Film by the Sea 2021 – Fellinopolis

Film by the Sea 2021 – Fellinopolis:
La Città di Federico

door Yordan Coban

De 23ste editie van Film by the Sea in Vlissingen brengt ons een greep uit het verleden met twee documentaires over Federico Fellini. In dit tweede deel, Fellinopolis, nemen we een uniek kijkje achter de schermen naar de werkwijze van de extravagante Italiaanse kunstenaar.

De documentaire, gemaakt door Silvia Giulietti, bestaat uit een aaneenschakeling van beelden geschoten door Fellini’s vriend Ferruccio Castronuovo op de set gedurende de periode van 1976 tot 1986. Deze beelden worden begeleid met de herinneringen van een aantal vaste leden van Fellini’s crew die ook vaak intieme vrienden waren. Veel van deze lieden zijn inmiddels overleden, waaronder de regisseur zelf, zijn vrouw Giulietta Masina en zijn vaste acteur tevens alter ego Marcello Mastroianni. Het merendeel van de documentaire bestaat jammer genoeg uit beelden van een tijd waarin Fellini’s beste werk al gemaakt was.

Fellinopolis

Surreële vervoering
Fellini was vaak niet echt geïnteresseerd in het vertellen van een verhaal, hij wenste voornamelijk zijn persoonlijke sentimenten te uiten in visuele indrukken om zo zijn publiek in vervoering te brengen. Het maken van 8 1/2 (1963) kwam, zo zegt hij in een van de spaarzame oudere beelden uit de documentaire, vanzelf uit hem. Alsof het de regisseur overkwam en het op gegeven moment als een natuurlijk proces ook weer stopte.

Het maken van zijn films deed hij aan de hand van de meest vreemde gezichten, carnavaleske kostuums en indrukwekkend grootse decors. Fellini vond dat een gezicht meer kon zeggen dan woorden. Hij had een bureau in Rome waar mensen van het opvallendste soort zich aan konden melden om als figuranten in zijn films te fungeren. In de documentaire vertelt zijn oude chauffeur dat Fellini, als in een film, hem opdroeg een taxi te volgen vanwege het merkwaardige uiterlijk van de desbetreffende passagier. Fellini joeg de wonderbaarlijkheden van het leven op cinematische wijze achterna.

Ook maar een mens
De documentaire blijft slechts een kijkje achter de schermen. Ze heeft niet meer om het lijf dan wat je als kijker van tevoren verwacht, maar dat hoeft niet erg te zijn als de films van Fellini je dierbaar zijn. Gelukkig worden er niet slechts ludieke anekdotes verteld en proberen de sprekers werkelijk op de thema’s en de distinctieve aard van zijn werk in te gaan. Wat vaak gebeurt bij het kijken van dergelijke documentaires is dat zij op ten duur in een geïdealiseerde toon vervallen.

Fellinopolis

Mensen zijn mensen, zelfs Fellini. Het is ergens ook zonde zijn om alle pracht uit de cinematische wereld van Fellini terug te relateren tot één extravagante man. Daarvoor is zijn werk te veel erfgoed van een collectief onderbewustzijn, kunstenaar overstijgend. Dit aspect is het meest futiele aan een biografische documentaire over Fellini. Het gaat niet om de persoon. Het gaat om wat zijn werk deed vermoeden.

Universeel vermoeden
Fellini’s films gaan namelijk niet alleen over zijn eigen dromen, er is iets universeels in de vermoedens die zijn werk losmaken. Uit de opmerkingen van de geïnterviewden blijkt wel dat Fellini zich goed besefte dat hij vernuft was in het beïnvloeden van anderen. Hij had oog voor datgene wat bij anderen tot de verbeelding kon spreken. Dit maakt zijn werk tijdloos, en niet slechts op een wijze die onderstreept dat zijn werk nog steeds goed te verteren is. Het lijkt het wezenlijke synoniem van wat een film zou moeten zijn. Zolang mensen naar geprojecteerde fantasieën op een scherm wensen te kijken, zal Fellini relevant blijven.

Fellinopolis is te zien op 12, 15 en 19 september tijdens Film by the SeaHier lees je het volledige programma.

 

11 september 2021

 

Film by the Sea 2021: The Truth About La Dolce Vita

 
MEER FILMFESTIVAL

Fahrenheit 451 van Ramin Bahradi

Deel 3: De film Fahrenheit 451 van Ramin Bahradi
Brandende boeken als bewegend beeld (slot)

door Paul Rübsaam

Een boek vergelijken met een boekverfilming, moet je niet te vaak doen. Maar als boek en film uitgerekend een dystopische wereld beschrijven waarin alle boeken verbrand worden, is de verleiding onweerstaanbaar. Herleeft de roman Fahrenheit 451 van Ray Bradbury door de gelijknamige films van François Truffaut (1966) en Ramin Bahrani (2018) óf richten deze adaptaties in figuurlijke zin de vlammenwerper op het boek?

Je kunt het de Iraans-Amerikaanse regisseur Ramin Bahrani (1975) moeilijk kwalijk nemen dat hij in zijn adaptatie van Fahrenheit 451 het verschijnsel digitalisering betrekt. Bradbury en Truffaut voorzagen de komst van reality-tv, mobiele telefonie en fake news, maar hadden nog geen vermoeden van de digitale revolutie, die in een sciencefictionfilm uit 2018 niet kan ontbreken.

Fahrenheit 451 van Ramin Bahradi

Natives en Eels
In het universum van Bahrani’s HBO-film Fahrenheit 451, waar nauwelijks daglicht doordringt, is brandcommandant John Beatty (Michael Shannon) getransformeerd van een geflipte intellectueel met een brandweerhelm tot een man van het type drilsergeant. De zwarte ‘Master Trooper’ Guy Montag (Michael B. Jordan) vormt als ster-boekverbrander het middelpunt van een op wolkenkrabbers geprojecteerde reality-televisieshow. Hij is de oogappel van Beatty, die hem in een ‘vriendschappelijk’ partijtje boksen nog net de baas is.

De strijd tussen de gezagsdragers en het gezagsgetrouwe, televisie kijkende en ongeletterde volk aan de ene kant en ‘the bookpeople’ en hun geestverwanten aan de andere kant leeft voort als die tussen ‘Natives’ en ‘Eels’. De klank van dat laatste woord roept vage associaties op met ‘aliens’ en ‘intellectuals’, alsof er een glibberig mensensoort mee wordt aangeduid dat in welke richting dan ook afwijkt van het voorgeschreven gemiddelde.

Clarisse McClellan (Sofia Boutella) is geen dromerige puber of dromerige jonge vrouw meer, maar een grimmige, zich als informant voor de Natives voordoende Eel en activiste. Mildred (Linda) Montag zien we niet terug. Toch is in Guy Montags woning een vrouwenstem te horen, namelijk die van de als een Big Sister overal aanwezige en alles in de gaten houdende sprekende computer Yuxie.

Alle uitingen die buiten het door de overheid gecontroleerde Kanaal 9 van het internet vallen, worden aangeduid met de term ‘graffiti’. Daaronder vallen boeken, maar ook filmrollen, VHS-banden, ansichtkaarten en aantekenboekjes. Als de Eels proberen graffiti te uploaden en Beatty en zijn mannen daarachter komen, grijpen ze hardhandig in. De maatstaven voor hedendaagse dystopieën volgend is Bahrani’s Fahrenheit 451 aanmerkelijk gewelddadiger dan de film van Truffaut.

