Private War, A

**
recensie A Private War

Vrouw verslaafd aan oorlogsleed

door Cor Oliemeulen

Wat beweegt iemand haar leven te riskeren door in oorlogsgebieden menselijk leed te verslaan? In A Private War kunnen we het antwoord niet goed ontdekken, maar zien we wel een authentieke held.

Een liefdesbrief aan de journalistiek en een hommage aan een van de meest gevierde oorlogscorrespondenten van deze tijd, Marie Colvin (Rosamund Pike), die keer op keer haar leven op het spel zette om de harde waarheid te publiceren. Dat was de insteek van de Amerikaanse documentairemaker Matthew Heineman toen hij met A Private War zijn eerste speelfilm ging maken. Focus op betrouwbare nieuwsgaring is volgens hem noodzakelijk in deze tijd waarin feiten en nepnieuws als bijna vanzelfsprekend inwisselbaar zijn ter ere van politieke propaganda en persoonlijk gewin.

A Private War

Onverwoestbaar
Het biografische oorlogsdrama, dat in episodische gebeurtenissen toewerkt naar die fatale dag in 2012 in de totaal verwoeste en ontredderde stad Homs, zou je enigszins bevooroordeeld kunnen noemen. De Syrische president Bashar al-Sadat bombardeert niet alleen tegenstanders van zijn regime maar ook onschuldige vrouwen en kinderen, terwijl dubieuze handelingen van de geallieerden geheel buiten schot blijven. Heinemans keuze heeft echter weinig te maken met politieke propaganda, hij vertelt slechts het verhaal van de moedige, onverwoestbare, oorlogsverslaafde Colvin, die op haar beurt lijdende burgers een stem en een gezicht gaf. Die keuze is zowel het sterke als het zwakke aspect van A Private War.

Zuipend, kettingrokend en vloekend, ging de in Amerika geboren Britse oorlogscorrespondente van The Sunday Times soms ten onder aan haar eigen demonen. Altijd emotioneel betrokken, maar zonder vrees; althans minder bang dan de oorlogsslachtoffers, zoals ze zelf zei. Of het nu was tijdens schermutselingen tussen het Sri Lankaanse leger en de Tamil Tijgers waarbij ze door een granaatinslag het zicht van haar linkeroog verloor, bij de opgraving van een massagraf bij de Iraakse grens, een bomexplosie in Afghanistan of haar interview met een van de eerste politieke slachtoffers van de Arabische Lente, de Libische premier Moammar Gaddafi die door Marie Colvin uiterst confronterend in een interview wordt aangepakt en niet lang daarna naakt en bebloed op de grond ligt terwijl opstandelingen lachend selfies naast de doodgemartelde dictator maken.

Trauma’s
We zien ook Colvin worstelen met trauma’s, maar steeds moet ze van zichzelf (en soms van de krant) weer naar de frontlinie om schrijnende verhalen van onzichtbaar gebleven slachtoffers te vertellen. Niets van embedded journalism voor haar; als een peloton reporters in 2003 door het Amerikaanse leger wordt geïnstrueerd om tijdens de invasie van Irak in het kielzog van de militaire troepen te opereren, regelt de eigenzinnige Colvin op de achtergrond een freelance fotograaf die jarenlang zal fungeren als haar ‘tweede’ oog op het oorlogsleed en als tolk in de meest precaire omstandigheden.

Qua drama is A Private War geen slechte Hollywoodfilm, met weliswaar een voorspelbaar verloop en verstoken van noemenswaardige verrassingen. Rosemund Pike speelt een van haar meest geloofwaardige rollen, hoewel we haar eigen intense pijn nog meer hadden mogen voelen. Dan rest een weinig gecompliceerde geschiedenis van een vrouw die was verslaafd aan oorlogsleed en zich kennelijk verantwoordelijk voelde om de mensheid daarmee te confronteren. Een ware held(in) met het nobele doel de wereld beter te maken. Iemand die kon vermoeden dat ze in het harnas zou sterven.

Daarmee houdt de film op en mag de held terecht worden geëerd. Behalve als je meer over Colvins werkelijke drijfveren en persoonlijke achtergrond had willen weten. Samen met de eenzijdige blik op een cruciaal stukje wereldgeschiedenis blijft Heinemans speelfilmdebuut aan de fragmentarische en vlakke kant dat onvermijdelijk inspeelt op sentiment en onbehagen. Als iemand na afloop van de film geïnspireerd is om zich aan te melden als oorlogscorrespondent is dat natuurlijk mooi meegenomen.

 

22 maart 2019

 

ALLE RECENSIES

Donbass

***
recensie Donbass

De donkere realiteit van oorlog

door Ries Jacobs

Het Donetsbekken in het oosten van Oekraïne, ook wel Donbass genoemd, is in Nederland vaak in het nieuws. Hier werd op 17 juli 2014 vlucht MH17 van Malaysia Airlines neergehaald. Dit oorlogsgebied is het decor van de nieuwe film van regisseur Sergei Loznitsa.

Donbass bestaat uit een twaalftal min of meer losse verhalen, waaronder een routinecontrole bij een grenspost, een huwelijksceremonie die zowel luidruchtig als chaotisch is, een Oekraïense soldaat die op straat wordt beschimpt en meerdere situaties waarin opportunisten (tegen betaling) pro-Russische propaganda verkopen.

Donbass

Loznitsa brengt de realiteit van oorlog – onrecht, vluchtelingen, corruptie en machtsmisbruik – in beeld. Er wordt nauwelijks geschoten in de film, maar toch hangt er een constante spanning in de lucht. De regisseur maakt nauwelijks gebruik van kunstmatige decors en gebruikt weinig belichting, waardoor de beelden de ietwat grauwe tint hebben die je ook wel ziet op archiefbeelden uit de jaren tachtig.

Opsporing Verzocht
De in Wit-Rusland geboren en in Oekraïne opgegroeide regisseur zit niet graag stil. In de afgelopen twintig jaar maakte hij 25 films, waarvan het merendeel documentaires. Regelmatig graaft hij hiervoor in het Sovjetverleden, maar ook het Russisch-Oekraïense conflict inspireert hem. In 2014 maakte hij de documentaire Maidan over de protesten in Kiev tegen het regime van de pro-Russische president Viktor Janoekovytsj.

Waar Loznitsa’s film uit 2014 nog een boodschap van hoop was, heeft Donbass een donkerder karakter. De film toont een samenleving zonder wetten of moraal. De regisseur schotelt het publiek de beelden gortdroog voor, zonder opsmuk en met een minimum aan emotie. Het geheel heeft daardoor iets weg van een documentaire.

