De Gaulle: Résistance

**
recensie De Gaulle: Résistance
Karikaturaal beeld van Franse verzetsheld

door Jochum de Graaf

In 2020, vijftig jaar na zijn dood, verscheen een aantal speelfilms, dramaseries en documentaires over het leven en de politieke erfenis van Charles de Gaulle. Met De Gaulle: l’éclat et le secret, De Gaulle: histoire d’un géant, Becoming De Gaulle en eerder al met Le grand Charles (2006) werd een stevige traditie van mythe- en legendevorming in gang gezet. De heldenverering van de Franse generaal die verzetsheld werd en van 1959 tot 1969 de eerste president van de door hem geconstitueerde Vijfde Franse Republiek.

Nu is er, gebaseerd op het boek A Certain Idea of France: The Life of Charles de Gaulle van de Britse historicus Julian Jackson, een tweeluik van Antonin Baudry dat ten doel heeft met een frisse blik en nieuwe inzichten De Gaulle te ontmythologiseren en tot meer menselijke proporties terug te brengen.

De Gaulle: Résistance

Verzetsheld in Londen
In dit eerste deel, De Gaulle: Résistance, beginnen we met de aanval van de Duitsers op Frankrijk. Na de bezetting van Nederland en België is dit voor Hitler de hoofdprijs voor zijn heerschappij over het Europese vasteland. Parijs valt na een verrassend snelle opmars zonder een schot te lossen en op 22 juni 1940 wordt de wapenstilstand gesloten.

De nieuwe premier, maarschalk Pétain, vestigt in het onbezette zuidelijke deel van Frankrijk zijn Vichy-regime dat openlijk collaboreert met de Duitsers. Ook de geallieerden werken aanvankelijk samen met Pétain, vooral vanwege de machtige Franse vloot onder leiding van admiraal Darlan. De dan nog vrij onbekende generaal Charles de Gaulle verzet zich tegen het Vichy-regime, vlucht naar Londen waar hij leiding geeft aan de beweging van Vrije Fransen. Daar groeit hij uit tot de grote verzetsheld die een sterk leger op de been weet te krijgen en uiteindelijk via de Franse koloniën in Afrika met de geallieerden tegen de Duitsers de strijd aanbindt en na de oorlog in Frankrijk aan de macht komt.

Regisseur Baudry heeft de historische ontwikkelingen nauwkeurig gevolgd. Het zal ongetwijfeld met zijn achtergrond als diplomaat te maken hebben dat hij zich concentreert op de verhouding van De Gaulle met Churchill en de strijd om in de gunst te komen bij de geallieerden.

Het kostte nogal wat moeite om zich een positie bij met name de Amerikanen te verwerven, die de eerste jaren maar weinig onder de indruk waren van zijn leger in opbouw en op de wereldzeeën geconfronteerd werden met de machtige Franse marine onder leiding van admiraal Darlan, die toen nog aan de kant van Pétain stond.

De gebeurtenissen en verwikkelingen lenen zich goed voor doorwrochte studies en documentaires, ze in beeld brengen in een speelfilm is nogal een opgave. ‘Erken me en ik vorm een overwinningsleger’, zegt De Gaulle tegen Churchill als hij zich in Londen vestigt. Met zijn eigenzinnige en arrogante optreden jaagt hij Churchill en Roosevelt regelmatig tegen zich in het harnas.

Groot ego
Hij heeft nogal een groot ego, spreekt over zichzelf in de derde persoon. Op bezoek in Afrika wanneer hij gewaarschuwd wordt voor het gevaar van malaria reageert hij stoïcijns: ‘De muggen prikken generaal De Gaulle niet.’ Hij vereenzelvigt zich met de legendarische koning Clovis, met Jeanne d’Arc, met de grandeur van de Franse beschaving.

Maar De Gaulle is een weinig empathisch figuur, geen enthousiasmerende man van vlees en bloed. Als zijn vrouw en dochter op bezoek komen, is er een stijve formele begroeting en kan er niet meer dan een korte omhelzing van af. Het lijkt er zeker in die begindagen op alsof hij alles in zijn eentje doet, een eenzelvige figuur die vanuit zijn krappe kantoor in Hampstead de strijd met de hele vijandige wereld om hem heen aanbindt.

Baudry probeert dat wat op te leuken door als adjudant de fictieve Poolse loodgieter Blazej op te voeren, een rol die doet denken aan café-eigenaar René uit de serie ‘Allo ‘Allo!. En speciale gezant René Pleven die met een strategisch goed opgezette missie in Afrika de Franse gouverneurs aan de kant van de Vrije Fransen weet te krijgen, lijkt in eerste instantie nogal op een Kees van Kooten-typetje.

In interviews heeft Antonin Baudry aangegeven dat hij De Gaulle tot op zekere hoogte als een soort Don Quichot ziet. De Frans-Armeense acteur Simon Abkarian (hij speelde onder andere in de James Bond-film Casino Royale) zet de onverzettelijkheid van De Gaulle met zijn rechtlijnige militaire ethiek overdreven neer. Dat werkt onbedoeld komisch en wordt soms ronduit potsierlijk.

De Gaulle: Résistance

Als hij per schip naar Kameroen reist, om de aansluiting van de kolonie aan de Vrije Fransen te vieren en de controle over te nemen, kan het schip door ongunstig tij en zandbanken voor de kust niet in de haven van Douala aanmeren. Er wordt geprobeerd bemanning met de kleinere boten aan land te brengen, maar De Gaulle besluit in vol ornaat overboord te stappen en schrijdt met die kenmerkende kepie en rijlaarzen door de branding en klimt bemodderd op de kade.

Technisch knap gemaakt
Technisch steekt De Gaulle: Résistance knap in elkaar en Volker Bertelmann (Im Westen nichts Neues) schreef een zeer pakkende soundtrack. Met een groot budget van 74 miljoen euro kon Baudry fors uitpakken met imposante opnamen, locaties, decors en enscenering. Grote gebeurtenissen – zoals de in Europa weinig bekende Slag bij Bir Hakeim, de zeeslag om de haven van Dakar, waarbij de Vrije Fransen samen met de Britten vochten tegen de Vichy-vloot, het latere bombardement van de Britten op die vloot bij het Algerijnse Mers-el-Kébir met bijna 1.300 Franse slachtoffers – zijn gebruikmakend van archiefbeelden en nieuw opgenomen scènes met veel verve in beeld gebracht. Historisch gezien is het allemaal kloppend.

Dat geldt in mindere mate voor de figuur van Fernand Bonnier de La Chapelle (rol van opkomend talent Florian Lesieur), de jonge student die we vanaf het begin van de film zien groeien in zijn verzet tegen het Vichy-regime. Die was niet de grote studentenleider die Baudry van hem maakt, en ook de affaire met de Joodse Livia heeft in werkelijkheid niet plaatsgevonden. Het merkwaardige is vooral dat het verhaal van Fernand een soort film in de film is, geheel los staand van het verhaal van De Gaulle. Pas op het eind wordt de link duidelijk als Fernand een historische daad pleegt die van doorslaggevende betekenis is voor de rol die De Gaulle na de oorlog zal gaan spelen. Het is de cliffhanger voor deel 2.

In De Gaulle: Résistance krijgen we een wat oppervlakkig, karikaturaal beeld van Le Grand Charles en blijft een groot deel van de mythe intact. Mogelijk dat dit beeld nog omslaat. Volgende maand verschijnt De Gaulle: Liberté, al zal dat met dik 2,5 uur ook weer een hele zit worden.

 

5 augustus 2026

 

ALLE RECENSIES

Soldier’s Bones

***
recensie Soldier’s Bones
In voetsporen oorlogsjournalist Vietnam

door Jochum de Graaf

30.539 doden: het was de eindscore van Speedy Express, een van de bloedigste en meest omstreden operaties van het Amerikaanse leger tijdens de Vietnamoorlog, uitgevoerd in de meest bevolkingsrijke districten van de Mekongdelta tussen 1 december 1968 en 31 mei 1969. Hoewel het exacte aantal burgerslachtoffers nooit met zekerheid is vastgesteld – de Amerikaanse legerleiding beschouwde destijds alle gedode Vietnamezen als vijandelijke strijders – bestond minimaal de helft van de slachtoffers uit ouderen, vrouwen en kinderen.

De operatie stond onder leiding van generaal-majoor Julian Ewell en kolonel Ira Hunt van de 9th Infantry Division, mannen die elkaar goed kenden vanuit hun samenwerking in West-Duitsland in de jaren zestig. Speedy Express was bedoeld om de door het onverwachte Tet-offensief verzwakte Viet Cong een extra slag met zoveel mogelijk doden toe te brengen. Ewell stelde vanuit dit principe van body count, zogenaamde free-fire zones in, waar 24 uur per dag op alles wat bewoog geschoten mocht worden. Hunt was de analytische sterk op statistieke gerichte expert van de twee, hij sprak ondergeschikte commandanten aan op het niet behalen van opgelegde quota.

Soldier’s Bones

My Lai
Het schandaal een van de grootste oorlogsmisdaden van de VS werd na grondig onderzoek vastgesteld door de journalisten Kevin Buckley en Alec Shimkin, die voor Newsweek werkten. Buckley sprak over Speedy Express als ‘a My Lai every month’, elke maand een My Lai. In het dorp My Lai was in maart ’68 bijna de volledige bevolking uitgemoord; de onthulling van de slachtpartij anderhalf jaar later leidde tot een ommekeer in de publieke opinie over de Vietnamoorlog.

