dat je je daar zelf van bewust bent.

Clara Bow als de eerste It Girl.

De vrouw neemt het initiatief
De wat sullige Monty (William Austin) leest Glyns verhaal in de Cosmopolitan en begrijpt dat It dé eigenschap is waarmee iemand het andere geslacht aantrekt. Aha, dat geldt dus ook voor mannen, concludeert hij als hij zichzelf tevreden in de spiegel bekijkt.

Met het magazine in de hand loopt hij naar zijn vriend Cyrus (Antonio Moreno), de nieuwe baas van het immense warenhuis. Die heeft geen tijd om zich te laten beoordelen. Dan maar eens zoeken op de damesafdeling naar iemand met It. Monty blijft staan voor enkele verkoopsters, leest nog even een paar regels uit het verhaal en weet het zeker: verkoopster Betty Lou (Clara Bow) heeft ‘het’. Maar zij staat inmiddels in katzwijm te kijken naar Cyrus, die nu ook op haar afdeling is verschenen.

Terwijl Monty voorzichtig contact met haar zoekt, vangt Betty Lou op dat Cyrus die avond in de Ritz dineert. Ze laat zich snel door Monty uitnodigen om zo met haar baas in contact te kunnen komen. Of het eenvoudige meisje en de rijke directeur uiteindelijk bij elkaar komen, verklappen we natuurlijk niet.

Wat we wel kunnen verklappen, is dat de film – behalve het begrip It – nauwelijks iets van Glyns novelle overneemt. In dat verhaal is geen vrouw maar een succesvolle zakenman gezegend met It. De film draait dus de rollen om en maakt van het arme winkelmeisje Betty Lou de belichaming ervan: bruisend, energiek en brutaal. Iemand die niet afwacht tot ze wordt versierd, maar zelf het initiatief neemt. Ze gebruikt haar It-factor juist heel bewust om Cyrus te verleiden.

De wilde jaren 20
We zitten midden in de Roaring Twenties als ene Clarence G. Badger It regisseert. Een periode van economische groei, consumptie, auto’s, radio, jazz, stadsleven, film en een veranderende jeugdcultuur. Flappers, zo noemen ze jonge vrouwen die breken met normen over hoe zij zich horen te gedragen. Ze dragen kort haar en nog kortere jurken, dansen, roken, drinken, flirten en zijn zelfstandig.

Een actrice als Clara Bow had al in films met veelzeggende titels als Dancing Mothers en Mantrap een reputatie opgebouwd als een vrouw met een heel directe en levendige aanwezigheid. Heel anders dan de afstandelijke elegantie van Greta Garbo en het onschuldige imago van Mary Pickford oogde Bow spontaan, fysiek aanwezig, ondeugend en modern.

Met haar grote, donkere en sprekende ogen keek zij nieuwsgierig en vol zelfvertrouwen de wereld in. Haar sterk aangezette, hartvormige bovenlip werd een kenmerk van die wilde jaren. Bijna elke flapper had er een. Maar ook kapsels, kleding en gedrag werden massaal gekopieerd.

It (Verenigde Staten, februari 1927)

It werd een groot kassucces en Clara Bow was een sensatie. In datzelfde jaar speelde ze ook in Wings (augustus 1927). Dit spectaculaire oorlogsdrama, met het beroemde tracking shot waarbij de camera zich soepel over zes tafels in een afgeladen Folies Bergère beweegt, ging de geschiedenis in als de eerste winnaar van de Oscar voor beste film. Haar rol is daar kleiner – de film draait vooral om twee bevriende gevechtspiloten – maar ook als het verliefde buurmeisje Mary Preston spat Bow van het doek.

Filmstudio Paramount verkocht vooral die sprankelende persoonlijkheid. Bladen schreven voortdurend over haar privéleven. Haar kracht lag in het gevoel dat ze niet acteerde, maar dat ze gewoon was.

Meer dan je naam op een parfumflesje
Met die zwijgende romantische komedie uit 1927 werd Clara Bow wereldberoemd als de “It Girl”. Honderd jaar later is het begrip nog springlevend, maar flink gedevalueerd. Denk aan al die influencende modepoppen, zoals weet ik hoeveel Kardashians, waarbij het vooral draait om het verkopen van allerlei rotzooi aan jonge meiden van wie de eigen smaak zich nog moet ontwikkelen. Ooit betekende It dat iemand een ondefinieerbare aantrekkingskracht had. Tegenwoordig is het al genoeg als je maar vaak op een scherm verschijnt en er iemand staat te popelen om je naam op een parfumflesje of op een potje wondercrème te zetten.

Het leven van Clara Bow zou uiteindelijk een stuk minder zorgeloos verlopen dan haar verschijning op het witte doek deed vermoeden. De roem, schandalen en voortdurende belangstelling voor haar privéleven eisten hun tol. Al even populair was Bow in de vroege geluidsfilms, maar door het gebruik van microfoons kon ze minder vrij bewegen. Juist toen bleek pas goed dat haar lichamelijke manier van acteren, haar spontaniteit en die directe relatie met de camera waren gevormd door de stomme film.

Deze film is gratis te zien op YouTube.