Dit is ook het gevolg van de onorthodoxe werkwijze van de filmmaker. Vrijwel alles in Donbass is direct gebaseerd op video’s die hij op sociale media tegenkwam. Veel van wat de kijker ziet, is min of meer echt gebeurd. Soms zijn de scènes bijna letterlijke kopieën zijn van wat Loznitsa op sociale media tegenkwam, welhaast te vergelijken met reconstructies die je op de publieke oproep ziet bij Opsporing Verzocht.

Donbass

Vlees noch vis
Loznitsa heeft niet de moeite gedaan om alles dat hij op sociale media vond in een verhaal te gieten, hoewel hij hiervoor voldoende geschikt materiaal heeft. In plaats daarvan koos hij voor een experimentele aanpak die het midden houdt tussen speelfilm en documentaire. Dit maakt de film tot iets dat vlees noch vis is. Donbass mist het verhalende van een speelfilm en het realisme en de duiding van een documentaire. Is een bepaalde scène echt gebeurd of is deze tijdens het maken van de film bewerkt door de regisseur? De kijker weet het nooit.

Onmiskenbaar kleurt Loznitsa de werkelijkheid door deze werkwijze. Een Russische filmmaker zou de militairen in het Donetsbekken juist als vrijheidsstrijders portretteren. Nu hoeft cinema natuurlijk niet objectief te zijn, filmmakers zijn immers geen journalisten. Bovendien weten weinig filmmakers het leven in een burgeroorlog zo realistisch weer te geven als Loznitsa met deze film doet. Na het zien van Donbass begrijp je beter waarom het onderzoek naar de vliegtuigramp uit 2014 zo stroef verloopt.

 

4 februari 2019

 

ALLE RECENSIES

Kom en zie

*****

recensie Kom en zie

Oorlogsfilm aller oorlogsfilms

door Ralph Evers

Het Eye Filmmuseum kocht onlangs Idi i smotri – de gerestaureerde versie wordt in Nederland uitgebreid als Kom en zie – aan van Mosfilm. De film uit 1985 geldt als één van de meest indrukwekkende oorlogsfilms ooit gemaakt. In de typisch aardse, onopgesmukte stijl van de Russen kunnen we de oorlog in al haar rauwheid beleven op groot scherm. Of je daar zin in hebt, is een tweede.

Waar veel oorlogsfilms een zekere mate van heroïek of romantiek kennen, kenmerkt Kom en zie zich vooral door het ontbreken hiervan. De film begint nog vrij idyllisch met een scheldende boer, tegen een weids land, die de twee in het zand spelende jongens oproept het gevaar niet op te zoeken.

Kom en zie

Wanneer Florya, onze protagonist, een wapen vindt, een SVT-40, bekruipt hem wel enige heroïsche fantasie. Al gauw sluit hij zich, zeer tegen de wens van zijn moeder, aan bij de partizanen. Dit lijkt aanvankelijk stoer. Jongensbravoure. Tot de oorlog zijn gezicht laat zien, een duizendkoppig monster met een onvervulbare necrofiele honger naar de ontzieling en vernietiging van het leven. Regisseur Elim Klimov, zelf op een eigengemaakt vlot gevlucht met z’n moeder en broertje tijdens de belegering van Stalingrad, putte uit deze jeugdgeschiedenis en de naziterreur in Rusland, om tot zijn apocalyptische oorlogsfilm te komen.

Oorlogshorror
Veel van de Vietnamfilms gelden als een kritiek op die oorlog en oorlog in het algemeen. Het oorlogsmonster consumeert niet alleen de huidige generatie, maar ook een of meerdere generaties daaropvolgend. Westerse WO II-films willen nogal eens heldhaftig zijn en slechts beperkt de gruweldaden tonen. Kom en zie daarentegen is zeldzaam gruwelijk. In het partizanenkamp leert Florya Rosa kennen en trekt er met haar op uit. Ze hebben wat lolletjes onderweg, leren elkaar wat beter kennen en misschien zelfs biedt die ontluikende vriendschap een medicijn tegen de aanstaande gruwelijkheden. Het is echter als onze uiterwaarden, doorgaans voldoende, doch bij werkelijk hoogwater een lachertje. Zo ook wanneer de oorlog met een eerste bombardement de film binnenrolt. Een sterke troef die Klimov hier speelt is dat de oorlog beleefd wordt door de ogen (en oren) van Florya. Een oorverdovende piep, die door hart en ziel snijdt is de eerste getuige van de komende oorlogshorror. Hierin is Kom en zie meedogenloos.

Het lot van Wit-Rusland, waar de film zich afspeelt, is de nazi-tactiek van de ‘verschroeide aarde’. In totaal werden 638 dorpen op die manier vernietigd. De titel is een verwijzing naar het zesde hoofdstuk van de Openbaring van Johannes, waarin de vier ruiters van de Apocalyps ten tonele verschijnen. Hierin worden verwijzingen gemaakt naar de dood en de hel.

Kom en zie

Kom en zie
Aan dood, verderf en een hel op aarde geen gebrek. Wanneer de realiteit Florya’s bewustzijn binnengeploft is, dwingt zijn ontreddering hem tot de primitieve overlevingsmechanismen van de mens. Wanneer hij terugkeert naar zijn ouderlijke dorp krijgen we de afgrijselijke wreedheid van de oorlog in alle registers te zien. Niet alleen in de psychische neergang van Florya, maar ook in de letterlijke kadavers van menselijke resten en de technocratische executies later in de film.

De film zal lang blijven napiepen. De traumatisch realistische beelden en de confrontatie met de zielloosheid van de oorlog, het gevangen raken in haar web en de heimelijke fascinatie, waardoor je blijft kijken. Het is een vreemde mix waar Russen een alleenrecht op lijken te hebben. Die gerichtheid op het aardse, de liefde voor modder en smerigheid, de zoektocht naar het menselijke in het lelijke en de traagheid van het lijden. Niet zozeer transcendent, maar immanent is het religieuze en het existentiële in de beeldtaal aanwezig.

Kom en zie, dit is de mens, dit hier, in haar lelijkheid en laagheid. Ook dit stuk verwoeste mens, eens een jongen genaamd Florya, die nu met een lege blik duizend meter in de verte tuurt naar het niets. Een verloren generatie, de tanden van de oorlog knaagden nog decennia door, het geweld stopte niet. De menselijke natuur kent een wreedheid die we liever niet zien. Kom en zie… dat eens onder ogen!
 

12 oktober 2018

 
MEER RECENSIES

Stalag 17

Stalag 17 mist volwassen en doordachte humor

Echo van de ‘grote’ Billy Wilder

door Ralph Evers

Hoe iets zinnigs te vertellen over deze film, terwijl het pas de tweede film is die ik van Wilder zie? De eerste die ik zag was Sunset Blvd. Hoewel voldoende vermakelijk, laat Stalag 17 een fletse indruk achter, een echo van de vermeende ‘grote’ Billy Wilder.