Net als bij My Lai werkte de Amerikaanse legerleiding het onderzoek ernstig tegen en zette grote druk op Newsweek om niet tot publicatie over te gaan. Uiteindelijk kwam er in plaats van een grote coverstory slechts een kort kaderartikel met de belangrijkste feiten, dat ergens op de laatste pagina’s maar weinig aandacht trok.

Aangrijpend verhaal
In Soldier’s Bones ontrafelt de Nederlandse documentairemaker Kasper Verkaik het aangrijpende verhaal en zoomt vooral in op Alec Shimkin die in juli 1972 tijdens een reportage in een hinderlaag van Noord-Vietnamese troepen liep en sindsdien gold als MIA (missing in action), vermist persoon met onbekend lot. Shimkin, pas 27 toen, had zich helemaal vastgebeten in Speedy Express. Hij raadpleegde alle militaire informatie die hij kon krijgen, reisde de Mekongdelta door, sprak met overlevenden en legde alle feiten en data minutieus vast in zijn schriftjes. Het verhaal wordt voornamelijk verteld door zus Eleanor die psychiater werd en specialist in de behandeling van Vietnamveteranen met PTSS.

Shimkin’s afkomst, een familie van Joodse vluchtelingen uit Belarus, zijn jeugd in Gettysburg, zijn verwoede verzameling speelgoedsoldaatjes, zijn fascinatie misschien wel obsessie met de Eerste Wereldoorlog, het afbreken van zijn studie militaire geschiedenis en midden jaren zestig de aansluiting bij de opkomende burgerrechtenbeweging in Alabama en Mississippi – dit alles komt uitgebreid aan de orde.

In ’69 ging hij als vrijwilliger voor een humanitaire hulporganisatie naar Vietnam, werd burgerjournalist en leerde vloeiend Vietnamees spreken. Verkaik volgt zijn sporen in Vietnam op de voet, interviewt collega-journalisten, destijds actieve correspondenten, Vietnamese overlevenden en toont heftige archiefbeelden van de Amerikaanse moordpartijen in de Mekongdelta.

Soldier’s Bones

Confrontaties
Verkaik suggereert dat de Amerikanen tot op de dag van vandaag Shimkin als MIA aanmerkten omdat ze hem verdachten van sympathie voor de Noord-Vietnamezen. Ze waren al in 2014 door de Vietnamezen op de hoogte gesteld dat hij gevonden was, maar hielden dat zelfs voor zijn familie verborgen. Vanwege de onthullingen over Speedy Express achtten zij het niet de moeite waard zijn lichaam op te graven.

In de Vietnamese cultuur is het bieden van een laatste rustplaats voor een dode erg belangrijk, wanneer dat niet het geval is gaan de zielen zwerven, zo is het geloof. Met Soldier’s Bones komt Verkaik tegemoet aan deze opdracht. We krijgen een sterk beeld van de Vietnamoorlog, de verschrikkingen die de Amerikanen aanrichtten, het toenemende verzet tegen de oorlog, de doofpotcultuur die – zie de oorlog tegen Iran met het bombardement op een meisjesschool – nog steeds overheersend is. De confrontatie met de autoriteiten die daarvoor verantwoordelijk waren had wat sterker aangezet gemogen.

Soldier’s Bones is een goed gedocumenteerde documentaire. Heel goed dat het verhaal nu verteld wordt, maar als film had het wel wat meer drama en spanning kunnen gebruiken.

 

25 juni 2026

 

ALLE RECENSIES

IDFA 2025 – Deel 2: Rusland/Oekraïne

IDFA 2025 – Deel 2:
Rusland/Oekraïne

door Jochum de Graaf

Uit Rusland wordt sinds de inval in Oekraïne maar weinig op cinematografisch gebied vernomen. Dat heeft enerzijds met de culturele boycot te maken, aan de andere kant kunnen Kremlin-kritische films alleen onder zeer moeilijke omstandigheden gemaakt worden. Op het IDFA een uitgebreide lange documentaire hoe de wereld er in de aanloop naar de invasie uitzag en een middellange docu over het oplaaiende protest na de dood van Navalny. 

In Oekraïne wordt ondertussen een nog steeds groeiend aantal documentaires geproduceerd die de verschrikkingen van de oorlog in al zijn facetten laat zien. Meest in het oog springend is 2000 Meters to Andriivka, de opvolger van het Oscarwinnende 20 Days in Mariupol (2023). Regisseur Mstyslav Tsjernov is in de race om opnieuw de Publieksprijs op het IDFA te winnen.

 

Rusland

 

My Undesirable Friends: Part I – Last Air in Moscow

My Undesirable Friends: Part I – Last Air in Moscow
In de beginbeelden rijden we door een kosmopolitische stad: neonreclames, druk autoverkeer. We horen de stem van Julia Loktev, Amerikaans documentairemaker van Russische komaf. ‘De wereld die jullie straks gaan zien, bestaat niet meer’, zegt ze. ‘Niemand van ons wist wat er ging gebeuren.’

Loktev is begin oktober 2021 naar Moskou gekomen om een film te maken over twee jonge journalistes, Sonya Groysman en Olga Churakova, die een podcast maken: ‘Hallo, je bent een buitenlandse agent.’ Ze delen daarin hun persoonlijke ervaringen en het leven in Rusland nu ze op een lijst van “buitenlandse agenten” zijn geplaatst. Al hun persoonlijke uitgaven moeten ze bij de overheid registreren en bij alles wat ze uitzenden of publiceren, moet een disclaimer staan dat die berichten afkomstig zijn van een buitenlands agent, op straffe van een boete of gevangenisstraf.

Loktev raakt via haar vriendin Anna (Anya) Nemzer, journaliste bij de dan nog onafhankelijke nieuwszender Dozhd ofwel TV Rain in Moskou, bevriend met een aantal andere ook bij TV Rain werkzame journalistes. Over Dozhd – de lifestyle zender die zich ontwikkelde tot een van de beste en meest kritische anti-Poetin nieuwskanalen – zijn al eerder documentaires gemaakt. F@ck This Job (2021) vertelt het verhaal van de charismatische hoofdredacteur Natalya Sindeyeva die de persoonlijke ontwikkeling van mode-journaliste tot Kremlincriticaster doormaakt. In Of Caravan and the Dogs is TV Rain een van de onafhankelijke media wier strijd tegen de dictatuur gevolgd wordt en die uiteindelijk het werken in Rusland onmogelijk gemaakt wordt.

In My Undesirable Friends volgen we zeven journalisten: de al genoemde Anna Nemzer, Sonya en Olga; Ksenia (Ksyusha) Mironova, wiens verloofde Ivan al meer dan een jaar in voorarrest zit vanwege vermeend landverraad; Irina (Ira) Dolinina en haar beste vriendin, Alesya Marokhovskaya, die door haar conservatieve familie niet geaccepteerd wordt; en Elena (Lena) Kostyuchenko, een buitengewoon moedige onderzoeksjournalist die erin slaagt Oekraïne binnen te glippen nadat de invasie is begonnen.

Ze hebben allemaal hun eigen verhaal over de turbulente ontwikkelingen die hun levens voorgoed op de kop zouden zetten. Met 324 minuten (niet eens de langste docu dit jaar op IDFA) is het een lange zit, maar hoewel je met het verhaal en de aanloop naar de invasie in Oekraïne in grote lijnen bekend bent, blijft het ongemeen boeiend.

Aan de ene kant gaat hun leven in Moskou gewoon door: naar de bioscoop, huisdieren uitlaten, etentjes bij elkaar waar ze exquise gerechten maken, dure cognacs die ze cadeau doen, spelletjes, weetjes over Harry Potter uitwisselen, en het bericht komt door dat voor het eerst Michelinsterren worden uitgedeeld in Moskou.

Maar de toenemende repressie, ook in coronatijd, is het gesprek van de dag. Ze maken reportages over de herdenking van de moord op oppositieleider Nemtsov, demonstraties tegen Poetin, de betogingen waar Navalny toe oproept, het geweld waarmee de politie betogingen uiteen slaat, waarbij zelfs journalisten die duidelijk persvesten dragen worden afgevoerd.

Meer en meer dringt zich de vraag op of ze onder de dreiging van de oorlog niet het land zullen verlaten. Ze halen herinneringen op aan de beginjaren van Poetin en het interim presidentschap van Medvedev. Sonya laat Loktev een reeks tijdschriften uit 2011 en 2012 zien die ze in haar appartement heeft verstopt, met covers over homoseksualiteit, over de dissident Aleksej Navalny, over vrijheid en het opkomen voor je overtuigingen.

We zien Vladimir Poetin in zijn jaarlijkse grote interview met burgers volhouden dat hij sterk voorstander van persvrijheid en de mogelijkheid om te demonstreren is. Onder zijn regime worden alleen mensen gevangen gezet ‘binnen de wettelijke kaders’. Maar wat die kaders precies inhouden en dat die in de loop der tijd steeds verder worden aangescherpt blijft ongenoemd.

In haar tv-programma interviewt Anya mensen die in de verdrukking komen, gecriminaliseerd worden, uit de lhbti-gemeenschap, mensen met een beperking, daklozen, immigranten en mensen met een psychische aandoening. Ze vertelt Loktev over een universiteit die door de regering tot doelwit is gekozen omdat die het laatste centrum van het ‘vrije denken’ zou zijn. ‘Just another morning in Russia’, concludeert ze. ‘Rusland begint steeds meer te lijken op Mordor, het land van het kwaad uit de boeken van J.R.R. Tolkien.’

