Woman at War

****
recensie Woman at War

Vrouw wil moeder aarde redden

door Nanda Aris

Woman at War is een politieke, licht absurdistische en droogkomische film over een vrouw met een dubbelleven. Het plezier van film maken straalt van het doek in deze IJslandse inzending voor de Oscars. 

Halla (Halldóra Geirharðsdóttir) is de vijftigjarige dirigente van een koor, maar in het geheim een activiste. Ze dwarsboomt de aluminiumindustrie door elektriciteitsmasten te saboteren – met pijl en boog, zaag of slijptol – met als doel om de mooie IJslandse natuur te beschermen.

Woman at War

Heldhaftig
De film van Benedikt Erlingsson (Of Horses and Men, 2013), opent met Halla die haar pijl en boog klaarmaakt om te schieten, begeleid door opzwepende drums. We zien haar in een ruig landschap, ‘gesierd’ met elektriciteitsmasten. Deze saboteert ze, om zo de aluminiumindustrie schade toe te brengen. Halla is een soloactiviste, die zich geholpen ziet door een schapenherder in de bergen en een bevriend koorlid, dat ook politiek actief is.

Ze maken zich zorgen om Halla, maar die laat zich niet zomaar afschrikken. Heldhaftig gaat ze drones te lijf, verstopt zich voor patrouillerende helikopters en houdt zich schuil tussen de schapen. Net wanneer de aandacht van politie verscherpt en Halla als de ‘Mountain Woman’ haar volgende grote actie plant, krijgt ze bericht van het adoptiebureau.

Er volgt een hele mooie scène, waarin een tai-chiënde Halla het nieuws over klimaatproblemen op tv bekijkt en gebeld wordt. De camera houdt ons beeld op de tv waarop we mensen gered zien worden van een overstroming. Halla krijgt te horen van het adoptiebureau dat er een Oekraïens meisje beschikbaar is. Op de achtergrond fluit de waterketel hard op het vuur, symbool voor Halla’s gevoel. Het is de vraag of ze de verantwoordelijkheid op zich neemt als moeder van het Oekraïense meisje of dat ze verder wil gaan met haar activistische plannen om moeder aarde te redden.

Woman at War

Vervreemding
Ondanks dat dit pas zijn tweede speelfilm is, is Erlingssons werk herkenbaar: droogkomisch, lichtvoetig, maar met serieuze thema’s. Met Woman at War geeft hij recht aan de natuur en vertelt hij een heldenverhaal. Zijn held Halla wordt, net als bij de oude Grieken, geïnspireerd door een muziekband (tegenover het Griekse koor) die Erlingsson bewust zichtbaar in de film plaatst. Dit vervreemdingseffect (een term van toneelschrijver Bertold Brecht) van de muziekband (en drie Oekraïense zangeressen) in beeld haalt de kijker uit het verhaal en herinnert ons aan de fictie van de film: achter alle schijn zit een boodschap die de kijker dient te ontdekken.

Deze stijlkeuze geeft niet alleen Halla kracht, maar ook de film. Zo is er de zachte begeleidende pianomuziek in de woonkamer wanneer zij het nieuws over de adoptie krijgt. De muzikanten begeleiden niet alleen, Halla communiceert ook met hen. Het driekoppige bandje heeft een cameo wanneer Halla de pamfletten uitstrooit en retweet de inhoud van het pamflet.

De manier waarop Hanna de natuur probeert te beschermen en de interactie met de muziekband maken van Woman at War een bijzondere Oscarinzending. Met zijn originele ideeën is Benedikt Erlingsson een regisseur om in de gaten te houden.

 

23 december 2018

 

ALLE RECENSIES

A casa tutti bene

***

recensie A casa tutti bene

Een dun laagje vernis op rottend hout

door Ries Jacobs

Geen taal waarin ruzie zo mooi klinkt als de Italiaanse. Die golvende dynamiek geeft onze emoties meer impact. En ruzie maken ze veel in A casa tutti bene. Zelfs een dementerende zwager komt er niet zonder genade vanaf.

Letterlijk vertaald zegt de titel dat thuis alles goed is, wat in het begin van de film ook zo lijkt. A casa tutti bene begint met een Italië dat we graag zien. Mooie mensen die goed gekleed aan een lange tafel dineren en het samen gezellig hebben. Aan tafel zitten ooms, tantes, kinderen en kleinkinderen, samen met hun al dan niet getrouwde aanhang. Ze zien elkaar voor het eerst in jaren. In een buitenhuis op het prachtige eiland Ischia vieren ze de vijftigjarige bruiloft van Alba en Pietro.

A casa tutti bene

Vanwege slecht weer varen de boten naar het vasteland niet en moeten de familieleden noodgedwongen twee dagen langer op het eiland blijven. Langzaam wordt het paradijs een hel. Weggestopte ontrouw, jaloezie en afgunst komen naar boven. De vriendelijke en geïnteresseerde glimlach van de vorige dag blijkt flinterdun, als een laagje vernis op rottend hout.

Holden Caulfield 
Het script, door regisseur Gabriele Muccino zelf geschreven, heeft realistische en tegelijk intense dialogen. De acteurs kunnen hiermee prima overweg en ontwikkelen een levendige familie, die bestaat uit bijna twintig geloofwaardige karakters. De grootste verdienste van Muccino is dat hij van het begin af aan orde in deze wirwar van persoonlijkheden weet te scheppen. De karakters zijn zo goed neergezet dat ze meteen goed herkenbaar zijn. Ze willen elkaar nogal eens (verbaal) te lijf gaan, maar zijn geen van allen flat characters.

Door de intriges heen bloeit de liefde tussen de oudste kleindochter en haar vriendje op. De jongen zweert nooit te worden als zijn vader die het gezin verliet. Als een mediterrane Holden Caulfield (de jeugdige verteller in J.D. Salingers roman The Catcher in the Rye) bekijkt hij de familie van een afstand. Hier wringt ook de schoen. De film is goed gemaakt, maar hangt van clichés aan elkaar. De onbedorven jeugd versus verrotte volwassenen, we hebben het al eerder gezien. Een familiefeest dat uit de hand loopt, we hebben het ook al eerder gezien (met als bekendste voorbeeld Festen). Oerdriften die tevoorschijn komen onder een dun laagje beschaving, zelfs dit hebben we eerder al gezien. Lord of the Flies is geheel gestoeld op dat idee.

A casa tutti bene

Rommelige families
Na twee keer een uitstap naar Hollywood te hebben gemaakt, is Muccino weer terug in zijn vaderland. Na zijn eerste succesvolle periode in Amerika, waarin hij onder andere The Pursuit of Happyness en Seven Pounds (allebei met Will Smith) regisseerde, volgde een tweede periode waarin niet alles dat hij maakte in goud veranderde.

Ook A casa tutti bene zal niet in goud veranderen. Het is een goede film, maar hij brengt niets nieuws. Dat ieder huisje zijn eigen kruisje heeft wisten we al, en dat het binnen families nogal eens rommelt ook. Maar door de goed uitgewerkte dialogen en puik acteerwerk boeit de film wel van begin tot eind.
 

26 augustus 2018

 
MEER RECENSIES

Tampopo

****

recensie Tampopo

Hoe opwindend is een rauwe eierdooier?

door Cor Oliemeulen

De eetfilm der eetfilms is eindelijk gerestaureerd. Ruim dertig jaar na dato kun je alle ingrediënten van de befaamde Japanse noedelsoep haarscherp zien. Nee, dit is geen documentaire, maar een komedie uit 1985 die haar tijd ver vooruit was en de kijker nog steeds verrast én verleidt.

Eten in films is zo oud als de film zelf. De Franse broers Lumière lieten al in 1895 een kort filmpje over het voeden van een baby zien. Hun landgenoot Georges Méliès trok in 1904 met Sorcellerie Culinaire de trukendoos open wanneer een bedelaar wraak neemt op een kok en duiveltjes inzet om diens soep te laten mislukken.

