Farewell, The

****
recensie The Farewell

Slecht nieuws niet delen met zieke

door Nanda Aris

Wanneer de zus van oma het slechte nieuws over de uitgezaaide longkanker te horen krijgt van de arts, zegt ze oma dat er niks aan de hand is. De familie respecteert het besluit, ook al vinden sommige familieleden het lastig. Een bruiloft moet ervoor zorgen dat de familie samenkomt in China, om samen het leven te vieren, en in stilte afscheid te nemen van oma.

Regisseuse en schrijfster Lulu Wang maakte eerder de films Touch (2015) en Posthumous (2014). The Farewell is gebaseerd op een ‘echte leugen’, ook de oma van de filmmaakster werd verzwegen dat ze ziek was.

The Farewell

Billi (een mooie rol van Awkwafina: Ocean’s Eight, Crazy Rich Asians, waarin ze een hysterischer type speelt) is een rustige, wat dwalende dertiger die vanaf haar zesde in New York woont. Ze heeft nog altijd veel contact met Nai Nai (Zhao Shuzhen), haar oma in China. Zij is de wijze matriarch van de familie, ook al wonen haar kinderen en kleinkinderen verspreid over de wereld. Wanneer het slechte nieuws via de zus van Nai Nai (Lu Hung, in werkelijkheid de tante van Wang) Amerika bereikt, reizen Billi’s vader (Tzi Ma: Rush Hour, Arrival) en moeder (Diana Lin: Australia Day) af naar China en vertellen hun dochter niet te komen, omdat ze geen geheim zou kunnen bewaren. Billi negeert dit en vliegt haar ouders achterna.

Samenzijn
In China is de familie sinds vijfentwintig jaar weer compleet. Billi’s oom uit Japan is er ook, evenals haar neefje met zijn Japanse verloofde, een houterig stel, wier bruiloft ze gaan vieren. Het wordt een melancholisch, grappig en soms ook verdrietig samenzijn. Er wordt gegeten, nagedacht en gepraat over hoe het is om Chinees te zijn en om in het buitenland te wonen. Het is een bekend thema voor emigranten: in het thuisland voelen zij zich niet meer thuis, omdat ze er al zo lang weg zijn, maar in het nieuwe land worden ze nog altijd gezien als de buitenlander.

Soms komt deze worsteling duidelijk naar voren, bijvoorbeeld wanneer Billi huilend aan haar moeder vertelt hoe ze zich voelde toen ze vanuit China naar Amerika verhuisde. Vaker nog zijn de aanwijzingen subtieler, en daarin blinkt de film uit, zoals wanneer Billi in haar hotel door een deur die op een kier staat, een groep rokende en spelende mannen omringd door sexy geklede vrouwen ziet. Ze vindt verschrikt oogcontact met een leeftijdsgenootje – zou dat ook haar leven in China geweest kunnen zijn?

The Farewell

Ziekte
Billi blijft het lastig vinden dat Nai Nai van niks weet, maar haar oom herinnert haar eraan dat men in het westen niet op dezelfde manier tegen ziekte aankijkt. Hier ben je zelfs strafbaar als je zulke informatie achterhoudt, laat staan dat je een brief van de dokter vervalst. Doordat men in het westen individualistischer is, draagt de zieke de last van het ziek zijn zelf. In China ben je onderdeel van een groter geheel, en wordt de last van de ziekte gedragen door naasten.

Bovendien, zo zegt Billi’s moeder, is er in China een gezegde: ‘Wanneer mensen kanker krijgen, gaan ze dood’. Niet door de kanker zelf, maar door de angst sterven ze. De dood is in China geen omarmd thema. Zo gelooft men dat een testament schrijven, jezelf vervloeken is. Aanvankelijk is het onbegrijpelijk dat zulk groot nieuws niet gedeeld wordt met de zieke, maar gaandeweg krijgen we, net als Billie zelf, meer begrip voor de situatie.

 

20 november 2019

 

ALLE RECENSIES

Fisherman’s Friends

**
recensie Fisherman’s Friends

Brexit-escapisme

door Sjoerd van Wijk

Fisherman’s Friends is Oost-Indisch doof voor geluiden uit de echte wereld. Hier bestaan tegenstellingen louter uit ruwe bolsters, blanke pitten en doetjes met een gouden hart. Alsof alles goed komt met een welgemeend zeemanslied. 

Dat dit een feelgoodfilm is, blijkt uit de olifantenpaadjes van het verhaal. De verwaande muziekproducent Jim doet met drie collega’s een dorpje in Cornwall aan voor een vrijgezellenfeest. Zijn vrienden bakken hem een poets dat hij het plaatselijke zangkoor van vissers moet binnenhalen voor een platencontract. Hun zeeliederen raken echter een gevoelige snaar bij Jim en een vervelende klus verandert in een missie. Natuurlijk komt Jim daarbij een dame tegen direct na zijn verklaring van ongeloof in monogamie. Natuurlijk zijn er wat tegenslagen hier en daar. Natuurlijk groeien de kustmensen en stadsmensen nader tot elkaar. Natuurlijk gelooft niemand er in dat een stel zeebonken een hit kunnen maken. Maar het moge duidelijk zijn wie er het laatst lacht. 