My Undesirable Friends is dus een lange zit, maar door de thrillerachtige opbouw blijft de spanningsboog goed op lengte. De samentrekking van troepen aan de Oekraïense grens is uiterst zorgelijk, maar de bekendmaking van de ‘speciale militaire operatie’ komt toch nog onverwacht. Ze weten de eerste dag nog een reportage vanuit Oekraïne uit te zenden en een regeringswoordvoerder die volhoudt dat de Oekraïners de Russen als bevrijders binnenhalen wordt geconfronteerd met volkomen tegenovergestelde beelden.

Maar wanneer strenge straffen op onwelgevallig woordgebruik en het aan het woord laten van zogenaamde neonazi’s en terroristen in het vooruitzicht worden gesteld, is vrij snel duidelijk dat ook over TV Rain het doek zal vallen.

Op de redactie hebben ze intensieve en emotionele discussies wat ze zullen doen, het wordt hen vrij gelaten om te blijven of het land te verlaten. ‘Ook in nazi-Duitsland wachtten mensen af’, zegt Anna Nemzer. ‘In de hoop dat alles toch nog goed zou komen.’

Als het licht uitgaat en politieagenten met veel geschreeuw de redactieruimte binnentreden, wordt pijnlijk duidelijk dat er geen alternatief is. Alle vriendinnen besluiten de biezen te pakken, ook Ksyusha die het vreselijk te kwaad heeft om haar vriend Ivan achter te moeten laten. Anna concludeert: ‘Ik heb geen land meer. ’

In korte tijd vluchten meer dan een miljoen, merendeels jonge vooral in de culturele sector werkende, Russen het land. TV Rain opereert tegenwoordig als YouTube-kanaal vanuit Amsterdam. Julia Loktev werkt intussen aan een vervolg. My Undesirable Friends – Part 2 Exile zal gaan over de uitdagingen van het leven van onze ‘ongewenste’ Moskouse vriendinnen in ballingschap. Een film om naar uit te zien.

Kijk wanneer deze film draait.

 

When I Get Jailed

When I Get Jailed
De dood van Alexej Navalny, 16 februari 2024, veroorzaakte een schokgolf door heel Rusland. Overal in het land zijn er spontane demonstraties, rijen mensen trotseren de vrieskou om hun held de laatste eer te bewijzen. In Moskou trekken ze op naar het monument Memorial voor de slachtoffers van de Stalinterreur dat in 2017 nota bene door Poetin is onthuld.

Er is een massale inzet van de politie. Naast de onafzienbare rij rouwende burgers staat een even onafzienbare rij politiebussen. Er ontstaat een enorme bloemenzee, maar de autoriteiten beschouwen dat als illegaal en overijverige ambtenaren verzamelen ze in afvalzakken die zonder pardon in de vuilniswagen gegooid worden.

Op de dag van de uitvaart worden de demonstranten op grote afstand van het kerkhof gehouden, sommigen worden uit de menigte gehaald en geboeid afgevoerd. Wanneer de herdenking zich verbreedt tot een protest tegen de oorlog in Oekraïne wordt hardhandig ingegrepen en volgen arrestaties. Mannen, maar ook vrouwen die getrapt en geslagen worden, soms nog even diep in de sneeuw gedrukt.

When I Get Jailed zoomt in op Alyona, een jonge vrouw van in de twintig, blond met een bos krullen, een opvallende roze jas. Ze laat zich niet intimideren en wordt opgepakt en moet haar rechtszaak afwachten. Haar moeder is niet zo gelukkig met haar verzet en raadt haar aan zich terughoudend op te stellen. Maar Alyona laat zich de mond niet snoeren. Tijdens het verhoor vraagt ze luidkeels: ‘Wat heb ik misdaan?’

Ze protesteert tegen haar door de staat aangewezen advocaat, die het eerder tegen dan voor haar opneemt. Een ellenlange aanklacht, waar zo’n beetje alle artikelen op grond waarvan ze veroordeeld zou kunnen worden, wordt voorgelezen. Ze krijgt te horen dat er een fikse administratieve straf zal worden opgelegd. Het uiteindelijke vonnis kon niet gefilmd worden, maar in de aftiteling wordt vermeld dat ze alvast op de dag van haar arrestatie per direct uit haar baan ontslagen is. 

When I Get Jailed van Anastasiia Vedenskaia onderstreept vooral het al langer vastgestelde feit: Rusland is een politiestaat.

Kijk wanneer deze film draait.

 

Oekraïne 

 

2000 Metres to Andriivka

2000 Metres to Andriivka
Andriivka is een dorp in het noordoosten van Oekraïne niet ver van de stad Bachmoet die bij het begin van de invasie in Oekraïne in 2022 na een hevige slag in Russische handen is gevallen. Mei een jaar later besluit Oekraïne tot een tegenoffensief. De verovering van Andriivka is een van de doelen, gehoopt wordt daarmee een belangrijke Russische bevoorradingslijn af te snijden.

Mstsyslav Chernov – met 20 Days in Mariupol winnaar van de Oscar voor de beste documentaire en van de Publieksprijs IDFA 2023 – krijgt toestemming als embedded fotojournalist mee te gaan met de Oekraïense Derde Aanvalsbrigade. De twee kilometer voert door wat de militairen een bos noemen, maar wat meer wegheeft van een woest maanlandschap met dode staketsels die uit de grond steken. Een corridor van kreupelhout die zo op het oog weinig bescherming tegen de vijand biedt, maar er liggen geen Russische mijnen zoals op het vlakke uitgestrekte landbouwterrein aan weerszijden. Toch een terrein waar om iedere centimeter gevochten wordt. Het is zoals een van de soldaten opmerkt ‘alsof je landt op een planeet waar iedereen je probeert te vermoorden. Maar het is middenin Europa’.

De strijd vordert heel langzaam, maar ook heel zeker. De militairen die elkaar waarschuwen voor naderend gevaar, commando’s om te schieten, de roep naar elkaar: ‘ben je er nog’, de melding van gewonden, armen en benen die er maar een beetje bij hangen, de provisorische verbanden die aangelegd worden, de doden die vallen, ontploffende mijnen, het vuur van een Russische sluipschutter in een kano. Verderop in het bos, als ze bijna in Andriivka zijn, de vele lijken van Russen waar ze overheen moeten stappen. Meest indrukwekkend zijn de interviews met de soldaten over wat ze allemaal meemaken; ze hebben schuilnamen als Horooz en Baldy, sommigen vinden dat ze de beste baan van de wereld hebben, anderen krijgen de geur van de dood maar niet uit hun gedachten. En dan de sobere voice-over die meldt dat soldaat Fedya vijf maanden later bij een droneaanval op driehonderd kilometer afstand om zal komen.

2000 Meters to Andriivka is van een ander kaliber dan Mariupol. Chernov zit dicht op de huid van de manschappen. Hij wil laten zien wat zij zien. Hij loopt gewapend met een camera met ze mee door de loopgraven, maar maakt ook gebruik van de helmcamera’s van de soldaten en materiaal vanuit drones geschoten. Op sommige momenten is het een droneoorlog, een videogame waarin het slagveld in kaart wordt gebracht. Maar de harde, langzame strijd op de grond doet toch het meest denken aan de loopgravenoorlog van WO I, inclusief de zinloosheid ervan.

De Oekraïners doen er drie maanden over om Andriivka te bereiken, ze vragen zich bij tijd en wijle af of het wel zin heeft om door te gaan. Maar de strijd wordt voortgezet om de Oekraïense vlag in het vrijwel met de grond gelijk gemaakte dorp te laten wapperen en te laten zien dat de Oekraïense moraal ongebroken is. En als die vlag dan met enige moeite op een half verwoeste muur geplant is, wat dan, tja wat dan?

De meeste oorlogsfilms hebben een begin, midden en einde, maar hier krijg je het onomkeerbare gevoel dat het nog eindeloos door zou kunnen gaan. Maar de strijd opgeven is net zo zinloos. In de aftiteling wordt gemeld dat Andriivka weer in Russische handen is. Rusland bezet al tijden twintig procent van het Oekraïens grondgebied. 2000 Meters to Andriivka geeft zwaar te denken.

Kijk wanneer deze film draait.

 

Silent Flood

Silent Flood
Waar films als Time to the Target en Timestamp de gevolgen van de oorlog op het alledaagse leven van bepaalde bevolkingsgroepen en bepaalde steden laten zien, lijkt Silent Flood een interessante invalshoek te bieden, namelijk een pacifistische geloofsgemeenschap die op eigen wijze steun aan de Oekraïense strijd geeft. In den beginne is er mist, wanneer die optrekt zien we een pont, mensen stappen op, varen naar de overkant. Het is het rivierengebied van de Dnjester in West-Oekraïne.

Oudere stemmen vertellen over de geschiedenis van het gebied, het gevecht in de Tweede Wereldoorlog tussen de Russen en de Duitsers om de brug. Er was een hoogwatervloed in 1941. We gaan verder de oever op, beelden van mannen en vooral vrouwen die werken op het land, kinderen in een speeltuin. De geschiedenis gaat terug naar rond 1850 toen een groep Mennonieten hier neerstreek en het land ging bewerken. In later jaren trokken ze vanwege honger en armoede weer verder, sommigen naar Amerika, er kwamen weer andere groepen voor terug. Ze leven geïsoleerd van de rest van de wereld, huwelijken vinden vrijwel alleen binnen de eigen groep plaats. Grote gezinnen, vrouwen doen alle huishoudelijke taken, komen niet buiten de enclave; mannen mogen daarentegen wel weg van huis, zelfs in het buitenland werken.

