Atlantis

***
recensie Atlantis

Als de oorlog voorbij is

door Ries Jacobs

We are still in the desert.’ Doelend op de Eerste Golfoorlog die voortduurt in het hoofd van soldaten, eindigde Jake Gyllenhaal met deze woorden Jarhead (2005). Atlantis gaat door waar het oorlogsdrama van Sam Mendes eindigt. Hoe gaat een met PTSS kampende veteraan door met leven?

Sergiy werkt na de recente Oekraïense burgeroorlog in een staalfabriek. Nadat zijn vriend zelfmoord pleegt en de fabriek sluit, vindt hij een baan als vrachtwagenchauffeur. De oorlogsveteraan brengt schoon drinkwater naar plaatsen die hij enkele jaren eerder doorkruiste met het geweer in de hand. In deze gebieden is het water door de oorlog zo verontreinigd dat het niet meer drinkbaar is.

Atlantis

Op een van zijn tochten ontmoet hij Katya, een vrouw die werkt voor de vrijwilligersorganisatie Black Tulip, die als doel heeft om opgegraven oorlogsdoden te identificeren en een waardig graf te geven. Sergiy meldt zich aan als vrijwilliger en weet zo zijn leven weer wat zin te geven.

Opgegraven oorlogsslachtoffers
Veel scènes schoot regisseur en scenarioschrijver Valentyn Vasyanovych op bestaande locaties in het voormalige oorlogsgebied. Met name de gedateerde staalfabriek en zijn grauwe omgeving brengt hij mooi in beeld. Hoofdrolspeler Andriy Rymaruk, in werkelijkheid een oorlogsveteraan die werkt voor de Come Back Alive Foundation, tipte de regisseur vooraf over enkele mogelijke filmlocaties. De regisseur en de acteur creëren een sfeer die perfect bij het verhaal past en de film, mede door het gebruik van deze bestaande locaties, een rauw realisme geeft.

Door dit realisme, vormgegeven door lange en sobere scènes waarbij de camera nauwelijks van positie wisselt, heeft Atlantis soms iets weg van een documentaire. De regisseur zegt deze stijl bewust te hebben gekozen. De traagheid van de beelden symboliseert natuurlijk de doelloosheid van het leven van de met een trauma kampende veteraan Sergiy, maar traagheid moet je als regisseur beheersen. Dat doet Vasyanovych niet altijd; meer dan eens lukt het hem niet om de spanning vast te houden.

Atlantis

Zelfs in de wetenschap dat de lijken nep zijn, zijn de scènes waarin de camera minutenlang gericht is op in staat van ontbinding verkerende oorlogsslachtoffers niet alleen tergend traag, maar ook ronduit stuitend. Het lijkt soms alsof de regisseur door de scènes uit te rekken van een korte film een volwaardige bioscoopfilm wil maken, maar daarvoor leent het verhaal zich eenvoudigweg niet.

Rituele reiniging
Bovendien zijn de scènes onderling soms onsamenhangend. Bij meerdere beelden vraag je je af wat deze in de film doen. Een voorbeeld hiervan is het moment dat Sergiy een achtergelaten schep van een graafmachine met water vult en deze als bad gebruikt. Je kunt dit interpreteren als een rituele reiniging of als een poging van de oorlogsveteraan om tot rust te komen, maar het is niet relevant voor de ontwikkeling van de plot of de karakters en vertraagt de boel daarom vooral.

Toch is de film als geheel de moeite waard. Atlantis laat zien dat je een trauma soms beter verwerkt door het verleden op te zoeken, dan door ervoor weg te lopen. Dit klinkt als een moraal die zo uit de televisieserie Full House had kunnen komen, maar Vasyanovych brengt deze boodschap rauw en zonder franje in beeld. Hij doet dit zo geloofwaardig dat zelfs de traagheid van de film hem vergeven is.

 

15 september 2020

 

ALLE RECENSIES

Kleine, persoonlijke verhalen rond de bevrijding

Kleine, persoonlijke verhalen rond de bevrijding

door Bob van der Sterre

Landscape After Battle ♦ Le Vieux Fusil ♦ Arnhem: Het Verhaal van een Ontsnapping

 

75 jaar vrijheid! Soldaten en vrijheidsstrijders gaven hun levens om hier en elders de nazi’s weg te jagen. Camera Obscura wil er ook bij stilstaan. Dat doen we met drie films die persoonlijke verhalen van de oorlog vertellen. Ze spelen zich af rondom de bevrijding.

In Landscape After Battle (1970) beginnen we met triomfantelijke klanken van Vivaldi’s Vier Seizoenen. De Poolse bewoners van een concentratiekamp in Duitsland zijn door het dolle heen: ze zijn net bevrijd door de Amerikanen.

Wachten op de echte bevrijding
Zo makkelijk is het vervolgens niet om bevrijd te zijn. Want ze mogen niets. Wachten tot je weg mag gaan, geen wraak nemen, je niet ongans eten. ‘Geen gevangenis, geen vrijheid.’

Een van hen is Tadeusz Borowski. Een chaotische, intellectuele dichter. Zwaar getraumatiseerd door wat hij in het kamp heeft meegemaakt. Een al even getraumatiseerd meisje komt uit een ander kamp. In hun weirdness zijn ze voor elkaar gemaakt.

Hij beschrijft zijn wrange ervaringen. ‘De muziek in het kamp was geweldig, de nazi’s brachten de beste musici.’ En: ‘Ik herinner me de geur van haar haar toen ze me afranselde bij de nazi’s.’ Ze vertelt over de hare: ‘We zaten achter een kast verstopt. Ik maakte 28 razzia’s mee.’

Zoals veel van Andrzej Wajda’s films is ook deze zeer eigenzinnig. Het is deprimerend, dat zeker. Niemand wordt gespaard. Zelfs de kampbewoners niet. Maar van tijd tot tijd is de film schattig, romantisch en op een wrange manier grappig. Als ze vrijen, beschrijft ze haar vreselijke ervaringen en roept hij uit: ‘Om te leven, moet je vergeten!’

De desoriënterende film biedt verrassend veel close-ups. De acteurs hebben expressieve gezichten. Daniel Olbrychski (acteert nog steeds) als Tadeusz (schrijver van deze verhalen) en Stanislawa Celinska als Nina. Verder veel rook en kleur in de gewaagde cinematografie van Zygmunt Samosiuk.

En Polen was natuurlijk na de oorlog zo vrij nog niet. Dat bewees wel het lot van deze film. De geheime politie nam het materiaal in beslag want twee dissidenten hadden bijrolletjes gehad om wat geld te verdienen. De film verscheen pas in 1978 in de VS in de bioscoop. In Nederland zelfs nooit.