Fisherman’s Friends

De gunfactor
En dat alles is gebaseerd op een waargebeurd verhaal. Gelukkig waren de zwart-wit foto’s uit 2011 er nog voor de aftiteling. De film is echter niet zo cynisch als dat klinkt en heeft juist een grote gunfactor. Cameraman Simon Tindall brengt het plaatsje op dynamische wijze tot leven, de zee zit niet alleen in het bloed van de bewoners. De ruige Cornish-kust is in wezen een knusse plek als je tegen een windstootje kan. Het scenaristentrio vult de film met kattige dialogen, die alle strubbelingen tussen stadsmens en kustmens in lieflijke plaagstootjes samenvatten. 

James Purefoy maakt van Jim een blaag met het hart op de goede plaats. Er zit een overdreven onbevangenheid in zijn doen, waarmee het vinden van verlossing in Cornwall een innemende kant krijgt. Ook bij de vissers zit deze onbevangenheid en blijkt hun potige voorkomen eenvoudig plaats te maken voor sympathie. Fisherman’s Friends is daardoor een genoeglijk relaas over de onwaarschijnlijke hit. 

Onbekend Verenig Koninkrijk
Dit werkt wel oubollig en is daarmee te voorzichtig. Het Verenigd Koninkrijk van deze film bestaat niet buiten de bioscoop. In de werkelijkheid is de Britse samenleving een absurde sitcom met wekelijks een jump the shark moment, in tegenstelling tot het stramien van deze vertelling. Brexit ontregelt met een groeiende hysterie nu mensen steeds verbetener in de eigen positie stelling nemen. Niks hiervan in Fisherman’s Friends, waar Cornish-zeebonken en Londense hipsters gezellig samen de Drunken Sailor ten gehore brengen. Alsof alles wel goed komt. Er zijn geen wezenlijke verschillen tussen de personages, hun gedrag is slechts een laagje vernis.

Door de timing van de uitgave lijkt de film te willen ontsnappen in een nostalgisch wereldje waar politieke crises non-existent zijn. Om voor twee uur de puinhoop even te vergeten. Feelgood is wellicht slechts fantasie, maar de “Capra-corn” (It’s a Wonderful Life) bewees al dat dit niet betekent dat het leven buiten de bioscoopzaal hoeft te blijven. 

Fisherman’s Friends

Ansichtkaartenmoraal
In plaats van verdeeldheid emotioneel uit te diepen gaat Fisherman’s Friends voor een ansichtkaartenmoraal van het verhaal. De genoeglijke kust van Cornwall is een toeristische droom van authenticiteit. Nu identiteit geen vaste grond heeft, grijpt men terug op een imaginair verleden waar alles nog heel gewoon was. De film hamert hier op door een letterlijk zakenpraatje over de aantrekkingskracht van de vissers te verwarren met een scherp inzicht over de samenleving. Het gaat hier louter om een consumptie van authenticiteit in plaats van oprechtheid.

Het geld en de commercie krijgen ook een gemakzuchtige behandeling. Een zakenman die de plaatselijke kroeg overneemt is slecht, want hij tast de authentieke beleving aan. Het devies luidt dat aardig doen de oplossing is. Doe als Jim en koop de kroeg zelf. Met zulke impliciete stellingname stopt de film systemische oorzaken zoals een parasitair financieel systeem in de doofpot. Hoe hoog de gunfactor ook is, Fisherman’s Friends blijft uiteindelijk Brexit-escapisme.

 

8 oktober 2019

 

ALLE RECENSIES

Front Runner, The

***
recensie The Front Runner

Politicus gaat vreemd

door Cor Oliemeulen

Stop de persen! De senator gaat vreemd! Met de buitenechtelijke escapades van de Amerikaanse presidentskandidaat Gary Hart eind jaren tachtig veranderde de rol van de media voorgoed.

De Canadese regisseur Jason Reitman (Juno, Tully) baseerde zijn biografische drama The Front Runner op het boek All the Truth Is Out: The Week Politics Went Tabloid (2014) van de Amerikaanse schrijver Matt Bai. Laatstgenoemde produceerde het filmscenario samen met Jason Reitman en Hillary Clintons voormalige perschef Jay Carson, die eerder meeschreef aan de politieke serie House of Cards.

The Front Runner

Privé
De onthullingen over Gary Harts scheve schaats komen nadat de rijzende politicus terloops tegen een journalist van The Washington Post zegt dat hij niets te verbergen heeft. Medewerkers van de minder serieuze Miami Herald willen dat maar al te graag checken en posten net zo lang bij Harts onderkomen totdat ze hem kunnen fotograferen met een jonge vrouw aan zijn zijde. Terwijl het campagneteam de bui al ziet hangen en strategisch de bakens wil verzetten, weigert Hart categorisch om op zijn privéleven in te gaan. Dat maakt zijn rol zowel in de verkiezingsstrijd als in de film ondergeschikt.

Hoewel Hugh Jackman geloofwaardig is als de goed uitziende, relatief jonge en soms koppige democratische senator met presidentiële ambities verbleken zijn acteerprestaties naast die van Vera Farmiga (eerder te zien in Reitmans Up in the Air) als Harts echtgenote, J.K. Simmons (Juno en Up in the Air) als zijn campagnemanager en Sara Paxton als zijn love interest die een en al eighties uitstraalt. Het titelpersonage blijft letterlijk en figuurlijk op afstand. Er is weinig ruimte voor zijn politieke ideeën en buiten zijn charismatische voorkomen blijft het gissen waarom hij jongeren zo aansprak. Gary Hart blijft ongrijpbaar, maar wordt in alle omstandigheden sympathiek opgevoerd, ook als ontrouwe echtgenoot.

