Sinistere katten

Sinistere katten

door Bob van der Sterre

Sette scialli di seta gialla ♦ Eye of the Cat ♦ The Uncanny

 

Films griezelen graag om beesten. Vorige maand de griezelige honden, nu de katten. En niet voor de leuke, charmante, schattige katten zoals in Harry and Tonto. Maar gemene horrorkatten met oplichtende ogen en vlijmscherpe nageltjes.

Iedere kattenbezitter weet dat katten eerder wegrennen dan op je afkomen. Beweeg je plotseling dan hollen ze al onder de bank. En mochten ze toch bijten is het wel even wat anders, laten we zeggen, dan een beet van een tijger.

Maar hun klauwtjes kunnen scherp zijn. En levensgevaarlijk, als iemand ze doopt in het gif curare.

Moordkat tegen wil en dank
Dat bizarre gegeven kan alleen maar serieus worden genomen in een giallo (Italiaanse thriller) getiteld Sette scialli di seta gialla (The Crimes of the Black Cat) uit 1972. Fraaie modellen leggen de een na de ander het loodje. En een blinde componist voelt zich geroepen op onderzoek uit te gaan. Een blinde componist? Ja, een blinde componist.

De moordkat kan er niet veel aan doen. Getraind om heftig te reageren op een bepaalde geur. Het slachtoffer denkt: wat is dat voor een lief beestje, vervolgens dikke close-ups van waanzinnige kattenogen, sprong!

Maar wie is nou het brein achter die moorden? En waarom? Het duurt uiteraard tot de laatste vijf minuten eer we dat ontdekken.

Hoog tempo. Spannend plot. Neem nooit een douche in een giallo! Actrices vergeten dat keer op keer. Een opmerkelijk ranzige passage is dat. De film speelt zich af in Kopenhagen, hoewel de film Italiaans is (of Engels, afhankelijk van de versie die je ziet). Grappig om een stad een keer totaal behang te zien zijn in een film.

Je moet er alleen niet over nadenken. Want wat een ingewikkelde manier om iemand om zeep te helpen. Je moet eerst een vrouw aan de drugs helpen. Die moet vervolgens een kat africhten (welke kat blijft urenlang zo rustig zitten in een duister mandje?), heftig laten reageren op een bepaalde geur, klauwtjes insmeren met curare (oppassen, niet jezelf vergiftigen) en dan naar de slachtoffers brengen, die het dan ook nog eens moeten zien…

In 1981 maakte Lucio Fulci The Black Cat. Ook horror, ook giallo, ook moord, ook zwarte katten.

Tante is steenrijk
Eye of the Cat (1969) begint met een geweldige splitscreensequentie waarin een rooie kater een hoofdrol heeft. Drie, zes, acht, twee split screens. Een vrouw in ademnood. Close-ups. Wat is hier aan de hand?

Eerst wat anders. Een straat in San Francisco. Kassia Lancaster staat op een dag voor een deur. Dat is de deur van Wylie, een charmante nietsnut. Hij is verbaasd maar gaat zonder mokken met haar mee, ook al kent hij haar niet. Ze heeft hem nodig. En hij houdt van verrassingen. Zijn oude vriendin laat hij zitten. ‘Ik hou van je, Wylie.’ ‘Dat weet ik. En dat is tof van jou.’

Kassia heeft een plan. Wylies tante is steenrijk. Wylie kan haar erfenis krijgen als ze sterft. Hij moet wel tot zolang bij haar blijven wonen. Dan past ze haar testament aan – want nu gaat alles nog naar de katten in het huis. Er is een probleem: hij heeft, hoe typisch, angst voor katten. En tante heeft er dertig. Maar na een beetje zeuren worden de katten buiten losgelaten.

Zoveel geeft hij eigenlijk niet eens om die erfenis. ‘Er is iets obsceens aan geld willen hebben’, zegt hij, maar: ‘Ik hou er wel van om het uit te geven.’ Een probleem: die ene rode kater, die geeft zijn paradijs niet snel op.

Verrassend aardige film. Michael Sarrazin zag je wel vaker in dit soort net-niet-films. Maar hij was een prettige keuze als hij plezier had in acteren zoals in deze film. Zijn lichtzinnige karakter Wylie voelt hij goed aan. Een losse, ironische manier van acteren die is doorgesijpeld naar de moderne acteurs. Zoals hij bijvoorbeeld zinnen zegt als: ‘Je mag die toon gebruiken wanneer je wilt. Maar neem het niet te serieus. Het verpest mijn plezier. Snap je dat?’

En San Francisco is ook niet slecht als decor. De meest bizarre hippe bar (een schip volgehangen met kaarsen, hoezo brandveiligheid) die je je kunt voorstellen. En altijd oppassen met invalidenwagentjes op steile straatjes…

Katten zijn duivels
The Uncanny (1977) begint ook al met een testament. En ook hier wil een oude vrouw al haar geld overmaken aan de katten. (Het blijft een bizar gegeven. Alsof die katten weten wat ze met geld moeten doen.)

Hier wil een dame die er werkt als huishoudster het testament stelen. Dan kan haar minnaar, de zoon van de oude vrouw, het geld erven. De katten hebben een ander plan. En dat laten ze weten. Ze vlucht bebloed in het voorraadhok. Daar kan ze niet eeuwig blijven. En ze gaat er weer uit – tot genoegen van de duivelse katten.

Dit is een van de voorbeelden die schrijver Wilber Gray bij uitgever Frank Richards aanbrengt als bewijs dat katten inderdaad duivels zijn. Het ene voorbeeld is Londen 1912, het andere Montreal 1975 en het derde komt uit Hollywood 1936.

Het voorbeeld van Montreal gaat over een meisje dat haar ouders is verloren. Ze mag een tijdje verblijven bij haar tante en een vervelend nichtje. Ze heeft wel haar kat Wellington bij zich. En ze doet aan hekserij – wat het vervelende nichtje, dat voel je op je klompen aan, mag ondergaan.

Richards, de uitgever, is sceptisch. Gray noemt drie voorbeelden en de uitgever weet drie keer uitstekend een tegenargument te geven. Maar dan…

Wie een beetje kattenliefhebber is, ziet in deze film vooral aandoenlijke huis-tuin-en-keuken-katjes verdwaasd rondlopen. Wij kattenliefhebbers laten ons niet foppen! Het is weinig horror en vooral veel fluffyness. Liever aaien dan wegrennen!

Als we toch bezig zijn met films over katten, hier is de kattenfilm der kattenfilms uit 1944: The Private Life of a Cat. Kijk en geniet!

 

12 augustus 2017

 

Eye of the Cat

 

Alle Camera Obscura

Griezelige honden

Griezelige honden

door Bob van der Sterre

Baxter ♦ Les Chiens ♦ The Doberman Gang

 

Films griezelen graag om beesten. Want, you know, ze zouden wel eens zomaar kunnen aanvallen. Honden, katten, alligators, haaien, slangen, kraaien, spinnen, vleermuizen, ratten, komodovaranen. Allemaal wel eens gebruikt. We kijken naar griezelige honden (en niet naar Cujo).

Baxter. En niet de gelijknamige spraakgebrekfilm uit 1973, maar de hondenfilm uit 1989 van Jerome Boivin. De Boivin die maar twee films zou regisseren in zijn loopbaan (die andere ging toevallig niet over katten).

Een jongen heeft een cadeau voor zijn moeder: Baxter, een witte bullterriër. Ze weet niet wat ze ermee aan moet. Hij ook niet met haar. Dat weten we, omdat we kijken vanuit het perspectief van Baxter en hem ook horen denken. ‘Vogels hebben me altijd verbaasd. Misschien dood ik er ooit nog een.’

Perspectief van de hond
Zo gaat het door. ‘Ze geeft me geen orders. Ze wil niets, behalve dat ik naast haar sta. Ik vond haar leuker toen ze bang was. Ze doet de deur dicht en doet dingen die ik niet mag zien. Dan staar ik uit het raam. Ze moet leren dat het gevaarlijk is om een beest ontevreden te houden. Zeker als het sterker is dan jij.’

Baxter lost het probleem van de oude vrouw op zijn manier op. Hij beleeft daarna ‘happy days’ bij de jonge buren aan de overkant. Dan verandert er iets. ‘Ze aait me minder, ze ruikt anders. Ik ruik twee personen. Ik denk dat de man de ziekte van de jonge vrouw ook vervelend vindt. Ze zijn gestopt met hun beweging ‘s avonds.’ Ondertussen is er nog een jongetje gefascineerd door de Hitlerbunker.

