Burn After Reading (2008)

Burn After Reading (2008)
Het boeiende leven der sukkels

door Bob van der Sterre

Burn After Reading biedt materiaal waar je als liefhebber van de Coen-broers op hoopt: een geestig script op maat van de acteurs. Stijlvolle luchtigheid… Het vervliegt alleen snel.

Burn After Reading bevat een parade van sukkels. Fitness-instructrice Linda Litzke, op zoek naar een relatie (die voor haar staat maar ze niet ziet) en die vastbesloten is om zich te cosmetisch te laten verbouwen. En vervolgens op een makkelijke manier aan het geld wil komen. Door samen met haar collega Chad de ex-geheime-dienst-agent Osborne Cox af te persen. Die is ontslagen en werkt aan zijn niet zo heel interessante memoires. Harry Pfarrer slaapt ondertussen met zijn vrouw, Katie Cox, en met andere vrouwen, terwijl hij overtuigd is dat hij in de gaten gehouden wordt.

Het boeiende leven der sukkels, zoals Kamagurka al eens zei.

Brad Pitt en Frances McDormand als chanterende fitnessfanaten

Brad Pitt en Frances McDormand als chanterende fitnessinstructeurs

Kauwgom kauwen en apart kapsel
Laten we beginnen met de kracht van de film: de karakters-op-maat voor acteurs die ze met twee vingers in de neus kunnen spelen. Tilda Swinton speelt haar bekende kille-bitch-rol (met een komische nuance). John Malkovich ontploft een paar keer zoals hij goed kan. Frances McDormand is wat dommig op zoek naar liefde. George Clooney schmiert als halfdwaze en overspelige suburban. En J.K. Simmons probeert er als CIA-directeur een touw aan vast te knopen.

Misschien is Brad Pitt de uitzondering op die regel. Als onnozele en kauwgom kauwende Chad trok hij meer uit zijn komische comfortzone dan normaal. Waar hij vaak wisselende komische prestaties levert, is hij hier inclusief een opvallend kapsel (hij kwam van opname voor een reclame en de Coen-broers vonden het goed staan) verrassend op zijn gemak.

Dan is er nog de straight rol van Richard Jenkins als fitnessbaas die een oogje heeft op Linda. Het is ook een rol die zijn talent uitvergroot, maar op de niet-komische manier. De Coen-broers hadden die rol nodig als baken van redelijkheid tussen alle idioten.

De Coen-broers vatten het samen in dit interview met Uncut-magazine: ‘We schreven het als een oefening in denken welke soort rollen deze acteurs zouden kunnen spelen. Alle rollen waren geschreven voor Brad (Pitt), George (Clooney), Fran (Frances McDormand), John Malkovich en Richard Jenkins.’

De spionagewereld van Washington
De politieke wereld van Washington wordt in Burn After Reading ingenieus in het verhaal betrokken. De film gaat over spionage… maar ook niet. Want er is in feite alleen maar beroerde, mislukte, nergens op slaande spionage. Zoals veel films van de Coen-broers bestaan uit plannen die niet goed uitpakken. Zelfs de geheime diensten begrijpen niet echt waar ze mee bezig zijn.

Waarom spionage? Joel Coen in hetzelfde interview: ‘Eerlijk gezegd wisten we niet waarom. We zeiden gewoon tegen elkaar: Laten we een spionagefilm maken. Ik denk vooral omdat we er nog nooit eerder een hadden gemaakt. Eerlijk waar, het had ook een hondenfilm of een SF-film kunnen zijn.’

Grappige interactie
Schrijf maar eens zo’n script. Het zal niet meevallen om het echt grappig te maken, dat is echt moeilijker dan menigeen denkt. Mijn favoriete vier komische passages van Burn After Reading:

– Als Linda en Chad heel onhandig de met anger management worstelende Osborne Cox proberen af te persen. Terwijl Osborne Cox Chad de les leest, moet Chad lachen omdat Cox zijn merk fiets niet goed heeft (‘Je denkt dat het een Schwinn is!’).
– Hoe David Rasche beschaamd de bizarre wendingen van de affaire probeert uit te leggen aan zijn CIA-baas.
Wat hebben we hiervan geleerd, Palmer?
Ik heb geen idee, sir.
Ik heb ook geen fucking idee. Ik denk dat we geleerd hebben het niet nog eens te doen. Ik zou mijn God niet weten wát we deden.
– Hoe Harry Pfarrer en Katie Cox hun gezamenlijke toekomst bespreken terwijl ze beiden niet echt van elkaar houden.

John Malkovich als geheim agent Osborne Cox

Inspiratie uit de screwball comedies
Mijn favoriete Coen-broers films blijven hun onnavolgbare reeks uit de jaren negentig: Barton Fink, The Hudsucker Proxy, Fargo, The Big Lebowski, ‘O Brother. Voor mijn gevoel de beste komedies in de VS sinds de screwball comedies, waar ze veel inspiratie uit haalden.

Burn After Reading is toch niet helemaal van die categorie. Het is een luchtige film met een vlot script. Maar het is ook een film die wat te gretig op de lachers aanstuurt en snel vervliegt na afloop.

Het gemis aan satire nekt de film een beetje. Volgens de Filmkrant wilden de broers iets zeggen ‘over de CIA en lichaamscultuur’, maar de Coens zijn daar opzettelijk vaag over. Het is in elk geval hooguit een mild satirische film over paranoia en egoïsme – want ieder karakter afgezien van straight guy Ted is egoïstisch.

Misschien wel logisch dat de film zo ‘light’ aanvoelt als je bedenkt dat de film die ze hiervoor maakten een groot succes was bij filmcritici en de Oscars: No Country for Old Men in 2007. Als reactie kwamen ze met dit luchtige verhaal, waar de pret van afspat.

Op de vraag: ‘Was deze film leuker om te maken?’ antwoordden beiden volmondig ‘Ja’. Een film voor de critici in ruil voor eentje voor het publiek.

 

18 juli 2024

 

THEMAMAAND JOEL EN ETHAN COEN

Barton Fink (1991)

Barton Fink (1991)
Is het zo erg dat Barton Fink zichzelf niet kan zijn?

door Paul Rübsaam

Wordt de bevlogen New Yorkse toneelschrijver Barton Fink het slachtoffer van op geld beluste slavendrijvers in Hollywood en zijn gewelddadige buurman in een sinister hotel? Of is de protagonist van de naar hem vernoemde film van Joel en Ethan Coen uit 1991 een pedant ventje dat op karikaturale wijze zijn trekken thuis krijgt? 

Als je een film die je koestert, waarvan je scènes en citaten naar voren pleegt te schuiven in film gerelateerde conversaties, na een flink aantal jaren weer opnieuw ziet, kunnen zich opmerkelijke fenomenen voordoen. Minder overrompeld als je bent door de gekoesterde fragmenten en misschien ook door veranderingen die zich in jezelf voltrokken hebben, gaan bij die latere bezichtiging andere aspecten van de film je meer opvallen.

John Turturro als toneelschrijver Barton Fink

John Turturro als toneelschrijver Barton Fink

Dat zijn in ieder geval mijn ervaringen met de horrorachtige tragikomedie Barton Fink (om maar een term los te laten op deze niet in hokjes te vatten film) van de destijds nog apart als respectievelijk producent en regisseur vermelde Ethan en Joel Coen uit 1991, waarin de titelheld, een New Yorkse toneelschrijver, anno 1941 een contract als scenarioschrijver in Hollywood krijgt aangeboden.

Wie kent zijn Lipnick niet?
Ongetwijfeld ben ik niet de enige die de nodige uitspraken van Jack Lipnick (Michael Lerner) zowat uit zijn hoofd kent. Al bij zijn eerste ontmoeting met protagonist Fink gaat de verschrikkelijke, maar onweerstaanbaar komische studiobaas van filmbedrijf Capitol Pictures helemaal los. Met zijn armen uitgestrekt alsof hij de New Yorkse toneelschrijver omhelzen wil en met zijn ronde buik naar voren gestoken, roept hij uit: “Is that him? Is that Barton Fink? Let me put my arms around this guy!” Even later roept hij enthousiast uit: “The writer is King at Capitol Pictures!” (wat bij uitstek niet waar is!) Minstens zo memorabel is zijn uitspraak: “The important thing (van het script) is it should have that Barton Fink feeling.