Tampopo

Van taartgooien tot je eigen schoen opeten
In de beginjaren van de film was de rol van eten vooral luchtig, denk aan taartgooien in slapstickfilmpjes. Met de toenemende industrialisatie kreeg voedsel een serieuzere betekenis en verschenen sociale misstanden op het witte doek. Van schrijnend drama over armoede en honger in A Corner in Wheat (1909) van D.W. Griffith tot en met de mistroostige humor in The Gold Rush (1925) waarin Charlie Chaplin als onfortuinlijke goudzoeker van pure ellende zijn schoenen opeet.

Als mensen eten in films is dat nooit toevallig. Vaak dient eten als katalysator van verzoening (Eat Drink Man Woman, 1994) of problemen (Festen, 1998). Sommige mensen bunkeren zoveel dat ze exploderen (The Meaning of Life, 1983), anderen vervelen zich te pletter en besluiten om zich dood te eten (La grande bouffe, 1973). Hoe dan ook heeft de rol van eten en voeding in elke tijd en elke cultuur een andere betekenis.

Rake observaties
Van alle eetfilms is Tampopo na al die jaren nog steeds de meest bijzondere en grappige. Met het thema voedsel als verleiding, het jongleren met stijlvormen en het laveren tussen komedie en melodrama was de Japanse regisseur Jûzô Itami met zijn tweede film zijn tijd lichtjaren vooruit. Begonnen als acteur werd hij pas op zijn vijftigste actief als scenarioschrijver en regisseur. Itami heeft zich duidelijk laten inspireren door zijn Franse collega Jacques Tati, een meester in eenvoudige, rake observaties van het dagelijkse, vaak absurdistische, menselijke gedrag. De satire van Itami is beduidend scherper en gewaagder, zeker als het gaat om de relatie tussen eten, seks en de dood – soms zelfs in dezelfde scène.

Tampopo

Tampopo (paardenbloem) is de naam van de alleenstaande eigenaresse van een beduimelde eetgelegenheid (gespeeld door Itami’s vrouw Nobuko Miyamoto). Met de hulp van een vrachtwagenchauffeur streeft zij naar een goedlopend restaurant waar de allerbeste noedelsoep zal worden geserveerd. Maar voor het zover is, zien we in een reeks uiterst smaakvol gefilmde scènes hoe je het ingenieuze gerecht maakt, presenteert en eet. De compositie en hartstochtelijke benadering van de ingrediënten is tot ware kunst verheven.

Jûzô Itami noemde Tampopo een noedel-western (die hadden we nog niet!) en leent qua sfeer, low budget en close-ups veel van de spaghettiwestern. In losstaande fragmenten zien we een etiquetteklasje met meisjes die leren hoe je spaghetti moet nuttigen, dat je soms beter geen chips in de bioscoop moet eten en ontdekken we de verleidingen van voedsel. Hilarisch zijn de scènes van de dandy-gangster die slagroom van de linkerborst van zijn vriendin opzuigt en hun techniek om tijdens het voorspel razendknap een rauwe eierdooier heel te houden. Opwindende, geestige en wellicht inspirerende situaties, die een jaar later zouden leiden tot de schaamteloze anticlimax van Kim Basinger en Mickey Rourke in Nine 1/2 Weeks van Adrian Lyne.
 

12 augustus 2018

 
MEER RECENSIES

Some Like It Hot: rollenspel

Some Like It Hot is actueler dan ooit

De perfectie van het rollenspelstad

door Tim Bouwhuis

Niemand is perfect, maar Some Like It Hot is dat toch zeker wel? Het zou zomaar een uitspraak van Billy Wilder zelf geweest kunnen zijn. Na een desastreus verlopen preview in december 1958 gooide de gevierde cineast het over een andere boeg: hij vertoonde de film gewoonweg voor een jonger publiek. De rest is geschiedenis en heden ineen.

Wilder en zijn coscenarist I.A.L. Diamond hadden twee troeven in handen om de mateloze moderniteit van hun screwball comedy ietwat te verhullen. Some Like It Hot kon een period piece worden en de twee ‘mannelijke’ hoofdpersonages moesten een dynamisch rollenspel spelen. Uiteindelijk zette het duo beide troeven met plezier in.

Waarom zijn juist deze ogenschijnlijk eenvoudige kenmerken van de film zo essentieel voor het schetsen van zijn moderne karakter? Daarvoor moeten we iedere contemporaine lezing van Some Like It Hot even inruilen voor de omstandigheden waaronder Wilders filmische maskerade tot stand kwam.

Some Like It Hot

Liefde tussen man en vrouw
Aan het eind van de jaren vijftig was de invloed van de befaamde Production Code tanende. Het advent van de beeldbuis ging hand in hand met de achteruitgang van het studiosysteem, en de greep van taboes en (zelf)censuur verzwakte. Dit nam echter nog niet weg dat Wilder de censors én zijn publiek moest overtuigen met thema’s die in de voorbije decennia naar de krochten van de taboesfeer waren verbannen. De meeste Amerikanen waren het gewoon om in termen van huwelijk en huiselijkheid te denken.

De filmindustrie kon de normatieve liefde tussen man en vrouw op haar beurt niet zomaar op de tocht zetten, vooral omdat iedere poging zonder verborgen betekenissen of subtiel verhulde symboliek toch wel door de Code gepareerd zou worden. Als een regisseur dan eindelijk verder ging dan de klassieke filmkus, moest dat suggestief. Alfred Hitchcock eindigt North by Northwest (tevens 1959) met een toespeling op een penetratie: een trein rijdt met volle vaart een tunnel in op het moment dat de geliefden (Cary Grant en Eva Marie Saint) de liefde zullen gaan bedrijven. Uiteraard houdt de Master of suspense zich in deze film nog wel netjes aan de genderbalans: een open homoseksuele of lesbische relatie zul je in een film uit dit tijdperk niet zomaar aantreffen.

Billy WilderToespelingen
Hoe anders was dat in de roaring twenties, toen het studiosysteem kon uitdijen onder een stroom van kansen en gedurfde toespelingen op de relaties tussen mannen en vrouwen. In William A. Wellmanns oorlogsdrama Wings (1927) delen Charles Rogers en Richard Allen een intieme kus op de mond. Broederlijk of niet, de camera legde vast wat we daarna decennia lang niet meer zouden zien.

Regisseurs trapten daarnaast heilige huisjes omver door de suggestie van overspel uit te werken of een meer cynische visie op de mensheid uit de doeken te doen. Ernst Lubitsch, Billy Wilders grootste voorbeeld, perfectioneerde in Hollywood zijn zogeheten ‘Lubitsch touch’ (Google op ‘Wilder’ en ‘The Lubitsch Touch’ voor een even puntige als amusante uitleg van Wilder zelf), nadat hij in Duitsland het vroege hoogtij van de Weimar Cinema had meegemaakt.

De Duitse filmacademicus Thomas Elsaesser stelt dat Weimar Cinema garant stond voor ‘the creation of a highly sophisticated film language, both on the level of the image and the narrative, repeatedly using strategies of deception, camouflage, impersonation, and duplicity to make larger claims about the forming and deforming forces of modernity’.

Neem bijvoorbeeld Robert Wienes Das Kabinett des Doktor Caligari (1920), waarin de androgyne verschijning van slaapwandelaar Cesare (Conrad Veidt) onze perceptie van genderidentiteit op losse schroeven zet. De film als geheel is een ontwrichtende droom, waarin iedere verschijning deel kan zijn van een groter bedrog. De hysterische decors reflecteren het grenzeloze karakter van stijl en narratief.

Rollenspel
In de expressieve kunst van deze academisch afgebakende periode ontspringt ook Wilders fascinatie voor het rollenspel. In het rollenspel kunnen personages zijn en verbeelden wat in een meer directe context taboe is. Doorheen het oeuvre van Wilder komt het gegeven van het rollenspel telkens weer terug. Neem bijvoorbeeld The Major and the Minor (1942). Ginger Rogers (ongeveer dertig jaar oud in de productieperiode) doet zich voor als een twaalfjarig meisje om tegen een goedkoper tarief met de trein te kunnen reizen, en identificeert zich in een later stadium ook nog eens als haar bloedeigen moeder. Het laatste frame van de film laat zich lezen als een speelse visuele vooruitwijzing naar Some Like It Hot, waarin de stoomwolk van de trein Sugar Kane (Marilyn Monroe) deels even aan het oog onttrekt, net als Rogers in The Major and the Minor.