Aantekeningen uit het ondergrondse
Anders dan bij Bradbury en Truffaut reageert Eel Clarisse McClellan aanvankelijk afwijzend op ‘Master Trooper’ Guy Montag. Maar als Montag, die steeds helderdere herinneringen krijgt aan zijn boeken lezende en vermoorde vader, een exemplaar van de uit het Russisch vertaalde roman Notes From The Underground van Fjodor Dostojevski uit de vlammen gered blijkt te hebben en aan haar overhandigt, ontdooit ze. Guy en Clarisse lezen elkaar voor uit het boek alsof het hun nieuwe Bijbel is. Sommige passages uit dit relaas van een voormalige ambtenaar, dat het ideaal van rationaliteit confronteert met de grillen van het onderbewustzijn, hebben in de film een zweem van toepasselijkheid. Maar de troefkaart lijkt toch de titel van het boek. Die moet associaties oproepen met een ondergrondse, literatuur minnende verzetsbeweging als de Eels.

Bahrani volgt goeddeels hetzelfde procedé als Truffaut om van zijn film een verhaal over boeken te maken. Vooral hele beroemde boeken gaan bij hem in vlammen op: On the origen of species van Charles Darwin, Cien años de Soledad van Gabriel García Márquez, Der Prozess van Franz Kafka, Faust van Goethe, Notre-Dame de Paris van Victor Hugo en zo meer. En als een deel van de Eels zich als ‘bookpeople’ oude stijl blijken te hebben ontpopt, bevindt zich onder hen een jongen die de inhoud van dertienduizend boeken uit zijn hoofd kent, waaronder A la recherche du temps perdu van Marcel Proust, dat met zijn meer dan drieduizend bladzijden en ruim één miljoen woorden literaire kwaliteit het meest opvallend kwantificeert.

Op de set van Fahrenheit 451 met v.l.n.r. Ramin Bahradi, Michael B. Jordan en Michael Shannon

Op de set van Fahrenheit 451 met v.l.n.r. Ramin Bahradi, Michael B. Jordan en Michael Shannon

Omnis
Het laatste uitgesproken woord van de oude vrouw die er evenals bij Bradbury en Truffaut voor kiest om samen met haar gehele bibliotheek een prooi der vlammen te worden is ‘Omnis’, een aanduiding voor het collectieve bewustzijn van de totale mensheid en tevens voor het megaproject dat de Eels in het geheim uitvoeren. Vanaf hun geheime schuilplaats zetten ze de totale menselijke kennis om in DNA, dat bij de gekooide zangvogel Lennie geïnjecteerd wordt.

De Natives ontdekken de schuilplaats, waar Guy Montag zich inmiddels bij de Eels heeft aangesloten. De afrekening tussen Montag en Beatty verloopt anders dan bij Bradbury en Truffaut. Held en martelaar Guy Montag weet juist voordat hij door Beatty letterlijk onder vuur wordt genomen het kooitje van Lennie te openen. De zangvogel sluit zich aan bij een zwerm van zijn soortgenoten, die aan de andere kant van de grens met Canada het DNA der kennis zullen verspreiden.

Metafoor
In zijn pogingen het verhaal van Bradbury te actualiseren, betoont Bahrani zich soms vindingrijk, of in ieder geval woordkunstig. Zijn strijd tussen ‘Natives en ‘Eels’ heeft een zekere zeggingskracht en het specifieke gebruik van de term ‘graffiti’ is origineel te noemen. Wanneer Bahrani’s stelling zou zijn dat je moderne technologie niet als zodanig moet vrezen, zolang die maar in goed handen is, kun je hem daar ook best gelijk in geven.

Maar met zijn gemoderniseerde adaptatie, die harder en grimmiger is dan de mild-ironische van Truffaut mist hij de boodschap van Bradbury’s verhaal. Of ziet hij beter gezegd over het hoofd dat de Amerikaanse schrijver zich van een metafoor bediende. Bradbury wilde niet letterlijk waarschuwen voor een samenleving waarin men niet meer kon of mocht lezen, maar vreesde dat mensen, verslaafd als ze zouden raken aan (reality)televisie en mobiele telefonie, dit in de toekomst eenvoudigweg niet meer zouden doen.

Truffaut begreep Bradbury beter door speelser met de sciencefiction-elementen om te gaan en ook meer voorbij de titels van de boeken te kijken. Of juist de bijna analfabete Montag zich stuk te laten lezen op een titelpagina. Wie Truffauts film ziet, wordt uitgedaagd ook Bradbury te lezen en meer dan hem alleen. De doorsnee-sciencefictionspanningsbogen van Bahrani bevatten echter veel minder onweerstaanbare prikkels om een boek aan te raken, waarmee met zijn film de bedoelingen van Bradbury goeddeels in rook opgaan.

 

16 juli 2021

 

Deel 1: Het boek Fahrenheit 451 van Ray Bradbury
Deel 2: De film Fahrenheit 451 van François Truffaut

 
ALLE ESSAYS

Fahrenheit 451 van François Truffaut

Deel 2: De film Fahrenheit 451 van François Truffaut
Brandende boeken als bewegend beeld

door Paul Rübsaam

Een boek vergelijken met een boekverfilming, moet je niet te vaak doen. Maar als boek en film uitgerekend een dystopische wereld beschrijven waarin alle boeken verbrand worden, is de verleiding onweerstaanbaar. Herleeft de roman Fahrenheit 451 van Ray Bradbury door de gelijknamige films van François Truffaut (1966) en Ramin Bahrani (2018) óf richten deze adaptaties in figuurlijke zin de vlammenwerper op het boek?

Bradbury adviseerde de Franse cineast François Truffaut (1932-1984) om in diens film de in de roman aanwezige achtergrond van een dreigende atoomoorlog weg te laten. Het thema van de verboden en verbrande boeken volstond volgens de Amerikaanse schrijver. Truffaut, vertegenwoordiger van de Franse Nouvelle Vague en reeds vermaard door Jules et Jim (1962) en La peau douce (1964), volgde dit advies op en schrapte in zijn Britse (Engelstalige) productie Fahrenheit 451 tevens de zogeheten ‘mechanical dog’: een op een hond lijkende machine die misdadigers opspoort en daar dodelijke injecties op afvuurt.

Fahrenheit 451 (1966)

Fahrenheit 451 (1966)

Twee keer Julie Christie
Opmerkelijk in de film is verder de dubbelrol van de Britse actrice Julie Christie, die reeds furore had gemaakt in Dr. Zhivago (1965). Ze vertolkt zowel Mildred Montag (in de film heet ze Linda en heeft lang haar) als Clarisse McClellan (met kort haar), die bij Truffaut onderwijzeres is. Alleen over deze noodsprong van Truffaut (andere beoogde actrices voor de rol van McClellan zegden af) heeft de verder met de verfilming zeer ingenomen Bradbury enige onvrede geuit. Hij vond de vijfentwintigjarige Christie te oud om de weliswaar wijze puber Clarisse McClellan gestalte te geven.

Afgezien van een monorail als openbaar vervoermiddel plaatst Truffaut het verhaal eerder buiten iedere denkbare tijd, dan het in een gangbaar sf-universum te situeren. De special effects zijn schaars en lijken opzettelijk knullig. Zo kun je langs de brand(weer)paal in de brand(weer)kazerne niet alleen omlaag maar ook ‘omhoog’ glijden, zonder dat moeite wordt gedaan om uit te leggen hoe dit mogelijk is. En militairen die zwevend door de lucht op jacht zijn naar de voortvluchtige Montag hangen aan kabels die nergens aan bevestigd zijn. De muziek van Bernard Hermann (o.a. Psycho, 1960) draagt bij aan de eigenaardige, ietwat vervreemdende atmosfeer.