 

3 september 2026

 

THEMAMAAND ‘De Herfst van de Stomme Film’

Hundreds of Beavers

****
recensie Hunderds of Beavers
Weergaloze, originele nepheid

door Cor Oliemeulen

Een man in de sneeuw. Een konijn in een pak. Een val die niet werkt. Nog een val die niet werkt. En dan: honderden bevers. Het klinkt als een grap, verzonnen met veel bier achter de kiezen – wat ook klopt. Het moest zelfs een hele film worden. Hundreds of Beavers van Mike Cheslik duurt uiteindelijk bijna twee uur zonder gesproken woorden, waarin de gein en ongein steeds uitgekiender en absurder uitpakken.

Jean Kayak is een succesvolle producent van appelbrandewijn in de besneeuwde wildernis van Noord-Amerika. Nadat bevers zijn boomgaard en stokerij vernielen, blijft hij berooid achter. De niet zo snuggere dronkaard moet leren overleven en besluit om pelsjager te worden. Eerst probeert hij konijnen en ander klein wild te verschalken, later richt hij zijn pijlen en andere hulpmiddelen, zoals boomstammen en ijspegels, op de bevers die hem ten gronde hebben gericht. Ondertussen probeert hij indruk te maken op de dochter van een bonthandelaar. Ook die heeft zo zijn zwakheden: het lukt hem maar niet om zijn pruimtabak in een potje uit te spugen.

Hunderds of Beavers

Slapstick, cartoon en videogame
Cheslik vertelt het eenvoudige verhaal met beweging, montage, geluid en onnozele blikken. Daarmee roept Hundreds of Beavers direct de wereld van de stomme film op. Hoofdrolspeler Ryland Brickson Cole Tews heeft het onverstoorbare gezicht van een klassieke slapstick-acteur en moet vooral fysiek acteren: vallen, glijden, rennen, klimmen, bevriezen, door het ijs zakken en continu nét te laat beseffen dat elk plan tot een nieuwe frustratie leidt.

De invloed van Buster Keaton ligt voor de hand, maar Hundreds of Beavers is meer dan alleen een moderne stomme komedie. De capriolen van onze antiheld volgen de logica van een cartoon: fysiek onmogelijk, maar hier volkomen vanzelfsprekend. Verder is de structuur van de film beïnvloed door een videogame. Jean leert van zijn mislukkingen, verzamelt buit, verbetert zijn vaardigheden en neemt het op tegen steeds sterkere tegenstanders. Honderden bevers.

Mensen in dierenpakken
De dieren maken deze platte wereld nog merkwaardiger. Konijnen, wolven en natuurlijk bevers worden gespeeld door mensen in mascottepakken. De beverpakken werden gekocht bij een Chinese webshop, want met een filmbudget van ongeveer 150.000 dollar moet je keuzes maken. Het voordeel was dat de dierenpakken uitgebreide casting overbodig maakten: wie beschikbaar was, kon een kostuum aantrekken. Vervolgens konden enkele gefilmde dieren digitaal worden vermenigvuldigd tot complete groepen.

Hunderds of Beavers

Het resultaat ziet er soms uit alsof een stel studenten met een camera, goedkope attributen en een computer aan het improviseren is geslagen. Maar achter die ogenschijnlijke eenvoud zit veel voorbereiding: bewegingen, valpartijen, landschappen en andere elementen werden afzonderlijk opgenomen en later in de montage en met digitale effecten samengevoegd. Cheslik verzorgde zo’n 1500 digitale effectshots grotendeels zelf.

Daarom voelt Hundreds of Beavers als een cartoon met echte mensen. Personages worden verschoven, gekopieerd, versneld en tegen elkaar uitgespeeld. Zwart-witbeelden, harde contrasten, digitale filmkorrel, simpele composities en zichtbaar kunstmatige decors benadrukken de weergaloze, originele nepheid van de film.

Bijna twee uur slapstick is lang. Vooral in het middenstuk dreigen al die valpartijen en mislukkingen voorspelbaar te worden. Bovendien is niet iedere grap even sterk. Maar gelukkig groeit het speelveld van Jean Kayak. De tegenstanders worden talrijker, de constructies ingewikkelder en de schaal grotesker, met als apotheose zijn aanval op de beverburcht. En natuurlijk kunnen we niet wachten op het moment dat hij de dochter van de bonthandelaar in de armen kan sluiten.

 

24 augustus 2026

 

ALLE RECENSIES

Sehnsucht in Sangerhausen

****
recensie  Sehnsucht in Sangerhausen
Verlangen naar een ander leven

door Zoë van Leeuwen

Er gebeurt weinig in het Oost-Duitse Sangerhausen, een stadje dat bekendstaat om de grootste collectie rozen ter wereld en een honderd meter hoge berg gemaakt van afval uit de mijnen. Een perfect decor voor Julian Radlmaiers absurdistische komediedrama Sehnsucht in Sangerhausen, over het verlangen naar een ander leven.