Wie eenmaal met de bril van het rollenspel naar het oeuvre van Wilder kijkt, moet zich eerder inspannen een film te vinden die het niét moet hebben van (variaties op) gedaanteverwisselingen. Gerd Gemünden betoogt in zijn boek A Foreign Affair: Billy Wilder’s American Films dat deze gedaanteverwisselingen zeker niet alleen als voortstuwende plot devices moeten worden beschouwd: ‘’impersonation and masquerade always entail a political dimension, serving as allegory for the price the exile has to pay in his or her quest for assimilation, for blending in, or for mere survival’’.

Some Like It Hot

Verkleedpartij
In Some Like It Hot is de personificatie van de banneling het komische duo Jack Lemmon-Tony Curtis. Aan het begin van de film leren we dat de twee beroepsmuzikanten alles doen om maar rond te kunnen komen: ze lenen geld, wedden op paarden óf verkleden zich als vrouwen. Eenieder kan nu perfect betogen dat de transformatie van Lemmon en Curtis verre van volmaakt is. Voor Curtis weifelachtig gepitchte falsetstem, de overdreven loopjes en het gemaakt hysterische gedrag van de gemaskeerde charmeurs is de uitdrukking ‘over de top’ uitgevonden, en als de charlatans onder elkaar zijn hullen ze zich gewoon weer in de mantel van hun eigen identiteit.

Uitspraken van die aard zijn perfect van toepassing op het eerste anderhalf uur van de film, maar de escapades van Josephine en Daphne hebben een staartje. Wie Some Like It Hot zag, kan de afsluitende oneliner ongetwijfeld dromen. Op ludieke wijze laat sugar daddy Osgood (een even boeiende als linke figuur in #metoo-tijden) weten dat hij ook met een homoseksuele relatie geen moeite heeft. In het originele script van Diamond en Wilder gaat de tekst onder het geliefde ‘Nobody’s perfect’ nog even verder: ‘’Jerry looks at Osgood, who is grinning from ear to ear, claps his hands to his forehead. How is her (sic!) going to get himself out of this? But that’s another story – and we’re not quite sure the public is ready for it”.

Transformatie
Billy Wilder heeft in een interview aangegeven dat het in deze situatie niet per se hoeft te gaan om een beslissing van seksuele aard: trouwen met een miljonair kan de sociale en financiële zekerheid verschaffen die Jerry en Joe in Some Like It Hot zeker niet hadden. ‘’It’s security’’, roept Lemmon demonstratief, voor het viertal het geluk tegemoet vaart. En toch kan er – afhankelijk van je precieze interpretatie van de film – meer aan de hand zijn. Jerry verandert zijn vrouwennaam eigenhandig van Geraldine in Daphne, een waarschijnlijk weinig toevallige verwijzing naar de Daphne uit de Griekse mythologie. Om de nimf te beschermen voor de avances van de god Apollo (lees: Osgood), verandert haar vader Daphne in een laurierboom.

Van zo’n opmerkelijke transformatie is in Wilders carrousel van strak getimede scriptgrappen gelukkig geen sprake, maar daardoor weegt de waarheid nog wat zwaarder: de tijdelijke vermomming van Jerry is verworden tot een levenslang vonnis. Met het einde van de film lijkt de kans dat we Jerry nog terug gaan zien voorgoed verkeken. En Wilder kent z’n publiek en z’n censors: de vraag is inderdaad of het publiek daar in die tijd klaar voor was.

Some Like It Hot

Identiteit
De Rooms-Katholieke League of Decency gaf Some Like It Hot een B-rating: de film was daarmee ‘’Morally Objectionable in Part For All’’, met name door zijn speelse verwerking van travestie, homoseksualiteit en lesbische liefde (de kus van Monroe en Curtis). Toch kon Wilders komedie een commercieel succes worden, in de eerste plaats omdat de licht met misdaad doordesemde plotlijn langs de censors kon komen. Het is precies zoals filmcriticus Roger Ebert stelde in zijn Great Movies-recensie: Some Like It Hot is ‘a movie that’s about nothing but sex and yet pretends it’s about crime and greed’.

De keuze om de film in het verleden te laten spelen is niet alleen een slim voorwendsel om iederéén deel te laten nemen aan het rollenspel, het is ook een strakke allusie op de dunne grens tussen verbod en vrijheid. Tijdens het eerste kwartier van de film krijgen we maar al te duidelijk mee dat de actie plaatsvindt in het Chicago van de drooglegging en de St. Valentine’s Day Massacre (1929). De geschiedenis van de drooglegging leert dat een grootschalig verbod van die aard op termijn enkel averechts werkt. Precies hetzelfde gaat op voor de Production Code. De drooglegging eindigde in 1933, niet lang voordat de verantwoordelijke organisatie de code meer rigide begon te handhaven. De focus verschoof dus deels naar andere vormen van ‘immoraliteit’; maar die vormen houden geen stand als ze niet expliciet bevraagd kunnen worden. Wilder schrijft en regisseert met een even speelse als serieuze knipoog.

In Some Like It Hot vertelt hij het verhaal van twee mannen die hun gefixeerde seksuele identiteit moeten loslaten om te overleven. De transformatie van Lemmon en Curtis is absoluut geen schande of een publiek schandaal (let op de reacties van Sugar en Osgood bij de twee onthullingen), maar een reflectie op een open wereld waarin de gendergrenzen zich eindeloos laten oprekken. Identiteit, zo lijkt Wilder te stellen, is altijd in beweging.

De conclusie mag iedereen voor zichzelf omarmen of verwerpen: Some Like It Hot is vandaag de dag actueler dan ooit.

 

5 augustus 2018

 

MEER BILLY WILDER
 
 
MEER ESSAYS

One, Two, Three

One, Two, Three

Kluchtige hectiek in verdeelde stad

door George Vermij

Spanningen tussen Oost- en West-Berlijn lopen hoog op in Billy Wilders mallotige One, Two, Three. En dat alles wegens een jonge Amerikaanse dame die gevallen is op een fanatieke communist. Hooggeplaatste Coca-Colaverkoper C.R. “Mac” MacNamara mag het allemaal oplossen. 

De invloedrijke filmcritica Pauline Kael was geen fan van One, Two, Three. In haar boek ‘I Lost it at the Movies’ is ze buitengewoon vilein en laat ze niets heel van de film:

As a member of the audience, I felt degraded and disgusted, as if the dirt were being hurled right at my face.  One Two Three is overwrought, tasteless, and offensive – a comedy that pulls out laughs the way a catheter draws urine.

Je merkt dat ze gekwetst is. Een emotie die vandaag de dag ook niet ontbreekt in veel filmkritiek. Maar heeft Kael gelijk?

One, Two, Three

Houdbaarheid
Toen ik de film zag tijdens een Billy Wilder-retrospectief op tv moest ik lachen. Als vijftienjarige werd ik meegevoerd in het dolle tempo van de film. One, Two, Three moest ook snel zijn volgens Wilder en dat allemaal op het acteerritme van veteraan James Cagney die de film volledig draagt als Mac. In die stroom van woord- en beeldgrappen zitten af en toe wat losse flodders of schoten die het doel niet raken. Door de tijd zijn bepaalde moppen ook verouderd. Komedie is nu eenmaal een lastig genre qua houdbaarheid. Maar als een spiegel van de mores van een specifiek tijdsgewricht is het een veelzeggend document.