Rode skelters en minuscule boekjes
Truffaut had, zoals hij dat zelf formuleerde ‘een remake van de roman van Bradbury gezien door kinderogen’ op het oog. De ‘brandweerauto’ waar Beatty en zijn mannen mee uitrukken om stapels gevonden boeken in de fik te steken, heeft iets weg van een uit zijn krachten gegroeide rode skelter. Bij de tot vermaak van het volk georganiseerde boekverbrandingen zijn opmerkelijk veel kinderen aanwezig. En als de burgers onder leiding van Beatty (Cyril Cusack) gefouilleerd moeten worden op het bezit van verboden boeken gebeurt dat onder andere op een speelplaats, waar in het borstzakje van het wollen vestje van een olijke peuter een minuscuul boekje verstopt blijkt te zijn.

Ook Guy Montag, die met zijn vrouw Linda in een soort Center Parcs-bungalow woont terwijl buurmeisje Clarisse met haar oom in een negentiende-eeuws landhuis verblijft, heeft aanvankelijk de eigenschappen van een groot kind. Als de literatuur hem nog niet in zijn greep heeft, ‘leest’ (bekijkt) hij stripboeken zonder tekstballonnen. Wanneer hij zich tenslotte waagt aan David Copperfield van Charles Dickens zien en horen we hem met het tempo van een zesjarige de titelpagina inclusief het adres van de uitgeverij uitspellen, alvorens hij aan het eerste hoofdstuk begint.

François Truffaut (rechts) op de set of Fahrenheit 451 (1966)

François Truffaut (tweede van rechts) op de set of Fahrenheit 451 (1966)

Verzengende passie
Om met behulp van het medium film de kracht van literatuur voelbaar te maken, bedient Truffaut zich van een eenvoudige, maar effectieve truc. Hij toont zoveel mogelijk bekende en liefst veelzeggende titels van boeken, die al dan niet gegrepen worden door de vlammen. Zo zien we Montag de roman Caspar Hauser van Jakob Wassermann bij zich steken, over de Duitse vondeling die na jarenlange eenzame opsluiting nauwelijks spreken, laat staan lezen kon. Het is niet alleen een verwijzing naar Montags eigen ongeletterdheid, maar tevens een voorproefje van een thema dat François Truffaut later in zijn film L’Enfant Sauvage (1970) zou uitwerken.

Boeken die in vlammen opgaan, waarvan het verhaal tevens een relatie heeft met eenzaamheid of een opgroeiend kind aan wie zich een nieuwe wereld openbaart, zijn: Robinson Crusoe van Daniel Defoe, Alice in Wonderland van Lewis Caroll en The Catcher in the Rye van J.D. Salinger. Voorts demonstreert Truffaut een voorliefde voor (in hun tijd) controversiële romans, zoals Justine van Markies de Sade, Madame Bovary van Gustave Flaubert en Lolita van Vladimir Nabokov. In het laatste geval zien we de vlammen zich zelfs een weg eten door de opengeslagen bladzijden van het boek, waarin hoofdpersoon Humbert Humbert zijn verzengende passie voor de twaalfjarige Lolita reeds op de eerste pagina etaleert: ‘ Lolita, light of my life, fire of my loins. My sin, my soul…‘ Het vuur van Humberts lendenen wordt letterlijk met vuur bestreden.

Hier en daar breidt de Franse regisseur de kring van verboden materie waar de vlammen zich aan te goed doen uit tot buiten die van romans en wetenschappelijke non-fictie. Een bundel van het Amerikaanse satirische stripblad Mad en een boek met afbeeldingen van schilderijen van Salvador Dalí worden tot de brandstapel veroordeeld, alsmede een jaargang van de Cahiers du Cinéma, een destijds baanbrekend Frans filmtijdschrift, waarin avant-gardistische Franse cineasten als Truffaut zelf regelmatig publiceerden. De boodschap is duidelijk. Een samenleving die tot norm verheft wat wij in de 21ste eeuw reality-televisie zouden noemen, kan ook niets op hebben met provocatieve strips en grensverleggende beeldende kunst en cinema.

 

13 juli 2021

 

Deel 1: Het boek Fahrenheit 451 van Ray Bradbury
Deel 3: De film Fahrenheit 451 van Ramin Bahradi

 

 
ALLE ESSAYS

Fugitive from the Past, A

****
IFFR Unleashed – 2005: A Fugitive from the Past 
Auteur zonder handtekening

door Alfred Bos

Tijdens een vliegende storm steken drie mannen in een roeiboot een zeestraat over en slechts één komt aan. Tien jaar later volgt de rekening. A Fugitive fom the Past (1965) van Tomu Uchida verhaalt over karma.

Ook Japan had in de jaren zestig zijn nouvelle vague, met Oshima, Imamura en Suzuki als de bekendste representanten. Een van de beste voorbeelden van nūberu bāgu, de Japanse new wave, is een drie uur durende politieprocedurefilm van een veteraan van de Japanse cinema. A Fugitive from the Past (Japanse titel: Kiga kaikyō) van Tomu Uchida is een toonbeeld van filmisch vakmanschap. Alleen een meester, sereen in zijn kunst, kan de regels zo moeiteloos naar zijn hand zetten. En breken.

A Fugitive from the Past

A Fugitive from the Past (1965) – naar de roman Straits of Hunger van Tsutomu Minakami – volgt de jacht op een misdadiger, het subgenre dat is geïnitieerd door Fritz Langs M. Evenals Akira Kurosawa in High and Low (1963) toont Uchida beide kanten van het verhaal, we volgen de dader en de autoriteiten. De schakel tussen de antagonisten is onderwerp van het middenstuk van de film. Het last heden aan verleden.

In The Third Murder (2017) van Hirokazu Koreeda staat het verhoor van de schurk centraal in de zoektocht naar de waarheid. Boeddhistische spiritualiteit vormt de kern van Kenji Mizoguchi’s Sansho the Bailiff (1954). A Fugitive from the Past doet beide, het is een door en door Japanse film.

Veelheid van stijlmiddelen
Voor de Tweede Wereldoorlog was Tomu Uchida (1898-1970) een in Japan veelgeprezen regisseur van films die vaak zijn gebaseerd op romans. De non-conformistische aanpak en de veelheid van stijlmiddelen – formeel én ad hoc, klassiek én modernistisch – die A Fugitive from the Past typeert, is eigen aan veel van zijn latere films.

Uchida behoort tot de pioniers van de Japanse cinema. Hij debuteert in 1922 met Aa, Konishi junsa (Police Officer Konishi); het is een coproductie met Teinosuke Kinugasa, de regisseur van het avant-gardistische Kurutta Ippēji (A Page of Madness, 1926) en het met een Gouden Palm bekroonde Jogokumon (Gate of Hell, 1953). Hij is een Japanse tegenhanger van Howard Hawks of John Ford.

Het overgrote deel van de meer dan veertig films die Uchida voor de oorlog regisseerde, in dienst van Japanse filmstudio’s, is tijdens de Tweede Wereldoorlog verloren gegaan. Dat is mogelijk een reden waarom de regisseur buiten Japan – waar zijn werk veel publiek trok – minder bekend is dan zijn generatiegenoten Ozu, Mizoguchi en Kinugasa. De belangrijkste reden is wellicht dat hij, naast zijn imponerende vakmanschap, geen kenmerkende eigen stijl of thema heeft. Uchida is een auteur zonder handtekening.