Jaren geleden zag ik La vita è bella van filmclown Roberto Benigni en dat is één van de vreselijkste filmervaringen die ik ooit had. Ik moest kort aan die film terugdenken toen ik Stalag 17 zag, vanwege het irritante personage Animal en de kekke stemmetjes van sommige acteurs. De irritatie sloeg toe en ergens ook een oordeel dat films over dit thema wel iets volwassenere, iets doordachtere humor kunnen gebruiken.

Stalag 17

In Stalag 17 lukt de komedie overigens wel een aantal keer. Men heeft tijdens het schrijven van het plot aan meerdere lagen gedacht, wat de film voldoende cachet geeft om te blijven kijken. Zo is met name het verraadplot leuk gedaan, al heeft de oplettende kijker al snel door hoe een en ander zit.

Personages inkleuren
Ik moest bij het kijken van Stalag 17 nog aan een andere film denken, zich afspelend in een gevangenenkamp met een ontsnapping. Eén van de spannendste films die ik ooit zag, omdat het zo realistisch lijkt te gebeuren: Un condamné à mort s’est échappé ou Le vent souffle où il veut van Robert Bresson. Het grote verschil tussen deze twee films is dat in de film van Bresson jij het personage kan zijn, terwijl Wilder zijn personages al inkleurt. Stalag 17 doet dan ook af en toe aan als een toneelvoorstelling, met z’n beperkte decor. Hetgeen overigens niet zo gek is, want de film is gebaseerd op het gelijknamige toneelstuk van Doald Bevan en Edmund Trzcinski.

Billy WilderStalag 17 was in zijn tijd erg succesvol. Wilder werd genomineerd voor een Oscar met deze film en William Holden won de Oscar voor beste mannelijke hoofdrol. De film draait om twee vrienden die proberen te ontsnappen, betrapt worden en doodgeschoten. De overgeblevenen vermoeden dat er een spion in hun midden is en met de cynische opstelling van sergeant Sefton is er snel een verdachte aangewezen.

Sefton stelde voor te gaan gokken of de vrienden hun ontsnapping zouden overleven en maakt veel winst met de uitkomst. Later is er een nieuwe gevangene, James Dunbar, die verdacht wordt van sabotage en daarvoor geëxecuteerd zal gaan worden. Men beraamt een nieuwe ontsnappingspoging voor om Dunbar uit handen van de SS te houden. Sefton is inmiddels bezig te onderzoeken wie wél de spion is.

Onbevredigend
Stalag 17, een afkorting van Stammlager, is een gevangenenkamp voor geallieerde piloten die boven Duits (bezet) grondgebied zijn neergeschoten. De condities waarin de gevangenen werden gehouden zijn vergeleken met veel andere kampen tijdens nazi-Duitsland, best wel oké. Al wordt over die situatie in deze film weinig bekend. Het kan overal zijn, zo gelijkmatig zijn de dagen en het gemoed van de personages. Dichtbij de barakken van de veelal Amerikaanse piloten is een barak vol Russische vrouwen, wat ruimte geeft voor wat vooroordelen over ‘die knappe Russinnen’ en de ‘foute communisten’ toch nog als lustobject enigszins positief in een Amerikaanse film kan passen.

Stalag 17

Dat de film uiteindelijk toch wel lekker wegkijkt, heeft ongetwijfeld te maken met enerzijds het vakmanschap van Wilder en anderzijds de goede plotuiteenzetting. Het zat blijkbaar al vroeg in het DNA van Hollywood dat films Amerikaanse helden en slimheid kennen en dat ze nauwelijks zwaar op de hand zijn. Zeker niet wanneer er prijzen gewonnen moeten worden of het commerciële succes de boventoon voert.

Het zwakt deze film voor mij af, doch past het in de lijn van ‘kampfilms’, van Amerikaanse makelij, die ik zag. Films vol historische onjuistheden en sprankjes hoop, hetgeen gedrochten als The Grey Zone en The Boy in the Striped Pyamas oplevert. Als Benigni zijn gedrocht niet gemaakt had, had ik kunnen zeggen dat Europeanen toch beter in dit genre zijn. Benigni is de uitzondering op die regel.
 

30 juli 2018

 

Deze film draait binnenkort o.a. in EYE Amsterdam. 

 

MEER BILLY WILDER

Vossenstreken in de woestijn

Oorlogsfilm Five Graves to Cairo vaak over het hoofd gezien

Vossenstreken in de woestijn

door Rob Comans

1941 – veldmaarschalk Rommel en zijn Afrika Korps richten hun pijlen op het Afrikaanse continent. De geallieerden lijden zware verliezen. In een vergeten uithoek van de Sahara wordt de strijd beslist. Aldus de ingrediënten voor het spannende, nagenoeg onbekende, WOII-spionagedrama van regisseur Billy Wilder: Five Graves to Cairo

In 1941, als de Blitzkrieg van de nazi’s een groot deel van Europa onder de voet heeft gelopen, begint veldmaarschalk Erwin Rommel aan de invasie van Noord-Afrika, een militaire onderneming waarin sterk wordt ingezet op de grote mobiliteit en slagkracht van het Duitse leger. De pantserdivisies van het Afrika Korps waarover hij de leiding voert zijn aanvankelijk veruit superieur aan de geallieerde troepen, resulterend in overwinningen in Libië, Egypte en Tunesië. Maar bevoorrading blijkt een probleem voor de Duitse veldmaarschalk, die vanwege zijn gedurfde strategieën ‘de Woestijnvos’ werd genoemd.

Five Graves to Cairo

Een gestage aanvoer van met name brandstof was essentieel voor de snelle opmars van Rommel’s tanks. De uitgestrekte, door honderden kilometers open woestijn lopende Duitse aanvoerlijnen waren kwetsbaar voor sabotage en aanvallen vanuit de achterhoede. Zonder brandstof veranderden de pantserdivisies van het Afrika Korps al snel in gemakkelijke doelwitten voor vijandelijke tanks. Dit zou bijdragen aan de uiteindelijke nederlaag van Rommel’s Afrika Korps, dat in 1942 tijdens de tweede slag om El Alamein definitief verslagen werd door veldmaarschalk Montgomery’s Achtste Leger.

WOII als achtergrond
Deze historische feiten nemen regisseur Billy Wilder en scenarioschrijver Charles Brackett als achtergrond voor hun spannende oorlogsfilm Five Graves to Cairo (1943), dat daarnaast gebaseerd is op het reeds in 1927 en 1939 als Hotel Imperial verfilmde toneelstuk van toneelschrijver Lajos Biró. Waar deze de gebeurtenissen in een klein hotel in het door de Russen bezette Oostenrijk tijdens WOI als uitgangspunt nam, verplaatsen Wilder en Brackett de handeling in het door hen geschreven scenario naar een hotel in de Sahara aan de rand van het fictieve Egyptische plaatsje Sidi Halfaya tijdens WOII.