Mac is een hoge piet bij Coca Cola in West-Berlijn. De Muur is er nog niet, maar de ruïnes die te zien waren in Wilders A Foreign Affair zijn inmiddels verdwenen. Althans in het kapitalistische Westen waar het Wirtschaftswunder de stad een nieuw elan heeft gegeven. Het besmette verleden is voor het gemak onder het tapijt geveegd, maar af en toe borrelt er nog iets omhoog. Zo is Macs assistent een ijverige en onderdanige Duitser die het maar niet kan laten om met zijn hielen te klikken als hij zijn baas aanspreekt. Het was er in de SS goed ingestampt.

Billy WilderRomance
De spanningen van de Koude Oorlog worden geleidelijk ook voelbaar voor Mac. De aanleiding is echter onschuldig. De verwende dochter van zijn baas is in Berlijn neergestreken. Tot Macs grote schrik blijkt zij haar hart te hebben verloren aan een felle anti-kapitalist die overtuigd is van de communistische heilstaat. Alleen jammer dat deze romance niet kan bestaan in een periode waarin een atoomoorlog op elk moment kan uitbreken.

Toch zijn die obstakels voor Mac een uitdaging waar hij zijn onderhandeltalenten en zakeninstinct op los kan laten. En zo reist hij door de verdeelde stad om de jonge communist zwart te maken. Dat doet hij sluw door dealtjes te bekokstoven met de Russen waarbij de politieke verschillen ondergeschikt lijken te zijn aan de kracht van Amerikaanse overredingskracht en natuurlijk dollars. Het is curieus dat Macs ondernemende insteek raakvlakken heeft met de hoofdpersoon uit Steven Spielbergs Bridge of Spies. Een advocaat die opeens een tussenpersoon is in een groot conflict tussen de Russen en de Amerikanen. Als hommage aan Wilder laat Spielberg in een scène een bioscoop zien waar de film draait. Maar anders dan de grimmige realiteit van die film is dit natuurlijk een dwaze klucht.

Zoetsappigheid
Door Macs opportunistische inspanningen worden Oost en West op de hak genomen. Het is voor Wilder een soort jachtseizoen op alle heilige huisjes die de tegengestelde ideologieën hebben voorgebracht. Ondanks alles blijft het wel luchtig en dat is waarvoor hij zo vaak werd afgestraft in de filmpers. Zo vond de Britse filmcriticus David Thomson dat Wilder ondanks zijn cynisme vaak zwichtte voor de conventies van Hollywood. Een bittere film kreeg vaak een zoete kers op de taart in de vorm van een happy end.

One, Two, Three

Die kritiek proef je ook in Kael terug. Voor beide critici gaat Wilder niet ver genoeg of zwakt hij op het laatste moment dingen af met zoetsappigheid. One, Two, Three ontsnapt ook niet aan die neiging om het naar het einde toe op safe te spelen. Het is wel een dolle rit die grappig is als tijdscapsule. Zie daar de Mad Men-achtige kantoorwereld waar oude bazen het doen met hun jongere voluptueuze secretaresses. Vrouwen zijn ook een dealbreaker. Als Mac wat Russen moet overtuigen haalt hij zijn sexy assistente uit de kast. Het is plat, maar ook grappig. Vooral als zij in haar wilde dans ervoor zorgt dat een portret van Nikita Chroesjtsjov uit de lijst schiet en opeens een portret van Josef Stalin tevoorschijn komt.

Als film schippert One, Two, Three tussen de slechtste tendensen van Wilder en zijn beste: die cynische eerlijke en vooral ook komische visie op de zwaktes van de mens. Sommige grappen zijn verouderd maar ook het politieke landschap. Desondanks blijft het een vermakelijke en interessante film.

 

1 augustus 2018

 

Deze film draait binnenkort o.a. in EYE Amsterdam. 

 

MEER BILLY WILDER

Stalag 17

Stalag 17 mist volwassen en doordachte humor

Echo van de ‘grote’ Billy Wilder

door Ralph Evers

Hoe iets zinnigs te vertellen over deze film, terwijl het pas de tweede film is die ik van Wilder zie? De eerste die ik zag was Sunset Blvd. Hoewel voldoende vermakelijk, laat Stalag 17 een fletse indruk achter, een echo van de vermeende ‘grote’ Billy Wilder.

Jaren geleden zag ik La vita è bella van filmclown Roberto Benigni en dat is één van de vreselijkste filmervaringen die ik ooit had. Ik moest kort aan die film terugdenken toen ik Stalag 17 zag, vanwege het irritante personage Animal en de kekke stemmetjes van sommige acteurs. De irritatie sloeg toe en ergens ook een oordeel dat films over dit thema wel iets volwassenere, iets doordachtere humor kunnen gebruiken.

Stalag 17

In Stalag 17 lukt de komedie overigens wel een aantal keer. Men heeft tijdens het schrijven van het plot aan meerdere lagen gedacht, wat de film voldoende cachet geeft om te blijven kijken. Zo is met name het verraadplot leuk gedaan, al heeft de oplettende kijker al snel door hoe een en ander zit.

Personages inkleuren
Ik moest bij het kijken van Stalag 17 nog aan een andere film denken, zich afspelend in een gevangenenkamp met een ontsnapping. Eén van de spannendste films die ik ooit zag, omdat het zo realistisch lijkt te gebeuren: Un condamné à mort s’est échappé ou Le vent souffle où il veut van Robert Bresson. Het grote verschil tussen deze twee films is dat in de film van Bresson jij het personage kan zijn, terwijl Wilder zijn personages al inkleurt. Stalag 17 doet dan ook af en toe aan als een toneelvoorstelling, met z’n beperkte decor. Hetgeen overigens niet zo gek is, want de film is gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk van Doald Bevan en Edmund Trzcinski.

Billy WilderStalag 17 was in zijn tijd erg succesvol. Wilder werd genomineerd voor een Oscar met deze film en William Holden won de Oscar voor beste mannelijke hoofdrol. De film draait om twee vrienden die proberen te ontsnappen, betrapt worden en doodgeschoten. De overgeblevenen vermoeden dat er een spion in hun midden is en met de cynische opstelling van sergeant Sefton is er snel een verdachte aangewezen.

Sefton stelde voor te gaan gokken of de vrienden hun ontsnapping zouden overleven en maakt veel winst met de uitkomst. Later is er een nieuwe gevangene, James Dunbar, die verdacht wordt van sabotage en daarvoor geëxecuteerd zal gaan worden. Men beraamt een nieuwe ontsnappingspoging voor om Dunbar uit handen van de SS te houden. Sefton is inmiddels bezig te onderzoeken wie wél de spion is.

Onbevredigend
Stalag 17, een afkorting van Stammlager, is een gevangenenkamp voor geallieerde piloten die boven Duits (bezet) grondgebied zijn neergeschoten. De condities waarin de gevangenen werden gehouden zijn vergeleken met veel andere kampen tijdens nazi-Duitsland, best wel oké. Al wordt over die situatie in deze film weinig bekend. Het kan overal zijn, zo gelijkmatig zijn de dagen en het gemoed van de personages. Dichtbij de barakken van de veelal Amerikaanse piloten is een barak vol Russische vrouwen, wat ruimte geeft voor wat vooroordelen over ‘die knappe Russinnen’ en de ‘foute communisten’ toch nog als lustobject enigszins positief in een Amerikaanse film kan passen.

Stalag 17

Dat de film uiteindelijk toch wel lekker wegkijkt, heeft ongetwijfeld te maken met enerzijds het vakmanschap van Wilder en anderzijds de goede plotuiteenzetting. Het zat blijkbaar al vroeg in het DNA van Hollywood dat films Amerikaanse helden en slimheid kennen en dat ze nauwelijks zwaar op de hand zijn. Zeker niet wanneer er prijzen gewonnen moeten worden of het commerciële succes de boventoon voert.

Het zwakt deze film voor mij af, doch past het in de lijn van ‘kampfilms’, van Amerikaanse makelij, die ik zag. Films vol historische onjuistheden en sprankjes hoop, hetgeen gedrochten als The Grey Zone en The Boy in the Striped Pyamas oplevert. Als Benigni zijn gedrocht niet gemaakt had, had ik kunnen zeggen dat Europeanen toch beter in dit genre zijn. Benigni is de uitzondering op die regel.
 