Jack Lipnick is een symbool. Een icoon. Iedereen kent op zijn manier wel een Jack Lipnick. Iemand die met de mond belijdt dat hij je alle ruimte geeft. Aan je lippen hangt zelfs. Terwijl het tegenovergestelde het geval is.

Lipnick overdondert niet alleen Fink, hij overdondert ook de onbevangen kijker. Michael Lerners vertolking van Jack Lipnick is dermate briljant dat de vorig jaar overleden acteur daarmee het haast onmogelijke presteert: hij overschaduwt John Turturro als Barton Fink en John Goodman als Charlie Meadows.

Chronische oorontsteking 
Maar John Goodman als verzekeringsagent Charlie Meadows leidt de aandacht van de kijker op zijn beurt af van Turturro als Fink. Waardoor de indruk kan ontstaan dat we de protagonist in de eerste plaats moeten zien als iemand die een groot onheil overkomt dat belichaamd wordt door Lipnick en Meadows.

De omvangrijke Charlie Meadows, Barton Finks buurman in Hotel Earle, is als de vlees geworden manifestatie van dat sinistere hotel. Zijn zweterige lijf doet denken aan de vochtige locatie zelf, waar het behang van de muren bladdert. Zijn chronische oorontsteking is als een verstopping van de leidingen van het pand. Toch hoort en weet hij alles wat daar gebeurt. Alsof de infrastructuur van het hotel niets anders is dan de weerspiegeling van Meadows’ brein.

Na een wat schurende kennismaking tussen de twee buren lijkt schijnbaar goeie lobbes Meadows zich te ontpoppen als de enige vriend van de vereenzaamde en vertwijfelde jonge toneelschrijver, die op zijn naargeestige hotelkamer het scenario voor een worstelfilm moet schrijven terwijl hij verlangende blikken werpt op een foto van een vrouw aan het strand in een gele bikini.

Een redder in nood is Meadows zelfs. Hij weet immers het stoffelijk overschot weg te werken van de om onverklaarbare redenen vermoorde schrijverssecetaresse (en eigenlijk ghostwriter) Audrey Taylor (Judy Davis), met wie Fink een keer het bed heeft gedeeld.

Tenslotte zou blijken dat Barton Finks buurman niemand anders is dan de door de grotesk stoere rechercheurs Mastrionotti en Deutsch van het Los Angeles Police Department gezochte psychopaat en seriemoordenaar Karl (Mad man) Mundt, die zijn slachtoffers steevast onthoofdt.

Overspannen brein 
En toch gaat de film Barton Fink bij nadere beschouwing hoofdzakelijk, zo niet uitsluitend over de karaktereigenschappen van de gelijknamige hoofdpersoon. Gedeeltelijk is deze geïnspireerd op de schrijver en scenarist Clifford Odets (1906-1963). Maar bij fictie kan alles, zoals de uit een gegoed Joods milieu afkomstige Coen-broers zelf plegen te verklaren. Het valt dan ook niet uit te sluiten dat Ethan en Joel Coen een vorm van zelfspot bedreven met de hoofdpersoon in hun vierde film, waarvoor ze het scenario vlot in elkaar draaiden nadat ze vast waren gelopen met het script van Miller’s Crossing (1990).

Het personage Charlie Meadows (Mundt) zou bovendien ontsproten kunnen zijn aan het overspannen brein van de evenals de Coen-broers met een schrijfblokkade worstelende Barton Fink. Meadows wordt immers door niemand anders gezien dan door de in zijn Polanski-achtige isolement (The Tenant, 1976) verkerende schrijver. Behalve dan door de twee rechercheurs. Maar ook die worden verder alleen waargenomen door de protagonist.

Minachting voor de gewone man 
De soms catatonisch ogende Barton Fink met zijn beginnende Jewfro-kapsel en zwarte uilenbril heeft in ieder geval de hebbelijkheid Charlie Meadows niet uit te laten praten. “I could tell you some stories…” begint de verzekeringsagent nog hoopvol als Fink hem verzekert dat hij zijn zwaarlijvige buurman als echte ‘common man’ graag in zijn gezelschap heeft. Fink is echter liever zelf aan het woord. ‘The life of the mind’, dat is waar hij als schrijver mee bezig is en volgens hem is dat pas echt een gecompliceerde en zwaarwegende zaak.

John Goodman als verzekeringsagent Charlie Meadows

John Goodman als verzekeringsagent Charlie Meadows

In het begin van de film zien we hoe Barton Fink zijn tafelgenoten in een New Yorks restaurant wil doen geloven dat het enthousiasme van het upperclass publiek en de lovende recensies naar aanleiding van zijn op Broadway opgevoerde toneelstuk hem onverschillig laten. Zijn missie, zo beweert hij, bestaat uit theater maken voor en over ‘de gewone man’. Maar eigenlijk droomt hij alleen maar van succes, denkt hij vooral aan zichzelf en is de gewone man hem zijn neus uit, al beseft hij dat niet eens. Filmscripts schrijven in Hollywood, alleen maar om geld te verdienen, zou hij beneden zijn waardigheid vinden. Maar hij doet het toch.

Finks misplaatste hoogmoed, zijn neiging om zichzelf te beschouwen als de enige persoon die over een geestelijk leven beschikt, zal zich later in de film nog manifesteren (en wreken) als hij vlak na de Japanse aanval op Pearl Harbor hovaardig weigert zijn vrouwelijke danspartner af te staan aan een dienstplichtige matroos, waarna hij in een vechtpartij betrokken raakt.

Al met al lokt een personage als Barton Fink het bijna uit dat de karikaturale, uiteindelijk brandstichtende en moordende Meadows (Mundt) hysterisch uitbrult: “I’ll show you the life of the mind!

De ban doorbroken 
Blood Simple (1984), het speelfilmdebuut van de Coen-broers, kon als groteske, duistere thriller als veelbelovend worden aangemerkt. Maar hun vervolgfilm Raising Arizona (1987), waarin een ex-gedetineerde en een onvruchtbare politieagente gezamenlijk een kinderwens koesteren, was ronduit matig. En dan die derde (in zekere zin vierde) film: Miller’s Crossing (1990). Het was dat gangsterepos met zijn overdosis geweld en overdreven ingewikkelde plot, waar Joel en Ethan Coen voor wat betreft het scenario aanvankelijk in vastliepen, waarna ze om de geesten los te maken in enkele weken het scenario voor Barton Fink schreven.

De ban gevormd door die eerste drie niet heel grappige en met uitzondering misschien van Blood Simple ook niet zo spannende films werd doorbroken door het even hilarische als verontrustende meesterwerk Barton Fink. Mogelijk kon die gunstige wending plaatsvinden doordat de gebroeders Coen gedurende hun writer’s block zichzelf bevroegen. Uit dat kritisch zelfonderzoek zou de film en het personage Barton Fink kunnen zijn ontstaan.

Worden gangsterfilms, westerns en politiefilms, met andere woorden: films voor ‘de gewone man’ met veel geweld erin ineens ‘grappig’ en hoogstaand als je dat geweld opzettelijk heel erg overdrijft? Dat is maar de vraag. Wat is er eigenlijk aan de hand met iemand die dat denkt? Die wil ‘de gewone man’ bedienen, terwijl hij deze in wezen minacht. Zo iemand is als Barton Fink, zouden de broers gedacht kunnen hebben.

Michael Lerner als studiobaas Jack Lipnick

Michael Lerner als studiobaas Jack Lipnick

Doos 
Als het al dan niet ingebeelde personage Charlie Meadows Barton Fink straft voor zijn hoogmoed, dan doet de letterlijk Finks schoenen likkende studiobaas Jack Lipnick dat des te meer. Lipnick etaleert Finks eigen nauw verholen ijdelheid. Maar snoert hem tevens de mond. Wat Fink op zijn beurt ‘common man’ Charlie Meadows aandoet. Ook van Lipnick krijgt Fink dus een koekje van eigen deeg.