Billy WilderHier raakt de Britse korporaal John J. Bramble (Franchot Tone) verzeild nadat de tankdivisie waarover hij het commando voert vernietigend wordt verslagen door Rommel’s pantsers. Nadat hij als laatste overlevende uit een doelloos door de Sahara koersende tank is gekropen en vele kilometers door het brandende zand heeft afgelegd, strompelt de militair het door een luchtaanval beschadigde Empress of Britain hotel binnen. De fysiek en mentaal uitgeputte Bramble waant zich in het Britse divisiehoofdkwartier en ‘meldt’ zijn nederlaag bij de Egyptische hoteleigenaar Farid (Akim Tamiroff) en het Franse kamermeisje Mouche (Anne Baxter), waarna hij instort.

Farid en Mouche weten de Britse officier ternauwernood te verbergen, voordat Duitse militairen het stadje bezetten en het hotel als hoofdkwartier in gebruik nemen. Niemand minder dan veldmaarschalk Rommel (Erich von Stroheim) en zijn rechterhand, de sadistische luitenant Schwegler (Peter van Eyck) nemen er hun intrek.

Strateeg
De aanwezigheid van de hoge Duitse officieren is allesbehalve toevallig. Rommel, als de meesterlijke strateeg die hij is, heeft ver vooruit gepland en daarom in de jaren voorafgaand aan de oorlog zijn spionnen, zich voordoend als Duitse archeologen werkend aan opgravingen, geheime brandstofdepots in de woestijn laten verbergen. Deze moeten Rommel’s pantserdivisies verzekeren van een snelle opmars naar Caïro en een totale overrompeling van de daar gelegerde Britse strijdkrachten.

Sidi Halfaya is gekozen als uitvalsbasis vanwege de gunstige ligging ten opzichte van deze depots. De sleutel tot de locaties van deze verborgen opslagplaatsen is even eenvoudig als geniaal: ze corresponderen met de vijf letters van het woord ‘EGYPT’ op Rommel’s stafkaart.

Wanneer Bramble weer op krachten gekomen is doet hij zich voor als één van de hotelkelners, een man met een klompvoet die tijdens een bombardement op het hotel omgekomen is. Deze man blijkt een Duitse spion te zijn geweest en het duurt niet lang voordat Bramble door Rommel, die zich niet bewust is van de deceptie, wordt gesommeerd om hem op de hoogte te brengen van de stand van zaken. Bramble is zich al snel bewust van de situatie en van de unieke mogelijkheid om Rommel’s plannen te dwarsbomen. Vanaf dat moment ontvouwt zich een spannend kat-en-muisspel tussen de vindingrijke Britse korporaal en de geslepen ‘Woestijnvos’ met als inzet het winnen of verliezen van de oorlog in Noord-Afrika.

Five Graves to Cairo

Troefkaarten
Five Graves to Cairo neemt binnen Wilder’s oeuvre een ondergewaardeerde plaats in. Toch heeft dit vaak over het hoofd geziene pareltje een aantal sterke troefkaarten in handen. Naast het intelligente, spannende en zeer op de toenmalige actualiteit toegesneden script (op het moment dat de film uitkwam was Rommel’s nederlaag in Noord-Afrika slechts een paar maanden oud), is dat het uitmuntende chiaroscuro-camerawerk (grote contrasten tussen licht en donker) van John F. Seitz.

Met name in de openingsbeelden van de eenzaam door de woestijn ploegende tank met haar dode bemanning, en het stuk gebombardeerde Empress of Britain hotel aan de rand van het stadje, maakt Seitz van de woestijnlocaties desolate, dreigende en vervreemdende plekken die desondanks toch exotisch aandoen. Geen geringe prestatie voor een geheel in de VS opgenomen film. Hoogtepunt vormt de confrontatie tussen korporaal Bramble en luitenant Schwegler, wanneer deze Bramble’s ware identiteit ontdekt. Deze krachtmeting, die zich tijdens een luchtaanval afspeelt, wordt door Seitz in diepe schaduwen gehuld wat de scène bijna ondraaglijk spannend maakt.

Narcistische ijzervreter
Hoogtepunt van de film is echter Erich von Stroheim, die als de arrogante, briljante veldmaarschalk Erwin Rommel de show steelt. Von Stroheim was bekend als de regisseur van meesterlijke films als Greed (1924), The Wedding March (1928) en Queen Kelly (1929), en had een reputatie als een veeleisende, sadistische, maar tevens geniale en visionaire vormgever. Als kampcommandant Von Rauffenstein speelde Von Stroheim al eerder een Duitse officier, in Jean Renoir’s La Grande Illusion (1937). Maar waar deze nog wel te porren was voor vreedzame co-existentie, hecht Von Stroheim’s Rommel geen waarde aan deze menselijke zwakheden.

De narcistische ijzervreter waant zichzelf superieur aan alles en iedereen, en probeert slechts geamuseerd vast te stellen of zijn tegenstanders zijn genialiteit kunnen begrijpen. Von Stroheim zal als de zichzelf vernederende butler Max von Mayerling opnieuw een rol vertolken in een film van Billy Wilder, ditmaal in het meesterlijke Sunset Boulevard (1950). Maar daar is zijn rol die van een discrete, op de achtergrond blijvende getuige. Gebruikmakend van Von Stroheim‘s  legendarische arrogantie, geeft Wilder hem in Five Graves to Cairo alle ruimte om te schitteren. Met als resultaat een onvergetelijke vertolking van een even verachtelijke als geniale man.

Afbreuk
Zo vakkundig geschreven, geacteerd en geregisseerd als Five Graves to Cairo is, telt de film toch een aantal kleine minpunten. Ten eerste is dat het onwaarschijnlijke gegeven dat de ‘Woestijnvos’ Rommel een Engelse kaart gebruikt om de locaties van de geheime depots op aan te geven, in plaats van een Duitse. Aangezien het Duitse woord ‘ÄGYPTEN’ zeven letters telt, zou dit de titel van de film in ‘Seven Graves to Cairo’ hebben veranderd. Misschien vond de studio ‘Five Graves’ beter klinken, of was men van mening dat het Amerikaanse publiek moeite zou kunnen hebben met het Duitse woord ‘Ägypten’. Of men vreesde dat de strijd om zeven begraven depots de handeling van de film teveel zou oprekken. Naar de ware reden voor de keuze voor het Engelse woord kan men slechts gissen, maar onwaarschijnlijk blijft het.