Journalistiek
The Front Runner
is dan ook geen karakterstudie – Jackman is op zijn best en vertrouwdst tijdens een potje bijlwerpen op een campagnebijeenkomst – maar vooral een verhaal over de tendentieuze rol van media die buitenechtelijke affaires interessanter vinden dan politieke visies. Juist vanaf eind jaren tachtig, de periode waarin de film zich afspeelt, hebben media de neiging om de behoefte van het publiek te volgen. En hoe meer je aan die sensatiezucht tegemoet komt, hoe meer geld je ermee kunt verdienen. Begonnen in Amerika, inmiddels als epidemie over de hele wereld uitgewaaierd.

The Front Runner

Terwijl het script weinig ruimte laat voor enige karakterontwikkeling van de hoofdpersoon krijgt de verschuiving van serieuze berichtgeving naar riooljournalistiek wel de nodige dynamiek en diepgang. De roep om meer en sappiger nieuws over de mens achter de functie past bij de maatschappelijke ontwikkelingen en Gary Hart, die in 1988 streed om koploper van de Democraten te worden, was een van de eerste slachtoffers. Terecht of onterecht? Die conclusie laat Jason Reitman de kijker zelf trekken.

Infotainment
Reitmans docudrama toont hoe hard nieuws plaatsmaakt voor zacht nieuws en hoe journalistieke integriteit ondergeschikt wordt aan infotainment. Zien we in The Post hoe Tom Hanks als Ben Bradlee, hoofdredacteur van The Washington Post, in 1972 nog uiterst zorgvuldig afweegt hoe en wanneer zijn toen nog onbeduidende krant het Watergate-schandaal zal publiceren, in The Front Runner gaat diezelfde hoofdredacteur (Alfred Molina) wel over een nacht ijs: geruchten en suggestieve foto’s vormen voldoende motivatie om te berichten over (vermeende) buitenechtelijke escapades van een veelbelovende politicus. Je zou de boot maar missen!

Publiciteit moet gaan over politiek en niet over de persoon achter de politicus, luidt het motto van Gary Hart. Jason Reitman draagt met The Front Runner dezelfde boodschap uit. Hoezeer zijn regie als vanouds vakkundig is en hij de tijdsgeest uitstekend neerzet, voelt Reitmans film overbodig en is hij niet bijster interessant voor kijkers onder de vijftig. Het wachten is op een smeuïge reconstructie van hoe een Democraat het in de jaren negentig wél tot president zou schoppen, Bill Clinton. Een film met als titel The Intern, Her President & His Cigar zal eerder volle zalen trekken.

 

2 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

First Man

***

recensie First Man

IJskonijn wint publiciteitsslag in Koude Oorlog

door Alfred Bos

First Man, de vierde speelfilm van Damien Chazelle (Whiplash, La La Land), wil twee dingen tegelijk. Een persoonlijk portret schetsen van Neil Armstrong, de eerste mens op de maan, en het drama achter het Amerikaanse ruimtevaartprogramma tonen.

De jaren zestig, dat is rock en ruimtevaart. Wat nu sociale media en kunstmatige intelligentie zijn, waren toen The Beatles en het Amerikaanse ruimtevaartprogramma. De Amerikanen hadden iets te bewijzen, want de Russen waren hen in de ruimte steeds een stap voor. De Koude Oorlog werd in de media uitgevochten en de hoofdprijs in die propagandaoorlog was de maan. Wie daar als eerste zijn vlag plantte, had zijn superioriteit bewezen.

First Man

Nieuws over successen en drama in de space-race was er maandelijks. Hoe krankzinnig de onderneming – in 1962 door president Kennedy afgekondigd – vanuit wetenschappelijk, werktuigbouwkundig en waaghalserig oogpunt was, bleef voor de tv-kijkers en krantenlezers van toen lang onbenoemd. Maar het was heroïsch en een kwart van de wereldbevolking zat aan de beeldbuis gekluisterd toen Neil Armstrong in de nacht van 21 juli 1969 (Nederlandse tijd) zijn schoen in het maanstof plaatste.

Publiciteitsschuwe sfinx
Regisseur Damien Chazelle is, geheel in lijn met zijn onderwerp, ambitieus van zin. Hij wil het drama achter het Amerikaanse ruimtevaartprogramma (Mercury, Gemini, Apollo) van de jaren zestig schetsen. En hij wil Neil Armstrong, de publiciteitsschuwe sfinx, een gezicht geven. De ironie is dat de hele krankzinnige, door blind zelfvertrouwen en pure bluf gestutte onderneming nooit tot een goed einde had kunnen worden gebracht met een diva als held. Armstrong was een koele kikker die ook onder extreme stress nuchter bleef, precies de juiste persoon om het stoerste potje blufpoker van de Koude Oorlog te winnen.

Hij redde tot driemaal toe NASA’s Gemini- en Apollo-programma en daarmee het gezicht van Amerika. Gemini 8, gelanceerd op 16 maart 1966, moest voor de eerste maal twee vehikels in de ruimte aan elkaar koppelen (in de film à la Kubrick begeleid door een walsje). Dat lukte, maar vervolgens begon de combinatie van Gemini-capsule en Agena-docking station vervaarlijk te tollen; Armstrong wist – buiten de kaders denkend – een noodlottige afloop te voorkomen. Op 6 mei 1968 redde hij ternauwernood zijn leven, en de maanmissie, toen ‘het vliegende bed’, een testtype van de maanlander, onbestuurbaar bleek en crashte.