Ze zijn voor een groot deel zelfvoorzienend. Er is geen elektriciteit, geen gas, ze roken niet, drinken geen alcohol; auto’s, machines zijn er niet, zaaien en verbouwen is handwerk, alleen bij de oogst worden combines ingehuurd. Ze geloven alleen in het Nieuwe Testament, ze verlaten zich alleen op de wil van God, erkennen het gezag van de staat niet en weigeren in het leger te dienen. Als de oorlog toch dichterbij komt, maken ze afspraken met het Oekraïense leger. Ze bakken op grote schaal broden en varenyky, een soort dumplings, die naar het front worden gestuurd.  Zo worden ze gevrijwaard voor oorlogshandelingen.

Maar Silent Flood is een beetje saai en traag, het is erg afstandelijk gefilmd, er komen geen volwassenen, vertegenwoordigers van de gemeenschap aan het woord. Geen gesprek ook over de houdbaarheid van het pacifisme. Het komt niet veel verder dan een antropologisch portret van een weinig betekenisvolle geloofsgemeenschap.

Kijk wanneer deze film draait.

 

Militantropos

Militantropos
Militantropos zou je kunnen omschrijven als de geestesgesteldheid, de gemoedstoestand die een mens kan aannemen in tijden van oorlog. De film is een caleidoscopisch beeld van het Oekraïne van nu, een land in oorlog.

Begin en einde spelen zich af op een treinstation. We zien de eerste trein met evacués kort na de Russische inval vertrekken. We reizen het hele land door, we zien burgemeester Vitali Klitsjko van Kyiv die een verzameling groep slachtoffers van een bombardement toespreekt en aankondigt hen ruimhartig te zullen helpen. In dorpen en steden worden beschadigde gebouwen en installaties gerepareerd. Een kluwen fotografen probeert het clichébeeld van een strompelend oud vrouwtje met tas vast te leggen. Op een grote dodenakker worden graven gedolven. Aangrijpende begrafenisrituelen na een aanslag waarbij veel doden te betreuren waren.

Er staan jongetjes langs de kant van de weg die met een vlag wapperen naar langstrekkende legervoertuigen. De geweldige scène wanneer een legervoertuig stopt, een militair uitstapt en een van hen een badge opplakt. De boer die keurig een stuk land omploegt en achteloos een raket naast het land legt. De tentoonstelling van buitgemaakt Russisch oorlogsmaterieel in Kyiv, die drommen toeschouwers trekt. De evacuatie van oudjes uit een dorp die eigenlijk niet willen vertrekken. Imkers die in de avondzon bijenroosters schoonmaken terwijl op de achtergrond explosies te horen zijn.

De gewonden in het ziekenhuis in isolatiemateriaal gewikkeld, sommigen duidelijk in shock. De soldaten die in de loopgraven naar de WK-wedstrijd Frankrijk-Marokko kijken. De eerste instructie van nieuwe rekruten, een groot aantal nog in burgerkleding – goed opletten, als je het machinepistool gaat richten: altijd je elleboog op je knie. De bunker waarin op grote schermen de bewegingen van de vijand worden gevolgd, en als in een videogame de commando’s.

Het leven dat gewoon doorgaat met het Kerstconcert in de metro van een vrouwenkoor met die prachtige kopstemmen. Maar ook de wuivende graanvelden waar Oekraïne zo bekend van is. En uiteindelijk komen we weer op het station waar soldaten en burgers elkaar verwelkomen of juist afscheid van elkaar nemen. 

Militantropos is een mooie impressionistische film waarbij je goed kunt wegdromen en zeker over na kunt peinzen.

Kijk wanneer deze film draait.

 

18 november 2025

 

 

IDFA 2025 – Deel 1: Liever de traditie in ere herstellen
IDFA 2025 – Deel 3: Portretten
IDFA 2025 – Deel 4: Natuur en milieu
IDFA 2025 – Deel 5: Humor en ander leed in Palestina
IDFA 2025 – Deel 6: (Auto)biografische films
IDFA 2025 – Deel 7: Punk, Funk, Jeff en Marianne
IDFA 2025 – Deel 8: Experimenteel
IDFA 2025 – Deel 9: Drie momenten van chaos

 

MEER FILMFESTIVAL

Grave of the Fireflies

****
recensie Grave of the Fireflies
Door brandbommen getekend

door Bert Potvliege

In de slotfase van de Tweede Wereldoorlog slaan de tiener Seita en zijn jonge zusje Setsuko op de vlucht voor de verwoestende brandbommen die hun Japanse thuisland in as leggen. Terwijl hun huis in vlammen opgaat, raakt hun moeder dodelijk gewond. Dakloos en alleen probeert Seita wanhopig te overleven en zijn zusje te beschermen, zelfs door haar de waarheid over hun moeders dood te besparen. Hun ontroerende reis, aangrijpend verbeeld in de animatiefilm Grave of the Fireflies (1988), is een tragische lijdensweg vol verdwijnende hoop. Dit Japanse meesterwerk draait vanaf 28 augustus voor het eerst in de Nederlandse bioscopen. 

Animatiestudio Studio Ghibli behoeft nauwelijks nog introductie, vooral dankzij het wereldwijde succes van grootmeester Hayao Miyazaki (Spirited Away, The Boy and the Heron, The Wind Rises). Iets minder bekend bij het grote publiek is medeoprichter Isao Takahata, maar zijn werk veroorzaakte wel de nodige deining. Hij wordt geprezen om de emotionele diepgang en volwassen thematiek van zijn films (Only Yesterday, Pom Poko, The Tale of the Princess Kaguya). Zijn hoogtepunt Grave of the Fireflies geldt als een klassieker in het genre van de anti-oorlogsfilm.

Grave of the Fireflies

Dat vlammend betoog tegen de humanitaire waanzin van oorlog wordt ontzettend schrijnend door de hopeloosheid te contrasteren met het ontwapenende portret van een onschuldig klein meisje. Het oorlogsdrama snijdt dieper wanneer je haar, temidden van de verwoesting, ziet spelen en verwonderd vuurvliegjes ziet vangen. Het zachte licht van de insecten weerspiegelt haar kinderlijke fascinatie – een moment van schoonheid in een wereld vol geweld. Verwondering en wreedheid bestaan hier pijnlijk naast elkaar.

Het vuur van pessimisme
Omdat de plot beknopt is en alles draait rond het overleven, creëert Takahata ruimte om de twee kinderen in hun gedrag te kunnen observeren. Zo maken we kennis met Setsuko als het allerschattigste meisje: hoe ze haar geldbeugel van haar hals haalt, hoe ze voorzichtig een kom water draagt zonder te morsen. Dit lijken maar details, maar ze vormen de kern van Takahata’s intentie. De ellende – en zodoende de boodschap – komt harder binnen wanneer de kijker enkel mededogen voelt voor haar. De rode kleur die vaak het scherm vult, symboliseert de dreiging die dichtbij sluimert. De vuurvliegjes die haar fascineren, worden visueel gespiegeld in de brandbommen die uit de lucht neerdalen.

Seita is een complexer personage: hij moet niet alleen voor zichzelf sterk zijn, maar ook voor zijn kleine zusje. Verzwolgen door het verdriet om het verlies van hun moeder en de verantwoordelijkheid om voor Setsuko te zorgen, zet hij een masker op om haar in het ongewisse te houden over de ellende van hun situatie: ze krijgen geen onderdak meer bij hun tante, ze zijn genoodzaakt eten te stelen, Setsuko wordt ziek door de ontbering. Ondanks zijn liefde voor haar, die hem op de been houdt, lijdt Seita zwaar onder hun situatie. Het feit dat de film begint met de dood van beide kinderen, maakt het verhaal extra aangrijpend en moeilijk te verwerken.

De film roept herinneringen op aan La vita è bella van Roberto Benigni, waarin ook alles wordt gedaan om een kind te beschermen tegen de gruwelen van oorlog. Toch is er een belangrijk verschil: terwijl Benigni als toegewijde vader vooral hoop en positiviteit uitstraalt, is Seita een diep verscheurd personage. Zusje Setsuko kan zijn innerlijke strijd niet doorgronden, maar de kijker wordt onverbiddelijk geconfronteerd met zijn pijn en worstelingen. Hoewel de ontroering die de film oproept enigszins vergelijkbaar is met die van Benigni’s werk, is de teneur daarvan geheel anders. Grave of the Fireflies is allesbehalve een optimistische film.

Grave of the Fireflies

Als een goocheltruc
Een mogelijk minpunt is dat Takahata’s regie soms te nadrukkelijk mikt op emotionele ontlading. Hij lijkt er alles aan te doen om tranen bij de kijker los te weken, waardoor zijn intentie bij momenten te transparant wordt. Hoewel zijn aanpak oprecht aanvoelt, is het mechanisme achter de emotionele sturing niet moeilijk te doorzien. Het roept associaties op met het werk van Florian Zeller, die in The Father en The Son eveneens een sterke nadruk legt op het willen ontroeren. Dat kan oprecht emotioneel zijn (de slotscène van Anthony Hopkins in The Father is hartverscheurend) maar zodra je als kijker achter de schermen begint te turen, vervaagt de magie en blijft vooral de constructie zichtbaar. Takahata laat weinig aan de verbeelding over wat zijn bedoelingen betreft.

Grave of the Fireflies is een krachtig voorbeeld van Studio Ghibli’s kunnen – een harde, oprechte en diep ontroerende film. De band tussen broer Seita en zusje Setsuko is met tederheid en nuance verfilmd, en vormt het hart van het verhaal. Zoals Takahata het bedoeld heeft, worden we nog maar eens geconfronteerd met de gruwel en zinloosheid van oorlog.