30 juli 2018

 

Deze film draait binnenkort o.a. in EYE Amsterdam. 

 

MEER BILLY WILDER

Private life of Sherlock Holmes, The

The Private Life of Sherlock Holmes

Speurneus onder de loep

door George Vermij

The Private Life of Sherlock Holmes lijkt op het eerste gezicht een buitenbeentje in Billy Wilders oeuvre. De film deed het ook niet goed in de bioscoop en werd lauwtjes onthaald door critici.

Die ontvangst kan misschien verklaard worden door veranderingen in de smaak van het filmpubliek. De film ging eind jaren 60 in productie als een episch portret van ‘s werelds beroemdste detective. In eerste instantie zou het een musical worden met Peter O’Toole in de hoofdrol, maar dat idee ontwikkelde zich geleidelijk tot iets heel anders. Zo nam theateracteur Robert Stevens het stokje over van O’Toole. De film zou zich richten op Holmes’ studententijd en daarna gaan over een zaak die hij als professionele speurneus op zich neemt.

The Private life of Sherlock Holmes

Wegvallen van illusies en oude waarden
Het eindresultaat is met zijn twee uur, maar een deel van een film die eigenlijk langer had moeten zijn. In 1970 was de aandacht van de bioscoopbezoeker al verschoven naar meer eigentijdse films. The Private Life of Sherlock Holmes was toen al verouderd in vergelijking met al die nieuwe hippe titels die inspeelden op een jonger publiek. Een lot dat David Leane’s epische Ryan’s Daughter ook was beschoren. Maar verouderd is maar een relatief begrip en het is nou net dat element dat de film vandaag de dag juist zijn charme en uiteindelijk zijn bittere kracht geeft. The Private Life of Sherlock Holmes gaat over het wegvallen van illusies en oude waarden en dat in een Engeland dat een nieuwe eeuw tegemoet gaat.

De openingsscène vindt plaats als Holmes en Watson al lang tot stof zijn wedergekeerd. In een statige bank wordt een kluis geopend. Vervolgens worden wat objecten afgestoft: een deerstalker hoed, een viool en een grote loep. Het zijn herkenbare rekwisieten die iedereen associeert met Arthur Conan Doyle’s held. Maar wat doet die mysterieuze injectiespuit bij al die spullen? En hoe zit het nou met dat grote manuscript? Het blijkt een tekst die Holmes’ trouwe metgezel John H. Watson met veel zorg heeft geschreven. Het is een verslag van een pijnlijke zaak die de smetteloze reputatie van de privédetective in een heel ander daglicht zet.

Billy WilderOntleding van de mythe
En zo gaan we naar een mistig Londen in het fin de siècle. Holmes en Watson komen net thuis na een van hun avonturen. De meesterdetective is echter niet blij met Watsons stukken over hem die geregeld verschijnen in The Strand Magazine. Moet hij nu steeds met die belachelijke hoed rondlopen omdat lezers dat verwachten? En hij kan wel vioolspelen, maar hij zit niet te wachten op uitnodigingen van orkesten. Zo goed is hij ook weer niet. Het is een mooie ontleding van de mythe die de man overschaduwt.

De scène speelt ook met de ontwikkelingen die de fictieve figuur in het echt heeft meegemaakt. Zo is er nog steeds discussie over de deerstalker hoed die wordt gezien als een handelsmerk, maar in de boeken alleen vluchtig voorbijkomt. En zo is het vaak aangehaalde citaat ‘Elementary, my dear Watson.’ niet in Doyle’s teksten terug te vinden. Iedereen die zich waagt aan een nieuwe bewerking van deze fictieve figuur lijkt er elementen aan toe te voegen. Die worden stapsgewijs een onmiskenbaar deel van de fictieve persoon.

Wrang staartje
Billy Wilders’ film gaat over deze discrepantie tussen verwachting en werkelijkheid aan de hand van een zaak die onschuldig begint, maar een wrang staartje krijgt. De eerste akte start nog komisch in de beste dubbelzinnige Wilder-traditie. Holmes wordt door een gerenommeerde Russische ballerina gevraagd om als zaaddonor te dienen. Hij is nu eenmaal een begeerde vrijgezel wegens zijn uitmuntende reputatie. Daar kunnen toch alleen maar briljante kinderen uit voortkomen? Toch moet hij de ietwat verlopen Russische dame teleurstellen.

The Private life of Sherlock Holmes

Robert Stevens is perfect als de gevatte Holmes die vliegensvlug op het idee komt om maar subtiel te hinten dat hij homoseksueel is. ‘Ach net als Tsjaikovski!’, zegt een teleurgestelde koppelaar. Helaas wordt Watson (een uitstekende Colin Blakely) ook betrokken bij deze leugen. En dat terwijl hij enthousiast aan het flirten is met kokette danseressen.

Van deze grappige misverstanden en decepties komen wij plotseling bij een mysterieuze vrouw die uit de Thames is gevist. Ze wordt voor Holmes’ huis gedropt omdat zij zijn adres bij zich heeft. Deze buitenlandse dame is door het ongeluk haar geheugen tijdelijk kwijt geraakt. Holmes is duidelijk gefascineerd door deze elegante verschijning die uit België blijkt te komen. Haar man is vermist en ze heeft Holmes’ hulp nodig om hem terug te vinden. Het begin van een grote speurtocht waar dwergen, Schotse kastelen, het monster van Loch Ness en geheimzinnige voertuigen de revue passeren.

Complexe relatie met vrouwen
Het knappe van de film is dat dit wilde avontuur gecombineerd wordt met een intiem portret van Holmes. Zo wordt zijn complexe relatie met vrouwen gaandeweg blootgelegd door subtiele openbaringen. Holmes klaagt over hoe Watson hem in zijn verhalen portretteert als een misogyne man. Hij is geen vrouwenhater, hij vertrouwt ze gewoon niet.

In een ongebruikelijke ontboezeming aan de Belgische Gabrielle vertelt Holmes waar zijn wantrouwen vandaan komt. Een verloofde stelde hem teleur op het moment dat ze in het huwelijksbootje zouden stappen. Typisch onderkoeld en met een vleugje ironie zegt Holmes dat ze stierf door een ziekte. Kortom, je kunt niet op ze rekenen die vrouwen.

Stevens heeft de juiste toon te pakken om deze schijnbaar emotieloze gentleman gevoelens mee te geven. Het zijn ook die onderdrukte emoties die zorgen voor de verrassende ontknoping van het verhaal. Ondanks zijn perfectionisme heeft de speurder ook zijn kwetsbare kanten. Zijn talenten om alles tot in de puntjes uit te zoeken kunnen ook gemanipuleerd worden. Gabrielle is daarbij de spil. Misschien niet zo gek dat Wilder die in zijn films noirs de femme fatale ruimte gaf, hier ook gebruik maakt van die figuur.

The Private life of Sherlock Holmes

Melancholiek
Anders dan die fatalistische films noirs is The Private Life of Sherlock Holmes  meer een melancholieke film. Het draait om een man die zijn talenten gebruikt zodat hij kan vluchten van de realisatie dat hij te bang is om iemand echt lief te hebben. Zijn bescheiden verslaving aan verdovende middelen vloeit daar ook uit voort. Stevens heeft aan wat kleine gebaren genoeg om dit geloofwaardig over te brengen. Zijn teksten zijn ook heerlijk vooral als hij iemand scherp van repliek voorziet zoals zijn sluwe broer Mycroft, een prima gecaste Christopher Lee.

Het is jammer dat de film in zijn tijd geen groot publiek kon vinden. Toch is de waardering voor de film door de jaren gegroeid. Criticus Kim Newman vindt het nog steeds de beste Sherlock Holmes-verfilming. Steven Moffat en Mark Gattis gaven ook toe dat zij zich door de film lieten inspireren toen ze het scenario van een eigentijdse versie van de detective schreven. Die BBC-serie met Benedict Cumberbatch als Holmes werd een groot succes. Naar mijn mening is deze film toch beter en verplichte kost voor iedereen die zijn hart heeft verloren aan deze knappe kop wonende op 221b Baker Street.
 