De titel vat de film bijna perfect samen. ‘Sehnsucht’ is het Duitse woord voor een diep, melancholisch verlangen, een drang naar een onbereikbare situatie. Radlmaier voegt hier een hoop Duitse sprookjes en een lading ‘Volksmusik’ aan toe. Het resultaat is een fabel die even romantisch als komisch is, over vier buitenstaanders die dromen van verandering op een plek waar de tijd stil lijkt te staan. In vier hoofdstukken komen deze thema’s tot leven. Samen tonen ze Sangerhausen vanuit unieke perspectieven en verschillende momenten in de tijd.

Sehnsucht in Sangerhausen

De film opent in de 18e eeuw, waar we kennismaken met Lotte (Paula Schindler), een dienstmeisje van de beroemde dichter Novalis in zijn landhuis in de stad. Haar saaie werk doet haar verlangen naar meer en wanneer ze een jonge reiziger ontmoet, besluiten ze samen naar Frankrijk te vluchten. Later komen we er achter dat ze de grens nooit heeft gehaald.

Mysterieuze steen
In het hedendaagse Oost-Duitsland verschuift de focus naar Lottes achterkleinkind Ursula (Clara Schwinning), een jonge moeder die vastzit in een gemakzuchtig huwelijk. Parallel aan Ursula is er Neda (Maral Keshavarz), een YouTuber uit Iran die wordt gekweld door de geest van haar vriendin die ze in Teheran heeft achtergelaten.

Een mysterieuze steen verbindt de personages met elkaar. De felle blauwe steen is een knipoog naar de Blaue Blume, een symbool van de Duitse Romantiek dat staat voor een diep verlangen naar het oneindige. Als talisman wordt de steen keer op keer gevonden en overgedragen, en lijkt hij de personages op bijna magische wijze wakker te schudden uit hun emotionele verdoving.

Dat deze menging van innerlijke worstelingen en absurdistische magie zo goed werkt, heeft alles te maken met Radlmaiers regie. Hij staat voornamelijk bekend om zijn maatschappijkritische films als Self-Criticism of a Bourgeois Dog (2017) en Bloodsuckers (2021) en weet ook dit keer weer serieuze thema’s met heel wat droge humor te combineren.

Hedendaags sprookje
Wanneer ze op een dag een Berlijns muzikantengezelschap ontmoet, spijbelt Ursula van haar werk voor de innemende violiste Zulima (Henriette Confurius). Hun romance duurt niet langer dan een vluchtig moment, maar het wakkert iets in Ursula aan wat ze niet meer kan loslaten. Iets dat Schwinning zonder enig woord voelbaar maakt.

Behoefte aan verandering was ook de reden waarom Neda naar Duitsland kwam. Nu ze reisvideo’s maakt over de bezienswaardigheden van de deelstaat, verlangt ze ernaar om een echte filmmaker te worden, terwijl ze blijft vasthouden aan de spijt die ze voelt over het achterlaten van haar vriendin. Dat gevoel volgt haar letterlijk als een schim door de stad.

Visueel draagt de film nog meer bij aan het sprookjesachtige gevoel. De korrelige beelden blijven vaak op afstand en tonen statische landschappen en lege straten, als een ode aan de eenvoud en rust van de streek. Meerdere keren beweegt de camera langzaam terwijl een persoon het beeld abrupt verlaat; het wordt bijna komisch hoe de lens de personages niet kan bijhouden.

Sehnsucht in Sangerhausen

Ook de muziekkeuze doet meteen denken aan een verfilming van een verhaal van de gebroeders Grimm. De vioolklanken binden de hoofdstukken aan elkaar en geven Sangerhausen een nog sterkere fabelachtige sfeer.

Op zoek naar geesten uit het verleden
Wanneer in het laatste hoofdstuk ook de Koreaanse gids Sung-Nam zijn entree maakt, laat Radlmaier pas echt zijn talent zien. Sung-Nam wordt door de andere bewoners regelmatig weggezet als ‘de Chinees’, een alledaagse vorm van racisme waar ook Neda mee te maken krijgt. Radlmaier weet hier maatschappelijke problemen naadloos te verwerken. Juist dit gevoel van anders zijn, brengt de groep bij elkaar. Wanneer het drietal met een gammel busje op weg gaat naar het Kyffhäusergebergte, op zoek naar geesten uit het verleden, komen ze uiteindelijk oog in oog te staan met zichzelf.

De vier hoofdstukken komen op poëtische wijze samen met een magische ontmoeting in een grot, waarin het vooral duidelijk wordt dat hopen op een beter leven geen passieve droom hoeft te zijn. Soms hoef je alleen maar even uit je eigen bubbel te stappen.

 

19 augustus 2026

 

ALLE RECENSIES

De la Comédie-Française

***
recensie De la Comédie-Française
The show must go on

door Małgorzata Zielińska

Twee maanden schrijven, drie weken voorbereiden en veertien dagen filmen. Twee coregisseurs en vier scenaristen. Het eindresultaat is een komische, flamboyante film van 1 uur en 15 minuten met acteurs van de Comédie-Française die laten zien dat Fransen de kampioenen van zelfspot en relativeringsvermogen zijn.

Over drie uur moet Nina (Pauline Clément) haar eerste toneelstuk, Macbeth, regisseren in de Comédie-Française. Maar alles lijkt tegen te werken. Alles wat mis kan gaan, gaat ook daadwerkelijk mis: afwezige hoofdactrice, kapotte decors, haar ex-partner die hun baby naar haar werk brengt en vervolgens verdwijnt, tot een onverwacht bezoek van de minister van Cultuur, van wiens oordeel belangrijke subsidies afhangen.