Five Graves to Cairo

Daarnaast is de typering van de personages soms wat stereotiep: Rommel en Schwegler zijn kille, arrogante technocraten; korporaal Bramble is een vindingrijke Britse underdog; de Française Mouche is fel anti-Duits en vaderlandslievend; de Egyptische hoteleigenaar Farid is een passieve onnozelaar. Zeker in vergelijking met latere films van Wilder zoals Double Indemnity (1944), The Lost Weekend (1945), Sunset Blvd. (1950) en Ace in the Hole (1951) is de karaktertekening in Five Graves… nogal aan de vlakke, eendimensionale kant.

Tot slot doet het feit dat de uiteindelijke nederlaag van Rommel al bekend is ook enigszins afbreuk aan de spannende plot.

Blijk van veelzijdigheid
Maar het zijn uiteindelijk slechts kleine gebreken in een film die binnen Wilder’s oeuvre vaak vergeten wordt. Ten onrechte, want Five Graves to Cairo blijft nog steeds prima overeind in vergelijking met andere exotische, al dan niet in een woestijn gesitueerde, klassiekers zoals Casablanca (1942), Ice Cold in Alex / Desert Attack (1958), They Came to Cordura (1959), Lawrence of Arabia (1962) en The Flight of the Phoenix (1965).

Als blijk van zijn veelzijdigheid als regisseur en zijn beheersing van diverse genres is het daarom zeer passend dat Five Graves to Cairo deel uitmaakt van het Billy Wilder-retrospectief dat deze zomer in filmmuseum EYE gehouden wordt.
 

18 juli 2018

 
MEER BILLY WILDER
 
 
MEER ESSAYS

Bankier van het verzet

***

recensie Bankier van het Verzet 

Held zonder faam

door Alfred Bos

Tijdens de Tweede Wereldoorlog verzon bankier Walraven van Hall, met instemming van de Nederlandse regering in Londen, trucs om het verzet tegen de Duitse bezetter te financieren. Hij betaalde met zijn bloed.

Zwervers zitten dagelijks bier te slurpen in het parkje aan het Frederiksplein in Amsterdam, tegenover de Nederlandsche Bank. Aan hun voeten, bij de fontein, ligt een bronzen boom, een gevelde reus. Het is een monument voor Walraven van Hall, de bankier die tijdens de Tweede Wereldoorlog de financiering van het verzet organiseerde. Van Hall heeft het einde van de oorlog niet gehaald; zijn illegale bank, het Nationaal Steunfonds, wel. Dat had na de oorlog nog 22 miljoen guldens in kas. Daar werd in 1956 het Nationaal Monument op de Dam mede van betaald.

Bankier van het Verzet 

Barry Atsma speelt Walraven (‘Wally’) van Hall in de film die Joram Lürsen over de lang vergeten oorlogsheld heeft gemaakt. Bankier van het Verzet maakt duidelijk dat Hollandsche preutsheid – je kunt het ook schijnheiligheid noemen – de reden is geweest waarom Van Halls rol in het verzet lange tijd is verzwegen. De Nederlandsche Bank had, via Van Hall, ‘fraude gepleegd’ en dat kon natuurlijk niet, werd zijn broer Gijs na de oorlog door een geheime commissie duidelijk gemaakt. Gijs van Hall werd in 1957 benoemd tot burgemeester van Amsterdam. De boom voor zijn broer stamt uit 2010.

Abstract drama
Gijs van Hall, vertolkt door Jacob Derwig, is de verteller van Bankier van het Verzet. Zijn gesprek (interview? ondervraging?) met de naoorlogse commissie vormt proloog en epiloog van het verhaal over de broers en hun schaduwbank dat als lange flashback wordt verteld. Gijs, de oudste van de twee, is de serieuze; Wally meer onbezorgd, brutaler ook. Hun nemesis is de NSB-er Rost van Tonningen (Pierre Bokma), president van de Nederlandsche Bank onder wiens toezicht Nederland door de Duitsers werd aangeslagen voor de kosten van de bezetting. Hij viel op 6 juni 1945 te pletter in de gevangenis van Scheveningen. Zelfmoord?

De broers Van Hall en Rost van Tonningen zijn de voornaamste dramatis personae in een film die over iets abstracts gaat, geld. Of eigenlijk: boekhouding. Dat is een lastig uitgangspunt voor een dramatisch verhaal en dat drama moet dus ergens anders vandaan komen, spectaculaire acties bijvoorbeeld: overvallen, arrestaties, dat werk. Of persoonlijk conflict, afscheid, verraad.

Het zit in de film, maar het blijft schetsmatig; meer panorama dan scène. Er flikkert iets van koud vuur in de meest opzienbarende episode: de grootste bankroof uit de Nederlandse geschiedenis. Maar ook die gebeurde in het geheim, niet met ratelende mitrailleurs en gierende autobanden. De grap is dat de bank niet eens doorheeft dat ze is getild.

Bankier van het Verzet 

Tv-serie
Joram Lürsen (Alles is Familie, Publieke Werken, Het Verlangen) gebruikt veel close-ups. Het wekt de indruk dat de twee uur durende, mede door de EO gefinancierde film naar het voorbeeld van Riphagen volgend jaar, rond 4 mei wellicht, als miniserie op de Nederlandse beeldbuis zal worden vertoond. In dat medium valt mogelijk minder op dat Jacob Derwig – een uitstekend acteur – op het filmdoek moeite heeft om zijn theaterdictie af te schudden. Dat toneelmatige toontje had hij ook in zijn vorige film met Lürsen, Publieke Werken.

Met enkele merkwaardige anachronismen doet de film, die loopt van februari 1942 tot de hongerwinter en Wally van Halls executie aan de oever van de Haarlemse Spaarne op 12 februari 1945, een knieval aan de eigentijdse kijkers. Zouden hoge meneren in 1943 het woord ‘carrièreswitch’ in de mond hebben genomen? Of een jochie van zeven zijn pa hebben getutoyeerd? Het beste aan Bankier van het Verzet is dat de film er is.

 

6 maart 2018

 
MEER RECENSIES

Darkest Hour

**

recensie Darkest Hour

Fantastische rol, matige film

door Alfred Bos

Gary Oldman excelleert in een speelfilm over de eerste weken van Winston Churchill als leider van de Britse regering. In mei 1940 was Engeland niet klaar voor een oorlog met Duitsland. Taal was Churchills enige wapen.

Winston Churchill was 65 jaar oud en had al een roerig leven in de Engelse politiek achter de rug toen hij op 10 mei 1940 aantrad als eerste minister van het Verenigd Koninkrijk. Diezelfde dag vielen de troepen van Hitler Nederland en België binnen. De Blitzkrieg was ongekend succesvol, twee weken later stonden de Duitsers op het punt het Britse leger in Frankrijk bij Duinkerke in zee te drijven. De oorlog leek verloren eer hij nauwelijks begonnen was.