Geestige film, volop zwarte humor, die je ook als mens confronteert met hoe je met dieren omgaat. Ken Greenhal schreef de oorspronkelijke roman (ook met witte bullterriër op de cover) en Jacques Audiard, regisseur en scriptschrijver van heel wat goede films, schreef de sterke dialogen. Casting in orde, vooral van Baxter zelf, ik kan me geen andere hond voorstellen in deze rol.

Top dog
In Les Chiens uit 1979 zien we ook honden, heel veel zelfs. Hoofdpersoon dokter Henri Ferret (Victor Lanoux) komt in een stadje wonen waar veel werk te doen is als arts. Hondenbeten! Met al die honden mogelijk niet verrassend. Maar toch: waarom zijn er zoveel?

Collectieve angst drijft het stadje, ontdekt Ferret. Het punt is dat er een verkrachter rondloopt. Maar ook zijn er jongeren die fel gekant zijn tegen honden. Tegen hen wilden de burgers zich bewapenen… met een hond. Het maakt het er niet gezelliger op. Al die blaffende herdershonden geven een nare, agressieve atmosfeer aan het stadje.

Ferret ontmoet Elisabeth. Ook zij wordt verkracht. De druppel voor haar; ze neemt ook een herdershond en gaat hem trainen. Ze heeft wraak in haar hoofd, dat is duidelijk. Maar wat als je de verkrachter en andere mannen door elkaar gaat halen?

Dan is daar nog de dubieuze hondentrainer, Morel. Gérard Depardieu met een snor die uitleg geeft over hoe geweldig herdershonden kunnen zijn. (Voor hem was de film een soort therapie aangezien hij een paar maanden ervoor zelf door een hond was aangevallen.) Die Morel is ook een beetje vreemde vent. Hij wil de top dog van al die honden zijn want zo is hij ook de top dog van de eigenaars van die honden. Geniet hij soms van collectieve angst?

Origineel verhaal. Wat je verwacht is dat Ferret als een detective gaat uitzoeken ‘hoe het nu zit’. Maar Ferret heeft daar helemaal geen zin in. Hij maakt zich wel zorgen om de agressie van Elisabeth, die meegaat in de spiraal van angst, en haar herdershond lekker maakt met agressief gedrag. ‘Kill! Kill!’

Een puur psychologische film met een vleug mysterie, zo vaak zie je dat niet, en ook niet goed uitgewerkt. De acteurs zijn ook allemaal ruim voldoende. De film had er wat minder rauw uit kunnen zien – met name de achtervolgingen zien er zwak uit – maar de Afrikaanse muziek is dan weer een meevaller.

Honden als bankrovers
Deze films zijn nog goed. Hoe zit het met de bizarre cinema? The Doberman Gang uit 1972 is daarvoor een perfecte film.

Mannen beroven banken. Ze zijn er waardeloos in. Van stress stoppen ze de buit in de achterbak van een andere auto. ‘Hij leek er zo op.’

Iemand oppert een briljant idee: waarom niet honden trainen en hen de banken laten beroven? In plaats van met de wijsvinger tegen de schedel te tikken en diegene voor gek te verklaren, gaan ze het daadwerkelijk proberen. Een lange fase van training volgt. Oefenen met hondenfluitjes. Enthousiaste hondentrainer inzetten. Ondertussen een hoop gepraat.

Het is een finale die je gezien moet hebben om te geloven. Honden die een bank gaan overvallen? Voor wie het niet erg vindt om een geamputeerde, Franstalige versie te kijken: dit is dat stuk. Totaal kolderiek. Alsof dat nog niet genoeg was, krijgen we er een vrolijk Smokey and the Bandits-achtig nummertje overheen.

Ik kan het niet beter zeggen dan iemand op IMDb al zei: ‘One of the dumbest movies of the 70s – which means, more or less, that it’s also awesome.’

Hoe kunnen ze zo’n film maken? Betere vraag: hoe kunnen ze hem zo saai maken? Vreselijk is het idee dat deze film nota bene dit jaar een remake krijgt. Maar het is echt zo. Deze tijd kent geen grenzen als het gaat om het recyclen van pulp.

Het knapste zijn de dobermanns zelf. Ze spelen een bankoverval, worden gecommandeerd als ze in de film gecommandeerd worden, en toch raken ze niet in de war. Dat zie je acteurs niet nadoen. Honden zijn gewoon slim, ik geef het maar toe als kattenliefhebber.

Over katten gesproken, raad eens waar we het volgende maand over hebben…

 

13 juli 2017

 

Baxter

 

Alle Camera Obscura

Animatie beslist niet voor kinderen

Animatie beslist niet voor kinderen

door Bob van der Sterre

Macskafogó ♦ Heavy Traffic ♦ I Married a Strange Person!

 

Er is animatie voor kinderen, er is animatie voor zowel kinderen als volwassenen, en er is animatie die beslist niet voor kinderen is. Dat genre is zo ongeveer uitgestorven maar er zijn een paar pareltjes overgebleven.

Stel je voor, je bent een Hongaars jongetje of meisje in 1986 en je wordt meegenomen naar een tekenfilm. Na een minuut is de eerste dode al gevallen. Na twee minuten krijg je deze dialoog: ‘Liquideren! Allemaal!’ ‘Natuurlijk. De kogel of vergif?’ ’Te kostbaar. Gooi ze maar in de rivier.’

De opzet van Macskafogó uit 1986 is nog redelijk onschuldig. Muizen en katten leven samen in een maatschappij op Planeet X. De muizen zijn braaf, de katten rogue.

De muizen tegen de katten
De muizen strijden met hun geheime dienst Intermouse tegen de kattenbendes. De dienst moet iets verzinnen want de maffiakatten worden steeds brutaler. En ze hebben een plan. Dat bevindt zich aan de andere kant van de wereld. Dus: Grabowski weer van stal halen. Deze James Bond van de muizen gelooft zelf niet in zijn mogelijkheden maar al snel blijkt dat hij gewoon te goed en te slim is voor de anderen. ‘Grabowski, ben je gewond?’ ‘Niet een van mijn gewoontes.’

De katten staan onder leiding van de gruwelijke Teufel. Hij zegt dingen als ‘Een ondergeschikte moet altijd van zijn baas houden, dat is de basisprincipe van deze organisatie’ tegen zijn assistent Safranek. Maar goed, boven Teufel staat Gatto, die hem weer een veeg uit de pan geeft.

Sterke, creatieve, grappige volwassenenanimatie. Een drone in vliegvorm. Een muis die trompet speelt bij latino vampiervleermuizen. Een soort Tokio (Pokio). Gangsterratten waarvan de mannen elkaar aldoor in de haren vliegen en de vrouwen sexy zijn (‘een gangster heeft altijd… zin’). Je herkent er soms wel iets in van een animatieserie als Rick and Morty.

Interpreteren is mogelijk. Sovjet-Unie versus Hongarije? Kapitalisme versus communisme? Hoe dan ook: je kunt de film ook zien voor wat het is: muizen versus katten, goed versus kwaad.

Bij dit soort films is het leuk om op te zoek te gaan naar reacties van Hongaren – en dan blijkt het echt een snaar te hebben geraakt. Maar van een vervolg kwam het pas in 2007. Toen maakte regisseur Bela Ternovszky deel 2. Een spin-off voor een tv-serie, Macskamesék, kwam niet verder dan twee afleveringen.

Meesterwerk van Ralph Bakshi
Heavy Traffic (1973) heeft alles wat die liberale tijd van de jaren zeventig zo mooi maakt. Het begint al met een stevige waarschuwing: Deze film is rated voor adults. En ja, de eerste poging tot verkrachting is na nog geen drie minuten, de eerste moord na nog geen vier minuten, de eerste bloederige aanrijding na nog geen vijf minuten. De vrouw op het randje van een gebouw die haar redder tot haar eigen plezier naar beneden trekt. Je weet dan al meteen: dit wordt wat…

Er zouden nu wel vijftig redenen zijn om Heavy Traffic niet uit te brengen. Of om de film aan te passen ‘aan de goede smaak’. Gelukkig maar dat sommige mensen daar lak aan hebben. Goede smaak zit goede creativiteit vaak in de weg. En in de jaren zeventig waren er duidelijk minder belemmeringen.

De film beschrijft het leven van tekenaar Michael, die opgroeit in Harlem in een bizar huwelijk. Zijn joodse moeder en Italiaanse vader zitten elkaar aldoor in de haren. Hij wil tekenaar worden en haalt zijn inspiratie van de straat. En de straat in begin jaren zeventig in New York was nog echt een getto.

Ralph Bakshi is voor dit genre wat Tolkien voor fantasy was: een legendarische godfather. Een leuke vergelijking want Bakshi heeft natuurlijk ook Lord of the Rings gemaakt, lang voordat het in de mode kwam om dat te doen (1978).