28 juli 2018

 

MEER BILLY WILDER
 
 
MEER ESSAYS

Man Who Killed Don Quixote, The

***

recensie The Man Who Killed Don Quixote

Dol en dwaas in La Mancha

door Sjoerd van Wijk

In deze kille tijden is de doldwaze koortsdroom van The Man Who Killed Don Quixote een welkome remedie. Het passieproject van 25 jaar in de maak doet echter te veel aan navelstaarderij en mist de warmte van Cervantes’ opus Don Quixote, waarop het is gebaseerd.

Toen Don Quixote leefde was het ridderschap al uitgestorven, laat staan in onze tijd. Hoffelijkheid is ver te zoeken in het publieke discours. Zo ook op de filmset van Toby (Adam Driver), een regisseur van advertenties. Gepokt en gemazeld door de marketingwereld lijkt elke vorm van fantasierijke geestdrift uit hem gewrongen. Hij snauwt bevelen in het rond en is alleen nog maar met zichzelf bezig.

Tijdens de moeizame productie van een reclamespot in Spanje ontdekt hij dat hij in de buurt is waar hij ooit zijn afstudeerfilm over Don Quixote opnam. Bij terugkeer naar dit dorp waar hij als nog jonge maker durfde te dromen, ontmoet hij zijn oude hoofdrolspeler (Jonathan Pryce), die is doorgedraaid en denkt dat hij Don Quixote is. Toby wordt door hem aangezien voor zijn schildknaap Sancho Panza. De twee beleven burleske avonturen zoals het boek van Cervantes, waarbij Toby steeds meer het verschil tussen droom en realiteit uit het oog verliest.

The Man Who Killed Don Quixote

Avontuurlijk absurdisme
The Man Who Killed Don Quixote volgt de persoonlijke ontwikkeling van Toby nauwgezet in zijn stijl. Hoe langer de film doorgaat, hoe grootser en fantastischer de avonturen worden. Waar in het begin de gekte vooral van ‘Don Quixote’ afstamt, wordt de film zelf een waanvoorstelling naarmate Toby meer gaat fantaseren. Dit surrealistische karakter, waar droom en werkelijkheid samensmelten, komt voort uit het verheven absurdisme van regisseur Terry Gilliam. De vliegende, ronddolende camera vangt beelden van dermate overdaad dat de realiteit vanzelf een hallucinatie wordt.

Het doet sterk denken aan Gilliam’s eerdere werk Fear and Loathing in Las Vegas, waar de vreemde taferelen ook door elkaar zweven in een waas. Niet geheel verrassend schreef Gilliam met frequente coscenarist Tony Grisoni dan ook het scenario voor beide films. En de ijlende beeldtaal, gecreëerd door cinematograaf Nicola Pecorini en editor Lesley Walker, is ook in die film te bewonderen.

Hedendaagse herinterpretatie
Het verhaal rond de productie van de film is berucht (en deels naverteld in de documentaire Lost in La Mancha). Terry Gilliam kon het financieel niet bolwerken begin jaren ‘90. Een tweede poging ging in 2000 in productie, maar werd geplaagd door tegenslagen, van een stortvloed die apparatuur verwoestte tot hoofdrolspeler Jean Rochefort die met een hernia afgevoerd moest worden. Een aantal jaar later overleed acteur John Hurt, die was gecast bij weer een poging. Zelfs tot aan de uiteindelijke release dit jaar waren er nog gerechtelijke problemen met een rancuneuze producent. Dat Gilliam het al die tijd heeft weten vol te houden, verdient dan ook bewondering. Zelf vergelijkt hij zijn trouw aan de film met Sancho Panza’s trouw aan Don Quixote. De passie voor dit project is dan ook voelbaar.

De liefde van Gilliam voor Don Quixote’s avonturen spreekt daarbij juist door het boek te laten voor wat het is. Toby’s hallucinaties zijn tactvolle citaten uit Cervantes’ meesterwerk, die door deze te plaatsen in onze huidige tijd een nieuwe dimensie krijgen. De windmolens kunnen hierbij niet ontbreken, maar orden wonderlijk subtiel afgezet tegen Toby’s filmset, waar windturbines op de achtergrond de heuveltop bevolken. Romantische hoffelijkheid versus cynische moderniteit.

The Man Who Killed Don Quixote

Toch had The Man Who Killed Don Quixote enige mate van terughoudendheid kunnen gebruiken. Gilliam weet wellicht zijn stokpaardjes in het gareel te houden wat betreft het boek, maar dit geldt niet voor alle andere zaken. De absurde taferelen zijn dermate hoogdravend dat de film erg in zichzelf gekeerd wordt. En de focus ligt sterk op Toby’s artistieke ontwikkeling, wat een te grote breuk met het bronmateriaal vormt. Met het accent op de veelal nare Toby treedt de excellerende Jonathan Pryce als de tragikomische, romantische Don Quixote op de achtergrond, wat voelt als een gemis.

Koude karakters
De breuk blijkt ook uit de verschillende karakters die deze hedendaagse herinterpretatie van het oude maar springlevende epos bevolken. Een aantal van hen weet niet te overtuigen. Zo is er het jonge meisje Angelica (Joana Ribeiro) die geïnspireerd door de jonge Toby een mislukte acteercarrière achterna joeg. Haar motivaties rondom Toby en haar escort werkzaamheden zijn dubieus. Maar belangrijker is dat de extravagante branie van de avonturen vermindert door de cynische kilheid die uit de meeste figuren spreekt. Ondanks dat Adam Driver voor deze rol zijn volledige reikwijdte als acteur kan gebruiken, van vreemde hufter (zoals in de serie Girls) tot aandoenlijke dromer (zoals in Paterson), blijven de andere acteurs achter.

Waar in Cervantes’ boek de emotionele diepgang komt door de warmte waarmee de karakters met elkaar omgaan, heeft iedereen in The Man Who Killed Don Quixote een koude uitstraling en berekenende houding. Met name de kwaadaardige Russische maffiabaas valt uit de toon. Het had de film gesierd om de gloedvolle menselijkheid van Cervantes te behouden en te vertalen naar onze tijd. Nu valt niet aan een gevoel van teleurstelling te ontsnappen, als je bedenkt dat Gilliam er 25 jaar over heeft gedaan.
 

23 juli 2018

 
MEER RECENSIES

Op hol geslagen mannenfantasie

The Seven Year Itch maakte van Marilyn de beroemdste filmster

Op hol geslagen mannenfantasie

door Cor Oliemeulen

De beroemdste pose uit de filmgeschiedenis is de opwaaiende witte jurk van Marilyn Monroe die bovenop een metrorooster staat. In de film zelf is dit iconische beeld een stuk minder pikant dan bijna iedereen denkt.

In de roman ‘Opwaaiende zomerjurken’ (1979) van Oek de Jong denkt hoofdpersoon Edo terug hoe hij bij zijn moeder achterop de fiets zit en hoe haar jurk omhoog wappert. In een uitgelaten stemming laten Edo’s moeder en de buurvrouw de wind heerlijk spelen met hun jurken. Sinds die dag zijn opwaaiende zomerjurken voor Edo het toppunt van vrijheid en geluk.

De broeierige septembernacht van 1954
De opwaaiende zomerjurk van Marilyn Monroe in The Seven Year Itch (1955) staat voor veel meer dan vrijheid en geluk. De meest beeldbepalende pose uit de filmgeschiedenis maakte van de in 1926 in Los Angeles geboren Norma Jean Baker in één klap de meest besproken actrice uit de filmgeschiedenis. Als je de bewuste scène bekijkt, vraag je je af waarom ze ook in figuurlijke zin zoveel stof deed opwaaien.

The Seven Year Itch Poster

Staande op een ventilatierooster van de metro waait de witte jurk van Marilyn’s personage, The Girl, in de film op tot halfweg haar bovenbenen. Je zou zeggen niet al te schokkend voor het preutse Amerika van de jaren vijftig. Het waren echter vooral de opnames in de broeierige nacht van 15 september 1954 op de hoek van 52nd Street en Lexington Avenue in New York die een eigen leven gingen leiden en het einde van haar huwelijk met honkballegende Joe DiMaggio inluidden.