En toen hij in de nacht van 21 juli 1969 in de maanlander, met Buzz Aldrin (Corey Stoll) aan zijn zijde, boven de Mare Tranquillitatis zweefde, op zoek naar een geschikte landingsplaats, had hij nauwelijks brandstof over. Neil Armstrong had ijs in zijn bloed, anders had hij nooit op de maan gestaan. Ryan Gosling, na La La Land opnieuw verenigd met Chazelle, speelt de unverfroren astronaut met de van hem bekende pokerface. Hij heeft van non-acteren zijn specialiteit gemaakt.

Sentimenteel op zijn Spielbergs
Maar Armstrong, de koele ruimtecowboy uit Ohio, is en blijft in First Man een sfinx. Het scenario, gebaseerd op de biografie van James Hansen, tracht warm mensenbloed in het personage van de introverte ingenieur te schrijven. Het gebruikt een incident dat lang uit de publiciteit is gebleven en ook niet wordt vermeld op Armstrongs uitgebreide Wikipedia-pagina. In 1962 overleed zijn driejarige dochter Karen aan kanker, net op het moment dat hij als eerste civiele testpiloot toetrad tot NASA’s groep van toekomstige astronauten, allen voormalige testpiloten van marine en luchtmacht.

De spanning tussen de macho’s, de militaire vliegers, en de – in hun ogen – mietjes van de universiteit had First Man volop drama kunnen geven. Chazelle kiest er evenwel voor om Armstrong in stilte te laten rouwen en Karens armbandje als eerbetoon op de maan achter te laten. Historisch correct of Hollywood fantasie—het smaakt als Steven Spielberg op zijn smalst (hij is co-producent van de film). In de slotscène herenigen Armstrong, in quarantaine na zijn buitenaardse reis, en diens vrouw Janet (de Engelse actrice Claire Foy) zich zonder woorden. Het voelt als vals sentiment, ijskonijn Armstrong is domweg niet het meest uitgelezen personage voor filmdrama.

First Man

Technische triomf
Méér drama was te filteren geweest uit de persoonlijke verhoudingen tussen de astronauten; de spanning tussen de macho’s en de mietjes; de onderlinge wedijver; de buitengesloten echtgenotes; de drank en de pillen; de dodelijke ongelukken. In dat opzicht blijft First Man achter bij The Right Stuff, Philip Kaufmans film uit 1983 over testpiloot Chuck Yeager en de eerste jaren van het Amerikaanse ruimtevaartprogramma. De race naar de maan wordt meer in detail en met meer diepgang verteld in From the Earth to the Moon, de door Tom Hanks geproduceerde tv-serie uit 1998.

Chazelle’s film ziet er prachtig uit. Als in Christopher Nolans Dunkirk plaatst hij de camera in de besloten ruimte van de cockpit en beleeft de kijker de druk en de claustrofobie van de piloot; overdadige close-ups, snelle montage en nerveuze cameravoering suggereren stress. De lanceringen zijn spectaculair, alles trilt en dreunt (met dank aan het sound design in Dolby Atmos). In technisch opzicht is First Man een triomf, qua psychologie echter een natte vuurpijl. Macho’s zijn in het #MeToo-tijdperk niet geliefd. Maar met metro’s waren we nooit op de maan gekomen.
 

14 oktober 2018

 
MEER RECENSIES

Foxtrot

***

recensie Foxtrot

Tussen intens verdriet en valse hoop

door Cor Oliemeulen

Michael en Dafna Feldmann in Tel Aviv krijgen de boodschap dat hun zoon Jonathan is gesneuveld tijdens het uitoefenen van zijn dienst als bewaker bij een verlaten grenspost. Maar is hij wel dood? Foxtrot gaat over dingen die we niet zelf in de hand hebben.

Het gezin lijkt niet gelukkig: vader en moeder zijn al dan niet door hun persoonlijke verledens uit elkaar gegroeid en de zoon mag zijn vader kennelijk niet zo. In drie delen proberen we te ontdekken hoe dat precies zit.

Radeloosheid versus zakelijkheid
In het eerste deel van Foxtrot weet vader Michael (Lior Ashkenazi) zich geconfronteerd met de kille zakelijkheid van vertegenwoordigers van het Israëlische leger die uitleggen hoe de begrafenis van een gesneuvelde soldaat wordt geregeld en mededelen dat de vader zijn zoon Jonathan (Yonatan Shiray) niet mag zien. Terwijl moeder Dafna (Sarah Adler) met morfine in slaap is gebracht, krijgt haar man Michael een kalmeringsmiddel met de instructie dat hij elk uur een glas water moet drinken. Elk uur gaat het alarm op zijn telefoon af opdat hij toch enigszins bij zijn positieven kan blijven.

Foxtrot

Het cameraperspectief van bovenaf (ook God kijkt mee en zag dat het niet goed was) visualiseert de ontzetting van Michael die zich radeloos door de ruimtes van zijn woning beweegt. Hij laat zijn hand onder de hete kraan verbranden met de hoop dat hij emotioneel en geestelijk minder lijdt. Hij wijst de troost van zijn hond af door het huisdier een schop te geven. En ondertussen probeert hij enkele familieleden te woord te staan. Maar dan staan er weer wat militairen in de kamer. Jonathan is toch niet dood; iemand anders met dezelfde naam blijkt te zijn gesneuveld.