Darkest Hour

Darkest Hour toont Winston Churchill in de weken tussen zijn aantreden als eerste minister en zijn befaamde ‘we shall fight on the beaches’-toespraak in het parlement van 4 juni, nadat 300.000 Britse soldaten van het strand van Duinkerke waren gered. Dat wapenfeit, Operatie Dynamo, was vorig jaar het onderwerp van Christopher Nolans Dunkirk. Daarin is Churchill alleen te horen, in Darkest Hour is hij in iedere scène in beeld. Beide films zijn genomineerd voor meerdere BAFTA’s, de Britse Oscars, en Gary Oldman kan de prijs voor de beste mannelijke hoofdrol nauwelijks ontgaan. Zijn vertolking van Churchill is fenomenaal.

Iconische sigaren
En toch overtuigt de film niet. Het eerste probleem is het script van Anthony McCarten. Diens scenario voor de Stephen Hawking-biopic The Theory of Everything miste dramatische diepgang en al biedt het eveneens waargebeurde verhaal van Darkest Hour drama te over, beklemmend zijn deze donkere uren nimmer. De confrontatie met Churchills voornaamste tegenstrever en gedoodverfde opvolger als premier, de minister van buitenlandse zaken Lord Halifax (Stephen Dillane), mist het venijn van kampende aartsrivalen.

Wat stoort, omdat Halifax via Mussolini wil onderhandelen met Hitler en Churchill pertinent weigert. Die wil vechten, al is Engeland nauwelijks voorbereid op een gewapend conflict. Churchills onverzettelijkheid, zie de ‘we shall fight on the beaches’-rede, vormt het hart van zijn rol – en belang – als leider in oorlogstijden. Dat drama vervliegt als de rook van Churchills iconische sigaren, wellicht ook omdat het verhaal exclusief vanuit Churchills positie wordt verteld en de intrige achter de schermen goeddeels buiten beeld blijft.

Darkest Hour

Depressies
Bovendien is regisseur Joe Wright (Anna Karenina) geen Steven Spielberg. Zijn forte, intimiteit op privé-niveau, staat ver af van het drama op wereldschaal van Darkest Hour. De huiselijke scènes tussen de bullebak met een afkeer van autoriteit en zijn vrouw Clemmie (Kristin Scott Thomas, onlangs nog te zien in The Party) hadden als contrapunt kunnen fungeren, maar blijven karikaturaal. Zoals alle historische personages buiten Churchill bijrollen blijven. Het typeert de dramatische zwakte van de film.

Het best uit de verf komt Churchills relatie met de stotterende, hier lispelende koning, George VI (Ben Mendelsohn). In elkaar herkennen ze zichzelf: mannen die zich bewust zijn van hun tekortkomingen, maar door omstandigheden gedwongen om boven zichzelf uit te stijgen. Churchills beruchte black dog, de periodes van depressie die hem zijn leven lang hebben geplaagd, komt evenwel uit de lucht vallen en blijft als drama-gegeven onbenut.

Hollywood-fictie
Ronduit ridicuul in een speelfilm die het historische gegeven benadrukt met schermgrote dagaanduidingen is de fictieve underground-scène. Op weg naar het parlement om zijn ‘we shall fight on the beaches’-toespraak af te steken stapt Churchill uit de limousine en reist het laatste stuk met de metro. Daar vraagt hij gewone Londenaars naar hun mening: vechten of onderhandelen? Vechten, zeggen ze allemaal en Churchill noemt elk bij naam in zijn historische rede.

Dat ergerlijke staaltje Hollywood-fictie is regelrechte geschiedvervalsing, van A tot Z sprookjesromantiek. Churchill stapte op 4 juni 1940 niet in de metro, de bevolking was niet strijdbaar maar doodsbenauwd en in het Londen van 1940 liepen geen West-Indische Gemenebest-onderdanen rond, al helemaal niet in een openlijke liefdesrelatie met een blanke vrouw. Die politiek correcte Disney-fantasie kost een ster.

Darkest Hour

Talent voor taal
Churchills talent was taal – in 1953 kreeg hij de Nobelprijs voor zijn geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog – en de drie historische toespraken waarmee hij de Britten geestelijk voorbereidde op een overlevingsoorlog, vormen het hart van Darkest Hour. Die zijn van Shakespeareaanse allure en Gary Oldman brengt ze navenant.

Darkest Hour is in feite een film over de kracht van taal, want Churchill, niet populair en leider van een land zonder bondgenoten of leger (wat er restte was uit Duinkerke gered), had niets anders tot zijn beschikking dan karakter en taal. Zoals de Amerikaanse radiojournalist Edward R. Murrow na Churchills toespraak van 4 juni opmerkte: “He mobilized the English language and sent it into battle”. Dat is de kortst denkbare samenvatting van dit eerbetoon aan een Brits monument.

Winston Churchill is de hoofdpersoon van menige speelfilm, docudrama of tv-serie. Afgelopen jaar nog speelde Brian Cox de man met de sigaar en het V-teken in Churchill van Jonathan Teplitzky, gesitueerd aan de vooravond van D-Day. Die heeft de Nederlandse bioscoop nooit gehaald. Darkest Hour is na Dunkirk tevens de tweede film binnen een jaar, het jaar na de Brexit, die de eilandmentaliteit van de Britten schetst. Dramatischer setting is nauwelijks denkbaar, maar buiten Oldhams Churchill blijven personages en drama flets. Dan is Durnkirk, veel bekritiseerd om zijn gebrekkige karaktertekening, toch een stuk enerverender.
 

16 januari 2017

 
MEER RECENSIES

Insyriated

*****

recensie Insyriated

Verborgen leed in Syrisch conflict

door Cor Oliemeulen

Bij de oorlog in Syrië zien we vooral verwoeste steden en vluchtelingen. Maar hoe is het gesteld met de burgers die gevangen zitten in hun eigen woning? Het ijzersterke claustrofobische drama Insyriated geeft een gezicht aan mensen die in extreme omstandigheden extreme keuzes moeten maken.

De burgeroorlog in Syrië heeft honderdduizenden mensen het leven gekost en meer dan zes miljoen mensen zijn op de vlucht geslagen. Al die ellende zorgt cynisch genoeg voor een indrukwekkende hausse aan documentaires (o.a. The White Helmets) en speelfilms (o.a. City of Ghosts). Insyriated, winnaar van de Publieksprijs van de Berlinale, richt zich niet op het slagveld, maar op de situatie binnen de vier muren van een flatwoning waar een wanhopige familie zich noodgedwongen heeft afgesloten van de buitenwereld.