Heavy Traffic is uniek in zijn genre en Bakshi’s beste, meest persoonlijke. Veel films van Bakshi zijn de moeite waard maar deze is absoluut zijn meesterwerk. De muziek, de echte beelden erin vermengd, het ranzige van de getto’s (ook dat was jaren zeventig), het politiek-incorrecte… En een unieke geest zijn die hiervan iets bijzonders maakt.

Lichaamsdelen vliegen in het rond
Nog net binnen de zelfbedachte grens van Camera Obscura (moet minimaal twintig jaar oud zijn), is I Married a Strange Person! uit 1997. Deze film van Bill Plympton laat meteen zien waar het voor staat met een motto van Picasso: ‘Ach, goede smaak, wat een verschrikkelijk iets. Smaak is de vijand van creativiteit.’ En dan een scène met twee in de lucht copulerende vogels.

Je moet even wennen aan de schokkende animatiestijl maar dan brengt een briljante openingsscène je al meteen in de film. Een forse kerel, Grant, gaat liever werken aan zijn bureau dan zijn huwelijk te consumeren. Zijn vriendinnetje doet van alles om hem op te geilen. En het lukt. Maar oei, met wat voor vreemde vent is zij getrouwd…

Hoe vreemd blijkt wel bij de net zo prachtige vervolgscène. Hij kan zijn schoonvader muziek laten maken met zijn hoofd en zijn schoonmoeder kevers laten spugen.

En als ze dan even later toch seks hebben, verandert hij haar in een non, dan weer Marilyn Monroe, dan weer drie vrouwen. Praktisch! Als hij haar borsten dan door het huis laat sleuren als slangen, vindt ze het wel genoeg. En ze hebben weer gewoon seks. Maar de schoenen ook. En het stopcontact. En het bed.

Beslist materiaal voor volwassenen. Er vliegen sowieso flink wat lichaamsdelen in het rond. Een komediant die met zijn eigen organen gaat jongleren, waarom niet? Parende tanks. De tepel die een oog doorboort (en weer teruggeeft). Een lichaam als surfplank. De mooiste grap vond ik een mannetje die op een bed uit een oog komt zeilen en begint te mopperen.

Een en al gekke, bizarre vondsten. Remmingen waren volledig afwezig. Na een uur is de lol er ook wel af maar dan is de film ook afgelopen, dus dat is perfect aangevoeld door maker Bill Plympton, voor wiens verbeelding je alleen maar respect kan hebben.

Ik ben nu ook wel erg benieuwd naar zijn western waarin alle acteurs sterven… Guns on the Clackamas: A Documentary. Animatie niet voor kinderen, Bill Plympton was en is er een specialist in. En je moet zulke talenten koesteren, zo flauw en kinderachtig veel animatie tegenwoordig wel is.

 

6 juni 2017

 

Heavy Traffic 
 

Alle Camera Obscura

Down Under in de 70’s

Down Under in de 70’s

door Bob van der Sterre

The Cars That Ate Paris ♦ The Adventures of Barry McKenzie ♦ The Sex Therapist

 

Australië. Er is nauwelijks een stoerder land te vinden. De jaren zeventig. Er is nauwelijks een stoerder decennium te vinden. Voeg die twee samen, dan krijg je een Camera Obscura die uit zijn voegen knalt van het testosteron. Zou je zeggen.

Een titel die meteen veelbelovend klinkt voor een ruig, testosteronrijk verhaal is The Cars That Ate Paris (1974). Heldhaftige autoraces? Monsterfilm in de Franse hoofdstad? Mad Max-achtige toestanden?

Dorp leeft van auto-onderdelen
Het zit anders. Paris is een dorpje ergens in de outback van Australië. Daar hebben ze een eigen manier om de dorpsfinanciën op orde te krijgen. Dat is: autorijders laten verongelukken door boobytraps. Ze ontmantelen vervolgens de auto’s. En van die onderdelen leeft het dorp. De verongelukten leven in het lokale ziekenhuis verder als kasplantjes. Gezellige boel!

Arthur heeft pech: hij mankeert niets na een ongeluk. Althans: een ding: hij durft niet meer in een auto te stappen. En het stadje verlaten gaat ook niet zo makkelijk want het dorp wordt ook nog eens geterroriseerd door een soort leger van punkauto’s. De burgemeester neemt hem op in zijn familie en probeert hem zo in de licht gestoorde gemeenschap te loodsen.

Een bijzondere film. Alleen al het verhaal. Het is 1974 en iemand komt op het idee om dit te verfilmen! Waarom? Waarom niet? Die iemand is Peter Weir. Ook maker van films als The Truman Show, Witness en Dead Poets Society.

Een link in het bijzonder valt op. The Cars That Ate Paris lijkt wel een schets voor The Truman Show. Hetzelfde cynisme, dezelfde sociale beklemming, dezelfde satirische speldenprikken. Ging The Truman Show over invloed van media, deze film prikt richting de fatale invloed van automobiliteit op dorpsgemeenschappen. Het begin dat bedoeld is om kijkers op het verkeerde been te zetten, doet bijna letterlijk denken aan de The Truman Show.

Stoer is het niet met een opmerkelijk angstig persoon in de hoofdrol. Australië grossierde hierna trouwens een poos in autofilms. De twee Mad Maxen natuurlijk maar ook minder bekende films vol auto’s als The F.J. Holden, In Search of Anna, Backroads.

Onnozele ozzie in Londen
Komt er dan meer testosteron en stoerheid voor in The Adventures of Barry McKenzie? Australiër Barry ‘Bazza’ McKenzie moet naar Engeland reizen. Dat heeft te maken met een laatste wens in het testament van zijn vader. Hij die nooit zijn hoed af doet in deze film moet ook maar meteen aan de vrouw.

Niets verloopt soepel. Zijn ‘Australiëheid’ zit een normaal bestaan in Engeland in de weg. Hij krijgt gelukkig hulp van tante Edna. Over een succesvolle spin-off gesproken! Dame Edna zou wereldfaam krijgen met talkshows. Barry Humphries had sowieso de smaak te pakken met drie rollen in deze film. En hij stond bovendien aan de wieg van de film want de film was gebaseerd op zijn satirische stukjes in Private Eye.

Het type cultuurschokverhaal. Critici noemen de film ook wel ‘ozploitation’. Een bezoek aan de pub. Smerige straten van Londen. Afpersende taxichauffeurs. Seksuele vrijheid. Kosmopolitische winkels. Hippies.

De Ozzie is zo onnozel, hij snapt er niets van! Zoals wanneer iemand tegen hem zegt: ‘Ik stel me voor dat je een hele groep Aboriginals als bediende hebt.’

McKenzie biedt entertainment voor liefhebbers van taalkunde. ‘Now listen mate, I need to splash the boots. You know, strain the potatoes.’ ‘Water the horses. You know, go where the big knobs hang out.’ ‘Shake hands with the wife’s best friend? Drain the dragon? Siphon the python? Ring the rattlesnake?’ ‘You know, unbutton the mutton? Like, point Percy at the porcelain?’ ‘Eh, I think he wants to go to the loo.’

The Guardian trekt een interessante vergelijking met Borat van Sacha Baron-Cohen. Net zo beledigend, net zo oversekst, net zo ‘muzikaal’. De film geeft een aardig beeld van Londen in 1972 en heeft nog iets puurs, naïefs. In 1974 kwam er (uiteraard) een overbodig vervolg.

Sociaal werker voor vrouwen
Een film met de titel The Sex Therapist, daar vinden we beslist de epische stoerheid die we zoeken. In Australië heette de film Alvin Purple. Een wat minder van de daken schreeuwende titel.

Het is 1973. Een man genaamd Alvin Purple (‘A ridiculous name. But it is colourful.’) heeft een probleem. Buurvrouwen die alsmaar suiker komen lenen. Medestudentes die achter hem aan fietsen. De vrouw van zijn leraar die hem op bezoek vraagt. Al die vrouwen die zijn beroep als vertegenwoordiger van waterbedden anders opvatten. ‘I can’t avoid sex’, bekent hij aan een vriendin.

Hij is simpelweg niet in staat om avances van vrouwen te weigeren want dat maakt hen verdrietig. Therapie dan maar. Zijn psycholoog heeft een onconventionele oplossing: hem inzetten als ‘sociaal werker’ voor vrouwen die in seks tekort komen.

Het eerste gedeelte van de film is echt vreselijk flauw. Niveau Tiroler film. Maar hij ontwikkelt zich halverwege als mediasatire en dan volgt meer volwassen humor. Seks is dan een thema (niet het doel) van de film. De relatie tussen Alvin en de begripvolle vriendin Tina heeft zelfs iets Annie Hall-achtigs. Dan begrijp je wel dat dit de best lopende film in Australië in decennia was. Helaas kwam er een onvermijdelijke vervolg een jaar later (Alvin Rides Again), en helazer nog zelfs een tv-serie. En in Pacific Banana speelt Graeme Blundell juist iemand die maar geen seks kan hebben (want hij moet aldoor niezen…).