Tragedie in Frans dorp
Twee andere personen van wie de levens overhoop worden gegooid door de oorlog: Julien en Clara Dandieu in Le Vieux Fusil (1975).

Julien is chirurg in Montauban. Het is 1944 en de bevrijdingsstrijd rondom Montauban staat op punt om los te barsten. Daarom stuurt hij zijn vrouw en dochter naar Barberie. Daar heeft hij een landhuis. Daar komt toch nooit iemand.

Zal je net zien: vallen de SS’ers die ochtend het dorpje binnen om wraak te nemen op een verzetsdaad. Ze vermoorden iedereen. Daarna plunderen ze Juliens eigen landhuis.

Julien die nog moet bekomen van een enorme traumatische ervaring, ziet vervolgens de SS in zijn eigen huis lol trappen, zijn champagne drinken en zijn privéfilms bekijken. En hij wilde alleen maar zijn eigen vrouw verrassen met een bezoekje.

Hoe wraak te nemen? Julien is een mollige chirurg, geen superfitte rambo. Een voordeel: hij kent zijn huis als geen ander. Hij pakt zijn dubbelloops en posteert zich bij de waterput. Dat is een het begin van een duel tussen Julien en de SS’ers.

Wie de geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog in Frankrijk kent, herkent misschien waar dit incident op gebaseerd is: de tragedie in het dorp Oradour-sur-Glâne. De SS nam wraak op een verzetsactie door alles en iedereen in het dorp plat te branden. Ik ben er zelf ook geweest. Het is onthutsend om daar te lopen waar de misdaad plaatsvond en tegelijkertijd fascinerend omdat het dorp tegelijk een tijdmachine is: alles is zoals het was in 1944. Overigens is dit dorp in de film niet dat dorp: dat is Bruniquel.

De film is een prettige manier van geschiedvervalsing: nu komen de SS’ers er niet zo goed van af. Verder is het een redelijk recht-door-zee film van Robert Enrico (een regisseur die buiten Frankrijk nauwelijks bekend is). De film werkt vooral dankzij twee prettige acteurs, die bijna elke film waarin ze speelden sjeu gaven: Philippe Noiret en Romy Schneider. De grap is dat bij de opnamen destijds Schneider Noiret nauwelijks kon luchten.

Prettig acteren en echte Nederlandse boeren
We eindigen in Nederland. In Arnhem: het Verhaal van een Ontsnapping uit 1976 zien we ze eindelijk een keer correct: Duitsers die Duitsers acteren, Engelsen die Engelsen spelen en Nederlanders als Nederlanders.

De film verhaalt het persoonlijke avontuur van legerarts Graeme Warrack die na de mislukte operatie Market Garden in september 1944 gevangen werd genomen. Hij komt in een gevangenenkamp. De Duitsers vertrekken, hij verstopt zich, als de bevrijding te lang op zich laat wachten, vertrekt hij, komt bij een boerderij, krijgt een schuilplaats, probeert met een groep Britten te ontsnappen (mislukt), keert terug bij de boerderij (band met boerendochter), vertrekt opnieuw, om na talloze onderduikplaatsen eindelijk te ontsnappen.

Het plot verklappen is hier nauwelijks schokkend aangezien het hier verfilmde boek van Warrack in de winkel kwam. Dan weet je wel dat hij het er goed van afbrengt.

Een unieke productie: de omroepen NOS en de BBC produceerden in 1976 deze film samen. En zo authentiek als wat. Alles op locatie (Veluwe en Apeldoorn) met echte Nederlandse boeren – dat zie je al niet vaak in Engelstalige films. Toen het opeens ging sneeuwen, moesten ze dus ineens winterse scènes schieten.

Prettige acteurs ook. De actrice Marie-Louise Stheins acteert hier stukken menselijker dan Renée Soutendijk en Monique van de Ven dat ooit zouden doen. En ze was pas negentien. Stheins vertelde dat ze veel leerde van John Hallam die Warrack speelde. “Ik wist niet zo goed hoe met de camera om te gaan, of met het geluid, maar dat gaf hij me allemaal mee. Een lieve man en een geweldig acteur.” Het artikel over de film (en de film zelf) staat op NOS.

Al deze kleine drama’s geven ons een kans om te beseffen hoe belangrijk die bevrijding wel was. Misschien hebben we wat aan die moed en doorzettingsvermogen van toen als nu we balen dat we nu vanwege het coronavirus even niet meer op een terrasje kunnen zitten..

 

4 mei 2020

 

Arnhem: Het Verhaal van een ontsnapping


Alle Camera Obscura

Malèna (2000)

REWIND: Malèna (2000)
Perfect cliché van puberfantasie

door Cor Oliemeulen

Renato weet het zeker: Malèna is de mooiste vrouw op aarde. In ieder geval heeft ze de lekkerste kont van de stad. Hij begluurt haar, steekt kaarsjes op en bidt tot een heilige dat zij op hem wacht totdat hij ouder is.

Daar loopt ze. We weten niet hoe ze heet, maar we noemen haar Natasja. Een meisje van een jaar of twintig, engelachtig gezicht, lange donkere haren. Ze is kleuterleidster, maar ditmaal is ze alleen en loopt ze naar het dorp. Mijn vriendje en ik springen op de fiets en rijden haar achterna. Natasja stapt een kledingwinkel binnen. Wij volgen. Mijn hart bonst in mijn keel. Ze vraagt iets aan de verkoper, ook haar stem is mooi. Wij verbergen ons half achter een rekje. Als ze naar buiten loopt en wij haar willen volgen, vraagt de verkoper plots achter ons wat wij wensen. Met een setje knopen van dertig cent lopen we een minuut later de winkel uit om nog een glimp van Natasja op te vangen. Het was de laatste keer dat ik haar zag.

Malèna

Malèna

De eerste ontmoeting
Zinnenprikkelend puberverlangen is mooi verbeeld in Summer of ’42 van Robert Mulligan, een komisch opgroeidrama uit 1971. Onder de nostalgische, romantische klanken van Michel Legrand blikt de voice-over van een man terug op zijn onvergetelijke zomervakantie op een Amerikaans eiland. De 15-jarige Hermie (Gary Grimes) lummelt daar met zijn twee vriendjes wat rond in de stad of in de duinen. Totdat hij Dorothy (Jennifer O’Neill) ziet. Een slank, gebruind lijf en een stralende glimlach. Hermie ziet hoe zij afscheid neemt van haar man, een legerpiloot, die moet dienen in de Tweede Wereldoorlog. Aanvankelijk heeft Hermie gemengde gevoelens over Dorothy, niet gehinderd door puberale opmerkingen van zijn vriendjes, maar al snel raakt hij gefascineerd en geobsedeerd door dit wonderschone vrouwelijke schepsel.