 

27 augustus 2025

 

ALLE RECENSIES

Ran (4K re-release)

*****
recensie Ran
Kurosawa’s duistere meesterwerk

door Cor Oliemeulen

Als iemand Akira Kurosawa vroeg wat zijn beste film was, antwoordde hij steevast: “de volgende”. Totdat hij op 75-jarige leeftijd Ran (1985) voltooide: een episch oorlogsdrama over een oude krijgsheer die zijn rijk verdeelt onder zijn drie zoons en ten onder gaat aan verraad en geweld. Gebaseerd op Shakespeare’s King Lear en Japanse samoeraiverhalen, toont dit meesterwerk een wereld in fysiek en moreel verval. Vier decennia later keert Ran terug op het witte doek in een oogstrelende 4K-restauratie.

Akira Kurosawa, een van Japans grootste filmmakers, werd in het buitenland vaker geprezen dan in eigen land. Hij bekritiseerde de Japanse filmindustrie om haar rigide studiosysteem, dat regisseurs beperkte in hun vrijheid en vasthield aan veilige, traditionele verhalen in plaats van films met risicovolle, meer menselijke thema’s.

Tegelijk kreeg Kurosawa in Japan ook zelf kritiek: zijn films zouden te westers zijn en te veel nadruk leggen op individuele helden, in tegenstelling tot de collectieve waarden van de Japanse cultuur, zoals groepsharmonie, loyaliteit en plichtsbesef. Zijn collega Yasujirō Ozu voldeed juist wél aan deze normen, met verstilde familiedrama’s die de traditionele Japanse levensvisie weerspiegelden. Door Kurosawa’s kritische en onafhankelijke houding werd Ran niet door Japan voorgedragen voor de Oscars, maar uiteindelijk wel door een onafhankelijke groep en alsnog genomineerd voor Beste Buitenlandse Film.

Ran

Van Shakespeare tot Leone
Ruim 25 jaar voor Ran gebruikte de regisseur Shakespeare’s Macbeth als basis voor een herinterpretatie in Throne of Blood (1957). Ook in die film spelen de schermutselingen zich af in het feodale Japan van de zestiende eeuw en ligt de nadruk meer op vorm dan op dialoog. Kurosawa liet zich in zijn films ook inspireren door andere Westerse literatuur, zoals de morele en psychologische diepgang van Dostojewski die je terugziet in Rashomon (1950) met existentiële vragen over waarheid en perspectief, en Ikiru (1952) over een man die worstelt met de zin van het leven.

Tegelijk lieten Westerse filmmakers zich inspireren door het werk van Kurosawa, zoals John Sturges die met The Magnificent Seven (1960) een remake maakte van Seven Samurai (1954) en Sergio Leone die met A Fistful of Dollars (1964) een remake maakte van Yojimbo (1961).

Wind, regen en vuur
Wat vooral opvalt in die remakes is het gebruik van de dynamische cameravoering die Kurosawa hanteerde. Denk aan lange takes waarbij de camera meebeweegt met de actie, bijvoorbeeld lopende, rennende en vechtende personages. Of het gebruik van meerdere camera’s om verschillende hoeken vast te leggen, een spel tussen voorgrond en achtergrond, en het afwisselen van rustige en chaotische shots.

Maar het meest karakteristieke van Kurosawa’s cameravoering is wel het gebruik van de natuur en de weersomstandigheden. Zo opent Rashomon (1950) met beelden van een bos na een zware regenbui en de glinstering van de zon door de bomen, en in Seven Samurai (1954) trotseren de boeren, bandieten en samoerai wind, opstuivend zand, regen en modder. In Ran leeft het landschap: wind, rook en vuur brengen de scènes in beweging, terwijl de lucht langzaam steeds donkerder wordt naarmate het drama zich ontwikkelt.

In de huidige tijd worden de meeste actiescènes met computers gemaakt en kopieer je de poppetjes om een indrukwekkend legertje strijders te krijgen. In Ran zie je zo’n 1400 figuranten die werden gehuld in even zoveel vechtkostuums die allemaal met de hand werden gemaakt.

Kleuren als symboliek
Maar liefst tien jaar werkte de regisseur aan zijn storyboard: van elk shot maakte hij een schilderij in kleur. En toen hij de film uiteindelijk kon draaien, bleken die prenten onmisbaar voor zijn assistenten omdat hij zelf bijna blind was geworden.

De kleuren in Ran zijn symbolisch en essentieel. In King Lear verdeelt de koning zijn erfenis onder drie dochters, in Kurosawa’s herinterpretatie verdeelt krijgsheer Hidetora Ichimonji (Tatsuya Nakadai) de erfenis onder zijn zonen. Die zonen worden vanaf de openingsscène opgevoerd in het dragen van een eigen kleur. De oudste, Taro, draagt gele kleren (waarin keizers in Oost-Azië zich vaak hulden), de middelste zoon, Jiro, is gestoken in rood (dat staat voor ambitie en geweld), terwijl de jongste, Saburo, gehuld is in blauw (dat staat voor helderheid en eerlijkheid).

Deze kleuren versterken niet alleen het gevoel dat de kijker bij de verschillende personages heeft, ze dienen ook als herkenbaarheid (in harnassen en vlaggen) van de legers op het slagveld. Immers, het verdelen van de erfenis leidt tot oorlog tussen de broers. Taro en Jiro smeren hun vader honing om de mond, maar Saburo is kritisch op Hidetora’s besluit en voorspelt dat de erfenis tot een hoop ellende gaat leiden. Hidetora is woedend en verbant Saburo. Maar zodra de oorlog tussen de twee oudste broers uitbreekt, zwerft Hidetora als een waanzinnige over de vlaktes.

Ran

De schoonheid van de tragedie
Net als in King Lear gebruikt Kurosawa in Ran een hofnar, in dit geval in de persoon van de androgyne Kyōami, die niet alleen dient als trouwe dienaar van Hidetora, maar met diens scherpzinnige en ironische commentaar op de gebeurtenissen bijdraagt aan de tragikomische toon van de film. Want tragisch is Ran zeker. Bijna alle hoofdpersonages sterven, een handje geholpen door Taro’s vrouw Kaede (Mieko Harada). Nadat Taro het kasteel van zijn vader heeft overgenomen, wordt zij koningin van het domein dat ooit was van haar eigen familie, die eerder door Hidetora was uitgemoord. Langzaam ontvouwt zich haar uitgekiende, dodelijke wraakplan. De kijker is opgelucht als haar eigen bloed tegen de muren spat.

Waar Shakespeare’s King Lear nog momenten van liefde, vergeving en verzoening kent (zoals de hereniging met de jongste dochter Cordelia), ontbreekt dat in Kurosawa’s Ran vrijwel volledig. King Lear is tragisch, maar eindigt met een sprankje hoop en menselijkheid. Ran is tragisch in de zuiverste zin: een wereld zonder troost. De schoonheid van de tragedie zit in de poëtische vormgeving van verval en vergankelijkheid, de filosofische diepgang en de morele reflectie. Geen goddelijke gerechtigheid, geen redding. Alleen de leegte die mensen zelf veroorzaken.

 

30 juli 2025

 

ALLE RECENSIES

Quisling – The Final Days

****
recensie Quisling – The Final Days
Erik Poppe’s nieuwe drama over de Noorse geschiedenis

door Jochum de Graaf

De meeste Tweede Wereldoorlog-films gaan over helden, bevrijders, verzetsstrijders en slachtoffers. Met The Zone of Interest, Führer und Verführten en Riefenstahl lijkt er zich, rond tachtig jaar herdenking van de WOII, een verschuiving naar films over daders af te tekenen. Quisling – The Final Days is een nieuw hoogtepunt in deze trend. Erik Poppe maakte dit indrukwekkende biografische drama over de Noorse fascist en premier van 1942-1945, de man die synoniem werd met verraad en collaboratie.

Er zijn maar weinig mensen wiens naam een soortnaam geworden is. Vidkun Quisling, leider van de Nasjonal Samling, de Noorse nazipartij, probeerde al direct na de Duitse inval in Noorwegen door middel van een coup aan de macht te komen, maar  Hitler benoemde in eerste instantie net als in Nederland een Reichskommissar. Pas twee jaar later werd Quisling, onder strenge controle van de Duitse bezetter, benoemd tot minister-president en installeerde een marionettenregime dat verantwoordelijk was voor de Jodenvervolging en onderdrukking van het Noorse verzet. De naam ‘quisling’ werd in veel talen, waaronder het Nederlands, synoniem voor de absolute collaborateur en verrader.

Quisling – The Final Days

Dagboek van een pastor
Quisling – The Final Days begint met de overgave 9 mei 1945 van Vidkun Quisling en de overbrenging naar het hoofdbureau van politie in Oslo. Het proces tegen hem begon augustus datzelfde jaar en leidde tot het doodvonnis; de executie werd in oktober voltrokken.

De laatste maanden van zijn leven in een krap bemeten cel kreeg Quisling vanuit de evangelisch-lutherse Kerk van Noorwegen bijstand toegewezen door pastor Peder Olsen. Olsens dagboek, dat volgens de kerkregels vertrouwelijk had moeten blijven, werd in 2015 gevonden door diens kleinzoon en is nu het uitgangspunt van de indrukwekkende verfilming van Quislings laatste dagen door regisseur Erik Poppe.

Poppe zoomt in op de gecompliceerde persoonlijkheid van Quisling. Begin jaren twintig was hij als lid van een hulpmissie van de Volkerenbond, voorganger van de VN, assistent van de beroemde ontdekkingsreiziger Fridtjof Nansen, in het kader van een hongersnood in de Wolga-regio. Daar werd de kiem gelegd voor zijn grote afkeer van het bolsjewisme, en zeker na de Stalinterreur in de jaren dertig zag hij vervolgens in het fascisme van Hitler de enige macht die dat zou kunnen stoppen.