De la Comédie-Française

Wanneer het theater verandert in een vrolijk gekkenhuis, moet Nina tegen de klok vechten om de voorstelling toch op de planken te krijgen. Want in de Comédie-Française wordt een voorstelling nooit afgelast.

Om de spanning op te voeren, is de film opgedeeld in scènes die worden gemarkeerd door tijdsaanduidingen: 18.00 uur, 18.30 uur, 19.00 uur enzovoort. Met elke nieuwe scène tikt de klok verder richting de première van 21.00 uur, waardoor de druk op Nina steeds verder toeneemt.

De keuze voor Macbeth als toneelstuk dat Nina moet opvoeren, is geen toeval. De regisseurs zochten bewust naar een contrast met de komische toon van de film. Bovendien is Macbeth omgeven door bijgeloof, dat ook in de film opduikt en naadloos aansluit bij de eindeloze reeks tegenslagen die Nina op de avond van de première achtervolgt.

Veel Leven om Niets
De eerste veertig minuten van het regiedebuut van Martin Darondeau en Bertrand Usclat zitten vol geestige dialogen, boeiende scènes en originele personages die soms ronduit absurd zijn. Er valt veel te lachen met zowat alle stereotypen over acteurs en het theater. We zien bijgelovige acteurs, zoals Nadine, de grande dame van het theater (Danièle Lebrun) die nog altijd rookt om haar plankenkoorts te bestrijden om vervolgens compleet stoned rond te dwalen. Daarnaast komt uitgerekend nu een geheime romance uit en begrijpt een van de actrices Suzanne (Adeline D’Hermy) totaal niet wie haar personage is of wat haar rol inhoudt.

Na al die komische verwikkelingen voelt het rustiger en meer sentimentele vervolg kleurlozer en onevenwichtig aan door de abrupte overgang in toon en ritme. Dat komt omdat het idee voor de film zijn oorsprong vindt in een plan om een korte, humoristische video te maken voor de sociale media van de Comédie-Française. Dat leidt eerder tot een reeks komische situaties en sketches dan tot een diepgaande karakterstudie.

De la Comédie-Française

Spelen of niet spelen, dat is de vraag
Toch probeert de film de ontwikkeling van Nina te tonen. Aan het begin is ze voortdurend bezig iedereen tevreden te houden. Lange tijd slaagt ze erin de enige redelijke persoon te blijven in een werkelijkheid die steeds chaotischer wordt. Wanneer de actrice die Lady Macbeth moet spelen niet op de première verschijnt, wordt Nina gedwongen de rol zelf op zich te nemen. Naarmate ze letterlijk in het kostuum van Lady Macbeth stapt, wordt ze ook steeds daadkrachtiger en vastberadener. De film is echter te kort om deze evolutie volledig geloofwaardig uit te werken.

De film werd opgenomen in het indrukwekkende gebouw van de Comédie-Française. Dit theatergezelschap, opgericht in 1680 door Lodewijk XIV, is het oudste nog actieve theatergezelschap ter wereld. Alle acteurs en medewerkers die in de film te zien zijn – van acteurs tot technici – zijn allen werkzaam in de Comédie-Française.

Niet alleen het theatergebouw, maar ook de muziek van Clément Ducol draagt bij aan de dynamiek en spanning. De componist, die in 2025 een Oscar won voor Emilia Pérez van Jacques Audiard, zet in de meest dynamische scènes percussie in om het ritme en de energie van de film te versterken.

Al met al is dit een onderhoudende komedie, gedragen door sterk acteerwerk. De kleurrijke personages, scherpe humor en unieke locatie maken van de film een aangename kijkervaring, die kijkers mogelijk zullen aanzetten om de Comédie-Française zelf eens te bezoeken.

 

29 juli 2026

 

ALLE RECENSIES

Playtime (4K re-release)

*****
recensie Playtime (4K re-release)
De titel dekt de lading

door Bert Potvliege

De cinema van Jacques Tati is als fijne wijn: wondermooi gerijpt doorheen de jaren. We schrijven meer dan zeventig jaar na de creatie van Monsieur Hulot, het memorabele hoofdpersonage uit zijn films (door de regisseur zelf gespeeld), en nog steeds schuddebuiken cinefielen smakelijk door zijn filmografie. De lichtvoetige aard van die prenten zou je bijna doen vergeten wat voor monumentale cinema het eigenlijk is – de impact van Tati is immens. De ambitie van Playtime (1967) was dat evenzeer.

Deze zomer loopt er een retrospectief met nieuwe 4K-restauraties van al zijn speelfilms: de uitgelezen kans om te (her)ontdekken wat voor uitzonderlijk talent Tati was, van halfweg de twintigste eeuw tot zijn carrière drie decennia later uitdoofde. Hij overleed in armoede in 1982 – de ontbering het gevolg van de financiële ramp die Playtime was.