De plot van de vierde film van Joel en Ethan Coen zou eveneens de vrucht kunnen zijn van een vorm van zelfkritische introspectie van de broers. Die ‘ontknoping’ (als je daar al van kunt spreken) is eerder mysterieus dan ingewikkeld. Wat zit er in de doos met bruin pakpapier en een touw eromheen die Meadows bij Fink in bewaring geeft? Een afgehakt hoofd? We kunnen er alleen naar gissen.

In ieder geval krijgt Fink als hij even met deze doos rammelt ineens inspiratie en weet hij in een enkele doorwaakte nacht een naar zijn eigen zeggen briljant script uit zijn Underwood-schrijfmachine te toveren. Wat dat script betreft vernemen we slechts dat Lipnick het waardeloos vindt. Waar het over gaat, blijft onduidelijk.

Die open eindjes dragen ertoe bij dat Barton Fink zich leent voor verschillende interpretaties en dat je de film regelmatig opnieuw wilt zien. Ook in dat opzicht is de schrijfblokkade die Joel en Ethan Coen ervaren hebben bij het schrijven aan het scenario van Miller’s Crossing een vruchtbare geweest.

 

15 juli 2024

 

THEMAMAAND JOEL EN ETHAN COEN

The Big Lebowski (1998)

The Big Lebowski (1998)
“Vee cut of your Chonson!”

door Bert Potvliege

Natuurlijk kan ik The Big Lebowski van Joel & Ethan Coen bespreken, uitvoerig ingaan op mijn argumenten en staven met vele voorbeelden. Maar een onverlaat zal ongetwijfeld reageren met een “Well, you know, that’s just like… your opinion, man.” Ik zou er staan met een mond vol tanden. Beschouw het volgende dan ook als een vrijblijvende duik in mijn herinneringen, waarbij ik graag inga op de redenen waarom The Big Lebowski de meest ravissante der Coens is.

Ik was veertien toen deze film in de zalen kwam (1998) en niemand kon voorspellen wat voor diepgewortelde affiniteit ik toen al had met de ultradroge humor van de Coen-broertjes, ook al kende ik hen toen nog niet. Hun vorige prent Fargo deed een belletje rinkelen, maar films van hen had ik zeker nog niet gezien. Ik was al fan van hoofdrolspeler Jeff Bridges (Blown Away was a big deal voor me toen ik tien was) en de trailer sprak me aan.

The Dude in The Big Lebowski (1998)

The Dude in The Big Lebowski

Een vliegend tapijt, that really tied the room together, bracht me linea recta naar de bioscoop. Dat ik de geboorte meemaakte van een van de grootste cultfilms van de jaren 1990 (naast Pulp Fiction en Trainspotting) was kristalhelder. Het was heerlijk dat potentieel van de film reeds te voelen bij het prille begin – de pijn in mijn zij van het lachen was het bewijs. De wereld kwam er pas iets later achter, dus het was alsof ik een geheim wist.

Smokey, this is not ‘Nam. This is bowling. There are rules.
Ik was op slag verknocht aan de film, met dat hazy detectiveplot in de traditie van Raymond Chandler. In het L.A. van de vroege jaren 1990 treffen we hoofdfiguur Jeffrey Lebowski (Bridges), een halfversleten stoner die zichzelf ‘Dude’ noemt. Hij spendeert zijn dagen met bowlen en meedingen naar de wisselbeker ‘meest luie mens op aarde’. Nadat een onverlaat op zijn tapijt urineert (don’t ask) wordt hij onbedoeld meegezogen in de ontvoeringszaak van Bunny, pornoster en vrouw van een filantropische naamgenoot van Jeffrey.

Dat op zich smaakt al best vreemd, maar de Coens smukken hun wereld verder op met een karrevracht absurde nevenpersonages. Ze allen zien sukkelen met het proberen ontwarren van de knoop die de ontvoeringszaak is, doet me het op een gieren zetten. De onophoudelijke stroom aan schlemieligheden is ronduit ongenadig voor de lachkrampen. The Big Lebowski is ondertussen meer dan vijfentwintig jaar oud, maar zelfs na tientallen kijkbeurten blijft het mijn favoriete komedie, die bovendien endlessly quotable is.

Een korte schets van enkele nevenpersonages:

  • Walter Sobchak, bowlingvriend van Dude en Vietnamveteraan met een kort lontje: “I told that kraut a thousand fucking times: I DON’T ROLL ON SHABBAS!”
  • Maude Lebowski, dochter van de filantroop, tevens feministe en kunstenares: “My art has been commended as being strongly vaginal. Which bothers some men.”
  • Jesus Quintana, pedofiel en bowlingvijand van Dude: “I see you rolled your way into the semis. Dios mio, man.”
  • Uli Kunkel, Duitse nihilist en mislukte crimineel met een verleden in de porno-industrie: “Mein dizbatcher says zere iss somezing wrong mit deine kable.”

En dan heb ik het nog niet gehad over Woo, Donny, Marty, Jackie Treehorn, Brandt, Smokey, Larry Sellers, Da Fino, Knox Harrington en uiteraard The Stranger, die a whole cowboy thing goin’ heeft. Die vele figuren zijn als een cascade aan lekkernijen, stuk voor stuk heerlijk ontworpen figuren met ronduit fantastische dialoog gekoppeld aan de juiste casting.

I – the royal we, you know, the editorial – I dropped off the money.
Neem het scenario er eens bij, dat online te vinden is, en vergelijk het met het eindresultaat. Het is de manier bij uitstek om vast te stellen dat de Coens exact werken en nauwelijks een woord afwijken van wat op papier staat. Hun films zijn bovendien doorgaans tot in de puntjes op storyboard gezet. Je mag dan ook verwachten dat die exacte aard van de manier waarop ze film benaderen zich doortrekt in alles. In die zin vind ik de casting van hun films altijd heel fascinerend en dat is nergens meer geslaagd dan hier. Er is geen valse nooit te vinden in het hele arsenaal aan steengoede acteurs.

Dit brengt ons bij Jeff Bridges, die absoluut perfect gecast werd als de overjaarse stoner die tegen wil en dank meegezogen wordt in een knotsgek avontuur. Het is een castingkeuze die even sterk is als Mickey Rourke in The Wrestler of Michael Keaton in Birdman, waarbij de grens tussen acteur en personage lijkt te vervagen, tot het punt dat geen enkele andere acteur ooit de rol zou kunnen invullen op een geloofwaardige manier.

Ik zou epistels kunnen schrijven over de cast, maar laat ik het erop houden dat John Goodman, Steve Buscemi, John Turturro, Julianne Moore en nog vele anderen hun gewicht waard zijn in dirty undies (“The ringer can’t look empty.”).

The Dude in The Big Lebowski (1998)

Jeff Bridges, Steve “Shut the fuck up Donny!” Buscemi en John Goodman

I am the Walrus.
The Big Lebowski meemaken was een belangrijke stap in mijn vormingsjaren als cinefiel, want de films van de Coens zouden daar essentieel in blijken te zijn. Hun werk is van even groot belang voor filmfans van mijn leeftijd als dat van onder meer Paul Thomas Anderson en Quentin Tarantino. De Coen-broers zullen in die vormingsjaren bij velen een van de hoogste schavotjes bekleden, want wat een kwalitatieve output hebben die twee gerealiseerd doorheen de jaren: Blood Simple, Miller’s Crossing, Barton Fink, Fargo, No Country For Old Men, A Serious Man en nog zoveel meer.