Rond dezelfde tijd in een Siciliaans stadje worstelt de 12-jarige Renato in Malèna (2002) met zijn ontluikende seksuele gevoelens. “Mussolini verklaarde de oorlog aan Engeland en Frankrijk en ik kreeg een nieuwe fiets”, zo blikt zijn volwassen voice-over terug. Renato (Giuseppe Sulfaro) showt zijn aanwinst aan zijn vijf vriendjes op de boulevard. Dan fluit iemand op zijn vingers omdat Malèna (Monica Bellucci) in aantocht is. In haar strakke witte jurk, de lange zwarte haren op en neer deinend elke keer als haar hakken de stenen raken, komt ze dichterbij geflaneerd. De vriendjes op het muurtje slaan haar onbeweeglijk gade, terwijl de kleine Renato wat moeilijk kijkt hoe in zijn broek een tent wordt opgezet. Zodra Malèna voorbij is, springen de jongens op hun fietsjes, nemen een sluiproute naar de stadspoort en stellen zich daar opnieuw op om de uiterlijk onbewogen Malèna een tweede keer te kunnen zien passeren. “De mooiste kont van Castelcuto”, verzucht een van hen.



In REWIND opnieuw aandacht voor opvallende films uit dit millennium.

 


Sensuele fantasieën
Vanaf dat moment is Renato hopeloos verloren en dagdroomt er op los. Hij klimt op een afdakje en kan via een kijkgat in de kamer van Malèna gluren. Hij ziet haar sensueel dansen. Een dag later koopt hij de plaat met dezelfde muziek, legt die op de draaitafel en fantaseert dat zij zijn slaapkamer binnenkomt. Zijn vader die boven een krakend en piepend bed hoort, schreeuwt naar Renato dat hij vast blind wordt van al die onzedelijke handelingen. Een andere keer heeft Renato een onderbroek van Malène van haar waslijn gegrist en treft zijn vader hem ‘s morgens vroeg slapend in bed aan met dat kledingstuk op zijn gelukzalige gezicht. Het huis is te klein.

Summer of '42

Summer of ’42

Het romantische komische drama van Giuseppe Tornatore heeft soms de sfeer van zijn meesterwerk Cinema Paradiso (1988), waarin een puberjongen niet zozeer de liefde voor een vrouw maar de magie van de cinema ontdekt. Ook gebruikt Tornatore in Malèna ideeën uit zijn eerdere werk, leent hij opvallend veel van Summer of ’42 en grijpt hij, mogelijk als eerbetoon, terug naar de jeugdherinneringen van zijn Italiaanse collega Federico Fellini in diens thematisch verwante Amarcord (1973), echter zonder diens gebruikelijke extravaganza.

Seksistisch en jaloers
Hierin vergaapt puberjongen Titta zich aan een hoertje, een hete nymfomane en aan de mooiste derrière van Rimini. Op een dag mag hij zelfs zijn hoofd begraven tussen de enorme borsten van de tabaksverkoopster die zegt dat hij niet op haar tepels moet blazen maar eraan moet zuigen. Net als in Malèna wisselen opgroeiperikelen en onschuldig kattenkwaad elkaar af met de machtsgreep van de fascisten in Italië op de achtergrond. En ook in Amarcord is de familie van het jonge hoofdpersonage een tikkeltje hysterisch. Zo roept Titta’s vader voortdurend Maria aan als er ruzie in huis is en kan opa niet met zijn handen van de huishoudster afblijven.

Hoe karikaturaal, macho en seksistisch de mannen (en jongens) ook in Malèna mogen worden geportretteerd, ze bezigen vooral woorden, maar geen daden. De al even onverwisselbare vrouwen zijn voortdurend stikjaloers op Malèna en roddelen mogelijk nog harder, echter zij stellen uiteindelijk wel een daad, een mensonterende daad.

Voor andere volwassenen dan liefdesobject Dorothy is in Summer of ’42 geen plek. In plaats van enkel stoere praat, proberen de puberjongens hier in ieder geval wel de daad bij het woord te voegen. Zo gaat Hermie met een meisje naar de bioscoop en is er tijdens de film van overtuigd dat hij minutenlang een borst van zijn date heeft betast. Echter na afloop krijgt hij te horen dat het haar schouder was. Overdag bladeren de vriendjes in het geniep, kwijlend en met rode oortjes in een medisch handboek met foto’s van de geslachtsgemeenschap. In feite zijn zij nog even groen en onwetend als hun kompaantjes op Sicilië.

Lichamelijk contact
Maar dan ziet Hermie dat Dorothy voor een winkel stoeit met haar tassen met boodschappen. Hij schiet onmiddellijk te hulp en staat erop om alles alleen te dragen, helemaal tot haar huis op een heuveltje. Hij hoeft geen geld en verslikt zich vervolgens in de aangeboden zwarte koffie omdat hij die zogenaamd altijd drinkt. Met haar man aan het front vraagt Dorothy later aan Hermie of hij zware dozen op zolder wil zetten. Als de verbeeldingen van Dorothy’s lichaam door zijn hoofd schieten, krijgt hij slappe knieën en dreigt hij pardoes van het wankele trapje te vallen. Gelukkig houdt hij stand en krijgt een kus op zijn voorhoofd als dank.

Malèna

Malèna

Renato is weliswaar een paar jaar jonger, maar ook hij wil zich als een man gedragen. Hij weigert het kinderstoeltje van de kapper en wil ook geen korte broek meer aan. Hij neemt stiekem het beste pak van zijn vader naar de kleermaker om de pijpen wat korter te laten maken. Als het nieuws komt dat Malèna’s man is gesneuveld in de oorlog en dat zij nu “beschikbaar” is, droomt Renato dat hij haar troost. Hij probeert op komische wijze enkele volwassenen concurrenten te ontmoedigen en steekt in de kerk een kaars op, biddend dat Malèna op hem wacht totdat hij wat ouder is.

In Summer of ’42 sneuvelt ook de man van Dorothy, maar zij zoekt troost in bed met Hermie die maar al te graag bij haar zijn maagdelijkheid verliest. In Malèna moet Renato het tot het eind doen met enkel fantasieën. Hoewel. Ook Malèna laat op een gegeven moment boodschappen vallen, en Renato is er als de kippen bij om haar te helpen sinaasappelen terug in haar tas te doen. Heel even beroeren zijn vingers haar hand. Voor hem is dat genoeg. Voorlopig dan.

Weg met de diepgang!
Malèna is in de eerste plaats een coming of agedrama over de kracht van verbeelding en fantasie. Het verhaal draait om de obsessie van een puberjongen, maar net zo goed om de obsessie van een bijzonder kleinburgerlijk stadje aan zee. Wellicht een enigszins voorspelbaar verhaal, vol clichés over de Italiaanse volksaard. Maar ondertussen beweegt het bloedmooie titelpersonage, hoe eendimensionaal dan ook, zich onverminderd stijlvol in de mediterrane couleur locale. Passief, bijna zonder woorden. Als een vloek van schoonheid en eenzaamheid.