Het expressionistische Keisatsukan (Policeman, 1933), over twee jeugdvrienden, een gangster en een agent, is zijn enige stomme film waarvan een complete kopie bestaat. Van het sociaal geëngageerde Tsuchi (Earth, 1939) ontbreekt de laatste filmrol. De film is gesitueerd in de regeringsperiode van keizer Meiji (1868-1912), waarin de feodale Japanse samenleving in ijltempo moderniseerde naar westers model. Het persoonlijke drama van de straatarme boeren resoneert met de politieke situatie. In A Fugitive from the Past gebeurt iets dergelijks.

Open voor experiment
Het gemak waarmee Uchida van genre en stijl wisselt, kenmerkt zijn naoorlogse films. Na een afwezigheid van vijftien jaar keert hij in 1955 terug met Chiyari Fuji (Bloody Spear of Fuji Mountain), geproduceerd door zijn filmvrienden Ozu, Mizoguchi en Daisuke Itō, pionier van de chambara (samoeraifilm) en de bewegende camera. De film over een samoerai en diens knechten is jidai-geki (historisch drama), komedie en roadmovie ineen; de speersjouwer is hondstrouw én slimmer dan zijn meester. Cameravoering en mise-en-scène zijn streng formeel en tonen de invloed van kabuki (gestileerd dansdrama) en bunraku (poppentheater).

Kabuki en bunraka staan centraal in de verfilming van het volksverhaal Koi Ya Koi Nasuna Koi (The Mad Fox, 1962), dat animatie mengt met live action; het resultaat is hallucinant. Iets dergelijks deed Uchida drie jaar daarvoor in Naniwa No Koi No Monogatari (Chikamatsu’s Love in Osaka). Met een postmoderne truc voert Uchida de zeventiende-eeuwse poppenspeler Chikamatsu, auteur van het verfilmde toneelstuk, op als verteller én personage. Werkelijkheid en nabootsing vloeien over in elkaar.

A Fugitive from the Past is de meest modernistische film die een regisseur van de eerste generatie Japanse cineasten heeft gemaakt. Het is een bij vlagen avant-gardistische mix van klassiek formalisme en bevlogen experiment. Grootste probleem voor de regisseur is hoe hij het innerlijke leven van zijn personages zichtbaar maakt. Die visualiseert hij door beelden te solariseren, de tonen van zwart en wit om te keren; het kunnen herinneringen zijn, gedachten of ideeën. Ook de moraliteit van slecht en goed keert hij om.

Traditie versus moderniteit
De geluidsband wordt eveneens ingezet voor experiment. Er zijn flarden van elektronische muziek, in 1965 een embleem van modernisme. We horen een sirene (in de film) die zich mengt met percussie (op de soundtrack, buiten de film), het klinkt als een werkstuk van de avontuurlijke componist Edgard Varèse. Uchida maakte eerder op originele wijze gebruik van geluid: in Jibun No Ana No Naka De (A Hole of My Own Making, 1955) vervlecht hij constructiewerk met overvliegende straaljagers. Daar staat het voor vernieuwing, de moderne tijd en de Amerikaanse bezetters. Hier voor chaos, rampspoed en verwarring.

A Fugitive from the Past

De tegenstelling tussen traditie en het moderne Japan, zo typerend voor de gouden eeuw van de Japanse cinema, domineert de structuur van A Fugitive from the Past. De film bestaat uit twee delen die elkaar spiegelen. Het eerste deel speelt in 1947, kort na de oorlog, waarin Japan is bezet door de Amerikanen en de bevolking moet overleven in een verwoeste maatschappij. Het tweede deel speelt tien jaar later, wanneer het land is herbouwd tot moderne, op het westen georiënteerde samenleving.

Er is nog een derde deel, het middenstuk dat zich in een onbepaalde tijd tussen 1947 en 1957 afspeelt, de jaren van de wederopbouw. De nieuwe vrijheid – zonder anker, zonder traditie – leidt tot zielloos hedonisme en nihilisme. Plaats van handeling is Tokio, waar een gastvrouw (voormalige prostituee, nu geisha) weinig hoffelijk wordt behandeld door dronken Japanse nozems en Amerikaanse soldaten.

De Amerikaanse bezetter heeft een corrumperende invloed, de moderne wereld genereert nieuwe misdaad. Als de vrouw zich door de nachtelijke uitgaansbuurt verplaatst , zien we een van boven gefilmd crane shot van tientallen seconden lang. Het verbluffende shot lijkt de overgang van verleden naar heden te suggereren. De camera hangt als een brug boven de werkelijkheid.

De schaduw van het verleden
De hoofdpersoon, Takichi Inukai (gespeeld door de steracteur Rentarô Mikuni), wordt in 1947 verdacht van roofmoord en brandstichting; ook zou hij twee handlangers om het leven hebben gebracht. De politie zoekt hem en hij schuilt bij een prostituee, Sugito Yae (Sachiko Hidari), die hij een deel van de buit schenkt. Tien jaar later is Inukai een succesvol zakenman; hij heet nu Kyôichirô Tarumi. De vrouw, Yae, is hem nooit vergeten; door zijn geschenk heeft zij haar leven op orde gekregen. Wanneer ze in een krantenartikel over de zakenman Tarumi haar redder Inukai herkent, besluit ze hem op te zoeken. Het resultaat is fataal, Inukai/Tarumi doodt opnieuw twee mensen en ditmaal vindt de politie hem.

Net als in High and Low (1963) van Akira Kurosawa zoekt de politie in A Fugitive from the Past een misdadiger. Bij Kurosawa staat de tegenstelling tussen rijke industrieel en arme student centraal. Voor Uchida speelt een andere vraag, hoe lang is de schaduw van het verleden? Het personage van Inukai/Tarumi staat voor Japan: van zwervende sloeber tot geslaagde zakenman, van slachtoffer tot succes. Maar tegen welke prijs? Wanneer Yae hem na tien jaar heeft gevonden en hij haar in eerste instantie niet meent te herkennen, verzucht hij: “Ik ben de zin van het leven kwijt.”

Het derde deel van de film, dat speelt in 1957, stapelt ironie op ironie. Het toeval heeft Inukai/Tarumi een nieuwe toekomst gegeven, maar een daad van medeleven wordt zijn ondergang. Wat hij vreesde, gebeurt tien jaar later – gemotiveerd door liefde – alsnog. Het is niet het sterkste deel van de film. Het lange verhoor mist de dynamiek van de eerste twee delen. De spanning komt uit de dialoog, niet uit de beelden. Ook hier is het probleem van Uchida: hoe verbeeld ik het innerlijk van de personages? De film suggereert een boeddhistische boodschap – karma wint altijd – maar weet de motivatie van Inukai/Tarumi niet zichtbaar te maken.

Afwijkend filmformaat
Inukai/Tarumi spreekt over de armoede van het ontredderde Japan waarin hij en zijn moeder in ontbering moesten leven. De naoorlogse schaarste maakt Uchida terloops maar treffend zichtbaar. De detective die op zoek is naar Inukai, heeft last van zijn longen en zijn gezin ruziet over het gebrek aan voedsel. Er is een florerende zwarte markt en jongemannen zien ‘hun’ vrouwen ingepalmd door Amerikaanse soldaten. Tien jaar laten ruziën de zoons van de detective, tieners inmiddels, nog steeds.