De Coens hebben zoveel moois gerealiseerd dat het gebikkel onder cinefielen welke hun beste is waarschijnlijk even grote proporties zal aannemen als de discussie of je Charlie Chaplin dan wel Buster Keaton verkiest. The Big Lebowski spant wat mij betreft de kroon, want het is een cultureel verankerd fenomeen. In navolging van de film ontstond het dudeïsme, een (parodie op) religie gebaseerd op het hoofdpersonage uit de film. De leer, een gemoderniseerde vorm van taoïsme, pleit er vooral voor het rustig aan te doen (“The Dude abides”). Je kan je bovendien online laten inwijden tot dudeist priest. Reeds 600.000 volgelingen gingen je voor. Er is ook het jaarlijkse Lebowski Fest waar veel gebowld wordt – de cast is er zelfs eens opgedoken. In Reykjavik heb ik me ook eens neergeploft in de Lebowski Bar, een hamburgertent waar elke maaltijd naar een personage wordt genoemd. Om maar te zeggen, de film leeft.

Brother Shamus? Like an Irish monk?
Enkele maanden na de bioscooprelease verscheen de film op VHS. Ik repte me naar de videoboer om de film nog eens te bekijken. Later haalde ik de DVD in huis en keek ik nog eens. Toen begin ik de film te tonen aan anderen. En ik keek nog eens. Nog een eind later kocht ik de Blu-Ray. En ik keek nog eens. Tot op de vandaag vind ik het heerlijk nieuwelingen in te wijden. Er gaat geen jaar voorbij zonder dat de film loeihard door het huis speelt. Geen idee wat de houdbaarheidsdatum is van The Big Lebowski, maar de film heeft nog niks aan kracht moeten inboeten. De Dude blijft op de lachspieren werken, ook al is werken niks voor hem.

 

11 juli 2024

 

THEMAMAAND JOEL EN ETHAN COEN

Dogtooth (4K re-release)

****
recensie Dogtooth (4K re-release)
De verstandskies zit los

door Bert Potvliege

Het opnieuw in de bioscoop brengen van gerestaureerde klassiekers is in volle bloei, wat we enkel kunnen toejuichen. Zo kon je vorige maand de 4K-release van The Straight Story meepikken, een kans die we niet lieten liggen. Deze week is het de beurt aan Dogtooth, de uit 2009 daterende doorbraakfilm van de Griek Yorgos Lanthimos, van wie we afgelopen jaar zowel Poor Things als het vorige week verschenen Kinds of Kindness kregen.

Het is fascinerend vast te stellen hoe de bijzonderheden in het recente werk van Lanthimos terug te traceren zijn naar het vijftien jaar oude Dogtooth. De verbeeldingskracht van de ondertussen wereldberoemde cineast is behoorlijk getikt, waarbij het gadeslaan van de mens die niet zelden ontdaan is van sociale conventies aanleiding geeft tot gortdroge humor. De protagonisten die de werelden van Lanthimos bevolken zijn doorgaans van het zonderlinge soort, als kinderen die zelden weten wat moraliteit is en zuiver instinctief door het leven schrijden. In die zin was de eerste binnenkopper van de Griek een blauwdruk voor al het moois dat erna zou komen.

Dogtooth (4K re-release)

Spelen in de zandbak
In Dogtooth volgen we een manipulatieve vader die met vrouw en drie volwassen kinderen op een afgelegen landgoed woont, weg van de bewoonde wereld. Voor redenen die we niet te weten komen, houdt de vader zijn gezin hier weggeborgen. De kinderen hebben nog nooit een voet in de drukke buitenwereld gezet en zijn niks anders gewend dan deze schijnbaar veilige cocon. Ze zijn wereldvreemd en lijken als peuters gevangen in het lichaam van een volwassene, terwijl moeder en vader hen de meest absurde leugens vertellen over hoe de wereld in elkaar zit. Vliegtuigen hoog in de lucht zijn speelgoed dat naar beneden tuimelt als de kinderen zich gedragen, katten zijn de meest gevreesde dieren op aarde en zullen je genadeloos verscheuren…

De levensstijl van dit gezin is ronduit bizar om gade te slaan, wat nog extra in de verf wordt gezet doordat snoodaard Lanthimos geen duimbreed toegeeft in het toelichten van het waarom van dit alles. De insteek van de plot is fascinerend om mee aan de slag te gaan, maar het ontbreken van een verklaring kan tot knarsetanden leiden bij het publiek. De film is ongetwijfeld frustrerend voor sommige kijkers, maar bevrijdend voor de filmmaker. Door onbekommerd te zijn over een pointe, geeft Lanthimos zichzelf alle vrijheid om naar hartenlust te spelen in het stukje zandbak dat hij voor zichzelf opeiste.

De pot op met conventies
Net als in Poor Things, waarin Emma Stone uitmuntend gestalte geeft aan Bella Baxter, wordt hier een setting gecreëerd die de acteurs toelaat het kind in zichzelf te omarmen. Doordat de kinderen in Dogtooth hun hele leven afgesloten zijn van de samenleving, is sociaal wenselijk gedrag hen onbekend. Het instinctieve en dierlijke gedrag komt vervolgens naar de voorgrond, wat Lanthimos grotesk vertaalt in vlagen van geweld en seksuele uitspattingen.

Zo brengt vader regelmatig een jongedame mee naar huis om zoonlief seksueel te behagen. De film gaat zelfs morsig om met de grenzen van pornografie. Wanneer twee kinderen ruzie hebben, deinst de ene er niet voor terug de andere met een mes in de arm te snijden. Een scène van zelfverminking – iets met een tand die eruit moet – zal zelfs velen doen wegkijken.

Dogtooth (4K re-release)

Samen naar het circus
Lanthimos wentelt zich met gemak in zijn stijl en het gaat hem bijzonder goed af. We beelden ons in dat hij het op een gieren zet wanneer de dochter aan de mama vraagt wat een kut is, om vervolgens de moeder droogjes te horen antwoorden: ‘een kut is een grote lamp’. Dat de bizarre film een Oscarnominatie in de wacht sleepte voor beste film in een andere taal doet ons steil achterover vallen.

Maar de film is meer dan een zonderlinge prent. Zij die voorbij het tot fronsen aanzettend verhaal en de groteske verbeelding kijken, zullen een film aantreffen met uitgekiende breedbeeldkaders, kurkdroge acteerprestaties en een soepele vertelling waarbij Lanthimos de kijker bespeelt. Want wat als een eigenzinnige prent lijkt, is eigenlijk een wonderlijke rit op maat gesneden van een publiek dat er voor open staat. De filmmaker is een poppenspeler die ons naar eigen hand zet.

Het eindresultaat is een uitdagende film, een ogenschijnlijke dwarsligger, maar van hoog niveau. De films die Lanthimos hierna nog zou maken, bevestigden enkel zijn talent als circusmeester die ons in zijn greep houdt.

 

8 juli 2024

 

 

ALLE RECENSIES

Dream Scenario

***
recensie Dream Scenario
Schaduwkant van beroemd zijn

door Cor Oliemeulen

Nicolas Cage is een van de meest productieve filmacteurs van zijn generatie. Als je zes films per jaar maakt, zit er vast wel eens een aardige tussen. Voor 2023 is dat Dream Scenario, een wonderlijk verhaal over een leraar die in de dromen van miljoenen mensen verschijnt.

In een interview met Entertainment Tonight vertelt Nicolas Cage dat tijdens de opname van Dream Scenario in Toronto zijn nicht Sofia Coppola in dezelfde stad bezig was met Priscilla en zijn oom Francis Ford Coppola in Atlanta met zijn nieuwe film Magalopolis. De drie zouden elkaar van feedback hebben voorzien. Je kunt Cage er niet van betichten dat hij in al zijn ruim honderd films meeliftte op de naam Coppola, de maker van al die onvervalste klassiekers in de jaren 70, want al na zijn eerste filmrol in Fast Times at Ridgemont High (1982) veranderde Nicolas zijn achternaam. Hij wilde zijn succes geheel op zijn eigen conto schrijven.

Dream Scenario

Uitstraling
Niet alleen Cage’s werkethos leverde door de jaren heen met enige regelmaat een voltreffer op, ook wist hij met zijn hoofdzakelijk energieke uitstraling, zelden verstoken van een portie overacting, een grote schare fans te verzamelen. Hoe anders is zijn personage in Dream Scenario, de jongste film van de Noorse filmmaker en scenarist Kristoffer Borgli (Sick of Myself). De acteur scheerde het midden van zijn hoofd kaal en liet zich een kunstneus aanmeten om schlemielig over te komen.