Playtime (4K-restauratie)

Cinema van nostalgie
Het valt aan te raden de duik in Tati’s universum niet te beginnen met Playtime: de schok kan te bruusk zijn, de uitdaging te groot. Mon oncle (1958) is daarentegen een uitstekende introductie en toont ten voeten uit wie hij was als filmmaker: cinema van nostalgie, met gortdroge visuele humor, verwondering voor mens en wereld, en een immense nadruk op het beeld. Tati’s films hebben een vitale relatie met het medium waarin ze bestaan; enkel in cinema kon hij deze verhalen vertellen. Deze zachtere instap is de ideale opwarmer voor Playtime: een knettergekke titaan die uit zijn voegen dreigt te barsten. De film staat bovendien op de 23ste plaats in de gezaghebbende Sight & Sound Poll van beste films ooit.

Hulot is een ietwat naïef maar zeer onschuldig typetje dat vasthoudt aan de eenvoud van het verleden en vol verbazing de hoogtechnologische bureaucratische architectuur beleeft. Met grote ogen flaneert hij door het moderne bestaan. En in Playtime kan je eindeloos flaneren. Waarlijk eindeloos.

De plot is zo goed als verwaarloosbaar (er is bovendien nauwelijks dialoog). Hulot volgt zijn neus in het drukke Parijs: een wereld van staal, beton en glas, waar het verkeer raast en miljoenen mensen onderweg zijn. Zo ook Hulot, op weg naar een afspraak in een gigantisch kantoorgebouw – een taak die meer uitdagingen en side quests blijkt te hebben dan verwacht. Personages kruisen elkaar voortdurend in deze wirwar van stadsdrukte: luchthavens, winkels, beurzen, appartementen, kantoren. Op parkeerterreinen staan wagens in rijen van drie tegen elkaar geplakt – een onmogelijke situatie om uit te geraken.

Blik van kinderlijke onschuld
De blik van kinderlijke onschuld voelt vertederend aan, en de kijker mag door die ogen die wereld mee beleven. En wat komt die binnen bij onze protagonist: de gekke vering van een stoel boeit hem mateloos, de receptionist die zijn drukke balie beheert met snedig voetenwerk intrigeert, de labyrintische kantoorruimte met cubicles lijkt waanzinnig, en een communicatiebord met vele lichtjes en knopjes oogt ronduit absurd. Alles verdient aandacht, alles is spel. En Hulot speelt het mee.

De film mondt uit in een langgerekte restaurantscène, waarin het net geopende etablissement spelenderwijs tot schroot wordt herleid. Deze wereld is als een kermis – wat finaal wordt bevestigd door een druk rond punt dat alle schijn heeft van een carrousel. De verbeelding is indrukwekkend, de visuele humor feilloos, de adoratie voor de wereld totaal.

Playtime (4K-restauratie)

Maar er is meer dat de film naar dat bijna onbereikbare niveau tilt: megalomanie. De ambitie van Tati’s project was gigantisch, maar ook roekeloos. Hij liet een volledige kunstmatige stad bouwen (toepasselijk ‘Tativille’ genoemd) om volledige controle te hebben over elk aspect van de productie. De film werd gedraaid op peperdure 70 mm-pellicule, bedoeld om de enorme hoeveelheid beeldinformatie te dragen – je kan erin verdwalen. De productie duurde jaren en liep zwaar over budget.

Bankroet
Net zoals Francis Ford Coppola zijn eigen geld investeerde in het onderschatte Megalopolis, financierde Tati zijn film zelf. En net als Coppola verloor hij bakken geld: Playtime werd destijds de duurste Franse film ooit en een commerciële flop. Dat Tati zo obsessief te werk ging, blijft fascinerend – weinig zaken op het witte doek spreken zo tot de verbeelding als megalomanie: een kunstenaar die opgeslorpt wordt door zijn eigen ambitie en vervolgens iets monsterlijks creëert. Dat geldt voor Werner Herzog met Fitzcarraldo, voor Coppola met Apocalypse Now, en zelfs voor het onbezonnen (maar fenomenaal) drama Magnolia van Paul Thomas Anderson. Voor Tati leidde het tot bankroet – een Icarus die ter aarde stort.

De eerder vermelde verbijstering over de wereld wordt hier ook vanuit die grootheidswaanzin benaderd. Die blik van verwondering is er een die we doorgaans ergens in de kindertijd naar de achtergrond verdringen, maar voor Tati lijkt het de enige manier om de wereld te benaderen. De openingsscène in de terminal toont beelden die tot de rand gevuld zijn met bezienswaardigheden, klaar om in te verdwalen. Merkwaardig hoe vlot hij de kijker in dat tempo en die perceptie meeneemt, klaar om de komende twee uur de wereld op zijn manier te beleven. Playtime is een uitnodiging om stil te staan bij schoonheid en speelsheid, terwijl de wereld als een gek om ons heen draait.

Al deze elementen samen – megalomanie, verwondering, humor, onschuld en verbeelding – in combinatie met ontzettend sterke beelden, maken Playtime tot essentiële cinema: Tati leert ons kijken op manieren die we verloren zijn. Dit eindeloos flaneren kan je leven veranderen..