Kortom: met stoerheid in jaren zeventig Down Under-films valt het wel mee. De hoofdrolspelers zijn vooral onnozel. Je ziet dat trouwens ook vaak terug in moderne Australische films. Idiot Box, Silent Partner, Animal Kingdom, Results. Die alsmaar terugkerende fixatie op onnozele types. Waarom zou dat zijn in juist een van de stoerste landen van de planeet? Leuk om over na te denken.

 

5 mei 2017

 

The Adventures of Barry McKenzie

 

 

Alle Camera Obscura

Een gokje wagen

Een gokje wagen

door Bob van der Sterre

La baie des anges ♦ La città gioca d’azzardo ♦ A Big Hand for the Little Lady

 

Films over pokeren en gokken zijn populair maar zijn vaak vervelend om naar te kijken. Ze gokken, verliezen, moeten in drie dagen een enorm bedrag terugbetalen. In vroegere films ging het meer om karakters. Drie gokfilms zonder of met een beetje talent.

In La baie des anges (1963) raakt Jackie Demaistre voor de zoveelste keer haar geld kwijt. Maar ze ontmoet de door haar vrijheid geïnspireerde gokker, Jean Fournier. Hij heeft nog wat geld. Ze winnen. En verliezen. En winnen. En verliezen.

Op een dag slaat het geluk toe. Geld in overvloed.  Wat ermee te doen? Inzetten op 12 zwart natuurlijk!

Gokhal in, gokhal uit, hotel in, hotel uit. Een horloge moet worden verkocht. Bij pa gebedeld. ‘We moeten de auto verkopen.’ ‘Nee, ik had nog geld in mijn hotelkamer.’ ‘Jij denkt ook aan alles!’

Vrije vrouw weigert zich te binden
Wat is het verschil met drugsverslaafden? Nihil. De film van Jacques Demy, een van de nouvelle vaguers, is overduidelijk in zijn boodschapje. Het is vooral quasidiepzinnig want natuurlijk winnen en verliezen ze en heeft het effect in hun persoonlijke levens.

De stijl lijkt op die van Robert Bresson. Sober en observerend. En de film trakteert ons met Jeanne Moreau in een opmerkelijk goede rol. Ze is vaak stuurs en kil maar hier betovert ze het scherm als de vulgaire, aan gokken verslaafde dame met haar sigarettenpijpje en valse wimpers. De vrije vrouw die weigert zich te binden aan wie of wat dan ook.

En dan prachtbeelden van Frankrijk begin jaren zestig. Goktenten, hotels, auto’s, bars toen ze nog een beetje stijl hadden. En al die gewoonten die zijn uitgestorven, je ziet ze hier nog!

Opmerkelijk zijn de cinemabekendheden die bij de film betrokken zijn. Michel Legrand deed de muziek (toen hij nog niet op de automatische piloot werkte). Costa Gavras in een van zijn eerste films als assistent-regisseur. En Claude Zidi, die zelf zou gaan regisseren (en op een of andere manier betrokken raakte als scriptschrijver voor True Lies).

Stoere, blufferige gokker
Naast de vrijgevochten vrouw is de stoere, blufferige gokker een archetype. In La citta gioca d’Azzardo (of iets simpeler Gambling City) uit 1975 speelt player Luca met zijn leven door andere gokkers op te lichten. In grappige opnamen vanuit de hand gezien kunnen we getuige zijn van zijn trucs. Geen wonder dat hij met zoveel zelfvertrouwen aan de pokertafel zit.

Hij haalt zijn eerste miljoenen op, heeft nog geen stap buiten gezet en kan ze meteen weer inleveren. Zo gaat dat in ‘gambling city’ (klinkt mooi maar is gewoon Milaan).

Hij moet dan uitgerekend verliefd worden op het vriendinnetje van een bad boy, Maria Louisa. (Rol van Dayle Haddon, kenmerk: helblauwe ogen en strakke blik, ook hoofdrolspeelster van het bizarre Spermula uit 1976). De bad boy is van het soort dat zijn vriendinnetje laat verkrachten door zijn chauffeur en zijn gehandicapte vader van de trap af flikkert.

Het pokerwerk raakt wat op de achtergrond maar na een uurtje komt de film terecht in Nice, waar Luca en Maria Louisa heen zijn gevlucht. Luca gaat daar gokken. Dan blijkt hij even sterfelijk als ieder ander: hij verliest soms. Gelukkig heeft hij het valsspelen nog niet verleerd.

Gratuite geweld (het bekende slaan op hamlappen): dat is Gambling City ten voeten uit. Maar het is een film van Sergio Martino en die was best vaardig met pulp. Zo komt er bijvoorbeeld een originele passage in voor waarin we fast forward in een relatie worden gelanceerd. Seks; uitkleden; meer seks; broodje pindakaas eten op de bank; seks; lepeltje-lepeltje; en nog een keer seks.

Ook mooi is de passage in het casino, met een camera die hysterische rondjes draait langs gezichten. Of de schietscène in een ruimte met naakte paspoppen. Iemand vond dat ooit een geweldig idee en wij kunnen daar nu alleen maar blij om zijn.

Zoals veel ‘poliziotto’s’ en ‘eurocrimes’ uit die tijd ligt het tempo enorm hoog, is er geen mogelijkheid tot verveling. Daar kunnen sommige hedendaagse films met de ene na de andere artistieke close-up best een voorbeeld aan nemen.

Pokeren in het wilde westen
Gokken is Las Vegas. Gegokt werd er al toen Las Vegas nog een dorpje was. Het is aardig dat een film als A Big Hand for the Little Lady (uit 1966) daar de nadruk op legt. Pokeren in het wilde westen.

Trompetgeschal. Een aantal mannen loopt een saloon binnen, zelfverzekerd. En dan: een groene tafel. ‘Let’s play cards.’

Je kijkt naar gokverslaving op zijn slechtst. Want daar is Henry Fonda als Meredith. Een familieman op doorreis. Hij verliest al zijn andere interesses zodra hij hoort van een pokergame in een saloon. ‘Gewoon even toekijken.’

Het ergste is dat je meteen ziet dat Meredith een hopeloze pokeraar is. ‘Met deze hand kan ik echt niet verliezen!’ De veteranen kijken naar de amateur zoals de grote boze wolf kijkt naar Roodkapje. En klagen heeft geen zin meer als je wordt uitgekleed. ‘The first rule of poker, if it’s Eastern or Western, or the kind they play at the Northpole, is put up or shut up!’ Ook een mooie is deze: ‘We zijn galant op zondag, dit is vrijdag en we zijn aan het pokeren.’

Briljant kun je het niet noemen. Een plottwist waar je de klok op gelijk kan zetten. Het bekende vioolgezwengel, standaard acteer- en camerawerk, rommelig van tijd tot tijd. De film was gezellig maar zijn tijd niet vooruit. Wel verrassend vriendelijk.

Toch was het niet zomaar een film met zomaar wat acteurs. Hier zien we Jason Robards, Henry Fonda, Burgess Meredith en Joanne Woodward. Ze maken het pokerspel – als je het spel zelf kent is de film wel leuker – een stuk intenser.

Ster van de film is niet een van bovengenoemde acteurs maar kampioen der bijrollen: Kevin McCarthy. Hij geeft zijn Otto Habershaw heel knap iets oprechts en iets geniepigs mee. Acteurs die blijven inzetten op een fantastische carrière en dan steeds moeten passen, blijken soms toch een paar azen in hun handen te hebben als de rol van hun leven zich aandient.

 

9 april 2017

 

La baie des anges

 

Alle Camera Obscura

Van die dagen…

Van die dagen…

door Bob van der Sterre

Blutiger Freitag ♦ Violent Saturday ♦ Black Sunday

 

Wat een doorsnee dag is voor de een, is een rampdag voor de ander. De een heeft het aan zichzelf te wijten – de ander laat zich meevoeren door de omstandigheden. Drie films over van die dagen… met terrorisme, gangsters, psychopaten en mislukkende bankovervallen.

In Blutiger Freitag (1972) ontsnapt gevaarlijke gevangene Heinz Klett tijdens een bezoek aan de rechtbank. Hij komt bij zijn maatjes en overtuigt ze om spontaan mee te doen aan een bankoverval. Deze overval op een vrijdag loopt snel uit de hand. Bloederig zelfs.