We hebben het over biologieleraar Paul Matthews, een onopvallende verschijning die op een dag van zijn dochter krijgt te horen dat zij over hem heeft gedroomd. Vervolgens droomt zijn ex over hem en niet veel later slaat de onrust in de collegezaal toe nadat Paul ook in de dromen van zijn meeste leerlingen is opgedoemd. Dat bleken over het algemeen geen fijne dromen, hoewel de droom van een vrouwelijke leerling erotisch van aard was. Paul voelt zich gevleid, gaat wat met het meisje drinken en stemt schoorvoetend toe om de bewuste droom als het ware na te spelen.

Dream Scenario

Nachtmerries
Plotseling is Paul Matthews populair en weet hij eindelijk de belangstelling van zijn leerlingen te trekken door tijdens de colleges met hen over hun dromen te praten. Het duurt niet lang voordat miljoenen mensen op de wereld over de leraar dromen, voor velen betreft het nachtmerries. Hun meeste dromen gaan over verschrikkelijke voorvallen die ze beleven, echter de leraar heeft daarin nooit een aandeel, hij loopt gewoon voorbij of kijkt toe.

In tegenstelling tot zijn familieleden vindt Paul al die aandacht in de (sociale) media geen ramp. Hij hapt zelfs toe om gesprekken met een reclamebureau aan te gaan, want Paul heeft een boek met een weinig aansprekend thema geschreven en wil dat graag onder de aandacht brengen.

Dream Scenario toont de trend van beroemdheden die gevaar lopen om tot de enkels toe te worden afgefakkeld. Paul is geen televisiemaker met grensoverschrijdend gedrag, maar een eenvoudige goedzak die het niet kan helpen dat hij de nachtrust van zoveel mensen verstoort. Hij raakt in een diep dal.

Het is jammer dat de film wat onbevredigend eindigt, want we hadden graag iets geweten over het waarom Paul in andermans dromen verschijnt. In die zin doet deze donkere dramedy denken aan Cage’s optreden in Knowing (2009) waarin hij ook een leraar speelt en waarin het al even veelbelovende plot – over een man die aan de hand van cijfercodes de toekomst kan voorspellen – ook een beter slot had verdiend.

 

14 maart 2024

 

ALLE RECENSIES

Holdovers, The

****
recensie The Holdovers
Overblijven en overleven

door Cor Oliemeulen

Nadat de dennennaalden allang bij elkaar zijn geveegd, verschijnt The Holdovers bij ons in de bioscoop. Deze lang verwachte film van Alexander Payne is dan ook geen traditionele kerstfilm met winteractiviteiten, zich volvretende families of kleffe geliefden tussen de kerstballen, maar een komisch schooldrama met een positieve boodschap.

Na zijn jammerlijk geflopte sociale satire Downsizing (2017), waarin een man zich laat verkleinen tot krap vijftien centimeter om zijn ecologische voetafdruk te reduceren en op die manier toch in weelde te kunnen blijven leven, keert de Amerikaanse filmmaker Alexander Payne terug naar de sfeer van zijn bejubelde films About Schmidt (2002), Sideways (2004) en Nebraska (2013). Het zijn allemaal karakter gedreven verhalen met een satirische benadering van menselijke relaties in een complexe samenleving.

The Holdovers

No-nonsense
De regisseur liet zich inspireren door het plot van de oude Franse komedie Merlusse (1935) van Marcel Pagnon. Die film gaat over een verre van populaire leraar die tijdens de kerstvakantie op een groepje scholieren moet passen. In The Holdovers schittert Paul Giamatti (nog meer dan in Sideways) als oppasleraar van een handjevol rijkeluisjongens op een privéschool die door omstandigheden de kerstvakantie niet bij hun familie kunnen doorbrengen.

Deze Paul Hunham is zeker geen leraar die zijn leerlingen inspireert, zoals bijvoorbeeld Robin Williams dat deed als John Keating in Dead Poet’s Society (1989) van Peter Weir. Hunham is stug, cynisch en no-nonsense. Hij noemt zichzelf geen leraar geschiedenis maar leraar oudheidkunde en zadelt zijn leerlingen op met kennis waarvan zij zich afvragen wat zij er in hemelsnaam mee moeten. Zeker voor tienerjongens is het dan ook lastig te duiden welke invloed de Tweede Peloponnesische Oorlog (vijfde eeuw voor Christus) heeft op het leven in de huidige tijd. Het mag dan wel kerstvakantie zijn, de jongens moeten van hun oppasser absoluut blijven studeren, maar ook regelmatig sporten, ook al vriest het buiten. “De Romeinen namen een buitenbad bij minus 15 graden”, zo vertrouwt Hunham hen toe.

Wanneer de decemberdagen van 1970 op de Barton Academy langzaam verstrijken, leren we onze leraar oudheidkunde beter kennen. Hij blijkt nauwelijks de campus te verlaten, is eenzaam en drinkt alcohol om zijn saaie leven wat op te vrolijken. Dat laatste geldt ook voor het hoofd van de keuken, Mary (Da’Vine Joy Randolph), die rouwt om haar in Vietnam gesneuvelde zoon. Samen met Hunhams beste leerling Angus (verrassende debutant Dominic Sessa), die uiteindelijk als enige leerling overblijft, proberen ze er het beste van te maken. De focus ligt op de relatie tussen de mopperende Hunham en de recalcitrante, maar breekbare Angus die elkaar langzaam beter leren kennen door elkaar uit te dagen en oprecht te zijn.

The Holdovers

Catharsis
De films van Alexander Payne kenmerken zich door sterke karakterontwikkelingen. En zoals in eerdere films is er in The Holdovers uiteindelijk sprake van een roadtrip die leidt tot een catharsis en een extra mogelijkheid om de sfeer en cultuur van de betreffende plaatsen op te snuiven. De regisseur draaide geen enkele scène in de studio. Hij construeerde de fictieve Barton Academy uit vijf bestaande Amerikaanse scholen; de eetzaal, gymzaal, kapel, gangen en de buitenkant van het gebouw passen uitstekend bij elkaar.

Net als in recente films als The Fabelmans (Steven Spielberg), Empire of Light (Sam Mendes) en Fallen Leaves (Aki Kaurismäki) speelt de liefde voor cinema in The Holdovers een mooie bijrol. Voordat Alexander Payne begon met filmen, bracht hij een deel van de acteurs en de crew in aanraking met de uitstraling en het gevoel van weleer door het vertonen van typische  jarenzeventigfilms als The Graduate, The Last Detail, Paper Moon en Harold and Maude. En hoe vaak zou het gebeuren dat leraar en leerling samen in de bioscoop kijken naar Little Big Man van Arthur Penn? Het nieuwe jaar is pas net begonnen en telt met The Holdovers al het eerste hoogtepunt.

 

7 januari 2024

 

ALLE RECENSIES

Fallen Leaves

***
recensie Fallen Leaves
Romance in Kaurismäki-stijl

door Cor Oliemeulen

Als de blaadjes vallen, krijgen mensen te maken met zwaarmoedige gevoelens. In het Finland van Aki Kaurismäki is het altijd herfst. In het droogkomische drama Fallen Leaves hebben twee dertigers moeite om samen de zon te laten schijnen.

Volgens het World Happiness Report 2023 is Finland voor het zesde jaar op rij het gelukkigste land ter wereld. Belangrijkste kernwaarden voor de Finnen zijn natuur, levensstijl, gezondheid, voeding en welzijn. In het Helsinki van Fallen Leaves lijkt geen hond gelukkig. Niemand heeft haast, en het lijkt alsof iedereen zijn of haar kleurloze lot volstrekt gelaten ondergaat.