Niet voor niets mist de film gelaagdheid en diepgang (pas in de finale ontdekken we iets van Malèna’s karakter), want dat gemis is helemaal niet relevant. Puberjongens hebben niets met gelaagdheid en diepgang. Het enige dat telt zijn die onbekende spannende gevoelens die plotsklaps opborrelen, en waarvan je nooit genoeg kunt krijgen. Het mysterie van de opwindende vrouw, die hopelijk ook een keer zal hunkeren om bij jou te zijn. Die perfecte rondingen, die betoverende aanblik, de ultieme seksfantasie. Wie wil er nou de beweegredenen of de achtergrond van zo’n volmaakte vrouw doorgronden? Zij hoeft alleen maar aanwezig te zijn, meer niet! Of ze nu Dorothy, Malèna of Natasja heet.

 

MALÈNA KIJKEN: hier, hier en hier

 

Meer REWIND

Beanpole

****
recensie Beanpole

Meedogenloos leed

door Ralph Evers

Terwijl Leningrad herstellende is van een vreselijke oorlogstijd, zoeken de vriendinnen Masha en Iya troost en uitzicht bij elkaar. 

Als er één stad geleden heeft tijdens de Tweede Wereldoorlog is het wel Leningrad. De stad (tegenwoordig Sint-Petersburg) werd geteisterd door strenge winters en een aanhoudende hongersnood, die vele duizenden slachtoffers maakte. De trotse cultuurstad heeft met zijn noordelijke ligging een aanzienlijk nadeel tijdens bezettingen. Wanneer de eerste herfst na de oorlog aanbreekt, leren we Iya en Masha kennen. Beiden streden aan het front: Masha is zelfs tot aan Berlijn doorgestoten. Iya keerde terug met shellshock-symptomen, uitende in een vorm van epilepsie. Haar lichaam schokt en verstijft, haar ogen zijn leeg, als in een absence. Iya is zuinig met woorden en moet niet teveel mensen om zich heen hebben. Masha daarentegen lijkt vooral behoefte te hebben aan afleiding, dansen, uitgaan en behoudt afstand tussen de wereld en haar gevoelsleven.

Beanpole

Het lijkt er vooral op dat hun lichamen wedergekeerd zijn uit de oorlog, hun ziel is vooralsnog niet terug. Een schrijnend voorbeeld hiervan is wanneer Masha’s zoontje Pashka door een tragisch lotgeval met Iya komt te overlijden. Het lijkt haar nauwelijks te raken. In plaats van geraakt te zijn door dit immense verdriet is haar reactie zoals je die wel vaker ziet: dierbare dood? Neuken! Eros en Thanatos zitten knus naast elkaar op de sofa film te kijken en waar nodig te seksen. Take Me Somewhere Nice en Antichrist kenden ook een dergelijke reflex.

De ondraaglijke traagheid van de ellende
Wat de film gemeen heeft met Kantemir Balagovs eerste speelfilm Tesnota is het tempo. In Tesnota staat een ontvoering van twee Joodse mensen centraal tegen een achtergrond van financiële instabiliteit, religieuze conflicten en de worsteling van de jongere generatie met de oudere, traditionele generatie. In Beanpole (Dylda) is het sociale conflict vervangen door persoonlijke tragedies, tegen een achtergrond van collectieve ellende. Beide films hebben gemeen dat het tempo laag is.

Soms werkt dat wanneer er meer gezegd wordt door de context – de gezichtsuitdrukking en lichaamshouding (zoals lege ogen of een breekbaar lijf – maar niet altijd. De jonge Balagov (hij is pas 28) heeft nog te zoeken naar een afgestemde balans tussen tempo en emotie. Zowel in Tesnota als in Beanpole heeft de traagte nogal eens het effect dat je onthecht raakt van wat de mensen overkomt. Vermoedelijk het laatste wat de regisseur voor ogen heeft in het vertellen van dit aangrijpende verhaal.

Stijl
Wat opvalt aan Beanpole is de duidelijke keuze voor stijl. Ofwel een gouden, ofwel een gele gloed die over de film hangt, met daarbij de kleuren rood en groen opvallend aanwezig. Iya is veelal in het groen gekleed, een kleur die onder andere samenhangt met het nieuwe, frisse, jonge. Het gebruik van kleur en licht doet regelmatig denken aan de schilderkunst van Johannes Vermeer (zoals het beeld van Iya met hoofddoek in een keuken), Rembrandt van Rijn en bovenal Gerrit van Honthorst (een Caravaggist die speelde met kaarslicht zoals in zijn schilderij De Koppelaarster. Een stijl die chiaroscuro genoemd wordt).

Beanpole

Volgens Balagov is het gebruik van kleur voor de hand liggend. Uit de vele dagboeken die hij las om de film vorm te geven, kwam telkens naar voren dat – ondanks de akelige omstandigheden waarin de mensen zich bevonden – ze omringd werden door kleuren, die enige troost en sereniteit geven. En inderdaad in de film werken de kleuren schoonheidsbevorderend en geven de omgeving soms dat beetje extra verbeeldingskracht, zodat je als kijker wat kunt ontsnappen aan de ellende.

Waarom kijken?
Want grote kans dat je na het zien van deze film een bezwaard gemoed overhoudt. Het roept de vraag op waarom je hier naartoe zou gaan. De film is eigenzinnig genoeg, anders dan je gewend bent en toont een rauwheid die zelfs een onafhankelijke filmstudio en filmmaker uit bijvoorbeeld de Verenigde Staten niet gauw zou maken. Hoewel de film eindigt met een greintje verlossing (die in sommige onafhankelijke films uit de VS of Denemarken achterwege blijft, als een puberaal statement of iets dergelijks, zoals in Adam Wingards You’re Next of Von Triers The House That Jack Built) blijven de heftige gebeurtenissen, zoals de dood van Pashka, je nog lang bij.

Dit plus de bij tijden onnodige traagheid maakt Beanpole geen gemakkelijke zit. Dit Russische oorlogsdrama, met voldoende oogstrelende scènes, is in ieder geval wel gedurfd.

 

17 februari 2020

 

ALLE RECENSIES

Hidden Life, A

**
recensie A Hidden Life

Verrader of held?

door Cor Oliemeulen

Ook in zijn jongste film dompelt Terrence Malick de kijker onder in een uitvoerige visuele contemplatie. Wie The Tree of Life (2011) al niet trok, kan bij A Hidden Life maar beter onderduiken.