A Fugitive from the Past is laatste grote film van Tomu Uchida en hoog geprezen in Japan. In het westen is hij, met een handvol andere films van deze begaafde maar weinig bekende regisseur, slechts beperkt te zien geweest. De film toont Uchida’s volmaakte beheersing van het medium; hij is vloeiend in een veelheid van filmidiomen.

A Fugitive from the Past

Gedraaid in zwart-wit-breedbeeldformaat en geschoten met een draagbare 16-millimeter camera (opgeblazen tot grofkorrelig 35 millimeter), maakt de regisseur optimaal gebruik van het afwijkende formaat. In de slotscène zit een moment waarop de vluchteling uit het verleden en de detectives verspreid staan over het dek van de veerboot tussen het Japanse hoofdeiland Honshu en het noordelijke Hokkaido. Na slingerwegen door Japan – en de tijd – eindigt de film waar hij begon en de compositie van het beeld met de speurder en diens prooi is even uitgebalanceerd.

Japanse nouvelle vague
A Fugitive from the Past opent in pseudo-documentairestijl en is politiefilm, thriller en gendaigeki (eigentijds drama) ineen. Er zijn goed gedoseerde en perfect geregisseerde dolly shots en crane shots. De montage is opvallend modern en sneller dan in 1965 gebruikelijk. Was de film indertijd in het westen uitgebracht, de nouvelle vague-regisseurs en Franse filmcritici zouden hebben gejuicht.

Het verleden spiegelt zich in het heden, wil A Fugitive from the Past vertellen. De film telt diverse beeldecho’s, situaties en scènes uit 1947 die zich herhalen in 1957. De kortstondige ontmoetingen tussen Inukai/Tarumi en Sugito Yae; de storm en het woeste water na de moorden; de schouwing van de doodskisten; de lijken die aanspoelen op de kust.

Maar in drie uur film – en tien jaar filmtijd – is er wel degelijk ontwikkeling. A Fugitive from the Past opent met beelden van woeste golven en sluit af met een serene zee. Daartussen speelt zich het leven af, van geboorte naar dood. De tijd laat zich niet vermurwen.

Deze film is bij het jarige IFFR online te zien tot en met 26 mei 2021.

16 april 2021


ALLE RECENSIES 50 JAAR IFFR

Farewell Paradise

****
recensie Farewell Paradise

Keihard eerlijk

door Sjoerd van Wijk

Met keiharde eerlijkheid toont Farewell Paradise een enerverend portret van een gebroken familie. Niemand lijkt een blad voor de mond te nemen, maar toch blijven er vragen hangen. Het gesprek zal nooit af zijn.

Regisseuse Sonja Wyss interviewt in deze documentaire haar vader, moeder en oudere zussen een op een over hun veelbewogen familiegeschiedenis. Moeder vluchtte op een dag weg uit de Bahama’s na de zoveelste affaire van vader en het gezin brak uiteen. Een deel bleef achter in de Verenigde Staten, terwijl de jongere zusters om vage redenen verder reisden naar land van herkomst Zwitserland. In de interviews passeren vele verhuizingen, een halfslachtige tweede poging van de ouders om bij elkaar te blijven en diverse nalatigheden van de verschillende familieleden de revue. Wyss lijkt daar als jongste kind het meest onder te hebben geleden. Zo blijkt maar weer dat de structuur van het kerngezin niet altijd een hoeksteen in de samenleving is.

Farewell Paradise

Pratende hoofden
Deze verhandeling van een mislukt huisje-boompje-beestje fantasie is ogenschijnlijk een verzameling pratende hoofden die vertellen over wat er is gebeurd, waar maar sporadisch beeldmateriaal uit het familiearchief ter ondersteuning bijkomt. Pratende hoofden zijn vaak een cliché in documentaires, maar Wyss weet dit op zijn kop te zetten met een enerverende film.

Op zwartgrijze achtergrond steken de familieleden fel af tijdens het vragenvuur van de jongste, die bijzonder kritisch durft te zijn. Geen opsmuk, de camera staat op gepaste afstand om elke gelaatstrekking secuur vast te leggen voor het nageslacht. Wyss neemt de tijd om reacties op een confronterende vraag, of gewoon mijmeren hoe het ook alweer zat, af te laten spelen tot de volgende revelatie van de bizarre verhoudingen.

Wederhoor geen kruisverhoor
Die nadruk op de scherp opgenomen aan hun stoel gekluisterde ondervraagden maakt Farewell Paradise tot een enerverend onderzoek van een gebroken familie. De lukrake intermezzo’s van landschappen steken er enigszins potsierlijk bij af, een misplaatste stilte voor een woordenstorm. Het is echter niet louter een kruisverhoor, want er is ook wederhoor. Wyss is niet uit op bloed noch wraak, maar begrip.

Doordat het geen moddergooien is, schetst zich langzaam maar zeker een beeld van ieders aandeel in de familiegeschiedenis. Zelfs in heftiger momenten blijft de kalmte overeind, als bijvoorbeeld de vader zonder blikken of blozen de verantwoordelijkheid voor het ontfermen over zijn van moeder weggelopen dochter bij zijn nieuwe vrouw legt in plaats van zichzelf.

Farewell Paradise

Ontwapenend openhartig
Zoals het een gecompliceerde familieverhouding betaamt, heeft uiteindelijk niemand echt schuld aan alle gebeurtenissen. In alle heftige gesprekken spreekt iedereen elkaar tegen, want iedereen beleefde elk moment vanuit een ander perspectief. Het werkelijke verhaal speelt zich niet af in een zelden tot niet getoond verleden, maar op de gezichten wanneer alle kaarten open op tafel komen.

Dankzij de strakke hand van Wyss resoneren de dialogen, die de spanning opdrijven. Momenten van hardvochtigheid, verteld met een onschuldige glimlach, hakken er zo in. De openhartigheid is ontwapenend en leidt als vanzelf tot nieuwe mysteries dankzij de tegenspraak. Daarbij stoort het wel dat de openingsfoto, die bij de moeder inslaat als een bom, weinig verdere context krijgt. Maar misschien is dat maar beter zo, want dit soort gesprekken zullen nooit een einde krijgen.

 

26 oktober 2020

 

ALLE RECENSIES

Frida Kahlo

***
recensie Frida Kahlo

Tussen intense verbeelding en persoonlijke tragiek

door Sjoerd van Wijk

Frida Kahlo brengt het werk van deze Mexicaanse kunstenares tot leven. De kunstdocumentaire ontsnapt niet volledig aan de beperkingen van een museum door een toeristische benadering.

Al jarenlang brengt de productiemaatschappij Seventh Art Productions onder leiding van Phil Grabsky de filmserie Exhibition on Screen uit. Dit zijn kunstdocumentaires die tot in detail de besproken werken opnemen en van context laten voorzien door kunsthistorici en andere relevante figuren. Na Secret Impressionists en Gaugain is het de beurt aan de Mexicaanse Frida Kahlo. Haar schilderijen raken door haar intense verbeelding verweven met persoonlijke tragiek die desalniettemin universeel aangrijpt. Aan de hand van een aantal chronologisch gepresenteerde sleutelwerken, vage beelden van een fictieve Kahlo aan de make-up en plaatsen waar ze heeft geleefd, vertelt de documentaire een verhaal over haar leven en kunst.