Fallen Leaves

Arbeiders
Ansa (Alma Pöysti) werkt in een supermarkt, maar wordt ontslagen omdat ze een broodje meeneemt dat over de datum is en volgens haar baas weggegooid had moeten worden. Ze gaat werken in een café als afwasser, maar staat niet lang daarna op straat omdat de eigenaar wordt gearresteerd voor het dealen van drugs. Uiteindelijk zien we dat Ansa niet beroerd is om zwaar werk te doen. Holappa (Jussi Vatanen) werkt in een metaalfabriek en wordt ontslagen omdat hij alcohol drinkt tijdens het werk. Ook als arbeider van een bouwbedrijf moet hij om dezelfde reden zijn biezen pakken. Ansa en Holappa zijn twee eenzame zielen. Ze ontmoeten elkaar zwijgzaam in een karaokebar en lijken elkaar wel leuk te vinden.

Aki Kaurismäki maakte met Fallen Leaves een vervolg op zijn ‘proletariaat-trilogie’, bestaande uit Shadows in Paradise (1986), Ariel (1988) en The Match Factory Girl (1990). In al die films zet hij de solidariteit en de generositeit van de arbeidersklasse tegenover uitbuiting en slechte sociale omstandigheden. Anders dan zijn Britse collega Ken Loach (I, Daniel Blake, 2016), die het arbeidersleed soms bijna als een karikatuur neerzet, maakt Kaurismäki het leven van zijn personages wat draaglijker met droge humor en situaties. Ansa en Holappa’s blikken vangen elkaars soms, maar hun gezichten blijven nagenoeg in dezelfde plooi. Later zitten ze samen op een bank, maar allebei in een hoek.

Fallen Leaves

Universum
Het is de charme van Kaurismäki’s films dat het leven soms bijna lijkt stil te staan. Het tempo is uiterst traag, de dialogen zijn minimaal, maar een glimlach ligt voortdurend op de loer. In die zin doet zijn werk denken aan dat van zijn voorbeeld en vriend Jim Jarmusch. Leuk is dat zowel Ansa als Holappa genieten van Jarmusch’ zombiefilm The Dead Don’t Die (2019) die ze tijdens hun eerste date in de bioscoop zien. Niet alleen de bioscoop in Fallen Leaves, die is behangen met filmposters van klassiekers, is een hommage aan de cinema, maar ook de referenties naar andere films.

Het universum van Fallen Leaves is uniek. Een kalender toont dat het herfst 2024 is. We zien echter ouderwetse telefoons en horen zelfs een stoomtrein. De muziek is gedateerd en melancholisch, de songteksten onderstrepen de zwaarmoedigheid van de personages. We zien ook een oude analoge radio, alsof het de jaren 50 is, maar uit de luidspreker klinken regelmatig nieuwsberichten van de Russische inval in Oekraïne in 2022. Ondanks deze bijzondere setting en de ‘bescheiden’ chemie van de personages is deze romantische komedie in Kaurismäki-stijl vooral veel van wat hij eerder voorschotelde. Maar zeker leuk genoeg om even onze eigen gejaagde wereld te ontvluchten.

 

6 december 2023

 

ALLE RECENSIES

Imagine 2023 – Deel 1: Humor

Imagine 2023 – Deel 1: Humor
Bruce Lee-klonen en groene blubber kotsende aliens

door Bob van der Sterre

Deze Imagine is er weer veel bizars te zien. De gevarieerdheid van de humor valt erg op. Zachtaardige humor, rauwe humor en melige humor lopen door elkaar. Zijn films na de moeilijke coronatijden weer vrolijkheid als bron aan het ontdekken? Imagine volgen laat zien dat het ook vaak vlagen zijn. Hoe dan ook is het fijn als er wat te lachen is (grinniken mag ook).

 

Kids vs. Aliens

Kids vs. Aliens – 80’s herrie met veel fun
Het zijn de 80’s en Samantha doet vrolijk mee aan de SF-amateurfilm van haar broertje. Ze krijgt last van schaamte als de stoere Billy er ineens staat met zijn vrienden. Ze geeft op aandringen van Billy een groot feest in het huis van haar ouders. Dat wordt op zeker moment belegerd door… aliens.

Je begint deze film te bekijken en het duurt niet lang voor er namen van bekende films en series in je hoofd ronddwarrelen. Afgezien van The Goonies uit die tijd ook de moderne interpretaties: Stranger Things, Wonder Woman 1984, King Fury. De clichés van de 80’s – want met de echte 80’s heeft het nooit iets te maken – blijven maar geven.

De film heeft een enorm ADHD-peil: veel actie, geschreeuw, gegil. Aliens in kitschpakken die je haalt bij de lokale feestwinkel. Ze kotsen groene blubber. Op zeker moment zal het zelfs de fan van zulke pulp toch wel wat gortig zijn als iemand verandert in een Freddy Krueger in een American footballshirt. De film wordt wel gered door het constante acteerwerk van Dominic Mariche (superirritante Billy), Phoebe Rex (Samantha) en Calem MacDonald (broertje).

Kids vs. Aliens is ideaal voor een zaterdagavond 80’s-thema popcornparty. 100% Lol gegarandeerd. Ik denk dat de bioscoop alvast een extra schoonmaakteam voor na deze voorstellingen kan reserveren.

Kijk hier waar en wanneer deze film is te zien (mits niet uitverkocht).

 

Átjáróház

Átjáróház – Amélie in een Hongaarse fantasiemix
Christian heeft een baantje als nachtwaker in een mortuarium. Hij probeert ook een date te regelen met Agí maar hij komt te laat, omdat, tja, de bewoners van de mortuarium ‘s nachts blijken te leven. En hij moet dingen voor ze regelen.

Een film in een totaal andere humorcategorie is Átjáróház (Engelse titel Halfway Home). Je kunt deze film niet zien en niet meteen denken aan Amélie. Niet alleen een kassucces wereldwijd in 2001 (budget $ 10 miljoen, omzet $ 174 miljoen) maar met de quirkiness ook een minigenre op zichzelf geworden, met veel navolging. Met de komische introductie van een paar weirde karakters, kleurrijkheid, romantiek, een vleugje magisch-realisme en offbeat-hoofdpersonen. Átjáróház mist de komische introductie maar vinkt verder alle Amélie-boxjes aan.

En het is niet vervelend! Deze film is goed uit te zitten, met een fantasierijk verhaal over levenden, doden en doden die nog iets willen regelen maar het mortuarium niet uit kunnen. Bovendien stijlvol neergezet.

De architectuur in deze film heeft een belangrijke rol, met een reuzeflat en oude gebouwen. En het verhaal biedt onderweg voldoende komische lichtpuntjes om de wat schetsmatige karakters van Krisztián en Agí te compenseren. Wat ik wel mis, is flair – dat wat Amélie echt goed maakte.

Kijk hier waar en wanneer deze film is te zien (mits niet uitverkocht).

 

Enter the Clones of Bruce

Enter the Clones of Bruce – Het leven van meer dan twintig Bruce Lee’s
Bruce Lee stierf zo jong, en zijn films waren zo populair, dat er sprake was van een onverzadigde markt. Daarom kreeg je films met nieuwe Bruce’s die ook aan Aziatische vechtsporten deden: Bruce Li, Bruce Lo, Branson Lee, Bruce Le, Dragon Lee, Bruce Thai, Bruce Liang, etc. Ze kwamen uit verschillende Aziatische landen. De Bruce Lee-ripoffs waarin ze speelden overstroomden de filmmarkt in de jaren zeventig. Dat werd ‘brucesploitation’ genoemd.

In deze film vertellen filmexperts en acteurs over de films. Brucesploitation was een grote niche-industrie omdat de kung fu-film dankzij Bruce Lee zo’n populair genre was geworden. De distributeurs profiteerden ook van de goedgelovigheid van het westerse publiek. Bruce Le, Bruce Lee, wat is het verschil?

Deze Bruce’s moesten letterlijk Bruce Lee nadoen, die in het vechten een eigen stijl had ontwikkeld. Dus het beroemde vinger-tegen-neusgebaartje, geluiden maken bij het vechten (hiijjaaaajiiii…). Verder titels die vervolgen suggereerden op beroemde Bruce Lee-films: The Big Boss 2, Way of the Dragon 2. Er is zelfs een film getiteld The Clones of Bruce Lee (1980), met Dragon Lee, Bruce Le en Bruce Thai, die in de film gemaakt zijn van cellen van de echte Bruce Lee.