Dansen met het noodlot
Regisseur Samuel Maoz (Lebanon, 2009) put de emoties tussen intens verdriet en onverwachte hoop uit eigen ervaring toen hij enige jaren geleden onmiddellijk zijn dochter wilde zien nadat hij hoorde dat zij in een door terroristen opgeblazen bus zat, maar vooral nadat hij vernam dat zij de bus gemist had en gelukkig nog leefde. Ook Michael Feldmann in Foxtrot wil zo snel mogelijk zijn dood gewaande kind zien om het te kunnen geloven. Maar dat blijkt gemakkelijker gezegd dan gedaan, want zoals we in de tweede akte zien bevindt Jonathan zich in een uithoek van het land in het midden van nergens bij een kennelijk geheime checkpoint van het leger: codenaam Foxtrot.

Het contrast kan bijna niet groter. De donkere woning van de Feldmanns met moderne kunst aan de muur tegenover de desolate, woestijnachtige omgeving waar een oude ijscowagen dienstdoet als douanepost en een half in de modder weggezakte oude scheepscontainer fungeert als slaap- en ontspanningsruimte van Jonathan en zijn drie collega-soldaten. Ze doden de tijd met verhalen, tekeningen en het rollen van blikjes en tomaten over de schuine containervloer. Bijna even surrealistisch als de setting is de enige passant van hun grenspost op een willekeurige dag: een kameel die rustig op de weg onder de geopende slagboom doorloopt. Totdat op een dag uit het niets een tragedie toeslaat.

Foxtrot

Griekse tragedie in drie losse delen
Foxtrot
is een drama over verlies en rouw, over verlangen en spijt. Hoewel zijn film origineel, artistiek en bijzonder genoeg is, weet regisseur Samuel Maoz de drie delen niet geheel overtuigend in elkaar te vlechten. Als je je verhaal vergelijkt met een Griekse tragedie mag je best voor een consequentere opbouw kiezen. Dat neemt niet weg dat de kijker te allen tijde mag worden uitgedaagd om zijn eigen kaders te trekken.

Het gissen naar de kwaliteit van de relaties tussen de personages komt de continuïteit niet ten goede. Uit tekeningen concluderen we weliswaar dat de zoon zijn vader een egoïst met narcistische trekjes vindt, maar die vermaledijde vader-zoonrelatie had beter uitgewerkt mogen worden. Jonathans relatie tot zijn moeder blijft steken in het gegeven dat zij de Holocaust heeft overleefd en Duits praat tegen hem terwijl hij haar in het Hebreeuws antwoordt. De relatie tussen Michael en Nafna in de derde akte wordt pas duidelijk als ze samen een jointje met de wiet van hun zoon hebben gerookt; langzaam lijkt de psychologische muur tussen man en vrouw in te storten en vermoeden we een hereniging.

Zoals in een foxtrot, waar je eindigt op het punt waar je begint, is uiteindelijk niets zeker in deze gezinsgeschiedenis, die deels is gevormd door een land dat sinds zijn ontstaan in staat van oorlog en conflict is en hiervoor symbool staat. Jammer genoeg blijft de film teveel hangen in emoties en biedt slechts de korte, absurde slotscène de werkelijke verklaring voor de gewenste herenigingen. Maar juist die gebeurtenis doet wat gekunsteld aan. Of kent het noodlot nu eenmaal geen ratio?
 

9 april 2018

 
MEER RECENSIES

Family Quartet, A

*

recensie A Family Quartet

Vlekkeloos succesverhaal

door Ralph Evers

A Family Quartet volgt de vlekkeloze ontwikkeling van een nieuw viooltalent uit Nederland, genaamd Noa Wildschut. Als documentaire gaat de film mank vanwege het ontbreken van een spanningsboog. 

Noa Wildschut is geen wonderkind, zo zegt moeder in een interview. Ze is wel een zeer getalenteerde violiste die op zeer jonge leeftijd al met de grote orkesten meespeelde. We zien videobeelden, gemaakt door papa en mama, waarop een piepjonge Noa de katten uit de buurt verleidt met haar viool. Twee gedreven ouders en een oudere zus die de katten reeds de baas is. Fast forward naar haar twaalfde verjaardag horen we al helder spel en inmiddels toert ze de wereld rond en poseert ze met vele bewonderaars. 

A Family Quartet

Bevoorrecht
Nee, ze is geen wonderkind, maar een geprivilegieerd kind. Opgegroeid in een steunend, faciliterend, muzikaal (mama is vioolpedagoog, papa speelt altviool en zus Avigal speelt ook viool) en liefdevol gezin, dat het financieel breed genoeg lijkt te hebben om het maximale uit hun dochters te halen.

De film is opgedeeld in drie periodes, die gaandeweg de chronologie loslaten. Noa’s kindertijd waar ze zoekende is naar de zuivere noten. De tweede periode is rond haar twaalfde jaar waar blijkt dat ze een groot talent heeft, en dan haar zestiende jaar waar ze reeds doorgebroken is.

Zoals dat bij talent gaat is het eerder dat hetgeen je doet je bevalt en dat het vele oefenen je met gemak afgaat. We zien daar echter weinig van. Er is veel herhaling van een vlak voor de uitvoering repeterende Noa, of het gezellige gezinnetje in Zwitserland (of waar ook) en het gebrek aan drama breekt de film op. De enige tegenvaller die we te zien krijgen is een snee in haar vinger, net nu ze in Amerika mag gaan spelen. Vervelend nou! 

A Family Quartet

Spanningsboog?
Het is een wet in de (documentaire)film: zonder spanningsboog geen verhaal. We zien louter een talent in ontwikkeling, zonder grote tegenslagen, zonder grote problemen. We horen en zien Noa ofwel Paganini in verlegenheid brengen, ofwel gevoelvol haar eigen accenten aan een stuk toevoegen, maar spanning? Op de snaren en de haren van de strijkstok na, is dit de grote afwezige.