Vergeving vragen?
Hoofdrolspeler Gard B. Eidsvold, zelf kind van Noorse verzetsstrijders, zet sterk inlevend de man neer die het ene moment grote woede-uitbarstingen heeft en het andere moment kalm, rationeel en met overtuiging zijn onschuld wil aantonen. Hij heeft wel enige deemoed met zijn slachtoffers maar wordt anderzijds gehinderd door een enorm messiascomplex.

Quisling beweert in de rechtszaal dat als er iemand is die weet hoeveel de Joden geleden hebben, hij dat is. In Oekraïne heeft hij de lijken opeengestapeld tot manshoogte gezien. Hij had geen weet dat zijn medewerking aan het op transport stellen van een groep Joden naar Polen neerkwam op deportatie en een wisse dood in de concentratiekampen. Hij heeft altijd het belang van het Noorse volk voor ogen gehad. Zijn advocaat beveelt hem aan zich psychisch te laten onderzoeken, maar hij wil daar niets van weten. Hij is zich niet van enig kwaad bewust.

Tegenspeler Anders Danielsen Lie (The Worst Person in the World), in de rol van predikant Peder Olsen, is daarentegen een man van twijfel, over zijn roeping als pastor, over zijn geloofsovertuiging, zijn eigen positie en daden tijdens de bezetting.

Allengs ontstaat een soort vertrouwensband tussen beide mannen. Hun gesprekken gaan niet zozeer over goed en kwaad, maar spitsen zich toe op spijt, vergiffenis, boetedoening. Peder Olsen houdt Quisling de Bijbelse gelijkenis van de farizeeër en de tollenaar uit het Nieuwe Testament voor. Essentie van deze parabel is dat wie nederig is, vergeving van God krijgt.

Quisling bijt Olsen toe: ‘Ik ben zeker de hautaine farizeeër, die er slecht vanaf komt.’ Olsens bekentenis dat hij zich geplaagd voelt door wroeging omdat hij de arrestatie van een ouder Joods echtpaar dat bij hem en zijn vrouw ondergedoken zat niet heeft weten te verhinderen, doet hem uitroepen dat hij misschien zelf de farizeeër is. Het brengt Quisling, telg uit een predikantenmilieu en erudiet Bijbelkenner, al is het voor even, aan het twijfelen. Zal hij boete doen en vergeving voor zijn zonden vragen?

Quisling – The Final Days

De echtgenotes
Het scenario schakelt fascinerend tussen de gevangenis, de rechtszaal, Olsens huis en dat van Quislings Oekraïense vrouw Maria (Lisa Carlehed). Het maakt dat je, ondanks de bekendheid met de afloop, geboeid blijft kijken. Dat Olsen in eerste aanleg in Quislings onschuld ten aanzien van de Jodenvervolging gelooft, levert hem thuis problemen met zijn  vrouw Heidi op. Net als een groot deel van het Noorse volk minacht ze Quisling. Ze gelooft dat hij wist wat hij deed en wil dat hij op zijn knieën om vergeving smeekt voordat hij wordt neergeschoten. Hoewel ze aanvankelijk uiterst kritisch is op de meegaande taakopvatting van haar man, betuigt ze hem uiteindelijk haar steun.

Maria Quisling daarentegen moedigt de donkerste opvattingen en het verwrongen wereldbeeld van haar man aan en raadt hem aan nooit zijn fouten toe te geven of zijn overtuigingen op te geven. Het geeft de tegenstelling tussen Quisling en Olsen een imposant reliëf. Begrip is niet het juiste woord, maar een voorstelling hoe het allemaal zo ver heeft kunnen komen, komt toch zeer dichtbij.

Met The King’s Choice (2016) over de oude Noorse koning Haakon VII die zich manhaftig verzet tegen de nazi’s en met Utøya: July 22, (2018) over de massamoord van neonazi Anders Breivik op 69 sociaaldemocratische jongeren verfilmde regisseur Erik Poppe al eerder de meest dramatische gebeurtenissen uit de Noorse geschiedenis. Met Quisling – The Final Days  voegt hij daar een nieuw magistraal hoofdstuk aan toe.

 

1 mei 2025

 

ALLE RECENSIES

In Liebe, Eure Hilde

****
recensie In Liebe, Eure Hilde
Gruwelijke wreedheid naziregime

door Jochum de Graaf

In aanloop naar de herdenking van 80 jaar bevrijding wordt een groot aantal films over de Tweede Wereldoorlog uitgebracht. In Liebe, Eure Hilde vermijdt de gangbare clichés van films over het nationaalsocialisme en laat met het sober ingetogen gefilmde levensverhaal van de Duitse verzetsstrijdster Hilde Coppi de gruwelijke wreedheid van het naziregime zien.

Het is 5 mei 1943, 7.25 uur. Hilde Coppi staat met twaalf andere vrouwen op de binnenplaats van de gevangenis Berlijn-Plötzensee. Voor de laatste keer schijnt nog de zon op haar gezicht. Een voor een worden de vrouwen naar binnen geroepen om hun wrede lot te ondergaan. Hilde Coppi heeft kort daarvoor haar afscheidsbrief aan de gevangenispastor gedicteerd, opgedragen aan haar moeder en aan haar in de gevangenis geboren zoon Hans. ‘Blijf moedig’, In Liebe, Eure Hilde’.

Hilde Coppi werd in september 1942 opgepakt samen met haar man Hans en nog enkele familieleden. Ze was zes maanden zwanger. Ze wordt veroordeeld wegens ‘hoogverraad, hulp aan de vijand, spionage en uitzending van misdaden’.

In Liebe, Eure Hilde

Die Rote Kapelle
Hans en Hilde maakten deel uit van Die Rote Kapelle, een internationaal netwerk van meest communistische verzetsgroepen. Legendarische spionnen, zoals Leopold Trepper in België en Richard Sorge in Japan, waren eveneens verbonden aan dit netwerk en speelden op een aantal momenten een beslissende rol in de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog.

In Berlijn is het een los netwerk van zo’n honderdvijftig journalisten, ambtenaren, kunstenaars, studenten, gelieerd aan de communistische partij KPD. De activiteiten in Berlijn hadden een beperkte invloed. Hans en Hilde en hun vriendengroep voeren nachtelijke acties uit, oproepen op tot verzet, kalken slogans op muren, schilderen tegenleuzen op nazipropagandaposters. Ze leren morse om de Russen op de hoogte te brengen van Duitse troepenbewegingen, maar slechts een enkel bericht bereikt Moskou. De Sovjets zijn op dat moment, in 1942, met operatie Barbarossa, de Duitse inval in de Sovjet-Unie, niet zo geïnteresseerd in het verloop van de strijd in Duitsland zelf. 

Twee verhaallijnen
In Liebe, Eure Hilde
is dan ook geen actiefilm van een onverschrokken verzetsheldin die ten strijde trekt tegen het verderfelijke naziregime. Hilde Coppi is een jonge, wat timide vrouw die met al haar onzekerheden door de liefde betrokken raakt bij het verzet. Regisseur Andreas Dresen laat de aangrijpende levensgeschiedenis van Hilde in twee verhaallijnen zien.

Het leven in de gevangenis, de geboorte van haar zoon, de procesgang, het uitspreken en voltrekken van het vonnis worden tamelijk lineair in beeld gebracht. De gevangenisbeelden zijn grauw, zelfs als Hilde hun pasgeboren baby aan Hans mag laten zien.

Daar tussendoor zien we in flashbacks de ontluikende liefde tussen Hans en Hilde. Hilde, de wat saaie secretaresse die valt voor de jonge enthousiaste, wat onbeholpen revolutionair. Het zijn mooie, lichte beelden, het is meestal zomer. De toevallige ontmoeting in een vriendengroep, picknicken, boottochtje op het meer, vrijen in het tuinhuisje, hij leert haar morse. Mooie scène als ze bij een kampvuur zitten. ‘Waar denk je aan?’, vraagt Hans. ‘Aan domme dingen’, zegt Hilde. ‘Wat voor domme dingen?’, vraagt Hans door. Hilde: ‘Niet meer bang te zijn.’ ‘Waarvoor?’ Geamuseerd glimlachend, wat verlegen antwoordt ze: ‘Voor alles. Spinnen, kevers. De nazi’s, mijn tandarts. De liefde.’

Muziek is spaarzaam in de film, een enkel vioolstuk bij idyllische beelden van een zorgeloze zwempartij. Voor het overige doet de soundtrack van geluiden zijn werk. De harde aanslag op de typemachine tijdens de verhoren, het bestek en de borden tijdens de maaltijd, vogeltjes en insecten op het platteland, de doffe harde klap bij de voltrekking van het vonnis.

In Liebe, Eure Hilde

Marcherende soldaten, massabijeenkomsten, vlaggenparade en ander nazi-vertoon, het blijft buiten beschouwing. Alleen bij het uitspreken van het vonnis horen we ‘Heil Hitler’ en zien we een enkel swastika-embleem.

‘Normale’ mensen
Het gevangenispersoneel bestaat uit min of meer ‘normale’ mensen die ook maar gewoon hun werk lijken te doen. Hildes persoonlijke bewaakster, die aanvankelijk hardvochtig en meedogenloos tegen haar optreedt, staat haar na de geboorte van haar kind enkele kleine privileges toe. Hilde wordt haast zorgzaam, maar ook zonder aarzeling omdat het nu eenmaal moet naar haar einde begeleidt. Zo werkt de dictatuur, het zijn de ‘welwillenden’, zoals Jonathan Littell beschreef in zijn roman Les Bienveillantes: de zwijgende meerderheid die door onwrikbare loyaliteit en gehoorzaamheid het regime in stand hield.