Nog erger waren de films die speelden met het privéleven van de echte Bruce. Bruce Lee: The Man, The Myth en The True Game of Death. In Deadly Hands of Kung Fu neemt Bruce Lee het na zijn dood op tegen slechteriken in de hel. Er kwamen zelfs films over de making-offs van zijn films. De pseudo-documentaire Fist of Fear, Touch of Death was wel het dieptepunt.

De film wisselt deze anekdotiek af met interviews met de Bruce-acteurs. Ze vertellen dat het een zware tijd was met veel intens acteerwerk, pittige stunts, lange opnamedagen en lage betalingen. Ze hadden graag meer uit zichzelf gehaald maar hebben ook wel vrede met hun carrières. Dat is boeiend om te horen: het leven achter de nichefilms.

Kijk hier waar en wanneer deze film is te zien (mits niet uitverkocht).

 

Robot Dreams

Robot Dreams – Bereid je voor als je met je robot naar het strand gaat
Een eenzame hond in New York koopt een gezelligheidsrobot. Gaat ermee naar allerlei plaatsen, waaronder het strand. Daar gaat het mis want de robot roest en zijn batterij raakt leeg. Een hek gaat om het strand en de hond moet tot de lente wachten tot hij de robot kan bevrijden. De robot droomt ondertussen van een beter leven.

Charmante tragikomische animatiefilm is misschien wel de ideale film voor het gezin tijdens komende kerst. Niks volwassens en anarchistisch, zoals we intussen van series van Adult Swim gewend zijn geraakt. Dit is gemaakt voor oud én jong. Zo is er veel aandacht voor het echte New York in de jaren ‘80 als decor voor deze animatie; met restaurantjes, marktjes, Central Park, discomuziek, rooftop party’s en de Twin Towers. Terwijl kinderen ook de emoties van de film makkelijk kunnen volgen.

Regisseur Pablo Berger maakte eerder de modern-zwijgende film Blancanieves. Zo goed is deze film niet. Robot Dreams is iets te veel een kinderfilm en duurt ook wat te lang. Je krijgt er wel vermakelijke en aandoenlijke scènes voor terug. De ski-afdaling met de miereneters. De aan The Big Lebowski herinnerende bowlingscène met een sneeuwpop. Er zitten meer filmknipogen in voor de liefhebber. Zoals de poster van Yoyo (Pierre Étaix, 1965) en het Ierse folkliedje ‘Oh, Danny Boy’ is mogelijk een referentie naar Goodfellas óf de film Danny Boy (1946, immers met een herdershond als maatje).

De film is gebaseerd op de gelijknamige graphic novel uit 2007 van Sara Varon. Ze tekent nooit mensen omdat ze er naar eigen zeggen niet goed in is.

Kijk hier waar en wanneer deze film is te zien (mits niet uitverkocht).

 

Vampire humaniste cherche suicidaire consentant

Vampire humaniste cherche suicidaire consentant – Humanistische vampier
We eindigen het humorgedeelte met Vampire humaniste cherche suicidaire consentant. Wat als je vampier bent en je hebt morele bezwaren tegen het ontvoeren, vermoorden en laten leegbloeden van mensen. Niet raar toch?

Toch snappen weinig mensen in het vampierwereldje iets van Sacha’s principes. En zij heeft ook gewoon bloed nodig om zelf niet het loodje te leggen. In de suïcidale Paul ziet ze een mogelijke kandidaat en hij vindt het ook prima; biedt zijn nek zelfs vrijwillig aan. Maar wat als je dan gevoelens krijgt?

Deze lichtvoetige film is een verademing als je net loodzware bodyhorror hebt zitten kijken (niet voor je lol in mijn geval). Vampire etc. heeft zo zijn melige en charmante momenten. Vooral als Sacha te humanistisch is naar de smaak van familieleden. ‘Een laatste wens inwilligen?’ zegt haar tante bijvoorbeeld stomverbaasd als Sacha het moment weer uitstelt. Stilistisch is het verwant aan films van Wes Anderson en de karakters doen (opnieuw) denken aan Jean-Pierre Jeunet.

Aan de andere kant blijft de Québécoise film van regisseur Ariane Louis-Seize vrij veilig binnen de kaders van de offbeat-komedie. Je mist iets wat meer durf om het een kant te laten opgaan waar je niet aan had gedacht.

Kijk hier waar en wanneer deze film draait (mits niet uitverkocht).

 

Jeanne Dinde

Shorts
In de categorie Shorts zitten een paar heerlijke maffe films. Bijvoorbeeld de musicalmisdaadkomedie van twee scènes: Claudio’s Song (Andreas Nilsson). Het plot maakt dit verhaal van 10 minuten over een ontvoerde instagramberoemdheid op aardige manier ‘rond’.

Een andere vermakelijke short is de Estische productie Dog Apartment van Priit Tender. Een blaffende wasbak zorgt voor slapeloze nachten van een ex-balletdanser. We zien hoe hij aan de worst voor de wasbak komt. Productie van een kwartier biedt meer moois dan vele langere animaties.

Meer vreemde dieren in Jeanne Dinde (zie: foto). Een coming-of-age van een 13-jarig meisje en haar denkbeeldige vriendje, een kalkoen. Die kalkoen loopt vooral te zeiken over haar pubergedrag. Luchtige film van Pauline Ouvrard heeft een van de meest hilarische momenten op Imagine.

In de categorie uitzinnig maf vallen drie korte films. Zoals de vermakelijke Australische film Sweet Juices van Sejon Im en William Suen. Hoe je schulden kunt verrekenen met geweldige dumplings: dat leer je hier. Ook flink maf is de tweeling-roadmovie over penny’s, Pennies from Heaven. Deze film van Sandy Honig is geschreven door de tweelingcomédiennes Annabel Meschke en Sabina Meschke. Er komt vast nog wel een speelfilm van deze twee (lees over de opkomst van het duo in The New York Times). Slechts drie minuten duurt We forgot about the Zombies. Twee mannen rennen weg voor zombies en komen in een schuur. Een van hen heeft dringend een remedie nodig. De schuur is een doe-het-zelf-plek voor spuiten, maar helaas staat er steeds net iets te weinig informatie op. Grappige parodie op de clichés in zombiefilms.

 

24 oktober 2023

 

Imagine 2023 – Deel 2: Suspense & Horror
Imagine 2023 – Deel 3: Iran
Imagine 2023 – Deel 4: Sciencefiction

 


MEER FILMFESTIVAL

Fumer fait tousser

***
recensie Fumer fait tousser
Superheldenteam met een rookprobleem

door Bob van der Sterre

De baas van een superheldenteam is niet tevreden over de samenwerking van zijn vijf tabaksstrijders: Methanol, Nicotine, Mercure, Benzène en Ammoniaque. Sommigen worden individualistischer en dat vindt hij niet leuk. Ze moeten fit zijn want bad guy Lezardin staat klaar om de aarde te vernietigen.

Ze gaan naar een kamp voor wat teambuilding. Daar gaan ze elkaar rond een kampvuur enge verhalen vertellen. Het ene na het andere bizarre verhaal komt langs. De vraag is: waar blijft Lezardin? Af en toe houdt hun baas, Didier, een rat die groen slijm kwijlt, hen met videoboodschappen op de hoogte.

Fumer fait tousser

Meer ergeren dan lachen?
Quentin Dupieux, de ‘David Lynch van de komedie’, de muziekproducer die nu ruim een decennium films maakt, heeft altijd een probleem: mensen begrijpen zijn films niet. Lees de reviews maar op IMDb – mensen hebben zich doorgaans meer geërgerd dan dat ze hebben gelachen.

Wat ze volgens mij niet snappen, is dat er niet iets valt te snappen. Als je de bioscoopzaal betreedt met een film van Dupieux moet je de overbekende dramastructuur achter je laten. Er is niet iets in te zien of ergens heen te gaan of emotioneel mee te leven; zo werken zijn films niet.

