5 films met een andere kijk op de Tweede Wereldoorlog

Vijf films met een andere kijk op de Tweede Wereldoorlog

Grave of the Fireflies

Fury is de zoveelste toevoeging aan het scala van Amerikaanse films over de Tweede Wereldoorlog. In die films wordt het conflict nog altijd geportretteerd als de goede en noodzakelijke oorlog waar simpele soldaten een vuurdoop ondergaan. In werkelijkheid waren er ook andere fronten en minder heroïsche verhalen. Een selectie van films die een andere kijk bieden op het strijdgeweld van de Tweede Wereldoorlog.

Samenstelling: George Vermij

1. – Die Brücke (1959, Bernhard Wicki)

Gemaakt in 1959 met herinneringen aan de vernietiging en verliezen van Duitsland nog vers in het geheugen, richt Die Brücke zich op een groep jongens die tegen het einde van de oorlog worden gerekruteerd in het leger. De pubers, onder wie een piepjonge Fritz Wepper (de latere sidekick van Derrick), vinden het op het eerste gezicht spannend en zien het als een kans om zich te bewijzen. De illusies worden echter geleidelijk aan verbrijzeld. Regisseur Bernhard Wicki weidt lang uit over de achtergronden van de jongens die allen hun motieven en botsende karakters hebben. Je leeft met ze mee als ze een brug moeten verdedigen. De ontknoping doet verdacht veel denken aan het laatste deel van Saving Private Ryan (1998) waar een bruggenhoofd dapper verdedigd wordt. Anders dan in Spielbergs film is er in Die Brücke weinig sprake van simpele heroïek of een einde waar de verliezen nog kunnen worden goedgepraat. We zitten immers bij de verliezende kant, waardoor de bittere zinloosheid van de oorlog alleen maar tastbaarder wordt.

2. – Grave of the fireflies (1988, Isao Takahata)

Wie anime alleen kan associëren met magische wezens of robotgeweld doet er goed aan om Grave of the Fireflies (Hotaru no haka)  te zien. Destijds geproduceerd door de invloedrijke studio Ghibli en geregisseerd door Isao Takahata die recentelijk het gelauwerde The Tale of the Princess Kaguya (2014) afleverde. Sommige critici zien zijn Grave of the Fireflies als een van de krachtigste antioorlogsfilms die ooit is gemaakt. De animatiefilm begint sober met de laatste herinneringen van een jongen die langzaam crepeert aan ondervoeding terwijl Japan net heeft gecapituleerd. Hij denkt terug aan zijn tijd met zijn zusje in de stad Kobe. Aan hun idylle komt een eind als Amerikaanse bombardementen de stad tot as verbranden. Net als de strategische luchtbombardementen op Duitsland waren de verliezen in Japan enorm. Een bombardement op Tokyo in 1945 eiste zelfs meer slachtoffers dan een vergelijkbaar bombardement in Dresden of de atoombommen op Hiroshima en Nagasaki. De film toont de gevolgen voor jonge kinderen als hun ouderlijk huis in vlammen opgaat en hun moeder bezwijkt aan brandwonden. Ze zijn op zichzelf aangewezen wat in oorlogstijd natuurlijk niet gemakkelijk is. De gruwelijkheid wordt in de film mooi gebalanceerd met de jeugdige beleving van het paar, maar het wordt nergens sentimenteel. Grave of the Fireflies is daarmee terecht ontroerend en hartverscheurend te noemen. In onderstaand fragment toonaangevend filmcriticus Roger Ebert over Grave of the Fireflies.