Daar tegenover staat de ontwikkeling van Hilde (geweldige rol van Liv Lisa Fries), die heel sober en ingetogen gefilmd haar onzekerheid en angsten overwint en de moed vindt tegen het regime in opstand te komen. Ze kruipt allengs onder je huid. De soms twijfelende, maar ook vastberaden manier waarop ze haar noodlot tegemoet treedt, het gruwelijke choquerende einde. Er zijn niet veel films die de wreedheid van het naziregime zo genadeloos blootleggen.

 

18 december 2024

 

ALLE RECENSIES

Blitz

**
recensie Blitz
Het afwezige hart

door Bert Potvliege

Net als het vorig jaar verschenen Maestro, kondigt Blitz zich aan als een film die gemaakt werd om Oscars binnen te rijven: een peperdure prestigeprent van een gelauwerd cineast over een donkere periode uit de geschiedenis van de twintigste eeuw, met in de hoofdrol een wereldwijd gerespecteerde jonge actrice. Het resultaat heeft niet het verhoopte effect: Blitz is een holle bedoening, een film waarin de identiteit van de maker in geen velden of wegen te bespeuren valt.

De Britse filmmaker Steve McQueen greep van bij zijn debuut de kijker ongenadig bij het nekvel. Zijn eerste twee films, Hunger en Shame (beide met Michael Fassbender), waren nietsontziende onderzoeken naar lichamelijke ondergang. Die prenten creëerden een ongemak door een confronterende thematiek en waren met hun meedogenloze beeldvoering visueel indrukwekkend. Typerend voor McQueen waren protagonisten als zelfdestructieve martelaars, gemotiveerd door onwrikbare overtuigingen en verlangens.

Blitz

Die narratieve focus op lichamelijk lijden was aanwezig in opvolger 12 Years A Slave, maar McQueen maakte met die film een bocht richting Hollywood. Strakke beeldkaders en een harde montage werden vervangen door soepel glijdende camerabewegingen en een alomtegenwoordige score van Hans Zimmer. Het vervolg van McQueens carrière toonde nog enkele stappen weg van dat wat hem typeerde. We schrijven tien jaar na zijn prijswinnende prent over slavernij en van die oorspronkelijke McQueen blijkt volgens Blitz geen spaander meer heel. 

Zoektocht door het puin
De blitz als onderwerp leent er zich door haar dramatiek toe er een verhaal in te situeren, maar de plot over een moeder en zoon die gescheiden raken tijdens het bombardement is te hapklaar en stroperig. Tijdens die befaamde aanval op Londen van 1940-1941 stuurt jonge moeder Rita (Saoirse Ronan) haar zwarte zoon George (Elliott Heffernan) wegens het gevaar de stad uit. De jongen raakt algauw verloren tijdens de uittocht. De film zal hun beider verhaal, waarbij moeder en zoon terug op zoek gaan naar elkaar, uit de doeken doen.

McQueen mag dan wel evenzeer aandacht besteden aan de lotgevallen van Rita als aan die van George, het verhaal van de moeder is richtingloos. George beleeft nog een kleinschalig avontuur, waarbij hij onder meer uit de handen wil blijven van een roversbende. Wat Rita meemaakt, voegt weinig toe aan de film. De evidente afloop van hun herenigingsverhaal verveelt.

George is een zwart kind, een thematisch element dat tot nadenken aanzet. Aangezien McQueen zelf een zwarte man is, lijkt hij met deze ingreep te spreken over het vrijgeleide racisme in een periode van maatschappelijke instabiliteit. De opvallende bijrol van Benjamin Clementine als Ife, een zwarte soldaat die George even onder zijn hoede neemt, is een aanvulling hierop. Welk fris inzicht McQueen precies wenst mee te geven aan de kijker, blijft vaag. Dat moraliteit in tijden van oorlog naar de achtergrond verdwijnt, waardoor racisme welig kan tieren, is een vreselijk neveneffect van maatschappelijke onrust. Dit is geen les die de kijker nog moet leren in de cinema.

Blitz

Te mooi voor een eigen smoel
De grootste bekommernis bij Blitz is dat de eigenheid van McQueen als cineast volledig verdwenen lijkt, alsof de film geconstrueerd werd door een AI. Weg is de protagonist als martelaar. Weg zijn de harde beelden en visuele confrontatie. Die eerder genomen bocht richting Hollywood wordt resoluut doorgetrokken. Het resultaat is dat McQueens film wegdrijft van de filmmaker en aansluiting vindt bij het werk van de formele en beleefde cinema van Sam Mendes. Vele kijkers zullen bij Blitz moeten denken aan Mendes’ Empire Of Light, dat een soortgelijke thematiek onderzocht.

Blitz is cinema die hyperprofessioneel in elkaar zit, maar waarbij het hart afwezig blijkt te zijn. De geromantiseerde look van platgebombardeerde wijken doet denken aan heroïsche oorlogscinema van vervlogen tijden en niet op een goede manier. Oorlog is te mooi in deze film, alsof Anthony Minghella (The English Patient) in de regiestoel zat en dit het jaar 1995 was. Wanneer een bom een nachtclub treft, krijgen we de lijken te zien in de nasleep. Geen van die lijken mist ledematen of heeft een verwrongen gelaat. Ze werden enkel bedekt met stof en puin, met hooguit een straaltje bloed uit de mondhoek.

McQueens film komt in een gedateerde vorm. Een goed verteld verhaal zou dit nog kunnen toedekken, maar doordat de film twee verhaallijnen simultaan presenteert, wordt de kijker belemmerd in het volop meeleven met Rita of George. Uiteraard eindigt dit alles met een epische grandeur: moeder en zoon die in elkaars armen vallen, terwijl de camera omhoog stijgt en je de moederliefde kan gadeslaan met op de achtergrond de vernielde stad. De wijken liggen in duigen. De film ook.

 

5 november 2024

 

ALLE RECENSIES

Führer und Verführten

***
recensie Führer und Verführten
Propaganda als kunstvorm

door Jochum de Graaf

‘Ik schiep de mythe van de Führer’ was het credo van Joseph Goebbels, de tweede man van het Derde Rijk. Führer und Verführten zoomt in op de rijksminister van Volksvoorlichting en Propaganda tijdens het naziregime.

Gelijk in een van de eerste scènes zien we hoe de propagandamachine werkte. In een filmzaaltje kijkt Goebbels met enkele getrouwen naar opnamen voor het bioscoopjournaal van Adolf Hitler die een toespraak houdt en het publiek in gaat. De camera draait om hem heen, zoomt in op zijn rug, naar zijn handen trillen lichtjes vlak voor hij een jongetje van de Hitlerjugend een hand wil geven. De mannen in het zaaltje reageren enthousiast, prachtige opnamen van de Führer. Maar Goebbels reageert furieus en laat de film stopzetten: ‘De Führer beeft niet!!‘.

Goebbels regisseerde altijd en overal
Regisseur Joachim A. Lang verfilmt Goebbels ‘werdegang’ aan de hand van de belangrijkste chronologische data van het Derde Rijk. De Anschluss van Oostenrijk (maart 1938), ‘vredesconferentie’ van München (september 1938), Kristallnacht (9-10 november 1938), annexatie Sudeten-Duitsland (maart 1939), Molotov-Ribbentroppact en niet-aanvalsverdrag nazi-Duitsland en Sovjet-Unie (augustus 1939), inval in Polen en begin Tweede Wereldoorlog (september 1939), de overwinning op Frankrijk (juni 1940), operatie Barbarossa: inval in de Sovjet-Unie (juni 1941), de overgave bij de Slag om Stalingrad (februari 1943), de aanslag op Hitler van Duitse legerofficieren onder leiding van kolonel Von Stauffenberg (juli 1944). En vanzelfsprekend ook de gebeurtenissen van eind april/begin mei 1945 toen Hitler en zijn Eva Braun in de bunker in Berlijn zelfmoord pleegden, en een dag later Goebbels en zijn Magda die eerst hun zes kinderen een dodelijke gifpil lieten toedienen om vervolgens de hand aan zichzelf te slaan.

Führer und Verführten

Goebbels regisseerde bij al die belangrijke gebeurtenissen, de openbare optredens van Hitler, schreef mee aan de toespraken, bereidde minutieus de setting voor, bepaalde waar en wanneer hij zou spreken, wie er op de eerste rij moest zitten, wie de Führer mocht begroeten. Ook bij de bijeenkomsten en conferenties van de nazitop bepaalde hij de agenda en de tafelschikking, wie van de kopstukken Speer, Bormann, Himmler, Heidrich, Ribbentropp op welke plek mocht zitten en het woord mocht voeren. Zelf zorgde hij er voor dat hij altijd direct rechts van de Führer zat, de tweede man van het Derde Rijk. Zo krijgen we een aardig inkijkje in de hofhouding, ofwel slangenkuil, van het Hitlerregime. Herman Göring was voor hem een ‘dikke mopshond’ en Heinrich Himmler een ‘benepen burgermannetje’.

Goebbels handelde vanuit een volstrekte onderhorigheid aan Hitler, volgde hem tot het bittere einde. ‘Onkel’ Hitler kwam menigmaal op bezoek en beschouwde de familie Goebbels als een modelgezin; alle zes kinderen kregen een voornaam met de beginletter H. Maar Goebbels was een verwoed rokkenjager en hield er openlijk een verhouding met de Tsjechische actrice Lína Baarová op na. Toen zijn wettige echtgenote Magda er achter kwam, hield hij keihard vol dat hij het recht had op een minnares. Maar Hitler dwong hem de relatie op te geven. Die paste niet bij het beeld van een zuiver Arisch volk, en Baarová verdween in de anonimiteit.