Daarbij is Noa te jong om al een persoonlijkheid te zijn (en het is maar de vraag of dat nog komt). Hoe anders was dat bij een eerdere film dit jaar over een ander groot talent, Sergei Polunin, in The Dancer. Een getormenteerde geest, een onvoorspelbare performer, die grote pieken en diepe dalen heeft gekend, het kijkt toch allemaal lekkerder weg. Ouders die alles opofferen met het risico te gronde gericht te worden, een alles of niets persoonlijkheid, een grote bek en een breekbaar hart. Drama. Meeleven! Dit grootse blijft in A Family Quartet uit. Dat is voor Noa zelf ongetwijfeld erg fijn, voor een negentig minuten durende documentaire is haar lineaire succesverhaal te weinig om te blijven boeien.
 

23 september 2017

 
MEER RECENSIES

Fox, The

***

recensie The Fox

Nederland als politiestaat

door Cor Oliemeulen

Na zijn verdienstelijke debuut Patria is Klaas van Eijkeren niet stil blijven zitten. Met zijn internationaal georiënteerde politieke thriller The Fox toont de Bosschenaar pas echt wat hij in zijn mars heeft.

Net als het Eerste Wereldoorlogsdrama Patria is de tweede film van Klaas van Eijkeren tot stand gekomen door donaties en crowdfunding. Hoewel hij ditmaal ‘slechts’ tekent voor de regie, montage, scenario, casting en een klein acteerrolletje als politieagent, kon hij opnieuw een beroep doen op tal van familieleden, vrienden en figuranten. Ditmaal was Alex ter Beek van producent Pink Moon vanaf het begin bij de film betrokken, wat onder meer resulteerde in acteurs van boven de rivieren. Het is op alle fronten zichtbaar dat er meer middelen voorhanden waren dan voor de debuutfilm.

The Fox

Zo mocht de crew filmen in het hoofdkwartier van Europol in Den Haag, konden enkele professionele acteurs worden aangetrokken en zijn zowel de cinematografie als de soundtrack aanmerkelijk beter. Buiten het feit dat elke Nederlander perfecte Engelse zinnen formuleert, voelt het leeuwendeel van de film geloofwaardig aan – ook al speelt het relaas zich af in de nabije toekomst. Na een aarzelende start ontwikkelt The Fox een prima spanningsboog en een gedoseerd gevoel voor drama.

No-nonsense
Met Rutte III in de startblokken is het even wennen aan het idee dat ons land in 2018 zal worden geleid door ene Anton de Poorter. Tijdens de verkiezingsstrijd heeft hij nauwelijks concurrentie van zijn directe opponent Ben Somers, want De Poorter blijkt een populistische linkmichel die met zijn No-Nonsense Wet – gesteund door allerlei krachten uit de boven- en onderwereld – zonder veel omwegen afstevent op een politiestaat. We leven in een land waar de privacy steeds meer onder druk komt en waar rechters en aanklagers langzaam worden vervangen. Wapensmokkel en false flag-operaties leiden tot moord.

Op dat moment komt het titelpersonage in beeld: Simon Fox, een Ierse politieagent die na een traumatische ervaring in eigen land nu bij Europol in Den Haag strijdt tegen de georganiseerde misdaad. Hij komt op het spoor van de geheime militaire organisatie Operatie Gladio die na de Tweede Wereldoorlog in Italië werd opgericht, in Nederland in de jaren 90 officieel werd opgedoekt, maar kennelijk nog bestaat en aanhangers bij Europol heeft. Dat ook politiebaas D’Arnaud (Eric Corton) fan van sterke leiders is, ligt er overigens wel heel dik bovenop: in zijn werkkamer hangen grote posters van Julius Caesar en Napoleon en op zijn bureau staan boeken over Adolf Hitler en consorten.

The Fox

Onderhoudend met een boodschap
Neemt niet weg dat The Fox een onderhoudende thriller is met een boodschap, een aangenaam tempo, realistische actiescènes en een prima hoofdrol van Morgan C. Jones (Captain Bravoosi in Game of Thrones). Aanvankelijk vecht Simon Fox vooral tegen zijn eigen demonen en is hij sceptisch over het gevaar van een Nieuwe Maatschappij, maar als hijzelf op het spoor van de verderfelijke organisatie komt en gaat fungeren als schietschijf moet hij op de vlucht slaan en is het de vraag of hij zijn collega’s wel kan vertrouwen.

The Fox gaat maandag 18 september in première in Pathé Tuschinski in Amsterdam, waarna de film vooralsnog eenmalig op enkele locaties zal worden vertoond. Bekijk hier het actuele draaischema. Deze bijna on-Nederlandse thriller uit de polder verdient een groter publiek.
 

8 september 2017

 
MEER RECENSIES

Fille de Brest, La

***

recensie La fille de Brest

Slecht voor het hart

door Cor Oliemeulen

Er kunnen niet genoeg biografische drama’s over klokkenluiders worden gemaakt. La fille de Brest registreert een van de vele verhalen over de nobele strijd van de eenling tegen een verderfelijke organisatie. En als zo’n film niet overdreven sentimenteel is, verdient hij een groot publiek.