Het hart van de film is het gewelddadige karakter Heinz. Hoe hij botweg deze amateurs aanvaardt voor niets minder dan een bankoverval, dat is Heinz ten voeten uit. ‘Hoezo wil je niet? Ben je laf?’ Hij is een karikatuur van een man. Agressief, seksistisch, opportunistisch en overzelfverzekerd. Alsmaar iedereen kleinerend en commanderend.

Amateuristisch terrorisme
Blutiger Freitag is een Duitse versie van de Italiaanse poliziotto. Het is harder, directer en ook meer overdreven. De ontsnapping van Heinz Klett (een sterk portret van Raimund Harmstorf) is misschien op zich nog wel geloofwaardig te noemen. Maar waarom zou Heidi zich plotseling opwerpen voor haar vriendje Luigi? En waarom in vredesnaam haar broer ook dan maar? Een bank beroven met een maniak, wat kan er misgaan?

Klinkt beslist niet intelligent maar Blutiger Freitag is lang niet zo slecht als het lijkt. Er zijn een aantal verrassende sociale ondertonen die meestal ontbreken in zulke films. De overvallers zijn hun wanhopige levens zat. Heidi en Luigi willen ontsnappen van hun rotbanen. De broer is een deserteur.

Nog sterker: het is (zeer losjes) gebaseerd op een echt verhaal. In de jaren zeventig had Duitsland veel te kampen met geweld. Terrorisme uit extreem linkse organisaties en gewelddadige bankovervallen, niet alleen door professionals, maar ook door amateurs, zoals in deze film.

De roots van deze Duitse poliziotto liggen ook in Italië. De keuze van producent Cineproduzione Daunia 70 (van Caliber 9) voor acteur/regisseur Rolf Olsen is begrijpelijk. Hij maakte immers misdaaddrama’s als Wenn es Nacht wird auf der Reeperbahn en het prostitutiedrama Der Pfarrer von St. Pauli. En die waren ook al niet zo slecht als ze klinken.

Iedereen is verbonden
Wat gebeurde er dan op Violent Saturday (1955)? Dat was de dag dat vlak voor sluitingstijd een paar bankovervallers de lokale bank binnendrongen. Ze nemen de auto van de man van wie je beter geen auto kan pakken: de assertieve voorman van de kopermijn. Een gewelddadige zaterdag hangt in de lucht.

Het aardige van de film van regisseur Richard Fleischer (Soylent Green, Tora! Tora! Tora!) is dat het een poosje duurt voor je een connectie tussen de belangrijkste karakters vindt. De voorman van de kopermijn dus, een hufterige crimineel, een bibliothecaresse die ook dievegge is, een perverse bankemployee, een glimlachende boef, een dame in een mooie cabriolet, een amishboer en zijn familie, een spiedende klant in de bank en een halfdronken rijke patser. Allemaal verbonden met elkaar.

Dit is een film die niet te veel wil uitleggen – waar films uit die tijd vaak wel last van hebben. De film is verder in en in fifties en ook in en in Amerikaans. De kleding, de auto’s. De schitterende volle kleuren! De suggestie van seks in plaats van het daadwerkelijk te zien.

De dialogen in de film zijn heel aardig. ‘You are a drooler. Those things get you in trouble. First you drool… then you get married.’

Scriptschrijver Sydney Boehm was dan ook noir-schrijver bij uitstek. The Big Heat. Rogue Cop. Side Street. Union Station. Allemaal van zijn hand en allemaal films die nu nog prima te verteren zijn.

Wel zonde zijn de gedateerde clichés die in noirs nooit ver weg zijn. Violen bij gevoelige scènes, trompetten bij drukke scènes. Het iets te veel overacten, net iets te studio-achtig zijn, de melodramatische passages, de neiging tot perfectie. Zonder muziek, of met interessante muziek, zou dit een stuk mooiere film zijn geworden.

Explosieve zeppelin boven stadion
En op Black Sunday (1977) dan? Op zich lijkt er niet zoveel aan de hand. In Florida staat een wedstrijd om de Superbowl op het programma. Een mooie dag om van american football te gaan genieten.

Maar een terroristengroep (‘Black September’) heeft een barbaars idee: een zeppelin vol explosieven boven het stadion laten ontploffen. Agenten zitten de twee op de hielen. Een kat-en-muisspel volgt. De muis laat zich niet snel vangen.

De personages. Lander. Een militair die teleurgesteld is geraakt na een militair tribunaal te hebben ondergaan – hoewel hij zes jaar vastzat in een klein hokje in Vietnam. Dahlia. Het brein van de aanslag. Kabakov. De Israëlische commandant die Dahlia kon neerschieten maar het niet deed.

De film draait om de finale zoals een film als Ben Hur draait om de finale. Toch is de weg erheen al behoorlijk intens. Spannende toestanden in Beiroet, Los Angeles, Mojavewoestijn, Washington, Miami. Al die details! Neem de schaduw van de zeppelin die aan het begin van de film in het stadion gevolgd wordt – als je nog geen idee hebt wat er komen gaat.

De film heeft aan veel dingen wat te danken. De combinatie van een dynamisch acteur als Bruce Dern versus de ingetogen Robert Shaw. Alleen Shaw zou zo kalm kunnen zeggen: ‘Kapitein Ogawa, ik wil echt niet dat je doodgaat.’ Marthe Keller –  sowieso een actrice die charme combineerde met intens acteerspel (hoe charmant ze ook wel was kun je zien in Bobby Deerfield).

Plus regisseur John Frankenheimer, die je wel kon sturen voor een geduldig opgebouwde spannende film (ook maker van de echte The Manchurian Candidate uit 1962). Hij observeert liever dan de kijker te overvallen met hectische actie. En toont karakters met gedegen psychologisch portretten.

En het heeft vermoedelijk niets met de film te maken, maar echte terroristen zouden vierentwintig jaar later een ander gruwelijk idee uitvoeren. Dat zorgde toen voor een donkere dinsdag.

 

7 maart 2017

 

Blutiger Freitag

 

Alle Camera Obscura

Relatiesores 4 – gekke exen

Relatiesores 4: gekke exen

door Bob van der Sterre

Seems Like Old Times ♦ The Philadelphia Story ♦ The Locket

 

Het barst van de gekke exen in de filmwereld. Neem Glenn Close in Fatal Attraction. Maar ietsje minder maniakaal, kan dat ook? Het laatste deel van de Camera Obscura-reeks over relatiesores.

Nicholas Gardenia, hoofdrolspeler van Seems Like Old Times, is een pechvogel. Zit hij in zijn strandhuisje rustig aan een roman te werken, wordt hij gedwongen mee te doen aan een overval op een bank. Hij vlucht vervolgens voor de politie.

De enige die hem zou geloven is zijn ex-vrouw, Glenda Parks, en daar gaat hij dus ook heen. ‘Er zijn van die dingen die een man alleen moet doen. Dit is niet een van die dingen dus vraag ik je om hulp.‘

Chevy Chase en Goldie Hawn in topvorm
Een probleem: haar nieuwe echtgenoot is Ira Parks, de toekomstige openbaar aanklager van Californië. En hij wil graag Nicholas in de cel stoppen. Nicholas verbergt zich in hun tuinhuisje en Glenda raakt er overspannen van. Dan zijn er nog de ex-bajesklanten die ze aan werk wil helpen, de zes honden, de eigengereide huishoudster, de dronken bediende en de gouverneur die zijn favoriete kipgerecht wil komen eten.

Chevy Chase en Goldie Hawn waren rond 1980 in topvorm. Deze rollen in Seems Like Old Times uit 1980 (Chase laconiek, Hawn hysterisch) konden ze werkelijk met twee vingers in de neus spelen. En dat is ook wat ze doen. Een hecht tandem want twee jaar hiervoor speelden ze ook al een stelletje in Foul Play. En dan is er nog de getalenteerde Charles Grodin als Ira Parks.

Neil Simon (The Odd Couple, Barefoot in the Park) schreef de scherpe, geestige dialogen in deze film. Zoals wanneer Ira Glenda wil helpen bij het hyperventileren. ‘Wil je een glas water?’ ‘Hoe kan ik water drinken als ik de hele tijd aan het ademen ben.’ ‘Ik adem ook en ik drink genoeg water. Wil je liggen?’ ‘Nee… ja, ik wil liggen.’ ‘Waarom is het als ik iets voorstel, je nooit iets wilt doen?’ ‘Omdat als jij iets voorstelt, ik het niet wil voorstellen.’ ‘Je hebt het net voorgesteld.’ ‘Ira, alsjeblieft, laat me liggen.’ ’Je ligt al.’ ‘Ira!’

De film verbaast wel anno nu met zijn zeer politiek-incorrecte strekking. Indianen, Afro-Amerikanen en latino’s zijn hier alleen maar dom en hufterig en lopen iedereen te bestelen. In 1980 was er nog geen internet om hysterisch op te twitteren, dat is duidelijk.