Frida Kahlo

Rondleiding
Het is een filmversie van een rondleiding door het museum, maar door de uitgekiende selectie vervalt dit niet in een overdaad van werken in te korte tijd aanschouwd en een prijzige ansichtkaart na afloop. Er zit een goede balans tussen bekender werk als The Broken Column en onderschat werk als My Nurse and I. Elk besproken schilderij krijgt de ruimte om in te werken. De doeken komen tot leven zodra de camera er minutieus overheen glijdt. Doorweven met opheldering over haar veelbewogen leven resoneert de sterk persoonlijke dimensie van Kahlo’s werk, waardoor de film tegelijk functioneert als een biografie. De toewijding waarmee deze documentaire de doeken de ruimte geeft, zegt meer over dat leven dan de tandeloze biopic Frida (2002) met Salma Hayek.

Niet alleen over privé-invloeden, maar ook over artistieke invloeden zoals fotografie of retablos (kleine schilderingen van Christelijke iconen) deelt de film veel over Kahlo. Daar zit echter een beperking aan. Niets is zo verstikkend voor de beleving van de schilderkunst als een museum, waarin werken hangen als een steriele verzameling, dikwijls voorzien van een paneel vol academisch jargon om een en ander te duiden. Kunst hoort te ademen binnen een passende praktische context. Maar in deze film legt men al snel de eigen interpretatie op als men bijvoorbeeld gaat doorzagen over de symboliek van een klein detail op een schilderij, net zoals de panelen in musea.

Frida Kahlo

Toeristisch
Het haalt de angel uit Kahlo’s werk. Een zich opmakende fictieve Kahlo vernauwt de verbeelding over haar persoonlijkheid. Exhibition on Screen: Frida Kahlo voelt soms als een toeristische aangelegenheid, een veilig gereguleerde ervaring. De overdaad aan beelden van het weliswaar fraaie La Casa Azul in Coyoacán of een Mexicaans bandje als afsluiter komen daarin over als een stukje exotisme.

Teksten geschreven door Kahlo of tijdsgenoten voegen veel toe aan het verhaal, maar de geforceerde accenten van het gesproken Engels maakt het tot een beschamend relaas dat herinnert aan de slechtste aspecten van een toeristisch museum. En clichés over genialiteit voelen overbodig als Frida Kahlo de werken al zo sterk voor zich laat spreken.

 

Kijk hier waar de documentaire Frida Kahlo draait.

 

8 september 2020

 

ALLE RECENSIES

Fahim

***
recensie Fahim

Illegaal schaaktalent wil wereldkampioen worden

door Cor Oliemeulen

Onderhoudende biografie over een vader in Bangladesh die zijn zoon meeneemt naar Frankrijk om daar diens schaaktalent verder te kunnen ontwikkelen. Tegen de achtergrond van de hoop op een verblijfstatus ontwikkelt zich een hartverwarmend verhaal over een jochie dat wereldkampioen wil worden.

Schaken in films wordt over het algemeen niet bar serieus genomen. Vaak staat het bord verkeerd (het vakje rechtsonder moet wit zijn) en hebben de intelligent geachte personages geen flauw idee wat ze aan het doen zijn. De liefhebber kijkt reikhalzend uit naar een goede schaakfilm, waarvan er slechts sporadisch eentje de bioscoop weet te bereiken. De laatste was The Dark Horse vijf jaar geleden. Dit Nieuw-Zeelandse drama vertelt het waargebeurde verhaal van de bipolaire ex-bendeleider Genesis Potini die zijn passie voor schaken overbrengt op Maori-jongeren en hen daarmee probeert te behoeden voor het criminele circuit.

Fahim

Oorlog tussen twee geesten
Een goede schaakfilm gaat nooit alleen over het strategisch verplaatsen van stukken op het bord. Het zijn met name de achtergronden van de schaker die een film, ook voor het grote publiek, interessant maken. In Pawn Sacrifice (uit hetzelfde jaar) kruipt Tobey Maguire in de huid van de meest legendarische – en volgens velen beste – schaker Bobby Fisher. Geweldig voor de schaakfanaat, omdat daarin bijvoorbeeld de beroemde schaaktweekamp van de onvoorspelbare Amerikaan tegen de stoïcijnse Rus Boris Spassky uitgebreid aan bod komt. Maar ondanks de psychologische oorlogsvoering tussen de twee kemphanen is zo’n film slaapverwekkend voor de niet-schaker, omdat die geen snars van het spelletje begrijpt.

Schaken is geen spelletje, aldus de eigenzinnige Franse topcoach Xavier Parmentier (geweldige rol van Gérard Depardieu) in Fahim, maar een oorlog tussen twee geesten. In zijn schaaklokaal in Parijs heeft hij zojuist kennisgemaakt met de spontane Fahim Mohammad Alam (ontwapenend oprecht vertolkt door Assad Ahmed) die met zijn vader is gevlucht uit Bangladesh om hier een beter leven te kunnen opbouwen. Het grootste doel is om het 11-jarige talent te laten kneden tot schaakprofessional. Het is aan de stugge, afstandelijke en chagrijnige Xavier om Fahim op een onalledaagse manier de subtiele kneepjes van het schaken te leren. Belangrijkste les: speel niet altijd zo agressief en neem af en toe genoegen met remise. Net als in het echte leven.

Fahim

Onderduiken
Fahim vertelt een waargebeurd verhaal waarin schaken en politiek op een geloofwaardige manier worden gemengd. Ja, Fahim is een groot talent, die zich snel de Franse taal machtig maakt en soms heel gevat voor zich weet op te komen, echter zijn vader kan zich maar moeilijk aanpassen in deze volstrekt andere maatschappij. Hij kan geen structurele baan vinden en dreigt te worden uitgezet. Ook Fahim moet, geholpen door zijn nieuwe schaakvriendjes, onderduiken. Ondertussen blijft hij dromen om kampioen te worden.

De nijpende omstandigheden waarin het duo verzeild is geraakt, maakt de film meer dan alleen een verhaal over de relatie tussen leraar en leerling, zoals die heel kenmerkend aan bod komt in de schaakklassieker Searching for Bobby Fisher (1993). Hierin wordt de pas 7-jarige Josh, die graag in de voetsporen van zijn idool wil stappen, hardhandig aangepakt door zijn schaakleraar Bruce (Ben Kingsley). Naast de verwikkelingen rond de vluchtelingenstatus en de relatie tussen mentor en talent, besteedt Fahim ook de nodige aandacht aan de verhouding tussen vader en zoon. Hun geschiedenis doet – hoewel minder confronterend – denken aan Pelle the Conquerer (1987) waarin eveneens een vader (Max von Sydow) zijn zoontje meeneemt naar een ander land in de hoop daar een beter bestaan te kunnen opbouwen. Ondanks dat het titelpersonage niet de beste schaker van de wereld zal worden, is Fahim een inspirerende film voor het hele gezin.

 

27 juli 2020

 

ALLE RECENSIES

Fall Collini, Der

***
recensie Der Fall Collini

Een appel stelen als je honger hebt

door Cor Oliemeulen

Intrigerend rechtbankdrama over een juridisch schandaal in Duitsland dat zou leiden tot de moord op een grootindustrieel. Ondanks enkele onwaarschijnlijkheden in het verhaal stuurt Der Fall Collini aan op een afgrijselijke, emotionele afloop.