3. – Un héros très discret (1996, Jacques Audiard)

Dat die scheidslijn tussen goed en fout soms moeilijk te trekken is blijkt uit Jacques Audiards meesterlijke Un héros très discret. Audiard werd bij het grote publiek vooral bekend met Un prophète (2009). Zijn vroege werk is toch echt beter en dat bewijst hij met deze opmerkelijke en ambitieuze oorlogsfilm. In Un héros très discret wordt de sullige Albert Dehousse (een sterke Mathieu Kassovitz) gevolgd terwijl hij zich tijdens de oorlog verveelt. Als hij naar het net bevrijde Parijs trekt om zijn geluk te beproeven, doet hij zich voor als verzetsheld. Een leugen die maar al te makkelijk geaccepteerd wordt in het Frankrijk dat bijkomt van de Vichy-collaboratie. Net als in het Nederland van na de oorlog had iedereen in het verzet gezeten. Audiard hanteert interessante stilistische foefjes die nog eens vragen oproepen over wat echt en wat verzonnen is. Hij interviewt mensen als in een documentaire en speelt met de schijn en echtheid van het medium film door het tonen van muzikanten die Alexandre Desplats soundtrack spelen. De film toont de behoefte van de winnende zijde om een positief en heroïsch verhaal te verkopen ten koste van de waarheid. Un héros très discret doet in zijn verhaal denken aan de wereld van list en bedrog in Hermans ‘De donkere kamer van Damokles’. In zijn behandeling van de ambigue positie van Frankrijk in de oorlog zijn er ook verbanden met de monumentale documentaire Le chagrin et la pitié (1969) en Louis Malles Lacombe Lucien (1974).

4. – Kom en zie (1985, Elem Klimov)

Anders dan de oorlog aan het westelijke front was het oostfront het meest bloedige slagveld van de Tweede Wereldoorlog. Daar werd een titanenstrijd uitgevochten tussen twee botsende ideologieën die nog eens werd versterkt door de rassentheorieën van de Nazi’s. Het gevolg was een totale vernietigingsoorlog die soldaten en burgers mee zoog in het krijgsgeweld. Kom en zie (Idi i smotri) van Elem Klimov behandelt de oorlog in Wit-Rusland door de ogen van een kind dat langzaamaan volwassen wordt. Florya is een naïeve boerenjongen die terugkeert naar zijn dorp dat door de nazi’s is uitgemoord. Hij sluit zich aan bij de partizanen, maar als het kamp wordt aangevallen raakt hij met een meisje verdwaald in de bossen. Een helse reis door het oostfront ontvouwt zich als de wreedheid van de nazi’s ziet. Een vergelijking met Andrei Tarkovsky’s Ivans Jeugd (1962) lijkt voor de hand, maar in Kom en zie  is er weinig ruimte voor meditatieve poëzie. De beelden zijn vooral onwerkelijk in hun wreedheid en je ervaart de walging door de ogen van Florya die een eindeloze hel moet doorstaan. Het is interessant om te weten dat Klimovs vrouw, Larisa Shepitko, ook een ijzingwekkende film over de oorlog in het oosten heeft gemaakt, namelijk The Ascent (1977).

5. – My way (2011, Je-kyu Kang)

Het waargebeurde verhaal achter het Zuid-Koreaanse My way (Mai wei)  is zo absurd dat je het haast niet serieus kan nemen. Regisseur Je-kyu Kang (bekend van The brotherhood of war over de Korea-oorlog) liet zich inspireren door een foto van een op D-day gevangen genomen Koreaanse soldaat in Duits uniform. Hoe was hij daar terechtgekomen? De film vertelt het verhaal van twee vrienden die door de grillen van de oorlog belanden op de vreemdste plekken. Het begint met de inval van de Japanners in het toenmalige Mantsjoerije. De Koreaanse helden moeten voor de Japanners te vechten. Zij trekken vervolgens ten strijde tegen de Russen, maar als het paar gevangen wordt genomen zijn ze gedwongen om van kant te wisselen om niet te sterven als krijgsgevangen. Nu ze soldaten van het Rode leger zijn, nemen de Duitsers het duo gevangen, waarna de vrienden opnieuw moeten kiezen tussen de dood of het meevechten in een ander uniform. De film is groots opgezet, bevat wat onwaarschijnlijke gevechtsscènes en valt soms in sentimentele valkuilen. Wat My way echter interessant maakt is de aparte kijk op de Tweede Wereldoorlog, waar individuen gevangen zijn in de maalstroom van grotere machten. Om te overleven maken zij de vreemdste keuzes die ver verwijderd zijn van enige moraal of een simpele tegenstelling tussen een goede en een slechte kant.

24 oktober 2014

 

Alle leuke filmlijstjes