Virtuoos laverend tussen vriendschap en liefde
C.K. Dexter Haven (Cary Grant) in The Philadelphia Story (1940) is ook zo’n man die geen nee kan horen. Hij was getrouwd met Tracy Lord (Katherine Hepburn), maar ze zijn gescheiden. Ze gaat nu hertrouwen met zakenman George Kittredge (John Howard). Een degelijk type dat haar ‘aanbidt’.

En wat doet die Dexter Haven de dag voor het huwelijk? Ongevraagd loopt hij de deur van de Lords binnen. Dat niet alleen, hij heeft ook nog twee journalisten van de Spy meegenomen die een smeuïg artikel over het huwelijk moeten schrijven. Het moet wel want de hoofdredacteur heeft materiaal over Tracy’s vader en een danseres dat hij dreigt te publiceren als Dexter Haven het niet doet. De familie speelt vervolgens het sensatiespelletje vrolijk mee.

Er gebeurt van alles. De twee journalisten kikkeren zelf op van het feestje. C.K. Dexter Haven verwijt Tracy godinachtige trekjes. Nachtelijke drankorgieën (champagne is heerlijk) eindigen in een zwembad. En George verveelt Tracy als hij vroeg naar huis wil.

Donald Ogden Stewart (o.a. Holiday en Love Affair) schreef het script, en hij stopte het werkelijk tjokvol geestigheden. Maar het is anders geestig dan bij dijenkletsers. Het is een huwelijksfilm, virtuoos laverend tussen vriendschap en liefde; man en vrouw; humor en wijsheid. Komisch, ja, maar ook een film die je soms op je achterhoofd doet krabben, zo ongewoon het eigenlijk is voor 1940.

Eindeloos veel kwaliteit. Voortreffelijke hoofdrollen (ook James Stewart). Subtiele cameravoering. Eindeloze variatie. Origineel script, sappige dialogen. ‘The prettiest sight in this pretty world is the priviliged class enjoying its privileges.’ (Bij een kater) ‘Testing the air. I like it, but it doesn’t like me.’

Is deze klassieker van George Cukor echt obscuur? Het zal je verbazen hoe weinig mensen The Philadelphia Story eigenlijk hebben gezien. De meeste filmkijkers zullen bij deze titel toch aanvankelijk denken aan Tom Hanks en een film over aids.

Welke ex van wie is gek?
In The locket (1946) zien we maar liefst twee exen! Bruidegom John Willis (Gene Raymond) staat op punt te trouwen met Nancy (Laraine Day). Jaloerse dames bespreken haar succes. ‘Ze is aardig.’ ‘Ze heeft geluk.’ ‘Als je aardig bent, moet je geluk hebben.’ ‘Als je geluk hebt, kun je je veroorloven om aardig te zijn.’

Maar nog geen minuut later hoort John Willis het verhaal aan van Dr. Blair, die vijf jaar met haar getrouwd zou zijn geweest. ‘Ze heeft al de levens van drie mannen verwoest.’ Zoiets wil je als bruidegom niet horen… En al helemaal niet op de dag dat je met haar trouwt.

Dr. Blair is zelf ook niet veel bespaard gebleven. Als hij getrouwd is met Nancy staat in zijn praktijk (hij is psychiater) Norman Clyde (rol Robert Mitchum) voor zijn neus. ‘Je vrouw is een moordenaar!’

Clyde vertelt in dit Inceptionesque verhaal hoe hij haar leerde kennen. Hij is kunstenaar en zij volgde zijn kunstlessen. Hij is zelf zo’n beetje de meest besluitvaardige schilder die je ooit hebt zien rondlopen. (Dat is het aardige van de acteur Robert Mitchum: hij speelt altijd zo, of hij nu bakker, kunstenaar, senator of oorlogsheld speelt.)

Clyde komt langzaamaan achter haar gekke dingetjes. Ze steelt een medaillon. Een moord! Een lulverhaal! ‘Nancy, in vredesnaam, het slaat nergens op!’

Het kan nog dieper. We kijken naar de jeugd van Nancy. Ze krijgt een medaillon maar die wordt haar weer afgenomen. En dan is het spoorloos!

Wie moet je geloven? De leuke, charmante Nancy? Of de twee exen? Welke ex van wie is hier gek?

Psychologie van de koude grond. Maar verre van slecht. Geen wonder dat Hollywood er wel wat in zag. Femme fatale, moord, seks, spanning en een beetje humor. Nog even een flitsbezoek van Londen in de oorlog (het was immers 1946). De uitwerking is zeer zorgvuldig. Mooie decors en hier en daar wat verrassende shots. En een uitstekend plot.

Het is duidelijk: als de overspelfilm en de ménage-à-trois film typisch Frans zouden zijn, is de exen-film typisch iets Amerikaans.

 

9 februari 2017

 

Seems Like Old Times

 

Alle Camera Obscura

Relatiesores 3: maffe schoonouders

Relatiesores 3: maffe schoonouders

door Bob van der Sterre

The Family Way ♦ Little Murders ♦ The In-Laws

 

Stupide schoonouders zijn klassiekers in de filmwereld. Meet The Parents buit deze humor enorm uit. Er is meer als je in de wereld van de obscure film duikt.

In The Family Way (1966) gaat in de arbeiderswijk van Manchester Arthur Mills trouwen met Jenny Fitton. ‘Word je al nerveus?’ ’Doe niet zo daft.’

Ze regelen hun huwelijksreis naar een paradijselijk eiland. Het gaat niet zo fantastisch als de bedoeling was. De reis blijkt oplichterij. En Arthur raakt zo opgefokt van het feit dat hij nog thuis woont met zijn vrouw, dat hij hem niet overeind krijgt tijdens zijn huwelijksnacht, en ook de nacht erna en in feite alle volgende nachten.

De eer van de familie
Kersverse vrouw zou het geheim houden maar… vertelt het aan moeder, die weer aan die, die weer aan die. Pa durft niet meer naar de fabriek om te werken. Zoonlief wordt uitgelachen. De eer van de familie hangt aan een dun lijntje.

Het conflict tussen Arthur en Jenny dijt uit naar pa en ma Fitton die onophoudelijk kiften. Pa droomt weg over zijn lang geleden overleden maatje Billy. Een gesprek met Billy roept hij uit als beste herinnering van zijn huwelijksreis. Het feit dat Billy er überhaupt bij was, vond hij helemaal niet vreemd.

Jenny Fitton, de bruid, is dan toch degene die de families met veel boerenslimheid tevreden houdt  (verfrissende rol van Haley Mills, die eruit ziet als iedere GTST-actrice vandaag de dag). Ze is de kern van dit heerlijke verhaal toen arbeidersklassen nog niet ontspoord waren in xenofobisch geweeklaag.

In deze film zijn ook de echte schoonfamilies interessant. Jenny was in werkelijkheid de dochter van de man die in deze film haar schoonvader is, John Mills (dus vader Fitton). En zij is in werkelijkheid getrouwd geweest met Roy Boulting, regisseur van deze film. En hun kind… het moet niet gekker worden: zanger van de band Kula Shaker.

Satire op de moderne relatie
Little Murders
uit 1971 staat haaks op de vorige film. Hier ontmoet een man, een fotograaf, een vrouw. Ze hebben een probleem: hij kan zich niet verzetten. Ze doet haar uiterste best om agressie op te wekken. Ondertussen zijn er ‘random shootings’ in New York die de sfeer verpesten.

Veel bizarre passages. Alfred en Patsy die samen op stap gaan. Alfred die zijn bizarre schoonfamilie ontmoet (beste scène, film in een film). Alfred die zijn eigen ouders bezoekt. Die weten alles van psychologie maar herinneren zich niets meer van Alfreds jeugd. Donald Sutherland als humanistische dominee. ‘Hij trouwde omdat hij wilde stoppen met masturberen. En dat is ook een prima reden.’

Jules Feiffer (bekend van Popeye en Carnal Knowledge) schreef het stuk terwijl hij somber was geworden over de wereld na de dood van JFK. Het verhaal is ook anders te interpreteren, als een satire op de moderne relatie (ook al is dit 1971) waarbij vrouwen ontevreden zijn met hun mannen en hen koste wat kost proberen te veranderen.

Bijzonder project maar het is misschien jammer dat de film misschien iets te slim probeert te zijn, iets te veel intellectueel aan het knipogen is, en zijn neus ophaalt voor ‘normale’ scènes die voor evenwicht hadden kunnen zorgen.