Insyriated

Sluipschutter
Na zijn regiedebuut Le jour où Dieu est parti en voyage (2009) over de genocide in Rwanda maakte de Belgische cinematograaf Philippe Van Leeuw een beklemmend, intiem portret van mensen die gevangenen in hun eigen woning zijn. Terwijl buiten bijna zonder oponthoud geweervuur en explosies klinken, zijn binnen de gordijnen dicht en is de deur gebarricadeerd. De claustrofobische sfeer wordt versterkt door enkele tragische gebeurtenissen en het magnifieke camerawerk van Virginie Surdej (o.a. Wolf and Sheep). Insyriated speelt zich geheel af in de kleine flat en toont een etmaal uit het dramatische leven van de bewoners, wier doen en laten worden bepaald door de extreme omstandigheden en die slechts kunnen dromen dat de oorlog ooit ophoudt.

Dat geldt zeker voor de inwonende Samir en Halima (Diamand Bou Abboud) die een baby hebben en in een staat van onzekere opwinding besluiten om nog vanavond te vluchten, met als doel om Frankrijk te bereiken. Terwijl Halima alvast een koffer inpakt, gaat Samir tegen haar wil nog even naar buiten om wat te regelen. De huishoudelijke hulp, Delhani, kijkt op dat moment uit het raam en ziet hoe Samir door een sluipschutter wordt geveld. Zij vertelt het direct aan de vrouw des huizes, Yazan (Hiam Abbas), maar die besluit gedecideerd dat Delhani haar mond moet houden, want zij wil haar familie niet in gevaar brengen.

Insyriated

Kwelling
Wat volgt is de kwelling van Delhani die het geheim met niemand mag delen en de tweestrijd van Yazan die ziet hoe Halima angstvallig wacht op de terugkomst van Samir, die ze ook niet met haar mobieltje kan bereiken. Ondertussen neemt de dreiging van buiten toe, zodat het genoemde gezelschap, samen met Yazans schoonvader, haar drie kinderen en de vriend van haar oudste dochter, soms moeten schuilen onder tafels of in de keuken. Het regelmatige bonzen op de deur door enkele dreigende mannen en het tumult in de woning boven hen werken danig op de zenuwen van zowel de bewoners als de kijkers. En dan gaat het ook binnen plotseling mis.

De film is niet alleen technisch knap gemaakt, maar is vooral een noodzakelijk document over de vergeten groep van al die gewone, vreedzame burgers wiens levens dag in dag uit worden geterroriseerd door machtswellustelingen. Daarbinnen zien we een doortastend psychologisch drama met en tussen twee krachtige vrouwen: Yazan, die haar kinderen niet wil opofferen om Samir te redden en tegelijkertijd kapot gaat van binnen. En Halima, die twee extreme situaties op één dag moet verwerken en waarschijnlijk alles zal blijven proberen om deze Syrische hel ooit te kunnen ontvluchten. Insyriated bewijst dat er geen bakken met geld nodig zijn voor het maken van pure, geloofwaardige cinema.
 

17 november 2017

 
MEER RECENSIES

HHhH – The Man with the Iron Heart

**

recensie HHhH – The Man with the Iron Heart

Het blonde beest speelt viool

door Alfred Bos

De aanslag op nazileider Reinhard Heydrich, Hitlers hoogste man in Tsjechië, is gevonden vreten voor makers van spionage, actie en oorlogsfilms. Maar aan de Franse regisseur Cédric Jimenez lijkt het nauwelijks besteed.

Reinhard Heydrich is de archetypische nazi. De gedoodverfde opvolger van Hitler stond bekend als ‘de slager van Praag’ en ‘het blonde beest’; Hitler zelf noemde hem ‘de man met het hart van staal’. Hij was de hoogste leider van de SD (Sicherheitsdienst, de inlichtingendienst van de nazi’s) en de architect van de Endlösung, de systematische vernietiging van Joden en andere ‘ongewenste elementen’. Hij stierf op 4 juni 1942 in Praag aan de gevolgen van een aanslag die negen dagen eerder was gepleegd door twee Tsjechische spionnen.

HHhH - The Man with the Iron Heart

Heydrich was de hoogste nazi in het bezette Tsjechië en de geslaagde aanslag was een groot succes voor de geallieerden – de enige succesvolle poging om een nazi-kopstuk te elimineren – maar de Duitsers namen gruwelijk wraak op de lokale bevolking. De dorpen Lidici en Ležáky werden uitgemoord en in brand gestoken; Lidici letterlijk met de grond gelijk gemaakt. Over het strategische belang van Operatie Anthropoid, de codenaam van de operatie, en de impact op het verloop van de Tweede Wereldoorlog verschillen historici van mening. Eén ding is zeker: Hitler moest op zoek naar een nieuwe kroonprins.

Himmlers Hersens heten Heydrich
Al tijdens de oorlog werd er in films verwezen naar de aanslag, als eerste door Fritz Lang in Hangmen Also Die! (1943). Ook na de oorlog is het verhaal van de moord op Heydrich en de twee Tsjechische soldaten die door de Engelsen in de Bohemen werden gedropt, Jan Kubiš en Jozef Gabčík, diverse malen verfilmd. Atentát van de Tsjechische regisseur Jiří Sequens opende in 1964 de reeks.

Vorig jaar nog maakte de Engelsman Sean Ellis (Metro Manilla) het niet in Nederland uitgebrachte Anthropoid. HHhH – The Man with the Iron Heart van de Fransman Cédric Jimenez is gebaseerd op het gelijknamige succesboek van de Franse schrijver Laurent Binet. Dat was tevens de bron van de documentairereeks Himmlers Hersens heten Heydrich, eerder dit jaar uitgezonden door de VPRO.

Jimenez graast met HHhH op afgekloven weiden. Deze Belgisch-Franse coproductie compenseert dat met gekende acteurs in de hoofdrollen: Jason Clarke als Heydrich, Rosamund Pike als diens loyale en politiek bewuste echtgenote Lina, geboren Von Osten, en Stephen Graham als Himmler. In de internationale rolbezetting vinden we Barry Atsma terug in een minieme bijrol als SS-commandant. De film is dus voer voor het spelletje Spot The Barry (voorlaatste entry: The Hitman’s Bodyguard).

Overgestileerde videoclip
De voorgeschiedenis, omstandigheden en historische details zijn complex en HHhH vertelt het verhaal wel zo overzichtelijk, maar ook een beetje stijf, in drie delen: Heydrich, de daders en hun handlangers, en de aanslag plus nasleep. Heydrich zelf blijft een raadsel: zijn loopbaan wordt in vogelvlucht aangestipt, zijn motieven blijven onduidelijk, zijn karakter is geschetst in grove clichés. De man is een artistiek aangelegde estheet (hij speelt viool met zijn familie) én een calculerende fijnslijper. Clarke kan het personage ook nauwelijks reliëf geven, want de regisseur vertelt via beeld, niet via dialoog die exposé en psychologie uitdiept.