 

26 juli 2026

 

ALLE RECENSIES

Father Mother Sister Brother

***
recensie Father Mother Sister Brother
Droge gesprekken, lange stiltes en een druppelende kraan

door Cor Oliemeulen

Wie van actie houdt, is bij Jim Jarmusch aan het verkeerde adres. De Amerikaanse filmmaker, die in 1984 doorbrak met Stranger Than Paradise, laat in zijn films veel aan de kijker over. Father Mother Sister Brother, winnaar van de Gouden Leeuw in Venetië, bestaat uit drie losse verhalen. Samen vormen ze een beheerste, minimalistische blik op familierelaties.

Het eerste deel, Father, is het sterkst, vooral door het uitstekende spel en de onverwachte, hilarische apotheose. Het is een tijd geleden dat Jeff (Adam Driver) en zijn zus Emily (Mayim Bialik) op bezoek gaan bij hun vader, vertolkt door Tom Waits. Zoals altijd beweegt die zich moeiteloos als een droog, eigenzinnig en licht absurdistisch personage in het universum van Jim Jarmusch.

Father Mother Sister Brother

Vader
Vader woont in een afgelegen gebied in New Jersey aan een meer. Hij verwelkomt zijn kinderen in een ongemakkelijke sfeer. Jeff heeft een doos met voedingsmiddelen meegebracht. Of ze iets willen drinken. Ai, vader heeft alleen water in huis, maar gelukkig vindt Emily thee in de keuken. Het huis is een zooitje: een verfrommeld kleed over de bank, boeken en spullen her en der. Korte, plichtmatige gesprekjes over werk, kinderen, gezondheid. Het zwijgen overheerst. Jee, is het al zo laat? Een voorzichtige omhelzing. Jeff stopt vader nog wat geld toe. Opluchting bij alle drie dat het bezoek voorbij is.

Moeder
Het tweede deel is opnieuw traag, minimalistisch en vol stiltes. De invloed van Jarmusch’ vriend en geestverwant Aki Kaurismäki (o.a. Fallen Leaves) is duidelijk voelbaar. Net als in Father zit de kracht in kleine momenten, subtiele interacties, droge humor en aandacht voor buitenstaanders. Zo iemand is Lilith (Vicky Krieps), een vrij onaangepast punktype, die door haar moeder (Charlotte Rampling) in Dublin is uitgenodigd voor een min of meer verplichte lunch. Even later arriveert haar stijve zus Timothea (Cate Blanchett) met een bos bloemen. Ook hier hebben moeder en dochters elkaar al een tijd niet gezien. Gezeten achter duur servies en kleine, luxe hapjes kan de kijker zich laven aan heerlijk nietszeggende conversaties en ongemakkelijke stiltes van drie topactrices.

Zus en broer
In de afsluiting van het drieluik over Jarmusch’ familierelaties maken we kennis met Billy (Luka Sabbat) en Skye (Indya Moore). In Sister Brother keert deze tweeling voor even terug naar het lege appartement in Parijs waar ze opgroeiden om met behulp van oude foto’s en documenten herinneringen op te halen aan hun jeugd en hun overleden ouders.

Ditmaal kiest Jarmusch voor een voortkabbelende stroom van gesprekjes zonder noemenswaardige gebeurtenissen. Waar Father langzaam opbouwt tot een verrassende finale en Mother een duidelijke stijl heeft, lijkt Sister Brother met zijn hyperrealisme stil te blijven staan. In zijn vroege film Stranger Than Paradise was die functionele eenvoud vernieuwend. De leegte voelde toen als iets nieuws en paste bij de tijdgeest. In Jarmusch’ latere films, zoals The Limits of Control, wordt die stijl radicaler. Daarin zitten nog wel mysterieuze en absurdistische momenten, maar voor veel kijkers ontbreekt ontwikkeling. Dat geldt ook voor het derde deel van Father Mother Sister Brother, waardoor het zich loswringt van de eerste twee delen en het geheel onevenwichtig maakt.

Father Mother Sister Brother

Liever geen afgebakend plot
Het is een bewuste keuze van een filmmaker die sfeer, observatie en stilte belangrijker vindt dan een afgebakend plot. Minimalisme is wars van een verplichte onthulling. In die zin staat Jim Jarmusch in lijn met regisseurs als Aki Kaurismäki, Robert Bresson en Yasujirō Ozu, die film zien als een reeks momenten en niet als een verhaal met een duidelijk einde.

In Father Mother Sister Brother leiden familiebanden niet tot een inzicht of een oplossing, maar blijven ze bestaan in al hun onvolledigheid en imperfectie. Jarmusch trekt zijn minimalistische benadering door in de muziek, die hij zelf mee vormgeeft. Direct na afloop klinkt een sobere uitvoering van Jackson Browne’s These Days, met de tekst “These days I seem to think a lot / About the things that I forgot to do for you…”

Die regels vatten perfect samen waar Father Mother Sister Brother uiteindelijk om draait: niet wat er gebeurt, maar wat achterwege blijft.