Het toneelstuk is flink onder handen genomen voor de film. Scènes en karakters zijn herschreven. Afgezien van het einde lijdt het resultaat er niet onder. Van de acteurs in het toneelstuk speelde Elliott Gould weliswaar al mee in het stuk (en deed Alan Arkin ook al de regie) maar verder niemand. Marcia Rodd speelt wervelend als Patsy – de moderne onafhankelijke vrouw is ouder dan het blad Viva – toch was zij er niet bij in het toneelstuk.

Als toneelstuk hield het in de VS maar zeven optredens vol. Het ging vervolgens naar Londen waar 400 voorstellingen gehouden werden. En als film is Little Murders ver, ver weggezakt in het collectieve geheugen, hoewel Jean Renoir nog zei na het zien van deze film dat ie nooit vergeten zou worden. En dat is men ondertussen ook al vergeten.

Terroriserende schoonvaders
Alan Arkin speelt zelf een schoonvader in The In-Laws. Bij die titel denk je misschien Ryan Reynolds, Michael Douglas en Albert Books. Maar die film kan niet tippen aan het gelijknamige origineel uit 1979 met Peter Falk en Arkin.

Tandarts Sheldon Kornpett en Vince Ricardo ontmoeten elkaar want hun kinderen gaan trouwen. Bij het eerste beste etentje meldt Vince dat hij maandenlang in een oerwoud heeft gezeten waar hij tseetseevliegen zag zo groot als roofvogels, die kinderen met hun snavels ontvoerden. ‘Was jij betrokken bij de Varkensbaai-invasie?’ ‘Betrokken? Het was mijn idee!’ Sheldon wil het huwelijk afblazen. ‘Die man is gestoord!’

Meestal zijn schoonoudersfilms niet zo goed voor de kinderen (denk aan Meet the Parents). In The In-Laws is het zo dat ene vader door de andere vader wordt geterroriseerd. Vince stoort Sheldon op zijn tandartspraktijk en vanaf dat moment sleurt ie hem mee in een wereld van misdaad en moord.

De twee schoonvaders reizen vervolgens flink wat rond, worden beschoten en aangevallen. Niet echt iets wat je hoopt mee te maken bij het ontmoeten van ‘de andere familie’.

Een van de betere komedies uit de jaren zeventig. De chemie tussen opgewonden Arkin en kalme Falk maakt de film erg feestelijk. En het geestige materiaal waar ze mee te maken kregen. Veel teksten zouden nu ongetwijfeld internet-memes zijn geworden. ‘Ik heb vlammen op mijn auto. Ik heb vlammen op mijn auto!’ of: ‘Serpentine, Shelly. Serpentine!’

Een vlot script, veel actie en ook prima bijrollen, van bijvoorbeeld James Hong en David Paymer (debuut). Geen wonder dat in 2003 bij het kraken van de nieuwe The In-Laws iedereen het alleen maar had over het origineel. En dat Marlon Brando de film twintig keer schijnt te hebben gezien. Over moeilijke schoonvaders gesproken…

 

9 januari 2017

 

The Family Way

 

Alle Camera Obscura

Relatiesores 2: grimmige scheidingen

Relatiesores 2: grimmige scheidingen

door Bob van der Sterre

Divorzio all’Italiana ♦ Violette & François ♦ Jahrgang 1945

 

Hoewel veel films eindigen met het feit dat twee elkaar vinden, zijn er ook een paar mooie films over scheidingen. De ene scheiding is nog lawaaiiger dan de ander. Tweede Camera Obscura over relatiesores.

In Divorzio all’Italiana (1961) bekleedt baron Celafù een vooraanstaande positie in het Siciliaanse stadje Agrimento. Hij is helemaal klaar met Rosalia, zijn vrouw. Ze irriteert hem zo mateloos met haar monobrow, minisnorretje en giecheltje. Bovendien heeft hij een nicht… eentje om door een ringetje te halen. Ze ziet hem ook als reddende engel in een strijd tegen haar dominante vader.

Scheiden op zijn Italiaans
Hij fantaseert geregeld hoe Rosalia aan haar einde komt. Tot hij besluit dat hij dat maar echt moet doen, ’scheiden op zijn Italiaans’. Om eerwraak uit te lokken, haalt hij een oude liefde van Rosalia van stal, die een ruimte in het gebouw gaat schilderen.

Het werkt. De twee worden snel close. Hun ontmoetingen neemt hij stiekem op. Hij is klaar voor het slotakkoord.

Regisseur Pietro Germi is voor velen geen grote bekende uit het gouden Italiaanse filmtijdperk maar hij heeft hier een puntgave komedie afgeleverd. Allereerst Mastroianni die met eenvoudige middelen (hooghartige blik, tic, snobistische uitstraling, sigarettenpijpje) een uitgeblust karakter neerzet. De bijrollen zijn ook erg goed: Daniele Rocca, Leopoldo Trieste, Stefania Sandrelli.

En dat is niet alles. De film heeft een prima tempo en dat komt door de montage, de muziek, de variatie in camerabewegingen en het maximale acteereffect. Als bonus krijg je daar het spottende, lieve portret van Sicilië bij.

Die montage doet de helft van het werk, een zacht uitgesponnen geestigheid. Hoe Ferdinando ‘Fefe’ Celafù zich in de bosjes laat gaan; de teruggespoelde flirt tussen Rosalia en Carmelo; hoe hij als ‘besmet voorwerp’ door het stadje loopt; hoe hij de speech van zijn advocaat visualiseert en zijn pistool daarin een rol laat spelen; de onvergetelijke scène op het strand met haar uit het zand stekende hoofd.

Franse tijdreis met Isabelle Adjani
Maar niet alleen in Italië wordt gescheiden. In Frankrijk ook. En dat gaat op zijn Frans in Violette & François (1977), met Isabelle Adjani en Jacques Dutronc.

Twee mensen proberen de crisis van hun tijd te overleven. Gek en vrolijk stel, aldoor grappen makend. Maar François is wel erg makkelijk met spullen, vooral met die niet van hem zijn. Het helpt ook niet dat hij van zijn vader (Serge Reggiani) hoort dat hij zijn biologische vader niet is geweest.

Violette heeft het niet makkelijk met François en François heeft het niet makkelijk met Violette die het niet zo makkelijk met hem heeft. ‘Waar was je deze middag?’ ‘Kan ik niet zeggen.’ ‘Waarom niet?’ ‘Weet ik niet.’ ‘Kan niet, weet niet, moet ik dat mijn hele leven blijven horen?’

Ze wil zijn kleptomanie leren begrijpen. Ze gaat meedoen. Een warenhuis verandert opeens in een diefstalwalhalla. Het gaat wel erg makkelijk. De leerling wil dan zoals zo vaak meer dan de meester. Neemt te veel risico. En dan gaat de relatie ook bergafwaarts.

De film lijkt er geen gras over te willen groeien, geen scène duurt langer dan een paar minuten. Na een half uur heb je al een hele film gezien. Dan is het nog een uur! Wat een traktatie! Jacques Rouffio (regisseur van de onderschatte satire Le Sucre) moet met het tweetal flink hebben rondgesjouwd door Parijs.

Een bonus is de tijdreis naar 1977. Supermarkten, warenhuizen, auto’s, cafés, straten. De jaren zeventig feestjes waren gewoon veel beter. Wijn drinken, kletsen en muziek luisteren, zonder dat iemand op zijn mobieltje aan het staren was. Concentratie die langer aanhield dan een seconde!

Eerlijke en spontane film maar een nadeel is wel dat de film meer bestaat uit losse sketches dan uit een echt verhaal. Bonus is dan wel de aanwezigheid van Isabelle Adjani, bij wie echt alles goed staat, al draagt ze de grootste zonnebril van de planeet.

Mensenschetsen in chagrijnig DDR
‘La Dolce Vita’ is het ook niet meer tussen Alfred (Al) en Lisa (Li), beide geboren in 1945 in de film Jahrgang ‘45. Maar geen wonder: ze wonen in het chagrijnige land de DDR. Hij is een monteur met vakantie (‘die nietsnut van boven’) en zij verloskundige.

Alfred vertelt nonchalant tijdens een metrorit dat hij op zichzelf gaat wonen. Vervolgens leest bijna iedereen hem de les, zijn vrienden, zijn moeder. Zelfs zijn vakbond.

Een soort arthouse avant la lettre, vol speelse mensenschetsen. Zij ligt op bed, hij nodigt haar uit om samen film te kijken, ze draait zich om. Hij rookt een sigaartje en verveelt zich. Met twee vrienden op de trappen van het Museuminsel observeert hij toeristen.

Was deze film in 1965 in West-Duitsland gemaakt, dan had geen hond hem gezien, maar dit is een film over Oost-Duitsers. Je ziet DDR-straten, DDR-metro’s, DDR-supermarkten, DDR-winkels, DDR-auto’s, DDR-huiskamers, DDR-motorjeugd, DDR-feestjes, DDR-pudding, ga zo maar door. Maar ook in de DDR had je liefde. Je ziet hier twee mensen die net zo’n herkenbaar relatiedrama beleven als ieder ander.

