Imagine Film Festival 2018, deel 2

Imagine Film Festival 2018 – Deel 2:
Van middeleeuwse folklore tot futuristische tijdreizen

door Tim Bouwhuis

Het hoofdthema van Imagine 2018 garandeert een breed filmaanbod. Onder de noemer ‘fantastische verhalen’ vermengt de middeleeuwse folklore van November zich met de futuristische tijdreizen van The Man in the Magic Box. In dit verslag de bespreking van een divers viertal.

Tower. A Bright Day.

In Tower. A Bright Day zet een familiegeheim de verhoudingen binnen een Poolse woongemeenschap op scherp. Ondertussen rijst het gevoel dat de Apocalyps ieder moment plaats kan vinden. De realisatie van een continue Apocalyps moet juist vermeden worden door de jonge Estrella, die in Tigers Are Not Afraid haar fantasie gebruikt om de harde werkelijkheid te kunnen relativeren. In Along With the Gods is van enige realiteit geen sprake. Ruim baan dus voor de fantasy in het Koreaanse hiernamaals. Nog niet murw geslagen? Het Ierse The Lodgers poogt het spookhuis(sub)genre van nieuw elan te voorzien.

Tower. A Bright Day – Het einde nadert
Kaja bezoekt haar familie om de katholieke communie van Mula’s dochter Nina bij te wonen. Al vroeg hangt er een zweem van geheimzinnigheid rond de komst van Mula’s verloren gewaande zus. We weten dat ze zes jaar geleden is weggegaan, maar het waarom blijft achterwege. Kaja en Mula delen geheimen die voor het gros van de familie verborgen dienen te blijven. Mula maant Kaja aan om toch vooral maar normaal te doen. Opvallen is funest in het uitgestrekte boslandschap. Kaja besluit hierop om naakt in een grasveld te gaan liggen, waar ze snel opgemerkt wordt door één van de piepjonge kinderen.

De vervreemdende toon van bovenstaande omschrijving is alleen maar tekenend voor Tower. A Bright Day, een raadselachtige Poolse thriller die weigert haar geheimen prijs te geven. De ontsporende relaties binnen de woongemeenschap ontvouwen zich in de montage naast onverklaarde gebeurtenissen, die niet zelden gepaard gaan met een schurend sound design en een atypische beeldvoering. De film doet denken aan Lars von Triers Melancholia (2011). De Apocalyps is nabij en de mens leeft in angst voor zijn omgeving. Ondertussen vergeet de priester zijn teksten voor de communie, de dementerende moeder van Kaja en Mula geneest wonderlijk. Debutante Jagoda Szelc voert haar visioenen op in een film die op narratief vlak alle finesse mist, maar wel dreigt en prikkelt in een sluimerende stream of consciousness.

Tigers Are Not Afraid – Verbeelding van een strijdtoneel
Tigers Are Not Afraid toont hoe noodzakelijk het kan zijn om te dromen. De elfjarige Estrella verloor haar moeder aan mensenhandelaars, waarna ze alleen overbleef in de kapotgeschoten straten van een Mexicaanse spookstad. De drugsoorlog heeft van de werkelijkheid een fantasy-oord gemaakt waaruit je niet ontsnappen kunt. En toch slaagt Estrella erin te vluchten.

Ze vlucht in dromen, wensen, sprookjes; in een wereld van magisch realisme die haar helpt om het keiharde hier en nu te verdringen. Het leven is een strijdtoneel vol jonge prinsen, die jammerlijk vergaten dat ze eigenlijk tijgers waren. Die onverschrokken tijgers geven de film het soort filter dat onvermijdelijk aan het werk van Guillermo del Toro doet denken. Toeval is dat niet. Regisseuse Issa Lopéz geeft in interviews expliciet aan dat ze zich door The Devil’s Backbone (2001) en Pan’s Labyrinth (2006) heeft laten inspireren. Ten opzichte van die titels mist Tigers Are Not Afraid onderscheidingsvermogen, maar Lopéz profiteert wel optimaal van de sprekende setting en de excellerende kindercast.

Tijdens Estrella’s verkenning van niemandsland schuilt gevaar voorbij iedere straathoek. Samen met een groep jongens gaat ze op zoek naar een beruchte drugsbaron – de politie steekt uiteraard de kop in het zand. Ja, dit zijn kinderen, en ja, de fantasy-bril verzacht de omstandigheden, maar het ruwe geweld wordt in de schaduw van Estrella’s dromerij gelukkig niet geschuwd. Een absolute voorwaarde om de geloofwaardigheid van de in actualiteit gewortelde setting in stand te houden.