 

14 april 2026

 

ALLE RECENSIES

Was Marielle Weiss

***
recensie Was Marielle Weiss
Amusant sociaal experiment

door Jochum de Graaf

Wat als je dochter opeens over paranormale gaven blijkt te beschikken en al je doen en laten blijkt te kunnen horen en zien? Het overkomt Julia en Thomas, op het oog een perfect stel, allebei hoogopgeleid, goede maar veeleisende banen, redelijke welstand in een Duitse voorstad, samen met dochter Marielle vormen ze een modelgezin. Maar achter die façade broeit onrust.

Moeder Julia (Julia Jentsch: 20 jaar geleden glansrol als Sophie Scholl – The Last Days) flirt op haar werk met knappe collega Max. In de rookpauzes zoeken ze elkaar op en we zien een fijn pikante beginscène als ze in heerlijke Duitse pornotaal vertellen hoe ze hun seksuele fantasieën op elkaar willen uitleven. Vader Tobias (Felix Kramer: Irgendwann werden wir uns alles erzählen, 2023), uitgever, heeft een vervelend gesprek met zijn team over een nieuwe boekcover en wordt telkens voor lul gezet door pedante collega Sören.

Was Marielle Weiss

Harde klap in het gezicht
Tienerdochter Marielle (Laeni Geiseler) zit aan het eind van haar schooljaar vlak voor haar examens en houdt zich in het gezin wat op de vlakte. En zo zitten ze op zekere avond aan tafel en wisselen de ouders uit wat ze die dag beleefd hebben. Op de vraag waarom Marielle zo stil is, antwoordt die dat ze van klasgenote Svenja een harde klap in het gezicht heeft gekregen en nu kan ze alles zien en horen wat haar ouders doen. Verbazing, ongeloof en ontkenning bij de ouders. Julia bezweert bij hoog en bij laag dat ze niet rookt en een verhouding met een collega, zoiets zou ze nooit doen. Thomas stelt dat hij zich juist heel assertief tegen die valse collega Sören heeft opgesteld. Maar de droogkomische manier waarop Marielle hun handelingen beschrijft en letterlijk uit hun gesprekken citeert, werkt ontluisterend.

Het ongeloof slaat om in onthutsing en verbijstering. Heeft Marielle misschien microfoontjes overal in huis en op hun werk geplaatst, hun telefoons gehackt, agenda’s stiekem bekeken?  De argwaan levert een heerlijk komische scène op wanneer Julia en Tobias in de slaapkamer Frans met elkaar spreken, in de veronderstelling dat er in het paranormale pakket geen vertaalmodus zit. Het blijft toch een eng idee dat iemand je 24 uur per dag dicht op de huid kan volgen, alles weet wat je doet en zegt. Wat blijft er dan van je persoonlijke vrijheid over? 

Was Marielle Weiss

Zowel slachtoffer als dader
Was Marielle Weiss is een amusant sociaal experiment over de vraag of je in een relatie wel alles zou moeten weten van elkaar en laat de uiterste consequentie daarvan zien in ons tijdperk waarin mensen massaal elke gedachte en daad via sociale media delen. Is het niet beter dat sommige privézaken gewoon privé blijven, is de boodschap.

Regisseur Frédéric Hambalek (dit is na Model Olimpia pas zijn tweede speelfilm) wikkelt het als-wat-scenario inventief en intelligent af. Mooie vondst om sommige scènes met een bewakingscamera te filmen, waarmee de absurditeit van een situatie subtiel wordt benadrukt. En wanneer je denkt dat Julia en Tobias het enigszins onder controle hebben, loopt het net weer even anders. Na de fase van de ontkenning gedragen ze zich uiterst braaf, doen alles in het nette. Maar dan gaan ze vervolgens tot precies het tegenovergestelde over. Thomas pakt die naargeestige Sören eens stevig aan. Julia, die een tijdje doet alsof Max voor haar niet bestaat, gaat ineens vol op zijn avances in, wat een hilarisch knullige seksscène oplevert.

Alle drie de personages wisselen van rol, zijn zowel slachtoffer als dader in een ontspoorde relatie. Marielle is het minst ontwikkelde karakter. Er zijn wel wat hints naar verwaarlozing in haar jeugd, maar gedurende de film functioneert ze vooral als medium, de camera staat secondenlang op haar gezicht en je vraagt je af wat er allemaal in haar hoofd rondgaat.

Ze zit er zelf ook mee wat ze allemaal te weten komt over haar ouders. Ze wil eigenlijk wel van haar paranormaliteit af. Is ze misschien te genezen als ze opnieuw een harde klap in haar gezicht krijgt?

Het open einde doet je beseffen dat het ook wel goed is om te weten, dat je niet weet wat Marielle nu werkelijk weet.

 

7 januari 2026

 

ALLE RECENSIES

The Last Viking

*****
recensie The Last Viking
Wat is ‘normaal’ en wat niet?

door Jochum de Graaf

Na een jarenlange gevangenisstraf gaat bankrover Anker naar zijn broer Manfred die hij opdracht had gegeven de buit bij hun ouderlijk huis te begraven. Er ontstaat een probleem omdat Manfred niet meer weet waar hij het geld verstopt heeft, maar ook omdat er een paar steekjes aan hem los zitten. Zo steelt hij honden en schept hij op dat iedereen van hem houdt omdat hij John Lennon is.