Al in de eerste minuten verraadt A Hidden Life de geliefde cameravoering van de Amerikaanse filmmaker Terrence Malick. Mooie plaatjes van de natuur, geschoten met een grote beeldhoek. De nerveuze camera die vaak naar de personages toe beweegt (en vice versa), een laag perspectief inneemt en de personages onbedoeld juist extra bewust van die camera maakt – alsof acteren een kunstje is. Het lijkt wel alsof iemand met een veel te dure camera een homevideo maakt.

A Hidden Life

Gevoelsimpressies
Een ander handelsmerk zijn de vele korte shots met non-verbale communicatie en lichaamstaal, want Malick maakt het plot (teveel) ondergeschikt aan cinematografie en montage. Iemand praat en ondertussen zien we beelden van andere, of eerdere scènes. Het is de overtreffende trap van de jump cut-techniek, waarbij het doel heilig is: een reeks van snel achter elkaar geplakte beelden geeft een gevoelsimpressie van de situatie weer, maar nog meer de emotionele staat van het personage: angst, vertwijfeling, trots. Met zo’n filmvisie is op zich weinig mis.

De stemmingsgevoelige montage, de keuze voor klassieke en religieuze muziek, de vaak fluisterende voice-overs met gedachten, existentialistische overpeinzingen en onnodig filosofisch gewauwel – alsook het gebruik van korte archiefbeelden voor de historische context – maken dat Malicks films kunnen worden gezien als een filmische vorm van humanitair expressionisme, met als doel om een betere, menslievende wereld te verwezenlijken. Ook dat is op zichzelf een nobel streven.

Het grote nadeel van deze cinematografische werkwijze is echter de extreem lange aanlooptijd naar een heel interessant thema, in het geval van A Hidden Life een duivels dilemma van de hoofdpersoon. Wie niet daarop wil wachten, kan beter pas na twee uur inhaken.

Conflict
Het conflict begint een klein beetje te broeien als de expansiedrift van Adolf Hitler langzaam het idyllische Oostenrijkse bergdorp binnendruppelt. Soms horen we wat vliegtuiggebrom in de lucht en op een dag lopen er soldaten met nazi-emblemen die collecteren voor oorlogsveteranen en hun gezinnen. De religieuze boer Franz Jägerstätter (August Diehl) is niet van plan om geld te geven aan het kwaad: mensen die andere mensen onderdrukken. Nu Oostenrijk zich heeft aangesloten bij Duitsland wordt iedere ingezetene geacht zich in te zetten voor de ‘goede zaak’.

Franz’ afschuw over de oorlog stuit echter op weerstand van de andere dorpsbewoners. Hij en zijn vrouw Fani (Valerie Pachner) worden met de nek aangekeken en zelfs de burgemeester en de priester kunnen de boer niet overtuigen. Wat wil je nou als koppige eenling bereiken? Bovendien is het je plicht aan het vaderland om te sympathiseren met het Derde Rijk. Maar in plaats daarvan ontstaat er bijvoorbeeld een vechtpartij op het land en worden de kinderen van de Jägerstätters door andere kinderen met stenen bekogeld.

A Hidden Life

Overpeinzingen
Dan ontvangt Franz een brief waarin hij wordt opgeroepen zich bij het leger te melden. Het gezin vlucht niet de bossen in, zoals Fani aanvankelijk voorstelt. Franz vervoegt zich bij het leger, waar hij vervolgens weigert zijn loyaliteit aan Hitler te betonen. Hij verdwijnt in de gevangenis, wordt regelmatig mishandeld en zal uiteindelijk voor de militaire rechtbank moeten verschijnen (let op de allerlaatste filmrol van Bruno Ganz). Met de detentie en de dreigende gewetensnood van Franz is het werkelijke verhaal van A Hidden Life begonnen. De cameravoering wordt minder nerveus, maar de filosofische en spirituele overpeinzingen nemen schrikbarend toe.

Franz vraagt God om hulp, licht en kracht. Hij kijkt in de hemel, maar er verschijnt niets of niemand vanachter de wolken. Hij schrijft heel veel brieven aan Fani en zij schrijft heel veel brieven terug, terwijl zij zelf thuis het land probeert om te ploegen. We horen hoe ze elkaar fragmenten vol levensvragen en tegeltjeswijsheden voorlezen. Zoals: het is beter onrechtvaardigheid te ondergaan dan je eraan schuldig te maken; we moeten geloven in de triomf van het goede, er kan immers niets slechts gebeuren met goede mensen; de natuur houdt geen rekening met de gevoelens van mensen; de vogels buiten hoeven niet te piekeren; de zon schijnt op zowel het goede als het slechte. En ten slotte de hamvraag: waarom hebt U ons geschapen?

A Hidden Life

Overkill
De overkill van het uitgesproken manoeuvreren tussen hoop en wanhoop begint uiteindelijk te irriteren. Je vraagt je af hoe een begenadigd cineast als Ingmar Bergman dat varkentje, in de helft van de tijd, zou hebben gewassen. “Doe wat goed is”, zegt Fani uiteindelijk, in de wetenschap dat ze Franz waarschijnlijk nooit meer zal zien.

Het opgelegde sentiment en de overbodige breedsprakigheid in deze kunstzinnige relikitsch van Terrence Malick verpesten de aandoenlijke principiële opofferingsgezindheid van het hoofdpersonage en belemmeren hiermee de weg naar een beklijvend existentieel drama. Dat is jammer, want Franz Jägerstätter is een (weliswaar naïeve) held die staat voor een wezenlijk principe. Ofschoon sommige inwoners van het Oostenrijkse bergdorp hem anno 2020 nog steeds als een verrader beschouwen.

 

3 februari 2020

 

ALLE RECENSIES

Cave, The

****
recensie The Cave

Opereren in Syrische grot

door Yordan Coban

Na de feestdagen is het misschien goed om even stil te staan bij de mensen die het niet zo gezellig hebben gehad de afgelopen tijd. Bij het bekijken van de documentaire The Cave doemt zich langzaam de verschrikking van oorlog aan het bewustzijn van haar toeschouwers op. Laten we in godsnaam hopen dat 2020 het jaar wordt dat de oorlog in Syrië ten einde komt.

De oorlog in Syrië kleurt nu al bijna het gehele decennium. Gruwelijk statelijk geweld van alle actoren der wereldpolitiek die zich actief bemoeien met het conflict, met voornamelijk één groep slachtoffers: de Syrische bevolking. In The Cave zien we de bombardementen van de Russische luchtmacht wiens bommen geen onderscheid maken tussen militaire targets en ziekenhuizen. Sterker nog, in de betreffende locatie in Ghouta, staat geen ziekenhuis meer overeind. De tragische realiteit in Ghouta is echter niet de uitzondering maar eerder de regel. Het enige werkende ziekenhuis is verborgen in een complex gangennetwerk onder de grond. Een gangennetwerk zo indrukwekkend, het fungeert als een waar monument van menselijke inventiviteit.