“Stelt u zich voor dat u een winkel hebt en een jongen steelt een appel. U zou dan boos zijn. Maar als u zou weten dat die jongen twee dagen niet gegeten heeft, zou u minder boos zijn, toch?” De jonge advocaat Caspar Leinen (Elyas M’Barek) legt de verdachte uit dat een verklaring afleggen zinvol is, want als de misdaad emotioneel is te begrijpen, kan dat tot strafvermindering leiden. Pas wanneer Leinen iets vertelt over zijn jeugd en de relatie met zijn vader beginnen de blauwe ogen van de verdachte te fonkelen en lijkt hij te willen praten. Maar daadwerkelijk iets vertellen, heeft volgens hem toch geen zin, hoe hoog de strafeis ook moge zijn.

Der Fall Collini

Moord op surrogaatvader
De bekende Berlijnse strafpleiter Ferdinand von Schirarch verkocht meer dan een half miljoen boeken van De zaak Collini waarop regisseur Marco Kreuzpainter zijn rechtbankdrama Der Fall Collini baseert. Het verhaal begint in 2001 als grootindustrieel Meyer dood in zijn hotelkamer wordt aangetroffen met drie kogels door zijn hoofd geschoten en een kant van zijn gezicht tot gort getrapt. Lang zoeken naar de vermeende dader hoeft de politie niet. De gepensioneerde Italiaanse gastarbeider Fabrizio Collini (Franco Nero) gaat rustig in de hotellobby zitten met Meyers bloed op zijn kleren en schoenen.

Gemakkelijker kun je het niet hebben, zou je zeggen. Dat vindt ook Caspar Leinen die voor zijn eerste zaak als pro-Deoadvocaat wordt aangewezen. Maar hij schrikt als hij verneemt dat de vermoorde industrieel Jean-Baptiste Meyer dezelfde persoon is als Hans Meyer, de grootvader van zijn jeugdvriendje Philip. In flashbacks leren we hoe Caspar er kind aan huis was en dat Hans zich ontpopte als een vaderfiguur voor hem. De oude Mercedes waarin de advocaat nu rijdt, kreeg hij van Meyer toen hij als jurist afstudeerde.

Gevoelens buiten de rechtszaal
Wanneer Philips zus Johanna (Alexandra Maria Lara), met wie Caspar destijds een korte liefdesrelatie had, zich meldt, ziet hij er vanaf om Collini te verdedigen. Echter Caspars professor van de universiteit en tevens beroemd strafpleiter Richard Mattinger (Heiner Lauterbach) moedigt hem aan de zaak toch op zich te nemen, terwijl Mattinger nota bene zelf zal fungeren als mede-aanklager. Persoonlijke gevoelens hebben toch niets te zoeken in de rechtszaal? Die woorden zijn voor Caspar voldoende reden om alsnog door te zetten, tot afschuw van Johanna. “Ik ben advocaat”, zegt Caspar.
“Ja, en dat heb je aan mijn grootvader te danken”, snauwt Johanna. “Anders had je nu in een shoarmazaak gestaan.” Ondanks de verschillende belangen en emoties laait hun amoureuze relatie weer op.

Der Fall Collini

Na mooie woorden tijdens de uitvaart over de overledene, zowel op persoonlijk als zakelijk vlak, en omdat Collini blijft weigeren om een verklaring af te leggen en zijn vingerafdrukken op het moordwapen worden bevestigd, lijkt de zaak snel beklonken. Totdat onze rookie een ingeving krijgt. Hij vraagt de rechter uitstel, duikt de archieven in en gaat naar de geboorteplaats van Collini in Italië waar hij een ontdekking doet. Het blijkt dat er op 19 juni 1944 iets is gebeurd wat van invloed op het misdrijf is. Voor de weldenkende kijker van Der Fall Collini is het waarschijnlijk geen verrassende ontdekking, want twee bejaarde mannen in Duitsland zullen nu eenmaal snel worden gelinkt aan de Tweede Wereldoorlog. Alle omstandigheden en nuances gaan we hier natuurlijk niet verklappen.

Motief gerechtvaardigd?
Minder waarschijnlijk is het feit dat een juridisch groentje de kans krijgt om tijdens ‘het proces van het jaar’ de verdachte in zijn eentje te verdedigen. Bovendien is het bijzonder dat hij in eerste instantie niet in de gaten heeft dat grootindustrieel Jean-Baptiste Meyer dezelfde persoon is als Hans Meyer, zijn surrogaatvader. En dan de rol van de media. Hoewel het tegenwoordige verhaal zich zo’n twee decennia geleden afspeelt en de communicatiemiddelen beperkter waren, komt de pers er bekaaid van af. De zaak Collini schreeuwt om het achterhalen van het moordmotief, echter geen enkele Duitse journalist vindt kennelijk de relatie tussen de verdachte en het slachtoffer, terwijl Caspar Leinens dagtripje naar Italië prompt het raadsel oplost.

Dat alles wil zeker niet zeggen dat Der Fall Collini een simplistische geschiedenis vertelt. Collini begaat de moord omdat de wet volgens hem geen rechtvaardigheid bracht. Maar maakt dat hem minder schuldig?

 

10 juli 2020

 

ALLE RECENSIES

Filles de joie

**
recensie Filles de joie

Geen druk op de ketel

door Sjoerd van Wijk

Filles de joie loopt met een sisser af. Het is niet gelukt om de noodgedwongen vriendschap tussen drie prostituees te duiden, want hun levens blijven hangen in stereotypering.

De dames hebben elk hun eigen problemen. Axelle (Sara Forestier) moet heftig schreeuwen tegen haar kinderen om op tijd te komen en moeder krijgt een lezing over budgetteren. Bij de guitige Conso (Annabelle Lengronne) speelt werkloosheid in plaats van gezinszorgen een rol. Ze hoopt haar droomman te hebben gevonden, een sujet dat haar zijn zwarte panter noemt. Gezinsproblematiek speelt weer wel bij de wat oudere Dominique (Noémie Lvovsky) met een heftig puberende dochter met wie het niet botert. De drie dames reizen dagelijks de Frans-Belgische grens over naar hun gezamenlijke werkplek. Het geheime beroepsleven schept een band ondanks hun verschillen.

Filles de joie

Geen alternatief
Die premisse lijkt aanleiding voor een intrigerend drama met een botsing van persoonlijkheden, maar het scenario van regieduo Anne Paulicevich en Frédéric Fonteyne (die eerder samen Tango Libre maakten) zet geen druk op de ketel. De meer heftige confrontaties vinden vooral plaats buiten de werkplek met onder andere Axelle’s dreigende ex-man Yann (Nicholas Cazalé). Onderweg of in de wachtkamer van het etablissement is het veel keuvelen, lachen om theatrale nabootsingen van de daad en soms de kleine irritatie, alles met verve op de voet gevolgd door cameravrouw Juliette van Dormael. Er lijkt geen alternatief leven voor de dames, maar echt knap lastig lijkt het gedwongen rondhangen met elkaar niet.

Er valt weinig af te dingen op Axelle’s geldzorgen en gewelddadige ex. Al het geschreeuw demonstreert die misère. Conso droomt van een beter leven en een droomman, zoals Cabiria in Le notte di Cabiria (van Federico Fellini), maar Lengronne bezit niet Giulietta Masina’s flair. Het verrast niet dat die droomman haar voor de gek houdt, wel dat dit op potsierlijke wijze aan het licht komt tijdens een decadent feestje. Als reactie grijpen naar drugs als troost voelt weer als een cliché. Het lijkt een ingepland incident om de toch al vriendschappelijke dames meer naar elkaar toe te laten trekken. Zo zijn de beslommeringen van Axelle en Conso de te verwachten problemen als je denkt aan de combinatie van prostitutie en financiële zorgen.