Hoewel Goebbels het niet eens was met de inval in Polen – hij had Hitler tot dan afgeschilderd als een redelijke man die op vreedzame wijze het belang van Duitsland voorop stelde – draait hij onmiddellijk de propaganda volledig om. Er was voor Duitsland ‘geen andere mogelijkheid om te reageren op vele provocaties van Poolse zijde’, een volledig verzonnen bewering.

De waarheid dienen als het goed uitkomt
De grootste communicatieve tournure die hij moest uithalen, was in juni 1941 toen Hitler Operatie Barbarossa startte, de inval in de Sovjet-Unie. Twee jaar eerder had hij nog een juichende berichtgeving de wereld in gestuurd bij de totstandkoming van het Molotov-Ribbentrop pact, het niet-aanvalsverdrag tussen de twee totalitaire ideologieën in Europa. En nu moest de Sovjet-Unie met Stalin ineens afgeschilderd worden als de bron van alle kwaad die vernietigd moest worden.

‘Wij dienen de waarheid slechts als het ons uitkomt’, horen we hem zeggen. Het toppunt van de verdraaiing van feiten bereikt hij met zijn beruchte toespraak in het Berlijnse Sportpalast, 18 februari 1943, wanneer hij kort na de capitulatie bij de Slag om Stalingrad het streng geselecteerde publiek tot uitzinnige hoogte weet op te zwepen: ‘Wollt ihr den totalen Krieg?  Führer Befehl, wir folgen.’

Führer und Verführten

Goebbels bediende zich van toen moderne technieken, zorgde ervoor dat de belangrijkste kranten in handen van de nazi’s kwamen en liet – in de film onderbelicht – de zogenaamde Volksempfänger produceren, voor de gewone Duitser betaalbare radiotoestellen waar evenwel slechts een paar door de nazi’s goedgekeurde zenders op te beluisteren waren.

‘Propaganda is een kunstvorm, zoals schilderkunst’ en ‘wij scheppen de beelden die blijvend zijn’. Hij bediende zich liever van speelfilms dan van documentaires, omdat je dan beter het verhaal naar je hand kunt zetten. Onder de indruk van Leni Riefenstahls Olympia gaf hij de opdracht voor de propagandistische en fel antisemitische films Jud Süsz en Der ewige Jude.

Discussie in Duitsland
In Duitsland is er de nodige discussie over Führer und Verführten. Hitler en Goebbels zouden vermenselijkt worden en daarmee hun daden vergoelijkt. Regisseur Joachim Lang bracht daar tegenin dat hij met terugwerkende kracht het ware verhaal wilde laten zien en haalt het motto van Primo Levi aan: ‘Het gebeurde, en daarom kan het weer gebeuren.’

Lang kiest voor een wat afstandelijke regie en maakt veelvuldig gebruik van een speciale vorm van re-enactment, het gedeeltelijk naspelen van gebeurtenissen. We zien dan Hitler (Fritz Karl) zich voorbereiden op een toespraak. Goebbels (Robert Stadlober) geeft hem nog wat aanwijzingen, hij loopt naar het balkon, de deuren openen zich en we staan op het balkon van stadhuis Wenen, juni 1938 wanneer de stad is uitgelopen voor hun landgenoot die de Anschluss bewerkstelligd heeft en de oprichting van het Groot-Duitse Rijk aankondigt. Op zich werkt dat wel, maar de matige acteurs (Robert Stadlober en Franziska Weisz als het echtpaar Goebbels gaat nog redelijk maar Fritz Karl kan niet in de schaduw staan van Bruno Ganz’ meestervertolking van Adof Hitler) en de soms sjablonerige dialogen doen afbreuk aan de waarde van de geschiedenisles die de film zou kunnen hebben.

 

25 september 2024

 

ALLE RECENSIES

De Middagvrouw

***
recensie De Middagvrouw
Emotioneel strompelend de oorlog door

door Jochum de Graaf

Die Mittagsfrau (2007) is een met prijzen overladen en in veertig talen vertaalde internationale bestseller van Julia Franck over het tragische leven haar grootmoeder Helene. De gelijknamige film van de Oostenrijkse Barbara Albert pakt echter wat vlak uit.

In de beginscène van De Middagvrouw zien we een vrouw van middelbare leeftijd in haar Kever naar een boerderij op het Duitse platteland rijden. Ze stapt uit. Er heerst een beklemmende stilte. Ze wordt begroet door een wat norsige boer, die zegt niet te weten waar ‘hij’ is. In een bijgebouw houdt een jongen zich verscholen, kijkt argwanend naar het tafereel, reageert niet op geroep van de boer. Later begrijpen we dat doel van het bezoek van hoofdrolspeelster Helene een ontmoeting met haar zoon ‘Peter’ is, die op de boerderij zou verblijven. Tien jaar eerder, aan het eind van de Tweede Wereldoorlog, heeft ze hem voor het laatst gezien. De film vertelt hoe het zo ver heeft kunnen komen.

De middagvrouw

De Middagvrouw is een mythisch wezen dat op het platteland in de grensregio Lausitz tussen Duitsland, Polen en Tsjechië voorkomt. Het volksverhaal wil dat zij, een soort heks gewapend met een sikkel, zich tijdens de oogst op het heetst van de dag aandient. Iedereen die haar tegenkomt, moet minimaal een uur lang over zichzelf praten om het noodlot te ontlopen.

Champagne, seks en charleston
Het verhaal in de film is het levensverhaal van de half-Joodse Helene die opgroeit in het dorp Bautzen, Oost-Duitsland waar het volksverhaal over de Middagvrouw van generatie op generatie wordt doorverteld. Ze brengt haar tienerjaren door in het afgelegen sombere huis met haar moeder en zus Martha. Mannen zijn afwezig, haar vader en broers zijn niet teruggekeerd van het front in de Eerste Wereldoorlog. Haar moeder wordt in het opkomend antisemitisch klimaat door andere dorpelingen geterroriseerd, is psychisch een wrak en reageert haar emoties af op haar jongste dochter. Wanneer de moeder in een psychiatrische kliniek wordt opgenomen, kunnen de zussen begin jaren twintig aan het beklemmende milieu ontsnappen en gaan ze naar Berlijn. Ze trekken in bij hun tante Fanny.

Het zijn de jaren van de roaring twenties, decadente feesten, drank- en drugsgebruik, vrije seksuele moraal. Champagne, seks en charleston. Martha dompelt zich onder en raakt verslaafd aan morfine. Helene is veel serieuzer, is van jongs af aan gefascineerd door het menselijk lichaam en wil haar ambitie als arts waarmaken. Maar haar achtergrond staat dit in de weg en ze gaat werken bij een apotheker en volgt lessen om haar toelatingsexamen te halen. Ze leert daar Karl kennen, een wat bedeesde student filosofie, die het opkomend nationaalsocialisme verafschuwt.

Ze beleven weliswaar een gepassioneerde liefde maar hebben toch een wankelmoedige verhouding. Helene raakt zwanger maar wil haar academische ambities niet opgeven en ondergaat een abortus, die ze in eerste instantie voor Karl verborgen houdt. Wanneer zij het hem vertelt, reageert hij nogal boos en niet begrijpend. Waarom heeft zij hem niet betrokken bij die beslissing? Aan de dood van Karl, die sneuvelt bij een gevecht met nazi’s, houdt ze opnieuw een groot trauma over.

De middagvrouw

Liefdes
In het ziekenhuis waar ze gaat werken, ontmoet ze een nieuwe liefde, Luftwaffe-officier Wilhelm die meer verliefd op haar is dan zij op hem. Voor ze gaan trouwen, regelt Wilhelm een nieuwe identiteit. Voortaan heet ze Alice Schulze, een goede Arische naam. Ze moet alles wat aan haar jeugd, haar Joodse achtergrond kan herinneren, verdonkeremanen. Maar het huwelijk is verre van gelukkig, Wilhelm is een stijve rechtlijnige nazi-officier die van zijn vrouw onderdanigheid verwacht. Helene kan en wil zich met haar vorming tot zelfstandige vrouw niet voegen in die rol. Aan tafel of andere momenten van samenzijn heerst een ijselijke sfeer.

Ze krijgen een kind, dat Helene in haar eentje moet grootbrengen, wat haar met haar trauma’s niet goed afgaat. Ze hebben constant strijd met elkaar en Wilhelm dreigt meermalen haar werkelijke identiteit bekend te maken, wat tijdens de oorlog haar zekere dood zou betekenen. Helene houdt hem in een tegengreep met de dreiging dat zij dan zal onthullen dat hij de valsheid in geschrifte gepleegd heeft wat voor hem ook een doodvonnis zal opleveren. En zo komen ze emotioneel strompelend de oorlog door.

De oorlog die fysiek geheel buiten beeld blijft. De opkomst en hoogtijdagen van het Derde Rijk blijven buiten schot, er is geen enkel oorlogsgeweld en zelfs geen hakenkruis te zien. Dat zou op zich kunnen werken wanneer de dreiging met subtiele andere woorden en beelden gestalte word gegeven. En dat is dus niet het geval. Zo zijn de beelden van het Berlijn van de jaren twintig een heel slap aftreksel van de opwindende tv-serie Babylon Berlin waar dezelfde periode centraal staat.

Hoofdrolspeelster Mala Emde geeft wel een mooie invulling aan het tragische leven van de zich desondanks emanciperende Helene, en met het indrukwekkende Jiddische lied Shvartz ist der Kolir is er een mooie soundtrack. Maar al met al heeft de Oostenrijkse Barbara Albert een wat vlakke verfilming van het imposante boek van Julia Franck opgeleverd.

 

24 juli 2024

 

ALLE RECENSIES