Tigers Are Not Afraid doet soms denken aan Cidade de Deus (2001), wiens casting directors ook voor López aan het werk gingen. Het resultaat mag er wezen, want het is de jonge Paola Lara die de show steelt met haar vertolking van de dappere droomster. Dat Estrella’s queeste op narratief vlak wel erg gepolijst is, mag het kijkplezier niet drukken.

Along With the Gods – Na het leven
Wat zou er gebeuren als Hirozaku Koreeda’s After Life (1998) vrij bewerkt zou worden tot een hysterisch megaspektakel? Met Along With the Gods geeft Kim Yong-hwa (Mr. Go – over een gorilla die aan baseball doet) het antwoord. Brandweerman Ja-Hong wordt na een misgelopen reddingsoperatie opgewacht door twee ‘guardians’, transcendente gidsen die de doden begeleiden in hun tocht door het hiernamaals. Geheel naar boeddhistische leest is reïncarnatie nog mogelijk, maar wel pas nadat Ja-Hong zeven goddelijke processen heeft doorstaan. Terwijl de gidsen doodkalm de procedure uitleggen, kijkt de brave vuurblusser nog wat verbijsterd toe hoe zijn lichaam door de hulpdiensten geborgen wordt.

Along With the Gods was vorig jaar met een dikke honderd miljoen dollar de best verdienende Koreaanse titel aan de box office. Wie dit groteske schouwspel op een bijpassend scherm ziet, begrijpt vast waarom: qua toon en aanpak sluit de film strak aan bij westerse pendanten. Marvels Avengers worden zelfs expliciet benoemd – uiteraard omlijst in een goed bedoelde oneliner.

De heren van Dexter Studio’s (een groot Aziatisch concern voor productie en VFX) hebben kosten nog moeite gespaard om naar Dante riekende taferelen door een digitale filter te halen, maar dat voorkomt niet dat de godenwereld altijd even generiek blijft aanvoelen. De personages draven van de ene naar de andere extravagante locatie, terwijl toon en genre constant wisselen. Flashbacks in karmawolken zijn aan de orde van de dag. Tijdens het eerste halfuur weten alle visuele vondsten nog wel te amuseren, maar de sleet zit er al snel op, en dan is 139 minuten erg lang. Yong-hwa schrikt er nooit voor terug om overdosissen sentiment (inclusief aanzwellende strijkers) onschadelijk te maken met uitgekiend geregisseerde dijenkletsers. Je moet er maar van houden.

The Lodgers – Spookhuisbingo
Je moet voor twaalf uur op bed liggen, je moet je aan de regels houden en wee je gebeente als je je maagdelijkheid verliest. Boete, vervloeking en verleiding komen samen in The Lodgers, een gothic horrorfilm van Brian O’Malley (Let Us Prey). Een broer en zus zitten gevangen in een massief spookhuis (denk Crimson Peak, The Others), waar ze door de daden van hun voorouders niet zomaar kunnen vertrekken. Om de drang naar vrijheid een gezicht te kunnen geven is de tussenkomst van een jonge charmeur nodig.

Sean (Eugene Simon, bekend van Game of Thrones) wordt op twijfelachtige wijze de plot van de film in geschreven. Wat begint met obsessief voyeurisme in het bos, mondt moeiteloos uit in een klassieke romance tussen Sean en de getroebleerde Rachel (Charlotte Vega). Laatstgenoemde komt op het lumineuze idee dat Sean haar misschien kan helpen het vervloekte oord en haar dominante broer Edward te ontvluchten. De intrige die zich ontvouwt laat zich geen moment serieus nemen, met name vanwege het zichtbare gebrek aan chemie tussen de gedoemde geliefden en de gekunstelde dialogen. Door de hang naar goedkope romantiek zinspeelt The Lodgers soms eerder op de gunsten van een young adult-publiek dan dat ze iets toevoegt aan het spookhuis(sub)genre. Narratieve elementen en details in het set design doen aan de lopende band denken aan The Innocents /The Others en The Conjuring. Houd die bingokaart maar vast bij de hand.

 

22 april 2018

 
 
Imagine Film Festival 2018 – Deel 1
Imagine Film Festival 2018 – Deel 3
Imagine Film Festival 2018 – Deel 4
 
 
MEER FILMFESTIVAL