Bij Emmanuele Bercot (Parijs, 1967) zit film in elke vezel. Ze acteert, schrijft scenario’s en regisseert. Na Elle s’en va en La tête haute schreef en regisseerde ze La fille de Brest, dat gaat over de bijna kansloze strijd van een longarts tegen een farmaceutisch bedrijf. Ditmaal geen hoofdrol van Catherine Deneuve, maar van de Deense actrice Sidse Babett Knudsen, die door haar Franse collega werd voorgedragen. Knudsen is bekend van de populaire tv-serie Borgen en bleek een aardig woordje Frans te spreken. Haar accent maakt haar geloofwaardig als de provinciale klokkenluider die resoluut door het Parijse establishment wordt afgeserveerd.

La fille de Brest

Hoofdrolspeelster is schot in de roos
La fille de Brest is gebaseerd op het boek ‘Mediator 150 mg’ van de door Sidse Babett Knudsen gespeelde longarts Irène Frachon, werkzaam in een ziekenhuis in het Bretonse Brest. In 2009 ontdekt ze dat het medicijn Mediator van het Franse farmaciebedrijf Servier sterfgevallen onder hartpatiënten veroorzaakt. Wat volgt is een jarenlange strijd waarvan ook haar collega’s en familieleden de dupe dreigen te worden. Het biografische drama is met zijn twee uur niet te lang, want Bercot bouwt de spanning gedoseerd op en voegt voldoende boeiende ingrediënten aan het biografische verhaal toe. Vooral de keuze voor Knusden blijkt een schot in de roos.

Ze is vastberaden (elke tegenslag proberen te overwinnen), kent haar zwaktes (twijfel, soms paranoia) en eigenaardigheden (lachbuien en malle dansjes). Een vrouw voor wie je alleen maar bewondering kunt krijgen, omdat ze (bijna) als eenling vecht tegen onrecht. Voor de patiënten; met heel haar hart en energie. Het is wachten totdat die arrogante vertegenwoordigers van Servier en de veelal vastgeroeste commissieleden van gezondheidsorganisaties een welverdiende schop onder hun achterste krijgen.

La fille de Brest

Realistisch
La fille de Brest voelt realistisch en authentiek (meer dan bijvoorbeeld Julia Roberts die in en als Erin Brockovich uit 1980 de klokken luidt omdat een bedrijf chemisch afval in het drinkwater loost), want de strijd van een eenling blijkt bijna altijd een druppel op de gloeiende plaat. De macht van de (vaak op winst beluste) farmacie is diep geworteld en de meeste gezondheidsorganisaties en artsen hobbelen gewild en ongewild mee met het mechanisme van lobby en verdoezelen-van bijwerkingen-als-het-kan. De meeste betrokkenen achten zich bij voorbaat kansloos, totdat personen als Irène Frachon opstaan.

La fille de Brest wordt extra realistisch door het expliciet in beeld brengen van twee medische handelingen. Emmanuele Bercot vertelt in een interview over haar grootste hobby als prille tiener: kijken hoe haar vader als chirurg hartoperaties uitvoerde in een Parijs’ ziekenhuis. Haar fascinatie komt uitstekend van pas in dit biografische drama. De scène met de open hartoperatie is even relevant als die van een autopsie, waarbij een vrouwenlichaam compleet wordt opengesneden en de organen een voor een worden verwijderd. Het is niet echt, maar oogt wel echt. Beide scènes zijn functioneel, want nu zien we in de ogen van Irène Frachon hoe verwoestend het effect van foutief voorgeschreven medicijnen kan zijn.
 

10 juli 2017

 
MEER RECENSIES

Fury of a Patient Man, The

****

recensie The Fury of a Patient Man

On-Amerikaanse wraakfilm

door Cor Oliemeulen

Dat een film vier Goya’s wint, zegt misschien meer over de toestand van de hedendaagse Spaanse cinema dan over de inzending zelf. Voor The Fury of a Patient Man lijken die filmprijzen voor beste film, beste debuterende regisseur, beste bijrol en beste scenario zeker voorstelbaar.

Films met wraak als thema zijn meestal van Amerikaanse makelij. Bovendien lijken ze allemaal ontzettend op elkaar en zijn scenario’s en filmcrews bijna zonder uitzondering uitwisselbaar. Het meest storend is de couscous van grof geweld en ongeloofwaardig plot.

The Fury of a Patient Man

Hoe anders is The Fury of a Patient Man (Tarde para la ira). De debuutfilm van Raúl Arévalo is weliswaar een echte wraakfilm, maar binnen het genre een verademing vanwege de uiterst realistische vertelling en het ontbreken van een opgefokte orgie van geluid. De regisseur, die de rol van één van de twee rechercheurs in La Isla Minima speelde, heeft bij het schrijven van zijn scenario goed opgelet waarom die Spaanse thriller kon uitgroeien tot een groot internationaal succes.

Acht jaar later
Wraak smaakt extra zoet als je het geduld van Jose (Antonio de la Torre: Volver, La Isla Minima) kunt opbrengen. Net als Ryan Gosling in Drive is Jose het type stille wateren diepe gronden, maar waar de gewelddadige uitbarstingen van eerstgenoemde voortkomen uit een psychopathische geest, is er bij de wreker van The Fury of a Patient Man sprake van instrumentele agressie: hij reageert niet primair, maar handelt bewust. Jose’s aanpak krijgt een extra dimensie omdat hij het aanlegt met de vrouw van de man, die hem naar zijn toekomstige slachtoffers moet leiden.