The Cave

Onverzettelijk
In de documentaire volgen we een groepje dokters en medewerkers die zich in de hel van Ghouta storten op verminkte en gebroken lichamen. Onzelfzuchtigheid stroomt door hun aderen, maar ook zij voelen dat ze langzaam ten onder gaan aan hun werk. Er komen dagelijks afgrijselijke vertoningen de grot binnen. Maar juist in het midden van dergelijke gruwelijkheid zien we een onverzettelijkheid bij de dienstverleners die zelfs in fictie onrealistisch zou lijken.

Een goede documentaire probeert de realiteit op cinematische wijze weer te geven, zonder afbreuk te doen aan diezelfde realiteit. The Cave lijkt soms in scène gezet, gesprekken lijken iets te camerabewust plaats te vinden. Toch leidt het nooit echt af van de essentie van de film: de horror van oorlog. Bijna alle documentaires zijn in zekere zin, min of meer, in scène gezet. Van belang is of voldoende recht wordt gedaan aan de realiteit die de documentaire belichten wil.

The Cave

Vrouwen
In The Cave gaat het sporadisch ook over vrouwenrechten. Zelfs in oorlogstijden zijn er mannen die de deskundigheid van een vrouwelijke arts in twijfel trekken. Het is frustrerend om te zien dat vrouwelijke artsen op deze manier een tweefrontenoorlog moeten voeren. De manier hoe tegen de vrouwelijke arts gepraat wordt, doet denken aan interacties uit films als Offside (2006) en Beauty and the Dogs (2017).

Vanaf 23 januari verschijnt een andere indrukwekkende documentaire over de oorlog in Syrië in de bioscoop, genaamd For Sama. Een documentaire die niet dezelfde productiekwaliteit heeft als The Cave, maar qua choquerende beelden wel degelijk van dezelfde gradatie is. Bij het zien van een mogelijk resultaat van statelijk optreden begint men zich toch af te vragen naar de legitimiteit ervan. Als de centralisatie van macht zich op deze weerzinwekkende manier vertoont, is die dan nog wel te rechtvaardigen?

Het zijn slechts de zinloze gedachtespinsels die de machteloze kijker uit wanhoop en frustratie produceert, om hetgeen The Cave ons toont te verwerken. Gedachtespinsels die met een harde knal uit de gedachte verdwijnen als het ontploffende vuurwerk van de overbuurjongen de ijzige stilte doorbroken heeft.

 

31 december 2019

 

ALLE RECENSIES

Jeugd van Ivan, De

****
recensie De jeugd van Ivan

Het gevecht van een twaalfjarige oorlogsheld

door Ries Jacobs

Nadat Duitsland in juni 1941 de Sovjet-Unie binnenviel, gaf Stalin opdracht om een strook van honderden kilometers Russisch grondgebied te ontruimen en plat te branden. Deze woestenij van verschroeide aarde en moeras is de setting van de eerste speelfilm van regisseur Andrej Tarkovski.

In het desolate gebied vinden Russische soldaten de twaalfjarige Ivan Bondarev. De mysterieuze jongen beveelt luitenant Galtsev om onmiddellijk nummer 51 te bellen omdat hij waardevolle informatie over Duitse stellingen zou hebben. De commandant neemt Ivan aanvankelijk niet serieus, maar de jongen is zo standvastig dat Galtsev toch belt.

De jeugd van Ivan

Nummer 51 is de codenaam van luitenant-kolonel Gryaznov. Beide mannen ontfermen zich als een vaderfiguur over oorlogswees Ivan, die een verkenner van het Russische leger blijkt te zijn. De door zijn oorlogservaringen zelfstandig geworden jongen zit hier niet op te wachten. Ivan wil geen vader, hij wil meehelpen om Moeder Rusland te bevrijden van de nazi’s. In zijn vastberadenheid vecht hij niet alleen tegen de Duitse bezetter, maar ook tegen de twee Russische officieren en zichzelf.

Stalinisme
Opvallend is de rol van Nikolay Burlyaev. Hij boetseert het karakter van de dappere en toch gevoelige oorlogswees Ivan tot een geloofwaardig en vol personage. De destijds pas vijftienjarige acteur spat werkelijk van het scherm. Opvallend is dat auteur Vladimir Bogomolov, op wiens boek Tarkovski de film baseerde, ook vijftien was toen hij in 1941 aan het front vocht. Bogomolov was overigens kritisch op de film. Hij vond dat de regisseur, die geen dag in een oorlog had gevochten, nooit kon uitdrukken wat er werkelijk aan het front gebeurde.

Toch was Tarkovski, evenals in zijn latere werk, standvastig over wat hij wilde vertellen. Zo verweefde hij een subplot in de film over verpleegster Masha, die onzedelijk bejegend wordt door een officier. Een dermate kritisch beeld van het Rode Leger was tijdens het stalinisme, nog geen tien jaar voor het uitkomen van De jeugd van Ivan onmogelijk. De regisseur maakte graag gebruik van de ruimte voor kritiek die tijdens het regime van Chroestsjov ontstond.

Gouden Leeuw
Evenals bij veel van zijn latere werk schreef de regisseur ook voor De jeugd van Ivan het script. Zaken die kenmerkend voor Tarkovski’s vertelstijl zouden blijken – eenzaamheid, de droomwereld, en de wil om te overleven – zien we al terug in deze eerste speelfilm. Het verhaal is met zijn flashbacks, het subplot en gaten in de chronologie niet gemakkelijk te volgen, maar Tarkovski speelt in zijn oeuvre nu eenmaal veelvuldig met de tijd en die aanpak is niet voor iedereen weggelegd.

De jeugd van Ivan

Het verhaal is soms taai, maar qua vormgeving laat Tarkovski al in deze film zien wat hij in zijn mars heeft. Met name de buitenscènes zijn visueel prachtig, met als hoogtepunt het moment dat Ivan zich in een waterput verstopt voor de oprukkende Duitsers. De camera bevindt zich onder het wateroppervlak, waarop zo nu een dan een druppel valt.

De jeugd van Ivan werd in eigen land een commercieel succes en kreeg ook aan de andere kant van het IJzeren Gordijn een enthousiaste ontvangst. De film won op het festival van Venetië een Gouden Leeuw en bezorgde Tarkovski bekendheid buiten de landsgrenzen. Het was de basis van een ruim twintig jaar durende carrière waarin de regisseur liet zien tot de besten van zijn generatie te behoren.