Marilyn Monroe was zojuist doorgebroken als archetypisch dom blondje in Gentlemen Prefer Blondes (1953) en sierde in hetzelfde jaar vrolijk lachend in een weinig verhullend zwart jurkje de cover van het allereerste nummer van Playboy. Oprichter Hugh Hefner gebruikte stijlvolle naaktfoto’s van de blondine die vier jaar eerder waren gemaakt voor een kalender, maar die destijds te sexy waren bevonden (desondanks weigerde een postbedrijf de kalender te versturen). De 50.000 exemplaren van Playboy waren in no-time verkocht.

Slipje, twee slipjes of helemaal geen slipje?
Aangezien The Seven Year Itch voor een groot deel op locatie in New York werd geschoten en Marilyn Monroe hot was, hadden naar schatting vijfduizend, voornamelijk mannelijke, fans en fotografen zich op dit nachtelijk uur toegang tot de filmset weten te verschaffen. Nadat The Girl en haar buurman Richard Sherman (Tom Ewell) na een voorstelling van Creature from the Black Lagoon de bioscoop verlaten, zoekt zij verkoeling op een ventilatierooster van de metro. Regisseur Billy Wilder draaide de scène tientallen keren (volgens hem vergat zij steeds haar tekst) en het opgewonden publiek riep dat het nog meer wilde zien.

Hoewel Marilyn Monroe met volle teugen genoot van alle aandacht vroeg zij zich ter plekke af of Wilder al die opnames misschien later met zijn vrienden in een achterafkamertje zou gaan bekijken, want de camera kwam steeds dichterbij haar kruis. De actrice constateerde dat je door al het licht bijna door haar broekje heen kon kijken. Ze was ook bang dat men haar schaamhaar zou kunnen zien en trok voor de zekerheid een extra slipje aan.

Billy WilderTegenspeler Tom Ewell hing echter in 1984 in een televisie-interview een heel ander verhaal op. Billy Wilder zou het duo niet hebben verteld dat er plotseling lucht uit het rooster zou blazen en Marilyn zou juist helemaal niets onder haar opwaaiende zomerjurk hebben gedragen. Misschien was voor Ewell de wens de vader van de gedachte; kennelijk was de herinnering aan die zwoele tijd met de ouder wordende acteur aan de haal gegaan.

Joe DiMaggio voelde zich publiekelijke vernederd tijdens de eindeloze buitenopnames van de opwaaiende jurk en wist nu zeker dat de vrouw met wie hij acht maanden geleden was getrouwd geen ambities als huisvrouw en moeder had, maar niets anders wilde dan de spotlights. Na een handgemeen later in hun hotel vloog de honkballer terug naar Los Angeles en beklonk de scheiding van de twee Amerikaanse supersterren nog voordat de opnames van The Seven Year Itch waren afgerond. Ze bleven wel contact houden. DiMaggio escorteerde Monroe zelfs nog tijdens de filmpremière en regelde zeven jaar later haar uitvaart.

Het gezicht van God
Het idee van een opwaaiend kledingstuk boven een luchtrooster was niet nieuw. In de korte Amerikaanse stomme film Putting Pants on Philip (1927) van Laurel & Hardy waait de Schotse kilt van Stan Laurel steeds omhoog als hij over een rooster heen loopt – op het eind heeft hij door een niesbui zijn onderbroek verloren en vallen enkele vrouwen flauw bij het aanschouwen van het tafereel. Van die Schotse kilt hebben we nooit iets meer vernomen, maar de witte jurk van Marilyn Monroe werd in 2011 voor 4,6 miljoen dollar verkocht op een veiling.

En wat te denken van deze opname uit 1901 van de filmstudio van Thomas Edison. De cameraman lijkt te wachten totdat hij beet heeft.

Hoe beeldbepalend en geruchtmakend de opnames van Marilyn Monroe boven het ventilatierooster van de ondergrondse ook waren, ze werden opmerkelijk genoeg niet gebruikt in de film. Door de toegestroomde menigte en het rumoer bleek de geluidsband onbruikbaar. Bovendien bleken de door de filmcrew aangebrachte ventilatoren onder het rooster te hard te blazen, zodat de jurk volgens de censuurcommissie veel te ver was opgewaaid. Filmmaker Nicolas Roeg toont in Insignificance (1985) hoe een technicus in de ruimte onder het rooster de ventilator onder de jurk van de actrice richt en prevelt dat hij zojuist ‘het gezicht van God’ heeft mogen aanschouwen.

Ook moest de roosterscène worden ingekort, omdat een deel van de dialoog te suggestief werd geacht. Zo zegt The Girl in de ongecensureerde buitenversie dat de frisse lucht haar enkels verkoelt en dat ze blij is dat ze een jurk draagt in plaats van de hot pants van buurman Richard. De scène werd later in de studio opnieuw opgenomen (er zouden nog veertig takes nodig zijn geweest); de jurk waait daar beduidend minder hoog en er is geen enkel broekje zichtbaar. Maar het ‘kwaad’ was al geschied: posters, foto’s, merchandise en een vijftien meter hoge kartonnen Marilyn Monroe op de gevel van een bioscoop op Times Square tonen de volle lengte van Marilyn’s benen en een deel van haar onderbroekje(s).

Toneelstuk is veel minder braaf
Je zou bijna vergeten dat er om die wereldberoemde scène ook een film is geconstrueerd. The Seven Year Itch is gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk van George Axelrod. In het bloedhete New York heeft zakenman Richard (Golden Globe voor Tom Ewell, die tijdens de filmpremière al drie jaar dezelfde rol in het stuk op Broadway speelde) zijn vrouw en zoontje naar het veel koelere Maine gestuurd. Hij heeft net een boek gelezen over de theorie dat mannen in het zevende jaar van hun huwelijk vreemdgaan. Vanaf de eerste ontmoeting met zijn nieuwe bovenbuurvrouw, een reclamemodel, slaan zowel zijn hormonen als zijn fantasie op hol.

Billy Wilder – die in eerdere films al controversiële thema’s als verleiding, overspel en alcoholisme had behandeld – moest al zijn creativiteit aanwenden om de sfeer van het toneelstuk naar de film te vertalen. Alles wat ontrouw suggereerde, moest uit het script, vooral veel dialogen. Volgens de Hays Code mocht je over het thema overspel immers geen grapjes maken. Dat is de reden dat seks tussen de personages van Monroe en Ewell alleen voorkomt in de fantasie van laatstgenoemde. In het toneelstuk hebben de twee buren wel degelijk seks.

The Seven Year Itch werd de best bezochte filmkomedie van het jaar en Marilyn Monroe de grootste seksbom van de eeuw. Vanaf haar doorbraakfilm Gentlemen Prefer Blondes (1953) voer al een legertje van acteerdocenten, dressers en kappers in haar kielzog, na het recente succes stelde ze haar ambities verder bij. Ze wilde voortaan serieuzere rollen en zeggenschap over scripts. Maar haar ambigue persoonlijkheid zou haar parten blijven spelen. Enerzijds die genadeloze combinatie van sexy en onschuldig, anderzijds de neiging tot zelfdestructie vanwege haar traumatische kindertijd.

The Seven Year Itch

Niemand is perfect
Bijna alle twintig regisseurs met wie Monroe in zeven jaar tijd had gewerkt, waren radeloos van haar geworden: ze kwam niet of te laat op de set, was verward en vergat heel vaak haar tekst. Zo ook Otto Preminger, regisseur van River of No Return (1954): “Directing Marilyn was like directing Lassie – you needed fourteen takes even to get the bloody bark right.”