Jürgen Böttcher was documentairemaker (eigenlijk schilder, maar daar viel helemaal geen eer aan te behalen). Je ziet die ervaringen terug in zijn enige speelfilm. Politiek komt er niet in voor maar toch was ook deze onschuldige waarheid al veel te veel voor de DDR-bureaucraten. ‘Zo zijn onze mensen niet!’ In 1990 werd op het Berlijnse filmfestival voor het eerst een werkkopie van deze film vertoond. En nu geldt de film als een buitenkansje om het leven in de DDR ‘te ervaren’.

Als de communisten daadwerkelijk wat intelligentie hadden gehad, hadden ze dit verhaal kunnen gebruiken als propaganda hoe mensen in de DDR tenminste nog rust in hun levens hadden. Waar genieten mensen nog zo van het draaien van een plaat? Waar ter wereld wil je werkgever rustig praten over je privéleven? Hangen in een park? Zelf een beetje muziek improviseren? Het kan allemaal. De meisjes zijn ook nog eens mooier! Slow leven voor het een hype was.

Böttcher, jaren later in een interview: ‘Wij filmden die straatscenes heimelijk vanuit een bouwkeet, vandaar ook dat er bij die scène geen geluid is. Het is voor mij een erg dierbare passage want het geeft heel sterk het opgesloten gevoel in de DDR weer.’

Het was dus niet alleen een scheiding tussen mensen in deze film, maar ook tussen kunstenaar en staat. En dat zijn de grimmigste scheidingen.

 

6 december 2016

 

violette-francois

 

Alle Camera Obscura

Relatiesores 1 – Overspel

Relatiesores 1: overspel

door Bob van der Sterre

All the Right Noises ♦ Autumn marathon ♦ Unfaithfully yours

 

Sommige relaties verlopen probleemloos. Maar die zijn saai om naar te kijken. Liever films over relatieproblemen! Een speciale vierdelige Camera Obscura over relatiesores. Nummer 1: overspel. Dat blijken vooral schattige films.

In All the Right Noises (gefilmd in 1969, uitgekomen in 1971) ontmoet een volwassen man (Len) een meisje van vijftien (Val). Dat is jong, zelfs heel wat jonger dan de hoofdpersoon had gedacht. ‘Ik weet het, ik had het eerder moeten zeggen.’ Maar hij zei ook niet dat hij getrouwd is en twee kinderen heeft.

Mix van oprechte schattigheid en sensualiteit
Anders dan de stoere meiden die niet over zich heen laten lopen, is dit een aardig meisje – vriendelijk en gevoelig – een grote schoonheid bovendien. Geen wonder dat Len haar in het theater waar hij werkt meteen leuk vindt.

Zo pleeg je dus overspel; dit is praktisch een gids. Agenda’s die door elkaar lopen, geheimen aan alle kanten. Maar de film wil geen moraal door de strot duwen, observeert alleen maar, en laat het belazeren verder over aan de karakters. ‘Ik hou van je.’ ‘Dat denk je maar.’

Een verrassend lieve film. All the Right Noises doet zuinig aan met het drama en treft daardoor beter. Zoals wanneer ze zegt: ‘Je zal altijd zijn wat ik had gewild… voor later’. Een heerlijke mix van oprechte schattigheid en sensualiteit. Zo schattig als een man en een vrouw soms samen kunnen zijn, deze film laat het zien. Die kus in de strandbunker kan zich meten met de beste filmkussen.

Dat komt ook door de acteurs. Olivia Hussey speelt de lastige rol van Val. Haar verliefde ervaring als Julia in Zeffirelli’s Romeo & Julia (1968) kwam goed van pas. (De Romeo speelde trouwens in hetzelfde jaar een soortgelijke rol in een soortgelijke film, Say Hello to Yesterday.) Tom Bell is perfect als kalme Len – hij is zo seventies als maar zijn kan – en heeft een stem om in te lijsten. Hij speelde vooral in tv-films en tv-series en overleed tien jaar geleden.

De kijkers die daadwerkelijk het begin van de jaren zeventig hebben meegemaakt, zullen iets moeten wegslikken. De film raakt met zijn Melanie-liedjes een flinke nostalgische snaar. Een tijd dat paarse blouses nog normaal waren voor mannen en dat paardenraces serieuze uitjes waren. En ook erg 1971 is de vrouw die haar man sigaretten, sigaren en whisky cadeau geeft.

Sint-Petersburg in de seventies
Autumn Marathon
(Osenniy marafon, 1979) is ook al een lieve film over een man die vreemdgaat met een jongedame. Andrej is een professor, vertaler, die moeite heeft om deadlines te halen. Geen wonder, hij besteedt veel tijd aan zijn minnares Alla. Een lief stelletje maar als ze haar zin niet krijgt, draait ze zich om en gaat ze nukkig tv kijken (ook al staat alleen testbeeld aan).

Met zijn vrouw heeft hij het ook niet makkelijk. Ze weet met zijn leugens (hij doet niet eens zijn best) wel hoe laat het is. Ze pakt zijn nieuwe jas die hij van Alla heeft gekregen en rukt de mouwen ervan af. Zo.

En dan zijn koppige dochter, die eventjes meldt dat ze naar de poolcirkel gaat verhuizen. En zijn collegavertaalster, die hem nodig heeft voor werk. De vrouwen maken hem allemaal hoorndol en het lukt hem niet om iets anders te doen dan liegen.

Het is ronduit geweldig om een kijkje te krijgen in het dagelijkse leven van Leningrad (tegenwoordig Sint-Petersburg) in 1979. Grachten die eruitzien alsof je in Amsterdam loopt. Roomijs eten. Buitenwijken om doorheen te joggen. Hip behang. Sovjet-sinaasappelpers. Auto’s, bussen, wandelaars.

Sommige dingen zijn misschien typisch Russisch zonder dat ze nu zo echt bedoeld zijn. Zoals hoe een opstootje op straat wordt opgelost (een passant blijkt expert in arm uit de kom draaien). Shereshanikov die gespecialiseerd is in awkward handenschudden. Een roesuitslaapcentrum voor als je dronken op straat wordt gevonden. Wodka bij het ontbijt (‘Dat is onze traditie’).

De film werd gemaakt in het Brezjnevtijdperk toen er cultureel ineens redelijk veel mogelijk was. Oleg Basilashvili speelt zijn rol kurkdroog (tegen het vlakke aan) en Georgyi Daneliya regisseerde het al even zo droog. Twee Georgiërs die beiden nog steeds in de cinema actief zijn.

Vreemdgaan niet zo simpel als het lijkt
Of in Unfaithfully Yours (1948) wel of niet overspel wordt gepleegd, daar gaat de film over. Daphne de Carter (Linda Darnell) is de prachtige vrouw van Sir Alfred, de wereldberoemde dirigent (losjes gebaseerd op Sir Thomas Beecham). Hij ontvangt een verontrustende boodschap van privédetectives: zijn vrouw is 38 minuten in haar negligé in de kamer van zijn secretaris geweest!

Tijdens het eerstvolgende concert visualiseert hij van alles, zoals om haar gewelddadig kwijt te raken (een intens, agressief optreden, groot applaus). Sir Alfred wil haar laten dansen met zijn secretaris, Tony. Ze heeft een jurk aan, ‘purple, with plumes at the hips.’ Een scheermes doet het werk.

Dan een rustig en tragisch stuk terwijl hij kordaat met haar afrekent via een cheque (integer, ontroerend optreden, groot applaus). En dan nog een beter idee…

Zoals Sir Alfred de maestro van het orkest is, zo is Preston Sturgess de maestro van de komedie. Zalige film met voortreffelijke dialogen, charmante karakters, geestig einde, prachtig komisch acteerwerk (Rex Harrison in topvorm). Hier en daar zelfs verrassende zwarte humor.

En ook de minder spectaculaire scènes (Rex Harrison die zijn sokken aandoet terwijl hij praat met Rudy Vallee, zijn zo gehate zwager) zijn enorm geestig als je er tenminste enig gevoel voor komedie hebt. Er is altijd een draadje ontroering (en wat voor ontroering!) om alles op een menselijk niveau te brengen. En let op dat bijzondere shot met die ogen…

De les is dat vreemdgaan niet altijd zo simpel is als het lijkt. Zo kan de filmkijker eens proberen een maand lang mooie films te kijken, en niet steeds vreemdgaan met al die tv-series.

 

11 november 2016

 

unfaithfully-yours

 

Alle Camera Obscura