 

19 september 2019

 
MEER ANDREJ TARKOVSKI
 

ALLE RECENSIES

Promesse de l’aube, La

****
recensie La promesse de l’aube

Alles voor moeder en Frankrijk

door Cor Oliemeulen

De liefde van een moeder kan verstikken of leiden tot grote inspiratie. De Frans-joodse schrijver Romain Gary laveerde tussen deze twee uitersten. Hij presteerde vooral om de dromen van zijn moeder te verwezenlijken.

Niet alleen als bejubelde schrijver van ruim dertig boeken, maar ook als oorlogsheld en diplomaat ging Romain Gary de geschiedenisboeken in. De Franse regisseur Eric Barbier verfilmde zijn autobiografie La promesse de l’aube (De belofte van de dageraad) en richt zich voornamelijk op de relatie tussen de veeleisende moeder en de behagende zoon.

La promesse de l’aube

Excentrieke toewijding
De film begint in Mexico-Stad tijdens de Dag van de Doden als Gary in gedeprimeerde toestand met een zwachtel om zijn hoofd wordt aangetroffen, omdat hij denkt dat hij een tumor heeft en spoedig zal sterven. Van hieruit blikken we aan de hand van zijn autobiografie terug op zijn bewogen leven, in drie verschillende periodes (vertolkt door drie verschillende acteurs): zijn kindertijd in Oost-Europa, het volwassen worden in Frankrijk en de harde leerschool van de Tweede Wereldoorlog.

Met name het eerste deel is wat fragmentarisch. Eric Barbier moest kiezen uit de duizelingwekkend talrijke scènes in het boek, maar hij slaagt door middel van een chronologische verteltrant de tijdspanne van twintig jaar overzichtelijk en representatief te maken. Het leven van moeder en zoon blijkt te bestaan uit een aaneenschakeling van (on)mogelijkheden, (on)geluk, maar voor alles vechtlust en een excentrieke toewijding aan elkaar. Zoals zijn moeder bij haar zoon geen zwakte tolereert, zo verzwijgt zij haar suikerziekte.

Discriminatie en vernedering
Geboren als Roman Kacew in het toen nog Russische Vilnius verhuisde hij naar het Poolse Warschau waar haar joodse moeder Nina door hard werken haar best doet om de eindjes aan elkaar te knopen. Gebukt onder discriminatie en vernedering droomt zij van haar ideale land Frankrijk: de keuken, de stijl, de elegantie en de verleiding. “Mijn zoon wordt ambassadeur van Frankrijk en koopt later zijn pakken in Londen”, sneert zij naar de buurtbewoners, die haar uitlachen. “Dat moment bepaalde de rest van mijn leven”, zegt de kleine Romain die zichzelf belooft om zijn moeder te rehabiliteren en gelukkig te maken.

Nina wil dat hij een belangrijk iemand wordt, bijvoorbeeld een virtuoos violist, maar Romain tekent liever. Nee, kunstschilder onder geen beding, want dat zijn arme sloebers, kijk maar naar Vincent van Gogh die zelfmoord pleegde op zijn vijfendertigste. Dan maar literatuur. Romain moet geheel tegen zijn wil een bontjas dragen en als hij wordt gepest moet hij flink van zich afbijten. Volgens Nina zijn er drie redenen om te vechten: voor een vrouw, voor de eer van je moeder en voor Frankrijk – desnoods met gebroken botten of je dood als gevolg.

La promesse de l’aube

Beloofde land
Op zijn elfde emigreert het duo naar het beloofde land. Direct na aankomst in Nice blijkt Nina’s zakelijke instinct dat leidt tot het openen van een pension. Concurrentie qua aandacht duldt ze niet: als ze Romain in bed aantreft met een dienstmeisje, wordt die hardhandig uit huis gezet. Romains poging om zijn moeder te koppelen aan een huurder, een kunstschilder, mislukt. Het is vervolgens niet meer dan logisch dat Romain in Parijs rechten gaat studeren en zich ondertussen gaat bekwamen in het schrijversvak. Hij liegt over zijn vermeende succes, omdat hij zijn moeder nimmer wil teleurstellen. Op een dag zegt Nina dat hij naar Berlijn moet om Hitler te vermoorden, en na de capitulatie van Frankrijk moet Romain dan maar het land bevrijden, zodat zij vol aanzien over de boulevard van Nice kan paraderen.

La promesse de l’aube – in 1970 verfilmd door Jules Dassin met Melina Mercouri als de moeder – verveelt geen seconde omdat er veel noemenswaardige gebeurtenissen in verschillende landen moeten worden verteld. Dit kundig gemaakte opgroeidrama wordt gedragen door twee sterke hoofdrolspelers: Pierre Niney (Yves Saint Laurent, Frantz) als de gekwelde ziel en Charlotte Gainsbourg (Melancholia, 3 Coeurs) die eindelijk eens een keer overtuigt, zowel met haar ziekelijke obsessie voor haar zoon als haar Poolse accent. De rest van de cast figureert geheel in het teken van deze veel meer dan bijzondere relatie tussen moeder en zoon.

 

28 juli 2019

 

ALLE RECENSIES

Shadow

****
recensie Shadow

Een kunstwerk gehuld in grijstinten

door Michel Rensen

De Chinese grootmeester Zhang Yimou is terug met een visueel overdonderende film. Shadow is een waar kunstwerk dat sterk geïnspireerd is door traditionele Chinese schilderkunst. 

Nadat Zhang Yimou in de jaren 80 en 90 furore maakte met hoofdprijzen op grote filmfestivals verschoof zijn aandacht rond de eeuwwisseling naar de genrefilm. Na de flop van zijn mainstreamspektakel The Great Wall met Matt Damon, zoekt de Chinese regisseur in Shadow een tussenweg tussen het toegankelijke spektakel en de beeldende schoonheid die hij onder andere in Raise the Red Lantern en Hero al heeft laten zien. Het is zeer terecht dat hij met dit prachtige kunstwerk twaalf nominaties verdiende voor de Golden Horse Awards, de Chinese Oscars, en met vier beeldjes naar huis ging, voor beste regie, art design, kostuumontwerp en visuele effecten.

Shadow

Schaduw
In de derde eeuw is de stad Jing na een jarenlange oorlog in handen van de vijand gevallen. De koning van Pei, Zi Yu, wil het gesloten vredespact niet op het spel zetten, maar zijn generaal denkt daar anders over. Deze is echter ernstig verwond geraakt en fysiek niet in staat zijn oude rol te vervullen. Zonder weten van de koning heeft de generaal een dubbelganger (ook gespeeld door Chao Deng) zijn plaats laten innemen, terwijl hij in het geheim een plan smeedt om Jing terug te veroveren.