Ook Billy Wilder had gezworen nooit meer met Marilyn Monroe te werken, maar besloot toch om met haar Some Like It Hot (1959) te maken. Het werd één van de beste filmkomedies allertijden. Tony Curtis zei na de opnames dat het kussen van Marilyn hetzelfde was als het kussen van Hitler en ook bij Billy Wilder waren soms de stoppen doorgeslagen. “De vraag is of Marilyn wel een persoon is – ze heeft borsten van graniet, ze trotseert de zwaartekracht, en haar hersenen zijn, net als Zwitserse kaas, vol gaten. Ze heeft nog niet het vaagste idee hoe laat het is; ze komt te laat en zegt dat ze de studio niet kon vinden, ondanks het feit dat ze hier al vijftien jaar werkt.”

Wilder vond het heel moeilijk om serieus over Monroe te praten, omdat de actrice zo ongrijpbaar was. “Ze leek op de vlucht te gaan voor alles wat serieus was. Plus dat ze heel moeilijk was om mee te werken. Maar het uiteindelijke resultaat was altijd weergaloos. Ze had nu eenmaal die enorme uitstraling. En geloof het of niet, ze had een perfect gevoel voor timing in de dialogen. Ze wist precies waar de lach zat. Maar ze kostte je heel wat extra draaidagen.”

Billy Wilder en Marilyn Monroe zijn samen verantwoordelijk voor de beroemdste pose uit de filmgeschiedenis. Hoewel ze samen slechts twee films maakten, blijven hun namen voor altijd met elkaar verbonden. De bewondering was wederzijds en ze voelden zich allebei allesbehalve volmaakt. Precies zoals het personage van Joe E. Brown Some Like It Hot zo treffend afsluit met de woorden: “Nobody’s perfect.”
 

17 juli 2018

 

MEER BILLY WILDER
 
 
MEER ESSAYS

The Apartment nog eigentijds

The Apartment is nog verrassend eigentijds

Laat de kaarten delen zoals ze komen

door Sjoerd van Wijk

In de makelaardij geldt de stelregel dat het allemaal draait om locatie, locatie en locatie. Dat geldt ook voor The Apartment, een van regisseur Billy Wilders meest bekroonde films.

Kantoorklerk C.C. Baxter (Jack Lemmon) verdient een extra zakcentje door zijn appartement uit te lenen aan collega’s, die er hun maîtresses mee naartoe nemen. Zijn carrière raakt hierdoor in de lift. Dat geldt echter niet voor zijn ambities aangaande Fran Kubelik (Shirley MacLaine), het liftmeisje op wie een oogje op heeft. Zij heeft een gecompliceerde relatie met directeur Sheldrake (Fred MacMurray), die ook gebruikt begint te maken van Baxters appartement tegen diens zin.

The Apartment

Ondanks dat de film uit 1960 stamt, is deze nog verrassend eigentijds. Binnen de muren van de ouderwetse Airbnb voltrekt zich een subversieve romantische komedie, die duistere thema’s als eenzaamheid en depressie tackelt op Wilders kenmerkende cynische wijze.

Numerieke efficiëntie
De wereld van The Apartment is naamloos. De corporatie functioneert als een geestdodend eerbetoon aan de efficiëntie, waar alleen nummers tellen. De opening van de film is in dat opzicht veelzeggend, als Baxter vol trots de ene statistiek na de andere opnoemt terwijl een druk kantoor in een onpersoonlijk New York opdoemt.

De verzekeringsmaatschappij, waar percentages en rapporten de dienst uitmaken, is de ultieme reflectie van wat filosoof Jean Baudrillard de ‘spiegel van productie’ noemt. Ingegeven door de techniek hebben wij de handel in goederen tot hoogste waarde verheven, waardoor de maximalisering van productie het doel van al onze activiteiten is geworden.

Het kantoor krioelt van de ijverig typende mensen vastgepind aan hun bureau. Het gebouw is spaarzaam gemeubileerd en iedereen is vergelijkbaar gekleed. Efficiënte productie wordt gespiegeld in deze eendimensionale samenleving. Baxter lijkt aan het begin een vergelijkbaar credo te harte te hebben genomen met zijn liefde voor statistiek. En de vraag rijst op, of zijn omgeving nog andere waarden aanhangt dan die van een procentpunt meer of minder.

Competitie en acquisitie
De niet aflatende roep om verhoogde productie heeft zijn weerslag op de karakters in The Apartment. Tegenover een technisch systeem, dat alles efficiënt regelt, voelt men zich machteloos. De handel is geïnternaliseerd en komt tot uiting in een competitieve dynamiek. Het enige wat telt in de vrije tijd is de acquisitie van seksuele escapades. Het is een spel met winnaars en verliezers. Baxters klanten en directeur Sheldrake beschouwen anderen als een middel om hun doel van seksuele acquisitie te bereiken, zoals brandstof nodig is voor een auto. Doeltreffend geven zij hun orders op afstand, terwijl Baxter als een malle door zijn agenda bladert om iedereen te accommoderen.

Baxter is dan ook een van de verliezers, die deze piramide draagt. Zonder acquisitie is hij gedoemd tot banaal escapisme achter de televisie, zoals een hedendaagse single de wereld van Skyrim bezoekt. Kubelik is niet beter af. Haar onafhankelijkheid blijkt fragiel als Sheldrake haar weer nodig heeft.

Beiden hebben dus een gespleten persoonlijkheid. Ze zijn als de spiegel van Kubelik, die als tragisch symbool in het midden gebroken is. “It makes me look the way I feel”, verzucht Kubelik. Met subtiele hints, zoals Kubeliks unieke kapsel, wordt duidelijk dat beiden iets missen wat hun omgeving hen niet kan geven. Ze zijn buitenbeentjes die eigenlijk niet thuis horen in deze efficiënte wereld van acquisitie.

De connectie
In de handelswereld van ‘voor wat, hoort wat’ heeft de efficiëntie elke vorm van onproductief samenzijn geëlimineerd. Een eenzaam mens zonder echte verbindingen is het residu. Uit de beproevingen van beide karakters blijkt deze diepe eenzaamheid. Als Kubelik realiseert dat Sheldrake haar slechts gebruikt als aangename verpozing, neemt The Apartment een duistere wending. Niemand lijkt om haar te geven en ze grijpt naar de slaappillen. Op morbide ironische wijze neemt Baxter juist dan voor het eerst iemand mee naar huis, de verkeerde impressie van zijn buren bevestigend.

The Apartment

Was Kubelik ook slechts een potentiële acquisitie voor hem? Het lijkt er niet op, als Baxter met laaiend enthousiasme de kaarten te voorschijn haalt voor een potje gin rummy. Dit is het startsein voor beiden om uit hun diepe dal omhoog te klimmen. Ze spelen in plaats van te produceren of zich iets toe te eigenen. In het sobere decor van The Apartment vallen de speelse elementen extra op. Geluk is niets meer en minder dan het afgieten van spaghetti met een tennisracket. Het samenzijn zonder slinks motief. Ze reiken zo elkaar de handvatten aan om hun deprimerende eenzaamheid de baas te zijn.

Shut up and deal
Als Baxter en Kubelik weer verenigd worden aan het eind, komt The Apartment met een laatste twist op de formule van de romantische komedie. Er is geen hartelijke omhelzing noch een gepassioneerde kus. Het potje gin rummy moet afgemaakt worden. Toch kan het ambigue einde worden opgevat als een triomf voor beiden. Kubelik heeft een echte vriend gevonden, die haar waardeert om wie ze is, niet om het vertier wat ze kan brengen. Baxter heeft geleerd niet meer op te komen voor mensen die hem gebruiken, maar voor zichzelf en zijn vrienden. Het gaat niet om de liefde, maar om de vriendschap die zegeviert. Daar zitten ze samen op de bank. “Shut up and deal.”

Kubeliks bruuske afwijzing van Baxter maakt korte metten met alle problemen in de wereld van The Apartment. Geen competitieve dynamiek. Geen seksuele acquisitie. Want dit zijn twee vrienden. Laat de kaarten delen zoals ze komen, samen een onzekere toekomst tegemoet.

 

15 juli 2018

 

MEER BILLY WILDER
 
 
MEER ESSAYS