HHhH - The Man with the Iron Heart

De beelden zijn pseudo-artistiek op een nietszeggende manier, gefilmd met lens flare, vaak via spiegels en in veel onnodige close-ups die diepgang suggereren maar de kijker geen overzicht, laat staan inzicht bieden. Opmerkelijk genoeg is het portret van Heydrichs vrouw Lina nog het meest geslaagd: Pike zet haar neer als een ambitieuze Macher, de sterke vrouw achter de carrièreman. Wat ook niet helpt is dat Kubiš en Gabčík, de twee Tsjechische verzetshelden (gespeeld door respectievelijk Jack O’Connell en Jack Raynor), zoveel op elkaar lijken dat het broers hadden kunnen zijn. Misschien is dat het punt, maar niet bevorderlijk voor de inleving van de toeschouwer.

Aan een onderwerp zo rijk aan drama als leven en dood van het meest beruchte nazi-monster valt meer te beleven dan het fletse docu-drama dat Cédric Jimenez opdient. Deels gefilmd in de nerveuze stijl van de smartphone-filmpjes op YouTube probeert HHhH te behagen waar hij de kijker naar de strot had moeten grijpen. Dat een aantal details rond de aanslag zelf zijn verzonnen, is de regisseur vergeven. Dat hij uit dit brisante materiaal slechts een overgestileerde videoclip van twee uur weet te destilleren, mag je hem aanrekenen. Wie een meer beklijvende film over de aanslag op Heydrich wil zien: ga op zoek naar Anthropoid.
 

10 oktober 2017

 
MEER RECENSIES

Dunkirk

*****

recensie Dunkirk

De Brexit van 1940

door Alfred Bos

Christopher Nolan verfilmt het oorlogsdrama over de omstreden evacuatie van de British Expeditionary Force uit het Noord-Franse Duinkerke, in de laatste meidagen van 1940, als een caleidoscopische vertelling.

De openingsminuten maken direct duidelijk dat Dunkirk, de tiende speelfilm van Christopher Nolan, geen oorlogsverheerlijkend bravourestukje is. Britse soldaten rennen door de straten en tuinen van Duinkerke om te ontkomen aan Duits spervuur. Van de ploeg weet alleen Tommy (de debuterende Fionn Whitehead) de Franse linie te bereiken. De kijker leert in luttele minuten: dit is geen heroïsche strijd, hier proberen mensen onder extreme stress te overleven.

Dunkirk

In de laatste week van mei 1940 dreigde het Britse leger dat in Frankrijk hielp de Blitzkrieg te weerstaan door de Duitse invallers in zee te worden gedreven. Het was een precair moment in de openingsweken van de Tweede Wereldoorlog. Nederland was al gevallen, Frankrijk kraakte in zijn voegen en toen op 28 mei België capituleerde, zaten zo’n 200.000 Britse soldaten vast op het strand van Duinkerke. Ze werden in een week tijd door een vloot van Britse, Belgische en Nederlandse vissersboten naar Engeland verscheept.

Nolan toont het drama van Operation Dynamo, zoals de reddingsoperatie officieel heet, via drie verhalen die elkaar aanvullen en via briljant spel met montage en tijd gaandeweg versmelten. Het is een geraffineerde aanpak – Nolan tekende ook voor het script – die de vaart er in en de spanning op kook houdt. Niet de strategie of het verloop van de oorlogshandelingen staat centraal, maar het persoonlijke drama van de betrokken militairen. De regisseur heeft slechts één uur en drie kwartier nodig om de logistieke monsteroperatie in de kern te raken. Dunkirk telt geen grammetje vet, iedere seconde is raak.

Dunkirk

Te land, ter zee en in de lucht
Op het strand annex kerkhof volgen we Tommy en diens toevallige maat Alex (One Direction-zanger Harry Styles in zijn filmdebuut) als mieren in de massa Britse soldaten die dienen als schietschijf voor de oppermachtige Luftwaffe. Door het Nauw van Calais koerst de Britse plezierboot Moonstone naar Duinkerke, met aan boord meneer Dawson (Mark Rylance), zijn zoon, diens vriend en een uit het water geviste soldaat met PTSD (Cillian Murphy). Zijn evacuatieschip is door de Luftwaffe naar de haaien geschoten en dat dreigt nogmaals te gebeuren.

Boven het Kanaal gaat een drietal Spitfires (met vaste Nolan-acteur Tom Hardy als piloot Farrier en Jack Lowden als piloot Collins) de ongelijke strijd aan met de Messerschmitt-jagers en Henkel-jachtbommenwerpers die zich als wolven op elke boot met evacués storten. Die dog fights, gezien vanuit de Britse cockpits, horen tot de enerverendste momenten van de film (die tevens in een IMAX-versie draait). Naast de vijand moeten de Spitfire-piloten de naald van hun brandstofmeter in het oog houden.

Dunkirk

Claustrofobische close-ups
Met die drie verknoopte verhaallijnen maakt Nolan een reeks aspecten van het Duinkerke-drama zichtbaar en vooral invoelbaar. De verwoestende uitwerking van de Junkers-duikbommenwerpers; de enormiteit van de taak waar de Britse marinecommandant Bolton (Kenneth Branagh) zich voor gesteld ziet; de paniek in het ondergelopen ruim van een schip dat door torpedo’s tot zinken wordt gebracht; de spanning tussen Britse en Franse soldaten; de chaos; de naakte overlevingsstrijd. In de ensemble cast figureert een peloton Britse acteurs van naam.

Geholpen door de grimmige, grotendeels elektronische soundtrack van Nolans vaste filmcomponist Hans Zimmer, weet de regisseur de spanning tot op de tel te doseren door de weidsheid van het strand, de zee en de lucht optimaal te contrasteren met de claustrofobie van de cockpit en de scheepsruimtes. Veel scènes spelen zich af in kleine of besloten vertrekken en de Nederlandse cinematograaf Hoyte Van Hoytema (hij deed ook Nolans voorlaatste film, Interstellar) brengt het drama naar de kijker met een reeks van close-ups. Het werkt bijzonder effectief bij de schermgrote koppen van de Spitfire-piloten, die opgesloten in hun cockpit door het zwerk zwieren.

Door de Britten werd ‘Duinkerke’ – om redenen van propaganda allicht – gevierd als een heroïsche overwinning, voor de Fransen was het een smadelijke aftocht; hadden de Britten door geknokt, dan was Parijs wellicht nooit gevallen en de oorlog heel anders verlopen. Daar houdt Dunkirk zich niet mee bezig, op een paar patriottische slotminuten na, zoals de film zich überhaupt niet bezighoudt met de Fransen noch de Duitsers. Dunkirk evoceert de historische gebeurtenis als een krankzinnige mix van heldenmoed en egoïsme. Een betere oorlogsfilm zal er dit jaar niet uitkomen. Misschien kunnen we dat ‘oorlogs’ wel weglaten.
 

18 juli 2017

 
MEER RECENSIES