Manfred (Mads Mikkelsen) heeft een dissociatieve identiteitsstoornis: het ene moment waant hij zich John Lennon, maar er zijn ook momenten dat hij zich een Viking voelt, zoals in zijn jeugd. ‘Manfred’ wil hij in ieder geval niet meer genoemd worden. Als Anker (Nikolaj Lie Kaas) hem zo aanspreekt, doet hij gekke dingen: springt spontaan uit een raam van de flat of laat zich vallen uit een rijdende auto.

The Last Viking

The Beatles spelen ABBA
Hij is onder behandeling bij arts en therapeut Lothar (Lars Brygmann) die op een lumineus idee komt. Als er een John Lennon bestaat, zijn er vast ook mensen die al dissociërend denken dat ze Paul McCartney, George Harrison of Ringo Starr zijn. En als je die opspoort, dan kun je The Beatles weer bij elkaar brengen! Maar in Denemarken is er slechts één iemand die George denkt te zijn. In Zweden is er wel een Paul én een Ringo te vinden. Bij nader inzien is hij dat allebei, maar op verschillende momenten.

Deze Zweed, Hamdan (Kardo Razzazi), die Paul en Ringo in zich verenigt, voelt zich op enig moment ook Iron Man, Heinrich Himmler en niet te vergeten Bjørn van ABBA. Na een half uurtje oefenen, zet het trio in Sgt. Pepper-outfit Chiquitita in.

Het leidmotief, de jacht op de buit, wordt geweldig uitgewerkt. Maar de film gaat over een aantal thema’s meer: broederliefde, loyaliteit, solidariteit en over hoe je met afwijkende mensen moet omgaan. Maar het is ook een briljant spel met de vraag wat normaal is en wat niet.

Arme Vikingen
In een korte animatiefilm voorafgaand zien we een middeleeuws Viking-stamhoofd dat zijn gehandicapte zoon wil oppeppen. Die heeft in een bloedige stammenstrijd zijn arm verloren en voelt zich erg ongelukkig. Op bevel van het stamhoofd worden alle andere krijgers gedwongen hun arm af te hakken, waarmee iedereen weer gelijk is. De absurde maar ijzeren logica is dat mensen die een afwijking hebben alleen afwijkend zijn wanneer andere mensen deze afwijking niet delen. Als je nou gewoon zorgt dat alle mensen dezelfde afwijking hebben, wordt die afwijking het nieuwe ‘normaal’ en voelt niemand zich meer eenzaam.

The Last Viking verloopt volgens een krankzinnig scenario. Het bijzondere is wel dat je alle verwikkelingen als logisch en volkomen normaal ervaart. Wanneer Anker en Manfred bij hun voormalige ouderlijk huis aankomen, treffen ze daar het constant ruziënde stel Margrethe (Sofie Gråbøl) en Werner (Søren Malling) aan. Zij is een ijdel voormalig model dat nu elke dag bokst, hij een voormalig ontwerper die probeert een kinderboek te schrijven en leeft van het geld van een ongeluk waarbij een airbag in zijn gezicht ontplofte.

We zijn in de tweede helft van de film wanneer de zwaarlijvige beroepscrimineel Friendly Flemming (Nicolas Bro) ten tonele verschijnt en de gitzwarte komedie omdraait naar een misdaadfilm. Flemming heeft nog een oude rekening met Anker te vereffenen en eist een fors deel van de buit op. Er volgt een hevige achtervolging met gebruik van veel en grotesk geweld.

The Last Viking

Typische Thomas Jensen-creaties
Met Anker en Manfreds zus, Freja (Bodil Jørgensen), erbij zijn het allemaal typische Anders Thomas Jensen-creaties. Personages die als je het zo opschrijft een paar nogal merkwaardige karaktertrekken hebben, maar door het scenario en het fenomenale acteerspel volstrekt geloofwaardig overkomen. Anker, Lars, Hamdan, Margrethe, Werner, Freja – aan achternamen wordt niet gedaan – elk personage is sterk uitgewerkt, ieder met een eigen verhaal. Goede chemie tussen de acteurs, fijne dialogen, bijzondere plottwists en ‘zijverhalen’, het klopt allemaal.

Mads Mikkelsen had een groot aandeel in het scenario en de dialogen. De zeer vruchtbare samenwerking met Thomas Jensen leverde in 25 jaar vijf hele sterke films op, zoals Men & Chicken (2015) en Riders of Justice (2020), ook al zo’n zwarte komedie met krankzinnige plot, een voorlopig hoogtepunt.

Maar The Last Viking doet daar nog een schepje bovenop, vooral dankzij Mads Mikkelsen. Kijk hoe hij met bril en een van de meest beroerde permanentjes uit de filmgeschiedenis in en onder de huid kruipt van de schlemielige loonatic Manfred. Die houterige lichaamstaal, wapperende armgebaren, dat speciaal loopje: het is onmiskenbaar Manfred, je vergeet dat het Mikkelsen is.

Net als al die personages is de film vele dingen tegelijk. De toon verandert soms in één scène: van ontroerend, naar bruut geweld en donkere humor. Een heerlijk geweldige film die je nog een keer of misschien wel vaker zou moeten zien.

 

3 december 2025

 

 

ALLE RECENSIES