Er is wat absurdisme en dus wel wat te lachen. Een team van superhelden dat lijkt op de klassieke Ultraman-serie. De 24/7-winkel in een koelkast. De scènes met de robots. Toch zou je het ook niet echt een komedie noemen.

Komisch taartje
De absurde laag is alleen maar de bovenste, krokante korst. Daaronder zit een smakelijk taartje gevuld met filosofische kritiek op menselijke gewoonten.

Deerskin gaat bijvoorbeeld over onze hang om onze vacht met kleding te bedekken. Mandibules gaat over onze ingewikkelde verhouding met insecten. En Fumer fait tousser gaat over de gewoonte van het roken. Daar is weinig geheimzinnigs aan. Kijk maar naar de titel; de tabaksstrijders met hun wapens; hun namen die slaan op het roken (ammoniak bevordert de snellere opname van nicotine; benzeen komt vrij als tabak brandt; kwik is een van de vele chemicaliën in een sigaret). Bij een tegenstander zeggen ze: ‘Laten we hem vernietigen met kanker!’

De moedwillige zelfvergiftiging van roken komt aldoor terug in de film. Didier die groen kwijlt, het meer dat wordt vergiftigd, Lezardin die vergif te eten krijgt. Wie is hier nou eigenlijk de slechterik?

Subtieler
Sommige verwijzingen zijn subtieler. Zoals de zin ‘Als altijd had ik het over salami…’ (dat ook vaak gerookt wordt). De barracuda die op een rokende grill ligt. De sociale druk van het team (geen wonder dat Didier individualisme haat). In het eerste verhaal wordt de rookster als laatste neergestoken (door iemand die door een magische helm ineens anders in het leven staat). In het tweede verhaal krijgt Christophe, al is er alleen nog maar een mond over, zijn eerste sigaret van zijn tante. Hij is gedoemd.

Dan is er de dubbele moraal van de tabaksstrijders. Ze zeggen te strijden voor de aarde en dat ze het goede doen. Ondertussen willen ze griezelige verhalen horen, zijn ze vooral met zichzelf bezig, hebben ze nergens zin in, lachen ze om exploderende marmotten, of als hun robot Norbert 500 zelfmoord pleegt door in het water te duiken.

En dan heb je nóg minder duidelijke symboliek. Verwijst de houtversnipperaar naar het papier van de sigaret? Is er iets te zeggen over de outfits van de tabaksstrijders (hoezo blauw)? Nicotine die hopeloos verliefd is op Didier, en dus blind is voor zijn lelijkheid. Is dat omdat hij de verslaving voorstelt? Ook opvallend is het meeroken van de kinderen in de film. De lugubere verhalen lijken iets te willen zeggen over de schadelijke gevolgen van roken.

Fumer fait tousser

Filmspectrum van regisseurs die je niet meteen begrijpt
En toch weet je niet of dit zo bedoeld is. Dat is ook het aardige, dat je dat niet weet. Dupieux zit in het filmspectrum van regisseurs wiens films je nooit helemaal zal begrijpen. David Lynch zei zelf al eens: ‘Mensen willen dat je de film terugbrengt naar woorden. Maar dat zal nooit werken en nooit helemaal de film zijn.’ De symboliek in een film als Mulholland Drive is ook niet helemaal te interpreteren, al doen er honderden interpretaties de ronde.

Er is maar een schaal waar je Dupieux’ films mee kunt vergelijken: zijn eigen films. Realité en Wrong staan daar wat mij betreft op eenzame hoogte: de meest geslaagde van zijn filosofische komedies. Mandibules en Deerskin waren beide erg vermakelijk.

Fumer fait tousser past bij de stijl van Mandibules en Deerskin maar is wat lastiger om lief te hebben. Het ligt niet aan het acteerwerk. Ook niet eens aan de gekozen stijl van raamvertellingen – wat ik juist wel aardig vond, omdat het iets nieuws is in de films van Dupieux. Het is de chemie van het script, het acteren en de filosofisch-komische inhoud waarvan je nooit van te voren weet hoe het zal uitpakken. Het idee van Mandibules vertaalde zich beter naar humor.

Een ding is zeker: dit jaar gaat niemand een film maken die ook maar een klein beetje op deze film lijkt.

 

31 juli 2023

 

ALLE RECENSIES

Fædre & mødre

**
recensie Fædre & mødre
Ouders die zich als kinderen gedragen

door Cor Oliemeulen

De 12-jarige Hannah moet erg wennen aan de structuur en de kinderen van haar nieuwe school, maar zij weet haar weg beter te vinden dan haar ouders, die ontdekken dat de andere vaders en moeders zich conformeren aan een strakke hiërarchie waarvan onderlinge rivaliteit en bedekte kwetsbaarheden een logisch gevolg zijn.

Groepsdynamiek speelt een cruciale rol bij de vorming van je identiteit en je ontwikkeling als individu. Dat begint al op school en met een beetje geluk vindt eenieder als jongvolwassene zijn of haar weg in het leven. Individueel handelen en denken zijn essentieel voor de ontwikkeling van je persoonlijke identiteit. Je neemt verantwoordelijkheid voor je eigen acties, los van sociale normen, externe druk of groepsdynamiek. In het Deense Fædre & mødre worstelen vaders en moeders van schoolkinderen nog steeds met die groepshiërarchie als zij met hun kroost op zomerkamp gaan.

Fædre & mødre

Ongemakkelijke feelgood
Aha, dit wordt een feelgoodfilm, denk je meteen als het oubollige en aanstekelijke ‘Mama Loo’ van Les Humpries Singers uit de speakers knalt. Feelgoodfilms bestaan weliswaar meestal uit een opeenstapeling van clichés met de spreekwoordelijke lach en een traan, maar gelukkig blijkt er ook plaats voor enige, helaas weinig verrassende, dramatische ontwikkelingen, om met Mama Loo na anderhalf uur al even opgewekt en braaf afscheid van de kijker te nemen.

Tja, waar heb je eigenlijk naar zitten te kijken? Een komedie die je wat verstrooiing biedt maar die je al bijna bent vergeten nadat je de zaal hebt verlaten, ondanks de Deense ensemblecast, bijna allemaal bekende acteurs en actrices, afstudeerders van de filmacademie, met Nikolaj Lie Kaas (Riders of Justice) en Lisa Loven Kongsli (Turist) als ouders van het meisje dat nieuw is op deze eliteschool waar zowel vrijheid-blijheid als een politiekcorrecte cultuur leidend zijn. Dit resulteert vooral in voordehand liggende grappen en zo nu en dan een pijnlijke situatie. Tegelijkertijd houdt de film kijkende ouders een spiegel voor.

Fædre & mødre

Structuur in de chaos
Fædre & mødre is de vierde speelfilm van Paprika Steen, een naam die je niet snel vergeet. Ze is kind van Dogme 95, dat destijds een ‘zuivere’ manier van film maken voorstond (filmen op 35mm, op locatie met de camera in de hand, zonder kunstlicht, filters, oppervlakkige actie, enzovoorts) en acteerde in de twee eerste films van die revolutionaire Deense filmstroming, te weten Festen (1998) van Thomas Vinterberg en The Idiots (1998) van Lars von Trier. Van Dogme 95 was al na een paar jaar weinig meer over, maar toch kun je respect hebben voor Steens huidige arbeidsethos, want met weinig tierelantijnen weet zij, samen met scenarist Jakob Weis, enige structuur te brengen in de chaos van deze microkosmos van de huidige maatschappij.

Het moet gezegd dat zij erin slaagt om de kunstmatige constellatie van de schoolouders, die er voortdurend op uit zijn om niet alleen hun kinderen maar ook zichzelf te bevoordelen, enigszins te ontmantelen. Op het schoolkamp gedragen zij zich nog infantieler dan hun kinderen. Maar het voelt uiteindelijk als een teleurstelling dat de moeder van het nieuwe meisje – die zich aanvankelijk niet wil of kan aanpassen aan de groepsmores en haar man geen nachtelijke uitspatting gunde – met een feestmuts op een nieuw samenzijn van de ouders zal bezoeken.

 

3 juli 2023

 

ALLE RECENSIES