De film begint met een mislukte juwelenroof. Drie overvallers weten nipt uit de handen van de politie te blijven, maar Curro (Luis Callejo: Kiki Love to Love), de chauffeur van de vluchtauto, wordt gepakt en verdwijnt voor acht jaar achter de tralies. Eindelijk weer thuis bij vrouw Ana (Ruth Diáz) en kind maakt hij kennis met Jose die ook met Ana’s broer goed kan opschieten. Dan blijkt langzaam waarom de welgestelde Jose rondhangt in deze arbeiderswijk van Madrid, waarom hij regelmatig een comateuze man in het ziekenhuis bezoekt en wat zijn wraakmotieven zijn.

The Fury of a Patient Man

Authentiek en realistisch
Regisseur Arévalo bleef bij het zoeken naar locaties dicht bij de plaatsen waar hij is opgegroeid. De buitenwijken van Madrid, de dorpjes en de motels langs de wegen van de autonome regio Castilië-La Mancha. Het zijn die lomige scènes die soms doen denken aan Hell or High Water: niet alleen de sfeer en couleur locale, maar ook de subtiele combinatie van thriller- en western-ingrediënten. The Fury of a Patient Man kent beduidend minder onderlinge psychologie en mist de humor, maar voelt even authentiek. Ondanks de weinige actie verslapt de aandacht nauwelijks een moment.

De opmaat naar de sporadische geweldsuitbarstingen (soms buiten beeld) wordt efficiënt ondersteund door korte opwellingen van de geluidsband. Soms lijkt het alsof Jose nog even twijfelt om de daad bij het voornemen te voegen, maar zowel de kijker als Curro, die onvrijwillig toeschouwer van de queeste is, leren vrij snel Jose’s vastbeslotenheid kennen. Onderwijl doet Ana een schokkende ontdekking, waardoor de finale een onverwachte twist krijgt.
 

3 juni 2017

 
MEER RECENSIES

Free Fire

****

recensie Free Fire

Pret met eeuwigdurende shoot-out

door Bob van der Sterre

Een deal op een afgelegen locatie. Mensen die elkaar niet kennen en die wantrouwig zijn van nature. Allemaal bewapend. En het is nog een wapendeal ook.

Boston 1978. Twee partijen komen bij elkaar in een oude fabriek. Aan de ene kant Ieren die wapens komen kopen (Stevo, Frank, Chris). Aan de andere kant Amerikanen en een Zuid-Afrikaan die de handel willen verkopen (Vernon, Ord, Martin). Justine kent beiden en brengt ze bij elkaar in een oude fabriek. Men draagt wapens en is wantrouwig.

Free Fire

Bij het weigeren van een uitgestoken hand: ‘You didn’t masturbate before you got here, did you?’ ‘What?’ ‘Told you I don’t work with anybody who’s carrying a loaded weapon.’ ‘Fuck the small talk. Let’s buy some guns, eh?’

De spanning loopt meteen op als blijkt dat de verkeerde wapens zijn geleverd. Maar Chris en Ord houden de twee partijen in het gareel. Totdat een van de Ieren een van de Amerikanen herkent en weet dat hij wraak op hem wil nemen.

Een lange shoot-out
Je verraadt niets van het plot door te vertellen dat de film één lange shoot-out is. De fabriek wordt compleet aan gort geschoten. Maar het is geen esthetische shoot-out à la John Woo. Explosies à la Michael Bay hoef je niet te verwachten. Over the top stoerheid à la Don Siegel ontbreekt. De kogels komen hier bij de kijker bijna net zo hard aan als bij de karakters die elkaar bestoken. Waar we wel naar kijken, is bijna een ouderwetse grappige shoot-out à la Tarantino in zijn oude tijd, toen hij nog onpretentieus amusement maakte.

Deze opzet was een risico. Niet veel films hebben echt maar een locatie waar de film zich afspeelt. En vaak blijft zo’n idee niet lang grappig.

Maar bij Free Fire staat er een groep acteurs die de hele film kan boeien – want humor en geweld heeft meer goed acteerwerk nodig dan je beseft. Ze lopen in de invulling van hun vak als acteur erg uiteen. Cilian Murphy (28 Days Later). Armie Hammer (The Man from UNCLE). Noah Taylor (ooit Hitler in Max). Babou Ceesay (Eye in the Sky). Brie Larson (Room). Sharlto Copley (District 9). Er is bijna geen grotere verscheidenheid te bedenken. Maar dat is juist een van de krachten van deze film. Ze passen bij hun rollen. Het is zoals je zo vaak voetbaltrainers hoort zeggen: ‘Ze speelden echt als een team…’

Free Fire

Teamgevoel
Is dat teamgevoel misschien de invloed van regisseur Ben Wheatley, die immers in Sightseers ook aanstekelijke chemie creëerde tussen de hoofdrolspelers? Hij revancheert zich hiermee voor het ambitieuze, maar ook het niet zo evenwichtige High-Rise uit 2015.

Je ziet hier ook het probleem bij beide films. Net als in Sightseers is Free Fire wel leuk kijkvoer, maar niet briljant. Dat ligt vooral aan hoe beide films worstelen met het verhaal zelf. De scripts worden in beide gevallen als het ware voortgedreven door de actie. Maar het zou in een echt goede film andersom moeten zijn – het verhaal bepaalt wanneer de actie opkomt.

Voor de meeste mensen is dat kommaneuken van het zuiverste soort. En een beetje gelijk hebben ze wel. Dit is gewoon een grappige film met veel vaart en energie (negeren die mensen die achteraf zeggen: ‘Deze film ging helemaal nergens over’). Het beste is vooraf om geen trailers te kijken, met weinig verwachtingen de film te gaan kijken en je vervolgens onder te dompelen in een energieke roes van humor en kogels.
 

22 april 2017

 
MEER RECENSIES