De film ontwikkelt zich tot een heerlijk machtsspel tussen de figuren aan het hof, maar schroomt niet ook klassenproblemen aan te stippen. De schaduw is een gewone burger die gedwongen wordt de rol van de generaal op zich te nemen, wetende dat zijn moeder gevaar loopt als hij het spel niet meespeelt.

Traditionele Chinese schilderkunst
In zijn ontwerp haalt Shadow sterke inspiratie uit traditionele Chinese schilderkunst in gewassen inkt. Met verschillende verdunningen van zwarte inkt worden vaak wonderschone landschappen in grijstinten geschilderd. Deze schilderkunst kenmerkt zich door het gebruik van suggestie. Bergen verdwijnen in het niets, enkel de omtrek van de berg wordt afgebeeld, waarna de kijker zich de rest inbeeldt. Water wordt vrijwel altijd weergeven door afwezigheid van inkt, maar voor de kijkers van het kunstwerk is het altijd duidelijk dat het water betreft. Het niet kleuren heeft net zo’n sterke expressie als het aanbrengen van de inkt.

Het vrijwel volledig in grijstinten gehulde setontwerp van Shadow heeft sterke overeenkomsten met deze traditie. De bergen die de stad Jing omringen verdwijnen in de mist, slechts de omtrek is zichtbaar. Deze techniek creëert zeer veel diepte in het landschap, hoewel je als kijker feitelijk de diepte niet kan waarnemen door de mist. Het is jammer dat de film vaak te snel wegsnijdt naar het volgende shot, waardoor je als kijker niet de kans hebt deze fenomenale shots als een schilderij te aanschouwen.

Shadow

Hangende, doorzichtige doeken creëren in het paleis op een vergelijkbare manier diepte. De personages bewegen zich tussen de verschillende lagen, waardoor in beperkte ruimtes veel diepte ontstaat. Ook in de kostuums is deze traditie op een inventieve manier doorgevoerd. De kleurloze gewaden van de personages lijken doordrenkt met inkt, een wirwar van grijstinten, enkel verstoord door het trage doorsijpelen van bloed.

Grijze moraal
Het is jammer dat de suggestiviteit niet in de vertelling van Shadow terugkomt. De motieven van en relaties tussen de personages worden meerdere keren en door verschillende karakters uitgelegd. De personages zijn geen van allen tot goed of slecht te definiëren en hebben allemaal een grijze moraal. Desalniettemin wordt alles ingekleurd en hoeft de kijker zelf de leegtes niet in te vullen.

Shadow neemt zijn tijd om alle schaakstukken op de goede plek te zetten en de regels nog eens grondig uit te leggen voor het actiespektakel losbarst. Het vereist wat geduld, maar een zeer inventief gebruik van multifunctionele metalen paraplu’s maakt het onvermijdelijke conflict tot een weergaloos spektakel. Waar het verhaal in creativiteit bij vlagen tekortschiet, maakt het visuele genot van Shadow een must see op het grootste scherm dat je kunt vinden.

 

13 mei 2019

 

ALLE RECENSIES

Anna’s War

****
recensie Anna’s War

De oorlog van een kind

door Tim Bouwhuis

Het allereerste shot van Anna’s War vertelt een verhaal op zichzelf. Het toont waar het in deze film uiteindelijk om gaat: de rauwe dialoog tussen dood en overlevingsdrang. Deze confronterende long take, een trage reis van de camera, markeert een omgeving die we eigenlijk niet willen zien, een waarheid die we niet kunnen kennen.

Een groep Oekraïense dorpsbewoners haalt de zesjarige Anna (Marta Kozlova) uit een Joods massagraf. Eenmaal gearriveerd bij een plaatselijk schoolgebouw, geannexeerd door de nazi’s en omgedoopt tot hoofdverblijf, laten de bevreesde locals het meisje aan haar lot over. “Als we haar aan de nazi’s geven, gaan ze misschien vragen stellen”, klinkt het. Na een grove tien minuten speeltijd heeft Anna zich verborgen in de kilte van een nis. Overleven kun je hier alleen in de schaduwen.

Anna's War

Verbeeld voortbestaan
In de obscure ruimtes van het schoolgebouw herinnert alles aan de dood. We zien een opgezette wolf, een plank vol gezichtsprotheses. Anna’s War maakt het moeilijk het woord ‘leven’ nog uit te spreken. En toch is dat het enige wat dit verwonderingswaardige kind op de been houdt. Zij kan niet meer, maar ze moét wel. Haar ‘acteren’ voelt nooit als acteren aan. Alsof de piepjonge Kozlova directe toegang heeft tot een andere werkelijkheid, waarin camera’s niet bestaan en de filmset daadwerkelijk een kooi is.

Het kind, de camera en de oorlog
De Russische filmmaker Aleksei Fedorchenko (Silent Souls, Angels of Revolution) is zeker niet de eerste die zich aan de verbeelding van kinderleed in oorlogstijd waagt. Wie voorbeeldige titels als Ivan’s Childhood (1962) en Come and See (1985) goed kent, kan zelf de parallellen met Anna’s War trekken en zich afvragen of (en zo ja, op welke manier) die laatste film ons helpt om die ongrijpbare verschrikkingen ook maar half te begrijpen. Wat voegt hij mogelijk toe, of kan een oorlogsfilm als deze überhaupt niets aan ons realiteitsbegrip bijdragen?

Net als haar veelgeprezen voorgangers wordt Anna’s War gekenmerkt door een ernst die de dreiging van exploitatie afhoudt. Tegelijkertijd blijft de onmacht van de filmmaker in zo’n verstikkend decor een terecht onderwerp van discussie. Oók wanneer we in ogenschouw houden dat Fedorchenko de desolate atmosfeer van de centrale filmlocatie tot in detail poogt te simuleren.

Anna's War

Het overleven voorbij
Terwijl ook die vragen vervagen, verstrijkt de tijd, tergend langzaam; Anna’s wereld is een continuüm, waarin ieder moment zich laat herleiden tot een eindeloos hier en nu. Fedorchenko werkt uitgesproken elliptisch, met trage fade-outs die scènes letterlijk doen uitsterven. Met het intreden van iedere volgende scène is het einde van de oorlog dichterbij, maar hoeveel tijd er nu echt verstreken is? We weten het niet.

Het enige wat vaststaat is dat we deelgenoot zijn – en blijven – van Anna’s delirium. Het is allesbehalve comfortabel om een jong meisje zo te zien aftakelen. Op den duur drinkt Anna zelfs de vloeistof die normaal bestemd is voor het reinigen van verfkwasten. Als de schaarste zo toeslaat, houden alleen voorzichtige beloftes de wereld nog overeind. Misschien kan die oorlog ooit eindigen – misschien is er ooit licht aan het einde van de tunnel.

 

30 april 2019

 

ALLE RECENSIES