De uitzondering die de regel bevestigt is echter Dominique, wiens stroeve omgang met haar dochter, maar amicale verhouding met haar man, zorgt voor een ronder personage dan alleen maar het gelijkstellen van prostitutie met aanhoudende misère.

Filles de joie

Illusie van realiteit
Fellini romantiseerde in Le notte di Cabiria het straatleven zo sterk dat Cabiria’s dromen van het doek spatten met een indringende sentimentaliteit. Filles de joie geeft daarentegen een illusie van realiteit met gebeurtenissen die het echte harde leven als prostituee moeten voorstellen. Het zware leven van de drie dames lijkt eerder conceptueel dan concreet. De stereotypering van de personages symboliseert het harde leven te gemakzuchtig. Daarin staan Axelle’s ex en Conso’s charlatan voor puur kwaad, dus in het verhaal gewillig kanonnenvoer om de harde wereld vet te onderstrepen.

Naast deze cartooneske externe bedreigingen is er nog het harde schreeuwen over van alles. De botsingen hangen in het luchtledige, omdat de perspectieven slechts aarden in voor de hand liggende gemeenplaatsen over prostitutie. Dat maakt Filles de joie een povere poging om de beproevingen van de sekswereld en de onderlinge vriendschap daarin invoelbaar te krijgen.

 

25 mei 2020

 

ALLE RECENSIES

For Sama

*****
recensie For Sama

Een film die gezien moet worden

door Jochum de Graaf

Nu het slotoffensief op Idlib, het laatste grote verzetsbolwerk in Noord-Syrië, is ingezet, is er geen actuelere of misschien beter gezegd, urgentere film te bedenken dan For Sama. In haar aangrijpende indrukwekkende documentaire-debuut legt burgerjournalist Waad al-Kateab met een eenvoudige digitale camera de ondergang van haar geliefde Aleppo vast.

Zij filmt vanaf het begin, de studentenopstand tegen dictator Assad in 2012, tot aan de gedwongen evacuatie eind 2016 na een maandenlang beleg van, net als nu in Idlib, door de Syrische regeringstroepen, met steun van bondgenoten Rusland en Iran.

For Sama

Er is de laatste jaren een serie indrukwekkende films en documentaires over de Syrische tragedie uitgebracht, A Syrian Love Story, Last Men in Aleppo, Of Fathers And Sons, Radio Kobani om er maar een paar te noemen. Een paar weken geleden ging The Cave in première, de beklemmende documentaire over het ondergrondse ziekenhuis in Oost-Gouta, genomineerd voor een Oscar.

Die films zijn zonder uitzondering ‘indringend’, ‘aangrijpend’, maar For Sama, winnaar van de Audience Award op het afgelopen IDFA en inmiddels ook Oscar genomineerd, is meer nog dan alle anderen de Syrische opstand van binnenuit gefilmd. Veel dichterbij kan een oorlog niet komen.

Begrip
Waad al-Kateab ontmoet in de begindagen van wat toen de Arabische Lente werd genoemd haar grote liefde Hamza, arts en ziekenhuisdirecteur die als een van de laatste op zijn post blijft. Ze draagt de film op aan hun dochter Sama die temidden van de heftige oorlogsomstandigheden geboren wordt. ‘Ik wil dat je begrijpt waarom je vader en ik deze keuzes hebben gemaakt, waarvoor we vochten.’

In de vijf jaar die de film beslaat gebeurt veel: de hoopgevende studentenopstand wordt neergeslagen, de stad Aleppo belegerd en continu gebombardeerd. For Sama laat met gerichte stappen in de tijd zien hoe de oorlog steeds dichterbij komt in het persoonlijk leven van Waad Al-Kateab en de haren. Met haar handheld camera filmt ze het oorlogsgeweld in het steeds kleiner wordende stukje Aleppo om haar heen in alle bloederige details, soms is ze bijna zelf slachtoffer. Ze heeft geluk dat ze net niet aanwezig zijn wanneer de Russen het ziekenhuis bombarderen en 53 slachtoffers vallen.

For Sama

En toch, ondanks al die verschrikkingen, wordt er ook nog zoiets als een ‘gewoon’ leven voortgezet. Er wordt getrouwd en gefeest, samen gegeten, er wordt onderwijs gegeven, kinderen spelen vrolijk in het karkas van een volledig uitgebrande bus, springen in een bomkrater om te zwemmen.

Wereld steeds kleiner
De wereld om hen heen wordt kleiner en kleiner, op het laatst bevinden ze zich op de laatste vierkante kilometers waar de rebellen nog stand houden. Acht van de negen ziekenhuizen zijn weggebombardeerd, per dag worden ruim driehonderd gewonden behandeld, zesduizend mensen moeten worden opgevangen.

Halverwege de film is er die scène die allesomvattend de mix van horror en hoop samenvat. In de nasleep van opnieuw een zwaar bombardement wordt een zwangere vrouw met gebroken ribben en een granaatscherf in haar buik binnengebracht. Ze ondergaat een spoedkeizersnede en we zien minutenlang de baby ondersteboven bungelen, nog inclusief navelstreng. Artsen en verpleegsters wrijven op de rug en buik, slaan hem op z’n billen, er lijkt geen leven in te zitten. Net op het moment dat je wilt smeken om op te houden omdat het een hopeloze zaak lijkt, opent het baby’tje zijn ogen en slaakt een zucht.

Te midden van de waanzin besluiten Waad en Hamza op familiebezoek te gaan naar Turkije, waar zijn ouders naartoe zijn gevlucht. Ondanks ontspannende dagen en een indringend verzoek van de grootouders keren ze toch weer terug naar Aleppo. Waad zegt tegen ons als kijker dat ze willen blijven tot het bittere einde omdat ze wil registreren wat er gebeurt en omdat haar man Hamza een van de weinige dokters is die onder de barre omstandigheden de gewonden blijft helpen. Aan Sama vertelt ze te hebben gevochten voor ‘de belangrijkste zaak ooit’, ‘Ik kan niet wachten tot jij vertelt wat je ervan vindt.’

For Sama

Gruwelijke scènes
Er zijn nogal wat scènes waarbij je liever wilt wegkijken, de lijken die al bij het begin van de opstand uit de rivier worden gevist, de compleet verwoeste straten en wijken van Aleppo, de verschrikkelijke verwondingen van chemische wapens en vatbommen, de twee jongetjes onder het stof van het zoveelste bombardement in de gang van het ziekenhuis op zoek naar hun jongere broertje die horen dat hij geen polsslag meer heeft en zien dat een blauwe zak om het lichaam wordt geschoven.

Hoeveel kun je als mens verdragen, willen we dit allemaal wel aanzien? Het antwoord op die vraag wordt gegeven door een vrouw, moeder, die vol ongeloof aanhoort dat haar zoon is overleden en in eerste instantie sterk afwerend reageert op de filmploeg. Eenmaal buiten op de stoep van het ziekenhuis klemt ze de lijkzak stevig tegen zich aan, schreeuwt het uit van verdriet, maar wil dat de camera op haar gericht blijft. ‘Filmen!’, roept ze, ‘film dit!’ De wereld moet zien hoe het eraan toegaat in die vreselijke oorlog in Syrië.
For Sama is een film die gezien moet worden.

 

21 januari 2020

 

ALLE RECENSIES